summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17121-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:50:23 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:50:23 -0700
commit41e2f226e3fda3c728d9dd8a4f33ba1ec27b7b67 (patch)
tree98359dc5b0949a36ee682c41a0eb1acf346761ab /17121-8.txt
initial commit of ebook 17121HEADmain
Diffstat (limited to '17121-8.txt')
-rw-r--r--17121-8.txt31815
1 files changed, 31815 insertions, 0 deletions
diff --git a/17121-8.txt b/17121-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..e5eda73
--- /dev/null
+++ b/17121-8.txt
@@ -0,0 +1,31815 @@
+Project Gutenberg's De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906
+
+Author: Various
+
+Release Date: November 21, 2005 [EBook #17121]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AARDE EN HAAR VOLKEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+DE AARDE EN HAAR VOLKEN
+
+1906.
+
+
+HAARLEM,
+
+H. D. TJEENK WILLINK & ZOON.
+
+
+
+
+Door Holland met pen en camera
+
+Naar het Fransch van
+
+_Lud. Georges Hamön_. [1]
+
+
+Elk land heeft een eigen karakter, dat is onbetwistbaar. Holland nu
+is, zoowel om den aard van zijn grondgebied als om de kleeding zijner
+boeren, tegenwoordig het schilderachtigste land van Europa.
+
+Het is de moeite waard, zich op te maken om met eigen oogen te
+aanschouwen die pijpjesrookers en kermisdansers, die langzame
+schuiten en reusachtige bruggen, die zwaaiende molenarmen en kalme
+overpeinzingen van rustige burgers over hun glas bier, die boerin
+met breede heupen, de producten der eigen boerderij naar de stad
+brengend, die spannen van trekhonden, die eeuwige kanalen, bevolkt
+met eenden, die nette dorpen en aardige huisjes, die zonderlinge
+visschers, grillige luchten, moerassige vlakten. Men kan dan op zijn
+gemak, zonder de oogen dicht te doen, vóór zich zien verschijnen
+de landschappen door Ruysdael's penseel op het doek gebracht, en de
+tronies der bierdrinkers die Teniers teekende.
+
+Naar Holland gaan beteekent trouwens zooveel niet.... Men stapt
+'s morgens aan 't Noorderstation in een exprestrein, en 's avonds
+zit men kalmpjes in een "koffiehuis" te midden van de diepe rust der
+weiden en de tonen van een klokkenspel.
+
+Als men in één adem België is doorgespoord, wat niet moeilijk is
+met het oog op de kleinheid van het land, komt men te Roozendaal,
+het grensstation, waar het gebruikelijk is, zijn krachten eenigszins
+te herstellen. Daarna stapt men in een langzamen trein, die er
+saai uitziet en op weg is naar Zeeland, het land der eilanden met
+zonderlinge namen, doorsneden door vaarten, kanalen, rivieren,
+slooten en booten, en bevolkt door vrouwen met bloote armen.
+
+Maar men houde wel voor oogen, dat Holland een wanhopig vlakke en
+eentonige streek is, dat het geen heftige aandoeningen wekt, noch
+tot opgewonden geestdrift stemt of stille innerlijke verrukking
+teweegbrengt. Holland is het land der rust, waar men zich dompelt in
+het kalmste welbehagen.
+
+
+I
+
+Een hollandsche stad.--Middelburg.--De wolken.--De
+"boerinnen".--Het huis.--De brugwachter.--De markt.--Een hollandsch
+dorp.--Zoutelande.--Goede herbergiers.--Typische avond.--De klompjes
+der kleine kinderen.--De kermis.--De vroomheid van den Hollander.
+
+
+Na veel eentonige moerassen te zijn voorbijgegaan en vochtige
+landerijen; na bruggen te zijn overgereden, stopt de langzame trein
+te Goes en daarna te Middelburg, de hoofdstad van het eiland Walcheren.
+
+Het was grijs, donker weêr op den morgen van mijn aankomst. In Holland
+vinden de wolken geen klokkentorens om ze tegen te houden, noch boomen
+of heuvels, en dus komen ze van alle kanten aandrijven, wit en rose
+en zwart, bruin, oranje of rood, al naar den tijd van den dag, en
+door den wind voortgestuwd. Zij lossen zich op in zware regenbuien of
+vluchten in compacte massa's heen, trachtend zich hier of daar vast
+te zetten; maar de molens, die steeds maar blijven zwenken en draaien,
+schijnen ze uit te lachen, net als de baders, die in het water duiken,
+als men ze roept.
+
+O, hollandsche wolken, wat hebt ge mij een last bezorgd!... Moet ik
+er boos om blijven?... Ik weet het niet, want gij ziet er toch niet
+kwaad uit, en Holland zonder wolken zou een afschuwelijke woestijn
+zijn; daarom hebben de wolken en het water samen vriendschap gesloten
+ten bate van het landschap.
+
+Het was dan grijs en leelijk weêr, toen ik in Middelburg uitstapte.
+
+Middelburg, hoort ge wel? is een echt type van een hollandsche stad,
+half en half grootsteedsch en half en half boersch. Naast Goes en
+Wemeldinge is het de interessantste plaats, waar ik geweest ben.
+
+Het was morgen. Overal ontmoette ik groenteboeren en groenteboerinnen,
+sommigen in lage wagentjes, getrokken door kleine, harige paardjes,
+anderen, bezig karren voort te duwen, hoog opgestapeld vol met groente,
+boter, eieren of melk.
+
+_Trip, trap, trip, trap...._ Dat stapte maar voort zonder
+haast. Niemand heeft ooit haast in Holland. Het paard, in een zacht
+drafje gebracht, stond dadelijk stil, als 't noodig was.
+
+Boerinnen, jonge meisjes nog, goed gekleed in haar nauwsluitende
+jakjes, met dikke heupen door de zware rokken, liepen waggelend
+met een juk op de schouders en boden aan de klanten melk en boter
+aan in blauwe of groene emmers met deksels, alles van de uiterste
+zindelijkheid getuigend.
+
+Het type is niet bijzonder mooi, ik bedoel, niet erg fijn; maar
+schoonheid is een zaak, die moeilijk uit te maken is, en tot veel
+verschil van meening aanleiding geeft. Ziet men niet dagelijks de
+menschen bewonderend stilstaan voor de schilderijen van Rubens,
+alles vleesch, want men weet, dat hij bijna niet anders dan dikke
+Vlamingen op zijn doeken bracht.
+
+Deze jonge dames kennen in 't geheel geen beschroomdheid. Meer dan
+eene, die op mij afkwam met de handen in de zij en met de schouders
+schokkend in een droge beweging van onverschilligheid, stond stil,
+als ik haar aankeek, ging met een coquet airtje vóór mij staan en gaf
+mij door teekens te verstaan, dat een geldstukje haar niet onwelkom
+zou wezen. Als ik beproefde haar onverwacht te kieken, stiet zij een
+kreet, van toorn uit en keerde mij met ostentatie den rug toe. Op
+andere plaatsen, bij voorbeeld op Marken, wordt die belasting van
+den vreemdeling bijna als een recht geheven; een belachelijk misbruik.
+
+Middelburg!... Zeer net stadje, met straten die alle aan elkaâr gelijk
+zijn. Rondom kanalen en, boven de daken uitstekend, twee of drie
+groote molens. Enkele oude monumenten, geheel in stijl. Zangerige
+klokken spelen de uren en laten hun tonen plotseling druppelen in
+de doffe stilte der bijna verlaten wegen en straten, waar men weinig
+winkels ziet.
+
+Er wordt in Holland niet veel gewandeld, en aan flaneeren wordt in
+het geheel niet gedaan. Men leeft te huis opgesloten in zijn dicht
+en keurig, goed onderhouden vroolijk woonhuis. Geen huurhuizen van
+vijf, zes of tien verdiepingen. Elk gezin heeft zijn thuis, zijn
+eigen woning, waar alleen bekenden binnentreden, van wie men zeker is.
+
+Maar wat houdt men dan ook veel van dat "home", hoe graag versiert
+men het en tooit het op, wascht het, verft het en boent erop naar
+hartelust! Zulk een pijnlijke bezorgdheid doet het oog goed, want
+men gevoelt, dat zij één is met de plaatselijke zeden en gebruiken.
+
+De straten, geplaveid met baksteenen, vertoonen geen enkele
+onreinheid. De vensters, van zonneblinden voorzien, zijn niet
+gestoffeerd met nieuwsgierige gezichten, die op den voorbijganger
+neerzien met ingenomenheid of afkeuring. Men ziet geen vrouwtjes bij
+de deuren staan praten of gewichtige samensprekingen houden op drukke
+kruispunten van wegen. Zelfs de kinderen zijn maar juist even druk
+genoeg, om te bewijzen, dat de stad niet door spoken wordt bewoond.
+
+Alleen de spionnetjes kijken u aan, spiegels, die van buiten aan de
+vensters zijn bevestigd en waarin de vrouw des huizes, gemakkelijk
+achter haar _horrikje_ gezeten, dat is een groen scherm in den vorm
+van een klaverblad, uren aaneen gadeslaat wat er voorbijgaat, juist
+als visschen doen in het water van een goudvischkom.
+
+O, die vriendelijke doodschheid der hollandsche woningen op een
+grijzen achtermiddag in September!
+
+Met mijn camera in de hand, ben ik de kleinste straatjes doorgegaan,
+overal met mijn onbescheidenheid binnendringend, waar ik er maar kans
+toe zag. Ik dwaalde langs de plechtige kaden, waar het rood der daken
+zich voegde bij het bruin van 't vele hout, dat in het water dreef en
+bij het rossige waas der boomen, dat den herfst verkondigde. Ik liep
+langs de oevers van het groote kanaal; jonge meisjes wisselden er
+teekens met de melkboeren aan den overkant, omlijst door den vlakken
+horizon, waarin een molen draaide.
+
+Ik kende spoedig tot in de kleinste bijzonderheden den korten doolhof
+van wegjes en straten, die alle zonder onderscheid naar het hoofdplein
+leiden, waar 't stadhuis te vinden is met al zijn beeldhouwwerk, waar
+de weekmarkt wordt gehouden en waar de tram van Vlissingen stopt,
+de zeehaven, waar stoombooten van allerlei naties binnenvallen.
+
+De voorstad, die erheen leidt, brengt u aan een brug. Die brug gaat
+in het midden omhoog als een dubbel luik, om de schepen met masten
+door te laten. De bewerking duurt een goed kwartier, gedurende welken
+tijd de weinige personen, die over de brug wenschen te gaan, in 't
+minst geen blijk geven van verveling. De brugwachter leunt, als een
+mandataris in het volle besef van zijn verantwoordelijkheid, tegen de
+leuning; hij zwijgt en wacht op wat de schipper zal verkiezen te doen,
+die zijn schuit met de plechtige langzaamheid van een voorvaderlijke
+schildpad doet voortschuiven.
+
+Die brugwachter was inderdaad op zichzelf een echt hollandsch
+poëem. Rossig in de rossige omgeving, stond hij daar met zijn pijpje
+tusschen de lippen geschroefd; een kalme wijsbegeerte straalde van
+hem af: de philosofie van de neutrale lichamen, bij tusschenpoozen
+zich bewegend naar een onduidelijk aangewezen doel. In hem herleefden
+de gestorven geslachten der Nederlanders met de afgemeten gebaren,
+die zwegen en droomden en eeuwen van geduld stelden tegenover de
+koppige aanvallen van de verraderlijke zee.
+
+Dit is wel echt het karakter van den Hollander. Omringd door het water,
+vechtend tegen het water, gevoed door het water, heeft hij de zachte
+zwaarte van het water zich eigen gemaakt, dat geluidloos nadert en
+onder zijn kleurrijke oppervlakte vreemde werelden verbergt.
+
+Met zijn glad rond gezicht, zijn naar de mode van Lodewijk XI geknipte
+haren, zijn dikke handen en zijn beenen in een wijde broek, lacht de
+Hollander zelden of nooit, schreeuwt nimmer, vecht niet met woorden
+en schijnt in zijn ernstigen blik een wereld van gedachten of van
+nevelachtig gepeins te weerspiegelen.
+
+Rossig in de rossige omgeving, rookte de symbolische brugwachter
+zijn pijpje, onbekommerd om de overdenkingen, waarin zijn beeld mij
+dompelde. Toen het schip voorbij was, draaide hij een ijzeren kruk om,
+en de toegang was weer open.
+
+Dit hoekje van de stad was nog stiller dan het overige. Een peinzende
+moeder liep er met haar kleinen jongen, die in een doek gewikkeld was,
+en geen ander levend wezen was er te zien, geen geluid te hooren dan
+het geklepper van den nabijzijnden molen.
+
+De volgende dag was een Donderdag, marktdag te Middelburg. De zon
+weigerde mij niet alles op mijn smeekingen en tintte rose de jagende
+wolken, die uit den Oceaan gekomen waren. Ik ontbeet vlug met eieren en
+ham, verkwikte mij met thee en bereikte de Groote Markt, het tooneel
+van den handel.
+
+Drie of vier verplaatsbare winkels, een stroom van boeren en boerinnen
+en wagens met witte kappen bewees, dat er wel lust was om zaken te
+doen; maar ik zocht overal tevergeefs naar de menigte, die er moet
+wezen om aan den straathandel levendigheid te schenken.
+
+In Zeeland is er om zoo te spreken noch landbouw noch industrie. Bij
+gevolg kan men er niet uitstallen, als bij ons, die hoopen groenten,
+eieren, vruchten of bloemen, waar omheen de huisvrouwen zich
+verdringen.
+
+In Zeeland produceert de boer niet veel anders dan melk, boter,
+beetwortels en aardappels. De melk en de boter worden bij de klanten
+thuis gebracht door de boerinnen, zooals wij reeds hebben gezegd. De
+beetwortels gaan per schip naar de fabrieken.
+
+Te spreken van een "markt" voor die wekelijksche bijeenkomst die ik
+bijwoonde en die nog voortdurend blijft bestaan, zou eigenlijk minder
+geschikt zijn. Onder voorwendsel een paar kilogrammetjes boter te
+verkoopen, komen de brave luidjes in de stad hun wekelijksch uitstapje
+maken, om er kennissen te ontmoeten, enkele inkoopen te doen, pijpjes
+te rooken vóór het stadhuis en met de handen in de zakken te droomen
+in een herberg, waar een biljard staat, zittend achter een groot glas
+bier en luisterend naar het droge geluid der ballen, door zwijgende
+spelers bewogen.
+
+Welk een kalmte! Dit volk, met meel en vet gevoed, heeft geen
+zenuwen. Breed, zwaar, gezet zonder dik te zijn, herinneren die mannen,
+die geen begrip van gebrek en ellende hebben aan chineesche bonzen,
+in rieten stoelen gezeten, die langzaam onder hun bolle oogen hun
+duimen draaien boven hun buik in stille overpeinzing, zonder op den
+voortgang van den tijd te letten.
+
+De mannen voegen zich te zamen op een hoek van de markt, om elkander
+hun indrukken mee te deelen over den stand van beesten of beetwortelen
+en over de gezondheid van hun kinderen. Op enkele vierkante meters
+staan daar een heele menigte typen, die van vreugde kunnen doen
+beven de afstammelingen van Teniers, Ostade en Potter, al die goede,
+overleden schilders.
+
+Groepen oude boeren met korte broeken, gebloemde kousen en hooge
+ketelhoeden, wier kaalgeschoren gelaat door losse haarvlokken omgeven
+is, voeren den geest naar voorbijgegane eeuwen.
+
+Die oudjes zien er voor 't meerendeel gezond, maar zeer mager uit,
+in tegenstelling met de dikke jongelui en aantoonend, dat juist zij
+het oudst worden, die wat droog van spieren zijn.
+
+Uit die algemeene zwaarwichtigheid moet niet worden afgeleid,
+dat de intellectueele vermogens beperkt zijn. De Hollander is goed
+onderwezen; hij leest wel niet veel, maar onthoudt, wat hij leest. Zijn
+goedaardigheid en stugge, massieve manieren zijn dikwijls slechts iets
+uiterlijks; men zou, eer men er te vast op bouwde, den onmerkbaren
+glimlach moeten kunnen verklaren, die soms rimpels om de ronde, blauwe
+oogen doet verschijnen en om de zachte, ongerimpelde monden. Hij heeft,
+wat men noemt, den moed om tegen de dingen in te gaan, voortkomend uit
+gezond verstand en uit berekening. De eeuwenlange strijd, ondernomen
+tegen de zee en de vernielende rivieren, heeft hem groote volharding
+geschonken en een onbegrensd geduld, een echte kracht van inertie. Hij
+is werkzaam, maar die activiteit is niet onstuimig en wordt aan den
+dag gelegd in stillen, geregelden, volhardenden arbeid.
+
+Spaarzaam is hij ook, en in dagen van overvloed blijft hij zuinig;
+grootheid en ijdelheid toont hij alleen bij groote gelegenheden,
+openbare inschrijvingen, bruiloften of kermissen.
+
+Als een hollandsche boer zijn dochter uithuwelijkt, geeft hij een
+gastmaal van stavast. Oudtijds waren de feesten bij bruiloften
+zoo algemeen in de zeden doorgedrongen, dat een wet tusschenbeide
+moest komen, om te bepalen hoeveel violen er mochten zijn, hoe groot
+de waarde der geschenken mocht wezen, en wat de prijs per couvert
+moest zijn.
+
+Bij tweeën en drieën staan de melkboeren te praten over allerlei
+kleinigheden, op neutralen toon gezegd, terwijl de rook der sigaren
+hun oogen in een zilverachtig schijnsel hult, of wel, ze gaan met
+langzame schreden naar de herberg en zetten hun vertrouwelijk praatje
+voort op de banken langs den muur.
+
+De herbergzaal, of liever de biljardkamer, heeft veel overeenkomst
+met onze herbergen en café's. Al de ruimte wordt ingenomen door het
+enorme biljard met zakken aan de vier hoeken. Verder staat er een
+ronde tafel met een gestreept kleed er over, en alles, wat er noodig
+is, om te schrijven; stoelen, netjes in rijen geschaard, voltooien
+het eenvoudig ameublement voor de wijze klanten.
+
+Men zou, als men daar binnentreedt, kunnen meenen, dat men in het huis
+van een particulier is, die u vriendschappelijk, met de ellebogen op
+de tafel geleund, een lekker glaasje zal aanbieden.
+
+Op het marktplein ziet men beslist alleen mannen. Waar gaan wel
+de vrouwen heen? Ik krijg een drietal huisvrouwen in het oog, die
+voortloopen met manden aan den arm, en ik volg ze. Zij brengen mij
+weldra op een groote binnenplaats, omringd door een klooster, en in
+het midden geeft een oude iep koele schaduw.
+
+Dit is het heiligdom der huisvrouwen. Zij staan er kalm en langzaam
+en nauwkeurig zaken te doen in haar wijde rokken, groote boezelaars
+en helder gekleurde doeken, de witte mutsen versierd met goud en
+zilver. Enkele hebben hun manden neergezet op schragen, die ervoor
+klaar staan, of op den grond naast de afgevallen bladeren en wachten
+met eindeloos geduld, tot er een koopster opdaagt, om haar te ontlasten
+van de vette koopwaar. Anderen staan stil, draaien wat heen en weer,
+loopen rond en staan weer stil, zwijgend met onbeslisten blik en
+dwalend oog, alsof ze er niet heel zeker van waren, dat zij den vasten
+grond betreden.
+
+Verlangt u boter?
+
+Wij wenschen boter.
+
+Hebt u kaas?
+
+Wij hebben kaas; zie, hoe zacht ze is.
+
+Die vragen, die antwoorden, suizen zachtjes met het geluid van den
+wind door de takken van den grooten boom, en enkele vrouwen vertellen
+elkaâr kalm, op welke wijze zij het smakelijke product bereid hebben
+met de melk van dien en dien dag, afkomstig van een bepaalde koe.
+
+Onbeduidend en bolbleek zouden die hollandsche dames zijn zonder
+haar bijzondere kleeding, juist als die anderen in moderne toiletten,
+die alle bekoorlijkheid missen. Met de eigenaardigheden van het land
+passen zij op het archaïsche fond en blijven in haar rechte, statige
+houding, alsof ze altijd en overal op doek vereeuwigd moesten worden.
+
+Haar bloote armen, hard geworden door den wind, dragen manden, die met
+roode, blauwe of gele doeken toegedekt zijn, en daar het nog zomer is,
+dragen zij hoeden op het hoofd in den vorm van omgekeerde bloempotten
+met groote pompons versierd.
+
+Onder den olm met bruine takken komen haar gestreepte sjaals flink
+uit, zooals zij zich buigen naar de geopende manden der boerinnen,
+die mooi zijn als ze nog niet veel jaren tellen, zooals al wat jong
+is, ondanks de stijve kleeding, die de buste in rechte hoeken omspant.
+
+Haar voeten, die niet weten wat haast is, drukken de steenen van het
+oude plaveisel, en dat is het eenige geluid, dat men verneemt, gedempt
+nog in de algemeene stilte.... De zeeuwsche vrouwen schijnen, zou men
+zoo zeggen, aanhoudend kostbare geheimen met zich rond te dragen, die
+zij enkel aan elkander kunnen openbaren achter een muur, beschilderd
+met lichte en donkere strepen en achter de groene zonneblinden vóór
+de vensters. Haar vochtige oogen weerspiegelen de groote weiden, waar
+de jonge koeien grazen, die dikwijls worden gemolken; haar smalle
+voorhoofden, stijf geknepen in het kanten omhulsel, zijn blijkbaar
+nog onder den indruk van het liedje van 't melken, dat tweemaal per
+dag wordt afgespeeld, dat liedje van de melk, die druppel na druppel
+met bobbels in den emmer valt, en haar handen zetten nog de bewegingen
+als van een harpspeelster voort, waarmee zij de blanke uiers streelen.
+
+Zouden ze zoo zacht zijn als dat voedend vocht?... Laat ons geen te
+haastig oordeel vellen! In Zeeland, in Friesland en in Groningen zijn
+er brunetten en blondines, rossigen en anderen met kastanjebruine
+haren, en zoo de overdaad van zachte spijzen haar aderen heeft gevuld
+met een flauw en waterachtig vocht, zij zullen zonder eenigen twijfel
+in haar gevoelens niet verschillen van de andere dochteren Eva's.
+
+Dat zijn overdenkingen, waartoe de marktdag in Middelburg iemand
+brengt. Zonderlinge markt voorwaar, waar men op de teenen loopt in
+eeuwigdurend geflaneer.
+
+Een zeventigjarige, steunend op zijn kleinzoon, lacht mij vriendelijk
+toe. Hij is het verleden, hij met zijn costuum van een vlaamsche
+schilderij; het kind is het tegenwoordige, de toekomst met zijn
+knellend petje en vierkant afgesneden buisje. Ik wenk en wijs op mijn
+camera. De kleine wil den ouden heer wegtrekken van dat gevaar, dat
+mijn instrument opraper van beelden wezen kon; maar de oude staat
+stil en neemt een nobele houding aan als een groot heer, die wel
+graag bewonderd wordt.
+
+Een hevige regenbui valt plotseling neer op markt en straten en
+huizen met puntdaken; een uur lang klettert het en ruischt en spat
+en drijft de kalme boeren in de herbergen; dan schijnt de zon weer,
+en er worden toebereidselen gemaakt voor de thuisreis.
+
+De groote wagens in den vorm van schuiten, overdekt met witte huiven,
+komen van alle kanten te voorschijn en staan in rijen geschaard. De
+meisjes, blij dat ze eens uit zijn; de huisvrouwen, tevreden over
+haar inkoopen en haar gezellig gebabbel; de boeren, voldaan over hun
+marktwandeling en verzadigd van bier en jenever, allen stijgen in.
+
+_Tott werziens! ... Goedag!_
+
+De paarden schudden met de ooren, tillen de slappe beenen op en
+vertrekken, trip, trep, trip, trep, langzaam door de nauwe straten die
+goed geplaveid zijn, met zoo min mogelijk gedruisch, naar de stallen.
+
+De stad, die een oogenblik druk en woelig is geweest, herneemt haar
+gewone, slaperige kalmte. De zon daalt lager. De grachten schitteren
+in veelkleurig licht. In de vallende schemering gaan booten voorbij,
+stil met opgezette zeilen en een licht geklots van het water. De
+donkere molens maken ter begeleiding van den zonsondergang stomme
+teekens, voorbijgaand als de minuten. Achter de neergelaten gordijnen
+der huizen verschijnen bleeke lichtschijnsels. Stilte, stilte,
+stilte.... Middelburg, hoofdstad van Zeeland op het eiland Walcheren,
+verdwijnt in den nacht ...
+
+Zoutelande, een dorp verloren achter de duinen, dichtbij de zee. Een
+groote molen wijst de plaats aan. De avond valt. Langs de steenachtige
+wegen, met slooten er naast, huilt de wind, kondigt den naderenden
+vloed aan. Aan den voet der hooge bergen van zand een hoofdstraat,
+schoon als de vestibule van een hôtel, met een bruin plaveisel en
+lichte, geschilderde en gewasschen huizen. Een enkele herberg, waar
+ik tegen de deur stoot. Rondom het biljard vier of vijf mannen met
+korte broeken, die rustig spelen. De waard, een kleine grijsaard met
+een rond, verheugd gezicht; de waardin, een groote veertigjarige met
+verstandige oogen. Zij gaat vóór mij staan met de handen op de heupen
+en begint in 't Hollandsch een lang gesprek. Ik glimlach en maak een
+beweging van spijt. Met behulp van het woordenboek, dat ik uit mijn
+tasch haal, geef ik haar te verstaan, dat ik een kamer noodig heb
+en voedsel.
+
+Zij brengt een vinger aan het voorhoofd: "Begrepen!" en gaat
+heen. Zij komt eenige oogenblikken later terug met haar dochter,
+ook groot en forsch, en begint opnieuw een gesprek. Ik leg voor het
+meisje mijn wensch bloot, en beide zijn het geheel eens, zeggende:
+"Begrepen!" Helaas!... het meisje gaat den vader halen, die ja zegt
+op alles, wat ik aanwijs, steeds maar lacht en met het hoofd knikt op
+de manier van porseleinen poppetjes. Wanhopig doe ik mijn mond open,
+steek er den voorvinger al kauwend in, en buig mij over een tafel
+met de oogen dicht.
+
+Zij vouwen de handen, zijn verrukt en kijken elkander aan: "Wat is
+die man toch gek en wat doet hij dwaas!"
+
+"Begrepen, begrepen," zeggen ze, en verwachten misschien, dat ik
+nog meer door gebaren zal aanwijzen; maar ik zeg bij mij zelven, dat
+ik hier toch geen Kaffers of Berbers vóór mij heb, en ik ga waardig
+op een stoel zitten, de tong uitstekend als bewijs, dat ik wel zou
+willen drinken.
+
+Er wordt mij melk gebracht. De schemering wordt zwaarder. In de hoop,
+dat ze wel wat voor mij zullen braden, ga ik uit. De wind is hevig,
+blaast door mijn haren, en ik zie niemand buiten. Ik beklim het duin;
+men kan er niet staan. De zee schuimt tegen de palen, geplaatst langs
+de dikke steenen, die het zand moeten tegenhouden. In de verte vecht
+een antwerpsche stoomboot tegen den wind en schuin waait haar rookpluim
+achter haar aan.
+
+Brr, wat is het koud! Ik ben wel genegen den lof der Zeeuwen te zingen
+hier boven van mijn berg; maar de molen, die statig ronddraait ginds
+aan 't eind van het dorp, schijnt mij uit te lachen met zijn groote,
+zwaaiende armen.
+
+Ik ga terug naar de "Roode Leeuw, logement en koffiehuis." De
+biljardspelers zijn weggegaan. De baas rookt zijn pijp bij 't fornuis,
+terwijl zijn dochter aardappelen zit te schillen.
+
+De huisvrouw houdt mij haar vinger voor en wijst naar de deur van
+een kamer. Ik geef gevolg aan die peremptoire uitnoodiging en vind
+op een tafellaken een glas melk, twee eieren en kaas, bescheiden menu
+van de kluizenaars uit Gallië in den tijd der barbaren.
+
+Mijn maag voelde hol en leêg na zoo'n middag van beweging, en ik vroeg
+luidop om meer. Er was niet meer. De vrouw keek mij met ontzetting
+aan en stelde een nieuwe speech samen, waarvan ik niets begreep.
+
+"Brood en melk, lief moeder", wees ik haar in het woordenboek, met
+een gebiedende beweging.
+
+Begrepen!
+
+Helaas, ik kreeg dan ook niets anders dan brood met boter, besproeid
+met bier en melk.
+
+Toen ik mijn razenden honger had gestild, voegde ik mij bij de familie
+om 't fornuis, waar een ketel met water stond te koken. Het meisje
+schilde nog altijd aardappelen, en de moeder, met het hoofd voorover,
+krabde zich den hals, terwijl de vader, diep gedoken in een houten
+leunstoel, kringetjes blies uit zijn groote pijp.
+
+O, hollandsche avond, daar in die dichte herberg, glimmend van
+properheid, ik zie u nog! De geverfde hangklok scandeerde de minuten
+met haar rooden slinger. De muren, behangen met porseleinen borden
+met blauwe bloemen, gaven bij het schijnsel van de lamp een illusie,
+alsof ze van marmer waren en een lichtende lijst vormden om de massieve
+meubels van bruin mahoniehout.
+
+Pietje is een aardig boerinnetje, en de ouders ook zijn beste
+luidjes. De taal der oogen, die rijk is aan uitdrukking, vervangt
+in voldoende mate die der tongen, en wij vangen weldra elkanders
+gedachten op, als we ons best doen er uitdrukking aan te geven.
+
+Die stilte en rust irriteeren echter na verloop van een uur mijn
+zenuwen van levendigen Franschman. De oude is zoo tevreden, dat hij mij
+ergert, en het gekrab van de moeder werkt aanstekelijk. Ik profiteer
+van het oogenblik, waarop de dochter met haar werk klaar is en wijs
+met een energieke beweging naar de zoldering.
+
+De moeder heft het hoofd op en glimlacht. Dat behoort tot haar
+departement. Ze legt haar breiwerk neer en voert mij naar een ladder,
+achter de keuken, steekt den vinger in de hoogte en reikt mij de
+kaars aan onder het uitspreken van een ingewikkelde redevoering.
+
+"Goed, goed", zeg ik, "lief moeder, ik wensch u een goeden nacht,
+u en uw ronden echtvriend en uw dochtertje en 't heele huis!"
+
+Ik klauter de ladder op en kom op een soort van zolder, waar de rijkdom
+aan groente der familie ligt opgestapeld, rechts een hoop aardappelen,
+links een pyramide van wortelen, vóór mij een berg uien, elders erwten
+en boonen en gereedschap; tusschen twee balken eindelijk een alcoof
+van ruwe planken en daarin een matras, twee lakens en een deken.
+
+Ik sla de armen over elkaâr, vol verontwaardiging ... maar ik bedenk,
+dat in een dorpje verloren onder tegen de duinen van een afgelegen
+eiland, men geen pretensies hebben moet, en ik volg Napoleon na, die,
+uit vrees verrast te worden, zich geheel gekleed te slapen legde.
+
+De wind joeg over het dak, deed de pannen kletteren met krachtige
+stooten; maar mij vastklampend aan de geruststellende gedachte,
+dat hij eerst het dak moest kapot hebben, vóór hij mij kon bereiken,
+sloot ik de oogen en viel in slaap....
+
+'s Morgens stroomde een prachtige zonneschijn door het zolderraampje
+en legde een stralenkrans om mijn hoofd. Ik haastte mij naar beneden
+en naar buiten, waar ik tot mijn verbazing een abnormale drukte van
+klompen hoorde.
+
+Dat geluid van het hout op de steenen riep in mijn herinnering Bretagne
+op en de kadans van de klompen op de bestrating der oude stadjes.
+
+Maar dat is toch niet mogelijk, zei ik tot mijzelven, dat de jongens
+van Guéméné en de meisjes van Fouessant de zee zijn overgestoken in
+den nacht, om mij deze aubade te brengen? Misschien ook zijn het de
+geesten der gestorvenen uit mijn land, die mij willen verrassen en
+mij beletten, mij te laten naturalizeeren als Hollander. Ze hadden
+anders in dat opzicht niet heel veel te vreezen....
+
+Beneden aan de ladder lachten de vrouwen mij toe; de baas, weer in
+zijn stoel gezeten, stiet een groote rookwolk uit en rolde met zijn
+blauwe oogen.... De weg was eenvoudig vol met kleine kinderen, die
+vóór schooltijd heen en weer drentelden.
+
+Verrassend, die kinderen! In andere landen maken huns gelijken een
+diabolisch lawaai, schreeuwen, stampen, loopen elkaâr achterna, spelen
+krijgertje, verstoppertje of springen touwtje.... Hier wandelen ze
+maar. De jongens met de handen in de zakken, de pet op één oor, duwen
+elkaâr zoo'n beetje weg. De meisjes, als groote menschen gekleed,
+met wijde rokjes en groote doeken, dansen in 't rond, elkander bij de
+hand houdend, of loopen hard bij 't klepperen van de wijde klompjes,
+terwijl ze met de dunne, bloote armpjes zwaaien.
+
+Dit was een frisch, opwekkend gezicht. Een heldere Septemberzon, een
+straat, zoo schoon en rein als 't schip van een kerk, roode, bruine of
+witte huizen met roode daken, kleine meisjes, in het blauw gekleed,
+in druk bewegen vol gratie; men kan er werkelijk spijt van hebben,
+dat men niet met één penseelstreek al die kleuren op het doek kan
+brengen, waaruit een tooneeltje van dezen aard bestaat.
+
+De kinderen werden mij gewaar en vlogen weg als opgeschrikte vogeltjes,
+toen ik de beweging maakte van hen te willen photografeeren. Ik liep
+ze achterna. Zij lachten, liepen achter muren om, verborgen zich,
+kwamen weer voor den dag, en ik kon mij al gauw verbeelden een wolf
+te zijn, die schaapjes achtervolgde.
+
+Klik, klak, daar had ik ze! Ik overviel hen in een schuilhoekje, waar
+ze zich verbergden, en waar de meisjes de handen vouwden, als om genade
+te smeeken, terwijl de jongens daarentegen mij brutaal trotseerden.
+
+Maar de kinderwereld met haar levendige kleuren liet mij in Zoutelande
+weldra alleen en trad het schoollokaal binnen.
+
+Ik deed een omgang door het dorp. Geen levend wezen te zien. Overal
+dichte deuren. Geheimzinnig gesloten vensters. Stilte. Geen
+waschplaats, waar men het kloppen op het linnen hoorde. Geen enkele
+huisvrouw aan 't keuvelen met een burin of aan het werk op haar
+plaatsje of in haar tuintje. Nu en dan treedt een vrouw naar buiten
+met emmers water en een ontzaggelijken bezem. Zij wascht haar huis
+van boven tot beneden af, plechtig en ernstig, en met een ladder klimt
+ze tot het dak, om de pannen af te vegen, en doet dan haar deur weer
+dicht, waarachter men zich haar denkt, altijd wasschend, boenend,
+vegend, poetsend en opsierend.
+
+Er is veel gesproken over de hollandsche zindelijkheid. Die is geen
+mythe. Dit volk heeft den trots der properheid. Te midden van water
+levend, onder een regenrijken hemel, door wind geteisterd, gebruikt
+het wind en regen, om vuil en stof weg te waaien en weg te spoelen.
+
+Armoede schijnt in deze streken onbekend; zoo zij bestaat, is ze
+zoo zindelijk, dat men haar niet herkent. Elke familie behoudt van
+geslacht tot geslacht de zware, massieve meubels, waaromheen een
+ongeschokt en rustig leven wordt geleid.
+
+Het omringende water, de gedwongen beperktheid van de wegen te land,
+het ontbreken van landbouw en industrie hebben tot die zeden en
+gebruiken aanleiding gegeven. En Holland is een land van burgers,
+van schippers en makelaars, maatschappelijke kringen, waar men aan
+comfort is gewend.
+
+De kleinste boer overbluft u nog met zijn kleeding, zijn porselein en
+zijn blinkend huisraad. Hij maakt den indruk van iemand, die zeker is
+van zichzelven, van zijn verleden, zijn heden en zijn toekomst, in
+'t minst niet verontrust door een progressieve belasting, dreigende
+politiek of ongemotiveerde zenuwachtigheid.
+
+Van nature is de Hollander teruggetrokken en stil; uit gewoonte hecht
+hij zich aan zijn werk, zijn zaken en het familieleven.
+
+Hij is godsdienstig, maar zonder in uitersten te vervallen. Het
+hervormde geloof, dat hij aanhangt, lokt niet uit tot vroomheidsvertoon
+en staat geen weelde toe in beeldjes of heilige voorstellingen,
+zooals men wel in andere landen ziet.
+
+De kerken hebben enkel kale of gewitte muren. Men gaat er des Zondags
+heen, om naar de preek te luisteren. Geen bevallige feesten of
+symbolieke dagen of herinneringsplechtigheden. Men gaat naar de kerk,
+omdat het nu eenmaal zoo behoort, en omdat men doen moet, wat volgens
+de traditie altijd gedaan is.
+
+De Bijbel is een nationaal monument, dat de hervorming op één lijn
+stelt met de vaderlandsliefde, een gevoel, dat diep geworteld is in
+'t hart der Nederlanders, en toen Lodewijk XIV, na Utrecht te hebben
+vermeesterd, op de groote markt alle exemplaren liet verbranden, die
+men ervan kon vinden, zou hij zonder grootspraak zich hebben kunnen
+beroemen, het intellectueele Holland van dien tijd aan de vlammen
+te hebben overgeleverd. De vrijheid van geweten wordt echter overal
+geëerbiedigd en dat wel sinds onheugelijke tijden. De godsdienstige
+secten zijn ontelbaar, en alle leven in de beste verstandhouding
+met elkander. Katholieken, protestanten, joden, muzelmannen, allen
+genieten precies dezelfde rechten en prerogatieven.
+
+Men is er streng van zeden. Nooit hoort men van misdaden of avonturen,
+waarbij de liefde in het spel is. De jonge man, die zijn oog laat
+vallen op een jong meisje, doet zijn best om het tot een huwelijk
+te brengen, als ten minste het onderling belang erbij gebaat wordt;
+alles blijft kalm in de polders, ook de gevoelens.
+
+Die ingetogenheid verdwijnt één keer in het jaar en wordt tot een
+deelneming aan woeste gelagen; dat is bij gelegenheid der kermissen.
+
+Gedurende de dagen, gewijd aan deze nationale feesten, brengt de
+boer naar buiten alles, wat hij in gewone tijden moet binnenhouden en
+onderdrukken, namelijk de leelijke zijden van zijn natuur; hij danst
+als een schuit op hooge zee, rookt als een antwerpsche stoomboot
+en drinkt als den Helder op de dagen van overstrooming. Drie
+dagen en drie nachten lang verlaat hij, meer bepaald in sommige
+steden, het koffiehuis niet. Op de tafels en den grond uitgestrekt,
+verbijsterd door de muziek en ongevoelig geworden door den drank,
+blijkt hij een ander wezen geworden met buitensporige gebaren en
+luid klinkende woorden, en men zou niet weten, waar men hem bij moest
+vergelijken, als het niet bij Bacchus zelf was op zijn dagen van groote
+uitbundigheid. De schilderijen van Rubens in het Louvre, zoo cru in
+hun realisme, kunnen nog als symbolen dienen, indien een schets vol
+echte waarneming symbool kan zijn voor een veeleischend geslacht.
+
+Het bacchanaal,--dat moet erkend--verschilt naar gelang van de
+provincies en krijgt meer en meer neiging, tot een familiefeest
+te worden, 't geen dan weer op verlies van schilderachtigheid te
+staan komt.
+
+De kermissen hebben voor de jongelieden bijzonder groote beteekenis,
+omdat ze voor hen zeer zeldzaam voorkomende gelegenheid zijn,
+zich vrij te bewegen, uit te gaan. In dit moerassige land, waar van
+eigenlijke velden en buiten zijn geen sprake is, kan men niet, als
+bij ons, des Zondags gaan wandelen langs schaduwrijke wegen tusschen
+bloeiende weiden.
+
+Van tijd tot tijd gaat men wel eens per boot naar Rotterdam of
+Zierikzee, maar die uitstapjes halen niet bij een kermisdag in de
+hoofdstad der provincie. Daar gevoelt men zich te huis; men kan er
+op zijn gemak okshoofden zwart bier verzwelgen en wafels verorberen,
+uien eten en komkommers of geconfijte citroenen in azijn, gekruid
+met harde eieren....
+
+Wat de huwbare dochters aangaat, zij nemen ijverig deel aan de
+kermis. Lang van te voren zorgen zij voor de mooie mutsen met de ronde
+vleugels, die haar oogen zoo goed doen uitkomen, voor den bloedkoralen
+collier, het blauw fluweelen dasje, de gouden plaatjes op het voorhoofd
+en de gouden stiften op zij, met al die kleine extraatjes, waardoor
+de jongens worden bekoord.
+
+Die kostbare sieraden zijn de trots van de boerin. De droom van ieder
+is, ze prachtig te kunnen vertoonen, van echt goud, opdat de wind ze
+even kan bewegen en ze kan doen ruischen als de vleugels van een libel.
+
+Te Zoutelande wordt verteld, dat een zeer mooi, maar ongelukkig
+boerinnetje, dat door de gierigheid van haar vader geen sieraden
+bezat, een heftig verlangen voelde om op dit punt de gelijke te
+zijn van haar kermisvriendinnen, opdat zij evenals deze gevraagd zou
+worden te dansen, te lachen en poffertjes te eten door de jongelui,
+die de armoede minachten.
+
+Toen zij naar de markt van Middelburg ging, om de melk en de boter
+van de boerderij te verkoopen, overpeinsde ze die lastige quaestie
+en was diep bedroefd, zoo geminacht te zijn, hoewel ze er aardig
+genoeg uitzag.
+
+"Ik wil schitteren", dacht ze, "want ik ben mooier dan de anderen".
+
+Onder het voortloopen, in haar gesloten jakje met het bruine juk
+op de schouders, keek ze mistroostig naar het water in de slooten,
+dat de zon weerspiegelde, en zei tot zichzelve, dat, zoo dit water
+melk was, zij dadelijk genoeg zou hebben, om de mooiste sieraden te
+koopen van de goud- en zilversmeden in Schoonhoven.
+
+Toen begon ze te lachen, stond stil, nam van haar geverfde emmers
+het deksel af, zag, dat ze niet vol waren, deed er een weinig bij van
+'t water, dat in vele tinten straalde, en zette haar weg voort.
+
+In plaats van acht liters melk te verkoopen, verkocht ze er elken
+dag twaalf en verborg in een laadje de opbrengst van haar list.
+
+Het ging zoo goed, dat ze weldra een aardig spaarpotje had en de zoo
+begeerde sieraden kon koopen. Zij was uitgelaten blij en kon niet
+laten, toen ze uit de stad terugkwam, tegen haar slapen de mooie
+sprieten te hechten en in het water te kijken als in een spiegel.
+
+Helaas, toen zij zich bukte, om haar gelaat te zien, raakten de
+krullen, die niet goed vastzaten, los en vielen in het stroomende
+water.
+
+Reneetje, op het gras gezeten, vervuld van spijt en boosheid
+en teleurstelling, schreide heete tranen, tot de wind haar deze
+verstandige woorden in het oor fluisterde:
+
+"Wat uit het water komt, moet tot het water terugkeeren."
+
+Er wordt niet bij verteld, of het jonge meisje den troost aanvaardde.
+
+
+II
+
+Ontmoeting op straat.--De mooie ruiter.--Teleurstellend
+déjeûner.--Vader Kick.
+
+
+Zoodra ze getrouwd is, na de uitbundige pret van de bruiloft, bergt de
+boerin in de laden alle kleine sieraden en snuisterijen, waar zij zoo
+op gesteld was als jong meisje. Het gebruik wil namelijk, dat zij er
+ernstig ga uitzien, juist als de vrouwen, die geen veroveringen meer
+willen maken, omdat ze een levensgezel hebben gevonden. Ze bewaren
+alles voor haar dochters, als die op haar beurt, bij de eeuwige
+herhaling der verschijnselen, een boer aan den haak moeten slaan.
+
+Maar kom ... ik loop te lang in Zoutelande rond, luisterend naar den
+wind, die mij deze vroolijke dingen vertelt tusschen twee duwen tegen
+de wieken van den grooten molen.
+
+Een melkboer, in zijn kar als een schuit, met een groot harig paard
+er voor, gaat naar het veld, en zijn wagen verbreekt de stilte.
+
+Elders ontmoet ik even buiten het dorp een miniem klein paartje,
+jongetje en meisje. Zij, zeer moederlijk en grappig, beknort den
+kleinen jongen met een basstemmetje en wil hem terughouden van
+den weg naar Westkapelle, waar de overmoedige Willem zich heen wil
+begeven. Zij trekt hem uit alle macht bij een slip van zijn jasje,
+en men herkent in haar reeds het toekomstige vrouwtje, dat haar man
+afhoudt van verkeerde wegen ... beminnelijke zorg!
+
+Een doffe galop ... Wat is dat?... Een man met blauwe oogen in een
+verheugd gezicht, komt van het land terug met zijn twee paarden,
+zijn vrouw en zijn meiden. Hij groet en springt op den grond,
+al verblijder kijkend, wijst op zijn beesten, die er goed uitzien,
+dan op mijn instrument, legt een hand op zijn borst en de andere in
+de neusgaten van zijn eene paard en geeft te verstaan, dat het beeld
+merkwaardig mooi moet worden.
+
+Met een glimlach stap ik drie passen achteruit, twee naar rechts, één
+naar links, mompel een goedkeuring en open het klepje van mijn camera.
+
+"_Atsjoem!_" proest het paard nommer 1.
+
+De ruiter, nu bepaald ten toppunt van voldaanheid, deelt mij zijn
+indrukken mee, helaas, zijn ze voor mij onbegrijpelijk en gaat dan
+weg met een beweging, die schijnt te zeggen: "Tot strakjes, wacht
+hier op mij!"
+
+Nieuwsgierig kijk ik eens naar de kerk, die er kaal en somber uitziet,
+naar het groene veldje, waar de dooden worden begraven zonder eenige
+versiering of grafteeken, want wat van de aarde komt, moet tot de aarde
+terugkeeren zonder meer; heel de hollandsche philosofie ligt in dien
+zin. Ik denk er juist over, het duin te gaan bestijgen, toen opnieuw
+een drievoudige galop zich doet hooren. Ik bespeur mijn verheugden
+ruiter, die met drie nieuwe paarden komt aanhollen. Hij zegt iets
+en stijgt van het paard. Hij gaat bij het eene staan en verklaart,
+dat ik nu met mijn werk kan voortgaan.
+
+"Je maakt misbruik, vriend!" antwoord ik in het Fransch.
+
+En om er van af te zijn, draai ik zijn hoofd om en doe alsof ik hem
+kiek. Tot driemaal toe, met elk der drie paarden, herhaalde ik het
+grapje; toen kreeg ik een adres, met potlood geschreven, en tegelijk
+een betuiging van de grootste ingenomenheid.
+
+_Tot werziens, tot, tot...._
+
+Ik beklom het duin. De kinderen, uit school gekomen, toffelden in koor
+op hun klompjes, klots, klots, klots.... Ik moest hen tot mij zien
+te lokken door iets ongebruikelijks. Met mijn pet zwaaiend, begon ik
+hard te loopen en daarbij heftig met de armen te zwaaien, het gezicht
+naar de zee gekeerd, alsof ik daar iets heel bijzonders zag.
+
+Die buitensporigheid wekte de nieuwsgierigheid. Langs alle voetpaadjes
+kwamen de kinderen aanloopen; ze trokken elkander mee en kogelden in
+het zand. Ik liep naar het strand tot aan den rand der golven. Zij
+volgden mij. Daar nam ik plotseling een handvol centen uit mijn
+zak. Zij stortten naar voren. Ik raapte wat gevallen was weer op. Een
+deel van de kleinen vluchtte verschrikt weg; de rest, allen meisjes,
+bleef om mij heen staan en stak de magere bloote armpjes uit.
+
+"Hoepla!" riep ik; "dans eens voor mij!"
+
+De een hief een liedje aan, en daar begonnen ze te dansen, blauw en
+rose geteekend tegen den grijzen hemel vóór dien blauwgroenen horizon,
+één en al frischheid in den koelen morgen.
+
+Na vijf minuten werkens, gingen de kleinen om mij heen staan, en ik
+legde in de roode kinderhandjes de verwachte geldstukken. Toen vlogen
+ze weg als kwikstaarten en herinnerden mij tevens, dat het tijd was
+voor het lunch.
+
+Op het duin kwam de waardin uit de herberg mij zoeken. Met de handen
+in de zij begon ze een lang gesprek en liet mij daarbij haar mond
+en haar tanden, bijna haar maag zien. Ik ging met haar naar het
+kleine kamertje met de blauwe, gebloemde borden aan den wand, waar
+een hagelwit tafellaken een reeks van schaaltjes van wit porselein
+droeg met deksels. Het zag er uitlokkend uit. De waard blies in alle
+vriendelijkheid weer veel tabaksrook uit en bracht mij een glas bier.
+
+Plechtig nam ik met de beste verwachtingen het deksel van het eerste
+schaaltje, een taai stuk biefstuk dreef in de margarine.... Ik
+ontdekte het tweede: roodbruine worteltjes.... Ik ontdekte het derde:
+gekookte aardappels.... Ik deed het vierde open: gehakte kool, die
+naar heliotroop rook....
+
+De waardin lachte een goddelijk lachje, vol trots.
+
+In verslagenheid proefde ik het vleesch en verslond het in stilte,
+met ruime bijvoeging van bier, melk, eieren en boterhammen.... O,
+hollandsche keuken! Wat hebt gij mij een last gegeven! Gij vindt
+nergens uws gelijke, dunkt mij, of het moest zijn in de spaansche
+pablas, de duitsche ham of de arabische koeskoes.
+
+Toen ik een sigaar aanstak, om het leed over het treurig onthaal wat
+te verzachten, trad er een der oude mannen binnen. Hij zag er nog
+ouder uit dan alle ouden, die ik reeds had gezien. Hij ging dicht
+bij het buffet zitten, liet zich een groot glas jenever geven en
+ging tegenover den rustigen baas een dutje doen, afgebroken door een
+paar zachte woorden. Ik had voor mijn oogen een doek van Teniers,
+en ik genoot er ten volle van. Het in woorden weer te geven, is mij
+onmogelijk. Geen woord zou de kalmte en rust kunnen schetsen van die
+beide ouden, die al rookend hun glaasjes ledigden, en daar zaten in
+hun houten leuningstoelen met rechte ruggen, alsof ze er nooit uit
+zouden opstaan. Naast hen kookte de koperen ketel; door het groene
+horretje vóór 't venster vloeide de zon binnen met vaag schijnsel,
+dat weerkaatst werd door de borden aan den muur, en de klok, met
+bedachtzame haast voortgaand, stiet met haar rooden slinger de minuten
+over de hoofden van die heeren, die de kunst verstonden om het leven
+te verlengen.
+
+Na een tijd, die lang of kort of middelmatig lang duurde, wat doet
+het ertoe, dronk vader Kick zijn glas tot den bodem leêg, schudde de
+asch van zijn sigaar en ging heen. Hij liep omhoog in de richting van
+de zee langs een voetpad tusschen groene heggen, met den rug naar de
+roode pannen van de daken.
+
+Wat zou hij daar gaan doen?... Niemand weet het denkelijk.... Op
+de duinen keek hij naar den oceaan met de handen in zijn zakken en
+een onverschillig gezicht. Toen ik bij hem kwam, wees hij mij een
+stoomboot, welker rookpluim den horizon streepte en verzonk toen weer
+in stom en diep gepeins.
+
+En hij, vader Kick, was mij aldus een symbool van de geslachten
+van Nederlanders, die als vasthoudende eilandbewoners, van de zee
+hun tegenwoordig land stalen, en van eeuw tot eeuw hun steenen en
+houten borstweringen, hun enorme dijken en hun eindelooze pieren
+vooruitschoven in de nevelige ruimte.
+
+In den blik, waarmee de oude vader Kick de bewegelijke eindeloosheid
+peilde, scheen hij te zeggen: "Ik heb je, dochtertje, en mijn kinderen
+zullen je houden!"
+
+
+III
+
+Het hollandsche land.--Het water.--De molens.--De landbouw.--De
+polders.--De dijken.--Oorsprong van Holland.--Een avond te
+Veere.--Wemeldinge.--De vijf jonge meisjes.--Stomme flirt.--De dronken
+man.--Het leven op het water.
+
+
+Een deel van Nederland ligt, zooals bekend is, ver onder het niveau
+van den zeespiegel en zelfs van de rivieren, hetgeen de werken van
+allerlei aard verklaart, door de inboorlingen gebouwd om het water
+tegen te houden, sommige schijnbaar van weinig beteekenis, maar
+kolossale werken, als men ze nader onderzoekt.
+
+Voordat de Rijn geboren was, waren de Nederlanden een zee. Op een
+goeden dag werd er in de Ardennen een bres geslagen door de meren, in
+hun omtrek opgesloten; de bergen weken voor de overweldigende kracht
+en hun wanden werden weggeslingerd tot op grooten afstand. De Rijn,
+een nieuwe waterloop, teekende toen Nederland, zooals het hem behaagde,
+met behulp van Maas en Schelde.
+
+Aanhoudend een massa alluviaal slib aanvoerend, deed hij stapje voor
+stapje de zee terugwijken, tot deze haar revanche nam en toen werd
+tegengehouden door een nieuw menschengeslacht. De Rijn, zwakker
+geworden door de vele zijtakken, die hij uitzond, zou in het zand
+gestikt zijn, als de genialiteit der menschen hem niet te hulp was
+gekomen.
+
+De krachten van de zee en die van het stroomende water, de neiging der
+rivieren, om hun mondingen te laten verzanden, de hevigheid der winden
+en de overvloed van regen, van watertoevoer bij den voorjaarsdooi,
+deden de drie rivieren zwellen en buiten haar oevers treden, waarbij
+zij in het land veel moerassen achterlieten en meren, die drooggemaakt
+moesten worden en daarna door dijken moesten worden omringd.
+
+De geschiedenis der overstroomingen in Holland is bijgevolg een
+lange, treurige historie; zonder de Hollanders zou Holland er niet
+zijn; zonder hun voortdurende waakzaamheid, zou het land weldra een
+waterwoestijn wezen.
+
+Van Middelburg in Zeeland tot Amsterdam en Hoorn wordt het land, dat
+eindeloos vlak is, door tallooze kanalen doorsneden, door bruggen,
+slooten, moerassen en sponzige weiden, waar de beesten soms tot de
+knieën inzakken.
+
+Men moet zich een reuzendambord voorstellen, in alle richtingen
+doorsneden door waterwegen, waarin zich altijd wolken spiegelen en
+kleurige huizen, dikwijls van hout opgetrokken, en molens en kudden.
+
+Smalle wegen, met steenen geplaveid, loopen langs de groote kanalen
+en brengen steden en dorpen met elkander in gemeenschap.
+
+Weinig of geen landbouw. De veeteelt is voldoende en voedt den bewoner
+met vette melk, met kaas en biefstuk.
+
+Het water heerscht alom, het overweldigende water, het water, dat
+rijst of daalt met de maan, en dat, zoo ver het oog reikt, zijn zacht
+vloeiend reuzennet uitbreidt, waar altijd-door de schepen en de booten
+en de eenden gaan.
+
+De weide, van een wonderbaarlijk teeder groen, trekt bij den eersten
+oogopslag de aandacht, breidt ver zich uit tot aan den grijzen horizon
+en is bezaaid met pyramidevormige daken, met koeien en stieren van
+onbegrensde en verbazende rustigheid, die de welriekende geuren
+snuiven van de bloeiende grassen en hun tong laten strijken langs
+het fluweel der zachte groenheid vóór hen.
+
+Het is eentonig, en die eentonigheid, verkwikkend voor het oog als
+een licht gewasschen waterverfteekening, wekt indrukken van vredige
+kalmte, welker afstraling men overal bespeurt, in de menschen zoowel
+als in de dingen.
+
+Zenuwlijders en zij, wier bitter verdriet of wier heftige
+gemoedsopstand hen in onrust brengen, moeten hier bij 't dwalen langs
+die duizenden van rimpellooze spiegels, te midden van die eindelooze
+natuurlijke tapijten, hun hart tot rust voelen komen.
+
+Ziehier een paar schetsen. Na een hevigen regen op den weg van
+Monnikendam, een rood huis in een kring van kortdikke boomen; het
+lint van den weg ligt vol plassen, heldere vlekken, waarin het blauw
+van den hemel zich weerspiegelt. Andere huizen staan verderop; twee
+molens draaien heftig met stooten, houden een seconde op, beginnen
+weer, draaien, houden stil en draaien weer, de groote stilte brekend
+met hun gevleugeld rhythme.
+
+O, die molens!... Hun aantal brengt een mensch van de wijs. Nooit
+zou men kunnen gelooven, dat er zooveel zijn. Ze dienen voor alles,
+voor het uitpersen van olierijke zaden, het braken van vlas, het
+zagen van hout, het pompen van water. Het minste zuchtje wind, dat
+over het land strijkt, moet voor de industrie zijn dienst bewijzen,
+wordt even vastgehouden om de duizend wieken te helpen draaien,
+die hun bewegelijke kruisen teekenen op de grijze lucht.
+
+Groote en kleine, ronde en vierkante, er zijn er van allerlei soort
+en vorm en afmeting, van 't kleinste watermolentje, dat wanhopig en
+woedend draait, tot den indrukwekkenden toren van den tolhuismolen,
+begroeid met zachtgroen mos.
+
+Die molens hebben reden van bestaan. De dijken en de sluizen, die tegen
+het buitenwater zijn gemaakt, tegen de zee en de rivieren, zouden
+alleen niet voldoende zijn geweest, om Holland bewoonbaar te maken,
+zoo het land niet de kunst verstaan had, zich van het binnenwater
+te ontdoen, dat aangevoerd wordt door de regens, de hooge vloeden,
+de bronnen en de afgraving van het veen. Bij gebrek aan machines,
+ging men bij den wind om hulp, en men bevond er zich wel bij.
+
+In 1850 berekende men, dat 30.000 H.A. lands, met inbegrip van het
+beroemde Haarlemmermeer, zoo van den Oceaan teruggewonnen en voor
+den landbouw beschikbaar gesteld waren.
+
+De groote moeilijkheid bestond in de handhaving van het evenwicht
+tusschen de bijzondere belangen van die polders en de algemeene
+belangen van het afwateringssysteem, waaraan het land zijn bestaan
+te danken heeft. De verdeeling van de watermassa's moet met oordeel
+geschieden, of er kunnen de grootste rampen uit voortvloeien. Maar men
+voorzag erin door het in 't leven roepen van scholen voor ingenieurs,
+waar het kleine leger werd gevormd, dat in opdracht heeft, het
+grondgebied te verdedigen tegen den eeuwenouden vijand. Als het
+al niet zoo moeilijk is, een sluis te bouwen, een dijk te dichten,
+een moeras droog te leggen, er is veel wetenschap en veel oplettende
+waarneming noodig, om op de goede wijze de watermassa's af te voeren
+en te verdeelen.
+
+Een ander schetsje. Te Westkapelle komen twee vrouwen uit den molen,
+waarvan de ramen twee groote oogen lijken boven een deur, die een
+neus verbeeldt. Eén heet Keetje; zij is getrouwd met Jocker, den
+eigenaar van den molen; de andere is haar schoonzuster, Van de Eserke,
+wier man boer is. Beide verbazen zij zich, dat de boot van Rotterdam
+nog niet de zakken koren heeft meegenomen, waarmee men haast heeft,
+als men ten minste ooit haast met iets kan maken.
+
+De landbouw, voor zoo ver men eigenlijk hier van landbouw spreken kan,
+bepaalt zich tot aardappels, kool, wortels en bieten. Weinig koren,
+alleen wat tarwe en haver, en dan nog vlas, ziedaar alles. Dat is
+zeker een der redenen, waarom men geen brood eet, maar zich voedt
+met meelspijs, melk en boter.
+
+De velden, waar iets verbouwd wordt, zien er slikkerig, vet, leemachtig
+uit; in regenachtige perioden zakken de karren er tot de naven der
+wielen in. Zoo'n land zou niet geschikt zijn voor de verschillende
+producten van onze landbouwstreken.
+
+De beetwortel wordt in Zeeland over een groote uitgestrektheid
+verbouwd. Als de herfst in het land is, ziet men van alle kanten
+wagens, door sterke paarden getrokken, heele bergen er van naar de
+aanlegplaatsen vervoeren. Indrukwekkend verrijzen die hooge hoopen,
+alsof er manna uit den hemel was gevallen, en onophoudelijk worden de
+vrachten geschift en geteld door groepen, die niet veel haast maken,
+terwijl de dikke kegels, die bultig of opgezwollen en log zijn,
+symbolen lijken van de menschen, die ze wegen.
+
+De schuiten, het eenig mogelijke vervoermiddel in deze vochtige
+oorden, komen ze halen, om ze te brengen naar de rustige fabrieken,
+waar de stoom hen zal vervormen.
+
+Over de kanalen met de duizenden van zijtakken glijden de
+vaartuigen. Den ganschen dag gaan er zoo voorbij, en men vraagt zich
+af, hoe de schippers niet verdwalen te midden van die waterwegen,
+die alle op elkaâr gelijken.... Maar de wind, die hen leidt, bedriegt
+hen niet, en zij komen zonder ongevallen in de gewenschte havens,
+waar ze hun lading lossen en haar na zorgvuldige opeenstapeling
+inwisselen tegen klinkende guldens of tegen ruilwaren.
+
+De voortglijdende schepen en de draaiende molens zijn de eenige
+verlevendiging van de al te groene landschappen.
+
+Achter de kunstmatige oevers, aangelegd om het land te beschermen,
+komen de met wimpels versierde masten aanglijden, zachtjes en
+voorzichtig, en het is allermerkwaardigst, die zeilen en masten te
+zien passeeren boven de landen als lange, zwarte kaarsen.
+
+Door het trillend water van 't kanaal wenden de schuiten stil
+en ernstig hun steven stroomaf langs de buigende waterlelies en
+trekken strepen over het water, en op den kalen oever zeulen magere,
+kleine paarden ze voort, langzaam en voorzichtig door het groene
+polderland. Links en rechts strekt dat zich onafzienbaar ver uit,
+zeeën van groen vormend, waar het eenig teeken van menschenleven
+gegeven wordt door de molens met hun wijde wiekenvluchten, als spoken
+ijlend door de lucht. Zij knikken den reiziger toe, al springend en
+huppelend in een rhythme als van den dans. Ernstig loopen koeien en
+ossen van bruine kleuren door de velden en scheren de malsche grassen
+af, terwijl door het water van de vaarten de schuiten gevolgd worden
+door een stoet van eenden.
+
+Holland is het land, waar het allerminst geluiden worden gehoord,
+want alles glijdt er over 't water.
+
+Er bestaan booten voor iedere soort van transport, dus ook voor
+passagiers. Dat zijn kleine stoombooten, met hutten en dekken, die
+zonder eenigen schok voortglijden door de kronkelende wateren.
+
+Als de reis lang is, richt ieder zich in als thuis, zit te rooken
+of zet zijn werk voort, als om zuinig te zijn met de stof, waaruit
+het leven is gemaakt. Er wordt geschreven, gegeten, geslapen. De
+vrouwen naaien, breien, vertrouwen elkander geheimen toe. Van die
+haven tot die gindsche ligt voor haar de lengte van een halve kous,
+van een boezelaar of een intiem verhaal.
+
+Men vaart langs een eentonig landschap, dat is waar; maar hoe rustig en
+verkwikkend is het niet, in die algemeene stilte den vorm der wolken
+na te gaan en het oor te luisteren te leggen naar 't geschuifel van
+het water, als het door het bootje wordt gekliefd! Dit is een feest
+der diepe gewaarwordingen, feest van vloeiend water en nevel, van
+'t koeltje en het licht en de golfjes!
+
+De minste afwisseling krijgt dadelijk een wonderlijk groote beteekenis,
+en men gaat een molen bewonderen, die er wat sierlijk uitziet, of een
+roode boerderij, een vreedzaam rund, een jongen, die voorover buigt,
+om zijn bootje voort te trekken met behulp van zijn hond.
+
+In 't voorjaar en den zomer geven waterlelies en irissen witte en gele
+tinten aan het blauwgroen water van den kant der kanalen, en in de
+schemering werpt de zonsondergang van mooie avonden er het geheele
+gamma van zijn kleuren neer, en men krijgt de illusie, over goud,
+purper en saffier te varen. Wie Holland wil leeren kennen, moet per
+boot reizen liever dan per spoorweg. Het aanleggen bij de verschillende
+landingsplaatsen brengt den reiziger tot in het hart van 't hollandsche
+land en laat indrukken na, die een vreugde zijn voor langen tijd.
+
+Trouwens die methode van vervoer beantwoordt zoo uitstekend aan de
+natuur van het land, dat zij de eenig mogelijke schijnt te zijn. De
+meeste diensten, die elders per wagen worden verricht, gaan hier door
+middel van booten. De groenteboer duwt zijn schuit voort, beladen met
+groenten, vrachten of bloemen, zooals hij in Frankrijk zijn ezeltje
+of zijn karretje leidt.
+
+Te Amsterdam hebben de verhuizingen te water plaats; melk, bloemen,
+hout enz. worden eveneens zoo vervoerd en aan de eene gracht heeft
+men de markt voor het eene, aan de andere gracht die voor het andere
+product.
+
+Nadat hij het water heeft teruggedreven, weggejaagd en met dijken
+beteugeld, houdt de Hollander ervan, het overal heen te voeren; hij
+leidt het door zijkanalen en slooten, maakt er de afsluiting zijner
+landerijen en weiden van, de barrières voor zijn kudden, zonder dat
+hij honden of herders noodig heeft.
+
+Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor de schapen, die dwaze
+viervoeters, die verdrinken zouden zonder opzet, doordat ze met hun
+neus al te ijverig den weidegrond besnuffelden. Men komt ze soms
+tegen langs de vaarten, ijverig grazend, gehoed door hun eigenaar in
+een rossige overjas.
+
+Te Wemeldinge, ten zuiden van Goes, vindt men zulke tooneeltjes
+ook, getuige dit haastige schetsje, dat mij een mijner meest typisch
+hollandsche gewaarwordingen gaf: een avondhemel van lichtgrijze kleur,
+een geelachtig kanaal, een langzame schuit, stijve molens, bruine
+polder, witte beesten met zachte omlijning, oude man in gedachten,
+stilte.... Zelfs de hond blaft niet, als een schaap den verkeerden
+kant uitgaat, maar bepaalt er zich toe, zijn snuit tusschen de pooten
+van de afgedwaalde te steken.
+
+Wemeldinge is een oud plaatsje, vooruitgeschoven sluizenpost in de
+wateren. Ik kwam er op een regenachtigen morgen aan, toen de hemel in
+toorn zijn ganschen watervoorraad uitgestort had. Ik had Zoutelande
+verlaten, om mij naar Westkapelle te begeven, waar de beroemde
+westkappelsche zeedijk is, alleen te vergelijken bij die van dichtbij
+den Helder. Die dijk, verscheiden duizenden meters lang, uit enorme
+steenen en stevige palen bestaande, stelt een verbazende hoeveelheid
+arbeid voor, wanneer men bedenkt, dat er noch steengroeven, noch wouden
+in de buurt zijn. Een kolossale molen steekt er boven uit, niet ver van
+de huizen met roode daken. Dat alles ziet er niet juist treffend uit,
+doet ten minste niet bij den eersten aanblik verbaasd staan. De natuur
+verzacht ook een beetje het bewijs der menschelijke energie, door elk
+open plekje met gras te bekleeden; maar zij kan de zee niet beletten,
+er onophoudelijk tegen aan te slaan, en als men zich keert naar de
+vlakte, krijgt men een indruk van wat de zee heeft moeten afstaan.
+
+Van Westkapelle naar Veere is niet ver, langs een goed onderhouden
+weg. Te Veere is een oud kasteel in een hotel veranderd, onmiddellijk
+aan het water gelegen. Een ronde toren is het eigenlijke hoofdblok van
+het huis en dient als gezelschapszaal op de eerste verdieping. Hooge
+vensters met diepe vensterbanken bieden een goede zitplaats, om den
+strijd gade te slaan van de zonnestralen tegen de nevels en de wolken
+en de schaduwen.
+
+Bij het vallen van den avond vallen er subtiele, teedere kleuren in
+de ruimte neer, en mooie lichteffecten worden verkregen; als dan de
+avond en de nacht daar zijn, dansen overal op het water de lichtjes
+en de vuren, teekenen zich eerst onduidelijk af, komen naderbij,
+worden rooder, verdwijnen weer. Men hoort geen roeiriemen plassen,
+noch geklepper van zeilen of liedjes van scheepsjongens, en 't is,
+of het spookschepen zijn, die schatten van de diepten zoeken.
+
+Te Veere nam ik den volgenden dag een vroege boot en voer naar
+Zierikzee in een fijnen regen, wanhopig eentonig, een hollandschen
+regen, die echter spoedig overging in dikke pijlvormige stralen,
+met woeste vaart uit den hooge naar beneden schietend.
+
+Ineengedoken in mijn regenmantel, onderging ik op stoïcijnsche manier
+den storm, kijkend naar de wagens, die weggezakt waren in den weeken
+grond der velden en nu en dan omhoog gehaald werden door de krachtige
+inspanning van paardenheupen en pooten, met vet slib bezoedeld.
+
+Maar ten slotte werd het toch weer helder; ik besteeg mijn fiets en
+rolde door het land, overal rondkijkend en tegen den wind in trappend.
+
+Ik legde vele kilometers af, reed over ophaalbruggen en dammen, langs
+weiden en stukken bouwland, door dorpen, die alle aan elkaar gelijk
+waren, en kwam te Wemeldinge op den tijd toen mijn maag luide riep
+om nieuwen voorraad.
+
+Wemeldinge heeft een hoofdstraat, beplant met geschoren olmen. Geleid
+door een klein meisje, kwam ik al gauw in 't eenige logement der
+plaats.
+
+De waard, een groote, magere man met een profiel voor een medaille,
+ontving mij vriendelijk. Hij waarschuwde zijn vrouw. Deze was niet bij
+machte mij te begrijpen en riep haar dochters. Vijf jonge, frissche
+deerntjes, lachend en rose en mooi, kwamen te voorschijn en stonden
+met haar bloote armen en haar gevleugelde mutsen om mij heen. Ik
+nam een blad papier en teekende een koe, toen een brood, een karn en
+andere ingrediënten, die als symbolen konden dienen van voedsel, dat
+ik wenschte te verorberen. Zij vouwden de handen, lachten zeer luid
+en spraken allen tegelijk onder druk bewegen van haar kleine handen,
+om mij een massa geheimen te onthullen.
+
+Ik haalde mijn woordenboek voor den dag. Dat wekte sensatie.
+
+"Lief boerin ... aardige meisjes..."
+
+Zij dansten van pret. De moeder liet ze op een rij staan, telde ze
+met den voorvinger en klopte zichzelve op de borst.
+
+"Ik heb ze het leven gegeven."
+
+"Mijn compliment... Bekoorlijk... Ik heb zoo'n honger!"
+
+Nu haastten zij zich. Eén bracht melk, een ander roastbeef, een
+derde brood, een vierde kaas. De vijfde, die heel mooi was, een Martha
+gelijk, bleef stil bij mij en hielp mij den weg vinden in het labyrinth
+van mijn zinnetjes, die zulk duister Nederlandsch bleken te zijn.
+
+Als een pacha ging ik aan de tafel zitten, bediend door de bekoorlijke
+schoonen, wier rustige gratie en frischheid mij kalm stemden. Ik
+verscheurde het taaie vleesch met mijn tanden en verslond met mijn
+oogen de aardige tronies. Inderdaad ben ik nooit het voorwerp geweest
+van zooveel attenties, zelfs niet in mijn vaderland, waar de jonge
+meisjes toch heel lief zijn.
+
+Toen ik verzadigd was, stak ik een sigaret aan en beloofde den jongen
+dames waar te zeggen. Het was vermakelijk. Zij kwamen dicht bij mij
+staan, terwijl ik met gefronste wenkbrauwen als een wijze sybille de
+lijnen van haar handjes bestudeerde.
+
+Daarop wilde ik weten, hoe oud ze waren. De handjes gingen omhoog en
+als kleine kinderen, die op de vingertjes optellen, rekenden zij de
+lentes na, die ze achter zich hadden.
+
+Ik vroeg ze, mij een hollandsch liedje voor te zingen. Ze vatten
+elkander om het middel, traden terug tot achter in de kamer en liepen
+naar mij toe onder het zingen van een airtje, tra la la.... Toen
+bukten ze allen en lachten, dat ze schaterden, om daarna haastig weg
+te loopen. De vader, die tusschen zijn glazen en blaadjes kalm zijn
+pijpje zat te rooken, lachte mee.
+
+"Waar zijn zij heen?" vroeg ik in armzalig Duitsch.
+
+"Naar boven," zei hij, wijzend naar 't plafond.
+
+"Ik wou haar portret wel maken."
+
+"Wacht een oogenblik."
+
+Beneden aan de trap wezen vijf paar zwarte pantoffeltjes, met kralen
+versierd, op een overhaaste vlucht. Hoewel ik er lust toe gevoelde,
+durfde ik niet naar den harem opstijgen; dus vergenoegde ik mij met
+wachten en een sigaartje te rooken.
+
+Een kwartier ging aldus voorbij; daarna hoorde ik achter de deur een
+onderdrukt geluid. Ik deed de deur open. De oudste drie stonden daar,
+uitgedost in de beste spullen.
+
+"En de beide anderen?"
+
+Zij schudden het hoofd, wezen op haar kapsel, haalden de schouders op,
+en ik meende uit de bewegingen te moeten opmaken, dat een aanleiding
+van coquetten aard ze belette, naar beneden te komen.
+
+"Maar wij zijn er, wij!" beduidden ze mij.
+
+Ik volgde de meisjes in den tuin, waar een groen hek dien afsloot,
+begroeid met klimrozen en loopend langs een wegje. De zon scheurde
+bij tusschenpoozen de zware wolken, die in troepen langs den hemel
+draafden, en verlichtte dan plotseling den violetten horizon met een
+geelachtig schijnsel; maar de mutsjes met de ronde vleugels vulden
+voor mij de gansche ruimte, zooals ze daar boven de levendige oogen een
+geheimzinnige taal spraken. De jonge meisjes lachten en lieten de armen
+hangen. Ik nam ze om beurten bij de pink en bracht ze naar het hekje,
+waar ik tegen leunde, om haar in oud Fransch een fijn complimentje te
+maken, waarvan zij enkel den klank begrepen; maar die was aangenaam,
+want het was dit versje van Ronsard:
+
+
+
+ "Donc, si vous me croyez, mignonnes,
+ Tandis que votre âge fleuronne
+ En sa plus fraiche nouveauté,
+ Cueillez, cueillez votre jeunesse;
+ Comme à cette fleur la vieillesse
+ Fera ternir votre beauté."
+
+
+
+Toen zette ik de drie gezichtjes door mijn voorbeeld in de gewenschte
+plooi van ernstige vriendelijkheid, en ik ging wandelen, na even mijn
+vinger gelegd te hebben op de gouden vlindertjes bij haar voorhoofd.
+
+Ik liep langs het groote kanaal. De sluizen, die ieder oogenblik
+opengaan, lieten langzame schepen door, die, met de zeilen geheschen,
+zich verwijderden in de groene omgeving tegen den bewegelijken
+achtergrond der lucht, waar zware wolken voortjoegen. Wagens waren
+in de buurt bezig hoopen beetwortelen af te laden. Een oude man
+hoedde de schapen op de hellingen van den wal. En overal stilte,
+altijd stilte ... toen weer avond.
+
+In de biljardkamer zie ik mij vervolgens, passend bij de omgeving,
+gezeten in een hoek en sigaretten rookend met tegenover mij twee van
+mijn jonge meisjes, die met droge tikjes aan het breien zijn. Wij
+lachen nu en dan tegen elkander met in onze oogen werelden van
+onuitgesproken dingen. Ik geniet van de witheid harer aardige huiven,
+van de blankheid van haar teint, de lenigheid harer bloote armen,
+mooi uitkomend tegen 't zwart fluweel der korte mouwtjes. En die stomme
+flirt in het koffiehuis van het verloren dorp bij den rook van sigaren
+en de schokjes van de biljardballen, bewogen door ernstige spelers,
+bij de kolossale glazen bier en de verbleekte chromo's aan de muren,
+wekt allerlei illusies in mijn geest.
+
+Ik denk, dat ik een der boeren ben, en dat ik hier in huis aan de tafel
+zit, om mijn hof te maken aan Reneetje Korstanje, dochter van Frans
+Korstanje, waard te Wemeldinge. Reneetje is met de laatste kermis
+zestien jaar geweest, en ik heb haar onder de anderen uitverkoren
+om haar oogen, die een gouden glans bezitten. Ik heb haar te dansen
+gevraagd, heb haar poffertjes laten eten, en aan haar pink heb ik een
+zilveren ringetje laten glijden, uit de schatten van een marskramer
+opgezocht. Den volgenden dag ben ik aan 't venster komen kloppen,
+en ik heb mijn eerlijke bedoelingen aan den vader blootgelegd. De
+oudere zusters zijn een beetje jaloersch geweest, want zij wachten met
+ongeduld, dat voor haar de tijd van trouwen komt; maar 't zijn goede
+kinderen, en ze hebben vriendelijk tegen mij gelachen, nauwkeurig
+lettend op mijn manieren, om te zien hoe een minnaar doet.
+
+Ik ben in het bezit van drie schuiten, en ik vaar van Goes en de andere
+plaatsen van de eilanden naar Rotterdam. Ik passeer alle twee of drie
+dagen Wemeldinge, en dat zal heel gemakkelijk zijn, want ik zal daar
+dan een mooi huishoudstertje op mij vinden wachten. De bruiloft moet
+binnen een maand gevierd worden; er zal een groot feest zijn; we zullen
+violen hebben en lange linten, jenever, rundvleesch en zwart bier.
+
+Reneetje zit nog altijd te breien. In Holland breit men niet, als
+in Frankrijk, met de punten der vingers. De breisters hebben in de
+ceintuur een scheede van gesneden hout; ze steken daar een naald in
+en de wol wordt tot breisteken met een verbazingwekkende snelheid,
+begeleid door een aanhoudend gegons.... Reneetje breit. Ik schets haar
+portret. Zij houdt nu en dan even op, om haar vingers rust te geven,
+en ziet met open blik zonder schroomvalligheid of brutaliteit naar
+den franschen meneer, wiens baard veel indruk op haar maakt.
+
+De oudste, een mooie blondine, komt binnen en wenkt mij, haar te
+volgen. Zij brengt mij naar een zaal en wijst naar de tafel, waar
+vijf porseleinen dekschalen op staan met melk en thee en boter.
+
+Ik licht bevend die bedriegelijke deksels op en word bijna flauw
+van de geparfumeerde geuren, die opstijgen van de voor mij bereide
+gerechten. Maar ik moet dapper zijn, want elk oogenblik gaat de deur
+half open, en een der vijf gezichtjes komt eens kijken naar wat ik
+doe. Ik voel mij door blikken omringd.... Ze kijken stellig door
+het sleutelgat, door het venster en glinsteren, om mij te dwingen,
+die dingen daar in te slikken. Ik tracht mij te onderwerpen; maar ik
+stik bijna en bepaal er mij toe den biefstuk te eten, het gekookte
+vleesch en 't brood, die alle redelijk smaken.
+
+De avond gaat om met langzamen tred. Een jonge onderwijzer, die
+brokjes kent van Fransch, Engelsch en Duitsch, heeft met mij gepraat
+over zijn toekomstplannen, zijn vrije gedachte en zijn familie. Om
+elf uur gaan de klanten opstaan en vertrekken. Alleen een kleine,
+ronde, oude man, wiens ambitie bij 't biljarten ik had opgemerkt,
+bleef zitten en snorkte kalm.
+
+De herbergier schudt hem heen en weer; verloren moeite. Men schreeuwt
+hem iets in 't oor; hij beweegt niet. Men zet hem overeind; hij slaat
+zijn zware oogleden op en is op 't punt te vallen. Hij wordt naar de
+deur geloodst; maar hij doet drie schreden, om dan op den vloer te
+vallen als een lijk. Zijn witte schedel met enkele gele lokken dreunt
+dof op den grond, en hij blijft liggen, weer in slaap vallend....
+
+De vijf boerinnetjes zijn doodverschrikt en vouwen de handen. De vader,
+die het lastig vindt om de politie, gooit water in het bleeke gezicht
+van den dronken man, terwijl de moeder mij geschiedenissen vertelt,
+die zeker wel interessant zijn, maar waarvan ik geen woord begrijp.
+
+Daarom neemt de waard een heldhaftig besluit; hij vat de beenen
+van den oude, wijst mij het hoofd, en samen hijschen we hem op het
+biljard, waar hij lekker blijft doorslapen, als lag hij in een veêren
+bed. Buiten valt de regen met zacht geluid. Daar wordt kort op de deur
+geklopt. Een stem vraagt iets. Er wordt open gedaan. Een jonge boer
+met het ronde hoedje en het vest met metalen knoopen, komt binnen. Het
+oudste meisje keert zich blozend om. Hij kijkt naar zijn oom, want
+hij is, schijnt het, een neef, die zoo twee van de drie avonden den
+dronken man komt halen. Hij schudt meewarig het hoofd, neemt hem
+op zijn schouders en gaat heen, begeleid door een straal van licht,
+die uit het koffiehuis over den weg valt onder de ronde, geschoren
+olmen naar de donkerheid, het water, de zee, het onbekende. En ieder
+volgt in stilte de schreden van den jongen man, den schutsengel,
+die den als dooden grijsaard meevoert.
+
+Den volgenden morgen ging ik, na een ruime uitdeeling van handdrukken
+aan het geheele huishouden en slechts eenige guldens armer, aan boord
+van de eerste stoomboot en voer over de kronkelende kanalen tusschen
+molens, weiden en dijken naar Noord-Holland.
+
+Die stoomboot zag er verbazend huiselijk uit, en ik voelde, toen ik
+mijn voet op het dek zette, dat ik er zou kunnen slapen, zooveel ik
+wilde, zonder te worden gestoord. De kapitein, een droog en ernstig
+heer, stelde mij voor om naar beneden te gaan, daar het boven koud en
+winderig was. Zijn vrouw, een jonge blondine met blauwe oogen, die er
+met haar krulletjes en een kleine rose boezelaar kinderlijk uitzag,
+zat er en streelde een dikke poes. Zij stond op bij een teeken van haar
+man en trad een klein keukentje binnen, achter een schot verborgen,
+bracht ververschingen en terwijl de rook der sigaretten haar blauwe
+oogen verzachtte, er iets wazigs aan bijzette, zooals de ziel is van
+haar volk, liet ik mij zachtjes door het bootje schommelen.
+
+Des avonds, toen de lichten werden aangestoken, verschenen dokken
+en bruggen en vele masten van schepen; klokkenspel weerklonk, en
+het stoombootje gleed als een vlindertje tusschen reuzengevaarten
+Rotterdam binnen bij het slaperig geluid van de stoomfluit....
+
+
+IV
+
+De hollandsche visscher.--Volendam.--De wasch.--De kinderen.--De
+eenden.--De haringvangst.--De zoon van den visscher.--Een zonderling
+eiland: Marken.--Te midden van het water.--De huizen.--De zeden.--De
+jonge meisjes.--Vooruitzichten.--De turf en de veenderijen.--Nationaal
+product.--Hoogveen en laagveen.--Plaatselijke steenkool.
+
+
+Als men visschers wil vinden, moet men ze niet in Zeeland zoeken,
+ondanks de drukte in Vlissingen. Men neme liever de boot, doe Kortgene,
+Stavenisse en Zierikzee aan en ga van Rotterdam over den Haag, Haarlem
+en Amsterdam, kalmpjes naar Volendam aan het strand der Zuiderzee;
+dat is de goede manier.
+
+Volendam is langs den straatweg 16 K.M. van Amsterdam verwijderd. Het
+is een punt van bijeenkomst van schilders uit alle landen, die zich
+van het havenstadje hebben meester gemaakt, om er hun kunstproducten
+aan te ontleenen.
+
+De kleederdrachten, de menschen en de huizen zijn alle geschikt om
+een kunstenaarsoog, dat het schilderachtige liefheeft, te boeien.
+
+De huizen, die door elkander gebouwd zijn langs de pier, omgeven
+meertjes en binnenzeeën, kanalen, plassen en slooten, waar ze hun
+steunpilaren in drijven. Door het vettige water, zwaar en vuil van
+afval en allerlei ander ontuig, duikelen luidruchtige, onbeschaamde,
+vraatzuchtige eenden; zij proesten en snuiven, zonder zich te storen
+aan de schuiten en en bootjes, waarmee de kooplieden de nabijzijnde
+dorpen bezoeken.
+
+In de verte is de grijze, vlakke, nevelige horizon versierd met
+molens, die hun vluggewiekte kruisen zwaaien, en met zilveren linten
+van kanalen.
+
+Op waschdagen wapperen linnengoed en veelkleurige bovenkleêren overal
+in den wind; de huizen zijn er mee gedrapeerd, reeksen palen behangt
+men er mee, en alles bolt en klatert, alsof het vlaggen waren.
+
+Volendam is eerst echt Volendam bij stormachtige lucht en op
+waschdag. Ieder is buiten. In tegenstelling met gewone steden, waar
+men alleen bij noodzaak uitgaat, wordt er hier met pleizier gewandeld,
+zooals in alle visschersplaatsen. Er wordt namelijk door de mannen
+tusschen twee vischperioden het gemakkelijke, kalme leven geleid van
+een solied rentenier. Ze zitten te praten of loopen op klompen rond,
+slap en lui, tot de klok van den afslag hen roept en, als het ware,
+verzamelen blaast.
+
+In zijn buitensporig wijde broek, zijn buis en das en bontmuts,
+heeft de visscher uit Volendam iets aparts, dat niet te beschrijven
+is. Hij heeft iets van een Rus, een Laplander en een Mongool, maar
+toont zich Hollander door de duizenderlei kleine eigenaardigheden
+van zijn houding en bewegingen en woorden.
+
+Buiten de tijden, waarop hij op de Zuiderzee zwalkt, met zijn netten
+werkend in de nog al kalme golven, is er weinig verscheidenheid in
+zijn werk. Zijn langzaamheid is een gewoonte. Hij flaneert altijd;
+dat zegt alles. Hij heeft niet, als menschen uit andere deelen van
+het land, kleine zorgen voor zijn tuintje, voor den oogst of voor
+zijn industrie, en de vrouwen kunnen het huiswerk best af.
+
+Hij flaneert dus maar, of maakt zonder haast zijn aas voor 't visschen
+in orde en zijn netten; hij hurkt in de zon neer met zijn vrienden,
+om welbehagelijk te rooken, of zit met zijn massieve zwaarte op de
+steenen pieren en zware houten beschoeiingen, die over de zee zijn
+uitgebouwd door zijn gestorven voorvaderen.
+
+Toch is hij bezig, maar in volslagen kalmte en geniet genoegelijk de
+rust der stille uren.
+
+Dit schetsje symboliseert hem: Op een achtergrond van vastgemeerde
+booten en een golvende deining, waar de wolken zich in spiegelen,
+laat Frans, liggend op den achtersteven van zijn boot, zich zachtjes
+wiegelen als een kindje, wachtend, tot men hem manden brengt, om
+de zilverkleurige visch in te bergen, die schittert in het ruim van
+zijn schuit.... Met de handen in zijn zakken, de pijp in den mond,
+rust hij daar uitstekend, en men weet niet vooruit, wanneer die zoete
+kalmte een eind zal nemen.
+
+Enkele zeelui echter--maar er zijn niet vele zoo--zijn wat actiever,
+laten groenten en andere levensmiddelen uit de naburige stad komen
+en schuiven kalmpjes hun handkarren voort, die er mee beladen zijn,
+en waarmee ze bij de huizen venten.
+
+Kinderen loopen in troepjes rond, met veel drukte van klompengeklots,
+maar zonder roepen of schreeuwen, net als in Zeeland. De kleine
+meisjes dragen het kanten mutsje van den eigenaardigen om het hoofd
+sluitenden vorm, de jongetjes dragen, evenals hun vaders, een wijde
+broek, kort buis en bonten muts.
+
+Het is wezenlijk een genot voor de oogen. Als zij in een lange rij
+dansen over de planken van de pier of vroolijk huppelen met de ronde,
+tevreden gezichtjes, moet men op mijn woord wel belang in hen stellen,
+en men krijgt grooten lust ze mee te nemen, die aapjes van Volendam, om
+ze in zijn vaderland eens te laten zien als zeldzaamheden van waarde.
+
+Er zijn verrukkelijke paartjes, precies gelijkend op personnages van
+oude schilderijen, die ons doen glimlachen, omdat er zooveel goed
+humeur en vroolijkheid van hen afstralen, zooveel gezondheid ook
+en gemoedsrust.
+
+De vrouwen zijn zeer druk in beweging in Volendam, drukker dan op
+andere plaatsen. Zij leven veel minder binnenshuis opgesloten en
+doen meer mee aan wat buitenshuis geschiedt. Sommigen wasschen het
+huishoudwaschgoed in zeewater aan den rand der op een rij liggende
+booten, anderen hangen de stukken uitgespreid op aan lijnen, die
+daarvoor tusschen palen zijn gespannen, terwijl de wind om haar
+henen blaast.
+
+Onze fransche visschersvrouwen babbelen, met het breiwerk in de hand,
+uren aaneen; maar deze vrouwen zijn alleen uit noodzaak buiten. Waar
+zouden ze ook gaan praten? Aan alle kanten is slechts water, in
+slooten en plassen en vaarten. Buiten de pier en de beide wegen van
+Edam en Monnikendam, is alles water of moeras.
+
+De eenden, die bij duizenden tusschen houten hekwerk gehouden worden,
+kwaken onafgebroken. Het plaatselijke leven concentreert zich op de
+pier, waar de mannen rondloopen bij het gebouw van den vischafslag.
+
+Zijn dit dus de afstammelingen van de beroemde hollandsche zeelieden,
+die oudtijds de wereld vervulden met den klank van hunne heldendaden,
+toen zij den bezem voerden in den mast, om de zee schoon te vegen,
+en die de vloten van Frankrijk en van Engeland konden weerstaan?
+
+Mijn God, ja ze zijn het wel, en hun schijnbare apathie verbergt
+waarschijnlijk een verrassende wilskracht. Is Nederland niet
+door hen groot geworden; heeft het aan hen niet zijn bestaan te
+danken?... Het vlakke, vochtige land had geen koren, geen steenen
+en geen hout; zij hebben er die noodzakelijke dingen aan geschonken,
+door er den buit der zee voor in te ruilen. Zij hebben van de zee en
+haar rijkdommen geprofiteerd en profiteeren er nog van, als van een
+grooten voorraadsschuur vol geconserveerde levensmiddelen.
+
+Naar den aard der visschen, die in iedere haven het veelvuldigst
+voorkomen, onderscheidt men verschillende takken van de vischvangst. De
+haring is door den overvloed, die ervan gevangen wordt, en door zijn
+goeden naam in het verleden, een echt nationaal product, zoo goed
+als turf en tulpen.
+
+De Hollanders onderscheiden drie soorten van haringen, den pekelharing
+of gekaakte haring (kaken is het opensnijden van den haring met
+een mes en de visschen dan in lagen leggen, in vaten, op zout);
+den steurharing, die in den herfst op de kusten van Engeland wordt
+gevischt, en den panharing of versche haring, dien men in de Zuiderzee
+vangt en die tot voedsel dient van de armere klassen der bevolking.
+
+Die laatste categorie is het interessantst, want zij is het groote
+middel van bestaan voor de visschers van Volendam, van de andere
+havens der kust en van de bewoners der eilanden Urk en Marken.
+
+De haven van Vlissingen hield zich het eerst met de haringvangst
+bezig in lang vervlogen tijden, zoo in de buurt van de 12_de_
+eeuw. In 1360 vond een man uit Zeeland, genaamd Willem Beukelszoon,
+de kunst uit van het haringkaken, dus het bereiden van den haring
+en het bewaren in zout, waardoor hij een grooten stoot gaf aan de
+plaatselijke industrie. Die ontdekking werd het uitgangspunt voor
+de ontwikkeling van geheele streken en legde den grond tot dien
+publieken rijkdom, waardoor de bataafsche natie in staat is gesteld,
+de enorme belastingen te betalen, noodig geworden door het onderhoud
+van de werken, tegen de zee opgericht.
+
+Te Hoorn werd in 1416 het eerste groote net gemaakt, waarvan het nut,
+gevoegd bij dat van het inzouten, tot in 't oneindige de opbrengst
+der zee vermeerderde.
+
+Die netten, echte reuzen in hun soort, wekken de gedachte aan de
+milliarden visschen, eeuwen aan een door de naburige volken verslonden,
+en men begrijpt, waardoor Holland ondanks de armoede van zijn grond
+een rijk, soliede en welbehagelijk land heeft kunnen worden.
+
+Er gebeurde bovenmatig veel voor de haringvangst. Geschiedschrijvers
+zijn er niet over uitgepraat en geven wonderbaarlijke statistieken,
+volgens welke men moet aannemen, dat het geheele volk zich bezighield
+met het vangen, zouten en verkoopen van haring.... In verordeningen
+werd het manna van de zee genoemd het Peru van de Bataafsche
+Republiek.... Premies tot aanmoediging werden tot aanzienlijke bedragen
+gegeven aan de Broederschap der Haringvisschers, tot schade van andere
+takken van vischvangst. Geen ander dan een geboren Hollander mocht zich
+met het kaken bezighouden.... In 't kort, de uitvoerigste reglementen
+beschermden op allerlei manieren deze al te interessante industrie.
+
+De nederlandsche haring trotseerde aldus langen tijd alle vreemde
+concurrentie en deed meer voor de grootheid van het land dan de
+beste kanonnen.
+
+Toen volgden de oorlogen van het Rijk. Groot-Brittannië, altijd
+zoekend naar de beste gelegenheden om handel te drijven, verleende
+vrijstelling aan de geheele vischvangst, schafte het systeem der
+premies af en bracht, door den haring voor minder geld te verkoopen,
+aan den hollandschen handel groot nadeel toe.
+
+In hun weelde als verstijfd, gingen de eigenaars der hollandsche
+haringbuizen niet met hun tijd mee en zagen langzamerhand hun handel
+verloopen. De zaken gingen zelfs zoozeer achteruit, dat de regeering
+op haar beurt de premies moest afschaffen.
+
+Tegenwoordig heeft de haringvangst geen nationale beteekenis meer,
+en al is zij nog voor den visscher een bron van eerlijke inkomsten,
+zij is niet meer een voorwerp van algemeene zorg.
+
+De echte haringvisscher brengt zoo weinig mogelijk tijd aan den wal
+door. De zee is voor hem alles: zijn bruid, zijn vrouw, zijn wieg. Met
+zijn bijbel en zijn pijp zou hij naar het eind der wereld gaan en
+weer nieuwe werelden ontdekken, als er nog nieuwe waren. Er werd te
+Volendam met eerbied gesproken over een zekeren Hans Ouderke, tegen
+wien men eens in een herberg gezegd had: "Je moest eens naar Indië
+gaan." De brave man ging zijn logger de volgende dagen bemannen en
+ging er heen.... Een anderen keer vond hij den weg naar Californië,
+zonder andere hulp dan zijn kompas.
+
+Als de visscher niet op den gewonen tijd thuis komt, beschouwt men hem
+als verloren, en zijn vrouw mag, als er drie jaren zijn voorbij gegaan,
+een nieuw huwelijk sluiten. Vroeger schreef de wet een tusschentijd
+van tien jaren voor; maar toen de zedelijkheid daaronder leed, werd
+de bepaling verzacht.
+
+De zoon van den visscher wordt visscher. Van den leeftijd van vijftien
+jaar af kent hij volkomen de kunst van 't ophalen der volle netten,
+het omgaan met de zeilen en de beheersching van het roer.
+
+Zeer onafhankelijk, zeer godsdienstig en zeer aan oude gewoonten
+gehecht, volgt hij in alles 't voorbeeld van zijn vader, die
+zelf dat van den zijnen volgde. Op zee drinkt hij nooit; aan land
+drinkt hij betrekkelijk weinig, behalve op de kermisdagen, die echte
+bacchanaliën met zich brengen. Op die dagen nemen de herbergiers de
+meubels weg uit hun zalen en laten er enkel een tafel staan en stoelen
+en banken. Nacht en dag verzonken in een onrustbarende dommeligheid,
+met tusschenpoozende oogenblikken van groote bewegelijkheid, waarin
+hij hartstochtelijk aan het dansen deelneemt, gaat de visscher zich
+in zulke tijden te buiten aan sterken drank en slaap.
+
+Hij trouwt al vroeg.
+
+De kustvischvangst omvat de vangst van versche visch van allerlei
+soort en die van den haring, bestemd om te worden gerookt.
+
+Een gewone boot voor die vangst kost drie tot vijf duizend gulden. Zij
+behoort òf aan den visscher zelven òf aan den reeder. De bemanning
+krijgt een groot net met touwen; het overige moet zij zich zelve
+aanschaffen en zij moet in haar eigen onderhoud voorzien. De
+onderhouds- en reparatiekosten van het schip worden gelijk verdeeld;
+wat boven de klamp is, dat is buiten het water, komt voor rekening
+van de bemanning en wat onder water is, voor dat van den eigenaar of
+reeder, op grond van het beginsel, dat het eerste door veronachtzaming
+kan lijden, en dat het laatste geleidelijk slijt. Voor de zeilen
+zorgt de eigenaar.
+
+De vangst van versche visch maakt slechts vrij korte tochten
+noodig. Zoodra ze terug zijn, ontschepen de mannen hun buit en
+verkoopen dien dadelijk op het strand aan de kooplieden uit de buurt of
+brengen de vangst naar den vischafslag, als er zulk eene inrichting
+bestaat. De visch wordt dan naar de naburige steden vervoerd in
+wagens met sterke honden er voor, die met merkwaardigen ijver hun
+werk doen. Die ambitie heeft ons wel eens een glimlach ontlokt over
+de sentimentaliteit van onze landgenooten, die een verbod hebben
+uitgevaardigd tegen het gebruik van trekhonden.
+
+De vangst van versche visch houdt op met het einde van den zomer en
+maakt plaats voor de haringvangst tot in December.
+
+Daarna is de tijd der gedwongen werkstaking daar, en daar de visscher
+zelden zich eenigen welstand heeft kunnen verwerven, ontstaat er groote
+armoede en ellende, die door de autoriteiten moet worden weggenomen
+door geregelde ondersteuning.
+
+De Zuiderzee vormt, zooals bekend is, een golf van de Noordzee. De
+massa harer wateren beslaat een ruimte van 54 vierkante mijlen en
+bespoelt de provincies Friesland, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland,
+waarvan zij indertijd bij hooge vloeden groote stukken heeft
+afgeslagen, daarbij op alle kusten dood en vernieling brengend.
+
+In de open zee vormen de eilanden Urk en Marken nog overblijfselen
+van die verzwolgen landen.
+
+Marken, het grootste, ligt tegenover de stad Monnikendam. In één uur
+kan men met goeden wind er per boot worden heengebracht.
+
+Dat uur legt vele eeuwen tusschen de bewoners van het eiland en die
+van het vasteland. Het verschil in kleeding en zeden en gewoonten
+is zelfs zoo groot bij dien verbazend kleinen afstand, dat men
+aan verschillende afkomst heeft gedacht. Sommigen beweren, dat de
+eilandbewoners afstammelingen zijn van de Marsotten, van wie Plinius
+en Tacitus melding maken. Zij bezetten een stuk gronds dicht bij het
+meer Flevo. Een overstrooming scheidde dit deel van het vasteland op
+'t eind van de 13_de_ eeuw.
+
+De ruimte er tusschen was eerst slechts smal en een gewone houten
+brug onderhield de gemeenschap; maar langzamerhand vrat de zee meer
+land weg, meer velden en polders, en de boeren moesten, om te kunnen
+leven, visschers worden....
+
+Ik nam de boot naar dat eiland tegen vijf uur 's avonds en voer weg
+van de aanlegplaats te Monnikendam. Twee jonge knapen met korte, wijde
+broeken en buizen van een grove stof en ronde hoeden, zijn aan het
+laden van allerlei eetwaren; zij hebben met hun vader een geregelden
+dienst tusschen het eiland en den vasten wal in 't leven geroepen.
+
+Met een voor Hollanders ongewone vlugheid voerden zij de verschillende
+handgrepen uit voor 't zeilklaar maken van de boot, heschen het groote,
+bruine zeil, maakten de touwen in orde, tot eindelijk de schuit bewoog
+en zich naar de open zee wendde.
+
+De oudste der matrozen had de boom in de hand genomen en stond
+te duwen, kijkend naar de stad, die achteruit week in het rossige
+schijnsel.
+
+Er hing een nevel over 't water, voorbode van de vallende schemering;
+het klokkenspel in den toren gaf in heldere klanken den tijd aan;
+daartusschen hoorde ik 't geklots der golven, door ons scheepje
+uiteen gedreven, en dit oogenblik had iets geheimzinnig ernstigs,
+alsof wij naar een onbekend land gingen.
+
+Langzamerhand hadden wij niet anders om ons heen dan water en
+nevels. Een der jongens floot een wijsje. De touwen van den mast
+knarsten onder den druk van den koelen wind; toen doken schaduwen op,
+eerst onduidelijk, toen helderder. Het waren puntdaken van huizen en
+masten, uit zee oprijzend; zonder duinen of rotsen lag Marken daar,
+als een zeer groot vlot op het water, half ondergedoken.
+
+De boot stopte aan de kade en werd vastgelegd. Ik sprong aan land. Er
+waren daar twee of drie mannen, gekleed als mijn varensgasten, en
+jonge meisjes met lange losse haartressen leunden tegen een brug. Een
+groote stilte heerschte er in het haventje, dat daar lag te midden der
+bewegelijke zee. Ik moet er wel een zonderlingen indruk hebben gemaakt,
+zoo weinig was ik in harmonie met die houten huizen, op palen gebouwd,
+en die zonderlinge menschen.
+
+De meisjes keken mij aan. In de avondschemering hadden haar oogen
+met de lange wimpers tusschen de hangende krullen langs hun hoofd
+diepten als van den oceaan, en toen zij ernstig het hoofd bogen bij
+mijn voorbijgaan, kon ik denken, dat ik zeegodinnen vóór mij had,
+jonkvrouwen, zoo dikwijls door dichters bezongen. Ik haastte mij,
+mijn weinige bagage te deponeeren in het eenige logement, en ik
+stapte de straatjes binnen, met steenen geplaveid, die naar de zeven
+buurtschappen voeren, kunstmatige hoogten van leem en veen, waar de
+huizen der bewoners staan.
+
+De zee had, zooals dikwijls gebeurt, den vorigen dag de magere
+weiden overstroomd, die om de terpen tusschen de lage dijken lagen,
+zoodat ik aan beide zijden door water was omringd, en de huizen
+in den echten zin des woords uit het water opstaken zonder eenigen
+horizon van land. Hoog gras groeide op sommige plaatsen en herbergde
+kakelende eenden, terwijl de halmen ritselden in den wind en de
+intense somberheid verhoogden van dat waterland.
+
+Zoo liep ik een uurtje rond, tot het volkomen donker was, en nam
+die duizenderlei gevoelens in mij op, die het onmogelijk is om weer
+te geven, gevormd door 't onverwachte, 't onbekende, plotselinge
+kleurnuances, en altijd groetten mij de vrouwen met de diepe oogen,
+die zonder woorden spraken. Toen keerde ik naar de herberg terug,
+waar een vroolijke dienstmeid, forsch en in kleurige kleedij, mij
+een stevig maal voorzette.
+
+Den volgenden dag had het water zich teruggetrokken, en ik kon het
+eiland bekijken, want het is, in 't groot beschouwd, één eiland.
+
+De haven is het meest vaste deel van Marken. Overal door steen en
+hout stevig omringd, liggen er een honderdtal visschersschuiten veilig
+voor anker.
+
+De huizen, geteerd en met pannen daken, zijn uit planken opgetrokken en
+staan op een veenbedding. De woningen van binnen te bekijken, behoort
+tot de werkzaamheden der vreemdelingen. De grootste zindelijkheid
+heerscht er tot in alle hoekjes; glimmen doet het vaatwerk aan de
+wanden, en alle koper straalt u tegen als een spiegel. Het is de glorie
+van ieder huisgezin, en ik zag telkens jonge meisjes mij met den vinger
+wenken, dat ik de mooie properheid van de woningen zou bewonderen. Die
+teekens en de glimlachjes, die er bij behoorden, waren, helaas,
+slechts vermomde verzoeken om geld, en ik moest met mijn bezoeken
+zuinig zijn, uit vrees van anders al mijn geld er achter te laten.
+
+De meeste huizen hebben slechts één vertrek, waar geslapen, gekookt
+en gewerkt wordt; vele hebben geen plafond en staan rechtstreeks met
+den zolder in gemeenschap. Ook zijn er, die geen schoorsteen hebben;
+tegenover het grootste venster ligt een steenen of ijzeren plaat met
+een rij steenen er omheen; een opening in het dak laat den rook door,
+die zich over den zolder verspreidt, waar de netten drogen en de
+voorraad wordt bewaard.
+
+Borden en schotels van oud porselein zijn er in de kleinste woning
+te vinden. Die smaak voor porselein en kristal, voor gestreepte
+bedgordijnen en kleurige dekens is een eigenaardige trek in het
+hollandsch karakter en komt vooral sterk uit op Marken. Hij wijst op
+de bekrompenheid van het bestaan der bewoners.
+
+De bodem van het eiland is vrij vruchtbare kleigrond. Hij brengt hooi
+en riet voort, waarvan door de bewoners groote hoeveelheden worden
+uitgevoerd. Het hooi wordt verkocht en dient voor een deel voor de
+voeding der weinige koeien van het eiland.
+
+Daar de putten van Marken slechts zoutig water leveren, zijn de
+bewoners genoodzaakt, regenwater te gebruiken, om hun beesten mee te
+drenken en hun eigen voedsel te bereiden.
+
+Ze zijn zeer onontwikkeld in maatschappelijke aangelegenheden. Zij
+leven van vischvangst en brengen het overige van den tijd door
+met onbeduidende werkjes, die alleen voor henzelven van belang
+zijn. Ze hebben in 't geheel geen handel; aardappels, groenten,
+kruidenierswaren, turf, drank, alles wordt hun uit Monnikendam gebracht
+of uit Hoorn of Amsterdam.
+
+De bewoners van Marken trouwen altijd onder elkander. Er wordt verteld,
+dat ze vroeger bij gebrek aan vrouwen eens hun booten bewapenden en
+een razzia hielden, om vrouwen uit Edam te halen, maar die geschiedenis
+is niet te bewijzen.
+
+Gewoonlijk trouwt men tusschen het vier-en-twintigste en het
+acht-en-twintigste jaar, en er wordt gelet op overeenkomst in leeftijd
+en neiging.
+
+Over 't algemeen zijn de meisjes lomp en ruw; maar er zijn wel
+aankomende deerntjes, die iets expressiefs hebben en door hun half
+wilde gratie de leelijkheid der anderen doen vergeten. Timide zijn
+ze niet en lachen doen ze graag.
+
+Op mijn wandelingen kwamen ze in hun bonte kleeding dikwijls om
+mij heen staan, ze drongen mij tegen een muur en hielden mij met
+uitgestrekte armen tegen, of stelden mij, terwijl haar krullen tegen
+mij aanwoeien, allerlei vragen, die ik niet verstond, maar die zeker
+grappig waren, want ze lieten haar tanden zien en lachten vroolijk. Ik
+gaf in het Engelsch antwoord of in 't Duitsch en 't Arabisch en kneep
+haar in de armen. Toen ik even de kin van een meisje in de hand had
+genomen, begonnen twee anderen verbaasd te gillen en riepen een paar
+huismoeders te hulp. Toen omhelsde ik het kind bij verrassing. Nooit
+heb ik zulk een gekrijsch gehoord. Zij stonden om mij heen, zwaaiden
+met de bloote armen, de lange lokken in den wind, de japonnen wijd
+uitslaande, den hemel tot getuige roepend bij mijn onbeschaamdheid. De
+omhelsde vooral zette woedende oogen op; deze brutaliteit riep om een
+voorbeeldige straf voor den misdadiger, een bliksemslag bij voorbeeld
+of een verzinking in den grond.
+
+Daarom klom ik op een vat en sprak ze aldus aan:
+
+"Vrouwen van Marken," riep ik, "ik ben hier gekomen, om uwe
+gastvrijheid in te roepen. Mijn hoedanigheid van vreemdeling geeft
+mij dus het recht, te proeven van uwe vruchten, ook van de perziken
+uwer wangen.... Ik verzoek stilte en beloof, u presentjes te zullen
+geven ... boem, boem, boem!"
+
+"Boem, boem!" herhaalden de geestdriftige jonge meisjes, zonder dat
+ze een woord verstaan hadden.
+
+Daar zij mij nog altijd tegenhielden, begreep ik wel, dat ze tolgeld
+wenschten te ontvangen; maar ik zwaaide mijn camera op de manier van
+een tomahawk, uitte een gil en sprong op den dijk. Daar richtte ik
+het instrument, en de menigte zette het op een loopen als haringen,
+door de haringbuizen achtervolgd, behalve de drie jonge kinderen,
+die bleven en die in stijve houdingen door mij zouden gekiekt worden.
+
+"Ik zie, jonge meisjes," ging ik voort, genietend van de heerlijkheid,
+te kunnen praten zonder te worden verstaan, "ik zie, dat mijn
+edelmoedig aanbod welwillend is ontvangen. Sla dus uw oogen op mij
+en gun mij glimlachjes."
+
+Toen ik met centen geschud had in mijn zak, spitsten zij de ooren,
+gingen met mij in den zonneschijn en ik legde voor de toekomst haar
+vreemde trekken vast, waarna ik haar een handvol centen gaf en zij
+verheugd verdwenen.
+
+Soms zijn de kleine meisjes heel aardig. Als ze naar school gaan
+met jongens, de kleurige pakjes boven de polders vertoonend als in
+een groen décor, arm in arm voortstappend, krijgt men er pleizier
+in, zooals voor een schilderij vol frissche kleuren en prettige
+gezichten. Sommigen dragen in plaats van rokjes de wijde broeken van
+de broertjes, wat ze er kluchtig doet uitzien.
+
+Op bruiloften, verlovingsfeesten en kermissen ziet men een
+kleurenrijkdom als nergens elders. Alle tinten uit een kleurendoos
+voor waterverfteekening zijn uitgestrooid over de jurken, de mutsen
+en de boezelaars, en men knipt met de oogen, zonder te weten waar
+men ze rust zal geven.
+
+Maar die dagen zijn uitzonderingen. Gewoonlijk is het op het eiland
+nog al somber, en het leven vloeit er voort bij peuterigen arbeid,
+die altijd eender is.
+
+De mannen visschen of halen de ponten of schuiten binnen met turf
+en proviand, boeten de netten, schilderen hun muren over, terwijl de
+vrouwen het huis schoonhouden, linnen wasschen, met de kleine kinderen
+buiten wandelen of aan het lossen van de booten helpen.
+
+Langs de vaarten ziet men ze soms rustig voortglijden, in booten
+gezeten, waar ze dan even uitstappen, om telkens de ophaalbruggen
+op te lichten, die bij de overgangen en kruisingen van wegen over
+'t water liggen.
+
+In den winter staat de helft van het eiland onder water, en de
+menschen gaan in booten naar elkander toe, bezoeken op die manier de
+kerk en de school, en worden per boot begraven. Het kerkhof ligt op
+de hoogste werf of terp van het eiland.
+
+Men vraagt zich wel eens af, waarom toch de dijken zoo laag zijn; als
+men ze ophoogde, zou men die lastige overstroomingen vermijden. Maar
+kenners beweren, dat de grond, die niet heel vast is, geen zwaardere
+belasting dragen kan.
+
+De gewoonte is een tweede natuur. Als men van de Markers ging
+vertellen, dat zij er slecht aan toe zijn, zou dat verloren moeite
+zijn. Zij voelen er zich op hun gemak; zooveel te beter.
+
+Bij den toeloop van toeristen, die in den laatsten tijd al grooter en
+grooter wordt, vooral in den zomer, beginnen zij zich als merkwaardige
+curiositeiten te beschouwen en droomen misschien den uitlokkenden
+droom van geheel onderhouden en verzorgd te worden door de penningen
+der vreemdelingen. Zij verkoopen hun kleêren al, en het zal wel niet
+lang duren, of ze verruilen ze tegen hoeden en moderne broeken....
+
+Het eiland Marken zal zijn bescheiden plaatsje wel blijven innemen
+tegenover het vasteland; zijn huizen, in het zoute water staande;
+zijn steenen straatjes in den mist; zijn hoogste punt, waar de dooden
+rusten, en zijn vier gehoornde beesten, wadend door den sponsachtigen
+grond ... tenzij op een dag, gelijk aan dien, waarop de Zuiderzee
+ontstond, het ook op zijn beurt worde weggevaagd, verzwolgen in den
+storm en neergelegd op den bodem van de Zuiderzee.
+
+Zoo'n einde zou voor zulk een plekje uit het verleden, dat onder de
+modernen is verzeild geraakt, een natuurlijk en passend slot zijn,
+en men zou dan mogelijk een verklaring hebben van die zonderlinge
+aantrekkingskracht, die de oogen der meisjes van Marken bezitten
+des avonds, wanneer zij het hoofd buigen en den vinger waarschuwend
+opheffen, als spoken uit een wereld, die reeds afgedaan heeft,
+opgestaan uit hun graven, om u een groet te brengen....
+
+De Hollander heeft ongetwijfeld minder verbeeldingskracht dan de
+Franschman. Hij is realist in den echten zin des woords en rekent in
+plaats van te droomen. Zoo denkt hij er niet aan, dat met de turf die
+hij dagelijks uit het water haalt, hij ook de overblijfselen van zijn
+bloedverwanten en vrienden opneemt, om aan hen de warmte te ontleenen,
+die ze bij hun leven hadden. Hij vindt de turf een geschikte brandstof,
+gebruikt die en heeft daar gelijk in, zooals hij ook, in tegenstelling
+met onze soms onverstandige gevoeligheid, zijn honden gebruikt voor
+het trekken van geriefelijke karretjes.
+
+Van Holland spreken zonder het over de turf te hebben, zou zijn een
+der eigenaardigste karaktertrekken van het land over 't hoofd te zien.
+
+Uit geologisch oogpunt is de bodem zeer arm; hij bevat geen steenkool,
+noch ijzer, noch andere mineralen. Bosschen zijn er weinig en men
+moest, om dijken en huizen te bouwen, zijn toevlucht nemen tot
+pijnboomen uit Noorwegen en tot duitsche boomen, langs den Rijn
+aangevoerd.
+
+Men kon er niet aan denken, dat hout te gebruiken als brandstof; dat
+zou te schadelijk zijn geweest. Daarom ging men het veen gebruiken,
+na er turf van te hebben gemaakt.
+
+Veen is een soort van zachte, zwartachtige aarde, die men aantreft
+onder lagen leem of zand, 't zij bij den aanleg van kanalen, 't zij
+bij het bouwen der huizen. Op enkele plaatsen blijkt de aanwezigheid
+van veen door den onvasten toestand van den grond. De veerkrachtige
+bodem, opgezwollen en verzadigd van water, buigt door onder den voet
+en herstelt zich dadelijk weer. Dan zeggen de menschen: "Hier zit
+veen in den grond."
+
+De opgraving van het veen is een kunst, die al sinds overoude tijden
+bekend is. Plinius en Tacitus gewagen ervan, de eene met een zucht,
+omdat een volk genoodzaakt is zijn eigen land te verbranden, de tweede
+met bewondering voor zooveel snuggerheid.
+
+De veengraverij verschaft werk aan duizenden individuen. Het is
+een brandstof van niet heel veel beteekenis, donker en lastig in 't
+gebruik; daarbij verkoolt ze meer, dan dat ze vlamt en brengt zwaren
+rook voort.
+
+Veen wordt zoo wat overal in Holland aangetroffen. Men behoeft maar
+een weinig te graven om het te ontdekken.
+
+Als de eigenaar van een stuk grond besloten heeft, zijn akker tot een
+veld van exploitatie te maken, laat hij parallelle insnijdingen maken
+om de aarde te ontlasten van het water, waarmee zij gedrenkt is. Die
+slooten, die eerst ondiep zijn, worden dieper en dieper gemaakt,
+tot het water er uit is.
+
+Er zijn zes à acht jaren noodig om het land droog te leggen en het
+water met slooten en sluizen te leiden naar het toekomstige kanaal.
+
+Daarna gaat men het veen te lijf met daarvoor bestemde schoppen,
+snijdt het in brokken, die men als steenen laat drogen en die op
+elkaar gestapeld worden en gedroogd in den wind.
+
+Niet zelden vindt men in de veenlagen, diep in den grond, boomen,
+die goed geconserveerd zijn, overblijfselen van oude bosschen, door
+overstroomingen of hooge vloeden verwoest. Ze worden gebruikt voor
+wat ze waard zijn, meestal als brandstof, soms ook voor fundeeringen.
+
+De lagen aarde, die den veengrond bedekten, worden op het land
+teruggebracht, vlak uitgespreid en leveren den bebouwbaren grond,
+waarop aardappelen en koren zullen worden verbouwd.
+
+Zoo gaat het bij de hooge venen. In de lage venen gaat alles gauwer,
+en men behoeft zich daar geen moeite te geven, het land eerst te
+draineeren. Men tast direct den grond aan. Als gras en leem eerst
+zijn verwijderd, dus als twee of drie voet van den bouwgrond zijn
+afgegraven, legt men de veenlaag bloot, die doortrokken is met water,
+een soort van vette brij. De arbeiders, met groote laarzen aan,
+scheppen dan de toekomstige brandstof zoo maar op en plonsen die in
+groote schuiten. Het veen ziet er dan bruin uit, en men herkent er nog
+wortels in en verrotte takken. Het wordt in groote bakken geschept,
+gemengd en bewerkt, gestampt met zware stampers of getreden met groote
+platte trappers, ontdaan van steenen en wortels, gekneed als deeg
+en te drogen uitgespreid op riet. Als het begint droog te worden,
+snijdt men het in brokken en stapelt de turf in hoopen op elkaâr.
+
+Drie maanden zijn ongeveer noodig, om de brandstof volkomen droog te
+maken. Dan wordt de turf in schuiten geladen en naar de verschillende
+markten gebracht, waar zij koopers vindt.
+
+De hoedanigheid der turf is zeer uiteenloopend. Er is turf met meer of
+minder houtige bestanddeelen, meer of minder poreus van aard, zwaarder
+of lichter op 't gewicht. De huisvrouwen herkennen snel aan de kleur
+en den vorm de eigenaardige hoedanigheden van de brandstof. Er is een
+soort, die voor de keuken dient, een andere voor de open haarden,
+een derde voor fabrieken. In 't algemeen geeft men de voorkeur aan
+de turf uit de lage venen boven die uit de hooge venen. De bakkers
+bakken hun brood met turven, die niet zeer dicht zijn en daardoor
+spoedig vlam vatten. De turf dient ook nog als voedsel voor kalkovens,
+pannebakkerijen en wordt in bierbrouwerijen enz. gebruikt.
+
+Bij steenkool vergeleken, geeft de turf wel de helft minder warmte;
+maar alles in aanmerking genomen, is zij als brandstof toch veel
+goedkooper.
+
+Het grootste bezwaar is het volume, dat lastig en bezwarend wordt. Turf
+neemt drie- of viermaal zooveel ruimte in als steenkool. Men heeft
+geprobeerd de turf samen te persen, en men is daarin goed geslaagd,
+maar naar beweerd wordt, is de moeite te groot voor de belooning;
+de kosten overtroffen de waarde der koopwaar, en de eigenschappen
+van die laatste verbeterden er niet genoeg door.
+
+Voor stoombooten en voor de grootindustrie moest men wel weer tot de
+steenkool terugkeeren.
+
+Hoe het ook zij, turf is eeuwen lang bijna de eenige brandstof der
+bewoners geweest. De kool van turf heeft aanleiding gegeven tot de
+zuiver nationale gewoonte der warme stoven. In den winter hebben de
+hollandsche dames in haar eigen vertrekken, zoowel als in de kerk,
+onder haar rokken een stoof met een kool er in, wat, naar men zegt,
+het teint van de dames een gele tint geeft. Zij, die deze opvatting
+koesteren, zijn ernstige menschen, kalm gezeten in hun groote stoelen
+van riet of mandwerk, met een groote pijp in den mond en een glas
+bier vóór zich, hoog schuimend in het glas. Zij zouden toch iets
+dergelijks niet beweren, als ze er niet volkomen zeker van waren
+door allerlei gezegden en opmerkingen, zorgvuldig bijeenverzameld
+uit intieme gesprekken, en men zou verkeerd doen, zich bij zulk een
+oordeel sceptisch te toonen. De rook van de turf maakt het teint der
+hollandsche dames geel, zooals de rook van droog hout aan hammen die
+bruine kleur geeft, die ze zoo lekker doet smaken. Ze worden er dus
+geen haar minder om; integendeel.
+
+De asch dient bovendien tot mest; met het roet reinigt men ijzerwaren
+en tin; de rook dient tot conserveering van gezouten vleesch en haring,
+tot bereiding van beenzwart, inkt en vernis; kortom, het veen is een
+der grondslagen van de hollandsche huishouding.
+
+Inderdaad maakt men er de fondamenten van het huis van. Daartoe
+brengt men de steenen en het metselwerk aan op een onderlaag van
+stukken brandbare aarde, in den vorm van een pyramide opgestapeld. Die
+veenlaag zwelt op onder het water en vormt zoo een onwankelbare basis,
+die door het vocht niet meer wordt aangetast. Na eeuwen, als het huis
+van ouderdom bezweken is, vindt men de veenachtige substantie zoo goed
+bewaard als op den eersten dag en nog geschikt, om verstookt te worden.
+
+Uit een en ander volgt, dat veen het product is van de langzame
+vertering van plantaardige stoffen, van riet en biezen en mossen,
+die, op elkander gestapeld, vergingen en door de vochtigheid ontbonden
+werden.
+
+De provincies, die het meest te danken hebben aan het bestaan van
+veengrond, zijn Friesland, Groningen, Drenthe en Overijsel.
+
+Als de veenlaag geëxploiteerd is, blijft er ongelukkig veel water
+over, dat moet worden verwijderd met behulp van veel molens en veel
+slooten. Daar het onderhoud van die molens nog al kosten meebrengt,
+moet men zich er niet over verbazen, dat in Holland de prijzen der
+levensmiddelen tamelijk hoog zijn....
+
+Desondanks heeft een oud dichter, Vondel genaamd, in geestdrift
+over het succes, met de turf verkregen, aan het hoofd van een zijner
+werken dit hoog welsprekend woord geplaatst: "Gelukkig het land, waar
+'t kind zijn moêr verbrandt!"
+
+Besluit.--Dit alles toont duidelijk aan, dat er volstrekt niet in
+Holland alleen water is, zooals men zou kunnen gelooven, als men
+zich slechts onderrichten liet door fantastische berichten. Holland,
+door duizenden kanalen doorsneden, omgeven door eilanden, golven,
+inhammen, heeft inderdaad wel zeer veel water, maar dit oppermachtige
+water, dat alles kan overweldigen, dat rijst en daalt en tot zoo
+ver het oog reikt, zijn net van bewegelijke wegen uitspreidt, waar
+onophoudelijk booten, schuiten, ponten, stoombooten en eenden varen,
+dat water is de onuitputtelijke bron van den bataafschen rijkdom,
+en men zou wel een prachtig, kostelijk woord willen vinden, in een
+lijst van metalen lettergrepen, om dat kleurloos, vloeibaar ding mee
+aan te duiden, dat alle tinten van de wolken overneemt, dat de molens
+en de polders weerspiegelt en dat van Holland maakt het waterrijkste
+van de waterrijke en 't merkwaardigste van alle vlakke landen.
+
+
+
+
+
+
+NOOTEN
+
+[1] Wij hebben den franschen schrijver in zijn reisverhaal op den
+voet gevolgd, al kwam soms de lust boven, hem eens even in de rede
+te vallen, waar hij in zijn gevolgtrekkingen te ver ging en, naar
+het weinige dat hij zag, oordeelde ook over het vele, dat hij niet
+zag. Het zal onzen lezers zeker evenzoo gaan, maar om der curiositeits
+wille zal het oordeel van den Franschman hen interesseeren en zijn
+aardige verteltrant zal hen boeien.
+
+Vert.
+
+
+
+
+Reis door Tunis en Algiers
+
+Door
+
+M. G. Brondgeest.
+
+
+
+Voor ons Nederlanders, bewoners van noordelijke koude luchtstreken,
+hebben de woorden "het Zuiden, de Middellandsche zee" een betooverenden
+klank. Zij doen ons zoo denken aan schitterend zonnelicht, aan
+koesterenden zonnegloed, waar wij vooral in den winter met zijn korte,
+vaak zoo sombere dagen zoo reikhalzend naar kunnen verlangen. Ook
+onvergelijkelijke kleurenpracht, bonte kleederdrachten en sappige
+zuidvruchten roepen zij voor onzen geest. Wie, al is hij nog zoo
+hokvast, heeft niet eenmaal in zijn leven het verlangen, eenige
+weken in het diepe blauw der Middellandsche zee te staren, aan hare
+schilderachtige kusten te droomen en te dwepen? Welke zee, met al de
+kuststreken, die hare golven bespoelen, biedt den reiziger zooveel
+natuurschoon aan als de Middellandsche zee, kan op een verleden, op
+een geschiedenis bogen als de hare? Te vergeefs zou men in dit opzicht
+haar gelijke zoeken. Tot haar gebied toch telde zij het kleine, met
+zeldzamen kunstzin begaafde volk der Grieken, welks edele scheppingen
+zelfs nu nog ons geslacht met bewondering vervullen en voor een deel
+nooit overtroffen zijn; zij zag dit volk politiek, ja, ten onder gaan,
+maar op cultuurgebied zijn schoonste lauweren behalen, daar zijn
+overweldiger zelf het voornaamste werktuig werd voor de verbreiding
+van zijn hoogstaande kunst en wetenschap over de geheele toenmaals
+beschaafde wereld; zij beleefde het, hoe een enkele maal haar kusten
+en eilanden onder één heerschappij, die der Romeinen kwamen, waardoor
+aan al die kusten de vaan des kruises geplant werd; zij aanschouwde
+met ontzetting de verwoesting van dit vermolmde en wankelende rijk
+door de blonde zonen van het Noorden, die het een ander, maar jonger,
+frisscher, nieuwer leven inbliezen; met onuitsprekelijke droefheid was
+zij er getuige van, dat het zegenrijke kruis bijna aan al hare kusten
+verdrongen werd door de troostelooze halve maan; maar ook met groote
+vreugde, dat het weer een rijk van haar gebied was, het kunstlievende
+Italië, waar oude kunsten en wetenschappen herleefden; ten slotte
+werd de halve maan allengs weder van hare kusten verdrongen, terwijl
+vooral in de laatste helft der vorige eeuw, Westersche beschaving
+en menschelijkheid de overhand verkregen. Vooral in de landen,
+gelegen aan Afrika's Noordkust, heeft de Europeesche invloed zich
+doen gelden en hebben orde en goed bestuur Mohammedaansch wanbeheer
+vervangen of verbeterd. Engeland heeft zich vooral met het oog op 't
+Suezkanaal voor goed in het Nijldal gevestigd. Frankrijk, dat zulke
+groote belangen heeft aan het kustgebied der Middellandsche zee,
+vestigde in 't bijzonder zijn aandacht op Tunis en Algiers en in den
+laatsten tijd ook op Marokko. Bekend is de moeite, die Duitschland en
+in 't bijzonder de Duitsche regeering zich geeft, om met den Sultan van
+Turkije vriendschappelijke betrekkingen aan te houden en te versterken,
+teneinde zoodoende den Duitschen invloed in Klein-Azië, Syrië en
+Palestina uit te breiden. Voor den Europeaan is in die streken een
+ruim arbeidsveld geopend op het gebied van handel en nijverheid. Het
+spreekt van zelf, dat verbetering en uitbreiding van het verkeerswezen
+een der eerste zaken waren, die men met ijver ter hand nam.
+
+Aldus worden ook voor het reizend publiek landen, rijk aan
+natuurschoon geopend, die tot nog toe slechts door eenige weinige
+bevoorrechten bezocht werden. Reisbureaux wedijveren met spoorweg-
+en stoomvaartmaatschappij en om het den reizigers gemakkelijk en
+aangenaam te maken. Zoo komt het, dat men tegenwoordig in Algiers
+en Tunis even goed reist als in Europa. Daar wij voor eenigen tijd
+gelegenheid hadden deze beide landen te bezoeken, is het ons aangenaam
+er in dit tijdschrift het een en ander van mede te deelen. Wij doen
+dit ook in de hoop, dat het enkele landgenooten, die anders hun tijd
+in een dolce far niente aan de Riviera doorbrengen, moge bewegen eens
+een kijkje aan den overkant te gaan nemen. Zij zullen zich niet te
+beklagen hebben.
+
+Aan gene zijde vinden zij een prachtige, dikwerf nog maagdelijke
+natuur, een oorspronkelijke bevolking, oude volkrijke steden en
+... geen speelbank, waar zij hun geld kunnen kwijt raken.
+
+
+
+
+
+Algiers en Tunis, te zamen iets kleiner dan Frankrijk, vormen met
+Marokko en Tripoli het oude Barbarye, reeds uit de tijden onzer
+Republiek bekend om zijn zeeroovers. Na onder de heerschappij van
+verschillende volken, Oostersche en Romeinsche, Germaansche en
+Byzantijnsche, gestaan te hebben, werd het omstreeks 700 veroverd
+door de Arabieren. In afzonderlijke rijken gesplitst, bleven de
+Mohammedanen er meester tot in de eerste helft der vorige eeuw. Tijdens
+hun bestuur of liever wanbestuur zonken deze landen, eertijds parels
+aan de Romeinsche imperatorenkroon, hoe langer hoe meer weg in het
+diepste verval. Het land werd verscheurd door onderlinge twisten der
+verschillende emirs, beys en stamhoofden, elk spoor van Christelijke
+beschaving uitgeroeid en in de havensteden, als Tunis en Algiers,
+troonden vorsten, die hun residenties verrijkten met den buit,
+welken hun roofschepen daar aanbrachten. Gedurende eeuwen waren de
+Barbarijsche zeeroovers de schrik der Europeesche koopvaardijschepen,
+niet het minst der Hollandsche, die hun vlag zoo dikwijls in de
+wateren der Middellandsche zee vertoonden. Herhaalde expedities en
+veroveringen hadden wel een aanvankelijk doch geen blijvend resultaat.
+
+Meer dan eens werd de Ruijter uitgezonden om de Barbarijsche zeeroovers
+te tuchtigen en nog in 1816 bombardeerde een Engelsch-Nederlandsche
+vloot, onder bevel der admiraals Lord Exmouth en van de Capellen,
+de stad Algiers naar aanleiding van zeerooverij.
+
+Eerst in 1830 kwam aan dit schreeuwende misbruik een einde door
+de verovering van de stad Algiers door de Franschen onder generaal
+Bourmont. Tevens bezetten zij de naaste omgeving der stad.
+
+Maar eerst in 1857 werd de verovering van het geheele land tot aan
+de grenzen der Sahara door maarschalk Randon voltooid.
+
+Algerië, verdeeld in 3 provincies, Algiers, Constantine en Oran
+met gelijknamige hoofdsteden, is thans geheel een Fransche kolonie
+met Fransch bestuur, Fransche wetten en rechtspraak en Fransch
+bezettingsleger. Tunis is protectoraat. Na herhaalde expedities en
+verschillende moeilijkheden met den Bey, kwam in 1881 het tractaat
+van Kasr-Saïd of van Bardo tot stand, waardoor aan de autocratische
+macht van dezen een einde kwam. De Fransche regeering verkreeg
+het diplomatieke en militaire bewind, benevens de controle over
+administratie en financiën. De Bey bleef souverein en regeert in
+overleg met een gevolmachtigd Fransch minister, die te Tunis resideert;
+bovendien ontvangt hij van het Fransche gouvernement een jaarlijksche
+toelage van 1.200.000 frs.
+
+De Franschen, die in Tunis wonen, zijn vnl. burgerlijke ambtenaren,
+militairen en kooplieden. Het grootste deel er van, ongeveer 10.000
+wonen in de stad Tunis, waar dus de Muselmannen met hun aantal van
+65.000 inwoners verre de meerderheid hebben. Daarom vindt men aldaar
+nog het Arabische leven en drijven in al zijn oorspronkelijkheid en
+heeft de stad voor den toerist vele en belangwekkende eigenaardigheden,
+die hij in Algerië te vergeefs zou zoeken. Algiers, Constantine,
+Oran en verreweg de meeste kustplaatsen hebben hun oorspronkelijk
+cachet grootendeels verloren, zijn bijna geheel Europeesche steden
+geworden. De Arabier schijnt hier eerder vreemdeling dan inboorling te
+zijn. Tunis daarentegen is gebleven wat de Arabieren het gaarne noemen:
+"de bloem van het Oosten."
+
+Het was het eerste doel van onze reis.
+
+
+
+
+
+Mogen sommige bewoners van Noordelijke streken de reis naar
+Afrika's Noordkust bedenkelijk ver vinden, met de Franschen is dit
+niet het geval. "l'Algérie c'est la France," zeggen zij. Trouwens
+zij zijn ook dichter bij, al bedraagt dit niet veel meer dan een
+halven dag sporens. Van uit Parijs bereikt men met den sneltrein in
+korten tijd Marseille, van waar goed ingerichte booten der Compagnie
+Transatlantique, die ook op Amerika varen, den reiziger in anderhalven
+dag over de blauwe watervlakte naar Tunis brengen.
+
+Er is veel waarheid in het gezegde van Professor Martins: "ce n'est pas
+la mer, c'est le mal de mer, qui sépare la France de l'Algérie". Maar
+men moet de kans van zeeziekte loopen. Hij die op reis tegen eenige
+moeite en ontbering opziet, blijve liever thuis. Wij troffen het
+echter bijzonder voor de maand Maart, die gewoonlijk nog al ruw is en
+volbrachten den overtocht met prachtig stil weer en een schitterende
+zon. Een verrukkelijk gezicht was het, toen onze boot, de _Ville de
+Naples_, na het verlaten der haven van Marseille de rotsachtige kust
+met haar vele eilandjes al verder en verder achter zich liet. Daar
+de weg door de grootste breedte der Middellandsche zee ging, kwam
+men weinig vaartuigen tegen, slechts enkele visschersbooten en
+eenige kleine koopvaarders. Nog waren de kusten van Sardinië niet
+geheel verdwenen, of reeds kwam de Afrikaansche kust in 't gezicht,
+bergachtig, met vele eilandjes, en als evenzooveel voorposten van het
+Mohammedanisme zagen wij hier en daar op de heuvels zich verheffen
+de gekoepelde, witgepleisterde graven van verscheidene Marabouts
+(priesters) tot de zon onder de onbenevelde kim dook en de lichten van
+Tunis ons tegemoet flikkerden. Nog meer dan een uur moest de boot door
+het Canal de la Goulette, een uitgediepte geul in de ondiepe golf van
+Tunis varen, voor de aanlegplaats bereikt werd. Het ontschepen ging
+lang niet zoo spoedig en kalm als het inschepen. Want voor de boot
+goed vastgemeerd lag, kwamen reeds in verscheidene bootjes de echte,
+onvervalschte afstammelingen der vroeger zoo beruchte zeeroovers
+van Tunis opzetten, de witte of gekleurde tulband of de helroode
+fez scherp afstekend tegen het donkerbruine gelaat. Er waren echte
+galgentronies onder, die duidelijk den stempel der herediteit droegen
+en zij waren brutaal als de beul. Spoedig krioelde het op het dek van
+allerlei bruine kerels, die op de wijze hunner vroede voorvaderen
+de boot geënterd hadden en aan boord geklauterd waren. Kortom
+echt zeerooversgespuis, hetwelk den passagiers zijn diensten als
+pakjesdragers en gidsen aanbood. Met Argusoogen werd de longroom èn de
+bagage door den hofmeester en de bedienden bewaakt. Bij het aan land
+gaan begon het ongeluk eerst recht. Want nauwelijks de loopplank over,
+werden wij omringd door een zestal Arabieren, mannen en jongens, die
+zich, luid schreeuwende, van onze bagage trachtten meester te maken
+om ze te dragen. Eenmaal afgegeven, zouden wij er waarschijnlijk
+nooit veel van terug gezien hebben.
+
+Dat krioelde om ons heen, trok aan onze bagage en kleederen, kroop
+tusschen beenen en armen door en schreeuwde ons toe in een natuurlijk
+onverstaanbaar Arabisch. Zoo goed als wij konden verweerden wij ons
+tegen de aanvallers tot een Turco, een tolsoldaat, en de gids-tolk van
+het hôtel waar wij kamers hadden besproken, ons van hen verlosten. De
+laatste bracht ons naar de omnibus, waarmede wij spoedig ons hôtel
+bereikten.
+
+Dit was gelegen in het zoogenaamde quartier Franc, dat eerst dagteekent
+van de laatste 20 jaren en de verbinding vormt tusschen de haven en de
+eigenlijke oude stad Tunis. Voornamelijk wordt die verbinding gevormd
+door de Avenue de la Marine en de Avenue de France, prachtige breede
+straten, waarop verschillende zijstraten uitmonden. De reiziger staat
+er over versteld, welk een groote verandering de Franschen in nog
+geen 20 jaar in de stad gebracht hebben.
+
+Aanvankelijk zou men denken, in een welvarende Fransche stad te
+zijn. Electrische trams onderhouden het verkeer, elektrisch licht
+zorgt voor de verlichting, terwijl de reinheid der straten niets te
+wenschen overlaat.
+
+In de Fransche wijk wonen de Europeanen en bevinden zich de voornaamste
+Europeesche gebouwen, zooals het theater, de kathedraal, het paleis
+van den Franschen minister-resident, de voornaamste winkels en hôtels.
+
+Het hôtel, waar wij onzen intrek genomen hadden, gelegen in de Avenue
+de France, bevond zich in de onmiddellijke nabijheid der Porte de
+France, die toegang verleende tot de Arabische stad. Deze bestaat uit
+drie deelen, nl. de middenstad, cité of Medina, die zich aansluit
+aan het quartier Franc, en twee buitenwijken, een ten N. de Rebat
+bab-el-souika en een ten Z. de Rebat bab-ed-djazira, (rebat-wijk en
+bab-poort). De Medina is de voornaamste. Want in deze bevinden zich
+de beroemde Souks, de bazars of markthallen. Deze bezochten wij den
+dag na onze aankomst het eerst onder geleide van een gids-tolk, een
+Tunesiër van geboorte, die echter de schilderachtige Arabische kleedij
+voor de gemakkelijker Europeesche verwisseld had. Wil men Tunis en
+speciaal het volksleven goed zien, dan is zoo'n persoon onmisbaar.
+
+Met behulp van een papieren gids kan men slechts de voornaamste
+merkwaardigheden uitvinden; wie meer wil zien, is in de grootste
+verlegenheid, daar hij de landstaal, het Arabisch, verstaat noch
+spreekt. De tolk weet echter alles, wat noodig is, zooals: waar men
+te voet en met een rijtuig heen moet, tot wien men zich wenden moet
+om deze of gene merkwaardigheid te zien, hij weet den weg door den
+doolhof van nauwe straten en stegen, weet wat alles kost (behoudens de
+noodige provisie voor hem zelf) en laat ons meermalen merkwaardigheden
+zien, die men alleen nooit ontdekt zou hebben. De besparing in tijd,
+moeite en kosten wegen ruimschoots op tegen het matige daggeld,
+dat hij vraagt.
+
+Zoodra wij door de Porte de France de Souks binnengetreden waren, viel
+ons op, dat wij ons in een zeer oud stadsgedeelte bevonden. Nauwe
+kronkelende straatjes en steegjes, te zamen één groot doolhof
+vormend, waar men zonder gids deugdelijk in verdwalen kon, nu eens
+uitloopend op een klein pleintje, dan weer doodloopend in een donker
+gangetje. Somtijds moest men vrij steile trappen op, dan weer daalde
+de straat zeer sterk.
+
+Een liefhebber van oude gebouwen, van schilderachtige kijkjes en
+verrassende eigenaardigheden kon op deze wandeling veel genieten. Naast
+armoedige krotten verhieven de woningen van rijke Arabieren trotsch en
+ongenaakbaar hun platte daken, de groote deuren van massief cederhout
+dikwijls met ijzer- of koperwerk versierd, de ramen van onder- en
+bovenverdieping van stevig en kunstig traliewerk voorzien, opdat
+vrouwen en meisjes goed bewaard mochten zijn.
+
+Sommige huizen zijn van balcons voorzien, die dikwijls zóóver
+uitsteken, dat de bovenste verdiepingen der aan beide kanten der straat
+staande huizen elkander aanraken. Dikwijls zijn de bazars overwelfd,
+het gewelf gesteund door slanke Moorsche pilaren. Komt men in een
+onoverdekte straat, zoo valt de blik op de slanke torens der moskeeën,
+die ijl in de lucht stijgend, een schilderachtigen aanblik bieden en
+het geheel als 't ware beheerschen. Vooral de Djama-ez-Zitouna, de
+groote moskee, verrukt het oog door haar slanke vormen en kunstig op
+de muren _en relief_ aangebracht complex van miniatuurbogen. Ofschoon
+hobbelig geplaveid, viel de reinheid der straten ons erg mede, hoewel
+men er niet tegen op moest zien af en toe een doode hond of kat te
+ontmoeten, die zoo maar neergeworpen was. In die bazars wordt van
+'s morgens vroeg tot laat in den middag levendige handel gedreven. De
+verschillende kooplieden hebben er, met uitzondering van eenige zeer
+rijke, slechts kleine winkeltjes, sommige slechts eenige M_2_ groot,
+waar zij, in 't halfduister neergehurkt, hun waren uitstallen. Eenige
+wachten met Mohammedaansch fatalisme af, of er een kooper komt opdagen,
+anderen prijzen luid schreeuwend hun waar aan, loopen een eind met u
+mede, en zijn niet van u af te slaan. Elk artikel en handwerk heeft
+zijn vaste bazar. Een geur van rozen, geranium of wierook verraadt,
+dat men in de Souk der parfums is; de lucht van leer, dat men zich
+in die der leerlooiers bevindt. Prachtige uitstallingen van zijde
+en fluweel, kunstig met goud en zilver geborduurd, afgewisseld
+met lange fijne burnous en helroode fezs, wijzen er op, dat men
+de duurste wijk, die der voortbrengselen om welke Tunis beroemd is
+nadert en dat het zaak is, zijn kooplust te bedwingen. In een andere
+bazar weer worden kunstig bewerkte koperen voorwerpen en geciseleerde
+wapenen verkocht of kan men het hart ophalen aan de vruchten van het
+Zuiden. Timmerlieden, schoenmakers, schrijnwerkers en kleermakers,
+allen hebben hier hun vaste wijk en standplaats. En tusschen al die
+uitstallingen beweegt zich de bontste menigte, die men zich denken
+kan. Rijke, gezette Arabieren in prachtige gewaden, zich ten volle
+bewust van het gewicht hunner persoonlijkheid, met glanzend witte
+burnous, wisselen af met bedelaars in lompen gehuld. Jonge mannen,
+krachtig en slank gebouwd, met fijn besneden gezichten en sprekende
+oogen, prachtige typen van het Arabische ras en donkerbruine Mooren met
+trotschen en fanatieken blik en zwarten baard; pikzwarte negers, echte
+knechtjes van St. Nicolaas, zich statig in een burnou van het grofste
+zakkenlinnen hullend, op het hoofd een fez, die eens rood was, maar nu
+meer op hun gelaatskleur lijkt, als eerste dandys een sigaret rookend
+of luidkeels lachend met een mond tot aan de ooren en dikke lippen,
+terwijl de hagelwitte tanden zichtbaar worden; Arabische vrouwen,
+zich schuchter het gelaat bedekkend, de arme en onbemiddelde met
+een slip van haar kleed, de rijke zich hullend in een lange kostbare
+shawl van fijne, doorschijnende zijde--dit zijn de typen, die men het
+meest tegenkomt. Niet alle vrouwen zijn echter gesluierd, slechts de
+Arabische, maar de Joodsche niet. Voor 't overige hebben deze geheel
+de Arabische kleeding overgenomen, ook de houten pantoffels met zeer
+hooge hakken, waarop de vrouwen hier als 't ware loopen te balanceeren.
+
+Vroolijk komen hier en daar de kleurige uniformen der Fransche
+soldaten, vooral die der zouaven uit, met hun wijde roode broeken
+en blauwe korte jassen, de fez met de bengelende kwast op een oor,
+geheel het beeld van "vive la bagatelle". Hier en daar ziet men
+een bruingebranden Bedouïn uit de woestijn voortschrijden met
+onderzoekenden blik, het lange geweer aan den bandelier over den
+schouder. Kleine meisjes en aardige jongens met groote verwonderde
+kijkers loopen overal door het gewoel, dat somtijds zoo dicht is,
+dat men er zich met de ellebogen door heen moet wringen, en vragen u
+onophoudelijk om sous. Jongens en mannen op ezels laten u aanhoudend
+uitwijken, want langoor wordt hier niet gespaard, maar eigenlijk
+afgebeuld. Ook kameelen bezoeken de bazars, en somtijds liggen zij in
+rijen van 10 of meer uit te rusten van hun tocht uit de binnenlanden,
+van waar zij houtskool, dadels en andere voortbrengselen naar de
+hoofdstad brengen. Daarbij is het dikwijls een geschreeuw, dat men
+elkander niet verstaan kan, kooplieden, die hun waren aanprijzen,
+koopers, die afdingen, druk redeneerende en gesticuleerende Arabieren
+en Mooren. Kortom het is een tooneel vol Oostersche levendigheid
+en Oostersche kleurenpracht, dat door zijn bontheid en telkens
+afwisselende indrukken, mede door de bekoring van het nieuwe, den
+vreemdeling van het Westen ten zeerste boeit en verrukt.
+
+
+
+
+
+Hoewel de Bey van Tunis in de hoofdstad een paleis heeft, Dar-el-Bey
+(huis van den Bey) genaamd, houdt hij daar zelden verblijf. Hij
+vertoeft er slechts voor regeeringszaken en bewoont liever het
+schoone buitenverblijf Kasr-Saïd of El-Bardo, in de nabijheid van
+Tunis. Geregeld eens per maand komt hij in de hoofdstad om in den
+voorhof van zijn paleis in hoogste instantie recht te spreken. Dit
+gebeurde juist eenige dagen na onze aankomst, en hiervan tijdig door
+onzen gids verwittigd, maakten wij aanstalten van zijnen intocht
+getuigen te zijn. Reeds te half acht begaven wij ons daartoe naar het
+plein van de Kasba (de burcht), waar ook het paleis gelegen is en waren
+getuige van de aankomst der verschillende hoogwaardigheidsbekleeders
+van den Bey. Militaire en burgerlijke autoriteiten, allen het hoofd
+bedekt met de onvermijdelijke fez, stelden zich bij de poort op,
+velen versierd met de orde der Beys, de Nicham-Iftikhar. Beambten van
+gelijken rang begroetten elkander plechtig met een kus op elke wang; de
+jongeren de ouderen met eerbiedigen handkus. Na eenigen tijd wachtens
+kondigden eenige Fransche officieren van de Chasseurs d'Afrique,
+als ordonnansen, de komst van den Bey aan. Weldra kwam een afdeeling
+cavalerie in Turksche uniformen, op kleine vlugge paarden, wit van
+het stof, aandraven, daarop volgden eenige rijtuigen met hofbeambten
+en ten slotte de Bey zelf in een à la daumont gereden rijtuig met 6
+muilezels. Bij 't uitstappen vertoonde hij zich een oogenblik. Een man
+van middelbare lengte, met korten grijzen baard, geelachtig, streng
+gelaat en ernstige sombere oogen. Er wordt van hem verteld, dat hij
+nooit lacht. Niet onwaarschijnlijk, zoo men de gebeurtenissen der
+laatste jaren in aanmerking neemt. Na de Fransche bezetting toch is
+het met de onbeperkte heerschappij van den Bey voor goed gedaan. Reden
+genoeg voor een Oostersch despoot om over te treuren.
+
+Wie zich wel degelijk nog in 't bezit van hun onbeperkte heerschappij
+mogen verheugen, al is het dan maar over redelooze dieren, zijn
+de Arabische slangenbezweerders, die nog steeds de giftigste
+exemplaren van het, den menschen zoo weinig sympathieke ras, in
+letterlijken zin, naar hun pijpen laten dansen. Ongeveer eens om
+de 14 dagen kan men te Tunis een dergelijke vertooning bijwonen,
+die gegeven wordt door een derwisch, een soort van armen priester of
+monnik uit de binnenlanden. Het is in zekeren zin een godsdienstige
+plechtigheid. Maar dan toch zeker een van een weinig ernstig en meer
+vroolijk karakter, want het in grooten getale toegestroomde publiek
+vermaakt zich er goed bij. Voor den vreemdeling gaat natuurlijk
+de godsdienstige beteekenis door onbekendheid met Arabische taal
+en Mohammedaansche gebruiken verloren; hij beschouwt het als een
+kermis-voorstelling, een merkwaardig schouwspel, nl. om de groote
+moreele kracht, die de mensch op de dieren kan uitoefenen. De
+voorstelling heeft plaats in de open lucht, meestal op een plein
+voor een Arabisch café, waarvan het in Tunis krioelt. Deze keer op
+het plein Halfoüin.
+
+Hier worden in de maand Ramadan, die der vasten, de groote Arabische
+feesten gevierd. In gewone tijden is het de plaats van samenkomst van
+Arabieren uit alle standen. Men vindt er dan ook vele koffiehuizen,
+zoowel voor Arabieren uit de volksklasse, negers en kleurlingen als
+die, welke door de rijken en dandys bezocht worden. Een groote menigte
+Arabieren, Mooren en negers, benevens een aantal vreemdelingen had
+zich om een opene ruimte in een kring opgesteld. Daar binnen bevond
+zich de bezweerder met zijn helpers, een drietal Arabieren, die op
+de hurken gezeten, een oorverdoovende muziek maakten. Een bespeelde
+een soort van herdersfluit, een tweede een Arabische viool, terwijl
+degene die in 't midden zat, uit alle macht met duim en handpalm op
+een groote tamboerijn trommelde. Deze laatste beantwoordde ook de
+vragen, die de derwisch telkens tot hem richtte. Deze, donkerbruin,
+forsch gebouwd en toch lenig, met katachtige snelle bewegingen, de
+donkere schitterende oogen onophoudelijk in beweging, het beenige
+gezicht met een dun baardje omgeven, het geschoren hoofd slechts op
+de kruin bedekt met een ruigen, zwarten scalplok, geleek veel op een
+der fanatieke krijgslieden van den Mahdi, die in een wit kleed en
+met een breed zwaard in de vuist op de Engelsche carré's losstormden,
+een wissen dood tegemoet. De voorstelling, die tamelijk lang duurde,
+had in 't kort 't volgende verloop: Uit een der bruinlederen zakken,
+die hij bij zich had, haalde de derwisch een zeer vergiftige slang
+ter lengte van ongeveer een M., licht bruin van kleur en aan den buik
+voorzien van gele ringen, de naâdja of slang van Cleopatra, door de
+Arabieren Bouftira genoemd. Deze schijnbaar levenlooze slang legde hij
+op een kleedje, iets grooter dan een M_2_. neer. Daarop danste hij,
+op een klein herdersfluitje blazend, om haar heen, tot zij hoe langer
+hoe levendiger werd en zich eindelijk met een schok oprichtend, met
+de kleinste helft van haar lichaam op het kleedje overeind kwam te
+staan. In die houding danste de slang nu, op de maat van de muziek,
+steeds met den derwisch mede; bewoog hij zich naar rechts of links, zoo
+deed zij 't zelfde. Het opmerkelijkste daarbij was, dat zij het kleedje
+niet verliet en, ofschoon zij door al het gesar van den bezweerder
+tot de hoogste woede geprikkeld was, er niet aan dacht, iemand aan te
+vallen. De derwisch, die weldra droop van 't zweet, was voortdurend
+in beweging, dansend en springend, lachte onophoudelijk met breeden
+mond, hevig gesticuleerend, nu eens tot de omstanders of den man met
+de tamboerijn vragen richtend, welke met toestemmend geschreeuw of
+gelach beantwoord werden, dan weer de armen zwaaiend of ten hemel
+heffend, luide gebeden tot Allah of den een of anderen heilige
+opzendende. Vooral voor Ab-del-Kader, den bekenden vrijheidsheld,
+scheen hij groote vereering te gevoelen, want herhaaldelijk riep hij
+hem aan. Zooals de meeste Oostersche voorstellingen en plechtigheden,
+werd ook deze ten laatste eentonig. Wij verlieten het plein om ons
+naar het gerechtsgebouw te begeven, met het doel daar een nieuwen
+kijk op het Tunesische leven te krijgen.
+
+Zooals reeds vermeld, heeft de Fransche regeering aan de Arabieren in
+Tunis hun eigen rechtspraak gelaten. Een zeer wijze maatregel, die haar
+eindelooze moeilijkheden en wrijvingen met de inboorlingen bespaart. De
+Arabier wordt dus gevonnist door zijn eigen rechter of raëse.
+
+Op verzoek zijn de zittingen ook toegankelijk voor vreemdelingen,
+die hier gelegenheid hebben menig tafereel van echt oorspronkelijk
+Arabisch leven te zien. De gids-tolk stelde ons hiertoe gemakkelijk
+in de gelegenheid. Toen wij het gerechtsgebouw, waar gevallen van
+echtscheiding en andere civiele zaken behandeld werden, binnentraden,
+bevonden wij ons op een ruime binnenplaats, omringd door een
+zuilengaanderij en aan de kanten voorzien van steenen banken. Daarop
+hadden aan de eene zijde plaats genomen een aantal dicht gesluierde
+vrouwen in 't zwart gekleed, die zich over haar echtgenooten te
+beklagen hadden en zich wilden laten scheiden, aan den anderen kant
+de echtgenooten dier dames, allen wachtend tot zij opgeroepen zouden
+worden, om beurtelings voor den rechter te verschijnen. Aan den
+ingang der gerechtszaal, die op de eerste verdieping was, stond een
+zeer zwaarlijvige gendarme in een blauwe uniform op wacht, die ons,
+na een kort onderhoud met den gids, welwillend binnen liet en voor
+den rechter leidde, dien hij het verzoek overbracht om een zitting
+te mogen bijwonen. Beleefd beantwoordde de magistraat onze buiging,
+heette ons met een vriendelijken glimlach welkom en noodigde ons uit,
+dicht bij hem plaats te nemen aan den kant der toehoorders.
+
+Daartegenover zaten in een bonte groep de getuigen. Nadat de
+woordvoerder van ons gezelschap den rechter bedankt en zijne vreugde
+te kennen gegeven had, dat wij als vreemdelingen mochten kennis
+maken met de Arabische wijsheid, van ouds beroemd uit de tijden
+van Kalief-Harun-al-Raschid, namen wij plaats en de zitting werd
+voortgezet.
+
+Een sprekende kop die rechter, met beschaafde vormen en schitterende,
+doordringende oogen, waarvoor de beklaagden bijzonder veel ontzag
+hadden. Geschoeid met gele pantoffels, het witte gewaad met een langen,
+lichtbruinen gendorah (opperkleed) bedekt, droeg hij aan een zijner
+vingers een ring met smaragd, als teeken zijner waardigheid. Hij
+was gezeten aan een met allerlei papieren bedekte tafel, waarvoor
+de beklaagden en getuigen zich plaatsten om hun relaas te doen. Wij
+woonden eenige zaakjes bij, waarvan de gids ons de toedracht vertelde
+en kregen eenige zeer ongure schelmengezichten te zien. Allen zonder
+onderscheid hadden echter grooten eerbied voor den rechter. Met
+een diepe buiging, de armen over de borst gekruist, naderden zij
+hem en hieven deze onder 't spreken tot aan de schouders op, de
+handpalmen vlak naar hem toegekeerd. Met zachte stem begonnen, werd
+hun spreeklust hun al spoedig te machtig; al radder ging hun tong,
+al luider werd hun stem en zelfs de eerbied voor den rechter kon hun
+woordenvloed niet stuiten.
+
+Zij lieten dezen zelfs niet uitspreken en vielen hem herhaaldelijk
+pardoes in de rede, zoodat een tweede, insgelijks zeer welgedane
+gerechtsdienaar hun herhaaldelijk de zware hand op den schouder
+moest leggen en hun een gebiedend "barka, barka" (genoeg, genoeg)
+toeroepen. Deze had zelfs moeite hen de zaal uit te krijgen, nadat hun
+vonnis uitgesproken was. De raëse hoorde alles met Mohammedaansche
+kalmte aan, zeide van tijd tot tijd een enkel woord, stelde een
+enkele vraag, terwijl hij den spreker doordringend aanzag of volgens
+de rozenkrans, die hij in de hand hield, den grooten profeet bad,
+hem wijsheid te geven. Hij had blijkbaar de zaken grondig bestudeerd
+en sprak kort recht. Zoo kreeg een Arabier wegens mishandeling 5
+maanden gevangenis; een Arabische vrouw, die kamers verhuurde en hare
+huurster, die één termijn vooruit betalen moest en dit gedaan had,
+daarop terstond haar huis uit gezet had, 2 maanden; een jongmensch,
+die wijn gedronken had, moest dit met 5 dagen opsluiting boeten, een
+bewijs dat in Tunis aan de wet van den Koran streng de hand gehouden
+wordt, hetgeen in Algerië niet zoozeer 't geval is. De vrouwen waren
+het breedsprakigst en drukst en moesten door den gendarme nog veel meer
+tot de orde geroepen worden dan de mannen. Eenige dagen later woonden
+wij ook een zitting voor strafzaken bij, waar dezelfde rechter als de
+hierbovenvermelde de rechtbank presideerde. Een eivolle zaal, een lange
+rij beschuldigden, een menigte getuigen. Een viertal advokaten voerden
+het woord, waar wij natuurlijk niets van begrepen; echter bleek uit
+'t vuur, waarmede zij spraken, dat zij de zaak hunner cliënten wel
+ter harte namen.
+
+De vreemdeling, die eenigen tijd te Tunis verblijft, komt herhaaldelijk
+in de Souks, want telkens en telkens weer wordt hij aangetrokken
+door het bonte, opgewekte, oorspronkelijke volksleven, dat hij daar
+aantreft. Bij die herhaalde bezoeken is het af en toe betreden van een
+winkelmagazijn moeilijk te vermijden, zelfs al bestaat daartegen bij
+hem principiëel bezwaar, hetgeen meestal niet het geval is. Integendeel
+de kooper is meestal maar al te gewillig, en vrienden en verwanten in
+'t vaderland willen ook wel bedacht zijn.
+
+Ook ontbreekt het niet aan uitnoodigingen en aanmoedigingen van de
+zijde der winkeliers om binnen te treden. Reeds aan de deur, zelfs
+op de straat, noodigen ze u met vele plichtplegingen en buigingen als
+knipmessen daartoe uit. De argelooze vreemdeling, die toestemt, treedt
+in het hol van den leeuw, een leeuw met fluweelen pootjes. Vriendelijk
+wordt hij uitgenoodigd plaats te nemen en op de kennismaking een
+geurig kopje Arabische koffie, echte Mokka, in kleine porceleinen
+kopjes voorgediend, te drinken. Dit mag men niet weigeren, want het
+is een bewijs van gastvrijheid. Bovendien gelooven de winkeliers,
+dat het hun geluk aanbrengt, want zij zijn zeer bijgeloovig en zouden
+zich door een weigering beleedigd gevoelen.
+
+Middelerwijl stallen de bedienden allerlei fraaie voorwerpen voor
+u uit en wordt men door den winkelier overladen met de vleiendste
+opmerkingen over zich zelf, zijn land en volk en met verzekeringen,
+dat hij zich zoo vereerd gevoelt door uw bezoek. Al die poes-lievigheid
+is echter maar schijn. Want in werkelijkheid is hij er slechts op
+uit, u zooveel mogelijk af te zetten. De voorwerpen in de Tunesische
+winkels zijn niet vast geprijsd, de verkoopers vragen een buitensporig
+hoogen prijs. Vandaar een loven en bieden zonder eind, waarbij de
+vreemdeling gewoonlijk aan 't kortste eind trekt. Zelfs al krijgt
+hij de voorwerpen voor een 3_de_ of 4_de_ van den gevraagden prijs,
+hetgeen geen zeldzaamheid is, dan is hij nog bekocht. Zelfs gebeurde
+het ons eens, dat wij een kleedje voor een zesde van den gevraagden
+prijs behielden.
+
+Kortom, het is de grofste afzetterij. De fraaiste winkels zijn die
+der zijdewevers en zijdeborduurders, die de artikelen vervaardigen,
+waar Tunis beroemd om is en die het in groote hoeveelheid uitvoert. Men
+vindt deze in "de Souk des Femmes", waar voor 40 jaar nog slavenhandel
+gedreven werd, en de prachtige magazijnen van Boccara père et fils en
+van Barbouchi gelegen zijn. Men vindt daar inderdaad een rijkdom van
+zijde en fluweel, shawls en doorzichtige sluiers, kleeden en kleedjes
+van damast, waarvan de randen met gouden of zilveren lovertjes en
+bloemen omzoomd zijn, in de fijnste, afwisselendste en teederste
+kleuren. Als een stuk van groote waarde toonde men ons een lange
+looper uit den tijd van Lodewijk XIV, geheel stijf van zilver en met
+gouden bloemtrossen ingelegd.
+
+In andere winkels ziet men weer verschillende wapenen van allerlei
+vorm en afmetingen, met zilver en ivoor ingelegd of zwaar met koper
+beslagen; de sabels en dolken rijk gedamascineerd. Evenmin ontbreken
+rijke uitstallingen van lederwerk en met fijne figuren geïncrusteerd
+koper. Een belangrijk artikel van uitvoer zijn ook de parfumerieën
+en aetherische oliën, die volgens oude Oostersche gewoonte meestal
+bereid worden door de vrouwen uit den harem van den gegoeden parfumeur.
+
+Niet alleen door haar bonte verscheidenheid van bevolking,
+door haar eigenaardige zeden en gewoonten biedt de stad Tunis den
+vreemdeling veel bezienswaardigs, maar ook hare omstreken hebben groote
+aantrekkelijkheid en verlokken tot menig heerlijk uitstapje. Daartoe
+moet men zich steeds op eenigen afstand van de stad begeven.
+
+In de naaste omgeving is er alleen het stadspark "le Belveder" met zijn
+statig wuivende palmen en groene Oostersche gewassen, waar inwoner en
+vreemdeling eenige koelte en schaduw kunnen vinden. Overigens is de
+omgeving nagenoeg boomloos, vooral des zomers een groot nadeel. Want in
+Tunis, dat evenals Algiers het klimaat der Regio Mediterranee heeft,
+kan het afmattend heet zijn. Reeds in Maart is het er in den middag
+als bij ons in Augustus, en midden in den zomer kunnen de bewoners
+alleen aan de zeekust eenige koelte vinden.
+
+De winters, voor zoover zij dien naam verdienen, zijn in Tunis
+zeer zacht. Sneeuw kent men er niet dan bij overlevering; 't laatst
+had men die in 1883 gezien. Tegen zonsondergang komt echter meest
+de koude N. wind, de mistral opzetten, waartegen de reiziger zich
+steeds met mantel en shawl moet wapenen. Als de verzengende Sirocco,
+de heete woestijnwind blaast, kan men nauwelijks ademhalen. Soms
+bereikte deze 40° Celsius, zoodat de streek waar zijn verzengende
+adem overheen gegaan is, als 't ware verbrand ter neder ligt. Ook de
+Bey vertoeft niet geregeld in Tunis, maar heeft zijn residentie in
+de nabijheid, het paleis het Bardo. Dit gebouw, waaraan verbonden is
+het oudheidkundig museum Aloüi, is wel een bezoek waard.
+
+Een monumentale leeuwentrap voert naar een rijkversierde vestibule,
+die toegang tot de verschillende zalen verleent. Onder deze zijn het
+opmerkelijkst de groote receptiezaal, waar de feesten aan het corps
+diplomatique gegeven worden, benevens de troonzaal, die aan de wanden
+versierd is met twee rijen rijk vergulde pendules uit verschillende
+tijdperken; op consoles; dit laatste meer rijk dan smaakvol.
+
+Verder kan de reiziger te Manouba de overblijfselen van de grootsche
+waterleiding voor Carthago bewonderen, de ruïnen van Utica, de
+havenwerken van Bizerta of de badplaats Hammam-El-Lif bezoeken.
+
+Vóór alles zal hij echter naar een plaats gaan, waarheen de stemmen
+uit het verleden hem met onweerstaanbare kracht geroepen hebben. Geen
+vreemdeling, al vertoeft hij nog zoo kort te Tunis, kan nalaten de
+ruïnen van Carthago te bezoeken. Hoe worden echter zijn verwachtingen
+omtrent hetgeen hij te zien zal krijgen teleurgesteld, zoo hij niet van
+te voren ingelicht is! Want van de eenmaal zoo bloeiende en trotsche
+hoofdstad der Karthagers, eertijds de koningin der Middellandsche zee,
+is bedroefd weinig meer over. Wel is de vloek van den meedoogenloozen
+Cato: "delenda est Carthago!" in vervulling gegaan. Niet eenmaal,
+maar drie keer is de stad grondig verwoest. Na de Romeinen kwamen de
+Vandalen, daarna de Arabieren. De laatsten vooral hielden deerlijk
+huis; hun dolzinnig fanatisme wilde elk spoor van de toenmaals
+christelijke stad met wortel en tak uitroeien. Geen steen werd op
+den anderen gelaten, alles kort en klein geslagen. De tocht naar
+Carthago is een verrukkelijke rit langs de ondiepe golf van Tunis,
+Bahira geheeten.
+
+De onafzienbare zee verkwikt het oog door hare tallooze wisselende
+tinten van donker- en helderblauw tot smaragd-groen en lichtgrijs. Het
+strand wordt verlevendigd door groote troepen reigers, flamingo's en
+andere zeevogels, die nu eens onbeweeglijk op een hunner lange pooten
+om zich heen staan te zien, dan weer onder krijschend geschreeuw
+hoog in de lucht opvliegen. Verblindend schitteren de witte huizen,
+slanke torens en gekoepelde daken van het verdwijnende Tunis in 't
+felle zonlicht. Het schiereiland, waarop de bouwvallen van Karthago
+gelegen zijn, verheft zich vrij steil uit zee. Het hoogste punt vormt
+het terrein, waar vroeger de sterke burcht van Karthago, de Byrsa,
+gelegen was. Op den top van dien heuvel is het museum, waar alles
+verzameld is, wat aan de verwoesting geheel of gedeeltelijk ontkomen
+en door ijverige opgravingen aan 't licht gebracht is. Het zijn de
+zoogen. Pères Blancs, die zich hiermede bezig houden, in opdracht
+van kardinaal Lavigerie. Deze ijverige priester-zendeling, die van
+de Fransche regeering voor ongeveer 25 jaar verlof kreeg, bij de
+bouwvallen van Karthago een kathedraal te bouwen, gaf aan de monniken
+last, nevens hun godsdienstige plichten het werk der opgravingen met
+kracht ter hand te nemen. Dit leverde de beste resultaten op. Het
+museum is verdeeld in drie afdeelingen: voorwerpen uit den Punischen
+tijd, die uit den tijd van Romeinsch-Karthago, en ten slotte hetgeen
+er uit de Christelijke periode overgebleven is. Die uit de eerste
+periode zijn het meest bezienswaardig. Daaronder treft men menig
+fraai voorwerp aan, dat door eigenaardigen, dikwijls grilligen vorm
+en bewerking verraadt, dat in den Punischen voortijd Phoenicische en
+Oostersche invloeden zich in de kunst sterk deden gelden.
+
+De bouwvallen van Karthago zijn voor de Fransche pelgrims een
+bedevaartplaats, daar er een kapel gebouwd is ter herinnering aan
+Lodewijk den Heilige, die hier op den 7_den_ Kruistocht, te midden van
+zijn leger, door de pest werd weggerukt. Hoog boven dit bescheiden
+monument verheft zich een gebouw uit later tijd, eveneens aan hem
+gewijd, de basilica of kathedraal van Lodewijk den Heiligen. Fier
+en statig rijst zij met hare vier gekoepelde witte torens in de
+wolkenlooze lucht omhoog, en het kruis op den top weerspiegelt
+zich in de blauwe golven aan haren voet, zoo vredig en kalm, alsof
+die zee nooit iets anders, nimmer de verschrikkingen van oorlog en
+verwoesting aanschouwd had. Moge dit voortaan zoo blijven en Tunis
+en haar omgeving onder Fransch gezag een tijdperk van ongestoorden
+bloei en ontwikkeling deelachtig worden.
+
+
+
+
+
+Sedert de vestiging van het Fransche protectoraat in Tunis, zijn
+de verkeerswegen aldaar enorm verbeterd. Dit geldt zoowel van de
+straatwegen als wat betreft den aanleg van spoor- en tramwegen. Door
+de stad Tunis snorren de electrische trams en meer en meer breidt
+het spoorwegnet op het platte land zich uit. De hoofdlijnen
+zijn aangesloten bij de Algiersche lijnen. De maatschappijen, wel
+inziende hoe bevorderlijk een goede inrichting voor de toename van 't
+vreemdelingenverkeer is, nemen dit zeer ter harte, zoodat men in Tunis
+en Algiers even goed en even geriefelijk, ja soms nog beter reist dan
+in Frankrijk en in sommige streken van Europa. De hoofdlijn loopt van
+'t Oosten naar 't Westen en verbindt de voornaamste plaatsen, o.a. de
+hoofdplaatsen der provincies. Deze liggen ver van elkander af, en daar
+de treinen overal ophouden, zijn de trajecten lang. Meestal rijdt er
+slechts een per dag. Vroeg begonnen, eindigt de reis eerst 's avonds
+of in den nacht. Soms is er gelegenheid in den trein te dineeren,
+zoo niet, dan wordt deze op bepaalde haltestations opengesteld,
+na voorafgegane bekendmaking. Men ziet, alles evenals in Europa. Al
+duurt de reis wat lang, zoo behoeft de reiziger zich niet te vervelen,
+want steeds biedt het landschap hem de grootste afwisseling. Meermalen
+gaat de weg langs een schilderachtige rivier. Een enkele orographische
+opmerking vinde hier haar plaats. Tunis en Algerië worden, wat de
+gesteldheid van den bodem betreft, in vier gordels verdeeld. De eerste
+gordel, de zoogenaamde Tell, strekt zich langs de zeekust uit en wordt
+landwaarts in begrensd door het Atlasgebergte, dat met zijn machtige
+keten, van oostelijk Tunis, door geheel Algerië, tot aan de westelijke
+grens van Marokko doordringt. De tell is het vruchtbare gedeelte bij
+uitnemendheid, waar veel graan en ooft geteeld wordt en de wijnstok
+rijke oogsten geeft. Men denke slechts aan den Algierschen wijn,
+die ook hier het burgerrecht verkregen heeft en aan de meer dan 40
+millioen sinaasappelen, die Algerië nu reeds uitvoert. De tweede gordel
+is de Atlasketen. Daarop volgt de streek der hoogvlakten en steppen,
+waar de bodem onvruchtbaar en rotsachtig is, afgewisseld met vele
+zoutmeren. Ten slotte de woestijn, de Algerijnsche Sahara, die slechts
+een klein deel vormt van de groote woestijn van dien naam. Omdat het
+Atlasgebergte nagenoeg evenwijdig met de zee loopt en de waterscheiding
+vormt voor de rivieren, die Noordelijk in zee en naar 't Zuiden in de
+zoutmeren uitmonden, hebben deze geen langen loop, hetgeen niet in
+'t voordeel is van de besproeiing des lands. De voornaamste rivier
+van Tunesië is de Medjerda, die van Algerië de Seybouse. De eerste
+doorsnijdt Tunis van W. naar O., de tweede ontspringt op den Atlas
+en stroomt bij Bône in de zee. De spoorweg van Tunis naar Bône loopt
+voor 't grootste deel door de dalen der beide stroomen, waardoor het
+natuurschoon langs den weg niet weinig verhoogd wordt. Van tijd tot
+tijd vernauwt het dal zich zoo zeer, dat de spoorweg het karakter van
+een echte bergbaan aanneemt en men hem met geweld een doortocht door
+de rotsen heeft moeten banen. Een ander maal doorsnijdt de spoorbaan
+een onafzienbare vlakte, gedeeltelijk met hoog gras bedekt, op andere
+plaatsen prijkend met den rijksten kleurenschat der meest verschillende
+bloemen. Men zou zich verplaatst wanen in de hyacinthen en tulpenvelden
+van Haarlem in 't voorjaar, behalve, dat hier de verscheidenheid van
+kleuren grooter, de groepeering minder regelmatig is. Ongekunsteld
+schitteren de bloembedden in onvergelijkelijke pracht, zooals de natuur
+ze er neergezet heeft. Velden met donkergele goudsbloemen wisselen
+af met witte plekken, waar trotsche Aronskelken haar witte hoofden
+fier verheffen. Hier wedijveren teeder rose Malva's met helroode
+klaprozen, ginds paren zich bescheiden witte madeliefjes met blauwe
+convolvulussen in teedere kleurenharmonie. Aan den oever der rivier
+wiegen oleanderstruiken hun witte en rose kelken op slanken stengel
+heen en weer, schitteren bloesems van perzik- en amandelboomen
+tusschen het donkere groen der laurierboomen, of wel het is een
+mimosastruik, die, om zijn schoonheid des te meer te doen uitkomen,
+niet beëngd door omringend geboomte, zijn volle gele trossen in het
+zonlicht laat schitteren en het oog verrukt. Somtijds ook kleine
+oerwouden van knoestige steen- en kurkeiken, machtige cederboomen,
+donkere cypressen en hoog opgeschoten eucalyptussen, waar alles
+verward door elkander staat en met klimplanten omstrengeld is. Ook
+levende wezens ziet men langs den weg. Nieuwsgierige inboorlingen in
+kleine Arabische dorpen; karavanen met groote en kleine kudden vee, de
+eigenaar op een vurigen Arabier voorop; tenten van nomaden, soms niet
+veel meer dan lappendekens op palen, waaronder alles, menschen en vee,
+eendrachtiglijk te zamen huist. En steeds wordt het geheel omlijst
+door de eindelooze, golvende keten der Algerijnsche gebergten, wier
+golvingen zoo zacht zijn, dat zij geen horizon schijnen te bezitten.
+
+Bône, met een bekoorlijke ligging aan zee, bevindt zich in de
+onmiddellijke nabijheid van het "massif de l'Edough", een bergketen,
+die vrij steil in zee afdaalt en voor 't grootste deel begroeid is
+met prachtige bosschen van kurkeiken, een rijke bron van inkomsten
+voor de exploiteerende maatschappijen.
+
+Geheel anders is de ligging van Constantine te midden van een
+heuvelland op hooge rotsen. Als hoofdstad van het aloude Numedië,
+was het eens de residentie van den krijgshaftigen koning Massinissa,
+den bondgenoot van Scipio tegen de Karthagers en getuige van den
+fieren dood van Hannibals' dochter Sophonisbe, die als een echte
+afstammelinge van den stam der Barciden geen schande verdragen
+wilde. Daarna zetelde er de wreede, roofzuchtige Jugurtha, die geheel
+Rome omkoopbaar achtte. Zijn geest scheen weer levendig te worden,
+nadat de Arabieren zich van de stad hadden meester gemaakt. Ten
+minste tot aan de verovering door de Franschen in 1837 was en
+bleef het een roofnest van de ergste soort. Hierbij werd de stad
+vooral begunstigd door haar eigenaardige ligging. Deze is inderdaad
+zeer bijzonder. Van het Oosten loopt het riviertje de Roumel op de
+stad toe door een uitgestrekte, vruchtbare vlakte, aan weerskanten
+met kalkrotsen omzoomd. Vlak voor de stad stroomt de Roumel door
+de groenende pépinière, den botanischen tuin, die elke Algiersche
+stad van beteekenis bezit. Plotseling houdt de vlakte op en ziet de
+rivier zich den loop versperd door de rotsen, waarop de stad gebouwd
+is. Het is een werk van eeuwen geweest, eer zij zich met geweld een
+weg daar doorheen gebaand had en hetzelfde geval als met den Rijn
+tusschen Coblentz en Bingen. Met dit verschil echter, dat de Roumel
+zich slechts een nauwe spleet tusschen de rotsen gewrongen heeft,
+die loodrecht oprijzen en op sommige plaatsen een hoogte van meer dan
+100 M. bereiken. De stad, die den vorm van een ongelijkbeenig trapezium
+heeft, wordt aan twee der langste zijden door de Roumel omgeven, aan de
+twee andere zijden door hooge rotsen, met uitzondering van één punt,
+van waar zij uit de vlakte toegankelijk is. Een nagenoeg onneembare
+ligging dus, uiterst geschikt voor een roofnest. Langs de Roumel,
+van de Porte du Diable af, waar zij uit de vlakte komt, tot aan den
+waterval, waarmede zij zich weder, na doorbraak der rotsen, in de
+vlakte uitstrekt, is een smalle, van een balustrade voorziene weg
+gemaakt, "le chemin des touristes". Deze, die volstrekt geen gevaar
+oplevert, is interessant en bijzonder mooi. Nu eens is de rivier
+slechts enkele meters breed, dan weer verwijdt zij zich als 't ware
+tot kleine meertjes; hier is zij kalm, ginds schiet zij schuimend
+tusschen grillig opeen gestapelde rotsblokken door. Nu eens stroomt
+zij in 't volle daglicht, een andermaal baant zij zich een weg onder
+den bodem en vormt indrukwekkende gewelven en wondervolle grotten,
+waaruit de puntige rotsmassa's als stalactieten neerhangen. Door de
+vele bochten biedt de wandeling de bekoorlijkste en meest afwisselende
+gezichtspunten. Aan het einde, dicht bij den waterval, bereiken de
+rotsen haar hoogste punt en eindigen in een naakten steilen top. Na
+inneming der stad poogde hier een deel der verdedigers zich te redden
+door zich met touwen naar beneden te laten zakken. Maar de touwen
+braken en vele mannen, ook vrouwen en kinderen, kwamen om in de Roumel.
+
+Door de ontoegankelijke ligging heeft de verovering den Franschen
+veel moeite gekost. Zij geschiedde tijdens een wapenstilstand met
+Ab-del-Kader, toen de onderwerping der provincie Constantine ter
+hand genomen werd. Een eerste aanval op de stad onder maarschalk
+Clauzel mislukte. Het volgend jaar werd een nieuwe expeditie onder
+'t opperbevel van den hertog van Nemours en vier generaals uitgezonden.
+
+De sultan Ahmed-Bey en diens fanatieke Arabieren, steunend op de
+onneembare ligging, weigerden hardnekkig elke capitulatie en zonden den
+parlementair spottend terug. Na voorafgegane beschieting bestormden de
+Franschen met groote dapperheid de stad en maakten zich na een hevig
+straatgevecht er van meester. Maar ten koste van groote offers, want
+de generaals Damrémont, Perrégaux en Combes sneuvelden. De bey, met
+klein gevolg ontvlucht, gaf zich, na eenige jaren den guerilla-oorlog
+gevoerd te hebben, over en verbleef als gevangene te Algiers.
+
+Behalve haar ligging heeft de stad niet veel bijzonders. Er ligt
+een groot garnizoen. Met hun kleurige uniformen en de opgewektheid
+den Franschen soldaat eigen, brengt het militair veel vroolijkheid
+aan. Aanhoudend ziet men troepen door de straten trekken. Nu eens zijn
+het chasseurs d'Afrique op hun vurige, kleine Arabische schimmels, dan
+weer bruine turco's met de korte blauwe jasjes en dito wijde pofbroeken
+of het is een bataillon kranige zouaven, dat voorbij marcheert. Ook
+ligt er een kleine afdeeling spahi's, dat keurkorps bij uitnemend,
+in garnizoen. Dit zijn Arabieren, die een bijzonder goeden staat
+van dienst hebben en gebruikt worden als ordonnansen, estafettes en
+lijfwachten van den generaal. Gehuld in hun roode of blauwe mantels,
+een breeden tulband op het hoofd, maken zij met hun hooge laarzen
+en kromme lange sabels een zeer krijgshaftigen indruk. Men vindt er
+menig type van den echten, fieren, mannelijken Arabier onder.
+
+Op het groote plein midden in de stad is het paleis van den generaal,
+den militairen commandant, voorheen de residentie van Ahmed-Bey. Dit
+paleis, dat zeer bezienswaardig is, bevat nog vele bijeengeroofde
+kunstschatten uit de oudheid. De binnengalerij is versierd met 265
+slanke pilaren van Corinthische bouworde, van Carthago geroofd,
+maar bovenal wordt het oog getroffen door een buste van Julia Domna,
+de vrouw van keizer Alexander Severus. Van wit marmer, is deze zoo
+fijn uitgevoerd, dat men als 't ware den arm onder den mantel kan zien
+doorschemeren. Een der façaden van het binnenplein wordt bedekt door
+één enkelen rozenboom, zoo weelderig, dat hij van boven tot onder
+met de schoonste witte rozen bedekt is.
+
+Het plein voor 't paleis is de plaats van samenkomst voor de bewoners
+van Constantine. Het is er des middags van 5 tot 6 een vroolijk en
+levendig gedoe. Want dan speelt de militaire muziek, eerst de Fransche
+kapel, daarna de Arabische. De laatste, waar veel snerpende fluiten den
+boventoon voeren, is voor Europeesche ooren nu niet bepaald aangenaam
+om te hooren.
+
+De provincie Constantine is niet alleen de boschrijkste, maar ook de
+meest bergachtige van Algerië. Daar toch komt de Atlasketen te zamen
+met een andere bergreeks, die uit het Zuiden komt en tot het gebied
+der hoogvlakten en steppen behoort. Die bergreeks is samengesteld
+uit verschillende gebergten; o.a. het gebergte der Ksour, de bergen
+der Ouled Nayl, die der Zibans (zoo genoemd naar verschillende
+Bedouïnenstammen van denzelfden naam) en de Djebel-Aoures
+(djebelberg). Sommigen bereiken een aanzienlijke hoogte. De
+Djebel-Aoures b.v. heeft toppen van 2000 M., waarop de sneeuw des
+zomers niet smelt. Dit gebergte onderscheidt zich door groote woestheid
+en ruwheid van vormen, maar ook door indrukwekkendheid. Het is zeer
+verlaten en weinig bewoond. In de rotskloven huizen somtijds nog
+beren en leeuwen, die elders reeds lang verdwenen zijn.
+
+Toen de Arabieren zich van Algerië meester maakten, hebben de
+bergvolken van den Aurès het langst hun onafhankelijkheid bewaard
+en ook de Franschen hadden met de daarheen uitgeweken oproerige
+Bedouïnenstammen veel te stellen. Het Zuiden grenst aan de Algerijnsche
+Sahara.
+
+Ten einde nu den toegang tot de woestijn tegen een mogelijken aanval
+van roofzuchtige stammen te verdedigen, bouwden de Franschen de
+militaire stad Batna aan de uitloopers van het Aurès-gebergte en
+aan de spoorlijn, die van Constantine naar het Zuiden, naar Biskra
+loopt. In dat gebergte nu ligt een der grootste merkwaardigheden op
+oudheidkundig gebied van geheel Algerië verborgen.
+
+Het zijn de bouwvallen van Timgad, eertijds Thamugadi geheeten,
+een der bloeiendste Afrikaansche steden van het Romeinsche keizerrijk.
+
+Oorspronkelijk slechts een militaire post met bestemming de woestijn
+te bewaken, werd eerst onder de regeering van keizer Trajanus de
+eigenlijke stad gesticht door den legaat en propraetor Lucius Munatius
+Gallus. Door de gunst van haar beschermer, Trajanus, tot municipium
+verheven, breidde zij zich hoe langer hoe meer uit en geraakte tot
+grooten bloei. Zij deelde in de afwisselende lotgevallen van Afrika's
+Noordkust, die beurtelings onder Romeinsch, Vandaalsch, Byzantijnsch
+en Arabisch gezag kwam. Maar in 698 sloeg voor haar het uur van
+ondergang. Ingenomen door de volgers van Mohammed, werd zij in brand
+gestoken en verwoest. Gedurende meer dan 12 eeuwen sliep de stad haar
+doodslaap onder de asch, tot het tegenwoordige geslacht, bezield met
+ijver voor wetenschappelijke onderzoekingen, haar daaruit opwekte, om,
+al is het dan slechts gedeeltelijk, hare vroegere heerlijkheid aan den
+dag te brengen en van hare voormalige grootheid te getuigen. Timgad
+noemt men wel het Afrikaansch Pompeï, maar er is wel eenig verschil
+tusschen die twee. Terwijl men te Pompeï een duidelijker beeld krijgt
+van de inwendige inrichting der huizen en van het huiselijk leven
+der Romeinen, ontvangt de bezoeker van de bouwvallen van het oude
+Thamugadi een juister indruk van een groote, bloeiende stad uit den
+keizertijd, van haar gansche bouworde en inrichting. Licht zal men
+vragen, hoe het komt, dat van Timgad zooveel bewaard gebleven is,
+terwijl van andere oude steden van Afrika b.v. Carthago, niets meer
+over is? Dit komt door hare afgelegen ligging midden in een bergland,
+ver van de zeekust. Want deze omstandigheid verhinderde de Grieken,
+de Genueezen, de inwoners van Pisa en den bey van Constantine om van
+de stad, zooals zij van Karthago en andere plaatsen deden, een dépôt
+van bouwmateriaal te maken. Timgad bereikt men van Batna uit; het
+is ruim 10 uur rijdens heen en terug. Een lange tocht dus, maar die
+wel de moeite loont. De goed onderhouden straatweg dagteekent reeds
+gedeeltelijk uit den Romeinschen tijd, daar hier vroeger de heerbaan
+liep van Lambesse naar Timgad. Lambesse, dat men na een uur rijdens
+voorbij gaat, diende vroeger tot versterkt kamp van het derde legioen
+van Augustus, dat met de verdediging van Afrika belast was. Er is nog
+een tamelijk goed behouden hoofdingang van het praetorium te zien, dat
+tot woning diende voor den keizerlijken legaat of onderbevelhebber,
+benevens overblijfselen van een tempel van Esculapius en van een
+triomfboog van Alexander Severus. Het is frisch in het dal waar men
+doorrijdt, want Batna ligt op meer dan 1000 M. en de bergen van den
+Aurès, die men niet uit 't gezicht verliest, zijn hier en daar met
+sneeuw bedekt. Na onderweg nog de ruïne van den triomfboog van Markouna
+(met ziet, men is en plein pays de l'antiquité) voorbijgereden te zijn,
+dagen eindelijk de bouwvallen van Timgad in het nevelachtig verschiet
+op als een moeilijk te beschrijven verwarde massa. Dit wordt echter
+anders, als men naderbij gekomen is. Dan bespeurt men dadelijk, dat de
+stad volgens een vast plan gebouwd is. Niet alléén echter bezoeken de
+reizigers de bouwvallen. Hun wordt een gids medegegeven en niet tot
+hun nadeel, want anders zouden zij kans loopen te verdwalen tusschen
+de talrijke overblijfselen der verschillende monumenten en bovendien
+menige nuttige aanwijzing missen. Men kan zich een klein denkbeeld
+vormen van de uitgestrektheid, die de stad vroeger besloeg en tevens
+van haren bloei, uit de vermelding dat wij een rondgang maakten van
+meer dan 3 uur en toen nog alleen maar de voornaamste dingen gezien
+hadden. Daarbij komt nog, dat men aanhoudend nieuwe ontdekkingen doet,
+nieuwe schatten uit den bodem toovert. De gids bracht ons het eerst
+naar het middelpunt der stad, het snijpunt der beide hoofdwegen, den
+Decumanus maximus en den Cardo. Deze snijden elkander rechthoekig
+en dit snijpunt bepaalt de plaats der voornaamste gebouwen. Alles
+in navolging van Rome. Dicht bij het snijpunt ligt het schoonste
+en best behouden monument der geheele ruïne, de triomfboog van
+Trajanus. Opgetrokken uit grijzen baksteen, maakt het met zijn drie
+bogen, ter hoogte van 16 M., een indrukwekkend effect. De middelste
+boog, juist ter breedte van de straat, was voor wagens bestemd,
+de andere, kleinere voor de voetgangers, die zich op de trottoirs
+bewogen. Voor de bestrating droegen de Romeinen veel zorg. Dit blijkt
+ook uit die te Timgad, die nog uitstekend behouden is. Zij bestaat
+uit groote platte steenen, waar men nog duidelijk het wagenspoor in
+zien kan, door de wielen er in gegroefd.
+
+Van het Forum, het politieke middelpunt der stad, de verzamelplaats
+van alle burgers, is niet veel meer over. Slechts een paar zuilen ter
+hoogte van 13 M. en een menigte opschriften getuigen van vroegere
+heerlijkheid. Onder die opschriften is er één, dat de aandacht
+trekt. Het is de luchtige levensopvatting van een Romeinschen
+nietsdoener: "venari, lavari, ludere, ridere, hoc et vivere", in goed
+hollandsch: "jagen, baden, spelen, lachen, dat is leven".
+
+Het theater is beter bewaard gebleven. Tegen een heuvel aangebouwd of
+liever in de rots uitgehouwen, zijn de rijen zitplaatsen in den vorm
+van een halve maan nog vrij volledig aanwezig. Ook de zuilengaanderij,
+die achter het tooneel liep, staat, hoewel de meeste zuilen afgeknot
+en afgebrokkeld zijn, tamelijk goed overeind. Het theater kon meer dan
+4000 toeschouwers bevatten, behalve die nog op den heuvel plaats namen.
+
+Natuurlijk bezat Timgad zijn Kapitool of burcht, tevens tempel van
+Jupiter, Juno en Minerva. Latere onderzoekingen hebben uitgemaakt, dat
+hij een oppervlakte van 840 M_2_. moet beslagen hebben. Over 't geheel
+moet alles er van reusachtige afmetingen geweest zijn. Dit bewijzen
+twee zuilen, die indertijd tot de propylaeën, een zuilengaanderij, die
+om den tempel heen liep, behoord hebben. Deze lagen in 8 brokstukken
+verspreid. De reconstructie daarvan heeft niet minder dan f 10,000
+frs. bedragen, waarvan 3000 frs. voor een hijschtoestel. De opgezette
+zuilen zijn 16 M. hoog en hebben aan de basis een breedte van 1 M. 50
+cM. Voorts zijn door de opgravingen nog aan het licht gebracht de
+thermen of baden, die bij de Romeinen zoo'n voorname rol speelden. Vier
+zijn er tot nog toe te Timgad ontdekt, 2 groote en 2 kleine. Natuurlijk
+is alleen de onderbouw gedeeltelijk bewaard gebleven, maar juist
+daaraan kon men zien, op wat voor vernuftige wijze de Romeinen den aan-
+en afvoer van water, benevens de verdeeling van heete en koude lucht
+ten behoeve der verschillende vertrekken regelden. De kleine thermen
+beslaan te zamen een oppervlakte van ruim 2000 M_2_.; de riolen ten
+behoeve van den waterafvoer doen heden nog dienst om het overtollige
+water van de bergen naar de vlakte te leiden.
+
+In een museum zijn al de kunstschatten bijeengebracht, door
+de opgravingen aan het licht gekomen. Deze zijn van den meest
+verschillenden aard en meestal geschonden. Voortreffelijk behouden is
+een beeldig bronzen Venuskopje, dat aan den bloeitijd der Grieksche
+kunst doet denken.
+
+Wij zeiden het reeds, ijverig worden de opgravingen voortgezet,
+begunstigd en aangemoedigd door de Fransche regeering. Zij worden
+verricht onder toezicht van den bekwamen heer Ballu, chef van den
+archaëologischen dienst voor Afrika. Hare subsidies heeft de regeering
+vermeerderd van frs. 25,000 tot 100,000 frs. Zoo poogt zij dus ook
+hier een verzuim der Arabieren te herstellen en blijft door het
+bevorderen van wetenschappelijke en geschiedkundige onderzoekingen
+haar roeping van beschaving brengende mogendheid getrouw, daarbij de
+schoone kunsten niet vergetend.
+
+Ten zuiden van Batna ondergaat niet alleen het landschap, maar
+ook de gesteldheid van den bodem en het klimaat spoedig een groote
+verandering. Geen wonder, want men verlaat de hoogvlakte en nadert de
+woestijn, die haar invloed doet gevoelen. Van Batna loopt een spoorlijn
+naar het Zuiden, die de verbinding tot stand brengt tusschen Biskra,
+een voornaam punt van samenkomst van verschillende karavaanwegen
+uit de Sahara, en de noordelijker gelegen streek der Tell. Op korten
+afstand van Batna neemt het landschap reeds een woestijnkarakter aan,
+dat voortdurend ruwer en onherbergzamer wordt. De bergen en heuvels
+vertoonen de grilligste vormen, nu eens spits toeloopend, dan weer met
+een breeden, ronden koepel gekroond. Soms staan zij in groepjes, in
+langere of kortere ketenen bij elkander; op andere plaatsen verrijzen
+eenzame kegels en toppen plotseling uit de vlakte. Het is als 't
+ware, of de natuur nu eens moeite gedaan heeft, deze landstreek
+in den meest chaötischen toestand te brengen, er alles onderste
+boven te keeren. De bodem, nu eens rotsachtig dan weer klaar zand,
+vertoont met uitzondering van eenige mossoorten niet den minsten
+plantengroei. Zoutmeren met lage, bruine, half uitgedroogde oevers
+verhoogen slechts de intense treurigheid van het landschap. Dit duurt
+zoo voort tot aan de halte El-Kantara, waar de bergen hooger worden
+maar het landschap iets vriendelijker, want er is een riviertje in
+de nabijheid.
+
+In het nauwe dal, waardoor de oued El-Kantara (oued = rivier) stroomt,
+ligt, door hooge rotsen ingesloten, het vriendelijke, geriefelijke
+hôtel Bertrand, waar de bestoven en verhitte reiziger gaarne
+afstapt. Volgt men nu de goed onderhouden chaussee door het dal naar
+het Zuiden, zoo schijnt het, dat de bergketen van den djebel-Gaouss
+dit weldra geheel zal afsluiten. Er is slechts ruimte voor den weg
+en het riviertje; de spoor heeft zich door een tunnel baan moeten
+breken. Maar plotseling, op een punt, waar de berg slechts een nauwe
+spleet vormt, met wanden, die onder een hoek van 60° steil naar boven
+rijzen, wijken de rotsen terug en laten den verrasten reiziger den
+blik slaan op een breed dal, waarin de uitgestrekte en bekoorlijke
+oase van El-Kantara ligt. Voor hem die dit voor 't eerst aanschouwt,
+een tooneel van natuurschoon om nooit te vergeten. Het opmerkelijkste
+is de schrille tegenstelling tusschen de absolute onvruchtbaarheid der
+naakte rotsen en de oase met haar donkergroenen bladerdos van statig
+wuivende palmen, waartusschen het kleine, vruchtbaarheid brengende
+stroompje zich een weg baant. De Arabieren noemen de bergspleet van
+El-Kantara den mond der woestijn, en de geleerden hebben uitgemaakt,
+dat hier de grens der Sahara is. Neemt men van meer nabij een kijkje
+in de oase en bezoekt men het dorp El-Kantara, zoo geraakt men meer en
+meer in verrukking. De huizen, uit grijze leem opgetrokken, gelijken
+op kleine vestingen, met smalle vensters als schietgaten. De tuintjes,
+door leemen muren van elkander gescheiden, zijn slechts eenige M_2_
+groot, doch bevatten voor den eigenaar zijn levensonderhoud, de
+onwaardeerbare dadelpalmen. De dadelpalmen, in 't Zuiden van Europa
+en aan Afrika's Noordkust, geven, hoezeer zij de schoonheid van
+het landschap ook verhoogen, geen vruchten. Deze rijpen eerst veel
+zuidelijker, op ongeveer 38° breedte en hebben daartoe gedurende de
+zomermaanden een warmte van 40° a 50° Celsius noodig. De dadelpalm,
+zegt de Arabier, "moet met het hoofd in 't vuur, met de voeten in 't
+water staan." Daarom groeit de dadel ook alleen dáár in de woestijn,
+waar water voorkomt, n.l. in de oase, hetzij natuurlijke, hetzij
+kunstmatige. De laatste komt verreweg het meest voor, daar zij zeer
+veel zorg behoeft wat de besproeiing betreft, en de eerste bij gebreke
+daarvan spoedig te gronde gaat. Evenals elders, stonden de dadels in
+de tuintjes te El-Kantara met den voet in een kegelvormig gat, waar
+men het water in laat loopen. Door de geheele oase loopt een kunstig
+net van kleine stroompjes tot aan en afvoer van water, en zijn lage
+dijken aangebracht tot afdamming. Men moet spaarzaam met het kostbare
+water omgaan, daarom worden alle tuinen beurtelings eens om de 14 dagen
+besproeid. Onder het dichte bladerdak wordt de dadel in de zoele hitte
+veilig rijp en dragen andere boomen, ook Europeesche gewassen rijke
+vrucht; vijge-, abrikozen- en perzikboomen verrukten het oog door
+den rijken kleurenschat hunner bloesems, terwijl de wijngaardranken
+en clematis zich door de toppen heenslingeren. Ook verschillende
+groentesoorten tieren er welig. Een steenachtig, hobbelig pad voert
+door de oase; af en toe moet men de rivier doorwaden, die bijna droog
+is en geniet dan een schilderachtigen aanblik op de rotsachtige, met
+bloeiende oleanders en cactussen omzoomde oevers. Arabische jongens
+en meisjes komen u tegemoet, willen u met alle geweld den weg wijzen
+en doen aanslagen op uw beurs. De avond valt. In groepen zitten de
+Arabieren, jonge en oudere mannen, voor de lage huizen bijeen, allen
+in de witte burnou gehuld, waaronder menige grijsaard door zijn statig
+voorkomen de aandacht trekt. Waarlijk een eerste bezoek aan een oase
+in de woestijn maakt op den reiziger een onuitwischbaren indruk en
+doet hem denken aan de schoonste tafereelen der 1001 nacht.
+
+Veel heeft het Fransche gouvernement sinds de bezetting van
+Algerië voor het behoud, de stichting en de uitbreiding der oasen
+gedaan. Natuurlijk was zulks eerst mogelijk, nadat de Fransche troepen
+tot aan den rand der Sahara waren doorgedrongen. Zooals men weet is de
+Sahara vroeger zee geweest. Het water is in 't zand weggezonken, zoodat
+zich in verschillende streken uitgestrekte onderaardsche meren gevormd
+hebben, die somtijds meer dan 200 M. diep liggen. Elders verkrijgt men
+bij 't graven reeds op 6 M. diepte water. Het geldt nu, dit water te
+voorschijn te brengen en door bevloeiing den naasten omtrek vruchtbaar
+te maken. Den Arabier staan daartoe slechts gebrekkige hulpmiddelen
+ten dienste. Daarom moet de Franschman met zijn machines voor 't
+boren van artesische putten hem te hulp komen. In 1856 liet kolonel
+Desvaux, commandant van Batna, de eerste boringen doen te Tumerna,
+waar men een put aanboorde, die 4010 L. water per minuut gaf. Somtijds
+spuit het water met zoo'n geweldigen aandrang en in zoo'n rijkelijke
+hoeveelheid uit den bodem, dat het een deel der landstreek onder water
+zet en de aanwezigen zich in allerijl moeten bergen, ten einde niet
+verzwolgen te worden. Dit duurt echter maar kort, waarna de toevloed
+vermindert. Het water wordt afgedamd en door kunstige kanaliseering
+wordt een zoo groot mogelijke streek bevloeid.
+
+Uitbundige vreugde heerscht er bij de bevolking. Fantasia's worden
+gehouden, saluutschoten in de lucht afgevuurd en de dorpcheik betuigt
+den "vader van het water" (naam, dien de Arabieren aan den ingenieur,
+met de boringen belast, geven) de dankbaarheid der bevolking. Alle
+nood is vergeten, de toekomst der oase, der bewoners verzekerd,
+nieuwe bronnen van bestaan geopend, de arbeid vermeerderd, de welvaart
+toegenomen. Alleen van 1856-'66 liet de Fransche regeering 150,000
+palmen planten. Zij legt den bewoners der oase slechts de matige
+belasting van 20 à 30 centimes per dadelboom op. Eenige jaren geleden
+schonk zij aan een dorp 2/5 der belasting kwijt wegens mislukking der
+oogst. Men houde wel in 't oog, dat de geduldige, vlijtige bebouwer
+der oase niet is de luie, rondzwervende Arabier, maar tot den stam
+der vroegere inwoners, der Berbers behoort.
+
+Vroeger was het gewoonte, dat de Arabier tegen den oogsttijd zijn
+tenten in de nabijheid der oase kwam opslaan, om van den oasebewoner
+schatting van den oogst te eischen. Deze schatting bedroeg dikwijls
+meer dan de helft. Aan dit misbruik heeft het Fransche gouvernement
+een einde gemaakt, en dit is dus ook in dit opzicht den inboorling
+tot zegen geweest.
+
+Niet alleen echter voor het stoffelijk welzijn, ook voor het
+geestelijk heil der bevolking wordt goed gezorgd. Dit bewijzen de
+vele scholen, die overal in steden, dorpen, ja zelfs in afgelegen
+oasen opgericht zijn. Ook El-Kantara bezit een school. Jaarlijks
+wordt uit de schranderste dorpskinderen van ongeveer een jaar of 6
+een keus gedaan ten getale van 10 of 12, om een cursus van 6 à 7 jaar
+te volgen. Het onderwijs, dat 's winters gegeven wordt, bestaat in
+Fransch (dat de Arabieren zeer gemakkelijk leeren), teekenen, hand-
+en tuinarbeid en rekenkunde. Desverkiezende kunnen leergierigen op hun
+13de of 14de jaar nog een hoogeren cursus volgen, waar ook geschiedenis
+onderwezen wordt. De schoollokalen te El-Kantara zijn voldoende en
+ruim ingericht. Aan de wanden prijken, behalve vele schoolprenten,
+de teekeningen van jeugdige Berbertjes, die van goede opmerkingsgave
+getuigen. Zelfs te Ouargla, een oase midden in de Algerijnsche Sahara
+gelegen, is een Fransche school. Van Biskra uit moet de schoolmeester
+per kameel de reis daarheen doen, welke 14 dagen duurt. Wel een bewijs,
+dat zelfs afgelegen plaatsen op onderwijsgebied niet vergeten worden.
+
+El-Kantara is zeer gezocht door hartstochtelijke jagers, die in de
+kloven van het gebergte en in de valleien der woestijn jacht maken
+op de mouflon, het ruige bergschaap met breede, gekrulde hoorns
+en de snelvoetige antilope. Wij, toeristen, maakten een interessant
+uitstapje naar het schilderachtige dal van Tilatou. 's Morgens vroeg op
+muilezels onder geleide van een levendigen Arabier, een dorpsjongen uit
+El-Kantara, vertrokken, drongen wij in een zijdal der rivier door, dat
+hoe langer hoe nauwer toeliep. Slechts een smal voetpad voerde langs
+den steilen oever, ontbrak soms ook geheel. Dan daalden de muilezels
+in de rivier af en vervolgden daarin hun weg. Een andermaal klauterden
+zij als katten tegen de steile hellingen op of daalden behoedzaam
+tusschen groote rotsblokken naar beneden. Voortdurend riep de jonge
+Arabier ons toe: "Laissez le mulet, il sait son chemin." Waarlijk,
+men kon niets beter doen dan zich lijdelijk aan zijn muildier overgeven
+en de kalme, behoedzame zekerheid bewonderen, waarmede het steeds den
+reeds vroeger afgelegden weg terug vond. Tegen 't middaguur stapten
+wij af op een plaats, waar het dal, door hooge krijtrotsen omgeven,
+breeder werd. Was het vroeger woest en onbegroeid, hier heerschte
+een weelderige plantengroei. Langs de rotsoevers der beek bloeiden en
+geurden om strijd oleanders en wilde rozen, hoogerop vormden vijge-
+en laurierboomen, amandel-, perzik- en abrikozenboomen, omstrengeld
+met wijngaardranken en lianen, een dicht bosch, waarboven een enkele
+palm zijn trotsche kruin verhief.
+
+Na een bezwaarlijke klimpartij tegen een met rotsblokken bezaaide
+berghelling was het punt bereikt, waar wij op korten afstand het
+gezicht op het doel van onzen tocht hadden, een dorp van holbewoners
+of oermenschen. De natuur heeft hier n.l. in de krijtrotsen vrij
+diepe holen en grotten gevormd, die door de gemakzuchtige Arabieren
+met geringe moeite tot woningen voor zich zelf en stallen voor
+hun vee ingericht zijn. Tegen de rotsen aangeleund, verheft zich de
+afgebrokkelde toren van een moskee. Daar leven ongeveer een 300 mannen,
+vrouwen en kinderen, ver van de wereld, met bijna geen behoeften, zich
+voedend met de opbrengst hunner kudden en der weinige vruchtboomen die
+zij verzorgen onder het aartsvaderlijk opzicht van een kadi (rechter)
+en een marabout (priester). Een idyllische toestand voorwaar, die
+ons Westerlingen, vermoeid door het gejaagde, de zenuwen op de proef
+stellende, dikwerf zoo ongezonde leven der hedendaagsche maatschappij,
+jaloersch zou kunnen maken, zoo ... wij wat meer van 't karakter van
+den Arabier in ons hadden.
+
+
+
+
+
+Biskra, ongeveer twee uur sporens ten Zuiden van El-Kantara, is het
+eindpunt van de lijn van Constantine naar de Sahara. Het is een
+oase, die, wat uitgestrektheid en schoonheid betreft, El-Kantara
+nog ver overtreft. Juister gezegd, bestaat het uit elf oasen van
+uiteenloopende uitgestrektheid, die schilderachtig verspreid aan
+den voet van twee massieve bergmassa's liggen, den reeds vroeger
+vermelden Djebel Aoures en den berg der Zibans (ziban-dorpen,
+enkelv. zab). De Arabieren, steeds er op uit om alles, wat door
+bijzondere schoonheid of bekoorlijkheid uitmunt, bij een koningin,
+sultane of prinses te vergelijken, noemen daarom Biskra de koningin
+der Zibans. En terecht verdient het dien naam. Want als een koningin,
+stralend van schoonheid, de trotsche kruinen van zijn 160,000 palmen
+badend in den zonnegloed, ligt het daar aan den ingang der woestijn
+bij de grenzen der beschaafde wereld. Het is als 't ware of het aan de
+wereld toonen wil, dat ook de woestijn hare overweldigende schoonheid
+bezit. En niet alleen schoonheid is haar deel, ook leven, rusteloos en
+bedrijvig leven, drukte en vroolijkheid vol Oostersche levendigheid
+en schitterende kleurenpracht. Wat Tunis voor het Noorden is, dat is
+Biskra voor het Zuiden. Heeft men daar het Arabische leven in al zijn
+oorspronkelijkheid, hier kan men den nomadiseerenden Arabier in zijn
+ware natuur aanschouwen.
+
+Biskra is het knooppunt van karavaanwegen bij uitnemendheid. Daar toch
+komen tallooze wegen uit de Sahara te zamen; daarlangs loopt sinds
+eeuwen de hoofdweg van het binnenland door de poort van El-Kantara
+naar Tunis. Van Biskra uit gaat ook de groote karavaanweg over de
+oasen Tougourt en Ouargla dwars door de Sahara naar het geheimzinnige
+Tomboktou aan den Niger. Het ideaal van het Fransche gouvernement is,
+dien weg binnen niet al te langen tijd, van oase tot oase, te vervangen
+door een spoorweg, den Transsaharien. De 60,000 inwoners van de oase
+bestaan uit de meest verschillende rassen uit de woestijn en het
+gebergte afkomstig, n.l. negers uit de Sahara en Centraal-Afrika,
+Berbers uit den djebel-Aoures, Arabieren uit het Noorden en uit
+de Zibans benevens een menigte nomaden, die overal hun tenten in
+'t vrije veld opslaan.
+
+De Europeanen te Biskra bestaan voor 't grootste deel uit ambtenaren,
+militairen en vreemdelingen. Om het gezonde klimaat, de droge,
+reine, uitstekende lucht wordt Biskra meer en meer gezocht als
+winterverblijf voor vreemdelingen, die er evenals in Egypte genezing
+voor longaandoeningen komen zoeken. De toeloop van vreemdelingen
+heeft te Biskra paleizen van hôtels doen verrijzen, die in niets
+voor Europeesche behoeven onder te doen. Vooral het Victoria-hôtel
+en Hôtel Royal munten uit door hun ruime bouworde, prachtige ligging
+en uitstekend ingerichte lees- en gezelschapszalen. Daar treft men
+ook nomaden aan, maar Europeesche, nl. globe-trotters en mondaines
+in de elegantste toiletten. In het voor- en najaar is het te Biskra
+het drukst, en wordt het ook het meest bezocht door de karavanen.
+
+In 't voorjaar, als de hitte zich in de woestijn doet gevoelen, de
+zonnebrand het schaarsche gras verdort, maken de nomaden zich op, om
+met hunne kudden naar de noordelijker gelegen bergstreken te trekken,
+waar zij voedsel voor hun vee vinden. In 't najaar heeft de trek in
+omgekeerde richting plaats. Daar wij juist in 't voorjaar te Biskra
+waren, konden wij getuigen zijn van het drukke verkeer, dat er dien
+tijd heerscht. In lange rij kwamen de karavanen uit de binnenlanden
+opzetten, al naarmate van den rijkdom des eigenaars door groote of
+kleinere kudden schapen, geiten en kameelen vergezeld. Meestal reed de
+eigenaar op een vurig paard voorop, dan volgden vrouwen en kinderen
+op den rug der kameelen, de vrouwen nu eens gesluierd, dan weer
+door een palankijn van bont gestreept doek voor onbescheiden blikken
+verborgen. Huisraad en koopwaren, zooals dadels, harst en houtskool,
+waren eveneens op kameelen en ezels verpakt. Vlugge, slanke, bruine
+jongens en mannen liepen hier en daar naast den stoet, een wakend oog
+op de kudden zwarte schapen en geiten houdend. Voor de kameelen is
+dit niet noodig, die volgen van zelf een enkele moederkameel vergezeld
+van een jong, dat gedwee bij de moeder blijft en er in zijn schonkige
+magerheid onoogelijk uitziet. Herbergen, gelijk bij ons, kent men in
+'t Oosten niet. De karavanen moeten hun toevlucht zoeken in een gebouw,
+karavanserai genoemd, bestaande uit vier vleugels, rondom een vierkante
+plaats. Op dit plein verzorgt men het lastvee en in het gebouw betrekt
+de Bedouïn een cel, waarin hij niets vindt dan een mat. Het is een
+schilderachtig tafereel, een drukke karavanserai, maar de zindelijkheid
+laat er veel te wenschen over. Natuurlijk vinden in den drukken tijd
+lang niet alle karavanen er plaats, en daar de toegang aan de vrouwen
+verboden is, geven de meeste Bedouïnen er de voorkeur aan, in de open
+lucht te kampeeren. Onder een paar palmboomen wordt de tent opgezet,
+en broederlijk huist de geheele familie daar te zamen met honden,
+schapen en geiten. Sommige dier tenten zijn van zeildoek of linnen,
+en men kan zien, dat daar binnen eenige welgesteldheid heerscht;
+de eigenaar ligt in zijn volle waardigheid zijn pijp te rooken,
+vrouwen en meisjes zijn bezig met den maaltijd toe te bereiden,
+of weven doeken en shawls uit kleurige stoffen.
+
+Andere tenten zijn niets dan een lappendeken van vodden op eenige
+staken, omringd met een doornhaag (zeriba) ter bescherming van het
+vee; groezelige vrouwen zitten neergehurkt voor den ingang, of werpen
+den vreemdeling schuwe blikken door de scheuren der tent toe; magere
+half wilde honden blaffen hem toe, en havelooze, smerige, halfnaakte
+kinderen stuiven op hem af, onder 't geroep van "donnez un sou, m'siou"
+('t eerste wat elk Arabierenkind leert), waarbij zij zoo onbeschaamd
+aanhouden, dat men ze bijna met geweld verjagen moet.
+
+Evenals in alle steden, die zich kenmerken door een internationaal
+va-et-vient van reizigers, is ook te Biskra voor de noodige afleiding
+en ontspanning gezorgd.
+
+Na zijn zwerven door de woestijn, dikwijls gekweld door hitte, dorst
+en den verraderlijken woestijnwind, den simoun, wil de Arabier,
+zelfs de meest nomadisch aangelegde, wel weer eens de genietingen
+der beschaafde wereld smaken.
+
+Daarbij komt, dat het drukke vreemdelingenverkeer nu niet bepaald
+voordeelig op de zeden gewerkt heeft, zoodat te Biskra druk aan Venus
+en aan 't spel geofferd wordt; ook houden de Arabieren zich daar niet
+zoo streng aan de wet van den profeet als hun voorgeschreven is ten
+opzichte van wijn en alcoholische dranken, zooals wij zelf eenmaal aan
+onzen gids konden bemerken. Des avonds en gedurende een deel van den
+nacht is het in sommige straten vrij druk en rumoerig; danshuizen en
+café's stralen van licht, harde snerpende muziek weerklinkt, in 't kort
+een soort oostersch boulevard-leven in 't klein. Dit concentreert zich
+voornamelijk in de zoogenaamde straat der Oulad-Nayl. De Oulad-Nayl is
+een Bedouïnenstam, die in het gebergte van dien naam ten westen van
+Biskra huist. Tegen den winter gaan de dochters van dien stam naar
+die plaats toe, om er zich in de arabische café's als dansmeisjes te
+verhuren, tevens haar harten zoo wijd mogelijk voor alle vreemdelingen
+openstellend. In 't Oosten wordt de danskunst in 't openbaar slechts
+uitgeoefend door meisjes van twijfelachtige zeden.
+
+Dit doet echter der dochters der Oulad-Nayl geen
+kwaad. Integendeel. Want evenals de japansche Greishameisjes, zijn
+zij bij haar terugkeer naar haar stam met de opgespaarde verdiensten
+als bruiden zeer gezocht.
+
+In tegenstelling met de andere Arabische vrouwen ongesluierd, zitten
+zij voor de deuren van haar lage huizen, in lange bonte kleederen
+gehuld, den kleurigen tulband op 't hoofd, dat aan weerskanten omlijst
+is met een dikken dot valsche krullen van dunne zwarte wol, hals en
+borst behangen met tallooze kettingen van louis d'or, munten, steenen
+en schelpen; armen, polsen en enkels met armbanden en ringen versierd,
+de nagels rood geverfd met hennéh, de wenkbrauwen met kohl tot één
+dikke zwarte streep getrokken, die de donkere oogen onnatuurlijk groot
+maakt. De vreemdelingen gaan natuurlijk een kijkje in deze wijk nemen,
+omdat zij hier een eigenaardig stuk oostersch leven te zien krijgen
+en niets dat tegen de borst stuit. In 't café binnengetreden, waar een
+talrijk publiek van allerlei stand en landaard is, zetten zij zich op
+de met tapijten belegde steenen banken neer, om naar het dansen toe te
+zien. Op een soort estrade maken eenige muzikanten eentonige muziek,
+eerst zacht en slepend, om eensklaps over te gaan tot fortissimo in
+een razend tempo, dat eindigt met den Europeaan wanhopig te maken. Op
+de maat dier muziek voeren de dochters der Oulad-Nayl hare gracieuse
+dansen uit, met voorzichtige schuifelende passen, lenige lende-
+en heupbewegingen en sierlijk soms statig armgebaar.
+
+Een kunststukje daarbij is, een ontvangen geldstuk op het voorhoofd
+te plaatsen en dit onder 't dansen en 't achteroverbuigen van het
+bovenlichaam steeds daarop te houden.
+
+Uren lang kan de Arabier naar die dansen toezien; voor den Europeaan
+worden zij spoedig eentonig. In een ander café worden krijgsdansen
+uitgevoerd door negers uit Centraal-Afrika, die zich daarbij zoo
+afschuwelijk mogelijk toegetakeld hebben, behangen als zij zijn met
+lynx- en vossevellen. Onder het uitstoot en van rauwe, brullende
+kreten, die niets menschelijks meer hebben, draaien zij met snelle
+sprongen en bewegingen om elkander heen, onder 't zwaaien van kromme
+sabels, met klapperende castagnetten en een kleine oorlogstrom een
+oorverdoovend lawaai makend.
+
+Zoodanig tooneel biedt de straat der Oulad-Nayl den vreemdeling
+des avonds. Door zijn licht en leven, zijn oostersche vrouwen en
+kleurenpracht en al het exotische maakt deze plek een eigenaardigen
+indruk, dien hij niet licht vergeet.
+
+Zeer loonend en vol afwisseling is een wandeling door het dorp
+oud-Biskra, bewoond door de eigenlijke inwoners der oase. Men bewondert
+hier even als te El-Kantara het kunstige irrigatie-stelsel en de hoog
+opschietende dadelpalmen, terwijl de nettere, ruimere woningen van
+meer welstand dan ginds getuigen.
+
+Niet ver van daar liggen op een lagen heuvel de overblijfselen van een
+turksch fort, dagteekenende uit den tijd dat het gezag van den Grooten
+Heer te Constantinopel zich nog over Tunis tot aan de grenzen der
+Sahara uitstrekte. Van den top heeft men een gezicht op het zuidelijk
+gedeelte van Biskra en tevens op den Col des sfa (sfa: kameelen),
+waar een vale, golvende streek te kennen geeft, dat hier het ruwste
+en onvruchtbaarste deel der Sahara, de zandwoestijn, waar de simoun
+heerscht, door de Arabieren El Erg genoemd, een aanvang neemt.
+
+Beter nog dan van den heuvel bij oud-Biskra kan de reiziger de
+zandwoestijn aanschouwen van den toren der moskee van Sidi-Okba. Dit
+is een dorp geheel bewoond door Arabieren, op 3 uur rijdens van
+Biskra verwijderd. Het is voor hen een beroemde bedevaartplaats,
+want in de moskee ligt begraven Sidi-Okba, een neef van Mahommed en
+fanatiek strijder voor 't geloof van den profeet, die in den strijd
+met de Berbers sneuvelde. Hier ziet men geen Europeesch gebouw,
+geen spoor van westersche beschaving. Men is geheel in een Arabisch
+milieu, hetgeen het interessante van het bezoek verhoogt, maar in
+hooge mate de vrijheid van beweging belemmeren zou, als niet de
+Fransche regeering speciaal een Arabier als beambte aangesteld had,
+om de vreemdelingen als gids te dienen en tegen de al te groote
+indringerigheid en bedelzucht van zijn landgenooten te beschermen.
+
+Bij 't bezoek aan het graf, dat met kostbare wijgeschenken en fraai
+met goud en zilver bestikte tapijten versierd is, bestijgt men
+ook den toren der moskee; en van den omgang, waar de muezzins bij
+'t ondergaan der zon met luidklinkende stem de geloovigen tot het
+avondgebed oproepen, heeft men een onmetelijk uitzicht op de golvende
+zandzee, die zoo veel drama's en verschrikkingen in haren schoot
+bergt en waarvan het kleine, in het zonlicht schitterende dorp met
+zijn slanke palmen slechts een verlaten post schijnt te zijn. Toch
+is het bewoond door ongeveer 3000 Arabieren en negers.
+
+
+
+
+
+Een der voornaamste aantrekkelijkheden van het reizen in Algerië is
+de groote afwisseling, die de natuur telkenmale aanbiedt. Een halve
+dagreis is dikwijls voldoende om den reiziger in een landstreek te
+brengen, die zoo in alle opzichten verschilt van die, waar hij den
+vorigen nacht het moede hoofd ter ruste legde, dat hij zich zelf
+bijna verwonderd afvraagt, of deze verandering toch werkelijk in zoo
+korten tijd heeft plaats gehad. Grooter tegenstelling dan tusschen het
+landschap van Biskra en Kabylië is wel niet denkbaar. Kon ginds de blik
+een onmetelijken horizon bevatten, zoo wordt hij hier op korten afstand
+gestuit door massieve bergmassa's waarvan de toppen met sneeuw bekroond
+zijn, want Kabylië is het hoogste en meest uitgestrekte bergland
+van geheel Algerië. Het behoort tot twee provincies. De oostelijke
+helft is de grootste en ligt in de provincie Constantine. De bergen
+bereiken er echter niet zoo'n hoogte als die der westelijke helft,
+in de provincie Algiers gelegen. Van Constantine naar het Westen
+sporend, komt de reiziger eerst in de door graan vruchtbare maar
+eentonige vlakte van Sétif. Langzamerhand, bij 't naderen van den
+Biban-keten, wordt het landschap woester en meer bergachtig; steunend
+en hijgend zwoegt de machine tegen de berghelling op, van tijd tot
+tijd stil houdend, waar werklieden bezig zijn den veel onderhoud
+vereischenden weg te herstellen. Het is of men in een Zwitsersch
+landschap verplaatst is. Verdwenen zijn de karavanen met Bedouïnen en
+kameelen, als waren zij door den sirocco weggevaagd, verdwenen ook de
+palmen met hun sierlijke bladerkronen. De beambten en arbeiders langs
+den weg zijn bijna allen van Europeeschen stam en de schilderachtige
+oasen zijn vervangen door spaarzame boomgroepen van het soort dat men
+"pin d'Aleppe" (een variatie van den den) noemt en naakte, loodrecht
+oprijzende rotswanden. Steiler wordt de weg, langzamer kruipt de trein
+naar boven, tot hij bij de Portes de Fer het hoogste punt bereikt
+heeft. Van daar daalt de weg dan weder met vele zig-zagwendingen
+en slingeringen in de vruchtbare vlakte van de Sahel, waar talrijke
+olijfboomgaarden en velden met wijnstokken en graan beplant, van de
+vruchtbaarheid getuigen. Steeds breeder en liefelijker wordt het dal,
+tot de spoorweg zijn eindpunt, het aan zee gelegen Bougie bereikt,
+waar ook de Sahel zich in zee stort. Geen plaats in Algerië is schooner
+gelegen dan Bougie, amphitheatersgewijze tegen de heuvels gebouwd,
+die een tamelijk groote golf omringen. Het gezicht, dat men op de golf
+heeft van de balkons van het in Zwitserschen trant gebouwde hôtel,
+is werkelijk eenig mooi. Op den voorgrond de kleine haven, waar slanke
+vaartuigen met driehoekige zeilen op de donkerblauwe watervlakte heen
+en weer schommelen; aan den overkant bergketenen uit de zee oprijzend,
+steeds hooger en hooger, de voorste lagere, met groenenden wasdom, de
+achterste hoogere, witgekuifd door sneeuw; aan de linkerhand de volle
+zee, aan de rechter de vruchtbare vlakte der Sahel, hier en daar door
+verschillend genuanceerde, groenende boomgroepen onderbroken. Op een
+eenzame, ver in zee uitstekende rots, kaap Carbon, staat een vuurtoren
+met draaiend licht, hetwelk op 45 K.M. van uit zee te zien is. Want
+de kust is hier zeer gevaarlijk, daar er dikwijls zoo'n sterke mist
+heerscht, dat men geen twee passen voor zich uit kan zien.
+
+Bougie is het uitgangspunt voor tochten te voet en per rijtuig door
+Groot- en Klein Kabylië. Wegen, hôtels en middelen van vervoer laten
+er echter nog veel te wenschen over, zoodat de Arabieren met dien
+primitieven toestand hun voordeel doen en er geen streek is, waar de
+reiziger meer op zijn tellen en op zijn beurs moet passen dan in dit
+deel van het beschaafde Algerië.
+
+Onderscheidt Kabylië zich, wat de natuur en de gesteldheid van den
+bodem betreft, van het Zuiden, ja men kan veilig zeggen van geheel
+het overige Algerië, zoo is er ook op het gebied van bevolking
+groot verschil. De Kabyl is een afzonderlijk type, dat zich door
+de afgeslotenheid van zijn ontoegankelijke bergen door vele eeuwen
+heen zeer zuiver gehandhaafd heeft, weinig vermengd als het is
+door nauwere aanraking met de verschillende volksstammen, die
+achtereenvolgens het land overstroomden. Van middelbare gestalte,
+lenig, welgemaakt en gespierd, met blauwe oogen en rosachtig haar,
+vertoont hij een geheel ander type dan de Arabier. Hij behoort tot
+de oorspronkelijke Berberstammen, die voor de komst der Romeinen
+het land bewoonden en zich gedurende de onophoudelijke oorlogen en
+vervolgingen in het ontoegankelijke gebergte terugtrokken. Ook in
+het Aôures-gebergte vindt men dergelijke stammen. Fanatiek, sober,
+dapper en vrijheidslievend, met open, vrijen oogopslag, heeft de
+Kabyl al de deugden van den bergbewoner. Een langen, hardnekkigen
+oorlog hebben de Franschen in Kabylië moeten voeren, eer het voor
+goed onderworpen was. Telkens verslagen, trokken de bewoners zich
+weder in ontoegankelijke streken terug, om den aanval onverwacht te
+hervatten als de kans hun gunstig scheen. Vele Fransche veldheeren
+hebben hun sporen in dezen veldtocht verdiend. Ook de hertog van
+Aumale, later stadhouder van Algerië, heeft er als dapper soldaat
+zijn plicht gedaan. Onder de dweepzieke leiding van den bekenden
+emir Abd-el-Kader was Kabylië een brandpunt van verzet. Een treurige
+vermaardheid verwierf er door zijn wreedheid de overste Pelissier,
+later voor zijn verdienste bij Sebastopol tot hertog van Malakoff
+benoemd. In 1845 liet hij een geheelen Kabylenstam ten getale van 800,
+die met vrouwen en kinderen in een ruime rotsspelonk gevlucht waren
+en van overgave niets weten wilden, door den rook van een brandende
+houtmijt door verstikking om 't leven komen. Eerst in 1857 gelukte
+het generaal Randon den taaien tegenstand der Kabylen te breken en
+daarmede Algerië tot aan de Sahara te onderwerpen. In 't midden des
+lands werd een sterkte, Fort National, gebouwd, van waaruit excursies
+ondernomen werden om het land tot rust te brengen. Een wijs en gematigd
+bestuur heeft er zeer toe bijgedragen de onderwerping te bevorderen. Na
+verloop van tijd hebben de Kabylen zich in 't onvermijdelijke geschikt,
+zoodat de regeering van Algerië hen thans onder haar beste onderdanen
+moet rekenen. Geen nomaden, als de Arabieren, zijn zij aan hun bergen,
+aan vaste woonplaatsen gehecht en houden zich met goed gevolg met
+landbouw en veeteelt bezig.
+
+
+
+
+Is Tunis een echte Arabische stad, waar men de Mooren (zoo noemde
+men vooral ten tijde der Republiek de inwoners der steden aan
+de Noord-Afrikaansche kust) nog in al hun oorspronkelijkheid kan
+gadeslaan, geheel anders is het met Algiers gesteld. Algiers is
+geheel en al een Fransche stad. Men zou denken in de een of andere
+Fransche havenstad der Middellandsche zee te zijn, zoo Europeesch is
+het uiterlijk met de ruime haven, uitgestrekte kaden en prachtige, uit
+vele verdiepingen opgetrokken, hôtels en gouvernementsgebouwen. Wandelt
+men dieper de stad in, zoo wordt die indruk nog versterkt. Van een
+uitgestrekte Arabische wijk, zooals te Tunis, geen spoor en bijna
+met verbazing beschouwt men de moskee El-Djedid met haar in 't felle
+zonlicht schitterende muren en met een halve maan gekroonde koepeldaken
+op de Place du Gouvernement, juist tegenover het ruiterstandbeeld
+van den hertog van Orleans, alsof men dit gebouw nu het allerminst
+hier verwachtte. Eigenlijk is het niet meer dan natuurlijk, dat de
+stad Algiers haar oorspronkelijk karakter nagenoeg geheel verloren
+heeft, zoo men bedenkt dat de Franschen zich daar het eerst gevestigd
+hebben. De bezetting dateert van 1830.
+
+In dat jaar had in de kasbah van den bey de befaamde audiëntie plaats,
+verleend aan den Franschen consul. Deze had zich over eenige rooverijen
+en andere schendingen van 't volkenrecht door Algerijnsche onderdanen
+ernstig te beklagen, welke klachten door den despoot met zeer ongepaste
+woorden beantwoord werden. In zijn toorn liet hij zich zelf vervoeren,
+den consul met zijn waaier in 't aangezicht te slaan, een daad, die
+hem zijn heerschappij kostte. Daar elke voldoening geweigerd werd,
+landde een Fransch leger onder maarschalk Bourmont aan de kust,
+maakte zich zonder veel moeite van de stad en omgeving meester en
+zette den bey af. Nog heden ten dage toont men op de kasbah aan de
+vreemdelingen het Pavillon du coup d'éventail, waar die gedenkwaardige
+audiëntie plaats greep. De omstandigheid, dat Algiers de residentie
+der geheele kolonie werd, droeg er eveneens toe bij de stad meer en
+meer Fransch te maken in de 70 jaar, sinds de bezetting verloopen.
+
+Bovendien is Algiers zeer gezocht, om het heerlijke klimaat als
+winterverblijf, door tallooze vreemdelingen, een reden te meer,
+waarom het inlandsche element op den achtergrond treedt.
+
+De ligging aan een ruime baai, die het volle uitzicht op de zee
+verleent en met haar rechteroever in een zachten boog naar het
+Noord-Oosten loopt, is eenig schoon.
+
+Niet weinig dragen daartoe bij de twee voorsteden, Mustapha inférieur
+en Mustapha supérieur, juist in die boog gelegen, de landstreek
+aan zee en de glooiende heuvels bedekkend met vroolijke landhuizen
+en prachtvolle villa's, afgewisseld door welige boomgroepen en
+boschpartijen. De beide Mustaphas worden bij voorkeur door de
+vreemdelingen gezocht.
+
+Ook de gouverneur-generaal van Algerië heeft zijn zomerpaleis in
+Mustapha supérieur. Op een heuvel gelegen, biedt het, tusschen de
+breede bladeren der palmen door, een verrukkelijk uitzicht op de zee en
+is door een uitgestrekt park omgeven. Voor den ingang staan op zuilen
+de marmeren busten van eenige vroegere gouverneurs, meest militairen,
+die een groot aandeel gehad hebben in de verovering. Men leest de namen
+van Bugeaud, den grooten generaal-pacificateur, Randon, Mac-Mahon,
+Chanzy, die Frankrijks eer en wapenroem redde in den rampspoedigen
+veldtocht aan de Loire, en van zoovele anderen. Tegenover het
+paleis vindt men het museum van oudheden, met vele schatten op
+oudheidkundig gebied, door de opgravingen der laatste 25 jaren aan
+'t licht gebracht. In 't bijzonder zijn hier eenige zeer fraaie
+mozaïeken te zien, geheel ongeschonden en van groote afmeting. Deze
+komen in grooten getale in Algerië voor.
+
+Het mooiste in de omstreken van Algiers, en geen vreemdeling verzuime
+dit te gaan zien, is de Botanische tuin van le Hamma.
+
+Op korten afstand van de stad, onmiddellijk aan zee gelegen, is
+deze tuin eenig in haar soort, en hij wordt slechts door dien van
+Buitenzorg overtroffen. Van al de proeftuinen, overal in Algerië door
+de Franschen aangelegd, is deze tuin van Hamma (zoo wordt hij genoemd
+naar een dorpje in zijn nabijheid) de oudste en de belangrijkste. Door
+een breeden schaduwrijken rijweg omgeven, bedraagt de uitgestrektheid
+84 hectaren, welke in twee deelen verdeeld is, waarvan het aan zee
+gelegen gedeelte den eigenlijken tuin uitmaakt, terwijl het andere
+bestaat uit met verschillende houtsoorten bewassen heuvels. De ingang
+is in de onmiddellijke nabijheid der zee, op een historische plek. Want
+in 1541 mislukte hier een strafexpeditie van Karel V tegen den dey van
+Algiers. Zijn kostbaar uitgeruste vloot werd door geweldige stormen
+deels op het strand geworpen, deels door de zee verzwolgen. Zelfs met
+moeite gelukte het den machtigen keizer zich te redden. Het heerlijke
+klimaat van Algiers kwam den tuin zeer ten goede en bracht de vele
+uitheemsche tropische gewassen tot snellen wasdom. Bij 't binnenkomen
+betreedt de bezoeker een der vier prachtige lanen, die deze tuin rijk
+is en die hem in verschillende richtingen doorkruisen.
+
+Het is de palmenlaan, afwisselend bestaande uit Amerikaansche
+palmen die de aandacht trekken door hun forschen, knoestigen stam en
+kolossale waaiervormige bladen, en uit kaarsrechte, slanke dadelpalmen,
+hun wuivende kruin hoog in de reine lucht verheffend. Voorts is er
+een laan eeuwenoude platanen, van den voet tot hoog in de takken
+met klimop omrankt. In de bamboes-laan buigen de stammen met het
+dun uitloopende eind naar elkander toe tot zij elkander aanraken,
+zoodat het den bezoeker toeschijnt als wandelt hij in het schip eener
+kathedraal. Het meest wordt hij echter getroffen door de prachtige
+laan van ficussen, 20 minuten gaans lang, waar elke boom afzonderlijk
+een weelde der oogen is. Vijftien tot twintig luchtwortels, meer of
+minder dik, hangen bij den stam neer, omstrengelen hem met forsche
+omarmingen, of richten zich bij den voet weer omhoog, zoodat het geheel
+een grillig complex van wortels en takken vormt, overschaduwd door
+de machtige bladerkroon. Men is verrukt door de zeldzame sycadaëen,
+door de musa's met hun breede, laag neerhangende bladeren en purperen
+vrucht. Een wonderlijken indruk maakt de pinangboom, met kegelvormigen
+stam, licht grijs van kleur, hard en glad als steen. In 't bijzonder
+munt deze tuin uit door het groote getal exemplaren van eene zelfde
+boomsoort in één groep bijeengeplant. Zoo ziet men b.v. een groep
+van 40 verschillende palmen uit alle deelen der wereld afkomstig. Op
+groote schaal worden in den tuin allerlei gewassen aangekweekt,
+die door de kolonisten in cultuur kunnen gebracht en voor hen tegen
+matigen prijs verkrijgbaar worden gesteld.
+
+De provincie Algiers is de vruchtbaarste van geheel Algerië en
+wordt door de provincie Oran alleen wat betreft den rijkdom van graan
+overtroffen. De tel, het bebouwbare land, heeft er de grootste breedte
+en de vlakten van de Sahel en van de Metidja leveren de grootste
+verscheidenheid van producten op. Rijk aan wijn, heeft dit edele
+vocht al sinds jaren in geheel Europa, ook in ons land het burgerrecht
+verkregen. Keeds in 1865 bedroeg de uitvoer 3 millioen H.L. en in jaren
+van misgewas zijn de wijnboeren uit Frankrijk blijde, hun voorraad uit
+de Algiersche wijnen te kunnen aanvullen. Overal in de omstreken van
+Algiers uitgestrekte velden met Europeesche groenten en breedbladerige
+artisjokken, waarmede des winters de markt van Parijs voorzien wordt.
+
+
+
+
+
+Niet alleen om hare snelle, gestadige ontwikkeling, maar ook uit
+een politiek oogpunt neemt de provincie Oran, meer dan de andere, de
+aandacht van het bestuur van Algerië en van de regeering te Parijs in
+beslag. Zij is niet veilig tusschen twee andere gelegen, als Algiers,
+grenst evenmin aan een land als Tunis, waarover Frankrijk door zijn
+protectoraat de beschermende en strenge hand uitstrekt, maar heeft
+tot nabuur het woelige Marokko, waar de heerscher slechts in schijn
+gezag uitoefent. Vooral in 't zuiden zijn de nagenoeg onafhankelijke
+Bedouïnenstammen, die zich aan bevelen en vertoogen uit Fez niets
+gelegen laten liggen, bij voortduring een onrustig en beroering
+brengend element.
+
+Want ook in 't Zuiden der provincie Oran wordt onverdroten voortgegaan
+met het scheppen van oasen en het devies van generaal Bugeaud
+opgevolgd: "refoulez le désert." Langzamerhand heeft Frankrijk zich
+reeds op vreedzame wijze gevestigd op verschillende punten in de
+Marokkaansche Sahara, met 't oog op den verbindingsweg dwars door
+die woestijn naar den Niger en om zijn invloed in Marokko uit te
+breiden. Onlangs nog is met de noodige praal, in tegenwoordigheid van
+den minister Etienne en den gouverneur-generaal Jonnart, de spoorweg
+geopend naar het zuidelijkste punt in de Sahara, een heel eind voorbij
+Figuig, naar Colomb-Bechar, hetgeen op de nog voor zoo korten tijd
+oproerige Bedouïnen een beslisten indruk gemaakt heeft.
+
+Rust heeft het gouvernement voor de provincie Oran en hare grenzen
+noodig, rust en vrede voor hare reusachtige ontwikkeling. De hoofdstad
+Oran is de eerste handelstad van de kolonie. Telde zij in 1866
+vier-en-dertig-duizend inwoners, dit aantal was in 1886 verdubbeld en
+bedroeg in 1901 reeds over de 100,000. Slechts Amerikaansche steden
+bieden hiervan een voorbeeld. De voorstad Karguentua is de eigenlijke
+handelstad. Van daar uit wordt met de haven, die een deel uitmaakt van
+de nieuwe Fransche stad, een druk verkeer onderhouden. Treinen stoomen
+af en aan, en van 's morgens tot zonsondergang trekken de volgeladen
+sleeperskarren, met 5 à 6 paarden voor elkander gespannen, in lange
+rijen door de hoofdstraten naar de kaden. Want voor den uitvoer van
+graan en wijn is de provincie Oran de belangrijkste. Ten Westen van
+de Fransche stad ligt het oudste gedeelte van Oran, de vroegere
+Spaansche stad, aan den voet van den steil uit zee oprijzenden,
+barren Djebel-Mordjado, bekroond door het fort en de kathedraal van
+Santa-Cruz. Niet alleen in de stad Oran, maar in de geheele provincie
+is het Spaansche element sterk overwegend, geen gering punt van zorg
+voor de regeering. Aan de haven en kaden, in de hoofdstraten, waar
+het verkeer het drukst is, wemelt het van lieden uit de volksklasse
+van allerlei slag, voerlieden, schepelingen, sjouwerlieden en
+arbeiders, die zich door hun luidruchtig, schreeuwerig optreden
+en barbaarsch, rauw klinkend mengelmoes van Spaansch en Arabisch
+als niet-Franschen doen kennen. Vooral de koetsiers zien er met hun
+kort geknipte stoppelbaarden en weinig verzorgde kleeding als echte
+bandieten uit. Van vijf tot zeven uur in den namiddag heerscht er in
+de hoofdstraten een vrij wat aangenamer drukte. Op de Promenade de
+l'Etang, heerlijk aan zee gelegen, bewegen zich talrijke wandelaars
+met hunne dames in lichte, kleurige toiletten, die komen luisteren
+naar de militaire muziek in het Casino der officieren op de Place
+d'Armes. Op den Boulevard Seguin, met fraaie, ruime winkelmagazijnen,
+moet men voetje voor voetje gaan en heeft men ruimschoots gelegenheid
+de Spaansche schoonen te bewonderen, die met kleinen, sierlijken
+voet over de trottoirs schijnen te zweven en wier donkere, vurige
+oogen en blauwzwarten haartooi op bewoners van noordelijker streken
+zoo'n diepen indruk maken. Het Spaansche karakter, dat Oran zoo
+sterk vertoont, is nog een overblijfsel uit vroeger eeuwen. Want
+van 1509 af, toen de troepen van Kardinaal Ximenes Oran veroverden,
+is de stad meer dan eens met tusschenpoozen geruimen tijd in 't bezit
+der Spanjaarden geweest. Maar dat alles behoort tot het verleden, want
+nooit konden zij er zich op den duur handhaven en het eenige monument,
+dat aan de Spaansche bezetting herinnert, is het fraai uitgevoerde,
+in steen gebeitelde Spaansche wapen boven de kasbah der stad. Maar
+dit is door den tijd verweerd, geschonden, gebarsten en verbrokkeld,
+een treurig beeld van alles wat Spanje hier en elders over de geheele
+wereld ondernam op koloniaal gebied.
+
+Ver in 't Westen der provincie Oran, in de nabijheid der Marokkaansche
+grens, ligt de oude emirstad Tlemcen, een heilige stad. Zij is in
+zekeren zin voor Tunesië en Algiers, wat Mekka voor Arabië, en Fez
+voor Marokko is. Eens de trotsche residentie van de machtige koningen
+van Tlemcen, ging in de onophoudelijke binnenlandsche twisten veel
+van haar ouden luister verloren, maar in tegenstelling met bijna alle
+andere emir-residenties uit de binnenlanden, wist zij zich toch tot
+in den nieuweren tijd staande te houden. Gelegen in een uitgestrekt
+bergland, dat op sommige plaatsen een hoogte van bijna 2000 M. bereikt,
+biedt zij door haar sterke muren en voordeelige ligging den Franschen
+een welkom steunpunt in de nabijheid der Marokkaansche grens. Tlemcen
+bezit eenige zeer merkwaardige gebouwen.
+
+De oude Medersa, Arabische school, is vervallen, maar werd door de
+Fransche regeering gerestaureerd en is tot museum ingericht. Gesteund
+door prachtige zuilen van onyx, bestaat het gewelf en de bogen
+daarvan uit het fransche stucadoorwerk, met tallooze Arabische
+spreuken, woorden en karakterteekens bezaaid. Het werken in stuc is
+een kunst, waarin de Arabieren een hoogte bereikt hebben, die later
+nooit overtroffen is en waarvan men vooral in Tlemcen en omgeving
+de schoonste specimina kan bewonderen. Op sommige plaatsen zijn de
+fijne krulletters bijna ter lengte van een vinger ingesneden. Dat
+Tlemcen een heilige stad voor de Arabieren is, bemerkt men uit
+de vele gekoepelde minarets, die boven de stad zelve en overal
+boven de verschillende dorpen in de omgeving verheffen. De mannen
+meten den giaour (christenhond) met somberen, trotschen blik, de
+vrouwen wikkelen zich bij eene ontmoeting dichter in haren sluier of
+wenden met een minachtend schoudergebaar het hoofd af. Het grootste
+heiligdom in den omtrek is de moskee van Sidi-Bou-Medine, in het dorp
+van dien naam op eenige uren van Tlemcen, dat men bereikt langs den
+schilderachtigen waterval van de Mefrouch-el-Ourit, die zich schuimend
+met breeden stroom in twee trappen in het dal stort. Het heiligdom
+van Sidi-Bou-Medine is er een, een groot marabout waardig. Reeds het
+trotsche voorportaal, weder geheel uit fijn bewerkt stuc opgetrokken,
+wekt de hoogste bewondering, die nog stijgt als men den ruimen tempel
+zelf binnentreedt, onder geleide natuurlijk. Een marmeren preekstoel en
+een mihrab van stuc zijn van zeer ouden datum. De mihrab ontbreekt in
+geen enkele Arabische moskee. Het is een boogvormige nis in den muur
+aan de oostzijde van den tempel, naar den kant naar Mekka gekeerd,
+waarheen de Arabier bij 't verrichten van zijn gebed het aangezicht
+wendt. Aan de zoldering der moskee hangen talrijke kroonluchters van
+glas en koper, waaronder sommige zeer oud en van hooge waarde.
+
+Ten Oosten van Tlemcen liggen, dicht bij de stad, de overblijfselen
+van den ringmuur van het oude Mansourah. Met ruig struikgewas begroeid,
+waaruit hier en daar afgebrokkelde kanteelen opsteken, omspannen zij de
+stad in een wijden boog, doorsnijden vruchtbare akkers en schaduwrijke
+olijfboomgaarden. Zij herinneren aan een episode uit den strijd
+tegen de vijandelijke emirs, die zoo dikwijls het overheerschende
+Tlemcen met verderf en verwoesting bedreigden. De emirs Yacoub en
+Youssef belegerden de stad en hadden gezworen haar met den grond
+gelijk te maken. Dapper verdedigd door den koning, werden echter
+drie achtereenvolgende stormaanvallen afgeslagen. Toen bemerkten de
+inwoners op zekeren morgen bij 't ontwaken, dat er om den ringmuur
+hunner stad een tweede muur gebouwd was, die al hooger en hooger werd.
+
+Achter dien ringmuur verhief zich weldra de massieve toren eener
+reusachtige moskee, daarna paleizen voor de belegerende emirs, huizen
+voor hunne bevelhebbers, voor het voetvolk en voor de ruiterij,
+stallen voor de paarden en ten slotte woningen voor allen, die zich
+in de nieuwe stad kwamen vestigen. Want een stad was het, Mansourah
+genaamd, die zich om het in 't nauw gebrachte Tlemcen, belegerd,
+van alle verbinding afgesneden, in een omtrek van 3400 M. verhief,
+een nieuwe stad, die aan de oude den dood gezworen had. Acht lange
+jaren duurde de belegering. Maar het was niet het belegerde Tlemcen,
+dat met den grond gelijkgemaakt werd, maar hare jeugdige, trotsche
+mededingster. Zóó groot was de haat der inwoners van Tlemcen tegen de
+overwonnen stad, dat zij na de verwoesting den inwoners op straffe
+des doods verboden, ooit haren naam weder uit te spreken, en ook nu
+nog durft de Arabier, die te midden der grootsche bouwvallen woont,
+door den vreemdeling ondervraagd, nauwelijks met fluisterende stem
+den naam "Mansourah" uitspreken.
+
+Maar, is Mansourah verwoest, ook de macht der koningen van Tlemcen
+nam een einde, en met verbazing aanschouwt de vreemdeling de
+overblijfselen van Bab-el-Karmdir, het oude paleis dier koningen, dat
+eens een cyclopisch indrukwekkend bouwwerk geweest moet zijn, zooals
+de verlaten ingestorte torens, muurstukken en bolwerken nog bewijzen.
+
+De geheele omgeving en de geschiedenis der oude emirstad Tlemcen
+wekken bij den bezoeker eigenaardige gewaarwordingen en gedachten
+op. Zij schijnt hem een beeld te zijn van het Mohammedanisme aan
+Afrika's noordkust, van haren verdwenen invloed en heerschappij,
+waarvan ook slechts bouwvallen over zijn. Is niet het beeld van
+verwoesting aldaar hetzelfde, wat men overal in de streken van den
+Islam aantreft, verdelging van alles wat niet tot haar behoort? En
+doet niet dat Tlemcen, in zijn trotsche afzondering te midden van
+bijna ontoegankelijke bergen, met zijn fanatieke, zelfgenoegzame,
+indolente bevolking, met de torens van zijn eeuwenoude moskeeën,
+zijn graven van marabouts en heiligen, met al de bouwvallen van zijn
+vroegere grootheid, denken aan het Mohammedanisme, dat ook meende,
+dat het steeds op de hoogte van zijn macht zou blijven tronen en dat
+de loop der geschiedenis, de stroom der wereldgebeurtenissen steeds
+aan hetzelve zouden voorbij gaan. Maar de wereldgeschiedenis stoort
+zich niet aan 't geen de volken willen, maar vervolgt onweerstaanbaar
+haren loop. Zoo verdween de Muzelmansche heerschappij, om plaats te
+maken voor de Christelijke, de Westersche, de Fransche. En geenszins
+ten nadeele van land en volk. Want als er één indruk, één waarheid is,
+die de vreemdeling bij zijn vertrek uit Tunis en Algiers medeneemt,
+dan is het wel deze, dat de Fransche bezetting voor die landen een
+zegen is. Voor land en volk beiden. Door het zwaard gewonnen, hebben
+de Arabieren deze landen ook weder door het zwaard verloren. Maar
+de Franschen hebben van hun overwinning een geheel ander, een beter
+gebruik gemaakt, dat in den loop der jaren land en volk tot heil, hun
+zelven tot eer, de menschheid en de beschaving tot voordeel geweest is.
+
+
+
+Pondichéry, hoofdstad van Fransch-Indië.
+
+Naar het Fransch van G. Verschuur.
+
+ Pondichéry, moeilijk te naderen over zee.--Witte stad en
+ Indische stad.--Het Regeeringspaleis.--De hôtels in onze
+ koloniën.--Engelsche enclaves.--De bevolking; de kinderen.
+ --Bouwkunst en godsdienst.--Handel.--De toekomst van
+ Pondichéry.--De markt.--De scholen.--Politieke koortshitte.
+
+
+Een klein strookje gronds vertegenwoordigt op dit oogenblik het
+belangrijkste gedeelte van 't geen Frankrijk heeft weten te behouden
+uit zijn oud Indisch Rijk, dat thans een der machtigste koloniën van
+de britsche kroon is. Op die alluviale strook gronds ligt de stad
+Pondichéry, hoofdstad der fransche bezittingen, waarvan de groote
+Dupleix zich gansch andere horizons gedroomd had.
+
+Het bescheiden grondgebied van Pondichéry omvat niet meer dan 29145
+H.A. De dépendances van wat men gewoonlijk Fransch-Indië noemt, zijn
+de volgende vier: Chandernagor, Karikal, Mahé en Yanaon. Zij liggen
+verspreid over verschillende deelen van het groote schiereiland,
+de drie laatstgenoemde op korten afstand van het grondgebied van
+Pondichéry, het eerste in de onmiddellijke nabijheid van Calcutta.
+
+De gouverneur der Fransche nederzettingen in Indië woont te Pondichéry,
+maar zijn ambt brengt mee, dat hij zich dikwijls moet verplaatsen naar
+de verschillende andere fransche plaatsen, waar de leiding der zaken in
+handen is van administreerende ambtenaren, die aan hem ondergeschikt
+zijn. Het spreekt vanzelf, dat er verscheiden lagere ambtenaren zijn,
+dat er een Plaatselijke Raad is evenals een Algemeene Raad, dat de
+kolonie te Parijs een afgevaardigde in den Senaat heeft, zoowel als
+in de Kamer, en dat op het grondgebied van Pondichéry de politiek
+de spil is, waarom alles draait en de voortdurende zorg van iederen
+dag. Wij zullen nog wel meer een woordje te zeggen hebben over die
+noodlottige politiek, dien knagenden kanker, waarvan zeker geen enkele
+fransche kolonie zooveel te lijden heeft als dat arme Pondichéry.
+
+Laat ons eerst voet aan wal zetten, wat niet altijd gemakkelijk
+gaat, als men, zooals met mij 't geval is, over zee aankomt. Daar de
+golven dikwijls hoog gaan op de reede, kan de ontscheping soms zoo
+moeilijk zijn, dat het onmogelijk wordt, gemeenschap met de kust te
+krijgen. Het is vaak gebeurd, dat ten gevolge van het stormachtige
+weer de paketboot, die Pondichéry aandoet op haar reis heen en
+terug tusschen Colombo en Calcutta, niet met den wal gemeenschap kon
+krijgen en zich genoodzaakt zag, met passagiers en lading haren weg
+te vervolgen. Weinige jaren geleden heeft dat geval zich driemaal
+achtereen voorgedaan. Met platboomde vaartuigen, _chelingues_
+genoemd, die geen inhouten (ribben) hebben, nadert men de kust. Er
+wordt aangelegd bij een pier, die 252 M. lang is en recht in zee
+vooruitsteekt; staat de zee hoog, dan heeft men de behendigheid van
+een acrobaat noodig, om zijn evenwicht te bewaren bij het vastgrijpen
+van het touw, waarmee men de ladder kan bereiken. Om aan dien last te
+ontkomen, geeft de toerist er veelal de voorkeur aan, zich per spoor
+naar Pondichéry te begeven, want de kolonie is sinds 1877 aan het
+groote Engelsch-Indië verbonden en staat door zijlijnen in verbinding
+met de van Frankrijk afhankelijke gebieden.
+
+Pondichéry is een vrijhaven. Levensmiddelen en koopwaren van allerlei
+streken afkomstig, mogen over zee binnenkomen en uitgaan, zonder
+eenige douanerechten te betalen, onverschillig onder welke vlag
+zij varen. Alleen zout en opium zijn van deze gunstige beschikking
+uitgesloten, want bij verdragen zijn die voortbrengselen verboden;
+noch de productie ervan noch de handel erin zijn geoorloofd.
+
+Moet ik de geschiedenis in herinnering brengen? Pottoutchéri
+of Poultchéri, het "nieuwe dorp", door menschen van hooge kaste
+Poudou-nagar of "Nieuw Kasteel" genoemd, is in 1693 gekocht van koning
+Vidjayanagar door den beroemden commandant Martin, ter vergoeding voor
+Sint-Thomas, waarvan de Hollanders zich hadden meester gemaakt. Het
+dorpje van paria's nam snel toe in grootte en werd het middelpunt van
+een aanzienlijke handelsbeweging trots de wederwaardigheden van zijn
+politieke geschiedenis.
+
+Al dadelijk in den aanvang werd het door de Hollanders vermeesterd;
+maar in 1699 werd het ons teruggegeven. Daarna werd het viermaal door
+de Engelschen belegerd; admiraal Boscawen werd in 1748 teruggeslagen
+door Dupleix; in 1760-61 gaf Lally-Tolendal, door hongersnood
+gedwongen, zich over, na een hardnekkigen tegenstand te hebben geboden,
+en de vrede van Parijs in 1763 herstelde ons in het bezit van de stad.
+
+In 1778 maakten de Engelschen zich er opnieuw van meester, om de stad
+in 1785 bij den vrede van Versailles terug te geven en haar daarna
+voor de derde maal in 1793 te veroveren. Voor goed herkregen wij deze
+bezitting in 1816-17, met verbod er eenige versterking aan te leggen
+of er een andere gewapende macht te onderhouden dan de politie.
+
+De stad is in twee deelen verdeeld, de witte stad en de indische stad,
+door een gracht gescheiden. De eerste, aan de oostzijde en aan zee
+gelegen, is regelmatig gebouwd; de straten zijn breed en recht, wat
+ook het geval is met de tweede, die echter over grooter uitgestrektheid
+zich uitstrekt.
+
+Ik kende Pondichéry, doordien ik er op een vroegere reis een week
+had doorgebracht, en met waar genoegen zette ik er weer den voet
+op vasten grond, na mijn aankomst aan die lange pier van slecht
+ineengevoegde planken. Sinds mijn vorig bezoek was het aanzien
+der plaats niet veranderd. Ik zie weer het nog al indrukwekkende
+standbeeld van den grooten Dupleix, dat dichtbij het strand zich
+verheft, en na eenige honderden meters te zijn voortgegaan, bereik
+ik het Gouvernementspaleis, waar de tegenwoordige bewoner, dien ik de
+eer heb te kennen, mij gastvrijheid heeft aangeboden. Ik voel er mij
+te huis, want in de prettige kamer, die voor mij in orde gebracht is,
+heb ik ook eenige jaren vroeger gelogeerd.
