summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--17080-8.txt2642
-rw-r--r--17080-8.zipbin0 -> 29054 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
5 files changed, 2658 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/17080-8.txt b/17080-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..1eeb13d
--- /dev/null
+++ b/17080-8.txt
@@ -0,0 +1,2642 @@
+The Project Gutenberg EBook of Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen
+by Hieronymus van Alphen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen
+
+Author: Hieronymus van Alphen
+
+Release Date: November 16, 2005 [EBook #17080]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PROEVE VAN KLEINE GEDIGTEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+ PROEVE
+ VAN
+ KLEINE GEDIGTEN
+ VOOR KINDEREN.
+
+
+
+ TE UTREGT,
+ BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON.
+
+ MDCCLXXIX.
+
+
+
+
+
+De kinderen zijn een erfdeel des HEERE.
+
+ SALOMO.
+
+
+
+
+
+VOORBERIGT.
+
+Zie daar eenige kleine gedigten, ten behoeve van
+kinderen opgesteld. De maker weet zeer wel, dat hij,
+als digter, daar door weinig roem behalen kan,
+maar dat was ook zijn oogmerk niet. Hij bedoelde
+slegts eenige nuttige waarheden zo in rijm voortedragen,
+dat dezelven de kinderlijke vatbaarheid niet te
+boven gingen; en hij heeft ze zo klein gemaakt, op
+dat zij des te gemakkelijker, door enkel leezen, zouden
+kunnen in het geheugen geprent worden, zonder
+dat het noodig was, dat ze van buiten geleerd werden;
+iets waar de maker zeer tegen is, en dat daarenboven,
+enkel door herhaald leezen, geschieden kan.
+
+Het geen aanleiding gaf tot het opstellen dezer stukjens
+is geweest--dat de maker zelf kinderen heeft, die
+thands zijn eenig en grootst vermaak zijn--dat men
+aan zulke stukjens in onze taal gebrek heeft--dat
+hij ook gaarne voor anderen nuttig is--en dat hij
+de Hoogduitsche _Lieder für kinder_ van WEISSE en de
+_kleine Lieder für kleine mädchen und jünglinge_ van
+G.W. BURMANN, met zeer veel genoegen, gelezen
+heeft; ook hebben zij hem menigmaal op den weg geholpen,
+schoon hij er eigenlijk geenen uit vertaald,
+of overgenomen heeft.
+
+Zij zijn wel allen niet voor kinderen van vier of
+vijf jaaren geschikt, maar dit was ook juist niet noodig.
+Men kan zelf kiezen, welken men aan zijne kinderen
+wil laten lezen, ook kan men schielijk merken, of een
+kind verstaat wat het leest dan niet. De opsteller heeft
+met allen de proef genomen; en hij kan verzekeren,
+dat zijn oudste jongetjen--een kind van vijf jaaren--veelen
+van dezelven, op de eerste of tweede
+leezing, verstaan heeft; en daarom houdt hij zig
+verzekerd, dat alle deze stukjens voor kinderen, boven
+de vijf en beneden de tien jaaren, bruikbaar zijn.
+Ook mag het geen kwaad wanneer hier en daar het
+kinderlijk verstand eene kleine zwarigheid ontmoet,
+en daar door tot vragen en praten wordt opgewekt.
+
+Wanneer ik het genoegen had, dat deze gedigtjens
+goedgekeurd en met vrugt gebruikt werden, zou ik
+met vermaak nu en dan een blaadjen voegen bij het
+geen ik thands aan mijne Landgenoten aanbiede. Het
+getal, dat ik thands geve, is groot genoeg, om er de
+proef mede te nemen.
+
+
+
+
+AAN TWEE
+LIEVE KLEINE JONGENS.
+
+
+ Zie daar, lieve wigtjes!
+ Een bundel gedigtjes,
+ Vermaakt er u meê!
+ En springt naar uw wooning;
+ Maar ... eerst ter belooning
+ Een kusjen of twee.
+
+ Door liefde gedrongen
+ Heb ik ze gezongen,
+ En wilt gij er meer,
+ Gij moogt er om vragen.
+ Wanneer ze u behagen
+ Komt huppelend weêr.
+
+
+
+
+HET KINDERLIJK GELUK.
+
+
+ Ik ben een kind,
+ Van God bemind,
+ En tot geluk geschapen.
+ Zijn liefde is groot;
+ 'k Heb speelgoed, kleedren, melk en brood,
+ Een wieg om in te slapen.
+
+ Ik leef gerust;
+ Ik leer met lust;
+ Ik weet nog van geen zorgen.
+ Van 't speelen moe,
+ Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe,
+ En slaap tot aan den morgen.
+
+ Geloofd zij God
+ Voor 't ruim genot
+ Van zo veel gunstbewijzen!
+ Mijn hart en mond
+ Zal hem, in elken morgenstond,
+ En elken avond prijzen.
+
+
+
+
+DE PERZIK.
+
+
+ Die perzik gaf mijn vader mij,
+ Om dat ik vlijtig leer.
+ Nu eet ik vergenoegd en blij.
+ Die perzik smaakt naar meer.
+
+ De vrolijkheid past aan de jeugd
+ Die leerzaam zig betoont.
+ De naarstigheid, die kinderdeugd,
+ Wordt altoos wel beloond.
+
+
+
+
+DE KINDERLIEFDE.
+
+
+ Mijn vader is mijn beste vrind.
+ Hij noemt mij steeds zijn lieve kind.
+ 'k Ontzie hem, zonder bang te vreezen.
+ En ga ik hupplend aan zijn zij',
+ Ook dan vermaakt en leert hij mij;
+ Er kan geen beter vader wezen!
+
+ Ik ben ook somtijds wel eens stout,
+ Maar als mijn ondeugd mij berouwt,
+ Dan wordt zijn vaderhart bewogen;
+ Dan spreekt zijn liefde geen verwijt,
+ Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt,
+ Dan zie ik tranen in zijn oogen.
+
+ Zou ik door ongehoorzaamheid
+ Dan maken, dat mijn vader schreit;
+ Zou ik hem zugten doen en klagen;
+ Neen, als mijn jonkheid iet misdoet,
+ Dan val ik aanstonds hem te voet,
+ En zal aan God vergeving vragen.
+
+
+
+
+ALEXIS
+
+
+ Alexis heeft zijn zusjen lief,
+ Wanneer ze in vrede leven;
+ Hij noemt haar zelfs zijn hartedief,
+ Als zij haar speelgoed hem wil geven.
+ Maar als zij iet, dat hem behaagt,
+ Voor haar, on meê te speelen, vraagt,
+ Dan wordt die liefde ras verminderd;
+ En als zij hem in 't doen van zijnen zin verhindert,
+ Dan haat hij bijkans haar geheel.
+ Ook is zij doorgaands hem te veel,
+ Wanneer zij boven hem door iemand wordt geprezen.
+
+ Een liefde, die zo ras verkoelt,
+ Die slegts op eigen voordeel doelt.
+ Zou dat wel regte liefde wezen?
+
+
+
+
+DE WAARE RIJKDOM
+
+
+ Geen geld bekore ons jong gemoed,
+ Maar heiligheid en deugd.
+ De wijsheid is het noodigst goed;
+ Het sieraad van de jeugd.
+
+ Wat is tog rijkdom? wat is eer?
+ Een handvol nietig slijk.
+ Gods vriend te wezen is veel meer;
+ Die Jesus lieft, is rijk.
+
+ Kom vallenwe onzen God te voet
+ Om deugd en heiligheid:
+ Zo wordt op aard ons jong gemoed
+ Ten hemel voorbereid.
+
+ Dan krijgen wij dien besten schat,
+ Die nimmermeer vergaat.
+ Dan loopen we op het deugdenpad,
+ En schrikken voor het kwaad.
+
+
+
+
+HET VROLIJK LEEREN.
+
+
+ Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,
+ En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
+ Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak,
+ Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
+ Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,
+ 't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.
+
+
+
+
+HET MEDELIJDEN.
+
+
+ Wie dat ik immer smart zie dragen,
+ 'k Heb ook gevoel daar van.
+ Ik sluit mijn oor niet voor zijn klagen.
+ Maar help hem als ik kan.
+
+ Een mensch in droefheid optebeuren,
+ Is zelfs voor kinders zoet.
+ Die spotten kan met hen die treuren,
+ Vertoont een slegt gemoed.
+
+ Zou mij eens anders leet verblijden?
+ Zou 'k lagchen in zijn smart?
+ O neen, een edel medelijden
+ Past aan mijn kinderhart.
+
+ Ik wil dan met bedroefden klagen,
+ Hen troosten in hun pijn.
+ Eens anders last te helpen dragen,
+ Zal mijn genoegen zijn.
+
+
+
+
+DE NAARSTIGHEID.
+
+
+ Des morgens lang te slapen,
+ Te geeuwen en te gapen,
+ Staat lelijk voor een kind.
+ Die altoos veel moet snappen,
+ En zotte taal wil klappen,
+ Ziet zelden zig bemind.
+
+ Zou ik mijn tijd besteden
+ Aan duizend nietigheden?
+ 'k Heb daar geen voordeel van.
+ Mijn lessen wil ik leeren,
+ Mijn meesters zal ik eeren,
+ Dan worde ik haast een man.
+
+
+
+
+DE SPIEGEL.
