diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:50:18 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:50:18 -0700 |
| commit | 2a04e456f052655b4ed10008bd84053b46ad07c7 (patch) | |
| tree | fdad23f9ee199e44cee8551f0ebf2b6497c0479b /17082-8.txt | |
Diffstat (limited to '17082-8.txt')
| -rw-r--r-- | 17082-8.txt | 5273 |
1 files changed, 5273 insertions, 0 deletions
diff --git a/17082-8.txt b/17082-8.txt new file mode 100644 index 0000000..6ba8892 --- /dev/null +++ b/17082-8.txt @@ -0,0 +1,5273 @@ +The Project Gutenberg EBook of Wandelingen door België, by Various + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Wandelingen door België + De Aarde en haar Volken, 1886 + +Author: Various + +Release Date: November 17, 2005 [EBook #17082] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR BELGIË *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + +WANDELINGEN DOOR BELGIË. + +HENEGOUWEN. + + + +I + + +Mijn vriendelijke lezer herinnert zich misschien nog wel onze +omzwervingen door Vlaanderen, dat schilderachtig schoone, kalme, +vredige land, waar over steden en vlekken en dorpen eene zondagsrust +ligt uitgespreid, en ge vaak wel den indruk ontvangt dat de rijke +en schitterende herinneringen van een zeldzaam grootsch verleden +de eischen en behoeften van het heden op den achtergrond dringen en +niet tot hun recht laten komen. Ik noodig hem thans uit, een ander +deel van België met mij te bezoeken: het waalsche land, bewoond door +een ander ras, drukker, rumoeriger, hartstochtelijker van aard, +levendiger in voorkomen en gebaren: een ras, dat al heeft het ook +eene groote en rijke historie achter zich, toch niet in gelijke mate +door de herinnering aan dat verleden wordt beheerscht en onder de +wisseling der fortuin niet is bezweken. In het leven dezer mannen, +wier bloed sneller door hunne aderen stroomt, is geene plaats voor +mijmeren en peinzen over het verleden, over de oude dagen, die sinds +lang zijn voorbij gegaan; zij hebben geen tijd om te luisteren naar +de wonderzoete fluisterende stem der traditie en der sage, die als +muziek in de ooren klinkt, maar ook zoo dikwijls een ontzenuwenden en +verzwakkenden invloed uitoefent, en de fiere kracht tot daden in het +harte uitdooft. Zij hebben geen tijd, want de felle koorts van het +moderne leven heeft hen aangegrepen; de rustelooze ontdekkingen der +wetenschap, de onophoudelijke vorderingen der industrie drijven on +zweepen hen voort; hun leven is welhaast een voortdurend gevecht, een +nimmer poozende strijd, die de inspanning vordert van alle krachten +en die niet ware vol te houden, zoo niet het elastischer, opgewekter +temperament telkens met nieuwen moed en nieuwe energie bezielde en +de zware lasten des levens licht deed achten. + +En zijn ze niet in waarheid een groot slagveld, die mijndistrikten, +waar de mensch en de natuur in rusteloozen kamp hunne krachten +beproeven; waar de strijders, dag aan dag, in dichte gelederen +aanrukken, gewapend met spade en bijl en houweel en honderd +andere werktuigen der vernieling, om den tegenstand te overwinnen +van den ouden titan Tellus en hem zijne diep verborgen schatten +te ontrukken. Al verder en verder rukken zij voort, telkens op +nieuwe veroveringen uitgaande in de onderaardsche holen, in dat +huiveringwekkend gebied van nacht en dood, waar, als in katakomben, de +versteende overblijfselen van vroegere wereldperioden liggen opgetast, +waarop en waarmede de moderne beschaving hare steden bouwt. Maar de +oude titan verdedigt zijn gebied voet voor voet: beter dan een door +Hephaistos gesmeed schild, dekken hem zijne duistere geheimenissen, +de ontelbare hinderpalen die zijn vijand op den weg ontmoet, de +noodlottige hinderpalen en verrassingen, die loeren bij elken tred. Het +is een hardnekkige verbitterde strijd, een kamp op leven en dood. Als +een monsterachtige hydra, in haar duister hol verscholen, knarsetandt +en brult de oude titan bij iederen slag, die hem eene nieuwe wonde +toebrengt: iederen duim breed gronds betwistende, trekt hij onwillig +achteruit, al verder en verder wijkende in het ondoordringbaar ingewand +der aarde; maar vreeselijk wreekt hij zich over zijne nederlagen door +plotselinge, moorddadige, verraderlijke slachtingen, als te midden +van rook en vlammen, die het gedrocht uit honderd monden braakt, de +onverschrokken pionniers verpletterd neerzinken onder de instortende +gewelven, of snakkend naar lucht den adem uitblazen in een dampkring +van gas; of wel, levend begraven, al de martelingen ondergaan van +den langzamen hongerdood. Toch, hoe vreeselijk het monster moge zijn, +over welke moorddadige wapenen hij moge beschikken, toch wordt voet +voor voet het rijk van den duisteren titan veroverd; toch dringen de +kloeke scharen al verder en verder door in de ongemeten en ongepeilde +afgronden, waarin hij schuilt en waarin hem de lichtstraal vervolgt, +die den mensch den weg wijst in het harte der aarde. + + + + Daar naadren de delvers met spa en houweel; + Zij spitten in de aardkorst, en boren de schacht, + En dringen al verder door modder en nacht! + Aan 't rammelend rad vliegt de korf op en nêer; + De zwoegende pomp gaat het water te keer; + De moker rinkinkt, en de koker verwijdt: + Voorbij zijn lagen van zandgruis en krijt: + Nu glinstert... de steenkool!... De mijngroef ontsluit, + En breidt tot spelonken en gangen zich uit, + Tot straten en pleinen, door balken geschraagd, + Waar 't lampjen de schaduw verlicht, niet verjaagt! + Hier woelen, diep onder het zeebed, beneên + De zeilende schepen, de werkliên dooréén; + En 't paard voor zijn kar, met bedaard overleg, + Vindt, dampend van zweet, door dien Orkus zijn weg. + Omhoog maar! omhoog maar! gij kostlijke vracht, + Waar 't zonlicht u kust en--vooruitgang u wacht! + + + +Men begrijpt welk een invloed zulk eene levenswijze moet uitoefenen +op een van nature stoutmoedig, ondernemend, onbuigzaam ras, dat zich +niet licht door moeilijkheden en tegenspoeden laat ontmoedigen, +en begaafd is met die voortvarende energie, die telkens de perken +uitzet der menschelijke werkzaamheid. Wie deze kloeke bevolking van +onverschrokken strijders naar waarde schatten wil, die moet met eigen +oog het altijddurend wonder dezer mijn-industrie hebben aanschouwd, +haar schatten gaande opsporen in de ingewanden der aarde; die moet +door de verbazingwekkende schacht zijn afgedaald naar de schier +onpeilbare diepte, waar een volk van kobolden leeft en werkt, ieder +oogenblik blootgesteld aan het gevaar om weggeslingerd te worden in +den gapenden afgrond, of verpletterd onder eene lawine van steenen en +gruis, of neergebliksemd door de vlammende ontploffing van het mijngas; +die moet vooral ook getuige zijn geweest van de stemming na een dier +vreeselijke rampen, als gansche dorpen weenende opgaan om de verminkte +lijken op te sporen van vaders en echtgenooten, van broeders en zonen; +die moet hebben gezien, hoe, na de eerste oogenblikken van schrik +en ontzetting, langzamerhand de kalmte wederkeert in de gemoederen, +hoe de moed weer herleeft en tevens de rustige doodsverachting en +het onvernietigbaar plichtbesef, dat de overgeblevenen, zoodra de +laatste doode in zijn graf is ter ruste gelegd, ernstig en kalm doet +terugkeeren naar de akelige afgronden, waarin hunne broeders een zoo +gruwelijken dood vonden. Er is inderdaad geen voorbeeld van, dat ten +gevolge van een dier verschrikkelijke katastrofen, in de duistere +diepte, vijf of zeshonderd ellen onder den grond, een van hen die aan +het verderf ontkwamen, den gevaarlijken post heeft verlaten, waar hij +een oogenblik, te midden van den rossen gloed der uitbrekende vlammen, +den dood in het aangezicht heeft gezien. Niet vreemd, dat dit altijd +herboren gevaar, die als het ware onbewuste heldenmoed, die zekere mate +van onverschilligheid tegenover het onontkoombaar noodlot, in het eind +een geslacht hebben gevormd en geteeld, tegen alle beproevingen gehard, +in het vuur gelouterd en gestaald, en voor niets terugdeinzende in het +stille besef van rustige, onverwinbare kracht. Wij zullen deze mannen +aan het werk zien, niet enkel in de mijnen, maar ook in hun fabrieken +en werkplaatsen, de elementen bedwingende, stand houdende tegen den +verterenden vuurgloed der smeltovens. En rondwandelende door het +waalsche land, zullen wij gaandeweg voor onze verbeelding het beeld +zien verrijzen van dat merkwaardige België, dat zoo sterk sprekende +tegenstellingen tot eene hoogere eenheid poogt saam te binden. + +Want, in der waarheid, men zou bijna meenen dat de diplomaten, die +de vlaamsche en de waalsche gewesten tot eene politieke eenheid +vereenigden, dit enkel deden om den wijsgeerigen onderzoeker +binnen een klein bestek de scherpste contrasten te kunnen +aanbieden. Evenals uit een geologisch oogpunt, de onafzienbare +groene weidevlakten van Vlaanderen en de bergachtige vallei van de +Maas met haar aaneenschakeling van rotsen en ravijnen, twee geheel +verschillende landen zijn, die zoo goed als niets met elkander gemeen +hebben; evenzoo behooren de bewoners dier streken tot twee geheel +verschillende rassen, die, afgezien van den band der politieke +eenheid en van het gemeenschappelijk materieel belang, schier in +elk opzicht van elkander afwijken. Gaat de een, bij de vervulling +van zijn dagelijksche arbeidstaak, ernstig, stil, kalm zijn gang, in +zich zelf gekeerd, volhardend, maar weinig geneigd tot luidruchtige +openbaring zijner gevoelens; de ander daarentegen is in de hoogste +mate mededeelzaam, draagt zijn hart op de tong, maakt zich den arbeid +licht door vroolijkheid en dartele scherts, is bewegelijk, prikkelbaar, +rumoerig, opvliegend van aard. Te Bergen, te Namen, te Luik waant men +zich bijna in Frankrijk verplaatst; en niet alleen de bewoners der +groote steden, maar ook de bevolking der landelijke vlekken en dorpen +toont in haar geheele wijze van denken en handelen zekere verwantschap +met het fransche volk. In dit ethnologisch onderscheid vindt ge, +voor een deel, de verklaring van die erfelijke vijandschap tusschen +Vlamingen en Walen; en ook de verklaring van dien voortdurenden hang +van het waalsche element naar het bondgenootschap met Frankrijk, +van dat vereenigd optreden van den waalschen en den franschen adel +tegen het demokratisch revolutionair streven der vlaamsche gemeenten. + +Ik zeide het reeds, wie het waalsche volk inderdaad wil leeren kennen, +moet het gadeslaan bij zijn arbeid, bij den rook zijner kolen, bij +het oorverdoovend geraas zijner machines. Een groot deel van het +henegouwsche land, dat wij gaan bezoeken, is het best te vergelijken +bij eene reusachtige smidse; de steenkool en het ijzer hebben +eindelijk hun stempel op het landschap zelve gedrukt en daaraan een +onbeschrijfelijk woest en zonderling aangrijpend voorkomen gegeven, +dat u denken doet aan sommige kringen van Dante's hel, waar het +verschroeiend vuur allen plantengroei heeft gedood. Van het terras +van het kasteel van Bergen overziet de blik eene wijde, golvende, +kale vlakte, hier en daar met eene armelijke, verschrompelde flora +besprenkeld en overdekt met een vuile, met den dag dichter wordende +lijkwade van rook en roet, afkomstig uit de hooge schoorsteenen der +tallooze fabrieken. Dezen gruwel kenden althans onze voorouders +niet. Onder dien langzaam, maar gestadig wassenden zondvloed van +kolendamp, wordt de dampkring doortrokken van roetkleurige tinten, +die zelfs het daglicht van zijn glans berooven; de zon zelve zinkt +weg in een zee van vuile zwarte dampen, als een schip in een oceaan +van inkt. Welk een overgang voor wien, als wij, uit het idyllische +vlaamsche land komt, uit dat stille, kalme paradijs van malsche groene +weiden, het beloofde land van herders en runderen! Hoe moeilijk gewent +zich onze blik, waarin zich nog het liefelijk beeld van het vlaamsche +landschap weerspiegelt, aan die sombere, geschonden, donkere natuur; +aan dien doffen, in stinkenden nevel gehulden horizon, waartegen +zich de zwarte massa's afteekenen van eene menigte vormlooze, +kale en naakte heuvels en terpen! Hier strooit de rozenvingerige +dageraad geen regen van topazen, robijnen en smaragden over de +met schitterende dauwdroppels besprenkelde weiden; neen, als een +gewonde in onreine doeken gewikkeld, bevlekt hij den hemel met een +bloedroode streep, wier kleur weldra verdoofd wordt door het vuile +zwarte stof, in dichte wolken opdwarrelende van de dorre aarde. Poog +hier geen herderszang te beluisteren, en zoek niet naar de ruischende +voetstappen der dichterlijke sage, rondwandelende door het bloeiende +land: deze aarde is vervloekt; een onuitblusschelijk vuur verteert +haar ingewand; legioenen schoorsteenen braken onophoudelijk zwarte +rookwolken over haar uit, die haar met een vuil stinkend lijkkleed +overdekken. Overal wordt het oog beleedigd door stijve, geometrische +figuren en getimmerten, wier wonderlijk verwarde lijnen en omtrekken +zich als zware zwarte strepen afteekenen tegen den zwartachtig +grijzen hemel en van verre gelijken op de geraamten van reusachtige +walvisschen. Overal een afschuwelijke chaos van schoorsteenen, van +balken, van getimmerten, nauwelijks van elkander te onderscheiden +bij de twijfelachtige schemering van dien onreinen dampkring, en het +gelaat der aarde bedekkende als met een reusachtig masker van ijzer en +hout. Nog eens, dezen vloek en dezen gruwel kenden onze voorvaderen +niet; zulke onvergefelijke ontwijding der natuur hebben hunne oogen +nooit aanschouwd. + +Van het kasteel te Bergen overziet men het middelpunt van het +kolendistrikt. Verder op, naar den kant van Charleroi, dien anderen +krater, die onophoudelijk een vlammenden stroom van kool en ijzer +uitbraakt, vindt men nevens de steenkolenmijnen, ook pletterijen +en glasblazerijen; maar hier heerscht de kolenindustrie alleen en +onverdeeld, in geheel de landstreek, onder den naam van de Borinage +bekend. Niets leidt hier de aandacht af van het groote werk der +kolenontginning; alle krachten en vermogens, alle werkzaamheid en +inspanning is op dit eene doel gericht; allen verwachten brood, +welvaart, rijkdom van het zwarte goud, dat het nimmer rustende +houweel der delvers aan dit onderaardsche Californië ontrukt. Het +hijgend snuiven der machine, die de kooien rusteloos op en neder doet +gaan,--eene schelle symphonie, die ge nimmer vergeet als zij eenmaal +uwe ooren trof,--is als de gloeiende, gejaagde ademhaling van het +koortsige leven dat daar in de diepte woelt. Nu en dan stijgt een +geweldig geloei, als van gewonde bisons, uit den schoot der aarde op, +gelijk een kreet van smart en woede van den vertoornden titan. Deze +en andere geluiden, de ratelende donder der waggons die in volle +vaart over de platformen rollen; het gelui bij de aankomst en het +vertrek der kooien; en beneden in de galerijen, het rammelen der door +paarden langs de rails voortgetrokken of langs eene schuine helling +afglijdende karren, het brullen en stampen der machines:--dit alles +te zamen vormt een onharmonisch, oorverscheurend, verdoovend orkest, +een baaiert van geluiden, wel passende bij de akelige doodschheid +van dit sombere landschap, waarover de hooge schoorsteenen, als zoo +vele gapende drakenmuilen, onophoudelijk wolken van zwarten rook en +vuilen kolendamp uitbraken. + +Waarheen ge den blik ook wendt, overal stuit ge op groote terpen, +als het ware puisten en gezwellen op het gelaat der aarde, door de +inwendige gisting te voorschijn geroepen: dat zijn de zoogenoemde +_terris_. Met iederen dag wassen zij in omvang door de sintels en +slakken, die daar worden opgestapeld. Sommigen zijn bijna kleine +bergen met afgeknotten top, met half ingezonken hellingen en diepe +sporen en groeven, niet ongelijk aan reusachtige litteekenen. Onder +de ruwe, grove oppervlakte smeult het bestendig, en het verborgen +vuur zendt zwermen van vonken omhoog, die 's nachts de zwarte massa +dezer donkere terpen fantastisch verlichten en met roode stippen +bezaaien. Langzamerhand echter ontfermt de weldadige natuur zich +over deze monsterachtige gedrochten: dan ontkiemt het groene gras in +de spleten, dan beginnen de wortels der planten en boomen zich uit +te spreiden tusschen de geblakerde steenen en het zwarte gruis; dan +worden eindelijk de kale verbrande hellingen bedekt met het bloeiende +groene kleed van het opluikende boschje, dat zijne twijgen en bladeren +wiegelt op den wind en te midden van het groote ledig van het doodsche +landschap eene verkwikking, een wellust voor de oogen is. + +Geheel de Borinage vertoont hetzelfde beeld. Omdolende door dit +verschrikkelijke land, krijgt ge den indruk dat de bewoners door +een demonisch noodlot gedoemd zijn tot den hopeloozen arbeid om eene +duistere, onderaardsche zee leeg te schoppen, en nu, buiten bereik van +zon en sterren, hun leven slijten in nooit rustende pogingen om hunne +taak ten einde te brengen. Geene genade voor deze veroordeelden, geen +uur, geen oogenblik van rust en verademing; bezwijken zij, dan staan +anderen gereed om hunne plaats in te nemen. Want altijd en altijd door +vraagt de mijn haar offers, niet alleen krachtige mannen en jongelingen +in den bloei der jeugd, maar ook kleine kinderen, jonge dochters en +moeders. Op den leeftijd, waarop het kind, lachend en dartelend, +het leven gaat intreden, wordt het reeds in den afgrond geworpen, +evenals het jonge meisje, in den opgang der teedere jeugd. De moeder +zelve des gezins, die den huiselijken haard behoorde te bewaken en +daar al de leden der familie, als om een levend middelpunt, om zich +moest vereenigen, ook zij zelve wordt niet gespaard; ook zij moet zich +in de gevloekte mijn, als een lastdier, voor de _berlaines_ spannen, +de karren, waarmede de kool vervoerd wordt. Op dertigjarigen leeftijd +is de vrouw, op wie de verplichting rust om haar schoonheid en boven al +de reinheid en frischheid van haar gemoed tot in den hoogen ouderdom te +bewaren, ten gevolge van dezen verschrikkelijken arbeid in de mijnen, +die haar tot slavin maakt van een werk dat met haar natuur strijdt +en tevens tot slavin van den man;--op dertigjarigen leeftijd is zij +eene afgeleefde, verwelkte tooverkol, wier gebogen figuur en hoekige +vormen afschuw inboezemen, die rookt, zich bedrinkt, vloekt en tiert +als de ruwe kerels, met wie zij voortdurend in aanraking is. En nog +mogen zij zich gelukkig rekenen, de mannen zoowel als de vrouwen, +als de onverzadelijke minotauros hen nog levend, zij het dan ook +geschonden en verminkt en gebogen, haast meer aan dieren dan aan +menschen gelijk, aan zijne vreeselijke kaken laat ontsnappen;--want +zoo vaak worden zij allen zijne prooi en worden geveld als slachtoffers +zijner demonische lusten. + +Evenals men op Kreta jonge meisjes opvoedde om geofferd te worden, +zoo wordt hier de jeugd groot gebracht voor de mijn. Een paar dagen +na een der geduchtste rampen, die deze landstreek hebben getroffen, +zeide eene moeder tot mij, terwijl zij met een akeligen grijnslach +op den zuigeling aan hare borst wees: "Dat is voor de Agrappe!" Die +Agrappe nu, wier naam, eenige jaren geleden, half Europa van +ontzetting huiveren deed en nu ook eensklaps voor mijn geest het +schrikkelijk beeld opriep van een aantal mannen door eene ontploffing +gedood;--die Agrappe was de mijn, die door haar uitbarsting half +Frameries vernielde. In de bitterheid haars harten, in haar sombere, +broedende wanhoop had die moeder, met ruwe brutaliteit, de vreeselijke +waarheid gesproken. + +En toch, zoo groot is de kracht der gewoonte, zoo groot ook de +half onbewuste moed dezer ruwe bevolking, dat ge bijna overal een +onbekommerd ter zijde zetten van het gevaar, eene luchthartige +onverschilligheid, ja zelfs wel de liefelijke bloem der hoop, in de +harten ontsluikende, vinden zult. Zoo gaat de zeeman vroolijk aan +boord, en denkt er zelfs niet aan, dat de golven zijn graf kunnen +worden. Daar is inderdaad, onder sommige opzichten, veel overeenkomst +tusschen het leven van den zeeman en dat van den mijnwerker, in +zoo verre beiden het onbekende trotseeren en ieder oogenblik door +den steeds dreigenden dood kunnen worden geveld. Ach, maar is dat +eigenlijk niet met ons allen het geval? En is het in werkelijkheid +wel zoo vreemd, dat zij, die van kindsbeen af dagelijks in dat gevaar +verkeeren, daarmede in het eind vertrouwd raken, en er even weinig +aan denken als wijzelven, wier gewaande veiligheid toch in den +grond der zaak even onzeker en bedriegelijk is? Alleen omdat wij, +niet aan die levenswijze gewoon zijnde, het gevaar in dezen vorm +zoo duidelijk zien, verbaast het ons, als wij nader kennis maken met +de talrijke bevolking van de vele dorpen, die zich rondom de mijnen +gevormd hebben, dat de vrees voor, en zelfs de gedachte aan het steeds +dreigende doodsgevaar, in het leven van den mijnwerker zoo luttel +plaats beslaat. Daar zijn er, ja, enkelen, in wier starre blikken ge +als het ware de ontzetting lezen kunt, door de verschrikkingen van den +afgrond hunner ziele ingeprent; maar, voor zoo ver de dierlijke arbeid +niet alle menschelijk gevoel heeft uitgedoofd en hen tot werktuigen +verlaagd, kenmerken de mijnwerkers van de Borinage zich veeleer door +eene ruwe, luidruchtige, buitensporige vroolijkheid, die zich vooral +op kermissen en feestdagen uit, en zelfs door den geesel der periodiek +wederkeerende crisissen nóg niet is gedoofd. Vroeger, toen de vraag +zoo groot was dat men tot iederen prijs den arbeid moest verhaasten +en vermenigvuldigen, toen was die vroolijke, opgewekte stemming een +natuurlijk gevolg van de overvloedige verdiensten. Te Jemmapes, te +Bergen, te Saint-Ghislain weet men nog te verhalen van de weelderige, +verkwistende levenswijze in die dagen, toen het voor de mijnwerkers +bijna het gansche jaar door kermis was. De vrouwen der mijnwerkers, +zoo zegt men, kleedden zich in zijde en fluweel, versierden zich +met goud en edelgesteenten, en hielden er eene meid op na. De mannen +dronken, in de herbergen en de danshuizen, champagne en fijne wijnen +en lieten zich de kostbaarste gerechten voorzetten. Maar de tijden +zijn sedert veranderd: met smullen en feestvieren is het gedaan: de +arme Borains mogen nu blijde zijn als zij in het noodigste kunnen +voorzien, en van dag tot dag, van jaar tot jaar, hebben zij te +kampen met het altijd dreigende gebrek. Doch de oude vroolijkheid +moge, door de moeielijke en zware tijden, eenigszins gedempt zijn, +uitgedoofd is zij niet, al heeft zij soms een bijsmaak gekregen, +die verre van geruststellend is. In hun luiden schellen lach klinkt +een toon van verborgen hartstocht, van bitterheid en toorn: hunne +vroolijkheid is vaak de onechte, ongezonde vroolijkheid van een volk, +dat zich ongelukkig voelt, zich verongelijkt acht en door wrokkende +wangunst wordt verteerd. Hier vinden de apostelen en predikers van het +socialisme een wel toebereiden, vruchtbaren akker; en met gretig oor +luisteren deze mannen en vrouwen naar de dwazen en verleiders, die in +de schrilste kleuren hun rampzalig lot afmalen, en hun een geluksstaat +voorspiegelen, waaraan de profeten zelven wel geen oogenblik gelooven, +maar waarvan de schildering er op berekend is om deze arme hersens te +verwarren en te ontvlammen, en in deze zoo licht bewegelijke gemoederen +de slechtste en gevaarlijkste driften en neigingen wakker te roepen. + +Iemand, die de mijnwerkers zeer goed kende, zeide eens tot mij: +"Naar den eersten indruk oordeelende, zou men hen voor slecht en +verdorven houden; maar zij zijn veeleer ruw en onbeschaafd, zonder +eenig besef van wellevendheid en betamelijkheid. Daarbij komt dat zij +in de hoogste mate zorgeloos zijn en van sparen geen begrip hebben; zij +leven letterlijk van den eenen dag op den anderen, zonder zich in het +minst om de toekomst te bekommeren; zij staan geregeld in het krijt bij +den bakker en den kruidenier, en wanneer zij geld hebben, verspillen +zij het op de buitensporigste manier aan feesten en drinkgelagen, aan +weddenschappen, balspel en schijfschieten, waarvan zij hartstochtelijke +liefhebbers zijn. Ondanks hunne ruwe onbeschoftheid, hun gestadige +vechtpartijen en herhaalde botsingen met de justitie, zijn zij in +den grond niet boosaardig van natuur en wel te leiden." + +Hij die zoo sprak, had geen ongelijk: het weinige geld dat zij +verdienen, wordt verbrast in de kroegen, roekeloos weggesmeten +of verdobbeld, want het spel is de grootste liefhebberij van die +mannen, die zelven voortdurend hun leven op het spel zetten; maar +wat mijn zegsman er niet bijvoegde, is dat al deze uitspattingen +en buitensporigheden, hun jenever drinken en hun dobbelen, in de +eerste plaats moeten dienen om hun hunne ellende te doen vergeten, +hun worstelen met het gebrek, het steeds dreigend doodsgevaar +waarin zij verkeeren, den openbaren verkoop wegens schuld van hun +armzaligen inboedel, den jammer van hun afschuwelijk bestaan in de +ingewanden der aarde. Voor dezen arbeid gebruikte de oude wereld haar +veroordeelde slaven en misdadigers; de mijnwerkers van de Borinage +heeten vrije mannen en staatsburgers; misschien zullen zij eerlang +kiezers zijn, en rusteloos preekt men hun de fraaie theorieën der +algemeene gelijkheid voor...... Aan welke zijde is de onbarmhartige +wreedheid, de demonische spotternij? + + + +II + + +Van Bergen tot Quiévrain strekt zich de lange reeks der +mijnwerkersdorpen uit: Jemmapes, Quaregnon, Saint-Ghislain, Boussu, +Elouges, Cuesmes, Dour, Pâturages, Frameries, Flénu, Hornu. Maar +terwijl te Jemmapes, te Quaregnon en Saint-Ghislain aanzienlijke +vlekken, die bijna het voorkomen hebben van kleine steden, nevens +de kolenindustrie ook nog andere takken van nijverheid worden +beoefend, dragen Elouges, Dour, Frameries, Cuesmes, Flénu, den echten +onvervalschen stempel van de Borinage. + +Hier volgen de mijnwerken elkander onafgebroken op; overal ziet men +de kale hooge terpen, die het uitzicht belemmeren; overal steken de +wanstaltige getimmerten en de leelijke schoorsteenen in de lucht en +bedekken met hun schaduw, zoowel als met hun regen van vuilen smook en +kolenstof, de kleine huizen met roode daken, die als paddestoelen aan +hun voet zijn opgeschoten. Evenals rondom de muren van den feodalen +burcht de hutten der hoorigen stonden gegroept, zoo omringen de +armoedige krotten der mijnwerkers aan alle kanten de mijn; daar +slijten zij hun leven in de gloeiende atmosfeer van den minotauros, +zoo als de hoorigen in de vaak dreigende nabijheid van den machtigen +landheer, wiens toorn hen verdelgen kon. Maar geen ruwe, onbarmhartige, +tirannieke middeleeuwsche baron vergde immer van zijne hoorigen zoo +vreeselijke offers als het moderne monster der industrie: de baron, +hoe ruw en woest hij mocht zijn, was toch altijd een mensch, in wiens +boezem een menschelijk hart klopte, terwijl bovendien zijn eigen +belang hem waarde moest doen hechten aan het leven en de betrekkelijke +welvaart zijner onderhoorigen; maar de mijn, maar het werktuig, is +eene blinde, onbewuste macht, die van geen erbarmen weet, voor wie +duizend menschenlevens niet meer waard zijn dan het tot gruis geslagen +stuk steenkool; die verplettert en vermaalt en verminkt en schendt, +en altijd, altijd, altijd door nieuwe offers vraagt. + +Men heeft de mijnen en fabrieken met de oude feodale burchten +vergeleken: en onder sommige opzichten mag de vergelijking gelden. Ook +de mijn met haar fabriek beheerscht den omtrek en maakt het land aan +zich schatplichtig; ook zij vordert tienden--en meer dan die!--en +schattingen en heerediensten; ook zij voedt zich met den arbeid en de +levenskracht der omwonende bevolking. Maar, nog eens, nimmer drukte +eenige burcht zoo loodzwaar op het land of vorderde zulke schatting +aan leven en bloed; nimmer was der hoorigen lot zoo schrikkelijk, +zoo troost- en hopeloos, als dat der slaven van de verschrikkelijke +mijn. Hoe ze u aangrijnzen, die sombere burchten van den demon +des vuurs, die hunne wortelen uitslaan tot in het hart der aarde +en de beste levenssappen van den ganschen omtrek tot zich trekken, +om ze om te zetten in klinkend goud. En dit geheimzinnig reusachtig +alchimisten-laboratorium is altijd daar en op honderd verschillende +plaatsen in functie: op dit kleine plekje gronds telt men niet +minder dan tweehonderd steenkolenmijnen, die bijna allen zonder +ophouden bewerkt worden en wier onderaardsche gangen en galerijen +zich steeds verder uitbreiden--duistere katakomben van den arbeid, +gevuld met menschen-beenderen. + +Elke mijn heeft hare eigene bevolking, die onder den walm van haar +rook opgroeit en leeft; die zich woningen bouwt op haar krater; die +ten huwelijk neemt en ten huwelijk gegeven wordt, kinderen verwekt +en sterft bij het gesnuif en gestamp der machines, wier onwelluidend +blazen en fluiten en gillen hen bij hunne geboorte begroet, en het +oor verscheurt van den stervende. Dezelfde werktuigen, die in de +mijnschacht de kooien op en neder doen gaan, brengen het leven dezer +gansche bevolking in beweging, als de kloppingen van een ontzaglijk +ijzeren hart; en wanneer naast de groeve, waaruit hij weer omhoog +stijgt, voor den Borain die andere groeve gedolven wordt, waaruit +men niet meer opstaat, dan mengt het zwarte, kleverige kolenstof uit +de schoorsteenen zich met de aarde, waarmede de buren, op het naaste +kerkhof zijn uitgeput en misvormd lichaam bedekken. Zooals de vlaamsche +boer onafscheidelijk verbonden is aan de aarde, die hij met zijn zweet +drenkt en bevrucht, zoo is de mijnwerker verbonden aan de mijn: maar +dit huwelijk is vrij wat gevaarlijker, want de duistere echtgenoote +is lastig, vol nukken en kuren, en eindigt doorgaans met haar gemaal +te verslinden. En dan--welk hemelsbreed onderscheid tusschen den +eerwaardigen, gezegenden landbouw, dien gezonden, sterkenden, +levenwekkenden arbeid op het open veld, onder den vrijen hemel, +voor het aangezicht der zon: en dat slavenwerk in de donkere mijn, +dat den arbeider verteert en zoo vaak ook moreel te gronde richt. Toch +hebben zij hunne mijn lief en gevoelen zich aan haar gehecht; zelfs +krom en stram van ouderdom, kunnen zij nog niet zonder haar leven: +deze taaie gehechtheid is een trek, dien de mijnwerkers gemeen hebben +met de zeelieden, die hoe de zee hen ook moge mishandeld hebben, zich +toch nog, machteloos en afgeleefd, naar het strand sleepen en daar, +op een bank neergezeten, in droomend gepeins staren naar de wijde zee, +wier melodisch ruischen hunne zwervende gedachten in slaap wiegt. + +Men heeft mij hier oude, hoog bejaarde lieden gewezen, mannen en +vrouwen, die, na gedurende ruim eene halve eeuw dagelijks in den +afgrond te zijn neergedaald, nu nog hunne overige levensdagen sleten +aan den rand der diepte, waarin zij, afgeleefd en zwak, niet meer +konden afdalen. De weinige krachten, die zij nog hadden overgehouden, +besteedden zij nu met het bijeenrapen der sintels, het uitzoeken der +kolen, het schoonmaken der lampen en andere werkzaamheden van dien +aard. De jongeren gaan vroolijk en luchthartig, lachend en zingend, +naar beneden; meermalen was ik er getuige van, hoe de kooi, waarin de +mijnwerkers plaats nemen, onder luid gelach, gejoel en dartele pret +in de diepte verdween, waaruit eindelijk nog maar de verwijderde echo +hunner vroolijkheid mij tegenklonk. + +Ondanks--of misschien wel juist om het sombere, zwarte, akelige der +omgeving, zijn de jonge meisjes van de Borinage gesteld op opschik, +op sprekende kleuren, houden zij er van, zich op eene of andere wijze +te tooien. Schoon gewasschen en helder in haar werkkostuum--een buis +en pantalon--dat haar op knapen doet gelijken, gaan zij in troepjes +naar de mijn, met eene bloem tusschen de tanden, lange kleurige +linten wapperende langs haar rug, haar hair saamgevat in een netje +of een zakje van taf, onder een strooien hoed. Zoo dalen zij in den +afgrond neer, waaruit zij straks weder te voorschijn zullen komen, +vuil, stinkend, besmoezeld, het gelaat zwart gevlekt, de oogen en +den mond vol steenkool. Zoo gaat het dag aan dag: als wilden zij +den ruwen demon verteederen, door zich mooi te maken en althans +voor zoover zij kunnen, naar echt-vrouwelijken aard, de schoonheid +te huldigen. Laat ons daar niet mede spotten; daar is veeleer iets +weemoedigs, iets treurigs in die onuitroeibare zucht om te behagen, +om een aangenamen indruk te maken, die deze arme schepsels tot zelfs +in de klauwen van het monster bijblijft. Wat vreeselijk en gruwelijk +is, is dat meisjes en vrouwen tot zulken arbeid gedoemd zijn. + +Haar bloei is van zoo korten duur: zijn zij eens gehuwd en is de +jeugd voorbij, dan veranderen zij spoedig in oude slonzige vrouwen, +die aldra tot hetzelfde peil afdalen als de mannen, en die door niets +meer behagen of de aandacht trekken. Alle zorg voor haar uiterlijk, +voor haar toilet, is dan ook vergeten en uitgedoofd onder de vele +andere zorgen voor het bestaan. Maar zoo lang zij jong zijn, hebben +zij bijna allen eene zekere soort van krachtige, soliede, kleurige +schoonheid, die wel getuigt voor de energie van het ras, dat in +spijt van den ruwen zwaren arbeid, in spijt van kommer en ellende, +nog zooveel frischheid en levenskracht heeft behouden. + +Elk dorp in de Borinage heeft zijn _salons_ of danshuizen, waar +op zon- en feestdagen de jonge meisjes, die nu haar jongenspak +hebben uitgetrokken, het donkere hair glanzende van pommade, in +nauwsluitende jakjes en kleurige met bloemen versierde mutsjes, +in het licht ontvlambaar gemoed der dansers het vuur der liefde en +ook van den minnenijd komen ontsteken. Drie of vier lampen, tegen +den met bontgebloemd papier beplakten muur opgehangen, werpen haar +rossig schijnsel op de sprekende kleuren van haar toilet, waarin +rood, blauw en groen den boventoon voeren, als wilden zij in die +schitterende verwen de smetten uitwisschen van de vuile kool, die +haar de geheele week aankleven. Op eene kleine verhevenheid zitten +een clarinet, een cornet-a-piston en een trombone: en op de schelle +tonen van dat orkest dansen en draaien en wervelen de paren in wilde +drift, in toomelooze opwinding rusteloos voort. De grond dreunt onder +het regelmatig gestamp, dat welhaast een verren donder gelijkt en +wolken stof doet opgaan; weldra woelen en wemelen de hartstochtelijke +dansers in een grijzen nevel; de aan den zolder hangende korfjes met +papieren bloemen wiegelen heen en weer; de dampkring gloeit, bijna +niet minder dan de oogen en de wangen van dansers en danseressen, +die maar altijd voorthollen in razenden galop, tot zij eindelijk, +buiten adem, uitgeput, hijgend en zwoegend, op de banken neerzijgen, +snakkende naar versche lucht. + +In zulk eene omgeving loopt de moraliteit groot gevaar; en hoewel +hetgeen men van de losbandigheid der Borains verhaalt overdreven +moge zijn, is het ontwijfelbaar waar dat het zedelijk peil onder deze +bevolking vrij laag gezonken is. En hoe kan het ook anders? Meisjes +van vijftien jaar emancipeeren zich en gaan uit zwieren met lummels +van denzelfden leeftijd. Zoodra de jongen iets begint te verdienen, +acht hij zich ontslagen van de ouderlijke tucht: hij loopt de +kermissen na, bezoekt de herbergen, leeft in één woord als een +volwassen man; hij betaalt aan zijne ouders wekelijks eene zekere +som voor huisvesting en voeding, en doet verder met zijn geld wat +hij wil. Over de noodlottige gevolgen van deze tuchteloosheid, deze +verwildering, behoef ik wel niet uit te weiden; maar hoe zal er tucht, +besef van orde en plicht en wet zijn, waar de heilige, de door niets +te vervangen leerschool van dit alles en van zoo veel meer, waar het +gezin niet meer, althans weinig meer dan in naam, bestaat? Immers, +wat wordt er van het gezin, waar niet slechts de vader en de zoons, +maar ook de moeder en de dochters, de kinderen zelfs geregeld de +woning verlaten om daar buiten, in de mijn, in de fabriek, verloren +onder honderden anderen, te gaan werken? Van alle diep ingrijpende +geweldige veranderingen, die de moderne industrie in de economische, +sociale en huiselijke toestanden en verhoudingen heeft gebracht, is er +wellicht geene zoo verderfelijk, van zoo ver strekkende noodlottige +gevolgen als deze, dat in duizenden bij duizenden gezinnen, de +vrouw aan hare natuurlijke roeping gewelddadig wordt onttrokken, +en daardoor zedelijk te gronde gericht: dit is de ontwijding, de +ontbinding der familie en, als onvermijdelijk gevolg, de ontbinding +der maatschappij. Tegen dit euvel baten geene uitvindingen, geene +wonderen van wetenschap en kunstvaardigheid; dit kwaad kan alleen +gestuit en hersteld worden--indien het nog mogelijk is--door een +terugkeer tot de van God gestelde orde der dingen, die de mensen +nooit straffeloos schendt. + +Er is één dag in het jaar, waarop de ruwe ongebondenheid, die in +gewone tijden reeds groot is, haar toppunt bereikt: op den dag der +groote kermis van de Borinage, den feestdag bij uitnemendheid, den +dag van Sinte-Barbara. Op dien dag staat de arbeid in de mijn stil en +dommelt de moloch. Zelfs in de slechtste jaren trekken de mijnwerkers, +mannen, vrouwen, jongens, meiden, met trommels en trompetten voorop, +in gansche troepen van de eene herberg naar de andere; elk oogenblik +wordt de lucht verscheurd door de losbranding van kleine kanonnen, +waarmede eereschoten worden gedaan ter verheerlijking van de heilige +patronesse, wier naam aan al dat onstuimig gejoel en getier, aan deze +liederlijkheid, wordt verbonden. + +Vijf-en-twintig jaar geleden, toen de kolenindustrie in vollen bloei +was en er geld in overvloed verdiend werd, gingen deze kermissen +gepaard met maaltijden waaraan patroons en gezellen te zamen +deelnamen, met allerlei grappen en vertooningen, met eene uitdeeling +van prijzen aan de mijnwerkers, die in den loop van het jaar de +grootste hoeveelheid steenkool hadden uitgegraven. Elke parochie +versierde toen hare altaren met groen en bloemen, met een bonten, +veelkleurigen opschik, ter eere van de heilige patronesse. + +De toenemende nood der bevolking heeft sinds dien tijd deze +feestelijkheden vrij wat vereenvoudigd; toch wordt er nog altijd +geschoten, en nog steeds stroomt eene talrijke schare naar de hoogmis, +om daar, als in de tegenwoordigheid der beschermvrouwe, voor eenige +oogenblikken de moeite en den kommer van het leven te vergeten en +het harte op te heffen tot hooger en beter dingen dan de arbeid +in de mijn en de uitgelatenheid in de herberg. Ook op de tafel der +armsten verschijnt dien dag de