+
+Het Gouvernementspaleis te Pondichéry is een alleraardigste residentie,
+en de gouverneur, de heer Lemaire, is er, evenals zijn beminnelijke
+echtgenoote, veel meer naar zijn zin dan in het sombere huis, dat ze
+twee jaren geleden op Martinique bewoonden, waar ik 't genoegen had
+hun een bezoek te brengen. De ligging en de indeeling van het huis
+zijn uitstekend; het lange balkon, dat langs de groote ontvangzaal
+loopt, biedt een verrukkelijk uitzicht over een groote, vierkante
+ruimte, aan de overzij begrensd door een rij sierlijke en regelmatige
+gebouwen, en als men er 's avonds gemakkelijk is gezeten, geniet
+men met welbehagen dien verrukkelijken geur der tropische landen,
+die een temperatuur bezitten, door 't verdwijnen van de zon heerlijk
+en verkwikkend geworden.
+
+Het klimaat van dit gedeelte van Indië is over 't geheel gezond. In
+gewone tijden is de gemiddelde temperatuur 30° C. over dag en 26
+'s nachts. In de maanden December en Januari daalt zij tot 3 à 5°
+C. over dag, terwijl van Mei tot September de thermometer tusschen 32°
+en 40° C. staat; dat is de periode van de zeer heete westenwinden, die
+op onaangename manier de lucht oververhitten. Het droge jaargetijde
+duurt van het begin van Januari tot omstreeks den 15_den_ October;
+de rest van het jaar heet dan de winter. In 't algemeen gesproken,
+regent het zelden in dit deel van Indië; slechts in November en
+December komt nog al dikwijls regen voor.
+
+Als men te Pondichéry een zindelijk en goed verzorgd hôtel vond,
+dat bij een goede keuken voor het moderne comfort zorgde, zou ik niet
+aarzelen, de stad een zeer aantrekkelijk verblijf te noemen voor de
+europeesche wintermaanden, wanneer zooveel menschen zich afvragen,
+in welk hoekje van de wereld men aangenaam verblijven kan in zachte
+lucht. Ongelukkig ontbreekt dit materiëele gerief; de beide hôtels,
+die men er vindt, zijn beneden het middelmatige, en als men niet
+van de gastvrijheid van bloedverwanten of vrienden kan genieten,
+zal men er niet gauw toe komen, er eenigen tijd te vertoeven.
+
+Het gebrek aan goede hôtels in de koloniën is onbetwistbaar een
+hinderpaal voor de ontwikkeling van het toerisme. De Engelschen hebben
+dat goed begrepen; nemen wij als voorbeelden de eilanden van de keten
+der Antillen en de engelsche bezittingen in Azië. Op Trinidad, Jamaica,
+Ceylon, in geheel Indië vindt men prachtige hôtels, even comfortabel
+als ergens in Europa, en wat zien wij op Martinique, Guadeloupe, te
+Nouméa, op Bourbon? Niets dan bescheiden herbergen! Daaruit volgt,
+dat geen enkel toerist, die niet door een vriend is uitgenoodigd,
+er langer blijft dan volstrekt noodig is. De arme stad Saint-Pierre
+maakte in zekeren zin een uitzondering op den regel; men had er twee
+nette, goed ingerichte en goed bestuurde hôtels, maar de uitbarsting
+van den Mont-Pelé heeft ze voor altijd gesloten.
+
+Al wandelend, nu eens door de stad zelve, dan in de omstreken
+van Pondichéry, is het mij, of ik in een aardig provinciestadje
+ben of ergens buiten, waar het mooi is. De woningen zijn sierlijk,
+getuigen van een zekeren welstand en hebben een zindelijk voorkomen,
+dat in verschillende andere koloniën ontbreekt. De gouverneur is zoo
+goed geweest, een tweewielig wagentje, _pousse-pousse_, te mijner
+beschikking te stellen, dat ik dikwijls in den morgen gebruik, en een
+victoria, waarmee ik grooter afstanden kan afleggen, 's Avonds vóór
+het diner zijn de heer en mevrouw Lemaire zoo vriendelijk, mij per
+rijtuig in verschillende richtingen den omtrek te laten zien.
+
+Wat die ritjes wel merkwaardig maakt is, dat ik nu eens over fransch
+dan over engelsch grondgebied voortrol, en in een minimum van tijd dien
+overgang verscheiden malen maak. Het grondgebied van Pondichéry is
+door het tractaat van 1816 op de zonderlingste manier verdeeld, toen
+de kolonie na verscheiden malen in engelsch bezit te zijn overgegaan,
+voor goed aan Frankrijk kwam. Overal, tot voor de poorten der stad,
+zijn enclaves van britsch grondgebied in het fransche land uitgesneden,
+zóó, dat de Engelschen juist die hooge stellingen bezitten, die
+geschikt zijn voor de plaatsing van batterijen. Hier behoort de weg
+aan Engeland, terwijl de slooten onder fransche jurisdictie staan;
+ginds behoort een waterplas tot Madras, terwijl het land, dat er door
+geïrrigeerd wordt, onder Pondichéry ressorteert. Er is zelfs ergens
+een stuk gronds, welks eigenaar onbekend is. De Engelschen zijn
+bekwame politici; bij de sluiting van het tractaat van 1816 hebben
+zij zich er niet mee tevreden gesteld, aan de fransche regeering de
+verplichting op te leggen, nergens eenige versterking aan te leggen
+en geen gewapende macht te onderhouden buiten de politie, maar zij
+hebben ook het middel gevonden, het terrein zoo te splitsen en in
+stukken te deelen, dat er hoeken volkomen onverdeeld zijn gebleven.
+
+Wat mij onbegrijpelijk voorkomt is, dat na het dîner de stad geheel
+uitgestorven is. Men strekt zich gemakkelijk uit op zijn balcon of in
+zijn tuintje, maar gaat niet uit, en men schijnt er geen prijs op te
+stellen, op de pier of aan het strand de zuivere versterkende zeelucht
+te gaan inademen. Het is mij tweemaal gebeurd, dat ik 's avonds ging
+wandelen en lange overpeinzingen hield op een bank van de pier; maar
+ik heb geen enkelen Europeaan ontmoet. Alleen een inboorling heeft
+mij aangesproken in een taal, die ik niet verstond; waarschijnlijk
+vroeg hij een aalmoes.
+
+Een dame, die ik den volgenden dag ontmoette en wie ik mijn verbazing
+te kennen gaf over die wonderlijke afzondering, begreep niet, wat
+ik voor bekoorlijks vinden kon in die rust van het tropische land
+en dat gemis aan afleiding. Voor haar was het een leven als in de
+hel; hoe miste ze haar Parijs! Ik heb later gehoord, dat haar man,
+die ambtenaar was, verlof had gevraagd, daar zijn vrouw het klimaat
+niet kon verdragen! Trouwens men zou een merkwaardig boek kunnen
+schrijven over die quaestie van de verloven in de koloniën, alsook
+over de verschillende redenen, die de belanghebbenden aanvoeren,
+om ze te krijgen.
+
+De bevolking van Pondichéry is zachtzinnig, onderdanig en beleefd. Welk
+een treffend verschil met den onaangenamen neger, dien ik zoo dikwijls
+heb bestudeerd op de Antillen en elders! Het zijn zelfs sympathieke
+menschen, als men ze aan 't werk ziet op het veld, of hen gadeslaat
+bij hun kleinhandel, rustig loopend zonder geraas te maken. De kinderen
+kruipen over den grond, scharrelen langs de wegen tusschen de kippen,
+en zijn talrijk in de struiken als de konijnen in Australië. Ik kan
+niet laten, hen juweeltjes te noemen, als ik denk aan de europeesche
+kinderen, die mij de laatste drie maanden het leven vergald hebben op
+twee booten van de _Messageries Maritimes_. Die indische kinderen zijn,
+net als maleische, chineesche en japansche, lief en aardig, schreien
+nooit, en of er vijf of vijftig onmiddellijk bij u in de buurt zijn,
+ge bespeurt hun aanwezigheid nauwelijks. Ik zie ze met genoegen aan,
+die kleine onschadelijke negertjes, naakt als wormen, en die als eenig
+kleedingstuk een touwtje om de lenden dragen, waaraan in 't midden
+een soort van medaillon hangt bij wijze van vijgeblad, meestal uit
+metaal vervaardigd, koper, zilver of goud, al naar het vermogen der
+ouders. Wat heb ik hun vaak stuivers en lekkers toegegooid en wat
+had ik een schik in hun lachende gezichtjes!
+
+Men kan merkwaardige zedenstudies maken in die landen van overzee, waar
+godsdienst en gebruiken zooveel van de onze verschillen. Verscheiden
+malen reden wij 's avonds vóór den eten langs begrafenissen, waarvan
+de schikking tot vermakelijke verrassingen aanleiding gaf. Eens
+gingen we voorbij den stoet van een inlandsche vrouw van katholiek
+geloof. Zij lag in groot toilet, met bloemen en sieraden getooid en
+met zorg gekapt, op een, door de familie gedragen paradebed. Van een
+doodkist was geen sprake. Ze gingen haar eenvoudig aan den schoot
+der aarde toevertrouwen en haar met zand bedekken. Een anderen keer
+zagen we een mohammedaansche begrafenis, door zang en muziek begeleid.
+
+Het aantal tot den christelijken godsdienst bekeerde Indiërs is
+nog slechts zeer gering. De groote meerderheid der inboorlingen
+heeft den eeredienst van het Brahmaïsme bewaard, waar luidruchtige
+feesten, processies met tamtams en andere muziekinstrumenten, die
+een helsch lawaai maken, bij behooren. Den dag na mijn aankomst is
+er een groot feest bij een Brahmaan van aanzien, waar de gouverneur
+genoodigd is. Op het oogenblik, dat ons rijtuig vóór de woning
+van den jubilaris stilhoudt, laat zich de _Marseillaise_ hooren,
+en men voert ons naar de voor ons vrijgehouden zetels. Er wordt op
+onze knieën een reuzenbouquet gezet, die misschien wel een meter
+in omtrek is, en men hangt ons een krans van bloemen om den hals,
+die ons niet weinig prikkelt. De locale kleur, versterkt door de
+opgewonden uitroepen van de menigte, is typisch; maar de geuren,
+die uit het publiek opstijgen, laten veel te wenschen over, te meer
+daar bijna zonder uitzondering allen naakt zijn, op het vereischte
+bandje of touwtje na. IJs en ijskoude dranken gaan overvloedig rond;
+de warmte in de beperkte ruimte wordt ondragelijk; het is tijd dat
+wij ons rijtuig en de open lucht weer bereiken.
+
+Er zou tijd en veel geduld noodig zijn, om het verschil te leeren
+kennen in de gewoonten en wetten en maatschappelijke vormen, geldend
+voor de onderscheiden kasten van Brahmanen, en die hen in streng
+afgesloten klassen splitsen. De een zal nooit dit doen, de ander
+nooit dat; een handwerk, door deze kaste uitgeoefend, mag door een
+andere kaste niet worden ter hand genomen. De taak voor iedere kaste
+is zoo nauwkeurig voorgeschreven, dat het bepaald absurd wordt in
+onze oogen, en het komt mij voor, dat er zelfs voor deze menschen een
+lange, moeilijke leertijd wordt vereischt, als zij zich niet zullen
+schuldig maken aan eenige inbreuk op de velerlei voorschriften van
+hun godsdienst.
+
+Bouw- en beeldhouwkunst hebben het in de gebouwen, die aan den
+hindoeschen en den brahmaanschen godsdienst zijn gewijd, tot een
+zeldzame hoogte gebracht. Vele auteurs hebben ze reeds beschreven;
+maar toch schijnt het ons van belang, erop te wijzen, dat die van Indië
+door de artistieke zijde van hun architectuur en den rijkdom van hun
+versiering uitmunten boven vele tempels, die wij in andere landen
+van Azië hebben kunnen bezoeken. Men vindt wel niet te Pondichéry
+zulke prachtige tempels als te Tanjore, Trichinopoly en Madura, maar
+dat neemt niet weg, dat die van Villenour en andere plaatsen in den
+omtrek een nauwlettend bezoek verdienen.
+
+Ik ben verscheiden malen naar dien van Villenour gegaan, die op
+eenige kilometers afstands van de residentie is gelegen. Een zeer
+groote wagen of kar onder een breed afdak, die nu en dan dienst doet
+bij processies voor den eeredienst, geeft blijk van de bekwaamheid
+van deze inboorlingen en hun kunstvaardigheid in het handwerk. Die
+wagen, geheel van hout gemaakt, stelt een gansche boeddhistische
+geschiedenis voor, door middel van fijne werktuigen gegraveerd in
+vierkante blokken van dezelfde afmeting en aan elkander sluitend met
+onberispelijke symmetrie. Het gewicht van het geheel moet verbazend
+zijn, want op de hooge feestdagen zijn er 1200 à 1500 menschen noodig
+om het kolossale voertuig te trekken.
+
+De kunstvaardigheid van deze inboorlingen is nog niet verloren gegaan,
+zooals men geneigd zou zijn te veronderstellen, als men bespeurt
+dat al die indische tempels tot de oudheid opklimmen, en dat men in
+onze dagen nooit eens den bouw van een nieuw, even grootsch bouwwerk
+bijwoont. Ik heb er het bewijs van gezien, toen de gouverneur mij
+naar een plaats bracht dichtbij Villenour, waar wij een wagen zagen,
+die bijna af was en met evenveel talent vervaardigd was, als die uit
+voorbijgegane tijden.
+
+Het ware meesterstuk, dat wij voor oogen hebben, is uit zeer hard
+hout gesneden en stelt met merkwaardige fijnheid een boeddhistische
+processie voor, waarvan ons de beteekenis natuurlijk ontgaat, maar
+die ons met bewondering vervult. Een inlandsch beambte legt ons uit,
+dat er ten minste 500 menschen zullen noodig zijn, om den wagen te
+trekken. Hij laat ons het touw zien, dat men zal moeten gebruiken;
+het is zoo dik als een reuzenslang. Wij waren het niet alleen, die in
+verrukking raakten over dit mooie werk; een hoop kinderen omringde ons
+en was vervuld van eerbied. Ik vermoed, dat de heer Piot voldaan zou
+zijn over een bezoek aan een land, waar zijn leer zooveel aanhangers
+heeft gevonden.
+
+Wat Pondichéry en de grond, die er bij behoort, aan
+landbouwvoortbrengselen opleveren, beteekent weinig. De geheele
+uitvoer heeft slechts een waarde van 27 à 28 millioen francs; katoenen
+weefsels zijn daarin opgenomen voor een som van bij de 9 millioen
+en de aardnoten voor 15. Volgens het jaarverslag van 1904 hebben 48
+stoombooten van verschillende nationaliteit 581562 zakken aardnoten
+ingenomen van 75 kilo per zak. De aardnoten worden ook in den vorm
+van aardnotenkoeken uitgevoerd. Verleden jaar is de uitvoer van dit
+artikel gestegen tot een totaal bedrag van 4376 ton, hetgeen een waarde
+vertegenwoordigt van bij de 400,000 francs. Daarna volgen de katoenen
+weefsels, die in de laatste statistiek voorkomen voor de som van bij
+de 9 millioen; de rijstsoorten voor 2 1/4 millioen en de huiden voor
+1 1/2 millioen francs. De andere uitvoerartikelen bereiken slechts
+een onbeduidend cijfer. Er wordt een kleine hoeveelheid vanille
+uitgevoerd, zooals ook kokosnoten en vruchten. Het verbouwen van
+aardnoten heeft in den laatsten tijd een groote vlucht genomen en zou
+nog aanmerkelijk kunnen toenemen. Die handel is voortaan een zaak van
+gewicht voor Fransch-Indië, daar Pondichéry voor die oliehoudende
+zaden een groote opslagplaats geworden is, die niet enkel gevoed
+wordt door de directe voortbrenging in de buurt; reeds beginnen de
+producten uit de omliggende engelsche bezittingen toe te stroomen,
+waardoor de handelsbeweging vertienvoudigd wordt.
+
+De landbouwers uit het Zuiden van Indië, vooral uit de provincie
+Tanjore en uit de omstreken van Trichinopoly maken meestal voor hun
+verzendingen gebruik van Pondichéry, daar het de beste haven van de
+kust is, minder dan Madras aan cyclonen blootgesteld. De laatste,
+waarvan men de herinnering nog heeft behouden, is die van 1863;
+zeven schepen, die op korten afstand van het strand ten anker lagen,
+werden verzwolgen bij de groote ramp.
+
+Wat de vanille aangaat, men is er met de cultuur nog pas sinds een
+dozijn jaren bezig; vrij groote velden zijn ermee beplant in den
+Kolonialen Tuin, waar de onderdirecteur mij wel de inlichtingen wil
+geven, die mij belang inboezemen. In het begin had men met groote
+zorgeloosheid te strijden. De inboorlingen, die bij het kweeken van
+het kostbare gewas gebruikt worden, moeten voortdurend onder toezicht
+zijn; in het begin lagen massa's vanille in kisten te verrotten, alsof
+er een hoop hooi in lag. De tegenwoordige gouverneur heeft er orde
+op gesteld, zooals uit de verkregen resultaten blijkt. De vrucht van
+Pondichéry is dunner dan die uit Mexico en van Réunion, maar de geur
+der stokjes doet naar mijne meening niet voor de andere onder. De
+vanille wordt hier voor tien roepijen, dat is 17 francs, per kilo
+verkocht. Er zijn te Pondichéry kweekers met een ruim geweten, die hun
+welverzorgden en goed ingepakten oogst naar Bourbon hebben gezonden,
+om van daar als echte Bourbonvanille naar Europa te worden verscheept.
+
+De geheele bevolking van de fransche nederzettingen in Indië bedroeg
+op 31 December 1903 het aantal van 273748 inwoners, onder wie slechts
+1408 Europeanen, en wel 492 mannen, 546 vrouwen en 370 kinderen. De
+europeesche bevolking wisselt natuurlijk voortdurend, daar de meesten
+slechts zeer kort in de kolonie blijven. Dit geldt vooral van de
+ambtenaren en hun gezinnen, wier _chassé-croisé_ over alle oceanen
+voldoende bekend is. Het aantal Europeanen of kleurlingen, die er
+wortel hebben geschoten en behagen vinden in de carrière, welke zij
+hebben gekozen, of in den handel, waarin zij bezig zijn, is slechts
+zeer klein. Men kan de vooroordeelen van een volk niet veranderen,
+zoo min als de begrippen, die gangbaar, zijn in het moederland. Een
+kolonie is nu eenmaal een oord van ballingschap, en het klimaat moet er
+noodzakelijk ongezond zijn. En hoeveel menschen, veroordeeld om in het
+land, dat hen heeft zien geboren worden, te leven in een voortdurenden
+strijd ter verkrijging van de meest dringende levensbehoeften,
+zouden zich een veel vrijer en ruimer bestaan kunnen verschaffen,
+als zij, zoo zij vlijt en volharding bezaten, besloten het routinejuk
+af te schudden, en iets te ondernemen, 't zij landbouw of handel,
+in landen van onbetwistbare vruchtbaarheid, waar men nog zooveel
+handen kan gebruiken! Voor den groothandel, de banken, industriëele
+ondernemingen zouden er onmetelijke velden te exploiteeren blijven.
+
+Wij behoeven slechts een afstand van 160 kilometer per spoor af
+te leggen, om Madras te bereiken, gelegen aan diezelfde kust van
+Coromandel, en we stappen uit in een groote handelsstad, waar het
+drukke leven zich in allerlei vormen voordoet, en waar men alles
+kan genieten, wat een bloeiende europeesche stad aanbiedt. Bombay en
+Calcutta zijn evenals veel steden van het Uiterste Oosten volkrijke,
+bloeiende centra, die in niets onderdoen voor de groote steden
+van onze oude wereld, en zij, die er zich gevestigd hebben in den
+handel, het bankwezen of de industrie, klagen niet over de zoogenaamde
+ballingschap. Trouwens in veertien of achttien dagen voeren de trein
+en de paketboot hen naar den geboortegrond terug voor een kleine
+vacantie, waartoe gemakkelijk besloten wordt door die inwoners,
+wier middelen hun de onbeteekenende verplaatsing toestaan.
+
+Als men het leven van den inboorling nagaat met het oog op zijn
+behoeften en zijn intellectueele ontwikkeling, moet men wel inzien,
+dat hij veel gelukkiger is dan menig Europeaan of kleurling, die
+verkeert in wat wij overeengekomen zijn, beter levensomstandigheden
+te noemen. Wij vinden hem doorgaans vroolijk en tevreden; hij klaagt
+zelden, leeft op de primitiefste manier, wonend in een krotje of hutje
+met zijn meestal talrijk gezin, zich dekkend met een strook stof,
+die hem eenige stuivers heeft gekost, zich op de soberste manier
+voedend met de producten, die hij dikwijls zelf verbouwt zonder zorg
+voor den komenden dag. Is zoo'n man uit philosofisch oogpunt niet
+veel gelukkiger dan de meesten onzer?
+
+Een van mijn grootste genoegens in de koloniën bestaat in een
+bezoek aan de markt, dien levenden kaleidoscoop, die altijd een
+verschillend veld van waarnemingen is, al naar de omgeving waarin men
+zich bevindt. De markten van Indië bieden niet zoo'n weerzinwekkend,
+kwalijk riekend schouwspel als de markten in negerlanden. De menschen
+zijn er minder vuil en maken minder leven dan de zwarten van de
+Antillen of Zuid-Amerika; zij passen met hun bonte doeken bij hun
+omgeving, die niet zoo carnavalachtig is als ginder. Rood is de meest
+geliefde kleur; men zou bijna kunnen zeggen de eenige, door mannen
+en vrouwen gedragen, zoowel wanneer zij zich een groot deel van het
+lichaam bedekken, als wanneer ze zich tot een eenvoudigen band bepalen,
+aangebracht naar de wetten der welvoegelijkheid.
+
+Hier ook weer is er geen gebrek aan kinderen; maar de ouders behoeven
+zich niet om hen te bekommeren, want het talrijk kroost kan het goed
+vinden met de kippen aan den weg, en verdwaalt niet in de drukke
+menigte. Wat ik vurig hoop voor de inlandsche bevolking van Pondichéry
+en zelfs voor heel Indië, is dat men er de invoering van automobielen
+verbiede, die er zeker spoedig veel kwaad zouden stichten. Ten tijde
+van mijn verblijf in de kolonie had een parijsch automobielfabrikant
+zich tot een ambtenaar in Pondichéry gewend, om inlichtingen te
+erlangen omtrent de mogelijkheid, het moordend instrument er in te
+voeren. De inboorling heeft de betreurenswaardige gewoonte, altijd
+op het midden van den weg te loopen, en zelfs als men in een gewoon
+rijtuig zit, moet men herhaaldelijk roepen, om hem naar den een of
+den anderen kant van den weg te doen gaan; wat de kinderen betreft,
+ze loopen voortdurend gevaar, in stukjes te worden gereden. Nergens
+ter wereld hebben de koetsiers zulk een moeilijke taak bij het mennen
+van hun paarden. Wat zou er gebeuren, als men op een dag den invoer
+van die wagens toeliet, die, al zouden ze enkele bevoorrechten
+gelukkig maken, een moorddadige werking zouden uitoefenen en de
+bevolking zouden decimeeren! De Europeaan zou, ook al kon bij zich
+bergen en zijn bestaan verdedigen, oproerige kreten uiten bij het
+zien van het monster, vooral om den aard van den grond. De bodem in
+het zuiden van Indië verkruimelt tot een rood poeder, dat bij het
+geringste zuchtje van den wind in wolken opvliegt. Nu reeds in onze
+europeesche landen het stof, door dit middel van vervoer opgejaagd,
+vrij gerechtvaardigde klachten doet rijzen, zou men te Pondichéry
+ware wanhoopskreten slaken. Hoe dikwijls is het mij gebeurd, dat ik
+na een wandeling van een paar uur moest constateeren, dat mijn wit
+costuum een saffraan kleurige tint had gekregen!
+
+De heer Delale, hoofd van het openbaar onderwijs, is zoo welwillend,
+mij tot gids te strekken bij het bezoek, dat ik mij voorgesteld had
+te brengen aan de voornaamste scholen van de stad. De quaestie van
+het onderwijs, dat in de koloniën aan de inlandsche bevolking wordt
+gegeven, heeft mij altijd veel belang ingeboezemd en leidde mij tot
+merkwaardige vergelijkingen. Er zijn koloniën, waar het oprechten
+lof verdient, en andere, waar het, eerlijk gezegd, bedroevend is,
+waar het op niets, op geen onderwijs neerkomt. Te Pondichéry, waar
+verscheiden scholen zijn, heb ik aan vijf een bezoek gebracht. Het
+onderwijs staat onder het toezicht van een zeer intelligenten leider,
+die uitstekend samenwerkt met den gouverneur. Wat mij het meest heeft
+getroffen, is de practische manier, waarop de onderwijzers in de
+jeugdige hersens de dingen doen doordringen, die hun onderwezen moeten
+worden, niet door het domme systeem van machinaal de kinderen zinnen
+te laten herhalen, die ze niet begrijpen, maar door het kraantje van
+hun intelligentie te openen door verklaringen, die ze kunnen vatten,
+en die ze daarom niet vergeten. In die verschillende scholen ga ik door
+alle klassen heen en vraag verlof, die kinderen te mogen ondervragen,
+die toeval of intuïtie mij doen kiezen, daar ik altijd de keus van een
+onderwijzer een beetje wantrouw in de gevallen, dat de school aan een
+bezoeker moet worden vertoond. Het is mij aangenaam te kunnen zeggen,
+tot eer van den heer Delale, dat het bezoek aan die inrichtingen
+te Pondichéry zeer goede herinneringen bij mij heeft achtergelaten,
+en dat het te wenschen ware, dat men in enkele andere koloniën zijn
+goede methode volgde en tevens het aanhoudende toezicht, dat hij
+uitoefent in het hem toevertrouwde departement.
+
+In de laatste school, die ik bezocht, en die alleen voor jonge
+meisjes bestemd is, woonde ik verschillende naailessen bij, waar het
+werk op zeer lofwaardige wijze werd gedaan. Ik ben verbaasd over de
+gemakkelijkheid, waarmee die meisjes in goed Fransch antwoorden op
+de vragen, die ik tot haar richt. In Engelsch-Indië had ik in twee
+scholen kunnen opmerken, dat de kinderen zich bijna alleen in hun
+moedertaal konden uitdrukken, doorspekt met enkele engelsche woorden,
+verhaspeld op een wijze, die ze onbegrijpelijk maakte.
+
+Ach, indien het mogelijk was, al die kinderen in hun vroegste jeugd
+te doen begrijpen, dat er een studie is, waar de hersens door in de
+war raken en die de rust des levens verwoest, zou dat een weldaad
+zijn voor de kolonie! Ik heb het oog op de politiek, die dit arme
+land verwoest, de ontwikkeling tegenhoudt en op betreurenswaardige
+wijze de europeesche bevolking verdeelt.
+
+Ik wil liever niet stilstaan bij de pijnlijke zijden van de politiek,
+waar zij tot minder fraaie resultaten leidt en vooral vroeger
+geleid heeft.... Buitendien, niet enkel in Indië houdt men zich
+op met verkiezingspraktijken die afkeurenswaardig en verderfelijk
+zijn. Er zijn in Frankrijk ook steden bekend, waar de kiezers zich
+tot voorbeeld schijnen te stellen wat er plaats grijpt om en bij de
+stembussen van de hoofdstad onzer indische bezittingen....
+
+De grappige kant van de zaak is de terugslag der politieke meeningen
+op de onderlinge betrekkingen van de Europeanen, die te Pondichéry
+gevestigd zijn. Ik heb daar merkwaardige herinneringen aan behouden, en
+ik kan geen weerstand bieden aan den lust er enkele van mee te deelen.
+
+Een ambtenaar, pas ontscheept in de kolonie, brengt een bezoek aan den
+heer A, maar kan, daar hij den volgenden dag ongesteld wordt, niet naar
+den heer B gaan.... Hij wordt dadelijk door dien laatste beschouwd
+als te behooren tot een hem vijandelijke clan en op zij geschoven;
+men vertrouwt hem niet. Een ander ambtenaar, die op dezelfden dag
+gezien is geworden in gesprek met twee menschen van tegengestelde
+politieke overtuiging, wordt door beide voor een halve gehouden,
+een middenman, dien men goed zal doen te mijden.
+
+Aan de zijde der dames werkt de jaloezie met de allernietigste
+argumenten, de ongerijmdste voorwendsels, waarbij dan een gebabbel
+komt, zoo als men zich bijna niet kan voorstellen. Een dame uit
+Pondichéry heeft mij verteld, dat men vond dat zij haar rang niet
+voldoende kon ophouden, omdat zij in plaats van een pousse-pousse te
+nemen (kosten 20 centimes) te voet een boodschap was gaan doen op 100
+M. afstands. Het schijnt wel, dat een vrouw die zichzelve respecteert,
+in dat land in 't geheel niet mag loopen!
+
+Een tocht naar Karikal en naar Mahé, die betrekkelijk niet ver
+van Pondichéry liggen, lachte mij niet toe. Daarentegen heb ik,
+toen ik eenigen tijd vóór mijn bezoek aan Zuid-Indië in Calcutta
+vertoefde, een uitstapje gemaakt naar Chandernagor, slechts op een
+uur afstands per spoor verwijderd van de hoofdstad der engelsche
+bezittingen. Chandernagor, gebouwd op den rechteroever van de Hoogly
+aan een schilderachtige baai, herinnert aan de schoonste tijden
+van de fransche heerschappij in Indië. De stad heeft gedurende de
+geheele eerste helft der 18_de_ eeuw de schepen bij honderden aan
+haar kaden ten anker zien komen; daar zetelde de gansche handel van
+Bengalen. Zij heeft haar voorspoed zien verdwijnen door de opkomst
+en de groote ontwikkeling van Calcutta. Maar nog is het een stad,
+die indruk maakt, een aardige plaats met breede, rechte straten en
+sierlijke huizen. Verscheiden ruïnen van paleizen en tempels getuigen
+van den vroegeren luister. Het grondgebied is niet zeer groot,
+namelijk 6 K.M. over de grootste lengte bij een breedte van 2 K.M.,
+een oppervlakte van 1000 H.A. Het klimaat is er, dank zij den meren
+en bosschen om de stad, koeler dan in de omringende deelen des lands,
+maar de temperatuur is er veel veranderlijker en veel koeler dan te
+Pondichéry, ofschoon men in Mei zeer dikwijls een warmte heeft van
+40 tot 45° C.
+
+Er wordt, eigenlijk gezegd, te Chandernagor niets verbouwd, daar
+de beschikbare grond zoo beperkt is, dat men geen ernstige pogingen
+kan beginnen; maar de politiek is er wel doorgedrongen, evenals te
+Pondichéry, en zij vormt het hoofdonderwerp van alle gesprekken.
+
+Ik bracht er twee heerlijke dagen door bij den vriendelijken
+administrateur, den heer Bertrand en zijn lieve vrouw, en ik genoot
+van de heerlijke wandelingen aan den oever der rivier in de zuivere,
+opwekkende lucht.
+
+Er bestaat verschil van meening over de duurzaamheid van het engelsch
+bestuur in Indië. Naar alle waarschijnlijkheid hebben de Engelschen
+er geen wortel gevat. Een volksuitdrukking zegt: "De Engelschman
+en de Hindoe gaan samen als olie en water", dat wil zeggen, dat ze
+in 't geheel niet samengaan. De Hindoes verwijten den Engelschen,
+dat zij hen opeten, zooals de rupsen bladeren vernielen en zoo den
+boomen het sap ontstelen. Maar de Engelschen maken zich ook geen
+illusies omtrent de gevoelens, die zij den Hindoes inboezemen. "De
+intelligentste inboorlingen", schrijft een engelsch reiziger, "erkennen
+de weldaden van ons bestuur; maar de massa wil liever slecht geregeerd
+worden door haar eigen hoofden dan goed door ons".
+
+Het schijnt, dat de fransche invloed dieper doorgewerkt heeft op de
+te weinig talrijke stammen, door oude verdragen onder ons bestuur
+gelaten. Ik kan de verzoeking niet weerstaan, enkele regels aan te
+halen, die door Pierre Loti in zijn _Propos d'exil_ gewijd zijn aan
+de boeren uit den omtrek van Mahé (en die toegepast zouden kunnen
+worden op alle Hindoes, die fransch grondgebied bewonen), omdat zij
+uitstekend de gevoelens weergeven, die de inboorling te onzen opzichte
+koestert: "Zij zeggen in het Fransch _bonjour_, als de boeren bij ons
+en schijnen er trotsch op te zijn, bij ons te zijn gebleven; men ziet,
+dat ze lust hebben te blijven staan en een praatje te maken. Diegenen,
+die onze taal een weinig kennen, glimlachen en beginnen een gesprek,
+altijd pratend van: 'Onze matrozen ... onze soldaten.' Ja, men is
+hier toch wel in Frankrijk." En ik moet denken aan een geval voor
+de rechtbank te Saigon, waar een van die Indiërs, beschuldigd van
+ik weet niet welke euveldaad, aan een magistraat uit Corsica, die
+hem als wilde toesprak, ten antwoord gaf: "Wij waren al Franschen
+tweehonderd jaar vroeger dan gij."
+
+
+
+
+Bij de ruïnen van Angkor.
+
+
+Naar het Fransch van den Vicomte De Miramon-Fargues
+met photografieën van mevrouw de M.-F.
+
+
+Van Saigon naar Pnom-penh en naar Compong-Cjuang.--Roeitocht op
+het Groote Meer.--Karren uit Cambodja.--Siem-Reap.--De tempel van
+Angkor.--Angkor-Tom.--Verval der khmersche beschaving.--Ontmoeting
+met den tweeden koning van Cambodja.--Oedong-de-Verhevene, hoofdstad
+van Norodom's vader.--Het paleis van Norodom te Pnom-penh.--Waarom
+Frankrijk niet aan Siam het grondgebied van Angkor kon overlaten.
+
+
+Tegen het einde van Januari 1903 gingen mevrouw de Miramon-Fargues
+en ik te Pnom-penh, de hoofdstad van Cambodja aan wal, in gezelschap
+van twee commissarissen van de tentoonstelling van Hanoï, de heeren
+Bonaparte-Wyse en den heer Rouget. Een stoomboot van de _Messageries
+fluviales_, die de Mekong in vier-en-twintig uur was opgevaren,
+had ons van Saigon erheen gebracht. Maar wij kwamen veertien dagen
+te laat aan; in dezen tijd van het jaar ledigt zich het reuzenbekken
+van de Tonlé-Sap, een echte binnenzee, en vloeit af naar de monding
+der rivier.
+
+Het lage water maakt, dat de sloepen er niet kunnen binnenvaren,
+en onze tocht naar Angkor zou onmogelijk zijn geweest, als de
+resident-generaal niet de goedheid had gehad, een platboom-vaartuig
+te onzer beschikking te stellen, waarop in het midden een hut was
+aangebracht en dat in 't geheel 12 M. lang en 2 1/2 M. breed was. Zoo
+konden wij worden opgesleept tot Compong-Cjuang. Maar van dat punt
+af moesten wij gedurende twee dagen en drie nachten onze reis al
+roeiend voortzetten met niets voor oogen dan de eentonige vlakte van
+het meer. Onze drijvende woning was eigenlijk niet groot genoeg, om
+de zes-en-twintig bedienden en roeiers te bevatten, die rondom ons
+heen wriemelden, Cambodjanen, Chineezen, Siameezen, Annamieten, die
+vier verscheidenheden van huidskleur vertegenwoordigden, buiten onze
+eigene, 's Avonds werd er geen lamp aangestoken, om geen nachtvlinders
+en muskieten te lokken, maar om den tijd te dooden, vergastte ieder
+de omgeving met een liedje uit zijn vaderland, en daar de Têtfeesten
+nabij waren in de op den oever verspreide dorpen, beantwoordde de
+tam-tam het gezang, dat veel van een cacophonie had.
+
+Eindelijk deed zich op een morgen de rivier Siem-Reap voor, en een
+zucht van voldoening ontsnapte ons, want die naam riep de koelte van
+de bosschen voor ons op en de wonderen van den tropischen plantengroei.
+
+Maar bij aankomst wachtte ons een teleurstelling. De ossenkarren,
+die de mandarijn voor ons had gezonden, hadden pas de oevers der
+rivier verlaten, of reeds waren wij in een woestijnachtige streek
+gekomen. Wij reden langs lage, leelijk gevormde dwergboomen, vuil
+nog en bespat van het nu gezakte water; vervolgens geeft zelfs dat
+mager boom- en struikgewas het op en maakt plaats voor droog gras, en
+kort daarop is de grond, door de zon tot stof verpoeierd, bijna geheel
+kaal, met slechts hier en daar wat toefjes rijst, pas geplant en reeds
+overstoven met het fijne zand van den bodem, hetwelk reeds opstuift,
+als er maar een vogel overheen vliegt. Onze optocht bestaat uit tien
+zeer primitieve karren van planken en bamboelatten op een onderstel
+geplaatst zonder zijwanden. Alleen onze zucht tot zelfbehoud maakt,
+dat wij niet bij ieder stootje van het voertuig eraf rollen. Gelukkig
+heeft de weekelijke beschaving van ons Westerlingen een remedie voor de
+kwaal meegebracht in den vorm van een matras, die op het voorhistorisch
+voertuig werdt gelegd en die de ruwe schokken een weinig tempert.
+
+Samengehurkt op onze matrassen als op een bed van heete asch,
+altijd maar pogingen doende, om geheel en al weg te kruipen onder
+onze zonneschermen, zien wij nu en dan eens even vaag de trotsche
+koepels van eenige khmersche ruïnen, die op den top staan van een
+brandend heeten heuvel of onduidelijk afsteken tegen de vlakte. De
+verschijning van die grootsche monumenten te midden der armzalige
+natuur werkt bemoedigend, maar toch is het tegelijkertijd een
+bedroevende aanblik. Welke adem is er over dezen bodem gestreken
+en over al die vroegere grootheid? En wie is van dit diepe verval,
+waarvan de aanblik ons in de ziel grijpt, de oorzaak geweest, wie
+gaf er den eersten stoot toe, de mensch of de natuur?
+
+Eindelijk vinden wij de boorden der rivier terug, en als met een
+tooverslag is alles veranderd. Tusschen kokos- en arecapalmen, bananen
+en de verdere sappig groene massa van den exotischen plantengroei,
+staan op een rij de hutten van een eindeloos dorp. Op palen gebouwd,
+van bamboes en van stroo, zien ze er armoedig, maar toch wel zindelijk
+uit. Groote bruine menschen wonen in die lage verblijven met hun
+vrouwen, die regelmatige trekken hebben en hard, borstelig haar;
+met waardige gratie dragen al die personen doeken en gordels van
+verschillende kleuren. In de bedding der rivier draaien wielen met
+lichte schoepen, door den stroom in beweging gebracht, en voeren het
+water naar de woningen aan den oever door lange bamboekokers. Rondom
+de hutten speelden kinderen met groote buffels, wier horens, die
+zoo vaak gevaarlijk zijn voor Europeanen, in 't minst geen booze
+bedoelingen schenen te hebben ten opzichte van het vuile kindertroepje.
+
+Daar zijn we bij de "sala", de herberg, die vriendelijk ter beschikking
+van de reizigers gesteld is; 't is een blauw geverfde stellage van
+planken, en met haar estrade lijkt ze veel op het tooneeltje van een
+café-concert. Daarnaast woont de gouverneur, een stroohut, die zich
+enkel door haar grootte van de andere onderscheidt.
+
+Dit groote dorp heet Siem-reap, provinciale hoofdstad; dus eerbied als
+'t u blieft!
+
+Wij wandelen nog een heelen tijd langs de hutten en de tuinen, waar
+alle arbeid aan de natuur blijft overgelaten en waar dit eenvoudig
+volkje de bevrediging van al zijn behoeften vindt. Dan treden wij
+een bosch binnen met dicht struikgewas, waarboven zich reuzenboomen
+verheffen, echte boomen uit het oerwoud.
+
+En terwijl wij daar gaan en, boven ons, de apen zwaar door de boomen
+hooren springen, terwijl luid schreeuwende vogels aan 't gillen zijn,
+en om ons heen de hanen en de wilde pauwen opvliegen, zien wij stil
+en bedaard die gebronsde mannen en vrouwen langs ons gaan, zoo flink
+en goed gebouwd en met iets zoo rustigs in den blik.
+
+Zorgeloos volkje, door geen onvervulbare behoeften gehinderd! Gelukkig
+volk, dat geen geschiedenis heeft!
+
+Het bosch, dat plotseling afgebroken wordt door een open ruimte, wijkt,
+als het ware, terug om een onmetelijken cirkel te omsluiten, waar als
+zuilen de stammen der reuzenboomen omheen staan. Toen aanschouwden
+wij in het te felle licht van die te wijde vlakte zwarte massa's van
+onbekende, onbepaalde vormen, die tot in verre verte reeksen vormden
+of hier en daar zonderlinge punten omhoog staken. Een lange lijn
+van gevels loopt ongeordend langs den voet van drie hooge torens en
+wijkt in de verte, zooals groote schepen doen, die achter de gebogen
+lijn der zee het eerst hun masten vertoonen. Men voelt iets van
+teleurstelling opkomen, maar men herinnert zich dan al spoedig, dat
+juist de reuzenafmetingen van deze monumenten hen, om zoo te zeggen,
+neerdrukken door hun eigen onmetelijkheid.
+
+Onze karren bestijgen een terras, beschermd door twee monsterdieren,
+die leeuwen voorstellen. Een steenen pad loopt voort tot dichtbij
+de vijvers, bedekt met lotusbloemen, en dan verder naar een wijde,
+omsloten ruimte, waar lange gangen doorloopen tusschen hooge,
+vierkante zalen. Door een eerepoort traden wij binnen en waren aldus
+in het heiligdom aangekomen. Vóór ons, maar nog op grooten afstand
+en over de toppen der kokospalmen heen, verhief zich de tempel van
+Angkor met zijn formidabele massa, waarboven drie koepels verrezen,
+die wij perspectivisch alle drie in één rij zagen.
+
+De met groote platte steenen geplaveide weg voert erheen, streng,
+rechtlijnig en statig, en aan den kant staan twee kleine tempels, twee
+artistieke gebouwtjes, met hun voeten weggedoken in de modder van de
+plassen. Ginder, in de verte, heel aan het eind van den langen weg,
+ziet men verschillende achter elkaâr gelegen portieken, en reeksen
+van stoepen en trappen leiden naar den centralen koepel, waarheen de
+aandacht wordt getrokken door middel van al die andere monumenten,
+deel uitmakend van het reusachtige plan.
+
+Zoo is de pelgrim, gekomen uit het diepste van de bosschen, die de
+vlakte omzoomen, niet verlegen welken weg te kiezen. Te midden van de
+vele heiligdommen en ondanks de drievoudige omheining weet hij door
+de donkere gangen over de zonnige pleinen en tusschen de velerlei
+kloosters den weg te vinden; hij wordt, als 't ware, meegetroond door
+de geheimzinnige eenheid dezer plaats, door een macht, die hem van
+godsdienstigen eerbied vervult en niets anders is dan de suggestie
+van de rechte lijn.
+
+Wij zagen gevels, die zoo ver ons oog reikte, de een op den ander
+volgden; sierlijke portieken waakten twee aan twee op de hoeken dier
+gevels en verbraken er de eentonigheid van naar het midden; er waren
+zuilengalerijen, waar een overvloed van ornamenten als een levend
+klimop zich om de pilaren slingerde en waartusschen door in breede
+stroomen het licht naar binnen viel. Dat maakte het mogelijk op de
+wanden van de galerijen de bas-reliëfs te onderscheiden, waarin de
+geschiedenis te lezen was van 't volk, dat deze monumenten bouwde, en
+verder volgden donkere zalen en lichte gangen, boogvormige en vlakke
+zolderingen, geheimzinnige hoekjes, waar de een of andere misvormde
+Boeddha troonde onder de bescherming van veel vleermuizen. En elders
+zag men vijvers, door galerijen omgeven; vierkante pilaren, in strenge
+rijen geschaard, om zolderingen en daken te dragen, of tot sieraad
+in hoeken aangebracht; afgesloten binnenplaatsen met kloosterramen
+en open pleinen, die als tuinen waren en waar, als bloemen op een
+bloembed, sierlijke, kleine tempeltjes stonden, om door hun fijn
+en fraai voorkomen de verpletterende schoonheid van het grootste
+heiligdom te temperen. Overal vielen in deze wonderlijke wereld van
+monumenten ingestorte gebouwen en deelen van bouwwerken in het oog,
+zooals zij daar half uitgewischt beeldhouwwerk droegen en met den
+aanslag van de eeuwen waren overdekt.
+
+Hoe zal men al die wonderen met voldoenden eerbied bespreken? Is het
+niet, alsof men heiligschennis begaat, als men door de beschrijving
+der détails de bewonderenswaardige eenheid van dit meesterwerk
+verduistert? Die eenheid dringt zich op aan ons oog en staat levendig
+voor onze verbeelding al den tijd van het bezoek aan de monumenten;
+zij zal de hoofdindruk blijven, dien wij van hier meenemen, een diepen
+indruk van een werk uit één stuk, dat boeit door de grootschheid der
+proporties en daarna pas bekoort door de bevallige schikking van de
+versierselen, terwijl een grootsch genie niet enkel de hoofdlijnen
+trok, maar tevens de aantrekkelijke détails bepaalde en schikte.
+
+Twee vierkanten bevatten boven elkander aangelegde terrassen,
+wier zuilen en kapiteelen in harmonieuse lijnen rijzen en overal
+met bas-reliëfs bedekt zijn. Het grootste en eerste van die beide
+vierkante pleinen heeft een omtrek van twee kilometer; er loopt
+een lange kruisgang langs, waarvan de zuilen aan den buitenkant,
+gekeerd naar het bosch en de tuinen, een interessante historische
+galerij vormen. Het tweede, dat er strenger uitziet, herbergt onder
+de gewelven van zijn gangen en zalen, vol angstwekkende schaduwen,
+een massa steenen godheden, het Pantheon uit den vervaltijd. In
+'t midden van het tweede terras ziet men met verbazing een berg
+van gebeeldhouwde steenen, prachtig fijn bewerkt. Op dat reusachtig
+voetstuk staat de eigenlijke tempel.
+
+In de hoeken verrijzen vier koepels, schitterende schildwachten,
+die den centralen koepel, den reus, het opperheilige, bewaken. Het
+zijn pyramiden met vele trappen, waarvan de omtrekken en de scherpe
+lijnen alle aan het oog onttrokken worden door een overvloed van
+ornamenten. Zij dragen op den top een vreemde bekroning, op een
+tiara gelijkend, een der oude tiaren uit den tijd der Middeleeuwen,
+waar wonderlijk gevormde steenen in bevestigd zijn en ruw gegraveerde
+cameeën. De gidsen geven er den naam van _prea-sat_ aan, maar ik vrees,
+dat ik, door dien barbaarschen term te gebruiken, met een uitstalling
+van geleerdheid den diepen indruk van kunst en genie zal schaden,
+dien nog in mij wekt de herinnering aan het wonderwerk.
+
+Men moet zich met behulp van handen en voeten opwerken tegen den
+heiligen berg, zoo steil en lastig is de beklimming langs ongelijke
+trappen met smalle treden, die bijna niet naar voren komen. De
+majesteit van het heiligdom wordt door dien moeilijken tocht
+verhoogd, en men krijgt meer eerbied voor wat men met zoo groote
+moeite moet bereiken. Boven krijgt men weer gewelven te zien en
+kapellen en kloostergangen, alle uitkomend bij den centralen koepel,
+het geheimzinnige middelpunt, dat boven het geheel zijn hoofd, met
+diamanten getooid, opsteekt. Daar zijn, naar men zegt, de heilige
+voorwerpen opgeborgen en de documenten, die de annalen bevatten van een
+ras, dat tot den sagentijd opklimt. Noch deuren, noch trappen stellen
+in staat, ook maar het minste of geringste van die geheimzinnigheden
+te doorgronden. Maar aan de vier hoeken en in het midden der gevels
+laten groote portieken stroomen licht binnenvallen, naar 't schijnt
+om van alle punten van den horizon de eerbewijzen der natuur en der
+menschen in ontvangst te nemen.
+
+Gezeten op de treden van een dezer portieken, met de voeten op een
+kroonlijst met afgebrokkelde beeldjes, zien wij de zon ondergaan
+achter het gebladerte van het bosch. Onder ons worden pleinen en
+gangen langzamerhand in duisternis gehuld, terwijl op de hoogte,
+waar wij ons bevinden, de laatste zonnestralen nog het heiligdom
+treffen. Eén voor één verdwijnen de zuilen, de kapiteelen en de
+bas-reliëfs, die men overal herhaald vindt, met de rijen, eindeloos
+lang, van heilige bayadères. Spoedig kunnen wij nauwelijks meer de
+daken onderscheiden met de zware, lange, afgeronde steenen, die rij
+aan rij zich uitstrekken met de eentonige regelmaat der voren in onze
+akkers. Eenzaam verschijnt soms nog, oplichtend, het gele kleed van
+een bonze, die bij zijn ronde langs een muur strijkt.
+
+Toen kwam 't ons voor, dat al die dingen, die wij nu zoo dicht vóór
+ons zien, en die zoo oneindig ver van ons oude Europa zijn, iets
+bekends hadden. Op het oogenblik, toen het plotseling invallenden
+duisternis, dat eigen is aan oostersche landen, waar men de bekoorlijke
+schemeruurtjes niet kent, ze aan ons oog geheel onttrekt, wekken hun
+verwarde vormen in ons een wereld van onverwachte herinneringen.
+
+De architectuur van deze monumenten is niet geheel nieuw voor ons. In
+streken, die minder ver van Europa verwijderd zijn, Babylon en Niniveh,
+vindt men diezelfde terrassen met bouwwerken er omheen, die breede
+wegen, met platte steenen geplaveid, en de assyrische muren vertoonen
+een dergelijke overvloed van bas-reliëfs.
+
+Wat zijn het voor majestueuse figuren, die er zoo priesterlijk uitzien
+en aangebracht zijn op den voorgevel van een paleis of den rand van een
+toren? Egypte heeft daar zijn stempel op gedrukt. En die verrukkelijke
+tempeltjes met hun portieken en hun zuilen van zoo zuiveren stijl,
+waarin de harmonie der lijnen zoo goed past bij de soberheid der
+versieringen, moet men daarvan niet in het klassieke Griekenland de
+prototypen zoeken of misschien, wie weet het, de navolgingen?
+
+Wat zijn er een dingen hier, die ons vertrouwd en bekend lijken! Wij
+herkennen de kleine klosvormige zuiltjes, die het traliewerk der
+vensters vormen, omdat wij ze reeds ontmoet hebben in oude huizen
+uit Bretagne.
+
+Alles in één woord wijst op een van elders gekomen ras, dat zijn
+inspiratie heeft moeten halen van de wieg der wereld zelve, die
+grenzen van Europa en Azië, waar de oudste beschavingen geboren werden.
+
+Niet ver van den tempel in het bosch ligt de koninklijke stad
+Angkor-tom begraven, welker reuzenomtrek 4 K.M. lang was aan elke
+zijde van het vierkant. Wij lieten den volgenden morgen onze karretjes
+weer aanspannen, om ons erheen te laten brengen. Helaas, indien de
+godheid al den tempel, haar gewijd, in stand heeft kunnen houden,
+zij heeft het niet kunnen of willen doen met de paleizen der menschen,
+en te midden van onontwarbaar struikgewas moet men er nu de ruïnen van
+zoeken. Plotseling staken de wielen der kar den arbeid in den zandigen
+grond; een schok schrikt den toerist op uit zijn mijmeringen bij het
+zien der apen, spelend in de hooge boomen. We gaan met de kleine ossen
+dapper een steenen trap beklimmen en rijden onder een eereboog door,
+van waar een impassibel steenen beeld ons schijnt te bewaken. Door het
+gebladerte kan men nog een lange reeks van zwarte muren onderscheiden,
+die in het struikgewas voortloopen; maar als op enkele plaatsen de
+boschjes minder dicht worden, ziet men opeens met verbazing, dat de
+muur, die als omheining diende, gebeeldhouwd is als een bas-reliëf
+in een tempel.
+
+Op den rand van een open terreintje zien wij een heuvel, dicht met
+planten begroeid, reuzenboomen steken er hun kruinen in de hoogte,
+en te midden van hen rijzen donkere, statige steenmassa's, die hun
+een plaats in de zon schijnen te betwisten. De heuvel zelf blijkt een
+monument van khmersche kunst, een tempel, een paleis of een graf,
+en op de forsche gewelven is als op vasten, effen bodem het levend
+bosch gegroeid. De pleinen, portieken en sierlijke zuilenrijen, de
+terrassen en trappen, steil als ladders, het labyrinth van zalen, de
+ingestorte verdiepingen, alles is overweldigd door dien plantengroei,
+die zelf zijn voetstuk weer vernielt.
+
+Boven een drievoudige verdieping van gewelven loopt men over
+een vlakte, bedekt met enorme stukken puin, deelen van zuilen
+en reuzensteenen. Overal verrijzen koepels boven de ruïnen als
+onwrikbare bewakers. Veelal zijn het vier reuzenhoofden, onder een
+zelfde hoofddeksel gevangen, en niets heeft van die priesterlijke
+aangezichten de uitdrukking van hooge kalmte kunnen wegnemen, noch
+het nadeel, dat de boomen eraan hebben toegebracht, die in de spleten
+van 't gesteente groeien en hun statige coiffure in een woeste pruik
+veranderen, noch het oneerbiedig spel der apen, die hun over het
+hoofd wandelen en geen eerbied toonen voor het gelaat.
+
+Te midden der geheimenissen van het woud, bij al die ruïnen, waar
+tijgers soms hun jongen komen verbergen, onder de oogen van de steenen
+figuren, in hun eeuwigen droom verzonken, gaat onze verbeelding aan
+het werk, tracht het verleden op te roepen, en onder al die doode
+dingen treedt het leven naar voren, als een laatste vonk uit het
+beeldhouwwerk, waarmee de losse steenen versierd en als ten leven
+gewekt zijn. Zie, daar zijn koningen te herkennen, monarchen in
+triomf gezeten op hun zegewagens, door met goud gestikte dekkleeden
+versierde paarden voortgetrokken; een stoet van priesters en hovelingen
+vergezelt hen. Dan volgt het leger der krijgers, dat der slaven en,
+den optocht sluitend, de wonderlange stoet van olifanten.
+
+Op den eindeloozen weg tusschen het paleis en den tempel van Angkor-Wat
+vertoont zich zulk een reuzenprocessie; maar zij leeft niet meer;
+zelfs de legenden erover zijn verdwenen uit de herinnering van het
+volk, dat zijn eigen roemrijke geschiedenis niet meer kent, nu het
+verwoestingswerk van den tijd, door plunderingen geholpen, er een
+eind aan heeft gemaakt.
+
+De hutten, waar de bonzen of priesters rondom den tempel wonen, vormen
+met de monumenten een aangrijpende tegenstelling. Het dorp is niets
+dan een verzameling stroohutten. Wij logeerden onder een groot afdak,
+in een aan alle kanten open ruimte. De vloer rustte op hooge palen en
+bestond uit een open vlechtwerk van bamboes, terwijl de bamboeladder
+toegang gaf tot dit hôtel. 's Nachts, toen wij ons op onze matrassen
+telkens omkeerden, gekweld door ontzagwekkende droomen, klonken
+overal om ons heen de neusklanken van 't psalmgezang der bonzen,
+die een soort van litanie aanhieven. Dat duurde lang en begon al
+vroeg weer in den morgen als antwoord op het gekraai der ontwakende
+hanen. En gedurende de enkele uren van rust, ons gelaten door die
+vrome zangen, waren er allerlei vreemde geluiden, wel geschikt om den
+reiziger te verschrikken, die daar in de open lucht ligt in het land
+van schorpioenen en slangen. Het waren onze ossen, die onder ons afdak
+vastgemaakt waren en die telkens bewogen of kauwden of zich zacht de
+lenden wreven.
+
+Toch is dit volk, dat in hutjes van hout en stroo woont en dat meer
+gelijkt op een primitief volk dan op een, dat gedegenereerd is, wel
+stellig het nakroost van de groote bouwmeesters van Angkor. Zij zijn
+forsch en groot, hebben sterk geaccentueerde trekken, die op de onze
+gelijken, wijd geopende oogen, 't geen alles erop wijst, dat ze van
+verre zijn gekomen. Stellig zijn deze menschen van hetzelfde ras als
+de Indiërs, die op datzelfde tijdstip, dat tot den fabeltijd schijnt
+op te klimmen, dezelfde reusachtige bouwwerken aanlegden. Zij kunnen
+elkander niet negeeren, want zij zijn nog tegenwoordig broeders door
+hun gelaatstrekken, zooals zij het vroeger waren door hun genie. Maar
+hoe dan dat totaal verval te verklaren, achteruitgang, die geen hoop
+laat en geen spijt? Helaas, dat zulk een verschijnsel niet tot de
+zeldzaamheden behoort!
+
+Hebben de fellahs niet de pyramiden gebouwd? Hebben wij niet aan de
+Singhaleezen de kolossale werken van Anuradhapura te danken op het
+eiland Ceylon? Die onderworpen volken arbeidden voor hun meester en
+door de kracht van hun millioenen armen stelden zij hem in staat,
+de wonderen tot stand te brengen, waaraan hun intellect geen deel
+had. Zij waren menschelijke machines en werden voortgedreven door
+een klein aantal begaafden onder hen, en ze keerden terug tot den
+eenvoud der natuur, zoodra die aristocratie van gezag en genie uit
+hun midden verdween.
+
+Op den morgen van den vierden dag waren wij vroeg bij de hand, om voor
+de laatste maal een bezoek aan den tempel te brengen, eer wij naar onze
+jonk terugkeerden. De zon ging op achter het heiligdom. De koepels
+straalden boven onze hoofden en de kolossus verscheen in een krans
+van rooden morgengloed. Om ons heen was alles nog in schaduw gehuld;
+de hutten, de ossenkarren, onze cambodja'sche gidsen, de troep bonzen,
+die waren komen aanloopen om van de uitdeeling van gekleurde potlooden
+te profiteeren. Wij meenden een beeld te zien van het verleden van dit
+volk. Een verheven licht is op één punt des tijds boven deze streken
+opgegaan en heeft voor een oogenblik de bewoners uit de schaduw naar
+voren gebracht, om hen te doen deelen in zijn luister, zooals de
+slaven deelden in 't geluk van den meester. Dat licht was slechts de
+weerschijn eener vreemde beschaving, en zoo lang de souvereinen van
+Angkor in gemeenschap bleven met de wieg van hun geslacht, gaven zij
+hun genie nieuwe kracht door het voorbeeld van een kunst, die langen
+tijd over de oude wereld heeft gestraald. Van daar haalden zij hun
+bouwmeesters en schilders en beeldhouwers. Maar op een dag werd de
+gemeenschap verbroken door noodlottige oorlogen en mogelijk ook door
+het terugwijken van de zee, want het is boven allen twijfel verheven,
+dat in dat ver verleden de Tonlé-sap een volkomen toegankelijke golf
+was. Toen het bloed niet meer van het hart toestroomde, gingen de leden
+kwijnen, en de koningen, in het nauw gebracht door de invallen der
+noordelijker wonende volken, verloren macht en aanzien. Zij verloren
+die zoo geheel, dat zij voor altijd de plaats van hun glorie uit het
+oog verloren, en dat op dit oogenblik een met hen wedijverend volk
+het land in bezit heeft. Siam bezit namelijk deze ruïnen, en het doet
+weinig of niets voor het onderhoud. Toen wij door Siem-reap reisden,
+kwam een siameesche gouverneur onze paspoorten opvragen en noteerde
+onze namen, om ze naar Bangkok te zenden.
+
+Na een laatsten blik op den kolossus van Angkor-Wat, een blik, die
+het geheel niet kon omvatten, begaven wij ons naar beneden naar onze
+boot. Sedert vier dagen wachtten onze roeiers daar op ons, getrouw
+op hun post. De koelies belastten zich met matrassen en proviand,
+met de bagage en de toeristen zelven, en in minder dan een half uur
+was alles aan boord. Vooruit nu maar!
+
+Twee dagen daarna, tegen den avond, zijn wij bij
+Compong-Chuang. Jonken, gelijk aan de onze, maar mooier versierd,
+wiegelen op de golven bij de aanlegplaats. Het zijn de equipages
+van den tweeden koning van Cambodja, die den resident een bezoek is
+komen brengen. Het gevolg van den monarch _in partibus_ bestaat uit
+de vrouwen en de dames van het ballet. De prinsessen dragen het lange
+kleed van siameesche mode, de danseressen alleen een gordel als in
+Cambodja. Wij worden aan Zijne Majesteit, broeder van koning Norodom,
+voorgesteld, die naar landsgebruik den vorst heeft opgevolgd. Hij
+is een man van vijf-en-zestig jaar, gedrongen, krachtig, nog maar
+even grijs wordend en zich flink voordoend in zijn grijs jasje en
+wit vest. Zijn beenen zijn half bloot, als die van kinderen en hij
+draagt kousen en halfhooge laarsjes. Zijne Majesteit ontvangt ons
+uiterst vriendelijk; een onwankelbare glimlach speelt om zijn mond
+en onthult het mooiste gebit, dat eenig dentist voor zijn étalage
+zou kunnen verlangen.
+
+"U is in Angkor geweest?" vraagt hij ons. "Dat is de wieg van ons ras,
+en mijn broeder en ik zullen altijd aanspraak blijven maken op het
+bezit ervan."
+
+Daarna boog de vriendelijke man en lachte, wisselde handdrukken met
+ons en ging in zijn drijvend paleis.
+
+Moet ik de waarheid bekennen? Wij waren wel een weinig teleurgesteld
+over dien sympathieken maar zoo weinig majestueuzen afstammeling der
+groote vorsten van Angkor. De resident, onze vriendelijke gastheer,
+wien wij onze indrukken meedeelden, ried ons aan, in 't voorbijgaan
+Compong-luong te gaan zien. "Van daar zult u Oedong kunnen bezoeken,
+de voorlaatste hoofdstad, en u zult u een juister voorstelling kunnen
+maken van wat een koning van Cambodja wezen kan".
+
+Den volgenden morgen heel in de vroegte deed onze jonk den oever van
+Compong-luong aan. De inlandsche gouverneur liet ossenkarren voor ons
+komen, en wij reden over een weg, breed en mooi als een uit Europa,
+naar Oedong de verhevene, het Versailles van Cambodja. Waarlijk,
+deze laan ziet er mooi uit, met dien rand van kokospalmen, die uit
+de vruchtbare vlakte rijzen, en de omgeving geeft ons al van te voren
+een hoog denkbeeld van de paleizen, waar zij toegang toe geeft.
+
+Hoe verbaasd waren wij dan ook, toen plotseling de breede weg smal werd
+en doodliep in een rijstveld. Tegenover ons leek iets als een pleintje
+te liggen en na een omheining van groote palen gepasseerd te zijn
+met een soort van poort erin, bevonden wij ons in het oude koninklijk
+paleis. Achter een kleinen vijver ziet men eerst een "sala" of loods
+van twee verdiepingen, op in het water staande palen. Drie kleine
+tribunes zijn ervoor aangebracht, gesteund door drie groote palen,
+die aan het dak bevestigd zijn en wel 10 meter lengte hebben. Al
+hadden ze wel een beetje van een galg, toch dienden die stellages
+en pilaren nergens anders voor, dan om den vorst aan zijn volk
+te vertoonen. Ernaast stond een gewone tempel, wit met goud, die
+verbrokkelde en afschilferde en een grooten Boeddha bevatte achter
+een gebloemd katoenen gordijn van een paar stuivers de meter. Een
+groep bonzen bedient dit heiligdom en woont in de gebouwen van het
+eigenlijke paleis. Teleurstelling! Het paleis is slechts een hut van
+stroo, een groote hut wel, lang en diep, maar toch op verre na geen
+vorstelijk verblijf.
+
+In het inwendige vertoonden de vertrekken van den koning, vader
+van Norodom, tusschenschotten van planken en witkalk, waar nog
+overblijfselen van fresco's op te zien waren. Maar er is geen enkele
+steen gebruikt voor den bouw van deze koninklijke residentie en
+geen stukje beeldhouwwerk wekt eenig idee van kunst. Geheimzinnige
+bouwmeester van Angkor, wat is er uit uwe afstammelingen geworden!
+
+Rondom het koninklijk paleis, en waar vroeger de volkrijke stad lag,
+breiden zich velden en moerassen uit. Toch lag daar nog in de eerste
+helft der 19_de_ eeuw een groote stad. De bewoners zijn geëmigreerd,
+zonder zelfs ruïnen achter te laten als sporen van hun verblijf, want
+bamboes en stroo verrotten spoedig, en de woning der koningen wekt geen
+schitterende voorstelling van de hutten hunner nederige onderdanen.
+
+In een hoekje van de vlakte heeft de koningin-moeder een gedenkteeken
+voor haar echtgenoot opgericht, een mausoleum voor den slecht
+behuisden monarch. Het is een vierkante toren, omgeven door slanke
+zuilen, zooals 't geval is bij alle heiligdommen in het land. Het
+opgewipte dak is gedekt met gekleurde pannen. Een drievoudig terras
+met een balustrade dient tot voetstuk voor het monument, en op de
+treden zijn allerlei godenfiguren aangebracht, ook monsters, die er
+als vogelverschrikkers uitzien. Zij houden de wacht bij elke trede
+van de trappen, aan iederen hoek van een muur, als om de schatten
+van het heiligdom te beschermen. Noodelooze moeite, er is niets te
+halen, en men moet er binnen treden, als men een echt voorbeeld van
+slechten smaak wil zien. Fresco's zijn op de wanden aangebracht in
+schreeuwende kleuren, door spiegels in vergulde lijsten, die aan de
+pilaren hangen, schril weerkaatst. Op de verhooging, waar Boeddha
+is gezeten, ligt een kermisuitstalling van allerlei voorwerpen uit
+goedkoope winkels, bloempotjes met papieren bloemen erin, blauwe
+en gele glazen knikkers, dieren van verguld pleister, poppetjes van
+beschilderd karton, en eindelijk als pronkstukken van de etalage vier
+prachtige apothekers-uitstalflesschen, twee roode en twee groene.
+
+Toch bevat Oedong-de-Verhevene nog enkele interessante
+overblijfselen. Er ligt niet ver van het grafteeken een groep heuvels,
+oprijzend midden uit de rijstvelden. Het woud, dat door den landbouw
+teruggedrongen is tot den voet der heuvels, beklimt ze, en te midden
+van 't geboomte ziet men scherpe spitsen van bouwwerken. Dat zijn
+obelisken van een eigenaardigen vorm, dikker en lomper dan die
+uit Egypte, met massief vierkant voetstuk en afgeronde punt. Ze
+worden _pnoms_ genoemd, en 't gebruik wil, dat ze op hooggelegen
+punten worden geplaatst. Een eindelooze reeks van treden bracht
+ons naar den top. Daar stonden op een groot terras twee pnoms naast
+elkander, precies gelijk, alleen was de eene ingelegd met guirlanden
+en rozetten van gekleurd porselein. Rondom ieder voetstuk droegen
+enorme olifantskoppen het zware monument.
+
+Van dit punt is het uitzicht over de vlakte van rijstvelden en plassen
+prachtig mooi; het oog reikt van Pnom-penh tot aan de grens van
+Siam. Op de golvende kruinen der andere heuvels stonden een tiental
+pnoms, die hun spitse toppen verhieven boven de boomen, zoodat die
+voorgrond den indruk maakte van een doodenstad. Ik weet niet juist,
+of die monumenten gebouwd zijn om heiligen-relieken te bewaren
+of voor de asch van een koning. Maar die tweede veronderstelling
+doet mij het aangenaamst aan, en ik mag gaarne denken, dat, om tot
+de onsterflijkheid in te gaan, de souvereinen van Cambodja tot de
+grootheid van hun voorvaderen meenden te moeten terugkeeren.
+
+Van Oedong bracht de sloep ons, door den stroom geholpen, tot
+Pnom-penh. Daar resideert de tegenwoordige koning van het land,
+Norodom met zijn populairen naam; en nog vol van de pas opgedane
+indrukken over zijn vader, legden we bij hem onze eerste visite
+af. Wij treden in de omheinde ruimte van de koninklijke verblijven. In
+plaats van een eigenlijk gezegd paleis, zooals wij, Europeanen, ons
+dat voorstellen, bevinden wij ons tusschen een complex van allerlei
+kunstelooze gebouwen. Overal groeit gras tusschen de steenen, stukken
+puin liggen op den grond; op de binnenpleinen loopt gevogelte. Eerst
+was er dan de troonzaal, een lange loods, die mij denken doet aan
+de zaal, waar in onze jeugd de prijzen op school werden uitgereikt;
+verder allerlei goedkoope meubels in de andere vertrekken, verkleurd
+parijsch goedje, leelijk brons en onecht porselein, want de handelaars
+beschikken over een groot deel van de civiele lijst des konings,
+door hem die zoogenaamde kunstvoorwerpen duur te verkoopen.
+
+Iets verder wijst men ons een huisje, leelijk en burgerlijk van stijl,
+zeker kant en klaar op de eene of andere tentoonstelling gekocht. In
+een villa van die soort woont de vorst, met veranda en gekleurde ramen,
+juist zooals een koopman in ruste het verlangt.
+
+Een enkele maal krijgt Norodom verlangen naar iets groots; dan kwellen
+hem de groote ruimten van het oude Angkor in den droom. Zoo heeft hij
+nu een bouwwerk opgericht, dat zijn bestuur tot eer moet strekken,
+een vergulde pagode, en de inwijding van dit monument verleent aan
+de Têtfeesten dit jaar een ongewonen glans.
+
+Vóór den tempel prijkt het standbeeld van Norodom I. Hij is te paard
+voorgesteld in generaalscostuum met den hoed in de hand. De monarch
+is geheel van goud, en zijn paard is hemelsblauw gekleurd. De houding
+is niet kwaad, maar zoo bekend! Waar kunnen wij die toch meer hebben
+gezien? Een woord van onzen gids helpt ons terecht. Het is het
+standbeeld van Napoleon III, door de republikeinsche regeering op
+zij gezet, en waarvan men een presentabelen Norodom heeft gemaakt,
+door het baardje weg te laten en den neus wat af te platten.
+
+Namaak, het standbeeld van den vorst! Namaak, zijn paleizen en zijn
+tempels! Namaak, alles in Cambodja, zoozeer dat die tot beginsel
+schijnt geworden.
+
+Het gebeurt, dat volken, evenals oude menschen, kindsch worden. De
+rijpe leeftijd van dit ras was ook zijn gouden tijd. Sinds dien ouden
+tijd hebben de ontaarde afstammelingen van de Khmers uit hun roemrijk
+verleden slechts onbewuste herinneringen overgehouden, een soort
+van instinct, dat hen van groote gebouwen doet houden. Zij voelen
+veel voor al wat blinkt en schittert, en verbergen hun gebrek aan
+inspiratie onder indigo en goud en oker. Bij de bouwkunstige wonderen
+van Angkor vergeleken, lijken hun monumenten op kinderspeelgoed.
+
+Zij werken niet voor de toekomst, en soliditeit is niet van
+hun gading. Het tegenwoordige is hun genoeg, de duur van een
+menschenleeftijd of van een koningsgril. Als de muren maar wit zijn,
+als de daken en de sieraden maar schitteren in de zon, is alles in
+orde. De koning, die een monument heeft laten bouwen, zal mogelijk
+voor het onderhoud zorgen; zijn opvolger zal het zeker verwaarloozen.
+
+Die onvastheid schijnt altijd een kenmerk van het ras geweest te zijn;
+zij is de oorzaak van de verwaarloozing, waaraan de Khmers zooveel
+grootsche monumenten ten prooi hebben gelaten, en hun afstammelingen,
+door het voorbeeld van vroegere geslachten gewaarschuwd, hebben
+de gewoonte verloren, degelijk materiaal te gebruiken voor werken,
+die toch bestemd zijn spoedig te vervallen.
+
+Pnom-penh zal hoofdstad worden van Cambodja. Wij hebben er huizen
+gebouwd van degelijke steenen, en wij hebben er westersch streven
+naar ontwikkeling ingevoerd. Nu moeten wij verder gaan en voor koning
+Norodom opkomen, dien wij onder ons protectoraat hebben genomen,
+en trachten, hem weer in 't bezit te stellen van de oude ruïnen,
+die zijn voorgeslacht heeft achtergelaten.
+
+
+
+In Zuid-Bretagne
+
+Naar het Fransch van Gustave Geffroy.
+
+
+Het stadje Quimperlé kan heel goed als type dienen voor Zuid-Bretagne,
+hier in dit hoekje van Finistère, zooals Morlaix en Saint-Pol-de-Léon
+Noord-Bretagne typeeren. Men kan te Quimperlé van allerlei
+eigenaardigheden der natuur en van ieder aanzicht, dat een landschap
+bieden kan, genieten.
+
+Als men aankomt op een avond van helderen maneschijn, vindt men
+een vreedzaam, stil stadje, dat er fantastisch uitziet, met ledige
+straten en kronkelende steegjes, gevels, die voorover hangen en
+terugwijkende benedenhuizen. De klokkentoren van Saint-Michel drukt
+als een domper op de huizen der bovenstad. Als het blauwe maanlicht
+over het steenen gevaarte strijkt, ziet de toren er met zijn hoeken
+en bogen en balustrades uit als een reuzenuil met een vierkante kroon
+en de witte vlek van 't uurwerk over zijn eene oog. De uil staat daar
+reeds op zijn steenen nest sinds de 15de eeuw, en de klokkestem, die
+zijn stem is, blijkt wel een stem te zijn uit het grijs verleden,
+zoo oud en vreemd en gesluierd klinkt zij, beverig en grommend en
+langzaam de tonen uitgietend over de stad en de rivier.
+
+Dat is het eenige nachtelijke geluid in Quimperlé, die stem van lang
+geleden. Alles slaapt den slaap der kleine steden, dien slaap, die
+werkelijk slaap is, de dood der menschheid. Geen enkele tred op het
+plaveisel van de straten, geen geratel van een rijtuig bij 't begin
+van den straatweg, zelfs niet het fluiten van een spoortrein op de
+hoogte. Alles zwijgt tegelijk, en als men opmerkzaam toeluistert,
+hoort men zoo nu en dan 't geritsel van den wind in het gebladerte
+der boomen van het plein, of 't zacht geklots van het water tegen den
+oever, of den doffen bons van een boot tegen de steenen kade. Zulke
+nachten kent het groote Parijs niet, welks holle bodem, waarin de
+buizen en leidingen van allerlei diensten elkander kruisen, het geluid
+van al wat in beweging is, meedoogenloos terugzendt.
+
+De fiacres van drie uur in den morgen rijden nog, nachtelijke
+feestgangers zijn nog onderweg, of reeds komen uit alle voorsteden de
+wagens van de groenten- en fruitverkoopers en gaan met de snelheid,
+die hun slaperige paarden bereiken, naar de hallen. Doch dat is nog
+maar een rustig, regelmatig, bijna gedempt geluid. Later behoort de
+stad aan de slagerskarren en de melkrondbrengers, die vliegensvlug
+door de straten daveren; gillend en met hun zweep omhoog, gedragen
+de koetsiers zich, of ze aan een wedstrijd met triomfwagens deelnamen.
+
+Zulke genoegens kent Quimperlé niet, en de doortrekkende reiziger, die
+uit de groote steden komt, moet het stadje dankbaar zijn, dat hij er
+de décors der onbewegelijkheid en de stemmen der stilte mag bewonderen.
+
+De menschen staan vroeg op; dan begint de vroolijke symphonie der
+klompen, en de verandering treedt op in 't aanzien der stad. Die
+schijnt met den blauwen rook uit de schoorsteenen mee te gaan vliegen
+door de op terrassen liggende tuinen. Als de blinden en de vensters
+opengaan, verschijnen vriendelijk lachende gezichten met heldere oogen
+en praatlustige monden, de witte mutsjes reeds geplant op blonde en
+kastanjebruine haren. De koopvrouwen van visch loopen rond met den neus
+in den wind en een breeden roependen mond, die, daar ben ik zeker van,
+niemand het laatste woord zouden gunnen en voor haar zusters in het
+paviljoen der hallen van Parijs niet onderdoen in woordenrijkheid.
+
+Als gij buitendien nog Quimperlé op een Zondag bezoekt, en als er in
+de buurt de een of andere vergadering is, zal het u gegeven zijn, de
+mooiste verzameling goed opgetrokken kousen, korte rokjes en kleurige
+boezelaars te zien. Die boezelaars! Men moet ze twee aan twee of drie
+aan drie of bij halve en heele dozijnen in de straten der stad hebben
+waargenomen en op de wegen in den omtrek, om zich een denkbeeld te
+vormen van hun belangrijkheid en hun luister. In de uitstalkasten van
+de winkels, beschaduwd door de overhangende luiken, zijn ze niet zoo
+schitterend welsprekend; maar als de vrouwen en meisjes van Quimperlé
+ze dragen en in haar wandelpasjes er fleurig mee flaneeren, bewust
+van eigen schoon aangekleed zijn, worden ze buitengewoon aardig en
+klinken hoog als een fanfare bij een marsch in den zonneschijn van een
+feestdag. Er zijn blauwe als korenbloemen, als maagdepalm en andere
+als hoekjes van den hemel na den regen of als blauwe kinderoogen. Er
+zijn violette als een onweershemel, als de zee in den zomer tegen
+den avond. Dan ziet men roode, vurig als bloed, en rose als rozen en
+gele als gouden knoopen. Men heeft er, die afwisselende tinten hebben
+als de borst van een duif en witte zijden boezelaars, die in de zon
+verguld lijken en blauwachtig zijn in de schaduw, en het lijkt wel,
+of die wandelaarsters het erop hebben gezet, op feestdagen alle
+kleuren der natuur na te bootsen op alle uren van den dag.
+
+Quimperlé is naar mijn smaak een der mooiste stadjes van Bretagne,
+niet enkel om den bloei der mooie boezelaars, maar ook om zijn gunstige
+ligging aan de samenvloeiing van de Ellé en de Isole, die de Laïta
+worden, om de aardige huizen en de vroolijkheid der bewoners. Overal
+ziet men tuinen en boomen. Als men den heuvel Penarven is afgedaald,
+treedt men de stad binnen, komt op het pleintje van den Bourg Neuf,
+dan op de oude Place Royale en bij de merkwaardige kerk van het Heilige
+Kruis. Te Quimperlé is, evenals te Hennebont, de stad weer verdeeld;
+hier heeft men de hooge en de lage stad, en de laatste bestaat op haar
+beurt weer uit twee wijken, de eene, omsloten door de twee rivieren,
+vormt een gesloten stadsdeel, de andere wijk op den linkeroever der
+Ellé, heet Vannes, daar het riviertje, de Ellé, vroeger de grens
+vormde tusschen het diocees Vannes en Quimper. Tegenwoordig behoort
+alles bij het departement Finistère.
+
+Op het terrein tusschen de beide rivieren ligt het eigenlijke
+Quimperlé. Evenals in vele plaatsen van Bretagne is het oudste huis
+een kluizenaarswoning geweest, geen hermitage van een heilige,
+maar de kluis van een onttroonden monarch, Gunthiern, prins van
+Groot-Bretagne, koning van Cambrië, die in een gevecht zijn hem
+onbekenden neef doodde. Smart en wroeging deden hem de heerschappij
+neerleggen. Eerst ging hij naar het eiland Groix, daarna naar den
+grond tusschen de Ellé en de Isole. De legende wil, dat hij er een
+klooster heeft gesticht; Albert le Grand bevestigt dat, Dom Lobineau
+spreekt het tegen. Wat met meer zekerheid kan beweerd worden, is dat
+hier een der kasteelen stond van de graven van Cornwallis. Een van die,
+Alain Canhiart, die op het punt was, het gezichtsvermogen te verliezen,
+werd genezen door een droom, waarin hij een gouden kruis zag. De paus,
+die geraadpleegd werd, raadde aan, een klooster te bouwen ter eere
+van het Heilige Kruis, dat op 14 September 1029 werd gesticht, dag
+der aanbidding van het kruis. In dien tijd werden Belle-Ile-en-Mer
+en andere leenen door Alain Canhiart aan de monniken afgestaan. Die
+laatsten lieten hun klooster in 1678 herbouwen.
+
+Thans zijn er de rechtbank en het gemeentehuis, de onderprefectuur, een
+gemeenteschool en een politiepost gevestigd. Een deel der bibliotheek
+bevindt zich te Quimper. Een copie van het kloosterregister wordt in
+den vreemde bewaard. Maar gebleven is de kerk van het Heilige Kruis,
+die beroemd is in de kunstgeschiedenis als een der weinige navolgingen
+van de kerk van 't Heilige Graf in Jeruzalem. Ik heb reeds als zulk
+een imitatie aangewezen de kerk van Lanleff bij Saint-Brieux; maar
+dat is een ruïne; en Sainte-Croix, de kerk die hersteld en herbouwd
+is in 1476, blijft door vele van haar deelen een merkwaardig monument
+uit de 12de eeuw. De algemeene vorm is rond; maar door uitbouwsels
+heeft zij den kruisvorm gekregen, eigen aan zooveel kerken. De meening
+der archeologen is, dat het koor nieuwer is dan het middengedeelte,
+en dat het oude koor zich bevond tusschen de vier enorme pilaren van
+het midden.
+
+Sainte-Croix doet afbreuk aan Saint-Michel, een kapel, die tot
+kerk geworden is en een zeer belangwekkend gebouw moet heeten uit
+de 14de en 15de eeuw. De vierkante toren met zuilen en zuiltjes en
+open galerijen, siert Quimperlé met zijn ernstige lijnen en fijn
+beeldhouwwerk. Saint-Colomban ligt in puin. Het Jacobijnenklooster,
+waar nu nonnen wonen, heeft enkel nog een poort uit de 15de eeuw,
+en het heeft zijn prachtige tuinen behouden.
+
+Dit is zoowat alles, wat met enkele oude huizen overgebleven is van
+de oude stad. De vestingwerken en de poorten zijn verdwenen. Veel
+bruggen vindt men in de straten, zooals te verwachten is bij een
+stad, gebouwd aan twee rivieren. Kermissen en markten worden op het
+Saint-Michelplein gehouden, waarvan een gedeelte het Zonneplein en
+een ander het Varkensplein of de Varkensmarkt heet. De gemeenteschool
+is gevestigd in een oud Capucijnerklooster. Daar werden in ouden tijd
+de inwoners genoodigd, om op Goeden Vrijdag kabeljauw te komen eten,
+zooals men op Sint-Jan sardines ging nuttigen bij de Jacobijnen.
+
+Het kerkhof omgeeft de Sint-Davidkapel. Er bestaat een zoo goed als
+volledige lijst van de burgemeesters der stad van de eerste jaren
+der 16de eeuw tot 1790. De zeehandel is afgenomen, schepen van dertig
+tonnen kunnen niet meer de rivier opvaren door de ondiepten.
+
+Twee Benedictijner monniken, die beroemd zijn geworden, werden te
+Quimperlé geboren, Gurheden, geschiedschrijver van het klooster
+Sainte-Croix in de 12de eeuw, en Dom Morice, schrijver van de
+Geschiedenis van Bretagne, uitgegeven in 1750. Ook zijn er geboren
+generaal Hervé en de prediker Boursoul, terwijl de zeevaarder Du
+Conëdic ook dichtbij Quimperlé het levenslicht aanschouwde.
+
+Ofschoon er nogal toeristen komen en enkele Engelschen zich er
+gevestigd hebben, blijft de streek toch eenzaam en een heerlijk oord
+voor wandelaars door het groote bosch van Clohars-Carnoët, een domein
+van 724 H.A.
+
+Het begint aan het benedeneind der stad en strekt zich uit tot aan het
+dorp Clohars, en hier en daar liggen brokken verspreid, eikenlanen,
+hoekjes dennebosch en boomgroepen. De groote wegen worden dikwijls door
+pleizierrijtuigen bereden; maar de wegjes en voetpaden zijn eenzaam
+en verlaten, verlicht door 't groene schijnsel, dat door de boomen
+valt. De plantengroei op den grond en op de hellingen der wegen is
+dicht en weelderig; hooge varens en distels staan er tusschen rose
+en paarse heide, en al die lage gewassen herbergen een wereld van de
+grootste verscheidenheid en ongehoorden vormenrijkdom, een wereld van
+insecten en vliegen en vlugge mieren, die lasten torsen grooter dan
+zij zelve. Vlinders van allerlei gedaante en kleur, morgenvlinders
+en avondvlinders, kleine bleekblauwe kapelletjes, die als fladderende
+viooltjes zijn, legers gestreepte en gebronsde kevers van kopergroen en
+gevlamde tinten, sommige met helmen en zwarte kurassen en horens als
+van een hert, dat alles leeft hier als in een klein bosch onder het
+groote. Men krijgt het alles te zien, als men zich maar onbewegelijk
+houden kan en op dezelfde plek oplettend alles wil gadeslaan, zonder
+de eindelooze tochten te storen van al die kruipers en vliegers en
+van de velen, die elk doorgangetje tusschen de grassprietjes kennen.
+
+Heft men het hoofd op, dan krijgt men een indruk van den tempel van
+ongekorven hout; de boomstammen gaan rechter en losser en fierder de
+hoogte in dan de zuilen van gothische kathedralen. Zij hebben vorm en
+kleur en hardheid als van steen; de tijd heeft hun hout verhard als tot
+graniet. Er is een plekje, waar het aantal woudreuzen bijzonder groot
+is. Men ziet het van den grooten weg, die het bosch recht doorsnijdt
+in de richting van Clohars. Het bosch loopt hier over heuvels en door
+dalen en op een der hoogten ziet men een groep pijnboomen van edelen
+vorm en onvergelijkelijke gratie. Daar ze hun naaldenkroon enkel op
+den top dragen en geen lage takken hebben, beheerschen zij als reuzen
+het woud. In de ondergaande zon en het rose schijnsel doen hun rechte
+stammen denken aan masten van schepen; hun graniet wordt tot porfier,
+en de wind ontlokt klanken als van een orgel van hun donkere kronen.
+
+Het eenige geluid, dat aanhoudt bij dit windgesuis, dat toeneemt en
+vermindert, zucht en fluistert en in golven aanbruist, is het gezang
+der vogels in de heggen en de boomen. Zij houden zelfs niet stil,
+als men voorbijgaat, of als er een roofvogel over het bosch vliegt,
+tot hun plotseling het zwijgen wordt opgelegd, als de wreede roover op
+een open plek in 't bosch zijn prooi uitkiest. Alle andere geluiden
+zijn kort van duur en toevallig, en om ze te hooren, moet men goed
+opletten als een jager, en tevens met het geduld en de voorzichtigheid
+van een hengelaar. 's Nachts vooral kan men lichte of zware schreden
+hooren van de dieren in het bosch, of plotseling verschrikt worden
+door vormen, die eensklaps uit het kreupelhout voor den dag komen en
+in een paar sprongen weer verdwenen zijn. Dan heeft het bosch zijn
+zwarte en zijn twijfelachtige, doorschijnende plekken; het is vol
+ongeziene dingen, vol van het geheimzinnige in de natuur, dat altijd
+den mensch schrik heeft aangejaagd.
+
+Over dag ziet het er vriendelijker uit, vooral hier en daar aan
+den rand of op enkele hoogten, waar de hutten van kolenbranders en
+klompenmakers zijn gelegen. Daar vindt ge ze, de ware heeren van het
+woud, evengoed er meesters als de wachters, die bij bochten in den
+weg u voorbijgaan met het geweer op schouder en in den correcten pas
+van den soldaat. Die bijeenstaande hutten, die er geïnstalleerd zijn
+als in een Indianenkamp, die rook, die keukens in de open lucht, die
+werkende mannen, die lachende kinders in het groen, alles spreekt tot
+den beschaafde van instinctieve vreugde, van een onbezorgd voortleven
+van den eenen dag op den anderen, van de aanvaarding van een bescheiden
+bestaan, nederig en vrij en zoo gelukkig mogelijk.
+
+Dit mooie bosch van Carnoët kent levendige feestvreugde, en wel eens
+per jaar, op Pinkstermaandag. In Toulfouën bij den ingang van het bosch
+wordt vogelmarkt gehouden, een waar feest voor den heelen omtrek. In
+de buurt zijn de ruïnen van het kasteel Carnoët, waar Con-Mor huisde,
+een der Blauwbaarden van Bretagne.
+
+Maar de stad is het uitgangspunt van nog andere uitstapjes.
+
+Quimperlé, dat de stilte van den nacht en de vroolijkheid van den
+dag kent, heeft niet alleen een bosch, het heeft ook een rivier en
+op twaalf kilometer afstands de zee.
+
+Die twaalf kilometer kan men afleggen door het woud van Clohars-Carnoët
+of langs de rivier, de Laïta, gevormd beneden het stadje door
+de vereeniging van de Ellé en de Isole. 't Is waar, dat men op die
+rivier zich nog in het bosch bevindt. Het water der Laïta stroomt onder
+struiken door en tusschen eiken en beuken. Het is blauwachtig en helder
+bij 't verlaten van Quimperlé, wordt dan onder het kreupelhout groener
+en donkerder, weerspiegelt het gebladerte en laat heel in de diepte een
+streep over van de lucht, schittert dan weer vrij op de open plekken
+en wordt bij de bochten gelijk aan een liefelijk meertje. Stelt u het
+bosch van Fontainebleau voor, doorstroomd door een rivier. Die stroom
+wordt breeder en breeder, laat zijn oevers droog in den tijd van eb,
+vloeit tusschen door rotsen versterkte kanten, met pijnbosschen bedekt
+en boschjes van kastanjeboomen. Na een oponthoud te Saint-Maurice,
+waar men voorbij een kasteel uit de 18de eeuw gaat, dat zich spiegelt
+in een vijver, en waar men de ruïnen der abdij Saint-Maurice bezoekt,
+omgeven door de gebouwen van een boerenhuis, gaat de rivier met
+korte golfjes verder. Die eerste elastische golfjes schijnen de boot
+aangenaam aan te doen, nadat zij lui den kalmen loop van 't water
+heeft gevolgd. Men wordt herinnerd aan een paard, dat eerst op een
+moeilijken weg dommelig en traag heeft geloopen en dan, door zweep
+en woord aangemoedigd, een mooien weg vóór zich ziet, waar het flink
+en ferm lang achtereen vlug zal kunnen draven.
+
+Zoo komt de boot, die het eerst al te gemakkelijk had in tegenstelling
+met het paard, opgewekt te Pouldu, dat tegelijk aan de rivier en de
+zee is gelegen.
+
+Het is een gehucht, waar het goed rusten is voor hen, die villa's aan
+de kust hebben gebouwd en hun met vijgenboomen beplante tuinen door
+hooge muren hebben omgeven. Het strand der zee is hier omzoomd met
+struikgewas vol bloemen en in den herfst met vruchten overladen. Nu
+kweelen er de vogels in. De rotsen zijn laag, en hier en daar dalen
+lange, zachte, zandige hellingen af naar zee. Aan den horizon ziet men
+het eiland Groix, als een steenen tafel oprijzend uit de golven. In
+de zachte lucht komt een aroma van bloemen naar ons toe door de zilte
+zeelucht heen.
+
+Ten tijde van mijn verblijf te Pouldu en te Quimperlé hadden het
+dorp en het stadje een eigenaardig karakter, dat ik niet verborgen
+wil laten, al moet de nationale trots er onder lijden. Het een en
+'t ander vormen samen een badplaats, die een soort van engelsche
+kolonie is, een volledige kolonie, waar men zich niet zou verbazen,
+als men er een consulaat vond en een engelsche vlag.
+
+De hôtels van Quimperlé waren ingenomen door engelsche families
+of door engelsche jonge meisjes met haar gouvernantes. Meer dan de
+helft der plaats, ja bijna de geheele stad, was bezet door John Bull
+met vrouw en kinderen, en John Bull leefde hier als in Australië of
+in Indië. Hij heeft zin voor cosmopolitisme, en dat toont hij in een
+hoekje van een stil, kalm stadje in Bretagne, waar hij zijn zomerrust
+geniet, even duidelijk als in die streken, waar hij regeert in naam
+van zijn koning-keizer. Hij is overal op zijn gemak, en als men zegt,
+dat de Engelschman zoo aan zijn home gehecht is, sluit dat tevens in,
+dat hij zijn tehuis overal kan vinden en dat alle plaatsen geschikt
+zijn, om er zijn thee en zijn biefstuk met smaak te gebruiken.
+
+Te Pouldu was alles vol, net als te Quimperlé, en veel Engelschen,
+die het klimaat boven dat van Londen verkiezen, blijven er het geheele
+jaar. Zij hebben hier hun huis, hun boot, hun rijtuig; ze dwalen
+langs de kust, loopen door het bosch, en overal ziet men hun witte
+hoeden, groene voiles en geruite pakken. Want zij geven zich hier
+het uiterlijk van de Engelschen uit onze vaudevilles, en de dames en
+kinderen overdrijven eveneens de anglomanie. En daarom ook ontmoet
+men in het land der vroolijke klompen en der mooie boezelaars zooveel
+groote meisjes, die als kinderen van Kate Greenaway gekleed gaan,
+en die veel te ernstig kijken, als ze naar huis gaan van een zitje
+bij het teekenen van een aquarel of van een levendige vlinderjacht.
+
+Er is wel een verklaring van te geven, waarom de Engelschen en
+villégiature zich er dadelijk zoo stevig installeeren, waarom onze
+buren van overzee terstond de omgeving verengelschen, het stadje, 't
+hôtel, het strand en alle plaatsen, waar zij hun tenten opslaan voor
+korteren of langeren tijd. De eigenaardige zeden en gebruiken geven
+er de waarde aan van een _home_, dat de Engelschen zoozeer op prijs
+stellen, evenals al degenen, die over Engeland spreken. Het bestaat
+wel, dat gevoel, maar niet alleen op de gevoelige, dichterlijke en
+romaneske manier, zooals allen zich dat voorstellen. Het is ver
+uitgebreid, gegeneraliseerd, algemeen geworden. Het _home_ is de
+plaats, waar de Engelschman zich bevindt. Ook de plaats, die de zee
+voor hem inneemt, is daardoor aangewezen; zij vooral is zijn domein,
+waar de andere volken zich eigenlijk niet mogen vertoonen. Het is
+vrij gemakkelijk in te zien, hoe dit gevoel hem is aangeboren en zich
+altijd bij hem heeft ontwikkeld. De dubbele verklaring hangt samen
+met de aardrijkskundige gesteldheid van Engeland, met zijn rol in de
+wereld en ook met den zin voor het reëele, die een der karaktertrekken
+is van het handeldrijvende volk.
+
+Het moederhuis is een eiland. Het was voor de daar gevestigde
+menschen volstrekt noodig, hun fortuin op het water te beproeven. Hun
+continentale uitbreiding in Europa is hun onmogelijk gemaakt door het
+verzet van Frankrijk; zij hebben in ons een levensfrischheid en kracht
+gevonden, waarop hun pogingen zijn afgestuit, en dus hebben zij hun
+horizon elders moeten uitbreiden. En dan was er de zee! Die hebben zij
+golf na golf veroverd; ze hebben haar geheel geëxploreerd; zij hebben
+alle landen op alle breedten aangedaan, overal hun vlag geplant, waar
+nog een zandbank was te vinden. De bewoners van het europeesche eiland
+zijn ten slotte in het bezit geraakt van een onmetelijk rijk, dat met
+zorg uitgekozen koloniën omvat, die op het budget prijken met baten,
+niet met nadeelige saldo's. Dan, na dien zegetocht over de wereld, na
+die vestiging hier en elders verschijnt de zin voor de werkelijkheid,
+en de practische geest gaat aan het werk.
+
+De Engelschman verstaat, zooals men heeft gezegd en dikwijls herhaald,
+de kunst van reizen, en het denkbeeld, dat men leert door reizen
+is aan hem bewaarheid. Zoo heeft hij leeren begrijpen, dat de aarde
+heel klein is, och zoo'n klein planeetje, dat men gemakkelijk naar
+alle zijden kan bereizen, terwijl het engelsche volk talrijk genoeg
+zou wezen, om het geheel te bezetten. Maar die onderneming biedt wel
+eenige moeilijkheid, en nu hij de aarde niet geheel voor zich kan
+nemen, stelt hij zich tevreden met een gedeeltelijke bezetting en
+inbezitneming. Toch is het gevoel van die universeele souvereiniteit,
+die niet tot de onmogelijkheden behoort, hem bij en uit zich altijd
+en overal, in de kleine bretonsche steden, uitgekozen als geschikte
+punten, daar het klimaat er heerlijk is, en op de groote, wijde zee,
+die er slechts schijnt te zijn, om de Britsche eilanden met water
+te omringen.
+
+Te Pouldu hield ik mij eenigen tijd op in het oranjekleurige zand en
+de holle wegen, waar de hellingen met wilde aardbeien en viooltjes
+zijn begroeid. Toen ging ik per boot naar Douëlan en Pont-Aven. Het
+eerste is een haven, waarin enkele booten liggen. Pont-Aven "stad van
+naam, veertien molens en vijftien huizen, meldt de faam", zegt het
+spreekwoord. Er zijn inderdaad molens te Pont-Aven, maar er zijn nog
+meer rotsen en 't allermeeste schilders; schilders van alle naties
+en 't meest amerikaansche schilders. Het heet, dat een Amerikaan
+Pont-Aven heeft ontdekt in 1872. Welk een hôtel en wat voor table
+d'hôte toentertijd! Maar het landschap vloeide over van tooneeltjes,
+door die heeren als motieven aangeduid. De rivier is verrukkelijk
+door haar watervalletjes en scherpe bochten, door groene oevers en
+kleine strandjes, waar men een schildersezel kan neerzetten.
+
+De meisjes van Pont-Aven maken zich mooi en hebben een gerechtvaardigde
+reputatie van behaagzucht. Ze besteden veel geld aan degelijke
+stoffen voor haar japonnetjes, vooral het bruidskleed moet prachtig
+zijn. Haar nationale dracht vertoont veel fluweel en borduursel,
+goud- en zilvergarnituur en allerlei versiering.
+
+Niet ver van Pont-Aven ligt de kapel Trémalo, een laag gebouwtje,
+waarvan de muur maar even boven den grond reikt met een hoog dak erop
+en een klein klokkentorentje, zoodat het geheel er als een schuur
+uitziet; verder het kasteel Hénan, dan veel dolmens of hunebedden, een
+ingestorte toren en begroeid plateautje, die de ruïnen van Rustephan
+moeten zijn, gesticht in de 12de eeuw.
+
+Dan bereikte ik Bannalec, het land der zwarte mutsjes, dan Rosporden,
+waar ik in den namiddag aankwam en waar alles mij doodsch en verlaten
+scheen met het stille marktpleintje en de zwarte huizen, en Concarneau,
+dat mij aan Pont-Aven deed denken.
+
+De aankomst in den zomer tegen het vallen van den avond te Concarneau
+in een der hôtels, die op de haven uitzien, geeft een goed denkbeeld
+van de villégiatures in die visschersplaatsjes. De dame van 't hôtel
+heeft, zoo al niet de nationale dracht, toch het karakteristieke
+mutsje behouden, maar er is veel schijn bij die vertooningen, en
+de bretonsche meubels zijn in Parijs gemaakt en toen verzonden naar
+de handelaars in oudheden in die kleine stadjes. Hier bijvoorbeeld
+is gelukkig de eetzaal echt engelsch en modern, vernist hout en
+electrische verlichting, maar de costumes der dames, wit en rood en
+fleurig, de mannen met hooge witte boorden, alsof ze een rol in een
+blijspel speelden, waarin het leven op een kasteel voorkwam, en geen
+middagmaal in een dorpsherberg vlak bij de schepen met sardines.
+
+Concarneau gelijkt teveel op een deftige badplaats; maar als men
+het plaatselijke leven nagaat, is het bestaan der visschers altijd
+interessant. Ruwe, sterke heftige mannen zijn het, die soms een
+wedstrijd houden met volle booten, om maar het eerst hun visch te
+verkoopen. Daarna wordt alles weer kalm, als de booten op een rij
+liggen in de haven, en de netten drogen.
+
+Ik ben hier gekomen in een tijd van feestelijkheden; en ik meng mij
+onder de menigte, die kijkt naar wilde-beestenspellen en luistert
+naar straatzangers. Er zijn veel vrouwen bij met bretonsche mutsjes
+en mannen met snorren, uit het régiment meegebracht.
+
+De beide stadjes staan met elkander door een brug in gemeenschap. De
+nieuwe stad is slechts een voorstad, maar die neemt toe in aanzien
+en wint het van de moederstad. Deze heeft een geschiedenis, verhaald
+door de stevige muren. Zij is bezet geweest door de Engelschen,
+werd bevrijd door Du Guesclin en had te lijden in de oorlogen der
+Liga. Tusschen de hooge wallen, en in de vesting met gekanteelde
+muren is thans een visscherijschool gevestigd.
+
+Buiten Concarneau kan men een bezoek brengen aan het museum Keryolet,
+aan het departement vermaakt door de gravin Chauveau Narischkine. Het
+uitwendige is een slechte nabootsing van werk der 15de eeuw, maar er
+zijn enkele mooie dingen, oud borduursel, aardewerk en een verzameling
+mutsjes. Toch is het prettiger, door de velden te loopen, waar de
+natuur prachtig is.
+
+Deze heele streek van Bretagne is als een tuin, gelegen op de
+zuidelijke helling der Zwarte bergen, een oude, liefelijke tuin met
+eeuwenoude boomen, bloeiende velden en omlijnd door het saffierblauw
+van de zee. Van Quimperlé tot Douarnenez ademt alles rust, bekoring
+en vroolijkheid, met uitzondering alleen van de vooruitstekende
+rotspunten, die van Penmarch en du Raz.
+
+In deze opmerking is niets overdrevens. Er is in Bretagne een
+eigenaardige tevredenheid, een natuurlijke vroolijkheid bij de
+bewoners. Reeds in het noorden van het land, aan het Kanaal, waar
+men den ernst verwachten zou in de straatjes der kloosterachtige
+steden, heeft de melancholie haar glimlach. Ik denk vooral aan de
+vrouwen van het land, nu ik dit schrijf, de vrouwen, die het leven
+zoo kalm opnemen, zoo aanhoudend bezig zijn en zoo bevallig zich
+bewegen met onveranderlijk, kalm gelaat. Zij kunnen echter ook
+wel haar genoegen er af nemen, en niet alleen de jonge meisjes,
+ook de oude vrouwen dragen dikwijls den gelukkigen glimlach, die
+aantoont, dat zij 's levens zorgen niet zwaar nemen. Op feestdagen,
+bij bruiloften en boetedagen ontmoet men altijd bekoorlijke oudjes,
+zacht, eenvoudig en welwillend, die u een tot weerziens toeroepen,
+haar "kennavo!" alsof ze wilden zeggen, dat men ze misschien niet zal
+terugzien in de vroolijke gezelschappen, maar dat zij niettemin zeer
+gelukkig zouden zijn, als ze nog één- of tweemaal mochten terugkeeren.
+
+Nog duidelijker komt het opgewekte humeur aan den dag in het zuiden
+in de streken aan den Atlantischen Oceaan; de taal is er levendiger;
+de menschen spreken haastiger en luider, en er wordt meer gezongen. Op
+de wegen hoort men lachen en zingen en praten; elk kruispunt van
+wegen wordt een societeit, soms een danszaal. Een muzikant, op een
+ton staande, is voldoende, en men danst de oude boerendansen met de
+vastgestelde figuren en de deftige buigingen.
+
+Ik heb zulke menuets zelfs zien dansen op den weg naar Raz in dat
+sombere landschap, waar de velden door steenen zijn omsloten. Er
+moet een groot weerstandsvermogen in het ras aanwezig zijn, om zoo
+de nederige en bescheiden algemeene vroolijkheid te kunnen handhaven
+bij de vijandige natuur tegenover die zee, die zoo dikwijls wreed en
+woest is. Maar het landschap is daarentegen vertrouwd en vriendelijk
+langs de holle, door groen beschaduwde wegen, de voetpaden, tusschen
+hagen ingesloten en de velden, bloeiend afloopend naar zee.
+
+Mij treft die luchthartigheid in het land, dat met zijn schoone
+boomen de baai de la Forêt omzoomt en dat tot Concarneau en de in
+zee uitstekende punt Beg-Meil voortloopt, terwijl ik door het dorp La
+Forêt en 't gehucht Fouesnant ga. Men beschrijft, als 't ware, al dat
+groen, die rose en blauwe velden en den glanzigen zeespiegel voor zich
+zelven, alleen als men die dagen herroept en zich de aardige gesprekken
+weer te binnen brengt. Ik weet wel, dat de strijd om het bestaan ook
+hier als elders een onaangenamen kant kan hebben; maar ondanks alles,
+ondanks de kwaal van het snobisme, hier en daar opgetreden op bepaalde
+plaatsen aan de kust, ondanks de kwade praktijken, met de beschaving in
+de veelbezochte dorpen gebracht, ondanks de noodzakelijke laagheden,
+die met het bezit van geld worden aangevoerd, is dit toch het land,
+waar men nog 't best een eigen, vrije manier van leven behoudt en
+een belangelooze vreugde aan het schoone der natuur.
+
+De Glenans-archipel, ten westen van de Woudbaai gelegen, telt negen
+eilandjes, waarvan één, Cigogne, een fort draagt. De belangrijkste
+daarna zijn Loch, Penfret, waar een vuurtoren en een semafoor
+zijn opgericht, en 't eiland Sint-Nicolaas, waar men tevergeefs
+beproefd heeft, een kapel te bouwen voor het honderdtal bewoners,
+allen visschers, die er in hutten wonen. Dit is niet Belle-Ile, noch
+Groix. Al deze eilandjes vormden vroeger samen één eiland, zegt men;
+maar de zee heeft zich tot taak gesteld, die eenheid te verdeelen,
+den grond vaneen te scheuren en de rotsen uiteen te doen wijken. Het
+is nu niet anders dan een hoop boven water uitstekende rotsen, een
+golfbreker voor de baai van La Forêt.
+
+Fouesnant ten noordwesten van die baai is een bloeiend dorp, waar
+veel drukte heerscht op marktdagen, op het plein bij 't kerkhof en
+de kerk. Men kan er varkens te zien krijgen, zoo groot als kleine
+ezels. Er wordt een massa boter verkocht en appelen vent men er;
+de appelwijn van Fouesnant heeft een goeden naam, en hij verdient
+dien. Een der belangwekkendste personen, die ik ooit in mijn
+leven heb ontmoet, is een appelenkoopman, die te Roscoff woonde,
+en die te Fouesnant kwam, toen ik er vertoefde, om een deel van den
+oogst of misschien wel alles, op te koopen. Hij was, zoo gij wilt,
+commis-voyageur, want hij reisde voor zijn handel en hij nam gaarne
+het woord aan de table d'hôte van het kleine hôtel, waar hij was
+afgestapt en waar ik ook logeerde.
+
+Hij was er een bewijs van, dat de commis-voyageurs niet allen, zooals
+beweerd wordt, zoutelooze verhalen doen of opsnijders en kletsers
+zijn. Deze was een goed spreker, zeker, maar hij praatte niet,
+om niets te zeggen. Hij had heel wat van de wereld gezien, Europa,
+de kusten van Afrika, Amerika, Azië en Oceanië. Het bijzondere was,
+dat hij goed had gezien al wat hem onder de oogen kwam. Ik heb eenige
+avonden met hem gesleten, niet om met hem een gesprek te voeren,
+maar eerder om naar hem te luisteren, hem slechts een woordje tot
+antwoord gevend, om hem op te wekken, door te gaan.
+
+Nooit heb ik zulk een verzamelaar van feiten ontmoet en ik ben
+nog al met menschen in aanraking geweest, maar deze was waarlijk
+verrassend. Hij was begiftigd met een geheugen, dat geen aarzeling,
+noch weigering kende, en dat, naar men terstond merkte, niet door
+boeken was gevoed. Hij had in zich de herinnering bewaard aan alle
+landen, die hij bezocht had, alle zeden en gewoonten, die hij had
+waargenomen. Hij was op de hoogte van regeeringen en wetgevingen en
+handelstoestanden en kende allerlei bijzonderheden, die zich aan hem
+hadden voorgedaan. Wat Bretagne aangaat, daar kende hij alle steden,
+alle dorpen, alle gehuchten, wist wat er op de velden groeide,
+waarmee de bewoners zich voedden, hoe zij zich kleedden en welke
+hun karaktertrekken waren. Hij beschreef den vorm der mutsen, het
+borduursel van 't corsage, de manier, waarop ceintuurgespen werden
+gesloten, en tegelijk gaf hij wenken over de geschiktheid voor den
+handel, den stoutmoedigen of schroomvalligen geest der menschen,
+hun somber of opgewekt humeur. En met hoeveel menschen had hij niet
+zaken gedaan! Deze appelkoopman was van gemiddelde lengte en ook van
+middelbaren leeftijd, gedrongen, met breede schouders, een forsch,
+welgebouwd hoofd had, een kleinen zwarten knevel met enkele witte
+haren erin en kleine, zwarte, onderzoekende en zeer scherpziende oogen.
+
+Als gij hem ontmoet en hem aan dit signalement herkent, schroom dan
+niet, een gesprek met hem aan te knoopen; ge zult u den tijd niet
+beklagen, dien gij hem schenkt, en ge zult u niet vervelen bij dien
+verzamelaar van feiten, die altijd bereid is, u zijn collecties te
+laten zien en steeds eenvoudig, overtuigd en met geest het woord voert.
+
+Des middags en des avonds bleef ik langen tijd bij dien sympathieken
+prater. Maar toch vond ik 's morgens en in den namiddag den tijd, de
+omstreken te gaan zien en 't land van Fouesnant te leeren kennen. Ik
+wandelde dikwijls naar Beg-Meil, een zomerstadje aan den westkant van
+de baai, met kleine huisjes, zandige tuinen en veel groen. De kust is
+er laag met kleine duinen en zacht gras bedekt. Daar tegenover zag
+men de grijze, violette of in het licht schitterende rotsen van de
+Glenans-eilanden. Maar mijn liefste wandelingen waren de schaduwrijke
+wegen naar den achtergrond der baai. De zee, door al het groen gezien,
+is onvergelijkelijk mooi, en de baai, die zoo weinig wordt bezocht,
+doet voor geen inham in schoonheid onder; men geniet daar in de buurt
+de schoonheid van een met zorg aangelegd park. De zuidelijke natuur,
+zoo hoog geprezen, schijnt een schouwburgdecoratie, vergeleken bij
+dit frissche, intieme landelijk schoon. Hier niet meer de gratie van
+Quimperlé of de schilderachtigheid van Pont-Aven; maar in ernstige
+lijnen en donker groen zijn er de wegen en de dalen getrokken, alles
+uitloopend op het witte strand en de blauwe oneindigheid der zee.
+
+De vrouwen van Fouesnant zijn mooi, evenals die van Pont-Aven, dat wil
+zeggen, ze zijn forsch en statig en soms vertoonen ze rijke kleedij,
+als de omstandigheden het zoo meebrengen. Haar gewoon costuum is
+maar eenvoudig; een rok, een boezelaar met banden en een lijfje,
+maar alles is met borduursel overladen, borduursel van goud en zilver
+en gekleurde zijde. Er bestaan van die costuums uit oude tijden,
+die ware meesterstukken zijn, en de vrouw, die ze draagt, schijnt een
+standbeeld, stijf en schitterend voor een processie naar buiten gekomen
+als een heiligenbeeld. Zij loopt dan ook met afgemeten schreden, in
+het volle besef harer gewichtigheid. Het mutsje met de linten ligt
+op het voorhoofd, de beide vleugels sluiten bij twee zijden van het
+gelaat aan. Dat laatste heeft mooie trekken, lange, zachte oogen,
+maar het is dikwijls mager met een langen neus en dan heeft het met
+den kleinen mond een uitdrukking van een listig muisje.
+
+Van Fouesnant ga ik naar de Forêtkapel dichtbij, tusschen hooge boomen
+met een lijdensberg erbij, en dan naar Benodet.
+
+Er was feest te Benodet op een Zondag. Gekleurde boezelaars kwamen uit
+alle holle wegen aanloopen. Kleine meisjes in lange jurken en met roode
+boezelaars als standbeelden in nissen zijn op het oog de aardigste
+oude vrouwtjes, die men zich kan denken. Zij vereenigen de grappige
+komiekheid van de jeugd, die zich voor 't eerst verkleedt, met die
+van kleine meisjes, die haar poppen dragen met de zorg van oplettende
+moedertjes. Achter haar loopen de vrouwen met haar klokrokken en de
+weinig lenige lijven, als uit hout in het corsage gesloten.
+
+Het is een bewonderenswaardig land; men ziet er velden met tarwe
+en aardappelen, vlas en rogge en veel boomen als in een park of
+een boomgaard.
+
+"Vroeger, toen wij Lotharingen nog hadden", zei de koetsier, die mij
+reed, "noemde men dat den tuin van Frankrijk. Nu is dit land hier
+zoo gelukkig".
+
+Ik geloof, dat de koetsier Lorraine met Touraine verwart, dat wij nog
+altijd bezitten; maar ik help hem niet uit den droom. En deze streek
+is toch ook inderdaad een prachtige tuin.
+
+Wij komen te Benodet. De kermis aan het water gelijkt op alle andere
+kermissen; maar men heeft er hier de zee bij met haar witte zeilen als
+achtergrond. Het spel met de stokken, het worstelen van den sterken
+man met den liefhebber, het zijn gewone kermisvermakelijkheden. Maar
+de liefhebber, een jonge boer, die gedronken heeft en niet weg wil,
+staat met open mond te wachten op een tweeden slag en geeft iets
+eigenaardigs aan de voorstelling.
+
+Ook de vrouwen en meisjes van Fouesnant met de muizenprofielen en den
+kleinen mond, met de mutsjes boven op het hoofd, die heel wat donker
+haar onbedekt laten, zijn geen alledaagsche toeschouwsters en geven met
+de naïeve, gezonde en geamuseerde trekken aan alles een eigen karakter.
+
+Anderen loopen ernstig rond, laten zich kijken meer dan zij
+rondzien. Dat zijn de schoonheden uit het land van Fouesnant
+met goudborduursel op hun jakjes. Daar zijn er twee, een met
+kastanjebruinen boezelaar, de ander met een bleek lilaschortje met
+bloemen erop; ze beslaan den geheelen weg en zijn breed en forsch
+in haar rijken tooi. En het geheele bretonsche land, alle typen
+dooreen, ziet men op een hoekje van het feestterrein vóór een tent,
+met dit opschrift: "Mevrouw Anézel, somnambule van den eersten rang,
+consulten over het verleden, het heden en de toekomst, voor civiele
+en militaire zaken, handelsaangelegenheden of liefde...."
+
+Op den drempel verschijnt te midden van een troep Zigeuners de
+oostersche schoone, een mooi donker meisje met gekroesde haren, een
+koperkleurige gelaatskleur en brutale, fluweelen oogen. Zij loopt heen
+en weer met de handen in de zij, bewegelijk in haar lenige manieren
+tusschen dit stijve volkje van Bretagne. Ze staat stil, noodigt een
+boer binnen te treden in de tent en dringt bij hem aan met woord en
+gebaar en zachten drang. De vierkante boer met zijn ringbaardje om
+de kin blijft onverzettelijk, doof en stom, een schuine, wantrouwige
+beer, die een poesje ziet rondscharrelen.
+
+Benodet ligt aan de rivier en aan de zee; de eerste is de Odet,
+die hier komt, na Quimper te zijn voorbijgestroomd en de baai van
+Benodet ligt wijd open naar de zee. De burgerij van Quimper komt
+hier uitspanning zoeken; er zijn veel mooie huizen midden in tuinen
+en een breed en veilig strand, waar de baders druk aan 't wandelen
+zijn. Plotseling wordt de lucht donker, het weêr verandert; blauwgrijs
+wordt het uitspansel en in den regen loop ik de Odet over.
+
+Aan den anderen kant heeft men het land van Pont-Labbé en Penmarch,
+waar ik een bezoek zal brengen, vóór ik naar Quimper terugkeer. Vóór
+Pont-Labbé liggen de eilanden Tudy en Loctudy. Het eerste is geen
+eiland meer, want de zee heeft zooveel zand aangevoerd, dat het met
+de kust is verbonden; maar als men er den voet zet op dien grond,
+die met de zee gelijk staat, heeft men een gevoel, van in het water
+te zijn. De kleine lage huizen met hun tuintjes zijn als vastgemeerde
+bootjes, waaromheen de netten hangen te drogen. Er zijn nog andere
+eilanden in de buurt, Chevalier, Garo, het Gemzeneiland; 't is een
+soort van archipel in een ondiepe, woelige zee. Het dorp Loctudy aan
+de overzijde van de Pont-Labbérivier, is beroemd om zijn romaansche
+kerk, men kan er gemakkelijk komen van het eiland Tudy, als men een
+voorbijvarende boot neemt. De kerk is wel dat korte reisje waard om
+haar zuilen met versierde kapiteelen, en ook de bevolking verdient
+een bezoek, de mannen met de versierde vesten en de vrouwen met de
+hoog op het hoofd gedragen mutsen.
+
+Van daar bereikt men Pont-Labbé per rijtuig of per boot naar
+verkiezing; maar nu het weer begint te regenen, is het verstandiger
+een rijtuig te kiezen. Men rijdt een tijdlang langs de zee, maar
+dan wordt het bevallige landschap doodscher; de boomen staan wijder
+uit elkaâr, en het land wordt moerassig en arm, met kleine stukjes
+bouwland ertusschen.
+
+Pont-Labbé is thans niet meer dan een klein visschers- en
+ankerplaatsje. Vroeger heeft de stad haar dagen van glorie gehad. Het
+is het centrum geweest van een der machtigste baronnieën van Bretagne,
+heeft een vestingwal van muren gehad, waarvan nog sporen over zijn. De
+vesting werd ontmanteld, want zij onderwierp zich niet zonder weerstand
+te bieden aan de koninklijke macht, en in 1501 moest een edict den
+heeren van Pont-Labbé gelasten, zich voortaan niet meer te noemen
+heeren van het hertogdom Bretagne en niet meer de wapens van dat
+hertogdom te voeren.
+
+In 1673 woedde te Pont-Labbé een oproer als verzet tegen het verzegeld
+papier, ingevoerd door Lodewijk XIV. De stad is er goed blijven
+uitzien, en 't is een genot, er binnen te komen na een vermoeienden
+rit, zelfs als het regent. De huizen van graniet, oud van voorkomen,
+hebben al den ernst van gebouwen, die al twee- of driehonderd jaar
+oud zijn en zoo goed gebouwd werden, dat ze nog soliede zijn. Langs
+de kade staan schaduwgevende boomen, en de haven levert een aardig
+tooneeltje op met de vele booten, de rij van huizen en den hoogen
+klokkentoren. De gebouwen van het Karmelieterklooster zijn afgebroken,
+en het klooster is later te Quimper weer opgericht, ingewijd 17 Maart
+1902. De kerk is de oude kapel van dat klooster uit het einde van de
+14de eeuw, gerestaureerd in de 16de.
+
+Alle vrouwenhoofden dragen hier den _bigouden_, waar men nog
+teekeningen van phoenicischen oorsprong op meent te herkennen, en
+van laken of fluweel vervaardigd. Dat mutsje wordt boven op het hoofd
+gedragen en laat het haar van het achterhoofd vrij. De rokken hebben
+meestal een fluweelen rand, de mouwen van het lijfje zijn bewerkt en
+kleurrijk evenals de boezelaars. De mannen dragen ronde hoeden met
+smalle randen en met fluweelen linten versierd. De vrouwen met haar
+wijde rokken lijken op laplandsche vrouwen. Zij gaan voor leelijk door,
+maar er zijn toch wel aardige bij; men moet ze niet vergelijken bij
+vooraf gemaakte schoonheidsvoorstellingen met haar korte, platte
+neuzen en blauwe, starende oogen. Ze hebben geen gebruinde tint,
+maar zien er blank en rose uit, als vrouwen uit het Noorden.
+
+De weg van Penmarch volgt eene zuidwestelijke richting, bestijgt
+een hoogte door de landes, door dennenbosschen en bouwland. Men kan
+zich ophouden in het kasteel Kernuz, toebehoorende aan de familie
+Châtellier, en het museum bezoeken, waar talrijke belangwekkende
+voorwerpen zijn, zooals de druïdische diademen van massief goud en
+veel romeinsche beeldjes van gebakken aarde, te Tronoën gevonden,
+en door romeinsche soldaten in Gallië gebracht. Zij stelden huisgoden
+voor en fetisjen, ook Venussen en Juno's, onder welke één bijzonder
+bekoorlijk was, een rijzige, slanke Venus, de eene hand omhoog geheven,
+de andere op de heup gesteund, met een kapsel, verdeeld in golvende
+bandeaux. Ook is er een gallisch graf te zien, een vreemde dolmen,
+waarop de figuren zijn gebeeldhouwd van Mars, Mercurius en Hercules.
+
+Te Plomeur wordt het land nog armer. Het is een effen vlakte zonder
+boomen, waar enkel druïdische steenen en torens boven lage huisjes
+de aandacht trekken. Dat terrein van rotsen en moerassen en heiden,
+waar de wind vrij spel heeft, is het gebied van Penmarch, dat op een
+ondergegane wereld gelijkt. De volksfantazie heeft er een mooie stad
+geplaatst, met veel kerken en een bloeienden handel. Gustave Flaubert,
+die zijn indrukken opschreef over een reis door Bretagne, heeft
+herhaald, na Emile Souvestre, dat de straten ieder aan een bepaalden
+handel waren gewijd, de straat der goudsmeden, die der geldwisselaars,
+die der galanterieën enz. André Le Braz heeft niet veel moeite gehad,
+om den geringen grond voor die veronderstellingen aan te toonen,
+en ik ga de zaak niet opnieuw onderzoeken uit historisch oogpunt. Ik
+kan alleen vertellen, wat ik van hoorenzeggen heb.
+
+Buitendien schijnt de natuur erop te wijzen, dat hier nooit zulk een
+groote stad heeft kunnen verrijzen en standhouden. Het aantal kerken
+doet er niet veel toe en haar grootte ook niet. Een kerk werd niet
+alleen voor een stad gebouwd, maar ook voor de omgeving. Een kerkelijke
+gemeente kon zeer groot zijn, al was ook de kerk slechts door enkele
+weinige huizen omgeven. Het was voldoende, dat de toren van verre
+zichtbaar was, en dat de boeren, in hun hutjes of werkend op den
+akker, de tonen konden hooren, hun door den zeewind toegevoerd. De
+wind wierp wel eens den toren omver, maar dan werd hij herbouwd,
+omdat hij iets heiligs was.
+
+Maar het is niet waarschijnlijk, dat men met alle geweld een stad zou
+hebben willen bouwen, waar die toch niet kon blijven bestaan, op dien
+onvruchtbaren grond, gebeukt door wind en golven. Steden ontstaan op
+natuurlijke wijze aan den oever van rivieren, in vruchtbare dalen en op
+heuvelhellingen. Als het moet, vindt een dorp nog wel een plaatsje,
+onverschillig waar, als het maar in de buurt der bebouwde velden
+is. Overal waar de grond voor bebouwing geschikt is, verrijst een
+huis. Een tweede voegt zich bij het eerste, dan een derde; er vormt
+zich een groepje en men heeft het gehucht, het dorp. Het voetpad
+wordt tot weg verbreed, en de weg kan tot hoofdroute worden.
+
+Geen stad echter zal ontstaan op een plateau, waar veel sneeuw valt,
+noch op een vooruitspringende rots, die aan de woede der zee is
+blootgesteld. Men zal dus denkelijk de belangrijkheid van Penmarch
+in den ouden tijd sterk overdrijven; de stad zou bij een hoogen vloed
+verzwolgen zijn of ten minste teruggebracht tot de afmetingen van een
+bescheiden dorp of liever van enkele dorpjes en gehuchten. Maar alle
+watervloeden zouden niet kunnen teweegbrengen, dat hier vruchtbare
+grond was geweest en een omgeving, geschikt voor het bestaan van
+een groote stad. Aan den anderen kant kan echter een veilige, goed
+beschutte zeehaven een stad doen ontstaan. De booten roepen huizen
+en pakhuizen. Men kan dus zonder bezwaar, in plaats van een stad,
+die het geheele schiereiland overdekte, een groote stad aan zee
+veronderstellen met veel klokkentorens, een stad van visschers,
+reeders en kooplieden. Er wordt gesproken van vijftien duizend
+inwoners van Penmarch, van achthonderd schepen, die op de kust
+aan kabeljauwvangst deden. Zoo groot is ongeveer de beteekenis van
+Douarnenez en Concarneau, die ongeveer zevenhonderd schepen hebben. Nu
+zijn er zoowat tienduizend inwoners in Douarnenez en zesduizend in
+Concarneau. Het oude Penmarch heeft een stad van dien aard kunnen
+zijn. Maar de legende heeft er zich mee bemoeid. Men heeft onder het
+water een stad meenen te zien, nog ouder dan Penmarch, begraven in de
+golven. Dat is de stad Is, welker klokken men op sommige tijden hoort
+luiden. Vroeger werd de mis bediend op het schip, boven de golven, die
+een wereld begraven hadden, en wel voor de zielsrust der begravenen.
+
+Een haven, schepen en kabeljauwvangst, die vormen het vaststaand
+verleden van de streek. De aanwezigheid van de kabeljauwen op de banken
+in de wateren van Penmarch had visschers gelokt, en hertog Jan V moest
+in 1494 een edict uitvaardigen, waarbij aan de landbouwers verboden
+werd hun huis en hof te verlaten, op straffe van de strop. Toch wilden
+allen fortuin maken, ten minste leven van die natuurlijke winst,
+desnoods door den handel in visch, het "vastenvleesch", een handel,
+die meer voordeelen afwierp dan de landbouw op het schiereiland.
+
+Emile Souvestre, die wat er verteld werd, heeft verzameld en er
+een geschiedenis van heeft trachten te maken, schrijft hierover:
+"Penmarch had toen een haven, gevormd door een lange pier, waarvan
+men de overblijfselen nog kan zien, en die van Kerity liep tot de
+rots La Chaise genoemd. Wat de stad betreft, zij bedekte het terrein,
+waar nu de kleine gehuchten Penmarch en Kerity liggen, zooals blijkt
+uit het puin, dat daar overal verspreid ligt. De groote uitbreiding
+der stad was oorzaak, dat men haar niet had versterkt, maar daar de
+ligging gevaarlijk was met het oog op de Engelschen en de zeeroovers,
+hadden de meeste rijke bewoners hun huizen voor aanvallen trachten
+te beschutten, door er een gekanteelden muur om te laten bouwen en
+er een toren op aan te brengen.
+
+De ontdekking van de groote Newfoundlandbank voor de kabeljauwvangst
+was de eerste slag, aan Penmarch toegebracht. De stad behield echter
+nog haar handel met Spanje, handel in geweven stoffen, hennep,
+vee enz. Toen volgde de vreeselijke ramp, de groote springvloed,
+die de haven deed verzanden en oorzaak was van de verplaatsing
+der kabeljauwbanken. Toch gaat Souvestre voort: "In het begin van
+de 16de eeuw was het nog een belangrijke stad. Hendrik II stond
+in 1557 aan zijn gelukkigsten boogschutter het recht toe, onbelast
+vijf en veertig vaten wijn te verkoopen, een voorrecht, dat Rennes en
+Nantes niet hadden kunnen verwerven. Maar tegen dien tijd begonnen de
+zeeroovers meer aanvallen te doen en brachten der stad groote schade
+toe". Ten slotte noemt Souvestre een ramp, misschien een springvloed,
+die driehonderd booten deed schipbreuk lijden, op elk waarvan zich
+zeven man bevonden. Veel kooplieden verlieten toen Penmarch met al
+wat zij bezaten, om zich te gaan vestigen te Roscoff, Quimper, Brest
+en Audierne.
+
+Tijdens de Ligue wilden de bewoners zich bij geen enkele partij
+aansluiten; zij bouwden een fort te Kerity, stelden enkele der op
+de gevaarlijkste plaatsen gelegen huizen in staat van verdediging en
+veranderden de kerk van Tréoultré in een arsenaal en een schuilplaats
+voor de vrouwen, kinderen en grijsaards. Dit was niet voldoende, om
+Fontenelle tegen te houden, die door list de stad binnendrong, waar
+zijn volk zonder mededoogen plunderde en moordde. Moreau zegt, dat de
+heftigste moordtooneelen in de kerk plaats hadden, waar de bedden der
+stedelingen tot bij het altaar stonden. De rooverhoofdman liet naar het
+eiland Tristan in de baai van Douarnenez driehonderd booten met buit
+brengen. Ondanks die ramp ging Penmarch niet aanhoudend meer achteruit.
+
+Op het tijdstip, toen Souvestre zijn reisverhaal deed, telden
+de beide dorpjes slechts achttienhonderd inwoners; nu wonen er
+zesduizend. Men heeft te Kerity en te Saint-Guénolé visschersbooten en
+sardinebereiding. Er zijn uit den tijd, dien wij hebben opgeroepen, nog
+enkele oude huizen over, die hun gordel van verdedigende muren hebben
+behouden en ook torentjes bezitten. Er zijn ook zes kerken of kapellen,
+waarvan Sint-Nonna de voornaamste is. Een opschrift boven de deur
+vermeldt: "Op den dag van den Heilige Renatus in 1508 werd deze kerk
+gesticht, en de toren in het jaar 1509". Het gebouw ziet er massief en
+indrukwekkend uit en is versierd met grappig beeldhouwwerk, figuren,
+druiventrossen, scheepjes. Het heeft een grooten vierkanten toren
+met slanke torenspits. Binnen in de kerk vindt men een gebeeldhouwd
+doopvont en een schilderij bij het hoofdaltaar, voorstellend het bezoek
+van Lodewijk XIII te Penmarch. De kerk van Kerity, die het oudst is,
+heeft als buurvrouw de kerk van de Tempeliers, die in zeer slechten
+staat is, maar toch nog stevig in elkaâr zit.
+
+Ik heb al gezegd, dat er hier veel kerken zijn, de Sint-Pieterskerk,
+de Notre Dame en de Saint-Guénolé, een der mooiste met haar vierkanten
+toren, haar kijkgaten voor de bewakers en haar deur met gebeeldhouwde
+scheepjes. Doch er zijn heel andere versterkingen aan het strand
+der zee, reuzengroote, vlakke steenen, waar de golven over bruisen,
+grillig uitgetande rotsen, waar de zee tegen breekt. Bij laag water
+zijn het velden met verspreide steenbrokken, gelijkend op kudden van
+dieren, die er weiden of er hun prooi beloeren. Als de vloed opkomt,
+krijgt men den indruk van een voortdurend werkende, onweerstaanbare
+macht. De vloed komt eerst met kleine witte randjes, die het zand
+omzoomen als met witte kant. Dan neemt de beweging toe, de wind stuwt
+de golven op, de golven worstelen tegen hinderpalen, en langzamerhand
+schijnen van den verren horizon reusachtige golven op te komen, de
+"witte paarden van de zee", waar een grieksch dichter van spreekt. Nu
+moet er worden opgepast. De golven zijn vraatzuchtig, zelfs in tijden
+van mooi weêr. Er komen slechts kleine rimpelingen aan de oppervlakte,
+regelmatige golfjes, die harmonieus op elkander volgen, en waar men
+voor kan wegloopen, als zij wat hoog komen of haast maken en teveel
+terrein winnen.
+
+Maar er is iets anders. Onder de kalmste zee, bij den vriendelijksten
+zonneschijn, als een zachte koelte alles liefkoost en de vlinders uit
+de heggen aan het strand der zee komen vliegen tot boven de eerste
+golfjes, die met het zand spelen, kan zich in open zee op groote
+diepten een onmetelijke golf vormen, die haar beweging vervolgt, zonder
+zich door iets te verraden op de altijd kalme oppervlakte. Plotseling
+rijst dan die verborgen golf omlaag, heel dicht bij het strand,
+wordt hooger en hooger, tot zij reusachtig is en zwaar en op het
+land neerploft met onweerstaanbare kracht, alles verpletterend en
+meesleurend. Zoo werden op een dag in den herfst, October 1870,
+de vrouw van een ambtenaar uit Quimper met haar dochtertjes en de
+kindermeid, in 't geheel vijf personen, van een vlakken steen aan
+het strand, waar zij zich volkomen veilig waanden, meegesleurd naar
+de open zee. Er is een kruis in de rots gespijkerd als herinnering
+aan die gebeurtenis.
+
+Bij Penmarch ziet men den oceaan reeds in zijn volle kracht, zonder dat
+iets hem tegenhoudt. Vooruit staat Torcherots, een hol geraamte, waarin
+de zee weerklinkt als in een schelp. Bij de Philopenrots laat men u
+een grot zien, waar Girondijnen zich in 1793 hebben verscholen. Men
+is ook inderdaad te Penmarch aan het eindje van de wereld, en men
+moet wel op zijn schreden terugkeeren, als men de kust niet wil
+volgen tot Audierne. Ik moet trouwens naar Quimper. Dien weg langs
+de kust wil ik een andere maal in tegengestelde richting volgen,
+als ik van Audierne kom. Men kan toch niet altijd tusschen groote
+steenen leven en het is mij aangenaam, eens weer naar een echte,
+groote stad te gaan, waar wat meer te genieten valt dan te Penmarch,
+juist als men na een zeker aantal dagen, in een stad doorgebracht,
+blij is naar een rustige streek te vertrekken.
+
+Dus vooruit naar Pont-Labbé des avonds, en van daar naar Quimper
+per spoor. Ik ben er aangekomen in den avond, dus heb ik den eersten
+aanblik van een mooie stad in 't volle daglicht gemist. Doch dien kreeg
+ik den volgenden dag, een Zondag, en ik heb de sobere genoegens van
+dien dag met voldoening genoten, mij amuseerend met militaire muziek
+en met de families van de militairen: papa's, mama's en jonge meisjes,
+sterk zich bewust van de contrôle waaronder zij worden gehouden! Wie
+zal de kleine drama's tellen en de groote comedies, die daar worden
+afgespeeld op zoo'n marktplein in een provinciestad, terwijl het
+koper zich waagt aan marschen en ouvertures van opera's.
+
+Maar laat ons over Quimper spreken, de oude hoofdstad van het
+graafschap Cornwallis, aan de samenvloeiing van de Steir en de Odet
+tegenover het exercitieterrein.
+
+Het eerste feit, dat de geschiedenis van Quimper verhaalt, is een
+opstand van de plaats tegen het romeinsche juk aan het einde van
+de 14de eeuw, toen zendelingen beproefd hadden de bewoners tot het
+christendom te bekeeren. De zendeling werd bisschop, en dit was het
+begin van de macht der geestelijkheid in dit land; het gezag der
+bisschoppen werd zoo groot, dat zij in de elfde eeuw over de stad
+een onbeperkt gezag uitoefenden en den naam van heeren droegen,
+rechtstreeks onder den hertog geplaatst, met een staf, die zoowel
+in het tijdelijke als in het eeuwige alles bestierde. De stad, die
+in de 13de eeuw door Pierre de Dreux versterkt was, werd ingenomen
+en in 1344 geplunderd door Karel van Blois. Montfoort sloeg er het
+beleg voor in het volgend jaar; hij werd afgeslagen, maar zijn zoon
+werd er ontvangen en erkend. Bij het oproer van 1489 versloegen de
+gewapende boeren de Spanjaarden, die Quimper te hulp waren gekomen,
+plunderden hun tenten, en daarna werden de opstandelingen op hun beurt
+verslagen door de hertogelijke troepen in de velden rondom Pont-Labbé.
+
+Quimper is een licht en vroolijk stadje, schilderachtig door zijn oude
+wijken, die met de nieuwe afwisselen. Eerst was het alleen op den
+rechterover van de Odet gebouwd, smal bij de Steir en voorzien van
+kaden. Maar de noodzakelijkheid maakte, dat de stad zich uitbreidde
+op den linkeroever, waar men nu rechte en breede straten vindt met
+fabrieken, werkplaatsen en woonhuizen, overal met brugjes, om van
+den eenen oever naar den anderen te komen.
+
+In 1901 is in de stad een kunstmuseum voor den godsdienst opgericht;
+men vindt er beeldhouwwerk, schilderijen, geschilderde kerkglazen,
+borduurwerk en heilige boeken. In 't stadhuis is een rijke bibliotheek,
+met ongeveer dertig duizend deelen, waaronder veel zeldzame uitgaven,
+zooals een bretonsch woordenboek, een der oudste die bekend zijn, te
+Tréguier gedrukt in 1499. Het museum heeft ook buiten beeldhouwwerk en
+schilderijen archaeologische verzamelingen en belangrijke collecties
+ethnografica, waarvan een deel geschonken is door den heer Silguy. De
+heer Bougeard heeft aan de stad een schoone collectie gravures
+geschonken.
+
+De oude gebouwen zijn er talrijk; het Sint-Katharinahospitaal
+dateert van 1645; het lyceum, nog altijd in de gebouwen van het
+Jezuietencollege is onder Lodewijk XIV gesticht; de kerk van Locmaria,
+een voorstad van Quimper, is van de elfde eeuw, de kerk van den
+H. Mattheus van de 13de, en dan is er nog de kathedraal van Quimper,
+een der mooiste bouwwerken uit Bretagne. Als men er naar ziet van uit
+de Groote Straat, die smal is en met vooroverhangende gevels een zeer
+mooien indruk maakt, is het een imposant en rijk gebouw. Van het plein
+gezien, maakt het een nog beteren indruk. Sommige gedeelten zijn uit
+de eerste helft der 13de eeuw. De spitsen, die modern zijn en van 1854
+dagteekenen, passen uitstekend bij de torens uit de 14de eeuw. Het
+geheel vormt een der schoonste gothische bouwwerken uit Bretagne.
+
+Door de oude straten wandelt men verder naar de kade langs oude
+huizen met veel beeldhouwwerk, terwijl op den drempel de eene
+of andere vrouw, in gedachten verzonken, den nieuweren tijd te
+binnen brengt. Maar laat eens een buurvrouw of een toevallige
+voorbijgangster een praatje beginnen, dan wordt de peinzende een
+drukke babbelaarster. Al die menschen uit de straten van Quimper,
+het personeel, dat kleine handelsbelangen heeft, huisvrouwen, die
+op de Woensdagmarkt inkoopen gaan doen of op de kermissen van den
+derden Zaterdag van iedere maand, jonge arbeidsters uit Locmaria,
+allen zijn vlug en vroolijk. Ik heb enkele dagen gewoond in een der
+kleine straten tusschen de Steir en de Odet, en daar heb ik tegen het
+vallen van den avond, als ieder rust neemt en verademing zoekt na
+de volbrachte dagtaak, hetzelfde gevoel gehad als te Morlaix en te
+Quimperlé, bewonderend den goeden, opgewekten geest. De verdiensten
+zijn gering; maar de menschen hebben weinig noodig, en hun gelukkige
+aard doet de zorgen vergeten. Men behoeft den gang en het gelaat der
+vrouwen maar te zien, om den opgewekten en toch zachten geest waar
+te nemen van de vrouwen en meisjes, klein, een weinig dik, meestal
+flink gebouwd en met heldere, open oogen.
+
+Van af den berg Frugy heeft men onder de mooie beuken, die er heerlijke
+lanen vormen, een prachtig uitzicht op de stad, de kaden, de beide
+rivieren en de omstreken. Quimper is het middelpunt van een groen
+land. Uit dicht opeenstaande daken stijgt blauwachtige rook omhoog;
+de groote kathedraal schijnt als een groot schip op de zee van lage
+daken te drijven. Dichterbij ziet men de voorstad Locmaria.
+
+Daar wordt het bretonsche aardewerk gemaakt. Er is veel namaaksel,
+en dikwijls ontmoet men teekeningen en versieringen, afkomstig
+uit Rouaan. Maar er is ook een originaliteit, en die vind ik in de
+gewoonste dingen. Men kent, omdat men ze in alle steden van Bretagne
+heeft gezien en ze ook in de parijsche winkels heeft ontmoet, borden
+en inktkokers, wijwaterbakjes, schotels, kandelaars en al die andere
+voorwerpen, die de reizigers blij zijn aan te treffen, en die zij
+meenemen als herinneringen aan de doorreisde streken. Maar er zijn
+ook doodgewone borden, zooals ik er voor een kwartje gekocht heb op de
+markt en die toch bekoorlijk zijn van levendige harmonische kleuren,
+op de manier van veldbouquetten dooreengemengd. Ik heb ook kopjes
+gezien in den vorm van klaverblaadjes met blauwe versierselen. Onder
+de beeldjes ontmoette ik veel Heilige Anna's en Maria's en heiligen
+in den vorm van kandelaars, geknield soms en in hermelijn gekleed,
+met een bril op den neus.
+
+Er wordt niet enkel aardewerk te Quimper gemaakt, maar ook porselein;
+dan worden er metalen bewerkt en leder; er wordt bier bereid en men
+kan er ingemaakte voedingsmiddelen krijgen; er wordt koren gemalen
+en op enkele kilometers afstands, te Ergué-Gaberic, is een groote
+papierfabriek. De handel is vooral graanhandel; ook wordt er handel
+gedreven in was en honig, linnen en touw, vee en boter.
+
+Buiten Quimper is de omgeving allerliefst. Deze streek alleen zou al
+voldoende zijn, om de al te veel verbreide meening te niet te doen van
+de eentonigheid van Bretagne's binnenland. Hier niet de gelijkheid van
+de landes en ook niet de trotsche natuur van La Forêt. Laat men maar
+eens de Odet volgen, niet naar de monding, maar stroomop; men zal dan
+spoedig te Stangala blijven, doel van alle wandelaars uit Quimper,
+die wat meer verlangen dan het zondagsche militaire concert. Dat is
+een alleraardigst plaatsje met overvloed van bloemen, die op rotsen
+groeien, zoo mooi, alsof men opzettelijk tuinen op het gesteente
+had aangelegd.
+
+Verscheiden malen ben ik naar de in zee ver uitstekende punt du
+Raz gegaan, toen de spoorweg nog niet tot Audierne liep, en langs
+verschillende wegen, maar altijd met Douarnenez als uitgangspunt. Eerst
+is er een weg over Comfort, Pont-Croix, Audierne, dat is zelfs de ware
+weg, de eenige, de klassieke weg naar du Raz. Buiten dien weg zijn er
+alleen voetpaden en dwarswegen; dus gaan rijtuigen en voetgangers, die
+wel eens een herberg willen aandoen, er alle over. Ik voor mij volgde
+een andere route, mooier naar mijn smaak, langs de kust over Tréboul,
+waar ik de zee heb zien zegenen door de priesters, en over Beuzec.
+
+Toch is de weg over comfort en Pont-Croix niet zonder bekoring en ook
+niet oninteressant. De natuur is er ernstig, zelfs somber, maar men
+komt ook geen lachende landschappen zoeken bij du Raz. Trouwens de
+vroolijkheid en de somberheid van een landschap zijn betrekkelijk. Zij
+hangen van de stemming van den reiziger af, van toevallige
+ontmoetingen, van een zonnestraal, die door den grijzen hemel breekt
+en de bloemen der distels doet schitteren boven de vale kleur van
+den grond. En dan, hoe schunnig en armoedig ook een gehuchtje is,
+dat men passeert, 't is toch altijd een vereeniging van menschen, die
+hun huizen bij elkander plaatsten, om samen 't lot het hoofd te bieden.
+
+Met ziet vrouwen en kinderen op de drempels der huizen, mannen, die
+van het land naar huis komen; men kan eens een winkel binnengaan, een
+groet met menschen wisselen en een oogje slaan op wezens, die nuttig
+werk verrichten en gevoel van solidariteit bezitten. Om te Audierne
+te komen, behoeft men slechts den weg te volgen, die langs de rivier
+loopt. Dan plotseling maakt die een bocht, en de weg gaat stijgen;
+men ziet een visschersdorp met huizen langs de kade en heel veel
+booten. Bij mijn eerste reis heb ik gelogeerd in een klein hôtel aan
+de kade, bestuurd door het echtpaar Batifoulier. De Batifouliers waren
+geen Bretagners, maar Auvergnaten; er zijn veel Auvergnaten in Bretagne
+en allen hebben de gemeenschappelijke kenmerken van het keltische ras.
+
+De Auvergnaat is meer handelsman en zuiniger is hij ook, zoodat het
+hem meestal beter gaat in zaken. Maar Batifoulier was beroemd om
+iets anders; hij had zijn bekendheid te danken aan zijn persoon, en
+inderdaad was hij, dunkt mij, een eenig type. Hij was lang, maar niet
+daardoor trok hij de aandacht; zelfs leek hij, oppervlakkig beschouwd,
+van gewone lengte. Maar hij was buitengewoon breed; ik zou haast durven
+zeggen, dat hij even breed als lang was, een bewegende toren en een,
+die langzaam bewoog, een olifant of een hippopotamus, dien men gekleed
+had in een broek en buis en met een klein hoedje. Alle vergelijkingen
+met groote gebouwen en zware beesten kwamen iemand in den zin, als ze
+dien forschen man zagen met zijn enorme ledematen. Maar het gezicht! Ik
+heb nooit zoo'n groot gezicht gezien met zijn twee reuzenwangen,
+een waterval van kinnen, een knevel en een puntbaard en alles vrij
+regelmatig, met kleine boosaardige oogjes in die vetmassa. De kleur
+was niet rose, ook niet rood, maar paars.
+
+Die kolossus had tot vrouw een oud, in 't zwart gekleed mensch, met
+een zwart doekje om het hoofd en een mager lijfje. Zij bestuurde de
+zaak en ze deed dat goed. Hij, Batifoulier, was een volmaakte waard;
+zijn huis en hij waren één. Men moest hem zien op het trottoir, als hij
+belde voor de maaltijden. Met hoeveel overtuiging ging dat. Nooit zag
+een redenaar op de tribune, een priester bij het altaar er ernstiger
+uit. Dus men kan begrijpen, hoe het was, als hij voorzat aan de
+table d'hôte, want hij gebruikte zijn maaltijd met de gasten. In het
+midden van de tafel gezeten, drie plaatsen vullend voor zich alleen,
+diende hij den gasten de koolsoep voor en zat voor bij de maaltijden
+der ambtenaren, die er geregeld tweemaal per dag kwamen.
+
+Hij presenteerde ook de sardines, wijzend, hoe men die moest eten,
+in één hap ze verslindend, na kop en graat behendig te hebben
+verwijderd. Hoeveel at hij ervan? Dat weet ik niet. Maar 't was
+afgrijselijk. En het kwam mij voor, dat de booten, welker masten ik
+gezien had in de haven vóór 't hôtel, alleen daar kwamen, om sardines
+te lossen, bestemd den honger te stillen van den auvergnaatschen
+reus. Hij sneed ook het gebraad voor en schonk den appelwijn. Goedig
+van aard en zeer voorkomend, trotsch op zijn rol in 't leven, had
+hij bij het waarnemen der honneurs van zijn huis iets van den grand
+seigneur, van Porthos, den musketier, ontsnapt uit de grotten van
+Locmaria en hotelier geworden te Audierne.
+
+Men had het dus goed bij Batifoulier, ondanks de sardines aan alle
+maaltijden, en die men niet kon weigeren onder de allesziende oogen in
+het groote, paarse gelaat. Er werden ook heerlijke dingen gebraden in
+den jachttijd, en alle ambtenaren van de belasting en de griffie en
+de politie waren, dat begrijpt men, niet achterlijk in 't vertellen
+van hun jachtavonturen.
+
+Dan had men er de zee in de buurt, die heel uitlokkend was, die
+ongebogen lijn van de Audierne-baai, die van kaap du Raz tot de
+Torchebaai gaat en de rotsen van Penmarch. Van de pier, die moedig
+in de open zee is uitgebouwd, heeft men een prachtig gezicht op de
+open baai. De haven is niet van zooveel beteekenis als Douarnenez en
+Concarneau. Er zijn niet meer dan honderd visschersschepen te Audierne;
+maar ze zijn voldoende om levendigheid te brengen, als ze uitgaan of
+thuiskomen of stil liggen in de baai.
+
+Ze zijn bemand met ruwe kerels, die stil en bedaard zijn bij hun werk,
+maar die luidruchtig en geweldig zijn des Zondags en op vrije dagen,
+als ze herberg in, herberg uit loopen. Ik herinner mij een Zondag,
+toen ik was gaan wandelen naar Plouhinec aan de overzij van de rivier
+Goayen. Daar ik mij wat verlaat had, ging ik niet weer den omweg over
+de brug, maar wou den overtocht doen met een bootje van een man uit
+Audierne. Ik kreeg gauw spijt van dat besluit en dacht honderdmaal,
+dat we op dat korte eindje naar den kelder zouden gaan met het bootje
+vol dronken menschen, dat tusschen andere luidruchtige bootjes door
+moest varen. Voor 't vervolg ging ik liever des Zondags naar Plouhinec
+terug langs den langsten weg. En ik ging nog verder dan dat tusschen
+een overvloed van steenen liggend dorp, altijd langs de kust, den
+weg der douane volgend. Het is een troostelooze route. Ik heb er,
+geloof ik, wel een dag geloopen, zonder een menschelijk wezen te
+ontmoeten buiten de weinige dorpen, en die dorpen zelf maakten ook
+nog den indruk van eenzaamheid, zoo somber waren ze met alle mannen
+op zee, alle vrouwen op het veld en kinders op de drempels van de
+huizen. Achter een toonbank soms een vrouw, en hier en daar een paar
+gezichten achter de ramen.
+
+Om bij een dier dorpen te komen, moest men zich van de zee verwijderen
+en langs een pad gaan tusschen steenen muurtjes of over een dorre
+vlakte met het weinige groen, dat de scherpte van den zeewind kan
+verduren. Men zag alleen hier en daar een armoedig aardappelland,
+waar men kon zien met hoeveel moeite de landman wat voedsel haalde
+uit dien misdeelden grond.
+
+Een dier dorpen was Plozenet, dat bijna niet den naam van dorp
+verdiende. De huizen staan er om een kerkje geschaard, en even
+voorbij Plozenet naar den kant der zee draagt een groote gedenksteen
+van wel vijf meter hoogte een opschrift, dat de schipbreuk in de
+herinnering roept van 't schip de _Droits de l'homme_ in 1797. De
+schipbreukelingen werden door de zee verzwolgen, en velen van hen, op
+'t strand gespoeld, zijn hier begraven bij den menhir van de Rechten
+van den Mensch. Het opschrift luidt: "Hier bij dezen Druïdensteen
+zijn ongeveer zeshonderd schipbreukelingen begraven van het schip
+_De Rechten van den Mensch_, gestrand in den storm van 14 Januari
+1797. Majoor Piron, te Jersey geboren, die op wonderdadige wijze
+aan de ramp ontkwam, is naar deze plek teruggekeerd op 21 Juli 1840,
+en toen hij daartoe de toestemming had verkregen, heeft hij op den
+steen dit getuigenis van zijn dankbaarheid laten graveeren."
+
+Daarna keerde ik terug naar het strand, dat kaal was als te Audierne,
+met wit zand en groote rolsteenen en hier en daar een kleinen inham of
+een nietig dal, waar planten groeien en zacht gras. Ik bleef een dag te
+Plovan, toen te Treguennec en in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk te Tronoën,
+waar ik in de schemering aankwam. Het was echter nog licht genoeg,
+om het kerkje te zien en den lijdensberg, den oudsten van Bretagne,
+met twee rijen van beelden en daarboven de drie kruisen.
+
+Daar bespeurde ik, dat ik dichter bij Penmarch was dan bij Audierne,
+waar ik zou logeeren, en ik besloot naar Pont-Labbé terug te gaan, waar
+ik gemakkelijker een rijtuig zou kunnen krijgen naar Audierne. Op den
+terugweg waren mijn gedachten vol van de zee, de nimmer vervelende, die
+zooveel prettiger onze droomen begeleidt, dan de onbewegelijke dingen
+doen, zoodat er een soort van verwantschap moet bestaan tusschen haar
+en onze diepste gedachten. De reden van onze liefde voor de zee moet
+zijn, dat zij het schouwspel biedt van altijddurende beweging, als
+was zij de steeds onrustige ziel der golven. "De oceaan spreekt tot
+de gedachten", heeft Victor Hugo gezegd, en hij helpt ons inderdaad
+de raadselen en problemen van dit moeilijk leven te ontcijferen. Ik
+voelde dat alles aan dit strand van Bretagne, toen ik mij verder begaf
+van Audierne naar Esquibien en Saint-Tugean, waar de gothische kerk in
+een reliekenkastje een ijzeren sleuteltje bezit, dat aan Saint-Tugean
+heeft behoord en waarmee kleine broodjes worden doorboord, die dienen
+om dolle honden op de vlucht te jagen. Met het sleuteltje bewaart
+men er ook de tanden van den heilige in een kaak van verguld zilver,
+die men slechts behoeft aan te raken, om van kiespijn te genezen. Ter
+eere van den heilige dragen nog verscheiden mannen in die streek een
+sleutel, geborduurd op den rug van hun jas en hoeden, waar een looden
+sleutel aan een lint bij neerbengelt.
+
+Tot hier toe heb ik niet anders gezien dan wat eiken en dennen. Na
+Saint-Tugean en Primelin zijn die er niet meer. Er zijn windmolens,
+want het waait op de hoogten, van waar men de schuimende zee
+overziet. Ook zijn er dolmens, en het dorp Plogoff, gesticht door den
+heiligen Collédor, bisschop, die kluizenaar geworden was en die hier
+gelukkiger zich voelde dan aan het hof van koning Arthur. Plogoff is
+geen onaardig dorp. Verbeeldt u de huizen verspreid over de heuvels;
+hier één huisje, daar een paar andere, drie of vier ginds en een half
+dozijn rondom het kerkje. Te Lescoff heeft men voor het laatst zulk
+een huizengroep vóór kaap du Raz.
+
+Nog twee kilometer door de landes, en men komt aan den vuurtoren. Dit
+is nog niet het eindje der wereld, want men krijgt nog het eiland Sein,
+en 't is zelfs niet de laatste vuurtoren, want in de wijde zee staan
+nog de vuurtoren La Veille met groen licht, de Tevennecvuurtoren en
+die van Armen, ook in de open zee gebouwd vóór 't eiland Sein. Maar
+dit is het eind van het vasteland en 't verste punt van Bretagne
+met Saint-Mathieu.
+
+Deze eerste maal, dat ik naar du Raz ging, heb ik allereerst dien
+vuurtoren bewonderd op de hooge kaap, en ik heb mij vermaakt met een
+gesprek met een der wachters. Het was een man, die al grijs werd,
+en nog altijd trouw zijn wachterstaak vervulde tusschen hier en den
+toren in de open zee. Hij las couranten, had boeken, drukte zijn
+meening zeer verstandig uit over wat er in de wereld voorviel, en
+ik was zeer verbaasd, toen ik later vernam, dat die kalme, rustige
+man krankzinnig was geworden en dat hij de misdaad had begaan, zijn
+vrouw te worgen, die op een dorp bij de kaap woonde.
+
+Ik herinner mij nog, of het gisteren was, hoe hij mij zorgvuldig
+geleidde en tot gids diende bij mijn wandeling om de kaap. Dat is niet
+gevaarlijk voor wie vast van voet is en niet aan duizelingen lijdt;
+maar dan moet men nog met zorg de steenen uitkiezen en de trappen,
+die den omgang mogelijk maken om het enorme, verweerde rotsblok vol
+spleten en afgronden. De weg is niet gemakkelijk en er is maar één
+weg. De straatjongens, die ons volgen, geven er echter niet om, laten
+zich langs de hellingen afglijden, houden zich vast aan vooruitstekende
+steenen, verdwijnen in holten en komen op eenmaal weer te voorschijn,
+alsof ze een luik oplichten, en maken al die gymnastische toeren,
+waar ik wel voor zou bedanken, om mij een bouquetje welriekende, gele
+bloemen te brengen, geplukt op de helling van een gapenden afgrond.
+
+Ik kan die oefeningen niet meemaken; dat heeft mij het draven door
+de straten van Parijs niet geleerd. Dus volg ik voorzichtig mijn
+metgezel, die mij aanwijzingen geeft en mij soms bij de hand neemt,
+als het pad te glad en te moeilijk is. Het begin der reis valt het
+zwaarst langs het noordelijk deel der kaap. Dat is ook het mooiste
+gedeelte, namelijk het meest grootsche en schrikwekkende. De Hel
+van Plogoff is een gat, waar het gevaarlijk zou zijn in te storten;
+de roode wanden van de kloof zouden nergens den val breken, en de zee
+daarbeneden met haar golven en haar schuim en haar donderend geweld
+doet denken aan een troep wilde beesten, opgesloten in een te enge
+ruimte, wier woede naar een prooi verlangt.
+
+Het schouwspel van dit punt is over de zee niet zooveel dreigender dan
+van Penmarch; maar hier is alles op één plek geconcentreerd, terwijl
+Sein in de buurt is, en de woedende zee tusschen dat eiland en het
+continent. Dat is een eenig en aangrijpend schouwspel, die woede van de
+zee tusschen het vasteland en het eiland, waar de zee onbeschrijfelijk
+heftig is. Het verrast, als men er toch visschersbooten en groote
+schepen ziet passeeren. De mensch levert er een bewijs van zijn moed
+en zijn verstand. Hij vertrouwt zich toe aan het razend snelle water,
+omdat hij het in al zijn grillen en nukken heeft leeren kennen.
+
+_Enez Sizun_ heet het eiland Sein, de legendarische verblijfplaats
+der druïdische priesteressen. Het is een rots, die al meer door de
+zee wordt afgebrokkeld, met een vuurtoren erop en een kleine haven
+voor reddingbooten en voor een dertigtal visschersschuiten. Daarbij
+zijn de kleine huisjes van het dorp gebouwd. Hevige stormen zijn
+gedenkwaardig gebleven in de geschiedenis van Sein, waar het licht,
+dat wijd uitschijnt over de zee, het einde van Bretagne aangeeft.
+
+
+
+Taormina
+
+Door Johanna G. Lugt.
+
+
+ Io voglio il sole, io voglio il sole ardente.
+
+ Annie Vivanti.
+
+
+
+
+Wanneer men Italië herhaaldelijk heeft bereisd en zich eenigszins
+gemeenzaam heeft gemaakt met zijn volk en zijn taal, met zijne zeden en
+gewoonten, wanneer men daarbij zijn hollandsche pietluttigheid heeft
+achtergelaten en zich heeft afgewend om met laatdunkendheid op het
+eerste gezicht iedere plaats over de grens "een vuil gat" te noemen,
+wanneer men in het italiaansche volk iets anders heeft leeren zien
+dan een volk van bedelaars en men op prijs heeft leeren stellen zijn
+vriendelijkheid, zijn beleefdheid, zijn vroolijkheid, in één woord
+wanneer men is gekomen onder de bekoring van het zonnig Italië, dan
+begrijpt men eerst recht den hartstocht van de in Engeland geboren
+en opgevoede dichteres Annie Vivanti voor haar eigenlijk vaderland en
+voor haar italiaansche zon, dan begint men iets te gevoelen van haar
+"ebbrezza del sole", van haar "zonneroes".
+
+Als die zon opgaat achter de bergen van Calabrië en haar schitterschijf
+langzaam komt kijken over den hoogen Aspromonte, dan is almee het
+eerste wat zij ziet het liefelijk Taormina aan de Oostkust van Sicilië
+tusschen Messina en Catania.
+
+Hoog boven de zee, gekleefd tegen de rotsen, ligt het daar te
+wachten om zich opnieuw te verkneukelen in het zonnetje dat straks
+zijn druiventrossen zal komen rijp stoven, zijn oranjebloesem zal
+laten geuren, zijn lucht zal komen verwarmen, het zal maken tot een
+paradijsje op aarde.
+
+Wilt gij een onvergetelijken indruk opdoen, kom dan eens vroeg uit
+de veeren, zoo tusschen vier uur en half vijf, trek de hoogst noodige
+plunje aan en spoed u naar de hoogte boven het Teatro greco. Verzuim
+echter niet den vorigen dag kennis te geven van uw komst aan den
+"Custode" daar gij anders het hek gesloten zult vinden van dit
+"monumento nazionale". Maar hebt gij hem kennis gegeven dan zal hij
+niet aarzelen vroeg voor u op te staan en te zorgen dat gij het hek
+open vindt, ook zal hij u niet boos aankijken als gij hem daarvoor
+een lira in de hand drukt, wie weet of gij, verrukt over hetgeen gij
+gezien hebt, hem straks niet twee lire zult toestoppen.
+
+Zet u nu eens rustig neder op het hoogste punt, dáár waar vroeger het
+volk een plaatsje vond, eerst bij de grieksche drama's, later bij de
+wilde en bloeddorstige romeinsche schouwspelen, en wacht nu eens op
+de dingen die komen zullen.
+
+Beneden u is het water van de Straat van Messina nog donker van kleur,
+de kustlijn strekt zich naar beide zijden uit noordelijk tot Kaap Sant'
+Alessio, zuidelijk tot Kaap Schisò en is nog weggedoezeld in de flauwe
+ochtendschemering. Maar in het Oosten boven Calabrië begint de hemel
+reeds een lichtgeele tint aan te nemen, allengs gaat die tint over in
+oranje, van oranje wordt zij goud, het water beneden u krijgt meer
+en meer die diep azuurblauwe kleur die het tot zonsondergang zal
+behouden, de zon is op het punt boven de bergen te verrijzen. Haar
+stralen schieten reeds in alle richtingen boven de scherp geteekende
+berglijn uit, de hooge top achter u, waarop het dorp Castelmola ligt,
+is reeds schitterend verlicht, langzamerhand wordt de geheele atmosfeer
+om u heen een en al vuur, de zon verschijnt boven de bergen.
+
+En zoo is zij er dan weer, de zon van Italië, de zon van
+Taormina! Reeds voelt gij haar warmte en werpt gij de sjaal af die gij
+voor de ochtendkoelte had medegenomen. Zie nu eens om u heen! Aan uwe
+voeten het teatro greco, met zijn reusachtige afmeting, zijn heele en
+halve zuilen, zijn nissen en doorgangen, zijn scena en zijn orchestra,
+hoe verplaatst het u in eens in de klassieke tijden der Grieken,
+in de historische tijden der Romeinen. Recht voor u door de groote
+opening van de Scena ziet gij den kolossalen kegel van de Etna, met
+haar rookpluim overhellend naar het N.O. Diep onder u Giardini, het
+spoorwegstation van Taormina, iets verder het dorp Calatabiano en daar
+tusschen het stroompje de Alcantara, dat zich in zee stort. Westelijk
+op gindsche rotspunt Castelmola, een armoedig doch schilderachtig
+dorp dat als een steenen kroon geplaatst is op den top van een berg,
+zoodat men al evenmin begrijpt hoe de bewoners er komen als wat zij er
+uitvoeren. Onmiddelijk onder u eindelijk schittert thans in de felle
+ochtendzon het huizencomplex van Taormina met zijn duomo en kerken,
+zijn hôtels en ruïnes. Reeds begint het aardige plaatsje teekenen
+van leven te geven, het hanengekraai wordt gevolgd door het balken
+van talrijke ezels die er reeds naar verlangen de bezoekers op hunne
+geduldige ruggen de bergen op te dragen naar Castelmola of Monte Venere
+of naar ieder ander punt waar men van het heerlijke vergezicht wenscht
+te gaan genieten. Hier en daar wordt een deur geopend, er komt leven
+en bedrijf in de straten, Taormina is ontwaakt.
+
+Wij spoeden ons terug naar ons hôtel om ons te kleeden en, na een
+echt italiaansch ontbijt met versche vijgen en druiven of wat de
+tijd van het jaar oplevert, maken wij ons op om te gaan genieten
+van het vele dat Taormina te genieten geeft. Wij bevinden ons hier
+op klassieken bodem. Taormina heeft eene geschiedenis zooals geheel
+Sicilië, het Trinacria der ouden, er eene heeft. Laten wij, alvorens
+onze wandeling te beginnen, ons eerst door de "Guida di Taormina"
+zéér vluchtig op de hoogte laten brengen van die geschiedenis.
+
+Naar alle waarschijnlijkheid was Taormina reeds ruim 700 jaar v. C. de
+acropolis van Naxos, terwijl een versterking der Cartagers als de
+eigenlijke grondslag van het tegenwoordige Taormina mag beschouwd
+worden. (392 v. C.).
+
+Aan de vele oorlogen tusschen Cartagers, Messineezen, Syracusers en
+de overige Sicilianen, ontsnapte Taormina niet; voortdurend was het
+de dupe van den strijdlust der omwonenden, die het afwisselend in
+bezit namen, met den grond gelijk maakten en weer opbouwden.
+
+Gedurende het beleg door Marcellus in 241 v. C., in welk beleg
+Archimedes zulk een groote rol speelde, verleende Taormina doortocht
+aan de Romeinen op voorwaarde bevrijd te blijven van romeinsch
+garnizoen en vrijgesteld te worden van het leveren van schepen aan
+Rome, waarop de Romeinen na Sicilië te hebben veroverd, Taormina
+onafhankelijk verklaarden.
+
+Twee eeuwen later, 36 v. C. werd Taormina, dat zich vóór Pompejus en
+tegen Octavianus had verklaard, de basis van Pompejus' oorlogsoperaties
+en 't was juist op de zee vóór Taormina dat Octavianus in persoon
+Pompejus versloeg in den later zoo beroemd geworden zeeslag. Sicilië
+kreeg toen een constitutie, maar Taormina, door Octavianus gehaat,
+werd tot romeinsch garnizoen gemaakt en bleef toen vele jaren in de
+geschiedenis een ondergeschikte rol spelen.
+
+Na den ondergang van het romeinsche rijk bleef het door zijn ligging
+langen tijd bevrijd van de aanvallen der Saraceenen.
+
+Die naam van Saraceen werd aan de Arabieren gegeven en is afgeleid
+van het arabische woord sarako dat stelen beteekent. Nog heden ten
+dage wordt in Taormina het woord Saraceen als een scheldnaam beschouwd.
+
+Na in 902 n. C. toch eindelijk in handen der Muzelmannen te zijn
+gevallen, kwam het in 1078 in de macht der Noormannen, nam het in
+1282 deel aan de Siciliaansche vespers en ruim anderhalve eeuw later
+aan den burgeroorlog onder de regeering van Lodewijk van Aragon.
+
+In 1535 door Karel V verkocht wist het zich dadelijk weer vrij
+te koopen.
+
+Onder de regeering van Karel II werd Taormina in 1675 door de
+Franschen stormenderhand genomen, doch vanuit het kasteel Mola door
+de Taormineezen zelf beschoten die hunne stad heroverden en van de
+vreemde indringers bevrijdden.
+
+Tengevolge van den vrede van 1720 kwam Sicilië in het bezit van
+Oostenrijk en later van de spaansche Bourbons.
+
+In 1806 hadden de Engelschen in Taormina een sterk garnizoen.
+
+Met de italiaansche omwenteling van 1848-1849 liet Taormina zich
+weinig in, doch in 1860 op den 9 April ontscheepte zich Garibaldi op
+het eiland Sicilië, dat toen van de overheerschers werd verlost en
+voor goed bij het Koninkrijk Italië werd gevoegd.
+
+Geen wonder dat de vele volken die achtereenvolgens op dit plekje
+grond zijn gevestigd geweest daarop hun stempel hebben gedrukt en
+hunne herinneringen hebben achtergelaten.
+
+Het allerschoonste en interessantste op dit gebied is zeker het reeds
+vermelde Teatro Greco. Maar voor wij dat van naderbij beschouwen willen
+wij, zooals aan nieuwe bewoners eener plaats, al zal hun verblijf
+ook niet van langen duur zijn, betaamt, ons eerst gemeenzaam maken
+met de plaats dier tijdelijke inwoning.
+
+Beginnen wij met ons hôtel. Het is geen gewoon hôtel, het hôtel
+_Victoria_, zooals men dat in alle plaatsen met eenig verkeer
+vindt. Taormina, dit moet niet uit het oog worden verloren, ligt
+niet op vlakken grond, doch is tegen steile rotsen aangebouwd. Tegen
+die rotsen nu was amper plaats te vinden om er een straat op aan
+te leggen die, zooals de hoofdstraat de Corso Umberto, van poort
+tot poort doorloopt zonder trapjes of zonder scherpe rijzingen en
+dalingen. Maar er een huis laat staan een hôtel te bouwen welks basis
+geheel op effen terrein kwam te staan, dit was een taak zelfs voor den
+bekwaamsten architect onuitvoerbaar. Hôtel _Victoria_ heeft dan ook
+niet minder dan vier uitgangen in vier verschillende boven elkander
+evenwijdig liggende of dwars tegen den berg oploopende elkander
+kruisende straten. De tuinen liggen op de derde verdieping, de eet-
+en leeszalen op de vierde, vele kamers op de vijfde verdieping, alles
+tusschen, naast, onder en over elkaar gebouwd, zóó dat het onmogelijk
+zou zijn er een behoorlijken plattegrond van te teekenen. Wil men
+het hôtel verlaten dan kiest men dien uitgang die u brengt in de
+straat die u het spoedigst naar uw doel voert. Logeert men op de
+vijfde verdieping, de meest begeerde wegens het heerlijke uitzicht,
+men laat zijn rijtuig of ezel op de vijfde verdieping voorkomen als
+men een bergtocht wil maken. Men zal daarentegen liever de eerste
+verdieping kiezen als men naar beneden wenscht te gaan.
+
+Wij verlaten het hôtel thans ook door dien uitgang voor deze
+eerste wandeling in het stadje. Wij bevinden ons dan dadelijk
+in de hoofdstraat de Corso Umberto, breedte p.m. 5 meter zoodat,
+als de voorbijgangers zich tijdelijk in de open deuren bergen, twee
+rijtuigen elkander zonder ongelukken kunnen voorbijrijden. Het is een
+typisch italiaansche straat, onmogelijk dikwijls te zeggen waar het
+eene huis begint waar het andere eindigt, evenmin is het altijd uit
+te maken of een huis één dan wel tien eeuwen oud is; alles is grijs,
+grauw, groezelig, aan den beganen grond geene vensters, alleen groote
+deuren, wijd openstaande, toegang gevende tot de zoogenaamde _bassi_,
+ruime gewelven, waarin de winkels, café's, scheersalons en tutti quanti
+worden gehouden. Achter in de _bassi_ bevindt zich een trap van steen
+of marmer toegang gevende tot de kamers in de bovenverdieping. Dikwijls
+ook zijn die _bassi_ tevens de woning van het gezin en ziet men bij
+dag de bedden opgerold in een hoek liggen.
+
+Menig huis getuigt van vroegere weelde door een fraai gothisch of
+romaansch poortje of raamomlijsting, door enkele brokstukken marmer
+heerlijk ingelegd hetzij met zwarte lava, hetzij met veelkleurige
+marmersoorten, een bewijs dat de thans veelal verarmde of verwaarloosde
+huizen vroeger een deel uitmaakten van rijke en fraai gebouwde
+_palazzi_. En dat is een van de dingen die niet alleen op Sicilië
+maar in geheel Italië het meest treffen en iedereen dadelijk in het
+oog springen, dat men overal tot in de kleinste plaatsjes monumenten
+vindt van vroegere grootheid, rijkdom en weelde, monumenten die Italië
+maken tot een reusachtig museum, waar overal iets valt te genieten
+en te bestudeeren, waar ieder stadje, ieder dorp waard is bezocht te
+worden en de reiziger gedurende eenige uren zich aangenaam of leerzaam
+zal kunnen bezig houden.
+
+Het kost werkelijk eenige zelfbeheersching Taormina's hoofdstraat ten
+einde te loopen zonder links of rechts een trap af te dalen of op te
+klimmen. Bij ieder zijstraatje toch wordt men aangetrokken hetzij door
+een pitoresk groepje, hetzij door een geestige fontein of door een
+fraaie ruïne. Wij bieden echter weerstand aan de verleiding en gaan,
+al kijkende en bestudeerende, door tot de Piazza Nove Aprile, vroeger
+Piazza Sant' Agostino. En wij willen hier in het voorbijgaan even
+opmerken dat het gemeentebestuur van Taormina al even dom is als dat
+van een zekere hoofdstad van een zeker land, met zijn neiging om oude
+historische namen te veranderen in dien van onbeduidende vorsten en
+weinig zeggende data, op die wijze een interessant geschiedenisboek,
+waarin de historie van de plaats voor alle eeuwen is vastgelegd,
+veranderende in een vulgaire Almanach de Gotha. Laat men in een zich
+uitbreidende stad in dezelfde lijn voortwerken en in de namen der
+nieuwe straten voor het nageslacht de herinnering bewaren aan de
+gebeurtenissen der nieuwe tijden, desnoods aan de toen regeerende
+vorsten en aan de bekende mannen, mits zij werkelijk die herinnering
+verdiend hebben, er is niets tegen, maar de oude namen moeten in
+iedere plaats heilig gehouden worden.
+
+Wij willen dus Taormina's gemeentebestuur niet op dien weg volgen en
+houden ons halstarrig aan den ouden naam Piazza Sant' Agostino. Het is
+een genot daar een oogenblik te verwijlen want schilderachtiger plekje
+is nauw denkbaar. Aan de eene zijde de oude klokketoren, de aardige
+renaissance gevel van de San Giuseppe en het gothische kerkje Sant'
+Agostino; ten oosten een heerlijk terras met ijzeren hek, vanwaar men
+opziet naar de Etna en onder zich heeft een 200 M. diepen afgrond,
+welks bijna loodrechte rotsen alleen nog toegankelijk zijn voor eenige
+geiten en welks voet bespoeld wordt door de blauwe golfjes van de
+zee. Op dit punt is het stadje om zoo te zeggen in tweeën verdeeld
+door een ouden vervallen muur in moorschen stijl, over bergen en door
+ravijnen afdalende van de ruïnes van het kasteel van Taormina dat de
+rots ten westen der stad bekroont.
+
+Door de poort onder den klokketoren voortschrijdende vervolgen wij
+onzen weg tot de Piazza del Duomo, een kerk van gemengd gothische en
+renaissance bouw met een fraaien ingang in Siciliaansch gothischen
+stijl aan de noordzijde.
+
+Vóór den Duomo bevindt zich een allergeestigste fontein, de fontein
+der Vier Beesten, zoo genaamd naar vier gedrochtelijke dieren uit
+welker bekken het water vloeit in den steenen bak, waarin de vrouwen
+uit de buurt, naar italiaansche zeden, hare kleeren komen spoelen.
+
+Ook deze Piazza is weder afgesloten door eene poort, de Toca-poort,
+die nog niet het einde der plaats vormt, daar eenige weinige schreden
+verder de hoogst schilderachtige Catania-poort de werkelijke uitgang
+is aan de zuidzijde der stad.
+
+Wij keeren dus op onze schreden terug, zien opnieuw met welgevallen
+op naar zoo menig aardig motief, naar de balcons veelal voorzien van
+fraai gedreven ijzeren hekken, naar het taormineesche leven dat op
+al die balcons wordt afgespeeld.
+
+Italië toch is evenals Spanje het land der balcons, geen raam zonder
+balcon, geen balcon zonder menschen die daarop hunne huiselijke
+bezigheden verrichten, hun wasch behandelen, een buurpraatje houden,
+hunne op straat spelende kinderen nagaan en zoo noodig waarschuwende
+of bestraffende woorden toeroepen, hunne etenswaren of andere kleine
+inkoopen met een mandje aan een touw van de venters op straat ophalen,
+de liefdesverklaringen en serenades hunner aanbidders, want ook die
+spaansche gewoonte is hier inheemsch, aanhooren.
+
+Wij gaan ons hôtel weder voorbij om het noordelijk einde van den Corso
+Umberto te bekijken. Dit brengt ons al spoedig op de Piazza Vittorio
+Emanuele waar wij getroffen worden door de middeleeuwsche lijnen van
+het Palazzo Corvaia. Nog draagt het in ieder opzicht het stempel zijner
+vroegere grootheid, maar het is een vervallen grootheid. De rez de
+chaussée is doorgebroken en vervormd tot verscheidene _bassi_, winkels
+van het eenvoudigste type waar koopwaren van de allergoedkoopste soort
+zijn uitgestald. Treedt men het paleis binnen dan vindt men nog een
+aardig binnenhof, waar een fraaie marmeren trap op slanken boog naar
+boven voert. Langs een gedeelte van de steenen trapleuning ziet men nog
+een soort lambrizeering met een zeer goed gebeeldhouwd relief, waarop
+drie bijbelsche voorstellingen: de schepping van Eva, de Zondenval,
+Adam en Eva aan den arbeid. Het dak van het palazzo wordt gekroond
+door de zoogenaamde "merluzzi" een arabisch bouwmotief, een soort
+kanteelen, dat men hier overal terugvindt, en ook bij nieuwe huizen
+en hôtels een geliefde gevel-bekroning is geworden. De achterzijde van
+het paleis is gebouwd op de ruïnes van een tempel aan Minerva gewijd,
+en het geheel maakt nog den indruk een sterk gebouw te zijn geweest,
+waarin de normandische heeren die het eenmaal hebben bewoond, zich
+weken en maanden hebben kunnen verdedigen tegen de aanvallen van
+Saracenen of andere naburige volken, en dat meer had van een vesting
+dan van een comfortabel paleis.
+
+Naast het Palazzo Corvaia de kerk Santa Catarina en een klein, eerst
+onlangs opgegraven romeinsch theater, waarin de twee vomatorien,
+toegangen tot de hoogere rangen, nog duidelijk te zien zijn. Aan de
+andere zijde van het pleintje het Teatro Margherita en een kleine
+kazerne voor "Carabinieri". De Porta di Messina sluit hier het stadje
+af. Rechts van deze poort brengt de Via del Teatro Greco ons naar de
+belangrijke overblijfselen van het grieksche theater, dat een nadere en
+aandachtige beschouwing overwaard is. Wij willen dus aan de hand van
+den Custode of bewaarder, die daarvan een lezenswaardige beschrijving
+in drie talen heeft uitgegeven, dit oude grieksche theater eens wat
+van naderbij bezien.
+
+Het is niet met zekerheid te zeggen in welken tijd de bouw van het
+theater gesteld moet worden; men gelooft echter te kunnen aannemen
+dat het omstreeks 358 v. C. ten tijde van Andromachus van Taormina
+werd opgericht. De halve cirkelvorm doet ons geen oogenblik aan zijn
+griekschen oorsprong twijfelen, waar tegenover staat dat alle ruïnes
+geheel het karakter van de romeinsche bouworde hebben. Hieruit blijkt
+dat toen de Romeinen zich in Taormina vestigden, zij het theater
+veranderden en vergroot hebben, zoodat wel de grieksche grondvorm
+overbleef, maar de onderdeelen veranderd werden in romeinschen
+trant. Voor deze verbouwing vond men een treffend bewijs in een klein
+grieksch tempeltje, in de bovengalerijen opgegraven, dat den Grieken
+gediend had tot offerplaats en voor wasschingen.
+
+De Romeinen braken dit tempeltje bij de verbouwing van het theater
+gedeeltelijk af, om op zijn sterke muren de fondamenten van de
+bovengalerij te doen rusten.
+
+Maar niet alleen vindt de geometrische grondvorm zijn oorsprong
+bij de Grieken, ook de fondamenten en muren van het Proscenium "het
+voortooneel" wijzen op helleensche afkomst. Na de laatste opgravingen
+heeft men pas kunnen bewijzen, dat slechts de bovendeelen van het
+theater aan de Romeinen kunnen worden toegeschreven.
+
+Een breede trap, Scala regia genaamd, was de algemeene toegang tot
+het theater. Later werd hierin door Keizer Augustus een verandering
+gebracht. Hij liet voor de vrouwen een afzonderlijke trap bouwen
+aan het tegenovergestelde uiterste van de buitenste zuilengang,
+welke trap echter nooit geheel voltooid werd.
+
+De Scala regia bestond uit met steenen geplaveide bordessen, welke
+telkens onderling door drie treden verbonden waren. Boven gekomen
+gaf een deur toegang tot een kleine overdekte gang die uitkwam op de
+eerste praecinctio of half-cirkelvormige rij zitplaatsen, die rijk
+gedrapeerd en, van curulische en beweegbare stoelen voorzien, bestemd
+waren voor de senatoren, de magistraten en de vestaalsche maagden.
+
+Naast het tweede bordes begint een andere kleinere trap, die
+toegang verschafte aan adel en patriciers, voor wie de tweede
+praecinctio bestemd was, en op welks zetels somtijds de eigennamen
+der rechthebbenden waren aangegeven. Van deze zetels liggen in de
+arena nog brokstukken die de namen der eigenaars dragen.
+
+Langs deze zelfde trap moesten de artisten en de burgers nog hooger
+stijgen, en gaande door de bovenste galerijen, daalden zij dan door
+vomitori, d.i. openingen, aangebracht in den grooten muur die de
+cavea omringt, naar de derde of laatste praecinctio.
+
+Deze drie rijen zitplaatsen vormden te zamen de Cavea, die door een
+groote overdekte galerij, welke uit twee zuilengangen bestond, omringd
+was. De binnenste werd gedragen door vijf-en-veertig zuilen, terwijl de
+buitenste door pilasters werd gesteund. Te zamen boden zij het publiek
+een toevlucht bij regen. In gewone omstandigheden werd de buitenste
+gebruikt om zich te vertreden of wel als marktplaats, en diende de
+binnenste tot doorgang naar de derde praecinctio. Op de overdekking
+dezer twee zuilengangen bevond zich een groot terras dat voor het
+volk bestemd was. Het bestaan van dit terras lijdt geen twijfel,
+waar nog heden ten dage restanten worden gevonden van een trap die
+buitenom er heen voert. Deze zuilengangen waren gebouwd op een zwaren
+muur die de geheele cavea omringde en door welken op tien plaatsen op
+gelijken afstand uitgangen waren aangebracht. Deze muur was versierd
+met zes-en-dertig nissen waarin vazen of beelden waren geplaatst.
+
+Beneden bevond zich het podium, dat de arena omsloot. Onder dit podium
+kwam een overdekte gang door drie deuren in de arena uit, door welke
+gang naar alle waarschijnlijkheid de wilde dieren in de arena werden
+gelaten, om hunne bloedige gevechten tegen de gladiatoren te leveren.
+
+De eigenlijke arena is de ruimte tusschen het podium en het tooneel
+of scena. Het proscenium, dat bij de Romeinen verplaatsbaar was,
+besloeg van de altaren op het tooneel af nog bijna een derde van de
+arena. Op dit proscenium of voortooneel voerden de Romeinen hunne
+tooneelspelen, hunne drama's en dansen op.
+
+Het grieksche orchest bevond zich tegenover het tooneel, doch de
+Romeinen verplaatsten het op den muur van het podium, dus eigenlijk
+ter zijde van het tooneel, daar waar het podium in een elliptische
+vorm eindigde en waar ook de timele of plaats voor het koor was.
+
+Onder het proscenium bevond zich een onderaardsch kanaal dat achter het
+tooneel eindigde. De constructie van dit kanaal laat ten duidelijkste
+zien dat het voor den afvoer van regenwater bestemd was of om een
+groote hoeveelheid water te bevatten dat voor het theater gebruikt
+werd. Er zijn echter geleerden die meenen dat dit kanaal voor de
+acoustiek diende, misschien ook--wat ons echter zeer twijfelachtig
+voorkomt--tot bergplaats van diegenen uit het publiek, die tijdens
+de voorstellingen stoornis veroorzaakten. Twee andere onderaardsche
+gewelven, die aan den muur van het theater parallel loopen, staan
+met eerstgenoemd gewelf in verbinding en dienden voor hen die belast
+waren met de tooneel veranderingen. Men ziet er nog duidelijk zeven
+vierkante gaten in, op gelijken afstand, die rechtstandig oploopen
+tot de grondvlakte van de arena en waarin de balken geplaatst werden,
+dienende tot steun van het groote plankier van het proscenium.
+
+Het tooneel bestond dus uit het proscenium of voortooneel en het
+eigenlijke tooneel. Op dit laatste bevonden zich twee altaren,
+gewijd aan de goden, waarboven de eerste zuilenrij die het tooneel
+versierde. Elk der twee altaren telde drie nissen; voor de middelste,
+grooter dan de anderen en ook afwijkend van vorm, hing een gordijn,
+waarachter de beelden van Apollo en Bacchus. Deze twee altaren waren
+door drie deuren gescheiden; door de middelste, thans door den bliksem
+verwoest, kwam de hoofdpersoon op, door de beide anderen kwamen de
+andere personen ten tooneele.
+
+Onder deze deuren, welker drempels op gelijke hoogte lagen met den
+vloer van het tooneel, bevonden zich nog drie kleine deurtjes aan
+de voorzijde van het tooneel, die in gemeenschap stonden met een
+onderaardsche gang, die den medewerkers in het treurspel tot doorgang
+dienden en hen op het achtertooneel of postscenium brachten. Deze
+gang werd bij de opgravingen in 1853 en 1854 ontdekt. Een hooge breede
+gang, ook onder het tooneel gelegen, gaf toegang aan de vrouwen die,
+langs een trap links van het tooneel, hunne plaatsen op de bovenste
+galerijen wilden bereiken.
+
+Aan beide zijden van het tooneel bevonden zich nog twee kamers, die
+zonder twijfel dienden tot bergplaatsen voor alles wat op het tooneel
+betrekking had, of misschien ook als kleedkamers voor de artisten.
+
+De voorzijde van het tooneel was met kostbaar veelkleurig marmer
+bekleed; de zuilenrijen in corintischen en jonischen stijl, waren
+van cippolijnsch graniet en afrikaansch marmer, de voetstukken der
+altaren van wit marmer.
+
+Na deze beschrijving van de voornaamste deelen van het theater, nog
+een enkel woord over de verschillende doeleinden waartoe het gebezigd
+werd. Behalve de tragedie beoefende men er de satire, het tooneelspel,
+de pantomime en den dans. In de arena vonden de bloedige gevechten
+der gladiatoren plaats. Maar men behandelde er ook de publieke zaken,
+men ontving er de vreemde afgezanten, men besliste er over de zaken
+der republiek, dikwijls werd er recht gesproken, men beraadslaagde
+er over te verleenen eerbewijzen en op te leggen straffen en hield
+er redevoeringen tot het volk. Hier redetwistten de wijsgeeren, hier
+werden de veroordeelden ter dood gebracht, hier traden de dichters
+en schrijvers voor het volk op.
+
+Wanneer men bedenkt dat de stad Taormina een theater kon oprichten
+van die grootte en pracht, zal men zich gemakkelijk een denkbeeld
+kunnen maken van den rijkdom en intelectueele ontwikkeling die daar
+in de oudheid heerschten.
+
+Slechts eenige van de grieksche republieken uit die tijden zijn,
+dank zij haar macht en haar hooge ontwikkeling, in staat geweest
+een dergelijk theater te stichten. Het waren steden als Syracuste,
+Catania, Segesta, Gela, Agira en enkele anderen.
+
+Wie, door denzelfden gids geleid als wij, het theater bezoekt, zal
+kalm het schitterend natuurtafereel kunnen genieten dat zich voor
+zijne oogen ontplooit, en zal in hem een uitstekend geleider vinden,
+die niet zal nalaten weer met dezelfde verontwaardiging te vertellen
+dat, nog geen halve eeuw geleden, de inwoners van Taormina de steenen
+uit het Teatro Greco haalden om er hunne woningen mee te bouwen,
+hij zal ook stellig wijzen op het verschil in den baksteen van voor
+2000 jaar en den nieuwen tot restauratie gebruikten, die nu reeds
+verweerd is en afgebrokkeld.
+
+Het heeft ons dikwijls in Italië getroffen dat de gidsen met
+onvermoeiden ijver u alles trachten uit te leggen en begrijpelijk
+te maken, ja zelfs oogenschijnlijk nog in vuur en verrukking raken
+als stonden zij, evenals wij, voor het eerst vóór hun "monumento
+nazionale".
+
+En dit trof ons niet alleen op de minder bezochte plaatsen van Sicilië,
+maar evenzeer te Pompeï, te Rome en elders.
+
+Met moeite scheiden wij van deze heerlijke en aangename plaats, maar er
+is nog zóóveel te zien dat wij ons hier niet langer mogen ophouden. Wel
+zijn het op nieuw gevallen grootheden die onze aandacht vragen, maar
+zij zijn zóó belangwekkend, zóó typisch, dat men nauwelijks den wensch
+in zich voelt opkomen ze anders te zien dan in den toestand waarin
+ze thans verkeeren. Zie de Badia Vecchia of oude abdij en het Palazzo
+del Duca di S. Stefano, die beide niet veel meer dan ruïnes zijn.
+
+De Badia Vecchia vertoont nog hare fijne gothische spitsboog vensters,
+de reeds meergenoemde "merluzzi", haar inlegwerk van zwart-bruine
+lava, dat men nog fraaier kan zien aan de dakomlijsting van het
+Palazzo S. Stefano uit de 15e eeuw.
+
+Uit veel later tijd zijn kerk en klooster San Domenico uit de 17e eeuw,
+en eigenlijk de eenige meer moderne gebouwen van het plaatsje.
+
+Het klooster is thans tot hôtel ingericht en maakt geen uitzondering
+op den regel, integendeel bevestigt weder het feit dat de monniken
+er bijzonder slag van hadden voor hunne kloosters de meest idylische
+plekjes uit te zoeken, waar zij, afgezonderd van de menschen, de
+natuur in al haar heerlijkheid konden genieten. Wie èn ligging èn
+hôtel heeft gezien, doet beter er in onze wintermaanden niet aan te
+denken, tenzij hij, ongevoelig voor Annie Vivanti's blauwen hemel
+en zonneroes, de voorkeur geeft aan de trieste en zonlooze dagen van
+ons vochtig vaderland.
+
+Laat ons thans niet in den steek om, als echte haastige sight-seeërs,
+Taormina na een of twee dagen weer te verlaten. Ga nog eens mee naar
+Giardini en bekijk onderweg de oude saraceensche graven die als een
+hooge muur met nissen aan eene zijde onzen weg begrenzen. Ook zult
+gij op die wandeling wel gelegenheid hebben de siciliaansche karren
+eens te bezien, die trouwens door hun eigenaardige vorm en kleur
+wel niet aan uwe opmerkzaamheid zullen ontsnappen. Wij zouden ze het
+best kunnen vergelijken bij een van boven van voren en van achteren
+open vierkante bak op twee hooge wielen; zij zijn zonder banken,
+de koetsier zit op den bodem van zijne kar en laat zijne beenen vrij
+naar beneden bungelen. De wielen en de beide randen der zijkanten zijn
+hel geel geschilderd, terwijl de paneelen van beide zijden prijken
+met bonte voorstellingen, meer of minder goed van teekening, dan eens
+van schitterende steekspelen, een andermaal van bloedige veldslagen
+of bijbelsche tafereelen, zoodat men ze rijdende prenteboeken zou
+kunnen noemen. Ook aan den ezel of het paard zijn de kleuren niet
+vergeten. Het roode hoofdstel is fijn benaaid met zilveren lovertjes en
+kleurige kralen, op den kop en midden op den rug verheft zich een pluim
+in sprekende tinten, terwijl belletjes veelal voor de muziek zorgen.
+
+Zoo nadert men Giardini dalend langs den breeden zig-zagweg, wandelend
+langs vijgen of amandelboomen, nu en dan verrast door de heerlijke
+geuren van bloeiende citroen- of sinaasappelboomen. En bij iedere
+bocht van den weg verandert ons uitzicht; wij zien de Etna met
+haar rookenden top, de zwarte lavamassa's die tot op uren afstand
+voortgevloeid, donkere rivieren lijken die zich in zee ontlasten,
+of in het noorden de Straat van Messina, Calabrië, de uitgetande
+kust van Sicilië, waarlangs de spoor als kinderspeelgoed voortglijd,
+verdwijnend, verschijnend, tunnel in, tunnel uit.
+
+Zoo genietende en bewonderende komen wij aan het strand en bieden
+geen weerstand aan de verzoeking een klein tochtje op zee te
+maken. Roeibootjes genoeg en geen gebrek aan overvragende roeiers
+die u gaarne naar de Grotta Amato of Grotta del Giorno zullen
+brengen. Roep hun uit de verte reeds toe dat gij geen Engelschman
+of Amerikaan zijt, wij durven u verzekeren dat hij u de helft zal
+vragen, en dat niet alléén, hij zal ook verrast opzien als hij
+zijn eigen taal hoort, en al hebt gij ook dikwijls moeite uit zijn
+eigenaardig dialect wijs te worden, gij zult toch na vijf minuten in
+een interessant gesprek gewikkeld zijn over zijn land, zijn gezin,
+zijn leven, zijn lijden. Opgewektheid zult gij bij hem niet vinden;
+de Siciliaan is over het algemeen somber; zang en lach der Napolitanen
+zal men tevergeefs bij hen zoeken, maar zijn fond is beter en hij is
+meer ontwikkeld. Trots kijkt hij uit de donkere oogen, ridderlijk is
+zijne houding.
+
+Moet ons zijne mindere opgeruimdheid verbazen als wij zijn land
+hebben gezien? Ons lachen zon en blauwe hemel toe, wij vinden de
+schitterende oude gebouwen en ruïnes interessant, de lavavelden en
+cactussen eveneens. Maar die onafzienbare rotsenmassa's waarop dier
+noch plant kunnen leven, al die rivieren en stroompjes die des zomers
+hun waterlooze steenen bedding vertoonen, de menschen en kinderen
+moordende zwavelmijnen bij Caltanisetta, de alles vernielende druifluis
+die op onmetelijke velden allen wijnbouw onmogelijk maakt, hoe zouden
+die ons lijken als wij, in plaats van toeristen, bewoners van Sicilië
+waren? Maak u geen illusie dat heel Sicilië is als Taormina, en wie
+nooit dit liefelijk oord aanschouwde doch alléén Palermo bezocht,
+moet ook niet zijn Conca d'Oro of goudenschelp, de heerlijk groene
+vallei waarin die stad ligt, als bewijs van Sicilië's vruchtbaarheid
+aanhalen. Neen, Trinacria deed ons dikwijls denken aan een vergeten,
+verongelijkt kind van het moederland Italië.
+
+Na het zeetochtje moet gij ook nog een dag de bergen met ons in,
+te voet of op een ezel, al naar verkiezing, maar raden doen wij u
+in deze niet. De keuze is moeilijk, wilt gij zelf zoeken waar op de
+steile bergpaden met vallende steenen uw voet te zetten, of wilt gij
+het overlaten aan uwen ezel, die, daar kunt ge op aan, nooit vallen
+zal maar altijd de beste plekjes zal weten te vinden. Maar dan moet
+gij het stootende gevoel er voor over hebben dat, vooral berg af,
+aller onaangenaamst is.
+
+Tusschen twee muurtjes van los op elkaar gestapelde steenen,
+waarachter de wijnvelden liggen, bestijgen wij de trapsgewijze
+ruw aangelegde wegen. Links en rechts hooge cactussen zwaar van de
+rijpe cactusvijgen, een geliefkoosd volksvoedsel der Sicilianen,
+die ondoordringbare hagen vormen tusschen de verschillende bezittingen.
+
+Wij wagen ons aan geen beschrijving van de cactus, overtuigd geen
+betere te zullen kunnen geven dan die van Selma Lagerlöf in haar
+"Wonderen van den Anti-Christ" waarin zij haar beschrijft als iets dat
+"strompelde en stortte, dat viel en kroop, dat liep op de knieën,
+op 't hoofd en de ellebogen. Het was binnen en buiten 't dal, het
+had slechts stekels en knobbels, had een mantel van spinnewebben en
+poeier op zijn pruik en leden zooveel als een worm. Wist Gaetano
+dat de cactus op de lava groeide en den grond bewerkte gelijk een
+boer? Wist hij dat alleen de fichidenda de lava kon beteugelen? De
+cactus was de beste toovenaar die op de Etna woonde."
+
+Ja, wat volgens de legende bedoeld was als een vloek voor Sicilië,
+is het ten zegen geworden. Volgens de overlevering toch meenden
+de Saraceenen geen beter middel te kunnen bedenken tot uitroeiing
+van de bewoners van Sicilië dan het invoeren en aanplanten van de
+cactus. Hare vruchten toch kunnen, wanneer men er niet aan gewend is,
+bij onmatig gebruik den dood veroorzaken. Doch de Sicilianen vielen
+niet in de hun gespannen strik; zij begonnen met de cactusvijgen met
+mate te gebruiken en eerst toen zij er behoorlijk aan gewend waren,
+werden zij langzamerhand een volksvoedsel. De prijs is vier stuks
+voor twee centimes, wel een bewijs hoe overvloedig zij zijn, en het
+is dan ook niet ongewoon er 60 à 80 op één dag van te verorberen. De
+flauwe smaak bracht ons niet in verzoeking er ons aan te buiten te
+gaan. Als een aardige bizonderheid zij hier nog vermeld dat wij ze
+later eens te Hamburg in een delicatessen-winkel zagen liggen, doch
+daar kostten zij 72 cents per stuk, dus 288 maal zoo duur!--De naam
+"fighi d'India" vindt dus zijn oorsprong in den invoer van de cactus
+uit het land der Saraceenen, dat de Sicilianen India noemden.--En
+Selma Lagerlöf noemt haar met recht den toovenaar van de Etna omdat,
+wanneer de velden op dien berg door lava onbruikbaar zijn geworden
+voor wijn- of landbouw, zij beplant worden met cactus, die den grond
+breekt en allengs weder geschikt maakt voor andere doeleinden.
+
+Na een uur stijgens bereiken wij Mola, een klein dorp op den top van
+een kale rots. Reeds op den weg buiten om den steilen steenklomp, door
+de oude vervallen poortjes, genoten wij het verrukkelijk vergezicht,
+dat nog ruimer werd op het zonnig dorpspleintje. Maar hoezeer ons
+het panorama bekoorde, wij zouden het niet wenschen ten koste van
+Mola als woonplaats. Ongeplaveide niet meer dan 1 1/2 meter breede
+straten, die nauwelijks den weidschen naam straat verdienen, liggen
+tusschen de armelijke en schamele huisjes; logge zwarte varkens
+loopen overal onbeheerd rond of liggen zich midden in de straat
+in het zonnetje te koesteren. Treurig is het gezicht op de kale,
+bruin gekleurde wijnvelden, waar de gevreesde druifluis alles heeft
+verwoest en de bewoners heeft verarmd. Een oude man, die ons van de
+tallooze kinderen wilde verlossen die zich tot gids hadden opgeworpen,
+vertelde ons van zijn vreeselijken achteruitgang, hoe hij vroeger
+jaarlijks 100 H.L. wijn verkocht voor 20 lire per H.L. en nu niets
+meer. De alles vernielende philoxera had niets gespaard.
+
+Vijf, zes kinderen huppelden aan alle kanten om ons heen, aangevoerd
+als hoofdwegwijzers door Saviotto Francesco di Francesco en zijn
+nichtje Angela, een donker gebrand bruinoogig kind van een jaar of
+tien. Saviotto beklaagde zich over zijn weinige kennis van vreemde
+talen en vertelde ons vol trots van een neefje dat gids kon zijn in
+'t fransch, duitsch en engelsch. Op een der vele varkens wijzend zeide
+hij: ik weet alleen pig, schwein, cochon en wat de signore op zijn
+neus heeft zijn spectacles. Half smeekend vroeg hij ons of wij hem
+niet een fransche grammatica wilden sturen, want genoemde neef had
+boeken en die had hij niet. Angela vroeg ons voor iederen persoon
+dien wij tegenkwamen om een soldo, en het scheen wel of iedereen
+familie van haar was.
+
+"Da un piccolo soldo a mia sorella" (geef een stuivertje aan mijn
+zusje). Twee minuten later: "Da un piccolo soldo a quest' uomo, è
+mio nonno, non vede dagli occhi" (geef een stuivertje aan dien man,
+hij is mijn grootvader, hij ziet niet uit zijn oogen). Haar eigen
+woning voorbijgaande "Ecco la mamma e il piccolo fratello, da loro
+un piccolo soldo", en zoo ging het maar door. Op ons uitgangspunt
+teruggekeerd waar drijver en ezel wachtten, stond een groot gedeelte
+van de kinderbevolking om ons heen en de tevredenheid was algemeen
+toen een regen van piccoli soldi op de vuile handjes nederdaalde. Nog
+lang daarna hoorden wij hun gejuich en hun geroep van "buon giorno,
+buon giorno, buon viaggio, a rivederci!"
+
+Saviotto's laatste woorden waren: "mandatemi un libro francese,
+si sa il nome, per indirizzo basta Mola presso Taormina". (Zend mij
+een fransch boek, gij weet mijn naam, als adres is voldoende Mola
+bij Taormina). Aan zijn wensch hebben wij voldaan en hem later uit
+Holland een fransch-italiaansche grammatica toegezonden, maar of zij
+in zijn bezit is gekomen en of hij ijverig studeert, dat hebben wij
+tot onze spijt nooit gehoord.
+
+Van Mola gaat de tocht opwaarts naar den top van de Monte Venere, waar
+alweder een veelomvattend, overschoon uitzicht onze moeite ruimschoots
+beloont. Daar ziet men niet alleen de blauwe zee, de bergen van
+Calabrië, de dorpen en stadjes langs de kust, het grootsche massief
+van de Etna, maar ook het golvend binnenland met zijn eindelooze
+bergreeksen in het blauwend verschiet. Langen tijd verdiepen wij ons
+in de aanschouwing van dit grootsche tooneel, tot onze steeds langer
+wordende schaduwen en het blijkbare ongeduld van onzen ezeldrijver
+ons waarschuwen dat het tijd wordt naar Taormina af te dalen.
+
+Terug dus naar Hôtel Victoria en een plaatsje gezocht op een der
+vele terrassen om daar plannen te maken voor verdere tochten. Wij
+ondervinden hier in Taormina weer hoe moeilijk het is aan zijne
+oorspronkelijke plannen getrouw te blijven, en geen gehoor te geven
+aan verleidelijke voorstellingen van medereizigers die ons nieuwe
+heerlijkheden voorspiegelen van andere oorden doch die buiten ons
+bestek liggen, al worden die dan ook afgeschilderd als nog mooier
+en interessanter dan wij tot dusver zagen. Zoo staan wij nu voor de
+moeilijke keus of wij het binnenland zullen ingaan, de kust zullen
+volgen of om de Etna trekken.
+
+Na rijp beraad kiezen wij dezen laatsten weg en besluiten met de
+Circum-Etneaspoor om en over de Etna een bezoek te brengen aan Catania
+en langs de kust terug te keeren naar Taormina.
+
+Andermaal dalen wij langs den heerlijken zig-zag weg af naar Giardini
+en sporen van daar naar Giarre. Hier geen dorre omgeving zooals bij
+Mola, geen braakliggende landen; vruchtbare wijnvelden liggen aan
+beide zijden van de spoorbaan, het oog verlustigt zich in het warme
+donkergroen der uitgestrekte citroen-aanplantingen en in het diepe
+blauw van de zee.
+
+Wij stappen te Giarre over in de Circum-Etneaspoor, het kleine
+armelijke rammelende treintje, dat in 5 1/2 tot 7 1/2 uur
+Catania bereikt. De wagens van dit spoortje hebben de bizondere
+eigenaardigheid dat een eens gesloten raampje niet meer geopend en
+een geopend niet gesloten kan worden; de deuren gaan aan hetzelfde
+euvel mank. De stations, veelal uit lava opgetrokken, verkeeren in
+den meest armoedigen en primitieven toestand en wij kunnen een gevoel
+van deernis niet onderdrukken met de ongelukkige aandeelhouders
+in deze onderneming. Eene aangename gewaarwording daarentegen
+maakt zich onwillekeurig meester van hem die zonder ongevallen ter
+bestemmingsplaats is uitgestegen, na over de slecht-liggende rails
+op de woeste lavavelden te zijn gehobbeld. Intusschen de weg dien
+men aflegt doet alle ongeriefelijkheden zoo niet vergeten, dan toch
+getroost dragen.
+
+Reeds dadelijk na het verlaten van Giarre begint de baan aanmerkelijk
+te stijgen en al spoedig bevinden wij ons tusschen de lava. Een
+bruinzwarte dikke vloeistof in haar loop plotseling tot steen gestold,
+een donkere hardgeworden zee met hare golven en kolken, alom de
+meest phantastische krullen en vormen vertoonend, omringt ons aan
+alle zijden. Van afstand tot afstand is de steenharde lava geschikt
+gemaakt voor den wijnbouw en in vruchtbare velden herschapen. Zooals
+reeds vroeger werd opgemerkt komt bij deze bewerking een eereplaats toe
+aan den "toovenaar van de Etna", aan de Cactus die, hoe raadselachtig
+het moge schijnen, die harde massa weet te doorbreken en weder aarde
+weet te vormen in dezen, voor menschen onbewerkbaren grond. Als zij
+haar eerste werk verricht heeft, plant men de brem die de lava nog
+meer doorbreekt en scheurt, ten slotte de vijg die alles uit elkaar
+rukt en den grond weder geschikt maakt voor den wijnbouw. Een boeiend
+schouwspel vormen de plotselinge overgangen van de meest desolate
+wildernissen tot de groene en vruchtbare landouwen en omgekeerd weder
+van deze in een streek van verschrikking en verwoesting.
+
+Voortdurend stijgt de spoor, links ziet men op tegen den berg,
+rechts wordt het uitzicht op het golvend binnenland al fraaier en
+fraaier. Wij gaan dwars door den inktzwarten lavastroom van 1879,
+gevloeid uit den meest noordelijken krater van de Etna, stijgen
+hooger en hooger en bereiken na 2 1/2 uur sporens op een hoogte van
+750 M. het stadje Randazzo.
+
+Al spoedig blijkt ons dat wij hier worden verwacht. Een station
+vroeger stijgt een jongmensch in den trein en vraagt ons of wij de
+Hollanders zijn die naar Randazzo reizen. Niet weinig verbaasd kijken
+wij elkander aan, doch al spoedig komen wij tot de ontdekking dat een
+Belg en zijne vrouw, met wie wij te Taormina kennis maakten, ons bezoek
+hebben aangekondigd in den Albergo Italia. De hôtelhouder, bevreesd
+dat de zeldzame gasten zijn eenigen concurrent zouden bevoordeelen,
+zond ons zijnen boodschapper tegemoet, om zeker te zijn dat wij hem
+niet zouden ontsnappen. De jonge man, waarschijnlijk bevreesd dat de
+jongen van het andere hôtel de lucht van zijn plan zou krijgen, had
+zich van twee petten voorzien, en eerst toen hij zich van ons bezit
+had verzekerd, werd zijn gewone pet voor zijn hôtel-pet verwisseld
+en trad hij als officieel persoon voor ons op.
+
+De Belgen, die Sicilië reeds vroeger hadden bereisd en dus het
+klappen van de zweep kenden, hadden hunne komst te Randazzo vooraf
+aangekondigd en den hôtelhouder ook op ons bezoek voorbereid, daar wij
+dan allicht de kamers iets schooner zouden vinden dan dit gewoonlijk
+voor onverwachte gasten is weggelegd.
+
+Onbevreesd dus wandelen wij met den jongen man naar den bewusten
+Albergo. Niettegenstaande de vreemde omgeving, hebben wij een
+oogenblik het gevoel of wij een hollandsch stadje binnentrekken, immers
+evenals daar te doen gebruikelijk is, stroomen ook hier de inwoners
+van alle zijden toe om onzen plechtigen intocht bij te wonen, er
+vormt zich achter ons een kleine optocht en begeleid door een flink
+escorte trekken wij voorbij het andere hôtel, welks eigenaar ons
+met donkere blikken nakijkt, en komen weldra aan voor een groot oud
+palazzo.--Breede marmeren trappen leiden naar een ruime vestibule op
+de eerste verdieping; het geheel getuigt alweer van vroegere weelde
+en grootheid, doch is thans overtogen door een waas van verarming en
+vervuiling. De waard heet ons welkom, laat ons in de groote eetzaal
+en vervolgens in onze daarop uitkomende slaapkamers. Het zijn alle
+groote en zeer hooge vertrekken met uitzicht op de Etna.
+
+De hôtelier is blijkbaar niet zeker genoeg geweest van onze komst om
+daarvoor iets in huis te nemen of in gereedheid te brengen. Hij zit er
+erg mee in wat hij zoo op eens klaar moet maken, maar heeft gelukkig
+zooals een rechtgeaard Italiaan betaamt, macaroni in huis. Terwijl de
+jongen in ruwe aarden kannen water op onze kamers brengt, wordt met
+den heer waard overeengekomen dat hij ons gedurende vier en twintig
+uren zal herbergen en verzorgen en met den noodigen goeden wijn onze
+dorst zal lesschen voor de somma van zeven lire de persoon. Wij
+houden een nauwkeurige inspectie over slaapkamers en bedden, die
+na onzen eersten indruk van het hôtel gelukkig nog al meevallen,
+en wachten met belangstelling af welk maal men ons zal opdisschen.
+
+Al spoedig worden wij aan tafel genoodigd en na een diep bord met
+macaroni en tomaten te hebben genuttigd, worden wij onthaald op kip. De
+waard blijft heen en weer loopen, vraagt telkens belangstellend of
+het smaakt en herinnert ons herhaaldelijk aan het feit dat wij op het
+land zijn, waar men geen hooge eischen kan stellen. Wij verklaren ons
+dan ook volkomen tevreden, doch van de oogenblikken dat de man zich
+omdraait maken wij behendig gebruik om eenige varkens, die onder de
+ramen loopen te knorren, mee te laten genieten van de ongare kip. 's
+ Mans verbazing moet groot geweest zijn zelfs de beentjes niet op onze
+borden terug te hebben gevonden, doch of hij dit heeft toegeschreven
+aan hollandsche zeden, hij heeft met italiaansche wellevendheid over
+de zaak gezwegen. Intusschen laat u door dergelijke kleinigheden toch
+niet afschrikken een nacht in Randazzo te blijven, niet alleen dat
+het stadje zelf een bezoek overwaard is, maar tenzij gij vóór dag
+en vóór dauw op weg wilt gaan, moet gij er dit voor over hebben,
+indien gij de Circum-Etnea toer geheel bij daglicht maken wilt.
+
+En nu de stad in. Randazzo is de plaats die het dichtst nabij
+den Etna-krater gelegen is. Het dateert uit de middeleeuwen,
+heeft een bevolking van ongeveer 12000 zielen, en is grootendeels
+uit lava gebouwd. Hoewel deze hier en daar is beschilderd hebben
+de gebouwen die hun oorspronkelijke kleur behielden een somber en
+droevig aanzien. Aan al die bruin-zwarte kerken, scholen en huizen,
+aan die vervallen gebouwen die nooit worden opgeruimd, maar overal
+als ruïnes blijven staan, kan zelfs de italiaansche zon geen vroolijk
+tintje geven. Wij bezoeken de hoofdkerk de Santa Maria, een gebouw uit
+de dertiende eeuw, met een negentiende eeuwsche toren in den stijl
+van de kerk opgetrokken. Oude paleizen als dat van Baron Fisauli,
+het palazzo Finochiaro, het stadhuis trekken onze aandacht en zijn
+nog een sieraad van de stad. Het vroegere hertogelijke paleis is
+in een gevangenis veranderd en de hôteljongen wijst ons de puntige
+ijzers die uit den gevel steken en waarop men vroeger de hoofden der
+onthalsden ten toon stelde.
+
+De kerk San Nicolo is geheel van steen gebouwd met vroolijke
+afwisseling van witte en zwarte kleur en komt dus aangenaam uit tegen
+de sombere omgeving. Van de hoofdstraat bereikt men die kerk door
+een zeer fraaie overwelfde gang.
+
+Onze waard had ons medegedeeld dat een rijk particulier, Baron
+Vagliasindi del Castello, eigenaar was van een groote verzameling
+oudheden, een waar museum vormend. Wij zenden dus onzen jongen naar hem
+toe om belet voor ons te vragen, en komt deze ons spoedig berichten
+dat wij welkom zullen zijn. Met groote vriendelijkheid worden wij
+ontvangen door den heer des huizes die ons zelf zijne schatten wil
+laten zien. Een aangenaam onderhoud ontspint zich waarin de heer
+Vagliasindi ons mededeelt dat hij behalve grondbezitter en oeconoom
+ook oculist is. Hij heeft te Parijs gestudeerd, doch tot nu toe
+was het hem nog niet gelukt zijne fransche vrienden over te halen
+hem in het binnenland van Sicilië te komen bezoeken; de Franschen,
+zegt hij, beschouwen Sicilië nog als het land van roovers en van de
+Maffia, waar geen christenmensch zich wagen kan, en hij constateerde
+met genoegen dat de Hollanders op dat punt meer verlichte begrippen
+hadden. Op onze vraag of er dan werkelijk van al die verhalen niets
+waar is, deelt hij ons mede dat de toestand werkelijk niet rooskleurig
+genoemd kan worden, doch dat reizende vreemdelingen niets te vreezen
+hebben zoolang zij stil huns weegs gaan, zich niet te veel bemoeien
+met het volk en vooral geen nieuwsgierige vragen doen of een kijkje
+willen nemen in de woningen. Dan krijgt men argwaan, beschouwt die
+indringers als lieden door het gouvernement gezonden om na te gaan
+of er ook nog nieuwe belastingen kunnen worden opgelegd, en zou men
+hen misschien een leelijke kool stoven. Geheel anders echter wordt
+de zaak voor grondbezitters en landheeren, die moeten steeds op hun
+hoede zijn, zich niet ongewapend of onverzeld te ver van hun veilige
+woonplaats wagen, willen zij niet de kans loopen te worden opgelicht
+en slechts tegen een flink losgeld te worden vrijgelaten.
+
+Het museum van onzen vriendelijken gastheer, uitsluitend bestaande
+uit voorwerpen, op zijne eigene bezittingen opgegraven, is werkelijk
+overrijk en belangwekkend en bevat grootendeels dezelfde zaken die
+men bij duizenden ziet in de musea van Palermo, Messina en de andere
+steden van Sicilië. Lange reeksen grieksche en phoenicische vazen en
+aardewerk, vele overblijfselen uit het steenen en bronzen tijdperk,
+hamers, pijlpunten enz. twee prachtige gouden slangen, waarschijnlijk
+armbanden, ontelbare romeinsche lampjes en beeldjes en eenige arabische
+voorwerpen. Met groot geduld wordt ons alles uitgelegd en vertoond
+en men kan aan alles merken dat wij den wellevenden Italiaan met ons
+bezoek een groot genoegen doen.
+
+Daar wij nog een paar uur daglicht te goed hebben, wandelen wij
+de stad uit een landweg op, knoopen hier en daar een praatje aan
+met dezen en genen die ons daartoe 't meest geschikt voorkomt,
+om zoodoende nog eens iets meer te hooren aangaande de bewoners
+dezer lava-stad. Zij zijn voor een groot deel landbouwers en het
+is een eigenaardige bizonderheid van Sicilië dat die niet evenals
+bij ons op het land wonen, maar zooveel mogelijk in de steden. Zij,
+die hun land in de nabijheid dier steden hebben, verlaten des morgens
+vroeg hunne woonplaatsen en keeren daarin des avonds terug. Anderen
+wier landerijen op grooter afstand zijn gelegen, gaan des Maandags
+ochtends daarheen, bewonen de geheele week hunne armelijke steenen
+hutjes en komen Zaterdagavond weer naar de stad om den Zondag bij
+vrouw en kinderen te slijten.
+
+Het is de moeite waard bij het vallen van den avond deze
+schilderachtige figuren naar de stad te zien terugkomen over den ouden
+heirweg van Messina naar Palermo die langs Randazzo loopt. Dan een
+landheer hoog te paard, zijn mantel tot op zijne voeten afhangende,
+in gestrekte galop, dan een tweewielig wagentje getrokken door een
+muildier dat moeite heeft de talrijke passagiers voort te zeulen,
+dan een ezel niet zelden bereden door twee of drie volwassen mannen
+en bovendien beladen met eenige takkenbossen of zakken hooi. In
+eindelooze karavaan trekt dit alles aan ons oog voorbij en eerst
+als het bijna volslagen duister is, begint de stroom te minderen
+en keeren wij terug naar ons hôtel. Daar worden wij blijkbaar niet
+verwacht, want op onze komst geraakt alles in rep en roer, de waard
+roept: licht, licht, vlug! en boven aan de trap verschijnt een klein
+petroleumlampje waarmee men ons voorlicht naar de eetzaal.
+
+Tot onze verbazing bericht hij ons dat er bezoek voor ons is geweest
+en overhandigt ons ieder een reusachtig groote visitekaart. Het was de
+Heer Vagliasindi del Castello die ons met ouderwetsche hoffelijkheid
+een uur geleden een contra-bezoek had gebracht.
+
+Na een avondmaaltijd, niet veel beter dan het diner, gaan wij nog even
+genieten van den prachtigen avond en het natuurgenot doet ons alras
+de kleine hôtelmisères vergeten. Een heldere, diep-blauwe hemel,
+waarin de sterren schitteren met veel grooter glans dan wij dit in
+onze waterachtige atmosfeer gewend zijn, welft zich boven de Etna die
+met haar pluim van rook daar zoo vredig ligt alsof zij nooit eenig
+onheil had gesticht.
+
+De waard roemt zichzelf als uitstekende gids, hij vertelt van zijn
+verschillende tochten, van de uitmuntende paarden, muildieren en tenten
+die hij te zijner beschikking heeft. Maar als wij hem voorstellen den
+volgenden dag met ons zijn trots, zijn Etna te beklimmen, dan weigert
+hij. Hij schijnt op ons voorstel niet in 't minste verdacht te zijn,
+want plotseling krijgen zijne verhalen een ander tintje. In dezen
+tijd van het jaar de Etna op, waaraan denken wij! Het is veel te koud,
+storm en sneeuwjachten kunnen ons overvallen! Vooral de koude schijnt
+hij te vreezen en voor geld noch goede woorden is hij tot de excursie
+te bewegen.
+
+Hoe aanbevelenswaardig een bezoek aan Randazzo ook moge zijn, zonder
+al te veel hartzeer zal men toch den volgenden dag dit sombere stadje
+weer verlaten. Weder door vele bewoners uitgeleide gedaan begeven wij
+ons spoorwaarts, bemerken nog op onze wandeling daarheen dat de pleinen
+der stad worden gebruikt tot droging van mais en andere granen, en is
+het een eigenaardig gezicht groote oppervlakten, met deze goudgele
+voedingsmiddelen bedekt, in de zon te zien schitteren. Of er door
+de stad voor dit gebruik ook precario geheven wordt, zijn wij niet
+gewaar kunnen worden.
+
+Wij bestijgen weder het kleine, schuddende treintje om onze reis om
+de Etna te vervolgen. De verdere weg is niet minder afwisselend in
+grondgesteldheid en natuurschoon dan het eerste gedeelte, en van uit
+onze eerste klasse coupé, welks frischheid het best is te vergelijken
+bij een hollandsche derde klasse wagen, rooken, op een marktdag,
+zien wij het grootsche panorama aan ons voorbij glijden. Nog steeds
+gaan wij hooger den berg op, tusschen korenvelden door, die aan
+het glooiend terrein om Randazzo het aanzien geven van een groote
+lappendeken, in alle kleurschakeeringen van bruin tot geel; dan wordt
+het landschap eenzaam en verlaten en sporen wij door onafzienbare
+lavavelden zonder eenig groen, zonder een enkele woning, van tijd
+tot tijd door een kleinen tunnel, in de lava geboord. Hier bereiken
+wij het hoogste punt ± 1000 M. en dalen van daar naar Bronte 793 M.,
+een welvarend plaatsje van 20000 inwoners. Voorbij Bronte begint
+de weg snel te dalen; nog steeds over breede lavastroomen, over
+onbewegelijke eeuwenoude steenmassa's, naderen wij meer en meer de
+bewoonde wereld. Allengs wordt het land weder vruchtbaarder; wij zien
+weer groote velden grijs-blauwe cactussen overladen met vruchten,
+daarna brem en eindelijk weder wijngaarden, olijf- en amandelboomen
+die een verkwikking zijn voor het oog. Langs de bloeiende stadjes
+Adernó en Paternò naderen wij het einde van onzen tocht; in de verte
+verrijzen de torens van Catania, de boomen van het park Bellini en
+eindelijk achter dit alles doemt aan den horizont de heerlijk blauwe
+zee weder op. En langs deze eeuwig schoone spooren wij nu weder terug
+naar ons punt van uitgang; steeds volgen wij de kust en belangwekkend
+is het te zien hoe aan de gloeiende lavastroomen die zich in woeste
+vaart van uit den krater op den berg hadden gestort, alles in hun
+vaart vernielende en medesleepende, door de nog machtiger zee een
+tot hiertoe en niet verder werd toegeroepen, hoe zij door het water
+gebluscht, zich in groote rotsgevaarten en onmetelijke steenkolossen
+langs de kust hebben opgestapeld, daaraan een afwisseling gevende
+van wondere grilligheid en onvergelijkelijke schoonheid die het oog
+voortdurend geboeid houdt.
+
+Teruggekeerd te Taormina zien wij met welgevallen terug op het door
+ons gemaakte uitstapje, nog één dag rusten wij uit, genietend van
+het goede hôtel Victoria en zijn vriendelijke bewoners.
+
+Ons verblijf aldaar spoedt helaas ten einde, en alleen de gedachte
+dat nieuwe heerlijkheden ons wachten, dat Syracuse, Malta en Tunis
+nog op ons reisprogram staan, kan ons doen besluiten dit schoone oord
+te verlaten.
+
+Doch niet dan nadat wij nog een bezoek hebben gebracht aan den kunst-
+en smaakvollen photograaf, die van deze prachtige natuur in combinatie
+met de vele schoone gestalten der jeugdige mannen en vrouwen die haar
+bevolken, de heerlijkste groepen in de fraaiste omgeving heeft weten
+te maken. En vooral heeft hij een open oog voor de schilderachtige
+groepjes die men bij iederen stap ontmoet, voor de aardige meisjes
+in kleurigen dracht die in druk gesprek aan gindschen fontein hare
+waterkruiken komen vullen, voor den minnaar die zijne beminde een
+lied voorzingt onder begeleiding der guitaar, voor den prachtigen
+monnik in onderhandeling over de reparatie van een paar schoenen, en
+voor wat niet al! Een aardiger herinnering aan dit liefelijk plaatsje
+zou moeilijk zijn te vinden.
+
+Mogen bijgaande reproducties en deze korte beschrijving, die slechts
+in zwakke klanken de werkelijkheid teruggeeft, velen doen besluiten
+een bezoek te brengen aan Taormina.
+
+
+
+Abessynië en de berichten van het duitsche gezantschap naar dat land.
+
+
+Abessynië is in de laatste jaren het doel van een reeks buitengewone
+missies geweest; de eene heeft de andere afgelost, en de volken van
+West-Europa, zoowel als de Vereenigde Staten, hebben een koortsachtigen
+ijver aan den dag gelegd, om het maagdelijke land met hun handel en
+industrie in verbinding te brengen. Uit die veelzijdige belangstelling
+blijkt al de beteekenis, die men hecht aan de nog niet geëxploiteerde
+schatten van dit bijna aan den uitersten rand der heete luchtstreek
+gelegen hoogland, en blijkt tevens, hoe bij de bevolking aldaar
+de behoefte aan de voortbrengselen der industrie met de ontwakende
+beschaving verondersteld wordt.
+
+Een zeer aanschouwelijke voorstelling van de algemeene, economische
+toestanden in dit op den voorgrond tredende afrikaansche land en van
+zijn beteekenis als afzetmarkt en leverancier van tropische producten
+geeft een door de duitsche regeering onlangs gepubliceerd overzicht
+in de "_Berichten over handel en industrie_" van de mededeelingen,
+die het buitengewone gezantschap naar Abessynië had gedaan.
+
+Dr. Rosen ging in 't begin van 1905 van Djiboeti uit over Harrar naar
+het hof van koning Menelik te Adis Abeba, heeft daarna het land naar
+het Noorden in de richting van het Tanameer, Goudar en Adua doorkruist,
+en keerde over de italiaansche haven Massowah naar huis terug.
+
+In de vier maanden, die de expeditie in Abessynië doorbracht, heeft
+zij overvloedig materiaal verzameld, dat een helder licht verspreidt
+over de algemeene toestanden, over ligging en grondgesteldheid,
+bodem, klimaat, bevolking, talen, steden, hoofdbronnen van bestaan,
+toegangen naar Abessynië, verkeerswegen in het binnenland, waterwegen,
+middelen van vervoer, karavaangelden, tollen, post- en muntwezen,
+maten en gewichten, de abessynische bank, uit- en invoer. Veel waren
+zijn bijeengebracht, ten einde duidelijk te maken, hoe het met den
+tegenwoordigen handel staat en hoe die uitgebreid kan worden, zoowel
+wat den uitvoer naar als den invoer uit Europa betreft.
+
+De voornaamste middelen van bestaan van het abessynische volk zijn
+veeteelt, landbouw en jacht. Aan het ministerie van Binnenlandsche
+Zaken is een soort van tentoonstelling georganiseerd van abessynische
+producten, zoo meldt de _Deutsche Kolonialzeitung_ van 6 Januari 1906,
+en daar kan men de voor de wereldmarkt beschikbare runder-, schapen-
+en geitenvellen zien, die, naar kenners beweren, de hoedanigheden
+bezitten, welke hen gewild doen zijn bij de gebruikers. Over Djiboeti
+werden in het jaar 1903 voor 1,351,467 francs huiden van allerlei
+soort, en over Massowah voor 174,911 lire runderhuiden en voor 828,542
+lire geiten- en schapenvellen uitgevoerd.
+
+De landbouwproducten zijn er vele. Er moeten wel 16 soorten van gerst
+en 20 soorten van tarwe in Abessynië voorkomen, en de zaden van gerst
+en tarwe vallen met de vele oliehoudende zaden sterk in het oog. Ook
+aan peulvruchten en specerijen is het land rijk. Wat de vezelplanten
+betreft, munten eenige bijzonder goede katoensoorten uit. Koffie komt
+in twee soorten in den handel. De Harrarikoffie wordt in de provincie
+Harrari gekweekt, terwijl de zoogenaamde abessynische koffie gewonnen
+wordt in de zuidwestelijke provincies, waar ze in het oerwoud ook in
+'t wild groeit. Beide soorten zijn van uitstekende qualiteit, niet
+onderdoend voor de mokka van de overzij der Roode Zee.
+
+De jacht levert er kostbare artikelen als ivoor, huiden van leeuwen,
+panthers, otters, apen, giraffen, zebra's, antilopen, slangen en
+krokodillen. Ook op den neushoorn en het nijlpaard wordt jacht gemaakt.
+
+Klimaat, regenhoeveelheid en grondgesteldheid zijn over 't algemeen
+geschikt voor landbouw. De berglucht, die bij het karakter van
+hoogland, dat Abessynië bezit, voor elken Europeaan het verblijf in
+het land mogelijk maakt, weert ook malaria en tropische ziekten en
+werkt gunstig op de ontwikkeling der bevolking. De verschillen in de
+bevolking zullen op den duur voor een goede verdeeling van arbeid
+zorgen en zullen hier den landbouw, ginds de veeteelt, elders de
+industrie of de zorg voor het verkeerswezen op den voorgrond brengen.
+
+Belemmerend voor de ontwikkeling van het economische leven werken het
+gebrek aan verkeerswegen in het land, de dure karavaanvrachten, de
+onzekere tollen, het slecht geordende muntwezen, waarbij staven zout
+en geweerpatronen nog als ruilmiddelen dienst doen, het gebrekkige
+postwezen en de afgezonderde ligging van het land. Voor het verkeer
+van en met Abessynië heeft op dit oogenblik Djiboeti, de fransche
+Roode-Zeehaven, nog de grootste beteekenis. De spoorweg tot Harrar
+heeft die beteekenis nog vergroot.
+
+Het industriëele leven is in het land nog minder ontwikkeld dan
+landbouw en veeteelt. De weverij, het kleêr en schoenmaken, het
+korenmalen en broodbakken zijn nog huisbedrijven. Bij het maken van
+aardewerk ontbreekt nog de overal reeds gebruikelijke draaischijf. In
+metaal- en lederbewerking heeft men het iets verder gebracht. Van
+eigenlijke industrie in europeeschen zin is nauwelijks het eerste
+begin aanwezig. Ook over den rijkdom aan mineralen moet men zich het
+oordeel nog voorbehouden, tot het land beter geologisch onderzocht
+zal zijn. Vastgesteld is intusschen reeds het voorkomen van goud,
+zilver, ijzer, tin, zink en kool.
+
+Onder deze omstandigheden is het land, voor zoo ver zijn koopkracht
+reikt, en voor zoover de behoeften der bevolking aan de voortbrengselen
+der beschaving reeds gewekt zijn, aangewezen op den invoer van
+producten uit het buitenland. Het meest staan daarbij de geweven
+stoffen op den voorgrond.
+
+Het klimaat doet de behoefte aan die stoffen ontstaan, en vooral katoen
+is een gewild artikel; het meest worden ingevoerd de uit Britsch-Indië
+en de Vereenigde Staten komende, ruwe, ongebleekte stoffen. Zeer
+overvloedig is ook het gebruik van gebleekte, geverfde en bedrukte
+katoenen stoffen, waarbij Duitschland zal kunnen mededingen. Kousen
+en tricotbuizen worden reeds veel ingevoerd uit Duitschland.
+
+Onder de in Berlijn tentoongestelde voorwerpen ziet men stukken
+mousseline en calico, witte stoffen voor hemden en andere
+onderkleedingstukken, dril, damast, percal en andere. Wollen en
+katoenen garens worden in de huisweverij in Abessynië veel gebruikt,
+en naaigarens bij de vervaardiging van kleedingstukken. Het gebruik
+van zijden stoffen is niet van veel beteekenis, omdat het zich bepaalt
+tot de voorname klassen der bevolking. Ook wollen stoffen vinden niet
+veel aftrek. Wel zouden als invoerartikelen in aanmerking kunnen komen
+dekens en tapijten, die ook in halfwol en katoen gewild zouden zijn. De
+invoer van ruw ijzer is van weinig belang, omdat er zoo weinig ruwe
+metalen in het land worden bewerkt. Men gebruikt bij den bouw der
+woningen veel plaatijzer. Als maar eenmaal het land eenige stapjes
+verder op den weg der ontwikkeling heeft gedaan, zullen werktuigen
+en gereedschappen van allerlei soort in veel grooteren getale aftrek
+vinden. Tafelmessen, vorken en lepels worden nog lang niet algemeen
+gebruikt; zakmessen beginnen reeds veel gewenscht te worden. Van
+meer beteekenis is reeds de aanwending van glazen, pannen, borden
+enz. terwijl de grootste rol de geëmailleerde ijzerwaren spelen. Wapens
+en degengevesten vinden steeds aftrek.
+
+Glas, steengoed, porselein, spiegels, petroleum, hoeden, naaimachines,
+leêr, papier, klokken, parasols, schoenen, voedings- en genotmiddelen
+zijn allen dingen, die nu reeds bij den invoer in Abessynië eene
+meer of minder gewichtige rol spelen. Onder de genotmiddelen zou
+misschien vooral suiker voor den duitschen uitvoer naar Abessynië in
+aanmerking komen. De behoefte daaraan is tot nu toe door Frankrijk
+en Oostenrijk gedekt.
+
+Voor Duitschlands handel en industrie worden dus in Abessynië op de
+meest uiteenloopende gebieden uitzichten geopend, en wij kunnen ons
+aandeel erlangen aan de openstelling van het land voor den handel. De
+wegen zijn nu geeffend door het handelsverdrag, dat de buitengewone
+zending naar Abessynië met de regeering heeft gesloten; verder door
+onze deelneming aan de oprichting van de in het leven te roepen
+ethiopische bank en aan toekomstige spoorwegondernemingen.
+
+Toevallig komen juist in dezen tijd van vriendelijke toenadering van
+Duitschland tot Abessynië berichten over een belangwekkende toenadering
+van Abessynië tot Egypte. De stoot daartoe heet uitgegaan te zijn van
+den sultan van Turkije; maar of Engeland niet mee een klein duwtje
+heeft gegeven?
+
+Een zending althans van Mac Millan naar Menelik van Abessynië schijnt
+nog al goede resultaten te hebben gehad en tot een voortdurende
+vriendschappelijke verhouding tusschen de twee staten aanleiding te
+zullen geven. Het handelsverkeer tusschen den egyptischen Soedan en
+Abessynië zal ervan profiteeren en het verkeer op den Boven-Nijl zal
+erdoor toenemen.
+
+De goedwilligheid van den sultan in dezen is tezelfdertijd
+gebleken bij een geschil tusschen de Ethiopiërs en de Kopten over
+het klooster Deir es Sultan te Jeruzalem, dat door de christelijke
+Kopten opgeeischt werd, nadat het door de Mohammedaansche Ethiopiërs
+bezet was. Tot regeling van deze zaak werd Sadik-pacha naar keizer
+Menelik afgevaardigd met een eigenhandigen brief van den sultan en
+rijke geschenken. De zaak werd in het voordeel der Kopten beslist.
+
+Men ziet, Menelik laat zich het hof maken, en hij zendt van
+zijn kant telkens ook gezanten naar Europa voor het aanknoopen
+van betrekkingen. Een zijner buitengewone gezanten was o.a. in
+October in Roemenië voor het aankoopen van meel, tarwe en haver
+voor Abessynië, wat niet geheel klopt met de hoopvolle mededeelingen
+over den graanrijkdom van Abessynië in het boven weergegeven duitsche
+rapport. De negus was intusschen heel vriendelijk voor Dr. Rosen en de
+zijnen, en voor keizer Wilhelm kreeg de gezant de Ster van Aethiopië
+mee, de hoogste orde van het land in goud en brillanten, plus een
+kostbaar abessynisch schild, antieke kruisen met belangwekkende
+opschriften uit het oude christenland, dat Abessynië is, en eenige
+zware olifantstanden.
+
+Het duitsch-abessynisch handelsverdrag, dat 7 Maart in Adis Abeba
+is geteekend, heeft handelsovereenkomsten met Engeland, Frankrijk en
+Italië in zijn nasleep gekregen.
+
+Geen wonder, dat er telkens geruchten opduiken van Menelik's aanstaande
+komst in Europa; hij zou naar Rome, Parijs en Londen gaan. Zelfs
+Rusland interesseert zich voor het land der bruine Christenen; het
+heeft dezer dagen een zending ingenieurs erheen gestuurd, die er
+rijke goudmijnen constateerden en Menelik den raad gaven de mijnen
+voor eigen rekening te ontginnen.
+
+"_Surtout pas trop de zèle_" mag hier wel gelden!
+
+
+
+
+Indrukken van Finland
+
+Door Jonkvrouwe Clara Engelen.
+
+
+Suomi is de zachte, welluidende, droomerige naam, dien de Finnen hun
+land hebben gegeven. Het is de naam van het land, dat in den laatsten
+tijd onze aandacht tot zich trekt, welks strijd voor vrijheid en oude
+rechten onze belangstelling gaande houdt.
+
+Finland is voor ons, Hollanders, betrekkelijk onbekend. Waarschijnlijk
+zou het dat voor mij ook gebleven zijn, als het gelukkige toeval mij
+niet met eene Finsche had samengebracht, en ik niet in de gelegenheid
+ware geweest om Finland tweemaal te bezoeken.
+
+Een paar jaar geleden nam ik het besluit, mijne finsche vriendin naar
+haar land te vergezellen en weinige dagen later waren we te Lübeck,
+om des avonds van daar met de _Storfürsten_ [1] naar Helsingfors te
+vertrekken. Voor dat we ons plaatsbewijs voor den overtocht kregen,
+moesten wij onzen pas laten zien en hem later op de boot dadelijk
+afgeven. Groot was de _Storfürsten_ niet; zij leek mij zelfs in 't
+oogvallend klein, maar ik wist toen nog niet bij ondervinding, dat
+de Oostzee zeer weinig golfslag heeft en dus ook door betrekkelijk
+kleine schepen kan bevaren worden. De zeventien passagiers waren
+voor het meerendeel Finnen, die naar hun land terugkeerden, blij het
+conservatieve Midden-Europa, zooals zij dat uitdrukken, te kunnen
+verlaten. Mijn vriendin had spoedig een paar kennissen gevonden,
+bij wie we ons gedurende de reis aansloten en met wie ik heel wat
+heb afgepraat. Bij meer dan één gelegenheid hebben we het Noorden
+en Midden-Europa met elkaar vergeleken, en telkens viel het mij op,
+hoe er door deze lieden met een zekere minachting gesproken werd over
+het laatste, dat als zeer behoudend en overbeschaafd bestempeld wordt.
+
+Een ander thema dat ter sprake kwam, was de emancipatie. De Finnen
+zijn wat dit punt aangaat, zeer vooruitstrevend. Co-educatie b.v. is
+iets dat van zelf spreekt. Bijna alle meisjes doen hun "baccalaureat",
+[2] studeeren eenige jaren en zoeken vervolgens eene betrekking. De
+Finnen stellen er een groote eer in, dat zij andere landen zooveel
+vooruit zijn, maar hebben tevens de neiging om alles af te keuren,
+wat niet òf uit Zweden, òf uit hun eigen land stamt.
+
+Opmerkelijk is het, dat de Finnen zich buiten hun land nooit recht
+thuis voelen; zij zijn geen kosmopolieten en het best te waardeeren
+in hun eigen omgeving; daar zijn ze gezellig en buitengewoon gastvrij
+voor vreemdelingen. Zoo hebben zij tijdens de reis al het mogelijke
+gedaan om mij niet buiten hunne gesprekken te sluiten en mij van hun
+land alles te vertellen, waarin ik belang kon stellen. Om mij genoegen
+te doen spraken ze ook onder elkaar duitsch, en werd er eens wat in
+'t zweedsch of finsch gezegd, dan was er altijd iemand die als tolk
+dienst deed.
+
+De avonden op de _Storfürsten_ waren wel het gezelligst. Het weer
+was bizonder goed en dus konden we tot laat in den avond op het dek
+zitten. Eerst werd er gepraat, en als de late schemering begon te
+vallen, werden er liederen gezongen met een langzamen rhythmus, in een
+voor mij onbekende weeke, zoetvloeiende taal. Geruischloos stoomde de
+_Storfürsten_ over het water, dat effen was als een ijsvlak en waarin,
+aan den kant van het Noorden de lichte streep der ondergaande zon werd
+weerspiegeld. Nog later steeg de maan uit de zee op en vertoonde zich
+als een groote schijf aan den wolkeloozen hemel. In de verte, aan den
+horizon, zag men de lichten der vuurtorens van Gothland, Dagö en Ösel.
+
+Ook den laatsten avond zouden we op het dek doorbrengen, maar
+... om drie uur 's middags kwam er mist, tegen vijf uur begon
+de boot eigenaardig te schommelen en om acht uur was de storm in
+vollen gang. Dienzelfden nacht voeren wij de Finsche golf binnen en
+in den morgen bereikten we Reval. Hier kwam de douane aan boord en
+inspecteerde niet alleen de bagage maar ook onze passen. Ze zagen
+er krijgshaftig uit die grenswachters met hunne uniformen, hooge
+laarzen en groote slagzwaarden. Toen ik me hierover eene opmerking
+veroorloofde, werd mij dadelijk het zwijgen opgelegd met een: hou je
+stil, anders krijg je last van hen! In Reval hadden we een uur tijd om
+de stad te bezichtigen. De alles overheerschende indruk, dien ik kreeg,
+was, dat huizen, straten en menschen onbeschrijfelijk vuil zijn. De
+bevolking heeft het bizondere type, dat aan den russischen moeijik
+herinnert: een goedige, domme, slaperige uitdrukking van het gezicht,
+lange baarden, recht afgesneden haar; een roode kiel, die tot de knieën
+reikt, en de voor een Rus onmisbare hooge vetlaarzen. Verder vielen me
+de kleine rijtuigen op, getrokken door paarden, die gespannen zijn in
+een hoog halsstel en bestuurd worden door een koetsier met een langen,
+blauwen jas aan en een platten, hoogen hoed op. Gaarne waren wij wat
+langer in Reval gebleven, doch we moesten naar de boot terug.
+
+Om twaalf uur kwam Helsingfors in 't gezicht; eerst als een witte
+streep aan den gezichteinder, maar spoedig kon men enkele gebouwen
+onderscheiden, zooals de russische kerk met haar blinkende koperen
+koepels. We voeren nu niet meer door de open zee, maar tusschen de
+talrijke eilandjes, die voor de finsche kust liggen. Dit zijn de
+"scheren", die Helsingfors een natuurlijke haven geven. Sommige
+van die scheren zijn bewoond, andere niet; er zijn er begroeid met
+boomen, en ook die als kale klippen boven het water uitsteken. Voor
+men te Helsingfors aankomt, vaart men langs Sveåborg, de vesting,
+vroeger door de Zweden en nu door de Russen bezet. Zij wordt streng
+bewaakt en de toegang is voor ieder verboden. [3] Er wordt beweerd,
+dat er staatsgevangenen onder in de kelders zitten opgesloten; van
+andere zijde heb ik dit beslist hooren tegenspreken. In de nabijheid
+van Sveåborg ligt nog een eilandje, door militairen bezet. Men
+zegt dat ook daar gevangenen zijn; niemand mag het eiland naderen;
+te middernacht legt er een boot aan, om de bezetting van voedsel
+te voorzien. Er werd gefluisterd, dat de vader van Schumann [4] daar
+gevangen zat. Een andere persoon verzekerde mij, dat er niets bizonders
+aan het eiland is en dat het tot Sveåborg behoort; hij voegde er bij:
+de Finnen houden van mysterieuse geschiedenissen en nemen dikwijls
+zeer onzekere dingen voor waar aan.
+
+We konden niet te Helsingfors aan land komen voordat de douane ons de
+passen had teruggegeven. De namen van de passagiers werden afgeroepen
+en ieder moest maar zorgen zijn pas terug te krijgen, want zonder
+pas wordt men nergens toegelaten, waar de Russen hunne oppermacht
+doen gelden.
+
+Helsingfors is in 1550 gesticht en sedert 1817 de hoofdstad van het
+finsche groothertogdom. Eerst na dien tijd is het een stad van eenige
+beteekenis geworden. Het is een moderne stad, als 't ware volgens
+een vast schema gebouwd, met rechte straten, afgewisseld door mooi
+aangelegde en goed onderhouden parken. De groote beweging is op de
+Esplanade: daar zijn de cafés en daar is elken avond muziek. In de
+nabijheid van Helsingfors zijn talrijke gelegenheden om des avonds
+te soupeeren, of de middaghitte te ontloopen. Wie in Helsingfors
+is geweest, kent ongetwijfeld: Klippan (de klip), Alphyddan (de
+alpenhut) Brunsparken en Högholmen. Klippan is een van de scheren;
+vooral des avonds heeft men er een prachtig uitzicht: aan den eenen
+kant de zee met de vele eilanden, aan de andere zijde het silhouet
+van de stad en de haven. Als men eenmaal des avonds op Klippan is,
+vergeet men den tijd; zoo tenminste ging het mij, want zelfs om 11
+uur was het nog niet geheel donker. Als men dan laat in den avond in
+Helsingfors terugkomt, zijn de straten meer bevolkt dan midden op
+den dag. De stad is namelijk in den zomer zeer warm; wie kan, gaat
+van Mei af naar buiten, en zij die in Helsingfors moeten blijven,
+gaan eerst tegen den avond uit. De familie waar ik zou logeeren,
+was ook met de geheele huishouding buiten, en alleen de heer des
+huizes was naar Helsingfors gekomen, om met zijne dochter mij de
+stad te laten zien. Omdat we dus geen bediening in huis hadden,
+namen we onze maaltijden in een restaurant. Zoo maakte ik in
+Brunsparken nader kennis met de zweedsche keuken, [5] waarvan ik
+op de _Storfürsten_ al een voorproefje had gehad. Men begint het
+middagmaal met smörgos, [6] dat gedekt staat op eene groote tafel in
+'t midden van de eetzaal. Bedien u zelf! heet het hier. Men neemt een
+bordje, vork en mes en begint van al de lekkernijen, die gereed staan,
+wat op te pikken; een radijs, een stukje knäckebröd, [7] wat gerookt
+rendiervleesch, wat wittebrood; maar pas op, het brood zoowel als de
+gemarineerde sardines zijn zoet van smaak! Het smörgos wordt staande
+gegeten en het kost heel wat moeite eer men leert, handig met vork en
+mes te manoeuvreeren en ook om de lekkerste beetjes te vinden. Voor de
+heeren staat er brandewijn klaar, dames drinken nooit daarvan. Na het
+"smörgos" begint het eigenlijke middagmaal. Volgens het menu kan men
+als eerste gerecht kiezen, soep of "tilbunke". Heeft men den moed dit
+laatste te bestellen, dan komt er eene glazen kom met ... "hangop";
+in Zweden en Finland eet men deze spijs des zomers in plaats van
+soep. Verdere verrassingen komen er met het eten niet dikwijls voor,
+alleen is alles met veel vet klaargemaakt, maar daar went men aan.
+
+Alphyddan is een meer bescheiden uitspanningsoord, maar ligt heel
+mooi te midden van een bosch. Zoo dicht bij een stad zou men niet
+een dergelijke "wildernis" verwachten. Alleen de rijwegen zijn goed
+onderhouden, voetpaden vindt men er bijna niet. Het bosch staat voor
+iedereen open, men mag loopen waar men wil, verboden wegen zijn er
+niet, men mag er bloemen plukken zooveel men lust heeft; maar van
+'t vernielen van planten is geen sprake, want de Finnen leeren van
+hunne jeugd af aan zorg te dragen voor het algemeen eigendom.
+
+Högholmen, het "hooge eiland", is de dierentuin, waar de rendieren,
+die daar in vrijheid rondloopen, wel het merkwaardigst zijn.
+
+Ik trof het niet, dat in Helsingfors alle openbare gebouwen wegens de
+zomervacantie gesloten waren. Oude gebouwen vindt men er in 't geheel
+niet; maar de moderne vertoonen een zeer merkwaardigen stijl. Dit
+is de "nieuwe finsche stijl", die voornamelijk symbolistisch is;
+de huizen zijn versierd met allerlei mystieke gedrochten, die in
+het Kalevala, de Volkssage der Finnen, worden genoemd. De bouw van
+de huizen schijnt terug te gaan op een stijl, die in overoude tijden
+in Finland gebruikt werd; dit heeft mij de bekende finsche architekt
+Eliel Saarinen zelf verteld. Al die nieuwe huizen hebben een naam, aan
+het Kalevala ontleend. Een van die gebouwen is de finsche schouwburg,
+waarop de Finnen zeer trotsch zijn en waarin nationale stukken gespeeld
+worden door hun groote tooneelspeelster Aino Acté.
+
+Mist men in Helsingfors de oude gebouwen, nog eigenaardiger is het
+wellicht, dat er geene achterbuurten zijn: de huizen van rijken en
+armen staan naast en door elkaar.
+
+Als vervoermiddel in de stad heeft men de electrische tram, maar
+meestal maakt men gebruik van een van de vele rijtuigen, die overal
+gereed staan. Het rijden in Helsingfors is zoo goedkoop, dat ook
+de volksklasse er gebruik van maakt. De rijtuigen, alle voorzien
+van gummibanden, zijn kleine victoria's, waarin slechts voor twee
+magere personen plaats is; de rugleuning is bizonder laag. Het paard,
+op russische manier aangespannen, loopt vlug, zelfs daar, waar het
+in de heuvelachtige straten bergop gaat. De koetsier heeft ongeveer
+dezelfde kleeding als die, welke ik in Reval zag en bedient zich zeer
+zelden van het korte zweepje, waar hij gewoonlijk op zit.
+
+De winkels leveren over 't algemeen niets eigenaardigs op, behalve
+die waar slöjd-voorwerpen en homespun kleeden worden verkocht. Die
+kleeden zijn dikwijls versierd met kunstige steken of met
+applicatiewerk. Meestal worden hiervoor heldere kleuren uitgezocht,
+groen, blauw, rood, geel, oranje, nog des te meer sprekend door
+de zwarte omlijning. De zelfde kleuren komen voor op de houten
+slöjd-voorwerpen, die meestal zeer eenvoudig van vorm zijn. Zij
+worden, evenals de kleeden, gemaakt door de boeren tijdens de lange
+winteravonden. Zoo ook de voorwerpen uit gevlochten berkenschors
+vervaardigd, waaronder zelfs schoenen zijn.
+
+Om Helsingfors te leeren kennen heeft men niet zoo heel veel
+tijd noodig, en we besloten dus vrij spoedig de reis naar buiten
+te ondernemen. We gingen tegen den avond uit Helsingfors. Eerst
+spoorden we langen tijd door een bosch, toen door eene vlakte waar
+niet heel veel moois of merkwaardigs te zien was. Tegen middernacht
+bereikten we een dorp, van waar een boot vertrok naar de plaats
+onzer bestemming. Het meer maakt een zeer bizonderen indruk,
+vooral als men het voor de eerste maal ziet in het schemerachtige
+middernachtslicht. Zwarte dennen staan er om heen, hun silhouet teekent
+zich in krachtige lijnen tegen de rood-oranjekleurige lucht. Het
+meer is zoo kalm, dat het geheele landschap er zich duidelijk in
+weerspiegelt en het water dezelfde oranjekleur krijgt als de lucht. Het
+landschap geeft den indruk van groote rust; ineens wordt het duidelijk,
+waarom de Finnen zoo poëtisch zijn en zoolang droomend voor zich uit
+kunnen staren. Men begrijpt dat deze natuur de Finnen gemaakt heeft tot
+wat zij zijn: een volk van sagen en poëzie. Zoo stoomde de boot voort
+in de eigenaardige schemering der noordernachten, en de natuur zou iets
+kouds, zelf iets griezeligs gehad hebben, als niet de oranjetint van
+de lucht meer warmte aan het landschap had gegeven. Langer dan twee
+uur duurde de bootreis langs de tallooze eilandjes en landtongen,
+die allerlei grillige vormen aan het meer geven. Tegen drie uur in
+den nacht bereikten we het buiten waar ik zou logeeren.
+
+Voor we aan wal stapten werd ik opmerkzaam gemaakt op een sluis. "Zijn
+er wel sluizen in Holland?" vroeg men mij. Ik kon niet nalaten even
+te glimlachen over deze vraag.
+
+Bizonder hartelijk was de ontvangst; het nachtelijk uur werd niet in
+aanmerking genomen, want de Finnen zijn er aan gewoon dat men den nacht
+voor reizen gebruikt. De vrouw des huizes was op, zij had koffie voor
+ons klaar gemaakt, maar na deze en enkele zoete beschuitjes gebruikt
+te hebben, werd ik beleefd verzocht zoo gauw mogelijk naar bed te
+gaan en den volgenden morgen niet al te vroeg voor den dag te komen.
+
+Ik had een aardige kamer, die zeer eenvoudig was ingericht;
+de meubels waren van licht blauw geverfd hout; het bed bestond
+uit een plank op twee schragen; de tafel was op dezelfde manier
+gemaakt en een vriendelijke hand had er een grooten ruiker met
+veldbloemen opgezet. Voor het groote openslaande raam hing een donker
+gordijn. Eigenwijs, vond ik het volstrekt niet noodig het naar beneden
+te laten en werd, tot mijn straf, een half uur later wakker door
+de zon, die fel in mijne kamer scheen. Om negen uur kwam een keurig
+gekleed dienstmeisje me een kopje slappe thee brengen, ook alweer met
+zoet brood. Ik knikte haar toe; zij beduidde mij vriendelijk, van haar
+kant, dat ik nemen moest wat ze mij bracht. Die pantomime herhaalden
+we elken morgen, want ik heb geen woord tegen haar kunnen spreken.
+
+Toen ik me gekleed had, werd ik afgehaald om mee te gaan zwemmen;
+dat doen de Finnen, ook het volk, in den zomer eens of ook twee keer
+per dag. De boeren gebruiken elken Zaterdag hun dampbad, waarvoor
+eene schuur nabij de boerderij is ingericht. Daar staat een groote
+steenen kachel, waarboven een kamertje is voor drie of vier personen
+om het dampbad te gebruiken. Daarna nemen zij gewoonlijk, soms zelfs
+in den winter, eene koude onderdompeling in het meer. Ook de knechts
+der boerderij hebben recht op hun wekelijksch dampbad.
+
+De dagindeeling was verder als volgt:
+
+Elken dag kreeg ik tot elf uur niets anders dan het kopje thee,
+maar dan werd het wachten vergoed door een ontbijt, dat meer leek op
+middageten. Tot twee uur gingen we wandelen of aan het meer zitten,
+en dan werd buiten koffie gedronken met allerlei soorten van zelf
+gebakken brood en koek. Des middags werd ik meestal aan me zelf
+overgelaten. Om vier uur werd gegeten. Bij dezen maaltijd werd een
+drank gebruikt, die naar zuur bier smaakte en in huis wordt bereid. Na
+het eten maakten we samen eene wandeling of we roeiden op het meer. Wij
+bleven dan uit tot middernacht, of nog later; waarom zouden we ook
+eerder naar huis gaan, want donker werd het niet? Eens hebben we een
+avond doorgebracht op een eiland. Op een vuur van gesprokkeld hout
+maakten wij zelf ons avondeten klaar. Alle handen kregen wat te doen,
+want er moest voor een groot gezelschap gezorgd worden. Na gedanen
+arbeid mochten wij rusten. We gingen bij het vuur zitten en er werd
+gepraat en gezongen; weer hoorde ik dezelfde melodieën, die op de
+_Storfürsten_ zoo diepen indruk op mij gemaakt hadden.
+
+Op een anderen avond heb ik een boerenfamilie bezocht. We reden er
+heen op een paar kleine karretjes met woeste paarden er voor; de weg
+was slecht en bij gedeelten heel steil, zoodat ik er verbaasd over
+was, dat we niet omrolden. Mijne vrienden echter vonden den weg nog
+betrekkelijk goed: "buiten kan men geene betere wegen verwachten!" Ik
+werd zeer hartelijk ontvangen op de boerderij, maar ik kon met niemand
+praten. Later hoorde ik, dat de bewoners der hoeve zeer vooruitstrevend
+zijn; twee zoons studeeren.
+
+Zooals de meeste finsche buitenhuizen, is het huis waar ik gelogeerd
+heb, van hout; bijna alle kamers zijn gelijkvloers. Het ligt op een
+heuvel en van uit de woonkamer heeft men een aardig uitzicht op den
+tuin, het bosch en het meer. Die kamer is zeer eenvoudig ingericht
+en wordt alleen voor de maaltijden gebruikt en als het regent. Bij
+goed weer is men den geheelen dag buiten of op de galerij voor het
+huis. Voor regendagen is er een welvoorziene boekenkast en vindt
+men een paar gemakkelijke stoelen; ook de schommelstoel, die in het
+noorden zooveel gebruikt wordt, is voorhanden. De buitendeur heeft
+geen nachtslot, ook blinden ontbreken; de huissleutel hangt zelfs dag
+en nacht aan een spijker buiten aan de deur; wel een bewijs, dat de
+bewoners der dorpen te vertrouwen zijn. Men hoort slechts zeer zelden
+van inbraak of diefstal, werd mij verteld.
+
+Het buiten leek mij een klein paradijs in de wildernis, geheel van
+de buitenwereld afgesloten. Maar dat werd me met een spottenden
+blik dadelijk tegengesproken; dat was echt midden-europeesch
+gezegd. Afgezonderd leeft men volstrekt niet, zoo werd ik onderwezen,
+als men twee maal per dag de boot ziet voorbij varen. En nu werd
+me verteld van een plaats, waar men slechts eens per week de "post"
+kon halen in een dorp, dat eerst na twee uur roeien te bereiken is.
