diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 17080-8.txt | 2642 | ||||
| -rw-r--r-- | 17080-8.zip | bin | 0 -> 29054 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
5 files changed, 2658 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/17080-8.txt b/17080-8.txt new file mode 100644 index 0000000..1eeb13d --- /dev/null +++ b/17080-8.txt @@ -0,0 +1,2642 @@ +The Project Gutenberg EBook of Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen +by Hieronymus van Alphen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Proeve van Kleine Gedigten voor Kinderen + +Author: Hieronymus van Alphen + +Release Date: November 16, 2005 [EBook #17080] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PROEVE VAN KLEINE GEDIGTEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + PROEVE + VAN + KLEINE GEDIGTEN + VOOR KINDEREN. + + + + TE UTREGT, + BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON. + + MDCCLXXIX. + + + + + +De kinderen zijn een erfdeel des HEERE. + + SALOMO. + + + + + +VOORBERIGT. + +Zie daar eenige kleine gedigten, ten behoeve van +kinderen opgesteld. De maker weet zeer wel, dat hij, +als digter, daar door weinig roem behalen kan, +maar dat was ook zijn oogmerk niet. Hij bedoelde +slegts eenige nuttige waarheden zo in rijm voortedragen, +dat dezelven de kinderlijke vatbaarheid niet te +boven gingen; en hij heeft ze zo klein gemaakt, op +dat zij des te gemakkelijker, door enkel leezen, zouden +kunnen in het geheugen geprent worden, zonder +dat het noodig was, dat ze van buiten geleerd werden; +iets waar de maker zeer tegen is, en dat daarenboven, +enkel door herhaald leezen, geschieden kan. + +Het geen aanleiding gaf tot het opstellen dezer stukjens +is geweest--dat de maker zelf kinderen heeft, die +thands zijn eenig en grootst vermaak zijn--dat men +aan zulke stukjens in onze taal gebrek heeft--dat +hij ook gaarne voor anderen nuttig is--en dat hij +de Hoogduitsche _Lieder für kinder_ van WEISSE en de +_kleine Lieder für kleine mädchen und jünglinge_ van +G.W. BURMANN, met zeer veel genoegen, gelezen +heeft; ook hebben zij hem menigmaal op den weg geholpen, +schoon hij er eigenlijk geenen uit vertaald, +of overgenomen heeft. + +Zij zijn wel allen niet voor kinderen van vier of +vijf jaaren geschikt, maar dit was ook juist niet noodig. +Men kan zelf kiezen, welken men aan zijne kinderen +wil laten lezen, ook kan men schielijk merken, of een +kind verstaat wat het leest dan niet. De opsteller heeft +met allen de proef genomen; en hij kan verzekeren, +dat zijn oudste jongetjen--een kind van vijf jaaren--veelen +van dezelven, op de eerste of tweede +leezing, verstaan heeft; en daarom houdt hij zig +verzekerd, dat alle deze stukjens voor kinderen, boven +de vijf en beneden de tien jaaren, bruikbaar zijn. +Ook mag het geen kwaad wanneer hier en daar het +kinderlijk verstand eene kleine zwarigheid ontmoet, +en daar door tot vragen en praten wordt opgewekt. + +Wanneer ik het genoegen had, dat deze gedigtjens +goedgekeurd en met vrugt gebruikt werden, zou ik +met vermaak nu en dan een blaadjen voegen bij het +geen ik thands aan mijne Landgenoten aanbiede. Het +getal, dat ik thands geve, is groot genoeg, om er de +proef mede te nemen. + + + + +AAN TWEE +LIEVE KLEINE JONGENS. + + + Zie daar, lieve wigtjes! + Een bundel gedigtjes, + Vermaakt er u meê! + En springt naar uw wooning; + Maar ... eerst ter belooning + Een kusjen of twee. + + Door liefde gedrongen + Heb ik ze gezongen, + En wilt gij er meer, + Gij moogt er om vragen. + Wanneer ze u behagen + Komt huppelend weêr. + + + + +HET KINDERLIJK GELUK. + + + Ik ben een kind, + Van God bemind, + En tot geluk geschapen. + Zijn liefde is groot; + 'k Heb speelgoed, kleedren, melk en brood, + Een wieg om in te slapen. + + Ik leef gerust; + Ik leer met lust; + Ik weet nog van geen zorgen. + Van 't speelen moe, + Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe, + En slaap tot aan den morgen. + + Geloofd zij God + Voor 't ruim genot + Van zo veel gunstbewijzen! + Mijn hart en mond + Zal hem, in elken morgenstond, + En elken avond prijzen. + + + + +DE PERZIK. + + + Die perzik gaf mijn vader mij, + Om dat ik vlijtig leer. + Nu eet ik vergenoegd en blij. + Die perzik smaakt naar meer. + + De vrolijkheid past aan de jeugd + Die leerzaam zig betoont. + De naarstigheid, die kinderdeugd, + Wordt altoos wel beloond. + + + + +DE KINDERLIEFDE. + + + Mijn vader is mijn beste vrind. + Hij noemt mij steeds zijn lieve kind. + 'k Ontzie hem, zonder bang te vreezen. + En ga ik hupplend aan zijn zij', + Ook dan vermaakt en leert hij mij; + Er kan geen beter vader wezen! + + Ik ben ook somtijds wel eens stout, + Maar als mijn ondeugd mij berouwt, + Dan wordt zijn vaderhart bewogen; + Dan spreekt zijn liefde geen verwijt, + Ja zelfs, wanneer hij mij kastijdt, + Dan zie ik tranen in zijn oogen. + + Zou ik door ongehoorzaamheid + Dan maken, dat mijn vader schreit; + Zou ik hem zugten doen en klagen; + Neen, als mijn jonkheid iet misdoet, + Dan val ik aanstonds hem te voet, + En zal aan God vergeving vragen. + + + + +ALEXIS + + + Alexis heeft zijn zusjen lief, + Wanneer ze in vrede leven; + Hij noemt haar zelfs zijn hartedief, + Als zij haar speelgoed hem wil geven. + Maar als zij iet, dat hem behaagt, + Voor haar, on meê te speelen, vraagt, + Dan wordt die liefde ras verminderd; + En als zij hem in 't doen van zijnen zin verhindert, + Dan haat hij bijkans haar geheel. + Ook is zij doorgaands hem te veel, + Wanneer zij boven hem door iemand wordt geprezen. + + Een liefde, die zo ras verkoelt, + Die slegts op eigen voordeel doelt. + Zou dat wel regte liefde wezen? + + + + +DE WAARE RIJKDOM + + + Geen geld bekore ons jong gemoed, + Maar heiligheid en deugd. + De wijsheid is het noodigst goed; + Het sieraad van de jeugd. + + Wat is tog rijkdom? wat is eer? + Een handvol nietig slijk. + Gods vriend te wezen is veel meer; + Die Jesus lieft, is rijk. + + Kom vallenwe onzen God te voet + Om deugd en heiligheid: + Zo wordt op aard ons jong gemoed + Ten hemel voorbereid. + + Dan krijgen wij dien besten schat, + Die nimmermeer vergaat. + Dan loopen we op het deugdenpad, + En schrikken voor het kwaad. + + + + +HET VROLIJK LEEREN. + + + Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, + En waarom zou mij dan het leeren verveelen? + Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak, + Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken; + Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken, + 't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak. + + + + +HET MEDELIJDEN. + + + Wie dat ik immer smart zie dragen, + 'k Heb ook gevoel daar van. + Ik sluit mijn oor niet voor zijn klagen. + Maar help hem als ik kan. + + Een mensch in droefheid optebeuren, + Is