summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/17082-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:50:18 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:50:18 -0700
commit2a04e456f052655b4ed10008bd84053b46ad07c7 (patch)
treefdad23f9ee199e44cee8551f0ebf2b6497c0479b /17082-8.txt
initial commit of ebook 17082HEADmain
Diffstat (limited to '17082-8.txt')
-rw-r--r--17082-8.txt5273
1 files changed, 5273 insertions, 0 deletions
diff --git a/17082-8.txt b/17082-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..6ba8892
--- /dev/null
+++ b/17082-8.txt
@@ -0,0 +1,5273 @@
+The Project Gutenberg EBook of Wandelingen door België, by Various
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Wandelingen door België
+ De Aarde en haar Volken, 1886
+
+Author: Various
+
+Release Date: November 17, 2005 [EBook #17082]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR BELGIË ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+WANDELINGEN DOOR BELGIË.
+
+HENEGOUWEN.
+
+
+
+I
+
+
+Mijn vriendelijke lezer herinnert zich misschien nog wel onze
+omzwervingen door Vlaanderen, dat schilderachtig schoone, kalme,
+vredige land, waar over steden en vlekken en dorpen eene zondagsrust
+ligt uitgespreid, en ge vaak wel den indruk ontvangt dat de rijke
+en schitterende herinneringen van een zeldzaam grootsch verleden
+de eischen en behoeften van het heden op den achtergrond dringen en
+niet tot hun recht laten komen. Ik noodig hem thans uit, een ander
+deel van België met mij te bezoeken: het waalsche land, bewoond door
+een ander ras, drukker, rumoeriger, hartstochtelijker van aard,
+levendiger in voorkomen en gebaren: een ras, dat al heeft het ook
+eene groote en rijke historie achter zich, toch niet in gelijke mate
+door de herinnering aan dat verleden wordt beheerscht en onder de
+wisseling der fortuin niet is bezweken. In het leven dezer mannen,
+wier bloed sneller door hunne aderen stroomt, is geene plaats voor
+mijmeren en peinzen over het verleden, over de oude dagen, die sinds
+lang zijn voorbij gegaan; zij hebben geen tijd om te luisteren naar
+de wonderzoete fluisterende stem der traditie en der sage, die als
+muziek in de ooren klinkt, maar ook zoo dikwijls een ontzenuwenden en
+verzwakkenden invloed uitoefent, en de fiere kracht tot daden in het
+harte uitdooft. Zij hebben geen tijd, want de felle koorts van het
+moderne leven heeft hen aangegrepen; de rustelooze ontdekkingen der
+wetenschap, de onophoudelijke vorderingen der industrie drijven on
+zweepen hen voort; hun leven is welhaast een voortdurend gevecht, een
+nimmer poozende strijd, die de inspanning vordert van alle krachten
+en die niet ware vol te houden, zoo niet het elastischer, opgewekter
+temperament telkens met nieuwen moed en nieuwe energie bezielde en
+de zware lasten des levens licht deed achten.
+
+En zijn ze niet in waarheid een groot slagveld, die mijndistrikten,
+waar de mensch en de natuur in rusteloozen kamp hunne krachten
+beproeven; waar de strijders, dag aan dag, in dichte gelederen
+aanrukken, gewapend met spade en bijl en houweel en honderd
+andere werktuigen der vernieling, om den tegenstand te overwinnen
+van den ouden titan Tellus en hem zijne diep verborgen schatten
+te ontrukken. Al verder en verder rukken zij voort, telkens op
+nieuwe veroveringen uitgaande in de onderaardsche holen, in dat
+huiveringwekkend gebied van nacht en dood, waar, als in katakomben, de
+versteende overblijfselen van vroegere wereldperioden liggen opgetast,
+waarop en waarmede de moderne beschaving hare steden bouwt. Maar de
+oude titan verdedigt zijn gebied voet voor voet: beter dan een door
+Hephaistos gesmeed schild, dekken hem zijne duistere geheimenissen,
+de ontelbare hinderpalen die zijn vijand op den weg ontmoet, de
+noodlottige hinderpalen en verrassingen, die loeren bij elken tred. Het
+is een hardnekkige verbitterde strijd, een kamp op leven en dood. Als
+een monsterachtige hydra, in haar duister hol verscholen, knarsetandt
+en brult de oude titan bij iederen slag, die hem eene nieuwe wonde
+toebrengt: iederen duim breed gronds betwistende, trekt hij onwillig
+achteruit, al verder en verder wijkende in het ondoordringbaar ingewand
+der aarde; maar vreeselijk wreekt hij zich over zijne nederlagen door
+plotselinge, moorddadige, verraderlijke slachtingen, als te midden
+van rook en vlammen, die het gedrocht uit honderd monden braakt, de
+onverschrokken pionniers verpletterd neerzinken onder de instortende
+gewelven, of snakkend naar lucht den adem uitblazen in een dampkring
+van gas; of wel, levend begraven, al de martelingen ondergaan van
+den langzamen hongerdood. Toch, hoe vreeselijk het monster moge zijn,
+over welke moorddadige wapenen hij moge beschikken, toch wordt voet
+voor voet het rijk van den duisteren titan veroverd; toch dringen de
+kloeke scharen al verder en verder door in de ongemeten en ongepeilde
+afgronden, waarin hij schuilt en waarin hem de lichtstraal vervolgt,
+die den mensch den weg wijst in het harte der aarde.
+
+
+
+ Daar naadren de delvers met spa en houweel;
+ Zij spitten in de aardkorst, en boren de schacht,
+ En dringen al verder door modder en nacht!
+ Aan 't rammelend rad vliegt de korf op en nêer;
+ De zwoegende pomp gaat het water te keer;
+ De moker rinkinkt, en de koker verwijdt:
+ Voorbij zijn lagen van zandgruis en krijt:
+ Nu glinstert... de steenkool!... De mijngroef ontsluit,
+ En breidt tot spelonken en gangen zich uit,
+ Tot straten en pleinen, door balken geschraagd,
+ Waar 't lampjen de schaduw verlicht, niet verjaagt!
+ Hier woelen, diep onder het zeebed, beneên
+ De zeilende schepen, de werkliên dooréén;
+ En 't paard voor zijn kar, met bedaard overleg,
+ Vindt, dampend van zweet, door dien Orkus zijn weg.
+ Omhoog maar! omhoog maar! gij kostlijke vracht,
+ Waar 't zonlicht u kust en--vooruitgang u wacht!
+
+
+
+Men begrijpt welk een invloed zulk eene levenswijze moet uitoefenen
+op een van nature stoutmoedig, ondernemend, onbuigzaam ras, dat zich
+niet licht door moeilijkheden en tegenspoeden laat ontmoedigen,
+en begaafd is met die voortvarende energie, die telkens de perken
+uitzet der menschelijke werkzaamheid. Wie deze kloeke bevolking van
+onverschrokken strijders naar waarde schatten wil, die moet met eigen
+oog het altijddurend wonder dezer mijn-industrie hebben aanschouwd,
+haar schatten gaande opsporen in de ingewanden der aarde; die moet
+door de verbazingwekkende schacht zijn afgedaald naar de schier
+onpeilbare diepte, waar een volk van kobolden leeft en werkt, ieder
+oogenblik blootgesteld aan het gevaar om weggeslingerd te worden in
+den gapenden afgrond, of verpletterd onder eene lawine van steenen en
+gruis, of neergebliksemd door de vlammende ontploffing van het mijngas;
+die moet vooral ook getuige zijn geweest van de stemming na een dier
+vreeselijke rampen, als gansche dorpen weenende opgaan om de verminkte
+lijken op te sporen van vaders en echtgenooten, van broeders en zonen;
+die moet hebben gezien, hoe, na de eerste oogenblikken van schrik
+en ontzetting, langzamerhand de kalmte wederkeert in de gemoederen,
+hoe de moed weer herleeft en tevens de rustige doodsverachting en
+het onvernietigbaar plichtbesef, dat de overgeblevenen, zoodra de
+laatste doode in zijn graf is ter ruste gelegd, ernstig en kalm doet
+terugkeeren naar de akelige afgronden, waarin hunne broeders een zoo
+gruwelijken dood vonden. Er is inderdaad geen voorbeeld van, dat ten
+gevolge van een dier verschrikkelijke katastrofen, in de duistere
+diepte, vijf of zeshonderd ellen onder den grond, een van hen die aan
+het verderf ontkwamen, den gevaarlijken post heeft verlaten, waar hij
+een oogenblik, te midden van den rossen gloed der uitbrekende vlammen,
+den dood in het aangezicht heeft gezien. Niet vreemd, dat dit altijd
+herboren gevaar, die als het ware onbewuste heldenmoed, die zekere mate
+van onverschilligheid tegenover het onontkoombaar noodlot, in het eind
+een geslacht hebben gevormd en geteeld, tegen alle beproevingen gehard,
+in het vuur gelouterd en gestaald, en voor niets terugdeinzende in het
+stille besef van rustige, onverwinbare kracht. Wij zullen deze mannen
+aan het werk zien, niet enkel in de mijnen, maar ook in hun fabrieken
+en werkplaatsen, de elementen bedwingende, stand houdende tegen den
+verterenden vuurgloed der smeltovens. En rondwandelende door het
+waalsche land, zullen wij gaandeweg voor onze verbeelding het beeld
+zien verrijzen van dat merkwaardige België, dat zoo sterk sprekende
+tegenstellingen tot eene hoogere eenheid poogt saam te binden.
+
+Want, in der waarheid, men zou bijna meenen dat de diplomaten, die
+de vlaamsche en de waalsche gewesten tot eene politieke eenheid
+vereenigden, dit enkel deden om den wijsgeerigen onderzoeker
+binnen een klein bestek de scherpste contrasten te kunnen
+aanbieden. Evenals uit een geologisch oogpunt, de onafzienbare
+groene weidevlakten van Vlaanderen en de bergachtige vallei van de
+Maas met haar aaneenschakeling van rotsen en ravijnen, twee geheel
+verschillende landen zijn, die zoo goed als niets met elkander gemeen
+hebben; evenzoo behooren de bewoners dier streken tot twee geheel
+verschillende rassen, die, afgezien van den band der politieke
+eenheid en van het gemeenschappelijk materieel belang, schier in
+elk opzicht van elkander afwijken. Gaat de een, bij de vervulling
+van zijn dagelijksche arbeidstaak, ernstig, stil, kalm zijn gang, in
+zich zelf gekeerd, volhardend, maar weinig geneigd tot luidruchtige
+openbaring zijner gevoelens; de ander daarentegen is in de hoogste
+mate mededeelzaam, draagt zijn hart op de tong, maakt zich den arbeid
+licht door vroolijkheid en dartele scherts, is bewegelijk, prikkelbaar,
+rumoerig, opvliegend van aard. Te Bergen, te Namen, te Luik waant men
+zich bijna in Frankrijk verplaatst; en niet alleen de bewoners der
+groote steden, maar ook de bevolking der landelijke vlekken en dorpen
+toont in haar geheele wijze van denken en handelen zekere verwantschap
+met het fransche volk. In dit ethnologisch onderscheid vindt ge,
+voor een deel, de verklaring van die erfelijke vijandschap tusschen
+Vlamingen en Walen; en ook de verklaring van dien voortdurenden hang
+van het waalsche element naar het bondgenootschap met Frankrijk,
+van dat vereenigd optreden van den waalschen en den franschen adel
+tegen het demokratisch revolutionair streven der vlaamsche gemeenten.
+
+Ik zeide het reeds, wie het waalsche volk inderdaad wil leeren kennen,
+moet het gadeslaan bij zijn arbeid, bij den rook zijner kolen, bij
+het oorverdoovend geraas zijner machines. Een groot deel van het
+henegouwsche land, dat wij gaan bezoeken, is het best te vergelijken
+bij eene reusachtige smidse; de steenkool en het ijzer hebben
+eindelijk hun stempel op het landschap zelve gedrukt en daaraan een
+onbeschrijfelijk woest en zonderling aangrijpend voorkomen gegeven,
+dat u denken doet aan sommige kringen van Dante's hel, waar het
+verschroeiend vuur allen plantengroei heeft gedood. Van het terras
+van het kasteel van Bergen overziet de blik eene wijde, golvende,
+kale vlakte, hier en daar met eene armelijke, verschrompelde flora
+besprenkeld en overdekt met een vuile, met den dag dichter wordende
+lijkwade van rook en roet, afkomstig uit de hooge schoorsteenen der
+tallooze fabrieken. Dezen gruwel kenden althans onze voorouders
+niet. Onder dien langzaam, maar gestadig wassenden zondvloed van
+kolendamp, wordt de dampkring doortrokken van roetkleurige tinten,
+die zelfs het daglicht van zijn glans berooven; de zon zelve zinkt
+weg in een zee van vuile zwarte dampen, als een schip in een oceaan
+van inkt. Welk een overgang voor wien, als wij, uit het idyllische
+vlaamsche land komt, uit dat stille, kalme paradijs van malsche groene
+weiden, het beloofde land van herders en runderen! Hoe moeilijk gewent
+zich onze blik, waarin zich nog het liefelijk beeld van het vlaamsche
+landschap weerspiegelt, aan die sombere, geschonden, donkere natuur;
+aan dien doffen, in stinkenden nevel gehulden horizon, waartegen
+zich de zwarte massa's afteekenen van eene menigte vormlooze,
+kale en naakte heuvels en terpen! Hier strooit de rozenvingerige
+dageraad geen regen van topazen, robijnen en smaragden over de
+met schitterende dauwdroppels besprenkelde weiden; neen, als een
+gewonde in onreine doeken gewikkeld, bevlekt hij den hemel met een
+bloedroode streep, wier kleur weldra verdoofd wordt door het vuile
+zwarte stof, in dichte wolken opdwarrelende van de dorre aarde. Poog
+hier geen herderszang te beluisteren, en zoek niet naar de ruischende
+voetstappen der dichterlijke sage, rondwandelende door het bloeiende
+land: deze aarde is vervloekt; een onuitblusschelijk vuur verteert
+haar ingewand; legioenen schoorsteenen braken onophoudelijk zwarte
+rookwolken over haar uit, die haar met een vuil stinkend lijkkleed
+overdekken. Overal wordt het oog beleedigd door stijve, geometrische
+figuren en getimmerten, wier wonderlijk verwarde lijnen en omtrekken
+zich als zware zwarte strepen afteekenen tegen den zwartachtig
+grijzen hemel en van verre gelijken op de geraamten van reusachtige
+walvisschen. Overal een afschuwelijke chaos van schoorsteenen, van
+balken, van getimmerten, nauwelijks van elkander te onderscheiden
+bij de twijfelachtige schemering van dien onreinen dampkring, en het
+gelaat der aarde bedekkende als met een reusachtig masker van ijzer en
+hout. Nog eens, dezen vloek en dezen gruwel kenden onze voorvaderen
+niet; zulke onvergefelijke ontwijding der natuur hebben hunne oogen
+nooit aanschouwd.
+
+Van het kasteel te Bergen overziet men het middelpunt van het
+kolendistrikt. Verder op, naar den kant van Charleroi, dien anderen
+krater, die onophoudelijk een vlammenden stroom van kool en ijzer
+uitbraakt, vindt men nevens de steenkolenmijnen, ook pletterijen
+en glasblazerijen; maar hier heerscht de kolenindustrie alleen en
+onverdeeld, in geheel de landstreek, onder den naam van de Borinage
+bekend. Niets leidt hier de aandacht af van het groote werk der
+kolenontginning; alle krachten en vermogens, alle werkzaamheid en
+inspanning is op dit eene doel gericht; allen verwachten brood,
+welvaart, rijkdom van het zwarte goud, dat het nimmer rustende
+houweel der delvers aan dit onderaardsche Californië ontrukt. Het
+hijgend snuiven der machine, die de kooien rusteloos op en neder doet
+gaan,--eene schelle symphonie, die ge nimmer vergeet als zij eenmaal
+uwe ooren trof,--is als de gloeiende, gejaagde ademhaling van het
+koortsige leven dat daar in de diepte woelt. Nu en dan stijgt een
+geweldig geloei, als van gewonde bisons, uit den schoot der aarde op,
+gelijk een kreet van smart en woede van den vertoornden titan. Deze
+en andere geluiden, de ratelende donder der waggons die in volle
+vaart over de platformen rollen; het gelui bij de aankomst en het
+vertrek der kooien; en beneden in de galerijen, het rammelen der door
+paarden langs de rails voortgetrokken of langs eene schuine helling
+afglijdende karren, het brullen en stampen der machines:--dit alles
+te zamen vormt een onharmonisch, oorverscheurend, verdoovend orkest,
+een baaiert van geluiden, wel passende bij de akelige doodschheid
+van dit sombere landschap, waarover de hooge schoorsteenen, als zoo
+vele gapende drakenmuilen, onophoudelijk wolken van zwarten rook en
+vuilen kolendamp uitbraken.
+
+Waarheen ge den blik ook wendt, overal stuit ge op groote terpen,
+als het ware puisten en gezwellen op het gelaat der aarde, door de
+inwendige gisting te voorschijn geroepen: dat zijn de zoogenoemde
+_terris_. Met iederen dag wassen zij in omvang door de sintels en
+slakken, die daar worden opgestapeld. Sommigen zijn bijna kleine
+bergen met afgeknotten top, met half ingezonken hellingen en diepe
+sporen en groeven, niet ongelijk aan reusachtige litteekenen. Onder
+de ruwe, grove oppervlakte smeult het bestendig, en het verborgen
+vuur zendt zwermen van vonken omhoog, die 's nachts de zwarte massa
+dezer donkere terpen fantastisch verlichten en met roode stippen
+bezaaien. Langzamerhand echter ontfermt de weldadige natuur zich
+over deze monsterachtige gedrochten: dan ontkiemt het groene gras in
+de spleten, dan beginnen de wortels der planten en boomen zich uit
+te spreiden tusschen de geblakerde steenen en het zwarte gruis; dan
+worden eindelijk de kale verbrande hellingen bedekt met het bloeiende
+groene kleed van het opluikende boschje, dat zijne twijgen en bladeren
+wiegelt op den wind en te midden van het groote ledig van het doodsche
+landschap eene verkwikking, een wellust voor de oogen is.
+
+Geheel de Borinage vertoont hetzelfde beeld. Omdolende door dit
+verschrikkelijke land, krijgt ge den indruk dat de bewoners door
+een demonisch noodlot gedoemd zijn tot den hopeloozen arbeid om eene
+duistere, onderaardsche zee leeg te schoppen, en nu, buiten bereik van
+zon en sterren, hun leven slijten in nooit rustende pogingen om hunne
+taak ten einde te brengen. Geene genade voor deze veroordeelden, geen
+uur, geen oogenblik van rust en verademing; bezwijken zij, dan staan
+anderen gereed om hunne plaats in te nemen. Want altijd en altijd door
+vraagt de mijn haar offers, niet alleen krachtige mannen en jongelingen
+in den bloei der jeugd, maar ook kleine kinderen, jonge dochters en
+moeders. Op den leeftijd, waarop het kind, lachend en dartelend,
+het leven gaat intreden, wordt het reeds in den afgrond geworpen,
+evenals het jonge meisje, in den opgang der teedere jeugd. De moeder
+zelve des gezins, die den huiselijken haard behoorde te bewaken en
+daar al de leden der familie, als om een levend middelpunt, om zich
+moest vereenigen, ook zij zelve wordt niet gespaard; ook zij moet zich
+in de gevloekte mijn, als een lastdier, voor de _berlaines_ spannen,
+de karren, waarmede de kool vervoerd wordt. Op dertigjarigen leeftijd
+is de vrouw, op wie de verplichting rust om haar schoonheid en boven al
+de reinheid en frischheid van haar gemoed tot in den hoogen ouderdom te
+bewaren, ten gevolge van dezen verschrikkelijken arbeid in de mijnen,
+die haar tot slavin maakt van een werk dat met haar natuur strijdt
+en tevens tot slavin van den man;--op dertigjarigen leeftijd is zij
+eene afgeleefde, verwelkte tooverkol, wier gebogen figuur en hoekige
+vormen afschuw inboezemen, die rookt, zich bedrinkt, vloekt en tiert
+als de ruwe kerels, met wie zij voortdurend in aanraking is. En nog
+mogen zij zich gelukkig rekenen, de mannen zoowel als de vrouwen,
+als de onverzadelijke minotauros hen nog levend, zij het dan ook
+geschonden en verminkt en gebogen, haast meer aan dieren dan aan
+menschen gelijk, aan zijne vreeselijke kaken laat ontsnappen;--want
+zoo vaak worden zij allen zijne prooi en worden geveld als slachtoffers
+zijner demonische lusten.
+
+Evenals men op Kreta jonge meisjes opvoedde om geofferd te worden,
+zoo wordt hier de jeugd groot gebracht voor de mijn. Een paar dagen
+na een der geduchtste rampen, die deze landstreek hebben getroffen,
+zeide eene moeder tot mij, terwijl zij met een akeligen grijnslach
+op den zuigeling aan hare borst wees: "Dat is voor de Agrappe!" Die
+Agrappe nu, wier naam, eenige jaren geleden, half Europa van
+ontzetting huiveren deed en nu ook eensklaps voor mijn geest het
+schrikkelijk beeld opriep van een aantal mannen door eene ontploffing
+gedood;--die Agrappe was de mijn, die door haar uitbarsting half
+Frameries vernielde. In de bitterheid haars harten, in haar sombere,
+broedende wanhoop had die moeder, met ruwe brutaliteit, de vreeselijke
+waarheid gesproken.
+
+En toch, zoo groot is de kracht der gewoonte, zoo groot ook de
+half onbewuste moed dezer ruwe bevolking, dat ge bijna overal een
+onbekommerd ter zijde zetten van het gevaar, eene luchthartige
+onverschilligheid, ja zelfs wel de liefelijke bloem der hoop, in de
+harten ontsluikende, vinden zult. Zoo gaat de zeeman vroolijk aan
+boord, en denkt er zelfs niet aan, dat de golven zijn graf kunnen
+worden. Daar is inderdaad, onder sommige opzichten, veel overeenkomst
+tusschen het leven van den zeeman en dat van den mijnwerker, in
+zoo verre beiden het onbekende trotseeren en ieder oogenblik door
+den steeds dreigenden dood kunnen worden geveld. Ach, maar is dat
+eigenlijk niet met ons allen het geval? En is het in werkelijkheid
+wel zoo vreemd, dat zij, die van kindsbeen af dagelijks in dat gevaar
+verkeeren, daarmede in het eind vertrouwd raken, en er even weinig
+aan denken als wijzelven, wier gewaande veiligheid toch in den
+grond der zaak even onzeker en bedriegelijk is? Alleen omdat wij,
+niet aan die levenswijze gewoon zijnde, het gevaar in dezen vorm
+zoo duidelijk zien, verbaast het ons, als wij nader kennis maken met
+de talrijke bevolking van de vele dorpen, die zich rondom de mijnen
+gevormd hebben, dat de vrees voor, en zelfs de gedachte aan het steeds
+dreigende doodsgevaar, in het leven van den mijnwerker zoo luttel
+plaats beslaat. Daar zijn er, ja, enkelen, in wier starre blikken ge
+als het ware de ontzetting lezen kunt, door de verschrikkingen van den
+afgrond hunner ziele ingeprent; maar, voor zoo ver de dierlijke arbeid
+niet alle menschelijk gevoel heeft uitgedoofd en hen tot werktuigen
+verlaagd, kenmerken de mijnwerkers van de Borinage zich veeleer door
+eene ruwe, luidruchtige, buitensporige vroolijkheid, die zich vooral
+op kermissen en feestdagen uit, en zelfs door den geesel der periodiek
+wederkeerende crisissen nóg niet is gedoofd. Vroeger, toen de vraag
+zoo groot was dat men tot iederen prijs den arbeid moest verhaasten
+en vermenigvuldigen, toen was die vroolijke, opgewekte stemming een
+natuurlijk gevolg van de overvloedige verdiensten. Te Jemmapes, te
+Bergen, te Saint-Ghislain weet men nog te verhalen van de weelderige,
+verkwistende levenswijze in die dagen, toen het voor de mijnwerkers
+bijna het gansche jaar door kermis was. De vrouwen der mijnwerkers,
+zoo zegt men, kleedden zich in zijde en fluweel, versierden zich
+met goud en edelgesteenten, en hielden er eene meid op na. De mannen
+dronken, in de herbergen en de danshuizen, champagne en fijne wijnen
+en lieten zich de kostbaarste gerechten voorzetten. Maar de tijden
+zijn sedert veranderd: met smullen en feestvieren is het gedaan: de
+arme Borains mogen nu blijde zijn als zij in het noodigste kunnen
+voorzien, en van dag tot dag, van jaar tot jaar, hebben zij te
+kampen met het altijd dreigende gebrek. Doch de oude vroolijkheid
+moge, door de moeielijke en zware tijden, eenigszins gedempt zijn,
+uitgedoofd is zij niet, al heeft zij soms een bijsmaak gekregen,
+die verre van geruststellend is. In hun luiden schellen lach klinkt
+een toon van verborgen hartstocht, van bitterheid en toorn: hunne
+vroolijkheid is vaak de onechte, ongezonde vroolijkheid van een volk,
+dat zich ongelukkig voelt, zich verongelijkt acht en door wrokkende
+wangunst wordt verteerd. Hier vinden de apostelen en predikers van het
+socialisme een wel toebereiden, vruchtbaren akker; en met gretig oor
+luisteren deze mannen en vrouwen naar de dwazen en verleiders, die in
+de schrilste kleuren hun rampzalig lot afmalen, en hun een geluksstaat
+voorspiegelen, waaraan de profeten zelven wel geen oogenblik gelooven,
+maar waarvan de schildering er op berekend is om deze arme hersens te
+verwarren en te ontvlammen, en in deze zoo licht bewegelijke gemoederen
+de slechtste en gevaarlijkste driften en neigingen wakker te roepen.
+
+Iemand, die de mijnwerkers zeer goed kende, zeide eens tot mij:
+"Naar den eersten indruk oordeelende, zou men hen voor slecht en
+verdorven houden; maar zij zijn veeleer ruw en onbeschaafd, zonder
+eenig besef van wellevendheid en betamelijkheid. Daarbij komt dat zij
+in de hoogste mate zorgeloos zijn en van sparen geen begrip hebben; zij
+leven letterlijk van den eenen dag op den anderen, zonder zich in het
+minst om de toekomst te bekommeren; zij staan geregeld in het krijt bij
+den bakker en den kruidenier, en wanneer zij geld hebben, verspillen
+zij het op de buitensporigste manier aan feesten en drinkgelagen, aan
+weddenschappen, balspel en schijfschieten, waarvan zij hartstochtelijke
+liefhebbers zijn. Ondanks hunne ruwe onbeschoftheid, hun gestadige
+vechtpartijen en herhaalde botsingen met de justitie, zijn zij in
+den grond niet boosaardig van natuur en wel te leiden."
+
+Hij die zoo sprak, had geen ongelijk: het weinige geld dat zij
+verdienen, wordt verbrast in de kroegen, roekeloos weggesmeten
+of verdobbeld, want het spel is de grootste liefhebberij van die
+mannen, die zelven voortdurend hun leven op het spel zetten; maar
+wat mijn zegsman er niet bijvoegde, is dat al deze uitspattingen
+en buitensporigheden, hun jenever drinken en hun dobbelen, in de
+eerste plaats moeten dienen om hun hunne ellende te doen vergeten,
+hun worstelen met het gebrek, het steeds dreigend doodsgevaar
+waarin zij verkeeren, den openbaren verkoop wegens schuld van hun
+armzaligen inboedel, den jammer van hun afschuwelijk bestaan in de
+ingewanden der aarde. Voor dezen arbeid gebruikte de oude wereld haar
+veroordeelde slaven en misdadigers; de mijnwerkers van de Borinage
+heeten vrije mannen en staatsburgers; misschien zullen zij eerlang
+kiezers zijn, en rusteloos preekt men hun de fraaie theorieën der
+algemeene gelijkheid voor...... Aan welke zijde is de onbarmhartige
+wreedheid, de demonische spotternij?
+
+
+
+II
+
+
+Van Bergen tot Quiévrain strekt zich de lange reeks der
+mijnwerkersdorpen uit: Jemmapes, Quaregnon, Saint-Ghislain, Boussu,
+Elouges, Cuesmes, Dour, Pâturages, Frameries, Flénu, Hornu. Maar
+terwijl te Jemmapes, te Quaregnon en Saint-Ghislain aanzienlijke
+vlekken, die bijna het voorkomen hebben van kleine steden, nevens
+de kolenindustrie ook nog andere takken van nijverheid worden
+beoefend, dragen Elouges, Dour, Frameries, Cuesmes, Flénu, den echten
+onvervalschen stempel van de Borinage.
+
+Hier volgen de mijnwerken elkander onafgebroken op; overal ziet men
+de kale hooge terpen, die het uitzicht belemmeren; overal steken de
+wanstaltige getimmerten en de leelijke schoorsteenen in de lucht en
+bedekken met hun schaduw, zoowel als met hun regen van vuilen smook en
+kolenstof, de kleine huizen met roode daken, die als paddestoelen aan
+hun voet zijn opgeschoten. Evenals rondom de muren van den feodalen
+burcht de hutten der hoorigen stonden gegroept, zoo omringen de
+armoedige krotten der mijnwerkers aan alle kanten de mijn; daar
+slijten zij hun leven in de gloeiende atmosfeer van den minotauros,
+zoo als de hoorigen in de vaak dreigende nabijheid van den machtigen
+landheer, wiens toorn hen verdelgen kon. Maar geen ruwe, onbarmhartige,
+tirannieke middeleeuwsche baron vergde immer van zijne hoorigen zoo
+vreeselijke offers als het moderne monster der industrie: de baron,
+hoe ruw en woest hij mocht zijn, was toch altijd een mensch, in wiens
+boezem een menschelijk hart klopte, terwijl bovendien zijn eigen
+belang hem waarde moest doen hechten aan het leven en de betrekkelijke
+welvaart zijner onderhoorigen; maar de mijn, maar het werktuig, is
+eene blinde, onbewuste macht, die van geen erbarmen weet, voor wie
+duizend menschenlevens niet meer waard zijn dan het tot gruis geslagen
+stuk steenkool; die verplettert en vermaalt en verminkt en schendt,
+en altijd, altijd, altijd door nieuwe offers vraagt.
+
+Men heeft de mijnen en fabrieken met de oude feodale burchten
+vergeleken: en onder sommige opzichten mag de vergelijking gelden. Ook
+de mijn met haar fabriek beheerscht den omtrek en maakt het land aan
+zich schatplichtig; ook zij vordert tienden--en meer dan die!--en
+schattingen en heerediensten; ook zij voedt zich met den arbeid en de
+levenskracht der omwonende bevolking. Maar, nog eens, nimmer drukte
+eenige burcht zoo loodzwaar op het land of vorderde zulke schatting
+aan leven en bloed; nimmer was der hoorigen lot zoo schrikkelijk,
+zoo troost- en hopeloos, als dat der slaven van de verschrikkelijke
+mijn. Hoe ze u aangrijnzen, die sombere burchten van den demon
+des vuurs, die hunne wortelen uitslaan tot in het hart der aarde
+en de beste levenssappen van den ganschen omtrek tot zich trekken,
+om ze om te zetten in klinkend goud. En dit geheimzinnig reusachtig
+alchimisten-laboratorium is altijd daar en op honderd verschillende
+plaatsen in functie: op dit kleine plekje gronds telt men niet
+minder dan tweehonderd steenkolenmijnen, die bijna allen zonder
+ophouden bewerkt worden en wier onderaardsche gangen en galerijen
+zich steeds verder uitbreiden--duistere katakomben van den arbeid,
+gevuld met menschen-beenderen.
+
+Elke mijn heeft hare eigene bevolking, die onder den walm van haar
+rook opgroeit en leeft; die zich woningen bouwt op haar krater; die
+ten huwelijk neemt en ten huwelijk gegeven wordt, kinderen verwekt
+en sterft bij het gesnuif en gestamp der machines, wier onwelluidend
+blazen en fluiten en gillen hen bij hunne geboorte begroet, en het
+oor verscheurt van den stervende. Dezelfde werktuigen, die in de
+mijnschacht de kooien op en neder doen gaan, brengen het leven dezer
+gansche bevolking in beweging, als de kloppingen van een ontzaglijk
+ijzeren hart; en wanneer naast de groeve, waaruit hij weer omhoog
+stijgt, voor den Borain die andere groeve gedolven wordt, waaruit
+men niet meer opstaat, dan mengt het zwarte, kleverige kolenstof uit
+de schoorsteenen zich met de aarde, waarmede de buren, op het naaste
+kerkhof zijn uitgeput en misvormd lichaam bedekken. Zooals de vlaamsche
+boer onafscheidelijk verbonden is aan de aarde, die hij met zijn zweet
+drenkt en bevrucht, zoo is de mijnwerker verbonden aan de mijn: maar
+dit huwelijk is vrij wat gevaarlijker, want de duistere echtgenoote
+is lastig, vol nukken en kuren, en eindigt doorgaans met haar gemaal
+te verslinden. En dan--welk hemelsbreed onderscheid tusschen den
+eerwaardigen, gezegenden landbouw, dien gezonden, sterkenden,
+levenwekkenden arbeid op het open veld, onder den vrijen hemel,
+voor het aangezicht der zon: en dat slavenwerk in de donkere mijn,
+dat den arbeider verteert en zoo vaak ook moreel te gronde richt. Toch
+hebben zij hunne mijn lief en gevoelen zich aan haar gehecht; zelfs
+krom en stram van ouderdom, kunnen zij nog niet zonder haar leven:
+deze taaie gehechtheid is een trek, dien de mijnwerkers gemeen hebben
+met de zeelieden, die hoe de zee hen ook moge mishandeld hebben, zich
+toch nog, machteloos en afgeleefd, naar het strand sleepen en daar,
+op een bank neergezeten, in droomend gepeins staren naar de wijde zee,
+wier melodisch ruischen hunne zwervende gedachten in slaap wiegt.
+
+Men heeft mij hier oude, hoog bejaarde lieden gewezen, mannen en
+vrouwen, die, na gedurende ruim eene halve eeuw dagelijks in den
+afgrond te zijn neergedaald, nu nog hunne overige levensdagen sleten
+aan den rand der diepte, waarin zij, afgeleefd en zwak, niet meer
+konden afdalen. De weinige krachten, die zij nog hadden overgehouden,
+besteedden zij nu met het bijeenrapen der sintels, het uitzoeken der
+kolen, het schoonmaken der lampen en andere werkzaamheden van dien
+aard. De jongeren gaan vroolijk en luchthartig, lachend en zingend,
+naar beneden; meermalen was ik er getuige van, hoe de kooi, waarin de
+mijnwerkers plaats nemen, onder luid gelach, gejoel en dartele pret
+in de diepte verdween, waaruit eindelijk nog maar de verwijderde echo
+hunner vroolijkheid mij tegenklonk.
+
+Ondanks--of misschien wel juist om het sombere, zwarte, akelige der
+omgeving, zijn de jonge meisjes van de Borinage gesteld op opschik,
+op sprekende kleuren, houden zij er van, zich op eene of andere wijze
+te tooien. Schoon gewasschen en helder in haar werkkostuum--een buis
+en pantalon--dat haar op knapen doet gelijken, gaan zij in troepjes
+naar de mijn, met eene bloem tusschen de tanden, lange kleurige
+linten wapperende langs haar rug, haar hair saamgevat in een netje
+of een zakje van taf, onder een strooien hoed. Zoo dalen zij in den
+afgrond neer, waaruit zij straks weder te voorschijn zullen komen,
+vuil, stinkend, besmoezeld, het gelaat zwart gevlekt, de oogen en
+den mond vol steenkool. Zoo gaat het dag aan dag: als wilden zij
+den ruwen demon verteederen, door zich mooi te maken en althans
+voor zoover zij kunnen, naar echt-vrouwelijken aard, de schoonheid
+te huldigen. Laat ons daar niet mede spotten; daar is veeleer iets
+weemoedigs, iets treurigs in die onuitroeibare zucht om te behagen,
+om een aangenamen indruk te maken, die deze arme schepsels tot zelfs
+in de klauwen van het monster bijblijft. Wat vreeselijk en gruwelijk
+is, is dat meisjes en vrouwen tot zulken arbeid gedoemd zijn.
+
+Haar bloei is van zoo korten duur: zijn zij eens gehuwd en is de
+jeugd voorbij, dan veranderen zij spoedig in oude slonzige vrouwen,
+die aldra tot hetzelfde peil afdalen als de mannen, en die door niets
+meer behagen of de aandacht trekken. Alle zorg voor haar uiterlijk,
+voor haar toilet, is dan ook vergeten en uitgedoofd onder de vele
+andere zorgen voor het bestaan. Maar zoo lang zij jong zijn, hebben
+zij bijna allen eene zekere soort van krachtige, soliede, kleurige
+schoonheid, die wel getuigt voor de energie van het ras, dat in
+spijt van den ruwen zwaren arbeid, in spijt van kommer en ellende,
+nog zooveel frischheid en levenskracht heeft behouden.
+
+Elk dorp in de Borinage heeft zijn _salons_ of danshuizen, waar
+op zon- en feestdagen de jonge meisjes, die nu haar jongenspak
+hebben uitgetrokken, het donkere hair glanzende van pommade, in
+nauwsluitende jakjes en kleurige met bloemen versierde mutsjes,
+in het licht ontvlambaar gemoed der dansers het vuur der liefde en
+ook van den minnenijd komen ontsteken. Drie of vier lampen, tegen
+den met bontgebloemd papier beplakten muur opgehangen, werpen haar
+rossig schijnsel op de sprekende kleuren van haar toilet, waarin
+rood, blauw en groen den boventoon voeren, als wilden zij in die
+schitterende verwen de smetten uitwisschen van de vuile kool, die
+haar de geheele week aankleven. Op eene kleine verhevenheid zitten
+een clarinet, een cornet-a-piston en een trombone: en op de schelle
+tonen van dat orkest dansen en draaien en wervelen de paren in wilde
+drift, in toomelooze opwinding rusteloos voort. De grond dreunt onder
+het regelmatig gestamp, dat welhaast een verren donder gelijkt en
+wolken stof doet opgaan; weldra woelen en wemelen de hartstochtelijke
+dansers in een grijzen nevel; de aan den zolder hangende korfjes met
+papieren bloemen wiegelen heen en weer; de dampkring gloeit, bijna
+niet minder dan de oogen en de wangen van dansers en danseressen,
+die maar altijd voorthollen in razenden galop, tot zij eindelijk,
+buiten adem, uitgeput, hijgend en zwoegend, op de banken neerzijgen,
+snakkende naar versche lucht.
+
+In zulk eene omgeving loopt de moraliteit groot gevaar; en hoewel
+hetgeen men van de losbandigheid der Borains verhaalt overdreven
+moge zijn, is het ontwijfelbaar waar dat het zedelijk peil onder deze
+bevolking vrij laag gezonken is. En hoe kan het ook anders? Meisjes
+van vijftien jaar emancipeeren zich en gaan uit zwieren met lummels
+van denzelfden leeftijd. Zoodra de jongen iets begint te verdienen,
+acht hij zich ontslagen van de ouderlijke tucht: hij loopt de
+kermissen na, bezoekt de herbergen, leeft in één woord als een
+volwassen man; hij betaalt aan zijne ouders wekelijks eene zekere
+som voor huisvesting en voeding, en doet verder met zijn geld wat
+hij wil. Over de noodlottige gevolgen van deze tuchteloosheid, deze
+verwildering, behoef ik wel niet uit te weiden; maar hoe zal er tucht,
+besef van orde en plicht en wet zijn, waar de heilige, de door niets
+te vervangen leerschool van dit alles en van zoo veel meer, waar het
+gezin niet meer, althans weinig meer dan in naam, bestaat? Immers,
+wat wordt er van het gezin, waar niet slechts de vader en de zoons,
+maar ook de moeder en de dochters, de kinderen zelfs geregeld de
+woning verlaten om daar buiten, in de mijn, in de fabriek, verloren
+onder honderden anderen, te gaan werken? Van alle diep ingrijpende
+geweldige veranderingen, die de moderne industrie in de economische,
+sociale en huiselijke toestanden en verhoudingen heeft gebracht, is er
+wellicht geene zoo verderfelijk, van zoo ver strekkende noodlottige
+gevolgen als deze, dat in duizenden bij duizenden gezinnen, de
+vrouw aan hare natuurlijke roeping gewelddadig wordt onttrokken,
+en daardoor zedelijk te gronde gericht: dit is de ontwijding, de
+ontbinding der familie en, als onvermijdelijk gevolg, de ontbinding
+der maatschappij. Tegen dit euvel baten geene uitvindingen, geene
+wonderen van wetenschap en kunstvaardigheid; dit kwaad kan alleen
+gestuit en hersteld worden--indien het nog mogelijk is--door een
+terugkeer tot de van God gestelde orde der dingen, die de mensen
+nooit straffeloos schendt.
+
+Er is één dag in het jaar, waarop de ruwe ongebondenheid, die in
+gewone tijden reeds groot is, haar toppunt bereikt: op den dag der
+groote kermis van de Borinage, den feestdag bij uitnemendheid, den
+dag van Sinte-Barbara. Op dien dag staat de arbeid in de mijn stil en
+dommelt de moloch. Zelfs in de slechtste jaren trekken de mijnwerkers,
+mannen, vrouwen, jongens, meiden, met trommels en trompetten voorop,
+in gansche troepen van de eene herberg naar de andere; elk oogenblik
+wordt de lucht verscheurd door de losbranding van kleine kanonnen,
+waarmede eereschoten worden gedaan ter verheerlijking van de heilige
+patronesse, wier naam aan al dat onstuimig gejoel en getier, aan deze
+liederlijkheid, wordt verbonden.
+
+Vijf-en-twintig jaar geleden, toen de kolenindustrie in vollen bloei
+was en er geld in overvloed verdiend werd, gingen deze kermissen
+gepaard met maaltijden waaraan patroons en gezellen te zamen
+deelnamen, met allerlei grappen en vertooningen, met eene uitdeeling
+van prijzen aan de mijnwerkers, die in den loop van het jaar de
+grootste hoeveelheid steenkool hadden uitgegraven. Elke parochie
+versierde toen hare altaren met groen en bloemen, met een bonten,
+veelkleurigen opschik, ter eere van de heilige patronesse.