+
+De dorpen in de buurt liggen in eene boschrijke, heuvelachtige en
+waterrijke streek; daar, waar men de meren niet ziet, doet de natuur
+heel even aan Zwitserland denken. De boerenwoningen zijn donkerrood
+geverfd met witte raam- en deurkozijnen en gootlijst. Van binnen zijn
+ze zeer eenvoudig ingericht en buitengewoon zindelijk. Een groot
+gedeelte van het vertrek wordt door de steenen kachel ingenomen,
+waarop verschillende zitplaatsen zijn aangebracht. De meubels
+zijn eenvoudig en hebben geen bizonderen stijl; antieke stukken
+komen zeer zelden voor, ik zelf heb er geen gezien. Bijna elk huis
+heeft zijn weeftoestel, dat gedurende de lange winteravonden wordt
+gebruikt. Nergens ontbreekt bij het huis de voorgeschreven brandladder
+en de ton, die altijd met water gevuld moet zijn.
+
+De Finnen behooren tot een tak van het Mongoolsche ras, die de
+Oeral-Altaïsche volksstam heet. Toen de Indo-Europeesche volken Europa
+zijn binnengedrongen, begaf deze stam zich naar het noorden. Hun land
+werd Suomi of Suomenmaa genoemd: het land der zeeën en moerassen. Die
+naam is later door de Duitschers vertaald in "ven-land" (ven = moeras,
+veen), wat later Finland werd.
+
+Het finsche ras is klein, slank en lenig. Het draagt min of meer de
+kenmerken van de mongoolsche afstamming: de schuinstaande oogen, het
+ronde hoofd, het lage voorhoofd, de hoekige jukbeenderen en de sterk
+ontwikkelde onderkaak. De neus is meestal kort, de oogen liggen diep
+in de kassen en zijn het meest expressieve gedeelte van het gelaat. De
+kleur van het haar is meestal blond en de oogen blauw of grijs, maar
+ook donkere typen zijn niet zeldzaam. In het westen, waar ook Zweden
+wonen, is het finsche type verloren gegaan. De nationale kleederdracht
+wordt niet veel meer gedragen; alleen Karelië, een provincie bij de
+russische grens, maakt hierop eene uitzondering. De vrouwen dragen
+meestal alleen den korten blauwen rok, de gekleurde schort, een linnen
+blouse met gewerkte manchetten, boord en borststuk, en tot sieraad
+de ronde finsche speld. De kleeding der mannen is nog minder in
+'t oogvallend.
+
+De Finnen zijn geneigd tot droomen en dichten, zooals ik reeds
+schreef. Waarschijnlijk brengt de natuur die hen omgeeft, hier veel
+toe bij, want voor natuurschoon zijn zij zeer gevoelig. Reeds in
+hunne oude volksliederen worden de natuurkrachten bezongen. Het
+zijn droefgeestige balladen, even zwaarmoedig en geheimzinnig als
+het landschap, wanneer het omgeven is van den nevel die opstijgt uit
+de tallooze meren. Finland is rijk aan mondelinge overleveringen, de
+Runen, in het finsch Runot, die vooral in Karelië voortleefden. Elias
+Lönnrot heeft ze vereenigd tot een nationaal epos, dat hij het Kalevala
+noemde. De hoofdinhoud er van is de strijd tusschen twee volken, de
+Finnen (Kaleva) en de Lappen (Pohjola). De held is Wäinämöinen, de god
+der zangers en tevens de personificatie der natuur. Hij begeleidt de
+liederen, die hij zingend dicht, met de kantele, een soort van cither,
+die men nu nog slechts zeer zelden bij de boeren aantreft.
+
+De taal is, zooals ik in het begin reeds opmerkte, bizonder
+zoetvloeiend. Zij herinnert, wat klank aangaat, aan het italiaansch. Er
+is niets van te begrijpen en sommige woorden zijn zoo lang dat
+men ze niet kan uitspreken. Een zin wordt soms gevormd door één
+woord, met behulp van allerlei voor- en achtervoegsels; er zijn er
+veertien, die alle een verschillende verbuiging vragen. De u wordt
+als oe uitgesproken, en de klemtoon valt altijd op den eersten
+lettergreep. "Tule tanne" beteekent: kom hier; "pikku" is: klein;
+"kulta poike" is: lieve jongen; "ei kytos" is: dank u zeer; "hyvästi"
+is: goeden dag, "hyvää päivää" is: goeden avond. "Vastaanotettavaksenne
+saapunut", wil zeggen: dit is uw vrachtbrief. Alle letters worden
+afzonderlijk uitgesproken, ook dubbele klinkers en medeklinkers. De
+meeste Finnen spreken ook zweedsch, vooral daar waar de Zweden de
+overhand hebben. In de 18de eeuw behoorde het tot den goeden toon
+om zweedsch te spreken. Daardoor zijn tal van woorden, vooral die,
+welke uitvindingen van de laatste honderd jaar aanduiden, alleen in
+de zweedsche taal bekend. Nu het Finsch meer in gebruik komt, worden
+deze woorden "verfinscht". De finsche taal is rijk aan symbolen,
+allegorieën en pleonasmen, waardoor zij reeds in het dagelijksch leven
+poëtisch klinkt; ook de dikwijls voorkomende alliteratie draagt hiertoe
+bij. Daarentegen komen rijmwoorden zelden voor en wordt de versvorm
+bijna uitsluitend in de maat gevonden. Het herhalen van dezelfde
+gedachte in opeenvolgende verzen en ook de rijke beeldspraak schijnt
+te wijzen op den orientaalschen oorsprong van het Finsch. In de 12de
+eeuw brachten de Zweden met het Christendom hunne taal in Finland,
+waardoor het Finsch veel van zijn oorspronkelijkheid verloor.
+
+Reeds in 1175 kwamen de Finnen met de Zweden in aanraking. Koning Erik
+de Heilige van Zweden zocht hen te onderwerpen en tot het Christendom
+te bekeeren. Dit gelukte echter eerst in 1249 door Birger Jarl. Finland
+werd toen een hertogdom en mocht sedert 1362 afgevaardigden zenden
+naar Zweden, als daar een koning moest gekozen worden. Dikwijls
+gebeurde het, dat een zweedsche prins Finland in leen kreeg. Gustaaf
+Wasa maakte Finland protestant. Telkens hebben de Russen getracht
+het land te veroveren, maar zij werden gewoonlijk door de vereenigde
+Zweden en Finnen verslagen. Eerst na het verdrag van Tilsit, 1807,
+werd de keizer van Rusland groothertog van Finland. Gustaaf IV Adolf
+van Zweden, n.l. was de tegenstander van Napoleon. Deze wilde door
+middel van Alexander I den koning van Zweden dwingen, toe te treden
+tot het Continentale stelsel. Het plan mislukte en Alexander veroverde
+Finland. Den elfden Februari 1809 beloofden de Finnen op den landdag te
+Borgå trouw aan den Keizer van Rusland en deze beloofde de rechten en
+wetten van Finland te eerbiedigen. Zijne navolgers hebben bij hunne
+troonsbestijging deze belofte moeten herhalen.
+
+Na 1809 is de ontwikkeling van Finland met rassche schreden
+vooruitgegaan en kwam er tevens eene beweging om het finsche element
+krachtiger te doen worden dan het zweedsche. Snellmann, de professor
+aan de universiteit, gaf hieraan den stoot en werd gevolgd door de
+dichters Rüneberg, Topelius en Lönnrot.
+
+Het was Rüneberg, die het volkslied der Finnen maakte:
+
+
+
+Maa isänmaamme suomenmaa,
+Sei sana kultainen!
+Ei laaksoa, ei kukkulaa,
+Ei vettä, rentaa rakkaampaa,
+Kuin kotimaatää pohjainen
+Maa kallis isien.
+
+
+
+On maamme köyhä, siksi jää
+Jos kultaa kaipaa ken.
+Sen kyllä vieras hylkäjää,
+Mut nuillekallein maa ontää
+Kauss' salojen ja saarien
+Se meist on ultainen.
+
+
+
+
+O, land, o vaderland,
+Klink luid, gij dierbaar woord!
+Geen berg, die zich naar den hemel verheft,
+Geen dal, geen groene oever
+Is meer geliefd, dan ons noorden,
+Het land onzer vaderen.
+
+
+
+En hoe arm dit land ook is
+Voor hem, die goud begeert,
+Al gaat de vreemdeling trotsch ons voorbij,
+Wij blijven aan ons land getrouw
+Het is ons, met wat het ons geeft,
+Meer waard dan goud.
+
+
+
+Om het gewicht van die finsche beweging te begrijpen, moet men weten,
+dat het land in verschillende partijen verdeeld is. De zweedsche
+partij vormen de Zweden, die sedert eeuwen in Finland gevestigd
+zijn. Zij wonen aan de westkust en staan op goeden voet met de
+Oud-Finnen. Deze doen alles om de finsche nationaliteit te bewaren,
+maar zij verzetten zich niet noodeloos tegen Rusland. Dan is er
+nog de Jong-finsche partij; deze wil Finland geheel op zich zelf
+houden; daarom is zij èn tegen de zweedsche partij èn tegen Rusland,
+en noemt de Oud-Finnen zeer conservatief. Maar het streven naar het
+instandhouden der finsche taal gaat van beide finsche partijen uit. De
+universiteit te Helsingfors werkt in die richting mede.
+
+Het opwekken van nationaal gevoel is begonnen, toen Rusland pogingen
+aanwendde om Finland te russificeeren. Waarschijnlijk worden nu
+twee vragen gedaan: wat is de reden dat Rusland aan Finland zijn
+vrijheid wil ontnemen, en waarom heeft dat land er tegen russisch
+te worden? Die vragen heb ik door verscheidene Finnen op de zelfde
+manier hooren beantwoorden. De kwestie van russificatie, zeggen zij,
+berust op jaloezie van den kant der Russen. Finland heeft zijn rechten
+behouden, die het vroeger door Zweden gekregen heeft en heeft daardoor
+meer vrijheid dan de Russen. Het heeft zich kunnen ontwikkelen en
+geheel de zweedsche beschaving kunnen volgen. De Russen hebben geen
+vrijheid, en al wilde de keizer ook toegeven, hij zou niet kunnen,
+omdat de grootvorsten en de hofpartij het tegen zouden gaan. Deze
+hebben, om de liberale stemmen in Rusland te smoren, den keizer
+gedwongen strenger tegen Finland op te treden.
+
+En nu, waarom zou Finland niet gerussificeerd willen worden? Ten
+eerste om zijne nationaliteit niet te verliezen, maar vooral ook,
+omdat het Rusland ver vooruit is in beschaving. Wij zijn een oud
+cultuurvolk, zeggen zij. De Russen hebben vele slechte eigenschappen
+(o.a. het drinken van wotka-brandewijn) en die zouden spoedig door
+de Finnen overgenomen kunnen worden, als zij in het russische leger
+moesten dienen. Verder is er het verschil van ras en godsdienst.
+
+De zweedsche Finnen, die veel energieker zijn dan de eigenlijke Finnen,
+zagen het eerst het gevaar waarin hun land verkeerde en zij begonnen
+in de steden van het westen lezingen en vergaderingen te houden,
+ten einde dit gevaar af te wenden. Dadelijk werden zij geholpen door
+de Finnen, die in Helsingfors studeerden en, op het oogenblik is het
+voornamelijk de finsche stam, die tracht de boeren in het oosten wakker
+te schudden. Mannen zoowel als vrouwen (voornamelijk de studenten)
+werken er op, het volk te laten voelen, welke waarde voor hen de
+vrijheid heeft. Niet alleen in de steden, maar ook op het platte
+land worden lezingen gehouden. Dit doen de studenten gedurende de
+zomervacantie. Zij stellen zich tot doel het volk zooveel mogelijk te
+ontwikkelen en het schijnt hen ook werkelijk te gelukken, de boeren
+uit hun flegma op te heffen. Ook worden er volksfeesten gehouden,
+waar ieder verzocht wordt in nationaal kostuum te verschijnen. De
+studenten zijn in Finland zeer gezien; alles wat de studentenpet
+draagt, wordt met zekeren eerbied behandeld. Het is een feest
+voor geheel Helsingfors, als de pet wordt uitgereikt aan de nieuwe
+studenten; dat gebeurt op 1 Mei; daarna begint de zomervacantie, die
+tot September duurt. De nieuwe studenten, jongens zoowel als meisjes,
+krijgen van elk hunner vrienden een bouquetje, dat zij op de borst
+vast hechten en zoo, met bloemen behangen, nemen zij deel aan het bal,
+dat te hunner eere wordt gegeven.
+
+Finland is een zeer democratisch land, er is geen adel en er bestaat
+weinig verschil van stand. Tot de aristocratie behooren alleen enkele
+zweedsche families en eenige Russen. De meisjes en jongens gaan samen
+op de lagere school en blijven ook op lateren leeftijd als student
+zeer vrij met elkaar omgaan.
+
+Dit alles was het, wat ik bij mijn eerste bezoek aan Finland opmerkte
+en waardoor bij mij de lust werd opgewekt het land nog eens nader
+als toerist te leeren kennen.
+
+Bij mijn tweede bezoek kwam ik in Helsingfors van uit Stockholm
+over Åbo.
+
+Wederom brachten we, ditmaal drie personen, eenige dagen door onder
+het gastvrije dak van vroeger. Hier kregen we allerlei inlichtingen
+voor de reis, die we door Finland wilden ondernemen. Met goeden
+moed om het onbekende land te zien, waar niemand ons zou verstaan,
+verlieten wij onze vrienden, en den zelfden avond bereikten we
+de Imatra. Aan het station wachtte ons een soort van omnibus; we
+stapten er in met verscheidene andere menschen; hoe ze er uitzagen
+konden we in de duisternis niet zien, hun taal niet verstaan en
+intusschen kletterde de regen lustig op het gesloten zeildoek van
+het rijtuig. Eensklaps werd mijne oplettendheid gaande gemaakt door
+het bruisen van snelstroomend water, toen reden we een brug over en
+zag ik, even tusschen de reten van het zeildoek door, een woesten
+stroom die zijn smallen weg baant tusschen twee rotswanden. Eenige
+oogenblikken daarna hielden we stil voor het hotel, een groot gebouw,
+geheel naar moderne eischen ingericht.
+
+Toen ik den volgenden morgen de Imatra zag, kwam een gevoel van
+teleurstelling bij mij op. Zóó had ik me dien beroemden waterval
+niet voorgesteld en in geen geval zóó smal; men krijgt een gevoel
+"er over heen te kunnen stappen", want door de diepe bedding lijkt
+de kloof minder breed, al is zij toch nog een 45 meter; de Imatra
+is eigenlijk geen waterval maar een stroomversnelling. Misschien
+bracht ook het nevelachtige weer en het vroege morgenuur er toe bij
+om den indruk minder grootsch te maken. Daarbij is de omgeving van
+den stroom in de buurt van het hotel niet gunstig; alle groote boomen
+zijn weggekapt en daarvoor is jong hout in de plaats gekomen. Van af
+de brug is de indruk beter; daar ziet men welk een massa water er
+in de nauwe gang geperst wordt; in woeste vaart spat het op tegen
+de groote rotsblokken die het trachten te stuiten; de snelheid van
+den stroom is duizelingwekkend. De Imatra is de afvoer naar het
+Ladoga-meer, van het water der meren die te zamen het Saimagebied
+vormen. Zij zijn verbonden door het Saima-kanaal, dat gegraven is
+tusschen Villmannsstrand en Wiborg (1844).
+
+Om tien uur in den morgen zouden we uit Imatra vertrekken met den
+eersten en laatsten trein, want na veel moeite werd het ons duidelijk
+gemaakt dat er maar eens per dag gelegenheid is om van Imatra weg
+te komen. De slechte communicaties maken het reizen in Finland zeer
+moeilijk; en was het dat maar alleen; maar de spoorboekjes verschillen
+soms zeer in de opgaven van vertrek en aankomst. Men weet nooit of
+een trein ook een half uur eerder of later vertrekt en of er ook
+eene verandering in de dienstregeling is gekomen, die niet op de
+lijst van aankomst en vertrek der treinen is opgegeven. Dat alles
+zou men nog wel gewaar worden, als men de taal van het land kende;
+we konden ons slechts zeer gebrekkig verstaanbaar maken. Toevallig
+kende iemand wel eens duitsch, of wel we bedienden ons van enkele
+zweedsche uitdrukkingen, wat soms nog meer verwarring aanbracht,
+omdat wij ook deze taal niet voldoende machtig waren. De trein, die
+ons van Imatra naar Wuoxenissa zou voeren, liet ongeveer drie kwartier
+wachten. Gelukkig kwamen we nog juist bij tijds aan, om vandaar de
+boot naar Villmannsstrand te kunnen nemen. Als het niet zoo koud en
+stormachtig was geweest, hadden we zeker van den boottocht genoten. Ook
+de koude heeft er het hare toe bijgebracht, dat Villmannsstrand,
+eene badplaats, ons niet kon bekoren. Die koude in Finland was iets
+zeer bizonders, gewoonlijk zijn de zomers er zeer warm, hoewel de
+temperatuur des nachts sterk afkoelt. Van verscheidene kanten hoorde
+ik, dat men bang was voor een slechten oogst, als de koude bleef
+aanhouden. Van Villmannsstrand gingen we per boot naar Punkaharju,
+de plaats die de Finnen als een van de mooiste plekjes van hun land
+aanduiden en waar tal van Russen den zomer doorbrengen. Om tijd te
+winnen reisden we ook nu weer des nachts; als men per boot gaat heeft
+dit weinig bezwaren. Alleen is het zeer onaangenaam om 's morgens
+vroeg van boot te moeten verwisselen, of op een nog nachtelijk uur
+op de plaats der bestemming aan te komen, zooals ditmaal het geval
+was. Om vijf uur moesten we te Nyslott aan wal, om daar tot negen uur
+op eene boot te wachten. 't Was al weer erg koud, maar de zon scheen
+lekker. Gelukkig zijn de Finnen goed te vertrouwen, want, daar er
+bij de landingsplaats der booten niets was dat op een bagage-bureau
+leek, besloten we, onze bagage maar bij een bank neer te zetten en
+vervolgens de stad in te gaan. Bij onze terugkomst bevonden we, dat
+alles er nog lag en dat ook nog iemand anders er zijne reistasschen
+had bijgevoegd. Nyslott heeft een vriendelijker aanzien dan de andere
+finsche steden; het heeft niet het sombere en verlatene van Åbo,
+van Wiborg en Villmannsstrand. Er is een oud slot, dat van binnen
+nog al merkwaardig zijn moet; maar zoo vroeg in de morgen kon men
+zich geen toegang verschaffen.
+
+Naar Punkaharju bracht ons binnen weinig uren een bootje, waarop
+verscheidene passagiers waren, die we al eerder hadden ontmoet,
+o.a. eene finsche dame met twee dochtertjes. Toevallig raakten we
+met haar in gesprek en zij deden ons de vraag, die mij vroeger al
+zoo dikwijls door Finnen werd gedaan, of wij Prof. van der Vlugt uit
+Leiden ook persoonlijk kenden. Zij vertelde ons hoe haar dochtertje
+hem in 1900 een bouquet had aangeboden en hoe zij tot dank daarvoor
+van hem een kus kreeg. "Dat noemen wij nu den historischen kus van
+Prof. van der Vlugt," voegde zij er bij.
+
+Was de Imatra me tegengevallen, Punkaharju zeker niet. Ik had er echter
+langer moeten blijven, om er ten volle van te kunnen genieten. Groote
+wandelingen zoekt men er te vergeefs, telkens stuit men op water. Maar
+roeien en zeilen kan men er des te meer, en er zijn een menigte van
+mooie plekjes, waar men van onder de boomen een ver uitzicht heeft
+over de watervlakte met hare tallooze eilandjes.
+
+Van Punkaharju af volgde een reis van acht uur rijden. In het hotel
+hadden we zoo goed het kon alles over de rijtuigen, de koetsiers en
+den prijs afgesproken. Wij zouden met de post reizen, de prijs was 8
+cent per kilometer, niet te veel naar ons voorkwam. Van het oogenblik
+af, dat we in de wagentjes waren gaan zitten, konden we geen woord
+meer tegen de voerlieden zeggen, omdat zij eenvoudige boertjes waren,
+die niet anders dan Finsch spraken. Daar zaten we nu, wetend, dat we
+om vijf uur te Elisenwaara zijn moesten, om den eenigen trein naar
+Sortavala te halen. We vertrouwden maar op ons geluk, verder viel er
+ook niets te doen, dan te zorgen, dat men zoo min mogelijk schokte in
+den wagen, want de weg was slecht en de voertuigen niet de beste. 't
+Was alweer koud, maar gelukkig niet regenachtig. De paardjes liepen
+onvermoeid door en we hadden alle hoop op een goede reis. Bij een
+veer kwam de eerste moeilijkheid: we moesten betalen. Gelukkig is
+de gebarentaal overal dezelfde en hebben de Finnen nog niet geleerd
+vreemdelingen te exploiteeren; ze gaven ons dus netjes ons geld terug,
+toen het bleek dat we te veel betalen wilden.
+
+Gedurende de reis moesten we vijf keer van paarden en koetsier
+verwisselen. Meestal kregen we vader en zoon mee, en nu was het
+opmerkelijk dat de weg en de wagens hoe langer hoe slechter werden
+en de zoons hoe langer hoe jonger. Het laatste koetsiertje was
+zeker niet ouder dan acht jaar. Hij was een alleraardigst ventje,
+dat altijd door wilde praten en erg verbaasd was, dat we hem niet
+verstonden. Tegelijkertijd lette hij goed op zijn paard en was
+bizonder tevreden over zichzelf, toen hij den vader een heel eind
+vooruit was. Hij zat op een laag bankje voor ons, maar was zoo klein,
+dat hij er telkens afzakte. Eindelijk heb ik onzen koetsier maar op
+schoot genomen.
+
+'t Ging als van een leien dakje tot het laatste station. Toen was er
+geen paard te krijgen. We konden niets zeggen of vragen, en als we
+boos keken, lachten de boeren ons vriendelijk toe. De boerin vroeg
+ons zelfs binnen te gaan en deed al het mogelijke om ons goed te
+ontvangen. Na eenigen tijd van ongeduldig wachten hoorde ik het woord
+"tule". "Nu komt het paard", zeide ik, want "tule tanne" beteekent
+"kom hier". En ik had gelijk: daar kwam het aan. Tot aandenken wilde
+ik de familie photographeeren. Dit was het eenige woord, dat ze van
+ons begrepen. Nauwelijks had ik "photographie" gezegd, of het heele
+huishouden kwam aanloopen, ook de grootvader, die zeker nog nooit
+gephotographeerd was.
+
+Te goeder ure kwamen we in Elisenwaara. De weg, dien we gereden
+hadden, was slechts bij gedeelten mooi, want witte berken vervelen
+op den duur, als ze door geen ander hout worden afgewisseld en een
+meer met dennen er om heen verliest zijn bekoorlijkheid, als twee uur
+lang geen verandering in het landschap komt. Nog eens, Finland is geen
+land voor toeristen, maar een land om op één plaats stil te blijven;
+het is een land om te rusten en te droomen.
+
+De trein bracht ons naar Sortavala, eene stad die op 't eerste
+gezicht niet aanlokkelijk scheen en ook in werkelijkheid niet anders
+is dan een kleine, vervelende provinciestad, aan een groot meer, het
+Ladoga-meer. In verband met het vervolg van onze reis moesten we den
+geheelen Zaterdag daar doorbrengen. Van geen enkele finsche stad,
+behalve Helsingfors, heb ik een indruk van levendigheid gekregen,
+maar Sortavala was het ergst van alle. In de hoofdstraat was niemand
+te zien en de verlatenheid kwam nog sterker uit doordat de straat,
+evenals alle finsche en russische straten, buitengewoon breed is. De
+huizen zijn in de breedte gebouwd en meestal maar van één verdieping,
+de voordeur is niet te zien, zij ligt achter de houten schutting,
+die den tuin omgeeft en waar men door een overdekt hek binnenkomt. Aan
+alles merkt men, dat de Finnen in huis leven, waarvan waarschijnlijk
+de lange winters de naaste oorzaak zijn. Maar hoe vervelend Sortavala
+ook is, het heeft een museum van finsche kunstnijverheid, dat zeer
+de moeite waard is, gezien te worden en een schoolgebouw zoo groot
+en goed ingericht, dat menige stad bij ons er een voorbeeld aan zou
+kunnen nemen.
+
+Na Sortavala bezochten we Walamo; zoo heet een eilanden-groep in het
+Ladoga-meer. Sedert het jaar 992 is er een klooster op Walamo, door
+russische monniken bewoond. Het werd gesticht door twee priesters
+van den berg Athos, German en Sergej, die, volgens de legende op een
+molensteen naar het eiland kwamen drijven; zij vonden het bevolkt met
+geheimzinnige wezens, die door hen werden verdreven. Er zijn weinig
+berichten over de eerste tien eeuwen, gedurende welke het klooster
+bestond. Men kan echter aannemen, dat het toen nog niet streng
+georganiseerd was en voornamelijk diende als toevluchtsoord voor
+kluizenaars. Later hebben de monniken getracht den grieksch-orthodoxen
+godsdienst te verbreiden. Hun bekeeringswerk begon in Karelië in het
+jaar 1227. In 1350 beproefde de zweedsche koning Magnus Erikson Walamo
+te veroveren, maar door de gebeden der monniken verging de vloot en
+alleen de koning wist zich te redden. Hij werd in de kloosterorde
+opgenomen, maar stierf kort daarna.
+
+Het nieuwe Walamo met zijne groote gebouwen en rijke kerken dateert
+van 1842 en is gesticht door den Ignumen Damaskin, die toen aan het
+hoofd van het klooster stond. Hij liet de oude kerken afbreken en er
+nieuwe voor in de plaats zetten. De monniken kregen een beter woonhuis
+en er werd een "hotel" gebouwd om de pelgrims te herbergen.
+
+Na langdurig informeeren gelukte het ons te weten te komen wanneer de
+boot, die tot het klooster behoort en onder directie der priesters
+staat, van Sortavala naar Walamo zou vertrekken. Men raadde ons
+echter aan, eenige dagen te wachten op de finsche boot, omdat deze
+meer comfort biedt. 't Was echter juist ons plan den Zondag op Walamo
+door te brengen; wij konden dan aan een pelgrimstocht deelnemen en
+zoodoende verscheidene heilige eilanden in de buurt bezoeken.
+
+De _Walaam_, het priesterschip, waarop we dus terecht kwamen, was
+alles behalve geriefelijk en daarbij in 't oogvallend vuil. Het
+eten was er ook niet best en het was moeilijk om de stewardes,
+die tevens als kellner fungeerde, te beduiden wat we wilden
+eten; het ging al even weinig gemakkelijk haar aan 't verstand
+te brengen dat we drie slaapplaatsen noodig hadden. Om haar aan
+te roepen wisten we niet anders te doen dan het woord "baboushka"
+te gebruiken, d.i. grootmoeder. Neen, men had ons niet voor niets
+tegen de _Walaam_ gewaarschuwd. Ook ons reukorgaan werd in 't begin
+onaangenaam geprikkeld door de lucht van juchtleeren vetlaarzen,
+die alle Russen dragen, en waarmee de boot als 't ware doortrokken was.
+
+In den avond bezocht ik het ruim, waar de bedevaartgangers een
+plaats hadden gevonden. Verbaasd bleef ik bij den ingang staan;
+wat was dat voor een bonte opeen gehoopte menschenmassa in een
+onverdragelijk warme atmosfeer! Daar zaten zij, dom, genoegelijk, met
+een passieve uitdrukking op het gelaat, enkelen waren neergehurkt op
+den grond, anderen zaten op hun bagage. Wat me dadelijk opviel was de
+geëmailleerde theepot, die in geen van de groepen ontbrak. De russische
+moeijik neemt dit artikel altijd mee op reis en aan alle stations kan
+hij voor niets kokend water nemen uit een groot reservoir. Ook hier,
+op deze boot, was die inrichting voorhanden. Tusschen al die menschen,
+zoo verschillend van ons westersch ras, bewogen zich de priesters. Zij
+waren te herkennen aan hun lange haren, die bij sommigen tot aan hun
+middel reikten, aan de hooge priestermuts en de lange jas met een band
+om het middel vastgehouden, afhangend tot halfweg de hooge laarzen.
+
+Reeds vroeg in den morgen bracht de "baboushka" ons het ontbijt,
+dank zij een vriendelijke dame uit Kuopio (Finland), die met de
+russische taal bekend was. Zij bood zich ook aan om als tolk te dienen
+op Walamo, en zonder haar hulp zou de dag niet half zoo interessant
+geweest zijn. Vóór de hoogmis kwamen we daar aan, nadat we al langs
+verscheidene eilanden gevaren waren, waar hier en daar een kapel
+haar koepel tusschen de dennen verheft. We liepen met den stroom der
+pelgrims mee en kwamen zoo binnen de kloostermuren. Eigenlijk had
+ik verwacht, dat er nog wel wat van het vroegere klooster of van de
+oude kerk over zou zijn, maar dat is het geval niet; de gebouwen op
+Walamo zijn banaal-nieuw.
+
+De hoofdkerk, die we binnen traden om de mis bij te wonen, is
+overweldigend door haar groote afmetingen en het decor van goud.
+
+En nu een enkel woord over de russische kerken in 't algemeen. Haar
+plattegrond heeft den vorm van het grieksche kruis. Boven het
+midden-vierkant is een groote koepel en op elke der vier kruisarmen
+staan kleinere, die evenals de groote koepel gekleurd of van
+koper zijn. De absis wordt ingenomen door het "Allerheiligste" en
+afgesloten door den "iconostas", die op Walamo bizonder rijk versierd
+is. De iconostas is een wand met drie deuren, waarvan de middelste de
+"heilige deur" is. Geen vrouw mag achter den iconostas komen. Tijdens
+de mis wordt de heilige deur geopend, en ziet men het altaar.
+
+Beelden komen in de russische kerk niet voor; dat verbiedt de
+ritus. Wel treft men er geschilderde afbeeldingen aan, die alle volgens
+een vast type zijn gemaakt. De madonna met het Christuskind ziet men
+in alle kerken steeds op de zelfde wijze voorgesteld.
+
+De gemeente staat gedurende de godsdienstoefening, (er zijn
+zelfs geen banken in de kerk); zij stemt niet in met het koor der
+geestelijken. Men wordt getroffen door den vollen toon der stemmen,
+die door de gewelven dreunt of die, zacht-mystiek, even de woorden
+van hem, die de mis leest, accentueert. Een orgel is in de russische
+kerk niet aanwezig. De liturgie neemt een groot gedeelte van de
+godsdienstoefening in beslag. Gepreekt wordt er niet, slechts enkele
+bijbelteksten leest de priester aan de gemeente voor. Na de mis houdt
+hij een kruisbeeld op, dat door de vrome aanwezigen, die in file
+langs hem gaan, wordt gekust. Op Walamo zagen wij ook vele pelgrims,
+na elkaar, dezelfde glasruit waaronder relequien bewaard werden,
+met de lippen aanraken. Geruimen tijd lagen geloovigen gedurende
+de mis op den grond, met het voorhoofd den steenen vloer aanrakend;
+voor een Rus evenwel is dit niets bizonders.
+
+Na de mis trachtte onze vriendelijke tolk uit Kuopio te weten te komen,
+wanneer de pelgrimstocht naar de eilanden zou plaats hebben. "Als
+het middagmaal afgeloopen is", antwoordde de priester tot wien zij
+zich gewend had. Deze monnik, die wat Duitsch kende, stelde zich
+beschikbaar om ons de naaste omgeving van het klooster te laten
+zien. Hij vertelde ons allerlei dingen betreffende Walamo. Er wordt
+hard gewerkt, want het klooster voorziet in zijn eigen behoeften door
+den landbouw. Ook allerlei andere handwerken oefenen de monniken
+uit. Wetenschappelijk werk wordt niet noodig geoordeeld; zij staan
+geheel buiten de maatschappij. De hoogere geestelijken lezen de
+couranten en vertellen enkele gebeurtenissen, die zij wetenswaardig
+vinden, aan de overige monniken. Andere dan geestelijke boeken zijn
+in het klooster niet aanwezig. De bevolking telt ongeveer duizend
+bewoners. Boter en vleesch wordt door de broeders niet gegeten. Omdat
+de kloosterorde zeer streng is, sturen de Russen er dikwijls voor
+eenigen tijd jongens heen, die tehuis moeilijk zijn op te voeden.
+
+Intusschen was de tijd gekomen voor het middagmaal, dat kosteloos
+wordt aangeboden aan ieder die het eiland bezoekt. Ik werd geleid
+naar de eetzaal voor de vrouwelijke pelgrims. Ieder had een bord met
+een snee brood en een houten lepel. Niet ieder kreeg een servet, maar
+daarvoor diende één lange lap voor een groep van menschen. In de 12de
+en de 13de eeuw was dat overal de gewoonte; heel eigenaardig, dat dit
+gebruik hier zoolang in stand is gebleven. Voor elke vier personen
+stond er een groote tinnen bak klaar, met gehakte wortels, erwten,
+rijst, zoute visch en biet. Dit mengelmoes werd op het bord vermengd
+met een vloeistof uit een anderen tinnen bak,--zuur bier, de russische
+kwash. Ze aten er allen smakelijk van: het is de nationale spijs. Wat
+op de borden overbleef ging weer in den grooten pot. Voor ons was
+dit eten nog al vreemd, de smaak onbeschrijfelijk. Na den eersten
+hap was het me onmogelijk een tweeden te nemen, en hoe hongerig ik
+me ook voelde, ik had geen lust het verdere menu af te werken. Toen
+de priester, die door de zaal liep en gebeden voorlas, mij den rug
+had toegekeerd, was ik, en nog een paar andere vreemdelingen met mij,
+zoo vrij uit de bank te stappen en de eetzaal te verlaten. Ik hoorde
+later dat de mannen hetzelfde eten hadden gekregen. Iemand, moediger
+dan ik, had drie gerechten getrotseerd; na het eerste kwam een vrij
+eetbare soep en dan, als derde gerecht alweer een soep, getrokken
+van visch, met macaroni. De mannen aten met hun vieren uit één bak;
+dat gebeurt bij de russische soldaten ook.
+
+Is het klooster en zijne onmiddellijke omgeving weinig pitoresk, de
+eilanden vergoeden in dit opzicht alles; ze zijn bizonder aantrekkelijk
+met hunne prachtige dennenbosschen, waarin diepe rust heerscht. Zoo nu
+en dan ziet men een konijntje of ander wild, dat nieuwsgierig rondkijkt
+en in 't geheel niet schuw schijnt te zijn. Er wordt zelfs verteld, dat
+de herten en reeën naar de menschen toekomen. De kloosterwet verbiedt
+de jacht, zoodat de dieren nooit gestoord of verschrikt worden.
+
+De bedevaart werd per boot gemaakt. De kleine stoomboot, met monniken
+bemand en waarop ook wij een plaatsje hadden veroverd, trok drie groote
+schuiten, waarin de pelgrims zaten. Bij verscheidene eilanden, waarop
+kapellen waren, legden we aan. Voor deze kapellen werd de mis gelezen
+en daarna bezochten we de hutten, waar heiligen in gewoond hebben. Op
+de boot teruggekeerd, verhieven de priesters een veelstemmig kerklied,
+dat plechtig klonk over de watervlakte. Gaarne had ik eens met hen
+gepraat, maar geen van allen sprak eene mij bekende taal. Zoo kon ik
+hen ook alleen door gebaren vragen, of ik hen fotografeeren mocht,
+hetgeen zij me dadelijk toestonden.
+
+Tegen den avond vertrok de _Walaam_, om koers te zetten naar
+Petersburg. Vóór het vertrek werd er nog een mis bediend en lieten
+velen zich afzonderlijk door de priesters zegenen. Tijdens het
+weggaan maakten de pelgrims verscheidene malen het kruisteeken en
+herhaalden dat telkens als wij een kapel voorbij voeren. De vaart
+op het Ladoga-meer was weinig afwisselend, want het watervlak is zoo
+groot, dat men de oevers niet duidelijk kan zien, en scheepvaart is
+er bijna niet. Interessant was het echter de bedevaartgangers in hun
+doen en laten gade te slaan. Zij bleven nu niet meer in het ruim,
+maar besloegen het geheele schip, overal zag men groepjes menschen
+bij elkaar zitten. Dikwijls werden we aangekeken, als wilden zij
+vragen wat die vreemdelingen wel bij hen zochten.
+
+Bijna ongemerkt vernauwt zich het Ladoga-meer, totdat het eindelijk
+eene rivier is geworden, de Newa. Eenigen tijd voor we aanlandden,
+kwamen we Schlüsselburg voorbij, de beruchte en geheimzinnige
+vesting-gevangenis, die nu naar men zegt is opgeheven.
+
+Te St. Petersburg aangekomen, mochten we de _Walaam_ niet verlaten,
+voor wij onzen pas terug hadden gekregen. Nu werd onze bagage
+gevisiteerd. Alles moest uitgepakt worden, alle doozen moesten we
+openmaken, elk boek werd geinspecteerd. Thackeray wekte wantrouwen
+op, maar werd na eenig onderhandelen teruggegeven. De doosjes met
+films schenen ook verdacht, en het ging niet gemakkelijk om uit te
+leggen, dat zij bij het fotografie-toestel hoorden. Niettegenstaande
+hun drukke werkzaamheden waren de grenswachters bizonder beleefd en
+hielpen overal de koffers en kisten weer dicht maken.
+
+Met eenige moeite gelukte het ons een paar rijtuigjes te bemachtigen,
+en na een "pantomime" gevoerd te hebben over den prijs, zeide de
+koetsier: da, da (ja) en klom op den bok. Zoo waren we van het rustige
+Walamo verplaatst in de drukke hoofdstad van het Tsarenrijk.
+
+
+_Zutphen_, Febr. 1906.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Storfürsten is een Zweedsch woord en beteekent grootvorst. "Stor"
+is ons "stoer"; de o wordt als oe uitgesproken.
+
+[2] Baccalaureat is het eindexamen van het gymnasium.
+
+[3] Kort geleden verzocht ik, dat men mij uit Helsingfors eene
+photographie van Sveåborg te sturen, maar ik kreeg ten antwoord dat
+er geen van het fort bestaat.
+
+[4] Schumann was de moordenaar van Bobrikof.
+
+[5] In Finland wordt het eten op zweedsche manier bereid.
+
+[6] Smörgos is een zeer uitgebreid hors d'oeuvre.
+
+[7] Knäckebröd is hard, bruin brood van ongerezen meel gemaakt,
+en het best te vergelijken met het joden-paaschbrood.
+
+
+
+
+Van het grieksche koningshuis.
+
+
+Toen een plechtige deputatie verleden jaar naar Noorwegen kwam,
+om aan den kleinzoon van den onlangs overleden koning Christiaan IX
+de koningskroon van Noorwegen aan te bieden, die door Karel, tweeden
+zoon van den kroonprins gracelijk werd aanvaard, toen moet bij velen
+de herinnering zijn gewekt aan een dergelijk voorval, dat van groote
+beteekenis is gebleken.
+
+Twee-en-veertig jaar vroeger toch werd een grieksche deputatie
+door den deenschen koning Frederik VII op 25 April 1863 ontvangen,
+een gezantschap, dat naar de stad aan de Sont was gesneld om den
+toenmaligen kroonprins Wilhelm van Denemarken de grieksche koningskroon
+aan te bieden.
+
+Maar veel, veel grooter moeilijkheden wachtten den toenmaals
+achttienjarigen Wilhelm, die als koning den naam van George I aannam,
+dan Karel, die zich den koningsnaam Haakon VII zag verleend, in
+Noorwegen vond. Hij toch, George, kwam in een land, welks taal en zeden
+hem onbekend waren, heerscher zou hij zijn over een volk, waarop de
+spreuk van den oud-egyptischen priester nog altijd van toepassing is:
+"Gij, Hellenen, blijft eeuwig kinderen, jong en onervaren zijt ge,
+en ge hebt geen kennis of ervaring in den loop der jaren opgedaan".
+
+Alle schrikbeelden der meest woeste anarchie hadden na de
+onttroning van koning Otto den rustigen en kalmen gang van zaken
+verstoord. Daarbij kwam een vernielend, op de spits gedreven woeden
+der partijen, dat zich in alle hoeken van het land openbaarde en
+onuitroeibaar scheen. En het grieksche volk bevond zich toentertijd
+nog op een betrekkelijk lagen trap van beschaving.
+
+Er waren immers pas dertig jaren verloopen, sedert de beiersche majoor
+Von Predl van het eerste in een moskee te Nauplia gegeven hofbal de
+volgende schildering had ontworpen: "Een mislukte fanfare begroette
+het verschijnen van den door jongelingen in schitterend witte gewaden
+omstuwden koning. Toen de aanwezige heeren uitgenoodigd werden, de
+toen zelfs in de kerk altijd op het hoofd gehouden fez af te zetten,
+gaven de meesten er de voorkeur aan, zich met booze gezichten
+te verwijderen. De dames zaten in een dichte groep bij elkaâr,
+ineengedoken op de stoelen, met de knieën tot de kin opgetrokken. Zij
+steunden op de handen een hoofd met een ongehoorde massa zwart haar,
+dat niet sierlijk was om aan te zien, en stopten zich den mond
+voortdurend vol zoetigheden".
+
+Niettegenstaande dien weinig gekuischten vorm van optreden, waaraan
+het volk gewend was, wist de jonge koning der Hellenen het met hen
+te vinden, werkte zich meer en meer in zijn moeilijke plichten in
+en maakte zich vertrouwd met de meest gecompliceerde verhoudingen,
+zoodat het schip van staat gelukkig voorbij een aantal met vernieling
+dreigende klippen werd gevoerd.
+
+Dat er inderdaad veel van die klippen waren, blijkt uit een terugblik
+op de voornaamste gebeurtenissen van de grieksche geschiedenis in de
+afgeloopen vier tientallen van jaren.
+
+Op de in Mei 1864 voltrokken vereeniging van de Jonische eilanden
+met het moederland volgde twee jaren later de opstand op Kreta,
+die Griekenland voor de ergste verwikkelingen stelde. Eerst in 1881
+zag de koning, die de nationale wenschen steeds met liefde en juist
+begrip kon navoelen en er zooveel mogelijk aan tegemoet kwam, de op de
+aanhechting van Thessalië en Epirus aan Griekenland gerichte hoop van
+zijn volk in zoo ver verwezenlijkt, dat Griekenland een vergrooting
+van grondgebied erlangde van 13369 KM2 met 300.000 inwoners.
+
+Maar het jaar 1886 bracht de blokkade der grieksche havens door
+de vlooten der groote mogendheden. Het jaar 1893 moet met zijn
+staatsbankroet dan verder als een zeer noodlottig jaar worden
+aangewezen en het jaar 1897 leidde tot de oorlogstoestanden, die
+begonnen met de bezetting van Kreta door grieksche troepen. De
+gebeurtenissen voerden, zooals nog allen versch in het geheugen
+ligt, tot de benoeming van prins George tot hoogen commissaris der
+mogendheden op Kreta en tot instelling der internationale financiëele
+contrôle ter bescherming van de bezitters van grieksche staatspapieren.
+
+Men kan van den koning der Hellenen niet anders getuigen, dan dat hij
+gedurende zijn aan zooveel gebeurtenissen rijk bestuur veel overleg
+en veel diplomatiek talent heeft aan den dag gelegd. De zaak van
+het hellenisme heeft echter het allermeest geprofiteerd door zijn
+jaarlijks gehouden groote reizen naar de europeesche hoven, die hem
+in persoonlijke aanraking brachten met de leidende ministers, en die
+door bloedverwantschap met zooveel vorstelijke personen een beslist
+vriendschappelijk karakter hadden.
+
+Er is wel eens wat gebeurd, wat niet had moeten geschieden, maar
+dat was het gevolg van het gebrekkige inzicht, dat het altijd nog
+oppermachtige partijbelang achterstaan moest bij de zaak van het
+algemeen belang.
+
+De grootsche ontwikkeling, die het land op de meest uiteenloopende
+gebieden heeft verkregen, is voor een zeer groot deel verdienste van
+den koning. Zoo heeft hij, met onbuigbare wilskracht, onafgebroken
+gewerkt voor de verheffing van den verwaarloosden landbouw, van
+het schoolwezen, de kunstbeoefening en de wetenschap. Voor dien
+verrassenden vooruitgang van het land pleit ook de omstandigheid,
+dat, terwijl de eerste in Griekenland aanwezige straatweg tusschen
+Athene en den Piraeus in de jaren tusschen 1830 en 1840 van de
+vorige eeuw door beiersche soldaten was aangelegd, tegenwoordig de
+voornaamste plaatsen van eenige beteekenis in Griekenland door een
+flink spoorwegnet aan elkaâr zijn verbonden. De lijn, door de fransche
+Batignolle-maatschappij in aanleg genomen tusschen Athene en Larissa
+nadert mede haar voltooiing.
+
+Koning George behoort ongetwijfeld tot de vlijtige vorsten van
+Europa. Nadat hij tot laat in den nacht aan zijn schrijftafel heeft
+gezeten, staat hij 's winters en 's zomers den volgenden morgen om
+zeven uur op. Bij audiënties legt hij een groote levendigheid aan den
+dag en is in het uitspreken van zijn oordeel bijzonder openhartig,
+terwijl zijn meening altijd doordringt tot de kern der zaak. Zijne
+tot in de kleinste kleinigheden voldoende kennis van zaken is
+verwonderlijk. Dikwijls glijdt in den loop van het gesprek een hem
+eigen ironisch, maar toegefelijk lachje over zijn gezicht.
+
+Bij plezierritten op zijn mooien, zilverkleurigen schimmel beantwoordt
+hij de groeten ook van de eenvoudigste menschen met aantrekkelijke
+vriendelijkheid. Een aanslag op zijn leven heeft niet ontbroken
+onder zijn ervaringen, en van grooten persoonlijken moed getuigde
+toen zijn mannelijk optreden, toen hij in het rijtuig zijn dochter
+met zijn eigen lichaam tegen de kogels trachtte te beschermen.
+
+Er was een eigenaardig piëteitsgevoel in de gewoonte van den koning,
+om op den verjaardag van wijlen zijn vader, koning Christiaan IX van
+Denemarken alle in Athene wonende Denen op een maaltijd ten paleize
+uit te noodigen.
+
+Sedert het jaar 1867 is koning George getrouwd met de russische
+grootvorstin Olga, die zeer godsdienstig is en opgaat in de talrijke,
+door haar in het leven geroepen en steeds met ruime hand onderhouden
+instellingen van weldadigheid. De troonopvolger Constantijn, die een
+voortreffelijk duitsche opvoeding heeft genoten van den tegenwoordigen
+consul-generaal Dr. Lüders, wijdt zich met geheel zijn ziel aan
+zijn groote en moeilijke taak, de reorganisatie van het leger naar
+duitsch model.
+
+Zijn voortreffelijk karakter, zijn ridderlijk wezen en zijn
+vriendelijke aard hebben hem in de harten van het grieksche volk een
+groote plaats doen innemen. Ook de kroonprinses, de zuster van den
+duitschen keizer, is buitengewoon populair. Het kroonprinselijk paar
+woont met de vier kinderen, van wie de oudste prins in aard veel op
+den duitschen keizer moet gelijken, in zijn marmeren slot, gelegen
+aan den Slissos. De tweede zoon van den koning, prins George, is
+regeeringscommissaris op Kreta en heeft nog niet zijn vurig verlangen
+tot vereeniging van Kreta met Griekenland vervuld mogen zien.
+
+De met grootvorstin Helene van Rusland getrouwde prins Nicolaas
+schrijft als overste veel over de krijgskunde, zijn vak bij
+uitnemendheid. Hij is overste bij een artillerieregement en heeft veel
+geschriften van duitsche militaire schrijvers in het Nieuw-Grieksch
+vertaald.
+
+Prins Andreas, de vierde zoon, is met prinses Alice van Battenberg
+getrouwd, en prins Christophorus is pas negentien. Van de beide
+dochters van het koninklijke paar is de met grootvorst Constantijn
+getrouwde prinses Alexandra vroeg gestorven, terwijl prinses Marie
+met grootvorst George getrouwd is.
+
+In het begin van het jaar spreidt het hof in Griekenland veel pracht
+en staatsie ten toon. In het koninklijk paleis hebben dan hofbals
+plaats, die met grooten luister zijn omgeven. Ook de viering van
+den Nieuwjaarsdag heeft met bij zonder veel glans plaats, en de
+gezamenlijke koninklijke familie hoort dan in de metropolitaankerk
+de mis. Er is daarbij altijd een eigenaardige gehechtheid aan de
+traditie als er een wijding plaats heeft in de open lucht, en de
+geestelijkheid zich vertoont in van goud schitterende gewaden.
+
+Om een goede voorstelling te krijgen van Athene's wondersnelle
+ontwikkeling onder koning George, moet men zich herinneren, dat de
+oude Muzenstad Athene nog in de eerste jaren der vorige eeuw niet
+veel meer was dan een puinhoop, waarop hier en daar een cypres en
+een palm verrezen, een aanblik die een droevigen indruk maakte.
+
+De huizenzee, die zich daar nu verheft, schittert in de zon, en de
+stad met meer dan 130.000 inwoners kijkt uit over hoogten en laagten
+met den Piraeus als bloeiende havenstad van 50.000 inwoners.
+
+Het somberste gedeelte van deze stad vol marmeren gebouwen van
+oogverblindende pracht is de psyri, waar de vrouwen den heelen dag
+op de velden eetbare kruiden zoeken tot voedsel voor haar gezinnen,
+waar de knapen voor een vergoeding in eens van 300 tot 500 drachmen,
+het latere uitzet hunner zusters, in dienst treden bij een ondernemer,
+terwijl de mannen dikwijls onder het mes van een zoogenaamden vriend
+in de eene of andere spelonk den dood vinden. In dat donkere Athene
+blijven der politie nog veel geheimen ononthuld. In die psyri woont
+ook het meerendeel der ongeveer 300 zielen tellende joodsche gemeente
+van Athene, in wier synagoge de godsdienst in het Hebreeuwsch wordt
+gehouden, terwijl de joden thuis en bij hun handel Spaansch spreken.
+
+Van de Atheensche bouwresten, die aan de donkerste periode in
+Griekenlands geschiedenis herinneren, toen de vlag van den profeet
+gebiedend over de onderworpen stad waaide, is de laatste moskee het
+interessantst.
+
+Voor dat gebouw gebruikte in het jaar 1750 de toenmalige woiwode
+van Athene een der korintische reuzenzuilen van het Olympieion,
+den geweldigen, door Hadrianus opgerichten tempel. Volgens een
+veelzeggende overlevering klaagden de overige zuilen 's nachts zoo
+lang om de geroofde zuster, tot de woiwode, die gewaagd had, haar
+aan te raken en mee te voeren, voor de losgebarsten volkswoede moest
+vluchten. Verder zijn er overblijfselen te vinden van het paleis van
+den woiwode, dat zich binnen de muren van het gymnasium of renperk
+van Hadrianus breed en forsch verhief, en een turksch bedehuis heeft
+zijn metamorphose moeten beleven in een katholieke kerk, die ligt
+aan de ontgraven ruïnen der romeinsche markt.
+
+De stad en de Attische vlakte worden, om zoo te zeggen, door de
+Acropolis beheerscht en geadeld, door dien burcht, waar de adem van
+grootsche herinneringen en verheven zwaarmoedigheid overheen zweeft,
+en waar de schoonheid op haar snellen, vluchtigen gang door de tijden
+en de volken zich voor een poos neergelaten heeft.
+
+Het meest onweerstaanbaar openbaart zich de bekoring van den Acropolis,
+als de vlammende verlichting van een griekschen zonsondergang zee en
+hemel met een tooverachtig kleurenspel gloeiend overdekt, terwijl
+de stad met haar kerken en torens in dien magischen gloed van de
+dalende zon ligt, en over de attische vlakte en de bergen de bontste
+kleuren sidderen, of als het droomerig zilveren licht der maan over
+de uitgebreide, witte ruïnenwereld wordt uitgegoten en haar hallen
+vervult met den wonderbaarlijksten glans. Als geen geluid de heilige
+stilte verbreekt dan de klacht van den nachtwind, die nu en dan met
+kleine huiveringen over de gevels van 't verwoeste huis van Pallas
+Athene strijkt.
+
+Als doel van pelgrimstochten voor archaeologen uit alle deelen der
+wereld werd deze verheven rots reeds dikwijls uitgekozen, maar in de
+lente van het vorige jaar was zij dat voor allen samen, toen in het
+Parthenon de eerste internationale archaeologenbijeenkomst plaats had,
+een congres dat vooral aan de warme belangstelling van den koning
+zijn ontstaan te danken had.
+
+Het grieksche volk weet, wat het zijn koning heeft te danken;
+het waardeert in hooge mate diens verdiensten voor de zaak van het
+Hellenisme en daarom is het niet te verwonderen, dat het hem liefde
+en vereering toedraagt.
+
+
+
+
+In Roemenië.
+
+Naar het Fransch van Th. Hebbelynck.
+
+
+
+I.
+
+Van Boeda-Pest naar Pétrozény.--Een stukje geschiedenis.--Het dal van
+de Jiul.--De Bojaren en de Zigeuners.--De markt van Targa Jiu.--Het
+klooster Tismana.
+
+
+"Zijn de heeren ingenieurs?"
+
+"Pardon, mevrouw."
+
+"Inspecteurs van het boschwezen?"
+
+"Ook dat niet; wij zijn gewone reizigers."
+
+"Toeristen? Hier in Roemenië, en zonder dat er eenig voordeel van te
+halen is?"
+
+"Geen ander dan de voldoening, interessante zeden en gebruiken waar
+te nemen, een mooi land te bewonderen en er aangename herinneringen
+uit mee te nemen."
+
+Zoo ongeveer werden wij op een dag ondervraagd door een deftige dame,
+vrouw van een roemeensch generaal, die op een bekoorlijk plaatsje
+midden in het bergland van Walachije en villégiature was. Uit het
+gesprek blijkt wel, dat de toeristen tot nu toe Roemenië nog onbezocht
+hebben gelaten, en dat noch de Alpenclub, noch de agentschappen van
+Cook beslag hebben gelegd op de mooie bosschen van de Karpathen en
+de schilderachtige dalen, die van daar naar de Donau loopen.
+
+Wij deden onze reis in de maand Augustus 1901. Eerst hebben wij het
+nog primitieve gedeelte van Roemenië doorreisd, dat tot in deze laatste
+jaren bijna precies gelijk gebleven is, als het twintig eeuwen geleden
+was en dat te vinden is in de bergstreken van Walachije. Vervolgens
+hebben wij een bezoek gebracht aan het moderne Roemenië, dat een
+industrieel land is, tegelijk met het nieuwe régime ontstaan en
+waarvan Boekarest de ziel is en het middelpunt.
+
+De kunst heeft in Roemenië door de eeuwen heen slechts zeer zwakke
+sporen achtergelaten. Alle oude herinneringen, die men zou verwachten
+in een door de Romeinen gekolonizeerd land, zijn vernietigd geworden
+door den stroom van barbaren, die telkens over deze provinciën werd
+uitgegoten in de volgende twaalf eeuwen en die alles heeft weggevaagd
+en meegenomen. Alleen een paar kloosters, die in de Middeleeuwen onder
+de vorsten of woiwoden gebouwd werden en waarvan dat van Curte de Arges
+het beroemdste is, trekken tegenwoordig nog de aandacht. Maar de groote
+aantrekkelijkheid voor den reiziger is gelegen in het landschap, dat
+dikwijls grootsch en altijd poëtisch is, verder in de originaliteit
+der kleederdrachten en in de zeden der bewoners.
+
+Wij vertrekken van Boeda-Pesth naar ons doel. Die stad, de heerlijke
+hoofstad van Hongarije, neemt sedert 1896 een plaats in onder de
+schoonste steden van Europa. Er werd in dat jaar door een schitterende
+tentoonstelling en door de inwijding van veel monumentale gebouwen
+o.a. het Parlementsgebouw feest gevierd ter eere van het duizendjarig
+bestaan van Hongarije. Het was tien eeuwen geleden, dat de Magyaren
+onder Arpad het land vermeesterden.
+
+Bij het verlaten van Boeda-Pesth voert de trein ons door de
+vruchtbare vlakten van Hongarije, tusschen velden van blonde maïs,
+die eindeloos ver zich uitstrekken. Reusachtige bergen van koren zijn
+om de boerenhoeven gegroepeerd, waar dorschmachines aan het werk zijn,
+en waar men groote scharen arbeiders en arbeidsters, in 't wit gekleed,
+bezig kan zien. Verderop zagen wij tallooze kudden ossen met groote,
+wijd uitstaande horens; daarna varkens met lang krullend, zijdeachtig
+haar, die er onder zulk een vacht allerkoddigst uitzagen en die men,
+in de verte gezien, voor schapen zou houden.
+
+In die hongaarsche vlakten kregen wij in de buurt van Arad voor
+de eerste maal tamme buffels onder de oogen. Terwijl de ossen
+in melancholieke stemming in de wei liepen, waren de buffels met
+welbehagen bezig, een bad te nemen in het lauwe water der rivier. Die
+dieren worden op hoogen prijs gesteld in Hongarije en Roemenië. Hun
+melk is uitstekend; ze zijn gehard tegen vermoeienis, kunnen even
+goed als ossen worden gespannen voor de karren en wagens der boeren,
+maar zijn uiterst gevoelig, zoowel voor warmte als voor koude, hebben
+in den zomer zeer veel noodig en moeten in den winter in speciaal
+voor hen bestemde stallen een onderkomen vinden. In Transsylvanië en
+in Roemenië, waar de winters streng zijn, stalt men ze dan ook onder
+de boerenhuizen in goed beschutte kelders.
+
+Dit gedeelte van Hongarije, het gebied der poeszta's, is zeer dun
+bevolkt; maar de grond is er wel vruchtbaar en wordt goed bebouwd. De
+boerenhoeven zijn niet talrijk, maar er behooren uitgestrektheden
+land bij. Men doet er aan den grooten landbouw in elken zin des woords.
+
+Maar daar zijn we bij de grenzen van de vlakte: we naderen de wouden
+van Transsylvanië. Te Piski, waar wij onze eerste indrukken krijgen
+van de woeste bergbewoners, die wij eenige dagen lang van dichtbij
+zullen kunnen waarnemen, verlaten wij den grooten weg, om in het
+echte bergland door te dringen en dat deel der zuidelijke Karpathen te
+bestijgen, dat in zijn geheele lengte slechts één enkelen natuurlijken
+doorgang biedt, namelijk de IJzeren Poort. Hoe hooger men komt, des
+te armoediger zien de boerenhuizen eruit. Het zijn allen huizen van
+leem, gedekt met wat riet of droge maïsstengels, en gegroepeerd om
+sjofele kerken, geheel van hout opgetrokken. Weldra verdwijnt ieder
+spoor van menschelijke woningen, en de weg neemt een echt grootsch
+karakter aan. Het leek wel een chaos, waar wij doorheen moesten.
+
+De eene tunnel volgde op den anderen, en tegen de hellingen der rotsen
+waren met groote koenheid wegen in de bergen uitgehouwen. Het is
+avond geworden, als wij stil houden op enkele schreden afstands van
+de roemeensche grens in een gebied, waar steenkolen gevonden worden,
+en waar zich rotsen van 2500 M. verheffen. Wij zijn te Pétrozény. De
+stad ligt op eenigen afstand van het station. Slechts twee of drie
+fiacres, die dadelijk bezet zijn, staan er ter beschikking van de
+reizigers, en als een onbekende niet de buitengewone beleefdheid had
+gehad, om zeer gracieus zijn rijtuig aan te bieden, zouden wij den
+weg te voet hebben moeten gaan.
+
+Twintig minuten, in vluggen draf door onze paarden afgelegd, en daar
+zijn we op het groote plein tegenover het voornaamste hôtel van de
+plaats, waar een vroolijk concert wordt gegeven ten genoegen van de
+élite der inwoners.
+
+Tegen twee uur in den morgen worden wij met schrik wakker door geroep
+en kreten van wanhoop. Een reuzenvlam stijgt boven het groote plein
+omhoog. Een zigeunertent, tegen het hotel aangebouwd, is aan het
+branden.
+
+Reeds wordt de achtertrap van het hôtel bedreigd, en het personeel
+stapelt, zonder er aan te denken, dat de reizigers gewekt moeten
+worden, de corridors vol met kasten, matrassen en tapijten. Met
+groote moeite banen wij ons een weg er doorheen, om het binnenplein
+te bereiken, waar wij veilig zijn voor de hitte van het vuur.
+
+De bevolking van Pétrozény is voor een groot deel roemeensch. Maar
+daar het een industriëele stad is, zijn een menigte vreemde elementen
+zich onder de oorspronkelijke bevolking komen mengen. Daarom ziet
+men er naast de frissche en sierlijke roemeensche kleederdrachten
+een menigte menschen, wier kleeding van geen bepaalde nationaliteit is.
+
+Het stadje is in 't minst niet origineel. Huizen van steen en andere,
+van leem opgetrokken, wisselen met houten huizen af, en uit elken
+gevel steken palen naar buiten, waaraan allerlei zaken heen en weer
+schommelen, hier een uithangbord, daar schapenhuiden, braadpannen,
+worsten, zelfs hemden. Het is een echte étalagewedstrijd.
+
+Pétrozény heeft een onzindelijk voorkomen. De bewoners hebben geen
+andere coquetterie dan die van hun gesteven wit linnen. Bij de mannen
+zijn broek en overhemd van verblindende witheid, en de vrouwen dragen
+onberispelijke jakjes en sluiers. Alleen de Zigeuner veroorlooft
+zich linnen van twijfelachtige tint, en ik acht het niet onmogelijk,
+dat hij zijn onderkleêren pas aflegt als zij het afleggen, dat is,
+als ze in lompen uiteenvallen. Het inwendige der woningen ontbeert
+alle gerief. Deze menschen kennen zoo weinig behoeften, dat zij
+volstrekt geen begrip hebben van de rechtmatige eischen der weinige
+vreemdelingen, die onder hen verzeild raken.
+
+Het marktplein vertoont een zeer eigenaardige soort van drukte. Men
+krijgt den indruk van op een groote boerderij te zijn. De ganzen en de
+varkens hebben er burgerschapsrechten; de laatste zijn er in allerlei
+verscheidenheden. Er zijn witte, zwarte en rossige in allerlei nuances
+en allerlei grootte, naarmate zij tot het moldavische of servische
+ras behooren, of moerasvarkens zijn, zooals men zooveel aantreft in
+de buurt van de Donau. Die belangwekkende dieren leven in vrijheid
+en zoeken eikels in de naburige eikenbosschen, waarmee de naburige
+hoogten bedekt zijn.
+
+Volgens de statistische opgaven van het Ministerie van Financiën
+bestond de bevolking van Roemenië in 1894 uit vier millioen
+inwoners. Maar de berekeningen van den heer Stoerdza, die, naar men
+zegt, nauwkeuriger zijn, komen voor dienzelfden tijd tot 6100000
+inwoners.
+
+De geschiedenis van het roemeensche volk is die van een ongelukkige
+natie, die door onderdrukking, oorlogen en lijfeigenschap alle
+initiatief heeft verloren, een volk, welks verstand en wilskracht
+afgestompt zijn onder de eeuwenlange heerschappij der Turken.
+
+Het tegenwoordige Roemenië, dat is Walachije, Moldavië en Dobroedsja,
+neemt de plaats in van het oude Dacië, dat door Trajanus op het eind
+der eerste eeuw van de christelijke jaartelling veroverd werd. Daar
+het land zeer dun bevolkt was ten gevolge van de vele oorlogen, bracht
+Trajanus er romeinsche kolonisten heen, die zich vermengden met de
+oorspronkelijke bevolking en het nog tegenwoordig bestaande ras der
+Daco-Romeinen of der Roemenen deden ontstaan. Later trekken Gothen,
+Hunnen, Bulgaren, Hongaren, Tartaren beurtelings door het oude Dacië,
+dat zij verwoesten en plunderen, en terwijl veel van die Daco-Romeinen
+over de Karpathen gaan en in Transsylvanië een schuilplaats vinden,
+stemt de andere helft van de jonge natie er na een wanhopigen strijd
+in toe, het terrein, dat zij den anderen niet weer kan afhandig maken,
+voortaan met hen te deelen.
+
+In de 13_de_ eeuw overvallen de Tartaren Hongarije en
+Transsylvanië. Vluchtend voor hun barbaarsche horden, besluiten de
+Daco-Romeinen, die in Transsylvanië een toevlucht hadden gezocht,
+tot een nieuwen uittocht. Zij trekken opnieuw de Karpathen over en
+keeren naar hun vroeger vaderland terug. Radu-Negru, dat is Rudolf de
+Zwarte, hoofd der kolonne van Togaras, vestigt zich te Kampolung en
+wordt de eerste woiwode van Walachije, terwijl een ander hoofd, Bogdan
+geheeten, zich laat uitroepen tot woiwode van Moldavië. Zoo ontstonden
+de beide onafhankelijke romaansche of roemeensche vorstendommen,
+maar de onafhankelijkheid was niet van langen duur.
+
+In 1393 wordt Walachije en in 1511 Moldavië een vazalstaat van de
+Turken. In den aanvang worden die provincies geregeerd door inlandsche
+hoofden onder de suzereiniteit van de sultans in Byzantium; maar in
+de 18_de_ eeuw zonden dezen er vreemde vorsten heen, gekozen uit de
+machtige grieksche financiers van Konstantinopel. Dat is de tijd der
+Fanarioten van 1716 tot 1822. Zij heeten naar Fanar, een wijk van het
+oude Konstantinopel, waar na de verovering door de Turken de Grieken
+bleven wonen. Bij hun troonsbestijging moesten de fanariotische
+vorsten buiten de gewone jaarlijksche schatting nog een belangrijke
+som aan de Porte opbrengen. Van toen af ging de bevolking gebukt
+onder zware lasten, en terwijl zij in naam haar vrijheid behield,
+werd zij op onmenschelijke wijze uitgezogen.
+
+In 1820 echter werd de Roemeniër het juk moede; hij ontwaakte uit zijn
+dofheid en stond op tegen den sultan, eischend met een geestkracht,
+waartoe men hem niet in staat zou hebben geacht, zijn eigen inlandsch
+bestuur terug te erlangen, hetgeen geschiedde. Die vorsten wisten het
+nationaal gevoel te doen herleven, en na den Krimoorlog verwierven zij
+voor de roemeensche provinciën een betrekkelijke onafhankelijkheid,
+gewaarborgd door de mogendheden, die het verdrag van Parijs in 1856
+hadden geteekend.
+
+De vereeniging der provinciën werd in 1861 afgekondigd, en kolonel
+Couza werd tot vorst gekozen onder den naam Alexander-Jan I. Samen
+met zijn ministers kondigde hij tegelijkertijd de secularisatie van
+de kloosters af, die een vierde deel van al het grondgebied bezaten,
+en de afschaffing der slavernij van de boeren. Maar in 1866 werd hij
+gedwongen, afstand te doen van den troon, en de Kamers riepen, nadat
+zij tevergeefs een beroep hadden gedaan op Zijne Hoogheid den graaf van
+Vlaanderen, prins Karel van Hohenzollern tot vorst van Roemenië uit.
+
+Bij zijn troonbestijging moest alles van voren af aan worden
+opgebouwd. De steden leverden een schouwspel van volslagen armoede
+op. Overal heerschten omkooping en diefstal. De vorst hield zich dan
+ook van het begin af bezig met de reorganisatie van de verschillende
+takken van staatsdienst, en in 1877, tijdens den turksch-russischen
+oorlog, was Roemenië reeds met groote schreden vooruitgegaan en kon
+een machtige steun zijn voor Rusland.
+
+Het werd maar kaaltjes beloond voor zijn edelmoedige hulp. Men
+gaf Dobroedsja met de haven Constanza; maar in ruil moest Roemenië
+dat deel van Bessarabië afstaan, dat in 1856 verkregen was, en waar
+Rusland al sinds langen tijd een begeerig oog op hield gevestigd. Het
+is waar, dat tevens de volledige onafhankelijkheid van Roemenië door
+de verschillende europeesche staten werd erkend, en in 1881 verkreeg
+vorst Karel van Hohenzollern den titel van koning van Roemenië.
+
+In dit geschiedverhaal wordt de uittocht van Fogaras door verschillende
+schrijvers tegengesproken. Zij houden vol, dat Radu-Negru slechts een
+legendarische persoonlijkheid is. Volgens hen zouden Tugomer Bassarab,
+die een dynastie in Walachije stichtte en zijn zoon Alexander Bassarab,
+die het volk van herders in een zelfbewuste, onafhankelijke natie
+herschiep, de grondleggers van den staat zijn.
+
+Wij betreden Walachije langs den nieuwen weg, die door de Karpathen
+leidt en te Targu Jiul uitkomt. Daarna, als wij ons successievelijk
+hebben opgehouden in de kloosters van Tismana, Horezu, Curtea de Arges
+en Kampolung, begeven we ons naar Boekarest, de hoofdstad van Roemenië,
+van waar we een bezoek zullen brengen aan het petroleumgebied van
+Doftana en aan de mijnen van steenzout van Slanic. Wij zullen den
+tocht besluiten met Sinaïa, de poëtische residentie van Roemenië's
+souvereinen.
+
+Tegenwoordig reist men in Roemenië nog per victoria, met twee, drie
+of vier paarden bespannen. Onder de kap is een ruime bergplaats voor
+alles, wat men kan noodig hebben onderweg, en er hangt een emmer aan,
+om den paarden te drinken te geven, want al die dingen kan men onderweg
+niet krijgen. De zak met maïs, waaruit de paarden gevoerd worden, die
+maïs in plaats van haver krijgen, bevindt zich naast den koetsier. De
+laatste neemt ook rijkelijk voorraad mee en is dan eindelijk wel zoo
+goed, uwe bagage op te laden.
+
+De paarden zijn vlug en opgewekt en bestand tegen groote
+vermoeienis. Zij leggen 80, soms zelfs 100 kilometer per dag af en 10
+kilometer per uur. De koetsiers hebben een eigen, bijzondere manier
+van hen aan te zetten, door de zweepslagen te doen vergezellen door
+woeste, zeer eigenaardige geluiden.
+
+Voor vijf-en-twintig jaar was de victoria in het land onbekend; men
+reisde enkel met de _birdj_, het nationale voertuig, dat nu nog bij
+de boeren in gebruik is. Het is een kist van houten latten zonder
+veêren op vier wielen, aan de achterzijde is de onvermijdelijke bak
+voor berging en een groote huif is er overheen gespannen, ondersteund
+door breede hoepels. Door een smalle, lage opening stapt men er binnen
+en heeft daar dan als zitplaats zijn eigen bagage of een hoop hooi.
+
+Het dal der Jiul, dat bij 't vertrek uit Pétrozény voor ons open ligt,
+werd langen tijd voor volkomen onbruikbaar gehouden, want zelfs de
+bergbewoners beschouwden het als onbegaanbaar, en om over dit deel
+der Karpathen heen te komen, gaven zij nog ondanks de hinderpalen van
+allerlei aard, de voorkeur aan het ruwe pad over den Vulkaan-pas. Maar
+door groote en vernuftige werken, voor 't meerendeel aangelegd door
+belgische ingenieurs, loopt er thans een der mooiste wegen door en
+een der veiligste uit de zuidelijke Karpathen.
+
+Men rijdt er door een nauwe spleet, met aan beide zijden hooge bergen,
+die van boven volkomen kaal zijn en die in de lagere gedeelten met
+groote, nog niet geëxploiteerde bosschen zijn bedekt, waardoor de
+bergen een prachtig maar somber aanzien krijgen. Heel in de diepte van
+de kloof stuwt de hongaarsche Jiul, gevoed met de roemeensche rivier
+van dien naam, haar onstuimig water tusschen al de hindernissen door,
+die in de rotsachtige bedding in den weg komen. Nu eens in het nauw
+gebracht tusschen rotswanden, schuimt en bruist en springt de rivier
+voort; dan weer breidt zij zich rustig uit te midden van het groen,
+dat tot het water voortloopt.
+
+Soms is de rivier zoo woedend, dat zij een stuk van den nieuwen,
+met groote kosten aangelegden weg met zich mee sleurt. Men kan in
+West-Europa zich geen denkbeeld maken van dat snelle wassen der
+rivieren, en het komt niet alleen in de lente voor, als de sneeuw op
+de bergen smelt, maar ook in het hartje van den zomer.
+
+De weg is wel niet te vergelijken bij de wonderschoone wegen in
+Zwitserland, maar hij roept de herinnering wakker aan de mooiste dalen
+van Schwarzwald en Jura en heeft nog woester, grootscher karakter.
+
+Dicht bij den uitgang van het dal staat in een omheinde ruimte het
+nederige klooster Naïch. Dat witte kloostertje, waarvan het aardige
+kerkje met de driedeelige vensters van buiten aan alle kanten met
+mooie fresco's is versierd, wordt op 't oogenblik nog door enkele
+monniken bewoond.
+
+Weldra worden de bergen lager en staan verder uiteen. De Jiul, die
+niet langer door rotsen beperkt wordt, stroomt door een bedding, die
+tienmaal te breed is voor haar wateren, en de wouden verdwijnen, om
+plaats te maken voor gewoon bouwland. Eerst nadat wij dertig kilometer
+hadden afgelegd, ontdekten wij enkele houten huisjes met puntige daken
+op zijn Turksch en bedekt met planken van berkenhout. Hoe armoedig ze
+ook mogen wezen, alle huisjes zijn van elkander afgescheiden en zijn
+door een schutting omgeven. In Roemenië zijn, evenals in de meeste
+oostersche landen, levende hagen onbekend. Men maakt afsluitingen
+van planken of palen, van doode takken of van rijswerk. Die kleine
+boerenhoeven hebben, al zien ze er ook nog zoo ellendig uit, toch een
+echte verbetering gebracht in het lot van den Roemeniër. Hij heeft
+thans een eigen huis, een stal, een maïszolder, een varkenshok, terwijl
+hij te voren eeuwen lang onder de heerschappij der Bojaren gewoond
+heeft in holen, die twee meter diep in den grond waren uitgegraven
+en onder een dak van rijswerk met aardkluiten belegd. Voor elk van
+deze woningen ligt nu een veranda, waar het gezin des zomers slaapt,
+omdat de groote hitte het huis van binnen onbewoonbaar maakt. Des
+avonds worden er matrassen en dekens neergelegd, die 's morgens weer
+worden weggenomen.
+
+Oudtijds wilde een vroom gebruik, dat ieder boer vóór de deur van zijn
+huis een schotel met water plaatste ten gebruike der voorbijgangers
+en der reizigers; tegenwoordig ziet men vóór elke hoeve een pomp,
+waarbij ieder naar welgevallen zijn dorst kan lesschen.
+
+De monumentale deur, die de omheining afsluit, is een der sieraden
+van een roemeensch huis; men vindt zoo'n deur overal, bij de
+grootste, zoowel als bij de kleinste hoeven, bij de villa's en bij
+de kloosters. Die deuren zijn op eigenaardige en soms zeer artistieke
+wijze uitgesneden.
+
+De Bojarenheerschappij werd eerst in het land gevestigd op het
+eind der 14_de_ eeuw. Radu of Rudolf XIV kwam, met den steun van
+den griekschen patriarch Niphon, op het denkbeeld een adelstand in
+het leven te roepen op het voorbeeld van den byzantijnschen adel en
+veranderde de hofambten zóó, dat ze recht gaven op adellijke titels.
+
+Dit was de aanleiding tot het ontstaan van den stand der Bojaren. Later
+kwam onder de Fanarioten een stroom van grieksche avonturiers het land
+binnen, in het gevolg der vorsten, die hen bij voorkeur tot eereambten
+riepen. Zoo ontstond er in het land zelf een vreemde aristocratie, een
+lage, verdorven, winzuchtige klasse, die de inboorlingen onderdrukte
+en ze onbeschaamd uitmergelde. Die nieuwe adel was erfelijk tot in
+het tweede geslacht.
+
+Elke Bojarentitel gaf recht op een zeker aantal boeren, die alleen aan
+hun heer belasting hadden te betalen. Zestig duizend gezinnen werden
+aldus in den dienst der Bojaren gesteld. Die ongelukkige landbouwers,
+hoewel niet precies gebonden aan den grond, hadden niet het recht,
+van heer te veranderen en mochten hun grond alleen verlaten met
+toestemming van den eigenaar.
+
+"Nog in 1856", zegt Elisé Reclus, "waren 5 à 6000 Bojaren heeren
+en meesters van het land en zijn bewoners. Maar er bestond groote
+ongelijkheid onder hen; de meesten waren slechts kleine grondbezitters,
+terwijl 70 vazallen in Walachije en 300 in Moldavië met de kloosters
+bijna al den grond onderling hadden verdeeld.
+
+In 1864 kwam er, met de secularisatie van de kloosters, ook een einde
+aan de lijfeigenschap der boeren. Elk gezin verkreeg een stuk land,
+afwisselend tusschen 3 en 6 H.A., naar gelang het één koe hield,
+twee ossen en een koe, of vier ossen en een koe. De hectare werd hun
+eigendom tegen den prijs van 60 gulden, betaalbaar aan den staat in
+vijftien jaarlijksche aflossingen.
+
+Het aantal boeren, dat op die manier land in bezit kreeg, steeg in
+'t begin tot 450000, maar in 1880, toen er een nieuwe verdeeling van
+den grond door den staat plaats had, kwamen er nog 100000 bij.
+
+Ondanks die hervorming behooren de groote bronnen van rijkdom nog aan
+den staat en de oude Bojaren. De staat exploiteert namelijk zelf de
+onuitputtelijke zoutmijnen, hij is eigenaar van de petroleumhoudende
+terreinen; voor het grootste deel zijn de bosschen, die een vijfde van
+het grondgebied bedekken, in zijn bezit. Wat de Bojaren betreft, zij
+hebben enorme eigendommen in handen, hun door de woiwoden afgestaan,
+en waarvan de uitgestrektheid van 4 tot 8000 H.A. bedraagt.
+
+Die eigendommen kunnen niet dan in hun geheel verkocht of vervreemd
+worden; de wet verbiedt hun verbrokkeling. Buitendien is door art. 7
+der grondwet bepaald, dat vreemdelingen geen vaste goederen in Roemenië
+mogen bezitten. Zij kunnen niettemin van een Roemeniër erven; maar in
+dat geval heeft de staat het recht, hen te verplichten hun bezittingen
+te verkoopen, tenzij ze zich laten naturaliseeren. Dat kan geschieden
+bij Parlementsbesluit na tien jaren verblijf in het land. Er zijn
+nog andere verzachtingen van de bepalingen, die op vreemdelingen
+betrekking hebben. Zoo kunnen ze bijvoorbeeld huizen bezitten in de
+steden, en er bestaat plan, om de verkrijging van vaste goederen
+mogelijk te maken voor buitenlandsche maatschappijen, in geval de
+meerderheid der aandeelhouders uit roemeensche burgers bestaat.
+
+De wijze, waarop die groote bezittingen worden geëxploiteerd is nog
+al eigenaardig. Op een vastgestelden dag roept de burgemeester de
+gezinnen uit zijn dorp op en verdeelt onder hen, tegen een dikwijls
+belachelijk laag loon, de gronden, die bebouwd moeten worden. Het
+loon wordt vooruit betaald, maar de geheele oogst valt toe aan den
+eigenaar. Behoef ik nog te zeggen, dat de ongelukkige boeren, die
+vroeger zoo slecht behandeld werden, dat tegenwoordig nog worden? In
+vele gevallen worden ze lomp bejegend en zelfs wel geslagen.
+
+Verscheiden oude Bojaren, vooral in Moldavië, besturen zelf de
+landbouwondernemingen op hun goederen en hebben uitgebreide corpsen
+arbeiders in het werk, terwijl zij tien maanden van het jaar er
+wonen. Maar in het hartje van den winter gaan ze reizen en gaan hun
+inkomsten te Boekarest, Weenen en Parijs verteren.
+
+Op den weg van Targu Jiul komen wij groote wagens tegen. Zeven of
+acht paar ossen, het eene paar achter het andere en bestuurd door
+in het wit gekleede boeren, trekken landbouwmachines en zware karren
+met nieuwerwetsche artikelen voor den modernen landbouw. Vroeger ging
+het dorschen in Roemenië met behulp van ossen, die het koren op den
+dorschvloer trapten. Tegenwoordig is de dorschmachine er doorgedrongen,
+en de kleine eigenaars vereenigen zich, om samen stoomdorschmachines
+te koopen.
+
+Mannen en vrouwen te paard gaan naar de stad; spiernaakte kinderen
+vluchten bij onze nadering. De dorpen worden grooter; de huizen
+zijn netter onderhouden, en op de palen van de afsluitingen staan
+allermerkwaardigste potten en vazen omgekeerd, om uit te lekken en
+te drogen. Aardewerkfabricatie is inderdaad een der belangwekkendste
+takken van de roemeensche klein-industrie. Er worden zelfs markten
+van aardewerk gehouden, en men vraagt zich af, hoe de Roemeniërs zoo'n
+oneindige verscheidenheid van gebruiksvoorwerpen kunnen aanwenden.
+
+Bij den ingang der stad waren geheele gezinnen aan den wegrand gezeten,
+in een kring op den grond gehurkt in volkomen sans gêne. Zedigheid is
+waarschijnlijk niet de hoofddeugd der roemeensche boerinnen; misschien
+ook bestaan er daar andere begrippen op dat punt dan bij ons, en het
+is waar, dat hoe meer men het Oosten nadert, des te inschikkelijker
+wordt men voor het déshabillé.
+
+Wij zijn te Targu Jiul, de eerste belangrijke plaats in Roemenië. Het
+is een stad van 3000 inwoners, waar een school in aanbouw de aandacht
+trekt, omdat zij als modelschool aangewezen wordt.
+
+Het hôtel, waar wij afstappen, ziet er zeer goed uit en, hoogst
+aangename verrassing, de eigenaar spreekt Fransch. Maar wij moeten nu
+kennis maken met de roemeensche keuken! O, die roemeensche keuken! Zure
+soepen, waar een half dozijn sardines in drijven. Is dat niet iets,
+om u op slag den gretigsten eetlust te benemen?... Geen roastbeef,
+noch biefstuk.... Runderen worden niet geslacht; zij dienen enkel als
+trekdieren. Varkens loopen op straat rond, maar ze worden evenmin
+geslacht, in den zomer ten minste niet, onder voorgeven, dat het
+vleesch maar twee of drie dagen goed blijft. Kippen krijgt men meer
+dan genoeg, maar die welke ons aan tafel werden voorgezet, zijn
+magere beestjes, zoo hard gebraden, dat ze bijna geheel uitgedroogd
+zijn. Schapenvleesch, trossen gekookte maïs en een gerecht, dat
+koukouroute heet, schijnen de meest aanbevelenswaardige onderdeelen
+van 't menu.
+
+In de hôtels eet men met muziek. Als gij een orkest van Zigeuners
+treft, hoort ge woeste, heftige, hartstochtelijke muziek; hebt ge een
+roemeensch orkest, dan blijven vuur en gloed achterwege, om plaats te
+maken voor klacht en melancholie. Het is om te schreien, zoo droevig;
+'t is in muziek omgezette smart.
+
+Midden in den nacht worden wij gewekt door een hevig onweêr, zooals
+er bij ons zelden voorkomen. Het is een opeenvolging van lange,
+witachtige bliksemstralen, uitgaande van alle punten van den horizon
+tegelijk en, in éénen door, de markt en de straten der stad met licht
+overstroomend. Tegelijkertijd storten de watervallen van den hemel
+op de aarde neer, en de straten worden tot ware rivieren. 's Morgens
+waren de straten weer droog, en de lucht was zuiver en geurig.
+
+Niettegenstaande den nachtelijken storm was van vier uur af de
+markt, die tegenover ons hôtel werd gehouden, buitengewoon druk en
+levendig. Men kan zich niets aardigers en schilderachtigers denken dan
+die markten, waar de bewoners uit de naburige dalen samenkomen. Die
+laatsten komen naar de stad in met een paar ossen bespannen karren,
+of op den rug van een muilezel, door de vrouwen bereden op dezelfde
+wijze als door de mannen. Zij hebben vaak een reeks van een vijftiental
+bijeengebonden kippen bij zich, die er erbarmelijk uitzien. Enkele
+vrouwen komen op de markt met leêge handen; maar met zeer gevuld
+jakje. Als ze ter plaatse zijn, steken ze de hand vóór in hun
+halfgeopend gewaad, dat daar trouwens altijd voor zak dient en halen
+er, 't zij een kip, 't zij een eend uit; ik heb er zelfs gezien,
+die uit die bergplaats een speenvarkentje voor den dag haalden,
+dat daarna moederlijk in de armen werd gedragen.
+
+Doch het origineelste zijn zij, die uit de stad terugkeeren met de
+meest uiteenloopende voorwerpen in haar geïmproviseerden zak. Die
+hangt dan zwaar omlaag op den boezelaar, en maakt bij elke schrede een
+rinkelend geluid van aardewerk of men hoort er den triomfkreet van een
+haan uit opstijgen, die op de markt een koopster heeft gevonden. De
+vrouwen staan of zitten er langs de trottoirs met haar koopwaar vóór
+zich. De verkoop van de producten is niet zeer winstgevend. Men betaalt
+30 centimes voor een kip, 10 centimes voor vier eieren, en 15 centimes
+voor vier liter wijn. Toch zien ze er niet uit, of ze gebrek lijden. Ze
+zijn vroolijk en vriendelijk en gaan naar de markt als naar een feest.
+
+Haar kleeding, van onberispelijke netheid, is tevens niet
+onelegant. Zij dragen een zeer wijd linnen hemd, versierd met
+borduursel van blauwe en roode wol. Vóór en achter wappert een
+boezelaar, de catrinza, van wol met breede strepen. In andere plaatsen
+hullen ze zich bij wijze van japon in een stuk geweven stof, die zeer
+stijf is en rijk versierd met motieven in kleuren. De jonge meisjes
+loopen altijd blootshoofds met een op den rug hangende vlecht. Alleen
+de getrouwde vrouwen dragen over het hoofd en de schouders een sluier
+van zeer lichte stof en in enkele steden hebben zij een mannenhoed op,
+die niet zeer gracieus staat.
+
+De kleeding van de mannen herinnert aan de oude dracht der Daciërs,
+zooals zij op de Trojanus-zuil is weergegeven. Zij bestaat uit een hemd
+van grof linnen, om het middel bevestigd met een breeden leêren gordel,
+die voor zak dient. Onder het hemd wordt de linnen broek gedragen,
+gewoonlijk sluitend van de knie tot den enkel.
+
+De Roemeniër uit het laagland, vooral de Walach, heeft zwarte oogen,
+een gebronsde tint en een zacht, sterk sprekend gezicht. Nog in onze
+dagen vertoont hij de sporen van het droevig lot, dat hij zoo lang
+heeft moeten dragen. Hij is tegelijk beschroomd, geduldig, bijgeloovig
+en fatalistisch.
+
+Al vroeg in den morgen wacht onze met drie paarden bespannen victoria
+aan de deur van het hôtel, en na ons van mondvoorraad voor den dag
+te hebben voorzien, gaan wij op weg naar Tismana.
+
+Het landschap, waar we door rijden, is zeer schilderachtig. Op dichte
+groepen hoog eiken hakhout langs den weg volgen de groote wouden,
+reuzenbosschen, waar de boomen prachtige afmetingen erlangen. De dorpen
+zijn armoedig en vuil, en het geeft een bedrukkend gevoel, te rijden
+door die vruchtbare dalen der Karpathen, en te constateeren, dat er
+alle sporen van werkzaamheid ontbreken. Maar de arme heeft in dit land
+bijna geen behoeften; hij heeft maïs in huis en uien en brood, een brok
+zout en kaas, en hieraan heeft hij genoeg. Het bosch levert hem hout
+en zijn kleêren worden thuis door de vrouwen gesponnen, geweven en
+genaaid. Elke woning heeft dan ook haar weefgetouw. Van hennep wordt
+het grove linnen gemaakt, waaruit in hoofdzaak kleederen van mannen
+zoowel als van vrouwen zijn vervaardigd. Gesponnen wol dient voor het
+maken der lakensche mantels voor de boeren en voor huishouddekens. Met
+meekrap of lakmoes gekleurd, dient die wol ook voor het weven van de
+veelkleurige boezelaars, die de vrouwen dragen en voor de versiering
+van de linnen hemden met allerlei curieuse en artistieke borduursels.
+
+Ik kan hier nog bijvoegen, dat tot op den leeftijd van zes à zeven
+jaar de meeste kinderen geheel naakt loopen, wat practisch en zuinig
+moet heeten. Des avonds alleen trekt men hun een hemdje aan tegen de
+koude van den nacht.
+
+Vlak bij Tismana ontmoeten wij talrijke groepen, los en vrij op
+den grond gelegen vóór hun deuren. Als bij instinct staan ze op,
+als ze ons zien naderen en blijven staan als teeken van eerbied,
+tot we voorbij zijn. Die groepen zijn voor 't meerendeel Zigeuners.
+
+De oorsprong van dit eigenaardige ras is lang een punt van strijd
+gebleven. Het schijnt tegenwoordig vast te staan, dat ze uit Hindostan
+afkomstig zijn. Oude charters, die te Tismana teruggevonden zijn,
+spreken al van Zigeuners, die in de 14de eeuw in slavernij naar
+Walachije werden gekracht.
+
+Werkelijk zijn de Zigeuners in Roemenië eeuwen lang in een toestand
+van smadelijke dienstbaarheid gehouden, terwijl ze overal elders reeds
+de vrijheid hadden gekregen. Zij bleven het eigendom van den staat,
+de Bojaren en de kloosters tot 1827, het jaar van hun bevrijding. Hun
+aantal is betrekkelijk gering; in heel Roemenië komen er tegenwoordig
+niet meer dan 260000 voor.
+
+Onder al de wisselvalligheden van hun treurig bestaan hebben de
+Zigeuners hun type, hun taal en hun gewoonten behouden. Het type is
+zeer bijzonder en is merkwaardig zuiver door de eeuwen heen bewaard
+gebleven. De taal, die zij spreken onder elkander, is een hindoesch
+dialect, dat veel op eenige sanscrietsche tongvallen gelijkt. Eerst
+sedert hun vrijverklaring komen gemengde huwelijken tusschen hen en
+Roemeniërs voor. Ze hebben een ovaal gelaat en prachtige, schitterende,
+zwarte oogen. Het zeer zwarte haar laten zij als een bos groeien en
+nooit maakt het kennis met een kam. De neus is recht, met een lichte
+arendswelving; de tanden behouden hun schitterende witheid in alle
+omstandigheden, zelfs bij het overmatig gebruik van tabak, waaraan
+mannen en vrouwen zich overgeven.
+
+Velen van hen zijn landbouwers en anderen beoefenen het smids- of
+het koperslagersbedrijf. Maar ze zijn vooral muzikanten, en zonder
+eenige theoretische kennis brengen ze met veel gevoel en uitnemend
+talent de liefelijkste melodieën ten gehoore.
+
+Wij gaan nu door bekoorlijke boschjes, waar aan alle kanten beekjes
+onder de struiken ritselen, zooals zij neergedaald komen van de
+naburige hoogten en den stoffigen weg met hun gemurmel begeleiden.
+
+Links van ons wordt het landschap beheerscht door het klooster van
+Tismana, zooals het daar leunt tegen den dichtbegroeiden berg en op
+een vooruitspringend gedeelte van de rotsen is aangelegd. Een waterval
+vloeit schuimend onder het klooster naar beneden en stort zich met
+één sprong in het dal, waar hij nog trillend van den val in de diepte,
+zijn loop vervolgt tusschen de donkere boschjes naast ons.
+
+De abdij van Tismana, die vroeger zoo beroemd was, bezit thans geen
+anderen rijkdom meer dan zijn prachtige ligging en heerlijke omgeving.
+
+Een vijftiental monniken leiden er nog een armoedig bestaan. Sinds
+de secularisatie van de kloosters in 1864, dat is dus sinds den tijd
+toen zij beroofd werden van hun bezittingen en kostbaarheden, bepaalt
+de regeering zich ertoe, aan elken monnik 70 centimes per dag te geven
+voor hun voeding en 50 francs per jaar voor kleeding. De rijke sieraden
+en kostbare ikons zijn hun afgenomen en worden thans tentoongesteld in
+het museum te Boekarest, waar ze hun typische belangrijkheid natuurlijk
+hebben verloren. Er heerscht dan ook groote ellende in die kloosters,
+en de cel van een der monniken, waar men ons heen brengt, om van het
+prachtig uitzicht te genieten over het dal, is een akelig verblijf
+met geen andere meubels dan een stroozak.
+
+Vroeger, in den tijd van hun grootheid, toen herbergen in Roemenië iets
+onbekends waren, boden de mannen- en de vrouwenkloosters de ruimste
+gastvrijheid aan, en vriendelijk werd ieder vreemdeling opgenomen,
+die aan hun deur klopte.
+
+Zij waren zelfs het doel geworden voor kortere of langere uitstapjes,
+en de burgerij uit de steden kwam er samen, om er den zomer te slijten.
+Er slopen allerlei misbruiken in bij dat leven van wereldsche
+ledigheid, dat daar langzaam aan binnendrong in het kloosterleven en
+dat zelfs, naar het schijnt, een der redenen was van de secularisatie
+der kloostergoederen. Tegenwoordig, nu de monniken het armoedig
+hebben en zelf alle werkzaamheden op het veld moeten verrichten,
+zijn de kloosters stil en verlaten geworden. Enkele kalme gezinnen,
+die de hitte in de vlakte willen ontloopen, komen er nog wel eens
+rust en koelte zoeken. De monniken verhuren hun kamers, maar zij
+bieden niet anders aan dan een legerstede in die ruimten. De logés
+moeten zelf in al hun andere behoeften voorzien.
+
+Men komt het klooster binnen langs een vierkant voorplein, waar
+men de gebouwen ziet, bestemd voor de vreemdelingen. Er zijn op dit
+oogenblik twee welgestelde families uit Krajowa, waarvan de dames ons
+vriendelijk als tolk dienden bij den portier, een prachtigen monnik
+met lange haren en zwarten baard.
+
+Er is een tafel neergezet in het klooster ten gebruike van
+de vreemdelingen die hun ontbijt in het klooster wenschen te
+gebruiken. Maar wij mochten ons inderdaad gelukkig achten, omdat wij
+er aan gedacht hadden proviand mede te nemen, en niet vertrouwd te
+hebben op den regel, die al zeer oud is en die de kloosters verplicht
+vreemdelingen drie dagen lang te herbergen en te voeden. De portier,
+die ons bediende, had zelfs geen brood ons aan te bieden. Alleen had
+hij ronde, harde, platte beschuiten als enorme medailles, met een
+afbeelding van het klooster op den eenen en een van den patroon der
+abdij Sint Nicodemus op den anderen kant.
+
+De monniken houden zich bezig met de eenvoudigste en meest vermoeiende
+werkzaamheden; maar zij behouden zelfs bij het nederigste werk een
+waardigheid, die eerbied afdwingt. Armoede is geen schande.
+
+Zij belijden den orthodox griekschen godsdienst. Tot 1864 was de
+kerk onderworpen aan het patriarchaat van Konstantinopel; sinds
+dien werd zij een onafhankelijke, nationale kerk. Haar hoofd is de
+metropolitaan-primaat van Roemenië, die te Boekarest resideert. De
+roemeensche geestelijkheid wordt in twee categorieën verdeeld,
+de monniken van den H. Basilius, die aan het celibaat gebonden
+zijn, en de wereldlijke priesters, die mogen huwen. Uit de eerste
+categorie alleen wordt de hooge geestelijkheid gerecruteerd. Zelfs
+onder het turksche protectoraat zijn de Roemeniërs er in geslaagd,
+het verdrag te doen eerbiedigen, waarbij het verboden was moskeeën
+op hun grondgebied te bouwen. Nooit hebben de Turken, het zij tot
+hun eer gezegd, de minste poging gedaan, om dat verbod te overtreden.
+
+
+
+
+II.
+
+Het klooster van Horezu.--Uitstapje naar Bistritza.--Romnicu en de
+pas van den Rooden Toren.--Van Curtea de Arges naar Kampolung.--Pas
+van Dimbo-viciora.
+
+
+Op 25 K.M. af stands van Targu Jiul ligt het klooster van Horezu,
+onmiddellijk bij het stadje van denzelfden naam. Daar de weg nog al
+vermoeiend is, heeft men voor ons gewoon klein rijtuigje vier paarden
+gespannen, alle vóór elkander. Wij volgen juist de tegenovergestelde
+richting van die naar Tismava; doch evenals gisteren rijden we langs de
+hooge bergen van de Karpathen en wij steken dwars over een eindeloos
+aantal dalen, die van de groote hoofdketen afdwalen, om zich in de
+roemeensche poeszta te gaan verliezen.
+
+De dalen zelf zien er niet merkwaardig uit, maar bij elke hoogte
+ontdekken wij ruime vergezichten, die den tempel van dichterlijke
+melancholie dragen. Nu eens gaan we voorbij prachtige eikenbosschen,
+die kolossale hoogten bereiken, dan langs verrukkelijke berkenbosschen
+met zilveren stammen en levend loof. Wij houden halt, soms onder
+een boschje in de diepe schaduw bij een van die groote putten, wier
+eenige arm ten hemel wijst en waar onze arme paarden met lange teugen
+zuiver en kristal-helder water drinken, en dan weer bij een bescheiden
+dorpsherberg, waar we binnengaan, om ons eens te vertreden en ook om
+van die dorpsbinnenhuizen een voorstelling te krijgen.
+
+En terwijl in de gelagkamer onze koetsier zijn fleschje tzuica drinkt,
+of pruimelikeur, die uit zeer kleine fleschjes geschonken wordt,
+in één teug te ledigen, brengt de waard ons naar de achterkamer,
+de eerezaal. Wij zien er als voornaamste meubel een divan, die als
+bed kan dienen en in den vloer is vastgeschroefd. Een mooi gestreept
+tapijt ligt erover en kussens met allerlei borduursels en roode en
+witte letters. Tegen de muren hangen chromolithografieën, afwisselend
+met groote strikken van wit linnen, op dezelfde wijze geborduurd en
+van initialen en datums voorzien. Er is in het geheele huis geen
+kast, noch in den muur, noch los in de vertrekken. Daarvoor in de
+plaats staan er langwerpige houten koffers of kisten naar turksch
+en servisch gebruik, waar men door elkaâr schoenen en vaatwerk en
+juweelen in bergt, kortom al wat men bezit.
+
+De middenzaal wordt door het gezin bewoond. Men ziet daar
+de weefstoelen, dan divans, allerlei aardewerk, heel eenvoudig
+keukengereedschap en een langwerpige tobbe, in den vorm van een boot in
+een boomstam uitgehold. Die tobbe, die men in alle huizen terugvindt,
+bewijst de meest verschillende diensten. Het is de draagbare wieg
+der kinderen, de waschtobbe van de moeders en de etensbak der beesten.
+
+In het algemeen koken de Roemeniërs bij mooi weêr in de open lucht,
+'s Avonds groepeeren zich geheele gezinnen om een vuur, waarop de
+mammaliga kookt, de nationale schotel, een dikke brij van maïsmeel
+in zout water gekookt, en tegen den nacht geeft het roode schijnsel
+van het vuur, dat al die witte gedaanten, die er zich omheen dringen,
+verlicht, aan het landschap iets sombers en dreigends.
+
+De waard zet ons, na de honneurs van zijn huis te hebben waargenomen,
+zijn besten wijn voor, die _entre nous_ niet drinkbaar is, daarna
+brengt hij ons naar de plaats bij zijn huis, waar een soort van rad is
+opgericht, een russische schommel, hier het Groote Rad van de parijsche
+tentoonstelling in zijn eenvoudigsten en meest rustieken vorm. Men
+ziet die raderen nog al eens, zoowel in Moldavië als in Walachije.
+
+De dorpen, die wij door trekken,--de weinige dorpen, zou men moeten
+zeggen, want het land is dun bevolkt,--lijken alle op elkander. Het
+zijn altijd dezelfde boerenhuizen, die men er ziet, met planken
+daken, en waar varkens van allerlei kleuren voor rondloopen met een
+driehoekigen ijzeren ring door den neus, dan ganzen en eenden en
+daartusschen naakte kinderen. Uit die hoeven stuiven vaak groote
+honden te voorschijn, die tegen het rijtuig blaffen en achter ons
+aan hollen, tot de koetsier met een flinken zweepslag hen tot orde
+en welvoegelijkheid roept.
+
+De dorpskerken, alle gelijk, zijn in nieuw-byzantijnschen stijl
+opgetrokken en trekken van verre de aandacht door hun metalen koepels
+en hun hooge, achthoekige torens met groote boogvensters. Vele zijn
+van buiten met groote fresco's versierd, die er een zeer bijzonderen
+stempel op drukken. De kerkhoven, die meestal afgezonderd liggen
+te midden van de velden, zijn vol van zware byzantijnsche kruisen,
+beschilderd en versierd met vrome figuren op gouden fond. Ook langs
+den weg staan veel kruisen, die niets met graven te maken hebben,
+kruisen, die als in veel berglanden, door vrome geloovigen zijn
+opgericht. Zoo ziet men vaak een kruis naast een bron of zelfs wel
+bij een eenvoudigen put.
+
+Op den middag houden we stil te Podovraj, een aardig plaatsje,
+middelpunt, van waar uit men verscheiden belangwekkende uitstapjes
+kan maken. Wij vinden er veel roemeensche familiën, die er hun
+zomerverblijf hebben opgeslagen.
+
+De Roemeniërs gaan op eenvoudige en goedkoope manier _en
+villégiatura_. Zij hebben eigenlijk geen ander koel zomerplaatsje
+dan Sinaïa, de koninklijke residentie, waar de élite van 't
+gezelschapsleven samenkomt; enkele badplaatsen als Slanic in Moldavië
+en Calimanesti, en een paar deftige lustoorden in de bergen, als
+Kampolung, Ocna en nog enkele. Daarom gaan families met beperkte
+middelen, die de brandende hitte der vlakte willen ontvlieden, bij
+voorkeur naar de dorpen. Daar gaan ze een accoord aan met de eene of
+andere Zigeunerfamilie, die hun haar woning voor één of twee maanden
+afstaat. Men installeert zich dan in zoo'n primitief huis en brengt er
+de vacantie door te midden der bosschen en der woeste Karpathennatuur,
+gelukkig als er een herberg in de buurt is, van waar ze hun eten
+kunnen laten komen. In dien tijd kampeeren de Zigeuners hier of daar;
+die nemen het zoo nauw niet en hebben hun nomadenbloed behouden.
+
+Te Horezu moesten wij de keus van ons logement aan den koetsier
+overlaten. Hij brengt ons in een soort van hoeve, die volkomen
+ledig is. Niemand in de herbergzaal, niemand in de kamers, waar
+wij haastig en tersluiks een blik in werpen. Maar alles ziet er zoo
+vuil, zoo afschuwelijk vuil uit, dat wij niet kunnen besluiten, er
+den nacht door te brengen en op de zoek gaan naar een meer passend
+verblijf. Na veel zoekens vinden wij een minder voorhistorische,
+zelfs bijna moderne herberg. De waard laat ons kamers zien, waar de
+bedden wel door divans zijn vervangen op roemeensche manier, maar
+waar de lakens van een witheid zijn, die een uitstekend voorteeken is.
+
+Helaas! het voorteeken heeft bedrogen. Den geheelen nacht zijn de
+springende insecten in de weer. Noch ammonia, noch eau de cologne
+helpt er iets tegen en slapeloos brengen wij den nacht door.
+
+Het stadje Horezu is bekoorlijk en druk. De huizen, minder op zichzelf
+staand dan te Targu Jiul, zien er beter uit met hun in de straat
+naar voren springende balkons. De bewoners, vooral de vrouwen, zien
+er vroolijker uit, hebben zelfs iets joligs. Des avonds dringen naar
+het eind van de hoofdstraat, waar wij logeeren, vreemde liederen tot
+ons door, gezongen door van het werk terugkeerende meisjes. Het zijn
+turksche melodieën met zeer bijzondere modulaties, en het gezang is
+werkelijk boeiend, zoo boeiend, dat wij de groepen volgen tot op het
+oogenblik, dat zij uit ons oog verdwijnen, altijd nog zingend en de
+echo's voortstuwend van hun trillers en hun hooge noten.
+
+Op twintig minuten afstands van de stad ligt het klooster van
+Horezu. Men gaat per rijtuig langs den grooten weg tot aan den
+heuvel, waarboven de indrukwekkende steenmassa's van de oude abdij
+verrijzen. Daar wordt de weg zoo steil en steenachtig, dat wij te
+voet verder moeten gaan. Halverwege de helling zien we een monnik van
+gemiddelde grootte, die met ons den lijdensberg bestijgt. Wij gaan
+schrede voor schrede achter hem aan, zooals hij ons daartoe schijnt uit
+te noodigen met den vriendelijken glimlach, zich afteekenend onder den
+fijnen knevel, en spoedig betreden wij na hem het groote binnenplein
+van het klooster, waar op dit oogenblik veel menschen bijeen zijn. Een
+leekenbroeder treedt op ons toe, en na een korte samenspraak met
+den monnik, die ons had binnengeleid, wendt hij zich tot ons en zegt
+in zeer correct Fransch: "Mevrouw, de overste noodigt u uit in het
+salon te gaan." Wij waren grootelijks verrast. Wij wisten niet, dat
+het klooster van Horezu, dat ten allen tijde een mannenklooster was
+geweest, een nonnenklooster was geworden, de kleeding en de knevel
+van de overste hadden ons geheel op een dwaalspoor gebracht. Werkelijk
+is de kleeding van de nonnen in Roemenië volkomen gelijk aan die der
+monniken. Zij dragen dezelfde zeer ruime zwarte pij met wijde mouwen
+met een zwart wollen koord om het middel gesloten. Daaraan hangt
+de rozenkrans en op het hoofd hebben ze op de kortgeknipte haren
+hetzelfde stijve, ronde mutsje, iets lager echter dan bij de mannen.
+
+Voor profane menschen, zooals wij, zou de vergissing noodlottig
+kunnen worden, te meer daar, toen wij de superieure ontmoetten, zij
+ongesluierd was. De sluier wordt alleen bij plechtige gelegenheden
+gedragen en bij het zingen in het koor.
+
+Daar zij tegenover ons de plichten der gastvrijheid wil nakomen, gaat
+zij ons vóór naar de bovenverdieping en brengt ons in een eenvoudig
+salon, op oostersche wijze gemeubeld, dus langs den geheelen wand
+voorzien van breede divans. Een jeugdig nonnetje gaat naar turkschen
+trant rond met een blaadje, waar confituren en glazen ijswater op
+staan. Na eenige minuten pratens geven wij den wensch te kennen,
+eenige photografieën te nemen, waarna de overste dadelijk allen om
+zich verzamelt en wij ze weldra in plechtgewaad vóór den hoofdingang
+der kerk bijeen vinden.
+
+De abdij van Horezu is een der indrukwekkendste en best in stand
+gebleven kloosters van Roemenië. Eertijds een mannenklooster, is het
+nu in een hospitaal veranderd onder leiding van grieksch-orthodoxe
+zusters. Men moet zich dan ook niet verbazen over den droevigen
+aanblik, dien op sommige tijden de pleinen en de toegangen van het
+klooster aanbieden. De menschelijke ellende in haar meest afzichtelijke
+vormen en van den meest weerzinwekkenden aard komt hier verlichting
+van haar lijden zoeken. De zusters ontvangen ieder van den staat
+niet meer dan 35 centimes per dag, terwijl de monniken het dubbele
+krijgen. De regeering beweert, dat vanwege den van haar gevorderden
+arbeid zij gemakkelijker in hun behoeften voorzien.
+
+Het klooster van Horezu werd gesticht in de laatste helft der 17_de_
+eeuw door Constantin Brancovan, voorlaatsten inlandschen woiwode
+van Walachije, die in het geheim er naar streefde, zijn land van
+het turksche juk te bevrijden en door de Bojaren aan den sultan werd
+overgeleverd. Hij stierf te Konstantinopel den marteldood.
+
+Uit de verte lijkt het klooster een middeleeuwsch kasteel, met zijn
+grooten toren en de overblijfselen van versterkingen. Maar pas heeft
+men het binnenplein betreden, of alles verandert van aanzien.
+
+Prachtige boomen werpen er hun schaduw over de gebouwen, welker
+bovenverdiepingen uitkomen op een rijke zuilengalerij, en naast
+de vroegere appartementen van den vorst springt een keurig klein
+paviljoentje naar voren.
+
+De kerk staat, als bij de meeste kloosters hier, midden op het
+plein. Zij is in zeer zuiveren romaanschen stijl opgetrokken, naar
+ons wordt verzekerd. Feitelijk is het de byzantijnsche, eenvoudig en
+streng van aanzien, zonder overlading met versierselen. Het portaal
+is rijk versierd met schilderwerk op gouden grond. Dit mooie kerkje
+diende met dat van Curtea de Arges als model voor het roemeensche
+paviljoen op de laatste parijsche tentoonstelling.
+
+Op den weg naar Romnicu waren verscheiden dorpen feestelijk getooid. Er
+is iets origineels in die kalme feestelijkheden, in dolce far niente
+gesleten. De vrouwen groepeeren zich aan den eenen kant van den weg,
+de mannen aan den anderen. Als de tijd voor dansen daar is, voegen
+zich de groepen te zamen, en men kan zich moeilijk iets bekoorlijkers
+voorstellen dan die aardige dorpstooneeltjes. Maar de menschen zijn
+uiterst beschroomd en verlegen, en als men van hun pleizier getuige
+wil zijn, moet men de grootste discretie in acht nemen.
+
+Wij houden stil in het dorp Tomsani; en omdat het moet, maar ook om
+de stijfheid uit onze beenen te loopen, leggen wij te voet een visite
+af in het klooster van Bistritza.
+
+Dat uitstapje, zoo hoog geprezen door onze gidsen, en waarvan het
+heette, dat er een uur mee gemoeid was, kost ons drie volle uren. Daar
+wij het midden op den dag waren, in de brandende zon, worden we er
+haast wanhopig onder.
+
+Maar er is veel schoons in het dal te bewonderen. Hooge, met
+bosschen bedekte bergen omsluiten den horizon en langs den weg staan
+boerenhoeven, waarin en waaromheen alles welvaart ademt. Op de rustieke
+binnenplaatsen zijn in de dichte schaduw vrouwen in haar bijbelsche
+kleederdracht bezig. Ze hebben volle klossen in de hand en spinnen
+de voor 't huisgezin bestemde wol.
+
+Maar de aanblik dier bekoorlijke tooneeltjes stelt mij niet schadeloos
+voor de vermoeienis, die de slecht gebaande weg mij bezorgt, een weg
+vol kuilen en zonder eenige schaduw.
+
+De abdij van Bistritza, tegenwoordig in een militaire school
+herschapen, bezorgt ons een heele ontgoocheling. Bij 't binnenkomen
+krijgt men den indruk van een imposant gebouw, doch het is stijlloos
+en, laat ons het maar zeggen, onbelangrijk. De dienstdoende officier
+is daarvan zoozeer overtuigd, dat hij zich ertoe bepaalt, ons een
+bezoek aan den waterval voor te stellen, die in een holte van de
+rots achter het klooster neerschuimt. Na de teleurstelling, zoo juist
+ondervonden, lacht ons die tocht niet toe, en wij keeren haastig op
+onze schreden terug.
+
+Wij ontmoeten een boer, die na wat heen en weer praten erin toestemt,
+ons zijn karretje te leenen en zijn paard, terwijl zijn buurman ons een
+pony zal bezorgen, om de zaak volledig te maken. De kar is een soort
+van birdj; twee planken, aan beide kanten met touwen vastgemaakt,
+zijn de banken en bij wijze van tapijt hebben we een dik bed van
+geurig hooi.
+
+Wij rijden hortend en stootend weg. Bij elken modderpoel, en er waren
+nog al zoo eenige, worden wij door elkander geslingerd, en tot tweemaal
+toe werd onze koetsier, een kereltje van een jaar of vijftien, buiten
+den wagen geworpen; maar hij klemt zich vast aan den dissel en springt
+weer vlug op zijn plaats met een lenigheid als van een eekhoorn. Wat
+ons aangaat, wij klemmen ons aan de banken vast met het vooruitzicht,
+ons als geradbraakt te zullen voelen, wanneer we onze plaats van
+bestemming hebben bereikt.
+
+Plotseling, _krak_, gaat het, _krak_! De achterbank is gebroken,
+daar liggen wij op het hooi onder in den wagen. In dien hopeloozen
+toestand vindt ons eindelijk onze koetsier van Horezu, die, ongerust
+over ons lang uitblijven, ons tegemoet gereden was, zoo ver als de
+slechte toestand van den weg het hem vergunde.
+
+Tusschen Pomsani en Romnicu is het landschap prachtig, vol dichterlijke
+woestheid. Het is een reusachtige steenwoestijn, waar wij doorheen
+moeten. De hooge keten der Karpathen blijft ons links op zij, en
+de voorbijgangers zijn al even zeldzaam als de woningen langs den
+weg. Zwervende honden loopen er rond, en enkelen zagen wij bezig bij
+het lijk van een onderweg achtergelaten paard. Er is in het landschap
+iets sombers en doodsch. Eerst als wij het dal der Olt naderen, begint
+de streek er anders uit te zien, en de groote kruisen, aan den weg
+geplant, toonen dat er dorpen in de buurt zijn en dat de woestijn
+ten einde is.
+
+Bij een dier dorpen houden wij stil vóór een boerenherberg, die er
+vrij onzindelijk uitziet. Bij den ingang liggen bloedende resten van
+de slacht, en honden, veel honden zwerven er rond, om zich op die
+walgelijke prooi te werpen.
+
+Maar in het dal der Olt wordt het landschap vroolijk en vriendelijk,
+en aan den horizon verrijzen met bosschen bedekte bergen. Boerenwagens,
+met vurige kleine paardjes bespannen en overhuifd door een grooten kap,
+komen uit de stad terug en uit de wijde vooropening kijken aardige,
+kleine, bruine gezichtjes, waar groote, zwarte, intelligente oogen
+uit lichten. Iets verder toonen zware karren met blokken steenzout,
+dat wij in de nabijheid der beroemde zoutbergwerken van Ocna zijn. Wij
+hadden ons voorgesteld, er een bezoek te brengen; maar reeds valt
+de avond, en om zes uur worden de zoutwerken gesloten. Wij zullen
+bovendien nog gelegenheid hebben, die van Slanic in Prahova te zien,
+die, naar het heet, de belangrijkste en mooiste uit Roemenië zijn.
+
+Het stadje Ocna, waarvan wij spoedig de eenige en zeer breede straat
+doorrijden, schijnt wel druk en aantrekkelijk. Mag ik het bekennen? Na
+het slechte logies van de laatste dagen voelen we ons een beetje
+treurig, dat wij hier niet bij de geneugten van Ocna kunnen blijven,
+tusschen die lachende villa's, waar elegante menschen op de balkons
+en veranda's te zien zijn. Wij hebben echter pas onzen spijt onder
+woorden gebracht, of daar zijn we alweer in het open veld tusschen
+gescheurde en vuile en gelapte tenten, waaromheen een dichte menigte
+Zigeuners krioelt. Zij zien er verbazend woest en onheilspellend uit,
+en hun optreden verschilt veel van de zachtheid en goedmoedigheid
+der Zigeuners, die wij tot nu toe in Roemenië hebben ontmoet.
+
+Na drie kwartier rijdens komen we in Romnicu. Dat is een echt
+roemeensche stad. De hôtels met hun galerijen langs de eerste étage,
+gebouwd om binnenpleinen als echte, oostersche karavanserai's;
+de theaters in de open lucht, waar drama's en vaudevilles worden
+opgevoerd; de restauraties, waar Turken met reukwerk uit het serail
+rondgaan; tot de nachtwachts toe, die met geregelde tusschenpoozen
+een scherp en snijdend gefluit doen hooren, dat in de slapende stad
+de echo's wekt juist als 't geroep der schildwachten in vestingen,
+dat alles geeft aan Romnicu een zeer bijzonder karakter.
+
+Geleund tegen het gebergte, ziet het stadje de rijke vlakte van de Olt
+vóór zich uitgespreid met reuzenvelden van tarwe en maïs. Roemenië
+brengt, naar men weet, in overvloed koren voort en voert jaarlijks
+een massa daarvan uit. Maar de boeren bebouwen het land slecht; ze
+verbranden mest en vertrouwen enkel en alleen op de vruchtbaarheid
+van den grond. Daar zij buitendien in 't geheel geen begrip hebben
+van sparen of van zuinigheid, komt er, indien de oogsten door
+overstrooming, hagel of droogte mislukken, dadelijk hongersnood in
+het land.
+
+In Servië is bij een wet van 1889 vastgesteld, dat in elke landelijke
+gemeente gemeenschappelijke voorraadsschuren moeten worden aangelegd,
+die bestemd zijn de gevolgen van schaarschte aan voedingsmiddelen
+te voorkomen, en die in geval van oorlog ook moeten dienen voor de
+behoeften van het leger.
+
+Ieder belastingplichtig Serviër moet jaarlijks 90 K.G. maïs en
+evenveel kilo's graan storten. Als een boer door het een of ander
+ongeval gebrek heeft aan levensmiddelen, ontvangt hij van den
+gemeenschappelijken voorraad wat hij voor voeding en zaaisel noodig
+heeft, op voorwaarde, dat hij het volgend jaar teruggeeft, 't geen
+hij voor zijn oogenblikkelijke behoeften in voorschot heeft gekregen.
+
+Die instelling bleek van onbetwistbaar nut in den servisch-bulgaarschen
+oorlog en bij de overstroomingen van 1897, die even noodlottig waren
+voor Servië als voor Roemenië. Bij de Roemeniërs echter vond men niets
+van dat alles, en dit gebrek aan voorzorgen plaatst hen op een lager
+standpunt. Gelukkig is thans een wetsontwerp aangeboden in den geest
+der servische wet.
+
+Graan is niet het eenige uitvoerartikel uit het district Romnicu. Deze
+geheele hoek van de Karpathen bezit mineralen in overvloed, goud,
+zilver, kwikzilver, ijzer, koper, arsenicum en lood; maar tot nu toe
+worden die schatten bijna niet geëxploiteerd.
+
+Van Romnicu uit wordt meestal het uitstapje gemaakt naar den pas van
+den Rooden Toren. Die weg is te allen tijde de groote strategische
+route naar Walachije geweest; hij gaat over de Alpen op de plaats,
+waar zij hun grootste hoogte bereiken en waar zij den indruk van de
+grootste woestheid maken. Het is de natuurlijke weg voor invallen in
+het land, en Trajanus volgde hem, toen hij de Daciërs overwon, evenals
+de Turken er gebruik van maakten bij de verovering van Hongarije.
+
+Die lange bergpas, waar wij door zullen gaan, is door alle eeuwen der
+geschiedenis heen telkens getuige geweest van heldhaftigen strijd. Maar
+van dat verleden vol bloed en vol glorie zijn nu nog maar zeer weinig
+sporen over.
+
+Vier lustige paardjes, vóór elkander aangespannen, brengen ons in
+vier-en-een-half uur bij den Rooden Toren, op 64 K.M. afstands van
+Romnicu. Bij 't verlaten der stad heeft men een zeer ruim uitzicht
+over het dal van de Olt, dat op die plek bijzonder breed is. Daarna
+nadert men snel de donkere Karpathen, en welkom is het oponthoud in
+het aardige, kleine stadje Calimanesti, bekoorlijk gelegen en met
+minerale, zwavelhoudende bronnen in de buurt en andere, die staal en
+jodium bevatten, zoodat ze jaarlijks een groot aantal badgasten lokken.
+
+De kleeding der vrouwen heeft in dit deel van het dal een eigen
+karakter. Haar _castrinza's_ zijn met veelkleurige pailletten bestikt
+en fonkelen daardoor, als de zon erop schijnt, en haar sluiers, altijd
+van zeer licht en doorschijnend weefsel, vertoonen allerlei tinten;
+men ziet ze in groen en geel, in rose en bruin.
+
+Dichtbij Cozia wordt het landschap grootsch; vulkanisch gesteente in
+zware vreemd gevormde rotsen komt tot dichtbij den weg. Wij passeeren
+het klooster van Cozia, welks kerkje op de rots ter linkerzijde troont,
+terwijl rechts zich de oude, nu gerestaureerde en in gevangenis
+herschapen kloosters verheffen. Voorbij Cozia sluiten hooge, steile
+rotsen den weg al nauwer in, terwijl de Olt ernaast voorbij bruist,
+zooals zij ons langs den geheelen pas zal blijven vergezellen.
+
+Aan den anderen oever vestigt de koetsier onze aandacht op de nog zeer
+duidelijke sporen van den grooten, romeinschen weg op een grooten,
+afzonderlijk liggenden steen, die, van den berg losgeraakt, over
+de rivier hangt. Het is de Tafel van Trajanus. De legende zegt,
+dat boven van dien steen af, waar hij zijn tent had opgeslagen,
+Trajanus toezag op het voorbijtrekken van zijn zegevierende legioenen.
+
+Arenden zweven boven onze hoofden en dalen langzaam op en tusschen
+de verbrokkelde rotsen om ons heen. Dichte boomen overschaduwen den
+eenzamen weg, en de zeer in 't nauw gebrachte Olt bruist en schuimt
+als een woedende bergstroom.
+
+De weg behoudt dat woeste en grootsche karakter over een afstand van
+17 à 18 K.M. Het is altijd de strijd tusschen den stroom, die zich
+een doortocht banen wil, en de rots, die hem den weg verspert. Vandaar
+de tallooze bochten en kronkelingen, die wij hebben te volgen in den
+loop van de rivier.
+
+Daarna treden langzamerhand de bergen weer terug, en armoedige
+dorpjes krijgen ruimte aan de kalmer geworden Olt. Daar ligt vlak
+aan de rivier een ruïne van een romeinsch fort, waar een herberg zich
+geïnstalleerd heeft. Hooger, op den top van een heuvel vindt men de
+overblijfselen van het kasteel Landskron, van waar het gezicht op het
+dal buitengewoon prachtig is. Veel kudden ossen, buffels en schapen
+vinden er uitstekende weiden. Wij komen nu bij de Fogarasbergen, den
+Surul en den Negoï met scherpe toppen, waarvan de uitgetande vormen
+somber afsteken tegen een donkeren onweêrshemel. Bij een vernauwing
+van het dal doen zich, gekleefd aan de rots en over den weg hangend,
+de ruïnen voor van den Rooden Toren, die zijn naam aan den bergpas
+heeft gegeven. Volgens de legende was dat fort eenmaal zoo rood van
+het bloed der Turken, dat de witte muren onder de roode kleur als
+verdwenen, en ter herinnering aan dien bloedigen dag heeft men de
+muren helder rood geverfd.
+
+Romnicu is 34 K.M. verwijderd van Curtea de Arges, dat herinnert aan
+Radu Negru, den eersten woiwode van Walachije, die in 1244 er zijn hof,
+_curtea_, aan de rivier de Argis vestigen kwam. Hij is echter niet,
+zooals de overlevering wil, de stichter van het klooster, dat niet
+hooger dan tot 1512 opklimt. De kerk, gebouwd door Radu Negru, is
+de "Biserica Domneasca," vorstelijke kerk, in het midden der stad
+gelegen. Zij dreigt in puin te vallen, en daar ze noodzakelijke
+reparaties moet ondergaan, wordt zij aan alle zijden gestut.
+
+Maar de parel van Curtea is de prachtige, witte kerk, die schittert
+onder haar vergulde koepels en, een kwartier van de stad verwijderd,
+op een alleenstaanden heuvel ligt, de kerk namelijk van het klooster
+en waarvan beweerd is, dat zij alleen de reis naar Roemenië waard was.
+
+De schepper van dit architectonisch kunstwerk, waarin de byzantijnsche
+kunst iets moois geleverd heeft, met herinneringen aan arabische en
+perzische bouwwerken, is vorst Neagu Voda Bessaraba, die in 1513 in
+Walachije regeerde. In zijn jeugd werd hij als gijzelaar mee naar
+Konstantinopel genomen. De sultan vatte genegenheid voor hem op
+en liet hem in de bouwkunde onderrichten door een man van talent,
+Manoli de Niaesia, met wien hij o.a. een der groote moskeeën van
+Konstantinopel bouwde. In zijn land teruggekeerd, ontwierp hij de
+kerk van het klooster. Hij gebruikte er een zeer fijnen zandsteen
+voor uit de in de buurt zijnde groeven van Albesci.
+
+Behalve haar kerken heeft Curtea de Arges weinig aantrekkelijks voor
+den vreemdeling. Monniken met lange haren en lange baarden ziet men
+overal loopen. Hun kleeding is onberispelijk en vormt een sterke
+tegenstelling met het armoedig aanzien van de monniken der andere
+kloosters. Zij treden echter zeer eenvoudig op, spreken graag met
+het volk, dat groote achting voor hen schijnt te koesteren en hen
+met den diepsten eerbied behandelt.
+
+In de eenige straat van de stad wordt op het oogenblik een groote
+vischmarkt gehouden. Er waren hoopen kolossale karpers onder zware
+blokken ijs, karpers, die de Donau bij het hooge water van de laatste
+dagen in haar zijtakken heeft opgestuwd en die toen spoedig in de
+netten van de visschers zijn geraakt. Die visschen, waarvan het
+gemiddeld gewicht tien à twintig kilo bedraagt, worden in groote
+mooten verkocht. Men betaalt 30 centimes per kilo.
+
+Wij moeten nog een tocht maken, voor we te Boekarest komen, namelijk
+naar Kampolung. Gewoonlijk gaan de reizigers daarheen per spoor over
+Pitesci en Golesci; maar wij geven de voorkeur aan den rijweg, die
+afwisselend en eigenaardig moet zijn.
+
+Om half acht 's morgens zijn we voor de expeditie gereed. Nauwelijks
+zijn we een uur onderweg, of wij ondervinden een reeks van
+teleurstellingen. De rivieren, door de laatste regens verbazend
+gezwollen, zijn niet over te trekken, omdat een paar bruggen zijn
+weggeslagen, en wij moeten een lastigen omweg maken en toch nog per
+rijtuig door de bedding van een stroom gaan, waar het water zoo hevig
+bruist, dat wij kans loopen meegesleurd te worden. Rondom ons is niets
+dan een zeer armoedige streek, de hoeven en hutten en kapelletjes
+zijn in den treurigsten staat van verval, en men vraagt zich af, of
+de een of andere ramp dit stukje aarde geteisterd heeft, waar niets
+overeind staat en alles aan vernieling schijnt prijs gegeven. Buiten
+een paar visschers, die naar de rivier zijn afgedaald en groote netten
+vasthouden, zien wij geen enkelen bewoner. Eerst bij Domnesci begint
+er weer leven in de omgeving te komen.
+
+Dat is intusschen slechts een arm dorpje, doch bij gelegenheid van
+den Zondag zijn allen er op hun mooist uitgedost. Zoodra wij onze
+photografietoestellen voor den dag halen, gaan ze op de vriendelijkste
+manier om ons heen staan. Wij hebben slechts een wenk te geven,
+en de brave menschen plaatsen zich in een groepje, blij voor ons te
+mogen poseeren. Er zijn zelfs enkele jongelui, voor wie het objectief
+zooveel aantrekkelijks heeft, dat ze ons op den voet volgen, zoodat
+wij genoodzaakt zijn listen te gebruiken, ten einde hen niet op al
+onze cliché's terug te vinden. De dorpskerk, sierlijk overschaduwd
+door een groep groote boomen, staat op een plein, waartoe een poort
+van eigenaardigen stijl toegang geeft. Ofschoon die poort bij een
+ellendig dorpje, verloren in de bergen, behoort, is zij versierd met
+bekoorlijke engelen-figuurtjes en beelden van heiligen met opschriften
+en bloemslingers, werkelijk van kunstzin getuigend. Ze zijn afkomstig
+van rondtrekkende kunstenaars, die, door dezelfde figuren herhaaldelijk
+te maken, er groote geoefendheid in kregen.
+
+De pope van het dorp stak den weg over en kwam juist bij zijn huis
+met een brood onder den arm. Hij zag er zeer armoedig uit in zijn
+verkleurd geestelijk gewaad en met zijn hooge, bruine muts, zoodat wij
+instinctief onze camera op hem richtten. Maar 't was of een beschroomde
+eerbied ons weerhield tegenover die waardige en fiere armoê, die zich
+voor onze blikken scheen te willen verbergen. Die dorpsgeestelijken
+zijn brave, waardige menschen, niet geleerd, meestal bemind bij hun
+medeburgers, wier droevig lot zij deelen, maar op wie zij gewoonlijk
+weinig invloed hebben.
+
+Als men de hellingen van het dal van Domnesci bestijgt, bespeurt
+men bijna op den top van een berg de schitterende koepels van een
+dorpskerk. Dat is de kerk van Slanic, een net en sierlijk dorpje,
+dat sterk afsteekt tegen de armoedige en weinig bevolkte streek, die
+wij pas zijn doorgereden. Dit heele dorpje is een beeld van welvaart
+en opgewektheid. Groote boerderijen bestaan uit veel gebouwen met
+flinke binnenpleinen, waar alles goed is onderhouden. Mooie jonge
+meisjes loopen af en aan, in huishoudelijke drukte, te midden van
+kippen, eenden en kalkoenen, op 't oogenblik de eenige aanwezige
+dieren. Gedurende den geheelen zomer is het groote vee afwezig;
+het graast in vrijheid op de bergen, 's Avonds wordt het binnen
+omheiningen opgeborgen zonder eenige beschutting tegen het weder.
+
+Zoodra wij Slanic achter ons hebben gelaten, begint weer de
+eenzaamheid. Herders met hun kudden en troepjes arbeiders, die onder
+boomen liggen te rusten van den zwaren veldarbeid, zijn de eenige
+levende wezens, die wij onderweg ontmoeten op het laatste traject,
+dat ons nog van Kampolung scheidt. De weg loopt door een reeks van
+poëtische dalen op de Karpathenhellingen, en in de verte zien wij
+de koeien grazen in de schaduw van forsche berken. Links altijd de
+wazige en blauwe keten der Transsylvanische Alpen. Maar nergens huizen
+of hutten, en rondom doodelijke stilte. Eindelijk, tegen vier uur in
+den namiddag, rijden wij Kampolung binnen.
+
+Dat is een aardige plaats, al belangrijk ten tijde van Radu Negru,
+den stichter van het vorstendom Walachije. Er bestaan nog slechts
+enkele sporen van het oude vorstelijk paleis, maar het groote
+klooster, dat hij aan den ingang van de stad liet bouwen, bestaat
+nog, al heeft het groote veranderingen ondergaan. Een 40 M. hooge
+en 6 M. breede romaansche toren geeft toegang tot het binnenplein
+van het klooster. Die imposante toren, welks stijl den invloed van
+de Longobarden in de herinnering roept, heeft veel karakter. Het is
+dan ook een der oudste en beroemdste monumenten in Roemenië. De stad
+is zoo zindelijk, ligt zoo mooi, en de lucht is er zoo opmerkelijk
+zuiver, dat jaar op jaar veel burgers uit de groote steden er den
+zomer komen slijten.
+
+Van de hoogten rondom het plaatsje heeft men een prachtig bergpanorama
+voor oogen. Wij zijn hier zeer dicht bij de Karpathen, en de dalen,
+die daarvan uitgaan, zijn evenveel aanleidingen voor afwisselende
+uitstapjes. Het stadje, hoewel niet groot, heeft toch zijn
+Zigeunerwijk, een heele straat, niet ver van het klooster. Wat dat
+een zonderlinge straat is, vooral tegen den avond, als alle woningen
+wijd openstaan en de roode schijnsels van hun smidsvuren naar buiten
+werpen, waar schoone vrouwen in lompen, maar met prachtige zwarte
+oogen in het bleeke gelaat en engelachtige halfnaakte babies voor
+heen en weer loopen. Groote, magere mannen met gebronsd gelaat slaan
+in de helle verlichting van de vuren het ijzer; anderen bewegen
+de blaasbalgen. Dit is de werktijd van die paria's, want hun zware
+arbeid is niet doenlijk tijdens de hitte van den dag, en eerst tegen
+het vallen van den avond wordt het levendig in die wijk.
+
+Het uitstapje naar den pas van Dimbo-viciora is de verplichte
+aanvulling van elk verblijf te Kampolung. Die kloof is een der
+beroemdste en meest bezochte van dit deel der Karpathen.
+
+Van Kampolung af is het een aanhoudende reeks van prachtige uitzichten,
+vreemde horizons, waar de bergketenen achter elkander schuiven tot in
+de verste verte. In het dorp Rocaru rijden wij over de Dimbovitza,
+die wij naast ons zullen houden op den weg tot aan de grot van
+Dimbo-viciora. De witte rots, die opstijgt uit de bedding en geheel
+met groen begroeid is, vormt een aardige omlijsting van dit mooie
+riviertje met kristalhelder water.
+
+Dan naderen wij snel den hoogen, verweerden muur, die ons al eenigen
+tijd het uitzicht beneemt en waarin wij den ingang moeten zoeken van
+de beroemde kloof. Pas zijn wij er binnen getreden, of een wondermooi
+schouwspel treft ons oog. Torens en spitsen en ruïnen van schoone,
+lichtrose tint staan om ons heen in de engte der spleet en boven ons
+hoofd hangen slingers van groen langs de steile wanden.
+
+Bij den uitgang der kloof wordt het landschap rustiger; wij zien er
+weiden en enkele houten hutten. Bij een dier laatste houden wij stil,
+en een jonge knaap geleidt ons naar de grot van Dimbo-viciora, weer
+door een doolhof van rotsen. De opening van de grot ligt in een woeste
+omgeving, maar de geestdriftige beschrijvingen, die men ervan leest,
+zijn overdreven en wij vinden haar nauwelijks een bezoek waard. Een
+paar bergbewoners met dunne kaarsen bieden aan, mee te gaan; men
+verwacht iets fantastisch en ziet niets dan een hol van 15 à 20
+M. diepte, met enkele stalactieten en geelwitte stalagmieten.
+
+Na dit uitstapje, waarvan enkele gedeelten aan de Bastei
+in Saksisch Zwitserland herinneren, bezoeken wij een klein
+bescheiden nonnenklooster, de abdij van Namaesci, dat door deze
+bijzonderheid gekenmerkt wordt dat de kerk geheel is uitgehouwen
+uit een monolieth. Alleen de toren en een klein voorportaal zijn
+metselwerk. Al het inwendige is in de rots uitgehouwen, waar men
+overheen kan loopen en waar men een prachtig panorama vóór zich
+ziet. Wij zeggen Kampolung vaarwel. Een zijlijn van den spoorweg voert
+ons naar Golesci, waar wij de groote lijn naar Boekarest terugvinden.
+
+
+
+
+III.
+
+Boekarest, aanzien van de stad.--De zoutmijnen van Slanic.--De
+petroleumbronnen van Doftana.--Sinaïa, wandeling in het bosch.--Busteni
+in het kroondomein.
+
+
+De entrée in Boekarest is voor den vreemdeling een teleurstelling. Van
+het station zich begevend naar het midden der stad, gaat men door
+straten, die tot de primitiefste dorpen konden behooren, straten,
+waar instortende huizen en schunnige winkels aan gelegen zijn en waar
+de trottoirs onder hoopen vruchten en groenten verborgen zijn. Maar
+spoedig wordt die indruk weggevaagd. Op die onfrissche voorsteden
+volgen prachtige straten, waaraan weelderige gebouwen staan, niet
+onderdoend voor die der grootste europeesche steden.
+
+De Roemeniërs zijn zeer trotsch op hun hoofdstad en roemen graag
+het comfort, dat men er geniet. Zij vergelijken met een zekeren
+nationalen trots hun bewonderenswaardig geplaveide straten en hun
+openbare pleinen met de afschuwelijke straten van Belgrado, waar men
+na een kwartiertje rijdens in al zijn leden pijn gevoelt. Ze noemen
+Boekarest dan ook graag het Parijs van het Oosten. Reeds in 1864 zei
+de heer de Blowitz, toen hij terugkeerde van een oostersche reis:
+"Ik geloof niet, dat er in de wereld een tweede stad bestaat, die
+even trouw als Boekarest het land, waarvan zij de hoofdstad is,
+weerspiegelt.... Boekarest levert thans een levend en merkwaardig
+beeld van Roemenië. De stad wikkelt zich los uit den chaos van
+gisteren en haakt naar den luister van morgen. De lompen nemen de
+kleur van het purper aan; de eerzucht wordt grooter en grooter;
+dit is de nieuwgeboren hoofdstad van een nieuwgeboren koninkrijk."
+
+Met niet minder recht zei Carmen Sylva, de koningin van Roemenië,
+in 1892: "Het oostersche en schilderachtige Boekarest, het Boekarest
+met kleine, in het groen verscholen huisjes, waar men zei "het huis
+van den heer Zus of van mevrouw Zoo", terwijl men de menschen bij
+hun voornamen noemde, dat Boekarest verdwijnt, om plaats te maken
+voor een stad als alle andere. Het heeft nog alleen een oostersch
+karakter voor hen, die pas uit het Westen komen. Zij, die uit Azië
+naderen, gaan met een zucht van voldoening de Donau over en zeggen:
+"Gelukkig, nu zijn we in Europa!"
+
+Ons schijnt Boekarest nog heden den hoogmoed en de eerzucht te bezitten
+van den pas onlangs vrijverklaarde, die door gloednieuwe weelde zijn
+pas overwonnen staat van dienstbaarheid wil doen vergeten. Vandaar die
+treffende tegenstellingen, die men telkens in de stad ontmoet, hier
+lage huizen, echte zwerverskrotten, waar halfnaakte menschen uit te
+voorschijn komen; daar prachtige paleizen als het Spaarbankgebouw en 't
+Postkantoor, rijk versierde café's, waar de voorname roemeensche wereld
+samenkomt. Aan den eenen kant winkels van oud roest als in de Leipziger
+straat, waar de kooplui hun schatten zoo maar op straat uitspreiden,
+en aan den anderen weelderige magazijnen van den modernsten smaak,
+die met de mooiste winkels van Parijs kunnen wedijveren.
+
+De verschillende klassen van de maatschappij vertoonen dezelfde
+tegenstellingen. Hier de lagere volksklasse, die zich nog niet heeft
+kunnen vrijmaken van de vreesachtige, beschroomde manieren uit den tijd
+der eindelooze slavernij; daar de klasse der rijken, die, plotseling
+op den trap der moderne beschaving gekomen, de zeden en de letterkunde
+uit het buitenland tracht na te doen en daardoor alle eigen karakter
+mist. Zoodra men de binnenstad betreedt, krijgt men dien indruk van
+plagiaat van Parijs. Het ideaal is hier Parijs, dat gecopiëerd is in
+zijn bouwwerken, zijn winkels, de manieren zijner bewoners. Maar al
+zijn dan de mooiste openbare gebouwen in parijschen stijl gebouwd,
+de particuliere huizen zijn niet altijd in den zuiversten stijl
+opgetrokken. De enkele fortuinen zijn niet bijzonder groot, en toch
+wil ieder graag met iets monumentaals voor den dag komen. Vandaar die
+oude gebouwen, geheel met een nieuwe pleisterlaag bedekt, die bij de
+eerste vorstige winterdagen loslaat en voortdurend herstelling behoeft.
+
+Door zijn ligging midden in een groote, aan alle zijden open vlakte
+heeft Boekarest alle ongemakken te verduren van een klimaat als het
+siberische. De winter is er zoo lang en zoo streng, dat men er drie
+maanden alleen per slede het verkeer onderhoudt. In den zomer stijgt
+de thermometer soms tot 40° C. en de uitersten van temperatuur kunnen
+soms wel 70 graden verschillen. Mooie boomen zijn er dan ook zeldzaam;
+die uit het Noorden verdragen de brandende hitte van den zomer niet,
+en die uit het Zuiden en Oosten bezwijken door de strenge koude van
+den winter.
+
+De huurrijtuigen, die zeer talrijk zijn en licht en gemakkelijk rijden,
+worden door twee vlugge, russische of moldavische paardjes getrokken;
+de koetsiers dragen lange fluweelen jassen met gekleurde gordels om
+het middel en een platte pet op het hoofd.
+
+Boekarest heeft slechts 250.000 inwoners, en toch is de oppervlakte
+der stad gelijk aan die van Weenen, 30 K.M_2_. Als men dan ook van
+de eene of andere hoogte in de buurt op de stad neerziet, treft het
+groote aantal tuinen en ledige terreinen, dat zich tusschen de huizen
+en de straten bevindt. Gebouwen en openbare pleinen nemen slechts
+een vierde van de ruimte in. Aan den buitenkant der stad liggen
+armoedige voorsteden; de eigenlijke stad ligt het dichtst bij de
+Dimbovitza. Op den linkeroever heeft men de ministeries, de paleizen
+en de handelswijk; op den rechteroever de kerken en de inrichtingen
+van weldadigheid.
+
+Wij beginnen ons bezoek aan de stad met een van haar oudste kerken, de
+Metropool, in neo-byzantijnschen stijl en dagteekenend van 1656. Zij
+ligt op een heuvel op den rechteroever en men heeft er een prachtig
+uitzicht over een deel der stad. De gebouwen van het oude klooster
+staan er nog omheen; ze zijn echter gewijzigd en verbouwd, die van
+links zijn nu de residentie van den metropolitaan, die van rechts
+het gebouw der volksvertegenwoordiging.
+
+Aan den voet van den heuvel op den voorgrond van het panorama, dat
+zich vóór ons ontrolt, ligt te midden van bloeiende tuinen de kerk van
+Domna Balasa, de mooiste en weelderigste der kerken van Boekarest. Die
+kerk, welke na de kerk van Curtea de Arges voor de merkwaardigste
+uit Roemenië doorgaat, is een meesterstuk van neo-byzantijnschen stijl.
+
+Domna Balasa is omringd door hospitalen, evenals de kerk gesticht door
+de dochter van Constantijn Brancovan, den voorlaatsten inlandschen
+woiwode van Walachije.
+
+Het aantal hospitalen is zeer groot in Boekarest, en ten allen tijde
+hebben rijke particulieren hun fortuin bij hun dood bestemd voor
+het onderhoud van die liefdadigheidsinrichtingen, die de glorie van
+Roemenië zijn. Hun noodzakelijkheid is vooral een uitvloeisel van
+de aanraking, waarin Roemenië komt met de havens uit het Oosten,
+van waar zooveel epidemische ziekten worden ingevoerd.
+
+Dichtbij Domna Balasa staat de kerk van Spiritoe Noe, belangrijk om
+haar groote afmetingen. Dat gebouw, dat van 1858 dagteekent, heeft
+een oude basiliek vervangen, waar de Fanarvorsten zich lieten kronen
+bij hun terugkeer uit Konstantinopel.
+
+Buiten die weinige kerkelijke gebouwen biedt de rechteroever van de
+Dimbovitza niet veel belangrijks aan; om een goede voorstelling van
+het moderne Boekarest te krijgen, moet men zich naar den hoofdader
+der stad begeven, de Calea Victoriei, die dien naam kreeg na de
+russisch-roemeensche zegepraal over Turkije in 1877-78.
+
+Hier concentreert zich alle leven, en in deze eindelooze
+straat ziet men achtereenvolgens het paleis van den koning, het
+bisschoppelijk paleis, het Athenaeum, den schouwburg, de ministeries,
+de gezantschapsgebouwen. De mooiste winkels liggen aan de Calea, en
+vóór de voornaamste hôtels zitten aan tafeltjes langs de trottoirs
+de heeren en dames, die ijs en likeuren van de beste qualiteit en de
+grootste verscheidenheid genieten. Heel aan het einde van de Calea
+Victoriei begint de beroemde straatweg naar Kisselef.
+
+Die weg, om zoo te zeggen het Bois de Boulogne van Boekarest, is de
+meest gewilde promenade, en de mondaine wereld is bijna verplicht,
+er zich te vertoonen. Elken dag in den winter, als de sneeuw dik ligt
+op den grond, en in de lente, die met snellen overgang op den strengen
+winter volgt, is er in de breede lanen van twee à vier uren lengte,
+een ongehoorde weelde te zien van sleden en rijtuigen. In den zomer
+zijn de wegen geheel verlaten, en de rechte, eenzame lanen zonder
+schaduw, waar de zon brandt door de magere, krachtelooze boomen brengt
+den reiziger niet in verrukking.
+
+Bij 't begin van den weg staat het paleis van den oud-minister
+Stoerdza, hoofd der liberale partij. Dit kolossale paleis, hoewel
+wat overladen versierd, is toch een zeer indrukwekkend gebouw. Het
+staat tegenover den boulevard Coltei, nog onlangs aangelegd, en men
+ziet er een reeks van nieuwe hôtels, alle wit en van origineelen
+bouwtrant. De meeste zijn het eigendom van rijke particulieren; maar
+net als de weg is ook die boulevard verlaten, en de bezitters van
+die vriendelijke paleizen zijn verspreid over de in Roemenië meest
+gezochte lustverblijven.
+
+Maar al die nieuwe wijken, hoe verlokkend zij er ook mogen uitzien,
+hebben niets, wat aan een eigen verleden herinnert, en men moet het wel
+betreuren, dat de Roemeniërs in hun eerzuchtig streven om Boekarest
+op één hoogte te brengen met de groote, westersche steden, een ware
+woede van afbreken aan den dag hebben gelegd, zoodat bijna ieder spoor
+van vroegere tijden verdwenen is. Wat de oorlogen hebben gespaard,
+vernielen de menschen steeds nog in hun zucht om hun hoofdstad op
+te tooien.
+
+Toch is er een juweel van een klein kerkje over, dat trots zijn
+vervallen voorkomen nog voor den griekschen eeredienst gebruikt
+wordt; dat is de Straviopolis. Dat gebouw, tweehonderd jaar oud, is
+opgetrokken in een byzantijnschen bastaardstijl, met een merkwaardigen
+arabischen voorhof, waarin men drielobbige boogvensters ziet, die
+aan den moorschen stijl ontleend zijn. Motieven, ontleend aan den
+arabischen stijl, komen trouwens zeer veelvuldig in Roemenië voor en
+vormen een der karakteristieke trekken van de roemeensche bouwkunst.
+
+Laat ons het tochtje door de stad besluiten met een bezoek aan
+de Universiteit, die, buiten de lokalen voor de faculteit der
+theologie, der medicijnen enz. een groote zaal bevat, bestemd voor
+de vergaderingen van den roemeenschen Senaat, en dan verschillende
+musea. In het Oudheidkundig Museum vinden wij de prachtige oude
+fresco's uit de kloosters, kostbare handschriften en geborduurde
+tapijten. De parel van dit museum is de schat van Petrossa, anders
+gezegd die der Gothen. Die kostbare verzameling bestaat uit tien
+stukken van massief goud uit de elfde eeuw onzer jaartelling. Zij
+werd in 1837 ontdekt door werklieden, die haar voor lagen prijs aan
+voorbijtrekkende Zigeuners verkochten. Die laatsten onderzochten den
+aard van het metaal door met de bijl verscheiden van de voorwerpen
+stuk te slaan, o.a. een prachtigen schotel met reliëffiguren, nu nog in
+'t museum aanwezig. Onder de stukken, die aan de vernieling ontkwamen,
+moet genoemd een diadeem, versierd met groote granaten, een beker, met
+edelgesteenten opgelegd, een massieve ring en een groote lampetkan. De
+ontdekking van den schat was een belangrijke archaeologische vondst.
+
+Men kan Boekarest niet verlaten, zonder Cotroceni te bezoeken, het
+eerste paleis van den koning van Roemenië, nu nog residentie van den
+erfprins Ferdinand van Hohenzollern. Het paleis, omringd door tuinen,
+ligt een eindje buiten de stad op een boschrijken heuvel.
+
+Het is een oud klooster, in 1679 gesticht door een lid van het
+grieksche geslacht Cantacuzenos, en ofschoon het huis verbouwd en zeer
+verfraaid is, heeft het zijn kloosterachtig aanzien behouden; het
+ziet er nog koud en streng en somber uit. Men treedt er binnen door
+een groote gewelfde poort, die naar een eerste plein leidt, waar de
+cellen en kloostervertrekken in bediendenkamers zijn veranderd. Midden
+op een tweede plein staat de kerk, waarachter het paleis als verborgen
+is met zijn majolica-versiering van bloemslingers en figuren.
+
+Het inwendige, dat wij tot in détails mochten bezien, is zeer rijk
+en smaakvol ingericht met alle moderne weelde en comfort. De groote
+hal vertoont de jachttrofeeën van den vorst, beren, wilde zwijnen,
+arenden, korhoenders. In de studeerkamer ziet men veel zeekaarten,
+doorsneden en plannen van schepen, aanwijzingen van den smaak en
+de bij voorkeur gevolgde studie van den erfgenaam der kroon. Op de
+eerste verdieping zijn de huiselijke vertrekken, boudoirs en salons,
+leerkamers der jeugdige prinsen, hun speelkamer met allerlei kostbaar
+speelgoed. Dat alles is aardig en vriendelijk en vormt een groote
+tegenstelling met het strenge aanzien van den gevel.
+
+Tusschen Boekarest en Sinaïa ligt Slanic, waar men een der
+belangrijkste zoutmijnen van Roemenië vindt. Een zijlijn van den
+spoorweg, op de hoofdlijn geënt, voert er ons rechtstreeks heen.
+
+De lagen steenzout strekken zich in onafgebroken lagen, maar op
+verschillende hoogten uit langs de geheele moldavische en walachijsche
+hellingen der Karpathen. Zoo ziet men te Rimnik Sarat in Moldavië
+een berg van zout in de zon schitteren; in andere streken liggen de
+zoutlagen op den grond; maar in de meeste gevallen moet men tot tien,
+twintig, zelfs dertig meter diep graven. Sommige lagen zijn niet
+dikker dan twee à drie meter; doch de meeste zijn veel dikker.
+
+Het roemeensche zout vormt een der groote rijkdommen van het land,
+en het zou eeuwen lang in de behoeften van heel Europa kunnen
+voorzien. Over het algemeen is het zeer wit en doorschijnend,
+maar de qualiteit is niet overal dezelfde, en men vindt in de beste
+zoutgroeven aders met zwartblauwe strepen erin. Die strepen wijzen op
+de aanwezigheid van leem, en het zout uit die groeven is niet voor de
+consumptie bestemd; het wordt alleen voor den landbouw gebruikt. Soms
+ook treft men in enkele lagen petroleumhoudende gedeelten aan, die
+een karakteristieken geur bijzetten aan het zout, een geur, dien men
+zelfs terugvindt in het brood, waar dat zout in gebakken is.
+
+Sedert 1862 heeft de staat de exploitatie van het steenzout aan
+zich getrokken; het is een monopolie geworden. Daar de productie
+in de laatste tijden te overvloedig was, heeft men het werk in de
+mijnen van Doftana laten rusten. Zij brachten jaarlijks 25000 ton
+op, maar het zout was blauwer en minder goed dan van Slanic. Dus
+zijn op 't oogenblik alleen in exploitatie de groeven van Slanic,
+van Targul. Ocna en van Ocna-Mare.
+
+De tegenwoordige diepte van de Slanicmijn is 100 M. Bij het dalen van
+den bak, waarin men wordt neergelaten, ziet men op 20 à 30 M. diepte
+een eerste galerij, en weldra komt men beneden in de groote zaal, die
+uitgehouwen is tot een prachtig gewelf van 60 M. hoogte. Men meent
+in een marmeren kathedraal te zijn, waarvan de wanden schitteren in
+den bleeken schijn van groote electrische lampen. De muren gelijken
+verwonderlijk veel op ongepolijst marmer, en als om de illusie
+volkomen te maken, heeft men langs de enorme zijden der zalen gedeelten
+uitgespaard en laten vooruitspringen als zware vierkante zuilen.
+
+Driehonderd arbeiders, alle in het wit gekleed, werken in die ruime
+zaal; enkele hebben alleen een broek aan, want de arbeid is zeer
+inspannend. Het zout wordt uitgegraven naar beneden uit den bodem,
+die daardoor steeds lager komt te liggen. Van den wand af tot het
+smalle paadje in het midden voor de passage van de wagentjes worden
+met het houweel evenwijdige groeven gemaakt op 60 cM. afstands van
+elkander, die 20 cM. breed en 50 cM. diep zijn. Daarna maakt men
+door middel van zware hefboomen, door twee of drie mannen bewogen,
+groote blokken los, die daarna in stukken van 25 à 50 K.G. worden
+verdeeld. In de zaal, die wij bezoeken, wordt het werk verricht door
+vrije mannen; maar in de afzonderlijke galerijen zijn dwangarbeiders
+bezig. Vóór 1848 mochten die ongelukkigen, als ze eenmaal in de mijn
+waren neergelaten, niet meer naar het daglicht terug, en zeer weinigen
+van hen hielden die barbaarsche behandeling meer dan drie of vier
+jaar uit. Tegenwoordig is hun leven dragelijk geworden, en dagelijks,
+in den winter na acht en in den zomer na twaalf uren werkens, keeren
+zij naar de gevangenis terug. Buitendien ontvangen ze een belooning
+van 60 à 80 _bani_ per dag.
+
+Het zout van Slanic heet het mooiste van Roemenië, en alleen deze
+groeven leveren dagelijks 300,000 KG. zout. Het wordt in tweeërlei
+vorm verkocht, òf in groote, vormlooze blokken òf gestampt en in
+zakken verpakt. Na Servië zijn Bulgarije en Rusland de voornaamste
+afzetgebieden.
+
+Nauwelijks hebben wij Slanic achter ons gelaten, of we komen in het
+petroleumgebied. Aan alle stations staan tankwagens, die een akeligen
+stank verspreiden. Wij zijn in het district Prahova, dat den eersten
+rang inneemt onder de petroleumdistricten van het rijk.
+
+Van Campina, waar wij stilhouden, gaan we per rijtuig naar Doftana,
+om de putten te bezoeken en de raffinaderijen. Als wij dicht bij het
+dorp komen, verkondigen zware buizen, die langs den weg liggen en een
+vettig, slijkig vocht uitzweeten, de nabijheid van het industriëele
+middelpunt aan. Wij moeten uitstappen bij de Doftana, die zoo laag is,
+dat er een massa rotsachtige eilandjes worden gevormd, waar het water
+snel tusschen doorstroomt. Een houten brug leidt over den stroom. Om
+die te bereiken, moeten wij vijf minuten lang loopen op den smallen
+rand van den muur, die langs de rivier loopt en het water in den tijd
+van hoogen waterstand tegenhoudt.
+
+Maar ons rijtuig, dat natuurlijk dien acrobatenweg niet kan volgen,
+moet in de rivier rijden, er de doorwaadbare plaatsen zoeken en langs
+allerlei kronkelwegen den tegenoverliggenden oever bereiken. Hier
+zijn wij in het gebied der exploitatie. Rechts en links en aan alle
+kanten om ons heen wijzen hooge houten boortorens de putten aan,
+die in werking zijn. De grond is geheel doortrokken met petroleum;
+de lucht is verzadigd van den damp, en de boomen in de buurt zijn
+alle bladerloos. Evenals in den Kaukasus en in Amerika geschiedt
+het boren der putten door middel van den derrick. Men ziet slechts
+zelden in Roemenië bronnen, die onder den druk der ontwikkelde gassen
+de vloeistof hoog boven den grond doen opspuiten. Gewoonlijk heeft
+men hier te doen met onderaardsche verzamelbekkens of met leem-
+of leilagen, die de aardolie vasthouden bij wijze van een spons. In
+het laatste geval boort men op verscheiden plaatsen en de petroleum
+verzamelt zich door uitzweeting onder in een put, gegraven door
+een zuigpomp.
+
+Maar onverschillig of men met een onderaardsch bekken heeft te doen,
+of dat de petroleum door filtratie samenvloeit in een kunstmatigen
+put, de wijze van aan het daglicht brengen is dezelfde. Men laat in de
+boorgaten, die vooraf van buizen voorzien zijn als bij de artesische
+putten in gebruik zijn, een cylinder van 4 à 5 M. lengte bij 15 à
+20 cM. middellijn, voorzien van een klepje aan het ondereind. Die
+cylinder hangt aan een langen ketting, die om een as op den top van een
+boortoren is gewonden, neergelaten wordt en bevestigd aan een paal met
+tegenwicht. Met behulp daarvan kan één werkman het toestel bedienen;
+hij laat den cylinder in den put neer en brengt hem vervolgens weer
+naar boven. Dan opent een tweede werkman het klepje, en de olie stort
+zich in houten goten, die haar naar groote, ondiepe verzamelbekkens
+voeren.
+
+De petroleum is bij 't verlaten van den put een dikke vloeistof, die
+troebel en olieachtig is en bruin-rood van kleur met groenachtigen
+weerschijn.
+
+Uit de réservoirs, waarin men de olie brengt als ze uit den grond
+komt, wordt ze door pijpen geleid naar de raffinaderijen in het
+dal. De natuurlijke helling van den grond zou niet voldoende zijn om
+de vloeistof, waarin zich allerlei vreemde stoffen bevinden, geregeld
+af te voeren; ze moet worden voortgestuwd door middel van speciale
+pompen, die soms verbazend krachtig werken.
+
+In de raffinaderijen wordt de petroleum blootgesteld aan zeer hooge
+temperaturen, tot wel 270° C. Daarna heeft de destillatie plaats,
+waardoor naphta, gazoline enz. worden afgescheiden.
+
+De diepte der boorgaten verschilt aanmerkelijk, want de petroleum
+is door het gansche gebied der Karpathen verdeeld op zeer ongelijke
+diepten. Tot in het midden der 19de eeuw boorde men meestal niet
+dieper dan 30 M. om de aardolie te verkrijgen, die eigenlijk niet
+anders dan als smeerolie werd gebezigd. Tegenwoordig boort men putten,
+welker diepte tusschen 130 en 400 M. afwisselt, en de productie,
+die al in 1900 tot 247000 ton was gestegen, is later nog sterk
+vermeerderd, vooral door de uitbreiding aan de exploitatie gegeven
+door de Steana Romana, de belangrijkste roemeensche maatschappij
+van petroleumexploitatie.
+
+Maar de vorderingen zijn toch nog niet evenredig aan de belangrijkheid
+der petroleumbronnen; en de organisatiefouten in de exploiteerende
+maatschappijen, het uitblijven van behoorlijke dividenden houden de
+vreemde kapitalen op een afstand, terwijl ze toch zoo noodig zouden
+zijn voor Roemenië's industriëelen vooruitgang.
+
+De rit van Campina naar Sinaïa is een der mooiste, die zich laten
+denken. Een opeenvolging van prachtige landschappen gaat aan ons oog
+voorbij onder het gaan door het dal der Prahova. De rivier bespoelt
+roodachtige rotsen, beneden bedekt met magere weiden; hooger hangen
+bosschen van zilvergrijze wilgen in grillige schikking langs de
+bergen. De boerderijen zijn grooter, beter gebouwd, goed onderhouden,
+en de menschen zien er niet zoo slaafsch en vreesachtig uit als
+geslagen honden, zooals wij zooveel andere boeren hebben waargenomen.
+
+Een belangrijke cementfabriek heeft een heel dorp van witte woningen
+om zich heen gegroepeerd, alle met roode daken. Zoo komt er welvaart
+in het dal, maar daarmee verdwijnt wel tevens de poëzie, als de mooie
+wegen vuil zullen geworden zijn en alles aangeslagen zal wezen door
+fabrieksrook.
+
+Onder in het dal stroomt de Prahova, wier tallooze bochten en
+kronkelingen ten slotte doorloopen tot in de verre vlakten. Het water
+der rivier, verdeeld over een menigte dunne adertjes, schittert in de
+zon, en naast het stroompje liggen de beide glinsterende stalen lijnen
+van den spoorweg. Door woeste bergkloven en langs duistere afgronden
+komen wij in het woud, dat halverwege op den berg is gelegen en waar
+de weg doorheen leidt.
+
+Daar, in het hart van het bosch, ligt aan den voet van een enorme
+rots van 2500 M. Sinaïa.
+
+Sinaïa is een lustoord van nog jongen datum, dat zijn bloei te
+danken heeft aan het verblijf van den koning en de koningin van
+Roemenië, die een der sombere dalen van de Prahova uitkozen
+als zomerresidentie. Rondom hen schaarde zich al spoedig de
+aristocratie van het koninkrijk, ministers, afgevaardigden, gezanten,
+hofdignitarissen en hooge officieren. Tegenwoordig brengt al wat in
+Boekarest iets beteekent, den zomer te Sinaïa door.
+
+Wij komen er langs een breede, heerlijke laan van prachtige villa's;
+dan volgt een groote, magnifieke tuin vol bloemen en groote gazons,
+watervalletjes en velden voor allerlei spelen. De hôtels van Sinaïa
+liggen in dien tuin. Er zijn er niet genoeg, want ze zijn altijd
+overvol; het kost ons moeite logies te vinden.
+
+In het hôtel Sinaïa biedt men ons een paar zolderkamertjes aan, en bij
+onze aarzeling om ze te aanvaarden, wijst men ons een paar kamers in
+een bijgebouw, waar een gezant zijn intrek heeft genomen. Hier nemen
+wij genoegen meê.
+
+Het hôtel is goed, maar van een oostersche zindelijkheid, die voor
+ons niet het rechte is. Men heeft in de vertrekken geen bedden, maar
+divans, die 's nachts in legersteden worden veranderd en over dag de
+gewone diensten bewijzen.
+
+In het restaurant echter meent men te Parijs te zijn. Ieder spreekt
+Fransch; het menu is geheel fransch, ook in de bereiding; alleen
+het kleintje koffie na den eten is turksch; dat herinnert den gast,
+dat hij zich aan de poort van het Oosten bevindt.
+
+De roemeensche wijnen zijn over 't algemeen zacht en fijn. De
+witte wijnen van Dragashani en Cotnar zijn dadelijk bij ons in de
+gunst. Wij kunnen de roode wijnen minder prijzen, hoewel ze hier
+veel lof inoogsten en men tracht, ze in waarde gelijk te stellen
+met Bordeauxwijn. Ofschoon de Roemeniërs lofwaardige pogingen in het
+werk hebben gesteld voor het welzijn van hun wijngaarden, ofschoon
+ze zelfs uit Frankrijk veel wijnbouwers hebben laten overkomen, om
+de roode wijnen te bereiden, toch zal de roemeensche wijn nooit met
+den franschen kunnen wedijveren.
+
+Te Sinaïa is het leven weelderig en duur; trouwens de rijke Roemeniër
+geeft graag geld uit, hij houdt van mooie kleeding en van pleizier;
+hij is een beschaafd man in elken zin des woords.
+
+De wereld in dit hôtel is een officiëele wereld. Het is het hôtel der
+gezanten en ministers. Er zijn hier roemeensche families, die op zeer
+grooten voet leven en geheel in de mondaine wereld op hun plaats zijn.
+
+De groote namen, die men hoort, doen mij denken aan een eigenaardige
+bijzonderheid van den roemeenschen burgerlijken stand. Niet dat men
+de echtheid van hun hooge afkomst behoeft in twijfel te trekken;
+maar tot in den laatsten tijd bestond nog niet de erfelijkheid der
+familienamen. Gewoonlijk noemde men zich maar doodeenvoudig Jan,
+Filipszoon of Philepsco, zooals men in Servië Pavitsj zegt voor den
+zoon van Paul. Ieder kan naar believen bij zijn voornaam den naam
+van zijn buurman voegen, of zelfs dien van een vorst of een beroemd
+generaal en dien tot zijn eigen maken, ook voor zijn erfgenamen die
+hem wilden behouden. Zoodat die groote namen, die ons aan beroemde
+personen doen denken, niet het idee moeten wekken, dat we ons in de
+tegenwoordigheid bevinden van afstammelingen dier grootheden, doch
+alleen van afstammelingen hunner bewonderaars, die den beroemden naam
+hebben aangenomen.
+
+Een verschrikkelijke storm met diluviaanschen regen heeft den geheelen
+nacht onze vensters geschud, en 's morgens bij het opstaan zien wij
+de treurig slikkerige wegen gehuld in een niets goeds voorspellenden
+mist. Wat te doen in Sinaïa, als het regent? Er is geen kurzaal,
+noch casino, en in de hôtels, die te klein zijn voor het aantal
+reizigers, dat zich er ophoopt, vindt men slechts een klein lees-
+en biljartzaaltje. Ondanks den fijnen, aanhoudenden regen besluiten
+wij een exploratietocht te doen.
+
+Bij het stijgen in de boschjes achter het hôtel komen we al spoedig aan
+het klooster. In 1695 gesticht door Michaël Cantacuzenos, bestaat het
+als alle kloosters van eenige beteekenis uit twee pleinen, waar rond
+omheen de woningen der monniken en de bijgebouwen van het klooster
+zich groepeeren. Midden op ieder van de beide pleinen staat een
+klein byzantijnsch kerkje. Een werd op dat oogenblik gerestaureerd,
+en dank zij der vrijgevigheid van den koning kan de restauratie zeer
+goed geschieden.
+
+Lang diende het klooster in troebele tijden als schuilplaats voor de
+bewoners van het laagland, die in de bergen een toevlucht zochten,
+terwijl het tevens gastvrijheid bood aan reizigers.
+
+Toen koning Karel en koningin Elizabeth, aangetrokken door de machtige
+bekoring en de vreemde poëzie van het woud te Sinaïa, voor de eerste
+maal er een deel van den zomer kwamen doorbrengen, namen zij hun
+intrek in een der bijgebouwen van het klooster.
+
+Eerst na eenige jaarlijksche bezoeken besloten zij in een liefelijk
+dal achter het klooster een paleisje te bouwen, dat door den kunstzin
+en den goeden smaak der koningin een der juweeltjes van Roemenië
+werd. Weldra werd het voorbeeld gevolgd, en midden in het bosch
+verrezen aan alle kanten sierlijke villa's en optrekjes. De regeering
+bouwde een paar hôtels voor reizigers, en het begin van Sinaïa was er.
+
+Het koninklijk paleis, kasteel Pelesch, heet naar den berg waarop
+het ligt. Uit de verte gezien, treedt het naar voren uit een dicht
+dennebosch, dat de rooskleurige rotsen van het Bucegi-gebergte
+kroont. Het prachtige gebouw van steen en hout, waar gothische
+en byzantijnsche elementen in vereenigd zijn, is een harmonieus
+geheel, met sierlijke torentjes, mooie balcons en terrassen, een
+dichterdroom van de kunstenares Carmen Sylva. Inderdaad, wie Sinaïa
+noemt, roept dadelijk zich het beeld van de vorstin voor oogen, van
+haar, die dit lustoord in het leven riep. De koningin van Roemenië is,
+zooals ieder weet, een dier superieure vrouwen, die van kunst, poëzie
+en melancholie leven. Zij is graag in het woud, kent er alle paden,
+en om er naar hartelust te kunnen droomen, heeft zij zich een hoog
+verblijf laten inrichten, een huisje, hangend in de boomen hoog op den
+top van een der bergen, die Sinaïa omgeven. Het Nestje der Koningin,
+zoo noemt men hier die plek. Van daar overziet zij den gansenen omtrek.
+
+Eenige jaren geleden zag men haar dikwijls met de dames van haar
+gevolg gekleed in de nationale kleederdracht, die zoo goed past bij
+haar hooge, majestueuse gestalte. Maar de poging, om het bekoorlijke
+costuum weer in eere te brengen onder de deftige dames, heeft niet
+het succes gehad, die de sierlijke witte, met byzantijnsch borduursel
+getooide dracht verdiende.
+
+De roemeensche dames, minder dichterlijk van aanleg dan haar
+souvereine, worden bekoord door de parijsche modes, en men ziet heel
+zelden de nationale kleeding meer te Sinaïa. Eigenlijk treft men die
+alleen aan als historische merkwaardigheid en wel vooral op de markt,
+die des Zondagsmorgens gehouden wordt in de groote laan. Boerinnen
+spreiden er op het gras langs den weg en op de hekken der tuinen
+de mooie borduursels uit, doorschijnende sluiers, halsdoekjes en
+lijfjes met rijke patronen en andere fraaie toiletartikelen. Sinaïa is
+eigenlijk een wonderlijke badplaats! Men zou er dépendances verwachten
+van alle groote huizen te Boekarest en winkels, waar de elegante
+dames al haar luimen konden bevredigen, maar er is niets van dat alles.
+
+Wij hebben het dorp Sinaïa bekeken. Het bestaat enkel uit een
+kronkelende, sterk hellende straat. Een gewone kruidenierswinkel is
+er, met een paar winkeltjes van visch en groenten. Te Sinaïa boven
+vindt ge een kapper, een photograaf en een paar banketbakkers; maar
+artikelen van dagelijksch gebruik kan men er niet krijgen.
+
+Wat de bijzondere aantrekkelijkheid van de plaats uitmaakt, zijn
+de verrukkelijke wandelingen, die men in 't oneindige variëeren
+kan in de dalen en op de hellingen der bergen. Bij het verlaten
+van den grooten weg is men dadelijk op goed onderhouden voetpaden,
+die tot in het diepste van het woud voeren, en hier begrijpt men de
+koninklijke gril van Carmen Sylva; men kan zich niets woesters en
+dichterlijkers en idealers denken. Dit is het maagdelijke woud in
+den besten zin. Boomen van zes meters in omtrek en vijftig meter
+hoog staan er in grooten getale. Meest zijn het dennen en beuken,
+die met hun groen de bergen tot groote hoogte bedekken.
+
+De grond is geheel bedekt met heide en mos. Hier en daar blijven
+omgevallen stammen op den bodem liggen, zooals de storm ze velde. De
+koning, tot wiens domeingoederen het bosch behoort, wil niet, dat
+iemand eraan raakt.
+
+Elk voetpad leidt naar een mooi uitzicht. Het toeval voert ons naar de
+Promenade der H. Anna aan de grenzen van het woud. Boven ons hoofd op
+een kalen top van rood gesteente, die wel ontoegankelijk lijkt, staat
+een sierlijk paviljoentje, dat ons schijnt uit te tarten. Maar 't is
+al laat, en het weêr is onzeker. Wij durven ons niet verder wagen.
+
+Op regendagen is het stil en somber te Sinaïa; maar als de zon
+schijnt, hoort men overal muziek in de tuinen, militaire muziek en
+Zigeunerliederen, die de echo's wekken van de donkere bergen.
+
+Het kroondomein heeft overal een goeden invloed op de
+boerenbevolking. Door de vele scholen, die het bestuur der domeinen
+opricht, ook vak- en landbouwscholen, worden de boeren op de hoogte
+gebracht van een rationeele manier om den grond te bebouwen en gebruik
+te maken van machines en andere verbeteringen. Zij krijgen onderricht
+in de behandeling van het vee en van allerlei aanplantingen. Alle
+pogingen worden door de kroon in het werk gesteld voor de verheffing
+van den boerenstand.
+
+In den loop zijner regeering heeft de koning veel wegen laten
+aanleggen, en hij heeft daarbij dikwijls een beroep gedaan op
+buitenlandsche ingenieurs, ook voor den aanleg van spoorwegen. Niets
+wordt verwaarloosd, wat den boer vooruit kan brengen en hem in staat
+stelt zijn woning gezonder en zijn leven rijker te maken. Maar de
+slavernij heeft diepe sporen nagelaten, en al zijn sommige streken,
+vooral die tusschen Predeal en Boekarest, krachtig ontwikkeld, aan de
+bergachtige randen van Roemenië is de bevolking nog niet veel verder
+gekomen, dan zij was onder de turksche heerschappij.
+
+
+
+Kijkjes in een mooi werk over Chili
+
+Marie Robinson Wright
+
+
+
+Aan de vrouwen van Chili draagt "met waardeering en bewondering van
+haar uitstekende hoedanigheden van geest en hart" de schrijfster, Marie
+Robinson Wright van Philadelphia, haar groot werk _The Republic Chile_
+op. Het rijk uitgemonsterde en keurig uitgegeven boek is tegelijk te
+Philadelphia en te Londen verschenen. Het geeft geen reisverhaal,
+maar behandelt in een reeks van aangenaam geschreven hoofdstukken
+Chili's geschiedenis en zijn tegenwoordige regeering, zijn financiëelen
+toestand en zijn buitenlandschen handel, de hoofdstad Santiago en den
+heuvel Santa Lucia, de vloot, het leger, het maatschappelijk leven,
+kerken en liefdadigheid, de universiteit met bibliotheken en musea, het
+opvoedingssysteem en den stand van schilder- en van beeldhouwkunst. 't
+Gewaagt van de drie zones, waarin Chili natuurkundig en dus ook uit het
+oogpunt van zijn flora en zijn fauna te verdeelen valt, van Valparaiso,
+Chili's eerste handelsstad, en van het chileensch Trouville, 't mooie
+Vina del Mar; van 't leven op een hacienda, van de wijnproductie en
+de warme bronnen; van den rijkdom aan salpeter en de Lota-mijnen;
+van de opbrengst aan delfstoffen als goud, zilver, ijzer, koper en
+steenkool; van spoorwegen en stoombooten, landbouw en industrie, en ten
+slotte van die verre zuidelijke streken in de langgerekte republiek,
+Patagonië met Punta Arenas, Vuurland en het eenzame Juan Fernandez.
+
+Wellicht zal het den nederlandschen lezer thans in 't bijzonder
+interesseeren, nu onze minister van Waterstaat er vertoeft om het
+land van zijn bekwaamheid als ingenieur te doen profiteeren volgens
+een reeds vroeger aanvaarde verplichting.
+
+Wij zullen hier en daar een greep doen uit de rijke stof, die door
+de schrijfster degelijk wordt beheerscht, hetgeen niet behoeft
+te verwonderen, daar zij vijf jaren aaneen in Zuid-Amerika heeft
+gereisd en groote tochten ondernam van den Boven-Amazonenstroom tot
+Vuurland en van den Atlantischen tot den Stillen Oceaan. Driemaal deed
+zij de spoorreis over de Andes-keten, en Chili trok haar van alle
+zuid-amerikaansche republieken het meest aan. Daar bracht zij twee
+jaren door en leerde er land en volk grondig kennen. Beide looft
+en prijst zij, en het is haar een genoegen, heldere denkbeelden
+over de interessante republiek en hare hulpmiddelen te mogen helpen
+verspreiden.
+
+"Het doet mij leed," schrijft zij, "dat ik, bij de meer uitvoerige
+behandeling van Chili's jongste geschiedenis, genoodzaakt ben geweest,
+de annalen van het roemrijke verleden kort samen te vatten. Daar toch
+vindt men in overvloed bewijzen van groote dapperheid en opofferende
+vaderlandsliefde. Dezelfde karakteristieke trekken, die het chileensche
+volk sterk hebben gemaakt in de verdediging zijner nationale rechten,
+hebben het ook de geestkracht en den ondernemingslust gegeven, die
+noodig zijn, om het in handel en industrie tot een flinke hoogte te
+brengen, en er is thans geen enkel land in Zuid-Amerika, waar de
+algemeene vooruitgang gestadiger en degelijker is geweest en waar
+men zijn betrekkingen tot buitenlandsche machten op beter en hechter
+grondvesten heeft kunnen bouwen. Wat intellectueele beschaving betreft,
+nemen de Chileenen een eereplaats in onder de meest vooruitstrevende
+volken, en hun geleerden, schilders en beeldhouwers hebben zich naam
+gemaakt in de hoogste kringen van Europa en Amerika."
+
+De vooruitzichten zijn bijzonder gunstig voor den vooruitgang van
+de republiek, want de twintigste eeuw ziet den handel meer dan ooit
+vroeger zijn aandacht wijden aan de havens van den Stillen Oceaan.
+
+Aan Santiago valt daarbij een eereplaats ten deel, de mooie stad
+met haar witte kroon van de Andesketen. De stad ligt in prachtige,
+schilderachtige omgeving, als een koningin in een reuzenkasteel,
+haar door de natuur geschonken, waar de muren van het onvergankelijke
+graniet der Cordillera's opgetrokken zijn, en torens tot den hemel
+reiken. Zij ligt open naar het Westen, als wachtte zij van daar de
+groote toekomst, die in dit land van belofte voor haar is weggelegd. En
+van de met sneeuw bedekte toppen achter haar, die scherp tegen den
+blauwen hemel afsteken, ligt zonder eenige begrenzing vóór haar de
+eindelooze Stille Oceaan, waar geen vreemde mogendheid de uitbreiding
+van Santiago's handel kan beperken.
+
+Het is onmogelijk, zich een liefelijker beeld te denken, dan dat,
+hetwelk Santiago aanbiedt bij zonsondergang, als de stad gehuld is
+in het purper en het goud, dat op de Andestoppen straalt en hen
+in warmen gloed zet. Er is iets, dat aan Rome herinnert in deze
+chileensche hoofdstad met haar mooien heuvel, die als een koepel van
+een kerk midden uit haar straten oprijst; maar terwijl de heuvel van
+het Quirinaal de macht en 't aanzien van het koningschap belichaamt,
+is Santa Lucia, de tegenhanger in Chili, een symbool van den geest der
+vrijheid, heerschend in de Nieuwe Wereld. De paleizen van grooten en
+van souvereinen worden hier vervangen door de schouwburgen en villa's
+van een vrij en onafhankelijk volk.
+
+De Alameda is wel genoemd de Via Appia van dit westersch Rome. In de
+dagen, toen Chili nog een spaansche kolonie was, hielden de spaansche
+gouverneurs langs dien weg hun luisterrijken intocht. Later, in de
+opwindende dagen van den vrijheidsoorlog, hadden de overwinnende
+legers hier het eerst de welkomstgroeten in ontvangst te nemen, die
+hen later zoo overvloedig op de openbare pleinen der hoofdstad te
+beurt vielen. Langs dezen weg, die nu de mooiste straat der stad is,
+treedt ook tegenwoordig de bezoeker Santiago binnen in de schaduw
+van statige boomen, voorbij fonteinen en standbeelden en prachtige
+bloemen, bekoord door het fraaie uitzicht op den Santa Lucia met de
+trotsche toppen der Cordillera's op den achtergrond.
+
+Die Alameda de las Delicias is bijna drie mijlen lang en
+driehonderdvijftig voet breed en loopt door de stad van Santa Lucia
+naar het Centrale Spoorwegstation. Van een eenvoudigen straatweg
+naar de oude koloniale hoofdstad is het de voornaamste boulevard der
+moderne metropolis geworden, die zelve zich uit een plaatsje van weinig
+beteekenis tot een der meest bekoorlijke steden heeft ontwikkeld.
+
+Gelegen in het dal der Mapocho, heeft de stad vroeger veel te lijden
+gehad van de overstroomingen der rivier, en eerst door de geheele
+kanalizatie van het rivierbed, die in 1891 werd voltooid, is de
+tegenwoordige toestand verkregen, waardoor men voor alle invloeden
+van storm en overstrooming veilig is.
+
+Vóór den onafhankelijkheidsoorlog, waardoor op 18 September 1810
+de republiek Chili werd geboren, was Santiago niet veel meer dan
+een spaansch dorp, bestaande uit huizen van één verdieping en met
+geen andere aantrekkelijkheid dan een paar pleinen en parken en de
+particuliere patio's, bekend uit alle spaansche steden. De plaats
+breidde zich gaandeweg uit, maar altijd naar gewone, traditioneele
+begrippen, zonder de moderne verbeteringen der steden van den nieuweren
+tijd. De Alameda de las Delicias was gedurende twee eeuwen na de
+verovering een gewone weg, belangrijker wordend, naarmate de stad
+zich uitbreidde, maar toch geen drukke verkeersweg.
+
+Daar zij was aangelegd in de oude bedding van een tak der Mapocho,
+werd de Almeda met haar moerassigen grond en oneffen bestrating eerder
+beschouwd als een gebrek dan als een sieraad van de hoofdstad. De
+mooiste straat in koloniale tijden en de populaire wandelweg was de
+Paseo de la Piramide, die langs den zuidelijken oever van de Mapocho
+liep en door treurwilgen werd ingesloten.
+
+Eerst in de laatste helft der 19de eeuw had de verandering plaats,
+die de hoofdstad maakte tot de tegenwoordige moderne stad met
+haar welonderhouden parken en pleinen, mooie huizen en breede
+straten. Tijdens het bestuur van Don Benjamin Vicuna Mackenna werd
+de stad in 1872 geplaveid en kreeg een betere verlichting, de Alameda
+werd verbeterd en de Santa-Luciaheuvel werd van een onoogelijke hoogte
+midden in de stad tot een heerlijk park. Deze verbeteringen waren
+noodzakelijk geworden met den nieuwen stijl en de sierlijkheid der
+rijke woonhuizen en der openbare gebouwen van de stad. Het vroegere
+verouderde voorkomen maakte plaats voor de moderniteit van heden,
+en de toewijding der bewoners van Santiago aan hun stad bleek uit tal
+van particuliere bijdragen voor de verfraaiing. Zoo is het geliefde
+Cousino-park genoemd naar den schenker, den millionair Don Luis
+Cousino, die den grond aan de gemeente afstond.
+
+Het groote fortuin van de Cousino's werd een halve eeuw geleden
+gemaakt, toen de chileensche kapitalist de groote onderneming waagde
+van de exploitatie der steenkolenmijnen in het Lotadistrict. Lota
+is nu het bloeiende middelpunt van een nijverheidsgebied en ligt
+dichtbij Coronel in de provincie Concepcion. De geheele bevolking
+van 15000 zielen is afhankelijk van de mijnmaatschappij, waarin de
+familie Cousino den toon aangeeft. Senor Don Matias Cousino kocht in
+1852 den grond en begon terstond op energieke wijze de exploitatie.
+
+Bij zijn dood, tien jaren later, ging de bezitting over in handen
+van zijn zoon Senor Don Luis Cousino, die in 1869 de maatschappij
+Esplotadora de Lota y Coronel stichtte en 't grootste getal aandeelen
+zelf behield. Hij bracht de onderneming tot groote hoogte en veel
+andere giften aan de gemeenschap getuigen, met het Cousino-park
+in Santiago, van zijn mildheid. Zijn weduwe Senora Dona Isidora
+Goyenechea de Cousino kocht alle aandeelen op en werd eenige
+eigenares van de Lota-maatschappij. Zij was een tijdlang de rijkste
+vrouw ter wereld, toen haar vermogen op zeventig millioen dollars
+werd geschat. Eenige malen stak zij den oceaan over, om eenigen
+tijd in Europa te vertoeven, en in Parijs was zij als de door de
+fortuin meest begunstigde vrouw bekend, terwijl de _Rue Lota_ naar
+haar werd genoemd. Met haar eigen schip deed Senora Cousino een reis
+naar het Oosten, bezocht de Sandwich-eilanden en werd overal als een
+koninklijke gast gehuldigd. Bij haar dood in 1898 werd de bezitting
+geërfd door haar zes kinderen, van wie vier, Don Alberto, Don Carlos,
+Dona Adriana en Dona Loreto, nog in leven zijn.
+
+Het stadje Lota ligt op vijf mijlen afstands van Coronel, waarmee het
+door den Arauco-spoorweg is verbonden. Het is verdeeld in Lota Alta
+of de bovenstad en Lota Abajo, de benedenstad aan den voet van den
+heuvel. De bovenstad behoort aan de Compania Esplotadora de Lota,
+en men vindt er de kantoren der maatschappij met de woningen der
+beambten en werklieden, hun kerk en school en hospitaal. In een kleine
+dagreis per spoor bereikt men Santiago, waar de eigenaars der mijnen
+resideeren. Maar te Lota hebben zij ook een paleisje met een prachtig
+park, dat met de grootste zorg wordt onderhouden, in tegenstelling
+met het huis, dat na den dood van Senora Cousino onbewoond is gebleven.
+
+Maar om op Santiago en de Alameda terug te komen, die rijweg is de
+bekoorlijkste van alle zuid-amerikaansche _paseo's_. Men ziet er
+niet enkel weelde en mooie equipages, maar tevens is men er als in
+een museum, in Chili's _Ruhmeshalle_, niet besloten binnen vier muren,
+maar in de open lucht tusschen boomen en bloemen, fonteinen en vijvers,
+waar de vogels zingen, en de kinderen spelen en waar de geschiedenis,
+verteld in brons en marmer, de menschen kan opwekken tot moed en
+vaderlandsliefde. Het edele voorbeeld van de vereeuwigde helden
+wordt er den jongen menschen voortdurend voor oogen gesteld. Niet
+alleen als werken van kunst wekken de standbeelden en de monumenten
+van de Alameda onze bewondering, maar ook als blijken van de nobele
+gevoelens der natie, die dit middel heeft te baat genomen, om haar
+dankbaarheid te toonen jegens de helden uit de bevrijdingsoorlogen.
+
+Een trotsch monument herinnert aan den grooten generaal Don José
+San Martin, te paard voorgesteld met het vrijheidsvaandel in de
+rechterhand. Het werd onthuld op 5 April 1863, den verjaardag
+van Maipo. Die slag van 5 April 1818 in de vlakte van Maipo,
+eenige mijlen ten zuiden van de hoofdstad, was een schitterende
+overwinning van de republikeinen over het leger van de royalisten,
+tegen wie de jonge republiek zich telkens weer had te wapenen na
+haar onafhankelijkheidsverklaring.
+
+Een ander ruiterstandbeeld is er verrezen voor den grootsten
+chileenschen generaal Bernardo O'Higgins, wiens dapperheid en
+vaderlandsliefde indrukwekkend gesymbolizeerd zijn in de bronzen
+figuur, die hem voorstelt, zooals hij Rancagua ontruimt met zijn
+dappere soldaten en, wijzend op Santiago, uitroept: "Wij geven noch
+vragen kwartier". Het standbeeld staat op een voetstuk van wit
+marmer met basreliefs, die de belangrijkste gevechten weergeven,
+waarin generaal O'Higgins zich onderscheidde.
+
+De vader van dezen generaal was Ambrosio O'Higgins, die in 1788 door
+den koning van Spanje tot gouverneur van Chili benoemd was. Hij zocht
+niet, als zijn voorgangers, onophoudelijk zijn voldoening in den
+strijd tegen de Araucaniërs, de oorspronkelijke bevolking, maar hij
+trachtte den vrede te bevestigen en het land tot bloei te brengen. Hij
+was Ier van geboorte, ging naar Spanje en vestigde zich als koopman in
+Peru. Hij verloor zijn vermogen, stelde zich in dienst des konings en
+ging naar Chili. Zijn eerlijkheid en zijn scherp verstand vestigden
+de aandacht op hem en in een voorspoedige carrière bracht hij het
+tot het ambt van gouverneur van Chili. De noordelijke provincies,
+die over 't geheel verwaarloosd waren, bezocht hij in persoon, deed
+onderzoekingen in de woestijn van Atocama en keerde over Valparaiso
+naar Santiago terug.
+
+Als gevolg van die reis kwamen er een groot aantal verbeteringen in
+den toestand der Indianen, die op het land of in de mijnen werkten, en
+zijn uitstekend bewind bleek ook uit de wijze, waarop hij tegenover de
+Araucaniërs handelde. Hij verbood, hen zonder noodzaak aan te vallen
+of te beleedigen, en ofschoon de troepen ten allen tijde op oorlog
+voorbereid moesten zijn, mocht geen poging worden verzuimd, om den
+vrede te handhaven. De uitslag bewees, hoe beleidvol zijn optreden was,
+want de Indianen, die zagen hoe de Spanjaarden op hun hoede waren,
+zorgden wel, dat ze geen aanval waagden, en in het veilige gevoel,
+dat hen geen gevaar dreigde, als zij zich rustig hielden, begonnen ze
+hun velden ijverig te bebouwen. Aan de openbare wegen liet gouverneur
+O'Higgins groote zorg besteden, en tegen de overstroomingen der
+Mapocho beveiligde hij de hoofdstad door doelmatig aangebrachte dammen.
+
+In 1789 vaardigde hij een decreet uit, waarbij alle indiaansche slaven
+vrij werden verklaard, hoewel hij de landeigenaars daardoor tegen
+zich in het harnas joeg en zich den haat op den hals haalde van de
+eigenaars der mijnen, waarin slaven werkten. Het belastingstelsel
+onderging allerlei verbeteringen en altijd was hij in de weer, den
+weg te effenen voor handel, industrie en landbouw.
+
+De hoogste positie, die de kroon in die dagen in Zuid-Amerika te
+vergeven had, viel hem als blijk van de bijzondere tevredenheid
+des konings in 1795 ten deel, namelijk den post van onderkoning van
+Peru. Het volgend jaar reisde hij naar Lima, maar hij liet in zijn
+geliefd Chili zijn zoon Bernardo achter, die bestemd was, zulk een
+groote rol te spelen in de latere politiek van Chili. Hij toch werd een
+der helden uit den vrijheidsoorlog, een der stichters van de republiek.
+
+Want door de grootere ontwikkeling in staatkundig en maatschappelijk
+opzicht, door het betere onderwijs vooral, begonnen de Chilenen
+het onrecht in te zien van sommige spaansche regeeringsmaatregelen
+en van het dwangstelsel, dat hen in allerlei richting hinderde in
+den vooruitgang. Bemoeilijking van den handel, overmatige invloed
+van de geestelijkheid, verbod van lectuur, gemis aan vrijheid van
+drukpers en van vereeniging en vergadering, dat alles werd meer
+en meer als een belemmering gevoeld, vooral na de ontroerende
+voorbeelden van den vrijheidsoorlog in Noord-Amerika en van de
+Fransche Revolutie. De begeerte, om meer te weten te komen van de
+buitenwereld, was een prikkel tot het koopen der verboden lectuur
+en gaf tevens een verklaring van de populariteit der _tertulia's_
+of avondbijeenkomsten in de salons der personen, die in Europa hadden
+gereisd en op de hoogte waren der nieuwere vrijheidsbegrippen, en de
+boeken der bekende fransche schrijvers uit die dagen hadden meegenomen.
+
+Tijdens de regeering van gouverneur Carrasco, van 1808 tot 1810,
+nam de zucht naar vrijheid een meer definitieven vorm aan; Napoleons
+verovering van Spanje en de gevangenneming van den spaanschen koning
+steunden den geest van vrijheid, en op 16 Juni 1810 moest gouverneur
+Carrasco afstand doen, vooral onder pressie van den _cabildo_ of het
+stadsbestuur van Santiago.
+
+Er werd een Administratieve Raad gekozen, die de regeeringsmacht zou
+in handen hebben tot een Nationaal Congres bijeengekomen zou zijn,
+om den regeeringsvorm vast te stellen. De openbare vergadering van 18
+September 1810 besloot tot de instelling van de Junta Gubernativa,
+de eerste onafhankelijke regeering in Chili. Een dag van glorie
+was die geboortedag der republiek, de opwinding in de hoofdstad
+was buitengewoon groot en de straten waren vroolijk en luidruchtig,
+overstraald door de lichten der illuminatie, omgolfd door de tonen
+der muziek.
+
+Enkele maanden later kwam het eerste Congres, de vergadering van
+afgevaardigden des volks bijeen. Onder de allereerst aangenomen wetten
+was er een tot volkomen afschaffing der slavernij. Tot eer van de
+jonge natie zij gezegd, dat nu zij zelve als volk haar vrijheid had
+gewonnen, zij ook begeerde, dat ieder individu op chileenschen grond
+de rechten van de vrijheid zou genieten. Van de republiek Chili kan
+evenals van Mexico worden gezegd, dat haar vrije vlag nooit boven
+slaven heeft gewapperd.
+
+Toen kwam er echter, als zoo dikwijls in dergelijke omstandigheden,
+persoonlijke eerzucht in het spel, die dreigde, 't goed begonnen werk
+te storen, en bij de twisten en oneenigheden tusschen de leiders van
+het burgerlijk bestuur moest men gedoogen, dat een spaansch leger
+uit Peru een inval deed, om het land voor Spanje te heroveren.
+
+In Januari 1813 landden de spaansche troepen onder generaal Pareja te
+Ancud op het eiland Chiloë en spoedig daarna te Valdivia, Talcahuano en
+Concepcion. In die meer afgelegen provincies waren, als indertijd in
+de Vendée in Frankrijk, veel royalisten, die zich nu bij de spaansche
+troepen voegden en op de hoofdstad Santiago aantrokken.
+
+Doch de voortgang van Pareja's leger werd gestuit te Chillan door het
+patriottenleger onder generaal Carrera, die al spoedig als bevelhebber
+plaats maakte voor O'Higgins, wiens talenten de aandacht van de Junta
+hadden getrokken en die in den strijd veel steun vond bij kolonel Juan
+Mackenna. Er werd een wapenstilstand gesloten, dat men de legers zou
+kunnen reorganizeeren, en op 1 October 1814 werd de strijd hervat met
+het gevecht bij Rancagua, toen het spaansche leger, dat versterking
+uit Peru had gekregen, onder generaal Osorio tegen O'Higgins optrad
+met een vijfmaal zoo sterke macht als die der republiek.
+
+Er volgde een noodlottige nederlaag na een tweedaagschen strijd en
+een heftige verdediging van Rancagua, waarna de spaansche generaal
+er zijn intocht hield en O'Higgins zijn beroemden terugtocht ondernam.
+
+Weldra volgde de intocht der Spanjaarden in Santiago en drie jaren
+lang heerschten zij opnieuw over Chili.
+
+Die jaren waren echter de voorbereiding voor nieuwen strijd, en de
+beide helden O'Higgins en generaal San Martin wachtten met andere naar
+Argentinië uitgewekenen den geschikten tijd af. In Januari 1817 begon
+de marsch over het Andesgebergte door den Uspallata-pas. Het was een
+lange en moeilijke tocht, maar de uitslag van het op 12 Februari bij
+Chacabuco geleverde gevecht beloonde de moeite. Daar werd opnieuw voor
+de vrijheid van Chili met schitterenden uitslag gestreden, en het daar
+gegeven voorbeeld werkte aanstekelijk in de andere zuid-amerikaansche
+koloniën van Spanje.
+
+Nog eenmaal probeerde een spaansch leger de herovering. Generaal San
+Martin trok het tegemoet, en in de vlakte van Maipo, enkele mijlen
+ten zuiden van de hoofdstad, had op 5 April 1818 een beslissende slag
+plaats, die den royalisten alle verdere kansen ontnam.
+
+O'Higgins was tot Opperdirecteur van den Regeeringsraad benoemd en
+leidde het bestuur in Chili tot 1823. Hij was met dictatoriale macht
+bekleed en velen verweten hem een te eigenmachtig optreden. De held
+van Chacabuco moest zijn gezag neerleggen en generaal Ramon Freire
+nam zijn plaats in. O'Higgins stierf een jaar later. Een praalgraf op
+het kerkhof van Santiago wijst de plaats aan, waar hij ligt begraven
+en, zooals wij reeds zagen, op de Alameda van Santiago staat zijn
+ruiterstandbeeld.
+
+Het eigenlijk middelpunt der hoofdstad is de Plaza de la Independencia
+of de Plaza de Armas. Bloemen vormen het centrum van dat plein,
+waaromheen men fraaie gebouwen ziet als de kathedraal en het
+bisschoppelijk paleis, het postkantoor, 't gemeentehuis, telegraaf
+kantoor e.a. Twee der zijden worden door winkels ingenomen, onder hun
+schilderachtige booggalerijen, de _portales_. 's Avonds wandelt er
+de deftige chileensche wereld, zooals in andere spaansche landen ook
+de _paseo_ of wandeling op de Plaza een dagelijksch verschijnsel is.
+
+Een droevige gebeurtenis had op het plein plaats in 1863, toen een
+vreeselijke brand de Compania-kerk verwoestte, bij welke gelegenheid
+meer dan duizend menschen, voor het meerendeel vrouwen, omkwamen. De
+stad is meermalen door hevige branden geteisterd. Nog pas, op 27
+Februari van dit jaar 1906, brandde de schouwburg van San Martin af,
+waarbij ook eenige dooden vielen te betreuren en honderden gekwetst
+werden.
+
+Het nieuwe Congresgebouw, ook aan het plein, werd juist gebouwd,
+toen de brand der Compania-kerk voorviel; toen het in 1875 voltooid
+was, besloeg het mee de terreinen, die door den kerkbrand vrijgekomen
+waren. Het is een der fraaiste openbare gebouwen van Zuid-Amerika. Ook
+het Caso de Moneda, de Munt, maakt veel indruk, vooral door zijn
+grootte; het bevat ook de gouvernementszalen voor den ministerraad. De
+vele _patio's_ of binnenpleinen, tusschen de afzonderlijke gedeelten,
+verminderen de strenge somberheid van het zware monumentale gebouw.
+
+Rondom Santiago zijn allerlei aardige plaatsjes gelegen, die men per
+tram of trein of omnibus bereiken kan. Apoquindo is allerliefelijkst
+gelegen als in een nestje tusschen heuvels. San Bernardo is een
+schilderachtig stadje te midden van weiden en dicht genoeg bij de
+Cordillera's, om 't genot te hebben van den koelen bergwind. Ook
+Santiago, dat bijna twee duizend voet boven het niveau der zee ligt,
+kan zelfs midden in den zomer koel zijn, want de grootste bekoring
+van Santiago is niet gelegen in de mooie huizen en de statige
+openbare gebouwen, ook niet in de aangename omgeving, maar in de
+onvergelijkelijke atmosfeer. Zoowel de winters als de zomers hebben een
+prettige temperatuur, ondanks de dichte nabijheid van de Cordillera's,
+die vele maanden van het jaar een zwaren mantel van sneeuw dragen en
+welker hoogste toppen onder eeuwige sneeuw verscholen liggen.
+
+Als een gulden lint omboordt Chili een groot deel van de kust
+van Zuid-Amerika. Het is een verwonderlijk smal land, bijna drie
+duizend mijlen lang en minder dan gemiddeld honderd mijlen breed. Uit
+natuurkundig oogpunt biedt het de grootste verscheidenheid aan. In
+'t Noorden de groote, woeste salpeterdistricten, in Midden Chili
+de prachtige, begroeide berghellingen met wijngaarden en heerlijke
+oofttuinen, zonnige korenvelden, en in het Zuiden de woeste fjorden aan
+de straat van Magellaens, met Vuurland en de verlaten eilandenwereld
+er omheen.
+
+Ook het klimaat van Chili biedt groote verschillen aan, niet enkel
+doordien het zich over dertig breedtegraden uitstrekt, maar ook door
+den invloed van de winden der Cordillera's en de zeestroomingen
+van den Grooten Oceaan. In het Noorden wisselt de temperatuur het
+geheele jaar door binnen een verschil van niet meer dan tien graden
+Celsius. Er valt bijna geen regen ten noorden van 27° Z.B., en in de
+woestijn bij Tarapaca is de laatste hevige regenval bijna honderd
+jaar geleden. Door zwaren dauw wordt echter de grond er nu en dan
+bevochtigd. De koude stroom van den Zuid-Pacifischen Oceaan oefent
+in den zomer een verkwikkenden invloed uit op de temperatuur, zoodat
+de hitte nooit buitengewoon groot is.
+
+In Midden-Chili is het klimaat gematigd en heerlijk; men kan juist
+even de vier jaargetijden onderscheiden, maar groote verschillen
+merkt men niet. Het regent alleen een weinig in den winter, en sneeuw
+valt zelden elders dan op de bergen. Zoowel aan de kust als in het
+binnenland is het land zeer gezond.
+
+In het Zuiden regent het in iedere maand en den grootsten tijd van
+het jaar is de lucht bewolkt. Vooral geldt dit voor de streek rondom
+Valdivia en Chiloe; in de Straat van Magellaens sneeuwt het veel in
+den winter, die van Mei tot Augustus duurt.
+
+Door de geheele lengte van het land strekken zich twee bergketenen
+uit, het Andesgebergte en het Kustgebergte, met kortere transversale
+ketenen daartusschen, zoodat als men het groote centrale dal volgt,
+dat van het Noorden naar het Zuiden loopt, men dat in een aantal
+kortere dalen gesplitst vindt, terwijl dwarsdalen van de Andes af de
+zee bereiken. Het resultaat is een groote verscheidenheid van heuvels
+en dalen.
+
+De Atacama-woestijn in het Noorden is, hoe woest en verlaten ook,
+niet zonder schilderachtigheid. De kale rotsen en de enkele afgelegen
+bosschen omgeven de roodbruine vlakte, en in de nauwe kloven en dalen,
+waar als-het-ware een lint van groen langs de rivieren ligt, treft
+de frischheid door de tegenstelling met de omringende dorheid.
+
+Slechts twee belangrijke rivieren vindt men in de provincie Tarapaca:
+de Camarones en de Loa met hun zijtakken, en twee in de provincie
+Atacama de Huasco en de Copiapo. Het landschap in de bergstreken van
+Coquimbo is prachtig, en waar de rivieren de Coquimbo, de Limari en
+de Choapa vloeien, treft men boomgaarden en schoone boerenhofsteden
+aan. De vruchtbaarheid van deze provincie en de rijkdom aan mineralen
+maken haar tot een kostbare schatkamer voor de republiek. De valleien
+van de Huasco en de Elqui zijn beroemd om hun edele druiven, en een
+groot aantal wijngaarden bedekken er de berghellingen. De provincie
+Coquimbo heeft voor een deel den aard van het noordelijke gebied en
+voor een ander deel dien van Centraal Chili, daar zij zoowel minerale
+producten als landbouwvoortbrengselen oplevert. Het klimaat heeft er
+sommige eigenaardigheden van de regenlooze streken, ofschoon met eenige
+wijziging. Drie of vier dagen van regen nu en dan is het allermeeste,
+wat er valt, en een gansche week van regen is iets ongehoords. Verder
+naar het Zuiden, te beginnen in de provincie Aconcagua, zoo genoemd
+naar den hoogsten top der Andesketen, beroemd geworden door de
+beklimmingen van Sir Martin Conway, den heer Fitzgerald en den heer
+Rankin, wordt de groote middenvallei breeder en zet zich voort over
+de geheele lengte van Chili tot bij den Chiloë-archipel.
+
+Sommige geologen meenen, dat de eilanden van den archipel van
+Patagonië een voortzetting zijn van het kustgebergte, en dat de zee,
+die ze scheidt van het vaste land, een ondergeloopen voortzetting
+is van het centrale dal. Dat dal is nergens schooner dan bij zijn
+begin. Het landschap is er boven alle beschrijving prachtig. In
+deze provincie ligt het schilderachtige dal Llai-Llai, of "hevige
+wind", zooals de indiaansche naam luidt, besproeid door de rivier de
+Aconcagua, die langs den noordrand vloeit. Deze rivier, die op den
+berg van denzelfden naam ontspringt, stroomt door een groot deel der
+provincie. Het is een forsche stroom, snel vlietend door de hoogere
+Cordillera's, waar hij bewonderd wordt door alle reizigers, die van
+Argentinië naar Chili reizen over den Uspallata-pas.
+
+De plantengroei is weelderig in de middenvallei, waar veel aan wijnbouw
+wordt gedaan en waar men tallooze _hacienda's_ of landgoederen
+vindt. Sommige daarvan hebben een groote uitgestrektheid; er wordt
+aan veeteelt gedaan en men ziet er korenvelden en olijvengaarden, met
+prachtige lanen van populieren er omheen. Rivieren en meren geven hier
+afwisseling aan het landschap en zijn voor de vruchtbaarheid van den
+grond van de grootste beteekenis. Het tegenwoordige besproeiingsstelsel
+dateert al uit den spaanschen tijd, ja was reeds bij de Indianen in
+gebruik vóór de verovering. De waarde van een farm wordt berekend
+niet naar haar grootte, maar naar de hoeveelheid water, die voor
+irrigatie dienen kan.
+
+De rivier de Maipo besproeit de provincie Santiago en over haar
+geheele lengte verschaft zij water aan vele der beste landerijen en
+wijngaarden. De groote _hacienda's_ Puenta Alto, Santa Ines, Guindos,
+Buin en Hospital worden door deze rivier besproeid, die bij de kleine
+haven San Antonia de zee bereikt, even ten zuiden van Valparaiso. De
+Mapocho, een zijtak van de Maipo, stroomt door Santiago, en is door
+een aantal mooie bruggen overspannen.
+
+Van de vrij groote meren in de Cordillera's is het Zwarte Meer of de
+Laguna Negra het best bekend als de bron der Maipo en omdat het gezien
+kan worden door de reizigers, die den Cumbrapas overgaan. Andere meren
+zijn het Yeso-meer in de hoogere Cordillera's, en het Aculeo-meer
+aan den voet der kustketen. Het laatste, zestien vierkante mijlen
+groot, wordt druk bezocht, om de goede vischgelegenheid, die het
+water aanbiedt, en om de rijke jachtterreinen in den omtrek.
+
+Overal in die middenprovincies Santiago, O'Higgins, Colchagua, Curico,
+Talca, Maule, Linares en Nuble wordt het landschap verfraaid door
+heuvels, dikwijls met prachtige bosschen bedekt. Mooi is ook daar de
+rivier, de Maule, de eenige, die over een vrij groote lengte bevaarbaar
+is en den Stillen Oceaan bij de haven Constitucion bereikt. De streek,
+waardoor zij loopt, is een tuin gelijk, en in den zomer is over de
+geheele lengte van haar dal de oever bedekt met bloeiende boomen
+en struiken. De monding van de Maule is beroemd om de rotsen en
+klippen, die hooge zuilen en pilaren vormen, vreemd uitgesleten door
+de werking van de winden en getijden. De _Piedras de las Ventana's_
+of Vensterrotsen vertoonen de grilligste vormen, en de Iglesia of
+Kathedraalrots, die op een mijl afstands van de overige staat, ziet
+er uit als een kerk. Dit verrukkelijk plekje, waar een ruime grot
+midden in de rots aan het schip der kerk doet denken, is een geliefd
+oord voor zomeruitstapjes, en men kan het gemakkelijk per spoor of
+stoomboot bereiken.
+
+Behalve de rivier, de Maule, zijn er in deze buurt een aantal
+dergelijke stroomen, als de Rupel met haar onstuimigen zijtak, de
+Cachapoal, vloeiend door de streek der beroemde warme bronnen van
+Cauquenes; de Mataquito en de Itata, samenkomend dichtbij de badplaats
+Chillan. Geen land in Zuid-Amerika heeft beter gelegenheid voor
+verbinding der rivieren door kanalen. De overvloed aan waterkracht,
+die men met weinig moeite in gebruik zal kunnen stellen, belooft
+het land een groote toekomst wat zijn industrie betreft. Er worden
+reeds plannen gemaakt voor de exploitatie van de Laja-watervallen,
+den Niagara van Chili, zooals men wel zegt. De val is in de provincie
+Concepcion in een tak van de rivier de Bio Bio.
+
+Die provincie Concepcion is de belangrijkste van Centraal Chili;
+zij heeft een uitgebreiden handel en verscheiden goede zeehavens. De
+grootste baaien van Chili, die van Talcahuano en van Arauco, behooren
+er toe. De grond wordt er voldoende besproeid door de Bio Bio en
+haar talrijke zijtakken. Ten noorden van het dal der rivier vindt
+men uitstekende wijnbergen en in het Zuiden der provincie Concepcion
+leveren de staatsbosschen goede inkomsten. De Bio Bio is bevaarbaar
+tot 150 mijlen van haar monding; zij komt uit een der bergmeren van
+het Andesgebergte en vloeit noordwestelijk, besproeit de provincies
+Malleco en Concepcion op haar weg naar den Stillen Oceaan, en bereikt
+dat einddoel bij de stad Concepcion. Daar is de rivier bijna twee
+mijlen breed.
+
+De stroom is behalve om zijn schilderachtige dalen en den weelderigen
+plantengroei langs zijn oevers ook bekend uit historisch oogpunt,
+namelijk als de scheidingslijn, die tijdens de verovering en in de
+koloniale periode de zuidgrens aangaf van de spaansche bezittingen
+in Chili en het begin van het territorium der Araucaniërs.
+
+Aan de oevers der Bio werden groote gevechten geleverd tegen
+de Indianen, en haar naam is verbonden met gebeurtenissen uit de
+krijgsgeschiedenis vanaf den tijd, toen Pedro de Valdivia zijn dood
+vond in een gevecht met de Indianen in de 16de eeuw, totdat er,
+nog pas vijftig jaar geleden, een eind kwam aan den strijd tegen
+de Araucaniërs.
+
+Van Conception af zuidwaarts houden de natuurlijke rijkdommen van
+het land op, zoo rijkelijk te vloeien, en de provincies Valdivia,
+Llanquihue en Chiloë vormen den overgang naar het leven aan de
+Magellaens-straat. De producten veranderen van aard, en in plaats van
+het zachte klimaat, dat weinig verandert in de vier jaargetijden,
+heerscht er een lagere gemiddelde temperatuur en worden de winters
+langer. Nog vindt men er goede graanvelden en rijke veestapels,
+terwijl de appelboomgaarden van Valdivia bewijzen, dat meer gehard
+fruit er uitstekend groeit.
+
+De houtopbrengst is in deze zuidelijke provinciën overvloedig, en het
+landschap is bijzonder mooi, vooral door den rijkdom aan meren. Het
+Lajameer ligt tusschen twee hooge bergen en in de buurt van den vulkaan
+Antuco; het vormt de bron van de rivier de Laja met haar prachtigen
+waterval. Veel vulkanen verrijzen langs de zuidelijke deelen der
+westkust, ook werkzame, zooals die van Villa Rica. Jammer genoeg
+zijn de heldere dagen, waarop men de schoonheid van het landschap
+ten volle kan genieten, weinig in aantal.
+
+Het eigenaardig kenmerk van de streek aan de straat van Magellaens
+zijn de archipels, de tallooze eilandengroepen die men er vindt en
+de hooge bergen. Op Vuurland en in een deel der kuststreken vindt men
+natuurlijk weiden, voor schapenteelt geschikt. Over 't geheel vertoont
+het land overeenkomst met de Schotsche hooglanden. Lange reeksen van
+duinen strekken zich mijlen ver uit, omzoomd door de bosschen meer
+binnenwaarts, waarachter de hoogere bergen oprijzen. Zeer weinig
+stoombooten varen tegenwoordig langs de kust aan de binnenzij der
+eilandengroepen, als zij de reis doen langs het chileensche Patagonië;
+maar wie in de gelegenheid is geweest, dien tocht te maken, dien gaat
+hij nooit uit de herinnering. De fjorden van Noorwegen doen in menig
+opzicht in schoonheid onder voor het Smythkanaal.
+
+Aan de oevers vindt men hier en daar sporen van indiaansche woningen,
+maar het aantal Indianen vermindert er van jaar tot jaar. De Indiaan
+uit deze streken draagt niet anders dan het vel van den guanaco of van
+den otter als kleeding, en hij staat gemakkelijk een kleedingstuk af in
+ruil van een mes of eenig wapen. Otters zijn er veel bij Vuurland en
+in de Magellaensstraat; de vellen vormen een hoofdbron van inkomsten
+voor de streek. Weinig vogels ziet men er; nog 't meest den albatros
+en de rotsduif.
+
+De flora en fauna zijn overigens in de drie deelen van Chili zeer
+verschillend. De woestijnen van het Noorden vertoonen weinig
+plantenleven; alleen in de oasen sieren prachtige bloemen het
+landschap. Het centrale gedeelte heeft een rijke flora; op de helling
+der Andesketen groeien fuchsia's in grooten overvloed in het wild,
+zooals men ze in de bosschen van Midden-Chili overal vindt. Over
+'t geheel is de dierenwereld niet sterk vertegenwoordigd; de
+opmerkelijkste vogel is wel de condor van het Andesgebergte, symbool
+van macht, en als zoodanig in 't chileensche wapen opgenomen.
+
+Onder de groote handelssteden van Zuid-Amerika kan Chili bogen op 't
+bezit van Valparaiso, de belangrijkste zeehaven aan de westkust. Van
+zee uit gezien, lijkt de stad een groot amphitheater; zij is gebouwd
+op de helling van een berg, die het smalle strand in een kring
+omgeeft. Diepe kloven verdeelen den berg in afzonderlijke heuvels of
+_cerro's_, en hier en daar dringen de hoogten zoo dicht naar de zee,
+dat er bijna geen ruimte overblijft voor een landingsplaats. Men heeft
+daarom een groot, kunstmatig strand, een breed _embankment_ aangelegd,
+waardoor de weg langs de baai verbreed wordt, en dat tevens bij ruw
+weêr de kracht der zware zeeën breekt.
+
+Evenwijdig met het strand loopen de hoofdstraten in de lengte door de
+stad, talrijker, waar de _cerro's_ nog al wat ruimte laten, weinig in
+aantal, waar de heuvels dicht naar de zee dringen en nauwelijks plaats
+bieden voor de tram, die Valparaiso met zijn voorstad Vina del Mar
+verbindt. Kabelspoorwegen brengen de gemeenschap tot stand tusschen de
+benedenstad met de _cerro's_, waar een groot deel der bevolking woont.
+
+De naam Valparaiso beteekent Paradijsdal, hij moet echter uit een ver
+achter ons gelegen verleden afkomstig zijn, want eigenlijk past hij
+niet bij de drukke metropolis van thans, met haar haven vol schepen
+uit alle landen en haar straten, waar zich handelslui van elke
+nationaliteit verdringen. Toch is het een zeer liefelijke stad, zeer
+gezond en met de aangenaamste vormen van 't maatschappelijk leven. De
+koele zeewind maakt het verblijf er 't heele jaar door prettig.
+
+De stormen, die in de baai woeden, kunnen soms groote schade in
+Valparaiso aanrichten en maken belangrijke havenwerken noodig, die
+voortdurend verbeterd en uitgebreid worden en waarvoor ons land zijn
+minister Kraus, den kundigen ingenieur, voor eenige maanden afstaat
+aan de chileensche regeering. Zijne Excellentie, die op den 3den
+Maart jl. ons land verliet, zal den President van advies dienen bij
+de gunning van de werken voor de haven, door hem in 1901 ontworpen. In
+1890 had de heer Kraus de benoeming tot hoogleeraar aan de technische
+hoogeschool te Santiago aangenomen. Ook aan den bouw van een droogdok
+in de hoofdstad en aan den aanleg der havenwerken van Talcahuano had
+hij als ontwerper een groot aandeel.
+
+In den zomer, dat is van Januari tot Maart wordt de zetel van het
+bestuur van Santiago naar Valparaiso overgebracht; de president en de
+ministers houden dan verblijf in Vina del Mar, terwijl hun officiëele
+hoofdkwartieren zich bevinden in de havenwijk van Valparaiso,
+waar men veel openbare gebouwen aantreft en die nu tevens de drukke
+handelswijk is, nu bij de uitbreiding der bevolking ook op de _cerro's_
+woonhuizen zijn gebouwd en dikwijls de allerfraaiste en rijkste. Op
+den Cerro Concepcion en den Cerro Alegre vindt men prachtige huizen
+en allerliefste châlets, die schilderachtig tusschen boomen en bloemen
+gelegen zijn. Een vijf minuten rijdens met de spoor, en men is van de
+benedenstad op de hoogten gekomen, terwijl men op den rit een steeds
+mooier wordend uitzicht op de haven geniet en op de geheele baai,
+die met haar vele schepen een prachtig panorama oplevert.
+
+De gezelschappen zijn in Valparaiso echt kosmopolitisch en opmerkelijk
+is het, hoe de vreemdelingen zich met de stad en hare instellingen
+vereenzelvigd hebben, hoe zij in hun belangen opgaan. Als er
+weldadigheid moet worden beoefend, als kerkelijk werk hulp en zorg
+vereischt, bij nationale feesten en gedenkdagen, altijd zijn alle
+nationaliteiten erbij betrokken en algemeene sympathie verlicht en
+veraangenaamt de samenwerking.
+
+De stad was een der eerste steden van Zuid-Amerika, die een uitstekende
+waterleiding bezaten; de dam, gebouwd in de hooggelegen heuvelstreek
+ten behoeve der watervoorziening van Valparaiso, dateert al van
+1849. Onlangs is weer een groot réservoir voor regenwater te Penuelas
+gebouwd, omstreeks op tien mijlen afstands, en ter hoogte van duizend
+voet boven het niveau der zee. Honderd millioen tonnen water worden op
+die wijze verzameld, genoeg om de stad voor drie jaar te voorzien,
+als 't noodig is. De kosten van deze onderneming bedroegen zes
+millioen dollars.
+
+Valparaiso is allen anderen steden in Zuid-Amerika voorgegaan in
+'t gebruik der nieuwe vindingen, die het leven vergemakkelijken en
+veraangenamen. Het was de eerste spaansch-amerikaansche stad, die
+telegraaflijnen aanlegde en gas gebruikte in 1856; de eerste, die
+drijvende dokken had voor het repareeren van schepen in 1860. Hier
+verschenen de eerste trams in de straten, en de onderhandelingen
+over den aanleg van den eersten Zuid-Amerikaanschen spoorweg
+begonnen in deze stad meer dan een halve eeuw geleden. De naam
+van een Noord-Amerikaan, William Wheelwright, is verbonden aan de
+inwijding dier lijn van Caldera naar Copiapo. Dezelfde ondernemende
+Amerikaan organizeerde in 1840 de _Pacific Steam Navigation Company_,
+en aan zijn initiatief is Chili veel verplicht voor de ontwikkeling
+der steenkolenexploitatie, want de eerste nationale steenkool werd
+door hem gebruikt op de stoombooten van die lijn.
+
+Door Wheelwright's bemiddeling werden de eerste stappen gedaan voor den
+aanleg van een spoorweg, die Buenos Aires zou verbinden met Valparaiso
+dwars over de Andes, een werk, dat nu voltooid is op een kort eind na
+van den trans-andischen spoorweg, waar deze over den bergpas gaat. De
+concessie voor de voltooiing van de Trans-andeslijn is verleend aan
+een new-yorksche firma, die aan de westkust van Zuid-Amerika groote
+belangen heeft. Oorspronkelijk, en wel sinds 1881, was de firma te
+Valparaiso gevestigd met vertakkingen in Santiago, Concepcion en
+Iquique. De naam van den onlangs overleden stichter, Mr. W.R. Grace,
+zal altijd in Chili in dankbare herinnering blijven als die van een
+der pioniers van den buitenlandschen handel van Zuid-Amerika aan
+de kust der Stille Zuidzee. In de toekomst der republieken van de
+westkust stelde de heer Grace het volste vertrouwen.
+
+De vreemdeling, die engelsche namen ziet op de uithangborden der
+meeste winkels in Valparaiso, komt op het idee, dat de handelsstand
+in deze stad bijna geheel uit vreemdelingen bestaat. Maar als hij
+zich meer met de menschen vertrouwd heeft gemaakt, bespeurt hij,
+dat zelfs in die inrichtingen, die een onmiskenbaar buitenlandsch
+karakter dragen, de plaatselijke chefs gewoonlijk Chilenen van
+geboorte zijn, of menschen, die zoo lang in Chili hebben gewoond,
+dat zij hun aangenomen vaderland geheel als het hunne beschouwen.
+
+Een halve eeuw geleden, toen de meeste van de nu bloeiende
+handelshuizen pas begonnen, waren de toestanden zeer verschillend van
+wat ze nu zijn. De herinneringen van kooplieden uit dien tijd zijn
+dikwijls onderhoudend, om aan te hooren. Een van die pioniers, wijlen
+Stephen Williamson, die in 1903 stierf, en die vijftig jaren lang hoofd
+was van de firma Williamson, Balfour en Co., wist alles, wat samenhing
+met de geschiedenis van de kustvaart langs den Stillen Oceaan.
+
+"In de vijftig jaren," zei hij eens, toen hij zich op verzoek van
+zijn vrienden in herinneringen verdiepte, "zonden wij tarwemeel van
+Constitucion naar Australië, en als onze schepen terugkeerden, brachten
+ze betaling in goudstof en muntspecie," De heer Williamson woonde in
+Chili, toen groote fortuinen plotseling met de exploitatie der mijnen
+werden gemaakt, en zijn schepen brachten menigen armen drommel naar
+Copiapo en Iquique, die er in weinige jaren rijk werd. Kolonel North,
+de nitraatkoning, had de gelegenheid, waardoor hij zijn grooten
+rijkdom verwierf, te danken aan een vrijkaartje voor een reis met
+een van Mr. Williamson's schepen. Jaren daarna, toen kolonel North
+millionnair was geworden door zijn welgeslaagde ondernemingen in de
+Tarapacamijnen, bezocht hij zijn weldoener, om hem nog eens te danken
+voor die indertijd bewezen gunst.
+
+Het groote aantal Engelschen onder de rijke kooplieden is oorzaak,
+dat er te Valparaiso zeer veel Engelsch wordt gesproken. Het komt maar
+zelden voor, dat iemand in een gezelschap die taal niet verstaat. In
+alle scholen wordt Engelsch onderwezen, en er zijn buiten de spaansche
+een aantal geheel engelsche scholen.
+
+Elke nationaliteit is intusschen vertegenwoordigd in de clubs
+van Valparaiso, Engelschen, Duitschers, Franschen, Spanjaarden en
+Italianen. Vooral de politieke clubs zijn zeer werkzaam, en in den
+tijd der verkiezingen is aller belangstelling levendig. Dan is er
+geen dorp, zoo klein of onbeduidend, of het heeft zijn politieke
+vereeniging. Vrouwenclubs heeft Chili ook, maar in het politiek
+tournooi spelen de chileensche vrouwen nog slechts een onbeduidende
+rol. In den salon en in de arbeiderswoning dringen nog slechts
+weinig vrouwen op gelijkheid van rechten met den man aan. Zij zeggen
+waarschijnlijk, dat ze liever de meerderen willen blijven, dat ze er
+niets tegen hebben de _superior sex_ te zijn.
+
+Valparaiso heeft een groote beurs, zeven nationale banken en drie
+buitenlandsche. De stad is het handelsmiddenpunt van Chili en staat
+door een netwerk van telegraaflijnen, particuliere en door den
+staat geëxploiteerde, met alle steden van Chili in gemeenschap. De
+verbazend drukke zaken tusschen Valparaiso en Santiago hebben
+verscheiden particuliere telefoonlijnen in 't leven geroepen, daar
+alle groote huizen van Valparaiso afdeelingen hebben in Santiago en
+vice versa. Onderzeesche kabels verbinden de stad met de geheele
+wereld. De verschillende stoomvaartmaatschappijen, die de steden
+van Zuid-Amerika's westkust aandoen, hebben hun hoofdkwartieren
+in Valparaiso. Als het Panamakanaal eens gereed zal wezen, hoopt
+men op nog snelleren vooruitgang voor den handel der westkust van
+Zuid-Amerika, al zijn er pessimisten, die zich de verliezen door
+den achteruitgang van 't verkeer om Kaap Hoorn als vrij ernstig
+voorstellen.
+
+Als de warme zomerzon het plaveisel van de stad gloeiend maakt, en
+in de mooie parken de boomen en bloemen onder een stoflaag rusten,
+verlaten de welvarende Chilenen de stad, om aan het strand of in
+de bergen verkwikking te zoeken. Chili heeft zijn Trouville in het
+schilderachtig stadje Vina del Mar. Ofschoon het zoo ver verwijderd is
+van de fashionable centra van West-Europa, weerkaatst het badplaatsje
+toch de laatste modes in kleeding en gebruiken even trouw als welke
+europeesche badplaats ook.
+
+De dames zijn keurig gekleed, en dikwijls in parijsche toiletten, voor
+het Vina del Mar-seizoen besteld. Men geniet in de mooie omgeving,
+waar groene guirlanden zich slingeren om kleine, groene huisjes en om
+de stammen van de boomen in de schaduwrijke straten. De lanen hebben
+druk bebloemde randen en aan het strand der zee worden de rotsen
+beschuimd en bespat, tot ze fonkelen in een glorie van diamanten. De
+kleuren van den regenboog zijn 's avonds alle weer te vinden in 't
+gordijn van 't Westen, waar de zon zich achter ter ruste begeeft;
+in één woord Vina del Mar is een gezegend plekje gronds.
+
+Het ligt op slechts vijf mijlen afstands van Valparaiso, op het punt
+waar de baai, zich verwijdend, overgaat in den Oceaan, zoodat het
+gedeeltelijk beschut is voor de open zee en toch het volle genot heeft
+van den zeewind. 't Riviertje, de Quilpué, op welks zuidelijken oever
+Vina del Mar ligt, bereikt er de zee, terwijl de lage bergen er, in
+een halven kring geschaard, op neerzien. De straten loopen evenwijdig
+aan het riviertje en worden verfraaid door veel boomen; een plein
+vormt het midden van de stad, en eigenaardig genoeg verrijst aan dat
+plein niet alleen een kerk, maar staat er ook het spoorwegstation
+met een promenade ervoor langs. Het is de gewoonte in Vina del Mar,
+zoowel als aan de meeste spoorwegstations van Midden-Chili, dat de
+jongelui een half uur vóór de aankomst der avondtreinen aan 't station
+samenkomen en op het perron heen en weer wandelen. Heele gezinnen
+nemen dikwijls aan die wandelingen deel, en er zijn evenveel ouden
+van dagen als jongen bij de groepen, die er slenteren en pratend en
+lachend zich amuseeren. Als de trein binnenkomt, wordt het tooneel
+met welkomstgroeten en afscheidswoorden nog verlevendigd. In kleine
+stadjes heeft dat stationsbezoek bepaald een sociale beteekenis;
+de mooiste japonnen worden vertoond en de gezelligheid, ook de
+babbelzucht, viert er hoogtij.
+
+Vina del Mar is niet altijd het pretstadje geweest, dat het nu is,
+en nog niet zoo heel veel jaren geleden is het tot een afzonderlijke
+gemeente verheven. Tijdens de eerste dagen na de spaansche verovering
+was het alleen belangrijk als monding van de Rio de las Minas,
+de Mijnrivier, nu Quilpué geheeten, die de streek der groote
+Malga-Malgamijnen besproeide, waaruit zij met een rijken oogst aan
+goud te voorschijn kwam. De tooneelen, die toen het meest in Vina del
+Mar werden afgespeeld, waren dikwijls gruwelijk, want de slavernij
+heerschte in barbaarschen vorm, en de zweep werd ijverig gebruikt,
+als middel om 't gezag te handhaven, terwijl elke insubordinatie met
+een wreeden dood gestraft werd. Wel groot verschil dus met het heden,
+dat van rust en van levensgenot een beeld geeft.
+
+Toch was de plaats toen een belangrijk bezit, en Pedro de Valdivia,
+Chili's veroveraar, beschouwde de toewijzing als een zeer te waardeeren
+gift, toen hij de rechten en titels van eigenaars schonk aan twee van
+zijn grootste veldheeren en intiemste vrienden, Don Juan Jufré, eerste
+alcalde van Santiago, en Don Francisco de Riveros. De traditie schrijft
+aan den zoon van Riveros de eer toe, den wijngaard te hebben geplant,
+die den naam aan 't stadje heeft geschonken, "wijngaard der zee".
+
+De grond, waarop de jonge de Riveros zijn druiven plantte en waar
+het deel van Juan Jufré bij werd gevoegd, nadat hij het van de
+weduwe van zijn vaders deelgenoot gekocht had, werd met groote zorg
+bebouwd en was weldra een kostbaar bezit. Na den dood van de Riveros
+kwam hij in handen van de Jezuiëtenzendelingen, toen het hoofd der
+Valparaiso-zendelingen hem in 1690 kocht. De Jezuiëten bleven er
+eigenaars van, tot hun orde uit alle spaansche bezittingen in 1767
+verbannen werd.
+
+Na hun vertrek werd de bezitting bij openbaren verkoop verdeeld in
+verschillende kleinere deelen, waaruit zich langzamerhand een stadje
+ontwikkelde. Een familie van naam, de Carrera's, bezaten de hacienda
+van Vina del Mar in de eerste jaren van de 19de eeuw, en zij was
+toen het tooneel van veel vroolijk en luidruchtig leven. De admiraal
+Cochrane bezocht met zijn vrouw dikwijls het mooie landgoed, als zij
+in Chili vertoefden, en zij waren zeer gehecht aan de beminnelijke
+familie, die uit drie zoons en zeven dochters bestond. In de dagen
+van den onafhankelijkheidsoorlog was dit patriottisch gezinde huis
+punt van samenkomst voor de vrijheidsvrienden, en veel plannen van
+groote politieke beteekenis werden vastgesteld te midden der vonken
+van geest en vernuft, die op de mooie zomeravonden in dit lustverblijf
+de hoogte ingingen.
+
+Al vroeg was Vina del Mar bekend om zijn producten van landbouw en
+veeteelt en door de voordeelen, die het trok uit de nabijheid van
+Valparaiso. Doch eerst bij de inwijding van den spoorweg tusschen
+Valparaiso en Santiago in 1855 begon men de stad te zien in het licht
+van schoone mogelijkheden, en niet vóór 1874, toen de voornaamste
+eigenaars van den grond Senor Don José Francisco Vergara en zijn vrouw
+den grond afstonden voor de uitbreiding der stad naar een systematisch
+plan van straten en openbare gebouwen, werd Vina del Mar een bloeiende
+en vooruitgaande gemeente.
+
+In de laatste dertig jaren is die vooruitgang geregeld blijven
+vorderen, dank zij de voortvarendheid van het bestuur der stad, en
+zoo is het de populaire badplaats van thans geworden, met breede,
+rechte straten en schaduwrijke lanen, waar allerlei liefelijks te
+zien is, en keurige villa's in tuinen vol bloemen geschaard staan.
+
+De prachtige villa van Senora Dona Blanca Vergara de Errazuriz,
+dochter van Don Jozé Francisco Vergara en een der schoonste vrouwen uit
+Chili, ligt bijzonder mooi aan den voet van den cerro; het landgoed
+heet Quinta Vergana en is zeer uitgestrekt. Prachtige grasvelden en
+bloemvelden worden door fonteinen besproeid, en schaduwrijke lanen
+voeren naar donkere boschplekjes, terwijl tegen den heuvel op veel
+paden kronkelen, omzoomd door een rijke bloemenpracht en leidend naar
+een uitzichtspunt, waar men den ganschen omtrek en de stad met de baai
+overziet. De weelderig ingerichte woning, een der rijkste uit Chili,
+heeft veel interessante gasten geherbergd, en de vreemdelingen van
+beteekenis, die Chili bezochten, waren er meestal genoodigden. Toen
+de hertog der Abruzzen in 1903 in Chili was, werd er te zijner eer
+een groot bal gegeven door Senora Dona Blanca Vergara de Errazuriz.
+
+Veel families uit Santiago en Valparaiso hebben zich elegante
+zomerwoningen in Vina del Mar laten bouwen, en de gezochtheid der
+plaats neemt telken jare toe. Het is de gewone zomerresidentie van
+het diplomatieke corps, en bijna alle hooge staatsambtenaren houden
+er verblijf gedurende de maanden, waarin de zetel der regeering naar
+Valparaiso is overgebracht.
+
+De wedrennen vormen steeds een groote aantrekkelijkheid. Zij worden
+op een groot veld, de _Cancha_, even buiten de stad gehouden en de
+toevloed van gasten is dan verbazend. De sportclub van Valparaiso heeft
+bij die gelegenheden de leiding; zij organiseert de voorjaarsraces
+in October en November, de herfstrennen in Februari. Geen renbaan ter
+wereld heeft haar tribunes mooier ingericht met bloemen en klimplanten,
+en als de uitgaande wereld zich er in haar volle glorie en pracht van
+toiletten vertoont, krijgt men een onvergetelijk schouwspel te zien.
+
+Na de wedrennen gaat de genotzoekende menigte naar het strand, en een
+stroom van equipages begeeft zich zeewaarts. Van zes tot zeven uur des
+avonds gaat ieder van het zonnig strand genieten, en dikwijls blijft
+men in zijn rijtuig zitten, dat tot dicht aan zee mag rijden. Muziek
+geeft in dat uurtje afwisseling en dient tot verlevendiging van het
+tooneel. Men is voornemens, den rijweg langs het strand te verbreeden,
+om er een _corso_ van te maken; de ruimte tusschen de heuvels en de
+zee is nu te klein.
+
+Als men zoo langs de _playa_ of het strand rijdt, wordt men getroffen
+door de groote rotsen, die bijna loodrecht oprijzen en door de blokken
+van allerlei vorm en grootte, die als in zee zijn gestrooid. Het
+is altijd het buitenleven, dat men te Vina del Mar geniet, deftige
+uitgangen zijn er weinig te doen, en de menschen, die gasten zien,
+geven aan de feesten liefst een zoo weinig mogelijk vormelijk
+karakter. Golf en lawntennis worden druk beoefend op de Cancha. Het
+beste seizoen daarvoor is Januari en Februari, ook voetbal is er dan
+populair en internationale wedstrijden van voetbal en cricket zijn
+er dikwijls gehouden, waaraan ook de club uit Buenos Aires deelnam.
+
+Midden in 't seizoen is alles vol en druk in Vina del Mar; de hôtels
+hebben evenmin ruimte meer als de particuliere woningen en de menigte
+is steeds talrijk op Cancha, strand en bij 't lawntennisveld. Het
+Grand Hôtel, het ideale zomerhôtel, mag men wel zeggen, heeft een
+sierlijk park, groote tuinen en de uitlokkendste gelegenheid voor
+tuinpartijen. Ook na het seizoen keert Vina del Mar niet tot stilte
+en eenzaamheid terug, want als voorstad van Valparaiso heeft het zijn
+aandeel aan de levendigheid van die handelsplaats. Er ontbreekt alleen
+een mooie, breede verbindingsweg tusschen beide steden, maar daartoe
+moeten de rotsen van den _cerro_ springen; zij dringen te ver naar
+voren naar de zee en zijn tot nu toe een beletsel geweest voor den
+aanleg van een der schoonste strandpromenades.
+
+Vreemdelingen, die lang genoeg in Chili hebben gewoond, om goed bekend
+te raken met het land en de menschen, zijn eenstemmig van oordeel,
+dat de aangenaamste huizen niet in de hoofdstad of in een der andere
+steden worden gevonden, maar op de groote _hacienda's_ of plantages,
+gelegen in de centrale vallei.
+
+De mooiste huizen in Santiago zijn op enkele uitzonderingen na
+slechts tijdelijke woningen voor de eigenaars, die er verblijf houden,
+zoolang het uitgaande leven duurt, dus van Mei tot October, wanneer
+zij er kostbare partijen geven en zich in de opera en bij de races
+vertoonen, om zoodra de schouwburgen gesloten zijn en de hoofstad
+haar vroolijkheid begint te verliezen, te vluchten naar den echten
+_hogar_ of huiselijken haard, op de hacienda, met haar breede lanen
+en grasvelden, waar het leven zoo genoegelijk is, dat de stad met
+haar drukke straten en talrijke sociale verplichtingen den rijke een
+noodzakelijk kwaad moet schijnen.
+
+De landelijke bezittingen van de rijke chileensche families zijn
+soms zeer uitgestrekt; er behooren boerderijen bij en bosschen, die
+een rijke bron van inkomsten leveren, en voor den aesthetischen en
+sportlievenden smaak wordt gezorgd door bloem- en vruchtentuinen, mooie
+boschhoekjes, velden voor croquet en lawntennis. Iets eigenaardigs
+bij die hacienda's van 't centrale dal zijn de randen van populieren,
+waar binnen ze veelal besloten zijn. Er zijn millioenen populieren
+in Chili, en op sommige der grootste hacienda's staan ze in dubbele
+rijen en vormen mooie, schaduwrijke lanen. Het effect, van uit den
+spoorweg gezien, is alleraardigst, vrij wat aantrekkelijker dan
+de heiningen van prikkeldraad, die u van de farms in Noord-Amerika
+dreigend aanstaren. De chileensche eigenaar heeft echter soms ook zijn
+draadversperring aangebracht, maar dan tegelijk met de populierenlaan,
+zoodat het nuttige en het aangename samengaan. De landwegen langs
+den voet der Cordillera's zijn bijna alle met populieren beplant,
+en men kan zich geen prettiger uitspanning denken dan een rit te
+paard door die schaduwrijke lanen.
+
+Een typische chileensche hacienda, in uitgestrektheid zoowel als in den
+aard harer ontwikkeling, is die van Santa Ana te Graneros, bezitting
+van Senor Don Gregorio Donoso, die er den naam aan gaf van zijn vrouw
+Anna Foster. Senora Donoso is de dochter van een Amerikaan, den heer
+Julio M. Foster, die een halve eeuw lang in Chili heeft gewoond en die
+er trotsch op is, dat zijn schoonzoon op de hacienda de allernieuwste
+en beste verbeteringen heeft aangebracht. Hij is zeer bemind bij
+het chileensche volk, trouwde een dame uit Chili en heeft talrijke
+kinderen en kleinkinderen. Hij houdt van het buitenleven en is nooit
+gelukkiger dan wanneer hij logeert op de hacienda van Senor Donoso.
+
+Een bezoek aan dit mooie verblijf is een gebeurtenis, die men
+niet vergeet. Na twee uur rijdens van Santiago zuidwaarts door een
+uitstekend bebouwde en vruchtbare streek bereikt men het station
+Graneros, waar een break den bezoeker afhaalt, die dan langs een
+fraaien, met populieren omzoomden landweg en door het fraaie park
+van de plaats vóór het bordes van het huis wordt gebracht.
+
+Het huis is een modern landhuis, omgeven door veranda's en overal
+een prachtig uitzicht biedend. Maar wat het meest hier treft, is het
+moderne karakter van alle onderdeelen der landbouwonderneming. De
+verscheidenheid van producten, die er verbouwd worden, is
+verrassend. Meer dan twee duizend acres (1 HA. = 2.45 acre) is de
+Santa-Ana-hacienda groot en men zou een halven dag werk hebben, als
+men om het landgoed heen wilde wandelen. Van het huis rijdt een tram
+over een smal spoor ongeveer drie mijlen lang door een breede laan van
+italiaansche populieren, midden door de bezitting loopend en een mooi
+uitzicht biedend op de velden links en rechts. Van het spoorlijntje
+gaan zijtakken naar de verschillende velden, om het transport der
+producten te vergemakkelijken, en het loopt uit op den oever van een
+rivier, die door de bezitting vloeit.
+
+De tram of spoor sluit aan bij de staatsspoor en zoo is zij een middel,
+om de producten der farm naar de plaats van inscheping te brengen. Zij
+vervoert bovendien de arbeiders 's avonds en 's morgens naar hun werk,
+aldus een uur uitwinnend op den tijd van elken werkman. De tram bedient
+de voornaamste onderdeelen van het groote landbouwbedrijf. Daartoe
+behoort bij voorbeeld een groote molen; de stallen zijn keurig
+ingericht; één heeft o.a. ruimte voor voedering en stalling van
+veertienhonderd stuks vee.
+
+De silo voor de bewaring van het wintervoêr moet de grootste
+ter wereld zijn; zij is twintig voet breed, twaalf voet diep en
+driehonderd-vijftig voet lang. Buiten schapen, varkens en kippen
+worden op deze hacienda 3000 stuks vee gehouden.
+
+De melkerij is een der belangwekkendste onderdeelen. Zij is gevestigd
+in een schuur, die ruimte biedt voor duizend koeien. Daar wordt
+gemolken, en de melkkannen worden door de trams meegenomen naar de
+boter- en kaasfabrieken, waar het altijd druk en levendig toegaat. Ten
+behoeve der fabriek is er een ijsmachine, die dagelijks twee tonnen
+ijs levert, een voldoend bedrag voor de behoeften der hacienda en nog
+in den zomer voor de liefhebbers uit de stad en de hospitalen aldaar.
+
+De talrijke gebouwen en velerlei reparaties, die telkens noodig zijn,
+leggen beslag op den arbeid van een timmerwinkel, een houtzaagmolen, en
+overal waar er machines in gebruik zijn, worden die door electriciteit
+gedreven. De elektriciteit wordt verkregen door waterkracht op twee
+mijlen afstands. Ook het huis wordt electrisch verlicht.
+
+Bij feestelijke gelegenheden maakt het prachtige landhuis den indruk
+van een stadspaleis in een schitterend verlicht park. De vreemdeling,
+die op school heeft geleerd, dat Chili op sociaal gebied nog weinig
+beteekent, vindt het bijna ongeloofelijk, dat een boerderij, mijlen
+ver het land in, zooveel moderne gemakken en nieuwerwetsche vindingen
+toepast. Senor Donoso is voornemens, de geheele hacienda electrisch
+te verlichten, zoodat het boerenwerk, zoo noodig, onafgebroken dag
+en nacht kan voortgaan. Al de gebouwen zijn op dit oogenblik reeds
+voorzien van geleidingen, zoodat men de electriciteit er kan brengen,
+als het verlangd wordt.
+
+Melken geschiedt bij electrisch licht en het is belangwekkend op
+te merken, hoe systematisch alles wordt verricht. Besproeiïng en
+bemesting van den grond hebben plaats met de grootste zorg en volgens
+de allernieuwste opvattingen, in de landbouwwetenschap bereikt. Uit
+alles blijken des eigenaars groote gaven voor den landbouw en zijn
+helder inzicht in de vooruitzichten, die zulk een hacienda biedt en
+die in geen ander bedrijf te bereiken zijn.
+
+De pachters, zes en vijftig in getal, hebben het uitstekend; hun
+huizen zijn geriefelijk ingericht met een acre tuingrond erbij,
+terwijl buitendien ieder pachter nog twee-en-een-halve acre jaarlijks
+in gebruik krijgt, om voor eigen gebruik groenten te telen, waarbij
+de patroon, Senor Donoso, hun gereedschap en paarden ter leen geeft.
+
+De eigenaar is niet altijd heereboer geweest, hij heeft gestudeerd aan
+de universiteit, verwierf den meesterstitel en is civiel-ingenieur;
+eenigen tijd is hij minister geweest, maar hij geeft aan het landelijke
+leven de voorkeur boven een politieke loopbaan en is nooit gelukkiger,
+dan als hij mag experimenteeren met de nieuwste vindingen in
+landbouwwerktuigen of de moderne ideeën over cultuur en grondbewerking.
+
+Het landgoed Santa Ana gelijkt zooveel op andere van denzelfden
+aard, dat een beschrijving een juist algemeen denkbeeld geeft van
+het leven en werken op een typische chileensche hacienda. Niet alle
+dagen worden er bij harden arbeid gesleten, en er valt nog wel een
+andere geschiedenis van te vertellen, dan alleen die van materiëelen
+voorspoed. In die gelukkige landhuizen kan men tooneelen bijwonen
+van vroolijkheid en zorgelooze uitgelatenheid, die veel hartelijker
+gemeend worden opgevoerd dan eenig vermaak of wat ervoor doorgaat in
+de overvolle deftige salons der stad.
+
+Het mooie landgoed Lo Aguila, dat dichtbij het spoorwegstation van
+Hospital gelegen is, verwierf zich naam door de prettige partijen, die
+er van tijd tot tijd uit verren omtrek de menschen samenbrengen. De
+hacienda van Senor Letelier te Aculeo is een der meest gezegende
+uit het oogpunt van landschappelijk schoon, en alles is er zoo goed
+ingericht, dat men haar wel eens de modelhoeve van Chili noemt.
+
+Het is gebruik onder de families van deze landgoederen, samen
+uitstapjes te paard te maken, dikwijls om van de eene hacienda aan
+de andere een bezoek te brengen, en menigmaal kan men een vroolijke
+cavalcade de hekken der plantages zien binnenrijden. De kleeding der
+heeren heeft iets eigenaardigs; zij dragen namelijk buiten een _manta_
+of shawl van heldere kleur, die aan zoo'n gezelschap een levendig
+aanzien geeft.
+
+Die _manta_ is een echt chileensch kleedingstuk, kleiner en zwaarder
+dan de _poncho_ uit Argentinië, en in den regel niet van franjes
+voorzien, zooals de reeds genoemde poncho, maar geboord met lint
+van een andere kleur. Enkele manta's worden gemaakt van ongeverfde
+vigognewol van de vicuna-lama, gesponnen tot een draad, die bijzonder
+fijn en toch sterk is; andere zijn geweven in vele kleuren met strepen
+van rood, blauw en geel.
+
+De manta heeft geen naden; er is in 't midden een opening in voor het
+hoofd, en het kleedingstuk kan aan den hals nog worden bevestigd met
+knoopen, ofschoon het meestal zoo gedragen wordt, als het over het
+hoofd is aangetrokken met een open gedeelte aan den hals.
+
+Vele der manta's zijn waterdicht, en ze moeten bij het rijden bijzonder
+gemakkelijk zijn. De administrateur van een groote hacienda kan vaak
+zijn menschen op grooten afstand aan hun manta's onderscheiden. Op
+enkele hacienda's is het de gewoonte, dat de administrateur op
+Zondagmorgen de hoofden der verschillende afdeelingen bij elkaâr roept,
+om hun het noodzakelijke werk voor de volgende week aan te wijzen
+en ook om nota te nemen van klachten of gewenschte veranderingen
+of eenige zaak, die met de routine der groote onderneming verband
+houdt. Nadat aan dien plicht is voldaan, zijn de employé's vrij en
+kunnen het overige van den dag doorbrengen, zooals zij willen.
+
+De feestelijkheden van een vrijen dag worden op een hacienda bijna
+altijd opgeluisterd door den geliefden dans, de Zamacueca. Het groote
+aantal landgoederen in Centraal Chili van dezen aard bewijst wel,
+dat de Chileen zijn bronnen van geluk liefst zoekt in de natuur,
+en het pleit voor het nationale karakter, dat zooveel menschen het
+buitenleven aantrekkelijk en aangenaam vinden en het grootste deel
+van het jaar liever op hun landgoed zijn dan in hun huis in de stad.
+
+De streek rondom Santiago, vooral zuidwaarts langs de spoorlijn, die
+de hoofdstad met Concepcion verbindt, vertoont overal van die mooie
+landhuizen op waardevolle gronden. Graneros is het spoorwegstation
+voor vele hacienda's, gelijkend op die van Senor Gregorio Donoso,
+en er zijn vele andere in de buurt der tusschenliggende stations,
+Hospital, Buin, Linderos, Guindos, Nos en San Bernardo.
+
+Het is gewoonte, aan elke hacienda een eigen naam te geven: de omgeving
+wordt veelal bij dien naam genoemd, eerder dan bij den naam van het
+spoorwegstation of de nabijgelegen stad. Lo Hermida, het mooie huis
+van Senor Don Belisario Espinola; Santa Ines, het eigendom van Senor
+Don Salvador Izquierde; San Isidro, het landgoed van de familie van
+Senora Dona Maria Luisa Mac-clure de Edwarts; en hacienda Limache,
+waar Senora Dona Sofia Cox de Eastman haar uitgebreide gronden heeft,
+zijn namen, die even goed bekend zijn als de meest gewone adressen
+in de hoofdstad. Hacienda Limache wordt bestuurd door de zoons van
+Senora Eastman en onderscheidt zich door een melkerij met toebehooren,
+zoo groot als er geen andere in Chili is, waar alle moderne vindingen
+worden toegepast, en die dan ook voor een groot deel in de behoeften
+der stad Valparaiso voorziet.
+
+Die melkerij is een onderneming van Senor Don Tomas Eastman, die een
+kantoor in Valparaiso heeft met depôts, van waar dagelijks bijna twee
+duizend gallons melk worden afgeleverd. Het tooneel, dat die hacienda
+in den vroegen morgen aanbiedt, is bijzonder levendig. Van twee tot
+zes uur wordt er bij kunstlicht gemolken, en daarna wordt de melk in
+kannen per spoor vervoerd naar Valparaiso op dertig mijlen afstands,
+om er door een staf van beambten te worden in ontvangst genomen,
+die de melk wegen en in de wagentjes en kannen voor de aflevering
+gereed maken.
+
+Ook boter maakt men op die hacienda, maar melk is hoofdzaak, omdat
+het gebleken is, dat voor farms dichtbij een dichtbevolkte plaats de
+melkleverantie het meeste voordeel oplevert. De onderneming neemt nog
+steeds in bloei toe, en Senor Eastman denkt zijn zaken uit te breiden
+door de hacienda's San Isidro en El Cajon de San Pedro, die hij gekocht
+heeft, ook op dezelfde wijze te exploiteeren. Het is opmerkelijk, dat
+zooveel rijke menschen in Chili ernstig hun aandacht wijden aan de
+ontwikkeling van hun landgoederen, en het jongere geslacht vertoont
+minder neiging tot geldverteren door weelderig buitenlands te leven,
+dan het geval is in andere landen, waar het geld gemakkelijk is
+verdiend en van vader op zoon is overgegaan. Senor Tomas Eastman,
+ofschoon een jongmensch van rijkdom en aanzienlijke familie, die,
+zoo hij wilde, een leven van nietsdoen en amusement kon leiden, is
+een der energiekste werkers en tracht niet enkel zijn eigen goederen
+te verbeteren, maar ook den standaard van landbouw en veeteelt in
+Chili in 't algemeen te verheffen.
+
+Bijna elke hacienda heeft haar specialiteit. Op de eene is het de
+teelt van graangewassen; op een andere de melkerij, en weer op een
+andere de teelt van mooie koeien en paarden. Op de hacienda's van
+Ucuquer en La Pena in de provincie Quillota richtte men in 1879 een
+farm in voor de productie van Durhamsch vee. De resultaten waren zoo
+gunstig, dat de tegenwoordige eigenaar van deze bezittingen, Senor
+Don Carlos Hopfenblatt, aan de verschillende hacienda's van het land
+jaarlijks honderden mooie dieren levert, en er bestaat geen enkele
+reden, om in het buitenland voortaan echt Durhamsch vee te koopen.
+
+Van geheel anderen aard is de specialiteit der zeer uitgestrekte
+hacienda Santa Ines te Nos, eenige mijlen ten zuiden van Santiago
+aan den spoorweg. De bezoekers van dit prachtige landgoed stappen
+uit den trein; een particuliere tram, die bij de hacienda Santa Ines
+behoort, wacht, om hen naar hun bestemming te brengen op vele mijlen
+afstands. De tram rijdt door een streek vol afwisseling, langs weiden
+en langs het riviertje, dat het landgoed van water voorziet; dan door
+zware lanen van populieren tot vlak bij den ingang van het huis, waar
+een breede veranda, omhangen met wilden wingerd, aan ideale rust doet
+denken. Overal valt het oog op groote, hooge boomen, mooie struiken en
+velerhande bloemen. Door lanen van ceders en dennen brengt men u naar
+den kweektuin, waar duizenden jonge plantjes staan, gereed om vervoerd
+te worden, zoodra ze groot genoeg zijn voor de markt. Tuinbouw is hier
+hoofdzaak en op Santa Ines van Senor Don Salvador Izquierdo wordt
+groote aandacht gewijd aan wat de wetenschap daaromtrent leert. De
+hier gekweekte chrysanthemums zijn buitengewoon groot, en men kan
+er bijna elke bestaande variëteit bewonderen. Rozen, anjelieren,
+violieren groeien er in overvloed en van de edelste variëteiten.
+
+Het drogen van vruchten is een industrie, die in Chili steeds in omvang
+toeneemt, en ofschoon in elke streek de methode weer verschilt, toch
+bewijzen de resultaten, dat het een winstgevende bron van inkomsten
+is. Op de hacienda's in het Elqui-dal worden druiven, perziken en
+andere vruchten machinaal gedroogd, en in het centrale dal, waar de
+zomers heet en regenloos zijn, worden de vruchten in de zon behandeld
+en verliezen daardoor haar vochtgehalte.
+
+Het leven is druk op een chileensche hacienda, maar het heeft
+groote bekoring en aantrekkelijkheid, waartoe het heerlijke klimaat
+niet weinig meewerkt. De chileensche landheer is een toonbeeld
+van athletische mannelijkheid; hij rijdt veel paard en zou die
+sport niet kunnen ontberen. Dikwijls hebben jachtpartijen plaats,
+die soms een week duren en die in het Andesgebergte, nog ten deele
+ongeëxploreerd terrein, iets zeer opwekkends hebben. Vaak vergeet men
+het wild, om de streek zelve te onderzoeken. In het laatst van 1904
+ging een jachtgezelschap in de hoogere deelen van de Andesketen een
+expeditie ondernemen. Men kwam van een der hacienda's bij Santiago,
+en na allerlei stoute klimpartijen en ongewone avonturen ontdekte
+een deel van het gezelschap een meer van twintig mijlen in omtrek;
+dertien duizend voet ongeveer hoog gelegen, een meer, waar geen enkel
+aardrijkskundig werk melding van maakt, en dat zich in den krater
+van een uitgedoofde vulkaan scheen te bevinden. Er was veel wild,
+ganzen en eenden in overvloed; ook zag men er flamingo's. Een der
+heeren nam verscheiden photografieën van de plek, en toen de expeditie
+huiswaarts keerde, had zij de voldoening van den gelukkigen jager,
+gevoegd bij die van den met succes werkenden ontdekker.
+
+Op vele der hacienda's kan men in de riviertjes en meertjes
+heerlijk visschen en bootje varen; groote zwembassins met moderne
+geriefelijkheden zijn voor het gebruik der familie ingericht en
+verschaffen de prettigste gelegenheid voor een koele onderdompeling.
+
+Veel oude spaansche namen treft men aan onder die der eigenaars van
+hacienda's, maar eveneens komen buitenlanders er op voor, met name
+vrij wat Engelschen. Een der rijkste hacienda-bezitsters, Senora
+Dona Juana Ross de Edwards is de dochter van engelsche ouders. Haar
+goederen zijn enorm winstgevend; maar een groot deel der opbrengst
+wordt voor liefdadige doeleinden besteed. Een familie Swinburne,
+nauw verwant met den engelschen dichter van dien naam, heeft al drie
+geslachten lang in Chili gewoond, meestal op de hacienda.
+
+Een leger van arbeiders is op zulk een landgoed werkzaam. De
+administrateur leidt de geheele inrichting, en onder hem staan
+_capataces_ of opzichters, die toezicht houden op de gewone
+landarbeiders. De _guaso_ uit Chili is een type, dat veel gelijkt op
+den _gaucho_ uit Argentinië en den _cowboy_ van Noord-Amerika. De
+werklieden leven zeer eenvoudig; _mote_ of gekookte maïs is hun
+hoofdvoedsel; maar op feestdagen nemen zij hun kans waar. Vooral de
+verjaardag van den patroon wordt luisterrijk gevierd.
+
+Wie van het buitenleven houdt, ziet op zoo'n hacienda een aardige
+vereeniging van winstgevend werk en gezond levensgenot, en het is
+onmogelijk, zich een juist denkbeeld te maken van het chileensche
+volkskarakter, zonder de Chilenen te zien in de meest representatieve
+van alle chileensche woningen, de hacienda.
+
+
+
+
+
+DOOR OOST-PERZIË
+
+Reis van Majoor Percy Molesworth Sykes,
+Consul-Generaal van Engeland te Khorassan.
+
+
+
+I
+
+ Aankomst te Astrabad.--Vroegere belangrijkheid der stad.--Het
+ land der Turkomannen.--Mesjed, zijn moskee en zijn handel.--De
+ Loetwoestijn.--Op den weg naar Kirman.
+
+
+Perzië heeft altijd een groote bekoring uitgeoefend op mijn geest. Ik
+had lang in Indië gediend, zonder gelegenheid te hebben, er een bezoek
+aan te brengen. Het werd Januari 1893 eer ik, na mijn Kerstvacantie
+in Engeland te hebben doorgebracht, mijn plan ten uitvoer brengen
+kon en een reis door Perzië kon maken, om te Boesjir de boot, die
+mij daar wachtte, te bereiken.
+
+Uit Engeland komend, was ik per spoor over Weenen naar Odessa gereisd,
+waar ik mij naar Batoem inscheepte; van Batoem naar Bakoe volgde ik
+de bekende transkaukasische lijn. Daarna scheepte ik mij te Bakoe in,
+niet voor Enzeli en Resjd, wat de gewone weg is, maar voor Bandar-Gaz.
+
+De stoomboot op de Kaspische Zee moest eerst stoppen te Oezoen-Ada,
+toen nog uitgangspunt van den transkaspischen spoorweg. Na een ruwen
+overtocht, waar een heele dag mee heenging, voeren wij langzaam
+het smalle kanaal binnen, waar een voor anker liggend schip ons
+waarschuwde, voorzichtig te zijn, en ofschoon wij slechts negen meter
+diepgang hadden, moesten wij voortdurend van den oever afhouden,
+om niet vast te raken. De ondiepe zee was bedekt met een dun laagje
+ijs. In elk opzicht leek Oezoen-Ada mij een zeer slechte basis voor
+een spoorweg. Dus vernam ik dan ook een jaar daarna met genoegen,
+dat Krasowodsk, veel dichter bij de open zee en in 't bezit van een
+diepe haven, ten slotte gekozen was, om Oezoen-Ada te vervangen.