rijsttaart met pruimen, waaraan het +gansche gezin smult, onder het drinken van groote kommen koffie. Het +oude gebruik brengt ook mede, dat op Sinte-Barbaradag, de eerste +ploeg die in de mijn afdaalt, eene ruw bewerkte afbeelding van de +"goede vrouwe", die op algemeene kosten is gekleed en versierd, +met zich neemt. Dat beeld blijft daar den geheelen dag, als het +zichtbare teeken en onderpand van de hulp en bescherming, die deze +heilige aan het arme volk der mijnwerkers wil verleenen, en te harer +eere worden verschillende ceremoniën verricht, die echter niet in +alle mijnen dezelfden zijn. Doorgaans wordt het beeld in eene nis +geplaatst, onder het schijnsel van drie of vier kaarsen: eene zwakke +herinnering aan den schitterenden glans van de honderden waskaarsen +op het hoogaltaar der kathedralen. Maar de verblindende pracht dier +kathedralen haalt toch niet bij den treffenden aanblik van die drie of +vier glimmende lichtjes, verloren te midden der eeuwige duisternis, +maar die met hun wemelend schijnsel de ruwe harten van zoo velen, +althans voor een enkelen dag, met hoop en vertrouwen vervullen. Zoo +lang zij in den afgrond tegenwoordig is, de goede en barmhartige +en veel vermogende vrouwe, schijnt het altijd dreigende gevaar +bezworen; en gelijk zij des morgens met plechtig eerbetoon in de +mijn werd gebracht, zoo wordt zij des avonds weer statig en ernstig +omhoog gevoerd, maar nu bezoedeld en besmoezeld door rook en damp en +kolenstof. Boven gekomen, beijveren de jonge meisjes zich nu om haar +toilet weer in orde te brengen; vervolgens wordt het beeld in een +daarvoor bestemd kistje weggeborgen en door eene der vrouwen, aan +wie de zorg voor de relikwie is opgedragen, mede naar huis genomen, +om daar bewaard te blijven tot het volgende jaar. + +De Sint-Barbaradag, 4 November, valt juist samen met den aanvang der +kermis te Bergen. Reeds tegen den middag wemelen de wegen naar de +hoofdstad van menschen; men vecht om eene plaats in de spoortreinen; +in talrijke troepen gaat men op naar het oude Bergen. Daar beweegt +zich eene nieuwsgierige en kijklustige menigte langs de tenten en +kramen; met open mond staan de Borains in troepen te kijken naar de +kunstverrichtingen van den koorddanser en den goochelaar, en wisselen +zeer gepeperde aardigheden met de hansworsten en kunstrijdsters. De +huismoeders staan stil voor de kramen, waar zij haar inkoopen +willen doen, en loven en bieden en dingen tot in het oneindige, +van de eene kraam naar de andere drentelende, tot zij eindelijk haar +gading gevonden hebben. Dan gaat men gezamenlijk, onder luid rumoer, +een bezoek brengen aan de dikke dames, aan het kalf met twee koppen, +aan het vreeselijke zeemonster dat levende menschen verslindt. Ook +de nederige tent van de waarzegster wordt niet vergeten, want +ieder is begeerig te weten wat de toekomst hem brengen zal; en is +men hieromtrent meer of minder volledig ingelicht, dan gaat het +in troepen naar de poffertjes- en beignetskramen, waar men zich +de maag vult met het gebak, dat rijkelijk met sterken drank wordt +besproeid. En wanneer eindelijk, diep in den nacht, in de kroegen en +danshuizen de laatste stuiver is verteerd en het laatste glas geledigd, +dan keeren de kermisgangers, die voor een enkelen dag hun zorgen en +kommer vergeten hebben, onder onbeschrijfelijk rumoer en getier naar +hunne woningen terug. Wie zijne illusiën aangaande de bevolking van +de Borinage behouden wil, doet beter, het vertrek van zulk een trein +vol terugkeerende kermisgangers niet bij te wonen. + +Afgescheiden van het Sinte-Barbarafeest hebben de dorpen in de Borinage +nog allen hunne eigene kermissen, die op verschillende dagen vallen, +en met eigenaardige gebruiken gepaard gaan. Zoo is het bijvoorbeeld +de gewoonte om aanstonds na afloop eener kermis, van huis tot huis +rond te gaan om giften in te zamelen voor het vieren der volgende. De +jongelieden, aan wie deze taak is opgedragen, voeren den titel van +kapiteins: deze betrekking is een soort van eerepost, waaraan zekere +voordeelen verbonden zijn en die bij opbod wordt uitbesteed. De +liefhebbers bieden tot honderd, tweehonderd, soms wel driehonderd +potten bier, naar gelang van de belangrijkheid van het dorp. Met de +opbrengst der kollekte organiseert men bals en bekostigt men vuurwerken +en illuminatie: het overschietende komt ten bate van de aannemers. + +Zoolang de kermis duurt wandelen deze kapiteins zeer deftig +door het dorp, bekleed met de teekenen hunner waardigheid, +namelijk: een steek met pluimen en een rotting; zij zijn naar +behooren in het zwart met witte das en zien er uit als kellners of +ceremoniemeesters. Indrukwekkend vooral is de plechtigheid, waarmede +zij het bal openen: nauwelijks laat de muziek de eerste tonen hooren, +of zij beginnen langzaam, met gebogen armen, in het rond te draaien, +met al de majesteit en de deftige sentimentaliteit van ouderwetsche +hovelingen, die een menuet of eene sarabande gaan dansen. Met half +gesloten oogen schijnen zij de ongeduldigen en driftigen in bedwang +te houden, die gevaar zouden loopen de eischen der welvoegelijkheid +uit het oog te verliezen; maar deze vertooning is niet meer dan +het verplichte voorspel. Weldra treden kleine meisjes van zes tot +acht jaren, mooi gekleed en met linten en strikken versierd, in den +kring; de kapiteins voeren de blozende kinderen, wier kleine voetjes +onregelmatig trippelen op de maat der muziek, ten dans en walsen met +haar ten aanschouwe van de verrukte moeders, die voor haar dochtertjes +tegen klinkende munt het voorrecht gekocht hebben om door de kapiteins +als "dames de danse" te worden genoodigd. + +Een wonderlijke vertooning sluit de reeks van al deze feesten. Is er +onder de kapiteins een gehuwde, dan rust op hem de verplichting om de +aanbestedingen te houden voor het kapiteinschap van het volgend jaar; +maar eerst moet hij zich leenen tot een grap, die zeer krenkend is voor +zijne waardigheid als echtgenoot, en vermoedelijk haar oorsprong dankt +aan het avontuur van een of anderen Sganarelle, dat in de gedachtenis +is blijven voortleven. Men bindt den jongen man, na zijn gelaat met +roet besmeerd te hebben, op een ezel, en voert hem zoo, onder het +gejuich en gelach der schare, door het dorp. + +Wie de Borinage als het ware met een enkelen blik overzien wil, +die moet te Bergen plaats nemen in den trein naar Quiévrain, welke +het geheele kolendistrict doorsnijdt. Binnen een paar uren is men in +deze hel ver genoeg doorgedrongen, om er op het gelaat en de handen +en op de kleederen de teekenen, den smet en den stank van mede +te brengen, als hadde men een tocht ondernomen naar de fornuizen +van Beëlzebub. Verdoofd door het onophoudelijk geratel van den +telkens hernieuwden donder, die het gansche land doet gelijken op +een reuzenaambeeld, dreunend onder de mokerslagen van honderdduizend +hamers; verblind door de vuurtongen en de rookwolken, die omdwarrelen +door den verstikkenden, benauwenden dampkring; verbijsterd door het +schouwspel van al die ijzeren gedrochten, als met ontembare woede +ronddraaiende, stampende, op en neer gaande, slaande en snuivende, +onder een zwarten met kolendamp en roet bezwangerden hemel, te midden +van een landschap, dat u aan een der kringen van Dante's Inferno doet +denken:--zult ge van dezen tocht een indruk medebrengen, die u nimmer +uit de herinnering zal wijken. + +De vuurspuwende salamander, die u, langs zijn tweelingslijn, in +vliegende vaart voortsleurt door dit zwart geblakerde landschap, +dwars door de vlammen en den smook van dezen gloeienden en toch +donkeren dampkring, past volkomen bij het karakter van dit oord der +verschrikking. Terwijl hij in vollen ren voortsnelt, rolt de doffe +donder zijner snelle raderen verder en verder, zich voortplantende +door de uitgeholde en trillende aardkorst. De gansche streek is op +schrikwekkende wijze ondermijnd en doorboord, als waren hier tallooze +legioenen van paalwormen aan het werk geweest; zij gelijkt op een +koraalrif, in alle richtingen doorkruist door een onnoemelijk aantal +gangen en galerijen. Elk oogenblik snort de trein door gebarsten +tunnels, over waggelende bruggen, die zich als door een wonder staande +houden op dien golvenden grond, zoo onvast als eene onstuimige zee; +bezweken zij, dan zou zich onder den vliegenden trein een afgrond +openen, waarin wagens en reizigers reddeloos zouden verdwijnen. + +Met eene onbegrijpelijke zorgeloosheid leeft de Borain op dien +uitgestrekten, sluimerenden krater, die elk oogenblik, door eene +grondverplaatsing beneden, door een of anderen krachtigen schok, +natrillende onder de ondermijnde korst, van een kan splijten en +afgronden openen, waarin groote rivieren zich zouden verliezen. Het +uitwendig voorkomen van het landschap maakt den indruk van een +geweldige vulkanische werking, die de aardkorst heeft gescheurd, +heuvelen heeft doen oprijzen en ravijnen geopend, en op alles den +stempel gedrukt van het inwendige vuur. Slechts op een enkel punt +vertoont deze gefolterde en gemartelde natuur een ander, vriendelijker +gelaat. Eensklaps bevinden wij ons te midden van een echt landelijk +tafreel, eene liefelijke idylle, waar het malsche groen onze oogen +verkwikt en wij weder de landlieden op den akker zien; waar geene +afschuwelijke geluiden de heerlijke stilte verbreken en het helsche +geknars en gestamp der machines niet wordt gehoord; waar de grond niet +is bedekt met eene vuile laag van modder en roet, en Gods lieve zon +niet schuil gaat achter stinkende kolendamp. Het is eene verkwikkende +oase, zooals wij er zoo velen zullen vinden in het land van Charleroi, +en die ons vergunnen, weder eenigszins tot ons zelven te komen en de +benauwende nachtmerrie van kolenmijnen en machines en onmenschelijke +slavernij en verwildering van ons te werpen. Maar evenals bij den +storm soms eensklaps op een zeker punt de wolken scheuren en de blauwe +hemel ons tegenlacht, om onmiddellijk daarna weder, bij het gieren +van den wind, omfloersd te worden: zoo heeft men ook ter nauwernood +de verkwikking gesmaakt van dit gezegend plekje, of de noodlottige +tooverkring sluit zich weer, en verdwenen is het liefelijk landschap, +badende in den zonneschijn, als een Eden in het hart der hel. + +En toch, ondanks den nevel en de zwarte en grauwe tinten, is de +aanblik van het landschap in zekeren zin schilderachtig. Een breede +straatweg, die de dicht op elkander volgende dorpen verbindt en tevens +de hoofdstraat vormt, is ter wederzijde omzoomd door twee ongelijke +rijen van lage huisjes met donkerroode daken. Op een pleintje verheft +de katholieke kerk hare spits ten hemel, tegenover het protestantsche +bedehuis; want onder deze bevolking heeft het Calvinisme talrijke +aanhangers, die, gelukkig, met hunne katholieke landgenooten op +goeden voet leven. Voor de deuren zitten, in hun vrijen tijd, de +mannen neergehurkt, en rooken hun pijp, met de armen rustende op de +opgetrokken knieën. Zelfs binnenshuis geeft de mijnwerker aan deze +ongemakkelijke houding de voorkeur boven een stoel; uren lang kan hij +zoo, soezend en droomend, voor den haard zitten, zich koesterende in +de warmte. + +Doorgaans behoort bij de woning van den Borain ook een klein tuintje: +welke tuintjes in dit land der schaduwen des doods eene ware +verkwikking zijn. De bewoner zorgt ook voor dit gezegende plekje: +hij kweekt daar zonnebloemen, dahlia's, pioenrozen, groote, sterk +gekleurde bloemen, die schitteren in het zonnelicht en wier aanblik +voor deze arme lieden een genot is, waarvan alleen de minnaars van +tuinen en bloemen in de steenen wildernissen der groote steden zich +eene voorstelling kunnen maken. Als hij niet in de mijn vertoeft, +verzorgt de mijnwerker zijn tuintje, bindt zijn bloemen op, roeit +het onkruid uit, harkt de paadjes op, begiet zijn perkjes; in dien +stillen, vreedzamen arbeid vindt hij een uitweg voor de zachtere +gevoelens, voor de onbewuste poëzie, die ook bij hem onder de zoo +ruwe en vaak zoo terugstootende schors slaapt. Waarom geeft men zich +niet meer moeite om zijn beter ik bij hem wakker te schudden en +tot bewustzijn te brengen, om hem te verlossen uit dien staat van +halve verdierlijking, waarin hij dreigt te verzinken? Overal waar +de poging werd beproefd, zijn de resultaten gunstig geweest. Het +komt er slechts op aan, de alleszins billijke behoefte dezer tot zoo +schrikkelijken arbeid gedoemde bevolking aan uitspanning en vermaak, +aan recreatie--om dit zoo treffend juiste woord te bezigen,--met +verstand te leiden en op zoodanige wijze te bevredigen, dat het peil +der zedelijkheid daardoor wordt opgeheven en niet verlaagd. De taak +is--vooral in onzen tijd--uiterst moeilijk, maar mag toch niet als +onmogelijk worden opgegeven. In de Borinage echter, waar zoo veel +mogelijk geldverdienen op den voorgrond staat, is men er, ongelukkig +genoeg, meer op bedacht, met bijl en houweel de steenkool uit het +ingewand der aarde te voorschijn te halen, dan onder de ruwe schors +van zinnelijkheid en egoïsme de goddelijke vonk op te sporen en te +ontsteken, die sluimert in iedere menschelijke borst. + + + +III + + +Wij gaan in onze verbeelding een paar eeuwen terug. Het land van +Charleroi en de omliggende streken waren toen nog niet, als nu, de +prooi van eene rustelooze, rumoerige, alles verdringende industrie, +de geboren vijandin van alle natuurschoon en alle poëzie; de bevolking +legde zich veel meer op landbouw dan op nijverheid toe. Wel waren er +te Châtelineau, te Grilly, te Charnoy (de bakermat van het latere +Charleroi), te Lodelinsart, te Jumet, enkele kolenputten; maar de +kunst om die putten of mijnen te exploiteeren verkeerde nog in hare +kindsheid; men gebruikte wat als het ware voor de hand lag, en de +steenkool, die als handelsartikel nog weinig beteekende, dacht er nog +niet aan, de heerschappij van het hout op het gebied der nijverheid +te betwisten. De metallurgie deed nog niet de aambeelden zuchten +onder de rustelooze slagen der zware hamers en wekte de echo's +der stille valleien nog niet met het oorverscheurend gefluit der +machines. Te Marchienne, te Monceau, te Presles, te Loverval en op +enkele andere plaatsen vond men eenige onbeteekenende smederijen +of pletterijen; voor het overige brachten de landlieden, in de +meeste dorpen langs de Sambre, de lange winteravonden door met het +vervaardigen van spijkers. Niets deed toen en ook nog veel later de +ontzaglijke vlucht vermoeden, welke de groote industrie later zou +nemen, en die het geheele aanschijn des lands zou veranderen. Wie +toen langs de liefelijke boorden der Sambre, door geurige bosschen, +door bloeiende boomgaarden en met bloemen beparelde weiden wandelde, +ademde eene zuivere lucht in, niet bezwangerd met vuile dampen +van allerlei soort, en kon zijne oogen vrij laten dwalen door het +schilderachtige, romantische landschap, zonder overal te stuiten op +monsterachtige fabriekgebouwen en wanstaltige, vuur en rook spuwende +schoorsteenen. Onze benijdenswaardige voorvaderen leefden ook nog niet +in dien eeuwigen, verbijsterenden rosmolen, in den wilden roes die +ons onweerstaanbaar medesleept in zijn suizelende vaart; zij hadden +nog den tijd om van den arbeid uit te rusten en in stille kalmte +het leven te genieten; zij kenden ze nog niet, die aangezichten, +waarop de onverzadelijke geldzucht, de razende speculatiekoorts +haar onuitwischbaren stempel hebben gedrukt, uit wier harde koude +trekken zelfzucht en koele berekening spreken; die aangezichten, +waarop iedere flikkering van hooger leven is uitgedoofd, trouwe +spiegels van de ledige, door zelfzucht verteerde, door ongeneeslijke +verveling en onvoldaanheid verkankerde harten. Onze voorvaderen, +zij hebben de schoone Sambre-vallei nog gekend als een dichterlijk +Eden, hier gekroond met boschrijke heuvelen, aan wier voet de golfjes +kabbelden der rivier; daar zich uitbreidende in groene weilanden, +met veelkleurige bloemen bezaaid, waar de bij haar honig puurde en de +veelkleurige vlinders fladderden; tuinen en velden, waartusschen de +murmelende Sambre, in tallooze bochten, zich slingerde als een zilveren +lint, wandelende in ongestoorde vrijheid. Want de ingenieurs waren +nog niet gekomen en hadden de dichterlijke, kronkelende rivier nog +niet misvormd tot een rechtlijnig kanaal, leelijk als een spoorweg; en +vischrijke beekjes, waarin kreeften en forellen huppelden en dartelden +tusschen de gladde glimmende steentjes en over het smaragdgroene mos, +vroolijke zingende, dartele beekjes met welluidende, sonore namen, +spoedden zich vroolijk en lustig naar de rivier, om haar de schatting +te brengen van haar kristallen wateren. Een waas van plechtige stilte, +van stemmende sabbathrust lag over geheel het schoone landschap +uitgespreid: eene stilte, niet verstoord, maar verhoogd en als gewijd +door het statig ruischen der bosschen, het gemurmel der vlietende +wateren, het gezang der vogelen. Nevens een groot aantal aanzienlijke +boerderijen en hofsteden, waar in aartsvaderlijke eenvoudigheid, van +geslacht tot geslacht, brave en achtenswaardige landbouwersgezinnen +hun leven sleten, verhieven zich in het dal enkele kleine steden, +trotsch op haar sterke muren en wallen, haar torens en grachten, haar +veilige ligging op de steile rots: Thurin, Walcourt, Fontaine-l'Evêque, +Marchienne, Châtelet, Fosses; voorts eenige aanzienlijke vlekken, met +recht fier op hun hooge oudheid: Gosselies, Gerpinnes, Fleurus. En +te midden der boerenwoningen troonden de hooge adellijke burchten, +met hun zware gekanteelde muren en torens, hun ophaalbruggen, met +de glorierijke herinneringen van heldenroem en ridderdeugd: Monceau, +Montigny, Farciennes, Acot, Presles, Loverval. En op de liefelijkste, +schoonste plekjes schuilden, in het stille bosch, in de rustige +betooverende vallei, de groote, van ouds beroemde, rijk begiftigde +abdijen: Lobbes Alne, Oignies, Floreffe; en vele kloosters van minderen +rang, Soleilmont voor vrouwen, Saint-Frangois-sur-Sambre voor mannen, +als ook enkele kluizen, Saint-Blaise te Bouffiaulx en nog een paar +anderen, die mede bijdroegen tot de schilderachtige fysionomie van het +stille landschap. Daar, in die kloosters en abdijen, in die kasteelen +en heerenhuizingen, vloot het leven meestal rustig en kalm voort, +vaak gewijd aan studie en wetenschappelijke nasporingen, aan gebed en +vrome overpeinzingen. De massa der bevolking leefde stil en eenvoudig, +naar voorvaderlijke zede, in eerbiedige onderwerping aan het eeuwenoude +gezag van den wereldlijken of geestelijken heer, onbekend met hetgeen +daar buiten in de wereld geschiedde, ten eenemale vreemd aan de +politiek en wat daarmede samenhangt. De landman, de ambachtsman, +de stille gezeten burger, zij allen verrichtten met zorg en ijver +en nauwgezetheid hun arbeid; zij kweten zich van de verplichtingen, +die uit verschillenden hoofde op hen rustten en trachtten zich in hun +kring nuttig te maken; maar zij waren te verstandig om te staan naar +hetgeen buiten dien kring ligt, om te meenen dat ook zij geroepen en +bevoegd waren om mede het land te regeeren.... + +Die tijden zijn voorbij. Wie nu per spoortrein van Bergen naar +Charleroi reist, aanschouwt een gansch ander tafreel, al heerscht +hier ook, in vergelijking met de koortsige, razende werkzaamheid in +de Borinage, een betrekkelijke rust, en al wordt het oog menigmaal +verkwikt door den aanblik van groene weilanden en bloeiende akkers. + +Binche, de vroolijke bakermat dier _Gilles_, die een zoo voorname rol +spelen in het beroemde karnaval der stad; Binche heeft steenkolenmijnen +en glasblazerijen, wier geraas evenwel de stilte en rust van het +landschap niet al te zeer verbreekt. Deze kalme, rustige natuur reikt +tot aan de boorden van de Sambre: maar daar wijkt de idylle eensklaps +voor het verbijsterend rumoer der alles overweldigende industrie. Toch +is het hier nog niet zoo erg als in de Borinage: te midden van dit +gebied van ijzer en vuur vindt men nog stille liefelijke plekjes +vol lommer en landelijke poëzie. Dikwijls nog bewaart de eens zoo +liefelijke vallei, nu onophoudelijk weergalmend van het geraas der +smederijen, voor den reiziger de aangename verrassing van die stille +nestjes, in het dichte lommer verscholen, vol geheimzinnige schemering +en welluidend gezang, van die bekoorlijke plekjes, waar men ongestoord +de vrije natuur genieten kan: paradijzen te midden dezer hel waar de +stoom en de machines hun triomf vieren. Reeds te Marchienne verbijstert +u het oorverdoovend geraas van tallooze hamers, nederdalende op ijzeren +platen of trillende aambeelden; wij bevinden ons weder in het gebied +van den demon des vuurs, aan wien wij te Cuesmes ontsnapt waren, +maar die ons nu niet eer zal loslaten voor wij den kring hebben +overschreden eener vrij wat meer saamgestelde industrie dan in de +Borinage, want bij de exploitatie der steenkolenmijnen komt hier, +in het land van Charleroi, de bewerking der metalen en van het glas. + +Reeds bij de met heete kolendamp bezwangerde nevels van Elouges, Dour +en Hornu, was het ons, of wij door eene hel rondwandelden; maar hier +is die indruk nog sterker, in zoo geweldige mate is hier de geheele +natuur veranderd en misvormd door den rusteloozen menschelijken +arbeid, onverbiddelijk en onbuigzaam als het noodlot. Men moet in +waarheid zijne toevlucht nemen tot beelden en vergelijkingen aan eene +bovennatuurlijke orde ontleend, om een eenigszins getrouwe voorstelling +te geven van dien verwoeden, razenden kamp, door eene gansche bevolking +tegen de elementaire natuurkrachten gevoerd: een strijd, waarin de +mensch wordt bijgestaan door dat andere wezen, dat hij naar zijn +beeld heeft geschapen, dat voor en met hem arbeidt, als met verstand +en oordeel des onderscheids begaafd, maar dat hem ook, onder meer dan +een opzicht, tot zijn slaaf heeft gemaakt. De machine--dat schepsel +van ijzer, niet het evenbeeld, maar de karikatuur, de aap van den +mensch;--heerscht hier alom als de natuurlijke bondgenoot en helper van +haar heer en meester, van dien bleeken, uitgeteerden, hongerigen man, +die haar in beweging brengt, hare gewrichten insmeert en lenig houdt, +en haar maag vult met telkens nieuwen voorraad, dien zij brullende +verslindt. Of liever, die machine, de titan, die in zijn geblakerd +paleis niets nevens zich duldt; die wanstaltige Briareus, die zijne +duizend armen uitstrekt in alle richtingen, die der zon zijn vuilen +adem in het aangezicht spuwt en de ingewanden der aarde doorwroet; die +apokalyptische reus heerscht hier als koning en opperste gebieder over +een volk van slaven, dat niet dan door hem leeft. Inderdaad schijnt +de mensch, een machtelooze dwerg tegenover den geweldigen titan, niet +anders dan een slaaf, die voor het levensonderhoud en de veiligheid +van den reus moet waken; maar daarbij voortdurend op zijne hoede moet +zijn tegen de verraderlijke streken en doodelijke aanslagen van den +geweldige, die er steeds op uit is, zich te wreken over de banden, +welke de nietige mensch hem aanlegt, over de strenge tucht, waaraan +hij hem onderwerpt. Want hij gevoelt het wel, de machtige heerscher, +dat ondanks al zijne reuzenkracht en zijn onberekenbaar vermogen, +waartegen de zwakke mensch niets vermag, toch de wil van dien zwakken +nieteling hem regeert en hem het onverbiddelijke: "Tot hiertoe en niet +verder!" toeroept, waarvoor hij zwichten moet. Hij buigt voor die wet; +maar terwijl hij zijne reuzenarmen op en neder laat gaan en het gansche +veelvoudige samenstel van raderen en buizen en zuigers en riemen, +als de ledematen van een monsterpolyp, in beweging brengt; terwijl +hij de lucht vervult met zijn geloei en gesnuif en geblaas, zint hij +op wraak en loert op eene gunstige gelegenheid om de pygmeën, die hem +omringen en beheerschen, te straffen voor hunne vermetelheid. Nu eens +grijpt hij er een, in het voorbijvliegen, bij een slip van zijn kleed, +sleurt hem mede tusschen zijne tanden, vermaalt hem en werpt hem op +den vloer, eene vormelooze, bloedende massa. Daar weder waagt hij eene +stoute poging om zijne banden te breken: als een andere Simson verheft +hij zich in zijne woeste kracht, doet zijne ketels barsten, vernielt +zijn tempel, plettert alles tot gruis, begraaft de lijken onder het +neerstortend puin en verspreidt wijd en zijd dood en verwoesting. + +Beschuldigt men mij wellicht van te stoute beeldspraak, van te +fantastische overdrijving? Welnu, treedt dan een dier groote +pletterijen binnen, die te Couillet, te Marchienne, te Châtelet, +te Monceau-sur-Sambre, bij honderden den grond doen dreunen onder de +rustelooze beweging harer machinerieën; en zeg mij dan of niet bij den +aanblik van deze verwonderlijke gewrochten der wetenschap, zoo zuiver +stoffelijk en mechanisch, en toch op wonderlijke wijze doortinteld van +een verborgen leven: zeg mij, of dan niet onwillekeurig de gedachte +bij u oprijst aan een zelfbewust wezen, dat krachtens eigen wil en +wet handelt en werkt, onafhankelijk van hetgeen daarbuiten is? Als de +ledematen van het menschelijk lichaam, zoo schijnt elk deel van dit +reusachtig organisme zelfstandig te werken, met haastiger of langzamer +beweging, naar gelang de bewuste wil dat voorschrijft en regelt, met +het oog op het doel van al dezen gemeenschappelijken arbeid.--Wat +mij aangaat, het is nooit zonder een gevoel van bewondering, maar +ook van geheimen onwederstaanbaren afschuw, dat ik de bewegingen, nu +verblindend snel, dan tergend langzaam, de slingeringen en wendingen +van deze reusachtige werktuigen aanzie: hier, die in vliegende +vaart rondwentelende raderen, wier tanden in elkander grijpen; +elders die als in stomme wanhoop op en neer gaande zuigers; ginds +die monsterachtige hamers, in staat om rotsen te pletter te slaan en +toch soms zoo onmerkbaar, zoo huiveringwekkend zacht nederkomende, +dat ge uw vinger op het aambeeld zoudt kunnen leggen zonder schade +te ondervinden; al dat gedraai, gewoel en gewemel, dat u den indruk +geeft van een levend wezen, van een of ander voorwereldlijk gedrocht, +dat overal, naast u, achter u, voor uwe voeten, hoog boven uw hoofd, +zijne tallooze armen en voelhorens en wonderlijke organen uitstrekt en +in beweging brengt; met een gesnuif, als van eene benauwde ademhaling, +met een verdoovend gesis en gefluit en gegons, met snijdende kreten +als van een gemartelde op de pijnbank. + +In den ketel kookt en woelt en brult de stoom, die van dit middelpunt, +het onstuimig kloppend hart van den reus, door honderden buizen, +als zoo vele aderen, de levenskracht doet uitgaan, welke het gansche +mechanisme in beweging zet. Zoodra die heete stroom door zijne +aderen bruist, ontwaakt de titan uit zijne rust: zijne gewrichten +ontspannen zich, de kettingen kraken, de raderen beginnen te wentelen; +de geweldige kolossus rekt zijne ledematen uit, richt zich op en +hervat in woedende drift zijn arbeid. Wee den ongelukkige, die +het monster te nabij komt! In een oogwenk wordt hij aangegrepen, +meegesleurd, vermaald en verslonden, zekerder dan door de kaken +van tijger of krokodil. Maar die vreeselijke kracht tot vernielen, +waarmede de wetenschap hem heeft toegerust, wordt in toom gehouden +door het genie van den mensch, die den geduchten titan aan zijne +wetten onderwerpt, ieder zijner bewegingen bepaalt en regelt, hem als +aan eene onverbreekbare ketting leidt, en dienstbaar maakt aan zijn +wil. Zoo arbeidt hij, de geweldige, ten behoeve der moderne industrie, +die zonder hem niet bestaan kan, niet denkbaar is. + +Van Marchienne tot Monceau en van Couillet tot Sainte-Marie d'Oignies +is de hemel rood gekleurd, als door den weerschijn van een reusachtigen +brand, en is de lucht met rook en damp vervuld, als waren eenige +honderden batterijen rusteloos in werking. Overal steken de hooge +schoorsteenen, als bladerlooze boomstronken hoog in de lucht. In eene +eindelooze rij, bijna zonder tusschenpoozen, volgen pletterijen op +kalkovens, steenkolenmijnen, glasblazerijen, hoogovens; op sommige +plaatsen, zoo als te Couillet, te Monceau, te Sainte-Marie d'Oignies +en te Mariemont, vormen deze verschillende inrichtingen uitgestrekte +établissementen, onder een enkel bestuur geplaatst en met eene talrijke +bevolking: kleine steden op zich zelven. Het zijn inderdaad steden, met +haar straten, haar grachten, haar spoorwegen, haar eigen organisatie, +met eene groote mate van zelfstandigheid en eene eigene fysionomie, +die elke van haar in het bijzonder onderscheidt. + +Reeds in 1830 liet de maatschappij Marcinelle-et-Couillet de eerste +werkmanswoningen bouwen, en gaandeweg werden nieuwe inrichtingen ten +behoeve der arbeidersbevolking in het leven geroepen: bewaarscholen, +scholen voor lager onderwijs, teekenscholen, ambachtsscholen, een +muziekgezelschap, een spaarbank, een maatschappij van levensverzekering +en dergelijken. Te Mariemont heeft de welvaart, dank zij vooral +de ijverige bemoeiingen en verstandige energie van den heer Abel +Warocquié, een hoogen trap bereikt. Te Sainte-Marie d'Oignies +vormen de ruim zestienhonderd bedienden en werklieden in zekeren zin +eene groote familie, die, behalve haar scholen, ook een winkel van +levensmiddelen, eene goedkoope spijsinrichting, hulp- en spaarbanken +bezit en eene tamelijk ingewikkelde maatschappelijke organisatie op +zich zelve vormt. Elders vindt men hetzelfde, zij het ook op kleiner +schaal; deze industriëele centra streven er naar, eene zelfstandige +maatschappelijke organisatie in het leven te roepen, waardoor ook +voor de welhaast in duistere slavernij verzonken arbeidersbevolking +een weg geopend wordt om zich uit de diepte op te heffen en tot een +meer menschwaardig bestaan te geraken. + +Evenals in de Borinage wordt ook hier deze geheele beweging +hoofdzakelijk geleid door een uitgelezen korps van ingenieurs, +die zich zoo veel mogelijk trachten neer te buigen tot het peil der +onontwikkelden om hen langzamerhand tot zich op te heffen, en ook +in de onderste lagen der maatschappij het licht der wetenschap te +doen schijnen. Hun aantal is legio: de school te Luik, waar beroemde +leeraren eene talrijke schaar van leerlingen om zich vereenigen, +is de kweekplaats, die telkens nieuwe officieren levert, om op de +slagvelden der industrie de drommen der soldaten aan te voeren. Ik +weet niet hoe het in andere landen, waar de grootindustrie bloeit, +gesteld is; maar ik weet wel, dat in dit waalsche land, waar telkens de +moeilijkste vragen worden opgeworpen, met ijver en toewijding gearbeid +wordt aan de geestelijke en zedelijke verheffing en bevrijding van +de arbeidende klasse :--dat geduchte probleem, aan welks oplossing +de moderne demokratie wel waarlijk haar beste krachten mag beproeven, +want aan die oplossing hangt haar leven. En het ware onrechtvaardig en +onbillijk, de goede vruchten van dien arbeid te loochenen, de waarde +der verkregen resultaten te miskennen; te loochenen dat, althans in +de voornaamste centra, het peil der ontwikkeling niet onbelangrijk +gerezen is en de beschaving, ook onder de lagere klassen, vorderingen +heeft gemaakt. En niet alleen tracht men den geest te beschaven, men +doet ook het mogelijke om de positie van den werkman te verbeteren +en hem in zijn eigen oog te verheffen. Te Sainte-Marie d'Oignies kan +de werkman, door geregelde betaling zijner huur, zich den eigendom +verzekeren van zijne woning, die, hoe nederig zij moge zijn, toch +den eigenaar in eigen schatting doet rijzen en hem iets geeft van het +rustige zelfgevoel van een landheer, die op zijn eigen goed zit. Ook +zal het besef van eigendom hem dikwijls bewaren voor de gevaarlijke +verlokkingen van eene fantastische toekomst, waarvan het toch niet +zeker is dat zij inderdaad verbetering in zijn lot zou brengen. Te +Mariemont, waar men hetzelfde stelsel in toepassing brengt, heb ik +arbeiderswoningen gezien. Zij bestaan doorgaans uit vier vertrekken, +twee beneden en twee boven, met een tuintje, dat de noodige groenten +voor het gezin kan opleveren. Eene familie van vijf of zes personen +heeft het in zoo'n huisje wel niet ruim, maar de woning is ten minste +gezond en zindelijk; er heerscht zekere mate van welvaart, een geest +van orde en spaarzaamheid, die deze arbeiderskoloniën zeer gunstig +onderscheidt van de ellendige krotten in de Borinage. + +Dit alles is zeker uitmuntend en voortreffelijk; en men moet zonder +eenige aarzeling den ijver, de toewijding en de goede bedoelingen +prijzen van hen, die dit alles in het leven riepen en, naar hun +oordeel, niets onbeproefd lieten om de onvermijdelijke noodlottige +en verderfelijke invloeden en werkingen der moderne industrie te +keeren, en den voortgang van het kwaad te stuiten. Toch--ik mag het +niet verzwijgen--is bij mij menigmaal de vraag gerezen, of aan al dien +arbeid, aan al die inspanning, aan al die opoffering en toewijding niet +iets ontbreekt, eene hoofdzaak ontbreekt: en of niet door het gemis +van dat ééne, al het andere in het eind zal blijken ijdel en vergeefs +te zijn geweest? Voorzeker, deze industrieelen en ingenieurs zijn geen +grove materialisten, die meenen dat voor den mensch alles gedaan is, +wanneer hij eene goede woning en overvloedig voedsel heeft, wanneer +hij trouwen kan en kinderen verwekken; neen, zij weten en begrijpen +dat hij ook geestelijke behoeften heeft, zij trachten zijn verstand +te ontwikkelen, den kring zijner kennis uit te breiden, het licht der +wetenschap ook op den werkman te doen schijnen. Maar, voor hen, immers +voor de meesten hunner, is dat dan ook genoeg: dat intellektueele +ontwikkeling en zedelijkheid, dat kennis en karakter al zeer weinig +met elkander hebben uit te staan; dat het bezit van het eene niet +den minsten waarborg oplevert voor de aanwezigheid van het andere; +dat althans voor de overgroote meerderheid eene bloot verstandelijke, +wetenschappelijke beschaving zonder zedelijk-godsdienstigen grondslag, +zonder positieve religieuse overtuiging, inderdaad geene beschaving, +maar eene verniste barbaarschheid, niet eene weldaad en zegen, maar +veeleer een vloek en een zeer groot gevaar is:--ziedaar eene waarheid +die, naar ik vrees, ook hier, als elders, al te zeer uit het oog +wordt verloren. Zou het niet in de eerste plaats daaraan zijn toe te +schrijven, dat juist onder die zoogenoemd verlichte en ontwikkelde +arbeidersklasse, juist in die kringen der half-cultuur--veel erger +en veel gevaarlijker dan volslagen onwetendheid--het socialisme zijne +vurigste predikers en ijverigste aanhangers telt? + +Maar in dergelijke vragen, hoe gewichtig ook, hebben wij ons hier niet +te verdiepen. Overigens zou men zich zeer vergissen, indien men den +toestand der bevolking van deze geheele streek ging afmeten naar enkele +bevoorrechte dorpen, waar de voorgang en de werkzaamheid van eenige +welwillende en menschlievende patroons een weldadigen invloed heeft +uitgeoefend op het lot der arbeiders. Overal elders, waar die invloed +zich niet heeft doen gevoelen, komt de oorspronkelijke ruwheid aan den +dag, die bij de eerste aanraking uwe sympathie voor den ongelikten, +onvriendelijken, brutalen en ontevreden werkman op eene harde proef +stelt. Wanorde en zorgeloosheid kweeken en bevorderen de armoede, +die weder op haar beurt eene gansche sleep van ellende en verkeerdheid +medebrengt. + +Wie nu echter niet als moralist of wijsgeer, maar enkel als kunstenaar +deze bevolking gadeslaat, zal getroffen worden door eene krachtig +geteekende individualiteit, door zekere oorspronkelijkheid en een waas +van sombere poëzie, waardoor deze ruwe, misdeelde menschen zoo goed +passen bij de omgeving, bij de woeste, onherbergzame, ruwe fysionomie +van dit land van nimmer poozenden, buitensporigen arbeid. De aard zelf +van dit leven in de ingewanden der aarde of tusschen de gloeiende +fornuizen en smeltovens der pletterijen en glasblazerijen, schijnt +hen als van nature voor te bestemmen tot zekere natuurlijke ruwheid +en woestheid: zij maken bijna den indruk van wezens tot eene andere, +lagere orde behoorende, gedoemd tot den onophoudelijken strijd met de +elementen en de onbewuste krachten der natuur. De donkere teekening +die ik, naar waarheid, van de Borinage heb opgehangen, past ook +volkomen op dit eenmaal zoo schoone land, waarvan de industrie eene +huilende wildernis heeft gemaakt, dat zij heeft misvormd, verscheurd, +geteisterd, omgekeerd, en van alle natuurschoon, van alle frischheid +en leven beroofd. + +Echter zou ik u een verkeerden indruk van deze streek geven, indien +ik ook niet wees op de bewonderenswaardige orde onder deze schijnbaar +chaotische wanorde, en op de weergalooze bekwaamheid, waarmede de +industrie van dat verwoeste land heeft weten partij te trekken voor +haar middelen van gemeenschap en vervoer. Als een reusachtig spinneweb +strekken de spoorwegen naar alle kanten en in alle richtingen hunne +tallooze rails uit, die de fabrieken en werkplaatsen verbinden met +de lijnen van den staat. De onophoudelijke donder der voortsnorrende +treinen doet den grond beven, bruist door de tunnels, ratelt over de +viaducs; en dit oorverdoovend geraas vermengt zich met het knarsen +en kraken van duizenden karren op de sintels en het steengruis der +wegen; met de kreten der voerlieden, die hun vracht op- en afladen; +met de beweging en het rumoer van de drukke scheepvaart op de Sambre en +het kanaal van Brussel naar Charleroi: twee belangrijke waterwegen, +waarlangs de produkten van deze reusachtige werkplaats tot in de +uiterste deelen des lands en naar den vreemde worden vervoerd. + +Ik zal mijn lezers niet in de fabrieken rondleiden. De bezichtiging +van dergelijke inrichtingen, pletterijen, smeltovens, glasblazerijen +en hoe ze meer mogen heeten, is toch alleen voor den deskundige van +belang en heeft ook alleen voor hem eenige aantrekkelijkheid. Geen +deskundige zijnde, gevoel ik nooit eenigen aandrang om zulk eene +fabriek te gaan bezichtigen; gebeurt het mij eene enkele maal dat +ik haar drempel moet overschrijden, dan is de algemeene indruk in de +hoogste mate onaangenaam, en wensch ik niets liever dan dit lokaal, +waar oog en oor, gevoel en smaak om het zeerst worden gekwetst +en beleedigd, zoo spoedig mogelijk te verlaten. Welnu, ik zal mijn +lezers die kwelling besparen; wij hebben nu waarlijk lang genoeg over +de industrie gesproken, en keeren van harte gaarne tot aangenamer en +belangrijker onderwerpen terug. + + + +IV + + +De verwonderlijke scheppingen der hedendaagsche wetenschap, de alles +verdringende werkzaamheid der industrie, ze mogen ons niet verhinderen +een blik te werpen op het verleden van het land, waarop de nieuwere +tijd zoo machtig zijn stempel heeft gedrukt, maar waar de sporen en +herinneringen van vroeger eeuw gelukkig toch nog niet geheel zijn +uitgewischt. Trouwens, eene ontwikkeling als waarvan wij getuigen +waren, is alleen mogelijk op een grond, sedert lang door menschen +bewerkt en door hun zweet gedrenkt: en de bodem van Henegouwen heeft +heugenis van tijden, nog ouder dan de oudste historische herinneringen. + +In de Borinage heeft zich tot op onze dagen een type bewaard, +wezenlijk verschillende van dien in het overige deel der provincie, +en die door den gelaatsvorm en de breede vierkante schouders +eenigszins herinnert aan de soldaten der romeinsche legioenen, +die in deze streken de pionniers waren der beschaving. Op de plek, +waar thans Bergen, de hoofdstad der provincie, is gelegen, bevond +zich weleer een van die talrijke versterkte legerplaatsen, zooals +de soldaten van Caesar overal in het veroverde land aanlegden. Zoo +vlecht de oude traditie een band tusschen de moderne cyclopen, die in +de mijnen en smelterijen arbeiden, en de bouwers van waterleidingen en +militaire heirbanen, wier werk, de eeuwen tartende, nog bijna overal +in Henegouwen in stand is gebleven. Maar hoe eerbiedwaardig ook, +deze traditie zelve rust op de overblijfselen eener nog veel oudere +traditie, die langen tijd in den schoot der aarde verborgen bleef, +als het geheim van een verdwenen geslacht, dat bij zijn verdwijnen +van de aarde iedere herinnering aan zijn bestaan mede had willen +nemen in het graf der eeuwige vergetelheid, waarin voor en na alle +geslachten der menschen verdwijnen. + +Toen de mijnwerkers, die onophoudelijk op hun ontdekkingstocht in +de duistere diepte het eeuwenen eeuwenoude graf schenden, waarin de +versteende overblijfselen slapen van de geheimzinnige reusachtige +wouden der voorwereld,--van welker omvang men zich eenigszins een +flauw denkbeeld zal kunnen vormen, als men bedenkt dat de dikte van +de steenkolenlaag in het bekken van Bergen veertig meters bedraagt, +en dat, volgens nauwkeurige berekening, onze dichtste wouden na +verloop van eene eeuw niets meer zouden opleveren dan een enkele +schop kool van acht millimeters dikte!