summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/16842-h
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '16842-h')
-rw-r--r--16842-h/16842-h.htm7739
1 files changed, 7739 insertions, 0 deletions
diff --git a/16842-h/16842-h.htm b/16842-h/16842-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..23f200a
--- /dev/null
+++ b/16842-h/16842-h.htm
@@ -0,0 +1,7739 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<html>
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content=
+ "text/html; charset=iso-8859-1">
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Liedekens van Bontekoe, by E.J. Potgieter.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ <!--
+ * { font-family: ;}
+ P { text-indent: ;
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em; }
+ H1, H2 { text-align: center; color: #800000 }
+ H3,H4,H5,H6 { text-align: center; }
+ HR { width: 33%;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;}
+ BODY{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;
+ background: #FAEBD7;
+ }
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left:
+4%;} /* poetry number */
+ .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em;
+margin-bottom: 1em; font-size: 8pt} /* footnote */
+ .blkquot {margin-left: 4em; margin-right: 4em;}
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; right:
+100%; font-size: 8pt; justify: right;} /* page numbers*/
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-
+right:10%; text-align: left;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem p {margin: 0; padding-left: 3em;
+text-indent: -3em;}
+ .poem p.i2 {margin-left: 2em;}
+ .poem p.i4 {margin-left: 4em;}
+ .poem .caesura {vertical-align: -200%;}
+ // -->
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Liedekens van Bontekoe en vijf novellen
+by E.J. Potgieter
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Liedekens van Bontekoe en vijf novellen
+ Blaauw bes, blauw bes!&mdash;'T is maar een
+ pennelikker!&mdash;Marie&mdash;De ezelinnen&mdash;Hanna
+
+Author: E.J. Potgieter
+
+Release Date: October 9, 2005 [EBook #16842]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LIEDEKENS VAN BONTEKOE ***
+
+
+
+
+Produced Marc D'Hooghe
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<!-- Autogenerated TOC. Modify or delete as required. -->
+ <b>LIEDEKENS VAN BONTEKOE</b><br>
+ <br>
+ <a href="#'T_PASSEREN_DER_LINIE">I 'T PASSEREN DER LINIE</a><br>
+ <a href="#ROELTJEN_UIT_DE_BONTEKOE">II ROELTJEN UIT DE BONTEKOE</a><br>
+ <a href="#LOUW_EN_DE_WAARZEGSTER">III LOUW EN DE WAARZEGSTER</a><br>
+ <a href="#DE_ZEILWAGEN_VAN_PRINCE_MOURINGH">IV DE ZEILWAGEN VAN PRINCE MOURINGH. 1600.</a><br>
+ <a href="#MACHTELD">V MACHTELD</a><br>
+ <a href="#PAPEGAAIJEN-DEUNTJEN">VI PAPEGAAIJEN-DEUNTJEN</a><br>
+ <a href="#WIJS_KLAERTJEN_OP_'T_IJS">VII WIJS KLAERTJEN OP 'T IJS</a><br>
+ <a href="#INKEER">VIII INKEER</a><br>
+ <a href="#JAN_COMPAGNIE">IX JAN COMPAGNIE</a><br>
+ <a href="#DIEUWERTJEN">X DIEUWERTJEN</a><br>
+<br>
+ <b>VERHALEN</b>
+<br><br>
+ <a href="#BLAAUW_BES_BLAAUW_BES">BLAAUW BES, BLAAUW BES!</a><br>
+ <a href="#T_IS_MAAR_EEN_PENNELIKKER">'T IS MAAR EEN PENNELIKKER!</a><br>
+ <a href="#MARIE">MARIE</a><br>
+ <a href="#DE_EZELINNEN">DE EZELINNEN</a><br>
+ <a href="#HANNA">HANNA</a><br>
+
+<!-- End Autogenerated TOC. -->
+
+<h1>LIEDEKENS VAN BONTEKOE</h1>
+
+<h3>door</h3>
+
+<h2>E.J. POTGIETER</h2>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<h1>VIJF NOVELLEN:</h1>
+
+<h2>(BLAAUW BES, BLAAUW BES!&mdash;'T IS MAAR EEN PENNELIKKER!&mdash;MARIE&mdash;DE
+EZELINNEN&mdash;HANNA)</h2>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="LIEDEKENS_VAN_BONTEKOE"></a><h2>LIEDEKENS VAN BONTEKOE</h2>
+<br>
+
+<p>Aan de kant van de Revier komende daer de
+Praeuw lag, stond daer een hoop Inwoonders;
+en haperden geweldig tegen elkander; het
+scheen dat de eene wilde hebben dat ik voer
+en de ander niet. Ik greep een of twee uit den
+hoop by den arm, en stuwde ze na de Praeuw
+toe, om te varen gelyk of ik noch Meester was, en ik was
+boven half Knechte niet. Sy sagen er soo vreesselyk uit als
+Dollemannen, doch lieten haer geseggen: en twee gingen met
+my in de Praeuw, de eene ging agter sitten, en de ander
+voor: elk met een scheppertjen in de hand, en staken af; sy
+hadden elk een Kris op haer syde steken, synde een geweer
+of het een Ponjaerd was, met vlammen. Doen wy wat gevaren
+hadden, kwam de agterste na my toe, want ik sat midden in
+de Praeuw, en wees dat hy geld wilde hebben. Ik taste in
+myn dief sak, haelde er een kwartjen uit, en gaf het hem.
+Hy stond en bekeek het, en wiste niet wat hij doen wilde;
+doch nam het ten lesten, en wond het in syn Kleedjen dat
+hy om syn middel hadde, de voorste siende dat syn Maet
+wat gekregen had, kwam mede na my toe, en wees my dat
+hy ook wat hebben wilde; ik dat siende, haelde weder een
+kwartjen uit myn dief sak: en gaf het hem. Hij stond en
+bekeek het mede, 't leek dat hij in twijffel was of hy het
+geld wilde nemen, dan of hy my wilde aentasten, 't welk sy
+ligt souden hebben kunnen doen, want ik hadde geen geweer,
+en sy hadden elk een Kris op syde. Daer sat ik als een
+schaep tusschen twee Wolven, met duisend vreesen; God
+weet hoe ik te moede was: voeren also voor stroom af;
+omtrent ten halver weeg aan de boot synde, begonnen sy te
+tieren en te parlementen, het scheen aen alle teekenen dat
+sy my om den hals wilde brengen. Ik dit siende, was soo
+benauwt dat mij het hart in mijn lyf trilde en beefde van
+vreese, keerden my derhalven tot God: bad hem om genade
+en dat hy my verstand wilde geven, wat my best in die
+gelegenheid stond te doen: en het scheen of mij inwendig
+geseid wierd, dat ik singen soude, hetwelk ik dede: hoewel
+ik in sulke benauwheid was, en song dat het door de boomen
+en Bosschagie klonk, want de Revier was aan beide
+syden met hooge boomen bewassen. En als sy dit sagen,
+begonden te lagchen, gaepten dat men haer in de keel sien
+kon, soo dat het leek dat sy meenden, dat ik geen swarigheid
+van haer maekte; doch ik was heel anders in myn herte
+gesteld, als ik vertrouw dat sy meenden; wy raekten te met
+soo verre voort dat ik de boot sag leggen. Doe ging ik staen
+en wuifden ons volk toe: die my siende dadelijk na my toe
+kwamen, by de kant de reivier langs, enz.</p>
+
+<span style="margin-left: 2em;"><i>Gedenkwaardige Beschryving van de Achtjarige en</i></span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>zeer Avontuurlyke Reise van Willem IJsbrantsz. Bontekoe</i></span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>van Hoorn, gedaan na Oost-Indi&euml;n, pag 20</i>.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Sumatra dreef in vloeijend goud,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat van de hooge kamferboomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die heerschers in een Indisch woud,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Op peperstruik en oobarhout,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op beek en mos scheen ne&ecirc;r te stroomen.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schoon welkomstgroet en liefdebe&ecirc;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Den lichtvorst noodigden in zee,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wier golven ruischten van verlangen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Eer de oceaanbruid hem gedwee</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In de open armen mogt ontvangen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Riep hij een lang, een zoet vaarwel</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">U toe, o geurige Archipel!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En alles baadde zich in luister,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En alles dronk het vier der min</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van zon en zee wellustig in;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De tijger lekte in het scheem'rig duister</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van 't roode hol zijn bronstig lief,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Terwijl zich de olifant verhief,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om, met van drift gewiekte voeten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zijn gemalinne in 't bosch te ontmoeten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat louter liefdespelen zag</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">In 't uur des echts van nacht en dag.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Helaas! de mensch voedde and're driften:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar gleed, langs oevers, rijk omzoomd</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van laag gewas en hoog geboomt',</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Welks schaduw 't vocht van kleur deed schiften</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En 't vonk'lend goud in donker blaauw</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Verkeerde, een ranke, ruwe praauw</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Op breeden vloed vast sneller voort,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Den haat, welligt den dood aan boord!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een drietal mannen mogt ze dragen:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Twee wilden, naakt en bruin van le&ecirc;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een witte schort om 't lijf geslagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Waaruit de scherpe kris verscheen;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Twee wilden, afgerigt op 't jagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar die naar 't schuw gediert' niet zagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat beurt'lings opsprong en verdween.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Waarom zij naar den boog niet tastten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wanneer ze een anteloop verrasten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schalk spelende op het oevermos;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Waarom geen werpspiets stoof in 't bosch,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Waar casuarissen hun pluimen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Van vloeib're paarlen deden schuimen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar gaaikens staarden op hun dos?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij lieten 't, wijl ze een prooi beloerden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die school in 't loof, noch dook in 't nat,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een blanke, dien zij met zich voerden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een blanke, die in 't midden zat,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die aan zijn heup geen wapen had,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En, schoon geen banden hem omsnoerden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toch opzag en den Heere bad!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">W&egrave;l mogt hij! Was op Texels reede,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen de oostewind ten leste woei,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En vlag en zeil zich grootsch verbreedde</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En 't schip geslaakt werd uit zijn boei,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het hem voorspeld, hoe ramp bij ramp</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Op reis hem dagen zou ten kamp;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe wreed de hoop hem zou bedriegen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die hem zoo fier te roer deed staan,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als lachte Java reeds hem aan;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hoe in den verren oceaan</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zijn kiel, <i>'t Nieuw-Hoorn</i>, in brand zou vliegen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij, Willem Ysbrandtsz Bontekoe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Had omgewend, de zeevaart mo&ecirc;!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En echter, 't leed was koen gedragen&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vergeef dat woord van ijd'len trots;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In ootmoed schiep zijn ziel behagen&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij droeg het, waard de hoede Gods,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die hem beschermde in 't golfgeklots,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het laaije vaartuig uitgeslagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die, voor den ingang van den nacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De scheepsboot tot zijn redding bragt.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij droeg het, zoo als echte vromen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het jamm'ren doen,&mdash;des Heeren wil</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Eerbiedend, zweeg hij werkzaam stil:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Des avonds kermende ingenomen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Viel 's uchtends nieuw gevaar te schromen;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De hulk was wel aan 't vier ontkomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar dreef, ontbloot van naald en zeil,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Der luimen van de baren veil.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zie, hij onderwierp de winden;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om 't sprietjen van de veege schuit</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Sloeg 't noodzeil, dat hij zaam deed binden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De smalle banen klaat'rend uit;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Gestarnt zou hem den weg doen vinden!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En week de dag en viel de nacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En rees geen land bij 't morgengloren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En deed de hongerkreet zich hooren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En stilte niet dan dorst die klagt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Slechts hij had moed, had troost voor allen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die zuchten aan het kleene boord,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En hield op deze re&ecirc; hun woord.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2.5em;">Maar nu!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 5.5em;">Zou hij, in gruwb'ren moord,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hier weerloos, ongewroken vallen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Gescheiden van den trouwen stoet,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die met hem, eer nog de uchtend daagde,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om lijftogt aan den wal zich waagde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De streek, het dorp was ingespoed?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ach! geen dier makkers had de wilden</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Mistrouwd als hij, om 't valsch gelach,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Waarme&ecirc; de schaar hun worst'ling zag,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toen zij hun kracht den buffel spilden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die 't koord des leiders scheurde als rag;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het dier, door hen vooruit betaald,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vervolgd, en toch niet ingehaald.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Neen, broeders,&quot; mogt hij hen bezweren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Blijft zonder buks, blijkt zonder dolk</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van nacht niet wijlen bij dit volk.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zij scholden hem een onheilstolk;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij wilden naar de kust niet keeren.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">D&aacute;&aacute;r droeg de praauw hem naar de boot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">D&aacute;&aacute;r bad hij: &quot;Heere! zie mijn nood!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Te regt; want onder 't peinzend staren</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Naar schuinschen stam, naar wond'ren boom<a name="FNanchor1"></a><a href="#Footnote_1"><sup>[1]</sup></a>,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die schermen weefde van zijn bl&acirc;ren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wiens bloesem, wuivende op den stroom,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De sneeuwvlok scheen dier balsemluchten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Had hem een bont faizantenpaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In 't loof gedoken, doen verzuchten:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Dat ik zoo vrij, zoo veilig Waar!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En even of de toon dier klagte</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zijn lot den roeijers had ontvouwd,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Werd de een, die straks zijn wenken wachtte,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Werd de a&ecirc;r, die eerst hem meester achtte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Geblaakt door lust naar bloed en goud.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ter sluik was de achterste opgesprongen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hem meldde 't vlijmend tandgesis.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De voorste zwaaide met den kris,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En spelde... doch hij was bedwongen.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een kleine gift van luttel geld</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Had beide een wijl te vre&ecirc; gesteld;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zwijgend ging 't op gulden baren</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De landstreek uit, der haven toe;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Neen, eensklaps kweelde Bontekoe</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Als waar' zijn togt een spelevaren:</span><br>
+<br>
+
+
+<a name="Footnote_1"></a><a href="#FNanchor1">[1]</a><div class="note"><p> De Bombax, of zijde-katoenboom.</p></div>
+
+<br><br>
+
+<p>I</p>
+
+<a name="'T_PASSEREN_DER_LINIE"></a><p><b>'T PASSEREN DER LINIE.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Stem</i>: Wie had op Sinxen nacht</span><br>
+<span style="margin-left: 15.5em;">Gedacht.</span><br>
+<span style="margin-left: 9.5em;"><i>Vlaamsch Liedeken</i>.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>Scheepsvolk.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Daar rijst de god der zee</span><br>
+<span style="margin-left: 13em;">Alre&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een wierkrans om de lokken;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij brengt zijn holle we&ecirc;rhelft me&ecirc;;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Wou dat hij 't wat meerminnen de&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Al moest ik er voor dokken.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4.5em;">Wat vremde stoet heeft hij</span><br>
+<span style="margin-left: 13em;">Op zij,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het viertal werelddeelen.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die Azi&euml; is een oude prij;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die Afrika te zwart voor mij;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wie drommel zou haar stelen?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>Neptunus.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wat hebben malle maats</span><br>
+<span style="margin-left: 12em;">Al praats!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Mijn staf jeukt in mijn ving'ren.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat volkslag ben je? van wat plaats?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Lieg niet, of jij zult buiten gaats</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De lucht en zee zien sling'ren.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De schipper.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wij zagen in Kijkduin,</span><br>
+<span style="margin-left: 11.5em;">Neptuin!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het leste van ons landjen;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mijn scheepjen heet,&mdash;kijk niet zoo schuin,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ons volk zei jij was in je tuin:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Het Amsterdamsche Santjen.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>Neptunus</i>.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Ik dacht het, toen 'k je vlag</span><br>
+<span style="margin-left: 13em;">Straks zag:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ik mag haar kleur wel zetten.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar drokker maak jij 't dan je plag;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Hoor alle week, 'k hoor ieder dag</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Wilhelmus nou trompetten.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De schipper.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wel, Oudjen! 't hartig lied</span><br>
+<span style="margin-left: 13em;">Is niet</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor luije Jan geschreven;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar zeg eens of je in jou gebied</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ons nou van harte welkom hiet,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wat offer moet ik geven?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>Neptunus.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wat offer? Troe, toe, troe</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Brr, oe!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zoo doop ik al mijn hachjens.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Amerika! spuit harder toe;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Europe! ben je nou al mo&ecirc;?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Op, wijf! wat doe je 't zachtjens!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De schipper.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4.5em;">Hei, hola! oude snaak,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">'t Was raak;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wij druipen door ons kle&ecirc;ren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Is maar een kletserig vermaak;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ik zal je, mits die regen staak,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een mooijen duit vereeren.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9.5em;"><i>Neptunus.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">'t Is alleman om poen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Te doen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Geef op, en 'k zal je sparen.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ja, zoo van nacht een Spaansch galjoen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In 't zog jou volkjen na mogt spo&ecirc;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Niet klappen van je varen.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Of wil je, dat ik tuig:</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;'t Was ruig;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Had hair tot op de tanden.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo gun mij 't scheeren met de duig;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Volk tart me al met hoezee gejuich;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Go&ecirc; reis naar de Oosterlanden!</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">A&ecirc;loudheid! 't was geen ijd'le droom,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat Orpheus, spelende aan den stroom,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op forschen klank van stem en snaren</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En aarde en lucht ten rei deed varen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat hij in we&ecirc;rg&acirc;looze luit</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Den schepter der natuur omklemde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die leeuwen en die tijgers temde:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hier werkte een deuntjen wond'ren uit,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een blij gelach, een vrolijk tieren</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Verzelde 't sta&acirc;g en volgde 't lang;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het was of 't schalke beurtgezang</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De woestaards van geneugt' deed gieren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Als zagen zij het scheepsfeest vieren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zoo juichten zij uitgelaten toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En ruimer a&ecirc;mde Bontekoe.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De veete tusschen werelddeelen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Trad niet zoo schril als straks aan 't licht;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De sterkte was opnieuw gezwicht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dewijl 't verstand we&ecirc;r dorst bevelen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vast minder hach'lijk stond de kans</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Des weereloozen blanken mans!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zijn hoofd hing langer niet gebogen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zijn regterhand niet strak op zij;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Er luchtte een fierheid uit zijn oogen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die aanspraak maakte op heerschappij&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij voelde zich ter helft we&ecirc;r vrij.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En toch, schoon 't onbesuisd geschater,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om 't wild gebaar verknocht aan 't lied,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">We&ecirc;rgalmde langs het bosch van riet,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat spiegelde in het effen water,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toch lachte bij van harte niet.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">O, 't was in 't bidden om zijn leven</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Gewis door God hem ingegeven:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Het zingen redde u van den dood!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En ijlings had hij van zijn lippen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het lied, het wijsjen laten glippen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat, eer hij nadacht, deze ontschoot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar 't was geen klagt, maar 't was geen bede;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Prees ijd'le vreugd, 't zong wuft gejoel,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En wroeging trad in plaats van vrede,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Aandoenlijk, Christelijk gevoel!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wie heeft die te&ecirc;rheid van geweten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Des sterken voorgeslachts niet lief?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een schakel van de onzigtb're keten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Waar langs het zich, tot God verhief!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een wijle peinzens,&mdash;toen bedaarde</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het zelfverwijt in 't vroom gemoed,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Geen 't luchtig deuntjen zich verklaarde</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Uit d'angst, door schok op schok gevoed,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Uit koortsig brein, de prooi van 't bloed,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat onbewust is wat het doet.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Eene and're wijl'&mdash;zijn vingers wischten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het vocht af, dat in de oogen rees;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Was woeste lust noch bloode vrees,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die van de keus des lieds beslisten;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De Heere was 't, die 't spoor hem wees!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of viel Zijn vinger niet te aanschouwen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">In d'ommekeer van 't wilde paar?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hier voegden klagten, droef noch zwaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Noch psalmen van den Harpenaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die Isrel stemden tot vertrouwen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die Bontekoe, een hurkjen groot,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Al opze&icirc; aan zijn moeders schoot.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij moest, zijns ondanks, vrolijk wezen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zuster Roeltjen werd geprezen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zijns vaders hulpe, sinds de dood</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Der brave vrouwe de oogen sloot:</span><br>
+<br><br>
+<p>II</p>
+
+<a name="ROELTJEN_UIT_DE_BONTEKOE"></a><p><b>ROELTJEN UIT DE BONTEKOE.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Stem</i>: So haest Gysjen had vernomen.</span><br>
+<span style="margin-left: 16.5em;"><i>Bredero</i>.</span><br>
+<br><br>
+
+<p><b>Toelichting</b>.</p>
+
+<p>Willem IJsbrandtszoon Bontekoe, in 1587 te Hoorn geboren,
+heette eigenlijk Decker, maar werd, daar zijn vader
+een herberg hield, de <i>Bontekoe</i> genoemd, in zijne jeugd
+meestal Willem <i>uit de Bontekoe</i> geheeten, en behield later
+dien naam. &quot;Eene woning bij het Hoofd,&quot; zegt de heer C.A.
+Abbing, in zijne <i>Beknopte Geschiedenis der stad Hoorn, enz</i>.
+(Hoorn, Gebr. Vermande, 1839) &quot;vertoont nog in den gevel
+zijn sprekend wapen.&quot;</p><br>
+
+<span style="margin-left: 2em;">IJsbrant-baas heeft drokke nering;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schoon een man van luttel praats,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Lokt zijn huis schier alle maats,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wordt hij rijk van hun vertering.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vraagt ge: waar komt dit bij toe?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ga eens naar de Bonte Koe.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Frisscher krans hangt nergens buiten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dan zijn groene wingerdtak;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar zoo daar zijn roem in stak,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mogt bij op zijn duim wel fluiten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De eene quant riep d' a&ecirc;r niet toe:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Gaat ge me&ecirc; ter Bonte Koe?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Spieg'len kan er zich een pronker</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">In het tin van kroes en kan;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar zoo menig vroeden man,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar zoo menig hoofschen jonker</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Lonkt er zoeter spiegel toe:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Gaan we naar de Bonte Koe?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">IJsbrant-baas weet wel van wanten;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om een flinke, knappe deern</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Loopt de jonkheid ter taveern;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mooije schenksters, duizend klanten:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dochterlief brengt daar je toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Roeltjen uit de Bonte Koe!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Noch een fijn mennisten zusjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Noch een bloode pimpelmees,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Weet zij iets van angst of vrees</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Voor een handdruk, voor een kusjen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toch laat zij niet alles toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Roeltjen uit de Bonte Koe.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Waaghals wie haar durft omvangen!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Want haar hand is geen fluweel;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schorre strijkstok op de ve&ecirc;l</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Van een paar gebaarde wangen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Speelt zij regts en links maar toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Roeltjen uit de Bonte Koe.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">IJsbrant-baas houdt haar in eere:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Beugel, bouwen, haak en huik,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Alles draagt zij pronk en puik;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vrijers krijgt ze heinde en veere;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Maar ik zie voor Roeltjen toe,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zegt de waard der Bonte Koe.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als, om 't klappen van zijn schijven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Haar een lansk van trouwen praat,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of een wulp haar gadeslaat,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die zijn bo&ecirc;l in 't riet liet drijven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Roept hij: &quot;Duimkruid hoort er toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor een waard der Bonte Koe.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Vaderlief! wij hebben mony,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zeit ze dan, &quot;in overvloed.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zoudt ge zuur zien, zag ik zoet?&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zij streelt zijn bolle trony;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Roeltjens liefste, stem het toe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wordt de waard der Bonte Koe.&quot;</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Erinn'ring voerde in haar gebied</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hem mede, toen hij 't zingen staakte;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij zag den schelmschen vrijer niet,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die 't wijsjen in een omzien maakte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En 't hartsgeheim van Roeltjen ried;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het was of weer zijn jeugd ontwaakte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een lusthof groende in 't lief verschiet.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">O geur'ge sneeuw der meidoornstruiken!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hoe vaak plagt Wim, al kloek van le&ecirc;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schoon naauw zijn vijftiende ingetre&ecirc;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Des achternoens in u te duiken,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om ruikers voor de schouw te pluiken,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de oogen maar uit joks te luiken,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als Roeltjen kwam met stille schre&ecirc;n.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het aardig kind van zeven jaren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een wolk van frisschen levenslust,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wou hem verrassen in zijn rust,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En trok hem bij de blonde haren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En werd gegrepen en gekust.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dan vroeg ze om op zijn knie te rijden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En riep: &quot;Zie zoo, dat gaat te hoof!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En scheurde een twijgjen uit het loof,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En dacht den klepper te kastijden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wijl aan haar voet de bloesem stoof;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En nu&mdash;nu school ze in luwt van bla&ecirc;ren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Want gierend aan zijn arm ontglipt,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Want zwierend van het paard gewipt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was zij de boschjens ingevaren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En riep van verre: &quot;'t Is geen kind,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die Roeltjen in den donker vindt!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dan rees hij op en zou haar vangen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En tilde haar de scheem'ring uit,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Terwijl zij knorde: &quot;Stoute guit!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of boos hem kneep in be&icirc; zijn wangen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of bad, die wilde weelde mo&ecirc;:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Ei, kweel eens wat, ik luister toe.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En lang had Roeltjen niet te dringen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was 't vremd dat de Oost hem 't hoorde zingen?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Lief kind scheen aan zijn zij' te springen:</span><br>
+<br><br>
+<p>III</p>
+
+<a name="LOUW_EN_DE_WAARZEGSTER"></a><p><b>LOUW EN DE WAARZEGSTER.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Stem</i>: Ach, ach, nog eens ach,</span><br>
+<span style="margin-left: 7em;">'k Wou, zei Joosjen, dat ik 't zag.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Waarzegster.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Louw, Louw, flinke Louw!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wel hoe heb ik het met jou?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Heugt je niet hoe maats we waren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toen je zoudt naar Groenland varen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Moertjen!&quot; zei je, &quot;'k ga naar zee,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Geef me een amuletties me&ecirc;!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En ik zocht eens in het zootjen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat ik erfde van mijn grootjen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar het sticht niet hier op straat,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ook herken je mij al, maat!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ai, hoe ging het met het visschen?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Greep je een walvisch bij de klissen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Heb je er zeven t'huis gebragt?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zie ik droomde 't menig nacht.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Stil, stil! guitjen, stil!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Scheld het voor geen malle gril,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mogt je beeld niet bij me wezen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Als ik jou planeet moest lezen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor je vrijsterken, mooi-Aagt,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar je mij niet eens naar vraagt!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Is een jeugdje van een meisjen;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoen je haar nog wel een reisjen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Komt er van je hijlik wat?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'k Wou dat ik haar jaren had,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maat! ik bleef al even pover,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar jou diefzak vloeit wis over</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van dukaten, flinke Louw!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wel, hoe heb ik het met jou?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>Louw.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wijf, wijf! we&ecirc;rgaasch wijf!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Te olijk hadt je mij bij 't lijf:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toen ik, in de boot gesprongen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Beertjen met zijn beide jongen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Uit de schotsen duiken zag,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Riep ik: &quot;Komt maar voor den dag!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wou ik haan de voorste wezen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Want je zei 'k had niets te vreezen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar, wat meenje? met zijn klaauw</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Bragt hij deerlijk mij in 't naauw,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En ik zwoer je zoudt het boeten.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hola hei! niet uit de voeten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ik ben nog aan 't einde niet</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van mijn amuletties-lied.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Erg, erg, eens zoo erg</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ging 't me bij den Spitsenberg:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Kijk, daar kwam een walvisch boven,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de twee fonteinen stoven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En de harpoenier kreeg prik,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Vrij,&quot; zoo dacht ik, &quot;vrij loop ik.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Fut! toen hij zijn staart maar zwaaide,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was 't of aarde en hemel draaide;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vloekte ik jou niet als de pest,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Weet, ik lag ook buiten west!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar je vroegt straks naar mooi-Aagtjen:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hieldt je dan een oog op 't maagdjen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor den drommel, we&ecirc;rgaasch wijf!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Heb me nou niet we&ecirc;r bij 't lijf!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Waarzegster.</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Louw, Louw, flinke Louw!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als of ik je foppen zou!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wis, was jou de spreuk vergeten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die de kroon zet op de keten:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Ebro&mdash;flavi&mdash;pactolus,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dolu&mdash;ico&mdash;avamus!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hadt je dat er bij gepreveld,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Beertjen had je niet gekneveld,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En geen walvisch jou we&ecirc;rstaan;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zie me maar zoo vremd niet aan.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vraag het Marten, vraag het Flipjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Nou al reeders op het tipjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of ooit lanspunt of harpoen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Meer dan deze spreuk mogt doen.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Maar, maar, jonge va&ecirc;r!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een en nog een zijn een paar.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoor, ik zal een an'dre leeren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om je meisjen te bezweren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat zij je alles klappen zal,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wie een zoentjen van haar stal,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wie zij streelde met een kusjen...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Stuif niet op, zij heeft een zusjen.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Kom van avond bij me, maat!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als de star in 't westen staat,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En mijn keteltjen zal zingen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En mijn katertjen zal springen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En ik ben wat, flinke Louw!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of mooi-Aagtjen blijkt je trouw.&mdash;</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ach! spoedig werd het beeld verdrongen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Der minnelijke onnoozelheid,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die hem, den wilden bootmansjongen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo dikwerf 't wijsjen werd gezongen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om t'huis te blijven had gevleid;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij zuchtte luid, hij dacht te poozen,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar 't wachten viel zijn makkers zwaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Onstuimig werd hun handgebaar;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat liedjen moest er nu gekozen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar schoot een aardig feit hem in,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat Holland in verbazing zette,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen heinde en veer de krijgsgodin</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Den lof van Nieuwpoorts held trompette.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een stoffe was 't voor elpen lier!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Helaas! hem werd zij niet gegeven;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die, zonder dichterlijken zwier,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Voor 't volk het wonder had beschreven...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Doch reeds was 't wijsjen aangeheven:</span><br>
+<br><br>
+<p>IV</p>
+
+<a name="DE_ZEILWAGEN_VAN_PRINCE_MOURINGH"></a><p><b>DE ZEILWAGEN VAN PRINCE MOURINGH.&mdash;1600.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 10em;"><i>Stem</i>: Als't begint.</span><br>
+<br>
+<p><b>Toelichting</b>.</p>
+
+<p>Ik weet niet beter te doen, ten einde ook het gros der
+lezers de toespelingen in dit liedjen versta, dan de volgende
+plaats uit het opstel <i>Simon Stevin</i>, in de <i>Bijdragen tot
+de Geschiedenis der Wetenschappen en Letteren in Nederland</i>,
+door J.P. van Cappelle, (Amst. van der Hey en Zn. 1821) hier af te
+schrijven:</p>
+
+<p>&quot;In het voortreffelijk werk van den onsterfelijken Hugo
+de Groot getiteld: <i>Vergelijking der Gemeenebesten</i>, komt de
+volgende zeer opmerkelijke plaats voor: &quot;Onlangs hebben
+wij ook aangevangen op het land te varen; want wij bezitten
+wagens, die door den wind gedreven worden, met zeilen
+voorzien zijn en viermaal zooveel spoed maken als een schip,
+daar zij met geen baren, die er tegen aan stroomen, te worstelen
+hebben, maar door vlaktens heensnellende, met een ongeloof'lijken
+spoed voortvliegen, en, hetgeen ik vergen mag dat
+men mij als een ooggetuige geloove, de winden, door welke
+zij in beweging geraken, schier ontvlugten. Ik heb het bijgewoond,
+toen men er binnen minder dan twee uren tijds veertien
+van onze mijlen me&ecirc; heeft afgelegd, waarvan iedere
+den weg van &eacute;&eacute;n uur bevat.&quot; De aanteekeningen van Meerman
+op deze plaats, gepaard met hetgene men elders aantreft,
+berigten ons, dat Maurits dezen wagen naar een ontwerp van
+Stevin had doen vervaardigen, aan wien alzoo de eer der
+uitvinding toekomt. Zeer gelukkig viel de proef uit, welke de
+Stadhouder met denzelven nam, zoo men gist in den herfst
+van het jaar 1600. Op den wagen bevonden zich acht en twintig
+personen, waaronder Maurits zelf, de broeder van den
+Koning van Denemarken, Graaf Hendrik van Nassau, de
+Ambassadeur van Frankrijk, en, hetgene opmerking verdient,
+ook de Admirant van Arragon, Franciscus de Mendosa, die
+in den slag bij Nieuwpoort was gevangen. Ook de Groot, toen
+nog jong, woonde dezen togt bij. Men voer met eenen
+zuid-oostenwind van Scheveningen. De Stadhouder nam het roer
+in de hand en voerde het zeil. Toen dreef de wind den
+wagen met zulk eene snelheid voort, dat hij niet scheen te
+rollen, maar te vliegen, en in twee uren tijds te Petten aankwam.
+Geene paarden konden hem volgen; hij ontging bijna
+'s menschen oog. Eenmaal stuurde Maurits hem uit kortswijl
+in zee, waarover velen zich dapper ontzetteden; doch door
+eene geringe wending van het roer bragt hij hem in zijnen
+vorigen koers op het strand.&quot; T.a.p. blz. 21 en 22.</p>
+
+<p>Men houde het mij ten goede, dat ik mij aan geene vergelijking
+wage met de fraaije verzen, waarin deze togt door de
+Groot en door Huygens is vereeuwigd. Lord Gray, in het 5e
+couplet, heb ik ontleend aan Van Meteren's beschrijving van
+den slag bij Nieuwpoort: &quot;Milord ofte Baroen van Gray&mdash;ende
+meer andere soo Enghelsche, Fransche, als Hooghduytsche
+Heeren van adel, die sonder eenigh bevel Prince Mauritz
+verselschapten.&quot; Dat ik Elisabeth een minnaar meer heb
+gegeven, zal men mij niet euvel duiden. Welligt zal men het
+ergerlijk vinden, dat ik Z.K.H. den Hertog van Holstein en
+broeder des Konings van Denemarken, &quot;<i>Fanden ta dig!</i>&quot; of
+&quot;dat de Duivel u hale!&quot; laat roepen, en hem bovendien roode
+knevels heb gegeven; doch het laatste scheen mij nog al
+nationaal toe, en het eerste heeft Mr. de Busenval, Ambassadeur
+van Hendrik IV bij de Staten, waarschijnlijk niet verstaan.
+In een volksliedjen mogt de laatste niet anders dan
+Bulleval heeten. Het slot, &quot;Luctor et Emergo,&quot; (ik worstel,
+maar ik drijf boven), de bekende spreuk der Zeeuwen, werd
+door het onderwerp van zelf ingegeven.</p>
+<br><br>
+
+<span style="margin-left: 3em;">Prince Mouringh reed langs zee</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In zijn wond're koets met masten;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Half het Haagsche hof was me&ecirc;; </span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Groote cijsen, rare kwasten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Nog te no&ecirc;n bij Scheveling </span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Snelden ze al v&oacute;&oacute;r twee langs Petten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen het holdebolder ging</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de koensten zich ontzetten:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Flap zei 't zeil en krak het roer;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'s Princen koets te water voer.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Lijnrecht stoof ze in 't golfgebruis,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En men staakte 't vleijend prijzen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ieder wenschte zich te huis;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ieder vroeg: Zal ze ooit weer rijzen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Alle tongslag sloeg een vloek;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Alle groote banjerts pepen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En van angst werd buis en broek</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Stuk gescheurd en kaal geknepen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Prince Mouringh zag zoo snip,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of hij vreesde voor zijn schip.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Narren!</i>&quot; riep een Moffenheer,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;<i>Wo Hans Michel soll ertrinken,</i></span><br>
+<span style="margin-left: 3em;"><i>Nicht in dieses salzes Meer.</i></span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>In ein Weinfasz wirdst du sinken!&quot;</i></span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>&quot;Das versprach</i>...&quot; Daar nam een golf,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die aan hem zich wou verwarmen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die hem sissende overdolf,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Forsch den likkebro&ecirc;r in de armen.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Oef! zijn neus, zoo vierig-rood,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Bleek te bros voor zulk een stoot.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">De Admirant van Arragon</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zat zijn handschoen los te rijten;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Scheen dat zich de quant bezon,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of hij blaffen zou of bijten.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Grimmig sprak hij tot den Prins:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Krenkt ge mij een enkel haartjen,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En hij streek de sik zijns kins.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Zeker heeft die muis een staartjen!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar zijn bleekheid dacht er bij:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;<i>Sante Madr&eacute;!</i>&quot; baat dat mij?&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Beautiful!</i>&quot; begon Lord Gray,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toen de zon door 't water straalde:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Lord!</i>&quot; daar stoof zijn muts in zee,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die met blaauwe ve&ecirc;ren praalde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Help, fetch back!</i>&quot;&mdash;&quot;'t Blijve onbeproefd,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Riep de Prins; &quot;laat gaan die pluimen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar hij twintig jaar op snoeft: </span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Alle wijven hebben luimen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar Elisabeth was mal,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo zij kaatste met dien bal.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Fanden ta dig!&quot; klonk in 't want,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de Deen, met roode knevels,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zag hoe Frankrijks afgezant</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Laf zicht vasthield aan zijn stevels.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Ah! ne me refusez pas.</i></span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>Prenez moi a la remorque</i>.&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Non, Monsieur, a vous le pas!</i>&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Bulleval had uit met snorken,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als een lammetjen gedwee:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Henri Quatre en saura gr&eacute;</i>.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Luctor et Emergo!</i>&quot; riep</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Prince Mouringh, en de wagen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Eensklaps we&ecirc;r ter kuste liep,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Waar men Petten op zag dagen.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;<i>Luctor et Emergo!</i>&quot; klonk</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Uit den mond van al de gasten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen de Prins er 't welkom dronk,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En ze in puik van mossels brasten.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Mouringh zei tot d'Admirant:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;<i>Et Emergo</i> Volk als Land!&quot;</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En nu, wat dacht hij onder 't zingen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Dat liedjen,&quot; zei hij, &quot;haal de droes!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij zag de naakte woestelingen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het bruine lijf in bogten wringen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Alsof dier talen mengelmoes</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hun 't hoofd deed draaijen als een roes;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Werd schuddend gillen, schaat'rend weenen;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij hingen over 't praauwtjen henen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat schommelde uit den evenaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En 't water stoof hun tot de scheenen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Nog duchtten zij geen lijfsgevaar:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een oogwenk en den stroom ten buit,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Had zingen en had lagchen uit!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar neen, zij zagen 't en zij tastten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ten scheppertjens,&mdash;al wolkend vloog</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het vocht, waarin hun voeten plasten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van ied're zij der boot omhoog;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En we&ecirc;r was ze in een omzien droog,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">We&ecirc;r moest hen zijn gezang vergasten.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wie zich aan Bre&ecirc;ro's deuntjens stiet,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij luist're naar wat volgde niet:</span><br>
+<br><br>
+<p>V</p>
+
+<a name="MACHTELD"></a><p><b>MACHTELD.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4.5em;"><i>Stem</i>: Wijkker Bietje, die bij 't beekje.</span><br>
+<span style="margin-left: 20em;"><i>Vondel</i>.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Machteld had wel hooren luiden,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat of vensterkens beduiden</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die des avonds open staan;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar een weinig frissche koelte</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was zoo welkom na de zoelte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En het hare stond maar aan.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ook scheen 't zuchtjen louter weelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Zij het schalk haar bloezem streelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Zij het suisde in 't blonde haar;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Echter wuifde 't uit het loover</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">IJlings meer dan geuren over,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Zoet accoord van stem en snaar.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Als zij 't venster nu ging sluiten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zou de minnezanger buiten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Haar in de onderkeurs bespi&ecirc;n;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En dies zocht zij, schaamrood, schuchter,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Met de vingers om den luchter,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Achter 't saai gordijn te vli&ecirc;n.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar al had zij hooren praten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat hij dra wordt ingelaten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die 't ons op zijn luit bediedt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Niet te luist'ren naar zijn bede,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Niet te naad'ren ook geen schrede,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat gedoogde 't hartjen niet.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op haar bloote, blanke voetjens,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Sloop zij zachtjens, sloop zij zoetjens</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dies naar 't raam: wat fraaijen val!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoor, hij zong niet: Wil mij minnen!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoor, hij bad niet: Laat mij binnen!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Neen, hij prees haar schoonst van all'</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was het waarheid wat hij kweelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat &quot;de lieve lach,&nbsp; die speelde</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om haar lipjens, &quot;kus mij!&quot; riep,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Maar dat de opslag van haar oogjens,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wacht hield bij die nektartoogjens?&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hoe zij naar den luchter liep!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zie, al had zij hooren pre&ecirc;ken,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat de booze liefst zijn treken</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Uitspeelt achter 't spiegelglas,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Waarom zou zij, nu slechts muren</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Haar bespiedden, niet eens gluren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of zij de allermooiste was?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zij keek eens en zij knikte,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zij keek we&ecirc;r en zij blikte</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Op haar vlugge beentjes ne&ecirc;r;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zij danste een passedijsjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Naar een zacht geneuried wijsjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En zij knikte keer op keer.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar het was, terwijl zij zwierde,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of het luik op 't hengsel gierde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of... doch langer geen geluid;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Echter kraakte vast de wingerd,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om haar vensterken geslingerd....</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wie sprong binnen? 't Licht woei uit!</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En echter hebt gij 't lied beluisterd?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een and're vraag, 'k was dies gewis,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vol lachs of vol van ergernis?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Neen, niet gemeesmuild, niet gefluisterd,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Getuig wat uw verbeelding is:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>Of</i> schalke als die van vroeger dagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wier wieken, gift van scherts en lust,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op 't feestmaal werden uitgeslagen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Haar smetteloosheid zich bewust,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die zonder blaam, die zonder vrees</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het menschelijke menschlijk prees;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;"><i>Of</i>... laat mij haar onreine noemen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die onder dubb'len sluijer kleurt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die eischt dat we ied're drift verbloemen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wijl ze elken zegen heeft verbeurd:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wit graf waarbij de minne treurt!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat of zich Bontekoe verbeeldde?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat Machtelds minnaar binnen kwam,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Met zoete woordekens haar streelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En, louter liefde, louter weelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een kus stal eer hij afscheid nam;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En... waarlijk verder dacht hij niet;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Bosschaadje hoorde een ander lied:</span><br>
+<br><br>
+<p>VI</p>
+
+<a name="PAPEGAAIJEN-DEUNTJEN"></a><p><b>PAPEGAAIJEN-DEUNTJEN.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 10em;"><i>Stem</i>: Lorretjen.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat leide ik toch een leven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het prinsjen van de buurt!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mijn stok is bruin gewreven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Mijn kooi is glad geschuurd,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En ik kan klontjens krijgen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Voor 't praten en voor 't zwijgen.</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Ai! Lorretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Kaporretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Kapoe, kapoe, kapoe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Houd mij je bekjen toe!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zou ik mij dan storen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Aan 't smalen van dien knaap,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die steeds wat nieuws wil hooren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die me uitscheldt voor een aap,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En mij zoo graag zou dwingen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een eigen lied te zingen?</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Neen, Lorretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Kaporretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Kapoe, kapoe, kapoe,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Is daar te snugger toe!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ik ken wel mijns gelijken,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die wand'len over straat,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die met een degen prijken,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die zitten in den raad;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij kregen 't beste hapjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Door krek te doen als Papjen.</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Een Lorretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Kaporretjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Kapoe, kapoe, kapoe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Waar past die al niet toe?</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Weet niet of u de les zal smaken;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De wilden lachten luide er om,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Terwijl 't refrein op eens een drom</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Van papegaaijen deed ontwaken:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar klonk 't kapoe; daar galmde 't we&ecirc;r;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De vogels wisten van geen schuwte;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De zoelte riep het tot de luwte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het strand den stroom toe keer op keer;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En Bontekoe dacht onder 't schaat'ren</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Des wilden wouds, der wilde waat'ren:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Zing voort, ik ken geen liedje meer.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En toch, toen 't woest geschreeuw bedaarde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat zelfs zijn roeijers dra verdroot,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En 't paar we&ecirc;r rust'loos op hem staarde,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En half hem smeekte en half gebood,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was hij niet slechts gereed te kweelen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar werd zijn toon zoo vol, zoo vrij,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of 't lief tooneel van vrijerij,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dat blanke Maas of gulden IJ</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op 't marmer van zijn vloed zag spelen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een warmte hem mogt mededeelen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als reed hij schaats, als vrijde hij:</span><br>
+<br><br>
+<p>VII</p>
+
+<a name="WIJS_KLAERTJEN_OP_'T_IJS"></a><p><b>WIJS KLAERTJEN OP 'T IJS.</b></p>
+<br>
+<span style="margin-left: 4.5em;"><i>Stem</i>: Mijn zoetje!</span><br>
+<span style="margin-left: 7em;">Ik moetje (<i>met variatie</i>.)</span><br>
+<span style="margin-left: 14em;">Starter.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Wijs Klaertjen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zou 't paartjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Liefst zamen alleen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Verzellen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Of kwellen,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">'t Was moeder schier &eacute;&eacute;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Mits 't zusjen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Elk kusjen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Haar klappen mogt t'huis:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op 't ijs met zijn beiden hield de oude niet pluis.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Min bloode</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Dan noode</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ging 't vrijsterken me&ecirc;;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Te waken,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Te laken,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Voedt vriendschap noch vre&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En Govert,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Betooverd</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Door Elze zijn lief,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De borst gaf den drommel van haar: &quot;houd den dief!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Hoe prachte,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Hoe lachte</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Die olijke guit,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Bij 't winden</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En 't binden</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">'t Wijs zusterken uit!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij gromde,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij bromde</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Om 't schalke gezeur,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Bij 't kitt'len der voetjens voor dooven mans deur.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Mag praten</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Niet baten,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Was moederliefs woord,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Men jage</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Den trage</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Door voorbeelden voort!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Dies rende</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">In 't ende</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ons meisken het paar</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vooruit, naar de baan, in de woelige schaar.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">Eerst reed zij;</span><br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">Toen gleed zij;</span><br>
+<span style="margin-left: 6em;">Straks peinsde ze een poos:</span><br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">&quot;Die terger!</span><br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">Ik erger</span><br>