+
+Wij verlieten met moeite het nauwe toegangskanaal en wendden den steven
+zuidwaarts, om na vijftien uren de russische grensstad Tsjitsjikar
+te bereiken. De aanlegplaats is bijna buiten het gezicht der stad;
+dus kon ik er geen bezoek aan brengen. Maar er is niet veel te zien,
+en zij heeft geen beste reputatie, wat betreft den bodem en het
+klimaat. Door Astrabad staat Tsjitsjikan met het telegraafnet van
+Perzië in gemeenschap; maar de transkaspische spoorweg heeft aan
+dezen militairen post al zijn belangrijkheid ontnomen.
+
+Toen wij onzen weg naar het zuiden vervolgden, zagen wij al spoedig,
+hoe het klimaat snel veranderde. Na het dejeuner bevonden wij ons
+tegenover het russische marine-station Asjoer-Ada, en vóór ons lag,
+in dichte nevelen gehuld, Iran.
+
+De Asjoer-Ada-eilanden maken deel uit van een zandbank, door den
+noordenwind gevormd, die de heerschende is in deze streken. Daarachter
+breidt zich een wijde lagune uit, _Murdal_ of dood water geheeten,
+waarin zich veel rivieren uitstorten, die alluviale aanslibbing
+aanvoeren. Men treft veel van die lagunen langs de kust aan; die
+van Enzeli is het meest bekend; maar de baai van Astrabad, om ons
+te bedienen van den naam die gewoonlijk op de kaarten staat, is het
+diepst. De stoombooten kunnen er tot vlak aan de kust komen en zijn
+niet genoodzaakt te lossen vóór de zandbank, zooals te Enzeli.
+
+Asjoer-Ada, dat een verschrikkelijk ongezonde post moet zijn, werd
+in 1858 door Rusland bezet, toen men besloot een eind te maken aan
+de zeerooverijen van de Turkomannen. De regeering van den czar is
+herhaaldelijk uitgenoodigd, zich terug te trekken van de plek, die,
+in strikten zin genomen, nog perzisch grondgebied is; maar zoo zij aan
+dien wensch gevolg gaf, zou de zeerooverij maar al te spoedig weer
+het hoofd opsteken. Daar tengevolge van het tractaat van Gerlistan
+de perzische vlag niet over de Kaspische Zee mag waaien, wordt alle
+politie daar uitgeoefend door de groote mogendheid van het Noorden.
+
+Drie aanlegplaatsen waren bij het eiland aangebracht, 'twelk zoo smal
+is, dat het schuim der golven er bij slecht weer overheen vliegt. Na
+een langzame vaart door de stille en rustige lagune, legden wij aan
+bij een vuurtoren tegenover Bandar-Gaz. Wij namen onze bagage bijeen
+en werden in een roeiboot overgebracht naar een havenplaatsje in een
+treurigen staat van verval. Tegen het vallen van den avond bevonden
+wij ons op perzischen grond, bestaande uit dikke, glibberige modder.
+
+Ik had geen voorkeur, waar wij zouden heengaan; maar Joessoef Abbas,
+een geleerde Pers, dien ik te Odessa aan mij had verbonden, en die meer
+gereisd moet hebben dan iemand van zijn leeftijd, zei, dat we zouden
+kunnen logeeren bij een ambtenaar van de telegraaf. Deze ontving ons
+inderdaad zeer vriendelijk en ik kon weldra ten zijnent genieten van
+een echten pilaw, het perzische gerecht bij uitnemendheid.
+
+Bij dag kwam Bandar-Graz mij als een zeer melancholiek plaatsje
+voor. Er is zooveel slijk, dat een paar stelten van nut zouden kunnen
+zijn. De hutten van boomstammen zien er vuil en ellendig uit.
+
+Mazanderan, de perzische provincie die met Ghilan de zuidkust van de
+Kaspische Zee inneemt, is een belangrijke provincie, al was het maar om
+het sprekend contrast, dat zij maakt met de andere deelen van Perzië,
+of zelfs met de andere districten aan de binnenzee gelegen. Als men
+uit de lagune komt, waar men veel rottende planten ziet, heeft men
+eerst een strook jungle van afwisselende breedte, dicht struikgewas,
+waar het van allerlei insecten, vooral muskieten, krioelt, die er
+in den zomer iemand het leven ondragelijk maken. Het heet ook, dat
+er nog veel tijgers zijn, maar het gebeurt niet dikwijls, dat er een
+geschoten wordt.
+
+Als men de bergen heeft bereikt, verandert het land plotseling van
+aanzien, en de reiziger kan zich in Kaschmir verplaatst wanen. Hij
+vindt er dezelfde boomen en weiden, en hooger de kale hellingen
+der bergen. Een prachtig soort van hert komt, evenals daar ook hier
+veelvuldig voor.
+
+De bewoners der provincie Mazanderan hebben een geelachtige, ongezonde
+gelaatskleur, maar ze zijn niet klein of lichamelijk slecht ontwikkeld,
+zooals men verwachten zou in dat arme land. Zij kleeden zich in wol
+en voeden zich met rijst, die ze in groote hoeveelheden tot zich
+nemen. Het is een gelukkig volkje, en ik ontmoette niemand, die het
+land zou willen verlaten; zij kunnen in andere streken van Perzië
+niet aarden.
+
+In twee dagen bereikten wij Astrabad langs een zeer slechten weg. De
+zon ging onder; wij kwamen de stad binnen door een ingang zonder poort
+en zonder bewaking, en het eerste wezen, waar ons oog op viel, was
+een jakhals. Eindelijk zagen wij een man in de verlaten straten. Hij
+bracht ons op de vriendelijkste manier naar het huis van Mirza Taki,
+den engelschen agent, waar wij de groote voldoening smaakten, droge
+kleêren te kunnen aantrekken. De vereeniging van vocht en koude is
+zeer onaangenaam, om niet te zeggen gevaarlijk in het Oosten, nog
+meer dan elders, en ik gevoelde mij gelukkig, dat ik zonder slechte
+gevolgen de streek van de koorts was doorgekomen en een der bekendste
+steden van Perzië had bereikt.
+
+Astrabad, dat in den bloemrijken stijl van het Oosten _Dar-ul-Muminin_,
+dat is de Woning der Geloovigen heet, is voor zoover men kan nagaan,
+geen oude stad, hoewel de plaats volgens de legende gesticht is
+door Nosjirevan, met geld, gegeven door Azad Mahan, gouverneur
+der Keronans. Voor Engeland is de stad buitendien interessant om de
+mislukte poging, in de 18de eeuw gedaan, om er een engelsch-perzischen
+handel te vestigen.
+
+In het begin der 19de eeuw heeft men zich van het belang van Astrabad
+te veel voorgesteld. Napoleon en czar Paul I hadden het plan gevormd,
+langs dien weg een aanval te wagen op Britsch-Indië. Het werd weer
+opgevat door Rusland tijdens den Krim-oorlog; maar zoowel in het eene
+als in het andere geval zou de uitvoering zeker op een noodlottige
+ramp zijn uitgeloopen.
+
+Thans heeft de transkaspische spoorweg het stadje alle gewicht
+ontnomen, ofschoon bij een aanval op Perzië uit het Noorden de
+bezetting van Sjahroed, na de verovering van Astrabad, de hoofdstad
+zou afscheiden van Medsjed.
+
+Astrabad beslaat nu misschien de helft van de oorspronkelijke
+oppervlakte, en er wordt mij gezegd, dat de bevolking niet meer
+dan tien duizend zielen bedraagt. De meeste straten zijn geplaveid,
+waarschijnlijk door shah Abbas, en de huizen zijn van natuursteen of
+van gebakken steen opgetrokken met daken van roode pannen, wat een
+vroolijk gezicht geeft zelfs in den winter; daar op de muren overal
+bloemen zijn geplant, moet het er in het voorjaar aardig uitzien. Er
+zijn in de stad veel zeepfabrieken; potasch wordt er bereid uit
+planten van den oever der rivier. Ook kruit wordt bereid in Astrabad,
+maar dat is dan ook alle plaatselijke industrie.
+
+Er begon veel sneeuw te vallen, een zonderling gezicht, terwijl de
+oranje-appels aan de boomen hingen. Ik vertrok op de jacht, hopende
+dat de sneeuw de herten uit de bergstreken naar beneden drijven
+zou. Ik zag er niet één, hoeveel moeite ik mij ook een heele week lang
+gaf. Daarentegen zag ik wel veel wilde zwijnen, en ik doodde er een,
+om mijn nieuw geweer te probeeren.
+
+Toen ik te Astrabad terugkeerde, waren de toebereidselen voor mijn
+bescheiden expeditie in het turkmeensche land afgeloopen, en ik begaf
+mij in noordelijke richting op reis. Terwijl het woud bijna den
+zuidkant der stad bereikt, is het land in 't noorden vlak en open
+en veelal bebouwd. Na door een paar gehuchten te zijn getrokken,
+bereikten wij de Kara Soe of Zwart Water, een rivier met langzaam
+stroomend, slijkerig water. Er ligt een brug over naar het land der
+Turkomannen. Enkele mijlen trokken wij voort door een zeer vruchtbare
+vlakte en kwamen toen aan de oevers der Gurgan, een rivier, waarvan de
+naam denzelfden wortel heeft als het woord Hyrcanië. Een tweede brug,
+even stevig als de eerste, ligt bij het fort Akkala of het Witte Fort,
+een oude plaats van de Kadjaren, waar nog een garnizoen is en die er
+indrukwekkend uitziet. Wij gingen den stroom niet over, maar trokken
+langs den linker oever, om zoo te komen in het kamp van Moesa khan,
+hoofd der Ak-Atabai, voor wien ik een brief had van kolonel Stewart.
+
+Om u een alasjoek of Turkomannen-woning voor te stellen, moet ge
+denken aan een kring van omgebogen takken, min of meer in den vorm
+van een bijenkorf en zoowat twintig voet in diameter; zwart vilt is
+over alles heen getrokken, en het resultaat is een beweegbaar huis,
+dat ten minste als het koud weêr is, de voorkeur verdient boven een
+tent. Binnenin wordt het hebben en houden van den eigenaar bewaard
+in reuzenpakken, terwijl de karabijn van den heer des huizes binnen
+het bereik van zijn hand is. Stukken tapijt bedekken de reten en
+spleten van het vilt, en als er vuur brandt op den open haard, kan men
+zich comfortabel voelen in zulk een verblijf. Alleen de rook blijft
+een groot bezwaar. Ieder kamp werd bewoond door een aantal gezinnen
+tusschen tien en dertig. Zij brengen zoo vijf maanden door ten zuiden
+van de Gurgan, halen hun oogst binnen en laten daarna weer hun kudden
+weiden dichtbij de Atrek.
+
+Men kan als vaderland der Turkomannen beschouwen een strook gronds,
+die beginnend bij de baai van Astrabad doorloopt tot het punt, waar
+de drie staten Rusland, Perzië en Afghanistan samenkomen.
+
+Hun eerste belangrijk optreden in de geschiedenis dagteekent van de
+12de eeuw, toen zij sultan Sandjar van den troon stieten. In de 19de
+eeuw gaf Shah Abbas bij zijn troonsbestijging aan talrijke koloniën
+van Koerden grondgebied in die streken, wat een slag was voor de
+turkmeensche roovers; maar zij bleven tot hun definitieven val, na de
+inneming van Khiwa en van Merw, een ware plaag voor Perzië. Men kan
+daar goed over oordeelen, als men, zooals ik, vroegere gevangenen
+van hen heeft gezien en gehoord heeft wat zij hadden te verdragen,
+te meer daar bij de natuurlijke wreedheid der Turkomannen zich de
+haat voegde van de Sunnieten tegen de Sjiïeten. De heer Vambéry heeft
+mij verteld, dat, hoewel hijzelf tijdens zijn gevangenschap aan de
+Atrek heel goed werd behandeld, hij getuige moest zijn van allerlei
+tooneelen, die hem de Turkomannen deden verfoeien.
+
+Zeer tegen mijn zin was Moesa khan voor den nacht naar Astrabad
+gegaan. Ik maakte van den dag, dien ik wachtende moest doorbrengen,
+gebruik, om de ruïnen van de stad Kizil-Alan te gaan zien. Er zijn
+ook verschillende hoogten, die verspreid in het dal der Gurgan
+liggen, waar door reizigers veel onderzoekingen zijn gedaan. Enkelen
+hebben er reeksen van seinposten in willen zien. Het is eenvoudiger,
+te veronderstellen, dat het ruïnen van dorpen of steden zijn. Wij
+kunnen er niet meer van zeggen, vóór men systematische opgravingen
+zal hebben gedaan. Dan zal een rijke oogst de exploratie van het oude
+Hyrcanië beloonen.
+
+Zoodra hij was aangekomen, liet Moesa khan mij door Joessoef weten,
+dat hij het niet op zich durfde nemen, mij door het turkmeensche land
+te laten gaan. Ik kon er zeker van zijn, te worden gedood of bestolen,
+en hij zou er door de perzische regeering voor aansprakelijk worden
+gesteld. Het kostte mij zeer veel moeite, hem op zijn besluit te
+doen terugkomen. Eindelijk, na verloop van drie dagen, gaf hij toe op
+de bedreiging, dat zijn naam van gezaghebbend hoofdman er in Europa
+onder zou lijden, en zoo beloofde hij, mij een geleide te bezorgen
+tot de Atrek. Drie bloedverwanten van hem zouden mijn verdere reis
+organiseeren.
+
+Dus scheidde ik van mijn gastheer op de plek, waar wij de Gurgan
+over moesten trekken, en wij trokken noordwaarts door de besneeuwde
+steppe. Eerst was die geheel vlak, maar bij het naderen van de Atrek
+gingen wij over een keten van lage bergen, bekend onder den naam
+Kara-tapa of Zwarte heuvels. 's Avonds bereikten wij in een sneeuwstorm
+een kamp van den stam der Atabaï, waar wij den nacht doorbrachten. Die
+stam telt ongeveer twee duizend gezinnen in Perzië en duizend in
+Rusland. Wij zetten toen den tocht langs de Atrek voort onder het
+geleide van een turkmeenschen mollah, Hak Nafas, die niet erg zeker
+van zijn zaak was. Ik vernam van Joessoef, dat het een roover was,
+die niet viel te vertrouwen.
+
+Vóór hij van ons wegging, had hij op fluisterenden toon een gesprek
+gevoerd met enkele mannen van ons gevolg, 's Avonds van dien dag,
+toen wij de rivier waren overgegaan, kampeerden wij bij een groep van
+vijf tenten. Wij kregen niet als gewoonlijk een uitnoodiging om binnen
+te komen in de alasjoeks, en het viel niet moeilijk, uit een en ander
+op te maken, dat men iets tegen ons in den zin had. Ik barricadeerde
+dus mijn tent en bleef wakker, wat niet al te moeilijk was, aangezien
+ik gekweld werd door hevige kiespijn. Tegen middernacht kwamen de
+Turkomannen op onze tent af, kruipend en met geladen geweren. Toen
+ze op vijfhonderd meters afstands waren, ging Joessoef zeer beleefd
+naar hun gezondheid informeeren. Waarop zij, zonder een woord te
+zeggen, verdwenen. Wij belaadden onze muildieren vóór zonsopgang,
+en Joessoef, die al dien tijd zich kranig en dapper hield, sprak
+de dieven in partibus, die bij ons gebleven waren, krachtig toe en
+verweet hun de schending van de wetten der gastvrijheid, hen dreigend
+met allerlei verschrikkelijke straffen. Ten slotte verdwenen zij ook
+en lieten ons met rust. Denzelfden dag waren wij bijna overvallen door
+onze gidsen van den vorigen dag, die ons op den anderen oever van de
+Atrek volgden. Maar zij trokken zich terug, waarschijnlijk overtuigd,
+dat de Sahib machtige beschermers hebben moest, en dat hij anders
+zich ook nooit in deze streken zou hebben gewaagd.
+
+Te Aksjanim, beneden een kloof, waar de Atrek door vloeit, kwam ik op
+het grondgebied van de Goklan-Turkomannen. Dit was de eerste plek,
+waar mij een vriendelijke ontvangst bereid werd. Mijn gastheer,
+Mustapha Koeli, was in 1874 verbonden geweest aan de zending van den
+Honorable G. Napier naar de Gurgan.
+
+Wij passeerden daarna langs een zeer sterke helling den doorgang,
+die bekend is onder den naam Hanaki-pas; de top is 1020 M. hoog. Van
+daar deed het dal, dat wij juist waren doorgegaan, zich voor als een
+reliëfkaart; op den achtergrond verhief zich de Sonar Dagh. Overal
+om ons heen waren sneeuwvelden, en de wolken dreigden met nieuwen
+voorraad. Dus haastten wij ons, en toch was het maar even vóór
+zonsondergang, dat wij het fort Amend, waarvan niet veel meer dan
+een puinhoop over is, bereikten. Er waren enkele tenten der Toktimasj
+omheen gegroepeerd.
+
+Den volgenden dag ging het met moeite door het dal der Insja, om daarna
+weer over een pas te trekken en den daarop volgenden dag bereikten
+wij in een bebouwde streek en op den weg van Astrabad naar Boesjnoert
+het dorp Semalgan, waarschijnlijk Samangan van sjah Nameh, een der
+talrijke dorpen, die aan de Koerden behooren. Onnoodig te zeggen,
+dat ik blij was, het land der Turkomannen achter mij te hebben,
+maar ook dat het mij aangenaam was, een blik te hebben mogen werpen
+op hun gewoonten en hun denkbeelden, wat mij nooit zou zijn gelukt,
+als ik met een uitgebreid escorte had gereisd.
+
+De Koerden ontvingen mij vriendelijk. Zij hadden nog veel herinneringen
+bewaard van kolonel Napier. Maar ik werd er een weinig verlegen mee,
+dat ik na hem dit bezoek aflegde; hij had edelmoedig geschenken
+uitgedeeld en ik trok door met ledige handen.
+
+Over den Halinurpas gaand, die door een hooge bergketen een weg
+opent, kwamen wij eindelijk in het stadje Boesjnoert. Ik werd er zeer
+vriendelijk door den gouverneur ontvangen, die mij geluk wenschte met
+het ongedeerd volbrengen van zulk een gevaarlijke reis. En inderdaad,
+nu eerst begon ik mij rekenschap te geven van de gevaren, die ik had
+geloopen. Kolonel Yate, die een jaar later met zeventig man door
+deze streek trok en een gewapend geleide bij zich had, noemt haar
+"het meest woeste en onafhankelijke gedeelte van het gebied der
+Turkomannen, waar de Perzen geen voet durven zetten."
+
+De provincie Khorassan, die wij nu pas hadden betreden, ligt in
+den noord-oosthoek van Perzië; de naam beteekent Land der Zon. Zij
+besloeg vroeger een verbazende uitgestrektheid; ze strekte zich van
+de Kaspische Zee tot Samarkand uit en zuidelijk tot de grenzen van
+Sind. Tegenwoordig reikt zij van den transkaspischen spoorweg in het
+Noorden tot Seïstan in het Zuiden en van Afghanistan in het Oosten
+tot Astrabad in het Westen. De oppervlakte is door lord Curzon geschat
+op 375,000 tot 435,000 vierkante kilometers.
+
+Op den avond van mijn aankomst legde ik een bezoek af bij den
+Saham-u-dola, een hoofd, dat hoog in aanzien stond. Ik zei hem eerst
+niet, dat ik een officier was, die voor mijn genoegen reisde; maar
+toen ik bemerkte, dat hij in mij een deelgenoot zag van de een of
+andere bijzondere zending, vertelde ik hem de waarheid. Hij geloofde
+mij niet, natuurlijk. Een Oosterling reist nooit anders, dan om geld
+te verdienen of als pelgrim.
+
+Boesjnoert is een stadje van misschien tien duizend inwoners. Er is
+maar één lange straat; de plaats is door een telegraaflijn met Mesjed
+verbonden, en er gaat wekelijks een post tusschen beide steden. De
+straat is vol winkels, waar men russische samovars en manchestersch
+katoen ziet. Ik kocht er drie turkmeensche tapijten voor ongeveer
+zeven pond. Een goed gesternte had mij bij den koop geleid, want ze
+waren in Engeland vier- of vijfmaal die som waard.
+
+Daar drie dagen voldoende bleken, om alle merkwaardigheden van
+Boesjnoert te bekijken, huurden wij versche muildieren en gingen
+op weg naar Koetsjan. Door de Mesjedpoort vertrokken, reisden wij
+langs de oude stad, waar nog slechts ruïnen van over zijn en daalden
+af naar de Atrek. Onder de vele dorpen, waar wij doorheen trokken,
+hadden enkele vierkante torens, gelijkend op die van engelsche kerken;
+overal was welvaart te bespeuren, veel meer dan wij hadden gevonden in
+het door de natuur rijker bedeelde district Astrabad. Den volgenden
+dag gingen wij over een in goeden staat zijnde brug, en bij Sissah
+betraden wij het gebied van Koetsjan. Het dal wordt breeder; de grond
+is zeer vruchtbaar, en de dorpen zijn even talrijk als in sommige
+deelen van Pendsjab.
+
+Op onzen tocht waren wij getuigen van een nog in wezen zijnd oud
+gebruik, het huwelijk bij roof. Wij ontmoetten eerst het geleide
+van een bruid te paard; zij was gekleed in een rijk wit met rood
+gewaad. Iets verder vonden wij andere ruiters, die bij de nadering der
+dame een soort van gevecht nabootsten, tot zij een teeken had gegeven,
+dat zij zich overgaf.
+
+Te Sjirwan kwam ik weer in bekende streken en wel op den weg naar
+Koetsjan daar, waar een levendige handel wordt gedreven met Geok
+Tepe, het punt, dat het dichtst bij den transkaspischen spoorweg is
+gelegen. De Atrek was hier niet veel meer dan een groote beek. Een
+tocht van 35,000 mijlen door een der vruchtbaarste dalen van
+Perzië bracht ons te Koetsjan. Het district, waar die plaats de
+hoofdstad van is, moet als het belangrijkste der drie koerdische
+districten worden beschouwd; tot in den jongsten tijd was het half
+onafhankelijk. Nadir Shah werd vermoord in 1747, toen hij een poging
+deed, het te onderwerpen. De _ilkhani_ is reeds door lord Curzon op
+amusante manier beschreven; hij is gewoonlijk in een toestand van
+ontoerekenbaarheid door de uitwerking van opium of alcohol, en men
+moet hem altijd drie dagen van te voren, een bezoek aankondigen. Ik
+onthield mij van een visite, daar ik geen tijd wilde verliezen.
+
+Ik vond te Koetsjan een brief van den engelschen consul-generaal
+te Mesjed, den heer Elias, die zoo vriendelijk was, mij te melden,
+dat hij mij op een dagreis afstands van de stad een _sowar_ en twee
+paarden had tegemoet gezonden. Wij namen een wagen, om ons met onze
+bagage naar de stad te brengen.
+
+Het land was vruchtbaar maar eentonig. Door de strenge vorst was de weg
+hard en vlak. In den namiddag van den derden dag ontdekte ik een man
+in de verte, die de sowar bleek te zijn, en in minder dan vijf minuten
+draafde ik in de richting van Mesjed, terwijl Joessoef in het rijtuig
+volgde. Vóór ons schitterde op vele mijlen afstands de prachtige
+vergulde koepel als een vuurzee in de stralen van de ondergaande zon.
+
+Een nieuwsgierige menigte wachtte ons af op de pleinen der stad. Door
+de Khiaban, de hoofdstraat, iets als het _Unter den Linden_ der
+plaats, daarna door de kronkelende straatjes, kwamen wij aan het
+Consulaat-generaal, waar wij hartelijk werden ontvangen. Nu ik
+twee maanden lang buiten de beschaafde wereld had verkeerd, was
+ik onuitsprekelijk gelukkig, mij weer in een bevriende omgeving
+te bevinden.
+
+Mesjed, welks naam beteekent "Graf eens Martelaars", heet zoo,
+omdat men er het graf vindt van een heilige Reza, den achtsten
+iman. Zijn monument behoort tot de rijkste en meest bezochte van
+Azië. De schatten, die er bewaard worden, bestaan niet alleen uit
+ruime jaarlijksche schenkingen van geld en kostbaarheden, maar het
+graf ontvangt ook giften en legaten in grond en tuinen, en wel van
+alle klassen der bevolking. Het is niet toegankelijk voor christelijke
+bezoekers, een regel, waaraan men zich in Perzië bij vele instellingen
+houdt. Toch is hij niet steeds in acht genomen, en de spaansche gezant
+aan het hof van Timoer, Ruy Gonzalez de Clavyo, vertelt, dat hij de
+moskee te Mesjed heeft bezocht.
+
+Het tegenwoordige heiligdom ligt, naar ik hoor, in het midden tusschen
+drie groote pleinen. De bouwtrant, de opengewerkte lantaarn en het
+gouden traliewerk geven er van buiten een ernstige schoonheid aan,
+geschikt om een diepen indruk op vrome gemoederen te maken.
+
+Mesjed is tegenwoordig een belangrijke stad uit het oogpunt van den
+handel en de politiek. Van engelsch standpunt gezien, zou het een goede
+post zijn ter bewaking van westelijk Afghanistan en een bruikbaar
+entrepôt voor den engelsch-indischen handel. Maar voor Rusland is
+de post van nog veel grooter beteekenis, daar Mesjed de hoofdstad
+is van de provincie Khorassan, waarvan Askhabad voor zijn onderhoud
+afhankelijk is. Zooals men wel kan begrijpen, zijn de bazars voor
+'t meerendeel gevuld met russische goederen, maar de voorwerpen van
+engelsche herkomst worden op niet minder hoogen prijs gesteld. Men kan
+hier een beeld vinden van den strijd tusschen de beide mogendheden,
+die elkaâr den invloed in Perzië betwisten.
+
+Ten tijde van mijn bezoek werd het ambt van britsch consul-generaal
+waargenomen door den sedert overleden heer Ney Elias, den deken van
+een reeks van bekende reizigers in Centraal-Azië. De belangen van
+Rusland waren toevertrouwd aan den heer Vlassof, die nu een ruimer
+arbeidsveld gevonden heeft in Abessynië. Zooals dat dikwijls het
+geval is, hadden hij en zijn secretaris engelsche vrouwen getrouwd,
+wat voor mij de genoegens van het samenzijn nog grooter maakte. Ik ben
+nooit ergens vriendelijker ontvangen dan in die kleine maatschappij,
+de europeesche kolonie van Mesjed. En toen ik dan ook na verloop van
+een week vertrok, om mij naar Kirman te begeven door de Loetwoestijn,
+deed het mij innig leed de vrienden te verlaten, van wie ik een week
+te voren geen enkele kende.
+
+Na het verlaten van Mesjed volgden wij den weg van Teheran naar
+Sjerifabad. Hij loopt door een golvend terrein en maakt een bocht op
+het punt, waar de uit het Zuiden komende pelgrims voor de eerste maal
+den heiligen koepel der groote moskee aanschouwen.
+
+Den tweeden dag na ons vertrek ging het over den Bidarpas, waar wij tot
+onze groote verbazing een dikke sneeuwlaag vonden. Van dien pas, die
+bijna 2000 M. hoog is, daalden wij naar een rivierdal. De benedenloop
+van den stroom heet Kal-i-Sala. Er ligt een pas gebouwde brug over,
+een vreemd verschijnsel in Perzië.
+
+Na weer door heuvelachtige streken te zijn getrokken, kwamen wij
+te Turbat, stad van 15000 inwoners, nog op ouderwetsche manier
+Turbat-i-Haidari genoemd, naar het graf van rooden steen van een
+beroemd heilige, Kutb-u-Din-Haider. Tegenwoordig gebruikt men meestal
+den naam Turbat-i-Ichak-Khan, naar een hoofd van de Karaï's, die ter
+dood gebracht werd nadat hij beproefd had, Mesjed te veroveren aan
+de spits van een vereeniging van stammen.
+
+Turbat, dat te midden van tuinen ligt, is sinds 1901 een belangrijk
+russisch centrum geworden; een russisch dokter is er gevestigd
+onder bescherming van Kozakken voor de gevallen van pest- en
+cholera-epidemieën. Zijde was oudtijds het hoofdproduct van deze
+streek, en tegenwoordig begint men weer meer aan die cultuur te
+doen, hoewel de nawerking der ziekte van de zijderupsen zich nog
+doet gevoelen.
+
+Na Turbat volgden wij den loop der Kal-i-Sala en moesten dikwijls van
+richting veranderen. Het was belangrijk op te merken, hoe alle op de
+kaart aangegeven dorpen verwoest waren, terwijl er in de nabijheid
+nieuwe gehuchten waren ontstaan, en tot onze nog grootere verbazing
+was de rivier, die zich naar het Westen wendt, voorgesteld als naar
+het Zuidoosten stroomend.
+
+Vervolgens reden wij naar Djangal, Bimurgh, Beidukht. Het laatste
+dorp is bekend als de woning van den groot-murschid van Perzië, een
+man, die zeer grooten invloed uitoefent, vooral op de kooplieden van
+Teheran. Zijn naam is Hadji Mullah sultan Alé, hij heeft een mooie
+school of _mederssch_ laten bouwen, waar hij dagelijksch lessen geeft
+en preekt. Hij moet ongeveer zestig jaar zijn.
+
+Djouvein, de hoofdstad van het district Gunabad, bestuurd door den
+gouverneur van Turbat, heeft een bevolking van 8000 inwoners en een
+kleinen bazar. Men maakt er een soort van aardewerk, zoo grof en zoo
+leelijk, dat ik geen enkel stuk ervan kon koopen.
+
+De vlakte van Gunabad ligt aan den voet van een bergketen, die van
+het Zuidoosten naar het Noordwesten loopt, en hier het betrekkelijke
+hooggelegen land, dat ik doorreisd had, scheidt van de sombere
+Loetwoestijn, die ik weldra zou betreden. Verder naar het Westen sluit
+het terrein zich aan bij het noordelijk deel van die woestijn. Na
+die keten te zijn doorgetrokken, kwamen wij te Toen, een ommuurde
+stad van 4000 inwoners. Binnen de stad zelf waren veel tuinen, en
+het algemeene aanzien van de plaats was niet onbehagelijk.
+
+Zoo had ik dan de noordgrens bereikt van de groote woestijn, die
+ik voor de eerste maal zou doorgaan, en waar ik nog dikwijls zou
+terugkeeren. Laat ik er een korte beschrijving van geven. Eerst moet
+ik meedeelen, dat verschillende aardrijkskundigen zonder voldoende
+reden de groote perzische woestijn verdeeld hebben in twee deelen, een
+noordelijk, het Dasjt-i-Kavir, en een zuidelijk, het Dasjt-i-Loet. Lord
+Curzon, die drie afleidingen mogelijk acht van het woord _havir_, kiest
+terecht het arabische _hafr_, dat beteekent "zoutmoeras". Dat woord is
+nog voortdurend in gebruik in Zuid-Perzië. Wat de uitdrukking _Loet_
+betreft, die is stellig afgeleid van Lot, en de gidsen wijzen nog
+dikwijls in de groote woestijn de Sjahr-i-Loet of "steden van Lot". Zij
+leggen dan uit, dat de Almachtige ze door hemelvuur verwoestte,
+juist als de plaatsen, die nu bedolven liggen in de Doode Zee.
+
+Na langdurige onderzoekingen ben ik tot het besluit gekomen, dat de
+geheele woestijn van Perzië niet anders heet dan Loet (Dasjt-i-Loet
+is een weinig gebruikte uitbreiding), en dat zij een aantal _kavirs_
+bevat, die alle eenzelfde karakter hebben. Ik geef intusschen toe,
+dat zij talrijker zijn in het Noorden, waar nog het meeste water
+wordt aangetroffen. Een Pers, in Engeland opgevoed, heeft mij gezegd,
+dat hij wel den weg Yezd-Pabas had aangewezen gezien op de kaart als
+het punt, waar twee woestijnen bij elkander komen, maar dat al zijn
+pogingen, om op de plaats zelve zich te overtuigen van het bestaan
+eener woestijn Dasjt-i-Kavir, mislukt waren. Dat had zijn eerbied
+voor de europeesche kaarten aan het wankelen gebracht.
+
+De groote Loetwoestijn breidt zich van de buurt van Teheran tot de
+grens van britsch Beloetsjistan uit over een lengte van meer dan 100
+KM. Het is de oostelijke afhelling van die groote uitgestrektheid, die
+het dorp Basiran draagt, het hoogste punt op 1400 M. Ik heb het dorp in
+1899 bezocht. De gemiddelde hoogte der woestijn is ongeveer 600 M.; de
+laagste punten bij Khabis liggen ter hoogte van 300 M. Het slechtste
+gedeelte van de Loetwoestijn is dat tusschen oostelijk Perzië en
+Khabis, dat in het midden der 19de eeuw door Khemikoff doorreisd werd.
+
+Ziehier wat hij schrijft: "Men zal zich gemakkelijk ons genoegen
+kunnen voorstellen, dat wij veilig en ongedeerd waren, nadat wij
+een woestijn waren doorgetrokken, die in dorheid door geen andere
+in Azië overtroffen wordt; vergeleken bij den Loet, zijn de Gobi en
+de Kizel-Koem inderdaad vruchtbare weiden. Ik heb den troosteloozen
+aanblik van de landengte van Suez gezien. Veel gedeelten van die
+dorre streek schijnen getroffen door dezelfde onvruchtbaarheid als
+de Loetwoestijn; maar dit karakter is dan nooit over zoo groote
+uitgestrektheden heerschend."
+
+Gemeenlijk neemt men aan, dat de Loet een oude binnenzee is
+geweest. Die meening is onder anderen gegrond op het bestaan van
+een werkzamen vulkaan, te Sarhad, van den uitgedoofden vulkaan
+Koeh-i-Bazamn, en op veel legenden.
+
+Ik ben ook van oordeel, dat door de moordende oorlogen, waar
+Perzië onder heeft geleden, de grenzen der woestijnachtige streken
+uitgebreid zijn. Perzië is een woestijn met dorpen, waartusschen zich
+enkele bebouwde mijlen uitstrekken en die met moeite door middel van
+irrigatie worden in stand gehouden. Als er geen water meer is, gaan de
+dorpelingen heen, en omgekeerd, als de dorpsbewoners gedood zijn, raken
+de kanalen en waterleidingen verstopt, en de woestijn wordt grooter.
+
+Buiten de Loetwoestijn zijn er gebieden in Perzië, waar men drie of
+vier dagreizen lang geen enkel dorp ziet. Al die kleine woestijntjes
+lijken op de groote. Ik moet er bijvoegen, dat, zooals uit alles
+blijkt, de regenhoeveelheid verminderd is. Oorzaak en gevolg van dat
+feit is, dat het land zoo goed als in 't geheel geen boomen heeft. De
+twee groote zaken, waaraan Perzië behoefte heeft, om materiëel een
+herleving te ondergaan, zijn het water en het woud.
+
+Ik heb de pretentie, die ik meen dat gerechtvaardigd is, dat ik de
+eerste Europeaan ben, die dit deel van de Loetwoestijn doorkruist heb,
+hoewel ik op het oogenblik dat ik de zaak in studie nam, meende,
+dat ik de sporen van Marco Polo volgde. Buitendien biedt de weg,
+als men de noodige voorzorgen neemt, geen groote moeilijkheden aan,
+ten minste gedurende zeven maanden van het jaar. Het is de hoofdweg
+van Kirman naar Mesjed, en bij gevolg wordt hij nu door duizenden
+reizigers, vooral pelgrims, betreden.
+
+Voorbij Toen sloegen wij de richting van het Zuiden in, en nadat
+wij de bebouwde streken achter ons hadden gelaten, kwamen we in een
+district van lage, door de zon verbrande, zwarte heuvels. Alle vier
+mijlen troffen wij waterreservoirs, bekend onder den naam van _hauz_
+en bestaande uit onderaardsche gewelven, waarin men langs trappen
+neerdaalt. Het water, dat erin is, smaakt gewoonlijk slecht en in
+droge jaren vindt men er vaak niets in.
+
+Gedurende den tweeden dag zagen wij, terwijl we met moeite door de
+vlakte voortsukkelden, een keten met besneeuwde bergen, die op geen
+enkele kaart stond aangeduid. Den dag daarna waren we bij het dorp
+Dahuk in een inzinking van dat gebergte, dat wel 2700 M. hoog moet
+zijn en Moer Koesj heet.
+
+De inwoners vertoonden een verbazende nieuwsgierigheid, en geen
+wonder, want zij zagen voor het eerst Europeanen in hun land. Die
+belangstelling was nog grooter geworden, daar ze, naar hun zeggen,
+van pelgrims hadden gehoord, wat voor wonderen de Farangi's konden
+verrichten en tot stand hadden gebracht, vooral te Bombay.
+
+Dit deel van de Loetwoestijn was veel dichter bevolkt, dan wij gedacht
+hadden. Wij gingen door de dorpen Arababad en Zenagoen, van waar
+een vijftig mijlen lange weg ons naar Naïband voerde. Wij hielden
+stil te Ab-i-Garm, een echte _havir_ maar van een abnormaal type. Het
+omliggend district werd gedraineerd door het moeras, waarin zich brak
+water bevond. Er waren veel tamarinden, enkele stuks hoornvee aten
+van het harde gras en wij schoten eenige eenden.
+
+In den avond verloren wij in een storm het paadje, dat onzen weg
+verbeeldde. Toen ik bespeurde dat we geen water meer hadden, en
+daar wij niet wisten hoe ver Naïband nog verwijderd was, ging ik den
+volgenden morgen bij het aanbreken van den dag er alleen op uit te
+paard, om mijn gezelschap water te kunnen toevoeren.
+
+Bij een bocht van den weg had ik eensklaps een vizioen van een
+feeënland. De bergen aan de overzijde waren bedekt met palmboomen,
+die hun kruinen wiegden op de lucht en waarmee het groene koren de
+liefelijkste tegenstelling vormde. Op een hoogte stond schilderachtig
+een oud rood fort. In het bosch van palmen binnentredend, zag ik in
+alle richtingen waterstroomen. Ruime grotten maakten de omgeving nog
+aantrekkelijker en mooier.
+
+Ik zond mijn reisgezellen een hoeveelheid water, en weldra kwamen
+zij ook zelf. Wij sloegen ons kamp op bij den top van den berg,
+waar wij tusschen de groene palmen de gele woestijn zagen liggen,
+de brandende Loetwoestijn, die zich tot den horizon uitbreidde. Ik
+hoorde, dat het dorp Naïband twee eeuwen geleden als vooruitgeschoven
+post tegen de Beloetsjen gebouwd werd. Wij kwamen nu in het gebied
+der strooptochten van dat volk.
+
+Daar de muildieren rust behoefden, bracht ik twee dagen door met een
+onderzoek van het naburig gebergte, dat bijna 2800 M. hoog was. Water
+vond men er zoo goed als niet.
+
+Onze volgende etappe zou veertig mijlen bedragen. Zij voerde
+ons door echte steden van Lot, heuvels met steile hellingen, die
+vizioenen wekten van torens en huizen en menschelijke gedaanten in
+een schitterenden maneschijn. Wij bereikten dien dag de karavanseraï
+Darband, bewaakt door een eenzamen soldaat, die zijn kost verdient met
+het verkoopen van proviand tegen hongersnoodprijzen. Den volgenden
+dag kwamen we in 't stadje Rawar, dat 8000 inwoners telt en beroemd
+is om zijn vijgen en granaatappels, terwijl het tevens een middelpunt
+is van de tapijtindustrie. Te Ab-Bid zagen wij ons plotseling omringd
+door een bende Arabieren, die, nadat ze bij ons tevergeefs om geld
+hadden aangeklopt, besloten de karavanseraï te plunderen. Twee mannen
+kwamen ons dat vertellen en smeekten ons hen te helpen, om hun bezit
+terug te krijgen. "Heel graag," was ons antwoord, en het was een waar
+genoegen de bandieten te dwingen het gestolene terug te geven. In het
+begin trokken ze hun messen, maar het zien van onze revolvers joeg
+hun schrik aan en ten slotte gaven ze alles af wat ze gestolen hadden.
+
+Ons volgend kamp lag te Hur, een gehuchtje, waar oorspronkelijk enkele
+soldatengezinnen woonden, die daar waren geplaatst om het land te
+bewaren voor de invallen en strooptochten der Beloetsjen. Vervolgens
+kwamen onze etapen van Gwark en Tejen. Vóór we Khabis bereikten,
+ging de weg door den beroemden pas Kar-i-Sjikan of pas van den Dood
+der ezels. Een enorme rots sluit hier den weg af, zoodat men alle
+lastdieren moet ontlasten en hun lichte vrachten moet laten dragen. Een
+weinig dynamiet zou voldoende zijn, om dadelijk dat euvel te verhelpen.
+
+Het stadje Khabis, waar wij toen aankwamen, heeft ongeveer 8000
+inwoners; het brengt uitnemende dadels voort, oranjes, henneh, de
+veelgebruikte verfstof, en is een druk bezocht winterstation. Het
+stadje was vele malen in handen der Afghanen, voor de Kadjaren-dynastie
+in Perzië stevig gevestigd was. De reverend A.R. Blackett van de
+_Church Missionary Society_, die als predikant en zendeling Khabis in
+1900 heeft bezocht, vertelt mij, dat hij er de ruïnen heeft gevonden
+van wat waarschijnlijk een christelijke kerk was, onder een groep
+gebouwen een mijl ten oosten van de plaats.
+
+Vóór wij te Kirman kwamen, moesten wij nog de Koehpara-keten passeeren
+over een hoogen pas; we kampeerden in het dorpje Amarestan en bereikten
+den volgenden morgen de Kirman-vlakte. Het aanzien der oude, perzische
+stad is niet zeer indrukwekkend, alles is er khaki-kleurig. Langs
+enkele tuinen en huizen buiten de muren, traden wij voor 't eerst
+Kirman binnen, zonder dat ik vermoedde later zooveel met die stad
+uit te staan te zullen krijgen.
+
+
+
+II
+
+ De provincie Kirman.--Aardrijkskunde: de flora, de
+ fauna, het bestuur, het leger.--Geschiedenis: invallen
+ en verwoestingen.--De stad Kirman, de hoofdstad der
+ provincie.--Een seizoen op het Sardoe-plateau.
+
+
+De provincie Kirman is altijd belangrijk geweest sedert haar eerste
+optreden in de geschiedenis. Waarschijnlijk is, in aanmerking genomen
+de physieke gesteldheid van het land, hare uitgebreidheid zoo ongeveer
+dezelfde als voor twee duizend jaar. Aan den anderen kant is ook
+het verschil uiterst gering tusschen den naam der klassieke oudheid
+_Kermania_ en dien van Kirman.
+
+Uit aardrijkskundig oogpunt is de provincie, bijna even
+groot als Frankrijk, van veel belang, al was het alleen om de
+klimaatsverschillen, de natuurlijke voortbrengselen en de volksstammen,
+die men er aantreft. Over een groote uitgestrektheid is het land
+vlak; de palmen groeien er goed; tarwe en gerst rijpen in den winter
+en worden geoogst in het begin der lente. In sommige streken, in
+Djiruft bij voorbeeld, vormen mooie plateaux, die tot 2700 M. hoog
+worden, het zuidelijkste gedeelte van het perzische bergstelsel,
+waarin de bergketenen zoo ongeveer in noordwestelijke richting
+loopen. In het Zuiden van Kirman treft men toppen aan, die bijna tot
+5000 M. reiken. In het Noorden en Oosten der provincie vermindert de
+hoogte geleidelijk, maar de bergen dicht bij de hoofdstad zijn hoog,
+om echter al spoedig voor de lage, eenzame vlakte van de Loetwoestijn
+plaats te maken.
+
+De beste beschrijving, die men van de geheele provincie kan geven,
+is, dat zij voor een deel zuiver woestijnachtig is en voor een ander
+deel verscheiden oasen vertoont. Zoo breidt zich de woestijn wel ten
+westen, ten zuiden en ten oosten van Kirman uit, maar op een afstand
+van eenige mijlen vindt men kleine dorpen en hier en daar grootere
+nederzettingen, in stand gehouden door bronnen, die in 't bergland
+opborrelen en welker water door _kanats_ naar de vlakte wordt geleid.
+
+In sommige gevallen kan de eerste bron zich wel op 120 M. diepte
+bevinden, en nieuwe putten moeten dan gegraven worden op kleine
+onderlinge afstanden. Het is onmogelijk, de geduldige vlijt der boeren
+niet te bewonderen, die erin slagen hun bestaan te verzekeren met zoo
+groote inspanning. Dikwijls kan een hevige regen of een zandhoos de
+kanalen verstoppen.
+
+Natuurlijk zijn de rivieren van geen beteekenis. Alleen de Halil Roed
+verdient te worden genoemd. Zij ontspringt ten zuiden van de groote
+keten, die ik noemde, loopt door het district Djiruft en stort zich
+in de Bampoer. Er is tot heden geen poging gedaan, om het water voor
+besproeiïng te gebruiken.
+
+Ook heeft men geen voordeel weten te trekken van den regenval. Daar
+die te Teheran ongeveer 25 cM. bedraagt, mag men voor Kirman een
+gemiddelde hoeveelheid van 17 cM. aannemen of iets minder. Maar er
+zijn op dat punt groote verschillen tusschen de districten. Dat van
+Djiruft is het meest begunstigd.
+
+Op de hooge plateaux wordt het begin van 't voorjaar bedorven door
+aanhoudende hevige winden en stormen, die uit het zuidwesten geweldige
+massa's stof aanvoeren. De onweersbuien zijn in goede jaren talrijk. Te
+Kirman zijn de dagen in het midden van den zomer warm, maar de nachten
+zijn aangenaam, en er is in den namiddag meestal wat wind. De hitte
+is voorbij tegen het einde van September. Na de herfstnachtevening is
+er meestal eenige dagen lang mist en nevel. Dat zal wel de mist zijn,
+waarvan Marco Polo zegt: "En gij moet weten, dat als de Caraona's
+een strooptocht willen doen, zij sommige tooverspreuken bezitten,
+waardoor ze duisternis kunnen brengen over het aangezicht van den dag,
+zóó dat ge nauwelijks uw buurman, die naast u rijdt kunt herkennen,
+en zij kunnen die verduistering tot zeven dagen doen duren."
+
+Op deze uitzondering na is de herfst verrukkelijk, ofschoon de Perzen
+de temperatuur te laag vinden en er koorts van krijgen. Dat laat
+zich verklaren, daar zij teveel vruchten eten. In den winter vriest
+het sterk en meestal is de lucht volkomen helder. Gewoonlijk valt er
+eenige regen tegen het eind van November en een weinig sneeuw valt
+in December. In Januari heeft men, als het een goed jaar is, drie of
+vier dagen van zwaren sneeuwval; maar de sneeuw smelt spoedig in de
+vlakte. Zoo zingt de dichter Omar Khaygam: "De hoop der wereld, waar
+de menschen hun hart op stellen, wordt asch of wordt werkelijkheid;
+maar dan, evenals de sneeuw op de stoffige woestijnoppervlakte,
+schittert zij een kort oogenblik en verdwijnt."
+
+Maar toch zou zonder de bergen, die de schatten aan sneeuw bewaren voor
+de tijden van nood, zuidoostelijk Perzië volkomen onbewoonbaar zijn. In
+Garmsir zijn de wintermaanden zeer aangenaam, maar zelfs in Maart
+wordt een tent verbazend warm, en de zomer is drukkend en ongezond,
+ofschoon op vele plaatsen gemakkelijk bestijgbare bergen koelte bieden.
+
+De bevolking van deze groote provincie telt misschien 750,000 inwoners,
+die men kan verdeelen in lieden met vaste woonplaatsen en in nomaden;
+de laatsten zijn zeer talrijk. De menschen uit de steden en dorpen
+zijn voor het meerendeel Iraniërs. De horden der overweldigers, die
+achtereenvolgens kwamen opdagen, hebben bijna altijd een zwervend
+leven geleid, een leven zoo ongeveer als ons in het Boek Job wordt
+beschreven.
+
+De reiziger, die uit Europa komt, vindt de onvruchtbaarheid van het
+land verschrikkelijk, en wat treurig mag heeten, zij is bezig toe
+te nemen. Naarmate de bevolking zich meer aan vaste woonplaatsen
+gewent, raakt de voorraad hout meer uitgeput, vooral door het werk
+der kolenbranders. Steenkolen zijn er in het land niet, en op bijna
+geen enkelen berg vindt men een echt bosch. Meestal treft men min of
+meer verspreide boschjes aan van struiken; die de gomsoort tragacanth
+leveren of de _assa foetida_, die in de apotheek gebruikt wordt. Op
+de bergen groeien, naar men mij zeide, allerlei Alpenplanten.
+
+Reizen in Zuid-Perzië beteekent gewoonlijk gaan over een grond, die
+een verblindend licht terugkaatst tusschen steenachtige hoogten. De
+vermoeide reiziger begroet met geestdrift elk klein beekje, zelfs een
+stumperige wilg lijkt hem een bewonderenswaardig ding bij zoo groote
+uitgestrektheden zonder boomen.
+
+Tegenwoordig wordt nog, als in de oudste tijden der perzische
+monarchie, elke provincie bestuurd door een gouverneur-generaal, die
+voor de inning der belastingen aansprakelijk is en zich verplicht,
+aan den shah een pikasj of officieel geschenk aan te bieden. De
+ministers ontvangen daarbij ook gratificaties. Dank zij der gewoonte,
+om salarissen uit te betalen aan de afstammelingen van bijna alle
+ambtenaren en aan elken khan, kan het gebeuren, dat alle inkomsten
+eener provincie op de plaats zelve worden opgebruikt. Er is mij
+verzekerd, dat een der ambtenaren 172 jaargelden genoot voor zich en
+zijn bloedverwanten.
+
+Om in de provincies de orde te bewaren, zijn in elk twee regimenten
+infanterie geplaatst, waarvan vier compagnieën ongeveer altijd onder
+de wapens zijn. Er zijn ook een klein aantal artilleristen met enkele
+veldbatterijen. Bam en Narmasjir hebben te zamen één regiment, waarvan
+de helft in garnizoen is in Beloetsjistan. De soldaten zien er over
+'t algemeen goed uit en zijn flink gehard. Maar hun wapens laten te
+wenschen over, terwijl de roovers meestal Martini-geweren bezitten.
+
+Volgens Herodotus vormden de Kermanii een der twaalf stammen van
+Perzië, en de provincie Kirman maakte deel uit van de veertiende
+satrapie. Strabo beschrijft ze reeds als vruchtbaar. Zooals wij
+zoo aanstonds zullen zien trok Alexander er doorheen van 't Oosten
+naar het Westen. Ik heb in 't geheel geen melding zien maken van
+Kirman in den tijd der Parthen; maar de provincie werd beroemd,
+toen na de verovering van Fars zij vermeesterd werd door Ardechis,
+zoon van Papak, stichter van de nationale dynastie der Sassaniden,
+die stand hield tot den tijd der arabische overheersching. Gedurende
+de regeering van dit vorstengeslacht genoot deze provincie, die van
+de west- en de noordgrens verwijderd lag, een volkomen vrede.
+
+Op het tijdstip, toen de Nestorianen in Perzië veel aanhang kregen,
+werd Kirman een diocees, dat afhankelijk was van den metropolitaan
+van Fars. Merkwaardig genoeg, was Perzië zoozeer één geworden met
+het christendom, dat in China een decreet van keizer Iwentsoeng de
+kerken aanduidt met den naam van "perzische tempels".
+
+De laatste der sassanidische koningen, de ongelukkige Yezdigerd,
+terug moetende trekken voor de soldaten van Omar, hield eenigen tijd
+te Kirman verblijf, vóór hij naar de woestijn vluchtte.
+
+De opstand, die in Perzië plaats had na Omars dood, hechtte de banden,
+door de verovering door de Arabieren gelegd, nog steviger vast, vooral
+voor de provincies, die het dichtst bij het centrum van het bestuur
+lagen, zooals met Kirman het geval was. Er werden forten gebouwd en
+arabische kolonies gesticht, met name in de warmste deelen van het
+land, daar de aanhangers van Zoroaster nog de hooge plateaux bezet
+hielden, die te koud waren voor de Arabieren.
+
+Wij zullen de geschiedenis van Kirman niet vervolgen gedurende de
+twee eeuwen van arabische overheersching en na de stichting van
+nationale dynastieën, onafhankelijk van het kalifaat. Dat zou de
+geheele historie van Perzië uit dien tijd moeten zijn. Kirman zelf
+had enkele onafhankelijke bestuurders, Aboe Ali, een rooverhoofdman
+en de dynastie der Deïlamiten. En dan in den tijd der veroveringen
+door de Seldsjukken, die op den dood van sultan Mahmoed de Ghazna
+volgden, stichtte Malik Kaward, zoon van Sjaker-Beg, zich een
+rijk uit de provincie Kirman; zijn dynastie hield anderhalve eeuw
+stand. Deze periode heeft twee historie-schrijvers zien geboren
+worden, wier werken niet in een europeesche taal zijn vertaald. De
+twee belangrijkste souvereinen van deze dynastie waren Malik Shah en
+Arslan Sjah. Die laatste bracht gedurende een regeering van veertig
+jaren veel verbeteringen in Kirman aan, zoodat men die provincie
+best bij Khorassan kon vergelijken en bij Iran. Karavanen kwamen er
+heen uit alle richtingen en trokken door het land, terwijl Fars en
+Oman aan Kirman onderworpen waren. Togroe Shah volgde hem op; maar
+bij zijn dood bracht de oneenigheid tusschen zijn drie broeders de
+provincie tot een staat van verval.
+
+Zij werd toen vermeesterd door den stam der Ghazzen, die Merw
+hadden geplunderd en de streek binnen korten tijd tot een woestijn
+maakten. Deze stam werd ten slotte ten onder gebracht door het
+leger van den atabeg Sed-bin-Zangi, en van dien tijd af herstelde
+zij zich niet weer van de geleden rampen. Thans wonen er de Raï's,
+een onbelangrijke nomadenstam.
+
+Kirman had het zeldzame voorrecht te ontsnappen aan de verwoestingen
+van een verovering door Mongolen, het ergste lot, waarvan de
+geschiedenis gewaagt. Maar toch bleef de inval van Gengis-Khan niet
+zonder indirecten invloed op zijn lot. Een officier van den khan der
+Kara-Kitaï, namelijk Borak Hadjib, die door de provincie trok en zich
+verbeeldde haar gouverneur te zijn, vroeg en verkreeg de erkenning van
+Gengis-Khan. Hij stierf in 1234. Hij werd vervangen door zijn neef en
+schoonzoon Koet-boe-din, die, nadat hem het gezag betwist was door
+zijn schoonbroeder, de nieuwe gouverneur werd en in 1258 stierf aan
+de gevolgen van een wond, hem door den stoot van een bok toegebracht
+in de Djoeparketen in hetzelfde jaar, waarin khalief Mostasim-Billa
+ter dood was gebracht door Hoelagoe, zoon van Gengis-Khan.
+
+Op Koet-boe-din volgde zijn vrouw, onder wie het land tot bloei
+kwam. Zij stichtte dorpen en liet putten graven, en zij zetelde op
+den troon, toen Marco Polo door het land reisde op zijn terugweg. Zij
+stierf in het jaar 1282. Een andere vrouw, die over Kirman regeerde,
+was Padsjah Katoem, een merkwaardige vorstin, die een goeden naam had
+als dichteres. In deze periode werd het eiland Ormoezd schatplichtig
+aan Kirman. In 1470 werd de provincie Kain vereenigd met Kirman, en
+drie jaar later werden beide bij Fars gevoegd onder het gouverneurschap
+van Shah Kalib. Zij deelden in het lot van het overige rijk.
+
+In October 1894 kreeg ik de opdracht een consulaat te vestigen te
+Kirman en in Perzisch Beloetsjistan. Ik nam die met genoegen aan,
+ofschoon er geen groote financiëele voordeelen aan verbonden waren,
+en ik begaf mij erheen in gezelschap van mijn zuster, die haar
+reisindrukken heeft weergegeven in haar werk, dat den titel draagt
+_Through Persia on a side saddle_. Wij begaven ons naar onzen post
+over Enzeli, Teheran, waar wij eenigen tijd bleven, Koem, Kasjan,
+Yezd en Bahramabad.
+
+Op vier mijlen afstands van Kirman kwam een generaal mij welkom
+heeten en bood mij thee aan in zijn tent. De omstreken der stad hebben
+buitendien ook eenige theehuizen. Tot mijn groote verbazing zag ik een
+microscopisch paardje aankomen, met schitterend fluweelen dekkleed en
+gouden tuig. Op dat beestje moest ik mijn entree maken in de stad. De
+_Sahib Dwan_ had het speciaal voor mij gezonden. Gelukkig kon ik
+die moeilijke verplichting van de hand wijzen, door te zeggen, dat,
+daar ik in uniform gekleed was, ik genoodzaakt was, mij te bedienen
+van een militair zadel, en dat mijn zadel natuurlijk niet paste voor
+zulk een kleinen pony.
+
+Toen wij het daaromtrent eens waren geworden, ging het in optocht
+naar de stad met wanhopige langzaamheid en voorafgegaan door een
+troep van ongeveer tweehonderd ruiters en talrijke bij den teugel
+geleide paarden. De hindoesche kooplieden en de zoroastrische gemeente
+heetten ons welkom. Bij de westelijke poort klonk een fanfare, en
+een honderdtal menschen liep mee met den stoet, die langzaam door de
+nauwe bazars ging, waar alle handel stilstond.
+
+De tuin, die voor het consulaat gehuurd was, lag een mijl buiten de
+wallen, maar ten slotte bereikten wij dien toch. Wij werden een trap
+opgeleid en weer werd ons thee gepresenteerd. Daarna vertrokken tot
+mijn groote verlichting allen, die aan de _istikbal_ of receptie
+luister hadden trachten bij te zetten.
+
+De hoofdstad van de provincie Kirman is reeds van den aanvang af
+een belangrijk middelpunt geweest; maar het is zeker, dat het oude
+_Karmana_ niet op dezelfde plek lag als de tegenwoordige stad. Zooals
+met zooveel steden in Perzië het geval is, hangt ook Kirman van de
+putten of kanats af voor zijn watervoorziening. De plaats ligt in
+een inzinking, nog altijd 1730 M. boven het niveau der zee, aan den
+voet van een kalkgebergte, dat geheel door woestijnen omgeven is;
+maar daar er veel wegen samenkomen, is er een middelpunt voor den
+handel ontstaan.
+
+Als men van het Oosten te Kirman komt, lijkt de stad een vrij verwarde
+opeenhooping van minarets en moskeeën, met bijna overal ruïnen
+eromheen. De beide forten, die de stad beheerschen, waren vroeger
+middelpunten van verkeer. Aan de westzij ligt een mooier gedeelte, de
+Bag-i-Ziriss, waar veel tuinen zijn, een soort van uitspanningsoord,
+dat een oppervlakte van 250 hectaren beslaat. De tegenwoordige stad
+Kirman is omgeven door een muur in goeden staat, met zes poorten,
+waarvan één, bekend onder den naam _Sultani_, het werk moet zijn
+van Sjah Roek. De vorm der stad is onregelmatig; de middellijn van
+oost naar west bedraagt juist een engelsche mijl of 1609 M., die
+van noord naar zuid is een paar honderd meters langer. Er zijn vijf
+wijken, met de namen Sjahr, Khodja-Khizr, Koetbabad, Meidan-i-Kala
+en Sjah-Actil; men kan er de drie buitenwijken Gabri, Mahoeni en
+Yoe-Moedi nog bijvoegen.
+
+Aan den westelijken muur grenst het Fort, waar de gouverneur-generaal
+resideert. Daar zijn ook het telegraafkantoor, de kazernen en het
+arsenaal. Die gebouwen zijn voor het meerendeel modern; ze zijn mooi
+en goed onderhouden. Een groote tuin omgeeft de particuliere vertrekken
+van Zijne Excellentie.
+
+Tot 1896, het jaar toen het door een aardbeving verwoest werd, was
+het merkwaardigste gebouw van Kirman de Koeba Sabz of Groene Dom. Het
+was het graf van de dynastie der Karakhiten; het was een eigenaardig
+cylindrisch monument, bijna 16 M. hoog met groenachtige mozaieken,
+terwijl de vloer van binnen sporen van veel goud vertoonde.
+
+Niet ver van daar is een steen, die prachtig gebeeldhouwd is en
+waarop verzen van den Koran staan. Hij is gevoegd in den muur van een
+vierkant gebouw, gedekt door een koepel en op dezelfde wijze versierd
+als de Koeba Sabz. Een gewelf eronder schijnt er op te wijzen, dat
+het ook een graf is geweest, maar de eenige inlichting, die ik op dit
+punt te Kirman krijgen kon, was dat het gebouw der Khodja-Atabeg of
+Sang-i-Atabeg heette.
+
+Kirman, dat in de oostersche talen _Das-ul-Aman_ heet, dat is "Woning
+des Vredes" kan met de voorsteden een bevolking van een weinig minder
+dan 50,000 zielen tellen. Uit godsdienstig oogpunt is zij aldus over
+de verschillende secten verdeeld: sjiiëtische Mohammedanen 37,000,
+sunnietische 70, Babi's Behaï 3000, Babi's Ezeli 60, Sjeikhi's 6000,
+Soefi's 1200, Joden 70, Zoroastriërs of Persen 1700, Hindoes 20.
+
+De Babi's, aanhangers van Mirza-Ali-Mohammed van Sjiraz, in 1848 ter
+dood gebracht, maken in 't geheim tal van proselieten. Zij hebben
+verheven principes, willen vriendschappelijke betrekkingen tusschen
+alle menschen, afschaffing van godsdienstoorlogen, studie van nuttige
+wetenschappen enz. De uitbreiding van de leer der Babi's zou voor de
+wedergeboorte van Perzië veel goed kunnen doen. Zij zijn verdeeld
+in Ezeli's of Behaï's, al naarmate zij de leer van Mirza-Yahia,
+sub-i-Ezel, den opvolger door den stichter der leer zelf aangewezen,
+zijn toegedaan of volgelingen van Mirza-Husein-Ali, Beha Ulla, zijn
+ouderen broeder, die zich in 1866 tot hoofd der sectie opwierp.
+
+De secte van de Sjeikhi's heeft, ofschoon men het tegendeel heeft
+beweerd, veel overeenkomst met die der Babi's. Zij is gesticht door
+Sjeik Ahmad, d'Ahsa of Lahsa op de Bahreineilanden, die ongeveer 1750
+werd geboren. De secte telt 7000 volgelingen in de provincie Kirman
+en 50,000 in Perzië. Het tegenwoordige hoofd is Hadji Mohammed Khan,
+een man met vriendelijke, wellevende manieren, die een uitgebreide
+wereld- en menschenkennis bezit, aangenaam is in den omgang en vrij
+blijkt van alle dweepzucht.
+
+De Joden uit Kirman zijn er ongelukkig aan toe. Het zijn kleine
+kooplui, bespottelijk inhalig en op hun voordeel uit. 't Is een tak
+van een grootere kolonie, te Yezd gevestigd en die uit Bagdad gekomen
+moet zijn.
+
+De Zoroastriërs, interessant omdat zij aanhangers zijn van zulk
+een ouden eeredienst, zijn ook belangwekkend om de zuiverheid van
+hun bloed. Het zijn echte Iraniërs zonder die mengeling van arabisch
+bloed of van mongoolsche en turksche elementen, door achtereenvolgende
+invallen in Perzië ingevoerd. Zij vormen een schooner en gezonder ras
+dan hun muzelmansche geloofsgenooten. Hun broeders in den geloove uit
+Bombay geven een voorbeeld van physieken achteruitgang, waarschijnlijk
+teweeggebracht door het klimaat van Indië.
+
+Uit industriëel oogpunt was Kirman tot voor weinige jaren uitsluitend
+bekend om zijn sjaals, maar tegenwoordig nog meer om de tapijten. Die
+weergaloos mooie producten van zijn weefstoelen worden geweven
+uit zijde en wol, en de fijnheid, de schitterende kleuren maken ze
+inderdaad tot de schoonste ter wereld; alle andere weefsels schijnen
+daarnaast banaal. De modellen zijn zeer oud en dagteekenen blijkbaar
+uit den vóór-mohammedaanschen tijd. Er komen dikwijls menschenfiguren
+op voor, maar meer gestyliseerde bloemen, alles met een prachtige
+mengeling van kleuren.
+
+Te Kirman zelf telt men ongeveer een duizendtal van die
+weefstoelen. Elk tapijt wordt gemaakt door een meester-wever en
+twee of drie kleine jongens, die naar een formule werken, welke zij
+opzeggen en die veel verouderde woorden bevat. Het wordt beweerd,
+dat die formules van mond tot mond zijn gegaan, overgeleverd van den
+vader op den zoon, eeuwen en eeuwen lang. Er worden geen vrouwen,
+noch meisjes aan dit werk gezet.
+
+Anilineverfstoffen, die de tapijtindustrie onder de nomaden bijna
+onmogelijk hebben gemaakt, worden zorgvuldig vermeden.
+
+De sjaal wordt geweven uit geitehaar of wol. Evenals bij de tapijten,
+worden de modellen van buiten geleerd; maar het werk is veel fijner
+en kan alleen door kinderhanden worden verricht.
+
+Andere industrieën van minder beteekenis zijn de fabrieken van vilt,
+van _abba's_, dat zijn overkleeden van arabischen oorsprong en veel
+door de Perzen gedragen, van voorwerpen uit brons gemaakt, enz.
+
+Mijn verblijf te Kirman is altijd zeer aangenaam geweest; nergens ter
+wereld zouden wij met meer achting behandeld hebben kunnen worden, en
+naar mijne meening zijn de beleedigingen, die Europeanen zoo dikwijls
+den Perzen naar het hoofd slingeren, volkomen onverdiend. De Perzen
+zijn over 't algemeen bijzonder beleefd en geestig, en hun vlugheid
+van begrip en repartie zijn spreekwoordelijk. Ze zijn als Franschen
+door hun beleefdheid en hun zin voor complimentjes, en als Engelschen
+in zoo ver zij het 't beste gebruik van geld achten, als ze het aan
+voedsel en aan kleêren besteden.
+
+De opvoeding der jeugd is tot hiertoe schandelijk verwaarloosd; maar
+men kan tegenwoordig daaromtrent een heilzame ontevredenheid opmerken,
+waardoor men later aan de kinderen nog wat anders zal onderwijzen
+dan spreuken uit den Koran, die, daar ze in 't arabisch vervat
+zijn, niet eens door hen begrepen worden. Thans is de positie van
+een schoolmeester er even slecht als in het Engeland der 17de eeuw,
+en de betaling gelijkt op die van een huisbediende. Het is dus niet
+verwonderlijk, als men meesters ontmoet, die leeren, dat Londen de
+naam is van een land, waarvan een der steden de Atlantische Oceaan is!
+
+In Juni begonnen de nachten warm te worden, en mijn zuster leed veel
+onder de aanvallen der muskieten. Dus besloten wij van verblijfplaats
+te veranderen. Men had ons een koeler streek aangeraden. Daar ik er
+zeer op gesteld was, den weg van Marco Polo terug te vinden, besloten
+wij, ons eerst naar Koeh-i-Hazar te begeven of den "berg der tulpen",
+daarna Sardoe een bezoek te brengen, waar ik zeker was, dat de groote
+Venetiaan vertoefd had.
+
+In vier étapes waren wij aan het dorp Hazar gekomen, en wij kampeerden
+middenin de bergen op een hoogte van 3300 M. Ik kon er heerlijk jagen;
+de bergstreek was bewaard gebleven voor den gouverneur-generaal,
+en er was in verscheiden jaren geen jachtgeweer afgeschoten.
+
+Op een dag volbrachten wij met mijn zuster de bestijging van den
+berg met den langen oosterschen naam die "Heiligenberg" beduidt. Het
+was de tweede in hoogte van de toppen van Zuidoostelijk Perzië, 4180
+M. hoog. Op den top was een kapelletje, waarin een collectie munten
+werd bewaard, waaronder één met het beeld van koningin Victoria en
+het jaartal 1837.
+
+De lucht was volkomen helder, en het panorama verrukkelijk mooi. In
+het Noorden zagen wij de hoekige keten, aan welker voet Kirman ligt;
+in het Oosten de reusachtige Koeh-i-Hazar, die hooger is dan 4000
+M. Het is een prachtige berg, op den weg naar Beloetsjistan op meer
+dan 100 mijlen afstands zichtbaar en in staat om de oogen van meer
+dan één Kermani van trots te doen stralen. In het Zuiden liggen Sardoe
+en de reeks groote ketenen, die onder verschillende namen het plateau
+van Iran dragen. Bijna naar elke richting van den horizon hadden wij
+een inderdaad nooit door Europeanen betreden land voor ons; op de
+kaarten zijn enkel hoofdwegen aangegeven, en aan beide kanten ervan
+heeft men op korten afstand totaal onbekende streken.
+
+Van daar gingen wij naar het plateau van Sardoe. Te Rahboer brachten
+wij een bezoek aan den gouverneur, en we ontmoetten ten zijnent
+een grijsaard van den stam der Mehni, die beweerde 125 jaar oud
+te wezen. Zijn gelaat had de kleur van was; zijn haren geleken
+zilverdraad.
+
+Bij het verlaten van Rahboer hielden wij bij benadering een oostelijke
+richting en gingen over verschillende armen der Halil Roed, waarvan
+één vrijwat dieper was, dan wij hadden gewenscht. Des nachts hielden we
+stil bij een tuin, waaromheen een vijftigtal gezinnen kampeerden. Het
+was de maand Moharram, en uren aaneen moesten wij het klaaglied uit
+de Lijdensweek aanhooren. Toch kwam er tot onze groote voldoening een
+eind aan, en het had wel iets van een grappige vertooning, toen wij de
+opvoeringen overal weer aantroffen. Dit was eigenlijk de eenige maal,
+dat ik in Perzië iets anders dan echte vroomheid bij de godsdienstige
+plechtigheden zag; maar de nomaden zijn over 't algemeen minder stipt
+in de opvolging der voorschriften van den godsdienst dan de menschen
+met vaste woonplaatsen.
+
+De volgende dagreis voerde ons door het vruchtbare district Herza,
+waar de vele boomen een aangename tegenstelling vormden met de gewone
+kaalheid der velden. Over een pas van 2700 M. gaande, bereikten
+wij geleidelijk door golvende tarwevelden Dar-i-Mazar, hoofdstad
+van Sardoe. Men ziet er een goed onderhouden heiligdom ter eere
+van sultan Sejid-Ahmad-Saghis, die van den imam Moesa afstamt. Het
+omringende terrein is eigendom van het heilige gebouw, en boeren, die
+zich sjeiks noemen, zijn zoo goed als de eenige vaste bewoners van het
+district, daar de nomaden, ten getale van vierhonderd gezinnen ruim,
+in deze streken slechts de weinige zomermaanden doorbrengen. Rondom
+het heiligdom ziet men een twaalftal winkels, en een badhuis is er
+onlangs verrezen. Eenige Kermani waren er van het heerlijk koele
+klimaat komen genieten.
+
+Wij kampeerden verderop bij den pas van Sarbizan, waar men de ruïnen
+van een karavanseraï vindt, gebouwd door den zevenden Seldsjukkensultan
+Malik Mohammed. Het was er best jagen, en wij zouden er wel een
+maand hebben willen blijven. Maar de Sahib Dwan was teruggeroepen,
+en zijn opvolger werd plechtig geïnstalleerd, en dus moesten wij te
+Kirman terugkeeren vóór de aankomst van Zijne Hoogheid.
+
+Een weinig vóór Kerstmis 1895 kwamen twee Duitschers, die gewed hadden
+een reis om de wereld te doen en daarbij hun eigen kost te verdienen,
+te Kirman aan. Het zou voor onze kolonie een slechten indruk hebben
+gemaakt, dat Europeanen bedelden, dus achtte ik mij verplicht den
+reizigers zooveel mogelijk hulp te bieden. Maar ik kan niet zeggen,
+dat het mij gespeten heeft te hebben vernomen, dat hun onderneming
+ten slotte mislukt was; zulke zonderlinge, excentrieke menschen doen
+niets dan kwaad, vooral in het Oosten. De inlichtingen, die zij geven,
+hebben meestal geen waarde en kunnen gevaarlijk worden. Bovendien is
+er geen enkele oosterling, die geen minderwaardige voorstelling van
+Europeanen krijgt, als hij er ziet, die zonder bedienden reizen en
+in de eerste de beste plaats hun logies goed genoeg vinden.
+
+
+
+III
+
+ In Beloetsjistan.--Makran, geschiedenis en aardrijkskunde
+ van de streek.--Sachad.
+
+
+Op zijn eerste reis in 1893 vertrok majoor Sykes van Kirman, om zich
+naar Boesjir te begeven aan de Perzische Golf. Van daar volgde hij
+de kust tot Karatsji, welken post hij verliet, om zijn tweede reis te
+ondernemen. Toen werd hij vergezeld door majoor Brazier Creagh van den
+gezondheidsdienst bij 't leger, door sultan Soekhroe, officier van
+een cavalerie-regiment uit Pendsjab, door twee sowars van het corps
+gidsen en door twee hindoesche bedienden. Hij vertelt het volgende
+van die tweede reis.
+
+Uit Karatsji vertrokken, was onze eerste tocht naar Gwadoer, een
+bezitting van den sultan van Mascate, waar zich veel ontvluchte
+perzische slaven ophouden. Den volgenden dag voer onze stoomboot
+bij mooi, stil weêr de baai van Sjahbar binnen, de veiligste en best
+toegankelijke haven aan de kust. Voor den zuidwestmoesson is men er
+beschut door het land van Oman, waar zich het lange voorgebergte Ras
+Koelab uitstrekt, terwijl in het westen een lange klip een natuurlijken
+golfbreker vormt. Maar bij de breedte van twaalf KM. en de diepte
+van wel twintig KM. is het toch nog geen volkomen veilige ankerplaats.
+
+Onze ontscheping ging niet zonder moeite door middel van een inlandsche
+boot of _baggala_. Toen we aan land waren, brachten we al onze
+_impedimenta_ naar 't naastbij zijnde postkantoor.
+
+Beloetsjistan is de gewoonlijk gebruikte naam van een uitgestrekt
+gebied, dat maar dun bevolkt is en verdeeld is tusschen Engeland
+en Perzië. De afgelegen provincie beantwoordt zoo ongeveer aan
+de zeventiende satrapie van Darius, waarvan Herodotus gewaagt. De
+groote koning vermeesterde Hapta Sindoe of Pendsjab, waarschijnlijk
+langs den weg van Beloetsjistan, terwijl een vloot onder bevel van
+den griekschen admiraal Scylax den Indus afzakte en, zonder zich om
+de gevaren ter zee te bekommeren, de kusten van Gedrosië en Arabië
+exploreerde. Die expeditie had plaats in 512 vóór Jezus Christus,
+en in zekeren zin vermindert zij den roem van Alexander, die zeker
+niet wist, dat de Grieken al in de zee van Erythrea hadden gevaren,
+verondersteld, dat zij het hebben gedaan, wat niet bewezen is.
+
+In den tijd van Alexander was de Makrankust bekend als 't land
+der Ichthyophagen, en het binnenland heette Gedrosië. Sir Thomas
+Holdich ziet in het woord Makran een samentrekking van de beide
+perzische woorden _Mahi_ en _Khoeran_, vischeters of ichtyophagen
+beteekenend. Maar ik geloof, dat het woord veel ouder is en ik zou de
+volgende etymologie voorslaan. De Assyriologen verschillen van meening
+op het punt of de naam _Magan_ beteekent het Sinaï-schiereiland of de
+kust van Arabië achter de Bahrein-eilanden met Oman er in begrepen;
+in elk geval hebben wij het _Maka_ der opschriften, een vorm, die met
+weinig verandering terug te vinden is in de Mykians of Mekians van
+Herodotus. Nu was Makran in 't bijzonder bekend om zijn wortelboomen
+of mangroven, want het land was gelijk aan de naburige kust, die men
+de _Ran_ van Katsj noemt, een woord, dat afkomt van het Sanskriet
+_aranya_ of _irina_ en dat een woestijn of een moeras beteekent. Is
+het dus niet aan te nemen, dat de oorsprong van dit welbesproken woord
+_Maka irina_ zal zijn, wat beteekent "de woestijn van Maka"? In Sind
+is de uitspraak thans Makaran, juist de vorm, dien de beide woorden
+vereenigd moesten aannemen.
+
+Uit natuurkundig oogpunt breidt Makran zich uit tot de eerste
+belangrijke keten, die een waterscheiding is. Tot op een dertigtal
+kilometers van de kust vindt men een zandige vlakte, waar verschillende
+waterloopen door gaan en die op vele plaatsen met tamarinden is
+begroeid. Behalve na den regen loopen die rivieren maar voor een deel
+aan de oppervlakte van den grond. Haar loop wordt dan onderaardsch,
+'t geen intusschen het voordeel heeft het water aan de verdamping
+te onttrekken. Het district moest minder arm zijn dan het is, want
+de grond is vruchtbaar en wordt voldoende besproeid, terwijl men er
+uitstekende weiden voor kameelen vindt. Daarachter strekt zich een
+reeks heuvels uit, laag en afgerond, die meer landwaarts in voor ruwe
+kalksteenbergen plaats maken, de waterscheiding van Makran.
+
+Sir Thomas Holdich beschrijft het landschap Makran uitstekend in
+zijn werk _The Indian Borderland_ aldus: "Een eentonige reeks van
+ketenen, de eene achter de andere als de ribben van een walvisch,
+zich verheffend boven lage slijkheuvels met hier en daar een zoutige
+plas en, als eenig versiersel, wat tamarinden met neutrale tinten
+en gele stengels van vergeten gras van 't vorig jaar, zoo zag het
+landschap er uit, dat wij maar al te dikwijls onder de oogen hadden".
+
+De noordelijke hellingen van het kalkgebergte dalen af naar de
+rivieren Bampoer en Mesjkil, die geen van beide de zee bereiken. In
+het Noordwesten loopt de Loetwoestijn tot de rivier Bampoer, terwijl
+in het Oosten van de Fahradsjvlakte de perzische bergketenen, die
+van het Noordwesten naar 't Zuidwesten liepen, eene oost-westelijke
+richting nemen, die zoo karakteristiek is in Zuid-Beloetsjistan en
+die voor een deel den achterlijken toestand van die streek verklaart
+door van de kust den toegang erheen zeer moeilijk maken. Meer naar
+het Noorden eindelijk ligt het district Sarhad, waar twee naar het
+Noordwesten gerichte evenwijdige ketenen deze hooge streek afscheiden
+van de Loetwoestijn in 't Westen en van de eveneens lage Kharanwoestijn
+in het Oosten.
+
+Het centrale gedeelte van Beloetsjistan is zeer bergachtig; maar er
+zijn geen maatregelen genomen, om van den aanwezigen watervoorraad
+partij te trekken, en het land bestaat uit niet veel anders dan magere
+weiden. De rivier, de Bampoer, zou tegen een geringe uitgaaf voor
+irrigatiewerken met gemak een aanzienlijk aantal inwoners kunnen
+voeden.
+
+Sarhad, dat enkele jaren geleden nog een echt rooversnest was en nu
+nog niet veel beters is geworden, heeft veel latente hulpmiddelen op
+zijn hooge vlakten, die tot Koeh-i-Taftan loopen. Toch is het district
+bijna niet bevolkt, ofschoon het graven van _kanats_ reeds eenige
+resultaten heeft gehad en men in het land veel overblijfselen vindt
+van vroegere cultures. De opening van de spoorlijn van Quettah naar
+Seïstan zal wel haar werking uitoefenen, langzaam maar zeker. De
+Engelsche regeering kan niet meer zooals vroeger onverschillig
+blijven voor de razzia's. Buitendien begint Perzië zelf er ook de
+orde te herstellen, en de razzia's zijn al niet meer, wat ze vroeger
+waren, toen de Beloetsjen allen doodden, die zij gevangen namen of
+bij uitzondering hen hielden als slaven en hen verminkten, om hen de
+lust te benemen, naar hun vroegere woonplaats terug te keeren.
+
+Wij weten niets zekers omtrent den oorsprong der Beloetsjen, want zij
+hebben geen oude boeken, zijn zeer onwetend en zijn daar trotsch op,
+zooals de baronnen uit de Middeleeuwen het waren. Sir Henry Pottinger
+schrijft hun een turkmeensche afkomst toe; maar volgens professor
+Rawlinson is het woord Beloetsje afgeleid van den naam Belus, dien
+van een koning van Babylonië, dien men beschouwt als den Nimrod,
+zoon van den Koesj uit de Schrift. Het woord _koesj_ komt ook wel
+onder den vorm _koessoen_ voor. In Sjah Nameh van Firdoesi worden de
+Beloetsjen genoemd als een stam, in Ghilan gevestigd onder de regeering
+van Nosjirwan. Van daar zijn ze geëmigreerd naar Beloetsjistan door
+Seïstan. Zeer waarschijnlijk zijn ze van arische afkomst; maar het ras
+is veranderd door kruising met arabische immigranten, vluchtelingen
+voor de vervolgingen, die na Hussein's dood plaats hadden. De hoofden
+beweren, dat zij van arabische voorouders afstammen, en zij maken ook
+den indruk te behooren tot een menschensoort, verschillend van die
+der boeren. De Brahoeïs, die er dan nog zijn, hebben een eigen type;
+ze zijn klein en hebben een rood gelaat, terwijl de Beloetsjen lang
+en slank zijn met een langen vorm van hoofd. Die Brahoeïs spreken een
+taal aan het Tamoel verwant en moeten van dravictischen oorsprong zijn.
+
+Het is belangrijk op te merken, dat verscheiden duizenden Beloetsjen
+wonen buiten Beloetsjistan, men treft ze veel aan in de grensprovincies
+van Indië.
+
+De eenige voorislamietische ruïnen, die ik ontmoet heb, zijn de
+_Gorbasta_, dikwijls vergeleken bij de Cyclopenmuren van de Grieken. Ze
+zijn gewoonlijk gebouwd bij den uitgang van een pas en dikwijls moesten
+zij stuwen zijn voor het water, dat ter irrigatie dient. In sommige
+gevallen vindt men ze op hellingen, en in vorstelijk Beloetsjistan
+schijnt een talrijke bevolking voor haar levensonderhoud afhankelijk
+te zijn geweest van deze dammen.
+
+Maar kolonel Mockler heeft, toen hij een zestigtal kilometers ten
+noordwesten van Gwadoer reisde, enkele oude steenen gebouwen opgegraven
+en heeft ook steenen stuwwerken gevonden. Hij heeft mede beenderen
+ontdekt en aardewerk en steenen messen. In andere gedeelten van Makran
+heeft hij steenen graven gevonden, maar hij trekt geen enkel besluit
+uit die ontdekkingen, evenmin als uit de opgravingen, door hem verricht
+te Bahrein, waar ook gemetselde graven aan het licht zijn gekomen.
+
+Beloetsjistan was schatplichtig aan het oude perzische rijk. Het is
+zeker, dat Alexander de Groote het van het Oosten naar het Westen
+doortrok, maar daarna heeft men het eenige honderdtallen van jaren
+uit het oog verloren. Er is eerst weer sprake van, als men onder de
+regeering van Nosjirwan besluit, de Beloetsjen voor hun strooptochten
+te straffen en er groote moordpartijen aanrichtte. Zij hielden zich
+toen rustig, ten minste gedurende één geslacht, hernamen daarna echter
+weer hun roofzuchtige gewoonten, en hun onafhankelijkheid is nooit
+duurzaam bedreigd geworden.
+
+Toen de Mohammedanen kwamen opdagen, werd de provincie Kirman veroverd
+in de eerste jaren na de Hedsjra, en Beloetsjistan trof weldra
+hetzelfde lot. Maar het is twijfelachtig, dat het land permanent
+door de Muzelmannen bestuurd is, vóór het veroverd werd door Yakoeb
+bin Lais van de Saffaren-dynastie. Deze regeerde over een rijk, dat
+zich uitstrekte van den Indus tot den Sjat el Arab, maar de voorspoed
+duurde niet lang, want zijn broeder Amz werd gevangen genomen door
+Ismaël van het geslacht der Samaniden en te Bagdad ter dood gebracht.
+
+Intusschen bleven de Saffaren nog verscheiden eeuwen in het bezit van
+Beloetsjistan, en zij vormden in den loop der tijden een vereeniging
+van opperhoofden. Verschillende arabische reizigers, Masoedi, Istakhri
+en Ibn Hankal bij voorbeeld, hebbens ons Makran in dien tijd als een
+bloeiend land geschilderd.
+
+Ten tijde van den inval der Mongolen kwam Djelaleddin van Kheiva uit
+Indië naar Makran, om zich met de overweldigers te meten, en in 1223
+zond Gengis-Khan, toen hij Herat had verwoest, Dehagataï erheen, om
+Makran te verwoesten, ten einde de verbindingslijnen met Djelaleddin
+af te snijden.
+
+Op het einde van de 13de eeuw voer Marco Polo op zijn terugweg van
+China langs Makran; maar het is niet zeer waarschijnlijk, dat de
+groote Venetiaan op eenige plaats de kust heeft aangedaan.
+
+In 1839 spreekt een intelligent reiziger Hadji Abdoel Nali van de
+verschillende beloetsjistansche hoofden, die razzia's houden in Perzië
+en lachen om de bedreigingen van den gouverneur-generaal van Kirman.
+
+Maar sedert 1844 begint Beloetsjistan zijn vrijheid te verliezen. Twee
+leden van den stam der Kadjaren werden aangewezen, om het woelige
+district te besturen, maar zij slaagden niet in hun pogen, en het
+was de verdienste van Ibrahim Khan, de verovering te voltooien van
+wat tegenwoordig perzisch Beloetsjistan is. Hij wordt van wreedheid
+beschuldigd, en hij had inderdaad een zekere neiging om de slaven te
+exploiteeren; maar men moet rekening houden met alle geschenken, die
+van hem gevorderd werden en alle geldsommen, die hij moest opbrengen.
+
+Ibrahim Khan ontving de grensregelingscommissie onder bevel van
+Sir Frederick Goldsmith niet al te vriendelijk, en pas was de
+commissie, die de perzisch-beloetsjistansche grens geregeld had,
+vertrokken, of hij maakte zich van Koehak meester, dat niet aan hem
+was toegewezen. Hij stierf in 1884, na dertig jaren in dezen hoek
+van Perzië het bestuur te hebben gevoerd. Zijn zoon stierf eenige
+maanden na hem, en zijn schoonzoon werd gouverneur, maar werd in 1887
+vervangen door een Turk, Aboel Fath Khan, om echter weldra weer tot
+gouverneur te worden uitgeroepen. Deze Zein ul Abidin Khan regeerde,
+toen ik er in 1893 kwam, en hij had later twee opstanden der Beloetsjen
+te onderdrukken, één na den moord op den Sjah in 1896, en den anderen
+in het daarna volgende jaar.
+
+Tegenwoordig, nu de britsche regeering den verkoop van geweren
+verboden heeft, is Beloetsjistan afhankelijker dan ooit; maar het
+vooruitzicht is niet schitterend. De luiheid en onverschilligheid
+van dit volk zijn zoodanig, dat ik meen te kunnen voorspellen, dat
+binnen honderd jaar na dezen hun leven niet meer dan thans van dat
+der patriarchen zal verschillen.
+
+Voor onze reis waren, dank zij den heer Lovell, de kameelen
+gereed. Maar de Beloetsjen hadden geen touwen, en buitendien bleek
+het uiterst moeilijk, de lasten te verdeelen. Zij beklaagden
+zich buitendien over de zwaarte der vrachten, die een perzisch
+muilezeldrijver licht zou hebben gevonden. Wij deden hierbij de
+belangwekkende waarneming, dat ieder kameel een eigenaar had, en dat
+er soms een viertal aanspraak maakte op hetzelfde dier.
+
+Wij besloten eindelijk onszelven met de verdeeling der vrachten te
+belasten, en wij vertrokken laat in den namiddag, om tot Tiz te gaan
+op twaalf kilometer afstands. Eerst gingen wij door het dorp Sjahbar,
+waar veel hindoesche kooplieden woonden en waar alles vuil en leelijk
+was, behalve de enkele boomen, die er stonden; vervolgens bestegen
+wij geleidelijk het rotsachtige gebergte, dat het dorp scheidt van
+Tiz. Die laatste plaats is veel beter gelegen dan Sjahbar, daar zij
+zich bevindt aan den uitgang van den hoofdweg naar het binnenland
+over Kasakand, die volkomen den weg langs de kust beheerscht, welke
+oostwaarts in zigzag van het gebergte daalt en naar het Westen door
+een opening tusschen de rotsen de zee bereikt.
+
+Het was te laat, om de ruïnen te gaan zien, die trouwens nu uit niet
+anders bestaan dan een duizendtal graven. Wij hadden nog juist den
+tijd een blik te slaan op het oude perzische fort, twintig jaar geleden
+gebouwd, om Sjahbar, door de Perzen veroverd op een arabischen sjeik,
+te beschermen; kort daarna werd het reeds door het garnizoen verlaten.
+
+In 1188 van onze jaartelling was Tiz blijkbaar een groote haven; de
+karavanen, die van het Westen kwamen, volgden dien weg, toen tengevolge
+van plaatselijke troebelen de haven van Ormoezd geblokkeerd was. Hun
+weg leidde blijkbaar van Irak naar Kirman en van daar naar Bampoer,
+Kasakand en Tiz; de andere weg, die mogelijk was, namelijk over
+Geh bood teveel moeilijkheden voor de karavanen. De belangrijkheid
+van Tiz lag ook hierin, dat de plaats het middelpunt was van den
+suikerhandel in Makran en misschien de uitvoerplaats van het graan
+uit Seïstan; stellig was het de zetel der kooplieden, die niet tot
+Ormoezd wilden gaan.
+
+Daar wij ons kamp hadden moeten opslaan in een nauw dal, waar
+alleen wat water was in een paar vuile poelen, vertrokken wij
+den volgenden dag in gloeiende hitte en richtten ons naar Parag,
+een vuil dorpje. Daar wendden we onzen rug naar de zee en naar de
+telegraaflijn, die dicht langs het strand loopt en veel van vocht
+te lijden heeft. Daar onze paarden vermoeid waren door hun reis per
+spoor en per boot, rustten wij eenigen tijd uit in de schaduw der
+tamarinden, en wij zetten onze reis eerst voort in den koelen avond,
+waarbij we over een lavavlakte gingen, waar enkele magere katoenvelden
+te zien waren.
+
+Ons kamp voor dien dag werd opgeslagen in het gehuchtje
+Noer-Moehamedi. Den volgenden dag dwongen onze Beloetsjen onder
+voorwendsel, dat hun kameelen, die 's avonds laat waren aangekomen,
+rust behoefden, om stil te houden.
+
+Een nieuwe marsch van 25 KM. bracht ons te Pich-Mant, welke naam
+beduidt "plaats van den dwergpalm". De bladeren van dien daar veel
+voorkomenden boom worden voor verschillende doeleinden gebruikt; men
+maakt er sandalen van, matwerk en manden, daken, touwen enz. "en", zegt
+de schrijver van _Eastern Persia_, "ook mutsen, sabelscheeden, zweepen
+enz. De gedroogde bessen dienen voor het maken van rozenkransen;
+de jonge spruiten worden gegeten, en de wortels zijn een uitstekende
+brandstof, wat een groot voordeel is in het aan hout zoo arme land".
+
+Toen wij de vlakte achter ons lieten, kwamen wij in een steenachtig
+dal en van daar over een lagen pas op een plateau. Dien dag streek
+een zwerm horzels op ons ontbijt neer en at het voor ons op.
+
+De volgende dag bracht ons tot Ziarat, een gelukkig oord, omdat wij
+er stroomend water vonden, waar onze paarden zich heerlijk aan te
+goed deden.
+
+De eenige Europeaan, die vóór ons in deze streek is geweest, is
+kapitein Grant, een van de wetenschappelijke onderzoekers, op aandrang
+van Sir John Malcolm naar Perzië gezonden in het eerste tiental jaren
+van de 19_de_ eeuw. Zijn mededeelingen beteekenen niet veel.
+
+Te Ziarat hadden wij de noordgrens bereikt van het kustdistrict,
+waarvan de versterking, naar ons gezegd werd, voor ongeveer 5000
+francs per jaar is toegezegd. Het water der rivier, die een paar
+mijlen geheel verdwenen was, kwam wat hoogerop weer te voorschijn, en
+wij gingen door een reeks kleine gehuchtjes en dadelboschjes, om ten
+slotte te Nokinja stil te houden, waar wij ons bundels groene rijst
+konden aanschaffen voor de paarden en eieren en melk voor onszelven.
+
+Wij waren nu eindelijk buiten het gebied van de afgeronde heuvels,
+en de bergketens, waardoor onze weg leidde, eindigden in spitse
+kapen boven de bedding der rivier. Onmiddellijk boven Nokinja volgt
+de samenvloeiing met de Sirha. Hooger nog was het ons een genoegen,
+Geh te bereiken, de hoofdplaats van het district. Ik heb honderden
+beloetsjische dorpen gezien, maar Geh, het _Bih_ van den reiziger
+uit Arabië, blijft in mijn herinnering gegrift als het mooiste. Een
+prachtig boschje van dadelpalmen verrijst bij de bron van twee
+rivieren, de Gung en de Kisji; een oud schilderachtig fort staat op
+een rots, en alleenstaande, kale heuvels in den omtrek verhoogen den
+indruk, dien de frischgroene rijstvelden maken.
+
+Het dorp ligt ongeveer 450 M. hoog. Hoewel wij op het einde van
+October waren, wees de thermometer 's middags bij de 38° C.
+
+Geh met Kasakand ten oosten en Bint ten westen vormen de drie steden
+van perzisch Makran, waar de reiziger aankomt, als hij van de kust het
+land in gaat. Ze moeten alle drie hetzelfde aantal inwoners hebben,
+dat de twee duizend niet te boven gaat, naar het ons scheen.
+
+Wij kregen een bezoek van Sjakar Khan, oudsten broeder van Sardar
+Hussein Khan, die den ouden staat van zaken in de provincie
+vertegenwoordigt en zich Beloetsjistan herinnert op den tijd, toen
+het onafhankelijk was van Perzië; natuurlijk keurt hij de opgetreden
+verandering af. Enkele inwoners spraken het Hindostansch, en wij
+hoorden, dat zij een weinig handel dreven met de kust. Visch was een
+der handelsartikelen; zij wordt nog verkocht, als ze reeds vrij oud is
+geworden. De toestand der bevolking was er treurig, want de gouverneur,
+die niet als in Perzië wordt in bedwang gehouden door de openbare
+meening, noch de telegraaf heeft te vreezen, onderdrukte de menschen,
+en veel inwoners verhuisden naar Karatsji, Maskate of Zanzibar.
+
+Wij vertrokken, na onze kameelen te hebben weggezonden en eenige
+gidsen uit Lasjar te hebben gehuurd, de sterkste en beste geleiders
+voor reizen in het bergland. Wij moesten nu door het nog onbekende
+district, dat ons van Fanoch scheidde. Wij volgden de steenachtige
+bedding van de Gung stroomop en kwamen daarna in het gebied van de
+Sirha, op welker beide oevers veel dorpen liggen. Wij hielden stil
+te Maloeran aan een zijtak van de Rapsj. De bewoners, die blijkbaar
+nooit van Europeanen hadden hooren spreken, keken ons achterdochtig
+aan. Toen zij binnen het bereik van onze stem waren, beproefden wij
+het middel, dat ons gewoonlijk gelukte en dat bestond in het geven
+van een roepij aan een man, om hem te toonen, dat wij wenschten te
+betalen voor wat wij zouden noodig hebben.
+
+Dezen keer gelukte het niet. Een levendig gesprek begon; ik trachtte
+van mijn kant duidelijk te maken, dat wij zouden betalen en dat wij hun
+vrienden waren; maar het hoofd der bende, een schelm met een bijzonder
+ongunstig uiterlijk, bleef bij zijn weigering. Ten slotte vloog een
+der onzen op hem af en duwde hem in de rivier, waaruit de schurk
+weer opdook met den mond vol slijk. Maar dadelijk daarna arriveerden
+de gevraagde levensmiddelen. Men kan de tegenwerping maken, dat wij
+geen recht hadden, tot geweld onze toevlucht te nemen; maar ik zou
+mijn bedillers wel eens in een dergelijk geval geplaatst willen zien
+en zou dan eens kijken, hoe zij te werk gingen. Bij slot van rekening
+werden de menschen uit Maloeran onze beste vrienden en wij brachten een
+geheelen dag onder hen door. Wij merkten de eigenaardige bijzonderheid
+op, dat zij konden fluiten, een talent, dat in het Oosten zeldzaam is,
+waar fluiten gemeenlijk voor een "taal des duivels" doorgaat.
+
+Een moeilijke tocht was het naar de rivier Fanoch of Rapsj. In de
+plaats van dien naam werden wij zeer vriendschappelijk ontvangen;
+de zoons van Sjakar Khan waren er gouverneurs, en zij toonden zich
+bijzonder geïnteresseerd bij het zien van onze geweren.
+
+Begeerig, om het onbekende land in het Westen althans eenigszins te
+leeren kennen, beklommen wij den Koeh-i-Fanoch, een lastige bestijging,
+die vier uren duurde. De laatste 150 M. worden gevormd door een rots
+van witten kalksteen, die bijna loodrecht is. Van den top konden
+wij met gemak de vijf afzonderlijke stroomen volgen, die te zamen
+de Fanoch vormen. Het was een prachtig panorama, en het gaf ons,
+wat wij zoo vurig verlangden, een denkbeeld van de formatie van het
+land. Naar het Westen werd het uitzicht voor een gedeelte beperkt
+door hooge bergen; maar naar het Noorden zagen wij den prachtigen
+Koeh-i-Bogman, die eenzaam tot 2700 M. boven de vlakte oprijst. Naar
+het Oosten breiden zich het Azabadbergland uit en het district Lasjar.
+
+Fanoch, waar wij een dag bleven rusten, om over onze vermoeienis heen
+te komen, ziet er veel welvarender uit dan Geh, en verscheiden huizen
+waren er van steen gebouwd. Er is een fort, dat zeer oud schijnt te
+zijn; maar zooals gewoonlijk in Beloetsjistan konden wij volstrekt
+geen inlichtingen krijgen over de geschiedenis van het gebouw.
+
+Er waren in Fanoch schapen en gevogelte, eieren, melk, gerst, rijst
+en tarwe in overvloed, en de dadels uit Beloetsjistan zijn beroemd;
+maar het eenige industrie-artikel, dat er gemaakt wordt, zijn kleine,
+met roode zijde geborduurde petten. Ik vroeg of Fanoch in Makran
+lag. Er werd mij gezegd, dat de grens gevormd wordt door den kam van
+den Band-i-Linag, ten noorden waarvan zich de stad bevindt; Basjkird
+ten westen ervan wordt niet meer beschouwd als tot Beloetsjistan
+te behooren.
+
+Wij keerden terug langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren, maar
+voorbij Sartab sloegen wij een meer noordelijke richting in naar Tehan,
+een welvarend dorp van wel duizend inwoners.
+
+Te Geh terug zijnde, vonden we ons reisgezelschap goed uitgerust,
+en toen wij twee dagen na onze terugkomst ons gereed maakten om naar
+Fahradsj te vertrekken, werden wij aangenaam verrast door de aankomst
+van twee Beloetsjen, die de gouverneur van perzisch Beloetsjistan
+gezonden had, om ons tot gidsen te dienen, Mir khan Mohammed en
+Moellah Basjan.
+
+Eerst volgden wij een zijtak van de Sirha en daarna bereikten we den
+hoofdstroom, aan welks oevers een weinig aan landbouw werd gedaan. Wij
+kampeerden in de bedding zelve der rivier, en den volgenden dag hadden
+wij den ellendigsten weg, dien ik ooit heb gezien. Een mijl stroomop
+wordt het rivierdal nauwer, tot het niet veel meer dan 30 M. breed is
+en wij kwamen bij rotsachtige trappen, waar de rivier in een waterval
+bij neer viel. Iets verder weer een ander pretje, namelijk in de
+bedding blokken rots van allerlei afmeting, van de grootte van een
+omnibus tot die van een voetbal. Toen eindelijk verscheen een diepe
+plas, die de gansche breedte van het dal vulde. Daarlangs liep een
+smal pad, als voor geiten gemaakt, waar het ons onmogelijk leek voor
+onze beladen beesten om zich op voort te bewegen. Maar tot mijn groote
+verbazing liep alles zonder ongelukken af.
+
+Onze paarden waren doodop, toen we bij de bron van de rivier
+kwamen, in het dadelbosch van de Sirha, een groot, maar geheel
+verwaarloosd terrein. Wij kampeerden ter hoogte van 990 M., en dit
+was de eerste dag, waarop wij een temperatuur hadden van onder de 30°
+C. Den volgenden dag was het ook betrekkelijk koel; wij stegen tot de
+waterscheiding in Makran, op ongeveer 1100 M., en van daar begonnen we
+te dalen rondom de hellingen van de groote massa van den Azbag, dien
+wij gezien hadden vanaf den top Koeh-i-Fanoch. 's Avonds kampeerden
+wij te Pip, de hoofdstad van Lasjar.
+
+De gouverneur kwam ons begroeten. Hij was eerst zeer beschroomd. Zijn
+gezicht klaarde echter op, toen wij hem naar de geschiedenis van
+zijn geslacht vroegen. Hij was een jongen van zestien jaar. Pip is
+een dorp van tweehonderd huizen, die rondom een versterkte vesting
+gegroepeerd staan, op een zekeren afstand van een mooi dadelbosch. In
+Beloetsjistan zijn de dorpen altijd gebouwd op boomlooze terreinen,
+waaromheen koren verbouwd wordt. De verandering van lucht, van de
+droge warmte der woestijn naar de betrekkelijk koele vochtigheid
+van het dadelbosch, was zeer aangenaam, maar misschien gevaarlijk
+voor hen, die vatbaar zijn voor koorts. Maar als men uren aaneen in
+den brandenden zonnegloed heeft gereden, is de schaduw zoo welkom,
+dat wij altijd zoo dicht mogelijk bij boomen kampeerden, en voor zoo
+ver ik weet, heeft niemand onzer er leed van ondervonden.
+
+Mijn reisgezel en ik waren van oordeel, dat de Lasjaren boven alle
+andere Beloetsjen, die wij hadden ontmoet, uitmuntten. Physiek
+waren het krachtige staaltjes van het menschenras en daarbij waren
+ze altijd vroolijk en opgewekt, wat niet het geval is met de meeste
+Beloetsjen, die begeerig en ijdel en niet zeer hulpvaardig zijn, en
+daarbij stug en koppig als kameelen. Maar het is billijk er bij te
+voegen, dat de Beloetsjen buitengewoon eerlijk zijn, en dat als men
+hun brieven of dingen van waarde toevertrouwt, zij ze met gevaar van
+eigen leven zullen verdedigen. Uit zedelijkheidsoogpunt staan ze ook
+niet laag en hun vrouwen behandelen ze bijna als huns gelijken. Men
+kan als voorbeeld van hun eerlijkheid het feit noemen, dat, om de
+telegraafbeambten te betalen, men gewoon was een zak met roepijen
+van den eenen post naar den anderen langs de lijn te verzenden, waar
+ieder op zijn beurt zijn soldij uit nam. Een enkele maal maakte een
+ambtenaar misbruik van dit vertrouwen, en hij moest zijn land verlaten,
+wat voor een Beloetsje de zwaarste straf is.
+
+Na een dag van welverdiende rust daalden wij verder langs het
+vruchtbare dal der Pip. Te Ispaka waren we aangekomen in het district
+Fahradsj, en wij ontdekten de eerste vertegenwoordigers van het
+perzische element, in de gedaante van twee of drie soldaten en een
+sergeant. Daar de Beloetsjen nooit met andere Perzen in aanraking
+komen, dan met menschen, die belasting komen innen, zijn de Perzen
+er zeer gehaat. Ze worden Gagars genoemd, verbastering van Kadjaren,
+de naam der regeerende dynastie.
+
+Den volgenden dag kwamen we op onzen tocht naar de rivier, de Bampoer,
+in het dorp Kasimabad en daarna te Bampoer, het vroegere stadje,
+dat de oude hoofdstad van Beloetsjistan is en waar nu niet meer dan
+een paar honderd vuile hutten staan; een dadelbosch was er niet en
+wij moesten kampeeren in een slordige omgeving, die oudtijds een tuin
+zal zijn geweest.
+
+Zein ul Abidin Khan, de gouverneur, had mij geschreven, dat hij
+mij te Fahradsj wachtte, dat op vier mijlen afstands lag en veel
+belangrijker is, daar het ongeveer twee duizend zielen telt, het
+garnizoen erin begrepen. Zein ul Abidin Khan ontving ons vrij koel;
+onze belangstelling kwam hem blijkbaar wat verdacht voor, zooals zij
+dat veel Oosterlingen doet, maar na enkele moeilijkheden werden wij
+ten slotte goede vrienden.
+
+Ons doel was nu eerst het district Sarhad, waarvan nog zoo weinig
+bekend is en waarheen wij den eersten December 1895 ons op weg
+begaven. Een der eerste dagen, toen wij, na het dal der Konar
+Rud te zijn doorgegaan, te Sonar waren, werden wij eenige dagen
+opgehouden door een aanval van dysenterie van Brazier Creagh. Met
+twee kameeldrijvers deed ik de volgende dagen de bestijging van
+den Hamant, om het land te verkennen. Die berg is 2320 M. hoog, hij
+is ten onrechte voor een vulkaan gehouden. De tocht was moeilijk,
+vooral het dalen ging bezwaarlijk. Van den top hadden wij een ruim
+uitzicht over het zuiderdistrict, dat een eentonig veld van lage
+bergen geleek; maar in alle richtingen was het panorama prachtig,
+al konden wij tot onze spijt den grooten vulkaan Sahrad niet zien.
+
+Twee dagen later overschreden wij op 1680 M. hoogte de waterscheiding
+tusschen de Bampoer en de Mesjkil, en daalden af naar het dorp Magaz,
+dat ongeveer 2000 inwoners telt en 't beste klimaat heeft van heel
+Beloetsjistan. Den weg naar het Noorden inslaand, trof onze blik
+den Koeh-i-Taftan, die op den afstand van honderd mijlen ongeveer,
+waarop wij hem zagen, op een witten kegel geleek.
+
+Het district Sarhad deed zich het eerst aan ons voor van een pas,
+van waar het ons voorkwam, niets dan kale bergen te bezitten, zonder
+eenig dorp, zelfs zonder een tent van nomaden. Toch vonden wij er het
+fort Kïvasj met een garnizoen van ongeveer 450 soldaten, infanterie
+en cavalerie. Met enkele zwarte tenten was dat fort de hoofdstad van
+het district. Landbouw werd er niet beoefend.
+
+De verwaarloozing van Sarhad is droevig, want het is de eenige streek
+tusschen Quettah en Kirman, die koel mag worden genoemd. In vroegeren
+tijd woonde er een dichtere bevolking, zooals ook uit de overblijfselen
+van putten of kanats blijkt, en men mag de hoop koesteren, dat het land
+later een belangrijke weg zal zijn tusschen Quettah en Zuid-Perzië.
+
+Van Kivasj uit wilde ik den Koeh-i-Taftan bestijgen, ofschoon de
+gouverneur het mij afried. Twee dagen later echter kampeerden wij
+op bijna 2000 M. hoogte in het kleine dorp Waradji, en den volgenden
+dag klauterde ik tegen den top op, ongelukkig zonder Bazier Creagh,
+die een zweer aan zijn voet had. De laatste uren der bestijging waren
+lastig en onaangenaam. Eerst moest men over groote rotsblokken klimmen,
+en daarna ging het door een dikke laag witte asch, die uit de verte aan
+den berg het voorkomen had gegeven, alsof hij met eeuwige sneeuw bedekt
+was. Wij bereikten den top eerst om twee uur in den namiddag, na acht
+uren bijna aanhoudend te hebben geklommen. De Koeh-i-Taftan eindigt
+in twee toppen, den noordelijken of hoogsten en den zuidelijken,
+den vulkaan, dien wij wenschten te bezoeken.
+
+De krater, waaruit verblindende zuilen van zwavelachtigen damp
+opstegen, heeft twee openingen, ieder ongeveer drie meter in omtrek
+en van boven gescheiden door een afstand van één meter. Er was
+geen enkele versche lavastroom te zien, en er wordt van geen enkele
+uitbarsting melding gemaakt. Het gezicht, dat men van den top had,
+was 't mooiste, dat ik ooit in Perzië heb gezien; alle bergtoppen
+waren duidelijk zichtbaar. Zooveel ik heb kunnen nagaan, vereeren de
+bewoners van het dal den vulkaan al sinds overoude tijden.
+
+Bij het dorp Bagman voegde zich onze colonne weer bij de bagage en
+de reis door Sarhad leerde ons, dat het district water genoeg heeft,
+om bij een goed bestuur een welvarend land te worden.
+
+
+
+IV
+
+ Grensregeling tusschen Perzië en Beloetsjistan.--Van Kirman
+ naar de grensstad Koeak--De grensregelingscommissie.--Vraag
+ naar den voorrang.--Het werk der commissie.--Van Koeak
+ naar Kelat.
+
+
+Ik was in Kirman in December 1895. Sinds eenige maanden hadden
+onderhandelingen plaats met de perzische regeering ter zake van
+de grenslijn tusschen Malik Sia en Koeak, die nog niet juist was
+afgebakend, maar de winter was begonnen, zonder dat men tot een
+beslissing was gekomen. Toen reisde in de laatste dagen van December
+de perzische commissaris Ali Achraf Khan door Kirman, en enkele
+dagen na zijn vertrek werd mij uit Teheran getelegrafeerd, dat ik
+benoemd was tot de post van assistent-commissaris. Mijn zuster gaf
+er de voorkeur aan, mijn reis, die vermoeiend en oncomfortabel was,
+met mij mee te maken, liever dan de vriendelijke aanbieding van lady
+Durand aan te nemen, bij haar te komen logeeren.
+
+De toebereidselen voor den tocht waren nog al omslachtig, het was
+een lange reis en wij moesten vooraf zorgen, hier en daar proviand
+te vinden en daarbij hulpkameelen, als de andere vermoeid waren;
+onderzoeken, waar water te krijgen was enz. enz. Bovendien waren
+onze bedienden niet ingenomen met het denkbeeld van de reis door
+Beloetsjistan en moesten telkens aangemoedigd worden.
+
+Het was reeds zeer koud te Mahoen, onze pleisterplaats; te Hanaka,
+waar de karavanseraï op een hoogte van bij de 2400 M. ligt, was
+het werkelijk arctisch koud, maar te Rain, op de zuidelijke helling
+van den Djoeparketen, werd het weêr gelukkig minder ijzig. Langs de
+rivier, de Sandoe, ging het naar Abarik een moeilijk eindweegs door
+het geaccidenteerde terrein. In de warmere streken gekomen, voelden
+wij ons vermoeid en niet in staat tot eenige inspanning. Wij waren
+in het district Fehroed, en Abarik en Fehroed zijn in Perzië berucht
+om den hevigen wind die er veelal heerscht. In een gedicht heet het
+dat, den wind wordt gevraagd, waar hij woont en dat hij antwoordt:
+"Mijn armzalige woning is in Fehroed en ik bezoek dikwijls Abarik en
+Sarbistan." Dit laatste dorp ligt aan den rechteroever van de rivier,
+waar ik in 1894 bij hevigen storm kampeerde.
+
+Een nog al vervelende rit langs de droge rivierbedding bracht ons te
+Darzin. Het dorp is bekend om zijn vroegeren rijkdom. In de 12de eeuw
+zegt een schrijver: "Wij stonden op het dak van het paleis te Darzin,
+en wij zagen een groot aantal dorpen, die bijna elkander raakten
+en heerlijke geuren verspreidden. Zein ed Din maakte de opmerking,
+dat Fars een groot en vruchtbaar land was en dat hij het geheel had
+doorreisd, maar dat hij zweren kon in heel Fars niet zulk een mooi
+plekje te hebben gezien."
+
+Helaas, hoe is alles veranderd! Darzin ligt in een ellendige
+woestijn. Toch is er eenige vooruitgang, want een der oude kanats of
+putten is hersteld, en daardoor zal het bebouwbare land toenemen.
+
+Te Bam vonden wij een onderkomen in een nieuw gebouwd huis, dat uitzag
+op een schaduwrijken tuin vol palmen. Bam is al sinds de oudste tijden
+in Perzië een beroemde stad; een mijl van het tegenwoordige fort,
+liggen de ruïnen van de oude stad. Ten tijde van de verovering door de
+Arabieren was de stad zeer belangrijk en hoofdplaats der provincie. Bam
+is herhaaldelijk belegerd en de moderne stad dateert van den jongsten
+tijd. Het is nu het middelpunt van een rijk district, ligt op een
+hoogte van 1100 M, heeft een bevolking van 13.000 inwoners, een
+vruchtbaren bodem en een klimaat, dat even gunstig is voor de cultuur
+van palmboomen als voor die van de producten der hoogere streken.
+
+De zomerwarmte is er gematigd, want er waait dan een koele wind uit
+het Noorden, en de belangrijkheid der stad wordt nog grooter door
+het feit, dat zij in Oost-Perzië het laatste handelscentrum is vóór
+Quettah. De bloei der plaats vloeit voort uit de productie van henneh,
+want bijna de geheele opbrengst van die kostbare verfstof wordt in dat
+district verkregen. De garnizoenen in Beloetsjistan bestaan gewoonlijk
+uit soldaten uit die provincie, en de gouverneur is meestal een Bami.
+
+Een reiziger verhaalt, dat Bam op een indische stad gelijkt. Die
+opmerking heb ik niet gemaakt. Misschien zag men er dertig jaar geleden
+op het tijdstip van die reis nog geen palmen, en zoo zou dan die indruk
+zijn te verklaren. Ingevolge een bijzondere uitnoodiging bezochten wij
+het beroemde fort, en wij constateerden, dat de oude stad nog stond,
+omgeven door een hoogen muur en een gracht. Boven was de woning
+van den gouverneur. Men heeft er een prachtig uitzicht. Achter ons
+werden onze blikken getrokken door den Koeh-i-Hazar met zijn mantel
+van versch gevallen sneeuw, en aan beide kanten van het dal teekenden
+de bergen zich scherp af op den turkooizen hemel. Boven ons wuifden
+de bouquetten van de dadelpalmen van Bam, en wij konden de rivier
+van dien naam naar het Noordoosten volgen.
+
+Vier mijlen van Bam verwijderd, bracht een steile daling ons tusschen
+de gehuchten, die het dorp Bora samenstellen; er is een bevolking
+van 5000 inwoners en het voert jaarlijks 120,000 pond henneh uit,
+behalve granen en dadels.
+
+Te Vakilabad, waar wij aankwamen, na langs een mooi, beschaduwd
+riviertje te zijn gegaan, hadden wij het district Narmasjir
+bereikt. Met zijn sierlijke tamarinden en mimosa's schijnt het land
+een losgeraakt stukje van Sind. Het is er veel warmer dan in Bam. Tot
+in het midden der 19_de_ eeuw was het in 't bezit van de Afghanen,
+en tegenwoordig begint het eerst weer een weinig vooruit te gaan.
+
+Ook verder bleef de streek goed besproeid, en er groeiden echte boomen,
+tot we bij een reuzenuitgestrektheid jungle kwamen en van daar in
+de woestijn, die weer door jungle gevolgd werd, te midden waarvan
+het dorp Rigan is gelegen. Het lijkt nog al wat op de kaart, maar
+het bestaat in werkelijkheid slechts uit een fort van gebakken leem,
+waar een garnizoen ligt van tien soldaten, en uit eenige huizen voor
+een bevolking van niet meer dan tweehonderd zielen. Te Rigan vonden
+wij een wanhoopsboodschap van den perzischen commissaris, dien wij
+bijna overvallen hadden, met verzoek onze komst uit te stellen. Wij
+hielden met die smeekbede geen rekening.
+
+Tusschen ons en Bampoer strekken zich 250 K.M. van de Loetwoestijn
+uit. Maar daar het de beide vorige dagen zwaar geregend had, konden
+wij over meer en beter water beschikken dan meestal de reizigers kunnen
+doen, en wij legden den weg in negen dagen, bijna zonder ophouden, af.
+
+Te Grazak, ongeveer op twee derden van den weg, verbaasde het ons,
+eenige tenten van nomaden te zien en een boschje van palmen. Ten slotte
+bereikten wij de rivier Bampoer bij Koesjgardan, waar ik reeds geweest
+was. Daar ontmoetten wij eene afdeeling gewapende kameeldrijvers, en
+ik heb zelden een woester en ongeregelder troep aanschouwd. Beschermd
+door dat escorte en door onze cavalerie van kleine pony's, bereikten
+wij Bampoer en van daar Fahradsj.
+
+Op die plaats werden wij met groote staatsie ontvangen; het garnizoen
+stond langs den weg geschaard, en de muziek speelde het volkslied. De
+commissaris kwam kort na ons aan.
+
+Wij huurden hier dertig beloetsjistansche kameelen, en kwamen overeen,
+dat ik een dagreis vooruit zou gaan, om aan de grens tegenwoordig te
+zijn, als de Perzen kwamen. De dagen begonnen zeer warm te worden. Te
+Soran meldde een bericht van kolonel Holdich mij, dat zij Pandsjgoer
+naderde, en dat hij de grens in het midden van Februari hoopte te
+bereiken.
+
+Te Isfandak vonden wij een bekoorlijk bosch van dadelpalmen, een
+rivier met kristalhelder water, maar geen bewoners. Het dorpshoofd
+had zich niet op zijn gemak gevoeld bij het idee, den commissaris
+te ontmoeten, want hij was in verschillende plunderingen en andere
+wandaden betrokken geweest. Bij gevolg bivouakkeerden hij en zijn
+dorpelingen nu in de bergen, afwachtend, wat er zou gebeuren, en
+ongetwijfeld der Commissie de schuld gevend van hun ballingschap.
+
+Wij waren nu op den linkeroever van de rivier Mesjked of Mesjkil. Men
+kan nog aan haar breede bedding en steile oevers zien, dat het vroeger
+een groote waterloop geweest is, terwijl men nu, zelfs in den tijd van
+hoog water, er gemakkelijk door kan waden. De wateren van de rivier
+worden door de woestijn ingedronken, en ten oosten van Djalsk voeden
+zij een gedeelte van de dadelboschjes.
+
+Wij waren slechts twee uren nog verwijderd van ons doel, toen een
+boodschapper ons kwam berichten, dat de britsche commissie aangekomen
+was, en weldra konden wij de hand van landgenooten drukken na een
+reis van meer dan 1000 KM., voor 't meerendeel door woestijnen, met
+zeer weinig comfort te onzer beschikking, hetgeen wel een heldenstuk
+mag heeten voor een per karavaan reizende dame.
+
+Ik wil hier eenige bijzonderheden meedeelen over de grenscommissie,
+die tusschen Perzië en Beloetsjistan werkte, of zooals zij wel genoemd
+wordt, de perzisch-kelatsche commissie.
+
+Het is nu meer dan dertig jaar geleden, dat toen er sprake was van een
+telegraaflijn van Britsch-Indië over land, Sir Frederick Goldsmith dat
+afgelegen gebied bereisde, en het eindresultaat was toen, dat er een
+grenslijn getraceerd werd van Koeak naar de zee. Koeak, dat toen als
+een sterke vesting werd beschouwd, was te dien tijde onafhankelijk en
+bleef dat ook. In het Noorden tot Seïstan was het land nog onbekend,
+en men wist eigenlijk niet, aan wien het behoorde, zoodat men daar geen
+moeite deed voor de vaststelling der grens. Perzië had toen het geluk,
+er een uitmuntende gouverneur te hebben in den persoon van Ibrahim
+Khan. Hij deed al wat hij kon, opdat men zich van de vaststelling
+der grens zou onthouden; maar toen hij het niet kon verhinderen,
+maakte hij zich van Koeak meester, zoodra de engelsche commissaris
+vertrokken was. Die daad werd niet erkend door onzen minister van
+Buitenlandsche Zaken; maar daar wij nog tien jaren lang geen notitie
+namen van ons protectoraat over Kelat, bleef alles bij het oude.
+
+Maar toen wij troepen te Pandsjgoer hadden liggen, en de razzia's
+ondragelijk werden, gaven wij Zijner Majesteit Nasr ed Din in
+overweging, het nog onbepaalde gedeelte der grens definitief vast
+te stellen, terwijl wij terzelfdertijd de quaestie van Koeak zouden
+oplossen. Er had op die punten een drukke briefwisseling plaats; een
+oogenblik dreigden de onderhandelingen te zullen worden afgebroken,
+daar de shah er tegen opzag, zich de kosten te getroosten voor een
+commissie, die niet ten doel had, zijn inkomsten te vergrooten,
+toen plotseling Naoroz, khan van Kharan, de palmboschjes van Mesjkil
+bezette. Dit nieuws bereikte Kirman, waarna de gouverneur mij een
+officiëelen brief schreef, om mij te verzoeken, de indringers van
+den perzischen bodem te verdrijven. In mijn antwoord deed ik hem
+opmerken, dat dergelijke incidenten onvermijdelijk waren, zoolang de
+grens niet vastgesteld was, en dat het mij onmogelijk was, in dien
+tusschentijd handelend op te treden. Een copie van dien brief werd
+door den gouverneur naar Teheran gezonden, en Zijne Majesteit kon zich
+dus rekenschap geven van de gevaren zijner onverschilligheid. Toen
+besloot de shah toe te geven en de commissie te benoemen, die op het
+einde van Februari te Koeah bijeenkwam.
+
+Onze commissie was niet zeer talrijk; voorzitter was kolonel, thans
+Sir Thomas Holdich, de commissieleden waren kapitein A.C. Kemball
+en mijn persoon. Luitenant-kolonel R. Wahab leidde de topografische
+expeditie, en luitenant C.V. Price voerde het bevel over het escorte,
+dat uit twee compagnieën fuseliers en eenige sowars bestond.
+
+Wij waren te Koeak aangekomen vier dagen na de engelsche commissie
+en het perzische commissielid kwam den volgenden dag, doch als wij
+geen haast hadden gemaakt, zouden we ons werk niet voltooid hebben
+in het koude seizoen. Zelfs op dat oogenblik was de zon om ruim tien
+uur reeds te brandend heet, om niet gevaarlijk te zijn, en de tijd
+van helderen hemel, zoo noodig voor topografische opnemingen, duurt
+slechts tot einde Maart en wordt gevolgd door zes maanden nevel.
+
+Toen allen bijeen waren, deed zich de moeilijke vraag voor, wie het
+eerste bezoek moest brengen. Onze meening was, dat omdat wij het
+eerst waren aangekomen, het de Perzen waren; maar dezen, zich op
+hun etiquette beroepend, hielden een redeneering in tegengestelden
+zin. Kolonel Holdich, beweerden ze, was slechts een afgevaardigde
+van den onderkoning van Indië, terwijl de perzische afgevaardigde
+den koning der koningen zelven vertegenwoordigde. Het debat zou zich
+dagen aaneen hebben kunnen voortzetten; het liep hierop uit, dat,
+daar de perzische commissaris en de gouverneur van Beloetsjistan mij
+te Kirman een bezoek hadden gebracht en te Fahradsj, zij niet konden
+nalaten, nu hun opwachting bij mijn superieur te maken.
+
+Toen de Perzen kwamen, bewezen wij hun alle mogelijke eer. Maar wij
+hadden samen slechts een zeer kort gesprek, wat voor een deel het
+gevolg was van het feit, dat het Perzisch, 't welk in Indië wordt
+gesproken en dat van Iran twee geheel verschillende talen zijn. Men
+had in Indië niet genoeg met dat verschil rekening gehouden, zoodat
+onze tolk, die voor zijn bemoeiïngen een zeer hoog salaris kreeg,
+zelfs niet in staat was een brief te vertalen, en dat de geheele taak
+der vertolking op mij neerkwam.
+
+Het uitgangspunt voor het werk der commissie lag aan de Mesjkil
+tegenover Koeak; een kunstmatige heuvel werd op den linkeroever
+opgericht, niet zonder eenigen tegenstand. Maar voor de plaatsing
+van den tweeden grenspaal was langere discussie noodig. Als mijn
+zuster den heuvel niet beklommen had, waar wij den hoop steenen
+opstapelden, zou nooit de dikke gouverneur van Beloetsjistan in de
+beklimming hebben toegestemd. Eenmaal boven, werd hij, na op adem te
+zijn gekomen, weerspannig en verklaarde, dat wij hem een kostelijke en
+vruchtbare provincie afnamen; feitelijk was het een lapje van twintig
+aren. Het feit, dat de grenzen reeds zóó te Teheran waren getraceerd,
+beteekende voor hem niets; wij lieten zijn vrienden hem kalmeeren.
+
+De onvermoeide kolonel Wahab verliet ons hier, om de Siaharketen te
+bestijgen, en wij gaven hem het denkbeeld aan de hand, zich te doen
+vergezellen door Soliman Mirza, vertegenwoordiger van den gouverneur
+van Kirman. Deze stemde daar slechts noode in toe; maar hij besteeg
+toch piek na piek met zijn engelschen collega, die een volleerd
+bergbestijger was.
+
+De beide commissies begaven zich toen in twee étapes naar Isfandak
+en van daar naar Djalsk over den Bonsazpas, aan welks begin
+wij kampeerden. Daar deed zich een nieuw incident voor, want de
+perzische commissaris had laten rondstrooien, dat een grenspaal ten
+westen van den pas was geplaatst, hetgeen de gemoederen ten hoogste
+verontrustte. Wij gingen ons overtuigen, dat het niets anders was dan
+een paal voor de triangulatie, en wij drukten er onze spijt over uit,
+dat men ons van zulk een daad verdacht had, waarover de Perzen zich
+op hun beurt teleurgesteld toonden.
+
+De beide commissies waren uit de meest verschillende elementen
+samengesteld, Engelschen, Perzen, Beloetsjen, soldaten der geregelde
+en ongeregelde troepen. Wij hadden veel kameelen bij ons en ezels en
+muildieren, alsook een kudde schapen en geiten.
+
+Wij bleven veertien dagen te Djalsk, gedurende welken tijd men de
+grenspalen zette, die de palmboschjes van Mesjkil bij Kelat voegden,
+zooals te Teheran was afgesproken. Het meer noordelijk gelegen
+district was slechts woestijn, en kolonel Holdich stelde, om een
+nieuwe wintercampagne te vermijden, voor, als grens de ketenen aan
+te nemen, die naar 't Zuidoosten liepen van den Koeh-i-Malik-Sia af
+en dan alleen een vliegende colonne uit te zenden voor de exploratie.
+
+Toen de Pers dat goed had gevonden, bleef er niet anders te doen dan
+te beschikken over enkele niet belangrijke palmbosschen. Daar ik er
+in 1893 in Sarhad over had hooren spreken en ik enkele aanteekeningen
+over die quaestie had gemaakt, ging de zaak gemakkelijk.
+
+De oase van Djalsk is zeer groot, zij beslaat een tiental vierkante
+kilometers. Men vindt er overal dadelpalmen, waaronder gerst en
+tarwe en boonen groeien, en in de tuinen treft men granaatappelen,
+vijgenboomen en wijnstokken aan. Een moerassige plas ligt midden in
+de oase, die acht verspreid liggende dorpen telt.
+
+In de oase zijn een zeker aantal bouwwerken in het bezit van koepels;
+zij bevatten de graven van een oud vorstengeslacht, dat over
+Beloetsjistan heeft geregeerd.
+
+Op het perzische Nieuwjaar 21 Maart, even vóór wij uiteen zouden
+gaan, onstonden nog weer quaesties over den voorrang tusschen den
+gouverneur van Beloetsjistan en den vertegenwoordiger van den Shah,
+maar door wat schikken en plooien liep alles goed af.
+
+Den volgenden dag vertrokken wij vroeg van Koeak na een
+allerhartelijkst afscheid. Zoo eindigde het werk van de
+perzisch-beloetsjistansche commissie.
+
+Wij moesten nu tot Quettah door Britsch Beloetsjistan reizen. Dat
+land heeft nog geen historieschrijver gevonden tot heden, ofschoon het
+materiaal voor zijn historie gereed ligt. Aardrijkskundig breidt het
+westelijk deel zich als woestijn naar het Noorden uit tot de woestijn
+Helmand en bestaat in het midden en het Zuiden uit lange, smalle dalen,
+die met de grootste regelmaat van het Noordoosten naar het Zuidwesten
+loopen. Meer oostwaarts komt men in de beloetsjistansche bergen,
+takken van den machtigen Hindoekoesj en op die groote hoogvlakte
+liggen Kelat en Quettah. Zooals men kan begrijpen, is het klimaat
+van het westelijk deel des lands bijna gelijk aan dat van perzisch
+Beloetsjistan, en men vindt te Pandsjgoer dadels, die tot de beste der
+wereld behooren; maar tusschen Kelat en Quettah is de koude soms vrij
+hevig, en ik herinner mij, dat de kolonel Wahab mij een plek wees,
+waar zijn expeditie door een storm was overvallen. In de duisternis
+hadden zij hun tenten geplaatst achter een heuvel, naar zij meenden,
+en den volgenden dag bleek het, dat het een hoop ossen waren, die
+door de vorst waren omgekomen.
+
+De bevolking van britsch Beloetsjistan is zeer gemengd, en zij is
+nog in 't geheel niet gewend aan de beperkingen die het leven in de
+beschaafde maatschappij meebrengt. Men vergeet echter wel eens, dat
+de eerste vertegenwoordiger van Groot-Brittannië pas voor nog geen
+twintig jaar te Pandsjgoer verscheen in den persoon van Sir Robert
+Sandeman. Daar de Indische regeering niet graag noodeloos groote
+uitgaven wilde doen, begon zij gedurende vele winters alleen een
+officier op expeditie naar het land te zenden. De Beloetsjen wachtten
+dan slechts op zijn vertrek, om hun onderlinge twisten te hervatten.
+
+In 1891 beval majoor Muir, die de rechtspraak in handen had, de
+gevangenneming van Mir Sjahdad, een bekend roover. Deze verzette
+zich met zijn aanhangers; een ongewapende bediende werd gedood, en de
+majoor zelf ernstig gewond, terwijl Shahdad er in slaagde, zich uit de
+voeten te maken. Toen hij daarna op de hoogte was gebracht van mijne
+aanwezigheid te Kirman, gaf hij zich ten laatste over aan Kemball,
+toen deze zijn reis ondernam in 1894 en 1895. Er werd toen een paar
+jaar lang een klein garnizoen te Pandsjgoer onderhouden; maar dat
+werd in 1896 ingetrokken, daar het land tot rust gebracht scheen.
+
+Eenige kilometers van Koeak verwijderd, werd de eentonigheid van de
+reis op aangename wijze verbroken door de verschijning van twee beren,
+de eerste, die ik in Beloetsjistan onder de oogen kreeg; zij joegen
+Tumbull, die hen had ontmoet, op de vlucht. Wij gingen ze achtervolgen,
+maar konden ze niet onder schot krijgen. Beren moeten er zeer zeldzaam
+zijn, en ik heb buiten dezen eenen keer nog slechts een enkele maal
+hun sporen gezien.
+
+Wij gingen over de Mesjkil, die ongeveer een voet diep was en
+koffiekleurig water had en betraden toen het Raksjandal. Die rivier
+is breed en ondiep, maar had ziltig water, dat ook de minst verwende
+onzer soldaten ondrinkbaar vonden, en het speet ons zeer, dat wij
+een vat bier aan onze perzische collega's hadden afgestaan en dat
+ons meel beschimmeld en oneetbaar was.
+
+Wij stegen intusschen aanhoudend, zooals ook onze aneroïde barometers
+aanwezen. De tochten waren uiterst eentonig; de eene dag volgde
+den anderen, zonder dat men ergens een teeken van leven te zien
+kreeg. Intusschen waagden wij ons aan gissingen omtrent de oorzaken,
+die de bevolking uit het dal hadden doen vluchten. Wij zagen op
+de terrasvormige hellingen hier en daar nog hoopen aardewerk
+en gereedschap. Natuurlijk had de krijg velen verdreven; maar
+buitendien had in dit district, zoowel als in de naburige provincies,
+de vernieling der bosschen een vermindering in de hoeveelheid regen,
+die er viel, teweeggebracht, had de bronnen doen opdrogen en had ten
+laatste de bevolking op de vlucht gedreven.
+
+Toch kan men zich hier wel water verschaffen, en artesische
+putten zouden zeker uitstekende diensten kunnen bewijzen; maar wat
+mij vooral trof, was de geschiktheid van het land voor de teelt
+van kameelen. Overal was de grond dicht bedekt met kreupelhout,
+terwijl het klimaat deed denken aan dat van een groot deel van
+Afghanistan. Kameelen, die daar werden grootgebracht, zouden zeker
+den dienst over de grenzen kunnen waarnemen, wat niet het geval is
+met de kameelen uit de vlakte. Zelfs in den jongsten afghaanschen
+oorlog heeft, zegt men, de miskenning van deze waarheid den dood van
+zes-en-dertig duizend kameelen veroorzaakt, en niet alleen bracht dat
+verlies den geheelen transportdienst in de war, maar het veroorzaakte
+ook veel ziekten. Het blijft in elk geval te betreuren, dat men geen
+gebruik maakt van deze woeste streek, waar wij 320 K.M. ver geen
+teeken van leven zagen.
+
+Te Nagha Kelat, waar wij twee dagen bleven, om onze kameelen te laten
+uitrusten, maakten wij van het oponthoud gebruik, om de reusachtige
+ruïnen, die er zich bevinden, te gaan zien; vooral die van groote
+waterréservoirs of _gobasta's_ waren interessant.
+
+Het werd einde April, toen we Kelat bereikten, de hoofdstad van
+Beloetsjistan, op de aanzienlijke hoogte van 2100 M. gelegen. De
+stad heeft een bevolking van bij de 50,000 inwoners, die in aantal
+wisselt met de seizoenen; midden in den winter is de stad zoo goed als
+verlaten. De bazars zijn zeer middelmatig, en men ziet aan alles, dat
+de hier wonende menschen ver beneden de Perzen staan in de vorderingen
+der beschaving.
+
+In 1838, in den eersten oorlog met Afghanistan, werden britsche
+officieren naar Kelat gezonden, om de medewerking van den khan te
+krijgen bij het noodzakelijk reizen door zijn land op den tocht
+naar Kandahar. Men kreeg eenig wantrouwen, dacht aan verraad, en in
+November 1839 viel een britsche krijgsmacht Kelat aan en maakte er
+zich bij verrassing van meester.
+
+In 1877 kochten de Engelschen Quettah, en in den volgenden oorlog met
+Afghanistan bewees Khoedabad, khan van Kelat, ons groote diensten. Zijn
+zoon Mahmoed Khan is hem opgevolgd en regeert thans over Kelat.
+
+Maar om mijn verhaal te vervolgen. Wij trokken over een niet zeer
+hoogen pas in de bergen en kwamen tegenover een schilderachtig gelegen
+fort, waar zich de broeder van den khan bij de britsche commissarissen
+aansloot met eenige juist aangeworven lansiers. Ons bivak werd dichtbij
+de armoedige gebouwen opgeslagen, waar de politieke agent woont; maar
+wij hadden geen reden tot klagen, want de tuin leverde ons de beste
+groenten, die wij sinds we te Djalsk waren, hadden geproefd. Daar
+had men ons een heerlijken schotel linzen voorgezet. Wij waren nu
+weer aan de telegraaflijn, die wij te Kharan hadden verlaten, en
+twee étapes verder, na door het heerlijke Mastangdal te zijn gegaan,
+bereikten wij den weg van Kelat, die toen in aanleg was en die nooit
+geheel voltooid is geworden.
+
+In ons laatste kamp konden we den spoorweg zien over den Bolanpas,
+zoo goed als geheel voltooid. Onze perzische bedienden kwamen zeggen,
+wat het was, blij dat ze ons wat nieuws konden vertellen. Onze
+paarden namen hier met niet veel genoegen de noodige rust en gingen
+bijna op hol, toen ze eerst een spoorwaggon en toen het station
+zagen. Wijzelven waren verrukt van de frischgroene omgeving en de
+mooie lanen, en toen wij eindelijk het consulaat van Quettah hadden
+bereikt, voelden wij neiging, om uit te roepen: "Hier moet werkelijk
+het paradijs zijn geweest!"
+
+De vriendelijke ontvangst van Sir James Brown, zijn mooi huis met
+het echt engelsche aanzien en vol van smaakvolle weelde, besloten
+op aangename wijze deze reis, en mijn zuster kon voortaan aanspraak
+maken op de eer, de eerste vrouw te zijn geweest, die te paard van de
+Kaspische Zee naar Indië reed over een afstand van meer dan 3000 K.M.
+
+
+
+V
+
+ Seïstan.--Zijn geschiedenis.--De delta van de
+ Helmand.--Vergelijking van Seïstan met Egypte.--Uitstapjes
+ in Helmand.--Terugkeer van Yezd naar Kirman.
+
+
+Een nieuwe tocht ter grensvaststelling was noodig, om het werk te
+voltooien van de engelsch-perzische commissie, tusschen Afghanistan,
+Beloetsjistan en Perzië. Op 2 Januari 1899 waren wij te Robat-Kelat
+aangekomen, dichtbij den zuidwesthoek van Afghanistan, en we zouden
+Seïstan binnentreden. Zonder weer het werk der grensregeling te
+beschrijven, wil ik een en ander meedeelen over de aardrijkskundige
+gesteldheid van dit land, dat tot nu toe zoo onvoldoende bestudeerd is.
+
+Seïstan is het land der roemrijke geslachten van krijgers, waar Rustem
+uit is voortgekomen, de held van Firdoesi's heldendicht, die nu nog,
+als vóór duizend jaren, de nationale held der Perzen is. Al wat men
+niet begrijpt, wordt aan hem toegeschreven, zelfs bij voorbeeld de
+sassanidische beeldhouwwerken op de rotsen te Persepolis.
+
+De tijd der dynastieën van Parthen en Sassaniden wordt in die
+provincie door geen merkwaardige gebeurtenissen gekenmerkt; maar
+de arabische veroveraars zijn er misschien verantwoordelijk voor,
+dat de zeer oude steden Keikobad en Garsjap totaal verwoest zijn,
+en dat op die plekken arabische steden zijn verrezen.
+
+In 1363 maakte hij, die later de beroemde Timoer worden zou, zich van
+verscheiden dorpen meester; maar hij werd verslagen en moest zich in
+Makran terugtrekken. In dezen veldtocht deed hij de wonde op aan den
+voet, die hem den bijnaam _lang_, den kreupele, bezorgde, waardoor hij
+Timoerlang of Tamerlan werd. Hij verscheen weer één-en-twintig jaren
+later, maar als veroveraar en moordenaar en maakte zich van Zirra,
+daarna van Zalidan meester, dat toen waarschijnlijk de hoofdstad der
+provincie was. Het garnizoen der stad werd aan zijn degen geregen, en
+de ruïnen bleven aan de jakhalzen overgelaten, die er nog leven. Tot
+overmaat van ramp vernielde Timoer het groote afdammingswerk, dat
+den naam van _Band-i-Rustem_ droeg.
+
+Door zulke rampen veranderde geheel het voorkomen der
+provincie. Seïstan, bestaande uit het meer en de delta, door de
+Helmand gevormd, was op dat oogenblik door aanslibbing der rivieren
+aan de noordzij van het meer ontstaan, terwijl het latere bewoonde
+Seïstan op de plaats lag van het verdwenen en uitgedroogde meer.
+
+Dat Alexander de Groote op zijn tocht deze streken passeerde, bewijst,
+dat zij toen niet zoo droog waren als tegenwoordig, en op een groot
+deel van Azië is ditzelfde van toepassing.
+
+Het tegenwoordige Seïstan heeft de Helmand of Hilmend tot oostgrens,
+terwijl zich in het Noorden en Westen de hamoen uitstrekt, de
+lagune. In het Zuidoosten van het bewoonde Seïstan bevindt zich de
+_Gand i Zirra_ of het Zirrahol, waarin het water der lagune gebracht
+wordt door den Sjelag, een waterloop van 350 M. breedte met 15 M. hooge
+oevers, waar ik er overheen trok. Het groote bekken zelf is minstens
+160 KM. lang en 50 KM. breed; het heeft zeker al het water opgenomen,
+dat men nu in het meer vindt, of ten minste al het overvloedige
+van de hooge waterstanden, anders kan men zich onmogelijk de groote
+uitgestrektheid verklaren. Als het meer veel water heeft, is de Sjelag
+een rivier met zout water, die met de Helmand evenwijdig loopt maar
+in tegengestelde richting en daarvan gescheiden is door zandduinen. In
+'t algemeen is er niet anders dan een moeras in de laagste inzinking,
+en zelfs in het voorjaar bedekken de wateren geen tiende deel van
+zijn oppervlakte. Volgens Istakhri liep de Helmand uit in het meer
+Zirra. Vóór de aankomst van Tamerlan was de rivier afgedamd en van
+dien dam, de Band-i-Aok of Akoa ging een breed kanaal uit, dat diep
+was en waaruit het district in het Zuiden werd besproeid. Men vindt
+er nu niet anders dan de resten van groote steden. De grootste was
+Hauzdar, waar volgens de legende de zoon van Rustem gedood werd.
+
+De hoofdarm van de delta vloeide toen naar het Noordwesten, maar toen
+na den inval der Tartaren en de verwoesting der kanalen Hauzdar zijn
+toevoer van water verloor, werd Sekoeba de hoofdstad van Seïstan.
+
+Voor zoo ver wij weten, hadden er geen groote veranderingen plaats,
+tot een zestigtal jaren geleden volgens Conolly, die er kort daarna
+een reis ondernam, de nieuwe afdammingen door het water weggesleurd
+werden en Seïstan tot droogte veroordeelden. Tusschen 1840 en 1850
+heeft men weer nieuwe leidingen aangelegd.
+
+Toen Sir Frederick Goldsmith als scheidsrechter was benoemd tusschen
+Perzië en Afghanistan, plaatste hij de grens aan de rivier, waarvan
+de loop niet was veranderd. Maar acht jaren geleden baande zij zich,
+door de alluviale aanslibbingen waarschijnlijk, een doorgang naar
+het Westen, en op den tijd van ons bezoek stroomde de hoofdarm van de
+Helmand onder den naam van Roed Perian naar het Oosten en evenwijdig
+met de Roed Nasroe, die Djahanabad, Ibrahimbad en Djalalabad had
+verwoest, de wieg der kejanische dynastie. Men begrijpt, dat de rivier,
+die geen tegenstand meer ontmoette, haar oorspronkelijken loop hernam,
+en van toen af konden de Afghanen zich terecht beklagen, dat zij op
+een droogje werden gelaten, daar de arm de Nad-i-Ali slechts weinig
+water had.
+
+Om op de geschiedenis terug te komen, het land werd na Tamerlan
+bestuurd door den stam der Kejaniërs, die voorgeeft, af te stammen
+van de koninklijke familie der Achemeniden. Het hoofd was nu en dan
+onafhankelijk, maar toen de dynastie der Saffaren haar hoogtepunt
+van macht had bereikt, moest hij zich onderwerpen en erkende het
+oppergezag van Perzië.
+
+Toen Isfahan belegerd was geworden door de Afghanen, kwam Malik
+Mahmoed, de regeerende vorst, te hulp met 10,000 soldaten, maar daar
+de overweldigers hem het bezit van Khorassan hadden beloofd, liet hij
+de koningsstad aan haar lot over. Kort daarna werd hij te Mesjed door
+Nadir gevangen genomen, die zich op de eerste plaats begon te dringen,
+en zijn erfgenamen, twee broeders, hielden een beleg van zeven jaren
+uit op den Koeh-i-Khoya; maar zij verzoenden zich ten laatste met
+den overheerscher en onderwierpen zich.
+
+Bij den dood van Nadir Sjah werd het koninkrijk Afghanistan gesticht
+door shah Ahmed, die geheel Oost-Perzië in bezit had, met Kain
+en Seïstan erin begrepen, provincies, die van Herat uit bestuurd
+werden. De stam van de Kejani's verdween langzamerhand; op het eind der
+18de eeuw werd de stam der Nahrveï's uit Beloetsjistan uitgenoodigd,
+zich in Seïstan te vestigen, om een tegenwicht te vormen tegen de
+Sjahreki's en Sarbandi's.
+
+Tegen 1850 werd Ali khan, het hoofd der Sarbandi's, schatplichtig
+aan Perzië en verkreeg de hand der dochter van Bahram Mirza, een
+bloedverwant van den shah. Doch deze werd overwonnen en gedood door
+een van zijn neven Tadsj Mohammed, die eerst erkend werd, doch later
+in de gevangenis geworpen, toen ontsnapte en verder een zwervend
+leven leidde, dat hij te Quettah eindigde.
+
+Daarna nam de perzische regeering geleidelijk Seïstan in bezit en
+begon de forten aan de overzij van de Helmand weer te bezetten. Maar
+Sjïr Ali, de beheerscher van Afghanistan trachtte dat te beletten,
+en om een oorlog tusschen Perzië en Afghanistan te voorkomen, stemde
+de britsche regeering erin toe, scheidsrechterlijk op te treden,
+volgens het tractaat van Parijs.
+
+Het was een moeilijk geval. De scheidsrechter had niet alleen
+tusschen tegenstrijdige eischen te kiezen, maar moest ook den waren
+_status quo_ vaststellen. Toen generaal Goldsmith echter inzag, dat
+een volledige enquête onmogelijk was, kwam hij naar Teheran terug en
+liet van daar zijn beslissing vallen, waardoor de Helmand de grens
+werd, en Perzië het geheele gedeelte kreeg, waar eenige opbrengst
+van was te verwachten. Toch kwamen beide partijen in hooger beroep,
+en de beslissing werd uitgesteld.
+
+Seïstan werd een weinig uit het oog verloren. Maar de openstelling
+van den weg Quettah-Noesjki-Khorassan, een der resultaten van de
+perzisch-afghaansche onderneming tot vaststelling der grens, vestigde
+er weer de aandacht op, en kapitein Webb Ware bracht er een bezoek
+aan in 1897. Er werd een russische vice-consul benoemd in den herfst
+van 1898, en in datzelfde jaar kreeg ik de opdracht, er een britsch
+consulaat te vestigen.
+
+Intusschen waren wij aangekomen bij de zwarte, lage bergketen
+Koeh-i-Malik-Sia, die alleen belangrijk is, omdat daar de drie rijken,
+Groot-Brittannië, Perzië en Afghanistan aan elkander grenzen.
+
+Ik ontmoette Wood en zijn expeditie bij het station Hoermak, het
+laatste waar wij vóór Helmand nog versch water zouden vinden. Dan zou
+een eindelooze, dorre vlakte volgen, die een troosteloozen aanblik
+opleverde.
+
+Den volgenden morgen kwamen wij aan den oever der Sjelag, die groote
+zoutwaterplassen vormde, waar eenige eenden in rondzwommen. In een
+diagonaal passeerden wij de breede, diepe bedding der rivier, en na den
+linkeroever te hebben bereikt, zagen wij de eerste ruïnen. Wij sloegen
+ons kamp op te Girdi-Sjah, waar ik mijn post moest vestigen niet ver
+van de Ramroed-ruïnen, waar de huizen, van leem opgetrokken en reeds
+zoo lang verlaten, nog zoo goed als bewoonbaar waren. Girdi-Sjah,
+de eenige plaats, die mijlen ver in 't rond drinkbaar water had aan
+te bieden, wordt altijd aangedaan door de karavanen, die uit Perzië
+of uit Afghanistan komen. Mijn sowars hebben er wat koren gezaaid en
+hebben de putten en bronnen schoon gemaakt, zoodat daar later een dorp
+zal kunnen ontstaan, wat een groote weldaad voor de karavanen zal zijn.
+
+De volgende etape bracht ons door een gebied van verlaten steden
+en dorpen. We passeerden de ruïnen van Koendar en Hauzdar, en we
+kampeerden te Asak-Sjah, waar wij eenige bronnen met vrij goed water
+aantroffen, in de buurt waarvan groote kudden schapen graasden. We
+waren nu dicht bij het bewoonde Seïstan.
+
+Over een grasvlakte rijdend, kregen wij weldra het eerste
+besproeiïngskanaal te zien, dat wel 5 M. diep was. Onze paarden waren
+overgelukkig, en zij dronken zoo begeerig, dat wij hen wel tot hun
+eigen heil moesten weghalen. Langs door het water afgesleten rotsen
+kwamen we bij Varmal, een groot dorp, bevolkt met een duizendtal
+inwoners. In ons kamp aangekomen, genoten we van de verrassing, daar
+zakken met gerst en meel te vinden; we waren nu weer in een land
+van overvloed.
+
+Ik ben getroffen geworden door de overeenkomst, die er bestaat tusschen
+Seïstan en Egypte aan den eenen kant, en Sarhad en Palestina aan
+den anderen. Seïstan is even afhankelijk van de rivier de Helmand
+of Hilmend als Egypte van den Nijl, en de beide districten zijn de
+korenschuren voor de omringende gebieden. Eveneens maakt de droogte
+juist als in Palestina het land in Sarhad onbewoonbaar; de kudden
+schapen en geiten sterven door gebrek aan voedsel. Als ik in Sarhad
+onderzoek deed naar een stam, die er vroeger had gewoond, luidde
+onveranderlijk het antwoord, dat hij naar Seïstan was gegaan.
+
+Zooals Abraham en Jacob genoodzaakt waren naar Egypte te gaan, om
+het bestaan van hun gezinnen te verzekeren, zoo vereenigen de nomaden
+zich in Seïstan en in de buurt. Om de vergelijking te voltooien nog
+dit, dat, zooals de reiziger in Egypte door de arabische woestijn
+trok met het oog gericht op de Middellandsche Zee, zoo sleepen zich
+de herders, die van hongersnood te lijden hebben, met moeite door de
+woestijn naar Seïstan en zien daar de breede Helmand en de moerassen,
+het vochtige land, dat herders en kudden van den dood zal redden.
+
+Ons eerste bezoek aan het meer vertoonde ons een groote uitgestrektheid
+water, volkomen open en bedekt met myriaden wilde vogels. Als ze
+opvlogen maakte dat hetzelfde geluid als de zee kan maken, als de
+golven breken op de kust. Zij waren buiten het bereik van onze geweren,
+en wij hadden geen boot om erbij te komen.
+
+In het kamp teruggekeerd, vonden wij er een ambtenaar, dien
+de gouverneur gezonden had, om ons naar zijn residentie te
+geleiden. Gedurende den tocht naar Nasratabad vielen velen onzer
+kameelen met hun lasten neer, soms in de irrigatie-kanalen. Er is
+geen treuriger aanblik, dan zoo'n arm schip der woestijn in het water
+te zien.
+
+Op zes kilometer afstands van Nasratabad voegde zich de gouverneur,
+Mir Masoem Khan, bij ons. Maar na enkele begroetingen en wat muziek
+ter eere van den avond, die aan den Ramadan voorafgaat, liet men ons
+in ons kamp met rust.
+
+Het fort van Nasratabad, vroeger Nasirabad, is gebouwd door den emir
+van Kain, nu zoowat dertig jaar geleden, in den tijd toen Perzië zich
+in Seïstan vestigde, in de onmiddellijke nabijheid van Husseinabad,
+een belangrijk dorp van twintig duizend zielen. Het bestaat in een
+omsloten ruimte van een weinig meer dan 50 HA. oppervlakte, omringd
+door negen meter hooge muren van aanzienlijke dikte, waar torens op
+zijn geplaatst dicht bij elkaâr. Daaromheen een overdekte weg met
+schietgaten en een diepe gracht, die soms vol water is.
+
+In het inwendige ziet men van vijftig tot honderd winkels, waar
+soldaten zich met den handel bezig houden tijdens hun verblijf in
+Seïstan. Ook treft men hier en daar enkele kleine, bebouwde velden
+aan en overal ontmoet men ezels als rij- en lastdieren. Het garnizoen
+van Nasratabad bestaat uit twee regimenten.
+
+Mir Masoen Khan, de gouverneur, is een jonge man van negentien jaren,
+wien ik op 't eerste gezicht vijf-en-twintig zou hebben gegeven,
+misschien gedeeltelijk omdat hij een blauwen bril droeg. Wij brachten
+hem den dag na onze aankomst een bezoek. Hij had een bleeke, ongezonde
+tint, en ik vond hem zeer onwetend en lichtelijk ijdel, wat in die
+omgeving van perzische hovelingen niet te verwonderen was.
+
+Van Nasratabad keerden wij naar Varmal terug, waar ik samen zou komen
+met de expeditie Webb Ware. Twee dagen later verliet zij ons, en om
+het gevoel van eenzaamheid te overwinnen, besloot ik den Koeh-i-Khoya
+te gaan bezoeken.
+
+Het is de eenige berg van Seïstan, en hij speelt een groote rol in
+de oude heldengeschiedenis van het land. De berg is niet hoog en
+vlak, en men zou hem zeker den Tafelberg hebben genoemd, als de
+Perzen tafels hadden. Alleen van het zuiden en zuidoosten was de
+berg toegankelijk. De geheele oppervlakte was overdekt met openingen,
+resten van mijnen en grachten, van waterleidingen en réservoirs van het
+regenwater, of men vond er gesloten graven, waar ruw opeengestapelde
+steenblokken op lagen of een koepeltje van leem was gebouwd.
+
+Van den Koeh-i-Khoya ging ik naar Band-i-Seïstan aan de Helmand. Te
+Dolatabad, stond de omgeving onder water en het dorp was een eiland
+geworden. De huizen zijn ellendige leemen hutten met modderpoelen
+ervoor en een ezel ernaast. Zoo is het heel Seïstan, ook te Sehkoeba,
+het volgende dorp, dat doorgaat voor de hoofdstad van Seïstan.
+
+Wij brachten meer dan één bezoek aan de Helmand, de Etymander uit
+de oude aardrijkskunde. Het is een mooie rivier, even breed als de
+Theems vóór den Tower van Londen, en na vele maanden reizens door de
+woestijnen, was voor ons de aanblik bijzonder verkwikkend.
+
+De dam bij Band-i-Seïstan scheen zeer weinig soliede. Maar misschien
+ligt zijn kracht in zijn zwakheid, want hij kan gemakkelijk hersteld
+worden, terwijl een steenen dam, op die plek aangelegd, een verandering
+zou kunnen teweegbrengen in den loop der rivier.
+
+Ten tijde van de expeditie naar Seïstan had hij de volgende
+afmetingen. De totale lengte was 220 M. de grootste breedte 33 M.,
+de hoogte 5 1/2 M. Op den tijd van mijn bezoek waren breedte en hoogte
+van den dam sterk verminderd, en ofschoon het laag water was, vloeide
+de stroom erdoor of er overheen. Het eenige hout, dat erbij gebruikt
+was geworden, was dat der tamarinde; palen van geringe dikte waren
+in de bedding der rivier geslagen en dunne takken waren er doorheen
+gevlochten. Om de constructie steviger te maken, worden er takkebossen
+aan toegevoegd, die ieder jaar vernieuwd moeten worden. Zoo is Seïstan
+feitelijk zonder water, als de toevloed, teweeggebracht door het
+smelten der sneeuw op de Berberbergen opgehouden heeft, en duizenden
+dorpelingen moeten dan aan het werk gaan, om den dam te herstellen.
+
+Er wordt beweerd, dat de Helmand uitstekende visch levert; maar die
+wij vingen, was altijd flauw en smakeloos. De oevers van het kanaal,
+dat Madar Ab of Moeder der wateren wordt genoemd, zijn bedekt met
+een dichten plantengroei van lage tamarinde, een der weinige jungles,
+die ik in Perzië heb gezien.
+
+Wij gingen in den omtrek op snippen en eenden jagen. Het was geen
+kwaad jachtterrein; maar wij liepen onophoudelijk door het water,
+en zoo werd het zwaar werk. Al dit land, dat nu met tamarindestruiken
+en hoog riet bedekt is, was nog slechts enkele jaren bebouwd.
+
+Men vindt er ook nog ruïnen van oude steden, als Sjahristan en
+Zahidan. De belangwekkendste waren die van een toren van gebakken
+steen, omstreeks twintig meter hoog. Een breede bres aan de zuidzijde
+bedreigt hem met verval en instorting, welke ramp niet lang meer kan
+uitblijven. De toren, waarop koefische opschriften zijn te lezen,
+was blijkbaar de minaret van een verdwenen moskee.
+
+Nadat wij weer eenige dagen in het kamp te Nasratabad hadden
+doorgebracht, toog ik er op uit voor eene nieuwe excursie, waarbij
+ik mij voorstelde, de lagune te bezoeken. Rondom het dorp Haldimi
+woont aan de oevers der lagune de stam der Sajaden, die mij belang
+inboezemden, omdat ze waarschijnlijk tot de oorspronkelijke bevolking
+van het land behoorden. Dat beweren ze ten minste, en hun uiterlijk
+schijnt het te bevestigen.
+
+Dichtbij hen wonen de Gaudars, wier kudden zich te goed doen aan
+het jonge riet van de lagune. De koeien van Seïstan genieten een
+goede reputatie.
+
+De Sajaden zijn volgens hun zeggen de eenige echte Seïstani's,
+en dat is mogelijk, want zij alleen hebben kunnen ontkomen aan de
+mongoolsche horden, door voorraden mee te nemen aan boord van de
+groote vlotten en zich ermee in het riet te verbergen. De stam telt
+ongeveer vierhonderd gezinnen.
+
+Wij gingen door Djalalabad, vroegere bezitting van den stam der Kejans,
+nu een onbeteekenend plaatsje. De nieuwe loop van de rivier heeft het
+dorp gespaard, maar 't bouwland vernield. Wij bezochten de ruïnen aan
+de Roed Nasroe. Men vindt daar overblijfselen van steenen huizen, die
+op een beteren bouwtrant wijzen dan de gewone leemen verblijven. Zeker
+hebben Timoer en shah Roek aan de perzische beschaving een zwaren
+slag toegebracht, waardoor de loop der geschiedenis een wijziging
+heeft ondergaan.
+
+Mian Kangi bleek een dichte jungle van tamarindestruiken tusschen die
+Roed Persian en de Helmand, waar op de open plekken dorpen lagen. De
+rivier, de Helmand, is er zeer ondiep; de bedding was bijna droog,
+toen wij erdoor trokken. Daar wij niet door de dichte struiken konden
+marcheeren, moesten wij wel de rivier volgen, en in de weinige dorpen
+hoorden wij telkens verhalen over de onderdrukking door de Afghanen.
+
+De uit Europa gekomen schrijvers zijn naar mijn bescheiden meening veel
+te streng, als zij over toestanden in Perzië oordeelen. Om alleen maar
+over deze provincie Seïstan te spreken, vóór de perzische regeering
+er bezit van nam, was het leven van geen enkel reiziger er veilig. En
+ten tijde van de eerste zending naar Seïstan was daarin reeds veel
+verbetering gekomen, terwijl men nu in het district even veilig is
+als in de meeste landen van Europa. Een geregelde immigratie heeft
+er plaats uit Afghanistan, en zoo neemt het bebouwde deel van het
+land steeds toe; het is wel verviervoudigd onder de regeering van
+Nasr ed Din.
+
+Mijn beide excursies hadden mij Seïstan goed doen zien, en ik kan er nu
+met kennis van zaken over oordeelen. Het wordt, zooals ik heb gezegd,
+in twee deelen verdeeld, de boomlooze streek en de jungle. In beide is
+de grond dezelfde en bestaat in hoofdzaak uit een lichte leemsoort. Op
+sommige einden treft men veel vierkante kilometers van zandheuvels, die
+toch wel voor bebouwing geschikt zouden zijn. Rondom Nasratabad bevat
+de grond veel zout en men vindt er veel gaten en kuilen en ondiepe
+plassen, die een opperbeste kweekplaats opleveren voor schadelijke
+muskieten. Gelukkig dat er van April tot Juni in Seïstan een nog al
+krachtige wind waait, die het district bewoonbaar maakt en, hoewel
+warm en niet aangenaam, toch de malariadampen wegvoert.
+
+Lord Curzon behandelt in zijn boek over Perzië uitvoerig de quaestie
+van Seïstan uit politiek oogpunt. Ik heb haar slechts beschouwd met het
+oog van den geograaf. Er is reeds opgemerkt, dat het een klein Egypte
+was, een korenschuur voor de omliggende streken. Dat karakter wordt nog
+meer in het oog vallend door de ligging van het land halfweg tusschen
+de russische bezittingen en de Perzische Golf, met aan beide zijden
+zeer weinig bevolkte landstreken. Daarbij is het 't eenige bebouwde
+district tusschen Quettah en de provincie Kirman. Aan den anderen kant
+bestaat het bebouwbare Seïstan met een bevolking van nauwelijks 100,000
+inwoners, 7000 nomaden daaronder begrepen, uit niet veel meer dan de
+delta der Helmand. Ik geloof niet, dat de groote hoeveelheden water,
+die tegenwoordig ongebruikt worden gelaten door een andere mogendheid
+dan die, welke den bovenloop der rivier in haar bezit heeft, kunnen
+worden gebruikt, en in die omstandigheden kan men niet verwachten,
+dat de bebouwde gronden sterk zullen toenemen in den eersten tijd.
+
+
+
+Auvergne.
+
+(Puy de Dôme en Cantal).
+
+Door G. Bosch.
+
+
+
+In den afgeloopen winter speelde het toeval mij kort na elkaar boeken
+en tijdschriften in de hand, die den geologischen toestand van het
+hoogland van Auvergne behandelden.
+
+Het gelezene wekte zoo zeer de belangstelling op, dat uitgebreider
+lektuur over dit onderwep gezocht en gevonden werd, en langzamerhand
+het plan tot rijpheid kwam om in den zomer die streken eens te gaan
+bezoeken.
+
+De eerste bronnen, die voor de reis geraadpleegd werden, waren
+natuurlijk reisgidsen en onder deze bijzonder die van Ioanne "Auvergne
+et Centre", omdat voor eene streek in Frankrijk een fransche reisgids
+het beste geacht moest worden. Toch bleek later dat dit niet geheel
+uitkomt. De schrijver toch van dien gids is niet kunnen ontsnappen
+van het algemeen gebrek zijner landgenooten. De Franschen houden
+namelijk zoo verbazend veel van hun land, dat zij niet kunnen nalaten
+zich aan overdrijving schuldig te maken, als zij er over spreken
+of schrijven. Wat bekoorlijk en lief is, wordt prachtig; wat minder
+goed en minder fraai is, wordt verzwegen. Mijn indruk van het land,
+in korte woorden saâmgevat, is, dat de vorming van het land, bijna
+aan alle zijden en bij elken stap herinnerende aan zijnen vulkanischen
+oorsprong, zoo hoogst belangwekkend is, en dat daarnaast de historische
+gebouwen, zoowel de nog in hun geheel aanwezige als de bouwvallen, zóó
+mooi en zóó belangrijk zijn, dat de reiziger niet eens de inderdaad
+fraaie natuurtafereelen, die niet zelden naast en dikwijls boven
+het andere de aandacht trekken, noodig heeft om zich schadeloos te
+stellen voor het minder aangename dat eene minder bereisde streek
+hem soms bieden kan.
+
+Wanneer de fransche gids (uitgave van 1904) zegt, dat men, buiten
+de meer bezochte streken komende, verstandig zal doen een inwoner
+mede te nemen als gids, omdat de bevolking in opschudding zou komen
+indien een toerist zich alleen vertoonde, en omdat de politie zich
+verontrusten zou en hij zich aan vervelende onaangenaamheden zou
+blootstellen,--waarom men in elk geval van een soort van paspoort of
+ander officieel stuk voorzien dient te zijn,--dan maakt die fransche
+schrijver zich, ten koste van zijn eigen volk, schuldig aan eene
+flauwe overdrijving. Gedurende een veertiendaagschen tocht heen en
+weer door 't gansche land, alléén en als toerist, met den ransel
+op den rug, afgelegd, had ik mij nergens minder over te beklagen,
+dan over de plattelandsbevolking. De menschen waren overal even
+vriendelijk en beleefd. Bij het maken van een praatje in eene
+herberg of op eene boerderij,--langs den weg ontmoet men er weinig
+menschen,--deed zich echter een ander, minder prettig verschijnsel
+voor. De menschen verstonden mij wel, maar konden dikwijls niet in
+het fransch antwoorden. Kinderen en jongelieden, die ik bijv. naar
+den weg vroeg, gaven altijd vlug, nauwkeurig en beleefd antwoord
+in een benijdenswaardig zuiver fransch; zij leeren dat op de
+school; maar de Auvergnaten hebben van ouds hunne eigene taal, de
+"langue d'Oc". Zoo lang zij in de steden of op de buitenplaatsen
+als dienstboden verkeeren, of zoo lang de mannen hunnen dienstplicht
+vervullen, onderhouden zij hun fransch; maar in de dorpen teruggekeerd,
+vergeten zij het op lateren leeftijd en spreken onderling alléén de
+eigen taal. Het is mij meermalen voorgekomen, dat men mij in een
+gesprek, dat al dadelijk niet vlotten wilde, zeide: "ik heb mijn
+fransch vergeten". Misschien hebben zij aan dat onbeholpene den naam
+van stuursch en teruggetrokken te zijn te danken.
+
+"De guide Ioanne" overdrijft nog aan eene andere zijde. Opzettelijk
+prijst hij de hotels, zelfs op de kleine plaatsen, en noemt maar een
+paar dorpen op, waar de zindelijkheid twijfelachtig zoude zijn. Nu
+is mijne ondervinding wel eenigzins anders. Op het platteland
+en in de kleinere steden krijgt men overal in de herbergen goede
+maaltijden. Heerlijk grappig waren de zelden ontbrekende menu's, met
+onbeholpen hand geschreven en, met minachting van alle taalregels,
+zuiver naar den klank gespeld! De bedden zijn ook in den regel goed;
+maar de netheid der vertrekken laat wel eens te wenschen over. De wijze
+van ontvangst is evenwel overal zoo echt fransch beleefd en aangenaam;
+de gesprekken waarin men door waard of waardin gewikkeld wordt zijn
+zoo gezellig, dat men ongemerkt veel over 't hoofd ziet. Als heer
+alléén kan men zich overal redden, en er is aan alle zaken ook een
+vroolijken kant,--maar aan dames zoude ik niet aanraden in Auvergne
+op andere plaatsen te logeeren, dan in de grootere badplaatsen en
+verder te Clermont Ferrand, te Vic-sur-Cère en te Lioran. In deze
+beide laatste plaatsen vindt men hotels van den Orleans-spoorweg,
+die niets te wenschen overlaten. Gelukkig kunnen de belangrijkste
+punten van die plaatsen uit bezocht, en kunnen van daar uit prachtige
+bergtoeren ondernomen worden, zoodat Auvergne met glans op de lijst
+der pleizier-reizigers gehandhaafd blijft.
+
+Naast deze opmerkingen nog eenige algemeene zaken.
+
+Wat gaat men in Auvergne zien?--De vulkanische vormingen en de
+monumenten van middeneeuwsche bouwkunde.
+
+In de eerste plaats de vulkanische vorming van het land. Ik geloof niet
+dat er een streek in Europa is, die den leek na eenige voorloopige
+lectuur over vulkanen, zoo goed op de hoogte kan stellen van de
+vervormingsgeschiedenis der aarde. Ik wil niet verbergen, dat toen
+Auvergne op mijn reisprogram kwam, mijne vulkanische wetenschap niet
+van aanbelang was. Vesuvius en Krakatau, met Gruadaloupe, ziedaar de
+voornaamste punten; eene duidelijke voorstelling van wat ik er moest
+gaan zien, had ik niet. Gelukkig kwam ik in aanraking met een geoloog,
+die zoo vriendelijk was, mij in algemeene en zeer juiste trekken een
+en ander mede te deelen. De lezer houde mij eenige vreemd klinkende
+woorden ten goede, de toelichting is zonder die lastige namen niet
+te geven; ze zijn trouwens niet talrijk.
+
+De vulkanen, zoo zeide mijn deskundige, worden verdeeld in
+_massa_-vulkanen, en in _strato_-vulkanen. De _massa_-vulkanen voeren
+in hunne gloeiende lava geene gassen en dampen mede; ze breiden zich
+rustig uit en de lava bouwt de kegels op. De _strato_-vulkanen voeren
+daarentegen in de lava vele dampen en ontploffende gassen mede. Het
+gevolg daarvan is onverhoedsche en heftige uitbarstingen, waarbij
+steenen, asch en waterdampen de lucht ingeslingerd worden. Bij
+het terugvallen der vaste stoffen, bouwen deze dan ook weder de
+kegels op. De meeste vulkanen van den tegenwoordigen tijd zijn
+_strato_-vulkanen, en hiertoe behooren ook de nu uitgedoofde in
+Auvergne. De plotselinge uitbarstingen der _strato_-vulkanen hebben
+eene voortdurende verandering der kegels ten gevolge, en dikwijls
+vernielen zij de bestaande. Bij de _massa_-vulkanen is de voortdurend
+betrekkelijk rustig uitvloeiende lava oorzaak, dat de kegels steeds
+hooger op gebouwd worden. De meeste vulkanen hebben meer dan één
+krater, of eene reeks er van, die om den hoofdkrater zijn geschaard. De
+Vesuvius bijv. heeft ongeveer 900 van die bijkraters. Soms ook is er
+geen hoofdkrater, en vloeit de lava uit spleten naar buiten.
+
+De kegel van een _strato_-vulkaan is dus opgebouwd uit eene
+onzamenhangende massa asch en steenen. Komt er aandrang van binnen,
+dan zijn de wanden van den kegel dikwijls niet stevig genoeg om
+weerstand te bieden tot de lava zich boven ontlasten kan, en men
+krijgt dan zijdelingsche ontladingen, die instorting der kegels
+tengevolge hebben. De kegels krijgen dan den vorm van een hoefijzer,
+dat op het overblijvende deel van den kegel rust. Dergelijken heb ik
+in Auvergne veel gezien.
+
+_Strato_-vulkanen staan altijd langs de zeekust of bij groote
+binnenmeren; over den geheelen aardbodem vindt men daar voorbeelden
+van, zooals Japan, Formosa, de Sunda-eilanden. In Auvergne treft
+men als 't ware twee reeksen van vulkanen aan, en die hebben dan ook
+vroeger aan de kust gestaan. Door de nabijheid van water worden de
+_massa_-vulkanen _strato_-vulkanen; de waterdampen hebben dan spoedig
+heftige uitbarstingen tengevolge. De vulkanen in Auvergne werkten toen
+Noord-Frankrijk, België en Nederland nog niet bestonden en Auvergne een
+kustland was. Zij werkten--nu komen een paar erg vreemde woorden--in
+het jonge tertiaire tijdvak. Nederland is in 't opvolgende tijdperk,
+het quaternaire, ontstaan.
+
+Ziedaar wat ik vernam, en wat voldoende was, om 't geen ik later
+zag te begrijpen. Eene verdere vraag, aangaande de kenteekenen der
+verschillende voorkomende gesteenten, als daar zijn graniet, basalt,
+lava en nog heel veel andere, kan voor een leek niet voldoende
+beantwoord worden. In het algemeen is lava niet zoo vast van vorm;
+het heeft poriën, dikwijls grootere holten en gaten, en ziet er
+soms ook weer glasachtig uit; maar er zijn tal van soorten, wier
+bijzondere kenmerken alleen door den deskundige te vatten zijn. De
+overige vulkanische gesteenten zijn niet zoo eenvoudig aan te duiden;
+zij gaan buitendien te veel in elkander over; de kleuren zijn ook
+niet vast, maar wijzigen zich naar den warmtegraad waaronder zij
+gevormd werden, en later onder den invloed der lucht.
+
+De ouderdom der vulkanen; de tijd waarin zij werkten en sinds wanneer
+zij rusten, laat zich niet anders dan bij duizendtallen eeuwen meten.
+
+Wat nu aangaat 't geen men in Auvergne in de tweede plaats gaat
+zien, de monumenten der middeneeuwsche bouwkunde, daarover kan beter
+gesproken worden bij het bezoeken der monumenten zelve.
+
+Zijn deze aanduidingen omtrent de vulkanen wellicht te algemeen,
+bij latere bespreking der landstreek valt er wellicht nog meer ter
+toelichting te zeggen. Van harte hoop ik dat de lezer aan 't gegevene
+genoeg heeft;--zoo niet, dan helpe hem verdere studie en een onderzoek
+ter plaatse!
+
+Ik noodig u thans uit, de reis met mij te aanvaarden,--zonder paspoort
+en zonder zorg voor onaangename ontmoetingen, als gevolg van dien. Nog
+eene aangename mededeeling vooraf. Het reizen in Auvergne is zeer
+goedkoop, en gidsen zijn overal overbodig; men komt er wel.
+
+En nu van Amsterdam met den morgentrein naar Parijs, denzelfden avond
+nog van het P.L.M. station naar Clermont-Ferrand, om daar tegen 4
+uur in den ochtend aan te komen en nog een aangename nachtrust te
+genieten eer we de stad gaan bezichtigen. In het Hôtel de la Poste,
+op de Place de Jaude, vinden we alles wat we wenschen kunnen.
+
+Clermont-Ferrand is eene aangename, ruim gebouwde stad met 52000
+inwoners. Het oude gedeelte, dat tegen en over de hoogte gebouwd is,
+heeft zeer schilderachtige hoekjes, en hier en daar mooie oude huizen,
+een enkel in romaanschen, meest alle in renaissance-stijl. 't Zijn
+echter gewoonlijk maar enkele deelen die de aandacht trekken: eene
+fraai gebeeldhouwde deur, eenige mooie vensters, eene binnenplaats met
+een wenteltrap. Want er is in Clermont maar weinig geheel onaangeroerd
+gebleven; 't meeste is sterk vernieuwd of geheel nieuw.
+
+De stad is gebouwd ter plaatse van eene oude gallische nederzetting,
+en zelfs in de latere tijden gaven enkele opgedolven voorwerpen
+recht tot de onderstelling, dat er vóór de Galliërs reeds een ouder
+oorspronkelijk volk woonde. De Romeinen noemden het Augusta Nimetum;
+de tegenwoordige naam komt eerst in de achtste eeuw voor. Spoedig na
+de stichting werd het de zetel van een bisdom, en niettegenstaande de
+inwoners zich in den loop der tijden herhaaldelijk eenige zelfregeering
+trachtten te verschaffen, is hun dit eigenlijk nooit voor in den
+nieuwen tijd gelukt. Zij kregen eerst een eigen bestuur tijdens
+de groote omwenteling, en zijn daar toen wel wat ruw bij te werk
+gegaan. Een zelfde geschiedenis is die van geheel Auvergne; bij de
+verwisseling van de overmacht der geestelijken heeren tegen die van den
+adel kwam de bevolking altijd van den regen in den drop; dat dit tot
+het einde der 18de eeuw heeft kunnen duren, mag ons eenige verwondering
+baren, omdat het bij ons meer geleidelijk is gegaan, en daarom bij
+ons dan ook het overgangstijdperk niet zoo heftig is geweest.
+
+Museums zijn er te keur in Clermont, maar er worden geene groote
+merkwaardigheden in bewaard, en daarom ging ik ze voorbij. Op den
+Cours Sablon bewonderde ik de fontein van Amboise, een keurig monument
+uit de 16de eeuw, bestaande uit een achthoekigen staander, die in
+een kleine gotische lantaarn uitloopt. Zij heeft twee bassins boven
+elkaar, keurig in steen gebeeldhouwd. Het is een sierlijk stuk werk.
+
+Het middenpunt van verkeer is de Place de Jaude, een ruim plein,
+versierd met een ruiterstandbeeld van Vercingetorix in steen en een
+bronzen standbeeld van generaal Dessaix. Het uitzicht op den Puy
+de Dôme, dat men van dit plein heeft is opmerkelijk mooi. Behalve
+het monument "du Centenaire", dat men bijna in elke fransche stad
+van eenige beteekenis heeft, is er nog een standbeeld van Blaise
+Pascal: de beroemde schrijver is geplaatst in een bloemrijk parkje,
+in smaakvolle omgeving.
+
+De cathedraal, in 1248 begonnen, is in zuiver gothischen stijl,
+maar maakt geen indruk; ze werd gerestaureerd door Violet le Duc en
+is van buiten geheel in donkere Auvergne-steen. 't Inwendige is kaal;
+de mannen der revolutie hebben ook daar huisgehouden. Het beeldhouwwerk
+is ook niet bijzonder. De gothische stijl is in Auvergne nooit gewild
+geweest, wellicht omdat hij opkwam toen het land in oorlogen gewikkeld
+was. De romaansche stijl kwam er vroeger, in voorspoedige dagen, tot
+hoogen bloei, en een keurig voorbeeld is de Nôtre Dame du Port, een
+juweel van bouwkunst, thans verscholen in onaanzienlijke straten en
+staande in eene diepte,--en met alle juwelen dit gemeen hebbend, dat
+de leek in de bouwkunst het schoone er van begrijpen en genieten kan.
+
+Wat is nu het bijzondere dier romaansche bouwkunst? Natuurlijk zou
+daar niet zoo bijzonder bij stilgestaan worden, indien de schrijver
+niet eene bijzondere voorliefde voor dien bouwstijl had. Eene
+voorliefde te omschrijven is moeielijk, maar 't kwam mij altijd
+voor, dat die uiting der kunst in de middeneeuwen zoo beminnelijk
+eenvoudig was; dat zij alles gaf wat men toen kon daarstellen, en
+nooit naar kunstmiddelen van verdacht gehalte zocht, om 't geen men
+zich toch wel bewust was dat er aan ontbrak te bedekken. Dat werd in
+latere tijden wel eens over 't hoofd gezien, en men verkreeg daardoor
+gebouwen die niet bevredigen. De romaansche bouwstijl uitte zich het
+meest volkomen in de kerken, en werd daarin ook het best bewaard. In
+den eersten tijd van het Christendom was de grondvorm van alle kerken
+een langwerpig vierkant [1]; de binnenruimte werd door twee of meer
+rijen van pijlers in drie of meer afdeelingen (beuken) overlangs
+verdeeld. De wanden werden versierd met kleuren en figuren; het dak
+was een gewoon schuin dak, zooals men zich dat in den eenvoudigsten
+vorm op ieder huis denkt; de dakgebinten waren gewoonlijk geheel
+zichtbaar. Van die monumentale kerken--men noemde ze "basilica"--zijn
+nog enkelen uit dien vroegeren tijd over in Klein-Azië, maar vooral in
+Italië; te Rome nog uit den tijd van keizer Constantijn. Later in de
+middeneeuwen, en wel tijdens en onmiddellijk na Karel den Grooten,
+ontwikkelde zich voor de kerken een nieuwe bouwstijl; hij had de
+oud-romeinsche kunst tot grondslag en ontleende daaraan zijn naam
+"romaansch". Een zijner voornaamste kenmerken, de ronde bogen,
+werd uit de romeinsche bouwkunst overgenomen.
+
+In plaats van het langwerpig vierkant kreeg nu de kerk den vorm van
+een kruis. De korte bovenarm werd het koor; de zijarmen heetten het
+transept; de lange arm het schip. Aan weêrszijden van het schip waren
+zijgangen, evenals in de basilica, alleen er van afgescheiden door
+kolommen. Langs het transept en het koor werden spoedig kapellen
+bijgebouwd; later werden de zijgangen ook om het koor heen gebouwd,
+en nog weêr later ook om de zij-armen van het transept heen; overal
+kwam daardoor langs die zijbeuken gelegenheid tot het aanbrengen
+van kapellen. De ronde bogen werden niet alleen aangebracht boven
+ramen en deuren, maar ook tusschen de pijlers; en de gewelven die
+schip en koor en zijbeuken bedekten, in afwijking van het vroegere
+schuine dak, waren ook rond; aanvankelijk zoogenaamde tongewelven,
+later kruisgewelven, maar alles altijd half cirkelvormig.
+
+De krypten of onderkerken, die zich aanvankelijk alleen onder het
+koor, later onder de geheele kerk uitstrekken, werden algemeen. De
+ingangen tot die onderkerken zijn meestal naast het koor. De krypten
+zijn allen overwelfd; zij zijn zeer eenvoudig gehouden, met wel de
+soberste versiering die men zich denken kan: een enkel gebeeldhouwd
+kapiteel aan eene kolom. Maar dat is dan ook alles.
+
+De torens waren aanvankelijk achthoekig en laag, geplaatst boven de
+vierkante ruimte waar de armen van het kruis elkander snijden. Bij
+latere kerken komen ook torens voor aan weerszijden van den ingang,
+en die ingang was dikwijls uitgebouwd en daksgewijze afgedekt, of tot
+een karakteristiek klokkentorentje opgetrokken. Was eene romaansche
+kerk inwendig arm aan versieringen, des te meer werk werd er gewoonlijk
+van den ingang gemaakt.
+
+We hebben dus, in afwijking van het vroegere, een kerk in kruisvorm
+en eene overspanning door gemetselde gewelven, waar in de vroegere
+kerken de bedekking eenvoudig uit een gewoon schuin dak bestond,
+iets dat trouwens bij de romaansche kerk als buitenste afdekking
+bleef bestaan, 't Spreekt van zelf dat bij de uitsluitende toepassing
+van halfronde bogen en gewelven, de kerken altijd wat lager bleven;
+zoodra men in later tijd voor goed had bevonden, dat een gemetselde
+boog ook spits kon toeloopen en dientengevolge ook spitsbooggewelven
+gebouwd konden worden, werd de vorm der gebouwen ook slanker; en toen
+er eenmaal slankere kerken ontstonden, maakten de vroegere den indruk
+van plomp en gedrukt te zijn. De bouwmeesters in Auvergne hebben dat
+niet kunnen overwinnen; langs den Rijn en in Engeland waren ze in
+dat opzicht wat gelukkiger.
+
+Er zijn nog meer bijzonderheden aan den toenmaligen bouwstijl
+eigen. Bijv. de kolommen, die de zijbeuken van het schip scheiden,
+zijn nooit allen gelijk, maar om den anderen werd eene doorloopende
+zuil geplaatst. De versieringen aan de kapiteelen en den voet der
+kolommen waren allen hoogst eenvoudig en steeds weinig uitspringend,
+de groote muurpanden die ontstonden boven de halfronde bogen waren
+vlak en later dikwijls beschilderd. Na de 12_de_ eeuw kwam de tijd
+der spitsbogen; de bouworde bleef in hoofdzaak romaansch, maar de
+nieuwe bogen kwamen steeds meer op den voorgrond en de wijze van
+constructie der gebouwen moest dientengevolge gewijzigd worden;
+gedurende een betrekkelijk lang tijdperk kreeg men een gemengden
+stijl. De bouwmeesters zochten naar verbetering en brachten allerlei
+versieringen aan, waaruit ten laatste de gothische stijl ontstond;
+deze ontwikkelde zich uit het romaansch, zooals het romaansch zich uit
+het romeinsch ontwikkeld had, maar nam weer van zijnen voorganger over.
+
+In Auvergne waren weinig overblijfselen van romeinsche bouwkunst; in
+het naburige Provence en elders juist veel; de Auvergnaten konden dus
+minder van de romeinsche voorbeelden overnemen, en zoodoende kregen
+hunne gebouwen een bijzonder karakter; en dit te meer omdat zij,
+arm aan voorbeelden, rijk waren aan goede bouwstoffen en daardoor een
+anderen weg opgingen bij het versieren van hunne gebouwen. Al dadelijk
+door verschillende steensoorten te gebruiken, sommige glad, sommige
+poreus, dan weer van verschillende kleuren, die zij alle in hunne
+bergen voor het nemen hadden. Het bijzonder karakter der monumenten in
+Auvergne moet dus meer beschouwd worden als een gevolg van bestaande
+toestanden, dan wel als de gewilde uitkomst van eene kunstschool.
+
+De Notre-Dame-du-Port beantwoordt geheel aan de gegeven algemeene
+trekken van den romaanschen bouwstijl. De geheele kerk is overwelfd, de
+zijbeuken zijn door halve tongewelven gedekt. De kapiteelen der zuilen
+dragen als versiering bloemen, fantastische voorstellingen van dieren;
+enkele dragen menschelijke figuren met opschriften. Prachtig is dit
+beeldhouwwerk niet; de beeldhouwers in Auvergne stonden niet zoo hoog
+in kunstvaardigheid als de bouwmeesters; maar de kinderlijke eenvoud
+der voorstelling houdt gelijken tred met de wijze van uitvoering,
+en maakt een zeer aangenamen indruk. De muurvakken zijn alle wit;
+hier en daar zijn met zachtgekleurde steenen figuren aangebracht,
+geen van alle buiten het vlak der muur uittredende. Eene ruit,
+een vierkant, een cirkel, een kruis, een klaverblad, alles in
+heerlijken eenvoud, maar aardig doende in die stemmige omgeving. De
+buitenmuren van het schip vertoonen kleurige figuren, verkregen door
+het inmetselen van verschillende steensoorten. De kerk is gebouwd
+in de 11de en begin der 12de eeuw. De hoofdingang is eene dubbele
+deur, door een gebeeldhouwden stijl gescheiden. Aan de zuidzijde is
+nog een ingang, met aan weerszijden groote figuren in laag relief;
+het halfcirkelvormige boogschild boven de deur (het tympaan) is rijk
+met kleine figuren voorzien; jammer genoeg zijn deze wat geschonden.
+
+De Notre-Dame-du-Port te Clermont, de kerk te Issoire en die te Orcival
+zijn de fraaiste typen van den romaanschen stijl in deze streken.
+
+Er zijn te Clermont twee versteenende bronnen, die de moeite van
+een bezoek overwaard zijn. Het bronwater bevat veel koolzuur en kan
+daardoor eene groote hoeveelheid ijzer- en kalkverbindingen opgelost
+houden. Zoodra het koolzuur aan de lucht ontsnapt, slaan de ijzer-
+en kalkzouten neer; van deze eigenschappen heeft men gebruik gemaakt
+tot het vervaardigen van aardige voorwerpen. Men voert het water door
+buizen, waarin men er eerst zoo veel mogelijk het ijzer aan ontneemt,
+en laat het dan als regen neerkomen op de voorwerpen die men versteenen
+of, beter gezegd, met eene kalklaag overdekken wil, zooals mandjes met
+vruchten, druiventrossen, vogelnestjes met eieren, enz. De uitkomst
+is inderdaad verrassend. In de tuinen om de bronnen heen zijn allerlei
+versteende wonderen tentoongesteld; menschen, vee, paarden; natuurlijk
+waren het poppen of opgezette exemplaren, en daar nu het verkalken van
+dergelijke voorwerpen langen tijd vordert en op de eene plaats al wat
+dikker uitvalt dan op de andere, winnen de voorwerpen niet in losheid
+en natuurlijkheid, 't Kwam mij voor, dat deze reeds van af de straat
+zichtbare lokvogels wel wat al te veel van een boerenkermis hadden.
+
+Eene andere merkwaardigheid van Clermont-Ferrand is niet daar, maar
+te Mont-Ferrand te vinden, dat ongeveer drie kwartier van de stad
+ligt. De tramrit er heen geeft weder een verrassend mooi uitzicht op
+den Puy de Dôme. Mont-Ferrand is een stadje van 3500 inwoners, dat men
+alleen bezoekt om enkele oude huizen te zien. Het huis _l'Elephant_,
+aldus genaamd naar een geschilderden dikhuid boven een der ramen,
+dagteekent waarschijnlijk uit de 12_de_ eeuw. Het huis _Adam_ en _Eva_,
+naar een gevelsteen. Het huis van den apotheker is, evenals het vorige,
+uit de 16_de_ eeuw; de eerste verdieping is in steen, de twee volgende
+in houten vakwerk, telkens boven elkaar vooruitspringend; boven in den
+topgevel zijn een paar beeldjes aangebracht, die aan het huis zijn
+naam gaven. Er zijn nog verscheidene andere merkwaardige huizen, 't
+eene bekend om een deur met keurig smeedwerk, 't andere om eene aardig
+versierde binnenplaats; dan weer een met een fraaie wenteltrap. Jammer
+is het dat van instandhouding geen sprake is. Die huizen zijn thans
+alle in gedeelten door kleine neringdoenden bewoond, en inzonderheid de
+binnenplaatsen en wenteltrappen van eene ongeëvenaarde onzindelijkheid
+en in diep verval.
+
+Met het bezichtigen van dit alles bracht ik den eersten dag door. Den
+volgenden ochtend vroeg zou ik uitgaan op eene wandeling in den omtrek
+en de bestijging van den Puy de Dôme. Daartoe wenschte ik, gelijk ook
+voor de verdere reis, eenige nadere inlichtingen te hebben en begaf me
+naar het kantoor van het "Syndicat" (Vereeniging ter bevordering van
+het vreemdenverkeer) van Clermont. Al mijne vragen werden voorkomend
+en beleefd beantwoord, en de inlichtingen bleken naderhand geheel
+juist te zijn. Kaarten kon ik niet koopen, maar men gaf mij 't adres
+van den besten winkel voor die zaken op. Doch eene fout mag ik niet
+onvermeld laten. Men ontraadde mij een diligence-rit over Beaumont
+naar Montdore, en beval mij aan om per spoor tot Issoire en van
+daar per diligence naar Montdore te gaan. De beide routen zijn goed,
+maar 't bleek me later op de diligence, onder een vriendschappelijk
+gesprek met den koetsier, dat de aanbevolen rit eene onderneming van
+het Syndicat was, en de rit over Beaumont eene van een mededinger
+te Montdore. 't Is te betreuren dat zulke syndicaten zich niet
+buiten dergelijke ondernemingen houden; zij verliezen daardoor
+het zoo hoog noodige onzijdig karakter. Onder het gesprek met den
+beambte van het syndicat bleek mij ook, dat voetreizigers hier tot
+de uitzonderingen behooren; in den tijd der auto's krijgen ze een al
+te sterke ouderwetsche tint. Ik ontmoette dan ook op den geheelen
+tocht geen collega's en in de meeste hotels (herbergen) werd ik
+duidelijkshalve als "le Touriste" aangeduid.
+
+Behoorlijk uitgerust met eene kaart, uitgave van het Ministère de
+l'Intérieur, toog ik er den volgenden ochtend op uit; van Clermont den
+weg naar Royat op, naar Chamalières en van daar langs voetpaden naar
+Villars. De omgeving was mooi, maar de wegen waren ongemakkelijk en
+hier en daar bitter slecht onderhouden. Gunstig stak daarbij af een
+deel van eene oud-romeinsche heerbaan, die me tot Villars bracht;
+het is een stuk van den ouden weg van Clermont naar Limoges. Aan
+weêrskanten een flink verhoogd voetpad; de rijweg belegd met regelmatig
+behakte, langwerpig vierkante lavablokken, trots de eeuwen van zijn
+bestaan nog een voorbeeld hoe wegen gelegd moeten worden. Van Villars
+loopt het pad verder over La Baraque, maar men kan ook door het dorpje
+Cheix gaan, al naar dat de vele kronkelingen er u heenleiden. Ik trof
+onderweg een vriendelijk oud vrouwtje uit Cheix aan, die mij in de
+hitte niet verder wilde laten gaan, eer ik bij haar eene verfrissching
+had gebruikt. Na Cheix heeft men nog een aardig kijkje op het dorp
+Orcines en gaat dan over den straatweg voorbij het kruispunt Le Font
+de l'Arbre naar den Col de Ceyssat. Gedurende die wandeling heeft
+men den Puy de Dôme steeds rechts voor zich en begint het hoe langer
+hoe duidelijker te vinden hoe hij aan dien naam kwam. Op den Col de
+Ceyssat staan een drietal herbergen, die zich alle drie met den naam
+van hotel tooien, en waar men u keur van maaltijden aanbiedt. Men
+heeft dan nog 432 M. te klimmen, en hoe de meeste reizigers er toe
+komen om daar eerst een dejeuner te gebruiken voor men met klimmen
+begint, wilde mij niet recht duidelijk worden.
+
+Het pad naar den top (1465 M.) is vol afwisseling en een aangenaam
+bergpad. Eerst door weiden, spoedig in dennenbosch, om later wat
+steiler, over en langs rotspartijen, boven te komen. De uitzichten
+worden bij elke kronkeling in het pad mooier, en hier en daar is voor
+eene bank gezorgd. Men krijgt spoedig den indruk dat geen der bergen
+daar hoog is, het uitzicht gelijkt meer op eene vlakte met heuvels.
+
+Bij Villars was ik reeds langs eene _cheire_ gekomen; dat zijn
+oude lavastroomen, die, nog onverweerd, volkomen onvruchtbaar
+bleven. Wanneer men er zoo van boven opziet en de kronkelingen
+waarneemt,--de gladde, bruinroode oppervlakte spiegelt zelfs hier en
+daar in de zon,--dan krijgt men eerst voor goed den indruk van zoo'n
+lavastroom, en heeft men een voorproef van de vele overblijfselen
+van het vulkanisch tijdperk in Auvergne. Hier en daar langs het
+pad ziet men ook rotsblokken op en door elkaar, die u doen denken
+aan uitgebrande steenkoolslakken. In deze omgeving maken ze echter
+meer den indruk van merkwaardig grillige vormen, dan van vulkanische
+overblijfselen.
+
+Boven op den Dôme is ook eene cantine, waar het eenvoudige maal zeer
+goed smaakt.
+
+Op het hoogste punt staat het meteorologisch observatorium, dat als
+eerste plaats van waarneming van dien aard in Europa, in 1876 ingewijd
+werd. In 1648 had de Puy de Dôme reeds gediend om uit het verschil
+in hoogte van eene kwikkolom den druk der atmosferische lucht aan
+te toonen. Périer nam de proef op verzoek van Pascal. Nu bevindt er
+zich, in ruime gebouwen, de meest volkomen inrichting tot het doen
+van allerlei weerkundige waarnemingen. Het merkwaardigste van den
+Puy de Dôme is echter de tempel van Mercurius, helaas wat te veel
+een bouwval. Hij werd in 1874 ontdekt, toen men begon te bouwen
+aan het observatorium. Eene heerlijke plek hebben die romeinsche
+bouwheeren uitgezocht; het moet een treffend gezicht zijn geweest van
+uit de vlakte, toen die gebouwenmassa zich daar verhief. Mij dunkt,
+de bewoners van het dal hadden in de oude dagen grootscher uitzicht
+op dien heidentempel daarboven, dan wij nu hebben van de hoogte af
+op de cathedraal van Clermont, wier fijne omtrekken door den afstand
+geheel verdwijnen, en wier twee slanke torens maar een onbeduidenden
+indruk maken.
+
+Van den Puy de Dôme heeft men een prachtig uitzicht op het hoogland van
+Auvergne; de Franschen noemen het met groote ingenomenheid "une des
+plus curieuses du monde". Zonder hen dit na te zeggen, want de heele
+wereld heb ik niet gezien, geef ik hun gaarne toe dat het bijzonder
+mooi is. 't Geen er vooral aantrekkelijk van is, is het neerzien op de
+uitgebrande vulkanen van de bergketen, met hunne kraters, zoo duidelijk
+zichtbaar, en op de zoo even reeds besproken lavastroomen. De geheele
+vlakte van Limoges ligt voor ons, noordwaarts schijnt zij onbegrensd;
+naar het oosten toe loopt ze op tegen de hoogten van Forez. Men zegt
+dat bij gunstig weder de Mont-Blanc van hier zichtbaar is,--maar ik
+had het genoegen niet. In het Zuid-oosten de bergen van Livradois
+en de ketens van Velay. Zuidelijk de omtrekken van de Mont-dores en
+westelijk de granietruggen van Limousin. Noordwaarts omlaag ziende,
+heeft men vlak aan zijne voeten een ouden krater, de Nid de la Poule;
+rechts den Puy de Dôme, de groote en de kleine Suchet, en weêr meer
+links den Puy Pariou en den Puy des Gaules, waarvan men duidelijk de
+vroegere krateropeningen waarneemt. Men denke zich echter daarbij geen
+woest tafereel en geene wildernis; de vulkanen zijn allen met gras
+begroeid, hier en daar met boschpartijen; de valleien zijn akkers en
+de kraters vruchtbare weiden. Dat men aan een dier kraters den naam
+van het hoendernest gaf, komt zeer begrijpelijk voor. De wetenschap
+kan hier van vulkanen en kraters spreken; de toerist heeft voorloopig
+nog het geloovig toekijken.
+
+Ik bleef nog lang boven, om goed thuis te komen in de verschillende
+toppen en hunne onderlinge ligging.
+
+Bergafwaarts volgde ik denzelfden weg tot aan Le Font de l'Arbre,
+maar stak daar den straatweg over in de richting van Fontanat,
+een schilderachtig dorpje, waar ik geene levende ziel tegenkwam en
+daarom met te meer aandacht de aankondigingen van het gemeentebestuur
+las, voorschrijvende dat men rechts moest loopen en dat rij- en
+voertuigen niet draven mochten. Waarschijnlijk maakte die gemeente zich
+weerbaar tegen auto's. Voorbij Fontanat werd de weg zeer lommerrijk
+en in de nabijheid van Royat, langs de oevers der Tiretaine, zeer
+schilderachtig; hier en daar watervalletjes, prachtige boomgroepen,
+kastanjes vooral, frissche boomgaarden, heerlijk groen en diepe
+schaduw.
+
+Royat is een der sierlijkste badplaatsen van hoog-Auvergne. Van
+Fontanat afdalende, komt men eerst in de oude stad, beroemd om zijne
+vestingkerk. Omstreeks de 13de eeuw werd zij tot eene versterking
+omgebouwd, iets dat men toen meer deed. Een zonderling gezicht zoo'n
+kerk met schietgaten en kanteelen boven het dak uit. Men had vooral
+die versterkingen geheel gerestaureerd, en nam daartoe de steensoort
+waaruit de kerk indertijd opgetrokken was, een materiaal dat men
+in den naasten omtrek nog voor 't grijpen had. Mij scheen het toe,
+dat de ligging der kerk haar weinig tot verdedigingspunt eigende,
+en ik voelde de booze verdenking bovenkomen, dat hierbij meer
+aan de fantasie van den bouwmeester gedacht moest worden, dan aan
+den drang der omstandigheden. Ook de steenen der restauratie waren
+fantastisch, want ze waren nog niet met het stof der eeuwen overtogen,
+en vertoonden nog de grillige vlammen van pas uitgehakte lava. Dat
+ontnam aan 't geheel de stemming. Het nieuwe Royat, de badplaats,
+is zeer sierlijk en vol levendig en weelderig gedoe, maar heeft geen
+bijzonder karakter. Ik keerde per tram van Royat naar Clermont terug.
+
+De volgende dag was bestemd voor den tocht naar Montdore; eerst per
+trein tot Issoire, en dan per diligence (_car alpin_)naar Montdore. De
+reis was te ver om te voet te worden afgelegd.
+
+Van plaatsbeschrijvingen van streken die men per spoor doorvliegt,
+ben ik geen vriend. De snelheid waarmede 't eene 't andere opvolgt
+kan in den regel niet dan verwarde algemeene indrukken geven. Daarom
+slechts de vluchtige opmerking, dat de weg schilderachtig is, vooral
+wanneer men de rivier de Allier kruist of op korten afstand de oevers
+volgt. Bij de stadjes, die men langs komt, heeft men nog eene sierlijke
+hangbrug over de rivier. Men komt voorbij Vic-le-Comte, voorheen de
+hoofdplaats van Auvergne, waar de bloedigste tafereelen uit zijne
+middeneeuwsche geschiedenis afgespeeld werden. Dan voorbij Coudes,
+met bouwvallen van abdijen en kasteelen, verlaat dan de Allier weder
+en komt in de vlakte van Issoire. 't Speet me zeer, dat ik geen tijd
+had om te Issoire de groote kerk te gaan zien, die veel overeenkomst
+heeft met de Notre Dame du Port te Clermont, doch deze in afmeting en
+versiering overtreft, maar de car alpin waarmede ik naar Montdore zoude
+rijden, staat aan 't station klaar, en hoewel de postillon op de vraag
+of er plaats was, antwoordde dat er alleen gebrek aan reizigers was,
+werd de reis met groote overhaasting aanvaard.
+
+Een plaatsje naast den postillon werd door mij ingenomen, en spoedig
+vernam ik van hem, dat ik maar 10 K.G. bagage vrij had, en dat mijn
+handkoffer wel meer zoude wegen, maar dat hij zoo onheusch niet was,
+om daar dadelijk op 't kantoor over te spreken. Alweder het oude type,
+door dezen jongen man ten tooneele gevoerd; in één opzicht evenwel
+verschillen die heeren daar, van het bij ons inheemsche soort. Zij
+staan in de eerste plaats op den titel van postillon; koetsier is hun
+wat min. En dan, ze zijn wondergraag met monsieur aangesproken. Dat was
+me al meer opgevallen, een tramconducteur hoort ook gaarne monsieur,
+ze laten dit spoedig merken; en wanneer men den koetsier van eene
+car alpin of gewone diligence maar altijd met monsieur aanspreekt,
+dan behoeft de fooi later nog niet eens zoo heel ruim te zijn, om op
+voorkomendheid, ook aangaande het overwicht van den koffer te kunnen
+rekenen. Niet dat die vrienden hooger geacht willen worden dan zij
+zijn, maar ze zijn gaarne even hoog als ieder ander.
+
+Bij het verlaten van Issoire stijgt de weg westwaarts langs den
+linkeroever van de Causse d'Issoire. In 't verschiet teekenen
+zich de omtrekken der Dore-bergen tegen den gezichteinder; rechts
+verheffen zich de wanden der hoogvlakte van Pradines als muren steil
+omhoog. Links enkele bergspitsen. Die steile wanden der hoogvlakte
+van Pradines vertoonen op den rand de eerste vulkanische vorming
+van eenigen omvang die ik nog zag; die bovenranden bestaan alle uit
+rotsblokken, blijkbaar in vuurgloed gevormd; het zijn uitgedoofde
+slakken in de grilligste gedaanten en van reusachtige afmetingen. Wat
+verder, voorbij het dorpje Perrier, ziet men in de wanden vierkant
+gehakte gaten; het zijn de overblijfselen van vóórhistorische woningen,
+waarvan eenige nog bewoond worden door de gezinnen der bewakers van
+de wijnbergen. Daar is ook eene pyramidaal omhoog gaande rots, die
+te meer de aandacht trekt omdat er een torentje op gebouwd is; 't is
+thans een bouwval, die toren van Maurifolet, en men kan hem volgens
+de inlichtingen van mijnheer den postillon alleen bereiken door een
+inwendig in de rots uitgebroken wenteltrap. De weg loopt overigens
+tot St. Nectaire door eene zeer welvarende streek. De gedeeltelijk
+ingehaalde oogst was van goede hoedanigheid en meestal tarwe. Ik
+zag er verscheidene kweektuinen voor druiven, met opschriften dat
+er puike gezonde stekken uit Californië, Australië en meer afgelegen
+oorden te krijgen waren. De druivenziekte schijnt daar dus onder de
+inheemsche boomen sterk huis te houden. Er werd veel geploegd, eene
+zeer ondiepe voor, en 't trok mijn aandacht dat op dien vetten grond de
+ploeg altijd maar met ééne koe--en 't vee is er niet zwaar--bespannen
+was. Waarschijnlijk kon dit, omdat de grond sterk gemengd was met
+lavagruis, en daardoor wat losser. Eigenaardig was het hanteeren
+van den ploeg. Bij den kop der koe eene vrouw met een langen staak,
+waaraan een platte beitel; daarmede stak zij voortdurend de vette
+klei van de eene zijde der ploegschaar af en maakte daartoe met den
+staak steeds een zwaai boven haar hoofd. De man die den ploeg stuurde,
+verrichte bovendien dezelfde zwaai-beweging, om met zijn staakbeitel
+de ploegschaar aan de andere zijde te bevrijden. Wanneer men dat werk
+zoo aan den gang ziet, kan men zich aanvankelijk dat zotte gezwaai
+met die staken niet verklaren.
+
+Na een rit van 4 uur kwamen we te St. Nectaire, waar twee uur stil
+gehouden werd voor het middagmaal. Ik liet mijn koffer doorgaan naar
+Montdore en besloot het overige van den weg, nog 28 kilometer te voet
+af te leggen en tevens St. Nectaire wat nader te bezien. We waren
+te St. Nectaire-le-bas aangekomen, dat geen dorp is maar alleen eene
+bad-inrichting, waaromheen hotels. Zijne bijzondere merkwaardigheid is
+een _dolmen_, een steen van 4 M. lang en ruim 2 M. breed en 70 cM. dik,
+rustende op drie steenbrokken; eenige schreden van daar vindt men
+nog eene verzameling geplante steenen, die geheel den indruk geven
+van een verwoest hunebed.
+
+Men vindt er verder ook eene grot met versteenend water, en
+verder doorgaande, steeds langzaam stijgend, ziet men spoedig
+St. Nectaire-le-haut sierlijk tegen een berg aangeleund, en op den top
+van dien berg de fraaie kerk, een merkwaardig monument uit de 11de en
+12de eeuw, in 1878 geheel gerestaureerd, met twee stompe torens aan
+de voorzijde en een achthoekigen op het kruis. De gewelven rusten
+ook hier niet alleen op gemetselde pijlers, maar bij afwisseling
+op kolommen, en de versiering der kapiteelen is zeer opvallend; op
+een er van komt de kerk zelf voor. In de sacristij bewaart men een
+allermerkwaardigst beeld van St. Bauduin, van eikenhout, bekleed met
+verguld koper; het hoofd en de hals van gedreven koper, met beweegbare
+oogen van ivoor en hoorn. Al verder stijgende komt men te Boissières,
+gebouwd op vulkanische gesteenten, waarin men hier en daar ook weder
+holenwoningen ziet; dan weder afdalend in het dal der Couze, met een
+zeer kale _Cheire_, zoo troosteloos als ik er nog geene zag, en dan
+Murols, een smerig dorp, bekend om de prachtige bouwvallen van zijn
+kasteel, thans eigendom van het departement. Sommigen schrijven deze
+bouwvallen een zeer hoogen ouderdom toe, anderen gaan niet verder terug
+dan de 15de eeuw. Ze staan op een bazaltheuvel van 729 m. hoogte,
+en zijn een der merkwaardigste overblijfselen van den franschen
+vestingbouw in deze streken. Een bewaarder vraagt u 50 centimes
+toegang, maar laat u overigens vrij. Eerst komt men in een kring
+van vestingwerken op eene ruimte, die het geheele kasteel omringt,
+dan leidt een steil pad omhoog, en ziet men bij eene poort naast den
+grooten toren twee romaansche kapelletjes, één uit de 11de en een
+uit de 12de eeuw, tegen elkaar gebouwd. Het kasteel is dus om die
+bestaande kapelletjes heen gebouwd, of het is zelf van nog ouderen
+datum. De eigenlijke kasteelpoort is uit de 15de eeuw, en uit dien
+tijd stammen ook de vestingwerken. Er is nog een klein gebouw, dat er
+wat vroolijker uitziet en uit lateren tijd dagteekent. Het beklimmen
+van den toren is zeer aan te raden, om het goede overzicht over het
+geheel der gebouwen en om het prachtige uitzicht op den omtrek.
+
+Voorbij Murols krijgt men een boschrijk dal, zoo bezaaid met
+vulkanische brokken, dat men haast zou gaan denken aan eene
+vóórhistorische verzameling van slakken-steenen; dan bereikt men
+spoedig het verrukkelijk gelegen meer van Chambon, een waterplas van
+ongeveer 60 hect. ter diepte van bijna 6 M., op 880 M. hoogte. Men
+beweert dat dit meer gevormd is door een lavastroom, neerkomende
+van den Tartaret, die de Couse afdamde. De oppervlakte vermindert
+voortdurend; naar men zegt ontsnapt het water door spleten die in den
+lavadam ontstaan. Spoedig zal dat meer echter nog wel niet verdwijnen,
+en nog menigeen zal zich in de allerbekoorlijkste ligging kunnen
+verheugen. Op den achtergrond ontwaart men de allergrilligst gevormde
+rotsen van den Dent du Marais. Voorbij het meer krijgt men een prachtig
+uitzicht op het dal van Chaudefour, en het dorp Chambon naderende,
+ziet men eerst op het kerkhof eene kleine romaansche grafkapel, zoo
+eerlijk en zuiver van stijl en zoo goed bewaard gebleven als maar
+mogelijk is; zij dateert uit de 11de eeuw en wordt in de wandeling
+zeer oneigenlijk het Baptistère genoemd.
+
+Chambon is niet groot en niet zindelijk, maar aan de samenvloeiing
+der Couze en der Surain zoo schilderachtig gebouwd, en zoo allerliefst
+tusschen de boomen gelegen, dat men de onzindelijkheid spoedig vergeet
+en besluit den maaltijd maar elders te nemen, om hier zijne oogen
+met toenemenden lust te gast laat gaan. Alles is bij het bouwen aan
+het toeval overgelaten, maar daaruit is een geheel ontstaan, dat de
+bouwers niet droomden en niet bedoelden. De huizen op zichzelf hebben
+niets bijzonders, maar het geheel aan de beide stroompjes en onder
+het hout is bekoorlijk.
+
+Van Chambon gaat het verder door het diepe dal van de Surain, overal
+met dennenbosschen bedekt, met groote slingers omhoog tot aan het
+gehucht Bressouleille. Ditmaal is het een gelukkig verschijnsel als
+de wandelaar wat moede wordt, want bij het rusten is de klimmer altijd
+geneigd om eens achteruit te zien hoe hoog hij al gekomen is; en juist
+achteruit zijn hier de heerlijkste vergezichten. Een kleine bergstroom,
+de Diane, ziet men van val tot val vooruit springen, en zijnen loop
+volgende krijgt het oog een prachtig rustpunt in het meer van Chambon
+en op zijne mooie omgeving. Het is van deze hoogte bijna nog mooier,
+dan wanneer men aan de oevers staat! Van Bressouleille gaat het al
+maar met groote slingers over eene hoogvlakte, dan door weiden, dan
+door bosschen omhoog; verderop is de weg uitgekapt in de wanden van
+den Puy de la Croix Morand; 't landschap wordt eentonig en somber, tot
+men op den bergrug komende, den Col de Diane (1360 M.) bereikt en, na
+zich eene korte wijle verheugd te hebben in een effen weg, op eenmaal
+het prachtige dal der Dordogne voor zich heeft. Men ziet de badplaats
+Bourboule in de verte, de meren Guéry en La Roche-Tuillière, hoewel op
+grooten afstand, bijna aan zijne voeten. Nu met korte slingers snel
+omlaag; in de weiden, voor 't eerst op deze reis, tal van bloemen;
+om een rotsachtig voorgebergte heen, en daar ligt het vriendelijke
+Mont-Dore voor u.
+
+De wandeling was aangenaam geweest; de afwisseling groot en de laatste
+verrassing: het uitzicht op het dal der Dordogne, zette de kroon op
+het werk. Daar kon wel een tegenvaller op overschieten, en die kwam
+ook. Ik vraag u, wat heeft een voetreiziger met den ransel op den
+rug te verwachten, wanneer hij daar zoo om licht en donker in eene
+fransche modebadplaats aankomt? Ik stapte naar het Hôtel des Etrangers,
+waarvoor ik eene aanbeveling had van het Syndicat te Clermont,--maar
+'t was precies of men dacht dat ik niet eerlijk aan die aanbeveling
+gekomen was; ik kon ternauwernood eene kamer krijgen, en toen mij
+die niet beviel, was 't nagenoeg heel en al mis. Niet prettig in eene
+plaats die ik wist dat overvol was! 't Is mij eerst aan 't einde van
+mijn verblijf aldaar mogen gelukken, de madame een anderen indruk te
+geven; een reiziger die, met zijne spoorwegbiljetten in den zak, toch
+te voet het land doorkruist, is iets dat buiten den gedachtenkring
+van die menschen ligt.
+
+Le Montdore is een plaatsje met slechts 1866 inwoners, maar een
+zeer druk bezochte badplaats; het ligt aan het einde van het dal
+der Dordogne, die niet ver van de plaats haar oorsprong neemt. Twee
+beekjes vloeien uit de bergen, de Dore en de Dogne en vereenigen
+zich ongeveer een uur boven de plaats. De achtergrond van het dal
+wordt gevormd door de donkere spitse uitloopers van den Puy de
+Sancy. De omgeving van het bad is weelderig; groote, rijke hotels,
+een aardig park en een casino, dat voor iedereen toegankelijk is;
+maar de weelderige omgeving is klein, en wat verder Montdore uitmaakt
+is meer dan eenvoudig. De omstreken zijn mooi, maar alléén gezonden
+kunnen ze bereiken; de fraaiste punten zijn slechts met inspanning
+toegankelijk. Een bergspoorbaantje komt hier aan tegemoet. Intusschen,
+men behoeft slechts een avondbezoek aan het Casino te brengen om te
+zien, dat er ook gezonden te Montdore verblijven, die langs allerlei
+wegen hun tijdverdrijf zoeken.
+
+'s Morgens vroeg ging ik er weer op uit, en had het genot de
+badgasten in de onmogelijkste costumes naar de thermes te zien
+gaan; 't is grappig om te zien hoe men in badmantels nog mode kan
+hebben! Versieringen aan die kleedij schijnen ook al een punt van
+studie te zijn en aanleiding te geven tot eene "dernière création". Een
+oude heer op klompen, in een badmantel met een sleep, naast eene
+jonge dame met een mantel die heelemaal geen sleep had, terwijl zij
+zich overigens vreemd toegetakeld had met eene prachtige badmuts en
+zich een zeker cachet verschafte door in het vroege morgenuur eene
+cigarette te rooken,--was wel 't koddigste van wat er zooal over de
+Grande Place kwam. Ik ging met het bergspoortje als eenige passagier
+naar boven, naar het Salon du Capucin, eene aardige uitspanning
+onder prachtig hout; daar kocht ik van een kellner een courant van
+den vorigen dag, en las daarin met alleraardigste schrijffouten de
+namen van ons nieuwe ministerie. De kellner begreep er niets van,
+dat ik in die oude courant zoo'n schik had. Van het Salon du Capucin
+ging de weg, door een prachtig eiken- en mastbosch, langzaam omhoog
+tot aan den voet van den Capucin, een rotsgevaarte dat daar steil
+omhoog rees. Een pad er om heen brengt u aan de andere zijde, waar
+een zachte helling het bestijgen gemakkelijk maakt. Van den top
+(1463 m.) heeft men een goed uitzicht op Montdore, den Sancy en de
+bergen van Bozat. Men vraagt u aan een herbergje aan den voet van den
+Capucin 25 centimes voor het beklimmen. De meeste dier bergtoppen hier
+zijn particulier eigendom, en worden aan kasteleins verpacht. Van de
+herberg ging ik verder door in de richting van den Puy de Clièrgue,
+die men voor zich ziet liggen en zoo over de kammen der bergen,
+die doorloopen tot den Puy de Sancy, tot aan het Val de la Cour en
+het Val de l'Enfer. Voor wandelaars, die niet gesteld zijn op een
+paadje langs de diepte, is er nog een aangename weg om den top van
+den Clièrgue heen,--maar hij is wat langer.
+
+De Val de la Cour ligt tusschen een kring van bergkammen; de bodem
+is een keurig gebloemd grastapijt. De Val de l'Enfer is van de eerste
+gescheiden door een scherpen bergkam; het dal is als 't ware uitgehold
+in vulkanische gesteenten, niet altijd rotsblokken, maar soms ook
+wanden van los op elkaar gestapelde vulkanische overblijfselen. De
+wanden zijn bijna geheel ontdaan van plantengroei; het zijn naakte
+rotsen, die den vulkanischen stempel op het aangezicht dragen. Dit dal
+schijnt een der oudste kraters van den grooten vulkaan der Dore-groep
+te zijn; uit den bodem steken hier en daar soms geheele muren op;
+men noemt ze hier _dykes_. Dit landschap, dat den Val del Bove van den
+Etna moet evenaren, is zeer schilderachtig, maar tevens buitengewoon
+somber en draagt zijn naam met eere. Plantenkenners kunnen hier een
+rijken oogst vergaren. Van uit den Val de l'Enfer kwam ik weêr in
+het dal der Dordogne en zoo, langzaam aan, terug te Mont Dore.
+
+Langzaam aan, want het was drukkend warm dien dag, en in die enge
+rotsdalen was geen schaduw en geen 't minste tochtje. 't Was daarom
+eene aangename verrassing, 's avonds aan tafel te hooren vertellen dat
+'t begon te regenen. Die regen hield aan en werd een wilde donderbui,
+en verstoorde den dampkring dermate, dat ik er nog een dag later
+pleizier van had. De volgende dag toch was bestemd om den Puy de
+Sancy te beklimmen en langs de andere zijde over Vassivières af te
+dalen tot Besse.
+
+Daar hadt ge 't alweêr: iemand die 's morgens vroeg uit zoo'n nette
+badplaats per allereersten langzamen trein vertrekt, beteekent
+niet veel; en ik moest naar het station om mijn koffer naar Bort te
+verzenden. De hotelomnibus kon ik niet krijgen, en ik was al heel
+blijde een der hotelknechts eene fooi vooruit te kunnen betalen,
+waarvoor hij mijn koffer wel naar 't station wilde brengen.
+
+De regen had opgehouden, maar 't weêr was zoo zoel gebleven, dat ik mij
+op allen tegenspoed voorbereidde. De wandeling ging aanvankelijk langs
+den zelfden weg, die me gister terugbracht van den Val de l'Enfer, maar
+ik had nu het genoegen van een waterval te zien, la cascade du Serpent,
+een der waarteekens van Montdore, maar die den vorigen dag droog
+was. Spoedig kwam ik onder hoog masthout; sierlijke boomen die bijna
+allen den eigenaardigen woekervorm vertoonden van doorgeschoten takjes,
+die als miniatuurboompjes loodrecht op de grootere takken stonden.
+
+Op 1200 M. hoogte houdt de straatweg op, en begint het gemakkelijke
+slingerpad, dat tot bijna aan den top brengt. De bestijging was weinig
+vroolijk, want o jammer! er kwam een dikke mist opzetten; ik liep in
+eene wolk en bleef daarin tot bijna boven, toen het zachtjes begon te
+regenen. Achter mij aan kwam een gezelschap, dat er erger aan toe was;
+de lieden haddend en Puy de Sancy voor hunnen laatsten dag bewaard,
+en moesten nu den zoo hoog geprezen weg, ten tweede-male afleggen,
+zonder ook maar vijfentwintig pas van zich af te kunnen zien. Hoewel
+we allen wisten dat het op den top niets beter zou zijn, bestegen
+we toch moedig de spits (1886 M.); een slecht en door den regen
+glibberig pad, waarvan de eenige deugd was, dat 't maar een kwartier
+ver was. Spijtig! want van den top van den Puy de Sancy, den hoogsten
+berg van midden-Frankrijk, moet men bij helder weder een wondermooi
+uitzicht hebben, te aanlokkelijker voor mij, omdat daar de geheele
+streek zichtbaar was, die ik van St. Nectaire af doorloopen had.
+
+Onder de treurigste voorteekenen zette ik aan de andere zijde van
+den berg de reis voort. Er was langs de verschillende hellingen
+maar één bergpad, en dat had ik te volgen. Aanvankelijk teekende dat
+pad zich duidelijk, maar spoedig begon het in 't gras te verloopen,
+en het regende zoo hard, dat elk spoor van een pad een beekje werd,
+en dus geen weg meer te onderkennen was. Eerst had ik nog een paar
+bergtoppen waar ik koers op kon houden, maar die gingen ook schuil
+achter de regenwolken. Geen geluid van mensch of dier was te vernemen;
+van tijd tot tijd meende ik de bellen van grazend vee te hooren,
+maar dat geluid kwam ook al uit dat grauwe voorhangsel, dat evenveel
+achteruit ging als ik vooruit. Dank zij de voortreffelijke kaarten,
+die ik te Clermont gekocht had, en dank zij mijn zakkompas, kwam ik
+echter goed terecht. Na een paar uur geloopen te hebben zag ik rechts
+beneden mij een meer, volgens de kaart dat van Chauvet; toen moest ik
+links van mij een alleen staanden berg, den Puy de Pailleret krijgen;
+en dat kwam ook uit, en daar midden tusschen lag het dorp Vassivières,
+maar dat kwam niet uit, en ik was dankbaar eene kleine schapenhoedster
+te treffen, die mij vertelde dat het onnoozele kleine kerkje met
+die drie kleine huizen er om heen, daar beneden ons, de beroemde
+bedevaartsplaats Notre Dame de Vassivières was. Ik kwam ongeveer 600
+M. meer oostelijk uit, dan 't behoorde, en vergat onder dat geluk,
+dat ik doornat was geworden.
+
+Hooger in de bergen waren de weiden, waardoor het pad heette te
+gaan, nog al flink, maar lager werden zij van minder gehalte en waren
+daarentegen sierlijk doorstreept met bloeiende heide; deze vriendelijke
+plantjes zag ik daarna overal in Auvergne weer. Behalve dat waren er
+opvallend veel donkere viooltjes en wilde anjers van een heldere kleur;
+zij stonden in die armoedige omgeving zoo vriendelijk te bloeien,
+dat ik een der dichters van het land begon te begrijpen, die zegt:
+"men kan mij naar hartelust uitlachen, maar ik trap er nooit op ... 't
+lijkt me of hun dat pijn zoude doen!"
+
+Zoo kwam ik dan te Vassivières. Het wonderdoende beeldje staat in een
+bouwvallig kapelletje langs een voetpad; het is eene zoogenaamde zwarte
+maagd. De hoogere waarde van dat zwarte heeft me niemand kunnen of
+willen verklaren; het beeldje was van hout, en scheen me toe zwart van
+ouderdom te zijn. De beeldsnijders uit die vroegere dagen in Auvergne
+waren menschen van eenvoudige opvatting, en beeldden de moedermaagd
+af als eene vrouw uit hunne omgeving, zoodat men de evenbeelden nog
+overal en dagelijks ontmoet.
+
+Voor vele jaren had men zich verstout dat beeldje van Vassivières, waar
+nooit voldoende gelegenheid was om de bedevaartgangers te herbergen,
+tot hun meerder gemak naar Besse over te brengen. De overlevering
+zegt, dat het beeld echter telkens weder des nachts naar Vassivières
+terugkeerde. Om aan de daaruit ontstaande beroeringen een einde te
+maken, besloten de gezaghebbenden het beeld des winters in Besse te
+plaatsen en des zomers te Vassivières. De rust was hersteld, en zoo
+geschiedt nog tot op heden.
+
+De herberg waar ik dien dag te Vassivières middagmalen moest, was het
+huis van een kaaskoopman, wiens vrouw in den zomer de kaaspakhuizen
+ontruimde en voor gelagkamers voor de bedevaartgangers inrichtte. Alle
+kaas heet daar "St. Nectaire", en de gelagkamers getuigden van zijn
+bijzonderen geur. De waardin had medelijden met mijn natte pak;
+dadelijk werd het vuur opgestookt en werden mijn kleêren zooveel als
+'t kon te drogen gehangen, terwijl ik achter den gloeienden kachel
+plaats nam en mij, onder de bedrijven door, met woord en daad zag
+aangetoond, hoe heerlijk mijn maal toebereid werd.
+
+Zoo'n huis daar is aardig ingericht, en bij veel grooter afmetingen
+herinnerde het mij sterk aan de oud-saksische boerderijen in sommige
+deelen van ons land. De stal voor 't vee is altijd klein; het vee wordt
+gefokt of jong gekocht, in het voorjaar de bergen ingezonden en in
+'t najaar verkocht. Men komt met de buitendeur in een ruim vierkant
+vertrek; de voorkant, waarin de deur is, heeft ook de ramen. De zijde,
+waar de kachel tegen staat, ook de provisiekamers, de beide andere
+zijden bestaan geheel uit deuren, die ten deele bedsteden of kasten
+zijn en de toegangen tot verdere ruimten, hier de kaasbewaarplaatsen,
+of tijdelijk de gelagkamers voor de bedevaartgangers. Toen de waardin
+de tafel gedekt had, vroeg ze mij of ik mineraalwater uit flesschen,
+of bronwater wilde drinken; ze kon mij het "eau de la Vierge" zeer
+aanbevelen, eensdeels om zijn goeden smaak en anderdeels om zijne
+wonderdoende kracht. Twee der kinderen werden uitgezonden om eene
+frissche kruik aan de bron te halen, en 't kwam mij voor dat de
+bijzondere aanbeveling steunde op het fooitje dat de kinderen voor
+dat dienstbetoon ontvingen. Het maal smaakte, niettegenstaande de
+opvallend rustieke samenstelling, na den bergtocht heerlijk, en toen
+de regen wat op begon te trekken, talmde ik nog wat om te zien of er
+soms nog een zonnestraaltje doorkwam. En zie, het kwam! Eerste gevolg
+aan mijn dronk "eau de la Vierge".
+
+Nog twee uur wandelens bracht mij te Besse, in het Hôtel de la
+Providence. Na eene korte rust besloot ik dien avond nog de grotten
+van Jonas te bezoeken. 't Werd wel een vermoeiende dag, maar den
+volgenden dag had ik een gemakkelijke reis, en bij ongunstig weêr
+was er eene diligence.
+
+De weg naar Cheix, waar die grotten zijn, gaat van Besse in een
+eng dal omlaag; in de diepte heeft de Couse de Besse zich een weg
+gebaand; zij dringt onstuimig met vele aardige watervallen tusschen
+hare rotsachtige oevers voort. De overzijde is vooral dicht
+hij de beek prachtig begroeid; de andere zijde levert een geheel
+verschillenden aanblik. De eerste indruk is die van verbazing; de
+steile berghelling is ontzettend ruw; groote en kleine rotsblokken
+betwisten elkander hunne plaats; hier en daar bergpuin, waarin men
+getracht heeft op aangelegde terrassen wijn aan te planten; maar alles
+is verdord, en gedeeltelijk weer onder nastortend bergpuin begraven.
+De kleur der rotsen is donker roodbruin; ze zijn allen in den vorm van
+uitgesmolten slakken; er staan ruggen van steen uit de berghelling op
+als reuzenhanenkammen, en die ruggen dragen ook de kenteekenen van in
+vuurgloed gevormd te zijn. 't Is ontzagwekkend en somber. Men gelooft
+in een heksen brouwketel beland te zijn en geen wonder, want we hebben
+hier te doen met een lavastroom, die uit een der omringende Puys, of
+misschien uit een verdwenen vulkaan naar dit dal vloeide. Het verloop
+van eeuwen heeft hier nog weinig doen verweeren; wat hoogerop wel, waar
+men tal van dorpen vindt in zeer vruchtbare omgeving. Bij een draai in
+den straatweg heeft men een aardig kijkje op het dorpje Cheix met zijn
+landelijk torentje en op het gehucht St. Pierre Colamme; iets verder
+verheft zich op eens uit het groen de helling van den Puy St. Pierre,
+waarin men dadelijk de grottenwoningen ontdekt. Deze woningen zijn
+uitgekapt in de bazalttuf, waaruit de berg gedeeltelijk bestaat; ze
+zijn tot 30 en 40 m. boven elkaar aangebracht; thans zijn er nog 60
+holen; door het voortdurend afstorten van den bergwand zijn er echter
+veel verwoest en nog meer begraven. De holen zijn in een moeielijk
+aan te wijzen tijdperk door menschenhanden gemaakt,--misschien zijn
+ze wel uit het vóór-historische tijdperk,--en zij werden eeuwen lang
+bewoond. De uitgekapte paden, die de verdiepingen onderling verbinden,
+dagteekenen waarschijnlijk uit de middeneeuwen. In de rots ziet men
+hier en daar nog sporen van leuningen, die ook in de rots uitgehouwen
+zijn; in dienzelfden tijd werd er ook een soort van ridderburcht
+uitgekapt, met een kapel (de muurschilderingen komen mij verdacht
+voor), een keurige wenteltrap is vooral merkwaardig. In de grotten en
+in de omgeving heeft men eenige oudheden gevonden, vooral munten en
+enkele beeldjes. De grotten zijn nu staatseigendom en worden sedert
+een twintigtal jaren wetenschappelijk onderzocht, tot nu toe zonder
+belangrijke uitkomsten; men begint er wel achter te komen wat het
+niet geweest is, maar verder is men nog niet. Sommigen zeggen dat
+de ridderburcht met de wenteltrap en de kapel het werk zijn van
+tempelridders, die na de vernietiging hunner orde hierheen vluchtten.
+
+Op de terugwandeling heb ik mijne oogen nog eens te gast laten gaan
+aan den ouden lavastroom. De indruk van woestheid werd vergroot, en 't
+was inderdaad eene opluchting toen ik, hooger in het dal komende, het
+vriendelijke Besse weder voor mij zag. Besse--'t heet eigenlijk "Besse
+en Chandesse"--is een bijzonder plaatsje, dat nog al door zomergasten
+bezocht wordt. Er was dan ook een goed bezette tafel in de eetzaal. Een
+der gasten trok mijne aandacht; naar zijne vrouw te oordeelen was hij
+een gegoed werkman of klein fabrikant; maar zijne handen waren zóó
+net van vorm, dat daar toch ook weêr niet aan te denken viel. Hij nam
+de leiding van een deel der tafel op zich, diende soep, sneed voor,
+voerde onder de bedrijven door een luidruchtig algemeen gesprek;
+de man bleef mij een raadsel; zou hij soms een kellner met verlof
+zijn? Maar het raadsel werd spoedig opgelost; er werd eene ommelette
+binnengebracht op een grooten schotel, te midden van brandenden rum,
+tot groot ongerief der dienstmeisjes, die de vlam ten laatste niet
+meer meester waren. Al de gasten waren opgetogen--de schrijver telt
+niet mede--en madame nam de hulde over dien prachtigen schotel met
+koninklijke bescheidenheid aan. De raadselachtige gast diende weêr,
+en toen hij eindelijk wat van zijn eigen portie proefde, sprong hij
+op, liep naar het dienstmeisje en riep vol ongeveinsde geestdrift uit:
+"Zeg aan den kok, dat hij mij overtroffen heeft, ik heb nooit zoo iets
+heerlijks gemaakt." De man was kok en liet er zich bij de omgeving
+op voorstaan, dat hij chef was in een der groote hotels te Parijs!
+
+Ik deel dit mede, niet om met mijn gebrek aan kokkennis te pralen,
+ook niet om uwe bewondering op te wekken voor de ommelette in haren
+waarlijk helschen vuurgloed, maar om u het gehalte der zomergasten
+daar te leeren kennen.
+
+Na dezen langen en aan gebeurtenissen rijken dag, als: het beklimmen
+van den Puy de Sancy in den nevel; het afdalen in den regen; de
+maaltijd te Vassevières met het "eau de la Vierge", het doorkruisen
+van een dal der verschrikking op den weg naar Cheix; het bezoeken
+van eene vóór-historische kazerne-woning, en het gebruiken van eene
+ommelette brulée onder de leiding van een kok en villeggiatura,
+genoot ik een welverdiende rust.
+
+'s Ochtends vroeg de stad in; 't is maar een stedeke van 1800 inwoners,
+met eenige kronkelige straten, maar in deze vele eigenaardige
+fraaie gevels. Eén huis, gezegd dat van Koningin Margaretha, munt
+vooral uit; op de markt zag ik een betrekkelijk laag huis--ze zijn
+allen uit de 15de en 16de eeuw--met eenvoudige, allerkeurigste
+versieringen, eene deur om te stelen, zwaar eikenhout met gesmeed
+ijzeren beslag. Een zonderlingen indruk maakte voor die deftige fraaie
+vensters de uitstalling eener slagerij. De stad heeft nog ééne poort
+met klokkentoren, een aardig gebouwtje uit de 16de eeuw. Zeer mooi
+was de kerk, of liever zeer merkwaardig. Het oudste deel, het schip,
+natuurlijk romaansch; de zuilen waren aardig versierd, zoo opvallend
+eenvoudig en lief, men zou haast zeggen kinderlijk. Aan de eene
+zijde der kerk zijn later kapellen aangebouwd in gothischen stijl. De
+beschildering der muren in de kerk wordt zeer geroemd. Ze was kleurig
+en druk. De eenvoudige versieringen in de kerken te Clermont en te
+St. Nectaire vond ik echter veel mooier. De andere buitenzijde der
+kerk had uitstaande muren, beneden ongeveer 3 M. dikker dan boven.
+
+Besse is een middenpunt voor bergtochten; dien naar de grotten
+van Jonas maakten wij reeds; de richting naar Vassivières had ik
+afgewandeld, die naar het noorden met Murols als eindpunt had ook niets
+bijzonders. Bleef nog die naar Condat en Feniers, juist de reisweg
+dien ik mij voorgenomen had. Ik verliet het stadje door de oude poort
+met den klokkentoren en had aanvankelijk den weg terug, waarlangs ik
+den dag tevoren gekomen was. Een breed dal; de weg liep aan de eene
+zijde ter halver hoogte van den bergrug; in de diepte een riviertje,
+maar met zoo weinig water, dat 't gehoopte aangename gezelschap van
+zoo'n druk bergstroompje ditmaal ontbrak. Aan de wegzijde enkele zeer
+fraaie boschpartijen, en voorts langs bebouwde akkers; eene overoude
+landhoeve, door esschen omringd, met prachtige roode vruchten, kwam
+tegen den achtergrond van donker eikenloof mooi uit. Beneden in het
+dal weidevelden, ook tegen de hellingen aan de andere zijde, zoo ver
+men van berg tot berg zien kan; maar ditmaal magere, natte weiden; de
+boerderijen lagen daarom ook ver uit elkaar; hier en daar een kaashuis,
+"burons" worden die hier genoemd. Na een drie kwartier loopens een mooi
+uitzicht op den Puy de Chambourget en den Puy de Montchal; langs een
+voetpad de helling op, spoedig weder hout, en dan een der lieflijkste
+landschappen die ik nog ooit zag: het meer Pavin (1197 M.) Dit meer is
+bijna cirkelrond, en heeft 750 M. middellijn; de diepte bedraagt 97
+M. en de oevers loopen bijna loodrecht omlaag. Langs de oevers gaan
+de dicht begroeide hellingen omhoog. Aangaande het ontstaan van dit
+meer, en van vele andere in Auvergne, geven de geleerden verschillende
+verklaringen, die te ingewikkeld zijn voor den leek en ook voor hem
+hare waarde verliezen, omdat ze met elkaar in strijd zijn; met de
+wonderlijke volksoverleveringen komt men ook tot geene bevredigende
+uitkomst, en daarom noodig ik u uit, alle wetenschappelijk geknutsel
+op zijde te stellen en u te verkneuteren aan 't heerlijke natuur
+tafereel. Het weêr was buiig, de waterplas, donkergroen van kleur,
+was gewoonlijk sterk beschaduwd, en stak statig af tegen de dartele
+lijnen van het veelsoortig groen langs de oevers; de zon brak door
+en overgoot alles met haar heerlijk licht, om in een anderen vorm nog
+mooier te geven. Er staat een visschershuisje, oud en schilderachtig;
+daarlangs een pad onder hooge boomen, om het meer heen; we volgen
+dat, aldoor genietende van de bevallige lijnen en keurige licht- en
+kleurschakeeringen, tot we komen op een punt tegenover het bergpad
+dat ons aan het meer bracht. Daar was de oever open; eene beek voerde
+het water af en sprong met vervaarlijke sprongen van den eenen steen
+op den anderen naar beneden, om onder in het dal de beek te gaan
+versterken. De in het licht schitterende waterband vereenigt zich
+met de sierlijke oploopende lijnen van den Puy de Chambourget. 't Is
+heerlijk mooi; nog eens links het pad op, en nog weêr eens rechts,
+en dan weêr eens onder de boomen gaan liggen; 't is en blijft mooi.
+
+Langs de beek ging ik, of liever klauterde ik omlaag en toog verder
+den straatweg op naar Condat. Het landschap werd boschrijker, de weg
+loopt omlaag langs eene beek. Men komt door het dorpje Eglise neuve
+d'Entraignies. De rivier verandert van naam en heet nu Rhue; in den
+omtrek zijn vele minerale bronnen; naar aanleiding daarvan zij in 't
+voorbijgaan gemeld, dat zich in de omgeving van die minerale bronnen
+altijd eene zoutwaterflora ontwikkelt: vreemd is het dezelfde planten
+als aan de zeekust, hier op eene beperkte plek midden in het land te
+zien! De bewoners van dit Eglise Neuve hebben eene bijzondere manier
+om hunne dooden te eeren; zij bouwen boven de graven kapelletjes
+in den vorm van kleine huizen met kruisen er op; het kerkhof maakt
+daardoor den onwillekeurigen indruk van eene verzameling poppenhuisjes.
+
+De weg wordt al mooier en mooier; prachtig opgaand hout, vooral
+eiken; de rivier door toevloeiing van beken krachtiger geworden,
+wringt zich hier en daar door rotskloven en biedt een reeks van
+schitterende landschappen. Na eenigen tijd wordt het dal ruimer en
+ziet men "Condat en Feniers" in een breed bekken voor zich liggen. Op
+zichzelf biedt de plaats niets bijzonders aan, 't is een stadje van
+2600 inwoners, en het ligt in Cantal; er is veel handel in hout;
+maar de ligging is tooverachtig mooi, drie berggroepen loopen daar
+in een groot dal samen, 't Was heerlijk weêr, stil en niet te warm;
+eene avondwandeling om de plaats heen gaf eene heerlijke ontspanning.
+
+Met boos humeur trok ik er den volgenden ochtend op uit; de menschen
+zijn zeer ijverig te Condat, maar ze hebben er geen spoorwegen en
+daarom geen haast. Men kan zich in dat goede land geen goed begrip
+vormen van iemand die 's morgens om 4 uur op wil staan, om dan
+voor zijn genoegen te gaan wandelen, en laat hem daarom ook maar
+kalmpjes slapen; en ik moest dien dag naar Bort (32 K.M.), zoodat
+het er op aankwam om den dag goed te verdeelen. Eenmaal op marsch,
+kwam de goede stemming spoedig terug; de omgeving was prachtig! De
+weg loopt bij het verlaten van Condat hoog boven de rivier, maar
+altijd naast haar; eerst heeft men prachtige uitzichten op het bekken
+van Condat, dat afwisselt bij elke kronkeling van den weg. Eindelijk
+wordt het dal enger en komt men onder hoog geboomte langs prachtige
+rotspartijen; aan de zijde der rivier ook steeds hoog opgaand hout,
+zoodat men over de toppen der boomen de andere zijde van het dal ziet,
+geheel bedekt met statige dennenbosschen, hier en daar onderbroken
+door grillig gevormde rotspartijen. Bij Cornilloux heeft men de
+eerste houtzagerijen, die altijd eene schilderachtige groep aan
+de rivier vormen. De rotsen stapelen zich aan weerszijden hooger
+en hooger op; dan slingert de weg van de rivier af tusschen woeste
+rotsvormingen door, om haar weder te naderen waar ze bij een bocht
+opnieuw een schilderachtige beek opneemt. Bij de "Pont de Soutre"
+nog weer houtzagerijen; eene tweede Rhue, die van Cheylade, vereenigt
+zich met de Rhue, die ik nu reeds, van Eglise Neuve volgde. Dit punt
+is wel het schoonste van den geheelen weg, en alles was zoo heerlijk
+mooi! Bij herhaling kruist men de rivier. Nog een prachtig punt ontmoet
+men bij de "Rocher des Faux monnayeurs", een grot waarin volgens de
+overlevering eens eene bende valsche munters langen tijd haar bedrijf
+straffeloos uitoefende. Nu wordt het dal ruimer; nog een paar beken
+komen de Rhue versterken en men ziet het gehucht Embort door de boomen
+schemeren. Te Embort rustte ik wat en trof er een jongen kastelein,
+die verzot was op photografeeren; hij maakte aardige dingen, die hij
+altijd kwijt kon raken aan de fabrikanten van prentbriefkaarten. Maar,
+vreemd, er waren in den omtrek zijner woning zulke allermerkwaardigste
+vulkanische overblijfselen, en geen enkel dier punten werd door hem
+genomen. Hij zeide mij telkens, als ik er op terugkwam: "maar mijnheer,
+dat is toch leelijk, niemand wil dat koopen. Maar zie daar eens die
+beek, en daar dat watervalletje, en dat groepje forellenvisschers! Dat
+is mooi! en dat is mijn land!" Ik wilde hem vooruit betalen, als hij
+kiekjes wilde nemen van de plaatsen, die ik hem aanwees; maar hij
+liet zich met de dwaasheden van zoo'n tourist niet in.
+
+Voorbij Embort, waar men aan alle zijden van uit het breede, vlakke dal
+statige berguitzichten heeft, hielden de bosschen langzamerhand op;
+de rivier kronkelde door sappig groene weiden; hoogerop werd alles
+veel schraler, er staken in de velden overal rotsbrokken omhoog,
+en hier en daar zag het er zelfs woest uit; vooral bij het hooger
+gelegen gehucht Sarrau. Het was Zondag en de kerkgangers gaven eenige
+gelegenheid tot een praatje. De zomer was er zeer droog geweest, de
+oogst was tegengevallen en vooral de weiden waren treurig verbrand; de
+laag teelaarde op den rotsbodem was hier nog te dun en dientengevolge
+zeer gevoelig voor de uitersten van het weêrgetij. Daar waar ik meende
+dat men de tweede snede maaide,--men werkt daar ook des Zondags in
+het veld--bleek het de eerste te zijn; er zou van eene tweede snede
+wel niets komen.
+
+Toen ik Champs de Bort naderde, trok het klokgelui mijn aandacht. Dat
+klonk opgewekt en gaf stemming aan de omgeving. De Guide Ioanne gaf
+hier het Hôtel des Voyageurs aan als de plaats waar men verblijven
+kon. Ik wenschte er mijn twaalfuurtje te nemen en minstens tot 3 uur
+stil te zijn, om de grootste middaghitte te laten voorbijgaan. Daarom
+naar de herberg des Voyageurs, eene niet al te weidsche kroeg; ik
+kreeg tot bescheid dat ik tot na kerk moest wachten, en dat ik dan
+aan de table d'hôte mede kon eten; onderwijl gebruikte ik een glas
+vruchtensap en wachtte gelaten, maar niet zonder zorg, op de dingen
+die komen zouden. De kastelein had ook een winkel van ellegoederen
+en kruidenierswaren; na kerk stroomden de menschen er heen, mannen,
+vrouwen en kinderen allen in 't zwart. De vrouwen eerst in den
+winkel, later ook in de gelagkamer, waar de heeren dadelijk plaats
+namen. Eerst een flesch wijn van het vat; dan brood en kaas en bier,
+en dan nog eens, als de vrouwen en kinderen kwamen, afgetapte wijn
+in oude champagne-flesschen, met harst of pik over den kurk en den
+hals gesloten. Onder het genot van de tweede portie wijn werd het
+gesprek levendiger en bereikte later, toen ik reeds aan tafel zat,
+eene onrustbarende hoogte. De kastelein, die voorzat aan tafel,
+verzekerde mij echter dat er nooit ongenoegen kwam, zoolang ze maar
+geen spiritualiën dronken, en die waren alleen te verkrijgen in
+kroegen van mindere soort.
+
+Dat verblijf in die gelagkamer was wel interessant maar niet amusant;
+te meer indruk maakte de nette eenvoudige kamer, waar een vrij
+talrijk gezelschap heeren en dames de komst wachtte van den laatsten
+gast. Het was een goed en allergezelligst maal; de gasten waren
+eenvoudige menschen en gaven zich geheel zooals zij waren. Drie jonge
+onderwijzeressen onder de hoede van eene oudere dame; de ontvanger der
+registratie met zijne vrouw; de griffier van het kantongerecht, nog
+twee ongenummerde paren; de kastelein en ik, ziedaar het gezelschap.
+
+Het was nog drie uur ver, en 't was broeiend heet; van schaduw
+was geen spraak meer. Aanvankelijk golfde de weg; op een der
+hooge punten een prachtig uitzicht op de bazaltruggen van Bort;
+vervaarlijke rotsblokken liggen langs den weg verspreid; dan het
+dal der Dordogne. Een heerlijk landschap: het bekken van Bort, de
+bazaltruggen, het orgel van Bort genoemd, en de diepe rotsbedding
+der Rhue, vragen om strijd de aandacht. Naar de zijde van het dal der
+Dordogne fraaie lijnen, afgeronde heuvels dikwijls met prachtig bosch
+getooid, een heerlijk golvend landschap. Aan de andere zijde van alles
+het tegendeel. Het was langs dien kant dat in den voorhistorischen
+tijd de gletschers zich bewogen; men ziet niets dan strakke lijnen,
+scherpe rotskanten, hoekige en loodrechtige wanden. Niet ver af,
+bij een wilde rotspartij een merkwaardig voorbeeld van rotsen door
+het ijs afgevlakt en gestriemd, de diepe gleuven zijn duidelijk
+zichtbaar. Wat verder naar de Rhue afdalende, eene woestenij van
+bergpuin, in 't oog vallend woest en kaal. Op deze plaats hebben de
+natuurkrachten een ontzettenden strijd gevoerd, en het slagveld is
+sinds dien in denzelfden desolaten toestand gebleven. Het uitzicht
+op de Orgues de Bort trekt bij toeneming de aandacht, tot men,
+neergedaald tot aan de rivier, in het stadje aankomt. Ik sloeg mijne
+tent op in het hotel Amblart, waar ik eene aardige kamer kreeg, met
+een prettig uitzicht op de Dordogne en op het oude stadje. De avond
+en morgen te Bort waren allergezelligst; aan de middagtafel maakte
+ik aangename kennissen en besloot den dag in hun gezelschap en met
+eene avondwandeling door de stad en langs de Dordogne; in een café
+maakte ik onder anderen kennis met een fabrikant van vilten hoeden,
+die mij uitnoodigde den volgenden morgen zijn fabriek te komen zien.
+
+Bort heeft 4000 inwoners, een paar flinke fabrieken en veel handel; de
+uitzichten langs de rivier zijn zeer mooi, en die op de bazaltruggen,
+de Orgues, zijn van zeer bijzonderen aard. 's Morgens vroeg trok ik
+er reeds op uit; het is, na eene korte wandeling buiten de stad,
+een flinke klim van ongeveer een uur, waarbij men des voormiddags
+alles heeft, behalve het eenige noodige: schaduw. De boomen aan
+den voet van de bazaltmuren zijn daarom dubbel welkom, en men
+heeft daar reeds fraaie uitzichten, een voorproefje van 't geen men
+boven zien zal. De bazaltzuilen te Bort--en er zijn er zoo meer in
+Auvergne--zijn ontzagwekkend van afmeting. Men kent de stukken van
+bazaltzuilen, die hier van den Rijn aangevoerd worden tot het maken van
+sluismuren, zeeweringen en dergelijken. De kristalvorm is dezelfde;
+maar wanneer zoo'n zuil van den Rijn eene grootste doorsnede heeft
+van 40 centim. dan is het al een zwaar stuk. Hier zijn ze 8 tot 10
+meter in doorsnede, die van 4 meter zijn stroohalmpjes. De lengte
+is gemiddeld 90 meter, en men kan zich ter nauwernood den indruk
+voorstellen, wanneer men dergelijke wanden ziet, die zich voor u
+opheffen en zich verder uitstrekken dan men zien kan. De geologie
+leert ons, dat die zuilen bij afkoeling gekristalliseerd worden uit
+een gloeiende, vloeibare massa; wat moet dat voor een gloed geweest
+zijn, toen zich daar kristallen vormden van die afmetingen! Hier
+en daar zijn er enkele zuilen ingestort en de brokken, waar men
+tusschen door klauteren kan, geven nog beter denkbeeld van de
+reuzenafmetingen. Na eene korte rust in de lommer volgde ik het
+voetpad naar boven en kwam op den top der kolommen (760 m.). Langs
+de kanten komen die koppen bloot, maar op eenige meters van den kant
+bestaat de bodem reeds uit goed bouwland, hier en daar afgewisseld
+met weiden en bosch. Van den rand der bergvlakte geniet men een
+der prachtigste uitzichten van midden-Frankrijk; men staat in het
+middenpunt van een groot halfrond, gevormd door drie berggroepen,
+van den Mont-Dore, van de Cezallier en van de Cantalgroep. Aan de
+andere zijde van Bort, waar men 350 M. boven verheven is, over de
+Dordogne heen en over het spiegelgladde, schitterende meer van Madic,
+eene opeenvolging van heuvelruggen met diepe insnijdingen, die aan
+den horizon afgesloten worden door de genoemde berggroepen. Bosschen,
+heidevlakten in prachtig paarsen tooi; weidevelden en bebouwde akkers
+versieren de heuvelen in allergelukkigste afwisseling. Enkele witte
+vlekken, dorpen en stadjes, eene helle weêrkaatsing van een waterval,
+schijnen kunstmatig aangebracht om dien fraaien tuin nog grooter
+bekoorlijkheid te verleenen. Het kost den wandelaar meer dan een uur,
+eer hij zich van dat vergezicht kan afwenden! De terugwegen naar Bort
+zijn talrijk en men kan op goed geluk af elk pad kiezen; onder het
+afdalen is de toren van Bort een onfeilbare wegwijzer.
+
+Na het dejeuner toog ik naar de hoedenfabriek. Ik zal u niet vermoeien
+met eene uitgebreide omschrijving van dit fabrikaat, dat we allen,
+oud en jong, op het hoofd hebben of gehad hebben. Het meerendeel
+van de fransche hazenhuidjes wordt te Bort verwerkt, dat wil zeggen
+alléén het haar; maar de millioenen konijnenvellen, die jaarlijks uit
+Australië naar Europa verscheept worden, komen allen in de fabrieken
+van vilten hoeden terecht. Is het haar eenmaal gesorteerd, dan wordt
+de hoed gemaakt uit water en haar, dat op een koperen vlechtwerk
+gespoten wordt; dat vlechtwerk is in den vorm van een suikerbrood
+en zoowat 75 c.M. hoog en 40 c.M. doorsnede aan het grondvlak. De
+eerste vorm van een hoed is dus een reuzenhoed; nu wordt hij door
+behandeling met heeten stoom, door pletten en vouwen en hameren inéén
+gewerkt en verkrijgt zoo de vereischte vastheid, terwijl hij hoe
+langer hoe kleiner wordt. Verder zullen we de fabrikatie maar niet
+volgen; er wordt nog geverfd; er wordt nog gewasschen; er worden
+zachte fijne vilten gemaakt; er komen dikke en minder plooibare te
+voorschijn; het einde van alles is een opgemaakte hoed, dien men zoo
+maar dragen kan. Door het bezichtigen van dat alles ben ik dan ook
+tot het medeweten van een groot geheim gekomen; namelijk welk model
+van hoeden in 1906 gedragen zal worden, zoowel door dames als door
+heeren. De fabrikant legde mij echter daaromtrent het zwijgen op;
+moeielijk te bewaren is dit niet, want waarschijnlijk hebben bij
+'t lezen dezer regelen de meesten het nieuwe model reeds gezien
+of in gebruik. Als algemeene indruk der vilten hoedenfabrikaten,
+kan men zeggen dat zij volkomen in strijd is met den gewonen loop
+van zaken. Hoe grooter de hoed is bij zijn geboorte en hoe kleiner
+hij is wanneer hij in gebruik genomen wordt, hoe beter hij aan de
+gestelde eischen zal beantwoorden.
+
+Het bleef dien dag broeiend heet, en ik had na de wandeling
+over het "orgel" geen lust om nog meer te loopen; dus per spoor
+naar Mauriac. Een genotvol ritje, want dat gedeelte van 't net der
+Orleans-spoorwegmaatschappij is zeer bergachtig en wordt dientengevolge
+uiterst langzaam bereden; het is een merkwaardig staaltje van
+spoorwegbouw. Tal van heuvels, dikwijls door viaducten onderling
+verbonden, hebben de ingenieurs niet afgeschrikt; op twee punten
+hadden ze zelfs de lijn met slingers tegen de berghelling op moeten
+brengen, en zag men de sporen die men bereden had, weder naast en onder
+zich. Eene verbazend groote omnibus bracht mij van 't station naar
+het hotel l'Ecu de France, een echt ouderwetsch plattelands-logement:
+eenvoudig maar in de puntjes, en eene eerwaardige waardin, met een
+vriendelijk praatje. Terwijl ik mij verfrischte, zuiverde eene heftige
+droge donderbui de lucht, en woei het stof uit de straten, zoodat ik
+voor donker nog eene wandeling door het stadje maken kon. Mauriac is
+met Salers, dat ik den volgenden dag bezoeken zoude, het merkwaardigste
+stadje van Auvergne; het ligt op 900 M., heeft 3500 inwoners, en
+bezit belangrijke overblijfselen van vroeger aanzien; gesticht werd
+het als klooster, omstreeks het jaar 560, door een kleindochter van
+Clovis, op eene plaats van oudsher door de Gallo-Romeinen bewoond;
+in de stad zelf en in hare omgeving werden tal van voorwerpen uit
+dien tijd opgedolven; van de kloosterkerk van 't jaar 560 werden de
+laatste overblijfselen in 1825 opgeruimd;--het was niet alléén in
+Nederland dat in die dagen eene verwoestingswoede heerschte; maar
+in de kerk Notre-Dame des Miracles bezit de stad nog een schitterend
+overblijfsel van eenvoudige romaansche bouwkunde. De achthoekige toren
+werd in de vorige eeuw nog al eerlijk hersteld. Het beeldhouwwerk
+aan den hoofdingang is bijzonder merkwaardig; de gebeeldhouwde deuren
+van 1582 zijn prachtige voorbeelden van de houtsnijkunst dier dagen,
+al zijn ze wat geschonden. Inwendig trekt een doopvont de aandacht,
+en eene zwarte madonna is ook hier weder het brandpunt der vereering
+in wijden omtrek. Hier en daar trekken nog andere oude gebouwen de
+aandacht, en de algemeene indruk is prettig; kronkelende straatjes;
+huizen met terrassen, dikwijls alleraardigst begroeid of met planten
+versierd; een stadje waar men zich dadelijk thuis gevoelt, en dat
+den indruk geeft alsof de bouwmeesters van toen bedoeld hadden om,
+zonder overdadige versiering en zonder in het oog-vallende middelen,
+eens een keurig klein geheel te vormen.
+
+Men kan van hier aangename uitstapjes maken naar de kloven der
+Dordogne, naar St. Projet le Desert; mijn plan echter lag nu eenmaal
+een anderen weg uit, en zoo liet ik die plaatsen onbezocht; andere
+reizigers zullen echter wèl doen, ze in hun reisplan op te nemen. Ik
+wandelde over Anglards-de-Salers naar Salers, eene wandeling die ik
+om hare groote eentonigheid niemand aanbevelen kan; men doet beter
+van Mauriac per spoor naar Drugeac te gaan en vandaar naar Salers te
+wandelen. Na, buiten Mauriac, onder den spoorweg door te zijn gegaan,
+komt men in eene kale, onvruchtbare glooiende vlakte; magere weiden met
+veel rotsblokken; geen boomen; gelukkig veel bloeiende heide; hier en
+daar eene kleine woning en eene verlaten kaashut. Anglards ligt aardig
+op eene hoogte onder boomen; toevallig trof ik er eene kerkelijke
+processie, een treurig streven om iets indrukwekkends te vertoonen;
+te veel tooi om van eenvoudige onbeholpenheid te spreken. Het beste
+gedeelte der bevolking woonde den optocht als toeschouwer bij en
+verbaasde mij, voor zoover ik het verstaan kon, door zijne scherpe
+opmerkingen; de vrouwen vertegenwoordigden daarbij het radicale
+beginsel. Trouwens de bevolking dezer streek is van oudsher bekend
+om haar stuggen onafhankelijkheidszin; als voorbeeld daarvan in den
+nieuweren tijd dient, dat na den laatsten Fransch-Duitschen oorlog,
+1870-71, te Bort als hoofdplaats, de republiek 24 uur eerder werd
+afgekondigd dan te Parijs.