+
+De toenemende nood der bevolking heeft sinds dien tijd deze
+feestelijkheden vrij wat vereenvoudigd; toch wordt er nog altijd
+geschoten, en nog steeds stroomt eene talrijke schare naar de hoogmis,
+om daar, als in de tegenwoordigheid der beschermvrouwe, voor eenige
+oogenblikken de moeite en den kommer van het leven te vergeten en
+het harte op te heffen tot hooger en beter dingen dan de arbeid
+in de mijn en de uitgelatenheid in de herberg. Ook op de tafel der
+armsten verschijnt dien dag de rijsttaart met pruimen, waaraan het
+gansche gezin smult, onder het drinken van groote kommen koffie. Het
+oude gebruik brengt ook mede, dat op Sinte-Barbaradag, de eerste
+ploeg die in de mijn afdaalt, eene ruw bewerkte afbeelding van de
+"goede vrouwe", die op algemeene kosten is gekleed en versierd,
+met zich neemt. Dat beeld blijft daar den geheelen dag, als het
+zichtbare teeken en onderpand van de hulp en bescherming, die deze
+heilige aan het arme volk der mijnwerkers wil verleenen, en te harer
+eere worden verschillende ceremoniën verricht, die echter niet in
+alle mijnen dezelfden zijn. Doorgaans wordt het beeld in eene nis
+geplaatst, onder het schijnsel van drie of vier kaarsen: eene zwakke
+herinnering aan den schitterenden glans van de honderden waskaarsen
+op het hoogaltaar der kathedralen. Maar de verblindende pracht dier
+kathedralen haalt toch niet bij den treffenden aanblik van die drie of
+vier glimmende lichtjes, verloren te midden der eeuwige duisternis,
+maar die met hun wemelend schijnsel de ruwe harten van zoo velen,
+althans voor een enkelen dag, met hoop en vertrouwen vervullen. Zoo
+lang zij in den afgrond tegenwoordig is, de goede en barmhartige
+en veel vermogende vrouwe, schijnt het altijd dreigende gevaar
+bezworen; en gelijk zij des morgens met plechtig eerbetoon in de
+mijn werd gebracht, zoo wordt zij des avonds weer statig en ernstig
+omhoog gevoerd, maar nu bezoedeld en besmoezeld door rook en damp en
+kolenstof. Boven gekomen, beijveren de jonge meisjes zich nu om haar
+toilet weer in orde te brengen; vervolgens wordt het beeld in een
+daarvoor bestemd kistje weggeborgen en door eene der vrouwen, aan
+wie de zorg voor de relikwie is opgedragen, mede naar huis genomen,
+om daar bewaard te blijven tot het volgende jaar.
+
+De Sint-Barbaradag, 4 November, valt juist samen met den aanvang der
+kermis te Bergen. Reeds tegen den middag wemelen de wegen naar de
+hoofdstad van menschen; men vecht om eene plaats in de spoortreinen;
+in talrijke troepen gaat men op naar het oude Bergen. Daar beweegt
+zich eene nieuwsgierige en kijklustige menigte langs de tenten en
+kramen; met open mond staan de Borains in troepen te kijken naar de
+kunstverrichtingen van den koorddanser en den goochelaar, en wisselen
+zeer gepeperde aardigheden met de hansworsten en kunstrijdsters. De
+huismoeders staan stil voor de kramen, waar zij haar inkoopen
+willen doen, en loven en bieden en dingen tot in het oneindige,
+van de eene kraam naar de andere drentelende, tot zij eindelijk haar
+gading gevonden hebben. Dan gaat men gezamenlijk, onder luid rumoer,
+een bezoek brengen aan de dikke dames, aan het kalf met twee koppen,
+aan het vreeselijke zeemonster dat levende menschen verslindt. Ook
+de nederige tent van de waarzegster wordt niet vergeten, want
+ieder is begeerig te weten wat de toekomst hem brengen zal; en is
+men hieromtrent meer of minder volledig ingelicht, dan gaat het
+in troepen naar de poffertjes- en beignetskramen, waar men zich
+de maag vult met het gebak, dat rijkelijk met sterken drank wordt
+besproeid. En wanneer eindelijk, diep in den nacht, in de kroegen en
+danshuizen de laatste stuiver is verteerd en het laatste glas geledigd,
+dan keeren de kermisgangers, die voor een enkelen dag hun zorgen en
+kommer vergeten hebben, onder onbeschrijfelijk rumoer en getier naar
+hunne woningen terug. Wie zijne illusiën aangaande de bevolking van
+de Borinage behouden wil, doet beter, het vertrek van zulk een trein
+vol terugkeerende kermisgangers niet bij te wonen.
+
+Afgescheiden van het Sinte-Barbarafeest hebben de dorpen in de Borinage
+nog allen hunne eigene kermissen, die op verschillende dagen vallen,
+en met eigenaardige gebruiken gepaard gaan. Zoo is het bijvoorbeeld
+de gewoonte om aanstonds na afloop eener kermis, van huis tot huis
+rond te gaan om giften in te zamelen voor het vieren der volgende. De
+jongelieden, aan wie deze taak is opgedragen, voeren den titel van
+kapiteins: deze betrekking is een soort van eerepost, waaraan zekere
+voordeelen verbonden zijn en die bij opbod wordt uitbesteed. De
+liefhebbers bieden tot honderd, tweehonderd, soms wel driehonderd
+potten bier, naar gelang van de belangrijkheid van het dorp. Met de
+opbrengst der kollekte organiseert men bals en bekostigt men vuurwerken
+en illuminatie: het overschietende komt ten bate van de aannemers.
+
+Zoolang de kermis duurt wandelen deze kapiteins zeer deftig
+door het dorp, bekleed met de teekenen hunner waardigheid,
+namelijk: een steek met pluimen en een rotting; zij zijn naar
+behooren in het zwart met witte das en zien er uit als kellners of
+ceremoniemeesters. Indrukwekkend vooral is de plechtigheid, waarmede
+zij het bal openen: nauwelijks laat de muziek de eerste tonen hooren,
+of zij beginnen langzaam, met gebogen armen, in het rond te draaien,
+met al de majesteit en de deftige sentimentaliteit van ouderwetsche
+hovelingen, die een menuet of eene sarabande gaan dansen. Met half
+gesloten oogen schijnen zij de ongeduldigen en driftigen in bedwang
+te houden, die gevaar zouden loopen de eischen der welvoegelijkheid
+uit het oog te verliezen; maar deze vertooning is niet meer dan
+het verplichte voorspel. Weldra treden kleine meisjes van zes tot
+acht jaren, mooi gekleed en met linten en strikken versierd, in den
+kring; de kapiteins voeren de blozende kinderen, wier kleine voetjes
+onregelmatig trippelen op de maat der muziek, ten dans en walsen met
+haar ten aanschouwe van de verrukte moeders, die voor haar dochtertjes
+tegen klinkende munt het voorrecht gekocht hebben om door de kapiteins
+als "dames de danse" te worden genoodigd.
+
+Een wonderlijke vertooning sluit de reeks van al deze feesten. Is er
+onder de kapiteins een gehuwde, dan rust op hem de verplichting om de
+aanbestedingen te houden voor het kapiteinschap van het volgend jaar;
+maar eerst moet hij zich leenen tot een grap, die zeer krenkend is voor
+zijne waardigheid als echtgenoot, en vermoedelijk haar oorsprong dankt
+aan het avontuur van een of anderen Sganarelle, dat in de gedachtenis
+is blijven voortleven. Men bindt den jongen man, na zijn gelaat met
+roet besmeerd te hebben, op een ezel, en voert hem zoo, onder het
+gejuich en gelach der schare, door het dorp.
+
+Wie de Borinage als het ware met een enkelen blik overzien wil,
+die moet te Bergen plaats nemen in den trein naar Quiévrain, welke
+het geheele kolendistrict doorsnijdt. Binnen een paar uren is men in
+deze hel ver genoeg doorgedrongen, om er op het gelaat en de handen
+en op de kleederen de teekenen, den smet en den stank van mede
+te brengen, als hadde men een tocht ondernomen naar de fornuizen
+van Beëlzebub. Verdoofd door het onophoudelijk geratel van den
+telkens hernieuwden donder, die het gansche land doet gelijken op
+een reuzenaambeeld, dreunend onder de mokerslagen van honderdduizend
+hamers; verblind door de vuurtongen en de rookwolken, die omdwarrelen
+door den verstikkenden, benauwenden dampkring; verbijsterd door het
+schouwspel van al die ijzeren gedrochten, als met ontembare woede
+ronddraaiende, stampende, op en neer gaande, slaande en snuivende,
+onder een zwarten met kolendamp en roet bezwangerden hemel, te midden
+van een landschap, dat u aan een der kringen van Dante's Inferno doet
+denken:--zult ge van dezen tocht een indruk medebrengen, die u nimmer
+uit de herinnering zal wijken.
+
+De vuurspuwende salamander, die u, langs zijn tweelingslijn, in
+vliegende vaart voortsleurt door dit zwart geblakerde landschap,
+dwars door de vlammen en den smook van dezen gloeienden en toch
+donkeren dampkring, past volkomen bij het karakter van dit oord der
+verschrikking. Terwijl hij in vollen ren voortsnelt, rolt de doffe
+donder zijner snelle raderen verder en verder, zich voortplantende
+door de uitgeholde en trillende aardkorst. De gansche streek is op
+schrikwekkende wijze ondermijnd en doorboord, als waren hier tallooze
+legioenen van paalwormen aan het werk geweest; zij gelijkt op een
+koraalrif, in alle richtingen doorkruist door een onnoemelijk aantal
+gangen en galerijen. Elk oogenblik snort de trein door gebarsten
+tunnels, over waggelende bruggen, die zich als door een wonder staande
+houden op dien golvenden grond, zoo onvast als eene onstuimige zee;
+bezweken zij, dan zou zich onder den vliegenden trein een afgrond
+openen, waarin wagens en reizigers reddeloos zouden verdwijnen.
+
+Met eene onbegrijpelijke zorgeloosheid leeft de Borain op dien
+uitgestrekten, sluimerenden krater, die elk oogenblik, door eene
+grondverplaatsing beneden, door een of anderen krachtigen schok,
+natrillende onder de ondermijnde korst, van een kan splijten en
+afgronden openen, waarin groote rivieren zich zouden verliezen. Het
+uitwendig voorkomen van het landschap maakt den indruk van een
+geweldige vulkanische werking, die de aardkorst heeft gescheurd,
+heuvelen heeft doen oprijzen en ravijnen geopend, en op alles den
+stempel gedrukt van het inwendige vuur. Slechts op een enkel punt
+vertoont deze gefolterde en gemartelde natuur een ander, vriendelijker
+gelaat. Eensklaps bevinden wij ons te midden van een echt landelijk
+tafreel, eene liefelijke idylle, waar het malsche groen onze oogen
+verkwikt en wij weder de landlieden op den akker zien; waar geene
+afschuwelijke geluiden de heerlijke stilte verbreken en het helsche
+geknars en gestamp der machines niet wordt gehoord; waar de grond niet
+is bedekt met eene vuile laag van modder en roet, en Gods lieve zon
+niet schuil gaat achter stinkende kolendamp. Het is eene verkwikkende
+oase, zooals wij er zoo velen zullen vinden in het land van Charleroi,
+en die ons vergunnen, weder eenigszins tot ons zelven te komen en de
+benauwende nachtmerrie van kolenmijnen en machines en onmenschelijke
+slavernij en verwildering van ons te werpen. Maar evenals bij den
+storm soms eensklaps op een zeker punt de wolken scheuren en de blauwe
+hemel ons tegenlacht, om onmiddellijk daarna weder, bij het gieren
+van den wind, omfloersd te worden: zoo heeft men ook ter nauwernood
+de verkwikking gesmaakt van dit gezegend plekje, of de noodlottige
+tooverkring sluit zich weer, en verdwenen is het liefelijk landschap,
+badende in den zonneschijn, als een Eden in het hart der hel.
+
+En toch, ondanks den nevel en de zwarte en grauwe tinten, is de
+aanblik van het landschap in zekeren zin schilderachtig. Een breede
+straatweg, die de dicht op elkander volgende dorpen verbindt en tevens
+de hoofdstraat vormt, is ter wederzijde omzoomd door twee ongelijke
+rijen van lage huisjes met donkerroode daken. Op een pleintje verheft
+de katholieke kerk hare spits ten hemel, tegenover het protestantsche
+bedehuis; want onder deze bevolking heeft het Calvinisme talrijke
+aanhangers, die, gelukkig, met hunne katholieke landgenooten op
+goeden voet leven. Voor de deuren zitten, in hun vrijen tijd, de
+mannen neergehurkt, en rooken hun pijp, met de armen rustende op de
+opgetrokken knieën. Zelfs binnenshuis geeft de mijnwerker aan deze
+ongemakkelijke houding de voorkeur boven een stoel; uren lang kan hij
+zoo, soezend en droomend, voor den haard zitten, zich koesterende in
+de warmte.
+
+Doorgaans behoort bij de woning van den Borain ook een klein tuintje:
+welke tuintjes in dit land der schaduwen des doods eene ware
+verkwikking zijn. De bewoner zorgt ook voor dit gezegende plekje:
+hij kweekt daar zonnebloemen, dahlia's, pioenrozen, groote, sterk
+gekleurde bloemen, die schitteren in het zonnelicht en wier aanblik
+voor deze arme lieden een genot is, waarvan alleen de minnaars van
+tuinen en bloemen in de steenen wildernissen der groote steden zich
+eene voorstelling kunnen maken. Als hij niet in de mijn vertoeft,
+verzorgt de mijnwerker zijn tuintje, bindt zijn bloemen op, roeit
+het onkruid uit, harkt de paadjes op, begiet zijn perkjes; in dien
+stillen, vreedzamen arbeid vindt hij een uitweg voor de zachtere
+gevoelens, voor de onbewuste poëzie, die ook bij hem onder de zoo
+ruwe en vaak zoo terugstootende schors slaapt. Waarom geeft men zich
+niet meer moeite om zijn beter ik bij hem wakker te schudden en
+tot bewustzijn te brengen, om hem te verlossen uit dien staat van
+halve verdierlijking, waarin hij dreigt te verzinken? Overal waar
+de poging werd beproefd, zijn de resultaten gunstig geweest. Het
+komt er slechts op aan, de alleszins billijke behoefte dezer tot zoo
+schrikkelijken arbeid gedoemde bevolking aan uitspanning en vermaak,
+aan recreatie--om dit zoo treffend juiste woord te bezigen,--met
+verstand te leiden en op zoodanige wijze te bevredigen, dat het peil
+der zedelijkheid daardoor wordt opgeheven en niet verlaagd. De taak
+is--vooral in onzen tijd--uiterst moeilijk, maar mag toch niet als
+onmogelijk worden opgegeven. In de Borinage echter, waar zoo veel
+mogelijk geldverdienen op den voorgrond staat, is men er, ongelukkig
+genoeg, meer op bedacht, met bijl en houweel de steenkool uit het
+ingewand der aarde te voorschijn te halen, dan onder de ruwe schors
+van zinnelijkheid en egoïsme de goddelijke vonk op te sporen en te
+ontsteken, die sluimert in iedere menschelijke borst.
+
+
+
+III
+
+
+Wij gaan in onze verbeelding een paar eeuwen terug. Het land van
+Charleroi en de omliggende streken waren toen nog niet, als nu, de
+prooi van eene rustelooze, rumoerige, alles verdringende industrie,
+de geboren vijandin van alle natuurschoon en alle poëzie; de bevolking
+legde zich veel meer op landbouw dan op nijverheid toe. Wel waren er
+te Châtelineau, te Grilly, te Charnoy (de bakermat van het latere
+Charleroi), te Lodelinsart, te Jumet, enkele kolenputten; maar de
+kunst om die putten of mijnen te exploiteeren verkeerde nog in hare
+kindsheid; men gebruikte wat als het ware voor de hand lag, en de
+steenkool, die als handelsartikel nog weinig beteekende, dacht er nog
+niet aan, de heerschappij van het hout op het gebied der nijverheid
+te betwisten. De metallurgie deed nog niet de aambeelden zuchten
+onder de rustelooze slagen der zware hamers en wekte de echo's
+der stille valleien nog niet met het oorverscheurend gefluit der
+machines. Te Marchienne, te Monceau, te Presles, te Loverval en op
+enkele andere plaatsen vond men eenige onbeteekenende smederijen
+of pletterijen; voor het overige brachten de landlieden, in de
+meeste dorpen langs de Sambre, de lange winteravonden door met het
+vervaardigen van spijkers. Niets deed toen en ook nog veel later de
+ontzaglijke vlucht vermoeden, welke de groote industrie later zou
+nemen, en die het geheele aanschijn des lands zou veranderen. Wie
+toen langs de liefelijke boorden der Sambre, door geurige bosschen,
+door bloeiende boomgaarden en met bloemen beparelde weiden wandelde,
+ademde eene zuivere lucht in, niet bezwangerd met vuile dampen
+van allerlei soort, en kon zijne oogen vrij laten dwalen door het
+schilderachtige, romantische landschap, zonder overal te stuiten op
+monsterachtige fabriekgebouwen en wanstaltige, vuur en rook spuwende
+schoorsteenen. Onze benijdenswaardige voorvaderen leefden ook nog niet
+in dien eeuwigen, verbijsterenden rosmolen, in den wilden roes die
+ons onweerstaanbaar medesleept in zijn suizelende vaart; zij hadden
+nog den tijd om van den arbeid uit te rusten en in stille kalmte
+het leven te genieten; zij kenden ze nog niet, die aangezichten,
+waarop de onverzadelijke geldzucht, de razende speculatiekoorts
+haar onuitwischbaren stempel hebben gedrukt, uit wier harde koude
+trekken zelfzucht en koele berekening spreken; die aangezichten,
+waarop iedere flikkering van hooger leven is uitgedoofd, trouwe
+spiegels van de ledige, door zelfzucht verteerde, door ongeneeslijke
+verveling en onvoldaanheid verkankerde harten. Onze voorvaderen,
+zij hebben de schoone Sambre-vallei nog gekend als een dichterlijk
+Eden, hier gekroond met boschrijke heuvelen, aan wier voet de golfjes
+kabbelden der rivier; daar zich uitbreidende in groene weilanden,
+met veelkleurige bloemen bezaaid, waar de bij haar honig puurde en de
+veelkleurige vlinders fladderden; tuinen en velden, waartusschen de
+murmelende Sambre, in tallooze bochten, zich slingerde als een zilveren
+lint, wandelende in ongestoorde vrijheid. Want de ingenieurs waren
+nog niet gekomen en hadden de dichterlijke, kronkelende rivier nog
+niet misvormd tot een rechtlijnig kanaal, leelijk als een spoorweg; en
+vischrijke beekjes, waarin kreeften en forellen huppelden en dartelden
+tusschen de gladde glimmende steentjes en over het smaragdgroene mos,
+vroolijke zingende, dartele beekjes met welluidende, sonore namen,
+spoedden zich vroolijk en lustig naar de rivier, om haar de schatting
+te brengen van haar kristallen wateren. Een waas van plechtige stilte,
+van stemmende sabbathrust lag over geheel het schoone landschap
+uitgespreid: eene stilte, niet verstoord, maar verhoogd en als gewijd
+door het statig ruischen der bosschen, het gemurmel der vlietende
+wateren, het gezang der vogelen. Nevens een groot aantal aanzienlijke
+boerderijen en hofsteden, waar in aartsvaderlijke eenvoudigheid, van
+geslacht tot geslacht, brave en achtenswaardige landbouwersgezinnen
+hun leven sleten, verhieven zich in het dal enkele kleine steden,
+trotsch op haar sterke muren en wallen, haar torens en grachten, haar
+veilige ligging op de steile rots: Thurin, Walcourt, Fontaine-l'Evêque,
+Marchienne, Châtelet, Fosses; voorts eenige aanzienlijke vlekken, met
+recht fier op hun hooge oudheid: Gosselies, Gerpinnes, Fleurus. En
+te midden der boerenwoningen troonden de hooge adellijke burchten,
+met hun zware gekanteelde muren en torens, hun ophaalbruggen, met
+de glorierijke herinneringen van heldenroem en ridderdeugd: Monceau,
+Montigny, Farciennes, Acot, Presles, Loverval. En op de liefelijkste,
+schoonste plekjes schuilden, in het stille bosch, in de rustige
+betooverende vallei, de groote, van ouds beroemde, rijk begiftigde
+abdijen: Lobbes Alne, Oignies, Floreffe; en vele kloosters van minderen
+rang, Soleilmont voor vrouwen, Saint-Frangois-sur-Sambre voor mannen,
+als ook enkele kluizen, Saint-Blaise te Bouffiaulx en nog een paar
+anderen, die mede bijdroegen tot de schilderachtige fysionomie van het
+stille landschap. Daar, in die kloosters en abdijen, in die kasteelen
+en heerenhuizingen, vloot het leven meestal rustig en kalm voort,
+vaak gewijd aan studie en wetenschappelijke nasporingen, aan gebed en
+vrome overpeinzingen. De massa der bevolking leefde stil en eenvoudig,
+naar voorvaderlijke zede, in eerbiedige onderwerping aan het eeuwenoude
+gezag van den wereldlijken of geestelijken heer, onbekend met hetgeen
+daar buiten in de wereld geschiedde, ten eenemale vreemd aan de
+politiek en wat daarmede samenhangt. De landman, de ambachtsman,
+de stille gezeten burger, zij allen verrichtten met zorg en ijver
+en nauwgezetheid hun arbeid; zij kweten zich van de verplichtingen,
+die uit verschillenden hoofde op hen rustten en trachtten zich in hun
+kring nuttig te maken; maar zij waren te verstandig om te staan naar
+hetgeen buiten dien kring ligt, om te meenen dat ook zij geroepen en
+bevoegd waren om mede het land te regeeren....
+
+Die tijden zijn voorbij. Wie nu per spoortrein van Bergen naar
+Charleroi reist, aanschouwt een gansch ander tafreel, al heerscht
+hier ook, in vergelijking met de koortsige, razende werkzaamheid in
+de Borinage, een betrekkelijke rust, en al wordt het oog menigmaal
+verkwikt door den aanblik van groene weilanden en bloeiende akkers.
+
+Binche, de vroolijke bakermat dier _Gilles_, die een zoo voorname rol
+spelen in het beroemde karnaval der stad; Binche heeft steenkolenmijnen
+en glasblazerijen, wier geraas evenwel de stilte en rust van het
+landschap niet al te zeer verbreekt. Deze kalme, rustige natuur reikt
+tot aan de boorden van de Sambre: maar daar wijkt de idylle eensklaps
+voor het verbijsterend rumoer der alles overweldigende industrie. Toch
+is het hier nog niet zoo erg als in de Borinage: te midden van dit
+gebied van ijzer en vuur vindt men nog stille liefelijke plekjes
+vol lommer en landelijke poëzie. Dikwijls nog bewaart de eens zoo
+liefelijke vallei, nu onophoudelijk weergalmend van het geraas der
+smederijen, voor den reiziger de aangename verrassing van die stille
+nestjes, in het dichte lommer verscholen, vol geheimzinnige schemering
+en welluidend gezang, van die bekoorlijke plekjes, waar men ongestoord
+de vrije natuur genieten kan: paradijzen te midden dezer hel waar de
+stoom en de machines hun triomf vieren. Reeds te Marchienne verbijstert
+u het oorverdoovend geraas van tallooze hamers, nederdalende op ijzeren
+platen of trillende aambeelden; wij bevinden ons weder in het gebied
+van den demon des vuurs, aan wien wij te Cuesmes ontsnapt waren,
+maar die ons nu niet eer zal loslaten voor wij den kring hebben
+overschreden eener vrij wat meer saamgestelde industrie dan in de
+Borinage, want bij de exploitatie der steenkolenmijnen komt hier,
+in het land van Charleroi, de bewerking der metalen en van het glas.
+
+Reeds bij de met heete kolendamp bezwangerde nevels van Elouges, Dour
+en Hornu, was het ons, of wij door eene hel rondwandelden; maar hier
+is die indruk nog sterker, in zoo geweldige mate is hier de geheele
+natuur veranderd en misvormd door den rusteloozen menschelijken
+arbeid, onverbiddelijk en onbuigzaam als het noodlot. Men moet in
+waarheid zijne toevlucht nemen tot beelden en vergelijkingen aan eene
+bovennatuurlijke orde ontleend, om een eenigszins getrouwe voorstelling
+te geven van dien verwoeden, razenden kamp, door eene gansche bevolking
+tegen de elementaire natuurkrachten gevoerd: een strijd, waarin de
+mensch wordt bijgestaan door dat andere wezen, dat hij naar zijn
+beeld heeft geschapen, dat voor en met hem arbeidt, als met verstand
+en oordeel des onderscheids begaafd, maar dat hem ook, onder meer dan
+een opzicht, tot zijn slaaf heeft gemaakt. De machine--dat schepsel
+van ijzer, niet het evenbeeld, maar de karikatuur, de aap van den
+mensch;--heerscht hier alom als de natuurlijke bondgenoot en helper van
+haar heer en meester, van dien bleeken, uitgeteerden, hongerigen man,
+die haar in beweging brengt, hare gewrichten insmeert en lenig houdt,
+en haar maag vult met telkens nieuwen voorraad, dien zij brullende
+verslindt. Of liever, die machine, de titan, die in zijn geblakerd
+paleis niets nevens zich duldt; die wanstaltige Briareus, die zijne
+duizend armen uitstrekt in alle richtingen, die der zon zijn vuilen
+adem in het aangezicht spuwt en de ingewanden der aarde doorwroet; die
+apokalyptische reus heerscht hier als koning en opperste gebieder over
+een volk van slaven, dat niet dan door hem leeft. Inderdaad schijnt
+de mensch, een machtelooze dwerg tegenover den geweldigen titan, niet
+anders dan een slaaf, die voor het levensonderhoud en de veiligheid
+van den reus moet waken; maar daarbij voortdurend op zijne hoede moet
+zijn tegen de verraderlijke streken en doodelijke aanslagen van den
+geweldige, die er steeds op uit is, zich te wreken over de banden,
+welke de nietige mensch hem aanlegt, over de strenge tucht, waaraan
+hij hem onderwerpt. Want hij gevoelt het wel, de machtige heerscher,
+dat ondanks al zijne reuzenkracht en zijn onberekenbaar vermogen,
+waartegen de zwakke mensch niets vermag, toch de wil van dien zwakken
+nieteling hem regeert en hem het onverbiddelijke: "Tot hiertoe en niet
+verder!" toeroept, waarvoor hij zwichten moet. Hij buigt voor die wet;
+maar terwijl hij zijne reuzenarmen op en neder laat gaan en het gansche
+veelvoudige samenstel van raderen en buizen en zuigers en riemen,
+als de ledematen van een monsterpolyp, in beweging brengt; terwijl
+hij de lucht vervult met zijn geloei en gesnuif en geblaas, zint hij
+op wraak en loert op eene gunstige gelegenheid om de pygmeën, die hem
+omringen en beheerschen, te straffen voor hunne vermetelheid. Nu eens
+grijpt hij er een, in het voorbijvliegen, bij een slip van zijn kleed,
+sleurt hem mede tusschen zijne tanden, vermaalt hem en werpt hem op
+den vloer, eene vormelooze, bloedende massa. Daar weder waagt hij eene
+stoute poging om zijne banden te breken: als een andere Simson verheft
+hij zich in zijne woeste kracht, doet zijne ketels barsten, vernielt
+zijn tempel, plettert alles tot gruis, begraaft de lijken onder het
+neerstortend puin en verspreidt wijd en zijd dood en verwoesting.
+
+Beschuldigt men mij wellicht van te stoute beeldspraak, van te
+fantastische overdrijving? Welnu, treedt dan een dier groote
+pletterijen binnen, die te Couillet, te Marchienne, te Châtelet,
+te Monceau-sur-Sambre, bij honderden den grond doen dreunen onder de
+rustelooze beweging harer machinerieën; en zeg mij dan of niet bij den
+aanblik van deze verwonderlijke gewrochten der wetenschap, zoo zuiver
+stoffelijk en mechanisch, en toch op wonderlijke wijze doortinteld van
+een verborgen leven: zeg mij, of dan niet onwillekeurig de gedachte
+bij u oprijst aan een zelfbewust wezen, dat krachtens eigen wil en
+wet handelt en werkt, onafhankelijk van hetgeen daarbuiten is? Als de
+ledematen van het menschelijk lichaam, zoo schijnt elk deel van dit
+reusachtig organisme zelfstandig te werken, met haastiger of langzamer
+beweging, naar gelang de bewuste wil dat voorschrijft en regelt, met
+het oog op het doel van al dezen gemeenschappelijken arbeid.--Wat
+mij aangaat, het is nooit zonder een gevoel van bewondering, maar
+ook van geheimen onwederstaanbaren afschuw, dat ik de bewegingen, nu
+verblindend snel, dan tergend langzaam, de slingeringen en wendingen
+van deze reusachtige werktuigen aanzie: hier, die in vliegende
+vaart rondwentelende raderen, wier tanden in elkander grijpen;
+elders die als in stomme wanhoop op en neer gaande zuigers; ginds
+die monsterachtige hamers, in staat om rotsen te pletter te slaan en
+toch soms zoo onmerkbaar, zoo huiveringwekkend zacht nederkomende,
+dat ge uw vinger op het aambeeld zoudt kunnen leggen zonder schade
+te ondervinden; al dat gedraai, gewoel en gewemel, dat u den indruk
+geeft van een levend wezen, van een of ander voorwereldlijk gedrocht,
+dat overal, naast u, achter u, voor uwe voeten, hoog boven uw hoofd,
+zijne tallooze armen en voelhorens en wonderlijke organen uitstrekt en
+in beweging brengt; met een gesnuif, als van eene benauwde ademhaling,
+met een verdoovend gesis en gefluit en gegons, met snijdende kreten
+als van een gemartelde op de pijnbank.
+
+In den ketel kookt en woelt en brult de stoom, die van dit middelpunt,
+het onstuimig kloppend hart van den reus, door honderden buizen,
+als zoo vele aderen, de levenskracht doet uitgaan, welke het gansche
+mechanisme in beweging zet. Zoodra die heete stroom door zijne
+aderen bruist, ontwaakt de titan uit zijne rust: zijne gewrichten
+ontspannen zich, de kettingen kraken, de raderen beginnen te wentelen;
+de geweldige kolossus rekt zijne ledematen uit, richt zich op en
+hervat in woedende drift zijn arbeid. Wee den ongelukkige, die
+het monster te nabij komt! In een oogwenk wordt hij aangegrepen,
+meegesleurd, vermaald en verslonden, zekerder dan door de kaken
+van tijger of krokodil. Maar die vreeselijke kracht tot vernielen,
+waarmede de wetenschap hem heeft toegerust, wordt in toom gehouden
+door het genie van den mensch, die den geduchten titan aan zijne
+wetten onderwerpt, ieder zijner bewegingen bepaalt en regelt, hem als
+aan eene onverbreekbare ketting leidt, en dienstbaar maakt aan zijn
+wil. Zoo arbeidt hij, de geweldige, ten behoeve der moderne industrie,
+die zonder hem niet bestaan kan, niet denkbaar is.
+
+Van Marchienne tot Monceau en van Couillet tot Sainte-Marie d'Oignies
+is de hemel rood gekleurd, als door den weerschijn van een reusachtigen
+brand, en is de lucht met rook en damp vervuld, als waren eenige
+honderden batterijen rusteloos in werking. Overal steken de hooge
+schoorsteenen, als bladerlooze boomstronken hoog in de lucht. In eene
+eindelooze rij, bijna zonder tusschenpoozen, volgen pletterijen op
+kalkovens, steenkolenmijnen, glasblazerijen, hoogovens; op sommige
+plaatsen, zoo als te Couillet, te Monceau, te Sainte-Marie d'Oignies
+en te Mariemont, vormen deze verschillende inrichtingen uitgestrekte
+établissementen, onder een enkel bestuur geplaatst en met eene talrijke
+bevolking: kleine steden op zich zelven. Het zijn inderdaad steden, met
+haar straten, haar grachten, haar spoorwegen, haar eigen organisatie,
+met eene groote mate van zelfstandigheid en eene eigene fysionomie,
+die elke van haar in het bijzonder onderscheidt.
+
+Reeds in 1830 liet de maatschappij Marcinelle-et-Couillet de eerste
+werkmanswoningen bouwen, en gaandeweg werden nieuwe inrichtingen ten
+behoeve der arbeidersbevolking in het leven geroepen: bewaarscholen,
+scholen voor lager onderwijs, teekenscholen, ambachtsscholen, een
+muziekgezelschap, een spaarbank, een maatschappij van levensverzekering
+en dergelijken. Te Mariemont heeft de welvaart, dank zij vooral
+de ijverige bemoeiingen en verstandige energie van den heer Abel
+Warocquié, een hoogen trap bereikt. Te Sainte-Marie d'Oignies
+vormen de ruim zestienhonderd bedienden en werklieden in zekeren zin
+eene groote familie, die, behalve haar scholen, ook een winkel van
+levensmiddelen, eene goedkoope spijsinrichting, hulp- en spaarbanken
+bezit en eene tamelijk ingewikkelde maatschappelijke organisatie op
+zich zelve vormt. Elders vindt men hetzelfde, zij het ook op kleiner
+schaal; deze industriëele centra streven er naar, eene zelfstandige
+maatschappelijke organisatie in het leven te roepen, waardoor ook
+voor de welhaast in duistere slavernij verzonken arbeidersbevolking
+een weg geopend wordt om zich uit de diepte op te heffen en tot een
+meer menschwaardig bestaan te geraken.
+
+Evenals in de Borinage wordt ook hier deze geheele beweging
+hoofdzakelijk geleid door een uitgelezen korps van ingenieurs,
+die zich zoo veel mogelijk trachten neer te buigen tot het peil der
+onontwikkelden om hen langzamerhand tot zich op te heffen, en ook
+in de onderste lagen der maatschappij het licht der wetenschap te
+doen schijnen. Hun aantal is legio: de school te Luik, waar beroemde
+leeraren eene talrijke schaar van leerlingen om zich vereenigen,
+is de kweekplaats, die telkens nieuwe officieren levert, om op de
+slagvelden der industrie de drommen der soldaten aan te voeren. Ik
+weet niet hoe het in andere landen, waar de grootindustrie bloeit,
+gesteld is; maar ik weet wel, dat in dit waalsche land, waar telkens de
+moeilijkste vragen worden opgeworpen, met ijver en toewijding gearbeid
+wordt aan de geestelijke en zedelijke verheffing en bevrijding van
+de arbeidende klasse :--dat geduchte probleem, aan welks oplossing
+de moderne demokratie wel waarlijk haar beste krachten mag beproeven,
+want aan die oplossing hangt haar leven. En het ware onrechtvaardig en
+onbillijk, de goede vruchten van dien arbeid te loochenen, de waarde
+der verkregen resultaten te miskennen; te loochenen dat, althans in
+de voornaamste centra, het peil der ontwikkeling niet onbelangrijk
+gerezen is en de beschaving, ook onder de lagere klassen, vorderingen
+heeft gemaakt. En niet alleen tracht men den geest te beschaven, men
+doet ook het mogelijke om de positie van den werkman te verbeteren
+en hem in zijn eigen oog te verheffen. Te Sainte-Marie d'Oignies kan
+de werkman, door geregelde betaling zijner huur, zich den eigendom
+verzekeren van zijne woning, die, hoe nederig zij moge zijn, toch
+den eigenaar in eigen schatting doet rijzen en hem iets geeft van het
+rustige zelfgevoel van een landheer, die op zijn eigen goed zit. Ook
+zal het besef van eigendom hem dikwijls bewaren voor de gevaarlijke
+verlokkingen van eene fantastische toekomst, waarvan het toch niet
+zeker is dat zij inderdaad verbetering in zijn lot zou brengen. Te
+Mariemont, waar men hetzelfde stelsel in toepassing brengt, heb ik
+arbeiderswoningen gezien. Zij bestaan doorgaans uit vier vertrekken,
+twee beneden en twee boven, met een tuintje, dat de noodige groenten
+voor het gezin kan opleveren. Eene familie van vijf of zes personen
+heeft het in zoo'n huisje wel niet ruim, maar de woning is ten minste
+gezond en zindelijk; er heerscht zekere mate van welvaart, een geest
+van orde en spaarzaamheid, die deze arbeiderskoloniën zeer gunstig
+onderscheidt van de ellendige krotten in de Borinage.
+
+Dit alles is zeker uitmuntend en voortreffelijk; en men moet zonder
+eenige aarzeling den ijver, de toewijding en de goede bedoelingen
+prijzen van hen, die dit alles in het leven riepen en, naar hun
+oordeel, niets onbeproefd lieten om de onvermijdelijke noodlottige
+en verderfelijke invloeden en werkingen der moderne industrie te
+keeren, en den voortgang van het kwaad te stuiten. Toch--ik mag het
+niet verzwijgen--is bij mij menigmaal de vraag gerezen, of aan al dien
+arbeid, aan al die inspanning, aan al die opoffering en toewijding niet
+iets ontbreekt, eene hoofdzaak ontbreekt: en of niet door het gemis
+van dat ééne, al het andere in het eind zal blijken ijdel en vergeefs
+te zijn geweest? Voorzeker, deze industrieelen en ingenieurs zijn geen
+grove materialisten, die meenen dat voor den mensch alles gedaan is,
+wanneer hij eene goede woning en overvloedig voedsel heeft, wanneer
+hij trouwen kan en kinderen verwekken; neen, zij weten en begrijpen
+dat hij ook geestelijke behoeften heeft, zij trachten zijn verstand
+te ontwikkelen, den kring zijner kennis uit te breiden, het licht der
+wetenschap ook op den werkman te doen schijnen. Maar, voor hen, immers
+voor de meesten hunner, is dat dan ook genoeg: dat intellektueele
+ontwikkeling en zedelijkheid, dat kennis en karakter al zeer weinig
+met elkander hebben uit te staan; dat het bezit van het eene niet
+den minsten waarborg oplevert voor de aanwezigheid van het andere;
+dat althans voor de overgroote meerderheid eene bloot verstandelijke,
+wetenschappelijke beschaving zonder zedelijk-godsdienstigen grondslag,
+zonder positieve religieuse overtuiging, inderdaad geene beschaving,
+maar eene verniste barbaarschheid, niet eene weldaad en zegen, maar
+veeleer een vloek en een zeer groot gevaar is:--ziedaar eene waarheid
+die, naar ik vrees, ook hier, als elders, al te zeer uit het oog
+wordt verloren. Zou het niet in de eerste plaats daaraan zijn toe te
+schrijven, dat juist onder die zoogenoemd verlichte en ontwikkelde
+arbeidersklasse, juist in die kringen der half-cultuur--veel erger
+en veel gevaarlijker dan volslagen onwetendheid--het socialisme zijne
+vurigste predikers en ijverigste aanhangers telt?
+
+Maar in dergelijke vragen, hoe gewichtig ook, hebben wij ons hier niet
+te verdiepen. Overigens zou men zich zeer vergissen, indien men den
+toestand der bevolking van deze geheele streek ging afmeten naar enkele
+bevoorrechte dorpen, waar de voorgang en de werkzaamheid van eenige
+welwillende en menschlievende patroons een weldadigen invloed heeft
+uitgeoefend op het lot der arbeiders. Overal elders, waar die invloed
+zich niet heeft doen gevoelen, komt de oorspronkelijke ruwheid aan den
+dag, die bij de eerste aanraking uwe sympathie voor den ongelikten,
+onvriendelijken, brutalen en ontevreden werkman op eene harde proef
+stelt. Wanorde en zorgeloosheid kweeken en bevorderen de armoede,
+die weder op haar beurt eene gansche sleep van ellende en verkeerdheid
+medebrengt.
+
+Wie nu echter niet als moralist of wijsgeer, maar enkel als kunstenaar
+deze bevolking gadeslaat, zal getroffen worden door eene krachtig
+geteekende individualiteit, door zekere oorspronkelijkheid en een waas
+van sombere poëzie, waardoor deze ruwe, misdeelde menschen zoo goed
+passen bij de omgeving, bij de woeste, onherbergzame, ruwe fysionomie
+van dit land van nimmer poozenden, buitensporigen arbeid. De aard zelf
+van dit leven in de ingewanden der aarde of tusschen de gloeiende
+fornuizen en smeltovens der pletterijen en glasblazerijen, schijnt
+hen als van nature voor te bestemmen tot zekere natuurlijke ruwheid
+en woestheid: zij maken bijna den indruk van wezens tot eene andere,
+lagere orde behoorende, gedoemd tot den onophoudelijken strijd met de
+elementen en de onbewuste krachten der natuur. De donkere teekening
+die ik, naar waarheid, van de Borinage heb opgehangen, past ook
+volkomen op dit eenmaal zoo schoone land, waarvan de industrie eene
+huilende wildernis heeft gemaakt, dat zij heeft misvormd, verscheurd,
+geteisterd, omgekeerd, en van alle natuurschoon, van alle frischheid
+en leven beroofd.
+
+Echter zou ik u een verkeerden indruk van deze streek geven, indien
+ik ook niet wees op de bewonderenswaardige orde onder deze schijnbaar
+chaotische wanorde, en op de weergalooze bekwaamheid, waarmede de
+industrie van dat verwoeste land heeft weten partij te trekken voor
+haar middelen van gemeenschap en vervoer. Als een reusachtig spinneweb
+strekken de spoorwegen naar alle kanten en in alle richtingen hunne
+tallooze rails uit, die de fabrieken en werkplaatsen verbinden met
+de lijnen van den staat. De onophoudelijke donder der voortsnorrende
+treinen doet den grond beven, bruist door de tunnels, ratelt over de
+viaducs; en dit oorverdoovend geraas vermengt zich met het knarsen
+en kraken van duizenden karren op de sintels en het steengruis der
+wegen; met de kreten der voerlieden, die hun vracht op- en afladen;
+met de beweging en het rumoer van de drukke scheepvaart op de Sambre en
+het kanaal van Brussel naar Charleroi: twee belangrijke waterwegen,
+waarlangs de produkten van deze reusachtige werkplaats tot in de
+uiterste deelen des lands en naar den vreemde worden vervoerd.
+
+Ik zal mijn lezers niet in de fabrieken rondleiden. De bezichtiging
+van dergelijke inrichtingen, pletterijen, smeltovens, glasblazerijen
+en hoe ze meer mogen heeten, is toch alleen voor den deskundige van
+belang en heeft ook alleen voor hem eenige aantrekkelijkheid. Geen
+deskundige zijnde, gevoel ik nooit eenigen aandrang om zulk eene
+fabriek te gaan bezichtigen; gebeurt het mij eene enkele maal dat
+ik haar drempel moet overschrijden, dan is de algemeene indruk in de
+hoogste mate onaangenaam, en wensch ik niets liever dan dit lokaal,
+waar oog en oor, gevoel en smaak om het zeerst worden gekwetst
+en beleedigd, zoo spoedig mogelijk te verlaten. Welnu, ik zal mijn
+lezers die kwelling besparen; wij hebben nu waarlijk lang genoeg over
+de industrie gesproken, en keeren van harte gaarne tot aangenamer en
+belangrijker onderwerpen terug.