+<span style="margin-left: 6em;">Mij niet aan 't gekoos.</span><br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">Omhelze</span><br>
+<span style="margin-left: 10.5em;">Hij Elze,</span><br>
+<span style="margin-left: 6em;">Mits verre van stad!&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toen keek ze eens, of zus op het stoeltjen nog zat.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Waratje,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Mijn schatje,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">'t Bleek dwaas overleg.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij blikte,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij schrikte,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Het paartje was weg!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Wat riep zij!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Wat liep zij!</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Half spijt en half vrees,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En luisterde niet, schoon de jonkheid haar prees.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Toch staarde,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Toch waarde</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Getrouw haar op zij</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">De rapste,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">De knapste</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Der dartele rij,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Noch jonker,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Noch pronker,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Maar geestige guit</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Haar aan,&mdash;om haar heen,&mdash;en borst eindelijk uit:</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Mooi Grietjen!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Dat hiet-je,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Of wel, liefste Leen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Of Antjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Mijn Santjen!</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Maar dat is al een.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Schalk zoetjen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Nu moet je</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Met mij op de baan;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wij kunnen nooit jonger een flikkertjen slaan.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Met greep hij,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Met kneep hij</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Haar worst'lende hand,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En zeide</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En beidde:</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">&quot;Spreek op,&mdash;naar wat kant?&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Ik heet niet...&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Ik weet niet...&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ik zoek Elze-zus.&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Leg op dan, mooi meisjen! wij vinden haar flus.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij gluurde eens,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij tuurde eens</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Wie hij wel geleek;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Toen bloosde,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Toen poosde,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Toen werd zij schier bleek;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En 't gapen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Der knapen,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Die 't aanzagen, mo&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Stak Klaertjen haar vingers Flip bevende toe.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">O Joosjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Mijn Troosjen,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Wat reden zij snel!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Wat beende,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Wat leende</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Zij weelderig wel!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">De molen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Verscholen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">In 't graauw van de lucht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Verrees&mdash;was zij op&mdash;was&mdash;voorbij in hun vlugt.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">'t Ging schriller,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">'t Werd stiller</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Op 't ijs om hen heen.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Dra komen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Die boomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Dan zijn wij alleen!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Sprak 't kwantjen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Die 't handjen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Nu vaster nog kneep.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wel wilde zij 't ligten, toch bleef zij op sleep.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Daar achter</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Geen wachter,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Die nijdig bespiedt;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Voor kunstjens</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Uw gunstjens,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Dat weigert ge niet!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Met ijlden,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Met wijlden</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ze op de eenzame plek,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En Flip knoopte teeder zijn doek om haar nek.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Rust, meisjen!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Van 't reisjen;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ik merk, je bent mo&ecirc;.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Hij rende,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Hij wendde,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Zij lachte hem toe;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;'k Heb fraaijer</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Geen draaijer</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Gezien op de baan,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dan jij, die tot zesmaal beentje over kunt slaan.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Flip keerde;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij weerde</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Den stoutert wel af,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Maar pruilde</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Noch druilde,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Wat pas het ook gaf.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Hoe heetje?&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Dat weetje.&quot;&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">&quot;'k Geloof haast van ja,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo sprak hij en trok met zijn schaatspunt een K.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Eilacie!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Tentatie</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Dient ijlings ontsneld;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Op dralen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Rijmt falen;</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Dra struikelt die helt!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Vast sling'ren</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zijn ving'ren</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Om 't lijfjen zich heen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij kust, zij kust weder. Ach! waren ze alleen!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Maar gluipen,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Maar sluipen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Die vroolijke twee,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Maar rijden,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Maar glijden</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Zij niet naar de ste&ecirc;?</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Zij komen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Vernomen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Door hem noch door haar;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Zijn Govert en Elze; hoe schatert het paar!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Wel, zwager!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">De plager</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Verrast hen alzoo.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Wel, zoetjen!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Ik groetje,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Ik stoor je maar no&ocirc;.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">De vrijheid</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Is blijheid,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Is t'huis op het ijs.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Elk kiest zich een liefjen; zoo wil het 's lands wijs.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">Luid schreijend,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Hen be&icirc;end,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Houdt Klaertjen 't gezigt,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Bij 't blozen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Om 't kozen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Op 't ijsvlak gerigt,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En zuchtend</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">En duchtend</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Reikt ze Elze de hand,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;De linke,&quot; roept Flip, &quot;want de regte is mijn pand!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Neen, vrees niet,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Neen, wees niet</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Eenkennig, lief kind!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Al knort zij,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Toch wordt gij</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Opregt'lijk bemind.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Ik zocht je,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Ik mogt je</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Al lang gaarne zien,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En 'k vraag je v&oacute;&oacute;r Lichtmis nog van je oude li&ecirc;n.&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;Ai, Klaertjen!</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">'t Is 't aertjen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Van onz' aller mo&ecirc;;&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Spreekt zusjen</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">Na 't kusjen</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">'t Wijs vrijsterken toe.</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">&quot;'k Betrapje,</span><br>
+<span style="margin-left: 11em;">'k Verklapje</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">Dies toch niet te huis.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op 't ijs met zijn drie&euml;n, dat schat ik een kruis!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Al telt gij geeuwend de bla&ecirc;n,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Verkwist om slechts een schaats te slaan,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Voor hem school in de eenvoude woorden</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een tooverspel, dat riep naar 't Noorden!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vergeefs was de avondwind bela&ecirc;n</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Met myrrhe en mastik, langs de boorden</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Des vloeds al walmende opgegaan,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Uit duizend kelken van gebloemt',</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die 't Oost hare offerschalen noemt.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij walgde van zijn weeklijk wuiven;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hem dorstte naar den geest der kracht,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die de aard herschept in eenen nacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De graauwe wolken weg doet stuiven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De starren oproept tot zijn wacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En, als hem de uchtend tegenlacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het veld, dat rijm en sneeuw omhuiven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Heel 't landschap tint'len ziet van pracht,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een vonk'lende juweelenschacht.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar niet alleen het forsche streelen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Der 't bloed bevleugelende lucht</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Was de oorzaak van zijn diepen zucht:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij droomde van een klein gehucht;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij zag der landjeugd schalke spelen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">In de arresle&ecirc;, bij 't schaatsgenucht;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En 't liefste meisjen uit de schaar,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dacht zij aan hem als hij aan haar?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">D&aacute;&aacute;r fluisterden zijn reisgezellen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En trager werd de vaart der praauw;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat nieuwe ellend moest hij zich spellen?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hen scheen een folt'rende angst te kwellen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar wat&mdash;wat bragt hen dus in 't nauw?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Al heerschte aan 't strand maar stilte en scha&acirc;uw,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toch neigden zij ten golven de ooren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toch we&ecirc;rlichtte op 't verschiet hun blik,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een wijle drijvens&mdash;dubb'le schrik!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ook hij zag nu het woudvier gloren;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ook hem deed zich de krijgszang hooren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wier flaauwe klanken 't paar al ving</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen 't nog zoo pijlsnel zeewaart ging;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En hij verstond uit hun gebaren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hij las het in hun schroom en spijt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dat achter 't rood gordijn dier bla&ecirc;ren</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Tien, vijftig, honderd krijgers waren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Met hen en met hun stam in strijd!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het strand werd levend wijd en zijd!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Op eens verkeerden hun gezigten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Terwijl de kris des voorsten rees,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de and're greep naar boog en schichten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En proef nam van de kracht der pees:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ze ontveinsden mannelijk de vrees,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoodra der vlammen feller lichten</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hen d'oversterken vijand wees;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij wilden niet dan strijdend zwichten!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En leenden naauw den blanke 't oor,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die, toen de praauw het strand genaakte,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Geen 't wilde volk ten vuurdans koor,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een lied zong&mdash;dat een heek'laar maakte:</span><br>
+<br><br>
+<p>VIII</p>
+
+<a name="INKEER"></a><p><b>INKEER.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Stem</i>: Q. De paai gaf 't voor geen roerdomp op,</span><br>
+<span style="margin-left: 6.5em;">X. Het quantjen zong gelijk een lijster.</span><br>
+<span style="margin-left: 21em;"><i>Beurtzang</i>.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">De wereld, die in 't booze ligt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Verdwijnt als rook uit mijn gezigt;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Heb dies alle ijdelheid verzaakt,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En straks mijn testament gemaakt.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het lekk're gulden Rhijnsche wijntjen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Smaakt mij wel eens zoo zoet bij Trijntjen.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat kijk ik graag, bij lange togen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mijn boeltjen door de fluit in de oogen!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat zou mijn neef met schijven doen?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">At hij zijn korentje niet groen?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Al wat ik spaarde wierd verkwist;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ik wil geen snollen bij mijn kist!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo oompjen-Grommert zijn dukaten</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mij dezen avond na mogt laten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Zou morgen 't meisjen prachtig dossen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En kocht een boeijer en twee vossen.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dies maakte ik alles aan de kerk,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En krijg een lofdicht op mijn zerk.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En echter, 't is mijn naaste bloed;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij heet toch, als mijn vader, Knoet.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat zou ik als een banjer pragchen!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe liefelijk zou Trijntjen lagchen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En, arme deern, mij dra verliezen!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Had dan uit juffers maar te kiezen.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Het geld,&quot; zoo sprak de vrome man,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Behoort den regten erven, Jan!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En wie dies zalig sterven wil....&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wel, waarom niet een codicil?</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Bijlo! wanneer mij dat wou lukken,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zei ik; &quot;adie mijn guitentsukken!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En zou, wie had het kunnen droomen?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Door schoonva&ecirc;r nog op 't kussen komen.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe stel ik best 't legaat op schrift?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Legaat? dat ware een halve gift:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij heeft wat noodig naar ik raam;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij is de leste van mijn naam!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het is wel waar wat looze Gijs zeit:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;De tabbaard, jongen! geeft de wijsheid,&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar 't eischt, voorwaar! al lange mouwen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om er mijn aapjen in te hou&ecirc;n.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Oom</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar 't lofdicht, dat ik had verwacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wijl ik de kerk zoo ruim bedacht!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Weet niet hoe 'k uit dien maalstroom kom;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Roep den Notaris toch we&ecirc;rom!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 9em;"><i>De Neef</i></span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Is zonder heksen toch te leeren;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ik ken wel erger, die regeeren.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Staat niet in 't Burgermeesters boekjen:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Wijs bij de lu&icirc;, mal om een hoekjen?&quot;</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een korte wijle zweeg 't getier</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Der uitgelaten rei van wilden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die in een laaije zee van vier</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De spietsen, die hun vingers drilden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Nu dompelden ten glo&ecirc;nden doop,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En fluks in vogelvluggen loop</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die midden uit de vlammen tilden.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Een oogwenk zweeg de ruwe hoop,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Om over 't roode vlak der baren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het praauwtje grimmig aan te staren;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Maar de invloed van het schalke lied</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Verloochende ook bij hen zich niet!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij deden 't sein des vredes wapp'ren,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En de ouderdom herriep de dapp'ren,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die, om den erfwrok lang gehuisd,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vast in den breeden vloed zich waagden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En heup en borst van schuim ombruist,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De waap'nen in de slinke vuist,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het roeijerpaar ten kampstrijd daagden.&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ach! kind'ren van hetzelfde land,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar die elkanders rust belaagden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Om onderscheid in offerrand'!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was hun de blanke vreemd'ling heilig,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of achtten zij een man zoo koen</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Voor 't kwetsen van hun spietsen veilig?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wie lust had om de vraag te doen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Niet hij, die wenkte voort te spo&ecirc;n;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En 't paar weerstreefde hem niet langer.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De breede stroom, der zee genaakt,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Scheen uit zijn kronkelboei geslaakt.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe blij, hoe luchtig zong de zanger:</span><br>
+<br><br>
+<p>IX</p>
+
+<a name="JAN_COMPAGNIE"></a><p><b>JAN COMPAGNIE.</b><a name="FNanchor2"></a><a href="#Footnote_2"><sup>[2]</sup></a></p>
+<br>
+<span style="margin-left: 4.5em;"><i>Stem</i>: Speelnootjes heft eens vrolijk an.</span><br>
+<span style="margin-left: 14.5em;"><i>Bruiloftsliedeken</i>.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">De trommel van de Staten werft:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Lang leev' de Prins, hoezee!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar zoo men in het veld niet sterft,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wat brengt men er uit me&ecirc;?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een stijven arm, een houten poot;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">De drommel hale die!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Is 't geldjen op, en komt de nood,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Ik ken Jan Compagnie.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat hielp dat brammetje in zijn tijd</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Al meisjens 't hoofd op hol!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat had dat boeijen wijd en zijd</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Den kerfstok spoedig vol!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Weg!&quot; riep zijn va&ecirc;r, en &quot;wee!&quot; zijn mo&ecirc;r.</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;Mijn rijk is uit, adie!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe arm hij naar Oost-Inje voer,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij werd Jan Compagnie.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Was in en uit met d'Amboinees;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij prees zijn specerij,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar toffelde den Portugees,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En had de handen vrij,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ter nood verliep nog jaar en dag,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Daar kwam een vloot in 't Vlie,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De rijkste, die ooit Holland zag;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Haar zond Jan Compagnie.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">De wilde snaak werd groot sinjeur;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hem huift het zwarte volk</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">In wierookwalm en ambergeur;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij lucht er uit een wolk!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Met vonkelende sluijerkroon</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">&mdash;Juweelen sieren die&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Weerspiegelt daar op gouden troon</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Mijnheer Jan Compagnie.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">In 't palmbosch klinkt de schelle luit</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Der Bajaderen-schaar:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hij kiest van daag de schoonste er uit,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En morgen we&ecirc;r een a&ecirc;r.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Wat baatte me al mijn overvloed,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Het rijk, dat ik gebi&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ontbrak mij hier 't zoetste zoet</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Omhels Jan Compagnie!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Maar 's ochtends kijkt hij uit in zee:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Oranje blanje bleu!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een schip doemt op; hij roeit ter re&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Als was hij 't rusten beu:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Weest welkom, maats! hoe lang je reis?</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">'k Ben blij dat ik je zie.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe vaart de Prins? Is 't nog geen pais?</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wie zoekt Jan Compagnie?&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Ik!&quot; roept dan menig losse guit,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Die, baasjen van de baan,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vroeg scheidde van zijn mooijen duit;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij spreekt hem vroolijk aan:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Heb jij geraasd, mijn e&ecirc;le vent!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wie deed het niet, ai, wie?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Was als de bonte hond bekend;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">'k Wierd toch Jan Compagnie!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">En, wonder! na een jaar vier, vijf,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hijscht elk er 't zeil in top,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En reedt een schip en neemt een wijf,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Staat voor een ton niet op;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">'k Staar dies mijn pot niet zuinig aan,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Schoon ik den bo&ocirc;m al zie,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En laat der Staten trommel slaan:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Lang leef Jan Compagnie!&mdash;</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat droeg naar 't suiz'lend bamboesloover</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het koeltjen, aangesneld uit zee,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Die ruwe klanken vrolijk over!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wat scheen het wilde paar gedwee,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Toen 't praauwtjen voortstoof naar de re&ecirc;!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zij staarden onder het luchtig ijlen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Beheerscht door d' indruk van het lied,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Nu oost- dan westwaart in 't verschiet,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of 't licht, dat aan de kim bleef wijlen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Hun nog geen zeekasteel verried;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Want beide waren ze onder 't schaat'ren</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Der leste wijs van Bontekoe,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Bij 't luid &quot;Jan Compagnie&quot; te mo&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Als riep hij uit den schoot der waat'ren</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Den geest op van het verre West,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Die, d' oorlogsbliksem in de handen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Verscheen aan de Indiaansche stranden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En fluks zijn troon er had gevest,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Alre&ecirc; vermaard in de Oosterlanden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor leeuwenkuil en arendsnest.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">'t Was ijdel duchten, ijdel staren.</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Geen wolk van rook, geen flits van vier</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Schoot over 't zilv'ren vlak der baren;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Geen schip, op tal van masten fier,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Viel langs de gansche re&ecirc; te ontwaren;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wat vaartuig bragt den blanke hier?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De wilden vroegen 't, schoon hij rees</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En 't zeilenpaar der boot hun wees.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Half duikende onder kokosboomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Ontsnapte ze in de baai 't gezigt.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Daar gaf hij 't sein&mdash;en werd vernomen;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Daar riep hij luid&mdash;zij gleed aan 't licht:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Helaas! hij zag haar naauw'lijks komen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Of hield den blik ter zee gerigt,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Als greep een feller smart hem aan</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dan 't man'lijk harte kon we&ecirc;rstaan.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">O vijftienjarig ijdel streven!</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">O hoop, zoo lang vergeefs gevoed!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Hoe vrolijk had hij van den steven</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Den Ooster-Oceaan begroet,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Den kijker in de hand geheven,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En lucht gezien en land vermoed,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Tot schril de kreet we&ecirc;rgalmde in 't want:</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">&quot;Brand, Schipper! brand, in 't ruim is brand!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">We&ecirc;r dwarrelde alles hem voor de oogen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Nu hij dat vrees'lijk uur gedacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De bleeke schrik,&mdash;de bange klagt,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De flaauwe hoop,&mdash;het ijdel pogen,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De vlam, die schoot van ste&ecirc; tot ste&ecirc;,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Het noodgeschrei: &quot;de boot in zee!&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En toen, het toppunt der ellenden,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Geen tucht meer&mdash;hoe?&mdash;geen zelfbedwang,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Voor sluike vlugt, het wild gedrang</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Van wie geen mensch'lijkheid meer kenden,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Gekerm,&mdash;'t gebed,&mdash;een dof gerucht...</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En schip en manschap in de lucht!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 2em;">Toch werd uit die herinneringen</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Van heil en hoop, van vlam en vier,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">De mijmeraar door t' luid getier</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Gewekt, genoopt, voor 't laatst te zingen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat beeld kon zulk een rouw verdringen?</span><br>
+
+<a name="Footnote_2"></a><a href="#FNanchor2">[2]</a><div class="note"><p> De O. I. Compagnie werd, zooals men weet, den 20sten
+April 1602 opgerigt. Zie over haren spoedig toenemenden
+bloei: &quot;<i>La Richesse de la Hollande &agrave; Londres aux D&eacute;pens de
+la Compagnie</i>,&quot; pag. 33 etc.</p></div>
+<br>
+
+<p>X</p>
+
+<a name="DIEUWERTJEN"></a><p><b>DIEUWERTJEN.</b></p>
+
+<span style="margin-left: 4.5em;"><i>Stem</i>: Klaare, wat heeft er uw hartjen verlept.</span><br>
+<span style="margin-left: 23.5em;">Hooft.</span><br>
+<br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dieuwertjen! heugt je nog de avond voor Paasch?</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Eer ik je vragen ging, stapte ik mijn plaats,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Mijn woning, mijn schuren, mijn stal nog eens om,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vast peinzend: tot alles is zij wellekom.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Wit van den hagel, maar warm trots de kou',</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Haalde ik de klink op; je zat bij de schouw;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ik ligtte mijn mantel; jij wierpt op het vier</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Een mutserd, en 'k dacht: zij ziet gaarne mij hier.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Echter was 't later als jeukte mijn scheen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Schoof ik je digter, je schooft verder heen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En toen 'k, bij de kast, om het jawoord je vroeg,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Was 't vremd, dat de fluit niet aan diggelen sloeg.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Vreezen en beven&mdash;het had schier geen end';</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">'t Huis van je moeder was jij zoo gewend.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Al droeg ik ten leste in mijn armen je er uit,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ons dorpjen zag nimmer een droeviger bruid.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 3em;">Dieuwertjen! heugt je nog de avond voor Paasch?</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Onder dat wiegekleed giert onze Claes.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ai, kus hem, en zeg, zoo het nog stond te doen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Of jij nu wel aarzelen zoudt zoo als toen!</span><br>
+<br>
+<hr style="width: 45%;">
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">O liefde, die in Hollands streken</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Alom altaren zaagt ontsteken,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Eer kiesch den voorrang won van kuisch</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En gouden ketens fulpen banden</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Vervingen in de Zeven Landen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">O liefde! in 't woelig krijgsgedruisch</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Bij onze heldenvad'ren t'huis!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wie schetst uw wonder alvermogen</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Op 't onverdorvene geslacht,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Dat klagt noch knieval wou gedoogen;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Dat, louter licht en lust in de oogen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Het schoon zijn hulde al juichend bragt,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En toch zijn eerbied voor de vrouw</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Verkondde in echtelijke trouw!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wat harte dat gij niet regeerdet,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Wat harte dat gij niet herschiept,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Gij, die den vroeden schalkheid leerdet,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">De lachjens tot den stugste riept,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Beheerscheresse van de jeugd,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Haar hoogste heil, haar hoogste deugd!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hoe 't aardig beeld van huw'lijksweelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Dat aanlokte uit het slechte lied,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Het droef gemoed des zwervers streelde,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hem deerde, toen hij 't lagchend kweelde,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Zijn gister en zijn morgen niet!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Zoo min zijn worst'ling met de golven,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Waarin hij, na den gruwb'ren slag,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Een lange wijle was bedolven,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Waaruit hij, toen hij 't licht herzag,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Niets hoorde dan het bang geklag</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Van hen, die, 't vlammend graf ontstegen,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">In 't rustelooze nederzegen;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Als 't stil verzuchten om den dood,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Toen laaije dorst en wreede nood</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Het scheepsvolk, onder 't angstig varen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Ten voedsel dat hen overschoot,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">De jongens vratig aan deed staren,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">'t Gebrek dien gruwel schier gebood,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wierp langer uit het droef verleden</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Zijn schaduw dreigende over 't heden,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En zijn verschiet? 't Was of de kust</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Van Java opdoemde uit de baren;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En bleek door twee en dertig jaren</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Het vuur der jeugd nog niet gebluscht:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Zijn baard verried reeds graauwe haren;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hij had ten verd'ren togt geen lust;<a name="FNanchor3"></a><a href="#Footnote_3"><sup>[3]</sup></a></span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">De kiel, waarme&ecirc; hij t'huis zou varen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Lag op de reede al uitgerust.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Eens minnaars hoop heeft aad'laars wieken;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hoe schoot hij ze aan! hoe snelde hij</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Van uit het oord van 't uchtendkrieken</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Naar 't avondrijk de Kaap voorbij!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Daar deed de wind in 't loof der palmen</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Den groet der koop'ren keel we&ecirc;rgalmen;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">'s Lands vlagge wapperde op Guinee!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Daar tintelden de witte kruinen</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Van Hollands wachtgelijke duinen!</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hoe seinde hij de Hoornsche re&ecirc;!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En nu de huiv'ring, die 't ontmoeten</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Der overwelbeminde kust</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">&mdash;Waarin misschien de dierste al rust!&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Voorafgaat,&mdash;neen! het wuivend groeten</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Van Guurtjens kleine, blanke hand,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Wier pink we&ecirc;rschittert van zijn pand!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Zie, had de knaap voor jong'lingsdroomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Voor goud of roem uw zegen veil,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">O bruilofsvreugde! o huw'lijksheil!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">De man is wijzer we&ecirc;rgekomen,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Een bloeijend kroost, een brave vrouw,&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Ai, niets en gaat voor de echte trouw!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;Ha, schipper!&quot;</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 8em;">Holland was verdwenen!</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Sumatra's kust, het wilde paar,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hij werd die ijlings we&ecirc;r gewaar;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij stuurde 't praauwtjen landwaarts henen</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Ter plek, waarop zijn trouwe schaar</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hem toefde er met de boot verschenen:</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hij was ontkomen aan 't gevaar!</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">Wie eischt van mij de groep te schetsen</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Van 't scheepsvolk, dat hem blijde ontving?</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Slechts Rembrandts hand zou 't waardig etsen;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hij 't lichtpunt van den donk'ren kring,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Die luist'rende aan zijn lippen hing!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">'t Geheim des meesters ging verloren,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En daarom zij u 't woord genoeg:</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Dat ieder zich nieuwsgierig droeg,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Om 't lang verhaal ten eind te hooren,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En elk toch, door verbazingskreet,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Hem afbrak en herhalen deed.</span><br>
+<br>
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;Wat lot onz' makkers is beschoren,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Helaas! wij zullen 't morgen zien!</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En nu, ik kan niet meer, go&ecirc; li&ecirc;n!</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Slaapt wel! mijn keel is heesch van 't zingen.&quot;</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Dat stiet hij, met een schor geluid,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">In 't eind den moeden gorgel uit.</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;Tot morgen!&quot; zeide zij en gingen</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Naar hunne loovertenten toe.</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">Een omtrek nog van Bontekoe:</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Hij boog zich voor den Heere neder</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">V&oacute;&oacute;r dat de slaap zijne oogen look,</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">&mdash;Een vol gemoed is dubbel teeder&mdash;</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">En Guurtjens beeld verscheen hem weder,</span><br>
+<span style="margin-left: 5em;">En voor zijn Guurtjen bad hij ook!</span><br>
+
+<p>1840.</p>
+
+
+<a name="Footnote_3"></a><a href="#FNanchor3">[3]</a><div class="note"><p> Het is bekend dat Bontekoe eerst na lang omzwerven
+in 1625 in het Vaderland terugkeerde; de stemming, waarin
+ik hem aan het einde mijner vertelling doe verkeeren, schijnt
+mij gemotiveerd uit eene plaats in zijn Journaal, bl. 43: &quot;Ik
+van voornemen synde om mij met de eerste gelegenheid na
+Holland te transporteren, bevindende dat het spreekwoord
+waer, en uit de ervarentheid bekragtigd is, ieder vogel is
+gaern daar hij uitgebroeid is: want wat schoone Landen,
+Kusten of Rijken dat men beseild en besiet, wat konditi&euml;n,
+profijten en vermakelykheden dat men geniet, 't souden ons
+maer pyn wesen, so die hope ons niet onderhiel, van dat
+selfde eens na te vertellen in ons Vaderland, want om die
+hope heeten onse Reisen, Reisen, anders souden tusschen
+de ballingschap, en sulk hopeloos reisen, niet veel verschil
+zijn&quot;&mdash;De gissing eener liefde en die van een huwelijk,
+achtte ik waarschijnlijker, daar het zelfs der welwillende
+nasporingen van mijnen oudheidkundigen vriend, den heer
+Mr. W.J.C. van Hasselt, niet is mogen gelukken iets van
+zijn verder wedervaren te vinden.</p></div>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="VERHALEN"></a><h2>VERHALEN</h2>
+
+<h3>Blaauw bes, Blaauw bes!--'t Is maar een pennelikker!--Marie&mdash;Ezelinnen
+&mdash;Hanna</h3>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="BLAAUW_BES_BLAAUW_BES"></a><h2>BLAAUW BES, BLAAUW BES!</h2>
+
+<p>(EEN STUDIEBEELD UIT ONS VOLKSLEVEN)</p>
+<br>
+
+<p>Bilderdijk wenschte, in een zijner veelvuldige
+verzuchtingen om den dood, in het
+stille graf te liggen, ten einde voor den
+Haagschen straatkreet doof te zijn. Ik ben
+te zeer van muzijkalen zin misdeeld, om te
+durven beslissen, of de schreeuwers der hoofdstad het
+van die, welke onze hofstad doorkrijschen, in welluidendheid
+winnen; maar ik mag de Amsterdamsche
+keelklanken wel, en verbaas er mij over, hoe het gehoor
+van onzen eersten dichter zijner verbeelding zoo zeer
+de wieken knotten kon. Verrees er dan, als zijn trommelvlies
+de pijnlijke aandoening had doorgestaan, verrees
+er dan, ten gevolge van dat met we&ecirc;rzin opgevangen
+woord, niet een geheel ander tooneel voor zijnen geest,
+dan zijn studeercel aanbood? bragt het hem niet naar
+buiten, niet over in beemd of bosch? Ik wil mij eerst op
+eenen der minst behagelijke kreten beroepen, om later
+van diegene te gewagen, welke streelender gedachten
+opwekken; Bilderdijk zelf, verbeelde ik mij, zou dien
+zin voor climax hebben gewaardeerd. Daar klinkt het:
+&quot;<i>Elft as zalm!</i>&quot; bij voorbeeld, waaruit de Jordaner in
+het middelwoord de l weglaat, om u die in de beide
+andere zooveel te zwaarder toe te wegen. Het rijst
+raauw genoeg op de lucht,&mdash;het is eene onwaarheid
+bovendien, want de eene soort van visch evenaart de
+andere nooit,&mdash;en echter heb ik er nimmer het voorhoofd
+om gefronsd, laat staan er om dood willen zijn;
+een geheel ander verlangen wordt er bij mij levendig
+door. Wie heeft niet hooren vertellen, dat die visch
+meest des nachts gevangen wordt, en wie, die het zoomin
+als ik ooit zag, onthoudt zich, bij de plotseling
+opgewekte gedachte, van den wensch, zulk een vangst bij
+te wonen? Het schuitje,&mdash;de visschers,&mdash;het want,
+spaarzaam, grillig, afwisselend verlicht;&mdash;om u heen
+de roerloosheid van den nacht, maar aan boord al de
+behendigheid van de winzucht;&mdash;en, tegenstelling die
+boven en beneden niet onaardig toetst, als gij ne&ecirc;rblikt,
+de rosse schijn eener lantaarn, als gij opziet, eene
+enkele, tien, twintig, duizend, millioenen sterren, die de
+duisternis des hemels zwichten doen;&mdash;wat dunkt u,
+zendt gij den voorbijganger, aan wien gij die afwisseling
+van idee&euml;n hebt dank te weten, nog eene verwensching
+na? Waartoe echter zou ik het voorbeeld verder uitspinnen,
+als viel er op uwe fantasie weinig te vertrouwen,
+als hadde ik er niet voor het grijpen, waarbij
+schilderiger stoffaadje past? Welaan&mdash;maar eerst een
+paar uitzonderingen, ten einde ik in geene onbedingde
+lofspraak der straatkreten vervalle. Er zijn ergerlijke
+onder die uitroepingen&mdash;en och! dat Bilderdijk deze
+van de Haagsche had uitgemonsterd!--er zijn er bij
+de Amsterdamsche, die u de haren te berge doen rijzen,
+niet enkel om den klank, maar ook, maar vooral om der
+verbeelding wille: &quot;<i>Beerzen binnen de garneelen!</i>&quot;
+krijscht u niet enkel door merg en been, en &quot;<i>rapen as
+kinderhoofies!</i>&quot; doet u niet louter om den temerig gerekten
+uitgang pijnlijk aan; beide overdrijvingen wekken
+zoo velerlei weerzin op, dat ik dien onmogelijk in &eacute;&eacute;nen
+volzin uiten kan. Ichtyoloog of niet, u stuit dat
+dooreenhaspelen van zout- en zoetwatervisch; het verbijstert
+schier iedere voorstelling van het verblijf van den eenen
+en den anderen gevinde. Rapen zijn een der oudste geregten
+ter wereld, en doen u ons bestuur onwillekeurig
+mannen toewenschen, als de Romeinsche Republiek er
+in de dagen van haren eenvoud en harer grootheid
+voortbragt, maar hoe vurig ge, bij vrijer uitstellingen,
+meer onafhankelijkheid van geest wenscht, die voor
+minder behoeften veil is, denk er eens aan, als die
+ongelukkige vergelijking u van het kannibalen-maal gruwen
+doet! Het is wel, zoo gij, onder een van beide jammeren,
+den lust overhoudt, om op te merken, dat de proeven,
+die ons volk bijwijlen van Oostersche beeldspraak
+neemt, doorgaans afgrijsselijk uitvallen. Gij ziet, ik ben
+billijk, al geldt het ook mijne gunstelingen; want waarom
+zou ik schromen, thans dien naam te geven aan de
+velerlei verrassingen, die in roep of kreet tot mij komen,
+van den bitteren eersteling onzer velden, van het radijsje
+af, tot de laatste, scherpe vrucht onzer hoven, de rammenas,
+toe? Er ligt een zomer tusschenbeide, de keel des
+volks zou het u vertellen, zoo gij hem niet zelf gezien,
+niet zelf genoten hadt! Naauwelijks mag het een meisjesstem
+heeten, dat snerpende geluid, 't welk in 't vroege
+voorjaar des ochtends aan het venster door de leden
+vaart en uit deernis, hoop ik, &quot;een bosje roode of
+witte&quot; koopen doet, ware het ook maar om het kind te
+vergelden, dat het u de komst der lente geboodschapt
+heeft. Mild, daarentegen, schier melodisch, zou ik willen
+schrijven, klinkt de roep des mans, die, bij invallenden
+avond, den herfstwind de a's van zijne <i>rammenas</i> verre
+dragen doet,&mdash;als de zonneschijn langer geduurd had,
+ze zouden tot zang zijn verzacht! En zal ik ze nu optellen,
+de tallooze verkwikkingen, welke de arme langs
+uwe deuren vent, zonder er zich zelfs over te verbazen,
+dat gij die in overvloed genieten moogt, terwijl hij ze
+zoo schaars smaakt, terwijl zoo vele van deze hem zijn
+ontzegd: de welriekende aardbezie, de verfrisschende
+kers, de druiven, waarop de dauw nog ligt, de
+china's-appelen, die het Zuiden ons zendt, de&mdash;maar waar zou
+ik eindigen, als ik ook slechts een honderdste der tooneelen
+voor uwen geest wilde roepen, waarop de gevleugelde
+verbeelding ons verplaatst, bij het hooren van
+eenen der vele klanken op welke de breede schaal van
+toonen boogt, die van behoefte tot weelde reikt? Mijne
+inleiding zal haar doel hebben bereikt, als zij de ergernis
+voorkomt die de titel van mijn opstel geven mogt&mdash;maar
+een straatkreet!</p>
+<br>
+
+<p>&quot;Blaauw bes, Blaauw bes!&quot;&mdash;klonk het langs de ----
+gracht onzer hoofdstad, en het geluid, dat eene oude
+vrouw verried, mogt den jongen heer van het eene
+venster niet van zijn duodecimootje op doen zien, en
+de bezi&euml;n, welke het wijfje door dien kreet ventte, der
+jonge jufvrouw van het andere raam geenen blik waard
+zijn, een Rembrandt had hare gansche mand le&ecirc;g gekocht,
+als zij een uur voor hem had willen zitten. Een
+sergierok, die de beenen verder blootgaf, dan hunne
+vormen wenschelijk maakten, maar wiens kortheid haar
+in het voortstappen zeer te stade kwam;&mdash;een sergiejak,
+dat de verbruinde, en van ouderdom vast verstrammende
+armen onder geene mouwen in zijne hoede nam;
+beide kleedingstukken vielen iederen ledeman om te
+werpen, en zouden onder de hand des meesters stellig
+fraaijer hebben geplooid, dan zij om het lijf van mijn
+moedertje deden; maar het zou ook niet om deze zijn
+geweest, dat een schilder zich tegenover haar achter den
+ezel had gezet. Hagelwit mogt het eenvoudige mutsje
+zijn, dat de grijze haren bedekte en de tronie omsloot;
+hoog van kleur, &quot;in den noode&quot; de doek, die, over het
+jak gespeld, de uitstekende schouders en ingevallene
+borst kwalijk verborg; ook deze eigenaardige dragt van
+een geldersch huismanswijf, zou, zonder haren persoon,
+binnen het bereik des kunstenaars zijn geweest, hoezeer
+die kleeding, het zij in het voorbijgaan opgemerkt, tot
+het karakteristieke van haren straatkreet behoort. Al
+het aantrekkelijke, dat zij voor Rembrandt zou hebben
+gehad, school in haar gelaat; waarom is met hem de
+kunst verloren gegaan, voor de beeldtenis eener oude
+vrouw den blik des eerbieds, het knikje des welgevallens
+te verwerven? Als hij mijn blaauwbessenwijfje op het
+doek had gebragt, hij zou de rimpels niet hebben verheeld,
+die haar breed voorhoofd doorploegden; hij zou
+de jukbeenderen niet hebben weggedast, die hare wangen
+zoo hoekig maakten; hij zou om mond en kin zelfs
+den zweem van grijzen baard hebben geschilderd, dien
+hij in de natuur aanschouwde. Maar zoo gij haar bij
+den eersten oogopslag hadt aangezien, dat zij zestig,
+vijf en zestig lange jaren misschien had geleefd en
+geleden, het ware u ook helder geworden, dat zij had
+liefgehad en geloofd; het wintersch landschap ware
+opgeluisterd door van omhoog invallend zonnelicht! En
+ge hadt het graauwe dons om kin en lippen voorbijgezien,
+in uwe bewondering van de beraden-, van de bedachtzaamheid,
+door dien mond geteekend: woorden
+der wijsheid zouden u van die lippen niet hebben verbaasd,
+gij hadt er geene andere van verwacht. En het
+schier stramme dier wangen, en het scherpe der beenderen,
+die er onder uitstaken, zou opgehouden hebben,
+u we&ecirc;rzin in te boezemen, want er had een lachje over
+gezweefd, waarbij het u te moede ware geworden als
+had zij onder allerlei leed den zin voor schuldelooze
+vreugde bewaard. En terwijl iedere rimpel voor u in een
+teeken ware verkeerd der rampen, die haar troffen, hadt
+gij u gebogen voor het geloof, dat u uit hare bruine
+oogen toestraalde, hadt gij u verkwikt aan eene gemoedsrust,
+die het verlies van jeugd, schoonheid en wereldsche
+uitzigten overleefde; van eene ziel die genade had gevonden
+bij God!</p>
+
+<p><i>Une femme qui n'a plus d'&acirc;ge</i> is iets vreeselijk-leelijks,
+als Beaumarchais haar ons schetst;&mdash;zou het geheim
+van het innemende, der oude vrouwen van Rembrandt
+eigen (het genie des meesters voor het overige in al
+zijnen omvang ge&euml;erbiedigd), ook aan het onderscheiden
+volkskarakter, ook aan dier mannen verschillend begrip
+over de bestemming van den mens, zijn toe te schrijven?</p>
+
+<p>&quot;Blaauw bes, blaauw bes!&quot; klonk het, maar zonder
+den nadruk, dien het vrouwtje den woorden in eene
+straat zou hebben bijgezet, maar meer uit gewoonte,
+naar het scheen, dan uit hoop de aandacht van koopers
+te zullen trekken&mdash;in die buurt scholen de liefhebbers
+harer onaanzienlijke, harer de lippen blaauw verwende
+bezi&euml;n niet. En echter was het blijkbaar, dat haar des
+ondanks het voortstappen over de harde straatsteenen
+niet verdroot; dat mismoedigheid over het vergeefsche
+van haren roep verre van haar was. Vier of vijf jongens
+stoven haar voor, of sprongen haar na, om bij beurten
+haar af te wachten of in te halen, en onder het huppelen
+om haar heen eenige bessen uit de mand te grijpen, die
+door geen deksel werd beschut; in eene andere stemming
+zou de baldadige plagerij, zou het soms van alle
+kanten eensklaps opgaand: &quot;blaauw bes, blaauw bes!&quot;
+haar hebben ge&euml;rgerd; thans scheen zij even goedwillig
+de oorvijgen te geven, als de Janraps zich die voor
+hunne vruchtelooze pogingen lieten welgevallen. Intusschen
+was zij een halve gracht voortgegaan, en zie,
+daar stond ze voor het huis, waar zij wezen moest.
+Vlug, als een meisje van drie zesjes schier, vlug
+wipte ze de stoep op, en de schel ging over, tot twee malen toe.</p>
+
+<p>Een knecht, in geel linnen jas, deed open.</p>
+
+<p>&quot;Is Eefje thuis?&quot; vroeg de blaauwbessen vrouw.</p>
+
+<p>&quot;Eefje?&quot; hernam de borst; &quot;er woont geen Eefje hier;
+mijne kameraads heeten Sanne en Saar, en&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Eefje heeft toch hier gewoond,&quot; zei de vrouw, &quot;of
+ik moest mij in het huis hebben vergist,&mdash;maar ik ben
+hier immers bij Mijnheer ----?&quot; (en de knecht knikte:
+&quot;jawel&quot;) &quot;dan moet zij verhuisd zijn.&quot;</p>
+
+<p>&quot;En dat zou geen wonder wezen.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>Een paar kinderen sprongen aan het einde van den
+gang de deur eener kamer uit, en eene vrouwenstem
+mogt de meisjes naroepen: &quot;<i>Mais attendez donc!</i>&quot; zij
+deden of zij het niet hoorden; zij stonden al aan de deur
+de blaauwbessenvrouw aan te zien, die bij den borst
+vergeefs hare nasporingen voortzette.</p>
+
+<p>&quot;Jonge jufvrouw!&quot; vroeg de knecht aan eene van de
+kleuters, die een jaar of tien wezen kon, &quot;heeft hier
+een meisje gewoond dat Eefje heette?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ik weet wel, hoeveel jufvrouwen ik gehad heb,
+maar van de meiden neem ik geene notitie,&quot; was het antwoord.</p>
+
+<p>Ondanks al hare onrust, kon mijn moedertje zich niet
+weerhouden, de veelbelovende nuf van het hoofd tot
+de voeten op te nemen.</p>
+
+<p>&quot;Foei, Emilie!&quot; ze&icirc; haar jonge zusje, &quot;heugt je Eefje
+niet meer? ze was zoo'n vrolijke, vriendelijke meid.&quot;</p>
+
+<p>Het blaauwbessenvrouwtje had het kind wel willen kussen.</p>
+
+<p>&quot;'t Is waar,&quot; viel Emilie in: &quot;<i>je m'en souviens</i>, toen
+hadden wij die nare, norsche jufvrouw, Numero Acht.&quot;</p>
+
+<p>&quot;En waar woont Eefje nu?&quot; vroeg de teleurgestelde oude.</p>
+
+<p>&quot;Mama zou het wel weten,&quot; hernam het jongste kind
+go&ecirc;lijk, &quot;maar die is buiten.&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Mesdemoiselles!</i>&quot; klonk het gebiedende achter uit
+den gang. Waarschijnlijk was het jufvrouw Numero
+Negen, die de kinderen, hoe schoorvoetende ook, verpligtte,
+met haar naar boven te gaan.</p>
+
+<p>&quot;Wil je in de keuken niet eens hooren, of eene van je
+kameraads het weet?&quot; vroeg de blaauwbessenvrouw aan
+den knecht.</p>
+
+<p>&quot;Het zal vergeefsche moeite wezen, vrouwtje! we zijn
+hier allemaal maar trekvogels.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Och! doe het,&quot; zei ze, &quot;ik ben hare moeder, of je 't
+niet wist.&quot;</p>
+
+<p>Het was een beroep op het harte, dat ijlings verhoord werd.</p>
+
+<p>&quot;Kom binnen, besje!&quot; zei de knecht, &quot;en ga zoo lang
+op de bank zitten,&quot;&mdash;er stond een geel geschilderde
+in den gang,&mdash;het medegedeelde gesprek was met
+geopende deur half op de stoep gehouden. En mijn
+blaauwbessenvrouwtje zette zich een omzien ne&ecirc;r; maar
+of de oogenblikken, welke zij er verbeidende doorbragt,
+haar niet lang duurden, vreesselijk lang, dat beslisse
+iedere mijner lezeressen&mdash;die nog geene negen jufvrouwen
+bij haar tienjarig kind heeft gehad.</p>
+
+<p>Eindelijk&mdash;daar sprong de knecht de trappen, die
+naar de keuken leidden, we&ecirc;r op&mdash;&quot;moedertje!&quot; zei
+hij, &quot;de keukenmeid meent te weten, dat je dochter naar
+de ----gracht is verhuisd&mdash;bij Mijnheer ----&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dank je, jongelief!--wil je een handvol blaauwbessen?&quot;</p>
+
+<p>Eene weigering ware onheusch geweest; ook kwam
+zij bij den borst niet op, al vielen er voor de trekvogels
+andere kruimels van de tafel. &quot;Het ga je goed,&quot; zei het
+moedertje, toen de knecht de deur weder geopend had.</p>
+
+<p>&quot;Van 's gelijke, en zoen Eefje voor me,&quot; lachte de schalk.</p>
+
+<p>Eefje verhuisd!--geen wonder dat de tred der oude
+vrouw trager was bij het afgaan der gracht, dan bij het
+opkomen; allerlei gedachten onderdrukten het verlangen,
+dat hare voeten straks bevleugelde. Eefje verhuisd!--het
+moest haar wel ondragelijk hard zijn gevallen in
+die aanzienlijke woning, want zij was altijd een gezeggelijk
+kind geweest; en had zij in hare buurt niet drie
+jaren lang op den Huize ---- tot genoegen harer meesters
+gediend?&mdash;Eefje verhuisd&mdash;zij kon het thans
+beter getroffen hebben; maar als het eens het begin
+van een zwerfziek wisselen was? Het blaauwbessenvrouwtje
+stond stil, stond op straat stil, en de voorbijganger,
+die haar uit den weg duwde, die haar ontwaken
+deed, wist niet wat er omging in haar gemoed. Eefje had
+in de laatste maanden niet geschreven; maar er waren
+haar en haren man toch van tijd tot tijd groeten, er
+waren hun later zelfs kleine geschenken, geschenken in
+geld, geworden, die slechts van Eefje komen konden.
+Haar man, haar blinde man, had bij dat geld, het is
+waar, bedenkelijk het hoofd geschud, had zelfs willen
+weigeren, het aan te nemen, als hij niet weten mogt, wie
+het zond; maar de winter was zeer lang, en hare verdiensten
+waren zoo gering geweest! O dikwijls had zij
+vader, wiens zuchten haar niet ontgaan waren, hoe hard
+haar spinnewiel snorren mogt, dikwijls had zij hem getroost,
+dat Eefje het zeker beter had dan zij in hunne
+armelijke hut!</p>
+
+<p>Eefje verhuisd,&mdash;en dat zonder het hun te schrijven!</p>
+
+<p>&quot;Moedertje! moedertje!&quot; hoorde zij roepen; maar het
+viel haar niet in, om te zien, of die kreet ook haar gelden
+mogt; eerst toen de stem er &quot;blaauw bes, blaauw
+bes!&quot; op volgen liet, zag zij waar zij was, en wie haar wenkte.</p>
+
+<p>&quot;Vrouw Hendriksz! vergeet jij je oude vrienden zoo?&quot;
+vroeg een aardig wijfje, in haren winkel aan de deur
+staande, met een kind op den arm; het jongsken bukte
+zich vast naar de mand, om een bezie te grijpen.</p>
+
+<p>&quot;Hoeveel Antje?&quot; was het antwoord; de neering ging
+een oogenblik boven de natuur.</p>
+
+<p>&quot;Drie maatjes, vrouw Hendriksz! dat weet je wel&mdash;bah
+Wim! je zult je vingertjes blaauw verwen;&mdash;wat
+zeg je van mijn' jongen, vrouw Hendriksz? mijn man is
+zoo gek met den guit!&quot;&mdash;</p>
+
+<p>Het viel der gelukkige moeder te vergeven, dat zij
+niet opmerkte, hoe weinig vrouw Hendriksz op haar
+gemak was; hoe hortend de laatste woorden van haar
+antwoord er uitkwamen.</p>
+
+<p>&quot;Je eerste was eene dochter, niet waar?&quot;&mdash;In drie
+jaren een rijkelui-wensch!--Komt Eefje nog weleens
+bij je?&mdash;Zij is verhuisd, hoor ik.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Zoo!&quot; hernam Antje, &quot;neen, ze is in lang niet hier
+geweest,&quot; en de moeder doldijnde met den knaap: &quot;hoe
+gaat het met je man, vrouw Hendriksz?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Och, hij kan den lieven dag niet eens meer zien!--Ik
+geloof, dat je twee en een' halven cent we&ecirc;rom
+krijgt; daar zijn ze&mdash;groet den baas van me, ik kom
+nog weleens we&ecirc;r aan.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wim! jongen als eene wolk! kraai het blaauwbessenvrouwtje
+eens goeden dag.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>Maar vrouw Hendriksz wachtte het niet af; vrouw
+Hendriksz ging verder&mdash;nog minder opgeruimd, dewijl
+ze juist getuige was geweest van dat tooneeltje van
+geluk. Het aardig wijfje uit den winkel had tot Eefjes
+speelmakkertjes behoord; slechts een paar jaren vroeger
+naar de hoofdstad vertrokken, had zij er kort gediend,
+was er gaauw en goed getrouwd; waarom had Antje
+haar ook zien voorbijkomen, op het oogenblik, dat haar
+die muizenesten over Eefje door het hoofd maalden? En
+wat was Antje tevreden geweest, als had zij zich op
+haren trouwdag te goed gedaan!--Vrouw Hendriksz
+werd onbillijk, en gevoelde het naauwelijks, of had er
+berouw over; hoe de sloof zich den nijd schaamde! Het
+had niet aan het aardige wijfje uit den winkel, het had
+aan haar gescheeld, dat de oude mensch haar te sterk
+was geworden, en zij beloofde in zich zelve boete en
+beterschap, zonder te weten hoe spoedig zij op den toets
+zou worden gesteld, of dit haar ernst was geweest.</p>
+
+<p>Wie ooit, bij gebrek van eene opgave der nommers,
+dese of gene gracht der hoofdstad heeft langs gedwaald,
+om de woning eens vriends te zoeken, die zijn' naam
+niet aan de deur had gezet, hij weet, hoe dikwijls hij in
+verzoeking kwam, op goed geluk maar eens aan te
+schellen; hij houdt het vrouw Hendriksz ten goede, dat
+zij het tot drie malen toe te vergeefs deed; hij stelt zich
+voor, hoe haar twee keeren van deze op haar: &quot;neem
+niet kwalijk!&quot; een graauw werd achterna gezonden; de
+vierde maal was zij eindelijk waar zij wezen moest.</p>
+
+<p>&quot;Eefje heeft hier gewoond,&quot; zei de heer des huizes,
+die toevallig zelf aan de deur verscheen, heuschelijk;
+&quot;maar zij was niet wel geworden, zij zou naar huis gaan,
+geloof ik.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ach God!&quot;</p>
+
+<p>En de man schelde aan zijne eigene deur, want vrouw
+Hendriksz dreigde de Jobstijding te besterven; zij werd
+bleek als een lijk.</p>
+
+<p>&quot;Een glas water!&quot; riep hij der dienstbode toe, die
+verbaasd opzag, dat mijnheer een blaauwbessenvrouwtje
+binnenbragt.</p>
+
+<p>Het glas water werd der oude toegereikt. &quot;Ik dacht
+er niet aan dat gij hare moeder kondt zijn,&quot; sprak de
+me&ecirc;warige man.</p>
+
+<p>&quot;Mijn kind! mijn kind!&quot; snikte de grijze, en toen zij
+klappertandende het glas water had le&ecirc;ggedronken,
+volgde vraag op vraag, maar bleef ieder antwoord
+onbevredigend;&mdash;Eefje was wat wispelturig van humeur
+geweest; Eefje was vertrokken, wegens ongesteldheid;
+dit was alles, wat haar te laste werd gelegd; alles, wat
+men van haar wist. Het was ongeveer drie maanden geleden!</p>
+
+<p>Vergeleken met Parijs, met Londen zelfs, is Amsterdam,
+in de oogen van den wereldburger, wel geene
+kleine stad; maar trots den vijfdubbelen ring van grachten,
+om hare oude burgtwallen geslagen, toch geen doolhof,
+waarin het hem onmogelijk zou zijn, den eersten
+den besten, dien hij zocht, op het spoor te komen,
+hoe deze zich ook schuil houden mogt. En echter, voor
+mijn arm blaauwbessenvrouwtje was de ruimte, welke
+zich bij deze woorden voor haar ontsloot, was het velerlei
+verschiet, dat zij beurtelings verpligt zoude zijn in
+te slaan, schier verbijsterend. Waar was Eefje? hoe
+zoude zij haar kind we&ecirc;rvinden? Slechts &eacute;&eacute;n gebouw
+teekende zich op ieder tooneel, dat voor hare oogen
+dwarlde, scherp tegen de lucht af; het was de huizing,
+waarin de armoede vergeten wegsterft; het was de
+St. Pieterspoort, het was het <i>Gasthuis</i>. Onwillekeurig
+had vrouw Hendriksz de handen, die in haren schoot
+lagen, gevouwen, en zonder dat hare lippen prevelden,
+zagen de omstanders het haar aan, dat zij God om
+sterkte bad; er was niemand onder hen die ze der moeder
+niet toewenschte.</p>
+
+<p>&quot;Hebt gij hier geene kennissen, geene vrienden?&quot; vroeg
+de heer des huizes, bewogen.</p>
+
+<p>&quot;Onder de mindere menschen w&egrave;l; maar die zullen mij
+weinig kunnen helpen, als&mdash;Ooh, Mijnheer! al ben ik
+hare moeder, zeg het mij maar ronduit,&mdash;Eefje heeft
+zich hier immers goed gedragen?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wat wispelturig, zooals ik u zeide...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Maar&mdash;toch&mdash;eer&mdash;lijk?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ja, vrouwtje! ja!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Goddank, Mijnheer!&quot; er sprongen tranen uit de
+oogen der grijze vrouw,&mdash;&quot;en&quot; voer zij voort; doch
+het woord wilde de keel niet uit;&mdash;&quot;daar valt mij een
+huis in; Mevrouw van ----,&quot; en zij noemde een bekenden
+naam&mdash;die Mevrouw zal zeker wel weten, waar
+zij is; als Eefje niet naar huis komen kon, heeft zij
+zeker bij haar hulp gezocht&mdash;die Mevrouw is bij ons
+vandaan, moet u weten.&quot;</p>
+
+<p>En zij stond op van den stoel, waarin de heer des
+huizes haar had ne&ecirc;rgezet, en met de wellevendheid
+der natuur verzocht zij hem, haar den last ten goede te
+houden, dien zij hem had aangedaan: &quot;maar u heeft
+misschien zelf kinders?&quot;</p>
+
+<p>Daarin zijn armen en rijken ten minste gelijk!</p>
+
+<p>De heer des huizes knikte toestemmend,&mdash;&quot;en daarom
+hoop ik, moedertje! dat Mevrouw van ---- je goed
+berigt zal hebben te geven van je dochter;&mdash;maar je
+vergeet je mandje&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Och, Mijnheer! Eefje is ons eenig kind!--&quot;</p>
+
+<p>Vrouw Hendriksz was weder op straat; weder op
+weg; de vraag, die haar op de lippen lag, maar die
+zij we&ecirc;rhield, de vraag, welke op het onderzoek naar
+de eerlijkheid harer dochter had moeten volgen, kwam
+andermaal bij haar op; zij verweet zichzelve, dat ze ook
+die niet had gedaan! Welk een licht werpt het op den
+toestand onzer armen, dat eene verstandige, dat eene
+vrome moeder onder hen, als zich bij de krankte van
+haar kind eenige maanden stilzwijgens en eenige kleine
+geschenken voegen, deze dadelijk aan diefstal of aan
+ontucht denkt! Doch ik beproeve maar eene schets naar
+de natuur te leveren, en het u overlatende er de
+opmerkingen bij te maken, waartoe de stof aanleiding geeft,
+breng ik u liever de tuinkamer, waarin Mevrouw Van
+---- gezeten was, binnen.</p>
+
+<p>Vrouw Hendriksz was aangediend, en vrouw Hendriksz
+was toegelaten; al had de meesteresse der huizinge
+dien achtermiddag eenen kring van gasten om
+haar gezien, zij zou zich, op de dringende bede van
+het moedertje, een oogenblik bij haar gezelschap hebben
+verontschuldigd; het heugde haar, dat zij Freule&mdash;
+was geweest. Gelukkig gehuwd, genoot zij in de hoofdstad
+al de weelde, die de rijkdom haars echtgenoots
+te harer beschikking stellen kon, wenschte zij naauwelijks
+meer weder op het land te leven, thans des winters
+aan een uitgebreid gezellig verkeer, thans des zomers
+aan telkens verscheidene uitstapjes gewend; en echter
+kon het eensklaps gewaar worden van een Geldersch
+huismanswijf, kon het onverwacht vernomen geroep
+van: &quot;blaauw bes, blaauw bes!&quot; het der schoone vrouw
+voor de oogen doen schemeren, of er in die kleeding, in
+dien kreet, eene tooverkracht school. Weder was zij,&mdash;want
+weder waande zij te wezen, zou eene te flaauwe
+uitdrukking zijn,&mdash;weder was zij dan op het landgoed
+in de buurt van Elburg, waarop zij als kind had gespeeld,
+waarop zij als aankomend meisje had gedarteld,
+waarop zij als &quot;de freule&quot; was gezegend geworden,
+waarop zij de lente van haar leven besloten had met
+hare hand en haar hart te geven aan den man harer
+keuze. Inderdaad, indien eenige herinneringen aan den
+geboortegrond zoet mogen heeten, dan zijn het dezulke!