+
+Naar Salers toe wordt de omgeving vruchtbaarder, er staan meer en
+flinke boerderijen, men komt zelfs van tijd tot tijd iemand tegen en
+het landschap trekt weder de aandacht. De uitzichten op de omliggende
+bergen worden mooi. Salers ligt in een bekken, waar de dalen der
+Maronne en der Aspre tezamen komen, op eene hoogte. Vreemd is de
+indruk, dien het stadje--het heeft niet voluit 1000 inwoners--maakt
+met zijne vele poorten, zware logge wallen en de grillige omtrekken der
+daken, aanhoudend afgebroken door kleine torens. De bevreemding stijgt
+met elken stap, wanneer men, door een der poorten binnengetreden,
+die smalle straatjes doorloopt tusschen die oude hooge gebouwen.
+
+Ik zocht het hotel Faure Serre; bij de kerk gekomen op de "Grande
+place," een zeer beperkt pleintje, moest ik het opgeven en den weg
+vragen, want niets duidde aan, dat ik nog een hotel zoude vinden;
+een inwoner was zoo vriendelijk met mij mede te gaan, en bracht
+mij in een achterbuurtje voor een oud, vervallen gebouw, waar met
+groote vergulde letters in den voorgevel stond Faure Serre. Die
+gulden letters waren het eenige frissche dat ik in Salers zag, en
+toch was het er prachtig. Het hotel was donker en somber; uit eene
+herberg-gelagkamer werd ik trapop, trapaf gebracht in een groote ruime
+gang met booggewelven, om te komen aan een vroeger stellig prachtige
+wenteltrap; na eenige treden geklommen te zijn,stond ik in eens in
+de open lucht op een terrasje, en daar kwam de deur der voor mij
+bestemde kamer op uit, een ruim vertrek met mooi uitzicht op tal van
+tuintjes en binnenplaatsjes in Salers. Na eenige rust genomen te hebben
+verliet ik mijne kamer weêr, naar ik meende langs denzelfden weg,
+dien ik gekomen was, maar ik had op de wenteltrap een verkeerd bordes
+genomen, kwam weer in een lange gang en voor eene zware houten deur,
+die gelukkig niet op slot was. Buiten komende, stond ik in eene andere
+stadsbuurt, en bespeurde dat de deur waardoor ik het hôtel verliet, ook
+al eene merkwaardigheid was, fraai getimmerd en geheel met eenvoudig
+maar keurig snijwerk versierd. Op goed geluk door een steegje verder
+gaande, kwam ik op een ruim grasveld; dit was de Promenade de Barrouge,
+op den top van eene steile bazaltrots met een verrukkelijk uitzicht
+in de omringende dalen. Het plein was met fraaie boomen beplant en
+omringd door een muurtje en was aan drie zijden vrij. De jeugd van
+Salers vermaakte zich daar met kegelen; van de ongevraagde verklaring
+van hun spel kon ik bijna niets verstaan. Verder gaande stond ik
+bijna bij elken stap voor een ander monument van bouwkunde. Al die
+huizen zijn uit de 15de en 16de eeuw; Auvergne leefde toen, met bijna
+geheel Frankrijk op, na het eindigen van den honderdjarigen oorlog
+met Engeland en werd aan zichzelven teruggegeven. Die oorlog had
+ook de macht van adel en geestelijkheid gebroken, en de ontwakende
+volksgeest gaf ook hier de hand aan de hervorming; de steden en het
+platteland namen hunne belangen in eigen beheer; het land leefde op en
+bloeide, en de welvaart uitte zich spoedig in prachtige woonhuizen. De
+hervormingsoorlogen maakten verweer noodzakelijk, en door zijne
+natuurlijke ligging was Salers aangewezen tot een middenpunt van
+aanval en verdediging. Vandaar die gordel van oude vestingwallen,
+nu in bloem- en groententuinen herschapen; vandaar die versterkte
+poorten, zooals die van l'Horloge en der Martille, vestingen op
+zichzelf. Maar zoolang men nog de kracht bezat om zich tegen de booze
+machten van vroeger te verzetten, bleef de voorspoed bestaan en met
+dien voorspoed de weelde in het bouwen. Het zoogenaamde Maison Lizet,
+met een mooi portaal van jonger dagteekening, op de markt het Maison
+du Notaire, en vlak daarbij het Maison des Templiers, en nog tal
+van andere prachtige gebouwen zijn de bewijzen van dat korte tijdvak
+van bloei. De kerk is uit de 15de eeuw en dus reeds uit het tijdperk
+van den overgang van de romaansche tot de gothische bouworde; zij is
+gedeeltelijk gerestaureerd, zeer fraai, maar door de restauratie te
+nieuw in die omgeving. De ingang der kerk is een flink voorbeeld van
+wijziging van den bouwstijl. Waren de deuren der romaansche kerken
+aanvankelijk klein, zoodat men ze gemakkelijk openen en sluiten kon,
+later werden die aan de hoofdingangen grooter en door een middenstijl
+in tweeën verdeeld; ook liet men de portaalwanden schuins uitloopen,
+zoodat er voor de binnentredenden meer ruimte ontstond. De daardoor
+ontstaande vergroote zijvleugels werden hoe langer hoe kunstiger
+versierd, nu eens met kolommen in verschillenden vorm, dan eens met
+beelden in nissen; ook de middenstijl der deuren werd veelal een beeld.
+
+Ik bleef aan 't ronddolen in dat allermerkwaardigste stadje; liep hier
+en daar eene poort in, om op ruime binnenplaatsen te komen, die overal
+de resten vertoonden van keurige bouwkundige versieringen. Treurig
+echter was het, den diepen staat van verval te zien, waarin al dat
+schoons gekomen was. Geen dier groote prachtige gebouwen werd nog in
+zijn geheel bewoond, en hoewel ik niet mag beweren dat er armoede
+heerschte, zoo was de levensstandaard zoo laag, en 't gebrek aan
+orde en zindelijkheid zoo groot, dat men toch aan volslagen armoede
+moest denken.
+
+'s Avonds aan tafel--want te Salers komen veel reizigers--maakte ik
+kennis met een aangename familie, en zette na tafel het gesprek voort;
+tot mijne verbazing vernam ik dat er geene plaatselijke verzameling
+van oudheden of kunst was, en dat de overblijfselen van zulk een
+schitterend verleden eerst sedert een veertigtal jaren de aandacht
+hadden getrokken, om bijna allen hunnen weg te vinden naar Parijs,
+in handen der oudheid-handelaren. Geen der merkwaardige gebouwen,
+ook niet de oude kasteeltjes in den omtrek, waren nog in handen van
+de oorspronkelijke families, en inwendig was er ook niets meer te
+vinden. De prachtige betimmeringen waren uitgebroken en verkocht; hen
+volgden de schoorsteenen, de trapleuningen, de versieringen van deuren
+en vensters, het ijzer- en koper smeedwerk, tot er niets overbleef
+dan bijna onbewoonbare vertrekken, die dan bij gedeelten verhuurd
+werden. Men zeide, dat in vele gevallen de tegenwoordige bewoners, door
+'t langdurig bewonen, eigenaars werden en dat van vroegere eigenaren
+dikwijls niets bekend was. Men verklaarde deze vreemde feiten altijd
+door het tooverwoord "La grande Revolution". Ik werd in het levendig
+gesprek met de pas gemaakte kennissen verrast door de waardin, die ons
+tegen negen uur de brandende blakers bracht; het duurde haar te lang en
+we moesten maar naar bed. Maar ook wij maakten "une grande revolution"
+en onttrokken ons aan den druk der over ons gestelde machten; we
+ontsnapten met de brandende blakers in de hand naar buiten. 't Was
+heerlijk maanlicht; de blakers werden uitgeblazen en op de groote
+markt in een der raamkozijnen van het maison du Notaire neêrgezet,
+en we maakten een wandeling door de reeds in diepe rust gedompelde
+stad. Niet licht zal ik die heerlijke avondwandeling vergeten,
+en vooral dat prachtige uitzicht van de Promenade de Barrouze;
+tegen half elf bereikte ons de arm der hoogste macht; de nachtwacht
+kwam opdagen, en wij begrepen dat verder verzet onmogelijk werd;
+we zochten onze blakers weder op, en sloopen door de zijdeur, die ik
+'s middags gevonden had, het hotel weer binnen.
+
+Den volgenden dag stond mij eene inspannende wandeling te wachten. De
+tocht van Salers naar den Puy Mary, en van dezen naar Murat, staat
+bekend als de schoonste in Cantal, maar hij heeft het groote gebrek van
+43 K.M. lang te zijn. Dat was een marsch van 11 uren! Zeer vroeg op;
+vroeger dan het hotelpersoneel; met aanvankelijk treurige gevolgen. Ik
+werd voor 't ontbijt in eene binnenkamer gelaten maar dit vertrek--de
+woonkamer van het gezin--was erg bedompt en waarschijnlijk sedert
+de grondvesting van het gebouw niet meer bijgeveegd; het was mij
+ondoenlijk het ontbijt daar te voltooien, en ik was blijde, na mijne
+rekening betaald te hebben, weder naar buiten te kunnen.
+
+Er was een dikke mist; de weg loopt langs de berghelling boven het
+dal der Maronne; van al de prachtige vergezichten en het heerlijke
+landschap zag ik niets, dan van tijd tot tijd een kijkje door eene
+opening in den nevel, maar dat was ook voldoende om mij te doen
+beseffen wat ik door het slechte weer verloor. Op den Col hetzelfde;
+de nevel begon regen te worden. Nu kwam ik, afdalende, in prachtige
+bosschen; de weg kronkelde steeds voort; eenige vage omtrekken en
+het luiden van klokken bewezen de nabijheid van dorpen; ik was in
+de kloof van Falgoux. Gelukkig veroorloofde mij een flauw zonnetje
+ter hoogte van den Roc des Ombres en den Roc du Merle, de fraaie
+omtrekken dezer rotsgevaarten waar te nemen. Daar kwam ik aan den
+voet van den Puy Mary, bij den Pas de Peyrol. Nu zou ik, behalve een
+prachtig uitzicht, een der merkwaardigste punten van de reis zien;
+van af den Puy Mary ziet men neer in een der grootste kratervormingen
+van Europa. Wel te verstaan, buiten den mist en den regen gerekend,
+die mij het beklimmen van den top vrijwel onmogelijk maakten en mij
+in den vollen zin des woords druipstaartend naar beneden dreven. Ik
+zag het beloofde land, maar mocht het niet betreden.
+
+Bij den Col de l'Eglac was eene herberg, waar ik hoopte de schade
+van mijn verzuimd ontbijt in te halen; maar 't ongeluk vervolgde mij,
+men had daar niet op gasten gerekend. Als de kippen ook daar niet de
+heilzame gewoonte hadden gehad van eieren te leggen, dan had ik mij,
+na 21 K.M. geloopen te hebben, met een stuk oud brood en een brokje
+kaas tevreden moeten stellen.
+
+Over steeds terugkeerende kronkelingen ging de weg over den Col de
+Serres; altijd door regen, maar nu onbetwistbaren stortregen; door het
+gehucht Lauvegirie naar het dorp Dienne. Bij goed weder moet in deze
+boomrijke streek het landschap mooi zijn--nu droop alles. Te Dienne--ik
+was toen nog 10 K.M. van Murat--moest gemiddagmaald worden, en ik zocht
+daartoe de best uitziende herberg uit; maar de maat der tegenspoeden
+was nog niet volgemeten! Stellig kon men mij een warm dejeuner geven,
+er kwamen veel menschen en allen waren altijd tevreden! Nu, ik heb bij
+'t heengaan ook maar zoo gedaan, maar 't was een allerwonderlijkste
+maaltijd; de gerechten, die men mij voordiende, kende ik noch op
+'t uiterlijk noch naar den smaak.
+
+Eindelijk klaarde het weêr wat op en ik stapte door naar Murat;
+een mooie weg. Te Murat trof ik in het Hotel des Messageries een
+aangenaam onderkomen. De stad is tegen eene hoogte aan gebouwd, op
+den top waarvan vroeger een kasteel stond; in de plaats daarvan nu
+een reusachtig Mariabeeld, als kunst van geen waarde; de wandeling er
+heen loont echter zeer, omdat langs de hoogte weder zoo'n bazalt-orgel
+te zien is. Hoe dikwijls men die vreemde vormingen ook ziet, ze maken
+altijd denzelfden diepen indruk.
+
+In de stad zelf--zij heeft 3000 inw.--heeft men de oude
+O.L. Vrouwekerk, uit de 15de eeuw, maar herhaaldelijk gerestaureerd
+en bijgebouwd, en een aantal mooie huizen in renaissance-stijl;
+de straten zijn meestal glooiend, en de stad maakt een aangenamen
+indruk. 's Morgens vroeg trof ik er de weekmarkt. Allerlei land-
+en tuinbouwproducten werden er door de boeren en boerinnen te koop
+aangeboden, en al de dames uit de stad schenen wel tegenwoordig te
+zijn, om hare inkoopen te doen. Onder dat gewoel en gedrang viel
+me een geestelijke op, die zelf zijne inkoopen deed; hij scheen
+een goede bekende van de buitenlui te zijn en was volstrekt niet
+verlegen om een kwinkslag met gelijke munt te betalen, die opgewekte
+oude heer! Op de kaasmarkt was niet anders aangevoerd dan de soort,
+genaamd St. Nectaire en kleine platte geitenkaasjes. Zooveel van
+die kaas was mijn reukorgaan te machtig in die half natgeregende
+menschenmenigte; hun beider kracht vereenigd verdreef mij uit die
+overigens schilderachtige omgeving.
+
+Dien namiddag trok ik per spoor naar Vic sur Cère, eene
+aardig gelegen en druk bezochte badplaats; het groote hotel der
+Orleans-spoorwegmaatschappij is aardig tusschen de heuvels gelegen
+en eene eerste-klasse inrichting. Vic bestaat uit een oud en een
+nieuw gedeelte; in het oude vindt men weêr enkele fraaie huizen,
+maar de doorgaande reiziger komt te Vic om den Pas de la Serre te
+zien. De weg er heen is overal door bordjes aangegeven; het is een
+alleraardigst pad, dat u na een half uur in een weideveld brengt,
+om dan spoedig in de kloof te komen. Het riviertje de Cère heeft zich
+daar door rotsmassa's heen een moeielijken weg gebaand. De rotsen zijn
+gedeeltelijk met mos bedekt en op de kammen weelderig begroeid. Het
+geheel is allerliefst, 't maakt geen woesten, maar, bij het kalm
+stroomen van 't riviertje door de eenmaal gevormde bedding, een indruk
+van bevalligheid; jammer dat men vlak bij de kloof den stroom afgedamd
+heeft ten behoeve van eene lichtfabriek. Men kan door de kloof heen
+klauteren en komt dan door een steeds aanvalliger wordend dal bij de
+kasteelen Tremoulet en Espinasse, beiden verrukkelijk gelegen.
+
+Des namiddags maakte ik nog een wandeling naar de Mongudo, een klein
+bergvlak, vermaard om de planten-fossielen die men er vindt. Die
+overblijfselen der plantenwereld zijn uit een vroeger tijdperk
+der aardvorming; de meeste soorten zijn sinds dien terplaatse
+uitgestorven. Men vindt er prachtige afdruksels van beuken, van
+esschen en van wijngaardloof, en van verscheiden bamboes-rietsoorten;
+men vindt er zelfs veel afdrukken van pas ontloken knoppen, die recht
+geven tot de onderstelling dat de vernielende vulkanische uitbarsting
+in de lente plaats had; men ziet nog staande verkoolde stammen, die
+groeiend begraven werden; ook aardige brokken versteend hout komen
+voor. De wandeling terug naar Cère is weêr van zeldzame schoonheid;
+de lijnen der bergen loopen van alle zijden op naar het hoogste punt,
+den Plomb du Cantal, die den volgenden morgen beklommen zoude worden.
+
+'t Was weer regenachtig toen ik, voor dag en dauw, de wandeling begon;
+'t ging langs den straatweg naar Lioran, met verrukkelijke uitzichten
+op het dal der Cère; een heerlijke wandeling die eindigt in den tunnel
+van Lioran, een fraai bouwstuk van 1410 M. lengte, door den Puy van
+Lioran heen; vlak bij den uitgang is het Hôtel des Touristes, ook
+van de Orleans-spoorwegmaatschappij en een zeer aanbevelenswaardig
+verblijf.
+
+Denzelfden dag beklom ik nog den Plomb de Cantal (1858 M.). Een
+keurig bergpad zonder bezwarend klimmen; aanvankelijk door fraaie
+dichte bosschen, met hier en daar open plaatsen, van waar men dan
+goede uitzichten heeft op den Puy de Griou en den Puy Mary. Tal
+van beekjes stroomen u te gemoet, en voortdurend hoort men onder
+'t loover het kabbelend geluid van de vele kleine watervallen. Op
+de hooger gelegen punten, die een ruimer uitzicht geven, zijn banken
+geplaatst. Men komt, al wandelend en al rustend, langs dat fraaie pad
+onder die prachtige boomen, ongemerkt op een uitgestrekt weidevlak,
+waar twee groote kaashutten staan. Van hier uit heeft men een bijzonder
+goed uitzicht op een ruim en diep bekken, begrensd door hoogere toppen
+en onregelmatig rond van omtrek; 't is een oude krater, waarover
+later meer. Voorbij de kaashutten, de burons van den Rambarter, gaat
+men verder door weiden een smal bergpad op, dat hooger en hooger
+eindelijk op een bergrug uitloopt, dien men al geruimen tijd als
+een steilen wand voor zich zag. Die rug is weder de rand van eene
+niet zeer uitgestrekte bergvlakte, aan 't einde waarvan de Plomb
+du Cantal zich verheft. 't Is een zonderlinge bergvorm, een plompe
+heuvel van bazalt, met gras bedekt. De Plomb is op één na de hoogste
+top van midden-Frankrijk, en wordt van al de bergen daar het meest
+bezocht. Er was dan ook een talrijk gezelschap en wij wedijverden
+met elkander in het aanwijzen van de fraaiste punten van 't fraaie
+panorama. Midden op den top stond een zwaar ijzeren geraamte van een
+huis, met een opschrift, meldend dat het daar gebracht was door die
+en die transportonderneming. Stellig een moeielijk werk en eene goede
+reclame, maar 't was een schreeuwende wanklank in die omgeving.
+
+Na in den ochtend wat regen te hebben gehad, was het in den voormiddag
+iets helderder geworden, om in den namiddag weer aan 't pruilen
+te geraken; onderweg raadde een herder mij nog aan, om maar niet
+door te gaan, want 't zou boven niet helder zijn. Maar ik had het
+uitzicht van den Puy de Sancy gemist, den Puy Mary had ik niet eens
+kunnen beklimmen; ik wilde nu een laatste kans wagen. Gelukkig, want
+boven was het helder tot de kimmen toe! Maar op eens begon het hard
+te waaien, een paar tellens later te stormen, en die luchtstroom was
+ijskoud. Men had haast geen tijd om te bedenken wat dat worden moest;
+onder den wind bleef alles helder en mooi, maar in den wind was in
+een oogenblik alles grauw en zwart geworden; 't volgende oogenblik
+waren we in een dikken nevel gehuld, en een ieder zocht een goed
+heenkomen. De wolk die ons bedekte was zóó dik, dat ik al spoedig
+mijn gezelschap kwijt was en we elkaar eerst halverweg beneden weder
+ontmoetten. Toen ik weer bij de burons van den Rambarter terugkwam,
+werd het weer helder. Dat verrukkelijke uitzicht met den Puy Mary
+en den Puy Griou aan de overzijde, deed mij watertanden. 'k Moest
+nog naar den Puy Mary, om de hellingen waarop ik nu liep, in haar
+geheel waar te kunnen nemen en mij eene duidelijke voorstelling van
+den ouden krater te kunnen vormen. In dat bekken waren ontzettende
+vulkanische bedrijven afgespeeld. Dat moest ik toch in zijn geheel
+gezien hebben, en mijn laatsten dag wilde ik aan dat zware werk
+besteden. Het inderdaad prachtige en zoo hoogst belangwekkende
+landschap, dat zich voor mijne voeten ontplooide, was er de schuld
+van dat ik besloot, als het den volgenden ochtend om 4 uur droog was,
+nog van Lioran uit den Puy Mary te beklimmen.
+
+In het hotel teruggekeerd, moesten de kleederen gedroogd
+worden. Gelukkig had men in 't hotel de uittrekkende schapen geteld,
+en bij 't lieve regenweer een flink houtvuur aangelegd, om de kleederen
+spoedig weer draagbaar te maken. Die geen tweede pak bij zich had,
+moest in zijn kamer verblijven tot na het drogen.
+
+Gezelschap kon ik niet mede krijgen; niemand vertrouwde het weer
+nog, zoodat ik den volgenden ochtend de reis alleen aanvaardde,
+en met helder weer. Aanvankelijk ging het door bosschen en weiden
+met indrukwekkende bergpanorama's aan alle zijden, over den Col
+de Rombières tot aan den voet van de Roc de Bataillouze (1686 M.),
+dan afdalen naar den Col de Cabre (1539 M.) waar men een merkwaardig
+uitzicht heeft op het bekken van Mandailles, een halfrond en een deel
+van den ouden krater. De bodem en de wanden bestaan uit verschillende
+lavasoorten, die als 't ware eene staalkaart vormen van wat de
+vulkaan gedurende eene reeks van tijden uitbraakte. Dat bekken heeft
+eene doorsnede van 4 à 5 KM., de diepte wisselt af van 1787 tot 860
+M. De omringende rotswanden zijn ongeveer 1600 M. hoog. Tal van beken
+spoelen van den bergwand omlaag, de grootste, de Jordanne, ontspringt
+op den Col de Cabre; de wanden zijn overigens afwisselend bedekt met
+weiden en bosschen; de plantengroei is rijk, dank zij die vele beken;
+de vele verspreide boerderijen getuigen van een vruchtbaren bodem. Van
+den Col de Cabre loopt het pad naar den top van den Peyre-Arse, een
+kalen top, dan langs een betrekkelijk smalle bergkam tot aan den Puy
+Mary. Daar was ik er, en nu met goed helder weer; zonder te aarzelen,
+had ik gewaagd en gewonnen!
+
+De Puy Mary (1787 M.) heeft eene driehoekige spits, de beken vloeien
+in drie richtingen af. Het uitzicht op de verschillende berggroepen
+was schoon, mooier dan dat van den Puy de Dôme, of dat van den Plomb du
+Cantal. Vlakten en bergen wisselen steeds af, en hier en daar ziet men
+de rechte, horizontale lijnen der bazaltruggen, waaronder de orgels
+van Bort duidelijk te onderkennen zijn. Aan zijne voeten heeft men
+echter het mooiste uitzicht, de van den berg uitstralende dalen zijn
+rijk in afwisseling; aan het einde van elk dal dichte dennenbosschen,
+waarop dan helder gekleurde weiden volgen, met woningen bezaaid.
+
+De geologen deelen ons mede, dat de verschillende bekkens of
+bergkommen, waarin we van den top van den Puy Mary neêrzien,
+de plaatsen zijn geweest waarboven zich vroeger de reuzenvulkaan
+verhief. De toppen, die zich aan den rand verheffen, zijn oude
+bijkraters, aan de zijwanden doorgebroken, ver beneden den top. De
+eerste uitwerpselen van den vulkaan werden langzamerhand om den
+hoofdkrater opgestapeld, en vormden het reusachtig omhulsel van den
+kegel, een koek van ongeveer 80 KM. middellijn, waarvan de gezamenlijke
+Cantalbergen nu de overblijfselen zijn. De koek is ongeveer 1000 meter
+dik en bestaat uit eene groote verscheidenheid van lavagesteenten.
+
+Dat alles was niet het werk van één dag; de vulkaan had langdurige
+tijden van rust, gedurende welke zich een weelderige plantengroei
+op zijne hellingen ontwikkelde. We bespraken dat reeds bij het
+bezoek aan de bergvlakte van Mongudo. Dergelijke overblijfselen
+worden op tal van plaatsen in Cantal gevonden. Daarna volgden de
+uitbarstingen, die als vaste rotsen op de hellingen afkoelden:
+het zijn de tegenwoordige Puy's, waarvan we enkele beklommen. Eene
+derde reeks van uitbarstingen volgde, om weder andere rotsgevaarten
+te vormen, tot eindelijk de vulkanische werking zich in eene vierde
+reeks van uitbarstingen uitputte, en de licht vloeibare bazalt langs
+alle zijden af deed stroomen; deze laag bazalt bedekte niet alleen de
+vroegere lavagesteenten, maar ook de voor deze bestaande terreinen,
+zoomede de heuvelen in wijden omtrek. Daaraan hebben de vlakten in
+Cantal, bijv. de Planèze, haren oorsprong te danken.
+
+Nadat de vulkanische werkingen opgehouden hadden, stortte de
+hoofdkrater in en was de woeste massa verder aan de invloeden van den
+dampkring onderworpen. De vervorming ging toen langzaam maar even zeker
+voort. Groote sneeuwvelden bleven op de bergtoppen liggen en stortten
+neer langs de hellingen, alles hullende in een vervaarlijk ijskleed,
+dat aan geheel Cantal en Auvergne een aanzien gaf als nu bijv. in
+Alaska. Men vindt overal onbetwistbare sporen van een ijstijdperk;
+afgeronde heuvelbulten, ijsgleuven in de rotsen; opeenhoopingen van
+bergpuin aan weêrszijden van vroegere gletscherbanen; ontzettende
+zoogenaamde zwervende rotsblokken. De gletschers moesten echter ook
+hunne heerschappij opgeven; hun gebied werd steeds kleiner, en wilde
+waterstroomen ploegden de tegenwoordige dalen in de berghellingen. Nog
+eens behaalde het ijs de overhand en verzamelde zich nu meer in de
+dalen; van dit laatste gletscher-tijdperk was de mensch getuige, en het
+land nam langzamerhand de vormen aan, die het nu ongeveer nog heeft.
+
+Toen ik daar op den Puy Mary stond en in de berg- en dalvormingen om
+mij heen zoo duidelijk voor mij zag wat de geologen leeren, stond
+het bij mij vast, dat ik zou trachten eene korte beschrijving te
+geven van de wordingsgeschiedenis dezer streek, tevens de algemeene
+type van andere bergvormen, die zich vroeger en later evenzoo
+ontwikkelden. Zooveel mogelijk vermeed ik het gebruik van vreemde
+uitdrukkingen, en ik hoop dat mijn relaas den lezer van eenige nut
+moge zijn, al zal de geoloog er de schouders bij ophalen.
+
+Met deze laatste wandeling van Lioran naar den Puy Mary en terug,
+was mijne voetreis in Auvergne afgeloopen. Langs den kortsten weg,
+over Arvant en Clermont-Ferrand, spoorde ik terug naar Parijs en
+naar Nederland.
+
+Nog ten slotte een paar voorbeelden van de oude taal van Auvergne,
+in zegswijzen, die nog al eens gebruikt worden.
+
+De taal zelf is eene vertakking der "langue d'Oc", die tot in de
+15_de_ eeuw in alle officieele stukken gebruikt werd, en eene niet
+onbelangrijke litteratuur heeft; toen zij ophield de officieele
+taal te zijn, geraakte ze naast het fransch in vergetelheid, men
+hoorde er weinig meer van, tot in de 19_de_ eeuw, toen er wat nieuw
+leven ontstond. Thans hebben de vrienden dier taal een eigen orgaan:
+"Lo Cobreto"; zij werken krachtig samen met de Félibres van Provence,
+en hun dichter Arsène Vermenouze schrijft verzen, die elke letterkunde
+eer aan zouden doen.
+
+En nu: _fransch_: Rien aussi bien reparti que l'esprit et les impôts;
+chacun trouve qu'il en a assez.
+
+Oud Auvergne'sch: N'ya re de si bhin parthi couma l'aima et la
+tailla. Tsaum troba que n'a prou.
+
+Fransch: Une chèvre et deux femmes, il y en a assez pour tenir
+une foire.
+
+Oud-Auvergne'sch: Na tsobra et dua feinnas, ni za prou pour tene
+na feira.
+
+Deze zegswijzen bewijzen u tevens dat de Auvergnaten toegerust zijn,
+met wat men wel eens galgenhumor noemt; en de vreemdheid der taal
+maakt het ook duidelijk, dat pogingen om gesprekken aan te knoopen
+met Auvergnaten, die hun fransch vergeten hadden,--op niets uit
+moesten loopen.
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+[1] De gegevens omtrent de bouwkunde zijn ontleend aan Professor
+Gugel's geschiedenis der bouwstijlen.
+
+
+
+Abydos
+
+Naar het Fransch van E. Amelineau.
+
+ De legende van Osiris.--Geschiedenis van Abydos in den tijd
+ der egyptische dynastieën en in den christelijken tijd.--De
+ monumenten der stad en hun berooving.--De tegenwoordige inwoners
+ en hunne zeden.
+
+
+Allereerst wil ik een woord van dankbare herinnering wijden aan het
+stadje, waar ik vier jaren van mijn leven heb doorgebracht en dat
+mij belangrijke gegevens heeft verschaft, welker gewicht plotseling
+voor de oogen der minst helderzienden een tijdvak heeft onthuld,
+waarvan men tot nu toe weinig wist en waaromtrent nu veel onwrikbaar
+vaststaat. Ik ga dus van het stadje Abydos in Egypte vertellen, om
+de herinneringen op te halen, die mij gebleven zijn uit dat deel van
+mijn leven en die den lezer van dienst kunnen zijn.
+
+Zoo er ergens ter wereld een stad is, welker overlevering en
+geschiedenis tot die primitieve tijden opklimmen, waarin de gedachte
+van den nog kinderlijken mensch haar eerste levende stapjes deed op
+den weg van de beschaving, dan is die stad Abydos. Ten minste vijf
+duizend jaren vóór onze jaartelling was de plaats reeds van voldoende
+beteekenis, dat er de meeste kunsten bloeiden die te zamen het leven
+der menschen mooier maken, en reeds hadden zij een groote en zeldzame
+volmaking bereikt.
+
+Sedert dien zoo ver achter ons liggenden tijd hebben heilige
+bedevaarten op een bepaalden tijd van het jaar, en wel den dag van
+den winterzonnestand, er een massa vreemden heen gevoerd, die de hulp
+kwamen inroepen van den weldadigen, in het bezit van Abydos zijnden,
+God of hem kwamen danken voor verleende gunsten; want als alle zeer
+oude steden en met hetzelfde recht had Abydos zijn gansche verleden
+met de legende van Osiris in verband gebracht, die zoo bekend is wat
+de gebeurtenissen in het groot betreft, en zoo onbekend is gebleven
+in de bijzonderheden.
+
+Volgens de legende regeerde, op een tijdstip dat niet nader is vast
+te stellen, over Egypte een geslacht, waarvan het hoofd Seb was en de
+moeder Noet; later zouden de Egyptenaren van Seb den aardgod en Noet de
+hemelgodin maken. In dien tijd lieten de plichten van het koningschap
+den dragers veel vrijen tijd en verhinderden hen evenmin als in
+onze dagen, zorg te dragen voor een voldoende nakomelingschap. Seb
+en Noet hadden vier kinderen, twee zoons en twee dochters, die
+volgens het gebruik met elkander moesten trouwen, Osiris met Isis,
+Set met Nephthys; maar het waren ongelukkige huwelijken, en er
+kwamen burgeroorlogen uit voort, die lang zouden duren en droevige
+moordtooneelen zouden veroorzaken.
+
+Osiris en Set zijn inderdaad de vertegenwoordigers van twee
+uiteenloopende systemen van het koningschap. Osiris is de god, die
+door zachte middelen wil beschaven, door den landbouw en door kunst
+en wetenschap; hij is een tegenstander van geweld, van oorlogdienende
+uitvindingen en strenge wetten, het tegendeel van Set, dien de Grieken
+Typhon noemden, om zijn boosaardige rol aan te duiden.
+
+Osiris is Abel, Set is Kaïn en tegelijk Tubalkaïn uit Egypte, de
+god der krijgers, der metaalzuiveraars en van al die industrieën,
+die de menschen de diensten, die ze hun hebben bewezen, duur hebben
+laten betalen. Twee zulke verschillende naturen, twee geesten,
+zoo vol tegenstellingen, moesten elkander wel vijandig zijn. Eerst
+heerschte er vrede; maar toen Osiris, terugkeerend van zijn glorierijke
+overwinningen door de verspreiding van de kennis van den landbouw en
+der kunsten, die de menschelijke ziel tot zachtheid stemmen, gevierd
+en toegejuicht werd, brak de noodlottige strijd uit.
+
+Tijdens een feest, dat aan zijn broeder en zijn zusters door hem werd
+aangeboden, verscheen te midden van een talrijk gezelschap vreedzame
+en krijgshaftige goden Set, die, zijn duistere plannen verbergend,
+een kist vertoonde, waar hij al zijn kunst op had aangewend. Hij
+stelde den verbaasden goden voor, het kunstwerk te willen vereeren
+aan dengene, die de kist precies zou vullen. De goden beproefden het
+bij beurten, maar niemand slaagde erin. Toen de beurt aan Osiris was
+gekomen, ging hij in de kist liggen en, wonderlijk geval, hij vulde die
+geheel. Reeds meende hij er heer en meester van te wezen; maar Set,
+de listige en wraakgierige, sloeg onmiddellijk het deksel dicht en
+sloot de kist. Osiris werd gestikt. Dat had zijn broeder Set voorzien
+en gewild, want hij kon het niet verdragen, dat Osiris de stervelingen
+beschermde, hun middelen aangaf, die hun leven vroolijker konden maken;
+hij wilde integendeel oorlog en vernieling. Hij had allerlei middelen
+bedacht, om tot zijn doel te geraken en de eerste plaats in te nemen
+in de gedachten en het leven der menschen. Zijn plan gelukte, en van
+dat oogenblik af heeft de mensch, al te trouw die eerste dwaasheid
+aanhangend, maar al te goed zijn lessen gevolgd. De kunsten des vredes
+zijn daarom in den steek gelaten, ten minste ondergeschikt gemaakt
+aan de kunsten van den oorlog; het leven is een prooi geworden van
+verwoestende machten, en aan alle zijden overstemt het geluid der
+hamers, die ketenen smeden en het ijzer bewerken dat vernietigen moet,
+de vreedzame klanken van het werk des landbouwers, die de aarde vrucht
+doet dragen en de menschheid voedt. Overal hoort men oorlogsklanken
+en nauwelijks durft het lied des vredes schroomvallig, klagelijk zich
+doen hooren.
+
+Maar Osiris liet zijn vrouw en zuster Isis na, die hem zou
+wreken. Isis, die haar man geen zoon geschonken had, aan wien de wraak
+kon worden toevertrouwd, stelde zich ten plicht het lichaam van Osiris
+op te zoeken en, als zij het teruggevonden had, het te doen herleven,
+opdat hij zijn werk kon hervatten. Set had, nadat hij zijn mededinger
+overweldigd had, de kist in den Nijl geworpen onder de toejuichingen
+van zijn helpers, de lachende geesten. De Nijl had de kist naar zee
+gevoerd en de golven hadden haar teruggeworpen op het strand van
+Byblos, waar een boom was opgeschoten, die de kist geheel omsloot
+en haar in zijn stam opnam. Isis, die het lijk van haar man zocht,
+kwam te Byblos, werd door een gelukkig toeval eigenares van den boom
+en de kist, en keerde naar Egypte terug met den kostbaren last. Doch
+op een avond, dat Set bij maneschijn op de jacht was, ontdekte hij de
+kist tusschen het riet in Beneden-Egypte, maakte zich ervan meester,
+en om te beletten dat Isis haar weer krijgen zou, sneed hij het lijk
+van zijn broeder in stukken en verspreidde de deelen over de provincies
+van Egypte. Isis vond ze terug, begroef elk der veertien fragmenten
+op de plek, waar zij het ontdekte, nadat zij ze eerst aan elkaâr
+had gepast. Op elk gedeelte van het heilige lijk liet zij een graf
+oprichten, en Abydos stelde er een eer in, dat het een stuk van het
+goddelijk opperhoofd bezat, en wel de doos met het hoofd van Osiris.
+
+De plek, waar het stadje was gelegen,--want Abydos was altijd een
+kleine plaats,--zal niet veel verschillen van die, waar tegenwoordig
+de arme dorpjes liggen, ontstaan op de puinhoopen der oude stad. De
+Nijl stroomde op vrij grooten afstand van het graf van Osiris, maar
+zocht dan verder al meer de nabijheid van het arabisch bergland en
+verwijderde zich van de Lybische bergen, zooals nu nog altijd het
+geval is tengevolge van den aard van het terrein.
+
+Tusschen de rivier en de heilige stad van Osiris lag toen al een wijde
+vlakte, doorsneden door enkele kanalen, en vijf of zes maanden van het
+jaar groen en bloeiend en welriekend door de geuren, die uit bloemen
+opstegen. Er werden veel boonen verbouwd en linzen en andere planten,
+die men er nu nog kweekt. Jaarlijks kwamen er menschen en dieren
+in dien tijd van overvloed. De menschen bouwden er, te midden van
+hun voedende gewassen, ezbehs en andere primitieve gebouwen, waarin
+zij met de dieren samen genoten van het leven in de open lucht bij
+betrekkelijken overvloed, beschenen door de weldadige zonnestralen en
+met geen andere taak dan te genieten van de warmte, het zich voeden
+met de producten van den grond, het opsnuiven der geuren uit de lucht,
+en het aan niets anders denken dan aan spel en vreugd; dus juist te
+leven als het stomme dier, alleen met dit verschil, dat de fellah
+met de spraak begiftigd is. En dan is die taal nog zoo primitief;
+ze bestaat slechts uit een luttel aantal woorden, zoodat men haast
+geneigd zou zijn, de stilte en het zwijgen van de dieren te verkiezen,
+die de mooie dingen, die zij denken, althans vóór zich houden.
+
+Dicht bij de dorpen groeien boomen en boompjes, acacia's en tamarisken,
+palmen en die vruchtboomen, die de achterlijke bewoners hebben leeren
+kennen. Achter een gordijn van die boomen en geheel ingesloten door
+hun gebladerte, heeft Abydos nu zoo goed als in den ouden tijd een
+armoedig voorkomen met zijn huizen van ruwe steenen of van aarde,
+staande op heuvels van puin. Het ligt ten westen van den Nijl dicht bij
+'t onvruchtbare gebergte, altijd binnen het bereik van rooversbenden,
+geneigd om op de onverdedigde plaats neer te strijken.
+
+Misschien dat de gezeten bevolking der heilige plaats uit die
+rooverbenden is voortgekomen, die ook eens de genoegens van het
+bezit eener vaste woonplaats wilden smaken; de nomaden gaven daarom
+de vermaken van roof en plundering niet op en maakten zich tot heeren
+van de ongelukkige fellahs, die het dal bebouwden. Set heeft opnieuw
+zijn broeder Osiris op deze plaats overmeesterd. Dit alles klinkt des
+te meer waarschijnlijk, daar in alle tijdperken der geschiedenis,
+van de oudste tijden tot op onze dagen, de bewoners der heilige
+stad weerstand hebben geboden aan de eerste regelen der moraal van
+de gewone maatschappijen. Zij hebben altijd slechts middelmatigen
+eerbied gehad voor den eigendom, hebben altijd gemeend dat andermans
+goed een zeer bijzondere bekoorlijkheid bezat en hebben nooit verzuimd,
+zich er van meester te maken, als zij het maar even konden doen.
+
+Voor hen is een man eigenlijk eerst een man, als hij ook een dief is;
+diefstal is de toetssteen van eerbiedwaardigheid, en hij alleen is
+braaf mensch, die proeven van bekwaamheid heeft afgelegd door in eigen
+handen te doen overgaan wat in die van zijn buurman zich bevond. Dus
+kan men licht begrijpen, dat de godin Isis dacht, dat zij in den geest
+van Osiris handelde, als zij dien wilden eenige begrippen bijbracht,
+thuis behoorend in beschaafde maatschappijen. Wie niet gelooft,
+dat de groote godenmoeder Isis zulk een gedachte heeft gehad, moet
+dan maar denken aan de scheppers der legende, aan de priesters, die
+zich den zegen van het bijgeloof der menschen ten nutte maakten, door
+datzelfde bijgeloof te doen strekken tot den algemeenen vooruitgang
+der maatschappij.
+
+Abydos was dus nooit een groote stad, de resten van de oude plaats,
+die nog ten deele door de moderne dorpen worden ingenomen, toonen dat
+voldoende aan. De stad strekte zich in de lengte van het Noorden naar
+het Zuiden uit langs de zandige strook naast het gebergte, die dat
+laatste volgt in zijn bochten en krommingen, over een afstand van
+één of anderhalven kilometer, ter breedte van niet meer dan 300 of
+400 M. Er was deze bijzonderheid, dat de stad der dooden en die der
+levenden één waren. De kleine huizen, opgetrokken van ruwe steenen
+of van aarde, drongen zich tegen elkander aan, als om in elkanders
+schaduw te staan en de warmte te ontvlieden.
+
+Enkele weinige tuinen met hun naar den hemel strevende palmen en de
+andere in het land te huis behoorende boomen waren het eigendom van de
+gelukkigen, die in de gunst waren van den regeerenden vorst. In de stad
+Abydos, juist als in alle egyptische steden, kende men een adel met
+klinkende namen, zonneschermdragers, die rechts van den koning gingen,
+groote profeten van de verschillende hoogvereerde goden uit de stad
+en uit de hoofdstad der provincie, namelijk uit Thinis, hoofden ook
+van alle werken, die de Pharao's ondernamen, koninklijke goudsmeden,
+graveurs en beeldhouwers, die groote verdiensten heetten te hebben;
+maar al die titels hielden geen gelijken tred met de rijkdommen der
+personen, en de menschen uit Abydos leefden zoo goed zij konden,
+hoofdzakelijk van roof. Ofschoon verwoesting en plundering van bijna
+alle monumenten, door de egyptische kunst gebouwd en versierd, ten
+allen tijde een endemische ziekte zijn geweest en overal voorkwamen,
+kan geen andere plaats er zich op beroemen, Abydos in dat opzicht te
+zijn vóór geweest.
+
+De doodenstad is daar, om het te bewijzen; de plunderaars hebben er in
+alle tijden weggehaald, wat vorige geslachten er met de grootste zorg
+hadden verborgen, en de fout kwam voor, zoo wel boven als beneden
+aan de maatschappelijke ladder. Hooge officieren van den koning,
+priesters van Osiris, waren er niet voor teruggedeinsd, de dooden ten
+eigen bate te berooven, en menig graf heeft twee- of driemaal voor
+verschillende familiën gediend, of wel, als men de fijnheid van geweten
+tot waarlijk buitengewone hoogte wilde opvoeren, nam men de steenen,
+keerde ze om en graveerde op de vrijgelaten zijde de titels, waar de
+nakomelingschap prijs op kon stellen. Indien in 't vagevuur vóór den
+heiligen rechterstoel van Osiris de twee-en-veertig assessoren van den
+god en de god zelf onverbiddelijk zijn gebleven voor diegenen, die de
+misdaad van gravenschennis hadden begaan, zullen zeer weinig inwoners
+van de heilige stad genade hebben gevonden voor den Heer van het
+heelal, of zij moeten een middel hebben geweten, om den Onomkoopbare
+om te koopen, wat niet verbazingwekkend zijn zou in het Nijldal.
+
+De groote godsdienstige gebouwen, die te Abydos de vroomheid der
+beroemde Pharao's had opgericht, zooals de tempel van Osiris, die
+van Seti I, van Ramses II, om slechts de bekendste te noemen, waren
+zelf niet veilig voor de roofzucht, die als een ziekte rondging,
+en, wat eerst verrassend schijnen zal, maar wat toch niet behoeft
+te verbazen, zij, die de eersten waren om 't verkeerde voorbeeld te
+geven, waren de opvolgers der Pharao's-oprichters. De tempel van
+Seti I bijvoorbeeld werd voor een deel geplunderd door Ramses II,
+den eigen zoon van Seti, en daar hij het werk niet volledig genoeg
+had volbracht, deden zijn opvolger en anderen, zooals hij gedaan had,
+zoodat de tempel, die nooit geheel voltooid werd, platen vertoont van
+drie of vier koningen, die zich de een na den ander de eer toeëigenen,
+hem onvoltooid te hebben gelaten.
+
+In de jaren, die volgden toen de plechtigheden van den eeredienst
+nog slechts voor een gedeelte werden uitgevoerd, oordeelden de
+priesters het goed, zoo dicht mogelijk bij de plaats, waar zij hun
+werk uitoefenden, zich te vestigen en in den heiligen tempel te
+gaan wonen. Het was ook op zulk een heilige plek, dat de dweepzieke
+monniken, die het egyptisch christendom beleden, hen vonden, toen
+zij het vorstelijke, gewijde gebouw vernielden, en drie-en-twintig
+priesters onder het puin begraven werden. Het kan dus niet verwonderen,
+dat de lagere volksklasse, het voorbeeld volgend van de geestelijken,
+er haar leemen hutten bouwde en de heilige plaatsen op alle mogelijke
+manieren ontwijdde, zoodat deze ten slotte nog voor een deel gespaard
+zijn gebleven door de vuilheid en de onverschilligheid der bewoners.
+
+Toen dan ook Mariette in 1859 de ontgraving begon van de gebouwen
+van Abydos, moest hij eerst de bewoners uitdrijven, die er sinds
+onheuglijke tijden woonden, en hij heeft nog niet eens alles gedaan,
+wat er te doen was, want de eerste groote zaal van den tempel van Seti
+ I ligt onder een puinheuvel, waar nog steeds de woningen op staan,
+die men er gebouwd heeft.
+
+Abydos nam zonder eenigen twijfel deel aan het eerste ontluiken van
+het Egyptische rijk in den historischen tijd; maar vóór dien van
+wel zestig eeuwen vóór onze jaartelling dagteekenenden tijd, was de
+plaats reeds bevolkt, zooals ik heb gezegd, en ook reeds eenigszins
+gevorderd op den weg van de beschaving. Daar kan men niet langer aan
+twijfelen, na wat ik er heb voor den dag gebracht en na wat anderen
+er later hebben gewerkt.
+
+Zoo men van die alleroudste tijden zeer weinig weet, een tijd
+nog vijftien à twintig eeuwen den vroeger genoemden voorafgaand,
+toch weet men reeds veel over de vreedzame of oorlogszuchtige
+gewoonten van de menschen, die in Abydos leefden. Aan de kunst werd
+er met merkwaardig succes gedaan; de industrie maakte er prachtige
+vorderingen. De voorwerpen, die de opgravingen hebben aan het licht
+gebracht, pleiten daar sterk voor en toonen aan, dat men reeds in dien
+zeer vroegen tijd het hieroglyphenschrift had uitgevonden. Dezelfde
+onzekerheid bestaat ook thans nog omtrent de gebeurtenissen, die men
+historisch noemt onder de eerste dynastieën; men weet intusschen, dat
+de dienst van Osiris er reeds gevestigd was en er werd uitgeoefend,
+dat men een groote rechthoekige vesting had moeten maken, die nog
+bestaat en die men tegenwoordig de Schoenet-eg-Zibib noemt.
+
+Toch moet men tot de 6_de_ dynastie opklimmen, om in de historie van
+Abydos namen te vinden, die tot ons gekomen zijn en die een waardige
+plaats hebben ingenomen in wat men de geschiedenis der menschheid
+noemt. Dank zij den talrijken zuilen, die Mariette bij zijn opgravingen
+vond, kennen wij enkele gebeurtenissen uit de geschiedenis van Abydos,
+en enkele hooge ambten, toevertrouwd aan leden der bevolking van het
+stadje. De talrijke egyptische bureaucratie had er zich als overal
+elders ontwikkeld, en men vereenigde er ook reeds burgerlijke en
+geestelijke ambten, alsof de brave geloovigen van dien tijd reeds
+hadden overwogen, dat God te dienen wel iets is, maar dat den Pharao
+zijn diensten te bewijzen, hem, het beeld van den onzichtbaren god,
+echten afstammeling van den in het niet der tijden teruggezonken
+heer, nog veel beter was, want de een kon niets geven, en de andere
+daarentegen gaf zeer veel, daar de tempels, ofschoon ze rijk begiftigd
+werden en met tijdelijke goederen werden gezegend, van den Pharao
+afhankelijk waren.
+
+Onder de 6_de_ dynastie wist een der inwoners van Abydos, Oena genaamd,
+iemand, die op een der laagste sporten stond van de ladder der eere,
+zich op te werken tot den hoogsten post, die ooit aan een eenvoudig
+sterveling was toevertrouwd. Onder de sprekendste feiten van zijn
+bestuur noemt die gelukkige sterveling, die eerste minister werd,
+de omstandigheid, dat een der Pepi's van de zesde dynastie het bevel
+gaf, een leger bijeen te brengen, waarover hij bevel zou voeren,
+om de volksstammen te gaan bestrijden, die reeds vaste woonplaatsen
+hadden, die steden bezaten, velden, waar de oogst rijpte, en tuinen
+met wijngaarden en olijfboomen. Oena, aan de spits van zijn leger,
+drong binnen in het land der Heroesjaïtoe, de "meesters van het
+zand", verwoestte het, vernielde de steden en het menschenwerk, velde
+vijgenboomen en wijndruiven, verbrandde wat hij niet op andere manier
+vernietigen kon, lichtte mannen, vrouwen en kinderen op, "wat zijn
+meester nog meer genoegen deed dan al het andere", en in den zegezang,
+dien hij op zijn grafzuil liet graveeren, werd al het ongeluk, dat
+hij had gebracht over den weerspannigen en onwilligen volksstam,
+zooveel geluk voor hemzelven, wat hij uitdrukt in deze woorden:
+"Dit leger ging in vrede heen", terwijl het verwoestte en doodde en
+in slavernij wegvoerde alles, wat door het zwaard was ontzien.
+
+Als belooning voor zooveel geluk en succes werd de roemrijke Oena
+benoemd tot gouverneur van Boven-Egypte en genoot de groote eer,
+van voor den Pharao te mogen verschijnen met sandalen aan zijn
+voeten. Hij had zijn tijd en zijn kracht vrijwillig gegeven, had
+zijn leven bij honderden gelegenheden in de waagschaal gesteld en
+achtte zich voldoende beloond! Als de menschen uit onze dagen niet
+anders dan die eer tot belooning kregen, zouden zij zich stellig niet
+zooveel moeite geven als de oude Oena.
+
+Na die overmaat van eer voor een bewoner van Abydos daalt er nog eens
+stilte neer op de geschiedenis van de stad van Osiris, en men moet
+tot de 12de dynastie gaan onder het middelste egyptische keizerrijk, om
+de stad Abydos weer in bloeienden staat aan te treffen. Te dien tijde
+had het gezins -en familiegevoel een groote ontwikkeling gekregen;
+een behoefte aan rechtvaardigheid en gelijkheid scheen zich van alle
+weldenkenden te hebben meester gemaakt.
+
+Inderdaad begonnen de bewoners van Abydos toen, evenals nog heden
+ten dage het geval is, groote clans te vormen, door het hoofd der
+familie met vaste hand en met liefde bestierd, maar zóó, dat die
+liefde niet de grenzen overschreed van eigen woonplaats, en tegenover
+de andere familiën van de maatschappij was zulk een hoofd bezield met
+de gevoelens, die Robert Macaire in zijn land had voor de menschen
+uit zijn tijd.
+
+Onder de regeering van de 12de en 13de dynastie had Abydos veel
+rijkdommen en een hoogen rang verkregen. Dat viel terstond in het oog,
+want veertig jaren later kon men in de doodenstad de mastaba's zien
+met kleine, witte pyramiden erboven als tenten van het leger van den
+dood, waar deze domicilie had gekozen in de buurt der stad van Osiris.
+
+Men moet dan voortschrijden tot de 19de dynastie, om Abydos weer
+tot een periode van bloei te zien komen. Het is niet uit te maken,
+of de stad vóór Seti I geen tempels en andere groote monumenten
+bezat; er waren er zeker wel. De tempel van Osiris, heer van Abydos,
+bestond reeds bij den heuvel zooals tegenwoordig, onder den naam
+_Kom-es-soeltan_, dat is "de heuvel van den Sultan", waaruit
+ik meen te moeten begrijpen: den heuvel van den heer van Abydos,
+Osiris. Maar die tempels waren zeker niet van natuursteenen gebouwd,
+want steenen, die voor architectorale gebouwen gebruikt kunnen worden,
+zijn schaarsch in het bergland van Abydos. Men heeft daar niet anders
+dan losse zandsteen, die zich niet goed voor versiering leent, en om
+andere materialen van grooten afstand te laten komen, moest men nog
+iets meer dan welwillendheid voor Abydos gevoelen.
+
+Wel natuurlijk dus, dat alle bouwwerken, die men te Abydos tot den
+eersten of tweeden keizertijd moet rekenen, van gebakken steenen
+zijn. Seti I liet voor het allereerst een tempel oprichten geheel van
+zandsteen of van kalkgesteente. Het gebouw, dat verrees ter eere van
+de goden en de vorsten, die hem waren voorafgegaan op den dubbelen
+troon van het dubbele Egypte, is niet alleen een wonder van bouwkunst
+en inrichting, maar ook van echte kunst van allerlei aard.
+
+De Pharao had er alle schatten van Egypte aan ten koste gelegd,
+kunstschatten en materiëele schatten. Niet enkel verblindde het goud
+het oog, zooals het in overvloed was aangebracht in de gouden zaal,
+waarvan de muren, de zuilen, de zoldering elkander den matten glans
+van het kostbare metaal toezonden, doch bovendien straalde het
+geheele gebouw in kunstglans door de schoone basreliefs, die alle
+muren bedekten en die tot de schoonste voorbeelden der decoratieve
+kunst in Egypte behooren.
+
+Het is niet waarschijnlijk, dat de inwoners van Abydos ooit hebben
+begrepen, hoe groot de eer was, door den Pharao Seti I hun stad bewezen
+door den bouw van dien tempel op hun gebied; maar wat zij wel duidelijk
+inzagen, was het voordeel, dat zij zouden hebben van de pelgrims,
+door het wonder naar hun stad gelokt, en van de prachtige feesten,
+die binnen het rijke gebouw zouden worden gehouden.
+
+Toen de leidende gedachte, die bij den bouw van den tempel had
+voorgezeten, verloren was gegaan met den dood van Seti I, was het
+gebouw nog niet voltooid. Ramses II was, zooals ik reeds gezegd heb,
+de eerste, die aan het werk van zijn vader roof pleegde, die het zonder
+schaamte bedierf, zooveel hij kon, door het onvoltooid te laten in
+die gedeelten, die men niet bij den eersten aanblik bemerkte, en waar
+alleen de hooge personnages van hof en geestelijkheid binnentraden,
+meestal dezelfde personen.
+
+De tempel van Seti I is niet de eenige uit Abydos; Ramses II moest er
+wel uiting geven aan zijn bouwmanie. Hij heeft er inderdaad een tempel
+doen verrijzen, die zijn naam draagt, en die ondanks de historische
+tooneelen, op de muren aangebracht, een duidelijk getuigenis aflegt
+van de minderwaardigheid der kunstenaars, aan wie de versiering
+werd opgedragen.
+
+Hij beperkte zijn eerzucht niet tot een bleeke navolging van het
+vaderlijk paleis, hij liet ten zuiden van den Kom-es-Soeltan een
+tweeden tempel bouwen ten westen van den tempel van Osiris; maar hij
+had de onvoorzichtigheid, die beide gebouwen van kalksteen te laten
+optrekken, en nu is er bijna niets meer van overgebleven, daar de
+kalkbranderijen er bruikbaar materiaal in vonden voor hun industrie.
+
+Buitendien bouwde hij te Abydos een kleine kapel dichtbij het
+westelijke gebergte, middenin de doodenstad. Daarvan is nu niets
+meer over dan het gebroken voetstuk van een kolossaal beeld van
+Nekhao. Abydos is dus uit het oogpunt van monumenten in 't geheel niet
+te vergelijken met enkele andere steden, zooals Thebe bij voorbeeld,
+omdat Memphis is verwoest; wat dit betreft, kan men de stad niet
+op één lijn stellen met de beide hoofdsteden van het oude Egypte;
+maar van het standpunt der decoratieve kunst, der intieme kunst,
+die tot het hart meer spreekt dan tot het verstand, is Abydos zonder
+weêrga in geheel Egypte, en alle reizigers, die den tempel van Seti
+ I hebben bezocht, zijn onder de bekoring gekomen en hebben van daar
+de levendigste herinnering aan hun reis in Egypte medegenomen.
+
+Doch wat het meest bewonderenswaardig was in Abydos, was zijn
+reusachtige doodenstad, necropool van meer dan twee mijlen lengte
+bij een gemiddelde breedte van ongeveer een kilometer. Daar zijn,
+het eene na het andere, alle geslachten ter ruste gegaan, die sinds
+het ontstaan der stad in Abydos hebben geleefd. Mariette heeft
+er negentien jaren aaneen opgravingen gedaan; hij hield ermee op,
+omdat het werk hem tegenstond, juist op een plek, waar het bijzonder
+interessant werd; maar de doodenstad had hem bij de vijftienhonderd
+gedenkzuilen opgeleverd, die op hun manier de geschiedenis van de
+stad bevatten. En toch, hetgeen Mariette vond in de negentien jaar,
+door zijn opgravingen ingenomen, gevoegd bij hetgeen men onlangs
+heeft gevonden, is slechts een zeer klein, ongelukkig gedeelte van
+de rijkdommen, die er begraven waren. De inboorlingen zijn, van den
+ouden keizertijd af tot op onze dagen, de grootste vernielers der
+monumenten geweest; er is geen enkel graf in deze doodenstad, dat
+niet geschonden is, zoo het niet twee keer aan roof heeft blootgestaan.
+
+Maar het is recht en billijk, naast die eerste oorzaak van verwoesting,
+die terstond moet opvallen, een tweede te stellen, namelijk de
+dweepzucht der christenen, die even ruw en dom en bijgeloovig te werk
+gingen, en vooral van die christenen, die reikhalzend naar een leven,
+dat volmaakter moest zijn dan dat van andere stervelingen, schitterende
+daden wilden doen, waardoor ze op eenmaal zouden uitmunten boven hun
+gewone medemenschen. Wat de christelijke monniken al kwaads hebben
+gedaan in Egypte en vooral te Abydos, is eenvoudig onberekenbaar, en
+ik wil nu nog alleen spreken van den roof, gepleegd aan de grootsche
+bouwwerken, door het genie van 't oude Egypte nagelaten aan de
+bewonderende nakomelingschap. Hun domme woede keerde zich vooral
+tegen de groote beelden der groote goden, alsof die kunstwerken den
+nieuwen god, in wien zij geloofden, op zijn troon zouden hebben kunnen
+doen beven.
+
+Tot de zesde eeuw van onze jaartelling was Abydos zoo goed
+als bevrijd gebleven van den ijver der christenen, ofschoon
+de monumenten niet voltooid waren en niemand acht sloeg op hun
+verval en ofschoon de inboorlingen, die behoefte hadden aan goud
+en zilver, en de geslachten, die elkander rijkdommen betwistten,
+vernield hadden wat zij konden. Toch werd er in de tempels, vooral in
+dien van Seti I nog dienst gehouden, en een deel der pracht was in
+stand gebleven. Vreemdelingen kwamen van heinde en ver de wonderen
+zien, en ten bewijze van hun bewondering namen ze de toevlucht tot
+kleineering van wat zij bewonderden, door te schrijven op de muren,
+op de voorstellingen der godentafereelen, zelfs in de geheimste
+kapellen. Daar prijkten dan hun aanmatigende, onbeduidende namen als
+schitterende blijken van hun dwaasheid. Ondanks die parasietische
+vereering, die altijd toenam, was de tempel van Seti I nog zetel
+van den pharaonischen eeredienst, dat is van den dienst, dien heel
+Egypte voor zijn grootste koningen hield en die hier vooral den vader
+van Ramses II betrof; de plechtigheden legden nog op veel personeel
+beslag, toen tegen de eerste jaren van de zesde eeuw een monnik,
+die zijn klooster ten noordwesten van de stad gebouwd had en die
+Mozes heette, met één slag èn den tempel èn den eeredienst, dien men
+den ouden koningen van Egypte wijdde, wilde vernietigen, zoowel
+als den invloed, dien de aan den tempel verbonden geestelijkheid
+nog bezat. Het was een grootsche strijd, en de dweepzieke monnik
+wist de zege te behalen. Op een dag van bloed en tranen ging de
+schijnheilige Mozes bidden, riep den toorn van zijn god in over den
+tempel en de priesters van den tempel, en even daarna schudde een
+aardbeving het huis tot in zijn diepste diepten, en alles stortte in,
+waarbij drie-en-twintig gewone en zes hooge offerpriesters omkwamen.
+
+Als men dat zoo vertelt, lijkt het een wonder; maar de werkelijkheid
+is anders geweest. De monniken, geleid door hun opperhoofd Mozes,
+kwamen uit het Noordwesten; zij openden een bres, wat betrekkelijk
+gemakkelijk was, en, gewapend met zware ijzeren staven, beproefden
+zij, in grooten getale opgekomen en gerecruteerd uit alle aanhangers
+der nieuwe leer, die zich in de stad bevonden, een aanval. Op de
+stevige steenen van het gebouw vermocht de brand niet veel, maar de
+schilderingen op de muren werden een gemakkelijke prooi van het vuur,
+en al wat zij verder konden vernielen, bezweek onder de slagen.
+
+Toch stieten zij op weerstand, en hoewel de tegenstanders een
+gruwelijken dood stierven, ook de dweepzieke bende had veel verliezen
+te lijden. Als men nog maar kon denken, dat het vernielingswerk
+plaats had in een oogenblik van toorn en opgewekte volkswoede!
+Maar de vernielingsarbeid duurde een heelen tijd, de woede was al
+lang bekoeld, toen nog de dweepzucht bleef gelden.
+
+Te midden van de oude pracht, die zooveel herinneringen wekt,
+doorleefde ik een viertal winters. Het moderne leven der bewoners
+van Abydos was niet zoo begeerlijk voor mij, dat het mij weg kon
+lokken van de oude ruïnen. Elken dag en ieder oogenblik werd mijn
+aandacht getrokken door tooneelen uit de oudheid, die hun stempel
+hebben gedrukt op de tegenwoordige geslachten.
+
+De dorpen, die thans verrijzen op de plek der oude stad van Osiris,
+zijn altijd in twee kampen verdeeld, dat der heftigen en dat der
+vreedzamen. Set heeft zelfs nog meer aanhangers dan de goede god,
+Osiris. De heftigen zijn goed georganiseerd onder leiders, die
+even slim zijn als geveinsd. Er bevond zich tijdens mijn verblijf
+in Abydos een bende boosdoeners, die werkte onder eene bij allen
+bekende leiding. Zij verwoestten het land tien mijlen in den omtrek,
+en de plaatselijke autoriteit onderhandelde met die menschen, blij,
+dat ze er met weinig kosten af was en daarbij nog haar deel ontvangend
+van den buit, door nachtelijke expedities opgebracht.
+
+Als de leden van de bende van iemand in den omtrek hoorden spreken,
+die door slimmen handel en groote spaarzaamheid eenig geld had gewonnen
+en het zoo goed mogelijk had verborgen, en hun spionnen waren daarvan
+spoedig op de hoogte, dan begaven zich zestig of tachtig man, met
+goede geweren gewapend, naar de plek, sloten de huizen in, verwekten
+schrik en angst in de nabuurschap, traden overal binnen, zonder verlof
+te vragen en maakten zich van de begeerde schatten meester, alsof dat
+de eenvoudigste en billijkste zaak ter wereld was. Tijdens mijn derde
+verblijf plunderde die schrikwekkende bende een huis in een dorp, ten
+noorden van Abydos gelegen, en dreigde den oudsten zoon van het gezin,
+hem in stukken te snijden, als hij niet aanwees, waar zijn vader zijn
+geld bewaarde. De zoon hechtte meer aan zijn leven dan aan het geld,
+zooals te begrijpen is; hij wees den boosdoeners wat zij zochten,
+en de schurken trokken af met hun buit.
+
+Zij gingen toen hun plunderingen zuidelijker vervolgen, en toen
+daar de man, op wiens geld zij het voorzien hadden, erin slaagde te
+ontvluchten, doodden zij hem den volgenden dag. Deze beide voorvallen
+hadden plaats in een tijdsbestek van veertien dagen. De plaatselijke
+autoriteit, ik bedoel den provincialen gouverneur, werd opgeschrikt
+door deze voorvallen en schreef een enquête uit, terwijl hij een bezoek
+ter plaatse bracht. De justitie kwam in beweging; er werd geschreven
+aan het hoofd der politie van het district, die op zijn beurt den
+magistraat van Abydos interpelleerde; en deze waardige man had niets
+haastigers te doen, dan de misdadigers te waarschuwen, dat zij al,
+wat tegen hen kon pleiten, moesten opruimen. Den volgenden dag kwam de
+politie, en de dieven en moordenaars hadden de volledigste ontkenningen
+klaar en de duidelijkste muzelmansche onschuld, in hun vuistje lachend
+om het gek figuur, dat de ambtenaren der regeering maakten.
+
+Naast deze aanhangers van Set staan dan de aanhangers van Osiris, waar
+de eersten altijd mee lachen, nu zoowel als vroeger. Die vreedzame
+luidjes leverden het hoofdcontingent der werklieden bij de door
+mij geleide werken; maar ook zij zijn aangestoken door de leer van
+Osiris' tegenstander, zij hebben slechts matigen eerbied voor eens
+anders eigendom. Zij betoonden mij grooten eerbied, dankbaar dat ik
+hun iets liet verdienen, en soms noodigden ze mij uit, om enkele
+voorstellingen bij te wonen, gelijk aan die, welke op de graven
+waren afgebeeld, zoodat ik mij kon voorstellen, dat de godin Isis,
+de groote toovenares, nog altijd zooveel macht had als haar in 't
+verleden werd toegeschreven.
+
+Wanneer ik des avonds thuis kwam, en hun dagtaak was volbracht,
+vergezelden ze mij al zingend, en als ik mijn verbeelding den vrijen
+loop liet, kon ik mij een zegevierenden intocht voorstellen in mijn
+goede stad Abydos. Indien bij het werk dien dag een goede vondst was
+gedaan van een of ander forsch steenen monument, brachten ze dat in
+mijn huis en trokken het met zestig of honderd man op een slede aan een
+touw voort, hun schreden afpassend naar de maat eener oude melodie,
+tevreden en gelukkig in hun armoedig bestaan. Bij het werk zag ik
+de opzichters nog dezelfde slagen toedienen met dezelfde zweepen,
+als er op de oude basreliefs te zien waren.
+
+De zwarte aarde van Egypte heeft maar één gebrek: dat zij haar eigen
+bewoners zoo slecht voedt; maar overigens is dat land een aardsch
+paradijs. De natuur schenkt er, wat men maar wenschen kan. Zij biedt
+de allerschoonste tooneelen aan, en als des avonds de zon achter
+de bergen was verdwenen, was de stille rust van den schoonen nacht
+heerlijke balsem voor de ziel. Men zou hier eeuwig hebben willen leven.
+
+
+
+
+
+
+Een kijkje op de Tentoonstelling te Milaan
+
+Door PH. J. KETNER.
+
+
+_Settimana di gloria_!--Wie had vóór eenige weken, toen de geweldenaar
+aan de golf van Napels dood en verschrikking bracht over het land;
+toen de Natuur, die Italië zoo mild heeft bedacht, die er zoo veel in
+schoonheid heeft hersteld en geheeld, wat door den Tijd was getroffen,
+met wreede hand in weinige uren in een woestenij verkeerde de velden
+en gaarden die de menschen door jarenlangen noesten arbeid in het
+zweet huns aanschijns tot vruchtbare landouwen hadden weten te maken;
+toen 1906 óók voor Italië een rampjaar dreigde te worden,... wie had
+toen durven denken, dat zóó kort daarop in datzelfde land een week
+van glorie zou aanbreken als inzet van een jubelfeest ter eere van
+de overwinning van den mensch _op de natuur_!?
+
+Maar Italië is altijd het land van scherpe contrasten en snelle
+overgangen geweest, en geen natie ter wereld die zich zoo spoedig over
+leed en ellende heenzet als dit lachende volk onder zijn lachenden
+hemel!
+
+En zóó kwam het, dat, terwijl in het zuiden van het land de nood-
+en doodsklokken nog luidden en rouwwaden werden gespreid in kerken en
+huizen, in het noorden al weêr de beiaard jubelklanken deed trillen
+door de lucht en het rood-wit-groen met het witte kruis van Savoye
+werd ontplooid ten teeken van nationale vreugde.
+
+Ginds de mensch stil, nietig, verslagen, machteloos tegenover de
+vreeselijke, ontembare werking der natuurkrachten; hier de trotsche
+overwinnaar, zich van zijn genie en heerschappij over de stof bewust,
+met bazuingeschal de gansche wereld toegalmend: _Milano a nome d'Italia
+chiama le genti a le pacifiche gare del lavore_; "Milaan roept in naam
+van Italië de volkeren op tot den vreedzamen wedstrijd van den arbeid".
+
+Wèl mocht Milaan die eer voor zich opeischen!
+
+Want meer dan in eenige andere stad van Italië treden in deze
+metropolis de _mensch_ en _das Gebild der Menschenhand_ op den
+voorgrond. En altijd zal den reiziger die van over de Alpen Italië
+binnenkomt treffen de tegenstelling tusschen de gewijde stilte en de
+majesteit van het hooggebergte, waar de Natuur heerschappij voert en
+de wufte, wereldsche drukte, inhaerent aan den eeredienst van den
+mensch, in de stad, waar alle groote volkerenstraten, die Noord en
+Zuid verbinden, hun eindpunt vinden.
+
+In Milaan klopt het hart van het herboren Italië; noemde Plinius
+de stad, waarover Cicero, de groote redenaar, eens als stedehouder
+regeerde, reeds "het nieuwe Athene", thans mag zij de geestelijke
+en zedelijke hoofdstad van Italië genoemd worden. Na de overwinning
+der Fransch-Piëmontsche wapenen op de Oostenrijkers bij Magenta in
+1859--vereeuwigd in het prachtige ruiterstandbeeld op het reusachtige
+Domplein, een der schoonste van Europa, dat Victor Emanuel II
+voorstelt midden in het gevecht, zijn paard inhoudend om bevelen
+uit te deelen--heeft de stad, bevrijd van het vreemde juk, zich snel
+ontwikkeld tot een centrum van handel en nijverheid.
+
+Milaan is de _werk_stad van Italië; drie machtige bondgenooten hebben
+haar daarbij geholpen om de positie te veroveren, die zij thans onder
+de eerste steden van het Apenijnsche schiereiland inneemt. Deze "triple
+alliantie" bestaat uit: het verstand, de werkzaamheid en het geluk.
+
+Aan die drie elementen dankt Milaan zijn enorme uitbreiding en zijn
+toenemende welvaart.
+
+De stad telt nu meer dan een half millioen inwoners en is het
+middelpunt van het intellectueele en artistieke leven van dit begaafde
+volk; de verzamelplaats van tal van zangers, toonkunstenaars en
+tooneelspelers uit alle landen der wereld; hier is de markt voor
+impressario's en operadirecties. Maar boven alles verheugt zich
+de industrie hier in hoogen bloei. Milaan is het middelpunt van de
+Lombardijsche zijdeweverijen, die haar grondstof te danken hebben aan
+de duizenden moerbeiboomen in deze vruchtbaarste laagvlakte van Europa
+met wier bladeren de zijdewormen zich voeden. Ook fluweel, tapijten,
+papier en gummi vormen hier belangrijke export-artikelen, terwijl
+uitgevers als de gebr. Treves en de firma Sonzogno een Europeesche
+vermaardheid genieten.
+
+Moet men niet toegeven dat alle omstandigheden Milaan hebben
+voorbeschikt om binnen zijn muren (in letterlijken zin, want de
+oude wallen met hun trotsche poorten zijn, schoon tot lommerrijke
+plantsoenen aangelegd, nog in stand gehouden), temidden van zijn
+eeuwenoude _palazza's_, zijn indrukwekkende baselieken en prachtige
+monumenten, en in de schaduw van zijn machtigen Dom--kostelijkste
+nalatenschap van de christelijke kunst!--de eerste internationale
+tentoonstelling aan deze zijde der Alpen te herbergen?...
+
+Trouwens, de aanleiding tot het houden der tentoonstelling knoopt
+zich onmiddellijk vast aan de commercieele belangen van Milaan.
+
+In 1881 opende het, onder de auspiciën van den beminden Umberto I,
+de nationale tentoonstelling ter viering van de voltooiing van het
+reuzenwerk van den _St. Gotthard_-tunnel en thans, na 25 jaren, is het
+op nieuw het tooneel van een uitgebreider en grootscher feest van den
+arbeid, met medewerking van de bevriende natiën tot stand gebracht,
+ter eere van de opening van den nog belangrijker _Simplon_-tunnel.
+
+Naast de steden van West-Zwitserland (vooral Genève) zal Milaan toch
+de meeste vruchten plukken van de totstandkoming van dezen tweeden
+tunnel tusschen Zwitserland en Italië, want het groote vervoer langs
+dezen nieuwen en hoogst noodigen verkeersweg, die het spoorwegtraject
+Parijs-Milaan b.v. met 83 K.M. zal verkorten, zal ten slotte op Milaan
+uitloopen, zoo goed als het de terminus is van het enorm-drukke vervoer
+langs den St. Gotthard-spoorweg van alles wat via Basel-Luzern naar
+het zuiden stroomt.
+
+Het feest van den Simplontunnel mag dan ook het feest van de stad
+Milaan genoemd worden, maar tevens jubelt Italië, dat van den nieuwen
+verkeersweg een belangrijke uitbreiding zijner handelsbetrekkingen,
+vooral met Frankrijk, verwacht, daarmeê ten aanhoore van heel de
+wereld uit zijn vooruitgang en zijn bloei, zijn gevoel van verjongd
+leven, zijn geloof in de toekomst onder de bezielende leuze: _Sempre
+avanti l'Italia!_
+
+
+
+Het tentoonstellingsplan dateert eigenlijk reeds van 1901. De werken
+van den Simplontunnel, in Augustus 1898 aangevangen, zouden in 5 jaar
+gereedkomen, dus in begin 1904. Voor een goede voorbereiding was men
+dan ook niets te vroeg. De ondernemers van den tunnelbouw--omtrent
+welk werk indertijd een geïllustreerde beschrijving in deze kolommen
+is opgenomen--de heeren Brand, Brandon en Co., hebben echter met
+reusachtige moeilijkheden te worstelen gehad, waardoor de arbeid
+telkens werd vertraagd en de opening herhaaldelijk moest worden
+uitgesteld.
+
+Het tentoonstellingsplan ondervond daarvan den terugslag en zoo
+werd het daarmee een ware lijdensgeschiedenis, die het, zoo al
+niet verschoonbaar, dan toch verklaarbaar maakt, dat er allengs
+een stadium van verslapping aanbrak, dat zich, toen de solemneele
+ure naderde, begon te wreken in eindelooze verwarring en hopeloozen
+achterstand. De uitbarsting van den Vesuvius werd aangegrepen als een
+welkom voorwendsel om de opening nog een 8 dagen uit te stellen, maar
+eindelijk begrepen de Italiaansche leiders toch, dat zij er met een:
+"_Fortuna, e dormi!_", "heb geluk en slaap maar!" niet komen zouden. En
+zoo zag ik, in die dagen van de barensweeën der tentoonstelling reeds
+hier aanwezig, bevestigd wat een landgenoot, die hier reeds jaren woont
+en het volkskarakter uitnemend kent, mij voorspeld had: "In de laatste
+dagen, als 't er op aankomt, zult gij de Italianen wonderen zien doen."
+
+Inderdaad, toen de dag der plechtige opening dáár was, scheen het of
+goede feeën in de stilte en de duisternis van den nacht rondgezweefd
+hadden over de terreinen en met tooverstaven in het leven hadden
+geroepen, wat luierende werklieden die liever in het zonnetje lagen
+te slapen en soldaten die wel onder tucht werkten maar wier handen
+verkeerd stonden voor dezen ongewonen arbeid, maar niet klaar konden
+krijgen, al stonden de commissieleden er ook handenwringend bij.
+
+Het Uitvoerend Comité mocht van geluk spreken, dat het zóó ... den
+schijn wist te redden!
+
+Trouwens, de kunst om het uiterlijk op te houden verstaan de Italianen
+uitnemend!
+
+En wie zou niet gaarne veel vergeven aan een volk, dat, bij al zijn
+gebreken, zoo nauw verband houdend met zijn aard en opvoeding, aan
+den anderen kant zulke voortreffelijke eigenschappen toont!?...
+
+Want te ontkennen valt het niet dat de tentoonstelling, zooals
+zij zich daar nu voordoet, getuigt van het scheppingsgenie en den
+hoog-ontwikkelden smaak der Italianen.
+
+Zoowel in uitgebreidheid als in conceptie maakt de tentoonstelling
+een grootschen indruk. Indien men voor haar een ligging had kunnen
+vinden, zoo schilderachtig als de oevers van de Seine in Parijs
+en van de Maas in Luik, dan ware het panorama van deze tooverstad,
+marmerwit als het _Lipara_, dat Couperus' kunstenaarsoog zag, onder
+Italië's diepblauwen hemelkoepel met de intense lichtschittering van
+de zuidelijke zon onvergelijkelijk heerlijk geweest.
+
+Het oorspronkelijk tentoonstellingsplan omvatte alleen het
+transportwezen: spoorwegen, scheepvaart, rijwielen en automobielen,
+luchtballons enz. Maar als gewoonlijk groeide het spoedig den
+ontwerpers boven het hoofd en kreeg het een omvang als men nimmer had
+vermoed of bedoeld. Decoratieve kunst, schilder- en beeldhouwkunst,
+kunstnijverheid, landbouw en vischteelt, telegrafie en telefonie,
+hygiëne, coöperatie en verzekeringswezen, dat alles werd in het
+definitieve plan opgenomen, welks uitvoering ruim 12 millioen
+lire heeft gekost. En naast die permanente tentoonstelling zullen
+nog tijdelijke tentoonstellingen gedurende de zomermaanden worden
+gehouden van voedingsmiddelen, chemische en pharmaceutisehe producten,
+fotografie, muziek-instrumenten, jachtwapenen enz.
+
+Het eenige, wat deze internationale tentoonstelling dan nu ook
+onderscheidt van een _wereld_-tentoonstelling, dat is haar _niet
+algemeen_ karakter; de groot-industrie bv. is tot veler teleurstelling
+buitengesloten, daar slechts machines van een beperkt aantal
+paardenkrachten in gebruik bij de kunstnijverheid mochten ingezonden
+worden, terwijl in eenige afdeelingen, o.a. in die van schilder-
+en beeldhouwkunst, geen internationale mededinging is toegelaten,
+een maatregel die de beteekenis dezer sectie niet heeft verhoogd.
+
+In uitgestrektheid doet de Milaansche tentoonstelling echter niet
+onder voor die van Luik en Düsseldorf, welke wereldtentoonstellingen
+werden genoemd; zij heeft een grootte van 980,000 M_2_, terwijl de
+overdekte hallen tezamen een oppervlakte beslaan van 245,000 M_2_,
+verdeeld over 125 groote gebouwen en kleinere paviljoenen.
+
+Teneinde den lezers eenigszins een maatstaf ter vergelijking te geven,
+wil ik er hier aan herinneren, dat de Luiksche wereldtentoonstelling
+van 1905 een terrein van 11 H.A. besloeg met een overdekte ruimte van
+110,000 M_2_; het aantal gebouwen en paviljoenen bedroeg in Luik 98.
+
+In een stad, geheel in de vlakte gelegen en met oude vestingmuren
+omringd, viel het niet gemakkelijk voor een zóó groote tentoonstelling
+een geschikt terrein te vinden. De ruimte van het binnen de enceinte
+gelegen Park bood nauwelijks een derde van de oppervlakte die men
+noodig had. De aandacht viel toen op het buiten de bastions gelegen
+exercitieterrein van Milaan's groote garnizoen, de _Piazza d'Armi_,
+maar ook dit was nog te klein. Toen kwamen de ingenieurs op het
+lumineuze denkbeeld om de beide terreinen, door een nieuwe stadswijk
+van niet geringen omvang van elkander gescheiden, in gebruik te nemen
+en ze onderling te verbinden door een electrischen spoorweg over een
+viaduct, bijna lijnrecht loopend van het midden van het eene naar
+dat van het andere.
+
+Met medewerking van de militaire en burgerlijke autoriteiten slaagde
+dit plan volkomen. En daaraan is het nu te danken, dat de hoofdingang
+van de tentoonstelling op nog geen 20 minuten afstands van het centrum
+der stad is gelegen.
+
+Wanneer men van het _Cordusioplein_, waar het monumentale Beursgebouw
+en het paleis van de "Algemeene Verzekerings-Maatschappij"
+in elliptischen vorm rondgebouwd zijn, en dat vlak achter de
+noordwestelijke zijde van het Domplein, het centrum der oude stad,
+gelegen is, de _Via Dante_ ingaat, een der breedste en fraaiste
+hoofdstraten van Milaan, dan ziet men aan het einde daarvan op het
+_Foro Bonaparte_, dat een halven cirkel vormt, recht voor zich het
+beroemde en indrukwekkende _Castello Sforzesca_ met zijn massieve
+torens en heerlijke versieringen van Leonardo da Vinci en Bramante,
+de voormalige woonplaats der Visconti's, meermalen in den loop der
+eeuwen verwoest en weer opgebouwd, telkens weer verwaarloosd maar nu
+weer bijna geheel gerestaureerd tot een grootsch historisch monument en
+inwendig ingericht tot archeologisch en kunst-museum, verrijzen. Door
+de hoofdpoort, de _Torre del Filarete_, het _Castello_ binnentredende
+en recht overstekende door den eersten en tweeden binnenhof (_Piazza
+d'Armi_ en _Corte Ducale_) bereikt men door de tegenoverliggende poort
+aan de achterzijde het fraai aangelegde _Parco_, dat geheel beheerscht
+wordt door den ver op den achtergrond verrijzenden triomfboog met zijn
+mooie _bas-reliefs_, de _Arco della Pace_, oorspronkelijk bestemd
+om de heldendaden van Napoleon te eeren, maar later gewijd aan een
+herdenking van de nederlagen van den grooten Keizer, die bekroond
+wordt door het wonder-mooie werk van den beeldhouwer Sangiorgio, in
+brons gegoten door de gebroeders Manfredini en voorstellende de godin
+des vredes staande op haar met zes vurige paarden bespannen zegekar.
+
+In dit park, begrensd door die beide monumenten en omringd door
+een voornaam kwartier van patricische huizen en villa's, ligt,
+schuilgaande grootendeels onder donkere cypressen en ander zwaar
+geboomte, het eene gedeelte der tentoonstelling en vandaar leidt de
+electrische spoorweg naar het grootere terrein, dat ruim 20 minuten
+loopens verder is gelegen.
+
+Links van het _Castello_, aan het einde van het breede
+_Foro Bonaparte_, ligt de hoofdingang der tentoonstelling, een
+architectonisch goed gelukt bouwwerk, waarvan onze foto een duidelijk
+beeld geeft.
+
+In dit ranke bouwwerk met zijn zuilengalerij, zijn sprekende
+versieringen en beelden, hebben de architecten--aan wier hoofd de
+bekwame Besana staat--veel vergoed van het gemis van een monumentaal
+hoofdgebouw en een panorama over heel de tentoonstelling. Toch ligt
+de beteekenis van deze rijke façade die 's avonds met duizenden
+gloeilampjes wordt verlicht meer in de beide Simplontunnels, waarvan
+zij de omlijsting vormt.
+
+Aardiger _clou_ ware voor deze tentoonstelling wel niet uit te vinden
+geweest dan de bezoekers te doen binnengaan door een tunnel, waarmeê
+op bedriegelijke wijze de Simplontunnel nagebootst is. Dat is dan ook
+de groote attractie, het nieuwe en wonderbare. Het is dan ook aardig
+gedaan; de illusie is volkomen. Men schuift het zwarte gordijn even op
+zij en treedt de onbekende duisternis in; in de verte gloeien kleine
+lichtjes tegen den van kristallen glinsterenden rotswand; bij hun
+zwak schijnsel ziet men op den bodem de vage evenwijdige lijnen van de
+rails. Men hoort het gekletter van water en het snorren en stampen van
+machines. Het zijn de boormachine en de luchtververschingsinstallatie
+die hier in werking worden getoond. Door nauwe zijgangen, waarin men
+de scherven van rotsblokken onder de voeten hoort kraken, komt men
+in den tweeden tunnel, evenwijdig aan den eersten loopende, die,
+evenals in de werkelijkheid, met den eersten halverwege een punt
+van samenkomst heeft. In dezen tweeden tunnel heeft men kans gezien
+op vernuftige wijze duidelijk te maken, hoeveel last men bij den
+bouw gehad heeft met het van boven door de aderen in den bergwand
+doorsijpelende water, dat menigmaal de gangen blank zette. Uit den
+rotswand springt hier met geweldige kracht het heldere water van den
+bergstroom dat bruisend en schuimspattend zich neerstort temidden
+van de rotsblokken, juist zooals men dat in het hooggebergte ziet.
+
+Men behoeft thans niet naar Iselle te reizen om zich een begrip
+te kunnen vormen van het grootsche werk, dat daar is geschied en
+welks voltooiing hier wordt gevierd. De kunst van nabootsen tracht
+de wezenlijke techniek in haar hooge vlucht te achterhalen. Alles
+toch is zoo natuurgetrouw, dat men werkelijk meent in het hart van
+de Hoog-Alpen te verkeeren.
+
+Tusschen de beide tunnelingangen heeft de gevierde beeldhouwer
+Butti een beeldengroep aangebracht, die den moeizamen tunnel-arbeid
+voorstelt. Een mooi afgietsel in brons van deze sprekende groep is
+door het Uitvoerend Comité aan Z.M. den Koning als een aandenken aan
+de plechtige opening aangeboden.
+
+De beide tunnelpoorten worden bekroond door een eleganten toren,
+dragende een Mercurius-beeld, en welks versieringen de beteekenis van
+het werk des vredes, door de samenwerking van Zwitserland en Italië
+tot stand gebracht, symboliseeren.
+
+Aan weerszijden van den hoofdingang sluiten langwerpige vleugels zich
+aan dit smaakvolle bouwwerk aan. Rechts is de afdeeling "Visscherij",
+waarin Duitschland schitterend voor den dag is gekomen, ondergebracht,
+waarbij zich weer aansluit een zeer interessant aquarium; links
+vindt men een reeks van ineenloopende zalen, waar bijeengebracht is
+een hoogst belangwekkende verzameling oudheidkundige voorwerpen die
+betrekking hebben op het transportwezen te water en te land. Aan de
+medewerking zoowel van het Quirinaal als van het Vaticaan is het te
+danken, dat het een waar genot is deze retrospectieve afdeeling te
+doorwandelen, waaraan bovendien prof. Fumagalli door een methodische
+groepeering zekere wetenschappelijke waarde gegeven heeft. Men vindt
+er zoowel de draagstoel van Leopold II, Groot-hertog van Toscane
+als de staatsiekaros waarmee Paus Pius VII in 1814 zijn intocht
+hield in Modena; de berlina met koperen paneelen, rijk met zilver
+beslagen, van Ferdinand II van Bourbon (Corte di Napoli: 1839)
+als de rijk-gebeeldhouwde gala-koets, die gediend heeft in den
+begrafenisstoet van Victor Emanuel II in 1878 bij de overbrenging
+van het stoffelijk overschot van het Quirinaal naar het Panthéon;
+vergulde kardinaalskarossen en met acht paarden bespannen trouwkoetsen
+met beschilderde paneelen en van binnen met satijn bekleed van het
+Huis van Savoye.
+
+Niet minder de moeite waard zijn de modellen van oude schepen; o.a. van
+de galjoen, waarmeê Maria de Medici in 1600 van Livorno naar Frankrijk
+is gevaren.
+
+Ook het "voorheen en thans" op het gebied van de rijwielen wordt
+in een apart zaaltje vrij volledig te zien gegeven, terwijl de
+Italiaansche Posterijen en de Duitsche Rijkspost een belangrijke
+historische inzending hebben samengebracht, bestaande in modellen
+van oude postkoetsen, uniformen, gereedschappen, documenten enz.
+
+Men kan gerust zeggen, dat deze afdeeling tot de best-geslaagde van
+de tentoonstelling behoort.
+
+Na deze uitstapjes rechts en links van den hoofdingang gaan
+we nu het Park in, waarvan de aanleg getuigt van den smaak der
+Milaneesche tuinbouwkundigen; frisch en fleurig ziet er alles uit
+en de breed-uitgespreide waaierpalmen en bloeiende camelia's zouden
+wij wel zoo naar ons land willen meênemen! De stoomwals heeft de
+breede wegen geëffend, waarin de zware vrachtwagens diepe voren
+hadden getrokken; aan den rechterkant krijgen we nu de voornaamste
+tentoonstellingsgebouwen in het oog; zij rijzen geen van alle hoog
+op tusschen het geboomte en hun hagelwitte kleur zal bij den fellen
+Italiaanschen zonnebrand verblindend zijn voor de oogen, al helpt
+zij de hitte _buiten_ de zalen houden, maar overigens ... wat een
+superieuren smaak hebben de Italiaansche architecten getoond bij het
+ontwerpen dezer paleizen en paviljoenen! Schoon ook hier in hoofdzaak
+het onduurzaam tentoonstellingsmateriaal slechts dienst kon doen,
+wint Milaan het in dit opzicht verre van Luik en Düsseldorf en wordt
+Parijs van 1900 naar de kroon gestoken.
+
+De liefde voor de schoone klassieke vormen was hier de leidstar van
+mannen als Besana, Bongi en Locati, meestere in hun vak. Hier wordt
+men herinnerd aan het Parthenon met zijn zuilen en bogen, daar aan
+Romeinsche thermen; ginds aan de Byzantijnsche bouwkunst, elders
+weer aan het Arabische Alhambra. Aan de Italiaansche en Fransche
+renaissance wordt recht gedaan; kortom, de historische architectuur
+viert hier hoogtij! En toch, hoe frisch, hoe oorspronkelijk
+bleven de ontwerpers daarbij; hoe gelukkig wisten zij in bouworde
+en versieringen uitdrukking te geven aan de bestemming van de
+verschillende gebouwen! Zeker, dat alles is _klein_ tegenover dien
+machtigen kolossus, den Dom, dien de christelijke kunst, als een
+prediking in marmer, midden in deze stad heeft gebouwd; en te _druk_
+tegenover den stroeven ernst der middeleeuwsche kunst die spreekt
+uit de _palazza's_, welke de eeuwen hier hebben nagelaten en die
+thans de omlijsting vormen van deze onwezenlijke droomstad, waar
+alles klatergoud en namaak is en die straks weer zal verdwijnen,
+even spoedig als zij gekomen is.
+
+Maar ... wie ontkomt aan de machtige bekoring die van dit alles
+uitgaat!? Die mengeling van architectuur en sculptuur, zij is een
+weelde voor het oog en spreekt tot de verbeelding van oorden, waar
+de schoonheid godheid is, waar het ideaal triumfeert in marmerwit
+en kronegoud!
+
+Van het beeldhouwwerk gesproken: Al heeft de Italiaansche plastiek
+de schoone traditiën van het verleden niet weten hoog te houden,
+men mocht toch bij deze gelegenheid van de beeldhouwers in het land
+van Michel Angelo en Canova iets goeds verwachten.
+
+In qualiteit hebben zij dan ook niet teleurgesteld, maar in de
+quantiteit hadden zij meer matiging kunnen betrachten. Overlading
+schaadt overal, zelfs op een tentoonstelling. Alle Olympische goden
+zijn er aan te pas gekomen. Het is of men een concurrentie heeft willen
+ondernemen met de permanente beelden-uitstalling op het beroemde,
+maar mij en velen, die onder een andere dan de zuidelijke zon zijn
+geboren, weinig sympathieke _Campo Santo_.
+
+Maar zonder nu alles op gezag mooi te vinden, alleen omdat het van
+kunstenaars als Butti en Brivio, die op dit oogenblik in de gunst
+staan, afkomstig is, moet ik toch erkennen, dat er kracht en realiteit
+zit in menig beeld en in meer dan één groep.
+
+Ga natuurlijk zoo'n compositiebeeld niet van nabij bekijken, dan
+is alle illusie weg! Maar een tentoonstelling hangt nu eenmaal van
+bedriegelijk decoratief aan elkaar. En niemand zal aan zoo'n _Victoria_
+of _Mercurius_, die straks op een electrisch verlicht voetstuk zullen
+staan, hooge kunsteischen stellen!
+
+Het is al veel waard, wanneer het gevoel niet wordt gekwetst door
+groven wansmaak of jammerlijke banaliteit. En daartegen hebben de
+artistieke en technische leiders der tentoonstelling met veel zorg
+gewaakt. Binnen die grenzen heeft men echter het eigen initiatief
+zooveel mogelijk vrijheid gelaten en zoo is er tusschen al die groote
+paleizen en paviljoenen een aardige afwisseling van Zwitsersche
+châlets, Schwartzwalder huisjes; Oostersche kiosken enz. Telkens wordt
+het oog weer geboeid door iets eigens en karakteristieks. Hoe jammer,
+dat ook Nederland, als te St.-Louis, niet met iets eigens, met een
+pittigen oud-hollandschen trapjesgevel bv., is kunnen komen! Maar
+de Milaneesche aannemers vroegen fabelachtige prijzen en de middelen
+waren gering. Nu heeft het Nederlandsch comité zich tevreden moeten
+stellen met 800 M_2_ in de gemengde afdeeling der decoratieve kunst,
+waar het Japan tot buurman heeft, en 200 M_2_ elders voor op zichzelf
+staande inzendingen als die van den baggermolen-fabrikant Smulders uit
+Schiedam. Het is nu maar te hopen, dat het inwendige (de versiering
+is bij den heer Kromhout uit Amsterdam zeker in goede handen) en de
+inzendingen goed zullen maken wat aan het uiterlijk ontbreekt. Maar
+daarvoor is nog wat geduld noodig. Niet vóór half Juni zal de
+Nederlandsche afdeeling geopend kunnen worden. Met dit wat achteraf
+gelegen gebouw schenen de heeren van de bouw-commissie het minste
+haast te hebben. En toen de gedelegeerde commissaris van Nederland
+herhaaldelijk aandrong op meer spoed, wijzende op het ergerlijk
+luieren der Italiaansche werklieden, die, als 't koud is, zich rond
+een houtvuurtje gaan warmen en als 't warm is, in 't zonnetje liggen
+te slapen, antwoordde men zoo philosophisch-laconiek als Italianen
+dat alleen kunnen: "Laat dan Nederlandsche werklieden komen om het
+gebouw af te maken. Zwitserland heeft ook eigen werklieden ontboden!"
+
+Biedt een tentoonstelling kans van welslagen, al geeft ze ook nog
+zooveel interessants te zien, waar de leiders dergelijke luchthartige
+opvattingen koesteren?... De vertegenwoordigers van het buitenland,
+die ervaring hebben op dit gebied twijfelen er wel eens aan. Maar de
+Italianen zijn onverbeterlijke optimisten; zij kloppen de mopperaars
+gemoedelijk op den schouder en zeggen glimlachend: "_Al levar della
+tende si vedra_", of te wel: als de boel weer afgebroken wordt,
+zal _alles_ je duidelijk zijn. Een troost!?...
+
+Wij zijn nu in de groote middenlaan van het Park, die dit gedeelte
+der toonstelling in twee groepen scheidt: rechts wetenschap en kunst;
+links de vermakelijkheden. Even wippen we binnen in het gebouw der
+"Schoone Kunsten". Dat was inwendig het eerst gereed omdat de Koning
+er doorheen wandelen zou op den openingsdag. Een openbaring is deze
+zuiver-nationale afdeeling niet; ook zijn vele doeken verkeerd of
+veel te sterk belicht. Er is in 't algemeen te veel gelegenheidswerk
+zoowel van schilders als beeldhouwers.
+
+Eén zaal is geheel gereserveerd voor de productieve familie Ciardi,
+bestaande uit vader en twee zoons, die 32 werken heeft ingezonden,
+een andere zaal bevat alleen 28 stukken van den grooten Venetiaanschen
+meester, Ettore Tito. Ook Carcano heeft een zaal voor zich, terwijl
+Carlandi, bekend door zijn fijne zeegezichten, 84 aquarellen heeft
+ingezonden.
+
+Onder het beeldhouwwerk is meer knappe copie dan oorspronkelijk
+werk. De _Unione artisti romani_ leverde hier het leeuwendeel,
+o.a. een reusachtige groep van Lazio.
+
+Het paleis van de _Belle Arti_ bestaat uit twee vleugels in
+hoefijzervorm die samenkomen in een koepelvormige zaal. In deze
+feestzaal, waarvan wij een reproductie geven, had de plechtige
+opening der tentoonstelling plaats. Jammer genoeg mochten er toen
+geen photografische opnamen worden gemaakt--een maatregel die als
+vele andere verband hield met de veiligheid van den Vorst. Want
+toen langs alle lijnen electrische lichtjes fonkelden, ook in de
+lauwerkransen door de engelenfiguurtjes omhoog gehouden, en heel de
+zaal bezet met schitterende uniformen en galagewaden, waartusschen
+de bekoorlijkste damestoiletten in teere kleuren,--allen omringend de
+met bloemenguirlandes versierde estrade, waarop de Vorstelijke stoet
+had plaats genomen--toen bood dat geheel een betooverend gezicht,
+hoe weinig indrukwekkend de ceremonie ook overigens was, die onder
+een geestdriftige ovatie aan het Koninklijk Paar eindigde met een
+symbolische opening van de tentoonstelling door Koningin Elene, die
+een rood lint losmaakte, dat de estrade had afgesloten van den uitgang.
+
+Uit den rechtervleugel de feestzaal binnengekomen treden wij nu
+door den hoofdingang, door zinrijke beeldengroepen geflankeerd,
+weer naar buiten. Aan de overzijde van de breede allée zien wij,
+verscholen in het frissche groen, drie kleine gebouwen liggen,
+evenveel verschillend van stijl als van bestemming; voornaam en mooi
+is de façade van het kleine paleis der stad Milaan, in Italiaansche
+renaissancestijl gebouwd, waarin het gemeentebestuur, dat een ruim
+aandeel genomen heeft in de totstandkoming der tentoonstelling en
+bij feestelijke gelegenheden de honneurs tegenover de gasten uit den
+vreemde waarneemt, een volledig overzicht geeft van de inrichting
+zijner model-bedrijven en van het vele wat Milaan doet op het gebied
+van onderwijs, armenzorg, hygiène en volkswelvaart. Zij die ook om
+iets te leeren de tentoonstelling bezoeken zullen hier een nuttig
+uurtje kunnen vertoeven in deze rustige omgeving.
+
+Van een heel ander karakter is het Zwitsersche paviljoen dat
+natuurlijk van wege "de onverbrekelijke vriendschapsbanden" op deze
+tentoonstelling een eereplaats kreeg.
+
+Het is een echt Zwitsersch châlet, in wit rood en bruin geschilderd
+hout met balcons en een luifeldak en pittig torentje; een juweeltje
+van dien karakteristieken bouwstijl van het Alpenland. "Een bescheiden
+huisje" noemde de Zwitsersche commissaris-generaal Siemen het, toen
+hij er uit naam van de Bondsregeering den Koning van Italië begroette,
+maar de jonge Vorst die zijn oogen altijd goed den kost geeft had
+het bij het rechte eind, toen hij den bescheiden Zwitser warme hulde
+bracht voor dat smaakvol paviljoen, een sieraad van de tentoonstelling.
+
+Natuurlijk is de inhoud van het gebouw grootendeels gewijd aan de
+werken van St. Gotthard en Simplon, gesymboliseerd in een groot fresco
+in den voorgevel, en de vermaarde Zwitsersche kunstnijverheid.
+
+Een honderd schreden verder ligt op een heuveltje, gelijk in hoogte
+aan de viaduct, het Park-station van den electrischen spoorweg,
+ook een aardig, luchtig gebouwtje, waaraan veel zorg is besteed.
+
+Vóór wij uitstappen echter nog even een kijkje genomen aan het
+uiterste einde van het Park bij den Vredesboog in het complex van
+gebouwen, dat gewijd is aan een der belangrijkste afdeelingen van de
+tentoonstelling: de versieringskunst; het zijn eigenlijk twee reeksen
+van gebouwen, door binnenhoven met zuilengalerijen, aardige beelden
+en fonteintjes, onderling met elkaâr in gemeenschap, gescheiden door
+een smal laantje; het is hier, dat ook Nederland zijn beste beentje
+voor zal zetten. Maar de strijd zal zwaar zijn. Op dit oogenblik zijn
+de gebouwen nog nauwelijks onder dak en is de chaotische toestand
+nergens zoo wanhopig als hier in dit hoekje; van étaleeren kan dus
+nog geen sprake zijn. Maar de ingenieur die hier de leiding heeft,
+de heer Gatti-Casazza, weet schitterende dingen van deze afdeeling
+te vertellen. Na de welgeslaagde proefneming in Turijn met de
+tentoonstelling van versieringskunst in 1902 zal Italië hier nu
+eens met 500 van zijn eerste architecten en artisten (grootendeels
+uit Lombardije) uitkomen; een ruimte van maar eventjes 12000 M_2_
+heeft het daarvoor noodig; Hongarije, dat in de laatste jaren een
+reusachtige vlucht nam op het gebied der kunstnijverheid, zal 3500
+M_2_ innemen; Engeland 1000; Zwitserland, Japan en Nederland elk
+800; Duitschland 500; Turkije 350 en Noorwegen 100. Nederland maakt
+dus quantitatief geen slecht figuur. Jammer echter, dat onze eerste
+firma's op dit gebied geen lust tot deelneming gevoelden.
+
+Frankrijk, Oostenrijk, Rusland en België hebben ook hun afdeeling
+versieringskunst ondergebracht in hun eigen gebouwen op de _Piazza
+d'Armi_. Ofschoon de Commissie van toelating lang niet gemakkelijk is
+geweest, hebben de aanbiedingen zóó de verwachting overtroffen, dat
+zij heeft moeten laten varen het denkbeeld om ook een retrospectieve
+tentoonstelling van de ontwikkeling der toegepaste kunst in den loop
+der eeuwen te geven. Een eereplaats zal echter gegeven worden aan
+den vrouwenarbeid, waarvan, onder de auspiciën van de Hertogin Maria
+Anna Visconti di Modrone Gropallo, presidente van het damescomité,
+evenals te Luik, veel belangwekkends zal te zien gegeven worden.
+
+Een zware taak wacht de jury maar ook een aangename, want de Koning
+heeft een eereprijs van 10,000 lire uitgeloofd voor de fraaiste
+"complete moderne inrichting".
+
+Aan den anderen kant van het park, nog een groote uitgestrektheid
+met mooie gazons en waterpartijen, zetelt het Vermaak. Daar kan
+men een reis naar het hooge noorden maken en zich verbeelden op de
+ijsberenjacht te zijn, of de geneugten smaken van een montagne russe;
+daar kan men zich in aardige bars en kiosken door gebronsde zuidelijke
+schoonen met uitdagende, donkere oogen champagne en vruchtenijs laten
+bedienen; daar kan men voor een halve lire heel Tyrol of het Berner
+Oberland doorreizen onder 't genot van Münchener Hofbräu, Chianti of
+Capri, Marsala of Vermouth van fratelli Cora; daar kan men 's avonds
+tusschen de donkere cypressen in den maneschijn zitten mijmeren bij
+"American drinks", zoo echt als in de eerste Broadway-bars; daar kan
+men zich van een helling in een bootje met duizelingwekkende vaart
+in een meer laten storten of, wanneer men 't op dit ondermaansche
+te benauwd krijgt, hoog in de lucht rondvliegen in een _Aëroplan_
+en in jolige pret lachen om dat Castello en dien Dom die daar zoo
+eigenwijs en roerloos staan te droomen midden in dat wereldsche,
+lawaaierige Milaan; daar klinken muziek en zang; daar raakt men de
+zilverstukjes kwijt....
+
+Daar mist men alleen Lucas Bols of Wynand Fockink, anders trouwe
+comparanten op groote tentoonstellingen, die hier met een "Oude
+Schiedammer" en een jonge Zeeuwsche boerendeern toch zeker al even
+veel succes zouden hebben als overal elders in de wereld.
+
+
+
+Maar het wordt tijd, dat wij het Park verlaten en naar de _Piazza
+d'Armi_ trekken, waar wij in vogelvlucht hebben te overzien _veel_
+dat nog niet àf is en heel _weinig_ dat wèl gereed is. Konden wij
+maar werkelijk in een luchtballon er over heen zweven! Dan liepen we
+geen kans overreden te worden door zwaargeladen goederentreinen en
+in dolle vaart rondsnorrende auto's, die voor de snelle verplaatsing
+van comité-leden zorgen als zij lastige reclamanten uit de voeten
+willen blijven.
+
+Het electrische treintje, comfortabel ingericht--een voorbeeld voor de
+directie der Italiaansche spoorwegen die, sedert de staatsexploitatie
+in vollen gang is, nog niet veel gedaan heeft om het spoorwegverkeer
+uit zijn achterlijkheid te verlossen--brengt ons, hoog over straten
+en lanen en pleinen, over de ranke en sierlijke viaduct in een paar
+minuten daar.
+
+Ook deze terminus doet ons kennismaken met een aardig, rustiek
+station met bloemperken en heesters omgeven; ruim, ongevaarlijk en met
+zacht-glooiende op- en afgangen. De maatschappij die dat goedkoope
+lijntje van 5 cent per rit exploiteert heeft eer van haar werk en
+succes; het aantal abonnés loopt al in de tienduizenden.
+
+Recht voor ons ligt in het midden van het vierkante terrein, dat
+een omtrek heeft van ruim drie kwartier loopen en doorsneden is van
+lange rechte lanen, waartusschen nu de vakken tot weelderig plantsoen
+met rotsen en vijvertjes, fonteinen en bloembedden zijn aangelegd,
+het groote paleis van het "Transport te water" met den reusachtigen
+vuurtoren op natuurlijke grootte, die 's avonds een intens licht over
+tentoonstelling en stad verspreidt, op den voorgrond. Handelsvloot en
+passagiersschepen worden in deze afdeeling wel erg op den achtergrond
+gedrongen door de Marine, die toch eigenlijk slechts in verwijderd
+verband staat met "transport te water." Maar hiermeê kon Italië
+meer geuren dan met zijn scheepvaart, die niet sterk vooruitgaat,
+hoewel, na de jongste Marine-rapporten, deze tentoonstelling van
+model-materiaal een bitter bijsmaakje voor de Italianen heeft gekregen.
+
+Ook het buitenland heeft in deze afdeeling _acte de présence_
+gegeven. Krupp en Armstrong vervullen u hier met bewondering voor hun
+werken maar ook met een tikje wrevel; die onheilspellende kanonnen
+storen de vredes-gedachten, die de ideëele achtergrond vormen van
+dit jubelfeest van den arbeid, waar de natiën komen getuigen van hun
+grootheid en hun kracht ... in de werken der beschaving en des vredes.
+
+Enkele modellen van Oceanflyers, van moderne luxe-schepen, van
+reusachtige vrachtbooten, zeesleepbooten en baggermolens gaan
+hier bijna verloren voor 't oog tusschen de vernielingswerktuigen,
+torpedobooten, torpedo's, pantsertorens enz.
+
+Trouwens, hier en daar verspreid over het terrein vindt men nog
+onderdeelen van deze sectie. Zoo heeft de groote Italiaansche
+Stoomvaart-Maatschappij, die ook de dagelijksche diensten tusschen
+het vasteland en Sicilië verzorgt, haar eigen, kranig gebouw en is
+er een zeer bezienswaardige inzending van motorvaartuigen, elegante
+gondeltjes, waarmeê men lust zou gevoelen zich te laten voortglijden
+over de smaragden golfjes van de Zwitsersche en Italiaansche bergmeren.
+
+Links van "Marine" ligt het grootste tentoonstellingspaleis, de
+"Galerij van den Arbeid", een complex van reusachtige hallen
+met drie koepelvormige ingangen. In de voornaamste daarvan was
+een prachtig plaatsje gereserveerd voor een inzending van de
+Amsterdamsche diamantindustrie, waarop men aanvankelijk scheen te
+mogen rekenen. Jammer, want die zou hier _furore_ gemaakt hebben! Over
+de inzendingen in deze afdeeling valt nog zoo goed als niets te
+zeggen; behalve een paar mooie kleurendrukpersen en een reusachtige
+rotatiepers, waarop een tentoonstellingsuitgave van het grootste
+dagblad van Milaan, de uitnemend geredigeerde en snel-ingelichte
+_Corriere della Sera_, tot stomme verbazing der toeschouwers wordt
+gedrukt en gevouwen, staan er slechts rijen van onopengemaakte
+kisten, waarin de schatten van de machinale kunstnijverheid verborgen
+zijn. Meer dan een schoone belofte is dit Arbeidspaleis dus nog niet.
+
+Wij naderen nu bekend en bevriend terrein. Een gebouw met frisschen
+vriendelijken baksteengevel zegt ons terstond, dat wij hier te doen
+hebben met iets uit gewesten, dichter bij Nederland; het doet zelfs
+vreemd in deze omgeving van witte paleizen met blauwe koepels en veel
+verguld. Het verwondert ons dan ook niet uit het dak de Belgische vlag
+te zien wapperen. Wij zijn thuis; die rustige lijnen van de Vlaamsche
+renaissance, die symmetrie welke geen oogenblik stijf wordt, zij
+doen ons Nederlandsch hart goed. Onze naburen zijn hier schitterend
+voor den dag gekomen, om jaloersch van te worden. Ook de Italianen,
+die wel eens meenen het monopolie van stijl en smaak te hebben,
+kunnen hun bewondering niet verbergen.
+
+Inderdaad, dit gebouw--werk van den Brusselschen architect Henry
+Vaes--is opgericht _à la gloire de la patrie_, zooals op een
+gedenksteen in den muur van een der torens is gebeiteld. Maar ... de
+Belgische regeering, zich dankbaar herinnerend de ruime deelneming
+van Italië aan de wereldtentoonstelling te Luik, stelde dan ook
+een bedrag van fr. 300.000 ter beschikking van de commissie van dat
+land. Met zoo'n sommetje kan men wat beginnen!
+
+Ook de inzendingen der Belgische kunstnijverheid die het gebouw en
+een daarnaast gelegen hal zullen vullen, beloven het beste te geven
+wat het nijvere land kan voortbrengen, vooral kant en smedewerk.
+
+Langs de achterzijde van het terrein liggen drie groote gebouwen,
+die samen één reuzenstation vormen met uitgestrekte overkappingen.
+
+Wij hebben hier te doen met de kern der tentoonstelling, de wortel
+van de reuzenplant: het spoorwegwezen. Vier landen domineeren hier;
+Duitschland, Oostenrijk, Hongarije en Italië zelf, dat zeker, al komt
+het hier met mooie dingen uit, op dit gebied eenige bescheidenheid
+mag in acht nemen. Reusachtige locomotieven en prachtig-ingerichte
+slaap- en salonwagens vormen het hoofdbestanddeel dezer afdeeling,
+terwijl Italië zeer interessante nieuwe uitvindingen op het gebied van
+seinwezen en veiligheidsinrichtingen in werking te aanschouwen geeft.
+
+Van groot practisch belang voor berglanden zijn o.a. de optische en
+gehoor-signalen voor tunnels en de nieuwste tandradbaan-locomotieven.
+
+Een zeer sympathieken indruk maakt de iets verder onder hangars
+geherbergde inzending van het Italiaansche _Roode Kruis_,
+waarvan vooral de aandacht verdienen de met veel zorg ingerichte
+transportwaggons en booten voor gewonden. Ook Duitschland's
+_Sanitätswesen_ komt hier schitterend voor den dag met ziekenbarakken,
+vervoerbare barakken en vriendelijke paviljoentjes.
+
+Van de ziekenverpleging naar de hygiène _il n'y a qu'un pas_. Hier
+óók in letterlijken zin. Heerlijk is weer die frontgevel van den
+architect Bongi, aan het paviljoen, waar Aesculapius' vriendelijke
+dochter troont, gegeven. Van het zinnebeeld der gezondheid, de slang,
+heeft hij bij de versieringen een gelukkig gebruik gemaakt.
+
+Welke schatten Hygieia in haar tempel tentoonspreidt is nog
+een geheim. Alleen is mij bekend, dat onder de inzenders ook een
+Nederlander is. Onze consul te Milaan, de ingenieur H.J. Van der
+Schalk, exposeert er modellen van hygiënisch ingerichte boerenwoningen
+en veestallen volgens een nieuw systeem.
+
+Uit het gebied waar de godin der gezondheid heerscht, over te gaan
+naar Caïro is nog al een sprong. De oosterlingen staan gewoonlijk
+met Hygieia op een gespannen voet. Maar het tentoonstellings-Caïro
+in miniatuur is nog al onschuldig! 't Ziet er alles zelfs te
+onnatuurlijk zindelijk uit, het ruikt er te frisch om de illusie
+volkomen te doen zijn. Maar aardig is die exotische omgeving voor
+ons, westerlingen, toch altijd. Hoe verrukkelijk doen die glanzende
+koepel en die fijne minaret van de Hasinin-moskee tegen het zuidelijk
+azuur! Hoe schilderachtig zijn die kleine straatjes en de bazar,
+waar de oosterlingen bezig zijn hun snuisterijen uit te pakken! Nu is
+'t nog rustig en leeg hier, maar weldra zal de moslem zijn gebeden
+prevelen in den toren; zal er vreemdsoortige, lawaaierige muziek
+klinken bij de Arabische danseres, die de Italianen zal laten genieten
+van een nerveusen _danse du ventre_; dan zullen de kooplieden met
+hun roode fez u met een "_bon marché, monsieur!_" naloopen om u hun
+waren aan te prijzen en bruine jongens op bloote voeten u trachten
+over te halen om op een witten ezel of een hoogen kameelenrug rond te
+rijden. En nog lang daarna zal de geur van de rozenolie u herinneren
+aan die oostersche atmosfeer van de nagebootste Nijlstad hier midden
+in Lombardije.
+
+Langs Bulgarije, dat zich de weelde van een eigen fraai paviljoen
+kon veroorloven evenals vorig jaar te Luik, keeren we weer naar
+Midden- en West-Europa terug. We hebben nu het langwerpige paleis
+van Frankrijks decoratieve kunst met de 4 smaakvolle ingangen vóór
+ons liggen. Uitwendig en inwendig viert de Fransche kunst hier weer
+haar triomfen. Wie kan zich daarmeê meten!? Een glans van voornaamheid
+ligt over al dat werk.
+
+In een boog om dit gebouw heen liggen drie afdeelingen die, eenmaal
+gereed, tot de belangrijkste der tentoonstelling zullen behooren. Het
+zijn: "Automobilisme en Cyclisme", "Rijtuigfabricage" en "Landbouw";
+rococostijl was hier wel de meest aangewezene, maar toch hebben de
+architecten de bestemming van de gebouwen gelukkig uitgedrukt in
+attributen, symbolische fresco's enz.
+
+Over den inhoud valt nog weinig te zeggen; de automobiel-fabricage
+heeft in Italië groote vlucht genomen en schijnt dan ook kranig te
+zullen uitkomen, vooral met luxe-auto's en omnibussen, zooals er hier
+thans reeds verscheidene in dienst zijn.
+
+De Landbouw beschikt over uitgestrekte hallen van groote wijdte. Juist
+nu het ideaal van den Koning: "een internationaal Landbouw-instituut
+te Rome" het eerste stadium van verwezenlijking is ingetreden,
+wil Italië eens laten zien hoe ver het op dit gebied is. Dat had
+misschien ook op den weg van Nederland gelegen, maar onze landbouw
+zal in deze afdeeling slechts vertegenwoordigd worden door een magere
+inzending van zuivelproducten en ... een Turksche sigarettenfabriek uit
+Amsterdam. Verkeerde indrukken worden op die wijze wèl bevorderd! Te
+leeren zal er in deze afdeeling veel zijn, want vooral in Lombardije
+staat de landbouw op een hoogen trap. De Italiaansche landbouwer is
+een zorgzaam arbeider; dat kan men, door deze vruchtbare laagvlakte
+reizende, overal waarnemen.
+
+Wij zijn nu weêr bij het punt van uitgang: het station,
+teruggekeerd. Overal stilstaan konden wij natuurlijk niet; men zal
+mij de opsomming van reclame-inzendingen, van azuren grotten en een
+Afrikaansch dorp, wel willen schenken. Dat alles is _schon dagewesen_
+op iedere wereldkermis.
+
+Maar wij mogen toch geen afscheid nemen van de _Piazza d'Armi_ zonder
+even binnengeloopen te zijn in het mooie, sprekende paviljoen van
+de latijnsche staten van Zuid-Amerika. Deze staten: Peru, Chili,
+Uruguay, Guatemala, San Domingo, Brazilië en Argentinië hebben van
+praktischen zin blijk gegeven. Hoe ook onderling steeds verdeeld,
+heeft ditmaal een zeker ras-instinct hen er toe gedreven om de handen
+ineen te slaan tot het verrichten van datgene, waartoe elk op zichzelf
+niet krachtig genoeg zou zijn. Elke van de regeeringen dezer landsn
+heeft 6000 francs beschikbaar gesteld voor een collectieve inzending,
+die er van getuigt, dat men op het zuid-westelijk halfrond nog iets
+anders verstaat dan staatsgrepen en omwentelingen op touw te zetten.
+
+De in Italië gevestigde consuls van deze staten, aan wie het
+voornamelijk te danken is, dat Zuid-Amerika hier meer op den voorgrond
+treedt dan op de laatste wereldtentoonstellingen in Europa, hebben
+eer van hun werk, zoo goed als de beeldhouwer Laforet, auteur van
+het standbeeld van Christoforus Columbus in de vestibule van het
+paviljoen en reeds bekend door het mooie Verdi-monument te Triëst. De
+400-jarige sterfdag van den koenen ontdekker van Amerika wordt op 21
+Mei bij dat standbeeld plechtig herdacht, o.a. met een redevoering
+van Edmond de Amicis.
+
+Op onzen weg naar den uitgang van het terrein passeeren wij
+de afdeelingen luchtscheepvaart en meteorologie, die zeker in
+nauwe betrekking tot elkaar staan, al is het den vernuftigsten
+en stoutmoedigsten luchtschipper nooit gelukt in letterlijken zin
+"naar de maan" te gaan. Van tijd tot tijd worden hier op een met
+tribunes omringd terrein luchtballons opgelaten, zoowel bestuurbare
+als vrij in het luchtruim zwevende; ook het Duitsche militaire
+luchtscheepvaartcorps doet daaraan meê met zijn sigaarvormige
+uitkijkballons; deze zeer vreedzame verkenning van Lombardije vindt bij
+het publiek wegens de bewonderenswaardige vlugheid en nauwkeurigheid
+der exercitiën grooten bijval. Geen wonder; de kleine, weinig gespierde
+Italiaansche officieren en soldaten missen dat stramme en stroeve!
+
+
+
+Milaan heeft zijn "_settimana di gloria_" gehad! De feesten, waarmede
+de blijde begroeting van de jong-geborene is gevierd, zijn nu weer
+voorbij, de Koning en de Koningin naar Rome teruggekeerd; ook de
+vertegenwoordigers van de buitenlandsche dagbladen en tijdschriften
+pakken hun koffers; de tentoonstelling wordt verder afgewerkt en
+Milaan bereidt zich voor op de ontvangst der duizenden vreemdelingen
+uit het zuiden en van over de Alpen.
+
+Veel reclame in het buitenland maakt het Propaganda-comité van de
+tentoonstelling niet; het is waarschijnlijk overtuigd, dat de 120
+internationale congressen, ingezet met het groote en luidruchtige
+studentencongres, de automobielen-wedstrijden en gymnastiek-feesten,
+de wedrennen en andere hippische feesten, de concerten en historische
+optochten, de vuurwerken en illuminaties, de diner's en recepties
+onder de auspiciën van Milaan's gastvrije en royale vroedschap,
+genoeg aantrekkingskracht zullen oefenen op de duizenden, die een
+gelegenheid zoeken om hun zomervacantie aangenaam door te brengen.
+
+"Naar Milaan!" zal het parool zijn van alle toeristen en
+toeristenbureaux in het komend seizoen.
+
+De lezer make, na mijn indrukken van de eerste levensdagen der
+tentoonstelling, die ik getracht heb zoo objectief mogelijk weer te
+geven, gelezen te hebben, voor zichzelf uit of er aanleiding is om
+aan dat wachtwoord te gehoorzamen ook voor dengene die geen modeslaaf
+wil zijn.
+
+Maar ik ben er zóó zeker van, dat wie het voorrecht zal hebben deze
+tentoonstelling in een later stadium van ontwikkeling of wèl, eerlang
+tot vollen wasdom gekomen, te aanschouwen, hier rijke schatten van
+leering en genieting zal vergaren, dat ik straks mijn laatsten groet
+van de toppen der Alpen aan de tegen den horizont vervagende spitsen
+van den Dom niet zal brengen zonder een: "_A rivederci, Milano!_"
+
+_Milaan, Mei 1906_.
+
+
+
+
+
+
+
+Een vliegreisje in het Land der Rijzende Zon
+
+Door T. TJ. DE BOER.
+
+
+Onlangs gaf een mijner collega's een' al te enthousiasten
+aspirant-zeeman den raad: "Als je wat van de wereld wilt zien, ga
+dan niet naar zee."
+
+Dit nu klinkt paradoxaal, maar er ligt toch een grond van waarheid
+in. Weliswaar bezoeken wij vele plaatsen, doch de zeehavens der wereld
+zijn tot op zekere hoogte allen gelijk.
+
+Eerstens is er altijd een groote categorie van menschen, met wie
+wij niet in aanraking komen, omdat wij meestal geene introductie
+hebben. Dan zijn er de kooplui, die, zoowel aan wal als aan boord,
+den armen zeeman steeds trachten af te zetten, hetgeen hij zich met
+werkelijk verwonderlijke onverschilligheid laat welgevallen. Verder
+zijn er de koelie's, die onder ons toezicht het schip moeten lossen en
+laden, en evenmin een hoog als een juist denkbeeld geven van het volk
+waartoe zij behooren. En ten slotte is er de buurt waar de zeeman op
+de meest ergerlijke wijze wordt geplukt, en die het maar het best is
+te mijden.
+
+Bovendien hebben wij vaak weinig tijd en blijft de gelegenheid om
+aan land iets te zien wat de moeite loont, gewoonlijk beperkt tot des
+avonds of tot een enkelen vrijen Zondag; juist genoeg om ons te doen
+wenschen er meer van te kunnen genieten.
+
+Stoomen wij b.v. van Aboji (straat van Simonoseki) naar Kobe door
+de Binnenzee van Japan, eene reis van één etmaal, dan valt er veel
+te bewonderen. Het kalme, spiegelgladde water, de honderden groene
+eilanden en eilandjes, de witte dorpjes, die soms als een vlucht
+rustende vogels aan den rotswand schijnen te hangen, en 's avonds het
+glanzende maanlicht, de blauw-lichtende zee en de ontelbare lichtjes
+der vreemdsoortig gevormde visschersvaartuigen ... dat alles vormt
+een bekoorlijk geheel, en wekt in ons het verlangen op, dieper in
+het onbekende land door te dringen, een verlangen, dat slechts zelden
+bevredigd wordt en, gevoegd bij de kleine ongemakken, aan ons beroep
+onvermijdelijk verbonden, een zekere onvoldaanheid teweegbrengt, die
+aanleiding geeft tot overdreven verzuchtingen. Want hoe vroolijk de
+zeeman ook aan land moge zijn, aan boord is hij een onverbeterlijke
+mopperaar.
+
+Slechts aan een geluksvogel, zooals ik was, is het soms gegeven,
+land en volk beter te leeren kennen.
+
+Ik lag nl. in September j.l. met mijn schip te Kobe. Wij hadden één
+passagier aan boord, een jongmensch, die voor zijn genoegen een reis
+met ons meemaakte. Deze wilde eenige dagen in Japan reizen en door
+de goedheid van den gezagvoerder kreeg ik verlof, met hem mee te
+gaan. Het schip moest nog naar Yokohama en daarna weer terug naar
+Kobe. Tot zoolang mocht ik wegblijven.
+
+Door dezen samenloop van omstandigheden ben ik in staat gesteld, mijnen
+lezers eene beschrijving te geven van mijn reis door Japan, het land,
+dat door zijn ongekend aanpassingsvermogen de geheele wereld heeft
+verbaasd en vooral in dezen tijd ieders belangstelling opwekt. Uit
+den aard der zaak is deze beschrijving vluchtig en onvolkomen;
+zij maakt volstrekt geen aanspraak op volledigheid, want om een goed
+denkbeeld te kunnen geven van dit vreemde en unieke land, moet men
+er veel langer vertoeven.
+
+Wij vertrokken 's morgens om 8 uur van boord en lieten ons met een
+bootje naar den wal roeien. Een ambtenaar van de douane visiteerde
+onze koffers en liet, toen ik mijn kwaliteit bekend maakte, ons met
+een ongewoon groote hoeveelheid sigaren ongehinderd door.
+
+Kobe is de drukste havenstad van het land en ligt heel mooi tegen de
+bergen aan. Doch wij konden ons hier niet ophouden, lieten ons per
+"jinrickisja" naar een kennis brengen, die ons eenige waardevolle
+inlichtingen verstrekte, en daarna naar het station.
+
+De jinrickisja (letterlijk: man-kracht-rijtuig), kortweg genoemd
+"ricksja", is een hoog, tweewielig voertuig, voorzien van een opzetbare
+kap, dat door een man getrokken wordt met een vrij groote snelheid. Het
+is het vervoermiddel bij uitnemendheid in Japan, tenminste over niet
+te groote afstanden, en heeft van hier zijn weg gevonden naar bijna
+alle plaatsen in Oost-Azië. Wij namen een biljet 1ste klasse naar
+Tokyo en vertrokken om 10 uur van Kobe.
+
+Het land is over 't algemeen bergachtig en ziet er vruchtbaar
+uit. Eigenaardig zijn de vele reclames, op groote borden overal
+langs den spoorweg geplaatst. Soms zijn het meer dan levensgroote
+menschenfiguren, dan weer enorme flesschen of theepotten of rijwielen,
+niet altijd even artistiek, ook ziet men wel hoog tegen de groene
+bergen geweldig groote, witte Japansche karakters afsteken,
+die den roem van de eene of andere bier- of theesoort mijlen ver
+verkondigen. Ten 12.25 verlieten wij te Kyoto den trein. Dat gaat in
+Japan zeer gemakkelijk: zoo'n biljet is nl. vijf dagen geldig, het te
+laten afteekenen onnoodig. Ook hebben de reizigers 50 kilo bagage vrij.
+
+Kyoto is een groote stad met ± 350000 inwoners. Bijna elf eeuwen
+lang was het de hoofdstad van het rijk, totdat in 1869 de zetel der
+regeering naar Tokyo verlegd werd.
+
+Wij reden, natuurlijk weder per ricksja, de geheele stad door naar
+het Kyoto-hôtel. Dit is zeer mooi gelegen, en biedt een ruim uitzicht
+aan over de stad met hare ontelbare, grillig gevormde daken, en met
+de bergen tot achtergrond.
+
+Na de lunch gingen wij er op uit, om wat van Kyoto te zien. Het eerst
+naar de Hongan-ji, een Boeddha-tempel.
+
+Het Boeddhisme, in de 6de eeuw uit Voor-Indië via China in Japan
+ingevoerd, is heden ten dage de meest populaire godsdienst. Het is
+verdeeld in 12 secten, die tezamen meer dan 70000 tempels bezitten,
+met 60000 bonzen (priesters).
+
+Een vlucht van drie breede, steenen trappen bracht ons bij den
+eigenlijken tempel, waaromheen weer kleinere gebouwen zijn, die
+tezamen eene groote uitgestrektheid beslaan met tuinen er rondom,
+waarin vijvers, bloemperken, enz. Vóór wij binnengingen, werden ons
+een paar rood-linnen overschoenen aangetrokken met vervaarlijke punten
+(zoo ongeveer als de hofnar van Lodewijk XIV moet hebben gehad),
+en daarna werden we in het binnenste van den tempel toegelaten.
+
+Het daglicht drong slechts getemperd tot hier door en het was er
+doodstil. Bewonderend keken wij rond. Een altaar, schitterende
+van goud, zilver, koper en lakwerk in alle kleuren, een prachtige
+troonhemel voor den opperpriester, groote bronzen stellages met tal
+van koperen klokjes behangen, vreemdsoortig snij- en lofwerk, nooit
+geziene muziekinstrumenten ... dat alles bracht ons in verwarring.
+
+Ter zijde van het altaar een groot, koperen beeld van Boeddha, de
+beenen gekruist onder het lijf en de handen in den schoot met de
+palmen naar boven en de knokkels tegen elkaar, den indruk gevende
+van intense, passieve, passielooze rust.
+
+Doch daar werd de stilte verbroken. Een op de hurken zittende bonze
+sloeg met een stok met dikken knop op een trom van zeer bijzonderen
+vorm; met dezelfde regelmatigheid als de balans eener machine ging zijn
+arm op en neer, terwijl hij met eentonige stem uit een voor hem liggend
+boek half zong, half las. Dof en somber weerklonken de slagen in de
+hooge gewelven. Wij haalden diep adem toen wij weer buiten kwamen,
+het contrast was ook zeer groot. Een vroolijk zonnetje scheen, vogels
+zongen in de boomen en bloemen geurden langs groenomzoomde vijvers,
+vol dartelende goudvischjes.
+
+In een afzonderlijk gebouw hing een enorme bronzen klok, wegende
+60000 kilo's. Een dikke, horizontale paal, op halver hoogte der
+klok opgehangen, kan er door middel van een touw tegenaan gerammeid
+worden. Het geluid moet zeer sterk zijn.
+
+We reden voorts nog door een mooi park en daarna naar het station,
+teneinde een uitstapje te maken naar Kameoka, een klein plaatsje,
+een uur sporens van Kyoto gelegen.
+
+De weg was steeds stijgende en we bevonden ons spoedig te midden
+der bergen. Prachtig was het uitzicht. Langs de spoorlijn stroomde
+de Hodzu-gawa, een woeste bergstroom, die, vooral waar steenen
+en rotsblokken zijn weg willen belemmeren, bruisend opstuift en
+schuimend verder gaat. Achtereenvolgens passeerden we acht tunnels,
+enkele zeer lang, en een brug over bovengenoemde rivier, die uit een
+enkele 85 Meter lange spanning bestaat. Ons plan was, van Kameoka
+met een bootje de Hodzu af te varen, een terecht vermaarde tocht,
+die geen enkel toerist mag verzuimen.
+
+Om halfzes staken wij van wal in een platboôm-vaartuig, met vier Japs
+bemand. Twee roeiden langs de meer kalme gedeelten, één stond voorin
+met een stok, en één achterin, sturende met een riem. In 't begin
+was er weinig stroom, maar weldra begonnen de stroomversnellingen,
+en wanneer wij dan met vliegende vaart langs de overal verspreide
+rotsblokken schoten, terwijl het water onder ons en om ons kookte en
+ziedde en spatte, had de stuurman al zijne kalmte en koelbloedigheid
+noodig, om geen ongelukken te veroorzaken. Soms leek het ons toe,
+dat er geen uitweg was, als zouden wij te pletter slaan tegen een'
+grooten steen, die dreigend den weg versperde. Doch juist op het
+kritieke moment gaf een duw van den man vóór in de boot, of een
+behendige draai van den stuurman den steven eene andere wending,
+dadelijk gevolgd door dezelfde manoeuvre den tegenovergestelden
+kant uit, en het volgende oogenblik--rakelings langs de scherpe
+granietmassa's schietende, terwijl de platte bodem op en neer golfde
+door de aanraking met de bedding der rivier en het melkwitte schuim
+ons bespatte--waren wij de gevaarlijke bocht reeds gepasseerd.
+
+Het was heerlijk, een nieuwe, geheel eenige emotie! En bij de
+kronkelingen van den stroom telkens een ander uitzicht, telkens een
+nieuw panorama van bergen. In de lente, als de oevers bezaaid zijn
+met roode azalea's, moet het bovenal mooi zijn.
+
+Intusschen werd het reeds duister, doch nog geenszins verveelde ons
+de tocht. En toen spoedig daarna de volle maan boven de bergen rees
+en met zilveren licht en fluweelen schaduw speelde, werd het tooneel
+tooverachtig en maakte een diepen indruk op ons.
+
+Eindelijk waren de stroomversnellingen achter den rug en dreven
+wij over den zich verbreedenden vloed kalm voort. Uit de theehuizen
+aan den waterkant klonk zang en dans van "geisja's", en bootjes vol
+jongelui voeren ons voorbij met muziek, die zachte, droomerige muziek
+der Japanners.
+
+Het was zeven uur toen wij te Saga weer aan wal stapten en naar Kyoto
+terugspoorden. Wij aten in een Japansch restaurant, gelegen op een
+zeer druk punt, uitgebouwd boven de rivier en verlicht door kleurige
+lampions, waar wij door jonge meisjes in nationaal kostuum bediend
+werden--zooals trouwens in alle hôtels, restaurants, logementen en
+theehuizen in Japan;--daarna wandelden wij de stad eens door.
+
+Indien het mooi weer is--en dat is het bijna altijd in dit
+bloemenland--heerscht er tot diep in den nacht voortdurend een
+vroolijke drukte op straat. Alles is uniek en zonderling en oefent eene
+ongewone bekoring uit op den vreemdeling, die hier voor het eerst komt.
+
+Krijgt men van de koelies aan boord, met hunne half brutale, half
+bevreesde houding en eene mengeling van arrogantie en nieuwsgierigheid,
+geen gunstigen indruk, die indruk verdwijnt spoedig, indien men nader
+met het volk in aanraking komt. Hunne beleefdheid, ook jegens elkander,
+is spreekwoordelijk; nergens heb ik zóóveel zien buigen; zelfs wanneer
+twee ricksjakoelies elkander iets mededeelen, gaat zulks met vele
+strijkages gepaard; en het is werkelijk een typisch gezicht, als men
+eene familie eenige kennissen van den trein ziet halen. Waarlijk,
+in dit opzicht kunnen wij met onze westersche beschaving veel van
+hen leeren. En die beleefdheid gaat hen zoo natuurlijk af, dat men
+voelt dat zij uit het hart komt.
+
+Het levendige gewoel door de meestal nauwe straten, de vreemde kleeding
+en typen die men ziet, de rijk voorziene winkels, waar zooveel moois
+uitgestald wordt dat men in Europa zelden of nooit tegenkomt,... dat
+alles maakte ons het scheiden moeilijk; eindelijk zochten wij toch
+ons hôtel op en begaven ons ter ruste.
+
+De tweede dag was bestemd voor een bezoek aan Nara, een aardig stadje,
+2 uren sporens van Kyoto. De weg er heen biedt mooie vergezichten aan;
+men vindt er uitgestrekte theeplantages.
+
+Midden in het stadje is een groote vijver, die wemelt van schildpadden
+en roode en bruine karpers. Klapt men in de handen, dan komen zij
+allen aanzwemmen, en werpt men ze brood toe, dan is het een leuk
+gewemel van pooten en koppen en schilden en vinnen; en 't is geen
+ongewoon gezicht, een karper boven op een kluwen van schildpadden
+te zien spartelen, één voet boven het water. De visschen, met hun
+grooteren bek, zijn er het best aan toe; men zou dus gevoegelijk van
+karper-aandeel kunnen spreken. Na hier lang genoeg vertoefd te hebben,
+lieten wij ons naar den Kasuga-Miya brengen, een Shinto-tempel.
+
+De Shinto-dienst is een inlandsche godsdienst en bestaat in de
+vereering der keizerlijke voorvaderen, helden of geleerde mannen, die
+veel voor het rijk opgeofferd hebben. Er zijn bijna 200.000 altaren
+en tempels, over geheel Japan verspreid, waarin meer dan 800 goden,
+halfgoden en heroën worden gehuldigd.
+
+Men kan een Shinto-tempel altijd gemakkelijk van een Boeddha-tempel
+onderscheiden door de "Torii", een poort van bijzonderen vorm en van
+hout of steen vervaardigd; terwijl men tot de laatste toegang verkrijgt
+door de "Sanmon", een poort van twee verdiepingen. Ook zijn de eerste
+gewoonlijk veel eenvoudiger van constructie en minder mooi versierd.
+
+Onder de rood-verlakte Torii doorgaande, voert een smalle weg,
+aan weerskanten beplant met eeuwenoude denneboomen, naar den
+tempel. Honderden tamme, heilige herten loopen hier vrij rond
+en eten uit onze hand de koekjes, die in kraampjes te koop worden
+aangeboden. Overal langs de lanen van het park, waarin deze tempel met
+nog eenige andere gelegen is, staan ijzeren of steenen lantarens van
+drie voet tot drie meter hoogte, die tezamen het respectabel aantal van
+3000 bereiken, welke ééns per jaar van lampjes voorzien en aangestoken
+worden, het park herscheppende in een feeëntuin. Verder vindt men er
+gansche straten van winkels, waarin alleen voorwerpen worden verkocht,
+vervaardigd uit de geweien der heilige herten.
+
+Geheele scharen bezoekers dwaalden door de kronkelende laantjes en
+bleven soms voor een of ander altaar staan, ten einde een kort gebed
+te doen of een handjevol rijst te offeren.
+
+Het merkwaardigste was wel een stal met een heilig paard er in, dat men
+voor een paar centen een zekere hoeveelheid boonen te eten kon geven,
+benevens eenige gepoederde dansmeisjes, die, ook al weer voor geld,
+een heiligen dans uitvoerden.
+
+Vervolgens reden wij naar het eigenlijke doel van den tocht: de
+Daibutsu of groote Boeddha, die zich bevindt in den tempel genaamd
+Todai-ji, gesticht in de 8ste eeuw. Deze tempel is 50 meter hoog,
+90 meter lang en 55 meter breed en bevat weinig meer dan het enorme
+beeld, het grootste in geheel Japan. Met de beenen gekruist onder
+het lijf, zit de Boeddha op een lotus-bloem, die eveneens van koper
+is. In drie jaren tijds is men er, na herhaalde mislukkingen, in
+geslaagd dit beeld te gieten.
+
+Wederom trof mij die massale rust, die glimlach van absolute
+onpersoonlijkheid; hier echter is de rechterhand waarschuwend
+opgeheven. De oogen staren oneindig ver weg, als om aan te duiden,
+dat de ziel van den Boeddha in het Nirwâna vertoeft.
+
+Overweldigend moet de indruk van het beeld zijn op den eenvoudigen
+geloovige, die opziet naar zijn Meester. Niet de vrees van den wilden
+heiden, die slechts aarzelend zijn angstaanjagend afgodsbeeld nadert
+en door allerlei formules diens toorn en wraak zoekt te bezweren, maar
+eerbied en bewondering vervullen hem voor den mensch, voor Gautama,
+den Boeddha, den Indischen prins, die vóór vierentwintig eeuwen vrouw
+en kind, rijkdom en macht, troon en vaderland verliet om de Waarheid
+te zoeken, en Haar eindelijk, na lange jaren van lijden en ontbering,
+twijfel en dwaling, vallen en opstaan, vond in zijn eigen hart....
+
+Niet ver van dezen tempel staat een pagode van vijf verdiepingen
+(er zijn er wel met tien), waarvan de fraaie lijnen onze bewondering
+afdwongen. De spits is zeer eigenaardig en doet denken aan een
+kurketrekker.
+
+Daar hiermede het voornaamste van Nara was gezien, zochten wij
+een Japansch restaurant op. Hier vroeg men ons, zooals trouwens
+bijna overal, of wij Amerikanen waren; niet, omdat wij er zoo echt
+Yankee-achtig uitzagen, maar, naar ik veronderstel, omdat van de
+touristen de Amerikanen het grootste percentage vormen. Ze kenden
+echter allen Holland, ook al hadden ze dikwijls nooit van Amsterdam
+gehoord.
+
+Doch niet alleen uit het Oosten, ook uit het Westen komen jaarlijks
+vele vreemdelingen Japan bezoeken. Het verwonderde mij daarom, dat
+wij altijd nog de aandacht trokken. Vaak merkte ik op, dat moeders
+ons hunnen kinderen aanwezen. Of dat steeds met even vleiende woorden
+gepaard ging, durf ik betwijfelen. Misschien vertelden zij de kleinen
+wel, dat dat nu "die blanke barbaren met hunne leelijke, ronde oogen"
+waren, of dat zoo ongeveer de groote Russen er uitzagen, die van de
+kleine Japanners zoo leelijk op hun gezicht kregen.
+
+Stonden wij b.v. in een winkel, die veelal over dag aan de straatzijde
+geheel open is, dan verzamelde zich al spoedig een groepje menschen
+er voor en keek nieuwsgierig naar ons, maar week beleefd op zijde,
+als wij weer op straat kwamen. Was de winkelier soms aan het einde van
+zijn Engelsch gekomen, dan trad gewoonlijk iemand uit het publiek, die
+zich daartoe bekwaam achtte, naar voren en deed dienst als tolk. Hij
+glom dan van genoegen, zeker evenveel door het toonen van zijn kennis
+als het believen van den vreemdeling.
+
+Over het algemeen spreken in Japan de lieden, die met Europeanen in
+aanraking komen, vrij goed Engelsch en dat is maar goed ook. Want
+hunne taal leert men niet spoedig, vooral omdat zij vreemde
+karakters gebruiken. In de havenplaatsen worden op uithangborden,
+naamplaatjes enz. wel altijd de gewone letters er onder gezet--waarbij
+soms vermakelijke fouten worden gemaakt--doch in het binnenland
+ziet men zulks zelden. En met gebarentaal ondervond ik altijd
+moeilijkheden. Niemand heeft die taal geleerd, hoewel elk haar kent,
+maar ieder kent blijkbaar een verschillende. Wanneer ik iets duidelijk
+meende uitgelegd te hebben, zoodat mijns inziens geen vergissing
+mogelijk was, bleek de andere iets geheel anders te hebben begrepen. En
+beiden vonden wij het erg dom en onbegrijpelijk van elkaar.
+
+Om half vijf waren wij weer in Kyoto terug en gingen eten in het reeds
+genoemde restaurant, waar men een zeer goede, europeesche tafel krijgt
+voor niet veel geld.
+
+Daarna bezochten wij een "Shibai" (theater). Kyoto is de bakermat
+der Japansche tooneelkunst. Een zijner inwoners verzamelde eeuwen
+geleden jongens en meisjes, die dansen konden, en deed hen opkomen
+op een stellage te midden van een grasveld. Vandaar de naam Shibai,
+d.i. "zittende op het gras".
+
+In de zoogenaamde Theater-straat, die men hier in alle groote steden
+aantreft, is het dag en nacht een vroolijk gewoel, een kleurengewemel
+van prachtige zijden vlaggen, die, zeer lang en zeer smal, van hooge
+staken neerhangen of de geheele breedte der straat overkronkelen,
+en een geschitter van kleurige, papieren lampions, alsof het altijd
+feest ware.
+
+Aan de gevels ziet men niet onverdienstelijk geschilderde dramatische
+scène's of komische tooneelen--de eerste het meest--afgebeeld, en
+van alle kanten hoort men de tonen der muziek, die voor bioscoop of
+acrobaten-troep het publiek moeten lokken. Kermisphotografen vindt men
+er in menigte, waarzeggers eveneens; theehuizen, curiositeitenwinkels
+en café-chantant's wisselen elkander af. Hier zitten in een winkel een
+zestal jonge meisjes met vaardige hand en veel smaak prentbriefkaarten
+te kleuren; daar is een wassenbeeldenspel, waarin men steeds dezelfde
+woeste krijgers in oud-nationaal kostuum met korte haarvlecht en
+wreede gelaatstrekken opmerkt, terwijl vóór den voorhang een kleine
+doch griezelige groep de aandacht moet trekken; ginds weer hoort men
+van de bovenzaal van een restaurant de banjo klinken.
+
+En de ricksja's voeren geen lantarens, maar lampions; de krantenjongens
+roepen niet, maar hebben een bel rond hun middel gebonden; ieder loopt
+met een waaier; de vrouwen en meisjes dragen geen hoed, maar hebben
+allen bloemen in het donkere haar, dat bij de ongetrouwden op een
+bijzondere manier is opgemaakt, bij de getrouwden glad naar achteren
+weggestreken; zij dragen, evenals de mannen, klompjes, bestaande
+uit een plat stuk hout met twee verticale plankjes er onder--hoe
+vuiler de straat des te hooger de plankjes--, welke klompjes worden
+vastgehouden door bandjes, die tusschen de van een teen voorziene kous
+doorgaan. Bij het loopen hoort men een eigenaardig, klapperend geluid.
+
+Wij traden het voornaamste theater binnen en ontvingen een programma,
+waarop in het Engelsch de naam van het drama en de prijzen der plaatsen
+vermeld stonden. De rest was geschreven met die kabalistische teekens,
+die, bij alle onaangename herinneringen aan evenwijdige streepjes,
+die nooit evenwijdig, en puthaakjes, waarvan er nooit twee gelijk
+waren, ons toch onszelven gelukkig doen prijzen, dat we geen Japansche
+schooljongens geweest zijn.
+
+Als men in Japan een theater binnenkomt, merkt men altijd in
+het portaal, dat de geheele breedte van het gebouw beslaat, een
+ontzaglijke hoeveelheid klompjes op, die aan den wand hangen,
+allen genummerd. Behalve de Europeanen gaat n.l. ieder op zijne
+sokken binnen.
+
+Het geheele gebouw is electrisch verlicht en het zacht glooiende
+parterre verdeeld in vierkante hokjes, slechts gescheiden door latten
+en met matten belegd, waarin vier personen kunnen plaats nemen, hetgeen
+zij doen hurkende of zittende op hunne knieën op een kussen. Het is
+dus wel werkelijk "par terre".
+
+Twee gangen--feitelijk breede, onbelegde planken--die iets hooger
+zijn dan de zitplaatsen, loopen van den achterkant regelrecht naar
+het tooneel, dat op de gewone wijze is ingericht. Boven, aan den
+achterkant, zijn de zitplaatsen evenzoo, doch op zijde zijn het een
+soort van loges met schuifdeuren--alle deuren schuiven in een Japansch
+huis--en een iets hoogere afscheiding, welke echter nog niet tot de
+knieën reikt. Dat is de 1ste rang, waarop wij plaats namen, nadat
+men ons een laag bankje gebracht had. Achter de loges is een gang,
+van waar men bij de buren in huis of in een zijstraat kijkt.
+
+Het eerste wat opvalt is een ontelbaar aantal waaiers, zoowel door
+ruwe knuisten als door poezele handjes in beweging gebracht, hetgeen
+een eigenaardig effect maakt, daar deze, soms schitterend gekleurde,
+in September hier nog onmisbare instrumenten nu in het licht, dan in
+de schaduw zijn. Verder is het opmerkelijk hoeveel kleine kinderen met
+hunne ouders meegaan, en hoe elke familie voorzien is van theeservies,
+gebak- en vruchtenschaal en aschbakje.
+
+Ook wij bestelden thee--van groene, ongedroogde bladen, waaraan men
+eerst moet wennen--en bepaalden daarna onze aandacht bij het tooneel.
+
+Het drama was reeds in vollen gang; er werd veel gepraat, handen
+gewrongen en geweend, alles met begeleiding van muziek, maar naar ons
+oordeel zat er niet veel actie in. Het midden van het tooneel was een
+draaibare schijf, zoodat onder het spel de mise-en-scène soms geheel
+veranderde. Na het vallen van het gordijn snelden vele bezoekers naar
+voren, gluurden er onder door of begaven zich er zelfs achter. Nu en
+dan kwamen de acteurs en actrices op, niet van achter de coulissen,
+maar over de zooeven genoemde gang, dus midden uit het publiek.
+
+Wij snapten er natuurlijk niets van. Er was evenwel eene verrassing
+voor ons weggelegd. Blijkbaar was het een modern stuk, want op
+een gegeven oogenblik kwam een Europeaan op, een Japansch meisje
+medevoerende, aan wie hij in een mengelmoes van Engelsch en gebroken
+Japansch zijne liefde verklaarde op westersche wijze, hetgeen zeer den
+lachlust scheen op te wekken. Zij wilde echter niets van hem weten,
+waarop hij, vertoornd, een revolver nam en haar daarmede eenige malen
+over het tooneel achterna liep, herhaaldelijk uitroepende: "Stop! I
+will kill you". Voor hij evenwel aan zijn voornemen gevolg gaf,--gekund
+had hij het al lang--verscheen er een krantenjongen op het tooneel,
+beschermde het meisje en ontrukte den woestaard zijn wapen, die toen
+z'n jas uittrok en z'n tegenstander te lijf wilde, totdat deze hem in
+de knie schoot. Daarna kwam een andere Engelschman op. Deze wenkte
+een ricksja, welks bestuurder in zijn zenuwachtigheid heelemaal den
+gewonde niet hielp, doch ouder gewoonte eerst 'n voertuig afstofte
+en, nadat de wonde over alles heen met een zakdoek verbonden was,
+den snooden belager der onschuld langzaam wegvoerde, terwijl het
+meisje met haren bevrijder verdween.
+
+Verscheidene blikken wendden zich naar boven om te zien, hoe wij die
+scène opnamen. Natuurlijk schaterden wij het uit.
+
+Intusschen was het al laat geworden. Wij reden naar het station en
+namen te kwart na twaalf den nachttrein naar Nagoya.
+
+Daar de beide banken van het rijtuig overlangs stonden en er slechts
+één passagier was, hadden wij ruimte genoeg. Een trein-beambte trok
+onze schoenen uit en bracht ons een paar sandalen benevens een
+waaier, en weldra staken wij de wacht op, n.l. de wacht te kooi,
+na den man order te hebben gegeven, ons een half uur voor aankomst
+te "porren". En terwijl de trein in den helderen maannacht met ons
+voortsnelde, voorbij Baba, Kusatsu, Osaki en Gifu, sliepen wij gerust.
+
+'s Morgens om 5 uur waren wij te Nagoya, een stad met ongeveer
+1/4. millioen inwoners en bekend om hare porcelein-fabrieken en
+zijde-weverijen. Ons eerste bezoek gold het Kasteel, hetwelk dagteekent
+uit het begin der 17de eeuw. Het bestaat uit vijf verdiepingen,
+opgetrokken in den interessanten Japanschen bouwstijl, en is omringd
+door breede, hoewel droge grachten en enorm dikke steenen wallen.
+
+Boven op de nok staan twee gouden dolfijnen, die nog heden ten
+dage met dezelfde glorieuse pracht in het zonlicht glinsteren als
+voorheen. Hunne hoogte is 2,5 Meter; zij zijn gemaakt van oude,
+Japansche goudstukken en worden gezegd eene waarde te vertegenwoordigen
+van f 4.000.000. Eén er van is in 1873 op de tentoonstelling te Weenen
+te zien geweest.
+
+Daar wij geen permissie hadden het Kasteel te betreden,--waarvoor
+eene aanbeveling van den gezant te Tokyo noodig is--moesten wij
+ons met den buitenkant vergenoegen en onze fantazie te hulp roepen
+om eene voorstelling te krijgen van de pracht, die er binnen moet
+heerschen. Het behoort aan de keizerlijke familie.
+
+Vervolgens bezochten wij de vermaarde oudheidwinkel van Asahina. Nooit
+heb ik zooveel antiquiteiten bij elkaar gezien. Harnassen,
+maliënkolders, helmen, zwaarden, dolken, speren, pijlen, bogen,
+lansen, beschermplaten voor paarden, stijgbeugels van wel 10 kilo
+gewicht, maskers, heidensche goden, altaren, reliquien, potten en
+pannen,... dat alles lag dooreengestapeld op de beide verdiepingen
+van het huis, zoodat men zich nauwelijks kon roeren. Afgodsbeelden
+om van te droomen, vaasjes om te stelen, porceleinen borden om van
+te watertanden, beschilderde waaiers van eeuwen her, soms half tot
+stof vergaan, en ik weet niet wat nog al meer. En ze gooien er met
+honderdtallen van jaren en tientallen van yen's (1 yen = ± f 1.25), dat
+men er wee van wordt. Men kan echter afdingen, maar dat is eigenlijk
+niet eens prettig, want na er b.v. 20% te hebben afgekregen, heeft
+men per slot van rekening later toch altijd het idée, minstens nog
+den dubbelen prijs te hebben betaald.
+
+Buiten op het uithangbord staat: 800.000 curios. Of ze dat getal ook
+met zes verminderd hebben na ons vertrek? Ik denk, dat het altijd
+wel 800.000 zal blijven.
+
+De ricksja-koelies, die al dien tijd getroost op ons hadden gewacht en
+zich den tijd gekort met het rooken van een onnoemelijk aantal pijpjes,
+brachten ons daarna op een plein, alwaar een gedenkteeken staat,
+opgericht ter eere van de gevallenen in den oorlog met China, 1894/95.
+
+Het oude Japan stichtte tempels en altaren en feestdagen ter
+nagedachtenis zijner helden; het moderne Japan richt monumenten op,
+gekroond door een nieuwerwetsch projectiel, dat 's avonds omgeven
+wordt door een krans van electrische lampjes.
+
+Het was inmiddels middag geworden, de scholen gingen uit en wij
+hadden gelegenheid, het jeugdige Nippon eens goed op te nemen. De
+meisjes, zonder hoed, maar allen gewapend met een zwarte parasol,
+hadden in zóóverre aan de westersche mode geofferd, dat haar kleeding
+van boven op een kimono en van onderen meer op een damesrok geleek,
+die dan bijna altijd donkerrood was. Ook droegen enkelen schoenen.
+
+Bij de jongens kon men de verschillende scholen onderkennen. Sommigen
+liepen in de nationale kimono, met een grooten hoed op, terwijl van
+een andere school allen een wit pak aan hadden, met een pet. Er waren
+verscheidene intelligente gezichten bij.
+
+Na in ons hotel geluncht te hebben, namen wij onze siësta totdat de
+grootste hitte ietwat geweken zou zijn.
+
+Klokke vijf vond ons staande op de electrische tram, die van het
+station door de lange, breede en drukke hoofdstraat geheel Nagoya
+doorkruist en een half uur verder ergens buiten de stad eindigt. De
+conducteur verstond geen Engelsch en begreep er niets van toen wij,
+aan den terminus gekomen, slechts van balcon verwisselden en weer
+mee teruggingen. Het was evenwel een gemakkelijke en prettige manier,
+het leven in die drukke straat vol winkels, bazaar's, restaurants en
+theaters eens goed op te nemen.
+
+Japan is het land der contrasten!
+
+Welk een zonderlingen indruk maakt het niet, wanneer men in een
+kapperswinkel, slechts door een gordijn van kralen van het trottoir
+gescheiden, den barbier in zwembroekje en lang hemd het hoofd
+van een even ongekleeden bezoeker ziet behandelen, edoch met de
+allernieuwste tondeuse, terwijl de klant bij het electrisch licht
+in de courant de allerlaatste telegrammen uit de geheele wereld
+leest en een electrische waaier hem intusschen een heerlijk koeltje
+toewuift! Of wanneer men in een nauwe straat een warnet van telegraaf-
+en telefoon-draden ziet, terwijl de huizen van gloeilampjes zijn
+voorzien en de straatverlichting uit booglampen bestaat! Of ook,
+als men in een steeg eenige onaanzienlijke winkels binnentreedt en
+daar verrast wordt door de nieuwste snufjes op elk gebied! En in de
+haven! Bijna overal zijn het vrouwen, die de schepen met steenkolen
+beladen. Moeders dragen onder dat werk haar zuigelingen op den rug,
+en deze blijven rustig doorslapen onder het doorgeven der mandjes
+kolen. Wordt er even gerust, dan krijgt de kleine de borst, en
+ondertusschen stopt mama een pijpje en dampt en spuwt er lustig op los.
+
+Daarentegen wordt men b.v. in het post- en telegraafkantoor te
+Tokyo geholpen door allerliefste jonge dames, die, gekleed naar
+de voorlaatste Parijsche mode, den vreemdeling vriendelijk en in
+onberispelijk Engelsch te woord staan.
+
+Een koelie, in meergemeld zwembroekje en met of zonder hemd, trekt
+een kar voort. Hij rust even uit, vuil en bezweet. Maar in plaats
+van een roode katoenen zakdoek, neemt hij van zijn kar een keurigen
+waaier en gebruikt dezen niet geheel zonder gratie.
+
+En zoo zou ik nog veel meer kunnen opnoemen.
+
+Toen het donker werd, gingen wij naar het hôtel terug en gebruikten
+na het diner de thee op het balcon, waar Sjiso en Nóbo, de dochters
+van den hôtelhouder, ons gezelschap hielden.
+
+Wij spraken over allerlei dingen, en natuurlijk ook over den
+oorlog. Tegen de Kussen waren zij bitter gestemd, hetgeen wij des te
+beter konden begrijpen, toen zij ons vertelden dat een broer van haar
+in den slag aan de Yaloe gesneuveld was.
+
+Het lawaai der stad klonk als het ruischen eener rusteloos deinende
+zee in de verte; aan den helderen sterrenhemel straalde de maan,
+en beneden in den tuin klaagde een banjo....
+
+Dit alles was zeer poëtisch, maar aan alles komt een einde, en
+vier minuten na middernacht zaten wij weder in den sneltrein naar
+Tokyo. Sayonara (vaarwel), Nagoya! Sayonara, Sjiso! Sayonara, Nobo!
+
+Wij troffen het minder goed dan den vorigen nacht. De banken waren
+bijna geheel ingenomen door slapende reizigers, allen in meer of
+minder bekoorlijk négligé, en wij moesten ons met een zitplaats
+vergenoegen. Van slapen was dus voor mij geen sprake. Ik deed maar
+net alsof ik de "hondewacht" had en trachtte rookende en lezende den
+tijd te dooden.
+
+Spookachtig gleed het landschap ons in het blauwe maanlicht voorbij;
+soms ging het vlak langs de kust en zagen wij den Grooten Oceaan
+glinsteren. Mijn reisgenoot was weldra ingeslapen; wat mij betreft,
+een zachte plank om op te liggen is mij voldoende, doch zittende kan
+ik niet slapen. Er was wel een slaapwaggon, maar dat was ons te duur.
+
+Mijn buurman, een roode Ier, bood mij zeer vriendelijk eenige malen
+zijn whisky-flesch aan, met het gezegde: "a small drip in the morning
+is better than a lot in the day". Ik bedankte echter en verdacht hem,
+van ook "a lot in the day" niet afkeerig te zijn. Gelukkig brak om 5
+uur de dag aan; het werd levendig in den waggon, van die ongegeneerde
+levendigheid, welke ontwakenden personen eigen is. Van toilet-maken
+was evenwel pas sprake toen wij Tokyo naderden.
+
+Japan is dicht bevolkt en volgt daarin op België en Nederland. Wij
+snelden langs steden en dorpen, over rivieren en door tunnels,
+voorbij heuvels en valleien, met voortdurend de Fuji-Yama in de blauwe
+verte, de heilige berg van Japan, 12.400 voet hoog, welke men overal
+afgebeeld ziet: op waaiers en photo's, op porcelein en lakwerk, en
+die, als een oude, trouwe waker, met zijn besneeuwde kruin de wacht
+schijnt te houden over gansch Nippon, en zoowel de Japansche Zee als
+den Stillen Oceaan domineert.
+
+Half tien arriveerden wij te Tokyo. De stad heeft ruim 1.400.000
+inwoners en beslaat de enorme uitgestrektheid van honderd vierkante
+mijlen, wat niet te verwonderen is, als men bedenkt dat de huizen over
+'t algemeen laag zijn en zelden meer dan ééne verdieping hebben. De
+ministeries en andere gouvernementsgebouwen, de vreemde legaties en
+paleizen maken hierop natuurlijk eene uitzondering. Deze zijn alle
+gebouwd in westerschen stijl.
+
+Het paleis van den Mikado daarentegen is echt Japansch. Het staat in
+het centrum der stad, omringd door wallen en grachten. Oorspronkelijk
+was het een fort, de sterkte der Tokagawa-regenten, gebouwd in de 13de
+eeuw, toen Yeddo nog slechts een klein dorpje was. In 1868 werd deze
+naam veranderd in Tokyo, hetgeen beteekent: "Oostelijke hoofdstad",
+om het te onderscheiden van Saikyo of "Westelijke hoofdstad", den
+naam, ter zelfder tijd aan Kyoto gegeven. Verscheidene malen door
+brand vernield, dateert het tegenwoordige gebouw slechts van 1889.
+
+Wij besloten, voor de curiositeit eens in een Japansch logement
+te overnachten. Ook voor de deur van zoo'n logement staat het vol
+klompjes. Binnenshuis draagt de Japanner sandalen van gevlochten
+stroo, zonder de vroeger vermelde verhoogingen er onder. Het loopen
+op die klompjes--waarbij wij gevaar zouden loopen onze enkels te
+verstuiken--is nu juist niet elegant, daar de voeten binnenwaarts
+gekeerd zijn. Ook geeft het een eenigzins hulpeloos idée, vooral bij
+vrouwen, ofschoon ze er toch vrij vlug op voort kunnen en het nog
+een zeer groot verschil maakt met de hulpeloosheid hunner Chineesche
+zusteren, die zonder steun bijna niet kunnen loopen op haar walgelijk
+verminkte voetstompjes. Alles wijst er echter op, in den tegenwoordigen
+tijd, dat China ontwaakt, en zoo is er ook pas eene vereeniging
+opgericht tegen die gruwelijke misvorming. Les idées marchent!
+
+In het eerste logement, waar wij afstapten, sprak men bijna
+geen Engelsch, in het tweede kon men ons geen europeesche tafel
+verstrekken. Bovendien zag de kamer, waarin ik een kijkje nam,
+na mijne schoenen te hebben uitgetrokken, er wel netjes, maar zeer
+ongezellig uit, doordat zoowel stoelen als tafel ontbraken. Bedden
+waren er ook niet; men slaapt op den grond op matten en kussens, en
+eet op zijn kamer met houten of beenen stokjes, terwijl men daarbij
+zijne houding voor 't kiezen heeft. Het leek ons minder aangenaam toe,
+en ten slotte kwamen wij toch weer in het Hôtel Métropole terecht,
+alwaar wij onze vermoeide ledematen op een behoorlijk bed uitstrekten
+en vervolgens lunchten in een vroolijke zaal, uitzicht gevende op de
+haven, onder tal van slingerende "poenka's", door bedienden buiten
+de zaal in beweging gebracht.
+
+Een kleine lofrede op de hôtels in Japan is hier wellicht op hare
+plaats. En eene lofrede moet het zijn, want, hetzij onder Europeesch,
+hetzij onder Japansch beheer, de bediening is er uitstekend, de
+keuken uitmuntend, het menu uitvoerig en het bed uitlokkend. Ze zijn
+van de nieuwste gemakken voorzien, het personeel is zeer attent,
+men behoeft nooit iets tweemaal te vragen en slechts te zinspelen op
+het een of ander om het te krijgen, als het ten minste mogelijk is.
+
+Na den middag spoorden wij naar Yokohama, waar het schip lag, gingen
+even aan boord, ontdeden ons van de overtollige bagage en spoorden
+daarna weer terug naar Tokyo.
+
+In beide steden zag men overal voor openbare gebouwen, legaties,
+consulaten, hôtels, enz. politie geposteerd, versterkt door
+soldaten. Het was juist in de historische dagen na het bekend
+worden der vredesvoorwaarden, die de beruchte troebelen ten gevolge
+hadden. Opmerkelijk, dat het volk tot gewelddadigheden overging
+alleen in die plaatsen, waar vele vreemdelingen wonen, n.l. Tokyo,
+Yokohama, Osaka en Kobé. Toch merkten wij nergens iets van eene
+anti-vreemdelingen-stemming, niemand veroorzaakte ons ooit eenigen
+last, integendeel, men kwam ons vaak tegemoet met den Japanschen
+groet: "Ohayo" (eigenlijk: goeden morgen), en was steeds beleefd
+en hulpvaardig.
+
+Ook voor ons hôtel in Tokyo was een tent opgeslagen en liep een
+gewapende schildwacht heen en weer. Toen wij 's avonds langs de haven
+wandelden, door haar geringe diepte slechts bereikbaar voor kleine
+schepen, en door de opening der tent de soldaten zagen rooken en
+praten bij het flauwe licht van een olielamp, werden onze gedachten
+als vanzelf gevoerd naar de doodenvelden van Manchourije.
+
+Voor de poort, die toegang gaf tot den tuin, had de schildwacht het
+geheele bediendenpersoneel om zich heen verzameld, dat aandachtig naar
+hem luisterde. Waarschijnlijk vertelde hij hen van de slagvelden
+aan gindsche zijde der Japansche Zee, van den moed der Russen,
+de nog grootere doodsverachting hunner tegenstanders, en van de
+overwinningen, die altijd waren aan de zijde van het grootste
+intellect, den onverzettelijksten wil en de vurigste vaderlandsliefde.
+
+Wij begaven ons vroeg ter ruste, want een lange dag wachtte ons.
+
+Den volgenden morgen zaten wij om 4 uur reeds in de ricksja, daar de
+trein een uur later van het Uyeno-station vertrok, gelegen aan het
+andere einde van Tokyo. Het begon pas te schemeren en de stad lag nog
+in diepe rust. Hier en daar een enkele voetganger, een patrouilleerende
+agent of soldaat, of een ricksja-koelie, die in zijn voertuig zat te
+slapen, door een deken beschermd tegen de ochtendkoelte, was het
+eenige, dat de egale grauwheid van den September-morgen verstoorde. De
+lage, houten huizen met hunne oploopende dakvorsten staken grijs
+af tegen de heldere sterrenlucht, die wederom een prachtigen dag
+beloofde; achter hunne gesloten luiken, van waar geen enkel lichtje
+uitstraalde, leken zij wel gepantserde blokhuizen.
+
+En zoo draafden onze koelies door een warnet van straten drie kwartier
+lang voort, rechts-om, links-om, rechts-om, links-om ... zonder ooit
+een oogenblik te aarzelen.
+
+Aan het station vroeg ik aan de jonge dame achter het loket--aan de
+groote stations vindt men hier veel dames-employées--in het Japansch
+twee kaartjes naar Nikko [1], maar dat bekwam mij slecht. Zij vroeg
+mij op haar beurt iets in dezelfde taal en toen bleek mijne onkunde
+en moest ik wel terugkrabbelen en Engelsch spreken.
+
+Wij reisden tweede klasse, een zuinigheidsmaatregel, want het geld
+is in Japan minstens even rond als ergens anders en de winkels zijn
+er verleidelijker. De tweede klasse is echter zeer netjes; even goed
+als in Europa.
+
+Vrouwen en meisjes schijnen in Japan tamelijk veel vrijheid te
+genieten, maar van de galanterie der mannen heb ik geen zeer hoogen
+dunk. Ten minste, wij zaten naast een echtpaar, waarvan _zij_ last had
+van de zon. _Hij_ dacht er blijkbaar niet aan, met haar van plaats
+te verwisselen, en nadat onze pogingen, de jalouzie op te trekken,
+gefaald hadden, stonden wij haar onze plaats af en kwamen zoodoende
+tusschen hen in te zitten. De echtgenoot vond zulks waarschijnlijk
+geheel overbodig, want toen zij een half uur later uitstapten, deed hij
+zulks zonder boe of ba te zeggen of ons met een blik te verwaardigen,
+terwijl zij dankend boog. Dit kleine lesje in westersche beleefdheid
+jegens het schoone geslacht viel schijnbaar niet in goede aarde.
+
+Krijgt een burgerman eenigszins aanzienlijk bezoek, dan zitten vrouw
+en dochters niet mede aan, doch bedienen en bewaaieren den gastheer
+en zijne gasten. Na afloop van den maaltijd mogen zij gaan eten. En
+toch is er te Tokyo eene universiteit voor vrouwen!
+
+Tegenover ons zat eene dame in een keurige kimono. Het zitten op de
+gewone manier verveelde haar zeker na eenigen tijd, zoodat zij hare
+sandalen uittrok en met de knieën onder het lichaam plaats nam. Dit
+bewerkstelligde zij op haar nauwe plaats door eerst met het gezicht
+naar den wand te gaan zitten, in welke houding zij zich in den korst
+mogelijken tijd op de kleinst mogelijke ruimte wist om te draaien.
+
+Even later nam zij uit haar wijde, afhangende ondermouw, welke voor zak
+dient, een keurig zijden doekje en ontrolde dit, waarna te voorschijn
+kwamen een keurig zijden foudraaltje, waarin een tabakspijpje met
+klein, koperen kopje, een keurig zijden tabakszakje en een doosje
+lucifers. Zij stopte het pijpje en stak het aan. Na eenige trekjes
+was het al leeg; deze manoeuvre nu werd een keer of vier herhaald,
+waarna alles weer werd opgeborgen. Het maakte een wonderlijk effect.
+
+De weg was eenigszins eentonig: het ging voortdurend door vlak en
+vruchtbaar bouwland. Doch in de verte vertoonden zich als een belofte
+de bergen, die wij naderden. Ten 8 uur moesten wij overstappen te
+Utsunomiya en hadden daar ruim een half uur tijd. Daarna duurde de
+rit nog zeven kwartier.
+
+Wij hadden eene afdeeling van twee coupé's geheel voor ons
+alleen. Weldra begon de weg sterk te stijgen, de natuur veranderde en
+het duurde niet lang of wij hadden geen oogen genoeg. Wij liepen van 't
+eene raampje naar het andere, keken nu voor-, dan achteruit en werden
+niet moede, elkaar op de prachtige vergezichten opmerkzaam te maken.
+
+Nu eens boeiden ons de trotsche bergen, bedekt met donkergroene
+pijnboomwouden, afgewisseld door het lichtere groen der eiken; dan
+weer rustte het oog met niet te beschrijven verrukking op glanzende
+valleien met blinkende meren; soms werd onze aandacht gevangen door
+een enkel boschje glinsterende berken, als een fijn grijs-groen
+getinte schilderij, gevat in bruin-fluweelen omlijsting van beuken,
+of een idyllisch dorpje, half verscholen achter teer sparregroen;
+even later omvatte onze blik een golvende vlakte, bekoorlijk door de
+oneindige kleurschakeeringen van duizenden veldbloemen.
+
+En waar af en toe de flanken der bergen elkander naderden en
+slechts luttele ruimte overlieten voor de ijzeren baan, die door
+het puffende, achtwielige monster slechts langzaam veroverd werd,
+den blik begrenzende, de zon verbergende, daar was het uitzicht
+des te verrassender, als zich wederom de gansche omtrek aan ons oog
+vertoonde, badende in het gouden zonnelicht, dat de dalen vulde en de
+bergen streelde, dat de wouden kuste en op de watervlakten danste,
+dat minnen _moest_ dit zijn land, dit land der zonne, der rijzende
+zonne.... Het was onvergelijkelijk schoon.
+
+De temperatuur was zeer aangenaam en een heerlijke dennengeur vervulde
+de lucht. Een prachtige weg, aan weerszijden beplant met eene dubbele
+rij eeuwenoude dennen, voerde van Utsunomiya naar Nikko en liep het
+laatste gedeelte vlak langs den spoorweg.
+
+Half elf arriveerden wij op onze bestemmingsplaats, waarvan een
+Japansch spreekwoord zegt: "Nikko minai uchi wa, kikko to iuna",
+hetgeen beteekent: "Totdat gij Nikko gezien hebt, zeg niet kikko",
+d.i. magnifiek.
+
+Nikko ligt op eene hoogte van 2000 voet te midden der bergen en wouden,
+heeft een koel klimaat en is dan ook een druk bezocht zomerverblijf. In
+den omtrek wemelt het van watervallen, warme bronnen en kopermijnen.
+
+Wij lieten ons naar het prachtig gelegen Kanaya-hôtel brengen, waar
+nog juist twee kamers disponibel waren. Overigens was het geheel bezet,
+zeker wel eenigszins het gevolg van de groote, jaarlijksche processie,
+die den volgenden dag zou gehouden worden.
+
+Wij lunchten in de eetzaal en ik wenschte wel, dat ik daarvan een
+goed idée kon geven. Het was een ruime, lichte zaal, voorzien van
+een vroolijk beschilderd plafond en met tal van typische, japansche
+schilderijen aan den muur. Aan de overal verspreide tafeltjes, bedekt
+met flonkerend kristal en veelkleurige bloemen, zat een opgewekt,
+internationaal gezelschap, en daartusschen bewogen zich een twaalftal
+lieve japansche meisjes met haar eigenaardige dribbelpasjes, gekleed in
+lichte kimono en kleurige, zijden obi, een breede ceintuur, die eenige
+malen om de middel gewonden wordt en van achteren zóódanig opgenomen,
+dat het net lijkt, alsof zij een kussentje op den rug hebben; met
+een frisschen, door de gezonde berglucht veroorzaakten blos op de
+wangen, en bloemen in de glanzend zwarte lokken; welke meisjes met
+sympathieken blik, zachte stem en gracieus gebaar de gasten bedienden.
+
+Rondom de geheele zaal liep een glazen veranda, die een prachtig
+uitzicht vergunde op de bergen, terwijl beneden in de diepte een
+wilde bergstroom zijn eeuwigdurend lied zong....
+
+Daar wij den volgenden morgen weer terug moesten, wilden wij
+dienzelfden dag nog de Kegon-waterval bezoeken, den hoogsten van
+Nippon. Het is een vrij verre tocht, dien men doet te paard, per
+ricksja of in een draagstoel. Wij kozen het eerste en stegen om half
+twee in het zadel. Een groom werd ons meegegeven om den weg te wijzen.
+
+Een hulpbrug bracht ons aan de andere zijde der rivier. De
+rood-verlakte heilige brug, welke anders daarvoor dienst doet,
+was kort geleden door de golven meegesleurd, hetgeen bewijst dat
+voor de elementen niets heilig is. De tocht ging eerst langs
+de rivierbedding en soms een eind er door. Het landschap was
+buitengewoon mooi. De weelderige, afwisselende plantengroei op de
+hellingen der ons aan alle zijden omringende bergreuzen, helaas nog
+geen sterk geprononceerde herfsttinten vertoonende; de steile rotsen,
+soms in woeste wanorde langs het pad oprijzende; de overhangende
+boomen, hun grillige kronkelvormen afteekenende tegen de blauwe
+lucht; de diepe kloven, waarlangs de paarden met rustige zekerheid
+voortdraafden; de schitterende bloemen, tegen de met mos en varens
+begroeide granietwanden opklimmende tot onbereikbare hoogten; het
+vogelenheir, zingende in het geboomte ... dat alles maakte op ons
+een onvergetelijken indruk.
+
+Op sommige mooie punten, een magnifieke kiek biedende op een
+waterval of rotspartij, stonden theehuizen. Wij hadden echter haast
+en hielden ons nergens op. De weg werd steil en zigzagwijze ging
+het naar boven. Onze groom was, naar wij meenden, achtergebleven,
+maar op een zeker punt zagen wij hem in een theehuis zitten rooken en
+drinken, terwijl hij op ons wachtte. Hij had n.l. het veel kortere,
+voor paarden onbegaanbare voetpad gevolgd.
+
+Om 4 uur waren wij bij den beroemden waterval, die van eene hoogte
+van 250 voet naar beneden stort. Wij daalden langs een smal paadje
+naar beneden en bevonden er ons vlak tegenover, aan den anderen kant
+van het ravijn, waaruit een fijne mist opsteeg, die den bodem geheel
+verborg. Het was een grootsch gezicht. Uit het donkere oerbosch te
+voorschijn snellende viel de breede waterkolom met donderend geraas
+naar beneden; door een sluier van duizende in het zonlicht glinsterende
+waterdroppels zagen wij den mozaïekwand der rots, op vreemde manier
+met scherpe, naar beneden wijzende punten uitgesleten en begroeid
+met bloemen, varens en rood, bruin en groen mos.
+
+Slechts noode verwijderden wij ons van dit schouwspel. Een ritje van
+5 minuten bracht ons bij het bergmeer van Chuzenji, 4400 voet boven
+den zeespiegel gelegen, 12 K.M. lang en 4 K.M. breed. Het voedt den
+grooten waterval.
+
+Op de brug, die naar het Lake-Side-hôtel voert en waaronder het
+water slechts langzaam voortstroomt, om echter spoedig te versnellen,
+bleven wij vol bewondering staan. De zon had zich achter een donkere
+wolk verborgen, welks gekartelde randen zij gouden kleurde, en hare
+stralen vielen heel in de verte op het kalme meer, op den achtergrond
+van bergen en op den 8800 voet hoogen vulkaan Shirane-San.
+
+Het contrast met het even te voren geziene was groot. Hier de
+liefelijke kalmte der uitgestrekte watervlakte, daar de woeste
+grootschheid der ontbonden natuurkrachten; hier de zachtkens kabbelende
+golfjes aan den oever, daar de vrijgelaten bruisende watermassa's.
+
+Kinderen speelden aan den kant, zwaluwen scheerden langs de
+oppervlakte, witte zeilen gleden over den vloed en jonge menschen
+waren aan 't spelevaren in slanke roeibootjes.
+
+Het was een ideaal plekje, een Eden op aarde!
+
+Wij rustten wat uit in het hôtel, welks uitgestrekte tuin een pracht
+van lelies en een kleurenweelde van chrysanthen vertoonde, en stegen
+toen weder te paard.
+
+De lucht betrok en weldra reden wij in een vochtigen nevel, waarin
+het gebergte dreigende, spookachtige gedaanten aannam. Onder het
+zware geboomte werd het spoedig duister, zoodat wij stapvoets moesten
+gaan. De paarden schenen bij voorkeur vlak langs den kant van het
+ravijn te loopen, waar één misstap den dood beteekende. Doch waar is
+de jeugd, voor wie het gevaar geen aantrekkingskracht bezit?
+
+Bovendien zijn zij zeer vertrouwd en zóózeer op hun eigen veiligheid
+bedacht, dat wij ze gewoon hun gang lieten gaan.
+
+Spoedig werd de weg minder steil en konden wij draven. Mijn paard had
+blijkbaar zwakke voorpooten, het was al een paar malen gestruikeld
+en juist toen wij in de schemering met flinke snelheid eene helling
+afgingen, viel het op zijne knieën en wierp mij af. Wat doet ook een
+zeeman boven op een biek!
+
+Gelukkig had ik mij heelemaal niet bezeerd; erger was evenwel, dat
+wij ons allebei al zoo ongeveer doorgereden hadden. Of het kwam door
+het Japansche zadel, of door den hoogen gang der dieren, ik weet het
+niet, maar het was met opeengeklemde tanden,--hoewel in sierlijken
+draf, daar wij niet konden vergeten, dat wij in dit cosmopolitisch
+gezelschap "Nederland" vertegenwoordigden--dat wij om 7 uur voor ons
+hôtel aankwamen, waarna de marteling van het laatste uur een einde nam.
+
+Aan tafel veroorzaakte het eenige hilariteit, toen ik de lieftallige
+Hebe, die ons bediende, met gebaren duidelijk maakte, dat ik gaarne een
+kussen op mijn stoel wenschte te hebben. Mijn reisgenoot versmaadde
+dit verzachtingsmiddel, doch trok dan ook onder het eten van de soep
+gezichten, die veel te denken gaven, echter niet omtrent de soep.
+
+Nog lang bleven wij rooken en praten in de heerlijk koele avondlucht,
+totdat vermoeidheid ons naar bed dreef.
+
+En zoo brak dan de laatste dag van mijn verlof aan, een donkere,
+trieste morgen. Het motregende af en toe. Wij lieten ons daardoor
+evenwel niet afschrikken en zaten om half zeven al weer in de ricksja,
+teneinde nog zooveel mogelijk te kunnen zien. Daar we naar boven
+moesten, hadden we aan één koelie niet genoeg en kwam er nog een tweede
+bij, die genoemd wordt "ato-oshi", d.i.: duwer. Hortend en stootend
+hobbelden de ricksja's over den weg, wat in onze omstandigheden nu
+juist niet bijster aangenaam was.
+
+Millioenen regendruppels schitterden in ontelbare spinnewebben tusschen
+het lage hout; tegen de bergen lag een blauw waas, waarin de dennen
+kleurloos stonden, als op het punt van te vervluchtigen. Na een half
+uur stapten we af bij een theehuis en daarna bracht eene wandeling
+van tien minuten, nu eens stijgende, dan weer dalende, over een smal
+pad langs den rand eener kloof ons bij een rustiek bruggetje op den
+bodem van een ravijn, vlak onder den Urami-waterval, die 50 voet hoog
+is. Het was een woest brokje natuur.
+
+Wild dooreengeworpen rotsblokken rondom, waaruit overal groote
+en kleine waterkolommen te voorschijn kwamen, die zich beneden
+vereenigden en zich daar, bruisend en spattend, een weg baanden over
+den steenigen bodem; hoog boven ons een stukje grauwe hemel, waarin
+langzaam overdrijvende nevels van hunnen last afgaven aan de takken
+der boomen, welke dien weder druppelend op ons deden nederstorten;
+en nergens eenig teeken van leven te bespeuren. Langs denzelfden weg
+wandelden wij terug, dronken een kopje thee, kochten als souvenir
+eenige photo's en stukken kopererts van de mijnen daar in de buurt,
+en waren ten 8 uur bij den Yasu-tempel, den mooisten Shinto-tempel
+van Japan.
+
+Eene beschrijving van dit complex van gebouwen zou boekdeelen vullen,
+en eveneens de verklaring der beteekenis van al hetgeen men hier
+ziet. Er is misschien geen enkele Europeaan, die dit laatste zou
+kunnen.
+
+Wij hadden slechts tijd voor een vluchtig bezoek. Allereerst viel onze
+aandacht op een stal met een heilig paard, dat opgetuigd was als voor
+een steekspel en eenige uren later aan den optocht zou deelnemen. In de
+andere helft van dit gebouwtje zaten twee dansmeisjes in lange roode
+en witte gewaden, die voor een paar koperen muntstukken een heiligen
+dans uitvoerden. Met zedig neergeslagen oogen en langzamen cadans
+bewogen zij zich voor- en achterwaarts en vormden vreemde figuren,
+in de eene hand een waaier houdende en in de andere een handvat met
+koperen belletjes. Dan hurkten zij weer neder, bogen ten dank eenige
+malen diep met het hoofd op den grond, en zaten verder zwijgend en
+bewegingloos te wachten.
+
+In het mausoleum van Iyeyasu, een beroemden "Shogun", bewonderden
+wij het prachtige snijwerk van deuren en plafonds, voorstellingen
+van beesten, vogels--waarbij de ibis een groote rol speelt--bloemen,
+vruchten, enz.
+
+Onze schoenen moesten wij buiten de deur uittrekken; binnen heerschte
+een doodsche stilte en een mystiek halfduister, waarin het goud en
+koper van altaren en beelden een vreemden glans verkreeg.
+
+Nog meer uitgesneden en beschilderde paneelen, elk weer een andere
+teekening vertoonende; nog meer begraafplaatsen van vermaarde
+"Daimyo's"; nog meer beelden van vroegere oorlogshelden, half naakt
+en nu eens groen, dan blauw van kleur, met woeste, grijnzende trekken
+en gespannen boog of getrokken zwaard. In één gebouw hing zelfs een
+schilderij van een modern slagschip en zat een symbolieke adelaar
+op den mond van een snelvuurkanon. Is het wonder, dat de Japanner
+slechts overwinnen of sterven kent, ondanks de leer van Boeddha,
+die verbiedt te dooden?
+
+En langs de grijze, verweerde steenen trappen, waarop mos van eeuwen
+her, opklimmende naar weer andere poorten, naar weer fraaie torens,
+heeft men het oerwoud rondom.
+
+Er waren vele bezoekers en de pleinen en gangen begonnen zich al te
+vullen met de deelnemers aan de jaarlijksche processie, gehouden
+ter nagedachtenis van Iyeyasu. Kleurige altaren en banieren,
+wonderlijke kleedingstukken en hoofddeksels, antieke wapens en
+wapenrustingen,... het beloofde een interessant schouwspel te zullen
+geven. Wij konden er helaas niet van genieten, daar de tijd van vertrek
+naderde. Alras waren wij op weg naar het station, na onze bagage te
+hebben gehaald van het Kanaya-hôtel, dat ik niet licht zal vergeten.
+
+En dat niet wegens zijn onovertrefbare tomatensoep, niet om
+zijn overheerlijke zalm uit het bergmeer, noch om zijn delicieus
+pijnappelijs, zelfs niet wegens de donkere amandel-oogen zijner
+bekoorlijke, dienende geesten, die der volmaaktheid nabij komen en den
+onuitgesproken wensch gehoorzamen, maar enkel om het onvergelijkelijk
+natuurschoon in zijne nabijheid, om den zorgen-bannenden invloed
+zijner paradijsachtige omgeving.
+
+En gij, globe-trotter, die geluisterd hebt naar het zoet-vloeiende
+"Dormi o bella" van den gondelier in den Venetiaanschen toovernacht en
+bij maanlicht den Nijl zijt afgevaren, terwijl uw bootje schuurde langs
+het papyrus-riet en een bruine gestalte op de voorplecht op zangerigen
+toon zijnen makkers verhalen deed uit de "Duizend-en-een-nacht";
+die evengoed bekend zijt in den Harz als in de Ardennen; die het
+weemoedvolle lied van de Lorelei gezongen hebt aan den Rijn en de
+tintelende Marseillaise aan de boorden van de Seine; die gezworven hebt
+zoowel in de Schotsche hooglanden als in het Zwarte Woud; die de Alpen
+hebt beklommen en op een drijvend hôtel naar de Nieuwe Wereld zijt
+overgestoken; die het land der middernachtzon hebt leeren liefhebben en
+ook uw eigen vaderland hebt leeren waardeeren; die den zonsondergang
+hebt aanschouwd onder de linie ergens op den Oceaan en den zonsopgang
+aan het Vierwaldstädtermeer; die Napels hebt gezien zonder te sterven
+en Monte-Carlo zonder te spelen ... voor u herhaal ik:
+
+"Nikko minai uchi wa, kikko to iuna!"
+
+Ten 11 uur van Nikko vertrekkende, waren wij 4.15 te Tokyo en gingen
+precies 6 uur door met den nachttrein naar Kobe. We konden dus niets
+meer zien van Tokyo, zijne straten en paleizen, zijne schouwburgen
+en bazaars, zijne tempels en museums, zijne parken en vijvers. Dat
+was wel jammer, doch kon niet verholpen worden. De plicht gebood ons
+terug te keeren.
+
+Wij hadden trouwens al veel meer ongezien moeten laten, zelfs in de
+plaatsen die wij bezochten.
+
+In den trein was eene restauratie-wagen, waar men zeer smakelijk kon
+eten. Overal electrisch licht en dito waaiers.
+
+Wat de spoorwegen aangaat is alles hier uitstekend in orde. Op
+alle stations vindt men duidelijke aanwijzingen in de Japansche en
+Engelsche taal aangaande den loop der treinen. Bordjes vermelden het
+eerstvolgende station aan beide kanten, en den afstand tot begin- en
+eindpunt der lijn. Nergens behoeft men de rails over te steken, want
+zelfs op de kleinste stations leidt een ruime brug, geheel overdekt,
+naar het 2de perron. Blijkbaar zijn de zaken hier van het begin af
+goed aangepakt en was er een ruime beurs voorhanden. Maar de Japanners
+konden ook dadelijk van de nieuwste uitvindingen gebruik maken en
+zoo den langen lijdensweg vermijden, dien men vaak in andere landen
+bewandelt, waar men, met primitief materiaal begonnen, slechts langzaam
+en geleidelijk verbeteringen invoert en nieuw materiaal aanschaft.
+
+Rook- en dames-coupé's mist men hier, maar die zijn eigenlijk ook
+overbodig; immers de dames rooken ook.
+
+Wat de reden is, dat wij gedurende onzen zesdaagschen tocht geen
+enkele japansche dame in de 1ste klasse zagen, weet ik niet.
+
+De trein was vrij vol. Maar mij in een flauwe bocht opschietende,
+kon ik toch heel goed slapen, wat ik dan ook bijna den geheelen nacht
+deed. Tegenover mij zat een cavalerie-officier, die op een gegeven
+oogenblik zijn gespoorde laarzen uittrok, zijn sabel afgespte en
+toen als een kleermaker op de bank ging zitten. En wij vonden het
+niet eens vreemd meer!
+
+We hadden dezelfde route als op de heenreis, passeerden midden in den
+nacht Nagoya zonder wakker te worden en kregen, toen het licht werd,
+af en toe een mooi gezicht op het Bima-meer, nabij Kyoto, dat wij
+gaarne hadden bezocht.
+
+Gedurende het korte oponthoud te Kyoto maakten de japansche reizigers
+hun toilet op het perron, waartoe een tiental kranen met bassins
+gelegenheid gaven. Broederlijk stonden de passagiers der drie klassen
+naast elkaar, wieschen gelaat en handen en poetsten hunne tanden. Wij
+echter verkozen de toiletkamer in den trein boven deze openbaarheid.
+
+Weldra ging het weer verder, en het was niet zonder weemoed, dat ik
+het einde der reis zag naderen, ofschoon toch vol dankbaarheid voor
+al het genotene.
+
+Eene waarschuwing van mijn reisgenoot maakte een einde aan mijne
+overpeinzingen; want daar roldonderde reeds de trein het station te
+Kobe binnen, precies op tijd, 15 uren en 20 minuten na zijn vertrek
+uit Tokyo, en een half uur later roeide een sampang ons aan boord,
+alwaar de dienst mij onmiddellijk in beslag nam.
+
+Terwijl ik dit schrijf, ben ik reeds weder duizenden mijlen van Japan
+verwijderd. Doch nogmaals doorleef ik in den geest die onvergetelijke
+dagen in het Land der Rijzende Zon, en zie opnieuw dat merkwaardig
+volk, waarvan Percival Lowell zegt:
+
+"De Japanner is verliefd op de Natuur, en het schijnt bijna alsof
+Natuur zijn stil gebed hoorde en hem goedgunstig tegenlachte; alsof
+het liefdelicht aan haar gelaat de verhoogde schoonheid verleende,
+die het geeft aan dat der vrouw.
+
+"Want nergens ter wereld waarschijnlijk is zij beminnelijker dan in
+Japan: een klimaat van lange, gelukkige gemiddelden en korte uitersten;
+maanden van lente en maanden van herfst met slechts weinig weken van
+winter er tusschen; een land van bloemen, waar de lotus en de kers,
+de pruim en de wisteria welig groeien zij aan zij; een land, waar het
+bamboe-gras den ahornboom omstrengelt, waar de pijnboom eindelijk zijn
+palm gevonden heeft, en de tropische en gematigde zone hun scheidende
+eenzelvigheid vergeten in een langen, zelfverloochenenden kus".
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+[1] Spreek uit: Niko.
+
+
+Reis naar de Nieuwe Hebriden en de Salomons-eilanden.
+
+Naar het Fransch van
+
+Dr. A. Hagen.
+
+Officier van Gezondheid.
+
+
+
+De ontwikkeling van de kolonisatie op het fransche eiland
+Nieuw-Caledonië heeft er sinds lang den invoer noodzakelijk gemaakt
+van vreemde arbeiders. De exploitatie der nikkelmijnen, de verbouw
+van koffie, tabak en maïs dwingen den europeeschen kolonist, gebruik
+te maken van werkkrachten uit Oceanië.
+
+De reeders uit Nouméa, de hoofdstad van Nieuw-Caledonië rustten dus
+vaak schepen uit, die naar de Nieuwe Hebriden en de Salomonseilanden
+gingen, om inboorlingen mee terug te brengen, voor zwaren arbeid
+geschikt. Ongelukkig hadden er daarbij misbruiken plaats; er werd met
+geweld opgetreden tegen weerspannige Kanaken, die niet gezind waren,
+hun geboorteland te verlaten en het dolce far niente op te geven,
+waaraan ze bij zich te huis waren gewend.
+
+Het werd noodig, orde te stellen op die handelingen van zoogenaamde
+recruteering. Ik vervulde toen mijn kolonialen diensttijd op
+Nieuw-Caledonië. De heer Pardon, gouverneur der kolonie, wilde mij
+wel het toezicht op de genoemde emigratie toevertrouwen en benoemde
+mij tot regeeringscommissaris aan boord van de _Lady Saint Aubyn_
+en de _Mary Anderson_. Zoo heb ik verschillende reizen door den
+Stillen Oceaan gedaan en won daarbij allerlei inlichtingen in over
+de verschillende eilanden, die samen vormen de eilandengroepen der
+Nieuwe Hebriden en der Salomonseilanden.
+
+Den 4en April 1891 ging ik aan boord van de _Lady Saint Aubyn_,
+een zeilschip van 150 ton.
+
+Wij vertrokken op een reis van vele maanden naar weinig bekende landen,
+die zeer belangwekkend waren, en waarvan de bewoners nog boosaardige,
+woeste menscheneters heetten, die een zekere beruchtheid hadden
+gekregen door veel aanvallen op Europeanen. Maar dat zijn gevaren,
+waaraan men pas gaat denken op den dag, als ze zich juist voordoen;
+op het oogenblik van ons vertrek kenden we geen andere zorg dan de
+richting van den wind, want ons scheepje was niet voor stoom ingericht
+en onze grootste vijand was de tegenwind.
+
+Wat dreigementen van de inboorlingen betreft, daartegen waren wij
+genoegzaam gewapend; de 200 geweren en 3000 patronen, die de _Lady
+Saint Aubyn_ meevoerde, zouden ons in staat stellen, het antwoord
+niet schuldig te blijven, als wij werden aangevallen, en ons leven
+duur te verkoopen.
+
+Zoodra we uit de haven van Nouméa waren, voeren we vlug voorbij het
+eilandje Porc-Epic, dat wel zijn naam van Stekelvarkeneiland verdient
+om de vele pijnboomen, waarmee het bezet is en zetten onzen tocht voort
+langs het Zuiden der westkust van Nieuw-Caledonië. Er was daar niet
+veel plantengroei, en het aantal bewoners was gering sedert den opstand
+van 1878; maar deze kust bezit veel minerale rijkdommen, want nikkel
+en kobalt vindt men er in groote hoeveelheid, en van het dek van ons
+schip konden wij sporen ontdekken van oude en van nieuwe ontginningen.
+
+Enkele inboorlingen voeren op zee rond, vroegen ons, waarheen wij
+gingen en wenschten ons goede reis. Zij kwamen van het Pijneiland met
+hun dubbele prauwen en waren op weg naar den zendingspost Saint-Louis,
+waar ze de mis zouden hooren. Vroeger was altijd de piloe-piloe
+met de gruwelijkste tooneelen van kannibalisme de reden van hunne
+bijeenkomsten en gaf aan hun feesten zulk een woest en afgrijselijk
+karakter.
+
+De beschaving heeft hun zeden verzacht; maar dat is gegaan ten
+koste van het ras, dat meer en meer de neiging vertoont, om uit te
+sterven. "Er zijn geen Kanaken meer," zei Pila, een groote, forsche
+en intelligente inboorling. "Vóór de blanken hier kwamen, hadden
+wij aardappelen en knollen in overvloed; nu worden wij van ons land
+verjaagd, of men doodt ons door middel van sterken drank."
+
+Tegen zes uur 's avonds kwamen we in de Yré-baai.
+
+De richting van den wind liet niet toe, het kanaal over te steken en
+in open zee te komen. Wij wierpen het anker in die baai uit, dichtbij
+het eiland Wen. Het eiland ziet er zeer bijzonder uit, en in de verte
+lijkt het, alsof het overal met den ploeg is bewerkt van boven tot
+beneden, ja tot op den top der hoogste heuvels. Doch weldra ziet
+men, dat niemand lust heeft gehad, daar te zaaien of te oogsten. De
+prospectors, de goudzoekers, hebben er den grond zoo omgewoeld bij
+hun zoeken naar nikkel in den bodem. Hoeveel slachtoffers heeft die
+mijnkoorts al niet op hare rekening, en hoeveel maakt zij er nog
+steeds, ook nu op Nieuw-Caledonië!
+
+Het schijnt trouwens wel, of het eiland niets anders bevat dan
+steenen van chroom en kobalt; en men vraagt zich af, hoe de weinige
+inboorlingen leven, die er heen zijn gedeporteerd ten gevolge van den
+opstand van 1878. Gelukkig is de zee dichtbij, en de Kanaak is een
+goed visscher, zoodat de uitstekende visch hem voldoende schadeloos
+stelt voor 't gemis van knollen en aardappels.
+
+Op de ankerplaats aan de Yré-baai, toen niemand meer dacht aan de
+ellende van de zeereis, hadden wij ruimschoots gelegenheid, met
+elkander kennis te maken. Dus kan ik aan de lezers voorstellen, ten
+eerste B., onzen kapitein, een ouden zeerot, die al twintig jaren
+ongeveer in deze wateren vaart, een ervaren zeeman, maar een al te
+trouw dienaar van Bacchus; ten tweede Mac D., een Engelschman van
+iersche afkomst. Men kan zijns gelijke niet vinden in het winnen van
+het vertrouwen der Kanaken; hij kan hun de mooiste voorspiegelingen
+doen en hun 't heerlijkst leventje voorspellen, als ze naar Nouméa mee
+willen gaan. Dat is het Beloofde Land, wordt hun gezegd, waar men nooit
+werkt en altijd eet, wat voor een inboorling de hoogste zaligheid is.
+
+Ons verblijf op het eiland Wen duurde maar kort, en den volgenden
+morgen zette de _Lady Saint Aubyn_ koers naar het Havannakanaal. Wij
+passeerden de Zuiderbaai, waar in zoete rust en in de verzekerdheid
+van een goede woning en goeden kost eenige honderden dwangarbeiders
+leefden, voor wie de regeering op moederlijke wijze zorgt. Als
+houthakkers werden zij aan het werk gezet bij het exploiteeren van de
+bosschen aan de Pronybaai, en hun arbeid zou den nijd kunnen opwekken
+van onze boeren uit de bosschen der Vogezen, wier leven zoo moeilijk
+is, en wier arbeid zoo slecht wordt betaald.
+
+Toch zijn er eenige ontevredenen, en op het eiland Santa-Anna van
+de groep der Salomonseilanden, zullen wij drie van hen ontmoeten,
+die op deze afgelegen eilanden een schuilplaats zijn gaan zoeken,
+om tegen dwangarbeid beveiligd te zijn en voor de straffen van de
+bewakers. Zij hebben bij den ruil niet gewonnen.
+
+Tegen den middag waren wij buiten den gordel van riffen,
+die Nieuw-Caledonië omgeeft. Nadat we het eiland Maré, een der
+Logally-eilanden, hadden verkend, wendden wij den steven naar de
+Nieuwe Hebriden, waarvan 300 mijlen ons scheidden.
+
+Twee dagen hadden wij noodig, om dien afstand af te leggen; vier
+dagen na ons vertrek van Nouméa, lagen wij tegenover het eiland
+Tanna. Het werd ons al in de verte gewezen om zijn vulkaan, welks
+lichtend schijnsel wij wel 20 mijlen ver op zee konden waarnemen.
+
+Wij gingen aan wal op de oostkust van het eiland. Op eenigen afstand
+gezien, bood het een zonderlingen aanblik aan. Rondom den vulkaan was
+de grond dor, volkomen kaal; noch plant, noch gras, noch boom kon men
+er bespeuren; maar op de noordelijke helft van het eiland groeide
+een prachtige plantengroei; er werd van alles door de inboorlingen
+verbouwd, en allerlei edele houtsoorten waren er in ruimen overvloed
+te vinden.
+
+Onze eerste aanlegplaats moest Port Resolution zijn. Op den
+vastgestelden tijd, tien uur 's morgens, ankerden wij bij den
+ingang der haven; rotsen beletten ons, er binnen te varen, want
+er was slechts een nauwe doorgang, bijna niet bruikbaar voor zeer
+kleine vaartuigen. Dit was oudtijds de eenige haven van het eiland;
+een schip vond er een veilige schuilplaats gedurende hevige stormen
+of cyclonen, die in den archipel zoo veelvuldig voorkomen in de
+maanden December, Januari en Februari. Maar in 1878 is ten gevolge
+van hevige aardbevingen de zeebodem opgehoogd, en de diepte bedraagt
+nu niet meer dan 1.5 à 2 M., terwijl er acht M. stond, toen Cook er
+een eeuw ongeveer geleden kwam. Nu kwamen de inboorlingen, die ons
+op grooten afstand hadden gezien, naar de _Lady Saint Aubyn_ toe,
+om ons te waarschuwen tegen de gevaren, die elk schip bedreigen,
+dat zou willen binnenvaren.
+
+Zoodra wij het anker hadden laten vallen, bracht een boot van het
+schip ons naar den wal; wij konden zien, welke wijzigingen de vulkaan
+achtereenvolgens aan de kust had teweeggebracht; een moerasje aan
+den linkerkant der haven was plotseling droog geworden, en wij zagen
+alleen de bedding; het had nu een zeer duidelijk in 't oog vallende
+helling, en al het water was weggevloeid naar de zee.
+
+De inboorlingen, die in Port Resolution wonen, zijn ongeveer 300
+in aantal, zij stonden spoedig allen om ons heen en vroegen ons
+zonder eenige schaamte of verlegenheid dadelijk om tabak en vooral
+om patronen, daar zij in oorlog zijn met de naburige stammen. Maar
+niemand van hen had lust, een verbintenis aan te gaan, ten einde
+in Nouméa te werken. Zij waren trouwens reeds tot het Christendom
+overgegaan en wel tot het protestantsche geloof, en de engelsche
+zendeling, die hier resideerde, overreedde hen niet te emigreeren,
+daar hij zijn kuddeke gaarne bijeen wilde houden.
+
+Die herder was afwezig bij mijn bezoek; hij bracht in Engeland een
+zesmaandsch verlof door, dus kon ik aan zijn sierlijk woonhuis een
+bezoek brengen, dat, aan de linkerzijde der haven op een kleinen heuvel
+gelegen, groot en ruim van steen was opgetrokken en omringd was met een
+veranda en een grooten tuin, door de schaapjes van de kudde in orde
+gehouden. Van binnen was het huis deftig en geriefelijk gemeubeld,
+en ik vond er een welvoorziene bibliotheek, die den leeraar zeker
+in staat stelde, op amusante wijze zijn vrijen tijd te besteden. In
+het kort, de installatie liet niets te wenschen over, en ik kon niet
+laten, vergelijkingen te maken tusschen deze inrichting en die van
+onze fransche zendelingen, die in inboorlingenhutten wonen en wien
+het vaak hun prestige kost, dat zij hetzelfde leven moeten leiden
+als de inboorlingen.
+
+Wij trokken door het Kanakendorp, dat aan den oever lag en wij konden
+er kennis maken met de zeden en gewoonten der bewoners. Bij onze
+aankomst lag een van hen op den grond en had zijn hoofd op een klein
+houten bankje gelegd; hij liet zich het haar vlechten door een anderen
+inboorling in kleine vlechtjes, die in den nek neerhingen. Dit is een
+bewerking, die een groote rol speelt in het leven van een inwoner van
+Tanna; het duurt een eindeloozen tijd en vereischt een geduld, als
+wij in ons oud Europa alleen aantreffen bij de zeer elegante dames,
+die zich zoo mooi mogelijk wenschen te maken voor een bal.
+
+Die wilden besteden niet dezelfde zorg aan de bereiding van hun
+voedsel. Toen ik er was, zag ik hen op heetgemaakte steenen een
+grooten, achtarmigen zeepoliep braden; maar zonder te wachten, tot hij
+gaar was geworden, nam één van hen het dier en zette er zijn tanden in,
+terwijl een ander er ook naar greep, om zijn deel te krijgen; op een
+gegeven oogenblik scheurden de vijf om het vuur gezeten inboorlingen
+elkaâr het dier uit de handen en hapten er allen tegelijk in, als
+honden, die vechten om een been.
+
+Zij eten ook aardknollen en bananen, en ik zag herhaaldelijk vrouwen,
+met die vruchten beladen, zich begeven naar den rechtschen kant der
+baai, ze laten de knollen namelijk gaar worden in de heetwaterbronnen,
+die er in menigte in het naburig gebergte worden aangetroffen, op welks
+top zich de krater bevindt. Die berg vertoont overal veel spleten,
+waardoor golven van stoom ontsnappen, gemengd met zwaveldampen. Men
+moet zeer voorzichtig zijn bij de bestijging; elk oogenblik loopt men
+gevaar te struikelen en in een dier spleten te vallen in onberekenbare
+diepte.
+
+Wij gingen met een boot naar de Zwavelbaai, eenige mijlen van onze
+ankerplaats verwijderd en zoo genoemd naar de groote hoeveelheid
+zwavel, die men er vindt, en die eenige jaren geleden geleid heeft
+tot een poging ter ontginning van die terreinen. De baai is gewoonlijk
+uitgangspunt van de excursionnisten, die den vulkaan willen bestijgen,
+maar de herhaalde aanvallen van de inboorlingen dringen de toeristen,
+een talrijk gewapend geleide mee te nemen.
+
+Het was ons niet mogelijk, voor den tocht tijd te vinden en wij
+stelden ons ermee tevreden, den vulkaan van het dek van ons schip te
+bewonderen. Op de ankerplaats van Port Resolution gevoelden wij zonder
+ophouden de schokken door de beving van de zeebedding aan ons anker
+meegedeeld of liever aan zijn ketting, en gedurende de vaart van Port
+Resolution naar Wassissi, die wij in één nacht volbrachten, konden we
+het schitterende licht waarnemen, dat uit den vulkaan uitstraalde en
+vele mijlen ver zichtbaar was. Ik genoot van een verheven schouwspel,
+toen ik eenige uren leunende tegen de verschansing, enorme steenen zag
+uitwerpen, die verscheiden honderden meters hoog werden opgeworpen,
+terwijl de gesmolten lava in stroomen langs de helling van den berg
+vloeide. Ik kreeg nog vrij wat stof over van het door den vulkaan
+uitgeworpen gesteente, en fijne stofdeeltjes drongen zelfs tot in de
+scheepshut door.
+
+Wij legden te Wassissi aan in de diepte van een kleine, goed tegen
+den zuidoostenwind beschutte baai; twee honderd-vijftig inboorlingen
+wonen op deze plaats en leven geheel in wilden toestand. Ofschoon er
+zich een engelsche zendeling heeft gevestigd, blijven de inboorlingen
+weerspannig tegen zijn leer en nemen zijn raadgevingen niet aan. Van
+eenige beschaving is er bij hen nog geen sprake; daarvan is nog
+niets tot hen doorgedrongen; men bespeurt dat dadelijk, als men hun
+rudimentaire kleeding ziet, zooals zij naar de heerschende mode daar
+wordt gedragen. De mannen zijn zoo goed als geheel naakt. De vrouwen
+hebben enkel een gordel van pandanusbladeren, die om de lenden is
+geslagen bij de vrouwen, die moeders zijn, en de heupen onbedekt laat
+bij maagdelijke vrouwen.
+
+Deze inboorlingen, die flink van bouw en zeer sterk zijn, zouden goede
+modellen zijn voor een beeldhouwer, sierlijkheid van vormen op prijs
+stellend en plastische schoonheid waardeerend. Men ziet zeer zelden
+zieken, en lepralijders, zooals er op deze eilanden zooveel voorkomen,
+treft men bij hen bijna niet aan; allen zijn ze gespierd en lenig.
+
+Ons verblijf viel samen met den bananenoogst; deze is een voorwendsel
+voor openbare feestelijkheden. Wij vonden hier een mast om in te
+klimmen, behangen met geschenken, juist als bij nationale feesten in
+Europa. Men kiest daarvoor een vrij hoogen boom, aan welks takken
+op verschillende hoogten trossen bananen zijn opgehangen. Ieder
+inboorling moet tot den top erin klimmen en mag behouden, wat hij
+mee weet te nemen.
+
+Ook voor het dansen bieden die feesten eene gelegenheid. Ik kon
+tegenwoordig zijn bij de dansen, waarin de schoone sekse in Tanna
+zooveel behagen schept. Alle leeftijden nemen er aan deel, van het
+kleine kind af, dat nog op de heupen der moeder wordt gedragen, tot het
+tandelooze oudje, dat zich zóó de genoegens harer jeugd herinnert. De
+dames dragen lappen van alle mogelijke kleuren en vormen een kring,
+waarbij bij beurten een vrouw zich afzondert. Zij heft een lied aan,
+en de andere danseressen antwoorden, nu eens op haar toe tredend,
+dan met sierlijke bewegingen achteruit wijkend. Zoo doen zij een
+muziek hooren, die ver van harmonieus is, en waar iemand, die ze voor
+'t eerst hoort, bijna doof van zou worden.
+
+Ik bleef niet lang in het gezelschap van die nieuw-hebridische
+schoonheden, en ik begaf mij naar het strand der zee langs een
+voetpad, dat door de aanplantingen van den stam leidde. De velden
+waren goed onderhouden; er was geen onkruid te zien, en ze waren
+door rijen opgehoopte steenen beveiligd tegen de invallen van
+wilde varkens. Midden in het veld vond ik een kleine hoogte, waar
+voedingsmiddelen op waren neergelegd, aardappels, knollen, bananen
+en visschen. Mijn gids vertelde mij, dat die voorraad bestemd was
+voor de godin Teapolo, die den landbouw beschermde. Elke inboorling
+zorgt, dat zij hem gunstig is gezind, niet door te bidden, maar door
+haar geschenken aan te bieden, dan is hij er van verzekerd, dat zijn
+oogst goed zal zijn.
+
+Op het strand aangekomen, ging ik voorbij een klein huis, waarin
+ik mannen op matten zag liggen; hun heftig schitterende oogen en
+karakteristiek dronkemansuiterlijk deden mij zien, dat zij te veel
+hadden genoten van het brouwsel, dat de inboorlingen vervaardigen,
+de kawa. Elken avond tegen vier uur moet een jongen van ongeveer
+vijftien jaren de wortels van die plant kauwen; hij spuwt het sap
+uit in een daarvoor bestemden bak, waar hij het laat gisten. Dat is
+de inlandsche drank; ieder dorpeling, die den mannelijken leeftijd
+heeft bereikt, mag uit den voorraad drinken en hij heeft het recht,
+om in het gemeenschappelijke huis de gevolgen te laten voorbijgaan
+van dien sterk bedwelmenden drank, die op de Zuidzee-eilanden zoo
+algemeen wordt gedronken. Om de kawa klaar te maken, kiezen ze bij
+voorkeur een knaap, wiens gebit volmaakt in orde is; en ik heb hen
+een allernauwkeurigst onderzoek zien instellen naar zijn kaken,
+om te zien, of geen zijner tanden was aangestoken.
+
+Te Wassissi heb ik voor de eerste maal gebruik moeten maken van het
+gezag, dat mij mijn functie als commissaris der regeering verschafte,
+om het nieuwe reglement, betreffende de emigratie, tot uitvoering te
+brengen. Ziehier, in welke omstandigheden. De super-cargo van ons schip
+had twee vrouwen gerecruteerd. Maar pas was ik aan boord teruggekeerd,
+of een Kanaak kwam een van haar, Yamé genaamd, opeischen. Hij beweerde,
+dat zij zijn vrouw was, en dat hij haar niet mee wilde laten gaan
+naar Nouméa, terwijl hij aanbood, den prijs voor haar ontvangen, terug
+te betalen. Ik ondervroeg Yamé, die mij antwoordde, dat die man haar
+echtgenoot niet was; zij weigerde categorisch weer aan wal te gaan.
+
+Ondanks de smeekingen van den Kanaak en de tranen, die hij in massa
+stortte, ondanks de ontroering, die den man overweldigde, bleef Yamé
+onverbiddelijk en hield hare ontkenning vol. Toch vertrouwde ik haar
+woorden niet recht en ging informeeren bij de andere Kanaken. Zij
+vertelden mij, dat zij wèl zijn vrouw was, en dat zij zijn toestemming,
+om te mogen vertrekken, niet had gevraagd. Ik heb toen haar engagement
+moeten schrappen en moest haar teruggeven aan haar heer en meester. Ik
+vrees zeer, dat de ontvangen stokslagen haar niet zullen hebben
+genezen van haar zucht naar vrijheid en onafhankelijkheid. Maar de
+meest elementaire voorzichtigheid eischte, dat die vrouw aan haren
+man werd teruggegeven; maar al te dikwijls hebben de aanvallen
+op Europeanen tot oorzaak gehad een roof van weggevoerde Kanaken,
+zonder toestemming van den stam ontvoerd; onze opvolgers aan deze
+kusten zouden aan weerwraak hebben blootgestaan, en ons gedrag zou
+die dan hebben uitgelokt.
+
+Na Wassissi te hebben verlaten, voeren wij langs de noordelijke helft
+der oostkust van Tanna en om kaap Lamtahim heen, die bewoond werd
+door een onrustigen stam; wij hadden het voornemen, op de westkust
+het anker te laten vallen bij Sangalli. De invloed van den vulkaan
+is in dit deel van het eiland minder merkbaar; men bespeurt nog in
+de verte de wolk van rook, die Tanna steeds bedekt houdt en in niet
+onbelangrijke mate de meteorologische toestanden er wijzigt; alle
+voorspellingen der zeelui omtrent het te verwachten weder brengt die
+rook in de war. Maar het stof, dat uit de opening naar buiten komt,
+vliegt niet tot deze plek en verbrandt er de planten niet, terwijl
+de plantengroei er inderdaad vrij weelderig is en den top der heuvels
+zelfs bedekt.
+
+Aan deze kust waren niet veel menschen; men moet tot aan het Zwarte
+Strand gaan op de westkust, om eenigszins belangrijke volksstammen
+te ontmoeten. Ik ging hier aan wal op den oever van een rivier, waar
+zoet water in overvloed te krijgen was; de gelegenheid was gunstig, om
+een uitstapje in het binnenland te doen. Een kronkelend pad volgend,
+dat door den regen van de voorafgaande dagen glibberig was geworden,
+ging ik door een dicht bosch, waar geen zonnestraal doordrong; de grond
+was er zeer vruchtbaar en humus was er in een laag van aanmerkelijke
+diepte afgezet. In een meer of minder ver verwijderde toekomst zal
+dit plekje een geschikt punt van uitgang zijn voor een proef met
+een landbouwkolonie; de uitstekende ankerplaats, de betrekkelijke
+gezondheid van de plaats, het goede rivierwater, dat men er heeft,
+en eindelijk de rijkdom van het land, al die omstandigheden zijn bij
+uitstek gunstig voor het welslagen van een europeesche kolonie.
+
+Weldra naderden wij Sangalli, waar wij eenige dagen dachten te
+blijven. De ankerplaats was er niet uitstekend; van het dek van ons
+schip konden wij de overblijfselen zien van de engelsche stoomboot
+_Fijian_, die in 1887 schipbreuk heeft geleden; de passagiers hebben
+zich kunnen redden, maar het schip was geheel verloren en de lading
+werd door de inboorlingen geplunderd. Onze reeder verschaft zich er
+tegen lage prijzen voorwerpen van europeesch maaksel, als messen,
+couverts, groote en kleine lantaarns en allerlei levensmiddelen.
+
+Zoodra de _Lady Saint Aubyn_ het anker had uitgeworpen, zagen wij het
+hoofd Gemmy aankomen, wel bekend bij de kooplieden. Met een in flarden
+gescheurd hemd aan, zonder broek, met een pijp in den mond en op het
+hoofd een gibus, stapte hij aan boord, om ons zijn diensten aan te
+bieden tegen betaling. Het gezicht van een flesch jenever bracht een
+glimlach op zijn dikke lippen, en 't ontvangen van een geweer zette
+zijn blijdschap de kroon op.
+
+Wij hebben ons over zijn gedrag niet te beklagen gehad, en uit zijn
+stam konden wij enkele arbeiders tot meegaan bewegen. Maar hij had
+zich ons verblijf ten nutte weten te maken, en de herinnering aan
+onze goedgeefschheid zal lang levendig bij hem blijven. Zoolang wij
+daar bleven, werd hij aan onze tafel toegelaten, en hij trok er de
+aandacht, zoo niet door uitgezochte zindelijkheid, dan toch door
+een onverzadelijken eetlust en onleschbaren dorst. Hij zag ons met
+leedwezen vertrekken en gaf ons zelfs de plechtige belofte, schitterend
+wraak te zullen nemen op een van zijn buren, een aanzienlijk hoofd,
+Maki geheeten, wiens onverwachte aanval ons haastig tot vertrek had
+doen besluiten.
+
+Ziehier, wat er gebeurd was. In den namiddag tegen 4 uur, terwijl
+een onzer walvischsloepen bezig was te recruteeren op de zuidwestkust
+van het eiland Tanna beneden Sangalli, had de andere sloep zich naar
+de noordwestkust begeven. Deze laatste was aan land gegaan juist op
+de plek, waar de _Fijian_ schipbreuk had geleden. Plotseling werden
+verscheiden geweerschoten gelost door de inboorlingen op het strand;
+een matroos kreeg een kogel in het linkerbeen, zoodat hij drie dagen
+later aan tetanus stierf. De boot keerde dadelijk naar boord terug, na
+eenige geweerschoten te hebben gewisseld met de aanvallers. Ik stelde
+een onderzoek in. Het hoofd van den vijandelijken stam beweerde,
+dat een vrouw uit zijn dorp was gevlucht en zich op ons schip had
+verborgen. Hij was in den morgen er geweest, om haar te zoeken, en
+toen hij haar niet had kunnen vinden, vertrok hij in de overtuiging,
+dat wij haar hadden verborgen.
+
+Hij was weer naar den wal gegaan en had ons aangevallen, om zich
+te wreken over een roof, dien wij niet hadden gepleegd. Overigens
+werd deze kust altijd als hoogst gevaarlijk aangewezen; de _Nouméa_,
+de _Télégraphe_ en nog een schip uit Queensland hadden herhaaldelijk
+zich over de inboorlingen te beklagen.
+
+Bij zulk een reis ter afsluiting van huurcontracten met inboorlingen
+is het voorzichtig, zoo gauw mogelijk te vertrekken, als dergelijke
+gevallen zich voordoen, want dat zijn slechte voorteekenen. Het
+schijnt, dat er dan dadelijk een teeken wordt gegeven, dat het geheele
+eiland over wordt verstaan en dat het consigne blijkt, om alle verkeer
+tusschen de vreemdelingen en den vasten wal te breken.
+
+Wij maakten ons dadelijk zeilklaar en verlieten Tanna, na even Kwamera
+te hebben aangedaan in het Zuiden van het eiland. De inboorlingen
+zijn er rustig, en zijn bekeerd tot het protestantisme. Zij doen
+aan landbouw, dus konden wij er allerlei voorraad opdoen, oranjes en
+bananen, suikerriet en knollen.
+
+Wij wendden ons naar het eiland Erromango, dat 35 mijlen ongeveer
+van Tanna was verwijderd. Een krachtige zuidoostenwind bracht ons
+weldra in het gezicht der westkust, en om elf uur 's avonds voeren
+wij de Cooksbaai binnen, na om de Verraderskaap te zijn heengezeild,
+zoo genoemd door den beroemden engelschen zeevaarder, die er door de
+inboorlingen werd aangevallen. Wij bleven den geheelen nacht onder
+zeil; de baai is zeer weinig beschut en men kan er dus enkel bij
+windstilte landen, terwijl men ieder oogenblik gereed moet zijn,
+weer zee te kiezen.
+
+Om zeven uur 's morgens zette een boot ons in de buurt van het dorp
+aan land; die kust is nog al bevolkt en wij merkten drie stammen op,
+aan de baai gevestigd. Eertijds waren de bewoners zeer gevaarlijk en
+zonder op te klimmen tot den aanval, waaraan Cook indertijd blootstond,
+zou ik kunnen herinneren aan den zendeling Gordon, die er in 1869
+gedood werd met knotsslagen, en nog korter geleden aan de bemanning
+van een engelsch schip, die er in 1875 vermoord en opgegeten werd.
+
+Bij ons bezoek liepen vreemdelingen niet meer zooveel gevaar;
+de invloed van den zendeling, aan de oostkust gevestigd in de
+Dillonbaai, heeft zich tot hier doen gevoelen; hij heeft in de dorpen
+enkele scholen gesticht, en de onderwijzers brengen den inboorlingen
+beschavingsdenkbeelden bij. Wij kunnen dus onbevreesd aan land gaan
+en met hen betrekkingen aanknoopen.
+
+Wij kwamen op een Zondag in de Cooksbaai; de inboorlingen, al half
+bekeerd, hadden hun mooiste kleederen aangetrokken; mannen en vrouwen
+hadden de nationale kleeding, bestaande uit een lapje of gordel van
+pandanenbladeren, vaarwel gezegd. Nu dragen beide seksen hemden en
+broeken, en de jonge dames van Erromango zijn hoogelijk ingenomen met
+gekleurde jurken, hoeden met veêren en zelfs met het corset. Ik geloof,
+dat de winkels van Nouméa hier al hun overtolligheden slijten. Zoo dan
+al het schaamtegevoel bij deze transformatie der zeden heeft gewonnen,
+in schilderachtigheid zijn die menschen er niet op vooruitgegaan. De
+originaliteit dezer eilanden gaat langzamerhand te niet, en weldra
+zal de beschaving den eigenaardigen stempel hebben doen verdwijnen,
+die hen nog onder de aandacht deed vallen.
+
+Onze werving had er niet veel succes; een enkele inboorling wilde
+meegaan naar Nouméa; maar hij vroeg, of het schip voor anker wilde
+blijven liggen, want hij kon geen contract sluiten op Zondag; hij
+mocht geen betaling aannemen op een dag, die geheel en al moet zijn
+gewijd aan overdenking en godsdienstoefening.
+
+Weldra verlieten wij deze streken, die reeds al te beschaafd waren,
+en in de richting van de Dillonbaai varend, volgden wij de noordkust
+van het eiland en een gedeelte van de westkust.
+
+Erromango zag er meer begroeid uit dan Tanna, het eiland is boschrijker
+en niet zoo vulkanisch en bergachtig als het andere, er zijn wel
+enkele heuvels in het binnenland; maar men heeft er ook vlakten waar
+aan veeteelt zou kunnen worden gedaan. Daarbij is het eiland goed
+besproeid, en de kust is gemakkelijk toegankelijk.
+
+Als men bij de Dillonbaai komt, ontdekt men aan den oever der rivier
+de prachtige installatie van den protestantschen zendeling R., die
+sedert 1872 op het eiland woont; in de buurt is een kerk gebouwd, waar
+men op een houten bord kan lezen, welke feiten Engelands aandacht op
+dit eiland hebben gevestigd en het zoo bekend hebben gemaakt. Sedert
+1839 zijn vijf anglicaansche zendelingen gedood door inboorlingen
+uit Erromango.
+
+Langen tijd ging dit eiland door voor het gevaarlijkste van
+de groep der Nieuwe Hebriden. De Kanaken werden voorgesteld
+als de bloeddorstigste en gevaarlijkste wilden uit den geheelen
+archipel. Vijftig jaren geleden ongeveer kwamen op Erromango veel
+Europeanen; in de Dillonbaai kan men nog de overblijfselen vinden
+van eene belangrijke vestiging, bestemd voor de exploitatie van
+sandelhoutaanplantingen. Die werkte er van 1855 tot 1864, en van dien
+tijd dagteekent de vijandige gezindheid, bij de bewoners opgemerkt,
+waardoor niet alleen onder de zendelingen, maar ook onder de toevallig
+aankomende zeevaarders zooveel slachtoffers zijn gemaakt.
+
+Inderdaad werpen de handelingen, door de houtinzamelaars volbracht,
+om arbeiders te krijgen, hun blijkbaar kwade trouw bij het sluiten
+van handelsovereenkomsten, de moord op veel inboorlingen voldoende
+licht op de daden van geweld, door de inboorlingen begaan, en op de
+weerwraak, door hen genomen op onschuldigen, met hun leven boetend
+voor de misdaden van anderen.
+
+Aan boord van ons schip luisterde ik naar de mededeelingen van
+onzen werver F., die vroeger ambtenaar was in een exploitatiezaak van
+sandelhout, en hij zei tot mij: "Als dit eiland Erromango spreken kon,
+zou het dingen kunnen vertellen, die iemand de haren zouden doen te
+berge rijzen".
+
+Het scheen mij toe, dat de bevolking er minder dicht was dan op
+Tanna; volgens ter plaatse ingewonnen inlichtingen heeft men er
+ongeveer 2500 inwoners, waarvan 1200 tot het Christendom bekeerd
+zijn en 1300 nog heidenen zouden wezen. Maar de vorderingen, die
+de zendeling R. maakt, zijn niet weg te cijferen, en langzamerhand
+dringt zijn invloed door tot in de afgelegenste gedeelten van het
+eiland. Zoo heeft hij drie-en-dertig kleine zendingsposten in 't
+leven kunnen roepen, geleid door een dergelijk aantal vermaners,
+en toen ik er was, had hij reeds 150 kinderen gedoopt.
+
+Ik hoop, dat deze pogingen tot het maken van proselieten volkomen
+slagen; zij zullen mogelijk de ontvolking van het eiland tegengaan,
+waar sinds dertig jaren het aantal bewoners van 3000 tot 2000 is
+gedaald. Ik heb kunnen waarnemen, dat de inboorlingen van Erromango
+minder forsch zijn dan die uit Tanna. Hun gestalte is kleiner, hun
+kleur donkerder; ze zijn magerder en hebben een minder gezond gestel
+dan hun buren; de wapens, die zij gebruiken, als bogen en pijlen en
+knotsen, zijn kleiner en geheel in overeenstemming met den tengerder
+lichaamsbouw, die bij alle bewoners valt op te merken.
+
+Uit het oogpunt van het intellect, komt dit ras mij het minst
+ontwikkeld voor van die, welke ik nog in den archipel heb ontmoet. De
+inboorlingen beoefenen in 't geheel geen industrie, en hun verstand
+is niet ontwikkeld. Men bemerkt, dat zij den invloed niet hebben
+ondervonden van de Polynesiërs, die op de andere eilanden de
+autochthone bevolking hebben opgeheven, haar nieuw bloed hebben
+bijgebracht en haar in alle opzichten hebben vooruitgeholpen. De Kanaak
+uit Erromango is nog de zuivere Negrito of wel de Papoea, die nog in
+niets is veranderd, die vrij gebleven is van elken vreemden invloed
+en een der laagst staande rassen vormt van de groote menschenfamilie.
+
+De gezondheid van 't klimaat op het eiland is verschillend op de oost-
+en de westkust; de Cooksbaai lijkt gezond en wel geschikt voor eene
+europeesche vestiging; maar daarentegen hebben mijn tochten in en om
+de Dillonbaai mij overtuigd van de ongunstige ligging dier plaats. Het
+dal is vruchtbaar, en de rivier brengt zoet water aan in overvloed,
+maar miasmen worden ontwikkeld op de moerassige oevers der rivier, en
+de baai ligt te zeer beschut voor de heerschende zuidoostenwinden. Het
+verbaasde mij niet, dat de heer R. en zijn gezin ziek waren tijdens ons
+bezoek en zich genoodzaakt hadden gezien, tot herstel van gezondheid
+de australische koloniën op te zoeken.
+
+Van Erromango voeren wij naar het Noordwesten en stevenden naar het
+eiland Vaté of Sandwich, waarvan wij ongeveer 70 mijlen verwijderd
+waren. Het deed mij genoegen, dit eiland nogmaals aan te doen;
+vier jaren geleden was ik er een half jaar gestationneerd geweest
+met nog een luitenant en vijftig soldaten. Dat was in den tijd,
+toen Frankrijk den archipel in bezit had genomen en posten had
+gevestigd te Vaté en te Mallicolo. Maar het verzet van Engeland en
+van de presbyteriaansche zendelingen leidden tot de ontruiming van
+het land door onze troepen, en ik had met leedwezen moeten aanzien,
+hoe onze driekleur er was verdwenen.
+
+Twee dagen, nadat wij Erromango hadden verlaten, verkenden wij het
+Sandwicheiland. Cook beschouwde het als de parel van de groep der
+Nieuwe Hebriden en het verdient dien naam, terwijl de beschrijving,
+die hij ervan geeft, zich niet aan overdrijving schuldig maakt. Dit is
+het voor den landbouw 't best geschikte eiland; men vindt er breede,
+goed besproeide dalen, waar de grond verrassend rijk en vruchtbaar
+is; de heuvels dragen niet veel bosschen, maar er zijn weidenrijke
+plateaux, en op veel plaatsen wacht de grond er maar op, in cultuur
+te worden gebracht, om de overvloedigste oogsten te leveren. De
+kolonist behoeft hier geen voorbereidenden arbeid te doen, hij vindt
+een ontgonnen terrein en dadelijk na zijn aankomst kan hij er maïs
+en koffie gaan planten. De noordwestkust is rijk aan zeer goede,
+veilige havens; alleen voor de oostkust ligt een gevaarlijke klip,
+maar die is best te vermijden.
+
+Wij voeren de Pangobaai binnen en zouden bij Port Vila voor anker gaan,
+een haven, zoo ruim, dat er wel een vloot in geborgen kon worden. Het
+is 't belangrijkste punt van de groep der Nieuwe Hebriden, bestemd
+voor eene groote toekomst, en nu reeds neemt het een eerste plaats in,
+wat handel en landbouw betreft.
+
+Port-Vila is dan ook de hoofdstad der Nieuwe-Hebriden, centrum van
+de kleine, fransche kolonie, die de natuurlijke schatten van den
+grond exploiteert en deze eilanden, die zoo rijk en productief zijn,
+voor Frankrijk wil trachten te winnen. De naam Franceville, die der
+plaats ook wel wordt gegeven, herinnert aan het moederland en aan de
+gevoelens, die onze landgenooten koesteren voor Frankrijk, waarvan
+zij door 6000 à 7000 mijlen land en zee gescheiden zijn.
+
+Ondanks hunne grootere getalsterkte zijn de inboorlingen als verloren
+onder de blanken, die Port-Vila bewonen; zij zijn voor 't grootste
+deel verwezen naar de twee eilanden Vila en Mélé, die wij tijdens
+ons verblijf alhier nog willen bezoeken.
+
+Vijftig Europeanen ongeveer wonen te Franceville; zij behooren
+tot verschillende nationaliteiten; men ziet er Franschen, Zweden,
+Engelschen, Noren, Amerikanen en Duitschers. Allen doen aan landbouw
+en drijven handel.
+
+Ons eerste bezoek gold den agent van de _Compagnie Calédonienne_,
+die te Anabroe woont. Die maatschappij, in 1882 opgericht, heeft veel
+grondgebied verworven in den Archipel; zij heeft kantoren ingesteld
+op de verschillende eilanden en houdt zich ernstig bezig met het
+stichten van landbouwkoloniën.
+
+De vertegenwoordiger van de maatschappij, de heer A., stelde
+vriendelijk een paard te mijner beschikking, en zoo kon ik een prettig
+wandelritje doen door de aanplantingen; er gingen verscheiden uren met
+een rit over de plantages heen. Tegenwoordig zijn reeds 30000 H.A. in
+cultuur; 120000 koffieboomen geven een jaarlijksche opbrengst van
+40 tonnen en 1000 kokospalmen zullen het volgend jaar voor 't eerst
+vruchten leveren.
+
+Het was een waar genoegen, het binnenland van Vaté of het
+Sandwich-eiland in te gaan, dat vroeger geheel aan de inboorlingen
+was overgelaten en nu bijna uitsluitend door Europeanen is bezet,
+die de natuurlijke hulpbronnen er exploiteeren; daar zijn er onder
+hen, die zich met geduld en volharding een zoo niet schitterende,
+dan toch zeer dragelijke positie hebben veroverd.
+
+Zoo kwamen wij te Freshwater, reden door bananenaanplantingen,
+die zeer winstgevend zullen zijn, zoodra de kolonisten de vruchten
+ter markt zullen kunnen brengen te Sydney en te Melbourne en dus
+met voordeel zullen kunnen wedijveren met de voortbrengers op de
+Fidsji-eilanden. Na de Freshwaterrivier te zijn overgegaan, bereikten
+wij het dorp Tagabé, door onze landgenooten bewoond. Zes jaren geleden
+ongeveer liet een fransche kolonisatie-maatschappij naar Port-Vila
+een groep kolonisten uitgaan, die lust hadden in landverhuizing en
+die elders eens hun fortuin wilden beproeven. Sommigen werden al
+gauw ontmoedigd en keerden naar het moederland terug; anderen, die
+zich niet lieten afschrikken door tegenspoed en inspanning, bleven en
+hebben ten laatste het welvarende dorp gesticht, dat er nu is verrezen.
+
+Elk van hen heeft een kleine bezitting, waarop hij een huisje heeft
+gebouwd met bijgebouwtjes voor varkens en kippen; enkele woningen
+waren artistiek versierd; er was een engelsche tuin aangelegd met
+nette paden, grasvelden en keur van bloemperken.
+
+Allen leefden van de opbrengst van hun land; hun koffieaanplantingen,
+en de bouw van bananen en maïs leverden hun een welstand, die hun
+in Frankrijk niet zou zijn te beurt gevallen; hun bestaan is vrij en
+onafhankelijk en kent geen dwang van conventie of mode, waardoor in
+Europa zooveel individueel initiatief wordt tegengehouden.
+
+Ik kwam te Franceville terug en begaf mij naar de woning van den
+ouden maire dier plaats, den heer C. De blanken te Port-Vila vormen
+inderdaad een afzonderlijke groep, met een burgemeester en verdere
+ambtenaren, die de aangelegenheden van openbaar belang behartigen; de
+quaesties omtrent de wegen, de reiniging, de haven worden bestudeerd,
+en binnen korten tijd zal men goede rijwegen te Port-Vila hebben,
+leidend naar andere centra van kolonisatie.
+
+Er is zelfs sprake van, een weg te leggen naar den anderen kant
+van het eiland, naar Port-Havannah, en het zal een weg zijn voor
+allerlei vervoermiddelen geschikt. Zoo vertelt mij de heer C., dien
+ik reeds had leeren kennen op een vorige reis. Hij noodigde mij uit,
+zijn bezitting te gaan zien, die in de laatste jaren aanmerkelijk was
+vergroot, en stelde mij voor, den volgenden dag met hem een uitstapje
+naar het inlandsche dorp Mélé te maken. Ik nam het aanbod gretig aan,
+was precies op tijd op de afgesproken plaats, namelijk om zes uur
+'s morgens voor den winkel van de Maatschappij der Nieuwe-Hebriden.
+
+Wij deden den tocht te paard. Port-Vila is het eenige punt op de
+Hebriden, waar men van die beweegkracht gebruik kan maken; er zijn
+sinds eenige jaren paarden ingevoerd van het eiland Norfolk. Zij
+bewijzen er groote diensten, want nu kunnen de kolonisten te paard
+hunne uitgebreide plantages bezoeken. Bij 't verlaten van Port-Vila
+kwamen wij in een bosch, waarvan de dichte boomen den mooien weg, die
+naar het dorp Mélé leidde, heerlijk tegen de brandende zonnestralen
+beschutten.
+
+Na een half uur verlieten wij het bosch en kwamen uit vlak
+bij de Pangobaai, waar rustig ons schip, de _Lady Saint Aubyn_
+lag. Wij volgden het strand, en na nog een paar plantages te hebben
+bezichtigd van zweedsche families, die er reeds vijf-en-twintig jaren
+woonden, kwamen we bij een open ruimte, waar vijf- of zeshonderd
+inboorlingen schreeuwden en gesticuleerden en zich aan allerlei
+lichaamsverdraaiingen te buiten gingen.
+
+Dat waren de bewoners van het dorp Mélé, die door hun dansen den
+aardknollenoogst vierden. In rood en in wit katoen gekleed, met
+veêren in het haar en een rood en zwart beschilderd gezicht, ieder
+met een knots en een paar messen gewapend, stonden ze in vier of vijf
+gelederen en kwamen al zingend naar voren, met de voeten trappend op
+de maat van inlandsche trommels.
+
+Hun muziekinstrumenten zijn allermerkwaardigst; 't zijn holle
+boomstronken, vastgezet in den grond, met gaten er in geboord,
+die onderling verbonden zijn door verticale spleten; van boven zijn
+ze versierd met allerlei snijwerk, dat een voorstelling geeft van
+vogels en andere dieren, schepen enz. Door op die trommels te slaan
+met stevige stokken, weten ze vrij afwisselende geluiden in de maat
+voort te brengen.
+
+Die dansen en die muziek zijn zeer gewild bij de inboorlingen der
+Nieuwe-Hebriden; bij elken stam zijn er, evenals in onze fransche
+dorpen, enkele jongelui, die den boel aan den gang maken en de feesten
+geanimeerd houden; zij zijn ongevoelig voor vermoeienis en warmte,
+en altijd gereed, om opnieuw te beginnen.
+
+Alleen over dag houden zij zich met die genoegens bezig, en een uur na
+onze aankomst hielden de dansen op en de inboorlingen keerden naar hun
+hutten terug. De dansen werden telkens aangemoedigd door grijsaards,
+die op den grond zaten en nu en dan opstonden, om de vermoeiden te
+laten drinken en de drukst dansenden te complimenteeren.
+
+Zij, die op het eiland Mélé zich met die dansen bezighielden, woonden
+niet op het hoofdeiland maar op een klein dor eilandje in de baai, waar
+bijna geen water en geen groen te vinden waren. Daar vertoeven zij en
+gaan alleen aan wal, om hun velden te bebouwen. Wat zou de oorsprong
+van dit gebruik zijn? Waarom hebben zij zich afgezonderd? Ik zou het
+niet kunnen zeggen, en ik denk, dat zij in vroeger tijden in strijd
+zijn geraakt met de naburige stammen en dat ze zich op het eilandje
+moesten verschuilen voor de aanvallen van hunne tegenstanders.
+
+Wij volgden hen, en door een bootje overgebracht, gingen we bij hun
+woningen aan wal. De bevolking van het eiland Mélé schijnt nog niet
+spoedig te zullen uitsterven; wij werden omringd door kinderen van
+elken leeftijd, jongens en meisjes, die elkander duwden en stieten,
+om ons beter te zien. De kleine kinderen waren geheel naakt en
+betrekkelijk vrij zindelijk, als wij ze vergeleken met de bewoners
+van Tanna en vooral van Erromango. Overigens verschilt dit ras van
+dat der andere eilanden, zoodat ik er wel toe geneigd ben, voor
+waar aan te nemen de traditie, die wil, dat Mélé bevolkt is geworden
+tachtig jaren geleden door een schip, dat van Nieuw-Zeeland kwam en
+schipbreuk leed in de Pangobaai. Hun physieke eigenschappen, hun taal
+en ook hun gewoonten herinneren sterk aan die der Polynesiërs.
+
+Wij verlieten die eilandbewoners en kwamen op het groote eiland terug,
+waar wij onze paarden terugvonden, rustig grazend onder de hoede van
+een paar Kanaken. Een vlugge galop bracht ons in anderhalf uur naar
+Franceville terug.
+
+Zoodra ik aan boord was, maakte ons schip zich voor het vertrek gereed,
+nadat wij afscheid hadden genomen van de beminnelijke kolonisten van
+Port-Vila, en de _Lady Saint Aubyn_ zette koers naar Port-Havannah,
+de belangrijkste plaats van het eiland Vaté na Port-Vila. Wij zeilden
+met moeite om de Duivelskaap heen, die de noordwestelijke begrenzing
+van de Pangobaai vormt; het was nog al een gevaarlijk punt vanwege
+een klip, die ver in zee vooruitstak. Op die klip was kort te voren
+een schip van de Nieuw-Hebridische Compagnie vergaan.
+
+We voeren voorbij kaap Tu-ku-tu, bewoond door een fransche familie, die
+een landbouwkolonie bestuurt; koffieboomen en kokospalmen en bananen
+waren in de laatste jaren daar aangeplant, zoodat die bezitting een der
+belangrijkste van de Nieuwe-Hebriden belooft te zullen worden. Het is
+een doel voor uitstapjes van toeristen uit Port-Havannah, die zeker
+zijn, door den heer H. goed te worden ontvangen.
+
+Uit wat ik hier heb meegedeeld, kan de lezer wel afleiden, dat een reis
+naar het eiland Vaté niet lastig of moeilijk is; de Europeanen, die er
+wonen, zijn blij, eens gastvrijheid te kunnen bewijzen aan iemand, die
+hun een bezoek brengt. De inboorlingen zijn er zachtzinnig en vreedzaam
+en beschouwen de Europeanen volstrekt niet met een wantrouwend
+oog. Ongelukkig kan deze beschrijving alleen voor het eiland Vaté
+gelden. Op de andere eilanden der groep, bij voorbeeld op Tanna en
+Erromango, ontmoetten wij slechts wilde, gevaarlijke inboorlingen,
+en men moet dan uiterst voorzichtig zijn bij de betrekkingen, die men
+wel genoodzaakt is met hen aan te knoopen, want elk oogenblik kan er
+een moeilijkheid ontstaan, die den reiziger herinnert aan de waarheid,
+dat deze archipel, dien hij bezoekt, gelegen is aan den anderen kant
+van de beschaafde wereld.
+
+Zoodra men Tu-ku-tu voorbij is, bemerkt men het eiland, dat het
+Hoedeiland wordt genoemd naar den vorm, dien het met zijn laag gebergte
+vertoont, of dat ook wel het Entrée-eiland heet, omdat het den weg
+aangeeft, welken men heeft te volgen naar Port-Havannah,
+
+Wij voeren de Zuiderstraat of de Groote Straat binnen, en na enkele
+oogenblikken bemerkten wij aan het kalme water en den getemperden wind,
+dat we in een goed beschutte haven waren binnengekomen. Port-Havannah
+was nog niet duidelijk te zien. Wij ontdekten de eilanden Déception
+en Protection, die aan alle zijden de haven omsluiten, maar de huizen
+der kolonisten en hun winkels waren nog niet te zien. Die gebouwen
+werden verborgen door de kaap, die Kaap van het Witte Zand heette. Daar
+woonde de engelsche presbyteriaansche zendeling Mac., wiens geest zoo
+weinig evangelisch is gestemd en die een zoo krachtigen haat tegen
+Frankrijk koestert.
+
+Wij lieten aan stuurboord die kaap liggen, waar de engelsche vlag boven
+wapperde, en bemerkten weldra de eerste huizen van Port-Havannah. Wij
+ankerden tegenover de magazijnen van de Caledonische Maatschappij. Ik
+zag deze plaats met genoegen terug, waar ik zes maanden van mijn
+leven had gesleten met dappere soldaten, die door moeraskoortsen
+gekweld werden, maar die trotsch waren, het eerst de driekleur op
+deze eilanden te hebben geplant.
+
+Onze nationale vlag heeft er echter slechts eenige maanden gewapperd;
+zij heeft zich moeten terugtrekken voor britsche aanmatiging, en wij
+hebben het moeten bijwonen, dat de huizen verwoest werden, waar onze
+matrozen hadden verblijf gehouden. Nu zag ik er geen spoor meer van.
+
+De groote vlakte, waar Port-Havannah was gelegen, zag er niet meer
+zoo druk en levendig uit als vroeger; de belangrijkheid van het
+punt was sterk verminderd in de laatste jaren, en de handels- en
+landbouwinrichtingen zijn nu alle geconcentreerd te Port-Vila.
+
+Toch scheen deze haven eens een groote toekomst te gemoet te gaan. De
+reede is veilig; de vlakte wordt bespoeld door twee rivieren, die
+zoet water van uitstekende hoedanigheid leveren; er zijn weiden, die
+voldoende voedsel geven voor de honderd-vijftig stuks vee, welke er
+grazen onder de hoede van eenige inboorlingen.
+
+Ik ontmoette te Port-Havannah mijn ouden vriend Mackintosh, hoofd van
+het Déception-eiland; hij vertelde mij eenige van zijn gouvernementeele
+rampen. Hij stond oudtijds aan het hoofd van een belangrijken stam,
+waarover hij een volstrekt en onbeperkt gezag uitoefende; sedert
+de engelsche zendeling is aangekomen, hebben zijn onderdanen hem
+langzamerhand in den steek gelaten en ze zijn gaan wonen in het dorp
+bij het huis van den heer Mac.
+
+Wij konden niet hopen, veel contracten te sluiten met de inboorlingen
+van Vaté; ze zijn tot het Christendom bekeerd en wel tot de denkbeelden
+der presbyteriaansche zendelingen; die laatsten beletten hen het
+landverhuizen en houden het op alle manieren tegen, dat de jonge lieden
+van daar gaan. Zij vreezen, dat het reizen hen onafhankelijker zal
+maken en den invloed zal verkleinen van de predikers der christelijke
+leer. Alleen de bewoners van Lélépa op het Protection-eiland bleven
+ongevoelig voor de vermaningen van den anglicaanschen zendeling en
+behielden ondanks alles het geloof hunner voorouders.
+
+Het werk der zendelingen, de invloed der Europeanen en de herhaalde
+aanraking der inboorlingen met de blanken hebben het moreele
+en intellectueele peil der bewoners van het Sandwich-eiland doen
+stijgen. Hun materieele leven is er niet weinig op vooruitgegaan en
+hun maatschappelijke verhoudingen zijn tevens verbeterd. Toch zien wij
+hier, evenals op Nieuw-Caledonië, een geleidelijke vermindering van
+het ras der Kanaken; stammen, die ik in 1887 had ontmoet, bestonden
+niet meer, en het blijkt maar al te duidelijk, dat deze Zuidzeevolken
+onvermijdelijk ten ondergang zijn gedoemd. In acht-en-twintig jaren
+is het bevolkingscijfer van 8000 op 3500 gedaald.
+
+Mijn bezoek bij het hoofd Mackintosh van het Déception-eiland heeft
+mij in die meening niet weinig versterkt; die vervallen grootheid
+bracht mij naar de plek, waar zijn stam had gewoond, op den top van
+den hoogsten heuvel van het eiland. Wij kwamen er langs een lastig
+voetpad, dat naar een nu verlaten dorp geleidde, waar vroeger een
+volkrijke vestiging was. We zagen er een twintigtal verlaten en in
+puin vallende hutten. Een enkel huis had weerstand geboden aan den
+tijd, en merkwaardig genoeg was dat juist het huis, dat het meest
+iemand moest interesseeren, begeerig om de zeden der inboorlingen
+te leeren kennen, nu die zeden en gewoonten langzaam, maar zeker,
+te loor gaan bij de aanraking met de blanken.
+
+In dit huis toch hadden vroeger de tooneelen plaats, die dit eiland
+om zijn kannibalisme zoo berucht maakten. Mackintosh diende mij
+tot gids en wees mij op de balken, die het dak steunden. Zij waren
+gebeeldhouwd aan hun uiteinde en vertoonden de vormen van vogels,
+bijlen, messen en andere figuren. Het hoofd vertelde mij, dat aan
+elk dier figuren de herinnering aan een kannibalenfeest verbonden was.
+
+Sedert de komst der Europeanen zijn die treurige gewoonten geheel
+verdwenen; maar ik zou bijna durven beweren, dat Mackintosh, zoo
+afkeerig van vreemden invloed, dien goeden, ouden tijd betreurt en
+met genoegen den tijd zou zien terugkeeren, toen zijne onderdanen
+nog niet hun culinaire gewoonten hadden veranderd.
+
+In 1872 werd op het eiland Hinchinbrock, niet ver van het
+Sandwicheiland, nog een Maleier gedood en opgegeten.
+
+Wij verlieten het Déceptioneiland, om den Lélé-Pastam te bezoeken,
+die op de zuidelijke punt van het Protectioneiland woont; wij zagen
+er inboorlingen, die wenschten scheep te gaan bij ons, om het werk
+van matrozen te verrichten; het zeemansleven behaagde hun zeer, maar
+zij weigerden hun land te verlaten, om bij den landbouw of bij het
+werk in de mijnen te worden gebruikt. Men ziet er dus niet velen in
+Australië of Nieuw-Caledonië.
+
+Zij hebben hun plantages op het Sandwicheiland tegenover het
+Protectioneiland en drijven handel in aardvruchten met de kolonisten
+van Port-Vila en Port-Havannah; wij kochten er eenige matten en
+armbanden van hout en schelpen. De kleeding der bewoners bestond
+slechts uit een gordel van pandanusbladeren; als versiering droegen
+ze een varkenstand, met een touwtje om den hals vastgebonden, of ook
+wel een oesterschelp.
+
+Zij leefden in vrede met de naburige stammen, stonden ons met genoegen
+de wapens af, die hun voorvaderen hadden gebruikt en verkochten ons
+een voorraad messen en pijlen met in het vuur geharde punten.
+
+Gedurende onzen terugkeer naar Port-Havannah bezochten wij het
+Rahni-station. Het was vroeger een belangrijke bezitting, waar veel
+koffie en maïs werd verbouwd; er waren vruchtboomen geplant en ondanks
+verwaarloozing gaven ze nog heerlijke vruchten. Het Sandwicheiland
+is inderdaad in 't bijzonder bedeeld met natuurschoon, en de grond
+brengt er mildelijk allerlei tropische producten voort.
+
+Er zou niet veel inspanning worden vereischt, om aan Rahni zijn
+oorspronkelijken bloei terug te bezorgen; de grond is ontgonnen en
+men zou zonder veel moeite het huis, dat nu vervallen is, kunnen
+herstellen; een gezin van jonge, werkkrachtige menschen zou er zich
+kunnen vestigen en er een landbouwkolonie stichten. Men zou dan het
+eerste pionierswerk niet meer behoeven te doen, dat het budget van den
+kolonist vaak al te zeer drukt en geen onmiddellijk voordeel aanbrengt.
+
+Wij gingen de woning van den engelschen zendeling voorbij en bespeurden
+weldra het huis, dat ik in 1887 bewoonde en dat langen tijd het
+eenige bewoonde verblijf op het eiland Vaté was. Vroeger waren er
+geïnstalleerd geweest een familie uit Australië deze menschen wilden
+beproeven, er katoen en indigo te verbouwen.
+
+Er werden groote werken uitgevoerd en zelfs werden met enorme kosten
+stoommachines overgebracht uit Sydney. Eenige jaren lang scheen het,
+of Port-Havannah eene groote toekomst te gemoet ging. Ongelukkig bleek
+het klimaat te ongezond, en de amerikaansche concurrentie maakte,
+dat er van de mooie plannen weinig terecht kwam; de onderneming liep
+op eene liquidatie uit.
+
+Wij zouden nog wel langer daar hebben willen blijven en een bezoek
+hebben willen brengen aan den heer G., die op de oostkust de eerste
+koffieaanplanting heeft aangelegd, niet enkel de eerste op Vaté, maar
+in den geheelen archipel. Zijn voorbeeld is gevolgd door de andere
+Europeanen, want spoedig leerden de planters inzien, dat die cultuur
+zeer winstgevend was vanwege de nabijheid der groote centra Sydney,
+Melbourne en Adelaïde. De verkoop der koffie is altijd verzekerd
+in die groote plaatsen en aan den anderen kant vereischt de koffie,
+als zij eenmaal geplant is, niets dan wat onderhoud en geeft reeds
+van het vierde jaar af een overvloedigen oogst.
+
+Ons bezoek aan het Sandwicheiland was afgeloopen. Ik was er lang
+genoeg geweest, om mij te overtuigen van het gewicht, dat Franschen en
+Engelschen aan het bezit van het eiland hechten. Herhaalde malen was er
+sprake van een verdeeling van den archipel der Nieuwe-Hebriden tusschen
+de beide volken, maar altijd werd het eiland Vaté of het Sandwicheiland
+door beide mogendheden opgeëischt, waarbij Groot-Britannië zijn
+recht grondde op de aanwezigheid zijner zendelingen, Frankrijk op
+die zijner kolonisten.
+
+Ik geloof geen onjuistheid te zeggen, als ik beweer, dat mijn
+landgenooten het meest er toe hebben bijgebracht, om de natuurlijke
+hulpbronnen van het eiland te ontginnen en dat zij drie vierden van
+het grondgebied in bezit hebben.
+
+De degelijke exploitatie van Vaté dateert pas van den dag, waarop de
+Nieuw-Caledonische maatschappij, te Nouméa opgericht, haren arbeid
+begon op de Nieuwe-Hebriden. De zending der kolonisten vanwege die
+Maatschappij heeft misschien niet al die resultaten opgeleverd, die men
+het recht had, er van te verwachten met het oog op de opofferingen,
+die men zich had getroost, maar alles is toch niet verloren moeite
+geweest, en enkelen van die uitgezonden kolonisten hebben zich tot
+een aardigen welstand opgewerkt.
+
+Onze belangen dateeren dus van vóór die der Engelschen.
+
+Port-Vila heeft, wat de beteekenis van den handel betreft,
+Port-Havannah vervangen, maar toch zal dit laatste punt in de toekomst
+altijd belangrijk zijn om de haven, die groote veiligheid aanbiedt
+en om de rivieren met zoet water, die men er in de buurt vindt. Of
+die rivieren ook later als beweegkracht te gebruiken zouden zijn,
+moet nog nader worden onderzocht.
+
+Van Port-Havannah sloegen wij eene noordwestelijke richting in en
+verlieten de reede door den nauwen doorgang tusschen het Deception-
+en het Protectioneiland. Wij waren voornemens, het noordelijk deel
+van de groep der Nieuwe-Hebriden te bezoeken en stevenden naar het
+eiland Api. De zuidoostenwind blies voor ons in gunstige richting;
+de _Lady Saint Aubyn_ legde met gemak acht knoopen in het uur af,
+en 36 uren na ons vertrek uit Port-Havannah kregen wij het eiland
+Api in het gezicht. Gedurende dien korten overtocht konden wij op
+een afstand de eilanden der Twee Heuvels waarnemen, het Maï-eiland,
+waar drie stammen woonden, die ieder een eigen dialect spraken, en het
+eiland Muna. Er is daar niet veel te zien; de bevolking vermindert
+gestadig; de eilanden leveren zoo goed als niets op en ze zijn zoo
+klein, dat men hun ook geen betere toekomst mag voorspellen.
+
+Wij lieten het anker vallen in de Diamantbaai, aan de zuidwestkust
+van Api; de engelsche boot _Hector_, uit Maryborough in Queensland,
+lag in dezelfde baai voor anker; zij bracht een zeker aantal Kanaken
+van verschillende eilanden uit den archipel naar hun respectieve
+woonplaatsen terug. In deze baai moest het schip een inboorling en
+zijn vrouw afzetten, die drie jaar te voren aangenomen waren bij een
+stam in het binnenland; het paar had intusschen een baby veroverd,
+op engelschen grond geboren.
+
+Alle drie gingen aan land, in hun mooiste spullen uitgedost; de man
+droeg een deftige jas uit een of ander australisch modemagazijn,
+hij droeg een horloge met vergulden ketting op een smetteloos wit
+vest; maar hij had bloote voeten. De vrouw liep onder een vuurroode
+parasol en zag er met haar kanten japon met sleep en strooken uit
+als een danseres uit een paardenspel, altijd met bloote voeten,
+wel te verstaan.
+
+Maar pas waren ze aan wal gegaan in hun geboorteland, of de
+inboorlingen aan de kust verzameld, maakten zich meester van hun
+koffers en deelden den inhoud onder elkander, en binnen eenige minuten
+waren de stumpers beroofd van de opbrengst van hun arbeid van drie
+jaren; de australische jas en de roode parasol wekten de begeerigheid
+op van het hoofd van den stam, die er zich krachtens het recht van
+den sterkste van meester maakte. Zóó is nu eenmaal de ontvangst, die
+de inboorlingen wacht, wanneer ze na kortere of langere afwezigheid in
+hun land terugkeeren. Wat zij hebben overgespaard in den vreemde en de
+waren, die zij meebrengen, worden aan de plundering van de landgenooten
+prijs gegeven. Behooren ze tot een stam uit het binnenland, dan moeten
+ze zich gelukkig achten, wanneer de inboorlingen van de zeekust hun
+het leven laten en hen rustig laten vertrekken naar hun geboorteland.
