summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/16063-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '16063-8.txt')
-rw-r--r--16063-8.txt10942
1 files changed, 10942 insertions, 0 deletions
diff --git a/16063-8.txt b/16063-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..eccdcd1
--- /dev/null
+++ b/16063-8.txt
@@ -0,0 +1,10942 @@
+The Project Gutenberg EBook of Jack Rustig, by Kapitein Marryat
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Jack Rustig
+
+Author: Kapitein Marryat
+
+Illustrator: Johan Braakensiek
+
+Translator: A. J. van Dragt
+
+Release Date: June 14, 2005 [EBook #16063]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACK RUSTIG ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Jack Rustig
+
+ Door
+
+ Kapitein Marryat
+
+ Opnieuw bewerkt door
+
+ A. J. van Dragt
+
+
+
+
+
+
+
+Eerste hoofdstuk.
+
+ Eerste levensjaren van Jack. Hoe hij al spoedig den baas
+ speelt.
+
+
+Meneer Nicodemus Rustig leefde als welgesteld man op zijn buitengoed
+Boschlust in het Engelsche graafschap Hampshire. Dolgraag zou hij
+zoo'n paar kleine kleuters om zich heen hebben zien springen; maar,
+ofschoon reeds tien jaar getrouwd, nog altijd bleef hij met zijn
+vrouwtje alleen. Om zich te troosten over de verijdeling van zijn hoop,
+meende hij niet beter te kunnen doen dan zich op de wijsbegeerte toe
+te leggen, en weldra waren de gelijkheid en de rechten van de mensch
+zijn stokpaardje geworden. Niemand luisterde echter naar zijn betoogen,
+en hoe meer meneer Rustig doorsloeg, des te beter lieten de bezoekers
+zich zijn portwijn smaken; want al sneden 's mans beweringen geen hout,
+zijn wijn was uitstekend.
+
+Terwijl meneer Rustig zich in zijn studiën verdiepte, zocht mevrouw
+ontspanning in het patience-spel, en zoo leefde het echtpaar heel
+kalmpjes voort. Meneer wist, dat vrouwlief zijn redeneeringen niet
+kon begrijpen en eischte daarom ook niet, dat ze aandachtig naar hem
+luisterde; mevrouw van haar kant stoorde zich weinig aan het gepraat
+van haar echtgenoot en was tevreden als ze maar bij haar spelletje
+kon blijven. Die wederzijdsche inschikkelijkheid maakte den grondslag
+uit voor hun huiselijk geluk.
+
+Ook bestond er nog een andere reden, waarom zij 't zoo goed met elkaar
+konden vinden. Moest er iets besproken worden, dan begon meneer Rustig
+altijd met te zeggen, dat vrouwlief haar zin zou hebben,--en dat
+vond ze heel pleizierig; daar echter manlief, als 't er op aankwam,
+steeds zijn eigen zin volgde, was hij evenzeer in zijn schik. Wel had
+mevrouw sinds lang begrepen, dat zij haar zin toch niet kreeg, maar ze
+was erg meegaande, en omdat 't in negen van de tien gevallen toch heel
+weinig verschil maakte wat er gedaan werd, stelde zij zich volkomen
+tevreden met zijn toeschietelijkheid bij het overleggen. Meneer Rustig
+had erkend, dat zij gelijk had, en al volgde hij nu bij de uitvoering
+een anderen weg, wat kon zij, als zwakke vrouw, daartegen doen?
+
+Op het einde van het elfde huwelijksjaar kwam er evenwel een groote
+verandering in het tot dusver zoo kalme huishouden; want mevrouw
+Rustig verblijdde op een goeden dag haar echtgenoot met een stamhouder,
+dien we als den held van ons verhaal zullen leeren kennen.
+
+Er werd heel wat geredeneerd en betoogd eer meneer en mevrouw het
+eens waren over den naam, dien de jonge wereldburger dragen zou, maar
+het einde van de geschiedenis was, dat men hem Jack zou doopen. Het
+jongske groeide als kool, raakte na zes maanden uit de lange kleeren,
+en begon al spoedig over den vloer rond te kruipen en naar alles
+te grijpen, wat maar onder zijn bereik kwam. Hij solde met de kat,
+krabde zijn moeder in 't gezicht, en vond er volstrekt geen been
+in, zijn vader duchtig aan zijn kuif te trekken; maar toch werd
+hij door al de huisgenooten voor het mooiste en liefste kind van de
+wereld versleten. Als we alles wilden opschrijven wat Saar, de meid,
+van Jack's eerste kinderjaren wist te vertellen, zouden we wel drie
+boekdeelen vullen; we zullen 't echter maar laten bij de vermelding,
+dat men hem, als zoo menig eenig kind, in alles zijn eigen hoofdje
+liet volgen. Daardoor kreeg hij weldra zooveel noten op zijn zang,
+dat dokter Middleton, die als huisvriend dikwijls op Boschlust kwam,
+er soms bedenkelijk het hoofd over schudde en begon te vreezen,
+dat de al te toegeeflijke ouders het ventje glad zouden bederven.
+
+Op zekeren dag kwam een knecht van meneer Rustig te paard bij dokter
+Middleton aanrennen, met de boodschap of de dokter onmiddellijk
+op Boschlust zou willen komen. De man voldeed aan dit verzoek en
+vond bij zijn komst het heele huis in rep en roer--meneer liep erg
+onrustig heen en weer, mevrouw had maar werk om niet flauw te vallen
+en al de meiden verdrongen elkaar zenuwachtig om haar stoel. Iedereen
+was danig van streek, behalve de kleine Jack, die, met een lompje om
+zijn vinger en eenige bloedvlekken op zijn kiel, heel kalmpjes met
+kersen zat te spelen en zich aan niets stoorde.
+
+"O dokter!" riep mevrouw Rustig den geneesheer bij diens binnentreden
+als in wanhoop toe, "Jack heeft zich zoo vreeselijk in zijn hand
+gesneden; stellig is er een zenuw geraakt en dan...."
+
+De dokter gaf er geen antwoord op, maar onderzocht de gewonde hand,
+terwijl Jack met de andere bleef doorspelen.
+
+"'t Is nog al goed afgeloopen, mevrouw," zei de dokter, toen hij
+gezien had, dat de jongen zich maar even aan den vinger had gewond.
+
+"Heeft u soms ook een stukje hechtpleister in huis?"
+
+"O ja; gauw Marie,--loop Saar!" In een oogwenk waren de twee meiden
+terug; Saar met de hechtpleister en Marie er achteraan met de schaar.
+
+"Stel u maar gerust, mevrouw," zei dokter Middleton, nadat hij een
+pleister op de wond had gelegd, "kwaad kan 't volstrekt niet."
+
+"Maar zou 't niet beter zijn als we hem boven brachten en wat te bed
+legden?" hernam mevrouw.
+
+"Bepaald noodig is 't niet, mevrouw, maar in elk geval blijft hij
+dan gevrijwaard voor verdere ongelukken."
+
+"Kom, mijn lieve jongen, je hoort wat dokter Middleton zegt."
+
+"Ja, ik hoor 't wel," antwoordde Jack, "maar ik ga niet."
+
+"Maar Jaapjelief, doe 't nu toch, mijn ventje."
+
+Jaapje bleef doorspelen en gaf geen antwoord.
+
+"Kom, Jaapje," zei Saar.
+
+"Ga weg, Saar," zei het driftige manneke, en weerde haar met de
+hand af.
+
+"O foei, Jaapje!" zei Marie.
+
+"Kom, mijn hartedief!" zei mevrouw op overredenden toon, "kom,--wil
+je nu niet?"
+
+"Ik wil naar den tuin nog wat kersen plukken," antwoordde Jaapje.
+
+"Kom dan maar, lievert, dan gaan we naar den tuin."
+
+Jaapje wipte van zijn stoel en vatte mama bij de hand.
+
+"Wat een braaf, gehoorzaam kind is 't toch!" riep mevrouw uit,
+"je kunt hem aan een zijden draadje leiden."
+
+"Ja wel, als 't om kersen te doen is," dacht Dr. Middleton.
+
+Mevrouw Rustig, Jack, Saar en Marie gingen nu naar den tuin, zoodat
+de dokter alleen bleef met meneer, die gedurende de stribbeling geen
+woord gezegd had.
+
+Bij zijn veelvuldige bezoeken op Boschlust had dokter Middleton
+opgemerkt, dat de kleine Jack uit zijn aard wel een flinke, kordate
+jongen was, maar alle kans liep door de dwaze inzichten van zijn
+vader en de overdreven toegevendheid van zijn moeder bedorven te
+worden. Zoodra nu mevrouw de kamer verlaten had nam hij een stoel en
+richtte tot den heer des huizes de vraag:
+
+"Heeft u geen plan uw jongen school te leggen, meneer Rustig?"
+
+Meneer Rustig sloeg de beenen over elkaar en vouwde zijn handen om
+de knieën samen, wat hij altijd deed zoodra hij iets wilde betoogen.
+
+"Het groote bezwaar, dokter, dat ik heb tegen het naar school zenden
+van een kind, is dat er te veel dwang wordt uitgeoefend; en dat strijdt
+niet alleen tegen de rechten van den mensch, maar ook tegen alle gezond
+oordeel. Men zendt een jongen naar school, in de hoop dat er door leer
+en voorbeeld goede hoedanigheden in hem zullen gekweekt worden, niet
+waar? Maar hoe zal hij nu welwillendheid leeren, als hij telkens de
+dreigende gard ziet zwaaien, of geduld, als zijn leermeesters bijna uit
+hun vel springen van kwaadheid? Welk onderscheid bestaat er tusschen
+hem, die de kastijdingen toedient, en dengene, die ze ondergaat? Zijn
+ze niet beiden met rede begaafde schepselen, die evenveel recht hebben
+op hetgeen de wereld biedt? Door gewetenlooze dwingelandij hebben
+weinigen zich toegeëigend wat voor allen bestemd was, en al heeft
+men zich door langdurige gewoonte en valsche voorschriften daarin
+leeren schikken, 't is de plicht van een vader er voor te waken,
+dat zijn eenige zoon niet zulke verlagende dwaalbegrippen inzuigt,
+waardoor hij zich later alles zou laten welgevallen, zoolang men hem
+maar het leven liet. En worden zulke dwalingen niet op school door de
+gard verkeerdelijk ingeprent in het jeugdig gemoed? Reeds de eerste
+les in het ABC is tevens een les in slavernij en leert al aanstonds
+de geheiligde gelijkheid verzaken, die ons geboorterecht is. Neen,
+meneer, zoolang ze niet kunnen onderwijzen zonder de ergerlijke
+toepassing van de gard, zal mijn jongen nooit op school."
+
+Hier wierp meneer Rustig zich achterover in zijn armstoel, in de
+verbeelding dat hij al heel wat verstandigs had te berde gebracht.
+
+Dokter Middleton kende zijn man, en had hem maar stilletjes uit
+laten praten.
+
+"Ik moet toegeven," zei de dokter ten laatste, "dat er in al wat gij
+daar zegt misschien veel waars is; maar zou u niet denken, meneer
+Rustig, dat men, juist door te verhinderen dat een jongen onderricht
+kreeg, hem des te vatbaarder maakte voor de dwalingen waarover gij
+spreekt? Alleen de opvoeding kan vooroordeelen uit den weg ruimen,
+en iemand geschikt maken om de kluisters van den ouden sleur te
+verbreken. Toegegeven al dat er van de gard gebruik wordt gemaakt,
+'t gebeurt toch enkel op een leeftijd, waarin het jonge gemoed zoo
+kneedbaar is, dat 't er spoedig onverschillig onder wordt; en zijn
+eenmaal de gebruikelijke grondslagen der opvoeding gelegd, dan zult
+gij uw zoon genoegzaam voorbereid vinden tot het ontvangen der lessen,
+die gij zelf hem wenscht in te prenten."
+
+"Zelf zal ik hem alles leeren," antwoordde meneer Rustig en vouwde
+de armen over elkaar, als of hij zeggen wilde: "daar gaat niets af."
+
+"Ik twijfel geen oogenblik aan uw bekwaamheid, maar ongelukkig zult
+gij steeds met een onoverkomelijke zwarigheid te kampen hebben. Neem
+me niet kwalijk, ik weet waartoe gij in staat zijt, en de jongen
+zou zich inderdaad geluk mogen wenschen met zulk een onderwijzer,
+maar--openhartig gesproken--het kan u evenmin als mij ontgaan, dat
+de moederlijke toegeeflijkheid van mevrouw een leelijke hinderpaal
+voor uw goede bedoeling zal wezen. De jongen is nu al zóó door haar
+verwend, dat hij niet zal gehoorzamen, en zonder gehoorzaamheid kunt
+gij hem niets inprenten."
+
+"Ik erken, mijn waarde heer, de zwarigheid, die daarin gelegen is;
+maar moederlijke zwakheid dient dan overwonnen door vaderlijke
+gestrengheid."
+
+"Mag ik weten hoe? want dat schijnt me onmogelijk."
+
+"Onmogelijk! Wel drommels, ik zal hem leeren gehoorzamen, of anders
+zal ik hem...."
+
+Hier brak meneer Rustig plotseling af eer het woord "ranselen" aan
+zijn lippen kon ontsnappen.
+
+Dokter Middleton had moeite een glimlach te onderdrukken, toen hij
+antwoordde: "Dat gij wel een middel zoudt vinden om hem de baas
+te worden, daarvan ben ik ten volle overtuigd; maar wat zal er het
+gevolg van zijn? De jongen zal zijn moeder als een beschermster en
+u als een dwingeland beschouwen. Hij zal een hekel aan u krijgen en
+dientengevolge nooit de vereischte aandacht wijden aan uw hoog te
+waardeeren voorschriften, als hij eenmaal oud genoeg zal geworden
+zijn om ze te begrijpen. Het komt me voor, dat het door u opgeworpen
+bezwaar uit den weg te ruimen is. Ik ken een zeer achtenswaardig
+kostschoolhouder, die geen gebruik maakt van de gard--ten overvloede
+zal ik er hem uitdrukkelijk over schrijven--en als de jongen dan
+gevrijwaard is voor het gevaar, waarmee de te groote toegeeflijkheid
+van mevrouw hem bedreigt, zal hij binnen kort rijp zijn om onder uw
+meer gewichtige leiding te komen."
+
+"Wat gij daar zegt, dokter," antwoordde meneer Rustig na een poos,
+"verdient, dunkt me, alle aandacht. Ik heb heel goed opgemerkt, dat
+de onzinnige toegeeflijkheid mijner vrouw den jongen ongezeggelijk
+heeft gemaakt, zoodat hij me tegenwoordig niet wil gehoorzamen,
+en als uw vriend geen gebruik maakt van de gard, denk ik er ernstig
+over hem mijn Jack te zenden, om hem de eerste gronden te leeren."
+
+De dokter had het pleit gewonnen door den wijsgeer te vleien.
+
+Den volgenden dag kwam hij terug met een brief van den paedagoog,
+waarin deze met verontwaardiging sprak over het gebruiken van de gard,
+en meneer Rustig deelde nu onder het theedrinken aan zijn vrouw mede,
+welke plannen hij ten oprichte van zijn zoon Jack had.
+
+"Naar school? Jaapje naar school? de jongen is nog heelemaal een kind!"
+
+"Alles goed en wel, beste, maar vergeet niet, dat hij zeven jaar is en
+'t dus hoog tijd wordt, dat hij leert lezen."
+
+"O, lezen kan hij al; ja, ja, dat heb ik hem zelf geleerd. Niet waar,
+Saartje?"
+
+"Gunst ja, mevrouw, eergisteren heeft hij nog de letters opgezegd."
+
+"Maar, Rustig, wat heb je toch voor malligheid in je hoofd
+gehaald? Jaapjelief, kom eens hier als een brave jongen, zeg nu eens,
+wat is de letter A? Je hebt 't van morgen nog in den tuin gezongen."
+
+"Suiker moet ik hebben!" antwoordde Jack, en reikte zoo ver mogelijk
+met zijn arm over tafel om bij den suikerpot te komen, wat hem niet
+gelukte.
+
+"Nu ja, lievert, je zult een groote klont hebben, als je eerst maar
+zegt wat de letter A is."
+
+"A is een aapje, dat eet uit zijn poot," antwoordde Jack op een
+vervelenden dreun.
+
+"Zie je nu wel, Rustig; en zoo kent hij het geheele alphabet--is
+'t niet, Saar?"
+
+"Dat kan hij, de zoete jongen,--kun je niet, Jaapjelief?"
+
+"Nee!" antwoordde Jaapje.
+
+"Ja, ja, je kunt 't wel, mijn hartje, je weet best wat de letter B
+is. Weet je 't niet?"
+
+"Jawel," antwoordde Jaapje.
+
+"Daar nu, Rustig, je ziet wat de jongen al kent, en hoe gehoorzaam
+hij is bovendien. Kom, Jaapjelief, zeg nu eens, wat is de letter B?"
+
+"Nee ik wil niet," antwoordde Jaapje. "Ik moet nog meer suiker
+hebben!" En Jaapje, die op een stoel geklommen was, ging nu met zijn
+geheele lijf over tafel hangen om bij den pot te komen.
+
+"Mijn hemel! Saar, houd hem tegen, hij zal den theepot nog
+omgooien!" riep mevrouw Rustig. Saar pakte Jaapje beet om hem terug te
+trekken, maar, op die tusschenkomst niet gesteld, draaide de bengel
+zich om, zoodat hij met zijn rug op tafel kwam te liggen, en schopte
+Saar in het gezicht, juist toen ze een tweede greep naar hem wilde
+doen. Van den weeromstuit gleed Jaapje een eind over de gladde tafel
+en kwam met zijn hoofd tegen de theepot terecht. Wel greep mevrouw er
+schielijk naar, maar toch kreeg haar man een flinken scheut van het
+kokende vocht over zijn beenen; zoodat hij opsprong en al stampvoetend
+alles behalve wijsgeerig uitviel. Intusschen hadden Saar en mevrouw
+Jaapje verwijderd en susten hem om het zeerst met zoete woordjes van
+beklag. De pijn der brandwonden en de omstandigheid, dat men volstrekt
+niet naar hem omzag, brachten meneer Rustig in een bui van woede. Hij
+rukte Jaapje uit de armen der vrouwen, en in 't minst niet denkend
+aan zijn gelijkheid en zijn rechten van den mensch, sloeg hij er
+zonder genade op los. Saar vloog tusschenbeide en liep een veeg op,
+die haar duizende sterretjes voor de oogen tooverde en over de vloer
+deed tuimelen. Mevrouw kreeg 't op haar zenuwen en Jaapje zette een
+keel op, dat men hem wel een kwartier ver kon hooren.
+
+Hoe lang meneer Rustig aan 't ranselen gebleven zou zijn, valt
+moeilijk te zeggen; maar de deur ging open, en toen de man onder
+de strafoefening even opkeek, zag hij dokter Middleton in stomme
+verbazing staan. Hij had beloofd op de thee te zullen komen, en zoo
+noodig meneer Rustig een handje te helpen om mevrouw met diens plannen
+te doen instemmen; maar blijkens vond hij, dat meneer bij het betoog,
+dat hij op dit oogenblik hield, volstrekt geen hulp behoefde. Bij het
+binnentreden van dokter Middleton werd Jaapje evenwel losgelaten en
+bleef al schreeuwend op den grond liggen; ook Saar, mevrouw en de
+theepot lagen over den vloer, en al was meneer overeind gebleven,
+staan kon hij toch niet, maar sprong aanhoudend van het eene been op
+het andere.
+
+Nooit kwam een geneesheer beter van pas. Meneer Rustig was eerst
+stellig van die meening, maar zijn beenen begonnen zoo hevig pijn te
+doen, tot hij weldra tot andere gedachten kwam.
+
+Zooals de hoffelijkheid meebracht, tilde dokter Middleton eerst
+mevrouw van den grond en vlijde haar neer op de sofa. Saar sprong
+overeind, greep Jaapje op en droeg den luid schreeuwenden, om zich
+heen schoppenden bengel de kamer uit; voor welken bewezen dienst zij
+verscheidene beten kreeg. De huisknecht, die den dokter aangediend
+had, raapte den theepot op, als zijnde dat voorwerp het eenige waarmee
+hij krachtens zijn betrekking te maken had. Meneer Rustig wierp zich
+al hijgend en kreunend op een tweede sofa en dokter Middleton wist
+letterlijk niet wat hij doen moest. Hij zag, dat meneer zijn hulp
+noodig had en dat mevrouw die best kon missen; maar zich af te maken
+van een dame die elk oogenblik dreigde te bezwijmen, was lang niet
+gemakkelijk; want telkens als hij van haar vandaan wilde gaan, begon
+zij vervaarlijk om zich heen te slaan en te gillen. Eindelijk gelukte
+het den dokter een ruk aan den schel te geven, wat den huisknecht deed
+verschijnen, die nu de meiden riep om mevrouw naar boven te dragen. Zoo
+kreeg onze aesculaap ten laatste de handen vrij, om zich te bemoeien
+met den eenigen patiënt, die werkelijk zijn hulp behoefde. Meneer
+Rustig gaf met een paar woorden, telkens afgebroken door uitroepen van
+pijn, opheldering van het voorgevallene en intusschen was de dokter
+bezig hem de kousen uit te trekken. De behandeling van den geneesheer
+gaf den gewonde spoedig leniging van pijn. Maar wat hem vrij wat meer
+hinderde dan de brandwonden aan zijn beenen, was de omstandigheid,
+dat dokter Middleton er getuige van was geweest, hoe hij inbreuk had
+gemaakt op de gelijkheid en de rechten van den mensch. De geneesheer,
+wien dit niet ontging, wist ook op deze wonde een pleister te leggen.
+
+"Mijn waarde meneer Rustig, ik betreur zeer het ongeval, dat gij
+aan de dwaze toegeeflijkheid van mevrouw tegenover den jongen te
+danken hebt; maar toch doet het me genoegen, dat gij zulk een juist
+begrip toont te hebben van Salomo's uitspraak: 'Wie de roede spaart,
+bederft het kind.' Hiermede geeft de wijze koning te kennen, dat het
+de plicht van een vader is zijn kinderen te kastijden, wat volstrekt
+niet in tegenspraak komt met de rechten van den mensch of met eenige
+natuurlijke gelijkheid, want de zoon is een deel des vaders, zoodat
+deze eigenlijk slechts zichzelven kastijdt. Het bewijs daarvan
+is hierin gelegen, dat een vader bij het bestraffen van zijn zoon
+evenveel smart gevoelt alsof hij zelf de straf onderging. De geheele
+zaak komt dus op zelfkastijding neer."
+
+"Ik denk er precies zoo over," antwoordde meneer Rustig, blij dat de
+dokter hem zoo netjes uit het nauw had geholpen. "Maar--morgen moet
+hij op school, daar helpt niets aan."
+
+"Dat zal hij aan mevrouw te danken hebben," hernam de dokter.
+
+"Juist.--O dokter, mijn beenen beginnen weer zoo vreeselijk te gloeien
+en te steken."
+
+"Maar voortdurend nat houden met azijn en water, meneer, tot ik u een
+zalfje zend, dat onmiddelijk verlichting zal schenken. Morgen kom ik
+nog eens aan. A propos, een van de leerlingen van meneer Bonnycastle
+is onder mijn behandeling; als ik er u genoegen mee kan doen, wil ik
+uw zoon gaarne meenemen."
+
+"O, dat zou me veel pleizier doen, dokter," antwoordde meneer Rustig.
+
+"Welnu, mijn waarde, ik zal nog even naar boven gaan, om te zien hoe
+'t met mevrouw gesteld is, en morgen tegen tienen ben ik weer hier. Ik
+heb dan een uur den tijd. Goedenavond meneer Rustig."
+
+"Goedenavond, dokter."
+
+De dokter moest nu nog mevrouw zien te winnen. Hij stelde het ongeval,
+dat meneer getroffen had, veel erger voor dan het was, maakte grooten
+ophef van diens verbolgenheid en raadde haar ten sterkste maar stil
+te zwijgen, tot hij weer geheel tot bedaren zou zijn gekomen.
+
+
+
+
+Tweede hoofdstuk.
+
+ Jaapje wordt op kostschool gelegd, waar hij een toontje lager
+ leert zingen.
+
+
+Den volgenden dag hamerde dokter Middleton nog eens op hetzelfde
+aanbeeld en in weerwil van Sara's weeklachten en de tranen van mevrouw,
+die geen enkel woord in het midden durfde brengen, in weerwil van
+den heftigen tegenstand van Jaapje zelf, die een soort van voorgevoel
+scheen te hebben van wat hem boven het hoofd hing, werd onze held in
+dokter Middleton's koetsje gestopt. Wel trapte hij onder de bedrijven
+een ruit van het portierraampje in, maar de dokter, die den jongen
+nu geheel in zijn macht had, wiesch hem daarvoor eens duchtig de
+ooren. Zonder verder ongeval bereikte men weldra het huis van meneer
+Bonnycastle, en Jaapje werd door den knecht van den dokter naar de
+spreekkamer gedragen en in een stoel neergekwakt. Nauwelijks was de man
+den bengel kwijt, of hij bekeek eerst zijn handen, die op verschillende
+plaatsen bloedden, en wierp vervolgens met op elkaar geklemde tanden
+en saamgeknepen lippen een blik op Jack, als wilde hij zeggen: "Als
+ik maar dorst, dan zou ik je wel leeren!" Daarna verliet hij de kamer
+en begaf zich weer naar de voordeur, waar hij zijn toegetakelde handen
+aan den koetsier liet zien, die er van zijn bok een meewarigen blik op
+wierp en volkomen instemde met de verontwaardiging van zijn kameraad.
+
+Maar we moeten weer naar de spreekkamer. Dokter Middleton neusde in
+een krant, terwijl Jack heel in elkaar gedoken op zijn stoel zat,
+met zijn voeten op de bovenste sport, zoodat zijn neus bijna zijn
+knieën raakte. Waarlijk een veelbelovend leerling, die Jack.
+
+Meneer Bonnycastle trad binnen. Hij was een slank, flink gebouwd man,
+van een gunstig voorkomen; bij zijn netjes gepoederd haar droeg hij een
+deftig zwart pak, waartegen zijn keurig linnengoed helder afstak. Als
+hij glimlachte, vertoonde zich een rij hagelwitte tanden en zijn
+zachtblauwe oogen getuigden van de grootste welwillendheid. Dat was
+eerst het ideaal van een onderwijzer, en onmogelijk kon iemand hem
+aanzien en naar zijn zoet vleiende, aangename stem luisteren, zonder
+al zijn zonen onder 's mans hoede te wenschen. Hij was een kundig en
+degelijk man, aan wiens zorgen, op het oogenblik waarvan wij spreken,
+meer dan honderd jongens waren toevertrouwd. Hij stond bekend als een
+uitstekend opvoeder en velen van zijn leerlingen hadden het tot hooge
+ambten en betrekkingen gebracht en zich daarin gunstig onderscheiden.
+
+Dokter Middleton, die met meneer Bonnycastle op zeer vertrouwelijken
+voet stond, rees bij diens binnentreden op en zij schudden elkaar de
+hand. Middleton wendde zich vervolgens in de richting waar Jack zat en
+met den vinger naar hem wijzende, zei hij: "Zie me dat daar nu eens."
+
+Bonnycastle glimlachte. "Ik kan niet zeggen, dat ik er erger gehad
+heb, maar toch wel van hetzelfde slag. Ik zal echter spoedig genoeg
+wat leven brengen in dien vormeloozen klomp. Komaan, Middleton,
+ga nu eens zitten."
+
+"Maar Bonnycastle," zei de dokter, toen hij zijn plaats weer ingenomen
+had, "je moest me toch eens zeggen, hoe het mogelijk is zoo'n bengel
+in zijn fatsoen te krijgen, zonder de toevlucht te nemen tot de gard."
+
+"Van het gebruik der gard verwacht ik niet de minste vrucht en daarom
+pas ik ze ook niet toe. Ik heb zelf te Harrow school gelegen en was
+toen een hachje. Evenals de meeste jongens werd ik nog al eens uit
+de bank geroepen en ik herinner me zeer goed, dat ik spoedig om een
+bestraffing met de gard niets gaf. Ik was er tegen gehard geraakt. Die
+wijze van straffen laat niets achter, dat de herinnering er aan
+levendig houdt."
+
+"Dat had ik me geheel anders voorgesteld."
+
+"Mijn waarde Middleton, met éénmaal den stok te gebruiken werk ik
+meer uit dan door twintig bestraffingen met de gard. Ga maar eens
+na, de gard treft alleen de minst gevoelige plek; maar de stok komt
+overal neer, van het hoofd tot de voeten. Zoodra de eerste tinteling,
+door de gard teweeggebracht, over is, volgt er een verdooving van het
+gevoel in het getroffen lichaamsdeel, en de pijn heeft dan verder
+niets te beteekenen; een flink pak met den stok daarentegen laat
+hevige pijnen en kneuzingen achter op allerlei lichaamsdeelen, die
+bij spierbewegingen dienst moeten doen. Na een kastijding met de gard
+kan een jongen best meeravotten in de speeluren, maar na een duchtig
+pak met den stok is 't heel wat anders; dagen lang kan hij geen lid
+verroeren zonder door de pijn herinnerd te worden aan de straf, die
+hij heeft ondergaan, en hij past wel degelijk op, dat hij niet voor
+de tweede maal uit de bank wordt geroepen."
+
+"Beste vriend, ik verkeerde werkelijk in de meening, dat ge uitermate
+zachtzinnig waart," antwoordde Middleton lachend, "maar het doet me
+pleizier, dat ik me vergist heb."
+
+"Zie me daar nu zoo'n figuur eens zitten dokter, 't heeft meer van
+een stom dier dan van een redelijk wezen; zoudt ge soms denken, dat
+het ooit gelukken kon daar zonder krasse maatregelen eenig fatsoen
+in te brengen? Laat ik u tevens zeggen, dat ik mijn stelregel als
+verreweg de beste beschouw. Op sommige scholen zijn de straffen zoo
+licht, dat de jongens er eenvoudig niets om geven; bij mij echter
+mag elke bestraffing waarlijk dien naam dragen en het gevolg is,
+dat het toepassen er van maar hoogst zelden noodig is."
+
+"Gij brengt er dus den schrik in, Bonnycastle."
+
+"De twee machtigste drijfveeren in ons zijn vrees en liefde. In theorie
+is het veel mooier op de laatste te werken; maar in de praktijk
+heb ik er nooit de gewenschte uitkomsten van gezien,--en dat ligt
+eenvoudig hieraan, dat onze eigenliefde sterker is dan onze liefde
+tot anderen. In de uitwerking van de vrees daarentegen heb ik me nog
+nooit bedrogen, en alweer om dezelfde reden; immers door vrees werken
+we op de eigenliefde en anders niet."
+
+"Toch zijn er velen, die beweren dat lichaamsstraffen verlagend werken
+en ze daarom van de scholen willen weren."
+
+"Och dokter, er zijn zoo'n boel gekken in de wereld."
+
+"Dat doet me denken aan den vader van dien jongen daar," hernam
+dokter Middleton. En nu begon hij den opvoeder de dwaze denkbeelden
+van meneer Rustig te ontwikkelen en de omstandigheden mee te deelen,
+die tot het naar school zenden van Jack hadden geleid.
+
+"Dan mag er geen oogenblik verzuimd worden, dokter. Ik moet dat
+jongemensch geheel onder den duim hebben, eer zijn ouders hem komen
+bezoeken. Reken er op, binnen een week zal hij zoo volgzaam zijn als
+een lammetje."
+
+Dokter Middleton nam nu afscheid van Jack en zei hem, dat hij maar
+goed moest oppassen. Jack verroerde geen vin en gaf geen antwoord.
+
+"Stoor u daar maar niet aan, dokter, als ge weer eens komt zal hij
+wel beleefder wezen, reken daar gerust op." En de dokter vertrok.
+
+Ofschoon meneer Bonnycastle streng was, ging hij toch steeds met
+oordeel te werk. Op het bedrijven van een of ander kattekwaad volgde
+slechts geringe straf, zooals in school blijven tijdens de speeluren
+en dergelijke; ook kwam hij zelden tusschenbeiden als de jongens met
+elkaar vochten, ofschoon hij er een stokje voor stak als er een den
+baas wilde spelen. Waar het bij hem vooral op aankwam was attentie
+bij het werk. Spoedig was hij er achter, waartoe zijn leerlingen in
+staat waren; en naar die mate werden hun ook eischen gesteld; voor een
+luiaard, die wel kon maar niet woû, kende hij geen genade. Het gevolg
+er van was, dat hij de knapste jongens afleverde. Ook bleef hij in
+de behandeling zijner leerlingen zoo gelijkmatig en onveranderlijk,
+dat, al vreesden zij hem zoolang ze onder zijn toezicht stonden,
+toch allen, die zijn onderricht genoten hadden, veel van hem hielden
+en in hun later leven zijn vrienden bleven.
+
+Meneer Bonnycastle zag terstond in, dat er met overreding bij onzen
+held niets te beginnen zou zijn, en dat vrees het eenige middel was
+om hem tot rede te brengen. Zoodra dus dokter Middleton de kamer
+verlaten had, sprak hij hem op gebiedenden toon toe: "Wel, jongen,
+hoe is je naam?"
+
+Jack schrikte op; hij gluurde naar zijn meester, zag hoe diens oogen
+strak op hem gericht waren, en begreep uit de geheele houding van
+den man, dat er niet met hem te spotten viel. Jack was lang niet
+gek en ook de kastijding, die zijn vader hem had toegediend, deed
+hem wel een beetje huiveren voor hetgeen er komen zou. Dus vond hij
+'t geraden zich tot een antwoord te verwaardigen en zei met zijn
+wijsvinger in den mond:
+
+"Jaapie."
+
+"En hoe heet je verder?"
+
+Jack, die al berouw scheen te hebben over zijn inschikkelijkheid,
+gaf eerst geen antwoord, maar keek meneer Bonnycastle weer even in het
+gezicht en vervolgens de kamer rond: er was niemand die hem helpen kon,
+en zelf wist hij ook geen raad, daarom antwoordde hij maar: "Rustig."
+
+"Weet je, waarom je naar school bent gezonden?"
+
+"Omdat ik vader gebrand heb."
+
+"Neen, je bent hierheen gezonden om te leeren lezen en schrijven."
+
+"Ik wil niet leeren lezen en schrijven," antwoordde Jack druilig.
+
+"Dat zul je toch; en je begint nu maar eens dadelijk de letters op
+te noemen."
+
+Jack zei niets. Meneer Bonnycastle opende een soort van boekenkast
+en gunde ons verbaasde Jaapje een kijkje op een reeks van stokken,
+die evenals biljart-queues netjes op een rij stonden.
+
+"Weet je waar die voor dienen?"
+
+Met een benauwd gezicht tuurde Jack er naar; hij had een flauw besef,
+dat hij er stellig nader kennis mee zou maken, maar antwoorden deed
+hij niet.
+
+"Ze dienen om kleine jongens te leeren lezen en schrijven, en nu zal
+ik eens met dat onderricht beginnen. Je zult wel spoedig leeren. Kijk
+eens hier," vervolgde meneer Bonnycastle terwijl hij een boek met
+groote letters opensloeg en aan het begin van een hoofdstuk op een
+letter wees van wel een halven duim groot.
+
+"Zie je die letter?"
+
+"Ja," antwoordde Jaapje, wendde zijn oogen af en wriemelde met zijn
+vingers.
+
+"Nu, dat is de letter B. Zie je 't? Kijk er nu goed naar, opdat je 't
+straks ook weet. Dat is de letter B. Zeg me nu eens, welke letter is
+'t?"
+
+Jack besloot nu koppig te wezen, en gaf geen antwoord.
+
+"Je weet 't dus niet? Welnu, dan zullen we eens zien, wat een van
+deze kleine vrienden er van weet te maken," zei meneer Bonnycastle
+en kreeg een stok. "Let wel, Jaapje, dat is de letter B. Nu, hoe heet
+die letter? Antwoord me onmiddellijk."
+
+"Ik wil niet leeren lezen en schrijven."
+
+Flap! kwam de stok neer op de schouders van Jaapje, die een luiden
+schreeuw liet en ineenkromp van de pijn.
+
+Meneer Bonnycastle wachtte een paar seconden. "Dat is de letter B. Zeg
+me nu eens onmiddellijk, ventje, hoe heet die letter?"
+
+"Ik zal 't aan ma zeggen!"--Flap!--"O jé! o jé!"
+
+"Hoe heet die letter?"
+
+Met open mond, hijgend en terwijl de tranen hem langs de wangen
+biggelden, riep Jaapje nijdig uit. "Houd op! Ik zal 't aan Saar
+zeggen!"
+
+Flap! ging 't opnieuw en Jaapje gilde 't weer uit.
+
+"Hoe heet die letter?"
+
+"Ik zeg 't niet," griende Jaapje; "ik zeg 't niet--ik doe 't niet."
+
+Flap--flap--flap! en daarop volgde een poos stilte. "Ik heb je
+zooeven gezegd, dat 't de letter B is. Hoe heet nu die letter? Zeg
+'t zonder dralen."
+
+Bij wijze van antwoord deed Jaapje een greep naar den stok. Au! daar
+had hij 'm, welzeker, maar niet precies zooals hij 't gewild
+had. Jaapje greep nu het boek en smeet het in een hoek van de
+kamer. Flap, flap! Jaapje trachtte meneer Bonnycastle te bijten. Flap,
+flap, flap, flap! en Jaapje viel op het vloerkleed en brulde van
+de pijn. Meneer Bonnycastle liet hem toen een poos ongemoeid om hem
+gelegenheid te geven weer op zijn verhaal te komen.
+
+Toen eindelijk het gegil van Jaapje in een zacht snikken overgegaan
+was, zei meneer Bonnycastle tot hem: "Je zult nu wel begrepen hebben,
+Jaapje, dat het geraden is te doen wat ik je vraag, want dat er anders
+klappen vallen. Kom, sta eens gauw op. Versta je me niet?"
+
+Eer Jaapje het zelf wist, stond hij weer op zijn beenen.
+
+"Zoo, dat is eerst een brave jongen; je ziet nu wel, dat je geen
+slaag krijgt, als je maar doet wat ik je vraag. Komaan, Jaapje,
+je moest het boek eens gaan oprapen, dat je daar ginds neergesmeten
+hebt. Gauw hoor, breng 't onmiddellijk hier!"
+
+Jaapje wierp een steelschen blik naar meneer Bonnycastle en naar den
+stok. Al had hij ook nog zooveel lust om te weigeren, hij raapte het
+boek op en lei het op tafel.
+
+"Goed zoo, mijn jongen; nu zullen we de letter B eens opzoeken. Hier
+is ze: wel, Jaapje, hoe heet die letter nu?"
+
+Geen antwoord.
+
+"Zeg 't me terstond," zei meneer Bonnycastle en hief den stok hoog
+op. Die aanmaning was Jaapje te machtig. Hij gluurde angstig naar
+den stok; ze kwam in beweging en daalde al. Buiten adem schreeuwde
+hij haastig: "B!"
+
+"Juist zoo, Jaapje, heel goed. De eerste les is nu afgeloopen, en je
+gaat thans naar bed. Je hebt meer geleerd dan je zelf vermoedt. Morgen
+beginnen we opnieuw. We zullen den stok nu maar wegzetten."
+
+Meneer Bonnycastle schelde en gaf last, dat men den jongenheer Jack
+naar bed zou brengen, en wel in een afzonderlijk kamertje. Avondeten
+mocht hij niet hebben, want een beetje honger zou morgen het leeren
+des te gemakkelijker maken. Alleen met pijn en honger kan men wilde
+dieren temmen, en dezelfde middelen moeten toegepast worden tot
+het onderdrukken van die hartstochten in den mensch, waardoor hij
+aan een redeloos dier gelijk wordt. Jaapje werd naar bed gebracht,
+ofschoon het pas zes uur was. Hij leed niet enkel pijn, maar ook
+zijn hoofd was geheel in de war; en geen wonder, al zijn leven had
+men hem zijn eigen zin laten volgen en tot op gisteren had hij nooit
+eenige kastijding ondergaan. Na al de liefkoozingen van zijn moeder
+en van Saar, die hij nooit naar waarde had weten te schatten--na het
+dagelijksch zich volstoppen en maar dooreten tot hij er van begon
+te walgen, zag hij zich nu ineens zonder moeder, zonder Saar, zonder
+avondmaaltijd, overdekt met builen, en, wat nog het ergst van alles
+was, zonder dat hij zijn eigen zin kon volgen.