--toen de mijnwerkers de +eerste bladzijden aan het licht brachten van het geheimzinnige boek, +waarop de hand der natuur zelve de geschiedenis der aarde heeft +geschreven, en men daarop de gewijde teekens begon te ontcijferen, +toen kwam het wel bij niemand op, dat het immer mogelijk zou zijn, +op deze diepte onder de bewoonde aarde sporen te vinden van den +mensch.--En toch, naarmate men met meer ijver en nauwgezetheid deze +relikwieën bestudeerde eener oorspronkelijke wereld, ontdekte men +in de diep bedolven lagen, die eenmaal, in de verre schemering der +eeuwenreeksen, de bovenkorst der aarde hadden gevormd, de sporen +van een menschelijken voetstap. En die sporen volgende, kwam men +langzamerhand tot de ontdekking van menschelijke woonplaatsen, +afkomstig uit een tijd, waaraan iedere andere herinnering reeds bij +den aanvang van hetgeen wij het historische tijdperk noemen, verloren +was. In de provincie Namen vond men voor het eerst het geheimzinnig +spoor van den voorhistorischen mensch. Op het zware gordijn, waarachter +zich voor ons het verleden verbergt, vertoonden zich eensklaps de +geheimzinnige omtrekken van een volk van schimmen, in wie het toch +onmogelijk was de menschelijke gedaante niet te herkennen; van wezens, +die hoe laag zij naar onze schatting ook mogen staan, toch met ons +dezelfde menschelijke natuur gemeen hadden, even als wij aan de wet +van lijden en smart waren onderworpen, en wier lot, als het onze, +buiten hun toedoen geregeld werd door die eeuwige machten, tegenover +wie wij even weerloos staan als zij. Pompeji, eeuwen lang onder de +asch bedolven, herrees op zekeren dag uit haar graf, en toonde ons +een menschengeslacht, te midden van de werkzaamheid en genietingen +des levens plotseling in den dood gestort. Zoo vond men in de grotten +en spelonken van de Lesse en de Hermeton, onder de asch der tijden en +der geslachten, de sporen van eene primitieve wereld, aan welke het +denkbeeld van maatschappelijk leven nog vreemd schijnt te zijn geweest. + +In Henegouwen kan het nieuwsgierig onderzoek niet zoo ver terug +gaan. Op het punt, waarop hier de geodesische waarnemingen en +ontdekkingen ons gebracht hebben, vindt men reeds een begin van +beschaving en ontwikkeling; in den strijd om het bestaan--die van +den aanvang af gepaard ging met moord en bloedstorting--in dien +bitteren strijd bediende deze primitieve maatschappij zich van de +wapenen, die haar de aarde zelve verschafte. De eerste arbeid van den +mensch, liever de eerste kunstindustrie--begin en oorsprong van alle +anderen--is gericht op de vervaardiging van doodelijke wapenen, die +hij in de eerste plaats keert tegen het gedierte, dat hem het leven +betwist en dat hij zich tot voedsel neemt, en vervolgens ook tegen +zijn medemensen. Gedreven door de harde noodzakelijkheid om in zijn +levensonderhoud te voorzien, scheurt hij den moederschoot der aarde +open, die hem tot dusverre met haar planten en wortels gevoed heeft, +maar zijne wassende begeerlijkheid niet meer bevredigen kan. Te +Spiennes, niet ver van Bergen, heeft men, diep onder den grond, +een aantal steenen voorwerpen en gereedschappen gevonden, buiten +eenigen twijfel door de hand der menschen bewerkt. Tusschen Dour en +Bergen, midden in het centrum der moderne industrie, heeft men zeven +putten ontdekt, die blijkbaar gediend hadden voor de exploitatie +van vuursteen. Bestond toen reeds in deze streken een brandpunt +van industrie? + +In later eeuw, toen het geslacht dezer alleroudste bewoners sinds +lang was ondergegaan, kwamen de romeinsche legioenen, die het oude +Gallië hadden overstroomd, ook in deze landstreek, waar zij de kiemen +zaaiden eener beschaving en ontwikkeling met zoo forsche en taaie +levenskracht begaafd, dat nog heden het geheele land vol is van de +teekenen en herinneringen aan de werkzaamheid dier machtige kolonisten. + +Sedert 1829, toen opgravingen te Montigny-sur-Sambre overblijfselen +eener waterleiding aan het licht brachten, heeft men op tal van +plaatsen genoeg sporen van den arbeid der Romeinen gevonden, om zich +eenigermate eene voorstelling te kunnen vormen van den toestand dezer +streek tijdens de heerschappij der onsterfelijke wereldstad. Zeker +moet men hier geen monumenten verwachten als in het land van Trier; +deze bodem, waarin sinds eeuwen onophoudelijk werd gegraven en gewroet +ter opsporing van metalen, eigende zich slecht voor de schepping en +vooral de instandhouding van schoone kunstgewrochten; maar hetgeen men, +onder de eeuwenheugende laag van asch en sintels en slakken gevonden +heeft, hoe misvormd en geschonden ook, toont ons toch duidelijk, +hoe ook hier het zoo verwonderlijke organiseerende en scheppende +genie van Rome werkzaam is geweest om dat ruwe land van rotsen en +ondoordringbare wouden te herscheppen en te ontginnen, ongeveer +op dezelfde wijze als Caesar de ruwe natuur der Nerviërs bedwong +en beschaafde, die bij zijne verschijning de streek bewoonden. Op +verschillende plaatsen vond men graven en werden geheele nekropolen +bloot gelegd. Te Presles--waar, naar de vrij algemeen aangenomen +meening, de gedenkwaardige, zoo moorddadige veldslag geleverd werd, +waarbij zestigduizend Nerviërs aan de legioenen van Caesar de zege +betwistten,--vond men veertig gallo-romeinsche grafsteden. Te Aiseau +ontdekte men een geheel kerkhof. Te Marcinelle ziet men reeds op +vrij grooten afstand eene groote tombe, waar boven een boom oprijst: +ook deze tombe is van romeinschen oorsprong. Te Gerpinnes brachten +de opgravingen eene villa aan het licht, bestaande uit drie gebouwen +met eene onderaardsche kamer, vermoedelijk een lararium, waarheen +een trap van eenige treden toegang gaf, en die, te oordeelen naar +de kruisen tusschen de nissen, later voor de christelijke eeredienst +moet zijn gebruikt. + +Deze verre herinneringen zijn echter niet de eenigen, die bij eene +wandeling door het henegouwsche land worden opgewekt. + +Henegouwen was van ouds de zetel van een machtigen en schitterenden +adel, waaronder vele geslachten, wier namen door de historie met +onsterfelijken roem zijn gekroond. Welke schromelijke verwoestingen de +moderne industrie ook hebbe aangericht, zij heeft niet overal de sporen +kunnen uitwisschen van de machtige feodaliteit, die haar forschen +stempel op het land drukte en overal hare burchten oprichtte. Nog vindt +ge in dit gewest menig vorstelijk park, menigen ouden feodalen burcht, +menig historisch kasteel: fiere, hooge huizingen, bij wier aanblik ge +het rusteloos rumoer, de razende drijfjacht van het moderne leven, den +woedenden strijd der industrie vergeet: zij doen u denken aan de kalme, +statige, half-koninklijke levenswijze dier hoog-adellijke geslachten, +die niet noodig hadden, in halsbrekenden wedstrijd, te zwoegen en te +draven om eene positie in de maatschappij, welke hun van zelve toekwam, +om het goud, dat van zelf naar hunne paleizen vloeide. + +Ginds, in een uithoek der provincie, schuilt, half in de uitgestrekte +bosschen van zijn prachtig park verloren, het in gothischen stijl +gerestaureerde kasteel van Chimay, waaraan zich nog de herinnering +hecht van madame Tallien, die de hand wist te verwerven van een +prins van Chimay.--Elders Enghien, het eenmaal zoo prachtige kasteel, +waar Voltaire toefde en waar een hertog van Arenberg, naar de mode +van de achttiende eeuw dwepende met Jean-Jaeques Rousseau, een soort +van kluis,--maar eene kluis met vijftien à twintig kamers en het +overige naar evenredigheid--liet bouwen. De aloude hooge heerlijkheid +van Enghien was in vroeger tijd het eigendom der Luxemburgs en der +Bourbons, en behoort tegenwoordig aan de familie van Arenberg. Het +kasteel met het park werden door de fransche republikeinen verwoest +en sedert niet meer hersteld. Slechts enkele gebouwen zijn nog hier +en daar overgebleven; en het park, waarin nog de echo's schijnen +om te zweven van vorstelijke jachtpartijen en schitterende feesten, +keert langzamerhand tot den toestand van een natuurwoud terug, zoo als +het was voor vijf eeuwen, toen Pieter van Luxemburg dit uitgestrekte +terrein met een muur liet omgeven. Van het oude kasteel is niet veel +meer over dan de voormalige kapel, die nu geheel op zich zelve in +een weiland staat. Hoe schilderachtig is haar aanblik, nu de natuur +haar groenen mantel van klimop en kamperfoelie om de oude muren heeft +gedrapeerd. Treedt haar binnen, door de gebeeldhouwde eiken deur, en +werpt een blik op die rijke versiering, die beeld- en schilderwerken +langs alle muren; op het altaar met zijne oude schilderijen in +den trant der eerste duitsche meesters; op het uit hout gesneden en +geschilderde altaarblad; op dit zonderling aangrijpend geheel, waaruit +een geur van oudheid en eerwaardigheid, van rust en kalmte u tegenkomt. + +Sommigen van deze adellijke huizingen schijnen welhaast in diepen +sluimer verzonken, wegschuilende in de schaduw hunner eeuwenheugende +wouden, en, even als het betooverde paleis der Schoone Slaapster, +wachtende op de herleving van haar blijde, schitterende, glorierijke +jeugd. De portretten der voorouders, in de statige vertrekken, +in de breede gangen en portalen opgehangen, schijnen weemoedig +neer te zien op de eenzaamheid en verlatenheid van het heden, zoo +treurig afstekende bij de beweging en de vroolijke drukte eener +schier vorstelijke hofhouding, waarvan die voorouders in hun tijd +het middelpunt en het sieraad waren. Anderen daarentegen hebben nog +iets overgehouden van het dreigend, krijgshaftig voorkomen der oude +feodale burchten. Zoo, bij voorbeeld, het aan den prins van Ligne +behoorende kasteel van Antoing, dat zijn zonderlingen toren zoo fier +en schilderachtig opheft, omgeven door den wijden muur, waarvan het +zware metselwerk, voor zoo ver het nog in stand werd gelaten, schijnt +te getuigen van de aanvallen en bestormingen, die de trotsche burcht +had te doorstaan. Binnen de wallen van dit kasteel werd in 1565 een +prachtig tournooi gegeven, ter gelegenheid van het huwelijk van de +dochter van den prins van Epinoy met den baron van Montigny. De bloem +van den nederlandschen adel was bij dat feest tegenwoordig: onder +anderen de graven van Egmond en Hoorne en de prins van Oranje. Drie +jaren later werden de beide eersten op de markt te Brussel onthoofd; +de bruidegom zelf, Montigny, eindigde zijn leven onder beulshanden +in den kerker te Simancas; de prins van Oranje viel door het moordend +lood van Balthazar Gerards. + +Wie den naam van den prins van Ligne noemt, mag Beloeil niet vergeten, +de vorstelijke residentie van dit vorstelijk geslacht: Beloeil, +met zijn door Delille bezongen prachtige tuinen, de schepping van +niemand minder dan Le Nôtre. Men heeft, en niet geheel zonder grond, +tallooze malen den draak gestoken met dezen architekt der parken, +met zijne symmetrische lanen, perken en heggen, met zijne smakelooze +en kinderachtige misvorming der natuur. Maar wie over dezen stijl +van tuinaanleg een billijk oordeel vellen wil, moet een park als +dat van Beloeil hebben gezien, met zijne breede allée van een mijl +lengte en zijn vijver van zes bunders, met zijn priëelen, zijn heggen +en fonteinen en kunstwerken: alles even grootsch, even breed van +opvatting, even vorstelijk van uitvoering. Want in gewone tuinen, +op kleine schaal, inderdaad den indruk maakt van kinderachtigheid en +suffenden wansmaak, dat verkrijgt hier een geheel ander karakter. Hier +gevoelt ge het, dat eene machtige kunstenaarshand haar stempel op de +natuur heeft gedrukt, het gansche landschap vervormd en gemaakt tot +eene grootsche dekoratie, tot de levende uitdrukking, het tastbaar +beeld van dat architektonisch ideaal, dat den kunstenaar voor den +geest zweefde. Van zulk een park was het vorstelijk kasteel het +middelpunt: de lanen met haar geschoren heggen waren de voortzetting +van de gangen en galerijen van het kasteel; de rijk versierde salons +vonden hun wedergade in de kunstige berceaux en priëelen met hun +marmerbeelden en vazen; geheel de aanleg leende zich uitstekend tot +de volle ontplooiing dier rijke, statige pracht van de koninklijke +en vorstelijke hofhoudingen uit de zeventiende en de achttiende +eeuw.--Aan dien ouden tuin van Le Nôtre, dien de prinsen van Ligne +den goeden smaak hebben gehad te bewaren, grenst de moderne aanleg, +het zoogenoemde engelsche park, in zijn soort niet minder fraai, +niet minder rijk aan schoone partijen en verrukkelijke gezichten. + +Het inderdaad vorstelijke kasteel is een museum, niet alleen van +kunstwerken, maar ook van zoogenoemde curiositeiten, waaronder +voorwerpen van hooge historische waarde. Wij kunnen zelfs niet +beproeven eenig denkbeeld te geven van dien schat, door de opvolgende +geslachten hier bijeen gebracht en die alle zalen en vertrekken van +het kasteel vult. Onder do schilderijen vindt men er van Rubens, +Van Dijck, Dürer, Holbein, Velasquez, Caravaggio, Van Eyck, Cranach +en andere beroemde meesters.--Tot de merkwaardigheden van Beloeil +behooren vooral ook die twee afgelegen vertrekjes, die de bekende +veldmaarschalk, prins van Ligne, als krijgsman en diplomaat beroemd, +maar bovenal als de geestige, galante, fijn beschaafde held der hoven +van Versailles, Weenen en Petersburg, die volmaakte type van den +grand seigneur uit het laatst der achttiende eeuw--dus ook filosoof +op zijne manier--bewoonde, en waar hij die Mémoires te boek stelde, +waarin hij met een fijnen, sceptischen glimlach den ondergang eener +wereld beschrijft. + +Daar is in waarheid iets eerwaardigs, iets gewijds, in zulk eene +bezitting, van eeuw tot eeuw in dezelfde familie verblijvende, van +geslacht tot geslacht van vader op zoon overgaande, en aldus als +het ware het zichtbaar teeken, het tastbaar symbool wordende van de +eenheid, den roem, de glorie der familie, wier naam en wier leven +als onafscheidelijk met dit domein verbonden is. Welk een schat +van herinneringen bewaart dit eerwaardig kasteel, bewaart iedere +kamer in het vorstelijk slot, ieder plekje in het wijde park. Het +tegenwoordige geslacht hecht niet veel waarde aan de eigenaardige +eigenschappen van geest en gemoed, van denkwijze en karakter, van +de geheele persoonlijkheid, die door dit erfelijk bezit van rang en +aanzien en macht, van eene vaste, door allen erkende hooge positie, +gaandeweg worden gevormd en ontwikkeld en ten slotte haast niet minder +een erfelijk bezit zijn dan de voorvaderlijke grond; het tegenwoordige +geslacht hecht daar niet veel aan, ja, ziet daar laag op neer en wijst +het liefst op de schaduwzijden van dit aristokratisch karakter; maar +of deze geringschatting, deze vijandige minachting geene noodlottige +dwaling is, die schromelijke gevolgen na zich moet sleepen,--ziedaar +eene andere vraag. Wat ons aangaat, met eerbied en Avarme sympathie +begroeten wij deze vorstelijke kasteelen met hun doorluchtige namen, +hun nobele traditiën, hun historische herinneringen; met eerbied +en stillen weemoed wandelen wij om door hunne zalen en galerijen, +door hun parken en tuinen, waar bij iederen voetstap het schoon en +roemrijk verleden tot ons spreekt. Wie weet hoe spoedig ook deze +nobele monumenten van den ouden tijd door den wassenden zondvloed +der sociale revolutie zullen worden verzwolgen! + +Een groet aan Ecaussines-Lalaing, vroeger het eigendom der +prinsen van Croy, nu van het doorluchtig geslacht van Arenberg; aan +Ecaussines-d'Enghien, met zijne schilderachtige gothische kapel; aan +Trazegnies, den eerwaardigen, door velerlei restauraties misvormden +burcht, de aloude bezitting van een hoog en edel geslacht. Een groet +aan die allen, voor het meerendeel halve ruïnen, maar ook in hun +verval zoo schoon, zoo eerwaardig, zoo onuitsprekelijk aantrekkelijk +en belangwekkend. + +En hoe zouden wij ze mogen vergeten, de schilderachtige ruïnen +van Mariemont, dien prachtigen burcht, waar Maria van Hongarije, +de zuster van Karel V, haar schitterend hof hield? Koning Hendrik +II van Frankrijk, wiens kasteel van Folembray in Picardië, op last +der landvoogdes in de asch was gelegd, wreekte zich, door bij een +onverhoedschen inval, door de nachtelijke duisternis begunstigd, +het paleis van Mariemont te vernielen en aan de vlammen prijs te +geven. Toen de morgen aanbrak, was het prachtige kasteel verdwenen; +maar op het rookend puin had eene onbekende hand de woorden geschreven: + + + "_Royne folle! souviens toi de Folembray!_" + + +Het kasteel werd later onder Albertus en Isabella herbouwd en tot +vorstelijke residentie verkoren. Bij den inval der Franschen in 1794 +werd het op nieuw, en nu voor goed, verwoest. + + + +V + + +Van den top van den Drieëenheidsberg, die zijn breeden rug opheft uit +de vlakke velden van het oude Tournaisis, het Doorniksche gebied, +tusschen de Dender en de Schelde, met zijne vier steden en zijne +drie-en-tachtig dorpen; van den top diens bergs ziet men, uitstekende +boven de daken, de vijf hooge, vierkante torens van Onze-Lieve-Vrouwe +van Doornik (zie bladz. 61). Schoon zij eenigermate wegduiken in den +nevel, die den horizon omhuift, toch maken zij indruk door hunne +forsche afmetingen en hunne stoute verheffing; uit het hart der +doorluchtige, eerwaardige stad beuren zij hunne spits ten hemel, +als een wegwijzer in het schemerend verschiet van het verre, verre +verleden. + +Inderdaad, in het oude België is daar geene oudheid te vergelijken +met die van Doornik. Wij staan hier bij de bakermat van de fransche +monarchie; evenals de groote rivieren, wier bron op een vergeten +plek in de bergen, uit den rotsigen bodem opwelt, ver van de landen +die zij met haar overvloedige wateren drenken, zoo ontkiemt de +heerlijkheid en roem der oude fransche kroon aan het barbaarsche hof +dier frankische koningen, die, van Chlodion tot Chilperik, hun zetel +hebben in het Tornacum van de vijfde eeuw. Maar dit kleine volk, +weldra gestaald in de harde leerschool van den krijg, was tot eene +groote taak geroepen; en het bewees die roeping waardig te zijn, +toen het, in de verwarde tijden der ontbinding van het Romeinsche +rijk, met beslistheid en zelfbewuste kracht op den voorgrond trad +en straks, onder de germaansche volkeren, den eersten rang wist in +te nemen en de erfenis van Rome voor zich dorst te aanvaarden. Dit +ging evenwel niet zonder bittere beproeving en harden kamp: in 451 +werd de ontluikende frankische koningszetel door Attila verwoest; +vier eeuwen later werd de oude stad de prooi der Noormannen. + +Sedert was Doornik als het ware de aangewezen weg, dien de legers, +uit het noorden of het zuiden komende, volgden, dood en verwoesting +verspreidende op hun schreden; en meer dan eens scheen het, als ware +de geteisterde en ter dood gewonde stad onherroepelijk veroordeeld +om in wanhopige stuiptrekkingen te bezwijken. Maar het leven was +krachtig en taai in die oude geslachten; mettertijd sloten de wonden +zich weder, de krachten keerden terug, en het bloed stroomde weer +als van ouds door de aderen; beschermd door haar nieuwe wallen, +die de plaats der gesloopte muren hadden vervangen, zal Doornik +eeuwen lang nieuwe lauweren winnen in schier rusteloozen krijg, +nu eens tegen de Vlamingen alleen, dan tegen de Engelschen en de +Vlamingen te zamen, tegen Hendrik VIII en Karel V, tegen Parma, +tegen Lodewijk XIV, tegen Lodewijk XV. Niets kan haar moed buigen: +de gevaren, waaraan zij telkens is blootgesteld, de rampen die haar +treffen, de belegeringen die zij ondergaat, voeren haar geestdrift +telkens hooger op. De vrouwen wedijveren in onversaagdheid met de +mannen en sneuvelen op de wallen, met de wapens in de hand, liever +dan zich over te geven. In het midden van de tegenwoordige stad, op +het verwonderlijke schoone plein, dat met recht haar forum mag worden +genoemd, waar nevens Onze-Lieve-Vrouwe de Belfroot fier zich opheft, +prijkt het standbeeld van Christine van Lalaing, prinses van Epinoy; +en het monument ter eere der heldhaftige edelvrouw vereeuwigt tevens +de herinnering aan den wanhopigen tegenstand, dien de kloeke stad, +twee maanden lang, aan den hertog van Parma bood: zestig vrouwen en +meisjes en drie-en-dertig knapen sneuvelden in den woedenden kamp. Deze +eeuw was tevens het tijdperk van den hoogsten bloei der nijvere stad; +volgens Guicciardini en Strada dankte zij haar voorspoed vooral aan +haar twee-en-zeventig groote gilden; haar lakens waren wijd en zijd +beroemd, en nog tegen het einde der zeventiende eeuw wordt zij eene +groote, rijke en prachtige stad genoemd. De krachtvolle, energieke +burgerij ook van deze gemeente onderscheidde zich niet minder door +haar dapperheid en lust tot avonturen, dan door haar werkzaamheid en +rustelooze vlijt. Niet minder dan elf ridders van Doornik namen, met +tal van mannen van wapenen, deel aan den eersten kruistocht; kinderen +van Doornik vormden, in oorlogstijd, de lijfwacht der koningen van +Frankrijk, die in deze stad steeds een trouwe bondgenoote vonden. In +de gelederen der beroemde bonden van ordonnancie, die zoo geduchte +ruiterij, namen de poorters van Doornik een eersten rang in; en een +niet minder talrijk contingent leverden zij aan die schitterende +spaansche infanterie, die tot op den dag van Rocroy voor onverwinlijk +gold en wier glorierijke dood Bossuet heeft verheerlijkt. De koning +van Frankrijk, Karel VII, loonde de trouw en de gehechtheid der +poorters van Doornik, door aan de stad het recht te schenken, aan +haar wapenschild de drie koninklijke leliën op azuren grond toe +te voegen, die daar nog heden prijken als eene nobele herinnering +aan haar grootsch en roemrijk verleden. Niet altijd evenwel was, bij +veranderde omstandigheden, de verhouding tusschen de fransche monarchie +en de henegouwsche stad zoo hartelijk; en de herinnering aan Karel VII +weerhield Lodewijk XV niet, om na de zegepraal bij Fontenoi, het een +oogenblik opgeheven beleg van Doornik met alle kracht voort te zetten, +en de rampzalige stad bijna te bedelven onder de veertigduizend bommen, +die zijne vuurmonden in rustelooze woede over haar uitbraakten. + +Als door een wonder ontsnapte Onze-Lieve-Vrouwe aan dien verdelgenden +regen van vuur en ijzer, waarin het laatste overschot van de vroegere +welvaart der eens zoo bloeiende stad te gronde ging. Maar reeds vroeger +had die welvaart een onherstelbaren knak gekregen: voor Doornik, +als voor zoo menige andere stad in de zuidelijke Nederlanden, waren +de noodlottige troebelen en oorlogen der zestiende eeuw een keerpunt +in haar geschiedenis. Door een aantal harer burgers verlaten, aan +wanorde en innerlijke verdeeldheid ten prooi, fel belegerd, zonk +zij gaandeweg al dieper; haar bevolking nam af en haar rijkdom smolt +weg. Toch, wie weet, was die sluimer misschien voor haar, als voor +het overige belgische land, eene weldaad: deze rust, volgende op zoo +langdurige en heftige beroering, op zoo koortsachtige opwinding vaak, +gaf gelegenheid om de uitgeputte krachten te herstellen en alzoo +gereed te zijn, om, als de ure van het ontwaken sloeg, den nieuwen +arbeid met frissche kracht en vurigen moed aan te vatten. + +Heden ten dage althans is Doornik, dat in de laatste jaren geheel +van gedaante is veranderd en het voorkomen eener vroolijke, bezige, +moderne stad heeft aangenomen, een der eersten op het gebied van +intellektuëele en materiëele ontwikkeling. Nog altijd evenwel leeft in +haar de oude krijgshaftige geest, en nog steeds schenkt zij aan het +belgische leger eene breede schaar van zijne beste officieren. Voor +het overige heeft zij eene volkomen herschepping ondergaan. Vroeger +zag de reiziger, die haar naderde, een woud van torens voor zich +oprijzen: zij telde toen niet minder dan elf parochiale kerken en +vier-en-twintig kloosters en abdijen, bewoond door duizend monniken +en nonnen. Nu beurt zij niet langer haar vijftig torens ten hemel; +maar nog steeds is haar aanblik indrukwekkend; en wie haar betreedt +voelt zich aangenaam aangedaan door de werkzaamheid en de onbekommerde +vroolijkheid der bevolking, die haar welvaart geniet en door de eeuwen +heen haar onverstoorbaar goed humeur heeft weten te behouden. + +Op de helling van den heuvel, die de stad bestrijkt, verrijst +de indrukwekkende kathedraal van Onze-Lieve-Vrouwe, haar vijf +donkere torens ten hemel heffende, als eene edele gedachtenis aan +de roemrijke middeleeuwen. Van welken kant men haar ook nadere, +steeds is zij even reusachtig en verheven, en beheerscht zij, in haar +onbewegelijke majesteit, de stad die aan hare voeten rust, veilig in +de schaduw harer vleugelen. Inderdaad is de kathedraal van Doornik het +schoonste monument der romaansche architektuur, dat België bezit; zij +gelijkt onder geen enkel opzicht op de tooverachtige architektonische +scheppingen der gothische kunst: hier treedt de soliditeit in de plaats +der dekoratie, het getal en de massa vervangt den weelderigen rijkdom +en de bevallige lichtheid. Maar deze kerk is grootsch en reusachtig; +haar vijf torens, in het midden van het gebouw saamgegroept, zijn +indrukwekkend als de pyramiden. Dit monument draagt den onmiskenbaren +stempel van die stoere en kloeke mannen van het Noorden, van die +mannen, wier sterke handen, nadat eenmaal hun gemoed zich voor den +invloed van het Christendom had geopend en de kerk hen met haar +geest gezalfd en doordrongen had, uit den chaos eene nieuwe wereld +schiepen en gedenkteekenen oprichten, onvergankelijk als het marmer, +waaruit zij ze optrokken. + +De beperkte ruimte, waarover wij beschikken kunnen, maakt het +onmogelijk, eene ook maar eenigermate volledige beschrijving te +geven van de kathedraal: trouwens, mannen van talent hebben geheele +boekdeelen geschreven om dit wondervol monument in al zijn rijkdom +en verscheidenheid te doen kennen: en nog is, naar het schijnt, de +stof niet uitgeput. Overweldigend is de indruk, wanneer men door den +hoofdingang der kathedraal binnentreedt. De grootsche afmetingen van +het majestueuse gebouw; de strenge en sobere eenvoud van het ernstige +romaansche schip, dat aan een klooster doet denken; de majesteit +van het transept en de weergalooze grootschheid der beide absiden, +waarvan men naar waarheid heeft kunnen getuigen, dat geene enkele +romaansche of byzantijnsche kerk in geheel Europa iets dergelijks +heeft aan te wijzen; de verbazende stoutheid, de ideale verheffing +en zwevende lichtheid van het koor, een wonderwerk der gothiek; +de kleurenpracht der rijk geschilderde ramen; het contrast zelfs +der verschillende stijlen, waardoor het monument in verscheidenheid +wint wat het aan eenheid verliest: dit alles werkt samen om van de +kathedraal van Doornik een der schoonste en merkwaardigste gewrochten +te maken, ons door de heerlijke kunst der middeleeuwen nagelaten: een +dier gewrochten, wier aanblik voldoende is om ons al onze kleinheid +te doen gevoelen. + +Wel zijn, zoo als ik zeide, van de vijftig torens, die vroeger het +oog trokken van den reiziger, als hij zijne schreden naar Doornik +richtte, er eenigen verdwenen, maar toch blijven er nog genoeg over om +te getuigen van den vromen, godsdienstigen zin der voorgeslachten, die +zich ook uitsprak in zoo menig eerwaardig heiligdom, om de majestueuse +kathedraal van Onze-Lieve-Vrouwe gegroept. De Sint-Jacob draagt nog in +haar geheelen bouwstijl de sporen van het tijdperk van overgang tot +de eigenlijke gothiek. Sint-Piat en haar vierkante toren met drie +rijen rondboogvensters; Sint-Quentijn, waar de strenge soberheid +van het romaansche schip eene zoo aangrijpende tegenstelling vormt +met de sierlijke elegantie van het gothische koor; Sint-Nicolaas, de +overoude kerk, zoo bij uitnemendheid schilderachtig in haar verval: +zij allen staan daar om de Onze-Lieve-Vrouwe-kathedraal geschaard, +niet minder eerwaardig, ook zij, door haar ouderdom en haar nobele +traditiën. Dit geldt vooral van de aan Saint-Piat gewijde kerk, wel +waarschijnlijk de oudste van allen; naar men meent, gebouwd op de +plek, waar weleer een heidensche tempel stond. Ge kent de legende van +Sint-Piatus? Hij was een romeinsch soldaat, die als martelaar voor zijn +geloof werd onthoofd. Nadat de doodelijke slag gevallen was, richtte +het lichaam van den martelaar zich weer op; hij nam het afgehouwen +hoofd in zijne handen, verliet, door engelen geleid, Doornik en begaf +zich naar Seclin, waar hij ter aarde werd besteld. Dat wonder wekte +zoo groote verbazing, dat niet minder dan vijfduizend heidenen zich +op dien stond bekeerden. + +Men zou somwijlen in verzoeking kunnen komen, Saint-Piat te +verzoeken, zijne wandeling nog eens te hervatten: want--het valt +niet tegen te spreken--de oude vrome geest is voor een goed deel +uit Doornik geweken, en eene zeer gedunde schare vergadert hier nog +onder de vleugelen der Kerk, van wier macht en heerlijkheid zoo vele +monumenten getuigen. Doornik is--om voor een oogenblik in krantenstijl +te spreken,--een van de "bolwerken" van het belgische liberalisme; +en haar oude heiligdommen zijn voor een deel van haar bevolking alleen +nog maar belangwekkend als historische monumenten. Bovenal echter is +Doornik, en met volle recht, trotsch op haar majestueuse basiliek, +waarvan de vijf torens--de "choncq clochiers", in het onbevallige +doorniksche dialekt--zoo innig saamgeweven zijn met haar geschiedenis +en eene voorname plaats bekleeden in alle liederen en gezangen, +die in den mond des volks voortleven. + +Maar niet minder trotsch is de stad op haar schoone, haar ruime +Grand' Place, waar de fiere moed en de heldhaftige vrijheidszin der +oude gemeente nog schijnt voort te leven in het beeld dier Christine +van Lalaing, dier kloeke prinses van Epinoy, die in de oogen van het +volk als het ware eene soort van patronesse der stad is geworden, de +type van den alouden schitterenden riddermoed en hoogen ridderlijken +zin. Dit forum van een krijgshaftig volk is overigens uitnemend +geschikt, om met en nevens de strenge indrukwekkende kathedraal eene +breede plaats te beslaan in de herinneringen, die een volk, dat zich +zelven acht en voor de toekomst leven wil, nooit mag vergeten, nooit +mag laten uitwisschen of verdringen. + +Keizers en koningen, machtige vorsten en grooten der aarde hebben op +dit plein den indruk hunner voetstappen achtergelaten--helaas! maar +al te menigvuldig ook een spoor van bloed. Dikwijls werd de eer om +deze gekroonde hoofden te mogen herbergen, gekocht voor den prijs +van den vrede naar buiten of de rust van binnen, als de stad werd +gemengd in twisten en oorlogen, die haar eigenlijk vreemd waren, +en waarbij haar belang niet of slechts voor een gering deel was +betrokken. Maar ook hier, als elders, was dit plein het hart, +het brand- en middelpunt der stad, waar haar eigen leven zich het +krachtigst openbaarde, waar iedere groote of beslissende gebeurtenis +in hare historie òf voltrokken werd òf haar spoor achterliet. Hier +was het dat het volk, op het gelui van de alarmklok der Belfroot, +zich vereenigde om het gevaar van een overval te bezweren, te wapen +te snellen tegen Engelschen of Vlamingen, maatregelen te treffen voor +de verdediging der stad;--hier, dat de volkshartstochten kookten als +de baren eener stormachtige zee;--hier eindelijk, dat het geweten +van een getergd volk zich uitte in de rochelende geluiden van de +slachtoffers der inquisitie, die er onder de wreedste folteringen het +leven lieten. De "steenen man", die, onbeweeglijk op een der hoeken +van het plein geposteerd, zoo menigmaal de zegekreten der uit den +strijd wederkeerende poorters vernam, was niet minder vaak getuige +van deze menschonteerende handelingen en beestachtige wreedheden. + +Als de golf zich bij ebbe terugtrekt van het strand, zoo is de +donkere vloed der eeuwen sinds lang teruggekeerd in de breede +bedding der historie, niets achterlatende dan dien trotschen toren +van den Belfroot, als een zwijgend getuige van het verleden. Van de +vele monumenten der aloude fiere gemeenten, die wij achtervolgens +in oogenschouw hebben genomen, is deze een van de oudste en +eerwaardigste. De hooge boognissen aan de vier zijden behooren tot +den oudsten tijd der gothiek, en de toren rijst omhoog met die fiere +kracht en slanke bevalligheid, die de torens der kathedralen uit +denzelfden tijd kenmerkt. Het plein, sinds eeuwen bewaakt door dien +steenen wachter, die noch door de vijandelijke bommen, noch door het +vuur, noch door de stormen werd gedeerd, draagt nog in geheel zijn +voorkomen dat karakter van eerbiedwaardige oudheid, dat schilderachtige +en aantrekkelijke, dat aan het hart en middelpunt der eeuwenoude stad +past: de torens van Onze-Lieve-Vrouwe, het portaal van Sint-Quentyn, +de gevel in renaissance-stijl van de oude Lakenhal, het standbeeld +van de prinses van Epinoy--zij vormen, met den Belfroot, een dier +verwonderlijk schoone stedelijke dekoraties, waaraan België zoo +rijk is. + +Maar het oude Doornik heeft ook nog andere herinneringen +achtergelaten. Op den hoek van de rue des Cordes wijst men u een +prachtigen gevel, die zeker, met de Korenhal van Gent, tot de +oudste monumenten van den romaanschen stijl in het geheele land +behoort. Voorts de Pont des Trous, eene voormalige waterpoort, +ongeveer zeshonderd jaar geleden gebouwd: de brug bestaat uit drie +spitsbooggewelven, die twee torens verbinden en op twee pijlers in de +Schelde rusten; ongelukkig zijn de torens gemoderniseerd en verbouwd, +en heeft men ook door andere onhandige restauraties het karakter +van het monument geschonden. Deze brug maakte vroeger deel uit van de +vestingwerken der stad; daartoe behoorde ook de toren van Hendrik VIII, +het eenig overgebleven stuk van de citadel, die de koning van Engeland, +nadat hij zich in 1513 van Doornik had meester gemaakt, liet bouwen om +de stad in bedwang te houden. Dit kasteel besloeg eene aanzienlijke +uitgestrektheid on mocht welhaast eene stad op zichzelve genoemd +worden: het bevatte eene kerk, een hospitaal, een aantal woningen en +eene munt. Zorgvuldig bewapend, ruimschoots van geschut voorzien, was +dit kasteel van Hendrik VIII bovenal verderfelijk voor de financiën +der stad: zij moest eerst voor den bouw der citadel vijftigduizend +kronen aan den koning van Engeland betalen, en later van den koning +van Frankrijk voor tweehonderd-duizend gulden de vergunning koopen om +het kasteel te mogen afbreken. Wellicht zijn ook van den zwaren toren, +die alleen van de vesting overbleef, de dagen geteld. + + + +VI + + +De reiziger die te Brussel aan het Zuiderstation in den spoortrein +is gestapt, ziet, als hij de boschen van Ghlin heeft verlaten, eene +door kanalen doorsneden vlakte zich voor zijne oogen ontrollen, en +aan den gezichteinder een toren, op eene hoogte gebouwd, benevens +de verwarde massa eener zee van daken, zich uitstrekkende naar +alle richtingen. Mons! roepen de conducteurs; en na het station +te zijn doorgegaan, ziet hij voor zich eene breede straat, die +weldra smaller wordt, en dan ombuigende en kronkelend, door vaak +mikroskopische trottoirs omzoomd, eindelijk uitloopt op een ruim +plein, waarop het stadhuis verrijst. Deze onregelmatige, smalle, +slecht geplaveide straat is toch de voornaamste der stad, waar de +meeste drukte en levendigheid heerscht. Hier vindt men de fraaiste +winkels en magazijnen, wier bontkleurige, opzichtige uitstallingen u +herinneren dat ge in eene provinciestad zijt. Op markt- en feestdagen +verdringen zich ook in deze straat de scharen van mannen en vrouwen +uit de Borinage, de sombere mijnwerkers, voor wie Mons als het ware de +hoofdstad is van dat donker schimmenrijk, waarin zij hun leven slijten. + +Tweemaal in het jaar vooral stroomen zij, in dichte scharen naar +de stad, om daar pret te maken: ter gelegenheid van de jaarmarkt +van Sinte-Barbara en bij de kermis van Trinitatis. De jaarmarkt van +Sinte-Barbara, die veertien dagen duurt, is nog in den vollen zin +des woords een volksfeest, waaraan niet alleen de bevolking der stad, +maar ook de buitenlieden volop deel nemen. De kleine burgerij en de +dorpelingen wachten nog steeds op die gelegenheid om allerlei inkoopen +te doen aan de kramen, die waalsche, vlaamsche en fransche kooplui op +de Grand' Place hebben opgeslagen; en dat niettegenstaande te Mons, +als overal, de goedkoope winkels en "schellingsbazars," naar men zou +zeggen, de jaarmarkt overtollig en onmogelijk hebben gemaakt, door +zelven eene soort van altijddurende kermis te organiseeren. En toch: +telkens verschijnen ze weer, die zwervende kooplui, die nomaden van den +handel, die levende relikwiën van een anderen, lang vervlogen tijd; +telkens bouwen zij op het plein een klein en schilderachtig stadje +van huizen van zeildoek, planken en geschilderd papier, waar vlaggen, +bonte uitstallingen, schilderijen in schreeuwende kleuren, brommende +opschriften, verlokkende affiches medewerken om de voorbijgangers +te lokken, wier gemoed zoo zelden tegen deze bekoringen bestand +blijft. Kramen, tenten, spellen vormen eene dichte massa, waartusschen +slechts smalle paden zijn open gelaten voor de bezoekers, die elkander +daar dag aan dag verdringen. + +Ik zal mij niet ophouden met eene beschrijving van deze kermis, +die zich alleen daardoor van de vele andere kermissen in het +vroolijke Belgenland onderscheidt, dat hier, vooral op de dagen als +de extra-treinen de drommen uit de Borinage naar de stad voeren, de +dolle uitgelatenheid alle grenzen en perken overschrijdt. Dan levert +de kermis, met name tegen den avond, een schouwspel op, waarvan het +maar beter is, niet in bijzonderheden te spreken. Het zij genoeg te +zeggen, dat geene fatsoenlijke vrouw zich dan op straat kan vertoonen. + +Maar Mons heeft meer dan zijn kermissen: het heeft den Doudou; +en evenals Doornik, voor haar kinderen, de stad is van de "Choncq +Clochiers", zoo is Bergen--want laat ons nu ook maar den dietschen +naam noemen--de stad van den Doudou, die als de verpersoonlijking +mag gelden van haar historie, van haar roem en trots. + +Tenzij men geloof wil hechten aan de legende van den befaamden draak +van Wasmes, die omstreeks 1133, door Gilles de Chin werd gedood, is het +zeer wonderbaarlijke gevecht van Sint-George met den Lumeçon wel niet +anders dan eene nog altijd voortlevende herinnering aan eene of andere +vertooning der confrerie van Sint-George, die gaandeweg van karakter +is veranderd en toch aan den geest der traditie getrouw gebleven.