+
+De tegenwoordigheid van de _Hector_ was hinderlijk voor onze
+wervingsbezigheid; wij maakten ons zeilreê, om bij kaap Foreland weer
+het anker te laten vallen in een door die kaap beschutte baai. Een
+klein zoetwaterstroompje liep er door een vruchtbaar dal, dat echter
+nog weinig bebouwd was; de bevolking is er echter vrij talrijk en
+drijft een drukken handel in kokosnoten met een handelaar uit Jersey,
+die sinds eenige jaren op het eiland woont; een engelsche zendeling
+woont er dichtbij en beproeft, maar met slechts matig succes, den
+inboorlingen zijne geloofsovertuiging bij te brengen.
+
+Wij recruteerden een paar jongelingen en een kleinen jongen van een
+jaar of zes, die zijn vader en zijn moeder had verloren en opgedragen
+was aan de zorg van een oom. Deze kon hem niet langer te eten geven
+en wenschte hem te verhuren voor den arbeid te Nouméa. Het was een
+goed werk, dat aanbod aan te nemen, want het stond te vreezen, dat
+die oom, dien het verveelde den knaap te onderhouden, hem op een
+goeden dag een gewelddadigen dood zou doen sterven.
+
+De kleine Kanakenjongen ging met genoegen mee; zijn vroolijk,
+intelligent gezichtje straalde van blijdschap, en ieder had plezier
+in hem. Onze reeder hield hem later bij zich en wilde er een jockey
+van maken, bestemd te schitteren op de nieuw-caledonische renbaan.
+
+'s Nachts wist een onzer pas aangeworven arbeiders te ontsnappen; hij
+zwom naar den wal, maar was niet zoo beleefd geweest, ons het handgeld
+terug te geven. Er zal nauwlettender toezicht moeten worden gehouden,
+en de inboorlingen zullen bij zonsondergang in het tusschendek worden
+opgesloten.
+
+Wij zeilden nu naar Pané op dezelfde kust; maar terstond bij aankomst
+zagen we aan het strand in den grond gestoken palen, taboes, die
+vrouwen en jongelieden moesten waarschuwen, niet mee te gaan met
+de schepen der fransche wervers. Ziehier, welke reden ons voor dat
+verbod of die waarschuwing werd opgegeven. Twee maanden te voren had
+een engelsch schip _Alice and Mary_ veertig inboorlingen, tot den
+stam uit Pané behoorend, aangeworven. Het had schipbreuk geleden op
+de kust van Mallicolo, en de Kanaken waren verdronken. Nu mocht voor
+een vastgestelden tijd geen inboorling zijn dorp verlaten; zóó hadden
+het de toovenaars van den stam beslist.
+
+Onmiddellijk zetten wij koers naar de Yémubaai tegenover het eilandje
+Lamenu; een vrij aardig huis werd zichtbaar aan de kust; het was de
+woning van een nieuw-caledonischen kleurling, die een belangrijke
+aanplanting van maïs en koffie had aangelegd. Hij gebruikte als
+arbeidskrachten Kanaken van de naburige eilanden. Zijn plantages
+lagen in een zeer vruchtbaar dal, besproeid door een rivier, die
+steeds voldoende water had.
+
+Mijn tochtjes over het eiland in verschillende richtingen deden mij
+tot het besluit komen, dat het eiland Api het vruchtbaarste van den
+archipel was. De grond is er rijk; de humuslaag op den rotsgrond
+heeft eene aanmerkelijke dikte bereikt, en zoo is er een weelderige
+plantengroei ontstaan, en de rivieren zetten aan hun oevers een groote
+hoeveelheid slijk af, die nieuwe vruchtbaarheid brengt. Het eiland
+Api wordt goed besproeid en heeft vrijwat stroomende watertjes, want
+eveneens is het gesteld te Foreland, Pané, Yému; maar ongelukkig is er
+geen enkele haven, wel heeft men aan deze kust bruikbare ankerplaatsen.
+
+De geheele bevolking van het eiland kan op 18.000 zielen worden
+geschat. Zij zijn tenger en klein, en velen van hen hadden wonden op
+het lichaam, die zij door bepaalde planten er op te leggen, trachten
+te genezen. Zij hebben den naam van erg wraakzuchtig te zijn en hebben
+zich berucht gemaakt door herhaalde aanvallen op Europeanen. Zoo is
+er bijna geen enkel punt op Api, waar men met vertrouwen kan landen,
+en men moet de grootste waakzaamheid in acht nemen. Vele nachten
+heb ik aan den wal geslapen, altijd met revolver en patronen binnen
+mijn bereik.
+
+In de Yémubaai zag ik de inboorlingen op een dag vereenigd bij
+gelegenheid van een hunner feesten of _sinn-sinn_. De mannen hadden om
+het middel een enkel touw, waaraan een koker van schors was bevestigd;
+enkelen van hen hadden het tot een wollen hemd of vest gebracht. De
+vrouwen uit het binnenland hadden niet anders aan of om, dan een
+gordel van bananenbladeren, maar die van de kust waren in een lap
+katoen gehuld.
+
+Elke inboorling was gewapend met een knots of met een rond mes. Hoewel
+de bewoners van Api niet zoo beslist oorlogszuchtig zijn als die
+van Tanna, voeren ze dikwijls strijd tegen elkander. Het is dan een
+oorlog met hinderlagen; er worden diepe kuilen in den grond gegraven
+en een inboorling, door den hoofdman van den stam aangewezen, moet
+er in gaan liggen en den vijand afwachten, als hij voorbijgaat.
+
+Hun instinct is tot menscheneten maar al te zeer geneigd, en als
+ze die kannabalistische> neiging kunnen bevredigen, gaan ze daarbij
+aldus te werk. Van een gevangene wordt de romp aan de jonge lieden
+afgestaan; de ingewanden zijn bestemd voor de varkens en de honden; de
+mannen krijgen de ledematen. Vrouwen mogen aan dergelijke barbaarsche
+maaltijden niet deelnemen.
+
+Altijd gaan die maaltijden met feesten en dansen gepaard. Een koopman,
+die reeds lange jaren op Api woont, gaf mij een beschrijving van de
+dansen. Het costuum van het hoofd bestaat dan uit een groote bloem,
+in ieder oor gestoken, een veêr in de haren, een tak in den gordel,
+een laag verf op iedere wang en op het puntje van den neus. Hij houdt
+in zijn linkerhand een zeker aantal lansen vast en in de rechter zwaait
+hij een knots. Dan loopt hij rondom de inlandsche trommelslagers, en
+danst en springt, terwijl de muzikanten met behulp van twee stukken
+hout hun trommels slaan en een helsch rumoer maken.
+
+De hoofden hebben veel autoriteit; het heet, dat zij alleen de kunst
+verstaan, de pijlpunten te vergiftigen.
+
+Ons verblijf te Yému was nog al gunstig voor onze werving; we konden
+een tiental Kanaken recruteeren. De _Lady Saint Aubyn_ wendde zich
+daarna naar de westkust en wij voeren door de straat, die het eiland
+van Ambryn scheidt. Daar zagen wij een bezitting van een Europeaan,
+die kort te voren door de bewoners van het eiland Paama vermoord was
+geworden. Wij ankerden in de Groote Baai.
+
+Onder de stammen van Mangliao, Apwe en Baap hoopten wij velen te
+werven; maar zoodra wij waren aangekomen, kwam er een boot van den
+wal, en de inboorlingen, die er in zaten, vertelden ons, dat sedert
+de komst van de onderwijzers of vermaners, door den zendeling van
+Foreland gezonden, de stammen van Mangliao en Apwe zich aan zijn gezag
+hadden onderworpen. Dus hadden ze besloten, geen verbintenissen naar
+buiten meer aan te gaan, en men gaf ons den raad, zoodra mogelijk
+den terugtocht te aanvaarden. Toch bleven wij een paar dagen, en
+het gelukte ons, drie inboorlingen mee te krijgen, afkomstig uit het
+dorp Baap.
+
+De Groote Baai van Api zou gunstig gelegen zijn voor eene europeesche
+vestiging; er is een zeer mooie plantengroei; de bosschen hebben veel
+bruikbaar hout, en de Kanaken hebben reeds goede bananenaanplantingen
+aangelegd. Wat het klimaat en de gezondheid betreft, deze verschillen
+naarmate men aan de eene of aan de andere kust van het eiland is. De
+noordkust en de noordwestkust, blootgesteld aan de uit zee komende
+winden, schijnen in een uitstekende conditie te verkeeren; maar de
+zuidkust en die in het Zuidwesten, die de luchtstroomen opvangen,
+nadat deze gestreken zijn over Paama, Lopévi, May, Tongoa, Shepherd,
+zouden voor een Europeaan, die er langen tijd moest vertoeven,
+allerverderfelijkst kunnen worden. Dit is echter slechts mijn
+persoonlijk gevoelen; de ervaring kan later misschien tot een ander
+oordeel leiden.
+
+Ons bezoek aan Api was afgeloopen. Wij zouden nu het eiland
+Paama aandoen en voeren voorbij het eilandje Lopévi, waarvan de
+suikerbroodvorm zeer opmerkelijk was. Het is van vulkanischen oorsprong
+en bereikt wel een hoogte van 1650 M.
+
+Van tijd tot tijd kwam er uit den top van den berg rook; maar
+wij konden in 't voorbijgaan de omtrekken verder niet nauwkeurig
+onderscheiden. Het bestaan van dien vulkaan bevestigt een vrij
+zonderlinge opmerking, die in dit deel van Oceanië is gemaakt,
+namelijk dat de werkzame vulkanen in een lijn zouden liggen, die,
+van Tanna uitgaande, een noordwestelijke richting zou inslaan en
+zich dan zou aansluiten bij Lopévi en Ambrym op de Nieuwe-Hebriden,
+bij de zwavelbronnen van Vanua-Lava en de kraters van Urépara-pasa
+en Tinakula op de Bankseilanden. Die lijn zou eene lengte hebben van
+een duizendtal K.M. ongeveer.
+
+Het oude vulkanische karakter van Lopévi verklaart de weinige
+vruchtbaarheid van het eilandje; er wonen niet veel menschen. Tachtig à
+honderd inboorlingen verbouwen een en ander op een kleine landtong in
+'t Noordwesten. Zij onderhouden geregelde betrekkingen met de Kanaken
+van het eiland Api, wier taal zij spreken.
+
+We hadden niet veel tijd noodig, om de westkust van Paama te bereiken
+en het anker te Liro uit te werpen, een eiland, dat 10 K.M. lang en
+ongeveer 4 K.M. breed is. Het is dus niet zeer groot, maar wel is
+het dicht bevolkt; na enkele oogenblikken was het dek van ons schip
+overstroomd door een massa luidruchtige Kanaken, blij, dat ze ons hun
+producten konden verkoopen in ruil voor tabak, pijpen en lucifers. Die
+beleefdheid, ons zoo spoedig te bezoeken, voorspelde wat goeds; zij
+verdreef onze achterdocht ten opzichte van deze inboorlingen, die in
+den ganschen archipel geen al te besten naam hebben. Sedert langen
+tijd kon geen schip Paama naderen, of het werd met geweerschoten
+ontvangen. Het zou mij misschien gemakkelijk vallen, een verklaring
+voor die vijandige gezindheid te vinden in het volgende feit. Een
+tiental jaren geleden beproefden bewoners van het eiland, die met
+geweld waren aangeworven, hun vrijheid terug te krijgen aan boord
+van het schip, dat hen meevoerde naar Australië. De bemanning sloot
+hen toen op in het ruim en doodde hen allen; "ze werden als ratten
+vermoord", zei bij gelegenheid van de rechtzaak de advocaat-generaal
+van Nieuw Zuid-Wales.
+
+Het verbaast mij dus niet, dat er herhaaldelijk aanvallen zijn gedaan
+door de Kanaken op Europeanen en dat zij zich krachtig verzetten tegen
+een vaste vestiging van vreemdelingen op hun eiland; oorlogsschepen
+hebben de dorpen daarbij wel eens gebombardeerd, en bij mijn bezoek
+heb ik voor een pak tabak een bom kunnen koopen, die afgeschoten was
+door het fransche adviesjacht _D'Estrées_. Van een _Man oui oui_,
+zei de inboorling, die het voorwerp mij bracht. Wij, Franschen, worden
+namelijk door de bewoners van de Nieuwe-Hebriden als de _Man oui oui_
+aangeduid, en zoo werd mij bekend gemaakt, dat een fransch schip het
+schot had gelost.
+
+Wij voeren vlug om het eiland heen en bleven op onze hoede, want ieder
+inboorling is gewapend met zijn Snidersgeweer en zou niet aarzelen, ons
+een poets te bakken, als onze waakzaamheid ook maar even verflauwde.
+
+Het land was goed bebouwd; aanplantingen liepen tot aan de zee voort,
+en men zamelde er in grooten getale de vruchten van den broodboom
+in. Al is er dus een dichte bevolking, gebrek wordt er niet geleden, en
+deze inboorlingen zijn forsch en krachtig. Het is waarschijnlijk, dat
+men hier niet veel sympathie zal hebben voor de vreemde koloniën. Geen
+der inboorlingen wilde tot landverhuizing besluiten; allen bleven
+bestand tegen de velerlei aanlokking, hun door ons voorgehouden,
+als ze te Nouméa wilden komen werken.
+
+Wij verlieten het eiland Paama om zeven uur 's morgens. Terwijl ons
+schip onder zeil bleef, trachtten de kleine booten de oostkust van
+Ambrym te naderen bij den stam Pemedial, maar de toestand der zee
+belette het aan wal gaan; daarbij was de kust steil, en onder den
+invloed van de heftig blazende zuidoostenwinden sloegen de golven met
+kracht tegen de loodrechte rotsen. Het was nutteloos, een poging te
+wagen, om met het land gemeenschap te onderhouden. Wij voeren langs
+de zuidkust en ankerden daar tegenover het station van Dick A.
+
+Dat personnage is een Engelschman, die al lange jaren in den archipel
+woont en alle eilanden bereisd heeft. Hij kent uitstekend de havens
+der Nieuwe-Hebriden en ook die der Salomonseilanden. Daar het ons plan
+was, aan die laatste groep een bezoek te brengen, was onze kapitein er
+op gesteld, aan boord van de _Lady Saint Aubyn_ iemand te hebben, die
+ervaring had van de streek en ons van goeden raad kon dienen. Hij vond
+dien in den persoon van Dick A., die snel zijn bagage inpakte en met
+zijn trouwe levensgezellin, een Kanakenvrouw van het Pinkstereiland,
+aan boord kwam. Zij was door elephantiasis aangetast, miste alle
+uiterlijk schoon, maar was vol toewijding voor haren meester.
+
+Toen ik naar boord terugkeerde, was ik aan het strand tegenwoordig
+bij de werving van twee vrouwen, die, zooals zij zeiden, blij waren
+het eiland te kunnen verlaten, om aan de slechte behandeling van hunne
+echtgenooten te ontkomen. Die laatsten, verlokt door het gezicht van
+de goederen, die wij hadden aan te bieden, gaven hunne toestemming,
+en de beide vrouwen zwommen naar ons schip toe; één van haar nam
+een kindje van een paar maanden mee; zij verliet haar dorp, zonder
+zich te laten verteederen door de tranen van hare oudste dochter,
+die bij haar vertrek tegenwoordig was en haar wilde terughouden.
+
+De inboorlingen van dit eiland zijn klein en welgevormd; zij hebben een
+opgewekt, vrij intelligent uiterlijk, maar hebben den naam van korte
+metten te maken met lastige blanken, niet door geweerschoten te lossen,
+maar door middel van vergif. Ik geef die laatste bewering slechts
+onder voorbehoud, en geloof dat de vele sterfgevallen aan het klimaat
+moesten worden toegeschreven en niet aan misdadige handelingen. Hoe
+het zij, men heeft deze inboorlingen te Nouméa graag als werkkrachten,
+ze worden uitnemende arbeiders.
+
+Ze wonen hier in kleine dorpen aan het strand der zee of in het
+binnenland op de berghellingen. Hun woningen zijn nog uiterst
+primitief, maar toch voldoende om hen te beschermen tegen de ongunst
+van het weder. Het binnenland is zeer schaars bevolkt, een gevolg
+van de aanwezigheid van den vulkaan. Op den top van een der bergen
+heeft men een krater, die rook laat ontsnappen; maar de uitbarstingen
+zijn niet aanhoudend zooals op Tanna, en ik passeerde het eiland
+menigmaal, zonder het minste of geringste teeken te bespeuren, dat
+van de werkzaamheid van het onderaardsche vuur getuigde.
+
+De geologische gesteldheid van Ambrym verklaart de geringe
+vruchtbaarheid; de grond is poreus, zandig en dor, en er is weinig
+water op het eiland; zoet water is er alleen in gegraven plassen,
+en er stroomt geen enkele rivier; dus is de plantengroei schraal,
+gelijkend op dien van Tanna in de buurt van Port Resolution en
+Wassissi. Toch wonen er nog zeven of acht Europeanen; ik ontmoette
+hen op de verschillende plaatsen, waar wij stilhielden, bij Malo,
+Creig Cove, Dip Point, Rhanone; ze dreven allen handel in copra, door
+middel van schepen die op Nieuw-Caledonië of Australië voeren. Enkelen
+worden er rijk, en ik hoorde dikwijls spreken van F., die alleen op
+de noordwestkust woonde en schitterende zaken deed.
+
+Te Dip Point bezocht ik de inrichting van zulk een _copramaker_,
+een industrie, zeer algemeen in den archipel der Stille Zuidzee en
+die wel even nader mag worden beschreven.
+
+Men vindt die copramakers op alle eilanden, maar vooral op Ambrym en
+Aoba. Waar komen zij vandaan? Dat weten ze vaak zelf niet of ze houden
+het zorgvuldig geheim. Nu eens is het een Portugees, die er voor altijd
+van heeft afgezien, ooit naar de oevers van de Taag terug te keeren;
+dan een voorzichtige Engelschman, wien een bezoek aan de Theems voor
+altijd is verboden, of wel een Franschman, die het eiland Nou van
+nabij kent en al te compromitteerende betrekkingen heeft te Nouméa;
+soms ook is het een gouvernementsambtenaar, die niet snel genoeg
+carrière heeft gemaakt en uit den dienst is gegaan, en men ziet er
+ook wel jongelui, die door de familie in den steek zijn gelaten. Voor
+al dezulken zijn de Nieuwe-Hebriden het beloofde land; ze vinden er
+geen wetten, geen gezag en geen regeering; gendarmen en politie zijn
+er nog niet ingevoerd; ieder leeft er zooals het hem behaagt, regelt
+zelf zijn zaken zooals hij wil, en behoeft zich nooit te ergeren over
+de langzaamheid van de rechtsspraak.
+
+Levend in een hut, door de inboorlingen gebouwd, koopt zoo iemand
+alle kokosnoten die hem worden gebracht en zoekt voor de eenzaamheid
+troost bij de flesch. Veel heeft hij niet te doen; het blijft bij
+eenig toezicht op de beide Kanaken, die hij gewoonlijk in dienst
+heeft, om de noten in tweeën te splijten. Elke helft wordt aan de zon
+blootgesteld of aan de hitte van een vuur en het gedroogde vleesch
+wordt daarna uit de noot gehaald en heet copra. Dat product wordt
+naar Marseille vervoerd en doet er dienst bij de zeepfabricatie.
+
+Vanaf de kust van Ambrym bespeurt men in het Westen een vrij lang,
+bergachtig eiland, Mallicolo, welbekend op het oogenblik der bezetting,
+omdat daar een zekere J. woonde, die door de inboorlingen werd
+gedood. Zijn dood diende tot voorwendsel voor het zenden van soldaten,
+die de veiligheid van onze landgenooten moesten waarborgen. Er werd te
+Port Sandwich een post gevestigd. Nu wendden wij ons naar die plaats,
+na op Ambrym onze taak te hebben volbracht.
+
+Dick A. diende ons tot loods en leidde ons zonder aarzeling in
+de straat, die uitkwam in de ruime baai van Port-Sandwich. Eerst
+voeren wij langs de Maskelyne-eilanden, ten zuiden van Mallicolo
+gelegen. Men deed er aan vischvangst, en de Europeanen die er woonden,
+met name de heer Mac L., vonden daarin zelfs een bestaan. Wie in
+deze streken vertoeft hoort vaak van den laatste spreken; zijn naam
+komt telkens weer voor in de gesprekken, niet alleen van blanken,
+doch ook van Kanaken. Hij is een der laatste vertegenwoordigers
+van die groep handelaars, die onder de namen van walvischvaarders,
+sandelhoutinzamelaars, houders van slavenschepen oudtijds in dezen
+archipel berucht werden en door hun zeeschuimerij en hun willekeurig
+optreden de vijandige gevoelens tegen de blanken deden ontstaan,
+die nu nog bij de inboorlingen worden opgemerkt.
+
+Hij was dertig jaren geleden zonder een cent in den archipel gekomen
+en bezit nu een vermogen van eenige millioenen, verkregen door den
+handel met de inboorlingen, toen er nog in 't minst geen regel daarin
+was gebracht; en gelukkige speculaties met grond hadden het hunne
+tot zijn fortuin bijgedragen. Uit staatkundig oogpunt was hij een
+verbitterd vijand van den franschen invloed, en hij streed daartegen
+al lange jaren met de grootste geestkracht; van zedelijkheidsstandpunt
+kende hij geen scrupules, zooals gebleken is uit de quaesties, die
+hij had met de Caledonische Maatschappij. Zóó is de heer Mac L.,
+wiens naam door elken reiziger dadelijk nadat hij aan wal stapt wordt
+vernomen; ik moest hem wel met een paar woorden teekenen, en ik heb
+hem dikwijls ontmoet.
+
+Maar om terug te komen op de Maskelyne-eilanden, er zijn er daarvan
+drie. Oudtijds waren ze bewoond door een talrijke bevolking, maar
+nu zijn ze zoo goed als verlaten, en we zagen slechts nu en dan
+eens een boot langs de kust varen. De weinig teergevoelige wervers
+hebben menigmaal gewapende expedities naar den wal gezonden, die de
+inboorlingen met geweld meevoerden, de dorpen verbrandden en zelfs
+vóór hun komst overal schrik en angst verspreidden in de bewoonde
+oorden. Aan die daden van zeeroof moet de ontvolking van vele eilanden
+worden toegeschreven.
+
+Wij kwamen te Port-Sandwich en legden aan in een prachtige, goed
+beschutte haven. Wij waren daar in een betrekkelijk beschaafd land;
+'t is de hoofdstad van den archipel, de stad der pretjes op de
+Nieuwe-Hebriden; daar ontmoeten elkander de coprahandelaars van de
+naburige eilanden en komen er hun opgespaard geld verteren. Men kan
+er waarnemen, hoe zakken copra omgezet worden in kisten jenever,
+tot groot genoegen van die echte drinkers van den Stillen Oceaan.
+
+Wat is Port-Sandwich? Enkele huizen aan weerskanten van de baai,
+één winkel van de Caledonische Maatschappij, een kolendepôt, een
+kade, dat is het eenige, wat er nog te zien is in die veiligste
+haven van de geheele eilandengroep. Maar men moet niet op den schijn
+afgaan; feitelijk wordt daar veel handel gedreven, schepen van alle
+nationaliteiten laten er het anker vallen en brengen er leven en
+beweging; zij laten er koopwaren achter, nemen de producten van
+het land in en brengen die naar Nouméa, Sydney, Queensland of de
+Fidsji-eilanden.
+
+Het is ook een centrum der landbouwkolonisatie. Ik ging aan land,
+om den heer G., agent van de Nieuwe-Hebridenmaatschappij een bezoek
+te brengen. Hij verheugde zich erin, mij de aanplantingen van maïs
+en koffie te kunnen vertoonen, door hem in het leven geroepen, in
+'t belang der maatschappij die hij vertegenwoordigde. Hij bood mij
+allervriendelijkst gastvrijheid aan, en in de schaduw van het aardige
+huis op het strand heb ik prettige oogenblikken gesleten en ik heb er,
+beter dan mij aan boord mogelijk was, mijn aanteekeningen van de reis
+kunnen uitwerken.
+
+Er zijn niet veel Kanaken te Port-Sandwich, en men moet naar het
+binnenland gaan om eenigszins talrijke groepen aan te treffen. Wij
+zetten dus koers naar de westkust van Mallicolo, passeerden weer de
+Maskelyne-eilanden en sloegen vervolgens eene noordelijke richting
+in. De westkust vertoonde een dor, verlaten aanzien. De Nieuwe-Hebriden
+zijn over 't algemeen merkwaardig om hun weelderigen plantengroei,
+om hun prachtige bosschen, zich uitstrekkend tot het strand der zee,
+en men staat verbaasd over den rijkdom van den grond, bedekt met zoo
+velerlei planten en zulke reusachtige boomen. Maar in dit gedeelte van
+Mallicolo is de toestand niet zoo liefelijk; de kust is er steil en
+wordt gevormd door kale rotsen, verdord er uit ziende en geschroeid
+door den fellen zonneschijn. Wel ziet men in de diepte een paar groene
+heuvels, maar men moet vrij ver in het binnenland doordringen, om
+geschikten bouwgrond aan te treffen. Kokospalmen komen aan het strand
+weinig voor, en de Kanaken hebben geen enkele aanplanting gewaagd.
+
+In de baai in 't Zuidwesten, waar wij hadden geankerd, wordt de natuur
+iets beter, dank zij den drie rivieren, die er zich in zee storten en
+door nog al vruchtbare dalen stroomen. Zelfs ziet men na 't passeeren
+van de rots aan den ingang der baai bouquetten van kokospalmen,
+die de inlandsche dorpen voor het oog verbergen. Nauwelijks hadden
+wij op eenige meters afstands van het dorp het anker laten vallen,
+of wij zagen talrijke booten met inboorlingen op ons afkomen,
+luidruchtig op de _Lady Saint Aubyn_ aanroeiend. De aanblik van die
+Kanaken was zonderling; allen hadden ze verbazend puntig toeloopende
+hoofden, glimmende, met kokosvet ingesmeerde haren en armbanden,
+van parelen of van varkenstanden gemaakt. Die puntige vorm van den
+schedel is kenschetsend voor de bewoners van Mallicolo. Dit was het
+eenige punt, waar ik die eigenaardige misvorming heb aangetroffen,
+die een gevolg is van bepaalde manipulaties, op de hoofden der kleine
+kinderen toegepast. Er worden daarvoor banden van boomschors gebezigd,
+die om de hoofdjes worden gewikkeld, om er den gewenschten vorm aan
+te geven. In een der booten zag ik een zoo toegetakeld klein kindje.
+
+Ik heb talrijke wapenen aangekocht, want de inboorlingen hier
+verkochten gereedelijk hun knotsen en pijlen en bogen. De knots is van
+zeer hard hout gemaakt, en heeft een lengte van ongeveer een meter,
+op het eind uitloopend in een kraagje, dat tot steun dient voor de
+hand; de bogen werden gespannen met vezels van bananen.
+
+Deze inboorlingen hebben een groote vaardigheid in het maken van
+pijlen, en zij kunnen ze, heet het, vergiftigen; die, welke ik heb
+kunnen koopen, waren opgeborgen in een doos, die de punten verborg,
+zoodat men zich er niet aan kon verwonden. Zij zijn overtuigd van de
+werkdadigheid van het gif, maar ik kan zeggen, dat de proeven, met
+die pijlen genomen, niet konden doen besluiten tot de aanwezigheid
+van eenig vergif. Hoe het zij, zij passen de volgende methode toe,
+met het doel de pijlen te vergiftigen. Zij halen uit een bepaalden boom
+een kleverig sap, waarmee zij de pijlpunt bestrijken; vervolgens nemen
+ze wat aarde, afkomstig van een ongezonde plek of uit een moeras van
+wortelboomen en laten de punt daarin eenigen tijd staan. Vervolgens
+wordt alles in de zon gedroogd.
+
+Die wapens hebben den naam van zeer gevaarlijk te zijn. Toen ik ze
+uit de doos haalde, om ze te bezien, gingen alle inboorlingen, die
+in een kring om mij heen stonden, ver uiteen en waarschuwden mij
+voor het gevaar, dat mij bedreigde, als ik ook maar het geringste
+wondje kreeg. Toch zou het misschien voorbarig en gevaarlijk zijn,
+ze als volkomen onschadelijk te beschouwen. De voorbeelden van den
+commodore Goodenough, van bisschop Patteson en van veel Europeanen,
+die aan tetanus of spierkramp overleden ten gevolge hunner wonden,
+zijn nog van te recenten datum, dan dat men de vraag van de al of
+niet vergiftigheid als opgelost zou kunnen bespeuren.
+
+De inboorlingen van de zuidwestelijke baai hadden juist bezoek gehad
+van een duitsch werfschip van de Samoa-eilanden; doch niemand van de
+bewoners had zich willen laten aanwerven wegens de slechte behandeling,
+die de arbeiders in de werkplaatsen op die eilanden ondervinden.
+
+Bovendien had eenige jaren geleden Duitschland een oorlogsschip
+gezonden, om den moord van een Duitscher te Mallicolo te wreken;
+de herinnering aan de kanonkogels had de duitsche vlag niet populair
+gemaakt bij deze inboorlingen. Zoo althans luidden de inlichtingen,
+mij verstrekt door een inboorling, die drie jaar op de Samoa-eilanden
+had gewoond.
+
+Mijn wandelingen over het eiland voerden mij een paar keeren naar een
+dorp, aan den rand van een lagune gelegen, die vrij diep landwaarts
+in drong; de hutten waren alle van riet en bamboes opgetrokken;
+maar het huis van het hoofd was gemakkelijk herkenbaar aan de heg er
+omheen en aan de groote schelpen en onderkaken van varkens, die het
+dak versierden. Het hoofd heeft ook nog een ander voorrecht; bij zijn
+dood wordt namelijk zijn lichaam in stroo en in lianen gewikkeld en
+zoo met klei bestreken en gekleurd met zwarte, roode en blauwe verf,
+waarna het in een bepaald gebouw wordt geborgen, dat de lijken der
+stamhoofden bevat.
+
+Ik heb het kunstenaarstalent van deze Kanaken kunnen bewonderen in
+de koppen van klei of leem, die men in de hutten aantreft, en in de
+maskers van boomschors met groote, puntige hoeden gekroond, die zij
+gebruiken bij de groote feesten of _sinn-sinn_. Maar ik zou niet
+durven zeggen, dat de vormen of de teekeningen tot modellen konden
+dienen voor onze europeesche kunstenaars.
+
+Bij mijn omzwervingen door het dorp heb ik weinig vrouwen ontmoet; die
+ik zag, waren gekleed in een zeer primitief costuum, bestaande uit een
+gordel van pandanusbladeren, maar ik heb tevens kunnen constateeren,
+dat ze alle de snijtanden in de bovenkaak misten, een eigenaardige
+mode op het eiland Mallicolo.
+
+De zuidwestelijke baai is de eenige goede reede aan de kust; wij gingen
+dus nergens aan wal, behalve met kleinere bootjes. In de Espièglebaai
+begonnen wij te onderhandelen met enkele inboorlingen, die ons
+beschroomd naderden. Men bespeurt wel, dat dit deel van het eiland
+zelden bezoek krijgt. De bewoners keken den Europeaan verbaasd aan,
+en toen ze een beetje vertrouwd met hem raakten, werd hij betast, alsof
+ze wilden voelen of hij wel van eenzelfde maaksel was als zij. Een der
+Kanaken met witte, scherpe tanden voelde mijn armen en kuiten en scheen
+bij zich zelven iets te overleggen, waarvan ik de strekking ten halve
+begreep. De kannibalenneiging van de inboorlingen dezer kust is bekend,
+en mijn vriend taxeerde mij denkelijk eens, om te zien of ik al goed
+was voor een feestmaal van menscheneters. Bij sommige stammen bepalen
+ze zich er niet toe, door bewegingen hun gedachten aan te duiden,
+maar uiten een paar woorden, die "goed om te eten" beduiden en die
+u doen beseffen, met welke oogen ze uw persoon zoo nauwlettend opnemen.
+
+Mallicolo is niet zeer vruchtbaar in het gedeelte dat wij nu bezochten;
+er waren weinig plantages en de grond was er dor; hij bestond enkel uit
+vulkanische rotsen, waarop geen boom of plant groeide. Wij haastten
+ons, dat ongastvrij oord te verlaten, en wij bereikten al gauw de
+Bougainvillestraat, die dit eiland van Espiritu Santo scheidt. Door
+die straat voer Bougainville, toen hij het eiland ontdekte. Langen tijd
+had men de Nieuwe-Hebriden beschouwd als deel uitmakend van het groote
+Zuidelijke vastland; maar de fransche zeevaarder bracht de waarheid
+aan het licht, door aan te toonen, dat zij een eilandengroep vormen,
+terwijl Cook later de zuidelijke eilanden er van zou ontdekken.
+
+Het zal misschien interessant zijn, den lezer er aan te herinneren,
+dat bij gelegenheid van deze reis een vrouw voor de eerste maal de reis
+om de wereld deed. Dat feit werd door Bougainville ontdekt, juist toen
+hij zich bij Mallicolo bevond. Ziehier, in welke omstandigheden. Het
+gerucht liep aan boord van de _Etoile_, dat de bediende van den heer
+de Commerçon een vrouw was. Die persoon, Baré geheeten, volgde den
+meester overal heen, had mee de bergen aan de Magellaensstraat bestegen
+en deinsde voor geen enkelen vermoeienden tocht terug. De bewoners
+van Tahiti hadden het eerst hare sekse geraden, die door niemand der
+medepassagiers nog was vermoed; zij gedroeg zich trouwens altijd kalm
+en behoorlijk als een teruggetrokken, stille jonge man. Bougainville
+liet haar bij zich komen en zij bekende, dat ze uit droefheid over
+den dood van haar verloofde mannenkleeren was gaan dragen en zich
+als knecht had verhuurd.
+
+Wij deden zulk een ontdekking niet aan boord van de _Lady Saint Aubyn_,
+maar na een doodkalmen overtocht, die door geen enkel incident werd
+gekenmerkt, lieten wij het anker vallen bij het eiland Vao, vóór de
+oostkust van Mallicolo. Al spoedig kregen we hier bezoek van een
+landgenoot, pater L., een zendeling der Maristen, die sedert twee
+jaren te Mallicolo woont en de inboorlingen tot het katholieke geloof
+tracht te bekeeren. Hij heeft niet veel succes, want de bewoners van
+dit eiland zijn afkeerig van europeeschen invloed; zij leven slechts
+van roof en plundering en hebben volstrekt geen vreedzame gevoelens
+tegenover den zendeling, dien zij elk oogenblik met den dood bedreigen.
+
+Ik bewonder den moed van dezen Franschman, wiens handelingen waarlijk
+wel de vergelijking kunnen doorstaan met die van de engelsche
+presbyteriaansche zendelingen; geen zucht naar winst doet hem in deze
+streken blijven en hij tracht ook niet, zich een behagelijk interieur
+te bezorgen, dat nadeel zou kunnen doen aan de zaak die hij wil
+dienen. Ik bracht een bezoek aan zijn huis, van riet opgetrokken en
+met allerprimitiefste meubels; een houten tafel, twee matten stoelen,
+een bed in een hoek was alle ameublement; zijn voedsel was hoogst
+eenvoudig en bestond uit knollen en beschuit met hetgeen eenige
+blikjes opleverden. Ik dronk er echter een uitstekend glas bier,
+bereid uit een plant van die streek.
+
+Vao is een dichtbevolkt eilandje, maar toen wij het anker er
+uitwierpen, ontdekten wij geen enkelen inboorling op het strand; alle
+Kanaken waren inderdaad naar liet groote eiland Mallicolo gegaan, om er
+op de plantages te werken of om met het geweer in de hand de arbeiders
+te verdedigen tegen aanvallen van de inboorlingen uit het binnenland.
+
+Tegen vier uur in den avond zagen wij ze terugkeeren naar hun dorpen
+op het kleine eiland; enkelen verkochten ons in 't voorbijgaan hunne
+aardvruchten en boden mij een plaats aan in hun booten. Zij zetten
+mij aan het strand af, en ik behoefde maar enkele schreden te doen,
+om in het dorp te komen. Een troep varkens en honden liep dadelijk
+om mij heen en wilde mij de nadering beletten; maar de inboorlingen
+kwamen er op toe en verjoegen de dieren met hun stokken. Ik beloonde
+mijn redders door pijpen en tabak onder hen uit te deelen; die
+edelmoedigheid bezorgde mij hun vertrouwen, en zoo kon ik met hen
+een gesprek beginnen.
+
+Sedert eenige dagen was een der hoofden uit het dorp boos op de
+blanken, omdat Mac L., van wien ik reeds heb gesproken, hem zijn
+zoon had ontroofd, die nu te Port-Vila bij dien Engelschman moest
+werken. Hij ontvouwde mij zijn grieven, en de goudgalons ziende op
+de mouwen van mijn buis, vroeg hij mij, of ik hem door middel van de
+oorlogsschepen recht wilde doen weervaren; als belooning zou ik een
+hermaphroditisch varken ontvangen. Dat was een prachtig cadeau in
+de oogen der inboorlingen, want voor een hermaphroditisch varken kan
+men het ver brengen in den stam, zich een hooge positie verschaffen
+en zelfs een vrouw koopen.
+
+Wij hadden spoedig ons recruteeringswerk op het eiland Vao ten einde
+gebracht. De nabijheid van de coprahandelaars maakte, dat de menschen
+hun kokosnoten aan den man konden brengen en dat ze in ruil daarvoor
+europeesche waren konden erlangen; dus gevoelden zij geen behoefte,
+om elders hun kostwinning te zoeken en verlieten niet graag hun
+geboortegrond. Wij vervolgden onze vaart naar het Noorden van den
+archipel en waren voornemens, het noordelijkste en grootste eiland
+van de groep te bezoeken, het eiland Spiritu Santo of kortweg Santo.
+
+Wij voeren om de zuidpunt van het eiland Malo heen en konden een
+fransche driekleur ontdekken, die ons in 't voorbijgaan groette. Dat
+was de woning van pater D., een fransch zendeling, die reeds dertig
+jaren in de Stille Zuidzee verblijf houdt. Hij heeft de eilanders
+op de Fidsji-eilanden bekeerd, en beproeft thans de inboorlingen van
+Malo tot het Katholicisme te brengen.
+
+Door een gunstigen wind gedreven, kwam de _Lady Saint Aubyn_ in het
+Bruatkanaal, dat het eiland Aoré van Malo scheidt en langs Tongoa
+gaat, waar de dweepzieke Presbyteriaan A. woont, om vervolgens het
+anker uit te werpen bij kaap Lisburn op de westkust van Spiritu Santo.
+
+Ik heb weinig zulke schilderachtige plaatsen gezien als het dorp
+Nouvin, tegenover hetwelk wij stilhielden; het was gebouwd op de
+helling van een heuvel, aan welks voet een bevaarbare rivier stroomde;
+de oevers waren met boomen en struiken begroeid, waardoor de reizigers
+beschut waren tegen de felle zonnestralen, en de zandige bedding van
+den helderen stroom lokte uit tot het nemen van een verfrisschend bad.
+
+Maar het komt mij voor, dat de inboorlingen van Nouvin een heiligen
+schrik hebben voor het heldere water, want ze zijn bedekt met een laag
+oud vuil, en de lompen, die maar povertjes hun naaktheid bedekken,
+schijnen al heel zelden met de wasch kennis te hebben gemaakt. Zij
+maken hun leelijkheid en hun vuilheid nog erger door de verf, die
+zij op zich smeren; haren en baard bedekken ze met rood oker, en als
+sieraden droegen ze banden van schelpen om de armen en bloemen in
+de haren.
+
+Behaagzucht schijnt niet in 't bijzonder eigen aan de vrouwen, want
+de mannen toonen zich hier niet minder ijdel, en beide geslachten
+meenen zich mooi te maken door misvormingen van den neus en de
+ooren. De haartooi wisselt af naar den smaak der heeren en dames;
+de eenen droegen zeer korte haren, de anderen waren kaal geschoren
+en er waren er, die een klein bundeltje hadden laten staan of die het
+haar hadden laten groeien en het in een vlecht hadden bijeengebracht.
+
+Ik heb in hun handen een wapen opgemerkt, dat in 't bijzonder aan
+Santo eigen is, een assegaai van ongeveer 2 1/2 M. lengte, van hout;
+de bovenkant is belegd met menschenbeenderen over een aanmerkelijke
+lengte en het wapen loopt uit in drie beenderen als een drietand. De
+wonden die er door worden gemaakt, zijn zeer gevaarlijk, want die
+beenderen breken af en blijven in de wond achter, waarvan zij de
+genezing tegenhouden. Voor een doosje buskruit kon ik verscheidene
+van die wapens koopen.
+
+Wij maakten ons gereed, om langs de westkust te gaan. Dit deel van het
+eiland is bergachtig; de dalen zijn zeer smal en niet vruchtbaar. Er
+is veel overeenkomst tusschen deze westkust van het eiland Santo en
+de oostkust van Nieuw-Caledonië; sommige mijnontginners hebben dan
+ook gehoopt, dat het eiland rijk aan mineralen zou wezen en hebben er
+met dat doel onderzoekingen gedaan. Ik geloof niet, dat hun pogingen
+met succes bekroond zijn geworden.
+
+Toen wij te Poussey passeerden, sprak een inboorling ons over een
+blanke, die eenige maanden geleden op de kust was ontscheept en er nu
+nog aan het graven was. Tot nu toe was het hem nog alleen gelukt, de
+inboorlingen te verbazen, die, toen ze zagen, dat hij gewicht hechtte
+aan steenen, hem voor een krankzinnige hielden. Het was een zekere
+V. een bevrijde gevangene uit Nouméa; hij heeft van zijn tocht niet
+veel kostbaar gesteente meegebracht, maar wel veel koortsaanvallen.
+
+In de buurt van Poussey kwamen ons veel booten tegen, sommige met
+varkens, andere met aardvruchten of met suikerriet geladen. Dat punt
+aan de kust is een plaats, waar veel inlanders uit het binnenland
+samenkomen met die van de Saint-Philippebaai en Poussey. Die laatste
+verkoopen, in ruil voor de levensmiddelen, welke hun worden gebracht,
+het aardewerk dat zij zelf fabriceeren en dat zij alleen kunnen maken
+op het eiland. Het zijn aarden potten van verschillende grootte,
+vaak met lijnteekeningen versierd, en vrijwat weerstand biedend aan
+de hitte; ze worden voor het koken van het voedsel gebruikt.
+
+Het scheen mij, dat de inboorlingen van Santo niet zoo laag stonden
+als die van de zuidelijker eilanden. Wij kregen te Poussey een man
+met zijn vrouw aan boord, die wel naar Nouméa wilden meegaan; maar
+zij stelden als voorwaarde, dat ze in hetzelfde huis en op dezelfde
+plantage moesten dienen. Ze hielden elkander teeder aan de hand en
+schenen ware genegenheid voor elkaâr te koesteren. De positie der
+vrouwen scheen hier over 't algemeen beter dan in de andere deelen
+van den archipel.
+
+Buitendien werden de inboorlingen ook intelligenter, hoe verder wij
+naar het Noorden van den archipel vorderen; ze kregen meer besef
+ook van zedelijkheid en zorgden vooruit voor wat hun materiëel
+bestaan kon verbeteren. Zij eten vrij smakelijk, en een van de
+door ons aangeworvenen kreeg van zijn vrienden een gerecht cadeau,
+in bananenbladeren gewikkeld, dat heel lekker rook en bestond uit
+varkensvleesch met aardvruchten en kokosmelk toebereid. Zij gebruikten
+het òf met houten vorken òf door er balletjes van te rollen en die
+in den mond te steken.
+
+Ik kreeg een uitnoodiging, om aan het festijn deel te nemen, en
+ik proefde het inlandsche gerecht, dat niet kwaad smaakte en zeer
+voedzaam moet zijn.
+
+Onder de inboorlingen, die wij ontmoetten, hadden sommigen een
+lichte huidskleur, anderen waren donkerder en allen hadden sterker
+krullende haren dan de bewoners der zuidelijker eilanden en vooral van
+Erromango. In voorbijgegane eeuwen moeten volken van verschillende
+afkomst zich hier neergezet, en hebben zich met de autochthone
+bevolking vermengd; dus is het niet verwonderlijk, dat wij vrij sterke
+individueele verschillen aantroffen. Maar het gemiddelde type was
+niet leelijk; het ras van Santo was sterk en gespierd.
+
+De vereeniging van de vele bewoners uit verschillende hoeken van het
+eiland op de markt te Poussey gaf aanleiding tot feesten en nationale
+dansen. Het heeft mij zeer gespeten, dat ik eenige dagen te laat kwam,
+want anders had ik een zonderlinge plechtigheid kunnen bijwonen,
+eigen alleen aan dit eiland.
+
+Ofschoon ik het zelf niet heb gezien, kan ik den lust niet weerstaan,
+er van te vertellen naar de beschrijving, die de inboorlingen mij
+er van hebben gegeven. Het feest wordt geleid door het hoofd van den
+stam, welke man rood is gekleurd en met bloemen is behangen. Kleine
+speenvarkentjes worden vastgebonden en ingepakt neergelegd op de markt
+bij de op den grond gezeten jongelieden. Op een gegeven oogenblik
+loopen twee mannen naar de jongelieden toe en moeten blijven staan, om
+van ieder een zweepslag te ontvangen. Vaak bedekken zij hun bovenlijf
+met schors, om de gevoeligheid der slagen te keeren. Ieder man uit
+den stam moet aan de plechtigheid deelnemen. Al dien tijd dansen
+en springen vijf of zes inboorlingen op het feestterrein rond,
+en op dat oogenblik worden de kleine ingepakte varkentjes hoog in
+de lucht opgegooid en moeten op het hoofd der dansers terugvallen,
+die ze moeten vangen of oprapen.
+
+Ik zou graag nog langer te Poussey zijn gebleven, om beter en langer de
+zeden dier inboorlingen te kunnen bestudeeren; maar ons werven had er
+geen succes. Wij moesten onzen weg dus vervolgen naar kaap Cumberland,
+de noordelijkste punt van den archipel. We voeren gemakkelijk er
+omheen, liepen in de Saint-Philippebaai binnen en ankerden dichtbij
+een rivier, die den naam van "de Jordaan" droeg. Daar had Quiros
+zijn Nieuw-Jeruzalem willen stichten, toen hij de eilanden in 1606
+ontdekte. Hij hield processies aan den wal, liet het kruis rondom de
+baai voeren en maakte zich gereed om de fondamenten te leggen van
+zijn heilige stad, toen zijn metgezellen in opstand kwamen en hem
+dwongen naar Spanje terug te keeren.
+
+Enkele reizigers hebben beweerd, dat de spaansche zeevaarder zijn
+plannen wel reeds ten uitvoer had gebracht, dat hij een stad had
+gesticht met muren er omheen, waarvan de sporen nog over zouden
+zijn. Maar ik vermoed, dat die inlichtingen alleen in het brein
+dergenen, die ze heetten te hebben ontvangen, waren ontstaan. Ik heb
+herhaaldelijk wandelingen op het eiland gedaan, en ik heb niet het
+minste spoor kunnen ontdekken van een oude stad. Bovendien behoeft
+men slechts het rapport van Quiros te lezen, om verzekerd te zijn,
+dat zijn plan niet werd volvoerd; 't is dus noodelooze moeite naar
+sporen te zoeken van iets, dat niet heeft bestaan, en het moet iets
+van een tweede gezicht geweest zijn, als er personen geconstateerd
+hebben, dat ze muren van Nieuw-Jeruzalem hebben aanschouwd.
+
+Ik zal niet zeggen, dat de plaats slecht gekozen zou zijn; integendeel
+ben ik er van overtuigd, dat een ernstige poging tot kolonisatie in de
+Saint-Philippebaai kans van slagen zou hebben. De haven is buitengewoon
+ruim en heeft talrijke ankerplaatsen, maar zij is ongelukkig niet
+beschut tegen de noordenwinden. Acht rivieren storten zich uit in de
+baai en stroomen door diepe, vruchtbare dalen; de kuststrook is met een
+weelderigen plantengroei bedekt, en op korten afstand ziet men reeds
+velden met humuslagen, die voor allerlei culturen geschikt zouden zijn.
+
+De bewoners zijn nog al zacht en vreedzaam. De Saint-Philippe baai is
+een der weinige plaatsen op de Nieuwe-Hebriden, waar nooit aanvallen
+op Europeanen zijn voorgekomen; de inboorlingen komen ons vriendelijk
+bezoeken en zijn gelukkig, hun producten te verkoopen tegen kruit
+en lood. Zij houden veel van de jacht en zijn buitengewoon behendig
+in het dooden van de talrijke wilde eenden, die rondvliegen aan de
+oevers van de Jordaan.
+
+Hier trekken, evenals te Mallicolo, de vrouwen zich de beide voortanden
+uit van de bovenkaak; zij dragen geen andere kleeding dan een gordel
+om de lendenen. De mannen dragen een band om het middel, waaraan
+een vlechtwerk hangt, dat de geslachtsorganen verbergt. De beide
+geslachten houden er van, zich het gelaat rood te verven, en enkelen
+doorboren zich het tusschenschot van den neus met een stukje koraal.
+
+De Saint-Philippebaai ligt ten noorden van den archipel der
+Nieuwe-Hebriden; dus moeten wij ons wel weer zuidwaarts begeven, om
+met de werving op die eilanden voort te gaan, eer we ons tot de groep
+der Salomonseilanden wenden. De inlichtingen, die wij op reis hadden
+gekregen, gaven ons hoop, dat we op het eiland Aoba talrijke contracten
+zouden sluiten; daar, zoo heette het, wenschten de bewoners in Nouméa
+te werken, wanneer ze in betaling geweren kregen en ammunitie. Wij
+verlieten onze ankerplaats aan de Jordaan, en na kaap Quiros te zijn
+omgezeild, wendden wij den steven naar het eiland Aoba.
+
+De zuidoostenwinden, die hevig bliezen, vertraagden onze vaart,
+en ondanks den geringen afstand tusschen Santo en Aoba deden wij er
+drie dagen over, eer we op de noordoostkust van laatstgenoemd eiland,
+te Naboekiriki, landden. We gingen een kleine baai voorbij, die in
+den laatsten tijd op Nieuw-Caledonië zeer bekend was geworden. Daar
+woonde namelijk een coprahandelaar van fransche afkomst, de heer M...,
+wel bekend te Nouméa; enkele weken geleden was hij door de inboorlingen
+vermoord geworden; zijn lijk werd teruggevonden, in den grond begraven.
+
+Ofschoon zij in beschaving zich boven de andere eilanders verheffen,
+en ondanks hun nauwe aanraking met de weer hooger staande Polynesiërs,
+hebben de inboorlingen van Aoba toch niet geheel hun bloeddorstige
+neigingen overwonnen; ze zijn altijd gevaarlijk en verdienen in
+'t geheel geen vertrouwen.
+
+De bewoners van den oever der zee werpen alle verantwoordelijkheid
+voor zulke misdaden op de Kanaken uit het binnenland of van het bosch;
+zij zouden bijna van verontwaardiging blozen, als men hen van zulke
+wandaden beschuldigde, maar het is toch zaak, ook tegenover hen op
+zijn hoede te zijn.
+
+Toch kan ik geen weerstand bieden van het verlangen, om het dorp
+Naboekiriki te bezoeken. Het hoofd van den stam is ons komen zien
+en inviteerde ons, om ten hunnent te verschijnen. Eenmaal aan land,
+volgden wij een smal pad door het bosch en kwamen weldra op een
+open plek, een plein, met hutten eromheen, die goed gebouwd waren,
+met matten uitgespreid op den vloer en zonder al te veel rook. In
+een hoekje stonden de trommels of liever holle boomstammen, die als
+muziekinstrumenten werden gebruikt, maar ze lagen op den grond en
+stonden niet overeind, zooals te Mélé.
+
+Ik zag buiten het dorp een platform; daar troonde het hoofd van den
+stam op de dagen van _sinn-sinn_ of groote feestelijkheden; zijn taak
+was het, bij die gelegenheden met zijn pijlen de varkens te dooden,
+die ieder inwoner moet leveren en die vervolgens worden gebruikt bij
+de feestmaaltijden van het volk.
+
+Dit dorpshoofd ontving ons zeer vriendelijk; ik ontving een
+welkomstcadeau van hem, bestaande in een kip en veel bananen; ik
+gaf hem daarvoor tabak, een flesch jenever en daar ik wist, dat
+geweven stoffen te Aoba zeer op prijs werden gesteld, deed ik er
+mijn zijden halsdoek bij, waarmee hij prijken zal op de dagen der
+groote plechtigheden. De eenige kleeding van deze menschen bestaat
+in een lap katoen tot bedekking van hun naaktheid; als zij daarvoor
+geen europeesche weefsels hebben, nemen ze eigen gevlochten matjes,
+soms niet zonder smaak gefabriceerd.
+
+Zooals ik boven zeide, de bewoners van Aoba verschillen vrijwat
+van de andere bewoners der Nieuwe Hebriden; dat hangt samen met de
+ligging van het eiland, die zeer gunstig voor vreemde immigratie is,
+met name van de Samoa-eilanden. In een betrekkelijk nog niet ver
+achter ons liggenden tijd moet Aoba Polynesiërs hebben opgenomen,
+komend van de naburige eilandengroepen. Die hebben zich vermengd met
+de oorspronkelijke bewoners, en zoo is dat bijzondere ras ontstaan,
+dat een eigenaardigen lichaamsbouw en eigen gewoonten en zeden
+kan aanwijzen. In een groep menschen van de Nieuwe-Hebriden zal ik
+altijd de Kanaken uit Aoba kunnen ontdekken aan hun groote gestalte,
+hun intelligent gelaat, het niet zeer geaccentueerde prognatisme,
+de krullende haren en vooral aan de lichte gelaatskleur. Evenals
+de Polynesiërs wonen deze Kanaken niet in kleine dorpen bijeen,
+maar vormen groote stammen of volken, wier hoofden eene absolute
+heerschappij uitoefenen. Hun taal bevat veel bestanddeelen, die aan de
+dialecten van Tahiti, Tonga en Samoa herinneren. Ik zal niet verder
+ingaan op de ethnologische verschillen; men zou veel ruimte noodig
+hebben, om ze nauwkeurig na te gaan. Maar ik ben blij, Aoba te hebben
+bezocht, want op dat eiland heb ik de ingewikkelde quaestie van de
+verhuizingen in de Stille Zuidzee kunnen bestudeeren.
+
+Die vermenging met polynesisch bloed verklaart de groote losheid van
+zeden, die dit eiland kenmerkt; de Papoea is namelijk zeer jaloersch
+en onttrekt zijn vrouw liefst aan alle onbescheiden blikken; maar de
+bewoner van Aoba is niet zoo scrupuleus en aarzelt niet, zijn vrouw
+volle vrijheid te laten. De jonge meisjes zijn ook ver van beschroomd
+en vluchten niet bij de nadering van een vreemde, zooals op de andere
+eilanden; met een lapje rood katoen of een parasol wordt haar deugd
+gemakkelijk op zij gezet.
+
+Ik verliet het dorp Naboekiriki en alle bewoners deden mij uitgeleide
+tot op het strand. We liepen een groep jonge vrouwen voorbij, die
+in zee hadden gezwommen en zingend naar het dorp terugkeerden;
+zij groetten mij lachend en schenen zich vroolijk te maken over
+den vreemdeling.
+
+Een kleine boot wachtte, om mij naar ons schip terug te brengen,
+en even later zette de _Lady Saint Aubyn_ naar Walhara koers.
+
+Daarna gingen wij naar Duin-Dui, waar ik een Kanakeninboorling
+ontmoette, die eigendommen had in Queensland. Hij sprak zuiver
+Engelsch en had met parelvisscherij in de Torres-straat zich een groot
+fortuin verworven. Daarna was hij te Brisbane gaan wonen en had een
+Engelsche getrouwd. Hij was nu een paar maanden in zijn geboorteland
+komen doorbrengen en was voornemens, spoedig naar Australië terug te
+keeren. Zijn voorbeeld toont aan, hoe dit ras zich op kan werken en
+pleit voor de intelligentie der bewoners van Aoba.
+
+Wij passeerden het eiland Aurora, dat kort na ons vertrek een treurige
+vermaardheid heeft verkregen door een catastrophe, die schrik
+en ontsteltenis verspreide onder de zeevaarders van den Stillen
+Oceaan en vooral onder hen, die, als wij, zich met de werving van
+arbeidskrachten bezighielden.
+
+Wij hadden te Port Havannah een jongen Creool van Mauritius ontmoet,
+die in den archipel reisde met zijn schip, de _Constantine_, waarop
+een fransche kapitein het bevel voerde. Hij liet het anker vallen
+vóór de kust van Aurora met het plan, er eenige inboorlingen te huren,
+maar de bewoners van het eiland maakten misbruik van het vertrouwen,
+dat de Creool in hen stelde, en vermoordden hem en den kapitein met
+enkelen der bemanning, terwijl het schip in brand werd gestoken.
+
+Alle eilanden van de groep der Nieuwe-Hebriden zijn gevaarlijk; er is
+er geen enkel, waar men een onbepaald vertrouwen in de inboorlingen
+kan stellen. Maar Aurora of Maïro verdient speciaal den slechten naam,
+dien het heeft; men moet daar bij uitstek voorzichtig zijn.
+
+Overigens kan men aan hun gewoonten al gauw merken, met welke soort
+van menschen men te doen heeft; als een der Kanaken sterft, is het de
+gewoonte een anderen te dooden, om den doode gezelschap te houden; het
+is niets ongewoons, dat een moeder haren zoon vraagt om haar te dooden,
+ten einde een gestorven dochter niet alleen de reis te laten doen.
+
+Geen enkele Europeaan hield ten tijde van ons bezoek op Maïro verblijf,
+en ik geloof niet, dat er ooit een blanke heeft gewoond. Het gemis
+aan veiligheid, de afwezigheid van havens houden vreemde schepen op
+een afstand; de bevolking is er echter talrijk en de plantengroei
+weelderig; men vindt er vooral veel broodboomen, die er het
+hoofdvoedsel leveren evenals op Tahiti. Het eiland is goed besproeid,
+en van het dek der boot konden wij watervallen onderscheiden, die
+van groote hoogte neervielen en een schilderachtig aanzien aan het
+eiland gaven.
+
+Daarna verlieten wij den archipel der Nieuwe-Hebriden. Met een
+gunstigen wind zette ons scheepje koers naar het Noordwesten, en wel
+naar de Salomonseilanden, waarvan ongeveer 800 mijlen ons scheidden.
+
+De archipel der Salomons-eilanden werd door Mendana in 1564 ontdekt,
+en sinds dien tijd is hij alleen bezocht geworden in de 18de eeuw
+door Surville en d'Entrecasteaux. Ten tijde van zijne expeditie
+naar het eiland Vanikoro deed Dumont d'Urville deze eilanden aan;
+maar sinds dien tijd is er nooit een fransch oorlogschip verschenen.
+
+Onze aardrijkskundige litteratuur levert ook in 't geheel geen
+documenten over de Salomons-eilanden, al zijn ze belangrijk genoeg
+ook uit het oogpunt van den reiziger. Hun oppervlakte is tienmaal
+die van Corsica. De grootste eilanden zijn Bougainville, Choiseul,
+Isabel, Malaïta, San Cristoval en Guadalcanar; de drie laatste hebben
+wij bezocht.
+
+Het deed ons allen veel genoegen, die zoo weinig bekende streken
+te leeren kennen. Honderdmaal had men ons de vijandige gezindheid
+der bewoners voor oogen gesteld, hun woeste zeden en hun aanvallen
+op Europeanen.
+
+Welk vertrouwen verdienden die verhalen? Zullen wij ook van dergelijke
+aanvallen te lijden hebben. De uitkomst zou ons dat alles precies
+leeren.
+
+Den 30_sten_ September, tegen acht uur's morgens, werd dus het land
+met vreugde begroet, en onze oogen trachtten het kleine stipje te
+herkennen, dat alleen een zeer doordringend oog kon onderscheiden.
+
+Wij naderden de kust bij de oostpunt van de zuidkust op het eiland
+San-Cristoval.
+
+Maar weldra ging de wind liggen; wij konden niet voort, en eerst om
+drie uur in den namiddag konden wij er aan denken, aan land te gaan,
+terwijl ons schip, daar er geen haven was, op twee mijlen afstands
+van de kust moest blijven.
+
+De beide bij ons schip behoorende booten werden meegenomen, en ik nam
+er in plaats met de wapens en de ammunitie, om ons te verdedigen, en
+met de ruilwaren en geschenken, die voor ons de inboorlingen gunstig
+moeten stemmen.
+
+Wij wendden ons naar het dorp Makira, waarvan de hutten, aan het
+strand gelegen, aardig tegen het groen uitkwamen en veel geleken op
+groote bijenkorven. Zij werden overschaduwd door tal van kokospalmen
+en stonden te midden van een weelderigen plantengroei, herinnerend
+aan dien der tropische landen. Geen duimbreed gronds, of er hadden
+zich planten ontwikkeld, en er waren hier en daar dichte bosschen
+verrezen, waarin licht en lucht slechts met moeite doordrongen.
+
+Onze beide bootjes bleven bijeen, om elkander zoo noodig wederkeerig te
+beschermen; dat was een eisch van voorzichtigheid, want een verrassing
+of plotselinge aanval van de zijde der inboorlingen behoorde niet tot
+de onmogelijkheden. Op eenige meters afstands van het dorp zagen wij
+de inboorlingen ons te gemoet komen, allen gewapend met assegaaien,
+knotsen en andere wapens, zoo niet tot den aanval, dan toch ter
+verdediging geschikt, want zij kenden ook onze bedoelingen niet.
+
+Er werd een gesprek aangeknoopt. Onze hoedanigheid van Franschen en
+onze komst uit Nouméa scheen de bewoners niet af te schrikken, dus
+hebben onze voorgangers er geen slechten indruk achtergelaten. Zoodra
+ze waren gerustgesteld, naderden ze ons; ze vroegen om 't hardst om
+tabak, pijpen en lucifers, en hun geestdrift steeg ten top, toen wij
+hun een geweer en patronen gaven en dat beloofden aan elken inboorling,
+die te Nouméa wilde komen werken. Dadelijk verklaarden twee sterke,
+jonge mannen zich bereid om te vertrekken, en zonder op de smeekingen
+en vertoogen van hunne vrienden te letten, klommen ze in de boot en
+plantten zich op de achterbank.
+
+De tegenwerpingen van de ouders zonken in het niet voor de betaling,
+die voor beide verbintenissen werd uitgekeerd; wij gaven hun een
+Snidergeweer, 20 patronen, 1 K.G. tabak, 20 pijpen, 20 doosjes
+lucifers, een groot mes en eenig glaswerk, alles misschien ter waarde
+van ongeveer 30 francs.
+
+Ik kon op mijn gemak deze inboorlingen bekijken, die om ons heen
+drongen, begeerig om ons wat te verkoopen, armbanden, wapens e.d. In
+enkele minuten deed ik voor een zeer bescheiden sommetje den aankoop
+van vele ethnographisch interessante voorwerpen, die een plaats
+zullen erlangen in 't museum op het Trocadéro. Ik wachtte tot ik weer
+aan boord zou zijn, om ze te rangschikken en te onderzoeken wat ze
+mij zouden kunnen leeren over het karakter van dit ras, dat mij op
+het eerste gezicht uit verschillende elementen scheen samengesteld,
+goed van elkander te onderscheiden door kleur, vooruitsteken van de
+wangbeenderen en soort van haar.
+
+Dadelijk bij onze nadering had mij het groote aantal vrouwen en
+kinderen getroffen, dat op ons was komen toeloopen en ons met
+nieuwsgierige blikken bekeek; het was een goed voorteeken, want
+in geval van vijandige bedoelingen zouden de mannen, om vrijer in
+hunne bewegingen te zijn, wel hun gezinnen op den achtergrond hebben
+gehouden.
+
+Die vrouwen kwamen geheel naakt op het strand; ze hadden zelfs niet het
+vijgenblaadje, dat Eva beroemd heeft gemaakt; ze waren slank gebouwd,
+en het ontbrak haar niet aan een zekere gratie. Het onbescheiden
+kijken van de vreemdelingen scheen haar niet te verontrusten en ook
+niet de jaloezie der mannen gaande te maken.
+
+Zij vroegen vrijmoedig om tabak, en er waren een paar tandelooze
+oudjes, die een stompje pijp in den mond hadden, 't welk bij gebrek
+aan voedsel lang had gerust. Deze kust wordt zeer zelden door vreemde
+schepen aangedaan, en europeesche waren zijn er schaarsch.
+
+Het was een wedstrijd, wie van haar het snelst haar parelmoeren
+armbanden en oorringen of neusversierselen zou afdoen, om ze af te
+staan tegen een doosje lucifers, een pakje tabak of een halssieraad
+van koralen. De katoenen of andere geweven stoffen hadden hier in
+'t geheel geen waarde; die zijn overbodige luxe voor de schoonen van
+de Salomonseilanden.
+
+De sympathieke ontvangst, die wij genoten, haalde ons over, uit de
+booten te stappen en het dorp van dichterbij te bezien. Het lag eenige
+meters van het strand verwijderd, en op den rug van een inboorling
+gezeten, zette ik voor de eerste maal den voet op den grond der
+Salomons-eilanden, of eigenlijk raakte mijn voet eerst later den
+grond. In betaling gaf ik mijn drager een patroon en nam hem als
+gids aan.
+
+De huizen stonden achter elkander tegen een heuvelhelling aan, die
+tot het strand doorliep. Om er te komen, moesten wij over groote
+boomstammen springen, die door den storm gevallen waren, en die door
+de zorgeloosheid der inboorlingen maar op den weg waren blijven
+liggen. Overal stonden verder reuzenboomen, die diepe schaduwen
+wierpen over de lage, primitieve hutten. Men behoeft geen bekwaam
+bouwmeester te zijn, om in een oogenblik zoo'n huis te verwaardigen,
+waarin deze menschen wonen met heel hun gezin en hun honden en
+varkens. Eenige bamboestaken, dicht aaneen in den grond gestoken en
+door lianen aaneengebonden, een paar palen nog om het stroodak te
+steunen, een opening aan elken kant en 't huis is gereed; de grond
+zelf dient als vloer, een paar steenen als vuurhaard, dorre bladeren
+als familielegersteden. In den eenen hoek lagen wapens, in een anderen
+houten drinknappen en eenige matten, dat was alle meubileering. Een
+deur ontbrak, er was niets te halen voor dieven.
+
+Met de grootste vriendelijkheid lieten de inboorlingen mij binnen in
+hunne huizen, en ze zouden het zelfs onvriendelijk hebben gevonden,
+als ik aan hunne uitnoodiging geen gevolg had gegeven. Zij schenen
+mij iets beters te verdienen dan hun slechten naam, en voorwaar,
+toen ik in een der hutten was, om naar een zeldzaam wapen te kijken,
+zou het hun niet moeilijk zijn gevallen mij het leven te benemen.
+
+Daar het al laat was, konden wij niet lang te Makira blijven, en zoo
+groot en vast was ons vertrouwen nog niet, dat wij den nacht aan den
+wal durfden doorbrengen. Begeleid door de geheele bevolking, mannen
+vrouwen en kinderen, bereikten wij weer onze booten, die aan de hoede
+van enkele matrozen waren overgelaten geweest, en een half uur later
+waren we aan boord van de _Lady Saint Aubyn_ terug. Verrukt over ons
+eerste uitstapje en rijk voorzien van ethnographica, namen wij ons
+voor, zoo dikwijls het ons mogelijk zou wezen, aan land te gaan.
+
+Maar ik was nog niet lang aan boord terug, of ik bespeurde, dat
+eerlijkheid geen hoofddeugd van deze primitieve wilden was; en de
+verdwijning van mijn revolver en mijn patronenkoker waarschuwde mij,
+dat ik voortaan beter het oog zou hebben te houden op hun lange
+vingers. De talrijke assegaaien, die ik had meegebracht, stelden mij
+niet schadeloos voor het verlies van mijn eigen wapen; maar sommige
+ervan waren mooi, wel vier meter lang en uitloopend in punten van been
+of van ijzer. De behendigheid in het werpen is bij deze inboorlingen
+verbazingwekkend; op een dertigtal meters afstands missen zij nooit
+het doel, dat zij zich hebben gesteld.
+
+Wij verlieten dien nacht de kust en wendden ons naar het eiland Santa
+Anna ten zuiden van San Cristoval; wij meenden er een tolk te zoeken,
+want zoo iemand kunnen wij niet missen bij onzen arbeid van de werving.
+
+Den volgenden morgen tegen zes uur in den morgen lieten wij, na om
+kaap Surville heengevaren te zijn, het anker vallen te Uaah, dat is de
+inlandsche naam van Santa Anna. Dadelijk stak er een boot van wal en
+voer op ons af, zij bracht het hoofd May naar ons over, een man, die
+bij de kooplieden welbekend is en die zeer gevreesd is bij de stammen,
+naar wier dorpen het hem behaagt, zijn oorlogsbooten te zenden. Zijn
+oorlogzuchtige bedoelingen waren algemeen bekend en zij brachten
+hem later veel geschenken in vanwege de hoofden der dorpen, die wij
+langs de kust van San Cristoval bezochten. Hij bood ons namelijk zijn
+diensten aan als loods en tolk, en wij namen die zonder aarzeling aan.
+
+Hij inviteerde ons, om zijn dorp te bezoeken en bood ons een plaats
+aan in zijn wankel bootje; maar wij gaven er de voorkeur aan, in
+de boot van ons schip te gaan, en deze zette ons spoedig aan het
+strand af in een zandige kleine baai. Nauwelijks aangekomen, werden
+wij bezocht door een van die geïsoleerde Europeanen op de eilanden
+van de Stille Zuidzee, die zich zelfs niet meer de plaats hunner
+geboorte herinneren, en die in hun avontuurlijk leven alle eilanden
+zoowat hebben bezocht. 't Was de heer F., een in Finland geboren Rus;
+hij woont al sinds een tiental jaren op de Salomons-eilanden en wordt
+er niet bepaald rijk door den coprahandel.
+
+Hij woont er vrij goed in een houten huis met een veranda eromheen,
+dat hij aardig heeft ingericht en versierd met allerlei inlandsche
+wapens en veel cosmopolitische chromolithografieën; hij heeft zelfs,
+wat in dat land het toppunt van deftigheid vertegenwoordigt, een
+franschen kok.
+
+Maar het schijnt dat die landgenoot er niet naar verlangt, kennis
+met ons te maken; ik begrijp zijn aarzeling, toen hij eindelijk
+besloot, zijne opwachting te maken. Wij ontdekten in hem al spoedig
+een strafgevangene, ontsnapt uit Nieuw-Caledonië. Enkele maanden
+tevoren waren drie misdadigers ontvlucht uit de zuiderbaai met een
+klein scheepje, dat hen naar de Loyalty-eilanden had gebracht, een
+dépendance van onze kolonie. Daar zij meenden, in een onafhankelijken
+archipel te zijn aangeland, gingen zij vol vertrouwen aan wal,
+maar ze werden gevangen genomen en voor den administrateur dezer
+eilanden gebracht. Ze wisten echter opnieuw te ontkomen, en, dezen
+keer gelukkiger terechtkomend, deden ze het eiland Guadalcanar aan,
+na een lastigen overtocht. Zij deden zich voor als schipbreukelingen
+van een fransch schip op weg naar Batavia en werden door de blanken
+van de Salomons-eilanden goed opgenomen. Ik meende den Rus van Santa
+Anna maar niet nader te moeten inlichten omtrent de herkomst van
+zijn kok. Moge deze zich een nieuwe levensbladzijde van maagdelijke
+moraliteit hebben omgeslagen en aldus zijn vroegere fouten boeten.
+
+Ons bezoek bij den heer F... was van korten duur; ik haastte mij om een
+toertje te gaan maken in het inlandsche dorp en daar enkele gegevens te
+verzamelen. Wij konden er onbeschroomd binnengaan en ons vrij onder de
+Kanaken bewegen; Santa Anna is het beschaafdste eiland van de groep,
+en kapitein Mac Donald, een ervaren reiziger uit den Stillen Oceaan,
+heeft er lang gewoond, zonder ooit aan gevaar te zijn blootgesteld.
+
+Onze aankomst werd met een groot geschreeuw begroet; de mannen liepen
+ons tegemoet, terwijl de vrouwen zich beschroomd en angstig achter
+in de hutten verscholen en niet voor den dag durfden komen.
+
+De mannen waren vriendelijker; zij liepen met ons mee en brachten ons
+dadelijk in de hut, waar de oorlogsbooten lagen. Dat huisje was het
+belangrijkste monument van het geheele eiland; de inboorlingen waren
+er trotsch op en wilden er gaarne de honneurs van waarnemen voor de
+vreemdelingen. Het ongeveer 4 M. hooge huis werd gesteund op palen
+van beeldhouwwerk, die dieren en menschen moesten verbeelden.
+
+Het is de karakteristieke eigenaardigheid van de inboorlingen van Santa
+Anna, dat zij knap zijn in het maken van booten; men kan het eiland de
+scheepswerf noemen van den geheelen archipel. Wij zagen er de echte
+oorlogsjonk van wel 7 à 8 M. lengte, waar 60 à 70 roeiers plaats in
+vinden; een speciale zitplaats is achterin de boot bestemd voor den
+leider, die het gevecht regelt. De booten hebben geen steunbladen,
+zooals de booten der inboorlingen van de Nieuwe-Hebriden en van
+Nieuw-Caledonië vertoonen.
+
+De vaartuigen hier waren met parelmoer ingelegd, aan beide
+uiteinden omhooggebogen en van teekeningen voorzien; aan de randen
+waren gebeeldhouwde dieren aangebracht, als honden en vogels;
+tusschen bloemguirlanden; de stevigheid is buitengewoon groot en de
+zeewaardigheid voldoende, om te maken, dat de inboorlingen er 50 à
+60 mijlen mee kunnen roeien, want van zeilen maken ze nooit gebruik.
+
+Het gebouw, waarin de booten werden bewaard, stond onder de bescherming
+van een godheid, aan wie een menschenleven wordt geofferd telkens
+als er een nieuwe oorlogsboot van stapel loopt. Ook is er een boot
+speciaal voor den god bestemd, en in een hoek stonden artikelen,
+als huisraad en allerlei vazen, te zijnen gebruike. Nooit willen de
+inboorlingen een dier voorwerpen afstaan, hoe hoog de prijs ook zij,
+die hun ervoor wordt geboden, en ze zouden den vreemdeling niet sparen,
+die het mocht willen wagen, met hun vooroordeelen en hun bijgeloof
+te spotten.
+
+Het bezoek aan het dorp Santa Anna hield ons den geheelen morgen
+bezig. Op den middag verlieten wij het eiland, om ons naar de
+noordkust van het eiland San Cristoval te begeven. May vergezelde ons
+en diende ons tot loods, om ons de haven Fanariki te helpen bereiken;
+wij hoopten er den volgenden morgen vroeg aan te komen.
+
+Gedurende den korten overtocht kon ik een algemeen overzicht krijgen
+van de eilanden, die het zuidelijk gedeelte van den archipel uitmaken;
+Malaïta, San Cristoval, Hougué, Santa Catalina en Santa Anna kwamen
+duidelijk uit, en we konden alle goed herkennen.
+
+De duur van een nacht was voldoende, om de weinige mijlen af te
+leggen die ons van Fanariki scheidden. Zoodra de _Lady Saint Aubyn_
+voor anker lag, gingen wij aan land, om een bezoek te brengen aan
+het dorpshoofd, dat den naam van Quarter droeg. Allereerst was het
+bij de recruteering noodig, dat wij de goede gezindheid verwierven
+van de hoofden. Zij hebben een onbeperkt gezag en besluiten niet om
+een inboorling te laten vertrekken, als ze niet eerst veel geschenken
+hebben ontvangen en veel drank hebben genoten. Toen dan ook Quarter van
+onzen kapitein een flesch jenever en een prachtig Lefaucheux-geweer had
+ontvangen, beloofde hij ons zijne medewerking en verzekerde ons, dat
+wij veel verbintenissen zouden kunnen aangaan op zijn grondgebied. Dat
+laatste beteekent trouwens nog niet veel bij deze koninkjes van de
+Salomons-eilanden. De inboorlingen vormen namelijk kleine verspreide
+groepen, en het gezag van een inboorling en hoofd reikt niet verder
+dan eenige mijlen van de plaats, waar hij woont.
+
+Quarter aarzelde dan ook, ondanks zijn groot gezag in eigen dorp,
+den voet te zetten op het terrein zijner buren; hij heeft altijd zoo
+een en ander op zijn geweten, en hij is niet gemakkelijk tegenover
+de bevolking om hem heen. May, onze loods en Quarter, onze gast,
+zijn twee beroemde jagers op menschen; zij begrijpen elkander en
+zijn vereenigd in een vriendschap, die bevestigd is door veel samen
+vergoten menschenbloed.
+
+De onderdanen van Quarter zijn volstrekt niet veilig, en hij beschikt
+naar willekeur over leven en goed der zijnen. Hij wou ons zelfs wel
+eens toonen, hoe weinig hij geeft om een menschenleven meer of minder,
+en hij zou niet aarzelen, te onzer eer een paar zijner landgenooten
+te offeren. Maar wij haastten ons hem te zeggen, dat we hem op zijn
+woord geloofden, en dat we heelemaal geen bewijzen voor zijn bewering
+verlangden.
+
+Intusschen was zijn houding tegenover Europeanen welwillend, en dank
+zij zijne bescherming, konden wij in alle gerustheid de omstreken
+van het dorp bezoeken.
+
+We zagen bij die gelegenheid ook de aanplantingen van de inboorlingen
+op de helling der bergen. De Kanaken of liever hun vrouwen ontbosschen
+het terrein door verbranding en planten er daarna hun aardvruchten. Zij
+eten die taro's en buitendien veel bananen, hun hoofdvoedsel, dat
+zij zoowel gekookt als rauw tot zich nemen.
+
+Toen we die plantages hadden bekeken, liepen wij die gedeelten van
+het bosch in, waar de bijl van den mensch nog nooit had gekapt; wij
+konden oordeelen over de vruchtbaarheid van den grond en bemerken,
+hoeveel voordeelen die zou kunnen opleveren, als ervaren landbouwers
+er aan het werk gingen. Onder de reuzenboomen, die men overal ziet,
+ligt een dikke humuslaag, waaruit bij de warmte en de vochtigheid
+vaak schadelijke dampen opstijgen; maar als er meer licht en meer
+lucht in die bosschen werd toegelaten, zou het land gezonder worden
+en de grond zou er niet minder vruchtbaar om zijn.
+
+Op onze wandeling ontmoetten wij eene groep jonge vrouwen, die gebukt
+gingen onder den oogst van bananen, voor Fanariki bestemd; zij liepen
+onder toezicht van een inboorling. Hoewel haar levenswijze niet maakt,
+dat haar schoonheid lang bewaard blijft, zag ik er toch onder, die
+er aardig uitzagen, en ze zouden zelfs mooi kunnen heeten, als ze
+niet tot allerlei dwaze ontsieringen waren overgegaan.
+
+Een van haar had het tusschenschot van den neus doorboord en had er een
+ring van schildpad aan gehangen; eene andere had het oorlelletje zoo
+uitgerekt, dat zij er een houten blokje of schijfje had kunnen insteken
+van 0.05 M. middellijn. Men ziet het, de behaagzucht is nergens de
+wereld uit. De dames hadden regelmatige trekken, zijdeachtige, niet
+gekroesde haren als bij negerinnen, en ze waren goed geproportionneerd.
+
+Zoo kwamen wij terug in Fanariki. In onze afwezigheid hadden de onzen
+veel succes gehad met het werven; vijf inboorlingen gingen mee op ons
+schip, namelijk Sohima, Toro, Tarimbanne, Tagaro en Soemanson. Zij
+vonden het aardig, te gaan naar een land van blanken, en onbewust
+zullen zij meehelpen tot den vooruitgang van de fransche kolonisatie
+in Nieuw-Caledonië. Het waren knappe, sterke, jonge mannen tusschen
+18 en 22 jaar; hen trokken de zucht naar het onbekende en de zin
+voor avonturen, en zij moeten moed hebben, om weg te gaan, want
+in hun verbeelding zien ze niet alleen wonderen, maar wel degelijk
+ook gevaren.
+
+Er wordt gewoonlijk beweerd, dat zij gaan op bevel hunner hoofden of
+van hun ouders; maar dat is een vergissing; zij moeten integendeel
+meestal den tegenstand van de ouders overwinnen en den onwil van hun
+hoofden, die het volstrekt niet prettig vinden, het aantal hunner
+strijders te zien verminderen.
+
+Door velerlei geschenken moeten wij de smart der scheiding
+verzachten. Maar zoodra het schip de kust verliet, werden we met
+geschreeuw uitgeleid, en ik heb wel jonge meisjes zwemmend onze boot
+zien volgen en pogingen zien aanwenden, om door waarschuwingen en
+gebeden den broeder terug te houden, die haar misschien voor altijd
+ging verlaten.
+
+Wij vervolgden onzen weg naar de Wannoni-baai, De pas ingescheepte
+Kanaken verzochten mij, of ik hen op mijn register wilde
+inschrijven. Ze wisten, dat die plechtige formaliteit onmisbaar is,
+als hun contract geldig zal zijn. Het is in hun belang, als de plaats
+hunner geboorte staat opgeschreven en de duur van hun contract, opdat
+men hen, als het tijd is, naar huis kunne terugbrengen, namelijk als
+de drie jaren, waarvoor ze zich verbinden, om zijn.
+
+Ik liet hun een volledig stel kleederen geven en een deken; hoewel
+ze een lange reis gingen ondernemen, was er geen sprake van bagage,
+en naakt als wormen trokken ze uit hun dorp weg. Toch zag ik nog,
+dat ze allen een heel klein gevlochten zakje droegen, en door
+nieuwsgierigheid gedreven, zag ik na, wat er in was. Het bevatte een
+beschilderd bamboekokertje met de ingrediënten voor het sirih-kauwen,
+een paar arekanoten dus, wat tabak en betelbladeren. Ze doen allen
+aan het betel- of sirih-kauwen, deze inboorlingen, en de gewoonte moet
+door de Maleiers er zijn ingevoerd. Dit is niet het eenige bewijs van
+maleischen invloed; men vindt, uit anthropologisch en ethnographisch
+oogpunt kijkend, er nog zeer veel sporen van.
+
+Wij kwamen te Wannoni aan en ankerden in een ruime baai, tegen
+de heerschende zuidoostenwinden beschut. De inlichtingen, die wij
+hadden ingewonnen, leerden ons, dat dit deel der kust zeer bevolkt
+was, en dat de inboorlingen uit het binnenland er dikwijls kwamen
+handel drijven. Wij zouden dus die menschen uit de wildernis kunnen
+aanschouwen, die aanmerkelijk verschillen van de kustbewoners.
+
+Ik geef aan elken zeevaarder, die deze eilanden bezoekt, den raad, de
+Wannoni-baai niet voorbij te gaan; hij zal er in overvloed zoet water
+kunnen innemen uit twee groote rivieren, die in de baai uitloopen,
+en als het noodig is kan hij van de inboorlingen proviand koopen, als
+bananen, suikerriet, aardvruchten en varkens. Wij bereikten een dorp,
+dat ongeveer 500 inwoners had. De huizen waren gelegen op de oevers
+van één der rivieren, en wij hielden gemeenschap met de overzijde
+door onze bootjes; de inboorlingen waren nog niet zoo slim geweest,
+om de noodzakelijkheid van een brug in te zien.
+
+Wij ontmoetten vrouwen aan hare huiselijke bezigheden, bananen
+bereidend voor den avondmaaltijd, of visch schoonmakend, en bereikten
+weldra het voornaamste huis uit het dorp. Bij elken stam heeft men een
+gemeenschappelijk huis, dat tot plaats van samenkomst dient voor het
+mannelijk deel der bevolking; de vrouwen mogen er niet binnenkomen,
+omdat haar maatschappelijke rang te laag is, dan dat zij een woordje
+zouden mogen meespreken bij de discussies van haar echtgenooten.
+
+Op het platform vóór de hut stonden de mannen dan ook druk te praten
+over het mooie weêr en de lange dagen en vertelden elkander, wat ze
+hadden gezien op hun reizen naar Queensland en Nieuw-Caledonië en de
+Samoa-eilanden. Ze besloten er ook tot komende oorlogsexpedities en
+kozen de plaatsen uit, die van de kusten in de buurt in aanmerking
+kwamen voor het zenden van oorlogsbooten.
+
+Onze komst wekte de algemeene nieuwsgierigheid, en, getrouw aan de
+algemeene bedelachtigheid, begonnen ook zij te vragen naar pijpen en
+naar tabak. Ik heb tot principe aangenomen, nooit eenig geschenk te
+geven, waarvoor geen wederdienst wordt bewezen. Eén van hen verdween
+uit de groep, om uit zijn huis een prachtigen boog met pijlen te
+halen, en na lange onderhandelingen gaf ik hem er tien rollen tabak
+voor in betaling. De boog was werkelijk mooi en artistiek gemaakt;
+hij was aan de rugzijde met parelmoer ingelegd en was gespannen met
+een zeer stevig koord van gevlochten lianenvezels; zoo'n boog heb ik
+op mijn latere omzwervingen nergens meer aangetroffen, en het museum
+op het Trocadéro zal met dit eenig exemplaar worden verrijkt.
+
+De inboorling, die hem mij verkocht, beweerde hem te hebben gekocht
+van een inboorling uit Malaïta; maar ik vrees, dat dit niet waar
+is en dat het alleen gezegd wordt, om de waarde van het voorwerp
+te verhoogen. Deze eilandbewoners gaan immers juist door voor de
+handigste en bekwaamste.
+
+Ik kon ook een stuk beeldhouwwerk van hout bemachtigen boven van
+een huis; en ik kocht andere ethnografische voorwerpen, als vazen,
+borden en ander houten huisraad.
+
+Zooals ieder europeesche natie haar eigen oorlogswapen heeft en
+een veelgebruikt soort van geweer, zoo vindt men op de groep der
+Salomons-eilanden knotsen van verschillende soort; ieder eiland heeft
+er zijn eigene, door de inboorlingen in aanval en in verweer nog liever
+gebruikt dan de assegaai, waarmee ze zoo uiterst behendig werpen.
+
+De knots van San Cristoval is van zeer hard hout, en heeft den vorm van
+een sikkel van soms wel 1.50 M. lengte. Het is een geducht wapen in de
+handen der inboorlingen, en vaak heeft het hun gediend, om Europeanen
+uit den weg te ruimen. Wie er een slag mee heeft ontvangen staat niet
+weer op.
+
+Bij gelegenheid van ons bezoek aan het dorp in de Wannoni-baai deden
+wij een uitstapje in het binnenland en voeren een eind de rivier op;
+wij kwamen daarbij ook weer in bosschen, nog niet door menschenhanden
+aangeraakt. Er waren veel vogels, en hun gekweel was de eenige
+verlevendiging der eenzaamheid; als de inboorlingen er door gaan,
+houden ze zich zoo stil mogelijk, en trachten hun aanwezigheid te
+verbergen, uit vrees dat een achter een boom verscholen vijand hen
+onverhoeds mocht aanvallen en hen berooven van het weinige, dat zij
+bij zich dragen.
+
+Warmte en vocht zijn de beste hulpmiddelen voor de ontwikkeling van den
+plantengroei, en die worden op de Salomons-eilanden aangetroffen. Zoo
+konden wij op die wandeling langs de smalle boschpaden reuzenboomen
+bewonderen, waaronder veel bananen met groote luchtwortels. Kokospalmen
+waren er niet veel, die bleven meestal tot het strand beperkt; ze
+waren minder algemeen dan op de Nieuwe-Hebriden en de Fidsji-eilanden,
+en de coprahandel, de verkoop van het gedroogde kokosnotenvleesch,
+is veel minder algemeen hier dan in beide genoemde archipels.
+
+Maar daarentegen komt hier de boom voor, die plantaardig ivoor levert;
+het is ook een palmsoort, die den wetenschappelijken naam _Phytelephas
+macrocarpus_ draagt en een eigenaardig voorkomen heeft. De bladeren
+zitten laag, bijna op den grond en komen voort uit een lagen stronk,
+die een weinig op een cactusplant gelijkt. Hij brengt zaden voort, die
+vóór ze rijp zijn, een waterig vocht bevatten, dat later melkachtig
+van kleur en consistentie wordt en eindelijk een witte kleverige
+massa vormt. Is het zaad, dat de grootte van een dikke kastanje heeft,
+volkomen rijp, dan is die massa hard geworden als ivoor en lijkt daar
+ook precies op. Daar die stof veel duurder is, wordt het plantaardig
+ivoor er dikwijls voor gebruikt; men maakt er sieraden van en voert
+de stof in groote hoeveelheid uit van de Salomonseilanden; er wordt
+200 francs voor een ton betaald.
+
+Aan de beide rivieroevers vonden wij telkens sporen van kaaimans;
+die dieren krioelen in de wateren van den archipel, maar ze worden
+bijna nooit buitgemaakt, altijd zijn ze den inboorlingen te slim af.
+
+Wij hadden geen enkelen inboorling gezien en kregen van dat
+verschijnsel de verklaring, toen wij in Wannoni terugkwamen en
+daar hoorden, dat er oorlog was tusschen hen en de stammen in het
+binnenland.
+
+De aanleiding tot die onderlinge gevechten der naburige stammen is
+soms de behoefte aan slaven, dan weer de roof eener vrouw, die als
+een moderne Helena een oorlog van Troje teweegbrengt.
+
+Maar ten tijde van onze komst was men bereid, een wapenstilstand af te
+kondigen tusschen de beide oorlogvoerende partijen. De inboorlingen
+van de kust wilden wel toestaan, dat die uit de wildernis met ons
+handel kwamen drijven. Eenige dagen later werd ons dan ook de komst
+aangekondigd van de boschmenschen, op de aangeduide plaats verschenen,
+op neutraal terrein aan de baai. Zij waren driehonderd in getal,
+mannen van elken leeftijd en vrouwen en kinderen.
+
+Wij gingen aan wal, om de onderhandelingen te beginnen; pas hadden
+we elkander begroet, of vier jonge mannen sprongen in onze boot en
+ondanks de smeekingen van hun vrienden verklaarden zij zich bereid,
+mee naar Nouméa te gaan. De betaling geschiedde terstond, maar daar
+er meer inboorlingen lust hadden, met ons te gaan, begonnen ze heftig
+tegen elkander uit te varen, en wij waren genoodzaakt, maar gauw
+aan boord terug te gaan. Het was gelukkig, dat een tweede gewapende
+boot bij ons was, om de menschen aan het strand in bedwang te houden,
+anders zou het ons moeite hebben gekost, de _Lady Saint Aubyn_ weer
+te bereiken, zonder door assegaaien te worden geraakt.
+
+We spoedden ons haastig van daar weg en ankerden een paar dagen later
+in de Paola-baai bij Tavaro, de plaats, waar de inboorlingen van het
+noordelijk deel der kust veel samenkomen, omdat men er beschut is
+tegen de heerschende zuidoostenwinden, en men er gemakkelijk zoet
+water kan krijgen uit een breede, snelstroomende rivier.
+
+Nadat we te Tavaro een paar contracten hadden afgesloten, begaven
+wij ons naar het eiland Hougué en zouden daarna varen langs het
+eiland Malaïta.
+
+Door gunstigen wind gedreven, naderden wij weldra Hougué, herkenbaar
+aan zijn ronde gedaante, als een rond stuk koraal op de zee
+neergelegd. Het is een laag eiland met een weelderigen plantengroei,
+waaronder de inlandsche hutten aan het strand zich verbergen.
+
+Er wonen ongeveer 800 inboorlingen, echte zeeroovers, wel beveiligd
+tegen vreemde invallen, omdat ze zelf herhaaldelijk de anderen
+bedreigen. Ook hier leefde een uit Nieuw-Caledonië ontvluchte
+Franschman onder de Kanaken en deelde in hun leven; hij heeft het
+niet noodig geacht, ons met een bezoek te vereeren, maar hij is sedert
+dien al weer opgepakt en in de gevangenis van Nouméa teruggegebracht.
+
+Wij zetten onzen weg voort, en al spoedig kwam het eiland Malaïta in
+het gezicht. Er zijn weinig eilanden in de Stille Zuidzee, zoo bekend
+als Malaïta. Het gaat voor het gevaarlijkste van de Salomonseilanden
+door, waar de aanvallen op blanken het talrijkst zijn. Toen wij er
+waren, sprak men nog van een onlangs voorgevallen catastrophe, die
+schrik had verspreid onder de blanken in de buurt. Een klein schip
+was de oostkust genaderd boven Port-Adam en was door de inboorlingen
+aangevallen; de kapitein en de stuurman waren gedood en het scheepje
+was verbrand, na geplunderd te zijn.
+
+Er moest met de uiterste voorzichtigheid worden opgetreden bij de
+onderhandelingen, en wij namen aan boord alle mogelijke voorzorgen.
+
+Maar niet alle plekjes op Malaïta zijn even gevaarlijk. Port-Adam, onze
+eerste aanlegplaats, had vroeger een treurige reputatie, maar sedert
+eenige jaren is het aan de engelsche zendelingen gelukt, er eenige
+vermaners of leermeesters te plaatsen, en de geest der inboorlingen
+is daardoor wezenlijk beter geworden, zoodat vreemdelingen er nu niet
+meer zooveel gevaar loopen.
+
+Zoo konden wij dus hier leeren kennen de Kanaken, nadat ze een
+zeer licht tintje van beschaving hebben opgedaan en niet meer die
+woestheid vertoonen, die zoo kenmerkend is voor het ras. De huizen
+waren hier beter ingericht dan bij de echte heidenen; we vonden er
+enkele europeesche waren en een paar godsdienstige boeken, in de taal
+van het land overgebracht.
+
+Uit Port-Adam krijgt men gewoonlijk de tolken, die bij de werving
+niet mogen ontbreken. Hoewel ze tot één archipel behooren, hebben
+de bewoners van bijna alle eilanden een eigen dialect, dat op
+een naburig eiland niet wordt verstaan, en soms wordt er zelfs een
+verschillende taal gesproken in dorpen, die 60 à 70 K.M. van elkander
+zijn verwijderd. Er is wel veel overeenkomst tusschen de verschillende
+talen; als men een weinig op de hoogte is van het oceanische idioom,
+bemerkt men spoedig, dat het alles dialecten zijn van de papoea-branche
+der maleisch-polynesische talen.
+
+Toch kunnen een inboorling van San Cristoval en een van Malaïta
+elkander niet verstaan of begrijpen; daar heb ik meermalen voorbeelden
+van gezien.
+
+Port-Adam is de beste haven van Malaïta, gelegen aan een lagune,
+waardoor men gemakkelijk met niet te groote schepen van den eenen
+naar den anderen kant van het eiland kan komen.
+
+Wij volgden na Port-Adam de westkust van Malaïta naar Pioe, en onderweg
+werden allerlei plaatsen aangedaan, waar we talrijke inlichtingen
+konden krijgen over de inboorlingen en over de fauna en de flora van
+dit eiland. Het is het minst bekende van de geheele groep, het eenige
+ook, waar nooit een Europeaan aan den wal heeft vertoefd.
+
+Wij vonden er den broodboom en den amandel, den arecapalm, allerlei
+lianen, veel Rubiaceeën en Orchideeën; de _Hibiscus_ groeit er
+in overvloed en, evenals de Olijf in oude tijden, is hij een
+vredessymbool.
+
+Maar de fauna is minder rijk dan de flora; er waren bijna geen dieren
+op het eiland. Soms brachten de inboorlingen ons een paar magere
+kippen, die onzen kok tot wanhoop brachten, en dan weer kregen wij
+eieren, driemaal zoo groot als gewone; die moeten worden gelegd door
+een zeer kleine kip, welke ze in het zand legt en ze onder den invloed
+der zonnestralen laat uitbroeden. Ondanks mijn ijverig zoeken heb
+ik geen dier vogels kunnen bemachtigen; maar ik heb te dikwijls hun
+eieren geproefd, die ik niemand kan aanbevelen.
+
+Koning op dit eiland is het varken; men koopt een vrouw voor tien
+varkens; met een varken betaalt men het contract van een inboorling,
+en overspel zoowel als moord en alle andere zonden, worden geboet
+door de aanbieding van één of meer varkens aan het hoofd van den stam.
+
+Zij vormen echter niet het eenige ruilmiddel. Wij zagen vaak
+vrouwen en mannen, versierd met halssieraden van hondentanden, die
+ze tot geen prijs wilden afstaan; die tanden vormen de inlandsche
+muntstukken. Maar slechts twee tanden hebben waarde, dat zijn die,
+welke onmiddellijk aan de kiezen of maaltanden aansluiten; de andere
+dienen alleen tot sieraad.
+
+De westkust van het eiland was dicht bevolkt, en de dorpen lagen er
+idyllisch in de schaduw van kokospalmen; het zou moeilijk zijn, ook
+maar bij benadering de geheele bevolking van het eiland op te geven,
+maar zeker is het, dat er nog meer menschen in het binnenland wonen
+dan aan de kust.
+
+Het gezag van een inlandsch hoofd strekt zich soms uit over 5000 à
+6000 onderdanen; zekere hoofden hebben zich vrij groote rijken weten te
+verwerven, waarover zij als onbeperkte heerschers regeeren; soms hebben
+ze 700 à 800 krijgers in hun dienst. Dus is het gemakkelijker, de
+politieke organisatie te bestudeeren op Malaïta dan op San Cristoval.
+
+De waardigheid van dorpshoofd kan erfelijk zijn, of ook wel wordt zij
+verkregen door rijkdom of door sterk sprekende physieke meerderheid
+boven de andere inwoners.
+
+Onder hem staat een ander hoofd, die een invloedrijke positie heeft
+weten te verwerven door zijn moed. Dat is dan de oorlogsleider,
+waarvan wij een type aantreffen in den persoon van Aio, wel bekend
+niet enkel op de Salomons-eilanden, maar ook op de Nieuwe-Hebriden en
+zelfs op Nieuw-Caledonië, waar hij aan den gouverneur is voorgesteld
+geworden. Aio is begiftigd met een alles te boven gaanden moed, en
+bij menige gelegenheid heeft hij niet geaarzeld, vreemde booten aan te
+vallen. Er heeft echter niet altijd zegen op zijn werk gerust, waardoor
+hij ten laatste een onvrijwillige reis naar Nouméa heeft moeten maken.
+
+Dan was er nog de toovenaar, zooveel als de ta-ka-ta van de stammen op
+Nieuw-Caledonië. Vaak wezen de inboorlingen ons een lid van hun stam,
+die, zeiden zij, naar believen regen of mooi weer kan maken.
+
+Hun geloof raakt niet aan het wankelen, als het beloofde weder
+uitblijft en de aardvruchten bij gebrek aan regen verdrogen; er is
+dan blijkbaar altijd een uitlegging gereed, waardoor het gemis aan
+welslagen aan allerlei andere dingen te wijten is dan aan 't gemis
+van bekwaamheid bij hun toovenaar.
+
+Te Pioe zagen wij het grootste aantal inboorlingen op ééne plaats
+bijeengekomen. De bewoners van de kuststreek en die uit de bosschen
+van het binnenland waren er vergaderd. Te midden dier menigte, waarbij
+individuen te vinden waren van elken leeftijd en beide seksen, was
+het gemakkelijk, twee typen te onderscheiden, die uit physiek oogpunt
+veel verschilden. Naast den inboorling met Papoea-trekken vonden wij
+vele inboorlingen, die onmiddellijk den Polynesiër verrieden.
+
+De beide rassen, het papoesche en het maleisch-polynesische, hebben
+inderdaad den archipel bevolkt. Het schijnt, dat de landverhuizers van
+maleisch-polynesische afkomst de kust bezetten en de eerste bewoners,
+die Papoea's waren, naar het binnenland hebben teruggedrongen.
+
+Toen wij Malaïta verlieten, zouden wij naar het eiland Isabel hebben
+willen gaan en de baai der Mille-Vaisseaux hebben willen bezoeken,
+waaraan talrijke fransche herinneringen zijn verbonden. Doch sinds
+1885 heeft het noordelijk deel van den archipel de opperhoogheid van
+Duitschland moeten erkennen, en die mogendheid heeft de werving op
+haar grondgebied verboden.
+
+Wij hadden slechts vergunning om te werven in het onafhankelijke deel
+der eilandengroep, en het deed ons leed, zonder er stil te houden,
+de bewuste baai te moeten voorbij varen aan de zuidkust van het
+eiland Isabel. Daar legde Dumont d'Urville aan op zijn reis naar de
+Salomons-eilanden, en de haven van Astrolabe, aan die baai gelegen,
+werd door fransche officieren zeer nauwkeurig hydrographisch opgenomen,
+terwijl het te betreuren is, dat ook niet andere punten van de kust
+zoo goed bekend zijn.
+
+Op het eiland Isabel, waar wij niet veel succes hadden, eindigde ons
+recruteeringswerk. Wij hadden 112 inboorlingen aan boord, voor wie
+wij zeker wisten te Nouméa werk te zullen vinden, en nu waren wij
+verheugd naar Nieuw-Caledonië te kunnen terugkeeren, naar beschaafder
+streken. Maar wij waren toch voldaan over ons bezoek aan deze eilanden,
+die zoo weinig bekend en zoo interessant zijn. Het geluk had ons
+gediend, en wij waren welwillend ontvangen door de inboorlingen, die
+zulk een slechten naam hebben; ze hadden ons tenminste geen openlijke
+vijandschap getoond.
+
+Den 17den November om zes uur 's avonds ankerde de _Lady Saint Aubyn_
+in de haven van Nouméa, waar zij te huis was.
+
+
+
+
+Uit Marokko
+
+Naar het Duitsch van Dr. Siegfried Genthe. [1]
+
+
+Er bestaat nergens een onmiddellijker overgang tusschen twee volkomen
+verschillende werelden dan bij de straat van Gibraltar. Nergens
+elders op aarde staan twee gebieden van zoo scherpe tegenstellingen
+tegenover elkaâr en zijn dan toch zoo nauw vereenigd, als hier,
+waar Afrika's noordwestpunt door een zeeëngte van niet meer dan een
+paar mijlen breedte gescheiden wordt van het spaansche vasteland,
+'t welk immers stellig europeesch van aard is trots het bekende woord,
+dat Afrika ten zuiden van de Pyreneeën begint.
+
+Op de smalste plek tusschen Punta Maroqui bij Tarifa op den spaanschen
+en kaap Eires op den marokkaanschen kant bedraagt de breedte van
+het scheidend watervlak, dat, geologisch gesproken, een nog jonge
+doorbraak van den Atlantischen Oceaan is, minder dan 14 K.M. En toch
+beteekent dit smalle water, minder breed dan de Elbe bij Cuxhafen,
+een scheiding grooter, dan duizenden van zeemijlen bewerken, moeilijker
+te overbruggen dan de diepste, breedste wateren.
+
+Wel gaan tegenwoordig dag aan dag de kuststoombooten tusschen de
+spaansche en marokkaansche havens heen en weer, wel zorgt ook de
+onderzeesche kabel voor de aansluiting bij de buitenwereld, maar men
+zou van deze verbinding kunnen zeggen, dat zij uiterst oppervlakkig is
+en 't innerlijke wezen in 't geheel niet raakt. Toch heeft Spanje sterk
+den invloed van Afrika ondervonden en men speurt dien in de bevolking,
+de taal, de bouwkunst, en de kleeding der bewoners, een bewijs hoe
+krachtig de werking is geweest der moorsch-arabische heerschappij in
+Andaluzië en Granada.
+
+Maar die afrikaansche herinneringen, die Spanje voor den toerist zoo
+iets bekoorlijks en buiten-europeesch geven, zijn volkomen eenzijdig
+gebleven. Aan den overkant der straat is van spaansche of andere
+europeesche invloeden niets te bespeuren, zoodra men de weinige
+havensteden, die voor den buitenlandschen handel zijn opengesteld,
+heeft verlaten en in het binnenland komt.
+
+Het is inderdaad merkwaardig, met hoeveel taaiheid de Islam in Marokko
+erin geslaagd is, zich te verzetten tegen de onvermijdelijk schijnende
+aanraking met de christelijke buitenwereld aan de Middellandsche
+Zee. Het is alsof de vurige en aanvallende geloofskracht, die
+Mohammeds leer juist op deze plek in haar stoutmoedig binnendringen
+op europeeschen bodem heeft getoond, zich later heeft omgezet in nog
+vasthoudender kracht van weerstand.
+
+Maar in onze dagen van triomfen voor het wereldverkeer bestaat er ten
+slotte geen hinderpaal, die niet eindelijk wijkt voor de aandringende
+beschaving der blanke volken. Het vele duizenden van jaren oude China,
+tot op den jongsten tijd 't bewonderenswaardigst bolwerk van trotsche
+welgelukte afzondering, zijn geheimzinnige buurlanden Thibet en Korea,
+ook zij moeten stap voor stap toegeven, wijken voor den aandrang van
+ons ras.
+
+En zooals het nog voor weinig tientallen van jaren donkere werelddeel
+nu bijna geheel verdeeld is tusschen de staten, die het meest voor
+de openstelling hebben gedaan, zoo zal ook Marokko's laatste uurtje
+slaan, en in een niet te verre toekomst zal op de plaats van het
+vreemdenhatend, achterlijke rijk van den Sjerif een land liggen als
+andere koloniën, waar naar de grondstellingen der verlichte staatskunst
+de geheele wereld uitgenoodigd wordt ter exploitatie van de natuurlijke
+krachten en rijke schatten van den grond.
+
+Dat echter Marokko, om zoo te zeggen op den drempel van Europa en
+onder onze oogen, tot heden niet enkel een politiek zelfstandig,
+maar ook een voor de buitenwereld zoo goed als gesloten land gebleven
+is, behoort tot de merkwaardigste feiten der geschiedenis, tot die
+verbluffende dingen, die men aanneemt als iets vanzelfsprekends,
+ofschoon ze dat volstrekt niet zijn. Want hoe was het mogelijk,
+dat midden in onzen beschavingskring een land aan de Middellandsche
+Zee, dat reeds in den grijzen voortijd bij zijn buren bekend was en
+vaak genoeg een niet onbeduidende rol in hun onderlinge betrekkingen
+gespeeld heeft, alleen van alle andere als onaangetast de stormen heeft
+getrotseerd van oorlog en verovering, wisseling van heerschappij en
+eeuwigen burgeroorlog? Hoe kan een land, dat Phoeniciërs, Grieken,
+Romeinen, Vandalen, Gothen, Arabieren, Spanjaarden en Portugeezen
+na elkander in den loop der eeuwen bezet en bewoond hebben, nu nog
+oprijzen in den tijd, dien wij beleven, als een levend gebleven stuk
+oudheid? Hoe verklaart men het, dat aan dit merkwaardig, ingedommeld
+sprookjesland, waar de tijd schijnt stil te staan, tot in het midden
+van de 19de eeuw door groote mogendheden schatting is betaald, als
+moest men door deemoedige geschenken zich de gunst verzekeren van
+een gevreesden geweldige.
+
+Waaraan ligt het, dat de trotsche Europeaan, die overal elders in de
+wereld als heerscher of als zelfbewust gelijkberechtigde optreedt,
+zich in Marokko in de rol van den verachten, slechts gedulden
+christenhond schikt? Dat zelfs de ambtelijke vertegenwoordigers van
+onze regeeringen, tegen alle gewoonten van hun stand in, zich ermee
+tevreden stellen, ver van de hoofdstad of zelfs van alle persoonlijk
+verkeer met den vorst en zijn regeering, rustig aan de kust te wonen?
+
+Deze vragen, die iemand door het hoofd gaan, als men voor het eerst
+van de spaansche naar de marokkaansche kust overvaart, voldoende te
+beantwoorden, zou meer tijd vorderen, dan men voor mijmeringen bij
+den korten overtocht heeft en bovendien heel wat studie van Marokko's
+geschiedenis vereischen, zonder tot een bevredigende uitkomst te
+leiden.
+
+Doch één ding schijnt mij toch duidelijk bij een vluchtig kijkje op
+Marokko's historie, namelijk, dat het niet de Islam alleen geweest
+kan zijn, die het land in zijn afzondering houdt en dit land, 't welk
+naar zijn aardrijkskundige ligging midden in het drukste wereldgewoel
+moest staan, als een zonderling alleen doet blijven, een eigen plaats
+innemend in onzen nivelleerenden, alles gelijkmakenden tijd.
+
+Wel heeft juist van Marokko uit de Islam zijn grootste kracht
+ontwikkeld en van het van hier uit onderworpen Spanje drongen de
+mohammedaansche strijders voor het geloof tot in het hart van Frankrijk
+door; het waren de uit Marokko gekomen legerscharen van den Profeet,
+die Karel Martel bij Tours en Poitiers tot zegen van Europa heeft
+teruggeslagen. Maar toch; belangrijker dan de kracht van het geloof
+met zijn dweepzucht en zijn persoonsvereering was voor het land
+zijn krachtige bevolking, geen arabische of moorsche, geen negers
+of afstammelingen van negers als in andere landen van Noord-Afrika,
+maar Berbers, dat geheimzinnige volk, welks lichte huidkleur met
+soms volkomen germaansch lijkende blauwe oogen en blonde haren,
+den ethnologen zooveel moeite geven. Berbers, in wie men nu eens
+de nakomelingen der verdwenen tien stammen van Israël, dan weer
+die der Vandalen en Gothen van Noord-Afrika heeft willen zien;
+in wie sommige de oude Libyers en Carthagers meenen te herkennen,
+terwijl anderen in hen die naamlooze volken hervinden, die op de oude
+egyptische monumenten blondharig en slank onder de schattingbetalende
+figuren op de wandschilderingen zijn afgebeeld. Alle volken, waar
+de ethnologen wat verlegen mee zitten, Kelten, Iberiërs, Basken,
+Carthagers, de Guanchen van de Kanarische eilanden en Etruskers,
+zijn als voorvaderen der Berbers aangewezen.
+
+Maar 't zij ze nu van indogermaanschen, semietischen of afrikaanschen
+oorsprong mogen wezen, zij waren en zijn het volk, dat meer dan
+eenig ander in de geschiedenis de vrijheidsliefde en den trots
+vertegenwoordigt, die men zoo dikwijls bij bergvolken vindt. Overal,
+waar de Islam op zulke stammen stiet, zijn er eeuwen lang bloedige
+oorlogen gevoerd, maar ten slotte ontstonden er vaste burchten des
+geloofs, rechtgeloovige plaatsen, die tot de gevreesde schuilplaatsen
+van roofzuchtige dwepers werden. Zoo in den Kaukasus en in Koerdistan,
+en in de hooge dalen van den Indus en in Afghanistan.
+
+En zulk een land is Marokko eveneens. De Berbers zijn er van veel meer
+beteekenis voor geworden dan ooit Phoeniciërs en Romeinen, Arabieren
+of Spanjaarden. Zij zijn gebleven, wat ze waren, een ruw, krijgshaftig
+bergvolk, dat zijn onafhankelijkheid hooger stelt dan alle andere
+goederen der wereld, een onbeschaafd volk van jagers en herders, dat
+den opgedrongen, onbegrepen van het Oosten komenden nieuwen godsdienst
+voor zich pasklaar maakte naar zijn oude vooroudersvereering en nu
+eraan vasthoudt als aan een nationaal bezit.
+
+De Berbers zijn de eigenlijke Marokkanen, degenen, die de geschiedenis
+van het land hebben gemaakt, die thans (1903 en 1904, toen Dr. Genthe
+in Marokko was, vert.) in den opstand van Boe Hamara evenzeer
+de hoofdrol spelen, als zij later, bij de komst der europeesche
+indringers, den nieuwen heerschers de grootste moeilijkheden zullen in
+den weg leggen. Aan de Berbers is het te danken, dat wij nu nog vóór
+onze deur hebben, zoo antiek, zoo barbaarsch en zoo schilderachtig,
+als men er enkel een in de ontoegankelijkste deelen der wereld zou
+verwachten, een land, dat den reiziger een paar uren, nadat hij Europa
+heeft verlaten, onmiddellijk in een bekoorlijke, verwarrend vreemde
+wereld brengt.
+
+Wie dien indruk sterk wil krijgen, moet zijn reis naar Marokko niet
+doen met een der gemakkelijke stoombooten, die van verschillende
+europeesche havens uit naar de marokkaansche kustplaatsen varen. In
+Hamburg alleen zijn drie maatschappijen, die een geregeld verkeer met
+Marokko onderhouden, en zoo is het ook in Londen en Liverpool. Van daar
+uit duurt de reis tot Tanger, de dichtstbij zijnde marokkaansche haven,
+een week en langer. En ook de sneller en voornamer booten, dan die
+van Woermann en Oost-Afrikalijn en dergelijke, als bij voorbeeld die
+van de groote oostaziatische en australische lijnen, Noordduitsche
+Lloyd, Hamburg-Amerikalijn, Orient-lijn, Peninsular and Oriental,
+Messageries Maritimes, die in een paar dagen naar Gibraltar varen,
+geven iemand door de zeereis veel meer het idee van een grooteren
+tocht, van een overgang in nieuwe toestanden, dan wanneer men met
+de Zuidexpres over Parijs naar Madrid rijdt en van daar langs den
+kortsten weg Cadix en Gibraltar bereikt en zich met een der spaansche
+of engelsche stoombooten laat overzetten. Dan beleeft men inderdaad
+een groote verandering zonder geleidelijken overgang. Hoewel toch de
+zuidspaansche steden met hun witte huizen en platte daken, hun agaven
+en opuntia's en enkele palmen reeds een weinig afrikaansch lijken,
+men krijgt toch den indruk van met een tooverroede te zijn aangeraakt,
+als men plotseling, nog in 't gezicht der spaansche kust, aan den
+overkant de verblindend witte huizenblokken ziet en de middeleeuwsche
+tinnen van de vesting Tanger voor het oog ziet verrijzen.
+
+Die stad mag zich beroemen, al heel weinig vereuropeescht te zijn. Meer
+dan de helft van de kustlengte der zuidelijke binnenzee van Europa
+behoort bij mohammedaansche landen, die met hun vreemde levensvormen
+veel bekoorlijks hebben en dit afrikaansche Oosten zeer geliefd maken;
+maar het levendig verkeer tusschen de omliggende landen, waardoor
+de Middellandsche Zee het drukst bevaren wordt van alle zeeën, heeft
+natuurlijk het binnendringen van europeeschen invloed en europeesche
+uiterlijkheden ten gevolge gehad. In de turksche en egyptische havens
+treedt het europeesch karakter in huizenbouw en kleeding der bewoners
+reeds op den voorgrond, en niet veel beter staat het daarmee in
+algerijnsche kustplaatsen en zelfs in die van Tunis en Tripoli.
+
+Daarbij vergeleken, is Tanger werkelijk nog zoo echt, alsof het pas
+voor weinig jaren ontdekt was en niet een der oudste nederzettingen in
+dat deel der Middellandsche Zee, waar wij geloofwaardige berichten uit
+bezitten. Voor de in Marokko wonende vreemdelingen beteekent Tanger
+het toppunt der beschaving, de zeer gezochte, het dichtst bij Europa
+gelegen plaats, waar men alles vindt, wat men als twintigste-eeuwer
+in het leven behoeft.
+
+Hôtels met vreemde-talensprekende kellners, couranten van alle
+beschaafde landen, kerken en kapellen van drieërlei belijdenis,
+tennisvelden, gezantschappen en consulaten van meer dan een dozijn
+staten, post- en telegraafkantoren, banken, een eindeloos aantal
+koffiehuizen, winkels van allerlei aard, ja zelfs telefonen en
+electrische straatverlichting.
+
+Dat is werkelijk verrassend veel voor een marokkaansche stad, en zelfs
+al vindt men in de winkels nooit, wat men precies noodig heeft, en al
+weigert de electrische verlichting altijd dan en daar, waar zij het
+meest noodig is, toch zal men erkennen, dat een veel belovend begin
+aanwezig is.
+
+Als men pas aankomt en onder de in zuidelijke landen zoo opdringende
+pakjesdragers en roeiers en gidsen en tolken en bedienden zich een
+weg gebaand heeft, kan men niet zoo gemakkelijk aan al die gemakken
+gelooven, die volgens de mededeelingen der hôtelbedienden er te kust en
+te keur te vinden zijn. Heel anders dan men in een opkomende wereldstad
+zou verwachten, hebben de landing en het douane-onderzoek plaats. De
+schreeuwende pakjesdragers, die van de bekende stoïcijnsche kalmte
+van het morgenland geen flauw besef schijnen te hebben, ontrukken
+iemand alles, wat hij bij zich heeft en snellen ermee de hoogte in
+naar de stad.
+
+Dadelijk bij den ingang, aan de Bab el Marssa, de lage, dikmurige
+havenpoort, wordt even halt gehouden. Hier zetelt de douane van den
+sultan. Onder koele gewelven zitten met de grootste waardigheid met
+onder zich gevouwen beenen in ruime, luchtige kleederen een paar
+mummelende grijsaards, die zich in scherpe tegenstelling tot de
+rumoerige pakjesdragers niet in het minst uit de plooi laten brengen
+door de aankomst der talrijke, met ons gelijktijdig van de stoomboot
+komende reizigers, wier bagage moet worden onderzocht. Wellicht
+wordt hun kalmte eerder een beetje verstoord, als groote vrachten en
+ladingen goederen de douane moeten passeeren, omdat zij er volgens de
+handelsverdragen tien percent der waarde van mogen heffen. Want dat
+is de belangrijkste, en vooral de regelmatigste bron van inkomsten van
+het land, die, evenals in China, van alle overigens zoo barbaarsch en
+willekeurig ingerichte takken van bedrijf nog het meest den heilzamen,
+europeeschen invloed heeft ondergaan.
+
+Toen Spanje bij den vrede van Tetoean, na met moeite een einde
+te hebben gemaakt aan zijn zoo dwaselijk ondernomen oorlog, den
+sultan van Marokko een oorlogsschatting van 100 millioen peseta's,
+dat is naar den tegenwoordig koers (1904) van ongeveer 42 millioen
+gulden, oplegde, verzekerde het zich van die buitensporig hooge som,
+door beslag te leggen op de zeetollen. Tegelijk werd er een gemengd
+spaansch-engelsch bestuur ingesteld, dat door zijn eerlijkheid de
+wakkere moorsche tollenaren verbaasde en inderdaad in de jaren
+van 1860 tot 1863 de opbrengst van ongeveer zeven tot meer dan
+dertig millioen 's jaars verhoogde. Eerst in 1887 verliet de laatste
+spaansche ambtenaar het land, dat sedert dien tijd weer naar 's lands
+wijs havengelden en tollen heft. Den meestbiedende wordt het ambt van
+oppertollenaar afgestaan, en hij moet dan maar zien, hoe hij aan zijn
+geld komt. Intusschen schijnt het, of hij zoowel als de sultan er niet
+slecht bij varen, daar, vooral bij de zeer ingewikkelde berekening
+der uitvoerrechten, speelruimte te over is gegeven, waar de oostersche
+financiëele beambten zoozeer behoefte aan hebben. Bij den voortdurend
+meer vooruitgaanden handel van het land zijn de vooruitzichten bij
+dezen tak van bestuur werkelijk rooskleurig.
+
+Dit bewustzijn heeft denkelijk de tolbeambten zoo aangenaam
+onverschillig gemaakt voor onze bagage. Niets kan in beschaafde landen
+iemand zulk een hekel aan het reizen geven, als de kleinzielige,
+peuterige, zoogenaamd nauwkeurige manier, waarop koffers worden
+dooreengewoeld aan de grenskantoren. Daar zijn bij voorbeeld de
+amerikaansche ambtenaren in New York heele bazen in. Aan de welwillende
+nonchalance, wanneer "de heer der tienden", zooals hij in Tanger heet,
+zich van zijn taak kweet, mogen overijverige tolbeambten uit andere
+landen gerust een voorbeeld nemen. Een vluchtige blik op de lange rij
+van koffers, een paar woorden met den vertegenwoordiger van 't hôtel,
+waarheen ik gaan wilde, een wenk voor de sjouwers om alles weer op
+te nemen, daarin bestond de visiteering. Natuurlijk beweerde mijn
+gids, een bruikbare, spaansch-moorsche jood uit Tanger, die Arabisch,
+Spaansch, Engelsch, Fransch en soms zelfs een weinig Duitsch sprak,
+dat hij door groote fooien mij dat zoo gemakkelijk had gemaakt en
+dat hij bevriend was met den douanedirecteur; maar ik bemerkte, dat
+ook de andere nieuwaangekomenen, Duitschers, Engelschen, Amerikanen,
+Franschen en Spanjaarden, die met mij van Cadix overgestoken waren,
+even snel en gemakkelijk door de gevreesde poort trokken en zich bij
+de lange karavaan van dragers konden aansluiten, die nu naar boven
+klommen naar de stad.
+
+Zooals de meeste der noordwestafrikaansche havens aan de kust
+der Middellandsche Zee ligt Tanger op een kleine, hooge rotskaap,
+den hoeksteen van een mooie baai. Dat is niet alleen een hoogst
+schilderachtige, maar uit militair oogpunt ook een zeer gunstige
+ligging. En als er een goede ankerplaats bij komt, zooals hier in
+Tanger, dat voor de beste haven van geheel Marokko doorgaat, dan kan
+men reeds alleen uit deze geographische gegevens de plaats een groote
+toekomst voorspellen.
+
+Wel valt er aan de haven niet veel te prijzen. De bocht is naar het
+Noordwesten open en levert tegen de van den Oceaan komende, noordelijke
+winden geen beschutting. Daarbij zijn voorloopig de aanlegplaatsen
+voor het laden en lossen nog zeer onvoldoende, daar er behalve de
+smalle, houten pier niets is, wat het havenverkeer vergemakkelijkt. In
+de zeventiende eeuw was dat een tijdlang anders. Zooals men weet,
+verwierf Karel II van Engeland bij zijn huwelijk met de portugeesche
+prinses Catharina van Braganza, een dochter van koning Johan VI,
+behalve een behoorlijken bruidsschat in rood goud de toen portugeesche
+koloniën Bombay en Tanger. In Engeland begroetten de ver vooruitziende
+kooplieden en leidende politici het bezit van zulke havens met groote
+blijdschap. De koning zelf verklaarde in het Parlement, dat Tanger
+een juweel van onschatbare waarde in de kroon was, en zijne ministers
+waren van oordeel, dat de nieuwe bezitting tegen alle andere engelsche
+koloniën opwoog. IJverig begon men het toen nog zeer kleine plaatsje
+uit te breiden. De inheemsche bevolking was nog zeer gering; maar
+de overplaatsing van een geheel regiment naar de van de Portugeezen
+overgenomen vesting deed er weldra honderden Engelschen, Joden,
+Spanjaarden en Italianen heen stroomen. Reuzensommen werden besteed
+aan vestingwerken; kerken, scholen, weeshuizen werden gesticht, in
+het kort, alles werd op groote schaal aangelegd, als voor een plaats
+die onbetwistbaar een groote toekomst te gemoet gaat.
+
+Het duurste werk werd een prachtige havendam, die 400 M. ver in zee
+werd uitgebouwd. Op de aanzienlijke breedte van ongeveer 25 M. stonden
+huizen en sierlijke paviljoens en bijna duizend stukken geschut waren
+langs de geheele lengte aan beide zijden geplaatst, bediend door een
+compagnie kanonniers en bijna onafgebroken een kanonnade bulderend ter
+begroeting van binnenkomende en uitgaande of voorbijvarende schepen.
+
+Helaas, beantwoordde aan dat schitterend begin de verdere ontwikkeling
+der kolonie in 't geheel niet. In die eerste dagen van overzeesche
+kolonisatie scheen men in Engeland het nog niet gansch en al verdwenen
+idee te hebben, dat voor den dienst in de koloniën de slechtste
+elementen goed genoeg waren. Zoo kwamen er bedenkelijke figuren naar
+Tanger; ook de ambtenaren, tot den stadhouder toe, waren niet beter
+dan de tuchtelooze bende der slechtbetaalde soldaten van de bezetting,
+en ten slotte waren de toestanden zóó geworden, dat men in het Huis
+der Gemeenten alle verdere uitgaven voor de dure kolonie afstemde.
+
+Tanger werd aan de Mooren teruggegeven, nadat meer dan twintig
+millioen pond sterling nutteloos was uitgegeven. Ten overvloede
+werden ook nog alle gebouwen, vestingwerken, kerken, wallen en
+schansen vernield en ook de mooie pier liet men springen. Met dit
+kinderachtige verwoestingswerk eindigde in 1684 na twee-en-twintig
+jaar van wanbestuur de engelsche heerschappij aan de kust van Marokko.
+
+Het dertig jaren later na den Spaanschen Erfopvolgingsoorlog verkregen
+Gibraltar was en is slechts een geringe vergoeding. De kale rots heeft
+geen natuurlijk achterland; voor meer dan negen millioen guldens
+per jaar moeten waren uit het moederland worden ingevoerd, terwijl
+soldaten zoowel als burgers, de rots-schorpioenen, zooals men hen
+daar noemt, voor hun behoefte aan versch vleesch en groenten geheel
+op het er tegenover gelegen Tanger aangewezen zijn.
+
+Buiten een paar ruïnen van den grooten steenen havendam vindt men in
+de stad bijna geen sporen van de engelsche heerschappij. Evenmin van
+die der Portugeezen, die bijna twee eeuwen lang vóór de Engelschen
+er geheerscht hebben en onder meer niet minder dan zeventien kerken
+en kapellen hebben opgericht. Ook zij verwoestten bij hun aftocht
+gewetensvol de vruchten van hun werkzaamheid, en dezelfde geest van
+kleinzieligen naijver schijnt zich telkens vertoond te hebben, als
+de ongelukkige stad van eigenaar moest veranderen. En dat geschiedde
+ontelbare malen.
+
+Na de dagen der Engelschen kwamen met afwisselend geluk
+Arabieren, Spanjaarden en Portugeezen elkander den buit betwisten,
+eenvoudig een vervolg dus van de veelvuldige oorlogen, waarvan de
+noordmarokkaansche kust sinds het begin der historische tijden het
+tooneel is geweest. Vanaf den tijd der mythen, toen de verhalen over
+de zuilen van Hercules en de tuinen der Hesperiden ontstonden, tot in
+onze twintigste eeuw zijn Marokko, en vooral zijn middellandsche kust,
+niet tot rust gekomen. De vermoede en ook waarschijnlijke rijkdom
+van den grond aan delfstoffen en de buitengewoon gunstige ligging
+hebben dit land, dat een aardsch paradijs kon zijn, tot slagveld
+gemaakt, waarop naijverige en op elkaar gebeten groote en kleine
+naties elkander te lijf gingen. Maar het moet al heel erg worden,
+als een volk en een land geheel ten onder zullen gaan.
+
+Al is ook van de glansrijke dagen der Romeinen, buiten eenige resten
+van tempels en een paar verstrooide marmeren zuilen en pilaren van
+bruggen, niets overgebleven, dan de nog in den volksmond overgebleven
+naam van den Roemi voor den vreemdeling; al hebben Gothen en Vandalen,
+Spanjaarden, Portugeezen en Engelschen slechts zeer weinig sporen
+van hun heerschappij in het land achtergelaten, land en volk zelf
+leven nog en zijn nog onafgebroken, zijn gezond en tot ontwikkeling
+bereid en kunnen nog een groote toekomst bereiken, zoodra zij
+van de als een last op hen drukkende sultansmacht bevrijd zijn,
+waarbij barbaarsche bloedzuigers en bekrompen priesters de gezonde
+ontwikkeling tegenhouden.
+
+Als een zinnebeeld van deze lange, afwisselende geschiedenis ligt
+Tanger aan den ingang tot het land; in plaats van een vrije, bloeiende
+handelsstad, zooals de natuurlijke poort naar een rijk land moest
+wezen, een klein, vuil nest, dat geen sporen van groote dagen vertoont
+en op 't armzalig kleed van zijn mohammedaansch-marokkaansche armoede
+maar al te zichtbaar een paar fel afstekende lappen heeft van vreemde,
+nieuwe kleur.
+
+De indruk van nieuwheid, dien Tanger van de zeezijde maakt, raakt
+terstond verloren, als men in de straten en steegjes der stad een
+weinig heeft rondgekeken. Ze zijn krom en bochtig, steil en in 't
+geheel niet geplaveid. Men zoekt tevergeefs naar iets, wat aan het
+werk van bouwpolitie herinnert, en wie nog vijf uren te voren zich
+verheugde over de netheid en welverzorgdheid van de straten in Cadix,
+krijgt hier levendig het bewustzijn, van in een barbaarsch land te
+zijn. In de hoofdstraten echter, of liever de hoofdstraat, want er is
+eigenlijk maar één, staat het eene europeesche huis naast het andere,
+winkels, apotheken, bierhuizen, alle met uithangborden en spaansche,
+fransche of engelsche aanprijzingen, en tusschen die maar door enkele
+meters van de smalle, bochtige straat gescheiden huizen beweegt zich
+rumoerig en brutaal een dichte menigte, die ontnuchterend op den
+vreemdeling werkt.
+
+Wel zal men geen minnut erover in twijfel zijn, dat de eigenlijke
+bevolking uit Mooren, Berbers en Negers bestaat in hun verschillende
+graden van raszuiverheid en vermenging; maar de europeesche figuren
+middenin dit afrikaansche gespuis zijn toch zeer talrijk. Naast den
+burnoes en de djellaba, de kaftan en den haïk van de inboorlingen,
+ontmoet men onafgebroken ook europeesche broeken en minder talrijk
+jassen en vesten. Niet altijd zijn het echte Europeanen, die deze
+nuchtere voorboden der beschaving dragen. Al zijn er onder de 35,000
+inwoners, waarop men Tanger's bevolking thans schat, zeker een paar
+duizend Spanjaarden en dan minder trotsche hidalgo's dan wel arme
+slokkers van de laagste afkomst en het donkerste verleden vaak, toch
+kan men zich licht vergissen en een veel grooter aantal Europeanen
+vermoeden, omdat de talrijke marokkaansche Joden in Tanger reeds voor
+'t meerendeel de europeesche kleeding hebben aangenomen.
+
+Storender werken echter in de oostersche stad de ontelbare echte
+Europeanen, de reizigers, die als sprinkhanenzwermen op de stad
+neervallen en gedurende een verblijf van enkele uren zich overgeven aan
+de aangename griezeling van te vertoeven in het onbekendste land der
+wereld te midden van de vreemdelingenhatende, bloeddorstige, dweepzieke
+Mooren, terwijl buiten op de reede, zoo dichtbij en binnen het bereik
+van hun oogen de stoomboot ligt, waar ze ieder oogenblik heen kunnen
+vluchten, als plotseling de groote moordpartij eens ging beginnen.
+
+Daar er meer dan twintig stoombootlijnen zijn, die geregeld Tanger
+of Gibraltar aandoen, zal men zich kunnen voorstellen, welke scharen
+van pleizierreizigers, die op grootere reizen door de straat van
+Gibraltar gaan, of alleen aan de Middellandsche Zee en Spanje
+een bezoek brengen, de gemakkelijke gelegenheid aangrijpen, om een
+vluchtig kijkje in Tanger te nemen en aldus een echte, marokkaansche
+stad te zien. Vooral 's voorjaars en in het begin van den zomer,
+als de afrikaansche warmte nog niet lastig is geworden, zijn dag op
+dag de weinige hôtels van de stad overvol door steeds wisselende
+nieuwaangekomenen, onder wie natuurlijk, als in alle drukbereisde
+streken, Engelschen en Amerikanen in de meerderheid zijn. Maar ook
+Duitschers en Franschen zijn talrijk, en geen dag gaat voorbij, of
+men hoort vertellen van het gewone uitstapje naar Kaap Spartel en de
+vluchtige bezichtiging der stad op een ezels- of een muildierrug.
+
+Het middelpunt van Tanger is de kleine markt, soek el daahl, zooals
+de inboorlingen, Soco chico, zooals de Joden en de vreemdelingen
+zeggen. Het is eigenlijk slechts een onbeduidende verwijding
+van de hoofdstraat, een pleintje, waar echter de meeste winkels,
+koffiehuizen en kantoren zijn. Ook zijn er het grootste hôtel, dan
+een bureau van het Comptoir d'Escompte national, de eenige in Marokko
+vertegenwoordigde buitenlandsche bank en het duitsche, fransche,
+engelsche en spaansche consulaat.
+
+Alle nieuwtjes kan men op dit pleintje hooren, waar de babbelende en
+zwetsende menigte bijeenkomt en waar het tot laat in den avond druk
+is. Ook de gegoede klasse komt er bijeen in lokalen, die in beschaafde
+steden juist goed genoeg voor een koetsiersherberg zouden zijn; een
+fatsoenlijk clublokaal heeft Tanger niet, ook al doordat de kleine
+wereld van gezanten, consuls, tolken en geneesheeren zich afzondert
+en er nog weinig gezelligheid onder de andere buitenlanders heerscht.
+
+Van Tanger naar Fez te reizen is niet zoo eenvoudig, als het lijkt
+bij het bezien der kaart. Men heeft slechts te doen met den geringen
+afstand van ongeveer 200 K.M., en de gesteldheid van den grond
+schijnt geen bijzondere bezwaren in den weg te leggen. Intusschen is
+de reis al ontelbare malen door Europeanen gedaan, niet alleen door
+de gezanten der vreemde regeeringen, die immers elke paar jaren den
+heerscher in een zijner hoofdsteden hun opwachting komen maken, doch
+ook door een groot aantal pleizierreizigers, die de platgetreden paden
+van andere landen moe zijn geworden en ook eens lust hebben in een
+avontuurlijke reis met veel ongerief en de prikkelende mogelijkheid
+van gevaarlijke avonturen. Zelfs dames hebben in de laatste jaren den
+weg wel afgelegd; vrouwen van diplomaten en moedige alleenreizende
+dames. Maar altijd moet in deze streken, die nog niet in het teeken
+des verkeers staan, met tenten en lastdieren en gewapende gidsen en
+tolken worden opgetrokken en al den omslag van uitrustingsvoorwerpen
+en voedingsmiddelen, die daarbij passen.
+
+Tijdens mijn bezoek gaven de tijdsomstandigheden bijzondere zorg. Voor
+zoo ver men wist, werd de Sultan in zijn heerschappij bedreigd door een
+pretendent, die zich reeds een grooten aanhang had verworven, en men
+stond vóór de groote vraag, of het hem gelukken zou, den plotseling
+opgestanen tegenstander een beslissende neerlaag toe te brengen,
+eer de opstand verder om zich greep en ten slotte den troon van het
+regeerende geslacht zou doen wankelen of doen vallen, zooals reeds
+herhaaldelijk in de historie van het ongelukkige land gebeurd was,
+waar elke wisseling van heerscher verbonden is met bloedige oorlogen,
+met moord en verraad, opstand en burgeroorlog.
+
+Dezen keer scheen niet alleen in het land zelf onder de helderziende
+vreemdelingen, door een langdurig verblijf vertrouwd geworden met de
+kunst, om achter den bedriegelijken schijn, de waarheid te ontdekken,
+maar ook bij de op de hoogte zijnde inboorlingen vast te staan,
+dat zulk een schok als de opstand van Boe Hamara het aan onrust en
+strijd zoo gewende land nog sinds menschenheugenis niet had getroffen.
+
+Meestal heeft men bij den zoo goed als onafgebroken oorlogstoestand
+in Marokko te doen met pogingen van den sultan, om zijn gezag over
+de onwillige Berberstammen te handhaven, die het tot hun nationalen
+plicht schijnen te rekenen, het betalen van schatting te weigeren,
+tot ze er door wapengeweld toe worden gedwongen.
+
+Met Boe Hamara nu was het niet de gewone weigering van enkele stammen,
+ook niet de aanspraak van een bloedverwant op den troon, maar het
+scheen een soort van nationale beweging te zijn met veel godsdienstige
+elementen erbij en in hoofdzaak gericht tegen den toenemenden invloed
+der vreemdelingen. Trots zijn afgeslotenheid heeft het land toch de
+tijden zien veranderen, en vooral in de jongste tientallen van jaren
+is er veel gewijzigd en zijn er nieuwigheden ingevoerd, die vroeger
+ondenkbaar zouden zijn geweest.
+
+Enkel op zichzelf aangewezen en van de overige wereld afgesloten
+is Marokko nooit geweest; maar het is uit alle wisselingen in den
+loop der geschiedenis toch altijd als zelfstandig land te voorschijn
+gekomen, of als kern van een zeer groot machtsgebied. En kerkelijk
+is het in de oogen van de geheele mohammedaansche wereld altijd iets
+bijzonder heiligs en vereerenswaardigs geweest, sinds die nakomeling
+van den Profeet, Edris, in het land kwam en het eenige mohammedaansche
+heerschersgeslacht stichtte, dat op werkelijke familiebanden met
+den stichter van den godsdienst zich beroemen kan. Zooals de Islam,
+die zich in andere landen merkwaardig plooibaar getoond heeft, in
+Marokko streng zich heeft gehandhaafd in de rechtzinnigste vormen,
+zoo schijnen de Mooren als bewakers van de uiterste westgrens der
+mohammedaansche heerschappij het voor hun plicht te hebben gehouden,
+tegen de buitenwereld meesterachtig en afwerend op te treden. En dat
+is hun tot in den jongsten tijd gelukt.
+
+Bij de onrust, die in het land heerschte ten gevolge van den opstand
+onder Boe Hamara scheen het gewaagd, de reis naar Fez te ondernemen;
+maar ik liet mij daardoor niet weerhouden. De eerste moeilijkheid
+was gelegen in 't verkrijgen van een goed rijpaard en van een
+betrouwbaren bediende of tolk. Aan goede paarden is natuurlijk in
+een zoo beslist ruitersland als Marokko geen gebrek, en in een door
+toeristen overstroomde havenstad allerminst. Maar juist daarin was de
+moeilijkheid gelegen. Met het oog op die pleizierreizigers, die in de
+voorjaarsmaanden en in het begin van den zomer in Tanger opduiken,
+willen de paardenkooplui hun dieren niet verkoopen. Het is voor
+hen veel voordeeliger, dag op dag de paarden aan de hôtels en hun
+klanten te verhuren. Dan wordt bijna altijd het korte uitstapje naar
+kaap Spartel gemaakt of naar de schilderachtig gelegen en slechts
+een dagreis verwijderde stad Tetoean. Op die wijze brengt hun ieder
+paard dagelijks 5 à 10 peseta's en meer binnen, terwijl de verkoop
+hun hoogstens 100 à 300 opbrengt.
+
+Eindelijk na veel probeerens was een rijpaard gevonden, dat een
+goed reispaard scheen te zullen zijn en dan ook duur betaald
+moest worden, en eveneens met moeite werd een Moor gehuurd, die
+als karavaanleider dienen en met zijn bescheiden kennis van het
+Spaansch en van de kookkunst ook eenigszins de diensten van een
+tolk en kok kon bewijzen. In 't minst geen last had ik echter met de
+muildierdrijvers. Bij die alleen scheen op de markt het aanbod de vraag
+te overtreffen, en zij waren allen zonder bezwaren bereid, de reis naar
+Fez te ondernemen. Dat leek mij een gunstig teeken. Zulke menschen,
+die hun gansche leven op den grooten weg en in de karavanserai's
+doorbrengen, hebben op de politieke toestanden, voor zoo ver die de
+veiligheid raken, een uitstekenden blik.
+
+Zoo trok ik dan op een mooien dag onder het geleide van de beste
+wenschen van de vrienden, die ik onder mijn landgenooten in Tanger
+had gemaakt, de stad uit. Ik zou vroeg 's morgens vertrekken; maar
+eer alles goed gepakt was, de lasten behoorlijk over de muildieren
+verdeeld waren en elke kant van hun sterke ruggen gelijkmatig was
+belast, werd het middag en namiddag. Een drom van bedelaars dringt
+zich dan erbij om fooien voor het wenschen van een goede reis,
+'t geen ook niet weinig ophoudt.
+
+Het was een verlichting, toen de karavaan zich eindelijk in beweging
+zette. Het was maar een bescheiden karavaan, aan welker spits ik
+reed. Eenige Engelschen en een Duitscher, dien ik in 't hôtel had
+leeren kennen, hadden mij herhaaldelijk gevraagd, met hen te zamen de
+reis te maken. Maar met vreemden, wier reisgewoonten en neigingen
+men niet juist kent, zoo nauw verbonden te leven, als karavaan
+en tent noodzakelijk maken, is een leelijk ding voor iemand, die
+graag onafhankelijk blijft en over richting, wijze en duur der reis
+zelfstandig wil beslissen. Dus had ik hun voorstel afgewezen en was
+de eenige Europeaan en daardoor mijn eigen baas.
+
+Dat was van te meer beteekenis voor mij, omdat ik, naar men mij
+in Tanger had verteld, er dagelijks op voorbereid moest zijn, door
+rooverbenden te worden aangevallen. Om in zoo'n geval toch iets aan
+mijn mislukte reis te kunnen hebben, had ik mij voorgenomen, niet den
+gewonen karavaanweg te volgen, die zonder eenige plaats van beteekenis
+aan te doen, rechtuit naar de hoofdstad voert, maar langs kleine
+omwegen mijn route zóó te kiezen, dat ik vóór mijn aankomst in Fez vier
+of vijf belangrijke plaatsen van dit noordwestelijk deel van Marokko
+zou hebben leeren kennen. Natuurlijk kreeg ik door bemiddeling van ons
+gezantschap den soldaatgeleider mee, die elken vreemdeling vergezelt
+en in naam van den sultan eerbied en bescherming voor hem vraagt.
+
+Mijn mokhasni, zooals zijn naam is, welke naam beteekent bewaarder
+van de schatkamer, liet zich trotsch kaïd Mohammed noemen, want zonder
+hoogdravende titels gaat het hier niet, en de muildierdrijvers haastten
+zich dan ook, hem altijd als "kaïd" aan te spreken of liever als
+Aïd, zooals men hier met negeering van den keelklank altijd doet. De
+waardige heer maakte een statigen indruk op zijn groot paard met
+het eindeloos lange geweer en het groote zwaard op zij. Een lange,
+grijze baard golfde over zijn breede heldenborst en als men achter
+den fraaien hals van zijn hengst de stijf opgerichte gestalte van den
+krijgshaftigen grijsaard zag opduiken, zou men aan den Cid Campeador
+kunnen denken, zooals hij, in zijn witten mantel gehuld, tegen de
+ongeloovigen te velde trekt.
+
+Van dichtbij beschouwd, veranderde echter de oude soldaat in
+een vreedzaam menschenkind, dat niet aan moord en bloedvergieten
+dacht. Als hij afsteeg, kon men wel zijn hooge gestalte bewonderen,
+maar ook zien, dat hij hinkte en aan één zijde verlamd was, terwijl
+het paard eveneens oud en gebrekkig bleek. Maar schilderachtig was
+mijn oude krijgsman, en dat is de hoofdzaak in dit land, waar alles
+zoo anders is dan in Europa.
+
+Hier was nu niets, dat het beeld van oostersch leven en
+noordafrikaansche natuur verstoorde, geen vorm, geen klank, die niet
+pasten in dit beeld, dat misschien juist zoo is als voor duizenden
+van jaren. De wegen zijn nog dezelfde, niet anders dan de breede
+platgetreden sporen van vele geslachten van lastdieren en drijvers;
+de verzending van goederen geschiedt nog als in de oudste tijden in
+hoogst eenvoudige uit en riet en alfagras gevlochten hangende manden op
+den rug van ezels of muildieren, en ook de koopwaren zullen op weinig
+uitzondering nog dezelfde zijn als in anno zooveel. Zelfs de menschen
+zullen weinig veranderd zijn sinds den aanvang der marokkaansche
+geschiedenis, en zeker in 't geheel niet na de mohammedaansche
+verovering.
+
+De menschen, die ik in Tanger in mijn dienst had genomen, behoorden
+volgens hunne afkomst tot de meest verschillende stammen, waaruit
+Marokko's bonte bevolking bestaat. Er was een Berber van den stam
+der Andsjera's, die het bergland ten oosten van Tanger langs de
+straat van Gibraltar bewonen; daar was Hamed er Rifi, een levende
+vertegenwoordiger van de gevreesde Rifpiraten, maar feitelijk
+een gemoedelijke drijver, steeds bereid tot scherts en zang, en
+alleen van de anderen zich gunstig onderscheidend door meer kracht
+en grootere volharding. Hij droeg over zijn gespierd lichaam niet
+anders dan de dsjellaba, het grove, wollen hemd met korte mouwen, dat
+door de bergbewoners van het geheele land wordt gedragen. Het laat
+de beenen en de knieën geheel bloot en is voor geharde menschen wel
+een bijzonder gemakkelijk kleedingstuk. Zijn gele leêren pantoffels
+droeg hij bijna steeds in de eene hand, terwijl hij in de andere
+zijn trouwe buks had, zoodat hij er vrij komisch uitzag, maar er
+keken onder zijn kortgeschoren blond haar zulk een paar eerlijke,
+trouwhartige oogen uit, dat men wel pleizier in hem moest hebben.
+
+Een heel ander man was mijn tolk, Abd-es Slam el Gharbi, een van die
+sterk door de beschaving aangedane Arabieren uit Noord-Afrika, die
+het vlakke Westen van Marokko, el Gharb, bewonen. Hij was een echte
+Moor, waaronder men niet alleen moet begrijpen een Marokkaan, maar
+een nakomeling der vroeger in Spanje gevestigde en door Ferdinand den
+Katholieke daaruit verdreven mohammedaansche veroveraars. Zij hadden
+zich in Spanje sterk met keltische, germaansche en joodsche elementen
+vermengd en waren ten slotte een geheel nieuw volk geworden, dat
+met de stamvaderen in Marokko weinig meer dan het geloof en de taal
+gemeen had. Zij waren de Moro's der Spanjaarden, die merkwaardige
+Afrikanen, die zich niet enkel in Granada en Andaluzië, maar ook
+in vele, meer oostelijk gelegen havens aan de Middellandsche Zee
+onderscheiden door hun rijke begaafdheid, hun prachtlievendheid en
+hartstochtelijk optreden. Shakespere's Othello was een Moro, een Moor,
+man van vrij lichte huidskleur en een fijn, smal gelaat met scherpe,
+semietische trekken. Mijn Moor had de voorname, afgemeten bewegingen
+en de beleefde spreekwijze van den beschaafden oosterling.
+
+Dan had ik veel dienst van een echten Arabier, achter wiens gewoon
+ezeldrijversgezicht niemand de hooge waardigheid vermoed zou hebben,
+die hij bekleedde. Hij was namelijk een sjerif, en dat zegt in Marokko
+alles. Een sjerif is het kort begrip van alle hoogs en heiligs
+en onaantastbaars. Het woord, waarvan het meervoud sjürfa luidt,
+beteekent in 't Arabisch niet anders dan voornaam; maar in Marokko
+is het de vaste betiteling geworden van hen, die zich nakomelingen
+van Mohammed noemen, zooals zij in de oostelijke landen sajid of
+sejid heeten en zich daar door den groenen tulband onderscheiden,
+dien niemand anders dragen mag. Tegenwoordig is het aantal sjerifs
+in Marokko legio; maar toch was de aanwezigheid van zulk een heilige
+persoonlijkheid een groote rust. Een sjerif kan bijna altijd vrede
+stichten en onheil verhoeden.
+
+De eerste groote plaats, die ik mij voorgesteld had, aan te doen,
+was de stad Asaila. Nadat ik een dag lang over de in voorjaarstooi
+prijkende uitloopers van den Djebel Habib was getrokken, stiet ik op
+den morgen van den derden dag, naar het Westen afslaand, op de groote
+strandvlakte, waarop de lange golven van den Atlantischen Oceaan den
+zandigen grond tot een prachtigen, gladden rijweg hadden geëffend. Voor
+menschen zoowel als dieren was het na de zware klauterpartij in de
+bergen een weldadige verkwikking, daar zich voort te bewegen, zonder
+ieder oogenblik op puin en wortels en groote steenen te moeten letten.
+
+Maar het was gloeiend heet. De verkwikkende winden, die boven, op 300
+M. hoogte, gewaaid hadden en in de buurt van de zee gestadig woeien,
+waren beneden niet meer te bespeuren. Zij schenen ingeslapen en moe
+te zijn geworden in de middaghitte, juist als wij. Toen was op eens
+de eindelooze strandvlakte als afgesneden; een breede, vestingachtige
+muur brak haar af en vulde de ruimte tusschen de zee en het heuvelland,
+en wij zagen tinnen en torens en wallen, bijna zwart van tint in het
+helle, recht neervallende licht. Dat is Asaila of Arsila of Arzilla,
+zooals de kaarten het geven; maar de Mooren en de andere inboorlingen
+spreken geen _r_ uit, zij zeggen Asaila, zooals zij Tanger uitspreken
+als Tandsja.
+
+Voor ik hier mijn reis afbrak, wenschte ik mij met een bad in zee
+te verkwikken. Ik zond dus mijn muildierdrijvers vooruit met het
+bevel, de tent tegen zonsondergang op een ongeveer dertig kilometer
+verder zuidelijk gelegen plek aan de kust op te slaan. Alleen de
+tolk en de soldaat bleven bij mij, om tijdens het bad mijn goed te
+bewaken. Nauwelijks was ik in het water, dat trots de warmte van
+20° C. zeer verkwikkend en opwekkend werkte, of daar kwamen van de
+stad haastig groepjes mannen en kinderen aanloopen. Het waren Joden,
+die uit de verte waarschijnlijk reeds de aankomst van den Europeaan
+hadden gezien en nu den vreemden gast van nabij wilden bekijken. In hun
+stadje zijn geen Europeanen en een naakten blanke hielden zij stellig
+voor iets zeer bezienswaardigs, waar men het voor over moest hebben in
+gloeiende middaghitte een poosje te draven. Beschroomd en nieuwsgierig
+stonden zij daar nu te kijken, hoe ik rondzwom en fluisterden elkander
+op- en aanmerkingen toe. Dan werden ze moediger en bekeken mijn op het
+zand liggende kleederen, laarzen, rijzweep en de photografietoestellen,
+die de tolk steeds bij zich moest hebben en voor 't gebruik moest
+gereedhouden. Zoodra echter een neuswijze, kleine jodenjongen zijn
+hand uitstrekte, om den zilveren knop van mijn rijzweep te bevoelen,
+sloeg mijn mokhasni, die tot nu toe onverschillig naast mijn kleêren
+op het zand had gezeten, met de kolf van zijn geweer tegen het been
+van den knaap, zoodat de arme zondaar op het zand viel. Natuurlijk
+algemeen geweeklaag, geschimp en gevloek.
+
+De soldaat voelt zich nu als vertegenwoordiger van den sultan en komt
+nader, zijn lam been achter zich aansleepend en dreigend het geweer
+zwaaiend. Ik roep den tolk toe, dat hij die menschen rustig moet
+laten gaan; maar te laat, de soldaat treedt krachtig op en jaagt de
+menschen weg met schoppen en kolfslagen. De tolk echter, wien ik van
+het water uit verwijten toeslinger, heeft geen ander antwoord dan;
+"_Son Judios, Senor_". En als 't "maar Joden" zijn, heeft men in
+Marokko niets ertegen in te brengen.
+
+Kort daarna besteeg ik den muur van de oude vesting, een getuige van de
+vroegere grootheid van Asaila. Terwijl ik nog bezig was, een gunstig
+plekje voor mijn photografietoestel te zoeken, hoorde ik beneden mij
+plotseling een luid geschreeuw, en ik zag tot mijn schrik, dat een
+dichte hoop gepeupel saâmgeloopen was en al mijn bewegingen volgde,
+terwijl mij allerlei onverstaanbare woorden werden toegeroepen. Dat
+het niet veel welwillends was, wat men mij aan 't verstand wenschte te
+brengen, zag ik aan de snelle bewegingen der menschen en de talrijke,
+dreigende vuisten, die tot mij werden opgeheven.
+
+Door het rumoer alleen had ik niet tot die conclusie kunnen komen,
+want deze brave Marokkanen verliezen hun veelgeroemde rust bij de
+geringste aanleiding, en hoe minder zij aan feitelijkheden denken,
+des te krachtiger gebruiken ze hun stemmiddelen. Eindelijk verstond
+ik het woord _dsjama! dsjama!_ en nu was de oplossing van het raadsel
+spoedig gevonden. Ik was bij mijn rondwandelen op de uitgebreide
+vestingwerken op een plek gekomen, waar ik de verschere kalklaag niet
+had opgemerkt. En juist dit stuk van Oud-Asaila was het eenige, waar
+de menschen beneden belang in stelden. Men had in deze resten van de
+oude vesting een moskee gebouwd, zonder minaret en zonder eenig ander
+uitwendig teeken dan de nette, witte kalklaag, en zonder te weten,
+welken gewijden bodem ik met mijn laarzen van een christenhond betrad,
+was ik op 't dak geweest der moskee of _dsjama_ van Asaila.
+
+Mijn tolk was niet in de buurt, zoodat de mooie toespraak, die ik nu
+boven van den vestingmuur tot het beneden staande volk hield, wel tot
+de bekende parelen zal moeten worden gerekend, die men een zeker nuttig
+huisdier niet moet presenteeren. Daar ik er echter vriendelijke gebaren
+aan toevoegde en snel van het moskeedak verdween, om van een andere
+plek mijn kiekjes te nemen, verliep het avontuur zonder erge gevolgen.
+
+Nu had ik eindelijk tijd en rust, het zich vóór mijn oogen uitbreidende
+wonderschoone tooneel op te nemen. Een stuk europeesche Middeleeuwen
+verplaatst aan de kust van den Atlantischen Oceaan en verlevendigd
+door oostersche figuren in witte gewaden, alles beschenen door de
+afrikaansche zon. Er is iets weemoedigs in zulke steden van vervallen
+grootheid, iets dat ook aan Ravenna en aan Brugge eigen is of aan Goa
+in Voor-Indië. De geweldige stadsmuur heeft in Asaila nog reuzenpoorten
+voor een plaatsje, dat naar zijn tegenwoordig aantal inwoners niet
+meer is dan een dorp en nog maar een bescheiden dorp. Twee groote
+torens verrijzen uit het steencomplex; de een lijkt de minaret
+eener verdwenen groote moskee, de andere de klokketoren van een even
+spoorloos verdwenen christelijke kerk. Nu nestelen ooievaars op de
+tinnen, en in de spleten en gaten van het begroeide muurwerk waren
+hagedissen en vleermuizen, zwaluwen en torenvalken. Van den vroegeren
+havenaanleg is niets meer te zien; de monding van het kleine riviertje,
+dat even ten noorden van de stad in zee valt, is hopeloos verzand,
+en de branding van den Oceaan slaat in lange golven tegen een ledige,
+verlaten kust.
+
+En inwendig ziet men geen drukker leven. Ik steeg op het dak van
+het hoogste huis, welks eigenaar, Amram Roif, voor den rijksten
+jood der stad doorging. Van het ruime terras van zijn dak zag men
+neer in de smalle, vuile hoofdstraat, aan beide zijden bezet met
+die lage winkeltjes, waarin de moorsche koopman zijn geheelen dag
+doorbrengt. Vóór elk winkeltje was een soort van schermpje neergelaten
+ter bescherming van mensch en koopwaar tegen de gloeiende hitte.
+
+De slechts 40 K.M. lange weg naar El Araisch, de naaste groote stad
+aan de kust, had ik mij als het gemakkelijkste en aangenaamste deel
+der reis voorgesteld. De weg ligt onmiddellijk aan het strand en
+loopt in zuid-zuidwestelijke richting zonder anderen hinderpaal
+dan twee rivieren, die men onmiddellijk aan hun monding heeft te
+passeeren. Daar echter dezen keer de voorjaarsregens uitgebleven
+waren in dit noordwestelijk deel van het land, dat uit het oogpunt
+van klimaat tegelijk onder den invloed van den Atlantischen Oceaan
+en van de Middellandsche zee staat, mocht men hopen, zonder al te
+groote moeilijkheden de niet overbrugde rivieren te passeeren. Naar het
+gewoon verloop der dingen moeten deze voorjaarsregens de noodzakelijke
+voorwaarde voor een goeden oogst zijn. Zij beginnen meestal op 't
+eind van December en duren dan met een tusschenpoos in Januari tot
+Mei toe. Voor reizigers in Marokko is echter de droogte een groot
+gemak bij het tijdroovend en gevaarlijk passeeren der rivieren.
+
+Het rijden over 't vlakke, effen strand duurde echter niet lang;
+de soldaat beweerde, dat wij om de afgesproken plek voor ons kamp
+te bereiken, weer het land in moesten gaan. En dus trokken wij weer
+voort tusschen de heuvels, die ons schadeloos stelden door het prachtig
+uitzicht op de zee en de oostelijke bergen. Alles groende en bloeide,
+en geheele velden erica en brem bedekten de hellingen.
+
+Een lange optocht van inboorlingenvrouwen, in losse groepjes
+verdeeld, kwam ons tegen en kondigde door gezang zich al in de verte
+aan. Het waren Berbervrouwen, die, zooals mijn gevolg meende, van
+een bruiloft terugkeerden. Heele dorpen schenen uitgetrokken, want
+telkens ontmoetten wij vroolijke drommen in dit stille berglandschap,
+waarin dorpen en kampen zeldzaam waren. Naar oud Berbergebruik, dat
+zelfs door de strenge voorschriften van den Islam niet op zij gezet
+is, waren alle vrouwen ongesluierd. Met trotsch opgericht hoofd, in
+haar kortgerokte kleeding, die niets heeft van de vermomming, waarin
+de arabische vrouw zich op straat beweegt, lieten deze Berberinnen
+zich door den Roemi bekijken. Zij zagen mij wederkeerig onbeschroomd
+aan, open en vriendelijk, eerder met welwillende belangstelling dan
+met boosheid of beschaamdheid. Er waren niet veel jonge vrouwen bij;
+maar alle hadden regelmatige trekken en mooie oogen.
+
+Reeds lang had ik bemerkt, dat mijn brave soldaat zich niet meer zeker
+voelde van den weg. Op den gewonen karavaanweg tusschen Tanger en Fez,
+dien hij ontelbare malen was gevolgd, zal hij wel elke plek kennen;
+maar hier begon hij de voorbijtrekkende ezeldrijvers te vragen, en
+nu en dan keek hij bezorgd om zich heen. Ten slotte toen de zon al
+zeer laag stond, en de voorbijgangers zeer schaarsch werden, zei hij,
+dat wij beproeven moesten, de sporen der vooruitgezonden lastdieren
+in het zand langs de kust te vinden. Geheel in duister moesten wij nu
+weer afdalen naar de zee, en werkelijk konden wij dichtbij het water
+de lijnrecht voortloopende sporen der muildieren herkennen. Wij
+volgden die, zoo lang het ging. Op eens waren ze niet meer te zien.
+
+Of de karavaan zich van het strand verwijderd had, of dat wij in
+onze slaperigheid niet goed toezagen, maar in elk geval was de
+aansluiting verbroken, en de soldaat weigerde, den weg langs de zee
+verder te volgen. Wij zouden bij de rivier komen en gevaar loopen,
+in het drijfzand te raken, als wij in donker verder reden. Hij meende,
+dat niets anders overbleef, dan op den opgang der maan te wachten en
+dan verder te gaan, want het dorp, waar de tenten opgeslagen waren,
+kon niet ver meer af zijn.
+
+Het was afnemende maan, voorbij laatste kwartier, en dus konden er
+nog eenige uren verloopen, eer de smalle sikkel verschijnen zou, om
+'t onbekende land gebrekkig te verlichten. Niet ver van het strand
+stegen wij af en gaven onszelven en onzen paarden eenige rust; maar
+de honger plaagde ons. Ik had sinds den morgen niets anders gebruikt
+dan een paar sinaasappelen in Asaila en wat zure melk, die een der
+Berbervrouwen ons onderweg geschonken had.
+
+Dus moest ik mij hongerig en dorstig in bet zand neerleggen en met
+een sigaret de knagende maag tot rust brengen. Het duurde niet lang,
+of daar begonnen de bleeke sterren aan den hemel zich achter een
+sluier van wolken te verbergen, en een ondoordringbare duisternis
+omhulde zee en hemel, strand en duinen. Spoedig werd het zoo donker,
+dat ik niet eens meer mijn schimmel, dien de tolk op een paar pas
+afstands van mij bij den teugel hield, kon onderscheiden.
+
+Toen volgde er plotseling een windstoot, een paar bliksemstralen en
+bijna op hetzelfde oogenblik een regenbui, die ons door en door nat
+maakte. Ik had mijn regenmantel bij de bagage der beladen muildieren
+gelaten, daar den geheelen dag de lucht noch de barometer regen hadden
+voorspeld. En toen ze kwamen aanloopen met een paardedek, nog warm
+van den rug van een paard, om mij daarin te hullen, was ik al geheel
+doorweekt. Toch gelukte het mij met behulp van dat kleed en met mijn
+eigen lichaamswarmte na verloop van enkele uren weer droog te worden
+en de plaats in het zand, waar ik lag niet doorweekt te krijgen. De
+maan verscheen natuurlijk in 't geheel niet; dus moest het daglicht
+worden afgewacht, dat tegen vijf uur 's morgens met moeite door de
+zware regenwolken brak.
+
+Dit was het sein voor vertrek. Het was een droevige optocht. Menschen
+en dieren waren nat, hongerig, dorstig, moe, stijf en koud. De paarden
+hadden den geheelen nacht in den kletterenden regen gestaan; ze lieten
+den kop hangen en zagen er bedroevend uit. Ook bij ons, menschen,
+was de levensmoed tot een laag peil gezonken, en hij steeg niet,
+toen de soldaat ook 's morgens den weg nog niet kon vinden.
+
+Met mijn kijker zocht ik den omtrek af, maar zag niets van een kamp
+of van onze beladen muildieren. Geen dorp, geen tent, geen dieren
+te zien. Maar daar ontdekte ik op een paar honderd pas afstands de
+bruine dsjellaba van een Moor, als om te drogen, over een struik
+gehangen. Waar het kleed is, kan de drager niet ver verwijderd zijn;
+ik reed erop af en was hoogst verbaasd, plotseling een man hard op
+mij te zien toeloopen, terwijl hij mij met alle teekenen van vreugde
+begroette als een hond zijn teruggekeerden meester.
+
+Het was een van mijn eigen muildierdrijvers. De lieden waren met
+de tenten en dieren dicht in de buurt, en wij hadden niet meer dan
+een paar duizend passen van hen verwijderd in de open lucht zonder
+beschutting en voedsel den nacht doorgebracht! Het was om te lachen,
+maar de vermoeide paarden namen aan de vroolijkheid niet recht deel. In
+een laagte, door opuntia's en agaven en allerlei doornstruiken
+omringd, hadden zij een uitstekend, veilig kamp ingericht; maar ik
+was te ongeduldig, om naar El Araisch, de naaste stad, te komen,
+dan dat ik van het kamp gebruik wilde maken.
+
+Het ging weer snel zuidwaarts langs het strand, tot de hooge
+muren en torens van El Araisch vóór ons oprezen, veel statiger en
+schilderachtiger nog dan die van Asaila.
+
+El Araisch is ook een van de sterk achteruitgegane plaatsen van
+Marokko, en weer trof mij het middeleeuwsche karakter der stad. Mijn
+aankomst trok er sterk de aandacht. Europeesche bezoekers zijn hier
+schaarsch en vooral in deze tijden van onrust werden ze bijna niet
+gezien. Wij moesten over de rivier de Wadi el Koes gezet worden, om
+tot de stad te naderen, en met de eerste boot, die van de stad naar
+de overzijde kwam; waar ik met mijn dieren wachtte, zond ik dadelijk
+een paar regels aan een spaanschen koopman, aan wien de duitsche
+postdirecteur in Tanger mij had gerecommandeerd, om van hem raad te
+vragen, waar ik het best mijn tenten zou opslaan.
+
+Het heen en weer gaan van de kleine booten, die altijd slechts één of
+twee van mijn lastdieren konden overzetten, duurde geruimen tijd. Toen
+ik eindelijk als laatste mijner karavaan aan de stadszijde der rivier
+was afgezet, begroette mij een Europeaan, die mij tot mijn verbazing
+in het Duitsch aanspraak. Hij was de eenige Duitscher in de plaats,
+een oudmachinist van de keizerlijke marine, die hier als kapitein
+van een der booten van den sultan tegelijk de plichten van een
+havenmeester vervult.
+
+Onder alle steden van Marokko is El Araisch bekend om het mooiste
+marktplein. Het is inderdaad een echt oostersche markt, veel
+schilderachtiger dan alle andere, die ik tot nog toe in Marokko
+had gezien. Maar ook zij draagt den stempel der vergankelijkheid,
+alle kenteekenen van niet meer te passen in den tegenwoordigen tijd,
+zooals met zooveel dingen in deze vervallende atlantische havens het
+geval is, waar maar geen nieuw leven uit de ruïnen wil opbloeien. Wat
+deze soek of markt van alle andere onderscheidt, is de lange rij
+van mooie gewelfde zuilengalerijen, die aan twee zijden het plein
+begrenzen en zulk een geschikte lijst vormen voor het bonte beeld
+van kleinsteedsch handelsverkeer dat zij omsluiten. Er zijn wel bijna
+honderd van die nauwe kooiachtige stalletjes, die van Noordwest-Afrika
+tot in Midden-Azië de plaats van onze winkels innemen. Alle zijn ze
+naar één model naast elkaâr gezet en met even hooge koepels bekroond.
+
+Een moorsche Rue de Rivoli, maar voor de schitterende étalages van de
+parijsche winkels krijgt men hier de moorsche kooplui zelf te midden
+van een bescheiden hoopje alledaagsche goederen, die duidelijk genoeg
+toonen, dat men voor pracht hier geld heeft noch waardeering. Vier
+moskeeën steken boven het plein op; aan de oostzij wordt het door
+een prachtige, oude poort afgesloten en naar het Westen door den
+vestingachtigen ingang naar de kasba, den burcht van den stadhouder,
+welks geweldige muren uit den tijd der Spanjaarden in de 16de eeuw nog
+versterkt zijn. Zooals de Portugeezen in Asaila hebben de Spanjaarden
+in El Araisch getracht, door de havens te behouden, hun gezag in het
+land te handhaven. Maar reeds in 1691 maakte sultan Mulei Ismaël met
+behulp van fransche fregatten een einde aan de spaansche heerschappij.
+
+Voor de kleine spaansche gemeente, die nog heden in El Araisch woont,
+moet het smartelijk zijn, al die getuigen van voorbijgegane spaansche
+grootheid steeds voor oogen te hebben. Het sterkst krijgt men dien
+indruk van troosteloos verval, als men van de zeezijde de forsche
+vestingwerken aanschouwt. En 's morgens, als ik mijn bad nam,
+zaten dan als getuigen van het belachelijke heden mijn soldaat
+en mijn Berber als levende bewijzen van den zwaktetoestand der
+tegenwoordige sultansheerschappij, die het niet waagt, zich flink
+tegen een oproerigen onderdaan en zijn aanhang te verweren. Alsof
+het hier buiten aan het eenzame strand van bloeddorstige aanhangers
+van Boe Hamara wemelde of een sluipmoordenaar achter elk rotsblok
+zich verschool, zaten daar de wakkere beschermers van mijn leven, de
+mokhasni met zijn oud verroest geweer, en de Berber met in de eene hand
+een knuppel en in de andere een klein vuursteenpistool, dat misschien
+na den tijd van den dertigjarigen oorlog niet meer was gebruikt.
+
+Van El Araisch naar El Ksar el Kbir, de volgende stad, die ik wilde
+bezoeken, was slechts een weg van 33 kilometer door vlak land met
+slechts een enkelen rivierovergang. Men had mij telkens willen
+tegenhouden om de gevaren, die het oproer meebracht, maar gelukkig
+had ik mij niet laten terughouden. Als dit het "vlammend oproer" was,
+dat Marokko in brand had gezet, dan moeten marokkaansche opstanden
+toch al heel weinig beteekenen en niet met woelingen in andere landen
+te vergelijken zijn.
+
+Een bloeiend landschap, heuvelachtig weideland vol bloemen, vreedzaam
+voorttrekkende karavanen met trotsche kameelen, vlugge muildieren
+en zingende drijvers, mooie kudden glad rundvee, wollige schapen
+en langharige geiten, slechts door een enkelen grijsaard bewaakt of
+door een paar halfnaakte, bruine kinderen, was dat een land, bedreigd
+door burgeroorlog en bestuurswisseling, waar dreigende moordenaars
+huishielden? Waar waren toch de rookende dorpen, de verwoeste oogsten,
+de met lijken bedekte wegen, die ons voor twee jaren in China hadden
+geleerd, wat opstand en burgeroorlog beteekenen? In andere deelen
+van het rijk was het mogelijk erger; bij de noordkust en aan de
+algerijnsche grens, maar hier was het land rustig en de kalmte
+ongestoord.
+
+Toch leek het eerst nog, of er zich bezwaren zouden voordoen, want
+reizigers, die pas den weg waren gegaan, berichtten dat regenbuien hem
+onbegaanbaar hadden gemaakt en de rivier hadden doen zwellen. Dus wilde
+ik eerst nog een kamp opslaan in een niet ver van El Araisch gelegen
+dorp. Meestal zocht de mokhasni de plaats voor het kamp uit en wel
+op een plaats, waar hij goede bekenden had en een goed onderkomen kon
+vinden, natuurlijk kosteloos, opdat hem de anderhalven doero kostgeld,
+die ik hem volgens onze overeenkomst dagelijks moest betalen, als
+zuivere winst ten deel vielen.
+
+Dezen keer echter was er geen tijd om lang te zoeken en onverwijld
+moest hij met den schout van het naaste dorp onderhandelen. Het trof
+mij, dat de plek een arabische doear was, een tentdorp, zooals de
+nomadische Arabieren in Marokko plegen op te richten, waar zij een
+merkwaardig middending zijn tusschen hun voorvaderen, die nomaden
+waren in de arabische woestijn, en de burgerlijk levende Berbers,
+wier land zij voor een deel bezet hebben. Zulk een doear ziet eruit
+als een kamp, dat op weg is een dorp te worden. Vorm en maaksel
+der woningen zijn nog geheel die der kampen, lage, lange hallen
+van gerstestroo en geitenhaar, zwartbruin en onaanzienlijk. Ook de
+inwendige inrichting, die eigenlijk door afwezigheid schittert en
+alleen het allernoodzakelijkste keukengerei vertoont, herinnert nog
+aan de tent van een zwervend volk, sterke tegenstelling dus tot de
+in de steden wonende Mooren, die zoo verweekelijkt zijn, zich graag
+met pracht en praal omgeven en zich in den laatsten tijd al druk
+amuseeren met photografietoestellen, speeldoozen en grammophonen.
+
+Om de een of andere reden en, naar ik uit de verklaringen van mijn
+tolk meende te begrijpen, wegens oude stamvijandschap, weigerden de
+bewoners van dit jammerlijke dorp mijn mannen het verlof, om den nacht
+op hun grond door te brengen. Tegen mij als vreemdeling en ongeloovige
+hadden zij, merkwaardig genoeg, niets in te brengen. Mijn Berbers
+van den stam der Andsjera scheen men geen gastvrijheid te willen
+verleenen. Zoo kwam het tot heftige woorden en dreigende gebaren,
+en ten overvloede heette het, dat men ons met geweld verdrijven zou.
+
+Ik beproefde het eenige verzoeningsmiddel, dat de reiziger in
+zulke gevallen heeft, dat krachtiger werkt dan alle wetten of alle
+goedheid, namelijk den snooden Mammon in den vorm van goede betaling
+voor alle moreele of politieke bedenkingen. Juist op dat oogenblik
+kwamen echter de uit de velden en weiden naar huis gedreven kudden
+aan. Lustig springend kwamen de jonge stieren binnenhuppelen in volle
+vrijheid. De jonge lammeren dartelden ertusschen, en ten laatste kwamen
+de merries met hun veulens, die zich dicht tegen hun voedingsbron
+aandrukten. Onze hengsten bleven niet onverschillig en waren bijna
+niet te houden en het algemeen tumult, dat daarbij ontstond, wekte
+een soort van verbroedering onder de menschen. Tegen goed geld kregen
+wij een plaats voor ons kamp, en de nacht verliep in alle kalmte. Den
+volgenden dag brachten wij een kort bezoek aan El Ksar, een zeer vuile
+stad, die onder de marokkaansche steden als de vuilste bekend is,
+hetgeen niet weinig wil zeggen. De nauwe, donkere straten lagen dik
+onder een vettig slijk; de zoogenaamde markt geleek een mesthoop.
+
+Nu lag vóór ons een groot tafelland vol kloven, waar de insnijdingen
+weinig water voerden zelfs in den regentijd. Maar wij moesten op den
+weg naar Fez nog drie vrij belangrijke rivieren passeeren, de Wargha,
+de Seboe en de Sgota, eer we eindelijk weer op den eigenlijken reisweg,
+den van Tanger naar Fez leidenden karavaanweg, belandden. Het doorwaden
+der rivieren was telkens met veel last en moeite verbonden. Het
+water schoot zoo snel en krachtig door de bedding, die vol kleine
+eilandjes en hoopen steenen en afschuivingen van den oever lag,
+dat men wel hulp moest hebben bij den overtocht. En zelfs als ieder
+dier door een met de rivier bekend persoon aan den teugel gevoerd
+werd, terwijl die persoon geheel naakt zich een weg baande door den
+sterken stroom, was het nog een kunststuk, de geheele karavaan veilig
+over te brengen. De onder den buik der paarden met razende snelheid
+voortbruisende stroom werkte zoo verwarrend op mensch en dier, dat
+men er duizelig en half bedwelmd van werd en zich willoos overgaf
+aan de leiding der vooruitloopende, met het water worstelende mannen.
+
+Reeds bij den overgang over de Seboe hadden zich bij mijn kleine
+karavaan veel andere reizigers aangesloten. Ofschoon ik deze rivier,
+die ondanks haar betrekkelijk korten loop van ongeveer 500 K.M. de
+belangrijkste, niet alleen van geheel Marokko, maar van geheel
+Noordwest-Afrika is, niet overging bij het kruispunt met den grooten
+karavaanweg, toonde toch de beweging aan de oevers, dat wij weer
+in meer bezochte oorden kwamen en dichter tot de hoofdstad waren
+genaderd. Inderdaad scheiden zich hier in den oostelijken hoek der
+groote, vruchtbare kustvlakte, die zich als een driehoek tusschen
+de rivieren Seboe en Boe Regrag uitstrekt, talrijke karavaanwegen,
+die alle zich naar Fez richten. En daar bij het bekende gebrek aan
+bruggen en veren ook de meest ervaren reizigers aangewezen zijn op de
+hulp en de kennis der inboorlingen, die met de doorwaadbare plaatsen
+vertrouwd zijn, kan men bij het wachten op de gidsen aan de oevers
+altijd een echt bont tooneel van oostersch karavaanleven aanschouwen.
+
+Lange reeksen van zwaarbeladen, langzaam en gelijkmatig voortgaande
+kameelen, grootere en kleinere groepen muildieren en ezels met luid
+schreeuwende drijvers, trotsche en slecht gehumeurde ruiters met
+lange geweren en bescheiden voetgangers, allen zonder onderscheid
+moeten aan de steile hellingen der bedding wachten, terwijl de rivier
+vuilbruine golven haastig voortstuwt, tot eindelijk de gidsen weer van
+de overzij komen aanzetten. Men laat de dieren in de nabijheid grazen,
+verbetert eens wat aan de schikking der lasten op den rug der beladen
+beesten en gaat dan in het gras zitten, om een praatje te maken met
+den eerste den beste. Natuurlijk werden er tooneelen opgehangen van
+roof- en moordpartijen, terwijl de lust in fabeltjes vertellen, zoo
+sterk in dit oostersche land, bij ieder verhaal den spreker zelf in
+'t middelpunt der handeling plaatste en hem pochen deed op heldendaden
+en met moed doorgestane gevaren.
+
+Van dit oogenblik af waren wij bijna nimmer meer alleen op marsch. Er
+zal geen uur verloopen zijn, waarin wij niet met andere reizigers of
+ten minste in het gezicht van andere groepjes langs den weg trokken,
+en ook deze zelfs liet het bespeuren, dat wij nader kwamen tot het
+doel, de groote hoofdstad en het handelsmiddelpunt van het land.
+
+Zelfs de dieren schenen vlugger en beter de aanmoedigende woorden
+te begrijpen, ook zij ruiken het einde van de reis. Verwachting en
+ongeduld nemen toe, en de laatste mijlen worden een kwelling. Sommigen
+gaan vooruit, om te zien, of er nog altijd niets te bespeuren is van
+de schitterende sprookjesstad, keert dan weer naar de lastdieren terug,
+om hun gelijkmatigen reistred te bespoedigen door een ongeduldig bevel.
+
+Eindelijk, eindelijk, daar ontdekken wij dikke, bruingrijze,
+lage stadsmuren met breede poorten, witte huizenblokken en lange,
+gelijkvormige rijen en daarboven oprijzend eenige minarets en een
+paar populieren en dadelpalmen. Alles is intusschen vlak en gedrukt,
+weinig zich verheffend boven de vlakte, niets, dat aan een hoofdstad of
+een residentie herinnert. De tolk tracht mij voor mijn teleurstelling
+te troosten en zegt, dat dit slechts het nieuwe onbeduidende deel van
+Fez is, dat wij, uit het Westen komend, het eerst te zien krijgen. De
+werkelijke stad, de Medina, met het beroemde heiligdom van Moelei Idris
+en de groote moskee, ligt verborgen en is van hier niet te zien. Het
+doffe, donkere, regenweêr doet met zijn nuchtere, grijze tinten het
+overige en zoo blijft er wel degelijk een gevoel van teleurstelling
+over, waarmee ik op den middag van mijn twee-en-twintigsten reisdag
+door de westelijke stadspoort, Bab es Segma, de heilige hoofdstad
+van den sjerif van Marokko binnenrijd.
+
+Natuurlijk zou ik een bezoek aan het hof brengen en een uitnoodiging
+liet zich dan ook niet lang wachten. Ik was zelf afwezig, toen de bode
+van den sultan mij een invitatie bracht. Den dag daarna verscheen nog
+eens een afgezant van Moelei Abdul Aziz, dezen keer de aan het hof in
+groot aanzien zijnde engelsche instructeur der troepen kaïd Sir Harry
+de Vere Maclean, om mij nog eens in optima forma uit te noodigen. Ik
+was er zeer verbaasd over, daar ik opzettelijk vermeden had, mij gewoon
+voor een audiëntie aan te melden, ofschoon zij veelal de hartewensch
+is der talrijke reizigers, die Fez in de laatste jaren bezocht hebben.
+
+Vooral de republikeinsche Amerikanen doen daar sterk aan; zij
+rusten niet, eer zij hun trotschen, vrijen burgerrug voor Zijne
+Sjerifiaansche Majesteit gebogen hebben. Sir Harry zegt mij, dat
+de sultan mij onlangs heeft gezien en naar den nieuwen Europeaan
+geïnformeerd heeft bij den minister van buitenlandsche zaken, die
+mij, dank zij een aanbevelingsbrief van onzen gezant, vrijheer van
+Mentzingen in Tanger, reeds kende. Z.M. had nu bevolen, dat ik aan
+hem voorgesteld zou worden. Er waren toen juist slechts zeer weinig
+Europeanen in de stad; men had om de woelige tijden, zooveel mogelijk,
+vreemdelingen geweerd.
+
+De stad zag er intusschen levendig genoeg uit. De maand Rebia el
+Uwwel, de eerste lentemaand, was in het land gekomen en daarmee was de
+reeks van feestdagen begonnen, die de Mohammedaan ter eere van zijn
+Profeet viert, omdat de verjaardag van den godsdienststichter in die
+maand valt. Naar een oud gebruik brengen de onderworpen stammen hun
+schatting en hun eeregeschenken voor den sultan, en de gezantschappen
+worden door den sultan in persoon ontvangen. De ontvangst en het
+uitgeleide van die gezantschappen hebben telkens met grooten luister
+plaats. De lijfwacht van den vorst en alle in de hoofdstad aanwezige
+troepen worden in gala ontboden, het geheele hof is aanwezig, en een
+zeer breede kring van toeschouwers in feestkleedij omlijst het bonte
+tooneel, dat voor de beste gelegenheid doorgaat, om het sjerifiaansche
+hof in volle pracht te aanschouwen.
+
+Om mij in elk geval van den aanblik dezer grootheid te verzekeren,
+was ik al den eersten dag in gezelschap van mijn soldaat Embarik naar
+het paleis gegaan en had de ontvangst der Kabylengezantschappen mee
+aangezien. Daarbij had de sultan mij opgemerkt, ofschoon ik niet te
+paard was, maar naast mijn rijdier stond. Maar buiten de officieren
+der vreemde gezantschappen was geen Europeaan aanwezig, en dus was
+hem de verschijning van den nieuweling dadelijk opgevallen. Toen
+hij bij het einde van het feest in het inwendige van het paleis zich
+terugtrok, kwam hij vrij dicht langs mijn standplaats, wierp mij een
+langen onderzoekenden blik toe, en het mishaagde hem, zooals mij kaïd
+Maclean mededeelde, dat ik hem niet groette. Ik wist inderdaad op dat
+oogenblik niet, hoe ik groeten moest. De kotau zal Z.M. toch wel niet
+verwacht hebben, den hoed afnemen is in mohammedaansche landen ver van
+een eerbewijs en ongeveer op twintig pas afstands een paar hoffelijke
+buigingen te maken, zou mijzelf zoo belachelijk zijn voorgekomen,
+dat ik ze toch niet in ernst had kunnen volvoeren. Zoo had ik mij
+uit deze _embarras de richesse_ van groetmogelijkheden gered, door
+eenvoudig niets van dat alles te doen, maar den heerscher recht in
+'t gelaat te zien, wat wel de aanleiding tot mijn audiëntie bij Moelei
+Abdul Aziz zal geweest zijn.
+
+Den volgenden dag reed ik op het aangegeven uur weer het paleis binnen
+en begaf mij naar het feestterrein, de _Meschwar_. Daar steeg ik af
+en wachtte op de dingen, die komen zouden, mijn feestgewaad onder
+een langen stofmantel verbergend. Het geweldig groote plein ligt in
+het noordelijk deel van het zeer uitgebreide paleis en was thans
+door een dichte menschenmenigte omgeven, die zelve weer een lijst
+vormde om den in 't midden opengestelden vierhoek van soldaten. In
+het midden van het voorste gelid der eene lange zijde zag ik reeds
+in de verte den engelschen chef-instructeur in bovenaardsche pracht
+stralen. Hij droeg een vuurroode galajas, van boven tot beneden met
+zware gouden tressen bezet, ongeveer ter dubbele breedte van die der
+diplomatenuniform. Op het hoofd droeg hij de hooge, scharlakenroode
+sjasjia van de moorsche askari's, omwikkeld met een schitterend witten
+tulband, en om de schouders had hij, als bij de oude kruisridders,
+een wijden mantel zonder mouwen geslagen, gemaakt van 't fijnste,
+witte mousseline.
+
+Toen na lang wachten de sultan zich vertoonde, door een schitterenden
+hofstoet omgeven, klonk uit de rijen der soldaten den krijgsroep:
+"Allah moge onzen heer de zege verschaffen!" _allah ianssar ssidna_,
+die altijd wordt geuit, zoodra de sultan verschijnt. Statig reed de
+vorst over het plein, en de engelsche chef-instructeur wenkte mij,
+hem binnen het regeeringsgebouw te volgen.
+
+Daar had ik een kort onderhoud met den vorst, waarbij Sir Harry Maclean
+als tolk optrad. Het was een ongedwongen praatje, dat op aardrijks- en
+staatkundig gebied bleef. Ik maakte mijn verontschuldigingen over mijn
+niet-groeten, en het trof mij, hoe eenvoudig en waardig het optreden
+van den sultan was. Vriendelijk weerde hij mijn excuses af met het
+woord, dat men van den eersten dag van zijn verblijf in Marokko kan
+hooren uit den mond van hoog- en laaggeplaatsten: _la bass, la bass_
+d.i. het doet er niet toe.
+
+
+
+
+NASCHRIFT.
+
+
+Dr. Genthe's Reisbrieven zijn in 1904 in de Kölnische Zeitung
+verschenen, en toen de laatste er van het licht zag, was de schrijver
+reeds niet meer onder de levenden. Hij heeft op droevige wijze in
+Marokko den dood gevonden.
+
+In Maart 1904 was hij op het punt, Fez vaarwel te zeggen; den 10den
+zou hij opbreken naar de kust. Het had lang en zwaar geregend, en de
+doctor had zijn gewonen namiddagrit eenige dagen moeten missen. Den
+achtsten nu lokte hem een heerlijke voorjaarsdag naar buiten, en op
+zijn mooie Benni-Hassan-hengst reed hij tegen drie uur in den namiddag
+de westpoort uit, om niet weer terug te keeren. Hij was voor dat
+rijden alleen dikwijls gewaarschuwd, maar zijn kamers in Fez waren
+eng en benauwd, en er waren zooveel dingen geweest, waarvoor men hem
+had gewaarschuwd en die toch goed waren afgeloopen, dat men hem het
+niet euvel kan duiden, wanneer hij soms een raad in den wind sloeg.
+
+Er was hem wel door de regeering een bereden soldaat toegevoegd;
+maar Genthe reed veelal zeer snel, om het geleide kwijt te raken en
+de regeering had, om haar paarden te sparen, reeds bepaald, dat hij
+alleen te voet gaande, begeleid zou worden. Zoo bleef ook toen de
+soldaat achter, en den 9den kwam de man op het duitsche consulaat
+melden, dat zijn heer niet terug was gekeerd.
+
+Waarschijnlijk heeft de reiziger den dood gevonden onder
+moordenaarshand, en hebben roovers hem uitgeplunderd en daarna het
+lijk verduisterd. Er is wel in de Seboe in het laatst van April een
+lijk gevonden, dat als van een Europeaan voor het zijne is gehouden,
+maar het was gewond en geheel naakt, en met zekerheid heeft niemand
+het als het lijk van den Duitscher kunnen herkennen.
+
+De weg, dien hij uitgereden was, is vooral in den regentijd zeer
+eenzaam, en het schijnt, dat een slecht befaamd individu El Chammar de
+daad heeft bedreven, niet onmogelijk met medeweten van Dr. Genthe's
+persoonlijken bediende. Allerlei nasporingen werden in het werk
+gesteld; het paard werd nog in September bij den stam der Beni Mtir
+teruggevonden en daaraan werden nieuwe onderzoekingen vastgeknoopt;
+maar volkomen opgehelderd is de zaak nooit.
+
+Toch heeft men getracht, het rechtsgevoel bevrediging te schenken,
+'t geen vooral noodig werd, toen des keizers bezoek in Marokko was
+aangekondigd. De door de publieke opinie als moordenaars aangewezenen
+werden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, en de marokkaansche
+regeering betaalde een som van 40.000 mark als schadeloosstelling
+voor de bloedverwanten van den vermoorde. Op die wijze wordt in den
+laatsten tijd vaker Marokko's schatkist aangesproken. Voor eenige
+maanden is de Franschman Charbonnier er vermoord, en in 't begin van
+Juli heeft het machzen in 100.000 francs schadevergoeding bewilligd.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+[1] Dit uittreksel is ontleend aan: Marokko, Reiseschilderungen von
+Dr. Siegfried Genthe. 2e aufl. Berlin, Allgem. Verein für Deutsche
+Literatur 1906.
+
+
+
+Langs den Congo tot Brazzaville.
+
+Door A. KLOOS.
+
+
+Na een voorspoedige reis over een bijkans spiegelgladde zee had de
+_Albertville_, een der stoomschepen der Messageries Maritimes du Congo,
+het anker laten vallen in de ruime, slechts door een smalle landtong
+van den Oceaan gescheiden baai, door den machtigen Congostroom aan
+zijne uitmonding gevormd.
+
+Al dadelijk bij het invaren maakt de rivier een grootschen
+indruk. Verscheidene K.M. breed, stuwt zij hare wateren, waarvan de
+gele kleur reeds den geheelen dag vóór onze aankomst den aanblik
+der zee veranderde, met groote snelheid en in ongelooflijke massa
+voort. Hare dichtbegroeide, vèrwijkende oevers verliezen zich in
+de oneindige verte; tot aan den horizon kunnen we stroomopwaarts de
+wateroppervlakte overzien,--slechts plekken eenige kleine eilanden,
+hier en daar verspreid, tegen de donkere kleur van het water of tegen
+den helderblauwen hemel af.
+
+In al zijn rustige schoonheid vertoont zich de machtige stroom aan ons
+oog; niets dan een enkele kleine kano door rechtop staande inboorlingen
+voortbewogen, verraadt ons de nabijheid van menschen. Geen geluid
+dringt over die uitgestrektheid tot ons door, stil en indrukwekkend
+ligt de Congo, zich badende in het verblindend witte, tropische
+zonlicht, voor ons.
+
+Alleen als we over de baai naar de landtong, die we straks bij het
+binnenkomen omstoomden, terugblikken, zien we dat onze aankomst
+opgemerkt werd.
+
+Eenige sloepen, waarin ambtenaren van den Congostaat of
+vertegenwoordigers van hier gevestigde Europeesche handelshuizen
+gezeten zijn, bewegen zich over het water, en 't duurt niet lang
+of de inzittenden haasten zich aan boord, om bij het afdoen hunner
+zaken weer eens iets anders te zien dan hunne dagelijksche omgeving,
+die op 't stukje grond, tusschen rivier en oceaan gelegen, dat hun
+tot verblijfplaats dient, niet zeer afwisselend is; vooral ook,
+om het nieuws te vernemen, dat elke stoomer uit Europa medebrengt.
+
+De voor ons liggende landtong, Banana geheeten, vertoont ons, op
+eenigen afstand gezien, een liefelijk beeld van rust en koelte;
+wuivende palmen overschaduwen met hunne sierlijke, waaiervormige
+bladerkronen eenige lage, witte huizen, die met hunne helderwitte
+daken scherp tegen het donkere groen afsteken. Nadere kennismaking
+met Banana echter valt niet mede, althans niet wat natuurschoon
+betreft. Als we ons aan land begeven hebben zien we, dat de bodem
+niet veel anders is dan het zandige zeestrand, en hoewel er palmen
+in overvloed op groeien, is er van anderen plantengroei bijna geen
+spoor te ontdekken. Aan zijn gunstige ligging heeft Banana het dan ook
+slechts te danken, dat zich hier verscheidene blanken gevestigd hebben.
+
+Allereerst zien we de groote factorij van het belangrijkste handelshuis
+dat op den Congo handel drijft, het overal in het binnenland gevestigde
+Hollandsche Huis, eene te Rotterdam bestaande vennootschap, die hier
+haar hoofdkantoor voor Afrika heeft. Hare groote magazijnen, woningen
+voor geëmployeerden, kantoor, werkplaatsen etc. nemen een groot deel
+der oppervlakte in beslag. Al deze gebouwen zijn uitstekend onderhouden
+en het geheel maakt aanstonds den indruk van groote orde en netheid;
+het doet ons goed, boven deze groote vestiging onze vaderlandsche
+driekleur te zien waaien.
+
+Nog eenige Belgische en Fransche maatschappijen hebben hier hunne
+factorijen, en meer landwaarts in ontwaren we de gebouwen van het
+Gouvernement van den onafhankelijken Congostaat, kantoren voor
+posterijen, voor douanedienst en dergelijke. Alle huizen zijn hier
+laag, van klei opgetrokken en met houten daken gedekt; over 't algemeen
+maken zij met hunne witgekalkte daken, die aan alle zijden een eind
+over de muren heensteken, een aangenamen indruk.
+
+Behalve visch, die in overvloed gevangen wordt, levert de streek
+niets op, wat tot onderhoud der hier wonende blanken en zwarten
+dienen kan. Bananen, de heerlijke, gezonde vrucht, die we op den
+naam afgaande, hier zoeken zouden, zijn hier evenmin te vinden als
+andere vrachten. De naam Banana is afgeleid van het inlandsche woord,
+dat steenachtig beteekent.
+
+Zelfs zoet water vindt men hier niet; het voor de bewoners benoodigde
+moet uren ver per kano gehaald worden. De landtong is bovendien
+zoo smal, dat bij sterken wind de golven van den Oceaan somtijds
+hun water tot over de halve breedte van de strook land voortstuwen,
+zoodat er dan zeewater aan de binnenzijde in de baai afvloeit.
+
+Zijn gewicht voor den handel op den Congo ontleent Banana dan
+ook slechts aan het feit, dat het is de eerste aanlegplaats der
+schepen van over zee en het punt van waaruit massa's produkten van
+het Congobekken verscheept worden naar Europa. Doch ons stoomschip
+laat ons niet veel tijd ons hier lang op te houden; het maakt zich,
+na de mail afgegeven en verdere formaliteiten vervuld te hebben,
+gereed zijn weg rivieropwaarts te vervolgen.
+
+Het is een tocht, rijk aan natuurschoon, dien we nu maken. De vaart
+van onze boot wordt hier aanmerkelijk getemperd door den sterken
+stroom en we hebben ruimschoots gelegenheid te genieten van de
+telkens afwisselende tafereelen, die rivier en oevers aanbieden. De
+weelderige plantengroei geeft aan de eilanden en boorden der rivier
+overal het voorkomen van ondoordringbare, uit het water oprijzende
+groene wallen. Nergens is een plekje gronds onbegroeid; van uit het
+water rijst het groen op, onafgebroken tot in de kruinen der boomen;
+zelfs het oog vermag niet meer dan enkele meters in die bosschen door
+te dringen. Een enkele maal passeeren we eenige bijeenstaande huizen en
+hutten, een handelsfactorij, gebouwd op een open plekje aan de rivier,
+dicht omringd door het onmetelijke woud, dat van alle zijden als ter
+herovering van dit gebied schijnt op te dringen.
+
+Meestal vertelt ons de vlag, dat het een Hollandsche vestiging is.
+
+Deze factorijen, die hier vroeger talrijker werden aangetroffen dan
+tegenwoordig, zijn de plaatsen, waar de inboorlingen hunne waren:
+ivoor, gom-elastiek, grondnoten en palmolie, tegen allerlei zaken
+van hunne gading komen inruilen. Vroeger was de handel hier aan
+den benedenloop der rivier zeer levendig, doch deze verplaatste
+zich allengs meer naar "boven" naarmate de blanken, voortdurend
+zoekende elkander de loef af te steken, telkens dieper landwaarts
+indrongen. Tegenwoordig zijn het hoofdzakelijk grondnoten en palmolie,
+die hier worden ingeruild, hoewel uit de streken, eenige dagen
+(karavaandagen) van de kust af gelegen, ook nog wel gom-elastiek en
+ivoor komen.
+
+De belangrijke ivoor- en gom-elastiekhandel evenwel heeft hier zijn
+tijd gehad; de groote neger-karavanen, die deze producten zeer diep
+uit de binnenlanden naar de kust aanbrachten, worden hier niet meer
+gezien; de streken, van waar deze karavanen kwamen, worden rusteloos
+opgespoord door de handelshuizen, die zich, sedert het laatste
+tiental jaren vooral, overal in het binnenland gevestigd hebben, en
+de ruilhandel om deze voortbrengselen verlegde zich dientengevolge
+duizenden K.M. meer oostwaarts.
+
+Door een loods gevoerd, volgt onze boot overal den stroomdraad. Nu eens
+tusschen talrijke eilandjes door, dan langs den eenen oever, dan weer
+langs den anderen varende, somtijds de rivier over bijna de geheele
+breedte dwars overstekende, vermijden we de vele zandbanken en rotsen,
+die, gevoegd bij den snellen stroom, de vaart hier zoo moeilijk en
+gevaarlijk maken. Na eindelijk de gevaarlijke Montèba-bank--de rivier
+is hier slechts 15-20 voet diep en de boot stoot er op verscheidene
+plaatsen aan den grond--gepasseerd te zijn, bereiken we nog denzelfden
+dag van ons vertrek van Banana de hoofdplaats van den Congo-Vrijstaat,
+Boma.
+
+Een groote, ver in de rivier uitloopende pier maakt het aanleggen en
+ontschepen zeer gemakkelijk. Velen onzer medepassagiers zijn bestemd
+voorloopig hier te blijven. Belgen en Italianen, meestal in dienst van
+den Staat, de laatsten vooral als officieren, Portugeezen, Franschen en
+Hollanders voor verschillende handelshuizen, Zweden en Noren dikwijls,
+die als kapitein of stuurman gewild zijn, komen hier met elke boot
+aan, ter vervanging van hen, die na volbrachten diensttijd--meestal
+2 of 3 jaren--naar Europa terugkeeren.
+
+Boma bezoekende, krijgt men niet den indruk te zijn in het
+donkerste Afrika, in de nog voor weinige jaren zoo weinig bekende
+Congo-streek. Ter lengte van ongeveer een K.M. loopt langs de rivier
+een breede weg, waaraan, regelmatig gebouwd, verscheidene steenen
+gebouwen liggen, voornamelijk winkels of toko's van Europeesche
+firma's; ook vinden we hier het postkantoor. Evenals deze weg zijn
+alle andere landwaarts inloopende wegen, dank zij 't toezicht dat de
+Staat op 't bouwen uitoefent, breed en recht en alle worden uitstekend
+onderhouden en regelmatig gereinigd. 't Ontbreken van plaveisel,
+waardoor we hier van straten nog moeilijk spreken kunnen, wordt dan
+ook niet al te zeer gevoeld.
+
+Hoewel Boma nog niet het aanzien heeft eener stad, is het de grootste
+nederzetting van blanken langs den Congo. Vroeger stonden hier
+slechts enkele handels-factorijen, die een, sedert dien tijd bijna
+geheel verloopen, drukken handel dreven voornamelijk in palmpitten,
+waarvan vele scheepsladingen verzonden werden. Sedert de staat zich
+hier vestigde en er zijn hoofd-administratie inrichtte, is het aantal
+der blanken en bij hen in dienst zijnde zwarten gestadig gestegen.
+
+De gouverneur-generaal, een groot aantal ambtenaren, werkzaam bij
+de verschillende afdeelingen van bestuur en de rechterlijke macht,
+verscheidene officieren en vele handelsmannen houden hier geregeld
+verblijf; enkelen zelfs met hunne echtgenooten. Niet over 't hoofd
+te zien is ook het groot getal zwarten, die, 't zij uit Engelsche of
+Portugeesche bezittingen langs Afrika's Westkust, 't zij uit dieper
+in 't binnenland gelegen streken afkomstig, zich een zekere mate van
+ontwikkeling hebben eigen gemaakt en nu betrekkingen gevonden hebben
+bij de post, de rechtbank, 't politiewezen of wel bij de verschillende
+hier gevestigde handelshuizen.
+
+Verscheidene zwarten ook houden een soort winkel, en over 't algemeen
+gaat hun 't zaken doen goed af. Zij vestigden zich gewoonlijk wat
+verder van de rivier af, waar we ook de vele woningen en hutten van
+de zwarte bevolking van Boma aantreffen. In de magazijnen, die door
+Belgische, Hollandsche of Fransche handelshuizen opgericht werden,
+zijn de meeste voor 't gebruik der blanken benoodigde Europeesche
+artikelen, hoewel duur, tamelijk goed te krijgen; voorts vinden we
+er een bonte mengeling van allerlei waren, goedkoope, veelkleurige
+manufacturen, odeurs, spiegeltjes, hoeden, panongs, ('t inlandsche
+kleedingstuk voor vrouwen) kralen, bellen, messen, kortom bijna
+alle denkbare zaken die de begeerte kunnen opwekken, 't zij van de
+meer ontwikkelde hier verblijf houdende zwarten, 't zij van de in de
+omstreken wonende nog zoo goed als geheel onbeschaafde inboorlingen.
+
+De kleinere, meer achteraf gelegen winkels vertoonen dezelfde groote
+verscheidenheid der meest uiteenloopende artikelen, meestal uitsluitend
+op zwarte koopers berekend. Jammer genoeg nemen ook rhum en andere
+alcoholische dranken onder de koopwaren een voorname plaats in en
+deze worden gaarne door de inlanders gekocht. Zooals te begrijpen is,
+maakte de oorspronkelijke ruilhandel sinds eenige jaren plaats voor
+'t koopen tegen geld door den Staat in omloop gebracht.
+
+Verder landwaarts ingaande, bemerken we langs de zachtjes opgaande
+helling eener heuvel die achter Boma oprijst, vele meer officieele
+gebouwen, die tot bureaux van den Staat of woningen van ambtenaren
+dienen, o.a. het gerechtshof, de citadel en de woning van den
+gouverneur-generaal. Zelfs is men hier met den aanleg van een park
+begonnen.
+
+De wandeling door Boma heeft, zoowel in 't benedengedeelte als
+hierboven, een eigenaardige bekoring door de velerlei afwisseling die
+zij biedt en door de mengeling van blanken en zwarten uit alle oorden
+en van allerlei ontwikkeling, die men overal ontmoet. Men ziet zwarten
+geheel op Europeesche wijze, of in witte pakken gekleed, waarbij
+helmhoed en dikwijls wandelstok en cigarette niet ontbreken, naast
+inboorlingen, die zich aan den inlandschen heupdoek hielden. Terwijl
+de eersten zich hunne meerdere ontwikkeling goed bewust zijn en
+zooveel mogelijk de manieren der blanken trachten na te volgen, gaan
+de laatsten, gewoonlijk eetwaren op 't hoofd dragende, stil huns weegs.
+
+De vestiging van den Congo-Vrijstaat vooral heeft hier een grooten
+omkeer teweeggebracht in de oude toestanden. Hoewel de genegenheid
+bij de inlanders voor Boele Matadi (naam door de inboorlingen aan den
+Staat gegeven, die steenbreker beteekent, naar 't laten springen van
+rotsen voor scheepvaart en andere doeleinden) zeker niet onverdeeld
+is, weten ze toch dat deze machtig is en niet met zich laat spotten;
+maar aan den anderen kant is men zich vrijwel algemeen bewust, dat
+onrecht, ook waar 't blanken geldt, door de overheid niet geduld wordt.
+
+Met 't invoeren van een geregeld bestuur is de Staat ook reeds in
+'t binnenland begonnen, maar Boma valt de eer te beurt, 't eerst een
+burgerlijken stand gehad te hebben ook voor negers; hunne hutten zijn
+verder geheel op Europeesche wijze van nummers voorzien.
+
+Klachten, twisten en dergelijke kunnen op regelmatige wijze voor
+'t gerecht gebracht worden, en dat de rechtbank niet schroomt ook
+niet-inlanders te veroordeelen, bewijzen wel de vele gevallen,
+dat aan blanken voor korter of langer tijd hunne vrijheid ontnomen
+werd. De gevangenis te Boma herbergt zelfs enkelen, die voor zware
+misdrijven, w.o. dikwijls mishandeling van negers, tot vele jaren
+gevangenisstraf veroordeeld werden. Hoewel ook staats-ambtenaren zich,
+in vroeger jaren vooral, zonder twijfel meermalen aan machtsmisbruik
+schuldig gemaakt hebben, zij 't hier gezegd, dat de Staat ze, als
+lichaam, al was het dan ook niet altijd even krachtig, voortdurend
+heeft tegengegaan. Ondanks de campagne vooral in de Engelsche pers
+telkens weer tegen den Congo-Vrijstaat gevoerd, is het een feit,
+dat de gruwelijke misdrijven, die helaas in 't Congo-gebied meermalen
+bedreven werden, moeten toegeschreven worden aan wreedaards, die òf
+door hun misdadigen aanleg, òf door 't gemis eener beschaafde omgeving,
+òf door 't feit dat hunne beenen de weelde van 't zich heerscher weten
+in een groot, moeilijk te controleeren gebied niet dragen konden,
+òf door welke oorzaken dan ook tot onmenschelijkheden vervielen. Door
+den Staat als zoodanig werden zij niet bedreven.
+
+Ofschoon we de vele overige maatregelen en instellingen door den Staat
+hier ingevoerd stilzwijgend voorbijgaan, wenschen we, alvorens van Boma
+afscheid te nemen, nog te wijzen op de mogelijkheid door "Boele Matadi"
+geopend tot het sluiten van huwelijken tusschen negers, en dezen maken
+hiervan dikwijls gebruik; of ze echter het juiste inzicht hebben in de
+beteekenis van het burgerlijk huwelijk, mag betwijfeld worden, getuige
+de vele echtscheidingsprocessen, die Boma zelfs reeds gehad heeft.
+
+Van Boma gaat de reis verder naar Matadi, het verst gelegen punt aan
+de rivier, dat door stoombooten bereikt kan worden. In tegenstelling
+met het gedeelte beneden Boma is de stroom hier tamelijk smal; de
+geweldige watermassa dringt met zeer groote snelheid tusschen de hooge,
+steil oploopende oevers voort. De bergen, die met hunne steenachtige
+hellingen dit gedeelte der rivier aan beide zijden omsluiten,
+zeggen ons reeds, dat we het woeste, bergachtige terrein bereiken,
+dat zich vanaf Matadi tot Stanley-Pool uitstrekt en waardoorheen
+zich de Congo met onweerstaanbare kracht en woest geweld een weg
+gebroken heeft; een weg echter, die een aaneenschakeling is van
+stroomversnellingen, schietstroomen en cataracten. De steenachtige
+bodem en de duizenden rotsblokken waarlangs of waaroverheen zich
+het water, tallooze draaikolken vormend, bruisend en schuimend,
+dikwijls onder oorverdoovend geraas voortspoedt, maken de rivier
+over ± 400 K.M. voor scheepvaart totaal ongeschikt. Het laatste
+gedeelte der vaart naar Matadi gaat zelfs reeds bezwaarlijk en eischt
+vooral bij den zoogenaamden Duivelshoek nauwkeurige kennis van den
+stroom. Deze Duivelshoek is een zeer scherpe bocht in de rivier,
+juist beneden Matadi, waar het water met geweldige vaart om den sterk
+vooruitspringenden rotswand heenschiet. Onder het uitvoeren van den
+bijna rechten hoek, dien ons vaartuig hier moet beschrijven, dringt
+de stroom het met angstwekkende snelheid en onder sterk overhellen,
+dwarsover de rivier, op den tegenoverliggenden oever aan; het
+minste defect aan machine of stuurtoestel zou hier zeker noodlottig
+worden. Een zucht van verlichting gaat meestal op bij hen die hier
+bekend zijn, als men, na deze gevaarlijke plaats gepasseerd te zijn,
+Matadi voor zich ziet.
+
+Slechts enkele K.M. stroomopwaarts kan men de witte koppen zien der
+Yellala-Falls, de laatste der reeks van cataracten boven Matadi.
+
+Juist tegenover de aanlegplaats onzer boot bemerken we op den
+rechteroever der rivier den ouden staatspost Vivi, oorspronkelijk
+gesticht door Stanley, toen deze hier bij zijn terugkomst in Afrika,
+eenige jaren na zijn beroemde reis dwars door het donkere werelddeel,
+voet aan wal zette, om zijne goederen--w.o. geheele booten zelfs--onder
+duizenden bezwaren over het bergachtige terrein verder te vervoeren
+naar Stanley-Pool.
+
+Het overgroote deel van alle handelsgoederen, materialen voor den
+bouw van factorijen en booten, Europeesche levensmiddelen enz., die in
+groote massa's voornamelijk door Engeland, Holland en Frankrijk naar
+het Congo-gebied verscheept worden, is bestemd voor den Boven-Congo en
+moet alzoo te Matadi gelost worden, waar de "Chemin de fer du Congo"
+het transport overneemt. De grootere handelshuizen hebben hier meest
+alle een factorij om dit transport te behartigen; men vindt hier
+verder verscheidene winkels en zelfs eenige hotels ten gerieve der
+vele blanken, die op hunne thuisreis of op weg naar boven zijnde,
+hier passeeren; de Staat heeft er een belangrijken post, waarvan
+vooral de douane-dienst een voornaam onderdeel uitmaakt. Van alle
+goederen, die hier gelost worden moet, 't zij hier te Matadi, 't zij
+te Brazzaville als ze voor Fransch-Congo bestemd zijn, 6%, van enkele,
+als zout, kruit en vuurwapenen 10% invoerrechten betaald worden. De
+uitgaande rechten, die de Staat hier voorts heft van de producten,
+waaronder vooral ivoor en gom-elastiek, die zijn gebied verlaten,
+vormen een belangrijk deel van de inkomsten der regeering.
+
+Wat van Matadi vooral een tweede groote nederzetting aan de rivier
+maakt, is de zooeven genoemde Chemin de fer du Congo, de Congo-spoor,
+die onder bijna onoverkomelijke moeilijkheden, ten koste van vele
+millioenen en helaas ook van verscheidene menschenlevens--de hier
+en daar langs den spoorweg staande eenzame kruisen vertellen het
+ons--tusschen Matadi en Kinchassa, het eindpunt aan den Stanley-Pool,
+werd aangelegd.
+
+Groote magazijnen tot opslag van de duizenden tonnen handelswaren,
+die hier altijd op transport wachten, werkplaatsen tot het herstel
+van locomotieven en waggons, waarin verscheidene blanken en honderden
+zwarten bezig zijn, opslagplaatsen voor steenkolen, rangeerterreinen
+etc. nemen al wat te Matadi aan eenigszins vlak terrein te vinden is
+geheel in beslag.
+
+De naam Matadi (steen) zou moeilijk door een meer juisten vervangen
+kunnen worden. De plaats werd gebouwd op het onderste gedeelte
+der helling eener kale rots; de huizen staan gedeeltelijk op dezen
+steenklomp en werden er gedeeltelijk in uitgehakt.
+
+Van wegen is hier geen sprake; ieder bouwde zijn huis, waar hij een
+plaats vond, die hem eenigszins geschikt leek; de verbindingen er
+tusschen worden gevormd door ongelijke paden, hier stijgend, daar
+dalend, op vele plaatsen ook al in den rotswand uitgehouwen.
+
+Na zonsondergang is het gaan, zelfs voor hen die hier bekend zijn,
+en al laat men zich ook vergezellen van een zwarten lantaarndrager,
+wat trouwens bepaald noodzakelijk is, nog tamelijk gevaarlijk; maar ook
+over dag waagt bijna niemand zich aan een uitstapje. Van plantengroei
+is op dezen bodem geen sprake, en wanneer de zon op de naakte steenen
+brandt is de hitte er haast ondragelijk; men doet hier zijne zaken
+en blijft overigens zooveel mogelijk onder de beschuttende schaduw
+zijner veranda.
+
+De meeste te Matadi aankomende passagiers weten waarheen zich te
+wenden om huisvesting te vinden; zoo de ambtenaren van den Staat en
+agenten van hier gevestigde handelshuizen; verder zij, die in 't bezit
+zijn van introductie-brieven aan hier wonende Europeanen. Wegens de
+primitieve toestanden, die men hier verwachten kan, voorzien velen
+zich van dergelijke aanbevelingsbrieven, en gastvrijheid wordt in
+den Congostaat gaarne verleend.
+
+Wie niet zoo gelukkig is, neemt zijn toevlucht tot een der hotels. Deze
+zijn, een enkele betere inrichting niet te na gesproken, nu juist
+niet naar de laatste eischen ingericht, hoewel de prijzen, die men
+er in rekening brengt, met die van hotels van den allereersten rang
+in de beschaafde wereld kunnen wedijveren. Niet zelden moet men
+zich vergenoegen met een rustplaats op den vloer, terwijl men zich
+tot de bevoorrechten rekenen kan, als men 's morgens het benoodigde
+waschwater na niet al te veel moeite bekomen kan. Doch aan den Congo
+stapt men over dergelijke kleinigheden zonder veel bedenken heen.
+
+Het is te begrijpen, dat de spoor een grooten omkeer te weeg bracht in
+het transport van reizigers en goederen, 't welk vroeger uitsluitend
+per karavaan plaats had. Toch moet men ook hier zijne eischen niet
+te hoog stellen.
+
+Op den morgen dat we Matadi verlaten, begeven we ons vroegtijdig
+naar het station. Het vertrek is bepaald op 7 uur en het is geen
+zaak zijn trein te missen, daar er, behalve de treinen voor het
+vervoer van goederen, slechts drie in de week loopen voor passagiers
+bestemd. Het ligt voor de hand dat de dienst op dezen spoorweg nog
+niet te vergelijken is bij dien op de spoorwegen in Europa. Het
+reizigersverkeer is zeer beperkt; verreweg de grootste bron van
+inkomsten bestaat in het vervoeren van handelsgoederen naar "boven"
+of van producten--ivoor en gom-elastiek--naar beneden. Het terrein,
+waarover de lijn moest worden aangelegd, leverde voorts bij nagenoeg
+elken K.M. nieuwe bezwaren op en, hoewel de spoorweg-directie
+voortdurend alles aanwendt om den weg te verbeteren, is men er nog
+lang niet in geslaagd alle moeilijkheden--scherpe bochten, steile
+hellingen en dergelijke--overal te overwinnen.
+
+De lange lijn, die hier en daar tientallen van K.M. achtereen door
+woeste, nagenoeg onbewoonde streken voortloopt, is bovendien moeilijk
+te controleeren. Natuurlijk ontbreekt het niet aan geregeld toezicht
+en wordt elken dag de afstand tusschen de blokhuizen door zwarte,
+daartoe aangewezen beambten, afgeloopen, maar de blokhuizen liggen
+ver van elkander en gebreken kunnen toch zoo gemakkelijk onverwachts
+veroorzaakt worden door de geweldige tropische regens of door het
+nederstorten van steenblokken, waarmede vele berghellingen langs den
+spoorweg zoover het oog reikt bedekt zijn.
+
+Het kleinste gebrek aan den weg kan, door de groote afstanden,
+urenlang vertraging geven. Men heeft dan ook geen reden tot klagen,
+als de 200 K.M., die Matadi van Thysville scheiden, voor zonsondergang
+zijn afgelegd, al reed men dan hier en daar eens wat langzamer dan men
+het verwachtte of al werd het geduld door oponthoud onderweg al eens
+op de proef gesteld. De gedachte, dat deze afstand in Europa in enkele
+uren kan worden afgelegd en 't dan niet noodig zou zijn tien uren en
+meer in den warmen waggon te vertoeven, komt wel eens in ons op, doch
+'t zou onverstandig zijn er reden tot klagen uit te putten. Hen, die
+met Congo-toestanden bekend zijn hoort men dit dan ook trouwens niet
+doen; 't is ook voldoende zich de manier te herinneren, waarop tot voor
+weinige jaren de reis van Matadi naar Kinshassa gemaakt moest worden,
+toen het geen zeldzaamheid was dat men, met de karavaan van dorp tot
+dorp reizende, 3 tot 4 weken onderweg was, om niet al te veeleischend
+gestemd te zijn. Men komt nu dan toch, tamelijk gemakkelijk gezeten,
+in twee dagen aan het einde der reis.
+
+De gereedstaande trein, in tegenstelling met de goederentreinen bekend
+als de expres, zou in Europa hoogstens op den naam tram aanspraak
+kunnen maken. Behalve de machine zijn er slechts drie rijtuigen,
+een waggon 1e klasse, een dito 2e en een bagagewagen. De gesteldheid
+van den weg maakt het niet wel mogelijk de treinen langer te maken;
+bij veel aanvraag om plaatsen, wat wel eens voorkomt na aankomst eener
+mail uit Europa, laat men liever twee treinen achter elkander loopen;
+ook gebeurt het niet zelden dat in dit geval een deel der passagiers
+zich een paar dagen wachten moet getroosten.
+
+Van de zenuwachtige drukte, die dikwijls het vertrek der treinen in de
+beschaafde wereld voorafgaat, bemerken we hier geen spoor. De negers,
+belast met het inladen der bagage, hebben blijkbaar geen haast en
+evenmin hebben dit de tien of twaalf passagiers, die de reis gaan
+ondernemen. Men zoekt een plaats of wandelt, nu het nog aangenaam
+koel is, wat langs het treintje op en neer in afwachting van het
+sein tot vertrek, dat zich meer of minder lang wachten laat, naarmate
+er wat meer of minder bagage te laden is. Er wordt trouwens op geen
+vijf minuten gekeken; we hebben den geheelen dag tijd om Thysville,
+dat ongeveer halfweg ligt, te bereiken en 't maakt niet veel uit,
+of we er een uur vroeger of later aankomen.
+
+Is eindelijk alles in orde en hebben blanken en zwarten in hunne
+respectieve waggons--het gebeurt zelden dat een der eerstgenoemden 2e
+of een der laatsten 1e klasse reist--plaats genomen, dan verkondigen
+een paar stooten op de fluit, dat de reis een aanvang neemt en spoedig
+hebben we Matadi achter ons.
+
+'t Gezelschap waarmede we de reis maken bestaat, met uitzondering van
+enkele ouderen, d.w.z. zij die na reeds eenige jaren in den Congo
+doorgebracht te hebben weder naar hun werkkring terugkeeren, voor
+'t grootste gedeelte uit nieuw-aangekomenen, die zich vol verwachting
+naar hunne bestemming begeven.
+
+De draaibare rieten fauteuils, waarvan er aan elke lange zijde van
+het rijtuig zes geplaatst zijn, en het tafeltje, dat zich tusschen
+elke twee zetels bevindt, maken het mogelijk zich tamelijk goed voor
+de lange reis in te richten. Overigens laat de inrichting der wagens
+wel iets te wenschen over. Van ramen is geen sprake; wind en regen
+kunnen ongehinderd door de geheel open zijkanten naar binnen komen en
+maken den rit er dikwijls niet aangenamer op. Het grootste ongerief
+echter vormen de massa's stof, hoofdzakelijk fijne aschdeeltjes
+uit de locomotief afkomstig, die onophoudelijk naar binnen waaien;
+er is meestal geen uur na het vertrek verloopen of aangezicht en
+handen zijn er dermate door verontreinigd, dat men met verlangen
+naar wat water uitziet. De enkelen die hierop gerekend hebben, door
+in een paar flesschen waschwater mede te voeren, worden benijd door
+hen, die, minder bekend met de eigenaardigheden dezer spoorreis,
+dit verzuimden en wien nu niets overblijft dan gebruik te maken van
+de gelegenheid tot verfrissching, die zich enkele malen voordoet,
+wanneer n.l. de trein eenige minuten stopt om uit een aan den weg
+op een hooge stelling geplaatsten bak zijn watervoorraad, voor den
+stoomketel benoodigd, aan te vullen.
+
+De helderwitte kleeding, waarin velen onvoorzichtig genoeg de reis
+aanvingen, heeft het zwaar te verantwoorden en nog voordat we aan
+het eerste eenigszins groote station gekomen zijn, deelt ook deze
+reeds in de algemeene vergrijzing. Het hardst te verduren evenwel
+hebben het de oogen; bijna niemand komt aan het einde der reis,
+zonder dat de pijnlijke oogleden hem op onaangename wijze aan dit
+ongerief herinneren.
+
+Dranken of eetwaren zijn onderweg niet te krijgen; hoogstens koopt
+men van inlanders, die men hier en daar, terwijl de trein oponthoud
+heeft, somtijds ontmoet, eenige eieren of bananen; het benoodigde,
+behalve brood en conserven ook glazen, vorken, messen, servetten,
+etc. voert ieder dan ook zelf mede.
+
+Het is voorzeker geen luxe-trein waarin we plaats namen, en men is
+gewoonlijk verheugd te Kinshassa aan te komen; doch heeft de reis
+ook hare lichtzijde.
+
+Het uitzicht is bijna overal belangwekkend genoeg om wat ongerief
+over het hoofd te zien; vooral het bergachtige land, de Palla-Balla
+geheeten, dat we al aanstonds na het vertrek van Matadi doorrijden,
+biedt een grootschen aanblik. De ruwe bergmassa's stapelen zich boven
+en achter elkander op; ten deele kaal, ten deele met ondoordringbare
+bosschen bedekt, strekken zich de hellingen in eindelooze
+verscheidenheid uit; hier steil oprijzend tot ontzagwekkende hoogte,
+daar nederdalend in nauwe dalen en ravijnen, die den aanschouwer
+doen duizelen. In duizenden bochten wringt zich onze trein door deze
+bergklompen heen. De weg gaat ten deele door de diepe ravijnen,
+tusschen steile, hooge muren, die ons met vernietiging schijnen
+te dreigen en die veelal ternauwernood ruimte genoeg overlaten om
+onzen trein te laten passeeren; die ontzaglijke bergklompen geven
+ons een gevoel van onmacht als we, uit de diepte er naar opziende,
+slechts zeer, zeer hoog een stuk van den blauwen hemel kunnen
+bespeuren. Straks weer kruipen we tegen een steile helling op, hoog
+boven alle omringende lagere toppen uit, om een oogenblik later in
+razende vaart bergafwaarts te snellen. We rijden over steenvlakten,
+waar de zonnestralen, door den gloeienden rooden of witten bodem
+teruggekaatst, ons oog verblinden, en door bosschen, waarin nauwelijks
+een straal der zon den grond bereikt en waar we in de verkwikkende
+koelte verademing vinden. Langs hellingen gaat het, waar de noodige
+ruimte in de steenmassa moest worden uitgehouwen. Aan de eene zijde
+staat hier de loodrechte, afgehakte bergwand nog op geen meter afstand;
+aan de andere zijde zien we bijkans loodrecht neer op bosschen, diep
+onder ons in het dal gelegen. Zóo smal is hier de weg, dat we naast
+de lijn zelfs geen grond meer bespeuren en we, ons vooroverbuigende,
+langs de steile helling loodrecht naar beneden blikken.
+
+Op enkele plaatsen wordt de rotswand beneden ons door den Congostroom
+bespoeld. We bespeuren de helling niet die ons draagt, en schijnen
+te zweven boven het water, dat diep beneden ons zijn weg naar de
+zee vervolgt.
+
+Eenige K.M. volgen we den onstuimigen loop van de Lufu, die zich
+onder 't vormen van een reeks watervalletjes en stroomversnellingen
+naar den Congo voortspoedt; behalve den Lufu passeeren we de niet
+minder snel stroomende Quillo-rivier, beide linker-zijrivieren van
+den Congo. Vervolgens de Inkissi, waarover te midden eener grootsche
+wildernis een brug geslagen werd onder bezwaren, die moeielijk te
+overschatten zijn. Er komt geen eind aan de bochten en draaien in den
+weg; altijd door gaat het bergop-, bergafwaarts; onophoudelijk gilt
+de stoomfluit seinen toe aan de negerjongens, die op iederen wagen
+als remmer dienst doen, om, als het naar beneden gaat den loop te
+kunnen temperen. Er zijn punten, van waaruit wij de spoorbaan op vijf
+of zes plaatsen tegelijk in verschillende richtingen kunnen zien,
+een gevolg van de steile hellingen, plotselinge hoogten of laagten
+en dergelijke hinderpalen, waardoor de ingenieurs, met den aanleg
+belast, verplicht waren den weg dikwijls in cirkel- of slangvormige
+lijn tegen bergen op, of naar omlaag te leiden.
+
+Na den nacht in Thysville doorgebracht te hebben, gaat het den
+volgenden dag verder, nu wat meer geregeld in dezelfde richting.
+
+Tusschen Tumba en Kinshassa is het terrein minder woest en vertoont
+vooral over het laatste gedeelte een min of meer afloopende,
+onafzienbare vlakte, met hier en daar eenige heuvels. Behalve de
+schaarsche boomgroepen bemerken we, als eenige plantengroei, dor gras,
+waartusschen de witte zandgrond overal te voorschijn komt. Uren lang
+rijden we door deze dorre, eenzame streek voort, tot we eindelijk heel
+in de verte, vóór ons uit, het water van Stanley-Pool in de zon zien
+blinken en de plek bespeuren, waar Kinshassa ligt. Spoedig komen we
+voorbij n'Dolo, een der eindstations aan den Pool gelegen en bereiken
+vervolgens Kinshassa, het doel onzer spoorreis. Een onaanzienlijk
+houten gebouwtje, zonder eenige andere gebouwen in den omtrek,
+eenzaam te midden der vlakte gelegen, doet hier dienst als station.
+
+Een groot gedeelte der reizigers, bestemd voor Fransch-Congo,
+verlaat den trein, om van hieruit de rivier naar Brazzaville over
+te steken; een ander gedeelte vervolgt de reis tot het eenige
+K.M. verder gelegen Leopoldville, na Boma de belangrijkste plaats
+in den Congo-Vrijstaat. Het eigenlijke eindpunt van den spoorweg is
+n'Dolo; hier en te Kinshassa worden de meeste handelsgoederen, van
+Matadi aangevoerd, gelost, om in stoombooten overgeladen en verder de
+rivier op verzonden te worden. Langs dit gedeelte van den Congo liggen
+dan ook de verschillende factorijen, vertegenwoordigende de Belgische,
+Hollandsche of Engelsche firma's, die langs den bovenloop der rivier
+hunne vestigingen bouwden. Geen wonder dat n'Dolo en Kinshassa, van
+waar de rivier opwaarts weder over duizenden K.M. bevaarbaar wordt,
+evenals Matadi, voor den handel belangrijke punten werden. De Staat
+zag het gewicht van deze plek in en bouwde er zijn hoofdvestiging voor
+den geheelen Boven-Congo, Leopoldville. Toch was men in de keuze der
+plaats voor deze nederzetting niet gelukkig. Leopoldville ligt eenige
+K.M. lager aan de rivier dan Kinshassa en n'Dolo, juist beneden den
+Stanley-Pool en op het punt, waar de bergketens, die bij den Pool een
+verbazend wijde kom vormen, van weerszijden naar elkander toekomen. De
+breedte der rivier, voor Kinshassa ± 4 K.M. bedragende, wordt hierdoor
+plotseling tot op 1/3 teruggebracht, wat natuurlijk een ongemeen
+sterken stroom tengevolge heeft. Bovendien hebben de booten--bijna
+100 in aantal--die de verbinding van Leopoldville met alle hooger
+gelegen staatsposten in stand houden, nog de gevaarlijke, onder water
+liggende rotsen te passeeren, welke juist in deze vernauwing der
+rivier veelvuldig voorkomen en die ongetwijfeld altijd een ernstigen
+hinderpaal voor de scheepvaart blijven zullen.
+
+Juist voor Leopoldville bemerken we, midden in de rivier, de eerste
+der talrijke cataracten, die zich tot Matadi in een bijna onafgebroken
+reeks uitstrekken. 't Is dan ook niet vreemd, dat velen zich met
+verwondering afvragen hoe de staat zijn tweeden belangrijken zetel
+kon vestigen op een plaats, zóó gevaarlijk en zóó moeilijk te bereiken
+voor schepen.
+
+Zeker is Leopoldville de moeite van een bezoek wel waard, al hebben we
+dan ook vanaf Kinshassa een weg van bijna 2 uren gaans af te leggen. De
+grootsche werken, die men er heeft aangelegd, zijn een bewijs te meer
+voor de energie, waarmede de Congo-Staat zich in Afrika vestigde en
+er een geregeld bestuur tracht in te voeren.
+
+Wij vinden er de op Europeesche wijze gebouwde woning van den
+"Commissaire de district" benevens de huizen voor de tientallen van
+ambtenaren, op de regeeringsbureaux werkzaam en voor het niet minder
+talrijke personeel, bij den aanleg van verschillende kunstwerken, voor
+den bouw van magazijnen, stoombooten enz., benoodigd. Ten koste van
+schatten gelds legde de Staat een reusachtige kade langs de rivier aan
+ten behoeve der vele stoombooten, die onophoudelijk te Leopoldville uit
+alle hooger gelegen streken van den Congo-staat aankomen; men maakte er
+een sleephelling, waardoor de grootste booten zonder veel moeite op het
+droge gehaald kunnen worden om de noodige reparatiën te ondergaan. Een
+machinesmederij is er ingericht benevens een flinke werf, van waar
+reeds ongeveer 100 booten, die de Staat voor zijn dienst noodig heeft,
+te water werden gelaten en men bezoekt Leopoldville nooit, zonder dat
+men er getuige van zijn kan, dat er voortdurend nieuwe vaartuigen,
+grooter en beter ingericht dan de vorige, op stapel staan. De
+honderden blanken, die te Leopoldville geregeld verblijf houden,
+gewoonlijk vermeerderd met tientallen officieren en hoogere of lagere
+ambtenaren, die voortdurend per boot van "boven" of per spoor van
+"beneden" aankomen, maken van Leopoldville een bedrijvige plaats. In
+alles treedt de regeering hier op den voorgrond; op een enkel
+handelshuis na is alles hier "Staat". Politie-post, justitie-gebouwen,
+hospitaal, een groot gebouw ingericht tot eetzaal, waar alle blanken in
+staatsdienst gezamenlijk den maaltijd gebruiken, postkantoor, kazerne
+voor de talrijke inlandsche bezetting van Leopoldville, tot zelfs een
+chemisch laboratorium, werden hier door het bestuur opgericht. Hier,
+waar alles met de grootste regelmaat toegaat, gevoelt men te zijn in
+het middenpunt eener machtige organisatie, eener krachtsontwikkeling,
+die zich tot op duizenden mijlen in het rond gevoelen laat.
+
+In de nog geen 20 jaren, die sedert de oprichting van den
+onafhankelijken Congo-Staat verloopen zijn, is het dezen gelukt, tot
+aan de uiterste grenzen van zijn gebied zijn invloed te doen gelden.
+
+Tot uitoefening van het bestuur is het rijk verdeeld in districten,
+elk met een districtschef aan het hoofd, die onder de onmiddellijke
+bevelen van de hoogste ambtenaren, de "inspecteurs d'État", den
+vice-gouverneur en den gouverneur staan. Elk der districten, die
+in uitgestrektheid de meeste der Europeesche rijken overtreffen,
+is onderverdeeld in zônes, met een "chef de zône" aan het hoofd;
+onder dezen eindelijk staan een groot aantal "chefs de poste", elk
+belast met het bestuur van een staatspost, die door het gansche rijk,
+op alle punten, die eenigszins van belang zijn, werden opgericht. Aan
+de "chefs de poste" is het directe bestuur over de bevolking in hun
+gebied toevertrouwd; zij zijn belast met de rechtspraak en hebben
+voor de naleving der wetten en besluiten te zorgen.
+
+Door het geheele reusachtige Rijk heen werden wegen aangelegd,
+zoodat het centrale bestuur te Boma en te Leopoldville in geregelde
+en tamelijk goede verbinding is zelfs met de uiterste posten, die aan
+de oostgrens tot in het gebied van den Boven-Nijl, aan de zuidgrens
+tot aan de bronnen van de Zambesi gevonden worden. Met regelmatige
+tusschenpoozen van ± 2 weken varen goed ingerichte stoomschepen naar
+Stanley-ville--dat 2000 K.M. hoogerop aan de rivier ligt--en bovendien
+zijn vele langs den Congo gelegen posten telephonisch met Leopoldville
+en Boma verbonden. Ten behoeve van den telephoon, die zich welhaast
+tot Stanley-ville toe uitstrekt, werd door bosschen en over bergen
+langs de rivier een weg aangelegd, verscheidene meters breed, in
+lengte den beroemden postweg op Java verre overtreffende. Over deze
+geheele lengte wonen, op elke 10 K.M. afstand, zwarte beambten die
+met het onderhoud belast zijn.
+
+Van Stanley-ville opwaarts tot het Lado, het uiterste punt in het N.O.,
+en in Z.O. richting tot voorbij het Tanganyika-meer, zorgen reeksen van
+posten, langs zijrivieren of aan groote wegen gelegen, voor geregelde
+cano- of karavaantransporten ten behoeve der reizende staats-ambtenaren
+en voor den postdienst en het goederenvervoer. De reis, dwars door
+Afrika, die vroeger met zoo ontzaglijk veel bezwaren gepaard ging, is
+nu in enkele maanden te maken, nagenoeg zonder ontbering of gevaar en
+zelfs zonder dat het noodig is, in wildernissen of onbewoonde oorden
+te overnachten. Van dag tot dag liggen langs de geheele karavaan- of
+kano-route, van de groote meren tot Stanley-Falls, de staatsposten
+of de door de regeering opgerichte blokhuizen, die gelegenheid tot
+logeeren bieden. Van uit Stanley-ville bereikt men in enkele weken
+Leopoldville met de goed ingerichte staatsbooten, waarvan sommige
+meer dan 20 hutten tellen.
+
+Naar alle richtingen is het verkeer op dezelfde wijze geregeld. Brieven
+worden per post overal heen verzonden en niemand is zoo ver verwijderd
+of brieven uit Europa, via Leopold-ville of Stanley-ville verzonden,
+kunnen hem bereiken. In twee maanden is een brief, van uit Europa naar
+Stanley-ville, het hart van Afrika, verzonden, op zijn bestemming en in
+2 à 3 maanden meer, na cano- en karavaanreizen, komen de poststukken
+aan op de punten aan de uiterste grenzen gelegen. Naar Europeesche
+begrippen is dit wel een verbazend lange tijd, maar men vergete niet,
+dat het hier betreft het gedeelte der wereld dat voor enkele tientallen
+van jaren nog zoo goed als onbekend was; waar doorheen te reizen als
+de moeilijkst uit te voeren en meest gevaarvolle onderneming gold en
+waar reizen, met de grootste nauwgezetheid en zonder kosten te ontzien,
+voorbereid, altijd jaren in beslag namen. Als bewijs voor de geregelde
+verbindingen, die heden ten dage bestaan, diene het volgende:
+
+Een gewone brief, uit Europa verzonden aan iemand, wonend te Kinshassa,
+ging bij vergissing per Oost-Afrikaansche lijn. De brief kwam aan te
+Mozambique, aan de oostkust gelegen. Van hieruit reisde hij, dwars
+door Portugeesch Oost-Afrika, langs het Nyassa-meer en bereikte
+aan het Tanganyika-meer de eerste staatspost. Van post op post,
+eerst per karavaan, vervolgens per cano verzonden, kwam hij aan te
+Stanley-ville en enkele weken later ontving de geadresseerde hem,
+een weinig gekreukt en bezoedeld wel is waar, doch in ongeschonden
+toestand. De poststempels, waarmede de enveloppe bedekt was, maakten
+het mogelijk de route nauwkeurig na te gaan en bewezen, dat voor een
+brief nauwelijks 6 maanden voldoende waren om geheel alleen van uit
+Europa de reis dwars door het donkere werelddeel te volbrengen.
+
+Hoe meer we de hedendaagsche toestanden bezien en vergelijken met die
+van 20 jaren geleden, des te meer staan we verbaasd over en gevoelen
+we bewondering voor wat in dit betrekkelijk korte tijdsverloop
+werd tot stand gebracht. Maar--des te meer ook betreuren we het,
+dat een grootsch werk, goed en flink begonnen en aanvankelijk tot
+een goed einde gebracht, de inrichting van een geordend bestuur over
+een streek, waar de meest barbaarsche gewoonten onder de bewoners
+bestonden, een werk aldus dat tot zegen van millioenen ondernomen
+werd, bezoedeld is geworden door misdadige handelingen van sommigen,
+die er aan hadden mede te arbeiden. Dubbel jammer ook dat de staat,
+hoewel als zoodanig niet in gebreke gebleven om machtsmisbruik, waar
+dit mogelijk was, te straffen, toch zelf niet geheel vrij te pleiten
+is van de beschuldiging, niet altijd met de noodige kalmte en zachtheid
+te zijn opgetreden bij de vestiging en uitoefening van zijn bestuur.
+
+Zijn machtigen arm te doen eerbiedigen, er desnoods met geweld
+ontzag voor af te dwingen, en eerst daarna te redeneeren, is, het
+moet helaas gezegd, dikwijls de stelregel geweest, waarnaar te werk
+gegaan werd bij de vestiging in nieuwe streken. We kennen verscheidene
+volksstammen voldoende, om de meening te kunnen uitspreken dat veel
+geweld achterwege had kunnen blijven, als men van het begin af het
+vertrouwen der negers door rechtvaardigheid, welwillendheid en het
+uitroeien alleen van verkeerde gewoonten had trachten te winnen. Zoo
+men, langzaam voortgaande, met bezadigdheid overal opgetreden was,
+inplaats van altijd voorop te stellen dat de negerchefs van inmenging
+van den Staat in hunne gebruiken niets wilden weten, had er zeker meer
+wederzijdsch vertrouwen blijven bestaan dan thans, nu men eenvoudig
+zijn wil heeft kenbaar gemaakt en desnoods heeft doen eerbiedigen. Zoo
+goed als het den eersten reizigers in het Congo-gebied is kunnen
+gelukken, contracten met negerhoofden af te sluiten, waarbij dezen
+het recht van vestiging der blanken erkenden, zoo goed had de Staat
+zich in zeer veel gevallen op minzame wijze kunnen verstaan met de
+groote prinsen, die een machtigen invloed op de meeste stammen hebben,
+als men niet steeds zijn macht vooropgesteld had. Krachtig ingrijpen
+zou, voornamelijk bij hoofden die belang hadden bij den slavenhandel,
+zeker niet te vermijden geweest zijn, doch dit was dan zelfs nog een
+daad van humaniteit geweest, waar het gold een einde te maken aan de
+vele gruwzame gebruiken, die onder de bevolking bestonden. Later,
+toen de Staat zich eenmaal had doen kennen als de macht die, zoo
+mogelijk goedschiks, anders met geweld, maar toch in elk geval,
+zonder omwegen bezit kwam nemen van het land, is gewapend optreden
+tegen hoofden, die Boele Matadi ongaarne hun gebied zagen naderen,
+dikwijls noodig geworden.
+
+Dezelfde opmerkingen gelden op het gebied van belasting-inning.
+
+Natuurlijk heeft de regeering inkomsten noodig om hare vele uitgaven
+te bestrijden; voor een groot deel verkrijgt zij deze uit de opbrengst
+der producten, ivoor en gom-elastiek, die de verschillende dorpen,
+elk tot een zeker bedrag, moeten leveren. Het moet erkend worden dat
+men niet altijd behoorlijke middelen te baat genomen heeft, om deze
+voortbrengselen te verkrijgen.
+
+In plaats van de dorpen, vooral in het begin, niet te hoog te belasten
+en de negers, door te wijzen op de betere toestanden die geschapen
+werden, wat met deze belastingen te verzoenen, is dikwijls bijna
+het onmogelijke gevergd en zijn er voorbeelden van, dat vrouwen
+en kinderen opgepakt en weggevoerd, en chefs tot jarenlangen
+dwangarbeid veroordeeld werden. Met behulp eener uit de inlanders
+zelf gerecruteerde politie- en troepenmacht dwong men de bewoners
+van vele streken tot aanmaak van gom-elastiek tot elken prijs; in
+ontoegankelijke wildernissen, waar de moerassige ondergrond, slangen
+en viervoetige roofdieren het werken levensgevaarlijk maken, werden en
+worden helaas duizenden gedwongen, de gomgevende lianen op te zoeken.
+
+Behalve de belastingen en deze verplichte arbeid werkt nog een andere
+factor mede om de bevolking van groote streken het juk van den Staat
+te doen haten, en wel, de gedwongen levering van levensmiddelen. De
+regeering n.l. legt verschillenden hoofden de verplichting op, eene
+bepaalde hoeveelheid kippen, eieren, manioc (het hoofdvoedsel van
+vele stammen) etc. op daartoe aangewezen markten te leveren.
+
+Meermalen geen rekening houdende met de draagkracht der streek, en
+dikwijls evenmin met de woonplaats van hen die deze levensmiddelen
+moeten aanbrengen, dwingt men zoodoende de bewoners van vele dorpen,
+ongelooflijke afstanden af te leggen, teneinde ze te verkrijgen,
+of ter markt te brengen.
+
+Ook werkt men, door de dorpshoofden voor de levering aansprakelijk
+te stellen, ze desnoods gewapenderhand bij te staan of te dwingen,
+machtsmisbruik in de hand. Niet zelden veroorzaakt de te hooge druk
+wanhopige uitbarstingen, altijd weer gevolgd door onderdrukkingen,
+die door hun ruw geweld wel wrok, maar zeker geen toenadering tot
+stand brengen.
+
+Zeer te betreuren is het ook, dat de Staat in zijn rechtspleging
+de lichamelijke straf opnam en zijnen zelfstandigen ambtenaren, als
+chefs de poste en kapiteins der rivierbooten b.v., het recht geeft
+deze straffen uit te spreken.
+
+De barbaarsche chicot, een soort zweep van ineengedraaide reepen
+nijlpaardenhuid vervaardigd, waarmede men de arme slachtoffers,
+dikwijls na enkele slagen op den blooten rug, bloedend verwondt, werd
+en wordt helaas nog al te veel gebruikt. Er zijn blanken, die er een
+soort van genoegen in scheppen, met dat verfoeilijke, niet genoeg te
+veroordeelen werktuig voortdurend spelenderwijs in de hand te loopen,
+als teeken misschien hunner macht, of waardigheid wellicht? Wel
+is het toedienen van lichamelijke straffen, niet uitgesproken door
+vertegenwoordigers der regeering, strafbaar en worden de bedrijvers,
+bij een aanklacht ook vervolgd, maar ook de Staat zelf moest ze
+niet toepassen, doch liever trachten het gruwzaam misdrijf, dat in
+Afrika een soort burgerrecht verkreeg, met krachtige hand overal uit
+te roeien. De bewering, dat dergelijke straffen noodig zijn, en men
+er in vele gevallen niet buiten zou kunnen, wordt in Afrika dikwijls
+geuit. Zij echter, die van deze meening zijn, missen òf het geduld, òf
+het rechtvaardigheidsgevoel om te beproeven of men met negers ook op
+andere wijze kan omgaan; of wel, zij wordt uitgesproken door lieden,
+die zich nooit de moeite gaven, de zwarten ook maar eenigszins van
+nabij te leeren kennen. Velen toch veronderstellen maar eenvoudig,
+dat het wel zoo zijn zal.
+
+Gelukkig dat er anderen gevonden worden, die door hunne manier
+van optreden deze opinie logenstraffen. Er zijn voorbeelden van
+maandenlange karavaanreizen, soms door één enkelen blanke, vergezeld
+van talrijke dragers ondernomen, gedurende welke het niet eenmaal
+voorkwam, dat het gedrag der zwarten tot eenige ontevredenheid
+aanleiding gaf. Een weinig tact doet hier wonderen, waarover zij,
+die zoo spoedig de hand tot slaan opheffen, verbaasd zouden staan.
+
+Gelukkig ook dat de overheid, zoowel in den onafhankelijken Congo-staat
+als in Fransch Congo, den inboorlingen het vertrouwen gegeven heeft,
+dat klachten over lichamelijke kastijding met gerustheid voor het
+gerecht gebracht kunnen worden; de vrees voor straf houdt velen
+tenminste nu van hunne ruwe manier van optreden terug. Aan den
+Beneden-Congo, in de omgeving van Boma en Leopoldville en in het
+Fransche gebied te Brazzaville en omstreken behoort de chicot tamelijk
+wel tot het verleden. Ten zeerste te hopen is het, dat de regeering
+ook in de hooger gelegen streken spoedig op afdoende wijze tegen dit
+ergerlijke misbruik zal kunnen optreden.
+
+
+
+
+
+Per stoomboot of per kano, het typische inlandsche vervoermiddel te
+water, verlaten we te Kinshassa het gebied van den Congo-Staat om,
+na den wijden Stanley-Pool overgestoken te zijn, te Brazzaville de
+Fransche Colonie te betreden.
+
+Wie voor eenige jaren Brazzaville bezocht, zou door den aanblik der
+hier en daar verspreid liggende onaanzienlijke gebouwen zeker niet op
+de gedachte gekomen zijn, dat hij zich bevond in de tweede hoofdplaats
+der groote Fransche kolonie aan den Congo.
+
+Vooral na een bezoek aan den Congo-Vrijstaat, waar overal de Staat
+zoo in alle opzichten op den voorgrond treedt, moest het den bezoeker
+van Brazzaville opvallen, hoe èn het gouvernement èn de handel zich
+hier met een veel bescheidener plaats vergenoegden, dan dit aan den
+overkant der rivier het geval was.
+
+Zeker moet bij deze beoordeeling niet uit het oog verloren worden, dat
+Brazzaville, wat betreft de verbinding met de kust en het verkrijgen
+van de hulpmiddelen voor den bouw van huizen etc. en voor het onderhoud
+der blanken benoodigd, in ongunstiger omstandigheden verkeerde, dan
+het reeds beschouwde gedeelte van den Vrijstaat. In den tijd toen de
+spoorweg tusschen Matadi en Kinshassa nog niet bestond, was Loango,
+een plaatsje aan de kust van den Oceaan gelegen, de stapelplaats,
+waar de meeste goederen, uit Europa aangevoerd, werden opgeslagen
+en van waaruit ze per karavaan, langs een langen en moeilijken weg,
+naar Brazzaville vervoerd moesten worden. Wèl waren groote en vele
+bezwaren aan dit transport verbonden. De reis het binnenland in, nam
+20 à 30 dagen in beslag en vooral in den regentijd (van November tot
+einde Mei ongeveer) waren de moeilijkheden niet licht te achten. Zware
+regens en niet minder de tornado's, de van hevige stormen en geweldige
+slagregens vergezeld gaande onweersbuien, van welker hevigheid men
+zich in gematigder luchtstreken moeilijk een voorstelling maken kan,
+belemmerden zeer het geregeld verkeer. De vochtigheid van den bodem,
+waarop men dikwijls overnachten moest, was bovendien zeer nadeelig
+voor den gezondheidstoestand der dragers. De eindelooze vlakten zijn
+in dien tijd des jaars bedekt met welig opschietend gras, dat 3-5
+M. hoog wordt; dit harde, scherpe gras, neergeslagen door den wind
+en den regen, bedekt het smalle voetpad, waarover de dragers achter
+elkander voortgaan, met een verward kluwen, dat niettemin altijd nog
+enkele meters hoog is. Men gaat er niet alleen tusschen- maar ook
+onderdoor; het beneemt aan alle zijden, ook naar boven, het uitzicht;
+met moeite vindt men hierin zijn weg, en als de zon er op schijnt
+is de drukkende hitte er bijna ondraaglijk. Op vele plaatsen treft
+men deze grasvlakten aan. Ook het trekken door de bosschen, waaronder
+vooral het Mayumba-bosch berucht is, was in dat gedeelte van het jaar
+eene lastige onderneming. Over berghellingen en door diepe valleien
+strekt dit bosch zich uit. De hellingen zijn dikwijls zóó steil, dat
+men er met behulp van lianen, wortels en stronken tegen opklimt of er
+langs afdaalt; in de diepten is de bodem doorweekt en op vele plaatsen
+herschapen in een moeras. Het doorwaden der menigvuldige stroompjes, op
+enkele gedeelten is 10 per dag geen zeldzaamheid, is altijd tijdroovend
+en lastig, soms gevaarlijk; in den regentijd in dubbele mate.
+
+Zoo voorttrekkende, brachten de negers de 30-35 K.G. zware
+lasten naar hunne bestemming. Landwaarts ingaande bestonden deze
+natuurlijk uit alle soorten van handelsgoederen, levensmiddelen en
+factorij-benoodigdheden; teruggaande bracht de karavaan ivoor en
+gom-elastiek naar de kust over. Wel was er een kortere weg, n.l. per
+boot naar Matadi en vandaar over Manyanga langs eene karavaan-route
+van ± 15 dagen naar Brazzaville, doch door de dikwijls voorkomende
+twisten tusschen de stammen onderling, vooral in die streken, was
+deze weg meestal gesloten.
+
+Dat de ontwikkeling van Brazzaville in dien tijd geen hooge vlucht
+nam, en er integendeel van ontwikkeling nog bijna geen sprake was,
+kan veilig voor een deel aan de lastige verbinding met de kust
+toegeschreven worden. Doch slechts voor een deel; een der groote
+oorzaken was zeker de weinige energie en vooral ook het gebrek aan
+tact van de regeering.
+
+In den tijd toch toen het gouvernement te Brazzaville slechts een paar
+armelijke gebouwen had, waarin de enkele ambtenaren nagenoeg zonder
+meubelen of ander comfort gehuisvest waren, stonden te Leopoldville,
+waar men toch bijna even groote verkeersmoeilijkheden te overwinnen
+had, reeds flinke huizen voor de talrijke geëmployeerden van den
+Staat; had deze er een werf, waarop hij zijne stoombooten bouwde;
+een inrichting waar verscheidene blanken aan de machinerieën, hiervoor
+benoodigd, bezig waren e.d.
+
+De karavaan-dienst van af de kust was in den Congo-Vrijstaat ook veel
+beter geregeld dan in het Fransche gebied. Bijna overal had hier
+de regeering, toen geen spoorweg nog het verkeer vergemakkelijkte,
+wegen aangelegd, die behoorlijk van plantengroei gezuiverd en goed
+onderhouden werden. Over de meeste stroompjes waren bruggen geslagen en
+over de geheele lengte vond men, op elke 4 of 5 uren afstand, huizen,
+die tot pleisterplaats voor doortrekkende reizigers dienden. In
+nagenoeg al deze posten hield een neger in staatsdienst verblijf
+om te zorgen voor water, hout om vuren aan te leggen, en dergelijke
+benoodigdheden. De Staat zag verder nauwkeurig toe op de capita's,
+d.z. geleiders der karavanen, die aansprakelijk waren voor het aantal
+dragers waartoe zij zich verbonden hadden en voor de goede overkomst
+van het transport.
+
+Waar de regeering van de Fransche kolonie zelfs niet bij machte
+scheen, in den onmiddellijken omtrek van Brazzaville de wegen ook
+maar eenigszins te doen onderhouden, ligt het voor de hand, dat van
+toezicht op den langen karavaanweg naar de kust, aan deze zijde der
+rivier bijna in 't geheel geen sprake was.
+
+De weg bestond eenvoudig uit het smalle negerpad, dat de dorpen
+onderling verbond; van bruggen etc. was geen spoor te ontdekken. Ook
+het toezicht op de karavanen zelf en de contrôle over de goede
+aankomst liet veel te wenschen over. Wel had ook hier iedere capita
+een vergunning van het gouvernement noodig en was hij verplicht deze
+bij vertrek en aankomst op de Fransche posten te vertoonen, waardoor
+er ook op het aantal dragers eenig toezicht uitgeoefend werd, doch
+de gelden, die de regeering hierdoor van de handelshuizen, welke
+deze vergunningen moesten koopen, ontving, werden niet besteed voor
+verbetering van en toezicht op den weg, die de eenige verbinding met
+de kust vormde. Het ontbrak niet aan voorschriften en besluiten, doch
+de Franschen misten gewoonlijk de middelen en dikwijls den ernstigen
+wil, deze te doen nakomen. Meermalen kwam het b.v. voor, dat sommige
+lasten, waaronder dan dikwijls onderdeelen van booten en machinerieën,
+die met ongeduld verwacht werden, niet aankwamen. Bij onderzoek bleek
+dan meestal dat dergelijke stukken eenvoudig langs den weg weggeworpen
+waren en de dragers zich naar hunne dorpen begeven hadden, vooral als
+deze zich eenigszins in de nabijheid der route bevonden. Dikwijls ook
+vond men balen manufacturen, kisten kralen e.d., die reeds jarenlang
+vermist waren, toevallig in verschillende dorpen terug en, wat wel
+eigenaardig is, gewoonlijk waren ze ongeschonden bewaard en ontbrak
+er niets aan den inhoud.
+
+Vooral de ontwikkeling van den handel in het Fransche gebied kon en
+kan op verre na niet op één lijn gesteld worden met wat de Staat in
+dit opzicht bereikte. 't Is waar, er is heel wat aan te merken op
+de manier van handeldrijven in den Vrijstaat èn door de particuliere
+maatschappijen èn door de regeering zelf, en 't ware zeker te wenschen,
+dat vooral de gom-elastiek-productie zich wat minder ontwikkeld had
+en de belangen der negers wat meer in 't oog gehouden waren; doch
+hoewel de Franschen zich niet onbetuigd lieten om de wonde plekken
+hierin te helpen aanwijzen, er is in dit opzicht, waar het Fransch
+Congo geldt, niet alleen veel maar zelfs weinig minder te zeggen dan
+waar het betreft den Congo-Vrijstaat.
+
+Eén inrichting te Brazzaville echter--en dit is een bewijs te meer dat
+de langzame ontwikkeling van de Fransche kolonie niet alleen aan de
+boven omschreven moeilijkheden geweten kan worden--kon de vergelijking
+met de beste Europeesche nederzettingen in den Congo-Vrijstaat
+doorstaan niet alleen, maar zocht er tevergeefs haars gelijke,--de
+factorij n.l. die hier gebouwd werd door de Nieuwe Afrikaansche
+Handels-Vennootschap. Deze groote Hollandsche Vennootschap, die haren
+handel op den Congo dreef reeds vóór de vestiging van den Vrijstaat
+of de Fransche kolonie, stichtte al jaren geleden hare factorijen
+langs de rivier; eerst langs het benedengedeelte, doch al spoedig na
+de reis van Stanley, al dieper en dieper het land ingaande tot aan
+den Stanley-Pool. Van uit Kinshassa ondernamen de Hollanders reeds
+hunne tochten naar het binnenland, tot aan Stanley-Falls zelfs, in
+de allereerste jaren der vestiging van den Vrijstaat, toen er van
+Franschen invloed aan de overzijde nog nagenoeg niets te bespeuren
+viel.
+
+In den invloed, dien dit groote handelshuis in den Boven-Congo,
+vooral door de zeldzame energie van zijn begaafden vertegenwoordiger
+ter plaatse, steeds meer ontwikkelde, zag de Staat een gevaarlijken
+factor bij de vestiging van zijn gezag, zoodat na een eindelooze reeks
+van moeilijkheden de Vennootschap haren hoofdzetel voor het binnenland
+verplaatste naar de overzijde van den Stanley-Pool, naar Brazzaville.
+
+De factorij van het "Maison hollandaise", zooals het huis bij de
+blanken, of van "m'fumu n'tangu" (m'fumu = heer, prins, n'tangu =
+zon, m'tumu n'tangu = prins als de zon, zonneprins, zooals het wijd
+en zijd van Stanley-Falls tot aan de kust bij de negers bekend is),
+werd al spoedig een modelinrichting in deze streken. Zoowel wat de
+uitgestrektheid als wat den aanleg van het terrein en de inrichting
+der magazijnen en woonhuizen betreft, liet deze factorij alles,
+wat Brazzaville verder te aanschouwen gaf, in de schaduw. Toen
+de verbinding van de enkele Fransche handelsinrichtingen met de
+"Post"--het terrein waar het gouvernement zich gevestigd had--niets
+was dan een smal pad, dat zelfs nog niet altijd van gras gezuiverd
+werd, had men op deze factorij wegen aangelegd, honderden M. lang
+en verscheidene M. breed, aan weerszijden beplant met palmboomen,
+die men uit den omtrek bijeengebracht had. Men vond er o.a. een
+keurig aangelegde laan van mango's, bijna 1 K.M. lang, die, met de
+velerlei vruchtboomen en de bamboe- en koffieaanplantingen, van de
+factorij bijna een park vormden en de bewondering wekten van allen,
+die Brazzaville bezochten. Geen der hier verblijvende blanken, 't zij
+vertegenwoordigers der Fransche handelshuizen, 't zij ambtenaren van
+het gouvernement, verzuimde dan ook het Hollandsche Huis te bezoeken,
+en allen maakten gaarne gebruik van de gulle gastvrijheid die er hun
+steeds geboden werd. Terwijl zelfs de hoogste ambtenaren der regeering
+zich vergenoegen moesten met een woning van grauwe klei gebouwd
+en met riet gedekt, waarin de noodigste meubels zelfs ontbraken,
+waren de Hollanders gehuisvest in goed ingerichte huizen, tamelijk
+wel gemeubeld, voorzien van houten, witgekalkte daken en tegen de
+zonnestralen, ook ter zijde, door veranda's beschut. De factorij
+had verder een veestapel; men vond er bloemperken, groentetuinen,
+manioc-aanplantingen voor de negers, die er verblijf hielden en
+een "oranje-park", dat sinaasappelen, manderijnen en citroenen
+leverde. Ondanks de groote bedrijvigheid waarvan men er altijd getuige
+kon zijn, was de factorij steeds, in tegenstelling met de meeste
+Fransche nederzettingen, een voorbeeld van de grootste netheid en orde.