+
+
+ Die telkens in den spiegel ziet,
+ En zig met schoonheid vleit;
+ Beseft de waare schoonheid niet,
+ Maar jaagt naar ijdelheid.
+
+ Dit glas maakt trots, of geeft ons pijn;
+ Wil 'k weeten, wie ik ben,
+ Dan moet Gods woord de spiegel zijn,
+ Waar ik mijn hart uit ken.
+
+
+
+
+KLAGT VAN DEN KLEINEN WILLEM
+OP DE DOOD VAN ZIJN ZUSJEN.
+
+
+ Ach! mijn zusjen is gestorven,
+ nog maar veertien maanden oud.
+ 'k Zag haar dood in 't kisje liggen:
+ ach wat was mijn zusje koud!
+ 'k Riep haar toe: mijn lieve Mietje!
+ Mietje! Mietje! maar voor niet.
+ Ach! haar oogjes zijn gesloten;
+ schreien moet ik van verdriet.
+ Altoos wil ik om haar treuren,
+ bloempjes strooien op haar graf;
+ Weenend aan de kusjes denken,
+ die mij 't lieve meisje gaf.
+ Morgen zal ik--maar voor mij ook
+ is 't gevaar van sterven groot.
+ Gistren liep zij met mij speelen;
+ gistren nog! en nu--reeds dood!
+
+
+
+
+HET GESCHENK.
+
+
+ Moeder lief! zie daar een roosjen
+ Van uw Coosjen,
+ Wijl gij heden jarig zijt.
+ 'k Heb van morgen al gezongen,
+ En gesprongen:
+ Zo verlangde ik naar dien tijd.
+
+ Maar kan ik geen rijmpjes digten,
+ Moet ik zwigten
+ Voor mijn broêr in poëzij.
+ Neem dan, moeder! slegts dit roosjen
+ Van uw Coosjen.
+ 'k Heb u tog zo lief als hij.
+
+
+
+
+WELKOMGROET VAN CLAARTJE
+VOOR HAAR KLEINE ZUSJE.
+
+
+ Welkom lieve kleine zus!
+ Welkom in dit leven!
+ Baker! mag ik niet een kus
+ Aan mijn zusje geven.
+
+ Wilje slapen? o zij krijt!
+ 't Zal haar wis verveelen.
+ Morgen, als gij wakker zijt,
+ Zal ik met u speelen.
+
+ Slaap gerust, dan wordt gij groot;
+ Leer tog spoedig loopen!
+ Als gij zit op moeders schoot,
+ Zal zij speelgoed koopen.
+
+ O! Mamatjen is zo goed!
+ Alles wil zij geven,
+ Als haar kindertjes maar zoet
+ En te vrede leven.
+
+
+
+
+DE LEDIGHEID.
+
+
+ Nimmer moet ik ledig wezen;
+ Alles doen met lust en vlijt.
+ Bidden, leeren, schrijven, leezen,
+ Spelen, werken heeft zijn tijd.
+
+ Moeder lief kan 't ook niet veelen,
+ Dat de tijd verwaarloosd wordt.
+ Lui zijn, zegtze, is tijd te steelen,
+ En ons leven is zo kort!
+
+
+
+
+HET HONDJEN.
+
+
+ Hoe dankbaar is mijn kleine hond
+ Voor beentjes en wat brood!
+ Hij kwispelstaart, hij loopt in 't rond,
+ En springt op mijnen schoot.
+
+ Mij geeft men vleesch en brood en wijn,
+ En dikwijls lekkernij:
+ Maar kan een beest zo dankbaar zijn,
+ Wat wagt men niet van mij!
+
+
+
+
+HET GEBROKEN GLAS.
+
+EENE VERTELLING.
+
+
+ Cornelis had een glas gebroken
+ Voor aan de straat.
+ Schoon hij de stukken had verstoken,
+ Hij wist geen raad.
+ Hij had een afschrik van te liegen.
+ Wijl God het ziet:
+ En zou hij nu Mama bedriegen,
+ Dat kon hij niet.
+
+ Hij stond onthutseld en bewogen,
+ De moeder komt:
+ Zij ziet de tranen in zijn oogen,
+ Hij scheen verstomd.
+ Heeft Keesje, zeize, wat bedreven?
+ Wat scheelt er aan?
+ 'k Heb zei hij, moeder lief! zo even
+ Weer kwaad gedaan.
+
+ Terwijl ik bezig met paletten
+ Bij 't venster was.
+ Vloog mijn _volan_, door 't fors raketten,
+ Daar in het glas.
+ Maar als uw Keesje 't van zijn leven
+ Niet weder doet,
+ Dan wilt gij 't immers hem vergeven,
+ Gij zijt zo goed!
+
+ Kom Keesje lief! hou op met krijten,
+ Zei moeder toen:
+ 'k Wil u die misslag niet verwijten,
+ Hij kreeg een zoen.
+ "Die altoos wil de waarheid spreken,
+ "Wordt wel beloond,
+ "Die leugens zoekt voor zijn gebreken,
+ "Wordt nooit verschoond."
+
+
+
+
+DE GODSDIENSTIGHEID.
+
+
+ Als in de lieve lente
+ De bloemen 't veld versieren,
+ Dan pluk ik roozeknopjes,
+ Viooltjes, maagdeliefjes,
+ Citroenkruid en seringen.
+ Dan zal ik kransjes vlegten,
+ En dragen die ter eere
+ Van God, die mij het leven
+ En bloempjes heeft geschonken.
+ Dan zinge ik: Hemelkoning!
+ Gij doet viooltjes groeien,
+ Met roosjes, maagdeliefjes,
+ Citroenkruid en seringen,
+ Met duizend duizend bloemen;
+ Om uwe magt en liefde
+ Aan kinderen te toonen.
+ Hoe mooi staat mij dit kransjen!
+ Ach laat mij niet vergeten
+ Dat gij het hebt doen groeien!
+
+
+
+
+DE HAAS.
+
+
+ Kijk Pietje! kijk, een haas, ô die zo gauw kon loopen!
+ Neen, zei de slimme Piet,
+ Wilt gij een haasjen zijn, ik niet:
+ 'k Wil liever langsaam gaan, dan 't met den dood bekoopen.
+
+ Hij, die altoos wel te vreden
+ Met vermogens die hij heeft
+ Vergenoegd en dankbaar leeft,
+ Kan zijn gaven wel besteden.
+ Maar dat hij, die altoos kniest,
+ En wat andren zijn wil wezen,
+ Zelfs het geen hij heeft verliest,
+ Heb ik meer dan eens gelezen.
+
+
+
+EENE VERTELLING VAN DORISJE.
+
+
+ Wij zaten laatst bij _Saartje_,
+ Onze oude goede baker,
+ Die sprookjes kan vertellen.
+ Wij dronken chocolade,
+ En deden honderd vragen.
+
+ In 't einde zei ons _Saartje_:
+ Wel nu, mijn hartediefjes!
+ Gij kent de vier getijden,
+ Wat houdt gij voor het beste?
+
+ Toen zei mijn zusje _Mietje_,
+ Die tijd is mij de liefste,
+ Wanneer de boomen bloeien.
+ Dan krijgt men mooie bloempjes,
+ Om tuiltjes van te vlegten.
+ Dan ziet men duizend vogels
+ Op groene takjes zingen.
+ Is dat niet in de lente?
+
+ De winter, lieve _Saartje_!
+ Zei _Pietjen_, is de beste.
+ Dan hooren wij vertellen,
+ En drinken chocolade,
+ Of eeten dikke wafels.
+
+ Neen ik verkies den zomer
+ Zei _Keesje_, dan is 't kermis.
+ Dan hoef ik niet te leeren.
+
+ Maar ik zei, 't is het beste,
+ Als meest de vrugten rijp zijn.
+ Dan valt er braaf te knappen.
+ Dan heeft men abricoozen,
+ En pruimen, en morellen.
+ En perzikken en peeren:
+ En is dat niet in 't najaar?
+
+ Hoort kinders, zeide _Saartje_,
+ De winter moet de velden
+ En tuinen vrugtbaar maken.
+ Men moet de boomen snoeien;
+ Den akker moet men mesten;
+ Dat doet men in den winter.
+ De boomen moeten bloeien,
+
+ Om vrugten ons te geven;
+ Dat doen zij in de lente.
+ De vrugten moeten groeien;
+ Dat doen zij in den zomer.
+ Men moet de vrugten plukken;
+ Dat doet men in het najaar.
+
+ Dus moet gij, lieve kinders!
+ In alle jaargetijden
+ Gods wijze goedheid loven,
+ En wel te vrede wezen.
+
+
+
+
+JESUS.
+
+een Zangstukje.
+
+
+CLAARTJE _en_ JANTJE.
+
+te samen.
+
+ Jesus is een kindervriend!
+ Onzer wil hij zig erbarmen.
+ Hij nam kinders in zijn armen;
+ Jesus is een kindervriend!
+
+CLAARTJE alleen.
+
+ Ach was Jesus nog op aarde!
+ Aanstonds vloog ik naar hem heen.
+
+JANTJE alleen.
+
+ Ach was Jesus nog op aarde!
+ 'k Vloog met u naar Jesus heen.
+
+te samen.
+
+ Zoon van God! die eeuwig leeft!
+ Hoor ons smeeken,
+ En vergeeft
+ Onze stoutheid en gebreken!
+ Zoon van God! die eeuwig leeft!
+ Zegen onze jeugd, en geeft,
+ Dat wij dikwijls van U spreken!