+en vrouw Hendriksz, opdat wij tot haar terug keeren,
+vrouw Hendriksz behoorde tot de lievelingsbeeldjes uit
+het landschap harer jeugd: wat had de freule op haren
+hit dikwijls voor de woning des daglooners stilgehouden!
+wat had zij het vrouwtje in we&ecirc;rspoed of in winter
+vaak getroost en geholpen met al die gemeenzaamheid,
+waarin de P----t's geen bezwaar zien, wetende, dat
+niemand vergeten zal, dat hun naam tot de oudste in
+onze historie behoort!</p>
+
+<p>De beangste moeder had haar harte uitgestort;
+helaas! voor de eerste maal scheen het Mevrouw Van
+---- aan middelen ter hulpe, aan heelenden balsem te
+falen! Eefje was ook daar in vele maanden niet geweest;
+en geen der dienstboden, die beurtelings werden
+binnengeroepen, herinnerde zich, het meisje te hebben
+ontmoet of gezien, geen hunner heugde het, dat zij bij
+afwezigheid hunner meesteresse, vergeefs was gekomen.
+Stom van smarte, maar niet minder verslagen, al kwam
+er geen klagte over hare lippen, leunde het blaauwbessenvrouwtje
+over den rug van den stoel, dien haar
+Mevrouw Van ---- dadelijk had doen zetten. Als ware
+zij niet in staat het lijden, waarvoor zij in den eersten
+oogenblik geen troost wist te geven, langer aan te zien,
+staarde de laatste den tuin in, wiens deurramen, ik
+vergat het te zeggen, openstonden;&mdash;zag zij onwillekeurig
+den jongen tuinier de rozenstruiken opbinden die
+wat weelderig van loover waren geworden, door de
+gloeijende Augustuszon.</p>
+
+<p>&quot;Eefje, Eefje!&quot; kreet de moeder. Want de natuur
+brak de banden der onderwerping, waartoe zij getracht
+had haar gemoed te stemmen, en de smart, die uit den
+toon der woorden sprak, drong der aanzienlijke vrouw
+door merg en been.</p>
+
+<p>En toch gaf zij er niet fluks antwoord op; toch bleef
+zij den tuin instaren: de jongman bij de rozenstruiken
+had opgezien bij den kreet van vrouw Hendriksz, opgezien
+met meer aandoening, dan louter het noemen van
+eenen naam scheen te kunnen wekken.</p>
+
+<p>&quot;Ik zal naar het gasthuis gaan, en hooren of zij gestorven
+is,&quot; voer de jammerende moeder voort.</p>
+
+<p>&quot;Wacht, vrouw Hendriksz, wacht!&quot; fluisterde de
+vrouw des huizes, zonder naar de verslagene om te
+zien: de jongman die het tweede woord even goed had
+verstaan als het eerste, was van zins geweest binnen
+te komen, en had zijns ondanks, naar het scheen, twee
+stappen naar de tuinkamer gedaan. Immers toen had hij
+zich bedacht; thans scheen hij we&ecirc;r louter oog en hand
+voor de rozenstruiken. Mevrouw Van ---- aarzelde een
+omzien, eer zij het ijlings genomen besluit gevolg gaf;
+een omzien vreesde zij, zich de deelneming, zich de
+ontroering des jongmans daarbuiten maar te hebben
+verbeeld; doch neen, beide waren te blijkbaar geweest,
+en wat was er bij gewaagd de proef te nemen, of hij
+eenige inlichtingen geven kon?</p>
+
+<p>&quot;Wouter!&quot; riep de meesteresse des huizes.</p>
+
+<p>Een sprong bragt hem op het arduinen bordesje;
+maar even hartstogtelijk als die beweging was geweest,
+even schoorvoetende kwam hij de weinige trappen, die
+naar de tuinkamer voerden, op.</p>
+
+<p>Mevrouw Van ---- zag hem zwijgend, maar uitvorschende aan.</p>
+
+<p>&quot;Och, Mevrouw! ik heb haar zoo lief gehad, dat ik
+luisteren moest, of ik wilde of niet.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Eefje!&quot; riep de meesteresse des huizes, over het
+slagen harer opmerking verbaasd.</p>
+
+<p>&quot;Eefje!&quot; herhaalde vrouw Hendriksz, als in eenen
+droom, en werd eensklaps den derde gewaar, die in
+het vertrek stond, en sprong op den jongman toe, en
+viel hem om den hals. &quot;Leeft zij?&quot; vroeg de moeder,
+&quot;leeft mijn kind?&quot; en staarde Wouter met hare bruine
+oogen in het gezigt, of zij in zijne ziel lezen wilde.</p>
+
+<p>&quot;Zij leeft, maar&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Zij is verleid!&quot; jammerde vrouw Hendriksz, en
+stiet den jongman van zich, als ware hij de schuldige geweest.</p>
+
+<p>&quot;Dat heb ik niet aan je verdiend, moedertje! maar
+je radeloosheid weet niet, wat ze doet. Ik had Eefje
+zoo lief, eerlijk lief; je zoudt zoo droef niet gekreten
+hebben, als zij &quot;ja&quot; had gezegd, toen ik haar vroeg.
+Mijn oog was hier op haar gevallen, Mevrouw! toen
+ik verleden' herfst kwam tuinen; zij maakte een praatje
+met me; ze wist van boomen en bloemen; zij wist ook,
+dat ze mooi was, maar het stond haar toen w&egrave;l. Eer zij
+hare hielen uit den hof had geligt, moest ze mij zeggen,
+waar ze woonde, en wanneer ze uitging. &quot;Waratje, daar
+heb je Wouter!&quot; zei ze den volgenden Zondag, toen zij
+de stoep afstoof, en&mdash;maar wat heeft Mevrouw eraan&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ga voort, Wouter! ga voort!&quot; en het was geen ijdele
+nieuwsgierigheid, die der meesteresse des huizes het
+oor deed leenen aan de vrijerij; Eefjes toestand kon
+haar slechts door dat verhaal duidelijk worden. Vrouw
+Hendriksz zag voor zich heen, of zij er niet bij
+tegenwoordig was.</p>
+
+<p>&quot;Het leed niet lang, of ik dacht, dat zij me wel zien
+mogt. &quot;Eefje! hoe bevalt het je hier?&quot; vroeg ik haar,
+toen we een keer of wat zamen uit waren geweest,
+om eens hoogte te nemen hoe na bij land. &quot;Opperbest!&quot;
+zei ze. &quot;Gelderland moet toch mooijer wezen,&quot; begon
+ik we&ecirc;r, &quot;Veel stiller ook,&quot; was haar woord. &quot;Anders
+zou het mij wel loenen op het land te wonen,&quot; polste
+ik alverder, &quot;om Haarlem en bij den Haag&quot; (ik ben
+nooit in Gelderland geweest, Mevrouw!) &quot;daar beleeft
+men plezier aan de bloemisterij en aan de broeikassen;
+onze stadstuinen zijn maar kerkhofjes,&quot; (het is de
+waarheid, Mevrouw!); &quot;wat zeg je ervan, Eefje! als
+ik eens bij een groot heerschap mijn eigen huisje had,
+zou je er met mij in willen wonen?&quot;&mdash;&quot;Malligheid,
+Wouter!&quot; mogt ze zoo zeggen, maar ik gaf haar een
+zoen, die klonk als een klok... doch ik vergat tot wie
+ik spreke&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Er school te veel po&euml;zij in die schets, dan dat het hart
+eener vrouw haar niet me&ecirc; zou hebben gevoeld, &quot;En
+evenwel,&quot; zei Mevrouw Van ----, &quot;en evenwel is zij
+verleid.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Omdat ze mooi was, meende ze zoowel mevrouw
+te kunnen worden, als menige andere&mdash;och die opschik!--schoon
+ik soms tot mij zelve zegge, dat zij
+nooit naar hem zou hebben geluisterd, als zij mij had liefgehad,
+zooals ik haar. En dan we&ecirc;r spijt het mij, spijt het
+mij, of ik er gek van worden zal, dat ik mijne vuisten
+voor me hield, toen ik zag, dat hij zijn' arm om hare
+middel had geslagen! Afranselen is alles, wat wij kunnen,
+wat wij mogen, als zoo'n wulp zich aan onze zuster
+of ons meisje vergrijpt! Waarom ik het niet deed? ik zal
+het u zeggen, in de schemering was ik hun op zij eer
+zij het wisten. &quot;Eefje! heeft hij je aangerand?&quot; vroeg ik,
+en hief mijne hand al op, &quot;Neen, Wouter! neen,&quot; zei
+ze. &quot;Wat meen je, maat?&quot; vroeg de wulp. &quot;Ik weet wat
+ik zag, kwajongen!&quot; gromde ik. Hij ging zijns weegs&mdash;dat
+ik hem liet gaan!--Doch ik dacht meer aan Eefje,
+die naast me staan bleef, maar geen woord sprak.
+&quot;Eefje!&quot; zei ik ten leste, &quot;wat wou&mdash;?&quot; &quot;Hij vroeg me
+naar eene jonge jufvrouw, die bij ons logeert.&quot; &quot;Lieg niet,
+Eefje!&quot; bad ik haar; &quot;mooije kleeren kan ik je niet
+geven, maar een goed man zou je aan Wouter gehad
+hebben, en dat is meer dan die lichtmis me kan
+nazeggen.&quot;&mdash;&quot;Lichtmis! een jonge heer, die bij ons aan huis
+komt!&quot; was al haar antwoord, als achtte zij het niet
+waard, mijne verdenking verder te we&ecirc;rleggen,&mdash;ik
+geloofde, dat ik had misgezien.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>En Wouter hield een oogenblik op; de vrouw des
+huizes was aangedaan; zij dacht niet aan het belagchelijke,
+dat men in bedrogen minnaars pleegt te zien;
+zij dacht er slechts aan, welke een harte Eefje gekrenkt
+had, ten prijs van haar eigen verderf.</p>
+
+<p>&quot;O, dat die oogen liegen konden!&quot; besloot de jongman.</p>
+
+<p>Een smartelijke gil, der oude vrouw ontsnapt, getuigde,
+dat zij het gesprek maar al te wel had verstaan.</p>
+
+<p>&quot;Moedertje! ik zeg je, dat Eefje leeft!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Maar verleid!--och! dat ook dit nog over het hoofd
+van haren blinden vader komen moest!&quot;</p>
+
+<p>En zij zeeg op den stoel ne&ecirc;r.</p>
+
+<p>&quot;Ik heb haar gebeden, ik heb haar gewaarschuwd,
+tot het leste toe; &quot;vervolg mij niet meer,&quot; zei ze,
+&quot;want ik haat je wijsheid.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Toch blijft ze mijn kind,&quot; snikte de oude; &quot;als je
+weet waar ze woont, zoo doe een goed werk, en breng
+mij tot haar!&quot;</p>
+
+<p>Vrouw Hendriksz wilde opstaan; maar zij beefde
+als een blad, maar zij viel andermaal in den stoel ne&ecirc;r.
+Mevrouw Van ---- schelde om spiritus. &quot;Wat zal het
+baten?&quot; zeide de moeder, toen zij het glas aan hare
+bevende lippen bragt, &quot;de kroon is ons toch van het
+hoofd gevallen, onze eere is weg!--Eefje! mijn kind!--waarom
+moest je dit over ons brengen?&quot;</p>
+
+<p>Een oogenblik stilzwijgens.</p>
+
+<p>&quot;Waarom?&quot; herhaalde de oude vrouw, &quot;waarom?
+o Heere! houd mij dat woord ten goede; wat verdienen
+wij niet voor onze zonden?&quot;</p>
+
+<p>En het schuldbesef stelde het blaauwbessenvrouwtje
+in staat om te bidden, ook onder die bittere beproeving.</p>
+
+<p>&quot;Jongman! het deert me, dat ik je verdacht;&mdash;wijs
+me nu den weg; Eefje moet morgen me&ecirc;!--God geve,
+dat hare ziel niet verloren ga als haar ligchaam!&quot;</p>
+
+<p>Er waren den volgenden avond wandelaars in
+menigte, die op de hoogte van den Schreijerstoren, te
+Amsterdam, een oogenblik stilstonden, om den schoonen
+zomeravond ten volle te genieten, door beurtelings
+regts en links, om en op te zien. Het goud der ondergaande
+zon flikkerde nog op de spitsen van het mast-bosch
+in het Westerdok, terwijl de volle maan over dat
+van het Ooster- vast haar vloeijend zilver stroomen
+deed. Doch wie er zich ook verlustigde in het prachtig
+wolkenschouwspel, dat de plek te ieder ure schier
+gelegenheid geeft te zien, maar zelden zoo verscheiden,
+zoo rijk aan allerlei toonen en tinten, aanbiedt, als in
+dat, 't welk de schemering voorafgaat, &eacute;&eacute;n jongman uit
+den drom had er blijkbaar geene oogen voor. Zijn blik
+scheen aan een zeil te hangen, dat op Pampus in het
+verschiet verdween,&mdash;het was Wouter, die den Elburger
+nastaarde, met vrouw Hendriksz en Eefje aan boord.</p>
+
+<p>Mevrouw Van ---- was hij de ontmoeting van moeder
+en kind, was bij de verzoening tegenwoordig geweest,
+wie vraagt mij, of zij verder, ter verzachting van beider
+ellende, iets onbeproefd liet?</p>
+
+<p>Wouter&mdash;wij keeren nog eens tot hem terug&mdash;Wouter
+had der gevallene in hare schande het wederzien
+gespaard; de eenige belooning, met welke hij er
+zich voor vlijen mogt, ontging hem niet. Een jaar later
+bragt de zomer weder zijne vruchten me&ecirc;;&mdash;Amsterdam
+gij weet het, is nog niet, zoo als Bilderdijk misschien
+zou hebben gewenscht, een ander Bremen
+geworden, dat geene stoornis van de doodsche stilte
+zijner straten duldt;&mdash;de kreet, aan het hoofd van
+dit stukje geplaatst, heeft Wouter onlangs verrast. Hij
+sprong op toen hij dien hoorde; hij zag een bekend
+gezigt, waaraan de rouw, dien de grijze droeg, niet
+misstond; het blaauwbessenvrouwtje had eene boodschap
+voor hem:</p>
+
+<p>&quot;Eefje heeft, eer ze stierf, om je vergiffenis gebeden!&quot;</p>
+
+<p>1845.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="T_IS_MAAR_EEN_PENNELIKKER"></a><h2>'T IS MAAR EEN PENNELIKKER!</h2>
+
+
+<span style="margin-left: 2em;">Steets was hy op 't kantoor en met de neus in 't boeck;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Sijn mutsjen op sijn hooft, sijn mouwen an voor 't wrijven;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Want hy was besich staegh met dit of dat te schrijven;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Dan sloot hy syn ballans, dan sagh hij nae de kas,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Ja wel, hy had soo veel te doen dattet wonder was!</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wat het hy in sijn hooft winckeltjes, en kassen,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En hockels en laedjes, dosynen van Lyassen,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vol Assignatie, vol Oblygatie, vol boomery,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Vol Wissel-brieven, vol Retour, en vol Factory,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Vol konnossementen, en vol Konvoy-biljetten,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En Kamers vol Journaels, Schuldt-boeken, Alphabetten,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En Riemen kladt papiers, van loopende uyt-gift,</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">En Tafels vol chijffers, en schalien vol schrift!</span><br>
+<br>
+
+<p>Te regt zou men er zich over beklagen, dat
+de geestige Bre&ecirc;ro, welke ons in deze weinige
+regelen de stoffaadje van een koopmanskantoor
+zijner dagen heeft geschilderd,
+er geene tekening van de klerken zijns
+tijds bijvoegde, als het minder waarschijnlijk was, dat
+men het beroep, waarvoor thans een patent van kantoorbediende
+wordt vereischt, toen naauwelijks kende.
+Immers, het valt ligt zich een' zeehandelaar der zeventiende
+eeuw voor te stellen, die slechts een factotum
+voor het loopende werk nahield, en misschien een' boekhouder
+bezoldigde welke wekelijks eenige uren de zaken
+kwam bijschrijven,&mdash;tenzij de zucht voor geheimhouding,
+onzen handel eigen, den man aanspoorde, geen derde
+toe te vertrouwen, wat niemand behoefde te weten, dan
+hij en zijne vrouw. Er zou harmonie zijn geweest tusschen
+dat vele zelfdoen en de overlevering, die ons
+vertelt, dat Jan de Witt maar &eacute;&eacute;n' dienaar had.&mdash;Ik
+tart u echter uit, u de paruik van den kleinzoon diens
+koopmans voor den geest te brengen, zonder dat zich,
+in uwe verbeelding, rondom dat hoofdtooisel met eene
+krulbatterij, een aantal jeugdige oude mannetjes groepeert,
+op het kantoor te voorschijn geroepen door eene
+driedubbele behoefte: de zeden waren weeldiger geworden&mdash;de
+gemeenschap had allerwegen toegenomen,&mdash;de
+mededinging was bij de naburen ontwaakt. Men
+kwam er niet, tenzij men alle zeilen bijzette. Weder
+valt mij eene historische bijzonderheid in, welke deze
+wijze van zien staaft. In de dagen van Willem IV plagt
+de handel op ieder slempmaal gedacht te worden, onder
+den toast van: &quot;De zieke Bruid!&quot;&mdash;Voeg nu bij de
+eigenaardige verschijnselen der negentiende eeuw: het
+verdwijnen van allen afstand, dat wij aan den stoom te
+water en te land hebben dank te weten, en de liefhebberij
+onzes tijds voor bespiegelingen en voorspellingen,
+op statistische tafelen gegrond; voeg bij deze den uit
+beide geboren' wedijver, wie den vreemde het eerst,
+het uitvoerigst, het drokst berigten zal geven; en gij
+verbaast u er niet langer over dat de meeste kantoren
+van drie tot zes, ja tot tien en twaalf klerken hebben.
+Alleen de veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij
+veroorzaken iedereen Duitschen Commissionair
+grooter uitgaven aan papier, drukloon en porto, dan een
+zeehandelaar weleer in een geheel jaar betaalde, en
+eischen handen in evenredigheid.</p>
+
+<p>Waarom wordt men klerk? Gij hebt zeker wel eens
+eene school zien uitgaan,&mdash;eene burgerschool, meen
+ik, eene armenschool zelfs, en u vermeid in het weergaloos
+schouwspel, dat die jeugd aanbood? Welk eene
+gelijkheid, en welk eene verscheidenheid tevens! Eene
+wereld in het klein! Houd er oogen op, als gij kunt.
+Soldaatjespelen,&mdash;de eerste stok de beste is een
+generaalsstaf, voor dien flinken borst;&mdash;paardenmennen,&mdash;wie
+denkt gij dat het spoedigst mo&ecirc; zal zijn, de koetsier
+of de rossen!--scheepje zeilen,&mdash;de klomp gaat te
+water, als zij maar een touwtje vinden om hem aan te
+vieren,&mdash;wij hebben het naauwelijks opgemerkt of de
+woeligsten zijn al uit ons gezigt: er schuilen matrozen,
+voerlieden, krijgslu&icirc; in. D&aacute;&aacute;r plaagt een krullebol een
+aardig meisje,&mdash;maar dat zullen zij eens allen doen,
+dat is het algemeen menschelijke,&mdash;ik wilde u tot den
+bijzonderen aard, blijkbaar uit de keuze van het een
+of ander beroep, bepalen.&mdash;Welnu, we zien arbeids- en
+handwerkslieden in menigte:&mdash;toekomstige metselaars,
+die naar dat half voltooide gebouw kijken, of zij
+de evenredigheid der zwaarte tusschen balken en muren
+berekenden;&mdash;toekomstige hoveniers, die gadeslaan
+of de lentezon de knoppen van het geboomte sedert
+gisteren verder heeft doen uitbotten;&mdash;toekomstige
+kastenmakers, die een voorbijgedragen meubel begluren,
+of het open moest springen voor hun nieuwsgierigen
+blik;&mdash;maar, er zou geen einde aan zijn, zoo wij alles
+wilden bespieden, wat hier in den dop te zien valt.&mdash;En
+echter, het is aardig naar het gindsche groepje te
+kijken: een der jongens heeft een stuk krijt gevonden,
+en zie eens, hoe hij teekent, hoe hij karikatureert! Hij
+hinkt aan het zelfde euvel, waaraan wij allen lijden: hij
+overdrijft! Die neus van den meester steekt den draak
+met alle proportie. Doch, geen nood, er zijn critici om
+hem heen, recensenten voor ieder, die zijn werk der
+beschouwing van het algemeen prijs geeft; wat is
+billijker?&mdash;Indien gij uw' aanstaanden timmerman vindt
+in de drie voet hooge wijsheid, die d&aacute;&aacute;r een stroowisch
+tot passer bezigt, vergun mij op te hebben met den
+vluggert, welke een' weinig verder een vlinder naloopt:
+hij zal blaken van lust om te ondernemen; hij zal koopman
+worden; hij zal wagen en winnen. Winkeliers-geest,
+die te huis blijft zitten en verbeidt, ik zie hem te over,
+bij dien knikkerenden hoop. &quot;Valsch doen!&quot; hoor ik roepen.
+Arme jongen! die u zoo boos maakt over het gepleegde
+onregt; die den kleinen bedrogene de hand
+boven het hoofd houdt; die, nu gij hem hebt gewroken,
+zoo ernstig naar den blaauwen hemel opziet, toekomstige
+dichter! wat deed ge bij het spel? Hij geeft geen
+antwoord, verloren als hij is in de beschouwing eener
+bloem, die aan den weg groeit; liefde voor het schoone
+bij zin voor het edele, ik mag dien jongen.&mdash;Toch
+verlies ik hem uit het oog, om den wil van den gindschen
+manke; gebrekkige jeugd is zulk een deerniswaardig
+schouwspel!--Maar ge hebt gelijk, hij kan
+kle&ecirc;renmaker of schoeneflik worden, en als hij geld en
+geest heeft, zoo goed een' graad in eene der drie faculteiten
+verwerven, als een van deze rechtsgeleerden,
+geneesheeren of leeraars <i>in spe</i>.&mdash;Doch, zeg mij, hebt
+gij in die bonte wemeling van standen, in die wereld in
+het klein, ergens een' toekomstigen kantoorbediende gezien?</p>
+
+<p>Helaas, neen! Er ligt te weinig po&euml;zij in dien toestand,
+dan dat hij den onbevangen blik der jeugd zou kunnen
+aanlokken. Stel u de jonkheid v&oacute;&oacute;r, zoo als ge wilt,
+onder den invloed van begrippen, aan den natuurstaat
+verwant, of alreeds beheerscht door den zin, die onze
+beschaving kenschetst. Het werktuigelijk beroep belooft
+zoo min geluk als genot; het waarborgt even weinig
+vrijheid, als de schadeloosstellingen voor deze: weelde,
+gezag, roem. Denk niet, dat ik der volksjeugd zoo
+groote wijsbegeerte toeschrijft, dat zij zich van die
+oorzaak bewust is, dat zij er zich reden van geeft. Verre
+van daar. Maar des ondanks moet gij als ik dikwijls
+hebben opgemerkt, dat zij slechts sympathie over heeft
+voor alles, waarin kracht schuilt, dat de populairste
+beelden tevens de onafhankelijkste zijn. Het is of in den
+boezem des volks het bewustzijn der oorspronkelijke
+bestemming van het mannelijk karakter wordt omgedragen:
+ontwikkeling aller krachten, aller
+gaven.&mdash;Knecht&mdash;klerk&mdash;hofmeester&mdash;hoveling&mdash;hebt gij ooit
+een jongen ontmoet, die u zeide, dat hij &eacute;&eacute;n dier vier
+dingen worden wilde? Allen leeren spoedig genoeg&mdash;in de
+laagste kringen het spoedigst,&mdash;dat er iets, dat er veel
+van de vrijheid moet worden opgeofferd, om den wille
+van het geld&mdash;maar er geheel afstand van te doen,
+maar zich zelfverloochening ter taak te stellen, en dat
+wel een gansch leven lang, dit is eerst in lateren leeftijd
+het gevolg &ograve;f van nooddwang, &ograve;f van dweeperij, &ograve;f, in
+exceptioneele toestanden, van deugd.</p>
+
+<p>Als de school echter voor ons niet te vergeefs zal zijn
+uitgegaan, dan moet ge mij vergunnen, nog eens naar
+de jongens terug te keeren: er waren toekomstige klerken
+in den hoop, twee&euml;rlei soort zelfs, al was er niets
+in hun uiterlijk dat het aanduidde, al wisten zij het zelve
+nog niet. De tros des heers, de bedaarde naslenteraars,
+de bezadigde jongelui, zullen die waarschijnlijk opleveren.
+Het zijn &ograve;f kinderen van gemeene lieden, die zich
+de nering hunner ouders zullen schamen, en, ten gevolge
+van het verbeterd onderwijs, &eacute;&eacute;ne sport hooger
+zullen klimmen op de ladder des maatschappelijken
+levens, die klerken zullen worden in plaats van bazen;&mdash;&ograve;f
+het zijn zonen eener weduwe, van goeden, maar
+armen huize, telgen, die voor de misslagen hunner
+ouderen boeten: een onberaden huwelijk, de oorzaak
+van achteruitgang en armoede. Ik vrees, dat het te fijn
+gesponnen zou zijn, de eersten op school te willen herkennen
+aan hun uitmuntend gedrag, dat hen soms tot
+den twijfelachtigen rang van kweekelingen verheft; maar
+ik ben er zeker van, dat zij de bollen van de bent zijn,
+in fraai schrijven en vlug rekenen. En wat de laatsten
+betreft, wij hebben geene verontschuldiging in te brengen,
+dan dat er z&oacute;&oacute;veel te zien was; maar anders, wij
+hadden hunne bestemming moeten gissen uit armen en
+beenen, die zegevierend door mouwen en pijpen van hun
+oud, maar fijn pak staken; uit aangezigten, die niets
+beloofden; waarop geene wolk van sluimerend talent
+rustte, waaruit geenerlei zielskracht blonk. Het beginsel,
+dat de ouders van beiden dit beroep voor hen zal doen
+kiezen, is hetzelfde: dolende eerzucht, die er krampachtig
+naar streeft heer te blijven; dolende eerzucht, die
+er krampachtig op uit is, heer te worden. Al het onderscheid
+tusschen dit groene koren des kantoors bestaat
+d&aacute;&aacute;rin, dat de eene soort het voor een' meelmolen houdt,
+waarin het heel veel eer is fijn te worden gemalen,
+terwijl de andere het niet hooger schat dan een' pelmolen,
+waarin zij slechts van den bolster zal worden
+ontdaan. Eene verschillende wijze van zien, welke niet
+belet, dat Piet, die, na een jaar twee, drie sloovens, zijne
+eigen zaken dacht te beginnen, zijn leven lang achter
+den lessenaar van zijn' patroon blijft zitten, terwijl
+Claes, die al overtevreden zou zijn geweest, zoo het hem
+vergund ware geworden voort te blijven kruipen, vliegt,
+vliegt, wat benje me! Geen wonder&mdash;de geblinddoekte
+fortuin drijft in alle standen hetzelfde spel, met voornemens
+en wenschen.</p>
+
+<p>Er is een tijd geweest, waarin men geloofde, dat er,
+ter voorbereiding om op een koopmanskantoor te worden
+geplaatst, niets geschikter was, dan eenige jaren op
+dat van een' practizijn door te brengen, des noods bij
+een' Advocaat, maar liefst bij een' Notaris. Soms verdwijnen
+kleine eigenaardigheden van het volksleven slechts
+ten gevolge van groote omwentelingen. Welligt zoude
+men, als het de moeite van het onderzoek beloonde,
+doorgaans tot dezelfde uitkomst komen, waartoe de
+navorsching dezer bijzonderheid leidt, namelijk: dat elk
+begrip, iedere gewoonte eene schakel is in de groote
+keten, en dat de schijnbaar onbeduidendste niet wijken,
+niet te verwrikken zijn, dan door een volslagen omsmeding,
+die het verroeste herblaakt, en louterende vernieuwt.
+&quot;Bij een' practizijn leert men stellen,&quot; heette
+het, O genius van ons Proza! waartoe was het met u
+gekomen? De protocollen van Jan Borliut, de school
+voor de eenvoudigste uitdrukking der wereld, de school
+ter afsluiting eener rekening, de school voor
+koopmans-briefstijl;&mdash;Hollandsche Taal! wie het kernige en
+korte scheen aangeboren, hoe hieldt gij het uit? Hooft had
+ons proza de toga der Romeinen omgehangen, en statig en
+sierlijk bewoog het zich in de breede plooijen; maar als
+hij had kunnen voorzien, dat men, het spoor bijster geworden
+in de bewondering van het Latijn, alle eigenaardigheid
+zou doen verstikken in het stof van processtukken
+en inventarissen, hoe zou hij den ongebonden
+stijl van de schoolsche banden hebben bevrijd! Had hij
+het proza niet vergund langs straat te slenteren, even
+als hij zijner schalker muze in het Gooi bij wijle vrij
+spel liet? Helaas! zijn aandringen op de ontwikkeling
+aller inheemsche gaven en krachten was <i>vergeefsch</i>
+geweest,&mdash;hij voorzag slechts te juist, dat er een tijdperk
+van weelde, van traagheid, van stilzitten, op het
+woelige, krachtvolle, roemrijke, dat hij beleefde, volgen
+zou. Al waarschuwde hij er tegen, wat baatte het?
+Maar een verslapping, die onze gedachten, onze letterkunde,
+onze volksbeschaving prijs gaf aan het voortdommelen
+in de &eacute;&eacute;nige slavernij, uit welke onze vaderen zich
+niet wisten vrij te maken, de kwalijk begrepen navolging
+der ouden;&mdash;maar eene verslapping, die eerst alles wat
+naar het Latijnsche zweemde, fraai vond, en, weldra in
+aperij ontaardende, aan iedere windvlaag, die ons uit den
+vreemde bastaardklanken overwoei, het oor leende,&mdash;wie
+zou deze hebben durven voorspellen? Het was of de
+woorden allengs hun gehalte verloren. Vervalschte, vermengde
+munt, werden er drie geldstukken vereischt,
+waar weleer &eacute;&eacute;n had kunnen volstaan,&mdash;en woog het
+bekende: &quot;<i>puur</i> zuiver en <i>innocent</i>&quot;, nog het goed
+oud-Hollandsche <i>onschuldig</i> niet op! Wat wonder, dat van
+Effen, die den Genius van ons proza als portier van Jan
+Borliut aantrof, hem onhandelbaar en onhebbelijk vond;
+stroef van toon als hij heusch van geest wilde zijn, verlamd
+van tong en vereelt van oor, hem, die geschapen
+scheen, om voor alles wat kloek en groot, wat lief en
+schoon is, uitdrukkingen te smeden, louter nabootsenden
+klank, louter beeld! Slechts &eacute;&eacute;n schuilhoek was den
+stakker overgebleven, waarin hij de armen vrij mogt
+hebben; slechts &eacute;&eacute;n publiek, waartoe het hem vergund
+was te spreken, in den schilderijen tongval onzer oude
+kluchtspelen: zoo &quot;de Spectator&quot; nog leeft, hij wijt het
+dank aan het beluisteren van de lippen des volks. Het
+volk, het gemeene volk, dat zijne taal niet met Latijnsche
+en Fransche bastaardklanken had doorspekt, dat
+Hollandsch was blijven praten, kernig als het merg van
+zijn gebeente,&mdash;ruig als zijn breede borst,&mdash;waar als
+zijn aard. Lees de <i>Angenietjes</i>, en verbaas er u met mij
+over, dat men de burgervrijaadje zoo lang las en prees,
+zonder te beproeven, in schrift en stijl der natuur meer
+op zijde te streven. Of werd er een minder geweldige
+schok dan die der Fransche omwenteling vereischt, om
+onze geleerden uit de overpeinzing hunner Ciceroniaansche
+phrases wakker te schudden? te schrikken ware
+juister woord geweest. Immers, het was deze, welke hen
+dwong het oor te leenen aan raauwe kreten, ja, maar
+die ondanks hun volslagen gebrek aan <i>numerus</i> en
+<i>cadans</i> ter harte gingen, die hen verpligtte dragelijk
+Hollandsch te leeren schrijven, als zij tot Hollanders het
+woord wilden rigten! Dragelijk Hollandsch? Eere twee
+vrouwen, eere Agatha Deken en Elisabeth Bekker, die
+de behoeften des tijds begrepen en bevredigden, toen
+hooggeleerden nog een poespas zamenflansten, welks
+spelling huiveren doet. Eere den kansel, wiens leeraars
+eindelijk oor hadden voor den eisch der beschaving, die
+invloed zochten door het &eacute;&eacute;nige middel, dat dien op
+den duur en eervol verzekert, een' natuurlijken, een
+levendigen stijl, welke het ware verzusterd acht met het
+schoone. Eere aan van der Palm, die bij ons proza
+iederen zin, maar vooral dien voor het eenvoudige,
+ontwikkelde.</p>
+
+<p>Als er ketterij in deze onwillekeurige uitwijding
+steekt, zoo wijt haar aan het boeksken van professor
+Geel, over: &quot;<i>Het proza</i>&quot; en vlei u met mij, dat hij de
+gedachten, er in aangegeven, uitvoeriger ontwikkelen
+zal. Ik loop, tot dien prijs, gaarne de kans zijner heusche
+teregtwijzing.</p>
+
+<p>Jan Borliut&mdash;het wordt tijd tot ons onderwerp terug
+te keeren&mdash;Jan Borliut houdt geene kweekschool van
+kantoorbedienden meer; hij heeft, in den geest des tijds,
+een' knecht om de deur open te doen, of een' jongen, die
+aspireert tot eene klerksplaats. De knecht, het spreekt
+van zelf, blijft knecht&mdash;en de aspirant-klerk ziet met
+blijdschap den Nieuwjaarsdag te gemoet, waarop een
+we&ecirc;r jonger knaap hem zal vervangen, en hij bevrijd
+zijn van het verdrietelijk baantje, kagchelstokken, boodschappen
+doen, uitlaten, enz. Hij beklimt op zijne beurt
+eindelijk de lang gewenschte kruk, hij schrijft concepten
+uit het klad in het net, en dat duurt z&oacute;&oacute; eenige
+jaren, in welker loop hij van kruk tot kruk, van die het
+digtst bij de deur tot die het digtst bij het venster wordt
+bevorderd. &quot;Het is een schrale climax,&quot; zegt gij; een
+oogenblik geduld, bid ik u! Hij heeft intusschen allengs
+grooter aandeel in de fooitjes, alias <i>cadeaux</i> gekregen,
+die soms aanzienlijk zijn, wanneer de fraai geschreven
+acte de opmerkzaamheid van den een' of anderen cli&euml;nt
+tot zich trekt,&mdash;als het onverwachte eener testamentaire
+dispositie de mildheid van verraste erfgenamen uitlokt,
+om de arme drommels te bedenken,&mdash;als het
+kantoor weken lang geheim heeft gehouden, dat er een
+nieuwe naamlooze vennootschap zou worden opgerigt,&mdash;die
+kostbare liefhebberij onzer dagen.&mdash;Waar zijn
+intusschen de klerken gebleven, welke v&oacute;&oacute;r hem op die
+krukjes zaten, en die niet allen jonge heeren waren,
+rijk genoeg aan geld en geduld, om eene benoeming tot
+notaris te huis af te wachten,&mdash;nadat zij ongeveer alles
+van de praktijk hadden geleerd, uitgezonderd de beste
+praktijk, van alle, die&mdash;om met menschen om te gaan.
+Waar ze gebleven zijn? Jan Borliut heeft voor hen gezorgd.
+Hij onderscheidt weldra, wie hunner het lot eersten
+bediende, wie tot notaris op een dorp het al dan
+niet brengen kan,&mdash;en wat zou hij er tegen hebben,
+dat de stakkers, welke dit niet kunnen, dat zij vrijen en
+trouwen, mits men hem maar niet met de zorg voor hun
+onderhoud en dat hunner kinderen belaste? Door zijne
+velerlei relati&euml;n valt er ligt een baantje op te sporen;
+niet heel voordeelig, niet we&ecirc;rgaloos vet, maar toch mooi
+genoeg voor een' jongen, die al heel blij was, dat hij
+op eene kruk zat. Hoe dan ook, hij plaatst ze. En,
+schoone evenredigheid tusschen middel en doel! de burgerknaap,
+die aan hem verpligt is, dat hij zijn Maartje
+of zijn Grietje heeft kunnen huwen, dat hij een klein
+ambtje, een' post bij den gouverneur of op het stadhuis
+heeft gekregen, hij is hem zijn leven lang dankbaar en
+vereert hem niet zelden als een' vader. We kennen een'
+notaris, die niet weet hoe dikwijls hij gezegend wordt,
+door menig' &quot;sukkel van een vent,&quot; dien zijn invloed aan
+de Nederlandsche Bank of aan het Grootboek der Nationale
+Schuld heeft geholpen. Hij is schalk genoeg, om
+&quot;wanneer er weer een geborgen is,&quot; zoo dikwijls hij
+een' der directeuren of ambtenaren dier inrigtingen ontmoet,
+deze te plagen met de klagt; &quot;dat zij hem ook al
+zijne ezels afnemen!&quot; Waarom zouden wij hem die
+scherts niet gunnen, gepaard als zij gaat met waarachtige
+humaniteit des harten, die bovendien voorkomt, dat
+uit zijne school de bent der zaakwaarnemers gerecruteerd
+wordt? Stil,&mdash;we zijn reeds te uitvoerig geweest
+over eene wereld zoo w&egrave;l afgerond als deze, en
+welke ons onderwerp eigenlijk vreemd is, sedert het
+proza ontslagen is van den boei van Jan Borliut.</p>
+
+<p>Tot onze eigenlijke kantoorbedienden, als gij wilt.
+Ziet ge dat paar in de binnenkamer, van den tweedehands
+koopman? Staaf, de jongste, is een burgermanskind,
+in de hedendaagsche beteekenis van het woord,
+nu fruitvrouwen en schoorsteenvegers ook al burgerlu&icirc;
+zijn, och ja! Rivers&mdash;de tweede&mdash;is een ordentelijke
+jongen, wiens ouders &quot;aangeziene menschen&quot;
+zouden zijn,&mdash;hoe waar is die uitdrukking!--wanneer
+het niet zoo moeijelijk viel, zijn fatsoen op te houden
+met eene schrale beurs. Rivers is eenige jaren ouder
+dan Staaf, die pas van het Nut van 't Algemeen komt,
+en <i>siegenbeekt</i> dat het een' aard heeft, als Rivers zich
+aan twijfelaarsgeslachten bezondigt, of <i>kassa</i> met eene
+c schrijft, of de tweede lettergreep van <i>ontvangst</i> met
+eene f begint. En Rivers zou der menschelijke natuur
+niet deelachtig moeten zijn, als hij den jongen voor &quot;al
+die malligheden&quot; niet strafte, zoo dikwijls het in zijne
+magt staat. Of hij het kan!--&quot;Overschrijven,&quot;&mdash;&quot;overrekenen,&quot;&mdash;heet
+het om een haverklap. Zie ik zou de
+partij van Staaf kiezen, daar mij geen spel z&oacute;&oacute; ergert,
+als dat van dwingelandje, indien Rivers niet beklagelijker
+ware dan Staafje,&mdash;hij is op zijn beurt het slagtoffer
+van de luimen zijns patroons. Een tweedehands-koopman,&mdash;geloof
+het op mijn woord! want er zou
+geen einde aan mijne schets zijn, als ik u al de waaroms
+moest verklaren&mdash;een tweedehands koopman is, bij de
+rigting, die de handel in onze dagen neemt, in meer dan
+de helft aller vakken, een schipper, die tegen wind en
+stroom roeit.&mdash;&quot;Als het getij verloopen is, moeten de
+bakens worden verzet,&quot;&mdash;En zoo dikwijls deze overtuiging
+zich den man zijns ondanks opdringt, wordt hij
+boos, en het eerste voorwerp het beste, dat hem in het
+oog valt, moet het ontgelden. Het is doorgaans de arme
+Rivers, die tegen mijn' koffijkooper overzit. Heden waait
+de storm uit dat onnoozel stukje papier, waarop gij
+een binnenlandsch postmerk onderscheidt.</p>
+
+<p>&quot;Die verduivelde makelaars-knoeierijen! Eene kwart
+ceel,&mdash;en dat koopt ook al in de veiling!--Rivers,
+het is toch alleronpleizierigst, dat&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Hetzelfde wat, de jongen heeft den graauw beet. Het
+is hard, want kan hij het helpen, dat de tijdgeest er naar
+streeft, alles zoo spoedig mogelijk van den producent
+tot den consument te voeren?&mdash;Het is hard, voor drie
+honderd gulden 's jaars&mdash;met het uitzigt het tot vier,
+vijf, en mogelijk zes, na nog eenige jaren verduwens, te
+zullen brengen. Toch zwijgt Rivers, toch verkropt hij
+den onbillijken uitval, te onbarmhartiger, dewijl hij
+we&ecirc;rloos is,&mdash;maar o, hoe hij Staafje benijdt, die met
+wissels wordt uitgezonden, en er een vrij half uur van
+nemen zal! Neen, hoe hij den jongen duivel haat, die
+hem in zijn vuistje uitlacht!</p>
+
+<p>&mdash;Eene verdrietige pauze.</p>
+
+<p>&quot;Manlief!&quot; breekt eensklaps eene vrouwenstem de
+stilte af, &quot;manlief!&quot; eene ochtendmuts gluurt even om
+de deur, &quot;als er nu een handje kon worden geholpen?&quot;
+En de aarzeling waarmede de patroon,&mdash;nadat hij,
+op het verzoek zijner beminnelijke wederhelft, &quot;ja!!
+ja!&quot; heeft geantwoord&mdash;de twee overgebleven kantoorbedienden
+aanziet, verraadt&mdash;verpligt mij, eer ik
+verder ga, te bekennen, dat ik tot nog toe verzuimd
+heb, den vierden persoon, op te voeren. Waarom? Hij
+is <i>volontair</i>,&mdash;in rang, op het kantoor altoos, tusschen
+Staafje en Rivers in. Hij zal hoogstens nog een paar
+jaren &quot;bij den baas&quot; blijven, om er de kennis dier artikelen
+op te doen, in welke hij later handel denkt te
+drijven. En nu tot den patroon terug, wiens schroom
+verried, hoe zeer hij met de zaak verlegen was, en die
+toch eindelijk een besluit neemt, dat weinig tweedehands
+kooplieden zouden genomen hebben zoo als hij.</p>
+
+<p>&quot;Hm!--hm!--&quot; zegt hij, &quot;och van den Bergh ge
+moest eens even een handje helpen.&quot;</p>
+
+<p>En van den Bergh&mdash;ik gebruik dien naam, dewijl ik
+geen' tijd heb, om in van Leeuwen's &quot;Batavia Illustrata&quot;
+een uitgestorven familie op te zoeken,&mdash;van den Bergh
+staat op, of hij oorlog voerde, met zijn stoeltje, dat
+bonkt tegen de snipperbak, maar slaat de deur van het
+kantoor niet ruw achter zich digt. &quot;Dat doen de dienstbaren,&quot;
+zou hij zeggen.</p>
+
+<p>Ik bid u, gis nu, waaraan hij verzocht werd een handje
+te helpen. Wat kan Mevrouw te doen hebben, waartoe
+zijn bijstand wordt vereischt? Welke dienst&mdash;maar ge
+zoudt u vruchteloos het hoofd breken. Het kantoor is
+aan eene binnenplaats, heb ik gezegd. Naar Amsterdamsche
+huisverdeeling hebt ge dus tegenover het raam,
+waardoor de kamer haar lieflijk muurlicht ontvangt,
+twee vensters, die van de onontbeerlijke zaal, daar
+boven eene opkamer, d&aacute;&aacute;r we&ecirc;r boven een' zolder, en
+beneden, diep in de diepte, de keuken; en nu, zie, of
+liever luister toe.</p>
+
+<p>Roetsch!--daar vliegt een mand met turf het zolderraam
+uit, opkamer en zaal langs, snel als een pijl omlaag.</p>
+
+<p>Piep&mdash;piep&mdash;piep&mdash;en de le&ecirc;ge mand is we&ecirc;r
+boven; maar zou van den Bergh&mdash;zou hij waarachtig&mdash;turf
+aflaten?...</p>
+
+<p>Kling, kling, er is geen twijfel aan, kling, kling, kling,
+de tweede mand, blijkbaar opzettelijk heen en weer
+geschommeld, levert den ruiten van de zaal slag, die
+achteruit deinzen als hazen, terwijl de turven de bres
+instormen, of het de verovering eener belegerde stad gold.</p>
+
+<p>&quot;Mijn God!&quot; roept de patroon, &quot;die rakker van een' jongen!&quot;</p>
+
+<p>En Rivers?</p>
+
+<p>Ach, houdt het hem ten goede, dat het hem, spijt de
+gebroken glazen, spijt de drift van mijnheer, spijt den
+angst van mevrouw, spijt de Babylonische verwarring
+in het gansche huishouden, te weeg gebragt door eenige
+schreeuwende kinders en de meid, die, bleek als een
+doek, de trap opvliegt, dat hij, spijt dit alles, zich niet
+we&ecirc;rhouden kan te denken:</p>
+
+<p>&quot;Jongens! die zich kon doen gelden als van den
+Bergh, die mony had als hij!&quot;</p>
+
+<p>De wraak is hem al op de hielen.</p>
+
+<p>&quot;Rivers! in het vervolg laat jij turf af, je bent bedaarder,&quot;
+zegt de patroon, die van den Bergh nauwelijks
+heeft durven bestraffen; hij zou hem geantwoord
+hebben, dat het <i>knechts werk</i> was. En Staaf, Staafje
+die met de overigen we&ecirc;r binnen is gekomen, Staafje
+hoort het, Staafje die &quot;er vinger en duim naar zou likken&quot;
+om drie honderd gulden 's jaars te trekken,&mdash;de
+mededinger in den dop!</p>
+
+<p>Als Rivers weigerde,&mdash;er loopen andere Staafs in
+menigte langs de straat!--Maar het komt niet bij hem
+op&mdash;hij lachte straks niet bij het rumoer der gebroken
+vensterschijven,&mdash;hij verkropt nu.</p>
+
+<p>Gelukkige van den Berghs, gelukkige volontairs! had
+ik moeten zeggen, die u zelve niet om den wille eener
+kleine toelage behoeft te verloochenen, die den handel
+als eene wetenschap bestudeert, wat zijn voor u <i>copij-boek,
+rekening-courant, journaal, grootboek</i>, wat zijn ze
+voor u andere voorwerpen, dan voor den eigenlijk gezegden
+bediende! Of verkeeren in uwe oogen de cijfers
+niet in zoo vele tooverteekenen, welke gij magtig moet
+zijn, om den staf te zwaaijen, die alle geneugten des
+levens, alle weelden van den geest ter beschikking van
+zijnen gelukkigen eigenaar stelt! &quot;Phoe!&quot; hoor ik uitroepen,
+&quot;alsof er po&euml;zij in den handel school, alsof hij
+iets van philosofie wist!&quot; En men is zeer beleefd als men
+het daarbij laat; want het spook der slinksche streken,
+der knevelarijen, der volslagene oneerlijkheid, het staat
+aan de deur en het klopt. Laat binnen, mijne heeren! er
+zijn schelmen onder de kooplieden;&mdash;maar eilieve, vergun
+mij een enkele vraag: is in uwe kringen, in die der
+wetenschap en in die der kunst&mdash;voor de balie, bij het
+ziekbed, op den kansel,&mdash;in den raad en aan het hof,
+is daar alles goud wat blinkt? Ik eisch niet, dat ge mij
+de gruwelen biecht, welke allerlei ijverzucht, van lage
+broodnijd af, tot geniale jaloezij toe, ook onder u aanrigt;
+ik wenschte slechts, dat gij erkendet, dat menschen
+menschen blijven, waar gij die ook aantreft. Ik vleide mij
+dat uwe studie u ten minste tot de overtuiging zou hebben
+geleid, dat een gezin, eene maatschappij, een staat,
+dat onze handeldrijvende burgerij, zoo zij door geene
+andere dan onedele; oneerlijke, onzedelijke beginselen
+werd bezield, niet zoo lang zou hebben bestaan, in de
+orde der dingen niet denkbaar is.&mdash;Po&euml;zij, philosophie,
+het ligt gelukkig in den aard der menschelijke natuur, die
+overal me&ecirc; te dragen, die onder allerlei omstandigheden
+aan te kweeken: wie oogen heeft om te zien, merkt beide alom op.</p>
+
+<p>Volontairs vallen eigenaardig in twee klassen te verdeelen,
+<i>inheemsche</i> en <i>uitheemsche</i>. De kantoorbediende
+haat beide met een' fellen haat. &quot;Het zijn heertjes, die
+voor een' beenen knoop werken!&quot; Wat wonder, dat hij
+de binnenlandsche nog minder kan uitstaan dan de buitenlandsche?