+
+Ook de aanwezigheid der hutten van de honderden zwarten, die er
+altijd in dienst waren, liet in dit opzicht niets te wenschen. Op
+verschillende punten der factorij woonden deze zwarte werklieden,
+eenigszins van de hoofdwegen af, in afzonderlijke dorpen als 't ware,
+bijeen. Men vond daar de tamelijk goed gebouwde hutten der Sierra
+Leona's en Accra's, inboorlingen uit de Engelsche bezittingen aan de
+kust, die zich hier verhuurden als timmerlieden en metselaars. Ze
+zijn, over 't algemeen, vooral eerstgenoemden, flinke werklui;
+spreken goed Engelsch, kunnen meerendeels lezen en schrijven,
+ontvangen zelfs de in hun vaderland verschijnende couranten per
+post en zijn bijna zonder uitzondering trotsch op het feit, dat zij
+bewoners zijn van een Engelsche kolonie en deel uitmaken van het, in
+hunne schatting, nagenoeg alles omvattende Engelsche rijk. Ook van de
+kust afkomstig zijn de Whyboys, die reeds in hunne armelijke hutten
+hunne mindere ontwikkeling toonen. Onder gezag van een headman komen
+zij, in gezelschappen van 30-60, uit Liberia. Zij zijn zeer gehecht
+aan hun vaderland en hun blijdschap kent geen grenzen, wanneer zij,
+na volbrachten diensttijd zich weer naar hun geboorteplaats mogen
+inschepen. Zij spreken wat gebroken Engelsch en worden in dienst
+genomen voor allerlei werk aan bootenbouw en in magazijnen, waarvoor
+zij door hunne groote lichaamskracht, gewoonlijk bijzonder geschikt
+zijn.
+
+Van een geheel ander type zijn de Loango's en Cabinda's, bewoners van
+de Portugeesche bezittingen aan de kust. De meesten hunner spreken
+Portugeesch doch hebben van den omgang met blanken meestal niet veel
+goeds overgenomen. Zij zijn gelukkig, als zij dezen in zijne kleeding
+kunnen nadoen; loopen, zoodra zij als koks, waschlui of tafeljongens
+iets verdiend hebben, met hoed en wandelstok, maar zijn dikwijls bekend
+om hun drankzucht, hun weinige eerlijkheid en hun onbetrouwbaarheid.
+
+Ook uit den omtrek trekt de factorij hare werklieden. Begeerig
+naar de eenige meters goedkoope katoenen stof, die er maandelijks
+te verdienen vallen, komen de jongens uit de omliggende Balali- en
+Bacongo-dorpen dikwijls dagreizen ver loopen om hunne diensten aan
+te bieden. Na 12 maanden (zij tellen de manen) werk, dat gewoonlijk
+bestaat in terreinonderhoud, vee hoeden, op eenden en kippen passen,
+waterdragen etc., keeren zij dan, rijk met hunnen voorraad n'toie
+naar hunne dorpen terug, om zich meestal na verloop van eenigen tijd
+opnieuw te komen aanbieden, totdat zij genoeg verdiend hebben om
+zich in het dorp, als bezitters van een hut, eenige geiten en kippen,
+naar hun genoegen te kunnen nederzetten.
+
+Bovendien trof men, buiten deze geregelde bevolking der factorij nog
+een aantal negers aan, van allerlei stammen diep uit de binnenlanden
+afkomstig, die als houthakkers dienst deden op de booten en hier
+tijdelijk hunne hutten opsloegen. En voor al deze handen was er altijd
+werk; nooit stond het bedrijvige leven stil en dikwijls zelfs kwam
+men arbeidskrachten te kort.
+
+Evenzeer als de regeering had ook dit handelshuis natuurlijk te kampen
+met de moeilijkheden van het transport. Niettemin dreef men reeds een
+geregelden handel met de hooger gelegen streken; voortdurend brachten
+dragers goederen van de kust aan; niet alleen handelsgoederen en
+levensmiddelen, maar geheele stoombooten. Deze laatste werden in dien
+tijd, zooveel mogelijk in lasten van 30 K.G. uit elkander genomen,
+per karavaan aangebracht, waarna ze dan aan den oever der rivier in
+elkander werden gezet.
+
+Overal in den omtrek was "m'fumu n'tangu" bij de inboorlingen bekend,
+en zonder twijfel zagen de meeste negerstammen in dit handelshuis
+machtiger lichaam dan in de administratie der kolonie.
+
+Tot het aanzien, dat het Hollandsche Huis in deze uitgestrekte
+landstreken genoot, droeg niet weinig bij--'t dient ter eere van
+zijn chefs en employés gezegd--dat hier steeds streng gewaakt werd
+tegen machtsmisbruik. Men had natuurlijk geen soldaten of gewapende
+lieden in zijn dienst om de negers tot levering van de verschillende
+voortbrengselen te dwingen; men beproefde ook geen dwang, doch zocht
+slechts overal den vrijen ruilhandel te ontwikkelen, en--het huis
+bevond er zich goed bij.
+
+Van zeer groot belang was begrijpelijkerwijs het bestaan van dit
+machtige handelshuis voor de Franschen bij de vestiging van hun gezag
+aan den Boven-Congo. Ontelbare malen stond het de regeering bij met
+zijne--voor dien tijd en die streken--rijke hulpmiddelen. Dikwijls
+voorzagen zijn magazijnen de Fransche posten aan de kust, bij Manyanga,
+of te Brazzaville, van de noodige handelsgoederen of levensbehoeften,
+en verscheidene malen bood het te Brazzaville zijn booten aan de
+regeering aan voor het vervoer naar boven van expedities en goederen;
+aanbiedingen, die steeds gaarne en dankbaar aanvaard werden. Meerdere
+beroemd geworden Fransche missies vertrokken zoo op Hollandsche
+stoombooten, met behulp van Hollandsch personeel naar de plaatsen
+hunner bestemming.
+
+Meer en meer echter, naarmate de invloed der Franschen in den Congo
+grooter werd, naarmate de regeering meer ambtenaren en grooter
+hulpmiddelen kreeg, begon men met leede oogen de groote ontwikkeling
+van den Hollandschen handel gade te slaan; het duurde niet lang of
+de Vennootschap ondervond hiervan de gevolgen. Het "La France et ses
+Colonies pour les Français", zoo dikwijls door regeeringspersonen en
+handelaars geuit, vond misschien nergens zoo sterk zijn toepassing
+als hier. Hoewel men het huis zijn reeds verkregen factorijen niet
+ontnemen kon, maakte men het den handel op een andere wijze ongeveer
+onmogelijk. Zonder rekening te houden met reeds verkregen rechten,
+werden uitgestrekte gedeelten der kolonie in concessie uitgegeven
+aan uitsluitend Fransche maatschappijen, die enkele jaren geleden,
+tengevolge van kunstmatig opgewekte belangstelling en overdreven
+voorstellingen, in grooten getale werden opgericht.
+
+Binnen korten tijd was het recht van handeldrijven met de inboorlingen
+in bijna het gansche Fransche gebied tot de maatschappijen, die
+eigenaars werden dezer concessies, beperkt, waardoor nagenoeg de
+geheele kolonie voor den vrijen handel gesloten was. Vertoogen mochten
+niet baten. Men beriep zich op de tractaten waarbij de vestiging van
+Europeesche natiën in de Congo-streken geregeld werd--doch zonder
+resultaat.
+
+'t Gevolg was, dat voor de Hollandsche vennootschap het bezit harer met
+moeite verworven factorijen langs de bovenrivieren bijkans waardeloos
+werd; van handeldrijven toch was geen sprake meer, nu ongeveer al deze
+factorijen lagen in de concessie van de een of andere in Frankrijk
+opgerichte maatschappij.
+
+Wel heeft men het Hollandsche element niet kunnen verdrijven en hield
+het Huis zich, ondanks alle moeilijkheden en tegenwerking, staande
+door transportdiensten en 't zoeken van nieuwe handelsverbindingen,
+doch de vrije ontwikkeling van zijnen handel werd voor goed gefnuikt.
+
+Het resultaat dezer verdeeling in concessies is evenwel nòch voor
+de regeering, nòch voor den handel gunstig geweest. En geen wonder
+ook. Door de onbekendheid met de toestanden aan den Congo, onderschatte
+men al te zeer de moeilijkheden die te overwinnen waren; men stelde
+zich gouden bergen voor van de opbrengst der uitgestrekte concessies,
+waar men het recht van alleenhandel hebben zou en dus over de geheele
+gom-elastiek-productie te beschikken had. De teleurstelling bleef
+dan ook niet uit. De nieuw opgerichte maatschappijen ondervonden al
+spoedig dat oude toestanden, vooral in een land als Midden-Afrika,
+maar niet met éen slag te wijzigen zijn. De vestiging in Brazzaville
+zonder eerst vasten voet aan de kust te hebben, bracht onvoorziene
+hindernissen en ongedachte kosten mede. Bovendien, de reis van deze
+plaats naar de meeste der concessies was op zichzelf reeds bezwaarlijk
+genoeg; hoeveel te moeilijker en kostbaarder werd het niet, alle
+benoodigdheden en handelsartikelen naar die verafgelegen streken op
+te voeren! En dan de handel zelf. Het verkennen der uitgestrekte
+terreinen, waarvan zelfs geen kaarten bestonden; het uitzoeken
+der goede punten voor factorijen-bouw; het bekend worden met de
+eigenaardigheden der bevolking, die dikwijls nog nooit in aanraking
+geweest was met Europeanen; het juist beoordeelen der artikelen,
+waaraan door de negers waarde gehecht zou worden, en waarvoor ze hunne
+producten, zoo deze tenminste in de concessie gevonden werden, wat ook
+nog niet altijd het geval was, zouden willen inruilen,--het waren even
+zoovele moeilijkheden, waarop nagenoeg in 't geheel niet gerekend was.
+
+Vreemd is het dan ook niet, dat de plotseling opgewekte belangstelling
+voor den Congo-handel in Frankrijk spoedig aanmerkelijk bekoelde. Tal
+van maatschappijen bereikten nooit eenig resultaat; vele brachten
+het niet verder dan het opzoeken hunner concessies, doch konden tot
+den eigenlijken handel maar nooit goed geraken. Andere leidden een
+kwijnend bestaan en zagen de opbrengst van de met moeite verworven
+voortbrengselen uit hun gebied, verzwolgen door de verbazend
+hooge kosten, die de vestiging in deze streken medebrengt; zelfs
+waren er maatschappijen, die nooit vasten voet kregen in hunne
+concessie. Enkelen slechts is het gelukt, den handel in hun gebied
+tot ontwikkeling te brengen.
+
+Het gevolg der geringe ontwikkeling van den handel gevoelde de
+regeering der kolonie in een voortdurend gebrek aan de noodige
+geldmiddelen om haar gezag ook maar eenigszins voldoende te
+kunnen vestigen. Eerst in den laatsten tijd, nu Brazzaville tot
+zetel der regeering gemaakt is, heeft het gouvernement hier eenige
+behoorlijke gebouwen; tot voor kort was deze voornaamste vestiging
+der Franschen aan den Boven-Congo nog niet te vergelijken met vele
+der posten, die de État Indépendant langs de bijrivieren diep in
+het binnenland opgericht had. Nog zijn er geheele streken, waar
+geen regeeringsambtenaar te vinden is; zelfs heeft men toegelaten,
+dat sommige concessies jarenlang in exploitatie gebracht waren,
+zonder dat er ook maar eenige regeeringspost bestond in geheel de
+wijde uitgestrektheid. En zelfs waar men de posten vond, hadden ze
+zeer dikwijls gebrek aan het noodigste personeel. Van toezicht op
+de handelingen van hen, wier belang toch medebracht zooveel en zoo
+goedkoop mogelijk producten te verzamelen, was in sommige streken dan
+ook geen sprake; van bescherming der inboorlingen tegen willekeurige
+handelingen, in vele gevallen evenmin.
+
+Het gelukkige voorschrift, waarbij in den Franschen Congo met alle
+lichamelijke straffen gebroken werd, heeft helaas niet kunnen beletten,
+dat ook hier vele ergerlijke daden van machtsmisbruik voorgekomen zijn,
+waaraan in enkele gevallen zelfs regeeringsambtenaren schuldig waren.
+
+Zeer gezien is ook in de Fransche kolonie de regeering bij de
+inboorlingen niet; ook hier is een der hoofdoorzaken het innen van
+belasting in gom-elastiek. Tengevolge der veelvuldige botsingen
+hierdoor ontstaan, de dorpen die er voor vernield en de hoofden, die
+er voor gestraft werden, zijn de oevers der Sangha b.v. langzamerhand
+ontvolkt en trokken de eertijds in deze uitgestrekte streken wonende
+stammen al dieper en dieper het land in. In de weinig toegankelijke
+gebieden vooralsnog tamelijk veilig, leven zij hier voort in
+voortdurende oneenigheid met het gouvernement; veel inspanning en tijd
+zal het ongetwijfeld nog kosten, deze en vele andere stammen, die
+liefst zoo weinig mogelijk met de regeering te doen willen hebben,
+met den Europeeschen invloed te verzoenen en in de uitgestrekte
+kolonie een goed geordend bestuur te vestigen, dat aan machtsmisbruik,
+onderdrukking en verkeerde en wreede gewoonten bij de inlanders zelf,
+voorgoed een einde maakt.
+
+Een struikelblok voor de regeeringen en ook voor de particuliere
+ondernemingen in het geheele Congo-gebied is het feit, dat geen blanke
+zich hier thuis gevoelt en de hieruit voortvloeiende voortdurende
+wisseling van dezen.
+
+Zoowel zij, die er jarenlang vertoefden als de velen die eerst
+sedert korteren tijd de beschaafde wereld vaarwel zegden om het
+eigenaardige, primitieve Congo-leven met zijne vele ontberingen en
+vermoeienissen voor een tijd mede te maken, zij allen houden het oog
+gericht, ook onder de toewijding waarmede hier zoowel als elders de
+taak dikwijls opgevat wordt, op het tijdstip, waarop zij zich zullen
+inschepen aan boord van het stoomschip, dat hen terugvoeren zal naar
+de achtergelaten betrekkingen en naar de samenleving, waarvan zij
+zoolang waren uitgesloten.
+
+En hiervoor bestaat reden. In geen land misschien, op geen hoekje
+wellicht van den aardbodem gevoelt men zich zoo van de maatschappij
+uitgesloten als in deze streken. Ongetwijfeld zijn er maar weinige
+door blanken bewoonde oorden, waar Europeesche invloeden een zoo
+weinig beteekenende factor zijn als hier.
+
+Hoewel vooral in den Vrijstaat de toestanden reeds zeer veel
+verschillen met die van een 20-tal jaren geleden, hoewel de
+spoorweg een groote verbetering bracht in het verkeer met de kust,
+en brieven zelfs de meest verwijderde streken bereiken, missen de
+bewoners van alle eenigszins van de kust verwijderde plaatsen bijna
+allen comfort--de eenvoudigste dingen, waaraan men in Europa zóó
+gewend is dat men er hun bezit ternauwernood opmerkt, doch welker
+gemis men in Afrika zoo sterk gevoelt. Lectuur, een onderhoudend
+gesprek, een eenigszins gezellig verblijf en zoovele andere zaken,
+vroeger nauwelijks geteld, maar waaraan men, ter ontspanning na de
+afmattende warme dagen op reis of op de factorijen doorgebracht, hier
+juist dubbel behoefte gevoelt, ze worden hier gewoonlijk slechts ten
+deele, dikwijls totaal niet aangetroffen. Wanneer tegen den avond na
+de verzengende hitte van den dag alles wat verademt en de aangename
+koelte naar buiten lokt, maakt de zoo spoedig intredende duisternis en
+bijna overal 't gebrek aan goede wegen zelfs een wandeling onmogelijk.
+
+Verfrisschende dranken blijven overal in 't binnenland buiten
+het bereik der factorij-bewoners, en zelfs te Leopoldville en te
+Brazzaville kan men er zich door de verbazend hooge prijzen--spuitwater
+en bier b.v. kosten zooveel als de beste wijnen in Europa--bijna
+niet van voorzien. Brood en aardappelen, de meest gewone en daardoor
+moeilijkst te ontberen spijzen--alle blanken, die niet in de nabijheid
+der kust wonen, moeten ze zich ontzeggen; het brood toch, dat op de
+factorijen gebakken wordt, verdient meestal nauwelijks dien naam en
+aardappelen kunnen moeilijk hooger dan tot Leopoldville en Brazzaville
+opgevoerd worden.
+
+Mag men zich in Europa al eens af vragen: "Vanwaar toch die langzame
+ontwikkeling, die bestendiging van oorspronkelijke toestanden in
+een land dat toch reeds meer dan 25 jaren door blanken bezocht en
+bewoond wordt",--men behoeft niet lang aan den Congo te vertoeven om
+het antwoord op deze vragen te vinden. De groote hinderpaal n.l.,
+die een goede ontwikkeling van Midden-Afrika in alle opzichten in
+den weg staat, is het ongezonde klimaat dezer streken. De koortsen,
+opgewekt door de uitwasemingen der vele moerassen of overgebracht
+door de muskieten, de stoornissen in de spijsverteringsorganen en de
+aandoeningen van lever en milt, waaraan de blanke hier blootstaat,
+zijn de hoofdoorzaken, die den Congo, en niet ten onrechte, om zijn
+klimaat berucht maken. Hoewel er ook in dit opzicht veel overdreven
+wordt, blijft het een uitgemaakte zaak, dat de vele ziektegevallen
+dikwijls met doodelijken afloop, die onder de blanke bevolking
+voorkomen, kolonisatie, of ook maar een eenigszins geregelde, meer
+duurzame vestiging beletten. Het ongunstige klimaat, veel meer dan
+de groote hitte--hoewel deze ook niet voorbij te zien is, waar reeds
+te 7 uur in den morgen, een uur na zonsopgang dus, de thermometer
+80° aanwijst--maakt, dat de blanke het land, al heeft dit ook zeker
+zijn bekoring, blijft beschouwen als een tijdelijke verblijfplaats,
+die hij, zoodra de omstandigheden hem dit veroorloven, gaarne tegen
+de vroeger bewoonde oorden verwisselt.
+
+Wanneer men, op de terugreis, per spoor Matadi nadert, kan men er
+getuige van zijn, hoe ieder met vreugde naar de te dezer plaatse
+gereedliggende stoomboot heenblikt, zoodra zij zich bij een der
+laatste bochten van den weg, eensklaps aan het oog vertoont.
+
+Terugreizende na een verblijf van eenige jaren in het binnenland,
+kregen ook wij op dit gezicht het gevoel van rust, dat iemand
+ondervindt die, na een lange poos van ingespannen, afmattend werken,
+zijn doel bereikt en het werk achter den rug weet. Toen we het stevige
+houten dek der groote boot betraden en de ontelbare dingen terugzagen,
+waarmede we vroeger zoo vertrouwd waren, doch waaraan we in Afrika
+ontwenden, gevoelden we ons terug in de maatschappij en deelden we
+onwillekeurig in de algemeene opgewektheid, waarmede de tehuisreis
+door alle passagiers ondernomen wordt.
+
+
+
+
+In het Balkanbergland van Bulgarije.
+
+Naar het Fransch van L. DE LAUNAY.
+
+
+
+I.
+
+ Algemeene beschrijving van het Balkanbergland.--De West-Balkan
+ en de kloven van de Isker.--De Midden-Balkan en de zone der
+ kalkformatie.--Dronovo en zijn houtsnijders.--Trevna.--Radevtsi
+ en de mijnen.--Een schilderachtig steenkolenbekken.--Het
+ groote Balkanwoud.--Kleurrijke dorpstooneelen.--De herberg
+ Boroesjtitsa en het dorschen.--De zuidhelling van den
+ Balkan.--Seltsi.--De ontwouding.--Door de bedding van den
+ stroom.--De aankomst in het dal der rozen.
+
+
+De Balkan, het oude Hemusgebergte, vormt in zekeren zin Bulgarije's
+reden van bestaan, want meer dan in alle zoogenaamde Balkanstaten vindt
+men daar den eigenlijken Balkan. Dat groote gebergte, dat bijna in een
+rechte lijn, eigenlijk een zeer flauwe boog, loopt, is als 't ware
+de middennerf van het land en scheidt twee vlakten van elkaar. Het
+is de ruggegraat, waaraan de spieren zijn bevestigd. Geologisch
+gesproken, is door bewegingen, die van den Balkan uitgingen, het
+geheele schiereiland ontstaan.
+
+Men moet zich intusschen op grond van de min of meer woeste reputatie,
+die de Balkan in de geschiedenis heeft gekregen, geen Alpen,
+zelfs geen Pyreneeën voorstellen. Het Rhodope-gebergte, ook nog in
+Bulgarije, is vrijwat hooger in het land van Rila en Mies Alla, waar
+het toppen van 2900 meter heeft. Daarbij zijn de toppen er steiler,
+houden langer de sneeuw vast en maken met hun granieten steilten meer
+een alpinen indruk.
+
+De Balkan reikt niet hooger dan 2400 meter, en de kam van het bergland,
+die voor het meerendeel uit gneiss bestaat, heeft een verweerd aanzien;
+de zachte hellingen zouden doen denken, dat het bergland ouder is
+dan in werkelijkheid het geval is. Op een afstand lijkt daardoor de
+Balkan, gezien uit de vlakte van Sofia, uit Philippopoli of in het
+noorden vanaf het plateau van Plewna of Tirnovo, op een zacht golvende
+zee. De schilderachtigheid lijdt er onder, ten minste naar den zin der
+alpinisten, die slechts van hooge hoogten en diepe laagten droomen;
+maar de Balkan heeft juist aan die geringe hoogte zijn prachtigen
+rijkdom aan eeuwenoude bosschen te danken, bosschen, die niet enkel
+uit dorre dennen bestaan met hun lijkkleurige tint, passend bij een
+land van sneeuw en nevel, maar waar forsche beuken staan met lichte
+stammen naast hooge eiken, waardoorheen het zonlicht spelen kan en
+lichtende plekken tooveren kan op het groen van het heestergewas aan
+hun voet en op de grijze voetpaden.
+
+Zooals bij zeer veel bergketenen het geval is, zijn ook bij den
+Balkan de hellingen zeer verschillend, want terwijl aan den noordkant
+het land langzaam in terrassen afdaalt, wordt de zuidelijke helling
+plotseling door diepe dalen afgebroken, waarlangs zich een reeks van
+warme bronnen vertoont.
+
+Voor den geoloog is de Balkan de verheffing van den bodem, die
+opgeworpen is tegelijk met de Alpenketen tusschen twee vaste kernen,
+namelijk het plateau van de Donau en van Zuid-Rusland aan de eene, en
+het Rhodope aan de andere zijde. Zoo vormt de Balkan een voortzetting
+van de Alpen in Transsylvanië, beginnend bij Orsova aan de Donau
+met een richting noord-zuid en zich oost-westwaarts ten noorden van
+Sofia voortzettend, om daarna in noord-oostelijke richting gaande, bij
+kaap Emineh aan de Zwarte Zee te eindigen. In dat laatste gedeelte,
+voorbij Slivno, worden de verheffingen lager, er doen zich groote
+vlakten voor en de kamhoogte neemt langzamerhand af van 800 meter
+in het westen tot 400 in het oosten. De aardrijkskundigen rekenen
+gewoonlijk een beperkter terrein tot den Balkan, namelijk van af de
+Stara Planina tot ten oosten van de kloven der Isker.
+
+Op de kaarten onderscheidt men buitendien in de keten tusschen Vratsa
+en kaap Emineh een geheele reeks van plaatselijke Balkans, gewoonlijk
+genoemd naar de naburige stad, waaronder, van het westen naar het
+oosten gaande de belangrijkste zijn de Balkans van Berkowitza, van
+Vratsa, van Etropole van Zlatitsa, Veliki Slivno en noordwaarts die
+van Kodsja en Karnabad.
+
+Ten noorden en ten zuiden bestaan er nog parallelle ketenen, zooals
+de Balkan van Derbend en in het zuiden die van Toendsja, de Sredna
+Gora of Karadsja-Dagh, die niet veel meer is dan een hooge heuvel.
+
+Ik kom straks uitvoerig op den centralen Balkan terug, waar ik mijn
+eerste exploratie in Bulgarije heb gedaan; maar eerst moet ik een
+denkbeeld geven van den West-Balkan, door dien te volgen langs de
+hoofdinsnijding, de kloven van de Isker, waar wij een geheel ander
+landschap krijgen te zien dan in den centralen Balkan van Radevtsi.
+
+Van Sofia naar Plewna en Roestsjoek is de weg, dien wij zullen volgen,
+als het ware aangegeven door den eigenaardigen doorgang van de rivier
+de Isker door het bergland. Logisch schijnt het bekken van Sofia zijn
+natuurlijke afwatering te zullen hebben aan de zuidhelling van den
+Balkan en in de lengte langs Zlatitsa, Derbend en de Toendsja. Een
+rij van alluviale gebieden geeft op de kaarten der geologen dien
+schijnbaar normalen loop aan, waar tegenwoordig verschillende vrij
+hooge drempels in zijn, zooals te Derbend en te Kalofer, waar de
+Balkan zich aansluit bij den Sredna Gora en het Rhodope-gebergte. In
+plaats van zoo te stroomen, gaat de Isker dwars door den Balkan naar de
+kust, snijdt het bergland nog eens op een plek, waar het 1400 tot 1500
+meter hoog is, en moet dus door zeer diepe dalen stroomen, waarna zij
+uitkomt op de Donau-vlakte ter hoogte van ongeveer tweehonderd meter.
+
+Als men tegenover zulk een verschijnsel staat, dat niet zoo zeldzaam
+is in bergstreken, vindt men dikwijls dadelijk de verklaring in het
+feit, dat later in de buurt een groot hoofddal is gevormd, en dat
+daardoor de oorspronkelijke weg is veranderd en de rivier lager dan
+haar aanvankelijken loop is gebracht. Op die wijze staan de kloven
+van Tamina bij Ragatz in Grauwbunderland in verbinding met een oude
+bedding van den Rijn. De hoofdstroom, die een anderen loop had genomen,
+heeft verder op een lager niveau gestroomd, en de Tamina heeft zich,
+om die lagere bedding van den Rijn, dien zij bij Ragatz binnenvalt,
+te bereiken, langzamerhand al dieper kloven uitgeschuurd.
+
+Met de Isker is dat niet gebeurd, en omdat het bekken van Sofia
+zijn afwatering vindt naar de Donau, moet men wel denken, dat in den
+aanvang de natuurlijke helling in die richting liep, dus dat de kom,
+waarin Sofia lag, een hooger niveau had dan de Balkan, of dat de
+afscheiding tusschen dat bekken en de Donau zoo weinig beteekende,
+dat zij voor den aandrang van het water bezweek. Daar de Balkan
+zeker toen, vóór hij door erosie was afgesleten, veel hooger was
+dan tegenwoordig, moet men voor het bekken wel een verlaging van
+duizend meter aannemen, als men den primitieven toestand met den
+tegenwoordigen vergelijkt. Dat bekken nu heeft geheel het voorkomen van
+een instortingsbassin, de rechtlijnige en steile grenzen, een gordel
+van rotsen van eruptieve gesteenten, en langs den geheelen zuidrand een
+reeks van warme bronnen. Men is dus geneigd te veronderstellen, dat de
+instorting zich nog in den jongsten tijd weer heeft voorgedaan, nadat
+de tegenwoordige hydrografische gesteldheid vasten vorm had aangenomen.
+
+Een andere aanwijzing voor die nog jonge beweging zou men in den
+Balkan van Veliki kunnen vinden, waar er een groot verschil in hoogte
+is tusschen den kam van het gebergte en de lijn der waterscheiding,
+terwijl de hevige aardbevingen, waaraan Sofia dikwijls blootstaat,
+waar toch over het geheel de centrale Balkan zeer stabiel is, een
+bewijs te meer zijn voor het bestaan van een zwak gebied, dat een
+algemeene lijn van dislocatie volgt. Hoe het zij, de Isker, die
+in de vlakte van Sofia niet anders is dan een net van waterwegen,
+die daar convergeeren, heeft al dat water tot een rivier vereenigd,
+als zij langs Koemaritsa en Koerilo vloeit, om daarna in de kloven
+van den Balkan te verdwijnen, en er op verschillende plaatsen een
+echte geologische doorsnede te maken, die wij thans gaan beschrijven.
+
+De petrografische gesteldheid is hier zeer bijzonder door de
+aanwezigbeid van steenkoolhoudende lagen en permische gesteenten. Langs
+de Isker met haar geel water gaan we eerst zigzagsgewijze door roode,
+bruine, zwarte of violette terreinen, waar de hellingen afgesleten
+zijn en vol puin liggen, alsof men langs de Aumance, de Cher en de
+Sioule ging.
+
+Het eigenlijke karakter van die bulgaarsche kloven, dat hen
+vergelijkbaar maakt, niet met de granietdalen van het centraal plateau,
+maar met de cannons van de Jarn en de Jonte, openbaart zich eerst
+verder, als het secundaire kalkgesteente met zijn horizontale lagen
+voor den dag komt en in het landschap zijn tafelvormige banken brengt,
+die als kleurige terrassen boven elkander zijn gelegen, verbonden
+door zachte met gras begroeide hellingen.
+
+Daar is de kalk verweerd en verscheurd in de hoogte, beneden vol
+grotten, en zij vertoont al die vreemde erosieverschijnselen, die
+verdwijningen en verschijningen van rivieren, al die kloven en
+afgronden, die bij zulk een gebied behooren. De kleuren van het
+gesteente loopen van het grijs tot het vermiljoen en het oranje,
+afgebroken door het bleekgroen van grasvelden, waarop de struiken en
+boomen donkerder vlekken werpen. Bij mooie lichteffecten kan het er
+wonderbaarlijk schoon zijn.
+
+De weg slingert zich en kronkelt, en telkens is de aanblik weer
+anders. Een oogenblik komen kristallijne rotsen voor den dag, die aan
+het landschap aan de Creuse herinneren; dan volgt weer kalkgesteente,
+maar nu onderstboven geworpen of opgericht tot verticale wanden
+en tot door den regen afgesleten kale steilten, die op wonderlijke
+natuurlijke muren gelijken.
+
+Als wij nu den centralen en oostelijken Balkan willen leeren kennen,
+kunnen wij ons overgebracht denken naar het oude en merkwaardige
+stadje Tirnovo, dat het uitgangspunt van onze reis zal zijn. Deze
+Balkantochten, ondernomen eerst in September 1904, daarna in
+Mei 1905, hebben achtereenvolgens tweeërlei wetenschappelijk doel
+gehad, vooreerst de studie van de steenkoolformatie, die een groote
+uitgebreidheid heeft tusschen Grabovo en Slivno, en dan het zoeken
+van het hydrologisch verband tusschen den Balkan en het voorland der
+Dobroedsja. Die studie, waarvan ik hier niet zal behoeven te spreken,
+heeft mij ertoe gebracht met bijzondere zorg de streek na te gaan,
+gelegen tusschen Trevna en Seltsi, dan het bergland tusschen Kazanlik
+en Slivno te volgen tot Kotel, waarbij ik nu de eene, dan de andere
+helling volgde.
+
+Andere tochten voerden mij naar het Zuiden door den Sredna Gora naar
+Nova Zagora, naar het Noorden tot Djoemaïa en Sjoemla, naar het
+Oosten tot Yamboli en Boergas. Van al die streken ga ik nu een en
+ander vertellen.
+
+Bij het vertrek van Tirnovo heeft men een goeden weg, waar ook
+spoedig een spoorweg zal loopen zuidwaarts naar Dronovo, Trevna en
+Radevtsi, het voornaamste punt waar men tegenwoordig in den Balkan
+aan steenkoolwinning doet. Na een laatsten blik op de stad Tirnovo,
+die amphitheatersgewijze boven de Jantra is gebouwd, loopt de weg recht
+over het plateau, en tot Trevna hebben wij het gewone schouwspel van
+de voorbalkansche hoogvlakte, verbouw van koren en maïs, waar zich
+hier mijnbouw bijvoegt.
+
+Als men de bergen nadert, krijgt men aan den zuidkant meer beschutting,
+en daar het er koeler is, heeft alles in het landschap ook een
+frisscher aanzien. Daar doet zich aan den kant van den weg een herberg
+voor, geheel omgeven door hooge bloeiende rozen. Die bloemrijke
+hagen zouden wij niet hebben kunnen zien bij Plevna of Rasgrad,
+en nu bespeuren we ook hier reeds de eerste uitloopers der bergen.
+
+Dronovo, waar wij stil houden, is een zeer schilderachtig dorp in
+oud-turkschen stijl; de bewoners hebben een zekere reputatie in het
+houtsnijden, en geven er blijk van, dat ze die verdienen, door de wijze
+waarop zij hun huizen hebben versierd. De donkerbruine balken zijn
+voorzien van het mooiste beeldhouwwerk, en de omlijstingen van deuren
+en vensters zijn eveneens sierlijk gegraveerd. In dat opzicht is het
+'t allermooiste stadje dat ik in Bulgarije heb gezien, niet banaal,
+niet modern, maar bestaande uit huizen van zonderling ongelijken stijl,
+met overhangende daken en luifels en winkels beneden aan de straat
+als bij een turkschen bazar, die schuil gaan onder afhangende luiken.
+
+Na Dronovo gaat het terrein meer afwisseling in hoogte bieden, en er
+doen zich bosschen voor, groote wouden van prachtige eiken en beuken,
+juist als bij de voorbergen van de Pyreneeën. Men passeert Trevna en
+is dan midden in het bergland. De weg is dan meteen verdwenen. Wij
+gingen intusschen nog verder langs het stroompje over een pad, dat
+vroeger een weg was geweest, waarbij van onze vier paarden de helft
+in de rivier, de andere helft op de helling liep, en zoo komen wij
+eindelijk te Radevtsi, diep in het dal gelegen, op het punt, waar
+plotseling de berg voor u staat, die dan enkel maar toegankelijk is
+met muildieren of paarden.
+
+Men kan te Radevtsi twee dingen duidelijk onderscheiden, een bekoorlijk
+bulgaarsch dorpje, waar het wemelt van heerlijke schildersmotieven,
+en twee kilometer verder een steenkolenmijn, waarvan men maar enkele
+gebouwen ziet en een eindje spoorweg, terwijl al wat er verder
+bij behoort hoogerop in den berg verscholen ligt achter een zwaar
+beukenbosch. In het gebouw van de mijndirectie, dat vroeger een
+veel te prachtig paleis was en nu ongebruikt is en verlaten zonder
+glasruiten in de vensters, zoodat van alle kanten wind en regen er
+kunnen binnendringen, installeeren wij ons, om er gedurende enkele
+dagen ons hoofdkwartier te vestigen.
+
+De volgende dagen begonnen de tochten rondom Radevtsi naar de
+verschillende ontginningen der steenkool, die overal zwarte vlekken
+vormen in het landschap, aan den rand der bosschen, der voetpaden
+en in de diepe kloven. De bevolking is volkomen goed op de hoogte
+van haar rijkdom, die met behoorlijke zorg geëxploiteerd wordt in
+tallooze galerijen en waarvoor geregeld concessies worden uitgegeven.
+
+De voornaamste van die steenkoollagen, die van de concessie van prins
+Boris, zijn al in 1871, nog ten tijde van de Turken, ontgonnen onder
+leiding van een oostenrijkschen ingenieur, den heer Schroeckenstein.
+
+Later kwam een Franschman, die in het land was gekomen om er een
+spoorweg aan te leggen, op het denkbeeld er ontginningen te doen
+en vormde een fransche maatschappij, die na allerlei wisselende
+ervaringen de mijnen nog in eigendom heeft. Maar de werken dier
+maatschappij werden uitgevoerd met te veel pracht en weelde en
+noodelooze installaties, en het gemis aan practischen zin, zoo dikwijls
+kenmerkend voor industrieën, die van uit de verte bestuurd worden door
+een parijschen raad van administratie, met een onbekwamen plaatselijken
+chef, deed zich ook hier gevoelen. De onvoldoende afzet, dien men
+wel dadelijk vooruit had kunnen zien, is aanleiding geweest, dat men
+reeds lang het werk heeft gestaakt, en alleen als de ontworpen spoorweg
+Tirnovo-Boroesjtitsa gereed zal zijn, zal het kunnen worden hervat.
+
+Buiten die exploitatie, die een echt industriëel karakter heeft
+gedragen, wordt er in het klein steenkool gewonnen, nu eens aan de
+oppervlakte, dan in galerijen in den berg. De kool van de oppervlakte
+wordt zeer gemakkelijk gewonnen, maar het vervoer per muilezelrug
+langs de bergwegen tot aan de kleine industriestadjes in den Balkan
+verhoogt zeer den prijs.
+
+Een bezoek aan een steenkolenbekken levert gewoonlijk niets
+schilderachtigs op, en er zijn weinig landen ter wereld leelijker
+dan die van de belgische mijnen en die van Noord-Frankrijk en
+Silezië. Ofschoon het mijnwerkersleven de stof kan leveren voor
+forsch schilderwerk en mooie onderwerpen kan bieden aan de hand van
+den beeldhouwer, wanneer een geniaal kunstenaar als Constantin Meunier
+ze met antieken ernst behandelt, het leven zelf is vuil en treurig en
+bedroevend, en in het algemeen behoeft men geen mijnwerker te worden,
+om landschappelijk schoon te kunnen bewonderen. De tegenstelling
+is veelal groot met een andere soort van mijnen, waar metaal uit
+den bodem wordt gehaald aan de oppervlakte van de bergen, dikwijls
+te midden van bosschen, waar in diepe uithollingen als grotten de
+arbeiders vrij ademhalen en op hun gemak werken, om des avonds in het
+licht van den ruimen horizon huiswaarts te gaan tot hun tweede leven,
+dat van kleine landbouwers en hun bescheiden woning, die zij alleen
+met hun gezin bewonen.
+
+Maar de steenkolenmijnen in den Balkan hebben alle bekoorlijkheid,
+die anders eigen is aan metaalmijnen, en onze dagelijksche ritten
+te paard om ze achtereenvolgens te bezoeken, waren een prettige
+uitspanning. Elken morgen trokken wij zoo door de prachtige
+beukenbosschen, langs lichtende voetpaden, langs groene kloven,
+waarin het water ruischte, naar de verschillende mijnen en naar de
+hoogten, van waar men het dal overziet. Dan daalden wij daar dikwijls
+in af en bestegen, over de rivier gaande, den tegenoverliggenden
+kant. Overal vond men in die bosschen, die men zich als onbegaanbaar
+en woest zou voorstellen, de heerlijkste wegen, waar men zich in een
+park zou wanen, en als het ons lustte, ze voor eenige oogenblikken
+te verlaten, konden we nog altijd te paard door het bosch rijden,
+zonder voor een van die onaangename verrassingen bang te moeten zijn,
+die u op eens brengen bij een diepen afgrond, zooals er spoedig een
+den stoutmoedige zou tegenhouden, in wiens brein het zou opkomen,
+een dergelijke poging in de Pyreneeën te wagen.
+
+Ik durf niet hopen, dat het mij gelukken zal, door woord of beeld
+een denkbeeld te geven van de bekoorlijkheid van dit land. Wie heeft
+wel niet eens gezien, en wie kan zich niet voorstellen een bosch van
+mooie beuken op een zachte berghelling, met frissche stroompjes in de
+dalen en kloven? Maar de schoonheid aan de Balkanbergen eigen op hun
+noordelijke helling en op hun toppen, is de verrassende uitgebreidheid
+van dit woud, waar men geheele dagen lang op goed geluk door heen kan
+rijden, in het door 't gebladerte gefiltreerde licht van een warme
+oostersche zon, die aan de schaduwen nog haar glans verleent en u
+toch niet hindert met haar gloed.
+
+Aan den voet der bergen, zooals te Radevtsi, heeft men overal kleine
+dalen vol planten, die toch niet somber zijn, met heldere beekjes,
+voortstroomend onder de boomen, te midden van weiden, over beddingen
+van witte steenen, kabbelende beekjes, molens met watervalletjes
+en allerliefste dorpen. Hooger, op de eerste terrassen, volgen
+boomgaarden met appel- en pruimenboomen, de korenvelden op de afgeronde
+heuvelhellingen, en dan beginnen spoedig de beuken- en eikenwouden,
+die alle hoogere deelen van het bergland bedekken.
+
+Het zijn dichte bosschen met hier en daar enkele reuzenboomen, een
+park, waar ons de weg gewezen wordt door een boer met bruine jas en
+broek en bruine muts, die voor de leus een bijl over den schouder
+draagt, alsof wij hier op deze gemakkelijke bergen ooit ons een weg
+zouden hebben te banen.
+
+Het dorp Radevtsi, waar wij bij onze tochten steeds op terugkomen,
+is een der mooist gelegene en schilderachtigste onder de vele, die
+in de dalen en op de hellingen van den Noord-Balkan liggen. De leemen
+huizen zijn met een witte kalklaag bestreken, en onder het overhangend
+dak, dat op palen rust, is een soort van veranda of terras, op die
+palen gedragen. Rondom het huis staan de hooioppers en graanhoopen,
+die gele vlekken vormen in het landschap. Hier en daar zijn ze reeds
+aan de herfstbezigheid, om het met behulp van paarden en ossen te
+dorschen. Bij de boerenhuizen staan verder de bakkersoven, de groote
+kuip voor het koken der pruimen, en de hoopen dorre bladeren en takken,
+die 's winters tot ligstroo moeten dienen voor het vee.
+
+Denk u nu boomgaarden op den heuvel, waar de huizen tegenaan zijn
+gebouwd, let op de heldere kleuren der tomaten op de velden en der
+ritsen uien, die aan de balken der afdakjes hangen, en gij zult
+begrijpen, dat een bulgaarsch dorp, waar de vrouwen ten overvloede
+bonte hoofddoekjes en boezelaars dragen, veel kleurige tooneelen
+oplevert.
+
+Als bij die genoegelijke tochten door de eindelooze bosschen het uur
+voor den maaltijd was gekomen, hielden wij stil aan den oever eener
+beek, maakten een vuur aan van takken en braadden een stukje vleesch
+of een mager kipje, waaraan de buitenlucht en de vermoeidheid den
+fijnsten geur verleenden.
+
+Dan gaat het weer verder op den ontdekkingstocht door de groote
+bosschen, waar wij aan den rand de zon gloeiend zien ondergaan en
+een langen blik kunnen slaan op de zacht golvende vlakten, die zich
+tot heel in de verte, tot over de Donau uitstrekken.
+
+Enkele dorpen en schilderachtige hoekjes hebben op die tochten,
+voortgezet tot op een afstand van vijftien kilometer van Radevtsi,
+een eigenaardige herinnering bij mij achtergelaten. Zoo bijvoorbeeld
+dat kleine gehucht Boroesjtitsa, dat binnen korten tijd de eer zal
+genieten, eindpunt te worden van een spoorweg, waaraan de naam van
+Transbalkanspoorweg zal toekomen.
+
+Het eerste beeld, dat er mij van is bijgebleven, is dat van het
+overdekte terras, waar wij des middags zaten in een soort van herberg
+en waar wij het uitzicht hadden op een prachtig ravijn vol zware
+boomen. Achter ons waren twee deuren in den witten muur, toegang
+gevend tot twee donkere ruimten. Daar zaten bulgaarsche boeren op
+lage taboeretjes te eten en te praten. Op hun hoofd droegen zij de
+bruine wollen muts in den vorm van een korten cylinder, waaraan men
+dadelijk den Bulgaar herkent, ook hun buis is bruin, en laat, als het
+openvalt, het witte hemd zien, de roode ceintuur en de bruine met
+zwart gesoutacheerde broek. Wij zaten evenals zij om een zeer laag
+tafeltje, etend uit de met den naam der herberg gemerkte schotels,
+die de herbergierster gewoonlijk als bruidsgeschenk van haar ouders
+ontvangt, en deden ons te goed aan het gewone gebraad van rundvleesch,
+de pasterma.
+
+In de andere kamer, waarin alleen door een zeer klein venster wat
+licht viel, lagen twee kleine kinderen te slapen en tusschen hen en
+ons liep de vrouw heen en weer, gekleed in het costuum der streek. Ze
+droeg het haar in twee lange loshangende vlechten, met een doekje
+eroverheen geslagen; een donker kleedje met korte mouwen was aan het
+corsage een weinig uitgesneden en liet het witte hemd zien, terwijl
+de gekleurde boezelaar en de roode ceintuur beide met een paar groote
+metalen haken waren vastgehecht.
+
+Op het soort van terrasje hingen overal aan den muur en aan balken
+zakken van geitevel, ritsen uien, groenten, linnengoed en andere
+nuttige zaken. Kippen vlogen heen en weer en verdwenen tusschen
+het donkere latwerk. Het linnen, wat grof van draad, met donkere
+rechtlijnige figuren, had de eigenaardige originaliteit van al die
+stoffen, die ontsnapt zijn aan de regelmaat van de machine, een
+bijzonder karakter, dat men in zooveel oostersche huizen terugvindt,
+waar de stoffen door de dochters van den huize zijn gesponnen en
+geweven en tot kleedingstukken vermaakt voor haar uitzet, om dan te
+worden gebleekt en gedroogd op de naburige weide naast de ellenlange
+nog onversneden stukken linnen.
+
+Het andere kleurige beeld, dat in mijn herinnering is bewaard gebleven
+van het dorp Boroesjtitsa, is het dorschen van het koren. Het was
+toen in het midden van September, en de gansche gelende oogst werd
+onder de harde slagen veranderd in volle zakken tarwe en gerst.
+
+Dat dorschen is altijd een schilderachtig moment in het leven op
+een boerenhoeve, zelfs in onze noordelijke landen, waar leelijke
+machines ruw dit werk verrichten onder wolken van stof. Maar in dat
+gouden stof heerscht algemeene vroolijkheid, want het omhult het
+resultaat van veel arbeids en is nu gereed, om in goed en klinkend
+geld te worden omgezet, wat op alle gezichten een vroolijken trek te
+voorschijn roept. In landen echter, waar wat meer beschaving nog niet
+is doorgedrongen, is dat barbaarsch vernielingswerk van het graan
+een nog veel aantrekkelijker schouwspel.
+
+In Bulgarije gebruikt men den dorschvlegel, als men het stroo wil
+bewaren voor dakbedekking, maar meestal, wanneer men niet bang is,
+de halmen te breken, laat men er een houten slede over gaan, waaronder
+rijen van scherpe kiezelsteenen zijn bevestigd, echte steenen messen
+uit den steentijd. Wij zagen dat werk op alle hoeven aan den gang op
+den dag van ons verblijf te Boroesjtitsa in het licht van de mooiste
+herfstzon en in den glans van de heldere kleuren der kleederen van
+vrouwen en kinderen.
+
+Tusschen de loodsen en schuren lag de buitendeel van hard gestampte
+aarde, omgeven door leemen wanden, waar de schaduw van allerlei
+vruchtboomen op viel. De bruine palen van het terrasje, waar wij hadden
+gezeten, waren eveneens in schaduw afgeteekend op den blinkend gladden
+grond en rechts zag men allerlei ouderwetsch houten gereedschap van
+zonderlinge vormen. Daar was het weefgetouw der vrouwen, de slede,
+waarmee het gezin in den winter zich bewoog over de besneeuwde
+berghellingen.
+
+Op de heldere vlakte lagen de blinkende halmen uitgespreid, en
+vlug bewoog er zich het gevaarte overheen, dat met twee ossen was
+bespannen en door een vrouw met ernstig uiterlijk werd bestuurd. Zij
+voedde onderwijl haar baby, terwijl op den wagen een meisje zat,
+om er grootere zwaarte aan te geven. Zij geleek op de godin, die een
+romeinsche zegekar mende. Soms waren alle jeugdige leden der familie
+op het voertuig vereenigd en hadden de allergrootste pret. De vrouw
+en het meisje, met haar zilveren armbanden, haar muntenkettingen om
+den hals, haar gestreepte rokjes, witte mouwen en vaak met een groote
+bloem in het haar, maken met het gekleurde doekje op de hangende
+vlechten een bepaald schitterenden indruk. En altijd wisselen de
+schaduwen van den stoet over het glanzig gouden graantapijt. Als dan
+de ossen overal zijn geweest, zamelen vrouwen, kinderen, mannen zelfs,
+de korrels in en harken het koren te zamen.
+
+Naast den dorschvloer hebben de hooge graanoppers, door de toevallige
+zonnestralen beschenen, de tinten van meer of minder oud stroo, de
+mooiste gamma van nuancen, die op de verlichte gedeelten van saffraan
+tot chroom overgaat, en dan van oker en gebrand sienna tot oranje,
+terwijl in de schaduw blauw, lila en bruin zijn te herkennen.
+
+Toen wij eindelijk Radevtsi verlieten, om naar de streek ten zuiden
+van Boroesjtitsa te gaan, en door den Balkan onzen tocht naar Seltsi en
+Maglisch voort zetten in het dal der Toendsja, ging het weer door het
+bosch van lichtende beuken over de prachtige, slingerende voetpaden,
+die zachtjes stegen, tot wij ongemerkt op de zuidhelling van den
+Balkan waren gekomen.
+
+Voor ons rezen de bergen nog vele honderden meters hoog boven
+onze hoofden; maar spoedig bemerkten we, dat de beekjes nu in
+tegenovergestelde richting vloeiden en zich in zuidelijke richting
+bewogen. Het stroompje, dat wij gingen volgen, liep nu eens rechts
+dan links door een meer of minder ingesloten dal en ging met ons mee
+tot Seltsi en Maglisch, om dan zich in de Toendsja te storten, die
+zelve een zijtak is van de Maritsa en dus naar de Aegeïsche zee vloeit.
+
+Kort voor wij te Seltsi waren, houdt het bosch op, en het land
+verandert geheel van aanzien, doordat het kalktriasgesteente aan de
+oppervlakte komt en steile rotsen vormt. Aan den voet der steilten,
+waarlangs het pad zich in tallooze kronkels beweegt, lag het dorp
+Seltsi aan het riviertje met weer de zelfde lage en wijd uiteenstaande
+huisjes, gedekt met steenen of stroo, met groote dorschvloeren,
+waar haver wordt stuk geslagen, met boomgaarden om de woningen en
+fel gekleurde oppers, terwijl hier de donkere achtergrond der bergen
+alles nog veel mooier deed uitkomen.
+
+Als in alle Balkandorpen waren de onderwerpen voor schetsen in den
+grootsten overvloed voorhanden. Daar was de rivier met haar houten
+brug, de wilgen aan den oever, de koeien, die wat voedsel zoeken in de
+steenachtige bedding, de dorschers met de op- en neergaande vlegels,
+het licht op het witte linnen en het spel der schaduwen, door de
+donkere terrasjes gespeeld op den witten grond, zonder dat ergens
+de leelijke rechte lijn zich voordoet, waartoe wij in de beschaafde
+wereld veroordeeld zijn.
+
+Voorbij Seltsi naar den kant van Maglisch moet er afscheid worden
+genomen van het bosch; de natuur der rotsen is veranderd, en in
+plaats van zandsteen, geschikt voor den groei van lage planten
+en boomen, is gneiss gekomen, dat overal verbrokkeld is en los,
+verscheurd tot diepe kloven of tot zandige vlakten verpoeierd. Het
+karakter van het land is nu echt dat van de zuidhelling geworden,
+dat, waarschijnlijk onder den invloed van de Turken, die vroeger
+hun gezag veel krachtiger op de zuidhelling lieten gelden, bijna al
+haar bosschen heeft verloren. Wanneer men gewoon is geraakt aan het
+rijden tusschen de heerlijkste beukenwouden, bedroeft men zich nog
+meer dan anders over zulk kaal land, waartegen gelukkig de regeering
+maatregelen begint te nemen, door het aanleggen van bosschen, nu nog
+arme kleine boompjes, niet bestand tegen het knagen van de grazende
+geiten, en dus maar langzaam groeiend.
+
+Tusschen Seltsi en Maglisch zou het stroompje, dat al te nauw door de
+rotsen wordt ingesloten, geen bruikbaren weg meer voor ons opleveren,
+dus begonnen wij tegen de begroeide hellingen op te klauteren, waar
+het vol lag met losse steenen, om iets verder weer in de bedding
+af te dalen. Daarbij wonnen wij vooreerst een prachtig gezicht op
+de kloven, als met zaagtanden in de rotsen geslagen, en waar aan
+den eenen kant alle afloopende terrassen in donkere schaduw liggen,
+terwijl zich de overkant in een zee van licht baadt. Daarna vertoont
+zich bij het overtrekken van een bergpas plotseling voor onze oogen een
+driehoek van schitterend licht, een vlakte, waar door het azuurblauw
+een zilveren lint zich slingert, en waar men op den achtergrond zich
+een rij donkere bergen ziet verheffen. Dit is de eerste verschijning
+op onzen weg van het dal der rozen, een weinig vermooid door den
+afstand. Het is het dal der Toendsja, door mijn bulgaarsche vrienden,
+zooals ik maar dadelijk zal zeggen, ofschoon ik hun enthousiasme niet
+deel, voorgesteld als een hemelsch land van Kanaän.
+
+Om er te komen, moeten wij nog naar beneden. Wij beginnen daartoe,
+met de droge bedding van het riviertje een oogenblik te volgen onder
+het dicht gebladerte, als door een mooie laan van fijn zand, die geheel
+in de schaduw ligt, en waar overal fijn jong beukengroen uit opschiet,
+net als ook aan de oevers terzijde, terwijl boven ons hoofd de takken
+der forsche boomen aan weerszijden elkander ontmoetten bij den top
+der heerlijke boschgewelven.
+
+Daarginds is een terras van stoppelland, zacht-gele overgang tusschen
+den Balkan en de vlakte, en even later brengt een laatste daling door
+velden van rozen, die in dit seizoen haar bloementooi hebben verloren,
+ons naar het Maglischdal.
+
+Dit dal, dat in heel Bulgarije bekend is om zijn rozencultuur, heeft
+groote aantrekkelijkheid in den bloeitijd der rozen, want de cultuur
+is er zeer intensief; maar die heerlijke tijd duurt slechts veertien
+dagen in het jaar, wanneer de rozen bloeien. Daar ik er de eerste
+maal in September was, en de rozenstruiken er toen als magere heesters
+uitzagen, ben ik er nog eens weer heengegaan in Mei, enkele dagen te
+vroeg, om de knoppen ontloken te zien, zoodat ik maar van hooren zeggen
+mee kan praten over den luisterrijken bloei. Deze omvat echter slechts
+de smalle zone tusschen de bosschen op de zuidhelling en de vlakte.
+
+De rest van het dal is een groote wijde ruimte van bouwland, nu in den
+herfst kaal, nu de oogst is binnengehaald, maar in de lente groen en
+getuigend van welvaart en vruchtbaarheid. Aan den eenen kant verrijzen
+de kale bergen betrekkelijk steil omhoog, alsof het Apennijnen waren,
+zooals die zich voordoen ten zuiden van Rome in de Lepini-bergen,
+aan den anderen kant geeft een lijn van lage, afgeronde heuvels den
+Sredna Gora aan.
+
+
+
+II.
+
+ Maglisch-Haïn Boise en de herinneringen aan den veldtocht van
+ 1878.--Haïnkioe en het huis van den pope.--De bulgaarsche
+ honden.--Tvarditsa.--Het groote wild.--De komst der Turken
+ te Klena.--De Tsjoemernatop.--Werking van den nevel.--De
+ Karakatsjani's.--De overtocht over de doorwaadbare plaats.--Het
+ turksche dorp Sara Yar.--De boeren van Klena en het vrouwentype
+ aldaar.--Ondergaande zon te Slivno.--De plaats der warme
+ bronnen.--Nova Zagora.--Het mooie bloeiende land aan de
+ Toendsja.--De kloven van Kasan en Kotel.--De vauclusische
+ bronnen te Kotel.
+
+
+Het stadje Maglisch, een der hoofdcentra van de rozenindustrie, ziet
+er zoo modern uit, dat men niet laten kan, heimwee te hebben naar de
+in het groen verborgen Balkandorpen. Toch leveren een riviertje, aan
+welker oever eenige houten huisjes zijn gelegen, een minaret tusschen
+de boomen, het gebergte, dat op den achtergrond verrijst met zijn
+kale toppen, en de wijde vlakte ervoor stof genoeg voor liefelijke
+kijkjes. Gewoonlijk zijn de huizen ook hier naar landsgebruik laag
+met vooruitspringend dak en een terrasje of balkon, waar allerlei
+huishoudelijk goed wordt opgehangen, terwijl op het vrij platte dak
+afgeronde dakpannen liggen. Aan de balken hangen, behalve de gewone
+zaken, hier ook tabaksbladen, die niet te zien waren op de noordhelling
+van den Balkan.
+
+Nadat wij een nacht te Maglisch hadden doorgebracht, zetten wij
+onzen weg, altijd op de zuidhelling, naar Haïnkioe voort. De aanblik
+blijft zoowat dezelfde, die van een groot vruchtbaar terrein, met
+een overvloed van korenvelden, groote uitgestrektheden, met maïs
+bebouwd, met wijngaarden, boomgaarden, tabaks- en rozenvelden. Die
+laatste kwamen vooral voor op de berghellingen, die wij op korten
+afstand passeerden. De hellingen zagen er kaal uit; de vlakte met
+veel stroohutten, lag doodsch en somber onder een grijzen hemel,
+die als een oven van hitte dampte.
+
+De eenige opvallende verschijnselen in het landschap bij Haïnkioe
+waren, behalve de zwarte vlekken der kudden, die cirkelvormige heuvels
+of tumuli, die men op zooveel plaatsen in Bulgarije ziet. Alleen de
+rand der vlakte aan den voet van den Balkan, vooral als men dorpen als
+Lachanli nadert, heeft een bloeiender karakter. Daar aanschouwt men
+eerst wijngaarden, daarna rozenvelden, waarin men nu en dan tusschen
+rijen magere boompjes een span witte, door een kind geleide ossen
+ziet, of wel tabaksvelden, waarvan de wijd uiteenstaande planten in
+September vol bloemen zitten, en waar dan de vrouwen met groote zorg
+de bladeren van plukken, of boomgaarden van pruimen en perziken en
+groote notenboomen tusschen de wijngaarden.
+
+Verwijdert men zich verder van de dorpen of van den Balkanrand, dan
+houden de boomgaarden op, en men ziet weer niets dan stroohutten,
+zoo ver het oog reikt, slechts nu en dan afgebroken door enkele
+eikenbosschen, als dat van Toelova, waar in 1877 beroemde gevechten
+plaats hadden. Geen hagen breken de eentonigheid der velden, alleen
+gescheiden door smalle paden. Elke twee of drie kilometer ziet men
+hier een grooten put met een langen hefboom, waarvan de lengte in
+overeenstemming is met de diepte van den put, die wel eens tot tien
+meter gaat. De gneissbergen aan onze linkerhand zijn altoos even
+verbrokkeld; enkele rivieren, die meest alle volkomen droog zijn,
+strekken haar ledige steenachtige beddingen soms verscheiden kilometers
+ver uit.
+
+Daar hebben wij bij toeval eens een rivier, die stroomt, en dicht
+erbij liggen een veertigtal stukken linnen op de steenen te drogen,
+nadat ze juist door vrouwen gewasschen zijn. Iets verder is het,
+of een bosch is gaan wandelen, als in Macbeth, een troep magere
+ezeltjes zijn beladen met hoopen takkebossen, waaronder ze bijna
+geheel verdwijnen. Die takken laat men bij de huizen drogen, om van
+de dorre bladeren strooisel voor het vee te hebben in den winter.
+
+Vóór Haïnkioe komt langs een riviertje de weg van Haïn Boise uit het
+bergland, die een belangrijke rol gespeeld heeft in den oorlog van
+1877, en waarlangs men voornemens was geweest den spoorweg te laten
+loopen, vóór men westelijker het tracé van Boroesjtitsa nam. Al die
+herinneringen zijn in de streek nog zeer levendig, en op de plaatsen
+zelf werden mij episoden uit den vermaarden veldtocht verteld.
+
+Den 7den Juli had generaal Goerko Tirnovo bezet, dat toen onbeschermd
+was gelaten door Saïd Pacha. Hij verliet de stad weer den 10den,
+om in een stoutmoedigen tocht den Balkan over te trekken. De Turken
+bewaakten de beide overgangen, die als het ware klassiek waren, die
+van de Sjipka in het westen en van Tsjoemerna in het oosten; maar zij
+hadden in 't geheel niet gedacht aan al die passen ertusschen in de
+buurt van Radevtsi, als die van Seltsi, Boroesjtitsa en Haïn Boise,
+die wel voor ruiters alleen, maar niet voor een geheel leger bruikbaar
+waren. Een daarvan echter, die welke rechtstreeks van Tirnovo naar
+Haïnkioe over Voinega en Haïn Boise voert, passeert de waterscheiding
+zeer noordelijk, op minder dan 700 meter hoogte, om dan geleidelijk
+en gemakkelijk af te dalen naar den oever der rivier.
+
+Dien weg volgde Goerko; den 12den was hij op de pashoogte en den 14den
+te Haïnkioe, waar hij bij verrassing een turksch bataljon overviel,
+dat juist bezig was, zijn soep te koken. Zoo was hij in het Toendsjadal
+gekomen en terstond daarop wendde hij zich naar het westen langs den
+weg van Maglisch, dien wij juist hebben afgelegd, en maakte zich den
+17den van Kazanlik meester, dus van het zuidelijkste punt van den
+Sjipkapas, die van de andere zijde aangevallen werd door generaal
+Radetzky, van Grabovo komend. In die omstandigheden moest de Sjipka
+het opgeven; den 18den veroverden de Russen den weg met geweld van
+wapenen en waren aldus meester van de route van Konstantinopel.
+
+Terwijl men mij dit verhaal deed, trokken wij steeds voort door groote
+gemeenteweiden met kort gras, waar paarden liepen te grazen, en tegen
+één uur reden wij Haïnkioe binnen, een klein boerendorp, in de vlakte
+gelegen aan beide zijden van een beekje tusschen boomgaarden, als een
+oase te midden der woestijn, een plaatsje met de gewone lage huizen
+en de producten voor de woningen opgehangen.
+
+Wij logeerden te Haïnkioe in het huis van den pope, ook een boerenhoeve
+met enkele bijgebouwen, in een waarvan onze kamer was, zoo laag, dat
+ik met mijn hoofd bijna den zolder raakte. Het groote venster werd
+van binnen met luiken gesloten, en aan de muren hingen veel ikons,
+een portret van den exarch van Konstantinopel en meer dergelijke
+afbeeldingen. Er lag een tapijt met kussens eromheen langs de wanden,
+waar wij onze zit- of liever ligplaatsen moesten vinden, en een witte
+kachel stond in den hoek. De zoon van den pope, die in München heeft
+gestudeerd, is tegenwoordig professor in de scheikunde, een zeer
+moderne mengeling dus van chemie en orthodoxie.
+
+'s Avonds kwam de pope ons zien eten, zonder aan onzen maaltijd deel
+te nemen, omdat het Woensdag was, een vastendag. Wij zaten bij het
+trillende licht van een paar kaarsen buiten op het terras, waar nu
+en dan een groote nachtvlinder, door het schijnsel aangetrokken,
+verdwaald raakte en om ons hoofd gonsde.
+
+Den eersten dag te Haïnkioe gebruikten wij voor een bergtocht naar
+Boekovaïa Foïana op een der Balkantoppen, waarbij wij den pas van Haïn
+Boise links lieten liggen. Na het magere struikgewas van de zuidhelling
+betraden wij spoedig het groote beukenbosch, waar het volstrekt geen
+zeldzaamheid is stammen aan te treffen van 80 centimeter, tot een
+meter in diameter. Onder die prachtige boomen vormden beekjes, die
+tusschen het groen van steen tot steen al dansend zich voortbewogen,
+kleine meertjes of vroolijke watervalletjes.
+
+Daar het zoo prettig is, nieuwe herinneringen door vergelijking
+bij oude te doen aansluiten, moest ik hier telkens denken aan het
+landschap der Vogezen.
+
+Den volgenden morgen verlieten wij Haïnkioe, om naar Tvarditsa te
+gaan, van waar wij naar Tsjoemerna omhoog moesten. Eerst hadden
+we twee uren eentonig vlak land door het dal der Toendsja, altijd
+tusschen dezelfde kale hellingen met verbrokkeld gneiss en met
+dezelfde hutjes en boomgaarden, als in de dorpen aan de zuidhelling
+van den Balkan. Elke twee- of driehonderd meter ontmoetten wij groote
+noteboomen, en kleine heuveltjes of tumuli waren talrijk. In de verte
+wierpen kudden schapen kleine, zwarte vlekken op de gele, stoffige
+vlakte, of langzaam zag men de forsche spannen ossen naderen.
+
+Toen wij Tvarditsa naderden, werden de rozenvelden talrijker. Die
+plaats ligt aan den uitgang van een zeer druk beganen pas, waar
+de weg zoo goed is, dat men er bijna met rijtuigen over kan gaan,
+en die over den Balkan leidt langs Tsjoemerna van Elena naar Eski
+Zagora. Het is tusschen den Sjipkapas in het westen en den Kasanpas in
+het oosten de beste weg, om den berg over te gaan, en het is, zooals
+ik reeds zooeven zei, een der wegen, die een rol hebben gespeeld in
+den veldtocht van 1877 en 1878.
+
+Tvarditsa, waar ik met acht maanden tusschenruimte weer ben
+teruggekomen, kwam mij de tweede maal veel schilderachtiger voor
+in lentedos dan de andere maal in den herfst. Het dorp op zich
+zelf beteekent niet veel met de lage huizen, die als in den grond
+schijnen weg te kruipen, maar wat in Tvarditsa aardig is, is de
+echte bergstroom, neerkomend van de gele hellingen, den voet der
+reuzenboomen besproeiend en dan wegschietend onder de houten brug,
+waarover de spannen witte ossen zich voortbewegen, geleid door
+vrouwen in nationaal costuum, en niet het minst als achtergrond van
+het landschap de Balkan met de ruwe toppen, waarlangs zich naar den
+ingang van een pas de smalle witte paden kronkelen, die later tot
+groote berijdbare wegen zullen worden.
+
+Voor onze paarden was het nu al een zeer goed pad, dat wij in opgewekte
+stemming volgden. Zoolang men echter op de zuidhelling is, blijft het
+land dor en kaal, ondanks den mooien zonneschijn en de heldere kleur
+van het gras; en de schrale plantengroei kon niet hooger komen dan de
+afknabbelende geiten het lieten worden. Wij stegen nu naar een echten
+Balkantop, een top van 1540 meter, wat nog niet afschrikkend hoog is,
+maar de Tsjoemerna en de met bosschen bedekte hoogten, die men thans
+op grooter afstand ziet dan te Radevtsi, nemen meer het aanzien van
+bergen aan.
+
+In die bosschen, die al talrijker worden, naarmate men de noordhelling
+nadert, is overvloed van wild. Daar zijn herten, wilde zwijnen en
+vossen, en den nacht, voor wij er waren, had men bij een hut de sporen
+van een beer gezien. De gendarme, die ons vergezelde, was den vorigen
+winter door een wolf aangevallen, dien hij eerst voor een hond had
+gehouden, en daar hij den haan van zijn revolver niet kon overhalen,
+was hij in een boom gevlucht, waar de wolf toch nog gelegenheid had
+gevonden hem in den voet te bijten. Terwijl de man ons dit verhaal
+deed, vloog een arend in wijde kringen boven ons hoofd.
+
+Daar is de pas van Tsjoemerna, die in tegenstelling met wat we bij de
+andere passen, als die in de buurt van Radevtsi, Seltsi etc. hebben
+gezien, werkelijk den indruk van een bergpas maakt, waar men zich op
+de hoogte tusschen twee berghellingen op den kam gevoelt. Er is ook
+een herberg boven op den pas, juist als bij de Alpenpassen, en het
+is er, evenals daar, steeds druk van allerlei voertuigen.
+
+Toen we weer van daar gingen, des middags om twee uur, was de
+lucht, die tot nu toe volkomen helder was geweest, eensklaps bedekt
+geworden; wij betraden het groote beukenbosch, en de zon ging er
+zeker ook schuil, want wij zagen haar niet meer. Weldra waren we
+door wolken omringd, en de Balkanbergen, die ik eerst minachtend
+slechts provinciale bergen noemde, willen ons eens laten zien, dat
+zij regen en nevel, koude en wind kunnen opleveren, zoo goed als de
+hoogste Alpentoppen.
+
+De toestand scheen werkelijk zorgwekkend te zullen worden, want wij
+waren midden in het bosch zonder eenig pad en bij toenemende duisternis
+in onbekende richting gaande.
+
+Eindelijk treden wij uit het donkere bosch en komen weer in de weide,
+waar het lichter is, en waar onze acht paarden achter elkaar in een
+dichten mist voortstappen. Er wordt mij verteld, dat men van hier
+bij mooi weer een prachtig uitzicht heeft; het heeft wel iets van
+de schoone zonsondergangen, die iemand altijd worden beloofd op de
+zwitsersche Alpentoppen, en ik geloof mijn zegsman onvoorwaardelijk,
+behalve dat ik morgen eens controleeren zal, wat hij mij heeft gezegd.
+
+Voor het oogenblik ben ik alleen bezorgd over het bosch,
+dat daar weer vóór ons ligt, en in welks duister wij weldra
+zullen verdwijnen. Gelukkig is het nog niet zoo heel erg als wij
+verdwalen, want er zijn geen steilten hier, en acht menschen met
+acht paarden vinden altijd wel gelegenheid om terecht te komen. In
+het allerergste geval zouden we een nacht buiten om een vuur moeten
+slijten. Dienzelfden morgen nog hadden wij, als volkomen overbodig,
+een heel tentenmateriaal teruggezonden, dat we in het begin hadden
+meegenomen, in de veronderstelling van meer dergelijke avonturen.
+
+Maar het zou niettemin veel aardiger zijn, weer op den goeden weg
+te komen, en te logeeren in een gesloten en verwarmd huis, waar men
+op onze komst is voorbereid en bedden voor ons in gereedheid heeft
+gebracht. Juist op het oogenblik toen die hoop scheen te zullen
+vervliegen, hoorden wij hondengeblaf, en in den nevel zagen wij
+mannen naderen in de fustanella, 't korte rokje van de Grieken. Het
+waren herders, die Grieksch spraken, en die hier Karakatsjani's worden
+genoemd. Dat herderskamp was mij al aangeduid als de welkome vuurtoren,
+die de haven aanwijst. Inderdaad was het huis van den boschwachter
+vlak bij met zijn kachel, zijn bedden, zijn keuken, en wij vinden er
+een aangename schuilplaats, juist op het oogenblik dat buiten de regen
+in stroomen begint te vallen. Den gansenen nacht bleef het regenen.
+
+De steenkolenlagen van Radevtsi sluiten bij die van Tsjoemerna
+aan, en daaraan gingen wij nu midden in het bosch een bezoek
+brengen. Vervolgens daalden we den volgenden dag af naar Bela en
+Slivno. Naarmate wij lager kwamen, voelden we de warmte sterk toenemen,
+de wolken verdwenen en zooals veelal in het bergland, vonden we buiten
+de nevelachtige en koude zone den glansrijksten zonneschijn.
+
+Onderweg stieten we op een interessant kamp van Karakatsjani's,
+die daar al ruim twee jaren gevestigd waren, om met hun paarden aan
+den kost te komen, door het naar beneden brengen van de steenkool
+naar de vlakte. Op een weide aan de grens van het beukenbosch en
+boven aan een steile helling waren eenige ronde hutten te zien,
+geheel met bladeren gedekt, en met een lagen ingang als bij hutten
+van Laplanders. Ik reed te paard omhoog te midden van een verwoed
+hondengeblaf en zag daarop een troep vrouwen voor den dag komen, door
+nieuwsgierigheid gedreven. Ze droegen bruine lijfjes en rokken en
+hemden, die niet zoo hagelwit waren als die der bulgaarsche vrouwen,
+maar die daarentegen geborduurd waren met rood en blauw borduursel,
+zooals men in Griekenland en Roemenië ziet, met groote, eveneens
+bewerkte mouwen, die zeer wijd van onderen waren.
+
+Bij den spoedig daarop volgenden overtocht over de rivier kruisten
+wij een troep turksche ruiters en kregen daarbij weer een oosterschen
+indruk door de ontroering der fijne paarden met hoog opgeheven kop
+de schitterende tuigen, met blauwe koralen versierd, de gekleurde
+zadels, de rijke gordels, waarvan het rood zich spiegelt in het water,
+en het woeste stappen en plassen der paarden door de schuimende rivier.
+
+Inderdaad kwamen wij dan ook kort daarna in een klein turksch dorpje,
+Sara Yar, een der zeer weinige plaatsen, waar de Turken zich in
+deze streek gehandhaafd hebben. Interessante en bekende oostersche
+tooneelen doen zich dus een oogenblik voor, en vervangen de bulgaarsche
+kleederdrachten, die wel wat al te sober zijn met hun bruine, zwarte en
+witte tinten, om aan het groen van het landschap veel reliëf te geven.
+
+Ze zijn heel vriendelijk, deze Turken, en daar de paarden wat moeten
+uitblazen, maak ik een schetsje van de getulbande heeren, zooals
+zij daar zitten voor een café, in een groen priëeltje. Een van hen,
+een forsche, groote, glimlachende man met kleine donkere oogen onder
+een vooruitspringend voorhoofd, en een grooten witten tulband, met
+een violette veêr, komt, zonder om de voorschriften van Mohammed
+zich te bekommeren, vragen, of we zijn portret willen maken. Hij is
+schoolmeester en tegelijk priester in het dorp. Eerst teekende ik
+hem met de groep mee, maar hij vindt er zich te klein op, en toen
+liet ik hem alleen voor mij poseeren met de hand aan zijn stok. Hij
+was er verrukt van.
+
+Toen wij weer vertrokken waren, hervatten al die brave menschen hun
+werk van den geheelen dag, het rooken of alleen maar zitten soezen
+in de schaduw van het groen priëel en het luisteren naar vertellingen
+onder een kinderlijk gelach. Terwijl de Bulgaar van den morgen tot den
+avond werkt, zonder café of herberg op te zoeken, nemen zij het leven
+gemakkelijk op naar oosterschen trant, en alleen als het geld schaarsch
+wordt, gaan ze weer een paar hout- of steenkoolladingen wegbrengen, om
+daarna, voldaan dat ze eenige stuivers in den zak hebben, opnieuw met
+ambitie te gaan rusten. Zoo is langzamerhand alle grond hun ontgaan en
+in handen van de Christenen gekomen, wat niemand behoeft te verbazen.
+
+Tusschen Sara Yar en Bela gingen wij door een heuvelachtig land,
+vol groene boschjes, waar van tijd tot tijd een overtocht over een
+rivier een schilderachtige afwisseling opleverde en den tocht van
+onze karavaan vertraagde.
+
+Bela, waar we des avonds aankwamen, is een aardig landelijk dorp in
+den trant van Radevtsi, ofschoon op de zuidhelling, met een stroompje
+tusschen hooge oevers, begroeid met wilgen. Over het water ligt hier
+en daar een brugje, bestaande uit een enkelen balk met leuning, en
+boven het dorp verrijzen tertiaire bergen, waar de roode leembanden
+in horizontale lagen afwisselen met witte zandsteenvormingen. Ossen,
+die door het water gaan, en ganzen, vliegend over hen heen, ziedaar
+weer een schilderijtje.
+
+Er zijn er vele in dit dorp, waar mijn reisgezelschap weinig
+interessants vindt. De vrouwentypen zouden, als ik ze kon snappen, in
+mijn schetsjes passen, niet om haar schoonheid, groote Goden! ofschoon
+een gevoel van ongemotiveerde beschroomdheid ze bij mijn nadering
+doet wegvluchten, maar om haar leelijkheid juist, die werkelijk heel
+origineel is.
+
+Het schijnt dat hier, net als te Slivno, een rest woont van den een
+of anderen aziatischen stam, die nog sterk mongoolsch is, misschien
+vermengd met negerbloed. Ze maken den indruk van Kalmukken met
+sterk vooruitspringende jukbeenderen, zeer prominente onderlip en
+een daarbij passend kapsel, met op het voorhoofd een rij van lange
+ongekamde haren, die in donker door den een of anderen regimentskapper
+schijnen te zijn geknipt, terwijl van achteren vier of vijf kleine
+vlechtjes hangen, ten halve bedekt door een doekje en versierd met
+een onzinnig groote bloem, bij voorbeeld een pioen of een groote
+tros seringen. De verloofden voegen daar nog een heelen toren bij
+van veêren en rozen en gekleurde linten met kettingen van op den
+rug afhangende munten en verder colliers van penningen, armbanden,
+ringen, een heelen galanteriewinkel, waardoor ze er echt als wilden
+uitzien. Maar ze zijn ook halfwild en in verrassende mate onbeschaafd.
+
+In dit dorp doen de vrouwen als in vele andere in deze streek nog aan
+allerlei industrieën en op zeer primitieve manier, zoodat het blijkt
+dat men er nog niets moet hebben van onze moderne machines. Overal ziet
+men kleine ovens, waarin elk gezin zelf zijn brood bakt, terwijl men
+voor eigen houtskool zorgt als brandstof en zelf zijn linnen spint
+en weeft.
+
+Van Bela reden wij naar Slivno met een omweg over de
+steenkolenontginningen van Katsjarka. Weer overal begroeide
+heuvels. Wij daalden langs een klein dal, dat te Slivno uitkwam,
+nu eens de bedding der rivier volgend, dan de hellingen beklimmend,
+om een bocht af te snijden. Men komt nog al wat menschen tegen, te
+voet en te paard, maar in het geheel geen huizen, tot bij Slivno,
+waar op groote onderlinge afstanden molens zich vertoonen, daarna
+ook fabrieken en grootere gebouwen.
+
+Het landschap krijgt werkelijk een grootsch karakter; de droge bedding
+der rivier wordt breeder, heeft kale rotswanden en vertoont een echt
+berglandaanzien.
+
+Onze karavaan ziet er in dat breede dal vol steenen tusschen de
+kleine witte wateradertjes en de hooge hellingen, waar geen of weinig
+plantengroei is, min of meer algerijnsch uit.
+
+Slivno, waarvan de naam beteekent "samenvloeiing", omdat het aan het
+punt van samenkomst van drie dalen ligt, is een industriestadje van
+24000 zielen, het vijfde van Bulgarije. Er zijn veel lakenfabrieken,
+een tiental wel in het dal, waardoor wij rijden, en overal zagen wij
+vrouwen bezig met het uitspreiden, drogen, omkeeren of oprapen van
+hoopen witte of bruine wol, die op de steenen in de rivier hadden
+gelegen.
+
+Daar is dan eindelijk het stadje, een indruk van rood tegen een
+achtergrond van donkere heuvels, en dichterbij gekomen, zien we
+leelijke, onsmakelijke voorstadjes met lage huizen, een onthoofde
+minaret, een paar openbare gebouwen in tuinen en, onder veel lage
+woningen, enkele van wat beter voorkomen.
+
+Twee zijden van Slivno zijn wel aardig, de bovenstad met de
+Zigeunerwijk en de blauwe rotsen, en dan de benedenstad aan het
+stroompje, dat zich in de Toendsja stort. Ik ga eerst omhoog, zooals
+een conscientieus reiziger altijd moet doen, om een overzicht van
+het geheel van een stad te krijgen.
+
+Aan den noordkant leunt de stad tegen rotsachtige kalkgebergten met
+een voor Bulgarije ongewoon voorkomen, dat aan Dolomietgebergten doet
+denken. Ze worden prachtig door de ondergaande zon verlicht, en in de
+diepten liggen zware donkere schaduwen van blauwe tint, die den naam
+van Blauwe Bergen verklaren. Aan het andere einde van de stad, meer
+naar beneden, ziet men in de verte een groote rivier over een breede
+steenachtige bedding zich spoeden naar een reeks van donkere heuvels
+aan den overkant van een reuzenvlakte, alsof ze daar de zee vermoedde.
+
+Terwijl ik dit mooie schouwspel voor oogen had onder een dreigenden
+onweêrshemel met heldergele strepen tusschen de zwarte wolken, werden
+mijn oogen getrokken naar een druk bewegende menigte in een weide op
+de berghelling boven de stad. Daar begaf ik mij onmiddellijk heen,
+om het tooneel van dichtbij te zien. Het was daar een leelijke,
+armoedige wijk, die de stad ontsierde, en zelfs voor een vreemdeling
+kan men het geen schilderachtige plaats noemen, maar ze is wel amusant
+door de verschillende typen en kleederdrachten.
+
+Daar houden zich de Zigeuners op, met zwarte haren en een tint,
+zoo donker, dat de menschen wel negers lijken, vooral ook door de
+ver vooruitspringende onderlip en den platten neus. De mannen droegen
+turksche kleeding, en de vrouwen hadden buitensporig groote bouquetten
+in het haar van kunstbloemen of natuurlijke bloemen, met veêren
+en andere sieraden, zooals ik al noemde bij de vrouwen van Bela. De
+dichte menigte menschen was druk in de weer, schreeuwde, gesticuleerde
+en scheen de brandende zon in het geheel niet te voelen, want telkens
+gingen er paren dansen, in een ronden kring, of in lange rijen.
+
+Langs de weide aan den kant stonden lage hutjes van leem, geel en
+vuil en vensterloos, terwijl de stad op den achtergrond te zien was
+met pannen daken op de in het groen verscholen huizen. Toen ik er
+was binnengegaan, vond ik er niet veel bekoorlijks, maar een rij van
+turksche winkels zorgde toch nog voor de noodige kleur.
+
+Een eind ten zuiden van de stad ligt een warme bron, waar een badplaats
+bij is ingericht met al wat daarbij behoort, zoodat het niet enkel een
+gewoon turksch bad is. Van daar uit ben ik op mijn eerste reis naar
+het station Karamenli gegaan, aan de lijn van Yamboli naar Nova Zagora,
+om naar Sofia terug te keeren. Maar enkele maanden later arriveerde ik
+weer te Nova Zagora, om over den Sredna Gora naar Tvarditsa te gaan,
+dan naar Slivno en verder den Balkan over te trekken langs Kotel
+naar Djoemaïa. Eenige schetsjes, ontleend aan dat tweede uitstapje,
+zullen de algemeene voorstelling van den Balkan voltooien, gezien
+dezen keer niet in den bescheiden tooi van September, maar in het
+groene kleed van Mei.
+
+Nova Zagora, dat nog al pompeus op de kaarten staat, is slechts
+een stoffig dorp, groot en somber, waar onze eenige interessante
+bezigheid hierin bestond, dat wij niet zonder moeite er een rijtuig
+huurden voor ons uitstapje in den omtrek van de volgende dagen. Daar
+blijft men in dezelfde eentonige vlakte, die alle centrale laagten
+van Bulgarije inneemt, en zich voortzet tot de eerste heuvelrijen,
+hier voorgesteld door de voortzetting van den Sredna Gora.
+
+Maar als men die hoogten over is, en naar de Toendsja afdaalt, is de
+verrassing groot en alleraardigst. In plaats van een steenachtige
+bedding, als zooveel rivieren in het Oosten hebben, of een dun
+waterloopje, vloeit hier een breede stroom van helder water, omzoomd
+door groote boomen, bezet met kleine eilandjes en met telkens molens
+aan zijn oevers. Hij beschrijft tal van bochten en gaat zigzagsgewijs
+gneissheuvels door, die heerlijk begroeid en door de zon verguld zijn.
+
+Waar de weg en de rivier elkaar ontmoeten, is de badplaats, waar wij
+zullen logeeren, en die door enkele gebouwen wordt aangewezen. Daar
+rondomheen is een overvloed van groen; veel wilgen en populieren
+steken hun kruinen helder af tegen het goud van de ondergaande zon
+op den achtergrond van blauwe heuvels.
+
+Men zou, en dat is geen gering compliment, zeggen, dat het een mooi
+riviertje van Frankrijk was, iets tusschen de Loir en de Sioule in
+Auvergne. Het moet voor de Bulgaren een waar genoegen zijn, uit hun
+warme vlakten van Yamboli, Zagora of Philippopoli zich hierheen
+te verplaatsen, naar dit coquette badplaatsje, om er de baden te
+gebruiken en van allerlei kwalen genezen te worden, door in de schaduw
+te wandelen langs de oevers van het rustige riviertje en des morgens
+te ontwaken door het gezang der vogels.
+
+Toen wij zelf op die manier wakker werden, was het prachtig helder
+weêr; de velden waren groen, zoowel weide als bouwland, in deze mooie
+Meimaand, en overal was het land golvend en door boschjes afgebroken,
+die hoogerop tot groote eikenbosschen werden. Zoo daalden wij af in
+het dal der rozen, dat we in het najaar geheel kaal en ledig hadden
+gevonden, en dat nu herschapen was in een oneindige groene vlakte.
+
+Ongelukkig waren de rozenstruiken van Tvarditsa, wier bloei ons
+was beloofd, dit jaar ten achteren, ofschoon het al de 17_de_ Mei
+was, zoodat wij nog maar enkele knoppen geopend zagen. Van Tvarditsa
+bereikten wij bij Binhos het dal der Toendsja. Het land is niet bepaald
+heuvelachtig, maar is toch niet zoo eentonig als de vlakte. Het is
+daarbij van het helderst groen, waartegen de witte koeien in de groote
+weide sprekend uitkomen, evenals de zwarte buffels en de hier en daar
+verspreide paarden, die langs de rivier op de weide liepen te grazen.
+
+Als men Slivno achter zich heeft gelaten, volgt de weg naar Kotel nog
+drie uren lang de vlakte, voor hij begint te stijgen. Altijd hetzelfde
+vruchtbare en eentonige dal, dat wij nu langzamerhand wel grondig
+kennen. Eindelijk wenden wij ons naar het Noorden en passeeren eerst
+een heuvel van een honderd meters, om daarna in het Mokrenidal te
+dalen. Daar houdt men gewoonlijk rust op het terrasje, waar men het
+uitzicht heeft op den tuin, en een twintigtal bulgaarsche boeren aan
+een tafel ziet zitten, met hun bruine mutsen en roode gordels tegenover
+elkaar gezeten, alsof ze zoo een koor uit een opera zullen gaan zingen.
+
+Na Mokreni volgt de Balkan, die nog niet steil is en waarvan,
+ten minste tot Kotel, de hellingen ongeloofelijk zacht zijn. Het
+groote centrale woud van den Balkan bestaat ongelukkig hier niet,
+en wij moeten ons met het lage eikenhout te vreden stellen, dat door
+de administratie van het boschwezen angstvallig wordt bewaakt en dat
+mogelijk eens in den loop der tijden mooie bosschen zal opleveren. Op
+vijfhonderd meter kregen wij een plateau met prachtig uitzicht; groote
+blauwe vogels vlogen voor ons op, in de weiden graasden talrijke kudden
+buffels, waarvan de Turken de haarlok op het voorhoofd met henneh
+kleuren, juist zooals zij de haren en de nagels hunner vrouwen graag
+gekleurd zien. Heldere bronnetjes spelen in het groen en vluchten
+weg onder de wilgen. De roode vlek van een gordel of een fez zorgt
+voor een fanfare, die de aandacht trekt.
+
+Hoe verder men naar het Noorden komt, des te dichter worden de bosschen
+en des te meer groote boomen ontmoeten wij erin. Voor Kotel doen
+zich echte kloven voor tusschen de beboschte hellingen, met witte en
+grijze kalkrotsen. Overal bloeien in het bosch de seringen, zoodat alle
+vrouwen, die we op den weg ontmoeten, die bloemen in het haar dragen.
+
+Eindelijk volgt een breed dal, dat tusschen boschrijke heuvels langzaam
+naar het stadje Kotel opstijgt, zooals het daar op een helling voor
+ons ligt.
+
+Kotel is een oud, in de historie bekend stadje van den Balkan, een
+vroeger belangrijk provinciaal hoofdplaatsje, maar nu vrij ongeschikt
+gelegen in den bergpas. Een tiental jaren geleden is het bijna
+geheel afgebrand, dat was in 1895; misschien had men goed gedaan,
+toen van de gelegenheid te profiteeren en de plaats bij den herbouw
+naar elders te transporteeren. Men maakte er echter een quaestie van
+patriottische gevoelens van, en een nationale inschrijving werd in
+geheel Bulgarije geopend met het gevolg, dat ter eere der nationale
+herinneringen, Kotel op dezelfde plek weer werd opgebouwd, maar als
+een steenen in plaats van een houten stad. De huizen staan nu alle
+netjes in de rij, zijn alle banaal en aan elkaar gelijk en geven aan
+het geheel een schijntje van een industriestad.
+
+Gelukkig bestaan er nog enkele hoekjes van het oude Kotel in de
+benedenstad, waar aan de rivier veel molens liggen en waar men
+de fabrieken van bulgaarsche tapijten vindt met hun ouderwetsche
+weefgetouwen. Des morgens bezochten we die wijk, om daar in de buurt
+de groote watervallen te zien, die als hun broeders uit Dalmatië,
+Bosnië en den Karst uit de kalksteenrotsen te voorschijn komen en
+dan in bruisende vaart diepe kommen vullen en zoo krachtig stroomen,
+dat de molens er lustig van draaien.
+
+Dit was een aardig uitstapje, vooral omdat de rivier, die door
+de vallen wordt gevoed, zoo liefelijk door de met boomen beplante
+weiden stroomt onder houten bruggetjes door en langs de molens, waar
+de vrouwen aan het keuvelen zijn onder het ontwarren van de wol of
+het spinnen van het garen.
+
+De echte kam van den Balkan, rijst vlak achter Kotel omhoog en wordt
+gevormd door die kalkbergen, welker spleten zooveel water absorbeeren
+en voedsel geven aan rijkvloeiende bronnen. Dit deel van onzen weg
+was geheel kaal, als de passen op de groote hoogten van de Alpen,
+waar men boven de grens van den boomgroei is. Beneden in de weiden
+ontmoetten wij een kamp van Zigeuners, vertooners van apen en beren. De
+mannen lagen in het gras en amuseerden zich met het oefenen van hun
+beesten. Hun donkere gezichten, bruine haren met roode vlekken erin
+en de bonte doeken en lappen, die rondom hingen, leverden een vreemd
+en boeiend tooneel op.
+
+De Kasanpas is ook kaal met zijn steile kalkrotsen boven mager bosch;
+maar dan gaat het vlug naar beneden naar Titsja, waarbij geologisch
+een groote verandering intrad, waardoor ieder moet worden getroffen,
+ook al kent men er noch de verklaring, noch de ware beteekenis van.
+
+Het is de plotselinge vervanging van het tafelland door het
+bergland. Hier zijn het horizontale kalklagen, die in de plaats
+komen van de verbrokkelde bergen, die wij sinds Kotel steeds voor
+oogen hadden gehad. Bij een rivierovergang kon men die horizontale
+structuur precies volgen, door de watervallen, die zich van de
+terrassen stortten. Toen verscheen Titsja aan den oever der rivier
+met de lage huizen, alle van hout en de kleine moskee.
+
+Even namen wij den tijd, om de paarden te laten uitblazen, en gingen
+toen weer verder door het kreupelbosch, waar gewapende mannen met
+het voorkomen van roovers hier en daar de wacht hielden met het oog
+op den toevloed van menschen, door de groote kermis van Djoemaïa
+aangetrokken, waar zich de berenleiders en de goochelaars zouden
+vertoonen. Door de vlakheid der terreinen scheen het altijd, of wij
+de treden van een trap op of afgingen, want het geheele land had het
+karakter van een tafelland aangenomen, zooals ook eigen is aan het
+groote voorbalkansche plateau tot de Donau toe.
+
+Osman Bazar ligt op een hooge vlakte met zijn roodgedaakte huizen,
+die op zijn turksch zeer laag zijn, en met vier of vijf minarets. Wij
+hielden stil op een groot, leêg plein tegenover een vierkanten toren,
+waarop een klokkentoren van hout, en waarnaast rechts een rij van
+lage huizen is te zien, terwijl links een oud bouwvallig bouwwerk
+waarschijnschijnlijk een overblijfsel is van een turksch bad. Er ging
+een weg omhoog naast onze herberg naar een grooten put met langen
+hefboom, een bewijs, dat we uit het gebied der bronnen zijn gekomen
+in dat van den eigenlijken Balkan.
+
+Op het plein speelden kinderen vroolijk allerlei spelletjes, turksche
+kinderen met roode fez, roode of witte tulbanden en roode, paarse of
+oranje kieltjes.
+
+Na Osman Bazar begon terstond een bosch van groote eiken, het eerste
+echte woud in dit deel van het gebergte, en vervolgens doet zich het
+land voor als een groene, golvende vlakte, met hagen en boomen in
+het veld en veel stroomend water.
+
+Eindelijk gaan wij door den Dewentpas, een bergplooi in het tafelland,
+die een eigenaardig bergland vormt, verbrokkelde rotsen en door erosie
+uitgespoelde terreinen, naast steile bergen en diepe kloven.
+
+In die kloven werden de bosschen en het kreupelhout weer bewaakt
+door gewapende Turken of Bulgaren, die op roovers geleken. Bloeiende
+seringen gaven aan de boschjes een lila tint. Daar zijn we eindelijk
+weer in de vlakte, volgend op het bergland, zooals dat laatste op
+het plateau was gevolgd. Het is, of wij van een hoog terras naar
+beneden zijn gedaald, en met ons doen dat de ontelbare stroompjes en
+wateradertjes, die door de bergen zijn gefiltreerd.
+
+Nog enkele kilometers, en de Balkan verwijdert zich al verder van
+ons; tegen het vallen van den avond komen wij het volkrijk stadje
+Djoemaïa binnen, en treffen er de schilderachtige tooneelen, eigen
+aan die groote turksche markten of kermissen, die gedurende enkele
+dagen uit verren omtrek de menschen doen toestroomen als naar een
+geïmproviseerden bazar.
+
+
+
+
+
+Malta en de Maltezer Orde.
+
+Naar het Fransch van GASTON VUILLIER.
+
+
+I.
+
+Van Syracuse naar Malta.--La Valette en de stichting door den
+Grootmeester der Orde.--Aankomst in de groote haven.--Aanzien van de
+stad.--Koetsiers en schippers.--De witte steenen huizen.--Terrasvormige
+daken.--Mannen en vrouwen van Malta.--Het huiselijk leven.--Het
+gezelschapsleven.--De kantwerksters.--Een avond in de Barraea.--Het
+Hooglandersregiment en hun muziek op het plein.--De hoofdstraten.--De
+paleizen.
+
+
+Ik was voornemens, mij van Tunis naar Malta te begeven, om er de
+plechtigheden van de Heilige Week bij te wonen, die mij als zeer
+origineel waren aanbevolen. Daar echter een onverwacht besluit
+van de engelsche autoriteiten de haven van La Valette gesloten had
+verklaard voor uit het Oosten komende schepen en voor wat van de kust
+van Afrika kwam, moest ik mijn reisplan veranderen. De vrees voor het
+overbrengen van de pest bij het bestuur van Malta leidde er dus toe,
+dat ik een plaats besprak op een paketboot van de Compagnie Générale
+Transatlantique. Deze bracht mij naar Tripoli, en ik had er geen
+spijt van.
+
+Maar de toen opgedane ondervinding en een groot aantal andere
+omstandigheden, die zich in den loop van mijn reizen voordeden, deden
+mij besluiten, voor het vervolg geen vast reisplan te maken. Ik vond
+er meer genoegen in, mij op goed geluk te laten gaan, mijn fantasie
+te volgen of het toeval te laten beslissen.
+
+Onder zulke omstandigheden nam ik plaats aan boord van een italiaansche
+stoomboot, die zich gereed maakte om uit te varen. De bestemming liet
+mij vrij koel, want een horizon vol geheimzinnigheden had toen groote
+aantrekkelijkheid voor mij. Het was te Syracuse, dat ik mij inscheepte,
+en toen ik mij op de brug bevond, zag ik om naar den grond van Sicilië,
+die mij zooveel rein en edel genot had geschonken, zooveel uren van
+bekoring in zijn toovertuinen en van angstige ontzetting op de woeste
+hellingen van zijn kraters. Ik moest nu misschien voor altijd dat mooie
+Trinakria vaarwel zeggen, en het was mij, of ik een deel van mijzelven
+achterliet tusschen de verre heuvels, die in de schaduw wegscholen.
+
+De stad begaf zich ter ruste in het bleeke licht van den scheidenden
+dag. In den brandenden zonneschijn had ik de bergachtige omstreken
+doorwandeld tusschen de instortende oude muren, die resten zijn van
+monumenten uit een grootsch verleden. Ik had de tempels bewonderd van
+het antieke Ortygia, had rondgedwaald in de beruchte steengroeven van
+de Lautumiae en was genaderd tot dichtbij de geheimzinnige fontein,
+waar de nymf Arethusa, om hare liefde schreiend, eeuwig hare tranen
+mengt onder het water van de zee.
+
+De avond was gekomen, en de stralen der maan, brekend door den nevel,
+wierpen als liefkoozend hun licht over de sombere grootschheid der
+oude heuvels. De duisternis roept droomen wakker; de ruimte vulde
+zich voor mij met gestalten, en ik zag het verleden oprijzen uit het
+stof en leven krijgen in die vage nachtelijke helderheid. Illusie!
+Alleen de asch der oude stad lag op de zwijgende hoogten en vervloog
+als alle glorie in het ledige, verstoven door den wind.
+
+Weldra verdween Syracuse. Dichtbij ons trilde een vuurtorenlicht,
+ging weer uit om weer op te lichten en dan weer te verdwijnen, als
+een ironische glimlach van het lot, dat ons zelfs op zee herinnert aan
+zijn grilligheid en aan onze droomen, die illusies, aan onze wenschen,
+die bedrog zijn.
+
+De uren glijden voort, ... het wordt dag. Wij krijgen Malta in het
+gezicht. De opgaande zon, die in haar maagdelijkheid rose uit het
+water opstijgt, werpt lichtjes op de muren van La Valette, dat in
+onbepaalde omtrekken zich aan het oog vertoont.
+
+La Valette, dat ik vroeger slechts terloops had gezien onder een
+brandende zon, met zijn wallen en bastions en al, wat denken deed aan
+een heftigen strijd, die wel aanstaande scheen, dreef daar boven de
+zee als in een wazig spiegelbeeld. Teêr gekleurde wolken verborgen
+de op rijen staande kanonnen voor ons oog en verzachtten den aanblik
+der groote, fel dreigende, versterkte rots. Een damp dreef rustig
+op de oppervlakte van het water in golvende sluiers en zweefde door
+de lucht als een fijne wolk, die langzamerhand uiteenrafelde en zich
+oploste in het etherische licht van den morgen.
+
+Naarmate wij dichterbij kwamen, ontdeed de stad zich van haar sluiers,
+om forsch en frisch, maar dor en koud, tevens het heldere zonlicht
+op te vangen. De aanblik is nog niet veranderd sinds den tijd, reeds
+lang geleden, toen de stad de zeeën beheerschte. Zij wekt nog altijd
+herinneringen aan oorlogsgeweld en krijgsmansglorie.
+
+De beroemde stichter der stad, de Grootmeester Jean Parisot de la
+Valette, had als plaats voor de stad gekozen den berg Scebarras,
+een groote, kale rots, een soort van schiereiland tusschen twee ruime
+baaien, die de twee belangrijkste havens zijn geworden, Marsa en de
+quarantainehaven, Marsa-Muscet geheeten.
+
+Het was in 1565 na de nederlaag van het leger van Soliman den Tweede,
+die het eiland had willen veroveren. De Grootmeester besloot partij te
+trekken van een oogenblik van rust in den strijd, om de door de Turken
+vernielde wallen weer te herstellen en de beide havens te verdedigen
+door het aanleggen van een nieuw fort op het schiereiland tusschen
+hen beide in. Op datzelfde schiereiland ging hij toen een stad bouwen,
+omringd door vestingwerken, waar het klooster en de woning der ridders
+veilig zouden zijn.
+
+Met dat doel en vooral om den niet onaanzienlijken financiëelen
+steun te erlangen, dien hij noodig had, wendde de Grootmeester
+zich door tusschenkomst van de bij de hoven geaccrediteerde gezanten
+rechtsstreeks tot de koningen van Frankrijk, Spanje en Portugal en tot
+den Paus, evenals tot verschillende italiaansche vorsten. Die gezanten
+zetten uiteen, dat het niet voldoende was, Malta door een hardnekkigen
+tegenstand te hebben gered, maar dat men, nu het eiland nog door
+een handigen tegenstander kon veroverd worden, verplicht was, het
+zoo spoedig mogelijk te versterken, dat er nieuwe verdedigingswerken
+moesten worden aangelegd, nadat de gevolgen van het doorgestane beleg
+waren verholpen.
+
+De afgevaardigden legden vooral den nadruk op die punten, welke voor de
+afzonderlijke regeeringen, tot wie zij zich wendden, in het bijzonder
+van belang waren, en toen ze melding maakten van het voornemen van
+den Grootmeester, om een stad te bouwen, legden zij de plannen over
+ter ondersteuning van het denkbeeld.
+
+Al de vorsten, getroffen door de grootschheid en het nut van
+de voorstellen, beloofden, ze te steunen en La Valette bij deze
+onderneming te helpen. De Paus beloofde, eraan deel te nemen met
+vijftien duizend kronen, de koning van Frankrijk met veertig duizend
+livres, Filips de Tweede, met negentig duizend en de koning van
+Portugal met dertig duizend. De commandeurs der Orde stonden in edele
+belangeloosheid hun bezittingen af en gaven hun kostbaarste meubelen,
+om de onderneming te doen slagen.
+
+Zonder tijd te verliezen, liet La Valette dadelijk ingenieurs,
+bouwmeesters en werklieden uit Italië komen, en kort daarna begaf
+zich de Grootmeester in plechtig ambtsgewaad, vergezeld door den
+Raad van Bestuur der Orde en gevolgd door al de ridders, naar den
+berg Scebarras, waar hij den eersten steen legde voor de nieuwe
+stad. Op dien steen stond gegrift het besluit van den Raad, dat wij
+hier vertaald uit het Latijn laten volgen.
+
+"De zeer beroemde en vereerde broeder, Jean de la Valette,
+Grootmeester van de Orde der Hospitaalridders of der Ridders van
+Sint-Jan, die voor oogen heeft al de gevaren, waaraan zijn ridders
+en zijn volk van Malta hebben blootgestaan bij het jongste beleg en
+die in overleg met den Raad der Orde, om nieuwe ondernemingen van
+den kant der Barbaren tegen te gaan, het plan heeft gevormd, een stad
+te bouwen op den berg Scebarras, heeft heden, Donderdag 28 Maart van
+het tegenwoordige jaar 1566, na den heiligen naam van God te hebben
+ingeroepen, de tusschenkomst der Heilige Maagd te hebben gevraagd
+en die van den Heiligen Johannes den Dooper, den patroon der Orde,
+om den zegen des hemels af te smeeken op een zoo belangrijk werk,
+er den eersten steen van gelegd, waarop zijn wapen is gebeiteld met
+de gouden leeuwenmuilen. De nieuwe stad is op zijn bevel gedoopt met
+den naam Stad van La Valette."
+
+Gouden en zilveren medailles, die een afbeelding der nieuwe stad
+droegen en liet opschrift: Melita renascens, d.i. "Het herboren Malta"
+met het jaar en den datum der stichting, werden in grooten getale in
+de fondamenten geworpen. Na die plechtigheid ging men met ijver aan
+het werk. Allen namen er aan deel, rijken zoowel als armen, edelen
+en handwerkslieden. Iedereen wilde deel hebben aan het werk, waarin
+het heil van allen was gelegen voor de toekomst. Een commandeur,
+de la Fontaine, die bekend was om zijn goed inzicht in de kunst
+van het aanleggen van versterkingen, had de opperste leiding der
+werkzaamheden op zich genomen. De ridders droegen er ook het hunne
+toe bij, enkelen begaven zich op de schepen der Orde naar Sicilië
+en Italië, om bouwmaterialen te halen, anderen gingen tot Lyon,
+om zich met de verbetering der inrichting van de artillerie bezig te
+houden. Wie bleven, hielden toezicht op de arbeiders bij de aardwerken,
+lieten openingen aanvullen, bressen herstellen en zorgden voor den
+aanleg der nieuwe versterkingen.
+
+De Grootmeester verloor twee jaren achtereen de werkzaamheden niet
+uit het oog; hij woonde te midden der werklieden, nam zijn maaltijden
+juist als een gewoon arbeider en gaf het voorbeeld van den grootsten
+ijver. Daar de gelden niet alle regelmatig inkwamen, liet hij, om
+daarin te voorzien, kopergeld slaan, waaraan hij een verschillende
+waarde toekende naar zwaarte of model. Zoodra het verwachte geld
+inkwam, werd het andere aan de circulatie onttrokken. En daardoor
+kreeg het volk der werkers zooveel vertrouwen, dat het werk niet een
+enkelen dag stilstond.
+
+Bij zulk een edele geestdrift, in zulk een gloed van ijver en
+werkkracht verrees die stad, die ik nu uit zee zag verrijzen, toen
+het schip naderde. Eindelijk lag ze schitterend voor ons uitgespreid.
+
+Wij zijn juist de nieuwe invaart gepasseerd, waar de sterke batterijen
+van het Sint-Elmusfort zijn gevestigd, en de groote haven ligt daar
+als een prachtig meer met spiegelende oppervlakte, omringd door
+massieve bouwwerken.
+
+Het is werkelijk een soort van binnenzee, waar kanalen en baaien op
+uitkomen, die de ruimte nog vergrooten, want zij vormen reeds op zich
+zelf veilige schuilplaatsen, waar geheele vloten zich zouden kunnen
+verbergen, om het juiste oogenblik af te wachten voor een aanval op
+den vijand.
+
+De groote haven of de Marsa, want ze heeft haar ouden arabischen naam
+behouden, is zelve in twee deelen verdeeld door een schiereiland,
+dat als in een felle spoor uitloopt in het fort Saint-Ange op Isola
+Point. Op het oostelijk uiteinde staat het fort Ricasoli, genoemd
+naar den italiaanschen burgemeester, die het liet bouwen; in het
+zuidoosten en zuiden zijn het Sint-Michelsfort en het fort Salvator
+door zware versterkingen omgeven. Ze herinneren aan den Grootmeester
+Nicolaas Cotoner, die hun de verdedigingsmiddelen schonk.
+
+Waarheen het oog zich wendt rondom den grooten plas, overal staren
+u in het licht de dreigende reuzenbouwwerken tegen met hun strakke
+profielen.
+
+La Valette lijkt op niets wat ik reeds heb gezien; het is een
+eenig schouwspel, en men krijgt lust, het voor iets fabelachtigs te
+houden. Het is een opeenhooping van wanden van vuurmonden en vlammende
+rotsen, vol gaten als een honingraat. Tusschen de steilten ziet men
+de kanalen en grachten, en het maakt den indruk, of een steengroeve
+van cyclopen door de zee is overweldigd. Al de gebouwen der sterke
+forten gelijken op elkaar; alle hebben ze denzelfden vorm en dezelfde
+kleur. Wal volgt op wal met gekanteelde muren, en naast de eene rots
+verrijst onmiddellijk weer een andere. Hier en daar schijnen bastions
+in de lucht te hangen, men kijkt tegen bogen aan of tegen hooge torens
+met terrassen.
+
+Dat eerste opdagen van La Valette is in mijn herinnering nog altijd
+even frisch gebleven als op den eersten dag toen ik er kennis mee
+maakte.
+
+Als ik de oogen sluit, zie ik alles, de straten der stad met de hooge
+huizen, waar uit de vensters kleurig linnengoed te drogen hangt, dat
+door den wind wordt bewogen. Het was als op een feestdag, want het
+leek of de oude muren vlagden, en lompen worden zelfs mooi in het volle
+zonlicht. Ik kan nog telkens het vizioen vernieuwen van die eindelooze
+reeks vensteropeningen in die forten uit de legende, het spiegelende
+water en de stroomen van licht, die over de wijde ruimte vloeiden.
+
+Ik zie weer op de kaden de drukke volksmenigte, de altijd weer bij de
+landingplaats aankomende booten, die koopwaren of passagiers innamen en
+dan wegvoeren; de uithangborden der winkels van scheepsbenoodigdheden
+met namen, die zoo moeilijk te begrijpen zijn, als alles wat het
+zeewezen aangaat.
+
+Zoodra wij de haven binnenvoeren, waren de koetsiers uit de stad
+snel komen aanrijden. Zij veroorzaakten een opstopping op de kade en
+gesticuleerden om het hardst, om klanten te lokken, terwijl ontelbare
+bootjes om het schip heen draaiden en hun diensten aanboden met
+veelzeggende mimiek. De kleine booten zijn eigenaardig; ze gelijken wel
+iets op gondels, niet door hun sierlijkheid, want ze zijn kort en dik,
+maar door hun hoogen voorsteven. De meeste zijn groen geverfd en met
+bizarre teekeningen versierd. Aan weerszijden van den voorkant ziet
+men een oog geteekend van naïeve uitdrukking en vorm, wat het bootje
+er als een zeemonster doet uitzien. Over de meeste is een gekleurd
+zeil gespannen.
+
+Ik volgde met belangstelling de voorvallen op de kade en bleef nog
+eenigen tijd aan boord. Eindelijk vertrok ik, en een kales bracht
+mij in snellen draf langs een helling naar de Levantstraat.
+
+Overal hetzelfde verblindende licht, dat met het vele opdwarrelende
+stof aan La Valette het aanzien geeft van een brandende stad. Enkele
+fijne, violette schaduwen gaven in de gebouwen vormen van menschen en
+dingen aan. De meeste straten kwamen op de zee uit. De menigte liep
+af en aan even druk als aan het strand. Ernstige Arabieren, in hun
+burnoes gedrapeerd, vormden door hun kalmte een sterke tegenstelling
+met de Maltezers, de Grieken en de Levantijnen; een paar kooplieden
+van verkoelende dranken, met een vaatje op zij, boden hun waar aan,
+en van tijd tot tijd kwam een dorstige voorbijganger begeerig drinken.
+
+Nu en dan kreeg ik op die wandeling door La Valette een vizioen
+van op rijen staande zwarte kanonnen, van scheepsmasten, dicht
+opeen gedrongen als boomen in een bosch, het wandelend bosch van
+Shakespere. Verscheiden straten zijn niet anders dan trappen, zoo
+bijvoorbeeld de Santa Luciastraat. Aan de meeste daarvan hebben de
+huizen platte daken met balkons met ramen erin, zeker een engelsche
+uitvinding.
+
+De huizen in La Valette en op het geheele eiland Malta zijn
+gebouwd van een zachte, verblindend witte steensoort, afkomstig
+van het eiland. Langen tijd is er in dat gesteente een levendige
+uitvoerhandel gevoerd, omdat het zoo gemakkelijk te bewerken was,
+vooral naar Smyrna en de andere steden van de Levant.
+
+Maar er zijn heel wat bezwaren aan die steensoort verbonden, want ze
+ondervindt sterk den invloed van het weêr, wat waarschijnlijk door
+de uit zee opkomende dampen bevorderd wordt. Ook geeft de verbazende
+witheid van de huizen aanleiding tot een terugkaatsing van het licht,
+die nadeelig is voor de oogen. De Maltezers kunnen aan het gesteente
+door polijsten een glans geven, die het op marmer gelijken doet.
+
+De huizen hebben veelal platte daken, met buizen tot afvoer
+van het regenwater. Die daken, waarop bloemvazen en kuipen met
+planten prijken, zijn dikwijls kleine tuintjes, waar de bewoners
+op zomeravonden frissche lucht zoeken; ze gebruiken er ook vaak de
+maaltijden en ontvangen er gezelschap.
+
+Op de hoeken van sommige straten staan heiligenbeelden in nissen,
+en de vrome Maltezers houden er nacht en dag de lampen brandende.
+
+Het rijtuig hield eindelijk stil voor een hôtel. Ik rustte er uit
+in de schaduw, nog geheel verblind door de stroomen van licht, die
+langs en over mij waren gevloeid.
+
+Nu was ik dan te La Valette, de oude hoofdstad van Malta, maar ik was
+er als onbekende, zonder aanbevelingsbrieven voor de enkele Franschen,
+die er woonden. Het beste in de gegeven omstandigheden was, mij aan
+te melden aan het fransche consulaat, waar ik kans had, vriendelijk
+te worden ontvangen. Dat was een goede gedachte; de consul was een
+hulpvaardig man, aangenaam in den omgang en bereidwillig gestemd ten
+opzichte zijner landgenooten.
+
+Nog dienzelfden avond begaf ik mij met een brief van onzen consul
+naar de wijk Guardia mangia Pietà, waar een fransch koopman woonde,
+die sinds vele jaren op Malta gevestigd was. Hij had zich een mooie
+positie verworven en, naar men zeide, een aanzienlijk vermogen. Zijn
+naam was Ribot, en hij ontving mij met open armen.
+
+Hij praatte veel met mij over de Maltezers. "Ik heb al sedert het begin
+van mijn zijn hier opgemerkt", zei ik tot hem, "dat hun gezicht een
+voor mij geheel nieuw karakter heeft, met die breede wangen, groote
+ooren, die ver naar achteren staan, de zwarte haren en de dikke bossige
+wenkbrauwen. Het komt mij in het geheel niet twijfelachtig voor,
+dat dit ras van phoenicische afkomst is. De Maltezer is levendig en
+bewegelijk; men voelt het, dat hij zich gelukkig voelt op zijn rots
+te midden der golven in een element van zonnegloed en zee."
+
+"Ja, zoo is het inderdaad," antwoordde mij de heer Ribot, "de Maltezer
+is in zijn element, beter dan de anderen, die hier wonen. Morgen
+zult U opmerken, dat de vreemdelingen bleeke gezichten hebben met een
+vermoeiden trek, alsof hun bloed verdroogd was in de hitte der zon."
+
+En op het gelaat van den spreker las ik de teekenen van neurasthenie,
+die hij zelf mij aanwees.
+
+"Het komt," zei hij, "dat hier niets herinnert aan de geurige
+frischheid onzer kleine steden, de fluweeltint onzer heuvels en
+de geheimzinnige bekoring onzer dalen. Het geruisch der zee, en op
+dagen van boos weer het gebulder van den wind om de rotsen vervangen
+voor een poos de groote hitte van den zomer en de onbeschrijflijke
+doodschheid der in de gloeihitte der zon verpoeierende rotsen. Alleen
+des avonds herademt men en begint opnieuw te leven. Vaak ook zenden
+de winden uit de woestijnen van Afrika ons hun brandenden adem toe,
+en het zijn enkel de winden uit het Noordoosten, die de buitengewone
+warmte soms wat temperen."
+
+De winter is gewoonlijk zeer zacht op Malta; het is een echte lente met
+overvloed van bloemen, die schitteren in rijke kleuren en verrukkelijk
+geuren. Een groot aantal engelsche familiën komen dan ook den winter
+op het eiland doorbrengen.
+
+Een der gevaren van het klimaat zijn de plotselinge overgangen van
+hitte tot koude, die onophoudelijk terugkeeren, en waar het menschelijk
+lichaam zeer gevoelig voor blijft.
+
+De vreemdeling vooral moet zich in acht nemen voor dit bezwaar,
+dat de Maltezers niet zoo sterk gevoelen. Als de zon brandend heet
+schijnt en de terugkaatsing van het licht verblindend is, krijgt men
+over het transpireerende lichaam bij den een of anderen hoek van een
+straat een ijskouden wind uit zee te voelen.
+
+Zulke klimaatstoestanden zouden het waarschijnlijk maken, dat het leven
+der inboorlingen er door verkort werd; maar dat is in het geheel niet
+het geval. Het is volstrekt geen zeldzaamheid, hier wakkere grijsaards
+te ontmoeten, die nog in het bezit zijn van al hun vermogens en van
+de betrekkelijk groote lichaamskracht, welke zij tot op zeer hoogen
+leeftijd behouden. De Maltezers hebben zeker aan dit klimaat, dat de
+zenuwen voortdurend gespannen houdt, een buitengewone bewegelijkheid
+te danken van gevoel en van armen en handen, waardoor zij verbazend
+druk gesticuleeren. Ze hebben ook heftige hartstochten. Voor handel
+en scheepvaart toonen ze zich intusschen zeer geschikt, en hun eiland
+hebben ze zeer lief; die kalkrots Malta noemen zij de bloem der wereld,
+"fiore del mondo."
+
+Ik heb overal opgemerkt, dat de eilandbewoners zeer aan hun land zijn
+gehecht, welks natuurschoon ze met naïeve overdrijving bewonderen,
+zooals ze ook vol lof zijn voor wat hun soldaten en hun mannen van
+wetenschap praesteeren. En het is ook immers algemeen bekend, dat hoe
+ondankbaarder de grond is, waar iemand woont, des te meer moeite kost
+het hem, zich ervan te verwijderen en des te meer is hij eraan gehecht.
+
+In de dorpen van het binnenland op Malta ondervindt het huiselijk
+leven nog den invloed van de oude oostersche gebruiken. De mannen
+hebben de geheele oostersche jaloerschheid, en de vrouwen leiden een
+leven van afzondering. Een oude arabische spreuk schijnt er nog in
+eere te worden gehouden, namelijk dat de vrouwen slechts tweemaal
+in haar leven in het publiek moeten verschijnen, bij haar huwelijk
+en bij haar dood. De schoonste lof, die haar te beurt kan vallen,
+is in de oogen van den Maltezer, dat er nooit over haar wordt
+gesproken. Te La Valette is zulk een strengheid niet op te merken;
+de aanhoudende aanwezigheid van vreemdelingen, die er door den handel
+heen worden geroepen, de invloed van het vroegere Ridderhof, de bals
+en de schouwburgen hebben der vrouw meer vrijheid geschonken.
+
+Maar die vrijheid is slechts schijn, en alleen de dames der uitgaande
+wereld hebben er voordeel van. Tijdens mijn verblijf te La Valette
+wenschte ik een der vele mooie kantwerkstertjes te teekenen, die in
+hun fijne zijden weefsels nog het kruis der Maltezer ridders borduren,
+te midden van de grilligste versieringen. Ondanks alle moeite, die
+de heer Ribot in het werk stelde, en ofschoon hij toch al zoo lang
+in het land woonde, ondanks het aanbod van een hooge belooning, kon
+hij geen familie vinden, die bereid was, een haar vrouwelijke leden
+voor een schilder te laten poseeren. Het gelukte mij zelfs niet,
+een enkele dier kantwerksters aan het werk te zien.
+
+Ze zijn bekoorlijk, die Maltezer vrouwen; ze schijnen van de rotsen
+een tint als van doorschijnend ivoor te hebben aangenomen. Meestal
+zijn ze niet groot en hebben fijne trekken, iets onzegbaar teêrs,
+en haar groote oogen hebben een zachten glans onder de faldetta. Die
+faldetta is een soort van zwartzijden mantel, die tot het middel
+reikt, om het hoofd heengaat en er in een halven kring door stijf
+gaas van af wordt gehouden, zoodat zij het gelaat voor zon en wind
+en voor onbescheiden blikken behoedt. Als in een zijden schelp
+met liefelijken glans rust dus het hoofd, en met de hand wordt dat
+omhullend kleedingstuk gracelijk vastgehouden, terwijl ze er mee
+kunnen manoeuvreeren juist als de mooie Spaansche met haar waaier.
+
+Deze fijne, teêre vrouwen hebben voorbeelden van heldenmoed gegeven,
+waartoe men ze, op het uiterlijk afgaande, niet in staat zou hebben
+geacht. Bij allerlei gelegenheden hebben ze haar eiland met moed
+verdedigd, vooral onder het beleg door Soliman den Tweeden.
+
+De secretaris van het fransche consulaat, dien de consul wel te
+mijner beschikking had willen stellen, vond er een genoegen in,
+mij de bezienswaardigheden en het karakteristieke van La Valette
+te laten zien. Hij was mij een onwaardeerbare gids, en zijn groote
+bereidwilligheid verloochende zich nooit een oogenblik. Altijd vond
+ik hem gereed, mij met zijn vrijen tijd ten dienste te wezen.
+
+"Als u wilt," zei hij op een dag tot mij, "zullen we van avond
+samen naar De Barraca gaan."--De Barraca?"--"U zult het wel zien. De
+Barraca is een zaak, waar men hier trotsch op is, en niemand, die in
+La Valette is geweest, mag vertrekken zonder de beroemde Barraca te
+hebben leeren kennen."
+
+Des avonds begaven wij ons naar de bovenstad, op het gebied der hooge
+wallen. Daar betreedt men een donkere laan, waar eenige wandelaars
+loopen. Wij waren aangeland onder groote bogen, toen mijn gids
+uitriep: "Hier zijn we er!" Ik had gedacht aan een nachtelijke
+excursie naar ruïnen, want de naam Barraca alleen zei zoo weinig,
+en ik liet mijn oog zoekend rondgaan, om brokken muur te vinden of
+ontmantelde vestingwerken. Maar tegen de met sterren bezaaide lucht
+teekende zich geen enkele vorm af.
+
+"Nee, nee," zei mijn begeleider, "naar beneden moet u kijken, heelemaal
+naar beneden."
+
+En toen, tegen een balustrade leunend, keek ik naar beneden in
+het ledig. In de gapende diepte, de nachtelijke geheimzinnigheid,
+pinkten overal lichtjes, die in de verre verte al flauwer werden. Men
+kon de afstanden onmogelijk met juistheid schatten; maar heel ver
+schenen de lichtjes zacht te verdwijnen, om zich in de sterren op te
+lossen. In den helderen azuren hemel raakten ze den Melkweg, die als
+een doorschijnend gaas tot bij het zenith aan den hemel dreef.
+
+Toen mijn oogen langzamerhand aan het duister gewend raakten, begon
+de nacht mij flauw verlicht te schijnen, en de aanvankelijk niet te
+onderscheiden vormen teekenden zich scherper af. Beneden ons heel in
+de diepte kon ik de stad met de haven vóór ons uitgespreid zien liggen.
+
+Maar het was nog meer raden dan zien in dien afgrond, waar in het
+bleeke maanlicht bewegelijke lichtplekken zich bij en in de haven
+heen en weer bewogen.
+
+Soms gingen plotseling lichten uit, en even plotseling werden andere
+ontstoken, vlamden op, gingen ten halve uit, om spoedig weer op te
+duiken. Het waren de lichten der stad, die aan onze voeten lag, de
+veelkleurige seinlichten en vuurtorens in de haven, de lichten van
+schepen en booten, die flikkerden en beefden, nu eens nader schenen
+te komen, dan terugweken als vallende sterren, of aan den horizon
+uiteenspatten als meteoren, terwijl er ook als pijlen in de schuimende
+zee neervielen.
+
+Van beneden rezen, ik weet niet van waar, groote boomen omhoog,
+welker donkere silhouetten zich scherp afteekenden tegen het zoo vage
+beeld van het nachtelijk La Valette. Toen bespeurde ik zeer dicht
+bij ons de donkere profielen van enkele Maltezers, die onbewegelijk
+als beelden op hun rots stonden; naast hen, met de band onder de kin,
+stijf en hoekig een paar engelsche officieren, die onbewogen schenen
+te blijven tegenover de met sterren bezaaide zee.
+
+Weinig panorama's kunnen een vergelijking doorstaan met dat van
+de Barraca superiore. Ik heb het op alle uren van den dag en nacht
+gezien, en in het heldere daglicht heeft zich de indruk van den nacht
+verduidelijkt. Van dit hooge punt omvat men de gansche uitgestrektheid
+der havens, en vanaf het fort Ricasoli aan den ingang der Marsa
+tot aan de nieuwe haven krijgt men de enorme uitgestrektheid te
+aanschouwen van een nu vooruitspringende, dan terugwijkende lijn,
+welke aan de kust den zoom van drie afzonderlijke steden afteekent,
+maar die dichtbij elkaar liggen en bijna in elkander overgaan. In
+het midden verrijst het historisch kasteel Saint-Ange, met de vier
+zware, naar buiten gerichte batterijen. Hier en daar bespeurt men
+opeenhoopingen van huizen, reuzengroepen, die aan den eenen kant
+uitloopen op een langen gordel van versterkingen, de Cotonera, aan
+den anderen bij de groote haven.
+
+Op grooteren afstand breidt zich het open veld uit met zijn dorpen,
+en de klokkenhuizen, die op groote torens gelijken. Onder de voeten
+van den toeschouwer, onmiddellijk beneden hen, bevinden zich de
+kaden, waar het altijd druk is, met rechts de huizen van La Valette,
+de statige paleizen uit den tijd der ridders, en de campanile's.
+
+De indruk, dien men krijgt, is die van ver weg zich op vleugels te
+hebben laten dragen; zoo schijnt het over dag, en des nachts kan
+men niet onder woorden brengen, wat men voelt; men is als het ware
+heengebogen over de ijle ruimte, waarin ongekende werelden zweven. En
+zoo geeft dus de dorre rots van Malta nieuwe, onverwachte tooneelen
+te zien. Ook dingen van wonderbaar poëtischen aard had zij voor
+mij bewaard.
+
+Op een avond in de schemering, toen het stadsgewoel tot rust was
+gekomen en een parelmoeren licht zich over de ivoren stad uitspreidde,
+kwam ik op de markt tegenover het paleis van den Gouverneur. Aan den
+horizon, dien ik aan het eind der straten onduidelijk kon waarnemen,
+trokken nevels op. De zee lag kleurloos en vlak als een spiegel. En
+toen liet zich op het eenzame plein een zeer zachte muziek hooren. Het
+leken de zangen, gekomen van de in nevels gehulde bergen van het
+Noorden, zoet en klagend; men wist niet, of zij zongen van een droevig
+verleden of van een hoopvolle toekomst. Muziek doet dadelijk beelden
+voor mijn geest verrijzen. Hier zag ik de uitgestrekte heiden der
+landes, zoo ver het oog reikte, onder een grijzen hemel; bergen met
+donkere wouden, een verlaten land, en ik voelde mij koud door een
+onuitsprekelijk gevoel van vereenzaming....
+
+Het was de muziek van de pijpers, de doedelzakblazers van de
+Hooglanders; soldaten van dat regiment liepen op het plein heen en
+weer, in automatischen pas, ernstig en onverschillig. Zij droegen
+de kilt, het korte rokje, geruit in de kleuren der clan, de muts met
+wapperende veeren, de plaid in heldere kleuren, met een gesp op den
+rechter schouder vastgehecht, en toen ik ze daar zoo kalm en ernstig
+zag loopen, meende ik, dat de tonen der bekende instrumenten in hun
+ziel de vriendelijke herinnering wakker riepen aan hun ver vaderland,
+en hun intieme, innige gewaarwordingen gaf.
+
+Het tooneel was van korten duur; zij liepen een zeker aantal malen het
+plein op en neer, keerden met korten zwaai om, toen ze aan het eind
+gekomen waren, en toen de serenade afgeloopen was, verdwenen ze. Ik
+bleef. De tonen, zoo klagend, die ik pas had gehoord, ruischten nog in
+mijn ooren, en in die op het eind loopende schemering, op dat plein,
+dat de Maltezers schenen te vermijden op dit uur, terwijl de muziek der
+veroveraars er zich liet hooren, droomde ik van de schotsche heiden,
+die zoo aangrijpend somber zijn, van dien laag hangenden hemel vol
+wolken, waar zij zich in het oneindige in voortzetten.
+
+Thans kregen de witte straten van La Valette, straten nog lauw van de
+hitte van den dag, een vreemde, doorzichtige tint in die onwezenlijke
+schemering. Op zee was alles rustig; zij was als een bleeke afgrond,
+waaruit de dorre rots oprees.
+
+Welk een roerend denkbeeld voor een volk van zaken, om elken dag
+op deze rots, waar zooveel bloed gevloeid heeft, die muziek te doen
+hooren, die aan het afwezige vaderland herinnert! Herinnering en hoop
+gemengd, aan de zee toevertrouwd, vóór men zich ter ruste begeeft.
+
+La Valette is, zooals wij reeds hebben gezien, amphitheatersgewijze
+gebouwd op een schiereiland, dat de beide voornaamste havens van
+Malta van elkander scheidt. De stad heeft een treffend, zeer bijzonder
+aanzien.
+
+Drie hoofdpoorten geven toegang tot de stad, de Koningspoort, de
+Marinepoort en de poort van Marsa-Muscet. Twintig straten loopen door
+de stad, acht in de lengte, twaalf in de breedte. Ze zijn geplaveid
+met een zeer hard gesteente, zoncol genoemd, dat wel wat op Portland
+gelijkt en op den romeinschen travertino.
+
+Onder de mooiste en breedste straten van La Valette heeft men eerst
+de Strada Reale, die over den top gaat van het schiereiland, waar de
+stad op is gebouwd en dien in de geheele lengte doorsnijdt van het
+Sint-Elmusfort tot aan de Koningspoort, voerend naar de voorstad
+Floriana, Als men er door gaat, heeft men eerst het Giorgio-
+of Raadhuisplein, dan het Bankplein, en verder draagt de straat
+verschillende namen.
+
+Enkele particuliere paleizen zijn een bezoek overwaard in La Valette,
+hetzij om hun architectorale beteekenis, hetzij om de historische
+herinneringen, die ze wekken. In het paleis van de familie Spinola
+woonden in 1808 de prinsen uit het Huis van Orleans. Het hôtel gaat
+door voor het mooiste van alle, en terecht. De bouwtrant is bekoorlijk,
+de versieringen zijn zeer rijk en toch niet overdadig. Het plan voor
+dit schoone gebouw is afkomstig van den bouwmeester Peruzzi. Het gebouw
+werd door een bisschop opgericht, aartsdiaken van de kathedraal;
+het werd door Bonaparte bewoond tijdens zijn verblijf op het eiland
+in 1798. Hij had er zijn hoofdkwartier gevestigd. Sinds dien hebben
+achtereenvolgens de engelsche generaals Stuart, Fox en Abercromby
+er geresideerd.
+
+De dwarsstraten, die sterk hellen, en die dikwijls in trappen zijn
+veranderd, zijn evenals de andere zeer zindelijk, daar de onderaardsche
+afvoerbuizen voor den afloop van het water zorgen en voor dien van
+het vuil. De stad is zeer druk door veel beweging op straat en een
+levendig vervoer van goederen. De openbare gebouwen zijn regelmatig en
+wat koud van aanzien, opgetrokken van het maltezer gesteente, dat zeer
+zacht is en het nadeel bezit, spoedig te verweeren. De buitengewone
+witheid, doet, zooals we reeds zeiden, de weerkaatsing onaangenaam
+zijn. Trots die bezwaren is de steen lang een gewild uitvoerartikel
+geweest naar de Levant en vooral naar Smyrna.
+
+De voorsteden van La Valette, Floriana, Burmole, Senglea en Borgo, zijn
+even druk als de stad. Men vindt er overal mooie gebouwen en openbare
+inrichtingen. Achter Senglea staat een groot gebouw, dat het huis
+wordt genoemd van Francisco da Cunha. Daar had de baljuw van Suffren
+een fabriek opgericht van katoenen stoffen, op het voorbeeld van die
+van Voor-Indië. Hij zou zelfs uit Mysore arbeiders hebben meegenomen,
+inlandsche mannen en vrouwen, om in zijn fabriek te werken. Ik weet
+niet, hoe het met die poging is gegaan.
+
+
+
+II.
+
+Malta in de oudheid als phoenicische kolonie.--Stichting van de orde
+der Hospitaalridders van Sint Jan te Jeruzalem, later geworden tot
+de orde der Maltezer Ridders.--Uit Jeruzalem verdreven, wijken ze
+eerst uit naar Saint Jean d'Acre, dan naar Cyprus, en nog later
+naar Rhodus.--Sultan Soliman verjaagt hen van Rhodus.--Karel de
+Vijfde geeft hun het eiland Malta in 1530.--De organisatie der
+Orde.--Haar lotgevallen ten tijde van de bezetting door de Franschen
+in 1798.--Nog altijd houdt de Orde der Maltezer Ridders zich in
+stand.--De schilderachtige voorstad Manderaggio.
+
+
+Het eiland Malta, welks kusten door een menigte van kreken, baaien en
+golven ingesneden zijn, zou het oude, door Homerus bezongen Ogygia
+zijn. Daar werd Ulysses, na door den storm aan land geworpen te
+zijn, zeven jaren lang in zijn betooverde grot door de nymf Calypso
+vastgehouden. Er wordt nog een naar de nymf genoemde grot aangewezen,
+en het heet, dat het de grot was die zij bewoonde. Al zeer vroeg werd
+Malta door de Phoeniciërs gekolonizeerd, die te Krendi en op andere
+plaatsen van het eiland bouwwerken oprichtten, waarvan nog ruïnen
+over zijn.
+
+De kolonie, die de Phoeniciërs op Malta stichtten, was een van hun
+meest welvarende stichtingen; spoedig werd ze beroemd om haar handel,
+haar rijkdom en de pracht harer tempels. Daar werden, evenals in
+Phoenicië aangebeden de goden Mytharas, Isis en Osiris. Twee tempels
+vooral waren beroemd, die van Juno of Isis en die van den Tyrischen
+Hercules, door de Grieken Alexicacos genoemd, dien de volken uit het
+Oosten op dit eiland kwamen aanbidden.
+
+Men kan in het Museum van La Valette verscheiden punische
+gedenkpenningen zien. Onder de voorwerpen van dezelfde herkomst waren
+vroeger twee prachtige marmeren kandelabers met een phoenicisch en een
+grieksch opschrift. Een van die kandelabers werd door den Grootmeester
+Rohan aan Lodewijk den Zestienden ten geschenke gegeven. Het Journal
+de Trévoux, dat in 1786 van die beide voorwerpen gewag maakt, noemt
+ze zeer zeldzame en schoone kunstwerken, schatten, die de oudheid
+ons heeft nagelaten. Ziehier de vertaling van het opschrift, dat
+ze droegen.
+
+"Abdassar en Asseremor, zoon van Asseremor, zoon van Abdassar, hebben
+de gelofte afgelegd voor onzen Heer Melkart, beschermheilige van Tyrus;
+moge hij hen beschermen op hun onzekeren weg. Denys en Serapion uit
+de stad Tyrus, beiden zonen van Serapion, voor Hercules bijgenaamd
+Archegetes."
+
+Dit opschrift leert ons, dat de Hercules, die op Malta werd aangebeden,
+er ook wel Archegetes werd genoemd, dat hoofd of leider beteekent,
+en Melkarthos of Melkart, dat is "machtig koning."
+
+In het jaar 736 v.C. werden de Phoeniciërs van het eiland verdreven
+door de van Sicilië gekomen Grieken. Dezen gaven aan het eiland den
+naam van Melita. Zou die naam Melita de bedoeling hebben gehad, te
+herinneren aan den uitstekenden honig, welke op Malta werd ingezameld,
+of is hij geschonken ter eere van de nymf Melita, dochter van Doris
+en Nereus? Het is onbekend.
+
+Toen de Karthagers op Malta de plaats der Grieken innamen, en de
+Romeinen op hun beurt de Karthagers hadden verdreven, werd Malta
+een zelfstandige kolonie, en onder romeinsch bestuur behielden de
+Maltezers hun wetten en vrijheden.
+
+In de negende eeuw van onze jaartelling kwam het eiland in de handen
+der Arabieren en werd de opslagplaats van hun handelsgoederen en
+schuilplaats voor hun vloten. Omstreeks het jaar 1190 werd het land
+veroverd door den Noorman Roger, en van dien tijd af deelde het eiland
+in de lotgevallen van Sicilië, tot op het oogenblik dat de Ridders
+van Sint Jan er zich kwamen vestigen.
+
+De orde dier vermaarde ridders was gedurende de meer dan twee
+eeuwen durende souvereiniteit, die zij over het eiland uitoefende,
+een weldaad voor de bevolking. Zij bracht het land tot bloei en tot
+roem, terwijl ze voor geheel Europa van groote beteekenis was door den
+verwoeden oorlog, dien zij voerde tegen de barbarijsche zeeroovers
+en door de bescherming, die ze aan den zeehandel der christelijke
+staten bood. Het is wel de moeite waard een overzicht te geven van
+haar geschiedenis en van haar werk.
+
+De orde der Hospitaalridders van Sint Jan van Jeruzalem, die later,
+zooals wij in het vervolg zullen zien, de Orde der Ridders van
+Malta werd, was gesticht door den Franschman Reymond du Puis tegen
+het eind der elfde eeuw met het doel, behoeftige pelgrims, die zich
+naar de heilige plaatsen begaven, te helpen en hun een onderkomen te
+bezorgen. De orde liet gewapende mannen de bedevaartgangers begeleiden
+en zorgde, dat de laatsten beschermd werden tegen de mohammedaansche
+benden, die het land afliepen. Zoo werden de ridders ertoe gebracht,
+hun organisatie tegelijk een militair en een godsdienstig karakter
+te geven.
+
+In de twaalfde eeuw wijdde paus Paschalis de Tweede de orde
+bij kanoniek besluit in en gaf hun de roode banier met het witte
+kruis. Door de christelijke wereld ruim van geld voorzien, voerden
+de Broeders van Sint Jan voortaan den strijd tegen de ongeloovige
+Mohammedanen. Maar de overwinningen van Saladin verjoegen hen uit
+Jeruzalem. Zij verschansten zich in Saint-Jean d'Acre, daarna op Cyprus
+en eindelijk op Rhodus, waar ze zich twee eeuwen lang handhaafden
+tegen de onvermoeide pogingen der Turken, en waar ze den naam van
+Ridders van Rhodus aannemen.
+
+Doch Soliman kwam aan de spits van een leger van 200.000 soldaten
+en sloot het fort in, dat door nauwelijks 600 ridders en 4000
+man werd verdedigd. Na wonderen van dapperheid te hebben verricht,
+capituleerde de stad, wier hulpmiddelen uitgeput waren, in 1522. Des
+nachts verlieten de Grootmeester en de Ridders Rhodus in volslagen
+wanorde. Het was een bedroevende exodus van heldhaftige krijgers,
+vluchtend uit een land, dat twee eeuwen lang door hun roem bestraald
+was geworden. Toen de zieken, de kinderen en de vrouwen in de
+schepen in veiligheid waren gebracht, begaven ook de mannen zich
+scheep. Villiers de l'Isle Adam, de Grootmeester, scheepte zich het
+laatst in. De vloot, bestaande uit vijftig schepen, galeien, galjoten,
+brigantijnen, feloeken en het groote schip, waar zich de Grootmeester,
+de Commandeurs en de Ridders op bevonden, trok weg. Zoo werden al de
+goederen der Orde mee aan de zee toevertrouwd.
+
+En zie, alsof de woede der elementen zich wilde paren aan de woede
+van de vijanden, dreef een storm in den Griekschen Archipel de vloot
+uiteen, die zooveel kostbaars herbergde. Maar volgens een dikwijls
+waargenomen verschijnsel, dat zoowel in het leven der volken als in
+dat der enkele menschen optreedt, kwam in den tijd van den hoogsten
+nood een onverwachte lichtstraal den schijnbaar hopeloozen toestand
+verhelderen. De verstrooide vloot kon zich weer aaneensluiten; de
+ontredderde schepen vonden een haven, en in goeden staat teruggebracht,
+konden ze weer zee kiezen en hun zwerftocht vervolgen.
+
+... Op een lentedag verscheen vóór Messina een vaartuig, welks
+onbekende vlag in het licht schitterde. Het was een schip van kolossale
+afmetingen, en van den mast wapperde een banier met het beeld der
+Heilige Maagd, die in haar armen den gekruisigden Heer droeg. Er
+omheen stond het opschrift: "Afflictis spes unica rebus". Dat was als
+een verschijning van leed en ongeluk, een beeld van het uitgestooten
+geloof, dat eindelijk hulp kwam vragen in een christelijk land.
+
+Het groote schip, de koningin der zeeën, zooals de Sarracenen het
+noemden toen het nog aan hen behoorde, was een vaartuig, dat om zijn
+afmetingen iets legendarisch had gekregen. Er werd verteld, dat de top
+van de hoogste masten der grootste galeien nog niet tot de hoogte van
+zijn voorsteven reikte. Zes menschen konden nauwelijks den grootsten
+mast omspannen. Het schip had zeven verdiepingen, waarvan twee onder
+de waterlijn. Buiten de lading en de bemanning kon het duizend soldaten
+bergen, en honderd kanonnen bewapenden de drijvende vesting.
+
+Van Messina gingen L'Isle Adam en de zijnen naar Viterbo in den
+Kerkelijken Staat. Daar bleven ze, tot Karel de Vijfde hun het
+eiland Malta tot residentie schonk. De acte van schenking werd te
+Castelfranco, bij Bologna, opgesteld in 1530. Er werd in gezegd,
+dat de keizer in zijn hoedanigheid van koning van Sicilië aan de
+Orde van Jeruzalem de eilanden, kasteelen en dorpen Malta, Gozzo,
+Commino en West-Tripoli afstond met alle souvereiniteitsrechten. De
+schenking geschiedde op de volgende voorwaarden: Ten eerste zou de
+Orde jaarlijks een valk leveren aan den koning van Sicilië; ten tweede
+zou de bisschop van Malta altijd door den koning worden benoemd;
+ten derde zou de admiraal der Orde altijd een Italiaan wezen, en
+ten vierde zouden de inwoners van Malta en de overige eilanden hun
+rechten en privileges behouden.
+
+Toen Karel de Vijfde het eiland Malta aan de Ridders van Sint Jan van
+Jeruzalem gaf, zond de Raad der Orde, vóór hij de gift aanvaardde,
+acht ridder-commissarissen er heen, om er den staat van zaken op te
+nemen en te onderzoeken, of het eiland geschikt was voor den zetel
+der Orde en voor haar bedoelingen. Ziehier de voornaamste punten uit
+het rapport der afgevaardigden. Het resultaat was niet zeer hoopvol:
+
+"Het eiland is buitengewoon dor, ontbloot van alle bosch, en het
+hout, dat er gebrand wordt, moet van Sicilië worden aangebracht. De
+inwoners maken, om hun ovens te stoken gebruik van een soort van
+doornige distels, die ze op de onvruchtbaarste plaatsen inzamelen. Zij
+gebruiken ook wel voor het koken van hun zeer eenvoudig potje den
+mest der ezels en runderen, die ze in de zon laten drogen, welker
+stralen zoo krachtig door de rotsen worden weerkaatst, dat de hitte
+in den zomer sterk genoeg is, om die stoffen zoo droog te maken,
+dat ze als brandstof bruikbaar zijn.
+
+"Het eiland is vrij goed bevolkt. De inwoners zijn gevestigd
+in verspreide en open liggende dorpen. Hun taal is de moorsche,
+en ze leven in uiterst bekrompen omstandigheden. Het koren, dat ze
+verbouwen kan hen niet langer voeden dan voor een derde van het jaar,
+en voor de rest moeten zij het van Sicilië laten komen. Het bedoelde
+eiland is daarbij onophoudelijk blootgesteld aan de rooftochten der
+ongeloovige zeeroovers, die, zonder eenige vrees te toonen voor het
+kasteel, vrij in de havens binnenvaren en zeer dikwijls een groot
+aantal arme Maltezers in ballingschap meevoeren."
+
+Toen de commissarissen van hun zending en hun rapport bij den
+Grootmeester en den Raad rekenschap moesten komen afleggen,
+antwoordden zij nog, dat het verblijf op Malta zeer onaangenaam was,
+ja in den zomer zoo goed als ondragelijk; maar dat zij bij de gebleken
+moeilijkheid, om een betere plaats ter vestiging te erlangen, toch
+van oordeel waren, dat men de gift van den keizer moest aanvaarden. De
+Grootmeester gaf aan dien wenk gehoor en nam het geschenk aan.
+
+De Grootmeester nam bezit van Malta op 26 October 1530. Hem vergezelden
+de voornaamste officieren der Orde en een groot aantal grieksche en
+rhodische familiën, die de Ridders gevolgd waren en zich met hen op
+Malta vestigden. Van dien tijd af zijn de ridders bekend geworden
+onder den naam van Maltezer Ridders.
+
+Uit het boven aangehaalde rapport blijkt, dat het lot der Maltezers in
+dien tijd zeer onzeker was, daar ze zich in het geheel niet verdedigen
+konden tegen de invallen der barbarijsche zeeroovers. Steeds hing
+hun het gevaar boven het hoofd, dat hun huizen werden vernield en
+dat ze zelf in slavernij werden weggevoerd. De opperheerschappij
+der Orde beschermde hen onmiddellijk tegen die steeds dreigende
+gevaren, want de eerste zorg van den Grootmeester was, het fort
+Saint-Ange te laten herstellen, en La Sangle te versterken, om de
+galeienhaven te beschermen. Een nieuw fort, het Sint-Elmusfort,
+werd op het schiereiland opgericht, daar waar zich in het vervolg
+de stad La Valette verhief; het beschutte tegen een overval de beide
+voornaamste havens, die door het schiereiland werden gescheiden.
+
+De Ridders van Sint Jan van Jeruzalem brachten, door op Malta den
+zetel van hun bestuur te vestigen, er een aanzienlijke geldswaarde
+in omloop. Zij beliep zelfs een minimum van vier millioen francs,
+wat een enorme som was voor dien tijd. Men rekent daar dan ook onder
+de uitgaven van de vele leden der Orde, die geregeld in grooten getale
+het eiland bewoonden.
+
+De welstand nam te meer toe, daar de bewoners geen enkele directe
+belasting betaalden, en alleen aan vrij matige douanerechten waren
+onderworpen.
+
+Men zal begrijpen, hoe groote voorrechten de Maltezers genoten
+onder het bestuur der Ridders, als men hun lot vergelijkt met
+dat der Sicilianen in dien tijd. Die laatsten waren, ofschoon ze
+een buitengewoon vruchtbaar land bewoonden, tot de diepste armoede
+gebracht door de zorgeloosheid en het despotisme hunner regeering. Op
+Malta daarentegen was de op zich zelf dorre grond vruchtbaar gemaakt
+door zorg en inspanning. Het eiland werd overdekt met een groot
+aantal kleine stadjes en ten gevolge van de veiligheid, die door
+de nieuwe regeering werd gewaarborgd, nam de bevolking van Malta en
+Gozzo, die in den aanvang van het bestuur der Ridders slechts 25.000
+inwoners bedroeg, zoo toe, dat men er weldra meer dan 100.000 telde,
+terwijl Sicilië met zijn vruchtbaren grond niet anders te zien gaf dan
+tooneelen van ellende en een betrekkelijk veel kleiner aantal inwoners.
+
+L'Isle Adam hield zich, nadat hij de verschillende punten van het
+eiland, waar de vijand een verrassing kon beproeven, had versterkt,
+ook bezig met de versterking van de vloot der Orde.
+
+Alle inspanning had ten doel de bescherming van den handel
+der christelijke naties, die voortdurend werd bedreigd door de
+zeeroovers. Na zeer korten tijd werd de vlag der Ridderorde gevreesd
+door de zeeschuimers van de Middellandsche Zee.
+
+Het komt mij wel belangwekkend voor, in het kort samen te vatten hoe
+de Maltezer Orde was georganiseerd, zij, aan wie de volken van Europa
+zoo langen tijd de veiligheid van hun handel op de Middellandsche
+Zee te danken hadden. De Hospitaalridders waren, voor zoo ver ze
+godsdienstige ridders waren, verdeeld in drie volkomen van elkander
+verschillende klassen; geboorte, rang en functies liepen uiteen.
+
+De eerste klasse bestond uit de Ridders van het recht, die dezen
+eeretitel droegen op grond van hun edele afkomst. Alleen zij konden het
+brengen tot de waardigheid van Baljuw, tot die van Prior, Grootkruis
+geheeten, en tot die van Grootmeester. Later werden ook de Ridders der
+Genade ertoe gerekend, die, van een adellijken vader en niet adellijke
+moeder afkomstig, dispensatie van den paus noodig hadden, om tot die
+waardigheden te worden toegelaten. Een bepaling van de statuten hield
+in, dat zij, wier vader of die zelf den een of anderen handel hadden
+gedreven, die bankiers of wisselagenten, boekhouders of boeren waren
+geweest, die een winkel of magazijn hadden gehad, ook al waren zij
+van edelen bloede, nooit tot broeders-ridder konden worden toegelaten.
+
+De tweede klasse omvatte de dienstdoende geestelijken in de kerken
+van Sint Jan, die aalmoezeniers konden worden op de schepen of galeien.
+
+Een derde klasse omvatte de broeders-zieleherders, leden der Orde,
+die, zonder broeders of ridders te zijn, onder de bevelen der ridders
+dienden in den oorlog of in de hospitalen.
+
+Daarna kwamen, niet de minst belangrijke, de priesters en dienstdoende
+broeders in de lagere ambten van klooster en hospitaal. En eindelijk
+had men nog de dames religieuses van de Maltezer Orde, wier kloosters
+in Frankrijk, Italië en Spanje waren gevestigd. Er werden voor hare
+toelating dezelfde eischen van adeldom gesteld als voor de Ridders.
+
+De orde van Sint Jan van Jeruzalem was gesticht in denzelfden geest
+en naar hetzelfde model als de oude ridderschap. In het begin nam men
+enkel leden aan te Jeruzalem of ten minste op gewijden grond. Altijd
+werd als hoofdeisch voor de toelating gesteld, dat men authentieke
+bewijzen moest kunnen bijbrengen voor adellijke afkomst. Allen moesten
+adellijke krijgers tot voorvaderen hebben gehad. Later had men behoefte
+aan aanvulling der gelederen, die gedund waren in de oorlogen tegen
+de ongeloovigen, en de Hooge Raden der Orde stonden toe, dat na het
+onderzoek van de titels van adeldom men als nieuwelingen leden mocht
+opnemen uit de groote priorkloosters van Europa.
+
+In het jaar 1355, waarin de oudste registers beginnen van de fransche
+grootprioraten, nam men enkel edellieden aan, wier namen en geslachten
+in hun provincie bekend en beroemd waren. En die gestrengheid werd
+niet alleen volgehouden, maar werd nog verscherpt, toen soms lieden
+van ouden adel rijke niet-adellijken huwden. Van dien tijd af werd
+een proces-verbaal gevorderd, dat de legimitatie en de afkomst
+van den candidaat boven allen twijfel stelde. Buitendien moest
+dit proces-verbaal formeel bewijzen, dat zijn ouders, grootouders,
+overgrootouders, tot meer dan een eeuw in de geschiedenis terug,
+edellieden waren geweest.
+
+Drie bewijzen werden gevorderd, door getuigen, door brieven, door
+plaatselijke en geheime inlichtingen.
+
+Het eerste vereischte het getuigenis van vier adellijke getuigen. De
+commissarissen, die meestal oud-commandeurs waren, deden hen, vóór
+ze werden gehoord, een plechtigen eed zweren. Het tweede bewijs
+bestond in een nauwkeurig onderzoek van de titels en aanspraken, door
+den candidaat ingeleverd. Om het derde bewijs te erlangen, waren de
+commissarissen genoodzaakt, zich te begeven naar de geboorteplaats van
+den candidaat, daar een zeer bescheiden, maar niettemin zeer nauwkeurig
+onderzoek in te stellen, en wel niet alleen waar de candidaat zelf
+was geboren, maar ook op de plaats, van waar de familie afkomstig was.
+
+Waren zij in het bezit van al die bewijzen, dan maakten de
+commissarissen een proces-verbaal op, dat naar den Grootmeester op
+Malta werd gezonden, die, na den Raad der Orde te hebben gehoord,
+het godsdienstig gewaad aan den aanvrager liet uitreiken.
+
+Men ziet dus, met hoe groote zorg de nieuwelingen onder de Ridders
+werden opgenomen, ten einde toch maar in die godsdienstige militie
+een hoogen en volkomen authentieken adel te behouden.
+
+Als er niets mankeerde aan de bewijzen ten gunste van een candidaat,
+kon hij worden aangenomen op drie tijden of op drie verschillende
+leeftijden. Hij trad als mondig lid tot de Orde toe op zestienjarigen
+leeftijd, ofschoon hij zich eerst op 21-jarigen leeftijd naar Malta
+behoefde te begeven; hij betaalde als intreêgeld ongeveer 260 gouden
+kronen. De aangenomen candidaat kon ook als page van den Grootmeester
+al op twaalfjarigen leeftijd toetreden en mocht dat blijven tot zijn
+vijftiende jaar. En eindelijk, in de laatste jaren van het bestaan
+der Orde maakte men ook minderjarigen tot lid, namelijk kinderen in
+de wieg.
+
+De Ridders, die in het Kapittel waren opgenomen, nadat ze de bewijzen
+van ouden adel hadden geleverd, welke wij hebben opgenoemd, huwden
+niet en kregen eerst stem in het Kapittel, als ze hun "karavaantocht"
+hadden meegemaakt, dat is, als ze aan de gewapende expedities hadden
+deelgenomen.
+
+De Orde, die bestond uit Ridders van wel acht verschillende volken,
+werd verdeeld in acht "Tongen", namelijk Provence, Auvergne, Frankrijk,
+Italië, Castilië, Aragon, Engeland en Duitschland.
+
+De "tong" Italië was bijzonder streng in de toelating, want ze eischte
+van elk der candidaten tweehonderd jaren van erkenden adel voor elk
+der vier kwartieren, terwijl die vier kwartieren reeds een onmisbare
+voorwaarde waren voor de toelating. Overeenkomstige eischen werden
+in de afdeelingen Aragon en Castilië gesteld. Maar er was op Malta
+geen volk, waarvoor de bewijzen nauwkeuriger werden onderzocht dan
+voor Duitschland.
+
+De Ridders waren bijzonder gevoelig op het punt van eer, en
+tweegevechten kwamen veelvuldig te La Valette voor. Die duels waren
+echter aan zekere beperkingen gebonden. Zoo moesten de tegenstanders,
+wilden zij niet de zwaarste straffen over zich zien gebracht, den
+degen in de schede steken, onmiddellijk als een vrouw, een priester
+of een ridder het hun beval. Men zou geneigd zijn te denken, dat
+de duels in zulke omstandigheden zelden bloedig zouden zijn. Dat
+is echter een dwaling. Wanneer een Ridder in een duel was gedood,
+werd er altijd een kruis geteekend op den muur tegenover de plaats,
+waar hij gevallen was. Er waren veel van die kruisen te zien in de
+straten van La Valette.
+
+Twee Ridders kregen eens twist bij het biljartspel. Een van hen,
+die den ander reeds veel beleedigingen had toegeslingerd, vergat
+zich ten slotte zoozeer, dat hij tot handtastelijkheden overging en
+den tegenstander sloeg. Daarna weigerde hij zijn verontschuldigingen
+aan te bieden of den degen te kruisen. Dat was een schandaal voor het
+geheele eiland Malta, waar geen voorbeeld bekend was van een dergelijke
+lafheid. De op zoo grove wijze beleedigde officier riep herhaalde
+malen zijn tegenstander op en liet hem telkens den tijd, na te denken
+over de gevolgen van een weigering. Maar alles was vergeefsch; de
+beleediger bleef zich onttrekken aan de gevolgen zijner daad.
+
+Hij werd veroordeeld, gedurende vijf-en-veertig achtereenvolgende
+dagen boete te doen in de kathedraal van Sint Jan, daarna vijf jaren in
+een gevangenis door te brengen en zijn leven in gevangenschap in een
+fort te besluiten. Naar men meent is door geen maatregel van genade
+dit strenge vonnis verzacht.
+
+De Orde was, zooals wij boven hebben gezien, verdeeld in "Tongen", en
+aan elk van die was een paleis toegewezen voor haar vergaderingen. De
+Ridders gebruikten er hun maaltijden; vandaar dat die paleizen wel
+herbergen werden genoemd. Die acht "herbergen" bestaan nog onder
+dezelfde namen van vroeger, dus herbergen van Provence, van Auvergne,
+van Frankrijk, van Italië, van Aragon, van Duitschland, van Castilië
+en van Engeland.
+
+Frankrijk had drie herbergen. Daaruit kwamen de meeste Grootmeesters
+der Orde voort; zij leverde de meeste ridders en droeg het meeste bij
+tot den roem en de grootheid der Orde. Door een zonderlingen loop
+van zaken, die onverklaarbaar moet heeten, was het voor Frankrijk
+weggelegd, de grootsche instelling op Malta te vernietigen, welke
+het eeuwenlang toch zoo krachtig had gesteund.
+
+Toen het leger, dat Bonaparte naar Egypte bracht, in 1798 Malta
+voorbijging, bezat de Orde ondanks den achteruitgang in haar financiën
+er toch nog een voorraad van 1500 kanonnen, mortieren en houwitsers,
+35.000 geweren, 12.000 vaten kruit, twee schepen van groote afmetingen,
+een fregat, drie galeien enz. Het personeel bestond uit een effectief
+van 17.000 man, onder wie 332 Ridders. Die hulpbronnen, die toch
+werkelijk niet te versmaden waren, werden ongebruikt gelaten door den
+Grootmeester; hij liet, zonder weerstand te bieden, Bonaparte zich van
+La Valette meester maken en ook van de oude stad. Den 13den Juni werd
+er een overeenkomst gesloten, waarbij de heerschappij over Malta en
+onderhoorigheden overging aan de Fransche Republiek. Die verovering
+van Malta door de Franschen maakte een einde aan het politiek bestaan
+der Ridders van St. Jan.
+
+De ontruiming van het eiland door den Grootmeester en de Ridders
+berokkende den bewoners onberekenbare verliezen. Vooreerst was de
+Grootmeester hun schuldenaar voor ongeveer een millioen francs,
+en de op Malta wonende Ridders ten getale van meer dan 600, lieten
+aanmerkelijke schulden na. Aan den anderen kant waren vele familiën,
+waarvan de leden ambten op het eiland bekleedden, geruïneerd.
+
+De verplichting, die hun werd opgelegd, om officieren te herbergen,
+werd als een zeer hinderlijke maatregel beschouwd. De zeden der
+Maltezers werden gekrenkt door het feit, dat de menschen vreemdelingen
+tot hun huiselijken kring moesten toelaten. Eindelijk werkte ook
+de belasting, die er moest worden opgebracht, om in de onkosten
+van de kazerneering der soldaten te voorzien, de ontevredenheid in
+de hand. Deze openbaarde zich in heviger mate te La Valette dan op
+het platteland.
+
+Zoodra het eiland onder fransch bestuur was gekomen, werd het door
+Sicilië op den index geplaatst, en dat eiland weigerde den toegang
+tot zijn havens aan de verschillende maltezer schepen, die er zich van
+levensmiddelen kwamen voorzien. De verschijning van enkele engelsche
+fregatten in de wateren van Malta, kort na de bezetting door de
+Franschen, belette het uitgaan der koopvaardijschepen, geladen
+met katoen voor Spanje uit de haven van La Valette. Daar zoo de
+katoenhandel geknakt was, waren de vrouwen, die over het algemeen geen
+andere hulpmiddelen hadden dan het spinnen, tot den bedelstaf gebracht.
+
+Alles scheen buitendien samen te werken, om de Maltezers ontevreden
+te stemmen. Men had het grootste gedeelte van het zilver, dat zich
+in de schatkist van de oude stad bevond, weggehaald, om er geld van
+te munten. De kloosters, behoorende tot dezelfde Orde, moesten tot
+een enkel worden vereenigd, en de acten van den Burgerlijken Stand
+moesten in orde worden gemaakt als in Frankrijk. Velen meenden daaruit
+te moeten opmaken, dat de doop was afgeschaft en dat voortaan het
+huwelijk als sacrament opgehouden had te bestaan, enz. enz.
+
+Al die verschillende redenen van ontevredenheid, gevoegd bij
+de vooroordeelen, die men in den geest der Maltezers had doen
+ontstaan in zake de Fransche Revolutie, hadden het terrein uitstekend
+voorbereid voor den opstand, welke plotseling uitbrak tegen de fransche
+overheersching. De aanhangers van het hof van Napels en de Engelschen
+waren er mogelijk niet geheel vreemd aan....
+
+
+
+
+
+Waarschijnlijk zal men met verbazing vernemen, dat de Orde der Maltezer
+Ridders nog bestaat. Evenals vroeger is zij in "Tongen" verdeeld, dat
+wil zeggen in verschillende nationaliteiten. Men heeft de italiaansche
+afdeeling, die tegenwoordig omvat het Groot-Prioraat van Rome, het
+lombardisch-venetiaansch Groot-Prioraat en dat der Beide Siciliën,
+dan de duitsche afdeeling, die het boheemsche Groot-Prioraat bezit
+en de spaansche afdeeling. Buiten die vier "Tongen" vormen takken der
+Orde geregelde genootschappen, dat der rijnsch-westfaalsche Ridders,
+dat der silezische Ridders, dat der engelsche Ridders en dat der
+fransche Ridders.
+
+De Orde is vaak door de europeesche mogendheden erkend. Zij is
+diplomatiek vertegenwoordigd geweest op het Weener Congres in 1813
+door twee gemachtigden, verder op het congres van Aken in 1818 en
+eindelijk op het congres van Verona in 1822.
+
+In 1844 stelde de hertog de Broglie voor, de Orde af te vaardigen
+als gemachtigde van alle beschaafde volken naar een internationale
+conferentie tot afschaffing der slavernij in Afrika. Bij de nog
+niet lang geleden gehouden Conferentie van Genève werd de Orde van
+Malta officiëel opgeroepen, en zij nam door haar afgevaardigde aan
+de debatten deel, waaruit de beroemde Conventie van het Roode Kruis
+voortvloeide.
+
+De heer L. de la Brière heeft een zeer belangrijk werk uitgegeven
+over de Orde der Maltezer Ridders. Ik heb er de gegevens aan ontleend,
+die ik hier heb gebruikt.
+
+De Orde is erkend door den Pauselijken Stoel; ze heeft een officiëelen
+gezant op het Vaticaan, die er aan alle plechtigheden deelneemt. "De
+katholieke mogendheden", zegt de heer de la Brière, "houden de Orde
+in eere, al zijn ze nog niet tot een diplomatieke uitwisseling van
+vertegenwoordigers overgegaan. De uniform van Malta wordt altijd aan
+de hoven van Europa met onderscheiding behandeld, en alle vorsten
+dragen in persoon de eereteekenen der Orde."
+
+De schrijver verhaalt een zeer belangwekkend feit, waarvan de graaf
+Chandon de Briailles de held was. Tijdens den fransch-duitschen oorlog
+onderhield de graaf te Epernay op zijn eigen kosten een ambulance
+van zeshonderd bedden. De Duitschers maakten zich van de stad en
+van de ambulance meester. De graaf de Briailles wordt verwijderd,
+bijna uit het bezit gestooten van zijn eigen ambulance. Daar komt hij
+op het denkbeeld, zijn costuum van Maltezer Ridder aan te trekken
+en zoo te midden van zijn zieken te verschijnen; dadelijk bewijzen
+de Duitschers hem alle eer, groeten hem beleefd, laten hem vrij,
+om zijn liefdadig werk te vervolgen, en toonen voor zijn persoon
+den grootsten eerbied. Dus is het Maltezer kruis het voorwerp van
+algemeene vereering.
+
+De Orde bezit ondanks de beroovingen, waaraan zij dikwijls heeft
+blootgestaan, nog haar plaatselijke inkomsten, vooral in Boheme,
+Tyrol en Italië. Het zijn schenkingen, die voor hun geheele leven aan
+enkele leden der Orde zijn gedaan. De begiftigden deden echter afstand
+van hun eigendom, om zich aan werken van liefdadigheid te wijden. Te
+Rome heeft de Orde in de deftigste wijk, in de Condottistraat, een
+groot paleis, waar de Grootmeester en de kanselarij wonen; op den
+Aventijn bezit ze een kerk en een klooster van Maria met een villa
+en uitgestrekte tuinen.
+
+In Italië, Oostenrijk en Boheme bezit de Orde een honderdtal
+Commandementen, o.a. te Pérouse, Ferentino, Osimo, Viterbo, Orvieto,
+Pontecorvo, Parma, Sorrento, Beneventum, Palermo, Reggio, Weenen
+en Brünn.
+
+De Orde werkt op hospitaalgebied, dat haar oorspronkelijk terrein
+was. Ze heeft haar hospitalen in Europa en in het Heilige Land;
+ze houdt haar oorlogsambulances in goeden staat, dat ze dadelijk in
+functie kunnen treden, evenals de treinen voor de ambulances. Haar
+leden hebben vooral in Westfalen en Silezië de hulp aan de gewonden
+op het slagveld in hun handen gecentraliseerd, en bezitten er een
+machtige organisatie.
+
+De tegenwoordige staat der Orde omvat twee soorten van leden, die
+scherp onderscheiden categorieën vormen.
+
+De eersten, de Broeders, in de Orde Ridders van het Recht genoemd, zijn
+zij die, na hun bewijzen te hebben geleverd, dus na door authentieke
+stukken hun acht kwartieren van adeldom te hebben bewezen zonder
+een enkele mésalliance, toegelaten zijn met een noviciaat van tien
+jaren, en die de kloostergelofte in den traditioneelen vorm hebben
+afgelegd met het oude ceremoniëel. Zij blijven in de wereld leven,
+maar zijn streng gehouden aan het godsdienstig celibaat. Er zijn van
+die broeders tien in geheel Europa.
+
+De leden van de tweede categorie, of leden van eer en devotie, zijn
+veel talrijker, hun aantal bedraagt meer dan duizend. Zij leggen geen
+enkele gelofte af en behouden den adellijken titel hunner geboorte.
+
+Bij uitzondering kan de Grootmeester vanwege belangrijke diensten,
+aan de Orde bewezen, onder den naam van Ridders der Genade,
+enkele begunstigde leden toelaten, van wie geen bewijzen worden
+gevorderd. Zoo iemand was de beroemde kardinaal Berryer, was ook
+kardinaal Lavigerie en dan ook het Academielid Michaud, die de
+geschiedenis der kruistochten schreef.
+
+In Frankrijk heeft men alleen Ridders van eer en devotie, en dat aantal
+is nog vrij gering. Op den uitdrukkelijken wensch van den Grootmeester
+en op initiatief van baron de Montaignac hebben die Ridders zich
+vereenigd tot een genootschap van liefdadigheid, zooals dat ook reeds
+hadden gedaan de Maltezer Ridders van sommige andere landen. Wijlen de
+hertog de Sabran en wijlen de hertog de Mortemart zijn successievelijk
+voorzitter geweest van de groep der fransche ridders, wier hoofd op
+dit oogenblik de graaf de Rohan-Chabot is. Twee fransche geestelijken
+behooren ook tot het genootschap, de abt Pascal, kapelaan, en de abt
+Gonon, pastoor van Sint Jan van Malta, te Aix in Provence.
+
+Elk jaar houdt het Genootschap een vergadering, waar over de
+werkzaamheden beraadslaagd wordt en waarbij door den kapelaan een
+mis wordt voorgediend voor de overleden broeders in de kapel van de
+basiliek van Montmartre, die aan Johannes den Dooper is gewijd. Aan
+het slot van dien dienst vereenigen de Maltezer Ridders zich gewoonlijk
+aan een vriendschappelijken maaltijd.
+
+Te Parijs hebben ze het Sint-Janshospitaal met consultatiekamer,
+een huis op de hellingen van Montmartre in de schaduw van de kerk van
+het Heilige Hart; er is niets schitterends aan, en men ziet er enkel
+een vriendelijke villa, die vroolijk en eenvoudig in het groen is
+gelegen. Bij de algemeene armenzorg van Montmartre is een deel van
+het werk aan de Ridders opgedragen, en verscheiden keeren roept op
+den heuvel van het Heilige Hart het hospitaal van Sint Jan onder de
+troepen hongerigen diegenen tot zich, die het meest te beklagen zijn,
+om ze te troosten, te helpen en hun wonden en kwalen te genezen.
+
+Het witte kruis met de acht punten is op de poorten aangebracht en
+ook op de meubels in de consultatiekamer. Een der ridders, graaf
+Gaston Chandon de Briailles, houdt persoonlijk toezicht op het werk
+en geeft zijn krachten en zijn hart aan de zaak.
+
+Een ander lid van de Orde, tevens medicus, doet het geneeskundig en
+chirurgisch werk, graaf Churchill. Nadat hij in de Orde van Malta was
+opgenomen, en nadat de gewone jaren der academische studiën voor hem
+voorbij waren, heeft deze met ambitie naar het goede strevende man
+zich met allen ernst op de studie toegelegd en heeft den graad van
+doctor in de medicijnen verworven, alleen met het doel, zich volgens
+de wet aan de zorg voor de armen te mogen wijden in den geest der Orde.
+
+Er was op Malta zelf ook altijd voor de Ridders werk in overvloed,
+want in de aardige stad La Valette met haar interessante herinneringen
+kent men donkere en ellendig armoedige straatjes. Bij een wandeling
+met den secretaris van het fransche consulaat kwamen we toevallig
+onverwachts in de wijk Manderaggio, het treurigste hoekje op Malta.
+
+Uit de zindelijke en lichte straten waren we plotseling zonder
+overgang in een wirwar van steegjes verzeild geraakt, smalle nauwe
+doorgangen tusschen hemelhooge huizen, alle oud en vervallen. Het
+was als een doolhof en telkens liepen we stomp en moesten omkeeren,
+om ons eindelijk weer bij het begin terug te vinden.
+
+Bogen hangen hier en daar over de straatjes heen en geven, naar
+het schijnt, stevigheid aan de oude muren, die vol spleten zitten,
+afgeschilferd zijn en waar door vuile buizen onwelriekend vocht
+stroomt. De bodem wordt gevormd door groote, platte steenen,
+die glibberig zijn door vuil, kleverig vocht. Overal ligt afval
+te verrotten en vergiftigt de lucht, terwijl keukengeuren uit de
+donkere holen opstijgen en door hun scherpte den voorbijganger de
+keel als toeschroeven.
+
+Wie echter veel houdt van schilderachtige dingen, niet al te hevig
+gehinderd wordt door onaangename geuren, kan met de levendigste
+belangstelling een wandeling doen door Manderaggio. De bevolking,
+die in die ongenoemde steegjes woont, in dien wirwar van zonderlinge
+huizen, biedt veel belangwekkends aan. Nu en dan valt er een vreemd en
+grillig licht op groepjes kinderen, die er, o wonder, frisch en gezond
+uitzien op dien mesthoop; zij zingen en spelen, en de huisvrouwen gaan
+heen en weer op onbezorgde en vroolijke manier, maken groenten klaar,
+bereiden visch, en onder het knetteren van het bakken mengt zich gelach
+en vroolijk geroep, maar ook het geklok van het vuile water, dat van
+de bovenverdiepingen haastig door de afvoerbuizen naar beneden loopt.
+
+In Manderaggio ziet men in de donkere gangen van de zoo oude huizen
+en het weerzinwekkende vuil van eindelooze ellende het intense leven
+even goed of beter dan in de rijke wijken van La Valette.
+
+Die armoedige bevolking is overigens vol eerbied en hulpvaardigheid
+voor den vreemdeling, die zich onder haar waagt. Het kwam mij zelfs
+voor, dat ik er oneindig veiliger was dan in de straten van Palermo
+en Grenada, of, om kort te gaan, in alle groote steden van Spanje en
+Italië, waar men ook die groote tegenstellingen aantreft van rijkdom
+en armoede.
+
+Ik wil daarmee niet zeggen dat het onveilig zou zijn, in die steden
+bij dag door de volkswijken te gaan, maar men krijgt toch een gevoel,
+of men op zijn hoede moet wezen. Te Palermo bij voorbeeld zal men,
+als men met aandacht een of ander belangwekkend type bekijkt, al gauw
+aangezien worden op een manier, die u uw schreden doet verhaasten,
+zonder dat men lust krijgt zich er langer op te houden. Hier ondervond
+ik niets dergelijks. Men beweegt zich overal zonder eenig gevaar.
+
+
+
+III.
+
+De monumenten van La Valette.--De Sint Jans-kathedraal en haar
+achttien kapellen met de graven der Grootmeesters.--Geschiedenis der
+voornaamste Grootmeesters.--Het verlies van de schatten uit de Sint
+Janskerk.--Het paleis der Grootmeesters.--De bibliotheek.--Het Paleis
+van Justitie, de oude herberg van Frankrijk.--Het arsenaal.--Een met
+beenderen behangen zaal in een hospitaal.--De kerkhoven.--Bezoek aan
+Città Vecchia, de oude hoofdstad van Malta.--Aanzien van het land.--De
+Sint Paulsgrot.--De Maltezers en de engelsche overheersching.
+
+
+De groote Sint Janskerk der Ridders, waar alle graven der Grootmeesters
+zijn te vinden, is het merkwaardigste bouwwerk van La Valette. Ik
+bedoel hier niet zoozeer uit het oogpunt van het uiterlijk, van de
+architectonische beteekenis, want het gebouw is zwaar, massief en
+streng, eerder een fort dan een kerk, maar uit historisch oogpunt. Twee
+kortdikke klokkentorens, een voorhal, een balcon of terras, waar de
+Grootmeester zich voor de eerste maal na zijn verkiezing aan het volk
+vertoonde, als het Conclave hem had aangewezen, dat is eigenlijk alles,
+wat het uitwendige van het heiligdom ornamenteels vertoont. Op den
+top van den gevel stond oudtijds een reusachtig borstbeeld van den
+Heiland, een bronzen beeld, dat de galeien der Orde bij het verlaten
+van de groote haven begroetten, wanneer ze uitgingen op een kruistocht
+tegen de Muzelmannen.
+
+De Sint Janskathedraal is, afgezien van de rijke versieringen aan de
+wanden, in het inwendige van bijzonder eenvoudige conceptie. Het is een
+groot parallelogram, dat een gewelf met dubbele bogen draagt. Aan dat
+gewelf is in achttien afdeelingen of kaders de geschiedenis voorgesteld
+van den heilige, naar wien de kerk genoemd is. Het forsche, krachtige
+werk is men verschuldigd aan het penseel van den Ridder Matthias
+Préti, bijgenaamd de Calabrees, leerling van du Guerchin en vriend
+van Rubens. Maar ongelukkig zijn die schilderijen slecht gerestaureerd
+en hebben veel van hun oorspronkelijke bekoring verloren.
+
+Achttien kapellen, die in elkander loopen en zoodoende een soort van
+galerij vormen, bevinden zich in elk der zijvleugels. Zeven ervan
+waren gewijd aan de zeven "Tongen", waaruit de Orde bestond. De
+wanden, versierd met houtsnijwerk, dat verguld en in houtreliëf is
+aangebracht, stellen symbolen en godsdienstige plechtigheden voor van
+de volken, waartoe leden der Orde behoorden, met de prachtige graven
+der Grootmeesters van elke afdeeling.
+
+Al die graven, behalve die van de duitsche kapel, zijn met marmer
+bekleed, en erboven prijkt het borstbeeld of het beeld ten voeten uit
+van den overledene, terwijl er gebeeldhouwde medaillons en schilderwerk
+omheen zijn aangebracht. Verscheiden van die kunstwerken werden door
+Matthias Préti uitgevoerd. Die van de duitsche kapel zijn van een
+maltezer kunstenaar.
+
+Als men de basiliek betreedt, die er van buiten zoo eenvoudig uitziet,
+wordt men allereerst getroffen door de rijke versiering. Men moet
+daarbij echter niet vergeten, dat meer dan drie eeuwen lang het
+heiligdom der Ridders voortdurend verfraaid kon worden door de
+groote mildheid der Orde, Boven het hoofdaltaar, dat druk bewerkt is,
+schittert op een breed voetstuk een groote marmeren groep, den doop
+van Christus door Johannes den Dooper voorstellend. Dat prachtige,
+witte kunstwerk is van den maltezer kunstenaar Melchior Gaffa, die
+het plan ontwierp en nog een begin maakte met de uitvoering. Na zijn
+dood werd het voltooid door den beroemden beeldhouwer Bernini.
+
+Zilveren pilaren scheiden het koor van de rest der kerk. Het
+plaveisel der kerk bestaat geheel uit groote marmeren grafsteenen van
+verschillende kleur, waarin kostbare gesteenten mozaïeken vormen. Een
+reuzenbladzijde met necrologieën ontrolt zich voor onze voeten. Daar
+staan de groote heldenfeiten te lezen uit het leven der roemrijke
+strijders. De geheele hooge aristocratie van Europa kan er de eene
+of andere herinnering vinden van een voorvader of vriend.
+
+Het graf van den Grootmeester Nicolaas Cottoner maakt vooral een diepen
+indruk. Op een voetstuk, door twee karyatiden gedragen, ziet men twee
+overwonnenen, een Muzelman en een neger in ketenen, verder het bronzen
+borstbeeld van den Grootmeester met den kraag der geestelijken en het
+harnas van den krijgsman, en dat alles op een hoop aan den vijand
+ontnomen vlaggen. Ook kan men er de halve maan der Mohammedanen op
+vinden met helmen, kanonnen en wapens van allerlei soort. Alles is
+in wit marmer uitgevoerd. Achter het borstbeeld verheft zich een
+pyramide met het wapenschild en de Faam, die op een bazuin blaast,
+terwijl een engel op de groep wijst. Die figuren, het schild en de
+pyramide zijn ook van marmer. Het geheel is van zeer decoratieve
+werking en maakt een rijken indruk.
+
+De Orde had aan Nicolaas Cottoner den aanleg van verscheiden
+versterkingen te danken. Een ervan draagt nog zijn naam. Hij droeg
+veel bij tot de weerbaarmaking van Floriana en Marsa Muscet. Om de
+verdediging van den ingang tot de groote haven te voltooien, liet hij
+het fort Ricasoli of het Koningsfort aanleggen van de dertig duizend
+kronen, die een Ridder voor dat doel afstond. Paus Clemens de Tiende
+wenschte in een pauselijken brief den Grootmeester Nicolaas Cottoner
+geluk met zijn pogingen om Malta te versterken, Malta, dat het bolwerk
+was voor alle staten der christelijke wereld.
+
+Het grafmonument, dat opgericht werd voor Raymond Perellos de
+Roccafoull van de "Tong" Aragon, baljuw van Negropont, vóór hij
+tot het grootmeesterschap werd verheven, is zeer rijk versierd en
+van groote uitwerking. Zijn bronzen buste komt naar voren uit een
+uitgehold marmeren medaillon. Erboven prijken zijn wapens, door vlaggen
+omgeven. Aan den voet staat een engel, leunend op de attributen der
+lictoren. Het Recht, voorgesteld door een vrouw, houdt de weegschaal;
+een vrouw zoogt een kind. Die beide vrouwenfiguren van wit marmer zijn
+gezeten aan weerszijden van het monument. Het voetstuk vertoont een
+bundel wapens en schilden, op het een waarvan men de halve maan ziet,
+terwijl op het andere een Gorgonenhoofd is afgebeeld.
+
+De Grootmeester Raymond Perellos had een lange en aan feiten rijke
+regeering. Hij onderscheidde zich door zijne groote vrijgevigheid voor
+de gezinnen, wier leden in den dienst der Orde stierven; hij bracht
+veel nieuwe versterkingen aan en verwaarloosde niets van wat hij
+meende dat geschikt kon wezen om den glans en den roem der Orde te
+verhoogen. Tweemaal per jaar worden aan de muren van de kathedraal
+prachtige tapijten opgehangen, die het leven van den Verlosser
+voorstellen, en den Triomf van het Christendom. Ze zijn een legaat
+van den Grootmeester Perellos.
+
+Het monument, dat gebouwd is voor den Grootmeester Marcus Antonius
+Zondodari, die uit Siena geboortig was, is ook zeer prachtig;
+het onderscheidt zich door een gelukkige vereeniging van marmer en
+brons. Als bij al die grafmonumenten in de Sint-Janskerk der Ridders
+van Malta, brengt een legende, in het voetstuk gebeeldhouwd, de
+deugden en weldaden van den Grootmeester in herinnering. Hier ziet
+men hem, liggend op zijn doodkist, die door naakte kinderen wordt
+gedragen. De Oorlog, voorgesteld door een vrouw, schijnt met behulp
+van een kind bezig, de plooien te leggen van de vlag, waarin hij zal
+begraven worden.
+
+Antoine Manuel de Vilhena, Portugees van de afdeeling Castilië,
+werd tot Grootmeester gekozen bij den dood van Zondodari. Het voor
+hem opgerichte monument behoort tot de mooiste, die de prachtige
+Sint-Janskathedraal der Maltezer Ridders sieren. Altijd bewondert
+men de harmonieuse rangschikking der onderdeelen, die al die
+graven kenmerkt, den overvloed van motieven en symbolen, die er
+levendigheid aan geven, en den rijkdom en de verscheidenheid der
+gebruikte materialen.
+
+Bij dit laatste wordt het borstbeeld, gevat in een medaillon, door
+een krans van laurierbladen gevormd, door engelen aangeboden. Op de
+voorzijde heeft de Faam naast de wapens met een kroon er boven de
+bazuin aan den mond gebracht. Op de sarcofaag, door bronzen leeuwen
+gedragen, houdt een kind het zwaard opgeheven, den enormen eeredegen
+van den Grootmeester. Andere kinderen storten tranen.
+
+Antoine Manuel de Vilhena had alle rangen der Orde doorloopen. Hij
+was gewond geworden bij een aanval op twee tripolitaansche schepen,
+die generaal Antoine Corea de Souza in 1680 buit maakte. Hij werd
+achtereenvolgens benoemd tot majoor, kolonel en commandant van een
+galei, tot commissaris der bewapening, groot-kanselier der Orde,
+baljuw van Acre en eindelijk tot schatmeester der Orde. In zijn
+qualiteit van Grootmeester liet hij het fort Manuel oprichten op het
+eilandje Marsa-Muscet.
+
+Wij mogen bij deze beknopte opnoeming niet vergeten het graf van
+Jean de la Valette, die in 1586 stierf. Een lang opschrift telt
+zijn heldendaden op, zijn overwinningen op de Turken, de beroemde
+belegering, die hij van het leger van Soliman had te doorstaan, en
+vooral de stichting van de groote stad, die door zijn toedoen zoo
+gevreesd werd. Soliman de Tweede zag met de grootste bezorgdheid de
+toenemende macht, welke de Ridders in de Middellandsche Zee kregen,
+en waarvan hij de duidelijkste blijken kreeg door de vernieling van de
+meeste zijner vloten. Hij besloot Malta aan te vallen en er de Ridders
+uit te verdrijven, die hij te voren reeds van Rhodus had verjaagd. In
+den loop van het jaar 1565 drongen honderd-vijftig turksche schepen
+in de haven van Marsa Scirocco binnen, en zetten er zestig duizend
+gewapende mannen aan land, onder bevel van den pacha Mustapha, van
+Dragut, en van den dey van Algiers.
+
+De gedenkwaardige belegering van La Valette deed de dapperheid der
+Ridders duidelijk uitkomen. De Grootmeester van Malta, Jean Parisot
+de la Valette, bewees in die moeilijke omstandigheden, dat hij waardig
+was de opvolger van L'Isle Adam te zijn. Zijn stoutmoedigheid en zijn
+militaire talenten gaven hem daar recht op.
+
+De resultaten van de toen op de Turken behaalde overwinning waren
+niet gering. Malta was bevrijd; Italië was weer veilig en Europa kon
+gerust zijn. Twintig duizend Turken waren op het slagveld gebleven,
+en generaal Mustapha, hun aanvoerder, had met het overschot van
+zijn leger een toevlucht gezocht aan boord van zijn schepen en ging
+heen van Malta. Keizer Soliman kreeg een zeer diepen indruk van deze
+nederlaag. Hij dacht er over, een nieuwe expeditie te organiseeren,
+die hij zelf wilde leiden en waarover hij in persoon het bevel dacht
+te voeren, toen de dood hem overviel te midden van zijn plannen van
+wraak en vernieling.
+
+Na die roemrijke zegepraal liet de Grootmeester La Valette, ondanks
+zijn hoogen leeftijd en zijn wonden altijd even onvermoeid, de
+versterkingen, die de Turken hadden verwoest, herstellen. Hij beloonde
+op edelmoedige wijze zijn bondgenooten en de bewoners van het eiland,
+die hem met zelfverloochening hadden bijgestaan, en die bij dit beleg
+meer dan zeven duizend van hun landgenooten hadden verloren.
+
+Toen was het, dat met den materiëelen steun, dien Frankrijk, Spanje,
+Portugal en de italiaansche vorsten hem verleenden, hij in 1566 de
+fondamenten legde van de naar hem genoemde stad.
+
+Wij hebben nog niet van de oneenigheid gesproken, die er ontstond
+tusschen hem en den paus en die de laatste jaren van het roemrijk
+bestaan van Jean Parisot de La Valette verbitterden. Om de
+droefgeestigheid te verjagen, die zich van hem had meester gemaakt
+ten gevolge van die moeilijkheden, steeg hij te paard, gevolgd door
+zijn jachtgezelschap, en begaf zich naar de vlakte aan de golf van
+Sint Paul, om er patrijzen te jagen. De zeer groote hitte van dien dag
+hinderde hem; hij kreeg een zonnesteek en kwam met koorts in de stad
+terug. Na den dood van de La Valette vermeerderden de Grootmeesters,
+zijn opvolgers, de versterkingen der door hem gebouwde stad.
+
+Zij bouwden ook nieuwe forten in het binnenland van het eiland en
+stelden de kusten beter in staat van verdediging. Maar deze maatregelen
+bleken nog niet voldoende, om aan de sultans van Turkije alle hoop te
+ontnemen, zich eenmaal weer van dat eiland meester te maken, dat hun
+handel steeds maar weer afbreuk deed. Zij deden van tijd tot tijd
+landingen, maar ze werden telkens verslagen en met groot verlies
+teruggeslagen. Eindelijk maakten de Maltezers zich meester van een
+turksch schip, dat met aanzienlijke rijkdommen beladen was. Het had
+prins Osman en prinses Fatima aan boord, kinderen van keizer Ibrahim,
+die op weg waren naar Alexandrië met het plan naar Mekka te reizen.
+
+Op Malta werden de doorluchtige reizigers met de grootste
+onderscheiding behandeld en men bewees hun alle eer, die men aan hun
+rang verschuldigd was. En wat als bewijs kan dienen voor de groote
+edelmoedigheid der Ridders, prinses Fatima werd, met geschenken
+overladen, op haar eigen schip teruggezonden naar Konstantinopel. Prins
+Osman, die getroffen was door zooveel edelmoedigheid, wilde Malta niet
+weer verlaten. Hij ging tot het Christendom over en werd monnik op
+Sint-Dominicus, waarvoor hij afstand deed van de kroon van een groot
+rijk, zonder zelfs de waardigheid te willen aannemen van kardinaal,
+welke de paus hem aanbood. Ibrahim, die ten diepste gegriefd was
+in zijn hart en in zijn politiek, besloot zich te wreken door de
+verwoesting van Malta. Hij maakte reeds verbazende toebereidselen
+voor dat doel, toen de dood hem verraste, zooals hij het Soliman had
+gedaan, vóór de wraakplannen tot uitvoering waren gekomen.
+
+In de kapel, aan de "tong" van Frankrijk gewijd, herinnert het
+graf van graaf du Beaujolais aan het lijden van een ongelukkigen
+prins uit het huis Bourbon, die in 1808 op Malta stierf, waar hij om
+gezondheidsredenen was heengegaan. Men vindt er ook het graf van den
+Grootmeester Emmanuel de Rohan, welke graftombe een schoon kunstwerk
+te zien geeft, de onthoofding van Johannes den Dooper voorstellend,
+van de hand van Michel Angelo van Caravaggio.
+
+In de krypt bevinden zich de graven van verscheiden andere
+Grootmeesters, o.a. dat van Villiers de l'Isle Adam. De onderaardsche
+kapel van het Heilige Kruis bevat ook de graven van Pierre du Pont,
+gestorven in 1535, dat van Jean d'Omèdes, die de Sint-Elmus- en
+Sint-Michielforten liet bouwen en vele bastions liet aanleggen. Hij
+overleed in 1533. Dan is er het graf van Claude de La Sangle, aan wien
+de verdedigingswerken van de naar hem genoemde voorstad veel te danken
+hebben; verder de graven van Guidalotti de Monte en van Jean Lévèque
+de le Cassière, in 1581 overleden. Aan dien Grootmeester heeft men ook
+den bouw van de Sint-Janskathedraal te danken, en hij zorgde ervoor,
+dat de stoffelijke overblijfselen van zijn doorluchtige voorgangers
+daarheen werden overgebracht.
+
+De schatkamer der Sint-Janskerk was in den tijd der Ridders door geheel
+Europa beroemd, zoo groot was het aantal zeer kostbare voorwerpen,
+dat ze bevatte.
+
+Men kon er als reliek een hand van Johannes den Dooper zien, in
+goud gevat en ingelegd met diamanten, robijnen en andere kostbare
+steenen. Zij was door Bajazet geschonken aan Pierre d'Aubusson,
+Grootmeester van Rhodus. Er wordt ook melding gemaakt van een kruis
+van edelgesteenten, dat een stukje van het echte kruis zou bevatten,
+dan van een gouden lampetkan, gevuld met kostbare steenen, die Hendrik
+de Achtste van Engeland aan Villiers de l'Isle Adam had aangeboden na
+het verlies van Rhodus; dan van een prachtigen degen en van een dolk,
+door Filips den Tweeden, koning van Spanje ten geschenke gegeven aan
+den Grootmeester La Valette na zijn roemrijke verdediging tegen de
+Turken. In grooten getale waren er verder de voorwerpen van goud,
+zilver en diamanten, die de Grootmeesters en Groot-Priors van iedere
+"tong" der Orde verplicht waren elke vijf jaar, aan de kerk aan te
+bieden. Geen enkele basiliek bezat zooveel kostbare voorwerpen, zooveel
+lampen en kandelabers van zilver en van die hoogte en zwaarte, dat
+twee mannen ze slechts met moeite konden dragen. Van al die rijkdommen
+is er niets meer over. Men beschuldigt het Directoire ervan, ze te
+hebben geroofd.
+
+De vlag der Orde, en de kostbare schatten van de Sint-Janskerk,
+welker waarde verscheiden millioenen bedroeg, werden meegevoerd op
+het fregat La Sensible. De commandant van het schip, die tusschen
+Malta en Toulon door de Engelschen werd aangevallen, liet, vóór hij
+zich overgaf, alles over boord werpen. Zoo werden de schatten van
+de Sint-Janskerk op Malta vernietigd; alleen de staatsiedegen, dien
+de Grootmeester der Orde bij plechtige gelegenheden droeg, ontkwam
+aan de algemeene ramp. Bij de capitulatie van het eiland werd het
+staatsiewapen ter hand gesteld aan Napoleon, die het toevertrouwde aan
+markies de Dolomieu, door wien het Directoire ervan in het bezit werd
+gesteld. En zoo dient die degen nu tot opluistering van een vitrine
+in de Nationale Bibliotheek, afdeeling medailles.
+
+Midden in La Valette, op het plein Saint-Georges, staat het
+Regeeringspaleis, oude residentie der Grootmeesters, gebouwd door
+Hyacinthe del Monte. Dat is een groot en zwaar bouwwerk, meer op
+een vesting dan op een paleis gelijkend. Twee overdekte terrassen
+en balkons versieren den voorgevel; maar dat zijn toevoegsels van
+betrekkelijk nog jongen datum. Onder Grootmeester de Pinto werden beide
+poorten, die uitkomen op het plein Sint-Georges, verfraaid met enkele
+versieringen, waarvan de stijl slecht past bij het overige gebouw.
+
+Er is een opschrift, dat mij, als ik den muur, waarop het is
+aangebracht, aanzie, aan het droomen brengt. Het luidt: "Magnae et
+invictae Britanniae-Melitensium amor et Europae vox--has insulas
+confirmant--A.D., 1814" d.w.z.: "Aan het groote en onoverwinnelijke
+Brittannië--de liefde van de Maltezers en de stem van Europa--wordt
+het bezit van deze eilanden gewaarborgd."
+
+Maar daar de waarheid is, dat het Congres van Weenen in 1814 aan de
+Engelschen Malta liet behouden met de eilanden in de buurt, kan
+men moeilijk beweren, dat het de liefde der Maltezers is geweest,
+waardoor dat bezit werd gewettigd.
+
+Het Regeeringspaleis, de oude verblijfplaats der Grootmeesters,
+wordt tegenwoordig bewoond door den gouverneur van Malta, en de
+administratie is er met haar kantoren gevestigd. Op een binnenplein
+staat een bronzen beeld van Neptunus, een werk van Jean de Boulogne,
+dat eertijds in het Marinegebouw stond.
+
+Nadat men een breede, witmarmeren trap is opgegaan, komt men
+door galerijen, waarvan één versierd is met de portretten van de
+Grootmeesters der Orde, en de andere met schilderijen, voorstellende
+de wapenfeiten en de heldendaden der Ridders.
+
+Die laatste galerij leidt naar de feestzaal, waar een vorstelijke
+troon staat met de wapens van Engeland, en in de tapisseriezaal,
+waar vroeger de Raad der Orde bijeenkwam voor zijn beraadslagingen.
+
+De leunstoel van den Grootmeester is er nog. De gobelins, die de wanden
+bedekken, personifiëeren de vier werelddeelen. Enkele schilderijen
+van veldslagen dragen tot de versiering bij. Op de galerij komt ook
+uit de groote wapenzaal met de bijzonder mooie en rijke verzameling
+wapens uit de Middeleeuwen, maliënkolders, dijharnassen en armstukken,
+kurassen, helmen, schilden en hellebaarden, de eerste vuurwapenen,
+vuursteen- en andere geweren, in het geheel veertig duizend, en
+eindelijk het zwaard van den beruchten zeeroover Dragut. Tusschen
+al dat moordtuig hangt het portret van den Grootmeester Wignacourt,
+door Caravaggio geschilderd.
+
+De bibliotheek van La Valette is ondergebracht in een sierlijk gebouw,
+dat onder den Grootmeester de Rohan tot stand is gekomen. Zij is
+gesticht in 1760 door den franschen baljuw Louis Guérin de Tencin en
+ze werd eerst overgebracht naar het gebouw, waar zij zich thans in
+bevindt, enkele jaren voor de verspreiding der Orde door Bonaparte.
+
+De boekenschat werd samengesteld uit de particuliere
+boekenverzamelingen der Ridders, die gehouden waren hun boeken na
+te laten aan die openbare instelling. Het gebouw staat in een tuin,
+en is in ionischen stijl opgetrokken, sober van versieringen en toch
+bijzonder mooi.
+
+Een breede laan leidt erheen. Een trap, die zich bovenaan in tweeën
+splitst, geeft aan de eene zijde toegang tot de administratiekamer en
+aan de andere tot de bibliotheek met haar 60.000 deelen. Er zijn daar
+kostbare manuscripten, oude drukwerken en zeer interessante archieven,
+die betrekking hebben op de oudste tijden der beschaving van het eiland
+Malta. Opmerkelijk is ook, in een klein museum naast de bibliotheek,
+een rijke collectie van voorwerpen der natuurlijke historie van het
+eiland en vooral van de mineralogie. Met belangstelling zal men er
+kennis nemen van oude dingen van phoenicische en grieksche afkomst,
+op Malta en Gozzo aangetroffen.
+
+Onder de interessante gebouwen van La Valette moet het Justitiegebouw
+worden genoemd, dat oudtijds een geheel andere bestemming had, want het
+was de herberg van de "tong" Frankrijk. Genoemd moeten ook worden de
+beide schouwburgen, de eene, die reeds oud is, werd opgericht onder den
+Grootmeester Manuel de Vilhena. De andere, van jongen datum, is grooter
+en weeldiger ingericht. Het is het Massimo- of Koningstheater. In 1873
+werd het door brand verwoest, waarbij alleen de muren bleven staan; het
+is sedert dien tijd weer opgebouwd, maar het heeft nooit de schoone
+versieringen teruggekregen, die de zaal vóór den brand opluisterden.
+
+Het Marine-arsenaal, dat men niet zonder speciaal verlof mag bezoeken,
+is hoogst belangwekkend. Men kan er alle moderne verbeteringen
+aanschouwen ter zake van zeevaart en den oorlog ter zee, en het geeft
+te denken naar aanleiding van de macht der britsche marine. Alle
+machines ziet men er in beweging; alle instrumenten zijn gereed of
+kunnen dadelijk in werking worden gesteld, als er iets aan eenig schip
+moet worden gerepareerd. Voorraadmagazijnen grenzen aan het arsenaal
+en kunnen de vloot en het leger van het noodige voorzien, zoowel in
+tijd van oorlog als in dien van vrede. In de buurt zijn de dokken,
+die de grootste pantserschepen van de engelsche zeemacht kunnen bergen.
+
+Er zijn te La Valette verscheiden hospitalen, waarvan één in het
+westelijk deel van de voorstad Floriana. Er zou niets bijzonders zijn
+te zeggen over die laatste inrichting, als zij niet de allervreemdste
+zaal bevatte, die men maar met mogelijkheid kan zien, en ik betwijfel
+het, of er wel ergens een dergelijke te vinden is. Het is werkelijk
+niet te begrijpen, hoe men op het zonderlinge en lugubere denkbeeld
+is gekomen, de wanden dier zaal geheel uit beenderen te doen
+bestaan. Bovendien is in een hooge nis een symbool van den tijd
+geplaatst, een skelet met een zeis in de hand, omgeven door de
+begrafenisattributen van den sombersten aard.
+
+Van beenderen heeft men er allerwonderlijkste wapenrustingen gemaakt,
+voorts teekeningen, guirlanden en allerlei versieringsmotieven. Op
+enkele plaatsen zijn symmetrisch en op bepaalde afstanden hoopen
+schedels neergelegd; elders heup- en dijbeenderen, die als degens
+elkander kruisen. Het is griezelig en belachelijk tevens, en men kan
+zich geen voorstelling maken van het denkbeeld, dat bij die decoratie
+heeft voorgezeten.
+
+Op korten afstand van La Valette zijn twee kerkhoven, de turksche
+begraafplaats met opengewerkte koepels en witte minarets, die het
+kerkhof in de verte op een kleine oostersche stad doen gelijken,
+en het stadskerkhof op een plateau, waar een gothische kerk staat
+met een slanken klokkentoren.
+
+Op een dag verliet ik La Valette, om mij naar Città Vecchia te
+begeven of Città Notabile, de oude hoofdstad van het eiland. Bij
+het verlaten van de stad door de massieve poort aan de wallen, die
+den naam draagt van de Città-Vecchiapoort, lag er een in verblindend
+zonlicht badende weg voor mij. Ik zag de reusachtige waterleiding,
+die de Grootmeester Aloys de Wignacourt had laten aanleggen in 1616,
+en die nu nog La Valette van water voorziet. Altijd bleef het een
+verblindende zon, waarin ik slechts met moeite de voorwerpen herkende,
+een terugkaatsing van het licht, die pijnlijk was, zoodat ik met half
+gesloten oogen liep.
+
+Nu en dan verrees er in de verte een witte massa en draaide in spiralen
+rond, werd grooter en steeg op naar de lucht, om dan met verwonderlijke
+snelheid ons te naderen en te omhullen. Het was een stofwolk, door
+den wind voortgedreven, en een tweede wolk volgde nog op de eerste.
+
+Dan plotseling lag weer het land onder de schitterende zonnestralen
+te branden, dor en droog en als verkalkt door de hitte, neerdalend
+van den donkerblauwen hemel.
+
+Alles was verblindend, de grond, de boomen, de verre gebouwen. Het
+leek op sneeuw of op ongrijpbaar wit poeder, dat alles overdekte. De
+lucht zelve was er door verduisterd.
+
+Meer op een afstand teekende, op een hoogte, een stad zich af tegen
+den horizon, een mooie stad met een middeleeuwsch silhouet en palmen,
+uitstekend boven de muren; dat was Città Vecchia. Op de golvende
+vlakte links zag men dorpjes met alleenstaande klokkentorens.
+
+Steenen muren, waarop enkele vijgeboomen met hun stoffige bladeren
+groeiden, omgaven de tuinen en sloten den weg in. Nu en dan ging
+mij een voetganger voorbij, gebogen onder den storm van zon en stof,
+of een arme vrouw, die een half naakt kind aan de hand had, en dan
+was de stilte weer daar.
+
+Wij beklommen den heuvel, gingen over een ophaalbrug, en waren in
+een smalle straat, die bochtig was, maar ons toch naar de kathedraal
+zou brengen, het eenige bouwwerk, dat wij te Città Vecchia hebben
+te bezoeken.
+
+Die oude hoofdstad van Malta, welker stichting nog tot vroegeren
+tijd moet opklimmen dan de stichting van Rome, was in den aanvang
+van betrekkelijk weinig belang; er wordt zelfs gezegd, dat het
+slechts een gewoon versterkt kamp was. Er werden vele grieksche
+en romeinsche oudheden gevonden, ook overblijfselen van tempels,
+gewijd aan Juno en Proserpina. Op den top van den heuvel, waar
+de oude stad ligt, heeft men de sporen van een prachtig romeinsch
+paleis ontdekt. Twee-en-twintig eeuwen gingen over deze ruïnen heen,
+gedurende welke de Arabieren, meesters van Malta, er de graven van
+gebruikten, want men vindt er tegenwoordig nog de beenderen van hun
+dooden in. Men zou gezegd hebben, dat de stad voortaan niet anders dan
+een doodenstad moest zijn. Men heeft de fondamenten van de zuilengang
+van dit paleis blootgelegd, verder prachtige mozaïeken, vazen en tal
+van merkwaardigheden, die den oudheidkundige belang inboezemen. De
+overblijfselen leggen getuigenis af van een vergevorderde beschaving in
+den tijd dat barbaarschheid nog heerschte in een groot deel van Europa.
+
+Vóór de kathedraal van Città Vecchia ligt een steenen trap met twee
+oude kanonnen, die door ik weet niet welken souverein aan de Ridders
+werden aangeboden. Alleen om deze reden hechtten de Maltezers er
+aan. De kathedraal verrijst op een pleintje en wel op dezelfde plaats,
+waar het paleis van Publius lag, den prefect van Malta, die Paulus
+opnam, toen deze apostel op reis van Palestina naar Rome, schipbreuk
+leed op de kust. Publius, tot het Christendom bekeerd, werd tot
+bisschop benoemd door Paulus en werd later als martelaar gedood te
+Athene. De kathedraal dagteekent van 1702 en werd gebouwd volgens de
+plannen van den maltezer architekt Lorenzo Gaffa. Aan elke zijde van
+het altaar zijn twee tronen opgericht, die van den bisschop en die van
+de koningin. Het gewelf van de kerk werd versierd met schilderwerk
+van Vincent Manno. Het schilderwerk van het inwendige der kerk is
+afkomstig van den Calabrees, wiens leerlingen de wanden der kapellen
+versierden. Er zijn ook enkele moderne kunstwerken te bewonderen in
+de kerk, o.a. de inlegwerken van het koor en twee mozaïekmedaillons,
+voorstellend de apostelen Petrus en Paulus.
+
+Niet ver van de oude kathedraal herinnert een onderaardsche galerij,
+die nog slechts voor een klein deel onderzocht is, aan de tijden van
+vervolging, toen de Christenen zich moesten verbergen. Er zijn nergens
+zulke uitgestrekte catacomben, en men weet nog volstrekt niet, hoe
+groot ze wel zijn. De gedeelten, waar de mysteriën gehouden werden,
+zijn nog aan te wijzen, en men vindt er eveneens een aantal kleine
+holen, waar de eerste Christenen hun dooden begroeven.
+
+Het is interessant, de grot van den H. Paulus te bezoeken, in de
+rots uitgehouwen, waar de apostel een schuilplaaats vond en waar
+hij gevangen werd gehouden gedurende zijn verblijf op het eiland,
+dat drie maanden duurde.
+
+Die crypt is in de zachte rots gemaakt. Enorme hoeveelheden van het
+gesteente werden er langen tijd uitgehaald en naar alle deelen der
+wereld verzonden, waar Christenen woonden. Er werd een koortswerende
+kracht aan toegeschreven, en het werd genaamd pietra della grazia,
+steen der genade.
+
+Monseigneur Lavigerie had te Carthago een pelgrimstocht in het leven
+geroepen, die de in zoo grooten getale in Tunis wonende Maltezers
+moest herinneren aan de Madonna van Melleha, welk beeld het hoogst
+vereerde heiligdom in hun geboorteland versiert, de Paulusgrot. Het
+was een der redenen waarom de kardinaal bij de Maltezers zoo bemind
+was. Die Madonna zou door den apostel Lucas zelven op de wanden der
+grot geschilderd zijn, toen hij er met den apostel Paulus een toevlucht
+had gezocht na hun schipbreuk. De kardinaal had het schilderij te
+Carthago laten reproduceeren.
+
+De Paulusgrot is een heilige plaats gebleven. Op een altaar staat
+een beeld van den heilige van wit marmer. Het is het werk van den
+maltezer beeldhouwer Melchiore Gaffa. Aan den voet van het beeld
+brandt altijd een lamp.
+
+Volgens de Handelingen der Apostelen maakte Paulus na zijn schipbreuk
+een vuur van takken aan, om zich te verwarmen. Een adder, die zich
+in het hout bevond, beet hem in de hand en bleef eraan hangen. De
+bewoners, die om hem heen stonden, zeiden onder elkaar: "Stellig
+heeft die man een moord begaan, want pas is hij aan de woede der
+golven ontkomen, of nog vervolgt hem de goddelijke wraak." Maar
+Paulus schudde zijn hand en liet er het reptiel afglijden, dat hij
+in het vuur wierp. De omstanders waren overtuigd, dat het venijn
+van de adder zijn uitwerking niet zou missen, dat de hand zwellen,
+en dat de zwelling zich weldra aan het geheele lichaam zou meedeelen,
+zooals gewoonlijk gebeurt.
+
+Maar Paulus scheen in het geheel geen pijn te hebben, en de beet had
+geen enkel nadeelig gevolg. Toen waren de Maltezers door het wonder
+getroffen en vereerden Paulus voortaan als een god.
+
+Publius, gouverneur van het eiland, die hem bij zich ontving en zijn
+goede zorgen aan hem wijdde, bracht hem aan het bed van zijn vader, die
+door een hevige koorts was aangetast. Paulus legde hem de handen op,
+begon te bidden en genas hem. Dat bericht verspreidde zich snel over
+het eiland, en dadelijk stroomden de zieken in massa toe. De apostel
+genas ze en bracht drie maanden op Malta door, voor hij naar Rome ging.
+
+Dichtbij de grot, op de plek waar een standbeeld Paulus voorstelt de
+menigte toesprekend, is een holte in den grond, waar veel beroemde
+personen der Christenheid begraven wilden worden als op gewijden
+grond. De dooden zouden er rusten in volkomen vrede onder de hoede van
+den apostel, die schipbreuk had geleden op de noordkust van het eiland.
+
+Van de hoogten van Città Vecchia had ik een groot deel van Malta aan
+mijn voeten zien liggen in doodsche eentonigheid. Men zag er slechts
+kale, boomlooze golvingen van den bodem, zonder groen, en overal
+steenen en nog eens weer steenen met enkele dorpen, kloosters en
+woonhuizen. Steden en dorpjes waren trouwens op deze plek dichtbij,
+en de vrije natuur was eigenlijk ver te zoeken, zoodat het den
+indruk maakte, dat een enkele stad de geheele oppervlakte van het
+eiland overdekte.
+
+Hoezeer bewonderde ik toen de groote werkzaamheid der Maltezers, die
+met geduld en volharding erin geslaagd zijn, hun rots prachtige oogsten
+te doen voortbrengen. Want die droge en steenachtige terreinen, waar
+bijna overal de rots aan de oppervlakte komt, geven een opbrengst van
+veertig ten honderd. En de aarde, waar krijgen ze die vandaan? Er is
+mij verteld, dat ze dikwijls de rotsen afgeschraapt hebben, om grond
+te maken, en het is zeker, dat zeer vaak aarde op menschenruggen naar
+de tuinen wordt gevoerd. Geen duimbreed rotsgrond wordt ongebruikt
+gelaten; de bewoners hechten hun groenten vast aan elk uitstekend
+punt van de rotsen; zij maken overal terrasjes en profiteeren zelfs
+van natuurlijke spleten en holten.
+
+Men ziet geheele gezinnen van Maltezers volijverig boerenwerk
+verrichten, wieden en spitten en onvermoeid gieten.... Maar het gaat
+vaak lastig, want er is niet zelden gebrek aan water.
+
+Uit het oogpunt van schilderachtigheid zijn er weinig plekken te
+roemen; maar al is het natuurschoon schaarsch, toch moet men niet
+verzuimen een bezoek te brengen aan de Makluba in het Zuiden van het
+eiland, aan de grens van het gebied van Krendi. Het is een zeer diepe
+inzinking van den grond, een donkere kuil tusschen steile rotswanden,
+waartusschen men in de diepte een tuin ziet liggen.
+
+Op korten afstand van dien afgrond, te Gebel-Kim, vindt men
+de reusachtige ruïnen van een phoenicischen tempel, tegenwoordig
+aangeduid met den naam Pietra della Venerazione. Opgravingen, die
+men vroeger in die ruïnen heeft gedaan, hebben beenderen van dieren
+aan het licht gebracht en een menschelijken schedel van ongewonen
+vorm. Een geleerde bibliothecaris van La Valette beeft bewezen, dat
+de tempel aan den phoenicischen Hercules was gewijd. Niet ver van
+dit heiligdom was er een andere tempel, aan Esculapius gewijd. Er
+zijn daar steenen van reusachtige afmetingen, die in hun behouwen
+toestand uitstekend zijn bewaard gebleven.
+
+Op Malta bestaan nog andere ruïnen van deze soort, vooral in het
+oostelijk deel van het eiland. Malta was inderdaad in de Middellandsche
+Zee een punt van al te groot belang, dan dat het de aandacht niet
+zou hebben getrokken van de Phoeniciërs en de andere zeevaarders
+der Oudheid. Vooral de Phoeniciërs waren gewoon, alle kusten met hun
+handelskantoren te overdekken.
+
+Het grootste aantal monumenten, dat ze er hebben nagelaten, bevindt
+zich op de zuid- en de oostkust. Ik heb ze gezien aan zee te Marsa
+Scirocco, te Krendi en op het eiland Gozzo.
+
+Al die resten van bouwwerken hebben in hun reusachtige afmetingen
+geheel het karakter van de monumenten, die aan de Cyclopen worden
+toegeschreven.
+
+Om kort te gaan, dit eiland Malta, geteisterd door den wind,
+verbrand door de zon, treft nu nog de verbeelding van den reiziger,
+nadat het een glorieuse rol in de geschiedenis heeft gespeeld. Niet
+enkel getuigen de ruïnen van verleden grootheid, maar er zweeft om
+het eiland een aureool door de dapperheid en offervaardigheid van de
+edele Ridders, die de barre rots, verloren te midden der golven, tot
+een wal hebben gemaakt voor de veiligheid van de christelijke volken.
+
+De tegenwoordige heerschers blijven er altijd vreemdelingen; hun
+invloed is gering, omdat zij de ziel der Maltezers niet kunnen
+winnen, die ziel, die trouw blijft aan het oude geloof en aan
+haar vrome herinneringen. Nog onlangs heeft men daar een bewijs
+van gekregen. De heer Chamberlain kondigde in een trotsche rede,
+die hij tijdens een reis over Malta hield, aan, dat er maatregelen
+zouden worden genomen, om het eiland sneller te verengelschen en de
+engelsche taal als officiëele taal verplicht te stellen als gelijke
+van de landstaal en met uitsluiting van het Italiaansch.
+
+Dat gaf groote ontroering op het eiland, en de hevigste protesten
+werden vernomen. Toch werden de maatregelen genomen. De Wetgevende Raad
+van de kolonie ging toen tot obstructie over, terwijl de bevolking al
+duidelijker hare verontwaardiging toonde. Deze was van dien aard, dat
+Engeland de besluiten omtrent de talen gedeeltelijk moest herroepen.
+
+
+
+
+
+In Oostenrijk.--Stiermarken.
+
+Naar het Fransch van Edme Vielliard.
+
+
+
+I.
+
+ De Neumarktpas.--De Minnesänger.--Het Murdal.--Gratz en zijn
+ omstreken.--Geschiedenis van Stiermarken.--Stiermarken een
+ Slavonisch land.--De stiermarkensche bergbewoner.
+
+
+Waarde medereizigers. Wij zullen Stiermarken binnengaan langs den weg,
+dien in 1797 het roemvol fransch leger volgde, nadat het lauweren
+geoogst had in den schitterenden italiaanschen veldtocht. Nadat
+Bonaparte zonder resultaat aan aartshertog Karel den "philosofischen"
+brief had geschreven, waarin hij den vrede aanbood op grond van
+zachtmoedige en menschlievende overwegingen, nam hij het besluit,
+dieper het bergland der Alpen binnen te dringen en den marsch naar
+Weenen voort te zetten met zijn klein, uit Italië meegebracht leger,
+dat nauwelijks 40.000 man telde. De stoutmoedige onderneming werd,
+zooals bekend is, met succes bekroond, en na de bezetting van
+den Neumarktpas en het verwoede gevecht van Unzmarkt werden de
+vredespreliminairen te Leoben geteekend.
+
+Die Neumarktpas, een diepe insnijding in den hier slechts 890 meter
+hoogen kam der Centraal-Alpen, die als een onderstreping zijn getrokken
+ten zuiden van het langgerekte dal der Mur, is ten allen tijde een
+der meest gezochte overgangen geweest, dien de veroveraars en ook de
+kooplieden volgden. Langs die route zijn waarschijnlijk de Kimbren
+in Italië binnengedrongen in het jaar 118 vóór onze jaartelling,
+toen zij, als het ware, een voorspel leverden van de latere invallen
+der barbaren, waardoor later een eind zou worden gemaakt aan de macht
+van het romeinsche rijk.
+
+Daarover liep de romeinsche weg van Aquilegia naar Ovilava, dat nu
+Wels is, en in de Middeleeuwen, voordat de handel onder Karel den
+Zesde den weg van Triëst en Gratz insloeg was het de drukst gevolgde
+weg tusschen Weenen en Venetië. De aanleg van de nieuwe spoorweglijn
+van Venetië naar Weenen over Pontebba heeft aan dezen overgang zijn
+oude belangrijkheid teruggegeven.
+
+Naar den kant van Karinthië werd de pas verdedigd door de vesting
+Friesach, waar men nu nog op schilderachtige rotsen overblijfselen
+van vroeger dreigende muren kan vinden. Meer vooraan in den naar
+Stiermarken leidenden pas ligt het kasteel Dürrenstein, waarvan
+niets dan een oude vierkante toren over is, reeds aan den overkant
+der grens. Bosschen en weiden liggen op verschillende hoogten langs
+den weg door de schilderachtige kloof en vormen er allerlei tinten van
+groen, waar slechts enkele pannen daken andere kleuren tusschen leggen.
+
+Hier worden wij door het lachende, groene Stiermarken ontvangen,
+bekleed met het vriendelijk plantenkleed, en wij houden er onzen
+intocht te midden van een uitgezocht frisch landschap. Het is een
+veel aangenamer streek, dan men aan de karinthische zijde vindt. Zelfs
+de burchten, die de wegen bewaken, zien er gemoedelijk uit en hebben
+alle pretensie afgelegd.
+
+Natuurlijk kon het niet missen, of zulk een liefelijke streek werd
+gekozen als plaats van vestiging voor een van de vele kloosters, die de
+Alpen als hebben gekolonizeerd, en inderdaad verrijst in een verborgen
+dal in de omstreken het Sint Lambrechtsklooster, in 1103 gesticht
+door hertog Hendrik van Karinthië, wiens land in de Middeleeuwen een
+schitterend middelpunt van letterkunde en beschaving was. Achter het
+spoorwegstation, dat uit de verte het klooster bedient, daalt de weg
+in een diepe kloof, waardoor de lijn het dal der Mur bereikt. Dit dal
+is het grootste der beide hoofdverkeersaderen van Boven Stiermarken;
+de tweede, ermee evenwijdig, maar meer naar het Noorden gelegen,
+is het dal der Enns.
+
+Men kan er nog kennis maken met oude gewoonten, en een der origineelste
+is de _Austragung der Freiung_, een feest, dat in October te
+Nieder-Wölz gevierd wordt. Er wordt dan aan een met bloemen versierden
+stok in een plechtige processie een arm rondgeleid, met een zwaard
+in de hand, symbool van rechtszekerheid; vóór den stoet uit gaan de
+muzikanten, voorafgegaan door een straatveger. Na verschillende halten,
+waarbij er in winkels en hotels hartsterkingen worden gebruikt, wordt
+de Freiung op de hoofdmarkt opgesteld, terwijl er de wacht bij wordt
+gehouden, want indien het iemand gelukte, het symbool door geweld of
+list te stelen, zouden de dorpsrechten alleen door dat feit aan de
+overweldigers ten deel vallen.
+
+De herinneringen aan de Middeleeuwen zijn in deze streken
+overvloedig. Unzmarkt bezit de hoog gelegen ruïnen van den Frauenburg,
+de oude woonplaats van den Minnesänger Ulrich von Lichtenstein. In
+de Oostenrijksche Alpen hebben verscheiden dier ridderlijke dichters
+geleefd of ze zijn er geboren, zooals met een der beroemdste het
+geval was, namelijk met Walter von der Vogelweide, die niet enkel
+de liefde heeft bezongen, maar zich ook heeft laten meesleepen door
+de politieke hartstochten van zijn tijd; dan Oswald von Wolkenstein,
+dien men den laatsten Minnesänger heeft genoemd, en nog anderen.
+
+Hij, die in Frankrijk het meest bekend is geworden, Tannhäuser was,
+naar men meent, geboortig uit het hooge dal der Mur. Wat Ulrich
+von Lichtenstein aangaat, die omstreeks 1275 gestorven moet zijn,
+het naar hem genoemde slot, welks ruïnen wij hier vóór ons hebben,
+draagt terecht den naam van den Damesburcht. Hij was een vurig
+vereerder van de schoone sekse. Op zijn portret, waar hij te paard
+is voorgesteld, en dat in een oud handschrift is bewaard, staat op
+zijn helm een vrouwenbuste met een pijl in de hand. Zijn werk, dat
+in een gelikten stijl is vervat, is vooral bekend door "De dienst der
+vrouwen" en het "Damesboek". Doch hij is tevens bekend geworden door
+zijn stoutmoedig paardrijden en hij mengde zich in de politiek. Van
+hoogverraad beschuldigd, werd hij lang gevangen gehouden door koning
+Ottokar van Boheme, die op Stiermarken aanspraken meende te kunnen
+doen gelden en ten slotte zijn wenschen met succes bekroond zag.
+
+Leoben, de oude ijzerstad, waar de gesloten huizen van rijkdom
+getuigen, en dat te midden van een bekoorlijk landschap ligt, roept
+een minder ver verwijderd verleden in de herinnering terug. Daar
+teekende in de Eggenwaldtuinen keizer Napoleon de vredespreliminaire
+van Campo Formio. De voorbereidende besprekingen hadden plaats gehad
+in het klooster van Göss, op een half uur afstands ten zuiden van
+Leoben. Het was een klooster voor adellijke dames, gesticht in 1002;
+de abdissen van het klooster zaten in den stiermarkschen landdag en
+stemden mee van de bank der prelaten.
+
+Het landschap, dat, het moet erkend, tot hier geen grootsch karakter
+had bezeten, wordt indrukwekkend, als men nader bij Bruck komt. Bruck
+aan de Mur heeft een krijgshaftig voorkomen met de rots, waarboven de
+hier en daar doorschoten muren van de vesting Landskron uitsteken. Het
+is de sleutel tot Midden-Stiermarken, en het fort werd op het eind
+der dertiende eeuw met succes verdedigd tegen de Salzburgers en de
+Beierschen, die door den oproerigen adel te hulp geroepen waren tegen
+hertog Albert den Eerste. Ook was de plaats in de Middeleeuwen een
+belangrijke handelsstad op den weg van Weenen naar Venetië, en de
+bouwtrant van een der huizen, waaraan een venetiaansche loggia is
+aangebracht, toont duidelijk den artistieken invloed van de stad
+der lagunen.
+
+Te Bruck overleed in 1424 hertog Ernst der Eiserne, de ijzeren hertog,
+wiens tweede vrouw Cimburge, dochter van den vorst van Masovië (een
+deel van het tegenwoordige Polen), niet minder van ijzer was dan haar
+man. Zij kon een hoefijzer met haar blanke handen in tweeën breken,
+en door een duw met haar schouder een zwaar beladen wagen in beweging
+brengen. Zulk een sterke vrouw was waard, de stammoeder te worden van
+den tak der Habsburgers, die opnieuw in de handen van haar kleinzoon
+Maximiliaan de verspreide bezittingen van het geslacht vereenigde,
+en tevens tot achterkleinzoon te hebben dien Filips den Schoone,
+over wiens reusachtig rijk de zon nooit onderging.
+
+Te Bruck wendt zich de Mur, die, van het Zuidwesten naar het
+Noordoosten stroomend, een aan de Alpen evenwijdige richting volgde,
+plotseling naar het Zuiden en gaat door een smalle kloof, aan
+welker uiteinde zich opeens een wijde vlakte voordoet, de "baai" van
+Gratz. Dat ruime landestuarium breidt aan den rand van het bergland
+zijn bekoorlijk groen tapijt uit, waarop aardige, witte gebouwen
+afwisseling brengen en de voorsteden van een stad van beteekenis
+laten vermoeden.
+
+Gratz is de voornaamste stad op de zuidhelling der Alpen in Oostenrijk;
+ook is het de laatste uitlooper van het germaansche element in deze
+streken. Naast deze plaats slaan al hoog de golven van de zee der
+slavische stammen, die in Karinthië en Krain de meerderheid vormen en
+die oudtijds zich verspreidden tot op den drempel van Toblach in het
+Pusterthal, zooals uit de namen van allerlei plaatsen blijkt. Ten tijde
+van de kolonizeering der Alpen door de Beierschen is het terugdringen
+van die stammen begonnen en de slavische bevolking heeft eerst weer
+stand gehouden even vóór Gratz, welke stad uit het Slavisch den naam
+van haar vesting, Grad, heeft behouden. Toen de stad heroverd was, nam
+ze den naam van Bairisch-Gratz aan in tegenstelling van Windisch-Gratz,
+dat is Slavisch-Gratz, een stadje dicht bij de Drave.
+
+De met bosschen bedekte heuvel bij die vesting, die als een eiland
+uit de vlakte verrijst, en zich wel honderd meter boven de stad
+verheft, is een sprekend uithangbord voor de stad. Hij zag er vrijwat
+indrukwekkender uit, toen hij nog de torens en bastions droeg, waar
+oude gravures de glorie van hebben bewaard en die door de Franschen
+in 1809 zijn geslecht. De kanonnen, die in de open lucht dicht bij het
+restaurant hun lange monden rekken, en die wij te zien krijgen, nadat
+de kabelspoorweg ons boven heeft gebracht, hebben alleen vreedzame
+bedoelingen, en de schitterende officier, die zijn paard mooie
+kunstjes laat verrichten in de buurt, geeft slechts bevelen voor de
+salvo's van den volgenden dag, den verjaardag van den keizer. Op den
+feestavond vooraf zagen wij door het donkere dal een fakkeloptocht
+langzaam retireeren, en terwijl de lichtende punten weken, klonk de
+verzwakte nagalm der muziek tot ons op.
+
+Toch heeft de Schlossberg nog wel iets karakteristieks, als men
+er van het voornaamste plein naar opziet, en dat wel dank zij den
+klokketoren met de reuzenwijzerplaat, het spitse dak met een houten
+galerij eromheen en de overblijfselen van de bastions, waar nu
+bloemperken zijn aangelegd. Op den top staat nog een ander monument,
+dat aan de stelselmatige verwoesting is ontkomen, ook een toren
+in renaissancestijl, door de inwoners teruggekocht na de algemeene
+vernieling. De hellingen van den berg, die voorheen terugstootend
+waren, zijn thans met groen bekleed door het initiatief van baron
+Welden, en de idylle is nu heerscheres op het pantser van het
+ontwapende monster.
+
+Er zingen heele koloniën van vogels, naar het heet wel 26 soorten,
+die door de goede zorgen van den Bund der Vogelfreunde getracteerd
+worden op maaltijden van lekkere zaden, voorgediend in kleine houten
+huisjes, een soort van open kooien, die hier en daar op palen zijn
+neergezet. Dichterfiguren lachen u uit de boschjes tegen, een buste van
+Schiller bijvoorbeeld, van Anastasius Grün of wel graaf Auersperg,
+en Rosegger's heldin de Woudlelie leidt er onder het groen haar
+lievelingshinde.
+
+Een klein terras ten zuidoosten van den Schlossberg vertoont rondom een
+onregelmatig pleintje drie der oudste gebouwen van Gratz, den Burcht,
+den Dom en de oude Universiteit, gezag, godsdienst en wetenschap. Er
+is niets overgebleven van de gebouwen die tot den vroegeren burcht
+behoorden en dagteekenen uit het eind der elfde eeuw, toen de
+markgraven van Traungau het slot bouwden. Zij waren de grondleggers
+van de eerste eigenlijke stiermarksche dynastie. Dit gedeelte van het
+romeinsche Noricum, dat na den val van het romeinsche rijk een tijd
+lang een slavisch koninkrijk was, werd een mark of grensprovincie
+van het rijk van Karel den Groote, toen deze de Avaren had onderworpen.
+
+Karinthië, de mark der Karantanen, een slavischen stam, had ten doel,
+Germanië te beschermen tegen invallen der Magyaren, die door keizer
+Otto den Eerste afdoend teruggeslagen werden in den slag aan de Lech
+in 955. Wat later verschenen de markgraven van Traungau, die aan het
+land den naam van Stiermarken gaven, Steiermark, naar de stad Steir
+of Steyer in Boven-Oostenrijk, waar zij de heeren van waren. Frederik
+Barbarossa verhief Stiermarken tot den rang van hertogdom; maar toen
+het huis Traungau uitgestorven was, werd Stiermarken bij Oostenrijk
+ingelijfd als de Ostmark, later Oostenrijk onder de dynastie van
+Babenberg, en zoo ontstond in de moedervloeistof der historie de
+eerste kern van die kristallisatie, die de oostenrijksche monarchie
+zou opleveren. Die kristallisatie zou nog heel wat troebelingen
+moeten doormaken.
+
+Het huis Babenberg stierf op zijn beurt uit, en toen volgde de tijd
+van het groote interregnum. Hongaren en Bohemers betwistten elkander
+Stiermarken. De koning van Boheme droeg de zege weg in den slag van
+Kessenbrunn in 1260, en men zag er de banier van Stiermarken wapperen,
+"groen als de kleur des velds, waar als levend een witte panther op
+voortijlt". De heerschappij der Tsjechen breidde zich toen uit van
+Boheme tot de Adriatische Zee.
+
+Op dat oogenblik viel de beslissing, welke der drie rassen
+in Midden-Europa het overheerschende zou zijn, het slavische,
+het duitsche of het magyaarsche. Rudolf van Habsburg besliste de
+quaestie ten voordeele van de Duitschers, toen hij koning Ottokar
+in 1278 bij Bürrenkraut versloeg. De slavische macht stort ineen,
+en de overwinnaar gaf Oostenrijk aan zijn zoon Albert, die hem
+opvolgde. Zij waren daarna gedurende meer dan een eeuw van den
+keizerstroon uitgesloten, maar hun afstammelingen herwonnen dien weer
+in 1438, om er bijna niet weer van te worden verdreven. Gratz werd een
+keizerlijke hoofdstad onder Frederik III (Frederik V van Stiermarken),
+die in 1608 er geboren was; hij was de laatste keizer, die zich te
+Rome liet kronen, de meester en beschermer van Aeneas Sylvius, die
+Paus werd onder den naam van Pius II.
+
+Het slot heeft uit dien ver verleden tijd niets anders overgehouden
+dan een wenteltrap van 1500; van de restauratie, door Maximiliaan I
+begonnen en eerst na zijn dood voltooid, in 1523, is niets over dan een
+bronzen gedenkplaat. De afbraak in 1854 van een vleugel, aan Frederik
+ III toegeschreven, die met instorting dreigde, heeft een monumentale
+trap doen verdwijnen, in 1570 door een italiaanschen architect
+gebouwd, zoodat het slot, waar nu kantoren van de administratie
+zijn gevestigd, geen andere belangrijkheid aanbiedt, dan dat het de
+herinneringen oproept, die wij juist hebben gememoreerd, en die wij
+willen besluiten door de toevoeging, dat Stiermarken zijn autonome
+regeering verloor onder Jozef den Tweede, die den hertogshoed naar
+Weenen liet overbrengen. Die hoed was toen allang niet anders dan
+een embleem, en de Staten waren het laatst in 1728 samengekomen.
+
+De oude, in 1586 gestichte universiteit, die eertijds onder het
+bestuur der Jezuïeten stond, is onlangs verlaten geworden, en men
+heeft de inrichting naar moderner gebouwen overgebracht, die in een
+andere wijk der stad opgericht waren.
+
+Het uitwendige van den Dom, die onder Frederik den Derde gebouwd is,
+heeft niets aantrekkelijks. Een oude frescoschildering, die veel
+geleden heeft onder de ongunst van het weder en boven een der poorten
+is aangebracht, verhoogt volstrekt niet het vroolijk aanzien van het
+gebouw, want zij schildert de plagen, die in 1480 de stad teisterden,
+zooals de pest, de turksche horden, de sprinkhanen en dergelijke. Het
+inwendige van het gebouw, dat gewit is, en alleen wat afwisseling
+vertoont doordat er om de pilaren een nabootsing van tapijten is
+aangebracht, is streng gehouden, en alleen de gekruiste balken van
+de zoldering geven een idee van sierlijkheid. Op dit eenvoudige
+gothische bouwwerk heeft men aanhangsels in rococo-stijl geplakt,
+en zoo zijn de preekstoel, de gangen en het altaar toonbeelden van
+wansmaak geworden als voor een kermistheater.
+
+De mooie ijzeren hekken van de kapellen zijn veel beter; dat ijzerwerk
+is een succes van de echte stiermarksche kunst. Aan elken kant van
+het koor, dat smaller is dan het schip der kerk, volgens een in die
+streken veel gevolgde gewoonte, staan twee groote reliekenkasten van
+Italiaansch maaksel, die allegorieën voorstellen uit de "Trionfi"
+van Petrarca, van ivoor gemaakt op ebbenhouten grond. Behalve op
+het groote altaar, dat beschilderd is door Ignatius Flurer, is
+het inlandsche schilderwerk alleen door italiaansche kunstenaars
+behoorlijk vertegenwoordigd. Zij werden op het eind der zestiende
+eeuw in het land geroepen door aartshertog Karel den Tweede en later
+door diens weduwe, om bij gebrek aan inlandsche kunstenaars de kerk te
+versieren. Het waren Giulio Licinio, leerling en neef van Pordenone,
+en Peter de Pomis, waarschijnlijk een leerling van Tintoretto.
+
+Indien de barokstijl zich ertoe heeft bepaald, op de strenge lijnen
+van den gothischen dom wat versieringen aan te brengen, hij heeft
+zich vrij kunnen laten gaan in het naburige monument, dat den naam
+draagt van het Mausoleum. Dit is een werk van Peter de Pomis, dien
+we als schilder hebben genoemd, maar die, zooals veel kunstenaars
+uit dien tijd, ook bouwmeester was en zelfs militair ingenieur. Het
+Mausoleum is een klein gebouw in den vorm van een latijnsch kruis,
+met koperen koepels erop; de jonische gevel, die aardig versierd is,
+vertoont goede proporties, maar die schuil gaan onder een verwarrende
+menigte driehoekige en ronde frontons. Het inwendige, waar men fijn
+stucwerk kan bewonderen, bevat in een onderaardsche kapel het graf
+van keizer Ferdinand den Tweede van Stiermarken, den leerling van
+de Jezuïeten van Ingolstadt, die in de geschiedenis van zijn land
+bekend is, omdat hij er radikaal de hervorming uit heeft verdreven,
+wat hem echter niet zeer moeilijk viel, daar de overtuiging van zijn
+landgenooten niet bijzonder vast was.
+
+Van het Franzensplein, door historische gebouwen omgeven, komt men
+door hellende, kronkelende straten, waar nog eenige houten huizen
+zijn te vinden van den stiermarkschen adel met in italiaanschen
+stijl gebeeldhouwde portieken, op het hoofdplein, waar men den
+karakteristieksten indruk van de stad krijgt door de vele oude huizen,
+die beschilderd zijn of versierd met arabesken in gips. Daarop
+ziet uit de hoogte de steile rots van den Schlossberg neer, waar
+de lijnen van de nog gespaarde bastions verdwijnen onder het groen
+bij den origineelen klokketoren, dien wij reeds als een kenmerkende
+aanwijzing van Gratz hebben genoemd.
+
+Midden op dit plein staat het monument voor aartshertog Johan, die in
+1859 overleden is, den zoon van keizer Leopold den Tweede. Hij had
+zich in het land gevestigd en riep er allerlei wetenschappelijke,
+economische en weldadige instellingen in het leven. Daarbij was hij
+een hartstochtelijk liefhebber van muziek en litteratuur, hield de
+oude nationale gebruiken in eere en leeft in de herinnering van de
+Stiermarkers voort als een nationale held, omgeven door een aureool,
+die aan de legende schijnt ontleend.
+
+In een der liederen heet het: "Zie daar staat hij op een steile rots
+in stiermarksch costuum, daar staat aartshertog Johan nog altijd;
+ze zeggen, dat hij gestorven is, o God; maar voor ons, Stiermarkers
+leeft hij nog, zal hij altijd leven."
+
+Hij staat hier op de markt een weinig pompeus, gedrapeerd in den
+mantel met lange plooien, op het hooge voetstuk, omgeven door de
+beelden die de vier rivieren voorstellen, de Mur, de Enns, de Save
+en de Drave, van waar hij neerziet op de groote regenschermen der
+kooplieden van fruit en groenten, met wie hij vroeger vertrouwelijk
+een praatje hield. Hoeveel gemoedelijker is zijn houding als peinzend
+Alpenjager op de schilderij van P. Krafft, die door Höffel's gravure
+in het geheele land zoo verspreid is geworden.
+
+Een groot modern raadhuis, vol regelmaat en ernst, in den stijl der
+duitsche Renaissance sluit het plein af aan den hoek van de grootste,
+drukste straat in Gratz, de Heerenstraat, waar de deftige paleizen in
+den trant der voorname woningen aan den Ring te Weenen, meer en meer
+de overhand krijgen. De Groote Kerk staat aan het einde der straat
+met haar veel te drukke versieringen, die haar op een nogataart
+doen gelijken, vooral door den klokketoren, maar tevens vindt men
+in de Heerenstraat het interessantste huis van Gratz, het Landhaus,
+het gebouw der provinciale regeering.
+
+De eenvoudige, slechts in bescheiden mate versierde gevel doet denken
+aan de strenge paleizen der Renaissance, met hun groote vakken,
+door weinige gepaarde openingen afgebroken. Al het effect wordt
+bereikt door de groote lijnen en door den indruk van kracht, dien de
+gewilde bescheidenheid maakt. De achterzijde, die aan de Schmiedgasse
+grenst, werd in 1531 voltooid en vertoont in de behandeling der
+klassieke vormen sporen van duitsch werk; maar de hoofdgevel aan
+de Herrengasse, in 1558 door Domenico de Lalio begonnen, toont
+met de grootste duidelijkheid, dat de kunstenaar te Venetië heeft
+gestudeerd. Het hoofdportaal, waarboven men een loggia ziet, gevormd
+door de groepeering van tegenoverliggende vensters, door een klein
+zuiltje gescheiden, is blijkbaar een herinnering aan het Canal Grande.
+
+Vóór wij er binnentreden, zullen wij onze wapens in de vestiaire
+moeten afgeven, zelfs ons broodmes, want een plakkaat van 1588
+bedreigt diegenen met de doodstraf, die gewapend in het Landhaus
+zullen binnengaan, en er rumoer of herrie maken. De binnenpleinen met
+booggalerijen zijn zeer interessant, klassiek, maar ietwat theatraal
+met hun dorische galerijen, rustend op pilaren met obelisken; dat alles
+doet aan decoraties denken; de bouwmeester heeft stellig aan die op
+linnen geschilderde werken gedacht, die de italiaansche kunstenaars
+deden verrijzen op feesten ter eere van hun Maecenen.
+
+In een hoek bespeuren wij echter iets meer origineels. Dat is de
+overdekking van een put, een soort van bronzen zomerhuisje, als die
+woorden, waarvan het eene aan lichtheid en het andere aan kracht doet
+denken, te zamen genoemd mogen worden. Hier voorzeker gaan ze samen,
+zoo gewillig heeft het brons zich geschikt naar alle luimen van den
+kunstenaar, zoo fijn en teer zijn de verbingen en de spijltjes van
+het opengewerkte koepeltje, waar de liefdegodjes op dolfijnen spelen
+in de krullen van het lofwerk, zoo dun zijn de zuiltjes, door satyrs
+gedragen, waarop éénarmige nimfjes balanceeren.
+
+Dit merkwaardige stuk werd in 1590 uitgevoerd door de burgers van
+Gratz, Thomas Auer en Max Wening, en doet de inlandsche kunst alle eer
+aan. Terecht laat een geharnast ruiter de panthervlag van Stiermarken
+boven zijn hoofd vrij uit waaien. Op den muur naast den put herinnert
+een gedenkplaat eraan, dat de groote sterrenkundige Kepler te Gratz
+verblijf hield van 1594 tot 1606. Hij was uit Tübingen erheen geroepen,
+om wiskunde te onderwijzen, trouwde in het land, maar moest, daar
+hij de leer der Hervormden was toegedaan en men dien godsdienst in
+Stiermarken niet gunstig gezind was, het land verlaten, dat hem als
+een nieuw vaderland lief was geworden.
+
+Aan het Landhaus grenst een smal zeer typisch gebouw, het Arsenaal
+of Tuighuis. Het is van 1642 tot 1644 gebouwd door Adam Wundegger en
+heeft een belangwekkenden hoofdingang, geflankeerd door twee nissen,
+waar de eenigszins gemaniëreerde beelden van Mars en Bellone staan in
+decoratieve houdingen, die van den italiaanschen invloed getuigen. Wat
+van het arsenaal in Gratz iets eenigs maakt in zijn soort is, dat het
+geen museum is, geen kunstmatige opeenhooping van ongelijksoortige
+voorwerpen, onttrokken aan hun natuurlijke omgeving, maar dat het
+'t wapenmagazijn der stad is, juist zooals het op het eind der
+zestiende eeuw in gebruik was, toen de Staten er de noodige wapens
+bijeenbrachten, die benoodigd waren voor het contingent, dat zij in
+den strijd tegen de Turken hadden op te brengen. Er zijn daar meer
+dan 28.000 voorname nommers, methodisch gerangschikt in lange zalen.
+
+Hoewel het hoogst interessant is, zoo de merkwaardigheden op hun eigen
+plaats te zien, toch moet men niet verzuimen, het museum een bezoek
+te brengen, namelijk het Johanneum, zoo genoemd ter herinnering aan
+aartshertog Johan, en gehuisvest in een elegant gebouw, dat in 1895
+werd ingewijd. De belangrijkheid van dit museum is vooral gelegen
+in zijn verzamelingen van cultuurhistorischen aard en in wat het aan
+voortbrengselen van kunstnijverheid bezit.
+
+Men vindt er kamers met prachtige lambrizeeringen, als in de eerezaal
+van het kasteel Radmannsdorf in Weiz, van 1564; of bescheidenlijk
+gestoffeerd, als dat boereninterieur, waarvan de groote kachel met
+een bank eromheen het hoofdmeubel is en dat 's avonds alleen verlicht
+wordt door een brandend stuk hout aan een ijzeren staaf gebonden;
+of gemaniëreerd, als het rococosalon met japansch schilderwerk
+op de paneelen. Verder zijn er reuzenkachels van porselein; fijne
+clavecimbalen, die de voorloopers onzer piano's waren; allerlei ander
+huisraad van onze vernuftige voorvaderen, zooals bij voorbeeld dat
+braadspit, dat bewogen wordt door den rook uit den schoorsteen. En
+dan historische merkwaardigheden, als de koets van keizer Frederik
+den Derde, een lange karos met gotische bogen, gebeeldhouwd, verguld
+en beschilderd; merkwaardige voorwerpen van goud en zilver, zooals
+een vrouwehaarvlecht van zilver, afkomstig uit de veertiende eeuw,
+die als zwaarwichtige herinnering door den weduwnaar om den hals
+werd gedragen; de beker van den Landschadenbund, een meesterstuk
+van augsburgsche goudsmeedkunst uit het einde der zestiende eeuw; de
+zegelpers van de Landhausvergadering met den panther van Stiermarken
+erop en versierd met geëmailleerde schilden en fijn filigraanwerk.
+
+De heuvels en bergen rondom Gratz, die het dal der Mur omsluiten,
+vormen een aantrekkelijk kader voor de mooie stad. De Franschman,
+altijd galant, heeft haar eens genoemd, la ville des Grâces a la
+rivière de l'Amour. Rondom de vlakte van het Gratzer Feld, die in het
+Noorden afgesloten wordt door de hooge Alpenketenen, licht een dichte
+opeenhooping van heuvels en dalen, vol schilderachtige hoekjes tusschen
+weiden en bosschen, die als een mantel de hellingen bedekken, bezaaid
+met witte kerkjes, pelgrimsoorden, als Maria Trost en Maria Grün. Het
+zijn ook alle geschikte plaatsen voor uitstapjes, een aantrekkelijkheid
+dus voor de vele burgerlijke en militaire gepensionneerden van de
+Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie, die deze stad bewonen en haar
+den schertsenden naam Pensionopolis hebben bezorgd.
+
+Onder de vele kasteelen, die om Gratz verspreid zijn, is het
+belangrijkste het slot Eggenberg, met de stad verbonden door een
+prachtige kastanjelaan. Het is een zwaar bouwwerk uit de zeventiende
+eeuw, met roode daken en een menigte vensters, juist zooveel, heet
+het, als het jaar dagen heeft. De groene luiken dier vensters steken
+scherp af tegen de gele pleisterkalk. De familie van Eggenberg, een
+der oudste van Stiermarken, maar die thans is uitgestorven nadat
+zij uit in den adelstand verheven kooplieden der vijftiende eeuw
+was ontstaan, heeft aan Oostenrijk een heele reeks staatslieden en
+veldheeren geleverd. De bekendste is Ruprecht von Eggenberg, die
+in 1503 den bloedigen slag bij Sissek won op de Turken, toen dezen
+viermaal talrijker waren dan hun tegenstanders, terwijl de veldheer
+van Oostenrijk hen tot den laatsten man in de Kulpa dreef. Toen
+de Franschen Gratz in 1809 belegerden, vestigde Macdonald zijn
+hoofdkwartier op het slot Eggenberg.
+
+Boven Gratz loopt de Mur nog eenigen tijd in Stiermarken door een
+breed dal tusschen met wijnbergen begroeide heuvels. Dichtbij het
+punt, waar zij Hongarije bereikt, verheft zich boven op een hooge,
+steile bazaltrots het kasteel Riegersburg, een wonderlijk complex
+van bastions, binnenpleinen en geheime poorten, alles bedoeld
+als verdediging tegen Turken en Hongaren. Het gebouw kreeg zijn
+uitgebreidheid pas in de zestiende eeuw tijdens het beheer van een
+vrouw, die een merkwaardigen zin voor bouwen had.
+
+Dat gedeelte van Stiermarken, dat ten zuiden van het Murdal is gelegen,
+omvat hoeken van de dalen der Drave en der Save, welke laatste het
+van Krain scheidt. Daar de groote inhammen van de hongaarsche vlakte
+er diep in doordringen, is het, zoowel uit natuurkundig oogpunt als
+wat de bevolking aangaat, zeer verschillend van Boven-Stiermarken,
+waaraan het alleen door het toeval der staatkundige grensregelingen
+is verbonden en dat duitsch, niet, zooals het Zuiden, slavonisch is.
+
+Marburg, waar admiraal Tegetthof, de held van Lissa geboren werd,
+is er feitelijk de voornaamste stad van; maar Cilli is het centrum
+van de slavonische politieke verlangens. Die stad, waar, toen zij nog
+Celeja heette, de proconsuls Pertinax, Septimius Severus, Valerianus
+en Aurelianus resideerden, voor ze keizers werden, heeft nog andere
+dan romeinsche herinneringen.
+
+De macht der graven van Cilli groeide in de veertiende eeuw snel aan
+en ging echter spoedig te niet in de vijftiende. Herman de Eerste
+huwde de dochter van den koning van Bosnië; zijn neef Wilhelm trouwde
+met de dochter van den koning van Polen, Casimir den Groote, en zijn
+dochter besteeg den troon van Polen als echtgenoot van den eersten der
+Jagellonen, Wladislaw. Diens zoon, Herman de Tweede, was de gunsteling
+van den hongaarschen koning Sigismund, in 1410 tot koning gekozen, die
+met zijn dochter Barbara trouwde en haar met voorrechten overlaadde.
+
+Maar daarna neemt de geschiedenis een tragische wending. De oudste zoon
+van Herman den Tweede, Frederik, doodde zijn vrouw, om een adellijke
+jonkvrouw uit Kroatië, Veronica, te trouwen. Zijn vader liet hem in
+de gevangenis werpen en was voornemens hem te onterven. Intusschen
+stierf zijn tweede zoon door een val van zijn paard, en daar de
+koning van Bosnië hem zijn kroon had nagelaten, moest hij zich met
+zijn oudsten zoon verzoenen. Maar eerst wilde hij zich van Veronica
+ontdoen. De jonge vrouw ontvluchtte en leidde in de bosschen een
+zwervend leven. Men maakte zich van haar meester en trachtte haar
+als toovenares veroordeeld te krijgen onder beschuldiging, dat
+zij den graaf behekst had. Toen de rechters geen bewijzen tegen
+haar in handen konden krijgen, liet graaf Herman haar in het bad
+verdrinken. Nadat dit bezwaar uit den weg was geruimd, verzoende hij
+zich met zijn zoon Frederik, die bij zijn dood door keizer Sigismund
+tot den rang van rijksvorst werd verheven. De zoon van Frederik,
+Ulrich de Tweede, die ertoe had bijgedragen, dat de jonge Ladislas
+tot koning van Hongarije was verkozen, een zoon van keizer Albert den
+Tweede, zette het kind geheel naar zijn hand en nam de eerste plaats
+in het rijk in. Hij werd te Belgrado vermoord door een zoon van zijn
+doodsvijand, Johan Hunyados. De heraut riep op zijn graf driemaal uit:
+"Vandaag nog graaf van Cilli en voortaan nooit meer!" Hij brak het
+schild met het wapen, en het huis Cilli had opgehouden te bestaan.
+
+Laat ons op onze schreden terugkeeren en naar Boven-Stiermarken
+gaan, waar we minder historische herinneringen zullen aantreffen,
+maar een schilderachtiger natuur, ook grootscher landschappen, en
+waar we ons in het echte hart van Stiermarken bevinden. Wij hebben
+bij Bruck het dal verlaten, waarin tot nu toe de Mur vloeide, om
+met de rivier ons te begeven naar de kloven, leidend naar Midden-
+en Beneden-Stiermarken. Daarna komen wij in dat dal terug, als we de
+oevers van de Mürz volgen, die er dan door stroomt.
+
+Het landschap vervult nog niet de gedane beloften. Het dal is
+breed, bebouwd, omgeven door middelmatig hooge bergen en wordt door
+talrijke dalen, die een eentonige reeks beboschte driehoeken vormen
+op de hellingen, doorsneden. Men krijgt nog geen vermoeden van de
+schoonheden van het hooge bergland, want om die te vinden, moest men
+de dalen aan den linkerkant hoogerop volgen.
+
+De streek, waar wij nu zijn, is rijk aan legenden. Daar ligt op een
+bergtop het pelgrimsoord Rehkogel, waar een herder in het bosch geiten
+geknield vond liggen voor een beeld van de Moeder Gods. Te Krieglach
+dreef er eens een kruikje met het portret van den H. Jacobus op het
+meer, dat toen nog het dal vulde, en op de plek, waar het kruikje
+aan land spoelde, werd een kapel gebouwd. In een naburigen berg
+hoort men steeds een kindje schreien, dat door de moeder verlaten
+werd. Deze had in een grot hoopen goud en kostbare steenen gevonden,
+waardoor ze haar kind vergat en de plaats niet kon terugvinden, waar
+ze het gelaten had. Ginds is een rots, genaamd de Teufelstein, basis
+van een toren, dien de duivel eens wilde bouwen in den Kerstnacht en
+die tot den hemel reiken zou, een onderneming, die jammerlijk mislukte.
+
+Hier in de buurt zijn ook nog overblijfselen te vinden van
+versterkingen tegen de Turken. De Fischbacher Alpen zijn inderdaad
+de kam van het naar Hongarije afdalende bergland; de Raab en zijn
+zijtakken dalen ervan af naar de vlakte. Men vond er vroeger een
+reeks kasteelen en "tabors". Men noemde tabor een kring van huizen
+rondom een kerk, en ingesloten door een muur met schietgaten en door
+een gracht. De bevolking zocht daarbinnen een schuilplaats, als de
+ottomaansche benden aanrukten.
+
+In dit land van de Raab verrijst ook het oude klooster Vorau, gesticht
+in 1163, waarop de aandacht der paleografen is gevestigd door de
+vondst van de Keizerkroniek, een rijmkroniek uit de twaalfde eeuw,
+en waar men nog veel andere documenten vindt, die van waarde zijn
+voor de geschiedenis van het land.
+
+Dichtbij Krieglach staat de Kluppeneggerhof, waar Rosegger in 1843
+geboren werd, de nationale stiermarksche dichter en schrijver,
+die met fijne opmerkingsgave den bergbewoner van zijn land heeft
+geschilderd en daardoor gelegenheid heeft gevonden voor het teekenen
+van zooveel aardige, typische tooneeltjes, vol karakteristieke trekjes,
+nog interessanter gemaakt door het dialect, waardoor hij een der
+origineelste schrijvers van Oostenrijk is geworden. Dat dialect is door
+hem tot den rang van schrijftaal gerezen en er verschijnt daarin sedert
+1876 ook een maandblad "Der Heimgarten", waarvan Rosegger redacteur is.
+
+Stiermarken is door aartshertog Johan, die het land goed kende,
+genoemd het land van hartelijkheid en gemoedelijkheid. Het is ook
+een land van dans en vroolijkheid, waar de paren zwieren bij de
+muziek van het "Hackbrett" een snaarinstrument, dat met twee hamers
+bespeeld wordt, en de stiermarksche volksdans heeft ver de grenzen
+van zijn vaderland overschreden en is in de internationale opera's te
+huis. De dans voert den zang in zijn gevolg, en Rosegger heeft eens
+aldus de prijzen uitgereikt aan de landen der Oostenrijksche Alpen:
+Stiermarken gaat voorop met de dichtkunst, dan volgt Karinthië met
+muziek en daarna Tirol met beeldende kunst. Het bergland trilt van de
+liedjes van de Alm, die houthakker, jager en strooper zingen en die
+tot tal van nabootsingen hebben aanleiding gegeven, zoodat Rosegger,
+die het beroemdst is geworden, niet alleen staat.
+
+Maar zullen die originaliteit en die eenvoudige gevoelens lang bestand
+zijn tegen de invasie van toeristen en Zondagsgasten?
+
+Hoewel wij nog 130 kilometer van Weenen verwijderd zijn, begint de
+groote stad toch al haar makers van uitstapjes hierheen te zenden,
+en tal van treinen brengen massa's toeristen naar Mürzzuschlag. Des
+winters is het een centrum voor de skisport, die er zachte, bijzonder
+geschikte hellingen vindt, en jaarlijks hebben er wedstrijden plaats,
+internationale zelfs, die een aantal mededingers lokken, tot zelfs
+uit Noorwegen.
+
+Te Mürzzuschlag verlaten wij de Mur, maar volgen toch nog steeds de
+inzinking in het bergland, die we bij het begin der reis gekozen
+hebben. Nu vloeit er de heldere beek, de Fröschnitz, door een
+landschap, dat met weiden en bosschen een echt Alpenkarakter heeft. De
+bedoelde kloof loopt stijgend voort tot aan den Semmering, waar het
+bergland zich verbrokkelt in Beneden Oostenrijk, maar men kan haar
+dan nog volgen door het dal der Leitha. De Alpen zijn er ten einde,
+want zij zenden slechts een zeer onbeduidend takje als Wienerwald
+tot aan de poorten der hoofdstad en de oevers der Donau.
+
+De Semmering, die zooals wij zeiden tot het gebied van Weenen behoort,
+is te cosmopolitisch geworden, dan dat wij er ons lang behoeven op
+te houden, en als wij dan ook op onze schreden terugkeeren, vinden
+we in het bovendal der Mürz een echt stiermarksche streek met het
+dorp Neuberg, welks huizen gedrukt worden door de aanwezigheid van
+een hooge kerk zonder toren, oprijzend uit een groep gebouwen van
+kloosterachtig aanzien.
+
+Dat is inderdaad een Cistercienser klooster, gesticht in 1327 door
+Otto den Vroolijke, wiens naam een droevige tegenstelling vormt met
+het treurig lot van zijn broeder Frederik den Schoone, hertog van
+Stiermarken. Deze was eerst voor de keizerlijke waardigheid bestemd,
+maar hij werd verslagen en gevangen genomen bij Mühldorf door zijn
+mededinger Lodewijk van Beieren. Ten gevolge van dien tegenslag werden
+zijn haren plotseling grijs, zegt de kroniek, en zijn vrouw werd
+blind van het vele schreien. Het klooster werd in 1783 geseculariseerd
+door Jozef den Tweeden, en de binnenpleinen, die openbare doorgangen
+zijn geworden, zoowel als de groote gewitte gangen, waarop de deuren
+uitkomen van woningen en kantoren, zien er verwaarloosd uit als dingen,
+die niet meer voor hun ware bestemming worden gebruikt.
+
+Die indruk van verwaarloozing blijft iemand ook bij onder de hooge
+gewelven van de kerk, die tegen het einde van de vijftiende eeuw
+voltooid werd onder keizer Frederik den Derde. Alles is er vervallen
+en koud en vochtig. De proporties zijn mooi, en aan de onderdeelen
+is indertijd veel zorg besteed. In stoffige hoeken ziet men resten
+van oude pracht, bij voorbeeld een prachtig gothisch doopvont, een
+merkwaardigen stoel met troonhemel, de portretten van de stichters
+der kerk, maar alles dooreen en ongeordend in het ruime schip der
+kerk zonder koor of zijbeuken.
+
+
+
+II.
+
+ Jacht in Stiermarken.--De bedevaart van Maria Zell.--De
+ Hochschwab.--Metalen in Stiermarken.--IJzererts.--Het
+ Gesäuse.--De Admont-abdij.
+
+
+Wij zullen nu een der wegen volgen van de bedevaartgangers van Maria
+Zell en in dat deel van Stiermarken, waar nog geen spoorwegen zijn,
+een bezoek brengen aan het beroemde heiligdom. Wij willen intusschen
+niet zoo trouw de pelgrims volgen, dat we te voet gaan, als die
+lange slierten bergbewoners op bloote voeten, die, naar het heet,
+soms als penitentie erwten of stukjes glas in de schoenen hebben
+en een zwaren zak op den rug of op het hoofd, en die wij langs den
+geheelen weg zullen zien, onder het zingen van liederen langzaam hun
+doel naderend, zonder zich om het weder te bekommeren, terwijl ze aan
+de twijfelzieke moderne wereld den roerenden en troostenden aanblik
+van het geloof aanbieden.