+
+
+
+
+DE DRIJFTOL
+
+
+ Nooit loopt mijn drijftol zonder slagen;
+ Want hou ik op, dan loopt hij niet.
+ Ik heb in al dat slaan verdriet,
+ En zal om ander speelgoed vragen.
+
+ Maar is 't ook zo met Flipje niet?
+ Ja; had ik nimmer slaag te vrezen,
+ 'k Zou zelden in mijn boeken lezen,
+ En dat geeft vader ook verdriet.
+
+ Foei dat ik van een tol moet leeren,
+ Met vlijt te werken zonder dwang.
+ 'k Wil tot mijn straf, mijn levenlang
+ Geen ander speelgoed gaan begeeren.
+
+
+
+
+DE PRUIMEBOOM.
+
+EENE VERTELLING.
+
+
+ Jantje zag eens pruimen hangen,
+ o! als eieren zo groot,
+ 't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
+ schoon zijn vader 't hem verbood.
+ Hier is, zei hij, noch mijn vader,
+ noch de tuinman, die het ziet;
+ Aan een boom, zo vol geladen,
+ mist men vijf zes pruimen niet.
+ Maar ik wil gehoorzaam wezen,
+ en niet plukken: ik loop heen.
+ Zou ik, om een hand vol pruimen,
+ ongehoorzaam wezen? Neen.
+ Voord ging Jantje: maar zijn vader,
+ die hem stil beluisterd had,
+ Kwam hem in het loopen tegen
+ voor aan op het middelpad.
+ Kom mijn Jantje, zei de vader,
+ kom mijn kleine hartedief!
+ Nu zal ik u pruimen plukken;
+ nu heeft vader Jantje lief.
+ Daar op ging Papa aan 't schudden,
+ Jantje raapte schielijk op;
+ Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
+ en liep heen op een galop.
+
+
+
+DE BEDELAAR.
+
+
+ Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit,
+ En trillend van de kou, mij om een duitje bidt,
+ Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen
+ Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter?..Neen.
+ Een vroom en eerlijk mensch draagt dikwijls slegte kleeren,
+ Ik wil dan ook de deugd in arme menschen eeren,
+ Die met veragting op hem ziet,
+ Doet naar 't bevel van Jesus niet.
+
+
+
+
+DE WAARE VRIENDSCHAP.
+
+
+ Een vriend, die mij mijn feilen toont;
+ Gestreng bestraft, en nooit verschoont,
+ Heeft op mijn hart een groot vermogen;
+ Maar 't laag gemoed, dat altoos vleit,
+ Verdenk ik van baatzugtigheid,
+ Ik kan zijn bijzijn niet gedogen.
+ Die zelden prijst, spreekt vriendentaal.
+ Die altoos vleit, liegt menigmaal.
+
+
+
+
+
+
+ VERVOLG
+ DER
+ KLEINE GEDIGTEN
+ VOOR KINDEREN,
+
+ VAN
+
+ MR. HIERONIJMUS VAN ALPHEN.
+
+
+
+ TE UTREGT,
+ BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON.
+
+ MDCCLXXVIII.
+
+
+
+
+ Het zaad zal hem dienen.
+
+ DAVID.
+
+
+
+
+VOORBERIGT.
+
+
+Ik ben veel te gevoelig over het gunstig onthaal, dat
+mijne _kleine gedigten voor kinderen_ bij mijne Landgenooten
+gehad hebben, dan dat ik mijne blijdschap
+en dankbaarheid, deswegens, niet openlijk betuigen
+zou. De mondelijke en schriftelijke verklaringen van
+het genoegen, door dezen mijnen geringen arbeid veroorzaakt,
+hebben mij dikwijls sterk aangedaan; ja
+dikwijls riep ik bij zulke gelegenheden uit:
+
+ Tranen vloeien uit mijn oogen,
+ Lieve kinders, als gij mij
+ Vraagt om meerder poëzij.
+ Ach! mijn hart, zo ligt bewogen,
+ Zegent God, die eeuwig leeft,
+ Dat hij mij die blijdschap geeft!
+
+Het is derhalven geen traagheid, geen lusteloosheid
+geweest, die mij het voordzetten van dezen arbeid zo
+lang heeft doen verschuiven. Wat dan?--louter onvermogen,
+mijne waarde Landgenooten! Ik kan, als
+digter vooral, niet werken wanneer ik wil; en zo dra
+ik mij zelf dwingen moet, valt alles kwalijk uit. Ik
+heb dan gewagt, tot dat ik weder in die gesteldheid
+geraakte, in welke ik mijne eersten vervaardigd heb;
+en het is de vrugt van die uuren, welke ik nu wederom
+aan onze kinderen aanbiede; in hoop dat dezelven
+even zo mogen behagen als de eersten.
+
+Ik had lang mijne gedagten laten gaan, en zelfs eenige
+middelen aangewend, om eenige kunstplaatjes
+bij deze kinderversjes te voegen, toen mij de Hr.
+ALLART, _Boekhandelaar te Amsterdam_, eenen weg
+aanwees, om daar in tot mijn genoegen te slagen. De
+plaatjes zullen, onder mijn opzigt, door den Kunstschilder
+J. BUYS geteekend, en door de Heeren PUNT
+en VAN DER MEER gegraveerd worden; van welker
+bekwaamheid men eene proeve zien kan in de fraaie
+plaatjes voor Gellerts fabelen; welke plaatjes men, zo
+wel als die fabelen, aan onze Nederlandsche jeugd niet
+genoeg kan aanbeveelen.
+
+Deze plaatjes zullen, zo laag mogelijk, gesteld worden,
+en de versjes egter afzonderlijk te bekomen zijn.
+Zij egter, die zig van de eersten en beste afdrukken
+voorzien willen, gelieven, bij hunne Boekverkopers,
+of bij J. ALLART, te _Amsterdam_, of bij de WED.
+J. V. TERVEEN EN ZOON _alhier_, hunne namen optegeven;
+zullende de eerste afdrukken aan dezulken, zo
+dra mogelijk, worden afgeleverd.
+
+Vaartwel mijne Landgenooten! en weest verzekerd,
+dat het mij altoos een gevoelig genoegen zal zijn,
+iets tot nut of vermaak van u of uwe kinderen te
+kunnen toebrengen.
+
+Ik moet hier nog bijvoegen, dat er redenen
+zijn, die mij noodzaken, om geene exemplaren voor
+egt te erkennen, dan die door de drukkers dezes
+eigenhandig dus onderteekend zijn,
+
+
+
+
+LOTJE EN KEESJE.
+
+
+KEESJE.
+
+ Zeg me zoete lieve _Lotje_!
+ wat is de oorzaak, datge schreit:
+ Hebtge uw beugeltas verloren,
+ of gebroken, lieve meid?
+
+LOTJE.
+
+ Zou 'k niet schreien, waarde _Keesje_!
+ moeder lief was niet voldaan
+ Met mijn naaiwerk o! zij zag mij
+ met verdriet en droefheid aan.
+ Ja zij wilde mij niet kussen,
+ zo als ze anders altijd doet.
+ Foei mij! ach! dat zulk een moeder
+ om mijn stoutheid treuren moet.
+
+KEESJE.
+
+ Wat kan 't baten, dat gij eenzaam
+ in een hoekje zit, en klaagt.
+ Ga, zij zal het u vergeven,
+ als gij om verschoning vraagt.
+
+LOTJE.
+
+ Zult gij dan mijn voorspraak wezen,
+ mij geleiden:
+
+KEESJE.
+
+ ja gewis:
+ Zou ik niet voor _Lotje_ spreken,
+ die mijn liefste zusjen is.
+ Maar gij hebt geen voorspraak noodig,
+ als gij moeder valt te voet,
+ Zal zij 't zeker u vergeven,
+ Moeder, weet gij, is zo goed.
+ Gistren las zij voor ons beide,
+ dat ook God de schuld vergeeft:
+ 'k Weet, zij zal u wis verschoonen,
+ daar zij zulk een voorbeeld heeft.
+
+
+
+DE GEZONDHEID.
+
+
+ Gezondheid is een groote schat
+ Om vergenoegd te leven.
+ Ofschoon ik groten rijkdom had,
+ Wat voordeel zou het geven,
+ Zo ik, doorknaagd van angst en pijn,
+ Mij zelven tot een last moest zijn.
+
+ Maar zou ik dan mijn Vaders raad
+ Niet ijverig betragten?
+ En gulzigheid en overdaad
+ Niet mijden en veragten?
+ Die nooit genoeg heeft voor zijn mond,
+ Leeft zelden vrolijk en gezond.
+
+
+
+KLAARTJE en KEETJE.
+
+
+KLAARTJE.
+
+ Altoos werken, altoos lezen,
+ Dat moet wel verdrietig wezen:
+ Is het daarom dat men leeft?
+ Lustig Keetje! nu aan 't spelen;
+ Ach! de tijd moet u verveelen
+ Dien gij aan uw meesters geeft.
+
+KEETJE.
+
+ Nooit te werken, nooit te lezen,
+ Altoos in den tuin te wezen,
+ Is het daarom dat men leeft?
+ Klaartje lief, hou op met spelen;
+ Ach! de tijd moet u verveelen,
+ Dien gij aan uw poppen geeft.
+
+KLAARTJE.
+
+ Somtijds spelen, somtijds lezen,
+ Dat zal wel het beste wezen,
+ Keetje lief! kom speel met mij.