zelfs voor kinders zoet. + Die spotten kan met hen die treuren, + Vertoont een slegt gemoed. + + Zou mij eens anders leet verblijden? + Zou 'k lagchen in zijn smart? + O neen, een edel medelijden + Past aan mijn kinderhart. + + Ik wil dan met bedroefden klagen, + Hen troosten in hun pijn. + Eens anders last te helpen dragen, + Zal mijn genoegen zijn. + + + + +DE NAARSTIGHEID. + + + Des morgens lang te slapen, + Te geeuwen en te gapen, + Staat lelijk voor een kind. + Die altoos veel moet snappen, + En zotte taal wil klappen, + Ziet zelden zig bemind. + + Zou ik mijn tijd besteden + Aan duizend nietigheden? + 'k Heb daar geen voordeel van. + Mijn lessen wil ik leeren, + Mijn meesters zal ik eeren, + Dan worde ik haast een man. + + + + +DE SPIEGEL. + + + Die telkens in den spiegel ziet, + En zig met schoonheid vleit; + Beseft de waare schoonheid niet, + Maar jaagt naar ijdelheid. + + Dit glas maakt trots, of geeft ons pijn; + Wil 'k weeten, wie ik ben, + Dan moet Gods woord de spiegel zijn, + Waar ik mijn hart uit ken. + + + + +KLAGT VAN DEN KLEINEN WILLEM +OP DE DOOD VAN ZIJN ZUSJEN. + + + Ach! mijn zusjen is gestorven, + nog maar veertien maanden oud. + 'k Zag haar dood in 't kisje liggen: + ach wat was mijn zusje koud! + 'k Riep haar toe: mijn lieve Mietje! + Mietje! Mietje! maar voor niet. + Ach! haar oogjes zijn gesloten; + schreien moet ik van verdriet. + Altoos wil ik om haar treuren, + bloempjes strooien op haar graf; + Weenend aan de kusjes denken, + die mij 't lieve meisje gaf. + Morgen zal ik--maar voor mij ook + is 't gevaar van sterven groot. + Gistren liep zij met mij speelen; + gistren nog! en nu--reeds dood! + + + + +HET GESCHENK. + + + Moeder lief! zie daar een roosjen + Van uw Coosjen, + Wijl gij heden jarig zijt. + 'k Heb van morgen al gezongen, + En gesprongen: + Zo verlangde ik naar dien tijd. + + Maar kan ik geen rijmpjes digten, + Moet ik zwigten + Voor mijn broêr in poëzij. + Neem dan, moeder! slegts dit roosjen + Van uw Coosjen. + 'k Heb u tog zo lief als hij. + + + + +WELKOMGROET VAN CLAARTJE +VOOR HAAR KLEINE ZUSJE. + + + Welkom lieve kleine zus! + Welkom in dit leven! + Baker! mag ik niet een kus + Aan mijn zusje geven. + + Wilje slapen? o zij krijt! + 't Zal haar wis verveelen. + Morgen, als gij wakker zijt, + Zal ik met u speelen. + + Slaap gerust, dan wordt gij groot; + Leer tog spoedig loopen! + Als gij zit op moeders schoot, + Zal zij speelgoed koopen. + + O! Mamatjen is zo goed! + Alles wil zij geven, + Als haar kindertjes maar zoet + En te vrede leven. + + + + +DE LEDIGHEID. + + + Nimmer moet ik ledig wezen; + Alles doen met lust en vlijt. + Bidden, leeren, schrijven, leezen, + Spelen, werken heeft zijn tijd. + + Moeder lief kan 't ook niet veelen, + Dat de tijd verwaarloosd wordt. + Lui zijn, zegtze, is tijd te steelen, + En ons leven is zo kort! + + + + +HET HONDJEN. + + + Hoe dankbaar is mijn kleine hond + Voor beentjes en wat brood! + Hij kwispelstaart, hij loopt in 't rond, + En springt op mijnen schoot. + + Mij geeft men vleesch en brood en wijn, + En dikwijls lekkernij: + Maar kan een beest zo dankbaar zijn, + Wat wagt men niet van mij! + + + + +HET GEBROKEN GLAS. + +EENE VERTELLING. + + + Cornelis had een glas gebroken + Voor aan de straat. + Schoon hij de stukken had verstoken, + Hij wist geen raad. + Hij had een afschrik van te liegen. + Wijl God het ziet: + En zou hij nu Mama bedriegen, + Dat kon hij niet. + + Hij stond onthutseld en bewogen, + De moeder komt: + Zij ziet de tranen in zijn oogen, + Hij scheen verstomd. + Heeft Keesje, zeize, wat bedreven? + Wat scheelt er aan? + 'k Heb zei hij, moeder lief! zo even + Weer kwaad gedaan. + + Terwijl ik bezig met paletten + Bij 't venster was. + Vloog mijn _volan_, door 't fors raketten, + Daar in het glas. + Maar als uw Keesje 't van zijn leven + Niet weder doet, + Dan wilt gij 't immers hem vergeven, + Gij zijt zo goed! + + Kom Keesje lief! hou op met krijten, + Zei moeder toen: + 'k Wil u die misslag niet verwijten, + Hij kreeg een zoen. + "Die altoos wil de waarheid spreken, + "Wordt wel beloond, + "Die leugens zoekt voor zijn gebreken, + "Wordt nooit verschoond." + + + + +DE GODSDIENSTIGHEID. + + + Als in de lieve lente + De bloemen 't veld versieren, + Dan pluk ik roozeknopjes, + Viooltjes, maagdeliefjes, + Citroenkruid en seringen. + Dan zal ik kransjes vlegten, + En dragen die ter eere + Van God, die mij het leven + En bloempjes heeft geschonken. + Dan zinge ik: Hemelkoning! + Gij doet viooltjes groeien, + Met roosjes, maagdeliefjes, + Citroenkruid en seringen, + Met duizend duizend bloemen; + Om uwe magt en liefde + Aan kinderen te toonen. + Hoe mooi staat mij dit kransjen! + Ach laat mij niet vergeten + Dat gij het hebt doen groeien! + + + + +DE HAAS. + + + Kijk Pietje! kijk, een haas, ô die zo gauw kon loopen! + Neen, zei de slimme Piet, + Wilt gij een haasjen zijn, ik niet: + 'k Wil liever langsaam gaan, dan 't met den dood bekoopen. + + Hij, die altoos wel te vreden + Met vermogens die hij heeft + Vergenoegd en dankbaar leeft, + Kan zijn gaven wel besteden. + Maar dat hij, die altoos kniest, + En wat andren zijn wil wezen, + Zelfs het geen hij heeft verliest, + Heb ik meer dan eens gelezen. + + + +EENE VERTELLING VAN DORISJE. + + + Wij zaten laatst bij _Saartje_, + Onze oude goede baker, + Die sprookjes kan vertellen. + Wij dronken chocolade, + En deden honderd vragen. + + In 't einde zei ons _Saartje_: + Wel nu, mijn hartediefjes! + Gij kent de vier getijden, + Wat houdt gij voor het beste? + + Toen zei mijn zusje _Mietje_, + Die tijd is mij de liefste, + Wanneer de boomen bloeien. + Dan krijgt men mooie bloempjes, + Om tuiltjes van te vlegten. + Dan ziet men duizend vogels + Op groene takjes zingen. + Is dat niet in de lente? + + De winter, lieve _Saartje_! + Zei _Pietjen_, is de beste. + Dan hooren wij vertellen, + En drinken chocolade, + Of eeten dikke wafels. + + Neen ik verkies den zomer + Zei _Keesje_, dan is 't kermis. + Dan hoef ik niet te leeren. + + Maar ik zei, 't is het beste, + Als meest de vrugten rijp zijn. + Dan valt er braaf te knappen. + Dan heeft men abricoozen, + En pruimen, en morellen. + En perzikken en peeren: + En is dat niet in 't najaar? + + Hoort kinders, zeide _Saartje_, + De winter moet de velden + En tuinen vrugtbaar maken. + Men moet de boomen snoeien; + Den akker moet men mesten; + Dat doet men in den winter. + De boomen moeten bloeien, + + Om vrugten ons te geven; + Dat doen zij in de lente. + De vrugten moeten groeien; + Dat doen zij in den zomer. + Men moet de vrugten plukken; + Dat doet men in het najaar. + + Dus moet gij, lieve kinders! + In alle jaargetijden + Gods wijze goedheid loven, + En wel te vrede wezen. + + + + +JESUS. + +een Zangstukje. + + +CLAARTJE _en_ JANTJE. + +te samen. + + Jesus is een kindervriend! + Onzer wil hij zig erbarmen. + Hij nam kinders in zijn armen; + Jesus is een kindervriend! + +CLAARTJE alleen. + + Ach was Jesus nog op aarde! + Aanstonds vloog ik naar hem heen. + +JANTJE alleen. + + Ach was Jesus nog op aarde! + 'k Vloog met u naar Jesus heen. + +te samen. + + Zoon van God! die eeuwig leeft! + Hoor ons smeeken, + En vergeeft + Onze stoutheid en gebreken! + Zoon van God! die eeuwig leeft! + Zegen onze jeugd, en geeft, + Dat wij dikwijls van U spreken! + + + + +DE DRIJFTOL + + + Nooit loopt mijn drijftol zonder slagen; + Want hou ik op, dan loopt hij niet. + Ik heb in al dat slaan verdriet, + En zal om ander speelgoed vragen. + + Maar is 't ook zo met Flipje niet? + Ja; had ik nimmer slaag te vrezen, + 'k Zou zelden in mijn boeken lezen, + En dat geeft vader ook verdriet. + + Foei dat ik van een tol moet leeren, + Met vlijt te werken zonder dwang. + 'k Wil tot mijn straf, mijn levenlang + Geen ander speelgoed gaan begeeren. + + + + +DE PRUIMEBOOM. + +EENE VERTELLING. + + + Jantje zag eens pruimen hangen, + o! als eieren zo groot, + 't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken, + schoon zijn vader 't hem verbood. + Hier is, zei hij, noch mijn vader, + noch de tuinman, die het ziet; + Aan een boom, zo vol geladen, + mist men vijf zes pruimen niet. + Maar ik wil gehoorzaam wezen, + en niet plukken: ik loop heen. + Zou ik, om een hand vol pruimen, + ongehoorzaam wezen? Neen. + Voord ging Jantje: maar zijn vader, + die hem stil beluisterd had, + Kwam hem in het loopen tegen + voor aan op het middelpad. + Kom mijn Jantje, zei de vader, + kom mijn kleine hartedief! + Nu zal ik u pruimen plukken; + nu heeft vader Jantje lief. + Daar op ging Papa aan 't schudden, + Jantje raapte schielijk op; + Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen, + en liep heen op een galop. + + + +DE BEDELAAR. + + + Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit, + En trillend van de kou, mij om een duitje bidt, + Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen + Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter?..Neen. + Een vroom en eerlijk mensch draagt dikwijls slegte kleeren, + Ik wil dan ook de deugd in arme menschen eeren, + Die met veragting op hem ziet, + Doet naar 't bevel van Jesus niet. + + + + +DE WAARE VRIENDSCHAP. + + + Een vriend, die mij mijn feilen toont; + Gestreng bestraft, en nooit verschoont, + Heeft op mijn hart een groot vermogen; + Maar 't laag gemoed, dat altoos vleit, + Verdenk ik van baatzugtigheid, + Ik kan zijn bijzijn niet gedogen. + Die zelden prijst, spreekt vriendentaal. + Die altoos vleit, liegt menigmaal. + + + + + + + VERVOLG + DER + KLEINE GEDIGTEN + VOOR KINDEREN, + + VAN + + MR. HIERONIJMUS VAN ALPHEN. + + + + TE UTREGT, + BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON. + + MDCCLXXVIII. + + + + + Het zaad zal hem dienen. + + DAVID. + + + + +VOORBERIGT. + + +Ik ben veel te gevoelig over het gunstig onthaal, dat +mijne _kleine gedigten voor kinderen_ bij mijne Landgenooten +gehad hebben, dan dat ik mijne blijdschap +en dankbaarheid, deswegens, niet openlijk betuigen +zou. De mondelijke en schriftelijke verklaringen van +het genoegen, door dezen mijnen geringen arbeid veroorzaakt, +hebben mij dikwijls sterk aangedaan; ja +dikwijls riep ik bij zulke gelegenheden uit: + + Tranen vloeien uit mijn oogen, + Lieve kinders, als gij mij + Vraagt om meerder poëzij. + Ach! mijn hart, zo ligt bewogen, + Zegent God, die eeuwig leeft, + Dat hij mij die blijdschap geeft! + +Het is derhalven geen traagheid, geen lusteloosheid +geweest, die mij het voordzetten van dezen arbeid zo +lang heeft doen verschuiven. Wat dan?--louter onvermogen, +mijne waarde Landgenooten! Ik kan, als +digter vooral, niet werken wanneer ik wil; en zo dra +ik mij zelf dwingen moet, valt alles kwalijk uit. Ik +heb dan gewagt, tot dat ik weder in die gesteldheid +geraakte, in welke ik mijne eersten vervaardigd heb; +en het is de vrugt van die uuren, welke ik nu wederom +aan onze kinderen aanbiede; in hoop dat dezelven +even zo mogen behagen als de eersten. + +Ik had lang mijne gedagten laten gaan, en zelfs eenige +middelen aangewend, om eenige kunstplaatjes +bij deze kinderversjes te voegen, toen mij de Hr. +ALLART, _Boekhandelaar te Amsterdam_, eenen weg +aanwees, om daar in tot mijn genoegen te slagen. De +plaatjes zullen, onder mijn opzigt, door den Kunstschilder +J. BUYS geteekend, en door de Heeren PUNT +en VAN DER MEER gegraveerd worden; van welker +bekwaamheid men eene proeve zien kan in de fraaie +plaatjes voor Gellerts fabelen; welke plaatjes men, zo +wel als die fabelen, aan onze Nederlandsche jeugd niet +genoeg kan aanbeveelen. + +Deze plaatjes zullen, zo laag mogelijk, gesteld worden, +en de versjes egter afzonderlijk te bekomen zijn. +Zij egter, die zig van de eersten en beste afdrukken +voorzien willen, gelieven, bij hunne Boekverkopers, +of bij J. ALLART, te _Amsterdam_, of bij de WED. +J. V. TERVEEN EN ZOON _alhier_, hunne namen optegeven; +zullende de eerste afdrukken aan dezulken, zo +dra mogelijk, worden afgeleverd. + +Vaartwel mijne Landgenooten! en weest verzekerd, +dat het mij altoos een gevoelig genoegen zal zijn, +iets tot nut of vermaak van u of uwe kinderen te +kunnen toebrengen. + +Ik moet hier nog bijvoegen, dat er redenen +zijn, die mij noodzaken, om geene exemplaren voor +egt te erkennen, dan die door de drukkers dezes +eigenhandig dus onderteekend zijn, + + + + +LOTJE EN KEESJE. + + +KEESJE. + + Zeg me zoete lieve _Lotje_! + wat is de oorzaak, datge schreit: + Hebtge uw beugeltas verloren, + of gebroken, lieve meid? + +LOTJE. + + Zou 'k niet schreien, waarde _Keesje_! + moeder lief was niet voldaan + Met mijn naaiwerk o! zij zag mij + met verdriet en droefheid aan. + Ja zij wilde mij niet kussen, + zo als ze anders altijd doet. + Foei mij! ach! dat zulk een moeder + om mijn stoutheid treuren moet. + +KEESJE. + + Wat kan 't baten, dat gij eenzaam + in een hoekje zit, en klaagt. + Ga, zij zal het u vergeven, + als gij om verschoning vraagt. + +LOTJE. + + Zult gij dan mijn voorspraak wezen, + mij geleiden: + +KEESJE. + + ja gewis: + Zou ik niet voor _Lotje_ spreken, + die mijn liefste zusjen is. + Maar gij hebt geen voorspraak noodig, + als gij moeder valt te voet, + Zal zij 't zeker u vergeven, + Moeder, weet gij, is zo goed. + Gistren las zij voor ons beide, + dat ook God de schuld vergeeft: + 'k Weet, zij zal u wis verschoonen, + daar zij zulk een voorbeeld heeft. + + + +DE GEZONDHEID. + + + Gezondheid is een groote schat + Om vergenoegd te leven. + Ofschoon ik groten rijkdom had, + Wat voordeel zou het geven, + Zo ik, doorknaagd van angst en pijn, + Mij zelven tot een last moest zijn. + + Maar zou ik