+
+
+
+IV
+
+
+De verwonderlijke scheppingen der hedendaagsche wetenschap, de alles
+verdringende werkzaamheid der industrie, ze mogen ons niet verhinderen
+een blik te werpen op het verleden van het land, waarop de nieuwere
+tijd zoo machtig zijn stempel heeft gedrukt, maar waar de sporen en
+herinneringen van vroeger eeuw gelukkig toch nog niet geheel zijn
+uitgewischt. Trouwens, eene ontwikkeling als waarvan wij getuigen
+waren, is alleen mogelijk op een grond, sedert lang door menschen
+bewerkt en door hun zweet gedrenkt: en de bodem van Henegouwen heeft
+heugenis van tijden, nog ouder dan de oudste historische herinneringen.
+
+In de Borinage heeft zich tot op onze dagen een type bewaard,
+wezenlijk verschillende van dien in het overige deel der provincie,
+en die door den gelaatsvorm en de breede vierkante schouders
+eenigszins herinnert aan de soldaten der romeinsche legioenen,
+die in deze streken de pionniers waren der beschaving. Op de plek,
+waar thans Bergen, de hoofdstad der provincie, is gelegen, bevond
+zich weleer een van die talrijke versterkte legerplaatsen, zooals
+de soldaten van Caesar overal in het veroverde land aanlegden. Zoo
+vlecht de oude traditie een band tusschen de moderne cyclopen, die in
+de mijnen en smelterijen arbeiden, en de bouwers van waterleidingen en
+militaire heirbanen, wier werk, de eeuwen tartende, nog bijna overal
+in Henegouwen in stand is gebleven. Maar hoe eerbiedwaardig ook,
+deze traditie zelve rust op de overblijfselen eener nog veel oudere
+traditie, die langen tijd in den schoot der aarde verborgen bleef,
+als het geheim van een verdwenen geslacht, dat bij zijn verdwijnen
+van de aarde iedere herinnering aan zijn bestaan mede had willen
+nemen in het graf der eeuwige vergetelheid, waarin voor en na alle
+geslachten der menschen verdwijnen.
+
+Toen de mijnwerkers, die onophoudelijk op hun ontdekkingstocht in
+de duistere diepte het eeuwenen eeuwenoude graf schenden, waarin de
+versteende overblijfselen slapen van de geheimzinnige reusachtige
+wouden der voorwereld,--van welker omvang men zich eenigszins een
+flauw denkbeeld zal kunnen vormen, als men bedenkt dat de dikte van
+de steenkolenlaag in het bekken van Bergen veertig meters bedraagt,
+en dat, volgens nauwkeurige berekening, onze dichtste wouden na
+verloop van eene eeuw niets meer zouden opleveren dan een enkele
+schop kool van acht millimeters dikte!--toen de mijnwerkers de
+eerste bladzijden aan het licht brachten van het geheimzinnige boek,
+waarop de hand der natuur zelve de geschiedenis der aarde heeft
+geschreven, en men daarop de gewijde teekens begon te ontcijferen,
+toen kwam het wel bij niemand op, dat het immer mogelijk zou zijn,
+op deze diepte onder de bewoonde aarde sporen te vinden van den
+mensch.--En toch, naarmate men met meer ijver en nauwgezetheid deze
+relikwieën bestudeerde eener oorspronkelijke wereld, ontdekte men
+in de diep bedolven lagen, die eenmaal, in de verre schemering der
+eeuwenreeksen, de bovenkorst der aarde hadden gevormd, de sporen
+van een menschelijken voetstap. En die sporen volgende, kwam men
+langzamerhand tot de ontdekking van menschelijke woonplaatsen,
+afkomstig uit een tijd, waaraan iedere andere herinnering reeds bij
+den aanvang van hetgeen wij het historische tijdperk noemen, verloren
+was. In de provincie Namen vond men voor het eerst het geheimzinnig
+spoor van den voorhistorischen mensch. Op het zware gordijn, waarachter
+zich voor ons het verleden verbergt, vertoonden zich eensklaps de
+geheimzinnige omtrekken van een volk van schimmen, in wie het toch
+onmogelijk was de menschelijke gedaante niet te herkennen; van wezens,
+die hoe laag zij naar onze schatting ook mogen staan, toch met ons
+dezelfde menschelijke natuur gemeen hadden, even als wij aan de wet
+van lijden en smart waren onderworpen, en wier lot, als het onze,
+buiten hun toedoen geregeld werd door die eeuwige machten, tegenover
+wie wij even weerloos staan als zij. Pompeji, eeuwen lang onder de
+asch bedolven, herrees op zekeren dag uit haar graf, en toonde ons
+een menschengeslacht, te midden van de werkzaamheid en genietingen
+des levens plotseling in den dood gestort. Zoo vond men in de grotten
+en spelonken van de Lesse en de Hermeton, onder de asch der tijden en
+der geslachten, de sporen van eene primitieve wereld, aan welke het
+denkbeeld van maatschappelijk leven nog vreemd schijnt te zijn geweest.
+
+In Henegouwen kan het nieuwsgierig onderzoek niet zoo ver terug
+gaan. Op het punt, waarop hier de geodesische waarnemingen en
+ontdekkingen ons gebracht hebben, vindt men reeds een begin van
+beschaving en ontwikkeling; in den strijd om het bestaan--die van
+den aanvang af gepaard ging met moord en bloedstorting--in dien
+bitteren strijd bediende deze primitieve maatschappij zich van de
+wapenen, die haar de aarde zelve verschafte. De eerste arbeid van den
+mensch, liever de eerste kunstindustrie--begin en oorsprong van alle
+anderen--is gericht op de vervaardiging van doodelijke wapenen, die
+hij in de eerste plaats keert tegen het gedierte, dat hem het leven
+betwist en dat hij zich tot voedsel neemt, en vervolgens ook tegen
+zijn medemensen. Gedreven door de harde noodzakelijkheid om in zijn
+levensonderhoud te voorzien, scheurt hij den moederschoot der aarde
+open, die hem tot dusverre met haar planten en wortels gevoed heeft,
+maar zijne wassende begeerlijkheid niet meer bevredigen kan. Te
+Spiennes, niet ver van Bergen, heeft men, diep onder den grond,
+een aantal steenen voorwerpen en gereedschappen gevonden, buiten
+eenigen twijfel door de hand der menschen bewerkt. Tusschen Dour en
+Bergen, midden in het centrum der moderne industrie, heeft men zeven
+putten ontdekt, die blijkbaar gediend hadden voor de exploitatie
+van vuursteen. Bestond toen reeds in deze streken een brandpunt
+van industrie?
+
+In later eeuw, toen het geslacht dezer alleroudste bewoners sinds
+lang was ondergegaan, kwamen de romeinsche legioenen, die het oude
+Gallië hadden overstroomd, ook in deze landstreek, waar zij de kiemen
+zaaiden eener beschaving en ontwikkeling met zoo forsche en taaie
+levenskracht begaafd, dat nog heden het geheele land vol is van de
+teekenen en herinneringen aan de werkzaamheid dier machtige kolonisten.
+
+Sedert 1829, toen opgravingen te Montigny-sur-Sambre overblijfselen
+eener waterleiding aan het licht brachten, heeft men op tal van
+plaatsen genoeg sporen van den arbeid der Romeinen gevonden, om zich
+eenigermate eene voorstelling te kunnen vormen van den toestand dezer
+streek tijdens de heerschappij der onsterfelijke wereldstad. Zeker
+moet men hier geen monumenten verwachten als in het land van Trier;
+deze bodem, waarin sinds eeuwen onophoudelijk werd gegraven en gewroet
+ter opsporing van metalen, eigende zich slecht voor de schepping en
+vooral de instandhouding van schoone kunstgewrochten; maar hetgeen men,
+onder de eeuwenheugende laag van asch en sintels en slakken gevonden
+heeft, hoe misvormd en geschonden ook, toont ons toch duidelijk,
+hoe ook hier het zoo verwonderlijke organiseerende en scheppende
+genie van Rome werkzaam is geweest om dat ruwe land van rotsen en
+ondoordringbare wouden te herscheppen en te ontginnen, ongeveer
+op dezelfde wijze als Caesar de ruwe natuur der Nerviërs bedwong
+en beschaafde, die bij zijne verschijning de streek bewoonden. Op
+verschillende plaatsen vond men graven en werden geheele nekropolen
+bloot gelegd. Te Presles--waar, naar de vrij algemeen aangenomen
+meening, de gedenkwaardige, zoo moorddadige veldslag geleverd werd,
+waarbij zestigduizend Nerviërs aan de legioenen van Caesar de zege
+betwistten,--vond men veertig gallo-romeinsche grafsteden. Te Aiseau
+ontdekte men een geheel kerkhof. Te Marcinelle ziet men reeds op
+vrij grooten afstand eene groote tombe, waar boven een boom oprijst:
+ook deze tombe is van romeinschen oorsprong. Te Gerpinnes brachten
+de opgravingen eene villa aan het licht, bestaande uit drie gebouwen
+met eene onderaardsche kamer, vermoedelijk een lararium, waarheen
+een trap van eenige treden toegang gaf, en die, te oordeelen naar
+de kruisen tusschen de nissen, later voor de christelijke eeredienst
+moet zijn gebruikt.
+
+Deze verre herinneringen zijn echter niet de eenigen, die bij eene
+wandeling door het henegouwsche land worden opgewekt.
+
+Henegouwen was van ouds de zetel van een machtigen en schitterenden
+adel, waaronder vele geslachten, wier namen door de historie met
+onsterfelijken roem zijn gekroond. Welke schromelijke verwoestingen de
+moderne industrie ook hebbe aangericht, zij heeft niet overal de sporen
+kunnen uitwisschen van de machtige feodaliteit, die haar forschen
+stempel op het land drukte en overal hare burchten oprichtte. Nog vindt
+ge in dit gewest menig vorstelijk park, menigen ouden feodalen burcht,
+menig historisch kasteel: fiere, hooge huizingen, bij wier aanblik ge
+het rusteloos rumoer, de razende drijfjacht van het moderne leven, den
+woedenden strijd der industrie vergeet: zij doen u denken aan de kalme,
+statige, half-koninklijke levenswijze dier hoog-adellijke geslachten,
+die niet noodig hadden, in halsbrekenden wedstrijd, te zwoegen en te
+draven om eene positie in de maatschappij, welke hun van zelve toekwam,
+om het goud, dat van zelf naar hunne paleizen vloeide.
+
+Ginds, in een uithoek der provincie, schuilt, half in de uitgestrekte
+bosschen van zijn prachtig park verloren, het in gothischen stijl
+gerestaureerde kasteel van Chimay, waaraan zich nog de herinnering
+hecht van madame Tallien, die de hand wist te verwerven van een
+prins van Chimay.--Elders Enghien, het eenmaal zoo prachtige kasteel,
+waar Voltaire toefde en waar een hertog van Arenberg, naar de mode
+van de achttiende eeuw dwepende met Jean-Jaeques Rousseau, een soort
+van kluis,--maar eene kluis met vijftien à twintig kamers en het
+overige naar evenredigheid--liet bouwen. De aloude hooge heerlijkheid
+van Enghien was in vroeger tijd het eigendom der Luxemburgs en der
+Bourbons, en behoort tegenwoordig aan de familie van Arenberg. Het
+kasteel met het park werden door de fransche republikeinen verwoest
+en sedert niet meer hersteld. Slechts enkele gebouwen zijn nog hier
+en daar overgebleven; en het park, waarin nog de echo's schijnen
+om te zweven van vorstelijke jachtpartijen en schitterende feesten,
+keert langzamerhand tot den toestand van een natuurwoud terug, zoo als
+het was voor vijf eeuwen, toen Pieter van Luxemburg dit uitgestrekte
+terrein met een muur liet omgeven. Van het oude kasteel is niet veel
+meer over dan de voormalige kapel, die nu geheel op zich zelve in
+een weiland staat. Hoe schilderachtig is haar aanblik, nu de natuur
+haar groenen mantel van klimop en kamperfoelie om de oude muren heeft
+gedrapeerd. Treedt haar binnen, door de gebeeldhouwde eiken deur, en
+werpt een blik op die rijke versiering, die beeld- en schilderwerken
+langs alle muren; op het altaar met zijne oude schilderijen in
+den trant der eerste duitsche meesters; op het uit hout gesneden en
+geschilderde altaarblad; op dit zonderling aangrijpend geheel, waaruit
+een geur van oudheid en eerwaardigheid, van rust en kalmte u tegenkomt.
+
+Sommigen van deze adellijke huizingen schijnen welhaast in diepen
+sluimer verzonken, wegschuilende in de schaduw hunner eeuwenheugende
+wouden, en, even als het betooverde paleis der Schoone Slaapster,
+wachtende op de herleving van haar blijde, schitterende, glorierijke
+jeugd. De portretten der voorouders, in de statige vertrekken,
+in de breede gangen en portalen opgehangen, schijnen weemoedig
+neer te zien op de eenzaamheid en verlatenheid van het heden, zoo
+treurig afstekende bij de beweging en de vroolijke drukte eener
+schier vorstelijke hofhouding, waarvan die voorouders in hun tijd
+het middelpunt en het sieraad waren. Anderen daarentegen hebben nog
+iets overgehouden van het dreigend, krijgshaftig voorkomen der oude
+feodale burchten. Zoo, bij voorbeeld, het aan den prins van Ligne
+behoorende kasteel van Antoing, dat zijn zonderlingen toren zoo fier
+en schilderachtig opheft, omgeven door den wijden muur, waarvan het
+zware metselwerk, voor zoo ver het nog in stand werd gelaten, schijnt
+te getuigen van de aanvallen en bestormingen, die de trotsche burcht
+had te doorstaan. Binnen de wallen van dit kasteel werd in 1565 een
+prachtig tournooi gegeven, ter gelegenheid van het huwelijk van de
+dochter van den prins van Epinoy met den baron van Montigny. De bloem
+van den nederlandschen adel was bij dat feest tegenwoordig: onder
+anderen de graven van Egmond en Hoorne en de prins van Oranje. Drie
+jaren later werden de beide eersten op de markt te Brussel onthoofd;
+de bruidegom zelf, Montigny, eindigde zijn leven onder beulshanden
+in den kerker te Simancas; de prins van Oranje viel door het moordend
+lood van Balthazar Gerards.
+
+Wie den naam van den prins van Ligne noemt, mag Beloeil niet vergeten,
+de vorstelijke residentie van dit vorstelijk geslacht: Beloeil,
+met zijn door Delille bezongen prachtige tuinen, de schepping van
+niemand minder dan Le Nôtre. Men heeft, en niet geheel zonder grond,
+tallooze malen den draak gestoken met dezen architekt der parken,
+met zijne symmetrische lanen, perken en heggen, met zijne smakelooze
+en kinderachtige misvorming der natuur. Maar wie over dezen stijl
+van tuinaanleg een billijk oordeel vellen wil, moet een park als
+dat van Beloeil hebben gezien, met zijne breede allée van een mijl
+lengte en zijn vijver van zes bunders, met zijn priëelen, zijn heggen
+en fonteinen en kunstwerken: alles even grootsch, even breed van
+opvatting, even vorstelijk van uitvoering. Want in gewone tuinen,
+op kleine schaal, inderdaad den indruk maakt van kinderachtigheid en
+suffenden wansmaak, dat verkrijgt hier een geheel ander karakter. Hier
+gevoelt ge het, dat eene machtige kunstenaarshand haar stempel op de
+natuur heeft gedrukt, het gansche landschap vervormd en gemaakt tot
+eene grootsche dekoratie, tot de levende uitdrukking, het tastbaar
+beeld van dat architektonisch ideaal, dat den kunstenaar voor den
+geest zweefde. Van zulk een park was het vorstelijk kasteel het
+middelpunt: de lanen met haar geschoren heggen waren de voortzetting
+van de gangen en galerijen van het kasteel; de rijk versierde salons
+vonden hun wedergade in de kunstige berceaux en priëelen met hun
+marmerbeelden en vazen; geheel de aanleg leende zich uitstekend tot
+de volle ontplooiing dier rijke, statige pracht van de koninklijke
+en vorstelijke hofhoudingen uit de zeventiende en de achttiende
+eeuw.--Aan dien ouden tuin van Le Nôtre, dien de prinsen van Ligne
+den goeden smaak hebben gehad te bewaren, grenst de moderne aanleg,
+het zoogenoemde engelsche park, in zijn soort niet minder fraai,
+niet minder rijk aan schoone partijen en verrukkelijke gezichten.
+
+Het inderdaad vorstelijke kasteel is een museum, niet alleen van
+kunstwerken, maar ook van zoogenoemde curiositeiten, waaronder
+voorwerpen van hooge historische waarde. Wij kunnen zelfs niet
+beproeven eenig denkbeeld te geven van dien schat, door de opvolgende
+geslachten hier bijeen gebracht en die alle zalen en vertrekken van
+het kasteel vult. Onder do schilderijen vindt men er van Rubens,
+Van Dijck, Dürer, Holbein, Velasquez, Caravaggio, Van Eyck, Cranach
+en andere beroemde meesters.--Tot de merkwaardigheden van Beloeil
+behooren vooral ook die twee afgelegen vertrekjes, die de bekende
+veldmaarschalk, prins van Ligne, als krijgsman en diplomaat beroemd,
+maar bovenal als de geestige, galante, fijn beschaafde held der hoven
+van Versailles, Weenen en Petersburg, die volmaakte type van den
+grand seigneur uit het laatst der achttiende eeuw--dus ook filosoof
+op zijne manier--bewoonde, en waar hij die Mémoires te boek stelde,
+waarin hij met een fijnen, sceptischen glimlach den ondergang eener
+wereld beschrijft.
+
+Daar is in waarheid iets eerwaardigs, iets gewijds, in zulk eene
+bezitting, van eeuw tot eeuw in dezelfde familie verblijvende, van
+geslacht tot geslacht van vader op zoon overgaande, en aldus als
+het ware het zichtbaar teeken, het tastbaar symbool wordende van de
+eenheid, den roem, de glorie der familie, wier naam en wier leven
+als onafscheidelijk met dit domein verbonden is. Welk een schat
+van herinneringen bewaart dit eerwaardig kasteel, bewaart iedere
+kamer in het vorstelijk slot, ieder plekje in het wijde park. Het
+tegenwoordige geslacht hecht niet veel waarde aan de eigenaardige
+eigenschappen van geest en gemoed, van denkwijze en karakter, van
+de geheele persoonlijkheid, die door dit erfelijk bezit van rang en
+aanzien en macht, van eene vaste, door allen erkende hooge positie,
+gaandeweg worden gevormd en ontwikkeld en ten slotte haast niet minder
+een erfelijk bezit zijn dan de voorvaderlijke grond; het tegenwoordige
+geslacht hecht daar niet veel aan, ja, ziet daar laag op neer en wijst
+het liefst op de schaduwzijden van dit aristokratisch karakter; maar
+of deze geringschatting, deze vijandige minachting geene noodlottige
+dwaling is, die schromelijke gevolgen na zich moet sleepen,--ziedaar
+eene andere vraag. Wat ons aangaat, met eerbied en Avarme sympathie
+begroeten wij deze vorstelijke kasteelen met hun doorluchtige namen,
+hun nobele traditiën, hun historische herinneringen; met eerbied
+en stillen weemoed wandelen wij om door hunne zalen en galerijen,
+door hun parken en tuinen, waar bij iederen voetstap het schoon en
+roemrijk verleden tot ons spreekt. Wie weet hoe spoedig ook deze
+nobele monumenten van den ouden tijd door den wassenden zondvloed
+der sociale revolutie zullen worden verzwolgen!
+
+Een groet aan Ecaussines-Lalaing, vroeger het eigendom der
+prinsen van Croy, nu van het doorluchtig geslacht van Arenberg; aan
+Ecaussines-d'Enghien, met zijne schilderachtige gothische kapel; aan
+Trazegnies, den eerwaardigen, door velerlei restauraties misvormden
+burcht, de aloude bezitting van een hoog en edel geslacht. Een groet
+aan die allen, voor het meerendeel halve ruïnen, maar ook in hun
+verval zoo schoon, zoo eerwaardig, zoo onuitsprekelijk aantrekkelijk
+en belangwekkend.
+
+En hoe zouden wij ze mogen vergeten, de schilderachtige ruïnen
+van Mariemont, dien prachtigen burcht, waar Maria van Hongarije,
+de zuster van Karel V, haar schitterend hof hield? Koning Hendrik
+II van Frankrijk, wiens kasteel van Folembray in Picardië, op last
+der landvoogdes in de asch was gelegd, wreekte zich, door bij een
+onverhoedschen inval, door de nachtelijke duisternis begunstigd,
+het paleis van Mariemont te vernielen en aan de vlammen prijs te
+geven. Toen de morgen aanbrak, was het prachtige kasteel verdwenen;
+maar op het rookend puin had eene onbekende hand de woorden geschreven:
+
+
+ "_Royne folle! souviens toi de Folembray!_"
+
+
+Het kasteel werd later onder Albertus en Isabella herbouwd en tot
+vorstelijke residentie verkoren. Bij den inval der Franschen in 1794
+werd het op nieuw, en nu voor goed, verwoest.
+
+
+
+V
+
+
+Van den top van den Drieëenheidsberg, die zijn breeden rug opheft uit
+de vlakke velden van het oude Tournaisis, het Doorniksche gebied,
+tusschen de Dender en de Schelde, met zijne vier steden en zijne
+drie-en-tachtig dorpen; van den top diens bergs ziet men, uitstekende
+boven de daken, de vijf hooge, vierkante torens van Onze-Lieve-Vrouwe
+van Doornik (zie bladz. 61). Schoon zij eenigermate wegduiken in den
+nevel, die den horizon omhuift, toch maken zij indruk door hunne
+forsche afmetingen en hunne stoute verheffing; uit het hart der
+doorluchtige, eerwaardige stad beuren zij hunne spits ten hemel,
+als een wegwijzer in het schemerend verschiet van het verre, verre
+verleden.
+
+Inderdaad, in het oude België is daar geene oudheid te vergelijken
+met die van Doornik. Wij staan hier bij de bakermat van de fransche
+monarchie; evenals de groote rivieren, wier bron op een vergeten
+plek in de bergen, uit den rotsigen bodem opwelt, ver van de landen
+die zij met haar overvloedige wateren drenken, zoo ontkiemt de
+heerlijkheid en roem der oude fransche kroon aan het barbaarsche hof
+dier frankische koningen, die, van Chlodion tot Chilperik, hun zetel
+hebben in het Tornacum van de vijfde eeuw. Maar dit kleine volk,
+weldra gestaald in de harde leerschool van den krijg, was tot eene
+groote taak geroepen; en het bewees die roeping waardig te zijn,
+toen het, in de verwarde tijden der ontbinding van het Romeinsche
+rijk, met beslistheid en zelfbewuste kracht op den voorgrond trad
+en straks, onder de germaansche volkeren, den eersten rang wist in
+te nemen en de erfenis van Rome voor zich dorst te aanvaarden. Dit
+ging evenwel niet zonder bittere beproeving en harden kamp: in 451
+werd de ontluikende frankische koningszetel door Attila verwoest;
+vier eeuwen later werd de oude stad de prooi der Noormannen.
+
+Sedert was Doornik als het ware de aangewezen weg, dien de legers,
+uit het noorden of het zuiden komende, volgden, dood en verwoesting
+verspreidende op hun schreden; en meer dan eens scheen het, als ware
+de geteisterde en ter dood gewonde stad onherroepelijk veroordeeld
+om in wanhopige stuiptrekkingen te bezwijken. Maar het leven was
+krachtig en taai in die oude geslachten; mettertijd sloten de wonden
+zich weder, de krachten keerden terug, en het bloed stroomde weer
+als van ouds door de aderen; beschermd door haar nieuwe wallen,
+die de plaats der gesloopte muren hadden vervangen, zal Doornik
+eeuwen lang nieuwe lauweren winnen in schier rusteloozen krijg,
+nu eens tegen de Vlamingen alleen, dan tegen de Engelschen en de
+Vlamingen te zamen, tegen Hendrik VIII en Karel V, tegen Parma,
+tegen Lodewijk XIV, tegen Lodewijk XV. Niets kan haar moed buigen:
+de gevaren, waaraan zij telkens is blootgesteld, de rampen die haar
+treffen, de belegeringen die zij ondergaat, voeren haar geestdrift
+telkens hooger op. De vrouwen wedijveren in onversaagdheid met de
+mannen en sneuvelen op de wallen, met de wapens in de hand, liever
+dan zich over te geven. In het midden van de tegenwoordige stad, op
+het verwonderlijke schoone plein, dat met recht haar forum mag worden
+genoemd, waar nevens Onze-Lieve-Vrouwe de Belfroot fier zich opheft,
+prijkt het standbeeld van Christine van Lalaing, prinses van Epinoy;
+en het monument ter eere der heldhaftige edelvrouw vereeuwigt tevens
+de herinnering aan den wanhopigen tegenstand, dien de kloeke stad,
+twee maanden lang, aan den hertog van Parma bood: zestig vrouwen en
+meisjes en drie-en-dertig knapen sneuvelden in den woedenden kamp. Deze
+eeuw was tevens het tijdperk van den hoogsten bloei der nijvere stad;
+volgens Guicciardini en Strada dankte zij haar voorspoed vooral aan
+haar twee-en-zeventig groote gilden; haar lakens waren wijd en zijd
+beroemd, en nog tegen het einde der zeventiende eeuw wordt zij eene
+groote, rijke en prachtige stad genoemd. De krachtvolle, energieke
+burgerij ook van deze gemeente onderscheidde zich niet minder door
+haar dapperheid en lust tot avonturen, dan door haar werkzaamheid en
+rustelooze vlijt. Niet minder dan elf ridders van Doornik namen, met
+tal van mannen van wapenen, deel aan den eersten kruistocht; kinderen
+van Doornik vormden, in oorlogstijd, de lijfwacht der koningen van
+Frankrijk, die in deze stad steeds een trouwe bondgenoote vonden. In
+de gelederen der beroemde bonden van ordonnancie, die zoo geduchte
+ruiterij, namen de poorters van Doornik een eersten rang in; en een
+niet minder talrijk contingent leverden zij aan die schitterende
+spaansche infanterie, die tot op den dag van Rocroy voor onverwinlijk
+gold en wier glorierijke dood Bossuet heeft verheerlijkt. De koning
+van Frankrijk, Karel VII, loonde de trouw en de gehechtheid der
+poorters van Doornik, door aan de stad het recht te schenken, aan
+haar wapenschild de drie koninklijke leliën op azuren grond toe
+te voegen, die daar nog heden prijken als eene nobele herinnering
+aan haar grootsch en roemrijk verleden. Niet altijd evenwel was, bij
+veranderde omstandigheden, de verhouding tusschen de fransche monarchie
+en de henegouwsche stad zoo hartelijk; en de herinnering aan Karel VII
+weerhield Lodewijk XV niet, om na de zegepraal bij Fontenoi, het een
+oogenblik opgeheven beleg van Doornik met alle kracht voort te zetten,
+en de rampzalige stad bijna te bedelven onder de veertigduizend bommen,
+die zijne vuurmonden in rustelooze woede over haar uitbraakten.
+
+Als door een wonder ontsnapte Onze-Lieve-Vrouwe aan dien verdelgenden
+regen van vuur en ijzer, waarin het laatste overschot van de vroegere
+welvaart der eens zoo bloeiende stad te gronde ging. Maar reeds vroeger
+had die welvaart een onherstelbaren knak gekregen: voor Doornik,
+als voor zoo menige andere stad in de zuidelijke Nederlanden, waren
+de noodlottige troebelen en oorlogen der zestiende eeuw een keerpunt
+in haar geschiedenis. Door een aantal harer burgers verlaten, aan
+wanorde en innerlijke verdeeldheid ten prooi, fel belegerd, zonk
+zij gaandeweg al dieper; haar bevolking nam af en haar rijkdom smolt
+weg. Toch, wie weet, was die sluimer misschien voor haar, als voor
+het overige belgische land, eene weldaad: deze rust, volgende op zoo
+langdurige en heftige beroering, op zoo koortsachtige opwinding vaak,
+gaf gelegenheid om de uitgeputte krachten te herstellen en alzoo
+gereed te zijn, om, als de ure van het ontwaken sloeg, den nieuwen
+arbeid met frissche kracht en vurigen moed aan te vatten.
+
+Heden ten dage althans is Doornik, dat in de laatste jaren geheel
+van gedaante is veranderd en het voorkomen eener vroolijke, bezige,
+moderne stad heeft aangenomen, een der eersten op het gebied van
+intellektuëele en materiëele ontwikkeling. Nog altijd evenwel leeft in
+haar de oude krijgshaftige geest, en nog steeds schenkt zij aan het
+belgische leger eene breede schaar van zijne beste officieren. Voor
+het overige heeft zij eene volkomen herschepping ondergaan. Vroeger
+zag de reiziger, die haar naderde, een woud van torens voor zich
+oprijzen: zij telde toen niet minder dan elf parochiale kerken en
+vier-en-twintig kloosters en abdijen, bewoond door duizend monniken
+en nonnen. Nu beurt zij niet langer haar vijftig torens ten hemel;
+maar nog steeds is haar aanblik indrukwekkend; en wie haar betreedt
+voelt zich aangenaam aangedaan door de werkzaamheid en de onbekommerde
+vroolijkheid der bevolking, die haar welvaart geniet en door de eeuwen
+heen haar onverstoorbaar goed humeur heeft weten te behouden.
+
+Op de helling van den heuvel, die de stad bestrijkt, verrijst
+de indrukwekkende kathedraal van Onze-Lieve-Vrouwe, haar vijf
+donkere torens ten hemel heffende, als eene edele gedachtenis aan
+de roemrijke middeleeuwen. Van welken kant men haar ook nadere,
+steeds is zij even reusachtig en verheven, en beheerscht zij, in haar
+onbewegelijke majesteit, de stad die aan hare voeten rust, veilig in
+de schaduw harer vleugelen. Inderdaad is de kathedraal van Doornik het
+schoonste monument der romaansche architektuur, dat België bezit; zij
+gelijkt onder geen enkel opzicht op de tooverachtige architektonische
+scheppingen der gothische kunst: hier treedt de soliditeit in de plaats
+der dekoratie, het getal en de massa vervangt den weelderigen rijkdom
+en de bevallige lichtheid. Maar deze kerk is grootsch en reusachtig;
+haar vijf torens, in het midden van het gebouw saamgegroept, zijn
+indrukwekkend als de pyramiden. Dit monument draagt den onmiskenbaren
+stempel van die stoere en kloeke mannen van het Noorden, van die
+mannen, wier sterke handen, nadat eenmaal hun gemoed zich voor den
+invloed van het Christendom had geopend en de kerk hen met haar
+geest gezalfd en doordrongen had, uit den chaos eene nieuwe wereld
+schiepen en gedenkteekenen oprichten, onvergankelijk als het marmer,
+waaruit zij ze optrokken.
+
+De beperkte ruimte, waarover wij beschikken kunnen, maakt het
+onmogelijk, eene ook maar eenigermate volledige beschrijving te
+geven van de kathedraal: trouwens, mannen van talent hebben geheele
+boekdeelen geschreven om dit wondervol monument in al zijn rijkdom
+en verscheidenheid te doen kennen: en nog is, naar het schijnt, de
+stof niet uitgeput. Overweldigend is de indruk, wanneer men door den
+hoofdingang der kathedraal binnentreedt. De grootsche afmetingen van
+het majestueuse gebouw; de strenge en sobere eenvoud van het ernstige
+romaansche schip, dat aan een klooster doet denken; de majesteit
+van het transept en de weergalooze grootschheid der beide absiden,
+waarvan men naar waarheid heeft kunnen getuigen, dat geene enkele
+romaansche of byzantijnsche kerk in geheel Europa iets dergelijks
+heeft aan te wijzen; de verbazende stoutheid, de ideale verheffing
+en zwevende lichtheid van het koor, een wonderwerk der gothiek;
+de kleurenpracht der rijk geschilderde ramen; het contrast zelfs
+der verschillende stijlen, waardoor het monument in verscheidenheid
+wint wat het aan eenheid verliest: dit alles werkt samen om van de
+kathedraal van Doornik een der schoonste en merkwaardigste gewrochten
+te maken, ons door de heerlijke kunst der middeleeuwen nagelaten: een
+dier gewrochten, wier aanblik voldoende is om ons al onze kleinheid
+te doen gevoelen.
+
+Wel zijn, zoo als ik zeide, van de vijftig torens, die vroeger het
+oog trokken van den reiziger, als hij zijne schreden naar Doornik
+richtte, er eenigen verdwenen, maar toch blijven er nog genoeg over om
+te getuigen van den vromen, godsdienstigen zin der voorgeslachten, die
+zich ook uitsprak in zoo menig eerwaardig heiligdom, om de majestueuse
+kathedraal van Onze-Lieve-Vrouwe gegroept. De Sint-Jacob draagt nog in
+haar geheelen bouwstijl de sporen van het tijdperk van overgang tot
+de eigenlijke gothiek. Sint-Piat en haar vierkante toren met drie
+rijen rondboogvensters; Sint-Quentijn, waar de strenge soberheid
+van het romaansche schip eene zoo aangrijpende tegenstelling vormt
+met de sierlijke elegantie van het gothische koor; Sint-Nicolaas, de
+overoude kerk, zoo bij uitnemendheid schilderachtig in haar verval:
+zij allen staan daar om de Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal geschaard,
+niet minder eerwaardig, ook zij, door haar ouderdom en haar nobele
+traditiën. Dit geldt vooral van de aan Saint-Piat gewijde kerk, wel
+waarschijnlijk de oudste van allen; naar men meent, gebouwd op de
+plek, waar weleer een heidensche tempel stond. Ge kent de legende van
+Sint-Piatus? Hij was een romeinsch soldaat, die als martelaar voor zijn
+geloof werd onthoofd. Nadat de doodelijke slag gevallen was, richtte
+het lichaam van den martelaar zich weer op; hij nam het afgehouwen
+hoofd in zijne handen, verliet, door engelen geleid, Doornik en begaf
+zich naar Seclin, waar hij ter aarde werd besteld. Dat wonder wekte
+zoo groote verbazing, dat niet minder dan vijfduizend heidenen zich
+op dien stond bekeerden.
+
+Men zou somwijlen in verzoeking kunnen komen, Saint-Piat te
+verzoeken, zijne wandeling nog eens te hervatten: want--het valt
+niet tegen te spreken--de oude vrome geest is voor een goed deel
+uit Doornik geweken, en eene zeer gedunde schare vergadert hier nog
+onder de vleugelen der Kerk, van wier macht en heerlijkheid zoo vele
+monumenten getuigen. Doornik is--om voor een oogenblik in krantenstijl
+te spreken,--een van de "bolwerken" van het belgische liberalisme;
+en haar oude heiligdommen zijn voor een deel van haar bevolking alleen
+nog maar belangwekkend als historische monumenten. Bovenal echter is
+Doornik, en met volle recht, trotsch op haar majestueuse basiliek,
+waarvan de vijf torens--de "choncq clochiers", in het onbevallige
+doorniksche dialekt--zoo innig saamgeweven zijn met haar geschiedenis
+en eene voorname plaats bekleeden in alle liederen en gezangen,
+die in den mond des volks voortleven.
+
+Maar niet minder trotsch is de stad op haar schoone, haar ruime
+Grand' Place, waar de fiere moed en de heldhaftige vrijheidszin der
+oude gemeente nog schijnt voort te leven in het beeld dier Christine
+van Lalaing, dier kloeke prinses van Epinoy, die in de oogen van het
+volk als het ware eene soort van patronesse der stad is geworden, de
+type van den alouden schitterenden riddermoed en hoogen ridderlijken
+zin. Dit forum van een krijgshaftig volk is overigens uitnemend
+geschikt, om met en nevens de strenge indrukwekkende kathedraal eene
+breede plaats te beslaan in de herinneringen, die een volk, dat zich
+zelven acht en voor de toekomst leven wil, nooit mag vergeten, nooit
+mag laten uitwisschen of verdringen.
+
+Keizers en koningen, machtige vorsten en grooten der aarde hebben op
+dit plein den indruk hunner voetstappen achtergelaten--helaas! maar
+al te menigvuldig ook een spoor van bloed. Dikwijls werd de eer om
+deze gekroonde hoofden te mogen herbergen, gekocht voor den prijs
+van den vrede naar buiten of de rust van binnen, als de stad werd
+gemengd in twisten en oorlogen, die haar eigenlijk vreemd waren,
+en waarbij haar belang niet of slechts voor een gering deel was
+betrokken. Maar ook hier, als elders, was dit plein het hart,
+het brand- en middelpunt der stad, waar haar eigen leven zich het
+krachtigst openbaarde, waar iedere groote of beslissende gebeurtenis
+in hare historie òf voltrokken werd òf haar spoor achterliet. Hier
+was het dat het volk, op het gelui van de alarmklok der Belfroot,
+zich vereenigde om het gevaar van een overval te bezweren, te wapen
+te snellen tegen Engelschen of Vlamingen, maatregelen te treffen voor
+de verdediging der stad;--hier, dat de volkshartstochten kookten als
+de baren eener stormachtige zee;--hier eindelijk, dat het geweten
+van een getergd volk zich uitte in de rochelende geluiden van de
+slachtoffers der inquisitie, die er onder de wreedste folteringen het
+leven lieten. De "steenen man", die, onbeweeglijk op een der hoeken
+van het plein geposteerd, zoo menigmaal de zegekreten der uit den
+strijd wederkeerende poorters vernam, was niet minder vaak getuige
+van deze menschonteerende handelingen en beestachtige wreedheden.
+
+Als de golf zich bij ebbe terugtrekt van het strand, zoo is de
+donkere vloed der eeuwen sinds lang teruggekeerd in de breede
+bedding der historie, niets achterlatende dan dien trotschen toren
+van den Belfroot, als een zwijgend getuige van het verleden. Van de
+vele monumenten der aloude fiere gemeenten, die wij achtervolgens
+in oogenschouw hebben genomen, is deze een van de oudste en
+eerwaardigste. De hooge boognissen aan de vier zijden behooren tot
+den oudsten tijd der gothiek, en de toren rijst omhoog met die fiere
+kracht en slanke bevalligheid, die de torens der kathedralen uit
+denzelfden tijd kenmerkt. Het plein, sinds eeuwen bewaakt door dien
+steenen wachter, die noch door de vijandelijke bommen, noch door het
+vuur, noch door de stormen werd gedeerd, draagt nog in geheel zijn
+voorkomen dat karakter van eerbiedwaardige oudheid, dat schilderachtige
+en aantrekkelijke, dat aan het hart en middelpunt der eeuwenoude stad
+past: de torens van Onze-Lieve-Vrouwe, het portaal van Sint-Quentyn,
+de gevel in renaissance-stijl van de oude Lakenhal, het standbeeld
+van de prinses van Epinoy--zij vormen, met den Belfroot, een dier
+verwonderlijk schoone stedelijke dekoraties, waaraan België zoo
+rijk is.
+
+Maar het oude Doornik heeft ook nog andere herinneringen
+achtergelaten. Op den hoek van de rue des Cordes wijst men u een
+prachtigen gevel, die zeker, met de Korenhal van Gent, tot de
+oudste monumenten van den romaanschen stijl in het geheele land
+behoort. Voorts de Pont des Trous, eene voormalige waterpoort,
+ongeveer zeshonderd jaar geleden gebouwd: de brug bestaat uit drie
+spitsbooggewelven, die twee torens verbinden en op twee pijlers in de
+Schelde rusten; ongelukkig zijn de torens gemoderniseerd en verbouwd,
+en heeft men ook door andere onhandige restauraties het karakter
+van het monument geschonden. Deze brug maakte vroeger deel uit van de
+vestingwerken der stad; daartoe behoorde ook de toren van Hendrik VIII,
+het eenig overgebleven stuk van de citadel, die de koning van Engeland,
+nadat hij zich in 1513 van Doornik had meester gemaakt, liet bouwen om
+de stad in bedwang te houden. Dit kasteel besloeg eene aanzienlijke
+uitgestrektheid on mocht welhaast eene stad op zichzelve genoemd
+worden: het bevatte eene kerk, een hospitaal, een aantal woningen en
+eene munt. Zorgvuldig bewapend, ruimschoots van geschut voorzien, was
+dit kasteel van Hendrik VIII bovenal verderfelijk voor de financiën
+der stad: zij moest eerst voor den bouw der citadel vijftigduizend
+kronen aan den koning van Engeland betalen, en later van den koning
+van Frankrijk voor tweehonderd-duizend gulden de vergunning koopen om
+het kasteel te mogen afbreken. Wellicht zijn ook van den zwaren toren,
+die alleen van de vesting overbleef, de dagen geteld.
+
+
+
+VI
+
+
+De reiziger die te Brussel aan het Zuiderstation in den spoortrein
+is gestapt, ziet, als hij de boschen van Ghlin heeft verlaten, eene
+door kanalen doorsneden vlakte zich voor zijne oogen ontrollen, en
+aan den gezichteinder een toren, op eene hoogte gebouwd, benevens
+de verwarde massa eener zee van daken, zich uitstrekkende naar
+alle richtingen. Mons! roepen de conducteurs; en na het station
+te zijn doorgegaan, ziet hij voor zich eene breede straat, die
+weldra smaller wordt, en dan ombuigende en kronkelend, door vaak
+mikroskopische trottoirs omzoomd, eindelijk uitloopt op een ruim
+plein, waarop het stadhuis verrijst. Deze onregelmatige, smalle,
+slecht geplaveide straat is toch de voornaamste der stad, waar de
+meeste drukte en levendigheid heerscht. Hier vindt men de fraaiste
+winkels en magazijnen, wier bontkleurige, opzichtige uitstallingen u
+herinneren dat ge in eene provinciestad zijt. Op markt- en feestdagen
+verdringen zich ook in deze straat de scharen van mannen en vrouwen
+uit de Borinage, de sombere mijnwerkers, voor wie Mons als het ware de
+hoofdstad is van dat donker schimmenrijk, waarin zij hun leven slijten.