+Om de laatste van de hoogte, waarop zij
+zich boven hem plaatsen, ne&ecirc;r te trekken, geeft onze
+volkstrots hem honderd middelen aan de hand. Ten eerste
+&quot;zijn het meestal maar moffen&quot;&mdash;ten tweede
+&quot;vreemde vogels, vreemde veren; wie weet, hoe het er
+in hun nest uitziet?&quot;&mdash;ten derde... maar er is geene
+aardigheid aan de teekening dier magtelooze woede en even
+magtelooze wraak. Ook treffen wij bij den tweedehands
+koopman slechts den inboorling, slechts een'
+vrijwilliger van goeden Hollandschen huize aan. Grooter
+kwelling dan de trekvogels, die hier hunnen zomer doorbrengen,
+en in het volgend saizoen naar Havre of naar
+Liverpool, naar Hamburg of naar Londen vliegen, blijft
+de inheemsche vrijwilliger onzen klerk eene rots der
+ergernis, die geenszins uit den weg wordt geruimd, al
+stoot hij er telkens morgen op het kantoor zijne scheenen
+niet meer aan. Immers, ofschoon de heuschheid des
+chefs veelal tegenstellingen als die, welke wij straks
+omtrokken, voorkomt&mdash;de turfhistorie is exceptioneel,
+maar schildert er niet minder om!--toch vallen er op
+de grenzen gedurig schermutselingen voor. Neem eens
+beider uitspanning! Wat de openbare betreft, het verschil
+is gering, dewijl we er schier geene hebben: dank
+zij de ligging onzer koopsteden, dank zij onzen huiselijken
+aard! Immers,&mdash;wandelingen? geniet de natuur
+als gij kunt in den omtrek van Amsterdam of Rotterdam!
+Gezellige genoegens in den winter, in ruimeren
+kring dan die van vertrouwde vrienden? de laatste stad
+biedt er weinig aan, tenzij ge het koffijhuis, het biljart,
+enz. daaronder betrekt. Concerten? ze zijn in de hoofdstad
+wat duur voor kantoorbedienden; maar deze heeft
+schouwburgen, het is waar, in het gebouw op het Leijdsche
+plein&mdash;met acteurs, die om een longtering
+wedijveren, zoo schreeuwen zij&mdash;voor de vrijwilligers;
+en voor de anderen de Vari&eacute;t&eacute;s in de Nes&mdash;de kunst
+en nog iets, eene pijp en een glaasje.&mdash;En toch zult ge
+mij van geene overdreven kieskeurigheid beschuldigen,
+als ik deze en andere plezieren, onzer jeugd uit den
+middelstand aangeboden, maar overspring, om van het
+onderscheid tusschen beider huiselijke geneugten te gewagen?
+Stel u van den Bergh voor, als hij des zomers,
+'s zaterdagmiddags, na de beurs, in een' omnibus wipt,
+om naar het buiten zijner ouders te sporen, of uit het
+portier eener diligence, de gansche Kalverstraat door en
+de Utrechtsche op den koop toe, op de t'huis blijvende
+sukkels, Rivers en consorten, nederziet, hij, die naar de
+Vecht of naar Zeist moet! En de winter is niet liefelijker
+voor den misdeelde dan het schoone saizoen zich jegens
+hem betoonde; de vrijwilliger woont in die barre maanden
+allerlei partijtjes bij, met wier beschrijving hij misschien
+den klerk kwelt&mdash;dewijl het hem, in de prettige
+stemming, eener onbezorgde jeugd eigen, niet invalt te
+vermoeden, hoe zeer het verhaal dier geneugten den
+ontberende ergert en grieft. Van den Bergh spreekt van
+zich te vestigen, van den Bergh is ge&euml;ngageerd, als
+Rivers nog aan geen huwelijk, zelfs met een allerburgerlijkst
+meisje denken durft. Welk een hatelijk buurman
+wordt hij; wat al afgunst wekt hij op! Confraters achter
+den lessenaar, herneemt de hoogere stand zijn regt,
+liever gaapt de maatschappelijke klove op nieuw tusschen
+hen, zoodra zij de deur des kantoors achter zich
+hebben digtgetrokken. De eene heeft eene toekomst; de
+ander geen verschiet dan dezelfde dienstbaarheid. Als de
+balling van het maatschappelijk leven er zich niet dood
+over zal kniezen, rest hem maar &eacute;&eacute;n middel om gelukkig
+te zijn; het zich te wanen. Andere kapitein Jackson, die
+zich in zijn armoede rijk dacht, moet hij zich verbeelden,
+dat hij er in zijne bekrompenheid wonder wel aan toe is.
+Of het bij allen, als bij den vriend van Lamb, ontstond
+uit eene speling der natuur, die de oogen des mans, voor
+het weinigtje genot hem vergund, de eigenschap van vergrootglazen
+bedeelde! Maar bij geen enkele van honderd
+heb ik de opgeruimdheid van geest aangetroffen, welke
+dien sanguinen Brit onderscheidde; het is meestal een
+ziekelijk zelfbedrog, dat kwalijk de innerlijke ontevredenheid
+vermomt. Als men herwaarts en derwaarts heeft
+uitgezien en van deze noch gene zijde hulp, licht, troost
+ziet opdagen, dan zet men zich moedeloos ter zijde van
+den grooten weg neder, dan legt men de handen in den
+schoot, en verzekert den eersten voorbijganger den
+beste, die ons vraagt, waarom wij d&aacute;&aacute;r blijven mokken:
+&quot;Wel ik mok niet, ik zit hier heel goed;&quot; al is de
+glimlach waarme&ecirc; wij het zeggen, ook zuur als edik.</p>
+
+<p>De billijkheid eischt, dat wij er bijvoegen, dat de middelen,
+om uit dien toestand te geraken, soms erger
+kwalen te weeg brengen.</p>
+
+<p>Het is zomer&mdash;het zondag-ochtend&mdash;het is zeer
+vol in het Park (in de Plantaadje te Amsterdam). Een
+gesprek over de groote voeten der Hollandsche vrouwen,
+in een poespas van allerlei talen, aan een met zes
+of zeven jongelui en even zooveel glaasjes bitter bezet
+tafeltje luidruchtig gevoerd, ergert al wie in de buurt
+zit: den heeren, dewijl zij het ongeveer verstaan; der
+dames, dewijl ze er meer van begrijpen dan haar lief is.
+Eensklaps rijst de drokste babbelaar van allen op:
+&quot;<i>Himmelkreutz element</i>,&quot; roept hij, &quot;een oude kennis!&quot; en
+stuift naar een jonkman, die, in een' hoek, tegen het
+logement aan, bij een kop koffij zit te mijmeren.</p>
+
+<p>&quot;Wel Vreese, hoe maak jij het?&mdash;het is <i>opvallend</i>,
+zoo weinig als jij veranderd bent, 't is <i>fameux!</i>&quot;</p>
+
+<p>De aangesprokene neemt den vreemden snoeshaan
+van het hoofd tot de voeten op, &quot;Ik weet waarlijk niet,
+wien ik de eer heb te zien,&quot; zegt hij, schoon de eer
+gering is; want, trots de elegante kleeding, trots den
+gouden horologieketting, trots den baard <i>&agrave; la jeune
+France</i>, en een' <i>glac&eacute;-handschoen</i>, die om de lange
+linkervingers schijnt gegoten, terwijl de Vreese toegestoken
+regterhand met een' ring, wat ben je me! praalt, brengt
+de oude kennis noch den aanbevelingsbrief van een fatsoenlijk
+voorkomen, noch het hooger te waarderen getuigenis
+van een zedelijk gedrag mede.</p>
+
+<p>&quot;Hoe heb ik het met je? <i>Stup&eacute;fait</i>, Vreese, ken je dan
+waarachtig Braeuwtje niet meer? De Braeuw, man!&quot;</p>
+
+<p>Vreese herinnert zich, ja. Het is zeven jaren geleden,
+en toch heugt het hem, dat er, op een' mooijen Meidag,
+een flinke borst aan het kantoor kwam, die er maar een
+half jaar bleef, en aan wien hij echter dikwijls heeft
+gedacht; de jongen had raafzwart haar, en oogen als
+vuur. Het eerste is er nog, maar de laatste! Als Vreese
+dichter was geweest, hij had er uitgebrande vulkanen in
+gezien. Herkenning,&mdash;herinnering,&mdash;herschepping,&mdash;de
+daad, de gedachte, de opmerking, was het werk
+van een oogenblik; eenige onbeduidende vragen en antwoorden
+volgden,&mdash;de Braeuw was al begonnen aan
+eene vertelling van zijne historie.</p>
+
+<p>&quot;En ben je nog altoos bij den Oude? Hij was mijne
+gading niet. Dat had ik gaauw <i>gewaarmerkt</i>, en daarom
+poetste ik de plaat. Ik heb lang gezocht, en zal blijven
+zoeken, tot ik vind wat mij lijkt. &quot;<i>Toujours content et
+sans souci, c'est l'ordre du grand Bamboury!</i>&quot; als een
+oude likkebro&ecirc;r zei. Laat zien hoe dikwijls ik al <i>omzadelde.
+Fameux!</i> Van Effens en Zoon, waar ik je leerde
+kennen, naar Schnack &amp; Co., maar dat weet je, toen
+zagen wij ons nog!--Van Schnack &amp; Co. naar Gebroeders
+Ter Sol, te Rotterdam, van die, naar Auf Dem
+Acker Wittwe &amp; Sn., in Crefeld en uit dat aardig stadje
+naar Du Bois, la Riviere &amp; Ce., te Parijs; ik zou er eerst
+bij een grooter huis zijn gekomen, maar die <i>onderbraken</i>
+hunne betalingen: <i>c'est jouer de malheur, ma foi!</i>&quot;</p>
+
+<p>&quot;Maar me dunkt,&quot; zegt Vreese, om toch iets te zeggen,
+&quot;ge hebt geene reden van klagen,&mdash;zoo dikwijls buiten
+betrekking, en toch telkens weer geplaatst...&quot;</p>
+
+<p>&quot;O dat is het minste, jongenlief, als men zich presenteert,
+zooals ik... <i>fameux!</i> En bovendien er zijn huizen
+genoeg in Parijs die zich vleijen met de exploitatie van
+eene goudmijn, <i>dans le pays de canaux, canards, canaille</i>,
+als ze maar een hollandschen reiziger hebben. Foei, wat
+zie je zuur om die aardigheid van den Heilige van Ferney!
+Het is een woord, waarin veel waars steekt, schoon
+het mij hier zelden <i>ontsnapt</i>. Drommels, neen, men moet
+in dit land zeer voorzigtig wezen; en toch knijpen ze
+hier de kat in den donker. Maar wie zijn leven genieten
+wil&mdash;<i>fameux!</i>&quot;&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Die moet naar Parijs,&quot; valt Vreese, met veelbeteekenenden
+blik in.</p>
+
+<p>&quot;<i>J'ai longtemps parcouru le monde</i>.&quot;&mdash;neuriet de
+Braeuw &quot;<i>Statt Reuter bin ich nur noch Pferd</i>, dat is
+waar; maar toch heb ik andere dagen beleefd, dan gij
+ooit bij den oude zien zult. Schnack's reiziger gaf mij
+eens een kijkje op zijn leven, en schoon hij maar een
+apenkind was, en zijn pret niet de geraffineerdste, dat
+moet ik van de <i>gesinnungen</i> van den man zeggen, hij was
+van de ware leer: <i>Le jour aux affaires, le soir au
+plaisir</i>&mdash;<i>fameux!</i> Er is overal goede wijn, en er zijn overal
+mooije meiden&mdash;of ben je misschien getrouwd?&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Excuseer!</i>&quot; zegt Vreese,&mdash;een mal antwoord op zulk
+eene vraag.</p>
+
+<p>&quot;<i>Pas d'offense</i>; aan een huwelijk valt in onze betrekking
+niet te denken, en ook: <i>Que diable allait-il faire
+dans cette gal&egrave;re?</i> Er zijn zoo weinig vrouwen, die niet
+wel eens&mdash;<i>fameux!</i> Maar je ziet al we&ecirc;r zuur, heb
+je zusters?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wij hadden eene moeder, de Braeuw!&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>C'est du s&eacute;rieux, vraiment!</i>&quot; maar Vreese lachte niet.
+&quot;Wat ik maar zeggen wil,&quot; vaart Braeuwtje voort, &quot;dat
+ik een prettig leven heb geleid; dat zit er achter den
+houten bak niet op. &quot;Poot an speulen,&quot; zei Schnack, &quot;dat
+ist Hollandsch!&quot;&mdash;het was al wat hij in dertig jaren
+hier had geleerd; maar wien hij er toe kreeg, mij niet.
+Als ik er langer gebleven was, dan zou het tusschen mij
+en den grompot tot <i>daadwerkelijkheid</i> zijn gekomen, <i>bei
+meiner Seele</i>, dat zou het&mdash;<i>fameux!</i> Maar ik kreeg de
+reizigersplaats te Rotterdam in 't oog, in Verfwaren
+weet je;&mdash;in Creveld pakte ik de Linten beet;&mdash;nu heb
+ik eene heele Galanteriekraam hij me. Kom eens
+kijken, als je lust hebt; in de Star, No. 15, <i>&agrave; votre service</i>,
+mits ge mij niet alleen laat babbelen. Adieu, Vreese,
+<i>au plaisir!</i>&quot;</p>
+
+<p>Vreese oogt hem half verbaasd, half verontwaardigd
+na&mdash;en w&egrave;l mag hij het doen! Verbastering van taal
+en verbastering van zeden, niets degelijks, niets hollandsch
+meer!--&quot;Alleen babbelen!&quot;&mdash;, wat zou hij
+hem hebben toe te vertrouwen? Hoe arm aan gebeurtenissen,
+aan geneugten vooral, is zijn leven in die jaren
+geweest! Wat heugt er hem van dan ellende? twee&euml;rlei
+jaloezij! De eene is hij te boven, maar de andere?</p>
+
+<p>Opdat ik niet langer in raadsels spreke, hij heeft bij
+Effens en Zoon een' confrater gehad, die het veel verder in
+de wereld zal brengen dan hij&mdash;het was ook een Oost-Fries.
+Als gij rondziet, hoe velen van die natie, neen,
+van die inboorlingen van Embden, Leer, en meer stadjes
+van smokkelige vermaardheid, hier wortel hebben geschoten,
+dan zult ge het met mij eens zijn, dat &ograve;f ons
+volk een predilectie voor hen heeft, &ograve;f dat zij met het
+genie der intrigue zijn begaafd. Gaarne vergun ik u
+eenigen van dit dilemma uit te zonderen; ook ik ken er
+heusche menschen onder, enkele zelfs reken ik onder
+mijne vrienden. Maar de lessenaarmakker van Vreese
+vertegenwoordigde al de gebreken welke de soort kenschetsen;
+hij wist &quot;ieder schoenen naar de voeten te
+geven,&quot; dat wil zeggen, beurtelings onbeschaamd en
+laagzielig, was het hem om het even, of hij trapte, of
+dat hij getrapt werd&mdash;mits hij maar vooruit kon komen,
+vooruitkruipen is het ware woord. Effens en Zoon&mdash;brave
+kooplui in granen&mdash;waren in het eerst zeer met
+hem gediend;&mdash;niets natuurlijker. Zij eischten slechts
+het redelijke van hem, maar hij zou zich zelfs het onredelijke
+hebben getroost;&mdash;het was zijn belang hunne
+relati&euml;n zoo spoedig mogelijk te leeren kennen,&mdash;en
+het scheen, dat hunne zaak hem ter harte ging, als ware
+ze zijne eigene geweest. Hoe verschilde het oordeel, over
+hem uitgebragt, naar het doel dat men hem toeschreef:
+Vreese sprak van afneuzen en flikflooijen, terwijl de
+patroons hem voorkomend en ijverig prezen. Weldra
+walgde de eerste van den gluiper, en werd onaardig,
+norsch, bar tegen hem; de Oost-Fries trachtte den steen,
+dien hij niet uit den weg konde schoppen, op zijde te
+schuiven. Hij lasterde Vreese, maar de in het duister
+afgeschoten pijl stiet op den schutter terug, en&mdash;hij
+kreeg zijn afscheid. Hoe Effens en Zoon er voor boetten,
+dat hun open aard hun niet had vergund, hem te verhelen,
+hoezeer zijn karakter hen tegen de borst stiet!
+Naauwelijks was hij bij een' hunner niet overkiesche
+concurrenten geplaatst, of deze schoten met het kruit, hun
+door den Oost-Fries verstrekt, onder hunne duiven. Hij
+had een hoog salaris bedongen&mdash;want hij kon relati&euml;n
+aanbrengen van zijn vorige patroons. &quot;Dat gaat zoo,&quot;
+zeide deze en gene; maar wie het zeide, Vreese niet.
+Trots al het geld, dat zijn voormalige confrater nu verdient,
+zou hij niet in zijne plaats willen zijn. Vier of vijf
+soorten van beroepen in zich vereenigende, en partij
+trekkende van elk, bij wie het hem gelukt zich in te
+dringen, zal het niet bij den <i>tilbury</i> blijven, waarin hij
+straks Vreese voorbij reed, een leelijk gedrogtje, maar
+dat geld heeft, aan zijne zijde. Vreese, die zich niet we&ecirc;rhouden
+kon haar op te nemen, beantwoordde het knikje
+niet, waarmee hij hem groette&mdash;zulke Oost-Friezen
+worden nooit kwaad, weet ge.</p>
+
+<p>Welligt zou Braeuwtje, ondanks zijne wilde haren
+&quot;amen!&quot; zeggen op de voorkeur, die Vreese aan &quot;een'
+goeden naam boven olie&quot; geeft; maar zijne tweede confidentie,
+neen, het viel dezen niet te vergen <i>hem</i> die te
+doen. Stel u voor, welke oogen de losbol op zou zetten,
+bij het verhaal eener hopelooze liefde!--&quot;<i>Peut-on &ecirc;tre
+si b&ecirc;te!</i>&quot; zou hij uitroepen, &quot;voor deze eene andere!&quot;&mdash;Maar
+Vreese heeft Betsy al drie jaren gekend, en nog
+is the <i>awful question</i> niet over zijne lippen gekomen, al
+is hij zeker, dat zij hem geen &quot;neen!&quot; zal geven. Hij zou
+haar vragen&mdash;als hij maar geen kantoorbediende was.</p>
+
+<p>Eenige weken v&oacute;&oacute;r zijn bezoek van het Park zaten
+zij zamen aan de piano; hij speelde, zij zong. Ik weet
+niet, welk teeder liedeke van Heije haar deed haperen&mdash;genoeg,
+schroom beving haar, zij aarzelde;&mdash;o hoe
+gaarne had Vreese haar door een' kus gezegd wat zij
+niet durfde uitbrengen! Onwillekeurig hief zijne hand
+zich van de toetsen op, de verzoeking was hem te sterk,&mdash;hij
+wilde zijnen arm om haar midden slaan.</p>
+
+<p>Helaas!</p>
+
+<p>Betsy begreep en verijdelde het gevaar, waarin zij
+verkeerde; ze zong den tekst, smeltend als hij was.
+&quot;Maar een kantoorbediende!&quot; zuchtte Vreese, op wien
+hare zelfoverwinning den invloed uitoefende van een
+koud bad. En een derde kwam binnen en de piano ging
+digt,&mdash;Betsy ontving hem sedert niet we&ecirc;r alleen.</p>
+
+<p>Ongaarne zou zij hem bedroeven, en echter een
+blaauwtje moest zijn lot zijn; want wat zou zij, als ze
+hem nam, harer kennissen, harer vriendinnen antwoorden,
+als zij haar vroegen: &quot;En wat doet Mijnheer?&quot;</p>
+
+<p>Ge zult als ik met Vreese ophebben, wanneer ik u
+verzeker, dat het hem nog nooit was ingevallen te
+wenschen:&mdash;&quot;dat Betsy rijk ware!&quot;&mdash;dat de gedachte aan
+een' <i>mariage de raison</i> hem nog een gruwel was. Het is
+waar, hij telde naauwelijks zeven en twintig jaren, maar:
+&quot;liever naar de Oost, dan door eene rijke vrouw de man
+te worden!&quot; Hoe zich de zeden afspiegelen in de onderscheidene
+beteekenis in verschillende eeuwen aan de
+woorden gehecht! &quot;De man&quot;: dat was weleer in hoogen
+en lagen kring, de verpersoonlijking van moed en van
+kracht; dat was hij, bij uitnemendheid, die de lans het
+rapste velde, die de bijl het zwaarste neer deed vallen,&mdash;dat
+is in onze dagen hij vooral, neen, hij alleen, die
+het hoogste woord mag voeren, dewijl hij geld heeft. En
+echter, gij zult als ik Vreese beklagen, wanneer ik er
+bijvoeg, dat hij&mdash;er zijn jaren verloopen sedert het
+oogenblik, 't welk ik schetste,&mdash;na vaak, maar altijd
+vergeefs naar eene betere betrekking te hebben gestaan,
+zich thans te oud acht om naar Nederland's Indi&euml; te
+vertrekken, en die meening voedsel geeft door de theorie
+te onzent aan de orde van den dag; &quot;E&eacute;n vogel in de
+hand is beter dan drie in de lucht!&quot; Van den bedompten
+kantoor-dampkring schier geheel doortrokken, is hij
+allengs meer der onderdanigheid gewoon geworden,
+verbaast hij er zich zelfs niet langer over, dat hij dag
+aan dag mede aan de beurs figureert: de nul, die de
+eenheid vertienvoudt, maar op zich zelve slechts een nul
+is. Conservatief <i>quand-m&ecirc;me</i> gruwt hij van alle
+nieuwigheid-zoekers in alle vakken; zoo de veranderingen,
+welke die &quot;afbrekers&quot; wenschen, tot stand kwamen, ze
+konden hem zijne betrekking kosten; zijne betrekking
+die zijn alles is,&mdash;sedert Betsy huwde!--Hij leeft
+immers nu <i>tevreden</i>&mdash;behalve wanneer hij haar ontmoet,
+een jongske van een jaar drie vier, aan de hand?&mdash;</p>
+
+<p>Het deert mij, dat mijn onderwerp er me toe verpligt
+zoo veel geloof van u te eischen, en toch zult gij weder
+op mijn woord moeten aannemen, dat het nergens
+moeijelijker valt met een klein fonds zaken te beginnen,
+dan in eene der koopsteden van ons vaderland,&mdash;dat
+men aan geen beurs, om een' technieken term te bezigen,
+&quot;meer op de tand wordt gevoeld,&quot; dan aan de Amsterdamsche.
+Ware dit zoo niet, welligt had ik nooit uw
+geduld door dit opstel op de proef gesteld; welligt
+kende onze taal den smadelijken uitroep niet, aan het
+hoofd dezer bladen geplaatst. &quot;'t Is maar een pennelikker!&quot;
+geldt minder dan veertien-, vijftienjarigen borst die
+zich te goed doet op de zaken van zijn patroon, dan den
+kantoorbediende van dertig of vijf en dertig jaren, die,
+trots zijn' rooden hoed en kalen jas, aanspraak maakt
+door de heffe des volks &quot;mijnheer&quot; te worden genoemd.
+&quot;Foei, van den ziekelijken trots!&quot; wilt ge uitroepen; of
+ik u bewegen kon te zeggen: &quot;De arme afhankelijke!&quot;
+Vergun mij den toestand andermaal in beelden te brengen,
+het zal de scherpste toets van de billijkheid mijns
+verlangens zijn. Mogt die schets mijner voorstelling
+tevens vrijwaren voor al te eenzijdige opvatting! Vreese
+en de Braeuw kunnen misduid worden tot een beweren,
+dat kantoorbedienden zelden trouwen, dat reizen in
+den vreemde onze jongelu&icirc; bederft. Behoef ik te verzekeren,
+dat ik noch het eene, noch het andere bedoelde?
+dat ik slechts wilde afschaduwen, hoe de verloochening
+van zelfgevoel, waarvan wij in Rivers eene proeve
+zagen, maar de eerste stap is tot nog zwaarder
+ontberingen&mdash;Vreese&mdash;tenzij de natuur zich door uitspattingen
+wreke, als in den verbasterden de Braeuw.</p>
+
+<p>Onze schilders bezitten een eigenaardig talent voor
+het huiselijke. Ik heb het hun zelden zoo zeer benijd
+als in dit oogenblik; want ik moet u een klein vertrek
+binnen leiden, zoo klein, dat gij het met een' enkelen
+oogopslag kunt overzien. Gelukkig dat het avond is, dat
+er een tinnen kapje werd gezet op de kleine lamp die
+in het midden der kamer op tafel staat&mdash;anders gaf
+ik dadelijk den wedstrijd met hen op. Maar schort het
+geheel aan mijn gebrek aan talent? Staar eens een
+oogenblik in die graauwe schemering, buiten den kring
+des lichts, rond, en ge zult begrijpen, waarom de heeren
+van het penseel zoo ongaarne hedendaagsche binnenhuizen
+schilderen, waarom zij bij voorkeur de stoffaadje
+der zeventiende eeuw kiezen. Of zou het u invallen den
+weerzin, welken hun dit vertrek zeker inboezemde, toe
+te schrijven aan de menigte der voorwerpen, welke gij
+allengs ontdekt? Neen, er is geen enkel onder deze, dat
+zich opdringt, dat uitsteekt, dat schreeuwt. Er heerscht
+zelfs meer orde in hunne plaatsing&mdash;lof zij der huisvrouw!--dan
+een schilder verlangen, dulden zoude.
+Maar de lijnen dier meubelen, maar de vermenging van
+allerlei stijl, in den vorm dier sieraden; maar het volslagen
+ontbreken van een' harmonischen indruk des geheels,
+ziedaar zwarigheden, welke moeijelijker zijn te
+boven te komen, dan dat de kamer tevens tot huizen en
+tot slapen dient. Nog eenmaal zij de moeder des gezins
+geprezen, er komt desondanks in het vertrek niets aan
+het licht, dat der keurigste kieschheid ergeren kan. Doch
+orde in de schikking, en zindelijkheid in het gebruik, het
+zijn wel voorwaarden van schoonheid, maar zij volstaan
+voor haar wezen niet, dat eischt meer. Ik zou dan ook
+geen woord reppen van dien vierkanten klomp houts,
+eene <i>chiffonni&egrave;re</i> geheeten&mdash;zijn beslag is nog glanzig
+of het pas uit den winkel kwam&mdash;als er naast de kleine,
+heel kleine pendule, op deze geplaatst, niet een paar
+jannen van kastanjevazen hadden gestaan. Ik zou mij bij
+gebreke der golvende lijnen van een ouderwetsch spiegelkabinet
+wel wachten, u een aanregtje, alias <i>trumeau</i>,
+te wijzen, dat ons leelijk schoeisel aan het licht brengt,
+als zich daarop niet een hooge pijpenstandaard had verheven,
+wiens krullende koperen slang verwaten neerzag
+op een paar herders en herderinnetjes van porselein. Ik
+zou&mdash;maar ge schenkt mij de verdere beschrijving,
+dewijl ik niet als de schilders stoffeeren mag, <i>&agrave; fantasie</i>,
+en ik maak dankbaar van uw verlof gebruik, na der
+vrouw des huizes met een enkel woord te hebben verontschuldigd
+over de plaatsing dier kastanjevazen, over
+die liefhebberij in gebakken beeldjes, na u tevens te hebben
+verduidelijkt, waarom ik er van ophaalde. Beide
+waren <i>cadeaux</i>, het jonge paar bij zijn huwelijk vereerd.
+De eerste werden hun te huis gezonden door een' Oom,
+die het hart te hoog droeg om iets nuttigs te geven; en de
+jeugdige echtgenoote, welke hem ontzag, wist hare
+dankbaarheid niet beter te bewijzen, dan door een geschenk,
+waarvan zij wel nooit gebruik zou maken&mdash;te
+pronk te zetten. De tweede zijn haar vereerd door eene
+oude Nicht, &quot;die eindelijk iets had gevonden, waarbij
+men haar dagelijks gedenken kon,&quot;&mdash;en of men het
+deed, bij de porseleinen <i>sta in den weg's!</i></p>
+
+<p>Te over willigt, om u eene burgerlijke bovenvoorkamer
+voor den geest te roepen, nu binnen het schijnsel
+der lamp gezien. Welk eene groep! Eene moeder
+met twee kinderen: een jongetje van vijf, een meisje
+van drie jaren,&mdash;het laatste zit stil op haren schoot,
+terwijl het eerste aan hare knie&euml;n zijne avondbede opzegt.</p>
+
+<p>&quot;Amen!&quot; fluistert de moeder haar zoontje na.</p>
+
+<p>Maar hoe lief is die kleine in haar wolkje van wit
+nachtgoed; hoe koost en streelt ze met hare mollige
+armpjes de wangen der moeder: z&oacute;&oacute; iets laat zich niet
+beschrijven, het is te zeer natuur.</p>
+
+<p>Geloof mij, dat ik het verder zou brengen in het
+schetsen van het jongske, dat niet afgunstig, maar toch
+benijdend aan hare knie staat, en&mdash;</p>
+
+<p>D&aacute;&aacute;r legt zij de hand op zijn krullebol.</p>
+
+<p>&quot;Ge zult woord houden, Wim?&quot; vraagt zij.</p>
+
+<p>&quot;Het eene versje kan ik nu al, moederlief!&quot; en waarlijk,
+daar rolt een dier gedichtjes van zijn lippen, welke
+van Alphen een' onsterfelijken roem waarborgen&mdash;die
+hem bij de zaligen streelen mag!&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Braaf, Wim!&quot; zegt de moeder, &quot;morgen het andere,&quot;
+en zij brengt Chrisje naar hare wieg; doch eer zij ter
+tafel terugkeert, loopt het jongske haar half ontkleed
+te gemoet.</p>
+
+<p>&quot;Nu nog een zoentje voor vader,&mdash;komt hij haast weer?&quot;</p>
+
+<p>Het knaapje vermoedde weinig, hoe zeer het de
+wensch zijner bekommerde moeder ried&mdash;haar man
+was voor het kantoor zijner patroons reeds eenige
+weken op reis. Zie, zij zit weder in haren leuningstoel;
+de weinige toestel, voor het avondmaal der kinderen
+vereischt, is al weggeborgen. IJverig vat zij de naald
+op, en echter, het is of het werk niet vlotten wil. &quot;Dat
+hij we&ecirc;rom ware!&quot; denkt zij. En ze haalt een klein
+beursje uit den zak, en zij telt de weinige guldens, welke
+er nog zijn, over; en zij werpt een' blik op de pendule:
+al digt bij half negen ure? Wis zou zij nog eenmaal in
+den almanak kijken, de hoeveelste van de maand het is,
+als ze niet reeds lang November had te gemoet gezien,
+als ze er niet zeker van was, dat het eergister al de
+eerste is geweest. &quot;O, als hij t'huis ware!&quot; dan zou ze
+reeds toen het vierendeeljarig salaris hebben ontvangen,
+en echter, hij had haar zoo stellig verzekerd, dat de
+heeren het zenden zouden.</p>
+
+<p>De heeren!&mdash;</p>
+
+<p>Honderde gedachten gingen haar door het hoofd;
+maar geene enkele, die krenkend was voor haren man&mdash;honderde
+gedachten, in haren toestand, zij zou
+eerlang weder moeder worden, dubbel pijnlijk. Wat was
+waarschijnlijker, dan dat het op het kantoor vergeten
+was het haar te brengen; maar, zou zij dan morgen,
+overmorgen, in de volgende week&mdash;z&oacute;&oacute; lang zouden
+hare guldens niet strekken!--er om gaan vragen?&mdash;Slechts
+met looden schoenen zou zij den trap opklimmen.
+Het wijf van een' daglooner eischt, bij ontstentenis
+van dezen, zonder omweg, de penningen, die haren man
+toekomen; maar zij, die juffrouw heet, die----En
+echter, de kinderen hadden kleine behoeften voor den
+winter, in welke zij nog v&oacute;&oacute;r hare bevalling voorzien
+moest, maar niet voorzien kon, als zij geen geld had...
+O, indien zij zich dat alles had voorgesteld! indien zij
+had begrepen, hoe zij toch altoos niets anders zou zijn,
+dan te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken,
+indien zij dat geweten had, eer zij trouwde&mdash;foei!
+Zij had haren Gerrit immers nog lief, als toen zij
+hem nam? En hare kinderen! Zie, al verzwaarde de
+ongeborene reeds nu hare zorgen, als zij aan het derde
+zoo veel genoegen zou mogen beleven als aan de beide
+eersten, dan had zij er dit, dan had zij er alles voor over.
+Maar&mdash;als het Gerrit gegaan ware, zoo als hij zich
+vleide dat het hem gaan zou, toen zij huwden, zoo hij
+een aandeel had gekregen, neen, dan zou er nu geene
+glinstering van angstzweet op die fijne, vermagerde slapen
+zijn geweest.</p>
+
+<p>Negen ure!</p>
+
+<p>O rijkdom van po&euml;zij die er in het hart eener moeder
+schuilt! Wat zij haar zoontje ook zou laten worden, ze&icirc;
+zij in zich zelve, geen kantoorbediende! en toen dat
+afgepraat was, liep ze eene reeks van beroepen door,
+en hare verbeelding schoot wieken aan, als hij eens een
+man in <i>bonis</i> wierd, als oom! Ja, die zou in staat zijn,
+als hij wilde, het jongske voort te helpen: was hij niet
+een oud vrijer, was Wim niet zijn petekind? Doch, als
+het hem dan eens goed ging in de wereld, heel goed, zou
+hij haar dan nog liefhebben als nu, haar, Chrisje, den
+ongeborene, zou hij dan ook smadelijk neerzien op zijnen
+vader, den kantoorbediende! God beware hem voor zulk
+een' rijkdom. Maar neen, Wim stond haar voor den
+geest. Wim, wiens oogjes&mdash;het waren sprekend die
+van haren Gerrit&mdash;de verdenking logenstraften; Wim,
+die zoo veel van zijn zusje, zooveel van haar hield. Eer
+zij het wist waren hare handen gevouwen,&mdash;zij bad
+voor haar gezin, zij bad tot voor het ongeboren
+kind toe.</p>
+
+<p>Het sloeg half tien ure!</p>
+
+<p>Helaas, de vraag: &quot;wie weet waarom het geld uitblijft?&quot;
+kwam weder bij haar op. Gerrits laatste brief
+moest uit de plooijen van haar huiskleed te voorschijn
+gehaald worden. Rijkdom bewaart ter nood minnebrieven,&mdash;armoede
+draagt dien van den echtgenoot
+op het hart. Wat had zij hem dikwijls gelezen, en
+telkens met dezelfde belangstelling! Liefde is de ware
+lezeres. D&aacute;&aacute;r stond het immers, dat zijne patroons reden
+hadden over zijne reize tevreden te zijn, d&aacute;&aacute;r stond
+het: &quot;Wijfjelief, het valt mij hoe langer hoe zuurder van
+huis te zijn,&quot; dat was geluk! Al hadden zij geen geld&mdash;de
+vrouw zegevierde op de huishoudster.</p>
+
+<p>Maar de moeder zag weder naar de klok.</p>
+
+<p>Bij tienen!</p>
+
+<p>Daar werd gescheld.</p>
+
+<p>Het was een jongman van het kantoor, en hij bragt
+geld; maar met welk eene boodschap! Zij blijke uit den
+volgenden brief, dien Gerrit's vrouw hem nog denzelfden
+avond schreef, met tranen in de oogen:</p>
+<br>
+
+<p>Lieve man!</p>
+
+<p>&quot;Schrik niet, dewijl ge dezen van mij krijgt en wel
+buiten het kantoor om. De kinderen zijn w&egrave;l, en ik,
+Goddank! ook, alles gaat zooverre goed. Maar straks
+is Wolf hier geweest, met een' kwade tijding. In plaats
+van <i>fl</i>250, lieten de heeren weten, zoudt gij in het vervolg
+maar <i>fl</i>200 krijgen; de zaken gingen zoo slecht.
+En Wolf ze&icirc;: dat er gemakkelijk eerste bedienden voor
+<i>fl</i>800 waren te krijgen. Ook liet hij zich ontvallen, dat
+de heeren al eens gedacht hadden over een' volontair.
+Als het niet anders kan, dan zullen wij de tering naar de
+nering moeten zetten; maar het is hard met twee kinderen,
+en het derde voor de deur. Ik zeg het niet om het
+je te verwijten, Gerrit! Lief en leed heb ik beloofd met
+je te deelen, en ik zou het nog doen! Minder wonen, dat
+zal niet gaan, het is nu al zoo eng; maar een geringer
+baker, ik zal er morgen naar hooren. Ook kan ik het
+zijden kleedje, dat ge mij na mijne eerste kraam hebt
+gegeven, wel weer vermaken,&mdash;jongens, wat waren we
+toen rijkelijk! Maar, Wim zal toch naar school moeten,&mdash;het
+is een slag, en dat zoo onverwacht! Als gij iets
+anders vinden kondt, al was het buiten de stad,&mdash;ik
+zou er wel niet graag uit willen,&mdash;wat zouden onze
+kennissen zeggen?&mdash;maar rondkomen is de eerste
+pligt. En het overige laat ik aan God over. Ik had geen
+rust, Gerrit, v&oacute;or ik het je had geschreven,&mdash;het is mij
+nu of er een pak van mijn hart is. Want ik weet, manlief,
+dat gij zelfs in nood en dood, alles voor mij en de kinderen
+doen zult. En daarme&ecirc;, goeden nacht! Nog eens,
+Wim en Chrisje zijn w&egrave;l, en ik zal mij opbeuren, tot je
+weer komt, wees daar gerust op. Het zal immers niet
+lang meer duren?</p>
+
+<span style="margin-left: 11.5em;">&quot;Uwe liefhebbende vrouw</span><br>
+<span style="margin-left: 19.5em;">Aagje.&mdash;&quot;</span><br>
+
+<p>P.S. &quot;Wie weet hoe rijk we nog eens worden&mdash;want
+nicht Saartje heeft ons zeker goed bedacht.
+Maar foei, ik doe doodslag in mijn
+hart,&mdash;o, dat leelijke geld!&quot;</p>
+<br>
+
+<p>Het lijdt geen' twijfel dat het den heeren&mdash;vrijstond,
+het salaris van hunnen bediende te verminderen;
+maar dit zijner vrouw, zijner zwangere vrouw te
+doen aankondigen, op het oogenblik, dat zij van zijne
+afwezigheid bewust waren, is eene wreedheid, welke
+ik zelf niet gelooven zou, indien ik haar verdicht had,
+indien het geen feit was!--Het lijdt geen' twijfel, dat
+het niet enkel inhumaniteit, maar ook onverstand in
+de heeren&mdash;verried; want waartoe zou ik het zedelijk
+gevoel mijner lezers op de pijnbank brengen, door
+hun te verhelen, dat Gerrit op den brief van Aagje
+ijlings te huis kwam, en een betere betrekking vond bij
+lieden, die zijn' ijver en zijne kennis wisten te schatten?
+O hoe wenschte ik er bij te mogen voegen, dat het ook
+geen twijfel lijdt, dat allen, die op deze of dergelijke
+wijze den zwaren strijd tusschen verdiensten en behoeften
+zagen beginnen, gered werden zoo als hij!</p>
+
+<p>Hebt gij er geene onder uwe kennissen, die wegkwijnen
+in den bloei des mannelijken levens,&mdash;bij wie
+het uiterlijke verarmelijking verraadt, bij wie het
+verstandelijke den kreeftengang schijnt te gaan,&mdash;eene
+vereeniging van moedeloosheid des harten met verstomping
+des hoofds? kantoorbedienden, welke beginnen
+in te zien, dat het hun leven lang sukkelen
+zal blijven? Het schort niet aan den aard hunner bezigheden,
+al zijn deze waarachtig geen prettige. De eene
+zou er zich over heen zetten, dat hij het gansche jaar
+niets anders te doen heeft, dan een' onaangenamen
+briefwissel te voeren:&mdash;een correspondent wordt
+onwillekeurig een casu&iuml;st, of hij bezwijkt onder de chicanes
+der Duitschers. De andere zou het zich getroosten
+dat hij van primo Januarij tot ultimo December,
+van den ochtend tot den avond, geen ander werk heeft,
+dan te ontvangen en te betalen,&mdash;bij een' kashouder
+ontwikkelt zich zucht voor numismatiek; immers, hoe
+houdt men het anders uit, geld te tellen, dat ons niet
+behoort? Maar liefhebberij in het stellen van vinnige
+brieven; maar liefhebberij in het nazien van allerlei
+speci&euml;n,&mdash;hoe verflauwen zij wanneer men het hoofd
+vol heeft van de ellenden van een berooid gezin! Om
+ernstig te spreken, hoe zwaar wordt de taak en hoe
+hard valt de pligt voor de zijnen te zorgen, als het
+vooruitzigt op eene verbetering van ons lot met de
+droomen der jeugd verdwenen is, als zelfs de flaauwste
+hoop ons niet meer prikkelt, schraagt, troost! Het is
+of de geneugten van den echt, de weelden van het
+vaderschap in banden en boeijen verkeeren. Wanneer
+men niet dus gekluisterd ware! &quot;Wanneer ik nog alleen
+in de wereld stond!&quot;</p>
+
+<p>Eer ik u den toestand veraanschouwelijke, moet ik
+eene dubbele bedenking we&ecirc;rleggen, die stellig bij u
+opkomt, al heb ik u straks met een woord verzekerd,
+dat het allermoeijelijkst is te onzent met een klein
+fonds zaken te beginnen, en ondoenlijk zonder. &quot;Waarom,&quot;
+hoor ik vragen, nu wij genaderd zijn tot den
+leeftijd, waarin dit beroep, waarin dat te huis om strijd
+stuiten, &quot;waarom klerk geworden op een koopmans-kantoor,
+en niet op dat van een makelaar? die kan zonder
+fonds vooruitkomen!&quot;&mdash;en&mdash;: &quot;Als kennis in
+handel nog iets waard is: waarom dan geen <i>associ&eacute;</i>
+gezocht, die geld heeft? wanneer de eene hand de
+andere wascht, dan worden beide schoon.&quot;</p>
+
+<p>Dat zij juist ware!</p>
+
+<p>Makelaarsklerken&mdash;de tegenwerping verpligt ons,
+eenige jaren terug te gaan&mdash;makelaarsklerken zijn
+doorgaans vrijwilligers, zonen, neven, vrienden, en dus
+jongelu&icirc;, die vermogen genoeg hebben, om uit eigen
+beurs niet alleen de leerjaren goed te maken, maar ook
+de teleurstellingen te bestrijden, aan het beginnen van
+elk beroep verknocht. Of wanneer &quot;de vijanden van het
+liegen,&quot; zoo als Nieuwland de makelaars aardig noemde,
+&quot;dewijl het in geen duizend jaren gebeurt, dat zij
+iemand willens en wetens bij den neus nemen,&quot; wanneer
+zij salari&euml;ren, dan kiezen zij jongelu&icirc;, arm genoeg om
+afhankelijk te blijven. De eersten nemen zij slechts,
+wanneer zij ter uitbreiding hunner zaken, om het klimmen
+hunner jaren, of uit welken hoofde dan ook, een' hulp
+verlangen, of naar een opvolger omzien;&mdash;de laatsten
+moeten jonge menschen zijn, die hun nooit in de wielen
+kunnen rijden; die tot altoosdurende slavernij zijn
+gedoemd. Ik wil niet beweren, dat de kring der aspiranten,
+ten gevolge dier inlichting, voor uwen blik bekrimpt;
+maar ge zult mij toestemmen, dat het getal dergenen,
+die kans hebben, zich zonder vermogen in deze loopbaan
+eene eervolle onafhankelijkheid te verwerven, klein,
+bitter klein wordt. Bovendien,&mdash;er is in de onderstelling,
+van welke wij uitgingen, &quot;dat een makelaar geen
+fonds behoeft,&quot; iets zoo overonnoozels, dat de broeders
+van den gilde ons zouden uitlagchen, als wij haar &eacute;&eacute;n
+oogenblik voor goede munt aannamen. Wie niet durft,
+wie niet wil, wie niet kan inkoopen &quot;voor zijn' meester,&quot;
+dat is, eer hij een kooper heeft,&mdash;wie niet &quot;lipt,&quot;
+luidt de technieke term&mdash;wat heeft de sukkel te doen?
+Hij verliest zijn eerstehandshuizen, die heden aan hunne
+buitenlandsche vrienden berigt willen zenden, dat de
+partij afgedaan is;&mdash;hij moge wroeten en slooven, van
+den ochtend tot den avond, hij krijgt geene patroons;&mdash;want
+wat kan hij der tweede hand, den commissionair
+aanbieden, dat ieder zijner mededingers niet evenzeer
+en met hetzelfde regt veilt? De verbastering der
+zeden ging in Rome soms z&oacute;&oacute; verre, dat de wijsste wetten
+krachteloos werden, dewijl men door hare toepassing
+allen schuldig zou hebben verklaard; ik vrees, dat, met
+luttele (doch eervolle) uitzonderingen, de algemeenheid
+des kwaads de makelaars onzer dagen zal moeten vrijpleiten
+van transigeren met hunnen eed. Het zij verre
+van mij, het daarom te willen vergo&ecirc;lijken; integendeel,
+het sticht, als alles wat den standaard der zedelijkheid
+verlaagt, onberekenbaar veel jammers, en brengt, zoowel
+voor den handel in het algemeen, als voor kooplieden
+en makelaars in het bijzonder, dikwijls, ik zou schier
+durven zeggen altijd, zijne straf met zich. De voorbeelden
+zouden ligt zijn bij te brengen.</p>
+
+<p>De tweede bedenking heeft meer schijns, en wie zal
+ontkennen, dat enkelen hare juistheid door den gelukkigen
+uitslag hunner pogingen hebben gestaafd; maar
+heeft een mijner lezers de verantwoordelijkheid gewogen,
+welke de jonkman op zich neemt, die de kans
+trotseert verliezen te ondergaan, welke voor hem in
+persoonlijke schulden aan zijn' deelgenoot verkeeren?
+Het is last genoeg om van terug te deinzen, eer men
+zich dien op de schouders laadt, zelfs om den wil van
+een huwelijk. Ik heb straks van de po&euml;zij van den handel
+gewaagd, en zeker, het is streelend, door eigen vlijt,
+door eigen kracht, een' onbekenden naam bij zijne
+medeburgers in aanzien te brengen,&mdash;door zijne
+kennis van zaken en menschen, het vertrouwen van stad- en
+landgenooten te verwerven en te verdienen,&mdash;aan zijne
+allengs uitgebreider betrekking een te huis te hebben
+dank te weten, dat voor de zorgen, welke van zaken
+onafscheidelijk zijn, schadeloos stelt!--Een te huis lief
+en waard, dewijl die woning, ten gevolge van overleg
+en werkzaamheid, van eene gehuurde in eene eigene is
+verkeerd,&mdash;een te huis liever en waarder nog, dewijl
+de telkens in grooter mate genoten geriefelijkheden
+des levens de blosjes lang op de wangen der gade doen
+wijlen, en er dikwijls in den lach der vreugde een'
+zweem van jeugdige aanvalligheid op terugroepen&mdash;een
+te huis, liefst en waardst bovenal, om het gekeuvel
+der kleinen, voor welke zich, hoe rap zij ook opgroeijen,
+nog sneller uitzigten openen, daar tien, vijftien, twintig
+jaren stipte eerlijkheid, in allengs toegenomen zaken,
+honderdvoude belooning met zich brengen. Immers, de
+tijd is zoowel een woekeraar ten goede als ten kwade!
+Aan de achting van het algemeen, aan het vertrouwen,
+dat de naam des handelaars van beurs tot beurs wint,
+paart zich het bewustzijn van een welbesteed leven;
+het besef, in zijnen kring geluk te hebben verspreid, in
+zijnen stand bij te hebben gedragen tot den vooruitgang
+van zijn Volk, van zijne Eeuw misschien! Want,
+wie onzer acht het mogelijk, dat men het z&oacute;&oacute; verre zou
+brengen, zonder degelijkheid van hart en hoofd, zonder
+zin voor wetenschap of kunst, zonder liefde voor alles
+wat goed en groot is? Of wat is natuurlijker, dan dat
+de man, ten gevolge van de inspanning der helft zijns
+levens, met een groot vermogen gezegend, naar eene
+burgerlijke waardigheid staat&mdash;geen ridderlint, bid ik
+u!--maar eene plaats in den Raad der stad, tot wier
+welvaart hij bijdroeg&mdash;die hij lief heeft gekregen, als
+de getuige van zijnen voorspoed&mdash;die hem aan het
+harte ligt als de bakermat van zijn kroost?</p>
+
+<p>Er is veel uitlokkends in,&mdash;maar de penning heeft
+toch ook zijne keerzijde.</p>
+
+<p>Een jaar twee, drie, waren Becker en Haeften
+geassoci&euml;erd geweest,&mdash;de eerste bragt de kennis, de
+laatste bragt het geld aan, en, zoo er compagnons
+zijn, die broederlijke vrienden mogen heeten, deze
+waren het. Overmoed en overzorg, de gewone vloek
+van vennootschappen, uit zoo ongelijke bestanddeelen
+zaamgesteld, bleven hun vreemd. Als gij hun karakter
+hadt gadegeslagen, dan zoudt gij hebben opgemerkt,
+dat Becker de vreesachtigste, Haeften de onbezorgste
+was, in het geven van crediet. Beide gehuwd, moet
+ik mij zelven geweld aandoen, in geene schets van hun
+gezellig verkeer uit te weiden. Het was een schoone
+droom van geluk. Want, verre van den waan, dat de
+goede verstandhouding tusschen compagnons het langst
+duurt als zij elkander nergens elders zien dan op het
+kantoor,&mdash;er heerschte tusschen hen noch die ongelijkheid
+van stand, noch die ongelijkheid van jaren, welke
+het opzettelijk vreemd blijven van de gezinnen van
+associ&eacute;'s, van beider vrouwen vooral, soms raadzaam
+maken&mdash;waren zij, zoo als ik zeide, van vennooten
+vrienden geworden; geen huisselijk lief of leed van den
+een', dat den ander niet ter harte ging. Het was eene
+dier zeldzame betrekkingen, waarin het bevorderen van
+ons eigen belang veredeld wordt, dewijl wij er tevens
+tot het geluk van vrienden door bijdragen.&mdash;De avonden
+na het afsluiten eener voordeelige balance, beurtelings
+in den schoot van het een of ander gezin doorgebragt,
+verkeerden in huiselijke feesten, op welke de
+vrouw van Becker zich niet had ge&euml;rgerd aan de meerdere
+pracht in de woning van Haeften, en die van de
+laatste er zich in verlustigde, dat alles bij den eersten
+van welvaart getuigde, schoon zij er, en te regt, niet tot
+weelde oversloeg.</p>
+
+<p>Het was in het derde jaar hunner associatie, en de
+looper reikte op een' Vrijdagmorgen den patroons de
+brieven over. Haeften opende er eenen, die hun eene
+aanzienlijke order opdroeg. Becker liep een' anderen
+door, het schrift danste hem voor het gezigt. O, als de
+bankbreukige wist, welk leed hij aanrigt; als hij het
+bedacht, eer hij, den achteruitgang zijner zaken onder
+telkens uitgebreider ondernemingen bemantelende, vermetel
+de rust van een tien- of twintigtal huisgezinnen
+meer op het spel zet,&mdash;hij zou van alle gevoel vervreemd
+moeten zijn, eer hij <i>quitte ou double</i> waagde, eer hij
+zichzelven diets maakte, dat het hem <i>onder nul</i> nog
+vrij stond te beproeven, of de fortuin voor hem keeren
+wilde! Het was de aankondiging van het faillissement
+van een' hunner grootste debiteuren. Een huis, dat langer
+dan eene halve eeuw bestond&mdash;een huis, dat, tot
+op den dag dat het zijne betalingen schorste, algemeen
+vertrouwen genoot&mdash;een huis, dat, reeds sedert jaren,
+zijn crediet in den vreemde allerhandigst exploiteerde.