dan mijn Vaders raad + Niet ijverig betragten? + En gulzigheid en overdaad + Niet mijden en veragten? + Die nooit genoeg heeft voor zijn mond, + Leeft zelden vrolijk en gezond. + + + +KLAARTJE en KEETJE. + + +KLAARTJE. + + Altoos werken, altoos lezen, + Dat moet wel verdrietig wezen: + Is het daarom dat men leeft? + Lustig Keetje! nu aan 't spelen; + Ach! de tijd moet u verveelen + Dien gij aan uw meesters geeft. + +KEETJE. + + Nooit te werken, nooit te lezen, + Altoos in den tuin te wezen, + Is het daarom dat men leeft? + Klaartje lief, hou op met spelen; + Ach! de tijd moet u verveelen, + Dien gij aan uw poppen geeft. + +KLAARTJE. + + Somtijds spelen, somtijds lezen, + Dat zal wel het beste wezen, + Keetje lief! kom speel met mij. + +KEETJE. + + 't Zal dan zeker u verveelen, + Op te houden van het spelen: + Leer nu eerst, dan spelen wij. + + Ter nauwer nood had Keetje dit gezegd, + Of Klaartje had, beschaamd, haar poppen weggelegd. + + + + +HET GEVONDEN LIEDJEN. + + + 'k Vond daar even dit papiertjen, + 'k hoop dat ik het lezen kan. + Boven staat er op geschreven: + Hoe!..... + + DE VERGENOEGDE MAN. + + Kom kinders zet u bij mij neêr. + 'k Zal u een liedjen geven. + De vergenoegdheid is veel meer + Dan schatten in dit leven. + + Al heb ik weinig, 'k heb genoeg; + Zou ik een man benijden, + Die altoos mooie kleeren droeg, + Maar zwaare pijn moest lijden. + + Het werken houdt mij steeds gezond + En vlug van lijf en leden. + 'k Word wakker in den morgenstond + Verkwikt en wel te vreden. + + De honger, dien ik zelden mis, + Doet mij veel grager eeten, + Dan of ik aan een konings disch, + Was dag aan dag gezeten. + + 'k Heb dikwijls water uit een bron + Met meerder smaak gedronken, + Dan ooit de wijn mij geven kon, + Bij bekers ingeschonken. + + En is de dag voorbijgegaan, + Zie ik den avond rijzen, + Dan hef ik eens een liedjen aan + Om mijnen God te prijzen. + + Nu lieve kinders, leeft als ik, + Verblijdt u in Gods zegen! + Zeg dankend ieder oogenblik, + Wat heb ik veel gekregen! + + Welk een lief en aartig liedjen! + Hoe behaagt en treft het mij. + Mogt ik leeren zo te leven, + Vergenoegde man! als gij. + + + + +DE GOEDE EERZUGT. + +EENE KLAGT VAN DAANTJE. + + + Ach mij! ik ben verdrietig, + Ik heb den prijs verloren, + Dien vader lief beloofd had, + Aan hem, die 't beste leerde. + Dat boek met mooie prentjes, + Met groene zijde lintjes, + Waar naar ik zo verlangde, + Heeft Jantje nu gekregen; + Om dat hij 't best kon schrijven, + En 't vlugst was in het lezen. + Ja op de kaarten kon hij + De landen en rivieren, + De zeeën en de steden, + Het gauwst van allen vinden. + + Maar zou ik hem benijden, + En nu nog minder leeren? + Neen, 'k wil zijn gaven prijzen, + En hem te meer beminnen. + Maar tevens zal ik tragten, + Den eereprijs te winnen, + Dien Vader weer beloofd heeft. + 'k Wil dan wat minder spelen, + Ik wil wat korter slapen, + En groter vlijt besteden + In 't horen naar de lessen, + Die mij mijn meesters geven. + Door al te veel te spelen, + Door al te lang te slapen, + Door telkens rond te kijken, + Wanneer ik op moest letten, + Heb ik den prijs verloren. + + Dat boek met mooie prentjes, + Met groene zijden lintjes + Heeft Jantje dat gekregen! + Ik kan het niet vergeten, + Maar 't zal niet weer gebeuren. + + + + +DE KLEPPERMAN. + + + Zou ik voor den klepper vreezen, + o! Die lieve brave man + Maakt, dat ik gerust kan wezen, + En ook veilig slapen kan. + Moeder lief! 'k geloof het vast, + Dat hij op de dieven past. + + Schoon hij loopt door wind en regen, + 't Zingen wordt hij nimmer moe: + Goede God! geef hem uw zegen, + Maar mijne oogjens vallen toe. + Lieve klepper! hou de wagt + Ik ga slapen: goede nagt! + + + + +KLAASJE EN PIETJE. + + +KLAASJE. + + Pietje, zo gij niet wilt deugen, + Dan verschijnt de zwarte man. + +PIETJE. + + Klaasje foei, dat is een leugen! + Laat hem komen, als hij kan. + Die aan zulk een man gelooft, + Is van zijn verstand beroofd. + + + + +WINTERZANG. + + + 'k Zie de geele bladers vallen, + met den zomer is 't gedaan: + En 't gehuil van sneeuw en regen + kondigt ons den winter aan. + Ach! hoe trillen mij de leden, + 'k Loop naar 't hoekjen van den haart; + Vader zegt: in zulk een koude + dient er hout noch turf gespaard. + o Wij hebben zo veel voorraad + voor den schralen wintertijd; + Daar men mij met warme kleeren + voor den strengen vorst bevrijdt. + Winterpeeren, kool, en appels + boter, vlees, ja wat niet al, + Ligt er reeds in onze kelder, + dat ons lekker smaken zal. + Mogt ik nu maar dankbaar wezen, + over mijn gelukkig lot; + Ja ik wil gehoorzaam leven, + en u danken, goede God! + Ja ik wil gedurig denken, + als de koude mij verdriet, + Ach! hoe menig duizend menschen + hebben zo veel voorraad niet. + Ja ik wil dan wat besparen, + en wat van mijn overvloed + Aan een arrem kindje geven, + dat van honger schreien moet. + + + + +GODS GOEDHEID. + + + God is goed, daar valt de regen + Op het uitgedroogde land: + Vader bad om zulk een zegen, + Zonder regen, + Zegt hij, groeit geen kruid noch plant. + + Lieve droppels valt op de aarde! + Valt in grooten overvloed, + 't Goud is niet van zulk een waarde + Voor onze aarde. + God verhoort ons: God is goed! + + + + +GODS WIJSHEID. + + + God is wijs, die malsche regen + Houdt nu op: het dorre gras + Heeft weer zo veel vogt gekregen, + Als voor 't groeien noodig was. + + Viel er al te zware regen, + Zag men nimmer zonneschijn, + Dan zou 't langer niet tot zegen, + Maar tot schade voor ons zijn. + + God is wijs, die malsche regen + Houdt weer op: de dorre grond + Heeft nu zo veel vogt gekregen, + Als Gods wijsheid noodig vond. + + + + +DE EDELMOEDIGE WEDERVERGELDING + + + Zou ik dan mijn zusje kwellen + Om dat zij me niet bemint? + Zou ik kwaad van haar vertellen? + Neen ik denk: zij is een kind! + + 'k Zal haar van mijn lekkers geven. + Dan wat druiven, dan een peer, + Dan een hazelnoot zes zeven, + En wanneer zij wil, nog meer. + + 'k Zal haar hart door liefde winnen, + Ze is tog geen kwaadaartig kind; + Zo lang zal ik haar beminnen, + Tot ze in 't eind mij ook bemint. + + + + +HET ZIEKE KIND. + + + Mijn hoofdjen! ach! het doet zo zeer! + Het schijnt van een gespleten; + Geen hobbelpaard vermaakt mij meer; + En schoon men vraagt, wat ik begeer + Ik walg van 't lekkerste eeten. + + Al ligt geen kind zo zagt als ik, + De rust is mij benomen. + En slaap ik eens één oogenblik, + Dan worde ik wakker met een schrik + Door 't akelige droomen. + + Nu worde ik eerst, door 't geen ik mis, + Tot dankbaarheid gedreven: + Nu voel ik, maar met droefenis, + Hoe veel men Gode schuldig is, + Als men gezond mag leven. + + Maar o! die God is altoos goed; + Ik wil nu dankbaar wezen, + En schoon ik pijnen lijden moet, + Geduldig zeggen: God is goed! + Hij