+
+Geen wonder dus dat Jaapje niet goed wist hoe hij 't had; ineens was
+hij gedwee geworden en meneer Bonnycastle had volkomen gelijk, toen hij
+tot hem zei, dat hij al meer geleerd had, dan hij zelf vermoedde. Wat
+zou mevrouw Rustig wel gezegd hebben als ze alles geweten had--en
+Saar? En meneer Rustig, met zijn rechten van den mensch? Terzelfder
+tijd dat bij Jaapje het duiveltje der koppigheid uitgedreven werd,
+zaten zij zich te troosten met het denkbeeld, dat er in elk geval
+op de school van meneer Bonnycastle niet van de gard gebruik werd
+gemaakt, en zij verloren geheel uit het oog, dat evengoed als men
+een hond nog wel op een andere wijze van kant kan maken dan door
+hem te verdrinken, er ook verschillende manieren bestaan om jongens
+te kastijden. Gelukkig in hun onwetendheid, sliepen allen rustig in
+zonder er in 't minst van te droomen, dat Jaapje al genoeg kennis had
+opgedaan om een vrij voldoend begrip te hebben omtrent het geheim
+van den stok. Wat Jaapje zelf betrof, hij schreide zich in slaap,
+minstens zes uren vroeger dan zij.
+
+
+
+
+Derde hoofdstuk.
+
+ Jack neemt de proef van zijns vaders grondbeginselen en komt
+ ten slotte dicht bij de waarheid.
+
+
+Den volgenden morgen was Jack niet alleen erg pijnlijk, maar ook vrij
+hongerig, en toen meneer Bonnycastle hem mededeelde, dat hem in plaats
+van een ontbijt een vernieuwde kennismaking met den stok te wachten
+stond, toonde Jaapje zich verstandig genoeg om het heele alphabet op te
+zeggen. Hiervoor werd hij zeer geprezen, en al maakten de loftuitingen
+weinig indruk op hem, in elk geval was hij er toch oneindig veel liever
+van gediend dan van een dracht slagen. Meneer Bonnycastle zag in, dat
+hij met één uur van gestrengheid op zijn pas den jongen volkomen onder
+den duim had gekregen. Hij liet hem nu over aan de hulponderwijzers
+zijner school en daar ook deze gerechtigd waren tot het toedienen van
+een gevoelige aansporing, werd Jaapje al spoedig een handelbaar ventje.
+
+Misschien denkt men dat zijn gemis thuis bijzonder sterk werd gevoeld,
+maar dat was niet het geval. Vooreerst had dokter Middleton er
+mevrouw Rustig nadrukkelijk op gewezen, dat op school de gard niet
+werd gebruikt, terwijl er alle kans bestond dat de bestraffing,
+die de jongen van zijn vader had ondergaan, nog wel eens zou
+herhaald worden--en in de tweede plaats, al meende mevrouw eerst,
+dat zij de scheiding van haar lieveling nooit zou kunnen overleven,
+spoedig begreep ze toch, dat zij zonder hem vrij wat gelukkiger
+was. Een bedorven kind is altijd een bron van kommer en verdriet,
+en na Jaapje's vertrek genoot mama eerst de rust en de kalmte,
+waarop zij zoo bijzonder gesteld was. Langzamerhand ontwende zij
+van hem, en tevreden met nu en dan een bezoek aan de kostschool en
+met de rapporten van dokter Middleton, was zij er ten slotte geheel
+mee verzoend, dat de jongen school lag en enkel in de vacantie thuis
+kwam. Jack maakte groote vorderingen; hij had heel veel aanleg en als
+zijn vader den dokter ontmoette, wreef hij in de handen en zei: "Ja,
+laat ze hem nog maar een jaartje of twee houden, dan zal ik er zelf
+wel de laatste hand aan leggen." Elke vacantie had hij gepoogd Jaapje
+de gelijke rechten van den mensch in te prenten. De jongen scheen erg
+weinig te letten op vaders betoogen, maar gaf toch duidelijk blijk,
+dat al die wijsheid niet geheel aan hem verspild was, want zonder
+vragen eigende hij zich alles toe waar hij lust in had. Onder deze
+manier van opvoeden bereikte onze held zijn veertiende jaar en was toen
+een flinke, ferme jongen en lang niet op zijn mondje gevallen--ja als
+'t er op aan kwam, kon hij zelfs zijn vader van z'n stoel praten.
+
+In niets had meneer Rustig zooveel plezier als in Jack's
+welbespraaktheid. "Goed zoo, mijn jongen, altijd maar redeneeren
+en de zaken duidelijk uiteenzetten," zei hij gewoonlijk, als Jack
+met zijn moeder aan het redetwisten was. En in zijn handen wrijvend
+keerde hij zich dan tot den dokter met de opmerking: "Let eens op,
+Jack zal nog een groot man worden, een zeer groot man." Meestal riep
+hij dan Jack bij zich en gaf hem een goudstuk voor zijn knapheid,
+zoodat zoonlief weldra zelden een gelegenheid liet ontglippen om
+aan 't redeneeren te slaan. Tegenover meneer Bonnycastle hield hij
+zijn praatjes stilletjes voor zich, want hij wist maar al te goed,
+dat diens bewijsgronden hem te sterk waren. Wel echter redetwistte
+hij met al de jongens, wat gewoonlijk op een kloppartij uitdraaide;
+soms zelfs nam hij het op tegen de hulponderwijzers.
+
+Toen nu de groote zomervacantie aanbrak, had Jack zijn hoofd vol
+van allerlei betoogen en liet er zich niet weinig op voorstaan. Hij
+wist alles zoo haarfijn te beredeneeren en spon alles zoo breed uit,
+dat men ten slotte geheel van de wijs raakte en er eigenlijk niets
+meer van begreep.
+
+Eens was Jack in de rivier gaan visschen, maar een heele morgen was
+voorbijgegaan en nog had hij niets gevangen. Daar viel zijn oog op den
+grooten vijver, die hem voorkwam nog al goed voorzien te zijn. Hij klom
+zonder complimenten over de heining van het buiten en lag zijn hengel
+in den vijver. Toen hij al verscheiden mooie visschen opgehaald had,
+werd hij aangeklampt door den eigenaar, die een paar parkopzichters
+bij zich had.
+
+"Mag ik uw naam ook weten, jongeheer?" vroeg de eigenaar aan Jack.
+
+Nu moet gezegd worden, dat Jack altijd even hoffelijk en beleefd
+was. Hij antwoordde dan ook:
+
+"Met genoegen, meneer; ik heet Rustig, om u te dienen."
+
+"Gij schijnt 't nog al luchtigjes op te nemen," hernam het heerschap;
+"maar gij zult toch zeker wel begrijpen, dat ge u aan een overtreding
+schuldig maakt?"
+
+"Over dat woord overtreding", antwoordde Jack, "valt heel wat te
+redeneeren, meneer. Vooreerst wordt 't gewoonlijk als een overtreding
+beschouwd, als iemand zonder verlof op een anders land of erf
+komt. Maar nu vraag ik u toch, meneer, is niet de aarde voor allen
+geschapen? Heeft een enkel bewoner er van, desnoods in vereeniging
+met anderen, wel het recht een gedeelte als zijn uitsluitend eigendom
+aan te merken? Me dunkt, ik stel de vraag nog al duidelijk. Laten we
+er nu eens over gaan redeneeren."
+
+De heer, door wien Jack aangesproken was, had wel eens over meneer
+Rustig en diens liefhebberij in het betoogen hooren praten; hij was
+een luimig man, die veel meer hield van lachen dan van zich boos te
+maken, en bovendien vond hij het noodig Jack te doen inzien, dat zijn
+begrippen onder de gegeven omstandigheden niet houdbaar waren.
+
+"Maar, meneer Rustig, aangenomen al dat het betreden van mijn grond
+verschoonbaar is, dan zult ge toch niet willen beweren, dat gij
+recht hebt mijn visschen te vangen; ik heb ze gekocht, ze in den
+vijver gepoot en vervolgens steeds voedsel gegeven. Gij kunt toch
+niet ontkennen, dat die beesten mijn bijzonder eigendom zijn en dat
+het wegnemen er van diefstal is?"
+
+"Daar valt nog heel wat op aan te merken, mijn waarde heer," hernam
+Jack; "maar--met uw verlof, ik heb juist beet." Jack sloeg "en fermen
+karper op, tot groote ergernis van de opzichters en tot vermaak van hun
+meester. Hij deed den visch van den angel, wierp hem in zijn mandje,
+vernieuwde doodbedaard het aas, en hervatte, terwijl hij weer inlei,
+het gesprek.
+
+"Zooals ik u deed opmerken, mijn waarde heer, is dat voor heel wat
+weerlegging vatbaar. Alle schepselen der aarde werden den mensch
+gegeven tot zijn gebruik--met mensch wordt bedoeld de menschheid.--Ook
+het water is een gave des hemels en tot aller gebruik bestemd. Nu
+komen we tot de vraag, in hoe ver de visschen uw eigendom zijn. Als
+de visschen alleen voortteelden om u plezier te doen en u hun kroost
+ten geschenke te geven, dan zou 't een heel ander geval zijn; maar
+nu dat zoo niet is, betwijfel ik zeer of gij kunt bewijzen, dat die
+visschen u meer toebehooren dan mij. Bovendien--maar daar heb ik weer
+beet--met uw verlof, meneer--ai, hij gaat er van door.--
+
+"Dus zijt gij van meening, dat de wereld en al wat zij bevat voor
+allen geschapen is?"
+
+"Juist, meneer; zoo denkt mijn vader er over, en die is een groot
+wijsgeer."
+
+"Maar waaruit verklaart uw vader dan, dat sommigen eigendommen bezitten
+en anderen weer niet?"
+
+"Daaruit, dat de sterkeren de zwakkeren hebben beroofd."
+
+"Maar zou dat riet altijd het geval zijn, ook al konden we allen
+gelijke aanspraken doen gelden, zooals gij vooronderstelt? Laten we
+bijvoorbeeld eens aannemen dat twee menschen jacht maken op hetzelfde
+dier en het beiden te gelijker tijd machtig worden, zal dan niet de
+sterkste er mee naar huis gaan?"
+
+"Dat stem ik toe, meneer?"
+
+"Nu, waar blijft ge dan met uw gelijkheid?"
+
+"Daaruit volgt nog niet, dat het de bedoeling niet is geweest de
+menschen gelijk te doen wezen; het bewijst enkel dat ze het niet
+zijn. Ook vervalt daarmede niet de bewering dat alles tot aller nut
+is geschapen, maar het toont alleen dat de sterke tegenover den zwakke
+zijn meerdere kracht doet gelden, wat zeer natuurlijk is."
+
+"Ei zoo, gij vindt dat dus zeer natuurlijk. Nu, meneer Rustig, ik
+bemerk tot mijn genoegen dat we het volkomen eens zijn, en we zullen
+dat wel blijven, vertrouw ik. Vergeet niet op te merken, dat ik en mijn
+twee opzichters er drie zijn, wij vormen dus de sterke partij in dit
+geval, en al nemen we nu uw stelling aan, dat de visschen evengoed u
+als mij toebehooren, toch maak ik nu gebruik van mijn meerdere kracht
+om opnieuw in het bezit er van te komen, wat, zooals gijzelf zegt,
+zeer natuurlijk is.--Jakob, pak die visschen op."
+
+"Met uw verlof." viel Jack hem in de rede, "laten we dat eerst eens
+beredeneeren."--
+
+"Volstrekt niet; ik zal handelen volgens uw eigen stelregels--de
+visschen heb ik, maar ik verlang nog meer--die hengelroe is evengoed
+van mij als van u, en daar ik de sterkste ben eigen ik ze mij
+toe. Jakob, Willem, neem die hengelroe,--ze behoort ons."
+
+"U zult me toch eerst wel de opmerking veroorloven," hernam Jack,
+"dat, al heb ik mijn meening te kennen gegeven, dat de aarde en
+de daarop levende dieren voor ons allen geschapen zijn, ik toch
+volstrekt niet beweerd heb, dat niet wat iemand zelf vervaardigt,
+zijn deugdelijk eigendom is."
+
+"Met uw verlof; de boom, waarvan gij die hengelroe gesneden hebt,
+was voor ons allen bestemd, en als gij goed gevonden hebt er een
+hengelroe van te maken, kan ik dat evenmin helpen als dat ik de
+visschen gevoed heb in de ondersteling dat ze mij toebehoorden. Daar
+alles gemeengoed is en het niet meer dan natuurlijk is dat de sterke
+van zijn kracht gebruik maakt tegenover den zwakke, moet ik me die
+hengelroe toeëigenen, tot ze me weer door een sterkere afhandig wordt
+gemaakt. Bovendien zal ik als de sterkere partij en als bezitter van
+dit land, dat volgens u niet meer aan mij dan aan u behoort, mijn
+opzichters last geven u van mijn grondgebied te verwijderen. Jakob,
+neem die hengelroe en zet meneer Rustig eventjes over de heining. Dag,
+meneer Rustig, goedenmorgen?"
+
+"Meneer, ik vraag u wel verschooning, maar gij hebt al mijn
+bewijsgronden nog niet aangehoord," begon Jack weer, die het volstrekt
+niet eens was met de gemaakte gevolgtrekkingen.
+
+"Ik heb geen tijd om nog langer naar u te luisteren, meneer Rustig;
+goedenmorgen." En de eigenaar vertrok en liet Jack in gezelschap van
+de twee opzichters achter.
+
+"Ik zal je moeten lastig vallen om die hengelroe, heerschap, zei
+Willem. Jakob was intusschen druk bezig met de visschen een eind bies
+onder de kiewen door te halen.
+
+"In elk geval zult gij toch naar rede hooren," zei Jack. "Ik kan
+u bewijzen...."
+
+"Nog nooit heb ik een goed bewijs gehoord, dat het stroopen geoorloofd
+is," viel de opzichter hem in de rede.
+
+"Je bent een onbeschaamde vlerk," antwoordde Jack. "Door zulk slag van
+volk als jullie te betalen, zijn sommige menschen in staat allerlei
+ongerechtigheid te bedrijven."
+
+"Door ons te betalen weert men de stroopers--en al is er verschooning
+te vinden voor een armen drommel zonder werk, voor jou, die nog wel
+een heer wilt wezen, stellig niet."
+
+"Als we op zijn eigen praatjes afgaan, is hij geen steek meer dan wij."
+
+"Zwijg, kerel, ik zal me niet vernederen tegen jou te redeneeren;
+als ik dat wou, kon ik je gemakkelijk bewijzen, dat jullie een paar
+laaghartige slaven bent, die evenveel recht hebt op dit landgoed als
+je meester of ik."
+
+"Als jij, dat wil ik waarachtig wel gelooven."
+
+"Ja, als ik, vlegel; deze vijver en de visschen er in behooren
+evengoed aan mij als aan je meester, die ze zich wederrechtelijk
+beeft toegeëigend."
+
+"Wel, Jacob, wat zou je er van denken, als we dien jongenheer eens
+in het bezit stelden van zijn eigendom?" zei Willem met een knipoogje
+tot zijn kameraad.
+
+Willem begreep den wenk en eensklaps werd Jack bij armen en beenen
+opgegrepen en in den vijver gesmeten. Na een flinke onderdompeling
+kwam hij weer boven en wist al snuivend en proestend weer naar den
+kant te scharrelen.
+
+Intusschen verwijderden zich de opzichters onder luid gelach over
+de poets, die zij onzen held gespeeld hadden. Hengelroe, visch en
+blikken pierenbak namen ze mee.
+
+"Er moet toch zeker," dacht Jack, "aan die wijsbegeerte van vader iets
+niet in den haak zijn, of anders is de wereld al erg verdorven. Ik
+zal er eens met hem over spreken."
+
+Het antwoord, dat Jack op zijn vraag kreeg, luidde aldus:
+
+"Ik heb je vroeger al eens gezegd, dat de groote waarheden nog niet
+genoeg ingang hebben gevonden; maar daaruit volgt volstrekt niet
+dat ze minder deugdelijk zijn. We leven in de ijzeren eeuw, waarin
+macht voor recht wordt gehouden, maar er zal een tijd komen dat mijne
+stellingen worden erkend, en dan zal je vaders naam beroemder worden
+dan die van eenig wijsgeer der oudheid. Denk er om, Jack, al heb je
+bij de bestrijding van het verkeerde en het verdedigen der rechten
+van den mensch nog zooveel te lijden, toch moet je volharden in je
+plicht, en nooit het pleit gewonnen geven."
+
+"Dat nooit," antwoordde Jack; "maar als ik weer eens aan 't betoogen
+ga, zal ik zien de macht op mijn zijde te krijgen en liefst een plek
+uitzoeken, wat minder dicht bij een vijver."
+
+"Mij dunkt toch," zei mevrouw Rustig, die stil toegeluisterd had,
+"dat Jack maar liever in de rivier moest gaan visschen; al vangt hij
+er weinig, in elk geval zal hij dan niet in het water geworpen worden
+en op die manier zijn kleeren bederven."
+
+Maar mevrouw Rustig was geen wijsgeer.
+
+Eenige dagen later kreeg Jack op een mooien morgen aan den anderen
+kant van een heining, een appelboom met verlokkende vruchten in het
+oog. Onmiddelijk kroop hij door de heining, klom in den boom, zocht
+de lekkerste appels uit en ging zitten eten.
+
+"Heila mannetje, wat doe je daar?" riep een barsche stem.
+
+Jack keek naar omlaag en zag beneden een stevigen boer staan.
+
+"Wat ik hier doe, kunt ge, dunkt me, wel zien," antwoordde Jack;
+"ik ben aan 't appels eten--zal ik er u ook een paar toegooien?"
+
+"Dank je vriendelijk, hoe minder er afgeplukt worden hoe beter,
+maar denk je soms, dat ze jou toebehooren, dat je er zoo vrijgevig
+mee bent?"
+
+"Ze behooren mij evengoed als u, waarde vriend."
+
+"Dat zul je toch wel mis hebben, ventje; die appels zijn van mij, en ik
+raad je om maar drommels gauw uit den boom te komen. Als je beneden,
+bent kunnen we er verder over praten, en je zult dan ruimschoots je
+deel hebben, voegde hij er bij met een veelbelovende beweging van
+zijn dikken stok."
+
+Dit deed Jack niet veel goeds verwachten.
+
+"Mijn beste man," zei hij, "'t is bepaald een vooroordeel van u,
+te meenen dat appels niet, evengoed als ander fruit, ten nutte van
+ons allen gegeven zijn--ze zijn algemeen eigendom, geloof me toch."
+
+Dat mag jij misschien meenen, kereltje, maar ik denk er heel anders
+over. Ik heb er al lang op geloerd, wie toch mijn appels stal, en nu ik
+een van de dieven gesnapt heb, zal hij er niet zonder een behoorlijke
+kastijding afkomen. Er uit dus, jou kleine rakker, en gauw wat ook,
+of anders zal 't slecht met je afloopen."
+
+"Dank u wel," zei Jack, "ik zit hier heel best. Maar, als u 't goed
+vindt, wil ik gaarne het geval met u nader beredeneeren."
+
+"Daar heb ik geen tijd voor; ik heb nog heel wat te doen, maar je
+hoeft niet te denken, dat ik je zal laten ontsnappen. Heb je geen lust
+om naar beneden te komen, welnu, dan blijf je maar stilletjes boven,
+maar ik verzeker je, dat ik je na afloop van mijn werk hier nog goed
+en wel vinden zal."
+
+"Wat aan te vangen met iemand die naar geen redeneering wil
+luisteren?" dacht Jack. "Wat een verdorven wereld toch! Maar dat weet
+ik wel, als hij terugkomt, zal hij me hier niet vinden."
+
+Daarin vergiste Jack zich echter. De boer deed een paar stappen naar de
+heining, riep een jongen wat toe en deze ijlde naar de hofstede. Eenige
+oogenblikken later zag men een groote bulhond door den boomgaard heen
+op zijn meester losstuiven. "Pas op, Caesar," zei de boer tot de hond,
+"pas op!" De hond vleide zich neer op het gras, gluurde met opgeheven
+kop onafgewend naar Jack en liet daarbij een paar rijen tanden zien,
+die onzen held voor het oogenblik al zijn wijsgeerige denkbeelden
+deden vergeten.
+
+"Al kan ik niet wachten, Caesar wel, en ik verzeker je in gemoede dat
+er geen stuk van je heel blijft, als hij je bij de kladden krijgt. Als
+ik met mijn werk klaar ben, kom ik terug." Dit zeggende verwijderde
+zich den boer en liet het aan Jack en aan den hond over om de kwestie
+uit te maken, als ze er lust in hadden.
+
+Na een poos liet de hond zijn kop zakken en sloot de oogen, alsof hij
+sliep, maar niet zoodra bewoog Jack zich even, of een er van werd een
+weinig geopend. Jack vond het dus maar geraden om te blijven waar
+hij was. Hij plukte nog een paar appels, want 't was tijd voor het
+middagmaal, en begon al etende te overpeinzen.
+
+Nog niet lang was hij daarmee bezig, toen hij gestoord werd door een
+stier, die al brullende den boomgaard doorrende en op het gezicht
+van Caesar den kop naar omlaag boog. Caesar vloog overeind en
+vatte den stier in het oog, die met zijn staart in de lucht op hem
+losstoof. Vlakbij gekomen deed de stier een aanval op den hond; maar
+deze ontweek den stoot en vloog op zijn beurt op zijn tegenstander
+aan. Deze schermutseling duurde voort, tot de vechtende partijen een
+heel eind van den appelboom verwijderd waren geraakt. Jack dacht nu
+zijn kans waar te nemen om te ontsnappen, maar ongelukkig werd het
+gevecht juist gevoerd aan dien kant van den boomgaard waar de heining
+was, die Jack weer over moest. Dat hindert niet, dacht onze held, dan
+neem ik den anderen kant maar, al moet ik dicht langs den boerenwoning,
+er valt nu eenmaal niet te kiezen. Terwijl Jack zich uit den boom liet
+zakken, hoorde hij opeens een vervaarlijk gebrul; de hond was door den
+stier op de horens genomen en in de lucht geslingerd, en Jack zag hem
+aan den overkant der heining neersmakken; het gebrul was de zegekreet
+van den overwinnaar. Toen Jack nu bemerkte dat hij van zijn bewaker
+verlost was liet hij zich in een wip verder naar omlaag glijden en
+zette het op een loopen. Ongelukkig kreeg de stier hem in het oog en
+stoof in den zwijmel der overwinning met een vernieuwd gebrul onzen
+vriend achterna. Jack bespeurde het gevaar dat hem dreigde, en de
+angst gaf hem vleugelen; hij vloog niet alleen door den boomgaard,
+maar ook over de heining, die bijna vijf voet hoog was en wel juist
+toen de stier er met zijn kop tegenaan rende. Kijk waar je loopt,
+leert een oud spreekwoord. Als Jack daarna gehandeld had, zou hij
+'t er beter afgebracht hebben; maar nu er in dit geval nog al eenige
+verschooning voor hem kan ingebracht worden, zullen we enkel maar
+zeggen, dat hij zich aan den anderen kant van de heining in een kleinen
+bijenstal beland zag. Twee korven had hij in zijn vaart omgeworpen
+en eer hij goed en wel weer op de been was, waren de verontwaardigde
+bijen al druk bezig hem van alle kanten te steken. Het eenige wat Jack
+doen kon was weer aan den haal gaan, maar de bijen vlogen sneller dan
+hij loopen kon en de arme jongen was dol van de pijn, toen hij half
+verblind struikelde over het steenen ringmuurtje van een put. Zijn val
+in den put kon Jack niet stuiten, maar hij greep de ijzeren ketting,
+die hem in het gezicht sloeg. Het windas liep af--en daar ging 't
+met de grootste snelheid naar beneden. Na een daling van een voet of
+veertig zat hij geheel onder water en had nu geen last meer van de
+bijen. Jack werkte zich aan den ketting, die geheel afgeloopen was
+weer wat omhoog en voelde nu iets tegen zijn beenen slingeren. Het
+was de emmer, die ongeveer twee voet onder water zat; Jack zette er
+zijn beenen in en voelde zich nu vrij behaaglijk; want na de steken
+der bijen en de verhitting van zijn wedloop met den stier, bracht
+het water hem een heerlijke verfrissching aan.
+
+"In elk geval," dacht Jack, "als de stier er niet geweest was, zou de
+hond op me zijn blijven passen en had ik later een pak ransel gekregen
+van den boer; maar aan den anderen kant zou ik, als de stier er niet
+geweest was, niet onder de bijen terecht zijn gekomen, en als de bijen
+er niet geweest waren, zou ik niet in den put getuimeld zijn; en als
+die ketting er niet geweest was, zou ik verdronken zijn. Wat een reeks
+van gebeurtenissen, enkel omdat ik lust had een appeltje te eten!"
+
+"Hoe het zij, van den boer, den hond, den stier en de bijen ben ik af;
+maar hoe kom ik nu hier uit dezen put? Het schijnt wel, of de geheele
+schepping tegen de rechten van de mensch heeft samengespannen. Zooals
+mijn vader zegt, leven we in een ijzeren eeuw en hier hang ik nu te
+bengelen aan een ijzeren ketting."
+
+
+
+
+Vierde hoofdstuk.
+
+ Jack begint vrij verstandig te overleggen, maar komt toch
+ tot een erg onverstandig besluit.
+
+
+Nadat Jack ongeveer een kwartier in zijn zonderlinge positie had
+doorgebracht, begonnen zijn tanden te klapperen en zijn lippen
+te trillen; hij voelde een dofheid in al zijn ledematen en achtte
+het hoog tijd om hulp te roepen. In het eerst durfde bij wel niet
+goed, uit vrees dat hij dan weer zou blootgesteld raken aan de
+verontwaardiging van den boer en diens gezin, maar hij kon hier toch
+niet blijven. Juist sperde Jack zijn mond open om een schreeuw te
+geven, toen er beweging in den ketting kwam en hij langzaam omhoog
+ging. Eerst hoorde hij klachten over de zwaarte van den emmer, wat hem
+volstrekt niet verwonderde; daarna hoorde hij gegrinnik en gelach van
+twee personen en weldra ging het vrij vlug naar boven. Ten slotte kwam
+zijn hoofd boven het lage muurtje uit en juist wilde hij zijn eene
+arm uitsteken om zich vast te grijpen, toen de twee aan het windas
+hem in de gaten kregen. Het waren een stevige boerenknecht en een meid.
+
+"Dank u," zei Jack.
+
+Maar men moet nooit te vlug zijn met bedanken. De meid gaf een gil en
+liet den draaier los, de knecht schrikte en kon het windas ook niet
+meer houden; de draaier ontglipte aan zijn handen, sloeg hem tegen
+de kin, zoodat hij languit op den grond rolde en eer het "dank u"
+goed en wel over Jack's lippen was gekomen, ging hij weer als een
+pijl uit den boog naar omlaag. Gelukkig had hij den ketting nog niet
+losgelaten, anders zou hij tegen den kant geslagen zijn en er stellig
+het hachje bij ingeschoten hebben; hij kwam er nu af met een tweede
+onderdompeling en bevond zich weldra weer in zijn vorigen toestand.
+
+"Dat is me ook wat moois," dacht Jack, terwijl hij zijn pet wat
+vaster op het hoofd drukte, "maar ze kunnen zich nu ten minste niet
+meer houden, alsof ze niet wisten dat ik hier was."
+
+Intusschen stoof de meid de keuken binnen, liet zich op een stoel
+vallen, maar gleed er onmiddellijk weer af en kwam terecht op eenige
+opgemaakte brooden, die nog gebakken moesten worden en op den grond
+bij het vuur gezet waren om wat te rijzen.
+
+"Hemeltje lief! wat is er met Suze aan de hand?" riep de pachtersvrouw
+uit. "Heidaar,--Marie--Jan--waar zit je? Och, och, al mijn brooden
+zoo plat als een koek!"
+
+Jan kwam spoedig daarop, met zijn hand aan zijn onderkaak. Hij zag
+er ontdaan en verschrikt uit, wat geen wonder was; want vooreerst
+dacht hij dat zijn onderkaak gebroken was en bovendien geloofde hij
+stellig en vast, dat hij den duivel gezien had.
+
+"Goeie genadigheid! wat is er toch gaande!" riep de pachtersvrouw
+alweer. "Marie, Marie?" schreeuwde ze en begon nu zelf ook angstig
+te worden, want hoe ze ook alle krachten inspande, ze kon maar geen
+beweging krijgen in Suze, die als een klomp lood op haar bed van deeg
+lag. Marie gaf gehoor aan het luid geroep harer meesteres en met haar
+hulp gelukte het Suze van den grond te tillen; maar de brooden weer
+in hun fatsoen te brengen, daar was geen denken aan.
+
+"Waarom help jij dan ook eens niet een handje, Jan? snauwde Marie
+hem toe.
+
+"Au-au-au!" was al wat ze ten antwoord kreeg van Jan, die van dat
+helpen van Suze al plezier genoeg had gehad, en maar steeds zijn hand
+aan de wang hield.
+
+"Wat is er toch te doen, vrouw?" riep de pachter onder het
+binnentreden. "Wel verdraaid, wat scheelt Suze toch? En wat scheelt
+jou?" vervolgde hij, zich nu tot Jan wendend. "Duivels, het schijnt
+wel dat de heele boel in de war loopt vandaag. Om te beginnen worden
+mijn appels gestolen--dan vind ik in den tuin al mijn bijenkorven
+omvergesmeten--de stier heeft Caesar leelijk toegetakeld, is vervolgens
+door de heining gebroken en daarna in den zaagkuil gevallen--en nu
+ik hier hulp kom halen om er hem weer uit te krijgen, vind ik de
+meid meer dood dan levend en Jan met een gezicht alsof de booze hem
+verschenen was."
+
+"Au-au-au!" antwoordde Jan met een veelbeteekend hoofdknikken.
+
+"Je zoudt waarachtig gaan denken, dat de duivel vandaag losgebroken
+was. Wat is er toch, Jan? Heb jij hem soms gezien, of Suze?"
+
+"Au-au!"
+
+"Loop heen met je au! Met jou valt niets te beginnen. Is dat schepsel
+weer bij haar positieven gekomen!"
+
+"Ja, ja, ze is weer beter.--Suze, wat is er gebeurd?"
+
+"O, o, juffrouw! de put, de put."--
+
+"De put! Daar is 't zeker niet in den haak; ik zal eens gauw gaan
+kijken."
+
+De boer haastte zich naar den put. Hij zag dat de emmer naar omlaag en
+de ketting geheel afgeloopen was; hij boog zich wat over den rand en
+keek in den put. Jack, die vrij ongeduldig geworden was en al telkens
+opgekeken had of er nog geen hulp kwam opdagen, zag nauwelijks het
+vollemaansgezicht van den boer of hij riep:
+
+"Hier ben ik, haal me spoedig op, of ik zal 't besterven." Die
+bewering was niet zoo ver buiten de waarheid, want de jongen was
+doodaf, ofschoon hij nog altijd moed had gehouden.
+
+"Verduiveld, daar is er eentje in den put gevallen!" riep de boer uit;
+"er komt vandaag geen eind aan de ongelukken. Ja, een christenmensch
+gaat toch altijd boven een stier; dus eerst hem uit den put gehaald
+en dan mijn beest uit den kuil geholpen."
+
+Fluks riep hij eenige arbeiders en nu zou het reddingswerk beginnen.
+
+"Opgepast daar beneden, hou je stevig vast."
+
+"Ga je gang maar!" riep Jack.
+
+Het windas werd in beweging gebracht en weldra kwam Jack opnieuw over
+den rand kijken. Een paar handen werden hem toegestoken en spoedig was
+hij uit zijn benarden toestand gered. Ze moesten hem echter languit
+op den grond leggen, want zijn krachten hadden hem begeven.
+
+"Wel verdraaid! 't is dezelfde jongen, die bezig was mijn appels te
+stelen," riep de boer uit--"maar toch, het kapen van een paar appels
+mag hem den dood niet kosten; alloo, jongens, opgepakt en hem naar
+binnen gedragen--hij is heel verkleumd van de kou--en geen wonder."
+
+De pachter liep vooruit en zijn arbeiders droegen Jack in huis, waar
+hij een glas brandewijn te drinken kreeg. Dit wekte de levensgeesten
+weer op en spoedig was de jongen weer aardig opgeknapt.
+
+Nadat Jack verteld had hoe alles zich had toegedragen, vroeg de boer
+hem, hoe hij heette.
+
+"Mijn naam is Rustig," antwoordde Jack.
+
+"Hoe! ben je de zoon van meneer Rustig van Boschlust?"
+
+"Ja."
+
+"Alle drommels! dat is mijn pachtheer, en wat een goede, hoor!--Waarom
+heb je dat niet gezegd, toen je in den appelboom zat? Voor mijn part
+hadt je dan den heelen boomgaard kunnen plunderen."
+
+"Beste vriend," hernam Jack, die na een tweede glas brandewijn weer
+erg spraakzaam was geworden, "laat het u een les zijn, om voortaan
+altijd te luisteren, als iemand u iets uiteen wil zetten. Als gij
+maar geduld hadt gehad, zou ik u onweerlegbaar bewezen hebben, dat
+gij niet meer recht op die appels hebt dan ik; maar gij verkoost
+niet te luisteren naar mijn betoog, en zonder redeneering kunnen
+we nooit achter de waarheid komen. Gij hebt er uw hond bijgehaald
+en nu ligt hij met een opengescheurd lijf--uw stier heeft zijn poot
+gebroken in den zaagkuil--uw bijenkorven liggen overhoop, zoodat al
+de honig verloren is--uw knecht heeft zijn onderkaak gebroken--uw
+meid heeft al uw brood bedorven--en waarom? Enkel en alleen omdat
+gij mijn redeneering niet hebt willen aanhooren."
+
+"Ja, zie je, jongenheer, 't mag waar zijn, dat al die ongelukken
+gebeurd zijn omdat ik u niet hebt laten uitpraten, maar als ik nu toch
+den boomgaard van uw vader gepacht heb, dan begrijp ik me niet, hoe
+gij me zoudt kunnen bewijzen dat de appels mij niet toebehooren. Maar
+al bekijken we het geval op uw manier, dan zie ik nog niet in, dat
+gij er zooveel beter af zijt gekomen: gij klimt in een boom om een
+paar appels, terwijl gij meer dan genoeg geld in uw zak heb om ze te
+koopen als ge er lust in hebt--een hond belet u weer naar beneden te
+komen--een stier gaat u bijna met zijn horens te lijf--de bijen steken
+u erbarmelijk en gij tuimelt in een put; ja, 't is een duizend lukje,
+dat gij er het hachje niet bij ingeschoten hebt--en dat enkel om een
+paar appels, die nog geen dubbeltje waard zijn."
+
+"Dat is alles zeer waar, mijn goede man," hervatte Jack, "maar gij
+vergeet, dat ik, als wijsgeer, bezig was met de rechten van den mensch
+te verdedigen."
+
+"Zoo? Ik heb nog nooit geweten, dat een jongen, die appels stal, een
+wijsgeer genoemd werd; wij noemen zoo eentje een kleine gauwdief. En
+wat die rechten van den mensch betreft, ik zie niet in hoe men die
+kan verdedigen door verkeerde dingen te doen."
+
+"Gij begrijpt niet hoe de zaak in elkaar zit, pachter."
+
+"Neen, dat doe ik ook niet--en ik ben te oud geworden om het nog te
+leeren, jongeheer. Al wat ik er van zeggen kan is dit, dat gij altijd
+welkom zijt in den boomgaard als ge lust hebt in een paar appels, en
+als gij, in de vooronderstelling dat gestolen vruchten het lekkerst
+smaken, ze liever wilt stelen, welnu, dan zal ik last geven, dat men
+u stil uw gang moet laten gaan. Maar, jongenheer, mijn sjees staat
+voor de deur en mijn knecht zal u naar huis rijden. Doe alsjeblieft
+mijn groeten aan uw vader en zeg hem, dat 't me erg spijt, dat gij
+in onzen put zijt gevallen."
+
+Daar Jack op het oogenblik veel meer lust had om in zijn bed te kruipen
+dan om aan 't betoogen te gaan, wenschte hij den pachter goedenavond,
+en liet zich naar huis rijden.
+
+De pijn, die de steken der bijen hem veroorzaakten, was intusschen
+zoo hevig geworden, dat hij heel blij was dokter Middleton bij zijn
+vader en moeder aan de theetafel te vinden. Jack vertelde enkel,
+dat hij het ongeluk had gehad onder een zwerm bijen verzeild te
+raken en hevig gestoken was. Hij gaf aan het heele geval een anderen
+draai. Toen de dokter hem de pols voelde, bemerkte hij, dat de jongen
+een hevige koorts had, wat na al hetgeen er dien dag met hem gebeurd
+was, niet te verwonderen viel. Een week lang moest hij het bed houden,
+gedurende welken tijd hij allerlei dingen door zijn hoofd haalde en
+een plan maakte.
+
+Maar we moeten een omstandigheid vermelden, die misschien wel de
+oorzaak was van Jack's besluit. Toen hij op dien bewusten avond thuis
+kwam, trof hij er behalve dokter Middleton ook een zekeren kapitein
+Wilson aan, een verren neef die slechts zelden Boschlust bezocht,
+omdat hij nog al veraf woonde. Bovendien had de man vrij wat moeite
+om in het onderhoud van zijn groot gezin te voorzien, zoodat er van
+snoepreisjes niet veel sprake kon zijn. Het bezoek van kapitein Wilson
+gold thans een poging om van meneer Rustig geldelijken bijstand te
+krijgen. Hij was pas aangesteld als gezagvoerder over een oorlogschip,
+en daar zijn uitrusting nog al veel kostte, kon hij zijn vrouw geen
+voldoende som tot onderhoud van het gezin achterlaten. Daarom verzocht
+hij nu meneer Rustig hem eenige honderden guldens te leenen, die hij
+zoodra mogelijk zou terugbetalen. Meneer Rustig was er de man niet naar
+om zoo iets te weigeren en daar hij altijd een aanzienlijk bedrag bij
+zijn kassier had uitstaan, trok hij op dezen een wissel van duizend
+gulden en gaf dien aan kapitein Wilson, met de bijvoeging dat hij het
+bedrag maar terugbetalen moest, als het hem gelegen kwam. Juist was
+deze zaak bedisseld en kapitein Wilson weer met meneer Rustig in de
+huiskamer gekomen, toen Jack van zijn uitstapje terugkeerde.
+
+Jack groette kapitein Wilson, dien hij sinds lang kende; maar, zooals
+wij reeds opmerkten, leed hij zooveel pijn, dat hij al spoedig zich
+met dokter Middleton verwijderde en naar bed ging.
+
+Een week geeft heel wat gelegenheid tot overdenken, zelfs aan een
+jongen van veertien, al is die leeftijd niet bijzonder geneigd tot
+overpeinzingen. Maar Jack lag te bed; van de steken der bijen waren
+zijn oogleden zoo gezwollen, dat hij volstrekt niet lezen kon of zich
+op eenige wijze bezig houden waarbij zijn gezicht te pas kwam. Te
+luisteren naar het gebabbel van Saar, die hem oppaste, beviel hem
+ook niet erg; zoodat hij zich maar met zijn eigen gedachten den tijd
+zocht te verdrijven.
+
+Nadat hij acht dagen te bed had gelegen, verscheen hij eindelijk weer
+in de huiskamer, en deed nu aan zijn vader een uitvoerig verhaal van
+de omstandigheden, die hem genoodzaakt hadden het bed te houden.
+
+"Zie je wel, Jack", antwoordde zijn vader, "'t is precies zooals ik
+je gezegd heb: de wereld is in merg en been verdorven door wat ze
+maatschappelijke instellingen gelieven te noemen, en ieder die zich
+tegen die ordeningen verzet, bemerkt telkens dat hij aan het kortste
+eindje trekt. Maar geen moed verloren, de waarheid moeten we blijven
+voorstaan, als zou 't onze ondergang zijn."
+
+Alles goed en wel, papa, maar bij het betrachten van die wijsbegeerte
+ben ik nu, in den korten tijd van twee dagen, beroofd van de visschen,
+die ik gevangen had, en van hengelroe en tuig bovendien--ze hebben me
+in een vischvijver gegooid--een bulhond heeft me een doodsangst op het
+lijf gejaagd--'t scheelde niet veel of een stier had me gedood--bijen
+hebben me allerjammerlijkst toegetakeld, en tweemaal ben ik in een
+put gevallen. Als dat nu in twee dagen gebeurt, wat staat me dan
+niet in een heel jaar te wachten? Het lijkt me onverstandig hier
+nog verdere pogingen te doen, want het schijnt dat de menschen
+te land voor geen rede vatbaar zijn. Maar al is de grond ook zoo
+schandelijk onder weinigen verdeeld, het water is ten minste algemeen
+eigendom. Niemand maakt aanspraak op een deel er van, ieder kan het
+naar hartelust doorkruisen, zonder dat een ander dit als overtreding
+beschouwt. Alleen op zee denk ik de gelijkheid en de rechten van den
+mensch erkend te zien, en daarom ben ik besloten niet naar school
+terug te keeren, waar ik erg een hekel aan heb, maar op zee te gaan
+en daar zooveel mogelijk onze denkbeelden te verbreiden."
+
+"Daar heb ik geen ooren naar, Jack. In de eerste plaats moet je weer
+naar school, en in de tweede plaats mag je niet naar zee."
+
+"En toch verklaar ik bij de rechten van den mensch, dat ik niet weer
+naar school wil, maar naar zee. Wie en wat zou me verhinderen? Heb
+ik niet evenveel recht op mijn deel van de zee als ieder ander
+sterveling? Ik dring aan op de volkomen gelijkheid," voegde hij er
+bij en stampte op den grond.