+
+Tweemaal in het jaar vooral stroomen zij, in dichte scharen naar
+de stad, om daar pret te maken: ter gelegenheid van de jaarmarkt
+van Sinte-Barbara en bij de kermis van Trinitatis. De jaarmarkt van
+Sinte-Barbara, die veertien dagen duurt, is nog in den vollen zin
+des woords een volksfeest, waaraan niet alleen de bevolking der stad,
+maar ook de buitenlieden volop deel nemen. De kleine burgerij en de
+dorpelingen wachten nog steeds op die gelegenheid om allerlei inkoopen
+te doen aan de kramen, die waalsche, vlaamsche en fransche kooplui op
+de Grand' Place hebben opgeslagen; en dat niettegenstaande te Mons,
+als overal, de goedkoope winkels en "schellingsbazars," naar men zou
+zeggen, de jaarmarkt overtollig en onmogelijk hebben gemaakt, door
+zelven eene soort van altijddurende kermis te organiseeren. En toch:
+telkens verschijnen ze weer, die zwervende kooplui, die nomaden van den
+handel, die levende relikwiën van een anderen, lang vervlogen tijd;
+telkens bouwen zij op het plein een klein en schilderachtig stadje
+van huizen van zeildoek, planken en geschilderd papier, waar vlaggen,
+bonte uitstallingen, schilderijen in schreeuwende kleuren, brommende
+opschriften, verlokkende affiches medewerken om de voorbijgangers
+te lokken, wier gemoed zoo zelden tegen deze bekoringen bestand
+blijft. Kramen, tenten, spellen vormen eene dichte massa, waartusschen
+slechts smalle paden zijn open gelaten voor de bezoekers, die elkander
+daar dag aan dag verdringen.
+
+Ik zal mij niet ophouden met eene beschrijving van deze kermis,
+die zich alleen daardoor van de vele andere kermissen in het
+vroolijke Belgenland onderscheidt, dat hier, vooral op de dagen als
+de extra-treinen de drommen uit de Borinage naar de stad voeren, de
+dolle uitgelatenheid alle grenzen en perken overschrijdt. Dan levert
+de kermis, met name tegen den avond, een schouwspel op, waarvan het
+maar beter is, niet in bijzonderheden te spreken. Het zij genoeg te
+zeggen, dat geene fatsoenlijke vrouw zich dan op straat kan vertoonen.
+
+Maar Mons heeft meer dan zijn kermissen: het heeft den Doudou;
+en evenals Doornik, voor haar kinderen, de stad is van de "Choncq
+Clochiers", zoo is Bergen--want laat ons nu ook maar den dietschen
+naam noemen--de stad van den Doudou, die als de verpersoonlijking
+mag gelden van haar historie, van haar roem en trots.
+
+Tenzij men geloof wil hechten aan de legende van den befaamden draak
+van Wasmes, die omstreeks 1133, door Gilles de Chin werd gedood, is het
+zeer wonderbaarlijke gevecht van Sint-George met den Lumeçon wel niet
+anders dan eene nog altijd voortlevende herinnering aan eene of andere
+vertooning der confrerie van Sint-George, die gaandeweg van karakter
+is veranderd en toch aan den geest der traditie getrouw gebleven.--Den
+avond voor den grooten dag heeft men op de Grand' Place het terrein
+afgebakend, waarop de drakendooder zijn heldendaad volvoeren zal. De
+heilige wordt doorgaans voorgesteld door een of anderen vroolijken
+onderofficier van het te Bergen in garnizoen liggende paardevolk,
+die met de geheimen der rijkunst vertrouwd is, en die, het hoofd
+gedekt met een gevederden helm en de borst omschanst met een kuras,
+het monster den doodelijken slag moet toebrengen. Maar die overwinning
+wordt niet zonder moeite en inspanning behaald: telkens en telkens,
+met de logge beweging van een om zijn as draaienden toren, wendt en
+keert zich de draak in den circus en tracht de vlugge bewegingen te
+verijdelen van den dapperen ruiter, die tegelijk aanvallen en zich
+verdedigen moet.
+
+Verbeeld u een soort van monsterachtige padde met opgezwollen buik en
+uitloopende in een langen en dunnen staart, met een huid die aan het
+schubbig pantser van een krokodil herinnert, wiens geweldige kaken en
+wiens reuzenkracht ook het eigendom waren van den befaamden draak. Ge
+kunt u daarvan overtuigen, door op het stadhuis zijn kop te gaan zien,
+die daar als eene relikwie bewaard wordt. Overigens doet niets u minder
+aan een wild dier denken dan de verwonderlijke kop van het monster,
+die met zijn groote oogen en zijn afhangende wangen eenigszins naar
+een menschelijk aangezicht zweemt. Met dien goedhartigen draak zou de
+worsteling inderdaad gevaar loopen een kinderachtig spiegelgevecht
+te worden, want zijn omvang en zijne logheid maken hem bijzonder
+weinig geschikt voor snelle en beslissende bewegingen; maar hij wordt
+bijgestaan door een paar lummels met pluimmutsen op het hoofd, die
+zijne traagheid op allerlei wijzen moeten aansporen, hetzij door zijn
+staart dreigend in de hoogte te tillen, hetzij door hem in vollen ren
+over het plein te laten hollen, achtervolgd door den schitterenden
+Sint-George op zijn paard, die tegen altijd nieuwe gevaren schijnt
+te strijden, telkens bedreigd door de lagen en listen van den zoo
+goedigen en komischen demon.
+
+Die beiden zijn overigens niet de eenige kampioenen in het heldendrama,
+dat thans voor de oogen van het verrukte publiek wordt opgevoerd,
+en dat in dien strijd tusschen een door den hemel uitverkoren heilige
+en een door de hel uitgebraakte hydra, het eeuwige en onverklaarbare
+dualisme ten tooneele voert, hetwelk de gansche wereld beheerscht en
+in alle denkbare gestalten en vormen optreedt. Fabelachtige wezens,
+zoo als de chins-chins--eene soort van centauren, half mensch,
+half paard, met iets als het achterlijf van een paard, waaronder
+slingerende, uitgerafelde broekspijpen te voorschijn komen,--hollen,
+met onbesuisde sprongen, naast den heiligen ridder. En telkens als
+de held gevaar loopt door den Doudou te worden verrast, snellen zij
+toe, springende en steigerende, om hun meester te beveiligen en eene
+afleiding te bezorgen.
+
+Maar evenmin als de groote Sint-George, die door de chins-chins in dien
+hardnekkigen kamp wordt geholpen en bijgestaan, is ook de helsche draak
+aan zijne eigene krachten overgelaten; om de kansen gelijk te doen
+staan, heeft Satan hem eene schaar toegevoegd van zwarte gehoornde
+helpers, met stokken gewapend waaraan een blaas is vastgemaakt, en
+op hun rug geteekend met dreigende duivelskoppen. En vermoedelijk
+oordeelende dat zelfs deze hulpbende van duivels nog onmachtig zou
+blijken tegenover den ridderlijken heldenmoed in dienst van eene
+heilige zaak, heeft Satan daaraan nog andere strijders toegevoegd,
+wier vreeselijk voorkomen wel geschikt zou zijn de chins-chins op
+de vlucht te jagen, indien dezen niet bezield waren door dien moed,
+die tegen alle listen des boozen bestand is. Die geduchte kampioenen
+zijn de "wildemannen", van het hoofd tot de voeten met bladeren van
+papier bekleed en met zware knodsen in de hand, die zij onophoudelijk
+als molentjes in de rondte doen draaien.
+
+Dat de duivelen van het gewicht hunner taak en het ernstige van
+het oogenblik doordrongen zijn, blijkt uit de zenuwachtige drift,
+waarmede zij slagen doen regenen op hoofd en schouders van de goede
+en hulpvaardige chins-chins; terwijl de wildemannen hun geduchte
+goedendags zwaaien en telkens fraaie, klassieke standen aannemen,
+ten bewijze dat de goedkeuring en bewondering der omstanders hun niet
+onverschillig is. Zonder tusschenpoozen woedt de strijd tusschen de
+hemelsche en de helsche legioenen, en meer dan eenmaal schijnen de
+eersten op het punt van te bezwijken; de dienaars van Satan, vlug,
+handig, alom tegenwoordig, zijn onuitputtelijk in telkens nieuwe
+listen en lagen; maar steeds weten de chins-chins en hun edele patroon,
+de ridderlijke Sint-George, aan de strikken des vijands te ontkomen.
+
+Eindelijk begint de strijdlust van den Doudou en van zijne helpers
+merkelijk te verflauwen; naar de beschikking der eeuwige machten,
+die de overwinning van den rechtvaardige en de nederlaag van den
+booze willen, raken de krachten der duivelen langzamerhand uitgeput,
+terwijl die der hemelsche heerscharen verdubbelen naarmate de
+homerische kamp zijne ontknooping nadert. Vergeefs wendt en draait
+en keert de draak zich met hoog opgeheven staart in alle richtingen;
+de strijder Gods zweeft op zijn gevleugeld ros om hem heen en laat
+hem geen rust: hij moet vallen, om aan den onverbiddelijken eisch
+der eeuwige gerechtigheid te voldoen. Daar richt de heilige zich
+op in de stijgbeugels; het druppelend zweet vloeit onder zijn helm
+langs voorhoofd en wangen; met gevelde lans zoekt hij de kwetsbare
+plek in het schubbig pantser, waar de doodelijke stoot kan worden
+toegebracht. Wel is waar, vloeit er geen bloed: om de eenvoudige
+reden, dat een bovenaardsch, geestelijk wezen als deze Doudou geen
+bloed heeft; maar om dergelijke kleinigheden bekommert men zich
+niet. Iedereen is vast overtuigd dat de Doudou metterdaad dood is:
+en deze overtuiging weegt tegen iedere andere zekerheid op.
+
+Met ingespannen aandacht en onverflauwde belangstelling heeft het
+publiek de gansche voorstelling gevolgd, beurtelings geslingerd
+tusschen vreezen en hopen, naarmate de krijgskans gunstiger scheen
+voor de duivelen of voor de chins-chins; en wanneer nu eindelijk de
+Doudou aan de voeten van Sint-George ligt neergeveld, klinkt daar
+uit duizenden monden een triomfkreet, die de lucht doet trillen. De
+muziekkorpsen, die onophoudelijk met het geroffel van de turksche
+trom en het schetteren der trompetten, het wapengekletter en de doffe
+slagen met de blazen hebben geaccompagneerd, verdubbelen nu hunne
+pogingen en laten een triomfmarsch weerschallen, waarbij hooren
+en zien vergaat. En als ware dit oorverdoovend rumoer nog niet
+voldoende, om waardiglijk de nederlaag van den Lumeçon te vieren,
+schieten de _pompiers_--op hunne manier ook deel genomen hebben aan den
+strijd, door peletonsgewijze elkander te chargeeren en op elkaar te
+schieten--nu allen te zamen hunne geweren af. Dan wordt Sint-George,
+met de chins-chins, de duivels en de wildemannen, in statigen optocht
+teruggeleid naar het Kasteel, van waar hij, eenige uren te voren,
+op even plechtige wijze is uitgegaan.
+
+Als nauwgezet historieschrijver had ik eigenlijk met dien uittocht
+moeten beginnen, want die is de noodzakelijke inleiding, het voorspel
+van de zeer vermaarde en onvergelijkelijke klucht, hoewel die
+oneerbiedige naam kwalijk voegt aan de gedenkwaardige jaarlijksche
+ontmoeting van Monseigneur Saint-Georges en zijn vijand, den draak
+van Wasmes. Nauwelijks is de helm van den held zichtbaar, of met
+luid gejubel begroet de schare den uitverkoren kampioen; dat gejuich
+vergezelt hem op zijn tocht naar het aangewezen krijt, terwijl de
+chins-chins door komische sprongen en allerlei bewegingen schijnen
+te deelen in de glorie van hun heer; en het wanstaltig monster,
+met moeite in evenwicht gehouden door twee van zijn kornaks,
+zich in toorn heen en weer schudt en rondslaat met zijn staart,
+die de saamgedrongen menigte doet terugwijken en hier en daar een
+neus aanraakt of een hoed ter aarde werpt.--Op zeker oogenblik wordt
+het schouwspel werkelijk schilderachtig, als, door eene dansende en
+joelende menigte voorafgegaan en gevolgd, de schitterende maskerade
+de rue des Clercs afdaalt, en voortgolvende langs de steile helling,
+eene fantastische processie vormt, terwijl de helm en het borstkuras
+van Sint-George vonken schieten en de bonte kleuren van de zonderling
+toegetakelde schare schitteren in het zonlicht. Voorop gaan de
+duivelen, draaiende en dansende en allerlei bokkesprongen makende;
+dan volgen de chins-chins met manen en vederen en wuivende dekkleeden,
+springend en steigerend; vlak achter hen waggelt de Doudou, als eene
+groote boot, wiegelend op de golven dezer menschenzee; hoog boven de
+hoofden der woelige menigte vertoont zich eindelijk de kloeke figuur
+van den toekomstigen overwinnaar, trotsch op zijn krijgsros gezeten,
+met rustige, vroolijke blikken om zich ziende, en in zijne vuist de
+lans drillende, die den draak vellen zal. Uit aller monden klinkt
+het oude populaire lied van den Doudou, dat, gevoegd bij de schelle
+tonen der muziekkorpsen en hoog in de lucht geaccompagneerd door
+het klokkenspel, dat de beroemde wijs door de ruimte doet schallen,
+de gansche stad tot de verste wijken met een gerucht van feestvreugde
+vervult, dat niet verflauwen zal zoolang de strijd duurt.
+
+Kort voor de vertooning van den Doudou heeft eene andere, zuiver
+godsdienstige plechtigheid plaats: de processie van Trinitatis, waarbij
+de eerwaardige en gezegende relikwiën van Sinte-Waltrudis worden
+rondgevoerd. Gezegend inderdaad, want, naar luid der overlevering,
+had Mons, in 1349, aan de wonderkracht dezer heilige relikwiën
+het ophouden te danken eener vreeselijke epidemie, die de stad
+teisterde. Telken jare houdt de statige processie de herinnering aan
+dit feit levendig. Dan verschijnt ook de beroemde gouden kar of wagen,
+waarop de schitterende relikwiënschrijn is geplaatst. In doorzichtige
+wierookwolken gehuld, nadert hij, de gouden wagen, langzaam en statig,
+getrokken door twaalf witte paarden, omstuwd, voorafgegaan en gevolgd
+door banieren en kruisen, door priesters in vol ornaat, door jonge
+meisjes in witte kleeding, door de schittering van goud en borduursel
+en purper en edelgesteenten. De wagen zelf gelijkt een hofrijtuig
+uit de achttiende eeuw; hij heeft de gedaante van een wit verlakt en
+verguld vaartuig, met bloemslingers versierd en met engelenbeeldjes,
+die men bijna voor liefdegoodjes zou aanzien. Deze prachtige wagen is
+echter maar een van de merkwaardigheden der schitterende processie,
+waarbij de kathedraal al haar schatten ten toon spreidt en de naburige
+kersspelen hunne rijk versierde Madonna's zenden, om aan den ommegang
+deel te nemen. Als de onafzienbare stoet de Grand' Place betreedt, met
+zijn tal van geestelijken in schitterend koorgewaad, met zijn prachtige
+troonhemels, banieren en tabernakels, met zijn oogverblindende pracht
+van goud, van edelgesteenten, van zijde en fluweel, dan is de aanblik
+overweldigend en onvergetelijk; dan begrijpt men, dat het Katholicisme
+nog in vollen nadruk eene macht is, niet enkel in het vlaamsche,
+maar wel degelijk ook in het waalsche land.
+
+Zulke feestdagen zijn echter natuurlijk uitzonderingen: nauwelijks
+zijn de tonen der muziekkorpsen verstomd en zwijgt het gejuich,
+of Mons keert weer terug tot den eentonigen sleur van het leven
+in eene provinciestad. Maar hoe traag en loom de uren en dagen ook
+verloopen in de ledigheid van het kleinsteedsche leven, toch weten de
+inwoners van Bergen zich aan den noodlottigen invloed van dergelijke
+omstandigheden te onttrekken en wakker te blijven. Hierbij komt hun
+bovenal hunne opgewektheid van geest, hunne levendige fantasie,
+en hunne onuitputtelijke vroolijkheid te stade. Vooral onder de
+volksklasse komt deze eigenaardigheid sterk uit: bijna iedere buurt
+heeft haar eigen grappenmaker of grappenmakers, die in de herbergen
+steeds een kring van bewonderende toehoorders om zich weten te
+vergaderen, en wier woorden en daden, wier anekdoten en avonturen, van
+mond tot mond oververteld, de stof leveren voor eindelooze verhalen
+en levendige gesprekken, vaak genoeg tintelend van echten, joligen,
+zij het ook soms ruwen humor.
+
+Mons is tegenwoordig eene mooie, aangename stad, die haar wandelingen,
+haar parken, haar straten en huizen zeer goed onderhoudt; deze laatsten
+zien er netjes en zindelijk uit, en hebben bijna zonder uitzondering
+een zuiver modern voorkomen; oude aanzienlijke hotels zijn hier zeer
+zeldzaam: zij zijn verdwenen, evenals, voor verreweg het meerendeel,
+de oude aristokratie, die schitterende henegouwsche adel, wier roem
+van ridderzin en heldenmoed eenmaal wijd en zijd weerklonk, en wier
+schoone historische namen toch nog altijd een van de gloriën--en
+voorzeker niet een van de minste--des lands zijn. Maar toch heeft Mons,
+ondanks zijne herschepping in de laatste tijden, nog de herinnering
+bewaard aan vroeger tijd, toen de diligence van Brussel naar Parijs in
+de stille stad van paarden moest verwisselen. Wie zich van dat oude
+Mons eene voorstelling wil maken, die verlate de moderne buurten,
+hier volmaakt even eentonig en karakterloos als overal elders,
+en richte zijne schreden naar de binnenstad, met haar smalle,
+bochtige, kromme straten, die zich in zoo schilderachtige wanorde
+dooreenslingeren, tegen een vrij steilen heuvel, waarop het Kasteel
+troont, omhoog klauteren, en met haar ouderwetsche geveltjes en haar
+bijna onmogelijk plaveisel van scherpe keien, die eer voor geiten
+en muilezels geschikt schijnen, een beeld vertoonen van den ouden
+tijd. Dit Kasteel--of liever die toren van het kasteel, die met de
+hoofdkerk van Sinte-Waltrudis het hoogste punt van Mons beslaat,
+is nog een van de weinige oude monumenten, die aan de hand der
+sloopers ontkomen zijn. Toch is de ouderdom van dit monument maar zeer
+betrekkelijk: het is niet meer dan twee eeuwen oud, en onder de vele
+torens, die in het vlaamsche land hun spits ten hemel beuren, is de
+Belfroot van Bergen ongetwijfeld de jongste. Van het oude eigenlijke
+kasteel is niets meer over dan een brok muurs van een der voormalige
+poorten. De toren onderscheidt zich ook door zijn bouwstijl van de
+andere stedelijke wachttorens: toen hij na een brand herbouwd werd,
+gaf de bouwmeester Ledoux aan het monument de tegenwoordige gedaante,
+die eenigszins vreemd afsteekt bij zijne oorspronkelijke bestemming.
+
+Ook het stadhuis heeft zijn vroeger voorkomen in die mate veranderd,
+dat er eenige inspanning toe gevorderd wordt om zich het gebouw voor
+te stellen zoo als het was in de vijftiende en zestiende eeuw, toen
+het geheel paste in de omgeving der middeleeuwsche woningen, die de
+Grand' Place omzoomden. Maar zoo het dak en het torentje, en vooral
+het ergerlijke balkon, dat de oude pui vervangen heeft, slecht passen
+bij de rijke en smaakvolle ornamentiek van de vijftiende-eeuwsche
+architektuur, toch is het raadhuis nog een der sieraden van Mons en
+maakt het eene niet onwaardige figuur naast de vele gemeentelijke
+paleizen, die de oude stedelijke aristokratie in België voor zich
+zelve bouwde.
+
+Men verhaalt, dat, toen ten gevolge van onophoudelijke regens,
+van hongersnood en pest het werk stilstond en de talrijke
+arbeidersbevolking gebrek leed, de magistraat van Bergen, ten jare
+1440, tot den bouw van een nieuw raadhuis besloot, ten einde op die
+wijze aan de bevolking werk en brood te verschaffen. Is dit verhaal
+overeenkomstig de waarheid, dan zou het stadhuis tevens een monument
+zijn van den wijzen en voorzienigen zin der burgervaderen van Bergen.
+
+Evenwel, de grootste schat van Mons is nog niet hier: beklim
+de hellingen, die naar de kathedraal leiden, en wanneer gij uwe
+wandeling om het koor met zijne veelhoekige kapellen hebt volbracht,
+treed dan door den hoofdingang de statige kerk van Sinte-Waltrudis
+(Sainte-Waudru) binnen. Reeds dikwijls genoeg hebben wij een dier
+heerlijke kathedralen bezocht, waaraan België zoo rijk is, een
+dier onovertroffen gewrochten van de verheven middeleeuwsche kunst,
+die toch altijd weer een zoo machtigen, zoo overweldigenden indruk
+maken op het gemoed. Waarin schuilt het geheim van die toovermacht,
+waarmede deze oude kathedralen ons telkens en telkens weer aantrekken
+en boeien? Zou het niet voor een goed deel hierin zijn, dat zij in
+al hare deelen een volkomen harmonisch geheel zijn; wel te verstaan,
+niet zoozeer uit een technisch, een architektonisch oogpunt, maar veel
+meer, omdat uit het geheele gebouw en uit elk zijner deelen één zelfde
+geest spreekt, omdat ééne grootsche gedachte, ééne verhevene, teedere,
+heilige ziel het indrukwekkende monument doordringt; omdat wij,
+door deze wondervolle kathedralen omdolende, ons als overgeplaatst
+gevoelen in het leven en denken en gevoelen dier voorgeslachten,
+wier gansche leven en streven daarom vooral zoo groot en schoon is,
+omdat het zelf, door ééne heilige inspiratie gedragen, ook één geheel
+was. En aangezien nu de mensch door niets meer aangetrokken pleegt
+te worden, dan door hetgeen hij gevoelt te missen, is het alleszins
+begrijpelijk en natuurlijk, dat deze indrukwekkende, heerlijke,
+krachtvolle eenheid van het middeleeuwsche leven, waarin niettemin
+voor de rijkste verscheidenheid plaats was, ons met weemoedig
+heimwee vervult. In dien geest, in die stemming van eerbiedige,
+stil weemoedige piëteit, willen wij ook eenige oogenblikken toeven
+in de ernstige majestueuse, bijna strenge Sainte-Waudru van Mons,
+waar het gemis eener rijke dekoratie van schilderijen en standbeelden
+en allerlei andere kunstwerken, waardoor de vlaamsche kerken vaak
+op museën gelijken, krachtig medewerkt tot dien machtigen indruk van
+godsdienstige verheffing, van mystieke extase en ontvluchting aan al
+het aardsche om op te stijgen tot de bronnen van het eeuwige leven der
+ziel. Ook doet deze soberheid de grootsche lijnen der architektuur, in
+haar strengen eenvoud, te beter uitkomen, en geeft te beter gelegenheid
+om de eigenlijke gedachte te doorgronden van den kunstenaar, die
+het edele monument schiep. Wie was die kunstenaar? Ook hier, als
+bij zoo menig ander monument, moet de vraag onbeantwoord blijven:
+deze oude kunstenaars bekommerden zich niet in de eerste plaats om
+hunne eigene reputatie. Langen tijd heeft men de eer der schepping
+van dit meesterstuk van majesteit en elegantie toegeschreven aan
+Jean de Thuin en zijn zoon; maar latere onderzoekingen hebben aan
+het licht gebracht dat Jean de Thuin slechts het werk van zijnen
+onbekenden voorganger voortzette. Het doet er trouwens weinig toe,
+of wij al den naam kennen van den grooten kunstenaar, in wiens brein
+deze edele conceptie ontkiemde en rijpte: hij liet ons zijn werk en
+daarmede het beste van wat in hem was achter: aan ons om te leeren
+verstaan wat hij ons door deze schepping zeggen wil, aan ons om te
+trachten, ons weder zooveel mogelijk te doordringen van dien geest,
+te voeden met dat ideale geloof, dat hem en duizenden met hem tot het
+verrichten hunner groote, de eeuwen trotseerende daden, het scheppen
+hunner in meer dan een zin onsterfelijke werken in staat stelde.
+
+
+
+VII
+
+
+De fraaie rotsige landschappen in de vallei van de Sambre geven
+reeds hier en daar, door de plotselinge verheffingen van den grond,
+een voorsmaak van de naburige Ardennen. Thuin, Lobbes, met hunne
+groene of krijtachtige heuvelen, die zich in de wateren spiegelen,
+zijn als het ware een beeld in het klein van de meer forsche en ruwe
+bekoorlijkheden der valleien van de Lesse, de Hermeton, de Bocq: en dit
+karakter treedt steeds duidelijker in het licht, naarmate men Chimay,
+Mariembourg en Couvin nadert. Maar om de volle eigenaardigheid van eene
+bijna woeste natuur te begrijpen, moet men de streek tusschen Sambre
+en Maas, het nog min of meer twijfelachtige landschap van overgang,
+verlaten en tot de boorden van laatstgenoemde rivier naderen. Eerst
+daar vertoont de natuur die eigenaardige physionomie, die nog de
+sporen draagt van worsteling en wanorde en strijd, dien trek van
+toorn en smart en woede, waarover thans, nadat de rust is weergekeerd,
+de glimlach der tevredenheid zweeft.
+
+Reeds even voorbij Chimay, in die uitgestrekte heide, die zelfs de
+stalen vlijt en onuitputtelijke volharding der Trappisten nog maar
+voor een deel heeft kunnen ontginnen, maakt het landschap een anderen
+indruk, dan dien ge tot dusver ondervonden hebt. Reeds daar teekenen
+zich de eerste trekken van die kosmische weeën, die op geheel deze
+natuur haar onuitwischbaren stempel hebben gedrukt. Eensklaps ontrollen
+zich de Fagnes van Chimay, door struikgewas en moerassen afgebroken,
+die in den zomer zijn uitgedroogd en waarover in het najaar lage en
+vochtige nevels zweven: en het landschap maakt op u den indruk van eene
+opeenvolging van ruwe en snijdende tonen, die de toehoorders moeten
+voorbereiden op de schokkende tafreelen van het eigenlijke drama.
+
+Hier begint inderdaad het voorspel: ge bevindt u in eene woestijn,
+waarin zich de mensch toch woningen en dorpen heeft gebouwd en
+die langzaam en onwillig terugwijkt voor de vereenigde pogingen
+van den landbouwer en den os, te zamen gebogen onder hetzelfde
+juk, trekkende aan denzelfden ploeg. Voert uw verdere weg u in de
+gevaarlijke moerassen en hooge veenen, die zich van Spa tot Malmedy
+uitstrekken, waar nergens een dak te bespeuren is om u te beschermen
+tegen het brandend steken van de zon, nergens een groepje boomen om
+uw oogen te verpoozen van het staren in de strakke gloeiende lucht,
+nergens eene bron of beek om uw folterenden dorst te lesschen; als
+ge door deze wildernis dwalen zult, aan alle martelingen ten prooi,
+dan zal de gewaarwording, welke ge daar ondervindt, toch maar alleen
+in graad verschillen van hetgeen ge hier gevoelt, in dezen voorhof
+van het woeste land.
+
+Maar ditmaal is die indruk niet meer dan voorbijgaande: op de wildernis
+volgt nu al spoedig een paradijs van ruischende wateren en lommerrijk
+geboomte, van schilderachtige heuvelen en vreedzame dalen, die u reeds
+een denkbeeld geven van de zoo karakteristieke valleien, waardoor de
+Semais, de Ourthe, de Amblève en de Lesse haar kristalheldere wateren
+stuwen: zij, de meer bekende zusteren van die nederiger najaden, zich
+verbergende onder den naam van Eau-Noire, Eau-Blanche, Eau-d'Heure,
+Brouve, Viroin, Hermeton en Acoz.
+
+Tegelijkertijd bevolkt zich het land: de dorpen vermenigvuldigen zich;
+de bergen worden hooger, de rotsen kantiger en grilliger van lijnen;
+scherpgeteekende profielen trekken telkens uw oog bij iedere kromming
+van den weg, die rijst en daalt en in breede slingeringen de hoogten
+bestijgt. De horizon verwijdt zich; de plateaux ontrollen zich voor
+uw oog; de frissche berglucht zet uwe longen uit; de onwederstaanbare
+betoovering van de hooge plaatsen der aarde doortintelt uwe aderen.
+
+Zoo is de landstreek tusschen de Sambre en de Maas,
+l'Entre-Sambre-et-Meuse, als eene voorbereiding voor de eigenlijke
+Ardennen: het is nog niet de oneindige uitgestrektheid der
+bergplateaux, nog niet de majesteit van de boorden der Maas, nog niet
+de tooverachtige idylle der valleien van de Lesse en de Bocq; maar
+haar bosschen, haar heidevlakten, wat nog over is van de Marlagne,
+het geheimzinnige donkere woud, dat ten tijde der revolutie nog eene
+oppervlakte besloeg van twintig vierkante mijlen, vertoonen toch
+reeds een beeld in het klein van dat betooverende land, waarvan ieder
+die het ooit mocht betreden, eene onuitwischbare herinnering mede
+draagt.--Drie groote valleien, van de Hermeton, de Molignée en de
+Viroin, doorsnijden met haar diepe ravijnen het land, en aan dezen
+sluiten zich andere kleinere valleien, die van de Heure en de Acoz,
+als vertakkingen van een reuzenboom, die het gansche land met zijne
+armen omstrengelt.
+
+Later, in de eenzame omgeving van de baraque Michel, op het hoogste
+punt van de Ardennen, als in eene koude zwijgende woestijn verloren,
+zullen wij den grond, in wilde sprongen, zich zien opheffen tot
+zeshonderd el boven de zee; maar hier bereiken de hoogste bergen
+nog niet een derde van deze hoogte. Maar hoe nederig en bescheiden
+zij vergelijkenderwijze ook mogen zijn, toch geven de rotsen van
+de Entre-Sambre-et-Meuse ons reeds een beeld te aanschouwen van de
+verscheuringen dezer gefolterde, als het ware stuiptrekkende natuur,
+op welke inderdaad de zoo vaak misbruikte vergelijking met de golven
+eener versteende zee van toepassing is. Wilde men het beeld voltooien,
+dan zou men de hooge plateaux, die daarboven hunne effen vlakten
+ontrollen, kunnen vergelijken bij de stranden, zich opheffende boven
+het onstuimig gewoel der wateren.
+
+Doch beneden, nu eens stil den voet der rotsen lekkende, die
+zij op andere tijden als woedende draken bespringen, dartelt en
+stoeit en zingt het vroolijke koor der rivierkens. Hier wellustig de
+hellingen omarmend der bergen, wier rotsachtige krijtwanden en dichte
+boomgroepen zij in haar kristallen wateren weerspiegelen; elders zich
+een weg banende door de trillende treurwilligen, waaronder de azuren
+insekten zweven en dansen;--overal ziet gij ze, tallooze slingeringen
+beschrijvende, zich verliezende in het malsche groen der weiden,
+om dan weer nieuwsgierig voort te dartelen langs den grooten weg,
+in zijn bochtigen gang vaak niet minder grillig dan zij zelven.
+
+Haar aantal is legio: daar hebt ge, behalve de Molignée, de Hermeton
+en de Viroin, die haar naam gegeven hebben aan de valleien welke
+zij besproeien, de Yves, de Biert, de Flavion, de Acoz, de Brouve,
+en al die andere beekjes met haar welluidende namen, die als de
+dochters van eene zelfde familie, allen den gemeenschappelijken
+naam dragen van Eau. Overal hoort ge ze babbelen en neuriën, als de
+nooit zwijgende muziek, de zilveren lach van het landschap: aan het
+suizen van den wind in het ritselend gebladerte paren zij het zoet
+gekweel der fluitspelende sylfen in het riet langs haar boorden;
+en de rotsen, die eenzame reuzen, op wier schedel de donkere kroon
+van den nooit stervenden ouderdom rust en die eeuw in eeuw uit in
+zwijgenden ernst de jaren over zich heen voelen glijden, zij zien
+neder op de vroolijke kinderen, uit hun somberen schoot geboren,
+die aan hun voet huppelen en dartelen, en in hun blijde sprongen met
+milde hand parelen en diamanten strooien om zich heen.
+
+Volg ze op haar baan, deze wandelaarsters: zie hoe zij den zilveren
+draad van haar heldere wateren al verder en verder ontspinnen te midden
+van de stille landschappen, van al de zoete liefelijkheden der natuur:
+schaduwrijke kreekjes, nestjes van groen, fluweelige weiden met bloemen
+bestikt, amphitheaters van bosschen tegen de berghellingen gebouwd,
+woeste ravijnen in de rots uitgesneden, telkens afwisselende panorama's
+en vergezichten, ongedachte verrassingen bij iedere kromming; eene
+opeenvolging van _dissolving views_ in eindelooze verscheidenheid
+elkander verdringende, maar zoo als de onuitputtelijke natuur alleen
+ze voor de oogen tooveren kan. Volg ze op haar baan, die dichterlijke
+zwerfsters, die van niets meer gruwen dan van de rechte lijn; volg
+ze met vreugdevol vertrouwen, zij zullen u--'t is waar, niet langs
+den kortsten weg, maar langs ongebaande, nauw vermoede paden, dolend
+en dwalend als de knaap die onwillig naar de school gaat en ieder
+voorwendsel aangrijpt om zich op te houden;--ja, zij zullen u brengen
+naar stille plekjes, waar ge droomend nederzit en het u zijn zal,
+als hoordet ge duidelijk het loflied, dat bergen en rotsen, wouden en
+velden, vlakten en dalen, rivieren en beken, onverpoosd opzenden naar
+den hoogen hemel, die zich zegenend uitbreidt over de bloeiende aarde.
+
+Als ge Chimay verlaten hebt,--Chimay, waar verval en verlatenheid hunne
+tenten hebben opgeslagen sedert de vroolijke hofhouding der prinsen
+verdween; Chimay, waar op het kleine plein het standbeeld verrijst
+van den genialen verteller, den onnavolgbaren kroniekschrijver Jean
+Froissart, die in het koor der kerk den eeuwigen slaap slaapt;--en als
+ge achter u de bosschen laat liggen, waarin nog de echo's zweven van
+al deze gloriën van een grootsch verleden, en de reusachtige vijvers,
+waarop weleer vergulde gondels dreven en waarlangs nu de eenzame
+reigers starend uitzien naar hunne prooi;--dan ontmoet ge weldra op
+uw pad een zingend en murmelend beekje, waaraan men zeker ter wille
+van de zilveren helderheid van zijn water, den naam gegeven heeft
+van Eau-Blanche. Dit is de eerste dier levende idyllen, wier zoete
+zang u van alle zijden in de ooren dringt, de eerste althans die ge
+ontmoet als ge uit Henegouwen komt, en als ge, om uw tocht door de
+Ardennen te beginnen en de provincie Namen te bezoeken, al aanstonds
+uwe schreden richt naar den doolhof der valleien, en langzaam, zonder
+eenige overhaasting, uwe voetreis vervolgt, om u, zooals het behoort,
+gaandeweg vertrouwd te maken met de schoonheden van het landschap,
+met het eigenaardig karakter der natuur om u heen. Ge zijt er immers
+met mij van overtuigd, dat een reiziger, die inderdaad het land dat
+hij bezoekt, wil zien en leeren kennen, geen hooger en duurder plicht
+heeft dan dezen: dat hij zich ten strengste onthoude van ooit een
+voet te zetten in een spoorwagen of wat daarop gelijkt?
+
+Kom aan, laat ons deze moderne inrichtingen vergeten: wij gaan
+wandelen. Al voortgaande, keuvelende, rondziende, luisterende, zijn wij
+een weinig het spoor bijster geworden: wij zullen hier even stilhouden
+bij deze schaapskooi en de deur een weinig openstooten. Maar niet te
+snel en niet te ruw: laat ons den jeugdigen zanger niet storen, die
+uit volle borst een lied zingt van de bergen, op die eigenaardige,
+half weemoedige, slepende wijze, die, vooral op zekeren afstand, zoo
+liefelijk klinkt en zoo aangenaam het oor streelt, als eene muziek,
+zwevende op den adem van het koeltje en altijd door ruischende als een
+nooit eindigend lied. In den warmen gouden nevel, die de schemerende
+ruimte vervult, ontdekt ge het blozende gelaat van den knaap, die
+naar u toekomt en op wiens gebruinde wangen, in wiens donkere oogen
+ge kracht en gezondheid leest. Misschien begrijpt ge zijne aanwijzing
+niet volkomen: geen nood, hij is aanstonds bereid, u te vergezellen en
+u weer op den rechten weg te helpen. Wij treden dan uit de van gloed
+doortintelde schemering naar buiten in het volle zonlicht; en terwijl
+de rotsen zich in statigen ernst ter wederzijde van den weg scharen,
+terwijl de meerlen fluiten in het lage hout en de klaprozen gloeien in
+het schrale gras, begint de vroolijke, levenslustige knaap u allerlei
+geschiedenissen te vertellen. Hij verhaalt u van Jean, den molenaar,
+wiens rad ge daar ginds achter de treurwilgen knarrend wentelen hoort,
+en die, oud vrijer, sedert vijftien jaren vergeefs uitziet naar eene
+bruid zijner keuze; van Martinette, de dochter van den herbergier
+van het dorp, die de preutsche uithing en die toch ten vorigen jare
+zich vergat met een mijnheer uit de stad; van het ongeluk dat den
+postbode van een naburig dorp overkwam, die door zijn eigen karretje
+overreden werd; eene ramp, waarvan de herinnering nog wordt bewaard
+door den met mos begroeiden steen, dien hij u wijzen zal; maar hij
+weet ook te verhalen van geheimzinnige verschijningen en geesten,
+die, in sommige nachten, rondzwerven om de oude gebroken muren,
+die ge hoog boven uw hoofd, op den top der rotsen, tegen den blauwen
+hemel hunne grillige lijnen ziet teekenen. Ja, zoo ge eenigszins zijn
+vertrouwen weet te winnen, zal de flinke knaap u ook zijne eigene
+geschiedenis vertellen en u deelgenoot van zijne zoete geheimen, zijne
+wenschen en verwachtingen maken. Onbeduidend gebabbel, waaraan het
+niet de moeite waard is, eenige aandacht te schenken. Het zij zoo:
+maar toch altijd belangwekkender en aangenamer om te hooren, dan
+het oorverdoovend ratelen der wielen over de rails of het demonisch
+fluiten van de stoompijp.
+
+Zoo is het met de Eau-Blanche en met al die andere beekjes, wier
+leven--want hebben zij geen eigen leven, dat geheimzinnige leven,
+dat de ouden, die de natuur zooveel beter verstonden en gevoelden
+dan wij, verzinnelijkten in hun nimfen, hun sylfen en najaden?--zoo
+innig gemengd is met het nederig en eenvoudig bestaan dezer
+landbewoners. Midden door de dorpen, van deur tot deur, stuwen zij
+haar heldere wateren voort, waarin de huismoeders haar groenten en
+haar linnengoed wasschen, waarin de runderen hun dorst lesschen, als
+zij den kop opheffende, van den breeden muil sprankelende diamanten
+laten droppelen. In die murmelende beekjes plassen en dartelen de
+eenden met haar jongen, zoo pas aan het broedende nest ontsnapt; in
+dien kristallen spiegel weerspiegelt zich het rimpelig gelaat van
+het oude grootje, nevens het rozige kopje van haar kleinkind, dat
+het eene handje uitstrekt om de vlugge vischjes te vangen en met het
+andere zich vastklemt aan grootmoeders boezelaar. En wanneer ge, de
+dorpen achter u latende, het vrije veld ingaat, dan zullen de beekjes,
+dartelend langs den voet der heuvelen, u heenvoeren naar de eenzame
+hoeve, verloren te midden der velden, naar de grot, die ginds den
+donkeren muil openspert, naar den ontmantelden en ontkroonden burcht,
+die als met ijzeren klauwen in de rots geworteld staat.
+
+Met de Eau-Blanche wandelt ge door vlakke velden, langs heuvelen
+en rotsen, bespiedt ge in de vroege morgenuren het ontwaken
+der sluimerende dorpen: hier Aublain, Vaux, Lompret, ginds
+Boussu-en-Fanges, verder Mariëmbourg, een oude vesting, wier wallen
+zijn gesloopt en wier grachten zijn gedempt, zelfs geene ruïne meer,
+niets dan een groepje kleine lage huizen, waartusschen de koeien
+haar weg zoeken, als zij des morgens naar de weide gaan. Richt uwe
+schreden oostwaarts: daar troont Fagnolles, de zeshonderdjarige
+ruïne, die met hooghartigen weedom schijnt neer te blikken op het
+diepe verval der stad van Maria van Hongarije, nu niets meer dan een
+doodsch gehucht. Zij zelve, de eerwaardige ruïne, zij mag met fieren
+trots haar wonden en bressen vertoonen, en haar gebroken torens en
+geschonden muren ten hemel beuren, als de nog onverwoeste herinneringen
+aan haar roemrijk verleden.
+
+Overal, op dezen alouden historischen bodem, vindt ge de sporen
+van den voortijd: de talrijke adellijke burchten zijn niet meer dan
+steenhoopen, en op de plek, waar weleer zoo menige kleine krijgshaftige
+vesting stond, drijft de landman thans den ploeg door den grond. Van
+Sautour, de stad met de zestien torens, zoo als de kronieken haar
+noemen, is niets meer over dan enkele brokken muurs. Maar al is de
+oude burcht verdwenen, soms, als te Couvin, van welks rots het eens
+zoo geduchte kasteel broksgewijze naar beneden is gestort, soms hebben
+de huizen en de straten nog iets van het oude karakter behouden. Eene
+zuster van de Eau-Blanche, aan wie men om haar van de vele andere beken
+te onderscheiden, den overigens geheel onverdienden naam van Eau-Noire
+heeft gegeven, deelt het stedeke in twee helften, en weerkaatst
+in haar heldere wateren menig aardig, ouderwetsch, overhangend
+geveltje. Dan klauteren de smalle steegjes tegen de rots omhoog en
+brengen u eindelijk boven op de kruin van de donkere steenmassa,
+waar eene herberg de plaats vervangt van den ouden feodalen burcht.