+
+KEETJE.
+
+ 't Zal dan zeker u verveelen,
+ Op te houden van het spelen:
+ Leer nu eerst, dan spelen wij.
+
+ Ter nauwer nood had Keetje dit gezegd,
+ Of Klaartje had, beschaamd, haar poppen weggelegd.
+
+
+
+
+HET GEVONDEN LIEDJEN.
+
+
+ 'k Vond daar even dit papiertjen,
+ 'k hoop dat ik het lezen kan.
+ Boven staat er op geschreven:
+ Hoe!.....
+
+ DE VERGENOEGDE MAN.
+
+ Kom kinders zet u bij mij neêr.
+ 'k Zal u een liedjen geven.
+ De vergenoegdheid is veel meer
+ Dan schatten in dit leven.
+
+ Al heb ik weinig, 'k heb genoeg;
+ Zou ik een man benijden,
+ Die altoos mooie kleeren droeg,
+ Maar zwaare pijn moest lijden.
+
+ Het werken houdt mij steeds gezond
+ En vlug van lijf en leden.
+ 'k Word wakker in den morgenstond
+ Verkwikt en wel te vreden.
+
+ De honger, dien ik zelden mis,
+ Doet mij veel grager eeten,
+ Dan of ik aan een konings disch,
+ Was dag aan dag gezeten.
+
+ 'k Heb dikwijls water uit een bron
+ Met meerder smaak gedronken,
+ Dan ooit de wijn mij geven kon,
+ Bij bekers ingeschonken.
+
+ En is de dag voorbijgegaan,
+ Zie ik den avond rijzen,
+ Dan hef ik eens een liedjen aan
+ Om mijnen God te prijzen.
+
+ Nu lieve kinders, leeft als ik,
+ Verblijdt u in Gods zegen!
+ Zeg dankend ieder oogenblik,
+ Wat heb ik veel gekregen!
+
+ Welk een lief en aartig liedjen!
+ Hoe behaagt en treft het mij.
+ Mogt ik leeren zo te leven,
+ Vergenoegde man! als gij.
+
+
+
+
+DE GOEDE EERZUGT.
+
+EENE KLAGT VAN DAANTJE.
+
+
+ Ach mij! ik ben verdrietig,
+ Ik heb den prijs verloren,
+ Dien vader lief beloofd had,
+ Aan hem, die 't beste leerde.
+ Dat boek met mooie prentjes,
+ Met groene zijde lintjes,
+ Waar naar ik zo verlangde,
+ Heeft Jantje nu gekregen;
+ Om dat hij 't best kon schrijven,
+ En 't vlugst was in het lezen.
+ Ja op de kaarten kon hij
+ De landen en rivieren,
+ De zeeën en de steden,
+ Het gauwst van allen vinden.
+
+ Maar zou ik hem benijden,
+ En nu nog minder leeren?
+ Neen, 'k wil zijn gaven prijzen,
+ En hem te meer beminnen.
+ Maar tevens zal ik tragten,
+ Den eereprijs te winnen,
+ Dien Vader weer beloofd heeft.
+ 'k Wil dan wat minder spelen,
+ Ik wil wat korter slapen,
+ En groter vlijt besteden
+ In 't horen naar de lessen,
+ Die mij mijn meesters geven.
+ Door al te veel te spelen,
+ Door al te lang te slapen,
+ Door telkens rond te kijken,
+ Wanneer ik op moest letten,
+ Heb ik den prijs verloren.
+
+ Dat boek met mooie prentjes,
+ Met groene zijden lintjes
+ Heeft Jantje dat gekregen!
+ Ik kan het niet vergeten,
+ Maar 't zal niet weer gebeuren.
+
+
+
+
+DE KLEPPERMAN.
+
+
+ Zou ik voor den klepper vreezen,
+ o! Die lieve brave man
+ Maakt, dat ik gerust kan wezen,
+ En ook veilig slapen kan.
+ Moeder lief! 'k geloof het vast,
+ Dat hij op de dieven past.
+
+ Schoon hij loopt door wind en regen,
+ 't Zingen wordt hij nimmer moe:
+ Goede God! geef hem uw zegen,
+ Maar mijne oogjens vallen toe.
+ Lieve klepper! hou de wagt
+ Ik ga slapen: goede nagt!
+
+
+
+
+KLAASJE EN PIETJE.
+
+
+KLAASJE.
+
+ Pietje, zo gij niet wilt deugen,
+ Dan verschijnt de zwarte man.
+
+PIETJE.
+
+ Klaasje foei, dat is een leugen!
+ Laat hem komen, als hij kan.
+ Die aan zulk een man gelooft,
+ Is van zijn verstand beroofd.
+
+
+
+
+WINTERZANG.
+
+
+ 'k Zie de geele bladers vallen,
+ met den zomer is 't gedaan:
+ En 't gehuil van sneeuw en regen
+ kondigt ons den winter aan.
+ Ach! hoe trillen mij de leden,
+ 'k Loop naar 't hoekjen van den haart;
+ Vader zegt: in zulk een koude
+ dient er hout noch turf gespaard.
+ o Wij hebben zo veel voorraad
+ voor den schralen wintertijd;
+ Daar men mij met warme kleeren
+ voor den strengen vorst bevrijdt.
+ Winterpeeren, kool, en appels
+ boter, vlees, ja wat niet al,
+ Ligt er reeds in onze kelder,
+ dat ons lekker smaken zal.
+ Mogt ik nu maar dankbaar wezen,
+ over mijn gelukkig lot;
+ Ja ik wil gehoorzaam leven,
+ en u danken, goede God!
+ Ja ik wil gedurig denken,
+ als de koude mij verdriet,
+ Ach! hoe menig duizend menschen
+ hebben zo veel voorraad niet.
+ Ja ik wil dan wat besparen,
+ en wat van mijn overvloed
+ Aan een arrem kindje geven,
+ dat van honger schreien moet.
+
+
+
+
+GODS GOEDHEID.
+
+
+ God is goed, daar valt de regen
+ Op het uitgedroogde land:
+ Vader bad om zulk een zegen,
+ Zonder regen,
+ Zegt hij, groeit geen kruid noch plant.
+
+ Lieve droppels valt op de aarde!
+ Valt in grooten overvloed,
+ 't Goud is niet van zulk een waarde
+ Voor onze aarde.
+ God verhoort ons: God is goed!
+
+
+
+
+GODS WIJSHEID.
+
+
+ God is wijs, die malsche regen
+ Houdt nu op: het dorre gras
+ Heeft weer zo veel vogt gekregen,
+ Als voor 't groeien noodig was.
+
+ Viel er al te zware regen,
+ Zag men nimmer zonneschijn,
+ Dan zou 't langer niet tot zegen,
+ Maar tot schade voor ons zijn.
+
+ God is wijs, die malsche regen
+ Houdt weer op: de dorre grond
+ Heeft nu zo veel vogt gekregen,
+ Als Gods wijsheid noodig vond.
+
+
+
+
+DE EDELMOEDIGE WEDERVERGELDING
+
+
+ Zou ik dan mijn zusje kwellen
+ Om dat zij me niet bemint?
+ Zou ik kwaad van haar vertellen?
+ Neen ik denk: zij is een kind!
+
+ 'k Zal haar van mijn lekkers geven.
+ Dan wat druiven, dan een peer,
+ Dan een hazelnoot zes zeven,
+ En wanneer zij wil, nog meer.
+
+ 'k Zal haar hart door liefde winnen,
+ Ze is tog geen kwaadaartig kind;
+ Zo lang zal ik haar beminnen,
+ Tot ze in 't eind mij ook bemint.
+
+
+
+
+HET ZIEKE KIND.
+
+
+ Mijn hoofdjen! ach! het doet zo zeer!
+ Het schijnt van een gespleten;
+ Geen hobbelpaard vermaakt mij meer;
+ En schoon men vraagt, wat ik begeer
+ Ik walg van 't lekkerste eeten.
+
+ Al ligt geen kind zo zagt als ik,
+ De rust is mij benomen.
+ En slaap ik eens één oogenblik,
+ Dan worde ik wakker met een schrik
+ Door 't akelige droomen.
+
+ Nu worde ik eerst, door 't geen ik mis,
+ Tot dankbaarheid gedreven:
+ Nu voel ik, maar met droefenis,
+ Hoe veel men Gode schuldig is,
+ Als men gezond mag leven.
+
+ Maar o! die God is altoos goed;
+ Ik wil nu dankbaar wezen,
+ En schoon ik pijnen lijden moet,
+ Geduldig zeggen: God is goed!
+ Hij kan mij weer genezen.
+
+
+
+
+HET GOEDE VOORBEELD.
+
+
+ Vader leeft met onze moeder
+ altoos vergenoegd en blij,
+ o Hoe lieven zij elkander,
+ nimmer knorren zij als wij.
+
+ Toont er een iets te verlangen,
+ dan zegt de ander: dat is goed!
+ Moeder is het best te vreden,
+ als zij iets voor vader doet.
+
+ Vader poogt altoos te weten
+ wat de wensch van moeder is;
+ En het geen haar mogt verveelen,
+ geeft aan vader droefenis.
+
+ Vader gaf de beste perzik
+ laatst aan moeder met een zoen;
+ Hij wou zelf er niet van eeten:
+ Klaartje, zouden wij dit doen?