+Wie begrijpt niet, waarom Becker, de aankondiging inziende,
+verbleekte? Wie vermoedt niet te gelijk, dat in
+het volgende oogenblik <i>groot houden</i>, des ondanks, zijne
+leuze was? De klerken zaten om hem heen, en er waren
+onder deze, die zijne ontsteltenis al hadden opgemerkt.</p>
+
+<p>&quot;Het had erger kunnen zijn,&quot; zei Haeften, toen hij op
+zijne beurt de jobsmare had doorgeloopen.</p>
+
+<p>&mdash;Het had erger kunnen zijn&mdash;voor iemand van
+Becker's gestel, van Becker's geweten? oordeel zelf!
+Er kwamen geprotesteerde traittes voor, door hen op
+het buitenlandsche huis getrokken, die natuurlijk dadelijk
+gerembourseerd werden,&mdash;maar wier bedrag
+Becker voor oogen stond, toen hij zijne arme vrouw en
+kinderen aanzag, door wier pas verworven vermogen
+eene streep was gehaald, die er nu erger aan toe waren
+dan het gezin van menig kantoorbediende&mdash;hij was
+Haeften schuldig!--Er moest naar de beurs worden
+gegaan, en het gerucht had hun verlies reeds verbreid,
+vergroot, vertienvoud; want de nijd had lang naar eene
+gelegenheid uitgezien, het opkomend huis te benadeelen;
+want de laster had vrij spel, dewijl zij er inderdaad
+eene aanzienlijke som bij verloren. Becker las wantrouwen
+in de blikken van wie hen groetten, in de deelneming
+van wie hen beklaagden. Hij bespeurde het in
+de opmerking, welke hun kassier aarzelend maakte, dat
+hij geloofde, voor hen in voorschot te zijn,&mdash;in de
+traagheid, waarmede hunne makelaars inkoopen voor
+hunne firma schenen te behartigen, eene traagheid, die
+week, zoodra zij 1 pCt. contant aanboden,&mdash;in de
+klagte der wisseljoden, dat er schier geene nemers
+waren voor papier, zoo min voor kort als op tijd.&mdash;Er
+school, ondanks zijn ziekelijke kwetsbaarheid, het gevolg
+van zijnen toestand, van zijne hoogere vlugt dan
+zijne vlerken reikten, waarheid genoeg in zijn vermoeden,
+om tot dubbele voorzigtigheid te verpligten in de
+keuze der maatregelen, om de belemmering te doen
+ophouden. Becker bragt nachten door, welke slechts de
+eerzuchtige, neen, de gemoedelijke zich voor kan stellen;
+want zijn gezin had heiliger regten op hem, op ons mogen
+toekennen.&mdash;Er volgde stilte op den storm. Toen zij
+menige proef, welke de zaakkennis van oudere huizen
+nam, zegevierend hadden doorgestaan, toen keerde het
+vertrouwen terug, en vergat men het verlies, dat zij
+hadden geleden, ja, veranderde het schier te hunner
+gunste, in een blijk, &quot;dat zij toch goed moesten staan.&quot;
+Maar wie het vergat, Becker niet&mdash;wie het voor een
+bewijs hunner soliditeit liet gelden, Becker wist dat er
+slechts vijf ten honderd van hunne aanzienlijke vordering
+te wachten viel; werken&mdash;werken&mdash;werken&mdash;werd
+zijn pligt. Er bood zich eene gelegenheid aan, hun
+verlies te herstellen;&mdash;het leed geen' twijfel, dat er
+nieuwe, voordeelige betrekkingen vielen aan te knoopen,
+als men anderen vooruit wist te zijn in ijver, in schikken
+naar den geest des tijds, in groote omzettingen voor
+geringe winsten misschien. Eene verre reize moest met
+groote spoed worden ondernomen; als zij slagen zouden,
+dan diende een der chefs van het huis die zelf te
+doen. Becker ontwierp het plan, Becker ondernam haar,
+Becker voerde haar uit,&mdash;hij was terug eer het algemeen
+wist, dat hij weg was geweest;&mdash;hij had orders,
+groote, solide orders, zij wonnen veel gelds, zij waren
+het verlies bijna te boven.&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Het had erger kunnen zijn,&quot; zei Haeften.</p>
+
+<p>En de vrouw van Becker zeide het hem na, maar
+eens,&mdash;het was in den nawinter, ontwaakte zij midden
+in den nacht: &quot;Wie kucht daar? Becker! Becker!&quot;&mdash;Hij
+schonk een glas water in, en leegde het in een
+paar teugen. &quot;Wat scheelt er aan?&quot; en, daar zij geen
+antwoord kreeg, werd zij eensklaps wakker of het
+uchtend was; &quot;waarom frommelt gij dien zakdoek
+weg?&quot; Helaas, niemand dan hij wist, dat hij reeds
+meermalen bloed had opgegeven ten gevolge van de
+vermoeijenissen der reize, dacht hij,&mdash;ten gevolge van
+den angst, dien hij maanden lang leed, van de onrust
+over het lot van vrouw en kinderen, die hij nog niet
+te boven was. &quot;Het had erger kunnen zijn,&quot; ze&icirc; de
+arts, die des morgens voor zijne legerstede stond, en
+rust aanbeval, en veel van de naderende lente en van
+eenige weken verblijfs op het land hoopte; Becker
+moest zich aan alle beslommeringen onttrekken; Becker
+moest de zaken uit het hoofd zetten. Och, die
+goede artsen, hoe redelijk eischen zij soms het onredelijke!
+Maar waarlijk, het scheen dat het inderdaad erger
+had kunnen zijn. Eer de lente kwam, werkte Becker
+reeds weder in zijne kamer, en toen hij veertien dagen
+buiten was geweest, en zich&mdash;&quot;beter, o veel beter,&quot;&mdash;
+gevoelde, hijgde hij naar het kantoor, en de zomer zag
+hem tot tien uren des avonds op zijne kruk voor den
+lessenaar zitten, want hunne zaken stonden gunstiger
+dan ooit...</p>
+
+<p>Echter liep de herfst niet ten einde, of zijne vrouw
+lag bij zijn hoofdkussen op de knie&euml;n, en hij kuste zijne
+kinderen goeden nacht. Haeften beloofde hem, voor
+deze te zullen zorgen,&mdash;en eene diepe stilte verkondigde,
+dat het zijne laatste woorden waren geweest.</p>
+
+<p>&quot;Suze ik had u zoo gaarne rijk achtergelaten!&quot;</p>
+
+<p>Was het niet erg genoeg?</p>
+
+<p>Ik heb de voorkeur gegeven aan eene schets naar het
+leven, boven eene schepping der fantasie, maar geloof
+niet dat ik tot de verdichting mijne toevlugt zou
+behoeven te nemen, om u somberder tafereel op te
+hangen, hoe menig klerk de vermetelheid koopman te
+spelen heeft geboet. Waarom zoude ik het verzwijgen,
+dat de figuur van Haeften mij, om het harmonische, dat
+zij den indruk des geheels geeft, beviel? Er is, in de
+bescherming, welke hij den kinderen toezegt, iets, dat
+ons met het lot des vaders verzoent. En echter, hoe
+zeldzaam is de afloop van verbintenissen van dien aard
+zoo weemoedig-bevredigend! Hoe vele heb ik er niet
+gekend, die mij het oude spreekwoord: &quot;alle compagnieschappen
+beginnen in den naam des Heeren, maar
+eindigen in den naam des duivels,&quot; voor den geest herriepen?
+Het was altijd de vennoot, die luttel had ingebragt,
+aan wien de kwade afloop geweten werd, hij
+was <i>te dit of te dat</i>; genoeg, een man, die geen geld
+heeft, en wat dan ook <i>te</i> is, wat is hij anders dan een
+verloren man? <i>Le succes justifie tout</i>, zegt de wereld;
+maar ik beschuldig den armen kantoorbediende niet van
+gebrek aan moed, als hij zich laat terughouden van eigen
+zaken, door een grijnzend gebouw, dat het verschiet
+verdonkert, door de <i>gijzeling!</i></p>
+
+<p>Voor haar huivert de klerk van middelbaren leeftijd,
+wanneer de gedachte aan een etablissement bij hem
+opkomt, zoo dikwerf hij zich ergert aan het vrolijke
+leven der buitenlandsche volontairs, welke zijn
+chef,&mdash;commissionair&mdash;zeehandelaar&mdash;bankier&mdash;bijna als
+zijns gelijken, als zonen van den huize behandelt. Inderdaad,
+uitheemsche vrijwilligers hebben zich slechts fatsoenlijk
+te gedragen, om in de gezelschapszaal des
+patroons als gasten te worden ontvangen; noch in het
+fransch, noch in het duitsch, noch in het engelsch, heeten
+de jonge lieden, die op het kantoor werkzaam zijn,
+<i>bedienden</i>. Onze patenten zijn in dit opzicht waar, tot
+krenkens toe.&mdash;Als er iets aardigs of geestigs in die
+vreempjes schuilt, zijn zij overal welkom,&mdash;als ze
+vlugge beenen hebben, introduceert men hen alom, tot
+op het Casino toe,&mdash;en waarom zou men niet? Eens
+zullen zij zelve een huis van negotie oprigten, en de
+herinneringen uit de jeugd geven aan de handelsbetrekkingen,
+ten gevolge van deze aangeknoopt, iets duurzaams,
+dat latere mededinging tart. Voor de <i>gijzeling</i>,
+voor den kerker, waarin hij misschien zijnen ondernemingslust
+boeten zou, huivert de gesalari&euml;erde kantoorbediende
+terug, als hij de uitspanningen zijner kinderen
+vergelijkt met het geld stuk slaan der onbezorgde trekvogels.
+O, geloof niet, dat de schaal effen hangt, wanneer
+hij hen voor &quot;een bok op een' ezel&quot; uitscheldt, als
+zij hem te paard voorbij rijden en hem noode groeten;&mdash;geloof
+het niet, als hij u verzekert, dat zij er in hun
+nieuwe kle&ecirc;ren uitzien &quot;als apen dat ze zijn,&quot; terwijl hij
+zijn kaalgeschuijerden jas humoristisch digt heeft geknoopt,
+om zijn vuil linnen te verbergen. Hoe pijnlijk
+gaan hem zijn aardigheden tegen fransche comedie en
+italiaansche opera af,&mdash;als hij niet te zeer verstompt is
+om eenigerlei malligheden te bedenken, om zijn' nijd
+achter schimp te verbergen, om spijtig te zijn. Immers
+uitvallen van dien aard onderstellen nog een besef van
+vatbaarheid voor genot,&mdash;hoe dikwijls gevoelen de
+ongelukkigen niets dan het wigt des juks, dat hunne
+schouders neerkromt!</p>
+
+<p>&quot;Zoo ik nog vrij man ware!&quot; zeiden wij, &quot;wanneer
+ik nog alleen in de wereld stond!&quot; Inderdaad, wie zou
+dan de afhankelijkheid willen dulden, in een' leeftijd,
+die zoo weinig plooibaars meer heeft; wie zou zich op
+veertigjarigen ouderdom willen voegen naar de begrippen
+van nieuw aankomende chefs, naar de grillen
+van jongere patroons! En echter&mdash;het gezin, dat zich
+reeds zoo armelijk behelpen moet, het zou tot den
+bedelstaf vervallen&mdash;zoo de plaats werd opgezegd.
+Verwondert het u, dat de bedaagde bediende slaafscher
+kruipt dan een dienstbode, dat het jammer met elk jaar
+ergerlijker wordt? O graauwende hairen, gebogen om
+den wille van een karig loon! De meiden van het huis
+voeren hooger toon dan hij. Op het bekende: &quot;er is geene
+hand vol, maar een land vol,&quot; die na&iuml;ve verklaring van
+het beginsel, waarop de wisselzin der vrouwen steunt,
+antwoorden de deernen luchtig weg: &quot;Er zijn meer diensten
+dan kerken!&quot; Hoe anders ontrust zich de bejaarde
+klerk over een onwillekeurig verzuim, over eene vergeeflijke
+vergissing, dan zij het zich over het grofste vergrijp
+doen. Het heugt mij, een' vijftigjarigen Correspondent
+te hebben zien beven van verkropte gramschap, toen
+een lafbek van een' Associ&eacute; de pen haalde door een'
+vier zijdjes langen brief,&mdash;en echter ging de man naar
+zijnen lessenaar terug en schreef eenen anderen. Nooit
+zal ik de dankbaarheid vergeten, waarmede een Kashouder
+den eerlijken borst de hand drukte, die hem het
+geld we&ecirc;rom bragt, dat de laatste te veel had ontvangen,
+dat de eerste hem te veel had betaald. De tranen stonden
+den grijskop in de oogen, en toch waren het maar&mdash;vijf
+en twintig gulden. De volgende morgen zag beide,
+zoowel na het eene voorval als na het andere, weder op
+het kantoor, weder aan den arbeid, briefschrijvende en
+geldtellende; maar wat moet er in die harten zijn omgegaan,
+toen zij, den avond te voren, in den schoot der
+hunnen, ieder het zijne, hun gezin gadesloegen! &quot;Dat
+leed ik om u,&quot; dacht de Correspondent; en welligt relde
+zijne vrouw hem aan de ooren over een' uitgang voor de
+kinderen, om het zien van een spel op de Botermarkt,
+de bloeden waren nog nergens geweest! &quot;Wanneer er
+dat eens bij was gekomen,&quot; zei de andere, terwijl hij
+misschien zuchtende, de rekening van den schoolmeester
+wegborg. Verg hem niet, dat hij zijn kroost op die
+der armen zende: zijn buurman, de blikslager doet het
+niet eens!</p>
+
+<p>&quot;Als de armoede de deur inkomt, dan vliegt de liefde
+het venster uit,&quot; zeiden onze vaderen, maar men went
+niet aan den ruwer toon, dien zij voert. Maar men komt
+niet tot de onverschilligheid, die haar dragelijk maakt;
+maar men leert het leven niet dulden, ondanks dat het
+lijden is geworden, dan door ongevoeligheid, door versteening.
+Dirk, de kashouder, of Daan, de correspondent,
+zijn zoo min dezelfde Daan of Dirk meer,
+welke zij v&oacute;&oacute;r twintig jaren zijn geweest, welke zij,
+behoudens de natuurlijke overgangen van den leeftijd,
+beloofden te zullen blijven, als het paard, dat
+altoos een paard wordt geheeten, hetzelfde dier is,
+wanneer het in jeugdigen overmoed de lucht van
+gehinnik doet daveren en heiningen overspringt en
+stroomen klieft, en als het in een tuig gespannen,
+dat het voor jaren zou hebben gescheurd als rag,
+den molen rondstrompelt, blind en lam, met den vilder
+in het verschiet. Het is even zeldzaam voor een van
+beide, deernis aan te treffen; maar hoe verdienstelijk
+het zijn mag dierenapostel te wezen, menschen hebben
+hooger aanspraak op ons mededoogen. En zoo lang ik
+niet geloof, dat iemand tot dergelijke bestemming geboren
+wordt, zoo lang ik niet wankel in de overtuiging,
+dat de wijsheid des Scheppers, welke in de Natuur
+aller behoeften bevrediging waarborgt, zich af moest
+spiegelen in onze beschaafde maatschappij, zoo lang zal
+ik de ziekelijke verschijnselen van dezen aard bewijzen
+eener krankte achten, die genezing eischt.</p>
+
+<p>&quot;Gierige feeks!&quot; mompelde Doorne, in zich zelven,
+terwijl hij, op een' zondag-avond in de laten herfst,
+den trap van zijn bovenhuis opstommelde, &quot;gierige
+feeks! het is hier zoo donker, dat men hals en beenen
+breken kan!&quot;</p>
+
+<p>Deze liefelijke toespraak gold niemand anders dan
+zijne vrouw, die toch eens de liefste zijner jeugd, zijn
+mooi Kaatje was geweest,&mdash;die met hare drie kinderen
+had zitten voortschemeren, terwijl hij door een'
+zijner confraters van het kantoor&mdash;den expediteur&mdash;was
+vrijgehouden op een heeren-diner;&mdash;de man was
+zoo aardig&mdash;buiten 's huis. Ik geloof niet, dat het zijn
+doel was haar het verwijt toe te duwen, en echter
+hoorde zij het. Op het portaal staande, had zij zelve,
+door een' ruk aan het smerige touw, de deur opengetrokken,
+en zag, trots het duister, waarover hij zich
+beklaagde, aan zijn struikelend klimmen slechts te duidelijk,
+dat hij meer dan ontnuchterd was. Verwacht dus
+niet, dat zij hem verbeidde, dat er eene ontmoeting
+plaats greep, zoo als herderszangers er schilderen, bij
+de tehuiskomst van eenen daglooner, een vriendelijk
+welkom, een kus als eene klok. In stilte hare smart
+verkroppende, dat wrevel, louter wrevel in zijn gemoed
+alle vroegere, zachtere, edelaardige aandoeningen had
+vervangen, trad zij de kamer binnen en had licht ontstoken,
+eer hij over den drempel was gezwaaid.</p>
+
+<p>&quot;Al we&ecirc;r roode oogen,&quot; gromde hij, haar opgewonden
+aanziende, &quot;al we&ecirc;r roode oogen; als je meent dat het
+grienen je mooi maakt, Kaatje, dan heb jij het mis,
+danig mis, kind!&quot;</p>
+
+<p>De vrouw antwoordde niet op den uitval; de beide
+meisjes, en hun zoontje, zagen vader vreemd aan.</p>
+
+<p>&quot;Huilen en pruilen,&quot; voer hij voort, &quot;men zou waarachtig
+voor zijn pleizier t'huis komen. Was ik maar
+met de jongens me&ecirc;gegaan&mdash;maar me dacht, dat gaf
+voor een' getrouwd man geen pas! Hm, een getrouwd
+man! Wie een fatsoenlijk meisje neemt, is er toch maar
+ongelukkig aan toe, dat moet ik zeggen. Als het hem
+niet meeloopt in de wereld, als ze een beetje de handen
+uit de mouw moet steken, dan zucht zij, dan steent ze&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Het verwijt was onbillijk, want het gansche vertrek
+getuigde, hoe veel netheid vermag om behoefte te verbergen;
+en Kaatje&mdash;brave vrouw als zij was&mdash;beproefde
+te verhelen, hoe diep de smadelijke woorden
+haar griefden. Zij deed het om der kinderen wil.</p>
+
+<p>&quot;Maar, het is waar,&quot; voer hij voort, als tergde hem
+haar stilzwijgen,&mdash;en toch zou het haar onmogelijk
+zijn geweest iets uit te brengen, al had haar leven er
+aan gehangen,&mdash;&quot;het is waar, je was het anders gewend.
+Als jonge jufvrouw, hadt je een meid om je aan
+te kleeden, en schoon er zie d&agrave;t niet bij je oude lui
+is overgebleven, toch was het Mijnheer en Mevrouw, ja wel!--&quot;</p>
+
+<p>Hij moest veel gedronken&mdash;hij moest, zoo als het
+gemeen zegt, een' kwaden dronk hebben, om dien toon
+aan te slaan; om Kaatje in hare omstandigheden, in
+zulk een' oogenblik, aan hare jonkheid te herinneren,
+toen betrekkelijke weelde haar deel was geweest, toen
+zij de po&euml;zij des levens genoot:&mdash;achting, vriendschap,
+liefde&mdash;zij, die nu tot zulk een laag proza was
+gedaald:&mdash;vergetelheid, armoede, smaad.&mdash;</p>
+
+<p>&quot;Gaat naar bed, kinderen!&quot; sprak zij tot de kleinen,
+zoo bedaard ze zijn konde,&mdash;zij had de oogen een wijle
+ten hemel geslagen.</p>
+
+<p>&quot;Nacht paatje,&quot; mogten de meisjes zeggen; &quot;paatje!&quot;
+grinnikte hij, &quot;wel zeker, paatje! het was immers ook
+grootpapa <i>von Habernichts!</i>&quot; Kaatjes lippen sloten zich
+krampig;&mdash;de jongen was aan de beurt, een borst van
+een jaar of tien.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Goeden nacht&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Haal me eerst mijn pijp, Bram!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ze is stuk, pa!&quot; zei de knaap.</p>
+
+<p>&quot;Stuk!&quot; was het antwoord, &quot;mijn meerschuimen pijp
+stuk! haal me mijn pijp, zeg ik, of ik sla je de ribben stuk.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Doorne!&quot;&mdash;viel de moeder in&mdash;&quot;de kinderen
+hebben van middag achter gespeeld, en het roer gebroken.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dat komt er van; dewijl jij ze altoos t'huis houdt;&mdash;mijn
+pijp, jongen! zeg ik.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Als wij het ruimer hadden, als we ze konden
+kleeden&mdash;&quot; het was olie in het vuur,&mdash;die laatste hoogmoed
+van Kaatje, de hoogmoed van eene moeder op
+haar kroost!</p>
+
+<p>&quot;Wat ruimer! andere vrouwen kunnen er meer van
+doen dan jij, maar die zijn groot gebragt om den pot
+te koken, om&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Bram was van de achterkamer we&ecirc;r gekomen, met
+het <i>corpus delicti</i> in de hand: het viel den jongen aan
+te zien, dat niet hij zich aan den afgod had vergrepen.
+De drift, waarmede Doorne de zenuwachtig trillende
+hand naar het gebroken roer uitstrekte, onttrok Kaatje
+aan zijne opmerkzaamheid; het laatste verwijt was haar
+te zwaar gevallen.</p>
+
+<p>&quot;O God!&quot; zuchtte zij, terwijl hij bulderde:</p>
+
+<p>&quot;En wie heeft dat gedaan?&quot;</p>
+
+<p>Bram zweeg.</p>
+
+<p>&quot;Spreek op jongen!&quot;</p>
+
+<p>Bram bleef zwijgen.</p>
+
+<p>&quot;Als je niet antwoord, dan houd ik het er voor, dat
+jij de deugniet bent.&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Houd het er voor, pa!&quot;</p>
+
+<p>Het was z&oacute;&oacute; ver gekomen in het huiselijk verkeer, dat
+het kind den vader trotseerde,&mdash;schoon de knaap het
+uit een edel beginsel deed, dat vergo&ecirc;lijkt het niet.</p>
+
+<p>&quot;Doorne!&quot; borst Kaatje uit, terwijl zij hem de hand
+zag opheffen, om zijn kind te slaan, &quot;Doorne! ge zijt
+u zelven niet,&mdash;straf Mietje, die ze gebroken heeft,&mdash;maar
+doe het morgen, niet nu!--&quot;</p>
+
+<p>De laatste woorden voegde ze er bij, dewijl Doorne
+opwaggelde, om naar de achterkamer te gaan.</p>
+
+<p>&quot;Er is nog een Goudsche pijp in den bak,&quot; zei Bram,
+instinktmatig naar een' afleider toekende.</p>
+
+<p>Toen het kind andermaal uit de kamer was, sprak
+Kaatje, met tranen in de oogen, en smeekend zaamgevouwen
+handen: &quot;Doorne! er was een tijd dat ge mij
+lief hadt&mdash;toen waart ge nooit beschonken,&mdash;moeten
+wij nog ongelukkiger worden?&quot;</p>
+
+<p>Het werkte.</p>
+
+<p>&quot;Er was een tijd dat ge mij lief hadt!&quot; O grootheid
+der vrouw die alles geduldig had gedragen, bekrimping,
+ontbering, vernedering,&mdash;behoefte, armoede,
+gebrek,&mdash;zoo lang zij aan zijne liefde gelooven mogt,&mdash;die
+ook thans nog niet bezweek, al kon zij zich naauwelijks
+langer diets maken, dat er nog een' vonk van het
+heilig vuur in de asch gloeide.&mdash;&quot;Toen waart ge nooit
+beschonken!&quot; Er werd zedelijk verval, verstomping, versteening
+toe vereischt, om op zijnen leeftijd de gezochte
+makker te worden van een hoop losse jonge lieden,
+om genoegen te vinden in het zwelgen met deze, terwijl
+vrouw en kinderen te huis zaten, en treurden en teerden
+op de herinnering van blijder dagen.&mdash;&quot;Moeten wij nog
+ongelukkiger worden?&quot; Kaatje voorzag slechts te duidelijk,
+hoe weinig er in eene stemming, als die van dezen
+avond, na tooneelen als het geschetste, toe vereischt
+zou worden, om hem mede te slepen naar die plaatsen,
+waarop ter beschaming onzer hooggeroemde zeden, niet
+enkel de weelderige wulpschheid der jeugd hare gezondheid,
+en in deze haar geluk: de kracht des ligchaams en
+de krachten der ziel aan den wellust offert!</p>
+
+<p>Helaas, versteening des harten is zoo naauw verwant
+met verdierlijking in genot.</p>
+
+<p>Het werkte, zeide ik; maar of het op den duur zou
+hebben gebaat, als Doorne denzelfden slentergang was
+blijven gaan, aan een kantoor waarop hij automaat was
+geworden, naar een te huis, waarin hem slechts toenemende
+ellende verbeidde, wie weet het? Welligt ware
+hij, &quot;om zich wat op te beuren,&quot; al dieper gezonken;
+doch grooter onheil, dan hij zich ooit had voorgesteld,
+trof hem: de Firma, in wier dienst hij arbeidde, failleerde!
+Verslagen kwam hij op zekeren ochtend bij
+Kaatje, vroeger dan gewoonlijk, te huis, en deelde haar
+mede, dat het met hem gedaan was! Op zijnen leeftijd
+scheen hem het vinden eener andere betrekking iets
+onmogelijks; hij was letterlijk wanhopig!</p>
+
+<p>&quot;Een christenmensch wanhoopt nooit,&quot; hernam zijne
+vrouw, in haren aandoenlijken eenvoud; &quot;en allerminst
+onder rampen, die ons buiten onze schuld overkomen.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wacht maar tot de raven het u brengen!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Foei Doorne! er valt geen muschje op aarde, zonder
+den wil van onzen Hemelschen Vader,&mdash;als wij de
+handen aan den ploeg slaan...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Maar ik ben te oud voor de expeditie; maar ik
+schrijf niet mooi genoeg voor de boeken; maar&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ik zal toch doen, wat mijne hand vindt om te doen,&mdash;niet
+waar, man?&quot; vroeg Kaatje.</p>
+
+<p>&quot;Zou het mijn pligt niet zijn?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Daar hoor ik mijn ouden Doorne weer,&quot; begon zijne
+vrouw, bemoedigd; ijlings viel hij haar in de rede:</p>
+
+<p>&quot;Maar het kwartaal is al eenige dagen verstreken&mdash;de
+patroons betaalden nooit, tenzij men er om vroeg&mdash;wie
+weet hoe lang het duren zal eer wij het krijgen?
+Daarbij, in deze kle&ecirc;ren zie ik er zoo schooijerig uit,
+dat niemand me nemen zal; en een' hoed en een vest
+te koopen&mdash;crediet heb ik niet, vrienden die leenen
+nog minder,&mdash;neen met mij is het afgedaan.&mdash;Ik
+kan bakker noch slager betalen...</p>
+
+<p>&quot;Als het d&aacute;&aacute;r slechts aan hapert,&quot; hernam Kaatje,
+&quot;dan weet ik raad, geld zult ge hebben,&quot; en zij riep
+Bram, die op de achterkamer zijn zusje schrijven leerde.
+&quot;Jongen!&quot; sprak zij, en met bevende handen sloot zij
+eene latafel open, waarin een bijbeltje lag, in vloei
+gewikkeld&mdash;dat vloei had dertien jaren dienst gedaan,
+het was een bijbel met een gouden slot! O! de traan,
+die er op viel toen zij het nog eens bezag eer zij het
+haar zoontje overreikte! &quot;Brammetje?&quot; zei zij, &quot;op de
+----gracht,&mdash;het huis van de ----straat, is eene
+<i>Bank van Leening</i>.&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Zij had die toevlugt zeker menigmaal van verre en
+in het voorbijgaan aangestaard, daar zij zoo juist de
+ligging, daar zij schier het nommer van het huis wist,&mdash;en
+was er echter tot op dezen dag altoos nog gekomen,
+zonder haren bijbel te verpanden.</p>
+
+<p>&quot;Het zal niet gebeuren, Kaatje!&quot; viel Doorne in, &quot;het
+is het laatste aandenken aan uwe moeder.&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dank voor het woord,&quot; zeide ze en reikte hem hare
+magere hand; &quot;maar ze zou me niet anders geleerd
+hebben, als zij er man en kinderen mee had kunnen
+redden. Ge hebt eene ordentelijke plunje noodig en
+wij allen moeten <i>eten!</i> Bram! die groene deur ga je
+in&mdash;en&mdash;dan zal iemand je vragen, wat je hebt&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Kaatje, die van buiten was, zoo als de Amsterdammers
+zeggen; Kaatje, die in het hoofdstadje van eene
+onzer landprovinci&euml;n was geboren en opgevoed; Kaatje
+wist niet, hoe alles daar stil toegaat, het handuitsteken
+naar het voorwerp,&mdash;het overreiken van het pand,&mdash;het
+beschouwen&mdash;het waardeeren&mdash;heet het, geloof
+ik, stil, als ware de bank van leening het graf der
+bedrogen hoop. Slechts de som, die men eischt, slechts de
+naam van den verpander, wordt gefluisterd, of het eene
+misdaad was.</p>
+
+<p>&quot;Dan vraag je zeventig gulden op het slot, het heeft
+honderd en vijf gekost; doch als ze maar zestig of
+vijftig geven willen, dan neem jij ze ook.&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Doorne hield de hand voor het gezigt. Beschaamde
+hem de moed zijner vrouw,&mdash;kwam hij tot inkeer?
+Het knaapje zag zijne moeder aan, of het zijne ooren
+niet geloofde.</p>
+
+<p>&quot;En als ze vragen van wie je komt, dan zeg je van
+eene oude jufvrouw...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Een leugen, Maatje?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Om best-wil, kind! Van jufvrouw Effen.&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Toe jongen, ga dan toch,&quot; voer zij voort. Het kind
+was blijven staan, vader en moeder beurtelings
+verbaasd aanziende.</p>
+
+<p>Bram ging met looden schoenen&mdash;niet dewijl het
+kind al wist, welk eene droevige ervaring er in het
+woord der behoeftigen schuilt: &quot;het gaat er heen als
+eene ve&ecirc;r, het komt we&ecirc;rom als een steen.&quot; neen, dewijl
+ook hij een' instinktmatigen afkeer had van de schuine
+deur, die men niet binnen gaat, maar insluipt.</p>
+
+<p>&quot;O Doorne!&quot; zei Kaatje, toen de borst de trappen af
+was,&mdash;zoo lang ze zijne voetjes hoorden, hadden beide
+gezwegen,&mdash;&quot;o Doorne al kwam het ook nooit weer in
+mijn handen, zoo noode als ik het zou missen, zoo graag
+heb ik het veil, als gij we&ecirc;r de oude wierdt, als ge mij
+liefhadt als weleer, als ge begreept, dat ik maar zuinig
+was om bestwil!--&quot;</p>
+
+<p>Doorne ware een onmensch geweest, als hij het niet
+had beloofd;&mdash;hij deed meer, hij hield woord. Zoodra
+het jongske was teruggekeerd&mdash;met geld;&mdash;zoodra
+de angst voor dadelijk gebrek, tot welken prijs dan
+ook&mdash;geweken was, zoodra hij zich de vereischte
+kleinigheden had aangeschaft, om als sollicitant uit te
+kunnen gaan&mdash;de kleederen maken ook van den smeekende
+den man&mdash;trok hij de stoute schoenen aan. Hij beriep
+zich op zijn ongeluk,&mdash;hij sprak van de familie zijner
+vrouw, de familie, waarop hij gesmaald had, die schoon
+geen rijke, echter fatsoenlijke, eerlijke brave lu&icirc; waren
+geweest,&mdash;en hij slaagde. Eer eene halve maand verstreken
+was, zag hij zich weder geplaatst, en wel beter
+dan te voren, bij den echtgenoot eener vroegere, jongere
+vriendin van Kaatje. Als deze haar bij wijlen des zondags
+uit de kerk een bezoek brengt,&mdash;de vriendschapsbetrekking
+is door de heusche rijker gehuwde weder
+aangeknoopt,&mdash;als Kaatje te harent komt, het geloste
+bijbeltje in de hand, en Amalia dan het slot beziet,
+waarop zij weleer aan de knie van Kaatje staande <i>Mozes</i>
+en <i>A&auml;ron</i> leerde kennen, en haar verzekert, hoe haar
+dat alles nog heugt, dan denkt de vrouw van Doorne,
+en wel mag zij:</p>
+
+<p>&quot;Als gij eens wist, wat er sedert met dat boek gebeurd
+is, en hoe veel ik er aan ben verpligt!&quot;</p>
+
+<p>Gelukkig loopt het geen gevaar, andermaal in den
+Lombard te komen. De betere mensch, de mensch,
+die hoopt, die verwacht, die uitzigt heeft, en, daardoor
+geprikkeld, werkt, streeft en zich beijvert, is in Doorne
+weder ontwaakt.&mdash;</p>
+
+<p>Wat Brammetje in zijn volgend leven vergete, nooit
+doet hij het de jufvrouw met mooije linten op de muts,
+die binnen chocolade zat te drinken, en hem geene
+zeventig gulden op het bijbeltje van zijne moeder wou
+geven:&mdash;&quot;maar vijftig, het is zoo dun!--&quot;</p>
+
+<p>Wie is er die eischt, dat ik nog dieper afdale, dan
+ik het in het schetsen van Doorne deed, eer de val van
+het huis, waaraan hij zijn lot verbonden waande, het
+middel tot zijn oprigting werd? Een verwaarloosd
+huishouden,&mdash;een schot kinderen&mdash;als de term is&mdash;voor
+wier verstandelijke vorming even weinig zorg wordt
+gedragen als voor hunne zedelijke;&mdash;eene ellende, die
+overgaat van geslacht op geslacht? Men zou mij
+beschuldigen van overdrijving, van zware toetsen naar
+willekeur aangebragt. Ik zal er mij voor hoeden, hoe
+dikwijls dat alles ook het lot is der ongelukkigen, van
+welke ik vermogende lieden, die aanspraak maakten op
+humaniteit, en wie het in andere opzichten niet ontbrak
+aan menschenkennis heb hooren beweren: &quot;Zulke lu&icirc; zijn
+er aan gewend, zich te behelpen,&mdash;zij weten niet anders
+of het hoort zoo.&quot; Jammer voor deze wijsgeeren, dat zij
+van tijd tot tijd uit hunnen zoeten waan worden wakker
+geschrikt door het nieuws, dat een kantoorbediende zich
+aan het goed zijns meesters heeft vergrepen, dat een
+kashouder op de vlugt is gegaan, dat de verzoeking dezen
+of genen klerk te zwaar is geweest. Dagelijks zagen zij
+weelde, en dagelijks leden zij ellende; geene heuschheid
+beurde hen op, geen uitzigt bevredigde hen&mdash;en zij
+vielen!--Veroordeel,&mdash;de maatschappij eischt het, de
+wet geeft er u het regt toe,&mdash;maar beklaag tevens.
+Gelukkig zoo gij u zelven bevredigend kunt antwoorden,
+als ge u gemoedelijk afvraagt: &quot;Schoot ik niet te kort in
+belangstelling in het lot van dien huisvader?&mdash;heb ik
+door het vertrouwen dat ik in dien <i>arme</i> schonk, hem
+niet op te zware proef gesteld, zijne omstandigheden in
+aanmerking genomen?&quot;</p>
+
+<p>Wie het er op waagde, dat hij in zijn heer en meester
+zulk een witte raaf schieten zoude, Hammink wachtte
+zich wel voor een onberaden huwelijk, Hammink, de
+vertegenwoordiger van een talrijke soort kantoorbedienden,
+oud vrij&euml;r per systema, en ego&iuml;st bij gevolg. Maar de
+mensch moge eene bijdrage tot de natuurlijke historie leveren,
+zelfs een klerkenslag laat zich niet generaliseeren
+als eene vogelensoort b.v., laat zich niet afschepen met
+enkele trekken, zoo als: zulk een kop, zulke ve&ecirc;ren,
+zulke pooten en zulk eene vlugt. Hammink behoorde, om
+dadelijk een bewijs te leveren, in hoe vele <i>species</i> ook dit
+<i>genus</i> moet worden verdeeld, Hammink behoorde even
+weinig tot de overgroote klasse van hen, die in hunne
+vrijheid&mdash;vergeef mij het woord, het feit verdient geen
+beter&mdash;verliederlijken, als tot de zeer kleintallige,
+welke in hun eentje vergierigaarden&mdash;ik vind de
+uitdrukking eer juist dan mooi. Ook was hij geen
+<i>sentimental bachelor</i>, in onze tijden meer in de wereld
+der verdichting, dan in die der wezenlijkheid aan de orde
+van den dag, maar waarvan toch enkele voorbeelden
+zijn op te duiken. Ge hadt jaren lang groot gevaar
+geloopen, hem evenzeer voor den gelukkigste, als voor
+den welgedaanste van den gilde te houden. Hij was
+rond als eene ton, want hij hield veel van een goed
+maal en een gullen dronk. Alle <i>table-d'h&ocirc;te</i>-houders
+wisten, dat hij geene lijst voor een' maaltijd, ter viering
+van wat het zijn mogt, ongeteekend terugzond. Hij
+wilde voor eene geboorte, voor een' veldslag, voor een
+vijfentwintigjarigje; hij wo&ucirc; voor alles me&ecirc; eten, al had
+hij geen plan ooit te trouwen&mdash;geen plan, voor zijn
+vaderland ooit eene vin te verroeren,&mdash;geen plan voor
+eenige maatschappij ooit een' driegulden af te schuiven.
+Ge stemt mij toe, dat de man in geen' gelukkiger leeftijd
+dan in den uwen en den mijnen kon zijn geboren;
+wat het aantal <i>diners</i> betreft, meen ik. Behoef ik er bij
+te voegen, dat hij <i>habitu&eacute;</i> van elk koffijhuis was, en
+nergens minder te huis dan op zijne kamer? Het was er
+dan ook eene kamer naar. Doch wat maakte het uit?
+Vrienden zag hij niet, om de doodeenvoudige reden, dat
+&quot;een jonge heer zich met al dat gesnor niet kan ophouden.&quot;
+En bovendien, man! hij was het zoo veel beter gewend,
+dan zijne meeste gehuwde kennissen opdischten.
+Welk een poespas! Dan at hij anders in de ---- en bij ----
+en aan ----; allemaal middelmatige logementen, op mijn woord!</p>
+
+<p>Laat mij voorzigtig zijn&mdash;ik ga den man in een scheef
+licht voorstellen; hij was niet ontbloot van gevoel; hij
+had eene plaats in den bak van den (toenmaligen)
+Stads-schouwburg te Amsterdam.</p>
+
+<p>Vijf en twintig jaren lang was hij er elken Zaterdagavond,
+z&oacute;&oacute; trouw met den klokslag, als de <i>souffleur</i> in
+zijn hok; vijf en twintig jaren, in de eerste tien van welke
+het parterre-publiek, geregeld &eacute;&eacute;ns in de week,&mdash;en wel
+op zijn' avond&mdash;in tranen zwom, bij de vertooning van
+een treurspel. Al zijne me&ecirc;warigheid, al het vrouwelijke
+in zijn gemoed, al de verteedering, waarvoor hij vatbaar
+was, plagt zich d&aacute;&aacute;r des winters lucht te geven; het was
+eene soort van veiligheidspijp voor aandoeningen, welke
+hem anders duurder zouden zijn te staan gekomen,
+Dries, Jans of Trui&mdash;(de heer Snoek en mevrouwen
+Wattier-Ziesenis en Grevelink)&mdash;ontlokten hem tranen:
+waarachtig, iets dat naar tranen zweemde;&mdash;hij had er
+de gansche week geen' last meer van. Vooral wanneer hij
+in de pauze een stevig glas punch had gedronken bij
+Casje, en daarna een ballet gezien, dan waren alle
+sporen van verweekeling weer glad uitgewischt.</p>
+
+<p><i>Probatum est!</i></p>
+
+<p>Als een arme drommel van een' confrater, met een
+zwaar huishouden belast, hem in de volgende week
+tien gulden ter leen vroeg, dan antwoordde hij: &quot;Jongen,
+je weet, dat ik het nooit doe;&quot; en herinnerde zich
+te gelijk, hoe het hem, eergisteravond, bij het tooneel
+tusschen Ninus en Semiramis, op nieuw gebleken was,
+dat zijn hart wel op de regte plaats zat. Zoo iemand, hij
+trok partij van zijne liefhebberij voor de kunst!--Als
+hij in den zomer, op zijn gewoon zondagstogtje naar
+Haarlem, eens bij toeval van Piepenbrink was
+afgedwaald,&mdash;hij zag er het bekende <i>uitstapje</i> zoo gaarne
+<i>in natura</i>&mdash;en hem eene arme vrouw in de Spanjaardslaan
+verraste, dan zou hij misschien in den zak hebben
+gegrepen, als hij er niet juist aan gedacht had, hoe
+Phedra wenschte in de lommer van het bosch te zitten,
+om een' wagen na te oogen, in wolken stofs gehuld!
+&quot;Loop naar den drommel!&quot; riep hij der vrouw toe, zij
+stoorde zijne illusie.&mdash;E&eacute;n bewijs nog, en gij schenkt
+mij de overigen. Wanneer zijn patroon hem eens wat
+hard viel&mdash;het moest erg zijn eer hij het voelde,&mdash;dan
+troostte hij er zich mede, hoe diep de man, trots
+al zijne schatten, toch nog beneden Augustus stond;
+Augustus die tot Cinna zeide:&mdash;wie weet niet
+wat?&mdash;Verwondert het u nog, dat het klassieke treurspel op
+zoo vele ongeroepen aansprekers bogen mogt?</p>
+
+<p>Ik heb de &eacute;&eacute;nige po&euml;tische zijde van zijn karakter
+in het licht gesteld, men vergunne mij te zeggen, de
+&eacute;&eacute;nige plek aangewezen, waarop eenige soort van po&euml;zij
+vat op hem had&mdash;behalve het epicurisch genot der tafel.
+Ge begrijpt wat hij leed, toen het treurspel uit de
+mode raakte. Houd het er echter voor, dat hij het zou
+zijn overgekomen, als hij niet, langzamerhand, een dagje
+ouder geworden, eene kwaal had gekregen, die hem van
+tijd tot tijd hulp, toespraak, gezelschap, onontbeerlijk
+maakte. <i>O obstructies! o hemorrho&iuml;des!</i> Hammink&mdash;het
+motief was het vreemdste, het ongehoordste niet&mdash;Hammink
+dacht inderdaad aan een huwelijk, hij zat zoo
+alleen&mdash;hij was zoo vlug niet meer&mdash;ter been
+altoos.&mdash;Vrienden? hij had er geene.&mdash;Kennissen? die komen
+naar geen' grommert omzien.&mdash;Een huwelijk dus. Maar
+wie zoude hij vragen? wie kende hij?</p>
+
+<p>Deze&mdash;die&mdash;dat&mdash;vul al de fraaije benamingen,
+waarmede een oud vrijer vrouwen en meisjes bestempelt,
+zelf in,&mdash;neen, het ging niet. De dagen om er eene
+speculatie van te maken waren voorbij. Voorbij? had hij
+er dan ooit plan op gehad? Kwade tongen relden wel,
+dat hij in zijne jeugd&mdash;vroeg&mdash;heel vroeg&mdash;naar
+een we&ecirc;uw had gevrijd, die rijk, zeer rijk was,&mdash;maar
+dat hij er met een blaauwe scheen af was gekomen. Hoe
+konden de menschen het zeggen? O logen! Had hij dan
+niet op hare bruiloft gedanst, ik meen, gegeten, voor
+zes? En dan te verspreiden, dat hij verliefd was
+geweest,&mdash;verliefd&mdash;de kwaal, waarvan men bleek ziet, al is
+men zwart als Orosman;&mdash;verliefd&mdash;dat ding waarvan
+de helden den mond vol hadden, tot Titus, den zoon
+van Brutus toe, maar waarvan hij, ondanks al hunne
+tirades, nooit het verhevene had begrepen. Het was
+laster; schandelijke, zwarte laster. Doch, dat mogt zijn
+zoo het wilde, hij had nu behoefte aan oppassing. Hoe
+dit den kring beperkte, waaruit hij kiezen kon! Van
+eischer was hij er waarlijk toe gebragt te overleggen,
+welk voordeel een huwelijk met hem, zelfs een burger-,
+zelfs een minder meisje aanbood. Een meisje?&mdash;ja!--want
+wat hij over 't hoofd mogt zien, op twee voorwaarden
+moest hij aandringen, slechts om deze huwde
+hij: zij moest jong, zij moest vlug wezen. Het was ligter
+die beide vereischten te vinden dan den steen der wijzen;
+maar hij had toch in geen zijner treurspelen ooit iets
+gezien, ooit iets gehoord, dat naar een' echt zweemde,
+als dien, welken hij zat te beramen. Het was iets ongehoords
+in de zoogenaamde klassiek, en ook de romantiek
+leverde er maar weinig voorbeelden van op. Zelfs
+de historie van &quot;het Spaansche Heidinnetje&quot; maakte
+beter figuur dan de zijne zou doen.</p>
+
+<p>Goden en menschen!--hij trouwde de meid van zijne commensales.</p>
+
+<p>Arme stakker! Op zijn vijfenvijftigste jaar heeft hij
+het pleizier aan het wiegetouw te trekken,&mdash;en bitter
+weinig oppassing op den koop toe;&mdash;zelfs de meid
+vindt niet dat zij fortuin heeft gemaakt met een'
+kantoorbediende.</p>
+
+<p>Het valt moeijelijk ernstig te blijven bij eene figuur,
+bespottelijk als deze;&mdash;en echter was het mijn doel
+niet, uwen lachlust op te wekken; echter zijn Hammink's
+gelijken beklagenswaardiger dan gij gelooft. Van alle
+gewaagde echtverbintenissen schijnt mij die van ongelijke
+standen&mdash;een jammer, waartoe meer klerken
+vervallen dan onze tooneelkijker&mdash;de meeste kwade
+kansen te opleveren. Het strijdige der begrippen van
+beide echtgenooten over allerlei menschen en allerlei
+dingen kweekt een eindeloos verschil van meening. Wat
+vertrouwelijks, wat innigs is denkbaar, waar sympathie
+in wijze van zien faalt? Stel u een paar voor, bij hetwelk
+zoo min verstand als gevoel ongeveer in dezelfde
+mate zijn ontwikkeld en beschaafd, en zeg mij, of de
+band niet los zal springen, zoodra verzadiging op genot
+volgt? Hebt ge ooit huiselijk heil benijd of bewonderd,
+waar de echtgenoot in eene geheel andere wereld van
+gedachten en gevoelens leefde, dan de gade, of omgekeerd?
+Het is veel, als het bij louter koelheid, louter
+vervreemding blijft; als de ongelijkheid geene walging,
+geen' we&ecirc;rzin opwekt. Verscheidenheid moge tot &eacute;&eacute;nheid
+voeren, van elkander afkeerige elementen kampen
+tot het sterkste overwint. Enkele malen, het is waar,
+trekt de man zijne vrouw tot zich op, of haalt de vrouw
+haren man tot zich ne&ecirc;r; maar gewoonte, die ons van
+kindsbeen af bootseerde, is eene onhandige herschepster;
+zij doet het volwassenen slechts pijnlijk, stuksgewijze,
+en niet zonder herhaalde wederinstorting. Liefde
+is almagtig;&mdash;doch is de liefde van een' klerk voor eene
+meid, is dat de hartstogt, die, veredeld, het onmogelijke
+mogelijk maakt? Helaas, neen, hoe weinig is zij in
+harmonie met zijne jeugd, zijne opvoeding, zijne
+herinneringen,&mdash;hoe wreken deze zich, als hij zijn kroost
+aanziet! Kinderen uit zulk eenen echt zijn geene strikken,
+welke het paar naauwer aan een sluiten, het zijn
+struikelblokken, die den dagelijkschen omgang verzwaren.