+
+Eene niet onaardige anekdote knoopt zich aan de verwoesting van deze
+sterkte. De geweldige jager, die toen over Chimay regeerde, Jean
+de Croy, ontzag zich niet, naar het schijnt, om met zijne honden te
+gaan jagen in de bosschen van Couvin en zich alzoo meester te maken
+van wild, waarop hij geen recht had. Deze minachting van hun recht
+ergerde en verbitterde de poorters der stad, die eindelijk besloten,
+den roover in eene hinderlaag te vangen; en te oordeelen naar een
+onlangs ontdekt dokument, gingen zij daarbij al even ongegeneerd
+te werk als de adellijke strooper zelf. Op zekeren dag dan, toen
+de graaf weer in de bosschen van Couvin jaagde en, door zijn ijver
+medegesleept, in vollen ren voortdraafde, zoodat hij geheel van zijn
+lieden gescheiden was, schoten die van Couvin gemaskerd op hem toe,
+grepen de teugels van zijn paard, hielden hem tegen, knevelden hem
+en bonden hem een doek voor de oogen. Zoo trokken zij met hem heen en
+weder door het bosch tot omstreeks het vallen van den avond, zoodat het
+scheen als hadden zij hem ver weg gevoerd, en brachten hem eindelijk,
+buiten medeweten van de andere burgers, op het kasteel van Couvin,
+waar zij hem in een donker hok in een der torens opsloten. Daar
+wierp men den gevangene een weinig water en brood toe, om hem alzoo
+langzamerhand van gebrek te doen sterven. In dien kerker bracht de
+graaf zeven jaren door, zonder dat zijne echtgenoote of iemand anders
+van zijn gezin eenige tijding ontving, daar ieder meende dat hij
+door roovers was vermoord of door wilde dieren verscheurd; hij zelf
+wist ook niet, waar hij gevangen werd gehouden, noch om welke reden,
+zich verbeeldende dat hij zich op grooten afstand van Chimay bevond,
+waarvan hij toch ter nauwernood drie mijlen verwijderd was.
+
+Eindelijk erbarmde de hemel zich over den martelaar. In zijn kerker,
+die in de rots was uitgehouwen, bevond zich eene nauwe spleet, waardoor
+hij eenig licht ontving; en aan den voet dier spleet lag eene kleine
+vlakte, waar een knaap de schapen hoedde. Deze knaap vond er vermaak
+in, met zijn handboog te schieten en aan te leggen op die kleine
+opening in de rots: na verschillende vruchtelooze pogingen gelukte
+het hem eindelijk, een pijl door het gat te schieten. Toen hij nu
+naderbij kwam en zijn arm in het gat stak om zijn pijl te halen,
+greep de graaf hem bij de hand vast; de jongen huilde en schreeuwde,
+maar de graaf bracht hem tot bedaren, sprak vriendelijk met hem en
+vroeg hem waar hij was; en van den knaap vernomen hebbende, dat hij
+te Couvin was, verzocht hij den jongen, zijn vader te roepen.
+
+Wat nu volgt is min of meer raadselachtig. Bij het weinige licht, dat
+door de opening in de rots drong, schreef Jean de Croy een brief aan
+zijne echtgenoote, haar dringend verzoekende, dat men hem nu aanstonds
+zou komen verlossen. Hoe en waarmede schreef hij dien brief? Het
+oude verhaal meldt daaromtrent niets; en met reden: immers wat zou er
+van de legende terecht komen, als er niet iets geheimzinnigs in deze
+jammerlijke geschiedenis overbleef? Kortom, de herdersjongen belastte
+zich met de bezorging van den brief en ontmoette de gravin, juist toen
+zij over de ophaalbrug van het kasteel ging om zich naar de mis te
+begeven. Op het zien van het schrift van haar echtgenoot verbleekte
+de dame en zonk in de armen harer vrouwen; maar weldra kwam zij weder
+tot zich zelve en zond dadelijk het bevel naar de zeventien dorpen der
+heerlijkheid van Chimay, dat alle gewapende mannen moesten opkomen om
+hun heer te verlossen. Spoedig wemelt het op de wegen van gewapenden,
+de pieken blinken in den zonneschijn; twee kanonnen rollen zwaar
+dreunend over den weg, en de geheele drom slaat het beleg voor Couvin,
+welks burgers niets van dien onverwachten aanval begrijpen. Wat willen
+die lieden toch? "Onze heer is daar opgesloten, en kwijnt sedert
+zeven jaren weg in een afschuwelijk hol!" roepen die van Chimay,
+de vuist dreigend opgeheven tegen den burcht. De verbaasde poorters,
+die nog altijd niets wisten van de vangst, door eenigen hunner in de
+bosschen gemaakt, en niet vermoedden welke vorstelijke prooi daar in
+de rots gevangen zat, beklimmen in vliegende haast de trappen die naar
+het kasteel leiden, openen de deur van den kerker en geven de vrijheid
+weder aan den hoogen baron, die haastig uitgaat en nu op zijne beurt
+niet rust, voor hij het kasteel tot gruis geschoten heeft. Na dit
+voorval herbouwden de poorters van Couvin hunne rotsvesting niet meer.
+
+
+
+VIII
+
+
+Weldra vervolgt de Eau-Noire haar grillige wandeling door de velden
+en dalen, haar kristalheldere wateren met zoet geluid voortstuwende
+over de bemoste steentjes in haar ondiepe bedding; maar eensklaps
+verandert de idylle in een somber drama. De liefelijke beek, in wier
+klaren spiegel zich het blauw des hemels en de bloemekens langs den
+zoom weerspiegelen, verdwijnt eensklaps bij den _pont d' Avignon_,
+een met dien populairen naam gedoopten berg, die daar juist gereed
+schijnt te staan om het arme, roekelooze rivierke, dat hem onbedacht
+in den mond loopt, met een hap te verslinden.
+
+Nu verneemt men in vier-en-twintig uren niets van de Eau-Noire:
+immers, men heeft uitgerekend dat zij vier-en-twintig uren noodig
+heeft, om weer te voorschijn te komen uit de duistere afgronden,
+waarin zij wellicht aan allerlei mishandeling ten prooi is. Als zij
+eindelijk, aan de andere zijde van den berg, weer aan het daglicht
+treedt, dan kookt en schuimt haar water: siddert de teedere najade
+nog bij de herinnering aan hetgeen haar in de diepte weervoer? Maar
+weldra herstelt zij zich weer: haar water wordt weer helder, en zingt
+weer haar vroolijk lied, en weerkaatst weer den reinen blauwen hemel
+en de bloemekens langs haar zoom.
+
+Deze geheimzinnige roman speelt te Nismes, een vlek, door het gansche
+land bekend van wege een oud gebruik, dat nog aan de riddertijden
+herinnert. Het is namelijk te Nismes oude zede, wanneer een huwelijk
+gesloten wordt, dat de hoofdlieden der jongelingschap voor het
+kerkportaal het bruidspaar afwachten, bruid en bruidegom met gekruisten
+degen tegenhouden en niet doorlaten, voor de jonkman een lint van het
+kleed der bruid losgemaakt en met eigen hand op de borst van een der
+ridders vastgehecht heeft. Echter kan de man--maar dit is zeker een
+later inkruipsel--die schatting tegen eene zekere som afkoopen.
+
+Nabij Dourbes vereenigen de Eau-Blanche en de Eau-Noire haar wateren
+en vormen te zamen de Viroin, die de overschoone vallei van gelijken
+naam gaat besproeien. Dadelijk neemt het landschap een ruwer en
+romantischer karakter aan; de rotsen worden steiler, en op den top van
+een loodrechten rotswand troont, als een vooruitgeschoven wachtpost,
+eene schilderachtige ruïne: de bouwval van het kasteel Haute-Roche,
+dat het lot deelde van zoo vele andere feodale burchten in het
+land tusschen Sambre en Maas, en door de kogels van het fransche
+geschut werd vernield, toen de gewapende benden van Hendrik II als
+een sprinkhaanzwerm neerstreken op de valleien, overal moord en
+verwoesting verspreidende.--Maar beneden, aan den voet der dreigende
+rots, vloeit de Viroin in stille bekoorlijkheid en weerspiegelt in
+haar heldere diepte den donkeren rotswand en de geteisterde ruïnen,
+met haar sombere herinneringen van geweld en bloedstorting. Wat
+is zij nu anders, de eens zoo geduchte veste, dan een motief in de
+romantische dekoratie van het idyllische landschap?
+
+Konden wij over de noodige ruimte beschikken, hoe gaarne zouden wij
+u uitnoodigen, met ons te dolen door die liefelijke valleien tusschen
+Maas en Sambre, zoo rijk aan het meest afwisselende natuurschoon. Maar
+wij moeten ons beperken en kunnen slechts voor enkele punten uwe
+aandacht vergen.
+
+Een groote weg, die de Hermeton doorsnijdt en naar Stave voert,
+ontmoet bij Rosée en niet ver van haar oorsprong, de kleine, pas
+geboren beek de Molignée, die met haar tallooze krommingen, van
+Foy tot Moulins, de naar haar genoemde vallei vormt, zeker een der
+schoonste en liefelijkste van de geheele streek. Ook hier teekenen
+zich, schier zonder eenige onderbreking, ter wederzijde, de groote
+kantige profielen der ernstige rotsen, als in het harnas vergrijsde
+krijgers, schouder aan schouder geschaard. En altijd, in het dal, het
+zangrig lied van de beek, het geklepper der wentelende molenraderen,
+die fonkelende diamanten strooien; voorts de steenachtige voorde,
+waar de koeien, ter halver lijve in het murmelende water stappende,
+gaan drinken; de waterkers, trillende op de rimpeling des waters; de
+stuwen waartegen de golfkens schuimend koken, en langs den oever de
+knoestige wilgen, wier saamgeweven takken als een gordijn van groen
+vormen, waar de roodbruine rotsen doorheen schemeren.
+
+Te Foy voert een niet al te steile helling naar het plateau, waarop
+zich de ruïne verheft van het oude kasteel van Faing, in de twaalfde
+eeuw gebouwd, in de veertiende veranderd, en dat nu meer bekend is
+onder den schoonklinkenden naam van Montaigle. Is het niet, als hoordet
+ge, op den klank van dien naam, de echo der schetterende trompetten,
+als de heer van de jacht of van den oorlog--eene andere soort van
+jacht--teruggekeerd, de houten ophaalbrug opreed en door zijne
+dienstmannen feestelijk ontvangen en met gejubel ingehaald werd. Ze
+zijn als geknipt voor een of ander schokkend romantisch verhaal,
+eene geschiedenis als van Blauwbaard, die schilderachtige ruïnen,
+als een arendsnest tronende op den top van eene steile rots. Nog
+hangen de trappen hier en daar tegen de zware muren der torens en
+klauteren, wentelend en draaiend naar boven, en brengen u plotseling
+op eene of andere tinne, als opgehangen in de ledige ruimte en van
+waar uw blik den ganschen omtrek overziet, en wel in de eerste plaats
+den geschonden, ontwapenden steenklomp aan uwe voeten. Toch moet de
+ruïne van Montaigle in grootsche epische majesteit onderdoen voor
+de indrukwekkende overblijfselen van menigen anderen burcht uit het
+heldentijdvak der feodaliteit, van die geduchte vestingen, waarin de
+fiere krijgshaftige baronnen zelfs koningen trotseerden. Het slot,
+waarvan wij de bouwvallen overzien, dagteekent uit later tijd, toen
+de feodaliteit bereids ten ondergang begon te neigen en de ridder
+maar al te vaak in den roover opging. Maar, spreekt de overlevering
+waarheid, dan heeft deze rotsheuvel heugenis van nog ouder dagen,
+en zou hier eenmaal Quintus Cicero zijn kamp hebben opgeslagen,
+waarvan de sporen eeuwen lang bleven bewaard.
+
+Als ge van de ruïne den omtrek overziet, dan dwalen uwe blikken over
+eene zee van groen, waar tusschen en waarboven, als voorgebergten in
+den oceaan, grillig gevormde rotsen uitsteken, die aan de eene zijde
+met steile helling in het dal afdalen, en aan de andere samenhangen
+met de hooge plateaux, waarop de korenaren golven en die tot aan de
+oevers der Maas reiken. Terwijl ge dit eigenaardige landschap overziet,
+luistert ge onwillekeurig naar het harmonisch ruischen van de Molignée,
+dat, vermengd met het ritselen der bladeren, als eene zoete muziek
+uit de diepte van het dal u tegenklinkt. Hoe bekoorlijk het landschap
+ook zij, toch draagt het eenigszins een ernstig karakter: niet verre
+immers is de antieke kloof der Flavion, het eerste voorhistorische
+station des lands. Daar, in de opengescheurde ingewanden der aarde,
+vond men in vijf grotten of spelonken--den trou du Sureau, den trou
+de l'Erable, den trou Phillippe, den trou du Chêne en den trou du
+Lierre--merkwaardige en hoogst belangrijke overblijfselen uit het
+tijdperk van den mammouth en het rendier. Als ge van Montaigle naar
+Dinant wilt gaan, moet ge dien weg volgen: na de kloof verlaten te
+hebben, klautert ge omhoog naar Haut-le-Wastia, een groot vlek,
+op het hoogste punt van het plateau, van waar ge langs golvende
+hellingen ongemerkt afdaalt naar de eerwaardige ruïnen van Bouvignes,
+in de onmiddellijke nabijheid van Dinant.
+
+Maar wij hebben nu lang genoeg buiten rond gewandeld, het is tijd
+weder de steden op te zoeken: wij zullen dus onze schreden richten
+naar Namen, de hoofdstad van dit land van rotsen en wouden, en ons
+punt van uitgang kiezen in het smalle dal, waarboven de romantische
+ruïne van Montaigle oprijst. Eene kleine wandeling brengt ons naar
+Walcourt, eene oude heerlijkheid, wier geschiedenis opklimt tot de
+elfde eeuw, en wier fraaie gothische kerk wijd en zijd beroemd is
+wegens het wonderdoende beeld van Onze-Lieve-Vrouwe, dat zij bevat.
+
+Omstreeks zeshonderd jaar geleden, werd het heiligdom eensklaps door
+het vuur aangetast; maar godvruchtige handen redden het beeld der
+verhevene schutsvrouwe uit den vuurpoel en bergden het veilig in de
+holte van een boom. Toen het gevaar geweken was, trachtte Thierry,
+graaf van Rochefort vergeefs het beeld uit die tijdelijke bergplaats
+te verwijderen om het weder in de kerk te plaatsen. De edelman
+bad en smeekte te vergeefs, tot zijn paard zoo geweldig begon te
+steigeren, dat hij bijna ter aarde was gevallen. Nu begreep de graaf
+dat Onze-Lieve-Vrouwe iets meer van hem vorderde en hem bijzondere
+genade bewijzen wilde: als door een hemelschen lichtstraal getroffen,
+zag hij wat hem te doen stond, en deed hij op het eigen oogenblik de
+gelofte, de abdij du Jardinet te zullen stichten. Nauwelijks had hij
+deze gelofte afgelegd, of het beeld liet zich gewillig medevoeren. De
+boom, die tijdelijk ten verblijve strekte aan Onze-Lieve-Vrouwe
+van Walcourt, is sinds lang ontbladerd: maar telken jare wordt op
+nieuw de herinnering gevierd van het mirakel, en groent op nieuw de
+legendarische linde op de eigen plek, waar de oude boom eenmaal stond.
+
+Op dienzelfden merkwaardigen Trinitatisdag, waarop, op de Grand Place
+van Mons, Sint-George met zijne lans den verschrikkelijken draak van
+Wasmes nedervelt, schaart zich de ban en de achterban der omliggende
+kerspelen, in krijgshaftige vortooning om de eerwaardige linde. Bij
+het krieken van den dageraad vormen zich in de verschillende dorpen,
+bij het roffelen der trommen en het geschetter der trompetten, de
+dappere bataillons, op de zonderlingste manier toegetakeld, gedost in
+de bontste uniformen, gewapend met musketten, met pieken en sabels,
+het hoofd gedekt met helmen, kolbaks, beremutsen, shakos, petten en
+fez. Met deftigen ernst defileeren zij te midden der bloeiende hagen
+en witte appelbloesems, zoo echt martiaal als gold het de verdediging
+van het bedreigde vaderland. De grond dreunt onder den maatvasten stap
+der kompagniën, die in gesloten kolonnen oprukken, de kapiteins aan de
+spits, en vaak genoeg halt houden om hunne door het stof verdroogde
+kelen met een hartigen dronk te verfrisschen. Dan draven en loopen
+de officieren, als herdershonden langs de kudde, en zwaaien hetzij
+den slakkensteker van den infanterist, hetzij de lange lat van den
+dragonder, hetzij een schermdegen, hetzij een sabel of een kris of wat
+soort van wapen ook, en schreeuwen zich buiten adem om weer een schaduw
+van orde te herstellen en voort te rukken naar de aangewezen plek, waar
+reeds andere, niet minder fantastisch uitgeruste benden zijn opgesteld.
+
+En telkens ziet men nieuwe rekruten opdagen, met vuurrood gelaat
+en in de meest opgewekte stemming, en die verschillende troepen,
+allengs saamgevoegd, vormen een leger, waarvan de wedergade zeker
+niet gemakkelijk te vinden zou zijn, en dat, op een gegeven teeken,
+oprukt naar de gewijde linde. Dan begint eene gansche reeks van
+zonderlinge, ingewikkelde manoeuvres, het onmisbare voorspel voor de
+groote plechtigheid der wegvoering van Onze-Lieve-Vrouwe, door een
+middeleeuwschen ridder, van het hoofd tot de voeten in ijzer gehuld,
+als weleer zijne gedroomde voorvaderen. Wie dit oogenblik gezien heeft,
+zal het niet licht vergeten: bij brigades in de velden geschikt,
+staan daar de verschillende gezelschappen en vereenigingen, die zich
+gedurende eene maand en langer hebben geoefend voor deze vertooning
+en nu prijken in den meest fantastischen dos dien men zich denken
+kan, waartoe de uniformen van bijna alle europeesche legerkorpsen
+van vroeger en later tijd hun contingent hebben geleverd.
+
+Toch, al moge het tafreel op u den indruk maken van eene
+maskeradeklucht, is het dezen lieden ernst. Zonder lachen volvoeren
+zij de manoeuvres en gehoorzamen aan de bevelen hunner officieren,
+marcheeren en vuren op kommando, al zijn zij op de zonderlingste
+manier gewapend met allerlei soort van schietgeweer. Er wordt kruit
+genoeg verbrand: men schiet en manoeuvreert tot eindelijk de voorraad
+is opgeteerd en, tegen het vallen van den avond, de vermoeide krijgers
+huiswaarts keeren, ieder naar zijn dorp of zijne boerderij.
+
+En deze zonderlinge vertooning bepaalt zich niet tot Walcourt: te
+Gerpinnes heeft iets dergelijks plaats ter eere van Sinte-Rolande,
+die om hare eer te redden, in haastige vlucht door negen dorpen ijlde
+en eindelijk bij eene bron nederzeeg en stierf; ook daar trekt een
+soortgelijk militair geleide mede met de relikwiën van de heilige,
+die in statigen ommegang door de negen dorpen worden gedragen, welke
+zij zelve doorliep eer zij den adem uitblies.
+
+Elders, te Fosses, in het ronde bekend om zijn Saint-Follien, en te
+Foy-Notre-Dame--waar, zooals de legende verhaalt, een timmerman, met
+een slag van zijn bijl, een beeld ontblootte van de Madonna, dat in een
+eik verborgen was,--heeft de militaire vertooning maar eens in de zeven
+jaren plaats, maar dan ook met een praal, waarvoor soms zelf de parade
+van Walcourt zwichten moet. Welke de oorsprong van deze zonderlinge
+vertooningen is, kan ik niet met zekerheid zeggen: misschien zijn
+zij niet meer dan eene herinnering aan vroegere toestanden, toen het
+noodig kon zijn, de kerken en de daarin bewaarde heilige voorwerpen
+en relikwiën te verdedigen tegen roovers en dieven, die zich niet
+ontzagen ook naar gewijde schatten de handen uit te steken.
+
+Van Walcourt naar Fosses is eene heele wandeling: maar de aandacht
+wordt zoo zeer in beslag genomen door de schoonheden van het landschap,
+dat men aan geen vermoeienis denkt. De zang van den leeuwerik in
+de oneindige ruimte, het suizen van den wind in de heidestruiken,
+het loeien der runderen in de weilanden, al die landelijke stemmen
+en geluiden smelten samen tot een akkoord, passende bij de zoete
+droomerijen van uw geest, als ge het drijvend wolkje naoogt in het
+azuur, of uw blik laat rusten op den kalmen waterplas, als een metalen
+spiegel op een fluweelen kleed, uitgespreid in de bruine heide;
+als ge luistert naar het kunsteloos gezang van den boerenjongen,
+die naast den weg zijne twee paarden huiswaarts leidt, of naar het
+tjingelen der bellen van de kleurig opgetuigde hit voor de huifkar
+van den postbode. Eindelijk, na eene lange wandeling door bosschen
+en velden en dorpen, betreedt ge de groote straat van de oude goede
+stad van het prinselijke bisdom van Luik, met haar ouden kerktoren,
+door dienzelfden Saint-Follien gebouwd, tot wiens eer de beroemde
+zevenjarige parade gehouden wordt. De doorluchtige stad, zoo als
+Fosses in de kronieken genoemd wordt, is thans niets meer dan een
+stil gehucht, dat alleen op den dag van de paardenmarkt voor eenige
+uren uit zijne dommelige rust ontwaakt.
+
+Weldra dalen de plateaux en eene opeenvolging van zacht glooiende
+heuvelen brengt ons weder in de schoone en liefelijke vallei van de
+Sambre. Voor ons verrijst Floreffe, tegen de helling van een heuvel
+gebouwd, welks top is gekroond door de eerwaardige gebouwen der oude
+beroemde abdij, thans tot seminarie ingericht. De heilige Norbert,
+de stichter van de orde der Premonstratensers, grondvestte in de
+twaalfde eeuw deze abdij, die eeuwen lang tot de beroemdste en
+voornaamste gestichten der zuidelijke Nederlanden behoorde.
+
+Naarmate wij in het schoone dal de grillige kronkelingen der rivier
+volgen en dichter bij Namen komen, vermenigvuldigen zich langs
+de beide oevers de lusthuizen en buitenverblijven, waar de rijke
+burgers der stad de zomermaanden doorbrengen. Floriffaux, Flawinne,
+Salzinne, liefelijke vlekken in het groen verloren, zijn als het ware
+de voorsteden van Namen, wier fiere citadel, tronende op de steile
+rots, eensklaps voor ons oprijst. Wij zijn te Namen.
+
+
+
+IX
+
+
+Niet zoodra zijt ge aan het station uit den trein gestapt, of ge
+bemerkt aan al de drukte en beweging dat ge u op een dier middelpunten
+van het verkeer bevindt, die als het ware door de natuur zelve zijn
+aangewezen en van waar, in alle richtingen, de wegen uitgaan over
+bergen en dalen.
+
+Bijna onophoudelijk zijn de seintoestellen in beweging; de schijven
+draaien; de hefboomen verplaatsen de rails; de schoorsteenen der
+lokomotieven blazen met schor geluid hunne rookwolken omhoog; de
+grond dreunt onder de rollende raderen; de lucht is vervuld van
+heeten damp en rook en weerklinkt van het onophoudelijk getjingel
+der elektrische schellen, van het gebrul der machines, het gegil
+der stoomfluiten, van al de onharmonische geluiden, die u op een
+station de ooren kunnen verscheuren. Telken male als een nieuwe
+trein met donderend geraas onder het ijzeren dak komt aanrollen en
+eensklaps stilstaat in zijn suizende vaart, hoort ge het geluid
+van raampjes die haastig worden neergelaten, van portieren die
+worden opengerukt, gevoegd bij het kraken van het kiezelzand onder
+de voeten der uitstappende reizigers, het geroep der conducteurs,
+het gewoel en gedrang der passagiers die haastig eene plaats zoeken
+te veroveren in de half geleegde wagens. Eenige minuten duurt die
+onbeschrijfelijke mengeling, die schijnbaar onoplosbare verwarring;
+dan stroomen de nieuw aangekomenen naar buiten; de vertrekkenden
+zijn in de wagens gezeten; enkele conducteurs rennen nog even heen
+en weer; dan worden de portieren toegeslagen: het sein wordt gegeven,
+en zuchtend, zwoegend, stampend rolt het log gevaarte het station uit,
+en gilt der stad zijn afscheidsgroete toe.
+
+En dat dergelijke tooneelen zich vaak genoeg herhalen, zult ge
+begrijpen, als ik u mededeel, dat dagelijks ongeveer driehonderd
+treinen, zoo passagiers- als goederentreinen, het station van Namen
+passeeren, en dat het bedrag der uitgegeven plaatsbiljetten per dag
+ruim twintigduizend francs bedraagt. Deze buitengewone toevloed
+van reizigers vindt zijne verklaring in de ligging der stad, die
+het aangewezen uitgangspunt is voor tochten en uitstapjes in de zoo
+romantische, aan allerlei schoonheden zoo rijke streek der Ardennen.
+
+De natuur, tot dusverre nog eenigermate aarzelend en onbeslist,
+neemt hier te Namen het onmiskenbare karakter van het bergland
+aan. Rotsen en bergen stijgen in fiere beweging tot eene hoogte van
+vele honderden voeten; tusschen de vaak steile hellingen slingeren zich
+de diepe dalen, waardoor de rivier de Maas en vele andere rivierkens,
+die hare wateren eindelijk met die van den hoofdstroom vereenigen,
+zich een weg banen. Een frissche wind, van de hooge toppen gedaald
+of uit de verwijderde bergkloven opgestegen, prikkelt de longen en
+doet het bloed sneller vloeien. Als ge dien wind opsnuift, gevoelt
+ge het dadelijk dat zoowel de gesteldheid van de atmosfeer als van
+de aarde anders is geworden; en onwillekeurig bekruipt u de lust tot
+verre wandelingen, tot zwerftochten over die bergen, die u schijnen
+te tarten tot bestijging. Overal oprijzende boven de daken der stad,
+lokt de grijze rotsmassa, waarop de citadel troont, wel in de eerste
+plaats tot een bezoek uit.
+
+Namen deelt dan ook, onder dat opzicht, in het voorrecht van Dinant,
+dat het steeds door een groot aantal reizigers gekozen wordt als
+punt van uitgang voor uitstapjes in het omliggende land, hetzij naar
+het dal van de Sambre, hetzij naar dat van de Maas. Bovendien biedt
+de stad, aan het punt waar de beide rivieren samenvloeien tegen haar
+krijgshaftige rots geleund, allerlei genietingen aan, die het verblijf
+kunnen veraangenamen: zij heeft haar casino's, haar sociëteiten en
+clubs, waarin de toeristen en vreemdelingen zeer gemakkelijk toegang
+kunnen verkrijgen en gastvrij worden ontvangen. De voornaamste
+straat, ter wederzijde omzoomd door fraaie, druk bezochte winkels
+en magazijnen, strekt zich tot aan de overzijde uit en brengt u in
+het open veld, en terwijl vlak in de nabijheid, hijgende en blazende
+toeristen bezig zijn, de steile berghellingen te beklimmen, zitten
+gansche reeksen van kalme visschers langs de kaai en werpen den hengel
+uit naar de talrijke bewoners der groenachtige wateren, spartelende
+en zwemmende in de snelvlietende rivier; of wel klieven scherpgepunte
+gieken den stroom, terwijl de roeiers, in hunne gestreepte tricots
+en met bloote armen, met rhythmische slagen de riemen op en neer
+doen gaan.
+
+Visschen en roeien zijn inderdaad de twee voornaamste uitspanningen
+van de inwoners van Namen, zoowel van den gezeten burger, die er
+een eigen boot en een kompleet stel vischtuig op nahoudt, als van
+den werkman, de arbeiders in de fabrieken, die vooral des zondags
+in geheele scharen zich nederzetten langs de oevers om deel te nemen
+aan het geliefkoosde vermaak, of, zoo zij er al geen deel aan nemen,
+dan toch er naar te kijken en te genieten van de vrije lucht en het
+onbelemmerde uitzicht over de rivier. Trouwens, als in bijna alle
+steden langs de rivieren, vindt men ook te Namen eene eigenaardige
+bevolking, die, naar het schijnt, niets anders te doen heeft dan
+langs den waterkant te drentelen, naar de rivier en naar de lucht te
+kijken, of uren achtereen, de bewegingen gade te slaan van een dobber,
+dansende op de golfjes. En in waarheid, het schouwspel, dat zich op
+de kaaien van Namen, vooral langs de Maas, voor de oogen ontrolt, is
+schoon genoeg om de aandacht en de belangstelling te wekken; terwijl
+de drukke beweging van vaartuigen en kleine stoombooten op de rivier
+aan het prachtige berglandschap, met zijn panorama van groenende
+heuvelen en donkere rotsen, eene eigenaardige bekoorlijkheid bijzet.
+
+Maar ook de stad zelve ontbreekt het niet aan fraaie gezichtspunten,
+hetzij men van de omliggende hoogten den blik laat dwalen over haar
+kerken en huizen, haar tuinen en boomgroepen, in den gordel der oude
+muren; hetzij men zich waagt in den doolhof van straatjes en steegjes
+rondom de Sint-Janskerk; hetzij men eindelijk, op de ijzeren brug
+staande, de nauwe kloof overziet, ter wederzijde door huizen omzoomd,
+waardoor de Sambre hare wateren voortstuwt. En de gemoderniseerde stad,
+met haar vroolijk voorkomen, haar met bloemperken versierde pleinen,
+haar nieuwe boulevards, past geheel bij den lustigen, vroolijken,
+opgewekten aard harer burgerij, die alle genietingen des levens,
+die der tafel niet het minst, op hoogen prijs stelt en zich in dit
+ondermaansche tranendal zoo goed mogelijk tracht te amuseeren.
+
+Des zaterdags vooral is het er druk en levendig: dan stroomen van
+alle kanten, uit de dorpen langs de rivieren en de gehuchten in het
+gebergte, de buitenlieden naar de stad: de boerenknechts, de een, een
+paar kleine magere ossen voor zich uit drijvende; een ander, een kar
+mennende met gespierde paarden bespannen; een derde gewapend met een
+zweep, onophoudelijk heen en weer dravende om een troep weerbarstige
+biggen in bedwang te houden. Dan vervult een ongewoon gerucht de
+straten: het gehinnik der paarden, het gebalk der ezels, het geblaf der
+honden, het geloei der runderen, het gekakel van kippen, als ware de
+geheele stad ééne groote boerderij geworden. De meeste pleinen zijn in
+markten herschapen, waar ge bergen van groenten en geurige vruchten
+ziet uitgestald naast stapels eieren en klompen boter, op groene
+bladeren of witte doeken uitgespreid; terwijl ginds jonge hoenders
+den eetlust prikkelen, al zijn ze minder vet dan de weldoorvoede
+hoenders van het vlaamsche land; en uit de houten schuthokken, waarin
+de varkens en biggen zijn opgesloten, een dof geknor u tegenklinkt,
+telkens afgewisseld door de snijdende kreten van een der dieren,
+die op voor hem minder aangename wijze tot verhuizen wordt genoopt.
+
+Vooral bij de boter- en kaashal, verloren te midden van een doolhof
+van smalle straatjes, waar de eene uitstalling de andere verdringt,
+en bovendien verstopt door een aantal wagens en karretjes;--vooral
+bij de boter- en kaashal is de drukte bijzonder groot. Daar stroomt
+voortdurend eene dichte menigte op en neer, gaande naar of komende uit
+de hal, waar, half in de schemering, op de banken rijen van boeren
+en boerinnen gezeten zijn, schouder aan schouder, met potjes boter
+en kaas op den schoot, onbewegelijk en zonder met een enkel woord de
+klanten te lokken, die naar eigen keuze hun inkoop doen.
+
+Ik heb getracht u even een blik te doen slaan op het hedendaagsche
+leven der stad, dat, hoe weinig belangrijk ook op zich zelf, ons wel
+bezig moet houden, waar bijna elke herinnering aan het verleden is
+uitgewischt. Toch heeft Namen eene geschiedenis van vele eeuwen,
+eene rijke en dramatische historie achter zich, aanvangende met
+het _oppidum, Attuaticorum_ van Caesar, zich voortzettende met het
+_pagus Lommensis_ van Karel den Groote, en eeuwen later, eindigende
+met de belegeringen der sterke vesting door Lodewijk XIV en Willem
+ III van Engeland. Maar terwijl het verleden elders voortleeft in
+onsterfelijke monumenten en daardoor van zelf onze belangstelling
+wekt en onze aandacht vordert, is te Namen niets te vinden dat aan
+de geschiedenis van vroeger dagen herinnert, geene enkele ruïne, die
+als een door den tijd bezegelde adelbrief, van de oudheid der stad
+getuigen kan. Alleen de rots, waarop de citadel troont, staat daar,
+vast en onwankelbaar, als eene herinnering uit de vervlogen eeuwen.
+
+Ook aan monumenten van anderen aard is Namen arm: haar kerken kunnen
+in geenen deele wedijveren met de eerwaardige kathedralen, die wij
+elders hebben bezocht, en waarin nog de geest vertoeft der eeuwenlange
+aanbidding. Saint-Aubin, met haar koepel versierd met theatrale
+allegoriën, haar op pilasters rustende gewelven, haar witte muren,
+haar uitspringende balkons, in den stijl der achttiende eeuw met blad
+werk versierd; Saint-Aubin maakt veeleer den indruk van een concertzaal
+dan van een huis der aanbidding. En Saint-Loup, ondanks haar overvloed
+van rood en zwart marmer en den weelderigen praal en bonten opschik van
+haar altaren, stemt al even weinig tot ernst en wekt al even weinig in
+het bewogen gemoed de onweerstaanbare behoefte op om neer te knielen en
+de overstelpende aandoeningen uit te storten in een vurig gebed. Neen,
+voorwaar, zoo de herinnering aan de heerlijke kathedralen van Bergen
+en Doornik, van Yperen, van Brugge en Gent nog in uwe ziele leeft,
+ga dan liever de kerken van Namen niet zien: zij zouden misschien
+den ontvangen indruk bederven, en kunnen u in geen geval iets geven
+wat de vergelijking met België's beroemde basilieken kan doorstaan.
+
+Wilt ge nu toch van de stad eene andere herinnering medenemen, dan
+die welke ge overal kunt aantreffen, begeef u dan naar het groote
+vierkante gebouw aan de samenvloeiing van Maas en Sambre, niet ver
+van de Waterpoort. Daar, in dat gebouw, waarvan de hoofdingang met
+twee symbolische beelden is versierd, kunt ge de kostbare collectiën
+bewonderen van de _Sociéte archéologique de Namur_: onwaardeerbare
+schatten van historische en fossiele oudheden, welke het hier niet
+de plaats is uitvoerig te beschrijven, maar waarvan de aanschouwing u
+niet alleen zal terugvoeren tot het verleden van Namen, maar ook tot
+dat andere, door niet te berekenen eeuwenreeksen van ons gescheiden
+verleden, toen de voorhistorische mensch hier zijn kommervol bestaan
+leidde.
+
+En nu, laat ons het voorbeeld der andere toeristen volgen, en naar
+de boorden der Maas trekken.
+
+
+
+X
+
+
+Met stevige schoenen aan de voeten en de lendenen omgord, willen
+wij ook nu, als in de streek tusschen Maas en Sambre, reizen op
+behoorlijke manier, dat wil zeggen te voet, en al wandelend al de
+schoonheden genieten, waarvan de gewone toerist zelfs het bestaan in
+de verte niet vermoedt. Laat de lokomotieven maar fluiten en gillen,
+laat de treinen donderend voorthollen: wij hebben, o onwaardeerbare
+zegen! niets met hen te maken.
+
+Als men, Namen verlatende, het kleine dorpje Jambes heeft bereikt,
+waarvan de oude brug met acht bogen de rivier overspant, ziet men ter
+rechterhand de citadel, die haar scherpe, kantige omtrekken hoog in de
+lucht teekent. Aan den voet der rots bespeurt ge tusschen het groen
+een groep van leien daken, en boven de schoorsteenen verheffen zich
+de fijne spitsen van torens, die reeds uit de verte herinneren aan
+de vele kloosters in dezen omtrek gevestigd. Langzamerhand schuiven
+de torenspitsen op den achtergrond; de huizen staan verder uiteen;
+wij wandelen langs bruine heiden, die met zachte glooiing opwaarts
+klimmen, hier en daar afgebroken door de grijsachtige gebouwen eener
+boerderij met haar schuren en stallen.
+
+Tot Dave is er niets bijzonders te zien: de Maas weerkaatst in haar
+groene wateren vrij vlakke oevers, met eentonige wilgen beplant. De
+natuur sluimert nog; zij heeft zekeren tijd van voorbereiding noodig,
+eer zij hare taak aanvat. Te Wepion staan de huizen verspreid langs
+de hellingen van een bebouwden heuvel, waar akkers en woningen
+elkander afwisselen. Hier en daar eene sluis, eene stuw, waarover
+het groenachtige water kokend heenstroomt, met een breeden zoom van
+schuim, waarvan de verstrooide vlokken langzaam wegsmelten in den kalm
+geworden vloed. Nu wordt het eensklaps anders: de rotsen beginnen haar
+kale of met distels begroeide kruinen te verheffen, als de belofte van
+hetgeen wij, tusschen Frênes en Freyr, zoo straks zullen aanschouwen;
+het kleine uit roode baksteenen opgetrokken station van Dave komt
+schilderachtig uit tegen de groene helling van een boschrijken
+heuvelrug, die tot aan Taillefer reikt. Daar bevinden zich, door
+muren en schuttingen afgesloten, de uitgestrekte hertenkampen,
+waar herten en reeën en hinden rondzwerven, nauwlettend bewaakt
+en gereed gehouden voor het jachtvermaak van den heer der streek,
+een grande van Spanje, die hier, te midden van een engelschen tuin,
+een lusthuis heeft gebouwd, waarin hij den zomer doorbrengt.
+
+Langzamerhand beginnen de bergen hun dichten mantel van bosschen te
+verliezen en treden de kale gesteenten meer en meer te voorschijn. Wij
+zijn nu genaderd aan een groepje huizen, door het stuivende kalkstof
+geheel wit gekleurd en als begraven in een loodrechten kuil, eene
+diepe spleet, waaruit de steen gegraven wordt. Voor het oogenblik
+wordt de kalme rust van het groote landschap hier afgebroken door de,
+trouwens ook niet rumoerige, bedrijvigheid der menschen.
+
+"A l'é-au!" (Over).
+
+Eene forsche vrouw, met een serge rok en een breedgeranden stroohoed
+op het hoofd, komt uit een der huisjes langs den oever te voorschijn
+en begeeft zich naar het bootje, waarin wij reeds plaats hebben
+genomen. Zij is nog vlug en kloek, al heeft zij reeds een aantal
+lenten zien voorbijgaan, en plant met vaste hand den boom in het
+ondiepe water. Het bootje doorsnijdt de effen oppervlakte der rivier
+en houdt stil bij den kleinen steiger aan den anderen oever. Wij
+stappen uit en zien voor ons de breede groeve van Taillefer, tegen
+wier dof witte wanden zich de donkere gestalten afteekenen van de
+steenhouwers die met regelmatige slagen den steen uitgraven.
+
+Daar verrijzen de rotsen van Frênes, hier en daar gebroken en
+gescheurd, als door bommen getroffen, en teekenen hun reusachtig
+profiel in de lucht. Aan den voet der ontzaglijke steenmassa's staan
+daar de huisjes gegroept, zoo dicht tegen de rots aangesloten,
+als waren zij zelven in den berg gevat en behoorden zij mede tot
+de rots; en op de roode daken trilt de schaduw der groote eiken,
+zwevend tusschen hemel en aarde, als reusachtige vogels bij de klauwen
+vastgeketend. Op sommige plaatsen is de vereenzelviging van het huis
+en de rots zoo volkomen, dat de eene zonder het andere schier niet
+kan gedacht worden en zij elkander aanvullen. Men weet bijna niet
+meer, waar het huis eindigt en waar de rots begint: deze laatste
+dient als fondament, als steunmuur, als wand; des avonds hangen de
+bewoners hunne kleederen op aan de in den rotswand geslagen krammen,
+juist zoo als gij en ik onze kleederen ophangen aan een in den muur
+onzer kamer geslagen kapstok.
+
+Hoog boven hunne hoofden stijgt, als een reuzentrap, de geweldige
+steenmassa ten hemel, zoo hoog, dat de huizen aan den voet des bergs,
+van boven gezien, niet meer schijnen dan paddestoelen, uit den grond
+opgeschoten. De machtige berg beschermt en bedreigt hen tegelijk: hij
+dekt hen schuttend tegen den bliksem, tegen den storm, tegen de koude;
+maar van tijd tot tijd verplettert hij hen onder zware steenblokken,
+die met donderend geraas langs de hellingen naar beneden rollende,
+hier een schoorsteen verbrijzelen, daar een dak verscheuren, eenige
+boomen vernielen en eindelijk den weg met hoopen gruis bedekken.
+
+Hier heerscht de berg en van zijne luimen is de mensch
+afhankelijk. Voortdurend zweeft hij in gevaar door zijn vreeselijken
+nabuur verpletterd en onder stortend puin begraven te worden: is het
+niet, als schouwt de sombere, overhangende rotswand met dreigenden
+blik neder op de nietige wezens, die niet schromen zich aan zijn
+voet te nestelen? En toch--zoo groot is de zorgeloosheid of het stil
+vertrouwen van den mensch, dat de twintig of dertig gezinnen, op deze
+gevaarlijke plek gevestigd, hier rustig blijven wonen, zonder zich
+erg te bekommeren om hun geduchten nabuur. Eene oude vrouw, die in
+de Maas groenten spoelde, en met wie wij over de mogelijkheid van een
+ongeluk spraken, antwoordde ons, dat de bewoners van Frênes, behoudens
+enkele uitzonderingen, tot dusver waren gespaard gebleven, en dat er
+dus geen reden bestond om voor het vervolg een onheil te duchten.
+
+Nu is het waar dat de kolossus, op dien kalmen en zoelen
+Septembermorgen, niets verschrikkelijks had: hij geleek veeleer een
+weerloozen grijsaard, zich koesterende in de zon, en het vroolijke
+licht bescheen hem van onder tot boven, doordringende in de spleten en
+scheuren, waarin de kraaien nestelen, en waarlangs groene slingers
+wuiven. Maar de reusachtige rots ziet er niet altijd zoo goedig
+en vreedzaam uit. Des winters, in haar mantel van sneeuw gehuld,
+met haar kale distelstruiken, golvende op den wind, schijnt zij
+een fantastisch spooksel, dood en verderf dreigende. Als dan de
+wilde storm door de lucht giert, de wind in alle spleten en gaten
+huilt en brult, als schuilden woedende draken in de duistere holen,
+dan is men minder gerust onder de kleine roode daken; dan werpt de
+vrouw, de moeder van het gezin, zich vaak in sidderenden angst op de
+knieën voor het met een papieren bloemkrans omhangen glazen kastje,
+waarin het misschien wat zonderling toegetakelde beeld prijkt van
+Onze-Lieve-Vrouwe. En ook straks, als de dooi begint en de ontzaglijke
+rots schijnt te wankelen op haar grondvesten, als de wateren van het
+plateau, onstuimige bergstroomen thans, zich met woest geweld van de
+steile rotswanden naar beneden storten en in hun plassende vloeden het
+sidderende gehucht dreigen te bedelven, waaraan het schier onmogelijk
+is hulp te bieden.