+
+Wij hebben meer haast dan die pelgrims, en het stortregent. Dus huren
+we een stevige stiermarksche kales, en daar gaat het voort op den weg
+naar Mürzsteg. Een gedenkplaat op de rots van den Calvariënberg roept
+ons den populairen aartshertog Johan in de herinnering. De rook van
+de hoogovens van Neuberg is niet te onderscheiden achter het gordijn
+van regen, en wij rijden snel het Stiermarken der jagers binnen. Te
+Mürzsteg ontmoet men een keizerlijk jachtslot met in den gevel
+den verplichten hertekop. De herbergen, zelfs de meest bescheidene,
+hebben dat teeken, en als men in de "mooie" kamer komt, vindt men die
+onveranderlijk versierd met jachttrofeeën, welke gegroepeerd zijn
+om het portret van aartshertog Johan. Te Krampen reden we over een
+met moeite aangelegden weg, die naar een zeer hoog gelegen jachtslot
+voerde te midden der ondoordringbare bosschen van Nassköhr. Herten,
+gemzen, korhoenders hebben een veilige schuilplaats gevonden in die
+van de wereld verafgelegen kloven, en het jachtgebied of Revier van
+Mürzsteg is overrijk aan groot en klein wild.
+
+Stiermarken is het echte land der groote jachtpartijen. De eigenaars
+der terreinen zenden heinde en ver uitnoodigingen voor de gemzen-
+en de hertenjacht. Zij vragen de ambtenaren, den predikant, den
+schoolmeester en de welgestelde boeren. De overige bewoners der streek
+doen als drijvers dienst, en zoo begrijpt men, dat de liefde voor
+de jacht den Stiermarker in het bloed zit en dat de volksliederen
+er vol zijn van den gemzenjager, die opklimt naar den Gemsberg. De
+aanzienlijken geven het voorbeeld, en de keizer zelf verzuimt nooit
+zijn jaarlijksch bezoek aan Stiermarken voor de jacht.
+
+Het regent nog steeds, en de Hohe Veitsch verbergt zich in den nevel,
+waardoor wij alleen het naastbijzijnde zien. Het Scheiterbodendal,
+dat wij nu volgen, wordt smaller en smaller en is eindelijk niet meer
+dan een kloof met prachtig begroeide rotsen. Midden op den weg komt
+een breede waterstraal uit een spleet in den rotswand op ongeveer
+vijftig meter boven het dal, en stort zich in de Mürz onder schuimend
+uiteenspatten op de rotsen. Een houten trap met treden, die door het
+slijk glibberig zijn geworden, voert een eindje in de geheimzinnige
+duisternis van de spleet. Een grafkruis geeft iets lugubers aan deze
+plek, waar het donderend geraas van den waterval nooit ophoudt. Enkele
+passen verder had een ongeluk met haar paard bijna het leven gekost
+aan keizerin Elisabeth in 1883. De edele vrouw bleef toen bewaard,
+om later onder het mes van een moordenaar te vallen.
+
+De donkere vallei, waar eens zeker een spoorweg door zal loopen,
+om de scharen pelgrims naar Maria Zell te brengen, loopt uit in een
+diepte, waar alles groen is en waar de kleine protestantsche gemeente
+Frein aan den voet van den Hohen Proles en den Hohen Student is
+gelegen. Bemodderde voetgangers, allen bedevaartgangers, de vrouwen
+met hoog opgeschorte rokken, stappen over de vuile dorpsstraat. De
+bosschen rooken, en de wolken hangen laag op de hellingen. Groen
+Stiermarken wordt al groener en groener, ook door den regen, die zijn
+deel heeft aan de frissche tinten.
+
+Het dal, waardoor wij langzaam stijgen naar een pas, is geheel met
+een groen tapijt bekleed. Geen veld, geen rots, geen stukje grond,
+of het is een deel van de groote symphonie in groen. Alleen de hemel,
+die met grijze wolken is bedekt, steekt af bij de algemeene hoofdkleur.
+
+Nu hebben wij den weg bereikt, die van het station Kernhof, het dichtst
+bij Maria Zell gelegen, naar de bedevaartplaats leidt. Het uithangbord
+van een herberg leert ons, dat wij de grens van Beneden-Oostenrijk
+naderen, en toen we stilhielden, kuste een oude bedelaar ons de
+hand met zijn zwaren, natten knevel. Dit is hier het dal der Salza,
+waardoor wij in enkele dagen dat der Enns zullen bereiken, de tweede
+hoofdader van Stiermarken naast de Mur.
+
+Nog één steile helling, waar telegraafpalen aantoonen dat we
+beschaafder streken naderen, en we zijn boven Maria Zell, dat over
+de berghelling verspreid ligt en een prachtig ruim uitzicht geniet
+over wijde, groene golvingen. De kerk trekt dadelijk de aandacht,
+ofschoon groote moderne hotels er rondom heen verrijzen, zoodat zij
+niet meer als vroeger boven nederige hutten troont.
+
+Die kerk, die zoo eerbiedwaardig is uit het oogpunt van het geloof,
+is zeer leelijk uit aesthetisch oogpunt. Men is op het crimineele
+denkbeeld gekomen, haar gothische spits te omlijsten met twee
+vierkante torens met toscaansche pilaartjes en leelijke rococo-daken,
+en daarachter verrijst een soort van duiventil in cilindervorm,
+waaruit men ieder oogenblik de vluchten witte duiven denkt te zullen
+zien uitvliegen.
+
+Er blijft ons slechts één troost, namelijk een prachtig paneel in
+het hoofdportaal, het eenige voorbeeld van naïeve kunst, dat ontsnapt
+is aan de beeldstormers van de Renaissance. Het stelt voor den slag
+aan de Maritza, waarin koning Lodewijk van Hongarije de Turken,
+of liever de Hongaren, hun bondgenooten, versloeg. Het onderwerp is
+met een merkwaardige levendigheid behandeld, en boven een verwoed
+gevecht waait de standaard met het kruis van Hongarije. Naast dit
+tooneel van strijd troont de Heilige Maagd rustig in den hemel,
+terwijl de koning in geknielde houding haar het beeld overreikt, dat
+zijn wensch symboliseert. En daar er iets fantastisch moet wezen bij
+een voorstelling uit de Middeleeuwen, iets, dat aan magie herinnert,
+wordt een hoek van het paneel ingenomen door een onbegrijpelijke
+nabootsing van den duivel.
+
+Al zijn er buiten aan de kerk nog sporen overgebleven van de gothische
+kerk uit het eind der veertiende eeuw, toen de zegevierende koning
+van Hongarije haar liet bouwen, wiens standbeeld vóór den ingang
+tegenover dat van markgraaf Hendrik van Moravië staat, van binnen is
+al het oude geheel verdwenen, zoo zelfs, dat men meende, dat alleen
+de middentoren van den gevel van het oude gebouw was overgebleven,
+totdat een kundig archaeoloog, professor Petschnigg, bewees, dat de
+oude kerk opgenomen was in de kerk van de zeventiende eeuw.
+
+De slanke gothische pijlers zijn in de zware moderne pilaren
+opgenomen en het oude schip is verbreed en langer gemaakt. Wel heeft
+het inwendige van de kerk, waarvan de Italiaan Sciassia in 1644 de
+herstelling begon, iets grootsch en indrukwekkends door de wijde
+ruimten, de breede lijnen en de goede proporties; maar men moet
+zich wel met smart te binnen brengen, dat de arme, oude gothische
+kerk, die al het verledene heeft bijgewoond en die zoo luid tot onze
+verbeelding zou hebben gesproken, ingemetseld is als de personnages
+uit sommige legenden in de pilaren van deze pompeuse kerk, die wit en
+crême is als een salon, en vol geschilderde medaillons als aan den
+wand hangende schilderijen. Zoo wij er al geen pleizier aan hebben,
+deze weelde van slecht allooi boeit de goede bergbewoners, wier onder
+tucht staande groepen, blootsvoets en met hun bagage op den rug in
+alle richtingen door het kerkgebouw schrijden, terwijl de beelden
+van de Moeder Gods voor de processie uit gedragen worden.
+
+Het middelpunt van de processies en de gebeden is de Gnadenkapelle,
+een gothisch gebouwtje, waarvan de kolommen zonder twijfel vroeger,
+behalve aan den voorgevel, door wanden van echt marmer verbonden
+waren. Over den voorgevel loopt een traliewerk van zilver, een
+gift van keizer Frans den Eerste van Lotharingen en zijn vrouw
+Maria Theresia. Daarboven ziet men een versiering van schelpwerk,
+waar borstbeelden tegen uitkomen, die men houdt voor die van koning
+Lodewijk van Hongarije en zijn vrouw. Achter in dit heiligdom van
+een barbaarsche pracht staat op een zilveren altaar, in een met
+goudborduursel en zilveren pailletten getooid kleed, de wonderdoende
+Maagd, die door de kracht van het geloof, dat bergen verzet, maar hier
+bergen doet overschrijden, de vrome menigten aantrekt uit alle vier
+hoeken van de Oostenrijksche monarchie. En in onze gedachten zien we
+hen allen door regen en sneeuw, over de moeilijkste bergpaden naar
+dit lichtend punt, deze ster der wijzen samenkomen. Het middelpunt
+dier machtige aantrekking is een beeld, uit lindenhout gesneden,
+slechts 47 centimeter hoog, op gouden grond geverfd in bonte
+kleuren. Volgens de legende is het beeld afkomstig uit de cel (Zelle)
+van een kluizenaar-priester, die met nog vier anderen omstreeks 1147
+door de abdij van Sint Lambrecht was uitgezonden, om aan de herders
+van deze bergen het Evangelie te verkondigen.
+
+De kerk zelve heeft niets bijzonders dan enkele mooi bewerkte ijzeren
+hekken en het groote altaar, waarboven men een wereldbol ziet van
+zilver, waaromheen zich de symbolische slang slingert. Ook is er
+een hoog ebbenhouten kruis met de zilveren beelden, in natuurlijke
+grootte, van den Vader en den Zoon, geschonken door keizer Karel
+den Zesde. Voor het altaar staat een zuil met het beeld der Maagd,
+waar de bedevaartgangers op de knieën omheen moeten gaan. Op de
+bovengalerijen zijn de muren behangen met ex-voto's en schilderwerk,
+dat de wonderen voorstelt.
+
+In de schatkamer zijn, als in een soort van museum, allerlei
+interessante zaken bijeen gebracht, bijvoorbeeld een schilderij van
+Maria, gegeven door koning Lodewijk van Hongarije, dat, naar men
+meent, op zijn huisaltaar stond. Het schilderwerk van dit beeld doet
+denken aan de school van Giotto; de achtergrond is van blauw émail,
+met gouden leliën bezaaid, en de zilveren lijst is een mooi stuk
+zilversmidswerk. Er zijn ook kerkelijke gewaden, waarvan enkele aan
+Matthias Corvinus worden toegeschreven, dan een ivoren diptiek uit
+de veertiende eeuw, ook van dien vorst ontvangen.
+
+Geheel Maria Zell is maar een aanhangsel van de kerk; de hotels en
+herbergen zijn er slechts om de pelgrims te logeeren, en in de winkels
+spelen vrome prenten en beelden de hoofdrol. Lange rijen winkeltjes,
+waarvan de nieuwste van ijzer, vormen een echte markt van kerkelijke
+voorwerpen. De oude houten winkeltjes waren in 1827 de aanleiding
+tot een brand, die bijna het geheele dorp verwoestte.
+
+Het is een curieus gezicht, de boerinnen met haar wijde rokken en
+bonte doekjes, vol eerbied met gevouwen handen en wijd geopende oogen,
+kijkend naar al die vrome pracht van goedkoop klatergoud, en ze dan
+even daarna waar te nemen, al dingend om de prijzen wat lager te
+krijgen, terwijl men in de verte de liederen der processie hoort,
+die onophoudelijk met wapperende banieren door het dorp trekt.
+
+Wij zullen, om weer in de buurt van den spoorweg te komen, nog lange
+einden te voet en per rijtuig moeten afleggen, maar het gaat door een
+streek, welker schoonheid ons de lengte van den weg zal doen vergeten.
+
+We gaan langs den voet van den Hochschwab, een interessant
+kalkgebergte, waar men een modelhoeve kan zien, die daar aan den
+oostelijken voet werd opgericht door aartshertog Johan, om in
+deze achterlijke streek de menschen op de hoogte te brengen van de
+verbeteringen in den landbouw.
+
+Ook is dit de klassieke streek van de gemzenjacht. Het is een
+moeilijk bedrijf; dat blijkt al uit de uitrusting van hen, die wij
+ontmoeten. Zooals zij daar gaan met den Alpenstok in de eene hand,
+het geweer in de andere, om de schouders een lap vilt met een gat
+erin voor het hoofd, de kuiten in kousen van grove wol en schoenen
+met enorme spijkers, lijken ze meer op roovers dan op ordentelijke
+jagers. Ze vertellen ons niettemin zeer vriendelijk, dat er morgen
+een groote jacht zal zijn, en dat als wij op die en die plaats gaan
+staan, wij de gemzen zullen kunnen zien voorbijkomen.
+
+De gems is hier geen legendarisch dier zooals in Zwitserland;
+integendeel, men ontmoet er soms troepen van 50 tot 100 stuks, en als
+ze niet gejaagd worden, kan men ze wel eens tot op vijftig pas naderen.
+
+De jachtverblijven van den hertog van Parma, van prins Hohenlohe en
+anderen volgen elkander op in het dal der Salza, en hertengeweien
+zijn het sieraad van elke herberg.
+
+Uit het dal der Salza gaan we over den pas van de Eisenerzer Höhe te
+voet naar Eisenerz. De aankomst te Eisenerz, dat zeer hoog boven het
+dal is gelegen, is treffend. Een nieuw Stiermarken doet zich daar
+aan ons voor, het metaalhoudende Stiermarken. Beneden in het dal
+verrijzen de hooge schoorsteenen van de fabrieken en de kolossale
+forten, waarop de hoogovens gelijken, terwijl de met erts beladen
+treinen onophoudelijk langs de hellingen rijden. Maar boven die
+drukte in de diepte liggen de groene weiden, en weer hooger de zone
+van dichte wouden, terwijl op dat alles neerzien de hooge, edele
+bergreuzen, de Kaiserschild, de Wildfold, die een bekroning zijn,
+waarvan de majesteit al het rumoerige en vuile werk der menschen doet
+vergeten. Men komt hier tot het besluit, dat de industrie alleen de
+middelmatige landschappen kan bederven, maar dat zij niet vermag,
+de grootsche aspecten der natuur te ontsieren.
+
+Een hooge, roodgekleurde berg met afgeronde vormen en gestreept als
+door treden, die donkerder schijnen in het licht der ondergaande zon,
+steekt af bij al het groen van het landschap, het is de Erzberg,
+symbool van den metaalrijkdom van het land. Die waardevolle
+berg bestaat geheel uit mineralen, en reeds sinds eeuwen zijn de
+menschelijke mieren op zijn flanken aan het graven en wroeten, knagen
+den berg methodisch af, en zoo de menschheid, zooals waarschijnlijk is,
+voortgaat ijzer noodig te hebben, zal de berg ten slotte geheel zijn
+opgebruikt. Aan den voet liggen, dicht opeengehoopt, de oude huizen
+van het ouderwetsche stadje Eisenerz onder bescherming van de kerk,
+die op een fort gelijkt.
+
+Dat antieke stadje is herhaaldelijk door plagen geteisterd,
+door branden, pest, godsdienstoorlogen; maar het stond altijd in
+groote gunst bij de vorsten, die de economische beteekenis ervan
+begrepen. Maximiliaan de Eerste gaf het plaatsje zijn privileges,
+die verbrand waren bij den grooten brand van 1492; Jozef de Tweede
+kwam zelf in een der mijnen de mijnboor hanteeren. Toen de Franschen
+er viermaal doorgetrokken waren tusschen 1800 en 1809, en er aan de
+bevolking zware belastingen hadden opgelegd, waarvan de onaangename
+herinnering nog bewaard gebleven is in den naam van een berg, die
+Franzosenbüchel heet, ging Frans de Eerste zijn volk troosten bij die
+nieuwe beproeving. De overlevering van die vorstelijke bezoeken leeft
+nog in onze dagen, en de oude residentie van de graven van Eisenerz,
+de Kammerhof, is in een keizerlijk jachtslot veranderd.
+
+De oude gemeentekerk van Sint-Oswald heeft al die gebeurtenissen
+overleefd, die zij van hoog standpunt heeft zien gebeuren; zij staat op
+een vooruitspringend gedeelte van den Erzberg boven de oude boomen van
+het door haar behoede stadje. Er hiermee wordt niet alleen bedoeld de
+moreele bescherming, waarvan Luther zingt in zijn Eine feste Burg ist
+unser Gott; maar feitelijk is de kerk omgeven door een muur met groote,
+ronde torens, zoodat het een echt fort is, waar alle bewoners geborgen
+konden worden bij de eerste verschijning der turksche horden. Het
+oude heiligdom, reeds in 1190 vermeld, herbouwd onder Rudolf van
+Habsburg, vergroot onder Frederik den Derde, en versterkt in 1482,
+is nog eens gerestaureerd onder Maximiliaan den Eerste, zoodat het
+een zeer geavanceerd gothisch karakter heeft. De orgeltribune en de
+gewelven waarop zij rust, herinneren zelfs aan de Renaissance.
+
+Een andere toren, op vierkanten voet en met een puntig dak, beheerscht
+het dorp aan den anderen kant van het dal. Dat is de Schichtthurm,
+welks klok vroeger de uren van de Schicht sloeg, dus de tijd van
+het neerdalen in de mijn. Van daar heeft men een goeden kijk op de
+eigenaardige ligging van Eisenerz, en men staat er vlak tegenover den
+berg, die in trappen is uitgehouwen en met welks vernieling steeds
+legioenen van arbeiders bezig zijn.
+
+Boven op den berg staat een kolossaal kruis, aan welks voet een groot
+medaillonportret is te zien van ... ik behoef het wel nauwelijks te
+zeggen ... aartshertog Johan. Het is een eigenaardige tocht van daar
+naar beneden naar Eisenerz langs de reuzentrap van de mijnwerken, te
+midden van het rollen der treinen met erts, die in alle richtingen den
+berg doorkruisen, het klinken der signalen, het geluid der houweelen
+en hamers, het gedonder der ontploffingen, dat door de echo's wordt
+herhaald, en het gegons van den menschelijken bijenkorf, met de
+vernieling van den ijzerberg bezig.
+
+Nu en dan brengt een bosch, een weide of een dichterlijk kapelletje
+wat afwisseling. Zoo is er de kapel van Sint Barbara, waar men u de
+Wonderstufe laat zien, een stuk mineraal, waarin bereidwillige oogen
+een beeld van de H. Maagd aanschouwen in een stralenkrans.
+
+Op een uur afstands van die drukte van de industrie kan men, ook
+wel per spoor, het meer Leopoldstein bereiken, een juweeltje, dat
+omsloten wordt door het Münichdal, rechts van het dal der Erzbach,
+waarvan het gescheiden is door een lagen heuvel, die het middeleeuwsch
+kasteel draagt van hertog Arnoud van Beieren. De oevers van het meer
+zijn een heerlijk rustoord in een prachtige omlijsting. Het water is
+in den zonneschijn blauw als dat van de Middellandsche Zee, en het
+weerkaatst een zwaren muur van rotsen, de Seemauer, en den trotschen
+top van den Pfaffenstein. Men kan een aangename wandeling doen, als men
+den oever van het meer ziet glanzen onder het zachte zuchten van den
+wind. Laat echter de wind eens tot storm opsteken, en zwarte wolken
+hangen boven het diepe meer, dan verdwijnt alle vroolijkheid uit het
+landschap en als sinistere reuzen staan de rotsmuren in het rond; het
+geheel krijgt een tragisch aanzien, en de schipper, die met zijn boot
+door den storm wordt overvallen, is ver van veilig op dit watervlak
+van vijftig hectaren, waar de stormen vreeselijk kunnen woeden,
+maar dat in een volgend oogenblik weer lacht in den zonneschijn.
+
+Als wij de Erzbach stroomaf volgen, komen we in het dal der Enns,
+waar nog indrukwekkender natuurtooneelen ons wachten. Over een
+lengte van vier mijlen wringt zich die stroom door een diepe kloof
+in het kalkgebergte; al springend doet hij hoog het schuim opspatten
+en laat een klagenden toon hooren, als het snelstroomende water zich
+voortspoedt tusschen de van de rotswanden neergestorte blokken. Vandaar
+de naam Gesäuse.
+
+De gewone weg en de spoorweg hebben toch kans gezien, binnen te dringen
+in de diepe, smalle kloof, al moeten zij telkens van de eene naar de
+andere zijde overspringen. Na elke tunnel krijgt men een nieuw en
+altijd imposant landschap te zien, en het zou heiligschennis zijn,
+zich tevreden te stellen met wat men ervan uit de raampjes van
+den spoorwagen kan bespeuren. Ieder, die de mooie natuur weet te
+waardeeren, is verplicht, bij het station Gstatterboden, dat halfweg
+de mooie route is gelegen, den trein te verlaten.
+
+Daar verheft zich in zijn onmiddellijke nabijheid een steile berg,
+zooals hij er nooit een op het perron van een spoorweg zoo dichtbij
+zal hebben aanschouwd. De gezichtslijn vormt, als men naar den top
+kijkt, een hoek van 35 graden, 50 minuten, wat op een respectabele
+steilte wijst.
+
+Die top, de Planspitze, die in het kalkgebergte is uitgespaard, rijst
+wit omhoog uit een dicht groen plantenkleed en beheerscht de rivier,
+waarboven hij zich 1500 meter verheft. Hij schijnt onbestijgbaar en
+het heeft dan ook lang geduurd, eer men hem had vermeesterd. Wanneer
+men echter zeer nauwkeurig let op een richel, die aan den linkerkant
+van den reus er langs loopt, en waar zich langs den trotschen muur
+een waterval naar beneden stort, zal men met goede oogen een heel
+smal paadje ontdekken, dat den formidabelen top beklimt, en welke
+verschrikkelijke steilte den eenvoudigen toeschouwer beneden in het
+dal al duizelig maakt. Hier herkent men het stoutmoedige werk van
+de Alpinisten. En inderdaad is dat pad in het leven geroepen door
+de Alpenvereeniging "Ennsthaler", en het voert na een klimpartij
+langs touwen, ijzeren koorden en in de rots geslagen haken naar de
+schuilhut, genaamd de Hesshütte, naam van den beroemden Alpinist
+H. Hess, die met Purtschellen geschreven heeft het boekje, "De
+Hochtourist", handboek der bergbestijgers en een lijst bevattend
+van die toppen in de Oost-Alpen, die bijna ontoegankelijk zijn,
+met nauwkeurige aanwijzingen hoe ze te overweldigen zijn, terwijl de
+gemakkelijk toegankelijke toppen in het geheel niet genoemd worden.
+
+Van de Hesshütte kan men dan de Planspitze bereiken en met nog meer
+inspanning den Hochtor, den vorst der Alpen van het Ennsdal, hoog 2372
+Meter. Als men op het station Gstatterboden den blik naar het Westen
+wendt, kan men daar een tooneel aanschouwen, minder afschrikwekkend,
+maar dat het oog weldadig aandoet. De Enns, die wat rustiger is
+geworden, kronkelt zich met de sierlijkste slingeringen door het
+boschrijke dal over een bedding van witte steenen. Overal op de hoogten
+staan de prachtige wouden, iets dunner wordend hooger op de bergen,
+en samen een heerlijke omlijsting vormend voor den Reichenstein,
+dien men niet moet verwarren met den berg van dien naam bij Eisenerz.
+
+De gemakkelijke weg door het dal is zeer gezocht bij de wandelaars;
+men ontmoet er jonge meisjes, die Alpenbloemen plukken, jongelui, die
+hun rijwiel in zijn gang vertragen, om het spel van licht en schaduw te
+volgen, dat zich voltrekt op het groene watervlak van den bergstroom,
+en Alpinisten met den langen bergstok, die moeilijke steilten gaan
+vermeesteren. Er ontbreken nog maar de heeren automobilisten aan
+met hun apocalyptische voertuigen, die even gauw verdwijnen als ze
+zijn verschenen, maar welker nagelaten geur een alleronaangenaamste
+herinnering achter zich werpt; ze zouden hier geen wolken stof kunnen
+opjagen, waarin ze zich zoo gaarne als de goden hullen, om zich aan
+het oog der gewone stervelingen te onttrekken.
+
+Een weg, die op den grooten weg uitkomt, wenkt ons met een door
+groen omslingerde poort, waarboven het woord "Willkommen" prijkt. Zoo
+stappen wij het Johnsbachdal binnen en verdiepen ons al meer en meer
+in de bergen, waar telkens de heerlijkste kijkjes ons worden gegund in
+smalle kloven, terwijl we plotseling worden verplaatst uit de schaduw
+der bosschen op groote vlakten, die met witte steenen zijn bezaaid. De
+zon zendt steil haar stralen op ons neer, en wij begroeten daarom met
+genoegen de groene oase van Johnsbach, waar het dal van aard en van
+richting verandert. De dorre kloof wordt een breed dal, de rotsmuren
+maken plaats voor groene, golvende terreinen, en uit het kalkgebergte
+komen we in de streken van de afgeronde, ijzerhoudende bergen.
+
+Gezeten in de schaduw bij de herberg Donnerwirth, bewonderen wij
+de andere zijde van de Alpen van het Ennsdal en de onmiddellijker
+omgeving, die een bekoorlijk hoekje is met een klein wit kerkje,
+dat al van 1310 dagteekent en in een nestje van groen is gelegen
+onder rotsen, gelijk aan ruïnen van oude kasteelen. De wolken, die
+voor de zon langs trekken, wijzigen ieder oogenblik het landschap en
+geven er een soort van leven aan; wij worden er door geboeid, zooals
+men aan het strand nooit moe wordt op het spel der golfjes te letten.
+
+Wij vreesden dat onze dichterlijke stemming verstoord zou worden
+door een gezelschap, dat er zeer epicuristisch uitzag, iets als de
+Cent-Kilos met korte broeken en bloote knieën boven grove wollen
+kousen en bock na bock verorberend. Maar daar staat een van hen op,
+en ondanks het aanplakbiljet, waarop verzocht wordt alle rumoer te
+vermijden, om het wild niet te verschrikken, begint hij met zuivere
+stem geen bacchantenliedje of een mopje uit een café-concert aan te
+heffen, zooals men verwacht zou hebben, afgaande op zijn uiterlijk en
+manieren, maar een ernstig lied, waarin van de bergen en het vaderland
+en van Duitschland sprake is. De moeilijk verteerbare grappen hebben
+opgehouden, de luisteraars hebben allen ernstige gezichten en luisteren
+naar den zanger met een soort van vromen eerbied. Die wonderlijke
+mengeling van lyrische sentimentaliteit en zeer prozaïsche neigingen
+geeft wel een goed denkbeeld van de tegenstellingen, waarop men altijd
+stuit bij de germaansche rassen.
+
+Een klimpartij tusschen dennen door brengt ons naar de Treffner Alm,
+van waar wij ons gemakkelijker kunnen oriënteeren in den doolhof
+van de Alpen van het Ennsdal. Die hooge weide ligt op een pas, die
+over den Reichenstein leidt en den Sparafeld en het mogelijk maakt,
+om uit het Johnsbachdal te komen bij de Kaiserau, de herberg van de
+Admont-abdij, waar een klein kasteeltje het zomerverblijf is der abten.
+
+Van de Treffner Alm overziet men het Johnsbachdal, dat overal groen
+is, waar men geen enkel roodgekleurd spleetje van den bodem te zien
+krijgt, en waar boerenhoeven zich uitstrekken tot aan den Neuburger
+Alp. Maar wat het meest hier de aandacht trekt, is de zuidkant van
+de kalkbergen en vooral op het eerste plan de scherpe pyramide van
+Idstein, welks kale top door de natuur als palet wordt gebruikt,
+om er steeds weer nieuwe verven op te strijken. Wij keken lang naar
+de afwisselende verlichting, die ook de vormen schijnt te veranderen,
+tot in fellen gloed de zon onderging en den piek verguldde, hem eerst
+grooter makend tegen den zwarten achtergrond der kloof, en hem ten
+laatste uitdoovend in de opstijgende geuren uit het dal, waar het
+versch gemaaide gras het grootste deel aan heeft.
+
+Aan den uitgang van het Gesäuse, waar wij den spoorweg weer vinden,
+wijken de bergen ver van het dal terug, en zoo doet zich het
+vriendelijke Admontbekken voor. Hier is alles anders, een kleine
+vlakte, bedekt met bebouwde velden, afgewisseld door boschjes en
+weiden en nette huizen, die van welvaart getuigen. Maar daarom is het
+nog geen prozaïsch landschap, want een kring van hooge bergen geeft
+er stijl aan.
+
+Het Benedictijnerklooster van Admont is gesticht door den aartsbisschop
+Gebhard van Salzburg in 1074, dus later dan het klooster van Göss, dat
+het oudste uit de streek is, maar vroeger dan die van Sint Lambrecht,
+Rein en Verau. De stichtingsdata van die groote kloosters, die zooveel
+hebben gedaan voor de beschaving in de Oost-Alpen, liggen meestal
+tusschen het begin der elfde eeuw en de tweede helft der dertiende.
+
+Admont was van het begin af een centrum van intellectueele
+ontwikkeling. De latijnsche geschriften van de eerste en geleerdste
+abten, Gottfried, Irembert en Isenrik hebben groote dichterlijke
+bekoorlijkheid. Men deed in het klooster ook aan muziek, en abt
+Engelbert heeft in de dertiende eeuw een geschrift gemaakt, waarin hij
+samenvat wat er in zijn tijd aan muzikale kennis in de wereld bestond,
+een werk van groote waarde voor onze geschiedschrijvers der muziek.
+
+Doch kunst en wetenschap waren niet altijd voldoende voor de abten
+van Admont. Abt Hendrik de Tweede, die keizer Rudolf van Habsburg in
+het klooster geherbergd had, werd in 1286 benoemd tot Landeshauptmann
+van Stiermarken, een waardigheid, die den woeligen adel van het land
+tegen hem in het harnas joeg. Hij had een tragisch einde, want een van
+zijn bloedverwanten vermoordde hem in de buurt van het klooster. Na
+dien onrustigen tijd wijdde men zich weer aan de studie; er werden
+scholen opgericht en zelfs een gymnasium en een hoogeschool behoorden
+bij het Admontklooster.
+
+Van de in 1074 gestichte kerk is niets meer over; zij is in 1152
+een prooi der vlammen geworden. De nieuwe kerk, die terstond weer
+werd gebouwd, is alleen terug te vinden in een portaal en in een
+gebeeldhouwden leeuw. Admont is dikwijls door de plaag van brand
+geteisterd, het laatst in 1865. De vlammen in het dorp door een
+misdadige hand ontstoken, bereikten ook de abdij en richtten er enorme
+schade aan. De brand duurde vier volle dagen, en een maand later brak
+het vuur nog weer uit de puinhoopen, toen ze opgeruimd werden. De kerk
+stortte in, de klokken stortten neer als een gesmolten massa, en alleen
+eenige gewijde voorwerpen ontsnapten aan de algemeene vernieling op een
+werkelijk wonderdadige wijze. De tegenwoordige kerk, de Blasienmünster,
+dadelijk opgebouwd na de ramp, zal dus weinig belang inboezemen aan
+hen, die graag luisteren naar wat oude dingen te vertellen hebben. Haar
+twee scherpe spitsen maken een goed effect in het landschap.
+
+De gebouwen, die bij het klooster hebben behoord, besloegen een groote
+ruimte; er wordt gesproken van zes binnenpleinen en 1180 vensters. Na
+den brand van 1865, waar de bibliotheek gelukkig aan ontkomen is,
+heeft men alleen drie vleugels weer opgebouwd om een plein. Zij maken
+nog een treffenden indruk en geven een denkbeeld van wat het oude
+klooster moet zijn geweest
+
+De door den brand vernielde gedeelten waren in 1734 gebouwd en moesten
+volgens de eerste plannen de afmetingen van het Vaticaan hebben,
+dus van het grootste paleis ter wereld, maar die plannen zijn nooit
+tot uitvoering gekomen in hun geheel.
+
+Bij een bezoek aan het klooster verzuimt men gewoonlijk niet
+het Kellerstübel, een klein gewelfd zaaltje met betimmering van
+dennenhout, waar men tusschen de worst en de kaas den Lüttenberger
+kan proeven, die in de wijngaarden van de abdij is gegroeid. Het is
+een eigenaardige omgeving in dat lage zaaltje met de geschilderde
+zoldering, waarop de wapens van het klooster prijken, een crucifix
+tusschen twee hertehoorns naast een aan den muur hangende guitaar,
+terwijl men door een oud renaissancepoortje het uitzicht op een park
+met allerlei klassieke versierselen heeft.
+
+Dat was ons afscheid van Stiermarken, van dat schoone land, waarop
+de Dachstein neerziet, die hooge berg, dien Stiermarken, Salzburg en
+Boven-Oostenrijk met elkander deelen.
+
+Hij staat, als 't ware aan Stiermarkens begin en in het bekende
+gedicht van J. Dirnböck, dat door L.C. Seydler op muziek is gezet,
+zingt de Stiermarker:
+
+
+ Hoch vom Dachstein an, wo der Aar noch haust,
+ Bis zum Wendenland am Bett der Sav',
+ Und vom Alpthal an, das die Mürz durchbraust,
+ Bis ins Rebenland im Thal der Drav':
+ Dieses schöne land ist der Steirer Land
+ Ist mein liebes, theures Heimathland.
+
+
+En daarna vervolgt hij, zijn land met vaderlandslievenden trots
+omschrijvend en telkens met de beide laatste bovenstaande regels
+besluitend:
+
+
+ Wo die Gemse keck von der Felswand springt,
+ Und der Jäger kühn sein Leben wagt;
+ Wo die Sennerin frohe Jodler singt
+ Am Gebirg, das hoch in Wolken ragt:
+
+ Wo durch Kohlengluth und des Hammers Kraft,
+ Starker Hände Fleiss das Eisen zeugt;
+ Wo noch Eichen stehn, voll und grün von Saft
+ Die kein Sturmwind je noch hat gebeugt:
+
+ Wo der Mais und Haid'n herbstlich duftend blüh'n
+ Und des Obstes Füll' so lachend keimt;
+ Wo im Unterland süsse Trauben glüh'n,
+ Deren edles Blut wie Perlen schaumt:
+
+ Wo am Kirchweihfest noch nach alter Weis'
+ Sanfter Zither Ton und Hackbrett klingt.
+ Und der wack're Bursch rasch und flink im Kreis'
+ Holde Dirnen froh im Tanze schwingt:
+
+ Wo noch deutsches Wort und ein Handschlag gilt,
+ Frommer Sinn noch herrscht und Tugend währt,
+ Wo auf Mädchenwang' noch das Schaamroth spielt
+ Und die Hausfrau klug den Segen mehrt:
+
+ Wo's im schlichten Rock wie im Fürstgewand
+ Edle Männer giebt voll weisem Rath;
+ Die ein Schutz und Schirm für das treue Land
+ Rüstig vorwärts geh'n in reger That:
+
+ Wo in jedem Arm die geerbte Kraft
+ Habsburgs Enkeln blüht voll alter Treu,
+ Für den Kaiser gern Jeder auf sich rafft
+ Und dann eisern steht in Schlachtenreih:
+
+
+
+
+
+Van Toledo naar Granada.
+
+Naar het Fransch van Mevr. JANE DIEULAFOY.
+
+
+I.
+
+ De aanblik van Castilië.--De rondtrekkende kudden.--De
+ Mesta.--De Taag en haar dichters.--De Cuesta del Carmel.--De
+ Cristo de la Luz.--De hydraulische machine van Juanilo
+ Turriano.--De Zocodover.--Oude paleizen en antieke
+ synagogen.--De Joden van Toledo.--Een herinnering aan de
+ overstrooming van de Taag.
+
+
+"Van Madrid naar Toledo," schrijft een spaansch schrijver uit de 18de
+eeuw, "leidt een volkomen vlakke weg."
+
+Hoe waar is dat nog steeds, en wat is die weg somber en eentonig, die
+zich tusschen de hoofdstad van het moderne Spanje en de oude hoofdstad
+van het westgothisch rijk uitstrekt! Nauwelijks heeft men de huizen
+van Madrid, die amphitheatersgewijs gerangschikt zijn boven den blauwen
+halven cirkel van de Guadarramaketen, uit het gezicht verloren, of men
+betreedt een streek zoo verlaten, dat ze iemand een huivering bezorgt.
+
+Boven zich ziet men den hemel onverstoorbaar blauw, en beneden strekt
+zich eene eentonige, grijze vlakte uit, bezaaid met sprieten van een
+harde grassoort, en hier en daar de asch van het stroo, dat terstond
+na den oogst verbrand wordt. De zeer weinige dorpen, waarvan de hutten
+gebouwd zijn van aarde of van steenen, die de kleur van den grond
+hebben, zijn haast niet te onderscheiden. Men zou ze heelemaal niet
+zien, wanneer niet enkele boomen een mager bouquetje van groen deden
+oprijzen rondom de armoedige plaatsjes. Als men door de kale vlakte
+gaat, komt men tot de overtuiging, dat de bevelen van den Raad van
+Castilië, waarbij aan elken dorpsbewoner de plicht werd opgelegd,
+minstens vijf boomen per jaar te planten, wel slecht werden opgevolgd.
+
+De oorsprong van die antieke verordening klimt seker wel op tot een
+periode uit het grijs verleden. Zou zij mogelijk nog in verband staan
+met zekere oude wetten van den godsdienst, waarbij het aanplanten van
+boomen, het ontginnen van woeste gronden en het telen van vee behoorden
+tot de vrome werken, door Ormuzd, den god van het oude Perzië, bevolen
+en gezegend? De Arabieren hadden zich in hun omzwervingen te zeer
+gemengd onder de volken, die ze onderworpen hadden, en de Perzen hadden
+door hun wetenschap, hun intelligentie en hun kunstzin te veel indruk
+op hen gemaakt, dan dat zij aan dien invloed konden zijn ontsnapt. Moet
+men zich erover verbazen, als ze aan dat volk hun wetten ontleenden en
+de daar heerschende overleveringen meebrachten naar Spanje, wetten,
+die de Christenen na de verdrijving van den erfvijand wijs genoeg
+waren te behouden? Wat zou het te wenschen zijn geweest, dat ze de
+bepalingen onveranderd hadden gelaten, die den akkerbouw regelden; de
+helft van Spanje zou niet onvruchtbaar en dor zijn zooals tegenwoordig.
+
+Hoe het zij, men behoeft geen moeite te doen, boomen te zoeken tusschen
+Madrid en Toledo. Men zou er zijn oogen vruchteloos bij inspannen en
+er zijn geduld bij verliezen.
+
+Zeker, de Castiliaan houdt wel van schaduw, die de hitte van de
+gloeiende zon tempert; maar hij houdt meer van de graankorrels, die
+opgegeten zouden worden door de vogels, nestelend in het gebladerte
+der boomen. Wat kan den landman het gekweel der vogels schelen, van
+die beeldige bouquetjes van vederen, zooals Calderon ze zoo aardig
+noemt, als hij denkt aan den oogst, dien hij heeft gezaaid, gewied en
+ingehaald met zwaren, noesten arbeid! Enkel de nachtegaal en de zwaluw
+vinden genade in zijn oogen, maar alleen omdat ze insecten verdelgen
+en de insecten verderfelijk zijn voor den oogst. De Castiliaan is arm;
+hij heeft slechts te kiezen tusschen het eene of het andere kwaad!
+
+Als vergoeding mogelijk is Castilië rijk aan historische en
+legendarische herinneringen.
+
+Te Esquivias zal men niet nalaten, zich het huwelijk en het langdurige
+verblijf van Cervantes ter plaatse te herinneren; iets verder zal
+men zich de schaduw van den ridder van de droevige figuur voor
+den geest roepen, die van Sancho Pansa en zelfs die van Dulcinea,
+wier geboortedorp het in de onmiddellijke nabijheid gelegen Toboso
+was. Al wat in die geschiedenis voorkomt, heeft sporen nagelaten in
+het land, en tot Rossinante toe, tot het rijdier van Sancho Pansa,
+tot de kudden; waar de Ridder op aan viel, hebben een talrijke
+nakomelingschap gekregen in magere paarden, domme ezels en langharige
+merinosschapen. Wie zou eraan durven twijfelen? Om zoo'n ongeloovigen
+Thomas te straffen, zou het nog niet eens voldoende zijn, dat men de
+Inquisitie weer in het leven riep.
+
+Het is niet de eerste keer, dat ik die rondzwervende kudden aantref,
+die al sedert oude tijden van de eene naar de andere weide trekken
+van het eene eind van Spanje naar het andere, al naar de wisselende
+seizoenen. Ze zijn niet van heden of gisteren, die zwervende kolonies,
+geleid door herders te paard en gehoed door halfwilde honden, alle
+planten wegvretend van den grond en dien daardoor onvruchtbaar houdend,
+terwijl ze hem onder hun voeten treden.
+
+Millioenen schapen in het bezit van een soort van genootschap, bekend
+onder den naam van Mesta en waartoe de grootste heeren en de abten van
+de rijkste kloosters behoorden, lieten zich in de lente en den herfst
+in sommige streken neer, waar hun korte, gretige tanden weldra elk
+grassprietje hadden afgegraasd. Er waren bepaalde privileges aan het
+genootschap toegekend, waardoor de omzwervingen begunstigd werden,
+en de Mesta werd zelfs zoo machtig, en kon zoo autoritair optreden,
+dat het durfde verbieden, bepaalde vruchtbare landen te bebouwen,
+om er overvloedige weidegronden te behouden.
+
+En terwijl de herders, die zoo in bescherming werden genomen, al
+stoutmoediger werden, verloor de onderdrukte boer allen moed, want
+niets beschermde hem tegen een gevreesden inval van den vijand. Het
+zou hem niets geholpen hebben, had hij zich beklaagd over de door de
+kudden aangerichte verwoestingen, kudden, die toebehoorden aan de
+edele heeren van Santiago of Calatrava, of dat hij zich verdedigde
+tegen de veertig duizend tot den ongehuwden staat veroordeelde
+herders, daar de eischen van het nomadenleven hun niet toestonden te
+trouwen, en die vaak nog veel woester en boosaardiger waren dan hun
+honden! Zonder hoop en zonder ergens een toevlucht te kunnen vinden,
+liet de boer zijn ploeg in den steek en verliet het ouderlijk dak. Het
+was dan nog beter tot landverhuizing zijn toevlucht te nemen, naar
+de Nieuwe Wereld te gaan, die fabelachtige streken op te zoeken,
+waar men het goud met de spade opschepte; waar men niets wist van de
+onderdrukking door de groote grondbezitters, van den dwang tot arbeid,
+uitgaande van de kloosterorden, en vooral niet van de schapen! In de
+Middeleeuwen was het zachte, lieve schaapje een plaag, nog veel erger
+dan de sprinkhanen; het moderne Spanje gaat nog onder de gevolgen
+gebukt. De boer keert nooit terug naar den grond, die hem is lief
+geweest, als hij eenmaal zijn hart en zijn krachtige armen ervan
+heeft losgemaakt. Bij hem is een dergelijk besluit onherroepelijk.
+
+Zoodat terwijl oudtijds de oevers van de Guadiana bezaaid waren
+met steden en groote dorpen, die een bloeiend aanzien hadden, men
+er tegenwoordig slechts ruïnen ziet of armoedige dorpjes, gebouwd
+rondom een kerk, die driemaal te groot is voor de luie en verarmde
+bevolking. Van eeuw tot eeuw zijn de moedigsten en sterksten van elke
+generatie heengegaan, om Zuid-Amerika of de Philippijnen te bevolken,
+en de beste qualiteiten zijn erdoor in de verdrukking gekomen.
+
+Sedert 1835 zijn de voorrechten van de Mesta afgeschaft, en de
+rondtrekkende kudden mogen zich nu slechts bewegen over een oppervlakte
+ter breedte van tachtig meter; maar het gaat niet in een paar dagen,
+dat een zoo ingewortelde kwaal wijkt voor een zoo laat toegediend
+geneesmiddel, en er zullen nog eeuwen verloopen, eer de Castiliaan
+weer smaak krijgt in den landbouw. Ernstig, statig en somber en
+onverschillig, zal hij nog langen tijd de zorg voor het bebouwen van
+zijn velden overlaten aan de Galiciërs, de bewoners der Balearen,
+of van de Baskische Provinciën, die op zijn kosten leven. Hij zal
+er de voorkeur aan geven, honger te lijden in alle vormen, door de
+etiquette gewild, dan van de gewoonte af te wijken, door werk te doen,
+dat voor dienenden is en dat een hidalgo onwaardig is.
+
+Dat alles komt van dat domme schaap; het is niet te ontkennen, dat het
+beest wat op zijn rekening heeft! Zijn wol alleen pleit voor hem en
+bezorgt hem mogelijk vergiffenis; maar zijn côteletten! O wee, men moet
+eens in Spanje hebben gereisd, om voor eeuwig er genoeg van te hebben.
+
+Daar is de Taag; een krans van donker groen wijst aan, waar de
+rivier stroomt. Het is een kalme rivier tusschen groene populieren,
+en zij vloeit zoo slaperig, dat noch de boomen haar hooren passeeren,
+noch het zand iets van haar voorbijgaan bespeurt. In haar stille
+rust waarschuwen haar de vroolijke nachtegalen met luider stem, dat
+de zon is opgegaan, en dat zij ook wakker worden moet. Tusschen het
+riet aan de oevers zegt de zoet voortvloeiende stroom niet, dat het
+water is ontwaakt, maar dat het althans bewegelijk is.
+
+Om strijd hebben de dichters haar bezongen. Garcilaso de la Vega roept
+de grillige nimfen aan, die aan de oevers spelen, en zingt van de vier
+stroomgodinnen, door de Taag bemind, die te zamen er op uit gingen. Op
+deze nimfen doelt ook Cervantes, als hij gewaagt van de schoonheden,
+die het kristalheldere water tot woning hebben gekozen en zich op de
+groene weide neerzetten, om met haar vlugge vingers kostbare stoffen
+te weven, waarin zijde, parelen en goud gemengd zijn.
+
+Op zijn beurt ondergaat Moratin de bekoring van de golfjes der Taag
+en hij viert ze in idyllen, waar Theocritus, noch Virgilius zich voor
+zouden moeten schamen; maar niemand heeft beter den statigen stroom
+gehuldigd, zooals hij aan het einde van zijn tocht is gekomen dan de
+onsterfelijke dichter van de Lusiade. De Taag is niet enkel voor hem
+de klare stroom, waarmee de helden uit zijn herderszangen dwepen, neen,
+zij is de epische, de heilige rivier, een soort van bezielende godin.
+
+"Muzen van de Taag," zegt hij "die mij van mijn prille jonkheid af
+met uw adem hebt bezield, indien ik altijd in landelijke zangen de
+schoonheid van uw rivier heb gevierd, wilt mij dezen keer een verheven
+stijl verleenen, een statigen, indrukwekkenden toon.... Verleent mij
+de kracht tot het vinden van klanken, wier grootschheid, zoo mogelijk,
+evenaart de heldendaden, door uw krijgshaftig volk verricht."
+
+De Taag, die al lang geblaseerd is door den hyperbolischen lof
+der dichters, zet traag haar loop voort als een verouderde rivier,
+terwijl de spoorweg zich er van verwijdert en recht op Toledo aan
+rijdt. Gelukkig komt hij niet dicht bij de wallen der oude stad. Toen
+hij den spoorweg aanlegde, is de ingenieur daarvoor als voor iets
+heiligs teruggedeinsd. De reis wordt voortgezet of in een of ander
+ouderwetsch voertuig, van niet te beschrijven aard of in een grooten
+wagen met vele banken, al naar gelang er meer of minder reizigers
+zijn of dat ze meer of minder eerbied afdwingen. De zweepen klappen,
+de muildieren schoppen achteruit, de koetsiers vloeken en de stijging
+naar de stad der zeven heuvelen begint te midden van wolken stof, zoo
+dicht, dat de goden van den Olympus ze vurig zouden hebben begeerd,
+als het hun lustte, op de aarde neer te dalen. Helaas, wat zouden ze
+hier nu nog te doen hebben, nu ze zooveel reden hebben, om boos op
+ons te zijn!
+
+Nog wat knarsend wielgeratel, en links verschijnt op de rotsen,
+waar ook niet het kleinste mosplantje groeit, de allerdecoratiefste
+ruïne, die men zich kan denken, juist geschikt, om de etsnaald van
+den kunstenaar aan het werk te zetten. Het is het oude kasteel van
+San Cervantes met zijn zware, onvriendelijke muren, waar de zon van
+tallooze zomers op heeft gebrand.
+
+Nu rijst het nog boven de Taag op, maar vroeger verdedigde het de
+rivier. Een vertooning van oorlog en machtsbesef is het gebouw geweest,
+thans door den tijd gebroken.
+
+Ook San Cervantes is door dichters bezongen.
+
+"Gij, die u naast Toledo verheft, koning Alfonsus stichtte u aan
+de Taag. Er wordt verteld, dat gij ijzer steldet tegenover de houten
+oorlogswerktuigen van uwe vijanden.... En nu, nu staat gij daar veracht
+op die kale rots; uwe kasteelen, die u eertijds tot een kroon dienden,
+zijn thans zitplaatsen voor troepen kraaien en zien er uit als eenzame
+tanden in den mond van een grijsaard, zeggend, hoe oud hij wel is.
+
+"Luister naar mij, gij stout kasteel, en volbreng, wat ik van u vraag,
+hoewel twee dozijn verzen juist geen belooning verdienen. Indien mijn
+geliefde, die boos is als de hel en schoon als de hemel, of beter
+nog gezegd, die trotsch is als de stad Toledo, uitgaat, om van de
+bloeiende amandelboomen te genieten, als zij dan van het water van de
+Taag een spiegel maakt voor haar schoonheid, stel haar dan uw ruïnen
+tot voorbeeld en vertel haar, zonder te spreken al die duizend dingen,
+die gij zoo goed weet...."
+
+Het oude kasteel is niet alleen door dichters bezongen; zijn legenden
+en zijn histories van strijd en liefde, vol van ridderlijkheid,
+zijn gewijd door den romancero.
+
+Koning Alfonsus had zich verwijderd aan de spits van een dapper leger
+en liet het opperbevel over Toledo over aan Bérangère, die door afkomst
+een der edelste vrouwen uit het rijk was, door huwelijk tot koningin
+was verheven en om hare schoonheid toch reeds souvereine was.
+
+De Mooren, die er van onderricht waren, dat de stad door haar
+verdedigers verlaten was, snelden toe; maar vóór ze over de Taag
+trokken, moesten ze het kasteel veroveren, dat aan den ingang zich
+verhief.
+
+Toen beklom de koningin een der torens van het Alcazar, en met
+verwoede oogen zag ze, welk gevaar het handjevol dapperen liep,
+dat in het fort was opgesloten en dat weldra onder de slagen der
+opdringende ongeloovigen zou bezwijken.
+
+En daar komt tot de Mooren de heraut van koningin Bérangère. Zij laat
+op een toon van verwijt zeggen:
+
+"Is het niet laf van u, een zoo zwakken vijand aan te vallen? Indien
+gij zoo dapper zijt, als gij de menschen wilt doen gelooven, gaat dan
+heen en valt koning Alfonsus aan, zijn echtgenoot en zijn christenen
+onder de muren van Carelië."
+
+De bevelhebber der Mooren was door dit verwijt vernederd, en hij wist,
+dat de koningin zeer schoon was.
+
+"Laat dan boven van het meest nabijzijnde bolwerk Donna Bérangère
+ons haar gelaat ongesluierd vertoonen, en ik zal het beleg opheffen."
+
+Tegen zonsondergang verscheen de koningin en stond op het muurwerk
+met ongesluierd gelaat, omringd door haar jonkvrouwen in prachtige
+gewaden, schooner dan de opkomende maan te midden der eerste sterren,
+die aan den hemel schitteren.
+
+De Moorenvorst zag haar lang aan, en groette haar met de teekenen
+van den grootsten eerbied.
+
+Bij het aanbreken van den morgen brak hij met de zijnen het beleg op
+van het kasteel en sloeg den weg naar Carelië in.
+
+In den tijd van Lope de Vega was het oude kasteel, dat ongebruikt
+stond, zoo verlaten en eenzaam, dat personen van hoogen rang, die om
+eerezaken genoodzaakt waren te duelleeren, elkaar onder zijn muren
+rendez-vous geven. In het aardige blijspel, getiteld "Beminnen, zonder
+dat men weet wie", moet de held van het stuk er tot getuige dienen in
+een van die duels, die in dien tijd zoo veelvuldig waren. Als het niet
+uit de mode was, zou men er nu nog wel, zonder vrees voor stoornis
+te moeten hebben, zulke tragische conflicten kunnen uitvechten.
+
+Nadat wij een kudde buffels waren tegengekomen van zeer mooien bouw
+en zwart als de duivel, wel te verstaan, als de duivel zeer zwart is,
+reed mijn rijtuig over de brug van Alcantara, die aan beide zijden
+is afgesloten door twee versterkte poorten met het wapen van het
+huis Oostenrijk.
+
+Van dit punt gezien, ziet de Taag er zeer dreigend uit, en in
+de diepte der kloof, waarin ze stroomt, schijnt de rivier de stad
+Toledo te omstrengelen, als om haar te verstikken, eerder dan om haar
+in liefhebbende armen op te nemen. Zonder twijfel heeft de eene of
+andere hemelsche Durandal die bedding in de rotsen uitgehold dwars
+door den berg heen en de steile rotsen boven het slijkerige water
+afgeslepen. Ik hef de oogen op, en daar omhoog staat op den top der
+rotsen, als een kostbaar juweel, gevat in ijzer, de stad der gothische
+concilies, de oude hoofdstad van Nieuw-Castilië. Onder de lompen van
+haar aziatische kleêren slaapt de sombere, kloosterachtige stad,
+juist als in de Middeleeuwen en dat op slechts twee uren afstands
+van het levende, vroolijke Madrid. Zulk een snelle reis door veertien
+eeuwen heen is verwarrend voor den geest, en een langdurig verblijf
+is noodig, om iemand van den schok te doen bekomen.
+
+Als men de tweede poort is doorgegaan, en onder de waakzame oogen der
+douaneambtenaren is gepasseerd, komt men op een weg, die sterk helt
+en den naam draagt van Cuesta del Carmel. Het is de ontaarde zoon
+van een nog steileren weg, die dicht langs de kerk Cristo de la Luz,
+een zeer oud en eerwaardig monument, voorbij ging.
+
+Het is ongeveer zeven eeuwen geleden, dat Alfonsus de dappere
+binnen Toledo verscheen, dat hij juist had bevrijd van het juk der
+ongeloovigen, en dat hij naast zich had den Cid Campeador. Toen
+werden de blikken der beide helden plotseling aangetrokken door een
+zacht licht. De wanden van het oude heiligdom hadden zich geopend,
+een hemelsche muziek liet zich hooren, en de lamp der christelijke
+kapel, die sedert 369 jaren niet opgehouden heeft te branden, ofschoon
+niemand zorg er voor heeft gedragen, schittert voor de verrukte oogen
+der zegevierende krijgers.
+
+Alfonsus en de Cid stegen van hun paarden, knielden neer en gaven
+bevel, dat men in het aan den eeredienst teruggegeven heiligdom een
+heilige mis zou opdragen.
+
+Bekoorlijke droom van vrome zielen. Daaraan heeft dit kleine gebouw
+zijn naam te danken van El Cristo de la Luz.
+
+De bouwmeesters hebben druk beraadslaagd over de vraag, tot welken
+tijd men moet opklimmen om den datum vast te stellen van het oudste
+deel van de kapel. Enkelen van hen hebben er een uiting in willen
+zien van arabische kunst uit een zeer primitieve periode, ongeveer
+vallend in den tijd der sarraceensche verovering. Zij wilden er
+ook een prototype in zien van de vermaarde moskee van Cordova. Het
+vierkante grondplan, de zijbeuken met de ijzeren bogen en de zuilen
+van zeer grove bewerking kunnen wel tot steun dienen van hun theorie,
+maar geven daaromtrent toch geen zekerheid.
+
+Er zijn nog zoo laat als 1871 frescoschilderingen ontdekt, voorstellend
+de heilige martelaren van Toledo, en waarschijnlijk afkomstig
+uit de twaalfde eeuw. Zij kwamen voor den dag door het vallen van
+brokken der kalklaag, die ze bedekte. Zij behooren thuis in een tijd,
+toen de Ridders van Sint-Jan op die door een wonder aangewezen plek
+een afdeeling van hun Orde stichtten. Ter aanvulling dient ook nog
+gesproken van de tweede kapel, gebouwd in 1842 door kardinaal Mendoza,
+en die eigenlijk zou moeten worden weggenomen, om aan het oude gebouw
+zijn oorspronkelijk karakter terug te geven.
+
+Een weinig hooger dan Cristo de la Luz staat, trotsch en eenzaam als
+een triomfboog, de wondermooie Puerta del Sol. De steenen van die
+poort, die zoo lang door de zonnestralen zijn gebrand en verguld,
+lachen den reiziger toe. Wat is zij vaak in proza geprezen, in verzen
+bezongen en op allerlei manieren verheerlijkt! Zelfs de Taag zou
+reden kunnen hebben, daarop jaloersch te zijn.
+
+Ik herinner mij, dat ik vroeger eens onder hare bogen ben
+doorgegaan. Tegenwoordig loopt de rijweg er langs, zeker opdat men
+de poort beter zou kunnen bewonderen, en mogelijk ook om een zachtere
+helling te geven aan een weg met een zeer druk karrenvervoer. Het is
+inderdaad altijd vol op de Cuesta del Carmel, en soms heeft men moeite,
+zich een weg te banen door de troepen ezels, die aan de rivier water
+gaan halen, want Toledo, dat op een rots is gebouwd, schijnt bijna
+even dorstig als de Manzanares zelf.
+
+Het is niet sinds gisteren, dat men er van droomt, de zoete
+wateren van de geliefde Taag omhoog te voeren tot aan de lippen der
+stedelingen. Het gelukte reeds aan Karel IV. Daar hij altijd veel
+belang stelde in mechanica, en, zooals men zich zal herinneren,
+langen tijd ontstemd was, doordat een zeker aantal klokken niet
+juist gelijktijdig wilden slaan, belastte hij een ingenieur uit
+Cremona, Juanilo Turriano geheeten, met het oplossen van de vraag der
+watervoorziening. De Italiaan stelde een hydraulisch toestel samen,
+dat door de tijdgenooten met meer geestdrift wordt verheerlijkt,
+dan dat het met juistheid wordt beschreven. Alvarez de Colmenar,
+die in de vorige eeuw leefde, spreekt er over naar hooren zeggen,
+want het bestond niet meer in zijn tijd. Het schijnt een soort van
+besproeier te zijn geweest.
+
+"De Machine van Juanilo bestond uit groote ijzeren vaten, die aan
+elkander bevestigd waren en een soort van ketting vormden, die van het
+kasteel naar de Taag afdaalde; het water kwam in den eersten binnen,
+werd dan in den tweeden gedreven door raderen en zoo achtereenvolgens
+in de andere tot bij het slot, waar het in een vergaarbekken werd
+opgevangen en zich door de geheele stad verspreidde door een kanaal,
+hetgeen een groot gemak opleverde."
+
+Juanilo stierf in 1585, en zijn machine, door een joodschen
+werktuigkundige verbeterd, werkte nog vier en twintig jaren, maar
+toen ook die man was gestorven, stond ze voor altijd stil.
+
+Buiten enkele bogen van het metselwerk vindt men niets terug van het
+werk van den ingenieur; maar de italiaansche vervaardiger gaat nog
+tegenwoordig in de stad door voor een toovenaar, in staat, de natuur
+en de bovennatuurlijke wereld aan zijn wil dienstbaar te maken.
+
+Juanilo, die onderhouden werd op kosten van het kapittel der
+kathedraal, had een automaat vervaardigd, die elken dag op een vooraf
+vastgesteld uur uit zijn huisje trad, zich dan met onverstoorbare
+kalmte naar de keuken der kanunniken begaf, daar in een mandje den
+maaltijd voor zijn meester ontving, den kok eerbiedig groette, dan
+op zijn hielen omdraaide en zonder de minste onbescheidenheid of
+de allergeringste gulzigheid dadelijk naar de woning van zijn heer
+terugkeerde. De straat, waar hij door moest, heet nog de Straat van
+den Houten Man.
+
+Eindelijk is de hoogte bereikt, en mijn rijtuig houdt zijn plechtigen
+intocht op het Zocodoverplein. Zocodover! Welk een deftige en verheven
+naam, ofschoon hij eenvoudig beteekent de Paardenmarkt, en wat schijnt
+hij goed te passen bij de heldenherinneringen van de keizerlijke
+stad! Op dit plateau was het wapenplein, waar de krijgers samenkwamen,
+vóór ze uittogen op een veldtocht; hier speelden de ridders bij de
+plechtige intochten der katholieke koningen; hier vereenigden zich de
+Communero's, die aangevuurd werden door de groote Maria de Padilla;
+hier werd de rechtbank opgeslagen, waarvan de aartsbisschop van Toledo,
+primaat van Spanje, rechtens Groot-Inquisiteur was. Alle souvereinen
+van Spanje, alle beroemde mannen, moesten hun beeld vinden op den
+Zocodover, want bijna allen hebben dien grond betreden.
+
+Als men thans het plein aanschouwt, vervliegen alle wonderbaarlijke of
+tragische herinneringen! Het Zocodover is niet anders dan een banaal,
+onregelmatig plein, waar de armoedige en karakterlooze huizen door
+ruwe zuilen worden gesteund. Onder de zoo gevormde portieken verkoopen
+bescheiden kooplui meloenen, sandalen en couranten.
+
+Op een ronde steenen bank liggen, slapend of rookend, bedelaars, die
+onbeschrijfelijk vuil zijn en fier schijnen te wezen op hun lompen. Ze
+doen maar hazeslaapjes, want ze kijken uit naar elken vreemdeling,
+die op het plein verschijnt of aan den ingang van de Handelsstraat,
+die naar de kathedraal voert. Deze fraaie gewoonte dateert niet
+van gisteren.
+
+In een van zijn verhalen vertelt Cervantes van de ontelbare menigte
+bedelaars, valsche gebrekkigen en zakkenrollers, die dezen uitverkoren
+observatiepost innemen. Hij kon ze naar het leven schilderen uit zijn
+nabijzijnde woning. Er verandert niets in dien mooien zonneschijn
+van Spanje, die een mensch tot luiheid geneigd maakt en den geest
+verstompt.
+
+Indien men eenige dagen te Toledo blijft, doet zich het moeilijke
+probleem voor, of men al of niet aalmoezen moet geven, waar er met
+zooveel aandrang om gevraagd wordt. Zult ge een klein beetje goeden
+wil toonen? Goed, maar onmiddellijk zijt ge bekend, en ge zult niet
+kunnen uitgaan, of dadelijk hechten zich vijftig vuile handen met
+haakvingers aan uw kleêren, zien u onderzoekend honderden oogen aan
+en waagt men het, den onderzoekingstocht tot in uw zakken voort te
+zetten, om daar ... pikante herinneringen achter te laten.
+
+Houdt ge u doof, dan wordt ge toch gevolgd, bedrongen en met
+scheldwoorden bovendien overladen onder het vaderlijk oog van een
+politieagent, wiens hart de bedelaars hebben weten te verteederen.
+
+Dus is het probleem onoplosbaar. Is men eenmaal tot dat besluit
+gekomen dan gaat men de dieven te slim af worden en men doet een
+wandeling door den dichten doolhof van straatjes en steegjes, die de
+stad doorsnijden, en waar het stil en rustig is. Soms loopt men op
+die smalle verkeerswegen, waar een beladen muilezel beide muren raakt,
+gevaar, verpletterd te worden, en er moet vlug een schuilplaats worden
+gezocht in een inspringend gedeelte van een huis, om niet te worden
+platgedrukt. Maar welk gevaar zou men niet willen loopen, om maar niet
+de Handelsstraat binnen te gaan en in handen der bedelaars te vallen!
+
+Het gebeurt wel eens, dat men in die bochtige straten antieke koetsen
+tegenkomt, verschijnend uit de monumentale ingangen van oude paleizen,
+en de zaak krijgt een tragischen kant, als twee rijtuigen zonder
+elkaar op te merken, van beide einden dezelfde straat inrijden. Het
+eenige redmiddel is dan af te spannen en den wagen met de handen
+terug te schuiven.
+
+Maar wie moet uitspannen? Wie zal achteruitgaan? Ernstige vraag in
+een land, waar het gevoel van eer een eeredienst is geworden, en waar
+de bewustheid van eigen waardigheid nog eerder dan het geloof bergen
+zou verzetten.
+
+Het is ... een zeker aantal jaren geleden, dat er een beroemd
+geworden ontmoeting plaats had tusschen de koets van de echtgenoote
+van den President van den Raad van Castilië en die der vrouw van den
+President van den Raad van Indië. Door bemiddeling van de palfreniers
+hadden de dames de onderhandelingen gevoerd, zonder dat ze elkaar
+konden overtuigen. Geen van beide wilde teruggaan. Al meer dan drie
+uur stonden de paarden neus aan neus, en de koetsiers scholden op
+elkaar. Bij gebrek aan een Salomo, die al eenige jaren dood was, en bij
+ontstentenis van de scheidsrechters in den Haag, die nog niet waren
+geboren, stelde een goede ziel, die zich het ernstige geval aantrok,
+voor, haar te onderwerpen aan het oordeel van den Kardinaal en zich
+aan diens beslissing te onderwerpen.
+
+"Hier bestaat in het geheel geen moeilijkheid," zeide de prelaat,
+volkomen op de hoogte van vraagstukken van étiquette, "de jongste
+van de dames moet aan de andere den doorgang vrij laten."
+
+Nauwelijks was deze beslissing aan de partijen meegedeeld, of uit de
+beide koetsen hoorde men terzelfdertijd het formeele bevel:
+
+"Span de paarden uit en ga terug; ik wijk voor de Presidente van den
+Raad van Castilië. Zooals Zijne Eminentie terecht zegt, geeft haar
+leeftijd haar daar recht op."
+
+"Ga zoo spoedig mogelijk achteruit; ik laat den voorrang aan de
+Presidente van den Raad van Indië; zooals Zijne Eminentie terecht
+heeft beslist geven haar jaren haar aanspraak op die eer."
+
+Ik heb geen dergelijke ervaring opgedaan, want ik stapte af in een
+echt spaansche herberg, een fonda, waarvan de deur in prachtig snijwerk
+allerlei wapens vertoonde en uitkwam aan de breede straat, die van het
+Zocodover naar het Alcazar voert, 't Is een paleis, dat er heel mooi
+moet hebben uitgezien, vóór het voorplein of de patio ter hoogte van
+de eerste étage overdekt is geworden, om er een eetzaal van te maken.
+
+Magnifieke deuren, zwaar en massief als die van een kathedraal,
+voorzien van sleutels van een armslengte, gaven toegang tot de
+kamers. De mijne was dubbel, dat wil zeggen, voorzien van een
+alkoof, die zeer groot en zorgvuldig afgesloten was, en waar niet
+alleen twee reuzenbedden stonden, maar buitendien alles, wat tot de
+waschbenoodigdheden behoort, te vinden was. Noch geluid, noch licht,
+noch warmte zouden daar kunnen binnendringen, zelfs al zouden er
+honderd menschen zich op de patio bevinden, en al zond de zon van het
+zenith haar stralen naar omlaag. En hier besteeg weldra mijn geest
+zijn geliefd ros, dat mij dezen keer snel wegvoerde naar Sjiras en
+Zasjan. Want is ook niet aldus in de rijke perzische huizen elke
+kamer samengesteld uit drie achter elkaar gelegen vertrekken, waar
+het al koeler en geheimzinniger wordt, en die men al of niet bewoont
+naar het seizoen of zelfs naar het uur van den dag?
+
+Ik was ongeveer twintig jaren geleden in Toledo geweest en sinds
+dien tijd had ik er altijd spijt van gehad, dat ik de stad alleen
+als toeriste had gezien. Nu moest ik mijn verzuim goed maken.
+
+Maar hoe zou ik methodisch kunnen te werk gaan in deze stad van helden,
+waar alle beschavingen van Spanje vertegenwoordigd zijn geweest en waar
+elk van haar sporen heeft nagelaten? Toledo in wijken verdeelen, zou
+dat niet zijn, alles door elkander mengen en alles tegelijk overhoop
+halen? Daar zij op een niet zeer groot plateau is gebouwd, heeft de
+stad zich niet ver kunnen uitbreiden of verplaatsen, zoodat zoowel
+in het Noorden als in het Zuiden, in het Oosten als in het Westen de
+heerschers hun paleizen en hun tempels hebben gebouwd. Zal het niet
+beter wezen, door de eeuwen heen, van stap tot stap het zedelijk en
+godsdienstig leven en de kunstuitingen te volgen, dan zonder overgang
+tot de bestudeering over te gaan van monumenten, die soms vier of
+vijf eeuwen van elkander in leeftijd verschillen?
+
+Ik heb een besluit genomen in laatstbedoelden zin, ook al op raad
+van mijn geleerden vriend, professor Ventura Prosper y Reyes, dien
+geheel Toledo hoog vereert om zijn talenten en zijn ongeëvenaarde
+goedheid. Geen deur blijft voor hem gesloten, als hij vraagt om te
+worden binnen gelaten en den magischen groet uitbrengt, die nooit
+uit een zondigen mond wordt gehoord, "Ave Maria purissima", waarop
+geantwoord wordt met een "Sin pecado concebida" en een vriendelijken
+glimlach.
+
+Na het bezoek aan de kapel van Cristo de la Luz en aan de in een winkel
+veranderde overblijfselen van de oude moskee der Torneria moest volgen
+het bekijken van de oude synagogen, bekend onder den naam van Santa
+Maria la Blanca en Transito. Als men de israëlietische families mag
+gelooven, door de vervolging al sinds vijf eeuwen naar de overzijde der
+straat van Gibraltar teruggedreven, zouden de Hebreeërs in Spanje zijn
+gekomen na de vernietiging van Jeruzalem door Titus. Allen, die aan de
+gevangenschap konden ontkomen, volgden de kusten der Middellandsche
+Zee en aarzelden niet, om de zee over te steken, ten einde zich
+in het vruchtbare Andaluzië te vestigen. Men is niet gehouden, deze
+overlevering als een geloofsartikel aan te nemen. De eerste vermelding
+van de spaansche joden klimt op tot de vierde eeuw en komt voor in
+een zeer onvrijzinnig besluit. Daar er onder de joden een krachtige
+geest van initiatief was te vinden en groote werkzaamheid, namen zij
+toe in rijkdom en daar zij zich sterk vermenigvuldigden, kregen zij
+een voorsprong op de Westgothen, die lui en zorgeloos waren. Maar
+toen de arische heerschers tot het orthodoxe geloof waren overgegaan,
+begon de geest van vervolging vaardig over hen te worden. Een wreede
+wet veroordeelde het gansche jodenvolk tot slavernij. Montesquieu kon
+zonder veel overdrijving de opmerking maken, dat het gothisch wetboek
+in principe alle voorwendsels bevatte, waarvan later de Inquisitie
+en de vorsten uit de veertiende eeuw gebruik maakten in hun strijd
+tegen de Israëlieten.
+
+De verovering van Spanje door de Mohammedanen was een weldaad voor de
+Joden. Zij muntten uit in kunst en wetenschap; zij monopoliseerden
+het bankwezen en waren zoowat de eenigen, die aan geneeskunde deden
+en medicijnen verkochten. De scholen van Cordova, Toledo en Barcelona
+telden hen onder hun beste leerlingen. Zelfs verkregen ze in dien tijd
+zulke hooge betrekkingen, dat men ze na de bevrijding der Mooren er
+niet weer uit durfde ontzetten.
+
+Men ontmoet een menigte joodsche namen onder die van geleerden en
+financiers uit den tijd en aan de hoven van Alfonsus X, Alfonsus XI,
+Hendrik IV en vele andere christelijke vorsten. Alfonsus de Wijze
+gebruikte hen voor de samenstelling van zijn beroemde astronomische
+tabellen; Jacobus I van Arragon had een Israëliet tot leermeester;
+Johan II, vader van Isabella de Katholieke, droeg een van hen op,
+de liederen te verzamelen, die het Cancionero nacional vormen.
+
+In dezen tijd richtten de Joden uit Toledo de beide synagogen op,
+die een zoo gunstig getuigenis afleggen voor hun smaak en voor hun
+rijkdom. De kerk, die den naam draagt van Santa Maria la Blanca
+is de oudste van de beide heiligdommen. Zij heeft tot 1405 haar
+oorspronkelijke bestemming behouden. Maar op dat tijdstip kwam
+Vincentius Ferrer, wiens heftige bekeersijver zooveel Israëlieten tot
+het Christendom had bekeerd, in Toledo het Evangelie prediken. Hij
+preekte verscheiden malen per dag in Santiago de Arabal, een kerk
+dichtbij de Visagrapoort, waar men u nog zijn preekstoel kan laten
+zien, die een wonder is van fijn smeedwerk. Maar de joden van Toledo
+gingen naar de preek, doch werden niet bekeerd. Gewend aan de zachtheid
+en meegaandheid der Andaluziërs, werd Vincentius Ferrer boos om de
+mislukking van zijn pogingen. Op een avond, toen het christelijk
+gehoor talrijk was en vol geestdrift, kwam de monnik, die door zijn
+eigen woorden buiten zichzelven was geraakt, van den preekstoel
+naar beneden, greep een kruis, sleepte zijn geheele schare mee,
+die aangroeide bij het trekken door de stad, trad met geweld in de
+synagoge binnen, dreef de rabbijnen eruit, en wijdde het gebouw voor
+den christelijken eeredienst onder het aanroepen van Santa Maria la
+Blanca, ter herinnering aan een wonder, dat in Rome was voorgevallen
+in 152 onder het pontificaat van den H. Liberius.
+
+Sedert die transformatie heeft de oude synagoge nog menige lotwisseling
+beleefd. In 1550 werd het gebouw door den kardinaal aartsbisschop
+Johan Siliceo vergroot, en er werden enkele gebouwen bijgevoegd. Hij
+maakte er vervolgens een soort van Bagijnenhofje van voor boetvaardige
+vrouwen en meisjes. Maar hetzij dat de toledo'sche vrouwen alle
+deugdzaam waren, of dat ze, zooals een sceptisch schrijver opmerkt,
+zelden zich berouwvol voelden, het Bagijnenhof kwam nooit tot bloei en
+moest eindelijk worden gesloten bij gebrek aan Bagijntjes. Santa Maria
+la Blanca, nu verlaten en ongebruikt, zou afgebroken zijn geworden,
+als men niet besloten had er troepen te herbergen en er later een
+militair magazijn van te maken.
+
+Nog slechts even dertig jaren geleden is dat wonder van bouwkunst
+door de Commissie voor de historische Monumenten opgeëischt. Sinds
+dien tijd heeft men het gebouw een belangrijke restauratie kunnen
+doen ondergaan, dank zij een jaarlijksche subsidie der regeering en
+den inkomsten, gevormd door de entrées van de vreemdelingen.
+
+Het uitwendige heeft niet veel bekoorlijks of sierlijks, maar pas is de
+deur geopend of men ziet in hun geheel vijf kerkbeuken, verdeeld door
+drie rijen achthoekige pilaren, waar bogen op rusten. De kapiteelen,
+met gebeeldhouwd stuc versierd, herinneren door hun prachtige fijnheid
+en door den aard van het ornament aan hun prototypen, nog bewaard
+in sommige oude perzische moskeeën. In de boogruimten zijn rijke
+rozetten aangebracht, terwijl langs het astragaal zich een slinger
+windt van ineengevlochten bladeren met pijnappels er tusschen, zooals
+men ook vindt in de versieringen van het Alhambra en die opklimmen
+tot den tijd van het Kalifaat. Een rijk houten plafond, ingelegd met
+parelmoer en ivoor, bedekt het hoofdschip en geeft aan dit gedeelte
+van het gebouw groote sierlijkheid.
+
+De Joden konden niet protesteeren tegen den roof aan hen gepleegd;
+zij onderwierpen zich en kwamen later samen in een grootere en mooiere
+synagoge, gebouwd door Samuel Levy, den beroemden schatmeester van
+Peter den Wreede, volgens de plannen van den rabbijn Don Meir Abdeli,
+en voltooid in 1336. Zij hielden er hun godsdienstoefeningen tot
+1492, het jaar, dat tegelijk zoo roemvol en zoo verschrikkelijk was,
+waarin Isabella Granada innam, waarin de Nieuwe Wereld werd ontdekt,
+en door een hand in onbedachtzaamheid het decreet werd geteekend, dat
+Spanje beroofde van 120,000 ijverige, intelligente en welvarende Joden.
+
+De synagoge van Samuel Levy onderging op haar beurt het lot van haar
+voorgangster en werd een christenkerk onder den naam van Transito de
+Nuestra Senora. Het gebouw vertoont de weelde, die in harmonie was
+met den rijkdom van den stichter en is een der mooiste voorbeelden
+van de arabische kunst in Andaluzië. Het bestaat uit één enkel
+schip, overdekt ter hoogte van veertien meter door een merkwaardig
+schoone zoldering van lorkenhout, ingelegd met ivoor en parelmoer,
+als die van Santa Maria la Blanca. Op de muren ziet men zeer fijne
+stucornamenten, zoo sierlijk en elegant, dat men ze op het eerste
+gezicht voor teedere venetiaansche kant zou houden, die sinds eeuwen
+daar was blijven hangen. In het bovengedeelte, waar fraaie vensters
+zijn aangebracht, leest men tusschen bloemen en lofwerk een prachtig
+opschrift in hebreeuwsche letters. Daarin wordt de lof gezongen van den
+stichter der synagoge, Samuel Levy en van Don Pedro, den regeerenden
+vorst. Toen de waardige schatbewaarder ter dood veroordeeld werd door
+een meester, die inhalig en afgunstig was, moest hij uit den grond
+van zijn hart het geld betreuren, dat hij besteed had aan het koopen
+van zijn beul. Het opschrift heeft intusschen weerstand geboden aan
+den tijd, en aan zijn hooge plaatsing is het toe te schrijven, dat
+het de woede der Christenen heeft kunnen tarten en hen heeft kunnen
+uitdagen in den tijd, toen ze de synagoge tot Christenkerk wijdden.
+
+Thans wordt het schip der kerk door een reusachtig steigerwerk
+met opeenvolgende zolderingen, waarheen trappen toegang verleenen,
+verdeeld in verscheiden verdiepingen, zoodat het moeilijk wordt, de
+schoonheid van het geheel te waardeeren. Toch is het mogelijk, enkele
+prachtige fragmenten te bewonderen, den tempel in zijn groote lijnen
+te reconstrueeren, en in te zien dat, als de ondernomen restauratie
+op de nu begonnen wijze wordt voortgezet zij mogelijk wel een halve
+eeuw kan duren, maar dat ze tenminste wordt uitgevoerd met echte
+kennis van zaken en een onvergelijkelijk helder inzicht in wat aan
+zulk een kunstwerk toekomt.
+
+Rondom het Transito, waar het paleis van Samuel Levy dichtbij was,
+en in de buurt van Santa Maria la Blanca. is de oude jodenwijk
+geweest. Helaas, op die plek, waar het volk van Israël een toevlucht
+voor goed had hopen te vinden, ziet men nu slechts puin en stof. Welk
+een droeve uittocht is dat geweest van dat ongelukkige volk, dat
+den grond moest verlaten, waar het sedert eeuwen woonde, en binnen
+enkele maanden al zijn goederen te gelde maken, zonder dat het de
+kleine hoeveelheid goud mee mocht nemen, die er de belachelijk lage
+prijs voor was!
+
+Aan den voet van de beide synagogen daalt de bodem af naar een vlakte
+aan de Taag, die soms door de rivier wordt overstroomd, als ze buiten
+haar bedding treedt. De woningen zijn er weinige; maar een huis,
+dat hooger was dan de andere en er wat welvarender uitzag, trok mijn
+aandacht. Op den voorgevel en op meer dan acht meter hoogte was er een
+groote steen in aangebracht, waarop een in zwart gegraveerd opschrift
+te lezen was, dat mij vertelde, dat de Taag tot hier gestegen was
+bij een hoogen vloed, die beroemd was gebleven.
+
+Verbaasd, vroeg ik aan een vrouw om inlichting, die op de stoep van
+haar huisje haar kind het haar kamde.
+
+"Wel, wel! Komt het water der rivier soms tot zulk een hoogte?"
+
+"O, neen!... De hoogste vloeden zijn nooit hooger gekomen dan een paar
+meter, en dat is waarlijk al hoog genoeg!... Maar toen de kinderen
+altijd met ballen tegen het opschrift gooiden en het dreigden te
+bederven, heeft de alcade ons bevolen, het buiten hun bereik te
+plaatsen."
+
+Nadenkend over de wijsheid en voorzichtigheid van dien uitgezochten
+ambtenaar, wandelde ik voort tot aan de Visagrapoort, een massief
+bouwwerk, dat tot den tijd van Karel V opklimt, en door zijn nauwheid
+een groote last is voor de muilezeldrijvers.
+
+Ergens anders zou men zulk een sta-in-den-weg opruimen, maar te Toledo
+heeft men eerbied voor het verleden, zooals de voorzorg bewijst, die
+er genomen wordt om de herinnering aan een overstrooming te bewaren.
+
+
+
+II.
+
+ De Taller del Moro en de salon van het Casa de Mesa.--De
+ pupillen van bisschop Siliceo.--Santo Tomé en het werk van
+ Green. De moskee van Toledo en koningin Constantia.--Juan
+ Guaz, de eerste bouwmeester van de kathedraal.--Wat er
+ veranderd en aan toegevoegd is.--Herinnering aan den slag
+ van las Navas.--Het graf van kardinaal Mendoza.--Isabella de
+ Katholieke en haar testamentaire beschikking.--Ximenes.--Alvaro
+ de Luna.--De vaandeldrager van Isabella in den slag van Toro.
+
+
+"Ik heb veel huizen gezien, veel leêgloopers en, in de straten, de
+rijke zoowel als de arme, hoopen vuil. Ik heb den hemel aanschouwd
+door venstertjes, zoo klein als schietgaten, en er is mij verteld,
+dat een vriendelijk gezicht dikwijls het masker is van den snoodaard,
+dat de perziken in den zomer rijp worden en dat er in den herfst
+muskieten zijn."
+
+Deze beschrijving van Toledo, die in het midden van de zeventiende
+eeuw gegeven is door den hoofschen Garcia de la Chataigneraie in het
+beroemde drama Francisco de Rojas, past nog volkomen, en als men bij
+het vuil ook nog allerlei puin voegde, zou men er geen tittel of jota
+aan behoeven te veranderen.
+
+De monumenten, die opgericht zijn in den loop der drie eerste eeuwen,
+volgend op de herovering, en die den mudejarstijl of den mozarabischen
+vertoonden, hebben het meest geleden, of doordat de booze mode het
+zoo heeft gewild, of doordat de versieringen onsterk en niet duurzaam
+waren. Ik heb dien stijl in Saragossa bestudeerd, met zijn moorsche
+en gothische motieven dooreengemengd.
+
+Zoo staat het met het prachtige paleis aan de Calle del Moro. Men stapt
+een poort binnen en komt in een verwilderden tuin, waaromheen vele
+arbeidersgezinnen wonen. Zij hebben hun schamele woningen aangeleund
+tegen de nog sterke muren, en den rijkdom afgebroken om de armoede
+plaats te geven. Van dit groote gebouw is slechts een zaal van mooie
+afmetingen over, met een prachtige zoldering, gelijk aan die van
+het Transito. Het bovengedeelte der muren, dat niet bereikbaar was,
+noch voor den hamer van den werkman, noch voor het speeltuig van de
+kinderen, is versierd met zeer lijn pleisterwerk.
+
+Die schoone zaal, waaraan ter weerszijden twee kleiner vertrekken
+grenzen, heeft langen tijd gediend tot bergplaats voor de steenen,
+die voor het onderhoud der kathedraal noodig waren, en heeft naar die
+bestemming den naam gekregen van Taller del Moro, dat is werkplaats
+van den Moor. In de laatste jaren is het een gewone remise geworden.
+
+En toch is eenmaal dit paleis bewoond geweest door Karel V. Er wordt
+verteld, dat de erbij behoorende tuinen ineen liepen met die, welke
+de woning omgaven van graaf Fuensaline, waar de echtgenoot van den
+grooten keizer stierf, die sombere Isabella van Portugal, de moeder
+van Filips II, wier door Titiaan geschilderd portret ons haar zachte
+trekken heeft bewaard onder de fijne, zijdeachtige blonde haren.
+
+Een ander voorbeeld van den eigenaardigen stijl, die ontstond uit
+de vereeniging van de kunst van het Oosten met die van het Westen,
+maar een dat veel kleiner is en in uitstekenden staat is gebleven,
+is het salon van de Casa de Mesa. Ook dat heeft den mudejarstijl.
+
+Het pleisterwerk, bij de bekleeding aangebracht, heeft veel
+overeenkomst met de versieringen van het Transito, dat in 1366 werd
+opgericht, maar het gelijkt nog meer op de ornamenteering van het
+paleis van Ayala, dat van 1440 dagteekent. Het is dus niet gewaagd,
+te veronderstellen dat het gebouw tot stand kwam in de XVde eeuw.
+
+In 1551 vestigde de aartsbisschop Don Juan Martinez Siliceo er
+een inrichting van onderwijs onder den naam van Collegio de las
+Doncellas virgineas. De jonge meisjes, honderd in getal, werden
+er slechts toegelaten, nadat ze bewijzen hadden bijgebracht, niet
+alleen van haar kwartieren van adel, zooals men bij vergissing wel
+heeft gezegd, maar van volkomen zuiverheid van bloed, wat nog heel
+iets anders is. Om zuiver bloed te hebben of oud christenbloed, moest
+men onder zijn verst verwijderde voorouders noch een jood, noch een
+Arabier, noch een door de Inquisitie veroordeelde hebben van vaders-
+zoo min als van moederszijde. Cervantes voegt er zelfs bij, en dat is
+logisch, dat er een onafgebroken en bewezen wettige afstamming moest
+bestaan. Natuurlijk was men niet zoo streng in zake het laatste punt
+als in zake het eerste.
+
+De pupillen van den aartsbisschop Siliceo werden tusschen zeven en tien
+jaar in zijn school toegelaten. Zes plaatsen werden open gehouden
+voor kinderen van de familie van den stichter. Zeer belangrijke
+sommen werden haar levenslang uitgekeerd, als ze in de inrichting
+bleven. In geval van een huwelijk ontvingen ze een bruidschat van
+5535 realen; maar geen enkel gunstbewijs viel haar ten deel, als ze
+de school verlieten om in een klooster te gaan, daar het hoofddoel
+van den stichter was, goede en flinke huismoeders op te voeden, die
+bekwaam waren in huishoudelijke zaken en in staat, een huishouding
+goed te besturen.
+
+In 1810 ging de Casa de Mesa over in het bezit van de Karmelieters,
+die van den grooten salon hun kapel maakten. Aan hen is het uitstekend
+behoud van die zaal toe te schrijven. Zij behoort thans aan iemand, die
+ervoor zal zorgen, dat het interessante gebouw veilig en ongeschonden
+blijft.
+
+Behalve de bekende gebouwen zijn er nog een groot aantal arme woningen,
+waar men interessante fragmenten van den ouden bouwstijl vindt. Om
+die te zien te krijgen, moet men zich niet wenden tot de gepatenteerde
+en zoogenaamd officiëele gidsen; liever moet men een bewonderaar van
+de ruïnen van Toledo volgen, en met hem doordringen tot de patio's
+en stallen, welker eigenaars de opvolgers zijn van Peter den Wreede
+en der groote heeren van diens hof.
+
+Terwijl de mozarabische metselaars en bouwmeesters in de verschillende
+wijken der stad Toledo paleizen van den adel deden verrijzen, droeg
+de geestelijkheid hun den bouw van kerken op. De meeste zijn verwoest
+geworden door den ijver der priesters, die ontijdig smaak kregen in
+een nieuwen stijl. San Justo, San Juan de la Penitencia, San Roman,
+San Pedro Martyr, San Miguel, Santa Leocadia, het klooster van de
+Ontvangenis en Santo Tomé hebben er nog een en ander van bewaard. Hier
+is nog een toren in den vorm van een minaret te zien als een protest
+tegen de verandering der kerken, die oudtijds onder hun hoede
+waren geplaatst, daar is een fries of een plafond te bewonderen,
+waar de technische bekwaamheid en de wetenschap der bouwmeesters
+uit blijken. Al die kerken zijn een bezoek overwaard; maar Santo
+Tomé bevat twee meesterwerken, die haar een eereplaats doen innemen,
+namelijk het veelkleurig standbeeld van den profeet Elia, waarvan de
+draperieën ongelukkigerwijze gerestaureerd zijn en de begrafenis van
+graaf Orgaz, het bewonderenswaardigste kunstwerk, dat de wereld aan
+het penseel van den realist Greco heeft te danken.
+
+De olympische schoonheid van het hoofd van Elia, de krachtige
+modelleering van de handen en de voeten, die uit het wollen gewaad te
+voorschijn komen, doen dadelijk denken aan de spaansche leerlingen
+van Michel Angelo. En daar men niet aan Berruguete wordt herinnerd,
+moet het werk worden toegeschreven aan Tordesillas of misschien eerder
+aan Bercera.
+
+Domenico Greco of Theotocopuli, om hem zijn waren naam te geven, is
+een van die langen tijd miskende kunstenaars, die een glorie zijn voor
+de steden, waar ze verblijf hebben gehouden. De strenge en forsche
+kleuren, de compositie vol harmonie, de magistrale teekening en de
+uitdrukking der gezichten zijn treffend. Deze waardige afstammeling
+van de groote kunstenaars uit Hellas was in Griekenland geboren,
+zooals zijn naam en zijn bijnaam aanduiden, en daarna was hij, na
+Italië te hebben doorreisd en daar een leerling van Titiaan te zijn
+geweest, naar Spanje gekomen en had zich te Toledo gevestigd. Buiten
+deze begrafenis van graaf Orgaz, dagteekenend van 1584, bezit de stad
+nog eenige prachtige portretten door dien grooten meester gemaakt
+en geschilderd in de grijze tinten, welke aan de manier van Frans
+Hals herinneren.
+
+De kathedraal is nog tegenwoordig wel het middelpunt van Toledo. Van
+alle trekt zij het meest de aandacht. Nu eens ziet men haar boven de
+huizen verrijzen, dan weer vult ze open hoeken in het uitzicht tusschen
+de straatjes, die alle op dat kerkgebouw uitloopen. Aan beide zijden
+heeft zij zware contreforten, rondom zijn open galerijen, en boven
+steken dikke torens en spitse torentjes hun punten in de blauwe lucht
+op. Aan haar voeten dringen zich huizen samen en paleizen; maar men
+let daar niet op, zoo overheerschend is de kathedraal voor den geest
+en voor het oog.
+
+Men vindt niets anders in de ruimte, en als men, gelijk opeenvolgende
+geologische lagen, de bijgebouwen, de sacristieën en de kapellen
+uit allerlei tijden naast en in het primitieve gebouw vindt, gaan
+die zaken, die al zoo langen tijd met elkaar in aanraking zijn
+geweest, zoo goed te zamen, dat de eeuwen er als ineensmelten,
+zonder dat men haar grenzen uit elkander houden kan. De kathedraal
+is de Sint-Pieterskerk van dit andere Rome, van die stad der zeven
+heuvelen; maar dan een zeer mystieke Pieterskerk, een zeer vrome,
+die ernstige gedachten wekt en niet de herinnering aan de fiere pracht
+van het Keizerrijk. Ik neem het Mariana kwalijk, dat hij haar de Rijke
+heeft genoemd, terwijl door de eeuwen heen Jupiter, Jezus, Allah en
+toen weer Jezus eerbiedig werden aangebeden op die plaats. De plek,
+waar zooveel menschelijke wezens hun geest tot de hoogte eener ideale
+wereld verhieven, zou een andere aanduiding verdienen.
+
+De geschiedenis der kathedraal is niet alleen die van de stad Toledo,
+maar zij is die van geheel Spanje. De eerste christenkerk, die op de
+heidensche tijden volgde, moet opgericht zijn in de 4de eeuw. Zonder
+twijfel werd voor dat primitieve gebouw de kerk in de plaats gesteld,
+die gesticht was door Recarede, dien gothischen koning, die het
+Arianisme afzwoer en, het kerkgebouw onder de bescherming stellend van
+de H. Maagd, het den 12den April 587 inwijdde. Het moet een eenvoudig
+huis zijn geweest; maar binnen zijn muren werden de heilige bisschoppen
+van Toledo tot het pontificaat verheven. Dat geschiedde met Eugenius,
+Eladio, Ildefonso en Julianus; onder de gewelven der kerk kwamen de
+conciliën samen, waar de gothische monarchie haar wetten gaf en zich in
+theologische haarkloverijen verdiepte, terwijl de Arabier in den galop
+van zijn snel en vurig paard al meer naar het westen den teugel wendde.
+
+De Halve Maan werd geplant op den grond, dien Viriathes zoo lang aan
+de Romeinen had betwist. De kerk werd omvergehaald en vervangen door
+een schitterende moskee, met kostbaar marmer bekleed. En toen na drie
+eeuwen de stad door de Christenen heroverd werd, was zij zoo schoon,
+dat de Mooren erdoor een afzonderlijk artikel van de capitulatie
+beslag op legden en van den overwinnaar de belofte kregen, dat zij
+er vrij hun godsdienstoefeningen zouden mogen houden. Koning Alfonsus
+beloofde onder eede, altijd aan deze plechtige overeenkomst trouw te
+zullen blijven.
+
+De Mooren hadden met den koning onderhandeld, maar niet met
+koningin Constantia. In overleg met bisschop Bernard maakte zij van
+de afwezigheid van den vorst, die in verre landen oorlog voerde,
+gebruik, om te komen tot wat zij de kostbaarste der overwinningen
+noemde. Op een nacht vereenigden zich drieduizend goed gewapende
+Christenen onder haar bevelen en, door den bisschop aangevoerd,
+stormden zij op de moskee los. De deur bezweek onder hun slagen,
+en de verraste bewakers konden geen weerstand bieden. San Vincentius
+Ferrer moest het voorbeeld van overgave twee eeuwen later volgen.
+
+Den dag na de inneming werd de moskee voor den christelijken eeredienst
+gewijd, en gesteld in het bezit van de kanonnieke rechten der kerk,
+die zij had vervangen, in spijt van de protesten van Aboe Valid,
+die met verontwaardiging eischte, dat het verdrag der capitulatie
+zou worden nageleefd.
+
+Dadelijk zonden de Mooren een bode naar den koning met de opdracht,
+hun beklag te doen en naast de vervulling der belofte van den vorst
+ook de bestraffing te eischen van de koningin en den bisschop.
+
+Alfonsus, in woede ontstoken, beloofde de schuldigen te straffen en
+sloeg in groote haast den weg naar Toledo in.
+
+Toen ze den haastigen terugkeer van den koning vernamen, waren de
+koningin en de bisschop zeer verschrikt en vol vrees. Nu was er onder
+de Mooren een wijs en voorzichtig man, die niet te vergeefs zielkunde
+had bestudeerd.
+
+"Wat zult gij lieden nu beginnen?" vroeg hij zijn
+geloofsgenooten. "Koning Alfonsus is eerlijk; hij zal zijn woord
+houden en hij zal, naar ze verdienen, straffen de koningin, die hij
+liefheeft en den bisschop, die zijn geheele vertrouwen bezit. Gij zult
+voor een oogenblik getriomfeerd hebben, maar weest er zeker van, dat,
+als er recht is gedaan, de rechter een wrok tegen u zal behouden. Om
+in het bezit te blijven van een moskee, die voortaan te groot voor
+ons zal zijn, zoudt gij de goede gezindheid van uwen souverein jegens
+u verspelen. Neemt u in acht voor de gevolgen, waardoor hij ons de
+strengheid zal doen berouwen, die wij van hem hebben gevorderd."
+
+Deze alfaqui of wetgeleerde wist zijn gehoor te overtuigen, en nog
+dienzelfden avond reisde hij, door zijn geloofsgenooten afgevaardigd,
+den koning te gemoet, om zijn goedertierenheid ten gunste der
+schuldigen in te roepen.
+
+Alfonsus gaf zijn groote ontevredenheid aan de koningin te kennen en
+aan den bisschop; maar in den grond van zijn hart gelukkig, dat hij
+niet de strengheid behoefde uit te oefenen, die de eer van hem eischte,
+toonde hij voortaan aan de in Toledo gebleven Arabieren zijn goeden
+wil en een welgezindheid, die slechts een rechtvaardige vergoeding
+waren voor het geweld, in zijn afwezigheid gepleegd.
+
+Toledo behield gedurende meer dan anderhalve eeuw, de arabische moskee
+als kathedraal en eerst onder de regeering van Ferdinand III, den
+heiligen veroveraar van Sevilla, werd ze afgebroken. De eerste steen
+van de tegenwoordige kerk werd door dien monarch gelegd, bijgestaan
+door bisschop Dom Jimenez de Rada, op 4 Augustus 1227. Met den bouw is
+men bezig geweest tot op het einde van de 16de eeuw. De mozarabische
+kapel, die der laatste koningen, die van Sagrario, van Ochavo, de
+Sacristie, het huis van den Schatmeester, de Zaal der Onderhandelingen,
+de Leeuwenpoort en die der Voorstelling, het snijwerk van het koor
+en een menigte andere toevoegsels dateeren van nog lateren tijd.
+
+De naam van den eersten bouwmeester is ons bewaard gebleven. Hij
+heette Pedro Perez, zooals men kan lezen op zijn grafschrift, dat in
+de kapel van Santa Maria gevonden is, toen die kapel werd afgebroken
+bij den aanleg van het Sagrario. Hij stierf op hoogen leeftijd in
+1285. Onder zijn talrijke opvolgers moeten wij niet vergeten den
+beroemden Juan Guaz, wien de Katholieke koningen den bouw opdroegen
+van het klooster San Juan de los Reyes.
+
+Het zou vervelend zijn de optelling te hooren van het aantal pilaren,
+die het schip van de kathedraal van Toledo dragen; van de vensters, die
+er licht geven; van de vierkante meters gewelven, die het overdekken;
+van haar kapellen, vensterruiten, deuren en binnenpleinen. De
+kanunniken zelf zouden u geen completen inventaris kunnen geven van
+de schatten van allerlei aard, die men er vindt. Ik wil mij er dus
+toe bepalen, de hoofddeelen te bespreken en allereerst mijn aandacht
+wijden aan drie groote figuren, die scherp uitkomen tegen de groepen
+van koningen, ministers, krijgslieden en bisschoppen, die allen
+te rusten gelegd zijn in de kathedraal of haar iets van hun eigen
+roem hebben meegedeeld. Ik zal namelijk spreken over Alvaro de Luna,
+den beroemden en ongelukkigen minister van Juan II, van den grooten
+kardinaal Mendoza, minister van Isabella de Katholieke, en van den
+niet minder grooten Ximenes de Cisneros, die, bekleed met koninklijke
+macht op het eind van het leven der groote koningin, ze behield in de
+eerste jaren der regeering van haar dochter, Johanna de Krankzinnige.
+
+Zooals in bijna alle gothische kerken van Spanje, wordt de schoonheid
+van het centrale schip bedorven door de zware massa van het koor,
+dat onvermijdelijk voor de kanunniken moest gereserveerd. Maar
+toch, omdat het koor zoo mooi is, kan men het veel vergeven. Nadat
+men het prachtige hek van verguld koper en verzilverd ijzer heeft
+bekeken, waarin men de karakteristieke ornamenten aantreft van den
+platereskenstijl of dien der spaansche vroeg-renaissance; nadat men
+daarboven de wapens heeft herkend van kardinaal Siliceo, primaat van
+Spanje in den tijd toen de beroemde meester van het smeewerk, Domingo
+Cespedes, dit kunststuk voltooide in 1548; nadat men het opschrift
+heeft ontcijferd, dat vertelt, hoe dit wonder werd gewrocht onder
+de regeering van Karel V en onder het pontificaat van Paulus III,
+begint men de grieven te vergeten, die voor een opmerkzaam beschouwer
+van het schip der kerk geheel verdwijnen.
+
+Langs de muren, die zich tot halver hoogte de zuilen verheffen, staan
+twee verdiepingen van koorstoelen van rijkgebeeldhouwd notenhout,
+maar van verschillende stijlen. De benedenste rij is niet de schoonste;
+maar wel is ze de oudste en de interessantste. Elk basrelief stelt een
+gebeurtenis voor uit den strijd, ter verovering van het koninkrijk
+Granada, door de Katholieke koningen gevoerd, en de daarna volgende
+inneming van de talrijke versterkte plaatsen, waardoor de tien jaren
+van den oorlog gekenmerkt waren. Die koorstoelen, die in 1495 werden
+voltooid, dateeren uit den tijd van kardinaal Mendoza en zijn het werk
+van den meester-beeldhouwer Rodriguez. Ze zijn in den bloemrijken
+gothischen stijl gemaakt en vloeien over van curieuse en aardige
+bijzonderheden over de vestingen, de kleederdrachten, de wapens, de
+gewoonten der Christenen en der Mooren op het tijdstip der verovering.
+
+De stoelen van de bovenste rij zijn afkomstig uit de 16de eeuw en
+dragen alle den duidelijken stempel der Renaissance. Marmermozaïeken
+en inlegsels van jaspis en albast zijn ingevoegd in het notenhout
+van een mooie, warme tint, om de versieringen mee aan te brengen.
+
+Filips Vigarni, genaamd van Bourgondië, heeft de linker koorstoelen
+gemaakt, terwijl Berruguete die aan den rechter kant vervaardigde. De
+figuren, die bijna levensgroot boven de leuningen zijn aangebracht,
+zijn ontleend aan het Oude en het Nieuwe Testament. De stoel van den
+aartsbisschop, die zoo bijzonder mooi is, was voor Berruguete bewaard
+gebleven. De dood overviel hem, en zijn medewerker had de eer het
+kunstwerk te snijden. Er staat het schild op van kardinaal Siliceo,
+onder wiens bestuur het werk werd voltooid in plaats van dat van den
+aartsbisschop Talavera, dat men op de andere stoelen vindt.
+
+De bronzen zuilen, die het koepeltje steunen, dat zich er boven
+uitbreidt, zijn wonderlijk mooi gesneden. Op de leuning stelt een
+basrelief van albast, dat wij aan de beitel van Gregorio Vagarni
+verschuldigd zijn, broeder van Filips, genaamd van Bourgondië,
+de H. Maagd voor, zooals zij een kasuifel om de schouders van
+den H. Ildefonsus hangt. De bevalligheid en de schoonheid der
+heilige kunnen slechts vergeleken worden bij de verheven en verrukte
+uitdrukking van dengene, die haar aanschouwt. Een belangrijke groep is
+aangebracht boven het koepeltje en stelt de transfiguratie van Jezus
+voor, die tusschen Elia en Mozes staat. Berruguete had den tijd het
+werk te voltooien en zelfs om oneenigheid te krijgen met het kapittel
+over de betaling van zijn arbeid. De bouwmeester van het Alhambra,
+Pedro Machuca, werd als deskundige gekozen en stelde den prijs vast
+op 82628 realen, een zeer belangrijke som voor dien tijd, want ze
+staat gelijk met 13000 hollandsche guldens.
+
+Boven de koorstoelen vindt men rechts en links orgels, die om de
+schoonheid der registers en de voortreffelijkheid van het mechanisme
+terecht beroemd zijn. Het eene is van 1756, het andere van 1796,
+en beide zijn vervaardigd door bekende orgelbouwers. De overige
+meubels van het koor kunnen wedijveren met de stoelen. In het midden
+draagt een arend met ontplooide vleugels, de klauwen rustend op een
+gothisch voetstuk van ouderen stijl, de enorme en zware boeken van
+de liturgieën. Die schoone vogel is zeker uit Duitschland gekomen
+in den tijd der Renaissance. Twee andere lessenaars van verguld
+brons van verschillenden vorm, staan een weinig lager, gelijk met de
+stoelen. Zeer mooie basreliefs, die den doortocht door de Roode Zee en
+David, dansend vóór de ark, voorstellen, versieren de vlakke deelen van
+die lessenaars. Ze zijn zoo stevig verguld, dat men ze het gebruik niet
+kan aanzien, ofschoon ze van 1750 moeten dagteekenen. Indien dan al het
+kapittel veel van kunst hield, het hield ook veel van zuinigheid, want
+er rezen nog moeilijkheden met den vervaardiger Nicolaas de Vergara,
+den Oude. Er volgde een twist, maar ten slotte werd men het toch eens.
+
+Tusschen het koor en de Capilla Mayor van tegenwoordig, die
+afgesloten wordt door een hek, waar een prachtige Christus aan
+het kruis boven hangt, ligt een vrij groote ruimte. Zij werd tot
+de 15de eeuw ingenomen door de oude Capilla Mayor, terwijl aan de
+achterzijde zich de kapel der Oude Koningen verhief, gesticht door
+koning Dom Sancho den Dappere, om als begraafplaats voor zijn familie
+te dienen. Toen Ximenes de Cisneros kardinaal en primaat van Spanje
+was geworden, verkreeg hij van de Katholieke koningen vergunning,
+om de stoffelijke overblijfselen hunner voorgangers naar elders
+over te brengen, en tevens om van de beide kapellen een enkele te
+maken van grooter afmetingen en dus meer in overeenstemming met de
+belangrijkheid van het gebouw. Zulk een optreden heeft natuurlijk
+meer sporen nagelaten. De Capilla Mayor ziet er, nadat ze de beelden
+en sieraden uit de beide heiligdommen heeft geërfd, overladen en vol
+en niet in harmonie met het andere uit. Onder de beelden van koningen
+en koninginnen is ook een binnengedrongen van een boer.
+
+Toen de beroemde slag van las Navas aan den gang was, en het leger der
+Christenen door de ongeloovigen in het nauw was gebracht, en dreigde
+vernietigd te worden, verscheen er een herder voor koning Alfonsus VIII
+en bood hem aan, hem langs een onbekenden, maar volkomen veiligen weg
+buiten den pas te brengen, waar de troepen ingesloten waren. Toen hij
+zijn woord had gehouden, verdween de herder, zonder op den dank des
+konings te wachten of om een belooning te vragen. Dadelijk liep het
+gerucht, dat de redder van het leger der Christenen een afgezant van
+den hemel was. Ten bewijze van zijn dankbaarheid gaf Alfonsus bevel,
+een standbeeld op te richten voor den hemelschen gids en beschreef
+hem aan den kunstenaar, zooals hij hem had gezien.
+
+Tegenover dien Pastor de las Navas staat de waardige gestalte van den
+alfaqui Aboe Valid, die door zijn beleid koningin Constantia redde van
+de straf, die zij wel een weinig verdiend had. Voorbij de koninklijke
+standbeelden dichterbij het altaar vindt men boven elkaar een rij van
+graven, waar de leden der koninklijke familiën rusten, die niet zijn
+overgebracht naar de kapel der Nieuwe Koningen. Daar heeft zich op
+een echt koninklijke plaats een persoon ingedrongen, die door zijn
+geboorte niet voor zulk een eer bestemd was. Het is niemand minder
+dan de beroemde Dom Pedro Gonzales de Mendoza, kardinaal, primaat
+van Spanje en eerste minister der Katholieke koningen.
+
+Het heeft moeite gekost, om het stoffelijk overschot te plaatsen in
+een graf, dat meer op een kapel gelijkt, en waar een altaar staat. Op
+dat altaar moesten volgens de laatste wilsbeschikking van den prelaat
+drie missen per dag worden gelezen. Toen de kardinaal gestorven was,
+haastten zich de kanunniken, die hem misschien tijdens zijn leven wel
+eens lastig hadden gevonden, tegen de bepalingen van zijn testament
+te protesteeren.
+
+De plaats, die de overledene had aangewezen, om er zijn graf te graven,
+kon, zoo zeiden zij in den aanvang, slechts aan een vorst of een prins
+van koninklijken bloede worden afgestaan. Toen Isabella, die door
+den slimmen Mendoza tot zijn executrice testamentaire was aangewezen,
+hoorde van den tegenstand, zond zij aan het kapittel het bevel, zich
+naar den laatsten wensch van den kardinaal te voegen. Toen men zich
+niet haastte om te gehoorzamen, dacht zij aan koningin Constantia. Door
+metselaars vergezeld, begaf zij zich des nachts naar de kathedraal en
+beval den werklieden, in haar tegenwoordigheid den dikken muur door
+te breken. Toen de kanunniken den volgenden morgen in de kerk kwamen,
+vonden ze de doorboring zoo goed als voltooid. Het gaf toen niets,
+nog langer te protesteeren.
+
+De kapel, het graf en het mooie beeld, dat op de sarcofaag
+is geplaatst, zijn het werk van den meester Alonso de
+Covarrubias. Zeven-en-twintig beeldhouwers hielpen hem bij zijn
+arbeid. In vier jaren was die voltooid, en in 1504 werd het monument
+ingewijd, na den dood van Isabella.
+
+Door aan het stoffelijk overschot van Mendoza een plaats af te staan
+tusschen die van koningen en prinsen van Castilië, had de koningin
+den trouwen dienaar willen beloonen, en den dapperen krijgsman, den
+grooten staatsman, die na den slag van Toro er toe had meegewerkt,
+haar den troon te verzekeren, en die vóór Granada haar zoo krachtig
+hielp in het winnen van een koninkrijk. Hij was het, die, zich
+stellende boven de vooroordeelen van zijn tijd, en van zijn Orde,
+het oor leende aan de smeekbeden van Columbus, voor diens inzichten
+gewonnen werd en hem den nog wel wat weifelenden steun van de koningin
+bezorgde. Zonder Mendoza zou Isabella misschien nooit vorstin over
+een Nieuwe Wereld zijn geworden.
+
+Daar zij edelmoedig van aard en dankbaar was, nam zij het hem niet
+kwalijk, dat hij bij zijn leven zich den bijnaam had verworven van
+"den derden beheerscher van Spanje", en na zijn dood voerde zij
+gewetensvol zijn laatste wilsbeschikking uit. De kloosterschool van
+Santa Cruz te Valladolid en het hospitaal van denzelfden naam, waarvan
+zij den eersten steen te Toledo legde, zijn ook een uitvloeisel van
+die gevoelens.
+
+De groote kardinaal was juist een man, zooals men zich de groote
+vorsten van dien tijd kan denken. Eens maakte een geestelijke,
+die op een dag in de tegenwoordigheid van den kardinaal preekte,
+van de gelegenheid gebruik, om uit te varen tegen de verslapping
+van den godsdienst in de tijden, die hij beleefde, en deed dat in
+zulke bewoordingen, dat het onmogelijk was, zich in zijn bedoeling
+te vergissen.
+
+Het gevolg van den prelaat kookte van ongeduld en wilde zich op den
+overmoedige wreken. Maar wel verre van zich beleedigd te toonen, beval
+Mendoza den prediker een schotel wild te brengen, dien men hem nog
+denzelfden dag moest voorzetten, en hij liet het geschenk vergezeld
+gaan van een beurs, gevuld met dubloenen bij wijze van specerij.
+
+Ter verontschuldiging van den wereldschen zin van Mendoza moet men
+bedenken, dat aan het celibaat der geestelijken niet de hand werd
+gehouden en dat het in Arragon zelfs aan afstammelingen van priesters
+geoorloofd was te erven van hun overleden ouders, ook al hadden
+dezen geen testament gemaakt. Dit zijn gebruiken, die men mudejarisch
+of mozarabisch zou kunnen noemen en die tot de westersche zeden in
+dezelfde betrekking staan en er op dezelfde wijze van verschillen als
+de architectuur der paleizen van Toledo, voor de Christenen gebouwd,
+van die der in denzelfden tijd in Frankrijk opgerichte gebouwen.
+
+Bij een der laatste bezoeken, die Isabella bracht aan haar stervenden
+minister, vroeg de koningin hem, zijn opvolger aan te wijzen, een
+keuze, die van bijzonder groot belang was, daar de aartsbisschop uit
+den aard der zaak president was van den Raad van Castilië. Gedrongen,
+om den naam te noemen van dengene, die het meest waardig was deze
+dubbele functie te vervullen, beval Mendoza haar den broeder Francisco
+Ximenes de Cisneros, van de orde der Franciscanen aan, die reeds haar
+biechtvader was, ofschoon dan zeer tegen zijn zin. Nooit heeft Mendoza
+zijn vaderland een grooteren dienst bewezen, want hij vertrouwde den
+staat toe aan reiner handen dan de zijne, en stelde de leiding onder
+de hoede van een veelomvattenden geest, die in staat was Spanje verder
+te voeren op den weg der eenheid en de unificatie tot een goed einde
+te brengen.
+
+Ximenes rust niet als zijn voorganger in de kathedraal van Toledo. Hij
+had als plaats om zijn laatsten slaap te slapen een bescheidener
+hoekje gekozen, namelijk in de universiteit van Alcala, die hij had
+laten bouwen; maar toch leeft de herinnering aan hem in zijn kerk
+en vooral in de mozarabische kapel, waar allerlei oude en de eeuwen
+trotseerende herinneringen opleven.
+
+Wat is dat eigenlijk, die mozarabische eeredienst?
+
+Toen de Mohammedanen Toledo hadden ingenomen, oefenden zij er zulk
+een gematigde heerschappij uit, dat de Christenen vergunning kregen,
+er hun eeredienst uit te oefenen. Drie eeuwen later vond Alfonsus VI,
+bij het heroveren der stad er een christelijke bevolking, die alle
+vormen van den ouden gothischen eeredienst had behouden, terwijl
+ze zich sterk hadden gewijzigd in landen, die christelijk waren
+gebleven. De toledaansche ritus werd dus bewaard in de zes kerken,
+waar hij in stand was gebleven tijdens de vreemde overheersching;
+maar langzamerhand nam het aantal Mozarabieren af, en die dienst
+zou onherroepelijk verloren zijn geweest, als Ximenes er niet een
+kapel aan had gewijd, die in directe gemeenschap werd gesteld met
+de kathedraal. De mis, die er dagelijks met groote praal wordt
+voorgediend, verschilt van de zoogenaamd romeinsche mis. Ofschoon
+er hier slechts sprake is van bloote vormquaesties, zooals van
+het breken der hostie in negen stukken, de volgorde der gebeden,
+de weglating van het laatste Evangelie enz. toch was er vroeger een
+hevige strijd tusschen de aanhangers der twee richtingen. Er werden
+formeele gevechten voor geleverd; ieder had zijn ridders, die voor
+haar in het strijdperk traden, en als de kamp onbeslist bleef, ging
+men tot de vuurproef over, om des hemels wil te vernemen. Er werd
+een brandstapel ontstoken, en in tegenwoordigheid van een angstig
+wachtende menigte werden de boeken van den eeredienst van Toledo en
+de latijnsche richting er tegelijk op geworpen. De eerste bleven
+ongedeerd, terwijl de andere verteerd werden. De stem des hemels
+had gesproken; de toledaansche ritus of die van den H. Isidorus
+werd behouden.
+
+Tegenwoordig wordt de mozarabische mis min of meer als een
+curiositeit beschouwd; zij behoort tot het gebied der christelijke
+archaeologie. Hoewel de vreemdelingen er in grooten getale heen
+stroomen, kan men dat zelfde niet zeggen van de stadgenooten, die
+enkel door de ceremoniën der groote kerkfeesten er nog eens worden
+heengelokt. Het steeds afnemend aantal van de Mozarabieren behoeft
+geen verwondering te baren, als men bedenkt, dat bij de gemengde
+huwelijken de echtgenoot, die den latijnschen ritus aanhangt, meer
+voorrechten heeft dan hij, die den toledaanschen ritus volgt. Zoo
+ook moet in het eerste geval de vrouw terugkeeren in den schoot der
+latijnsche kerk, terwijl in het tweede zij niet mozarabisch wordt.
+
+Het is zeer moeilijk te begrijpen, aan welk gevoel een hervormer
+als Ximenes gehoorzaamt, als hij door den bouw van een eigen
+kapel het voortbestaan waarborgt van een eeredienst, die bezig is
+te verdwijnen. Hoe het zij, het gebouw, dat in 1504 werd begonnen
+naar de plannen van Enriques de Egas en gebouwd door mohammedaansche
+meesters, Faraux en Mahomet genaamd, heeft niets opmerkelijks. Maar op
+den muur tegenover den ingang is een mooie fresco te zien van Jan van
+Bourgondië, gedagteekend 1514. De schildering stelt voor de episoden
+der ontscheping van het spaansche leger onder aanvoering van den
+grooten kardinaal vóór de stad Oran, en beslaat drie prachtig bewaarde
+groote schilderijen. De gebeurtenis had plaats in 1509 en de inneming
+van Oran, nog in denzelfden avond van den dag der ontscheping, was de
+groote triomf in het leven van Ximenes. Na zijn gebed had de hemel,
+volgens het zeggen der soldaten, het wonder van Jozua vernieuwd en
+de zon doen stilstaan tot de Christenen de muren van de muzelmansche
+vesting hadden vermeesterd.
+
+Het is niet te verwonderen, dat de kardinaal, in spijt van zijn vurig
+geloof en zijn nederigheid, die algemeen bekend zijn, bezweken is
+voor de verzoeking, om voor het nageslacht de herinnering te bewaren
+aan den grooten dienst, welken hij aan zijn vaderland had bewezen,
+een dienst, die hem op de afgunst van Ferdinand kwam te staan, en hem
+voor verscheiden jaren veroordeelde tot een soort van ballingschap
+in zijn universiteit van Alcala.
+
+De mozarabische kapel heeft niet alleen het voorrecht, het getrouw
+weergegeven portret van den grooten kardinaal te mogen bewaren. Men
+vindt ook zijn ascetengezicht onder de portretten der primaten van
+Spanje aan de wanden der Capitulatiezaal, en eveneens op een fresco
+boven de deur van die zaal. Dat schilderij stelt het Jongste Oordeel
+voor en de eindbestemming van den mensch. Toen de kunstenaar den
+kardinaal onder de uitverkorenen wilde plaatsen in de glorie des
+hemels, zei de prelaat: "Dat is te veel eer!"
+
+"Moet ik dan Uwe Eminentie in de hel doen plaats nemen?"
+
+"Dat zou een te groote vernedering zijn!"
+
+Er werd een gemiddelde gevonden, en de kardinaal werd in het vagevuur
+gezet, maar geheel gereed om het te verlaten en van zijn kleederen
+ontheven, ten einde zoo snel mogelijk naar de oorden der gelukzaligen
+te kunnen verhuizen.
+
+Een andere groote figuur, maar deze onderworpen aan een bloedig en
+tragisch lot, had vóór Mendoza gepreekt onder de gewelven van het
+oude gebouw. Ik bedoel Alvaro de Luna, den gunsteling en minister
+van Juan II, vader van Isabella de Katholieke, wiens troon en hoofd
+in de kapel van Santiago rusten, welke hij bij zijn leven had laten
+bouwen en die een der schoonste is gebleven van de kathedraal. Nooit
+is een leven zonderlinger geweest dan dat van dezen laaggeboren man,
+tot macht verheven door de gunst van zijn heer, over Spanje regeerend
+gedurende twee-en-dertig jaren, stervend op een schavot, ten slotte in
+de kathedraal een bijna vorstelijk graf vindend en eerst langen tijd
+gerust hebbend in een graf op het kerkhof der terechtgestelden. Alleen
+het lot van kardinaal Wolseley kan met het zijne worden vergeleken.
+
+Omstreeks 1437, toen hij op het toppunt van zijn macht was, had Alvaro
+de Luna de kapel van Santo Tomé gekocht, die in 1177 gesticht was door
+graaf Dom Muno de Lara. Hij had er naburige terreinen bijgevoegd en had
+de prachtige kapel laten bouwen, die aan den H. Jacobus was gewijd ter
+herinnering aan de Orde, waarvan hij tot Grootmeester was benoemd. Op
+de plaats, die hij voor zijn graf had bestemd, had hij een automaat
+van brons laten zetten, bezet met émail en verguldsel en op hemzelven
+gelijkend, die op kon staan en bij de zegenspreking kon knielen.
+
+Volgens sommige kronieken werd de automaat vernield nog bij het leven
+van den Grootmeester door Dom Erique van Arragon in den oorlog, dien
+deze vorst tegen Castilië voerde in 1440. Een van die kronieken laat
+Dom Alvaro tot Dom Enrique zeggen:
+
+"Waarom hebt gij mijn beeltenis niet geëerbiedigd en waarom hebt gij
+ze vernield, gij, die op het slagveld voor mij zijt gevlucht?"
+
+Volgens andere schrijvers werd het beeld weggenomen op bevel van
+Isabella, de Katholieke, die gehinderd werd door de afleiding voor de
+geloovigen, als het zijn bewegingen uitvoerde. Het is waarschijnlijk,
+dat de eerste lezing de goede is, want het standbeeld van den
+Connétable zal zijn schande niet hebben overleefd, om tot de regeering
+van Isabella te wachten, eer het van zijn voetstuk neerdaalde. Hoe
+het zij, het brons van den automaat was niet verloren, en men meent
+er de overblijfselen van terug te vinden in de twee gebeeldhouwde
+preekstoelen, die links en rechts in de Capilla Mayor staan.
+
+Op de beide sarcofagen, midden in de kapel geplaatst, liggen de
+marmeren beelden van Alvaro de Luna, gekleed in de wapenrusting en den
+mantel van de Grootmeesters der Orde van Santiago, en van zijn vrouw,
+Donna Juana de Pimentel. Een opschrift geeft niet anders dan den datum
+van den dood van den Connétable, die plaats had in 1453. De trekken
+van den beroemden gunsteling van Juan II doen denken aan die van het
+kleine portret, dat op het altaarblad is geschilderd, een portret,
+dat zeker naar een origineel is gecopiëerd, want het altaarblad werd
+ten geschenke gegeven en op zijn plaats gebracht in 1498, op bevel
+van Donna Maria de Luna, dochter van den Connétable. De sarcofagen,
+beide zeer mooi, zijn het werk van Pedro Ortiz.
+
+Niet ver van de kapel van Santiago, en gekenmerkt door de veelkleurige
+standbeelden van de wapenherauten van Leon en van Castilië, vindt
+men de poort van de kapel der Nieuwe koningen, gebouwd door Alonzo
+Covarrubias, op bevel van Karel V. Zij is in den platereskenstijl
+opgetrokken, dat is de spaansche vroegrenaissance, en geeft daarvan
+een zeer schoon voorbeeld. Trots de betrekkelijke nieuwheid van het
+gebouw en vooral van de altaren, die van het einde der 18de eeuw
+zijn, leeft men er nog te midden van oude herinneringen. Onder de
+sierlijke ornamenteering van de Renaissance liggen in hun strenge
+heiligheid op hun graftomben de beelden der stichters van de eerste
+kapel, die op deze plaats werd opgericht, Dom Enrique van Castilië
+en zijn vrouw Donna Juana, gestorven, de eerste in 1378 en de tweede
+in 1381. Verderop die van Enrique III en zijn vrouw, Donna Catalina,
+gestorven in 1418.
+
+In den hoek van de kapel hangt een zeer belangwekkend en zeer goed
+portret van Dom Juan II, den eerst te zwakken en later te strengen
+meester van den ongelukkigen Alvaro de Luna; het is het werk van Juan
+van Bourgondië.
+
+De kunstenaar moet zich hebben laten inspireeren door het een of
+ander getrouw portret, want in die blauwe oogen, die frissche tint,
+de gevulde wangen en het ronde hoofd vindt men al de trekken terug,
+die op de meest authentieke portretten van Isabella, de Katholieke,
+werden aangetroffen. De blik van de dochter is alleen dieper en vaster
+dan die van den vader.
+
+Aan het zeer hooge gewelf van de vestibule hangen aan den ingang van
+de kapel twee beroemde trofeeën, die Isabella zelve had laten plaatsen
+boven het graf van haar voorouders en die werden overgebracht naar de
+nieuwe kapel, gebouwd door haar kleinzoon, Karel V. De eene is een
+portugeesche vlag, buitgemaakt in den slag van Toro, die in 1476 is
+geleverd door de Katholieke koningen, en ten gevolge waarvan Isabella
+onbetwist meesteres bleef van Castilië; de andere is de volledige
+wapenrusting van den aferez Dom Duarte de Almaïda, die, toen hij in
+dienzelfden slag ernstig aan den arm gewond was, den koninklijken
+standaard bleef dragen tusschen zijn tanden tot aan het einde van
+het gevecht.
+
+De historie zal het voorbeeld van de Katholieke koningen volgen en
+zal den vaandeldrager van Toro zich blijven herinneren.
+
+Als men een bezoek heeft gebracht aan het groote schip der kathedraal
+van Toledo, en aan de tallooze kapellen, die erbij behooren, kent
+men nog slechts een deel van het monument. Er blijven nog over de
+sacristieën en magazijnen, de archieven en de bibliotheek, waar men
+sinds eeuwen bezig is de giften der koningen, prinsen en primaten
+van Spanje te rangschikken en behoorlijk te verzamelen. De omhulling
+is den inhoud waardig. De lambrizeeringen, de deuren, de kasten zijn
+voor het meerendeel meesterwerken van houtsnijwerk. Het plafond der
+groote sacristie met de ster- en kruisvormige vakken, rood of blauw,
+met goud ingelegd, is een wonder van de mudejarsche of mozarabische
+kunst. De bronzen, die er talrijk zijn, kunnen wedijveren met de
+bekleeding van de Leeuwenpoort.
+
+Verscheiden boekdeelen zouden nauwelijks voldoende zijn, om een
+beschrijving te geven van de kostbaarheden, de tapisserieën, de
+banieren, de sieraden, de meubels en de historische herinneringen,
+waaronder men allereerst de tent van goudlaken aanwijst, die Isabella
+de Katholieke, vóór Granada liet opslaan. Dan zijn er beeldhouwwerken
+en schilderijen, het portret van kardinaal Borgia, geschilderd door
+Velasquez, alleen bekend bij enkele ingewijden, en de H. Antonio
+d'Alonso Cano, een beroemd beeldje, dat in werkelijkheid van Pedro
+de Mena is, een der leerlingen van den meester uit Granada.
+
+En wat te zeggen van den schat der bibliotheek en der archieven,
+die nog zoo goed als ondoorzocht is? Wat zou het een genot zijn voor
+den onderzoeker, daar in de afdeeling voor muziek de werken terug te
+vinden, waarvan de meeste onuitgegeven, van de beroemde kapelmeesters
+uit de 15de en 16de eeuw, Francisco Penalosa, Bernardio Ribera,
+Andres Torrentes, Morales, Escovedo, Pedro Fernandes, Antonio Bernal,
+Navarro. Als men de bladzijden van enkele dier beroemde meesters
+inziet, moet men dan niet verbaasd zijn te constateeren, dat die in
+cijfers zijn geschreven, en in hun aanteekeningen de grondbeginselen
+aan te treffen van de methode Galin-Paris-Chevé, die dertig jaar
+geleden zooveel opgang maakte?
+
+Maar diep binnen te dringen in de geheimzinnige schuilhoeken van de
+antieke kathedraal en haar inwendig leven grondig te leeren kennen
+is den stervelingen niet gegeven. Drie duizend sleutels zijn, naar
+het schijnt, noodig, om al haar deuren te sluiten; ik geloof, dat er
+nog veel meer vereischt worden, om ze te openen. Den H. Petrus zou dat
+niet gelukken, en wijs is hij, die zijn wenschen binnen de grenzen van
+het mogelijke weet te houden. Al peinzend over dat oude voorschrift,
+nam ik afscheid van mijn gidsen en verliet de kathedraal.
+
+
+
+III.
+
+ Intocht van Isabella en Ferdinand volgens de kronieken.--San
+ Juan de los Reyes.--Het hospitaal van Santa Cruz.--De zusters
+ van Sint Vincentius a Paulo.--De beroemde portretten van de
+ universiteit.--De engel en de pest.--De heilige Leocadia.
+
+
+De groote naam van Isabella, de Katholieke, heeft vele malen in de
+kathedraal weerklonken, en in den loop van mijn herhaalde bezoeken heb
+ik hem door alle echo's hooren herhalen. In dit schoone heiligdom,
+vroom juweel aan de kroon van Castilië, kwam de bewonderenswaardige
+koningin God danken, toen de overwinning in den slag van Toro haar in
+het bezit had gesteld van den schepter, dien zij met zoo grooten roem
+zou voeren. De verhalen uit dien tijd hebben een trouwe herinnering
+bewaard van dien beroemden intocht. Hij had plaats op 31 Januari 1476.
+
+De straten en het Zocodover waren reeds van zonsopgang af gevuld met
+een luidruchtige, zeer opgewonden menigte. De rechters en de wethouders
+waren op straat gekomen, dezen in costumes van schitterende kleuren;
+genen in lange, prachtige zijden gewaden. Aan de deuren en aan de
+weinige buitenopeningen van de huizen had men fijne geweven stoffen
+opgehangen, oostersche tapijten, heerlijke stoffen uit Venetië of
+geweven door bekwame weefkunstenaren uit Toledo. Langzamerhand was het
+in de stad leeg geworden, en de menigte, die de aanwijzingen van de
+hoofden der aanzienlijke families volgde, had zich verspreid naar den
+kant van de hermitage van Sint Eugenius, waar men reeds jongleurs,
+zangers, dichters, muzikanten, en danseressen had bijeengebracht,
+die alle rijk gekleed waren.
+
+Weldra verscheen, aangekondigd door fanfares en begroet met gezang,
+dat de vereeniging van Castilië met Arragon blij begroette, de
+koninklijke stoet; de hoofden gingen omhoog en de halzen rekten zich
+uit, om de souvereinen beter te kunnen zien, wier overwinning den vrede
+verzekerde aan de twee koninkrijken, en wier glorie op aller lippen
+was. Ferdinand, nog zeer jong, met goed figuur, donkere oogen en haren,
+intelligent gezicht, bereed al uitstekend een prachtigen klepper. De
+koningin was gezeten op een muildier, dat rijk was opgetuigd, en geleid
+werd door twee pages uit de edelste geslachten van het land. Zij was
+niet groot, maar er sprak uit haar houding en haar trekken een fiere
+majesteit. Haar hoogblonde haren waren bijna geheel verborgen onder
+de sluiers, die om haar hoofd waren geslagen; haar zeer blanke huid,
+de grijsblauwe oogen herinnerden er aan, dat van vaderszijde zij
+vermaagschapt was aan het huis van Lancaster. Een uitnemende gratie en
+een engelachtige glimlach maakten de strengheid van het voorhoofd en de
+vastheid van den blik zachter. Isabella was zes-en-twintig jaar, twee
+jaar ouder dan haar echtgenoot, en reeds had ze een rijk onderworpen,
+dat haar betwist werd door vreemdelingen en oproerlingen.
+
+Na den eed te hebben afgelegd, dat zij de privileges zouden handhaven,
+die aan de stad geschonken waren, en na de wallen overgetrokken te
+zijn, begaf het koningspaar zich naar de kathedraal. Zij traden er
+binnen door de poort der Vergeving, terwijl jeugdige kinderen, die
+engelen voorstelden, hun met muziek welkom heetten. En geknield aan
+den voet van het altaar, dankten zij den Eeuwige, die hun had vergund,
+den vreemdeling uit Castilië te verdrijven en hem had gedwongen,
+zich over de grens terug te trekken naar Portugal. Misschien plantte
+de onvergelijkelijke vorstin op dien dag in den tuin van het klooster
+den nu veel honderden jaren ouden taxisboom, waarvan elk eenigszins
+begunstigd reiziger eenige bladeren ontvangt bij wijze van souvenir.
+
+Onder de regeering van Juan II, den vader der koningin, had de beroemde
+gunsteling, Alvaro de Luna, eenige vertrekken van het Alcazar ter
+beschikking van zijn heer laten stellen. Daarheen begaven zich de
+vorstelijke personen. Er was een eenvoudig ontbijt gereed gezet, want
+zij vastten dien dag; maar in spijt van de berooidheid der schatkist
+werden de armen niet vergeten.
+
+Den tweeden Februari kwamen de koning en de koningin weer in de
+kathedraal met nog grooter luister.
+
+Isabella straalde in verheven schoonheid; men had alleen oogen voor
+haar, want alles verbleekte naast de lelie van het koningschap. Op
+haar kleed van wit brocaat waren in goudborduursel de kasteelen en
+de leeuwen, als symbolen van haar erfelijke rijken aangebracht; een
+lange mantel van hermelijn viel neer van haar schouders en vormde
+een lange sleep, door twee jonge pages opgehouden. Op haar hoofd,
+door lichte sluiers omgeven, schitterde een gouden kroon, bezet met
+edelgesteenten; om haar hals hing een prachtige collier van bleeke
+robijnen. Het edelgesteente, dat op haar borst fonkelde, trok aller
+blikken tot zich, niet enkel om zijn buitengewone grootte, en den
+onvergelijkelijken glans, maar omdat het, naar men zeide, toebehoord
+had aan Salomo. Het bewijs daarvoor vond men in het hebreeuwsche
+opschrift, dat er op was gegraveerd.
+
+Vóór het koningspaar uit wapperden hoog en fier de vlaggen van Leon,
+Castilië en Arragon, terwijl de vlaggen van Lusitanië, die door
+den vijand achtergelaten waren in de wanorde, die op den slag van
+Toro was gevolgd, omgekeerd en in vernedering in den stoet werden
+meegedragen. De triumphators, die na een gelukkig ten einde gebrachten
+oorlog in de stad van Romulus binnentrokken, boden met geen grooteren
+trots de op den vijand buitgemaakte eereteekenen aan het romeinsche
+volk aan.
+
+Na de mis te hehben gehoord, en na boven het graf van haar
+voorvaderen, wien zoo vaak door de Portugeezen ontzag was ingeboezemd,
+de getuigenissen van de zegepraal te hebben laten ophangen, wilde
+Isabella in Toledo een duurzamer herinnering van de overwinning
+achterlaten. Dat denkbeeld leidde tot de oprichting van het beroemde
+klooster van Juan de los Reyes.
+
+Het gebouw, dat aan den rand van het plateau is gelegen boven het
+groene, bloeiende dal van de Taag, als de rivier zich van de stad
+verwijdert, is aangelegd in den vorm van een latijnsch kruis,
+en opgetrokken van witte kalksteen, die zeer fijn en hard is en
+daardoor zich uitstekend leent voor de meest grillige fantazieën der
+beeldhouwers. Midden tusschen de verschillende onderdeelen verrijst
+tot op groote hoogte een zware en mooie koepel. De steunsels der
+bogen rusten op twee sierlijke tribunes, die voor het koningshuis
+waren gereserveerd, terwijl een gebeeldhouwd fries, rondom de beuken
+der kerk loopend, een prachtig opschrift droeg in gothische letters,
+verheerlijkend de roemrijke namen der stichters.
+
+Aardige kleine onderdeelen trekken telkens de aandacht, zonder den
+indruk van grootschheid en strengheid weg te nemen, die door het geheel
+wordt gemaakt. Hier ziet men bloemen, kransen, vogels; ginds een aap,
+als monnik gekleed, met een kap over het hoofd, in diepe aandacht
+zijn brevier bestudeerend. Welk een zonderlinge oneerbiedigheid,
+die men toeliet in die tijden van innige vroomheid!
+
+Toen Isabella aan de Franciscaners het klooster en de kerk San
+Juan de los Reyes gaf, waar zij haar laatsten slaap wilde slapen,
+begiftigde ze hen tevens met een inkomen van 7000 maravedi's,
+(een koperen spaansche munt van nog geen nederlandsche cent waarde)
+die genomen moesten worden uit de koninklijke schatkist, zonder dat
+de inkomsten in geld en in natuurproducten, die van het land geheven
+werden, ervoor behoefden te verminderen. Buitendien verrijkte zij hen
+met kunstwerken, met miniaturen, juweelen en kostbare manuscripten, in
+Duitschland gekocht en in Italië. Inderdaad meende de groote koningin
+van Castilië, dat zulk een mildheid haar volk ten goede kwam. Met
+het doel, haar volk te beschaven, wist zij de oprichting van twee
+leerstoelen voor de theologie door te zetten voor de studenten, en
+voor kinderen uit de provincie werden scholen gebouwd; zij stond erop,
+dat men er de christelijke leer duidelijk uiteenzette op een wijze,
+die deze leer begrijpelijk en bemind maakte. Nu was geen enkele orde
+van geestelijken aard meer het vertrouwen van Isabella waardig dan
+die der Franciscaners; geen godsdienstig genootschap verdiende zoozeer
+om zijn talenten en deugden te worden uitverkoren door de vorstin.
+
+Na de verovering van het koninkrijk Granada wijzigden zich Isabella's
+denkbeelden, en in haar testament, een voorbeeld van wijsheid en
+voorzichtigheid, beval zij, dat men haar stoffelijk overschot zou
+bijzetten in de stad, die met zooveel opofferingen was vermeesterd.
+
+De gunst, waarin zich het klooster van Toledo mocht verheugen,
+verminderde niet onder de volgende regeeringen; Karel V voltooide het
+werk van zijn bloedverwante; Filips II schonk er groote giften aan,
+en deed het de verheven eer aan, het kapittel-generaal van alle groote
+militaire orden van Spanje te mogen bewaren, en eindelijk bedekte
+Filips III er de wanden met schilderijen en logeerde bij voorkeur in
+het Alcazar bij de verkiezing van den Generaal der Franciscanen, bij
+welke gelegenheid de vorst er feesten gaf en luisterrijke maaltijden.
+
+Toen Mevrouw d'Aulnoy Spanje bezocht, was zij zeer getroffen door de
+pracht van de kerk. "Zij is groot en schoon," schreef zij, "en staat
+vol met oranjeboomen, granaatboomen, jasmijn en zeer hooge myrten,
+die in hun bakken heele lanen vormen tot aan het hoofdaltaar, dat
+met een zeer rijke versiering is getooid. Zoodat met al die groene
+bladeren en al die bloemen van verschillende kleuren, en als men er
+het goud en het zilver ziet fonkelen tusschen de borduurwerken en de
+aangestoken waskaarsen, waarmee het altaar is overdekt, het is, of men
+de zonnestralen zelve ziet. Er zijn ook kooien, mooi geschilderd en
+verguld, waarin nachtegalen, sijsjes en andere vogels een bekoorlijk
+concert geven."
+
+De kerk en vooral het klooster hebben verschrikkelijk geleden van den
+oorlog en van den brand, die in 1809 veel onheil stichtte en een deel
+van het altaar, de geschilderde glazen, de bibliotheek en de helft
+van het klooster verwoestte. In 1835, ten tijde van de Revolutie en
+van de afschaffing der godsdienstige orden, werd het gebouw in een
+kruitmagazijn veranderd.
+
+Het zou geheel ten onder zijn gegaan, indien niet in 1844 de
+Commissie voor de historische Monumenten er de beschermende hand
+over had uitgebreid, door de gemeente van San Martino erheen over te
+brengen. Aan den dienst teruggegeven, en voor de bedelaars gesloten
+zoowel als voor de plunderaars, is de kerk bewaard gebleven voor de
+verwoesting, waarmee ze werd bedreigd.
+
+Wat het klooster betreft, dat heeft sinds 1858 een restauratie
+ondergaan, die even talentvol wordt uitgevoerd als ze langzaam tot
+stand komt, en het is tegenwoordig het kostbaarste en schitterendste
+voorbeeld van den gothischen bouwtrant in Spanje. De bogen, die een
+lengte van 26 meter innemen aan elk der vier zijden, zijn versierd met
+een menigte beelden, sieraden, vogels, vruchten en bloemen, uitgelezen
+kunstig bewerkt. Op den binnenmuur, die ook met beelden is versierd,
+gedragen door elegante caryatiden, onder de fijne kroonlijst, ziet
+men een lang opschrift in de castiliaansche taal. De mooie gothische
+letters, die het vormen, zijn gelijk aan die, welke binnen in de kerk
+zijn gebruikt, al zijn ze minder groot. Ferdinand en vooral Isabella
+worden er uitbundig maar niet overdreven geprezen.
+
+Dit klooster en de kerk werden opgericht op bevel van de katholieke
+en zeer uitnemende vorsten Ferdinand en Donna Isabella, koningen van
+Castilië, Arragon en Jeruzalem, vanaf de eerste fondamenten, voor
+de eer en de glorie van den Koning der Hemelen en zijn gelukzalige
+Moeder en tevens van den H. Johannes den Dooper en den H. Franciscus,
+hun ijverige bemiddelaars. En na den bouw van dit huis veroverden zij
+het koninkrijk Granada, roeiden de ketterij uit en verdreven alle
+ongeloovigen, verkregen alle rijken in Spanje en Indië, en voerden
+hervormingen in bij alle kerken en gemeenten van monniken en nonnen,
+die in hun gebied hervorming van noode hadden; en na zoo groote
+en voortreffelijke werken stierf de koningin te Medina del Campo,
+gekleed in het gewaad van den H. Franciscus, den 5den November van
+het jaar 1503.
+
+Evenals de kerk is het klooster gebouwd naar de plannen van een der
+beroemdste bouwmeesters van de kathedraal, Juan Guaz, een Vlaming,
+naar men meent, en wiens trekken voor ons bewaard zijn gebleven op
+een fresco, dat behoort in San Justo y Pastor. Om tusschen de beide
+verdiepingen van het klooster een verbinding tot stand te brengen,
+die het gebouw waardig was, beval Karel V later aan Covarrubias,
+een prachtige trap te maken, die overdekt is met een koepel in den
+vorm van een schelp, waarop het wapen van den grooten keizer voorkomt
+naast dat van zijn voorvaderen. Op de bovenste galerij komt ook uit de
+cel van Ximenes, die er met eerbied wordt vertoond. De latere groote
+staatsman was de eerste nieuweling, die te San Juan het kleed der
+Franciscanen aannam.
+
+Nog in de allerlaatste jaren is San Juan de los Reyes bedreigd geworden
+met een groot verlies. Na de inneming van Malaga had Isabella als
+krijgstrofeeën de ketenen van de door haar in vrijheid gestelde
+christelijke gevangenen erheen gezonden en had bevolen, ze te hangen
+aan de buitenmuren der kerk. Sinds vier eeuwen beschreven die donkere
+ringen hun kringen op het witte gesteente, toen een alcade met veel
+practischen zin ze liet loshaken en bevel gaf ze om te smeden tot
+deelen van banken en tot een slot voor den openbaren tuin. Gelukkig
+had men den tijd, de volvoering van zulk een heiligschennend plan te
+voorkomen, en de ketenen hernamen de zoo lang ingenomen plaats.
+
+In een der lage zalen van het klooster, misschien een ruime sacristie,
+heeft men een massa ongelijksoortige voorwerpen bijeengebracht,
+die meer of minder droevige of merkwaardige gebeurtenissen in de
+herinnering terugroepen, zooals schilderijen, stukken gebeeldhouwden
+steen of houtsnijwerk, émails en eerwaardig ijzerwerk. Te zamen heet
+het min of meer pompeus het Provinciaal Museum. Men kan er een bezoek
+brengen, als de portier zoo vriendelijk is op het schellen aan de deur
+te letten. Indien zijn bezigheden hem in zijn vertrekken vasthouden,
+mag men wachten; maar als men niet wordt binnen gelaten, behoeft men
+daar niet al te rouwig om te zijn; alle voorwerpen, die werkelijk
+eenige waarde hadden, zijn naar Madrid gebracht.
+
+Isabella liet het niet bij die vrijgevigheid jegens de oude hoofdkerk
+van Castilië. In de laatste jaren van haar leven begiftigde zij haar
+nog met het toevluchtsoord van Santa Cruz voor vondelingen. Toen zij
+den bouw van dit schoone gebouw ondernam, trad zij op als uitvoerster
+van den uitersten wil van haar getrouwen minister, kardinaal Mendoza,
+denzelfden staatsman, wien zij met geweld een laatste rustplaats
+schonk in de Capilla Mayor van de kathedraal.
+
+De kardinaal was gestorven in 1495, vóór de eerste steen was gelegd. De
+koningin kwam dadelijk tusschen beide, hief de moeilijkheden op,
+die rezen naar aanleiding van de verwerving van terreinen, in handen
+van kloosterorden, en toen zij op haar beurt stierf, in 1503, waren
+alle schikkingen zoo goed getroffen, dat de bouwmeester Enrique de
+Egas op geen enkelen hinderpaal stuitte. Tien jaren later was het
+gesticht gereed. Het is gebouwd in den vorm van een grieksch kruis of
+het kruis van Jeruzalem. De kerk bevond zich vroeger bij het snijpunt
+van de armen van het kruis; de gebruiksverandering tot Kadettenschool
+heeft ertoe geleid, dat het altaar verplaatst werd naar het uiteinde
+van een der armen.
+
+Ofschoon het vondelingenhuis van Santa Cruz zeer weinige jaren na San
+Juan de los Reyes gebouwd is, lijken de stijlen niets op elkaar. De
+velerlei aanraking met Italië had Spanje de oogen geopend voor nieuwe
+richtingen. Dadelijk had het die met geestdrift aanvaard, vergetend
+zijn eigen verleden en de overleveringen, die uit Bourgondië en
+Vlaanderen in vroeger eeuwen waren overgekomen. Alleen de prachtige
+houtbetimmeringen met de houtmozaïeken in de vier zijbeuken zijn van
+die mozarabische kunst, waarvan Toledo zooveel kostelijke voorbeelden
+bezit.
+
+Rechts van de ruimte, die tegenwoordig tot ingang dient, is een
+kloostergang met zuilen in klassieken stijl. Men komt op de
+bovenverdieping langs een zeer fraaie trap, die begint onder
+een portiek, gevormd door drie zuilen met verrukkelijk fijn
+snijwerk. Groote treden uit één stuk fijn, wit marmer voeren naar
+galerijen, waar bedelaars en plunderaars de houtbekleeding van hebben
+weggeroofd, zoodat men nu van balk op balk moet springen op gevaar
+af in de spleten te vallen en door het dunne plafond terecht te komen
+op de steenen van de lager gelegen gang.
+
+Deze gang staat in verbinding met een andere kleinere, die zware
+zuilen en kapiteelen heeft, afkomstig uit de antieke kapel van
+de H. Leocadia. Uit de weinige vensters, die een paar cellen van
+die kloostergangen verlichten, ziet men neer in de kloof, waar de
+Taag door stroomt, op de brug van Alcantara en het kasteel van San
+Cervantes, dien mooien, strengen toegang tot Toledo. Men kan zich zeer
+goed voorstellen, dat de overlevering op de terreinen, nu door het
+hospitium ingenomen, het oude Alcazar heeft geplaatst, dat zich in 1085
+aan koning Alfonsus VI overgaf, gedwongen door een hongersnood, dien
+een streng en langdurig beleg had veroorzaakt. Op geen enkele plaats
+kon men een betere positie innemen ter verdediging van de rivier. Wat
+is er van die vesting overgebleven? Niets dan een vervallen en half
+ingestorte toevlucht, die er uitziet of ze een beleg heeft doorstaan,
+en dan de diepe melancholie van de dingen die niet worden gebruikt.
+
+Het werk van Karel V is niet enkel vertegenwoordigd door de
+Visagrapoort, Toledo is ook aan hem verschuldigd het mooie binnenplein
+van het Alcazar, en bovendien dateert uit zijn regeering het hospitaal
+van San Juan a Fuera, gebouwd door den kardinaal-aartsbisschop Dom
+Juan Tavera. In 1541 begonnen, werd het eerst in 1624 voltooid. De
+indrukwekkende gevel van uitstekenden smaak strekt zich uit over
+een lengte van ongeveer honderd meter. Uit de kerkpoort zagen wij de
+zusters van Sint Vincentius a Paulo komen met haar witte mutsjes, die
+alleen al door haar tegenwoordigheid den indruk van orde en netheid
+geven, die ieder moet treffen zoodra hij den drempel overschrijdt.
+
+Welk een verrassing is het, de steenen van de gangen zonder vlekken te
+zien, de hoeken zonder vuil en de oude mannen gewasschen en gekamd,
+terwijl er geen bewakers rondloopen, die bedelen met een dreigement
+in den blik! Men gevoelt, dat Frankrijks goede engelen over de bergen
+zijn gevlogen, en dat voor haar goede werken de wereld nooit groot
+genoeg zal zijn.
+
+Bij de kruising van het schip der kerk met de armen van het kruispand
+welft zich een zeer hooge en wijde koepel over het graf van den
+stichter van het liefdehuis. Dat is het laatste werk van Alonso
+Berruguete. Mogelijk is de koepel zelfs wel afgemaakt door zijn zoon,
+in 1561. De jaren hadden de hooge vlucht van den kunstenaar wat
+getemperd, want hij heeft nooit beter de zachte kalmte van den dood
+van den rechtvaardige weergegeven. De versieringen van de sarcofaag
+zijn van een lateren tijd dan het beeld van den doode, en hoewel
+in goeden italiaanschen stijl, zijn ze veel minder waard. Zij zijn
+het werk van een inlandschen kunstenaar; maar in dien tijd, en als
+ze zich aan het marmer waagden, waren de spaansche beeldhouwers zoo
+gewend aan de italiaansche manier, dat het moeielijk wordt, hun werk
+te onderscheiden van wat uit de werkplaatsen in Genua en Florence kwam.
+
+De burgers van Toledo mogen graag hun stad vergelijken bij de hoofdstad
+der Christenheid. De parallel valt dan geheel in hun voordeel uit. Men
+oordeele:
+
+Toledo en Rome hebben zeven heuvels, Toledo en Rome hebben een
+tarpeïsche rots; Toledo en Rome zijn beide vol kloosters; Toledo
+en Rome hebben beroemde prelaten zien geboren worden; maar het Rome
+van Italië heeft ernstige fouten begaan en dwaasheden, waarvoor het
+Rome van Spanje zich heeft weten te behoeden. En eindelijk steekt
+Toledo haar mededingster de loef af door de algemeene vermaardheid,
+die haar marsepein heeft verkregen, het marsepein met amandels; op
+dat gebied behoeft niet te worden gestreden, daar komt de eerepalm
+toe aan het Roma del Marzapan.
+
+Ik geloof, dat geen vreemdeling Toledo beter heeft gezien dan ik onder
+het geleide van mijn uitstekenden vriend, professor Ventura y Reyes. Er
+is geen stukje van de oude stad, of hij heeft het onderzocht met een
+talent, dat alleen te vergelijken is met zijn bescheidenheid. Daar
+vandaag, Zondag, het provinciaal museum gesloten was, had de doctor
+mij ten zijnent geïnviteerd, om dan samen een wandeling buiten de
+stad te doen.
+
+"Wij hebben daar," had hij tot mij gezegd met een zekere
+geheimzinnigheid, "twee vrouweportretten, die u zeer zullen
+interesseeren".
+
+"Uit welken tijd?"
+
+"Uit den tijd van Filips IV."
+
+"Een Velasquez, een Greco?"
+
+"Wie weet?"
+
+Ik ging heen in groote spanning. Wat een rijkdommen heeft toch dat
+Spanje, dat zoo geheimzinnig is en zoo bescheiden! De ontroering
+deed mijn hart sneller kloppen, toen wij in de bibliotheek binnen
+gingen. Achter in de zaal, in een soort van afgesloten hoekje bij den
+katheder van den professor, hingen twee doeken van vrij groote afmeting
+tegenover elkander. Ik liep er snel op toe; mijn oogen doorboorden de
+duisternis, en ik zie een prachtige vrouw met een baard, omringd door
+haar man en kinderen. Een roode sluier bedekte het gelaat, terwijl
+het laag uitgesneden corsage de borst van de kleur van leliën en
+rozen liet zien.
+
+Natuurlijk heeft Velasquez niets met dit portret uit te staan.
+
+"Wat zegt u ervan?" vraagt mij lachend mijn gids.
+
+"Dat moet een reclame wezen van een fabrikant van schoonheidsmiddelen
+of van een middel voor den haargroei."
+
+"U vergist zich; het is het authentieke portret van een dochter van
+het blonde Germanië. Geboren in Duitschland, in 1620, kwam zij in 1664
+in Spanje, en zoowel om haar baard als om haar talent als organist
+wist zij belangstelling te wekken. Dit portret en het uitvoerige
+opschrift dat het draagt, zijn er de onmiskenbare blijken van. En nu,
+keer u eens om."
+
+'t Is, of het om een weddenschap te doen is! Daar sta ik weer tegenover
+een vrouw met een baard!
+
+"Meent u dan, dat Spanje bij Duitschland achter heeft willen blijven?"
+
+De eerste vrouw was hoogblond en zag er vroolijk uit; deze tweede
+met witten baard heeft een zeer streng uiterlijk. Hier geen laag
+uitgesneden kleed; een hooge guipure en een stijve kraag omsluiten hals
+en borst en het gezicht kon dat zijn van een uit China teruggekeerden
+zendeling. Onder dit beeld zocht ik te vergeefs naar een opschrift,
+en ik vond er slechts een cijfer. Deze tijdgenoote van Filips IV was
+vijf-en-vijftig jaar, toen men haar weinig aantrekkelijk uiterlijk
+vereeuwigde.
+
+Neen, de jeugdige leerlingen van het provinciale lyceum worden niet
+op de proef gesteld door wat men hun te zien geeft!
+
+Maar wat is de aanleiding geweest tot de dwaasheid, dat deze dochteren
+Eva's er zoo op gesteld waren, aan de wereld den rijkdom van haar
+baard te vertoonen? De methodische exploitatie en het winstgevend
+bedrijf om phenomenen te laten zien, was nog niet in de zeden
+doorgedrongen.... Een paar eeuwen later zou Barnum haar fortuin en
+het zijne hebben gemaakt.
+
+De dag, die onder zoo gelukkige voorteekenen was begonnen, was als
+een vergoeding voor de ernstige studiën van de vorige week. Sedert
+mijn aankomst had ik vertoefd in de geheimzinnige schaduw der kerken,
+onder kloostergewelven, bij graven en tot ruïnen vervallen paleizen;
+had ik dan niet verdiend, ook eens naar buiten te gaan?
+
+Zoodra we de stad hadden verlaten, was het alles een schittering van
+licht en vreugde; de herfstzon glimlachte met haar vriendelijkste
+gezicht. Toch keerde ik mij even om, en keek naar de versterkte
+poort, die ik was doorgegaan. Een engel stond daar met een zwaard
+in de hand, streng en toornig tusschen twee zware torens. En de
+bewoners van Toledo, de jongen en de ouden hebben zich afgevraagd,
+waarom die godsgezant hun een zoo donker gezicht liet zien. Er moest
+een verklaring wezen, en er is een legende ontstaan.
+
+De engel des Heeren waakt over Toledo en verbiedt de rampen en
+ellenden de stad te naderen; zij, die zooveel leed over de arme
+menschheid brengen.
+
+Eens verscheen de afschuwelijke pest en vroeg om te worden toegelaten.
+
+"Wat komt gij hier doen?" vroeg de engel in woede ontstoken.
+
+"Ik ben een gezant van God, gij hebt niet het recht mij te weren."
+
+"Mijn volk is vroom; als God in zijn ontevredenheid enkele armzalige
+visschers wil tuchtigen, dat hij er ten minste rekening mee houde,
+dat Toledo trouw de Heilige Maagd heeft gediend. Beloof mij, dat gij
+u met twintig slachtoffers zult tevreden stellen."
+
+De engel bad en smeekte; maar de pest vond dat niet genoeg en wilde
+niet met minder dan tweehonderd tevreden zijn.
+
+Toen moest de vreeselijke schatting, die gevraagd werd, worden
+toegestaan. De pest ging binnen, en gedurende drie maanden richtte
+zij vreeselijke verwoestingen aan en deed de bewoners van Toledo bij
+duizenden sterven.
+
+"Ellendeling, leugenaarster, meineedige!" schreeuwde de engel, toen
+de ziekte eindelijk vertrok. "Ik zal u bij den hemel aanklagen."
+
+"Waarom die woede? Gij hadt mij de levens van tweehonderd slachtoffers
+afgestaan. Die heb ik genomen. De anderen zijn allen van vrees
+gestorven. Daar heb ik geen schuld aan!"
+
+Van de vlakte, waarop men uitkomt, als men de wallen achter zich heeft
+gelaten, rust het oog eerst op de meer dan middelmatige beelden van
+eenige koningen van Spanje, om daarna in het dal af te dalen naar
+de ruïnen van een romeinsch circus, dat systematisch verwoest werd,
+toen Abd el Rahman, gouverneur van Tolestane, zich onafhankelijk
+trachtte te maken.
+
+Langzaam dalend, komt men bij het heiligdom van Cristo de la Vega. Het
+kerkgebouw is opgericht op de plek, waar de heilige Leocadia den
+marteldood onderging.
+
+Leocadia was schoon en werd bemind. Toen men van haar eischte,
+dat zij het Christendom zou afzweren, was zij bang, niet sterk te
+zullen zijn en door de pijn te zullen worden overwonnen en haar God te
+verraden. Daarom riep zij hem te hulp en smeekte hem, haar tot zich te
+roepen en haar de smadelijke ontrouw aan het geloof te besparen. En
+terwijl zij met haar hand een kruis op den grond teekende en dat
+eerbiedig kuste, stierf zij met den naam van Jezus op de lippen.
+
+Er verloopen eeuwen. Pas tot het Christendom bekeerd, heeft koning
+Sisebuth een prachtigen tempel laten oprichten op de plek, waar de
+martelares gestorven is. In de nabijheid van haar hoogvereerd graf
+werden conciliën gehouden. Monarchen en bisschoppen hebben naast haar
+willen rusten, en daar op eens doet een nieuw wonder de vroomheid
+van het volk en de koningen nog stijgen.
+
+Het was op 9 December 666. Bisschop Ildefonsus vierde in het heiligdom
+den jaardag van den dood der heilige. Plotseling verdween de grafsteen
+in den glans eener lichtende verschijning. Een engelengedaante
+gehuld in witte sluiers, vertoonde zich voor de blikken der
+aanwezigen. Leocadia leeft, zij glimlacht, zij spreekt, zij prijst
+Ildefonsus, dat hij op het Concilie de maagdelijkheid van de Moeder
+Gods heeft verdedigd.
+
+De bisschop is op de knieën gevallen, hij luistert, beeft en
+twijfelt. Neen hij is niet het slachtoffer van een gezichtsbedrog,
+de verrukking, die op aller gezichten te lezen staat, stelt
+hem gerust. Hij beeft van vreugde, strekt zijn handen naar de
+verschijning uit, en, aangemoedigd door den koning, wil hij de
+stralende grijpen. Maar Leocadia behoort niet meer tot deze wereld van
+smarten; zij zal zich niet door een aardsch wezen laten aanraken. Zij
+wordt minder duidelijk zichtbaar en verdwijnt als een vluchtige
+schaduw onder den steen, die zich weer sluit. Maar de verdwijning
+heeft niet snel genoeg plaats gehad. Een slip van haar lichten sluier
+is tusschen den steen en den vloer blijven zitten. De vorst springt
+naar voren om die te grijpen, maar plotseling tegengehouden door het
+gevoel zijner onwaardigheid, reikt hij den bisschop zijn degen toe,
+die het kostbaar stuk, getuigenis van het wonder, afsnijdt.
+
+"Maagd en martelares," roept de bisschop uit, "gij, die waardig zijt,
+den Verlosser in zijn hemelsche glorie te aanschouwen, die uw leven
+hebt gegeven, om zijn liefde te verdienen, zie met genadig oog neder
+op de stad, waar het Gode behaagd heeft, u te doen geboren worden,
+bescherm haar, en laat uw tusschenkomst strekken tot heil van den
+monarch, die plechtig uwen feestdag viert."
+
+Nog heden wordt in de kathedraal de eenige reliek der schutsvrouw
+van Toledo bewaard. Een standbeeld van de H. Leocadia, dat echter
+niet veel kunstwaarde heeft, is in de kapel te zien.
+
+
+
+
+
+
+In den zonneschijn te middernacht.
+
+Naar het Duitsch van _Karl von Dahlen_.
+
+
+In de Lapland-express! Behagelijk zit een klein reisgezelschap in
+den rooksalon bij elkaar. Het toeval heeft ze uit alle deelen der
+aarde hier bij elkaâr gebracht en op zulk een tweedaagsche spoorreis
+wordt men spoedig vertrouwelijk. Daarbuiten ligt de gloed van een
+noorschen nacht over de eentonige wildernis. Bosch, bosch, zoo ver
+het oog reikt, maar niet het schoone hoogstammige woud, de vriend
+van een mensch, die een wandelaar vriendelijk in zijn armen sluit,
+maar dat eindelooze bosch, zonder paden of wegen, het wreede beeld
+van den moeielijken strijd om het bestaan, waar het kleine het
+groote verwoest, en de ongelukkige sparren, geheel bedekt met blad-
+en korstmossen, tusschen groote granietblokken hopeloos een langzamen
+dood afwachten. In het spookachtige licht van den nacht schijnt het
+landschap geheel doodsch en uitgestorven, en het is alsof men zich
+over het uitgestrekte oppervlak van een andere planeet beweegt.
+
+De aardige zweedsche dokter dringt wel is waar tot rusten, maar de
+helderheid van den nacht laat ons niet slapen. Houdt de trein eens op,
+om water of kolen in te nemen, dan is het toch al te verleidelijk om
+in dit middernachtelijk uur eens naar buiten te gaan in het zwijgende
+land. Men is zoover van het eigenlijke Europa verwijderd, en de weinige
+schreden naar beneden, de glooiing af, om bessen of mossoorten te
+verzamelen, brengen ons onmiddellijk in een vreemd land. Langzamerhand
+sterft de plantengroei onder de harde hand van een noordschen hemel,
+kleiner en kleiner worden de boomen, spoedig ontdekt mijn plantkundige
+reisgenoot de eerste gletscherberk met zijn fijn getande bladeren. De
+bloemen lichten ons tegen met haar teringachtige kleuren, en daar
+in de verte schemert de sneeuw ons tegen, als reuzenflarden van een
+verscheurd lijkkleed. Zoo gaat het voort door Lapmarken, voorbij de
+steden Gellivara en Viruna, die een amerikaanschen indruk op ons maken.
+
+Welk uur onze horloges ook mogen aanwijzen, aan ieder station staat
+de bevolking gereed ons te begroeten. Langzaam klimt de trein naar
+boven. Het naakte graniet komt meer en meer te voorschijn, en ofschoon
+wij slechts een paar honderd meter boven 't zee-oppervlak zijn,
+heeft de geheele omgeving het karakter van het hooggebergte. Dezelfde
+aangrijpende verlatenheid als in de Alpenpassen, maar nu op reusachtige
+wijze uitgebreid. Hier en daar glinsteren kleine meren tusschen de
+gesteenten, de beken storten zich woest van boven neer en aan de
+rechter zijde schittert de zilveren streep van Torne Fräsk, de groote
+binnenzee in het Noorden van Zweden.
+
+Boven de bergen aan den anderen oever ligt een donkere muur van
+wolken, maar de eene waterval naast den anderen schijnt uit de
+wolken neer te storten, en hunne zilverachtige strepen komen
+helder uit tegen de blauwe bergwanden. Hier en daar weiden enkele
+troepen rendieren en vluchten in moeilijken gang, zoodra de fluit
+van de locomotief zich doet hooren. Tegen den middag bereiken wij
+de grens tusschen Zweden en Noorwegen; "Riksgränsen" heet trotsch
+hier het kleine stationnetje. Daar heerscht nu een opgewekt leven;
+jonge Zweedschen, met heerlijk blond haar, zijn zoo even van een
+voetreis in het binnenste van Lapland teruggekomen. Ze dragen de bij
+de Lappen gebruikelijke schoenen met banden, hebben den Alpenstok
+in de hand, de botaniseerbus op den rug en maken een ondernemenden
+indruk. Hun eenig geleide is een jonge, nauwelijks de school ontgroeide
+student. Onwillekeurig denkt hierbij iemand aan de plaats in Goethe's
+Brieven uit Zwitserland, waar hij van de zorgvuldige voorafgaande
+onderzoekingen en de omvangrijke voorbereidingen verhaalt, vóór de oude
+Saussure met zijn reisgezelschap besloot in den laten herfst in het
+Chamonixdal tot aan den voet van den Mont Blanc door te dringen. Welk
+een onderscheid! Tegenwoordig ontmoet men de jeugdigste reizigsters
+bijna zonder geleide op een tocht door een onbebouwde wildernis aan
+de grenzen van het poolgebied.
+
+Van Riksgränsen daalt men, met talrijke bochten, door vele tunnels
+heen, naar de zee af. Al groener en groener wordt de bodem. Eindelijk:
+Thalatta, Thalatta! In de diepte schittert de stille waterspiegel
+van den Rombake-Fjord, waarin zich aan alle zijden witschuimende
+watervallen uitgieten. Spoedig is Narwik bereikt. Wij verlaten den
+trein, en Anna, de keukenmeid van een eetsalon, die ons elken morgen
+zoo vriendelijk begroette, wuift tot afscheid met haar witte muts.
+
+Nu moeten wij ons aan de goden der zee toevertrouwen en menigeen
+mijner reisgenooten zinkt het hart in de schoenen, als hij het
+kleine stoombootje ziet--"Hadsel" is zijn naam--dat ons tot aan
+de noordelijkste punt van het vaste land moet brengen. Dwergachtig
+klein ligt het daar naast de groote stoombooten, die het in Kiruna
+gewonnen erts hier laden, en de hemelhooge rotswanden van den fjord
+doen trouwens elk menschenwerk nietig schijnen.
+
+Wij vormen echter ook maar een zeer klein reisgezelschap, niet meer dan
+een dozijn, en in een vroolijke, moedige stemming lichten wij het anker
+en stoomen nu noordwaarts. Welk een zonderlinge sprookjesachtige wereld
+rondom ons! De hoogste bergtoppen zijn in donkere wolken verborgen,
+de rotswanden zien donkerblauw, groengrijs glanst de zee. Heinde en ver
+ziet het oog geen andere stoomboot. Slechts een paar visschersschepen,
+juist zoo gebouwd als de oude draakschepen der Vikingen, vóór en achter
+met den hoog opstijgenden boeg, en met roest-bruine zeilen, kruisen
+onzen weg. Maar in het water wordt het levendig; dolfijnen spelen
+rondom het schip, nu eens ziet men hun plompe lichamen in de lucht
+opspringen, dan weer kan men in het heldere water hun bliksemsnelle
+bewegingen volgen. De lommen tuimelen voor ons heen; angstig beproeven
+zij zich in de lucht te verheffen, en storten zich dan weer met den
+kop omlaag in de diepte. De meeuw stoot zijn schril geluid uit en
+de kormoraan vliegt met stillen vleugelslag voorbij. Zoover het oog
+reikt, rijen zich eilanden aan eilanden; de boomgroei wordt steeds
+schraler, maar toch bedekt nog een licht, geelachtig groen de fijne
+rotswanden. Dichter en dichter trekt zich de hemel om ons heen te
+zamen, en in de onzekere schemering nemen de rotsachtige eilandjes
+steeds phantastischer vormen aan. Het maakt den indruk, alsof wij
+door een groote kudde voorwereldlijke reuzendieren omgeven zijn, die,
+half in het water verborgen, zich plotseling op ons konden werpen,
+om onzen notedop te verpletteren. O, anti-diluviaansche stemming! Men
+zou hier weder aan de Scylla en Charybdis gaan gelooven.
+
+Zoodra echter de zon den sluier verscheurt, en een frissche wind uit de
+IJszee de wolken uit elkaar jaagt, ziet men overal rondom ons toppen en
+spitsen, en heel in de hoogte glanzen gletschers. Zoo stoomt en stampt
+onze kleine "Hadsel" langzaam vooruit. Niet voor ieder passagier is
+echter deze vaart een onvermengd genot. Meestal beschut ons, wel is
+waar, de voor ons liggende keten van eilanden, maar als op open plekken
+de zware deining van den oceaan ons scheepje bereikt, danst het lustig
+op en neer, en menigeen buigt zich in stilte voor deze hoogere macht.
+
+Terwijl wij kort voor middernacht bij een glas warme groc--de
+thermometer wijst maar een paar graden boven nul--in de kajuit bij
+elkaar zitten, schitteren plotseling de ruiten der ronde venstertjes,
+het koperwerk glanst helder op, het licht wordt gegrepen door onze
+glazen op tafel en weerkaatst op onze gezichten. Daarna, in eens,
+is alles weer koud en vaal. Het was de eerste luchtige groet van
+de middernachtzon!
+
+Onze weg voert ons langs een der grootste vogelbergen van het
+Noorden. Reeds van verre hoort men het krijschen der schuwe
+dieren; naderbij gekomen ziet men ze in tallooze rijen op de rotsen
+neergehurkt. Nu lossen wij een kanonschot en iets wonderbaars gebeurt
+er. De berg schijnt als een veêren kussen uiteen gebarsten te zijn. Als
+een wolk omhullen ons plotseling millioenen en millioenen vogels,
+het is een oorverdoovend leven; wie naar boven ziet, meent zich in
+een dichte sneeuwbui te bevinden. Wij vervolgen onzen koers, maar nog
+zwermen de opgeschrikte vogels in dichte wolken rondom hunne rotsen.
+
+Eindelijk duikt de Noordkaap voor ons op. Scherp, als de ram van een
+panterschip, steekt zij uit de oneindige zee op. Onze "Hadsel" vaart
+er langzaam om heen en gaat dan in een door rotsen omsloten bocht
+voor anker. De oever der vergetelheid. De zee ligt bijna doodstil,
+de steile wanden hebben een vochtigen glans, hun kleur is staalgrijs,
+erboven zijn dichte wolken opgestapeld, een sneeuwveld trekt zich
+in een hoek terug en zendt een kleinen waterstroom uit, die met dof
+gemurmel in zee valt. Overigens diepe stilte. Op den achtergrond in
+de bocht een kleine hut, nauwelijks zichtbaar; daarin wonen een paar
+visschers, en een Duitscher, die aan de zomertoeristen daarboven op de
+hoogte prentbriefkaarten en champagne verkoopt. Met moeite beklimmen
+wij den vrij steilen wand. Tusschen het sneeuwveld en den zigzagsgewijs
+loopenden weg is een schoon bloemtapijt uitgespreid. In het langdurige
+licht van den zomer komen hier de bloemen tusschen sneeuw en ijs met
+wonderlijke kracht te voorschijn. Daar ziet gij een zeer zeldzame
+soort van gevulde ranonkel; gele viooltjes komen te voorschijn,
+geel en wit zijn over 't algemeen hier de heerschende kleuren. In de
+vreeselijkste woestenij het heetste verlangen naar het leven!
+
+Juist toen wij het plateau bereikt hadden, omhulde een wolk den
+geheelen top. Een oogenblik zagen wij totaal niets. Langzamerhand
+gewent echter het oog aan de schemering en nu liepen wij, geleid door
+een gespannen touw, naar de uiterste punt van ons vaste land. Wit
+glinstert het graniet op den grond, daartusschen schittert een kleine
+anjelier. Sneeuwhoenders loopen voor ons uit en verdwijnen in den
+nevel. De branding wordt steeds luider, en spoedig zijn wij bij
+het paviljoen, waar men, ter viering van het oogenblik, een glaasje
+champagne pleegt te drinken.
+
+Maar waar is de zon? De stoomfluit maant ons reeds aan, terug te
+keeren. Daar komt er plotseling beweging in de ons omringende massa's,
+sneller en sneller trekken de nevelstrooken voort; op eens ontstaat een
+breede spleet en ver aan den horizon, dicht boven de phosphoresceerende
+zee staat de lichtende zonneschijf. Daarop valt het gordijn neder,
+en verheugd over het genoten schouwspel, dat niet allen reizigers
+naar de Noordkaap ten deel valt, beginnen wij af te stijgen.
+
+Onze "Hadsel" zet nu haar koers weer naar het Zuiden. Een kort bezoek
+wordt gebracht van Hammerfest, dat zonder zon onder een regenzwangere
+lucht een uiterst melancholieken indruk maakt. Maar dan komt een
+glanspunt van den tocht, de Lyngen-fjord. Hier vereenigen zich zee
+en bergen tot een grootsch natuurbeeld. Langzaam vaart de stoomboot
+langs de steile rotswanden, en terwijl wij in stomme bewondering
+op het dek neerzitten, trekt de eene gletscher na den anderen ons
+voorbij, donkerblauw aan den bergrug hangend, met hun ijstong tot in
+het donkere water reikend.
+
+Niet ver achter Tromsö opent zich dan eindelijk de wonderwereld van
+het Noorden. De rotsenwildernis der Lofodden neemt ons in zich op. Het
+is moeielijk met woorden een ook maar eenigszins gelijkend beeld van
+dit zinnenverbijsterend schouwspel te geven. Is het een verzonken
+gebergte of een nieuw uit zee opduikende wereld? De schoonste van al
+de Lofoddenstroomen is de Raftsund. Een breede rivier midden door het
+hart van een indrukwekkend gebergte. Hier ontsluiten zich voor het
+oog beelden, die anders slechts de bergbeklimmer na een moeielijken
+tocht te zien krijgt. De Troldfjord is het wonderlijkste in deze
+wonderwereld. Het schip vaart recht op een loodrechten rotswand aan,
+dan een kleine wending, en voorzichtig glijden wij door een smalle
+spleet tusschen blanke, gladde granietmuren door. Nu drijven wij
+op een klein, donkergroen Alpenmeer, onder in de diepte van een
+ketel tusschen de bergen. Er omheen sneeuw en ijs; een waterval
+stort zich met dof gebruisch in het meer, maar zijn spiegel blijft
+onbewogen. Roode algen schijnen te roeien door het klare water, de
+lomme duikt op en verdwijnt weder, de zwarte zeezwaluwen zweven langs
+de rotswanden, anders alles doodstil! Alles houdt hier onwillekeurig
+den adem in. Troldfjord noemen de Nooren deze plaats; iets spookachtigs
+zit er in de lucht, een sprookjesstemming waart er rond. Hier hebben
+de Grieken den ingang naar de onderwereld gezocht.
+
+Soolvär, de hoofdplaats der Lofodden, is ons laatste station. Daar
+verlaten wij onze kleine "Hadsel", om met een grooter schip de reis
+naar het Zuiden voort te zetten. In de oude kroningsstad Drontheim gaan
+wij weer aan land. Nog omgeeft ons de ernstige natuur van het Noorden,
+maar na het huiveringwekkende schoon, dat wij hadden gezien, scheen
+ons hier het landschap lief en vriendelijk. Wederom legt de lichte
+nacht zijn schemering over land en zee. Het is bijna middernacht,
+als wij uit de stad naar buiten gaan, naar berg en bosch. Jongens
+en meisjes komen ons tegen, hand aan hand, met bloemen getooid. Het
+eene paartje na het andere; de nacht is hier ook zoo wonderlijk
+licht. Frissche hooigeur doorwasemt de lucht. En terwijl wij nu
+omzien en neerkijken op den zilveren fjord, is het ons als voelden
+wij, na het doodsche van het Noorden, hier voor de eerste maal weder
+den levenden polsslag van onze liefhebbende moeder natuur.
+
+
+
+
+In het bergland van Tripolis.
+
+Naar het Fransch van A. de Mathuisieulx.
+
+
+Mijn eerste onderzoekingstocht in Tripolis in 1901 was maar zeer
+onbeteekenend geweest door opgekomen politieke moeilijkheden. Gelukkig
+heb ik daarna nog twee reizen kunnen doen, namelijk in 1903 en 1904,
+waarbij ik een veel uitgestrekter gebied heb kunnen bezoeken en meer
+op mijn gemak dit deel van Afrika heb bestudeerd, dat tot hiertoe
+nog zoo weinig bekend is. De onderzoekingen, in het geheele vilayet
+ingesteld, tot de streken, behoorend bij Fezzan, worden in dit
+verhaal weergegeven.
+
+Den 20sten Maart 1903 verliet mijn karavaan Tripolis bij het aanbreken
+van den dag. Ik had buiten mijn eigen personeel den ouden Arabier
+Hammer meegenomen, die mij reeds in 1901 had vergezeld, en dan den
+jongen Maltezer Pepino.
+
+Wij sloegen ons eerste kamp zes kilometer ten westen van Tripolis
+op, te Gargaresj, opdat onze lieden veel tijd ervoor zouden hebben,
+want ze waren nog nieuwelingen in het werk, dat natuurlijk in den
+beginne met veel misgrepen en onhandigheden gepaard gaat. De tenten,
+de keuken, alles was in orde, toen de leden van het Consulaat-Generaal
+van Frankrijk ons in den namiddag een bezoek brachten voor een laatste
+afscheid. Daar mijn landgenooten den wensch te kennen hadden gegeven,
+hier te dineeren, zette de fezzansche kok hun een vrij bescheiden
+maal voor, dat echter door hen op de vriendelijkste manier tot gul
+en hartelijk onthaal werd gestempeld.
+
+Toen de bedienden den volgenden morgen het kamp opbraken onder het
+oppertoezicht van Pepino, bracht ik een bezoek aan de omstreken en
+aan een dubbel graf van hooge antiquiteit, dat kort geleden gevonden
+was in een onderaardsch vertrek. Dit monument, met fresco's versierd,
+werd gebouwd door een weduwe, Arisuth genaamd, voor haar man Juratanus
+en voor haar zelve. De namen van de bedoelde personen verraden reeds
+hun afrikaansche afkomst, en wel een numidische voor den echtgenoot
+en een semitische voor de vrouw. Zooals zoo dikwijls gebeurt bij
+archaeologische ontdekkingen, hebben de opschriften van dit graf het
+mogelijk gemaakt, een belangwekkend punt uit de geschiedenis op te
+helderen. De heer Clermont Ganneau heeft er het bewijs in gevonden van
+de opneming der vrouwen in de heidensche secte van Mithra. Mevrouw
+Arisuth bekleedde daarin een eereplaats en had recht tot deelneming
+aan de godsdienstige feesten. Tot nu toe had men gemeend, dat alleen
+mannen tot den dienst van Mithra werden toegelaten, dien machtigen
+arischen godsdienst, welks wieg dezelfde is als die van het gansche
+menschengeslacht, en die zich over de geheele wereld heeft verspreid
+gedurende de oudheid, zelfs tot de verst verwijderde grenzen van
+Perzië ter eene, en de Zuilen van Hercules ter andere zijde.
+
+In de buurt van die graven gaat een romeinsche toren voort, met al
+meer te vervallen. Het is waarschijnlijk, dat in de middeleeuwen de
+Arabieren zich ervan bedienden voor de lijn van telegraafposten, die
+ze langs de kusten der Middellandsche Zee hadden opgericht; bekend is,
+dat een reeks van optische seintoestellen de afrikaansche kust volgde,
+zoodat de berichten in een enkelen dag van Egypte naar Marokko konden
+worden overgebracht.
+
+Vóór we ons zuidwaarts wenden, om ons in het binnenland te wagen,
+volgen wij eerst de kust tot Aboe Adjila, om daarbij de ruïnen van de
+haven Sabathra te bezoeken, die we in 1901 maar even hadden gezien. Op
+die plaats werd ik ontvangen door een arabischen kaïmakan, een hoog
+personnage. Ahmed Bey behoort tot de oudste en rijkste familie uit
+Tripolitanië; daaraan heeft hij het te danken, dat hij reeds op
+zeer jeugdigen leeftijd een prachtige oase te besturen kreeg, waar
+omheen de weelderigste havervelden lagen, die ik ergens in Afrika
+heb gezien. Om mij het verblijf bij de ruïnen van Sabathra aangenamer
+te maken, laat hij een arabisch kamp oprichten aan den oever en laat
+er gerechten heen brengen, die een verrassend menu vormen in een zoo
+van voedingsmiddelen misdeeld land.
+
+De vrijheid van handelen en het schoone jaargetijde staan mij thans
+toe, de overblijfselen van Sabathra te bestudeeren, voor zoo ver dat
+mogelijk is in het turksche dorp, waar opgravingen strikt verboden
+zijn. Die ruïnen op 80 KM. afstands van Tripolis zijn die van een der
+drie handelsplaatsen, welke daar hebben gelegen. Evenals te Oea en
+Leptis Magna waren ook hier de Phoeniciërs de stichters, die er een
+karakteristieken naam aan hebben gegeven, want Sabathra beteekent
+Korenmarkt. De Romeinen maakten er een gemeente van en verhieven
+de plaats tot kolonie. De moeder van Titus en Justinianus, die er
+beiden geboren werden, stelde bijzonder veel belang in de stad. De
+plotselinge achteruitgang en de latere totale ondergang van de plaats
+dateeren van de invallen der Arabieren.
+
+Het zand bedekt bijna geheel de kostbare resten, en de zee ondermijnt
+de mooie muren van de haven. Naarmate de wind een hoekje der duinen
+opruimt en een standbeeld voor het licht brengt, of een zuil, of wel
+een mozaïek, haasten de dweepzieke Arabieren zich, die relieken der
+gehate Roemi's te vernielen. Gelukkig bewaart het zand trouw en goed
+die historische rijkdommen, en er zal een heele schat van in te zamelen
+wezen, als eenmaal verlof tot opgraven zal worden gegeven. De sporen
+der wallen en andere duidelijke resten toonen inderdaad, dat daar een
+groote en rijke stad moet hebben gelegen; de lengte was meer dan drie
+kilometer langs de kust; er waren zeer veel paleizen en tempels, en het
+theater kon tien duizend toeschouwers bevatten. Men kan nog de plaats
+onderscheiden, gereserveerd voor de Garamantes-stammen uit Fezzan,
+die er hun tenten kwamen opslaan ten tijde van de groote jaarmarkten.
+
+Waaraan moet de keus voor de plek van deze zeehandelsstad worden
+toegeschreven? Dit deel van de kust biedt toch in het minst geen
+beschutting aan. Gebouwd aan een der einden van de bebouwde zone en
+ver van de vermaarde zoutwerken van Zarzis, kon ze geen middelpunt
+voor landbouw of industrie worden. De ligging van Sabathra laat zich,
+naar mijne meening, alleen verklaren als directe uitvoerhaven van
+Rhadames, het oude Cydamus, bij den doorgang van den breeden pas van
+Djado, waar de karavanen door gingen, en waar ze nu nog passeeren,
+om zoo de streek van Rhadames met de zee te verbinden.
+
+Tusschen de kust en Djado heeft men over een breedte van 100 KM. de
+groote vlakte, een uitgestrekt gebied van laag land, Djeffara genaamd,
+den toegangsweg van de zee naar het hooge plateau in het binnenland. De
+vlakte loopt onmerkbaar op naar den voet der hooge rotsen van den
+Djebel of het bergland, waar ze door een reeks van onafgebroken
+verhoogingen eindelijk 300 M. hoogte bereikt.
+
+Gedurende de zes-en-vijftig uren rijdens door Djeffara moesten wij
+steeds op onze hoede zijn, vooral des nachts, want arabische roovers
+zwerven onophoudelijk door deze streek, op de zoek naar een karavaan
+of een kamp, die niet voldoende beschermd zijn.
+
+Het zand, dat afkomstig is van het verweerende gesteente, dekt de
+meeste der kleine heuvels, welke zich op de vlakte verheffen; maar
+tusschen die onbeteekenende hoogten vinden de Arabieren soms water
+genoeg, om haver te planten, omdat een laag van blauwachtig leem het
+regenwater vasthoudt.
+
+Djeffara is in dit gebied veel minder dor dan in het Zuiden van
+Tripolitanië. Dit jaar is de oogst bijzonder goed geweest. Wij
+ontmoeten dan ook dikwijls inboorlingen, die hun voorraad in naburige
+silo's bergen. Zoo worden hier als elders de onderaardsche bergplaatsen
+genoemd, die in den vorm van een karaf worden gegraven met een
+nauwen ingang van boven. Men daalt er in af met een touw van alfa
+en de opening wordt gesloten met een grooten steen. De inrichting
+laat zich misbruiken voor verschrikkelijke dingen. Zoo heeft in
+het weidegebied van Montsor een Arabier onlangs zijn broer levend
+begraven, omdat hij diens erfenis begeerde. Toen men het lijk vond,
+bleek, hoe de ongelukkige tegen de verstikking geworsteld had.
+
+De weg, dien men volgt in Djeffara, is aangewezen door de punten,
+waar water te vinden is, en die op groote afstanden van elkander
+liggen. De putten aanvankelijk in de buurt van de zee niet zeer diep,
+nemen snel in diepte toe. In zeer harden grond gegraven, bevatten ze
+een helder water, dat van uitstekende qualiteit is; maar het ontbreken
+van een steenen rand om de putten en van toestellen, om het water
+op te hijschen, gevoegd bij de zorgeloosheid van de Arabieren, doet
+het zand van boven steeds in den put vallen en maakt het vocht vuil
+en modderig. Om water te putten, maakt ieder voorbijganger een touw
+los van zijn kameel en laat den zak van schapevel zakken, die het
+voornaamste stuk huisraad is in een nomadische huishouding. Indien
+de kampen niet te ver af zijn, nemen ze soms een koe mee, waaraan ze
+het uiteinde van het touw vastmaken, en het dier hijscht den vollen
+zak op, door zich van de opening te verwijderen.
+
+Op die vlakten ziet men in het verblindende licht alles wit. De
+overdaad en de scherpte der zonnestralen eten de kleuren op, en
+het oog heeft moeite de bijzonderheden te onderscheiden. Het zand,
+de wol van de kudden, de kleeding van de inboorlingen, alles wordt
+op korten afstand reeds een verwarde massa. Alleen de kleine vlekjes
+menschelijk aangezicht vormen bruine ovaaltjes, en het mooie licht,
+dat overal elders zooveel vroolijkheid brengt, is hier de bron van
+een onverbiddelijke melancholie.
+
+Voordat wij den voet van het groote tripolitaansche bergland
+hebben bereikt, passeeren we nog twee smalle zones, die ermee
+evenwijdig loopen, eerst een lint van weiden, dan een tweede lint
+van reuzenkeien. Het eerste is een gevolg van de wadi's der hooge
+gronden, die daar alle doodloopen op een tiental kilometers afstands
+van de Djebels, en den grond vruchtbaar maken; het tweede is het
+bekken, waarin het bergpuin zich verzamelt. Die beide strooken, zoo
+verschillend van aanzien, zetten zich onafgebroken voort van de grens
+van Tunis tot Tarhoena over een lengte van meer dan 200 K.M.
+
+De bestijging van de rots, ofschoon vergemakkelijkt door de bressen,
+die vroegere waterstroomen erin hebben geslagen, vereischt drie of vier
+uur arbeids, de reiziger kan zich op de klimpartij voorbereiden door
+in de oase aan den voet uit te rusten. De palmentuinen van Sjeiksjoek
+beneden Djado boden ons een rustgelegenheid, waaraan mijn lieden de
+grootste behoefte hadden.
+
+De bewoners van die tuinen vegeteeren in een armzalige armoede, en
+de koorts woedt er met ongekende hevigheid door een naburige bron,
+die in een moeras uitloopt.
+
+De steensoort van Sjeiksjoek dient voor de vervaardiging van
+molensteenen, die de bewoners van den stam der Sjograns te Tripolis
+verkoopen, om in hun behoeften te kunnen voorzien. Dichtbij het
+dorp kan men nog het graf vinden van Aboe Obeïda, een plaatselijke
+beroemdheid, die over de heele streek gezag uitoefende en zich in
+bloedige gevechten wikkelde met de Berbers van de hooge plateaux,
+om de macht te behouden, hem door den imam geschonken.
+
+Op den 28sten Maart bestegen wij te voet de wijde spleet bij Djado,
+waardoor de rivier Djinaoen het bergland verlaat. De kameelen
+en paarden volgden ons en klommen minder moeilijk dan wij door
+dien doolhof van verbrokkelde rotsen, waar voetpaden op de schuine
+hellingen boven onpeilbare afgronden smalle linten vormen. Zoo ging
+het door palmboschjes, die hier en daar in de holten gegroeid waren
+en soms boven het ledige schenen te hangen als kraaiennesten op den
+nok van kathedralen.
+
+Als men ze van dezen kant nadert, lijken de hooge gronden van Tripolis
+op een echt bergland, en men kan best begrijpen, dat de inboorlingen
+den naam van Djebel gegeven hebben aan deze noordgrens van het plateau,
+vanaf de bergen van Tunis, waarmee zij samenhangt door Doeïrat, tot
+aan Gariana toe. Maar in werkelijkheid is het niets anders dan een
+eindeloos vlak terras, dat naar Djeffara steil afloopt met een muur
+van 800 M. hoogte. De atmosferische invloeden hebben niet weinig
+ingewerkt op deze grens en hebben er over een terrein van 10 tot
+12 K.M. in de breedte diepe kloven in uitgehold vol bochten, hebben
+alleenstaande toppen afgeslepen en, zware steenblokken ondergravend,
+ze als gevaarlijke uitsteeksels boven afgronden opgehangen. Heeft
+men eenmaal den schilderachtigen doolhof van dit verweerde gebergte
+beklommen, dan ziet men voor zich tot in oneindige verte de vlakke
+en eenvormige uitgestrektheden van Afrika's binnenland.
+
+De wijdste spleten tusschen de rotsen dienen tot doorgangen tusschen de
+lage landen en het plateau. Zooals te Gariana en te Kikla de wegen naar
+Fezzan geopend worden, zoo opent de kloof van Djado, die wij zullen
+passeeren de route naar de oasen van Rhat en Rhadames aan de kust.
+
+De naam Djado is die van het dorp, waarboven de Turken hun fort
+hebben gebouwd; de toppen van het dal dragen veel dorpen, tot het
+administratieve district Fossato behoorend. Rondom die naar de vlakte
+open baai vormen de plaatsen Moghat, Ojlin, Mesdoe, Endabas, Masgoera,
+Oeïfat en Regreg volkrijke middelpunten, omringd door olijfboomen.
+
+In Tripolitanië hebben de invallen der Arabieren de Berbers
+teruggedrongen in de Djebels, en die laatsten zijn daardoor bijna
+uitsluitend bergbewoners geworden, zooals ook met hun broeders,
+de Kabylen uit Algerië het geval is. Alleen zij, die zich hebben
+verscholen in de oase van Rhadames en op het eiland Djerba maken daarop
+een uitzondering. Die Berbers, even werkzaam als de Arabieren lui zijn,
+houden zich met landbouw bezig. Bij hen is op de kleinste bebouwbare
+plekjes, die beschermd worden door steunmuurtjes op de steile hellingen
+der kloven, haver geplant; andere minder bewerkte gedeelten, waar
+het verweerde bergland in de vlakte begint af te dalen, dragen mooie
+aanplantingen van olijfboomen. Ik heb er besproeiingswerken gezien,
+die voor onze europeesche ingenieurs onmogelijk zouden zijn. Ook
+kan men zeggen, dat de bergen van Nefoesa het rijkste deel zijn van
+het vilayet.
+
+De geschiedenis van deze Berberstammen moet nog worden geschreven. De
+arabische auteurs leveren ons geen gegevens voor de verschillende
+perioden; de geschriften van de bergbewoners zelven, in het Arabisch
+vervat, maar in Tamazirletters zooals die van de Toearegs, worden in
+de moskeeën angstvallig bewaakt door de kadi's. Ik heb te vergeefs
+beproefd, mij die kostbare boeken te verschaffen, door er sommen voor
+aan te bieden, die in dit land een fortuin vertegenwoordigen. Geen
+enkele inboorling was bereid, zulk een heiligschennis te plegen.
+
+Het is zeker, dat men in de Berbers, die tegenwoordig in Tripolis
+wonen, geen rechtstreeksche afstammelingen kan zien van de volken, die
+bij Herodotus en Strabo worden genoemd. Men vermoedt, dat een stam uit
+Azië of Ethiopië zich vermengd heeft met de oorspronkelijke bewoners,
+en dat zoo de stammen van Zoeara, Nefzaoea enz. zijn ontstaan.
+
+Men ontmoet dikwijls onder die bergbewoners, die zeer donker zijn,
+enkele blonde individuen met blauwe oogen, juist als in Algerië
+en Marokko. De oorsprong van die talrijke afwijkingen blijft nog
+onverklaard en de verschillende hypothesen, opgesteld om ze op
+te helderen, spreken elkander tegen. Op grond van het bestaan der
+monumenten van groote steenblokken of megalithen, die volkomen gelijk
+zijn aan die van Europa, geven enkele geleerden ons als broeders
+blonde bergbewoners uit Noord-Afrika; andere zoeken ze in Midden-Azië
+of in Ethiopië. De theorie van de eenen steunt op het bestaan van die
+typen in Egypte, die der anderen op de aanwezigheid van het blonde
+ras in Algerië. De onwetendheid, waarin men verkeerde ten aanzien
+van Tripolis, wees van beide zijden deze streek aan als grens der
+verhuizingen van uit tegengestelde richtingen. De aanwezigheid van
+individuen van het blonde type is geheel berbersch. Tripolitanië
+zal de quaestie nog maar meer ingewikkeld maken, tot een of ander
+archaeologisch document, dat onbetwistbaar is, haar kome oplossen.
+
+Hoe het zij, bruin of blond, de Berbers van Tripolis vormen een zeer
+apart ras, afgezonderd van de arabische wereld, die door hen veracht
+wordt en waarvan ze zich altijd afgezonderd hebben gehouden in die
+mate, dat ze nooit een huwelijk toelieten tusschen de vrouwen uit de
+bergen en de afstammelingen der overweldigers. De Islam is er verspreid
+geworden, maar de standvastigheid van het ras heeft een menigte oude
+leerstellingen behouden, waardoor hun godsdienst veranderd is in een
+bijzondere secte van den abhadietischen tak. Men vindt er christelijke
+overleveringen in terug, vermengd met heidensch bijgeloof, zooals bij
+de bewoners van het land Mzab in Algerië, waaraan zij nauw verwant
+zijn. De lieden van Nefzaoea, Rhadames en Mzab gehoorzamen aan een
+kerkelijk hoofd, die in Oman zijn zetel heeft.
+
+De tripolitaansche Berber gevoelt zich krachtig en flink en is zeer
+ingenomen met zijn betrekkelijke onafhankelijkheid, die hij in het
+midden van de vorige eeuw dapper tegen de Turken heeft verdedigd,
+zooals hij dat in de elfde tegen de Arabieren had gedaan. Ook
+onderhoudt het turksche gouvernement te Djado alleen een garnizoen van
+achthonderd man, wier citadel de heele streek beheerscht. De woeste
+stammen mogen in het geheel geen vuurwapenen bezitten, en ze blijven
+thans rustig in hun dorpen en komen 's avonds samen, om elkander
+met verhalen over de heldendaden van de voorvaderen te vermaken. Die
+bijeenkomsten, waar de roem van den vermaarden Roema het voorwerp is
+van een waren eeredienst, eindigen meestal met vaderlandsche liederen,
+vervat in de taal, die ook de Toearegs van de Sahara gebruiken.
+De moderne beschaving heeft geen vat op deze menschen, die de hulp
+van een geneesheer weigeren en liever sterven onder de handen van
+onwetende toovenaars. Zij voeren de matigheid zoo ver, dat ze zich
+van sigaretten en thee onthouden, omdat het gebruik van tabak en
+thee zonde is in hun oogen. Toch is het bekend, hoe de menschen in
+Afrika op het rooken gesteld zijn, en hoeveel ze van thee houden,
+die overal voor koffie in de plaats komt.
+
+Te Djado, zooals in bijna het geheele bergland, is het water
+ondrinkbaar door de vele magnesia, die het bevat. De bewoners moeten
+daarom naar de vlakte, om zich van het noodige te voorzien. De
+turksche troepen, genesteld in hun kasr of vesting ter hoogte van
+750 M., gebruiken een kudde kameelen voor het opvoeren van de gevulde
+waterzakken, hetgeen een groote vermeerdering van kosten meebrengt.
+
+Daar de belastingen overal in natura worden opgebracht, zoowel in
+mannen als in dieren en landbouwproducten, regelt de ottomaansche
+regeering die naar een omslag, verschillend naar de opbrengst der
+verschillende streken. Te Djado betalen een man en een kameel een
+éénheid, dat wil zeggen, dezelfde belasting als twee koeien, of tien
+schapen, of vijf-en-twintig geiten, of vijf-en-twintig olijfboomen,
+of vijftig palmboomen, of tweehonderd vijgenboomen.
+
+De moskeeën, die op enkele hoogten in het district Fossato staan,
+zijn oudtijds het godsdienstig middelpunt geweest der Nefoesiërs. De
+historische en philosofische wetenschap zijn er nog in eere, en de
+Berbers beschouwen het gansche district als een heilige plaats. Maar
+eenige van die moskeeën zijn tegenwoordig verlaten, en daar moeten,
+naar booze tongen verhalen, zeer weinig stichtelijke dingen gebeuren.
+
+Als men Naloet bereikt aan het westelijk uiteinde van het gebied
+der Berbers, gaat men langs den voet der rotsen, en wij maken van de
+gelegenheid gebruik, om den geologischen bouw van die mooie, loodrechte
+wanden na te gaan. Op dezen weg passeeren we de tallooze stroompjes,
+die voor de afwatering zorgen van de hoogte, maar nu droog zijn. Zij
+graven ondiepe beddingen in Djeffara.
+
+Bij de oase Djoch vond ik romeinsche ruïnen, te herkennen alleen aan
+eenige brokken muur. Toch was dit een voorname plaats, Sabria genoemd,
+naam die ook wel gegeven werd aan Sabratha aan de kust der zee. Die
+naam, die ontwijfelbaar van vreemden oorsprong was, duidt dus een
+in het binnenland liggend Sabratha aan, waarvan veel geleerden het
+bestaan geloochend hebben, ondanks de beweringen van Ptolemaeus. De
+grieksche aardrijkskundige was beter ingelicht dan wij, en als er een
+marktplaats bestond voor de groote haven aan de Middellandsche Zee,
+dan moest het hier wezen, bij een der hoofddepots, waar het plateau
+op de vlakte uitkwam.
+
+Iets verder doet zich de oase Tizi voor, waar een ondragelijke stank
+viel waar te nemen. Toen we er aankwamen, vonden we er een troep
+Arabieren, bezig met een bron bloot te leggen, door met hun handen
+in den grond te graven.
+
+Dit werk, waarmee ze al een maand aan den gang waren en dat op de
+alleronhandigste manier werd gedaan, heeft water over den omtrek
+verspreid; het gaat tot bederf over en vergiftigt de buurt. De grachten
+om het kerhof liggen vol lijken, die men zich de moeite niet geeft
+te begraven; en we zagen menig geraamte, waarvan het doodshemd tot
+lompen is geworden.
+
+De ingang van de kloven van Naloet is nog grootscher dan die van
+Djado. Het dorp, dat de inboorlingen liever Daloet noemen, ligt op
+750 M. hoogte op den top van een steile rots, die over afgronden van
+tweehonderd meter heen hangt. Een der woningen is gebouwd tegen de
+bijna loodrechte wanden van de rots, een ander ligt verspreid over
+het begin van het plateau. De oorsprong van een rivier dient tot
+hoofdstraat. Enkele van de andere straten zijn zoo nauw dat een man
+er niet langs kan gaan, zonder zijn schouders te stooten. Het dorp
+bestaat ten deele uit ondergrondsche woningen, want er zijn een massa
+troglodyten in het bergland van Tripolis.
+
+De Turken hebben een fort gebouwd op een helling van de kloof;
+daartegenover staat tusschen de hutten een oude citadel, geheel in
+de rots uitgehouwen, zonder een enkel laagje steenen. Daar borgen
+de bewoners hun rijkdommen en daar vonden ze een schuilplaats in
+tijden van gevaar. Tegenwoordig bergen ze er nog hun koopwaren
+en hun voedingsmiddelen. Elke familie heeft haar eigen magazijnen
+in de vesting; in de rotswanden zijn de bergplaatsen gehouwen. En
+de driehonderd openingen, vrij regelmatig gerangschikt, geven aan
+het geheel het aanzien van een columbarium of romeinsche grafkamer
+met haar vele nissen voor de urnen met asch. Des morgens komen de
+huisvrouwen er weghalen, wat ze noodig hebben voor het maal van den
+dag; in den namiddag ziet men er de mannen hun handel drijven als op
+een markt, waarna ze den sleutel aan den bewaker ter hand stellen,
+die den naam van dellal draagt. Er is geen trap, om bij de bovenste
+openingen te klimmen, en de eigenaars hijschen zich tot vijf of zes
+meter in de hoogte, door zich aan de uitspringende gedeelten van de
+rots vast te houden.
+
+Naloet lijkt als alle dorpen van den Djebel in de verte op een hoop
+puin, omdat de huizen er zijn aangelegd met de allergrootste minachting
+voor de rechte lijn en het effen vlak. De muren van pleister en steenen
+staan scheef en dragen een dak, dat een chaos is van balken van olijf-
+en palmhout.
+
+Wat mij het meest verbaasde, is dat er geen ongelukken aan de
+kinderen overkomen in dit dorp boven afgronden, waar in de diepte
+nooit een zonnestraal doordringt. Ik zag er een troep jong goedje
+in lompen spelen aan den rand van gapende diepten, die iemand een
+huivering aanjagen. Van daar overzag men een panorama, dat zich
+tot dertig kilometer in het rond uitstrekte; aan den eenen kant de
+verweerde bergmassa's, aan den anderen de effen oppervlakte van het
+plateau. In een paar spleten waren palmboschjes gegroeid, waar beekjes
+hun oorsprong namen.
+
+De huwelijksplechtigheden hebben veel eigenaardigs in Naloet. Vier
+geheele dagen lang blijven de genoodigden opgesloten en slijten den
+tijd met het eten van hoopen meel, met olie aangemengd. Op den dag
+der plechtigheid gaat de bruid eerst haar linnengoed wasschen in
+het geleide van een escorte van jonge meisjes. Door de vriendinnen
+wordt ze dan naar het huis harer ouders teruggebracht, en het echte
+feest begint met het zingen van gehuurde koorzangers. Een kameel
+met een palankijn van levendige kleuren voert daarna de bruid naar
+haren echtgenoot tusschen ruiters, die zich aan de meest woeste
+fantasia's overgeven. Alle aanwezigen blijven buiten de woning van
+de jonggehuwden en wachten, tot de echtgenoot hun komt mededeelen,
+dat de huwelijksvereeniging heeft plaats gehad. Op dat moment gaan van
+alle kanten voetzoekers af, om in de naburige dalen te verkondigen,
+dat er een huwelijk is voltrokken.
+
+De ingewikkelde ceremoniën zijn daarmee niet afgeloopen, maar duren
+nog wel een week, waarbij ook de nachten aan spel en braspartijen
+zijn gewijd. Soms hebben gefingeerde schakingen plaats tusschen jonge
+mannen en jonge meisjes, en grijsaards komen dan tusschenbeide, om
+vrede te stichten tusschen de schuldigen en hun ouders. Dat zijn nog
+eens bruiloften, waar men zich vermaakt!
+
+De kaïmakan van Naloet is een beminnelijke grijsaard, die aan een
+heupziekte lijdt, gevolg van een ongeluk, dat hij een twintigtal
+jaren geleden heeft gehad. Terwijl hij zich mengde in een bloedige
+vechtpartij, om er een einde aan te maken, had hij een kogel
+ontvangen, die nog niet is verwijderd. Voor mij was deze ambtenaar
+vol oplettendheden; zelfs werd ik genoodigd op een revue over de
+troepen van het garnizoen en genoot de eerbewijzen, die aan generaals
+toekomen, wat geen kleinigheid was voor een officier buiten dienst,
+die het nooit tot de hoogere rangen heeft gebracht.
+
+Ongelukkig kon ik niet de toestemming krijgen om tot Rhadames door
+te reizen, waar wij nog slechts 250 K.M. van verwijderd zijn. De
+gouverneur-generaal, bij wien ik nog een poging deed, om verlof
+te krijgen, gaf een categorisch weigerend antwoord, het gevaar
+voorwendende, dat een Europeaan in die groote targuïsche stad liep. Ik
+moest mij tevreden stellen met kleine uitstapjes in die richting,
+en daarna ging het naar Wazzen, het laatste bewoonde middelpunt op
+de grens van Tunis.
+
+Van Naloet keerden we op onze schreden terug, om geheel het bergland
+van het Westen naar het Oosten door te trekken, maar dezen keer over
+den kam van het plateau, hetgeen ons in staat stelt, alle berbersche
+districten te bezoeken. De eerste dagreis brengt ons te Mahmoed,
+een vesting, even hoog gelegen als de vorige. Het zigzagpad, dat
+er heen leidt, is zoo steil, dat de kameelen kermen en ten slotte
+uitgeput stilstaan. Wij moesten ze ontladen en de pakken één voor
+één naar boven dragen. Ik moest mijn met spijkers beslagen schoenen
+uittrekken, want de geringste glijpartij zou mij op een leelijken
+val zijn te staan gekomen.
+
+Te Mahmoed is een deel der bevolking arabisch. Het is een der weinige
+plaatsen, waar de stroom der veroveraars uit de elfde eeuw er in
+geslaagd is, een der inhammen binnen te dringen, die tot boven op het
+plateau voeren. Ongeveer honderdvijftig huizen en enkele olijfboomen
+staan om de vesting. Het zeer smalle deel heeft mooie aanplantingen
+van olijven van, naar het mij voorkomt, nog jongen datum.
+
+Onze weg liep nu verder in rechte lijn achter de laaglandzone en wij
+naderden die alleen, om de berbersche districten te bezoeken. Het
+volkomen verlaten plateau was met alfagras in dikke bundels begroeid,
+waarbij niemand op het denkbeeld komt, ze te exploiteeren, omdat
+men er te ver van de zee is verwijderd, waar schepen dit gras laden
+voor de papierfabrieken in Europa. Mijn gids, een kloeke Berber
+met koperkleurige huid, bukte zich herhaaldelijk, om iets van den
+zandigen grond op te rapen. Op een goeden dag bracht hij mij een gevuld
+zakje; het waren witte truffels, die hij onderweg had ingezameld. Dit
+knolletje heeft volstrekt niet den geur van zijn broertje uit Périgord,
+en het is, of men een raap proeft.
+
+Mijn mooie gids, die op den naam van Ikissa antwoord geeft, heeft
+geen flauw begrip van tijd, noch van ruimte, hetgeen trouwens een
+gebrek is van veel nomaden. Als ik hem vraag, hoe lang het nog duurt,
+voor we bij de aangewezen plek voor het kamp zijn, kan hij mij altijd
+alleen deze aanwijzing geven: "We zijn er niet ver meer af, we zullen
+er spoedig wezen," en dan hebben we vaak nog vier of vijf uur vóór ons.
+
+Zoo kwamen we op een avond zeer laat te Kabao, waar volgens de
+inlichtingen van Ikissa ik om drie uur in den namiddag had gehoopt
+aan te komen. Onze lieden waren zoo vermoeid, dat ieder ging slapen
+zonder avondeten. Maar wat was het een prachtig gezicht, toen de
+aanbrekende dag ons de stad vertoonde, hangend, als het ware, boven
+een diepen afgrond in een omlijsting, die het mooiste, wat de fantasie
+van Gustave Doré geschapen heeft, overtrof!
+
+Rabao heeft een in de rotsen uitgehouwen vesting, zooals Mahmoed en
+Naloet, en die bestemd is voor hetzelfde doel. Het is de laatste,
+die wij zullen aantreffen. De stam van dit district, Baraba genaamd,
+is zeer geleerd en voorziet de geheele streek van priesters en
+godsdienstleeraars. Ongeveer vierhonderd huizen omringen den kasr
+en loopen door tot een moskee onder grond in een kloof, die op een
+reuzenwagenspoor geleek tusschen twee steile wanden van wel honderd
+meter hoogte, door nauwelijks twintig meter gescheiden.
+
+De bebouwde centra zijn hier op ongeveer vijftig kilometer afstands
+van elkander, zoodat elk een dagreis voor ons is. Onze voorraad
+zou ons wel vergunnen, ons kamp op te slaan op het eenzame plateau,
+maar het is beter, zuinig te zijn met onze middelen in een land, waar
+men niet juist den duur van het verblijf kan bepalen. Overal waar we
+stil hielden, werd een schaap geslacht, en er werden bergen rijst
+aangevoerd of meel voor de karavaan, tegen prijzen, die in Europa
+belachelijk zouden klinken, maar die daarom toch hoog zijn in Nefoesa.
+
+Landbouw en schapenteelt, die met zorg worden beoefend in de dalen
+tusschen de bergen en op enkele gedeelten van Djeffara of van het
+plateau, zijn de middelen van bestaan voor de bergbewoners. Aan
+havermeel, olie, vijgen en vleesch hebben ze zelden gebrek. In October
+begint het oogsten der olijven. De vijgen worden in April geplukt. De
+wijnbouw, die beoefend wordt op velden, waar de ploeg overgaat, houdt
+meer in het bijzonder kleine joodsche koloniën bezig, die verlof hebben
+er wijn te vervaardigen uit druiven, een wrang smakend wijntje. Het
+vee vindt in het slechte jaargetijde een schuilplaats in grotten;
+en als de eerste lauwe winden van de lente waaien, verspreidt het
+zich over de weiden van het plateau.
+
+Sommige Berbers gaan zaaien tot midden in Djeffara. Ze laten
+hun vrouwen in de dorpen, om de woningen te bewaken en wollen
+kleedingstoffen te maken. Na drie maanden van afwezigheid komen die
+kolonisten dan terug.
+
+Te Tramezin, als overal, waar geen bronnen zijn, hebben de inboorlingen
+waterréservoirs aangelegd, die in den winter boordevol loopen.
+
+Slamat heeft een arabische bevolking, net als Mahmoed, en mooie
+vijgenboomen. Te Rhebat is de dichter Ismaïl geboren, die volgens
+Sjemmaki nooit één leugentje in zijn verzen liet binnensluipen. Die
+Ismaïl, die zijn gedichten zelfs in de gevangenis schreef, was
+daarbij een profeet. Toen hij Tripolis verliet, waar de pacha hem
+langen tijd in boeien had laten smachten, sprak hij over de stad
+den volgenden vloek uit: "Dat Grod u een vijand zende, die noch Hem,
+noch de zonde vreest!" En zeer kort daarna maakten de Christenen zich
+van Tripolis meester.
+
+Wij passeerden Djado, zonder er ons op te houden ondanks het
+vriendelijk aandringen van den kaïmakan. De tijd drong, en wij konden
+dien niet besteden in plaatsen, waar we reeds geweest waren.
+
+Zentan, 20 K.M. ten oosten van Djado ligt nog hooger dan de andere
+plaatsen aan het begin van het bergland. De Senoessi's hebben er een
+klooster in Elgoeassen en hebben rijke kudden van vrouwelijke kameelen
+voor de fokkerij. De meeste der woningen zijn onderaardsch. Ik
+geloof, dat het aantal inwoners de duizend overtreft, van wie de
+meeste landbouwers zijn. Er zijn veel oliepersen aan het werk,
+door kameelen in beweging gebracht, die met verbonden oogen in de
+molens rondloopen. De afval, tot koeken gemaakt, wordt bewaard en
+als veevoeder gebruikt.
+
+Yffren kende ik reeds, daar ik er in 1901 had vertoefd, maar ik moest
+er nu stilhouden, om een bezoek te brengen aan den gouverneur-generaal
+van de Djebels, die er resideert. Die hooge ambtenaar had recht
+op mijn dankbaarheid, want aan zijn behulpzaamheid hadden wij de
+ontvangst te danken, die onze expeditie overal te beurt viel op zijn
+grondgebied. Daarbij had de beminnelijke monteçarref, zoo is zijn
+turksche titel, mij geschreven, dat hij mij in persoon eenige dagen
+wenschte te vergezellen op mijn verdere reis.
+
+Wij kwamen juist te Yffren, toen een nieuw bataljon het oude kwam
+aflossen, dat er sedert een jaar verblijf hield. Het stadje was
+in groote drukte. De grootste en bontste levendigheid heerschte
+rondom de vesting en in de café's van Tagrebost. De esplanade vóór
+de kazerne weerklonk van het gehinnik der duizend kameelen, welke de
+benoodigdheden voor het nieuwe garnizoen hadden meegebracht. En dat
+alles gaf aan dit afgelegen hoekje in den verblindenden zonneschijn
+een vroolijkheid, die men er zelden zal treffen.
+
+De Turken hebben een modern fort gebouwd op de plaats van de oude
+vesting, waar de Berber Roema in 1850 het turksche garnizoen opsloot
+en zoo voor een korten tijd het geheele district aan de overweldigers
+ontrukte. De herinnering aan den moedigen patriot is er dan ook nog
+levendiger dan elders. Dagelijks hoort men de heldendaden roemen van
+dien eersten schutter, die bij den krijg aan zijn omgeving den vijand
+aanwees, dien hij raken wilde en als hij het geweer tegen zijn wang
+had gelegd, nooit zijn schot miste. Zijn belangrijkste tactiek bestond
+in een nadering gedurende den nacht tot aan den voet der vestingen met
+al zijn aanhangers, die veel stroo droegen. Door middel van ladders en
+lange stokken wierpen dan de belegeraars bossen brandend stroo over de
+wallen en meestal stierven de garnizoenen den dood door verstikking,
+vóór ze zich nog hadden kunnen overgeven.
+
+Bij mijn nieuwen gastheer vond ik een uitstekende keuken, waar onze
+vermoeide magen de grootste behoefte aan hadden. Aan tafel was een
+jonge gazelle van de partij, die uiterst aanhalig was en die allerlei
+lekkers kreeg. Maar liever dan iets anders had ze een snuifje tabak.
+
+Toen we ons den 15den April weer op weg begaven, was onze karavaan
+vrijwat aangegroeid door het gevolg van den monteçarref Yoessoef, die
+vergezeld werd door zijn secretaris-generaal, zijn uitstekenden kok,
+een menigte bedienden en politiebeambten en eindelijk door de jonge
+negerin Zenep. Dit krachtige, mooie meisje van ongeveer twintig jaar
+wist niets van haar eigen afkomst. Al in haar eerste jeugd was zij
+door kooplieden van haar ouders weggevoerd en was naar Fezzan gebracht,
+waar de turksche overheden haar in vrijheid hadden laten stellen.
+
+Ons doel was nu het district Orfella, dat is het zuidoostelijk gedeelte
+van het tripolitaansche plateau.
+
+Geheel Tahar, zooals men het binnenland van het groote plateau wel
+noemt, helt af naar het Zuiden. De helling begint al bij den noordrand,
+zoodat de grond aan de Middellandsche Zee snel daalt, terwijl de kant
+van de Sahara geleidelijk overgaat tot de hoogte van Rhadames en
+Sokna. Een andere helling is aan den oostkant, maar die is nog van
+minder beteekenis dan de eerste. De wadi's Soff ed Dinn en Zemzem,
+de groote waterbergplaatsen van de streek, zouden dus zich naar het
+Zuiden moeten richten; maar zij stuiten op reeksen kleine rotsen,
+evenwijdig aan die van de Djebels, waarlangs ze genoodzaakt zijn een
+abnormale richting in te slaan, die ze naar de golf der Groote Syrte
+voert. Om van Yffren naar Orfella te gaan is de rechte weg, en de
+eenige bruikbare vanwege het water, de bedding van een dezer wadi's,
+de Soff ed Dinn. Wij betraden die bedding op eenige kilometers afstands
+van Djendoeba, waar we ons ophielden, om interessante ruïnen te zien.
+
+We hielden er een triomfantelijken intocht, in staatsie begeleid door
+de notabelen van de plaats, die toegesneld waren voor de begroeting
+van hun grooten turkschen heer. Een talrijk escadron omringde ons
+met hulde, en de levendige, kleine paardjes van de inlanders gingen
+ten slotte allen aan het galoppeeren. Toen we het punt bereikten,
+dat voor het kamp bestemd was, konden velen hun paarden niet inhouden
+en reden een heel eind door.
+
+De ruïnen van Djendoeba komen plaatselijk overeen met het Vinaza van
+de bekende route van Antoninus. De inboorlingen noemen de plaats
+tegenwoordig Ibaria of Jeriben. Ik heb daar veel overblijfselen
+gevonden van een dorp op een reeks van heuvels. Goed bewaard waren
+die van een christelijke basiliek, waar men de byzantijnsche kruisen
+nog op vele plaatsen kan herkennen.
+
+Er bestaan in Tripolis verscheiden sporen van het Christendom,
+dateerend uit den tijd toen de keizers in Konstantinopel regeerden,
+of liever te Byzantium. Het zijn geen kluizen voor eenzamen zooals in
+Boven-Egypte, maar kloosters en kerken, zooals Pacho in zoo grooten
+getale heeft gezien op het cyreneïsche plateau. Zulke koloniën van
+geloovigen en getrouwen vindt men tot aan de uiterste grenzen van
+het vilayet en ze bewijzen, dat in den aanvang hunner heerschappij
+de overheerschers, die het mohammedaansche geloof aanhingen, de
+christelijke ongeloovigen met rust lieten. Maar dezen, die te kampen
+hadden tegen aanvallen van de zuidelijker wonende volken, versterkten
+hun woningen en verscholen zich erin bij het minste gevaar. Daarom
+treft men, als men verder naar het binnenland komt, een grooter zorg
+voor de weerbaarheid in die christelijke streken; van Misda af worden
+het echte vestingen, liggend op alleenstaande hoogten.
+
+Gedurende drie marschdagen, drie lange en moeilijke dagen, ontdekten
+wij geen enkel nomadenkamp. De onvruchtbaarheid van den grond is
+zoodanig, dat men veronderstellen moet dat in de oudheid de streek
+tusschen Yffren en Misda al niet meer bevolkt was; maar er waren
+stellig enkele stations van een weg, die erdoor liep, want daarvan
+zijn sporen te vinden te Elmdina en Skiffa.
+
+Elmdina, op 20 K.M. afstands ten zuiden van Djendoeba, is een
+eindelooze, zandige vlakte, in welker midden zich de muren van
+een groot vierkant verheffen. De schoonheid en de afmetingen van de
+behouwen steenen leggen getuigenis af van veel en zorgzamen arbeid. De
+plaats moet wel belangrijk geweest zijn, dat de Romeinen er gewerkt
+hebben met van verre aangebrachte materialen. De groote buitenmuur,
+waarvan elke zijde 40 M. lang is, diende zonder twijfel tot verblijf
+voor de karavanen, die op reis waren. Men kan er nog in het midden
+overblijfselen van de vesting vinden met den zeer versterkten
+ingang. De antieke documenten leeren ons niets omtrent Elmdina, dat
+van de Arabieren den bijnaam van Ragda heeft gekregen. Die benaming
+beteekent "Slapende Stad" en is waarschijnlijk afkomstig van een
+mohammedaansche legende, volgens welke het in de ruïnen spoken zou,
+zoodat er elken nacht schimmen zwierven, die dan op de muren zouden
+slapen.
+
+Wij bereiken de bedding van de Soff ed Dinn bij de samenkomst met
+de wadi Lilla. Samenvloeiing zou men zeggen, als het rivieren waren,
+maar hier vloeit niets; het zijn niet anders dan kloven, waarin geen
+enkel adertje water te zien is.
+
+Voortgekomen uit de golvende vlakten ten zuiden van Djado, wordt de
+Soff ed Dinn al gauw een kloof met loodrechte wanden. Te Misda is ze
+reeds een kilometer breed en verder strekken zich soms tien of twaalf
+kilometer uit tusschen den eenen en den anderen oever van de bedding.
+
+Ik denk, dat de naam van Soff ed Dinn, die Dal der duivels beteekent,
+aan de wadi gegeven is om de massa slangen, die er in het zand
+leven. Die groote pythons maken slachtoffers onder de kudden vanaf de
+velden van Toeboel tot de zee toe. Mijn mannen lieten mij vlokken wol
+zien, die aan de struiken hingen. Dat waren volgens hen de bewijzen
+van verwoede gevechten tusschen de boa's en hun prooi. Ik heb in een
+doear den vader van een herder gekend, die gedood werd door een slang;
+dat was het vorige jaar gebeurd, en toen de kameraden van den jongen
+man op zijn kreten naderbij waren gekomen, hadden ze geen hulp meer
+kunnen bieden, want hij was al dood zonder een enkele wond. De slang
+werd doodgeslagen, maar men had nog alle moeite gehad, om het lijk
+los te maken, zoo vast had het gezeten tusschen de spiralen van het
+monsterachtige beest.
+
+De reeks van ruïnen zet zich onafgebroken voort op de beide oevers der
+wadi. Tininaye bezit een mooien tempel met fraai behouwen steenen, waar
+de nomaden van heden de totems van hun stam op de wanden teekenen. De
+muren zijn er vol van.
+
+Ronde torens vindt men vooral daar, waar de Soff ed Dinn zich tot
+een vlakte verbreedt. De kasr Argoes schijnt de hoofdvesting te zijn
+geweest voor het geheele vlakke land, want de hooggelegen ruïnen zijn
+ontegenzeggelijk die van een versterkt kasteel, waar desnoods alle
+bewoners der streek een toevlucht konden vinden.
+
+Er bestaat een steeds weer voorkomend samentreffen van de romeinsche
+ruïnen en de tegenwoordige kampen van de nomaden. Wij konden dat
+vaststellen, niet alleen voor de bedding der Soff ed Dinn, maar ook
+voor alle andere wadi's uit de buurt. Dus zijn de bebouwbare gedeelten
+van het land dezelfde nu en vroeger.
+
+Men treft geen enkel spoor der Romeinen buiten de laagten; een bewijs,
+dat de Romeinen zich, evenals de nomaden van thans, tot de beddingen
+der wadi's bepaalden. De voet der oude monumenten, gelegen aan de
+rand der steenachtige vlakten, toont buitendien, dat de grond zich
+op zijn niveau heeft gehandhaafd, en dat tusschen de rivierdalen de
+cultuur oudtijds even onmogelijk was als nu. Maar de sporen, die we
+ontdekken in de diepten der kloven, duiden op een veel belangrijker
+exploitatie van den grond dan tegenwoordig.
+
+In een land, waar de oudheid haar rijke landouwen had, leidt de
+inboorling in onze dagen een kommervol bestaan. En toch zijn de
+klimaatstoestanden niet veranderd, zooals blijkt uit de teksten en de
+monumenten. Dat is een gevolg van het feit, dat de Romeinen werkers
+waren, terwijl de Arabieren in smadelijke luiheid verkwijnen. Men moet
+in Tahar zich de grootste inspanning getroosten, wil men op eenig
+resultaat hopen, omdat het water, dat aan de oppervlakte ontbreekt,
+overal onder den grond te vinden is. Zoodra men het maar boven brengt,
+om het leemhoudend zand te besproeien, groeit de haver, dat het een
+lust is. Maar de vochthoudende lagen liggen op groote diepte. De
+weinige putten, die ik heb ontdekt, hadden een diepte van 60 of
+80 meter. Ten tijde der Romeinen had men door talrijke boringen
+en vernuftige stuwwerken, die eeuwen lang in goeden staat werden
+gehouden, schitterende resultaten bereikt. De Arabier wil liever in den
+zonneschijn liggen slapen en een ellendig leven leiden, en sinds hij
+zich in het land heeft neergezet, heerscht er de verlatenheid. Buiten
+enkele oasen aan de zee en de dalen, waar in het bergland Berbers
+wonen, wandelt de reiziger in Tripolitanië door maanlandschappen;
+als niet de intensiteit van licht en de hevige winden het anders
+leerden, zou men zich kunnen wanen op de koude schors van onzen
+nachtelijken wachter.
+
+Wij verlieten de Soff ed Dinn te Argoes, om de steenachtige plateaux
+over te steken, die de wadi van Orfella scheiden. Dat oversteken van
+vlakten vol enorme steenen is des te vervelender, daar wij het moesten
+doen in donker, nevelachtig weer. Geen grassprietje, geen enkele
+bodemverheffing verbrak de doodsche eentonigheid. Wij moesten vaak
+afdalen in diepe wadi's, die plotseling voor ons lagen met zoo diepe,
+steile wanden, dat wij van hun bestaan nog geen vermoeden hadden op een
+afstand van 200 M. Zoo eentonig zijn die vlakten, dat de inboorlingen
+er den weg niet zouden kunnen vinden zonder de hoopen steenen, die
+ze op bepaalde afstanden hebben bijeengebracht om de richting aan te
+geven. De resten van zwart vulkanisch gesteente geven een verhoogde
+somberheid aan het landschap. Men denkt aan een aardbeving, die alles
+heeft opgebroken en de brokken heeft rondgestrooid.
+
+Orfella, waar we den 22_sten_ April aankwamen, bestaat uit een
+tiental dorpen op een rij langs de beide oevers van een diepe kloof,
+de Ceni Cellid. Boe Abbas, Guaïda, Sikha, Dahaka, Hosna, Turba, Kir
+Anala, Trara liggen, boven de breede, vlakke rivierbedding, op hun
+hoogten van ongeveer honderd meter. Vlakte, rand en dal, alles is
+vleeschkleurig. De steenen, waarvan de huizen zijn gebouwd, hebben
+dezelfde nuance, en men zou de dorpen niet kunnen onderscheiden, als
+niet de deuren of poorten er zwarte rechthoeken in aanbrachten. Boe
+Abbas geeft eenige afwisseling met zijn bazaltlagen, want de turksche
+vesting is geheel en al van zwarte steenen opgetrokken. De lava schijnt
+er zich over het kalkgesteente hebben uitgespreid als een half gestolde
+massa. Op de bewonderenswaardige doorsneden, die de wanden der kloven
+te zien geven, kan de geoloog in diepere lagen het kalktufgesteente
+herkennen, gevormd uit oever- en mosselschelpen. Boven dat tufgesteente
+konden wij een laag van zeer mooi marmer onderscheiden. De bedding
+van de wadi Orfella is door de inboorlingen herschapen in een goed
+onderhouden olijvenaanplanting en in havervelden. Te Tripolis roemt
+men de vruchtbaarheid van dit hoekje der woestijn; maar wat beteekent
+dat eigenlijk? Nauwelijks de uitgestrektheid van een fonteinbekken
+op het Concordeplein! Dit hoekje is daarenboven een geliefd oord
+voor schorpioenen. Men kan gerust zeggen, dat ze zich onder elken
+steen ophouden. Er werden drie gevonden in mijn mantel, toen die
+een oogenblik op den grond had gelegen. Ik weigerde de aangeboden
+gastvrijheid in de woningen, omdat de schorpioenen er in de daken
+huizen en zich 's nachts op de slapenden laten vallen. Beter is het,
+de tenten in de open lucht op te slaan en den vloer van het kamp goed
+aan te vegen.
+
+In Orfella is het afschuwelijke insect grooter dan dat in Europa,
+maar groenachtig van kleur. De inboorlingen zijn bang voor zijn
+steek, maar zeggen, dat die niet doodelijk is. Als men de wond
+inwrijft met zekere kruiden, is men binnen vier-en-twintig uren weer
+beter. Misschien zijn ze op den duur ongevoelig geworden voor het
+gif van geslacht op geslacht. Maar zeker is het, dat een vreemdeling
+het grootste gevaar loopt, getuige een arabisch bakker uit Tripolis,
+die eenige minuten nadat hij gestoken was, aan de wond overleed.
+
+Elken avond vulde zich mijn tent met verschillende bezoekers. Er
+werd mij veel verteld van zekere ruïnen te Ghirza in het bekken van
+Zemzem, en ze werden mij beschreven op een manier, dat men wel lust
+moest krijgen, ze te gaan zien. Ik vatte dus het besluit, ons zoo
+ver naar het Zuiden te begeven.
+
+Na drie dagen kwam ik tot de overtuiging, dat ik daarvoor noch gidsen,
+noch escorte zou hebben. Het zij zoo! Dan er maar alleen op uit! Zoo
+verliet ik Orfella, om naar het Zuiden te trekken zonder een andere
+aanwijzing dan een vage omtrent de richting. Daar er doears in Zemzem
+moesten wezen, had ik slechts voor drie dagen proviand en voedsel
+voor de beesten meegenomen, wat ook al juist zooveel was, als onze
+kameelen konden dragen. Ik trok voorop, zonder mijn zakkompas een
+oogenblik van onder mijn oogen te verwijderen--dat arme kompas, dat
+ons eenig houvast was in een afgrond van eenzaamheid, waar de aan
+vaste woonplaatsen reeds gewende Arabier geen voet zal zetten.
+
+Het verschrikkelijk steenachtige plateau, dat zich tusschen de
+evenwijdig loopende wadi's, de Beni-Cellid en de wadi Zemzem uitstrekt,
+maakt deel uit van de oostelijke uitloopers der hooge tripolitaansche
+gronden, die in lage rotsen eindigen aan de lagune van Taorgha, die
+nu verzand is. De paarden en kameelen struikelden onophoudelijk over
+de enorme steenen, vielen soms en bezeerden zich. Men zou hun spoor
+kunnen volgen, door de bloeddruppels, die ze laten vallen te midden van
+al dit puin, dat wel wat lijkt op de ruïnen van een reuzenstad. Wij
+moesten wel besluiten te voet te gaan in een hitte, die iemand een
+zonnesteek dreigt te bezorgen. Nachtigal klaagde over een dagreis,
+waarbij hij acht uren had moeten loopen; wij legden er 12 af en een
+enkele maal 15. De reusachtige, maar smalle kloven van de wadi's
+Akrima, Ageroe, Sjdaff, Tala noodzaakten ons tot moeilijke afdalingen
+en daar op volgende klimpartijen om weer op het plateau te komen,
+waarbij telkens de kameelen moesten ontladen en weer belast worden,
+zooals al eenmaal te Mahmoed het geval was geweest. Een zandstorm
+bij Tala hield ons gedurende tien uren op onze plaats en had den
+verstikkingsdood van een der paarden ten gevolge.
+
+Tot overmaat van ramp raakten de levensmiddelen op. Ik kon er niet
+aan denken, op onze schreden terug te keeren in den staat, waarin
+zich onze menschen en dieren bevonden na twee dagen zonder water en
+in een toestand van algeheele uitputting. We zouden allen dood zijn,
+vóór we de helft van den terugweg hadden afgelegd. De ellende scheen
+ten top gestegen, en alleen een wonder scheen ons te kunnen redden....
+
+Het wonder deed zich voor. Op denzelfden avond van den storm bij Tala,
+op het oogenblik, toen het kamp juist gereed was in een zijdal van
+de Zemzem, deed een alarmsein mijn heele personeel opschrikken. Er
+verschenen gewapende mannen, in de schemering naderend.... Ik greep
+naar de wapens en trad naar voren. Die schrikwekkende figuren waren
+slechts vreedzame leden van een karavaan, die zout tusschen Siout
+en Nefoesa moesten vervoeren. Wij gaven elkander inlichtingen en
+verbroederden ons. Voor eenige geldstukken werd mijn voorraad aangevuld
+voor twee dagen, en de karavaanleiders brachten ons op den rechten weg.
+
+In deze buurt is de Zemzem niet anders dan een breed lint van gras
+zonder rotsen. Het gele zand van de bedding is wel geschikt voor
+den verbouw van graangewassen, en de arme nomaden gaan zaaien, waar
+ze oude leidingen aantreffen, die nog in staat zijn het regenwater
+vast te houden. Zoo is Sadé bewoond door een honderdtal menschen,
+terwijl men ver in het rond geen levende ziel vindt.
+
+De beroemde ruïnen van Ghirza liggen tien kilometer ten westen van
+Sadé bij de monding van een kleine wadi op den zuidelijken oever van
+de Zemzem.
+
+Er was mij niets te veel verteld van die ruïnen; de monumenten
+overtroffen nog ver mijn verwachtingen; ze zijn de mooiste van
+geheel Tripolitanië.
+
+Toen we er aankwamen, werd ons oog het eerst door de muren van een
+echte stad getroffen. De 8 tot 10 meter hooge gebouwen hebben muren
+van kleine, vierkante steenen, zorgvuldig ineengevoegd, Een twintigtal
+van die reusachtige woningen bekronen nog den linkeroever van de
+wadi Charza, 300 M. van de uitmonding in de Zemzem. De huizen hadden
+minstens twee verdiepingen en waren door omheiningen ingesloten; eenige
+vertoonden zware, ronde torens. De stad gelijkt in niets op Sabratha,
+Oca en Leptis, waar alle gebouwen van gehouwen steen zijn, waar de
+tempels, de paleizen, de openbare bouwwerken druk versierd zijn.
+
+Te Ghirza heeft de zeer soliede aangelegde stad in het geheel geen
+versieringen; alles is er ingericht alleen met het oog op stevigheid
+en gemak. De afmetingen en het aantal der huizen doen denken aan
+die regelmatig aangelegde plaatsen in Amerika, de nieuwe steden,
+plotseling verrezen te midden van pas geëxploiteerde terreinen.
+
+De welvaart is hier zeker vroeger groot geweest en heeft blijkbaar
+lang stand gehouden, want twee even groote plaatsen liggen naast
+Ghirza, één op denzelfden oever en de andere op de tegenoverliggende
+zijde. Nergens in Afrika vindt men graven, met deze te vergelijken,
+wat de proporties en den rijkdom van het beeldhouwwerk betreft.
+
+De ondergrondsche doodenstad bestaat nog uit zeven mausoleums, boven
+elkander op de helling van de kloof. Het eerste, het dichtst bij de
+stad, heeft vorm en grootte van een echten tempel. De forsche, min of
+meer gedrongen bouw doet denken aan egyptische bouwwerken. Hier is het
+graf van een vrouw, Mnimir genoemd, wier gedenkteeken is opgericht
+door haar zoons, Nasif en Nathsjisj. Dat zijn blijkbaar inlandsche
+namen, ofschoon het opschrift en de aanleg van het monument romeinsch
+zijn. De andere mausolea, die nog hooger, maar smaller zijn, doen niet
+voor het eerste onder; de zuilen en de reliëfs zijn zelfs nog rijker.
+
+De necropool, die aan de andere zijde van de kloof ligt, gelijkt
+veel op de eerste; maar zij bezit een graf, dat eenig is in zijn
+soort. Het is een obelisk van wel 15 M. hoogte op een voetstuk, welks
+zijden niet meer dan 1.50 M. breed zijn. Twee lijsten verdeelen het
+in drie verdiepingen, waarvan de hoogste in een kapiteel uitloopt. In
+de verte denkt men aan een naald. Alle opschriften leeren ons, dat
+de daar begraven personen Numidiërs waren.
+
+Uit die doodensteden kan men nog meer leeren, en wel feiten, die
+we niet zouden hebben verwacht. Ze staan duidelijk te lezen op
+de middenlijsten en de basreliëfs, waar de bijzonderheden van het
+huiselijk leven uit dien tijd, dat is uit de vierde of vijfde eeuw,
+zijn voorgesteld. Ik heb er afdrukken gemaakt van tooneelen, die
+even merkwaardig als amusant waren. Men ziet er o.a. vrouwen, die haar
+kinderen zoogen of voor den haard de spijzen bereiden; krijgslieden,
+die met zonderlinge wapens strijd voeren; jagers, die leeuwen vervolgen
+en gazellen en giraffen. Al die personages zijn gekleed in costumes,
+waarvan zelfs de herinnering is verloren gegaan.
+
+De kameel, voor den ploeg gespannen, komt zeer dikwijls terug. Bekend
+is het, dat de archaeologie zich nog niet had uitgesproken over den
+tijd, waarop de kameel in Afrika werd ingevoerd. Men nam algemeen
+aan, dat het dier uit Arabië afkomstig was. De onlangs plaats gehad
+hebbende opgravingen in Tunis hebben bewezen, dat het schip der
+woestijn reeds zijn diensten bewees in den romeinschen tijd aan den
+oever der Middellandsche Zee. Maar men had nog geen zekerheid over
+zijn voorkomen in het binnenland; daar had men de aanwezigheid nog
+niet vastgesteld. Ghirza zegt, dat het nuttige beest er zes eeuwen
+vóór de komst der Mohammedanen al bestond en dat het niet alleen,
+als tegenwoordig, voor het bereizen van de woestijn werd gebruikt,
+maar ook bij den landbouw zijn werk verrichtte.
+
+Het fokken van een sierlijk paardenras hield eveneens de bewoners
+van Ghirza bezig, die aan wedrennen deden, niet met het leelijke,
+lompe berbersche paard, maar met een slank en lenig dier, dat aan
+de mooiste syrische paarden herinnert. Waarschijnlijk had men den
+struisvogel nog niet getemd, zooals tegenwoordig in Soedan en aan de
+Kaap; maar men hield zich bezig met de jacht op den struis, stellig
+reeds om van de veêren gebruik te maken. Ik vermoed zelfs, dat de
+stierengevechten niet onbekend waren, want op de kroonlijsten staan
+mannen afgebeeld, die met stieren worstelen.
+
+Enkele medaillons stellen personen voor, behangen met edelgesteenten
+en sieraden, waardoor men aan groote plechtigheden of feesten wordt
+herinnerd.
+
+Men staat versteld over het onderscheid tusschen het verleden dezer
+stad en den tegenwoordigen uitgestorven toestand rondom die ruïnen. De
+tooneelen uit bakkerijen, wijngaarden, oogstfeesten, die op de steenen
+zijn gebeeldhouwd, zeggen met groote duidelijkheid, dat korenvelden,
+wijngaarden en vruchtenboomen den nu dorren en kalen bodem vroeger
+hebben bedekt. Buiten enkele Johannesbroodboomen in de wadi Ghirza,
+ziet men nu geen sprietje boven den zandigen, steenachtigen grond
+uitkomen. Dus nog eens, wat kan die geheimzinnige stad geweest zijn?
+
+Ik had daar op die plek een paar zware oogenblikken in mijn
+leven.... Toen we ons gereed maakten, de eerste photografieën te
+maken, weigerden de drie toestellen, die te veel geschud hadden op
+de ruggen der kameelen, den dienst. Zoo zouden wij dan beroofd worden
+van de kostbaarste documenten der geheele reis! Bij geluk kon Pepino,
+de vernuftige Pepino, de instrumenten herstellen en avond op avond
+ontwikkelden wij met levendige voldoening de uitstekendste cliché's.
+
+Ik was eerst voornemens, langs de kust naar Tripolis terug te keeren
+en wel achter de oude lagune van Taorgha, maar de bewoners van Sadé,
+die den weg kennen, hebben er nooit iets bijzonders van de dingen,
+die ons interesseeren, gezien, terwijl we, als we over Misrata gaan
+door Nefed en Merdoem, nog meer "zeer groote en zeer schoone" graven
+zullen ontmoeten.
+
+Onder het geleide van den kaïd rijden we dus naar de wadi Nefed,
+die we bereiken bij de monding van haar zijtak, de wadi Ahmed. De
+Nefed heeft zich in deze buurt een zeer diepe bedding uitgeschuurd
+in het plateau. De oevers zijn zoo steil en zoo volkomen evenwijdig
+aan elkander, dat ze doen denken aan de gevels van een reuzenstraat.
+
+Al de oude plaatsen, waarvan wij de overblijfselen hebben gezien,
+lagen op de hoogte een eind van den den rand der kloven, om geen last
+te hebben van den plotselingen was van het water. De stad van de Ahmed
+lag op vijf of zes meter van den rand slechts. Ik kon mij die anomalie,
+ik zou zelfs zeggen die zorgeloosheid, niet verklaren, want dit was
+niet een dorpje, 't welk maar voorloopig werd gebouwd, maar een voor
+vast bestaand middelpunt, dat nu door zijn ligging aan plotselinge
+overstroomingen blootstond. Een graf in den vorm van een obelisk,
+minder hoog en minder weelderig dan dat van Ghirza, stond boven
+op een rots. Aan den anderen oever van de Nefed zag men dergelijke
+sporen der romeinsche beschaving in overvloed. Zij kwamen voor langs
+de geheele wadi tot aan de zee. De mooiste zijn die van Lakadië.
+
+Onze kaïd verliet ons te Merdoem. Wij werden toen meteen den
+ouden Hammer kwijt, dien ik zijn congé gaf. Dat lastige personage
+had mij bij verschillende gelegenheden doen twijfelen aan zijn
+eerlijkheid en betrouwbaarheid. Te Orfella had hij ... verloren,
+dat wil zeggen, gestolen mijn degenstok dien ik nuttig oordeelde
+in een land, waar het goed is, altijd gewapend te wezen, zonder dat
+het steeds noodig is, dat ieder dat ziet. Te Tala had hij er schuld
+aan gehad, dat we verdwaalden, door vol te houden wat hij bleek
+niet te weten. Dienzelfden avond eindelijk had hij de nachtwake op
+zich genomen, die nooit verzuimd mag worden om de vele gevaarlijke
+zwervers. Toen ik wakker werd, vond ik hem niet in het kamp, en
+niemand stond in zijn plaats op schildwacht. Ik liet dadelijk allen
+opstaan. Hammer kwam bij het krieken van den dag terug, en nooit ben
+ik gewaar geworden, waar hij vandaan kwam. Ik betaalde hem zijn loon
+en met zijn zoon er bij verdween hij.
+
+Hieruit blijkt nog eens voor de zooveelste maal, dat men nooit
+vertrouwen moet stellen in een Arabier, zelfs niet in den besten. Dit
+was er nu een die gedurende twintig jaren bediende geweest was van
+den engelschen consul en meeging op diens jachtpartijen; die mij op
+de geheele reis van 1901 had vergezeld; dien ik altijd als vriend
+had behandeld, en wien ik alles gaf waar hij om vroeg. Zonder eenige
+reden, misschien maar zoo door een herleving van den haat tegen de
+Christenen, verbittert hij willekeurig ons leven. Ik kan niet laten,
+de schouders op te halen, als ik fantazeerende critici hoor zeggen:
+"Wij weten niet om te gaan met de Arabieren". Men kan de Arabieren
+niet winnen; ze verachten ons, omdat wij Roemi's zijn. Behandel ze
+streng, ze zullen gehoorzamen, maar om later wraak te nemen. Behandel
+ze met zachtheid en ze zullen gelooven, dat ge bang voor hen zijt,
+en ge zult niets er bij winnen, noch iets van hen gedaan krijgen. Met
+strengheid komt men nog het verst.
+
+Tusschen Merdoem en Misrata is de weg zeer goed; men passeert vlakten,
+waarin de Mimoevan Misrata, de Sassoe en haar zijtak, de Aoegeran
+mooie, groene linten trekken en waar veel kampen en groote kudden zijn.
+
+De bevolking is er bij uitzondering zachtzinnig en gastvrij. Elken
+avond bracht ze mijn lieden een grooten schotel bazine in een zeer
+gekruide saus, die voor een europeesch verhemelte niet te verdragen is.
+
+De notabelen hurkten neer bij den ingang van mijn tent en zaten er
+uren lang. Daar ieder Roemi in de oogen van de Afrikanen een dokter
+is, brachten ze hun zieken naar mij toe, en mijn apotheekje werd onder
+hun handen ledig. Een van hen dreef de naïveteit zoo ver, dat hij mij
+naar het geheim vroeg, om mannelijke kinderen te krijgen, de eenige
+die meetellen in de mohammedaansche wereld. Een ander vertrouwde mij
+een middel toe, om oogenblikkelijk de hevigste kiespijn te genezen,
+door namelijk op de pijnlijke plek een weinig water te brengen,
+dat lauw was gemaakt door een gloeienden vuursteen.
+
+Enkele van die notabelen bezaten Le-Grasgeweren. Die hadden ze gekocht
+van smokkelaars, wier voorraad afkomstig was uit Griekenland, waarheen
+ons ministerie van oorlog zijn oude geweren kwijt wordt. Maar die
+geweren dienen niet anders dan voor de pronk, omdat ieder patroon
+ongeveer drie francs kost, een enorme som voor dat land.
+
+Onze laatste dagreis, om te Misrata te komen, had zeventien uren
+geduurd. Het was middernacht, toen we eindelijk de stad binnenreden
+bij maneschijn, na twee uur een kronkelenden weg onder palmen te
+hebben gevolgd. Daar ze van onze komst verwittigd waren, wachtten
+ons de turksche ambtenaren met een flink maal. Een glas frisch water
+en een sigaret, waarvan we lang gespeend waren geworden, doen mij
+een genoegen, als niets anders mij had kunnen verschaffen. En welk
+een vreugd, een bed met witte lakens te vinden! Mijn kamer was het
+zonderlingste museum, dat men bedenken kan. De Arabier, wien zij
+toebehoort, heeft er alle europeesche voorwerpen bijeengebracht,
+die hij te Tripolis had kunnen vinden, muziekdoozen, lampen,
+phonografen, stereoscopen lagen op de meubels met braadpannen,
+komforen, en laarzen. De dientafeltjes en kastjes waren overdekt met
+gekleurde prenten, ontleend aan het Petit Journal en modeplaten. Aan
+de wanden hingen decoraties tegenover risten schoenen. Het was een
+allercurieuste kamer en ze werd dan ook bewaard voor vreemdelingen
+van beteekenis. De eigenaar zelf houdt er nooit verblijf.
+
+Ik gebruikte er mijn maaltijden met den kaïmakan, een jongen turkschen
+ambtenaar, die goed Fransch sprak. Wij dronken abominabele champagne,
+die in Duitschland gemaakt was en naar Afrika was geëxpediëerd met
+de beste fransche namen.
+
+De hoofdplaats Misrata ligt ongelukkig niet aan zee, dus geniet zij
+niet of weinig van de booten der italiaansche maatschappij, welke
+de naburige havens aandoen. De oase, waar de plaats het middelpunt
+van is, heeft een lengte en breedte van ongeveer tien K.M. en wordt
+bewoond door zoowat 30.000 inwoners, die voorraden haver in silo's
+opstapelt en zich verder bezighoudt met het vervaardigen van zeer
+gewaardeerde wollen tapijten. Volgens Barth zou de stad het oude
+Thebunte zijn van de reis van Antoninus.
+
+Naar het zeggen van den arabischen schrijver Marmol dreef men er in
+de Middeleeuwen een levendigen handel met christelijke zeevaarders,
+voor wie de bewoners de tusschenpersonen waren met de negers uit
+den Soedan. De Venetianen kwamen er een kostbare soort wol halen
+en men sprak van de Misrataolie zooals nu van Genuaolie. Venetië
+verkreeg ook haar muskus, ivoor, struisvogelveêren van de karavanen en
+verkocht er glaswaren. Te Misrata voorzagen zich de marokkaansche en
+algerijnsche pelgrims naar Mekka van paarden, die ook naar Alexandrië
+werden uitgevoerd. Tegenwoordig bepaalt zich de markt bijna alleen
+tot de dingen van plaatselijk gebruik en tot wat de karavanen noodig
+hebben tusschen Tripolis en Benghazi. Een dezer karavanen komt elken
+Vrijdag en neemt stoffen van gestreepte wol mee, die Margoem heeten
+en in het vilayet worden gebruikt.
+
+De meeste kooplieden zijn joden; enkelen zijn Franschen, omdat ze
+uit Algerië of Tunis afkomstig zijn. De arabische reiziger Hasjaïsji
+beweert, dat er geen veiligheid van personen en goederen is, maar
+wij hebben ons hier over niets te beklagen gehad. Zlitten, vijftig
+K.M. verder westelijk, ligt in een groote oase; de bevolking is er
+zeer vechtlustig en vlug met het mes, wat de joden dikwijls tot hun
+nadeel ondervinden.
+
+Van Zlitten bracht een marsch van drie dagreizen ons te Tripolis
+terug. Het was hoog tijd, want mijn personeel en de dieren konden niet
+meer, en de duur van de reis was langer geworden dan ik had verwacht.
+
+In April 1904 begaf ik mij met een nieuwe karavaan weer op weg. Moeni,
+een Israëliet, ging met ons mee; hij was photograaf van professie. De
+moesjir van Kasr Karaboeli gaf mij vijf ruiters tot geleide, onder
+bevel van den turkschen luitenant Mehemet Ali.
+
+Mijn reisplan, dat opgemaakt was met den wensch voor oogen, zooveel
+mogelijk datgene te zien, dat ons in 1901 en 1903 was ontgaan, bracht
+ons eerst naar de wadi Lebda, de droge bedding, die van den Tarhoena
+komt en oudtijds de binnenhaven van Leptis Magna voedde. Wij volgden
+de kloof, en we vonden telkens sporen van verdwenen welvaart.
+
+Te Hamoet was onze eerste halt op een eenzamen heuvel met een zeer
+vervallen kasteel erop. De zorgeloosheid der Arabieren op het punt
+der hygiëne bleek er door den afschuwelijken stank, dien het lijk van
+een hond verspreidde, zonder dat de Arabieren het uit de nabijheid
+van hun kamp verwijderden.
+
+Msellata, waar we nog denzelfden avond aankwamen, is het voornaamste
+middelpunt in die buurt en onderscheidt zich door zijn vruchtbaarheid
+en door de steenen huizen.
+
+Gedurende ons trekken door de heuvels van Msellata ontmoetten
+we telkens kudden schapen en geiten. Het was een mooi ras, en deze
+schapen voorzien dan ook ten deele in de behoeften van de slagerijen
+van Malta, Soessa en Sfax. Ze worden gemiddeld voor 12 francs verkocht
+op de markten van Tripolis, van waar ze tot zelfs naar Engeland
+worden verzonden.
+
+Ten zuidwesten van Msellata verdwijnen de boomen geheel, we ontmoeten
+nog slechts hier en daar een nomadenkamp, in de zandvlakte verloren
+of te midden van een alfagraswoestijn. Het alfa is hier zeer algemeen.
+
+Te Kasr Tarhoena hervond ik den uitstekenden Ahmed Bey, die mij
+het vorige jaar in Aboe Adjelat had ontvangen. Hij was nu kaïmakan
+van dit plateau en hield verblijf in een der primitieve fondoeks. De
+kaïmakan had juist een nieuwe vrouw aan zijn harem toegevoegd; ze was
+den vorigen dag aangekomen op een kameel in een prachtigen palankijn,
+waarvan de gordijnen zorgvuldig gesloten waren. Wij konden het schoone
+getimmerte met de weelderige behangsels en het fraaie schilderwerk
+bewonderen, want de kameel wandelde op de esplanade rond met het
+geheele toestel op den rug.
+
+Er werd gefluisterd, dat de jonge vrouw zeer schoon was. De eerste
+echtgenoote moet veel tranen hebben vergoten, toen zij hoorde van de
+andere. Maar zij zal zich nog wel eens aan iets dergelijks stooten,
+want de man is nog zeer jong, en de Arabieren vullen hun gezinnen meer
+dan eens op deze wijze aan. Wie door den heer niet weggestuurd wordt,
+mag zich al gelukkig rekenen.
+
+Het diepe dal van de Rhane scheidt Tarhoena van Cariana. Langs steile
+kloven gingen wij erheen en troffen daar de eerste troglodytenwoningen.
+
+De bevolking van Gariana is arabisch en bestaat uit vier stammen; allen
+hebben woningen onder den grond. Het land is er vruchtbaar en brengt
+veel koren voort; enkele dalen zijn bedekt met prachtige olijven, zoo
+forsch, dat hun takken elkaâr raken en over heele afstanden schaduw
+geven. Er bestaat in geheel Tripolitanië geen zoo frisch en groen land.
+
+Ten zuiden van Gariana ontmoette ik veel karavaanleiders, die na
+drie jaren van afwezigheid uit Soedan terugkeerden. Zij waren vol
+lof voor de Franschen en schenen de beste herinneringen te hebben
+behouden aan de fransche troepen, die de karavanen tusschen Zinder
+en Aïr begeleiden.
+
+Van Gariana sloegen we de richting naar Misda in Tahar in, dat midden
+in de Soff ed Dinn is gelegen. Te Koeleba, waar wij juist onze tenten
+zouden opslaan, kwam een man op ons toeloopen, een arabisch koopman
+uit Tripolis, die een groot vriend van onzen officier was. Hij was
+rijk en was erop gesteld, om ons ten zijnent te ontvangen. Hij drong
+zoo aan, dat wij er wel in moesten toestemmen ondanks onzen afkeer
+van de woningen der inboorlingen, waar de rust altijd door legers
+van ongedierte wordt verstoord. Een grot, die veel te klein was voor
+ons allen, kon ons voor den nacht worden aangeboden en wij waren blij
+toen de morgen aanbrak.
+
+Op den weg naar Misda deed ik een uitstapje met Mehemet Ali in
+oostelijke richting, om de ruïnen van El Edjab te zien, die wij
+zonder moeite vonden. Er was nog een reusachtig mausoleum te midden
+van veel puinhoopen; maar we konden geen enkel fragment vinden van
+de standbeelden, die in de nissen moesten hebben gestaan en ook
+geen enkele aanwijzing in een opschrift. Te Tesjé voegden wij ons
+weer bij de anderen en spraken daar met het hoofd Salem el Soehlé,
+die zich erover beklaagde, dat de handel zich zoo langzaam herstelde
+van den slag, hem door Rabah toegebracht door de verwoestingen, die
+hij aanrichtte in den Soedan, en die den doorvoerhandel hebben geknakt.
+
+Van de drie uitvoerartikelen zijn twee hem geheel ontgaan, namelijk de
+struisvogelveêren en het ivoor. Hij voert nu nog gelooide huiden uit,
+waarvan er vele naar de Vereenigde Staten gaan. De veêren worden haast
+niet meer verhandeld op de markt te Parijs, omdat men de voorkeur
+geeft aan die van de Kaap boven die uit Tripolis, en het ivoor,
+dat veelal uit Wadaï werd aangevoerd, gaat, sedert de spoorweg naar
+Khartoem klaar is, den Nijl af naar Alexandrië in plaats van met
+karavanen naar Tripolis en Bengazi.
+
+Misda, waar we tegen den avond aankwamen, is arabisch en ligt in de
+Soff ed Dinn. Ook die plaats heeft in den laatsten tijd geleden door de
+verplaatsing van den handelsweg. Het ligt, waar de wegen naar Fezzan en
+Rhadames samenkomen; maar tegenwoordig gaan de karavanen van Tripolis
+naar Fezzan over Orfella en die van Tripolis naar Rhadames over
+Djado. Zoo is Misda een verlaten plaats geworden en de menschen leden
+er blijkbaar gebrek. Wij hielpen hen nog aan eenige voedingsmiddelen,
+want het jaar was zeer droog geweest en de ellende was groot.
+
+De secte der Senoessi's heeft veel invloed in het gebied om Misda, en
+al gehoorzaamt men er voor het uitwendige aan de turksche ambtenaren,
+in hun hart is de gehoorzaamheid aan de "broeders".
+
+Een dag nadat we Misda achter ons hadden gelaten, kwam een bode uit
+die plaats ons waarschuwen, dat de weg niet veilig was, want dat er
+Toearegs op roof uit waren. Het zijn lastige roovers, die het vooral
+op fransche karavanen voorzien hebben, sinds velen der hunnen uit
+de fransche Sahara verwijderd zijn. Mehemet Ali dacht er over, om
+te keeren, maar ik besloot goed wacht te laten houden en het ergste
+af te wachten. De Toearegs vertoonden zich niet, en wij zetten over
+Kedoea onzen tocht naar Tripolis voort.
+
+Daar aangekomen, konden wij met voldoening op de reis terugzien,
+die ons veel merkwaardigs had geleerd en ons had doen zien, dat de
+landbouwkolonies der Romeinen op juist dezelfde plekken waren aangelegd
+als waar nu nog bouwland is. Waterleidingen, stuwdammen, putten,
+steden, dorpen en versterkte vestingen toonen aan, hoe belangrijk
+de romeinsche kolonie er was, en hoe de latere bezetting door de
+Arabieren aan een periode van bloei een eind heeft gemaakt. Indien
+ooit de vervallen plaatsen weer tot bloei zullen komen, moet het zijn
+zonder de luie en onverschillige Arabieren, maar met andere kolonisten,
+hetzij met blanken of met negers.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Aarde en haar Volken, Jaargang 1906, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AARDE EN HAAR VOLKEN ***
+
+***** This file should be named 17121-8.txt or 17121-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/1/2/17121/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.