+
+Wat kon meneer Rustig hierop antwoorden? Hij moest òf als wijsgeer
+zijn stellingen opgeven, òf als vader zijn zoon laten varen. Als
+alle wijsgeeren, koos hij wat hem het minst gewichtig toescheen,
+hij bracht zijn zoon ten offer; maar, we moeten tot zijn eer zeggen,
+hij deed 't met een zucht.
+
+"Nu, Jack, als je er op staat, zul je naar zee."
+
+"Natuurlijk," antwoordde Jack met den glans der overwinning op het
+gelaat: de vraag is maar, met wien? Ik meen gehoord te hebben, dat
+kapitein Wilson spoedig zee zal kiezen en met hem zou ik graag onder
+zeil gaan."
+
+"Ik zal hem schrijven," zei meneer Rustig op droeven toon; en hiermee
+was de zaak beklonken.
+
+Kapitein Wilson's antwoord luidde natuurlijk toestemmend, en hij
+beloofde, dat hij Jack als zijn eigen zoon zou behandelen.
+
+Onze held reed dienzelfden middag op zijn vaders paard naar meneer
+Bonnycastle.
+
+"Ik ga naar zee, meneer."
+
+"Dat is heel goed voor je," antwoordde deze.
+
+Onze held begaf zich naar dokter Middleton.
+
+"Ik ga naar zee, dokter."
+
+"Je kunt niet beter doen," luidde het antwoord.
+
+"Ik ga naar zee, moeder," zei Jack.
+
+"Naar zee. Jaapje, naar zee, zeg je? o neen, neen, Jaapjelief, niet
+naar zee!" riep mevrouw Rustig met afgrijzen uit.
+
+"Jawel, moe, pa heeft 't goed gevonden en me gezegd, dat hij ook uwe
+toestemming zal weten te krijgen."
+
+"Mijne toestemming! Och, mijn lieve, lieve jongen!"--en mevrouw Rustig
+weende bitter.
+
+
+
+
+Vijfde hoofdstuk.
+
+ De jongenheer rustig krijgt zijn eerste les over dienstijver.
+
+
+Er viel niet veel tijd te verliezen, onze held moest de ouderlijke
+woning spoedig vaarwel zeggen, en zat al gauw te Portsmouth. Daar
+Jack volop geld had en het heel prettig vond zijn eigen meester
+te wezen, maakte hij volstrekt geen haast om zich op het schip aan
+te melden, en vijf of zes jongelui van niet al te best allooi, met
+wie hij onderweg in kennis was gekomen en die op zijn zak teerden,
+raadden hem ten sterkste het aan boord gaan zoo lang mogelijk uit
+te stellen. Toevallig stemde die raad volkomen overeen met Jack's
+eigen meening, zoodat onze held bijna drie weken in Portsmouth was,
+eer iemand iets van zijn komst had vernomen. Maar ten slotte ontving
+kapitein Wilson een brief van meneer Rustig, waarin onder anderen
+gemeld werd, wanneer Jack van huis was vertrokken. De kapitein verzocht
+nu den eersten luitenant eens onderzoek te doen, daar hij vreesde dat
+den jongen eenig ongeluk overkomen mocht zijn. Daar meneer Sawbridge,
+de eerste luitenant, dienzelfden avond toch naar den wal moest,
+misschien wel de laatste maal vóór het uitzeilen van het schip,
+liep hij bij verschillende logementen aan, om te hooren of er ook
+een zekere meneer Rustig zijn intrek genomen had.
+
+"O ja," antwoordde de bediende uit de Fontein, "meneer Rustig is hier
+al drie weken gelogeerd."
+
+"Wel verduiveld," bromde Sawbridge met al de verontwaardiging van een
+eersten luitenant, die bemerkt dat hij gedurende drie weken door een
+adelborst is misleid.
+
+"Waar is hij; in de gelagkamer?"
+
+"O neen, meneer," antwoordde de bediende, "meneer Rustig heeft de
+voorkamers der eerste verdieping betrokken."
+
+"Nu, wijs me die dan maar."
+
+"Mag ik ook zoo vrij wezen uw naam te vragen, meneer?" zei de bediende.
+
+"Eerste luitenants laten zich niet vooraf aandienen bij adelborsten,"
+antwoordde Sawbridge; "hij zal spoedig genoeg te weten komen wie
+ik ben."
+
+Op dit bescheid, liep de bediende, gevolgd door Sawbridge, de trap
+op en deed de deur open.
+
+"Daar is een heer om u te spreken, meneer," zei de bediende.
+
+"Verzoek hem binnen te komen," zei Jack; "en hoor eens: zorg dat de
+punsch wat beter is dan gisteren; ik heb nog twee heeren meer ten
+eten gevraagd."
+
+Intusschen was meneer Sawbridge, die zijn uniform niet aanhad,
+binnengetreden, en zag nu Jack alleen zitten bij een keurig aangerichte
+tafel, waarop voor acht personen gedekt was. Zoowel het diner als het
+vertrek zelf zou, volgens Sawbridge's meening, veeleer gepast hebben
+voor een kommandant dan voor een adelborst van een oorlogsschip.
+
+Sawbridge was een flink officier, iemand die zichzelf tot luitenant
+opgewerkt had, en niets bezat dan zijn tractement. In zijn zeven
+en twintig jaren dienst had hij iets stroefs over zich gekregen, en
+vooral jongelui van aanzienlijke familie, wier getal steeds toenam
+op de schepen, kon hij niet uitstaan. Geheel zonder reden was dit
+niet, want hij bemerkte dat door dien toevloed zijn eigen kansen op
+bevordering verminderden. Volgens zijn oordeel werden de adelborsten
+des te onbruikbaarder naarmate ze meer het heertje uithingen, geen
+wonder dus dat hem de gal overliep bij het aanschouwen van al de
+vertooning en drukte gemaakt door een jongmensch, dat weldra op
+een zuur gezicht van hem zou ineenkrimpen, en zulks al drie weken
+geleden had moeten doen. Toch was Sawbridge een rechtschapen mensch,
+al bleek hij soms wat naijverig op degenen, die zich meer weelde
+konden veroorloven dan hij.
+
+"Mag ik vragen, meneer," zei Jack, die altijd buitengewoon beleefd was,
+"waarmede ik u van dienst kan zijn?"
+
+"Jawel, meneer,--met onmiddellijk naar uw schip te gaan. En mag ik
+op mijn beurt eens vragen, wat de reden is, dat gij al drie weken
+hier aan wal zijt zonder u te komen aanmelden?"
+
+Jack, die volslrekt niet gesticht was over Sawbridge's bevelenden
+toon en intusschen plaats had genomen, sloeg de beenen over elkaar,
+speelde achteloos met zijn gouden horlogeketting en antwoordde na
+een poos vrij koel:
+
+"Maar, meneer, wie zijt gij dan toch?"
+
+"Wie ik ben, meneer?" hernam de bezoeker van zijn stoel opspringende,
+"mijn naam is Sawbridge, meneer, en ik ben de eerste luitenant van de
+'Harpij.' Ziedaar het antwoord op uw vraag."
+
+Sawbridge, die zich verbeeldde, dat het noemen zijner waardigheid
+van eersten luitenant den adelborst een schrik om het hart zou doen
+slaan, liet zich weer op zijn stoel vallen en nam een air van groot
+gewicht aan.
+
+"Inderdaad, meneer," antwoordde Jack, ik moet erkennen, datik uit
+onbekendheid met den dienst weinig besef heb van uw eigenlijke positie
+aan boord, maar uit uw gedrag zou ik opmaken, dat u een niet geringen
+dunk van uzelven heeft."
+
+"Hoor eens, jongmensch, ik wil aannemen, dat ge niet weet wat een
+eerste luitenant is--uw houding tegenover mij geeft er duidelijk
+blijk van--maar reken er gerust op, dat ik het u spoedig zal laten
+merken. Tevens sta ik er op; dat ge onmiddellijk mee naar boord gaat."
+
+"Het spijt me, meneer," antwoordde Jack doodbedaard, "maar ik kan aan
+uw hoogst bescheiden verlangen niet voldoen. Ik zal aan boord komen,
+zoodra mij dat goeddunkt, en u zult mij verplichten met u verder niet
+over mij te bekommeren."
+
+Jack trok aan het schelkoord; de bediende, die aan de deur had staan
+luisteren, trad onmiddellijk binnen en eer Sawbridge, verbluft door
+zoo'n verregaande brutaliteit, iets zeggen kon, gaf Jack den bediende
+last meneer even uit te laten.
+
+"Alle donders!" riep de eerste luitenant uit. "Wacht maar, ventje;
+heb ik je eenmaal goed en wel aan boord, dan zal ik je het verschil
+tusschen een adelborst en een eersten luitenant terdege duidelijk
+maken."
+
+"Ik erken alleen gelijkheid, meneer," antwoordde Jack; "als gelijken
+zijn wij allen geboren, dat zult gij toch toestemmen, hoop ik."
+
+"Gelijkheid--wel verdraaid! wou je soms ook het bevel over het
+schip op je nemen? We zullen je spoedig uit den droom helpen. Ik
+ga nu aan kapitein Wilson rapport uitbrengen over uw gedrag en dit
+verzeker ik je, als ge niet nog hedenavond aan boord zijt, dan zend
+ik morgenochtend met het krieken van den dag een sergeant met eenige
+mariniers om je in te rekenen."
+
+"Wees verzekerd, meneer," antwoordde Jack, "dat ook ik niet in gebreke
+zal blijven aan kapitein Wilson mede te deelen, dat ik u als een
+onhebbelijken ruziemaker beschouw en hem raad u niet langer aan boord
+te dulden. Met zulk een ongelikten beer op een zelfde schip te wezen,
+is niet om uit te houden."
+
+"Hij moet gek zijn--stapelgek," riep Sawbridge uit, wiens verbazing
+de overhand kreeg over zijn verontwaardiging.
+
+"Neen, meneer," antwoordde Jack, "een gek ben ik niet, maar een
+wijsgeer.
+
+"Wat voor een ding?" riep Sawbridge uit, "Wacht maar, grappenmaker,
+we zullen de wijsbegeerte van je wel op de proef stellen."
+
+"Juist daarom heb ik besloten op zee te gaan, meneer," hernam Jack;
+"en als gij aan boord blijft, hoop ik met u eens te redeneeren, en u te
+bekeeren tot erkenning der gelijkheid en der rechten van den mensch."
+
+"Wees er maar zeker van, dat ik je spoedig tot onderwerping aan
+de krijgsartikelen zal bekeeren, als je tenminste ooit aan boord
+komt. Voorloopig ga ik nu den kapitein rapport maken over uw gedrag,
+en laat u bij uw diner als ge nog eetlust overgehouden mocht hebben."
+
+"Ten zeerste verplicht, meneer, maar over mijn eetlust behoeft ge
+u volstrekt niet bezorgd te maken. Het eenige wat me spijt, is dat
+ik, met het oog op het nette gezelschap dat ik wacht, u niet durf
+uitnoodigen onzen dischgenoot te zijn. Ik zou dat anders gaarne gedaan
+hebben, nu het blijkt dat we tot hetzelfde schip behooren. Ik wensch
+u goedendag, meneer."
+
+"Twintig jaren ben ik in dienst," bulderde Sawbridge, "en nu zou me
+daar zoo'n.... maar hij is gek, stapelgek." En de eerste luitenant
+stormde de kamer uit.
+
+Jack was zelf ook wat verbluft. Had Sawbridge zijn uniform aangehad,
+dan was 't nog wat anders geweest, maar dat zoo'n alles behalve
+indrukwekkend persoon met zwarte bakkebaarden, slordig onderhouden
+haar, een ouden blauwen rok en een geel kaschmiren vest, het durfde
+wagen hem op zoo'n manier toe te spreken, dat was onbegrijpelijk. Hij
+noemt me een gek, dacht Jack, maar ik zal kapitein Wilson eens
+netjes vertellen, hoe ik over zijn luitenant denk. Een oogenblik
+later verschenen de gasten en spoedig was Jack het geheele geval
+weer vergeten.
+
+Intusschen begaf Sawbridge zich naar den kapitein en vond hem thuis. Na
+een omstandig verhaal van wat er had plaats gehad, eindigde hij zijn
+rapport met in drift te eischen, dat Jack onmiddellijk ontslagen of
+anders voorbeeldig gestraft zou worden.
+
+"Nu, nu, meneer Sawbridge," antwoordde kapitein Wilson, "komaan, neem
+plaats, en laten we er eens over redeneeren, zooals meneer Rustig
+zegt; ik wed, dat ik u tot betere gedachten breng. Wat dat straffen
+betreft, ja, zie je, dat is een lastig geval, want vooreerst heeft
+meneer Rustig zich nog niet op zijn schip aangemeld, en ten tweede
+kon hij immers niet weten dat gij de eerste luitenant waart, want ge
+hadt uw uniform niet aan."
+
+"Dat is waar meneer," antwoordde Sawbridge, "daar had ik niet aan
+gedacht."
+
+"En wat dat ontslaan of liever niet toelaten op het schip aangaat,
+meneer Rustig is aan den wal grootgebracht en heeft mogelijk zijn
+heele leven geen grootere uitgestrektheid water gezien dan een
+vischvijver. Van zeedienst of van wat er aan vast is, zal hij wel
+evenveel begrip hebben als een kind van nog geen jaar. Ik wed dat hij
+niet eens weet wat een luitenant is, en stellig heeft hij geen flauw
+idee van de macht van een eersten luitenant, dat blijkt duidelijk
+uit de manier waarop hij zich tegenover u gedragen heeft."
+
+"Dat moet ik ook gelooven," antwoordde Sawbridge droogjes.
+
+"En daar nu zijn gedrag het uitvloeisel moet zijn van volkomen
+onwetendheid, mag hij, dunkt me, niet al te streng gestraft worden. Ga
+'t zelf maar eens na, Sawbridge."
+
+"Misschien hebt gij gelijk, meneer, maar hij noemde zich toch een
+wijsgeer en sprak over de gelijkheid en de rechten van den mensch. Hij
+zei, dat hij alleen gelijkheid tusschen ons kon aannemen en wilde
+dat nader uiteenzetten. Nu vraag ik u toch, meneer, wat moet er van
+den dienst terechtkomen, als zoo'n adelborst over elk bevel, dat er
+gegeven wordt aan 't redeneeren slaat?"
+
+"Die opmerking is zeer juist, Sawbridge; daaraan heb ik in 't
+geheel niet aan gedacht, toen ik beloofde den jongen Rustig aan
+boord te zullen nemen. Ik herinner me nu dat zijn vader, die een
+verre neef van me is, eenige vrij dwaze denkbeelden in zijn hoofd
+had, precies dezelfde die zijn zoon bij zijn ontmoeting met u te
+berde heeft gebracht. Toen ik eens bij meneer Rustig ten eten was,
+had hij 't maar steeds over de beginselen der natuurlijke gelijkheid
+en der rechten van den mensch, tot groot vermaak van zijn gasten en
+ook van mij, moet ik bekennen. Ik maakte nog de opmerking, dat die
+denkbeelden onmogelijk toe te passen waren op den dienst, want dat
+'t dan gedaan zou zijn met alle tucht. Hoe weinig vermoedde ik toen,
+dat zijn eenige zoon, voor wien niet de minste aanleiding bestond om
+het zeeleven te kiezen--want zijn vader is een rijk grondbezitter--nog
+ooit met mij onder zeil zou gaan en die denkbeelden op mijn schip
+komen brengen. 't Is jammer, erg jammer."
+
+"Maar Meneer," zei Sawbridge, "als 't mij geoorloofd is mijn meening
+over het geval te zeggen--zou 't niet het best zijn, zoowel voor
+hemzelf als voor den dienst, dat hij maar weer naar huis werd
+gezonden? Als officier zal hij enkel zichzelven en anderen last
+bezorgen."
+
+"Mijn waarde Sawbridge," hernam kapitein Wilson, nadat hij de kamer
+een paar malen op en neer was gestapt, "we zijn te gelijk in dienst
+gekomen, hebben verscheidene jaren aan denzelfden disch gegeten
+en niet enkel langdurige vriendschap, maar ook vertrouwen op uw
+degelijke kennis hebben er mij toegebracht u voor te stellen mijn
+eersten luitenant te worden. Nu zal ik u eens een geval ter beslissing
+voorleggen, en wat meer is, ik zal me aan uw uitspraak onderwerpen.
+
+"Neem eens aan, dat gij evenals ik scheepskommandant waart met een
+vrouw en zeven kinderen, en dat ge na jarenlang getob om in hun
+onderhoud te voorzien, in weerwil van de grootste spaarzaamheid
+in schulden waart geraakt. Nu gelukt het u eindelijk een flinke
+aanstelling te krijgen, waardoor ge u uit alle ongelegenheden zult
+kunnen redden. Maar al uw hoop dreigt in rook te vervliegen, omdat
+ge geen geld hebt voor een uitrusting en voor het afdoen der meest
+dringende schulden. Als nu in zulk een benarden toestand een verre
+bloedverwant, dien ge ternauwernood kent, zoo edelmoedig is u duizend
+gulden te leenen, zonder daarvan rente te vorderen en het geheel aan
+u overlaat wanneer ge de som wenscht terug te betalen, dan vraag ik u,
+Sawbridge, wat zoudt gij voor zoo iemand gevoelen?"
+
+"Ik zou mijn leven voor hem wagen," antwoordde Sawbridge getroffen.
+
+"Vooronderstel nu dat, louter bij toeval of door een samenloop van
+omstandigheden, de zoon van dien man onder uw bescherming werd gesteld;
+wat dan?"
+
+"Ik zou als een vader voor hem zorgen."
+
+"Maar laten we toch eens verder gaan en vooronderstellen, dat
+ge niet in alle opzichten met den jongen ingenomen zijt, dat hij
+dwaalbegrippen heeft ingezogen, die, als ze niet uitgeroeid worden,
+verderfelijk voor hem kunnen worden. Zoudt ge hem dan om die reden
+uw bescherming onttrekken en hem aan zijn lot overlaten?"
+
+"Volstrekt niet, meneer," antwoordde Sawbridge; "integendeel, ik
+zou hem zoo lang bij me houden, tot ik hem, hoe dan ook, van zijn
+verkeerdheden had genezen, en op die wijze zooveel mogelijk de schuld
+der dankbaarheid aan den edelmoedigen vader had betaald."
+
+"Na al wat er gebeurd is behoef ik u wel niet te zeggen, Sawbridge,
+dat het jongmensch, met wien ge in aanraking zijt geweest, de zoon
+is en meneer Rustig van Boschlust de vader."
+
+"Het eenige wat ik zeggen kan, meneer, is dat ik, niet enkel om u
+genoegen te doen, maar ook uit eerbied voor iemand, die u zooveel
+welwillendheid heeft betoond, het jongmensch volgaarne vergeef
+wat er tusschen hem en mij is voorgevallen en bovendien al wat er
+waarschijnlijk nog gebeuren zal, eer we hem in het rechten spoor
+hebben."
+
+"Hartelijk dank, Sawbridge, ik had niet anders van u verwacht, en ik
+heb me in die verwachting niet bedrogen."
+
+"Maar wat moet er nu gedaan worden, kapitein?"
+
+"We moeten hem aan boord zien te krijgen, maar niet met een
+escorte mariniers--dat zou meer kwaad dan goed doen. Ik zal hem een
+uitnoodiging zenden om morgenochtend bij me te komen ontbijten en
+het een en ander te bepraten. Ik wil hem geen schrik aanjagen; hij
+moest anders eens hals over kop naar Boschlust terugkeeren."
+
+"Dat mag in geen geval, want zijn vader schijnt zijn grootste vijand
+te zijn. Hoe jammer dat iemand met zulk een goed hart zoo'n zwakhoofd
+kan wezen!"
+
+Meneer Sawbridge verwijderde zich en kapitein Wilson zond aan onzen
+held een schriftelijke uitnoodiging om den volgenden morgen te negen
+uur bij hem te komen ontbijten. Het antwoord luidde bevestigend,
+maar werd mondeling overgebracht, want Jack had te veel champagne
+gedronken dan dat hij een pen op het papier durfde zetten.
+
+
+
+
+Zesde hoofdstuk.
+
+ Aan boord en onder zeil.
+
+
+Den volgenden morgen zou Jack stellig de invitatie van den kapitein
+glad vergeten geweest zijn, als niet de bediende van het logement
+begrepen had, dat, na de vreemde manier waarop onze held den eersten
+luitenant had ontvangen, het niet raadzaam zou wezen ook nog in
+eerbied voor den kapitein te kort te schieten.
+
+Tot dusver had Jack zijn uniform nog niet aangehad, en hij vond 't
+nu een geschikte gelegenheid, te meer daar de bediende beweerde dat
+hij in tenu behoorde te verschijnen. Of het soms een voorgevoel was
+van wat hem te wachten stond, maar Jack voelde zich niets prettig in
+zijn nieuwe plunje. Het kwam hem voor, dat hij zijn onafhankelijkheid
+prijs gaf en hij kreeg grooten lust het pak met de glimmende knoopen
+weer uit te smijten. Daartoe kwam het echter niet, en na zijn hoed
+opgezet te hebben, begaf hij zich naar het logement van kapitein
+Wilson. Deze ontving hem zeer heusch en hield zich alsof hij niets
+wist van Jack's verzuim om zich tijdig aan boord aan te melden of
+van diens ontmoeting met den eersten luitenant; maar eer het ontbijt
+afgeloopen was, had Jack zelf het geval reeds met enkele woorden
+verteld. Kapitein Wilson begon nu uit te weiden over de plichten
+en den rang der verschillende personen aan boord van een schip, en
+betoogde Jack hoe 't met het oog op de tucht onmogelijk was, dat er
+meer dan één persoon het kommando voerde. Die eene was de kapitein,
+in wiens persoon koning en vaderland vertegenwoordigd werden. Daar nu
+de kapitein zijn bevelen gaf aan den luitenant en deze ze overdroeg op
+de adelborsten, die ze op hunne beurt weer aan de overige bemanning
+overbrachten, was 't inderdaad alleen de kapitein, die de bevelen
+uitdeelde en was iedereen gelijkelijk tot gehoorzaamheid verplicht. Ja,
+de kapitein zelf volgde weer de orders van zijne superieuren, den
+admiraal en de admiraliteit; men kon dus met recht zeggen, dat aan
+boord allen gelijkelijk tot gehoorzaamheid verplicht waren. Door
+telkens op het woord _gelijkelijk_ veel nadruk te leggen, diende hij
+zijn eerste les met de noodige omzichtigheid toe. Zijn geheele betoog
+geleek veel op een handige pleitrede, want terwijl hij Jack duidelijk
+zocht te maken dat in dienst gelijkheid volstrekt onbestaanbaar was,
+trachtte hij tevens aan te toonen dat alle rangen volkomen gelijk
+stonden, in zoover allen evenzeer hun plicht tegenover het vaderland
+hadden te vervullen; en of nu een matroos zijne bevelen gehoorzaamde,
+dan of hijzelf die van een hooger officier opvolgde, alles kwam ten
+slotte daarop neer, dat ze het vaderland dienden.
+
+Met die manier van beschouwen was Jack het vrij wel eens, en de
+kapitein zorgde wel, dat hij er niet te lang bij bleef stilstaan,
+maar ging spoedig tot ten ander onderwerp over, dat hij voor Jack
+aangenamer achtte. Hij zette uiteen, dat de krijgsartikelen de wetten
+waren volgens welke de dienst werd geregeld, en dat iedereen, van den
+kapitein tot den minsten jongen aan boord, er gelijke gehoorzaamheid
+aan verplicht was; dat ieder een vast rantsoen kreeg, wat voor
+allen gelijk was, zoowel in hoeveelheid als in hoedanigheid; dat al
+moesten er noodzakelijk rangen zijn en al moesten de bevelen van den
+kapitein door allen opgevolgd worden, toch elk officier, van welken
+rang ook, als een beschaafd man beschouwd werd. Kortom, kapitein
+Wilson wist het zoo ver te brengen, dat Jack begon te gelooven, dat
+hij de te land vergeefs gezochte gelijkheid nu eindelijk gevonden
+had. Maar daar herinnerde hij zich ongelukkig de ruwheid, waarmede
+meneer Sawbridge hem den vorigen avond bejegend had en hij vroeg
+den kapitein, hoe die man daartoe had kunnen komen. Nu deed de taal
+door den luitenant gebruikt al heel weinig aan gelijkheid denken, en
+kapitein Wilson zat er wel een beetje over in. Hij betoogde echter dat
+volgens de krijgsartikelen ieder, die zich van het schip verwijderde,
+een vergrijp beging tegen die artikelen. Werd nu zulk een vergrijp
+begaan door iemand van de bemanning, dan moest de oudste officier
+daar rapport van maken, of anders was hij zelf strafbaar. Zijn eigen
+verantwoordelijkheid noodzaakte hem dus wel zulk een overtreding
+niet door de vingers te zien, en als hij er den schuldige in wat
+al te krasse bewoordingen op wees, dan toonde hij daarmede slechts
+zijn dienstijver.
+
+"Aan zijn dienstijver valt dan stellig niet te twijfelen," antwoordde
+Jack, want als het gansche vaderland op het spel had gestaan, kon
+hij niet erger hebben uitgevaren."
+
+"Hij deed dus zijn plicht; maar reken er op, dat hij 't zelf niet
+aangenaam heeft gevonden. Ik sta er voor in, dat, als gij hem aan boord
+ontmoet, hij even vriendelijk zal wezen alsof er niets gebeurd was."
+
+"Hij zou me anders eens laten zien wat een eerste luitenant was. Wat
+kan hij daarmee bedoeld hebben?" vroeg Jack.
+
+"Niets dan dienstijver."
+
+"Ja, maar zoodra ik aan boord kwam, zou hij me het verschil toonen
+tusschen een eersten luitenant en een adelborst."
+
+"Dienstijver, anders niet."
+
+"Ook zou hij mijn verstand wel een beetje opfrisschen."
+
+"Alles dienstijver."
+
+"En hij zou me door een sergeant en eenige mariniers laten halen."
+
+"Alles dienstijver."
+
+"Ook zou hij mijn wijsbegeerte eens op de proef stellen."
+
+"Alles dienstijver, meneer Rustig. Die ijver kan zich soms wat
+overdreven uiten, maar we zouden het in den dienst niet zonder kunnen
+stellen. Ik hoop en vertrouw mettertijd in u een even volijverig
+officier te hebben."
+
+Hier zette Jack een bedenkelijk gezicht, en gaf geen antwoord.
+
+"Ik ben er zeker van," vervolgde kapitein Wilson, "dat gij in meneer
+Sawbridge een uwer beste vrienden zult vinden."
+
+"Misschien wel," antwoordde Jack, "maar onze eerste kennismaking,
+beloofde niet veel."
+
+"Dat is wel jammer. Maar wat ik u zeggen wilde, we zullen morgen
+uitzeilen. Van avond komt de sloep mijn goed halen, dat is een mooie
+gelegenheid om ook het uwe mee te geven. Om acht uur ga ik aan boord,
+we kunnen dan van dezelfde boot gebruik maken."
+
+Jack had daar volstrekt geen bezwaar tegen. Na zijn rekening in de
+Fontein betaald te hebben, liet hij zijn koffer naar de sloep brengen
+en wachtte voor zijn eigen vertrek de boodschap van den kapitein
+af. Tegen negen uur in den avond bevond Jack Rustig zich goed en wel
+aan boord van Zijner Majesteits fregat de Harpij.
+
+Toen Jack aan boord kwam was het reeds donker en hij wist niet goed wat
+hij zou aanvangen. De kapitein werd op het dek door de officieren in
+allen vorm ontvangen, en eerbiedig gegroet. Hij beantwoordde dien
+groet en Jack volgde dat voorbeeld zoo beleefd mogelijk; daarna
+knoopte meneer Wilson een onderhoud aan met den eersten luitenant,
+zoodat Jack voor een oogenblik aan zichzelven overgelaten was. Het
+was te donker om de gezichten te onderscheiden, en voor iemand die
+nog nooit aan boord van een schip was geweest, zelfs te donker om een
+voet te verzetten, zoodat Jack maar stilletjes bleef waar hij was,
+namelijk niet ver van de betinghouten. Maar dat duurde niet lang; de
+sloep was aan de groote davits vastgehaakt en de bootsman had geroepen:
+
+"Aanhalen, jongens!"
+
+Op een schel gefluit en het kommando: "Op!" kwamen de matrozen
+met de takels aangerend en gesprongen. In de duisternis werd Jack
+omvergeloopen en een half dozijn kerels rolde over hem heen. De
+matrozen, die niet wisten dat er onder anderen ook een officier
+van de been was geraakt, hadden schik in de grap en bleven maar
+voortwippen over degenen die gevallen waren, totdat ze eindelijk zelven
+neerkwakten. Jack, die er niets van begreep, kwam leelijk te land,
+en eerst nadat het sein tot vastjorren was gegeven, geraakte hij weer
+overeind, nadat de halve stuurboordwacht over hem heengegaan was en
+de adem hem bijna begeven had. Jack strompelde naar een der stukken
+geschut, toen de officieren, die even goed als de manschappen over
+de fopperij gelachen had, zijn toestand opmerkten, onder anderen ook
+Sawbridge, de eerste luitenant.
+
+"Hebt ge u bezeerd, meneer Rustig?" zei hij vriendelijk.
+
+"Een beetje," antwoordde Jack, weer bij adem gekomen.
+
+"Dat was een wel wat ruwe welkomstgroet," hernam de eerste luitenant,
+"maar op sommige tijden heet 't aan boord: ieder voor zich en God
+voor ons allen. Harpur," vervolgde hij tot den dokter, "neem meneer
+Rustig mee naar de konstabelkamer, ik kom zoo spoedig mogelijk zelf
+ook beneden. Waar is meneer Jolliffe?"
+
+"Hier, meneer," antwoordde Jolliffe, een stuurmansmaat en kwam van
+achter de leizeilspieren te voorschijn.
+
+"Er is met den kapitein een nieuwe adelborst mee aan boord
+gekomen. Laat een van de kwartiermeesters zorgen voor een hangmat."
+
+Intusschen ging Jack naar de konstabelkamer, waar een glas wijn hem
+weer wat opkwikte. Lang bleef hij er niet en tot veel praten bad
+hij ook geen lust. Zoodra zijn hangmat klaar was, haastte hij zich
+om te bed te komen en daar hij doodaf was, werd het den volgenden
+morgen over negenen eer hij ontwaakte. Hij kleedde zich aan, ging
+op het dek en bespeurde dat het schip al in volle zee was. Spoedig
+begon hij zich onwel, ja zelfs ziek te gevoelen, zoodat een der
+matrozen hem naar beneden brengen en in zijn hangmat leggen moest,
+waar hij onder een hevigen wind drie dagen doorbracht, versuft door
+het schokken en slingeren, terwijl hij elk oogenblik met het hoofd
+tegen de scheepsbalken sloeg.
+
+"Noemen ze dat na op zee gaan?" dacht Jack. "Geen wonder dat ze zich
+hier zoo weinig om elkaar bekommeren; maar dit weet ik wel, als ik
+ooit weer voet aan wal zet, dan gun ik den drommel mijn portie van
+de zee, ik heb er al meer dan genoeg van."
+
+Kapitein Wilson en meneer Sawbridge hadden beiden aan Jack gedurende
+zijn ziekte meer rust gegund dan gewoonlijk aan adelborsten werd
+toegestaan. Toen de storm tot bedaren was gekomen, had het schip de
+hoogte van kaap Finisterre bereikt. Den volgenden morgen was de zee
+volkomen rustig en er lag slechts een flauw briesje op het water.
+
+De betrekkelijke kalmte van den afgeloopen nacht had onzen held weer
+vrij wel op zijn verhaal doen komen, en toen een stoot op de fluit
+het sein gaf tot het optrekken der hangmatten, kwam meneer Jolliffe,
+de stuurmansmaat, hem vragen of hij er niet eens over zou denken op
+te staan en zich in de kleeren te steken, dan of hij van plan was
+onder de dekens naar Gibraltar te zeilen.
+
+Jack, die zich een heel ander mensen gevoelde, wipte uit zijn hangmat
+en kleedde zich aan. Volgens bevel van den kapitein had een matroos
+Jack tijdens zijn ongesteldheid opgepast en deze man was hem ook nu
+behulpzaam; hij opende Jacks kist en bracht hem al wat hij verlangde.
+
+Toen hij gereed was vroeg Jack waar hij heen moest gaan, want ofschoon
+al vijf dagen aan boord, toch had hij nog geen kijkje genomen in de
+adelborstenkajuit. De matroos duidde hem den weg er heen uit, en Jack,
+die een geweldigen honger had, klauterde over kisten en koffers tot
+hij eindelijk terechtkwam in een vertrek, dat er vrij wat slechter
+uitzag dan de hondenhokken bij zijn vader thuis.
+
+"Niet alleen mijn portie van de zee," dacht Jack, "maar ook mijn
+deel in de Harpij wil ik dolgraag overdoen aan ieder die er maar naar
+taalt. Gelijkheid is er genoeg hier! want ik verbeeld me dat iedereen
+er even slecht aan toe is."
+
+Na aldus aan zijn gedachten lucht gegeven te hebben, bespeurde hij
+dat er nog iemand in de kajuit was, en wel de stuurmansmaat Jolliffe,
+die Jack eens goed stond op te nemen, wat dezen noopte tegenover
+hem hetzelfde te doen. Het eerste wat Jack opmerkte was dat Jolliffe
+erg van de pokken geschonden was en maar één oog had; dat ééne oog
+glinsterde echter zoo fel, dat het een kooltje vuur geleek en meer
+licht scheen te geven dan een gewone kaars.
+
+"Die manier van kijken bevalt me niet", dacht Jack--"we zullen nooit
+vrienden worden."
+
+Maar Jack oordeelde hierin enkel naar den schijn, en--zooals later
+zal blijken--hij vergiste zich.
+
+"Het doet me plezier dat ik je weer op de been zie, jongmensch,"
+zei Jolliffe; "je hebt langer plat op den rug gelegen dan gewoonlijk
+met anderen het geval is, maar, zie je, juist de sterksten hebben
+'t het zwaarst te verantwoorden. Het plan om op zee te gaan is
+vrij laat bij je opgekomen, doch 'beter laat dan nooit', zooals het
+spreekwoord zegt."
+
+"Ik voel heel veel lust om over de juistheid van dat gezegde eens nader
+te praten," antwoordde Jack, "maar 't zou op dit oogenbik toch weinig
+helpen. Ik heb een verbazenden honger, wanneer gaan we ontbijten?"
+
+"Morgenochtend om half negen;" antwoordde Jolliffe. "Voor vandaag is
+'t al twee uur over den tijd."
+
+"Moet ik 't dan maar zonder iets stellen?"
+
+"Dat wil ik nu juist niet zeggen, want we dienen rekening te houden
+met je ziekte; maar toch, een ontbijt zal 't niet wezen."
+
+"Noem 't zooals ge wilt," hernam Jack, "maar doe me het genoegen en
+laat de bediende me wat eten geven. Geroosterd brood of zoo iets,
+'t komt er minder op aan wat; maar het liefst zou ik er een kop koffie
+bij hebben."
+
+"Gij vergeet dat we op de hoogte van Finisterre zijn en nog wel in
+een adelborstenkajuit. Koffie is er niet, en van geroosterd brood
+kan geen sprake zijn, om de eenvoudige reden dat we in 't geheel geen
+brood hebben; maar wel kan ik den hofmeester verzoeken een kop thee
+met wat scheepsbeschuit en boter voor je klaar te zetten."
+
+"Welnu," hernam Jack, "gij zult me verplichten met me dat te bezorgen."
+
+"Hei daar!" riep Jolliffe een matroos toe, "laat Mesty eens hier
+komen."
+
+De toegesprokene droeg het bevel aan een volgenden matroos over,
+deze weer aan een derde en zoo ging 't van mond tot mond, tot het
+eindelijk vooruit op den bak den bedoelden persoon bereikte.
+
+Deze was een neger, indertijd naar Amerika overgebracht en daar als
+slaaf verkocht. Ofschoon zeer lang en schraal, teekende het lichaam
+toch groote spierkracht en het gelaat week geheel en al af van den
+gewonen vorm bij zijn ras. Het hoofd was lang en smal, met uitstekende
+jukbeenderen, zoodat het gezicht naar de kin als in een punt uitliep;
+de neus was zeer klein, maar recht en van Romeinschen vorm; ook de mond
+was buitengewoon klein en de lippen veel te dun voor een Afrikaan;
+de tanden waren hagelwit en scherp gepunt. Of zijn bewering, dat hij
+in zijn eigen land den rang van vorst had bekleed, waarheid bevatte,
+viel natuurlijk niet uit te maken. Zijn meester was met hem naar
+New-York getrokken en daar had Mesty Engelsch geleerd, als men ten
+minste zijn broddeltaal dien naam wilde geven.
+
+Daar men hem had verteld, dat er in Engeland geen slavernij bestond,
+had Mesty zich aan boord van een Engelsch koopvaardijschip verscholen
+en was op die manier ontvlucht. Bij zijn aankomst in Engeland nam hij
+dienst op een oorlogschip. De eerste luitenant, die hem aangemonsterd
+had, gaf hem om zijn vreemd uiterlijk den naam van Mephistopheles,
+wat al spoedig verkort werd tot Mesty. In vele opzichten was die
+Mesty een zonderling persoontje. Kwam hij soms te praten over zijn
+stamboom, dan was hij het eene oogenblik uitermate trotsch, en dan
+weer zwaarmoedig, ja gemelijk zelfs, maar in gewone omstandigheden,
+als niets hem in den weg zat, kon hij vermakelijk en grappig wezen.
+
+Al spoedig kwam de geroepene opdagen, waarbij hij zich nagenoeg dubbel
+vouwde om onder de dwarsbalken door te komen en vervaarlijke stappen
+nam met zijn bloote voeten.
+
+"Maar, Massa Jolliffe, hoe kunt u me nu laten roepen, terwijl juist
+mijn grauwe erwten staan te koken, en er hier en daar al zoo'n
+verwenschte rakker van een jongen op den loer ligt om er een handje
+vol uit den pot te pikken."
+
+"Je weet wel, Mesty, dat ik je nooit laat roepen, of 't moet bepaald
+noodig zijn," antwoordde Jolliffe; "maar deze arme jongen heeft sinds
+hij aan boord is nog niets te eten gehad en hij is erg hongerig--je
+moest hem wat thee geven."
+
+"Thee bedoelt u, meneer? Wel om thee te krijgen, dien ik toch in
+de eerste plaats water te hebben en vervolgens ruimte in de kombuis
+om een ketel te vuur te zetten. Maar waarachtig, meneer, al zou je
+maar enkel de top van uw pink willen branden, dan nog zou je er in
+de heele kombuis geen warm water genoeg voor vinden. Warm water om
+dezen tijd! Dat is immers totaal onmogelijk!"
+
+"Hij zal toch het een of ander moeten hebben, Mesty."
+
+"'t Behoeft ook juist geen thee te wezen," zei Jack, "melk is ook
+goed."
+
+"Melk? Spreek je van melk, Massa? Van de groenvrouw soms aan den wal?"
+
+"We hebben geen melk, meneer Rustig; gij vergeet dat we in volle zee
+zijn," hernam Jolliffe; "ik begin waarlijk te vreezen, dat ge tot
+het middagmaal zult moeten wachten. Wat Mesty zegt, is de waarheid."
+
+"Ik zal u wat zeggen, Massa Jolliffe, als ik den jongenheer eens in
+plaats van thee wat uit den ketel gaf, misschien zou hij daar genoegen
+mee nemen. Thee of nat van grauwe erwten, dat verschil is zoo groot
+niet. Zoo'n kom vol, met wat beschuit er bij en een scheut peper er
+in, zal hem goed doen."
+
+"Misschien is dat nog het beste, Mesty; ga 't maar gauw halen."
+
+Na eenige oogenblikken kwam de neger terug met een kom soep, waarin
+heele erwten rondzwommen; ook zette hij een tinnen bord met kleine
+beschuiten en een peperbus voor onzen held neer. Op het gezicht van
+dit gerecht vervlogen Jacks visioenen van thee, koffie, geroosterd
+brood en melk; maar hij had een verbazenden honger, en toen hij aan 't
+proeven ging viel 't hem nog bijzonder mee; zoo zelfs, dat hij niets
+van het maal overliet en zich na het gebruik er van veel prettiger
+gevoelde. Dra klonken er zeven slagen aan de klok en hij volgde nu
+meneer Jolliffe naar het dek.
+
+
+
+
+Zevende hoofdstuk.
+
+ Hoe Jack in tegenspraak komt met zijn eigen wijsbegeerte.