--Den +avond voor den grooten dag heeft men op de Grand' Place het terrein +afgebakend, waarop de drakendooder zijn heldendaad volvoeren zal. De +heilige wordt doorgaans voorgesteld door een of anderen vroolijken +onderofficier van het te Bergen in garnizoen liggende paardevolk, +die met de geheimen der rijkunst vertrouwd is, en die, het hoofd +gedekt met een gevederden helm en de borst omschanst met een kuras, +het monster den doodelijken slag moet toebrengen. Maar die overwinning +wordt niet zonder moeite en inspanning behaald: telkens en telkens, +met de logge beweging van een om zijn as draaienden toren, wendt en +keert zich de draak in den circus en tracht de vlugge bewegingen te +verijdelen van den dapperen ruiter, die tegelijk aanvallen en zich +verdedigen moet. + +Verbeeld u een soort van monsterachtige padde met opgezwollen buik en +uitloopende in een langen en dunnen staart, met een huid die aan het +schubbig pantser van een krokodil herinnert, wiens geweldige kaken en +wiens reuzenkracht ook het eigendom waren van den befaamden draak. Ge +kunt u daarvan overtuigen, door op het stadhuis zijn kop te gaan zien, +die daar als eene relikwie bewaard wordt. Overigens doet niets u minder +aan een wild dier denken dan de verwonderlijke kop van het monster, +die met zijn groote oogen en zijn afhangende wangen eenigszins naar +een menschelijk aangezicht zweemt. Met dien goedhartigen draak zou de +worsteling inderdaad gevaar loopen een kinderachtig spiegelgevecht +te worden, want zijn omvang en zijne logheid maken hem bijzonder +weinig geschikt voor snelle en beslissende bewegingen; maar hij wordt +bijgestaan door een paar lummels met pluimmutsen op het hoofd, die +zijne traagheid op allerlei wijzen moeten aansporen, hetzij door zijn +staart dreigend in de hoogte te tillen, hetzij door hem in vollen ren +over het plein te laten hollen, achtervolgd door den schitterenden +Sint-George op zijn paard, die tegen altijd nieuwe gevaren schijnt +te strijden, telkens bedreigd door de lagen en listen van den zoo +goedigen en komischen demon. + +Die beiden zijn overigens niet de eenige kampioenen in het heldendrama, +dat thans voor de oogen van het verrukte publiek wordt opgevoerd, +en dat in dien strijd tusschen een door den hemel uitverkoren heilige +en een door de hel uitgebraakte hydra, het eeuwige en onverklaarbare +dualisme ten tooneele voert, hetwelk de gansche wereld beheerscht en +in alle denkbare gestalten en vormen optreedt. Fabelachtige wezens, +zoo als de chins-chins--eene soort van centauren, half mensch, +half paard, met iets als het achterlijf van een paard, waaronder +slingerende, uitgerafelde broekspijpen te voorschijn komen,--hollen, +met onbesuisde sprongen, naast den heiligen ridder. En telkens als +de held gevaar loopt door den Doudou te worden verrast, snellen zij +toe, springende en steigerende, om hun meester te beveiligen en eene +afleiding te bezorgen. + +Maar evenmin als de groote Sint-George, die door de chins-chins in dien +hardnekkigen kamp wordt geholpen en bijgestaan, is ook de helsche draak +aan zijne eigene krachten overgelaten; om de kansen gelijk te doen +staan, heeft Satan hem eene schaar toegevoegd van zwarte gehoornde +helpers, met stokken gewapend waaraan een blaas is vastgemaakt, en +op hun rug geteekend met dreigende duivelskoppen. En vermoedelijk +oordeelende dat zelfs deze hulpbende van duivels nog onmachtig zou +blijken tegenover den ridderlijken heldenmoed in dienst van eene +heilige zaak, heeft Satan daaraan nog andere strijders toegevoegd, +wier vreeselijk voorkomen wel geschikt zou zijn de chins-chins op +de vlucht te jagen, indien dezen niet bezield waren door dien moed, +die tegen alle listen des boozen bestand is. Die geduchte kampioenen +zijn de "wildemannen", van het hoofd tot de voeten met bladeren van +papier bekleed en met zware knodsen in de hand, die zij onophoudelijk +als molentjes in de rondte doen draaien. + +Dat de duivelen van het gewicht hunner taak en het ernstige van +het oogenblik doordrongen zijn, blijkt uit de zenuwachtige drift, +waarmede zij slagen doen regenen op hoofd en schouders van de goede +en hulpvaardige chins-chins; terwijl de wildemannen hun geduchte +goedendags zwaaien en telkens fraaie, klassieke standen aannemen, +ten bewijze dat de goedkeuring en bewondering der omstanders hun niet +onverschillig is. Zonder tusschenpoozen woedt de strijd tusschen de +hemelsche en de helsche legioenen, en meer dan eenmaal schijnen de +eersten op het punt van te bezwijken; de dienaars van Satan, vlug, +handig, alom tegenwoordig, zijn onuitputtelijk in telkens nieuwe +listen en lagen; maar steeds weten de chins-chins en hun edele patroon, +de ridderlijke Sint-George, aan de strikken des vijands te ontkomen. + +Eindelijk begint de strijdlust van den Doudou en van zijne helpers +merkelijk te verflauwen; naar de beschikking der eeuwige machten, +die de overwinning van den rechtvaardige en de nederlaag van den +booze willen, raken de krachten der duivelen langzamerhand uitgeput, +terwijl die der hemelsche heerscharen verdubbelen naarmate de +homerische kamp zijne ontknooping nadert. Vergeefs wendt en draait +en keert de draak zich met hoog opgeheven staart in alle richtingen; +de strijder Gods zweeft op zijn gevleugeld ros om hem heen en laat +hem geen rust: hij moet vallen, om aan den onverbiddelijken eisch +der eeuwige gerechtigheid te voldoen. Daar richt de heilige zich +op in de stijgbeugels; het druppelend zweet vloeit onder zijn helm +langs voorhoofd en wangen; met gevelde lans zoekt hij de kwetsbare +plek in het schubbig pantser, waar de doodelijke stoot kan worden +toegebracht. Wel is waar, vloeit er geen bloed: om de eenvoudige +reden, dat een bovenaardsch, geestelijk wezen als deze Doudou geen +bloed heeft; maar om dergelijke kleinigheden bekommert men zich +niet. Iedereen is vast overtuigd dat de Doudou metterdaad dood is: +en deze overtuiging weegt tegen iedere andere zekerheid op. + +Met ingespannen aandacht en onverflauwde belangstelling heeft het +publiek de gansche voorstelling gevolgd, beurtelings geslingerd +tusschen vreezen en hopen, naarmate de krijgskans gunstiger scheen +voor de duivelen of voor de chins-chins; en wanneer nu eindelijk de +Doudou aan de voeten van Sint-George ligt neergeveld, klinkt daar +uit duizenden monden een triomfkreet, die de lucht doet trillen. De +muziekkorpsen, die onophoudelijk met het geroffel van de turksche +trom en het schetteren der trompetten, het wapengekletter en de doffe +slagen met de blazen hebben geaccompagneerd, verdubbelen nu hunne +pogingen en laten een triomfmarsch weerschallen, waarbij hooren +en zien vergaat. En als ware dit oorverdoovend rumoer nog niet +voldoende, om waardiglijk de nederlaag van den Lumeçon te vieren, +schieten de _pompiers_--op hunne manier ook deel genomen hebben aan den +strijd, door peletonsgewijze elkander te chargeeren en op elkaar te +schieten--nu allen te zamen hunne geweren af. Dan wordt Sint-George, +met de chins-chins, de duivels en de wildemannen, in statigen optocht +teruggeleid naar het Kasteel, van waar hij, eenige uren te voren, +op even plechtige wijze is uitgegaan. + +Als nauwgezet historieschrijver had ik eigenlijk met dien uittocht +moeten beginnen, want die is de noodzakelijke inleiding, het voorspel +van de zeer vermaarde en onvergelijkelijke klucht, hoewel die +oneerbiedige naam kwalijk voegt aan de gedenkwaardige jaarlijksche +ontmoeting van Monseigneur Saint-Georges en zijn vijand, den draak +van Wasmes. Nauwelijks is de helm van den held zichtbaar, of met +luid gejubel begroet de schare den uitverkoren kampioen; dat gejuich +vergezelt hem op zijn tocht naar het aangewezen krijt, terwijl de +chins-chins door komische sprongen en allerlei bewegingen schijnen +te deelen in de glorie van hun heer; en het wanstaltig monster, +met moeite in evenwicht gehouden door twee van zijn kornaks, +zich in toorn heen en weer schudt en rondslaat met zijn staart, +die de saamgedrongen menigte doet terugwijken en hier en daar een +neus aanraakt of een hoed ter aarde werpt.--Op zeker oogenblik wordt +het schouwspel werkelijk schilderachtig, als, door eene dansende en +joelende menigte voorafgegaan en gevolgd, de schitterende maskerade +de rue des Clercs afdaalt, en voortgolvende langs de steile helling, +eene fantastische processie vormt, terwijl de helm en het borstkuras +van Sint-George vonken schieten en de bonte kleuren van de zonderling +toegetakelde schare schitteren in het zonlicht. Voorop gaan de +duivelen, draaiende en dansende en allerlei bokkesprongen makende; +dan volgen de chins-chins met manen en vederen en wuivende dekkleeden, +springend en steigerend; vlak achter hen waggelt de Doudou, als eene +groote boot, wiegelend op de golven dezer menschenzee; hoog boven de +hoofden der woelige menigte vertoont zich eindelijk de kloeke figuur +van den toekomstigen overwinnaar, trotsch op zijn krijgsros gezeten, +met rustige, vroolijke blikken om zich ziende, en in zijne vuist de +lans drillende, die den draak vellen zal. Uit aller monden klinkt +het oude populaire lied van den Doudou, dat, gevoegd bij de schelle +tonen der muziekkorpsen en hoog in de lucht geaccompagneerd door +het klokkenspel, dat de beroemde wijs door de ruimte doet schallen, +de gansche stad tot de verste wijken met een gerucht van feestvreugde +vervult, dat niet verflauwen zal zoolang de strijd duurt. + +Kort voor de vertooning van den Doudou heeft eene andere, zuiver +godsdienstige plechtigheid plaats: de processie van Trinitatis, waarbij +de eerwaardige en gezegende relikwiën van Sinte-Waltrudis worden +rondgevoerd. Gezegend inderdaad, want, naar luid der overlevering, +had Mons, in 1349, aan de wonderkracht dezer heilige relikwiën +het ophouden te danken eener vreeselijke epidemie, die de stad +teisterde. Telken jare houdt de statige processie de herinnering aan +dit feit levendig. Dan verschijnt ook de beroemde gouden kar of wagen, +waarop de schitterende relikwiënschrijn is geplaatst. In doorzichtige +wierookwolken gehuld, nadert hij, de gouden wagen, langzaam en statig, +getrokken door twaalf witte paarden, omstuwd, voorafgegaan en gevolgd +door banieren en kruisen, door priesters in vol ornaat, door jonge +meisjes in witte kleeding, door de schittering van goud en borduursel +en purper en edelgesteenten. De wagen zelf gelijkt een hofrijtuig +uit de achttiende eeuw; hij heeft de gedaante van een wit verlakt en +verguld vaartuig, met bloemslingers versierd en met engelenbeeldjes, +die men bijna voor liefdegoodjes zou aanzien. Deze prachtige wagen is +echter maar een van de merkwaardigheden der schitterende processie, +waarbij de kathedraal al haar schatten ten toon spreidt en de naburige +kersspelen hunne rijk versierde Madonna's zenden, om aan den ommegang +deel te nemen. Als de onafzienbare stoet de Grand' Place betreedt, met +zijn tal van geestelijken in schitterend koorgewaad, met zijn prachtige +troonhemels, banieren en tabernakels, met zijn oogverblindende pracht +van goud, van edelgesteenten, van zijde en fluweel, dan is de aanblik +overweldigend en onvergetelijk; dan begrijpt men, dat het Katholicisme +nog in vollen nadruk eene macht is, niet enkel in het vlaamsche, +maar wel degelijk ook in het waalsche land. + +Zulke feestdagen zijn echter natuurlijk uitzonderingen: nauwelijks +zijn de tonen der muziekkorpsen verstomd en zwijgt het gejuich, +of Mons keert weer terug tot den eentonigen sleur van het leven +in eene provinciestad. Maar hoe traag en loom de uren en dagen ook +verloopen in de ledigheid van het kleinsteedsche leven, toch weten de +inwoners van Bergen zich aan den noodlottigen invloed van dergelijke +omstandigheden te onttrekken en wakker te blijven. Hierbij komt hun +bovenal hunne opgewektheid van geest, hunne levendige fantasie, +en hunne onuitputtelijke vroolijkheid te stade. Vooral onder de +volksklasse komt deze eigenaardigheid sterk uit: bijna iedere buurt +heeft haar eigen grappenmaker of grappenmakers, die in de herbergen +steeds een kring van bewonderende toehoorders om zich weten te +vergaderen, en wier woorden en daden, wier anekdoten en avonturen, van +mond tot mond oververteld, de stof leveren voor eindelooze verhalen +en levendige gesprekken, vaak genoeg tintelend van echten, joligen, +zij het ook soms ruwen humor. + +Mons is tegenwoordig eene mooie, aangename stad, die haar wandelingen, +haar parken, haar straten en huizen zeer goed onderhoudt; deze laatsten +zien er netjes en zindelijk uit, en hebben bijna zonder uitzondering +een zuiver modern voorkomen; oude aanzienlijke hotels zijn hier zeer +zeldzaam: zij zijn verdwenen, evenals, voor verreweg het meerendeel, +de oude aristokratie, die schitterende henegouwsche adel, wier roem +van ridderzin en heldenmoed eenmaal wijd en zijd weerklonk, en wier +schoone historische namen toch nog altijd een van de gloriën--en +voorzeker niet een van de minste--des lands zijn. Maar toch heeft Mons, +ondanks zijne herschepping in de laatste tijden, nog de herinnering +bewaard aan vroeger tijd, toen de diligence van Brussel naar Parijs in +de stille stad van paarden moest verwisselen. Wie zich van dat oude +Mons eene voorstelling wil maken, die verlate de moderne buurten, +hier volmaakt even eentonig en karakterloos als overal elders, +en richte zijne schreden naar de binnenstad, met haar smalle, +bochtige, kromme straten, die zich in zoo schilderachtige wanorde +dooreenslingeren, tegen een vrij steilen heuvel, waarop het Kasteel +troont, omhoog klauteren, en met haar ouderwetsche geveltjes en haar +bijna onmogelijk plaveisel van scherpe keien, die eer voor geiten +en muilezels geschikt schijnen, een beeld vertoonen van den ouden +tijd. Dit Kasteel--of liever die toren van het kasteel, die met de +hoofdkerk van Sinte-Waltrudis het hoogste punt van Mons beslaat, +is nog een van de weinige oude monumenten, die aan de hand der +sloopers ontkomen zijn. Toch is de ouderdom van dit monument maar zeer +betrekkelijk: het is niet meer dan twee eeuwen oud, en onder de vele +torens, die in het vlaamsche land hun spits ten hemel beuren, is de +Belfroot van Bergen ongetwijfeld de jongste. Van het oude eigenlijke +kasteel is niets meer over dan een brok muurs van een der voormalige +poorten. De toren onderscheidt zich ook door zijn bouwstijl van de +andere stedelijke wachttorens: toen hij na een brand herbouwd werd, +gaf de bouwmeester Ledoux aan het monument de tegenwoordige gedaante, +die eenigszins vreemd afsteekt bij zijne oorspronkelijke bestemming. + +Ook het stadhuis heeft zijn vroeger voorkomen in die mate veranderd, +dat er eenige inspanning toe gevorderd wordt om zich het gebouw voor +te stellen zoo als het was in de vijftiende en zestiende eeuw, toen +het geheel paste in de omgeving der middeleeuwsche woningen, die de +Grand' Place omzoomden. Maar zoo het dak en het torentje, en vooral +het ergerlijke balkon, dat de oude pui vervangen heeft, slecht passen +bij de rijke en smaakvolle ornamentiek van de vijftiende-eeuwsche +architektuur, toch is het raadhuis nog een der sieraden van Mons en +maakt het eene niet onwaardige figuur naast de vele gemeentelijke +paleizen, die de oude stedelijke aristokratie in België voor zich +zelve bouwde. + +Men verhaalt, dat, toen ten gevolge van onophoudelijke regens, +van hongersnood en pest het werk stilstond en de talrijke +arbeidersbevolking gebrek leed, de magistraat van Bergen, ten jare +1440, tot den bouw van een nieuw raadhuis besloot, ten einde op die +wijze aan de bevolking werk en brood te verschaffen. Is dit verhaal +overeenkomstig de waarheid, dan zou het stadhuis tevens een monument +zijn van den wijzen en voorzienigen zin der burgervaderen van Bergen. + +Evenwel, de grootste schat van Mons is nog niet hier: beklim +de hellingen, die naar de kathedraal leiden, en wanneer gij uwe +wandeling om het koor met zijne veelhoekige kapellen hebt volbracht, +treed dan door den hoofdingang de statige kerk van Sinte-Waltrudis +(Sainte-Waudru) binnen. Reeds dikwijls genoeg hebben wij een dier +heerlijke kathedralen bezocht, waaraan België zoo rijk is, een +dier onovertroffen gewrochten van de verheven middeleeuwsche kunst, +die toch altijd weer een zoo machtigen, zoo overweldigenden indruk +maken op het gemoed. Waarin schuilt het geheim van die toovermacht, +waarmede deze oude kathedralen ons telkens en telkens weer aantrekken +en boeien? Zou het niet voor een goed deel hierin zijn, dat zij in +al hare deelen een volkomen harmonisch geheel zijn; wel te verstaan, +niet zoozeer uit een technisch, een architektonisch oogpunt, maar veel +meer, omdat uit het geheele gebouw en uit elk zijner deelen één zelfde +geest spreekt, omdat ééne grootsche gedachte, ééne verhevene, teedere, +heilige ziel het indrukwekkende monument doordringt; omdat wij, +door deze wondervolle kathedralen omdolende, ons als overgeplaatst +gevoelen in het leven en denken en gevoelen dier voorgeslachten, +wier gansche leven en streven daarom vooral zoo groot en schoon is, +omdat het zelf, door ééne heilige inspiratie gedragen, ook één geheel +was. En aangezien nu de mensch door niets meer aangetrokken pleegt +te worden, dan door hetgeen hij gevoelt te missen, is het alleszins +begrijpelijk en natuurlijk, dat deze indrukwekkende, heerlijke, +krachtvolle eenheid van het middeleeuwsche leven, waarin niettemin +voor de rijkste verscheidenheid plaats was, ons met weemoedig +heimwee vervult. In dien geest, in die stemming van eerbiedige, +stil weemoedige piëteit, willen wij ook eenige oogenblikken toeven +in de ernstige majestueuse, bijna strenge Sainte-Waudru van Mons, +waar het gemis eener rijke dekoratie van schilderijen en standbeelden +en allerlei andere kunstwerken, waardoor de vlaamsche kerken vaak +op museën gelijken, krachtig medewerkt tot dien machtigen indruk van +godsdienstige verheffing, van mystieke extase en ontvluchting aan al +het aardsche om op te stijgen tot de bronnen van het eeuwige leven der +ziel. Ook doet deze soberheid de grootsche lijnen der architektuur, in +haar strengen eenvoud, te beter uitkomen, en geeft te beter gelegenheid +om de eigenlijke gedachte te doorgronden van den kunstenaar, die +het edele monument schiep. Wie was die kunstenaar? Ook hier, als +bij zoo menig ander monument, moet de vraag onbeantwoord blijven: +deze oude kunstenaars bekommerden zich niet in de eerste plaats om +hunne eigene reputatie. Langen tijd heeft men de eer der schepping +van dit meesterstuk van majesteit en elegantie toegeschreven aan +Jean de Thuin en zijn zoon; maar latere onderzoekingen hebben aan +het licht gebracht dat Jean de Thuin slechts het werk van zijnen +onbekenden voorganger voortzette. Het doet er trouwens weinig toe, +of wij al den naam kennen van den grooten kunstenaar, in wiens brein +deze edele conceptie ontkiemde en rijpte: hij liet ons zijn werk en +daarmede het beste van wat in hem was achter: aan ons om te leeren +verstaan wat hij ons door deze schepping zeggen wil, aan ons om te +trachten, ons weder zooveel mogelijk te doordringen van dien geest, +te voeden met dat ideale geloof, dat hem en duizenden met hem tot het +verrichten hunner groote, de eeuwen trotseerende daden, het scheppen +hunner in meer dan een zin onsterfelijke werken in staat stelde. + + + +VII + + +De fraaie rotsige landschappen in de vallei van de Sambre geven +reeds hier en daar, door de plotselinge verheffingen van den grond, +een voorsmaak van de naburige Ardennen. Thuin, Lobbes, met hunne +groene of krijtachtige heuvelen, die zich in de wateren spiegelen, +zijn als het ware een beeld in het klein van de meer forsche en ruwe +bekoorlijkheden der valleien van de Lesse, de Hermeton, de Bocq: en dit +karakter treedt steeds duidelijker in het licht, naarmate men Chimay, +Mariembourg en Couvin nadert. Maar om de volle eigenaardigheid van eene +bijna woeste natuur te begrijpen, moet men de streek tusschen Sambre +en Maas, het nog min of meer twijfelachtige landschap van overgang, +verlaten en tot de boorden van laatstgenoemde rivier naderen. Eerst +daar vertoont de natuur die eigenaardige physionomie, die nog de +sporen draagt van worsteling en wanorde en strijd, dien trek van +toorn en smart en woede, waarover thans, nadat de rust is weergekeerd, +de glimlach der tevredenheid zweeft. + +Reeds even voorbij Chimay, in die uitgestrekte heide, die zelfs de +stalen vlijt en onuitputtelijke volharding der Trappisten nog maar +voor een deel heeft kunnen ontginnen, maakt het landschap een anderen +indruk, dan dien ge tot dusver ondervonden hebt. Reeds daar teekenen +zich de eerste trekken van die kosmische weeën, die op geheel deze +natuur haar onuitwischbaren stempel hebben gedrukt. Eensklaps ontrollen +zich de Fagnes van Chimay, door struikgewas en moerassen afgebroken, +die in den zomer zijn uitgedroogd en waarover in het najaar lage en +vochtige nevels zweven: en het landschap maakt op u den indruk van eene +opeenvolging van ruwe en snijdende tonen, die de toehoorders moeten +voorbereiden op de schokkende tafreelen van het eigenlijke drama. + +Hier begint inderdaad het voorspel: ge bevindt u in eene woestijn, +waarin zich de mensch toch woningen en dorpen heeft gebouwd en +die langzaam en onwillig terugwijkt voor de vereenigde pogingen +van den landbouwer en den os, te zamen gebogen onder hetzelfde +juk, trekkende aan denzelfden ploeg. Voert uw verdere weg u in de +gevaarlijke moerassen en hooge veenen, die zich van Spa tot Malmedy +uitstrekken, waar nergens een dak te bespeuren is om u te beschermen +tegen het brandend steken van de zon, nergens een groepje boomen om +uw oogen te verpoozen van het staren in de strakke gloeiende lucht, +nergens eene bron of beek om uw folterenden dorst te lesschen; als +ge door deze wildernis dwalen zult, aan alle martelingen ten prooi, +dan zal de gewaarwording, welke ge daar ondervindt, toch maar alleen +in graad verschillen van hetgeen ge hier gevoelt, in dezen voorhof +van het woeste land. + +Maar ditmaal is die indruk niet meer dan voorbijgaande: op de wildernis +volgt nu al spoedig een paradijs van ruischende wateren en lommerrijk +geboomte, van schilderachtige heuvelen en vreedzame dalen, die u reeds +een denkbeeld geven van de zoo karakteristieke valleien, waardoor de +Semais, de Ourthe, de Amblève en de Lesse haar kristalheldere wateren +stuwen: zij, de meer bekende zusteren van die nederiger najaden, zich +verbergende onder den naam van Eau-Noire, Eau-Blanche, Eau-d'Heure, +Brouve, Viroin, Hermeton en Acoz. + +Tegelijkertijd bevolkt zich het land: de dorpen vermenigvuldigen zich; +de bergen worden hooger, de rotsen kantiger en grilliger van lijnen; +scherpgeteekende profielen trekken telkens uw oog bij iedere kromming +van den weg, die rijst en daalt en in breede slingeringen de hoogten +bestijgt. De horizon verwijdt zich; de plateaux ontrollen zich voor +uw oog; de frissche berglucht zet uwe longen uit; de onwederstaanbare +betoovering van de hooge plaatsen der aarde doortintelt uwe aderen. + +Zoo is de landstreek tusschen de Sambre en de Maas, +l'Entre-Sambre-et-Meuse, als eene voorbereiding voor de eigenlijke +Ardennen: het is nog niet de oneindige uitgestrektheid der +bergplateaux, nog niet de majesteit van de boorden der Maas, nog niet +de tooverachtige idylle der valleien van de Lesse en de Bocq; maar +haar bosschen, haar heidevlakten, wat nog over is van de Marlagne, +het geheimzinnige donkere woud, dat ten tijde der revolutie nog eene +oppervlakte besloeg van twintig vierkante mijlen, vertoonen toch +reeds een beeld in het klein van dat betooverende land, waarvan ieder +die het ooit mocht betreden, eene onuitwischbare herinnering mede +draagt.--Drie groote valleien, van de Hermeton, de Molignée en de +Viroin, doorsnijden met haar diepe ravijnen het land, en aan dezen +sluiten zich andere kleinere valleien, die van de Heure en de Acoz, +als vertakkingen van een reuzenboom, die het gansche land met zijne +armen omstrengelt. + +Later, in de eenzame omgeving van de baraque Michel, op het hoogste +punt van de Ardennen, als in eene koude zwijgende woestijn verloren, +zullen wij den grond, in wilde sprongen, zich zien opheffen tot +zeshonderd el boven de zee; maar hier bereiken de hoogste bergen +nog niet een derde van deze hoogte. Maar hoe nederig en bescheiden +zij vergelijkenderwijze ook mogen zijn, toch geven de rotsen van +de Entre-Sambre-et-Meuse ons reeds een beeld te aanschouwen van de +verscheuringen dezer gefolterde, als het ware stuiptrekkende natuur, +op welke inderdaad de zoo vaak misbruikte vergelijking met de golven +eener versteende zee van toepassing is. Wilde men het beeld voltooien, +dan zou men de hooge plateaux, die daarboven hunne effen vlakten +ontrollen, kunnen vergelijken bij de stranden, zich opheffende boven +het onstuimig gewoel der wateren. + +Doch beneden, nu eens stil den voet der rotsen lekkende, die +zij op andere tijden als woedende draken bespringen, dartelt en +stoeit en zingt het vroolijke koor der rivierkens. Hier wellustig de +hellingen omarmend der bergen, wier rotsachtige krijtwanden en dichte +boomgroepen zij in haar kristallen wateren weerspiegelen; elders zich +een weg banende door de trillende treurwilligen, waaronder de azuren +insekten zweven en dansen;--overal ziet gij ze, tallooze slingeringen +beschrijvende, zich verliezende in het malsche groen der weiden, +om dan weer nieuwsgierig voort te dartelen langs den grooten weg, +in zijn bochtigen gang vaak niet minder grillig dan zij zelven. + +Haar aantal is legio: daar hebt ge, behalve de Molignée, de Hermeton +en de Viroin, die haar naam gegeven hebben aan de valleien welke +zij besproeien, de Yves, de Biert, de Flavion, de Acoz, de Brouve, +en al die andere beekjes met haar welluidende namen, die als de +dochters van eene zelfde familie, allen den gemeenschappelijken +naam dragen van Eau. Overal hoort ge ze babbelen en neuriën, als de +nooit zwijgende muziek, de zilveren lach van het landschap: aan het +suizen van den wind in het ritselend gebladerte paren zij het zoet +gekweel der fluitspelende sylfen in het riet langs haar boorden; +en de rotsen, die eenzame reuzen, op wier schedel de donkere kroon +van den nooit stervenden ouderdom rust en die eeuw in eeuw uit in +zwijgenden ernst de jaren over zich heen voelen glijden, zij zien +neder op de vroolijke kinderen, uit hun somberen schoot geboren, +die aan hun voet huppelen en dartelen, en in hun blijde sprongen met +milde hand parelen en diamanten strooien om zich heen. + +Volg ze op haar baan, deze wandelaarsters: zie hoe zij den zilveren +draad van haar heldere wateren al verder en verder ontspinnen te midden +van de stille landschappen, van al de zoete liefelijkheden der natuur: +schaduwrijke kreekjes, nestjes van groen, fluweelige weiden met bloemen +bestikt, amphitheaters van bosschen tegen de berghellingen gebouwd, +woeste ravijnen in de rots uitgesneden, telkens afwisselende panorama's +en vergezichten, ongedachte verrassingen bij iedere kromming; eene +opeenvolging van _dissolving views_ in eindelooze verscheidenheid +elkander verdringende, maar zoo als de onuitputtelijke natuur alleen +ze voor de oogen tooveren kan. Volg ze op haar baan, die dichterlijke +zwerfsters, die van niets meer gruwen dan van de rechte lijn; volg +ze met vreugdevol vertrouwen, zij zullen u--'t is waar, niet langs +den kortsten weg, maar langs ongebaande, nauw vermoede paden, dolend +en dwalend als de knaap die onwillig naar de school gaat en ieder +voorwendsel aangrijpt om zich op te houden;--ja, zij zullen u brengen +naar stille plekjes, waar ge droomend nederzit en het u zijn zal, +als hoordet ge duidelijk het loflied, dat bergen en rotsen, wouden en +velden, vlakten en dalen, rivieren en beken, onverpoosd opzenden naar +den hoogen hemel, die zich zegenend uitbreidt over de bloeiende aarde. + +Als ge Chimay verlaten hebt,--Chimay, waar verval en verlatenheid hunne +tenten hebben opgeslagen sedert de vroolijke hofhouding der prinsen +verdween; Chimay, waar op het kleine plein het standbeeld verrijst +van den genialen verteller, den onnavolgbaren kroniekschrijver Jean +Froissart, die in het koor der kerk den eeuwigen slaap slaapt;--en als +ge achter u de bosschen laat liggen, waarin nog de echo's zweven van +al deze gloriën van een grootsch verleden, en de reusachtige vijvers, +waarop weleer vergulde gondels dreven en waarlangs nu de eenzame +reigers starend uitzien naar hunne prooi;--dan ontmoet ge weldra op +uw pad een zingend en murmelend beekje, waaraan men zeker ter wille +van de zilveren helderheid van zijn water, den naam gegeven heeft +van Eau-Blanche. Dit is de eerste dier levende idyllen, wier zoete +zang u van alle zijden in de ooren dringt, de eerste althans die ge +ontmoet als ge uit Henegouwen komt, en als ge, om uw tocht door de +Ardennen te beginnen en de provincie Namen te bezoeken, al aanstonds +uwe schreden richt naar den doolhof der valleien, en langzaam, zonder +eenige overhaasting, uwe voetreis vervolgt, om u, zooals het behoort, +gaandeweg vertrouwd te maken met de schoonheden van het landschap, +met het eigenaardig karakter der natuur om u heen. Ge zijt er immers +met mij van overtuigd, dat een reiziger, die inderdaad het land dat +hij bezoekt, wil zien en leeren kennen, geen hooger en duurder plicht +heeft dan dezen: dat hij zich ten strengste onthoude van ooit een +voet te zetten in een spoorwagen of wat daarop gelijkt? + +Kom aan, laat ons deze moderne inrichtingen vergeten: wij gaan +wandelen. Al voortgaande, keuvelende, rondziende, luisterende, zijn wij +een weinig het spoor bijster geworden: wij zullen hier even stilhouden +bij deze schaapskooi en de deur een weinig openstooten. Maar niet te +snel en niet te ruw: laat ons den jeugdigen zanger niet storen, die +uit volle borst een lied zingt van de bergen, op die eigenaardige, +half weemoedige, slepende wijze, die, vooral op zekeren afstand, zoo +liefelijk klinkt en zoo aangenaam het oor streelt, als eene muziek, +zwevende op den adem van het koeltje en altijd door ruischende als een +nooit eindigend lied. In den warmen gouden nevel, die de schemerende +ruimte vervult, ontdekt ge het blozende gelaat van den knaap, die +naar u toekomt en op wiens gebruinde wangen, in wiens donkere oogen +ge kracht en gezondheid leest. Misschien begrijpt ge zijne aanwijzing +niet volkomen: geen nood, hij is aanstonds bereid, u te vergezellen en +u weer op den rechten weg te helpen. Wij treden dan uit de van gloed +doortintelde schemering naar buiten in het volle zonlicht; en terwijl +de rotsen zich in statigen ernst ter wederzijde van den weg scharen, +terwijl de meerlen fluiten in het lage hout en de klaprozen gloeien in +het schrale gras, begint de vroolijke, levenslustige knaap u allerlei +geschiedenissen te vertellen. Hij verhaalt u van Jean, den molenaar, +wiens rad ge daar ginds achter de treurwilgen knarrend wentelen hoort, +en die, oud vrijer, sedert vijftien jaren vergeefs uitziet naar eene +bruid zijner keuze; van Martinette, de dochter van den herbergier +van het dorp, die de preutsche uithing en die toch ten vorigen jare +zich vergat met een mijnheer uit de stad; van het ongeluk dat den +postbode van een naburig dorp overkwam, die door zijn eigen karretje +overreden werd; eene ramp, waarvan de herinnering nog wordt bewaard +door den met mos begroeiden steen, dien hij u wijzen zal; maar hij +weet ook te verhalen van geheimzinnige verschijningen en geesten, +die, in sommige nachten, rondzwerven om de oude gebroken muren, +die ge hoog boven uw hoofd, op den top der rotsen, tegen den blauwen +hemel hunne grillige lijnen ziet teekenen. Ja, zoo ge eenigszins zijn +vertrouwen weet te winnen, zal de flinke knaap u ook zijne eigene +geschiedenis vertellen en u deelgenoot van zijne zoete geheimen, zijne +wenschen en verwachtingen maken. Onbeduidend gebabbel, waaraan het +niet de moeite waard is, eenige aandacht te schenken. Het zij zoo: +maar toch altijd belangwekkender en aangenamer om te hooren, dan +het oorverdoovend ratelen der wielen over de rails of het demonisch +fluiten van de stoompijp. + +Zoo is het met de Eau-Blanche en met al die andere beekjes, wier +leven--want hebben zij geen eigen leven, dat geheimzinnige leven, +dat de ouden, die de natuur zooveel beter verstonden en gevoelden +dan wij, verzinnelijkten in hun nimfen, hun sylfen en najaden?