+
+Doch niet enkel door haar woest en dreigend voorkomen mag de rots
+van Frênes de aandacht der reizigers trekken: zij verbergt in haar
+schoot zeldzame merkwaardigheden. De lieden uit den omtrek zullen
+u verzekeren, dat wanneer ge door een der smalle spleten kruipt,
+die ge boven den ingang van den tunnel ziet, ge dan in de zoogenoemde
+"groote kerk" komt. Denk echter niet aan eene geheimzinnige basiliek,
+in de ingewanden des bergs verscholen, met lage gewelven op plompe
+pijlers rustende: niets gelijkt minder op eene kerk dan het hol, dat
+ge eindelijk bereikt, na gedurende eenige bange minuten op uw buik
+te hebben gekropen, aan alle kanten beklemd door de smalle en nauwe
+wanden van het gat, waarin ge u gevoelt als, dunkt mij, een doode in
+zijn lijkkist. Een andere spleet voert naar eene minder ruime spelonk,
+maar die in geheel den omtrek bekend is onder den naam van Trou des
+Nutons. Zoo de omvang en de buigzaamheid van uw lichaam u veroorloven
+deze expeditie te ondernemen, klauter en kruip dan naar deze grot:
+ge zult altijd wel een of anderen knaap vinden, die u als gids wil
+dienen. Ge zult dan ten minste weten, in welke soort van holen die
+geheimzinnige troglodyten huisden, die men ook Sotairs noemde, en die,
+volgens sommigen, Galliërs zouden zijn geweest, vluchtende voor de
+romeinsche overweldiging, terwijl anderen hen voor Zigeuners houden,
+die zich hier zouden hebben verscholen om zich te onttrekken aan de
+nasporingen der landlieden, die zij bestolen hadden.
+
+Overigens is er hier in den omtrek geen dorp van eenige beteekenis,
+dat niet zijn Trou des Nutons heeft: en ik moet er bijvoegen, dat al
+deze holen, op enkele kleinigheden na, vrij wel op elkander gelijken;
+doorgaans is dit gat eene meer of minder diep in de rots gelegen
+spelonk, waar ge niet dan met moeite rechtop kunt staan, en waar het
+licht der fakkels weerkaatst in het vocht, dat van het gewelf en de
+wanden sijpelt.
+
+In den goeden ouden tijd wisten de landlieden, des wintersavonds om
+den haard gezeten, elkander allerlei zonderlinge geschiedenissen te
+vertellen van de bewoners dezer geheimzinnige holen, die men zich
+meestal voorstelde onder de gedaante van zeer oude en zeer leelijke
+dwergen, onvermoeide werklieden daarbij, die in hun onzichtbare
+smidsen, alleen kenbaar aan de kleine rookwolkjes die somwijlen uit de
+spleten van den berg opstegen, onvermoeid de metalen bewerkten. Als
+smeden en koperslagers belastten zij zich vooral met de taak, om de
+verschillende voorwerpen voor huiselijk gebruik, die de landlieden des
+avonds voor den ingang hunner spelonken nederlegden, op te lappen en
+weer in orde te maken. Des morgens vond men dan de ketels en andere
+zaken weer terug op de plaats waar men ze had neergelegd, doch nu
+zonder scheur of gat, zonder bult of bluts, maar netjes en glimmend,
+als nieuw. Deze aardmannetjes of gnomen deden nimmer iemand leed;
+tenzij men hen bedroog, en bij voorbeeld een steen of eenig ander
+onbruikbaar ding neerlei in de plaats van het graan of de noten,
+waarop zij, als loon voor hun arbeid, recht hadden. Dan oefenden
+zij eene geduchte wraak: het vee werd ziek en begon te kwijnen,
+het water in de bron werd ondrinkbaar, een vloek drukte op het huis
+en het gezin van den roekeloozen bedrieger. Waar zijn zij thans,
+die vriendelijke, behulpzame gnomen, van wie de vroegere geslachten
+toch niet dan met zekere huivering spraken? Ja, waar zijn de nimfen
+en de elfen, de satyrs en de najaden, de tritons en nikkers, waar
+zijn al die half liefelijke, half schrikwekkende gestalten, waarmede
+de fantazie--maar toch niet enkel de fantazie, ook het diep en innig
+besef van het geheimzinnige leven der natuur, met duizenden banden
+en draden aan dat der menschen verbonden,--de geheele schepping,
+bosch en veld, berg en dal, beek en rivier, bevolkte? Zij allen zijn
+gevloden voor onze nuchtere wetenschap, die alleen met de stoffelijke,
+uitwendige zijde der dingen rekening houdt; gevloden voor onze doode
+machines, onze lokomotieven en telegrafen, waarmede wij de schoonste
+landschappen bederven, de stilste heiligdommen der natuur ontwijden;
+gevloden voor de ruwe aanraking van onze door en door prozaïsche
+materialistische eeuw, voor wie de geestenwereld gesloten blijft,
+omdat zij geen oog heeft om haar te zien.
+
+Laat ons voortgaan. Op het plateau groepeeren zich de huizen en
+boerenwoningen van Lustin rondom de kerk; aan de overzijde opent
+zich, aan den voet van eene met boomen begroeide rots, de gorge van
+Burnot. Daar staat, op den hoek van den grijzen stoffigen weg, eene
+deftige herberg, waarvan de ramen met groen zijn omrankt. Vroeger,
+in den tijd der diligences, verzuimden de conducteurs nooit stil
+te houden bij "l'huche au Bouchat"; en terwijl de paarden hun neus
+dompelden in den met haver gevulden bak, traden de reizigers, door de
+met blauwe tegels geplaveide gang het huis binnen en begaven zich naar
+de gelagkamer met haar glinsterend buffet en haar rijen tafeltjes. Eene
+lekkere lucht van soep en groenten kwam u uit de keuken te gemoet en
+prikkelde den eetlust, die door het zindelijke, vroolijke voorkomen
+der herberg reeds was opgewekt. En het kostte maar weinig moeite, de
+oude herbergierster aan het praten te krijgen, en van haar te vernemen,
+hoe de eerste koning van België, Leopold I, eens in hare herberg had
+overnacht en zijn gekroond hoofd te rusten gelegd in eene met gebloemd
+papier behangen kamer, waarvan het voornaamste sieraad bestond in twee
+vaasjes met kunstbloemen onder stolpen, op den schoorsteen geplaatst.
+
+Langzaam stijgend bereikt de provinciale weg, met vele slingeringen,
+het plateau, waarop de dorpen Arbre, Saint-Gérard en Fosses zijn
+gebouwd. Hier en daar gapen in de rotswanden wijde steengroeven en
+klinken, in rhythmischen maatslag, de hamers der steenhouwers. Links
+ligt op een reusachtige terp het gehucht Bois-Laterie, waaraan de
+naam van arendsnest niet kwalijk voegen zou, en dat door ongeveer
+een honderdtal gezinnen bewoond wordt.
+
+Op deze hoogte ontaardt bijna de minste bries welhaast in storm,
+die met woest geweld over de kale vlakte vaart en de rieten daken
+der armelijke huizen wegslingert. Van den duizelingwekkenden top der
+rotsen ziet men, beneden in de diepte, de Maas, niet breeder dan een
+lint, slingerende tusschen de hooge en steile bergen, van onderen
+tot boven met struikgewas bedekt; terwijl hierboven op de plateaux,
+zoo ver het oog zien kan, de gouden korenaren onder den stralend
+blauwen hemel golven op den adem der frissche koelte.
+
+Wij zijn tot het punt genaderd, waar de weg zich splitst: een tak
+klimt opwaarts naar Blioux, waarvan het eeuwenoude kasteel nog roem
+draagt op zijn ophaalbrug en zijne valluiken; de andere loopt naar
+twee rijen schuren, varkenshokken en ruwe armoedige woningen. Zijn
+wij deze nauwe straat door, dan verrijst daar voor ons de geelachtige
+krijtrots, met haar gladde, loodrechte wanden, die in geheel den
+omtrek bekend is onder den naam van de Roche aux Corneilles, en die
+inderdaad steeds door talrijke scharen van kraaien omzwermd wordt.
+
+Een weinig verder loopt de weg door het dorp Hun; op eenigen afstand
+vertoonen zich Anhée en Moulin, met den anderen oever verbonden door
+eene ijzeren brug; in de verte bespeurt ge reeds het schilderachtige
+Yvoir, waarvan de huizen gegroept zijn tegen de helling van een
+hoogen ronden heuvel, langs welks voet eene beek murmelt. Hoe lief
+en landelijk ziet het er hier uit! Langs de gevels van alle huizen
+slingeren zich wingerdranken; de vensters lachen u tegen uit het
+groen; een mozaïek van mos tooit de daken. En die oude steenen brug
+over het murmelend rivierke, waarin de forellen dartelen; en die
+onuitsprekelijke onverstoorbare rust, over het geheele landschap
+verspreid! In trouwe, Yvoir is eene levende idylle.
+
+Maar wij mogen hier niet toeven, en gaan door Moulin, van waar een
+waar een weg bergopwaarts voert naar de ons reeds bekende ruïnen van
+Montaigle. En zie daar, voor ons, de indrukwekkende rotsmassa van
+Poilvache, die haar stoute en kantige lijnen zoo scherp tegen den
+hemel afteekent en de aan haar voet gegroepeerde huizen schijnt te
+verpletteren. Een steil pad voert langs de rotswanden naar boven,
+naar het plateau, waarop nog de overblijfselen te herkennen zijn
+van den overouden burcht, die eens op deze rots troonde en waaraan
+de naam verbonden is van die vier Haymonskinderen, die trotsche
+krijgshaftige paladynen van Karel den Groote, wier merkwaardige
+lotgevallen, schitterende heldendaden en romantische avonturen nog
+eeuwen lang hebben voortgeleefd in volksliederen en sproken.
+
+Na een groet aan dat groot en roemruchtig verleden, waarvan nog
+maar enkele brokken muur de herinnering bewaren, dalen wij weder
+naar het dal af, waar de gebruinde en gespierde gestalten ons
+denken doen aan dien anderen, nooit rustenden strijd, dien van
+den ploeg en de vruchtdragende aarde. Houx, dat zijne leien daken
+en zijne groene tuinen in de Maas spiegelt, heeft niets dat aan de
+dagen der feodaliteit herinnert; en, op het eerste gezicht althans,
+evenmin de stad, tusschen wier geel gepleisterde huizen de weg nu
+doorloopt. Achter de vensters dier huizen stallen slagers en bakkers,
+kruideniers en witwerkers hunne waren te koop. Gij krijgt den indruk
+van de buitenwijk eener kleine stad, waar op klaarlichten dag zware
+met ossen bespannen wagens langzaam voortrollen over de puntige keien,
+langs de ruischende goten.
+
+Dit is Bouvignes. Maar als ge, een der steile, bochtige zijstraatjes
+inslaande, naar boven klimt, dan komt ge in het eind aan den toren van
+Crèvecoeur, den mededinger van dien anderen toren, Montorgueil, door
+de lieden van Dinant gebouwd. In haar eenzame verlatenheid bewaart de
+weemoedige ruïne de herinnering aan de drie vrouwen van Crèvecoeur, die
+zich van de hoogte der rots naar beneden in de rivier stortten, om niet
+in de handen te vallen der ruwe condottieri van Hendrik II. Misschien,
+wanneer de laatste steen van de oude veste zal zijn weggebrokkeld,
+misschien zal dan ook de romantische legende worden vergeten; reeds nu
+zijn er pedante, neuswijze geleerden, die den afstand meten tusschen
+den burcht en de rivier, en ons dan komen vertellen, dat een sprong van
+de vestingmuur in de Maas onmogelijk is. Alsof er voor de prinsessen
+en heldinnen der sprookjes en legenden iets onmogelijks ware, alsof
+zij gebonden waren door dezelfde alledaagsche, plat burgerlijke wetten
+en regelen, die voor gewone stervelingen gelden!
+
+Bouvignes was niet altijd zulk een kalm, rustig stadje, waar
+tegenwoordig de stilte alleen verbroken wordt voor de voorbijrijdende
+wagens en karren, wier voerlieden luide de zweep doen klappen. In
+de vijftiende eeuw was zij de mededingster van Dinant op het gebied
+der koperindustrie: en deze mededinging kweekte een naijver, die
+zich ook op andere wijze openbaarde. Meermalen kwam het tusschen de
+vijandige poorterijen tot bloedige gevechten, waarvan de geschiedenis
+de herinnering heeft bewaard. Somwijlen namen deze plaatselijke
+veeten grootere afmetingen aan: als, bijvoorbeeld, toen de hertog van
+Bourgondië de zijde van Bouvignes koos en ten strijde toog tegen die
+van Dinant, onder wie hij eene groote slachting aanrichtte en wier
+muren hij met den grond gelijk maakte, om voor goed iedere weerwraak
+onmogelijk te maken.
+
+Hoe verder wij komen, des te talrijker worden, langs den rechteroever,
+de steenen en houten huizen, waarvan de overhangende balkons
+over den weg uitsteken. Sommigen hebben puntige trapgevels, waarin
+smalle vensters, die door hun kleine ruiten niet al te veel daglicht
+doorlaten. Bij enkelen ziet men lage overwelfde doorgangen, waaronder
+trappen van de kaai naar de straat opwaarts voeren. Bijna al deze
+huizen hebben in hun voorkomen iets antieks, ook al zijn ze misvormd
+en van hun eigenaardig karakter beroofd door het overvloedig gebruik
+der noodlottige witkwast.
+
+Hier begint Dinant, waarvan de naam, volgens de geleerden, zou zijn
+afgeleid van "Die Nam", de aanvangswoorden van de strafrede, die
+Sint-Maternus, in vroeger eeuw, uitsprak tegen den afschuwelijken
+afgod, die onder den naam van Nam in deze streken werd vereerd. Wij
+zullen ons in deze etymologische geheimenissen niet verdiepen,
+en liever een blik slaan op het tafreel, dat zich voor onze oogen
+ontrolt. De huizen, die tot dusver langs den oever stonden geschaard,
+wijken terug en vormen straks een kring om een vrij ruim plein,
+waarop verschillende straten uitkomen. Terzelfder tijd treedt de
+rots, die voor de buitenwijken zich had teruggetrokken, weer meer
+naar den voorgrond, en rijst loodrecht omhoog, vlak boven een juweel
+der gothische architektuur, dat als aan haar voet schijnt ontloken.
+
+Do Onze-Lieve-Vrouwekerk is inderdaad zoo dicht tegen de rots
+aangebouwd, dat zij welhaast een geheel met den trotschen bergwand
+schijnt uit te maken. De berg heeft hier hot menschenwerk grenzen
+gesteld, en de ruimte bepaald, die de kerk moest innemen: zoo staat
+zij daar, als saamgeperst, gelijk een krijgsgevangene, dien men in een
+hok heeft opgesloten, waar hij zijne armen niet kan uitstrekken. Deze
+heerlijke kunstschepping uit de tweede helft der dertiende eeuw,
+die overal elders een machtigen indruk zou maken, schijnt hier klein
+en nietig, gemeten met den maatstaf van den steenen reus, die haar
+geheel beheerscht en als het ware met zijne massa verplettert. Doch,
+hoezeer de kerk nevens de rots een dwerg moge schijnen, wanneer ge haar
+binnentreedt zal hare schoonheid onvermijdelijk uwe belangstelling,
+uwe bewondering wekken. Alle indrukken van kleinheid en beperking
+verdwijnen, zoodra ge den voet zet binnen de gewijde ruimte, met haar
+drie schepen, door statige zuilen gescheiden; en als ge u eenmaal
+gewend hebt aan deze meer bescheiden afmetingen, als de verborgen ziele
+van het schoone heiligdom tot uw gemoed spreekt en de betoovering der
+antieke kathedralen ook hier hare werking niet mist,--dan vergeet
+ge geheel, dat Onze-Lieve-Vrouwe van Dinant, wegzinkende onder de
+geweldige rotsmassa, waarboven haar torenspits zich ter nauwernood
+verheft, zich uitwendig zoo klein en zoo nietig vertoont.
+
+Van de rijke dekoratie van weleer is in de parochiale kerk van Dinant
+bijna niets overgebleven dan hier en daar eenige koperen ornamenten,
+getuigen van de vroegere kunstvlijt der plaats. Maar de schoonheid
+der architektuur doet u deze kaalheid vergeten: indien wij althans
+van kaalheid mogen spreken, waar de wanden op zoo menige plaats met
+bas-reliefs zijn bedekt en somwijlen een rijkdom van beelden het oog
+verrast, zoo als bijvoorbeeld in de doopkapel.
+
+
+
+XI
+
+
+Omstreeks twintig jaren geleden lag er te Dinant over de rivier,
+eene eerwaardige steenen brug, wier bogen met mos waren begroeid,
+en die met de bruggen te Jambes en te Luik, tot de oudsten in het
+waalsche land mocht worden gerekend. Daar men telken jare, bij
+het wassen der wateren, gevaar liep, dat het oude metselwerk zou
+worden ontwricht, vernield en medegevoerd, besloot men eene andere
+brug te bouwen van steviger constructie. Alzoo geschiedde: en daar
+ligt ze nu--tot uwe ergernis, zoo gij de oude brug hebt gekend--de
+nieuwe ijzeren brug: een geometrisch monster, afschuwelijk als eene
+meetkunstige figuur, met haar rechtlijnig bovendek, met haar metalen
+traliewerk, aan de pijlers vastgeklonken. Stevig is zij, maar leelijk
+ook, leelijk bovenal; van gratie en bevalligheid, van monumentaal
+karakter of architektonische majesteit is bij dit moderne gewrocht
+al even weinig sprake als bij welke machine ook. De geschiedenis der
+bruggen van Dinant is overigens vrij ingewikkeld; sedert de eerste
+brug, waarvan de kronieken gewag maken, en die boven haar vijf bogen
+een toren droeg met twee verdiepingen en een omgang met borstwering;
+sedert die kolossale, trotsche brug, die niet alleen tot toegang maar
+ook tot verdediging der stad strekte, vindt men, in den loop van twee
+eeuwen niet minder dan drie bruggen genoemd, waaronder een houten brug,
+die in 1573 bij ijsgang werd vernield.
+
+Even als Namen, is ook Dinant een uitgelezen punt voor het doen van
+grootere en kleinere uitstapjes in den schilderachtigen omtrek. Aan
+deze zijne ligging dankt het dan ook een druk bezoek van toeristen,
+die steeds zijne hotels vullen. Een aantal familiën brengen hier
+den zomer door, hetzij in een logement, hetzij bij particulieren,
+hetzij in de vriendelijke villa's en chalets, die de boorden der
+Maas omzoomen. Vooral de Engelschen komen hier in grooten getale,
+vooral ook aangelokt door de gunstige gelegenheid voor tochten in het
+gebergte en roeivaarten op de rivier, voor al die lichaamsoefeningen,
+die voor hen eene uitspanning en eene behoefte zijn. Toch vormen
+zij geene eigenlijke kolonie; ieder leeft voor zichzelven, zonder,
+zooals aan het zeestrand, de behoefte te gevoelen om door onderlinge
+aansluiting en verstrooiing een tegenwicht te zoeken tegen de verveling
+en vermoeienis, die het eenvormig schouwspel van het strand en de
+duinen nooit nalaat te verwekken.
+
+In waarheid, hoe groot, hoe reusachtig het gebergte ook moge zijn,
+toch schijnt het niet buiten onzen maatstaf te liggen, toch past
+het nog in het kader onzer bevatting, en heft het niet, als de
+eindelooze horizon der zee, alle denkbeeld van maat en evenredigheid
+op. Daar komt bij, dat het door zijne oneindige afwisseling, door
+zijne telkens nieuwe verrassingen, de nieuwsgierigheid prikkelt en de
+belangstelling levendig houdt. De zee en het effen vlakke strand onzer
+kusten vermoeien en verdooven den geest, op wien deze grenzenlooze
+eentonigheid in het eind als een looden wicht gaat drukken. Op het
+weeke zand wischt zich onze voetstap uit; de grond schijnt onder onzen
+voet weg te vloeien, evenals het water; met de harde rots, met den
+granieten bergwand kunnen wij ons meten: hij tart ons als het ware
+tot den strijd en vol moed en met vroolijken ijver ondernemen wij de
+beklimming. Ik zwijg van de door de natuur zoo rijk bedeelde landen,
+waar bergen zee, rots en strand elkander aanvullen en een geheel
+vormen van schier ongeëvenaarde schoonheid; maar in onze streken,
+waar het strand bijna nooit iets anders is dan een kale, vlakke zand
+woestijn, aan de eene zijde door een grijze zee, aan de andere door
+eene lage reeks van grauwe duinen omzoomd; in onze streken wint een
+berg- of boschlandschap het zeer verre van de kust.
+
+Dinant ligt ongeveer in het middelpunt der namensche Ardennen en is
+door uitmuntende wegen met alle punten in den schilderachtigen omtrek
+verbonden. Wij kunnen onmogelijk al deze punten bezoeken, ons bestek
+noopt ons tot beknoptheid; wij moeten dus ons vergenoegen met slechts
+op enkele punten, die niet altijd tot het toeristen-programma behooren,
+de aandacht te vestigen.
+
+Wanneer men de voorstad Leffe verlaat en het kronkelende pad volgt,
+dat langs terrasgewijze aangelegde tuinen opwaarts voert, dan bereikt
+men weldra de schier eindelooze hoogvlakte, zich uitstrekkende tot
+aan den schemerenden horizon, waarop de huizen al verder en verder
+uit elkander staan en de zwijgende eenzaamheid u aan alle kanten
+omgeeft. Ciney is de hoofdplaats van deze streek, le Condroz,
+die in den zomer met golvende oogsten van gouden koren is bedekt;
+maar wie het stille, betrekkelijk welvarende vlek bezoekt, zal niet
+licht gissen welk een rol dit vergeten stedeke in vroeger eeuw heeft
+gespeeld. Toch was de zware romaansche toren, waarmede de oude kerk
+prijkt, getuige van gedenkwaardige gebeurtenissen. Hier toch begon die
+noodlottige oorlog, de Koeienstrijd genoemd, die twee jaren duurde, aan
+vijftienduizend menschen het leven kostte en zestig dorpen verwoestte.
+
+Een boer van Jollet had eene koe gestolen van Rigaud de Corbion,
+burger van Ciney, en werd nu door den baljuw dier stad gedagvaard,
+die hem levensbehoud verzekerde, indien hij het gestolen stuk vee
+teruggaf. De boer, op die toezegging vertrouwende, bracht de koe naar
+den stal van den rechtmatigen eigenaar terug, hetgeen niet belette
+dat hij opgeknoopt werd. De heer van Jollet, verbitterd over deze
+wraakneming en over de krenking van zijn heerlijk recht, trok naar
+Ciney dat hij verwoestte, waarop de baljuw Jollet overviel en aan de
+vlammen prijs gaf.
+
+Nu waren de poppen aan het dansen. De heer van Jollet riep de hulp
+in van zijne broeders Richard van Falais en Regnier van Beaufort en
+van de heeren van Celles en van Spontin; de vijf verbonden edellieden
+brachten hunne mannen van wapenen op de been en liepen, roovende en
+plunderende, het land af.
+
+Daarop mengden zich de burgers van Hoei en van Luik in den twist;
+zij kozen partij voor die van Ciney en sloegen het beleg voor
+Falais, Beaufort, Celles en Spontin. Het bondgenootschap der vijf
+heeren staat op het punt te bezwijken, toen onverwacht hulp voor
+hen opdaagt. Gwy van Dampierre, graaf van Namen en Vlaanderen, en
+de hertog van Brabant nemen het voor hen op. Nu ontbrandt de oorlog
+heftiger dan ooit; het gansche land wordt afgeloopen door stroopende
+benden, die overal moorden en plunderen en branden. Ciney wordt van
+alle kanten ingesloten en de poorters hebben geene andere wijkplaats
+meer dan de kerk, die door den graaf van Luxemburg in brand wordt
+gestoken. De maarschalk van Forvies, door de Luikenaars tot ontzet
+der belegerden gezonden, rukt nu het drostambt van Poilvache binnen,
+alles vernielende, plunderende en uitmoordende: van dertig dorpen
+van de Rondache bleven niet meer dan rookende puinhoopen over.
+
+Men zou meenen, dat er thans genoeg bloed vergoten was en dat er een
+einde aan den strijd zou komen; maar de burgers van Dinant kozen nu
+op hun beurt partij voor Ciney en tastten Spontin aan. Misschien zou
+het hun gelukt zijn, den sterken burcht te vermeesteren, indien de
+heer van Dave niet in allerijl met huurbenden uit Namen was aangerukt
+om het bedreigde punt te verdedigen. De mannen van Dinant worden
+teruggedreven en nemen de wijk naar hunne stad, zoo vurig achtervolgd
+door de soldeniers van den heer van Dave, dat deze laatsten tot
+binnen de poort doordringen. De valdeur valt achter hen neder en
+snijdt hun den terugweg af; nu volgt er een vreeselijk bloedbad,
+terwijl de namensche krijgers, die buiten zijn gebleven, door die
+van Dinant worden aangetast en het gevecht opnieuw begint. Nadat zoo
+veel bloed vergoten en zoo schromelijke verwoesting aangericht was,
+werd het geschil eindelijk voor den rechterstoel gebracht van den
+Koning van Frankrijk, Filips den Stoute, wiens uitspraak luidde,
+dat alles weder in denzelfden toestand moest gebracht worden als vóór
+den oorlog. Eenige duizenden menschen waren dus voor niets vermoord
+en eene gansche landstreek voor vele eeuwen te gronde gericht.
+
+Heeft men de laatste huizen van Saint-Médard, eene andere voorstad van
+Dinant, achter zich, dan vertoont zich weldra, tegen een amphitheater
+van bergen, de prachtige Roche à Bayard (bladz. 257) Menschenhanden
+hebben de kloof verwijd, die oorspronkelijk het massieve rotsblok
+verdeelde, en tegenwoordig loopt de weg midden door de bres, ter
+wederzijde omzoomd door hooge gescheurde rotswanden, waarvan de
+een loodrecht in het water afdaalt, terwijl de andere samenhangt
+met de rotsketen, die zich tot aan de _gorge_ van Froideveau
+uitstrekt. Eensklaps opent zij zich aan onze rechterhand, de met reden
+aldus genoemde bergkloof, waar zelfs midden op den dag koude nevels
+zweven en die door geweldige rotswanden wordt ingesloten. Als wij
+met de oogen het smalle, slingerende pad volgen, dat naar de plateaux
+voert, dan behoeven wij onze verbeelding niet te zeer in te spannen,
+om voor onzen geest de gestalten te zien opdagen der oude paladijnen,
+uitgaande ten oorlog.
+
+Trouwens, wij zijn hier in het land der ridderromans en
+heldenzangen. Van de zonderling gevormde rots, wier doorluchtige naam
+langs de geheele rivier is verbreid, sprong, volgens de sage, het
+beroemde ros Bayard, met de vier Heemskinderen, in den stroom, na met
+een enkelen sprong over het breede dal van de Leffe te zijn gevlogen,
+waar Keizer Karel de Groote middelerwijl bezig was met het uithakken
+van trappen in de rots, om de vluchtelingen te vervolgen. Alles in die
+oude sagen en ridderzangen is even grootsch en kolossaal: de menschen
+zijn reuzen, die elkander granietrotsen naar het hoofd slingeren;
+de paarden zijn gevleugelde griffioenen, voor wie tijd en ruimte niet
+schijnen te bestaan. De groote Keizer Karel zelf is als het ware een
+mythisch persoon, de vertegenwoordiger van het rijksgezag tegenover de
+oproerige vazallen, op hun beurt vertegenwoordigd in die schitterende
+heldengroep der vier Heemskinderen.
+
+Wilt ge naar Rochefort gaan, volg dan den heerlijken weg, dien ik u
+aanraad. Op den rug van een ezel van Bastogne gezeten, of wel gewiegeld
+in eene antieke berline, die ge bij Dizière den vroolijken waard
+uit de _Tête-d'Or_ huren kunt, klimt ge uit de gorge van Froideveau
+omhoog naar Boisselles en Celles, om dan naar de diepte van Payemme
+af te dalen; dan gaat het weer omhoog tegen den heuvel van Custine
+op, om eindelijk, Ciergnon rechts latende liggen, den steenweg te
+volgen, die u ter plaatse uwer bestemming brengt. Nu eens op de kam
+van het plateau, waar de zang der leeuwerikken u tegenklinkt uit de
+blauwe lucht, dan overspat met het schuim der murmelende beekjes,
+die dartelend voortspoeden in de stille valleien, baadt ge nu eens
+in den zonneschijn der bergtoppen, om dan weg te schuilen in de
+vochtige schaduw der boschrijke hellingen, altijd door volop de
+schoonheid genietende van het verrukkelijke berglandschap, zoo rijk
+aan afwisseling, met zijn heidevelden en heuvelen, zijn rotsen,
+zijn wuivende bosschen, zijn ruischende wateren.
+
+Te Celles troont, in eene woest romantische omgeving, de oude burcht
+der Beauforts, thans aan de familie van Liedekerke behoorende; eenzaam
+en verlaten staat het daar, het oud-adellijk kasteel (bladz. 252),
+omhangen met zijn prachtigen toovermantel van eeuwenoude klimop;
+eenzaam en verlaten, want het leven is uit zijne aderen weggevloeid en
+overgegaan in het pseudo-gothische kasteel tegenover hem.--Dan beurt
+Custine, de geliefkoosde verblijfplaats van Leopold II, te midden
+van een heerlijk plekje, zijn slanke torens omhoog; langs zijn voet
+stroomt de Lesse, die zich als een zilveren lint door de met bloemen
+bezaaide weide slingert.--Dan vertoont zich eensklaps Rochefort,
+rondom door heuvelen omsloten, met zijn hooge rots, waarop de oude
+feodale burcht verrijst.
+
+Rochefort is in geheel den omtrek beroemd, niet alleen om zijne
+uitnemend schoone omgeving, maar ook om zijne grotten, die wel
+een bezoek waard zijn. Trouwens deze geheele streek van de Lesse
+vertoont overal de sporen van de geweldige worsteling der woedende
+elementen. Van Furfooz tot Chaleux en van Rochefort tot Han, is het
+eene bijna onafgebroken reeks van grotten en spelonken, waarvan de
+wondere aanblik den geest met verbazing en schrik vervult. Overal
+heeft hier de voorhistorische mensch, de tijdgenoot van de mammouths
+en de ichthyosauren, de sporen van zijn verblijf achtergelaten, en
+in de holen der bergen vindt men zijne beenderen, vermengd met die
+der wilde dieren, wier schedel hij kloofde met zijn steenen bijl en
+in wier lillend vleesch hij zijne tanden zette.
+
+Men heeft de grotten van Rochefort met die van Han vergeleken en
+ze dan veel minder merkwaardig genoemd. Deze noodlottige manie van
+vergelijken is ongelukkig niet anders dan het bewijs van ons onvermogen
+om verschillende soorten van schoonheid te begrijpen en te waardeeren;
+of, zoo men wil, van onze neiging om alles met een zelfden maatstaf te
+meten. Het is echter eigenlijk even dwaas, de groote werken der natuur
+als de scheppingen der kunst met elkander te vergelijken: beiden maken
+elke vergelijking onmogelijk door hun eigenaardig, bijzonder karakter,
+dat aan ieder voor zich eigen is en waarin juist hunne schoonheid
+bestaat. Zoo zal de grot van Han het steeds van alle anderen winnen
+door de aangrijpende majesteit en de huiveringwekkende pracht van
+haar tallooze zalen en gangen en galerijen; eene tooverwereld, die
+een onuitwischbaren indruk in het gemoed achterlaat, maar waarvan ik
+zelfs niet beproeven wil eene beschrijving te geven, 't Is ook niet
+noodig: de grot van Han is een vast nommer op elk toeristen-programma,
+zelfs op het programma van de slaven van een rondreisbillet. Velen
+mijner lezers hebben dit natuurwonder waarschijnlijk met eigen oogen
+aanschouwd, en zij behoeven dus mijne beschrijving niet. En wie haar
+niet heeft gezien, die wonderbare onderaardsche tooverwereld, geen
+beschrijving kan er hem eene eenigszins juiste voorstelling van geven,
+nog minder den indruk vertolken, dien eene wandeling door deze zalen
+op den bezoeker maakt.
+
+
+
+XII
+
+
+Een vijftiental jaren geleden bestond er nog een geregelde
+stoombootdienst tusschen Namen en Luik. Dat was in waarheid een
+heerlijke vaart, waarbij zich een reeks van grootsche en bevallige
+tafreelen voor het oog ontrolde, afwisselend bij iedere kromming van
+de rivier. Achtereenvolgens zag men de groote krijtrots der Grandes
+Malades, aldus genoemd naar een voormalig leprozenhuis; dan de
+hermitage van Saint-Hubert, eene landelijke kapel, nu vervangen door
+een prozaïschen kalkoven; de vallei van Marche-les-Dames, beroemd door
+de abdij, welke honderd-negen-en-dertig echtgenooten van namensche
+kruisvaarders hier in de twaalfde eeuw stichtten; verder, tegenover
+Namêche, de rots van Samson met de ruïne van den ouden feodalen
+burcht, een van de ontelbare kasteelen, waaraan de overlevering den
+naam heeft verbonden van de vier Heemskinderen. Tusschen Sclaigneaux en
+Andenne heerschte de industrie: rookwolken en nevels omhulden de groene
+heuvelklingen; overal vertoonden de rotswanden de wijd gapende wonden
+der steengroeven. Maar weldra week het geklop der hamers, het gestamp
+der machines, het gegons der bezige menigte op den achtergrond. Men
+stoomde langs Ba-Oha, en plotseling teekenden zich, op den top eener
+grijze rots, de omtrekken eener citadel tegen de heldere lucht.
+
+"Huy!" klonk eene luide stem van den kant van het roer, en de boot
+lag voor eenige oogenblikken stil. Dan wentelden de raderen weder
+om en om in het schuimende water; en langs de beide oevers begon het
+industrieele rumoer op nieuw. Van Ampsin tot Flemalles was het aan alle
+kanten een woud van schoorsteenen; roode vlammen stegen opwaarts uit
+de breede openingen der pletterijen en gieterijen; het nimmer poozend
+geraas van den arbeid in de ijzerfabrieken verstoorde de stilte van
+de weinige rustieke landschappen, als oasen verloren te midden van
+deze woestijn van vuur en smook en roet. De rotsen omlijstten het
+gansche woelige tooneel, nu eens terugwijkende, dan tot de rivier
+naderende, en door allerlei grillige, teekenachtige gestalten en
+vormen het oog verrassend, vermoeid van het staren op den baaiert der
+industrie. Wie denkt hier niet in de eerste plaats aan de fiere, hooge
+rots, waarop het kasteel Chokier troont, hoog boven al het geraas
+en al den vuilen smook der wriemelende menigte aan zijn voet. Van
+verre groetten en volgden u zijne sierlijke torentjes; met verbazing
+dwaalde de blik langs de eindelooze treden van een reuzentrap, naar
+den overigens weinig indrukwekkenden burcht voerende; en de aanblik
+van de titanische rots deed u den koortsigen arbeid der menschen,
+het brullen van den stoom, het gefluit en gestamp der afschuwelijke
+machines, vergeten. Maar te Flémalles begon de hel op nieuw; daar
+rookten de tallooze schoorsteenen van den Val-Saint-Lambert; de
+stellages en staketsels der kolenmijnen verhieven zich in de lucht,
+als de geraamten van voorwereldlijke draken; een vieze, stinkende
+sneeuw van zwarte vette vlokken daalde onophoudelijk op het dek van
+de boot neder; Seraing, Jemeppe, Ougrée gaapten u des avonds, bij
+het naderen van Luik, tegen als de open monden eener geheimzinnige,
+duistere hel, waaruit roode vlammen en rookwolken naar buiten sloegen.
+
+Tegenwoordig varen de booten, de zoogenoemde _mouches_, niet verder
+dan van Luik naar Seraing; ook het genot van deze kalme riviervaart,
+die niet minder dan drie uren duurde en zoo oneindige afwisseling
+bood, is ons ontzegd. Thans snort de spoortrein, in ijlende vaart,
+door het wonderschoone land; en in stede van de kalme en rustige
+beschouwing komt thans het vliegend verbijsterend visioen van allerlei
+vluchtige beelden, die elkander verdringen, de verwarrende indruk
+van contrasten en tegenstellingen, waarvan de geleidelijke overgang
+en de harmonische schakeering u ten eenemale ontsnappen. Ge ziet
+juist genoeg, om uit den grond van uw hart den fatalen vuurwagen te
+verwenschen, die u belet iets goed te zien, van iets een blijvenden
+indruk in u op te nemen. Zie, ik weet het wel, verwenschingen tegen den
+"vurigen salamander", die zoo te recht den toorn heeft opgewekt van
+dichters en kunstenaars, baten tegenwoordig niets meer; geen enkel
+schoon idyllisch landschap, geen enkel liefelijk, poëtisch, eenzaam
+plekje, waar men ongestoord droomen en mijmeren kan, is voor deze
+gruwelijke ontwijding veilig: voor de eischen van het moderne verkeer
+moet alles zwichten. Maar toch, telkens als ik, in een spoorwaggon
+gezeten, een schoon landschap doorvlieg, welt de ergernis mij uit het
+diepst des harten op en kan ik soms den vloek tegen de noodlottige,
+domme, gevoellooze machine niet weerhouden. Stoort ze u al niet
+dadelijk in uw genot, de schrille tegenstelling tusschen de kalme
+vredige rust der natuur om u heen, en de krankzinnige haast, waarmede
+gij blindelings, in rechte lijn voortholt, als zat u de dood op de
+hielen?--En daar is nog iets slimmers, dat de spoorwegen op hun geweten
+hebben. Is er ergens een schoon plekje, een heerlijk natuurwonder,
+door den Schepper, die in stilte, zonder haast en zonder drift en
+zonder rumoer werkt, gewrocht, en bleef dat plekje, dat wonder,
+tot dusver nog voor het oog der menigte verborgen:--niet zoodra
+heeft een noodlottig toeval deze verborgen, door weinigen gekende en
+gewaardeerde schoonheid aan het licht gebracht, of alle windselen en
+omtuiningen worden weggerukt; de spoortrein snort ratelend door de
+heilige stilte en voert een stroom van toeristen aan, den vulgairen,
+onuitstaanbaren stroom van gapers en beuzelaars, die kijken en niet
+zien, niet verstaan en niet gevoelen. Weg is de stilte, weg de heilige
+verborgenheid, weg de verheven wijding der kuische schoonheid. Daarin
+ligt voor mijn gevoel--maar ik ben op dat punt, als op vele anderen,
+schromelijk ouderwetsch;--iets zoo onkiesch, iets zoo onuitsprekelijk
+ploertigs--vergeef het woord--dat dergelijk bedrijf mij bijna eene
+misdaad wordt. Zulke tentoonstelling en exploitatie van de schoonheid
+der natuur, zulk brutaal wegrukken van alle sluiers, zulk blootstellen
+aan aller blikken, is inderdaad profanatie, waarbij de schoonheid zelve
+voor drie vierden verloren gaat.--Eene kinderachtige, krankzinnige
+gedachte, niet waar, sporend toerist der negentiende eeuw?
+
+Keeren wij nog even naar Hoei terug, zoo schilderachtig tegen
+zijn heuvel gelegen, waarvan de rotsige kruin door de citadel wordt
+gekroond, die zelve uit de rots gehouwen schijnt. Even als te Dinant,
+leunt ook hier eene kerk tegen den rotswand; van verre gezien,
+schijnen de kerk en de berg een geheel te vormen. Schayes zegt van de
+Onze-Lieve-Vrouwekerk van Hoei, dat zij de schoonste is van alle kerken
+uit de tweede periode der gothiek, die België bezit; bovenal bewondert
+hij het groote roosvenster, het koor met zijn slanke ramen, en de
+drie schepen, gescheiden door twee rijen van cylindervormige zuilen
+met ronde voetstukken en met blad werk versierde kapiteelen. Toch,
+hoe schoon zij ook moge wezen, maakt zij niet dien majestueusen,
+hartverheffenden indruk als Onze-Lieve-Vrouwe van Dinant; de eenigszins
+kinderachtige kleurenpracht aan het gewelf doet evenzeer afbreuk
+aan de heilige stemming als het vulgair karakter van het moderne
+meubilair. Om zich geheel in het verleden te verplaatsen en een
+waarlijk religieusen indruk te ontvangen, moet men de kerk verlaten,
+en nabij het koor een blik werpen op het kleine portaal der Madonna:
+een juweel uit de dertiende eeuw, een heerlijk kantwerk in steen. De
+innige teedere vroomheid dier schoone tijden van vurig geloof en
+heilige geestdrift geurt u tegen uit dit schoone gebouwtje, bestaande
+uit eene vierkante poort, waarvan de lijst, met blad werk versierd,
+aan de beide einden en in het midden gedragen wordt door smaakvol
+bewerkte zuiltjes, waarop de beelden staan van de Heilige-Maagd, van
+Sint-Domitiaan en van Sint-Lambert. Het door een prachtig versierden
+spitsboog omlijste veld boven de deur is in drie vakken verdeeld, die
+in naïef en zielvol beeldwerk de Geboorte des Heeren, de Aanbidding der
+herders en de Aanbidding der wijzen te aanschouwen geven. Wanneer, van
+het trottoir aan de overzijde, ge eensklaps te midden van het gewoel en
+de beweging der straat, de oogen opheft naar deze beelden en groepen,
+dan gevoelt ge dat ge hier een edel kunstwerk voor u hebt, waaraan
+de tijd de laatste hand heeft gelegd. De figuren zijn geschonden,
+het relief is uitgesleten, het fijne beeldwerk half verteerd: en toch
+beseft ge dat geene restauratie, hoe kunstig ook, zou kunnen opwegen
+tegen den langzamen arbeid der eeuwen. Zelfs de kleine winkeltjes
+en herbergen, die het smaakvolle gebouwtje omvatten, dragen er toe
+bij om zijne geheimzinnige schoonheid te beter te doen uitkomen. Het
+is inderdaad te hopen, dat men het kunstwerk in zijn tegenwoordigen
+toestand late en geene pogingen tot herstelling beproeve, die niet
+anders dan op mislukking zouden kunnen uitloopen.