+
+
+Op het dek gekomen, zag Jack de zon vroolijk schijnen, een zachte
+koelte blies van de landzijde en overal in het want wapperden hemden,
+broeken en buizen van de zeelui, die gedurende den storm gewasschen
+waren en nu te drogen hingen; ook de zeilen lagen over de spieren
+uitgespreid of waren in het want opgehangen, en het schip liep met een
+geringe vaart door de blauwe golven. De kapitein en de eerste luitenant
+stonden aan gangboord te praten en het meerendeel der officieren was
+bezig met hun quadranten en sextanten de middagbreedte te bepalen. Het
+dek zag er helder en netjes uit, want er was juist schoon schip
+gemaakt, en de matrozen waren druk in de weer met het opschieten der
+kabels. Het was een tafereel van blijmoedige bedrijvigheid en strikte
+orde, dat op het gemoed van Jack verlichtend werkte na de vier dagen
+van ellende, die hij in bedompte lucht en in afzondering had doorstaan.
+
+Zoodra de kapitein hem in het oog kreeg, vroeg hij hem vriendelijk hoe
+'t met hem ging; ook de eerste luitenant lachtte hem vertrouwelijk
+toe en verscheidene officieren, zoowel als zijn baksmaats wenschten
+hem geluk met zijn herstel.
+
+De hofmeester kwam naar hem toe, en sloeg aan en noodigde hem uit tot
+het middagmaal in de hut. Jack, die uiterst beleefd was, lichtte zijn
+hoed, en nam de uitnoodiging aan. Hij stond toevallig op een kabel, die
+juist door een matroos opgeschoten werd; de man sloeg aan en verzocht
+hem vriendelijk of hij zoo goed zou willen wezen met zijn voet van
+het touw te gaan. Op zijn beurt aanslaande trok hij onmiddellijk
+zijn voet terug. De stuurman sloeg aan en rapporteerde twaalf uur
+aan den eersten luitenant,--de eerste luitenant sloeg aan en bracht
+dat rapport over aan den kapitein,--de kapitein sloeg aan en zei tot
+den eersten luitenant dat hij zijn gang maar moest gaan. De officier
+van de wacht sloeg aan en vroeg den kapitein of hij maar het sein
+voor het middagmaal zou laten geven,--de kapitein sloeg aan en zei:
+"Als 't u belieft."
+
+De adelborst kreeg nu de noodige orders en bracht ze, met de hand aan
+den hoed, aan den opperbootsmansmaat over, die eveneens aansloeg en
+terstond daarop een paar stooten op de fluit liet hooren.
+
+"Ei," dacht Jack, "beleefdheid schijnt hier aan de orde van den dag
+en allen hebben evenveel eerbied voor elkaar."
+
+Jack drentelde eens rond over het dek; gluurde door de geschutspoorten
+die open stonden en keek naar omlaag in de donkerblauwe golven;
+hij sloeg de oogen op, en lette op het heen en weer zwiepen der
+lange sprieten, die bij het volgen der beweging van het schip met
+haar punten als het ware een klein gedeelte van de heldere lucht
+afteekenden; hij liet den blik gaan langs de rij kanonnen, die aan
+beide zijden van het dek geschaard stonden en eindigde met op een
+der stukken geschut te klauteren en over de verschansing leunend naar
+den verwijderden wal te turen.
+
+"Ga van die verschansing af, jongenheer!" riep de stuurman, die
+officier van de wacht was, op norschen toon.
+
+Jack keek eens rond.
+
+"Hoor je me niet, meneer? Ik spreek tot u." zei de stuurman opnieuw.
+
+Jack was erg verontwaardigd, en vond toch de beleefdheid niet zoo
+algemeen als hij vermoed had.
+
+Toevallig was kapitein Wilson op het dek.
+
+"Kom hier, meneer Rustig," zei de kapitein; 't is een vaste bepaling
+in den dienst, dat niemand op de verschansing mag komen, tenzij in
+geval van nood. Ik doe 't nooit, de eerste luitenant niet en geen van
+de officieren of van de manschappen; dus, uit beginsel van gelijkheid,
+moogt gij 't ook niet doen.
+
+"Stellig niet, meneer," antwoordde Jack, "maar ik zie toch niet in
+waarom die officier met zijn glimmenden hoed zoo boos behoeft te wezen,
+en mij toespreekt op een toon alsof ik niet even goed was als hijzelf."
+
+"Dat heb ik u al uitgelegd, meneer Rustig."
+
+"O ja, nu herinner ik 't me, 't is dienstijver; maar ik vind dien
+overmatigen ijver iets heel onaangenaams in den dienst. Jammer maar
+dat, zooals gij zegt, de dienst er niet buiten kan."
+
+Kapitein Wilson glimlachte en verwijderde zich. Toen hij een oogenblik
+later met den stuurman het dek op en neer liep, gaf hij hem een wenk,
+dat hij niet zulke harde woorden moest gebruiken tegen den knaap,
+die alleen uit onwetendheid zulk een klein vergrijp had begaan. Nu
+was meneer Smallsole, de stuurman, een gemelijk persoon, die niet
+hield van aanmerkingen op zijn gedrag, al stoorde hij zich weinig aan
+de gevoeligheid van anderen, en daarom besloot hij het Jack bij de
+eerste de beste gelegenheid betaald te zetten. Jack dineerde in de
+kajuit en was bijzonder in zijn schik dat iedereen met hem klonk en
+dat aan de tafel van den kapitein allen op gelijken voet schenen te
+staan. Eer het dessert vijf minuten op tafel was, raakte Jack op zijn
+praatstoel over zijn geliefkoosd onderwerp. Het gansche gezelschap
+keek verbaasd op nu zij zulke ongehoorde stellingen aan boord van een
+oorlogsschip hoorden verkondigen, maar de kapitein deed al zijn best
+om Jacks opmerkingen te weerleggen zonder hem te veel te kwetsen,
+en gedurende het geheele gesprek week de glimlach niet van zijn gelaat.
+
+Deze dag kon eigenlijk aangemerkt worden als de eerste waarop Jack
+in werkelijkheid zijn verschijning aan boord maakte en aan tafel
+bij den kapitein kwam hij ook voor het eerst op de proppen met
+zijn eigenaardige inzichten. Waren de dischgenooten, bestaande
+uit den tweeden luitenant, den victualiemeester, meneer Jolliffe
+en een der adelborsten, verwonderd, dat zulke afwijkende meeningen
+in tegenwoordigheid van den kapitein te berde werden gebracht, nog
+sterker trof hen de kalmte en luchthartigheid, waarmee kapitein Wilson
+ze opnam. Jacks gewaagde beweringen deden dien avond, natuurlijk
+met de noodige toevoegsels, over het geheele schip de ronde. In de
+konstabelkamer plozen de officieren ze uit, de adelborsten schetterden
+er over terwijl zij het dek op en neer wandelen; de kapiteinshofmeester
+hield een soort van bijeenkomst achter de kombuis, en deelde de nieuwe
+leer mede. De sergeant van de mariniers gaf in zijn kring als zijn
+meening te kennen, dat het vervloekte onzin was. De bootsman besprak
+het geval met de overige onderofficieren totdat al de grog op was en
+stapte er toen van af, omdat hij het onderwerp veel te droog vond. Over
+het algemeen was de gansche bemanning het er over eens, dat, zoodra ze
+te Gibraltar binnen liepen, onze held den dienst zou vaarwel zeggen,
+hetzij dan dat hij door den krijgsraad ter dood veroordeeld werd of
+ontslagen en aan wal gezet om daar zijn geluk te zoeken. Anderen die
+meer geslepenheid bezaten en er achter gekomen waren dat onze held
+een jongen was, die later heel wat te erven zou krijgen, spraken er
+heel anders over en hielden 't er voor, dat de kapitein wel goede
+redenen zou hebben om zoo toegeeflijk te zijn--en onder degenen, die
+zoo oordeelen, behoorde de tweede luitenant. Slechts vier personen
+waren Jack welgezind, te weten de kapitein, de eerste luitenant,
+meneer Jolliffe, de éénoogige stuurmansmaat, en Mephistopheles, de
+neger, die Jack met hart en ziel begon aan te hangen, zoodra hij van
+diens meeningen had gehoord.
+
+We hebben melding gemaakt van den tweeden luitenant, meneer
+Asper. Deze jonge man had een diepen eerbied voor geboorte en vooral
+voor geld, waarmee hijzelf maar zeer karig bedeeld was. Als zoon van
+een aanzienlijk koopman, had hij tijdens zijn adelborstjaren over
+vrij wat meer middelen te beschikken gehad dan noodig of wenschelijk
+was, en zijn welgevulde beurs bezorgden hem tal van vrienden, niet
+alleen onder zijn eigen bakmaats, maar ook onder de officieren
+van het schip, waarop hij voer. Iemand die in staat en gezind is
+een hooge koffiehuisrekening te betalen, vindt altijd volgers--ten
+minste naar het koffiehuis; en sommige luitenants zagen er geen
+been in te dineeren, arm in arm te wandelen en frère-compagnon te
+spelen met een adelborst, op wiens zak zij teerden zoolang ze aan wal
+waren. Meneer Asper had juist zijn aanstelling als officier gekregen,
+toen zijn vader bankroet sloeg, waarmede tevens de bron opdroogde,
+waaruit hij zoo rijkelijk had geput. Sedert dien tijd had meneer
+Asper gevoeld, dat het uitraakte met zijn invloed; hij kon nu niet
+langer van den dienst spreken als van een last, of dat hij zijn
+baantje er aan zou geven; ook was het gedaan met de onderscheiding,
+die men aan zijn beurs en niet aan hemzelf had bewezen. Het ergste was
+nog, dat hij allerlei gewoonten had aangenomen, die veel kostten, en
+waaraan hij nu uit gebrek aan middelen niet langer kon toegeven. Geen
+wonder dus dat hij met een grooten eerbied voor geld behebt raakte;
+en daar hij niet langer zelf middelen kon vinden, was hij blij als
+hij ergers iemand wist op te diepen op wiens kosten hij het lekkere
+leventje kon lijden, waaraan hij zich zoo langen tijd gewend had
+en dat hem zoo aantrok. Nu wist meneer Asper, dat onze held ruim in
+zijn geld zat, want de bediende uit de Fontein had hem het bedrag der
+betaalde rekening genoemd, en daarom zag hij reikhalzend uit naar de
+verschijning van Jack, die zijn beste en meest vertrouwde vriend moest
+worden. Het gesprek in de kajuit had hem de overtuiging geschonken,
+dat Jack dankbaar zou zijn voor iederen steun, en hij had van de
+gelegenheid, dat hij even met meneer Sawbridge liep te wandelen,
+gebruik gemaakt, om aan dezen voor te stellen Jack op zijn wacht te
+nemen. Of nu meneer Sawbridge de bedoeling van meneer Asper doorzag,
+dan of hij zich verbeeldde dat onze held meer gediend zou wezen met den
+tweeden luitenant dan met den stuurman, die zoo ruw uit kon vallen,
+of met hemzelf, die als eerste luitenant geen enkele plichtverzaking
+door de vingers mocht zien, het aanbod werd aangenomen en Jack Rustig
+kreeg last om wacht te houden onder luitenant Asper.
+
+Die eerste dag van Jack's in dienst treden was ook tevens de eerste,
+waarop hij de adelborstenkajuit betrad en kennis maakte met zijn
+bakmaats.
+
+We hebben al gesproken van meneer Jolliffe, den stuurmansmaat, maar
+we moeten hem nog wat nader leeren kennen. De natuur gaat soms al
+erg willekeurig te werk en zij had 't er nu eenmaal op gezet, dat
+meneer Jolliffe zulk een isegrimmig gezicht zou hebben als maar ooit
+gezien was.
+
+Hij had allerhevigst te lijden gehad van de kinderpokken en
+waarschijnlijk waren daardoor zijn gelaatstrekken zoo verwrongen: de
+ziekte had hem niet alleen erg pokdalig gemaakt maar ook zijn gezicht
+met diepe groeven doorploegd. Eén oog was hij kwijt en wenkbrauwen
+had hij in 't geheel niet meer; het doffe, blinde oog vormde een
+schrikwekkende tegenstelling met het fel schitterende balletje aan den
+anderen kant van zijn neus, waarvan ook al niet veel meer overgebleven
+was dan een spitse onregelmatige punt; en de spieren van zijn kin waren
+zoo samengetrokken, dat deze niet veel meer dan een aaneenschakeling
+van naden en rimpels vertoonde. Hij was lang, schaal en mager, lachte
+zelden en als hij 't deed, werd hij nog leelijker om aan te zien.
+
+Meneer Jolliffe was de zoon van een deurwaarder. De ziekte had hem
+aangetast in West-indië, waar ze honderden wegrukte. Hij was na al
+langen tijd in dienst, met weinig of geen vooruitzicht op bevordering,
+en hij had zwaar te kampen gehad met armoede, toespelingen op zijn
+geringe afkomst en hatelijkheden op zijn leelijk uiterlijk. Geen smaad
+was hem bespaard gebleven op de schepen, waarop hij gediend had; onder
+een groote menigte voelde hij zich in 't geheel niet op zijn gemak en,
+ofschoon ze hem nu niet meer lomp durfden behandelen, hij werd toch
+in dienst enkel geeerbiedigd uit erkenning van zijn bruikbaarheid en
+voorbeeldige plichtsbetrachting--vrienden of kameraads had hij echter
+niet. Al sinds jaren was hij in zichzelf gekeerd, legde zich met ijver
+toe op de studie en was jegens iedereen uiterst welwillend. Stil
+en teruggetrokken van aard, sprak hij zelden in de kajuit, of
+zijn kwaliteit van proviandmeester moest het vereischen. Iedereen
+had eerbied voor meneer Jolliffe, maar niemand was gesteld op een
+kameraad, die er uitzag om de honden aan 't blaffen te maken. Toch
+erkenden allen zijn onberispelijke houding in ieder opzicht, zijn
+rechtvaardigheidsgevoel, zijn verdraagzaamheid, zijn voorkomendheid
+en zijn gezond oordeel. Het leven was voor hem inderdaad een last,
+dien hij met geduldige onderwerping droeg.
+
+In alle gezelschappen als ze maar minstens een half dozijn personen
+tellen, kan men een praatsmaker aantreffen, en even algemeen is er
+ook steeds een van het gezelschap min of meer de zondenbok. Zelfs bij
+toevallige bijeenkomsten valt dit op te merken, zoo bijvoorbeeld op
+een diner, waarvan de meesten der genoodigden elkaar te voren nooit
+ontmoet hebben.
+
+De praatsmaker in de adelborstenkajuit van Harer Majesteits fregat de
+Harpij was een jongmensch van omstreeks zeventien, met licht krullend
+haar en een blozend uiterlijk. Hij was de zoon van een schrijver aan
+de werf te Plymouth en heette Vigors.
+
+De zondebok was een vijftienjarige jongen met een bleek, pafferig
+gezicht. Al kon hij niet bepaald knap genoemd worden, toch wist hij
+heel wat; maar ongelukkig had hij alle zelfvertrouwen verloren door
+de voortdurende schimpscheuten en spotternijen van anderen, die wel
+meer radheid van tong bezaten, maar in wezenlijke kennis waarschijnlijk
+niet tegen hem opgewassen waren. Hij leerde niet gemakkelijk, maar wat
+hij eenmaal wist onthield hij voorgoed. Deze jongen droeg den naam
+van Gossett. Zijn vader was een rijke grondeigenaar uit Lynn in het
+graafschap Norfolk. Er waren destijds nog maar drie andere adelborsten
+aan boord, van wie men alleen kan zeggen dat ze in niets van de gewone
+afweken, dus in leeren weinig lust toonden, maar bij iederen maaltijd
+een goeden eetlust meebrachten, een hekel hadden aan al wat op werken
+geleek, maar steeds klaar waren voor een grap of voor een vechtpartij
+"op leven of dood" om het volgende oogenblik weer dikke vrienden
+te worden; vervuld van algemeene begrijpen van eer en billijkheid,
+zonder er zich echter aan te storen als 't hun minder te pas kwam;
+bedeeld met zulk een mengelmoes van deugden en gebreken, dat het
+dikwijls onmogelijk was de ware drijfveer van een of andere daad aan
+te wijzen en te bepalen in hoever een kwade eigenschap tot een goede
+verzacht en een goede door louter overdrijving tot een kwade ontaard
+was. De namen van dit drietal waren O'Connor, Mills en Gascoigne. De
+overige kameraads van onzen held zullen we te gelegener tijd wel op
+het tapijt brengen.
+
+Na het middagmaal in de kajuit volgde Jack zijn baksmaaks Jolliffe
+en Gascoigne naar het verblijf der adelborsten.
+
+"Ik moet zeggen, Rustig," merkte Gascoigne op, dat je een verduiveld
+vrijpostig heertje bent, om zoo maar tegenover den kapitein te beweren
+dat ge uzelf als niets minder beschouwdet dan hem."
+
+"Met uw verlof," antwoordde Jack, "ik doelde daarmee niet op den
+kapitein persoonlijk, maar sprak in 't algemeen over de rechten van
+den mensch."
+
+"Nu," hernam Gascoigne, "'t is het eerst van mijn leven, dat ik een
+adelborst zoo kras voor den dag heb hooren komen, pas maar op met je
+rechten van den mensch, ze zouden je nog wel eens in de doos kunnen
+helpen--er valt aan boord van een oorlogschip niets te betoogen. De
+kapitein nam het verbazend luchtig op, maar je moest dat onderwerp in
+'t vervolg liever niet aanroeren."
+
+"Gascoigne geeft u een goeden raad, meneer Rustig" merkte Jolliffe
+op. "Aangenomen al dat uw denkbeelden juist zijn--wat ik nog niet kan
+toegeven, omdat de toepassing er van mij onmogelijk schijnt--dan nog
+dient de voorzichtigheid niet uit het oog verloren. Laat ze die kwestie
+op den vasten wal zooveel uitpluizen als ze willen, in landsdienst
+is het gevaarlijk en zou je in een leelijk parket kunnen brengen."
+
+"Een mensch is vrij in zijn doen en laten," zei Rustig.
+
+"Mijn kop af als dat met een adelborst het geval is," riep Gascoigne
+lachend uit, "je zult 't spoedig genoeg ondervinden."
+
+"En toch ben ik juist op zee gegaan, in de verwachting dat ik er die
+gelijkheid zou vinden."
+
+"Stellig op den eersten April!" hernam Gascoigne. "Maar spreek je
+werkelijk in ernst?"
+
+Hierop ving Jack een lang betoog aan, waarbij Jolliffe en Gascoigne
+hem ongestoord lieten doorslaan, terwijl Mesty met bewondering
+toeluisterde. Toen het afgeloopen was, barstte Gascoigne in een
+hartelijk gelach uit en Jolliffe zuchtte.
+
+"Waar hebt ge toch al die wijsheid vandaan?" vroeg Jolliffe.
+
+"Van mijn vader die een groot denker is, en die stellingen voortdurend
+verdedigt."
+
+"En was 't uw vaders wensch dat ge op zee zoudt gaan?"
+
+"Neen, hij was er volstrekt niet opgesteld, maar natuurlijk wilde
+hij zich niet verzetten tegen mijn rechten en mijn vrijen wil."
+
+"Meneer Rustig," hernam Jolliffe, "als vriend raad ik u ten stelligste
+uw meeningen zooveel mogelijk voor u te houden; ik zal later wel
+gelegenheid vinden er nader met u over te spreken, en u dan mijn
+redenen uiteenzetten."
+
+Nauwelijks had meneer Jolliffe uitgesproken, of Vigors en O'Connor,
+die het nieuwtje van Jack's ketterij gehoord hadden, kwamen beneden.
+
+"Gij kent de heeren Vigors en O'Connor nog niet," zei Jolliffe
+tot Rustig.
+
+Jack, die een toonbeeld van beleefdheid was, stond op en maakte
+een buiging, waarop de anderen plaats namen, zonder zijn groet te
+beantwoorden. Naar hetgeen Vigors van Rustig gehoord en nu gezien had,
+meende hij in hem een nieuw slachtoffer gevonden te hebben om op den
+kop te zitten, en hij begon er zonder complimenten maar dadelijk mee.
+
+"Zoo, ventje, ben je aan boord gekomen om met je gelijkheid den boel
+in de war te schoppen? Bij den kapitein aan tafel heb je 't er zonder
+kleerscheuren afgebracht, maar dat gaat hier in de adelborstenkajuit
+zoo niet, dat verzeker ik je; sommigen moeten er onder door, en dat
+is met jou ook het geval."
+
+"Als gij," antwoordde Rustig, "met dat 'er onder door moeten'
+bedoelt, dat ik me moet onderwerpen, kan ik u verzekeren dat ge
+u vergist. Op grond van hetzelfde beginsel, waarom ik nooit den
+dwingeland zoo willen spelen over zwakkeren dan ik zelf ben, zal ik
+geen onderdrukking dulden."
+
+"Wel verdraaid! 't lijkt precies een advocaat ter zee; wacht maar,
+baasje, we zullen je wijsheid spoedig genoeg op de proef stellen."
+
+"Moet ik dan soms aannemen, dat ik niet op gelijken voet sta met mijn
+baksmaats?" hernam Jack met een blik op Jolliffe. Deze wilde juist
+antwoorden, maar Vigors was hem voor:
+
+"Ja, je bent hier op voet van gelijkheid, dat wil zeggen: je hebt
+een gelijk recht in de kajuit, zoolang je er niet uitgesmeten wordt
+wegens onbeschaamdheid tegenover je meerderen; je hebt een gelijk
+aandeel te betalen in de dingen die voor den bak gekocht worden, en
+een gelijk recht om er je portie van op te schranzen, als je ze maar
+krijgen kunt; je hebt een gelijk recht van spreken, zoolang je niet
+gezegd wordt je mond te houden. Hierop komt 't neer, dat je gelijk
+recht hebt als ieder ander om te doen wat je kunt, te nemen wat je
+kunt, en te zeggen wat je kunt, dat _kunnen_ is enkel maar de vraag;
+de zwakste moet hier het loodje leggen, ziedaar nu de gelijkheid in
+een adelborstenkajuit. Hebt je 't nu begrepen; of verlang je soms
+nog een voelbare verduidelijking?"
+
+"Dus moet ik aannemen, dat van gelijkheid hier al even weinig sprake is
+als onder de wilden, bij wie de sterkere den zwakkere onderdrukt, en
+het vuistrecht het eenige recht is? Nu, zoo gaat 't op een kostschool
+aan den vasten wal ook."
+
+"Voor dit maal heb je het bij 't rechte eind. Ben je op een kostschool
+geweest? Hoe ging 't daar toe?"
+
+"Precies zooals gij 't hier wilt hebben: de zwaksten moesten het
+loodje leggen."
+
+"Welnu, voor een blind paard is een wenk evengoed als een knipoogje,
+dat is 't maar, mijn waarde," zei Vigors.
+
+Opeens werd het kommando "zeilen reven" gehoord en dit maakte voor
+ditmaal een eind aan het twistgesprek.
+
+Daar onze held nog geen orders had gekregen wat hij eigenlijk moest
+uitvoeren, bleef hij met Mesty beneden.
+
+"O, Massa Rustig, wat houd ik toch veel van u!" zei Mesty. "Dat
+was eerst goed gesproken, Massa Rustig; en wat dien meneer Vigors
+betreft--wees maar niet bang, dat je hem niet aan zoudt kunnen, dat
+kun je stellig," vervolgde de neger, terwijl hij de spieren van Jacks
+armen betastte, "ik durf er een heele week loon onder verwedden."
+
+"Bang ben ik niet," antwoordde Jack, "ik heb wel grootere jongens dan
+hij is onder de knie gekregen." En die verzekering was waar. Meneer
+Bonnycastle kwam nooit tusschenbeide bij een eerlijke kloppartij, en
+lette niet op een paar blauwe oogen, als de lessen maar goed gekend
+werden. Jack had herhaalde malen gevochten, zoodat hij ten slotte
+een goed bokser was geworden, en ofschoon niet zoo groot als Vigors,
+toch was hij voor het worstelen veel beter gebouwd.
+
+De voortdurende gevechten, waartoe Jack zich op school genoodzaakt
+had gezien, waren door hem aangevoerd als bewijzen tegen de
+gelijkheidstheorieën van zijn vader, maar deze had hem weten te
+overtuigen, dat gevechten onder jongens niets te maken hadden met de
+rechten van den mensch.
+
+Zoodra de wacht was opgeroepen, kwamen Vigors, O'Connor, Gossett en
+Gascoigne beneden in de kajuit. Vigors, die, met uitzondering van
+Jolliffe de sterkste was, had langzamerhand zijn meerderheid erkend
+gezien en op dek gesproken over Rustig's onbeschaamdheid en over zijn
+plan om hem mores te leeren. De anderen kwamen dus mee naar beneden
+om de grap bij te wonen.
+
+"Wel, meneer Rustig," merkte Vigors op, bij het binnenkomen in de
+kajuit, "je doet je naam waarlijk alle eer aan. Ben je soms van plan
+je rantsoen op te eten, zonder er een hand voor uit te steken?"
+
+Jack's geduld was reeds uitgeput en daarom antwoordde hij: "Wees zoo
+goed, meneer, u met uw eigen zaken te bemoeien."
+
+"Jouw onbeschaamde vlegel! als je nog één woord durft zeggen, zal ik je
+eens een ferm pak slaag geven en er wat van die gelijkheid uitkloppen."
+
+"Zoo?" antwoordde Jack, die zich een oogenblik weer op de school van
+meneer Bonnycastle verplaatst dacht; "dat zullen we nog eens zien."
+
+Daarop ontdeed Jack zich doodbedaard van jas en vest, tot niet geringe
+verwondering van Vigors, die zulk een bewijs van vastberadenheid
+en zelfvertrouwen niet verwacht had, en nog meer tot genoegen van
+de overige adelborsten, die in stilte hoopten dat Vigors er eens
+duchtig van langs zou krijgen. Vigors begreep echter, dat hij te
+ver was gegaan om terug te treden en bereidde zich dus voor op den
+strijd. Zoodra hij gereed was begaf zich het heele gezelschap naar
+het ruim om het zaakje uit te maken.
+
+Vigors had zijn gezag meer te danken aan zijn grooten mond dan wel
+aan zijn vuisten; want de anderen hadden hem als hun meerdere erkend
+zonder voldoende proefneming; Jack echter, had op school heel wat
+bedrevenheid in het vechten opgedaan, en men kan zich dus gemakkelijk
+voorstellen hoe de strijd afliep. In minder dan een kwartier lag Vigors
+doodaf op den grond, met een paar gezwollen oogen en drie tanden uit
+zijn mond; terwijl Jack, na zich eens flink gewasschen te hebben,
+uitgenomen een paar schrammen, er even frisch uitzag als te voren.
+
+De tijding der overwinning was spoedig over het schip verbreid, en
+eer Jack goed en wel weer in zijn kleeren stak had Sawbridge ze al
+in vertrouwen meegedeeld aan den kapitein.
+
+"Al zoo spoedig!" zei kapitein Wilson lachend; ik verwachtte wel dat
+de adelborstenkajuit wonderen zou doen, maar toch niet met zoo'n
+vaart. Deze overwinning is de eerste duchtige knak voor Rustig's
+gelijkheid, en zal meer dienst doen dan twintig nederlagen. Laat hem
+nu aan zijn werk gaan, hij zal weldra zijn richtsnoer vinden.
+
+
+
+
+Achtste hoofdstuk.
+
+ Onze held bewijst dat allen aan boord evenzeer fatsoen aan
+ plicht dienen op te offeren.
+
+
+Of een jongmensch in zijn beroep slaagt, hangt voor een groot deel af
+van de omstandigheden bij het begin van zijn loopbaan, want daarnaar
+beoordeelt men zijn karakter en behandelt men hem. Jack had eerst
+veel later dan dat met de meeste knapen het geval is, zijn keus tot
+den zeedienst bepaald. Hij was flink opgeschoten en krachtig voor zijn
+jaren, en al kon men niet bepaald zeggen dat hij een knap gezicht had,
+er lag toch een uitdrukking van eerlijkheid en vrijmoedigheid in,
+die aangenaam aandeed. De geestkracht, waarmee hij geweigerd had
+naar Vigors' pijpen te dansen en tegen dezen was opgekomen, toen
+hij nog ternauwernood hersteld was van zijn hevige zeeziekte, had
+hem veler eerbied bezorgd, en de genegenheid verworven van allen,
+behalve zijn tegenpartij en meneer Smallsole. In plaats dat zijn
+baksmaats den gek met hem staken, haalden zij hem aan; Jolliffe
+glimlachte over zijn onzinnigheden en trachtte hem die uit het hoofd
+te praten, en de anderen mochten Jack gaarne lijden om hemzelf en om
+zijn edelmoedigheid, en vooral omdat ze in hem een beschermer zagen
+tegen Vigors, die hen allen ringeloorde. Jack had immers verklaard,
+dat als macht recht was in een adelborstenkajuit, hij althans in zoover
+de gelijkheid zou herstellen, dat hij steeds de zwakken zou beschermen
+en niet zou dulden dat iemand, wie ook, in de adelborstenkajuit den
+baas speelde over degenen, die niet tegen hem opgewassen waren.
+
+Op die manier maakte Jack het best mogelijke gebruik van zijn kracht
+en werd als het ware de kampioen en beveiliger van hen, die ofschoon
+veel langer op zee en meer ervaren dan hij, blij waren zich te kunnen
+plaatsen onder de hoede van zijn moed en zijn strijdvaardigheid, welke
+laatste eigenschap vooral de bewondering had gewekt van den slachter
+aan boord, die een vuistvechter van beroep was geweest. Zoo kreeg Jack
+opeens den rang van een oudste, en werd weldra de toongever. Als onze
+held het tegenover Vigors had moeten afleggen, zou het geval juist
+omgekeerd geweest zijn. Hij zou dan hetzelfde te lijden hebben gehad,
+waaraan de meeste nieuwelingen in den zeedienst zijn blootgesteld.
+
+Meneer Asper had goede redenen om hem tot zijn kameraad te maken;
+zij betrokken zamen de hondenwacht en hij luisterde geduldig naar als
+den onzin, dien Jack over de rechten van den mensch uitkraamde. Toch
+deed meneer Asper, zonder het te weten, veel goeds, want terwijl hij
+om Jack's genegenheid te winnen, zich hield alsof hij 't volkomen met
+hem eens was, waarschuwde hij evenwel en toonde aan waarom gelijkheid
+aan boord van een oorlogsschip onbestaanbaar was.
+
+Wat hemzelf betrof, zoo beweerde hij, zag hij geen verschil tusschen
+een luitenant, of zelfs een kapitein, en een adelborst, aangenomen
+dat hij een beschaafd mensch is; hij zou zijn vrienden kiezen waar hem
+dat goeddacht en versmaadde de door den dienst verleende macht om het
+anderen onaangenaam te maken. Natuurlijk werden Jack en meneer Asper
+goede vrienden, vooral daar Asper Jack, toen de wacht half verstreken
+was, naar kooi liet gaan, waardoor hij niet alleen diens genegenheid
+won, maar ook bevrijd raakte van het eeuwige geredeneer.
+
+Weldra zouden ze de straat van Gibraltar binnenzeilen en hoopten
+den volgenden dag voor de stad te ankeren. Jack zat voor op den
+bak met Mesty te praten, die een groote vriendschap voor hem had
+opgevat. Ofschoon onze held nog slechts drie weken aan boord was,
+zou Mesty toch alles voor hem gedaan hebben, en bij nader inzien is
+dit toch eigenlijk licht verklaarbaar.
+
+Mesty was in zijn eigen land iemand van veel beteekenis geweest;
+hij had al de ellende van een overtocht op een slavenschip te
+verduren gehad, was tweemaal als slaaf verkocht, was vervolgens wel
+ontvlucht--maar had toch ondervonden, dat de meening van het gros
+sterk gekant was tegen zijn huidskleur en dat hij, ofschoon vrij,
+aan boord van een oorlogsschip tot de nederigste diensten werd gedoemd.
+
+Nooit had hij iemand de gevoelens hooren verkondigen, die nu in zijn
+eigen boezem leefden, namelijk die van vrijheid en gelijkheid. Wij
+zeggen nú, omdat hij vóór zijn gevangenschap, toen hij nog in zijn
+eigen land den baas kon spelen, geen oogenblik aan gelijkheid
+dacht. Dat gaat meer zoo met menschen die de macht in handen
+hebben. Maar hij had een harde leerschool doorloopen; en ofschoon
+iedereen te New-York den mond vol had van vrijheid en gelijkheid,
+bemerkte hij dat ze die wel voor zichzelf preekten, maar ten opzichte
+van anderen niet in toepassing brachten, en dat, onder al die vrijheid
+en gelijkheid, hij en duizenden met hem als nietswaardige wezens
+werden beschouwd.
+
+Naar Engeland ontvlucht, had hij zijn vrijheid herkregen, maar van
+gelijkheid was geen sprake; daarbij stond zijn kleur hem in den
+weg, en hij verkeerde in de meening dat de geheele wereld tegen
+hem samenspande, totdat hij vol verbazing van Jack's lippen boutweg
+dezelfde denkbeelden hoorde verkondigen, en dat nog wel in den dienst,
+waar het ongeveer gelijk stond met muiterij. Dit maakte Mesty terstond
+aan onzen held verknocht, en hij toonde zijn gehechtheid op alle
+mogelijke manieren. Ook Jack mocht Mesty goed lijden en praatte graag
+met hem, zoodat zij, na het gevecht met Vigors, elkaar gewoonlijk
+iederen avond op den bak ontmoetten om de beginselen van gelijkheid
+en de rechten van den mensch te bespreken.
+
+De bootsman, Biggs geheeten, was een vlug, bedrijvig manneke, dat eens
+bij een orkaan als opperste van de fokkemars zich zoo buitengewoon
+kordaat had gehouden, dat hij bij den admiraal tot bevordering
+werd voorgedragen. Hij werd dan ook bootsman, en nadat de equipage,
+waartoe hij behoord had, afbetaald was, vond hij plaatsing op Harer
+Majesteits fregat de Harpij. Jack's onderhoud met Mesty werd gestoord
+door de stem van den bootsman, die zijn jongen een standje maakte. "'t
+Is nu volgens mijn repetitie-horloge al tien minuten geleden, dat ik
+je heb laten roepen," zei de bootsman, en haalde bij die woorden een
+ouden zilveren knol voor den dag, die hem eens door een schacheraar
+voor een repetitie-horloge was aangesmeerd.
+
+"Met uw verlof, meneer," zei de jongen, toen u me liet roepen was ik
+juist bezig een andere broek aan te trekken en daarna moest ik mijn
+kist weer opbergen."
+
+"Zwijg maar liever; je moest weten dat je, broek of geen broek,
+onmiddellijk behoort te komen, als je meerdere je laat roepen."
+
+"Ook zonder broek aan, meneer?" hernam de jongen.
+
+"Wel stellig, ook zonder broek. Als de kapitein mij liet roepen,
+zou ik onmiddellijk gaan al was het desnoods zonder hemd. Plicht gaat
+boven fatsoen." Dit zeggende pakte de bootsman den jongen beet.
+
+"Maar, meneer Biggs," zei Jack, "u zult toch den jongen niet straffen,
+omdat hij zonder broek aan niet gekomen is?"
+
+"Dat zal ik wel, meneer Rustig--ik zal hem eens een lesje geven. Nu er
+zulke nieuwmodische begrippen aan boord van het schip gebracht zijn,
+moeten we ons dubbel verplicht gevoelen om de waardigheid van den
+dienst op te houden, en de bevelen van een meerdere mogen niet tien
+minuten en twintig seconden onuitgevoerd blijven, omdat een jongen
+zijn broek niet aanheeft." Daarop gaf de bootsman den jongen een paar
+fiksche halen met zijn rotting, en bracht hem daardoor tot het besef
+hoe gelukkig het was, dat hij zijn broek aangetrokken had alvorens op
+het dek te verschijnen. "Ziedaar," zei meneer Biggs, "dat is een les
+voor je, deugniet--en 't is er tevens een voor u, meneer Rustig." liet
+hij er op volgen en verwijderde zich met een air van zelfvoldoening.
+
+"Zoo'n moorddadige Ier!" zei Mesty, "wat heeft hij dien armen stakker
+geranseld."
+
+Den volgenden dag lag de Harpij in de baai van Gibraltar voor anker. De
+kapitein ging aan wal, en gaf last dat men hem vóór negenen met de
+sloep moest komen afhalen, want na dien tijd wordt de vestingspoort
+alleen op bijzondere vergunning geopend. Toevallig werd er dien avond
+door de officieren van het garnizoen een bal gegeven en nu kregen
+de officieren van de Harpij een beleefde uitnoodiging om dat bij te
+wonen. Voor degenen, die van de uitnoodiging gebruik maakten, zou
+het te laat worden dan dat ze nog de poort uit konden en daarom gaf
+de kapitein hun verlof om aan den wal te blijven tot den volgenden
+morgen zeven uur. Omdat ze nog al sterk in getal waren, zouden er
+tegen dien tijd twee sloepen uitgezonden worden om hen af te halen.
+
+Meneer Asper kreeg verlof en verzocht of hij onze held mee mocht
+nemen, wat hem door meneer Sawbridge werd toegestaan. Er kregen
+nog verscheidene andere officieren verlof, zoo ook de bootsman,
+die, in het besef dat zijn diensten vereischt zouden worden zoodra
+de uitrusting begon, enkel verlof vroeg voor dien avond, en meneer
+Sawbridge, die begreep dat hij thans beter gemist kon worden dan op een
+anderen tijd, stemde er in toe. Asper en Jack begaven zich naar een
+logement, dineerden en bespraken logies, en kleedden zich vervolgens
+voor het bal, dat zeer schitterend was, en wegens het gezelschap
+der officieren bijzonder prettig. Kapitein Wilson nam bij het begin
+even een kijkje en keerde toen weer naar boord terug. Jack ging met
+zijn gewone welgemanierdheid te werk, danste tot twee uur, en toen de
+bezoekers van het bal begonnen te dunnen, stelde Asper voor om ook maar
+heen te gaan. Na nog even in het locaal voor ververschingen vertoefd
+te hebben, werden hun hoeden en jassen gebracht en juist wilden ze
+opstappen, toen een der garnizoensofficieren aan Jack vroeg of hij
+ook lust had een baviaan te zien, die eerst onlangs van de rots was
+overgebracht. Voorzien van eenige stukken koek begaven zij zich na
+naar de binnenplaats, waar het dier dicht bij een kleine waterbak
+vastgeketend lag. Jack voerde het beest tot al zijn koek op was, en
+toen hij niets meer te geven had, vloog de baviaan op hem los. Jack
+deed haastig een paar stappen achteruit, maar tuimelde daardoor
+achterover in den waterbak, die ongeveer twee voet diep was. Dat was
+me een grap! Nadat er hartelijk gelachen was, wenschten onze vrienden
+den officier goedennacht en begaven zich naar hun logement.
+
+Nu hadden de officieren, die van de Harpij aan wal waren gegaan,
+allen hun intrek genomen in hetzelfde logement en daar er ook nog
+andere gasten waren, was de waard niet in staat ieder zijner logeées
+een afzonderlijke kamer te geven. Hiertegen werd echter geen bezwaar
+gemaakt en Jack kwam onder dak in een vertrek met twee bedden,
+waarvan het eene reeds in beslag genomen was, zooals hij opmaakte
+uit het geluid van zware ademhalingen, dat zijn oor trof.
+
+Onder het ontkleeden bespeurde Jack dat zijn broek erg nat was. Ten
+einde ze te drogen hing hij ze buiten het raam, en schoof dit
+vervolgens weer dicht, om te beletten dat het kleedingstuk er uit
+mocht vallen. Daarna kroop hij onder de dekens en was spoedig in
+diepe rust. Zooals hij besteld had, werd hij om zes uur geroepen,
+maar toen hij zich wilde aankleeden, bemerkte hij tot zijn schrik
+dat het raam open en zijn broek naar de maan was. Blijkbaar had zijn
+kamergenoot gedurende den nacht het venster geopend, zoodat de broek
+op straat gevallen en door den een of ander meegepakt was. Jack keek
+nog eens naar omlaag en ontdekte dat zijn buurman dien nacht onwel
+moest geworden zijn. 't Is wat moois, zoo'n dronken kameraad, dacht
+Jack; maar wat valt er aan te doen? Dit zeggende, stapte hij naar het
+andere bed en bespeurde dat het ingenomen was door den bootsman. Wel,
+dacht Jack, als die Biggs goedvindt mijn broek naar de maan te helpen,
+dan heb ik toch ook het recht om de zijne te nemen of ten minste te
+gebruiken om er mee naar boord te gaan. Gisteravond nog heeft hij
+verklaard dat plicht boven fatsoen gaat en dat de bevelen van een
+hoogergeplaatste gehoorzaamd moet worden, desnoods zonder kleeren
+aan. Ik weet dat hij noodzakelijk naar boord moet en nu wil ik toch
+eens zien hoe 't hem aanstaat in zijn hemdsslippen bevelen op te
+volgen. Dit overwegende nam Jack de broek van den bootsman, die nog lag
+te snorken, ofschoon hij al geroepen was. Jack trok het ding aan, stak
+zich verder in de kleeren en verliet de kamer. Hij ging naar die van
+meneer Asper, dien hij juist gereed vond en na de rekening betaald te
+hebben--want Asper had ongelukkig zijn beurs vergeten--begaven ze zich
+naar de vestingpoort, waar ze reeds een aantal officieren wachtende
+vonden, genoeg om de eerste sloep te bezetten, die dan ook spoedig
+van wal stak. Aan boord gekomen, haastte Jack zich een andere broek
+aan te trekken en die van Biggs op een stoel in diens hut te leggen,
+en nadat hij Mesty in vertrouwen had meegedeeld wat er aan de hand was,
+begaf hij zich weer naar het dek om te zien hoe het geval zoo afloopen.