--zoo +innig gemengd is met het nederig en eenvoudig bestaan dezer +landbewoners. Midden door de dorpen, van deur tot deur, stuwen zij +haar heldere wateren voort, waarin de huismoeders haar groenten en +haar linnengoed wasschen, waarin de runderen hun dorst lesschen, als +zij den kop opheffende, van den breeden muil sprankelende diamanten +laten droppelen. In die murmelende beekjes plassen en dartelen de +eenden met haar jongen, zoo pas aan het broedende nest ontsnapt; in +dien kristallen spiegel weerspiegelt zich het rimpelig gelaat van +het oude grootje, nevens het rozige kopje van haar kleinkind, dat +het eene handje uitstrekt om de vlugge vischjes te vangen en met het +andere zich vastklemt aan grootmoeders boezelaar. En wanneer ge, de +dorpen achter u latende, het vrije veld ingaat, dan zullen de beekjes, +dartelend langs den voet der heuvelen, u heenvoeren naar de eenzame +hoeve, verloren te midden der velden, naar de grot, die ginds den +donkeren muil openspert, naar den ontmantelden en ontkroonden burcht, +die als met ijzeren klauwen in de rots geworteld staat. + +Met de Eau-Blanche wandelt ge door vlakke velden, langs heuvelen +en rotsen, bespiedt ge in de vroege morgenuren het ontwaken +der sluimerende dorpen: hier Aublain, Vaux, Lompret, ginds +Boussu-en-Fanges, verder Mariëmbourg, een oude vesting, wier wallen +zijn gesloopt en wier grachten zijn gedempt, zelfs geene ruïne meer, +niets dan een groepje kleine lage huizen, waartusschen de koeien +haar weg zoeken, als zij des morgens naar de weide gaan. Richt uwe +schreden oostwaarts: daar troont Fagnolles, de zeshonderdjarige +ruïne, die met hooghartigen weedom schijnt neer te blikken op het +diepe verval der stad van Maria van Hongarije, nu niets meer dan een +doodsch gehucht. Zij zelve, de eerwaardige ruïne, zij mag met fieren +trots haar wonden en bressen vertoonen, en haar gebroken torens en +geschonden muren ten hemel beuren, als de nog onverwoeste herinneringen +aan haar roemrijk verleden. + +Overal, op dezen alouden historischen bodem, vindt ge de sporen +van den voortijd: de talrijke adellijke burchten zijn niet meer dan +steenhoopen, en op de plek, waar weleer zoo menige kleine krijgshaftige +vesting stond, drijft de landman thans den ploeg door den grond. Van +Sautour, de stad met de zestien torens, zoo als de kronieken haar +noemen, is niets meer over dan enkele brokken muurs. Maar al is de +oude burcht verdwenen, soms, als te Couvin, van welks rots het eens +zoo geduchte kasteel broksgewijze naar beneden is gestort, soms hebben +de huizen en de straten nog iets van het oude karakter behouden. Eene +zuster van de Eau-Blanche, aan wie men om haar van de vele andere beken +te onderscheiden, den overigens geheel onverdienden naam van Eau-Noire +heeft gegeven, deelt het stedeke in twee helften, en weerkaatst +in haar heldere wateren menig aardig, ouderwetsch, overhangend +geveltje. Dan klauteren de smalle steegjes tegen de rots omhoog en +brengen u eindelijk boven op de kruin van de donkere steenmassa, +waar eene herberg de plaats vervangt van den ouden feodalen burcht. + +Eene niet onaardige anekdote knoopt zich aan de verwoesting van deze +sterkte. De geweldige jager, die toen over Chimay regeerde, Jean +de Croy, ontzag zich niet, naar het schijnt, om met zijne honden te +gaan jagen in de bosschen van Couvin en zich alzoo meester te maken +van wild, waarop hij geen recht had. Deze minachting van hun recht +ergerde en verbitterde de poorters der stad, die eindelijk besloten, +den roover in eene hinderlaag te vangen; en te oordeelen naar een +onlangs ontdekt dokument, gingen zij daarbij al even ongegeneerd +te werk als de adellijke strooper zelf. Op zekeren dag dan, toen +de graaf weer in de bosschen van Couvin jaagde en, door zijn ijver +medegesleept, in vollen ren voortdraafde, zoodat hij geheel van zijn +lieden gescheiden was, schoten die van Couvin gemaskerd op hem toe, +grepen de teugels van zijn paard, hielden hem tegen, knevelden hem +en bonden hem een doek voor de oogen. Zoo trokken zij met hem heen en +weder door het bosch tot omstreeks het vallen van den avond, zoodat het +scheen als hadden zij hem ver weg gevoerd, en brachten hem eindelijk, +buiten medeweten van de andere burgers, op het kasteel van Couvin, +waar zij hem in een donker hok in een der torens opsloten. Daar +wierp men den gevangene een weinig water en brood toe, om hem alzoo +langzamerhand van gebrek te doen sterven. In dien kerker bracht de +graaf zeven jaren door, zonder dat zijne echtgenoote of iemand anders +van zijn gezin eenige tijding ontving, daar ieder meende dat hij +door roovers was vermoord of door wilde dieren verscheurd; hij zelf +wist ook niet, waar hij gevangen werd gehouden, noch om welke reden, +zich verbeeldende dat hij zich op grooten afstand van Chimay bevond, +waarvan hij toch ter nauwernood drie mijlen verwijderd was. + +Eindelijk erbarmde de hemel zich over den martelaar. In zijn kerker, +die in de rots was uitgehouwen, bevond zich eene nauwe spleet, waardoor +hij eenig licht ontving; en aan den voet dier spleet lag eene kleine +vlakte, waar een knaap de schapen hoedde. Deze knaap vond er vermaak +in, met zijn handboog te schieten en aan te leggen op die kleine +opening in de rots: na verschillende vruchtelooze pogingen gelukte +het hem eindelijk, een pijl door het gat te schieten. Toen hij nu +naderbij kwam en zijn arm in het gat stak om zijn pijl te halen, +greep de graaf hem bij de hand vast; de jongen huilde en schreeuwde, +maar de graaf bracht hem tot bedaren, sprak vriendelijk met hem en +vroeg hem waar hij was; en van den knaap vernomen hebbende, dat hij +te Couvin was, verzocht hij den jongen, zijn vader te roepen. + +Wat nu volgt is min of meer raadselachtig. Bij het weinige licht, dat +door de opening in de rots drong, schreef Jean de Croy een brief aan +zijne echtgenoote, haar dringend verzoekende, dat men hem nu aanstonds +zou komen verlossen. Hoe en waarmede schreef hij dien brief? Het +oude verhaal meldt daaromtrent niets; en met reden: immers wat zou er +van de legende terecht komen, als er niet iets geheimzinnigs in deze +jammerlijke geschiedenis overbleef? Kortom, de herdersjongen belastte +zich met de bezorging van den brief en ontmoette de gravin, juist toen +zij over de ophaalbrug van het kasteel ging om zich naar de mis te +begeven. Op het zien van het schrift van haar echtgenoot verbleekte +de dame en zonk in de armen harer vrouwen; maar weldra kwam zij weder +tot zich zelve en zond dadelijk het bevel naar de zeventien dorpen der +heerlijkheid van Chimay, dat alle gewapende mannen moesten opkomen om +hun heer te verlossen. Spoedig wemelt het op de wegen van gewapenden, +de pieken blinken in den zonneschijn; twee kanonnen rollen zwaar +dreunend over den weg, en de geheele drom slaat het beleg voor Couvin, +welks burgers niets van dien onverwachten aanval begrijpen. Wat willen +die lieden toch? "Onze heer is daar opgesloten, en kwijnt sedert +zeven jaren weg in een afschuwelijk hol!" roepen die van Chimay, +de vuist dreigend opgeheven tegen den burcht. De verbaasde poorters, +die nog altijd niets wisten van de vangst, door eenigen hunner in de +bosschen gemaakt, en niet vermoedden welke vorstelijke prooi daar in +de rots gevangen zat, beklimmen in vliegende haast de trappen die naar +het kasteel leiden, openen de deur van den kerker en geven de vrijheid +weder aan den hoogen baron, die haastig uitgaat en nu op zijne beurt +niet rust, voor hij het kasteel tot gruis geschoten heeft. Na dit +voorval herbouwden de poorters van Couvin hunne rotsvesting niet meer. + + + +VIII + + +Weldra vervolgt de Eau-Noire haar grillige wandeling door de velden +en dalen, haar kristalheldere wateren met zoet geluid voortstuwende +over de bemoste steentjes in haar ondiepe bedding; maar eensklaps +verandert de idylle in een somber drama. De liefelijke beek, in wier +klaren spiegel zich het blauw des hemels en de bloemekens langs den +zoom weerspiegelen, verdwijnt eensklaps bij den _pont d' Avignon_, +een met dien populairen naam gedoopten berg, die daar juist gereed +schijnt te staan om het arme, roekelooze rivierke, dat hem onbedacht +in den mond loopt, met een hap te verslinden. + +Nu verneemt men in vier-en-twintig uren niets van de Eau-Noire: +immers, men heeft uitgerekend dat zij vier-en-twintig uren noodig +heeft, om weer te voorschijn te komen uit de duistere afgronden, +waarin zij wellicht aan allerlei mishandeling ten prooi is. Als zij +eindelijk, aan de andere zijde van den berg, weer aan het daglicht +treedt, dan kookt en schuimt haar water: siddert de teedere najade +nog bij de herinnering aan hetgeen haar in de diepte weervoer? Maar +weldra herstelt zij zich weer: haar water wordt weer helder, en zingt +weer haar vroolijk lied, en weerkaatst weer den reinen blauwen hemel +en de bloemekens langs haar zoom. + +Deze geheimzinnige roman speelt te Nismes, een vlek, door het gansche +land bekend van wege een oud gebruik, dat nog aan de riddertijden +herinnert. Het is namelijk te Nismes oude zede, wanneer een huwelijk +gesloten wordt, dat de hoofdlieden der jongelingschap voor het +kerkportaal het bruidspaar afwachten, bruid en bruidegom met gekruisten +degen tegenhouden en niet doorlaten, voor de jonkman een lint van het +kleed der bruid losgemaakt en met eigen hand op de borst van een der +ridders vastgehecht heeft. Echter kan de man--maar dit is zeker een +later inkruipsel--die schatting tegen eene zekere som afkoopen. + +Nabij Dourbes vereenigen de Eau-Blanche en de Eau-Noire haar wateren +en vormen te zamen de Viroin, die de overschoone vallei van gelijken +naam gaat besproeien. Dadelijk neemt het landschap een ruwer en +romantischer karakter aan; de rotsen worden steiler, en op den top van +een loodrechten rotswand troont, als een vooruitgeschoven wachtpost, +eene schilderachtige ruïne: de bouwval van het kasteel Haute-Roche, +dat het lot deelde van zoo vele andere feodale burchten in het +land tusschen Sambre en Maas, en door de kogels van het fransche +geschut werd vernield, toen de gewapende benden van Hendrik II als +een sprinkhaanzwerm neerstreken op de valleien, overal moord en +verwoesting verspreidende.--Maar beneden, aan den voet der dreigende +rots, vloeit de Viroin in stille bekoorlijkheid en weerspiegelt in +haar heldere diepte den donkeren rotswand en de geteisterde ruïnen, +met haar sombere herinneringen van geweld en bloedstorting. Wat +is zij nu anders, de eens zoo geduchte veste, dan een motief in de +romantische dekoratie van het idyllische landschap? + +Konden wij over de noodige ruimte beschikken, hoe gaarne zouden wij +u uitnoodigen, met ons te dolen door die liefelijke valleien tusschen +Maas en Sambre, zoo rijk aan het meest afwisselende natuurschoon. Maar +wij moeten ons beperken en kunnen slechts voor enkele punten uwe +aandacht vergen. + +Een groote weg, die de Hermeton doorsnijdt en naar Stave voert, +ontmoet bij Rosée en niet ver van haar oorsprong, de kleine, pas +geboren beek de Molignée, die met haar tallooze krommingen, van +Foy tot Moulins, de naar haar genoemde vallei vormt, zeker een der +schoonste en liefelijkste van de geheele streek. Ook hier teekenen +zich, schier zonder eenige onderbreking, ter wederzijde, de groote +kantige profielen der ernstige rotsen, als in het harnas vergrijsde +krijgers, schouder aan schouder geschaard. En altijd, in het dal, het +zangrig lied van de beek, het geklepper der wentelende molenraderen, +die fonkelende diamanten strooien; voorts de steenachtige voorde, +waar de koeien, ter halver lijve in het murmelende water stappende, +gaan drinken; de waterkers, trillende op de rimpeling des waters; de +stuwen waartegen de golfkens schuimend koken, en langs den oever de +knoestige wilgen, wier saamgeweven takken als een gordijn van groen +vormen, waar de roodbruine rotsen doorheen schemeren. + +Te Foy voert een niet al te steile helling naar het plateau, waarop +zich de ruïne verheft van het oude kasteel van Faing, in de twaalfde +eeuw gebouwd, in de veertiende veranderd, en dat nu meer bekend is +onder den schoonklinkenden naam van Montaigle. Is het niet, als hoordet +ge, op den klank van dien naam, de echo der schetterende trompetten, +als de heer van de jacht of van den oorlog--eene andere soort van +jacht--teruggekeerd, de houten ophaalbrug opreed en door zijne +dienstmannen feestelijk ontvangen en met gejubel ingehaald werd. Ze +zijn als geknipt voor een of ander schokkend romantisch verhaal, +eene geschiedenis als van Blauwbaard, die schilderachtige ruïnen, +als een arendsnest tronende op den top van eene steile rots. Nog +hangen de trappen hier en daar tegen de zware muren der torens en +klauteren, wentelend en draaiend naar boven, en brengen u plotseling +op eene of andere tinne, als opgehangen in de ledige ruimte en van +waar uw blik den ganschen omtrek overziet, en wel in de eerste plaats +den geschonden, ontwapenden steenklomp aan uwe voeten. Toch moet de +ruïne van Montaigle in grootsche epische majesteit onderdoen voor +de indrukwekkende overblijfselen van menigen anderen burcht uit het +heldentijdvak der feodaliteit, van die geduchte vestingen, waarin de +fiere krijgshaftige baronnen zelfs koningen trotseerden. Het slot, +waarvan wij de bouwvallen overzien, dagteekent uit later tijd, toen +de feodaliteit bereids ten ondergang begon te neigen en de ridder +maar al te vaak in den roover opging. Maar, spreekt de overlevering +waarheid, dan heeft deze rotsheuvel heugenis van nog ouder dagen, +en zou hier eenmaal Quintus Cicero zijn kamp hebben opgeslagen, +waarvan de sporen eeuwen lang bleven bewaard. + +Als ge van de ruïne den omtrek overziet, dan dwalen uwe blikken over +eene zee van groen, waar tusschen en waarboven, als voorgebergten in +den oceaan, grillig gevormde rotsen uitsteken, die aan de eene zijde +met steile helling in het dal afdalen, en aan de andere samenhangen +met de hooge plateaux, waarop de korenaren golven en die tot aan de +oevers der Maas reiken. Terwijl ge dit eigenaardige landschap overziet, +luistert ge onwillekeurig naar het harmonisch ruischen van de Molignée, +dat, vermengd met het ritselen der bladeren, als eene zoete muziek +uit de diepte van het dal u tegenklinkt. Hoe bekoorlijk het landschap +ook zij, toch draagt het eenigszins een ernstig karakter: niet verre +immers is de antieke kloof der Flavion, het eerste voorhistorische +station des lands. Daar, in de opengescheurde ingewanden der aarde, +vond men in vijf grotten of spelonken--den trou du Sureau, den trou +de l'Erable, den trou Phillippe, den trou du Chêne en den trou du +Lierre--merkwaardige en hoogst belangrijke overblijfselen uit het +tijdperk van den mammouth en het rendier. Als ge van Montaigle naar +Dinant wilt gaan, moet ge dien weg volgen: na de kloof verlaten te +hebben, klautert ge omhoog naar Haut-le-Wastia, een groot vlek, +op het hoogste punt van het plateau, van waar ge langs golvende +hellingen ongemerkt afdaalt naar de eerwaardige ruïnen van Bouvignes, +in de onmiddellijke nabijheid van Dinant. + +Maar wij hebben nu lang genoeg buiten rond gewandeld, het is tijd +weder de steden op te zoeken: wij zullen dus onze schreden richten +naar Namen, de hoofdstad van dit land van rotsen en wouden, en ons +punt van uitgang kiezen in het smalle dal, waarboven de romantische +ruïne van Montaigle oprijst. Eene kleine wandeling brengt ons naar +Walcourt, eene oude heerlijkheid, wier geschiedenis opklimt tot de +elfde eeuw, en wier fraaie gothische kerk wijd en zijd beroemd is +wegens het wonderdoende beeld van Onze-Lieve-Vrouwe, dat zij bevat. + +Omstreeks zeshonderd jaar geleden, werd het heiligdom eensklaps door +het vuur aangetast; maar godvruchtige handen redden het beeld der +verhevene schutsvrouwe uit den vuurpoel en bergden het veilig in de +holte van een boom. Toen het gevaar geweken was, trachtte Thierry, +graaf van Rochefort vergeefs het beeld uit die tijdelijke bergplaats +te verwijderen om het weder in de kerk te plaatsen. De edelman +bad en smeekte te vergeefs, tot zijn paard zoo geweldig begon te +steigeren, dat hij bijna ter aarde was gevallen. Nu begreep de graaf +dat Onze-Lieve-Vrouwe iets meer van hem vorderde en hem bijzondere +genade bewijzen wilde: als door een hemelschen lichtstraal getroffen, +zag hij wat hem te doen stond, en deed hij op het eigen oogenblik de +gelofte, de abdij du Jardinet te zullen stichten. Nauwelijks had hij +deze gelofte afgelegd, of het beeld liet zich gewillig medevoeren. De +boom, die tijdelijk ten verblijve strekte aan Onze-Lieve-Vrouwe +van Walcourt, is sinds lang ontbladerd: maar telken jare wordt op +nieuw de herinnering gevierd van het mirakel, en groent op nieuw de +legendarische linde op de eigen plek, waar de oude boom eenmaal stond. + +Op dienzelfden merkwaardigen Trinitatisdag, waarop, op de Grand Place +van Mons, Sint-George met zijne lans den verschrikkelijken draak van +Wasmes nedervelt, schaart zich de ban en de achterban der omliggende +kerspelen, in krijgshaftige vortooning om de eerwaardige linde. Bij +het krieken van den dageraad vormen zich in de verschillende dorpen, +bij het roffelen der trommen en het geschetter der trompetten, de +dappere bataillons, op de zonderlingste manier toegetakeld, gedost in +de bontste uniformen, gewapend met musketten, met pieken en sabels, +het hoofd gedekt met helmen, kolbaks, beremutsen, shakos, petten en +fez. Met deftigen ernst defileeren zij te midden der bloeiende hagen +en witte appelbloesems, zoo echt martiaal als gold het de verdediging +van het bedreigde vaderland. De grond dreunt onder den maatvasten stap +der kompagniën, die in gesloten kolonnen oprukken, de kapiteins aan de +spits, en vaak genoeg halt houden om hunne door het stof verdroogde +kelen met een hartigen dronk te verfrisschen. Dan draven en loopen +de officieren, als herdershonden langs de kudde, en zwaaien hetzij +den slakkensteker van den infanterist, hetzij de lange lat van den +dragonder, hetzij een schermdegen, hetzij een sabel of een kris of wat +soort van wapen ook, en schreeuwen zich buiten adem om weer een schaduw +van orde te herstellen en voort te rukken naar de aangewezen plek, waar +reeds andere, niet minder fantastisch uitgeruste benden zijn opgesteld. + +En telkens ziet men nieuwe rekruten opdagen, met vuurrood gelaat +en in de meest opgewekte stemming, en die verschillende troepen, +allengs saamgevoegd, vormen een leger, waarvan de wedergade zeker +niet gemakkelijk te vinden zou zijn, en dat, op een gegeven teeken, +oprukt naar de gewijde linde. Dan begint eene gansche reeks van +zonderlinge, ingewikkelde manoeuvres, het onmisbare voorspel voor de +groote plechtigheid der wegvoering van Onze-Lieve-Vrouwe, door een +middeleeuwschen ridder, van het hoofd tot de voeten in ijzer gehuld, +als weleer zijne gedroomde voorvaderen. Wie dit oogenblik gezien heeft, +zal het niet licht vergeten: bij brigades in de velden geschikt, +staan daar de verschillende gezelschappen en vereenigingen, die zich +gedurende eene maand en langer hebben geoefend voor deze vertooning +en nu prijken in den meest fantastischen dos dien men zich denken +kan, waartoe de uniformen van bijna alle europeesche legerkorpsen +van vroeger en later tijd hun contingent hebben geleverd. + +Toch, al moge het tafreel op u den indruk maken van eene +maskeradeklucht, is het dezen lieden ernst. Zonder lachen volvoeren +zij de manoeuvres en gehoorzamen aan de bevelen hunner officieren, +marcheeren en vuren op kommando, al zijn zij op de zonderlingste +manier gewapend met allerlei soort van schietgeweer. Er wordt kruit +genoeg verbrand: men schiet en manoeuvreert tot eindelijk de voorraad +is opgeteerd en, tegen het vallen van den avond, de vermoeide krijgers +huiswaarts keeren, ieder naar zijn dorp of zijne boerderij. + +En deze zonderlinge vertooning bepaalt zich niet tot Walcourt: te +Gerpinnes heeft iets dergelijks plaats ter eere van Sinte-Rolande, +die om hare eer te redden, in haastige vlucht door negen dorpen ijlde +en eindelijk bij eene bron nederzeeg en stierf; ook daar trekt een +soortgelijk militair geleide mede met de relikwiën van de heilige, +die in statigen ommegang door de negen dorpen worden gedragen, welke +zij zelve doorliep eer zij den adem uitblies. + +Elders, te Fosses, in het ronde bekend om zijn Saint-Follien, en te +Foy-Notre-Dame--waar, zooals de legende verhaalt, een timmerman, met +een slag van zijn bijl, een beeld ontblootte van de Madonna, dat in een +eik verborgen was,--heeft de militaire vertooning maar eens in de zeven +jaren plaats, maar dan ook met een praal, waarvoor soms zelf de parade +van Walcourt zwichten moet. Welke de oorsprong van deze zonderlinge +vertooningen is, kan ik niet met zekerheid zeggen: misschien zijn +zij niet meer dan eene herinnering aan vroegere toestanden, toen het +noodig kon zijn, de kerken en de daarin bewaarde heilige voorwerpen +en relikwiën te verdedigen tegen roovers en dieven, die zich niet +ontzagen ook naar gewijde schatten de handen uit te steken. + +Van Walcourt naar Fosses is eene heele wandeling: maar de aandacht +wordt zoo zeer in beslag genomen door de schoonheden van het landschap, +dat men aan geen vermoeienis denkt. De zang van den leeuwerik in +de oneindige ruimte, het suizen van den wind in de heidestruiken, +het loeien der runderen in de weilanden, al die landelijke stemmen +en geluiden smelten samen tot een akkoord, passende bij de zoete +droomerijen van uw geest, als ge het drijvend wolkje naoogt in het +azuur, of uw blik laat rusten op den kalmen waterplas, als een metalen +spiegel op een fluweelen kleed, uitgespreid in de bruine heide; +als ge luistert naar het kunsteloos gezang van den boerenjongen, +die naast den weg zijne twee paarden huiswaarts leidt, of naar het +tjingelen der bellen van de kleurig opgetuigde hit voor de huifkar +van den postbode. Eindelijk, na eene lange wandeling door bosschen +en velden en dorpen, betreedt ge de groote straat van de oude goede +stad van het prinselijke bisdom van Luik, met haar ouden kerktoren, +door dienzelfden Saint-Follien gebouwd, tot wiens eer de beroemde +zevenjarige parade gehouden wordt. De doorluchtige stad, zoo als +Fosses in de kronieken genoemd wordt, is thans niets meer dan een +stil gehucht, dat alleen op den dag van de paardenmarkt voor eenige +uren uit zijne dommelige rust ontwaakt. + +Weldra dalen de plateaux en eene opeenvolging van zacht glooiende +heuvelen brengt ons weder in de schoone en liefelijke vallei van de +Sambre. Voor ons verrijst Floreffe, tegen de helling van een heuvel +gebouwd, welks top is gekroond door de eerwaardige gebouwen der oude +beroemde abdij, thans tot seminarie ingericht. De heilige Norbert, +de stichter van de orde der Premonstratensers, grondvestte in de +twaalfde eeuw deze abdij, die eeuwen lang tot de beroemdste en +voornaamste gestichten der zuidelijke Nederlanden behoorde. + +Naarmate wij in het schoone dal de grillige kronkelingen der rivier +volgen en dichter bij Namen komen, vermenigvuldigen zich langs +de beide oevers de lusthuizen en buitenverblijven, waar de rijke +burgers der stad de zomermaanden doorbrengen. Floriffaux, Flawinne, +Salzinne, liefelijke vlekken in het groen verloren, zijn als het ware +de voorsteden van Namen, wier fiere citadel, tronende op de steile +rots, eensklaps voor ons oprijst. Wij zijn te Namen. + + + +IX + + +Niet zoodra zijt ge aan het station uit den trein gestapt, of ge +bemerkt aan al de drukte en beweging dat ge u op een dier middelpunten +van het verkeer bevindt, die als het ware door de natuur zelve zijn +aangewezen en van waar, in alle richtingen, de wegen uitgaan over +bergen en dalen. + +Bijna onophoudelijk zijn de seintoestellen in beweging; de schijven +draaien; de hefboomen verplaatsen de rails; de schoorsteenen der +lokomotieven blazen met schor geluid hunne rookwolken omhoog; de +grond dreunt onder de rollende raderen; de lucht is vervuld van +heeten damp en rook en weerklinkt van het onophoudelijk getjingel +der elektrische schellen, van het gebrul der machines, het gegil +der stoomfluiten, van al de onharmonische geluiden, die u op een +station de ooren kunnen verscheuren. Telken male als een nieuwe +trein met donderend geraas onder het ijzeren dak komt aanrollen en +eensklaps stilstaat in zijn suizende vaart, hoort ge het geluid +van raampjes die haastig worden neergelaten, van portieren die +worden opengerukt, gevoegd bij het kraken van het kiezelzand onder +de voeten der uitstappende reizigers, het geroep der conducteurs, +het gewoel en gedrang der passagiers die haastig eene plaats zoeken +te veroveren in de half geleegde wagens. Eenige minuten duurt die +onbeschrijfelijke mengeling, die schijnbaar onoplosbare verwarring; +dan stroomen de nieuw aangekomenen naar buiten; de vertrekkenden +zijn in de wagens gezeten; enkele conducteurs rennen nog even heen +en weer; dan worden de portieren toegeslagen: het sein wordt gegeven, +en zuchtend, zwoegend, stampend rolt het log gevaarte het station uit, +en gilt der stad zijn afscheidsgroete toe. + +En dat dergelijke tooneelen zich vaak genoeg herhalen, zult ge +begrijpen, als ik u mededeel, dat dagelijks ongeveer driehonderd +treinen, zoo passagiers- als goederentreinen, het station van Namen +passeeren, en dat het bedrag der uitgegeven plaatsbiljetten per dag +ruim twintigduizend francs bedraagt. Deze buitengewone toevloed +van reizigers vindt zijne verklaring in de ligging der stad, die +het aangewezen uitgangspunt is voor tochten en uitstapjes in de zoo +romantische, aan allerlei schoonheden zoo rijke streek der Ardennen. + +De natuur, tot dusverre nog eenigermate aarzelend en onbeslist, +neemt hier te Namen het onmiskenbare karakter van het bergland +aan. Rotsen en bergen stijgen in fiere beweging tot eene hoogte van +vele honderden voeten; tusschen de vaak steile hellingen slingeren zich +de diepe dalen, waardoor de rivier de Maas en vele andere rivierkens, +die hare wateren eindelijk met die van den hoofdstroom vereenigen, +zich een weg banen. Een frissche wind, van de hooge toppen gedaald +of uit de verwijderde bergkloven opgestegen, prikkelt de longen en +doet het bloed sneller vloeien. Als ge dien wind opsnuift, gevoelt +ge het dadelijk dat zoowel de gesteldheid van de atmosfeer als van +de aarde anders is geworden; en onwillekeurig bekruipt u de lust tot +verre wandelingen, tot zwerftochten over die bergen, die u schijnen +te tarten tot bestijging. Overal oprijzende boven de daken der stad, +lokt de grijze rotsmassa, waarop de citadel troont, wel in de eerste +plaats tot een bezoek uit. + +Namen deelt dan ook, onder dat opzicht, in het voorrecht van Dinant, +dat het steeds door een groot aantal reizigers gekozen wordt als +punt van uitgang voor uitstapjes in het omliggende land, hetzij naar +het dal van de Sambre, hetzij naar dat van de Maas. Bovendien biedt +de stad, aan het punt waar de beide rivieren samenvloeien tegen haar +krijgshaftige rots geleund, allerlei genietingen aan, die het verblijf +kunnen veraangenamen: zij heeft haar casino's, haar sociëteiten en +clubs, waarin de toeristen en vreemdelingen zeer gemakkelijk toegang +kunnen verkrijgen en gastvrij worden ontvangen. De voornaamste +straat, ter wederzijde omzoomd door fraaie, druk bezochte winkels +en magazijnen, strekt zich tot aan de overzijde uit en brengt u in +het open veld, en terwijl vlak in de nabijheid, hijgende en blazende +toeristen bezig zijn, de steile berghellingen te beklimmen, zitten +gansche reeksen van kalme visschers langs de kaai en werpen den hengel +uit naar de talrijke bewoners der groenachtige wateren, spartelende +en zwemmende in de snelvlietende rivier; of wel klieven scherpgepunte +gieken den stroom, terwijl de roeiers, in hunne gestreepte tricots +en met bloote armen, met rhythmische slagen de riemen op en neer +doen gaan. + +Visschen en roeien zijn inderdaad de twee voornaamste uitspanningen +van de inwoners van Namen, zoowel van den gezeten burger, die er +een eigen boot en een kompleet stel vischtuig op nahoudt, als van +den werkman, de arbeiders in de fabrieken, die vooral des zondags +in geheele scharen zich nederzetten langs de oevers om deel te nemen +aan het geliefkoosde vermaak, of, zoo zij er al geen deel aan nemen, +dan toch er naar te kijken en te genieten van de vrije lucht en het +onbelemmerde uitzicht over de rivier. Trouwens, als in bijna alle +steden langs de rivieren, vindt men ook te Namen eene eigenaardige +bevolking, die, naar het schijnt, niets anders te doen heeft dan +langs den waterkant te drentelen, naar de rivier en naar de lucht te +kijken, of uren achtereen, de bewegingen gade te slaan van een dobber, +dansende op de golfjes. En in waarheid, het schouwspel, dat zich op +de kaaien van Namen, vooral langs de Maas, voor de oogen ontrolt, is +schoon genoeg om de aandacht en de belangstelling te wekken; terwijl +de drukke beweging van vaartuigen en kleine stoombooten op de rivier +aan het prachtige berglandschap, met zijn panorama van groenende +heuvelen en donkere rotsen, eene eigenaardige bekoorlijkheid bijzet. + +Maar ook de stad zelve ontbreekt het niet aan fraaie gezichtspunten, +hetzij men van de omliggende hoogten den blik laat dwalen over haar +kerken en huizen, haar tuinen en boomgroepen, in den gordel der oude +muren; hetzij men zich waagt in den doolhof van straatjes en steegjes +rondom de Sint-Janskerk; hetzij men eindelijk, op de ijzeren brug +staande, de nauwe kloof overziet, ter wederzijde door huizen omzoomd, +waardoor de Sambre hare wateren voortstuwt. En de gemoderniseerde stad, +met haar vroolijk voorkomen, haar met bloemperken versierde pleinen, +haar nieuwe boulevards, past geheel bij den lustigen, vroolijken, +opgewekten aard harer burgerij, die alle genietingen des levens, +die der tafel niet het minst, op hoogen prijs stelt en zich in dit +ondermaansche tranendal zoo goed mogelijk tracht te amuseeren. + +Des zaterdags vooral is het er druk en levendig: dan stroomen van +alle kanten, uit de dorpen langs de rivieren en de gehuchten in het +gebergte, de buitenlieden naar de stad: de boerenknechts, de een, een +paar kleine magere ossen voor zich uit drijvende; een ander, een kar +mennende met gespierde paarden bespannen; een derde gewapend met een +zweep, onophoudelijk heen en weer dravende om een troep weerbarstige +biggen in bedwang te houden. Dan vervult een ongewoon gerucht de +straten: het gehinnik der paarden, het gebalk der ezels, het geblaf der +honden, het geloei der runderen, het gekakel van kippen, als ware de +geheele stad ééne groote boerderij geworden. De meeste pleinen zijn in +markten herschapen, waar ge bergen van groenten en geurige vruchten +ziet uitgestald naast stapels eieren en klompen boter, op groene +bladeren of witte doeken uitgespreid; terwijl ginds jonge hoenders +den eetlust prikkelen, al zijn ze minder vet dan de weldoorvoede +hoenders van het vlaamsche land; en uit de houten schuthokken, waarin +de varkens en biggen zijn opgesloten, een dof geknor u tegenklinkt, +telkens afgewisseld door de snijdende kreten van een der dieren, +die op voor hem minder aangename wijze tot verhuizen wordt genoopt. + +Vooral bij de boter- en kaashal, verloren te midden van een doolhof +van smalle straatjes, waar de eene uitstalling de andere verdringt, +en bovendien verstopt door een aantal wagens en karretjes;--vooral +bij de boter- en kaashal is de drukte bijzonder groot. Daar stroomt +voortdurend eene dichte menigte op en neer, gaande naar of komende uit +de hal, waar, half in de schemering, op de banken rijen van boeren +en boerinnen gezeten zijn, schouder aan schouder, met potjes boter +en kaas op den schoot, onbewegelijk en zonder met een enkel woord de +klanten te lokken, die naar eigen keuze hun inkoop doen. + +Ik heb getracht u even een blik te doen slaan op het hedendaagsche +leven der stad, dat, hoe weinig belangrijk ook op zich zelf, ons wel +bezig moet houden, waar bijna elke herinnering aan het verleden is +uitgewischt. Toch heeft Namen eene geschiedenis van vele eeuwen, +eene rijke en dramatische historie achter zich, aanvangende met +het _oppidum, Attuaticorum_ van Caesar, zich voortzettende met het +_pagus Lommensis_ van Karel den Groote, en eeuwen later, eindigende +met de belegeringen der sterke vesting door Lodewijk XIV en Willem + III van Engeland. Maar terwijl het verleden elders voortleeft in +onsterfelijke monumenten en daardoor van zelf onze belangstelling +wekt en onze aandacht vordert, is te Namen niets te vinden dat aan +de geschiedenis van vroeger dagen herinnert, geene enkele ruïne, die +als een door den tijd bezegelde adelbrief, van de oudheid der stad +getuigen kan. Alleen de rots, waarop de citadel troont, staat daar, +vast en onwankelbaar, als eene herinnering uit de vervlogen eeuwen. + +Ook aan monumenten van anderen aard is Namen arm: haar kerken kunnen +in geenen deele wedijveren met de eerwaardige kathedralen, die wij +elders hebben bezocht, en waarin nog de geest vertoeft der eeuwenlange +aanbidding. Saint-Aubin, met haar koepel versierd met theatrale +allegoriën, haar op pilasters rustende gewelven, haar witte muren, +haar uitspringende balkons, in den stijl der achttiende eeuw met blad +werk versierd; Saint-Aubin maakt veeleer den indruk van een concertzaal +dan van een huis der aanbidding. En Saint-Loup, ondanks haar overvloed +van rood en zwart marmer en den weelderigen praal en bonten opschik van +haar altaren, stemt al even weinig tot ernst en wekt al even weinig in +het bewogen gemoed de onweerstaanbare behoefte op om neer te knielen en +de overstelpende aandoeningen uit te storten in een vurig gebed. Neen, +voorwaar, zoo de herinnering aan de heerlijke kathedralen van Bergen +en Doornik, van Yperen, van Brugge en Gent nog in uwe ziele leeft, +ga dan liever de kerken van Namen niet zien: zij zouden misschien +den ontvangen indruk bederven, en kunnen u in geen geval iets geven +wat de vergelijking met België's beroemde basilieken kan doorstaan. + +Wilt ge nu toch van de stad eene andere herinnering medenemen, dan +die welke ge overal kunt aantreffen, begeef u dan naar het groote +vierkante gebouw aan de samenvloeiing van Maas en Sambre, niet ver +van de Waterpoort. Daar, in dat gebouw, waarvan de hoofdingang met +twee symbolische beelden is versierd, kunt ge de kostbare collectiën +bewonderen van de _Sociéte archéologique de Namur_: onwaardeerbare +schatten van historische en fossiele oudheden, welke het hier niet +de plaats is uitvoerig te beschrijven, maar waarvan de aanschouwing u +niet alleen zal terugvoeren tot het verleden van Namen, maar ook tot +dat andere, door niet te berekenen eeuwenreeksen van ons gescheiden +verleden, toen de voorhistorische mensch hier zijn kommervol bestaan +leidde. + +En nu, laat ons het voorbeeld der andere toeristen volgen, en naar +de boorden der Maas trekken. + + + +X + + +Met stevige schoenen aan de voeten en de lendenen omgord, willen +wij ook nu, als in de streek tusschen Maas en Sambre, reizen op +behoorlijke manier, dat wil zeggen te voet, en al wandelend al de +schoonheden genieten, waarvan de gewone toerist zelfs het bestaan in +de verte niet vermoedt. Laat de lokomotieven maar fluiten en gillen, +laat de treinen donderend voorthollen: wij hebben, o onwaardeerbare +zegen! niets met hen te maken. + +Als men, Namen verlatende, het kleine dorpje Jambes heeft bereikt, +waarvan de oude brug met acht bogen de rivier overspant, ziet men ter +rechterhand de citadel, die haar scherpe, kantige omtrekken hoog in de +lucht teekent. Aan den voet der rots bespeurt ge tusschen het groen +een groep van leien daken, en boven de schoorsteenen verheffen zich +de fijne spitsen van torens, die reeds uit de verte herinneren aan +de vele kloosters in dezen omtrek gevestigd. Langzamerhand schuiven +de torenspitsen op den achtergrond; de huizen staan verder uiteen; +wij wandelen langs bruine heiden, die met zachte glooiing opwaarts +klimmen, hier en daar afgebroken door de grijsachtige gebouwen eener +boerderij met haar schuren en stallen. + +Tot Dave is er niets bijzonders te zien: de Maas weerkaatst in haar +groene wateren vrij vlakke oevers, met eentonige wilgen beplant. De +natuur sluimert nog; zij heeft zekeren tijd van voorbereiding noodig, +eer zij hare taak aanvat. Te Wepion staan de huizen verspreid langs +de hellingen van een bebouwden heuvel, waar akkers en woningen +elkander afwisselen. Hier en daar eene sluis, eene stuw, waarover +het groenachtige water kokend heenstroomt, met een breeden zoom van +schuim, waarvan de verstrooide vlokken langzaam wegsmelten in den kalm +geworden vloed. Nu wordt het eensklaps anders: de rotsen beginnen haar +kale of met distels begroeide kruinen te verheffen, als de belofte van +hetgeen wij, tusschen Frênes en Freyr, zoo straks zullen aanschouwen; +het kleine uit roode baksteenen opgetrokken station van Dave komt +schilderachtig uit tegen de groene helling van een boschrijken +heuvelrug, die tot aan Taillefer reikt. Daar bevinden zich, door +muren en schuttingen afgesloten, de uitgestrekte hertenkampen, +waar herten en reeën en hinden rondzwerven, nauwlettend bewaakt +en gereed gehouden voor het jachtvermaak van den heer der streek, +een grande van Spanje, die hier, te midden van een engelschen tuin, +een lusthuis heeft gebouwd, waarin hij den zomer doorbrengt. + +Langzamerhand beginnen de bergen hun dichten mantel van bosschen te +verliezen en treden de kale gesteenten meer en meer te voorschijn. Wij +zijn nu genaderd aan een groepje huizen, door het stuivende kalkstof +geheel wit gekleurd en als begraven in een loodrechten kuil, eene +diepe spleet, waaruit de steen gegraven wordt. Voor het oogenblik +wordt de kalme rust van het groote landschap hier afgebroken door de, +trouwens ook niet rumoerige, bedrijvigheid der menschen. + +"A l'é-au!" (Over). + +Eene forsche vrouw, met een serge rok en een breedgeranden stroohoed +op het hoofd, komt uit een der huisjes langs den oever te voorschijn +en begeeft zich naar het bootje, waarin wij reeds plaats hebben +genomen. Zij is nog vlug en kloek, al heeft zij reeds een aantal +lenten zien voorbijgaan, en plant met vaste hand den boom in het +ondiepe water. Het bootje doorsnijdt de effen oppervlakte der rivier +en houdt stil bij den kleinen steiger aan den anderen oever. Wij +stappen uit en zien voor ons de breede groeve van Taillefer, tegen +wier dof witte wanden zich de donkere gestalten afteekenen van de +steenhouwers die met regelmatige slagen den steen uitgraven. + +Daar verrijzen de rotsen van Frênes, hier en daar gebroken en +gescheurd, als door bommen getroffen, en teekenen hun reusachtig +profiel in de lucht. Aan den voet der ontzaglijke steenmassa's staan +daar de huisjes gegroept, zoo dicht tegen de rots aangesloten, +als waren zij zelven in den berg gevat en behoorden zij mede tot +de rots; en op de roode daken trilt de schaduw der groote eiken, +zwevend tusschen hemel en aarde, als reusachtige vogels bij de klauwen +vastgeketend. Op sommige plaatsen is de vereenzelviging van het huis +en de rots zoo volkomen, dat de eene zonder het andere schier niet +kan gedacht worden en zij elkander aanvullen. Men weet bijna niet +meer, waar het huis eindigt en waar de rots begint: deze laatste +dient als fondament, als steunmuur, als wand; des avonds hangen de +bewoners hunne kleederen op aan de in den rotswand geslagen krammen, +juist zoo als gij en ik onze kleederen ophangen aan een in den muur +onzer kamer geslagen kapstok. + +Hoog boven hunne hoofden stijgt, als een reuzentrap, de geweldige +steenmassa ten hemel, zoo hoog, dat de huizen aan den voet des bergs, +van boven gezien, niet meer schijnen dan paddestoelen, uit den grond +opgeschoten. De machtige berg beschermt en bedreigt hen tegelijk: hij +dekt hen schuttend tegen den bliksem, tegen den storm, tegen de koude; +maar van tijd tot tijd verplettert hij hen onder zware steenblokken, +die met donderend geraas langs de hellingen naar beneden rollende, +hier een schoorsteen verbrijzelen, daar een dak verscheuren, eenige +boomen vernielen en eindelijk den weg met hoopen gruis bedekken. + +Hier heerscht de berg en van zijne luimen is de mensch +afhankelijk. Voortdurend zweeft hij in gevaar door zijn vreeselijken +nabuur verpletterd en onder stortend puin begraven te worden: is het +niet, als schouwt de sombere, overhangende rotswand met dreigenden +blik neder op de nietige wezens, die niet schromen zich aan zijn +voet te nestelen? En toch--zoo groot is de zorgeloosheid of het stil +vertrouwen van den mensch, dat de twintig of dertig gezinnen, op deze +gevaarlijke plek gevestigd, hier rustig blijven wonen, zonder zich +erg te bekommeren om hun geduchten nabuur. Eene oude vrouw, die in +de Maas groenten spoelde, en met wie wij over de mogelijkheid van een +ongeluk spraken, antwoordde ons, dat de bewoners van Frênes, behoudens +enkele uitzonderingen, tot dusver waren gespaard gebleven, en dat er +dus geen reden bestond om voor het vervolg een onheil te duchten. + +Nu is het waar dat de kolossus, op dien kalmen en zoelen +Septembermorgen, niets verschrikkelijks had: hij geleek veeleer een +weerloozen grijsaard, zich koesterende in de zon, en het vroolijke +licht bescheen hem van onder tot boven, doordringende in de spleten en +scheuren, waarin de kraaien nestelen, en waarlangs groene slingers +wuiven. Maar de reusachtige rots ziet er niet altijd zoo goedig +en vreedzaam uit. Des winters, in haar mantel van sneeuw gehuld, +met haar kale distelstruiken, golvende op den wind, schijnt zij +een fantastisch spooksel, dood en verderf dreigende. Als dan de +wilde storm door de lucht giert, de wind in alle spleten en gaten +huilt en brult, als schuilden woedende draken in de duistere holen, +dan is men minder gerust onder de kleine roode daken; dan werpt de +vrouw, de moeder van het gezin, zich vaak in sidderenden angst op de +knieën voor het met een papieren bloemkrans omhangen glazen kastje, +waarin het misschien wat zonderling toegetakelde beeld prijkt van +Onze-Lieve-Vrouwe. En ook straks, als de dooi begint en de ontzaglijke +rots schijnt te wankelen op haar grondvesten, als de wateren van het +plateau, onstuimige bergstroomen thans, zich met woest geweld van de +steile rotswanden naar beneden storten en in hun plassende vloeden het +sidderende gehucht dreigen te bedelven, waaraan het schier onmogelijk +is hulp te bieden. + +Doch niet enkel door haar woest en dreigend voorkomen