kan mij weer genezen. + + + + +HET GOEDE VOORBEELD. + + + Vader leeft met onze moeder + altoos vergenoegd en blij, + o Hoe lieven zij elkander, + nimmer knorren zij als wij. + + Toont er een iets te verlangen, + dan zegt de ander: dat is goed! + Moeder is het best te vreden, + als zij iets voor vader doet. + + Vader poogt altoos te weten + wat de wensch van moeder is; + En het geen haar mogt verveelen, + geeft aan vader droefenis. + + Vader gaf de beste perzik + laatst aan moeder met een zoen; + Hij wou zelf er niet van eeten: + Klaartje, zouden wij dit doen? + + Liefste zusje, liefste broertjes + o het strekt ons tot verwijt, + Dat wij dikwijls zo krakkeelen; + ach gij weet niet hoe 't mij spijt. + + Komt, mijn liefjes, laat ons leven + tot elkanders nut en vreugd! + Laat ons pogen na te volgen + vaders liefde en moeders deugd. + + Daar alleen kan liefde woonen, + daar alleen is 't leven zoet, + Waar men, blij en ongedwongen, + voor elkander alles doet. + + + + +PIETJE EN KEETJE. + + +PIETJE. + + Kom mijn lieve zoete zusje, + Geef me een kusje, + o Ik ben zo in mijn schik! + 'k Heb van moeder zo vernomen, + Dat _Camie_ van 't school zal komen, + Niemand is zo blij als ik. + +KEETJE. + + Laat ons dan eens wat bedenken, + Om te schenken + Aan die allerliefste meid. + Als wij haar maar wat vertellen, + En geen daden dat verzellen + Is 't geen regte vrolijkheid. + +PIETJE. + + Wel: ik heb vier mooie printjes, + +KEETJE. + + Ik twee lintjes, + Goed voor haar, gelijk ik gis. + +PIETJE. + + 't Zal haar, hoe gering, behagen, + Wijl zij dan niet hoeft te vragen, + Of 't bij ons maar praaten is. + +HET GEDULD. + + Geduld is zulk een schoone zaak + Om in een moeielijke taak + Zijn oogwit uittevoeren; + Dit zag ik laatst in onze kat, + Die uuren lang gedoken zat, + Om op een rat te loeren. + Zij ging niet heen voor zij de rat, + Gevangen, in haar klauwen had. + + + + +EEN GODSDIENSTIGE JEUGD +MAAKT EEN GELUKKIGEN +OUDERDOM. + + + Die in zijn jeugd + het pad der deugd + Heeft ingeslagen, + En 't goede doet, + Wagt welgemoed + Zijne oude dagen. + + Maar die zijn tijd + Onnut verslijt, + Zijn frissche kragten + Der zonde geeft, + Moet, afgeleefd, + Verdriet verwagten. + + Laat dan, o jeugd! + Het pad der deugd, + U vroeg behagen, + Dan slijt ge blij, + Van wroeging vrij + Uwe oude dagen. + + Al zijtge een spot + Van hun, die God + Te stout veragten, + Gij hebt veel meer + Dan geld of eer + Van hem te wagten. + + Die God bemint + Die wordt zijn kind; + En moet hij sterven, + 't Zij vroeg of spaê, + Hij zal genaê + Bij God verwerven. + + + + +DE KOOLMEES. + + + Mijn knip had in den boom een uurtje pas gehangen, + Of deze koolmees zat er in. + Toen zei ik bij mij zelf: wat zal ik vogels vangen! + Dat heet eerst regt een goed begin! + + Maar ach! het zijn wel zeven dagen, + Ik zag in al die tijd geen vink of koolmees weer, + Nu ben ik heel ter neer geslagen, + Nu zeg ik bij mij zelf: er zijn geen vogels meer. + + Die al te groote dingen wagt, + Om dat hem in 't begin zijn pogingen gelukken, + Is even dwaas, als die tot wanhoop wordt gebragt, + Om dat hij voor een tijd voor tegenspoed moet bukken. + + + + +PIETJE BIJ HET ZIEKBED VAN ZIJN ZUSJEN. + + + Ach dat kermen, ach dat klagen + Kan mijn teder hart niet dragen, + Mietje lief ik voel uw pijn! + 'k Zou gewillig voor u lijden, + Kon het u van smart bevrijden, + Of maar tot verligting zijn. + + Doch 't is boven mijn vermogen; + Maar ik buig, met weenende oogen, + Biddend mijne knietjes neer. + "Laat mijn bede u niet mishagen + "Goede Jesus! hoor mijn klagen, + "En herstel mijn zusje weer. + + "Laat haar 't leven tog niet derven, + "Ach mijn moeder zou 't besterven, + "Vader daalde wis in 't graf. + "Lieve God! waar bleef tog Pietje, + "Naamt gij met mijn zusje Mietje + "Ook mijne ouders van mij af." + + + + +HET VERHOORDE GEBED. + + + Mijn zusjen is gezond. God hoorde mijn gebed! + En heeft tot onze vreugd mijn zusje lief gered. + Wat zal mijn dankbaar hart dien goeden God vergelden? + Zo groot een God wil die gedankt zijn van een kind? + Ja! Vader zegt, dat God daar in behagen vindt, + Dies zal ik zijnen lof, al ben ik jong, vermelden. + + + + +HET TEDERHARTIGE KIND. + + + Zou ik niet mijn moeder eeren, + Ach wat doetze niet voor mij? + Wat mij nut is, mag ik leeren; + Ben ik vrolijk, zij is blij. + + Ben ik ziek, ik hoor haar klagen; + En wanneer zij bij mij zit + Met het oog om hoog geslagen, + Dan geloof ik, dat zij bidt. + + Ja dan bidt zij, dat ik spoedig + Mag bevrijd zijn van mijn smart; + Worde ik beter, hoe blijmoedig + En hoe dankbaar is haar hart. + + Ik zal altoos haar beminnen, + Altoos doen, dat haar behaagt. + Nimmer wil ik iets beginnen, + Daar mijn moeder over klaagt. + + 'k Zal haar naam met eerbied noemen, + Als zij neerdaalt in het graf. + En Gods goedheid altoos roemen, + Die mij zulk een moeder gaf. + + Goede God! ach laat haar leven + Tot mijn voordeel, tot mijn vreugd, + Welk een droefheid zou 't mij geven, + Haar te missen in mijn jeugd. + + + + +DE ONBEDAGTSAAMHEID. + + + Zie Keesje! deze doode mug + Vloog nog zo even blij en vlug, + Maar 't is door onbedagtsaamheid, + Dat hij nu dood op tafel leit. + + Hij had in 't kaarslicht zulk een zin, + En vloog er onvoorzigtig in. + Nu ligt hij daar; maar 't is te laat; + Er is voor 't mugje nu geen raad. + Hij werd bedrogen door den schijn. + O! laat ons dit tot leering zijn, + Dat, eer men iets gewigtigs doet, + Men zig wat lang bedenken moet. + Eén uur van onbedagtsaamheid + Kan maken dat men weeken schreit. + + + + +DE VOGEL OP DE KRUK. + + + Het zijn pas zes of zeven dagen, + Dat ik dit cijsje kogt van Klaas den vogelman; + En schoon ik in het eerst mijn moeite moest beklagen, + Nu is er nergens geen, die beter vliegen kan. + + Wat zou ik vorderingen maken, + Als ik zo leerzaam was als hij! + Maar 'k zou wel haast aan 't schreien raken, + Mijn vogel, ach! veroordeelt mij. + + k' Wil dan voordaan mij zo gedragen, + Dat, eer ik mij tot speelen schik, + Ik zonder vrees mij af kan vragen: + Wie leert er beter, hij of ik? + + + + + + + TWEEDE VERVOLG + DER + KLEINE GEDIGTEN + VOOR KINDEREN. + + VAN + + MR. HIERONIJMUS VAN ALPHEN + + + + TE UTREGT, + BIJ DE WED. JAN VAN TERVEEN EN ZOON. + + MDCCLXXXII. + + + + +AAN MIJN KLEINE LEZERS. + + + Zegt tog niet, mijn lieve wigtjes! + Dat _van Alphen_ u vergeet; + 'k Heb, om u nog iets te geven, + Eenige uurtjes weêr besteed. + Mooglijk is 't de laatste bundel; + Hoort! gij hebt er ook genoeg. + 't Is in 't aantal niet gelegen; + En voor grooter is 't wat vroeg. + + Weinig, wel, en dikwijls lezen + Leert het best, in uwen tijd: + Grooter boeken zultge krijgen, + Als gij ook wat grooter zijt. + + + + +JANTJE EN HET KONIJN. + + + Daar zie ik een konijn! + Wat zou 'k gelukkig zijn, + Had ik het, om er meê in onzen tuin te loopen, + Zei Jan: maar schoon 'k mijn geld + Al driemaal heb geteld, + Ik heb te weinig om dat lieve dier te koopen; + En schoon mij dit aan 't harte gaat, + Ik weet geen raad!.... + + Wel! laat u dit geval dan leeren, + Mijn lieve Jan! + Dat een verstandig kind geen dingen moet begeeren, + Die hij te voren weet, dat hij niet krijgen kan. + + + + +DE ZINGENDE WILLEM. + +MORGENLIED. + + + Bij 't opgaan van de zon + Zat Willem aan een bron, + Van goeder hart, te zingen; + Hij had den afgelopen nagt + Verkwikkend doorgebragt; + En kon zig langer niet bedwingen. + God, riep hij, is zo goed, + Dat ik hem loven moet! + + Magtige Schepper! u heb ik te danken, + Dat ik ontwaakte gezond en verheugd. + Wijze Bestierder! 