+
+Alvorens het logement te verlaten had Jack aan den bediende gezegd,
+dat er boven nog een bootsman in diepen slaap lag, die onmiddelijk
+gewekt moest worden, en aan dien last was gehoor gegeven. De bootsman,
+die den vorigen avond te diep in het glas had gekeken, en zooals Jack
+terecht vermoedde het raam geopend had, omdat hij zich onpasselijk
+gevoelde, werd wakker gemaakt en sprong, toen hij hoorde hoe laat
+het al was, ijlings uit bed om zoo spoedig mogelijk zijn kleeren
+aan te schieten. Daar hij zijn broek niet vond, schelde hij, in de
+vooronderstelling dat ze weggenomen was om uitgeborsteld te worden,
+en om geen tijd te verliezen trok hij zijn overige kleedingstukken
+maar vast aan. De bediende, die op het geschel verscheen, zei dat hij
+de broek niet uit de kamer had gehaald en de arme Biggs zat nu leelijk
+in de klem. Wat er met zijn broek gebeurd kon zijn, begreep hij maar
+volstrekt niet; hij had zelfs geen flauwe herinnering er van hoe hij
+in zijn bed gekomen was; en toen hij er den bediende naar vroeg, wist
+deze alleen te vertellen, dat meneer leelijk aangeschoten thuis was
+gekomen en dat hij, toen hij meneer kwam wekken, het raam open had
+gevonden, zoodat hij vooronderstelde, dat meneer zijn broek op straat
+had gesmeten. De tijd drong, en de bootsman wist geen raad. "Maar
+zouden ze hem niet een broek kunnen leenen?"
+
+"Dat zou hij eens aan den hôtelhouder vragen."
+
+De eigenaar van het logement wist terdege goed onderscheid te maken
+tusschen de officieren van verschillende rang en begreep opperbest aan
+wie hij crediet kon verleenen en aan wien niet. Hij zond den bediende
+met de rekening naar boven en gaf hem de boodschap mee, dat meneer,
+als hij een onderpand gaf, wel een broek kon krijgen. De bootsman
+voelde al zijn zakken na, en herinnerde zich nu dat hij al zijn geld
+in den zak van zijn broek had gehad. Hij kon dus niet alleen geen
+onderpand geven, maar zelfs zijn rekening niet betalen. De hôtelhouder
+was onverbiddelijk. 't Was al erg dat hij naar zijn geld moet fluiten,
+meer kon hij er niet aan wagen.
+
+"Ze zullen me nog voor den krijgsraad brengen!" riep de bootsman
+uit. "Komaan, de vestingpoort is niet ver af, laat ik 't op een loopen
+zetten en schielijk in een der sloepen wippen; ik kan dan nog wel een
+andere broek aanschieten voor ik aan boord op het rapport kom." Na dat
+besluit genomen te hebben ging de bootsman aan den haal, zoodat zijn
+hemdsslippen in de wind fladderden, en bereikte buiten adem de plek,
+waar de boot nog op hem lag te wachten. Met een wip was hij er in en
+hurkte bij de stuurrepen neer, tot groote verbazing van de officieren
+en de matrozen, die meende dat hij gek geworden was. Met weinig woorden
+vertelde hij, dat de een of ander des nachts zijn broek had gestolen;
+en daar het al laat was zette de matrozen af, terwijl matrozen zoowel
+als officieren meenden te stikken van het lachen.
+
+"Heeft er ook een van jullie een pijjekker?" vroeg de bootsman aan
+de matrozen; maar het was zulk warm weer, dat niemand hunner er een
+bij zich had. Biggs keek eens rond en zag dat de officieren op een
+zeejekker zaten.
+
+"Van wien is die zeejekker?" vroeg hij.
+
+"Van mij," antwoordde Gascoigne.
+
+"Och meneer Gascoigne, u zal wel zoo vriendelijk willen zijn me hem
+even te leenen tot ik aan boord ben."
+
+"Wel waarachtig niet!" antwoordde Gascoigne, die het ding nog liever
+over boord zou gesmeten hebben, dan de grap te bederven; "toen we
+een tijd geleden met windstilte bij Kaap St. Vincent lagen en ik
+je om een vischsnoer vroeg, heb je gezegd dat ik naar de maan kon
+loopen. Nu gaat het leer om leer en mijn jekker krijg je niet."
+
+"Och toe, meneer Gascoigne, zoodra we aan boord zijn, zal ik u drie
+vischsnoeren geven."
+
+"Dat kan me allemaal niets schelen," antwoordde Gascoigne, die aan
+het roer zat, omdat hij naar den wal gezonden was om de anderen af te
+halen. "Allen aan de riemen!" kommandeerde hij nu, en weldra lagen
+ze op zij van het schip. Toen de officieren opgestaan waren, rolde
+Gascoigne, in spijt van Biggs dringend smeeken, zijn jekker op en smeet
+hem den man toe, die den achtermeertros uitgeworpen had. Wat Biggs
+toestand nog des te beklagenswaardiger maakte, was de omstandigheid
+dat de eerste luitenant over de verschansing in de boot stond te
+kijken en kapitein Wilson op het halfdek heen en weer wandelde.
+
+"Komaan, meneer Biggs, ik had u al met de eerste boot verwacht,"
+riep meneer Sawbridge hem toe "vlug wat, asjeblieft, want de ra's
+zijn nog niet gebrast."
+
+Biggs wist nog altijd niet hoe hij het maken zou om geen al te gek
+figuur te slaan en bleef dralen, totdat de eerste luitenant driftig
+uitriep: "Wat duivel, meneer Biggs, wat treuzel je toch?--ge zult
+me verplichten met wat meer ijver te toonen of anders wil ik u wel
+verzekeren, dat ge u in 't vervolg de moeite kunt sparen van verlof
+te vragen om naar den wal te gaan. Ben je soms dronken, meneer?"
+
+Deze laatste opmerking bracht Biggs tot een besluit. Hij sprong op en
+was in een oogwenk uit de boot op het dek, waar hij voor den luitenant
+aansloeg en zeide:
+
+"Broodnuchter, meneer, maar ik ben mijn broek kwijt."
+
+"Dat schijnt wel," antwoordde meneer Sawbridge, terwijl Biggs, wiens
+hemdslippen nog maar steeds in den zeewind fladderden in deemoedige
+houding voor hem stond. Maar nu kon meneer Sawbridge zich niet langer
+goedhouden; schuddend van het lachen stormde hij de scheepstrap af
+naar het halfdek. Meneer Biggs kon eerst na meneer Sawbridge naar
+beneden gaan en het gesprek had aller aandacht getrokken, zoodat
+iedereen het oog op hem richtte.
+
+"Wat beteekent dat?" zei kapitein Wilson naar het gangboord komend.
+
+"Plicht gaat boven fatsoen," antwoordde Jack, die veel pret had in
+de grap.
+
+Meneer Biggs herinnerde zich den dag van gisteren. Terwijl hij voor
+den kapitein aansloeg, wierp hij een nijdigen blik op Jack, en pakte
+zich weg naar het benedendek.
+
+Wat de verontwaardiging van den bootsman nog verhoogde, was
+de ontdekking dat zijn broek eerder aan boord gekomen was dan
+hijzelf. Daaruit begreep hij, dat men hem een poets gespeeld had
+en hij twijfelde geen oogenblik er aan, of onze held had 't hem
+gebakken. Bewijzen kon hij dat echter niet, want hij wist niet eens
+wie met hem de kamer gedeeld had. Toen Jack naar bed ging, lag hij
+al in diepen slaap en bij diens vertrek was hij nog niet wakker.
+
+Het fijne van het geval raakte op het schip spoedig algemeen
+bekend en "plicht gaat boven fatsoen" werd een spreekwoord. De
+bootsman stelde alles in het werk om zich op den armen jongen te
+wreken, zoodat Gascoigne en Jack nooit meer een vischsnoer van hem
+kregen. Het scheepsvolk had evenveel hekel aan den bootsman als aan
+Vigors, terwijl Jack, zoowel om zijn stellingen over de rechten van
+den mensch als om zijn ringelooren van hun twee grootste vijanden,
+de gunsteling werd van de zeelui, en daar zulke gunstelingen steeds
+met een bijnaam vereerd worden, noemden ze onzen held Jack Gelijkheid.
+
+
+
+
+Negende hoofdstuk.
+
+ Onze held wil liever naar beneden dan naar boven gaan;
+ een keus, waarvan hij, naar we hopen in meer gewichtige
+ omstandigheden zal terugkomen.
+
+
+Den volgenden dag was het Zondag en, daar het weer ongunstig was,
+kwam er niets van het dienst doen, maar werden de krijgsartikelen
+met den daaraan verschuldigden eerbied voorgelezen, terwijl kapitein,
+officieren en manschappen met hun hoeden af in een motregen stonden
+te luisteren. Jack, die van den kapitein gehoord had, dat die
+krijgsartikelen de wetten en voorschriften van den dienst waren,
+waaraan kapitein, officieren en scheepsvolk allen gelijkelijk
+onderworpen waren, volgde met gespannen aandacht de voorlezing van
+den schrijver. Weinig vermoedde hij, dat er hun door de admiraliteit
+ongeveer vijfhonderd verordeningen op den hals waren geschoven, die
+bijna alles omvatten en in zeker opzicht den persoonlijken wil alle
+beteekenis ontnamen.
+
+Jack luisterde nauwlettend. Van de meeste artikelen begreep hij, dat
+hij er nooit mee in botsing zou komen, en wat hem vooral verwonderde,
+was het stellige verbod tegen het vloeken, dat toch aan boord als
+een doode letter werd beschouwd. Over het geheel genomen meende hij
+nu vrij wel te weten, waar hij zich aan te houden had, maar voor
+alle zekerheid verzocht hij, zoodra de manschappen door een stoot
+op de fluit naar beneden gekommandeerd waren, den schrijver om een
+afschrift van de artikelen.
+
+Nu had de schrijver er wel drie, maar maakte toch bezwaar er een
+af te staan. Ten laatste beloofde hij, dat Jack een der copieën zou
+krijgen, als hij hem daarvoor een tandenborstel wilde geven, want de
+zijne was door den een of anderen gauwdief gekaapt. Jack antwoordde,
+dat de door hem gebruikte al tamelijk versleten was en hij maar één
+nieuwen had, dien hij onmogelijk missen kon. Daarop zei de schrijver,
+die heel netjes was, en een afschuw had van vuile tanden, dat als
+Jack van den nieuwen borstel geen afstand wilde doen, hij zich
+tevreden zou stellen met den gebruikten. De ruil geschiedde en Jack
+las nu de krijgsartikelen zoo dikwijls over, tot hij ze nagenoeg van
+buiten kende.
+
+"Zie zoo", zei Jack, "nu weet ik wat me te doen staat en waar ik me
+voor te wachten heb. Zoolang ik in dienst blijf, zal ik die artikelen
+steeds in mijn zak dragen, als ze het ten minste zoolang uithouden; en
+al doen ze dat niet--allicht heb ik dan weer een ouden tandenborstel
+om er tegen in te ruilen, want dat schijnt nu eenmaal de prijs er
+van te zijn."
+
+De Harpij bleef veertien dagen in de baai van Gibraltar liggen. Jack
+had nog al eens gelegenheid om aan wal te gaan en daarbij vergezelde
+meneer Asper hem geregeld.
+
+Op een morgen kwam Jack beneden in de kajuit en vond er den jongen
+Gossett huilende.
+
+Wat scheelt er aan, mijn beste Gossett? vroeg Jack.
+
+"Vigors heeft me met een eind touw afgerost," antwoordde Gossett,
+terwijl hij zijn arm en zijn schouders wreef.
+
+"Waarom?" vroeg Jack.
+
+"Wel, hij beweert, dat de dienst heel in de war loopt--waaraan ik
+toch geen schuld heb--en dat het gedaan is met alle gezag, nu er
+nieuwelingen aan boord komen, die, omdat ze een paar tientjes op zak
+hebben, maar alles mogen doen wat ze willen. Maar hij zou er eens de
+hand aan houden, en bij die verklaring heeft hij me tegen den grond
+gesmeten--en toen ik weer op de been was, moest ik blijven staan--en
+toen haalde hij zijn eind touw voor den dag en zei, dat bij van plan
+was zich eens duchtig te laten gelden en dat het maar uit moest wezen
+met dien Jack zijn Gelijkheid.
+
+"Zoo!" antwoordde Jack.
+
+"En toen heeft hij me een half uur geranseld."
+
+"Zoo waar als ik leef, Massa Rustig, 't is precies zoo gebeurd. Stellig
+moet hij erg zwak van geheugen zijn," vervolgde Mesty, "en weer een
+lesje noodig hebben van Jack Gelijkheid."
+
+"En daar zal hij niet van vrijloopen ook," antwoordde onze held,
+"hoewel het strijdt tegen het artikel dat luidt: 'alle twist en
+vechterij enz.' Gossett, heb je een beetje meer begrip dan een
+garnaal?"
+
+"Jawel," antwoordde Gossett.
+
+"Nu, wil je dan een volgenden keer doen wat ik je zeg, en op mijn
+bescherming rekenen?"
+
+"'t Kan me niet schelen wat ik doe," hernam de jongen, als gij me
+maar helpt tegen dien laffen dwingeland."
+
+"Bedoel je daar mij soms mee?" beet Vigors hem toe, die juist in de
+deur van de kajuit verscheen.
+
+"Zeg ja," fluisterde Jack.
+
+"Ja, jou!" riep Gossett uit.
+
+"Ei zoo, mannetje, dan zal ik je nog een beetje er van langs moeten
+geven," zei Vigors en haalde zijn eind touw voor den dag.
+
+"Je deed beter met dat te laten, meneer Vigors," merkte Jack op.
+
+"Bemoei je alsjeblieft met je eigen zaken," antwoordde Vigors,
+die volstrekt niet op zoo'n tusschenkomst gesteld was. "Ik heb
+'t niet tegen jou, en het zal me pleizier doen als je je niet met
+mij inlaat. Ik heb, dunkt me, alle recht om zelf mijn kennissen te
+kiezen, en den omgang van een gelijkheidskramer zoek ik niet, reken
+daar gerust op."
+
+"Zooals je verkiest, meneer Vigors," antwoordde Jack, "'t staat u vrij
+uw eigen kennissen te kiezen, maar ik heb evengoed dat recht en zal
+mijn vrienden bijstaan ook. Deze jongen is mijn vriend, meneer Vigors."
+
+Zelfs op gevaar af van een tweede gevecht met Jack, kon Vigors toch
+zijn grootspreken niet laten en hernam: "Dan zal ik zoo vrij zijn uw
+vriend een pak slaag te geven," terwijl hij onmiddellijk de daad bij
+het woord voegde.
+
+"Dan zal ik zoo vrij zijn mijn vriend te verdedigen," antwoordde Jack;
+"en daar gij mij een gelijkheidskramer hebt genoemd, zal ik trachten
+dien naam niet te verliezen,"--en bij die woorden gaf Jack hem zulk
+een peuter onder zijn oor, dat hij over het dek rolde en niet in
+staat was zich weer op te richten. Jack wrong hem nu het eind touw
+uit de hand en zei toen tot Gossett: "Nu geef jij hem hiermee maar
+eens een duchtig pak, of anders krijg je zelf van mij er langs."
+
+Gossett liet zich dat geen tweemaal zeggen; het genot zijn vijand
+te kunnen afranselen, al was het ook maar voor eens, was al te
+verleidelijk--en hij spaarde zijn krachten niet. Met gebalde vuisten
+stond Jack klaar om bij het minste verzet zijn vriend te verdedigen;
+maar Vigors was half versuft van den ontvangen opstopper en verroerde
+geen vin, hij liet zich gedwee afrossen.
+
+"Zoo is 't genoeg," zei Jack eindelijk; "en wees nu maar niet bang,
+Gossett; den eersten den besten keer dat hij je aanraakt als ik er
+niet bij mocht zijn, zal ik 't hem betaald zetten, zoodra jij 't me
+verteld hebt. Ik wil niet voor niets Jack Gelijkheid genoemd worden."
+
+Toen Jolliffe, die van het geval hoorde, onzen held weer eens alleen
+aantrof, zei hij tot hem: "Neem een goede raad van mij aan, vriend,
+en steek je knuisten niet telkens uit ter wille van anderen, je zult
+spoedig ondervinden, dat er voor jezelven al genoeg te vechten valt."
+
+Jack sloeg daarop een halfuur lang aan 't redeneeren, waarna ze
+afscheid van elkaar namen. Maar Jolliffe had gelijk. Jack had elk
+oogenblik stribbelingen, en ofschoon de kapitein en de eerste luitenant
+hem hun bescherming niet onthielden, begonnen zij 't toch hoog tijd te
+vinden, dat Jack tot inzicht kwam, hoe aan boord van een oorlogsschip
+iedereen en alles zich aan de voorschriften te houden had.
+
+Aan boord van Zijner Majesteit fregat Harpij was ook iemand die
+Easthupp heette en den post van onderbetaalmeester bekleedde. Hoe
+hij eigenlijk aan dat baantje gekomen was viel moeilijk te verklaren,
+want hij had vroeger wegens dieverij op minder aangename manier met
+den strafrechter kennis gemaakt. Lezen en schrijven had hij in het
+werkhuis geleerd en nadat hij daaruit ontsnapt was, sloot hij zich in
+Londen bij een bende jeugdige dieven aan om ten slotte zakkeroller
+te worden. Zijn uiterlijk was vrij gunstig en met zijn onbeschaamde
+grootspraak wist hij velen zand in de oogen te strooien; ook stak hij
+altijd netjes in de kleeren en op zijn manieren viel niet veel aan
+te merken. Ofschoon hij de taal deerlijk havende, was hij toch rad
+van tong, en daar hij herhaalde malen met het gerecht in aanraking
+was geweest, viel het niet te verwonderen, dat hij zich door en door
+radikaal noemde.
+
+Toen nu Easthupp van Jack's denkbeelden hoorde, wilde hij dadelijk
+kennis met hem aanknoopen en nog eer ze Gibraltar bereikten, kwam
+hij zichzelf met veel strijkages voorstellen. Onze held kon den kerel
+echter al dadelijk niet uitstaan om zijn overmatige en onbeschaamde
+gemeenzaamheid.
+
+Als Jack iemand ontmoette, merkte hij aanstonds of hij met een
+beschaafd man te doen had, en hij verkoos zich niet in te laten met
+personen, die hij te ver beneden zich achtte. Zóó ver ging Jack's
+gelijkheid niet; in theorie was alles goed en wel, maar in de practijk
+lette hij er wel degelijk op, of iets in zijn kraam te pas kwam.
+
+Maar de onderbetaalmeester was niet zoo gemakkelijk af te schepen; en
+al liet Jack hem duidelijk merken, dat zijn gezelschap hem volstrekt
+niet aanstond, toch klampte Easthupp hem telkens op gemeenzame wijze
+aan. Ten slotte zei Jack hem ronduit, dat hij niets met hem te maken
+wou hebben, waaruit een woordentwist onstond, die zóó hoog liep, dat
+Jack den ander een schop gaf, die hem door het luik van het achterdek
+naar beneden deed tuimelen. Dit was al een heel bedenkelijk bewijs van
+Jack's gelijkheid--en Easthupp, zich in zijn eer gekrenkt achtende,
+diende zijn beklag in bij den kapitein, die nu onzen Rustig bij zich
+liet komen.
+
+Niet zoodra was Jack verschenen of kapitein Wilson riep ook Easthupp.
+
+"Wel, onderbetaalmeester, wat heb je nu eigenlijk in te brengen?"
+
+"Met uw verlof, kapitein Wilson, het is me hoogst onaangenaam, dat
+ik verplicht ben mij over iemand te beklagen, maar hier meneer Rustig
+heeft goed gevonden uitdrukkingen tegen mij te bezigen, die voor een
+fatsoenlijk mensch in 't geheel niet passen en bovendien heeft hij
+me een schop gegeven, zoodat ik door het luik ben getuimeld."
+
+"Is dat waar, meneer Rustig?"
+
+"Ja, meneer," antwoordde Jack. "Herhaalde malen heb ik den kerel
+gezegd, dat hij zich niet met mij bemoeien moest, en toch laat hij
+'t niet. Ik heb hem een radikalen ellendeling genoemd en hem een
+schop gegeven."
+
+"Heb je hem een radikalen ellendeling genoemd, meneer Rustig?"
+
+"Ja, meneer, want hij relt me altijd aan de ooren over zijn republiek,
+en beweert dat we geen koning en geen aristocratie noodig hebben."
+
+Kapitein Wilson wisselde een veelbeteekenden blik met meneer Sawbridge.
+
+"Ik heb inderdaad mijn politieke gevoelens kenbaar gemaakt,
+kapitein Wilson, maar u gelieve niet te vergeten, dat wij allen
+een gelijk aandeel in het land hebben--dat is het geboorterecht van
+een Engelschman.
+
+"Welk aandeel gij in het land hebt, begrijp ik niet goed, meneer
+Easthupp," merkte kapitein Wilson op, "maar, me dunkt, als gij
+dergelijke uitdrukkingen gebruiktet, had meneer Rustig ook alle recht
+u zijne meening te kennen te geven."
+
+"Ik ben volkomen bereid, kapitein Wilson, dit toe te geven voor zoo ver
+het staatkundige gesprekken geldt--en dat is 't ook volstrekt niet,
+waarover ik mij beklaag. Maar meneer Rustig heeft zich vermeten mij
+een bedrieger en een leugenaar te noemen."
+
+"Hebt gij die uitdrukkingen gebruikt, meneer Rustig?"
+
+"Ja, meneer, dat heeft hij," hernam de onderbetaalmeester; "en hij
+heeft er nog bijgevoegd, dat ik de manschappen en mijn patroon, den
+betaalmeester, niet moest bedriegen. Wordt mij op die manier niet een
+leelijke klad aangewreven, kapitein? Maar ik durf me vleien dat ik
+een goede opvoeding heb genoten en vroeger verkeerde ik in deftige
+kringen. Iedereen kan echter in het ongeluk geraken, en ik voel me
+diep gekrenkt door die schandelijke aantijgingen." Hierop haalde
+meneer Easthupp zijn zakdoek voor den dag en snoot met veel drukte
+zijn neus. "Ik heb meneer Rustig gezegd, dat ik me even fatsoenlijk
+achtte als hij, en in elk geval niet omging met zwarte kerels, waarop
+hij goed vond me een schop te geven, zoodat ik door het luik naar
+beneden tuimelde."
+
+"Al genoeg, betaalmeester, ik heb uw klacht gehoord en gij kunt
+nu gaan."
+
+Meneer Easthupp nam met veel zwier zijn hoed af, maakte een buiging
+en begaf zich langs de groote trap naar beneden.
+
+"Meneer Rustig," zei kapitein Wilson, "gij moet weten, dat de
+voorschriften van den dienst, waaraan wij allen gelijkelijk gebonden
+zijn, niet veroorloven dat een officier zich op eigen hand recht
+verschaft. Ofschoon ik er nu geen aanmerkingen op wil maken, dat gij
+den man een radikalen ellendeling hebt genoemd, want hij verdiende
+dat door het onbeschaamd opdringen van zijn meeningen, toch hebt
+gij geen recht zonder reden iemands karakter aan te vallen--en daar
+de man een post van vertrouwen bekleedt, stond het u volstrekt niet
+vrij hem voor een bedrieger uit te maken. Wilt u me eens verklaren,
+waarom ge die uitdrukking hebt gebruikt?"
+
+Nu had onze held geen eigenlijke bewijzen tegen den man en wist
+tot zijn verontschuldiging niets deugdelijks in te brengen; doch
+opeens schoot hem de reden te binnen, die de kapitein zelf indertijd
+tot vergoelijking der onbehoorlijke taal van meneer Sawbridge had
+aangevoerd. Jack was slim genoeg om te begrijpen, dat hij doel zou
+treffen, en antwoordde dus doodbedaard en eerbiedig:
+
+"Met uw verlof, kapitein Wilson, 't was enkel dienstijver."
+
+"Dienstijver, meneer Rustig? Dat lijkt me maar een zwakke
+verontschuldiging. Maar waarom toch hebt ge den man geschopt? Dat
+zoo iets in strijd was met de verordeningen, moest ge immers weten."
+
+"Jawel, meneer," antwoordde Jack weifelend, "maar ik heb 't toch
+enkel uit dienstijver gedaan."
+
+"Vergun me dan op te merken," hernam kapitein Wilson, terwijl hij
+zich op de lippen beet, "dat uw ijver in dit geval erg misplaatst was,
+en zich naar ik hoop, niet weer, op die wijze zal uiten."
+
+"En toch, meneer," zoo begon Jack weer, die begreep dat hij den
+kapitein een steek onder water gaf en daarom een vrij bedeesd
+gezicht zette, "toch zouden we 't in den dienst zonder ijver niet
+ver brengen--en ik hoop nog eens, volgens uw eigen zeggen een zeer
+ijverig officier te worden."
+
+"Dat hoop ik ook, meneer Rustig," antwoordde de kapitein. "Doch ga
+nu maar heen, en laat me niet weer hooren van schoppen, Zoo'n ijver
+is totaal misplaatst."
+
+"Waarschijnlijk meer dan mijn voet," mompelde Jack onder het heengaan.
+
+Zoodra onze held zich verwijderd had begon kapitein Wilson hartelijk te
+lachen en vertelde aan meneer Sawbridge, hoe hij indertijd diens taal
+tegenover onze held voor een uitvloeisel van louter dienstijver had
+verklaard, maar nu zijn troeven dubbel en dwars weer thuis gekregen
+had. "Inderdaad, meneer Sawbridge, nu blijkt eerst, hoe zwak mijn
+verdediging van u was, doe dus uw voordeel met het lesje."
+
+Sawbridge vond dat ook--maar toch waren beiden 't er over eens,
+dat Jack's rechten van den mensch groot gevaar begonnen te loopen.
+
+Den dag voordat het schip weer uitzeilde, dineerde de kapitein en
+meneer Asper bij den gouverneur; en daar er weinig meer te doen viel,
+droeg meneer Sawbridge, die sedert het binnenloopen van de haven
+nog niet van boord geweest was, voor den namiddag het bevel aan
+meneer Smallsole, den stuurman, over en begaf zich aan wal om eenige
+inkoopen te doen. Nu hebben we reeds opgemerkt, dat die stuurman Jack's
+gezworen vijand was.--Jack lag er al met drie overhoop: met Smallsole,
+met Biggs, den bootsman, en Easthupp, den onderbetaalmeester. Meneer
+Smallsole was wat blij, dat hij eens het commando had en hoopte nu
+gelegenheid te vinden tot het straffen van onzen held, die zich al
+licht bloot zou geven.
+
+Evenals de meeste menschen, die zelden wat te bevelen hebben, was de
+stuurman overdreven lastig en bazig. Hij vloekte tegen de matrozen,
+liet ze hun werk twee, driemaal overdoen, onder voorwendsel, dat het
+niet vlug genoeg ging, en had op iedereen, die aan boord gebleven was,
+wat aan te merken.
+
+"'t Schijnt wel, meneer Biggs, of jullie daar vooruit allen in den dut
+zijt geraakt. Denk je soms dat er niets uitgevoerd behoeft te worden,
+nu de eerste luitenant niet aan boord is? Hoe lang moet 't nog duren
+eer dat hijschen gedaan is?"
+
+De nijdigheid van meneer Smallsole sloeg op meneer Biggs over, en
+van den weeromstuit raakten ook de bootmansmaat en de bakmeester van
+het hondje gebeten, en als meneer Smallsole begon te vloeken, liet
+ook de bootsman zich niet onbetuigd. Zelfs bij den bootsmansmaat,
+de baksmeester en al de matrozen vond dat voorbeeld navolging.
+
+Meneer Smallsole kwam vooruit.
+
+"Verduiveld, meneer Biggs, wat scheelt er toch aan? Kunnen jullie
+niet wat beter aanpakken?"
+
+"We doen ons best al, meneer," antwoordde de bootsman, "maar die
+nietsdoeners op den bak staan ons in den weg." Bij die woorden wierp
+meneer Biggs een blik op onzen held en Mesty, die tegen de verschansing
+geleund stonden.
+
+"Wat voer je hier uit, meneer?" riep Smallsole onzen held toe.
+
+"Niets meneer," antwoordde Jack.
+
+"Dan zal ik je wat te doen geven. Den mast in, en blijf daar tot
+ik je weer beneden roep. Kom mee, meneer, ik zal je den weg wijzen,
+vervolgde de stuurman en begaf zich achteruit. Jack volgde hem tot
+op het halfdek:
+
+"En nu naar boven, meneer."
+
+"Waarom moet ik naar boven, meneer?" vroeg Jack.
+
+"Voor straf, meneer," luidde het antwoord.
+
+"Wat heb ik dan gedaan?"
+
+"Geen praatjes meer--vooruit, naar boven!"
+
+"Met uw verlof, meneer," hernam Jack, "ik zou de zaak eerst nog wel
+willen beredeneeren."
+
+"Wat redeneeren!" bulderde meneer Smallsole. "Naar boven voor den
+donder!"
+
+"Met uw verlof, meneer," vervolgde Jack, "de kapitein heeft me
+meegedeeld, dat de krijgsartikelen de voorschriften waren, waaraan
+iedereen in dienst gebonden was. Nu heb ik ze zoo dikwijls overgelezen,
+dat ik ze haast van buiten ken, en er staat geen woord in over dat
+den mast inzenden." Jack haalde meteen de krijgsartikelen uit zijn
+zak en sloeg ze op.
+
+"Wil je den mast in gaan, meneer, of niet?" zei Smallsole.
+
+"Wilt u me eens wijzen, wat daarvan in de krijgsartikelen staat? Hier
+zijn ze, meneer."
+
+"Ik zeg je nog eens, meneer, den mast in, of anders zal ik je in een
+broodzak laten ophijschen."
+
+"Van broodzakken komt niets in de krijgsartikelen voor, meneer,
+maar ik zal u zeggen wat er wél in staat." En nu begon Jack te lezen:
+
+"Alle vlagofficieren, en alle personen behoorende tot de bemanning
+van Zijner Majesteits oorlogschepen, zullen, indien zij zich schuldig
+maken aan vloeken, dronkenschap, of andere schandelijke handelingen,
+gestraft worden als volgt:--"
+
+"Wel vervloekt!" riep de stuurman dol van woede uit, nu hij de geheele
+equipage hoorde grinniken. "Wil je nu naar boven gaan, of niet?"
+
+"Met uw verlof, liever niet."
+
+"Dan hebt ge u als in arrest te beschouwen--ik zal je, zoo waar ik
+leef, voor den krijgsraad brengen. Naar beneden, meneer."
+
+"Met alle genoegen, meneer," hernam Jack, "dat komt volkomen overeen
+met de krijgsartikelen, waaraan we ons te houden hebben." Jack stak
+nu zijn afschrift weer in den zak en begaf zich naar beneden naar
+de voorlongroom.
+
+Spoedig daarop volgde hem Jolliffe, die het heele standje had
+aangehoord. "Beste jongen," zei hij, "dat is een leelijk geval;
+je had den mast in moeten gaan."
+
+"Ik had er eerst eens nader over willen praten," antwoordde Jack.
+
+"Ja, dat zou iedereen wel willen; maar als dat mocht, zou de dienst
+telkens belemmerd worden--en dat gaat niet. Je hebt te beginnen met
+aan het bevel te gehoorzamen; is het bevel onrechtvaardig, dan kun
+je later je beklag indienen."
+
+"Zoo staat 't niet in de krijgsartikelen."
+
+"Maar in den dienst is het toch zoo."
+
+"De kapitein heeft me gezegd, dat de krijgsartikelen het richtsnoer
+waren voor den dienst, en dat we er allen gelijkelijk aan te
+gehoorzamen hadden."
+
+"Alles goed en wel, maar toch geloof ik niet, dat de krijgsartikelen
+je veel baten zullen. Er wordt in gezegd, ieder officier, matroos,
+enz. die zich schuldig maakt aan ongehoorzaamheid ten opzichte van
+een wettig bevel, enz.--Welnu, valt gij niet onder de termen van
+dat artikel?"
+
+"Dat staat nog te bewijzen," antwoordde Jack. "Met een wettig bevel
+wordt bedoeld een bevel, dat steunt op een wet; en waar is nu die
+wet?--Bovendien heeft de kapitein me, toen ik dien lammeling een schop
+had gegeven, gezegd, dat alleen de kapitein tot straffen bevoegd was,
+en dat officieren niet op hun eigen handje gerechtigheid mochten
+uitoefenen; hoe kan de stuurman het dan?"
+
+"Al zou hij als bevelhebber verkeerd gehandeld hebben, dan is dat voor
+u, als mindere in rang, nog geen reden om hem niet te gehoorzamen. Als
+dat geoorloofd was, als elk bevel moest gewikt en gewogen worden of
+het al of niet rechtvaardig was, dan zou 't met alle tucht gedaan
+zijn. Vergeet ook niet, dat in den dienst het gebruik nagenoeg met
+de wet gelijk staat."
+
+"Daar valt nog al een en ander tegen in te brengen."
+
+"In den dienst niet, beste jongen. Bedenk maar eens, dat er ook aan den
+vasten wal twee wetten bestaan; de geschrevene en de ongeschrevene,
+dat is: het gebruik. Natuurlijk is dat in den zeedienst ook zoo,
+want men kan niet alles onder artikelen brengen."
+
+"Maar een krijgsraad kan toch in alles voorzien," hernam Jack.
+
+"Den dood of ontslag uit den dienst hebt gij er van te wachten--en
+geen van beide is bijzonder aangenaam. Gij hebt uzelven leelijk in
+de klem gebracht, en al is de kapitein u blijkbaar genegen, hij mag
+het nu gebeurde niet onopgemerkt laten. Gelukkig is 't maar met den
+stuurman en niet met een van de andere officieren, maar toch zult ge
+moeten toestemmen, dat de kapitein het niet door de vingers kan zien."
+
+"Ik zal u eens wat zeggen, Jolliffe," begon Jack weer, "mijn oogen
+beginnen voor vele dingen open te gaan. Toen ik vreemd opkeek van een
+lompe bejegening, zei de kapitein me, dat ze enkel aan dienstijver toe
+te schrijven was; en nu bemerk ik, dat wat van een meerdere tegenover
+een mindere dienstijver is, in het omgekeerde geval onbeschaamdheid
+wordt. De krijgsartikelen heeten een richtsnoer voor allen zonder
+onderscheid--maar de stuurman vergrijpt zich bij herhaling aan
+artikel twee en loopt vrij, terwijl ik gestraft moet worden, omdat
+ik iets weiger te doen wat niet in de artikelen wordt vermeld. Hoe
+kon ik weten, dat ik voor straf den mast in moest! te meer daar
+de kapitein beweerd heeft, dat hij alleen tot straffen gerechtigd
+is. Als ik gehoorzaam aan een bevel, dat lijnrecht in strijd is met
+dat van den kapitein, is zoo iets dan niet even erg alsof ik hem
+ongehoorzaam was? Ik geloof niet dat mijn zaak zoo slecht staat,
+en mijn bewijsgronden zijn niet te weerleggen."
+
+"Toch vrees ik, dat er weinig acht op zal geslagen worden en dat de
+stuurman het pleit winnen zal."
+
+"Dat zou immers tegen alle recht en billijkheid strijden!"
+
+"Maar volkomen overeenstemmen met de gebruiken in den dienst."
+
+"Ik geloof, dat ik een groote dwaas ben," merkte Jack na een poos
+op. "Raad eens, Jolliffe, waarom ik op zee gegaan ben."
+
+"Omdat je niet besefte hoe goed je 't thuis had."
+
+"Daar is veel van aan; maar toch mijn eigenlijke reden was, dat ik hier
+de gelijkheid hoopte vinden, die ik aan wal tevergeefs had gezocht."
+
+Jolliffe keek gek op.
+
+"Beste jongen, heb ik je niet hooren zeggen, dat je die denkbeelden
+van uw vader hebt overgenomen? Zonder oneerbiedig tegenover hem te
+willen wezen, mag ik toch niet verzwijgen, dat hij òf een gek òf een
+zonderling moet zijn, als hij op zijne jaren nog niet heeft ingezien,
+dat zoo iets als gelijkheid onbestaanbaar is."
+
+"Dat begin ik ook te denken," antwoordde Jack; "maar het is nog geen
+bewijs dat 't niet zoo diende te wezen."
+
+"Neem me niet kwalijk, maar het niet-bestaan er van bewijst op zichzelf
+al genoeg. Je zoudt evengoed volmaakt geluk kunnen verwachten. Uw
+vader schept zich hersenschimmen."
+
+"'t Zal maar het beste wezen, dat ik weer naar huis ga."
+
+"Neen, mijn waarde Rustig, het best wat je doen kunt is in dienst
+blijven, want dat zal een eind maken aan al dergelijke onzinnige
+denkbeelden, en je zult er een ferme, flinke kerel door worden. De
+dienst is een harde, maar een goede leerschool; alles is er wel niet
+onberispelijk, maar wat is er in de wereld zonder gebreken? Maar om
+nog eens op het geval met Smallsole terug te komen ik geloof stellig,
+dat je morgen den mast in zult moeten."
+
+"We zullen zien," antwoordde Jack. "Ik ga nu voorloopig maar naar
+kooi."
+
+
+
+
+Tiende hoofdstuk.
+
+ Onze held begint zelfstandig te handelen en te oordeelen.
+
+
+Wat ook Jacks gedachten mogen geweest zijn, in elk geval werd zijn
+rust er niet door gestoord. Jolliffe's beweringen, hoe gegrond ook,
+hadden weinig vat op hem. "Nu," dacht Jack, "al moet ik ook den mast
+in, dan bewijst dat nog niet, dat mijne bewijsgronden niet deugen,
+maar enkel dat er geen gehoor aan gegeven wordt." En bij die gedachte
+sloot hij de oogen en was weldra in diepe rust.
+
+De stuurman rapporteerde het gebeurde aan den eersten luitenant en
+deze aan den kapitein, zoodra die den volgenden morgen aan boord
+kwam. Rustig werd nu in de kajuit ontboden om te hooren of hij ook
+iets te zijner verontschuldiging had in te brengen. Jack bleef wel een
+half uur lang aan het redeneeren en zette al de bewijsgronden, die hij
+reeds tegen Jolliffe had ontvouwd, in het breede uiteen. Daarop werd
+meneer Jolliffe gehoord en eindelijk ook meneer Smallsole ondervraagd,
+waarna de kapitein en de eerste luitenant alleen gelaten werden.
+
+"'t Is toch maar waar, Sawbridge," zei kapitein Wilson, "dat elke
+afwijking van den rechten weg ons onherroepelijk in de klem brengt. Ik
+heb verkeerd gehandeld. Uit zucht om den jongen aan zijn vaders
+leiding te onttrekken en uit vrees dat ik hem anders niet aan boord
+zou krijgen, heb ik hem den dienst veel mooier voorgespiegeld dan
+ik had moeten doen. Al wat hij zegt, heb ik hem zelf voorgepraat en
+zoodoende ben ik eigenlijk dengene, die hem op een dwaalspoor heeft
+gebracht. Meneer Smallsole heeft zich eigenmachtig en onrechtvaardig
+gedragen; hij strafte den jongen zonder dat deze iets misdreven had,
+en met dat al kom ik nu maar in een leelijk parket. Straf ik den
+knaap, dan doe ik dat meer om mijn eigen fout en die van anderen, dan
+om de zijne. Straf ik hem niet, dan laat ik toe, dat een ernstige,
+openlijke schending der krijgstucht ongewroken blijft, wat hoogst
+nadeelig zou zijn voor den dienst."
+
+"Hij moet noodzakelijk gestraft worden, meneer," antwoordde Sawbridge.
+
+"Laat hem eens hier komen," zei kapitein Wilson.
+
+Jack verscheen en maakte een zeer beleefde buiging.
+
+Meneer Rustig, daar gij in de meening verkeert dat de krijgsartikelen
+al de wetten en voorschriften van den dienst behelzen, wil ik
+aannemen dat gij uit onwetendheid gedwaald hebt. Maar al is dit zoo,
+toch zult ge wel inzien, dat zulk een schending van de tucht niet
+onopgemerkt voorbij kan gaan zonder een hoogst schadelijken invloed
+uit te oefenen op de manschappen, wier gehoorzaamheid gesterkt
+wordt door het voorbeeld der officieren. Ik ben stellig overtuigd
+van uw dienstijver, dien gij nog gisteren heb getoond in het geval
+met Easthupp, en ik twijfel geen oogenblik of gij zult inzien hoe
+noodzakelijk het voor mij is, door u te straffen aan de bemanning
+blijk te geven, dat de tucht gehandhaafd moet worden. Daarom zal ik
+u op het halfdek ontbieden en last geven in den mast te klimmen en
+wel in tegenwoordigheid van de gansche equipage, want uw weigering
+is ook in aller tegenwoordigheid geschied."