+
+ Liefste zusje, liefste broertjes
+ o het strekt ons tot verwijt,
+ Dat wij dikwijls zo krakkeelen;
+ ach gij weet niet hoe 't mij spijt.
+
+ Komt, mijn liefjes, laat ons leven
+ tot elkanders nut en vreugd!
+ Laat ons pogen na te volgen
+ vaders liefde en moeders deugd.
+
+ Daar alleen kan liefde woonen,
+ daar alleen is 't leven zoet,
+ Waar men, blij en ongedwongen,
+ voor elkander alles doet.
+
+
+
+
+PIETJE EN KEETJE.
+
+
+PIETJE.
+
+ Kom mijn lieve zoete zusje,
+ Geef me een kusje,
+ o Ik ben zo in mijn schik!
+ 'k Heb van moeder zo vernomen,
+ Dat _Camie_ van 't school zal komen,
+ Niemand is zo blij als ik.
+
+KEETJE.
+
+ Laat ons dan eens wat bedenken,
+ Om te schenken
+ Aan die allerliefste meid.
+ Als wij haar maar wat vertellen,
+ En geen daden dat verzellen
+ Is 't geen regte vrolijkheid.
+
+PIETJE.
+
+ Wel: ik heb vier mooie printjes,
+
+KEETJE.
+
+ Ik twee lintjes,
+ Goed voor haar, gelijk ik gis.
+
+PIETJE.
+
+ 't Zal haar, hoe gering, behagen,
+ Wijl zij dan niet hoeft te vragen,
+ Of 't bij ons maar praaten is.
+
+HET GEDULD.
+
+ Geduld is zulk een schoone zaak
+ Om in een moeielijke taak
+ Zijn oogwit uittevoeren;
+ Dit zag ik laatst in onze kat,
+ Die uuren lang gedoken zat,
+ Om op een rat te loeren.
+ Zij ging niet heen voor zij de rat,
+ Gevangen, in haar klauwen had.
+
+
+
+
+EEN GODSDIENSTIGE JEUGD
+MAAKT EEN GELUKKIGEN
+OUDERDOM.
+
+
+ Die in zijn jeugd
+ het pad der deugd
+ Heeft ingeslagen,
+ En 't goede doet,
+ Wagt welgemoed
+ Zijne oude dagen.
+
+ Maar die zijn tijd
+ Onnut verslijt,
+ Zijn frissche kragten
+ Der zonde geeft,
+ Moet, afgeleefd,
+ Verdriet verwagten.
+
+ Laat dan, o jeugd!
+ Het pad der deugd,
+ U vroeg behagen,
+ Dan slijt ge blij,
+ Van wroeging vrij
+ Uwe oude dagen.
+
+ Al zijtge een spot
+ Van hun, die God
+ Te stout veragten,
+ Gij hebt veel meer
+ Dan geld of eer
+ Van hem te wagten.
+
+ Die God bemint
+ Die wordt zijn kind;
+ En moet hij sterven,
+ 't Zij vroeg of spaê,
+ Hij zal genaê
+ Bij God verwerven.
+
+
+
+
+DE KOOLMEES.
+
+
+ Mijn knip had in den boom een uurtje pas gehangen,
+ Of deze koolmees zat er in.
+ Toen zei ik bij mij zelf: wat zal ik vogels vangen!
+ Dat heet eerst regt een goed begin!
+
+ Maar ach! het zijn wel zeven dagen,
+ Ik zag in al die tijd geen vink of koolmees weer,
+ Nu ben ik heel ter neer geslagen,
+ Nu zeg ik bij mij zelf: er zijn geen vogels meer.
+
+ Die al te groote dingen wagt,
+ Om dat hem in 't begin zijn pogingen gelukken,
+ Is even dwaas, als die tot wanhoop wordt gebragt,
+ Om dat hij voor een tijd voor tegenspoed moet bukken.
+
+
+
+
+PIETJE BIJ HET ZIEKBED VAN ZIJN ZUSJEN.
+
+
+ Ach dat kermen, ach dat klagen
+ Kan mijn teder hart niet dragen,
+ Mietje lief ik voel uw pijn!
+ 'k Zou gewillig voor u lijden,
+ Kon het u van smart bevrijden,
+ Of maar tot verligting zijn.
+
+ Doch 't is boven mijn vermogen;
+ Maar ik buig, met weenende oogen,
+ Biddend mijne knietjes neer.
+ "Laat mijn bede u niet mishagen
+ "Goede Jesus! hoor mijn klagen,
+ "En herstel mijn zusje weer.
+
+ "Laat haar 't leven tog niet derven,
+ "Ach mijn moeder zou 't besterven,
+ "Vader daalde wis in 't graf.
+ "Lieve God! waar bleef tog Pietje,
+ "Naamt gij met mijn zusje Mietje
+ "Ook mijne ouders van mij af."
+
+
+
+
+HET VERHOORDE GEBED.
+
+
+ Mijn zusjen is gezond. God hoorde mijn gebed!
+ En heeft tot onze vreugd mijn zusje lief gered.
+ Wat zal mijn dankbaar hart dien goeden God vergelden?
+ Zo groot een God wil die gedankt zijn van een kind?
+ Ja! Vader zegt, dat God daar in behagen vindt,
+ Dies zal ik zijnen lof, al ben ik jong, vermelden.
+
+
+
+
+HET TEDERHARTIGE KIND.
+
+
+ Zou ik niet mijn moeder eeren,
+ Ach wat doetze niet voor mij?
+ Wat mij nut is, mag ik leeren;
+ Ben ik vrolijk, zij is blij.
+
+ Ben ik ziek, ik hoor haar klagen;
+ En wanneer zij bij mij zit
+ Met het oog om hoog geslagen,
+ Dan geloof ik, dat zij bidt.
+
+ Ja dan bidt zij, dat ik spoedig
+ Mag bevrijd zijn van mijn smart;
+ Worde ik beter, hoe blijmoedig
+ En hoe dankbaar is haar hart.
+
+ Ik zal altoos haar beminnen,
+ Altoos doen, dat haar behaagt.
+ Nimmer wil ik iets beginnen,
+ Daar mijn moeder over klaagt.
+
+ 'k Zal haar naam met eerbied noemen,
+ Als zij neerdaalt in het graf.
+ En Gods goedheid altoos roemen,
+ Die mij zulk een moeder gaf.
+
+ Goede God! ach laat haar leven
+ Tot mijn voordeel, tot mijn vreugd,
+ Welk een droefheid zou 't mij geven,
+ Haar te missen in mijn jeugd.
+
+
+
+
+DE ONBEDAGTSAAMHEID.
+
+
+ Zie Keesje! deze doode mug
+ Vloog nog zo even blij en vlug,
+ Maar 't is door onbedagtsaamheid,
+ Dat hij nu dood op tafel leit.
+
+ Hij had in 't kaarslicht zulk een zin,
+ En vloog er onvoorzigtig in.
+ Nu ligt hij daar; maar 't is te laat;
+ Er is voor 't mugje nu geen raad.
+ Hij werd bedrogen door den schijn.
+ O! laat ons dit tot leering zijn,
+ Dat, eer men iets gewigtigs doet,
+ Men zig wat lang bedenken moet.
+ Eén uur van onbedagtsaamheid
+ Kan maken dat men weeken schreit.
+
+
+
+
+DE VOGEL OP DE KRUK.
+
+
+ Het zijn pas zes of zeven dagen,
+ Dat ik dit cijsje kogt van Klaas den vogelman;
+ En schoon ik in het eerst mijn moeite moest beklagen,
+ Nu is er nergens geen, die beter vliegen kan.
+
+ Wat zou ik vorderingen maken,
+ Als ik zo leerzaam was als hij!
+ Maar 'k zou wel haast aan 't schreien raken,
+ Mijn vogel, ach! veroordeelt mij.
+
+ k' Wil dan voordaan mij zo gedragen,
+ Dat, eer ik mij tot speelen schik,
+ Ik zonder vrees mij af kan vragen:
+ Wie leert er beter, hij of ik?
+
+
+
+
+
+
+ TWEEDE VERVOLG
+ DER
+ KLEINE GEDIGTEN
+ VOOR KINDEREN.
+
+ VAN
+
+ MR. HIERONIJMUS VAN ALPHEN
+
+
+
+ TE UTREGT,
+ BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON.
+
+ MDCCLXXXII.
+
+
+
+
+AAN MIJN KLEINE LEZERS.
+
+
+ Zegt tog niet, mijn lieve wigtjes!
+ Dat _van Alphen_ u vergeet;
+ 'k Heb, om u nog iets te geven,
+ Eenige uurtjes weêr besteed.
+ Mooglijk is 't de laatste bundel;
+ Hoort! gij hebt er ook genoeg.
+ 't Is in 't aantal niet gelegen;
+ En voor grooter is 't wat vroeg.
+
+ Weinig, wel, en dikwijls lezen
+ Leert het best, in uwen tijd:
+ Grooter boeken zultge krijgen,
+ Als gij ook wat grooter zijt.
+
+
+
+
+JANTJE EN HET KONIJN.
+
+
+ Daar zie ik een konijn!
+ Wat zou 'k gelukkig zijn,
+ Had ik het, om er meê in onzen tuin te loopen,
+ Zei Jan: maar schoon 'k mijn geld
+ Al driemaal heb geteld,
+ Ik heb te weinig om dat lieve dier te koopen;
+ En schoon mij dit aan 't harte gaat,
+ Ik weet geen raad!....