mag de rots +van Frênes de aandacht der reizigers trekken: zij verbergt in haar +schoot zeldzame merkwaardigheden. De lieden uit den omtrek zullen +u verzekeren, dat wanneer ge door een der smalle spleten kruipt, +die ge boven den ingang van den tunnel ziet, ge dan in de zoogenoemde +"groote kerk" komt. Denk echter niet aan eene geheimzinnige basiliek, +in de ingewanden des bergs verscholen, met lage gewelven op plompe +pijlers rustende: niets gelijkt minder op eene kerk dan het hol, dat +ge eindelijk bereikt, na gedurende eenige bange minuten op uw buik +te hebben gekropen, aan alle kanten beklemd door de smalle en nauwe +wanden van het gat, waarin ge u gevoelt als, dunkt mij, een doode in +zijn lijkkist. Een andere spleet voert naar eene minder ruime spelonk, +maar die in geheel den omtrek bekend is onder den naam van Trou des +Nutons. Zoo de omvang en de buigzaamheid van uw lichaam u veroorloven +deze expeditie te ondernemen, klauter en kruip dan naar deze grot: +ge zult altijd wel een of anderen knaap vinden, die u als gids wil +dienen. Ge zult dan ten minste weten, in welke soort van holen die +geheimzinnige troglodyten huisden, die men ook Sotairs noemde, en die, +volgens sommigen, Galliërs zouden zijn geweest, vluchtende voor de +romeinsche overweldiging, terwijl anderen hen voor Zigeuners houden, +die zich hier zouden hebben verscholen om zich te onttrekken aan de +nasporingen der landlieden, die zij bestolen hadden. + +Overigens is er hier in den omtrek geen dorp van eenige beteekenis, +dat niet zijn Trou des Nutons heeft: en ik moet er bijvoegen, dat al +deze holen, op enkele kleinigheden na, vrij wel op elkander gelijken; +doorgaans is dit gat eene meer of minder diep in de rots gelegen +spelonk, waar ge niet dan met moeite rechtop kunt staan, en waar het +licht der fakkels weerkaatst in het vocht, dat van het gewelf en de +wanden sijpelt. + +In den goeden ouden tijd wisten de landlieden, des wintersavonds om +den haard gezeten, elkander allerlei zonderlinge geschiedenissen te +vertellen van de bewoners dezer geheimzinnige holen, die men zich +meestal voorstelde onder de gedaante van zeer oude en zeer leelijke +dwergen, onvermoeide werklieden daarbij, die in hun onzichtbare +smidsen, alleen kenbaar aan de kleine rookwolkjes die somwijlen uit de +spleten van den berg opstegen, onvermoeid de metalen bewerkten. Als +smeden en koperslagers belastten zij zich vooral met de taak, om de +verschillende voorwerpen voor huiselijk gebruik, die de landlieden des +avonds voor den ingang hunner spelonken nederlegden, op te lappen en +weer in orde te maken. Des morgens vond men dan de ketels en andere +zaken weer terug op de plaats waar men ze had neergelegd, doch nu +zonder scheur of gat, zonder bult of bluts, maar netjes en glimmend, +als nieuw. Deze aardmannetjes of gnomen deden nimmer iemand leed; +tenzij men hen bedroog, en bij voorbeeld een steen of eenig ander +onbruikbaar ding neerlei in de plaats van het graan of de noten, +waarop zij, als loon voor hun arbeid, recht hadden. Dan oefenden +zij eene geduchte wraak: het vee werd ziek en begon te kwijnen, +het water in de bron werd ondrinkbaar, een vloek drukte op het huis +en het gezin van den roekeloozen bedrieger. Waar zijn zij thans, +die vriendelijke, behulpzame gnomen, van wie de vroegere geslachten +toch niet dan met zekere huivering spraken? Ja, waar zijn de nimfen +en de elfen, de satyrs en de najaden, de tritons en nikkers, waar +zijn al die half liefelijke, half schrikwekkende gestalten, waarmede +de fantazie--maar toch niet enkel de fantazie, ook het diep en innig +besef van het geheimzinnige leven der natuur, met duizenden banden +en draden aan dat der menschen verbonden,--de geheele schepping, +bosch en veld, berg en dal, beek en rivier, bevolkte? Zij allen zijn +gevloden voor onze nuchtere wetenschap, die alleen met de stoffelijke, +uitwendige zijde der dingen rekening houdt; gevloden voor onze doode +machines, onze lokomotieven en telegrafen, waarmede wij de schoonste +landschappen bederven, de stilste heiligdommen der natuur ontwijden; +gevloden voor de ruwe aanraking van onze door en door prozaïsche +materialistische eeuw, voor wie de geestenwereld gesloten blijft, +omdat zij geen oog heeft om haar te zien. + +Laat ons voortgaan. Op het plateau groepeeren zich de huizen en +boerenwoningen van Lustin rondom de kerk; aan de overzijde opent +zich, aan den voet van eene met boomen begroeide rots, de gorge van +Burnot. Daar staat, op den hoek van den grijzen stoffigen weg, eene +deftige herberg, waarvan de ramen met groen zijn omrankt. Vroeger, +in den tijd der diligences, verzuimden de conducteurs nooit stil +te houden bij "l'huche au Bouchat"; en terwijl de paarden hun neus +dompelden in den met haver gevulden bak, traden de reizigers, door de +met blauwe tegels geplaveide gang het huis binnen en begaven zich naar +de gelagkamer met haar glinsterend buffet en haar rijen tafeltjes. Eene +lekkere lucht van soep en groenten kwam u uit de keuken te gemoet en +prikkelde den eetlust, die door het zindelijke, vroolijke voorkomen +der herberg reeds was opgewekt. En het kostte maar weinig moeite, de +oude herbergierster aan het praten te krijgen, en van haar te vernemen, +hoe de eerste koning van België, Leopold I, eens in hare herberg had +overnacht en zijn gekroond hoofd te rusten gelegd in eene met gebloemd +papier behangen kamer, waarvan het voornaamste sieraad bestond in twee +vaasjes met kunstbloemen onder stolpen, op den schoorsteen geplaatst. + +Langzaam stijgend bereikt de provinciale weg, met vele slingeringen, +het plateau, waarop de dorpen Arbre, Saint-Gérard en Fosses zijn +gebouwd. Hier en daar gapen in de rotswanden wijde steengroeven en +klinken, in rhythmischen maatslag, de hamers der steenhouwers. Links +ligt op een reusachtige terp het gehucht Bois-Laterie, waaraan de +naam van arendsnest niet kwalijk voegen zou, en dat door ongeveer +een honderdtal gezinnen bewoond wordt. + +Op deze hoogte ontaardt bijna de minste bries welhaast in storm, +die met woest geweld over de kale vlakte vaart en de rieten daken +der armelijke huizen wegslingert. Van den duizelingwekkenden top der +rotsen ziet men, beneden in de diepte, de Maas, niet breeder dan een +lint, slingerende tusschen de hooge en steile bergen, van onderen +tot boven met struikgewas bedekt; terwijl hierboven op de plateaux, +zoo ver het oog zien kan, de gouden korenaren onder den stralend +blauwen hemel golven op den adem der frissche koelte. + +Wij zijn tot het punt genaderd, waar de weg zich splitst: een tak +klimt opwaarts naar Blioux, waarvan het eeuwenoude kasteel nog roem +draagt op zijn ophaalbrug en zijne valluiken; de andere loopt naar +twee rijen schuren, varkenshokken en ruwe armoedige woningen. Zijn +wij deze nauwe straat door, dan verrijst daar voor ons de geelachtige +krijtrots, met haar gladde, loodrechte wanden, die in geheel den +omtrek bekend is onder den naam van de Roche aux Corneilles, en die +inderdaad steeds door talrijke scharen van kraaien omzwermd wordt. + +Een weinig verder loopt de weg door het dorp Hun; op eenigen afstand +vertoonen zich Anhée en Moulin, met den anderen oever verbonden door +eene ijzeren brug; in de verte bespeurt ge reeds het schilderachtige +Yvoir, waarvan de huizen gegroept zijn tegen de helling van een +hoogen ronden heuvel, langs welks voet eene beek murmelt. Hoe lief +en landelijk ziet het er hier uit! Langs de gevels van alle huizen +slingeren zich wingerdranken; de vensters lachen u tegen uit het +groen; een mozaïek van mos tooit de daken. En die oude steenen brug +over het murmelend rivierke, waarin de forellen dartelen; en die +onuitsprekelijke onverstoorbare rust, over het geheele landschap +verspreid! In trouwe, Yvoir is eene levende idylle. + +Maar wij mogen hier niet toeven, en gaan door Moulin, van waar een +waar een weg bergopwaarts voert naar de ons reeds bekende ruïnen van +Montaigle. En zie daar, voor ons, de indrukwekkende rotsmassa van +Poilvache, die haar stoute en kantige lijnen zoo scherp tegen den +hemel afteekent en de aan haar voet gegroepeerde huizen schijnt te +verpletteren. Een steil pad voert langs de rotswanden naar boven, +naar het plateau, waarop nog de overblijfselen te herkennen zijn +van den overouden burcht, die eens op deze rots troonde en waaraan +de naam verbonden is van die vier Haymonskinderen, die trotsche +krijgshaftige paladynen van Karel den Groote, wier merkwaardige +lotgevallen, schitterende heldendaden en romantische avonturen nog +eeuwen lang hebben voortgeleefd in volksliederen en sproken. + +Na een groet aan dat groot en roemruchtig verleden, waarvan nog +maar enkele brokken muur de herinnering bewaren, dalen wij weder +naar het dal af, waar de gebruinde en gespierde gestalten ons +denken doen aan dien anderen, nooit rustenden strijd, dien van +den ploeg en de vruchtdragende aarde. Houx, dat zijne leien daken +en zijne groene tuinen in de Maas spiegelt, heeft niets dat aan de +dagen der feodaliteit herinnert; en, op het eerste gezicht althans, +evenmin de stad, tusschen wier geel gepleisterde huizen de weg nu +doorloopt. Achter de vensters dier huizen stallen slagers en bakkers, +kruideniers en witwerkers hunne waren te koop. Gij krijgt den indruk +van de buitenwijk eener kleine stad, waar op klaarlichten dag zware +met ossen bespannen wagens langzaam voortrollen over de puntige keien, +langs de ruischende goten. + +Dit is Bouvignes. Maar als ge, een der steile, bochtige zijstraatjes +inslaande, naar boven klimt, dan komt ge in het eind aan den toren van +Crèvecoeur, den mededinger van dien anderen toren, Montorgueil, door +de lieden van Dinant gebouwd. In haar eenzame verlatenheid bewaart de +weemoedige ruïne de herinnering aan de drie vrouwen van Crèvecoeur, die +zich van de hoogte der rots naar beneden in de rivier stortten, om niet +in de handen te vallen der ruwe condottieri van Hendrik II. Misschien, +wanneer de laatste steen van de oude veste zal zijn weggebrokkeld, +misschien zal dan ook de romantische legende worden vergeten; reeds nu +zijn er pedante, neuswijze geleerden, die den afstand meten tusschen +den burcht en de rivier, en ons dan komen vertellen, dat een sprong van +de vestingmuur in de Maas onmogelijk is. Alsof er voor de prinsessen +en heldinnen der sprookjes en legenden iets onmogelijks ware, alsof +zij gebonden waren door dezelfde alledaagsche, plat burgerlijke wetten +en regelen, die voor gewone stervelingen gelden! + +Bouvignes was niet altijd zulk een kalm, rustig stadje, waar +tegenwoordig de stilte alleen verbroken wordt voor de voorbijrijdende +wagens en karren, wier voerlieden luide de zweep doen klappen. In +de vijftiende eeuw was zij de mededingster van Dinant op het gebied +der koperindustrie: en deze mededinging kweekte een naijver, die +zich ook op andere wijze openbaarde. Meermalen kwam het tusschen de +vijandige poorterijen tot bloedige gevechten, waarvan de geschiedenis +de herinnering heeft bewaard. Somwijlen namen deze plaatselijke +veeten grootere afmetingen aan: als, bijvoorbeeld, toen de hertog van +Bourgondië de zijde van Bouvignes koos en ten strijde toog tegen die +van Dinant, onder wie hij eene groote slachting aanrichtte en wier +muren hij met den grond gelijk maakte, om voor goed iedere weerwraak +onmogelijk te maken. + +Hoe verder wij komen, des te talrijker worden, langs den rechteroever, +de steenen en houten huizen, waarvan de overhangende balkons +over den weg uitsteken. Sommigen hebben puntige trapgevels, waarin +smalle vensters, die door hun kleine ruiten niet al te veel daglicht +doorlaten. Bij enkelen ziet men lage overwelfde doorgangen, waaronder +trappen van de kaai naar de straat opwaarts voeren. Bijna al deze +huizen hebben in hun voorkomen iets antieks, ook al zijn ze misvormd +en van hun eigenaardig karakter beroofd door het overvloedig gebruik +der noodlottige witkwast. + +Hier begint Dinant, waarvan de naam, volgens de geleerden, zou zijn +afgeleid van "Die Nam", de aanvangswoorden van de strafrede, die +Sint-Maternus, in vroeger eeuw, uitsprak tegen den afschuwelijken +afgod, die onder den naam van Nam in deze streken werd vereerd. Wij +zullen ons in deze etymologische geheimenissen niet verdiepen, +en liever een blik slaan op het tafreel, dat zich voor onze oogen +ontrolt. De huizen, die tot dusver langs den oever stonden geschaard, +wijken terug en vormen straks een kring om een vrij ruim plein, +waarop verschillende straten uitkomen. Terzelfder tijd treedt de +rots, die voor de buitenwijken zich had teruggetrokken, weer meer +naar den voorgrond, en rijst loodrecht omhoog, vlak boven een juweel +der gothische architektuur, dat als aan haar voet schijnt ontloken. + +Do Onze-Lieve-Vrouwekerk is inderdaad zoo dicht tegen de rots +aangebouwd, dat zij welhaast een geheel met den trotschen bergwand +schijnt uit te maken. De berg heeft hier hot menschenwerk grenzen +gesteld, en de ruimte bepaald, die de kerk moest innemen: zoo staat +zij daar, als saamgeperst, gelijk een krijgsgevangene, dien men in een +hok heeft opgesloten, waar hij zijne armen niet kan uitstrekken. Deze +heerlijke kunstschepping uit de tweede helft der dertiende eeuw, +die overal elders een machtigen indruk zou maken, schijnt hier klein +en nietig, gemeten met den maatstaf van den steenen reus, die haar +geheel beheerscht en als het ware met zijne massa verplettert. Doch, +hoezeer de kerk nevens de rots een dwerg moge schijnen, wanneer ge haar +binnentreedt zal hare schoonheid onvermijdelijk uwe belangstelling, +uwe bewondering wekken. Alle indrukken van kleinheid en beperking +verdwijnen, zoodra ge den voet zet binnen de gewijde ruimte, met haar +drie schepen, door statige zuilen gescheiden; en als ge u eenmaal +gewend hebt aan deze meer bescheiden afmetingen, als de verborgen ziele +van het schoone heiligdom tot uw gemoed spreekt en de betoovering der +antieke kathedralen ook hier hare werking niet mist,--dan vergeet +ge geheel, dat Onze-Lieve-Vrouwe van Dinant, wegzinkende onder de +geweldige rotsmassa, waarboven haar torenspits zich ter nauwernood +verheft, zich uitwendig zoo klein en zoo nietig vertoont. + +Van de rijke dekoratie van weleer is in de parochiale kerk van Dinant +bijna niets overgebleven dan hier en daar eenige koperen ornamenten, +getuigen van de vroegere kunstvlijt der plaats. Maar de schoonheid +der architektuur doet u deze kaalheid vergeten: indien wij althans +van kaalheid mogen spreken, waar de wanden op zoo menige plaats met +bas-reliefs zijn bedekt en somwijlen een rijkdom van beelden het oog +verrast, zoo als bijvoorbeeld in de doopkapel. + + + +XI + + +Omstreeks twintig jaren geleden lag er te Dinant over de rivier, +eene eerwaardige steenen brug, wier bogen met mos waren begroeid, +en die met de bruggen te Jambes en te Luik, tot de oudsten in het +waalsche land mocht worden gerekend. Daar men telken jare, bij +het wassen der wateren, gevaar liep, dat het oude metselwerk zou +worden ontwricht, vernield en medegevoerd, besloot men eene andere +brug te bouwen van steviger constructie. Alzoo geschiedde: en daar +ligt ze nu--tot uwe ergernis, zoo gij de oude brug hebt gekend--de +nieuwe ijzeren brug: een geometrisch monster, afschuwelijk als eene +meetkunstige figuur, met haar rechtlijnig bovendek, met haar metalen +traliewerk, aan de pijlers vastgeklonken. Stevig is zij, maar leelijk +ook, leelijk bovenal; van gratie en bevalligheid, van monumentaal +karakter of architektonische majesteit is bij dit moderne gewrocht +al even weinig sprake als bij welke machine ook. De geschiedenis der +bruggen van Dinant is overigens vrij ingewikkeld; sedert de eerste +brug, waarvan de kronieken gewag maken, en die boven haar vijf bogen +een toren droeg met twee verdiepingen en een omgang met borstwering; +sedert die kolossale, trotsche brug, die niet alleen tot toegang maar +ook tot verdediging der stad strekte, vindt men, in den loop van twee +eeuwen niet minder dan drie bruggen genoemd, waaronder een houten brug, +die in 1573 bij ijsgang werd vernield. + +Even als Namen, is ook Dinant een uitgelezen punt voor het doen van +grootere en kleinere uitstapjes in den schilderachtigen omtrek. Aan +deze zijne ligging dankt het dan ook een druk bezoek van toeristen, +die steeds zijne hotels vullen. Een aantal familiën brengen hier +den zomer door, hetzij in een logement, hetzij bij particulieren, +hetzij in de vriendelijke villa's en chalets, die de boorden der +Maas omzoomen. Vooral de Engelschen komen hier in grooten getale, +vooral ook aangelokt door de gunstige gelegenheid voor tochten in het +gebergte en roeivaarten op de rivier, voor al die lichaamsoefeningen, +die voor hen eene uitspanning en eene behoefte zijn. Toch vormen +zij geene eigenlijke kolonie; ieder leeft voor zichzelven, zonder, +zooals aan het zeestrand, de behoefte te gevoelen om door onderlinge +aansluiting en verstrooiing een tegenwicht te zoeken tegen de verveling +en vermoeienis, die het eenvormig schouwspel van het strand en de +duinen nooit nalaat te verwekken. + +In waarheid, hoe groot, hoe reusachtig het gebergte ook moge zijn, +toch schijnt het niet buiten onzen maatstaf te liggen, toch past +het nog in het kader onzer bevatting, en heft het niet, als de +eindelooze horizon der zee, alle denkbeeld van maat en evenredigheid +op. Daar komt bij, dat het door zijne oneindige afwisseling, door +zijne telkens nieuwe verrassingen, de nieuwsgierigheid prikkelt en de +belangstelling levendig houdt. De zee en het effen vlakke strand onzer +kusten vermoeien en verdooven den geest, op wien deze grenzenlooze +eentonigheid in het eind als een looden wicht gaat drukken. Op het +weeke zand wischt zich onze voetstap uit; de grond schijnt onder onzen +voet weg te vloeien, evenals het water; met de harde rots, met den +granieten bergwand kunnen wij ons meten: hij tart ons als het ware +tot den strijd en vol moed en met vroolijken ijver ondernemen wij de +beklimming. Ik zwijg van de door de natuur zoo rijk bedeelde landen, +waar bergen zee, rots en strand elkander aanvullen en een geheel +vormen van schier ongeëvenaarde schoonheid; maar in onze streken, +waar het strand bijna nooit iets anders is dan een kale, vlakke zand +woestijn, aan de eene zijde door een grijze zee, aan de andere door +eene lage reeks van grauwe duinen omzoomd; in onze streken wint een +berg- of boschlandschap het zeer verre van de kust. + +Dinant ligt ongeveer in het middelpunt der namensche Ardennen en is +door uitmuntende wegen met alle punten in den schilderachtigen omtrek +verbonden. Wij kunnen onmogelijk al deze punten bezoeken, ons bestek +noopt ons tot beknoptheid; wij moeten dus ons vergenoegen met slechts +op enkele punten, die niet altijd tot het toeristen-programma behooren, +de aandacht te vestigen. + +Wanneer men de voorstad Leffe verlaat en het kronkelende pad volgt, +dat langs terrasgewijze aangelegde tuinen opwaarts voert, dan bereikt +men weldra de schier eindelooze hoogvlakte, zich uitstrekkende tot +aan den schemerenden horizon, waarop de huizen al verder en verder +uit elkander staan en de zwijgende eenzaamheid u aan alle kanten +omgeeft. Ciney is de hoofdplaats van deze streek, le Condroz, +die in den zomer met golvende oogsten van gouden koren is bedekt; +maar wie het stille, betrekkelijk welvarende vlek bezoekt, zal niet +licht gissen welk een rol dit vergeten stedeke in vroeger eeuw heeft +gespeeld. Toch was de zware romaansche toren, waarmede de oude kerk +prijkt, getuige van gedenkwaardige gebeurtenissen. Hier toch begon die +noodlottige oorlog, de Koeienstrijd genoemd, die twee jaren duurde, aan +vijftienduizend menschen het leven kostte en zestig dorpen verwoestte. + +Een boer van Jollet had eene koe gestolen van Rigaud de Corbion, +burger van Ciney, en werd nu door den baljuw dier stad gedagvaard, +die hem levensbehoud verzekerde, indien hij het gestolen stuk vee +teruggaf. De boer, op die toezegging vertrouwende, bracht de koe naar +den stal van den rechtmatigen eigenaar terug, hetgeen niet belette +dat hij opgeknoopt werd. De heer van Jollet, verbitterd over deze +wraakneming en over de krenking van zijn heerlijk recht, trok naar +Ciney dat hij verwoestte, waarop de baljuw Jollet overviel en aan de +vlammen prijs gaf. + +Nu waren de poppen aan het dansen. De heer van Jollet riep de hulp +in van zijne broeders Richard van Falais en Regnier van Beaufort en +van de heeren van Celles en van Spontin; de vijf verbonden edellieden +brachten hunne mannen van wapenen op de been en liepen, roovende en +plunderende, het land af. + +Daarop mengden zich de burgers van Hoei en van Luik in den twist; +zij kozen partij voor die van Ciney en sloegen het beleg voor +Falais, Beaufort, Celles en Spontin. Het bondgenootschap der vijf +heeren staat op het punt te bezwijken, toen onverwacht hulp voor +hen opdaagt. Gwy van Dampierre, graaf van Namen en Vlaanderen, en +de hertog van Brabant nemen het voor hen op. Nu ontbrandt de oorlog +heftiger dan ooit; het gansche land wordt afgeloopen door stroopende +benden, die overal moorden en plunderen en branden. Ciney wordt van +alle kanten ingesloten en de poorters hebben geene andere wijkplaats +meer dan de kerk, die door den graaf van Luxemburg in brand wordt +gestoken. De maarschalk van Forvies, door de Luikenaars tot ontzet +der belegerden gezonden, rukt nu het drostambt van Poilvache binnen, +alles vernielende, plunderende en uitmoordende: van dertig dorpen +van de Rondache bleven niet meer dan rookende puinhoopen over. + +Men zou meenen, dat er thans genoeg bloed vergoten was en dat er een +einde aan den strijd zou komen; maar de burgers van Dinant kozen nu +op hun beurt partij voor Ciney en tastten Spontin aan. Misschien zou +het hun gelukt zijn, den sterken burcht te vermeesteren, indien de +heer van Dave niet in allerijl met huurbenden uit Namen was aangerukt +om het bedreigde punt te verdedigen. De mannen van Dinant worden +teruggedreven en nemen de wijk naar hunne stad, zoo vurig achtervolgd +door de soldeniers van den heer van Dave, dat deze laatsten tot +binnen de poort doordringen. De valdeur valt achter hen neder en +snijdt hun den terugweg af; nu volgt er een vreeselijk bloedbad, +terwijl de namensche krijgers, die buiten zijn gebleven, door die +van Dinant worden aangetast en het gevecht opnieuw begint. Nadat zoo +veel bloed vergoten en zoo schromelijke verwoesting aangericht was, +werd het geschil eindelijk voor den rechterstoel gebracht van den +Koning van Frankrijk, Filips den Stoute, wiens uitspraak luidde, +dat alles weder in denzelfden toestand moest gebracht worden als vóór +den oorlog. Eenige duizenden menschen waren dus voor niets vermoord +en eene gansche landstreek voor vele eeuwen te gronde gericht. + +Heeft men de laatste huizen van Saint-Médard, eene andere voorstad van +Dinant, achter zich, dan vertoont zich weldra, tegen een amphitheater +van bergen, de prachtige Roche à Bayard (bladz. 257) Menschenhanden +hebben de kloof verwijd, die oorspronkelijk het massieve rotsblok +verdeelde, en tegenwoordig loopt de weg midden door de bres, ter +wederzijde omzoomd door hooge gescheurde rotswanden, waarvan de +een loodrecht in het water afdaalt, terwijl de andere samenhangt +met de rotsketen, die zich tot aan de _gorge_ van Froideveau +uitstrekt. Eensklaps opent zij zich aan onze rechterhand, de met reden +aldus genoemde bergkloof, waar zelfs midden op den dag koude nevels +zweven en die door geweldige rotswanden wordt ingesloten. Als wij +met de oogen het smalle, slingerende pad volgen, dat naar de plateaux +voert, dan behoeven wij onze verbeelding niet te zeer in te spannen, +om voor onzen geest de gestalten te zien opdagen der oude paladijnen, +uitgaande ten oorlog. + +Trouwens, wij zijn hier in het land der ridderromans en +heldenzangen. Van de zonderling gevormde rots, wier doorluchtige naam +langs de geheele rivier is verbreid, sprong, volgens de sage, het +beroemde ros Bayard, met de vier Heemskinderen, in den stroom, na met +een enkelen sprong over het breede dal van de Leffe te zijn gevlogen, +waar Keizer Karel de Groote middelerwijl bezig was met het uithakken +van trappen in de rots, om de vluchtelingen te vervolgen. Alles in die +oude sagen en ridderzangen is even grootsch en kolossaal: de menschen +zijn reuzen, die elkander granietrotsen naar het hoofd slingeren; +de paarden zijn gevleugelde griffioenen, voor wie tijd en ruimte niet +schijnen te bestaan. De groote Keizer Karel zelf is als het ware een +mythisch persoon, de vertegenwoordiger van het rijksgezag tegenover de +oproerige vazallen, op hun beurt vertegenwoordigd in die schitterende +heldengroep der vier Heemskinderen. + +Wilt ge naar Rochefort gaan, volg dan den heerlijken weg, dien ik u +aanraad. Op den rug van een ezel van Bastogne gezeten, of wel gewiegeld +in eene antieke berline, die ge bij Dizière den vroolijken waard +uit de _Tête-d'Or_ huren kunt, klimt ge uit de gorge van Froideveau +omhoog naar Boisselles en Celles, om dan naar de diepte van Payemme +af te dalen; dan gaat het weer omhoog tegen den heuvel van Custine +op, om eindelijk, Ciergnon rechts latende liggen, den steenweg te +volgen, die u ter plaatse uwer bestemming brengt. Nu eens op de kam +van het plateau, waar de zang der leeuwerikken u tegenklinkt uit de +blauwe lucht, dan overspat met het schuim der murmelende beekjes, +die dartelend voortspoeden in de stille valleien, baadt ge nu eens +in den zonneschijn der bergtoppen, om dan weg te schuilen in de +vochtige schaduw der boschrijke hellingen, altijd door volop de +schoonheid genietende van het verrukkelijke berglandschap, zoo rijk +aan afwisseling, met zijn heidevelden en heuvelen, zijn rotsen, +zijn wuivende bosschen, zijn ruischende wateren. + +Te Celles troont, in eene woest romantische omgeving, de oude burcht +der Beauforts, thans aan de familie van Liedekerke behoorende; eenzaam +en verlaten staat het daar, het oud-adellijk kasteel (bladz. 252), +omhangen met zijn prachtigen toovermantel van eeuwenoude klimop; +eenzaam en verlaten, want het leven is uit zijne aderen weggevloeid en +overgegaan in het pseudo-gothische kasteel tegenover hem.--Dan beurt +Custine, de geliefkoosde verblijfplaats van Leopold II, te midden +van een heerlijk plekje, zijn slanke torens omhoog; langs zijn voet +stroomt de Lesse, die zich als een zilveren lint door de met bloemen +bezaaide weide slingert.--Dan vertoont zich eensklaps Rochefort, +rondom door heuvelen omsloten, met zijn hooge rots, waarop de oude +feodale burcht verrijst. + +Rochefort is in geheel den omtrek beroemd, niet alleen om zijne +uitnemend schoone omgeving, maar ook om zijne grotten, die wel +een bezoek waard zijn. Trouwens deze geheele streek van de Lesse +vertoont overal de sporen van de geweldige worsteling der woedende +elementen. Van Furfooz tot Chaleux en van Rochefort tot Han, is het +eene bijna onafgebroken reeks van grotten en spelonken, waarvan de +wondere aanblik den geest met verbazing en schrik vervult. Overal +heeft hier de voorhistorische mensch, de tijdgenoot van de mammouths +en de ichthyosauren, de sporen van zijn verblijf achtergelaten, en +in de holen der bergen vindt men zijne beenderen, vermengd met die +der wilde dieren, wier schedel hij kloofde met zijn steenen bijl en +in wier lillend vleesch hij zijne tanden zette. + +Men heeft de grotten van Rochefort met die van Han vergeleken en +ze dan veel minder merkwaardig genoemd. Deze noodlottige manie van +vergelijken is ongelukkig niet anders dan het bewijs van ons onvermogen +om verschillende soorten van schoonheid te begrijpen en te waardeeren; +of, zoo men wil, van onze neiging om alles met een zelfden maatstaf te +meten. Het is echter eigenlijk even dwaas, de groote werken der natuur +als de scheppingen der kunst met elkander te vergelijken: beiden maken +elke vergelijking onmogelijk door hun eigenaardig, bijzonder karakter, +dat aan ieder voor zich eigen is en waarin juist hunne schoonheid +bestaat. Zoo zal de grot van Han het steeds van alle anderen winnen +door de aangrijpende majesteit en de huiveringwekkende pracht van +haar tallooze zalen en gangen en galerijen; eene tooverwereld, die +een onuitwischbaren indruk in het gemoed achterlaat, maar waarvan ik +zelfs niet beproeven wil eene beschrijving te geven, 't Is ook niet +noodig: de grot van Han is een vast nommer op elk toeristen-programma, +zelfs op het programma van de slaven van een rondreisbillet. Velen +mijner lezers hebben dit natuurwonder waarschijnlijk met eigen oogen +aanschouwd, en zij behoeven dus mijne beschrijving niet. En wie haar +niet heeft gezien, die wonderbare onderaardsche tooverwereld, geen +beschrijving kan er hem eene eenigszins juiste voorstelling van geven, +nog minder den indruk vertolken, dien eene wandeling door deze zalen +op den bezoeker maakt. + + + +XII + + +Een vijftiental jaren geleden bestond er nog een geregelde +stoombootdienst tusschen Namen en Luik. Dat was in waarheid een +heerlijke vaart, waarbij zich een reeks van grootsche en bevallige +tafreelen voor het oog ontrolde, afwisselend bij iedere kromming van +de rivier. Achtereenvolgens zag men de groote krijtrots der Grandes +Malades, aldus genoemd naar een voormalig leprozenhuis; dan de +hermitage van Saint-Hubert, eene landelijke kapel, nu vervangen door +een prozaïschen kalkoven; de vallei van Marche-les-Dames, beroemd door +de abdij, welke honderd-negen-en-dertig echtgenooten van namensche +kruisvaarders hier in de twaalfde eeuw stichtten; verder, tegenover +Namêche, de rots van Samson met de ruïne van den ouden feodalen +burcht, een van de ontelbare kasteelen, waaraan de overlevering den +naam heeft verbonden van de vier Heemskinderen. Tusschen Sclaigneaux en +Andenne heerschte de industrie: rookwolken en nevels omhulden de groene +heuvelklingen; overal vertoonden de rotswanden de wijd gapende wonden +der steengroeven. Maar weldra week het geklop der hamers, het gestamp +der machines, het gegons der bezige menigte op den achtergrond. Men +stoomde langs Ba-Oha, en plotseling teekenden zich, op den top eener +grijze rots, de omtrekken eener citadel tegen de heldere lucht. + +"Huy!" klonk eene luide stem van den kant van het roer, en de boot +lag voor eenige oogenblikken stil. Dan wentelden de raderen weder +om en om in het schuimende water; en langs de beide oevers begon het +industrieele rumoer op nieuw. Van Ampsin tot Flemalles was het aan alle +kanten een woud van schoorsteenen; roode vlammen stegen opwaarts uit +de breede openingen der pletterijen en gieterijen; het nimmer poozend +geraas van den arbeid in de ijzerfabrieken verstoorde de stilte van +de weinige rustieke landschappen, als oasen verloren te midden van +deze woestijn van vuur en smook en roet. De rotsen omlijstten het +gansche woelige tooneel, nu eens terugwijkende, dan tot de rivier +naderende, en door allerlei grillige, teekenachtige gestalten en +vormen het oog verrassend, vermoeid van het staren op den baaiert der +industrie. Wie denkt hier niet in de eerste plaats aan de fiere, hooge +rots, waarop het kasteel Chokier troont, hoog boven al het geraas +en al den vuilen smook der wriemelende menigte aan zijn voet. Van +verre groetten en volgden u zijne sierlijke torentjes; met verbazing +dwaalde de blik langs de eindelooze treden van een reuzentrap, naar +den overigens weinig indrukwekkenden burcht voerende; en de aanblik +van de titanische rots deed u den koortsigen arbeid der menschen, +het brullen van den stoom, het gefluit en gestamp der afschuwelijke +machines, vergeten. Maar te Flémalles begon de hel op nieuw; daar +rookten de tallooze schoorsteenen van den Val-Saint-Lambert; de +stellages en staketsels der kolenmijnen verhieven zich in de lucht, +als de geraamten van voorwereldlijke draken; een vieze, stinkende +sneeuw van zwarte vette vlokken daalde onophoudelijk op het dek van +de boot neder; Seraing, Jemeppe, Ougrée gaapten u des avonds, bij +het naderen van Luik, tegen als de open monden eener geheimzinnige, +duistere hel, waaruit roode vlammen en rookwolken naar buiten sloegen. + +Tegenwoordig varen de booten, de zoogenoemde _mouches_, niet verder +dan van Luik naar Seraing; ook het genot van deze kalme riviervaart, +die niet minder dan drie uren duurde en zoo oneindige afwisseling +bood, is ons ontzegd. Thans snort de spoortrein, in ijlende vaart, +door het wonderschoone land; en in stede van de kalme en rustige +beschouwing komt thans het vliegend verbijsterend visioen van allerlei +vluchtige beelden, die elkander verdringen, de verwarrende indruk +van contrasten en tegenstellingen, waarvan de geleidelijke overgang +en de harmonische schakeering u ten eenemale ontsnappen. Ge ziet +juist genoeg, om uit den grond van uw hart den fatalen vuurwagen te +verwenschen, die u belet iets goed te zien, van iets een blijvenden +indruk in u op te nemen. Zie, ik weet het wel, verwenschingen tegen den +"vurigen salamander", die zoo te recht den toorn heeft opgewekt van +dichters en kunstenaars, baten tegenwoordig niets meer; geen enkel +schoon idyllisch landschap, geen enkel liefelijk, poëtisch, eenzaam +plekje, waar men ongestoord droomen en mijmeren kan, is voor deze +gruwelijke ontwijding veilig: voor de eischen van het moderne verkeer +moet alles zwichten. Maar toch, telkens als ik, in een spoorwaggon +gezeten, een schoon landschap doorvlieg, welt de ergernis mij uit het +diepst des harten op en kan ik soms den vloek tegen de noodlottige, +domme, gevoellooze machine niet weerhouden. Stoort ze u al niet +dadelijk in uw genot, de schrille tegenstelling tusschen de kalme +vredige rust der natuur om u heen, en de krankzinnige haast, waarmede +gij blindelings, in rechte lijn voortholt, als zat u de dood op de +hielen?--En daar is nog iets slimmers, dat de spoorwegen op hun geweten +hebben. Is er ergens een schoon plekje, een heerlijk natuurwonder, +door den Schepper, die in stilte, zonder haast en zonder drift en +zonder rumoer werkt, gewrocht, en bleef dat plekje, dat wonder, +tot dusver nog voor het oog der menigte verborgen:--niet zoodra +heeft een noodlottig toeval deze verborgen, door weinigen gekende en +gewaardeerde schoonheid aan het licht gebracht, of alle windselen en +omtuiningen worden weggerukt; de spoortrein snort ratelend door de +heilige stilte en voert een stroom van toeristen aan, den vulgairen, +onuitstaanbaren stroom van gapers en beuzelaars, die kijken en niet +zien, niet verstaan en niet gevoelen. Weg is de stilte, weg de heilige +verborgenheid, weg de verheven wijding der kuische schoonheid. Daarin +ligt voor mijn gevoel--maar ik ben op dat punt, als op vele anderen, +schromelijk ouderwetsch;--iets zoo onkiesch, iets zoo onuitsprekelijk +ploertigs--vergeef het woord--dat dergelijk bedrijf mij bijna eene +misdaad wordt. Zulke tentoonstelling en exploitatie van de schoonheid +der natuur, zulk brutaal wegrukken van alle sluiers, zulk blootstellen +aan aller blikken, is inderdaad profanatie, waarbij de schoonheid zelve +voor drie vierden verloren gaat.--Eene kinderachtige, krankzinnige +gedachte, niet waar, sporend toerist der negentiende eeuw? + +Keeren wij nog even naar Hoei terug, zoo schilderachtig tegen +zijn heuvel gelegen, waarvan de rotsige kruin door de citadel wordt +gekroond, die zelve uit de rots gehouwen schijnt. Even als te Dinant, +leunt ook hier eene kerk tegen den rotswand; van verre gezien, +schijnen de kerk en de berg een geheel te vormen. Schayes zegt van de +Onze-Lieve-Vrouwekerk van Hoei, dat zij de schoonste is van alle kerken +uit de tweede periode der gothiek, die België bezit; bovenal bewondert +hij het groote roosvenster, het koor met zijn slanke ramen, en de +drie schepen, gescheiden door twee rijen van cylindervormige zuilen +met ronde voetstukken en met blad werk versierde kapiteelen. Toch, +hoe schoon zij ook moge wezen, maakt zij niet dien majestueusen, +hartverheffenden indruk als Onze-Lieve-Vrouwe van Dinant; de eenigszins +kinderachtige kleurenpracht aan het gewelf doet evenzeer afbreuk +aan de heilige stemming als het vulgair karakter van het moderne +meubilair. Om zich geheel in het verleden te verplaatsen en een +waarlijk religieusen indruk te ontvangen, moet men de kerk verlaten, +en nabij het koor een blik werpen op het kleine portaal der Madonna: +een juweel uit de dertiende eeuw, een heerlijk kantwerk in steen. De +innige teedere vroomheid dier schoone tijden van vurig geloof en +heilige geestdrift geurt u tegen uit dit schoone gebouwtje, bestaande +uit eene vierkante poort, waarvan de lijst, met blad werk versierd, +aan de beide einden en in het midden gedragen wordt door smaakvol +bewerkte zuiltjes, waarop de beelden staan van de Heilige-Maagd, van +Sint-Domitiaan en van Sint-Lambert. Het door een prachtig versierden +spitsboog omlijste veld boven de deur is in drie vakken verdeeld, die +in naïef en zielvol beeldwerk de Geboorte des Heeren, de Aanbidding der +herders en de Aanbidding der wijzen te aanschouwen geven. Wanneer, van +het trottoir aan de overzijde, ge eensklaps te midden van het gewoel en +de beweging der straat, de oogen opheft naar deze beelden en groepen, +dan gevoelt ge dat ge hier een edel kunstwerk voor u hebt, waaraan +de tijd de laatste hand heeft gelegd. De figuren zijn geschonden, +het relief is uitgesleten, het fijne beeldwerk half verteerd: en toch +beseft ge dat geene restauratie, hoe kunstig ook, zou kunnen opwegen +tegen den langzamen arbeid der eeuwen. Zelfs de kleine winkeltjes +en herbergen, die het smaakvolle gebouwtje omvatten, dragen er toe +bij om zijne geheimzinnige schoonheid te beter te doen uitkomen. Het +is inderdaad te hopen, dat men het kunstwerk in zijn tegenwoordigen +toestand late en geene pogingen tot herstelling beproeve, die niet +anders dan op mislukking zouden kunnen uitloopen. + +Liet de tijd het ons toe, hoe gaarne zouden wij met u omdolen door de +omstreken van Hoei, en bij voorbeeld den loop volgen van de Hoyoux, +die van Modave afkomt en midden door de stad vloeit. Ten deele, +tot aan Barse, geeft de vallei van de Hoyoux, zij het ook op kleiner +schaal en in bescheidener afmetingen, het woelig en rumoerig tafreel +der moderne industrie te aanschouwen. Maar voorbij Barse hervindt +ge den weldadigen vrede der stille natuur. Bij Lunet en Bonne neemt +de vroolijke, dartele Hoyoux, die zoo straks molenraderen in beweging +bracht, met de kiezelsteentjes in haar bedding speelde en bij de stuwen +alleraardigste watervalletjes vormde: daar neemt die dartele, jolige +Hoyoux eensklaps het deftige voorkomen aan van eene hoogst fatsoenlijke +matrone, die de loszinnige grillen der jeugd sinds lang vergeten +heeft. In haar kalmen effen waterspiegel weerkaatsen rosachtig grijze +rotsen; langs haar met gras begroeiden zoom wuiven wilgen en populieren +hunne takken. Misschien ligt op den bodem dezer plotselinge verandering +wel een weinig weemoed: rivieren kunnen het dikwijls slecht verdragen +dat men haar vrijheid aan banden legt,--daarin den menschen gelijk, al +is het voor menschen en rivieren even dringend noodig;--en te Modave +heeft een machtig heer de ongebreidelde Hoyoux gedwongen, voor hem +alleen hare schoonheid ten beste te geven achter de omheining van een +gesloten park. Daar vloeit zij kabbelend tusschen smaragd fluweelige +grasperken, onder de schaduw van treurwilgen, omzoomd door dichte, +schaduwrijke lanen, waar geen vreemdeling den voet zet. Toch heeft zij +nog iets anders te doen dan den dorst te lesschen der herten en reeën, +wier bruin gevlekte huid schittert tusschen het groene hout. Zij +weerkaatst in haar kristallen spiegel de stoute, duizelingwekkende +vlucht van een tweehonderd voet hooge steile rots, die het voetstuk +vormt van een in volle waarheid vorstelijk kasteel. De reusachtige, +schier loodrechte rotswand is van boven tot onder behangen met een +dichten mantel van klimop; en de vierkante torens van het kasteel +maken bijna den indruk als waren zij eene voortzetting van den berg. + +Maar al troont het kasteel op eene rots, het heeft daarom toch niets +tragisch; zijne hooge ligging alleen geeft het eenige overeenkomst +met de arendsnesten, waarin weleer de roofridders der legende +huisden. Modave is geen ten oorlog toegeruste burcht; veeleer doet het +denken aan een weelderig paleis, bestemd om eene vroolijke hofhouding +te herbergen. Toen de fransche bouwmeester Jean Groujon het plan voor +deze fiere woning ontwierp, poogde hij alle hulpmiddelen der kunst aan +te wenden om een paleis te scheppen, dat in overeenstemming zou zijn +met de pracht van het omringende landschap; en een prins van den bloede +kon niet beter bediend zijn geworden dan de graaf van Marchin, wiens +luim en wiens goud de vorstelijke woning op de rots deden verrijzen. + +Tot heden toe heeft het kasteel, door een zeldzaam gelukkig toeval en +door de piëteit der laatste eigenaars, zijn majestueus, vorstelijk +voorkomen behouden. Reeds dadelijk bij het binnentreden treft u de +pracht van het voorhuis: de geheele genealogie van de Marchins ontrolt +zich, aan de zoldering, in schitterende kleuren voor uw oog: schilden +van goud en sabel, van keel en azuur, wisselen af met groote zwevende +figuren, van wier stalen helmen wuivende pluimen wapperen.