+Hoe verscheiden is het oordeel van zulke ouders over
+hunne vorming niet? Wie schetst de ergernis eens
+vaders, die in zijne dochters dezelfde onbehouwen stukken
+vleesch ziet opgroeijen, als waaraan hij zich
+verslingerde; wie het leed eener moeder, die zoo gaarne uit
+hare jongens iets a&ecirc;rs zag opwassen, dan het evenbeeld
+des timmermans, wien zij in een zwak oogenblik hare
+hand gaf? Ziedaar de wroeging naar het ligchamelijke;
+dat het naar den geest beter ginge! Maar hetzij de man
+of de vrouw ophebbe met een weinig meer beschaving,
+met ietwat opener zin voor het welvoegelijke, het bevallige,
+het edelaardige, het verhevene&mdash;het zijn allen
+zusters van het schoone&mdash;hoe dikwijls grieft het hem
+of haar, bij melieve, of bij mijnlief, in plaats van eene
+ijverige hulpe in de ontwikkeling, onverschilligheid of
+wederstand aan te treffen! Men begrijpt elkander niet,&mdash;men
+voelt verschillend,&mdash;men doet zeer zonder het
+op te merken,&mdash;men kwetst eer men het weet,&mdash;men
+ergert elkander,&mdash;men kwijnt weg,&mdash;men geeft het
+op;&mdash;arme kinderen, wat wordt er van u?</p>
+
+<p>Vernedering in de jeugd, als bij Rivers; verloochening
+in de jongelingsjaren, als bij Vreese; afhankelijkheid in
+den middelbaren leeftijd, als bij Gerrit en Aagje; verval
+naar ligchaam en geest in den v&oacute;&oacute;rherfst, als bij Doorne;
+vervreemding van den kring waarin men geboren, voor
+wien men gevormd werd, als bij de beteren uit de klasse
+van Hammink,&mdash;of de avond van het leven van een'
+kantoorbediende, de ellende van ochtend en middag
+opwoog! Vlei er u niet mede, tenzij de klerk reeds vroeger
+getracht hebbe boekhouder te worden,&mdash;bij een'
+komenijsman, bij een' winkelier, bij een tweedehands
+huis, bij wie hem nemen wil, in &eacute;&eacute;n woord,&mdash;de
+wijssten doen dit het vroegst. Het geeft aanleiding, met
+meer menschen in betrekking te komen; het bewaart
+voor den vloek, van een' enkele af te hangen. Ik ken er,
+die zes, zeven pezen van die soort op hunnen boog hebben,
+en er hun wit me&ecirc; beschoten: eenige huisjes, een
+effect of wat, en kroost, des noods in minderen, maar
+toch degelijken stand geplaatst. Z&oacute;&oacute; behoort het&mdash;genadebrood
+is altijd hard, maar hardst uit de handen
+van jongeren van dagen. Waan daarom niet, dat allen
+z&oacute;&oacute; gelukkig zijn. Al ziet gij zeldzaam een man, die al
+grootvader is&mdash;en toch nog kantoorbediende&mdash;des
+middags naar de beurs strompelen, om dezen of genen
+jongen mensch in een' anderen hoek dan dien van het
+huis op te sporen, en hem te verzoeken, eens bij den
+patroon te komen,&mdash;daar zijn er, voor wie de schaduwen
+zich verlengen, zonder dat zij hun ruste aankondigen.
+Daar zij er, die 's ochtends naar het kantoor sukkelen,
+traag van voet en stijf van leden,&mdash;die binnenkomen,
+met het hoedje in de hand, schoon kaal of grijs
+van schedel,&mdash;die den rok aan den kapstok hangen,
+schoon de hand hem naauwelijks meer beuren kan,&mdash;die
+de pen versnijden met bevende vingers. Aan uwe
+taak, oude stumper, of gij en uw besje hebt gebrek! O,
+hooggeroemde vrijheid onzer instellingen! wat wist de
+oude vassal van zulke ellende? Plagt hij niet voor de
+deur zijner hut, in de lommer der eiken gezeten, rustig
+toe te zien, hoe zijne kinderen en kleinkinderen feest
+vierden op het groene gras; had hij geene bete broods
+en geen glas melk over voor den moeden pelgrim, dien
+zijne oogen in het verschiet niet meer konden onderscheiden,
+maar die den grijze met een: &quot;de heilige maagd
+zegene u!&quot; genaderd, door dezen &quot;welkom!&quot; werd
+geheeten, onbekommerd welkom? Het is waar, als de
+trompet werd gestoken, als het strijdros op het v&oacute;&oacute;rplein
+van den burg trappelde, als de ridder, de heer, zich
+het harnas om de leden gespte, dan moest zijn zoon, zijn
+kleinzoon, den ploeg den ploeg laten, om de morgenster
+of den strijdakst op te nemen, om te velde te trekken
+voor, neen! met zijnen meester; want voor wat anders
+vochten deze, dan voor het stuk gronds, dat hunnen
+oogst droeg, dan voor de kleine woning, wier dak de
+grijsheid en de jeugd, het verledene en de toekomst,
+hunne ouders en hunne telgen herbergde? De dagen der
+grafelijkheid leverden geene wedergade op van het jammer
+onzer handels-eeuw.</p>
+
+<p>Eene vergelijking uit onzen tijd!</p>
+
+<p>Er gaat in den ganschen lande maar &eacute;&eacute;ne stem op over
+de bureaucratie, welke ons uitmergelt; doch schoon de
+jongste wet op de pensioenen werd verworpen, hoe luttel
+leden der Tweede Kamer loochenden de billijkheid van
+het beginsel, dat dertig of veertig jaren trouwe dienst
+aanspraak geven op een onbezorgden ouden dag! Eere
+den minister, die menschenkennis genoeg had, den
+staat noch eerlijke, noch ijverige dienaren te durven
+beloven, als alle uitzigt op pensioen, den ziekelijken of
+bedaagden werd ontnomen. Maar wie waarborgt dit den
+kantoorbediende, den klerk, die meer van zijnen patroon
+inschikt, dan de ambtenaar van zijnen superieur; den
+pennelikker, die niet, als de ge&euml;mploijeerde, gegronde
+hoop koesteren mogt op bevordering? Waarlijk, de laatste
+valt naauwelijks onder de automaten te betrekken;
+want er was een prikkel, die hem aanvuurde; want,
+vergelijkender wijze gesproken, had hij veel vrijen tijd;
+want er blijft voor hem eene rust over, als de Heer zijne
+dagen rekt. In den toestand, dien wij beschouwen, schemert
+geenerlei licht den donkeren nacht door, dan de
+bleeke toorts des medelijdens van een jonger geslacht;
+bouw daar uwe hoop eens op! Het is hartverscheurend,
+dat ik er bij moet voegen, dat eene kleinigheid, &quot;te veel
+om van te sterven, te weinig om van te leven,&quot; slechts
+zelden wordt toegestaan, zeldzamer nog met die genegenheid,
+waarop de dienst van een gansch leven regt geeft.</p>
+
+<p>Er is iets verschoonlijks in de aarzeling, waarmede
+men er toe komt, eenen ouden klerk van zijne werkzaamheden
+op het kantoor te ontslaan, schoon men
+hem zijne bezoldiging blijft uitbetalen. &quot;Wie weet hoe
+lang het met den ouden man nog duren zal?&quot; heet het
+soms, &quot;in de laatste jaren hadden wij toch reeds zoo
+weinig dienst van hem.&quot; En echter, och, dat ge liever
+bedacht, dat zijne beenen verstramd zijn, door het
+opklimmen van uwe trappen,&mdash;dat zijne oogen verglaasd
+zijn, bij het licht van uwe lamp,&mdash;dat zijn hoofd suf is
+geworden, door het optellen van uw vermogen&mdash;uw
+vermogen!--Hij heeft stellig dat uws vaders, misschien
+dat van uwen grootvader gekend&mdash;hij heeft geweten,
+hoe deze begon&mdash;overlegde&mdash;groote winsten
+had. Al die jaren bleef hij de oude knecht; of was uw
+voorganger milder dan gij, zijne kleine douceurs werden
+wel vereischt, om zes of zeven kinderen groot te brengen.
+Hij heeft meer voor u gedaan, dan al die dagen en maanden
+en jaren der zaken uws vaders te wijden&mdash;niet meer
+dan hij schuldig was, als ge wilt, maar dat u niet minder
+aan hem verpligt:&mdash;hij heeft gezwegen, gezwegen
+met voorbeeldige trouw, toen eene onderneming van uwen
+grootvader faalde, toen zijn crediet hem staande hield,
+terwijl de schaal van zijn vermogen wankelde. Als gij
+die toen welligt nog in de wieg laagt, of zorgeloos
+speeldet en stoeidet, getroeteld kind als gij waart, rijke
+jongeheer als gij heettet, wanneer gij er toen begrip van
+hadt kunnen hebben, hoe uwe toekomst, hoe de middelen
+van herstel afhingen van de stilzwijgendheid van
+dien eenvoudigen, burgerlijken man, dan hadt gij hem
+gaarne een' onbekommerden ouden dag beloofd, ten
+prijs zijner geheimhouding. Die oude getrouwe! Als hij
+voor zich en de zijnen bad, dan bad hij ook voor u,
+want het huis uws vaders was schier zijne Voorzienigheid,
+en hij wiens naam gij draagt, wiens vermogen gij
+erfdet, wien gij uwen rang in de maatschappij verschuldigd
+zijt, hij had dien eenvoudigen, burgerlijken
+man lief!</p>
+
+<p>&quot;Waar blijft Loman toch?&quot; vraagt de nog jeugdige
+patroon, eene plaats aan den lessenaar ledig ziende.</p>
+
+<p>En het antwoord is niet: &quot;Loman is ongesteld,&quot; want
+het is ongeveer eene halve eeuw geleden, dat de man
+in den leeftijd was, waarin deze of gene uitspatting
+op kermis of partij met een' dag te huisblijvens wordt
+geboet,&mdash;ook is het hem tusschen de twintig en
+dertig misschien geene drie malen gebeurd. En het
+antwoord is nog minder: &quot;Loman heeft verlof gevraagd,
+om naar buiten te gaan,&quot; want noch zijne betrekking,
+noch zijn salaris, hebben hem ooit vergund boven
+Utrecht te komen, en sedert hij getrouwd is, heeft hij,
+even als de aartsvaders naar het paradijs, dikwijls maar
+vergeefs, naar Haarlem uitgezien; de slatuintjes en de
+Amstelveensche weg,&mdash;ziedaar al de schoone natuur,
+welke hij in twintig jaren genoot. Sloten of Ouderkerk is
+zijn <i>Ultima Thule</i> geworden. En het antwoord is allerminst:
+&quot;Loman viert de bruiloft van een zijner kinders,&quot;
+want dat feest zou de man op zondag hebben geschikt,
+als er van zijne vier dochters meer dan &eacute;&eacute;ne enkele
+gehuwd was. Stel u gerust, de overigen winnen zelve
+den kost, door mutsen opmaken, door kleedjes verstellen,
+enz, enz.&mdash;de middelen waardoor eene oude vrijster er
+ten minste voor bewaard wordt, van honger om te komen.</p>
+
+<p>Het antwoord is: &quot;Loman heeft de jicht!&quot;</p>
+
+<p>De jicht! Vreeselijke kwaal voor een' geest, die nooit
+had geleerd in lectuur afleiding te vinden, door
+nadenken;&mdash;die, in het huiselijk tooneel om hem heen, niets
+opbeurends aanschouwde,&mdash;die maar wenschte, dat
+hij zich op het kantoor we&ecirc;r van zijn' pligt kwijten
+kon,&mdash;die de ziekte verergerde door het ongeduld.</p>
+
+<p>&quot;Het is lastig,&quot; zegt de patroon. De man meent voor
+hem, aan den zieke denkt hij niet.</p>
+
+<p>Er verloopt eene week, en de chef herhaalt de vraag,
+en het antwoord is hetzelfde. Jan (de knecht) is in het
+voorbijgaan bij den oude aangeweest,&mdash;de boodschap
+blijft &quot;<i>pijnlijk!</i>&quot;&mdash;Voor twintig, voor tien jaren nog,
+toen de man, zoo al niet meer in zijn' fleur, echter nog
+vrij kras mogt heeten, zou de patroon zelfs eens hebben
+gaan zien, hoe hij het maakte, deels uit belangstelling,
+deels uit belang. Maar nu! de oude zaak, die Loman
+zou napluizen, moet dan maar we&ecirc;r een veertien dagen
+rusten;&mdash;de jicht, wat is daartegen te doen? Weleer&mdash;ja,
+toen zond mevrouw eene flesch wijn voor den
+herstellende, nadat zij een potje gelei had gestuurd, om op
+de bittere medicijnen toe te nemen,&mdash;doch thans, er
+is voor den ouderdom geen kruid gewassen, het einde
+is toch de dood.</p>
+
+<p>Duid het menschen van jaren eens ten kwade, dat
+zij gierig zijn, als ge zoo vaak ziet, wat grijsheid is
+zonder geld!</p>
+
+<p>Het eindje was bij Loman niet de dood; op een'
+maandagmorgen, later dan anders, maar toch niet over
+kwartier over tien, kwam Loman, vermagerd en a&ecirc;mechtig,
+zijne plaats achter den lessenaar hernemen, eene
+schaduw van hetgeen hij nog voor een jaar was geweest.
+De jicht heette geweken voor het zoele weder, voor het
+roode flanel, dat de knie nog omzwachtelde, voor&mdash;waarom
+het verzwegen?&mdash;voor den ijzeren dwang der
+behoefte; de man steende bij iedere beweging, en zijne
+borst &quot;was niet vrij.&quot; Als gij er aan getwijfeld hadt, dan
+had zijn kuch er u van overtuigd.</p>
+
+<p>Het werk ging drie dagen lang zoo als het kon.</p>
+
+<p>Den vierden ontmoette mevrouw hem toevallig bij den
+trap&mdash;hij zou haar voorgaan&mdash;ik spaar u het overige.</p>
+
+<p>Den vijfden zei de patroon:</p>
+
+<p>&quot;Je kunt in 't vervolg wel t'huisblijven, Loman, we
+hebben toch weinig meer an je.&quot;</p>
+
+<p>Het ging mij door de ziel&mdash;want de chef liet een
+paar minuten verloopen, eer hij er bijvoegde:</p>
+
+<p>&quot;Je salaris blijf je trekken.&quot;</p>
+
+<p>O die oogenblikken, eer dat woord het afscheid
+verzoette, wie schetst ze? De oude voelt niet vlug meer;
+het trage bloed sluipt slechts door de aderen; de
+verdroogde, gerimpelde huid schijnt aan te kondigen, dat
+het tijdvak der gewaarwordingen met dat der driften
+voorbij is;&mdash;maar wegzinking van oogen en waggeling
+van knie&euml;n, maar beving der handen en trilling der lippen;
+vergete haar wie het kan, mij heugt de ergernis of
+ze mij heden eerst tegen de borst stiet. De ergernis,
+zeide ik, het ergerlijkste volgde eerst. Naauwelijks was
+de toezegging gegeven, of de stumper drukte de handen
+van den patroon, die zich dezer gemeenzaamheid
+schaamde. Het was een tooneel, om aan de woorden
+van Pius VII te denken, toen ligtzinnige jeugd de
+handenoplegging weigerde van den naar Parijs gevoerden
+vorst der kerke, toen smaad en spot hem ballingschap
+en kerker verzwaarde. &quot;Jonkman!&quot; zeide de paus, dat
+oogenblik grooter dan zijne voorgangers het mij schijnen,
+toen keizers hunne muilen kusten, &quot;jonkman, de zegen
+eens grijsaards heeft nog niemand geschaad!&quot;</p>
+
+<p>Loman niet aldus; hij bemerkte ter nood den gruwel,
+hij ging heen, schreijende heen van het kantoor, waarop
+hij jeugd, middelbaren leeftijd, bedaagde jaren en
+ouderdom ten offer had gebragt voor weinig loons en
+veel ondanks.</p>
+
+<p>Welk een leven!</p>
+
+<p>Welligt zal ik, die u in deze schets den ruwen omtrek
+van het laatste bedrijf des treurspels leverde, de
+beschuldiging niet ontgaan, dat ik eene satyre op den handel
+heb geschreven, dat ik de klerken idealiseerde, ten koste
+der kooplui. Het eene was zoo verre van mijn doel als
+het andere,&mdash;ik haast mij dien verkeerden indruk v&oacute;&oacute;r
+te komen.</p>
+
+<p>Ik zou mij kunnen beroepen op de voorgaande bladen;
+ik heb het regt te vragen, of ik &eacute;&eacute;nigen patroon met
+eene zwarte kool heb geteekend, dan dien van Aagje's
+echtgenoot. Liever breng ik uit mijne weinige ondervinding
+eenige voorbeelden bij, hoe onbillijk de voorstelling
+zou zijn, <i>allen</i> in zulk een donker daglicht te stellen.
+Ik ken huizen&mdash;het zijn meest oud-hollandsche&mdash;waarin
+alles nog iets burgerlijks ademt; waaruit de
+vroomheid der vaderen&mdash;eene praktikale&mdash;nog niet
+geweken is;&mdash;in welke een band van vertrouwelijkheid
+den meester en de leerlingen omsluit. Er wordt den laatsten
+in deze nog deel gegund aan een huiselijk feest des
+patroons. De verjaring van een' der chefs blijft er geen
+geheim, dat zij slechts uit den toestel voor een' maaltijd&mdash;uit
+den geur der spijzen in den hoogen en langen gang&mdash;uit
+de komst der gasten, gissen. En hetzij gij al of
+niet gelooft, dat een glas water, aan een dorstige gereikt,
+de prijs van het eeuwige leven kan zijn, ik ben er zeker
+van, dat ge u als ik zoudt verlustigen, wanneer ge bij
+dezen of genen eene verrassende versnapering op het
+bord van het twaalfuurtje zaagt, wanneer gij de koffij
+ietwat sterker rookt dan gewoonlijk! Het zijn kleine
+teekenen van groote deugden. Die aanvullingen slechten de
+maatschappelijke klove niet, het is waar; doch wie eischt
+dit? er heersche onderscheid, afstand, zoo ge wilt, mits
+men elkander, mits vooral de mindere den meerdere
+kunne beroepen, als hij in nood is! Welnu, die
+onbeduidendheden waren schier overal zoo vele waarborgen
+eener echt menschelijke betrekking. Het was of het hoofd
+des huizes, dat z&oacute;&oacute; zijn' feestdag vierde, de jongelu&icirc; van
+het kantoor tot zijn gezin betrok, niet alleen als zijne
+hand de beker der vreugde ophief, maar ook en vooral
+wanneer zij den kelk der smarte ledigden. Er waren
+onder deze, die toezagen, die voorkwamen, die bijstonden,
+als de jongheid van het pad afdwaalde, als de
+middelbare leeftijd onder onverwachte slagen schier
+bezweek, als de ouderdom den last des gezins verdubbelde.
+Wie het mij euvel duiden, dat ik er goedrond
+voor uitkwam, dat het niet algemeen zoo is, dat te
+dikwijls louter de band des belangs partijen verbindt,
+dat geen inmengsel van heuschheid het straffe der
+bevelen tempert,&mdash;zeker doen zij het niet. Alleen op
+hun oordeel stel ik prijs.</p>
+
+<p>Het verwijt, dat ik af wilde keeren, was tweeledig.
+&quot;Idealisatie der klerken!&quot; hoorde ik mij van verre
+toeroepen. Eilieve, welke dan de natuurlijkste en meest
+alledaagsche wenschen heb ik hun toegekend,&mdash;eene
+niet al te drukkende afhankelijkheid&mdash;een huiselijk
+geluk, zoo matig in zijne eischen, dat het ten prijs van
+de eerste behoeften des levens te smaken valt&mdash;een'
+ouden dag, door geen schrikbeeld van hofje of gebrek
+bedreigd? Wat wilt ge redelijkers? Wie is er onder de
+zes of zeven klerken, welke ik opvoerde, die geblaakt
+werd door een' overgrooten zin voor eenige wetenschap
+of kunst? Heb ik &eacute;&eacute;n hunner een zweem van aanleg
+bedeeld, waardoor hun toestand&mdash;de bekrompene, de
+gesmade, de vergetene&mdash;dubbel pijnlijk werd? Schetste
+ik eene liefde voor natuurschoon, sterk genoeg om
+iemand achter den lessenaar en <i>vis &agrave; vis</i> brievendekkers
+en loketkasjes te verteren, iets gelijkende naar de
+foltering van een' landschapschilder in den dop, achter de
+toonbank of bij de ijzeren kist? Zaagt gij een' der zeven
+ter prooi aan kennisdorst, die, door geene studie beurtelings
+te leur gesteld en geprikkeld, in den blinde om
+zich grijpt naar boeken, en slechts te feller martelt, hoe
+duidelijker het den arme wordt, dat al zijne lectuur
+tijdverlies is, tijdverlies, dewijl hem opleiding ontbreekt?
+Ten derde en ten laatste: schilderde ik u een'
+Tollens, verzen schrijvende in het hatelijke boek, dwars
+door de dwarrelende cijfers heen&mdash;een' Vondel eindelijk
+in de bank van leening? Het zou onedelmoedig
+ten opzigte der kooplu&icirc;, het zou onwaar jegens de
+maatschappij zijn geweest. Genie komt aan het licht&mdash;&ograve;f
+schitterende als de zon,&mdash;&ograve;f kwijnende als de
+maan,&mdash;&ograve;f schemerende als eene ster,&mdash;&ograve;f&mdash;wanneer
+lot, leven, omstandigheden, gebeurtenissen,
+wanneer alles zich vereenigt om het te omhullen,
+te verbergen, te verstikken,&mdash;onverwacht en bij vlagen
+als de bliksem uit de zwangere wolk. Dat het in den
+laatsten toestand even voorbijgaande, even vlugtig is als
+deze, behoort thans niet tot mijn onderwerp,&mdash;genoeg,&mdash;het
+was er, en het blonk. Zie, ik ben slechts bij gewone
+menschen gebleven, wier bete te vaak bitter, wier
+dronk te dikwijls wrang is&mdash;of behoeft men tot de
+milder bedeelden te behooren, om als knaap uitdooving,
+om als man vernedering, om als grijze gebrek hard te
+vinden, om een leven ondragelijk te achten, doorgebragt
+onder de dubbele bedreiging van donkere wolken,
+een: &quot;ik kan niet helpen dat je op straat staat!&quot; bij de
+bankbreuk van het huis;&mdash;een: &quot;ga henen en wordt
+warm!&quot; als de patroon er zijne zaken aan geeft.</p>
+
+<p>Gij zoudt ondanks deze verdediging regt hebben, u
+te verbazen, dat ik u zoolang bij den heloot der
+handelswereld liet stilstaan, als ik ten slotte niet anders
+had te doen, dan voor hem een weinig menschelijkheid
+in te roepen. Al geef ik me er door bloot aan den schijn,
+als twijfelde ik aan den indruk, dien mijne schetsen
+en groepen op u hebben gemaakt, ik doe het en van
+harte (waarom het verheeld?) voor hen, die zich in
+deze betrekking gelukkig zouden achten, als zij allengs
+een weinig wierden opgebeurd in de schatting des
+publieks. Daar zijn menschen, door de natuur tot
+bedienden bestemd, bekrompen hoofden, koele harten,
+&quot;medeklinkers, niet allen kunnen vokalen zijn,&quot; beweert
+een mijner goede vrienden. Het zij zoo!--men gebruike
+er zoovele men behoeft, &quot;slechts neme men liever de
+italiaansche dan de russische spelling tot voorbeeld,&quot;
+is mijn antwoord. En waar ik vooral op zou willen
+aandringen,&mdash;men sluite toch niet onbarmhartig in eene
+kooi, wie in staat zou zijn eigen wieken te kleppen. Ik
+moet oppassen of de eene leenspreuk volgt de andere
+op, zooals Isa&auml;c Abraham en Jacob Isa&auml;c; en mijn
+onderwerp eischt alles behalve oostersche weelderigheid;
+het geldt eene handelskwestie, eene geldzaak. &quot;Voedsel
+en deksel&mdash;huis en hof&mdash;vrouw en kroost&mdash;genoegen
+en geneugten voor allen&mdash;&quot; zou ik Jan willen toeroepen,
+&quot;maar voor wie in staat zouden zijn, zich zelven meer
+te verschaffen, wanneer allerlei kleingeestige belemmeringen
+hen niet verpligtten t'huis te blijven en stil te
+zitten, voor hen gelegenheid ter ontwikkeling van wat
+er goeds en groots in hen schuilt!--Immers ons volk
+is er niet te beter aan toe, dewijl we er thans onder ons
+zoo velen hebben, die geduldig den schimp: &quot;'t Is maar
+een pennelikker!&quot; verduwen&mdash;die zich hun leven lang
+bekrimpen, omdat men geen: &quot;oude sloffen mag weggooijen
+eer men nieuwe schoenen heeft,&quot;&mdash;uithoofde
+dat een groot gedeelte onzer vermogende lieden zweert
+bij het woord: &quot;Ver van je goed, digt bij je schade!&quot;&mdash;louter
+dewijl wij, eer wij ooit den neus buiten de deur
+staken, al leerden napraten: &quot;oost west, t'huis best!&quot;</p>
+
+<p>E&eacute;n voorbeeld schildert treffender dan tien vertoogen.
+We hebben op met den vermogenden handelaar, die
+voor een vijftiental jaren al zijne bedienden met de
+tijding verraste: &quot;Ik schei er uit met mijne zaken; maar
+jullie, jonge lu&icirc;, blijft je jaarwedde behouden tot je dood.&quot;</p>
+
+<p>Een <i>rara avis</i> in onze streken;&mdash;het zij in het
+voorbijgaan opgemerkt&mdash;waar een jaar vooruit opzeggens,
+gepaard aan de waarschuwing: iets anders te zoeken, in
+zulk een geval al eene zeldzaamheid is&mdash;de man leeft
+nog! Welligt heeft hij van al zijne schatten&mdash;al zijne
+weelde&mdash;al zijnen glans, nooit we&ecirc;r z&oacute;&oacute; groote voldoening
+gesmaakt, als op dat oogenblik, in den zoeten
+waan, dat hij gelukkigen maakte.</p>
+
+<p>Ik vermeet mij niet te beslissen, of wij regt hebben
+er ons z&oacute;&oacute; onvoorwaardelijk op te goed te doen, dat
+afkeer van zaken, uit overdreven mededinging geboren,
+te onzent meer aan de orde van den dag is dan
+halsbrekerij ten gevolge van gewaagde ondernemingen&mdash;het
+is eene keuze tusschen twee&euml;rlei kwaad, welke eene
+prijsvraag onzer geleerde of geletterde maatschappij&euml;n
+verdient uit te lokken: &quot;wat is beter, <i>lusteloosheid</i> of
+<i>overmoed?</i>&quot;&mdash;Maar het acht- of tiental klerken, dat
+zich, volgens de overlevering, boog, en verblijdde en
+heenging, zonder een' patroon, die zoo groote welwillendheid
+aan den dag legde, te verzoeken, hun de
+behulpzame hand te bieden tot het beginnen van een eerlijk
+beroep, liever dan hen door dit genadeblijk te verpligten,
+die jongelu&icirc; zijn verre van mij levendige
+sympathie in te boezemen. Waarschijnlijk waren er
+eenige bedaagden onder;&mdash;maar zij, wier schouders
+zich nog niet kromden, wier knie&euml;n nog niet knikten,
+maar de overigen, die zulk eene gelegenheid niet aangrepen
+om zich zelve onafhankelijk te maken, hoe duidelijk
+bewezen zij het verval van den volksgeest, die
+Jan weleer van zijne naburen onderscheidde!</p>
+
+<p>Wij zijn met eene plaats uit een' der dichters van
+de gulden eeuw onzer letterkunde begonnen: eene
+vraag, die ons reeds bij den aanvang van dit opstel
+voor den geest zweefde, besluite dit opstel. Onze
+voorouders schiepen hunnen handel onder veel ongunstiger
+omstandigheden, dan die, waarin wij verkeeren; waarom
+blijven wij met onze meerdere middelen zoo verre onder
+hen? Terwijl het krijgsvuur binnenslands nog niet had
+uitgeblaakt, terwijl men den vijand met moeite van de
+grenzen des jongen staats keerde, ontwierpen de broeders
+en de zonen der verdedigers van het vaderland het
+plan voor togten door de noordelijke zee&euml;n; in spijt der
+natuur, bereidden zij de verovering van een ander
+werelddeel voor en voerden die uit. Niemand heeft
+minder lust dan ik, de gruwelen te verdedigen, ter oprigting
+eener factory,&mdash;ter aanlegging eener stad,&mdash;ter
+verwerving van een gebied, onder de mildst bedeelde
+hemelstreken, door onze voorzaten gepleegd. Maar wien
+het voegt, uit dien hoofde den staf over hen te breken,
+ons, hunne erfgenamen, wel het minst van allen; gezwegen,
+wat er ter verschooning dier onmenschelijkheid zou
+zijn in te brengen, de begrippen der eeuw, de gewoonten
+hunner mededingers in aanmerking genomen. Wij willen
+het niet; wij gewagen er slechts van, ten einde, na dit
+blijk, dat wij niet blind zijn voor de schaduwzijde van
+het tafereel, ons in het licht, dat er ons van toestraalt,
+te verlustigen, meent ge, te schamen, zeggen wij.</p>
+
+<p>Wat is er geworden van de zucht tot reizen, die weleer
+een eigenaardig hollandsche karaktertrek plagt te
+zijn? Lust ter koopvaardij te varen, bij den minderen
+stand,&mdash;lust, ontdekkingstochten te ondernemen, bij
+onze rijke kooplieden,&mdash;lust, het land der zon te
+bezoeken, bij de zonen der kunst,&mdash;lust, eenigen tijd
+aan de beroemdste hoogescholen in den vreemde te
+verwijlen, bij onze geleerden,&mdash;lust, tusschen de bouwvallen
+van oud-Rome rond te dolen, bij onze patrici&euml;rs&mdash;lust
+in &eacute;&eacute;n woord, andere landen te zien, andere
+volken te leeren kennen, anderen tongval te hooren,
+andere zeden gade te slaan,&mdash;lust den kring zijner
+denkbeelden te verruimen, de som zijner kennis te
+vermeerderen, het gevoel te verfijnen, den smaak te
+vormen,&mdash;lust, door wrijving te streven naar licht, hoe is
+die uitgedoofd en verflaauwd! Roem zoo hoog gij wilt,
+de versnelde gemeenschap tusschen, de vlug verbreide
+berigten van de afgelegenste deelen der aarde;&mdash;&quot;met
+eigen oogen zien,&quot; zeiden onze vaderen, &quot;gaat voor
+alles,&quot;&mdash;en beweerden het te regt. Wat hebben wij bij
+het stilzitten van lateren tijd gewonnen, dan eenzijdige
+lofspraken op ons volk, onze instellingen, onze
+deugden,&mdash;zonderling afstekende bij de onpartijdigheid,
+waarmede men in de zeventiende eeuw in Nederland de
+verdiensten van vreemdelingen erkende en huldigde. Beweer,
+dat de algemeene studie van talen, dat de onvermoeibare
+drukpers, alles, wat wetenschap of kunst, bij
+de afgelegenste volken merkwaardigs opleveren, tot u
+brengt, zoodra het in het oosten of westen het licht
+ziet: &quot;Vreemde oogen maken menschen,&quot; zeiden onze
+vaderen, en de uitslag bewees, hoe juist zij hadden gezien.
+Het is of men schroomt, onze jongelieden den
+toets te doen doorstaan, waarop het verkeer met verre
+vreemden hunne zeden stellen zoude. Waarlijk, de moed
+van het voorgeslacht, de jeugd aan die vuur- en waterproef
+te onderwerpen, pleit voor de beginselen, welke zij
+deze inscherpte.</p>
+
+<p>Eene uitweiding over de levensbeschouwing die het
+vroede en het kloeke in haar karakter zoo vroeg had
+ontwikkeld, dat men geene teleurstellingen duchtte, het
+gevolg van eigenliefde of zelfbewondering&mdash;eene
+uitweiding van dien aard zoude hier misplaatst zijn&mdash;tot
+den handel terug, als ge wilt. Wie er voor vreeze,
+ik ducht geen oogenblik, dat onze jeugd ontaard zoude
+blijken, als haar de middelen ter ontwikkelling niet
+faalden, zonder hare schuld en tegen haren wensch.
+Waardoor ontbreken deze? Welligt zal eene wedervraag
+het kortst tot beantwoording leiden: Wat geeft Engelands
+handel het overwigt op dien van alle overige
+volken?&mdash;Koloni&euml;n?&mdash;we hebben even rijke, zoo niet in
+evenredigheid nog rijkere dan <i>Albion</i>.&mdash;Industrie?&mdash;de
+gevaarlijke boom droeg te onzent reeds meer vruchten
+dan wij behoeven.&mdash;Landbouw, veeteelt?&mdash;wie
+weigert hollandsch zuivel den wel verdienden
+lof?&mdash;Vermogen?&mdash;we zijn houders van schuldbrieven van
+schier alle nati&euml;n, en van die der onze niet het
+minst.&mdash;Hoofden en handen?&mdash;we zouden niet klagen, als wij
+er geene te over hadden.&mdash;Een kreet gaat op tegen de
+Nederlandsche Handelmaatschappij, dewijl zij schier de
+&eacute;&eacute;nige groote zeehandelaar mag heeten onzer beide
+koopsteden; doch bedenk, eer gij er mede instemt, wat
+er van Java zou geworden zijn, bij de slaperigheid van
+v&oacute;&oacute;r het jaar 1830, als koning Willem I den interest der
+acti&euml;n bij de oprichting niet had gegarandeerd, en jaren
+lang voorgeschoten. Ik huiver te beslissen, maar ge zult
+mij vergunnen de vreeze te opperen, dat het effectenspel
+den goederenhandel verstikt, even als de schuldenlast
+der nieuwere staten het krijgszwaard der koningen onzer
+dagen in de scheede houdt: zoo gaan goed en kwaad in
+deze wereld hand aan hand. Sir Robert Peel's <i>Income-Tax</i>
+bedreigt, treft alreeds de bezittingen en portefeuille;&mdash;de
+hooggeroemde papieren, welke rente geven, al
+sluimerende en al nederliggende, die uitvinding van den
+nieuweren tijd, welke staatsschuld synoniem acht met
+volksrijkdom,&mdash;Sir Robert Peel's <i>Income-Tax</i> zal
+navolging vinden op het vaste land, en wij zullen zien&mdash;doch
+ik mag niet we&ecirc;r afdwalen, ik herhaal liever
+mijne vraag: wat geeft Engelands handel het overwigt
+op dien aller volken, wat heeft hij zigtbaar boven den
+onzen vooruit?&mdash;Wijs mij eene koopstad in de vijf
+werelddeelen, zou ik u willen antwoorden, waarin geene
+Engelsche huizen gevestigd zijn, jonger zonen, die den
+vreemde bestudeerden en doorsnuffelden, en zich de
+dubbele kennis ten nutte maken!</p>
+
+<p>Er is nog iets.</p>
+
+<p>Engelands handel heeft een tooverwoord, dat al zijne
+betrekkingen regelt. <i>Fair</i> heet het. Vertaal het met
+&quot;billijk&quot; of met &quot;gepast&quot;, met &quot;eerlijk&quot; of met &quot;teregt&quot;,
+het drukt al die gedachten uit; het is eene lofspraak, het
+is eene wet. Waar men haar toepast, waar men haar
+nakomt, waar zij beginsel is geworden, d&aacute;&aacute;r heerscht
+verband tusschen het werk, dat men doet, en het loon,
+dat men geniet, bij inkoop en verkoop, in commissie en
+courtage, in handel en wandel; tusschen de kennis,
+welke men zich verwierf en de onderscheiding, waarop
+zij aanspraak geeft, het vertrouwen, dat men bewijst
+waardig te zijn, en de aangelegenheden, wier behartiging
+men ons opdraagt. Ik wil Jan niet in de school brengen
+bij John Bull; maar hij heeft eenige reminicenti&euml;n van
+de dagen, toen hij monopolist was,&mdash;factors aan de
+graanmarkt, overdreven makelaars-loon in aantal van
+artikelen, refactiemeesters in de tabak b.v.&mdash;die hij
+w&egrave;l zou doen te vergeten; want als men een' mededinger
+heeft gekregen, is het wijsheid toe te zien eer
+het te laat is.</p>
+
+<p>Zonen van goeden huize, vermogende jongelu&icirc;, die
+klaagt over gebrek aan zaken te onzent, leert den
+vreemde kennen, vergelijkt, spoort op, wat belet u?
+Lokken oude en nieuwe wereld niet om strijd uwe blikken
+aan?&mdash;het uitstapje, de togt zal u goed doen. Er
+ligt nog zoo menig veld braak, er schuilt nog zoo menige
+mijn onder den grond, er vloeit nog zoo menige bron
+vergeefs. Ontdekt ze, en honderdvoudige rente zullen
+uw loon zijn. Ge wilt u niet alleen in den vreemde
+vestigen? welaan, uws gelijken in aanleg, maar niet in
+vermogen, vloeijen over in het moederland, verstikken en
+kwijnen weg in de bedompte kantoorlucht; waarom
+zoudt gij hun aan uwe zijde het spoor niet ontsluiten?
+Hoeveel edeler zou het zijn, zoo ge, dus strevende voor
+Holland nieuwe betrekkingen aan te knoopen, den overvloed
+van levensgeesten, der jeugd eigen, ten nutte van
+u zelve en anderen besteeddet, dan die te wijden aan
+dubbelzinnig genot, aan spel en aan min,&mdash;hoeveel
+edeler dus een flink burger te worden, dan een vroeg-oude
+couponnenknipper! Of beschamen Hamburg en
+Bremen ons niet reeds in het uitbreiden harer betrekkingen
+met veel geringer middelen?&mdash;Hoe ons volkskarakter
+winnen zoude bij dergelijke pogingen, alle
+sluimerende krachten op te wekken, vroegere degelijkheid
+te doen herleven, nieuwe bronnen van welvaart en
+glorie te openen voor tijdgenoot en voor nageslacht!
+Hoort gij de stemme niet, die er u toe aanmaant, zoo
+dikwijls gij u, op de hofsteden uwer ouderen, in het
+schoon der natuur hebt verlustigd, en, de duinen opgestegen,
+de zee v&oacute;&oacute;r u ziet, de zee, waaraan ons voorgeslacht
+alles verschuldigd was, zijne vrijheid, zijn' voorspoed,
+zijne vroomheid misschien,&mdash;want niet te onregt
+zegt een oud spreekwoord: Wie wil leeren bidden, die
+vare ter zee!</p>
+
+<p>Het is in den handel als in alle standen, wie zich de
+kunst te bevelen eigen wil maken, die oefene zich eerst
+in het gehoorzamen! Zoo rampzalig als het is, altijd op
+de laagste trap te blijven staan, zoo goed is het van de
+eerste sport op te klimmen. Het vormt&mdash;het prikkelt&mdash;het
+brengt alle gaven aan het licht.&mdash;Maar de leerjaren
+moeten eens een einde nemen; hij moet het vooruitzigt
+hebben meester te kunnen worden, die zich deze
+ten nutte zal maken. Altijd de oude knecht te blijven is
+een ondragelijke vloek.&mdash;Aldus begrepen het onze
+vaderen, die hunne jonge lieden uitzonden in oost en
+west en in noord en zuid, maar hun na volbragten togt
+ook de behulpzame hand boden om zich te vestigen, ten
+einde van de verkregen kennis partij te trekken. Aldus
+begrijpen het nog de degelijksten onder ons. Waarom
+mag ik hier geen loffelijk voorbeeld aanhalen, dat allen,
+die in de hoofdstad beurs en raad kennen, voor den
+geest komt; waarom den man niet noemen, die op zee
+voor zijn beroep gevormd, thans een hooger roer heeft aanvaard?</p>
+
+<p>Laat Hooft uitdrukken hoe ik wenschte, dat al onze
+aanzienlijken ons v&oacute;&oacute;rgingen, zoo als hij:&mdash;de dichter
+ziet zijne vaderstad ten top van voorspoed gestegen, ter
+prooi aan de duizeling, der weelde eigen, en waarschuwt
+haar: ach! dat zijne po&euml;zij geene profetie ware geweest:</p>
+<br>
+<span style="margin-left: 15em;">Want nergens is zoo veil</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">De niet verwachte val, als op de toppen steil:</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Zoo slibbrigh staan, als op de kruin; zoo te bedinken</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Het gypen, als voor wind, en zoo gereed het zinken.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Gelijk ik zie, uit wenst tot weelde, te gemoet</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Al wat verbastering der oude zeeden goedt;</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">En, om het snood gewin, in last de goede wetten.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Doch zullen daar de best' hun voorgang tegens zetten.</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Uitblinkendt als in goudt het heldere gesteent.</span><br>
+
+<p>1842.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="MARIE"></a><h2>MARIE</h2>
+<br>
+
+<p>&quot;Marie is alleraardigst,&quot; plagt ik uit te
+roepen, zoo dikwijls ik in den verleden zomer
+op den huize Duin en Dal gast was geweest;
+maar gister bewaarde ze mij wel voor de
+verzoeking het nog eens te doen. En echter
+ben ik, in den jongsten winter, zoo min een fat als een
+pruik geworden; een der beide herscheppingen zou genoeg
+geweest zijn, om het der lieve te doen vergeven,
+zoo ze mij geschuwd had als de pest. <i>Ik</i> bleef dezelfde;&mdash;een
+jaar meer in de gulden twintig ontwikkelt slechts
+te ruimer ieder zin voor genoegen,&mdash;maar hoe was <i>zij</i>
+veranderd! Uit haar vijftiende trad zij in haar zestiende.
+Laat mij u waarschuwen voor de onheilsstar, die</p>
+
+<span style="margin-left: 1em;"><i>En des jours t&eacute;n&eacute;breux a chang&eacute; ces beaux jours</i>.</span><br>
+
+<p>Ik vermoedde geenszins de teleurstelling die mij
+beidde, toen ik, de hofstede genaderd, mijn paard liet
+stappen, en, zoo als ik gewoon was, ten lommerrijken
+heuvel opzag, naar de plek, van waar ze mij zoo vaak
+begroette. Het was ditmaal echter vergeefs; geen witte
+doek wuifde mij er tegen. Traag reed ik onder haar
+prieel van bloeijende meidoornen langs, en staarde
+weder op; doch de slanke leest van het meisje boog zich
+niet over hunne twijgen. Ik zag eindelijk nog eens naar
+omhoog, half ongerust over haren welstand; neen, geen
+lief handje repte zich door het gebladert. Maar de wielen
+van mijne tilbury rolden stroever over het zand van eenen
+bijweg, en Diane stak de ooren op, als hoorde zij den
+bekenden vogelvluggen tred over het grasperk, dat er
+het spoor omzoomt.</p>
+
+<p>En ik verbeidde.</p>
+
+<p>D&aacute;&aacute;r plagt Marie mij te gemoet te snellen, naast mij
+op het rijtuig te wippen, schier altijd regts, gij zult zien
+waarom, en, lieve wilde meid als zij was, de leidsels uit
+mijne hand te nemen, ja, hare vingeren om de zweep te
+slaan, die ik, wanneer Diane mij buiten bragt, slechts
+zelden uit den koker nam. &quot;Straks, Marie!&quot; zeide ik dan,
+en hare donkere kijkers tintelden van vreugde; ijlings
+gingen mijne groote handschoenen aan de blanke dunne
+vingertjes mijner lievelinge over. Even als had Diane
+geweten wie meesteresse was geworden, stapten wij niet
+langer. Maar als wij het hek der plaats in het verschiet
+zagen, en de heerlijke oprijlaan, die van de huizinge
+tot den straatweg voert, instoven, dan werd de dreumis
+van den tuinman of de deerne des koetsiers, die achter
+de traliestijlers in schaduw der oude linde speelden,
+moedwillig met een tikje bedreigd, dan kreeg het ros
+er een, en wij renden! Het vleijend woord, de belofte
+eener versnapering, waarmede de beminnelijke ondeugende
+den schrik wilde goedmaken, gingen te loor, want
+Diane verslond het spoor der laan; wij waren haar reeds
+ter vierde, wij waren haar halverwege doorgevlogen. En
+het gebriesch van mijn paard, of de wolk van stof, bijwijle
+ook Marie's luide lach, was het sein tot het openen der
+zonneblinden, of het ophalen eener gordijn voor menigen
+<i>log&eacute;</i>. Hoe het lieve kind genoot, als deze zich verbaasde,
+gene haar toejuichte, Diane zelve behagen scheen te
+scheppen in het wilde spel! Dan gierde Marie hare blijdschap
+uit,&mdash;hief zich van het kussen op,&mdash;stond in de
+tilbury,&mdash;vuurde aan met hand en voet, maar meest
+met de oogen. Ik moet bij een dier toertjes onwillekeurig
+eens een bitter bang gezigt hebben gezet; immers een
+beroemd schilder, gast van den huize, verraste ons een
+uur later met een <i>croquis</i> van den echt van statelijken
+ernst met dartele schalkheid. Behoef ik te zeggen, dat
+ik, op het blad, den eersten vertegenwoordigde,&mdash;ik,
+die in pijnlijken angst den strooijen hoed van Marie
+onder het afvliegen trachtte te grijpen,&mdash;den strooijen
+hoed, welks smal, geel lint zich, als een krans van
+korenairen, door haar kastanjebruin haar slingerde?</p>
+
+<p>Diane had de ooren gespitst, en ik had gebeid. Maar
+niet mijne gunstelinge, slechts een jagthond was te
+voorschijn gesprongen; en toen ik aan de trappen der huizinge
+stilhield, werden bediende noch stalknecht opgeschrikt
+door een ongeduldig stampend ros; ik was bedaard
+doorgereden.</p>
+
+<p>&quot;De familie is op het terras,&quot; verzekerde Hendrik mij.
+Ik wenschte dat gij hem niet voorbijzaagt, zoo als gij
+geneigd zijt te doen; er valt in onzen tijd meer, dikwijls
+iets anders uit de liverei op te maken, dan de kleuren van
+des heeren wapenbord. Wij leven in eene eeuw, die den
+eersten rijke den beste vergunt er zijne dienstboden in
+uit te dossen. Ik heb er niets tegen. Het spijt mij slechts,
+dat zij het niet met meer smaak doen. Of ergert u dat
+onwaarschijnlijk aantal velden, leeuwen, of wat het zijn
+mogen, van <i>keel</i> niet, die door het algemeene rood der
+vesten worden verkondigd? Dat men het groen ten
+minste den jagers overliet! Ik heb opgemerkt, hoe zich,
+in omgekeerden zin van den cameleon, het karakter der
+bedienden van den nieuwelings aanzienlijke naar den
+bonten tooi, met welken zij pralen, wijzigt. Ook valt er
+nog iets uit te leeren. &quot;Zoo heer, zoo knecht!&quot; luidt het
+spreekwoord; maar als ik, in de voorportalen onzer
+geld-aristocratie, het gejoel der jonge, winderige,
+over-welgedane livereiknechts hoor, verwaand op den opschik,
+die hunne lompen van gisteren verving:</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;"><i>Beaux parvenus, honteux de leur famille</i>;</span><br>
+
+<p>baldadig door den overvloed, waarin zij zich mogen
+baden, na jaren lang gebrek te hebben geleden:</p>
+
+<span style="margin-left: 1em;">Als nu Jeschurum vet wert, zoo sloeg hy achter uyt;</span><br>
+
+<p>als ik hen onbescheiden, aanmatigend, onuitstaanbaar
+vinde, dan zeg ik in mij zelven: &quot;Zoo knecht, zoo heer!&quot;</p>
+
+<p>Op Duin en Dal&mdash;ik verlies inderdaad op mijne
+beurt onzen gedienstigen geest uit het oog&mdash;op Duin
+en Dal zou uw blik met welgevallen hebben gerust op
+den liverei-bediende van goeden huize. Hendrik is een
+der <i>patterns of fidelity</i>, die mij minder een aandoenlijk
+belang inboezemen, als de laatste, bleeke afschaduwing
+der leenknechten, welke naar knods of bijl grepen, wanneer
+de ridder zich harnaste</p>
+
+<span style="margin-left: 14em;">Van top tot teen,</span><br>
+
+<p>dan als een dagelijks zeldzamer overblijfsel uit den tijd,
+toen de betrekking tusschen meester en dienaar door iets
+hartelijks, iets vertrouwelijks, iets humaans werd geadeld.
+Het is bij hem niet louter: &quot;wiens brood men eet,
+wiens woord men spreekt;&quot; zijne stemming is eer gemoedelijk
+dan wijsgeerig; hij benijdt zijnen heer niet, hij
+heeft hem lief. Al glinsterden er geen tranen in zijne
+oogen, toen de vrouw van Duin en Dal verleden winter
+doodelijk krank was, waar baldadige straatjongens het
+zand van de steenen hadden gewoeld, overstrooide Hendrik
+die zorgvuldig weder, voordat iemand het hem had
+geboden. En hoe Marie hem ter harte ging&mdash;het is eene
+lofspraak op den meester, als zijne dienstbare de kinderen
+des huizes bemint&mdash;dat getuigde zijne verzekering
+van haren welstand. Daar stond hij voor mij, gedienstig,
+oplettend, eerbiedig, een waarborg van den goeden toon,
+die op de hofstede heerschte, der rustige orde, waarmede
+er de genoegens van het leven werden aangeboden en
+gesmaakt; daar stond hij voor mij, in azuur en zilver,
+blaauw met wit, als men zegt.</p>
+
+<p>Lach mij uit om de dwaasheid, zoo het u lust; maar
+het zijn mijne lievelingskleuren. Ik verbeeldde mij, dat
+hij, die deze tot wapen durfde kiezen, zeggen mogt:
+&quot;Zie, hier ben ik, standvastig en onschuldig!&quot; Zilver op
+azuur, leli&euml;n en starren op een hemelsblaauw veld, wat
+is smaakvoller, wat dichterlijker? Uwe gissing, of deze
+op het wapen van mijnen gastheer prijkten, vergunt ge
+mij gissing te laten; maar verzekeren mag ik u, dat hij
+waardig is die te voeren, vertegenwoordiger van een
+onzer oudste patricische geslachten. Wilt gij den man
+kennen? &quot;Liever eerste der graven, dan laatste der
+hertogen,&quot; zal hij u antwoorden, zoo gij hem aanraadt, zich
+in den adelstand te doen verheffen. Het is een woord uit
+mijn hart; zulk eene verloochening onzer historie is mij
+een gruwel. De baronnen en de ridders, de Wassenaers
+en de Brederodes, de Arkels en de Egmonds behooren
+onzer grafelijke geschiedenis toe; in het handeldrijvend
+gemeenebest wiessen, als in een ander Veneti&euml;, nieuwe
+geslachten met den staat op, welker nakomelingen geen
+jonkheerstitel behoeven, om te worden ge&euml;erbiedigd,
+nadat hunne voorvaderen, twee eeuwen lang aan de
+beurs als in den raad, over het lot van werelden beslisten.</p>
+
+<p>Mijne welkomst had zoo min iets opmerkelijks als
+mijne buiging: de vrouwe van Duin en Dal was <i>even
+lief</i> als vroeger, schoon zwak en stil. Slechts vlugtig
+merkte ik onder hare gasten de echtgenoote van een
+onbekenden staatsraad en de moeder van een wakkeren
+zeeman op, en zag de heeren voorbij, om den wil
+mijner lievelinge. Daar zat zij, in schaduw van een bonten
+esch, mijne Marie, die anders rondhuppelde als een ree;&mdash;daar
+rees zij op en neeg statelijk, mijne Marie, die
+mij vroeger hare frissche lippen ten kus aanbood;&mdash;daar
+zeide zij zacht, toonloos, schroomvallig, ik wist niet
+wat er van mijne Marie geworden was:</p>
+
+<p>&quot;Mijnheer!&quot;</p>
+
+<p>Ik reikte haar de hand.</p>
+
+<p>Was er eene klove tusschen ons?</p>
+
+<p>Schichtig stak ze mij de toppen harer vingeren toe.</p>
+
+<p>&quot;Het zal u geen zeer doen,&quot; schertste de moeder van
+den wakkeren zeeman.</p>
+
+<p>Het kind zag op, het kind zag rond, het kind zag om;
+ik bemerkte dat er digt bij haar een stoeltje ledig stond,
+'t welk hare aandacht trok.</p>
+
+<p>&quot;Mijnheer!&quot; zeide zij nog eens.</p>
+
+<p>&quot;Wat is zij gracieus!&quot; hoorde ik de gade van den
+onbekenden staatsraad zeggen.</p>
+
+<p>De vrouwe van Duin en Dal knikte tevreden.</p>
+
+<p>Er komen oogenblikken in het leven voor, waarin
+wij naar den indruk eener bij ons oprijzende gedachte
+handelen, eer wij de juistheid van deze hebben overwogen.