+
+ Wel! laat u dit geval dan leeren,
+ Mijn lieve Jan!
+ Dat een verstandig kind geen dingen moet begeeren,
+ Die hij te voren weet, dat hij niet krijgen kan.
+
+
+
+
+DE ZINGENDE WILLEM.
+
+MORGENLIED.
+
+
+ Bij 't opgaan van de zon
+ Zat Willem aan een bron,
+ Van goeder hart, te zingen;
+ Hij had den afgelopen nagt
+ Verkwikkend doorgebragt;
+ En kon zig langer niet bedwingen.
+ God, riep hij, is zo goed,
+ Dat ik hem loven moet!
+
+ Magtige Schepper! u heb ik te danken,
+ Dat ik ontwaakte gezond en verheugd.
+ Wijze Bestierder! 'k heb Jesus te danken,
+ Dat ik u kenne in het eerst van mijn jeugd.
+
+ Prijst u de morgen, ik zal u ook eeren,
+ Dat gij mij gunstig in 't leven bewaart;
+ Prijst u de morgen, ach mogtze mij leeren,
+ Heilig en dankbaar te leven op aard.
+
+ Naarstig, gehoorzaam, en vrolijk te wezen,
+ Is me tot voordeel en 't is uw gebod.
+ Vriendlijke Schepper! wie zou u niet vreezen!
+ Wie u niet eeren, almagtige God!
+
+ Van u alleen moet ik alles verwagten;
+ Wie is als gij algenoegsaam en mild.
+ 'k Wil dan van daag uwe wetten betragten;
+ Daar gij ook kinderen zegenen wilt.
+
+
+
+
+DE KLEINE ZANGSTER.
+
+AVONDLIED.
+
+
+ Het licht der zon
+ Begon
+ Alreê te kwijnen;
+ De maan
+ Ving aan
+ Zo schoon als ooit te schijnen;
+ Toen lieve Cris,
+ Een meid, naar 'k gis,
+ Van agt of negen jaren,
+ Haar kleine citer nam,
+ En hupplend bij mij kwam;
+ Zij paarde lagchend stem en snaren;
+ En zong het vrolijk avondlied,
+ Dat gij hier uitgeschreven ziet.
+
+ De zon moog haar stralen
+ In 't westen doen dalen,
+ Dit geeft mij geen smart:
+ God heeft ook geschapen
+ Den nagt om te slapen,
+ Dies looft Hem mijn hart.
+
+ Hoe donker 't mag wezen,
+ 'k Behoef niet te vreezen
+ In 't holst van den nagt.
+ God zal voor mij zorgen,
+ Tot dat mij de morgen
+ Weêr vrolijk verwagt.
+
+ Geen leed zal mij naken:
+ God wil mij bewaken,
+ Al ben ik een kind.
+ God toont, door mij 't leven
+ En voedsel te geven,
+ Hoe Hij me bemint.
+
+ Het starrengeflonker
+ Vervrolijkt het donker;
+ De lichtende maan
+ Begint op de weiden
+ Haar glanssen te spreiden,
+ En speelt door de blaên.
+
+ Al ziet men geen kleuren,
+ Men wordt tog door geuren
+ Verkwikt waar men gaat,
+ 'k Hoor zelfs in seringen
+ Den nagtegaal zingen,
+ En 't kwarteltje slaat.
+
+ Mag ik u verhoogen,
+ Dan sluit ik mijne oogen
+ Gerust, o mijn God!
+ U eere te geven,
+ En dankbaar te leven,
+ Is 't zaligste lot.
+
+
+
+
+DE VERKEERDE VREES.
+
+
+ Keesje zag eens Joden loopen,
+ Om _wat ouds! wat ouds!_ te koopen:
+ Hij werd bang, ja bleek van schrik;
+ Hij kroop weg, en ging aan 't huilen.
+ Pietje spotte met dat schuilen;
+ En zei lagchend: doe als ik!
+
+ Kees zei: zoudt gij niet ontstellen,
+ Als gij hun eens aan zaagt bellen?
+ Neen ik tog, zei Pietje toen:
+ Waarom zou ik altoos vreezen?
+ Men behoeft slegts bang te weezen,
+ Als men voorneemt kwaad te doen.
+
+
+
+
+DE LIEFDE TOT HET VADERLAND.
+
+
+ Al ben ik maar een kind,
+ Tog wordt mijn Vaderland van mij op 't hoogst bemind;
+ Ik werd er in geboren;
+ Ik heb er drank en spijs;
+ Ik mag er 't onderwijs
+ Van wijze meesters hooren.
+ Ik heb er ouders, vrienden in,
+ Die ik met al mijn hart bemin;
+ Ik kan er veilig woonen;
+ Dies zal ik dankbaar mij betoonen;
+ En, worde ik eens een man,
+ Zo nuttig zijn voor 't land, als ik maar wezen kan.
+
+
+
+
+DE VEGTENDE JONGENS.
+
+
+GIJSJE.
+
+ Laat ons dezen twist beslegten,
+ Door eens moedig saam te vegten!
+
+KLAASJE.
+
+ 'k Wil niet; 'k heb geen lust in slaan;
+ Maar laat ons naar Vader gaan;
+ 'k Wil u niet verongelijken;
+ Vader mag het vonnis strijken.
+
+GIJSJE.
+
+ Laffe jongen, zonder moed!
+
+KLAASJE.
+
+ O! bedenk eerst watge doet.
+
+GIJSJE.
+
+ 'k Vat u aanstonds bij de kleêren:
+
+KLAASJE.
+
+ Wagt u, 'k zou mij dan verweeren;
+ 'k Ben zo min bevreesd als gij.
+
+GIJSJE.
+
+ Is dat waar, kom dan ter zij!
+
+KLAASJE.
+
+ Neen: daar zal ik mij voor wagten;
+ Maar uw dreigen _hier_ veragten.
+ Ha! geen dwaasheid is zo groot,
+ Dan te vegten zonder nood.
+
+ Hier werden zij gestoord.
+ Papa lief had het juist gehoord.
+ Hij die een krijgsman was, en dikwijls in zijn leven
+ Van zijn beleid en moed veel proeven had gegeven,
+ Zei: 't is de beste held; hij heeft den grootsten moed;
+ Die dapper vegten kan, maar 't nooit onnoodig doet.
+
+
+
+
+HET ONWEDER.
+
+
+ Hoe schoon schiet daar de bliksem neêr!
+ Hoe statig rolt de donder!
+ De wolken pakken saam, of drijven heen en weêr;
+ Terwijl ik in dat al, gedugte Hemelheer!
+ Uw Majesteit bewonder.
+
+ Nu is 't voorbij: een frissche lugt
+ Omringt mij, waar ik ga, en doet de vogels zingen.
+ Ik zie een nieuwen glans op boom en veld en vrugt;
+ Maar, eeuwig God! gij blijft gedugt,
+ Zelfs in uw zegeningen.
+
+ Wat zie ik, Caatje! hoe, gij beeft?
+ Ach wilt daar nooit voor vreezen!
+ 't Is een geschenk, dat God ons geeft,
+ En daarom, lieve meid, moest Caatje dankbaar wezen.
+
+
+
+
+CLAARTJE
+
+BIJ DE SCHILDERIJ VAN HARE
+OVERLEDENE MOEDER.
+
+
+
+ Wanneer ik neêrgezeten
+ Bedaard het beeld aanschouwe
+ Van mijne lieve moeder,
+ Dan rollen mij de tranen
+ Gestadig langs de wangen.
+ Dat lief en lagchend wezen,
+ Waar godvrugt en opregtheid
+ Bevalligheid en blijdschap
+ Zo klaar op is te lezen,
+ Doet mij dan bitter schreien,
+ Om dat ik haar moet missen;
+ Ik--nog geen negen jaren.
+ Wat heb ik niet al uurtjes
+ Met nut bij haar gezeten,
+ Wanneer zij mij, al spelend,
+ Het een en ander leerde.
+ Maar 't zal mij altoos heugen,
+ Hoe zij mij bij haar sterven
+ Voor 't laatst nog eens omhelsde.
+
+ Ik kan er niet aan denken,
+ En 'k doe het tog zo gaarne.
+
+ Toen zeize: "lieve Claartje!
+ "Uw moeder zal haast sterven,
+ "En van deze aarde scheiden,
+ "Om in den blijden Hemel
+ "Bij de engelen te woonen;
+ "Hoor dan mijn laatste woorden,
+ "En geef mij 't laatste kusje.
+
+ "Eert God, bemin uw vader!
+ "Groei op in deugd en wijsheid!
+ "En wiltge vrolijk leven,
+ "Leer vroeg de zonden haten.
+ "Maar hebt ge eens kwaad bedreven,
+ "Dan moetge 't gul belijden;
+ "En God om Jesus wille
+ "Zal u vergeving schenken.
+ "Maar zietge dan, mijn Claartje!
+ "Op aarde mij niet weder,
+ "Zie dikwijls naar den hemel,
+ "En zeg--daar woont mijn moeder.
+ "Ach, zag ik na uw sterven
+ "Mijn kind ook daar verschijnen,
+ "Hoe zou ik mij verblijden,
+ "En God eerbiedig danken.
+ "Voor u, mijn lieve Claartje!
+ "Is ook de hemel open.
+
+ "Maar ach; mijn lieve meisje!