--Dan treedt +ge in een met gobelins behangen salon: langs de wanden aanschouwt ge +eene gansche reeks van wapenfeiten ter zee en te land, en daarboven, +aan de gewelfde zoldering, eene rij van bas-reliefs, voorstellende de +werken van Herkules.--Men opent eene deur: ge zijt in de slaapkamer +der hertogen van Montmorency. Het ledekant, met zijne gebeeldhouwde +witte en vergulde kolommen, staat daar nog in den hoek, en daarbij een +paar antieke fauteuils, met heerlijk schoone gebloemde stof bekleed; +terwijl boven den schoorsteen het portret prijkt van een kardinaal +van Fürstenberg, wiens vriendelijk gelaat schijnt neer te blikken op +al deze pracht en weelde, en op dat rustbed, waarop thans geen vorst +meer zijne vermoeide ledematen uitstrekt. + +Eensklaps valt een breede schitterende lichtstreep op de verwelkte +rozen van het tapijt: de bediende, die u rondleidt, heeft de deur +geopend van een verrukkelijk kabinetje, waarvan de wanden door +den schilder Morel met landschappen en bloemen zijn versierd. De +tijd heeft de levendige kleuren dezer schilderijen getemperd; maar +daarentegen tooit hij telkens weer met eene eeuwige jeugd den gansch +niet verschrikkelijken afgrond, die zich onder het balkon van het +venster opent, en die toch diep genoeg is om de hooge boomen beneden +te doen inkrimpen tot struiken en de rivier tot een smal lint. Een +klein gebouwtje, dat ge aan den voet der geweldige rots bespeurt, +heeft eene historische vermaardheid: daar bewaart men nog steeds een +werktuig, door den luikschen ingenieur Rennekin-Sualem uitgevonden, en +dat bestemd was om de vijvers der terrassen van water te voorzien. De +laatste der Marchins verspilde zijne gansche fortuin aan deze kostbare +waterwerken, waarvan de roem zelfs tot Versailles was doorgedrongen: +Lodewijk XIV ontbood den bekwamen ingenieur, die nu voor den grooten +koning de beroemde machine van Marly vervaardigde. Terwijl de machtige +monarch den kunstenaar, op wiens wenk het water overal klaterde in +fonteinen en bruiste in cascaden, met eer en gunstbewijzen overlaadde, +moest Ferdinand de Marchin, maarschalk van Frankrijk, zijn kasteel van +Modave overdoen aan den vorst-bisschop van Luik, Hendrik Maximiliaan +van Beieren. + +Nu begint een aardige geschiedenis: de bisschop verkoopt op zijn beurt +de bezitting aan den kardinaal van Fürstenberg, en deze vermeerdert +het domein, door van zekeren heer Winand de Ville drie hofsteden en +Klein-Modave te koopen. Ongelukkig verzuimde hij de kooppenningen te +betalen. Deze kleinigheid ontging hem zelfs zoo geheel, dat hij het +kasteel met al hetgeen daartoe behoorde edelmoediglijk ten geschenke +gaf aan zijn neef, den prins de la Marck. De schuldvordering was +inmiddels overgegaan in handen van den zoon van Winand, den ingenieur +Arnold, die de kans schoon zag om een slag te slaan. Hij liet beslag +leggen op de drie hofsteden en op Klein-Modave, waarvan de koopsom +niet betaald was, en daarbij ook op het kasteel zelf, dat hij in +bezit nam als vergoeding voor de verschuldigde rente. Daar troonde +hij nu als een groot heer, in die vorstelijke huizinge, waaraan de +Marchins zestien jaren lang hadden laten bouwen. Het eenige wat aan +dit vorstelijk verblijf ontbrak, was een vorstelijke naam, die er +bij passen zou; welnu, de naam werd gevonden, en wel geen mindere +dan die van een Montmorency, die het kasteel ten huwelijk nam en de +dochter op den koop toe. Na het uitbreken der revolutie in Frankrijk, +was Modave gedurende eenigen tijd de residentie van den graaf van +Artois, den broeder des konings. Schitterende jachtpartijen, diners, +feesten en prachtige recepties, waarop de adel uit den ganschen omtrek +verscheen, wisselden elkander af. De koning zelf werd te Modave +verwacht, toen eensklaps de noodlottige tijding van de aanhouding +der koninklijke familie te Varennes en hare terugvoering naar Parijs, +aan alle verwachtingen den bodem insloeg en aan de feesten een einde +maakte. De verzamelde edellieden verstrooiden zich; de meesten togen +naar Coblentz, en toen België door de revolutionnaire legers werd +overweldigd en bij Frankrijk ingelijfd, werd Modave, als het eigendom +van een uitgewekene, verbeurd verklaard en verkocht. Een gewezen +ontvanger der Montmorency's, een braaf en nobel man, kocht het goed +en gaf het later terug aan den rechtmatigen eigenaar, den oudsten zoon +van den hertog Anne de Montmorency. En nu, deze grootsche residentie, +waaraan zoo doorluchtige namen, zoo trotsche herinneringen verbonden +zijn, die eenmaal vorsten en kardinalen, hertogen en bisschoppen heeft +geherbergd,--dit in waarheid koninklijk kasteel is thans het eigendom +van burgerlieden. Dit moet hun evenwel tot hun eer worden nagegeven, +dat zij tot dusver het verleden van dit paleis hebben geëerbiedigd on +getoond genoeg verstand te bezitten om te begrijpen dat het kasteel +van Modave eigenlijk altijd nog aan de Murchins en de Montmorency's +behoort. + + + +XIII + + +Buiten de poort van Hoei begint wat men zou kunnen noemen de +industrieele Maas, die zich tot Luik uitstrekt. Wij komen hier weer +in het duistere rijk der vlammen en rookwolken; als ge des nachts, +in een ratelenden trein gezeten, deze akelige streek doorvliegt, +dan schijnen de reusachtige, wanstaltige fabrieken met haar helder +verlichte vensters en haar wijd geopende poorten, waaruit de roode +gloed u tegenstraalt, spookachtige kathedralen, len feest toebereid. En +ja, daar wordt een cultus gevierd, waarbij het gesnuif en geloei en +geknars der machines de tonen van het orgel vervangt; de priesters, +die het zwarte altaar bedienen, zijn half ontkleede, ruw uitziende +mannen, in wier baard en verwarde hairlokken vonken en roetvlokken +schuilen; de reusachtige schoorsteenen, die roode vlammen braken, +schijnen monsterachtige kandelabers, ontstoken ter eere van den god +dezer eeuw, den god Millioen, den verachtelijksten van alle valsche +goden. Corphalie, Flône, Engis kleuren achtereenvolgens den horizon +met hun rooden gloed; verder gapen de brandende purperroode muilen +van de glasblazerijen en steenkolenmijnen in den Val Saint-Bénoit; +eindelijk begroet u Seraing met den ratelenden donder en de vlammende +bliksemvuren zijner pletterijen en hoogovens: een gordel van vuur +omknelt de rivier; het is u als stondt ge te midden van een vlammen +brakenden vulkaan. + +Evenals in de vreeselijke streek van Marchiennes, Couillet, Marcinelle +en Châtelet--dien kring van een hel, waarvan Dante nooit gedroomd +heeft--wordt ook hier het merg en bloed der menschen verteerd door +den eeuwigdurenden arbeid zonder rust of verademing. Honderden en +duizenden doorwroeten de ingewanden der aarde, om de steenkool en +het metaal daaruit te voorschijn te brengen, stoken de ovens, waarin +die metalen gesmolten worden, zwoegen en werken zonder ophouden in +fabrieken en werkplaatsen, arbeidende en worstelende, dag aan dag, +jaar aan jaar, tot eindelijk hunne kracht is verteerd en zij neerzinken +om te sterven. Noodlottige Sisyphus-arbeid, die ook elders vóór den +tijd den rug krommen doet en--erger nog--in het gemoed des volks het +duister besef wekt van een onontkoombaar noodlot, een somberen vloek, +die op de schare rust en geslachten bij geslachten verplettert. + +Niet waar, ge zult het mij niet ten kwade duiden, dat ik u niet +rondvoere door die werkplaatsen en fabrieken, die zeker ook haar +aantrekkelijke zijde hebben en waar de menschelijke vindingrijkheid +en de menschelijke wetenschap ongetwijfeld schoone triomfen vieren, +maar die toch bij sommigen--waaronder ik mij gaarne reken--in de +eerste plaats een gevoel van onverwinlijken afkeer, van huivering +en schrik verwekken. Wij zullen deze tempels van den afgod Millioen +niet bezoeken, noch die in den Val Saint-Lambert, waar de geschonden +gebouwen van de oude eerwaardige abdij vernederd en ontwijd zijn +tot eene glasblazerij, noch die van Seraing met hun hoogovens en +gieterijen en pletterijen en wat niet al meer: een Tartarus, dien ge +in een halven dag ter nauwernood vluchtig doorloopen kunt. + +Maar van Seraing en den stichter der ontzagwekkende industrieele +inrichting aldaar, mogen wij toch niet geheel zwijgen. + +Wie van de prins-bisschoppen van Luik, die eeuwenlang, in hun +bekoorlijk buitenverblijf te Seraing al de liefelijkheden van het kalme +landleven, muziek en weelde en stille droomerij, genoten;--wie hunner +had ooit kunnen vermoeden dat de lachende villa, met haar lommerrijke +tuinen, haar zorgvuldig geschoren hagen, haar geheimzinnige bosschages, +haar grotten en waterwerken, op zekeren dag zou omgeschapen worden +in deze duistere, vlammende spelonk, wemelende van eene gansche +bevolking van gnomen en kobolden, die zoowel in het volle zonlicht +als in de duisternis onophoudelijk het goud te voorschijn halen uit +het gloeiende metaal? Voorwaar, hij was meer dan een gewoon man, +een soort van Napoleon op industrieel gebied, die John Cockerill, +die op zekeren dag van het jaar 1817 te Seraing voet aan wal zette, +vergezeld van een staf van ingenieurs, Engelschen als hij. Binnen +tien jaren had zich de roep van zijne stichting door geheel Europa +verbreid. Telkens werden nieuwe inrichtingen bij de bestaande +gevoegd. In 1823 werd de groote smederij met wat daartoe behoort +gebouwd; drie jaren later waren de verschillende ovens, de pletterijen +en machines van de ijzerfabriek voltooid en in werking gebracht; de +kolenmijn Henri-Guillaume volgde met eene exploitatie op tot dusver +nog onbekende schaal; eindelijk werd in 1828 de eerste met cokes +gestookte hoogoven aangelegd die het vaste land zag verrijzen. Elke +nieuwe onderneming was een nieuwe zegepraal. Ongelukkig brak, te +midden van al deze werkzaamheid, een hevige crisis, de omwenteling +van 1830, uit, die den arbeid tot stilstand doemde; ondanks een zeer +aanmerkelijk actief scheen schorsing der betaling onvermijdelijk. John +Cockerill stierf te Warschau, misschien gedood door de gedachte dat +zijne stichting ten ondergang was gedoemd. + +Toch ging zijn werk niet onder: eene naamlooze vennootschap +nam, met aanzienlijk kapitaal, de inrichting over en hield haar +aan den gang niet slechts, maar breidde haar nog meer uit. Het +ontzaggelijke etablissement bezit tegenwoordig vijf hoogovens, eene +ijzersmelterij, die in drie hallen is verdeeld; veertig smeltovens; +twaalf pletterijen, eene staalgieterij naar het stelsel van Bessemer, +met al wat er toebehoort, constructie-werkplaatsen enz.; eindelijk +een scheepstimmerwerf met alle daarbij behoorende inrichtingen: +deze laatste bevindt zich echter niet aan de oevers van de Maas, +maar aan die van de Schelde, te Hoboken, bij Antwerpen. + +Deze opsomming, hoe onvolledig ook nog, wekt reeds verbazing; +onwillekeurig opent zich voor onze verbeelding eene voorstelling van +iets onmetelijks, een industrieel Babylon. Denk een oogenblik aan +de honderden bruggen, die hier zijn gemaakt en alom over de rivieren +en stroomen gelegd; aan de transatlantische stoomschepen, de booten +en lokomotieven, geweldige leviathans, die hier hunne vleugelen en +hunne longen kregen en die sedert, naar de vier winden uitgezonden, +door den stoom bezield, land en zee doorploegen in ijlende vaart. En +die vuurdraken komen niet een voor een uit dezen loeienden Tartarus te +voorschijn: neen, bij gansche drommen, bij vloten en karavanen. Binnen +den tijd van acht jaren werden vijfhonderd-drie-en-tachtig +stoommachines, twee-honderd-zes lokomotieven, negen-en-zeventig +stoombooten, twee monitors van honderd-tachtig paardenkrachten elk, +met daarbij behoorende torens, affuiten, pompen en al het verdere +materieel, ongeveer een dertigtal barges, lichtschepen, loodsvaartuigen +en baggermachines alleen aan de russische regeering afgeleverd. + +De fabriek verandert zich dan in een arsenaal; de gloeiende adem +van den oorlog doet hare ovens vlammen en hare raderen wentelen: al +het vernuft en al het genie der moderne industrie stelt zich in de +dienst van dood en vernieling. Maar ook de vrede zet de reusachtige +inrichting aan het werk: de eerste lokomotief en de eerste spoorstaven +werden in 1835 door Seraing afgeleverd; en drie-en-twintig jaren later +levert dezelfde fabriek het ontzaggelijke materieel, benoodigd voor +het boren van den tunnel door den Mont-Cénis. Maak u nu, zoo ge kunt, +eene voorstelling van de drukte en beweging, van het eeuwige rumoer +in deze nimmer rustende wereld, waar menschen en machines elkander +aanvullen en zich als in elkander verliezen. Denk u het razend en +onharmonisch orchest der smidsen, der pletterijen, der smeltovens, +brullende, knarsende, loeiende, kloppende, hamerende: een eeuwige +donder, vlammen en bliksemstralend schietende naar alle kanten. Het is, +als bevondt gij u midden in een fornuis: een stroom van vuur golft, +schuimend en sissend, aan alle kanten; uit de gloeiende kaken der +wijd gapende ovens vliegt een regen van vonken; en te midden van +het oorverdoovend, het verbijsterend geraas klinken, met geregelde +tusschenpoozen, de doffe slagen van de monsterachtige plethamers, +als de donder van eene batterij. En nu, laat ons uit deze hel naar +buiten treden. + + + +XIV + + +Elk uur vaart eene boot van Soraing naar Luik: er is geen beter +gelegenheid denkbaar om het prachtige panorama te overzien, dat zich +voor onzen blik ontrolt. De ranke, lichte boot klieft de groenachtige +wateren; eene verkwikkende koelte stijgt op uit den schoot der +rivier; telkens wijken en naderen de bergen langs de schilderachtige +oevers. Ter rechterzijde duikt Seraing weg in een nevel van wemelende +rookwolken; ter linkerzijde vertoont zich Jemeppe, tegen de helling +eens heuvels gebouwd; de fabrieken, de werkplaatsen, de kolenmijnen, +de heuvels van slakken en sintels volgen elkander in onafgebroken +rij op, den horizon verbergende achter hunne wanstaltige vormen. + +De groote smidse van dit land van ijzer en kool is hier in volle +werking en zal ons eerst aan de andere zijde van Luik verlaten. Telkens +en telkens verrijst aan den horizon een groot zwart gebouw, te +midden van vlammen en rook; het weerkaatst zijn plompe smakelooze +gestalte in de Maas, verscheurt het groene kleed van het landschap +met zijn stellages en getimmerten of met zijn vierkante steenmassa, +door tal van hooge vensters doorbroken. Maar daaromheen bloeien en +geuren de tuinen, ontrollen de weilanden hun met bloemen gestikt +smaragden tapeet, en wuiven boomen tot sierlijke groepen vereenigd +hunne lommerrijke takken. En laat ge uw blik rusten op de deels rijk +begroeide en bebouwde, deels kale berghellingen op den achtergrond, +dan verzoent ge u bijna met deze samenvoeging van natuur en industrie, +en boeit u de eigenaardige schoonheid van het in zijne soort schier +eenige landschap. + +Telkens vaart de kleine boot langs de pijlers van eene brug, +ligt stil aan een steiger, buigt zich om eilandjes, oprijzende +uit de wateren. Ougrée, Sclessin, de herbergen en kroegjes van +Petit-Bourgogne, de bosschen van Kinkempois gaan langs uw oog +voorbij. Uit de priëelen klinkt u een vroolijk gelach tegen; een reuk +van gebakken visch waait u tegemoet uit de keukens; eene gansche vloot +van gieken, bootjes en vaartuigjes van allerlei vorm en naam omringt +u, bestuurd en voortbewogen door mannen en jongelieden in roode, +blauwe of witte jakken, met ontbloote gespierde armen de riemen +voerende. De fabrieken en werkplaatsen hebben niet langer het rijk +alleen: ge bemerkt dat ge eene groote stad nadert; ge stoomt langs +Angleur; en eensklaps ligt Luik voor u, als een amphitheater tegen +de heuvelen gebouwd. Dit schouwspel is een van die, welke men nooit +vergeet. Toch overziet ge van het dek der boot slechts een stuk van +de groote en woelige schilderij, die zich van de hoogte van Cointe +in haar geheelen omvang voor uw oog ontvouwt: de reeks van bruggen +met haar grijze bogen; de verwarde massa der daken die tegen de +heuvelen opklauteren; de hooge tinnen der kerken, als reuzenschepen +zich opbeurende uit die zee, wier lijnen aan den horizon wegsmelten. + +De boot vervolgt inmiddels haar vaart langs breede kaaien, met groote +kosten gebouwd; de nieuwe wijk van het Ile du Commerce ontrolt ter +linkerzijde haar squares, haar fonteinen, haar standbeelden, haar +hotels in ietwat overladen, bombastischen stijl; de huizen naderen +dichter en dichter tot elkander; de rechteroever verdwijnt half in +rookwolken; alles geeft u den indruk dat ge het hart eener groote +stad nadert. Achter u verzinken, in de schemerende verte, de Jardin +d'Acclimatation en zijne kiosk, de twee bogen van de brug du Commerce, +het openbare park met zijn dicht geboomte; maar voor u openen zich +nieuwe vergezichten: daar beurt Sint-Maarten, halverwege op den +heuvel, haar zwaren vierkanten toren ten hooge; de fijne spits van +Sinte-Walburge rijst een oogenblik in de blauwe lucht; Sint-Jacob +vertoont een stuk van zijn steenen kantwerk. Dan vaart ge langs +de gebouwen van het bisschoppelijk paleis en het seminarie, half +wegschuilende tusschen het groen; de brug de la Boverie spant over +het snelvlietende water haar vijf bogen als zoovele poorten. Kort +daarop vertoont zich de Pont des Arches met haar machtige pijlers, +met allegorische standbeelden versierd; dan schijnt de rivier zich nog +te verbreeden; een kreet van bewondering ontsnapt u: rechts en links +ontplooien zich twee prachtige kaden, hier de quai des Tanneurs; daar, +de vermaarde quai de la Batte, met haar doolhof van cafés-concerts, +matrozenkroegen, gemeene huizen en winkeltjes. + +Hier bevindt ge u in het hart van het oude Luik; op marktdagen wemelt +het langs deze geheele quai de la Batte van karren en wagens, van +groente- en fruitverkoopers, sjouwers en pakkedragers, van handelaars +in vogels, in honden, in lorren, van wonderdokters en kwakzalvers +en kunstenmakers, schreeuwende, joelende, roepende te midden van een +baaiert van kraampjes, tafeltjes, uitstallingen van groenten en fruit, +van tenten en parapluies. Ga bij de geschutgieterij aan land, wandel de +woelige kaai weder af, sla een der smalle bochtige straatjes in, die +deze karakteristieke, volkrijke buurt doorsnijden; en weldra betreedt +ge de Groote Markt, het forum der stad, een fraai langwerpig plein, +omzoomd door de antieke puntgevels van de voormalige gildenhuizen, en +dat voornamelijk zijne vermaardheid dankt aan eene hooge zuil, waarop +eene groep der Gratiën prijkt. De zuil zelve rust op een voetstuk, dat +door vier leeuwen gedragen wordt; en deze vier leeuwen worden zelven +weder door een onderbouw gedragen, die tot fontein is ingericht. Dit +is de Perron: een naam, die op elke bladzijde der geschiedenis van +Luik wederkeert. In de vijftiende eeuw stond op dezelfde plek een +hooge paal of zuil, voor welke de keuren der stad werden afgekondigd; +Karel de Stoute, die Luik zoo zwaar tuchtigde, liet die zuil wegnemen; +onder Maria van Bourgondië werd zij weder hersteld, maar later door +storm vernield. Eindelijk gaf men haar den meer antieken vorm, dien +zij nog heden heeft. Delcour, die de fraaie groep beitelde, dacht er +zeker niet aan, in zijn werk eene bepaalde politieke gedachte uit te +drukken of daarin de herinnering aan het verleden te bewaren; toch +is voor iederen Luikenaar de Perron als het ware het onsterfelijk +symbool van de historie zijner vaderstad. + +Eene straat, die ge bij het station der Guillemins inslaat, buigt +zich rechts, voert u over eene brug en langzamerhand, al stijgende, +naar een breeden weg, onlangs tegen den heuvel aangelegd. Naarmate ge +hooger klimt, breidt het panorama zich voor u uit; de heuvelen wijken +of laten tusschenruimten open, die u kijkjes gunnen in het verschiet; +soms bespeurt ge geheele stukken van de stad: eene opeenhooping van +daken en puntgevels, waarboven de hooge schoorsteenen der fabrieken +uitsteken. De rivier wijkt ter linkerzijde, en laat slechts een +gedeelte van haar groene watervlakte zien; een plateau ontrolt zich +voor u, van welks rand eensklaps een der schoonste panorama's van Luik +zich voor uwen blik ontrolt. Dit is de hoogte van Cointe (bladz. 313), +zeker het meest geschikte punt om met een enkelen blik bijna geheel +Luik te overzien. + +Daar ligt zij voor u, langs de beide oevers van de rivier, elk een zoo +eigen karakter vertoonend. Als een breed zilver lint, van metaalglans +overspeeld, slingert zich de Maas door de uitgestrekte woestijn +van daken en steenen muren, die zij in twee gedeelten splitst. Vier +bruggen, de pont de l'Acclimatation, de pont Neuf, de Passerelle, +de pont Léopold, spannen over de wateren haar reeks van bogen, +slinkende met den afstand, tusschen de schier onafzienbare lijn +der kaaien. Op den achtergrond, waar de rivier eene kromming maakt, +vertoonen zich de dicht opeengepakte huisjes van de quai de la Batte; +dan verliest zich de stralende, als met diamanten bezaaide rivier +tusschen de bergen, die haar oevers omzoomen en wier toppen ons uit +de schemerende verte groeten. + +Aan onze rechterhand ontvouwt zich de dichte, saamgepakte massa van +de wijken aan gene zijde der rivier. Een streep van donkere zware +rook--een nevel, die nimmer door de zon wordt opgelost, wijst den +loop van de rumoerige rue Grétry, wier naam een zonderling contrast +vormt met het oorverdoovend geraas der smederijen, pletterijen en +andere werkplaatsen, dat hier bijna dag en nacht de lucht vervult. De +industrie blijft hier toch niet voor de poorten staan: als door +een onweerstaanbaren, alles overweldigenden drang medegesleept en +voortgedreven, trekt zij de stad binnen, overstroomt hare wijken, +vervult hare straten met het gebrul en gefluit harer machines, +en bouwt in het hart der stad hare allesbeheerschende, vlammen en +rookbrakende burchten op.--Maar aan den linkeroever hervinden wij +althans eenige kalmte en rust. Op den voorgrond wenken de weelderige +hotels en woningen van het Ile du Commerce, waar allerlei bouwstijlen +elkander broederlijk ontmoeten en de architektuur zich fantastische +spelingen veroorlooft, waarvan de groote oude meesters nooit hebben +gedroomd. Deze schitterende wijk breidt zich uit aan den voet van +den heuvel, die van onder tot boven geheel met huizen is bedekt, +waarvan de grauwe leien daken, tegen den groenen achtergrond der +bergen, ondanks hun grijzen toon, geen kwaad effect maken. Boven de +huizenmassa rijzen tal van torens en spitsen, tinnen en daken van +kerken en kapellen omhoog: Sint-Jacob en, meer links, Sint-Paulus +en verder, half in den nevel wegduikende, Sint-Maarten, de steenen +reus, die overal de blikken tot zich trekt. Op zeker punt breekt +het groen de eentonigheid der huizenmassa: de huizen beginnen wijder +uit elkander te staan; daar beginnen de voorsteden en buitenwijken, +aan den gezichteinder begrensd door de grillig geteekende, groene +hellingen van den berg Vivegnis. + +Dit alles geldt slechts de buitenzijde en de oppervlakte der +dingen. Heeft men dit panorama genoten, dan moet men in de stad zelve +doordringen, in dat warnet van smalle, bochtige straten en stegen, +sommigen zigzagswijze de heuvelhellingen beklimmende en alleen +voor voetgangers toegankelijk; anderen, minder steil, opstijgende +dwars door de oude buurten; bijna allen buigende met scherpe hoeken, +vaak onderling door trappen verbonden en somwijlen zoo nauw, dat de +overburen in de overhangende huizen elkander welhaast een kus op +de lippen zouden kunnen drukken. Ook te Luik vindt men eene oude +en eene nieuwe stad: deze laatste heeft breede rechte straten, +benevens boulevards, squares, fonteinen, kiosken, terrassen: +de geheele moderne decoratie van eene provinciale hoofdstad, die +op vertooning en opschik is gesteld en geld genoeg heeft om zich +die weelde te veroorloven. Sedert de laatste vijftien of twintig +jaren hebben de kaaien en haar onmiddellijke omgeving eene geheele +herschepping ondergaan, heeft men den loop der rivier gewijzigd en +verlaten terreinen in bezit genomen ten behoeve van het toenemend +verkeer. Op een paar schreden van de Guillemins is, als door den +slag eener tooverroede, eene nieuwe prachtige stad uit den grond +verrezen, eene staalkaart van weelderige overladen bouwstijlen, een +architektonische _pot-pourri_, waarvan de minarets, de koepels, de +loggia's, de kolonnaden en frontons eene bonte fantasmagorie vormen +van oostersche en westersche architektuur. Daal eenige trappen af: +daar stuwt de Maas haar schitterende wateren voort aan den voet der +kaaimuren, en een andere trap aan de overzijde brengt u naar fraaie +perken, met verschillende soorten van boomen beplant en waar het +geruisch van springende fonteinen uw oor verkwikt. Weldra begint eene +dubbele allee van groote boomen, wier takken boven uw hoofd een dicht +loofgewelf vormen: het is u bijna als wandeldet ge door een bosch. Aan +dezen prachtigen boulevard van Avroy sluiten zich de dreven van de +Sauvenière; de huizen sluiten zich nauwer aan een; rechts ziet ge een +plein, met een standbeeld, dat van Grétry, versierd en daarachter een +zeer ordinair gebouw met pilasters, den schouwburg; onmiddellijk daarna +brengt eene breede straat ons op het grootsche plein Saint-Lambert, +grootsch en merkwaardig vooral door de herinneringen van het verleden, +meer nog dan door zijne buitengewone afmetingen. + +Daar verrees, tot in de laatste jaren der vorige eeuw, een wondervol +gebouw, de kathedraal uit de twaalfde eeuw, met haar zware vierkante +torens, de veertien massieve zuilen die haar schip droegen, +haar kapittelzalen, haar sakristie, haar archief, de woningen +der kanunniken, al de bijgebouwen en toevoegsels behoorende bij +het alles beheerschende heiligdom. Dit heiligdom zelf, de aan +Sint-Lambert gewijde kathedraal, was niet het eerste, dat op deze +pleek verrees. Sint-Hubertus, bisschop van Luik, had in den aanvang +der achtste eeuw eene kerk toegevoegd aan de reeds bestaande kapel: +in welke kerk ten jare 720 de overblijfselen werden bijgezet van +Sint-Lambertus, den heiligen prelaat, die op deze zelfde plek door de +handen van moordenaars was gevallen. Notger, die van 971 tot 1008 den +bisschoppelijken stoel bekleedde, herbouwde de kerk van Sint-Hubert +en liet er woningen voor zestig kanunniken aan toevoegen. In dezen +tweeden tempel weerklonk de machtige stem van Peter de Kluizenaar, +de geloovigen oproepende ten heiligen krijg ter bevrijding van het +graf van Christus; hier predikte de heilige Bernard van Clairvaux; +in de twaalfde eeuw verhief Lambert le Bègue hier zijne waarschuwende +stem tegen de simonie en het ergerlijke leven der geestelijken, en +dreigde met de naderende gerichten Gods, indien bekeering achterwege +bleef. Deze woorden bleken eene profetie: den 11 April 1183 werd de +kerk door het vuur aangetast. Drie dagen lang woedden de vlammen: +bijna niets kon worden gered dan de relikwieën van Saint-Lambert. De +herbouw van de kerk vorderde niet minder dan zeven-en-zestig jaren. + +Ettelijke afbeeldingen, de herinnering van enkele grijsaards, die +het tegenwoordige plein Saint-Lambert nog met puin bedekt hebben +gezien, eindelijk de vrij onvolledige beschrijving van Saumery, die +met medelijdend schouderophalen spreekt over den _slechten smaak_ +der middeleeuwsche architekten:--ziedaar alles wat ons ten dienste +staat als wij ons eene voorstelling willen maken van de nobele +kathedraal, voor zij in 1794 door het luiksch gepeupel en de fransche +revolutionnaire horden werd verwoest. De kerk met al hare bijgebouwen +besloeg de gansche ruimte tusschen de Place Verte en de Markt. De +kathedraal zelve verhief zich trots boven al deze toevoegsels, die het +effect van het monument des te meer bedierven, omdat het onmogelijk +was de kerk op een behoorlijken afstand te zien. Twee zware vierkante +torens, in oud-gothischen stijl, omlijstten aan de westzijde het oude +koor, de aan de heiligen Cosmas en Damianus gewijde kapel. Het nieuwe +koor, aan de tegenovergestelde zijde, zag op de Markt uit; tusschen +die beiden lag de hoofdbeuk, uitmuntende door haar hoogte. Tegen +het zuidelijke dwarsschip was een hooge toren aangebouwd, waarvan +de eerste steen in 1392 werd gelegd, en waarvan de rijk versierde +achtkantige houten spits met verguld lood was bekleed. + +Tien zijdeuren, waarvan slechts twee voor het publiek geopend waren, +gaven toegang tot het inwendige der kerk. De hoofdingang op de Place +Verte voerde niet rechtstreeks in de kathedraal, maar naar een klein +kerkhof, dat het voorportaal van de eigenlijke kerk scheidde. Deze +poort werd alleen geopend wanneer een nieuwe prins-bisschop zijn +intocht hield; de oude deuren ontsloten zich voor de laatste maal +op den 17 Februari 1791, toen de bisschop Van Hoensbroeck uit +de ballingschap terugkeerde. Naar de eenstemmige verklaring van +deskundigen, was dit portaal uit de dertiende eeuw een juweel van +kunst. Vier deuren van verguld brons voerden naar het oude koor, +waarvan het altaar omgeven was door acht zware korte zuilen, door +rondbogen verbonden: het eenige wat van den oorspronkelijken bouw +was overgebleven. + +Langs vier treden daalde men nu af in het groote schip, waarvan +het gewelf door veertien reusachtige zuilen gedragen werd. Het +eerste wat hier de aandacht trok was de kroon van Saint-Lambert: +een kolossale lichtkroon van meer dan dertig el in omtrek, waaraan +zich de herinnering hechtte van eene allerzonderlingste gewoonte, +bekend onder den naam van _Creux d'Vervi._ Telken jare, des dinsdags +na Pinksteren, werd eene deputatie van notabelen uit Verviers, +vergezeld van een of twee kortelings gehuwde paren uit deze stad, +door den opper-burgemeester van Luik aan de poort van Amercoeur +ontvangen, waar hun vergunning werd verleend om zich te gaan kwijten +van de verplichtingen, door hunne voorvaderen aangegaan. Nu werd eene +soort van processie gevormd; over den geheelen weg tot aan de pont des +Arches dansten de jonggehuwden op de maat van fluiten en tamboerijns, +gevolgd door eene ontelbare menigte. Den volgenden morgen vormde de +stoet zich opnieuw en trok naar de kathedraal van Saint-Lambert. Daar +schaarden zich de afgevaardigden uit Verviers in een kring onder de +groote lichtkroon en begonnen, op een gegeven teeken, als razenden te +springen en te dansen, daarbij den duim van de linkerhand in de hoogte +stekende. Gelukte het een der dansers de kroon aan te raken, dan werd +zij zijn eigendom: maar daarop bestond niet veel kans, want de kroon +hing omstreeks twintig voet boven den grond! De plechtigheid in de +kerk werd besloten met de aanbieding van eene gevulde beurs aan den +deken; daarna keerde men, steeds dansende, terug, en ten slotte bood +de laatst gehuwde vrouw aan de stads-gerechtsboden een oud mud aan, dat +zij dadelijk stuk sloegen en van de pont des Arches in de Maas wierpen. + +Wij zullen ons niet ophouden bij de zijkapellen, met kunstschatten en +graftomben opgevuld. Voor ons verrijst een prachtig oxaal, door welks +driedubbele bogen wij een blik kunnen werpen in het bovenkoor. In het +midden staat een soort van gothisch gebouwtje met een rood fluweelen, +met goud geborduurden en met hermelijn gevoerden mantel omplooid, +dat de relikwiënschrijn van. Sint-Lambertus bevat. Op reusachtige +kandelaars met zeven en met negen armen branden voortdurend reine +kaarsen; boven alles hangt een kolossaal crucifix. Ter wederzijde van +het oxaal een orgel en eene galerij voor de kapel, die zelfs tot in +Italië beroemd was. Op hooge feestdagen werden hier de standaarden +der twee-en-dertig gilden opgehangen. + +Maar wij kunnen niet alle schatten opnoemen, die de eerwaardige +kathedraal bevatte; wij maken dus slechts met een enkel woord gewag +van den lezenaar, een meesterstuk van geelgietersarbeid, en van de +heerlijke graftombe van Everard de la Marck, insgelijks van verguld +koper. Het boven- of priesterkoor ligt zes trappen hooger dan de +vloer van het schip; het hoogaltaar is eene navolging op kleine schaal +van dat in de Sint-Pieter te Rome en staat ook geheel op zich zelf; +boven den tabernakel ziet men het half liggende beeld van den heiligen +patroon van Luik. Nog hooger, onder een wijden troonhemel met een +groot kruis versierd, ontplooit zich op hooge feestdagen de eerwaardige +standaard van Sint-Lambert, waarvan de bewaring aan het kapittel der +kathedraal is toevertrouwd. Het is een banier (gonfanon) van roode +zijde met gouden franje, aan een lans of langen stok bevestigd. In +het kruis onder aan de banier is een schelletje verborgen. Wanneer de +zware stem van de banklok de burgers van Luik onder de wapenen roept, +dan weerklinkt ook het schelletje, en de hooge voogd van Hesbaye, de +heer van Aigremont, nadert in eerbiedige houding, om uit handen van +den opper-burgemeester de heilige en roemrijke vaan te ontvangen. De +oude banier, volgens de kroniekschrijvers een geschenk van Karel den +Groote, werd in den veldslag van Brusthem (1467) vernield. Men maakte +nu eene nieuwe, in alles aan de oude gelijk; bisschop Hoensbroeck nam +die in 1789 mede naar Duitschland. De luiksche magistraat eischte te +vergeefs het gewijde vaandel terug, en daar de luiksche troepen onder +geene andere vlag wilden uittrekken, was men genoodzaakt nogmaals +eene nieuwe banier te maken. + +Rechts van het altaar stonden de bidstoel en de troon van den bisschop; +links de zetel van den wijbisschop en nog een derde troon voor den +gezant des Keizers bestemd, die bij de verkiezing van een nieuwen +kerkvoogd moest tegenwoordig zijn. Kostbaar marmer van allerlei kleur, +prachtige tapijten, verguldsel, goud en edelgesteenten schitterden daar +alom in rijken overvloed en hulden het groote koor, wanneer het licht +door de zes beschilderde ramen en het in de heerlijkste kleurenpracht +stralende groote roosvenster op den achtergrond naar binnen viel, +in een wonderbaren glans, die aan een visioen uit hooger sfeer, +eene verschijning uit een paradijs van licht en kleuren, denken +deed. Welk een aanblik leverde deze indrukwekkende kathedraal op, +wanneer, op hooge feestdagen, de heilige dienst in het hooge koor +werd gevierd, met al die majestueuse heerlijkheid, al die statige +overweldigende pracht, die geheimzinnige betoovering, waarvan de +katholieke eeredienst het wonderbaar geheim bezit. + +Van de eerwaardige kathedraal, met haar kloosterhoven, haar +kapittelzalen, haar charterkamer, en alle verdere bijgebouwen is +niets meer over. De beestachtige baldadigheid en fanatieke woede van +de fransche _sans-culottes_ en hunne luiksche geestverwanten liet +van het heiligdom geen steen op den anderen. Eerst in 1808 werd het +puin weggeruimd, dat het plein bedekte, waar eens de hoofdkerk der +bisschopsstad stond. + +Maar naast de glorierijke kathedraal verrees een prachtig paleis, +waarvan de bouw, ter vervanging van eene vroegere door brand vernielde +bisschoppelijke woning, werd begonnen door den prachtlievenden Everard +de la Marck, wiens tombe in de kathedraal prijkte. Dit paleis althans +is voor het grootste gedeelte gespaard gebleven. In Maart 1735 werd +onder anderen ook de voorgevel van het paleis door brand vernield. Het +behoorde toen tot den goeden smaak om met verachting neer te zien op de +gothische middeleeuwsche barbaarschheid; en de brusselsche architekt +Jean André Anneesens, aan wien de regeerende prins-bisschop Georges +Louis de Berghes den bouw van een nieuwen voorgevel opdroeg, meende +dan ook zeker iets zeer voortreffelijks te doen, toen hij zijne koude +symmetrische, zoogenoemd klassieke façade optrok. Daar men van het +plein Saint-Lambert niets van het inwendige van het gebouw kan zien, +valt het onpassende van dien gevel niet zoo dadelijk in het oog. + +Het voormalige paleis der vorstelijke bisschoppen beslaat eene +oppervlakte van ongeveer anderhalven bunder en omvat drie vierkante +binnenplaatsen, waarvan de laatste thans een verwaarloosde tuin +is. Betreden wij den eersten binnenhof. Welk eene verrassing! Waar +zijn wij? In een of ander reusachtig _patio_ van eene andalusische +Alhambra; in eene indische pagode; in een fantastische schepping +van romaansche architektuur, herlevende in de zestiende eeuw; in een +italiaanschen kloosterhof? Vermoei u niet met vragen: gij zijt hier in +eene tooverwereld, waarin de fantasie haar schepter zwaait. Een enkel +man heeft dit wonder geschapen, waarin gij de hand van velen zoudt +meenen te herkennen; maar welk een kunstenaar en welk een ziener! Die +François Borset, van het Overmaassche, behoorde tot het geslacht der +machtige, geweldige geesten, die alle vormen en alle gestalten in zich +omdragen en het nooit geziene te voorschijn brengen. Hij beitelde +de zestig kolommen van de galerij, die de binnenplaats omgeeft, een +wonderbaar fantastisch, grotesk poëem, dat bijwijlen aan oostersche +feëriën denken doet. Elke zuil getuigt voor de onuitputtelijke +vindingrijkheid van den kunstenaar; allen hebben iets eigenaardigs, +geen enkele kolom is volkomen aan de anderen gelijk; sommigen zwellen +als een bloembol, anderen bootsen de kelk eener tulp na, weer anderen +gelijken op kandelabers. En welk eene oneindige verscheidenheid in +de voetstukken en kapiteelen met hun onmogelijke bladeren en bloemen +uit eene fantastische plantenwereld, hun fabelachtige dieren, hun +grijnzende en glimlachende maskers.... Eene beschrijving van dit +alles te geven is onmogelijk; alleen eigen aanschouwing kan van +deze architektonische fantasmagorie een denkbeeld geven. En boven +de portiek, waarvan de bogen door deze pilaren gedragen woorden, +verheffen zich de smaakvolle gevels, met zuilen en kolommetjes, +met pinnakels en loofwerk en balustraden rijk versierd: en toch +schijnt die weelde en overlading van de late gothiek bijkans sober +en streng, vergeleken met de buitensporige fantastische spelingen +van den zonderlingen meester Borset. + +Als wij nu de tweede binnenplaats betreden, valt zij ons aanvankelijk +tegen, ondanks hare schoonheid: wij moeten eerst de tooverachtige +verschijning van zoo even vergeten. Toch is de geweldige Borset ook +hier aan het werk geweest, en al zijn de schachten en de kapiteelen +der verschillend gecanneleerde minder fantastisch, toch verraden zij +in hun teekening en versiering de hand van dien zonderling begaafden +kunstenaar. Op deze binnenplaats loopt de portiek slechts langs +de zuid- en de noordzijde; de muren der beide andere zijden zijn +met gevulde bogen versierd, waarvan de staanders tot op den grond +reiken. In het midden van deze meer eenvoudige, maar zeker niet minder +schilderachtige, rustige binnenplaats bevindt zich een waterkom, +waaruit eertijds eene monumentale fontein oprees, met den dubbelen +rijksarend versierd. Rondom dien kleinen vijver bloeit en groent een +kleine tuin, waar heesters en struiken in het wild groeien en waar +ge in het gras overal oude steenen, stukken van wapenborden en van +standbeelden, gebroken zuilen, grafzerken, in wanorde door elkander +ziet liggen. En als ge opziet naar de muurpaneelen, dan ontwaart ge +daar de wapenschilden van verschillende bisschoppen, met name dat +van Everard de la Marck, dat vele malen wederkeert. Door welk wonder +zijn deze aristokratische zinnebeelden ontsnapt aan de aandacht van +het revolutionnaire gepeupel, dat zoo ijverig alles vernielde wat van +de vroegere tijden getuigde? Maar de aanschouwing van die relikwieën +verplaatst u van zelf in andere tijden, en een beeld der vervlogen +heerlijkheid rijst voor uwe verbeelding. De binnenplaatsen en de +galerijen vullen zich met de eerwaardige gestalten van geestelijken +van allerlei rang, van edelen en burgers, van pages en officieren; +uit de wijd geopende vensters klinken liefelijke tonen van muziek en +zang of het gegons van stemmen in druk en vroolijk gesprek; door de +deuren en de half opgelichte tapijten kunt ge de pracht onderscheiden +van rijk versierde, vorstelijk gemeubelde vertrekken, van standbeelden +en vazen en marmeren trappen en eikenhouten lambriseeringen. En in +een dier vorstelijke zalen staat, door een schare van prelaten en +edellieden omringd, de prins-bisschop, de opvolger van Sint-Lambertus +en Sint-Hubertus, meestal zelf iemand van vorstelijke of althans +hoog adellijke familie, een vorst van het heilige roomsche rijk, +met geestelijk en wereldlijk gezag bekleed, al werd de uitoefening +vooral van dit laatste hem dikwijls moeilijk genoeg gemaakte door de +weerspannigheid zijner onrustige, woelige onderdanen.... Doch als wij +weder onze oogen opslaan naar de vensters, verdwijnt de illusie: overal +zien wij klerken gebogen over hun lessenaar, ijverig de pen latende +krassen over het papier: dat gedeelte van het oude bisschoppelijke +paleis in bezit genomen door het bureau van registratie! Hoe hebben +de termiten zich in het hol van den leeuw gewaagd! + +En niet alleen hier, maar overal zijn de beelden en gestalten van +het roemrijk verleden weggevaagd. De in het zwart gekleede mannen, +die ge onder de portieken van François Borset ziet wandelen, +zijn geen monniken of prelaten, maar rechters, advokaten of +procureurs; deurwaarders, beklaagden, aanklagers, getuigen hebben +de plaats ingenomen van de behoeftige schare, die op bepaalde dagen +hier samenkwam om de vorstelijke aalmoezen van den bisschop te +ontvangen. Want in dit gedeelte van de voormalige residentie der +vorsten van Luik zetelen thans de gerechtshoven. + +Deze manier om van oude monumenten partij te trekken, bewijst +zeker voor den praktischen zin van het volk. De voormalige stallen +van het paleis werden verbouwd en tot bureaux van het provinciaal +gouvernement ingericht. Het geheele westelijk gedeelte van het paleis +is tegenwoordig voor dien dienst bestemd, en een kunstenaar van meer +dan gewoon talent, de heer Delsaux, heeft zich op voortreffelijke +wijze gekweten van de taak om dit deel van de oude residentie te +restaureeren en voor de nieuwe bestemming geschikt te maken. Het +gouvernementsgebouw, dat tevens de vergaderzalen der staten en van +gedeputeerde staten, alsmede de woning van den gouverneur bevat, +mag in volle waarheid een vorstelijk hotel worden genoemd, waarvan +de voorgevel op het plein Notger, in den stijl van het paleis van +Everard de la Marck ontworpen, inderdaad een monumentaal karakter +draagt. En dit zal nog meer het geval zijn, wanneer de beeldwerken +zullen zijn voltooid, wanneer de twintig bas-reliefs zullen zijn +geplaatst, die de belangrijkste monumenten uit de geschiedenis van +Luik moeten voorstellen, en wanneer in de zes-en-veertig nissen +de standbeelden zullen prijken van de beroemdste bisschoppen, van +veld-oversten, geleerden en kunstenaars, die den roem der oude stad +hebben verbreid. De portiek in het midden van het gebouw herhaalt +de schoone bevallige motieven van de pilaren en bogen van de eerste +binnenplaats, waaraan ook de geheele stijl van den gevel met zijne +uitspringende vleugels denken doet. Ook de inwendige inrichting van +het hotel munt door smaakvolle pracht uit; men vindt hier een rijkdom +van antieke meubelen, tapijten, kostbare kunstvoorwerpen van allerlei +aard, schilder- en beeldhouwwerk. + +Dit geheele gebouw met zijne rijke, smaakvolle versiering komt vooral +goed uit, wanneer men het ziet van de breede dubbele trappen, die +van het plein Saint-Pierre naar het plein Notger afdalen en een met +bloemen beplant square omvatten, waar fonteinen en watervallen de +lucht vervullen met muziek en frissche koelte. + + + +XV + + +Dat kleine plein Notger is bijna uitgehouwen in den steilen heuvel, +den Publemont, die met zijn tuin en bosschages, met de langs zijne +helling gebouwde huizen en het plein Saint-Pierre op de hoogte, zelf +eenigermate den indruk maakt van een monumentale trap in den stijl van +Piranese. Zulk een trap bestaat echter ook in de werkelijkheid: een +weinig verder, in de straat Hors-Château kunt gij haar zien, stijgende, +altijd stijgende, immer hooger, tot de esplanade van de citadel, van +waar men een der schoonste uitzichten heeft over Luik en het Maasdal, +aan de eene zijde tot aan de Ardennen, aan de andere tot aan den +Sint-Pietersberg bij Maastricht en de vlakke velden van Limburg. + +De oude bisschoppelijke stad heeft ook nog in haar kerken de +herinnering bewaard aan haar verleden en haar geestelijk karakter. Wel +maakt misschien geene enkele der kerken van Luik dien ernstigen, +aangrijpenden, verheffenden indruk als de wondervolle kathedralen +van de vlaamsche gewesten, maar toch onderscheiden zij zich door +onvergetelijke schoonheden van anderen aard. Sint-Paulus, na de +verwoesting van Sint-Lambert tot hoofdkerk verheven, kenmerkt zich +uitwendig door de edele eenvoudigheid en soberheid van de eerste +periode der gothiek. De velerhande versierselen en ornamenten, die +later de bogen der contreforten als in een soort van kantwerk zullen +herscheppen, hebben de majestueuse eenvoudigheid en harmonie der +architektonische lijnen nog niet op den achtergrond gedrongen. Ge +bewondert de fraaie, fijn bewerkte balustraden, die de zijschepen +en de kroonlijst van het hooge middenschip versieren; maar bovenal +treft u het groote aantal der vensters die slechts door smalle +contreforten gescheiden zijn: het schip van Sint-Paul heeft, zou +men zeggen, geen muren: het is indrukwekkend, vermetel en tevens +vol licht en lucht. Dienzelfden indruk ontvangt ge ook als ge het +heiligdom binnentreedt: van alle kanten stroomt het volle licht in +de prachtige kathedraal. + +Boven de slanke bogen der veertien pilaren van het middenschip loopt +eene galerij rustende op cilindervormige zuiltjes, en dan stijgt +het gewelf omhoog met groote stralende vensters tusschen de ribben, +die zich verlengen en elkander kruisen. Op die kruispunten schitteren +gouden en purperen knoppen; de vakken zelven zijn geheel beschilderd +in den stijl van de eerste helft der zestiende eeuw. Wij aanschouwen, +hoog boven onze hoofden, een mystieken tuin: takken en bladeren en +bloemen en loofwerk, zoo als uwe oogen hier beneden nooit aanschouwden, +vormen daar kransen en slingers en een weefsel van groen en kleuren, +waartusschen fabelachtige vogels met gouden pluimage zweven, apen +en eekhorens dartelen. Deze soort van dekoratie verhoogt niet weinig +het poëtische karakter de kerk, die schier den indruk maakt van een +reusachtig paviljoen, vol licht en kleur en zonneschijn, en met een +tentdak van kostbare weefsels bedekt. In de muren van het transept +opent zich aan iedere zijde een reusachtig venster, schitterende in +al de kleuren van den regenboog. Het venster in het rechter transept +is modern: het schilderwerk verbeeldt het visioen van Sinte-Juliana, +abdisse van Cornillon, nabij Luik, en de instelling van het feest van +het Heilige-Sakrament (Fête-Dieu), dat ten jare 1426 voor het eerst in +de Sint-Maartenskerk te Luik werd gevierd. Paus Urbanus IV, die zelf +kanunnik van de kathedraal was geweest, beval, achttien jaren later, +de viering voor de geheele Christenheid. Het linkervenster, uit de +helft der zestiende eeuw, vertoont de kroning der Madonna.--Zoo staat +zij daar, schitterende van licht en kleur, de prachtvolle kerk, een +gewrocht van drie verschillende stijlen, met haar fraaie koorstoelen, +haar koperwerk, haar Christus in het graf, een werk van den beeldhouwer +Delcour; haar bas-reliefs, en bovenal haar prachtigen preekstoel, +een meesterstuk van houtsnijkunst van G. Geefs, versierd met vijf +marmeren standbeelden van de hand van denzelfden meester. + +Wie het volmaaktste gewrocht van de flamboyante gothiek wil zien, +die ga de Saint-Jacques bewonderen. Het is alsof de gothiek, voor haar +ondergang, nog een werk heeft willen scheppen, dat der verbaasde wereld +het bewijs zou leveren, wat zij ook in haar ouderdom en ontaarding +vermocht. Saint-Jacques is het wonder van Luik: deze kerk vereenigt in +zich al de betooverende schoonheid en bevalligheid van deze laatste +periode der gothiek, zonder dat haar de gebreken aankleven, die in +andere gebouwen, tot denzelfden stijl behoorende, zoo dikwijls den +goeden smaak ergeren. + +Baldric II, de opvolger van Notger, in twist geraakt met graaf Lambert +van Leuven, leverde hem op den 10 October 1013 slag; de bisschop moest +zwichten en verloor in het gevecht driehonderd zijner manschappen. De +dood van zoo vele menschen bekommerde den prelaat zoozeer, dat hij dag +noch nacht rust had. Een zijner vrienden, een italiaansch bisschop, +die juist te Luik vertoefde, gaf hem den raad een kerk te bouwen, +om zijne schuld voor God te boeten. Baldric was daartoe aanstonds +bereid; de plaats voor het nieuwe heiligdom werd bepaald en de kerk +zelve in 1030 gewijd; vervolgens verliepen er nog twee-en-twintig +jaren eer de gebouwen der abdij voltooid waren, die weldra rijk +en beroemd werd. Na velerlei lotgevallen werd de kerk door Jan van +Beieren aangewezen als bewaarplaats der archieven van het bisdom, +en als de plaats waar de twee burgemeesters van Luik moesten worden +verkozen. Desniettegenstaande liet men het gebouw aan verval ten +prooi, zoo zelfs dat in 1513 het gewelf instortte en de graftombe +van den stichter vernielde. Nu was men wel gedwongen den bouw van +de nieuwe kerk te bespoedigen, waarmede reeds in de vorige eeuw een +aanvang was gemaakt. Het bewonderenswaardige heiligdom, dat wij thans +voor ons zien, werd den 13 Maart 1552 gewijd. Het had, in vervolg +van tijd, minder te lijden door omwentelingen en oorlogen, dan door +de onverantwoordelijke nalatigheid zijner beheerders. Koning Leopold +I bezocht de kerk in 1832; en aan zijne werkdadige tusschenkomst is +het te danken dat dit weergaloos monument gaandeweg, met zeldzamen +takt, kennis en smaak, weder in zijne oude glorie werd hersteld. Deze +reeds in 1833 aangevangen, zoo uiterst moeilijke restauratie is eerst +thans voltooid. + +Eene beschrijving van deze kerk te geven is, voor mij althans, +onmogelijk. Het is te vergeefs, technische termen of onbestemde +uitdrukkingen te gebruiken, de epitheta te vermenigvuldigen, +vergelijkingen te ontleenen aan de natuur of het werk van +menschenhanden: niets kan een denkbeeld geven van dit wonder, dat +u veeleer aan een juweel van goudsmeedkunst dan aan een gebouw van +steen doet denken. De indruk, dien ge bij het binnentreden van dezen +weergaloozen tempel ontvangt, is zoo overweldigend, dat ge eenige +oogenblikken als verbijsterd om u staart, meenende eensklaps in +een tooverwereld te zijn overgeplaatst, niet wetende of ge droomt +of waakt. En wanneer ge, van de eerste verbazing bekomen, om u +heen ziet en uw blik dwaalt langs die pilaren en bogen, langs die +muren, waar elke steen bijna is uitgebeiteld als de fijnste kant, en +overal de sierlijkste lijnen en vormen, bloemen, loofwerk, arabesken, +medaillons, bas-reliefs, beelden, de aandacht trekken; als ge opziet +naar dat rijk beschilderde gewelf, waarvan de prismatische ribben +elkander kruisen als de mazen van een reusachtig netwerk; als ge +de volle pracht van dat goud en purper en azuur, van dat wonderbaar +kleurenspel, van die heerlijke lichteffecten hebt gevoeld: dan staat +ge daar zwijgend, onvermogend om in woorden uit te spreken wat in uw +gemoed omgaat. Andere kerken mogen indrukwekkender, majestueuser zijn: +eene betoovering als van deze Saint-Jacques is zeker maar het deel +van weinigen. Hier is alles in volkomen harmonie: ge gevoelt het, +na dit wonder te hebben gewrocht kon de middeleeuwsche kunst niets +meer voortbrengen; zij had het hoogste geleverd waartoe zij in staat +was. De heerlijke gothiek heeft haar taak volbracht, haar laatste +woord gesproken: zij gaat onder in een apotheose. De renaissance, +die haar opvolgt, brengt een ander ideaal, opent een nieuw tijdvak +in de historie. Hoe men daarover nu ook denke, zooveel is zeker, +dat eene kunst, die in haar stervensure nog een monument scheppen kan +als de Saint-Jacques van Luik, bewezen heeft recht te hebben op eene +eerste plaats onder de hoogste en edelste kunstvormen van alle tijden. + +Sint-Maarten, minder rijk versierd maar indrukwekkender door de +grootsche afmetingen van haar schip, is even oud als Sint-Jacques +en schijnt van haar hoogen heuveltop alle andere kerken van Luik te +beheerschen. De oorspronkelijke kerk werd in 962 door den bisschop +Heraclius gesticht; deze werd in 1312, bij een geweldig oproer, +verwoest. De verbitterde burgerij vervolgde in haar woede tweehonderd +edellieden, die zich van het stadhuis hadden pogen meester te maken en +die eene schuilplaats hebben gezocht in de kerk van Sint-Maarten. Toen +het dolzinnige gepeupel de deuren van het heiligdom niet kon +openbreken, werd de kerk in brand gestoken...... Het tegenwoordige +gebouw werd in 1542 voltooid. De soberheid der dekoratie werkt mede +om dien indruk van ernst en grootschheid te weeg te brengen, die u +aanstonds treft. Twee rijen achtkantige zuilen, aan de hoeken met +cilindervormige halve zuilen versierd, verdeelen de kerk in drie +schepen, door zijkapellen omzoomd. Het koor vooral maakt door zijne +breedte en hoogte en door zijne uitmuntend beschilderde groote ramen +een in waarheid verrassenden indruk. Even als bij de Saint-Paul en +de Saint-Jacques, ziet men ook bij de Sint-Maarten een stuk van een +onvoltooid gebleven toren. + +Dit gemis van een toren schijnt welhaast eene eigenaardigheid der +luiksche kerken te zijn: ook de schoonste onder haar ontberen dat +zoo karakteristieke, zoo echt religieuse sieraad, zich slank en +vertrouwend ten hemel beurende, als een fakkel, een hymne in steen, +de mystieke Jacobsladder, waarlangs engelen op en neder klimmen en +waarlangs de ziel tot God omhoog zweeft. Terwijl overal in Vlaanderen +de kerk haar gebeeldhouwde steenen spits opheft in de blauwe lucht, +steken hier slechts enkele oude massieve, gedrongen romaansche +torens, onverwoestbaar als de rots, een weinig boven de daken +uit. Omwentelingen en beroeringen, misschien ook gebrek aan geld, +hebben belet dat de andere kerken in ten hemel stijgende torens haar +natuurlijke voltooiing vonden. Naar men zegt bestaat het plan, om +naast de Saint-Jacques een toren in denzelfden stijl te bouwen. Geen +schooner en edeler sieraad ware voor Luik te bedenken. Overigens is +men te Luik rusteloos bezig met het restaureeren, het bijwerken, het +opschilderen en mooi maken van de kerken; zelfs moet erkend worden +dat men daarin soms wat te ver gaat, tot schade van de eerwaardigheid. + +Daarom is het goed een blik te werpen op de overoude tempels, streng +en strak en als het ware gemummifieerd in hun eeuwenheugenden +steenen mantel: Sint-Jan de Evangelist, Sint-Denys, verder +Sint-Bartholomeus. Terwijl de eeuwen rondom alles hebben veranderd +en medegevoerd, staan zij daar nog, de eerbiedwaardige kerken, als +onkwetsbaar door den tand des tijds. Zij hebben nog bijna ongeschonden +haar oorspronkelijk voorkomen, haar antiek romaansch karakter behouden; +ja, soms zelfs nog gedeelten van den eersten bouw. Zoo bezit Sint-Jan, +eene stichting van den geweldigen bisschop Notger, nog haar ouden +byzantijnschen toren, en heeft zij nog, hoewel in de achttiende +eeuw geheel herbouwd, den achtkantigen vorm bewaard, aan den dom +van Aken ontleend. In deze kerk ziet men het grafteeken van Notger, +wiens gebeente in de sakristie wordt bewaard. + +Al deze kerken, oude en jongere, bezitten schatten en kostbaarheden, +relikwieën en gewijde voorwerpen, die men niet verzuimen mag te +zien. In de Sint-Paulus zal men u ivoren beeldwerk, triptyken, +borduursels van goud en zijde toonen, benevens een borstbeeld van +Saint-Lambert in verguld koper, een meesterstuk van smeedkunst; +en de beroemde groep van Sint-George, van echt goud, voorstellende +Sint-George, in staande houding en volle wapenrusting, met de eene +hand zijn helm oplichtende en met de andere den schouder aanrakende +van den hertog van Bourgondië, die geknield ligt en een soort +van koker in de hand houdt, waarin een vinger van Sint-Lambert is +verborgen. Karel de Stoute vereerde dit geschenk aan de kerk van Luik, +bij wijze van boetedoening voor de gruwelen, bij de inneming der stad, +in 1468, door zijne soldaten en op zijn bevel bedreven. Maar onder +al deze kunstschatten is er wellicht geen, dat de vergelijking kan +doorstaan met dat verwonderlijke doopvont, dat oorspronkelijk in +de kathedraal van Sint-Lambert was geplaatst, maar sedert naar de +romaansche kerk van Saint-Barthélémy is overgebracht, waar het nog +steeds voor het toedienen van het sakrament des Doopsels gebruikt +wordt. Het doopbekken wordt gedragen door ossen, die ter halverlijve +uit het benedengedeelte te voorschijn komen en die voortreffelijk +van bewerking zijn. Op de wanden van de kuip zelve zijn in relief +tafreelen afgebeeld uit het Nieuwe Testament, allen op den doop +betrekking hebbende. De vervaardiger van dit doopvont, de koperslager +Lambert Petras, van Dinant, was ongetwijfeld een groot kunstenaar: +hoe zou het hem anders gelukt zijn, zooveel natuurlijk leven, zooveel +uitdrukking en diep gevoel te leggen in de kleine figuren, zoo juist +en knap van teekening. Ge kunt het nauwelijks gelooven, dat dit +kunstwerk uit het jaar 1112 dagteekent. Sommige figuren, met name de +twee jongelingen over wie het heilige water wordt uitgegoten, hebben +reeds de bevalligheid, de individualiteit van de eerste voorloopers +der renaissance; de draperieën vallen in natuurlijke plooien om de +gestalten, die zich met losheid en sierlijkheid bewegen. + + + +XVI + + +Te Luik beslaan de kerk en het bisschoppelijk paleis de plaats, die +elders wordt ingenomen door de belfroots en de stadhuizen, die de +trots en de roem zijn der vlaamsche gemeenten. Het luiksche volk, dat +in de werkelijke historie toch waarlijk geen onbeduidende rol heeft +gespeeld en niet minder rumoerig en moeilijk te regeeren was dan de +poorters van Gent of Brugge, treedt veel meer op den achtergrond in die +monumentale historie, welke ons de eeuwen hebben achtergelaten. Hier +is geen belfroot, wier klokkenspel een stem gaf aan alle aandoeningen, +die het gemoed des volks in beweging brachten; en het raadhuis van +Luik maakt in het minst niet den indruk van een dier fiere burchten +der gemeentelijke onafhankelijkheid, zooals wij ze te Brussel, te Gent, +te Leuven, te Oudenaerde, gezien hebben. Toch was het oude raadhuis, de +_Violette_, ook hier dikwijls genoeg getuige van heftige beroeringen. + +Want de geschiedenis van Luik is eeuwenlang in hoofdzaak niet anders +dan het verhaal van de telkens opnieuw ontbrande worsteling tusschen +den bisschop, den geestelijken en wereldlijken heer der stad, en de +gemeente, de poorterij, steeds trachtende het gezag van den bisschop +te beperken en voor zich zelve, zooveel eenigzins mogelijk, vrijheid +van beweging en zelfregeering te veroveren. En bij die worsteling +ging het vaak bloedig genoeg toe: de vreeselijke strafoefeningen, +die Jan van Beieren (met den somberen bijnaam van Jan zonder Genade), +de geduchte bisschop, en de hertogen van Bourgondië, Jan zonder +Vrees en Karel de Stoute, de overwonnen stad deden ondergaan, +wekken nog bij de herinnering een huivering van afschuw; maar +vooral niet minder gruwelijk en niet minder bloedig waren de woeste +uitspattingen, de toomelooze wraakoefeningen der razende burgers, +wanneer het hun soms gelukte de ijzeren hand, die hen ten onder +hield, voor een poos te verlammen. Overigens waren ook te Luik, +als in zoo vele middeleeuwsche steden, de gemeentelijke rechten +en vrijheden zeer uitgebreid, en was de burgerij in het bezit van +eene mate van autonomie, waarvan wij ons thans kwalijk een denkbeeld +kunnen vormen. Charters en keuren en privilegiën van allerlei aard, +langs vredelievenden of gewelddadigen weg verkregen, den souverein +afgekocht of afgedwongen, vaak ook vrijwillig verleend, beperkten ook +hier, als elders, het gezag van den vorst binnen vrij enge grenzen; +en de Luikenaars zorgden er wel voor, dat deze souvereiniteit in +eigen kring geëerbiedigd werd. Het voorgeslacht was niet van oordeel +dat de persoonlijke vrijheid genoegzaam gewaarborgd is, wanneer vele, +of zeer vele, of zelfs alle burgers medewerken tot de samenstelling +der wetgevende vergaderingen, die in den grond der zaak almachtig en +onverantwoordelijk zijn en doen kunnen wat zij willen. Deze absolute +staatsmacht was in hunne oogen de gevaarlijkste vijand; en om zich +tegen dien vijand in veiligheid te stellen, zou een stembiljet hun +al een bijzonder zwak wapen zijn toegeschenen. Zij schermden veel +minder dan wij met het abstracte begrip der vrijheid, maar waakten met +grooten ernst en ijver voor de handhaving hunner praktische vrijheden. + +Maar deze politieke geschiedenis heeft te Luik geene zichtbare sporen +achtergelaten, geen monumenten, die de aandacht en belangstelling +van den vreemdeling kunnen wekken. De bekoring der stad ligt elders: +in hare schilderachtig schoone ligging en omgeving, met haar rivier +en haar grootsch amphitheater van heuvelen; in het labyrinth harer +dooreen gewarrelde straatjes; in de trappen die zich midden tusschen de +huizen inwringen; in de oude, met mos begroeide muren, de tuinterrassen +langs de heuvelhellingen, met hun balustraden, kiosken en koepels, +hun boschages en bloemperken; in dat leven in de open lucht vooral, +dat grillige en onregelmatige, zoo zeer verschillende van de koude en +banale symetrie onzer moderne hoofdsteden. En die bekoring ligt mede +in de vroolijke opgeruimdheid en levendigheid van het volkskarakter, +met zijn geestigen luim en dartelen spot; in de innemende voorkomende +vriendelijkheid en gulhartigheid van dit volk, dat zoo gemakkelijk te +winnen is en zoo weinig terughouding en stijfheid kent. De Luikenaar is +een hartstochtelijk liefhebber van genot en uitspanning en vermaak: +hij is een pretmaker, eene, zoo men wil, zinnelijke natuur; maar +hij amuseert zich met gratie en kruidt zijn pret met de bloem der +poëzie: hij heeft behoefte aan vroolijken kout, aan muziek, aan +sierlijke vertooningen, aan al wat het oog bekoort en de zinnen +streelt. Niemand heeft zoo goed als hij den slag om een feest te +organiseeren on te animeeren: hij is een geboren impressario en raakt +nimmer uitgeput. Daarbij een lacher, een opsnijder, een grootspreker, +rumoerig en druk, met de spotternij op de lippen, maar ook met het +hart op de tong, en zelfs in zijne dolste buitensporigheden zekere +fijnheid, zekere distinctie bewarende, die anders den Walen niet eigen +is. Ook de lagere volksklasse heeft, ondanks den harden arbeid waartoe +zij gedoemd is, eene groote mate van opgeruimdheid en kinderlijke +zorgeloosheid behouden, en daarbij eene zekere bruske en familiare +beleefdheid, en eene dienstvaardigheid, die tegen geene moeite opziet. + +Maar het vermaak dringt hier den arbeid niet op den achtergrond, noch +voor de grooten, noch voor de geringen: de gansche week door gloeit en +brandt de oven en gaan de machines op en neer, in beweging gebracht en +bestuurd door hoofden en handen, en bij duizenden telt de industrie +hier haar officieren en haar soldaten. En behalve deze machtige +groot-industrie bezit Luik nog een anderen tak van nijverheid, die het +alom beroemd heeft gemaakt: haar wapenfabrieken. De geweermaker is de +echte werkman der stad, de populaire type bij uitnemendheid. Kwamen +nog, als voorheen, de oude gilden onder de wapenen, dan zou het +zijne welhaast een leger vormen: overal weerklinkt zijn hamerslag; +gansche wijken zijn bijna eene groote wapenfabriek, waarvan elk huis +een onderdeel vormt; mannen, vrouwen, kinderen, allen zijn van den +morgen tot den avond in de weer om te vijlen, te schaven, te passen, +te polijsten. In sommige straten dreunt onophoudelijk het plaveisel +onder de zware wagens, met bergen van geweren beladen, en ziet ge +achter elk venster kloeke figuren aan den arbeid, bezig met het smeden +der moorddadige musketten. En de geweermaker, de wapensmid, is trotsch +op zijn vak; zij vormen onder elkander nog inderdaad een soort van +gilde, en willen volstrekt niet gelijk gesteld worden met andere +ambachtslieden, van wie, naar zij meenen, veel minder ontwikkeling +en bekwaamheid gevorderd wordt. Nu valt het niet tegen te spreken, +dat in onze negentiende eeuw, die zoo prat gaat op haar humaniteit, +geschutgieters en geweermakers tot de gewichtigste en meest geëerde +leden der maatschappij behooren. + +In diezelfde volkrijke buurten vond men nog tot voor twintig, dertig +jaren een anderen type: de zoogenoemde "boteresse", de gespierde, +ruwe, krachtvolle vrouw, die mannenarbeid verrichtte en zelve half man +geworden was. Met de korte pijp in den mond, de verwarde haren over het +voorhoofd hangende, zag men haar langs de steile straten en trappen +op en neder klimmen, met de mand of "bot", op den rug, met groote +stappen voortgaande, beladen met een vracht, waaronder lastdieren +bezweken zouden zijn. Schier zonder ophouden, in éénen adem, liepen +zij van Luik naar Maastricht, met een vracht van vijfhonderd pond, +slechts even aan de herbergen ophoudende, om in één slok een paar +glazen jenever te ledigen. Forsch en gespierd als een man, droegen +zij roem op het spreekwoord: "een Vlaming goed voor twee Walen, maar +eene boteresse goed voor twee Vlamingen". Toen de heuvel van Waterloo, +tweehonderd-een-en-twintig trappen hoog, werd opgeworpen, kwamen zij +in gansche scharen, kruiden en karden en werkten onvermoeid. In gewonen +tijd hielden zij zich vooral onledig met het vervoeren van geweren, die +bij stapels boven haar schouders uitstaken. Als deze arbeid stilstond, +maakten zij voor de burgers eene soort van vuurballen, half aarde, half +steenkool; met de handen in de zijde dansten zij voor de huizen, met +haar klompen de steenkool fijn stampende en haar taak opvroolijkende +door lustig gezang; vervolgens kneedden zij met haar vuisten de fijne, +weeke stof, maakten er ballen van en legden die te drogen. + +Deze laatste gewoonte is te Luik nog niet uitgestorven: wie geen +tuin of plaats achter zijn huis heeft, laat zijn brandstof op straat +klaar maken; maar de boteresses van den goeden ouden tijd zijn, +als zoo vele andere karakteristieke typen, verdwenen. Het ras is +verbasterd; de boteresses van heden zijn niet meer, als hare moeders +en grootmoeders, sjouwers en pakkedragers: zij zijn commissionaires +en bestelsters op de markt en op de publieke pleinen der stad. Wel +hebben zij nog de klassieke "bot" op den rug, maar zij dragen nu +slechts lichte vrachten, groenten, levensmiddelen, kleine pakjes; en +wel verre van af te schrikken, zijn zij vriendelijk en voorkomend en +uitlokkend. Elken morgen komen zij bijeen op het plein Saint-Lambert +of ergens anders, en wachten daar tot men hare diensten verlangt en +haar eene of andere commissie opdraagt. + +Zoo bruist de stroom van het leven hier onverpoosd voort; maar +is de zondag gekomen, dan staakt de wriemelende mierenhoop haar +rustelooze beweging; dan worden de winkels en werkplaatsen gesloten, +dan stroomt alles naar buiten of naar de kermissen in de omliggende +dorpen. Bij gansche troepen nemen dan de arbeidsters in de fabrieken, +de loopjongens, de winkeljuffers en bedienden de draaimolens in beslag, +vullen de stoombootjes en spoorwagens en gaan naar buiten. Daar +wordt geroeid en gedarteld, gewandeld en gezongen en gedanst. Van +Petit-Bourgogne tot Luik is alles stormerhand overweldigd; de bosschen +van Kinkempois weergalmen van vroolijk gezang, gelach en gepraat; men +beklimt den heuvel van Vivegnis; men gaat naar Jupille, naar Herstal, +naar Angleur; alle heuvelhellingen zijn bezaaid met lichtkleurige +kleedjes en parasols. Des avonds, na geloopen en gesprongen, gedarteld +en op het gras gegeten te hebben, keert men naar de stad terug +om den "cramignon" te dansen, dien waalschen rondedans, die zich, +als een reusachtige slang, eindeloos verlengt en gansche straten en +buurten vult, als de keten der dansers, die elkaar bij de hand houden, +telkens grooter en grooter wordt. Dan staan alle huizen ledig: mannen +en vrouwen sluiten zich aan bij de wielende processie: eerst waren er +vijftig dansers, straks zijn er driehonderd; een heldere stem zingt +een populair liedje, dat de gansche menigte herhaalt, springende, +huppelende, zich slingerende om de voorbijgangers, steeds verder en +verder hossende. Soms wordt de keten verbroken, om straks op nieuw +gevormd te worden; weer klinkt de vroolijke deun, hier en daar +en ginds en van verre; en tot na middernacht golft de opgewonden +menigte door de woelige straten. Een luiksch volksdichter heeft de +liedjes verzameld, die cramignons worden genoemd en waarvan de naam +op den dans zelven is overgegaan; sommigen doen aan idyllen denken, +anderen zijn blijkbaar satiren; maar van bijna allen is de liefde het +hoofdonderwerp. Naar men verzekert, is die dartele, lustige poëzie, +opwellende uit het harte des volks, thans verstomd. Wel schrijft +het gemeentebestuur nu en dan, als de oude rederijkerskamers, +een wedstrijd uit: maar in plaats van vroolijke naïeve minstreels, +die de vreugde en het lijden van het volk bezingen, verschijnen nu +officieele rijmelaars, die oden aan het vaderland, aan den koning, +ja zelfs--omsluier u het gelaat, o Muze!--aan de constitutie inzenden. + +Terwijl de ambachtslieden met hunne gezinnen, troepjes studenten, +knapen en meisjes uit de volksklasse naar de buitentuinen gaan, in de +Maas gaan visschen of roeien, zetten de meer gegoede familiën, de rijke +kooplui van het Quadrilatère, de ambtenaren, zich bij gansche scharen +in de treinen die naar de schoone streken voeren, door de Vesdre +en de Ourthe besproeid. Een zondag zonder een bal te Chaudfontaine, +een danspartij te Tilff, of eene eierkoek in de herbergen te Esneux, +zou geen zondag zijn. Reeds in den vroegen morgen vullen zich de +compartimenten van de eerste en de tweede klasse met elegante dames, +in heldere mousselinen kleedjes gehuld, keuvelend en koutend en +lachend; daar fluit de lokomotief; de trein zet zich in beweging, +en langs de vensters der waggons ontrolt zich een levend panorama +van heuvelen en bergen, van schuimende wateren en murmelende beken, +van schilderachtige dorpen tronende op de toppen of wegduikende in +de stille valleien. Luider ratelt de donder der wentelende raderen; +in de waggons wordt het licht ontstoken; de trein verliest zich in het +hart der bergen. Alleen tusschen Luik en Verviers telt men elf tunnels; +telkens gaat men van het licht tot de duisternis en van de duisternis +tot het licht over, altijd maar voorthollende in zinnelooze vaart. + +Eensklaps opent zich een paradijs van groen en ruischende wateren; +van onder tot boven is de berg met bosch bedekt; overal beuren zich +de schilderachtige toppen op, ontplooien zich groenende en bloeiende +amphitheaters, teekenen zich tegen den hemel de sierlijk golvende +lijnen der heuvelklingen; en beneden in de diepte ontrolt zich eene +heerlijke vallei, waaruit de muziek van watervalletjes opstijgt, +met bloemperken, bosschages, coquette villa's en châlets, overal +tusschen het groen verspreid. Dan ontstaat er beweging in de waggons; +de portieren worden geopend, en eene drukke vroolijke menigte vult +voor eenige oogenblikken het station, om zich dan weer te verspreiden, +de heuvels te beklimmen of rond te wandelen langs de grasperken van +het kurhaus. Men is te Chaudfontaine, een Spa in miniatuur, en even +zoo beroemd om zijne wandelingen, zijne uitspanningen, zijne bronnen +en zijne schoone omgeving. + +Maar een deel van de zondagsvierders, die het station te Luik vulden, +heeft plaats genomen in de waggons van de Ourthe-lijn. De tocht begint: +Angleur verdwijnt in dichte rookwolken; op de hoogten teekent het +kasteel van Colonster zich tegen den horizon af; de lokomotief snuift +en fluit, staat stil. "Tilff!" roepen de conducteurs. Sommigen, die +tegen geen vermoeienis opzien, gaan op weg naar de grotten, waarin +men vier uren lang kan ronddwalen; anderen wandelen door de weilanden, +naar Méry of naar Esneux, boven op den berg, waar het doorgaans wemelt +van bezoekers en logeergasten. + +De voetreizigers stappen uit te Pepinster, om van daar naar Spa te +kuieren, over Justenville en Theux, waar eene merkwaardige oude +kerk te zien is; over het armzalige gehucht la Reid, vijftig of +zestig hutten in eene woestijn. Somwijlen maakt men een kleinen +omweg om een blik te werpen op de ruïnen van Franchimont, waaraan +zich eene geschiedenis hecht van bijna acht eeuwen en de herinnering +aan de prins-bisschoppen van Luik, van vorsten en aanzienlijken, die +hier vaak hun intrek namen, als zij te Spa de baden gebruikten. Even +voorbij la Reid begint eene breede prachtige laan, die als het ware het +voorportaal vormt van de stad, die zich weldra in al haar coquetten +luister en opschik vertoont. Telken jare, bij den aanvang van het +saizoen, schijnt Spa zelf, weer netjes opgepoetst, te voorschijn +te komen uit een dier mooi beschilderde doosjes, die haar naam door +geheel Europa hebben helpen verbreiden. Dan is Spa één groot logement: +alles is er te huur en op allerlei wijze wil men u helpen om uwe beurs +te ledigen. Maar de prachtige wandelingen, de heerlijke omstreken zijn +gelukkig nog voor ieder toegankelijk: de lucht, de bergen en valleien +zijn ook te Spa nog niet belast. Het vriendelijke, coquette stadje, +zoo uitnemend gelegen, heeft geheel het voorkomen van eene moderne +badplaats met haar casino, haar muziek, haar bals, haar amusementen, +haar opschik en schijn en ijdelheid en ook haar invretenden kanker +der onzedelijkheid. Toch is Spa niet meer wat het vroeger was, toen +de bank nog bestond en de roulette-tafel het hoog-beschaafde schuim +onzer maatschappij dagelijks om zich vereenigde: die gouden dagen, +waaraan de inwoners nog altijd met weemoed denken, zijn voorbij. Maar +in de reeks van schoone landschappen die haar omgeven, en bovenal +in haar minerale bronnen, waarvan de geneeskracht reeds sinds lang +bekend en beroemd is, heeft Spa een schat, dien niemand het ontnemen +kan en die het tegen vergetelheid waarborgt. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wandelingen door België, by Various + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR BELGIË *** + +***** This file should be named 17082-8.txt or 17082-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/0/8/17082/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