'k heb Jesus te danken, + Dat ik u kenne in het eerst van mijn jeugd. + + Prijst u de morgen, ik zal u ook eeren, + Dat gij mij gunstig in 't leven bewaart; + Prijst u de morgen, ach mogtze mij leeren, + Heilig en dankbaar te leven op aard. + + Naarstig, gehoorzaam, en vrolijk te wezen, + Is me tot voordeel en 't is uw gebod. + Vriendlijke Schepper! wie zou u niet vreezen! + Wie u niet eeren, almagtige God! + + Van u alleen moet ik alles verwagten; + Wie is als gij algenoegsaam en mild. + 'k Wil dan van daag uwe wetten betragten; + Daar gij ook kinderen zegenen wilt. + + + + +DE KLEINE ZANGSTER. + +AVONDLIED. + + + Het licht der zon + Begon + Alreê te kwijnen; + De maan + Ving aan + Zo schoon als ooit te schijnen; + Toen lieve Cris, + Een meid, naar 'k gis, + Van agt of negen jaren, + Haar kleine citer nam, + En hupplend bij mij kwam; + Zij paarde lagchend stem en snaren; + En zong het vrolijk avondlied, + Dat gij hier uitgeschreven ziet. + + De zon moog haar stralen + In 't westen doen dalen, + Dit geeft mij geen smart: + God heeft ook geschapen + Den nagt om te slapen, + Dies looft Hem mijn hart. + + Hoe donker 't mag wezen, + 'k Behoef niet te vreezen + In 't holst van den nagt. + God zal voor mij zorgen, + Tot dat mij de morgen + Weêr vrolijk verwagt. + + Geen leed zal mij naken: + God wil mij bewaken, + Al ben ik een kind. + God toont, door mij 't leven + En voedsel te geven, + Hoe Hij me bemint. + + Het starrengeflonker + Vervrolijkt het donker; + De lichtende maan + Begint op de weiden + Haar glanssen te spreiden, + En speelt door de blaên. + + Al ziet men geen kleuren, + Men wordt tog door geuren + Verkwikt waar men gaat, + 'k Hoor zelfs in seringen + Den nagtegaal zingen, + En 't kwarteltje slaat. + + Mag ik u verhoogen, + Dan sluit ik mijne oogen + Gerust, o mijn God! + U eere te geven, + En dankbaar te leven, + Is 't zaligste lot. + + + + +DE VERKEERDE VREES. + + + Keesje zag eens Joden loopen, + Om _wat ouds! wat ouds!_ te koopen: + Hij werd bang, ja bleek van schrik; + Hij kroop weg, en ging aan 't huilen. + Pietje spotte met dat schuilen; + En zei lagchend: doe als ik! + + Kees zei: zoudt gij niet ontstellen, + Als gij hun eens aan zaagt bellen? + Neen ik tog, zei Pietje toen: + Waarom zou ik altoos vreezen? + Men behoeft slegts bang te weezen, + Als men voorneemt kwaad te doen. + + + + +DE LIEFDE TOT HET VADERLAND. + + + Al ben ik maar een kind, + Tog wordt mijn Vaderland van mij op 't hoogst bemind; + Ik werd er in geboren; + Ik heb er drank en spijs; + Ik mag er 't onderwijs + Van wijze meesters hooren. + Ik heb er ouders, vrienden in, + Die ik met al mijn hart bemin; + Ik kan er veilig woonen; + Dies zal ik dankbaar mij betoonen; + En, worde ik eens een man, + Zo nuttig zijn voor 't land, als ik maar wezen kan. + + + + +DE VEGTENDE JONGENS. + + +GIJSJE. + + Laat ons dezen twist beslegten, + Door eens moedig saam te vegten! + +KLAASJE. + + 'k Wil niet; 'k heb geen lust in slaan; + Maar laat ons naar Vader gaan; + 'k Wil u niet verongelijken; + Vader mag het vonnis strijken. + +GIJSJE. + + Laffe jongen, zonder moed! + +KLAASJE. + + O! bedenk eerst watge doet. + +GIJSJE. + + 'k Vat u aanstonds bij de kleêren: + +KLAASJE. + + Wagt u, 'k zou mij dan verweeren; + 'k Ben zo min bevreesd als gij. + +GIJSJE. + + Is dat waar, kom dan ter zij! + +KLAASJE. + + Neen: daar zal ik mij voor wagten; + Maar uw dreigen _hier_ veragten. + Ha! geen dwaasheid is zo groot, + Dan te vegten zonder nood. + + Hier werden zij gestoord. + Papa lief had het juist gehoord. + Hij die een krijgsman was, en dikwijls in zijn leven + Van zijn beleid en moed veel proeven had gegeven, + Zei: 't is de beste held; hij heeft den grootsten moed; + Die dapper vegten kan, maar 't nooit onnoodig doet. + + + + +HET ONWEDER. + + + Hoe schoon schiet daar de bliksem neêr! + Hoe statig rolt de donder! + De wolken pakken saam, of drijven heen en weêr; + Terwijl ik in dat al, gedugte Hemelheer! + Uw Majesteit bewonder. + + Nu is 't voorbij: een frissche lugt + Omringt mij, waar ik ga, en doet de vogels zingen. + Ik zie een nieuwen glans op boom en veld en vrugt; + Maar, eeuwig God! gij blijft gedugt, + Zelfs in uw zegeningen. + + Wat zie ik, Caatje! hoe, gij beeft? + Ach wilt daar nooit voor vreezen! + 't Is een geschenk, dat God ons geeft, + En daarom, lieve meid, moest Caatje dankbaar wezen. + + + + +CLAARTJE + +BIJ DE SCHILDERIJ VAN HARE +OVERLEDENE MOEDER. + + + + Wanneer ik neêrgezeten + Bedaard het beeld aanschouwe + Van mijne lieve moeder, + Dan rollen mij de tranen + Gestadig langs de wangen. + Dat lief en lagchend wezen, + Waar godvrugt en opregtheid + Bevalligheid en blijdschap + Zo klaar op is te lezen, + Doet mij dan bitter schreien, + Om dat ik haar moet missen; + Ik--nog geen negen jaren. + Wat heb ik niet al uurtjes + Met nut bij haar gezeten, + Wanneer zij mij, al spelend, + Het een en ander leerde. + Maar 't zal mij altoos heugen, + Hoe zij mij bij haar sterven + Voor 't laatst nog eens omhelsde. + + Ik kan er niet aan denken, + En 'k doe het tog zo gaarne. + + Toen zeize: "lieve Claartje! + "Uw moeder zal haast sterven, + "En van deze aarde scheiden, + "Om in den blijden Hemel + "Bij de engelen te woonen; + "Hoor dan mijn laatste woorden, + "En geef mij 't laatste kusje. + + "Eert God, bemin uw vader! + "Groei op in deugd en wijsheid! + "En wiltge vrolijk leven, + "Leer vroeg de zonden haten. + "Maar hebt ge eens kwaad bedreven, + "Dan moetge 't gul belijden; + "En God om Jesus wille + "Zal u vergeving schenken. + "Maar zietge dan, mijn Claartje! + "Op aarde mij niet weder, + "Zie dikwijls naar den hemel, + "En zeg--daar woont mijn moeder. + "Ach, zag ik na uw sterven + "Mijn kind ook daar verschijnen, + "Hoe zou ik mij verblijden, + "En God eerbiedig danken. + "Voor u, mijn lieve Claartje! + "Is ook de hemel open. + + "Maar ach; mijn lieve meisje! + "Ik voel den dood genaken, + "En kan niet langer spreken. + "Vaarwel, vaarwel dan, Claartje! + "Daar hebtge 't laatste