+
+Liet de tijd het ons toe, hoe gaarne zouden wij met u omdolen door de
+omstreken van Hoei, en bij voorbeeld den loop volgen van de Hoyoux,
+die van Modave afkomt en midden door de stad vloeit. Ten deele,
+tot aan Barse, geeft de vallei van de Hoyoux, zij het ook op kleiner
+schaal en in bescheidener afmetingen, het woelig en rumoerig tafreel
+der moderne industrie te aanschouwen. Maar voorbij Barse hervindt
+ge den weldadigen vrede der stille natuur. Bij Lunet en Bonne neemt
+de vroolijke, dartele Hoyoux, die zoo straks molenraderen in beweging
+bracht, met de kiezelsteentjes in haar bedding speelde en bij de stuwen
+alleraardigste watervalletjes vormde: daar neemt die dartele, jolige
+Hoyoux eensklaps het deftige voorkomen aan van eene hoogst fatsoenlijke
+matrone, die de loszinnige grillen der jeugd sinds lang vergeten
+heeft. In haar kalmen effen waterspiegel weerkaatsen rosachtig grijze
+rotsen; langs haar met gras begroeiden zoom wuiven wilgen en populieren
+hunne takken. Misschien ligt op den bodem dezer plotselinge verandering
+wel een weinig weemoed: rivieren kunnen het dikwijls slecht verdragen
+dat men haar vrijheid aan banden legt,--daarin den menschen gelijk, al
+is het voor menschen en rivieren even dringend noodig;--en te Modave
+heeft een machtig heer de ongebreidelde Hoyoux gedwongen, voor hem
+alleen hare schoonheid ten beste te geven achter de omheining van een
+gesloten park. Daar vloeit zij kabbelend tusschen smaragd fluweelige
+grasperken, onder de schaduw van treurwilgen, omzoomd door dichte,
+schaduwrijke lanen, waar geen vreemdeling den voet zet. Toch heeft zij
+nog iets anders te doen dan den dorst te lesschen der herten en reeën,
+wier bruin gevlekte huid schittert tusschen het groene hout. Zij
+weerkaatst in haar kristallen spiegel de stoute, duizelingwekkende
+vlucht van een tweehonderd voet hooge steile rots, die het voetstuk
+vormt van een in volle waarheid vorstelijk kasteel. De reusachtige,
+schier loodrechte rotswand is van boven tot onder behangen met een
+dichten mantel van klimop; en de vierkante torens van het kasteel
+maken bijna den indruk als waren zij eene voortzetting van den berg.
+
+Maar al troont het kasteel op eene rots, het heeft daarom toch niets
+tragisch; zijne hooge ligging alleen geeft het eenige overeenkomst
+met de arendsnesten, waarin weleer de roofridders der legende
+huisden. Modave is geen ten oorlog toegeruste burcht; veeleer doet het
+denken aan een weelderig paleis, bestemd om eene vroolijke hofhouding
+te herbergen. Toen de fransche bouwmeester Jean Groujon het plan voor
+deze fiere woning ontwierp, poogde hij alle hulpmiddelen der kunst aan
+te wenden om een paleis te scheppen, dat in overeenstemming zou zijn
+met de pracht van het omringende landschap; en een prins van den bloede
+kon niet beter bediend zijn geworden dan de graaf van Marchin, wiens
+luim en wiens goud de vorstelijke woning op de rots deden verrijzen.
+
+Tot heden toe heeft het kasteel, door een zeldzaam gelukkig toeval en
+door de piëteit der laatste eigenaars, zijn majestueus, vorstelijk
+voorkomen behouden. Reeds dadelijk bij het binnentreden treft u de
+pracht van het voorhuis: de geheele genealogie van de Marchins ontrolt
+zich, aan de zoldering, in schitterende kleuren voor uw oog: schilden
+van goud en sabel, van keel en azuur, wisselen af met groote zwevende
+figuren, van wier stalen helmen wuivende pluimen wapperen.--Dan treedt
+ge in een met gobelins behangen salon: langs de wanden aanschouwt ge
+eene gansche reeks van wapenfeiten ter zee en te land, en daarboven,
+aan de gewelfde zoldering, eene rij van bas-reliefs, voorstellende de
+werken van Herkules.--Men opent eene deur: ge zijt in de slaapkamer
+der hertogen van Montmorency. Het ledekant, met zijne gebeeldhouwde
+witte en vergulde kolommen, staat daar nog in den hoek, en daarbij een
+paar antieke fauteuils, met heerlijk schoone gebloemde stof bekleed;
+terwijl boven den schoorsteen het portret prijkt van een kardinaal
+van Fürstenberg, wiens vriendelijk gelaat schijnt neer te blikken op
+al deze pracht en weelde, en op dat rustbed, waarop thans geen vorst
+meer zijne vermoeide ledematen uitstrekt.
+
+Eensklaps valt een breede schitterende lichtstreep op de verwelkte
+rozen van het tapijt: de bediende, die u rondleidt, heeft de deur
+geopend van een verrukkelijk kabinetje, waarvan de wanden door
+den schilder Morel met landschappen en bloemen zijn versierd. De
+tijd heeft de levendige kleuren dezer schilderijen getemperd; maar
+daarentegen tooit hij telkens weer met eene eeuwige jeugd den gansch
+niet verschrikkelijken afgrond, die zich onder het balkon van het
+venster opent, en die toch diep genoeg is om de hooge boomen beneden
+te doen inkrimpen tot struiken en de rivier tot een smal lint. Een
+klein gebouwtje, dat ge aan den voet der geweldige rots bespeurt,
+heeft eene historische vermaardheid: daar bewaart men nog steeds een
+werktuig, door den luikschen ingenieur Rennekin-Sualem uitgevonden, en
+dat bestemd was om de vijvers der terrassen van water te voorzien. De
+laatste der Marchins verspilde zijne gansche fortuin aan deze kostbare
+waterwerken, waarvan de roem zelfs tot Versailles was doorgedrongen:
+Lodewijk XIV ontbood den bekwamen ingenieur, die nu voor den grooten
+koning de beroemde machine van Marly vervaardigde. Terwijl de machtige
+monarch den kunstenaar, op wiens wenk het water overal klaterde in
+fonteinen en bruiste in cascaden, met eer en gunstbewijzen overlaadde,
+moest Ferdinand de Marchin, maarschalk van Frankrijk, zijn kasteel van
+Modave overdoen aan den vorst-bisschop van Luik, Hendrik Maximiliaan
+van Beieren.
+
+Nu begint een aardige geschiedenis: de bisschop verkoopt op zijn beurt
+de bezitting aan den kardinaal van Fürstenberg, en deze vermeerdert
+het domein, door van zekeren heer Winand de Ville drie hofsteden en
+Klein-Modave te koopen. Ongelukkig verzuimde hij de kooppenningen te
+betalen. Deze kleinigheid ontging hem zelfs zoo geheel, dat hij het
+kasteel met al hetgeen daartoe behoorde edelmoediglijk ten geschenke
+gaf aan zijn neef, den prins de la Marck. De schuldvordering was
+inmiddels overgegaan in handen van den zoon van Winand, den ingenieur
+Arnold, die de kans schoon zag om een slag te slaan. Hij liet beslag
+leggen op de drie hofsteden en op Klein-Modave, waarvan de koopsom
+niet betaald was, en daarbij ook op het kasteel zelf, dat hij in
+bezit nam als vergoeding voor de verschuldigde rente. Daar troonde
+hij nu als een groot heer, in die vorstelijke huizinge, waaraan de
+Marchins zestien jaren lang hadden laten bouwen. Het eenige wat aan
+dit vorstelijk verblijf ontbrak, was een vorstelijke naam, die er
+bij passen zou; welnu, de naam werd gevonden, en wel geen mindere
+dan die van een Montmorency, die het kasteel ten huwelijk nam en de
+dochter op den koop toe. Na het uitbreken der revolutie in Frankrijk,
+was Modave gedurende eenigen tijd de residentie van den graaf van
+Artois, den broeder des konings. Schitterende jachtpartijen, diners,
+feesten en prachtige recepties, waarop de adel uit den ganschen omtrek
+verscheen, wisselden elkander af. De koning zelf werd te Modave
+verwacht, toen eensklaps de noodlottige tijding van de aanhouding
+der koninklijke familie te Varennes en hare terugvoering naar Parijs,
+aan alle verwachtingen den bodem insloeg en aan de feesten een einde
+maakte. De verzamelde edellieden verstrooiden zich; de meesten togen
+naar Coblentz, en toen België door de revolutionnaire legers werd
+overweldigd en bij Frankrijk ingelijfd, werd Modave, als het eigendom
+van een uitgewekene, verbeurd verklaard en verkocht. Een gewezen
+ontvanger der Montmorency's, een braaf en nobel man, kocht het goed
+en gaf het later terug aan den rechtmatigen eigenaar, den oudsten zoon
+van den hertog Anne de Montmorency. En nu, deze grootsche residentie,
+waaraan zoo doorluchtige namen, zoo trotsche herinneringen verbonden
+zijn, die eenmaal vorsten en kardinalen, hertogen en bisschoppen heeft
+geherbergd,--dit in waarheid koninklijk kasteel is thans het eigendom
+van burgerlieden. Dit moet hun evenwel tot hun eer worden nagegeven,
+dat zij tot dusver het verleden van dit paleis hebben geëerbiedigd on
+getoond genoeg verstand te bezitten om te begrijpen dat het kasteel
+van Modave eigenlijk altijd nog aan de Murchins en de Montmorency's
+behoort.
+
+
+
+XIII
+
+
+Buiten de poort van Hoei begint wat men zou kunnen noemen de
+industrieele Maas, die zich tot Luik uitstrekt. Wij komen hier weer
+in het duistere rijk der vlammen en rookwolken; als ge des nachts,
+in een ratelenden trein gezeten, deze akelige streek doorvliegt,
+dan schijnen de reusachtige, wanstaltige fabrieken met haar helder
+verlichte vensters en haar wijd geopende poorten, waaruit de roode
+gloed u tegenstraalt, spookachtige kathedralen, len feest toebereid. En
+ja, daar wordt een cultus gevierd, waarbij het gesnuif en geloei en
+geknars der machines de tonen van het orgel vervangt; de priesters,
+die het zwarte altaar bedienen, zijn half ontkleede, ruw uitziende
+mannen, in wier baard en verwarde hairlokken vonken en roetvlokken
+schuilen; de reusachtige schoorsteenen, die roode vlammen braken,
+schijnen monsterachtige kandelabers, ontstoken ter eere van den god
+dezer eeuw, den god Millioen, den verachtelijksten van alle valsche
+goden. Corphalie, Flône, Engis kleuren achtereenvolgens den horizon
+met hun rooden gloed; verder gapen de brandende purperroode muilen
+van de glasblazerijen en steenkolenmijnen in den Val Saint-Bénoit;
+eindelijk begroet u Seraing met den ratelenden donder en de vlammende
+bliksemvuren zijner pletterijen en hoogovens: een gordel van vuur
+omknelt de rivier; het is u als stondt ge te midden van een vlammen
+brakenden vulkaan.
+
+Evenals in de vreeselijke streek van Marchiennes, Couillet, Marcinelle
+en Châtelet--dien kring van een hel, waarvan Dante nooit gedroomd
+heeft--wordt ook hier het merg en bloed der menschen verteerd door
+den eeuwigdurenden arbeid zonder rust of verademing. Honderden en
+duizenden doorwroeten de ingewanden der aarde, om de steenkool en
+het metaal daaruit te voorschijn te brengen, stoken de ovens, waarin
+die metalen gesmolten worden, zwoegen en werken zonder ophouden in
+fabrieken en werkplaatsen, arbeidende en worstelende, dag aan dag,
+jaar aan jaar, tot eindelijk hunne kracht is verteerd en zij neerzinken
+om te sterven. Noodlottige Sisyphus-arbeid, die ook elders vóór den
+tijd den rug krommen doet en--erger nog--in het gemoed des volks het
+duister besef wekt van een onontkoombaar noodlot, een somberen vloek,
+die op de schare rust en geslachten bij geslachten verplettert.
+
+Niet waar, ge zult het mij niet ten kwade duiden, dat ik u niet
+rondvoere door die werkplaatsen en fabrieken, die zeker ook haar
+aantrekkelijke zijde hebben en waar de menschelijke vindingrijkheid
+en de menschelijke wetenschap ongetwijfeld schoone triomfen vieren,
+maar die toch bij sommigen--waaronder ik mij gaarne reken--in de
+eerste plaats een gevoel van onverwinlijken afkeer, van huivering
+en schrik verwekken. Wij zullen deze tempels van den afgod Millioen
+niet bezoeken, noch die in den Val Saint-Lambert, waar de geschonden
+gebouwen van de oude eerwaardige abdij vernederd en ontwijd zijn
+tot eene glasblazerij, noch die van Seraing met hun hoogovens en
+gieterijen en pletterijen en wat niet al meer: een Tartarus, dien ge
+in een halven dag ter nauwernood vluchtig doorloopen kunt.
+
+Maar van Seraing en den stichter der ontzagwekkende industrieele
+inrichting aldaar, mogen wij toch niet geheel zwijgen.
+
+Wie van de prins-bisschoppen van Luik, die eeuwenlang, in hun
+bekoorlijk buitenverblijf te Seraing al de liefelijkheden van het kalme
+landleven, muziek en weelde en stille droomerij, genoten;--wie hunner
+had ooit kunnen vermoeden dat de lachende villa, met haar lommerrijke
+tuinen, haar zorgvuldig geschoren hagen, haar geheimzinnige bosschages,
+haar grotten en waterwerken, op zekeren dag zou omgeschapen worden
+in deze duistere, vlammende spelonk, wemelende van eene gansche
+bevolking van gnomen en kobolden, die zoowel in het volle zonlicht
+als in de duisternis onophoudelijk het goud te voorschijn halen uit
+het gloeiende metaal? Voorwaar, hij was meer dan een gewoon man,
+een soort van Napoleon op industrieel gebied, die John Cockerill,
+die op zekeren dag van het jaar 1817 te Seraing voet aan wal zette,
+vergezeld van een staf van ingenieurs, Engelschen als hij. Binnen
+tien jaren had zich de roep van zijne stichting door geheel Europa
+verbreid. Telkens werden nieuwe inrichtingen bij de bestaande
+gevoegd. In 1823 werd de groote smederij met wat daartoe behoort
+gebouwd; drie jaren later waren de verschillende ovens, de pletterijen
+en machines van de ijzerfabriek voltooid en in werking gebracht; de
+kolenmijn Henri-Guillaume volgde met eene exploitatie op tot dusver
+nog onbekende schaal; eindelijk werd in 1828 de eerste met cokes
+gestookte hoogoven aangelegd die het vaste land zag verrijzen. Elke
+nieuwe onderneming was een nieuwe zegepraal. Ongelukkig brak, te
+midden van al deze werkzaamheid, een hevige crisis, de omwenteling
+van 1830, uit, die den arbeid tot stilstand doemde; ondanks een zeer
+aanmerkelijk actief scheen schorsing der betaling onvermijdelijk. John
+Cockerill stierf te Warschau, misschien gedood door de gedachte dat
+zijne stichting ten ondergang was gedoemd.
+
+Toch ging zijn werk niet onder: eene naamlooze vennootschap
+nam, met aanzienlijk kapitaal, de inrichting over en hield haar
+aan den gang niet slechts, maar breidde haar nog meer uit. Het
+ontzaggelijke etablissement bezit tegenwoordig vijf hoogovens, eene
+ijzersmelterij, die in drie hallen is verdeeld; veertig smeltovens;
+twaalf pletterijen, eene staalgieterij naar het stelsel van Bessemer,
+met al wat er toebehoort, constructie-werkplaatsen enz.; eindelijk
+een scheepstimmerwerf met alle daarbij behoorende inrichtingen:
+deze laatste bevindt zich echter niet aan de oevers van de Maas,
+maar aan die van de Schelde, te Hoboken, bij Antwerpen.
+
+Deze opsomming, hoe onvolledig ook nog, wekt reeds verbazing;
+onwillekeurig opent zich voor onze verbeelding eene voorstelling van
+iets onmetelijks, een industrieel Babylon. Denk een oogenblik aan
+de honderden bruggen, die hier zijn gemaakt en alom over de rivieren
+en stroomen gelegd; aan de transatlantische stoomschepen, de booten
+en lokomotieven, geweldige leviathans, die hier hunne vleugelen en
+hunne longen kregen en die sedert, naar de vier winden uitgezonden,
+door den stoom bezield, land en zee doorploegen in ijlende vaart. En
+die vuurdraken komen niet een voor een uit dezen loeienden Tartarus te
+voorschijn: neen, bij gansche drommen, bij vloten en karavanen. Binnen
+den tijd van acht jaren werden vijfhonderd-drie-en-tachtig
+stoommachines, twee-honderd-zes lokomotieven, negen-en-zeventig
+stoombooten, twee monitors van honderd-tachtig paardenkrachten elk,
+met daarbij behoorende torens, affuiten, pompen en al het verdere
+materieel, ongeveer een dertigtal barges, lichtschepen, loodsvaartuigen
+en baggermachines alleen aan de russische regeering afgeleverd.
+
+De fabriek verandert zich dan in een arsenaal; de gloeiende adem
+van den oorlog doet hare ovens vlammen en hare raderen wentelen: al
+het vernuft en al het genie der moderne industrie stelt zich in de
+dienst van dood en vernieling. Maar ook de vrede zet de reusachtige
+inrichting aan het werk: de eerste lokomotief en de eerste spoorstaven
+werden in 1835 door Seraing afgeleverd; en drie-en-twintig jaren later
+levert dezelfde fabriek het ontzaggelijke materieel, benoodigd voor
+het boren van den tunnel door den Mont-Cénis. Maak u nu, zoo ge kunt,
+eene voorstelling van de drukte en beweging, van het eeuwige rumoer
+in deze nimmer rustende wereld, waar menschen en machines elkander
+aanvullen en zich als in elkander verliezen. Denk u het razend en
+onharmonisch orchest der smidsen, der pletterijen, der smeltovens,
+brullende, knarsende, loeiende, kloppende, hamerende: een eeuwige
+donder, vlammen en bliksemstralend schietende naar alle kanten. Het is,
+als bevondt gij u midden in een fornuis: een stroom van vuur golft,
+schuimend en sissend, aan alle kanten; uit de gloeiende kaken der
+wijd gapende ovens vliegt een regen van vonken; en te midden van
+het oorverdoovend, het verbijsterend geraas klinken, met geregelde
+tusschenpoozen, de doffe slagen van de monsterachtige plethamers,
+als de donder van eene batterij. En nu, laat ons uit deze hel naar
+buiten treden.
+
+
+
+XIV
+
+
+Elk uur vaart eene boot van Soraing naar Luik: er is geen beter
+gelegenheid denkbaar om het prachtige panorama te overzien, dat zich
+voor onzen blik ontrolt. De ranke, lichte boot klieft de groenachtige
+wateren; eene verkwikkende koelte stijgt op uit den schoot der
+rivier; telkens wijken en naderen de bergen langs de schilderachtige
+oevers. Ter rechterzijde duikt Seraing weg in een nevel van wemelende
+rookwolken; ter linkerzijde vertoont zich Jemeppe, tegen de helling
+eens heuvels gebouwd; de fabrieken, de werkplaatsen, de kolenmijnen,
+de heuvels van slakken en sintels volgen elkander in onafgebroken
+rij op, den horizon verbergende achter hunne wanstaltige vormen.
+
+De groote smidse van dit land van ijzer en kool is hier in volle
+werking en zal ons eerst aan de andere zijde van Luik verlaten. Telkens
+en telkens verrijst aan den horizon een groot zwart gebouw, te
+midden van vlammen en rook; het weerkaatst zijn plompe smakelooze
+gestalte in de Maas, verscheurt het groene kleed van het landschap
+met zijn stellages en getimmerten of met zijn vierkante steenmassa,
+door tal van hooge vensters doorbroken. Maar daaromheen bloeien en
+geuren de tuinen, ontrollen de weilanden hun met bloemen gestikt
+smaragden tapeet, en wuiven boomen tot sierlijke groepen vereenigd
+hunne lommerrijke takken. En laat ge uw blik rusten op de deels rijk
+begroeide en bebouwde, deels kale berghellingen op den achtergrond,
+dan verzoent ge u bijna met deze samenvoeging van natuur en industrie,
+en boeit u de eigenaardige schoonheid van het in zijne soort schier
+eenige landschap.
+
+Telkens vaart de kleine boot langs de pijlers van eene brug,
+ligt stil aan een steiger, buigt zich om eilandjes, oprijzende
+uit de wateren. Ougrée, Sclessin, de herbergen en kroegjes van
+Petit-Bourgogne, de bosschen van Kinkempois gaan langs uw oog
+voorbij. Uit de priëelen klinkt u een vroolijk gelach tegen; een reuk
+van gebakken visch waait u tegemoet uit de keukens; eene gansche vloot
+van gieken, bootjes en vaartuigjes van allerlei vorm en naam omringt
+u, bestuurd en voortbewogen door mannen en jongelieden in roode,
+blauwe of witte jakken, met ontbloote gespierde armen de riemen
+voerende. De fabrieken en werkplaatsen hebben niet langer het rijk
+alleen: ge bemerkt dat ge eene groote stad nadert; ge stoomt langs
+Angleur; en eensklaps ligt Luik voor u, als een amphitheater tegen
+de heuvelen gebouwd. Dit schouwspel is een van die, welke men nooit
+vergeet. Toch overziet ge van het dek der boot slechts een stuk van
+de groote en woelige schilderij, die zich van de hoogte van Cointe
+in haar geheelen omvang voor uw oog ontvouwt: de reeks van bruggen
+met haar grijze bogen; de verwarde massa der daken die tegen de
+heuvelen opklauteren; de hooge tinnen der kerken, als reuzenschepen
+zich opbeurende uit die zee, wier lijnen aan den horizon wegsmelten.
+
+De boot vervolgt inmiddels haar vaart langs breede kaaien, met groote
+kosten gebouwd; de nieuwe wijk van het Ile du Commerce ontrolt ter
+linkerzijde haar squares, haar fonteinen, haar standbeelden, haar
+hotels in ietwat overladen, bombastischen stijl; de huizen naderen
+dichter en dichter tot elkander; de rechteroever verdwijnt half in
+rookwolken; alles geeft u den indruk dat ge het hart eener groote
+stad nadert. Achter u verzinken, in de schemerende verte, de Jardin
+d'Acclimatation en zijne kiosk, de twee bogen van de brug du Commerce,
+het openbare park met zijn dicht geboomte; maar voor u openen zich
+nieuwe vergezichten: daar beurt Sint-Maarten, halverwege op den
+heuvel, haar zwaren vierkanten toren ten hooge; de fijne spits van
+Sinte-Walburge rijst een oogenblik in de blauwe lucht; Sint-Jacob
+vertoont een stuk van zijn steenen kantwerk. Dan vaart ge langs
+de gebouwen van het bisschoppelijk paleis en het seminarie, half
+wegschuilende tusschen het groen; de brug de la Boverie spant over
+het snelvlietende water haar vijf bogen als zoovele poorten. Kort
+daarop vertoont zich de Pont des Arches met haar machtige pijlers,
+met allegorische standbeelden versierd; dan schijnt de rivier zich nog
+te verbreeden; een kreet van bewondering ontsnapt u: rechts en links
+ontplooien zich twee prachtige kaden, hier de quai des Tanneurs; daar,
+de vermaarde quai de la Batte, met haar doolhof van cafés-concerts,
+matrozenkroegen, gemeene huizen en winkeltjes.
+
+Hier bevindt ge u in het hart van het oude Luik; op marktdagen wemelt
+het langs deze geheele quai de la Batte van karren en wagens, van
+groente- en fruitverkoopers, sjouwers en pakkedragers, van handelaars
+in vogels, in honden, in lorren, van wonderdokters en kwakzalvers
+en kunstenmakers, schreeuwende, joelende, roepende te midden van een
+baaiert van kraampjes, tafeltjes, uitstallingen van groenten en fruit,
+van tenten en parapluies. Ga bij de geschutgieterij aan land, wandel de
+woelige kaai weder af, sla een der smalle bochtige straatjes in, die
+deze karakteristieke, volkrijke buurt doorsnijden; en weldra betreedt
+ge de Groote Markt, het forum der stad, een fraai langwerpig plein,
+omzoomd door de antieke puntgevels van de voormalige gildenhuizen, en
+dat voornamelijk zijne vermaardheid dankt aan eene hooge zuil, waarop
+eene groep der Gratiën prijkt. De zuil zelve rust op een voetstuk, dat
+door vier leeuwen gedragen wordt; en deze vier leeuwen worden zelven
+weder door een onderbouw gedragen, die tot fontein is ingericht. Dit
+is de Perron: een naam, die op elke bladzijde der geschiedenis van
+Luik wederkeert. In de vijftiende eeuw stond op dezelfde plek een
+hooge paal of zuil, voor welke de keuren der stad werden afgekondigd;
+Karel de Stoute, die Luik zoo zwaar tuchtigde, liet die zuil wegnemen;
+onder Maria van Bourgondië werd zij weder hersteld, maar later door
+storm vernield. Eindelijk gaf men haar den meer antieken vorm, dien
+zij nog heden heeft. Delcour, die de fraaie groep beitelde, dacht er
+zeker niet aan, in zijn werk eene bepaalde politieke gedachte uit te
+drukken of daarin de herinnering aan het verleden te bewaren; toch
+is voor iederen Luikenaar de Perron als het ware het onsterfelijk
+symbool van de historie zijner vaderstad.
+
+Eene straat, die ge bij het station der Guillemins inslaat, buigt
+zich rechts, voert u over eene brug en langzamerhand, al stijgende,
+naar een breeden weg, onlangs tegen den heuvel aangelegd. Naarmate ge
+hooger klimt, breidt het panorama zich voor u uit; de heuvelen wijken
+of laten tusschenruimten open, die u kijkjes gunnen in het verschiet;
+soms bespeurt ge geheele stukken van de stad: eene opeenhooping van
+daken en puntgevels, waarboven de hooge schoorsteenen der fabrieken
+uitsteken. De rivier wijkt ter linkerzijde, en laat slechts een
+gedeelte van haar groene watervlakte zien; een plateau ontrolt zich
+voor u, van welks rand eensklaps een der schoonste panorama's van Luik
+zich voor uwen blik ontrolt. Dit is de hoogte van Cointe (bladz. 313),
+zeker het meest geschikte punt om met een enkelen blik bijna geheel
+Luik te overzien.
+
+Daar ligt zij voor u, langs de beide oevers van de rivier, elk een zoo
+eigen karakter vertoonend. Als een breed zilver lint, van metaalglans
+overspeeld, slingert zich de Maas door de uitgestrekte woestijn
+van daken en steenen muren, die zij in twee gedeelten splitst. Vier
+bruggen, de pont de l'Acclimatation, de pont Neuf, de Passerelle,
+de pont Léopold, spannen over de wateren haar reeks van bogen,
+slinkende met den afstand, tusschen de schier onafzienbare lijn
+der kaaien. Op den achtergrond, waar de rivier eene kromming maakt,
+vertoonen zich de dicht opeengepakte huisjes van de quai de la Batte;
+dan verliest zich de stralende, als met diamanten bezaaide rivier
+tusschen de bergen, die haar oevers omzoomen en wier toppen ons uit
+de schemerende verte groeten.
+
+Aan onze rechterhand ontvouwt zich de dichte, saamgepakte massa van
+de wijken aan gene zijde der rivier. Een streep van donkere zware
+rook--een nevel, die nimmer door de zon wordt opgelost, wijst den
+loop van de rumoerige rue Grétry, wier naam een zonderling contrast
+vormt met het oorverdoovend geraas der smederijen, pletterijen en
+andere werkplaatsen, dat hier bijna dag en nacht de lucht vervult. De
+industrie blijft hier toch niet voor de poorten staan: als door
+een onweerstaanbaren, alles overweldigenden drang medegesleept en
+voortgedreven, trekt zij de stad binnen, overstroomt hare wijken,
+vervult hare straten met het gebrul en gefluit harer machines,
+en bouwt in het hart der stad hare allesbeheerschende, vlammen en
+rookbrakende burchten op.--Maar aan den linkeroever hervinden wij
+althans eenige kalmte en rust. Op den voorgrond wenken de weelderige
+hotels en woningen van het Ile du Commerce, waar allerlei bouwstijlen
+elkander broederlijk ontmoeten en de architektuur zich fantastische
+spelingen veroorlooft, waarvan de groote oude meesters nooit hebben
+gedroomd. Deze schitterende wijk breidt zich uit aan den voet van
+den heuvel, die van onder tot boven geheel met huizen is bedekt,
+waarvan de grauwe leien daken, tegen den groenen achtergrond der
+bergen, ondanks hun grijzen toon, geen kwaad effect maken. Boven de
+huizenmassa rijzen tal van torens en spitsen, tinnen en daken van
+kerken en kapellen omhoog: Sint-Jacob en, meer links, Sint-Paulus
+en verder, half in den nevel wegduikende, Sint-Maarten, de steenen
+reus, die overal de blikken tot zich trekt. Op zeker punt breekt
+het groen de eentonigheid der huizenmassa: de huizen beginnen wijder
+uit elkander te staan; daar beginnen de voorsteden en buitenwijken,
+aan den gezichteinder begrensd door de grillig geteekende, groene
+hellingen van den berg Vivegnis.
+
+Dit alles geldt slechts de buitenzijde en de oppervlakte der
+dingen. Heeft men dit panorama genoten, dan moet men in de stad zelve
+doordringen, in dat warnet van smalle, bochtige straten en stegen,
+sommigen zigzagswijze de heuvelhellingen beklimmende en alleen
+voor voetgangers toegankelijk; anderen, minder steil, opstijgende
+dwars door de oude buurten; bijna allen buigende met scherpe hoeken,
+vaak onderling door trappen verbonden en somwijlen zoo nauw, dat de
+overburen in de overhangende huizen elkander welhaast een kus op
+de lippen zouden kunnen drukken. Ook te Luik vindt men eene oude
+en eene nieuwe stad: deze laatste heeft breede rechte straten,
+benevens boulevards, squares, fonteinen, kiosken, terrassen:
+de geheele moderne decoratie van eene provinciale hoofdstad, die
+op vertooning en opschik is gesteld en geld genoeg heeft om zich
+die weelde te veroorloven. Sedert de laatste vijftien of twintig
+jaren hebben de kaaien en haar onmiddellijke omgeving eene geheele
+herschepping ondergaan, heeft men den loop der rivier gewijzigd en
+verlaten terreinen in bezit genomen ten behoeve van het toenemend
+verkeer. Op een paar schreden van de Guillemins is, als door den
+slag eener tooverroede, eene nieuwe prachtige stad uit den grond
+verrezen, eene staalkaart van weelderige overladen bouwstijlen, een
+architektonische _pot-pourri_, waarvan de minarets, de koepels, de
+loggia's, de kolonnaden en frontons eene bonte fantasmagorie vormen
+van oostersche en westersche architektuur. Daal eenige trappen af:
+daar stuwt de Maas haar schitterende wateren voort aan den voet der
+kaaimuren, en een andere trap aan de overzijde brengt u naar fraaie
+perken, met verschillende soorten van boomen beplant en waar het
+geruisch van springende fonteinen uw oor verkwikt. Weldra begint eene
+dubbele allee van groote boomen, wier takken boven uw hoofd een dicht
+loofgewelf vormen: het is u bijna als wandeldet ge door een bosch. Aan
+dezen prachtigen boulevard van Avroy sluiten zich de dreven van de
+Sauvenière; de huizen sluiten zich nauwer aan een; rechts ziet ge een
+plein, met een standbeeld, dat van Grétry, versierd en daarachter een
+zeer ordinair gebouw met pilasters, den schouwburg; onmiddellijk daarna
+brengt eene breede straat ons op het grootsche plein Saint-Lambert,
+grootsch en merkwaardig vooral door de herinneringen van het verleden,
+meer nog dan door zijne buitengewone afmetingen.
+
+Daar verrees, tot in de laatste jaren der vorige eeuw, een wondervol
+gebouw, de kathedraal uit de twaalfde eeuw, met haar zware vierkante
+torens, de veertien massieve zuilen die haar schip droegen,
+haar kapittelzalen, haar sakristie, haar archief, de woningen
+der kanunniken, al de bijgebouwen en toevoegsels behoorende bij
+het alles beheerschende heiligdom. Dit heiligdom zelf, de aan
+Sint-Lambert gewijde kathedraal, was niet het eerste, dat op deze
+pleek verrees. Sint-Hubertus, bisschop van Luik, had in den aanvang
+der achtste eeuw eene kerk toegevoegd aan de reeds bestaande kapel:
+in welke kerk ten jare 720 de overblijfselen werden bijgezet van
+Sint-Lambertus, den heiligen prelaat, die op deze zelfde plek door de
+handen van moordenaars was gevallen. Notger, die van 971 tot 1008 den
+bisschoppelijken stoel bekleedde, herbouwde de kerk van Sint-Hubert
+en liet er woningen voor zestig kanunniken aan toevoegen. In dezen
+tweeden tempel weerklonk de machtige stem van Peter de Kluizenaar,
+de geloovigen oproepende ten heiligen krijg ter bevrijding van het
+graf van Christus; hier predikte de heilige Bernard van Clairvaux;
+in de twaalfde eeuw verhief Lambert le Bègue hier zijne waarschuwende
+stem tegen de simonie en het ergerlijke leven der geestelijken, en
+dreigde met de naderende gerichten Gods, indien bekeering achterwege
+bleef. Deze woorden bleken eene profetie: den 11 April 1183 werd de
+kerk door het vuur aangetast. Drie dagen lang woedden de vlammen:
+bijna niets kon worden gered dan de relikwieën van Saint-Lambert. De
+herbouw van de kerk vorderde niet minder dan zeven-en-zestig jaren.
+
+Ettelijke afbeeldingen, de herinnering van enkele grijsaards, die
+het tegenwoordige plein Saint-Lambert nog met puin bedekt hebben
+gezien, eindelijk de vrij onvolledige beschrijving van Saumery, die
+met medelijdend schouderophalen spreekt over den _slechten smaak_
+der middeleeuwsche architekten:--ziedaar alles wat ons ten dienste
+staat als wij ons eene voorstelling willen maken van de nobele
+kathedraal, voor zij in 1794 door het luiksch gepeupel en de fransche
+revolutionnaire horden werd verwoest. De kerk met al hare bijgebouwen
+besloeg de gansche ruimte tusschen de Place Verte en de Markt. De
+kathedraal zelve verhief zich trots boven al deze toevoegsels, die het
+effect van het monument des te meer bedierven, omdat het onmogelijk
+was de kerk op een behoorlijken afstand te zien. Twee zware vierkante
+torens, in oud-gothischen stijl, omlijstten aan de westzijde het oude
+koor, de aan de heiligen Cosmas en Damianus gewijde kapel. Het nieuwe
+koor, aan de tegenovergestelde zijde, zag op de Markt uit; tusschen
+die beiden lag de hoofdbeuk, uitmuntende door haar hoogte. Tegen
+het zuidelijke dwarsschip was een hooge toren aangebouwd, waarvan
+de eerste steen in 1392 werd gelegd, en waarvan de rijk versierde
+achtkantige houten spits met verguld lood was bekleed.
+
+Tien zijdeuren, waarvan slechts twee voor het publiek geopend waren,
+gaven toegang tot het inwendige der kerk. De hoofdingang op de Place
+Verte voerde niet rechtstreeks in de kathedraal, maar naar een klein
+kerkhof, dat het voorportaal van de eigenlijke kerk scheidde. Deze
+poort werd alleen geopend wanneer een nieuwe prins-bisschop zijn
+intocht hield; de oude deuren ontsloten zich voor de laatste maal
+op den 17 Februari 1791, toen de bisschop Van Hoensbroeck uit
+de ballingschap terugkeerde. Naar de eenstemmige verklaring van
+deskundigen, was dit portaal uit de dertiende eeuw een juweel van
+kunst. Vier deuren van verguld brons voerden naar het oude koor,
+waarvan het altaar omgeven was door acht zware korte zuilen, door
+rondbogen verbonden: het eenige wat van den oorspronkelijken bouw
+was overgebleven.
+
+Langs vier treden daalde men nu af in het groote schip, waarvan
+het gewelf door veertien reusachtige zuilen gedragen werd. Het
+eerste wat hier de aandacht trok was de kroon van Saint-Lambert:
+een kolossale lichtkroon van meer dan dertig el in omtrek, waaraan
+zich de herinnering hechtte van eene allerzonderlingste gewoonte,
+bekend onder den naam van _Creux d'Vervi._ Telken jare, des dinsdags
+na Pinksteren, werd eene deputatie van notabelen uit Verviers,
+vergezeld van een of twee kortelings gehuwde paren uit deze stad,
+door den opper-burgemeester van Luik aan de poort van Amercoeur
+ontvangen, waar hun vergunning werd verleend om zich te gaan kwijten
+van de verplichtingen, door hunne voorvaderen aangegaan. Nu werd eene
+soort van processie gevormd; over den geheelen weg tot aan de pont des
+Arches dansten de jonggehuwden op de maat van fluiten en tamboerijns,
+gevolgd door eene ontelbare menigte. Den volgenden morgen vormde de
+stoet zich opnieuw en trok naar de kathedraal van Saint-Lambert. Daar
+schaarden zich de afgevaardigden uit Verviers in een kring onder de
+groote lichtkroon en begonnen, op een gegeven teeken, als razenden te
+springen en te dansen, daarbij den duim van de linkerhand in de hoogte
+stekende. Gelukte het een der dansers de kroon aan te raken, dan werd
+zij zijn eigendom: maar daarop bestond niet veel kans, want de kroon
+hing omstreeks twintig voet boven den grond! De plechtigheid in de
+kerk werd besloten met de aanbieding van eene gevulde beurs aan den
+deken; daarna keerde men, steeds dansende, terug, en ten slotte bood
+de laatst gehuwde vrouw aan de stads-gerechtsboden een oud mud aan, dat
+zij dadelijk stuk sloegen en van de pont des Arches in de Maas wierpen.
+
+Wij zullen ons niet ophouden bij de zijkapellen, met kunstschatten en
+graftomben opgevuld. Voor ons verrijst een prachtig oxaal, door welks
+driedubbele bogen wij een blik kunnen werpen in het bovenkoor. In het
+midden staat een soort van gothisch gebouwtje met een rood fluweelen,
+met goud geborduurden en met hermelijn gevoerden mantel omplooid,
+dat de relikwiënschrijn van. Sint-Lambertus bevat. Op reusachtige
+kandelaars met zeven en met negen armen branden voortdurend reine
+kaarsen; boven alles hangt een kolossaal crucifix. Ter wederzijde van
+het oxaal een orgel en eene galerij voor de kapel, die zelfs tot in
+Italië beroemd was. Op hooge feestdagen werden hier de standaarden
+der twee-en-dertig gilden opgehangen.
+
+Maar wij kunnen niet alle schatten opnoemen, die de eerwaardige
+kathedraal bevatte; wij maken dus slechts met een enkel woord gewag
+van den lezenaar, een meesterstuk van geelgietersarbeid, en van de
+heerlijke graftombe van Everard de la Marck, insgelijks van verguld
+koper. Het boven- of priesterkoor ligt zes trappen hooger dan de
+vloer van het schip; het hoogaltaar is eene navolging op kleine schaal
+van dat in de Sint-Pieter te Rome en staat ook geheel op zich zelf;
+boven den tabernakel ziet men het half liggende beeld van den heiligen
+patroon van Luik. Nog hooger, onder een wijden troonhemel met een
+groot kruis versierd, ontplooit zich op hooge feestdagen de eerwaardige
+standaard van Sint-Lambert, waarvan de bewaring aan het kapittel der
+kathedraal is toevertrouwd. Het is een banier (gonfanon) van roode
+zijde met gouden franje, aan een lans of langen stok bevestigd. In
+het kruis onder aan de banier is een schelletje verborgen. Wanneer de
+zware stem van de banklok de burgers van Luik onder de wapenen roept,
+dan weerklinkt ook het schelletje, en de hooge voogd van Hesbaye, de
+heer van Aigremont, nadert in eerbiedige houding, om uit handen van
+den opper-burgemeester de heilige en roemrijke vaan te ontvangen. De
+oude banier, volgens de kroniekschrijvers een geschenk van Karel den
+Groote, werd in den veldslag van Brusthem (1467) vernield. Men maakte
+nu eene nieuwe, in alles aan de oude gelijk; bisschop Hoensbroeck nam
+die in 1789 mede naar Duitschland. De luiksche magistraat eischte te
+vergeefs het gewijde vaandel terug, en daar de luiksche troepen onder
+geene andere vlag wilden uittrekken, was men genoodzaakt nogmaals
+eene nieuwe banier te maken.
+
+Rechts van het altaar stonden de bidstoel en de troon van den bisschop;
+links de zetel van den wijbisschop en nog een derde troon voor den
+gezant des Keizers bestemd, die bij de verkiezing van een nieuwen
+kerkvoogd moest tegenwoordig zijn. Kostbaar marmer van allerlei kleur,
+prachtige tapijten, verguldsel, goud en edelgesteenten schitterden daar
+alom in rijken overvloed en hulden het groote koor, wanneer het licht
+door de zes beschilderde ramen en het in de heerlijkste kleurenpracht
+stralende groote roosvenster op den achtergrond naar binnen viel,
+in een wonderbaren glans, die aan een visioen uit hooger sfeer,
+eene verschijning uit een paradijs van licht en kleuren, denken
+deed. Welk een aanblik leverde deze indrukwekkende kathedraal op,
+wanneer, op hooge feestdagen, de heilige dienst in het hooge koor
+werd gevierd, met al die majestueuse heerlijkheid, al die statige
+overweldigende pracht, die geheimzinnige betoovering, waarvan de
+katholieke eeredienst het wonderbaar geheim bezit.
+
+Van de eerwaardige kathedraal, met haar kloosterhoven, haar
+kapittelzalen, haar charterkamer, en alle verdere bijgebouwen is
+niets meer over. De beestachtige baldadigheid en fanatieke woede van
+de fransche _sans-culottes_ en hunne luiksche geestverwanten liet
+van het heiligdom geen steen op den anderen. Eerst in 1808 werd het
+puin weggeruimd, dat het plein bedekte, waar eens de hoofdkerk der
+bisschopsstad stond.
+
+Maar naast de glorierijke kathedraal verrees een prachtig paleis,
+waarvan de bouw, ter vervanging van eene vroegere door brand vernielde
+bisschoppelijke woning, werd begonnen door den prachtlievenden Everard
+de la Marck, wiens tombe in de kathedraal prijkte. Dit paleis althans
+is voor het grootste gedeelte gespaard gebleven. In Maart 1735 werd
+onder anderen ook de voorgevel van het paleis door brand vernield. Het
+behoorde toen tot den goeden smaak om met verachting neer te zien op de
+gothische middeleeuwsche barbaarschheid; en de brusselsche architekt
+Jean André Anneesens, aan wien de regeerende prins-bisschop Georges
+Louis de Berghes den bouw van een nieuwen voorgevel opdroeg, meende
+dan ook zeker iets zeer voortreffelijks te doen, toen hij zijne koude
+symmetrische, zoogenoemd klassieke façade optrok. Daar men van het
+plein Saint-Lambert niets van het inwendige van het gebouw kan zien,
+valt het onpassende van dien gevel niet zoo dadelijk in het oog.