+ "Ik voel den dood genaken,
+ "En kan niet langer spreken.
+ "Vaarwel, vaarwel dan, Claartje!
+ "Daar hebtge 't laatste kusje!"
+
+ 'k Ging schreiend naar beneden;
+ En 't duurde weinige uuren,
+ Of moeder was gestorven.
+
+ Wanneer ik nu, gezeten
+ Bij 't beeld van mijne moeder,
+ Aan haren dood gedenke,
+ Dan rollen mij gestadig
+ De tranen langs de wangen.
+ Dan zie ik naar den hemel,
+ De woonplaats mijner moeder;
+ Dan roep ik, bitter schreiend,
+ o God, hebt gij die moeder
+ Aan mij zo vroeg ontnomen,
+ U mag ik niet berispen,
+ Hoe zeer ik haar betreure;
+ Neen, gij zijt wijs en heilig,
+ Mag ik u maar beminnen,
+ Mijn lieven Vader eeren,
+ En moeders lessen volgen,
+ Dan zal ik bij mijn sterven
+ Bij U en moeder komen.
+ Wat zal dat zalig wezen!
+
+
+
+
+DE VERWELKTE ROOS.
+
+
+ Waarom verwelkt de roos zo ras?
+ Zei Jantjen: och of 't anders was!
+ God wierd ook, dunktme, meer geprezen
+ Zoo 't roosje langer bleef in wezen.
+
+ Al denktge, datge 't wel doorziet,
+ Mijn lieve Jan! het is zo niet.
+ De Schepper weet het best van allen,
+ Waarom 't zo schielijk af moet vallen;
+ En wil ook, datge gadeslaat,
+ Hoe ras het aardsche schoon vergaat.
+ De Schepper, dien 't ons past te vreezen
+ Wordt door bedillen nooit geprezen.
+
+
+
+
+MIETJE BIJ
+HET CLAVECIMBAAL.
+
+
+ Die liefelijke toonen
+ Behagen mij alrêe;
+ Al heb ik weinig jaren,
+ Ik zing zo graag eens meê.
+ Wanneer mijn oudste broêrtjen
+ Op 't clavecimbaal speelt,
+ Dan vraagt hij mij, al spottend,
+ Of 't mij niet ras verveelt?
+ Dan zeg ik, lieve jongen!
+ o Speel tog lang voor mij!
+ Mogt ik het ook maar leeren,
+ Ik deed mijn best als gij.
+ Eergistren was ik jarig,
+ En moeder vroeg mij toen,
+ Wat ik van haar begeerde;
+ Ik gaf haar eerst een zoen,
+ En zei: mijn lief mamaatje!
+ Bewijs mij deze gunst,
+ Dat ik mag leeren speelen,
+ En zingen naar de kunst.
+ Zij nam mij in haar armen,
+ En zei: in 't nieuwejaar.
+ Nu brande ik van verlangen,
+ Ach kwam de meester maar.
+
+ De jeugd spant zig met speelen
+ En zingen nuttig uit,
+ En is men moê van 't leeren,
+ Dan geeft dit lief geluid
+ Weêr nieuwen lust en kragten;
+ Zo leeft men blij en zoet;
+ En schuwt met vreugd gezelschap,
+ Dat dikwijls doolen doet.
+
+
+
+
+HET VERSTANDIG ANTWOORD.
+
+
+ Gij vraagt mij, waarom ik aan God gehoorzaam ben:
+ 't Is daarom, dat ik Hem als wijs en goed erken.
+ Hij heeft aan ons zijn wet uit liefde alleen gegeven,
+ Op dat wij vergenoegd en vrolijk zouden leven;
+ En al wat ons die wet verbiedt,
+ Is, hoe't ook schijnen mag, ten onzen voordeel niet,
+ Wil iemand dan gelukkig wezen,
+ Die leer gehoorzaam God te vreezen.
+
+
+
+
+HET GEWETEN.
+
+
+ Nooit heb ik meer vermaak, dan als ik mijnen pligt
+ Blijmoedig heb verrigt.
+ Dan smaakt het eeten best; dan kan ik vrolijk springen;
+ En blijde liedjes zingen;
+ Maar ben ik traag of stout, dan ben ik niet gerust;
+ Dan heb ik geenen lust
+ In spijs, in drank, of spel; dan wordt mij door 't geweten
+ Geduuriglijk verweten,
+ Dat ik een slegtaart ben, en dat ik nooit een man,
+ Zoo doende, worden kan.
+
+
+
+
+EEN BRIEF VAN CAREL
+AAN ZIJN ZUSJE CAATJE.
+
+
+ Zusje lief! ik laat u weten,
+ Dat ik, sedert uw vertrek,
+ In mijn kamer heb gezeten,
+ Meid lief! met een stijve nek.
+ 'k Dagt, ik zal u tog eens schrijven,
+ Want het weder is zo guur,
+ Dat ik steeds in huis moet blijven,
+ En dat smaakt niet op den duur,
+ 'k Heb met u vrij wat te praten;
+ Dikwijls denk ik, wasze hier!
+ Maar dat denken kan niet baten,
+ Daarom praat ik op 't papier.
+ Schrijven, moet men, zegt Papaatje,
+ Even zo, als of men praat;
+ Daarom zal ik, lieve Caatje,
+ U vertellen, hoe 't mij gaat.
+ 'k Was eerst knorrig, dat Clorinde
+ U van huis en met zig nam;
+ 'k Was wel blij, datze u beminde,
+ Maar wat doetze te Amsterdam,
+ Zei ik--wasze hier gebleven;
+ 'k Had haar graag mijn beste prent
+ Voor een nieuwejaar gegeven;
+ O wij zijn zo saam gewend.
+ Maar wat hielp tog al dat klagen,
+ Caatje zus was heen gegaan:
+ 'k Wende dies, in weinig dagen,
+ Schoon uit nood, daar langsaam aan.
+ Daarop, door me in 't zweet te loopen,
+ Heb ik zware kou gevat;
+ 'k Moest dat speelen duur bekopen,
+ Ach, wat heb ik pijn gehad:
+ 'k Mogt dan dit, dan dat niet eeten;
+ 'k Sliep ook somtijds niet van pijn;
+ En ik wou geduurig weeten,
+ Of het haast gedaan zou zijn.
+ 'k Had geen lust in lezen, schrijven,
+ Ja zelfs in mijn prenten niet;
+ En zo lang in 't bed te blijven
+ Gaf mij telkens veel verdriet.
+ Vader wilde mij vermaken;
+ Moeder lief deed, watze kon;
+ Maar zij moesten 't schielijk staken,
+ 'k Was 't al moede eer ik begon,
+ 'k Vreesde dat het nooit zou lukken,
+ En wanneer ik ledig zat,
+ Kreeg ik bijster kwade nukken,
+ Wijl ik geen geduld meer had.
+ 'k Zei in 't eind--dat ledig wezen
+ Kan tog nooit voordeelig zijn.
+ 'k Nam een boek; ik ging wat lezen;
+ En ik voelde minder pijn.
+ Ook begon ik wat te schrijven,
+ En wanneer ik prenten zag,
+ Kon ik op mijn kamer blijven,
+ Met vermaak, den heelen dag.
+ Vader zag mij eens beginnen
+ Aan een kleine teekening,
+ Moeder lief kwam daar op binnen,
+ Om te zien hoe 't met mij ging.
+ 'k Was, zij zagen 't, wel te vrede;
+ 'k Was niet knorrig als voorheen;
+ 'k Praatte nu en dan eens mede;
+ 'k Zei niet kort af _ja_ of _neen_.
+ Zo versleet ik gandsche dagen,
+ Schoon op ver na niet hersteld,
+ Maar dat kniezen en dat klagen,
+ Heeft mij sinds niet meer gekweld.
+ Vader zegt, 't kan meer gebeuren,
+ Dat ik niet welvarend ben;
+ Maar ik zal te minder treuren,
+ Hoe ik meer daar aan gewen.
+ Die zig naar Gods wil kan voegen,
+ (Zegt hij) met een stil gemoed,
+ Smaakt in ziekte zelfs genoegen;
+ God is altijd wijs en goed.
+ Nu vaarwel, aanminnig meisjen!
+ Ieder in ons huis verlangt,
+ Datge een eind maakt van uw reisjen,
+ Als gij dezen brief ontfangt.
+
+
+
+
+DE ZWALUWEN.
+
+EENE VERTELLING.
+
+
+ Kees zou voor 't eerst naar school toe gaan,
+ Maar was de stoep pas afgetreden,
+ Of 't scheen, hij was niet wel te vreden;
+ En bleef, het hoofd om hoog, een poos verwonderd staan.
+ Hij zag de zwaluwen zo heen en weder zweeven,
+ En zei, dat heet eerst regt op zijn vermaak te leven.
+ Een man die zig op straat bevond,
+ En Keesjes meening ras verstond,
+ Trok hem, al lagchend, wat ter zijden;
+ En zei: wel weetge niet, dat zij dit moeten doen,
+ Zij vangen vliegjes, om hun jongen mee te voen,
+ Die anders honger moesten lijden.
+ Noemt gij dit slegts vermaak, neen Keesje! dat is mis,
+ Maar weet gij wat hier uit voor u te leeren is?
+ Zij kunnen, door dit lustig zweven,
+ Aan u een voorbeeld geven,
+ Hoe men met vlijt en vreugd zijn werk verrigten moet:
+ En dat het lelijk staat, als men 't gedwongen doet.