+
+"Met het grootste genoegen, kapitein Wilson," antwoordde Jack.
+
+"En in het vervolg verzoek ik u er aan te denken, meneer Rustig, dat
+als een meerdere u straft, en gij u verbeeldt onrechtmatig behandeld
+te worden, gij u eerst aan de straf hebt te onderwerpen, en u daarna
+tot mij kunt wenden om herstel van geleden onrecht."
+
+"Zeer zeker zal ik dat, meneer," antwoordde Jack, "nu ik maar eenmaal
+weet wat uw verlangen is."
+
+"Gij zult me verplichten met naar het halfdek te gaan en daar te
+blijven tot ik kom, meneer Rustig."
+
+Jack boog zoo diep mogelijk en verwijderde zich.
+
+"Die goede Jolliffe heeft me wel gezegd, dat ik er aan zou moeten
+gelooven," zei Jack bij zichzelf, "en hij heeft 't geraden; maar ik
+laat me hangen als ik niet volkomen gelijk had, en verder kan 't me
+niet schelen."
+
+Kapitein Wilson liet den stuurman roepen en gaf hem een uitbrander
+over zijn baasspelen, daar er blijkbaar geen enkele reden voor straf
+was geweest. Nooit mocht hij weer een adelborst den mast inzenden,
+maar hij moest van wat hij een vergrijp achtte rapport doen aan den
+eersten luitenant of aan hemzelf. Vervolgens begaf hij zich naar het
+halfdek, liet Rustig bij zich komen en deelde hem naar het scheen
+een duchtige berisping toe, waarbij Jack echter een vrij kalm gezicht
+zette, omdat hij wel wist dat de kapitein alleen uit dienstijver hem
+een standje maakte. Daarna kreeg onze held bevel den mast in te gaan.
+
+Jack nam zijn hoed af en deed drie of vier stappen om aan het bevel
+gevolg te geven, maar keerde toen eensklaps terug en vroeg met een
+allerbeleefdste buiging of het kapitein Wilsons bedoeling was dat
+hij in den fokkemast, of wel dat hij in den grooten mast zou klimmen.
+
+"In den grooten, meneer Rustig," antwoordde de kapitein en beet zich
+op de lippen. Jack klauterde een sport of drie den Jacobsladder op,
+maar hield toen opnieuw stil en nam zijn hoed af.
+
+"Verschoon me, kapitein Wilson--gij hebt me niet gezegd of het uw
+wensch was dat ik tot de steng of tot de bramdwarszalings....
+
+"Tot de bramdwarszalings, meneer Rustig," viel de kapitein haastig in.
+
+Jack klom nu op zijn gemak naar boven, hield bij de groote mars
+even stil om adem te scheppen, wat verderop om eens rond te kijken
+en kwam ten slotte op de bedoelde plek, waar hij zitten ging en zijn
+krijgsartikelen voor den dag haalde om ze nogmaals te doorlezen, ten
+einde te zien of bij aan zijn betoog soms nog meer kracht had kunnen
+bijzetten. Nog nauwelijks had hij 't tot het zevende artikel gebracht
+of er werd geroepen: "Anker op!" en meneer Sawbridge kommandeerde:
+"Alle hens beneden!"
+
+Jack vouwde nu zijn afschrift op en kwam even langzaam naar omlaag
+als hij naar boven geklauterd was. Hij was een veel beter wijsgeer
+dan zijn vader.
+
+Weldra was de Harpij onder zeil en richtte den steven naar Kaap de
+Gata, waar kapitein Wilson een paar Spaansche schepen hoopte in te
+rekenen, om daarna koers te zetten naar Toulon, waar hij bevelen van
+den admiraal zou ontvangen.
+
+Zwakke briesjes en windstilten wisselden elkaar af, zoodat de vaart
+erg vervelend was; maar de booten werden telkens uitgezet om langs
+de kust jacht te maken op schepen. Meestal verzocht Jack om daarbij
+dienst te mogen doen, en ofschoon hij nog maar kort op zee was, kon
+hij toch om zijn leeftijd en kracht tot de meest bruikbare adelborsten
+gerekend worden, zoolang hem niet een of andere gril in het hoofd
+kwam. Jack had dan ook tot nog toe al die tochten meegemaakt en zich
+daarbij steeds voorbeeldig gedragen.
+
+Toen de Harpij op de hoogte van Tarragona was, deden er zich aan boord
+verscheidene gevallen van buikloop voor; ook Asper en Jolliffe waren
+onder de lijders. Hierdoor werd het aantal der officieren beperkt
+en juist in die dagen had de bemanning van een visschersboot,
+in de hoop van daardoor zelf vrij te komen, medegedeeld dat er,
+zoodra de wind gunstig zou zijn, van den kant van Rosas een klein
+konvooi koopvaardijschepen zou opkomen onder bedekking van twee
+kanonneerbooten.
+
+Kapitein Wilson hield behoorlijk uit den wal, totdat de wind
+veranderde en, nadat hij aan de schepen den tijd had gegund om den
+afstand tusschen Tarragona en Rosas af te leggen, legde hij 't er in
+den avond op aan om ze weer in te halen. Maar de wind ging opnieuw
+liggen en nu werden de sloepen uitgezet met het doel om langs de
+kust te varen, want men veronderstelde dat de vaartuigen niet veraf
+konden zijn. Meneer Sawbridge voerde in de pinas de expeditie aan;
+de eerste kotter stond onder bevel van den konstabel Minus; en, daar
+de andere officieren ziek waren, gaf Sawbridge aan Jack, met wien hij
+dagelijks meer ophad, op zijn verzoek het kommando over den tweeden
+kotter. Zoodra Mesty dat hoorde, gaf hij aan onzen held te kennen,
+dat hij mee wenschte te gaan. Jack wist nu te bewerken, dat Mesty mee
+mocht als plaatsvervanger van een der mariniers, die onder de lijders
+aan buikloop behoorde, en de eerste luitenant vond daar geen bezwaar
+in, vooral daar Mesty als een handige kerel bekend stond.
+
+Om tien uur in den avond verlieten de booten het schip; en daar zij
+misschien eerst laat op den volgenden dag zouden terugkeeren, werd
+er voor één dag beschuit en rum mee aan boord genomen, opdat er geen
+gebrek zou geleden worden. De booten hielden op den wal aan en voeren
+drie uren langs de kust zonder iets te zien; 't was een heldere avond,
+maar zonder maanlicht. De windstilte duurde voort en reeds begonnen
+de roeiers vermoeid te worden, toen zij opeens bij een landtong het
+konvooi onder een lichten bries met gebraste zeilen zagen naderen.
+
+Onmiddellijk beval meneer Sawbridge het roeien te staken en zich
+onder afwachting voor den aanval gereed te maken.
+
+De witte zeilen van de kanonneerboot vooraan waren nu duidelijk te
+onderscheiden van de andere vaartuigen, die alle zonder eenige orde
+in haar zog voeren. Als een fiere zwaan gleed zij over het water,
+de zeilen stonden gespannen en ze had een vaart van drie knoopen in
+het uur.
+
+Sawbridge liet de booten met de koppen recht op haar aanhouden en,
+eer ze er op verdacht was, bevond ze zich tusschen de barkas aan
+den eenen en de twee kotters aan den anderen kant; de tegenstand was
+gering, maar toch werden er eenige geweer- en pistoolschoten gelost,
+waardoor alarm werd gemaakt. Meneer Sawbridge vermeesterde ze met de
+bemanning van de barkas, terwijl hij de kotters op de grootste schepen,
+van het konvooi afzond. Maar nu kwam de tweede kanonneerboot, die tot
+nog toe niet gezien was, plotseling opdagen om haar kameraad te hulp
+te schieten.
+
+Sawbridge kommandeerde de helft van zijn manschappen in de barkas,
+die van een stuk zwaar geschut voorzien was en zond haar aan de kotters
+te hulp, die recht op de kanonneerboot aanstevenden. Er werd tegen de
+naderende booten een hevig vuur geopend, maar daar de bevelvoerende
+officier van de kanonneerboot geen hulp kreeg van de andere, begon
+hij te meenen dat ze al prijs gemaakt was, loefde bij den wind op en
+koos de volle zee. Onze held zette haar na, ofschoon hij de andere
+booten uit het gezicht had verloren; maar de wind werd aangewakkerd en
+alle vervolging werd vruchteloos. Daarom richtte hij zijn koers naar
+het konvooi en na ingespannen roeien klampte hij een eenmaster van
+ongeveer vijftig ton aan boord. Metsy, wiens oogen zoo scherp waren
+als die van een valk, had opgemerkt dat, toen er alarm werd gemaakt,
+verscheidene van het konvooi nog niet den hoek om waren en daarom
+stelde hij voor met dit vaartuig, dat zeer licht was, korte gangen te
+maken, de landtong om te zeilen, alsof ze op de vlucht waren, en op
+die wijze gelegenheid te vinden nog eenige andere buit te maken. Het
+konvooi, dat de hoek reeds om was, had met de kanonneerboot onder
+een stevige bries het ruime sop gekozen. Het achterna te zetten was
+dus nutteloos; en enkel het voorstel van Mesty bood eenige kans aan.
+
+Zoo was hij met een gang of drie, vier ongeveer zes of zeven mijlen
+verder gekomen, toen hij aan lij seinen tot terugroeping bespeurde,
+waaraan het geschut kracht bijzette.
+
+"Meneer Sawbridge verlangt, dat we terug zullen komen, Mesty."
+
+"Laat meneer Sawbridge zich met zijn eigen zaken bemoeien." antwoordde
+Mesty, wij hebben toch al die moeite van het laveeren niet voor
+niet gedaan."
+
+"Maar Mesty, we moeten de bevelen gehoorzamen."
+
+"Jawel, zoolang ze ons onder den duim hebben; maar nu moeten we
+doen wat we zelf willen. Als hij me terug wil zien, moet hij me
+maar vangen."
+
+"Maar wij zullen van het schip afdwalen."
+
+"Dat vinden we wel terug, Massa Rustig."
+
+"Maar ze zullen denken, dat we verongelukt zijn."
+
+"Des te beter, we moeten niet achter ons zien, Massa Rustig; we kunnen
+nu eens een prachtigen tocht hebben. Morgen nemen we een groot schip,
+gaan onder zeil, nemen er nog meer, en gaan dan naar Toulon."
+
+"Maar ik weet den weg niet naar Toulon; ik weet alleen dat het dien
+kant uit ligt, en meer niet."
+
+"Dat is genoeg, wat behoeven we meer te weten? Vooronderstel eens,
+Massa Rustig, dat wij de vloot niet vinden, dan zal de vloot ons
+spoedig vinden. Er is hier nog nooit iemand verloren geraakt. Laat in
+'t vervolg een ander beschuit roosteren en den ketel te vuur zetten
+voor de heeren. Zoo'n moorddadige Ier! als ik er nog aan denk, Massa
+Rustig--ik pot koken, ik, die in mijn eigen land een vorst was!"
+
+Rustig was het vrij wel met Mesty eens; "want," zoo redeneerde hij,
+"als ik nu terugkeer breng ik enkel een klein vaartuig half vol boonen
+mee en ik zou me schamen me te vertoonen. Nu zullen ze wel vermoeden,
+dat de kanonneerboot ons in den grond heeft geboord, maar ze kunnen dan
+ook wijzen op een gevecht met een kanonneerboot. Het zal den schijn
+hebben, alsof er veel feller gestreden is dan werkelijk het geval
+was, en dat kan meneer Sawbridge tot voordeel strekken. En wat een
+blijdschap, als ze later ontdekken dat we niet om zeep zijn geraakt,
+te meer als we bovendien buit mee brengen--wat stellig gebeuren moet,
+of anders ga ik niet terug. 't Komt niet dikwijls voor, dat iemand
+een kommando krijgt als hij pas twee maanden op zee is en nu ik er
+eenmaal een heb, wil ik 't niet weer afstaan. Meneer Smallsole moet
+maar een ander zien te vinden om den mast in te zenden. Het spijt me
+alleen voor dien armen Gossett; houdt Vigors mij voor dood, wat zal hij
+'t dien armen stakker dan benauwd maken--maar als ik terugkom zal hij
+er van lusten. In elk geval wil ik van mijn kruistocht niet afzien."
+
+"Ik heb er de manschappen over gesproken, Massa, en ze zeggen allen,
+dat ze als een klis zullen aanhangen. Nu dat in orde is, moesten we
+maar niet langer talmen."
+
+Korten tijd na deze beslissing van den kant van onzen held, brak de
+dag aan. Jack keek eerst aan lij en bespeurde dat de kanonneerboot
+en het konvooi ongeveer tien mijlen verder met volle zeilen op de
+kust aanhielden, achtervolgd door de Harpij. Hij kon ook waarnemen,
+dat de veroverde kanonneerboot hun 't ontsnappen poogde te beletten.
+
+"De Harpij zal ze gauw ingerekend hebben!" riep Mesty uit.
+
+Zij hadden 't zoo druk met naar de Harpij en het konvooi te kijken,
+dat ze een tijd lang geheel en al vergaten op de loefzijde te
+letten. Eindelijk wendde Mesty de oogen dien kant uit.
+
+"Te deksel! ik heb toch wel goed gezien gisterennacht; kijk maar,
+Massa Rustig--een brik en twee schoeners--die zijn ons. We zullen
+vannacht goeden buit maken."
+
+De door Mesty ontdekte schepen waren niet meer dan drie mijlen te
+loevert op verwijderd en hadden alle zeilen bijgezet om spoedig onder
+bescherming van een nabijgelegen batterij te komen.
+
+"Nu moeten we vooral zorgen, Massa, dat ze onze boot niet in de
+gaten krijgen; laten we liever wat meer afhouden, totdat zij voor
+den nacht het anker laten vallen; als het dan donker is geworden,
+pakken wij ze in."
+
+Mesty's raad was goed, behalve dat hij onzen held niet tot
+ongehoorzaamheid aan de bevelen had moeten aanzetten. Zij deden al hun
+best om te zorgen, dat het schip niet te dicht bij de anderen kwam,
+en sloegen de bewegingen van de Harpij nauwkeurig gade.
+
+De afstand was te groot om duidelijk te kunnen onderscheiden, maar
+Mesty klom in den mast van het schip en hield Jack geregeld op
+de hoogte.
+
+"Daar valt een schot--al weer een. Dat is onze kanonneerboot--neen toch
+niet. Wacht, daar heb je ze. Jongens, wat geven ze vuur! Bom, bom,
+bom! De Spanjaard krijgt 't leelijk te kwaad, hij houdt op met vuren
+en strijkt de vlag al. De Harpij rekent ze allen in. Laten we ons nu
+maar niet te veel vertoonen; enkel twee man aan dek en de jekkers uit,
+dat ze ons niet herkennen."
+
+Mesty had goed gezien; de Harpij had de andere kanonneerboot en
+het heele convooi vermeesterd. Het eenige, waarover ze zich bij dat
+buitenkansje te beklagen hadden, was de verdwijning van meneer Rustig
+en den kotter; zeker was hij door een schot van de kanonneerboot in den
+grond geboord en de gansche bemanning verdronken. Kapitein Wilson en
+meneer Sawbridge betreurden het verlies van onzen held innig, omdat ze,
+als eenmaal de wilde haren er uit zouden zijn, veel van hem verwacht
+hadden, Ook meneer Asper speet het zeer, vooral omdat met Jack ook
+zijn beurs verdwenen was, en de kleine Gossett beklaagde zich het
+meest, omdat hij nu van Vigors geen genade meer te wachten had. Enkele
+echter waren blij, dat hij weg was. Vier en twintig uren werden de
+verloren gewaanden betreurd, wat voor een oorlogsschip al heel lang
+is, en daarna dacht niemand meer aan hen. We laten nu de Harpij haar
+weg naar Toulon voortzetten en zullen zelf onzen held volgen.
+
+De bemanning van den kotter begreep zeer goed, dat Jack tegen de
+bevelen handelde, maar iedere afwisseling van het eentonige leven op
+een oorlogsschip was hun welkom.
+
+Er moest echter spoedig wat gedaan worden, want ze hadden maar voor
+één dag proviand bij zich en ook op het Spaansche schip vonden ze haast
+niets dan boonen. Een deel er van werd in een ketel gedaan om er soep
+van te koken en nu was het dien eersten dag boonensoep voor ontbijt,
+boonensoep voor het middagmaal en altijd maar weer boonensoep, wat
+Jack lang niet beviel.
+
+Door een der matrozen, die wat Spaansch verstond, werden nu de drie
+gevangenen, die op het schip waren, ondervraagd naar de vaartuigen te
+loevert, maar zij wisten niet meer te vertellen, dan dat ze waarde
+inhadden en dat het eene van geschut voorzien was. Zoodra de zon
+onderging, lieten de schepen op de hoogte van de batterij de ankers
+vallen. Er bleef een flauw briesje waaien en het schip, waarop Jack
+zich bevond, was omstreeks vier mijlen aan lij. De Harpij was geheel
+uit het gezicht geraakt, en 't werd nu tijd te beslissen wat men doen
+zou. Zoodra het donker geworden was, liet Jack al de manschappen
+bijeenkomen en hield een vrij lange toespraak. Hij wees er op, hoe
+zijn ijver er hem toe gebracht had niet naar de Harpij terug te keeren,
+voordat hij iets mee kon brengen wat de moeite waard was; het eten van
+altijd maar boonen en nog eens boonen was verre van pleizierig en hun
+toestand eischte noodzakelijk verbetering; op nog geen vier mijlen
+afstand lag een groot schip, dat hij van plan was te vermeesteren;
+hadden ze dat eenmaal dan zouden ze er nog meer nemen; hij rekende op
+hun dapperheid en stelde zich van den kruistocht heel wat voor. Zij
+moesten zich beschouwen als aan boord van een oorlogsschip, zoodat ze
+gebonden waren door de krijgsartikelen, die voor allen evenzeer golden,
+en in geval zij ze vergeten mochten zijn, had hij een afschrift in
+zijn zak, dat hij morgenochtend zou voorlezen, zoodra zij aan boord
+van het schip goed op orde waren. Daarna benoemde hij Mesty tot eersten
+luitenant, den marinier tot sergeant, den kwartiermeester tot bootsman;
+twee matrozen tot adelborsten om wacht te houden; twee anderen tot
+bootsmansmaats en de twee, die nog overbleven, werden aangewezen tot
+stuurboord- en bakboord-wacht. De bemanning van den kotter was zeer
+tevreden met Jacks toespraak en met hun bevordering en nu volgde er een
+gewichtige beraadslaging hoe men het moest aanleggen om het vreemde
+schip te veroveren. Naar Mesty's raad besloot men niet ver voor het
+schip te ankeren, tot twee uur in den morgenstond te wachten, en het
+dan met den kotter zoo stil mogelijk te naderen en te vermeesteren.
+
+Tegen negen uur ankerden zij en Jack bemerkte tot zijn verwondering,
+dat het schip vrij wat grooter was dan hij vermoed had. De Spaansche
+gevangenen werden aan handen en voeten gebonden en men zorgde er voor
+dat ze geen geluid konden geven; de zeilen werden geborgen en alles
+was doodstil.
+
+Aan boord van het Spaansche schip daarentegen heerschte veel drukte
+en leven, en omstreeks half elf zagen ze een boot afzetten en naar
+de wal roeien; daarna hield het rumoer langzamerhand op. de lichten
+gingen een voor een uit en toen was alles stil.
+
+"Wat dunkt je, Mesty?" zei Jack; "zouden we het nemen?"
+
+"Of we het nemen zullen? Zeker zullen we dat, wacht maar even, laat
+ze eerst maar in vasten slaap zijn."
+
+Tegen twaalven begon het te motregenen, wat de plannen van onzen
+held zeer te stade kwam. Daar het echter te voorzien was dat de
+lucht spoedig weer zou ophelderen, raadde Mesty aan nu niet langer
+te dralen. Zij kropen zoo stil mogelijk in de boot, roeiden slechts
+met twee riemen, lagen weldra onder den boeg van het schip en klommen
+langs de ankerkettingen op het dek, waar ze niemand vonden. "Pas op,
+niet schieten!" zei Mesty tegen de manschappen die boven kwamen en lei
+hun daarbij den vinger op de lippen, om tot stilte aan te manen. Toen
+allen op het dek waren en de boot vastgelegd was, gingen ze onder
+geleide van Jack en Mesty behoedzaam rond, zonder een levende ziel
+te ontdekken. De luiken waren allen zorgvuldig gesloten, maar in het
+kompashuisje brandde een licht. Twee man werden naar voren gezonden
+om daar de wacht te houden en nu werd er bij het stuurrad overlegd
+wat er gedaan moest worden.
+
+"Het schip is ons!" zei Mesty, "maar we moeten heel voorzichtig te werk
+gaan. Daar ligt er geloof ik eentje tusschen de kanonnen te slapen. Als
+de regen even vermindert, kunnen we beter zien. Stil allemaal."
+
+"Er moeten heel wat manschappen op dit schip zijn," merkte onze held
+op; "het is vrij groot en voert twaalf of veertien stukken geschut--hoe
+zullen we er ons meester van maken?
+
+"Dat komt in orde, zoodra 't maar wat lichter wordt," antwoordde Mesty.
+
+"De regen heeft al opgehouden," zei Rustig. "Als we die lantaren eens
+uit het kompashuisje namen en rondlichten?"
+
+Dit geschiedde en weldra vonden ze tusschen twee van de kanonnen een
+hoop onder eenige dekens liggen. "Daar heb je de wacht," fluisterde
+Mesty; "geduld even--we zijn noch niet klaar."
+
+Mesty blies het licht uit en allen keerden terug naar het
+kompashuisje. Dicht bij den bezaansmast vond onze neger een kabel,
+waarvan hij eenige stukken afsneed en die hij aan de anderen te
+splitsen gaf. In een oogenblik waren er nu een menigte einden touw
+om de manschappen mee te binden.
+
+"Nu de lantaren weer opgestoken, dan zullen we die luie honden eens
+inrekenen. Stop hun vooral den mond, dat ze geen kik kunnen geven."
+
+"Maar als ze nu eens den mond vrij krijgen en een schreeuw
+laten?" vroeg Jack.
+
+"Dan geen pardon meer?" antwoordde Mesty met een bijna duivelsche
+uitdrukking op zijn gelaat en liet het mes zien, dat hij in de
+rechterhand hield.
+
+"O neen, geen moord!"
+
+"Als het anders kan, dan zeker niet, Massa. Maar wat zal er van ons
+worden als zij de overhand krijgen? De Spanjaarden hebben ook messen
+en maken er duchtig gebruik van."
+
+Zij slopen nu behoedzaam naar de plek waar de Spanjaards lagen. De
+maatregelen waren goed genomen. Twee man moesten proppen in de monden
+stoppen en de anderen handen en voeten binden. Mesty en Rustig knielden
+bij het kaarslicht naast hen neer en hielden de messen opgeheven om
+hen het zwijgen op te leggen, of toe te stooten, als hun eigen behoud
+dat vereischte.
+
+De dekens werden van den eersten man afgelicht; hij sloeg de oogen
+op, maar de bootsman had hem de hand al op den mond--en hij werd
+zonder gerucht geboeid. De beide anderen werden wakker en wierpen
+hun bedekking af, maar ook zij werden ingerekend, zonder dat er bloed
+behoefde gestort te worden.
+
+"Wat nu gedaan, Mesty."
+
+"Nu het achterluik opengezet en opgepast--zoodra er een boven komt
+wordt hij gekneveld; komen er geen meer boven, dan wachten we tot de
+dag aanbreekt en zien hoe het er mee staat."
+
+Mesty ging eens op den bak kijken of er wel goed wacht gehouden werd,
+en na het heele dek rondgeweest te zijn blies hij de kaars uit en
+vatte met de overigen post bij het achterluik.
+
+Met het aanbreken van den dag ontwaakten de Spanjaarden, die de wacht
+moesten overnemen, kleedden zich en kwamen aan dek zonder een flauw
+vermoeden, dat de Engelschen er meester zouden zijn. Mesty en de
+overigen hielden zich terug en lieten allen boven komen zonder dat
+zijzelf opgemerkt werden. Er waren er vier, die slaperig rondkeken,
+waar hun kameraads toch wel wezen mochten.
+
+Het luik werd door Jack weer gesloten, en eer zij goed wisten wat
+hun overkwam, waren allen vier stevig geboeid, zonder dat er een kik
+was gelaten.
+
+Intusschen begon het vrij licht te worden en zij bespeurden nu
+dat ze een flink schip vermeesterd hadden--maar er viel nog meer
+te doen. Natuurlijk bevonden zich een aantal manschappen op het
+schip en bovendien waren ze geen mijl verwijderd van de batterij
+op de kust. Mesty liet nu boven het rooster van het voorluik een
+flinken kabel opschieten, zoodat de zwaarte daarvan het openen van
+den binnenkant belette.
+
+"De hoofdzaak is nu, meneer Rustig, dat we den kapitein in onze macht
+krijgen; we moeten hem op het dek lokken. Zet het kajuitsluik open en
+houd het achterluik goed gesloten. Laat er twee man bij post vatten
+en de overigen naar achteren komen."
+
+"Ja," antwoordde Jack, "'t zal heel wat moeite in hebben ons van den
+kapitein te verzekeren. Hoe krijgen we hem boven?"
+
+"Hem boven krijgen? O, dat zal best gaan."
+
+Mesty begon nu met een opgerolden kabel een vreeselijk misbaar op het
+dek te maken. Kort daarop hoorde men een driftig schellen van uit de
+kajuit en een oogenblik later kwam er een man de kajuitstrap ophollen,
+doch werd onmiddelijk ingerekend.
+
+"Dat is de oppasser maar," zei Mesty, "hij komt vertellen, dat we
+niet zoo'n verduiveld leven moeten maken. Wacht even--we zullen den
+kapitein zoo kwaad maken, dat hij zelf voor den dag komt."
+
+Mesty hervatte nu het leven maken met den kabel, en het gevolg was
+zooals hij voorspeld had. Binnen weinige minuten kwam de kapitein
+zelf woedend naar boven stuiven. Zoodra zij de kajuitsdeur hoorden
+opensmijten verscholen zich de matrozen en onze held achter de vrij
+hooge kap van het luik, ten einde den kapitein gelegenheid te geven om
+geheel en al op het dek te komen. De manschappen, die reeds gekneveld
+waren, lagen onder de dekens. De kapitein was een forschgebouwd man
+en het kostte heel wat moeite hem meester te worden.
+
+"Nu zijn we klaar," zei Mesty, "het schip is ons; maar ik moet hem
+angst aanjagen."
+
+De kapitein was op het dek tegen een der kanonnen gezeten en Mesty
+hield met zijn langen, gespierden arm zijn scherp mes dreigend
+boven hem opgeheven, alsof hij elk oogenblik gereed stond hem in het
+hart te treffen. De Spaansche kapitein vond zijn toestand verre van
+aangenaam. Hij werd nu ondervraagd omtrent het getal der manschappen
+en officieren en beantwoordde alle vragen naar waarheid. Strak hield
+hij den blik gericht op het onheilspellende gelaat van Mesty, die
+slechts op een wenk scheen te wachten.
+
+"De zaak is nu bijna gezond," zei Mesty. "We moeten nu naar beneden
+en de overige manschappen inrekenen."
+
+Dit voorstel werd door onzen held goedgekeurd. Na hunne pistolen van
+de gangspil genomen te hebben, snelden ze met getrokken messen naar
+beneden en vonden er allen ontkleed in de hangmatten liggen. Ofschoon
+hun getal het dubbele bedroeg van dat der Engelschen, had toch
+de weerstand niet veel te beduiden. In weinige minuten waren de
+Spanjaarden in het scheepsruim gesmeten en de luiken boven hen
+gesloten. Alle gedeelten van het schip waren thans in hun macht behalve
+de kajuit. Zij vonden er de deur gesloten en moesten die met geweld
+openstooten, waarop ze ontvangen werden met luide angstkreten van den
+eenen kant der kajuit en van den anderen met een paar pistoolschoten,
+gelost door een man op jaren en een jongmensch van ongeveer den
+leeftijd van onzen held. Beiden werden spoedig overweldigd en
+gekneveld. De kajuit werd nagezocht, en niets er in gevonden dan
+drie vrouwen; een oude, gerimpelde dame en twee mooie jonge meisjes,
+wier gelaatstrekken echter op dit oogenblik door angst verwrongen
+waren. Jack groette met een beleefde buiging en deelde haar mede,
+dat zij niets te vreezen zouden hebben. Daar zij evenwel geen Engelsch
+verstonden, kreeg hij geen antwoord.
+
+Mesty maakte een eind aan Jacks complimenten, door hem er op te wijzen,
+dat ze allen naar dek moesten. Jack nam nu nogmaals zijn hoed af,
+boog en verliet met zijn manschappen en de beide gevangen heeren de
+kajuit. Het was nu vijf uur in den morgen en er kwam beweging aan boord
+van de andere schepen, die niet ver van het veroverde verwijderd lagen.
+
+"Wat nu met de gevangenen gedaan?" zei Jack. "Als we eens ons eigen
+schip langs zij lieten komen, en ze er allen gekneveld en wel op
+overbrachten? Dan waren we van hen af."
+
+"Dat is een goed denkbeeld, Massa Rustig. Maar als we onze eigen
+sloep uitzenden, wat zullen ze dan aan boord van de andere schepen
+denken? Laten we liever de kleine boot strijken en met vier man ons
+vaartuig ongemerkt langs zij zien te brengen."
+
+Dit geschiedde; de kotter lag aan de buitenzijde van het schip,
+dat het meest uit den wal lag, en kon dus voor de overige Spaansche
+schepen en voor de kustbatterij licht verborgen blijven. Spoedig was
+het vaartuig langs zij gebracht en waren de zeven gevangenen, die
+op het dek gekneveld lagen, in het ruim neergelaten, behalve echter
+de kapitein, de twee gevangenen uit de kajuit en de oppasser van den
+kapitein. Vervolgens gingen ze naar beneden, zetten het luik half open
+en bevalen de Spanjaards naar boven te komen; zoodra ze aan dek waren,
+werden ze op dezelfde wijze behandeld. Mesty en de matrozen gingen
+beneden onderzoeken of er soms nog verscholen gebleven waren, maar
+zagen spoedig dat dit niet het geval was en kwamen weer boven. In het
+geheel waren er nu dertig gevangenen. Zoodra die allen in de schebek
+waren overgeladen, verwijderde deze zich en ankerde wat verder in zee,
+en Jack zag zich nu in het bezit van een uitmuntend schip met veertien
+stukken, terwijl hij bovendien drie mannelijke en drie vrouwelijke
+gevangenen had gemaakt.
+
+Nadat de matrozen met de boot teruggekomen waren van het vaartuig,
+waarin de gevangenen in verzekerde bewaring waren gebracht, vermomden
+allen zich op raad van Mesty als Spaansche zeelieden, waartoe de in
+overvloed voorhanden kleedingstukken ruimschoots gelegenheid boden.
+
+"Wat nu gedaan, Mesty?" vroeg Jack.
+
+Nu moeten er een paar man omhoog om de zeilen in orde te brengen
+en intusschen zal ik dezen knaap--hij wees op den bediende van den
+kapitein--ontboeien en hem een ontbijt klaar laten maken, want hij
+weet waar de boel te vinden is."
+
+"Opperbest, Mesty, want van die boonensoep heb ik meer dan genoeg. Ik
+zal intusschen naar beneden gaan om de dames mijn compliment te maken."
+
+Mesty keek over de verschansing.
+
+"Doe dat maar heel gauw, meneer Rustig, want dat verduivelde vrouwvolk
+is daar waarachtig bezig om met zakdoeken de aandacht van de batterij
+te trekken. Gauw, meneer Rustig!"
+
+Mesty had gelijk. De Spaansche meisjes wuifden met haar zakdoeken om
+hulp; en dat was ook al wat de arme schepsels doen konden. Jack haastte
+zich naar de kajuit, drong de jonge dames zoo beleefd mogelijk van de
+raampjes terug en verzocht haar zich niet zooveel moeite te geven. De
+meisjes keken erg onthutst en nu ze niet langer met de zakdoeken wuiven
+konden, brachten zij die aan de oogen en begonnen te schreien, terwijl
+de oude dame op de knieën viel en de handen smeekend ophief. Jack
+richtte haar op en geleidde haar beleefd naar een der banken.
+
+Intusschen had Mesty met het glinsteren van zijn mes en het grijnzen
+van zijn gezicht wonderen gedaan bij den hofmeester, want dat was de
+man. Een ontbijt van chocolade, gezouten vleesch, ham en worst, met
+beschuit en rooden wijn stond op het halfdek gereed. De matrozen waren
+uit het want gekomen en Jack werd naar het dek geroepen. Hij bood aan
+ieder der jonge dames een hand en verzocht de oude dame hem te volgen;
+deze begreep dat weigeren niet raadzaam zou zijn en vergezelde hem dus.
+
+Zoodra de vrouwen aan dek de twee gevangenen uit de kajuit gekneveld
+zagen, snelden zij op hen toe en omhelsden hen onder tranen. Jacks
+hart werd week en daar er nu niets meer te vreezen viel, vroeg hij
+Mesty om zijn mes en sneed de twee Spanjaarden los, waarna hij op het
+ontbijt wees, ten einde hen daartoe uit te noodigen. De Spanjaards
+maakten een buiging en de dames bedankten Jack met een lieven glimlach;
+en de kapitein van het schip, die nog altijd geboeid tegen een kanon
+lag, keek alsof hij zeggen wou: Wat duivel, waarom vraag je mij ook
+niet? Maar ze hadden zooveel moeite gehad om hem meester te worden,
+dat Jack er niet bijzonder op gesteld was hem weer vrij te laten. Onze
+held en de matrozen begonnen aan het ontbijt en daar de gevangenen geen
+trek in eten schenen te hebben, werd hun portie ook maar verorberd. De
+oudachtige heer vroeg intusschen aan Jack of hij Fransch kon spreken.
+
+Met een mond vol worst antwoordde Jack dat hij die taal verstond en
+nu begon een onderhoud, waaruit hij het volgende te weten kwam:
+
+De oudachtige heer was op reis naar Tarragona. De jonge man was
+zijn zoon en de dames waren zijn vrouw en zijn beide dochters. Jack
+beantwoordde die mededeeling met een beleefde buiging, waarop de
+heer, wiens naam Don Cordova de Rimarosa luidde, verzocht te mogen
+weten wat Jack met hen voornemens was te doen, terwijl hij van hem
+hoopte, dat hij hen als niet-strijders met hun have en goed aan wal
+zou laten zetten. Jack deelde dit alles aan Mesty en de overigen
+mede en at vervolgens zijn worst verder op. Na eenig over en weer
+gepraat beweerde Mesty, dat vrouwen op een schip maar last was en ook
+de bootsman vond dat er altijd ruzie uit voortkwam. Jack haalde nu de
+"krijgsartikelen" voor den dag en daar er niets over vrouwen in stond,
+gaf hij te kennen dat ze onmogelijk aan boord konden blijven.
+
+Nu moest er nog uitgemaakt worden of ze hun bagage zouden mogen
+meenemen; en dit werd ten slotte toegestaan. Jack gelastte
+den hofmeester zijn kapitein wat eten te geven en deelde aan den
+Spaanschen Don den uitslag van het beraad mede, er bij voegende,
+dat hij, zoodra de duisternis gevallen was, allen aan boord van het
+kleine vaartuig zou overbrengen, waar zij de manschappen loslaten en
+naar believen handelen konden. De Don en de dames betuigden hun dank,
+en gingen naar beneden om hun boeltje te pakken; Mesty wees twee man
+aan om hen te helpen en er op te letten, dat ze zich niet bezwaarden
+met klinkende munt, zoo die aan boord gevonden mocht worden.
+
+Gedurende den dag maakte de bemanning toebereidselen om onder zeil
+te gaan. De hofmeester had de bottelarij van het schip onderzocht en
+bevonden dat er voor minstens drie maanden genoeg was aan water,
+wijn en mondbehoeften, behalve nog de versnaperingen voor de
+kajuitstafel. Van het bemachtigen van nog meer schepen werd geheel
+afgezien, omdat de bemanning al genoeg te doen had met het eene, dat in
+hun handen was gevallen. Er stak een frissche bries op en ze zetten hun
+fokkemarszeilen bij, juist toen een boot van wal stak; maar deze keerde
+terug, zoodra zij zag, dat de fokkemarszeilen bijgezet waren. Dit
+was een geluk, want anders zou alles ontdekt zijn. De overige schepen
+gingen nu ook onder zeil en men hoorde overal de ankers lichten.
+
+Maar de Nostra Senora del Carmen, die door Jack was buitgemaakt,
+verroerde zich niet. Eindelijk ging de zon onder, de bagage werd
+in den kotter geplaatst, de dames en verdere passagiers stapten in
+de boot onder dankbetuiging aan Jack, die de hand op zijn borst
+lei en een buiging maakte; het laatst van allen werd de kapitein
+ingelaten. Vier wel gewapende matrozen brachten hen met hun goed aan
+boord van de schebek en keerden vervolgens naar het schip terug. De
+kotter werd nu opgeheschen; daar het anker te zwaar was om te lichten,
+kapten ze den kabel en gingen onder zeil. De andere schepen volgden hun
+voorbeeld. Mesty en de matrozen sloegen er begeerige blikken op, maar
+dat hielp niet. Zoo zeilden ze omstreeks een uur lang in gezelschap
+en toen stak Jack bij den wind op om zijn tocht te ondernemen.
+
+
+
+
+Elfde hoofdstuk.
+
+ Onze held ondervindt dat zoo'n tocht ook zijn onaangename
+ zijde kan hebben.
+
+
+Zoodra het schip den wind vlak achter had, schenen Jacks schepelingen
+te denken, dat er nu niets meer te doen viel dan pret te maken; zij
+brachten dus eenige kruiken wijn boven, en ledigden die zoo vlug,
+dat ze weldra allen op het dek lagen te slapen, behalve de man aan
+het roer, die in plaats van twee en dertig, vier en zestig punten
+op het kompas kon onderscheiden en nu natuurlijk met te grooter
+nauwkeurigheid kon sturen. Gelukkig was het mooi weer, want toen de
+man aan het roer zoo lang gestuurd had tot hij niets meer zien kon en
+afgelost wilde worden, vond hij al zijn scheepskameraads zoozeer door
+vermoeienis overmand, dat er geen mogelijkheid bestond om ze wakker te
+krijgen. Hij stompte ze een voor een ongenadig in de ribben, maar 't
+gaf niets. Onder die omstandigheden deed hij evenals zij; hij ging bij
+hen liggen en na tien minuten zou men hem, om hem wakker te krijgen,
+al even hard hebben moeten stompen als hij zijn maats gedaan had.
+
+Het schip volgde intusschen zijn eigen gang en zonder zich om richting
+te bekommeren, draaide het gedurende het grootste gedeelte van den
+nacht door bijna alle windstreken van het kompas. Mesty had de wachten
+aangewezen, Jack een toespraak gehouden en de matrozen hadden alles
+beloofd wat verlangd werd, maar de wijn was hun naar het hoofd gestegen
+en bij die gelegenheid had hun geheugen een slipper gemaakt. Mesty
+en Jack hadden bij het doorzoeken van de kajuit in de kapiteinshut
+veertien duizend dollars in zakken gevonden. Zij besloten daarvan
+niets aan de manschappen te zeggen, maar borgen het geld en wat er
+verder van waarde was achter slot. Daarna bleven ze in de kajuit zitten
+overleggen en praten, zoodat het niet te verwonderen viel, dat Jack,
+die den vorigen nacht geen oog dicht had gedaan, het hoofd op tafel
+liet zakken en in een vasten slaap raakte. Mesty hield de oogen nog
+een poos open, maar ten laatste liet ook hij het hoofd op een kist
+zakken en sluimerde in. Omstreeks één uur in den morgenstond was het
+dus met de waakzaamheid aan boord van de Nostra Senora del Carmen al
+zeer slecht gesteld.
+
+Tegen vier uur in den morgen kreeg Mesty een schok, stootte het hoofd
+tegen de tafel en werd daardoor gewekt.
+
+"Verduiveld, daar was ik waarlijk in slaap gevallen," riep hij
+uit. Hij trad aan het kajuitsraampje dat open gelaten was en bemerkte
+dat een stevige bries er vlak in woei. "Te deksel! we hebben den
+wind vlak achter gekregen," zei Mesty, "waarom hebben ze me niet
+gewaarschuwd?" Hij haastte zich aan dek en vond het roer verlaten;
+iedereen was dronken en het schip liep op goed geluk af met gebraste
+ra's voor den wind op. Mesty gromde van nijdigheid, maar er viel geen
+tijd te verliezen. Enkel de marszeilen waren bijgezet; hij streek ze,
+duwde het roer aan lij en sjorde het vast, om onzen held te hulp te
+gaan roepen. Jack sprong met schrik op en snelde naar boven.
+
+"'t Is wat moois, meneer Rustig, we gaan allen naar den kelder met
+die vervloekte dronken zwijnen; maar wacht, ik zal ze een beetje
+opfrisschen." Hij schepte eenige putsen water, die hij over de
+scheepsbemanning uitsmeet en dat scheen hen weer bij zinnen te brengen.