+
+Het voormalige paleis der vorstelijke bisschoppen beslaat eene
+oppervlakte van ongeveer anderhalven bunder en omvat drie vierkante
+binnenplaatsen, waarvan de laatste thans een verwaarloosde tuin
+is. Betreden wij den eersten binnenhof. Welk eene verrassing! Waar
+zijn wij? In een of ander reusachtig _patio_ van eene andalusische
+Alhambra; in eene indische pagode; in een fantastische schepping
+van romaansche architektuur, herlevende in de zestiende eeuw; in een
+italiaanschen kloosterhof? Vermoei u niet met vragen: gij zijt hier in
+eene tooverwereld, waarin de fantasie haar schepter zwaait. Een enkel
+man heeft dit wonder geschapen, waarin gij de hand van velen zoudt
+meenen te herkennen; maar welk een kunstenaar en welk een ziener! Die
+François Borset, van het Overmaassche, behoorde tot het geslacht der
+machtige, geweldige geesten, die alle vormen en alle gestalten in zich
+omdragen en het nooit geziene te voorschijn brengen. Hij beitelde
+de zestig kolommen van de galerij, die de binnenplaats omgeeft, een
+wonderbaar fantastisch, grotesk poëem, dat bijwijlen aan oostersche
+feëriën denken doet. Elke zuil getuigt voor de onuitputtelijke
+vindingrijkheid van den kunstenaar; allen hebben iets eigenaardigs,
+geen enkele kolom is volkomen aan de anderen gelijk; sommigen zwellen
+als een bloembol, anderen bootsen de kelk eener tulp na, weer anderen
+gelijken op kandelabers. En welk eene oneindige verscheidenheid in
+de voetstukken en kapiteelen met hun onmogelijke bladeren en bloemen
+uit eene fantastische plantenwereld, hun fabelachtige dieren, hun
+grijnzende en glimlachende maskers.... Eene beschrijving van dit
+alles te geven is onmogelijk; alleen eigen aanschouwing kan van
+deze architektonische fantasmagorie een denkbeeld geven. En boven
+de portiek, waarvan de bogen door deze pilaren gedragen woorden,
+verheffen zich de smaakvolle gevels, met zuilen en kolommetjes,
+met pinnakels en loofwerk en balustraden rijk versierd: en toch
+schijnt die weelde en overlading van de late gothiek bijkans sober
+en streng, vergeleken met de buitensporige fantastische spelingen
+van den zonderlingen meester Borset.
+
+Als wij nu de tweede binnenplaats betreden, valt zij ons aanvankelijk
+tegen, ondanks hare schoonheid: wij moeten eerst de tooverachtige
+verschijning van zoo even vergeten. Toch is de geweldige Borset ook
+hier aan het werk geweest, en al zijn de schachten en de kapiteelen
+der verschillend gecanneleerde minder fantastisch, toch verraden zij
+in hun teekening en versiering de hand van dien zonderling begaafden
+kunstenaar. Op deze binnenplaats loopt de portiek slechts langs
+de zuid- en de noordzijde; de muren der beide andere zijden zijn
+met gevulde bogen versierd, waarvan de staanders tot op den grond
+reiken. In het midden van deze meer eenvoudige, maar zeker niet minder
+schilderachtige, rustige binnenplaats bevindt zich een waterkom,
+waaruit eertijds eene monumentale fontein oprees, met den dubbelen
+rijksarend versierd. Rondom dien kleinen vijver bloeit en groent een
+kleine tuin, waar heesters en struiken in het wild groeien en waar
+ge in het gras overal oude steenen, stukken van wapenborden en van
+standbeelden, gebroken zuilen, grafzerken, in wanorde door elkander
+ziet liggen. En als ge opziet naar de muurpaneelen, dan ontwaart ge
+daar de wapenschilden van verschillende bisschoppen, met name dat
+van Everard de la Marck, dat vele malen wederkeert. Door welk wonder
+zijn deze aristokratische zinnebeelden ontsnapt aan de aandacht van
+het revolutionnaire gepeupel, dat zoo ijverig alles vernielde wat van
+de vroegere tijden getuigde? Maar de aanschouwing van die relikwieën
+verplaatst u van zelf in andere tijden, en een beeld der vervlogen
+heerlijkheid rijst voor uwe verbeelding. De binnenplaatsen en de
+galerijen vullen zich met de eerwaardige gestalten van geestelijken
+van allerlei rang, van edelen en burgers, van pages en officieren;
+uit de wijd geopende vensters klinken liefelijke tonen van muziek en
+zang of het gegons van stemmen in druk en vroolijk gesprek; door de
+deuren en de half opgelichte tapijten kunt ge de pracht onderscheiden
+van rijk versierde, vorstelijk gemeubelde vertrekken, van standbeelden
+en vazen en marmeren trappen en eikenhouten lambriseeringen. En in
+een dier vorstelijke zalen staat, door een schare van prelaten en
+edellieden omringd, de prins-bisschop, de opvolger van Sint-Lambertus
+en Sint-Hubertus, meestal zelf iemand van vorstelijke of althans
+hoog adellijke familie, een vorst van het heilige roomsche rijk,
+met geestelijk en wereldlijk gezag bekleed, al werd de uitoefening
+vooral van dit laatste hem dikwijls moeilijk genoeg gemaakte door de
+weerspannigheid zijner onrustige, woelige onderdanen.... Doch als wij
+weder onze oogen opslaan naar de vensters, verdwijnt de illusie: overal
+zien wij klerken gebogen over hun lessenaar, ijverig de pen latende
+krassen over het papier: dat gedeelte van het oude bisschoppelijke
+paleis in bezit genomen door het bureau van registratie! Hoe hebben
+de termiten zich in het hol van den leeuw gewaagd!
+
+En niet alleen hier, maar overal zijn de beelden en gestalten van
+het roemrijk verleden weggevaagd. De in het zwart gekleede mannen,
+die ge onder de portieken van François Borset ziet wandelen,
+zijn geen monniken of prelaten, maar rechters, advokaten of
+procureurs; deurwaarders, beklaagden, aanklagers, getuigen hebben
+de plaats ingenomen van de behoeftige schare, die op bepaalde dagen
+hier samenkwam om de vorstelijke aalmoezen van den bisschop te
+ontvangen. Want in dit gedeelte van de voormalige residentie der
+vorsten van Luik zetelen thans de gerechtshoven.
+
+Deze manier om van oude monumenten partij te trekken, bewijst
+zeker voor den praktischen zin van het volk. De voormalige stallen
+van het paleis werden verbouwd en tot bureaux van het provinciaal
+gouvernement ingericht. Het geheele westelijk gedeelte van het paleis
+is tegenwoordig voor dien dienst bestemd, en een kunstenaar van meer
+dan gewoon talent, de heer Delsaux, heeft zich op voortreffelijke
+wijze gekweten van de taak om dit deel van de oude residentie te
+restaureeren en voor de nieuwe bestemming geschikt te maken. Het
+gouvernementsgebouw, dat tevens de vergaderzalen der staten en van
+gedeputeerde staten, alsmede de woning van den gouverneur bevat,
+mag in volle waarheid een vorstelijk hotel worden genoemd, waarvan
+de voorgevel op het plein Notger, in den stijl van het paleis van
+Everard de la Marck ontworpen, inderdaad een monumentaal karakter
+draagt. En dit zal nog meer het geval zijn, wanneer de beeldwerken
+zullen zijn voltooid, wanneer de twintig bas-reliefs zullen zijn
+geplaatst, die de belangrijkste monumenten uit de geschiedenis van
+Luik moeten voorstellen, en wanneer in de zes-en-veertig nissen
+de standbeelden zullen prijken van de beroemdste bisschoppen, van
+veld-oversten, geleerden en kunstenaars, die den roem der oude stad
+hebben verbreid. De portiek in het midden van het gebouw herhaalt
+de schoone bevallige motieven van de pilaren en bogen van de eerste
+binnenplaats, waaraan ook de geheele stijl van den gevel met zijne
+uitspringende vleugels denken doet. Ook de inwendige inrichting van
+het hotel munt door smaakvolle pracht uit; men vindt hier een rijkdom
+van antieke meubelen, tapijten, kostbare kunstvoorwerpen van allerlei
+aard, schilder- en beeldhouwwerk.
+
+Dit geheele gebouw met zijne rijke, smaakvolle versiering komt vooral
+goed uit, wanneer men het ziet van de breede dubbele trappen, die
+van het plein Saint-Pierre naar het plein Notger afdalen en een met
+bloemen beplant square omvatten, waar fonteinen en watervallen de
+lucht vervullen met muziek en frissche koelte.
+
+
+
+XV
+
+
+Dat kleine plein Notger is bijna uitgehouwen in den steilen heuvel,
+den Publemont, die met zijn tuin en bosschages, met de langs zijne
+helling gebouwde huizen en het plein Saint-Pierre op de hoogte, zelf
+eenigermate den indruk maakt van een monumentale trap in den stijl van
+Piranese. Zulk een trap bestaat echter ook in de werkelijkheid: een
+weinig verder, in de straat Hors-Château kunt gij haar zien, stijgende,
+altijd stijgende, immer hooger, tot de esplanade van de citadel, van
+waar men een der schoonste uitzichten heeft over Luik en het Maasdal,
+aan de eene zijde tot aan de Ardennen, aan de andere tot aan den
+Sint-Pietersberg bij Maastricht en de vlakke velden van Limburg.
+
+De oude bisschoppelijke stad heeft ook nog in haar kerken de
+herinnering bewaard aan haar verleden en haar geestelijk karakter. Wel
+maakt misschien geene enkele der kerken van Luik dien ernstigen,
+aangrijpenden, verheffenden indruk als de wondervolle kathedralen
+van de vlaamsche gewesten, maar toch onderscheiden zij zich door
+onvergetelijke schoonheden van anderen aard. Sint-Paulus, na de
+verwoesting van Sint-Lambert tot hoofdkerk verheven, kenmerkt zich
+uitwendig door de edele eenvoudigheid en soberheid van de eerste
+periode der gothiek. De velerhande versierselen en ornamenten, die
+later de bogen der contreforten als in een soort van kantwerk zullen
+herscheppen, hebben de majestueuse eenvoudigheid en harmonie der
+architektonische lijnen nog niet op den achtergrond gedrongen. Ge
+bewondert de fraaie, fijn bewerkte balustraden, die de zijschepen
+en de kroonlijst van het hooge middenschip versieren; maar bovenal
+treft u het groote aantal der vensters die slechts door smalle
+contreforten gescheiden zijn: het schip van Sint-Paul heeft, zou
+men zeggen, geen muren: het is indrukwekkend, vermetel en tevens
+vol licht en lucht. Dienzelfden indruk ontvangt ge ook als ge het
+heiligdom binnentreedt: van alle kanten stroomt het volle licht in
+de prachtige kathedraal.
+
+Boven de slanke bogen der veertien pilaren van het middenschip loopt
+eene galerij rustende op cilindervormige zuiltjes, en dan stijgt
+het gewelf omhoog met groote stralende vensters tusschen de ribben,
+die zich verlengen en elkander kruisen. Op die kruispunten schitteren
+gouden en purperen knoppen; de vakken zelven zijn geheel beschilderd
+in den stijl van de eerste helft der zestiende eeuw. Wij aanschouwen,
+hoog boven onze hoofden, een mystieken tuin: takken en bladeren en
+bloemen en loofwerk, zoo als uwe oogen hier beneden nooit aanschouwden,
+vormen daar kransen en slingers en een weefsel van groen en kleuren,
+waartusschen fabelachtige vogels met gouden pluimage zweven, apen
+en eekhorens dartelen. Deze soort van dekoratie verhoogt niet weinig
+het poëtische karakter de kerk, die schier den indruk maakt van een
+reusachtig paviljoen, vol licht en kleur en zonneschijn, en met een
+tentdak van kostbare weefsels bedekt. In de muren van het transept
+opent zich aan iedere zijde een reusachtig venster, schitterende in
+al de kleuren van den regenboog. Het venster in het rechter transept
+is modern: het schilderwerk verbeeldt het visioen van Sinte-Juliana,
+abdisse van Cornillon, nabij Luik, en de instelling van het feest van
+het Heilige-Sakrament (Fête-Dieu), dat ten jare 1426 voor het eerst in
+de Sint-Maartenskerk te Luik werd gevierd. Paus Urbanus IV, die zelf
+kanunnik van de kathedraal was geweest, beval, achttien jaren later,
+de viering voor de geheele Christenheid. Het linkervenster, uit de
+helft der zestiende eeuw, vertoont de kroning der Madonna.--Zoo staat
+zij daar, schitterende van licht en kleur, de prachtvolle kerk, een
+gewrocht van drie verschillende stijlen, met haar fraaie koorstoelen,
+haar koperwerk, haar Christus in het graf, een werk van den beeldhouwer
+Delcour; haar bas-reliefs, en bovenal haar prachtigen preekstoel,
+een meesterstuk van houtsnijkunst van G. Geefs, versierd met vijf
+marmeren standbeelden van de hand van denzelfden meester.
+
+Wie het volmaaktste gewrocht van de flamboyante gothiek wil zien,
+die ga de Saint-Jacques bewonderen. Het is alsof de gothiek, voor haar
+ondergang, nog een werk heeft willen scheppen, dat der verbaasde wereld
+het bewijs zou leveren, wat zij ook in haar ouderdom en ontaarding
+vermocht. Saint-Jacques is het wonder van Luik: deze kerk vereenigt in
+zich al de betooverende schoonheid en bevalligheid van deze laatste
+periode der gothiek, zonder dat haar de gebreken aankleven, die in
+andere gebouwen, tot denzelfden stijl behoorende, zoo dikwijls den
+goeden smaak ergeren.
+
+Baldric II, de opvolger van Notger, in twist geraakt met graaf Lambert
+van Leuven, leverde hem op den 10 October 1013 slag; de bisschop moest
+zwichten en verloor in het gevecht driehonderd zijner manschappen. De
+dood van zoo vele menschen bekommerde den prelaat zoozeer, dat hij dag
+noch nacht rust had. Een zijner vrienden, een italiaansch bisschop,
+die juist te Luik vertoefde, gaf hem den raad een kerk te bouwen,
+om zijne schuld voor God te boeten. Baldric was daartoe aanstonds
+bereid; de plaats voor het nieuwe heiligdom werd bepaald en de kerk
+zelve in 1030 gewijd; vervolgens verliepen er nog twee-en-twintig
+jaren eer de gebouwen der abdij voltooid waren, die weldra rijk
+en beroemd werd. Na velerlei lotgevallen werd de kerk door Jan van
+Beieren aangewezen als bewaarplaats der archieven van het bisdom,
+en als de plaats waar de twee burgemeesters van Luik moesten worden
+verkozen. Desniettegenstaande liet men het gebouw aan verval ten
+prooi, zoo zelfs dat in 1513 het gewelf instortte en de graftombe
+van den stichter vernielde. Nu was men wel gedwongen den bouw van
+de nieuwe kerk te bespoedigen, waarmede reeds in de vorige eeuw een
+aanvang was gemaakt. Het bewonderenswaardige heiligdom, dat wij thans
+voor ons zien, werd den 13 Maart 1552 gewijd. Het had, in vervolg
+van tijd, minder te lijden door omwentelingen en oorlogen, dan door
+de onverantwoordelijke nalatigheid zijner beheerders. Koning Leopold
+I bezocht de kerk in 1832; en aan zijne werkdadige tusschenkomst is
+het te danken dat dit weergaloos monument gaandeweg, met zeldzamen
+takt, kennis en smaak, weder in zijne oude glorie werd hersteld. Deze
+reeds in 1833 aangevangen, zoo uiterst moeilijke restauratie is eerst
+thans voltooid.
+
+Eene beschrijving van deze kerk te geven is, voor mij althans,
+onmogelijk. Het is te vergeefs, technische termen of onbestemde
+uitdrukkingen te gebruiken, de epitheta te vermenigvuldigen,
+vergelijkingen te ontleenen aan de natuur of het werk van
+menschenhanden: niets kan een denkbeeld geven van dit wonder, dat
+u veeleer aan een juweel van goudsmeedkunst dan aan een gebouw van
+steen doet denken. De indruk, dien ge bij het binnentreden van dezen
+weergaloozen tempel ontvangt, is zoo overweldigend, dat ge eenige
+oogenblikken als verbijsterd om u staart, meenende eensklaps in
+een tooverwereld te zijn overgeplaatst, niet wetende of ge droomt
+of waakt. En wanneer ge, van de eerste verbazing bekomen, om u
+heen ziet en uw blik dwaalt langs die pilaren en bogen, langs die
+muren, waar elke steen bijna is uitgebeiteld als de fijnste kant, en
+overal de sierlijkste lijnen en vormen, bloemen, loofwerk, arabesken,
+medaillons, bas-reliefs, beelden, de aandacht trekken; als ge opziet
+naar dat rijk beschilderde gewelf, waarvan de prismatische ribben
+elkander kruisen als de mazen van een reusachtig netwerk; als ge
+de volle pracht van dat goud en purper en azuur, van dat wonderbaar
+kleurenspel, van die heerlijke lichteffecten hebt gevoeld: dan staat
+ge daar zwijgend, onvermogend om in woorden uit te spreken wat in uw
+gemoed omgaat. Andere kerken mogen indrukwekkender, majestueuser zijn:
+eene betoovering als van deze Saint-Jacques is zeker maar het deel
+van weinigen. Hier is alles in volkomen harmonie: ge gevoelt het,
+na dit wonder te hebben gewrocht kon de middeleeuwsche kunst niets
+meer voortbrengen; zij had het hoogste geleverd waartoe zij in staat
+was. De heerlijke gothiek heeft haar taak volbracht, haar laatste
+woord gesproken: zij gaat onder in een apotheose. De renaissance,
+die haar opvolgt, brengt een ander ideaal, opent een nieuw tijdvak
+in de historie. Hoe men daarover nu ook denke, zooveel is zeker,
+dat eene kunst, die in haar stervensure nog een monument scheppen kan
+als de Saint-Jacques van Luik, bewezen heeft recht te hebben op eene
+eerste plaats onder de hoogste en edelste kunstvormen van alle tijden.
+
+Sint-Maarten, minder rijk versierd maar indrukwekkender door de
+grootsche afmetingen van haar schip, is even oud als Sint-Jacques
+en schijnt van haar hoogen heuveltop alle andere kerken van Luik te
+beheerschen. De oorspronkelijke kerk werd in 962 door den bisschop
+Heraclius gesticht; deze werd in 1312, bij een geweldig oproer,
+verwoest. De verbitterde burgerij vervolgde in haar woede tweehonderd
+edellieden, die zich van het stadhuis hadden pogen meester te maken en
+die eene schuilplaats hebben gezocht in de kerk van Sint-Maarten. Toen
+het dolzinnige gepeupel de deuren van het heiligdom niet kon
+openbreken, werd de kerk in brand gestoken...... Het tegenwoordige
+gebouw werd in 1542 voltooid. De soberheid der dekoratie werkt mede
+om dien indruk van ernst en grootschheid te weeg te brengen, die u
+aanstonds treft. Twee rijen achtkantige zuilen, aan de hoeken met
+cilindervormige halve zuilen versierd, verdeelen de kerk in drie
+schepen, door zijkapellen omzoomd. Het koor vooral maakt door zijne
+breedte en hoogte en door zijne uitmuntend beschilderde groote ramen
+een in waarheid verrassenden indruk. Even als bij de Saint-Paul en
+de Saint-Jacques, ziet men ook bij de Sint-Maarten een stuk van een
+onvoltooid gebleven toren.
+
+Dit gemis van een toren schijnt welhaast eene eigenaardigheid der
+luiksche kerken te zijn: ook de schoonste onder haar ontberen dat
+zoo karakteristieke, zoo echt religieuse sieraad, zich slank en
+vertrouwend ten hemel beurende, als een fakkel, een hymne in steen,
+de mystieke Jacobsladder, waarlangs engelen op en neder klimmen en
+waarlangs de ziel tot God omhoog zweeft. Terwijl overal in Vlaanderen
+de kerk haar gebeeldhouwde steenen spits opheft in de blauwe lucht,
+steken hier slechts enkele oude massieve, gedrongen romaansche
+torens, onverwoestbaar als de rots, een weinig boven de daken
+uit. Omwentelingen en beroeringen, misschien ook gebrek aan geld,
+hebben belet dat de andere kerken in ten hemel stijgende torens haar
+natuurlijke voltooiing vonden. Naar men zegt bestaat het plan, om
+naast de Saint-Jacques een toren in denzelfden stijl te bouwen. Geen
+schooner en edeler sieraad ware voor Luik te bedenken. Overigens is
+men te Luik rusteloos bezig met het restaureeren, het bijwerken, het
+opschilderen en mooi maken van de kerken; zelfs moet erkend worden
+dat men daarin soms wat te ver gaat, tot schade van de eerwaardigheid.
+
+Daarom is het goed een blik te werpen op de overoude tempels, streng
+en strak en als het ware gemummifieerd in hun eeuwenheugenden
+steenen mantel: Sint-Jan de Evangelist, Sint-Denys, verder
+Sint-Bartholomeus. Terwijl de eeuwen rondom alles hebben veranderd
+en medegevoerd, staan zij daar nog, de eerbiedwaardige kerken, als
+onkwetsbaar door den tand des tijds. Zij hebben nog bijna ongeschonden
+haar oorspronkelijk voorkomen, haar antiek romaansch karakter behouden;
+ja, soms zelfs nog gedeelten van den eersten bouw. Zoo bezit Sint-Jan,
+eene stichting van den geweldigen bisschop Notger, nog haar ouden
+byzantijnschen toren, en heeft zij nog, hoewel in de achttiende
+eeuw geheel herbouwd, den achtkantigen vorm bewaard, aan den dom
+van Aken ontleend. In deze kerk ziet men het grafteeken van Notger,
+wiens gebeente in de sakristie wordt bewaard.
+
+Al deze kerken, oude en jongere, bezitten schatten en kostbaarheden,
+relikwieën en gewijde voorwerpen, die men niet verzuimen mag te
+zien. In de Sint-Paulus zal men u ivoren beeldwerk, triptyken,
+borduursels van goud en zijde toonen, benevens een borstbeeld van
+Saint-Lambert in verguld koper, een meesterstuk van smeedkunst;
+en de beroemde groep van Sint-George, van echt goud, voorstellende
+Sint-George, in staande houding en volle wapenrusting, met de eene
+hand zijn helm oplichtende en met de andere den schouder aanrakende
+van den hertog van Bourgondië, die geknield ligt en een soort
+van koker in de hand houdt, waarin een vinger van Sint-Lambert is
+verborgen. Karel de Stoute vereerde dit geschenk aan de kerk van Luik,
+bij wijze van boetedoening voor de gruwelen, bij de inneming der stad,
+in 1468, door zijne soldaten en op zijn bevel bedreven. Maar onder
+al deze kunstschatten is er wellicht geen, dat de vergelijking kan
+doorstaan met dat verwonderlijke doopvont, dat oorspronkelijk in
+de kathedraal van Sint-Lambert was geplaatst, maar sedert naar de
+romaansche kerk van Saint-Barthélémy is overgebracht, waar het nog
+steeds voor het toedienen van het sakrament des Doopsels gebruikt
+wordt. Het doopbekken wordt gedragen door ossen, die ter halverlijve
+uit het benedengedeelte te voorschijn komen en die voortreffelijk
+van bewerking zijn. Op de wanden van de kuip zelve zijn in relief
+tafreelen afgebeeld uit het Nieuwe Testament, allen op den doop
+betrekking hebbende. De vervaardiger van dit doopvont, de koperslager
+Lambert Petras, van Dinant, was ongetwijfeld een groot kunstenaar:
+hoe zou het hem anders gelukt zijn, zooveel natuurlijk leven, zooveel
+uitdrukking en diep gevoel te leggen in de kleine figuren, zoo juist
+en knap van teekening. Ge kunt het nauwelijks gelooven, dat dit
+kunstwerk uit het jaar 1112 dagteekent. Sommige figuren, met name de
+twee jongelingen over wie het heilige water wordt uitgegoten, hebben
+reeds de bevalligheid, de individualiteit van de eerste voorloopers
+der renaissance; de draperieën vallen in natuurlijke plooien om de
+gestalten, die zich met losheid en sierlijkheid bewegen.
+
+
+
+XVI
+
+
+Te Luik beslaan de kerk en het bisschoppelijk paleis de plaats, die
+elders wordt ingenomen door de belfroots en de stadhuizen, die de
+trots en de roem zijn der vlaamsche gemeenten. Het luiksche volk, dat
+in de werkelijke historie toch waarlijk geen onbeduidende rol heeft
+gespeeld en niet minder rumoerig en moeilijk te regeeren was dan de
+poorters van Gent of Brugge, treedt veel meer op den achtergrond in die
+monumentale historie, welke ons de eeuwen hebben achtergelaten. Hier
+is geen belfroot, wier klokkenspel een stem gaf aan alle aandoeningen,
+die het gemoed des volks in beweging brachten; en het raadhuis van
+Luik maakt in het minst niet den indruk van een dier fiere burchten
+der gemeentelijke onafhankelijkheid, zooals wij ze te Brussel, te Gent,
+te Leuven, te Oudenaerde, gezien hebben. Toch was het oude raadhuis, de
+_Violette_, ook hier dikwijls genoeg getuige van heftige beroeringen.
+
+Want de geschiedenis van Luik is eeuwenlang in hoofdzaak niet anders
+dan het verhaal van de telkens opnieuw ontbrande worsteling tusschen
+den bisschop, den geestelijken en wereldlijken heer der stad, en de
+gemeente, de poorterij, steeds trachtende het gezag van den bisschop
+te beperken en voor zich zelve, zooveel eenigzins mogelijk, vrijheid
+van beweging en zelfregeering te veroveren. En bij die worsteling
+ging het vaak bloedig genoeg toe: de vreeselijke strafoefeningen,
+die Jan van Beieren (met den somberen bijnaam van Jan zonder Genade),
+de geduchte bisschop, en de hertogen van Bourgondië, Jan zonder
+Vrees en Karel de Stoute, de overwonnen stad deden ondergaan,
+wekken nog bij de herinnering een huivering van afschuw; maar
+vooral niet minder gruwelijk en niet minder bloedig waren de woeste
+uitspattingen, de toomelooze wraakoefeningen der razende burgers,
+wanneer het hun soms gelukte de ijzeren hand, die hen ten onder
+hield, voor een poos te verlammen. Overigens waren ook te Luik,
+als in zoo vele middeleeuwsche steden, de gemeentelijke rechten
+en vrijheden zeer uitgebreid, en was de burgerij in het bezit van
+eene mate van autonomie, waarvan wij ons thans kwalijk een denkbeeld
+kunnen vormen. Charters en keuren en privilegiën van allerlei aard,
+langs vredelievenden of gewelddadigen weg verkregen, den souverein
+afgekocht of afgedwongen, vaak ook vrijwillig verleend, beperkten ook
+hier, als elders, het gezag van den vorst binnen vrij enge grenzen;
+en de Luikenaars zorgden er wel voor, dat deze souvereiniteit in
+eigen kring geëerbiedigd werd. Het voorgeslacht was niet van oordeel
+dat de persoonlijke vrijheid genoegzaam gewaarborgd is, wanneer vele,
+of zeer vele, of zelfs alle burgers medewerken tot de samenstelling
+der wetgevende vergaderingen, die in den grond der zaak almachtig en
+onverantwoordelijk zijn en doen kunnen wat zij willen. Deze absolute
+staatsmacht was in hunne oogen de gevaarlijkste vijand; en om zich
+tegen dien vijand in veiligheid te stellen, zou een stembiljet hun
+al een bijzonder zwak wapen zijn toegeschenen. Zij schermden veel
+minder dan wij met het abstracte begrip der vrijheid, maar waakten met
+grooten ernst en ijver voor de handhaving hunner praktische vrijheden.
+
+Maar deze politieke geschiedenis heeft te Luik geene zichtbare sporen
+achtergelaten, geen monumenten, die de aandacht en belangstelling
+van den vreemdeling kunnen wekken. De bekoring der stad ligt elders:
+in hare schilderachtig schoone ligging en omgeving, met haar rivier
+en haar grootsch amphitheater van heuvelen; in het labyrinth harer
+dooreen gewarrelde straatjes; in de trappen die zich midden tusschen de
+huizen inwringen; in de oude, met mos begroeide muren, de tuinterrassen
+langs de heuvelhellingen, met hun balustraden, kiosken en koepels,
+hun boschages en bloemperken; in dat leven in de open lucht vooral,
+dat grillige en onregelmatige, zoo zeer verschillende van de koude en
+banale symetrie onzer moderne hoofdsteden. En die bekoring ligt mede
+in de vroolijke opgeruimdheid en levendigheid van het volkskarakter,
+met zijn geestigen luim en dartelen spot; in de innemende voorkomende
+vriendelijkheid en gulhartigheid van dit volk, dat zoo gemakkelijk te
+winnen is en zoo weinig terughouding en stijfheid kent. De Luikenaar is
+een hartstochtelijk liefhebber van genot en uitspanning en vermaak:
+hij is een pretmaker, eene, zoo men wil, zinnelijke natuur; maar
+hij amuseert zich met gratie en kruidt zijn pret met de bloem der
+poëzie: hij heeft behoefte aan vroolijken kout, aan muziek, aan
+sierlijke vertooningen, aan al wat het oog bekoort en de zinnen
+streelt. Niemand heeft zoo goed als hij den slag om een feest te
+organiseeren on te animeeren: hij is een geboren impressario en raakt
+nimmer uitgeput. Daarbij een lacher, een opsnijder, een grootspreker,
+rumoerig en druk, met de spotternij op de lippen, maar ook met het
+hart op de tong, en zelfs in zijne dolste buitensporigheden zekere
+fijnheid, zekere distinctie bewarende, die anders den Walen niet eigen
+is. Ook de lagere volksklasse heeft, ondanks den harden arbeid waartoe
+zij gedoemd is, eene groote mate van opgeruimdheid en kinderlijke
+zorgeloosheid behouden, en daarbij eene zekere bruske en familiare
+beleefdheid, en eene dienstvaardigheid, die tegen geene moeite opziet.
+
+Maar het vermaak dringt hier den arbeid niet op den achtergrond, noch
+voor de grooten, noch voor de geringen: de gansche week door gloeit en
+brandt de oven en gaan de machines op en neer, in beweging gebracht en
+bestuurd door hoofden en handen, en bij duizenden telt de industrie
+hier haar officieren en haar soldaten. En behalve deze machtige
+groot-industrie bezit Luik nog een anderen tak van nijverheid, die het
+alom beroemd heeft gemaakt: haar wapenfabrieken. De geweermaker is de
+echte werkman der stad, de populaire type bij uitnemendheid. Kwamen
+nog, als voorheen, de oude gilden onder de wapenen, dan zou het
+zijne welhaast een leger vormen: overal weerklinkt zijn hamerslag;
+gansche wijken zijn bijna eene groote wapenfabriek, waarvan elk huis
+een onderdeel vormt; mannen, vrouwen, kinderen, allen zijn van den
+morgen tot den avond in de weer om te vijlen, te schaven, te passen,
+te polijsten. In sommige straten dreunt onophoudelijk het plaveisel
+onder de zware wagens, met bergen van geweren beladen, en ziet ge
+achter elk venster kloeke figuren aan den arbeid, bezig met het smeden
+der moorddadige musketten. En de geweermaker, de wapensmid, is trotsch
+op zijn vak; zij vormen onder elkander nog inderdaad een soort van
+gilde, en willen volstrekt niet gelijk gesteld worden met andere
+ambachtslieden, van wie, naar zij meenen, veel minder ontwikkeling
+en bekwaamheid gevorderd wordt. Nu valt het niet tegen te spreken,
+dat in onze negentiende eeuw, die zoo prat gaat op haar humaniteit,
+geschutgieters en geweermakers tot de gewichtigste en meest geëerde
+leden der maatschappij behooren.
+
+In diezelfde volkrijke buurten vond men nog tot voor twintig, dertig
+jaren een anderen type: de zoogenoemde "boteresse", de gespierde,
+ruwe, krachtvolle vrouw, die mannenarbeid verrichtte en zelve half man
+geworden was. Met de korte pijp in den mond, de verwarde haren over het
+voorhoofd hangende, zag men haar langs de steile straten en trappen
+op en neder klimmen, met de mand of "bot", op den rug, met groote
+stappen voortgaande, beladen met een vracht, waaronder lastdieren
+bezweken zouden zijn. Schier zonder ophouden, in éénen adem, liepen
+zij van Luik naar Maastricht, met een vracht van vijfhonderd pond,
+slechts even aan de herbergen ophoudende, om in één slok een paar
+glazen jenever te ledigen. Forsch en gespierd als een man, droegen
+zij roem op het spreekwoord: "een Vlaming goed voor twee Walen, maar
+eene boteresse goed voor twee Vlamingen". Toen de heuvel van Waterloo,
+tweehonderd-een-en-twintig trappen hoog, werd opgeworpen, kwamen zij
+in gansche scharen, kruiden en karden en werkten onvermoeid. In gewonen
+tijd hielden zij zich vooral onledig met het vervoeren van geweren, die
+bij stapels boven haar schouders uitstaken. Als deze arbeid stilstond,
+maakten zij voor de burgers eene soort van vuurballen, half aarde, half
+steenkool; met de handen in de zijde dansten zij voor de huizen, met
+haar klompen de steenkool fijn stampende en haar taak opvroolijkende
+door lustig gezang; vervolgens kneedden zij met haar vuisten de fijne,
+weeke stof, maakten er ballen van en legden die te drogen.
+
+Deze laatste gewoonte is te Luik nog niet uitgestorven: wie geen
+tuin of plaats achter zijn huis heeft, laat zijn brandstof op straat
+klaar maken; maar de boteresses van den goeden ouden tijd zijn,
+als zoo vele andere karakteristieke typen, verdwenen. Het ras is
+verbasterd; de boteresses van heden zijn niet meer, als hare moeders
+en grootmoeders, sjouwers en pakkedragers: zij zijn commissionaires
+en bestelsters op de markt en op de publieke pleinen der stad. Wel
+hebben zij nog de klassieke "bot" op den rug, maar zij dragen nu
+slechts lichte vrachten, groenten, levensmiddelen, kleine pakjes; en
+wel verre van af te schrikken, zijn zij vriendelijk en voorkomend en
+uitlokkend. Elken morgen komen zij bijeen op het plein Saint-Lambert
+of ergens anders, en wachten daar tot men hare diensten verlangt en
+haar eene of andere commissie opdraagt.
+
+Zoo bruist de stroom van het leven hier onverpoosd voort; maar
+is de zondag gekomen, dan staakt de wriemelende mierenhoop haar
+rustelooze beweging; dan worden de winkels en werkplaatsen gesloten,
+dan stroomt alles naar buiten of naar de kermissen in de omliggende
+dorpen. Bij gansche troepen nemen dan de arbeidsters in de fabrieken,
+de loopjongens, de winkeljuffers en bedienden de draaimolens in beslag,
+vullen de stoombootjes en spoorwagens en gaan naar buiten. Daar
+wordt geroeid en gedarteld, gewandeld en gezongen en gedanst. Van
+Petit-Bourgogne tot Luik is alles stormerhand overweldigd; de bosschen
+van Kinkempois weergalmen van vroolijk gezang, gelach en gepraat; men
+beklimt den heuvel van Vivegnis; men gaat naar Jupille, naar Herstal,
+naar Angleur; alle heuvelhellingen zijn bezaaid met lichtkleurige
+kleedjes en parasols. Des avonds, na geloopen en gesprongen, gedarteld
+en op het gras gegeten te hebben, keert men naar de stad terug
+om den "cramignon" te dansen, dien waalschen rondedans, die zich,
+als een reusachtige slang, eindeloos verlengt en gansche straten en
+buurten vult, als de keten der dansers, die elkaar bij de hand houden,
+telkens grooter en grooter wordt. Dan staan alle huizen ledig: mannen
+en vrouwen sluiten zich aan bij de wielende processie: eerst waren er
+vijftig dansers, straks zijn er driehonderd; een heldere stem zingt
+een populair liedje, dat de gansche menigte herhaalt, springende,
+huppelende, zich slingerende om de voorbijgangers, steeds verder en
+verder hossende. Soms wordt de keten verbroken, om straks op nieuw
+gevormd te worden; weer klinkt de vroolijke deun, hier en daar
+en ginds en van verre; en tot na middernacht golft de opgewonden
+menigte door de woelige straten. Een luiksch volksdichter heeft de
+liedjes verzameld, die cramignons worden genoemd en waarvan de naam
+op den dans zelven is overgegaan; sommigen doen aan idyllen denken,
+anderen zijn blijkbaar satiren; maar van bijna allen is de liefde het
+hoofdonderwerp. Naar men verzekert, is die dartele, lustige poëzie,
+opwellende uit het harte des volks, thans verstomd. Wel schrijft
+het gemeentebestuur nu en dan, als de oude rederijkerskamers,
+een wedstrijd uit: maar in plaats van vroolijke naïeve minstreels,
+die de vreugde en het lijden van het volk bezingen, verschijnen nu
+officieele rijmelaars, die oden aan het vaderland, aan den koning,
+ja zelfs--omsluier u het gelaat, o Muze!--aan de constitutie inzenden.
+
+Terwijl de ambachtslieden met hunne gezinnen, troepjes studenten,
+knapen en meisjes uit de volksklasse naar de buitentuinen gaan, in de
+Maas gaan visschen of roeien, zetten de meer gegoede familiën, de rijke
+kooplui van het Quadrilatère, de ambtenaren, zich bij gansche scharen
+in de treinen die naar de schoone streken voeren, door de Vesdre
+en de Ourthe besproeid. Een zondag zonder een bal te Chaudfontaine,
+een danspartij te Tilff, of eene eierkoek in de herbergen te Esneux,
+zou geen zondag zijn. Reeds in den vroegen morgen vullen zich de
+compartimenten van de eerste en de tweede klasse met elegante dames,
+in heldere mousselinen kleedjes gehuld, keuvelend en koutend en
+lachend; daar fluit de lokomotief; de trein zet zich in beweging,
+en langs de vensters der waggons ontrolt zich een levend panorama
+van heuvelen en bergen, van schuimende wateren en murmelende beken,
+van schilderachtige dorpen tronende op de toppen of wegduikende in
+de stille valleien. Luider ratelt de donder der wentelende raderen;
+in de waggons wordt het licht ontstoken; de trein verliest zich in het
+hart der bergen. Alleen tusschen Luik en Verviers telt men elf tunnels;
+telkens gaat men van het licht tot de duisternis en van de duisternis
+tot het licht over, altijd maar voorthollende in zinnelooze vaart.
+
+Eensklaps opent zich een paradijs van groen en ruischende wateren;
+van onder tot boven is de berg met bosch bedekt; overal beuren zich
+de schilderachtige toppen op, ontplooien zich groenende en bloeiende
+amphitheaters, teekenen zich tegen den hemel de sierlijk golvende
+lijnen der heuvelklingen; en beneden in de diepte ontrolt zich eene
+heerlijke vallei, waaruit de muziek van watervalletjes opstijgt,
+met bloemperken, bosschages, coquette villa's en châlets, overal
+tusschen het groen verspreid. Dan ontstaat er beweging in de waggons;
+de portieren worden geopend, en eene drukke vroolijke menigte vult
+voor eenige oogenblikken het station, om zich dan weer te verspreiden,
+de heuvels te beklimmen of rond te wandelen langs de grasperken van
+het kurhaus. Men is te Chaudfontaine, een Spa in miniatuur, en even
+zoo beroemd om zijne wandelingen, zijne uitspanningen, zijne bronnen
+en zijne schoone omgeving.
+
+Maar een deel van de zondagsvierders, die het station te Luik vulden,
+heeft plaats genomen in de waggons van de Ourthe-lijn. De tocht begint:
+Angleur verdwijnt in dichte rookwolken; op de hoogten teekent het
+kasteel van Colonster zich tegen den horizon af; de lokomotief snuift
+en fluit, staat stil. "Tilff!" roepen de conducteurs. Sommigen, die
+tegen geen vermoeienis opzien, gaan op weg naar de grotten, waarin
+men vier uren lang kan ronddwalen; anderen wandelen door de weilanden,
+naar Méry of naar Esneux, boven op den berg, waar het doorgaans wemelt
+van bezoekers en logeergasten.
+
+De voetreizigers stappen uit te Pepinster, om van daar naar Spa te
+kuieren, over Justenville en Theux, waar eene merkwaardige oude
+kerk te zien is; over het armzalige gehucht la Reid, vijftig of
+zestig hutten in eene woestijn. Somwijlen maakt men een kleinen
+omweg om een blik te werpen op de ruïnen van Franchimont, waaraan
+zich eene geschiedenis hecht van bijna acht eeuwen en de herinnering
+aan de prins-bisschoppen van Luik, van vorsten en aanzienlijken, die
+hier vaak hun intrek namen, als zij te Spa de baden gebruikten. Even
+voorbij la Reid begint eene breede prachtige laan, die als het ware het
+voorportaal vormt van de stad, die zich weldra in al haar coquetten
+luister en opschik vertoont. Telken jare, bij den aanvang van het
+saizoen, schijnt Spa zelf, weer netjes opgepoetst, te voorschijn
+te komen uit een dier mooi beschilderde doosjes, die haar naam door
+geheel Europa hebben helpen verbreiden. Dan is Spa één groot logement:
+alles is er te huur en op allerlei wijze wil men u helpen om uwe beurs
+te ledigen. Maar de prachtige wandelingen, de heerlijke omstreken zijn
+gelukkig nog voor ieder toegankelijk: de lucht, de bergen en valleien
+zijn ook te Spa nog niet belast. Het vriendelijke, coquette stadje,
+zoo uitnemend gelegen, heeft geheel het voorkomen van eene moderne
+badplaats met haar casino, haar muziek, haar bals, haar amusementen,
+haar opschik en schijn en ijdelheid en ook haar invretenden kanker
+der onzedelijkheid. Toch is Spa niet meer wat het vroeger was, toen
+de bank nog bestond en de roulette-tafel het hoog-beschaafde schuim
+onzer maatschappij dagelijks om zich vereenigde: die gouden dagen,
+waaraan de inwoners nog altijd met weemoed denken, zijn voorbij. Maar
+in de reeks van schoone landschappen die haar omgeven, en bovenal
+in haar minerale bronnen, waarvan de geneeskracht reeds sinds lang
+bekend en beroemd is, heeft Spa een schat, dien niemand het ontnemen
+kan en die het tegen vergetelheid waarborgt.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Wandelingen door België, by Various
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR BELGIË ***
+
+***** This file should be named 17082-8.txt or 17082-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/0/8/17082/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.