kusje!" + + 'k Ging schreiend naar beneden; + En 't duurde weinige uuren, + Of moeder was gestorven. + + Wanneer ik nu, gezeten + Bij 't beeld van mijne moeder, + Aan haren dood gedenke, + Dan rollen mij gestadig + De tranen langs de wangen. + Dan zie ik naar den hemel, + De woonplaats mijner moeder; + Dan roep ik, bitter schreiend, + o God, hebt gij die moeder + Aan mij zo vroeg ontnomen, + U mag ik niet berispen, + Hoe zeer ik haar betreure; + Neen, gij zijt wijs en heilig, + Mag ik u maar beminnen, + Mijn lieven Vader eeren, + En moeders lessen volgen, + Dan zal ik bij mijn sterven + Bij U en moeder komen. + Wat zal dat zalig wezen! + + + + +DE VERWELKTE ROOS. + + + Waarom verwelkt de roos zo ras? + Zei Jantjen: och of 't anders was! + God wierd ook, dunktme, meer geprezen + Zoo 't roosje langer bleef in wezen. + + Al denktge, datge 't wel doorziet, + Mijn lieve Jan! het is zo niet. + De Schepper weet het best van allen, + Waarom 't zo schielijk af moet vallen; + En wil ook, datge gadeslaat, + Hoe ras het aardsche schoon vergaat. + De Schepper, dien 't ons past te vreezen + Wordt door bedillen nooit geprezen. + + + + +MIETJE BIJ +HET CLAVECIMBAAL. + + + Die liefelijke toonen + Behagen mij alrêe; + Al heb ik weinig jaren, + Ik zing zo graag eens meê. + Wanneer mijn oudste broêrtjen + Op 't clavecimbaal speelt, + Dan vraagt hij mij, al spottend, + Of 't mij niet ras verveelt? + Dan zeg ik, lieve jongen! + o Speel tog lang voor mij! + Mogt ik het ook maar leeren, + Ik deed mijn best als gij. + Eergistren was ik jarig, + En moeder vroeg mij toen, + Wat ik van haar begeerde; + Ik gaf haar eerst een zoen, + En zei: mijn lief mamaatje! + Bewijs mij deze gunst, + Dat ik mag leeren speelen, + En zingen naar de kunst. + Zij nam mij in haar armen, + En zei: in 't nieuwejaar. + Nu brande ik van verlangen, + Ach kwam de meester maar. + + De jeugd spant zig met speelen + En zingen nuttig uit, + En is men moê van 't leeren, + Dan geeft dit lief geluid + Weêr nieuwen lust en kragten; + Zo leeft men blij en zoet; + En schuwt met vreugd gezelschap, + Dat dikwijls doolen doet. + + + + +HET VERSTANDIG ANTWOORD. + + + Gij vraagt mij, waarom ik aan God gehoorzaam ben: + 't Is daarom, dat ik Hem als wijs en goed erken. + Hij heeft aan ons zijn wet uit liefde alleen gegeven, + Op dat wij vergenoegd en vrolijk zouden leven; + En al wat ons die wet verbiedt, + Is, hoe't ook schijnen mag, ten onzen voordeel niet, + Wil iemand dan gelukkig wezen, + Die leer gehoorzaam God te vreezen. + + + + +HET GEWETEN. + + + Nooit heb ik meer vermaak, dan als ik mijnen pligt + Blijmoedig heb verrigt. + Dan smaakt het eeten best; dan kan ik vrolijk springen; + En blijde liedjes zingen; + Maar ben ik traag of stout, dan ben ik niet gerust; + Dan heb ik geenen lust + In spijs, in drank, of spel; dan wordt mij door 't geweten + Geduuriglijk verweten, + Dat ik een slegtaart ben, en dat ik nooit een man, + Zoo doende, worden kan. + + + + +EEN BRIEF VAN CAREL +AAN ZIJN ZUSJE CAATJE. + + + Zusje lief! ik laat u weten, + Dat ik, sedert uw vertrek, + In mijn kamer heb gezeten, + Meid lief! met een stijve nek. + 'k Dagt, ik zal u tog eens schrijven, + Want het weder is zo guur, + Dat ik steeds in huis moet blijven, + En dat smaakt niet op den duur, + 'k Heb met u vrij wat te praten; + Dikwijls denk ik, wasze hier! + Maar dat denken kan niet baten, + Daarom praat ik op 't papier. + Schrijven, moet men, zegt Papaatje, + Even zo, als of men praat; + Daarom zal ik, lieve Caatje, + U vertellen, hoe 't mij gaat. + 'k Was eerst knorrig, dat Clorinde + U van huis en met zig nam; + 'k Was wel blij, datze u beminde, + Maar wat doetze te Amsterdam, + Zei ik--wasze hier gebleven; + 'k Had haar graag mijn beste prent + Voor een nieuwejaar gegeven; + O wij zijn zo saam gewend. + Maar wat hielp tog al dat klagen, + Caatje zus was heen gegaan: + 'k Wende dies, in weinig dagen, + Schoon uit nood, daar langsaam aan. + Daarop, door me in 't zweet te loopen, + Heb ik zware kou gevat; + 'k Moest dat speelen duur bekopen, + Ach, wat heb ik pijn gehad: + 'k Mogt dan dit, dan dat niet eeten; + 'k Sliep ook somtijds niet van pijn; + En ik wou geduurig weeten, + Of het haast gedaan zou zijn. + 'k Had geen lust in lezen, schrijven, + Ja zelfs in mijn prenten niet; + En zo lang in 't bed te blijven + Gaf mij telkens veel verdriet. + Vader wilde mij vermaken; + Moeder lief deed, watze kon; + Maar zij moesten 't schielijk staken, + 'k Was 't al moede eer ik begon, + 'k Vreesde dat het nooit zou lukken, + En wanneer ik ledig zat, + Kreeg ik bijster kwade nukken, + Wijl ik geen geduld meer had. + 'k Zei in 't eind--dat ledig wezen + Kan tog nooit voordeelig zijn. + 'k Nam een boek; ik ging wat lezen; + En ik voelde minder pijn. + Ook begon ik wat te schrijven, + En wanneer ik prenten zag, + Kon ik op mijn kamer blijven, + Met vermaak, den heelen dag. + Vader zag mij eens beginnen + Aan een kleine teekening, + Moeder lief kwam daar op binnen, + Om te zien hoe 't met mij ging. + 'k Was, zij zagen 't, wel te vrede; + 'k Was niet knorrig als voorheen; + 'k Praatte nu en dan eens mede; + 'k Zei niet kort af _ja_ of _neen_. + Zo versleet ik gandsche dagen, + Schoon op ver na niet hersteld, + Maar dat kniezen en dat klagen, + Heeft mij sinds niet meer gekweld. + Vader zegt, 't kan meer gebeuren, + Dat ik niet welvarend ben; + Maar ik zal te minder treuren, + Hoe ik meer daar aan gewen. + Die zig naar Gods wil kan voegen, + (Zegt hij) met een stil gemoed, + Smaakt in ziekte zelfs genoegen; + God is altijd wijs en goed. + Nu vaarwel, aanminnig meisjen! + Ieder in ons huis verlangt, + Datge een eind maakt van uw reisjen, + Als gij dezen brief ontfangt. + + + + +DE ZWALUWEN. + +EENE VERTELLING. + + + Kees zou voor 't eerst naar school toe gaan, + Maar was de stoep pas afgetreden, + Of 't scheen, hij was niet wel te vreden; + En bleef, het hoofd om hoog, een poos verwonderd staan. + Hij zag de zwaluwen zo heen en weder zweeven, + En zei, dat heet eerst regt op zijn vermaak te leven. + Een man die zig op straat bevond, + En Keesjes meening ras verstond, + Trok hem, al lagchend, wat ter zijden; + En zei: wel weetge niet, dat zij dit moeten doen, + Zij vangen vliegjes, om hun jongen mee te voen, + Die anders honger moesten lijden. + Noemt gij dit slegts vermaak, neen Keesje! dat is mis, + Maar weet gij wat hier uit voor u te leeren is? + Zij kunnen, door dit lustig zweven, + Aan u een voorbeeld geven, + Hoe men met vlijt en vreugd zijn werk verrigten moet: + En dat het lelijk staat, als men 't gedwongen doet. + + Ik loop naar school, zei Kees: die les is zeker goed! + + + + +DE ZON. + + + Als ik de zon zie schijnen, + Die met haar lieve stralen + Deze aarde vrolijk koestert; + Op dat er kruiden groeien, + Om