+De mijne deed mij Marie met een vorschenden blik
+aanzien. Zij was veranderd. Zij had plaats genomen in
+den cirkel van Mama. Waarlijk, zij maakte aanspraak
+op taille. Zie, de vuile ijzers van den kapper hadden
+haar het eerst begrip gegeven van het onderscheid tusschen
+de vrijheid der jeugd en den dwang der beschaving.
+Er viel niet aan te twijfelen, zij was jonge jufvrouw
+geworden. En</p>
+
+<span style="margin-left: 30em;">Zei mama</span><br><br>
+
+<p>Staring vergeve mij de mishandeling zijner verzen!</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;">Dit met de kamenier den spiegel vlijtig na?</span><br>
+
+<p>Waarschijnlijk; want Marie bloosde bij mijn aanstaren;
+die blos mishaagde mij,&mdash;Marie werd links; als
+kind was zij het nooit.</p>
+
+<p>Eensklaps sprong de jagthond die mij herkend had,
+vertrouwelijk tegen mij op, en raakte met de voorpooten
+haar kleed aan.</p>
+
+<p>&quot;<i>Fi donc, Amy!</i>&quot; riep zij.</p>
+
+<p>&quot;Heeft het beest Fransch geleerd?&quot; vroeg ik.</p>
+
+<p>&quot;Mijnheer!&quot; zeide Marie voor de derde maal, en zag Mama aan.</p>
+
+<p>Ik had deernis met het arme schepsel, en wendde
+mij tot de dames over het weder, het uitzigt, het nieuws
+van den dag. De vrouwe van Duin en Dal sprak niet dan
+juist; een recept voor eene kwijnende conversatie. De
+echtgenoote van den onbekenden staatsraad we&ecirc;rhield
+door de stijve houding, waarmede zij de <i>gants &agrave; jour</i>
+voor een oogenblik uittrok, om een beschuitje in een glas
+maderawijn te doopen, en die, na volbragte operatie,
+weder langzaam, voorzigtig, doods bedaard aan de vingeren
+te schuiven, de moeder van den wakkeren zeeman
+in het kouten over hem, die haar, ondanks dat hij zich
+op Java bevond, zoo na aan het harte lag. Een paar lieve
+gezigtjes waren figuranten; welk een gesprek! En Marie,
+die in vroegere jaren, bij iets zoo vervelends, op den rug
+van Amy het heuveltje zou zijn afgeschommeld,&mdash;of,
+door het zand ademloos opgeklouterd, ons verrast had
+met een paar frambozen, minder lieflijk gloeijende dan
+hare wangen,&mdash;Marie zag nu naauwelijks van haren
+arbeid op, <i>et ne fit que tapisserie</i>. Of zoo zij van tijd tot
+tijd een woord mede in de schaal legde, het was zoo
+onbeduidend, dat het den evenaar noch ter regter noch
+ter slinker deed overhellen. Zag ik inderdaad het meisje
+voor mij, dat me &quot;gaauw, gaauw, maar heel gaauw,&quot; ter
+hulp plagt te roepen, om een vlinder te vangen,
+&quot;mooijer&quot; dan zij er ooit had gezien? Hoe was de kleine
+veranderd, die zoo driftig haar vingertje op den mond
+legde, om mij te gebieden, het kraken mijner laarzen te
+smoren, waar zij de woudduiven op het mos voederde!
+Waar was de tijd, waarin hare vragen, onverwachte
+bewijzen voor de ontwikkeling van haren geest, mij deden
+aarzelen, hoe die te beantwoorden? wie er in de zee
+woonde? waarom zij niet vliegen kon? wat de wind aan
+de boomen vertelde? En dan die lieve vertrouwelijkheid,
+waarmede zij mij in later dagen influisterde, pa of ma
+over te halen, om haar een rijpaard te koopen, omdat
+zij zoo gaarne zulk een moedig dier zoude bevelen,&mdash;of
+haar piano aan de boerderij te doen brengen, opdat
+zij Arend en Geert de horlepijp mogt leeren dansen!
+Al wat zij thans op mijne vragen antwoordde,&mdash;zij
+hield zich, als behoefde zij zulk eene aanleiding om zich
+in het gesprek te mengen,&mdash;miste beide: karakter en
+kleur;&mdash;haar geest dartelde niet langer,&mdash;hare stem
+had niets welluidends meer.</p>
+
+<p>O gemaaktheid!</p>
+
+<p>Vermoedt gij hare oorzaak niet?</p>
+
+<p>Ik weet wel, dat ik slechts eene garstige waarheid
+verkondig, zoo ik u zeg, dat er een leelijk Hollandsch
+is, 't welk wij verpligt zijn soms aan te hooren, ja, te
+prijzen; het Hollandsch dat ons te dikwijls wordt toegegalmd,
+zoo van den predikstoel als van het tooneel;
+het eentoonig Hollandsch onzer dreunende verhandelaars.
+Vergun mij echter er mijn hart lucht over te geven,
+eer ik het ter vergelijking bezig. Het schijnt, dat velen
+onzer sprekers de opmerkingsgave ontzegd is, hoe in het
+openbare leven, zelfs in gezelligen, beschaafden omgang,
+de driften heerschappij uitoefenen over de menschelijke
+stem. Zij eentoonig? de schaal der muzijk is bekrompen
+bij de hare. Verheft zij zich niet bij het geven van een
+bevel, als was zij zich van hare koninklijke magt bewust?
+Zij werpt zich, onder het voordragen eener bede, als eene
+slavin die genade smeekt, in het stof; zoo het vuur der
+gramschap ons blaakt, gelijkt zij eene verschroeiende
+vlam, die zich zelve verteerd; als wij in den weelderigen
+schoot der liefde rusten, kwijnt zij weg in zoet gefluister
+en verteederend gezucht. Hoe zijn wij dan toch aan bulderende
+troosters en galmende verliefden gekomen?
+Holland en de zee, het is of men van moeder en dochter
+spreekt... maar het voorbeeld van den Griekschen redenaar,
+die de wateren beluisterde, schijnt voor de onzen
+te loor gegaan. Eilieve, hoe velen kent gij er, die van deze
+leerden hunnen toon in harmonie te brengen met het
+gevoel, dat de toestand eischt of het onderwerp wekt;&mdash;die,
+als de golven, den God des dags in melodische
+klanken eene hymne weten toe te zingen, of, als de zee,
+uit de kolken harer diepte, tegen den orkaan een grimmig
+antwoord durven opdonderen? Helaas! vreugde,
+droefheid, wanhoop, verrukking, liefde, haat, alles wordt
+te onzent uitgegalmd, uitgeschreeuwd, gedeclameerd,
+zoo als men zegt. O, het is een leelijk Hollandsch! En
+toch is er een nog leelijker: het is onze moedertaal in
+den mond van een meisje, dat eene buitenlandsche gouvernante
+heeft.</p>
+
+<p>&quot;<i>Merci, ma ch&egrave;re!</i>&quot;</p>
+
+<p>Gij ziet <i>mademoiselle</i> bij dat woord voor u, schraal,
+tenger, scherp, als allen; zij plaatste zich op het stoeltje
+dat naast Marie ledig stond; <i>arrangeant les plis de sa
+robe</i>, viel haar <i>lorgnon</i> in het zand; Marie raapte het op.</p>
+
+<p>&quot;<i>Bien oblig&eacute;, monsieur!</i>&quot; voegde zij er stijf bij, ook ik
+had er mij om gebogen.</p>
+
+<p>En ik leunde half over het stoeltje van Marie, en was
+plaagziek genoeg, haar te verzoeken, om mij aan hare
+gouvernante voor te stellen.</p>
+
+<p>&quot;Hoe, mijnheer?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Foei, Marie!&quot; antwoordde ik: &quot;als een oud vriend, zoo gij wilt.&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Monsieur</i> ----, <i>un vieil ami</i>,&quot; zeide het kind.</p>
+
+<p>&quot;<i>Vous voulez dire, un de vos anciens, ma ch&egrave;re</i>,&quot;
+hernam mademoiselle. Ik vond dat zij mijne gunstelinge
+wel op liefderijker toon had kunnen te regt wijzen.</p>
+
+<p>&quot;<i>Je suis charm&eacute;e, monsieur</i>,&quot; voer zij tot mij voort.</p>
+
+<p>Maar ik was <i>&agrave; mille lieues de Paris</i>, ondanks de
+vleijende verzekering; want den woorden ontbrak het
+lachje, waarmede eene <i>fran&ccedil;aise</i> u betoovert.</p>
+
+<p>En <i>mademoiselle</i> zweeg als Marie; ik waagde eene
+opmerking over het eigenaardig schoon der duinlandschappen,
+dat nergens elders wedergade heeft.</p>
+
+<p>&quot;<i>Non, Monsieur</i>.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dus geen gevoel voor natuurschoon,&quot; dacht ik.</p>
+
+<p>&quot;<i>Il est vrai</i>,&quot; zette ik mijne proeve voort; &quot;<i>il est vrai
+que notre paysage n'est que joli, tandis que les Alpes
+sont sublimes</i>.&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Si, monsieur</i>.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dus ook <i>&agrave; sec</i> voor het vaderland,&quot; zeide ik bij mij zelven.</p>
+
+<p>Er kweelde een vogel in den lommer; ik zag dat Marie
+luisterde; ik vroeg haar, of zij de liedjes van Mad. Albert
+had bestudeerd.</p>
+
+<p>&quot;<i>Ma grand'm&egrave;re</i>,&quot; begon ik.</p>
+
+<p>&quot;<i>Monsieur!</i>&quot; viel <i>mademoiselle</i> in, met al het
+hooge-priesterlijke eener bekrompene zedelijkheid; ik spaar u
+de diatribe.</p>
+
+<p>Ik begreep alles; de zwakte der vrouwe van Duin en
+Dal, het levendig karakter harer dochter, de keuze
+eener stemmige, overstemmige <i>Suisse</i>, om dat te temperen,
+hoe logisch! Ik zou slechts voor temperen &quot;uitdooven&quot;
+willen zeggen. Eene <i>Suisse</i>, zonderling verschijnsel!
+De wereld is vol van den lof van Tell, de vrijheid heet
+te huis op de bergen, en door geheel Europa ontmoeten
+wij zijne nakomelingen, die een geest van knechtsche
+onderwerping inscherpen, met het zwaard of met de
+gard. Doch waartoe de armen hard gevallen? Er is geen
+verlicht vorst, die de Zwitsers in onze eeuw niet als eene
+anomalie afdankt. Gouvernantes uit alle nati&euml;n zijn
+beklagelijke schepselen; indien &eacute;&eacute;n toestand, de hare is valsch.</p>
+
+<p>Vrees daarom voor geene onvoorwaardelijke lofrede
+op ons onderwijs. Het is waar, er waait u uit de scholen
+onzer dagen eene ongezonde lucht te gemoet:</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;">Eerzucht kiest in onschulds dreven</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Vroeg hare arglooze offers uit!</span><br>
+
+<p>Ik heb kennissen, die op hun drie&euml;ntwintigste jaar, in
+den schoot der weelde, door ziekelijke wereldbeschouwing,
+mij, u, zichzelven, alles moede zijn; maar toch&mdash;leve
+de schoolmeester, de instituteur, de <i>professeur de
+langues</i>, de taalkunstenaar des noods!--spreek <i>mij</i> van
+de matres, niet van de gouvernante. Som alles op, wat
+gij tegen de school kunt inbrengen, het gevaarlijke van
+den omgang, het verleidelijke van het voorbeeld, het
+besmettelijke van den geest van wederstand; maar wat
+beoogt uwe opvoeding, ontwikkeling of uitdomping&mdash;heele
+of halve kennis? Een blik op het lot der beide
+meesters zal u in mijn gevoelen over de leerlingen doen deelen.</p>
+
+<p>Het monarchale heeft uitgebloeid; het constitutioneele
+knopt, ontluikt, tiert overal. Wij hebben elken meester,
+tot den dorpsdionys toe, van de teekenen zijner koninklijke
+waardigheid, de roede en de plak, beroofd. Wij
+eischen hem zoozeer doordrongen van den geest zijner
+grondwet, dat geene drift hem meer in verzoeking mag
+brengen, ezelachtige domheid met een oorvijg te kastijden.
+Zoo de voorganger van onzen schoolvos zeggen
+mogt: &quot;<i>l'Etat c'est moi</i>,&quot; uw onderwijzer is slechts de
+eerste dienaar des staats. Hij, de volwassene, moet omgaan
+met hen, die tusschen mal en vroed zijn, en zich
+redelijk toonen jegens onredelijken, en onwilligen leiden,
+en dommen beschaven, stuggen overreden door louter
+verstand. &quot;De ongelukkige!&quot; roept gij uit. Ik bid u, doe
+het niet te voorbarig. Er komen uren, dagen, weken in
+zijne jaren voor, die hij <i>vrije</i> mag noemen; <i>vrije</i>, zeg ik,
+waarin hij den last der verantwoordelijkheid van zijne
+schouderen schudt, <i>vrije</i>, waarin hij de gulden cijfers
+van zijn eigendom, van tien tot honderd, tot duizendtallen
+aangewassen, overtelt, en in ieder van deze eenen
+borg te meer voor de onafhankelijkheid zijns ouderdoms
+ziet. Feestdagen af te kondigen en volksspelen aan te
+rigten, schijnt mij een der benijdenswaardigste voorregten,
+der kroon toegekend; maar welk autocraat geniet
+den vierdag, zijnen onderdanen geschonken, als de
+schoolmeester de uren, waarin zijn verlof het kleine
+volkje de wijde wereld inzendt. Dan ziet gij hem
+buiten&mdash;schaarsche, maar daarom te zoeter weelde&mdash;het
+schoon der natuur smaken. Dan treft gij hem onder de
+lieve kennissen zijner jeugd aan, voor de eerste maal
+zijns levens verlegen, hoe hij het werkwoord <i>beminnen</i>
+vervoegen zal,&mdash;de meester door zijne schalke scholiere
+beschaamd. Dan verrast gij hem, die zijnen eerstgeborene
+uit de wieg neemt, en den Heere voor zijn lot zegent.
+&quot;De ongelukkige!&quot; zeidet gij.</p>
+
+<p>Het bestier eener gouvernante zweemt naar eene
+alleenheersching; dienst der vreeze geldt bij hare
+kweekelingen: te hooren is te gehoorzamen. Zie, zij komt,
+en het kind zit regt; zie, zij wenkt, en het kind buigt; zie,
+zij lacht, en het kind waagt het te glimlagchen. Geene
+oosterse hulde is zoo vleijend en slaafsch, als die,
+welke haar wordt toegebragt; zoo gij hare schaduw
+tegen den wand onderscheidt, is die harer dienaresse haar
+op de hielen, en ijlt en zwenkt en wijlt met haar, als
+was het hare eigene. Bittere spot! Hebt gij nooit van de
+onbeduidende <i>Durchlauchten</i> der kleine duitsche staten
+gehoord? Zoodra zij hun gebied van slechts drie of zes
+of twaalf vierkante mijlen overschrijden, worden zij
+pijnlijk gegriefd; ze zijn slechts vorsten voor hunne
+onderdanen; de beleefdste postillon ter wereld lacht hen
+uit, zoodra hij de fooi van den onbekenden Wij over
+zijne eeltige hand heeft voelen glijden. Helaas, de arme
+gouvernante doet geen tien schreden, zonder dat zij de
+landpalen van haar rijk achter zich laat, en ruw, wreed,
+onbarmhartig uit den droom harer heerschappij wordt
+opgewekt! Ik bedoel</p>
+
+<span style="margin-left: 12em;">den Ilias van plagen</span><br>
+
+<p>niet, die ingenomen ouders en ongezeggelijk kroost
+haar drie maal van de vier berokkenen. Laat zij vertrouwen
+winnen zoo als zij verdient, wanneer zij met
+hare leerlinge de bovenkamer verlaat, waar een armstoel
+haar ten troon strekt; als zij zonder gedruisch&mdash;zij
+gevoelt hoe weinig zij geldt&mdash;de eetzaal inglijdt,
+dan vindt zij, ja, eene plaats aan den disch, maar beneden
+het zout, en de dienstboden verwonderen zich,
+dat zij haar moeten bedienen, haar, die eerst na de
+mannelijke gasten wordt bediend. Ei, wie is zij toch,
+dat men haar dus ongestraft honen durft? Wat misdeed
+zij, dat de vrouw des huizes, die in haar de sekse,
+waartoe zij behoort, moest doen eerbiedigen, dien
+gruwel ziet en duldt? Welke uitzigten werden haar geopend,
+om wier wille zij zich getroost eene zoo twijfelachtige
+betrekking te bekleeden? Zij is arm, buiten hare
+schuld. Zij bood hare diensten, ter opvoeding aan, dewijl
+ze slechts te kiezen had tusschen deze taak en de
+schande. Zij ontvangt een loon, een-, twee-, driehonderd
+gulden 's jaars, boven de gastvrijheid van den huize,
+indien hare bete, haar dronk, haar leger dien naam
+verdienen;&mdash;de vossen die de koets trekken, kostten meer
+dan twaalf honderd gulden, en hoe worden zij verpleegd!
+Te loor gesteld in al hare verwachtingen, telt zij hare
+dagen bij hare krenkingen, is een verlaten ouderdom
+haar verschiet.... Arme misdeelden! niet u wijt ik den
+wrevel, die u kenschetst,&mdash;den nijd, die u verteert,&mdash;den
+menschenhaat, waarvan gij blaakt; de roos der min
+geurt u niet: wie durft e&iacute;schen, dat gij lief, vrolijk,
+goedhartig zoudt zijn?</p>
+
+<span style="margin-left: 4em;">&quot;<i>Sad melancholy mark'd you for her own!</i>&quot;</span><br>
+
+<p>Ik sloeg Marie eene kleine wandeling voor.</p>
+
+<p>&quot;<i>Si mademoiselle veut me permettre?</i>&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Oui, ma ch&egrave;re</i>.&quot;</p>
+
+<p>Terwijl het lieve kind mantille en hoed en parasol
+haalde, maakte de gade van den onbekenden Staatsraad
+<i>mademoiselle</i> een compliment over hare opvoeding: &quot;<i>elle
+avait si bien apprivois&eacute;e Marie</i>...&quot;</p>
+
+<p>Ik heb een lastig zwak voor een Hollander onzer
+dagen: onverdiend toegezwaaide lof maakt mij kregel.</p>
+
+<p>&quot;<i>Jusqu'à lui faire briser les ailes dans sa cage</i>,&quot; viel
+ik in, en voegde er, berouw gevoelende over mijne
+scherpheid, bij: &quot;<i>la faute en est au syst&egrave;me et non &agrave; vous,
+mademoiselle!</i>&quot;</p>
+
+<p>De moeder van den wakkeren zeeman knikte mij
+goedkeurend toe; haar wilde jongen was een knap
+officier geworden.</p>
+
+<p><i>Mademoiselle</i> had zich zeker met de verdediging van
+het stelsel belast, een stelsel, waardoor onze jonge
+meisjes worden opgevoed, als moesten zij alle onnoozele
+nonnekens blijven; maar Marie verscheen. Zij zag er
+allerliefst uit; ik bood haar mijnen arm.</p>
+
+<p>&quot;Dadelijk mijnheer!&quot; zeide zij, en wipte naar hare
+mama, en kuste de bleeke. Het was hare eerste onwillekeurige
+beweging, sedert ik haar we&ecirc;rzag. &quot;Welk een
+aanleg gaat hier te loor,&quot; dacht ik.</p>
+
+<p>En haar handje gleed over mijnen arm; het rustte naauwelijks.</p>
+
+<p>&quot;Diane heeft u verwacht, Marie,&quot; begon ik, toen wij
+eenige schreden waren voortgewandeld.</p>
+
+<p>&quot;<i>Mademoiselle</i> vond, dat het niet voegde, mijnheer.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Lieve Marie, mijnheer me zoo niet!&quot;</p>
+
+<p>Eene pauze.</p>
+
+<p>&quot;Gij hadt vrolijker gouvernante kunnen treffen.&quot;</p>
+
+<p>&quot;O, zij is zeer goed!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Maar dat is geen Hollandsch, beste meid! O, <i>elle est
+tr&egrave;s bonne</i>. Doch gij spreekt dagelijks Fransch met haar;
+wat leest gij?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wij lezen veel Engelsch, mijnhe...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wat, mejufvr...&quot;</p>
+
+<p>&quot;<i>Miss</i> Hannah More.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Oef!&quot; dacht ik, en zuchtte; want bij het verderfelijke
+beginsel der britsche opvoeding: &quot;<i>what would people
+say?</i>&quot; het gekwezel eener oude vrijster, de lectuur van
+een meisje van zestien,&mdash;hoe hield het kind het uit?</p>
+
+<p>&quot;En als gij in de stad zijt, gaat gij zeker bij <i>the
+Reverend</i>... ter kerk?&quot;</p>
+
+<p>&quot;Altijd, mijnheer.&quot;</p>
+
+<p>Zie, het past mij niet een vonnis te vellen over het
+ritueel der episcopale eeredienst; Walter Scott heeft, met
+den tact die hem onderscheid, er al het schoone van
+doen uitkomen, in de huiselijke avondbede van <i>sir</i> Henry
+Lee en zijne beminnelijke dochter; maar woon eens zeven
+zondagen achter elkander de voorlezing van dezelfde
+litani&euml;n bij, een leer hoe veel uw gevoel aan innigheid
+verliest, hoe zinledig vormen zijn!</p>
+
+<p>Er volgde weder eene pauze.</p>
+
+<p>&quot;Welk een oord!&quot; borst ik uit.</p>
+
+<p>Ik waag mij niet aan eene beschrijving; het landschap
+duldt er geene, schoon, de stoffaadje niets zeldzaams
+heeft. Er zijn menschen, die u zeggen, dat er
+slechts een vloed door eene weide kronkelt, terwijl er
+aan uw eene zijde duinen oprijzen, en aan de andere
+twee oude boomen staan. Maar Marie schetste de plek
+v&oacute;&oacute;r jaren, met een woord.</p>
+
+<p>Mijn rijdpaard was schichtig geworden; het steigerde,
+en wilde het pad, dat derwaarts voert, inslaan.</p>
+
+<p>&quot;Niet regts!&quot; riep ze mij van het hare toe: &quot;niet regts!
+d&aacute;&aacute;r woont de stilte.&quot;</p>
+
+<p>En ik vergat mijn ros te bestraffen, om den gelukkige
+uitdrukking harer phantasie te bewonderen.</p>
+
+<p>&quot;D&aacute;&aacute;r woont de stilte!&quot;</p>
+
+<p>Aarde en hemel was er weder in harmonie, geen
+wolkje zwierf langs het zuiver blaauwe luchtruim; de
+breede stroom deed niets dan dat gewelf weerkaatsen;
+de kroonen van het monarchenpaar schenen dubbel
+statelijk door hunne roerlooze rust.</p>
+
+<p>Ik zag Marie aan; hare vingeren speelden met een
+medaillon.</p>
+
+<p>En mijn blik rustte op het verschiet, waar de hellende
+heesters zoo vele waaijers schijnen, om het blinkend
+duinzand uit het oor te keeren. Ik verbeeldde mij, dat
+de veldnimfen waren ingesluimerd; immers geene wuifde;
+alle blanke armen waren op de mollige heup of op
+het frissche gras afgegleden; de zoelte had haar bevangen:
+ik hoorde de stilte.</p>
+
+<p>Daar ging de ve&ecirc;r van het medaillon; er was een lok
+blond haar in; Marie bloosde.</p>
+
+<p>&quot;Van Willem,&quot; zeide zij openhartig; &quot;weet gij, of hij
+al kadet is?&quot;</p>
+
+<p>En zij bloosde sterker.</p>
+
+<p>&quot;Ha! eene eerste liefde,&quot; dacht ik.</p>
+
+<p>&quot;Spreek er toch <i>mademoiselle</i> niet van!&quot; ging zij
+verlegen voort.</p>
+
+<p>O opvoeding!</p>
+
+<p>Ik sloeg het verzoek af, noch stemde het verzoek toe;
+ik hoorde de dorpsklok slaan, en wij keerden terug.
+Het ware u kwellen, zoo ik u alle pauzes deed medemaken,
+die er tusschen mijne vraag, of Marie nog veel
+naar de natuur schetste? en haar antwoord: &quot;<i>Mademoiselle</i>
+is niet sterk in het teekenen,&quot; tusschen mijn ongeloovig:
+&quot;En waarin munt zij dan uit?&quot; en haar vertrouwend:
+&quot;O, zij leert mij geographie, mythologie, historie
+en handwerken; zij heeft reeds vele educaties
+geacheveerd,&quot; verliepen.</p>
+
+<p>Het luiden van den bengel riep ons in de eetzaal.</p>
+
+<p>Marie zat naast <i>mademoiselle; c'est tout dire</i>.</p>
+
+<p>En toch heb ik nog iets op het hart.</p>
+
+<p>Ik ben gastronoom noch epicurist; maar ik had liever,
+dat ge mij voor &eacute;&eacute;n van beide hieldt, dan voor een
+koud-waterdrinker of pannekoekeneter. Wie ook naar
+buiten ga, om zich te behelpen,&mdash;wie ook op het land
+gaarne het weinige voor lief neme,&mdash;ik ben zoo bescheiden
+niet. Zoo de oude kloostertucht zich de versterving
+aller zinnen ter taak stelde, ik word liefst op
+het eigen oogenblik overtuigd van de prikkelbaarheid
+mijner vijf. Vele spiegels&mdash;lichtkleurige wanden,&mdash;een
+zuivere dampkring om mij heen,&mdash;een zonnig
+landschap in het verschiet, waar het geopend vensterraam
+en de half weggeschoven gordijn een koeltje
+binnenlaten,&mdash;overvloed van schotels voor mij, wier
+verscheidenheid mij de weelde te kiezen onbekrompen
+vergunt&mdash;geurige tintelende wijnen in kelken, het
+edele vocht waardig,&mdash;vooral lieve, vrolijke, mooije
+aangezigtjes naast en over mij,&mdash;en, wilt gij het geheel
+volmaken? de malsche, ruischende toonen eener
+muzijk, die zich niet oorkwetsend opdringt, die tevreden
+is, zoo gij slechts naar haar luistert, als de zoeter stem
+aan uwe zijde zwijgt;&mdash;ik zie er niets zondigs in, ik
+acht er mijnen gastheer te humaner om, naarmate hij
+voor dat alles opener zin toont. Doch zult ge mij niet toeroepen:</p>
+
+<span style="margin-left: 12em;">&quot;Ah! n'allez pas chercher midi</span><br>
+<span style="margin-left: 14em;">A quatorze heures!&quot;</span><br>
+
+<p>zoo ik u beken, dat ik nog iets meer verlang,&mdash;iets, dat
+niet op den huize Duin en Dal alleen ontbreekt,&mdash;iets,
+dat in ons vaderland zeldzamer is dan rijkdom, weelde,
+overvloed?&mdash;eene gastvrouw, die toon geeft,&mdash;die het
+gesprek levendig houdt,&mdash;die ons, door de gaven van
+haren geest, de gaven der fortuin vergeten doet.</p>
+
+<p>Veroordeel mij niet, voordat ge mij gehoor hebt verleend.</p>
+
+<p>Wij hebben huiselijke, wij stoffen op vrome, wij zijn
+mild bedeeld met deftige vrouwen; ik heb eerbied voor
+de eerste, de tweede en de derde, schoon ik wenschte,
+dat alle een weinig levendiger, beminnelijker, gezelliger
+waren. Er is geen onfeilbaarder gids tot onafhankelijkheid,
+dan eene spaarzame, overleggende, naauwtoeziende
+huismoeder; maar het leven wordt ondragelijk vervelend,
+wanneer men ons zijne geriefelijkheden beknibbelt;
+en zoo gierigheid de wortel van alle kwaad is, zij
+zie toe wat zij kweekt, die haar gezin slechts onthaalt
+op de schrale geneugten van uit te winnen. Eene ongeloovige
+vrouw is zelfs den ongeloovige een gruwel. Ik
+laak het niet,</p>
+
+<span style="margin-left: 3em;">Dat zich door alle we&ecirc;r en winden.</span><br>
+<span style="margin-left: 4em;">Eenvoudige welmeenendheid</span><br>
+<span style="margin-left: 3em;">Soms driemaal 's daags ter kerk doe vinden;</span><br>
+
+<p>de waarlijk vrome is blijmoedig van aard; een heldere
+geest, een rein hart looft den Heer in het dankbaar
+genot Zijner schoone wereld; slechts zij, die zich in eene
+wolk van eigen heiligheid hullen, doen afstand van het
+zoete voorregt vreugde te verspreiden, gebogenen op
+te rigten. O, de mantel der waardigheid plooit zich
+statelijk om de kloeke gestalten onzer aanzienlijke
+vrouwen; waar hij ruischt, deinst de ligtvaardigheid terug,
+grijpt der onbedachte jeugd eene huivering van eerbied
+aan: ik heb te veel zin voor decorum, om hare poses bij
+hoogtijden en rouwbeklag niet te bewonderen. Doch het
+gaat der deftigheid als alles, wat niet in de natuur, wat
+slechts het gevolg van overeenkomst is: in het gezellig
+leven, in den dagelijkschen omgang lokt zij ons een &quot;<i>cui
+bono?</i>&quot; af; wie beklaagt den echtgenoot eener altijd
+getabbaarde matrone niet? Waarlijk, mijn eisch heeft
+minder onredelijks dan gij vermoeddet; in iederen stand
+moesten de schoonen der bevalligheden ijveriger offeren.</p>
+
+<p>En zoo ik het der burgerlijke huishoudelijke niet euvel
+duide, dat zij <i>vrieg</i> in plaats van <i>vroeg</i> zegt,&mdash;dat zij
+van <i>profester</i> spreekt,&mdash;dat zij <i>eindelijk</i> met <i>eigenlijk</i>
+verwisselt,&mdash;zoo ik niet van haar eische, dat zij het
+vervelende &quot;<i>En toen zei ik</i>,&quot; het langdradige &quot;<i>Om kort
+te gaan</i>,&quot; het babbelzieke &quot;<i>Onder ons</i>&quot; afleere,&mdash;mits
+zij van vliering en zolder naar keuken en kelder dribbele,
+overal het onordelijke herstellende.</p>
+
+<span style="margin-left: 1em;">Denn ein gesch&auml;ftiges Weib thut keine Schritte vergebens,</span><br>
+
+<p>mits er welvaart en voorspoed in hare woning heersche,&mdash;ik
+durf onbekrompener levensbeschouwing, veelzijdiger
+beschaving, gezelliger zin wachten bij haar, die
+wekelijks onze redenaars hoort,&mdash;zij, wier smaak voor
+alles, wat goed, edel en schoon is, de lezing van het
+boek der boeken verfijnen moest. En indien ik ook deze
+om het vormelijke, dat onze leerredenen aankleeft, om
+den ernst, die op het voorhoofd onzer sprekers zetelt,
+om het stellige, dat hun oordeel kenschetst, iets stijfs,
+iets ingetogens, iets wrangs ten goede houde,&mdash;zoo ik
+haar niet verwijte, dat de lachjes vreemdelingen in hare
+woning zijn,&mdash;zoo ik het haar niet toerekene, dat haar
+gade de uren, die hem van zijn beroep overschieten, in
+het koffijhuis, aan de ombertafel, onder een glas en eene
+pijp zoek brengt,&mdash;droef bewijs, dat Voss zich juister
+had kunnen uitdrukken, dan in zijn hexameter:</p>
+
+<span style="margin-left: 1em;">Lieblich und sch&ouml;n seyn ist nichts; ein Gottesf&uuml;rchtiges Ehweib</span><br>
+<span style="margin-left: 6em;">Bringet Lob und Segen!&mdash;</span><br>
+
+<p>ik eisch bij vrouwen van hoogeren stand al de geneugten
+van hart en geest, opdat de verveling niet tot <i>maitresses</i> voere.</p>
+
+<p>Hoe zoude ons leven, onze maatschappij, onze letterkunde
+er bij winnen, indien vrouwen er eenen meer dan
+lijdelijken invloed op uitoefenden!</p>
+
+<p>En zij zelve!</p>
+
+<p>Arme Marie! die, in uwe vrijheid, eene duinroos gelijk,
+uwe geuren ieder voorbijsuizend windje prijsgaaft, uwe
+knopjes voor iederen afzwervenden zonnestraal ontsloot,
+waarom moest men u in eene broeikast verplaatsen,
+uwe weelderigste loten afsnijden, uwen schilderachtigen
+groei we&ecirc;rstreven, uwe aantrekkelijkheid in een
+nevel van onbeduidende, vervelende, zoogenaamde
+bescheidenheid hullen? Uit milde hand deelde de natuur
+u drie gaven toe; zij pleegt ze zelden in hare grootste
+gunstelingen dus te vereenigen. U schiep zij schoon; u
+schonk zij geest; u ontzegde zij geen hart. Ach, hoe ligt
+kan het eerste en het laatste geschenk u noodlottig worden,
+als uwe gouvernante er in slaagt, om u van het
+schild, waarmede de welwillendste aller fee&euml;n u in het
+tweede voorzag, te berooven! U had zij het groote geheim
+aller conversatie ingefluisterd: gij luisterdet en gij
+vroegt; gij hernaamt en gij verhaaldet; gij luisterdet en
+gij merktet op. Hadt gij dien krans voort mogen vlechten,
+bloem bij bloem ware door uwe fijne vingertoppen
+aangeraakt; onwillekeurig hadt gij de verwelkte van de
+frissche leeren onderscheiden, de heelende van de vergiftige.</p>
+
+<p>En nu?</p>
+
+<p>Weldra zult gij in onze wereld optreden, bekoorlijk
+door uwe schoonheid, moeders zien het hare dochters
+gaarne;&mdash;aanlokkende door uw gevoel, het hart ligt
+buiten het bereik eener gouvernante;&mdash;begeerenswaard
+om uwen rijkdom o, dat gij geen bruidschat hadt! Ik
+zie hen in het verschiet om u heenwemelen, de hommels&mdash;neen,
+de gieren onzer zedelijke maatschappij: den
+bedaagde, wiens hart lang verstorven is, maar die geen
+we&ecirc;rstand kan bieden aan de verzoeking, om drie winters
+lang van zich te doen spreken, als van den gemaal
+der schoonste van iedere partij, ieder feest, ieder bal;&mdash;den
+eerzuchtige, die weet, dat in onze dagen slechts
+vermogen tot gezag voert, en, mits uw goud hem tot
+voetstuk strekke, u vergunnen wil zijnen naam te dragen;
+elk ander beschermer zoude hem onder duurder
+verpligtingen leggen dan gij;&mdash;den lichtmis, die zijn
+erfdeel, zijne jonkheid, zijne geestkracht heeft verspild,
+en u ten echt vraagt, opdat gij, schuldelooze, verkwijnen
+moogt als hij, die zijne dwaasheid boet.</p>
+
+<p>En gij zult kiezen, zonder oordeel, uit ijdelheid, naar
+belangzieken raad, en later zal uw vernuft uit de asch
+opvlammen, zullen uwe driften ontwaken, en gij zult
+strijden of vallen: u toeft een levenslange kamp.</p>
+
+<p>Weleer alleraardigste, nu beklagenswaardige Marie,
+hoe zou ik mij durven vleijen, dat gij gelukkig zult zijn?</p>
+<br>
+
+<p>1839.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="DE_EZELINNEN"></a><h2>DE EZELINNEN</h2>
+
+<p>(EENE SCHETS UIT MIJN VENSTER)</p>
+<br>
+
+<p>Een korenveld, eene weide, een bosch leveren
+zeker streelender verschiet op, dan eene
+straat of eene gracht in de stad; maar hoeveel
+afwisselender en veelzijdiger po&euml;zy
+schuilt er in de menigte welke ik binnen de
+muren dagelijks mijn venster langs zie gaan, dan in het
+gelaat van hemel en aarde, buiten!</p>
+
+<p>Het was in den nazomer van het verleden jaar, dat
+mijne opmerkzaamheid, uit het venster de straat op en
+afdolende, v&oacute;&oacute;r het invallen der schemering, geboeid
+werd door een schouwspel, dat mij dikwijls somber
+stemde. En echter leverde de groep een vroolijk tooneel
+op, dat bij wijlen zelfs dartel werd,&mdash;het waren vijf,
+zes, zeven ezelinnen met haren drijver.</p>
+
+<p>Vrees niet voor alweder eene beschrijving eener tering;
+onder de studie, welke de krankte eischt, zou ik mij
+welligt verbeelden haar ter prooi te zijn.&mdash;Integendeel,
+toen ik de graauwtjes v&oacute;&oacute;r de deur van mijnen overbuurman
+zag stilhouden,&mdash;&ograve;verburen, die ik wat meer
+kende, dan men het gewoonlijk zijne n&aacute;&aacute;ste doet&mdash;toen
+kwam de gedachte: &quot;Wie zou er krank zijn, <i>hij</i> of <i>zij</i>?&quot;
+naauwelijks bij mij op, of ik zeide in mij zelven:</p>
+
+<p>&quot;Geen van beide.&quot;</p>
+
+<p>Oordeel, of gij een' dier jeugdige echtelingen zoo erg
+zoudt hebben geacht, dat zij reeds tot ezelinnemelk hunne
+toetvlugt moesten nemen; beslis, dit zeg ik, als gij de
+volgende bijzonderheden zult hebben gelezen.</p>
+
+<p>Hij? hm!--Wie, als ik, de drie kruisen achter den
+rug heeft, smaakt de twijfelachtige vreugde, allengs de
+kennissen zijner jeugd gevestigd te zien. Twijfelachtige
+vreugde, voorwaar! Want bij die herschepping verkeeren
+velen, helaas, van vrienden, dat men hen waande, in
+kennissen, als ik ze noemde. Een andere familiekring&mdash;hoe
+vervreemdt die!--Een vertrek naar elders&mdash;hoe
+kwijnt weldra de briefwissel, welke na verloop van
+het eerste jaar geheel ophoudt!--En toch behooren
+deze nog tot de minst smartelijke wijzen, waarop men de
+begoochelingen zijner jonkheid ziet vervliegen. Sommige
+banden worden niet langzaam door den tijd los gestrikt,
+gebrek aan sympathie in de beschouwing van het werkelijk
+leven breekt die wel eens plotseling en voor altijd
+af, schoon men elkander blijft zien, schoon men de
+kennis aanhoudt. Welk eene andere toekomst achtte ik
+mijn' overbuurman, achtte ik Pieter beschoren, toen ik,
+verscheidene jaren geleden, met hem de duinen opwandelde,
+en wij, op den top van dezen of genen blinkert,
+het dubbele lied hoorden, dat nog wedergalm vindt in
+mijn hart,&mdash;welk eene andere toekomst, dan zich voor
+hem verwezenlijkte? Toen luisterden wij, opgewonden
+jongelu&icirc; als we waren, beurtelings naar het landschap
+aan onze slinke, dat ons <i>ijver</i> toesuisde, en naar de zee
+aan onze regte, die <i>glorie</i> zong&mdash;toen spraken wij van
+het verleden, van degelijkheid,&mdash;toen beloofden wij,&mdash;ja,
+wat niet al!</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r drie, drie en een half jaar misschien, kwam
+Pieter mijne woning binnen, stoof zou het woord zijn
+geweest, als hij mij geruimen tijd vroeger iets dergelijks
+had mogen mededeelen, als hij mij op <i>dat</i> oogenblik
+wilde aankondigen. Lot en leven hadden hem, voor
+een half <i>lustrum</i>, het is waar, op eene zware proef gesteld.
+Hij had hopeloos, hij had vergeefs bemind. Maar
+de jongeling, die, na eene teleurstelling van dien aard,
+niet strenger vasthoudt aan al wat hij vroeger hoog en
+heilig achtte, heeft hij waarachtig lief gehad?</p>
+
+<p>&quot;Ik wou je toch eens komen vertellen, dat ik ge&euml;ngageerd
+ben,&quot; zei hij, dood bedaard.</p>
+
+<p>En wij waren elka&acirc;r reeds zoo vreemd geworden, dat
+ik verpligt was te vragen:</p>
+
+<p>&quot;En met&mdash;?&quot;</p>
+
+<p>&quot;De dochter van ----&quot; en eenige kwaliteiten volgden.</p>
+
+<p>Ik was niet genoeg vriend meer,&mdash;vergun mij te
+zeggen: ik heb te strenge begrippen van vriendschap,
+om in te houden, wat inij uit het hart op de tong kwam:</p>
+
+<p>&quot;Dat is anders dan met Elise&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Och&mdash;wat&mdash;ja!&quot; hernam hij, eene phras&eacute;ologie,
+waartoe hij reeds dikwijls zijne toevlugt had genomen,
+als ik hem sedert zijn blaauwtje, zijn wankelen, zijn
+hinken op twee gedachten verweet. Hij was nog niet
+z&oacute;&oacute; ver gekomen, om te beweren: &quot;dat men transigeren
+moet, om in het practische leven nuttig te zijn;&quot; enz.,
+enz. Hij begreep, dat hij toch iets ter gunste van zijn
+meisje zeggen moest, en liet er zich verstandiger over
+uit, dan hij gedaan zou hebben,&mdash;ware hij verliefd geweest.</p>
+
+<p>En voor Pieter, die, een half jaar na zijn engagement
+getrouwd, mijn overbuurman was geworden; voor hem
+zou de drijver daar het balsturigst paar ezelinnen uit
+den hoop, ongezeggelijk en za&auml;mgekoppeld als het was,
+aan die ijzeren leuning vastbinden? Hij zou krank zijn,
+hij, wien de aanstaande schoonpapa eene geschikte partij
+had gevonden, al dreef hij een beetje oppositie, &quot;oppositie
+was immers tegenwoordig de weg om er te komen?&quot;
+Pieter, wiens grieven tegen onzen tijd de valkenblik van
+den oude teregt niet zoo zwaar had geacht, dat een
+lucratieve betrekking die niet zou kunnen genezen; Pieter
+de tering? bah!</p>
+
+<p>Was <i>zij</i> dan welligt lijdende? wie het geloofde, niet
+ik. Het toeval,&mdash;waarom het verheeld?&mdash;het toeval,
+dat door mijne nieuwsgierigheid niet zoo heel toevallig
+was, had mij spoedig zijne Louise leeren kennen. Alles
+wat zijne vroegere en latere geliefde gemeens hadden,
+was de uitgang van den naam <i>en</i> ise. Twee meer
+verscheiden meisjes zijn naauwelijks denkbaar. Of het
+onderscheid louter d&aacute;&aacute;rin had bestaan, dat de eerste
+eene brunette, de laatste eene blondine was! Maar Elise,
+levenslust, plaagzieke dartelheid,&mdash;liefde&mdash;innige,
+vurige liefde; maar Louise, onberispelijke vormen bij
+volslagen vrijheid van hart, om niet te zeggen afwezigheid
+van gevoel! Ik zag haar bij het stilstaan der
+graauwtjes v&oacute;&oacute;r mij, zoo als ik haar had gezien den dag,
+waarop hun huwelijk werd voltrokken,&mdash;den dag,
+sedert welken ik weinig meer van haar hield. Pieter had
+mij verzocht zijn getuige te willen zijn,&mdash;z&oacute;&oacute; iets weigert
+men niet.</p>
+
+<p>Er was echter veel, dat haar verontschuldigde, bij
+de plegtigheid niet over aangedaan te zijn geweest.&mdash;Het
+ware onbillijk van mij, zoo ik het verzweeg.</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r alles, zij was moederloos: de weeze had de
+zoetste betrekking weinig of niet gekend. Op een paar
+vermaarde pensionnats was zij door haar koel temperament
+beveiligd voor&mdash;het woord <i>besmetting</i> is wat
+hard; en toch geve God, dat wij nooit een zachter leeren
+gebruiken voor die ontreiniging der gedachten, welke
+het gevolg is van overprikkelde, onmaagdelijke
+nieuwsgierigheid. Arm kind, dat zij voor die strenge kuischheid
+van zin, welke haar van de geheimen harer gespelen
+afkeerig maakte, niet in een ander opzigt, niet door de
+verzuimde ontwikkeling van haar hart had geboet! Wien
+konde zij lief hebben, wien leerde zij beminnen? Een'
+vader, dien zij zelden zag; die haar, toen zij de school
+had verlaten, verzocht bij zijne gastmalen als vrouw des
+huizes te ontvangen, en die haar uithuwelijkte&mdash;om zelf
+we&ecirc;r te trouwen?</p>
+
+<p>En de ceremonie!</p>
+
+<p>Het was eene dubbele, zoo als er bij alle fatsoenlijke
+huwelijksvoltrekkingen te onzent plaats grijpen, sedert
+de invoering van den burgerlijken stand,&mdash;die eene
+voortreffelijke inrigting zoude zijn, als wij haar niet zoo
+<i>mir nichts, dir nichts</i> met huid en haar hadden geslikt;
+als wij haar gewijzigd hadden naar onze zeden. Een
+huwelijk is in Holland nog niet louter <i>un contrat civil</i>,
+de hemel zij er voor geloofd! &quot;Dan sukkele de kerk den
+staat achterna!&quot; schijnt het stelsel; maar hoe die verdeeling
+den indruk verzwakt: God, in Christus onze Vader,
+volgende op dat heidensche opperwezen, 't welk eigenlijk
+niemands God is!</p>
+
+<p>Het formulier naar de wet had echter op Louise, op
+ons eenigen indruk kunnen maken, ware het voorgelezen,
+zoo als onze moedertaal hoogtijden spreekt, kernig, met
+nadruk, uit het gemoed. Maar al had een afstammeling
+van Oud-Hollandschen huize de voordragt op zich genomen,
+het was geen Hollandsch wat wij hoorden. Spreek
+mij niet van Gallicismen; de Gallomanie deed de toppen
+der vingers tintelen van ergernis; het was of zij ons trok
+bij de haren.</p>
+
+<p>En de griffier raffelde de acte over&mdash;als wenschte hij
+dat niemand meer trouwen mogt,&mdash;om hem de moeite
+te besparen.</p>
+
+<p>De inzegening had in de Wale-kerk plaats;&mdash;daar
+bruidegom noch bruid nazaten van <i>r&eacute;fugi&eacute;s</i> waren,
+vergoedden geene familieherinneringen het onhartelijke der
+vreemde taal. Noem dit niet bekrompen, bid ik u. De
+mindere innigheid van het Fransch komt doorslaande
+uit, als gij de huwelijksformulieren der hervormde
+gemeenten in beide talen vergelijkt.</p>
+
+<p>Zie, ik vergaf het Louise, dat er ook d&aacute;&aacute;r geene tranen
+in hare oogen kwamen. Maar dat zij, na den afloop van
+het feest, z&oacute;&oacute; hartstogteloos, z&oacute;&oacute; kalm, in het reisrijtuig
+stapte, als ware zij nogmaals naar het <i>pensionnat</i> gereden,
+hadt gij het haar ten goede gehouden? Ik wil uwe
+beslissing niet vooruitloopen; maar ik vermoed, dat gij het er
+met mij voor hadt gehouden, dat niet ten haren behoeve
+het graauwtje haren uijer aan de vingers des drijvers
+prijs gaf; het graauwtje, welks veulen intusschen zijn'
+ruigharigen kop achteloos op haren schouder ne&ecirc;rvlijdde.</p>
+
+<p>En toch bleef ik met ongeveinsde belangstelling voortstaren;
+en toch wenschte ik het glas melk, dat de dienstbode
+weldra naar binnen bragt, al de heilzame, al de
+genezende kracht toe, welke het bleeke vocht der ezelinnen
+ooit op een' kranke uitoefende. Want, nog altijd uit
+het venster ziende, greep mij eene vrees aan, welke mij
+huiveren deed.</p>
+
+<p>Ik had Pieter en Louise, sedert zij mijne buren waren
+geworden, tweemaal bezocht. Hoe anders had ik hen de
+eerste dan de laatste maal aangetroffen!</p>
+
+<p>Luttel weken na hunne tehuiskomst van hun speelreisje
+was ik het paar gaan zien. De indruk, dien het
+bezoek bij mij achterliet, was verwant aan dien, welken
+de schilderijen van een' negentiende-eeuwschen ter Burg
+zouden maken. Het behangsel der kamer, waarin ze mij
+ontvingen, wedijverde in helderheid van kleur met de
+rosetten van het plafond;&mdash;het lichtbruine mahonyhout
+der huisraden schitterde mij tegen,&mdash;de fijngeslepen
+kerken kaatsten den fonkelenden morgenwijn in het
+kristallen blad weder;&mdash;Louise droeg een zijden kleed.