+
+"Een vergrijp tegen de krijgsartikelen," zei Jack; "ik zal ze die
+morgenochtend weer eens voorlezen."
+
+"Weet je wat beter is, meneer Rustig? We bergen al den wijn achter
+slot en deelen telkens niet meer dan mondjesmaat uit. Dat moet maar
+dadelijk gebeuren, eer zij wakker worden."
+
+Mesty ging naar beneden en liet Jack aan zijn overpeinzingen over.
+
+"Ik weet niet," dacht Jack, "of ik wel een bijzonder slimme streek heb
+uitgehaald. Hier zit ik me nu met een zootje kerels die geen eerbied
+hebben voor de krijgsartikelen en allen smoordronken zijn. Ik heb een
+groot schip, maar weinig manschappen; en als er slecht weer komt,
+wat dan? want ik weet ternauwernood hoe een zeil geborgen moet
+worden. Waarheen en hoe ik sturen moet weet ik ook niet en mijn
+matrozen zijn evenmin op de hoogte. Maar toen we door de zeeëngte
+de Middellandsche Zee binnenstevenden, vond ik 't er vrij nauw en we
+kunnen er moeilijk weer doorheenraken zonder het te merken; bovendien
+zou ik de rotsen van Gibraltar wel herkennen als ik ze opnieuw te
+zien kreeg. Ik moest er Mesty eens over spreken."
+
+Deze kwam spoedig terug met de sleutels van de bottelarij aan zijn
+gordel.
+
+"Nu zullen ze niet zoo gemakkelijk weer dronken worden," zei hij.
+
+Nog een paar putsjes water brachten de matrozen verder bij hun
+verstand; zij stonden weer op hun beenen en kwamen langzamerhand
+weer op hun verhaal. De dag begon aan te breken en zij bespeurden,
+dat het schip regelrecht op de Spaansche kust aanliep en er maar
+een mijl van verwijderd was, en wel vlak tegenover een groote
+kustbatterij. Gelukkig hadden ze nog tijd om vierkant te brassen,
+en het schip onder de marszeilen langs den wal op te sturen, eer
+zij opgemerkt werden. Waren zij bij daglicht in den toestand gezien,
+waarin ze dien nacht hadden verkeerd, dan zouden de Spanjaarden kwaad
+vermoeden hebben gekregen en als er een boot was afgezonden, zouden
+ze, terwijl alle dronken waren, stellig op hun beurt ingerekend zijn.
+
+De matrozen, die beseften in welk een gevaar zij hadden verkeerd,
+luisterden deemoedig naar de verwijten van Jack en om des te meer op
+hun gemoed te werken, haalde hij de krijgsartikelen voor den dag en
+las hun al wat op dronkenschap betrekking had van het begin tot het
+einde voor; maar zij hadden 't aan gangboord al zoo dikwijls hooren
+voorlezen, dat het niet den vereischten indruk maakte. Mesty had wel
+gelijk, toen hij beweerde dat zijn plan beter was; want niet zoodra
+had Jack gedaan of de matrozen gingen naar beneden om nog een vaatje
+wijn te halen, maar tot hun teleurstelling vonden ze alles achter
+slot en grendel.
+
+Intusschen riep Jack Mesty bij zich achteruit en vroeg hem of hij den
+weg naar Toulon wist, waarop deze verklaarde dat hij er geen flauw
+idee van had.
+
+"Maar Mesty, dan hebben we misschien meer kans om den weg naar
+Gibraltar terug te vinden, want, zooals je weet, hebben we bij het
+binnenzeilen van de Middellandsche Zee het land steeds links gehad;
+als we het nu rechts nemen, moeten we langs de kust weer terugkomen."
+
+Mesty was 't met Jack eens, dat dit het toppunt van zeevaartkunst was,
+en dat Smallsole met al zijn wijsheid en zijn kompassen er niets
+aan zou verbeteren. Zij namen een rit uit de marszeilen, zetten
+de bramzeilen bij en lieten het vaartuig van punt tot punt lang de
+kust oploopen, waarbij ze voortdurend een mijl of vijf uit den wal
+hielden. De matrozen maakten een flink maal gereed; Mesty gaf hun
+den noodigen wijn en wel tweemaal zooveel als ze aan boord van de
+Harpij gewoon waren, zoodat ze weldra tevreden schenen. Een hunner
+echter voerde een hoog woord en beweerde bij kris en kras dat, als
+de anderen hem maar wilden bijstaan, zij spoedig volop drank zouden
+hebben. Maar Mesty keek hem eens scherp aan, trok zijn mes en zwoer
+dat hij hem wel mores zou leeren; en Jack sloeg hem met een handspaak
+tegen het dek zoodat de kerel tot het besef kwam, dat hij 't met de
+ontvangen kastijding en met wat hem was toegezegd voorloopig best kon
+doen. Als de vrees voor Mesty hen niet had teruggehouden zouden hoogst
+waarschijnlijk al de andere matrozen zich even onbehoorlijk hebben
+gedragen, maar toch moet erkend worden, dat ze wel wat beteuterd keken,
+nu ze Jack zoo vaardig met de handspaak zagen manoeuvreeren.
+
+Na dezen nacht hielden Jack en Mesty om beurten wacht en alles ging
+zeer goed tot zij op de hoogte van Carthagena kwamen, waar zij door
+een windvlaag uit het noorden uit het gezicht van de kust gedreven
+werden. Zeil na zeil werd geminderd, wat bij gebrek aan handen heel
+wat moeite kostte, en drie dagen lang stormde het hevig. De matrozen
+waren doodop en ontevreden. Het was Jacks ongeluk, dat hij maar één
+flinken kerel bij zich had: zelfs de onderofficier van de sloep, die
+op het oog heel wat mans scheen, was niets waard: Mesty was Jacks
+plechtanker. Den vierden dag bedaarde de storm, maar zij wisten op
+geen voeten of famen na waar ze waren; dat zij afgedreven waren was
+duidelijk, maar hoe ver, daar konden ze niets van zeggen en Jack begon
+te beseffen dat zoo'n zeetochtje zonder de noodige stuurmanskunst een
+zenuwachtiger iets was dan hij zich had voorgesteld. Maar er viel nu
+eenmaal niets aan te veranderen. Dien nacht wendden zij den steven
+en hielden 't over den anderen boeg, en bij het aanbreken van den
+dag bemerkten zij, dat ze vlak bij eenige eilandjes waren en nog
+dichter bij eenige groote rotsen, waartegen de zee hoog opspatte,
+ofschoon de wind was gaan liggen. Opnieuw werd het roer omgesmeten
+en zij ontsnapten het gevaar nog juist bijtijds. Zoodra de zeilen in
+orde gebracht waren, kwamen de matrozen achteruit en stelden voor,
+dat er uitgezien zou worden naar een geschikte ankerplaats waar
+ze konden binnenloopen, want ze waren doodaf. Dit was zoo, en Jack
+overlegde met Mesty, die het raadzaam oordeelde het verzoek in te
+willigen. Dat de eilanden onbewoond waren bleek duidelijk genoeg;
+het eenige waaromtrent men zich diende te vergewissen, was of er
+een goede ankerplaats te vinden zou zijn. De onderofficier van de
+sloep bood aan dit te gaan onderzoeken; hij zette met vier man van
+boord af en keerde na ongeveer een uur terug met de verzekering dat
+er genoeg water stond en het er zoo kalm was als op een molenvijver,
+want de plek werd van alle kant en door land ingesloten. Daar zij het
+boeganker niet konden lichten, bedienden zij zich van het werpanker
+en, zonder ongelukken binnenloopende, kwamen zij tusschen de eilanden
+in een kleine baai met zeven vademen water. De zeilen werden geborgen
+en alles in orde gebracht door de matrozen, die daarop de boot namen
+en aan wal roeiden. "Ze hadden eerst wel verlof kunnen vragen," dacht
+Jack. Een uur later keerden zij terug en na wat gepraat onder elkaar
+kwamen ze allen gezamenlijk achteruit bij onzen held.
+
+De onderofficier was woordvoerder. Hij zei dat ze zulk een zwaar werk
+hadden gehad en nu wat rust verlangden;--er was voor drie maanden
+proviand aan boord, zoodat er volstrekt geen haast bestond en zij
+best op den vasten wal een tent konden opslaan om daar eenigen tijd
+te blijven; en daar het er niet op aankwam of ze aan den wal dronken
+werden, verwachtten zij dat hun zou worden toegestaan mondbehoeften
+en een goeden voorraad wijn mee te nemen. De anderen hadden hem
+opgedragen verlof te vragen, maar ze waren besloten ook bij weigering
+toch te gaan. Jack kreeg veel lust om met de handspaak te antwoorden,
+maar hij zag dat al de matrozen hun messen en pistolen in den gordel
+hadden steken en vond het dus verstandiger Mesty te raadplegen, die,
+om het nuttelooze van den weerstand, Jack aanried toe te geven, en er
+bijvoegde, dat de wijn maar hoe eer hoe beter opmoest, want zoolang
+die strekte zou er niets uitgericht worden. Jack deelde nu heel genadig
+mee, dat ze hun zin zouden hebben en hij hier zou blijven zoo lang zij
+verkozen. Mesty gaf hun de sleutels van de bottelarij en zei met een
+grijnslach dat ze zichzelven maar moesten voorzien. De matrozen gaven
+nu aan Jack te kennen, dat hij en Mesty aan boord dienden te blijven,
+om op het schip te passen, en dat zij den Spanjaard mee naar den wal
+zouden nemen om voor hen te koken. Maar daartegen merkte Jack op, dat
+hij zonder twee helpers onmogelijk aan hun opdracht kon voldoen, als
+zij soms wenschten dat hij bij hen aan den wal zou komen. De matrozen
+vonden die opmerking gegrond en lieten daarom Jack den Spanjaard bij
+zich houden, opdat hij te vlugger gehoor zou geven aan hun roepstem
+van het strand. Zij wenschten hem nu goedendag en hoopten dat hij
+zich zou vermaken met de krijgsartikelen.
+
+Zoodra zij een reserve-zeil in de boot hadden gesmeten, benevens eenige
+sparren om een tent op te slaan en wat dekens, gingen zij naar beneden,
+heschen twee van de drie vaatjes wijn, een paar zakken beschuit,
+wapenen en ammunitie op, en zooveel zout als zij meenden noodig te
+hebben. Toen de boot vol was stooten zij af onder een spotachtig,
+driewerf herhaald hoezee. Jack was gevoelig voor dit huldeblijk;
+hij stond aan gangboord, nam zijn hoed af en maakte een diepe buiging.
+
+Zoodra zij weg waren, liet Mesty grijnzend zijn scherpgepunte tanden
+blinken en onzen held aanziende zei hij:
+
+"Wacht maar, ik zal ze dat wel betaald zetten, onze beurt komt
+ook nog."
+
+Jack zei niets, maar dacht des te meer. Na ongeveer een uur keerden de
+matrozen in de boot terug: zij hadden allerlei dingen vergeten--hout
+om een vuur aan te leggen en allerlei gereedschap. Zij voorzagen zich
+onbeschroomd van het noodige en zoodra ze alles bijeen hadden wat ze
+maar konden bedenken, begaven zij zich weer aan wal.
+
+"Wat een geluk, dat we hun niets gezegd hebben van die dollars,"
+zei Mesty tot Jack, die de beredderingen der matrozen stond gade
+te slaan. "Dat is 't stellig," antwoordde Jack; "hoewel ze er hier
+weinig aan zouden hebben."
+
+"O neen, meneer Rustig, maar gesteld dat zij al het geld mochten
+vinden, dan zouden zij de booten nemen er mee van doorgaan. Nu echter
+heb ik ze in de val, wacht maar eens."
+
+Er was een klein stukje spek op de loopplank blijven liggen. Jack
+smeet het zonder erg over boord en daar het zeer vet was, zonk het
+vrij langzaam weg. Jack keek het na en Mesty ook, en terwijl ze
+daar zoo in gedachten staan, zien ze een donker voorwerp oprijzen:
+'t was een haai, die het spek ophapte en weer in de diepte verdween.
+
+"Wat is dat?" riep Jack uit.
+
+"Een haai, Massa Rustig--en wel een van de kwaadaardigste soort;
+als je ze ziet, hebben ze je meteen beet ook", en Mesty's oogen
+glinsterden van de pret. "Zoo waar ik leef, die beestjes zullen aan
+de muiterij een einde maken; nu ben ik er achter."
+
+Jack huiverde en verwijderde zich.
+
+Den ganschen dag zag men de matrozen op het strand druk in de weer
+met het maken van allerlei toebereidselen eer zij zich overgaven
+aan onmatigheid. De tent werd opgeslagen, vuur aangelegd, al het
+van boord meegenomene aan wal gerold en behoorlijk opgeborgen. Later
+zag men ze zitten middagmalen en toen werd een van de vaatjes wijn
+aangesproken. Te zelfder tijd had de Spanjaard, die een bedaarde
+jongen was, voor Rustig en zijn nu eenigen kameraad het middagmaal
+bereid. De avond viel en nu werd het aan wal een drukte en rumoer van
+belang; onder zingen en dansen zag men bij het licht van het vuur de
+wijnkannen zwaaien en toen zij begonnen te razen en te tieren en hoe
+langer hoe meer beneveld raakten, wendde Mesty zich met een bitteren
+lach tot Jack en zei enkel; "Wacht maar eens."
+
+Ten laatste begon het rumoer te verflauwen, het vuur stierf uit en
+langzamerhand werd alles stil. Jack leunde nog over het gangboord,
+toen Mesty naar hem toe kwam. De nieuwe maan was juist opgekomen en
+Jack hield er zijn blikken strak op gericht.
+
+"Nu, Massa Rustig, kom nu alsjeblieft eens mee achteruit en laten
+we de kleine boot strijken; steek uw pistolen bij u, dan gaan we aan
+wal en brengen den kotter hierheen; ze slapen op het oogenblik allen."
+
+"Maar waarom zouden we hen zonder boot laten, Mesty?" want Jack
+dacht aan de haaien en aan de waarschijnlijkheid, dat de matrozen
+naar boord zouden willen zwemmen.
+
+"Ik zeg u, meneer, van nacht zijn ze dronken geworden, morgen gebeurt
+dat weer, en dronken lui kunnen nooit hun gemak houden. Als er nu maar
+een het in zijn hoofd krijgt om te zeggen: 'Laten we aan boord gaan
+en den officier van kant maken, dan kunnen we doen wat we willen,'
+dan zeggen de anderen ja, en ze komen hier en doen 't. Dus, meneer,
+we moeten de boot hebben, is het niet om u, dan om mij, voor het
+behoud van mijn leven, want aan mij hebben ze een grooten hekel en
+mij zullen ze het eerst dooden. Maar wacht even."
+
+Jack gevoelde de waarheid van Mesty's opmerking; hij ging met
+hem achteruit, waar ze de kleine boot streken en die langs zij
+brachten. Vervolgens haaiden zij uit de kajuit hun pistolen. "Kunnen
+we den Spanjaard alleen aan boord laten, Mesty?"
+
+"Jawel, meneer, wapens heeft hij niet en al kon hij er hier of
+daar vinden, hij zou er toch niets mee durven doen--ik ken den man
+al genoeg."
+
+Onze held en Mesty stapten in de boot, duwden af en roeiden behoedzaam
+naar den wal. De matrozen waren in zulk een staat van beneveling, dat
+ze ze zich niet verroeren konden, nog veel minder iets hooren. Zij
+gooiden den kotter, los, sleepten hem naar boord en legden hem met
+de andere boot aan den achtersteven vast.
+
+"Ziezoo, meneer, nu kunnen we naar bed gaan, morgenochtend zul je
+grappen beleven."
+
+"Ze hebben aan den wal alles wat ze noodig hebben," antwoordde Rustig;
+"den kotter zullen ze alleen missen, als ze 't ons soms lastig zouden
+willen maken."
+
+"Wacht maar," zei Mesty.
+
+Jack en Mesty begaven zich te bed, en, uit vrij overbodige voorzorg
+tegenover den Spanjaard, sloot Mesty de kajuitsdeur.
+
+Jack sliep dien nacht weinig, hij had aanvallen van zwaarmoedigheid,
+die hij maar niet van zich af kon zetten. Sedert het verlaten van de
+Harpij, had Jack veel overdacht en voor veel dingen waren hem de oogen
+opengegaan. Hij begon in te zien welk een verantwoordelijkheid hij op
+zich geladen had door toe te geven aan een gril van het oogenblik, en
+men kon gerust zeggen, dat hij in het korte tijdsbestek van veertien
+dagen opeens van een jongen tot een man geworden was. Hij voelde zich
+gekweld en was hoofdzakelijk boos op zichzelven.
+
+Met het krieken van den dag stond Mesty op en Jack volgde hem spoedig;
+zij keken uit naar het gezelschap aan den wal, dat zich nog niet
+buiten de tent vertoonde. Eindelijk, toen Jack juist klaar was met
+zijn ontbijt, kwamen er een paar te voorschijn. Ze keken rond alsof
+ze ergens naar zochten en liepen vervolgens naar de plek, waar de
+boot had vastgelegen. Jack keek Mesty eens aan, die met een grijnzend
+gezicht zijn stopwoord; "Wacht maar!" uitbracht.
+
+De matrozen liepen daarna het strand langs tot ze vlak tegenover het
+schip gekomen waren.
+
+"Hallo!" riepen ze.
+
+"Hallo!" antwoordde Mesty.
+
+"Breng onmiddelijk den boot aan den wal, met een emmertje water."
+
+"Dat kennen we," juichte Mesty zijn handen wrijvend van plezier. "Gij
+moet zeggen van neen, Massa Rustig."
+
+"Waarom zouden we hun geen water geven, Mesty?"
+
+"Omdat ze dan de boot nemen."
+
+"Dat is waar," antwoordde Rustig.
+
+"Hoor je niet, daar aan boord?" schreeuwde de onderofficier opnieuw,
+"onmiddelijk de boot gezonden, of we snijden je den hals af!"
+
+"Ik zal de boot niet zenden," antwoordde Jack, die nu begreep dat
+Mesty gelijk had gehad.
+
+"Wil je niet?--niet?--dan is je doodvonnis geteekend," hernam de vent
+en stapte met zijn kameraad naar de tent terug. In een oogwenk kwamen
+nu al de matrozen opdagen, met vier geweren bij zich, die ze mee naar
+den wal genomen hadden.
+
+"Goede hemel! ze zullen toch niet op ons schieten, Mesty?"
+
+"Wacht maar."
+
+De kerels kwamen nu tot vlak tegenover het schip en de onderofficier
+riep weer en vroeg nogmaals of ze de boot aan wal verkozen te brengen.
+
+"Gij moet neen zeggen, meneer," spoorde Mesty aan.
+
+"Ik zie in dat het noodzakelijk is," antwoordde Jack; en hij antwoordde
+den onderofficier: "Neen."
+
+De slimme neger had het plan der muitelingen voorzien, dat ze namelijk
+naar de booten aan den achtersteven zwemmen zouden en op hem en Jack
+schieten, zoodra ze mochten trachten die langs zij te brengen en
+te verdedigen. Om uit het water in de booten te klimmen, vooral in
+de kleine, was gemakkelijk genoeg. Een paar matrozen keken naar het
+kruit op de pan en hielden de geweren gereed, met de trompen op het
+schip gericht, terwijl de onderofficier en twee anderen zich begonnen
+te ontkleeden.
+
+"Ga in Godsnaam niet te water?" riep Jack. "De haven zit vol
+haaien--zoo waar als ik leef!"
+
+"Denk je ons met je haaien bang te maken?" schreeuwde de onderofficier
+terug; "leg aan, jongens! laat hem eens een blauwe boon proeven,
+dan kan hij zien dat 't ons ernst is, en telkens als hij of die neger
+den kop vertoont maar weer schieten, hoor!"
+
+"Om Godswil, probeer toch niet te zwemmen!" riep Jack in doodsangst;
+"ik zal mijn best doen om je water te bezorgen."
+
+"'t Is nu te laat--je bent gevonnisd," en de onderofficier sprong van
+de rots in zee, gevolgd door twee anderen; op hetzelfde oogenblik werd
+er een geweer afgeschoten en de kogel floot onzen held langs het oor.
+
+Mesty trok hem met een ruk van het gangboord terug. Bijna overweldigd
+door angst over het lot, dat den onvoorzichtigen wachtte, zakte Jack
+een oogenblik op het dek neer, maar sprong fluks weer op en snelde naar
+een geschutspoort om naar de mannen in het water te kijken. Hij kwam
+juist bijtijds om te zien hoe de onderofficier zich met een luiden
+gil uit zee ophief en daarna in een wieling verdween, die hij met
+zijn bloed roodverfde.
+
+Mesty, die al eenige geweren geladen had, voor het geval dat de
+matrozen de booten mochten bereiken, wierp dat, waarmee hij juist
+bezig was, van zich af, met den uitroep: "Verduiveld! nu is 't niet
+meer noodig!"
+
+Jack had de handen voor het aangezicht geslagen. Maar het afgrijselijk
+tooneel was nog niet ten einde: de andere mannen in het water hadden
+onmiddellijk rechtsomkeert gemaakt en haastten zich om den wal te
+bereiken; maar eer zij zoover waren, schoten twee andere vraatzuchtige
+monsters, gelokt door het bloed van den onderofficier toe en vochten
+om hun prooi.
+
+Mesty, die alles nauwkeurig had gadeslagen, wendde zijn oog naar
+onzen held, die nog altijd zijn gelaat bedekt hield.
+
+"Ik ben maar blij, dat hij dit ten minste niet gezien heeft,"
+mompelde Mesty.
+
+"Wat gezien?" riep Jack uit.
+
+"Dat de haaien ze allen opgegeten hebben."
+
+"O 't is vreeselijk, 't is gruwelijk!" kreunde onze held.
+
+"Ja zeker vreeselijk," hernam Mesty, "maar die kogel langs uw hoofd
+was ook vreeselijk. En als de haaien hen niet hadden verslonden, wat
+dan? Zij zouden dan ons gedood hebben en onze lijken waren een prooi
+van de haaien geworden. Dat vind ik nog vrij wat verschrikkelijker.
+
+"Mesty," riep Jack uit en greep den neger zenuwachtig bij den arm,
+"niet de haaien, maar ik heb die mannen vermoord."
+
+Mesty keek met verwondering op.
+
+"Hoe is dat mogelijk?"
+
+"Als ik niet ongehoorzaam was geweest aan de bevelen," hernam onze held
+naar adem hijgend, "als ik niet het voorbeeld van ongehoorzaamheid
+gegeven had, zou dit niet gebeurd zijn. Hoe kon ik onderdanigheid
+van hen verwachten? 't Is alles mijn schuld--dat zie ik nu in, en,
+o God, wanneer zal dat afgrijselijk gezicht uit mijn geheugen worden
+gewischt?"
+
+"Massa Rustig, ik begrijp u niet," antwoordde Mesty. "Die redeneering
+is geheel verkeerd. Op die manier zou ik ook wel kunnen zeggen,
+dat het kwam van den oorlog der Ashantijnen; want als ze daar niet
+aan het vechten waren gegaan, zou ik nooit slaaf geworden, nooit
+weggeloopen, nooit aan boord van de Harpij gekomen, nooit met u in
+een boot gegaan zijn--ik zou nooit de matrozen belet hebben zich te
+bedrinken, zij zouden geen muiterij bedreven en de haaien hen niet
+te pakken gekregen hebben."
+
+Jack antwoordde niet, maar dit tegenbetoog van den neger schonk hem
+toch eenigen troost.
+
+De afgrijselijke dood van de drie muitelingen scheen een krachtdadige
+uitwerking te hebben op hun makkers, die met hangende hoofden en
+loomen tred van het strand terugliepen. Men zag hen nu over het
+eiland ronddwalen, waarschijnlijk om water te zoeken. Omstreeks den
+middag keerden ze naar hun tent terug en waren spoedig daarop in een
+staat van beneveling, waarbij ze even hard schreeuwden en tierden
+als den vorigen dag. Tegen den avond kwamen ze weer op de hoogte van
+het schip, ieder met een beker in de hand, en zoodra ze bemerkten,
+dat ze de aandacht van onzen held en van Mesty getrokken hadden,
+wierpen zij den inhoud van hun bekers de lucht in, om te toonen dat
+zij water hadden gevonden, en daarop keerden zij jouwend en spottend,
+dansend en springend en onder allerlei bokkesprongen terug om hun
+drinkgelag te hernieuwen, dat tot na middernacht duurde, waarop allen
+verstomden evenals te voren.
+
+Den volgenden dag was Jack hersteld van den eersten schok door het
+gruwelijk tooneel op hem teweeggebracht en riep hij Mesty in de kajuit
+om met hem te beraadslagen.
+
+"Wat zal het einde zijn, Mesty?"
+
+"Hoe bedoelt u, meneer? het einde hier of aan boord van de Harpij?"
+
+"De Harpij--er bestaat weinig kans, dat we die ooit terugzien; we
+zijn op een onbewoond eiland, of iets wat niet veel minder is. Maar
+al mogen we blijven hopen, hoe zal die muiterij eindigen?"
+
+"Massa Rustig, als ik wil, kan ik er tamelijk spoedig een eind aan
+maken, maar niet opeens."
+
+"Hoe bedoel je dat, Mesty, niet opeens?"
+
+"Kijk, Massa Rustig; gij wenscht een tocht te ondernemen en ik
+evenzeer; en om die muiterij zoudt ge nu wel terug willen--maar denkt
+gij dat ik, die in mijn eigen land een vorst ben geweest, lust gevoel
+om opnieuw voor de jongeheeren den pot te gaan koken?"
+
+"Maar hoe wou je dan een eind maken aan de muiterij?" vroeg Jack.
+
+"Door te zorgen dat de wijn opkomt. Als ik eens naar den wal ging,
+zoodra ze weer allen dronken zijn, en op drie of vier plaatsen een
+gat in de vaten boorde, dan zou 's morgens al de wijn weggevloeid
+zijn. Dan worden ze nuchter en vragen om vergiffenis; we nemen hen
+aan boord, bergen alle wapens weg, behalve de uwe en de mijne, en
+dan wil ik wel eens zien wat er van de muiterij nog overblijft. Alle
+donders! ik zal ze wel leeren."
+
+"Een goed denkbeeld, Mesty,--waarom zouden we 't niet in toepassing
+brengen?"
+
+"Omdat ik geen lust heb mij op den wal aan gevaar bloot te
+stellen--en waarvoor? om terug te keeren en weer den pot te koken
+voor de heeren. Ik voel me hier gelukkig, Massa." zei Mesty op
+onverschilligen toon.
+
+"En ik mij diep ellendig," hernam Jack, "maar ik ben geheel in uw
+macht, Mesty, en ik zal me moeten onderwerpen."
+
+"Wat is dat nu, Massa Rustig,--onderwerpen aan mij? neen,
+meneer, als officier aan boord van de Harpij, hebt gij me als een
+vriend toegesproken en me volstrekt niet als een zwarten knecht
+behandeld. Massa Rustig, ik voel--ik voel wat ik ben," vervolgde Mesty
+en sloeg zich op de borst, "hier voel ik 't--voor het eerst sinds ik
+mijn vaderland verliet, voel ik dat ik iets ben; maar Massa Rustig,
+ik koester evenveel liefde voor mijn vriend als haat tegenover mijn
+vijand--en nooit zult gij u aan mij onderwerpen--ik ben te trotsch om
+dat te dulden, omdat, Massa Rustig,--omdat ik een man ben en eertijds
+een vorst ben geweest."
+
+Ofschoon Mesty zijn bedoeling niet half zoo duidelijk in zijn woorden
+uitdrukte als in zijn gebaren, begreep Jack hem toch ten volle en
+hem de hand toestekende zei hij:
+
+"Dat ge een vorst geweest zijt, Mesty, tel ik weinig, ofschoon ik
+er niet aan twijfel, omdat gij niet liegen kunt; maar gij zijt een
+mensch, en ik eerbiedig u, ja, ik heb u lief als een vriend--en als
+het van mij afhangt, zullen we nooit weer scheiden."
+
+Mesty vatte de aangeboden hand en drukte die zwijgend, want spreken
+kon hij niet. Toen hij de hand weer losliet, was hij zoo door zijn
+gevoel overstelpt, dat hij het gesprek niet kon voortzetten en zich
+in de kajuit afzonderde.
+
+Den volgenden morgen kwam Jack op de muiterij terug en vroeg opnieuw
+aan Mesty wat hij er van dacht.
+
+We moeten afwachten, meneer, tot zij uit zichzelven vragen om weer aan
+boord te mogen komen; en daar zij vijf in getal zijn, tegen wij twee,
+moeten ze eerst al hun proviand opgegeten hebben. Laat ze een beetje
+hongerlijden, dan komen ze des te makker aan boord."
+
+"In elk geval," hernam Jack, "moeten de eerste aanbiedingen, van
+welken aard ook, van hun kant komen. Had ik nu maar iets te doen--dat
+aan boord hangen bevalt me ook niet bijster."
+
+"Wel, meneer, waarom niet wat gepraat met Predo?"
+
+"Omdat ik geen Spaansch ken."
+
+"Dat weet ik en daarom vroeg ik 't ook juist. Bij de ontmoeting met
+die twee lieve meisjes speet 't u zoo, dat ge niet in staat waart
+met haar te spreken."
+
+"Ja zeker speet me dat," antwoordde Jack.
+
+"Welnu, Massa Rustig, we zullen nog wel meer Spaansche meisjes
+ontmoeten. Als ge nu dagelijks met Pedro praat, zult u spoedig genoeg
+het Spaansch leeren."
+
+"Ik wist niet, Mesty, dat je zoo slim was. Ik zal al mijn best doen
+om Spaansch te leeren," hernam Jack, blij dat hij eenige bezigheid
+gevonden had, want van de krijgsartikelen had hij genoeg gekregen.
+
+
+
+
+Twaalfde hoofdstuk.
+
+ De muiterij loopt op een eind uit gebrek aan brandstof en
+ aan water. Jack vindt de Harpij terug.
+
+
+Bij de muitelingen aan den wal ging het dagelijks hetzelfde gangetje,
+maar toch werd er minder dikwijls een vuur aangelegd, zeker omdat
+de brandstof opraakte, wat bij het afnemen der warmte--'t was reeds
+October--slecht gelegen kwam. Een maand lang hield Jack, die in geen
+geval wilde toegeven, zich zoo goed en zoo kwaad als het ging bezig
+met Spaansch te leeren van Pedro en te luisteren naar Mesty's verhalen
+uit zijn vroeger leven.
+
+"Wat is dat?" riep Mesty op zekeren morgen midden in een verhaal
+uit. "Daar steken me die dronken zwijnen de tent in brand!"
+
+Jack keek om en zag dat de tent aan den wal werkelijk in vlammen stond.
+
+"De koude nachten zullen hun moed wel doen bekoelen," merkte Mesty
+op. "Je zult eens zien, Massa Rustig, hoe gauw ze zullen soebatten
+om aan boord te komen."
+
+Dat dacht Jack ook en hij verlangde sterk om weer onder zeil te
+gaan. In een der laden van de kleine kajuit had hij een kaart van de
+Middellandsche zee gevonden en die met ijver bestudeerd. "Kijk," zei
+hij tot Mesty, "hier heb je het eiland waar we ons op dit oogenblik
+bevinden, de weg naar Gibraltar loopt zóó, en zoodra de muiterij
+gedaan en de wind gunstig is, zetten we koers daarheen."
+
+Nog eenige dagen verliepen er en toen konden de muitelingen het
+niet langer uithouden. Vooreerst hadden ze in hun dronkenschap de
+stop van hun laatste vat er zoo slecht ingeslagen, dat die er weer
+uitgeschoten en bijna al de wijn verloren gegaan was, bovendien hadden
+ze geen brandstof meer en daardoor de laatste dagen hun vleesch rauw
+moeten eten, en tot overmaat van ramp bleef het, nadat ze uit gebrek
+aan hout hun tent verstookt hadden, vier dagen en nachten aan één
+stuk regenen. Alles was doornat en zij bibberden van de koude. Ze
+wilden nog liever gehangen worden dan van gebrek en ellende langzaam
+wegsterven, en door honger gedreven begaven ze zich naar het strand
+vlak tegenover het schip en vielen op de knieën.
+
+"Heb ik 't niet gezegd, massa Rustig?" zei Mesty, daar heb je nu die
+vervloekte kerels, die ons gedurig met het geweer durfden bedreigen."
+
+"Hallo!" riep er een van den wal.
+
+"Wat wou je?" antwoordde Jack.
+
+"Heb medelijden met ons, meneer,--genade!" jammerden de anderen,
+"we willen tot onzen plicht terugkeeren."
+
+"Wat moet ik zeggen, Mesty?"
+
+"Antwoord eerst van neen, massa Rustig--zeg dat ze maar van honger
+moeten omkomen."
+
+"Ik kan geen muitelingen aan boord nemen," riep Jack.
+
+"Dan kome ons bloed over uw hoofd, meneer Rustig," hernam de man,
+die het eerst gesproken had. "Als we toch moeten sterven, dan maar
+liever spoedig; wilt gij ons niet opnemen, de haaien wel. Wat dunkt je,
+jongens? Laten we allen te tegelijk in zee loopen. Vaarwel, meneer
+Rustig, vergeef ons als we dood zijn; 't was enkel die dolleman van
+een Johnson, die ons bepraat heeft. Komt, jongens, dralen helpt niet,
+hoe eer hoe liever maar--laten we elkaar de hand geven en dan in zee."
+
+Het scheen dat de arme kerels dit werkelijk van plan waren, als
+onze held, op aandrijven van Mesty, bleef weigeren hen aan boord
+te nemen. Allen schudden elkaar de hand, gingen op een rij staan en
+daarop volgde een sein van een--twee--."
+
+"Halt!" riep Jack, wien het vreeselijke tooneel met de haaien nog
+niet uit het geheugen was,--"halt?"
+
+De mannen bleven staan.
+
+"Wat wilt ge belooven, als ik jullie weer aan boord neem?"
+
+"Dat we stipt onzen plicht zullen doen, totdat we weer op de Harpij
+zijn, om daar als een waarschuwend voorbeeld voor alle muitelingen
+gehangen te worden," antwoordde een der mannen.
+
+"Dat is al heel mooi," zei Mesty; "houdt ze aan hun woord; massa
+Rustig."
+
+"Heel goed," hernam Jack, "ik neem de voorwaarden aan, en we zullen
+je komen halen."
+
+Jack en Mesty staken hun pistolen bij zich en roeiden met de boot naar
+den wal. Bij het instappen sloegen de matrozen eerbiedig voor onzen
+held aan, maar spraken geen woord. Aan boord gekomen las Jack hun
+de artikelen betreffende muiterij voor, waardoor hun herinnerd werd
+"dat zij des doods schuldig waren," en hield vervolgens een toespraak,
+die den uitgehongerden kerels eindeloos toescheen. Maar aan alles komt
+een eind en dus ook aan Jack's rede. Mesty gaf hun nu wat beschuit,
+die zij dankbaar verslonden, tot zij iets beters zouden krijgen. Den
+volgenden morgen was de wind gunstig; met eenige moeite lichtten zij
+het anker en verlieten de reede. De afgematte matrozen verrichtten
+zwijgend hun werk, want hunne vooruitzichten waren alles behalve
+prettig; maar altijd blijft er eenige hoop leven en ofschoon ieder
+overtuigd was, dat de overigen zouden gehangen worden, hoopte hij
+toch zelf met een flink pak slaag er af te komen.
+
+De wind belette hun echter recht op het doel af te sturen en eer
+de avond viel waren ze al drie streken noordwaarts afgeweken. "We
+zullen toch wel langs de Spaansche kust komen," merkte Jack op,
+"en dan moeten we zuidwaarts vanzelf Gibraltar bereiken, daar ben
+ik niets bang voor, want ik raak al veel beter vertrouwd met de
+zeevaartkunst." Den volgenden morgen bevonden ze zich met een zwakke
+bries onder een hooge kaap en toen de zon opkwam, zagen ze onder den
+wal een groot schip, omstreeks twee mijlen westelijk, en meer zee in
+een ander op een afstand van een mijl of vier. Mesty nam den kijker
+en richtte dien op het buitenste schip, dat opeens al zijn zeilen
+gestreken had en nu met een vaart op den wal aanliep, juist in de
+richting van de kaap, waaronder Jack's vaartuig lag.
+
+"Massa Rustig,--dat is, geloof ik, de Harpij," zei Mesty terwijl hij
+den kijker neerlei.
+
+Een der zeelui nam nu den kijker, terwijl de anderen, die er bij
+stonden, van groote ontsteltenis blijk gaven.
+
+"Ja, 't is de Harpij," zei de matroos. "O, meneer Rustig, kunt gij
+ons niet vergeven?" vervolgde de man, terwijl hij met de overigen op
+de knieën viel. "Vertel om Godswil niet alles, meneer Rustig."
+
+Jack's gemoed werd week; hij zag om naar Mesty.
+
+"Mij dunkt," fluisterde deze onzen held toe, "dat bij al wat ze reeds
+doorstaan hebben, een twaalftal per man wel genoeg zal zijn."
+
+Jack vond de helft dier straf al voldoende, en dus deelde hij hun
+mede, dat ofschoon hij het gebeurde niet mocht verzwijgen, hij toch
+niet alles zeggen en zooveel mogelijk vergoeilijken zou. Hij wilde
+juist weer een toespraak houden, toen een schot van de Harpij, die
+intusschen op dezelfde hoogte gekomen was, hem dit tot geschikter
+gelegenheid deed uitstellen. Te zelfder tijd heesch het vaartuig
+onder den wal de Spaansche vlag en loste een schot.
+
+"Verduiveld, we zitten er juist tusschen in," riep Mesty uit. "De
+Harpij houdt ons voor een Spanjaard. Komaan, jongens, de kanonnen
+gericht en kruit en lood bijgebracht. Massa, nu moeten wij op den
+Spanjaard vuren, anders laat de Harpij ons niet met rust, want we
+hebben geen Engelsche vlag aan boord."
+
+Spoedig waren de kanonnen geladen en kruit op de pan gedaan, onder
+welke bedrijven de wind ging liggen, zoodat de zeilen van al de drie
+schepen tegen de masten sloegen. De Harpij was nu omstreeks twee mijlen
+van Jack's schip verwijderd en de Spanjaard ongeveer een mijl. Mesty
+nam het Spaansche schip eens goed op.
+
+"Dat is een oorlogschip, massa,--maar hoe komen we nu aan een vlag? We
+dienen er toch een te hijschen."
+
+Haastig snelde de neger naar beneden, want hij herinnerde zich een
+vrij mooien vrouwenrok, achtergelaten door de oude dame, die op het
+schip was, toen het buit gemaakt werd. Het was er een van groene zijde
+met gele en blauwe bloemen, maar vrij versleten. Mesty had het ding
+onder de matras van een der bedden gevonden en in zijn kist gestopt,
+misschien wel om er een paar vesten van te maken. Spoedig kwam hij
+er mee aandragen, bevestigde het aan den dirk en heesch het op.
+
+"Ziezoo, massa, dat is voldoende,--dat is nu de zoogenaamde
+aller-natiënvlag! Iedereen strijkt er de zijne voor en nooit wordt
+ze naar beneden gehaald," zei Mesty. "Komaan, nu we de vlag geheschen
+hebben, gaan we vuren--maar denk er om, één voor één en terdege goed
+mikken, dan hebben we tijd om weer te laden."
+
+"Ze hebben de vlag geheschen, kapitein." zei Sawbridge aan boord
+van de Harpij; "maar wat 't er voor een is, kan ik onmogelijk
+onderscheiden. Hoor, daar valt een schot."
+
+"'t Is niet op ons gemikt, meneer," zei Gascoigne, "maar op het
+Spaansche schip; ik zag den kogel vlak voor den boeg neerslaan."
+
+"'t Moet een kaper wezen," zei kapitein Wilson; "in alle geval komt
+hij juist van pas, want anders zou de korvet te Carthagena zijn
+binnengeloopen. Al weer een schot, en goed gemikt ook; dat kleine
+ding voert zwaar geschut, 't is stellig een Malthezer kaper."
+
+"Dat wil zooveel zeggen als een zeeroover," hernam Sawbridge: "ik kan
+uit de vlag niet wijs worden--het lijkt wel groen--zeker een Turk. Al
+weer een schot; drommels, een der uitgezette booten van den Spanjaard
+is getroffen."
+
+"Ja, kijk ze eens in verwarring raken; als er nu maar een aasje wind
+komt is hij ons. Daar komt een briesje uit zee op. Zeilen bijgezet,
+meneer Sawbridge."
+
+Er werd vierkant gebrast en spoedig had de Harpij stuur. Intusschen
+onderhield Jack met zijn weinige manschappen een wel zwak, maar
+geregeld en goed gericht vuur op de Spaansche korvet, waarvan al twee
+booten in het ongereede waren geraakt. De Harpij stak voor den wind
+op en was spoedig in de nabijheid; met het vuur uit haar boegjagers
+trachtte zij de korvet den pas af te snijden.