vee en mensch te spijzen; + Die 't licht ons doet genieten, + Om tog verheugd te werken, + En vergenoegd te leven; + Dan denk ik, met aanbidding, + Hoe groot moet God niet weezen! + Die zon heeft hij geschapen! + En dat uit enkel liefde! + + + + +HET LIJK. + + + Mijn lieve kinders, schrikt tog niet, + Wanneer gij dode menschen ziet; + Zoudt gij voor lijken beven? + Kom hier: deez bleke koude man, + Die voelen, zien, noch horen kan, + Houdt nu niet op te leven. + + Hij denkt en werkt--ja meer dan gij; + Maar met geen ligchaam zo als wij. + De ziel is weg van de aarde. + Die God, dien hij hier heeft gevreesd, + Is bij hem in zijn dood geweest; + En houdt dit lijk in waarde. + + Al is de ziel van 't ligchaam af, + Al daalt het lijk in 't donker graf, + Dat moet u niet doen ijzen. + Gelooft het tog, de goede God + Zal zelfs dit lelijk overschot + Veel schooner doen verrijzen. + + Ach, lieve kinders! zegt dan niet; + Wat is dat sterven een verdriet! + Mogt ik maar altoos leven! + Wanneer ge God bemint en dient, + Dan voert de dood u, als een vriend, + In 't eeuwig zalig leven. + + En komt dan eens de jongste dag, + Dan zal het ligchaam, dat daar lag, + Zig levend weêr vertoonen. + Dan voeren de Englen van beneên + U zingend naar den Hemel heên, + Om eeuwig daar te woonen. + + Mijn lieve kinders schrikt dan niet, + Wanneer gij doode menschen ziet; + Zoudt gij voor lijken beven? + Zegt liever vrolijk--deze man, + Die hier niet zien of hooren kan, + Mag in den hemel leven. + + + + +HET VOGELNESTJEN. + +EENE VERTELLING. + + + Mietje had eens, onder 't wandlen, + Een verholen vogelnestjen + In een dorenhaag gevonden. + 'k Heb nu, zeize, mijn verlangen: + o Hoe zal ik mij vermaken, + Met die lieve kleine diertjes! + Aanstonds ga ik thuis wat halen, + Om dit nestjen in te bergen. + + Mietje liep en zag haar moeder, + Die zij hijgend dit vertelde: + + Lieve Mietje, zei de moeder, + Stoort tog nimmer vogelnestjes! + Denk maar eens, hoe de oude vogels + Om dat stooren zouden treuren; + Zoudt, gij, Mietje lief, niet schreien, + Als men u, met Piet en Jetje, + Tegen wil en dank vervoerde; + Mietje lief, hebt medelijden, + Met die oude lieve vogels! + Zoek tog nimmer uw genoegen + In de droefheid van een ander. + + Neen, zei Mietje, lieve moeder! + Neen dat niet! maar hoorze eens schreeuwen; + Ach zij hebben zulken honger! + + Denk niet meisje, zei de moeder, + Dat zij juist van honger schreeuwen. + Ach zij zouden zeker sterven, + Als gij hun zo lang woudt spijzen, + Totze niet meer konden schreeuwen. + Maar wiltge u eens regt vermaken, + En eens zien hoe de ouden zorgen + Om hen juist zo veel te geven, + Als die diertjes noodig hebben, + Zet u slegts in stilte neder, + En ge zult dan schielijk merken, + Dat zij vliegjes, mugjes, wormpjes + Vangen en in 't nestje brengen. + o De goede wijze Schepper + Heeft zo wel aan deze vogels + Ouders, als aan u, gegeven: + Dezen weten altoos beter, + Wat de kinders noodig hebben, + Om dat zijze 't meest beminnen. + Ja die zullen nooit verzuimen, + Hun têerhartig te verzorgen; + Daar toe heeft hun God de liefde + Voor hun jongen ingeschapen; + En gij moet niet wijzer wezen, + Dan de goede en wijze Schepper. + + Mietje hoorde naar haar moeder; + Maar ging dikwijls zagtkens kijken + Naar het groeien van de jongen, + Zonder 't nestjen ooit te stooren. + + + + +FLIPJE, DE VADER, EN DE TUINMAN. + + +FLIPJE. + + Wel waarom snoeitge nog de boomen, + Zeg trouwe Piet? + Daar aan die takjes vrugt zou komen, + Gelijkge ziet. + +DE TUINMAN. + + Een boom, die al te veel moet dragen, + Verliest zijn kragt; + Ook zou de vrugt zo niet behagen, + Als gij verwagt. + Uw vader heeft graag goede peeren: + +DE VADER. + + 't Is wel gezegd: + En 't deel van die te veel begeeren + Is doorgaands slegt. + + + + +DE EENZAAMHEID. + + + Denk niet, lieve speelgenooten! + Dat de tijd mij heeft verdroten, + Toen ik gistren zat alleen. + Die vermaak heeft in het lezen, + Hoeft geen eenzaamheid te vreezen, + Maar is altoos wel te vreên. + + Vader zegt, dat brave menschen + Dikwijls naar die uurtjes wenschen; + Dikwijls naar hun kamer gaan, + Om in oude en nieuwe boeken + Wijze lessen optezoeken: + En dat staat mij wonder aan. + + 'k Wou zo graag verstandig wezen, + En ik worde ook graag geprezen, + 'k Zeg, zo als het bij mij leit: + Dient er dan, om veel te weten, + Menig uurtje nog gesleten, + Welkom! welkom! eenzaamheid! + + + + +LIJST DER KLEINE GEDICHTEN. + + + Aan twee lieve kleine jongens. + Het kinderlijk geluk. + De perzik. + De kinderliefde. + Alexis. + De waare rijkdom. + Het vrolijk leeren. + Het medelijden. + De naarstigheid. + De spiegel. + Klagt van den kleinen Willem op de dood van zijn zusjen. + Het geschenk. + Welkomgroet van Claartje voor haar kleine zusjen. + De ledigheid. + Het hondjen. + Het gebroken glas. Eene vertelling. + De godsdienstigheid. + De haas. + Eene vertelling van Dorisje. + Jesus. Een zangstukje. + De drijftol. + De pruimeboom. Eene vertelling. + De bedelaar. + De ware vriendschap. + Lotje en Keesje. + De gezondheid. + Klaartje en Keetje. + Het gevonden liedje. + De goede eerzugt. Eene klagt van Daantje. + De klepperman. + Klaasje en Pietje. + Winterzang. + Gods goedheid. + Gods wijsheid. + De edelmoedige wedervergelding. + Het zieke kind. + Het goede voorbeeld. + Pietje en Keetje. + Het geduld. + Een godsdienstige jeugd maakt een gelukkigen ouderdom. + De koolmees. + Pietje bij het ziekbed van zijn zusjen. + Het verhoorde gebed. + Het tederhartige kind. + De onbedagtzaamheid. + De vogel op de kruk. + Aan mijn kleine lezers. + Jantje en het konijn. + De zingende Willem. Morgenlied. + De kleine zangster. Avondlied. + De verkeerde vrees. + De liefde tot het vaderland. + De vegtende jongens. + Het onweder. + Claartje bij de schilderij van hare overledene moeder. + De verwelkte roos. + Mietje bij het clavecimbaal. + Het verstandig antwoord. + Het geweten. + Een brief van Carel aan zijn zusje Caatje. + De zwaluwen. Eene vertelling. + De zon. + Het lijk. + Het vogelnestjen. Eene vertelling. + Flipje, de tuinman, en zijn vader. + De eenzaamheid. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Proeve van Kleine Gedigten voor +Kinderen, by Hieronymus van Alphen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK PROEVE VAN KLEINE GEDIGTEN *** + +***** This file should be named 17080-8.txt or 17080-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/7/0/8/17080/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/17080-8.zip b/17080-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..23ba057 --- /dev/null +++ b/17080-8.zip diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..6a618fa --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #17080 (https://www.gutenberg.org/ebooks/17080) |