+Maar de glans der vreugde, die mij uit hare oogen had
+moeten toeblinken; maar de blijdschap, welke Pieter had
+moeten gevoelen, d&uacute;s gevestigd, z&oacute;&oacute; gelukkig te zijn;
+maar de geestigheid, die kruiderij des gespreks; maar de
+lach, dat zout der zamenleving, ik zag er te hunnen
+huize even vergeefs naar om, ik hoorde er die even
+weinig, ik smaakte ze er zoo min, als gij het op de stukken
+van onzen eersten satijnschilder doet. De overeenkomst
+ging verder; Louise was niet minder statelijk dan
+zijne slanke jonkvrouwen; maar gij hadt dat deftige
+evenzeer bewonderd, zoo gij slechts haren rug, en niet
+haar gelaat, hadt gezien. Pieter staarde in den wijnkelk,
+met denzelfden ernst, dien zijne gemusqueerde allonge-paruiken
+onderscheidt, en van welken ge toch, hoe lang
+gij naar de meening gist achter zulke oogen verscholen,
+niet meer begrijpt, niet wijzer wordt, dan dat zij den
+wijn bekijken.</p>
+
+<p>&quot;De mensch en sal by broodt alleen niet leven,&quot; zegt
+de Schrift. Hoe mij die woorden invielen bij de le&ecirc;gte
+van al de pracht, voor welker verzoeking Pieter was bezweken!</p>
+
+<p>Er waren maanden verloopen, zes, acht maanden
+welligt: daar verraste mij eene heugelijke tijding, daar
+volgde eene uitnoodiging,&mdash;ik trad andermaal de woning
+van het paar in. Hoe was alles verkeerd! Louise zat in
+eene weelderige <i>chaise longue</i>; een Dou onzer dagen zou
+zich vermeid hebben in de schildering der niet al te breede
+kant, welke haar bleek kopje en hare bleeker handen,
+welke haar mutsje en haar kleed omgolfde; hij zou
+regt hebben gedaan aan de stille weelde, waarin hare
+oogen dreven, zwommen, zoo gij wilt. Voor het eerst
+was zij bezield; behoef ik te zeggen, dat zij voor het
+eerst schoon was? En ook Pieter leverde eene figuur op,
+het penseel van den schilder der <i>Kraamkamer</i> waardig.
+Er was niets uitgelatens in zijne verrukking; de zon
+der vreugde had meer gedooid dan gezengd&mdash;ook de
+groote Gerard hield van eene waardigheid, die de grenzen
+van het stijve naderde. Onder het roeren van den
+kandeelstok werd de eerstgeborene binnengebragt; het
+mogt mij niet van het hart er voor uit te komen, hoe
+dikwijls ik den dollen wensch voedde, dat kinderen z&oacute;&oacute;
+ontwikkeld geboren werden, of zij drie jaren oud waren.
+Hoe gelukkig was Louise met haren zoon&mdash;hoe hechtte
+zijne hulpeloosheid haar aan het wicht! Wijze natuur!
+Ik zag beide trots en schroom in de zijdelingsche
+ontblooting haars boezems, toen zij het kind de borst gaf;
+hare oogen gingen heen en weder tusschen Pieter en de
+kleine&mdash;en haar gade knikte haar toe&mdash;zij hadden nog
+kans op geluk.</p>
+
+<p>Ik weet niet, of het u als mij in het scheppingsverhaal
+van Mozes heeft getroffen; maar ik las nooit zonder
+aandoening, hoe de oudervreugde de uitdrijving uit het
+paradijs verzoette. Ik dacht er dat uur aan!</p>
+
+<p>Helaas, was het voor hun kind, dat de graauwtjes aan
+de overzijde stil stonden?</p>
+
+<p>Den volgenden morgen was ik er zeker van;&mdash;het
+jongsken scheen, sedert zijne spening, geloof ik, in eene
+kwijning te vervallen, tegen welke de arts het gebruik
+van ezelinnemelk had aanbevolen.</p>
+
+<p>Maar, zoo mijn blik den volgenden avond, en dagen
+daarna en weken lang op ongeveer hetzelfde uur getrouw
+het venster uitzwierf, om den drijver met zijn
+zes- of zevental langs te zien komen, getrouwer nog
+ligtte Louise in hare zijkamer het gordijntje op, de
+graauwtjes nu eens ongeduldig te gemoet starende, dan
+weder door hunne niet zoo vroeg gehoopte komst verrast.
+Hoe wettigde, helaas, de voortdurende onzekerheid
+over den toestand haars kinds dien angst en die hoop!</p>
+
+<p>En zie hier de gedachten, door de komst dier ezelinnen
+opgewekt; de mijmering, waartoe zij uitlokten:</p>
+
+<p>Een kind!--is er iets ter wereld, waarin meer po&euml;zy
+schuilt dan in het van allerlei zorg afhankelijke schepseltje
+in den wieg,&mdash;dat welligt bestemd is de luister
+van ons geslacht te worden? Het weet naauwelijks zijne
+handjes te gebruiken,&mdash;handen, die later misschien
+het zwaard des krijgs of de veder des vredes zullen
+zwaaijen of stieren, met tijdgenoot en nakomeling verbazende
+kracht.&mdash;Het invallend zonnelicht doet zijne
+oogjes zeer;&mdash;oogen, die ontwikkeld den afgrond zullen
+peilen of den sterrenhemel meten; oogen, die de
+duisternis noch de schittering van de wonderen der
+natuur zal verbijsteren of verblinden. Het eenvoudigst
+begrip schijnt te hoog voor die trage hersenen, het
+instinkt des diers leidt sneller en wisser dan de zoo
+hoog geroemde rede; maar wacht, en de wetenschap zal
+haren stralenkrans werpen en de kunst haren lauwer
+vlechten om dien nu nog naakten, schier nog weeken
+schedel. Een kind!--het begin van een leven, door
+vreugde en smarte bont geschakeerd,&mdash;dat beurtelings
+zoo groot en zoo klein schijnt,&mdash;dat der laagste togten
+en der edelste driften om strijd ter prooi zal wezen,&mdash;maar
+dat niet eindigt in het graf, waaraan de onsterfelijkheid
+is gewaarborgd, liever nog het eeuwige leven;
+opdat onze zwakheid door de negatieve uitdrukking niet
+heen schemere waar het onze zoetste hope geldt. Een
+kind!--laat ons dalen, of rijzen misschien, want de moeder
+buigt zich over het wiegje heen, en er is niets verheveners
+in de gedachten, welke ons de toekomst van den
+jeugdigen mensch straks inboezemde, dan wat wij in deze
+groep aanschouwen: liefde, liefde, het uitgedrukte beeld
+Gods! Zie, er was zelfzucht in de bekommering, waarmede
+Louise dat schrale aangezigtje gadesloeg, de
+kleine handjes drukte, haar trager dan vroeger te gemoet
+gestoken;&mdash;de lipjes kuste, bleeker dan weleer;&mdash;zij
+gevoelde, dat met dien band,&mdash;als hij scheuren
+moest&mdash;de &eacute;&eacute;nige, die haar innig aan Pieter hechtte,
+zou los springen. Zij had hem nooit bemind, zoo als dat
+vleesch van haar vleesch, zoo als dat leven van haar
+leven. Maar&mdash;wordt die opmerking voor eene mijner
+lezeressen wel vereischt?&mdash;hoe die zelfzucht vergoed
+werd en opgewogen door de toewijding van den dag en
+den nacht, van de vreugde der openbare vermaken en
+der gezellige geneugten; door de volslagen ontzegging
+van rust zelfs na weken lange oppassing! Hoe verloochende
+zij die zelfzucht geheel door de verzuchting,
+eindelijk aan haren boezem ontglipt:</p>
+
+<p>&quot;Heere, neem mijn leven in plaats van het zijne!&quot;</p>
+
+<p>Op eenen schoonen herfstmiddag&mdash;het heugt mij nog
+of ik 't straks had gezien&mdash;was het gordijntje ter zijde
+geschoven&mdash;de kleine lijder zat in zijn' stoel v&oacute;&oacute;r het
+raam. Daar kwamen de graauwtjes&mdash;hoe hij gierde en
+sprong, of hij hen te gemoet wou! Eene der ezelinnen,
+die er met hare bleekzilverige huid en fijne ooren,&mdash;zij
+stak die op,&mdash;waarlijk niet uitzag of wij regt hadden
+den naam der dierensoort tot een schimpwoord te
+verlagen,&mdash;eene der ezelinnen werd een zonnig plekje op de
+straat gewaar, wierp er zich neder, rolde er zich om en
+nog eens om,&mdash;het plaveisel was pas gemaakt, en het
+zand nog droog. Het jongsken zag van achter de spiegelruit
+de speelsche groep, want een veulen had zich bij
+het moederdier gevoegd; de kleine werd rusteloos; naar
+buiten reikten zijne armpjes, en Louise gaf dien wensch
+gehoor. Op de stoep verschenen, daalde zij met haar
+kind de weinige trappen af, en liet hem zijn' wil in het
+streelen der vaalbruine haren van het beest, dat voor
+hem gemolken werd, en plaatste hem voor een oogenblik
+op den rug des diers. O, dat ik de weelde schilderen kon,
+waarmede zij hem aan haar harte sloot, toen hij, een
+omzien aan zich zelve overgelaten, weder in de beschermende
+armen wipte, die boven en beneden hem hadden
+gewaakt; de weelde, zeide ik, de huivering had ik moeten
+zeggen, die haar rank lijf trillen deed! Of waren
+hare oogen niet afgedwaald naar de schalke vreugde
+van ezelinne en veulen, die zich nog altijd omkantelden
+in het warme zand; die, aan hunne weide,
+aan hun distelveld ontrukt, dien zweem van natuur
+smaakten in de steedsche ballingschap, gezond als zij waren?</p>
+
+<p>De moeder benijdde, in den schoot der weelde, het
+graauwtje, dat eene wolk van stof deed opgaan. Toen
+deze was weggewaaid, zag ik vergeefs naar de overzijde:
+Louise en haar kind waren verdwenen. Zij was met hare
+smarte haar prachtig huis weder ingetreden.</p>
+
+<p>De ezelinnen kwamen den volgenden, kwamen nog
+menigen avond terug; maar eer de winter inviel, hadden
+de plagerijen tusschen den drijver en het dienstmeisje
+uit,&mdash;want de gordijnen der zijkamer waren opgehaald,
+de luiken gesloten. Pieter en Louise beweenden hun
+&eacute;&eacute;nig kind.</p>
+
+<p>Verg mij niet, dat ik schetse, hoe het paar me bij
+het rouwbeklag ontving&mdash;Louise, die luttel maanden
+het leven des harten had gekend, scheen versteend;
+slechts van tijd tot tijd gaf zij teeken van bewustzijn&mdash;door
+op te zien!</p>
+
+<p>En Pieter? Het geviel dit voorjaar, dat hij mij van
+eene reize naar Zwitserland sprak; de toestand zijner
+gade, verzekerde hij mij, eischte die.</p>
+
+<p>&quot;Ook ik zelf, jongen,&quot; zeide hij, &quot;ben niet gelukkig&mdash;de
+hemel heeft mij gestraft in mijn kind!&quot;</p>
+
+<p>Ik zou hier uitweiden in alles, wat zich tot zulk een'
+verslagene zeggen laat,&mdash;hoe het mij heugde uit den
+mond eener waardige oude vrouw te hebben gehoord:
+&quot;Toen ik mijn' man nam, had ik hem niet lief, maar
+dat kwam later door zijn gedrag,&quot;&mdash;met andere woorden,
+dat Pieter de liefde van Louise, welke hij had
+leeren achten, die hij thans schier beminde, nog verdienen
+kon;&mdash;ik zou er bijvoegen, dat het voor niemand
+te laat is zijn levensgeluk te zoeken en te vinden
+in de betrachting van zijnen pligt; dat ieder, die wil, een
+degelijk mensch kan worden, degelijk als de vaderen het
+waren in onzen roemrijksten tijd,&mdash;ik zou dit alles
+doen, als mij plotseling geene vreeze bekroop, welke mij
+letterlijk doet aarzelen voort te gaan.</p>
+
+<p>Welke?</p>
+
+<p>Dat gij mij een' onheusch vriend zult noemen, die
+vroegere innige betrekking,&mdash;later aangehouden kennis,&mdash;eindelijk
+weder toegehaalde banden prijs geeft,
+die.... Vaar niet voort met uwe beschuldiging, bid ik.
+Ge zoudt gelijk hebben, ware het zoo. Doch als ik u gul
+uit bekenne, dat ezelinnen, Pieter, Louise, het kind,
+nergens z&oacute;&oacute; bestonden als ik die schetste, dat ik zelfs
+geene overburen heb: o, beweer dan toch op uw beurt
+niet, dat de gebreken in onzen maatschappelijken en
+huiselijken toestand door mij gegispt, dat de verspreide
+trekken, welke ik zocht te vereenigen, dat deze niets
+anders zijn dan <i>boosheden in de lucht</i>, waarvan niemand
+te onzent hinder heeft!</p>
+<br>
+
+<p>1842.</p>
+
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<a name="HANNA"></a><h2>HANNA</h2>
+
+<p>(EEN STUDIE-BEELD UIT HET VOLKSLEVEN)</p>
+<br>
+
+<p>Het was zaterdagavond v&oacute;&oacute;r Kersttijd, en
+in eene kleine woning op Katten-, Oosten- of
+Wittenburg, te Amsterdam, lag, in een
+spaarzaam verlicht slaapvertrek; het woord
+Gods opgeslagen op de tafel. Eene jonge
+vrouw, die er in hare eenzaamheid opbeuring, troost,
+licht in zocht, staakte onwillekeurig de lezing, toen haar
+blik op de woorden rustte:</p>
+
+<p>&quot;Als sy nu de sterre sagen, verheugden sy haar met
+seer groote vreugde.&quot;</p>
+
+<p>Waarom schemerde het der peinzende?</p>
+
+<p>Zie, het was niet, dewijl eene door smaak noch studie
+bestierde verbeelding wieken aanschoot, en zich de
+Oostersche Monarchen voorstelde, in al de pracht,
+waarmede de Italiaansche schilderschool hen heeft uitgedost,
+verbaasd, dat het schitterend luchtverschijnsel
+stille bleef staan boven eene nederige woning. En echter,
+verre, zeer verre van haar, &egrave;n de zin voor het gemoedelijke,
+waarmede Bendemann ons met de Wijzen uit het
+Oosten in vast vertrouwen voort doet trekken, &eacute;n de zin
+voor het verhevene, waarmede Vondel deze, in zijn
+bekend meesterstuk, het goddelijk Kind laat aanbidden.
+We zijn noodeloos hoog gesteigerd. Het was iets eenvoudigers,
+iets vrouwelijks, iets kinderlijks schier, dat haar
+schreijen deed; iets, dat u en mij,&mdash;laat ons het bekennen&mdash;ook
+is we&ecirc;rvaren, wanneer wij, in verslagenheid
+des harten, der Heilige Schrift het oor leenden, en een
+zweem van gelijkenis, eene flaauwe analogie tusschen
+beide toestanden, de voorstelling vergeten deed, dewijl
+indruk of schok ons onwillekeurig in het tegenwoordige
+overbragt. We zagen op, of wij zuchtten,&mdash;een oogenblikkelijk
+gevoel, dat vele woorden zou hebben vereischt,
+indien wij het aan een' derde hadden willen verklaren,&mdash;een
+wensch, dien God verhoorde of vergaf. Om tot
+onze lezeres terug te keeren, de verrassing der vreugde,
+in de aangehaalde woorden zoo aandoenlijk uitgedrukt,
+trof haar diep: eensklaps werd zij te moede, als zag zij,
+tegen de graauwe winterlucht van den oostelijken hemel
+des IJstrooms, een wit zeil opdoemen, en eene diepe
+ademhaling vertolkte de bede:</p>
+
+<p>&quot;O, hoe blijde zou ik zijn!&quot;</p>
+
+<p>Moge mijn aanhef u niet allen lust tot verdere
+kennismaking hebben benomen! Immers, ik voorzie, dat ik
+zoo voorhoofdfronsing als schouderophaling te tarten
+heb, wanneer ik u die jonge vrouw, wanneer ik u Hanna
+v&oacute;&oacute;r twaalf of vijftien jaren voorstelle, Aalmoezeniersweeze
+als zij was,&mdash;vondelinge, die in haar kleed het
+bewijs omdroeg, dat hare moeder haar van zich had gestooten,
+zoodra zij het licht zag; dat haar vader er zich
+welligt nooit over had bekreund, of zij bestond. Waarom
+zou ik het uwer kieschheid euvel duiden, dat zij zich aan
+de figuur ergert, schoon mij de proefneming aanlacht, u
+te overtuigen, hoe weinig wat gij het gemeenste leven
+heet, het goede, het schoone zelfs buiten sluit? Slechts
+nog &eacute;&eacute;n trek, welke der afzigtelijke wereld toebehoort,
+die mij niet minder walgt dan u; slechts nog &eacute;&eacute;n trek,
+en ik zal uwer verfijnde zenuwen geen geweld meer
+aandoen: Hanna was in het Huis gelukkig, schier bij
+uitzondering gelukkig te prijzen, daar de onnoozele ten
+minste in geen ziekelijk ligchaam de onverdiende straffe
+droeg der uitspattingen, der losbandigheid van hen, wier
+lust, niet wier liefde, haar in het leven riep. Schoonheid
+was haar deel. Stellig hebt gij in dichterlijke droomen
+dikwijls van de onwederstaanbare heerschappij gelezen,
+welke deze uitoefent, maar er in de werkelijke wereld
+schaars treffender blijk van gezien, dan dat, waardoor
+hare lieve heldere kijkers, haar go&ecirc;lijk-mooi gezigtje
+soms voorbijgangers of toeschouwers verraste. D&aacute;&aacute;r
+stoven zij aan, op gracht of plein, de knapen uit het
+Diaconie-huis, de knapen, onwillekeurig nog vermetel op
+hunne betrekking tot de weleer heerschende kerk;&mdash;d&aacute;&aacute;r
+ontmoetten zij haar, de burgerweezen, de jongens,
+die zich thans op hunne broederschap met van Speyk te
+goed doen, en w&egrave;l mogen zij het;&mdash;d&aacute;&aacute;r omringden beiden
+haar, de eersten in hunne geestelijke, de laatsten in
+hunne stedelijke liverei, en deze als gene, verwaten op
+dien dos, zoo als alle onderscheidende kleederdragt het
+maakt&mdash;d&aacute;&aacute;r zagen de wilden de gesmade Aalmoezeniersweeze
+v&oacute;&oacute;r zich. Een gejoel ging op, het schimpwoord
+kwam op de lippen&mdash;maar wat was het?
+<i>Hoerenkind! hoerenkind!</i>&mdash;waarom bestierf het, eer het
+werd geuit? Geene bedenking, hoe leelijk het hun zou
+staan, vader- en moederloozen als zij waren, eene nog
+ongelukkiger, verlatener weeze dan zij, te smalen, geene
+bedenking van dien aard, welke hen we&ecirc;rhield. Wat zich
+ook in onze weeshuizen ontwikkelt, de kweekelingen uit
+dezen blijven meestal vreemd aan die teederheid des
+harten, den kinderen in de nieuwjaarsversjes onzer
+po&euml;ten toegedicht&mdash;ook valt zij naauwelijks te vergen,
+waar het lot in de prilste jeugd zelfstandigheid tot
+voorwaarde van bestaan maakt. Het was dat echt-hollandsch-mooije,
+die blanke wangen, waaraan de roos hare
+schoonste tinten schijnt te hebben geleend, die liefelijke
+oogjes, wier blaauwe helderheid vrede en vreugde verkondigt,
+het was de schoonheid, die overwon.</p>
+
+<p>&quot;Eene knappe meid!&quot; zei de oudste.</p>
+
+<p>&quot;Het arme kind!&quot; zei de jongste.</p>
+
+<p>En zij gingen verder,&mdash;want ge treft naauwelijks
+&eacute;&eacute;n' schalk aan onder tien schreeuwers.</p>
+
+<p>En echter, niet minder dan of zij haar wreed hadden
+uitgescholden en ruw hadden bejegend, niet minder
+betrok bij zulke tooneelen dat gezigtje, 't welk slechts
+behoefde te zijn gezien om te worden gespaard: die
+kinders hadden hunne ouders gekend,&mdash;zij wisten ten
+minste wie zij geweest waren,&mdash;zij konden hunner in
+liefde gedenken. Zij, daarentegen!... En waarom ook
+zij niet?&mdash;Voortreffelijke Hanna!--eer de jaren der
+huwbaarheid aanbraken, waren de geheimen der kunnen
+haar ontsluijerd; maar niet door overprikkelde
+nieuwsgierigheid, niet door dartelen lust, niet door wulpschen
+zin. Smartende distels en weedoende doorns hadden haar
+die kennis ingescherpt. Onder de schepselen welke onze
+beschaving, onze zedelijkheid, ons christendom op de
+hoeken onzer straten en stegen duldt, onder die schepselen
+kon hare moeder schuilen,&mdash;en wie weet, welk
+voorbijganger haar vader was?&mdash;Voortreffelijke Hanna!
+herhaal ik. Vraag mij niet, hoe zij tot die waarlijk menschelijke,
+tot die echt kinderlijke, tot die vrome beschouwing
+van haren toestand en dien harer moeder gekomen
+was; maar in het Huis werd de bijbel gelezen, en het
+woord van Hem, wiens uitspraken licht en liefje zijn.
+Het woord: &quot;Wie van u zonder zonde is, werpe den eersten
+steen op haar!&quot; was balsem geweest voor haar gekrenkt
+gemoed; het bragt verzoening te weeg. En, zonderlinge
+zegen in strafheid, in miskenning, in onregtvaardigheid
+bedeeld!--de verwijten, bij welke zij de
+onschuld harer gedachten had ingeboet, maar door wie
+zij tevens in de kennis met wapenen was toegerust&mdash;zij
+behielden haar in de ure der verzoeking, toen zij
+dienstbare geworden was in eene aanzienlijke woning, en
+de verleiding haar aanlokte, niet slechts in den glans
+van goud, maar ook in den bloei der jeugd. Hare moeder
+stond haar voor den geest;&mdash;hare moeder, die eens
+onbevlekt was geweest als zij;&mdash;hare moeder, die misschien
+viel, dewijl ze niet gewaarschuwd was;&mdash;hare
+moeder, die mogelijk op dat oogenblik een leven van
+zonde op een leger van smarte boette. Herinnerde deze
+zich harer, wenschte zij haar bij zich? O, de tranen,
+welke er langs Hanna's wangen vloten, dewijl ze haar in
+dien jammer niet bij konde staan, dewijl zij het kussen
+van de stervende niet zacht mogt schudden, dewijl ze
+haar niet zeggen mogt, hoe van harte zij vergaf, dat wieg
+en kreb, en bete en dronk, haar zoo hard, haar zoo karig
+gegund, haar zoo bitter waren geweest, dewijl ze haar
+niet goeden nacht mogt kussen en vergeving afsmeeken
+van Hem, wiens vergeving wij allen behoeven&mdash;die
+tranen, dat haar vader ze hadde gezien! Handwerksman&mdash;
+winkelier&mdash;ambtenaar&mdash;beursganger&mdash;weledelgeborene&mdash;of
+wat hij zij of was&mdash;God slechts kent
+hem&mdash;God slechts weet het&mdash;hij had zich voor zijne
+onechte dochter geschaamd, en hare knie&euml;n aangegrepen,
+zoo als de schuldige het die des monarchs doet, wiens
+woord genade verleent. Ook ik zou wenschen, dat er voor
+den onmensch geen leven n&agrave; dit leven ware!</p>
+
+<p>Ziedaar, wat er soms onder een kornetje schuilt.</p>
+
+<p>Willen wij Hanna voort laten mijmeren, voort laten
+lezen? Harer is een smarte, welke het toch niet in onze
+magt staat te verzachten. Ook heb ik haar u als jonge
+vrouw voorgesteld; ook ben ik u nog de vertelling harer
+vrijerij schuldig.</p>
+
+<p>Welaan dan!</p>
+
+<p>Dikwijls ben ik er getuige van geweest, dat menschen
+van hoogeren stand er zich over verbaasden, hoe geringe
+lieden zoo spoedig kennis maken, en in eenige oogenblikken
+onder elkander niet slechts gemeenzaam, maar
+zelfs vertrouwelijk worden. Eilieve, wat vreemds steekt
+er in? Verre van mij ditmaal uit te varen tegen het
+weinig toeschietelijke der zeden van onzen fatsoenlijken
+kring. Het is de schaduwzijde onzer huiselijkheid, wier
+zachte glans minder zou uitkomen zonder deze, al gaat
+het ons soms bij haar als bij Rembrandt's schilderijen:
+jammer, dat die groep niet even mooi zou zijn, zonder
+dat donker. Stil, geene heiligschennis! En ten einde wij
+niet afdwalen, wat wagen dienstbaren met hunne openhartigheid?
+armoede is aller lot. Verblijdt er u over, zoo
+dikwijls u een trek uit het volksleven verrast, met een
+blijk, dat wederzijdsche, belangelooze welwillendheid,
+onder onze mindere standen, ondanks hunne behoeften,
+groot, zeer groot is,&mdash;zoo dikwijls hunne onderlinge
+hulpvaardigheid mij en u beschaamt&mdash;ik heb er de
+Hollandsche, de Amsterdamsche gemeente te liever om.</p>
+
+<p>Geen half jaar had Hanna nog op een der grachten
+van de hoofdstad gediend, of niet alleen haar groet werd
+beantwoord, maar hare toespraak uitgelokt; maar hare
+geschiedenis, droevig en kort als die was, me&ecirc;lijdend
+aangehoord door eene oudere dienstmaagd, wier portret
+gij zelve teekenen moogt.</p>
+
+<p>&quot;Kind,&quot; ze&icirc; Machteld, &quot;als ge wilt, ik zal de hand aan
+je houden, of ik je moeder was.&quot;</p>
+
+<p>Dat was een hartelijk woord in haren toestand; Hanna
+sprongen de tranen in de oogen. Zoo was er dan
+iemand, die haar lief had, haar, de verlatene! Want al
+was zij de sombere vlagen te boven, in welke zij al haar
+godsdienst behoefde, om het lot, haar door den Hemelschen
+Vader beschikt, niet hard te vinden, er kwamen
+oogenblikken, waarin zij slechts al te zeer gevoelde, wat
+zij er in miste, &quot;niet van eerlijk volk&quot; te zijn. Geene
+jeugd, geen vrouwelijk gemoed, geene edele ziel, of zij
+voorgevoelt het geluk bemind te worden, de weelde lief
+te hebben!</p>
+
+<p>&quot;Als er geene smet op die meid rustte,&quot; ze&icirc; Jan, de
+koetsier, &quot;dan zou zij al lang een' flinken vrijer hebben gehad.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ik zal krijgen wat mij opgelegd is,&quot; antwoordde
+Hanna, die de opmerking hoorde. Maar de predestinatie
+was kranke troost.</p>
+
+<p>Het is waar, oude Machteld beweerde; &quot;Hanna, ik
+ben nooit gehijlikt geweest, en ik heb er nooit over gekniesd;
+met Mei zal ik op het Hofje een kippetjes leven
+leiden, kind! wie w&egrave;l doet, w&egrave;l ontmoet,&quot; maar onze
+kennis, zij weerlegde, noch zij beaamde die woorden.
+Zij beloofde slechts hare moederlijke vriendin trouw
+te zullen bezoeken, als deze op hare muiltjes zoude gaan.</p>
+
+<p>En woord hield zij, toen de tijd gekomen was, woord,
+iederen uitgaansdag. Het was lief te zien, hoe langzaam
+zij met de vrouw, die krukte, toen zij uit de drukte was,
+de binnenplaats van het gesticht om, en nog eens
+omwandelde, en stoel en stoof buiten in het zonnetje zette,
+den rug naar het licht, en het kussen haalde, en de
+steken in het breiwerk opnam, en de luimen vierde,
+welke de best zoo goed had, als wij allen die met hare
+jaren en kwalen hebben zouden.&mdash;Hoe wist Hanna zich,
+uren lang, in de stille wereld te voegen, die wereld te
+onzent voor den ouden dag geschapen: eene lieve, zindelijke
+woning, een bleekveld en een tuintje,&mdash;geenerlei
+onbevredigde behoeften, en het genot dier weldaden verhoogd
+door storelooze rust&mdash;of zoo deze wordt afgewisseld,
+dan slechts door die soort van gezelligheid,
+welke den grijze het liefste is, een praatje over het verledene,
+een praatje met een dankbare betuiging besloten.</p>
+
+<p>Het was avond in den v&oacute;&oacute;rwinter, acht of negen jaren
+geleden; de kat bakerde zich bij den kleinen haard, en
+het bestje mogt zoo zeggen, Hanna was bij haar:</p>
+
+<p>&quot;Kom, kind, lees mij eens wat goeds voor. Of het aan
+de letters, of aan mijn' bril, of aan mijne oogen schort,
+ik weet het niet, maar als ik het zelve doe, het gaat
+niet meer.&quot;</p>
+
+<p>En Hanna knikte de zilveren krappen open, en las...</p>
+
+<p>Maar wie trok daar zoo hevig de klink van de voordeur
+des gestichts op?&mdash;maar wie stapte daar zoo
+driftig over de gele klinkers van den binnenhof?&mdash;maar
+wie... ja, hij moest aan het huisje van oude
+Machteld zijn, zij zelve hoorde het duidelijk, 't was als
+kende zij die stem!</p>
+
+<p>&quot;Moeije! Moeije!&quot; riep de borst, die al binnen was,
+eer Machteld haar vermoeden aan Hanna had medegedeeld,
+en de armen van zijn kabaaitje om de smalle
+schouders der oude sloeg. Poes, die verschrikt onder
+de bedstede vlugtte, Poes, die hij zwaaijende langs was
+gestoven, Poes werd vergeten: er schoten waterlanders
+van onder Machteld's grijze wimpers, bij de tehuiskomst
+van den zoon eener veel jongere, vroeg verscheidene
+zuster. Het bestje&mdash;ik zeide het reeds vroeger&mdash;het
+bestje was nooit getrouwd geweest; zij had, zoo als zij
+Hanna diets wou maken, zelfs nooit gevrijd; maar des
+ondanks had Machteld, zoo als Beets fraai heeft gezegd,
+&quot;de melk toch in het bloed,&quot; en haar gevoel had hare
+groene jeugd overleefd.</p>
+
+<p>&quot;Dag, mooije meid!&quot; voer de pikbroek voort, want
+dat was hij, en hield Hanna om haar middel gevat, en
+gaf haar een' kus, die klonk als eene klok, eer zij het
+hoofdje kon alwenden. De Hollandsche jongen had zoo
+lang zwarte nikkertjes gezien, dat hij gaarne ieder blank
+meisje zou hebben gekust.</p>
+
+<p>&quot;Bart! Bart!&quot; riep Machteld. Het werd eene predicatie,
+als had zij geen' zeerob maar een' wever tot neef
+gehad, Janmaat zou er zich geene zier om hebben bekreund,
+was Hanna niet zoo spoedig opgestapt, had
+Hanna maar van tehuisbrengen willen hooren!</p>
+
+<p>&quot;Toch niet,&quot; zei ze, vrij streng; en toen hij alevel
+opsprong, oef! toen had dat mooije gezigtje eene
+waardigheid&mdash;die Bart overtuigde, dat de gelegenheid voor
+dolle grappen met de zwarte nikkers vervlogen was.</p>
+
+<p>En echter, lief meisje, dat zulke manieren onbeschaamd
+vindt, al ergert gij er u aan tot kleurens toe,
+echter ging Bart&mdash;geen ligt matroos, maar iemand, die
+na nog eene reize uitkijk had derde stuurman te
+worden&mdash;echter ging Bart niet weder naar het zeeregt ter
+monstering, of, zonder dat Hanna er een woord van
+gerept had tegen oude Machteld, werd zij op een'
+Zondag avond te huis gebragt door iemand, wiens gang
+verkondigde, dat het dek zijn vloer was geweest, wiens
+hoed op &eacute;&eacute;n haartje stond, wiens halsdoek fladderde.</p>
+
+<p>&quot;Schel nog niet aan!&quot; bad hij; maar het handje was
+aan den knop, en de schreeuwleelijkert ging over.</p>
+
+<p>&quot;God zij met je!&quot; snikte Hanna.</p>
+
+<p>Daar deed de kameraad haar open.</p>
+
+<p>&quot;Wel, meid, wat is je muts verfomfaaid en wat zien
+je oogen rood&mdash;waait het zoo?&quot; vroeg de schalke
+deern, als had zij niemand gehoord, niemand gezien, als
+wendde Hanna niet nog eens het hoofd naar die donkere
+gestalte aan de waterzij, als knikte zij niet.</p>
+
+<p>En toch, lief meisje, dat mij leest, toch zoudt gij
+Hanna ik zeg niet de zwakheid jegens Bart, maar de
+onopregtheid tegenover Machteld hebben vergeven, als
+ge veertien dagen later haar door de oude de les hadt
+hooren lezen over hare geheimhouding. &quot;Waar het hart
+vol van is, loopt de mond van over, kind!&quot; zei Machteld;
+&quot;het was Bart niet mogelijk te zwijgen, dat je beloofd
+hebt je v&oacute;&oacute;r zijne terugkomst niet te zullen verzeggen.&quot;
+En misschien hadt gij Machteld lief gekregen, toen
+zij Hanna dochter noemde, bij de verontschuldiging van deze:</p>
+
+<p>&quot;Wist ik dan of gij er niets tegen zoudt hebben?
+Machteld,&mdash;moederlief! Bart, zeidet gij altoos, Bart
+had geen matroos behoeven te worden, als een mensch
+zijn zin niet een mensch zijn leven was; en ik ben maar&mdash;&quot;</p>
+
+<p>Inderdaad, ik had mijn opstel wel <i>het lezende
+vrouwtje</i> mogen betitelen, zoo weinig gang is er in&mdash;nog
+altijd brandt de lamp, nog altijd staart zij
+voort&mdash;maar wees gerust, wij naderen het sombere
+heden toch. Een woord slechts over den jongsten Sint
+Nicolaas, en we zijn er.</p>
+
+<p>O mijne broeders van den gilde, die, op den avond
+van dat feest, welligt naar iets piquants, iets nieuws,
+iets schoons hoop ik gezocht hebt, hetzij in het gewoel
+van de Kalverstraat, waar het weder, veroorlooft mij
+de uitdrukking, <i>&agrave; pure perte</i> een grijnend gezigt zette,&mdash;hetzij
+in de woning eens vriends, wiens aanvallige
+kinderen door Ter Haar verdienden te worden geschetst,&mdash;gij
+die luisterdet en toezaagt, maar geen treffend
+onderwerp vondt, neen, alle toestanden behandeld, versleten,
+afgezaagd scholdt,&mdash;het is mij dikwijls als u
+gegaan. Dat gij Hanna hadt ontmoet, dat gij in hare ziel
+hadt kunnen lezen! Welligt zijt gij haar roer langs het
+lijf gesneld, welligt merktet gij haar niet eens op,&mdash;bovendien,
+wien onzer is de gave bedeeld, onder zoo
+armelijke plunje den schat van waarachtig gevoel te zien,
+welken zij dikwijls verheelt? Het vrouwtje&mdash;gij vermoedt
+reeds dat zij met Bart trouwde, <i>cela va sans dire</i>,&mdash;het
+vrouwtje zocht haren weg door den mist, terwijl
+hare verbeelding de weergalooze helderheid van eenen
+keerkringsnacht om zich zag.</p>
+
+<p>De tegenstelling luidt sterk; maar, wat mooijer is,
+zij is waar ook.</p>
+
+<p>Hoe had Bart haar den luister dier gezegende luchtstreek
+beschreven, toen hij, van een' derden togt naar
+Indi&euml; teruggekeerd, haar verraste, een kind, een knaap
+aan de borst!</p>
+
+<p>Zie, ik mag haar in dien toestand niet voorbij zien, al
+ben ik u de verklaring schuldig, wat hem bewoog van
+een' nacht onder dien schitterenden hemel op te halen;
+waarom zij juist toen dat tooneel gedacht.&mdash;Hoe
+beminnelijk zag zij er uit, Hanna met lot en leven verzoend,
+Hanna de vrouw, Hanna de moeder, Hanna, die
+nu niet langer geloofde, dat de hare heur wichtje, haar
+zelve van zich had gestooten! Het te vondeling leggen
+was een gruwel der baker geweest, die de moeder zeker
+had diets gemaakt, dat haar kind dood geboren
+was. En nu Bart, die schreide, zoo als een man
+schreijen mag, van weelde, van verrukking, van
+zaligheid, bij het zien van zijn evenbeeld, van zijn kind,
+dat niet bang scheen voor zijne ruwe handen, dat niet
+wegkroop voor zijn' harigen kus, die hem de armpjes toestak!</p>
+
+<p>Hanna's gemoed, zeide ik, was vol van den keerkringsnacht.
+Of had Bart haar dien, in zijne kunstelooze, maar
+waarachtige po&euml;zij des harten, niet beschreven, zoo als
+lucht en zee er uitzagen, toen hij met een' braven ouden
+matroos aan den steven stond te praten? Deze had afgezien
+naar de stille zee, en opgezien naar den stillen
+hemel, &quot;die zoo w&egrave;l bij elkander pasten,&quot; zei Bart, in
+zijnen eenvoud, &quot;licht beneden, licht boven, licht
+rondom ons.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Stuurman,&quot; had Jaap, de oude matroos, gezegd, &quot;is
+het geen afschaduwing des hemels? Ik zou niet vreemd
+opzien, als mijn Guurtje mij in de eeuwigheid in zulk
+een licht te gemoet kwam.&quot;&mdash;</p>
+
+<p>Guurtje was 's mans mooije dochter, aan de tering gestorven.</p>
+
+<p>En Bart&mdash;woeste, wilde natuur als hij was, had
+den oude willen afschepen met een: &quot;Wat schort je,
+paai?&quot; maar zijne stem was in zijne keel blijven steken.
+Dien ganschen dag, had hij Hanna verzekerd, was hij
+reeds angstig te moede geweest, al wist hij niet waarom;
+immers het schip liep als een pijl uit een' boog, en aan
+zijn werk haperde geen zier. Maar bij die woorden van
+den oude was hem het hart week in het lijf geworden;
+hij had Hanna voor zich meenen te zien, stervende...</p>
+
+<p>En het eene woord van den ouden matroos had
+het andere uitgelokt; maar laat ons Bart zelven laten spreken.</p>
+
+<p>&quot;En ik vertelde hem hoe goed wij het hadden&mdash;hoe
+lief ik jou heb; dat behoefde ik hem niet te zeggen, hij
+had het wel gehoord, toen ik zoo angstig uitriep: &quot;Jaap,
+als haar uurtje eens geslagen is!&quot;&mdash;want ik maakte er
+voor hem geen geheim van, dat je mij, v&oacute;&oacute;r ik heenging,
+zei, dat je geloofde... Weet je nog, Hanna, dat de
+tranen jou in de oogen kwamen, toen ik bij jou haperen
+een' voet van den grond sprong, en hoe je mij ze&icirc;, dat
+ik altijd zou mogen denken, dat ik je gelukkig had gemaakt,
+als ik je eens niet we&ecirc;r zag? Toen wou ik er
+niet van hooren, dat je sterven zoudt; toen beloofde ik
+jou, dat ik je hoornen en schelpen me&ecirc; zou brengen
+voor den kleinen Bart,&mdash;den kleinen Bart! daar is hij
+waarachtig!--o wat een jongen! hij grijnt niet, als zijn
+vader hem zoent! Hier, Hanna! ik moet jou ook eens
+kussen: het was &quot;man!&quot; toen ik weg ging, nu is het:
+&quot;va&ecirc;rtje!&quot;&mdash;Maar in den nacht, waarvan ik sprak, toen
+was die man een kind; zie, de datum heugt mij nog,
+het was de vierentwintigste September&mdash;&quot;</p>
+
+<p>&quot;Toen ben ik bevallen, Bart!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Dach ik het niet al,&quot; zei oude Jaap, &quot;dat het bijgeloof
+was?&quot; &quot;Stuurman,&quot; zei hij, &quot;ik ben geen fijmelaar;
+maar was ik jou, ik ging naar mijne kooi, en ik deed een
+gebed, dat zal je lucht geven.&quot; En, Hanna&mdash;gelooven
+moet jij het, want je weet, ik geef me niet beter dan ik
+ben&mdash;al kon ik in de kerk den Domin&eacute; meestal in het
+bidden niet volgen, ook al jookten mij geene wilde haren
+onder den neus, wijl die mannen zulk een' schat van
+mooije woorden hebben, in dat gebed liepen mijne
+gedachten mijnen woorden vooruit. &quot;Onze Lieve Heer zal
+er wel wijs uit worden,&quot; zei ik, toen ik snikkende
+&quot;Amen!&quot; sprak, &quot;en er voor haar wel bij zorgen,&quot; want
+ik had Machteld-moei in mijn gebed vergeten, de sloof,
+die mij bidden heeft geleerd&mdash;ik vergat haar om jou.&quot;</p>
+
+<p>Stel u eens voor, hoe Hanna Bart bij die woorden aanzag!</p>
+
+<p>&quot;En de Heer heeft mijn gebed verhoord; dat doet
+Hij altijd, als wij maar vurig bidden,&quot; voegde de gelukkige
+echtgenoot en vader er bij; doch hier ook braken
+Hanna's herinneringen op dien Sint-Nicolaas-avond af.
+De woorden van ouden Jaap, welke Bart er, in den
+overmoed zijns geluks, zoo achteloos op had laten volgen:
+&quot;Tenzij het beter voor ons is, dat Hij ons de bede
+weigere,&mdash;zoo als Hij mij het sterfbed van mijn Guurtje
+deed, die ik niet we&ecirc;r zal zien, v&oacute;&oacute;r in de eeuwigheid&mdash;&quot;
+die woorden gingen te loor in een' zucht.</p>
+
+<p>En waarom?</p>
+
+<p>Helaas! door den mist heen zag zij in het dok hier
+en daar licht op de schepen,&mdash;maar zijn schip, waar
+was het? Had zij dan niet vurig gebeden?</p>
+
+<p>Foei, dier verbijsterende gedachten mogt zij niet toegeven.
+Hare kindertjes,&mdash;hun was sedert ook een
+dochtertje geboren,&mdash;hare kindertjes verbeidden haar
+te huis; de bloeden moesten toch eene kleinigheid hebben,
+al was haar hart meer voor rouw dan voor pret
+gestemd. Voort dan, voort! Daar was zij aan het winkeltje,
+waarin die wee&ucirc;w Sint Nicolaasgoed verkocht.
+Bij wie anders zou zij het halen dan bij die vrouw, welke
+zoo sober rondkwam, die wee&ucirc;w...</p>
+
+<p>Het schip was al twee maanden over den tijd uitgebleven!</p>
+
+<p>En van Sint-Nicolaas-avond tot den avond v&oacute;&oacute;r
+Kerstijd zijn negentien dagen, negentien nachten, wier
+lengte <i>zij</i> kent, die wacht.</p>
+
+<p>Lees voort, Hanna, lees voort! Wat zoudt gij beter doen?</p>
+
+<p>Een Oost-Indievaarder op de kust is een belangrijk
+nieuws; want aan honderd derzulken hangt het lot van
+duizenden en tienduizenden, hangt schier het lot van
+ons volk. Als hij Texel is binnengeloodsd, dan stort hij
+zijn' hoorn des overvloeds in den schoot van het dankbare
+Vaderland le&ecirc;g. Welligt brengt hij de laatste vurig
+verbeide tijdingen uit het gewest, waarin schier elk
+tegenwoordig betrekkingen of bloedverwanten heeft, en
+zijne lading onderhoudt onze gemeenschap met alle deelen
+der wereld. Wees geprezen, eiland der eilanden, dat
+rijken beschaamt! Of verdringt niet de Java-koffij alle
+andere?&mdash;de tallooze soorten der West-lndi&euml;n in
+Europa,&mdash;de Mocka bij Tartaar en Turk?&mdash;Of kruiden,
+van het eene schiereiland tot het andere, kruiden,
+beide Spanje en Zweden, hunne geregten niet met onzen
+nageloogst? Of is er <i>negus</i> voor den Yankee zonder den
+geur onzer Molukken?&mdash;Laat Duitschland stoffen op
+zijne bietekroten, &egrave;n Oost-Zee &egrave;n Zwarte Zee begroeten
+om strijd koffen en brikken met de gelouterde suiker
+van Java bela&acirc;n. Willen wij voortvaren op dien toon?
+Het tin onzer bezittingen ziedt in al de smeltkroezen
+van het vaste land, en de Java-indigo leent zoowel
+het gewaad der blanke dochteren van het Noorden als
+dat der bruine schoonen van het Zuiden zijne frissche
+kleur. Doch voltooi zelf de aangelegde schets: voorzeker,
+een Oost-Indievaarder, die te huis komt, is een verheugend,
+een verheffend schouwspel, door den voorspoed
+des lands, de welvaart des volks er aan verknocht!</p>
+
+<p>Helaas, dat ik u de keerzijde van den penning moet
+laten zien; een schip van Java verbeid, doch dat
+uitblijft,&mdash;langer dan andere, te gelijk afgezeilde,&mdash;weken,
+maanden langer dan eenige later vertrokkene
+en toch reeds aangekomene bodems,&mdash;welke geheel
+verschillende gewaarwordingen wekt het op,&mdash;welk
+leed berokkent het! Het onthoudt,&mdash;zie eens, hoe
+aller belangen zaamgeschakeld zijn in ons burgerlijk
+landje!--het onthoudt zoo vele handen der smalle
+gemeente dagen lang werk, aan zoo vele monden dagen
+lang brood! Het schijnt eene streep te zullen maken
+door de rekening van de werf, waarop net zou zijn
+gekalefaterd,&mdash;het dreigt eene winstderving te worden voor
+makelaars en kooplieden, die de carga reeds opsomden,
+ieder voor zich een z&oacute;&oacute;veelste. Het jaagt de vreeze voor
+een aanzienlijk verlies in het hart der verzekeraars,
+onder welke er zijn wier evenaar wankel genoeg staat
+zonder dit gewigt in de kwade schaal,&mdash;en het is een
+doorn in het vleesch der directeuren van de Nederlandsche
+Handel-Maatschappij, wier raming er door gestoord,
+wier schikking er door belemmerd wordt. We
+zijn er nog niet! Het ontrust tot de ministers van koloni&euml;n
+en van financi&euml;n, tot de hoogste ambtenaren der
+kroon toe; want wie hunner mag onverschillig zijn voor
+iets dat op de kaai, in het dok, aan de beurs, schrik en
+angst verspreidt? Den koning der Nederlanden, zou ik
+schier durven zeggen, gaat het lot van zulk een' bodem
+ter harte! Want de wortels der eeuwenheugende eiken,
+waaruit hij is opgebouwd, schaduwden, door hun omgrijpen
+en uitschieten, in de wouden en op het gebergte,
+slechts flaauwelijk de duizende slagaderen des
+maatschappelijken levens af, waarme&ecirc; het in aanraking
+kwam, waarin het greep, toen het op het Y vlagge en
+wimpels zwierde,&mdash;luister onzer handelsvloot, als het
+was!--die het zal kwetsen en stremmen, wanneer het
+nooit uit den schoot der wateren we&ecirc;r opdaagt,&mdash;beladen
+als het werd met de weelde van het Oost!</p>
+
+<p>En sla nu dat blad vol onheilspellende cijfers eens
+digt, en waag een' blik op het lot van hen, die,
+droomende van vaderland, vrienden, vrouw welligt, op dien
+bodem, onder stormen-zwangeren hemel, in stik donkeren
+nacht, misschien eensklaps den dood voor oogen zien,&mdash;of
+uren, dagen lang, beurtelings door hoop en vrees
+gefolterd, op eenen oceaan ronddrijven, slechts verlicht,
+ten einde ze zijne onmetelijkheid zouden erkennen, en
+het wanhopig makende ijdele gevoelen der hersenschim
+van redding, waarmede een enkele hunner zich nog vleit.
+O, de rust in den schoot der wateren is verkieslijk boven
+de verlenging van zulken angst!--en &quot;de barmhartigheden
+des Heeren gaan over alle Zijne werken!&quot; op het
+vuur en in den vloed, voor altijd en eeuwigheid,&mdash;dat
+staat tot onze vertroosting geschreven. Vertroosting?
+Ach, hunne betrekkingen,&mdash;ach, mijne Hanna!</p>
+
+<p>Hooger lof heb ik voor onzen volksaard, voor de
+ontwikkeling der weeze, voor hare vroomheid niet, dan
+de betrekkelijke kalmte, waarin ik u haar schilderen
+mogt. Hoe verheven schijnt ze mij! Een beeld uit den
+vreemde zou de diepte des gevoels aanduiden, door den
+waanzin, waarin het onderging,&mdash;en echter, hoe hoog
+Hanna boven die hartstogtelijkheid sta, het ware der
+waarheid geweld aandoen, zoo ik het menschelijke verzweeg.
+Opgerezen uit haren stoel, heeft zij den Bijbel
+digtgeslagen, en ging zij naar het wiegje in gindschen
+hoek, en ligtte het kleed behoedzaam ter zijde,&mdash;haar
+dochtertje sliep gerust. &quot;God zal deernis hebben met
+hare onschuld!&quot; zeide zij.</p>
+
+<p>En nu, daar leunt zij tegen de kribbe van haren
+eerstgeborene, van haren Bart,&mdash;wat aarzelt gij?&mdash;Eer zij
+het hoofd op haar slapeloos kussen ne&ecirc;r kan vleijen,
+moet zij hem toch even zien, hem, zijn vaders evenbeeld.
+Verduisterd door tranen, als ze zijn, laat zij hare
+oogen lang op hem rusten. Wraak het, zoo gij durft,
+dat de wensch haar op de lippen komt:</p>
+
+<p>&quot;Och, dat hij klopte!&quot;</p>
+
+<p>Hoe zij luistert!</p>
+
+<p>Vergeefs!</p>
+
+<p>&quot;Ik zal morgen opgaan,&mdash;of God mijn geduld, mijn
+geloof versterken wil!&quot;</p>
+
+<p>Doe het, Hanna! Martelaresse als ge waart in uwe
+geboorte, martelaresse als gij dreigt te worden in den
+echt, doe het! En welke hoofden er zich buigen
+mogen,&mdash;aanzienlijken en armen, gevierden en geringen&mdash;allen,
+die u kennen, zullen bidden, dat op het uwe het
+eerst het licht dale, dat van boven is. Want wien onzer
+zal het zoo zwaar vallen, zich zelven te verloochenen,
+als gij het u zult doen in het berustende:</p>
+
+<p>&quot;Uw wille geschiede!&quot;</p>
+<br>
+
+<p>1843.</p>
+
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Liedekens van Bontekoe en vijf novellen
+by E.J. Potgieter
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LIEDEKENS VAN BONTEKOE ***
+
+***** This file should be named 16842-h.htm or 16842-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/6/8/4/16842/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
+
+
+