+
+ Ik loop naar school, zei Kees: die les is zeker goed!
+
+
+
+
+DE ZON.
+
+
+ Als ik de zon zie schijnen,
+ Die met haar lieve stralen
+ Deze aarde vrolijk koestert;
+ Op dat er kruiden groeien,
+ Om vee en mensch te spijzen;
+ Die 't licht ons doet genieten,
+ Om tog verheugd te werken,
+ En vergenoegd te leven;
+ Dan denk ik, met aanbidding,
+ Hoe groot moet God niet weezen!
+ Die zon heeft hij geschapen!
+ En dat uit enkel liefde!
+
+
+
+
+HET LIJK.
+
+
+ Mijn lieve kinders, schrikt tog niet,
+ Wanneer gij dode menschen ziet;
+ Zoudt gij voor lijken beven?
+ Kom hier: deez bleke koude man,
+ Die voelen, zien, noch horen kan,
+ Houdt nu niet op te leven.
+
+ Hij denkt en werkt--ja meer dan gij;
+ Maar met geen ligchaam zo als wij.
+ De ziel is weg van de aarde.
+ Die God, dien hij hier heeft gevreesd,
+ Is bij hem in zijn dood geweest;
+ En houdt dit lijk in waarde.
+
+ Al is de ziel van 't ligchaam af,
+ Al daalt het lijk in 't donker graf,
+ Dat moet u niet doen ijzen.
+ Gelooft het tog, de goede God
+ Zal zelfs dit lelijk overschot
+ Veel schooner doen verrijzen.
+
+ Ach, lieve kinders! zegt dan niet;
+ Wat is dat sterven een verdriet!
+ Mogt ik maar altoos leven!
+ Wanneer ge God bemint en dient,
+ Dan voert de dood u, als een vriend,
+ In 't eeuwig zalig leven.
+
+ En komt dan eens de jongste dag,
+ Dan zal het ligchaam, dat daar lag,
+ Zig levend weêr vertoonen.
+ Dan voeren de Englen van beneên
+ U zingend naar den Hemel heên,
+ Om eeuwig daar te woonen.
+
+ Mijn lieve kinders schrikt dan niet,
+ Wanneer gij doode menschen ziet;
+ Zoudt gij voor lijken beven?
+ Zegt liever vrolijk--deze man,
+ Die hier niet zien of hooren kan,
+ Mag in den hemel leven.
+
+
+
+
+HET VOGELNESTJEN.
+
+EENE VERTELLING.
+
+
+ Mietje had eens, onder 't wandlen,
+ Een verholen vogelnestjen
+ In een dorenhaag gevonden.
+ 'k Heb nu, zeize, mijn verlangen:
+ o Hoe zal ik mij vermaken,
+ Met die lieve kleine diertjes!
+ Aanstonds ga ik thuis wat halen,
+ Om dit nestjen in te bergen.
+
+ Mietje liep en zag haar moeder,
+ Die zij hijgend dit vertelde:
+
+ Lieve Mietje, zei de moeder,
+ Stoort tog nimmer vogelnestjes!
+ Denk maar eens, hoe de oude vogels
+ Om dat stooren zouden treuren;
+ Zoudt, gij, Mietje lief, niet schreien,
+ Als men u, met Piet en Jetje,
+ Tegen wil en dank vervoerde;
+ Mietje lief, hebt medelijden,
+ Met die oude lieve vogels!
+ Zoek tog nimmer uw genoegen
+ In de droefheid van een ander.
+
+ Neen, zei Mietje, lieve moeder!
+ Neen dat niet! maar hoorze eens schreeuwen;
+ Ach zij hebben zulken honger!
+
+ Denk niet meisje, zei de moeder,
+ Dat zij juist van honger schreeuwen.
+ Ach zij zouden zeker sterven,
+ Als gij hun zo lang woudt spijzen,
+ Totze niet meer konden schreeuwen.
+ Maar wiltge u eens regt vermaken,
+ En eens zien hoe de ouden zorgen
+ Om hen juist zo veel te geven,
+ Als die diertjes noodig hebben,
+ Zet u slegts in stilte neder,
+ En ge zult dan schielijk merken,
+ Dat zij vliegjes, mugjes, wormpjes
+ Vangen en in 't nestje brengen.
+ o De goede wijze Schepper
+ Heeft zo wel aan deze vogels
+ Ouders, als aan u, gegeven:
+ Dezen weten altoos beter,
+ Wat de kinders noodig hebben,
+ Om dat zijze 't meest beminnen.
+ Ja die zullen nooit verzuimen,
+ Hun têerhartig te verzorgen;
+ Daar toe heeft hun God de liefde
+ Voor hun jongen ingeschapen;
+ En gij moet niet wijzer wezen,
+ Dan de goede en wijze Schepper.
+
+ Mietje hoorde naar haar moeder;
+ Maar ging dikwijls zagtkens kijken
+ Naar het groeien van de jongen,
+ Zonder 't nestjen ooit te stooren.
+
+
+
+
+FLIPJE, DE VADER, EN DE TUINMAN.
+
+
+FLIPJE.
+
+ Wel waarom snoeitge nog de boomen,
+ Zeg trouwe Piet?
+ Daar aan die takjes vrugt zou komen,
+ Gelijkge ziet.
+
+DE TUINMAN.
+
+ Een boom, die al te veel moet dragen,
+ Verliest zijn kragt;
+ Ook zou de vrugt zo niet behagen,
+ Als gij verwagt.
+ Uw vader heeft graag goede peeren:
+
+DE VADER.
+
+ 't Is wel gezegd:
+ En 't deel van die te veel begeeren
+ Is doorgaands slegt.
+
+
+
+
+DE EENZAAMHEID.
+
+
+ Denk niet, lieve speelgenooten!
+ Dat de tijd mij heeft verdroten,
+ Toen ik gistren zat alleen.
+ Die vermaak heeft in het lezen,
+ Hoeft geen eenzaamheid te vreezen,
+ Maar is altoos wel te vreên.
+
+ Vader zegt, dat brave menschen
+ Dikwijls naar die uurtjes wenschen;
+ Dikwijls naar hun kamer gaan,
+ Om in oude en nieuwe boeken
+ Wijze lessen optezoeken:
+ En dat staat mij wonder aan.
+
+ 'k Wou zo graag verstandig wezen,
+ En ik worde ook graag geprezen,
+ 'k Zeg, zo als het bij mij leit:
+ Dient er dan, om veel te weten,
+ Menig uurtje nog gesleten,
+ Welkom! welkom! eenzaamheid!
+
+
+
+
+LIJST DER KLEINE GEDICHTEN.
+
+
+ Aan twee lieve kleine jongens.
+ Het kinderlijk geluk.
+ De perzik.
+ De kinderliefde.
+ Alexis.
+ De waare rijkdom.
+ Het vrolijk leeren.
+ Het medelijden.
+ De naarstigheid.
+ De spiegel.
+ Klagt van den kleinen Willem op de dood van zijn zusjen.
+ Het geschenk.
+ Welkomgroet van Claartje voor haar kleine zusjen.
+ De ledigheid.
+ Het hondjen.
+ Het gebroken glas. Eene vertelling.
+ De godsdienstigheid.
+ De haas.
+ Eene vertelling van Dorisje.
+ Jesus. Een zangstukje.
+ De drijftol.
+ De pruimeboom. Eene vertelling.
+ De bedelaar.
+ De ware vriendschap.
+ Lotje en Keesje.
+ De gezondheid.
+ Klaartje en Keetje.
+ Het gevonden liedje.
+ De goede eerzugt. Eene klagt van Daantje.
+ De klepperman.
+ Klaasje en Pietje.
+ Winterzang.
+ Gods goedheid.
+ Gods wijsheid.
+ De edelmoedige wedervergelding.
+ Het zieke kind.
+ Het goede voorbeeld.
+ Pietje en Keetje.
+ Het geduld.
+ Een godsdienstige jeugd maakt een gelukkigen ouderdom.
+ De koolmees.
+ Pietje bij het ziekbed van zijn zusjen.
+ Het verhoorde gebed.
+ Het tederhartige kind.
+ De onbedagtzaamheid.
+ De vogel op de kruk.
+ Aan mijn kleine lezers.
+ Jantje en het konijn.
+ De zingende Willem. Morgenlied.
+ De kleine zangster. Avondlied.
+ De verkeerde vrees.
+ De liefde tot het vaderland.
+ De vegtende jongens.
+ Het onweder.
+ Claartje bij de schilderij van hare overledene moeder.
+ De verwelkte roos.
+ Mietje bij het clavecimbaal.
+ Het verstandig antwoord.
+ Het geweten.
+ Een brief van Carel aan zijn zusje Caatje.
+ De zwaluwen. Eene vertelling.
+ De zon.
+ Het lijk.
+ Het vogelnestjen. Eene vertelling.
+ Flipje, de tuinman, en zijn vader.
+ De eenzaamheid.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Proeve van Kleine Gedigten voor
+Kinderen, by Hieronymus van Alphen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PROEVE VAN KLEINE GEDIGTEN ***
+
+***** This file should be named 17080-8.txt or 17080-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/7/0/8/17080/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/17080-8.zip b/17080-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..23ba057
--- /dev/null
+++ b/17080-8.zip
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..6a618fa
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #17080 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17080)