+
+"We hebben ze," riep Mesty; "losgebrand, jongens, en goed gemikt. Daar
+komt meer wind; één man aan het roer. Te deksel, wat is dat?"
+
+Deze uitroep van Mesty werd veroorzaakt door een schot, dat den romp
+van het schip aan stuurboord trof. Jack en hij snelden naar den anderen
+kant en bemerkten dat drie Spaansche kanonneerbooten juist den hoek
+waren komen omzetten en hen aangevallen hadden. Even voorbij de kaap
+lagen namelijk de haven en de stad Carthagena en vandaar waren de
+kanonneerbooten aan de korvet te hulp gezonden. Gelukkig voor Jack,
+had de wind nu vat op zijn schip gekregen, anders zou hij misschien
+naar Carthagena gesleept zijn; en de korvet, die zich zoowel door de
+Harpij als door Jack's vaartuig den pas afgesneden zag, wendde haastig
+den steven en trachtte te ontkomen door westwaarts zoo kort mogelijk
+onder den wal te houden. Nog een schot en al weer een doorboorde den
+romp van het schip en wondde twee van Jack's matrozen; maar zoodra
+de korvet den steven gewend had, en de Harpij haar volgde, deed
+Jack natuurlijk hetzelfde en was in tien minuten buiten bereik der
+kannonneerbooten, die hem niet durfden nazetten. De wind stak meer
+en meer op en deed den groenen rok lustig wapperen, doch de Harpij
+en de korvet gaven elkaar nog steeds de volle laag en hadden geen
+gelegenheid om op Jack's vlag te letten. De Spanjaard verdedigde
+zich flink en werd gesteund door de batterijen aan den wal, maar
+eerst eenige mijlen verder was er een geschikte ankerplaats. Tegen
+den middag ging de wind liggen en om één uur was het bijna bladstil;
+maar de Harpij was haar tegenstander nu op drie kabellengten genaderd
+en nam hem zoo duchtig onder handen, dat de Spanjaard ofschoon gesteund
+door een batterij van vier kanonnen, omstreeks drie uur de vlag moest
+strijken. De Harpij zond nu een boot aan boord om het schip in bezit
+te nemen en richtte vervolgens al zijn vuur op de batterij, die ook
+spoedig tot zwijgen werd gebracht.
+
+De windstilte hield aan en de Harpij had het druk genoeg met haar
+buitgemaakt vaartuig, met het schiften der gevangenen en het oplappen
+der beide schepen, die aan zeilen en tuigage veel geleden hadden. Aan
+boord van de Harpij kon men nog maar steeds niet begrijpen wat het
+toch voor een vreemd vaartuig wezen mocht, dat de korvet van koers
+had doen veranderen en hen in staat had gesteld ze te nemen; maar
+door de drukte was er geen tijd voor gissingen.
+
+Jack's bemanning bestond, met hemzelf meegerekend uit acht personen,
+waarvan één een Spanjaard en twee gewonden. Er bleven hem dus maar
+vier man over en hij had de handen vol met het bijstaan der gewonden
+en het bedienen der kanonnen. Bovendien achtte Mesty het niet geraden
+het schip op een mijl van de Harpij met enkel twee man aan boord
+achter te laten. Ook bedacht Jack, dat hij nog geen middagmaal had
+gehad en misschien in de adelborstenkajuit niet veel te bikken zou
+vinden; daarom wilde hij eerst wat eten eer hij aan boord van de
+Harpij ging. Jack nam de dingen altijd vrij luchtig op en besloot nu
+zich tegen zonsondergang aan te melden. Er waren nog andere redenen,
+die Jack weerhielden veel haast te maken met aan boord te gaan;
+hij moest nog overleggen, wat hij wel in zou brengen om zichzelven
+te verontschuldigen en zijn bemanning zooveel mogelijk vrij te
+pleiten. Zijn aangeboren oprechtheid noopte hem eerst om de volle
+waarheid te zeggen, maar hij bedacht toch dat het beter was er slechts
+een gedeelte van op te biechten. Eigenlijk hal hij zooveel zwarigheid
+niet behoeven te maken, want de veertien duizend aan klinkende munt uit
+de kleine kajuit zou voor hemzelf voldoende verontschuldiging zijn en,
+om hun dappere houding tegenover den vijand, zou aan de manschappen
+hun muiterij wel vergeven worden. Onder al dat overpeinzen viel Jack,
+die doodmoe was van al de inspanning, in slaap en inplaats van tegen
+zonsondergang te ontwaken, gebeurde dit eerst twee uren later. Mesty
+had hem niet wakker geroepen, omdat hijzelf volstrekt geen haast had
+om aan boord te komen en weer "den pot te koken voor de jongeheeren."
+
+Bij zijn ontwaken verbaasde Jack er zich over, dat hij zoo lang
+geslapen had. Aan dek gekomen, vond hij het donker en stil, maar kon
+gemakkelijk waarnemen, dat de Harpij en de korvet bijgedraaid waren en
+bezig met de geleden schade te herstellen. Hij gaf last om den kleine
+sloep te strijken en, het commando aan Mesty overlatende, roeide hij
+met twee riemen naar de Harpij. Door de gewonden, de gevangenen en
+het heen- en weervaren der booten tusschen de beide schepen, was de
+aandacht van allen aan boord der Harpij zoozeer in beslag genomen,
+dat Jack's kleine sloep onopgemerkt langs zij kwam. Dit had eigenlijk
+niet mogelijk moeten wezen, maar 't was nu eenmaal zoo en er viel wel
+eenige verontschuldiging voor bij te brengen. Jack klom aan boord en
+werkte zich tusschen de gevangenen door die juist gemonsterd werden
+voor de uitdeeling van levensmiddelen. Hij was in een mantel gewikkeld,
+zooals de meeste gevangenen er ook een droegen.
+
+Jack had er schik in, dat hij niet herkend werd; hij sloop de
+groote trap af en moest zich bukken om onder de hangmatten der
+gewonden door te komen, juist wilde hij zich achteruit in de kajuit
+bij den kapitein aanmelden, toen hij den jongen Gossett hoorde
+schreeuwen. "Ik wed, dat die ellendige Vigors weer bezig is dien
+armen Gossett af te rossen," dacht Jack. "De stakker zal er danig
+van gelust hebben in mijn afwezigheid, licht dat ik hem tenminste
+voor ditmaal verlos." Jack wikkelde zich in zijn mantel, gluurde
+door het raampje van de voorlongroom naar binnen, en zag dat het
+juist zoo was als hij gedacht had. Met een verbolgen stem bulderde
+hij: "Meneer Vigors, je zoudt me verplichten met Gossett te laten
+gaan." Op den klank van die stem, keerde Vigors zich met zijn eind
+touw in de hand haastig om, zag Jack's gelaat voor het raampje en
+in de meening dat het een spookverschijning was, gaf hij een gil
+en viel als in een stuip neer. Ook de kleine Gossett beefde over
+al zijn leden en staarde hem met open mond aan. Jack was voldaan,
+en verdween onmiddelijk weer. Daarop begaf hij zich naar de kajuit,
+waar hij den kapitein in gezelschap van twee Spaansche officieren
+aantrof. Hij nam zijn hoed af en zei:
+
+"Zooeven aan boord gekomen, kapitein Wilson."
+
+Kapitein Wilson kreeg geen stuip, maar sprong van zijn stoel op en
+gooide daarbij zijn glas om.
+
+"Mijn hemel, meneer Rustig, waar komt gij vandaan?"
+
+"Van dat schip daar achteruit, meneer," antwoordde Jack.
+
+"Dat schip achteruit! Wat is dat voor een schip?--waar zijt ge zoo
+lang geweest?"
+
+"Dat is een heele geschiedenis, meneer," hernam Jack.
+
+Kapitein Wilson stak hem de hand toe en Jack schudde die hartelijk.
+
+"In elk geval ben ik blij je weer te zien, mijn jongen; ga zitten en
+vertel me met een paar woorden hoe het je gegaan is; de bijzonderheden
+hooren we later wel."
+
+"Met genoegen, meneer," zei Jack; "we hebben den nacht, nadat we
+weg zijn geraakt, met den kotter dat schip prijs gemaakt. In de
+zeevaartkunde heb ik 't nog niet ver gebracht en belaadde bij de
+Zaffarine-eilanden, waar ik uit gebrek aan manschappen twee maanden
+moest blijven. Zoodra ik weer voldoende bemanning had, ben ik onder
+zeil gegaan. Drie man verloor ik door de haaien, twee werden er
+gewond in het gevecht van heden. Het schip voert twaalf stukken,
+is half met lood en bedrukt katoen geladen, heeft veertien duizend
+dollars in de kajuit en drie kogelgaten dwars door--zoodat het zaak
+is er zoo spoedig mogelijk wat manschappen aan boord te zenden."
+
+Dit verhaal was niet bijzonder begrijpelijk, maar dat er veertien
+duizend dollar waren en er manschappen aan boord vereischt werden,
+was duidelijk genoeg te kennen gegeven. Kapitein Wilson liet meneer
+Asper roepen, die op het gezicht van onzen held achteruitstoof,
+en droeg hem op Jolliffe te gelasten met een der kotters aan boord
+van het vreemde schip te gaan, de gewonden over te brengen en zelf
+het kommando over het vaartuig op zich te nemen. Jack moest Jolliffe
+vergezellen, om hem de noodige inlichtingen te geven.
+
+
+
+
+Dertiende hoofdstuk.
+
+ Onze held komt tot de wetenschap, dat driehoeksmeting niet
+ enkel noodig is voor de scheepvaart, maar ook kan dienen tot
+ vereffening van eerezaken.
+
+
+Kapitein Wilson had te recht gezegd, dat hij 't te druk had om dien
+avond naar Jack's verhaal te luisteren, want zij moesten zich haasten
+om beide schepen zoo spoedig mogelijk zeilree te maken. De Spanjaarden
+hadden namelijk op nog geen tien mijlen afstand te Carthagena
+oorlogsschepen liggen, die met den uitslag van het treffen bekend
+waren geworden. Meneer Sawbridge was aan boord van het buitgemaakte
+schip, een korvet, die twee stukken meer voerde dan de Harpij en de
+Cacafuogo heette.
+
+Het onbesuisd optreden van Jack had veel tot de vermeestering er van
+bijgedragen, zoodat kapitein Wilson en meneer Sawbridge, die beiden
+bevorderd werden, de een tot postkapitein, de ander tot kommandant,
+dit eigenlijk aan Jack te danken hadden. De Harpij had aan dooden
+en gewonden negentien man verloren en de Spaansche korvet zeven
+en veertig.
+
+Tegen twee uur in den morgen waren de schepen gereed en gingen
+onder zeil naar Gibraltar, terwijl de Nostra Signora del Carmen,
+onder bevel van Jolliffe, hen vergezelde. Jolliffe genoot het eerst
+het verhaal van Jack's avonturen, en luisterde er met verbazing
+naar. Omstreeks negen uur draaide de Harpij bij en zond een sloep
+aan boord om onzen held en de manschappen, die zoolang met hem op het
+buitgemaakte schip waren geweest, af te halen en tevens de aanwezige
+dollars over te brengen. Toen Jack afscheid nam van Jolliffe haalde
+hij zijn krijgsartikelen voor den dag en gaf ze hem ten geschenke
+met den wensch, dat ze hem evenveel dienst mochten bewijzen, als ze
+hemzelf hadden gedaan. De matrozen waren al in de sloep en wierpen
+smeekende blikken op Jack, ten einde zijn medelijden op te wekken,
+en Mesty ging vrij gemelijk naast onzen held zitten, waarschijnlijk
+omdat 't hem maar half beviel, dat hij weer "den pot zou moeten
+koken voor de jongeheeren." Ook Jack was niet prettig gestemd nu
+hij zijn kommando moest laten varen, en hij wierp nog eens een blik
+op den groenen vrouwenrok, die maar steeds aan den mast wapperde,
+want Jolliffe had de vlag, waaronder Jack zoo gelukkig gestreden had,
+niet willen neerhalen.
+
+Zooals te begrijpen valt, nam het verhaal van Jack een groot deel
+van den morgen in beslag, en ofschoon onze held niet trachtte te
+verbloemen, dat hij meneer Sawbridge's terugroepingssignaal wel
+gezien had, wekte toch het overige zoozeer de belangstelling van den
+kapitein, dat hij geheel verzuimde Jack een berisping toe te dienen
+over het in den wind slaan der bevelen. Hij prees Jack's houding en
+was ook bijzonder tevreden over Mesty. De gelegenheid was te schoon,
+om niet melding te maken van Mesty's tegenzin in zijn tegenwoordige
+bediening en Jack's aanbeveling werd gunstig opgenomen. Ook wist hij
+vergiffenis te verkrijgen voor de manschappen, maar toch moesten ze
+voor het oogenblik in boeien geslagen worden. Jack liet hun echter
+door middel van Mesty mede deelen, dat ze weer vrijgelaten zouden
+worden, zoodra ze te Gibraltar aankwamen, zoodat een gunstige wind
+het eenige was wat er nog te wenschen overbleef.
+
+Kapitein Wilson deelde aan Jack mede, hoe hij in de vooronderstelling
+dat de kotter gezonken was, aan zijn vader had geschreven, om hem
+den dood van zijn zoon te melden. Dit speet onzen held zeer, vooral
+om het verdriet dat zijn arme moeder er over hebben zou. "Maar och,"
+dacht Jack, "al gevoelt ze zich een paar maanden ongelukkig, des te
+blijder zal ze zijn, als ze hoort dat ik nog in leven ben. Zoodra
+we te Gibraltar binnenvallen, zal ik schrijven en bij gunstigen wind
+kan dat morgen of overmorgen zijn."
+
+Het langdurig onderhoud met Jack had kapitein Wilson tot de overtuiging
+gebracht, dat er een flink officier uit hem zou groeien en dat de
+malligheden van de gelijkheid en de rechten van den mensch al vergeten
+waren; maar in dit opzicht vergiste hij zich--het in een kinderziel
+gezaaide onkruid wordt niet zoo spoedig uitgeroeid.
+
+Zoodra de kommandant hem had laten gaan, begaf Jack zich aan dek, waar
+hij den kapitein en de officieren van de Spaansche korvet aantrof,
+die peinzend naar de Nostra Signora del Carmen stonden te turen. Toen
+zij onzen held in het oog kregen, van wien ze door kapitein Wilson
+wisten, dat hij hun het binnenloopen in de haven van Carthagena had
+belet, sloegen zij wrevelige blikken op hem.
+
+Jack groette echter met zijn gewone beleefdheid en was blij dat hij
+wat van zijn Spaansch kon luchten. Ofschoon de Spaansche kapitein
+alle reden had om Jack naar de maan te wenschen, nam hij toch de
+vormen behoorlijk in acht en vroeg hem onder anderen wat hij toch
+wel voor een vlag gevoerd had.
+
+"Ja, meneer Rustig," zoo sloot kapitein Wilson zich bij die vraag aan,
+"dat moet je ons eens vertellen. We konden er geen van allen wijs
+uit worden. Ik zie daar, dat meneer Jolliffe ze nog altijd in top
+laat wapperen."
+
+Jack wist niet goed wat hij er van maken moest, maar antwoordde ten
+laatste: "Dat was de banier van de gelijkheid en de rechten van den
+mensch, meneer."
+
+Kapitein Wilson fronsde de wenkbrauwen en Jack, die zijn misnoegen
+bespeurde, vertelde nu het heele geval, waarop de ander begon te
+lachen, Jack deelde het ook in het Spaansch aan de officieren der
+korvet mede en deze merkten op, dat het wel niet de eerste en ook niet
+de laatste maal zou zijn, dat mannen in verlegenheid waren geraakt
+door een vrouwenrok.
+
+Bij de geheele bemanning van het schip stond Jack in hooge gunst,
+behalve bij zijn vier vijanden--den stuurman, Vigors, den bootsman en
+den onderbetaalmeester. Vigors had de wijste partij gekozen en zijn
+eindje touw in zijn kist geborgen tot Jack weer eens een tocht mocht
+ondernemen. De kleine Gossett wees, als Vigors eenige beleedigende
+aanmerking op hem maakte, grinnikend naar het raampje van de kajuit en
+alleen de herinnering deed Vigors verbleeken en bracht hem tot zwijgen.
+
+Binnen twee dagen bereikten zij Gibraltar, waar meneer Sawbridge en ook
+Jolliffe weer aan boord van de Harpij kwamen. Gedurende de veertien
+dagen, die ze voor anker lagen, mocht Jack aan wal blijven. Meneer
+Asper vergezelde hem en Jack trok een flinken wissel op zijn vader
+om hem goed duidelijk te maken, dat hij nog in leven was.
+
+Toen Jack zijn avonturen aan meneer Sawbridge verteld had, zei deze:
+"Mij dunkt, meneer Rustig, als ge zoo verzot zijt op kruistochten,
+diendet ge u wat toe te leggen op de zeevaartkunde."
+
+"Ja," antwoordde Jack bescheiden, "in dat opzicht ontbreekt me nog
+heel wat."
+
+"Welnu, meneer Jolliffe zal u zeker gaarne onderrichten; hij is er
+ook het best toe geschikt, en als ge er even vlug mee vordert als
+met het Spaansch, kan het u niet veel moeite kosten."
+
+Jack vond dat een goeden raad. Reeds den volgenden dag was hij met zijn
+vriend Jolliffe druk aan den gang en kwam tot de gewichtige ontdekking,
+dat twee evenwijdige lijnen, tot in het oneindige verlengd, elkaar
+nooit snijden.
+
+Tijdens Jack's afwezigheid van een maand of vijf, zes, was het op de
+Harpij bij het oude gebleven, alleen de konstabel Minus, die bij het
+afschieten van een slecht geladen geweer zijn rechterhand verspeeld had
+en op pensioen was gesteld, had een plaatsvervanger gekregen in meneer
+Tallboys, een stevig gebouwden, ineengedrongen kerel met rood haar, een
+rood gezicht en nog rooder handen. Deze beschouwde een konstabel als
+de meest gewichtige persoon aan boord van een schip en meende, dat zoo
+iemand van al wat de zeevaartkunde betrof op de hoogte moest wezen. Hij
+wist minstens tien gevallen bij te brengen van bloedige gevechten,
+waarin de kapitein en al de officieren gedood of gewond waren, zoodat
+het bevel over het schip op den konstabel neer was gekomen.
+
+"Nu begrijp je wel", placht hij dan te zeggen, "dat zoo'n konstabel
+een zeevaartkundige moet wezen, wel degelijk een wetenschappelijk man."
+
+In die overtuiging bleef hij steeds studeeren, maar daar zijn hersens
+slechts weinig konden bevatten, warde hij alles dooreen en zijn hoofd
+zat zoo volgepropt met technische termen dat hij zijn mond niet kon
+open doen zonder er eenige te pas te brengen."
+
+"Ik vind 't heel verstandig, meneer Rustig", zei de konstabel op
+zekeren dag, terwijl ze naar Malta onder zeil waren, "dat gij de
+wetenschap der zeevaartkunde onderhanden hebt genomen; op uw leeftijd
+werd dat hoog tijd."
+
+"Ja," antwoordde Jack, "ik kan al een loodlijn trekken en, als het
+noodig is, de verschillende streken van het kompas opnoemen."
+
+"Ja, maar aan de afwijking van het kompas zijt ge nog niet gekomen."
+
+"Neen, nog niet," antwoordde Jack.
+
+"Weet ge wel, dat een zeilend schip een parabool beschrijft om den
+aardbol?"
+
+"Zoover ben ik nog niet."
+
+"Hebt ge al iets gehad over de driehoeksmeting?"
+
+"Nog niet."
+
+"Nu, die vereischt heel wat oplettendheid."
+
+"Dat wil ik graag gelooven," antwoordde Jack.
+
+Dergelijke praatjes knoopte de konstabel telkens aan maar gelukkig
+stoorde Jack zich weinig aan de dikwijls averechtsche beweringen, en
+hield zich alleen aan de lessen van Jolliffe, zoodat hij, eer ze Malta
+bereikten, al een heelen bluf wist te slaan met zijn verkregen kennis.
+
+Op Malta kwam hij weer in ongelegenheid. Ofschoon meneer Smallsole hem
+ongemoeid liet, bleef die toch zijn vijand, en Vigors hield zich koest,
+al zon hij op wraak; maar in het bedoelde geval kreeg hij 't met den
+bootsman en den onderbetaalmeester te kwaad. Terwijl Jack weer eens,
+zooals hij dikwijls placht, vooruit op den bak een praatje maakte met
+Mesty, liepen de bootsman en de onderbetaalmeester het dek op en neer
+en verzuimden geen gelegenheid om onzen held, telkens als ze in zijn
+buurt kwamen, steken onder water te geven.
+
+"Het is mijn bepaalde meening," zei Easthupp, terwijl hij aan zijn
+boord trok, "dat een heer zich als een heer behoort te gedragen en
+als zoo iemand met denkbeelden van gelijkheid en zulke vrijzinnige
+gevoelens voor den dag komt, dient hij er zich ook aan te houden."
+
+"Zeer zeker, meneer Easthupp, dat moet hij ook; en als iemand, die
+even goed een heer is als hij, toevallig niet tot het halfdek behoort,
+behoeft hij hem daarom niet te beleedigen enkel omdat hij dezelfde
+denkbeelden verkondigt."
+
+Daarop sloeg meneer Biggs met zijn rotting tegen de schoorsteenkap
+van de kombuis en wierp een zijdelingschen blik op onzen held.
+
+"Ja," vervolgde de onderbetaalmeester, "ik zou wel eens willen zien dat
+iemand aan den wal zoo handelde; maar de tijd zal nog wel eens komen,
+dat ik de ondergane beleediging in bloed kan afwasschen, meneer Biggs."
+
+"En ik mag vervloekt zijn, als ik niet op een goeden dag een lesje
+zal geven aan den vlegel, die indertijd mijn broek gestolen heeft."
+
+"Kwam 't met het geld uit, meneer Biggs?" vroeg de onderbetaalmeester.
+
+"Ik heb 't niet nageteld," luidde het onverschillige antwoord.
+
+"Neen--fatsoenlijke lui zijn daarboven verheven", hernam Easthupp;
+"maar er loopt anders wel volk rond met lange vingers. 't Is
+ongelooflijk zoo'n menigte verloren geraakte horloges en voorwerpen
+van waarde ik vroeger in Londen gezien heb."
+
+"Ik durf gerust zeggen," zei de bootsman weer; "dat ik niet zou
+aarzelen voldoening te geven aan iemand beneden mijn rang, als ik zelf
+hem te voren beleedigd had. Ik sta niet zoo op mijn rang al praat ik
+niet over gelijkheid en al ben ik geen goede maatjes met negers."
+
+Dit alles was te duidelijk, dan dat onze held het niet zou begrijpen;
+jack trad dus op den bootsman toe, groette beleefd en zei:
+
+"Als ik me niet vergis, meneer Biggs, dan heeft uw gesprek betrekking
+op mij."
+
+"Best mogelijk", antwoordde de bootsman. "Luistervinken hooren zelden
+veel goeds van zichzelven."
+
+"Het schijnt wel, dat fatsoenlijke lui niet zamen kunnen praten zonder
+beluisterd te worden," liet Easthupp er op volgen, met een ruk aan
+zijn halsboord.
+
+"Het is niet de eerste maal, dat gij goed gevonden hebt beleedigende
+aanmerkingen te maken, meneer Biggs; en daar gij dat geval met uw
+broek niet schijnt te kunnen verkroppen, zal ik u maar ronduit zeggen,
+dat ik ze mee naar boord genomen heb. Als gij er soms voldoening voor
+verlangt, dan ben ik volkomen bereid die te geven."
+
+"Ik ben uw meerdere in rang, meneer Rustig," antwoordde de bootsman.
+
+"Volgens de regeling van den dienst, ja; maar zooeven hebt ge beweerd
+niet veel aan rang te hechten en bovendien--ik behoor tot het halfdek
+en gij niet."
+
+"Hier is een fatsoenlijk man, dien gij beleedigd hebt, meneer Rustig,"
+zei de bootsman op den onderbetaalmeester wijzende.
+
+"Ja, meneer Rustig, even fatsoenlijk als gij, al is 't me
+tegengeloopen; ik behoor tot een van de oudste geslachten van
+het land," voegde Easthupp er bij, die zich nu door den bootsman
+gesteund zag.
+
+"Gij hebt dien heer grof beleedigd," vervolgde meneer Biggs, en al
+hebt ge den mond vol van gelijkheid, toch durft ge hem geen voldoening
+geven en verschuilt ge u achter uw halfdek."
+
+"Meneer Biggs," hervatte onze held, die nu kregel was geworden, "zoodra
+we te Malta binnenloopen zal ik aan wal gaan. Als gij en die man daar
+u dan wat netjes in de kleeren steekt, zal ik me met u beiden meten,
+en toonen of ik bang ben voldoening te geven."
+
+"Een voor een," zei de bootsman.
+
+"Neen, meneer, niet een voor een maar beiden te gelijk of anders in
+'t geheel niet. Als gij mijn meerdere zijt, moet gij tot mij afdalen,"
+hernam Jack met bijtenden spot, "of anders daal ik niet af tot dien
+kerel daar, dien ik weinig beter acht dan een zakkenroller."
+
+Deze uitval van Jack deed den onderbetaalmeester verbleeken en daarna
+weder rood worden. Hij stampvoette en snoof, maar durfde toch Jack
+niet onder de oogen zien.
+
+"Nu, meneer Biggs, hebt gij me goed begrepen, of verschuilt ge u soms
+achter uw bak?"
+
+"Ik zoek geen uitvluchten," antwoordde de bootsman, "en op Malta
+zullen we de zaak vereffenen."
+
+Na dit antwoord begaf Jack zich weer naar Mesty.
+
+"Massa Rustig, het gezicht van dien Easthupp bevalt me niet. Ik ga
+mee aan wal, om te zien of het wel eerlijk toegaat."
+
+Nu Biggs verklaard had dat hij zou vechten, moest hij natuurlijk naar
+een secondant omzien en hij koos daartoe den konstabel Tallboys. Deze
+had zich in den laatsten tijd meer en meer geërgerd, dat Jack hem in
+de wetenschap der zeevaartkunde de baas werd, en kon hem daarom niet
+goed meer zetten; hij kon echter maar niet vatten hoe zoo'n duel van
+drie personen geregeld moest worden en ging dus in zijn hut aan het
+napluizen van zijn boeken.
+
+Jack durfde Jolliffe niet over het geval spreken en eigenlijk was er
+op het schip maar één aan wien hij het kon toevertrouwen, namelijk
+Gascoigne. Deze nu vond het wel beneden Jack's waardigheid zich met
+den bootsman te meten, maar nu de uitdaging eenmaal geschied was,
+viel er niets meer aan te veranderen; hij stemde er dus in toe Jack's
+secondant te wezen, zonder zich verder over de gevolgen te bekommeren.
+
+Den tweeden dag, nadat ze in de haven van Valette waren binnengeloopen,
+kregen de bootsman, de konstabel, Jack en Gascoigne verlof om aan
+wal te gaan. Meneer Easthupp, de onderbetaalmeester, trok zijn besten
+blauwen jas met koperen knoopen en fluweelen kraag aan, begaf zich naar
+het halfdek en vroeg eveneens verlof, maar meneer Sawbridge weigerde
+het hem, omdat zijn diensten vereischt werden bij het overbrengen van
+duigen en hoepels naar de kuiperij. Ook Mesty kon tot zijn grooten
+spijt niet gemist worden.
+
+Dit trof ongelukkig, maar er werd nu overeengekomen, dat de ontmoeting
+plaats zou hebben achter de kuiperij. Easthupp moest er dan maar een
+deel van zijn diensttijd afnemen, om de breuk in zijn gekwetste eer
+te herstellen. De partijen gingen allen aan wal en trokken regelrecht
+naar een der kleine herbergen om de noodige toebereidselen te maken.
+
+Meneer Tallboys nam meneer Gascoigne ter zijde, terwijl de bootsman
+zijn troost zocht bij een glas grog en onze held zich buiten vermaakte
+met een aap te plagen.
+
+"Meneer Gascoigne," zei de konstabel, "ik heb er erg over ingezeten,
+hoe 't met dat duel gaan moet, maar nu ben ik er achter. 't Is met
+die drie partijen, weet je; waren er twee of vier, dan gaf dat geen
+moeilijkheid; de rechte lijn of het vierkant zouden ons in dat geval
+te pas komen; maar nu moeten we het in een driehoek opstellen."
+
+Gascoigne keek verbaasd op, hij begreep maar niet, waar dat op neer
+zou komen.
+
+"Zijt ge op de hoogte, meneer Gascoigne, van de eigenschappen van
+een gelijkzijdigen driehoek?"
+
+"Jawel," antwoordde de adelborst, "dat ze drie gelijke zijden
+heeft--maar wat drommel heeft dat met het duel te maken?"
+
+"Heel veel, meneer Gascoigne," hernam de konstabel; "de moeilijkheid
+wordt er door opgelost: werkelijk, een duel met z'n drieën kan enkel
+naar dat grondbeginsel plaats hebben. Zie maar eens hier," zei de
+konstabel, terwijl hij een stuk krijt uit zijn zak haalde en een
+driehoek op de tafel teekende, "in deze figuur hebben we drie punten,
+op gelijken afstand van elkaar en ook hebben we drie strijders;
+plaatsen we er op ieder punt één, dan is de zaak in orde: hier
+bijvoorbeeld meneer Rustig, de bootsman daar en de onderbetaalmeester
+op den derden hoek."
+
+"Maar hoe moet er dan geschoten worden?" vroeg Gascoigne, die schik
+in de grap kreeg.
+
+"Dat komt er minder op aan," hernam de konstabel, "maar voor zeelui
+dient 't wel met de zon om te gaan; dat wil zeggen meneer Rustig
+schiet op meneer Biggs, meneer Biggs op meneer Easthupp en meneer
+Easthupp weer op meneer Rustig; op die manier krijgt ieder zijn schot
+en dient tevens tot mikpunt voor een ander."
+
+Gascoigne was in de wolken over die nieuwe vinding, te meer daar hij
+begreep, dat ze voor Rustig groot voordeel opleverde.
+
+"Op mijn woord, meneer Tallboys! ik maak u mijn compliment; wat zijt
+ge toch een wiskundige kop, ik ben niet uw schikking ten hoogste
+ingenomen. Natuurlijk hebben in dergelijke zaken de partijen zich
+te houden aan de voorschriften der secondanten, en ik zal er wel
+voor zorgen, dat meneer Rustig met uw uitnemend en wetenschappelijk
+voorstel genoegen neemt."
+
+Gascoigne begaf zich naar buiten, waar Jack nog met den aap bezig was,
+deelde hem de door den konstabel voorgestelde regeling mee en beiden
+lachten er hartelijk over.
+
+De konstabel stelde er den bootsman mee in kennis, en ofschoon deze
+er zoo goed als niets van begreep, zei hij toch:
+
+"Voor mijn part, ik vind 't best--schot om schot, en geen begunstiging
+van den een boven den ander."
+
+De partijen verschenen nu op de aangewezen plaats met twee paar
+scheepspistolen, die meneer Tallboys stil van boord meegesmokkeld
+had, en de konstabel ging nu meneer Easthupp uit de kuiperij
+roepen. Intusschen had Gascoigne een gelijkzijdigen driehoek van
+twaalf pas per zijde uitgemeten, die door Tallboys bij zijn terugkeer
+goedgekeurd werd. Rustig nam zijn plaats in, de bootsman werd op
+de zijne gezet en Easthupp, die beteuterd stond te kijken, door den
+konstabel naar de derde plaats geleid.
+
+"Maar meneer Tallboys," zei de onderbetaalmeester, "ik begrijp er
+niets van. Meneer Rustig moet toch eerst met meneer Biggs vechten,
+is 't niet?"
+
+"Wel neen," antwoordde de konstabel, "'t is een duel met z'n
+drieën. Gij schiet op meneer Rustig, meneer Rustig op meneer Biggs
+en meneer Biggs op u. Zoo is 't geregeld, meneer Easthupp."
+
+"Maar," zei meneer Easthupp, "dat vat ik niet. Waarom moet meneer
+Biggs op mij schieten? Met hem heb ik geen twist."
+
+"Omdat meneer Rustig op meneer Biggs schiet, en meneer Biggs moet
+immers evengoed zijn schot hebben."
+
+"Meneer Easthupp," merkte Gascoigne op, "als gij ooit in fatsoenlijk
+gezelschap hebt verkeerd, dient ge eenig begrip te hebben van
+duelleeren."
+
+"In de fijnste gezelschappen heb ik verkeerd, meneer Gascoigne,
+en ik weet iemand voldoening te geven; maar...."
+
+"In dat geval, meneer, behoort gij te weten dat uw eer in handen van
+uw secondant is en dat geen fatsoenlijk man van diens schikking in
+appél komt."
+
+"Dat weet ik ook wel, meneer Gascoigne; maar ik heb geen ruzie met
+meneer Biggs, en daarom zal meneer Biggs stellig niet op mij willen
+mikken."
+
+"Zou je soms denken dat ik voor niets op me liet schieten?" viel de
+bootsman uit. "Waarachtig niet ik wil ook mijn schot hebben."
+
+"Maar op uw vriend, meneer Biggs!"
+
+"Dat kan me niet schelen, ik zal schieten op wie dan ook; schot om
+schot, en ik zal zoo goed mogelijk raken."
+
+"Neen, heeren, daar tegen teeken ik protest aan," riep Easthupp;
+"ik ben hier gekomen om voldoening te eischen van meneer Rustig en
+niet om meneer Biggs op me te laten schieten."
+
+"Gij krijgt immers voldoening door op meneer Rustig te mogen schieten,
+wat wilt ge nog meer?" antwoordde de konstabel.
+
+"Maar ik protesteer tegen het schieten van meneer Biggs op mij."
+
+"Zoo, wou je soms wel een schot lossen maar er geen ontvangen?" snauwde
+Gascoigne hem toe, "je bent een vervloekte lafaard en moest eigenlijk
+weer in de kuiperij gesmeten worden."
+
+Die beleedigende uitdrukking maakte het bloed van Easthupp gaande en
+hij nam het pistool aan, dat de konstabel hem voorhield.
+
+"Onthoud die woorden goed, meneer Biggs; wat een taal tegenover een
+fatsoenlijk man! Gij zult van me hooren, meneer, zoodra het schip
+afbetaald is. Ik verzet me niet langer, meneer Tallboys; liever dood
+dan eerloos. Ik ben een man van fatsoen, voor den donder!"
+
+Blijkbaar was de bluffer alles behalve dapper, want hij beefde sterk
+toen hij aanlegde.
+
+De konstabel gaf het teeken, met een omhaal alsof hij aan
+boord de oefeningen met de kanonnen leidde. Nauwelijks had hij
+"vuur!" gekommandeerd of meneer Easthupp gaf een luiden gil, sloeg de
+hand achter tegen zijn broek en viel neer; de kogel had den zetel van
+zijn eer getroffen, daar hij bij het mikken op onzen held den bootsman
+zijn rug had toegekeerd. Ook Jack's schot had doel getroffen; de kogel
+was dwars door de wangen van den bootsman gegaan had een paar van
+zijn beste boventanden meegenomen en bovendien zijn tabakspruim. De
+kogel van Easthupp echter was geheel uit den koers gevlogen, want
+bij het afvuren had hij de oogen dichtgeknepen.
+
+De onderbetaalmeester lag op den grond te kermen--de bootsman spoog
+met zijn paar tanden een mondje twee, drie bloed uit en wierp zijn
+pistool nijdig van zich af.
+
+"'t Is waarachtig wat moois," bromde hij tusschen het spuwen door;
+"hoe moet ik nu voortaan het sein voor het middagmaal geven? Als
+ik op de fluit wil blazen zal de wind ontsnappen door de gaatjes in
+mijn wangen."
+
+Intusschen waren de anderen begonnen hulp te verleenen aan den
+onderbetaalmeester, die maar aldoor aan het jammeren bleef. Zij
+onderzochten de wond en bevonden dat ze niet gevaarlijk was.
+
+"Houd toch op met dat verwenschte geschreeuw," riep de konstabel uit,
+"je zult nog maken dat de wacht er op af komt; je bent niet getroffen."
+
+"Niet?" kermde de betaalmeester. "O, laat me maar sterven, laat me
+maar sterven; raak me toch niet aan!"
+
+"Malligheid!" riep de konstabel uit, "je moet opstaan en naar de boot
+loopen; als je 't niet doet, laten we je hier liggen--houd je mond
+toch, kerel! Zul je? of je krijgt een opstopper van me."
+
+"Hij zal niet kunnen loopen, meneer Tallboys," zei Gascoigne; "het
+best zal wezen dat we een paar man uit de kuiperij roepen en hem naar
+het hospitaal laten dragen."
+
+Terwijl de konstabel aan dien wenk gehoor gaf, kwam meneer Biggs,
+met een doek om zijn gezicht alsof hij kiespijn had, op den
+onderbetaalmeester af.
+
+"Wat duivel maak jij toch voor een erbarmelijk leven? Kijk mij eens,
+ik heb twee gaten dwars door mijn facie, en jij enkel een in je
+achtersteven. Ik wou maar dat ik in jouw plaats was, dan kon ik
+ten minste nog op de fluit blazen. Dat was een verwenscht schot,
+meneer Rustig."
+
+"Het spijt me waarlijk," antwoordde Jack met een beleefde buiging;
+"ik verzoek u wel verschooning."
+
+Onder dit gesprek raakte de onderbetaalmeester zoo'n beetje buiten
+westen en dacht dat hij sterven zou.
+
+"Och hemeltje, wat was ik een dwaas! Nooit ben ik een heer
+geweest--enkel een bluffer: ik zal sterven; nooit zal ik meer
+zakkenrollen--nooit--nooit!"
+
+"Jou vervloekte kerel!" riep Gascoigne uit. "Dus ben je toch werkelijk
+een zakkenroller geweest?"
+
+"Ik zal er me nooit weer mee inlaten," kreunde de vent. "Voortaan
+zal ik een deugdzaam leven leiden--water, water, alsjeblieft! O, o!"
+
+Daarop viel de arme stakker in zwijm, en meneer Tallboys, die juist
+met een paar man terugkeerde, liet hem nu naar het hospitaal brengen,
+waarheen ook de bootsman hem vergezelde, in de meening dat hij wel
+eenige geneeskundige hulp kon gebruiken, eer hij weer naar boord ging.
+
+"Wel, Rustig," zei Gascoigne, terwijl hij de pistolen opraapte en in
+zijn zakdoek wikkelde, "dat is de mooiste grap geweest, die ik ooit
+heb bijgewoond." En bij de herinnering er aan, barstte hij in lachen
+uit, zoodat de tranen hem over de wangen liepen. Jack echter vond het
+geval lang zoo prettig niet, want hij vreesde dat de onderbetaalmeester
+ernstig gewond zou zijn en gaf zijn bezorgdheid daarover te kennen.
+
+"In elk geval hebt gij hem niet getroffen," hernam Gascoigne; "het
+eenige wat op uw rekening komt is het geschonden gezicht van den
+bootsman,--je zult hem nu wel voor goed den mond gestopt hebben."
+
+"Ik vrees, dat het voortaan met ons verlof krijgen uit zal zijn,"
+antwoordde Jack.
+
+"Daar kunnen we wel zeker van zijn," stemde Gascoigne in.
+
+"Hoor eens hier," zei Rustig; ik heb een aardig sommetje dollars bij
+me--als we eens niet naar boord teruggingen?"
+
+"Sawbridge zal ons door de wacht laten inrekenen," luidde het antwoord;
+"maar daartoe moeten ze ons eerst vinden."
+
+"Dat kan zoo lang niet duren, ze zullen ons gauw genoeg bij de kladden
+hebben en dan gaan we voor een paar dagen de doos in."
+
+"'t Zou toch een verduiveld werk zijn, als we al de zes weken, die
+het schip hier blijft liggen, bij zoo'n brandende zonnehitte aan
+boord moesten hokken, met geen andere bezigheid dan naar het spelen
+der loodsmannetjes om het roer te kijken en slechte abrikozen te
+verorberen. Heb je veel geld bij je, Jack?"
+
+"Twintig dubloenen en nog wat dollars," antwoordde Jack.
+
+"Laten we ons dan houden, Jack, alsof we ons doodelijk ongerust maken
+over de gevolgen van het duel en ons niet durven vertoonen uit vrees
+van gehangen te zullen worden. Ik zal Jolliffe een brief zenden, dat
+we ons schuil houden tot onze zaak afgehandeld is en hem verzoeken
+bij den kapitein en den eersten luitenant een goed woord voor ons te
+doen. Ik zal hem alles in bijzonderheden vertellen en mij voor de
+waarheid er van op den konstabel beroepen; dan weet ik zeker, dat,
+al worden wij gestraft, zij toch om het geval zullen lachen. Maar ik
+zal 't laten voorkomen, alsof Easthupp gedood is, en wij bang zijn
+voor ons leven. Als we dan aan boord gaan van een der marktschuiten,
+die met fruit van Sicilië hier komen en van avond naar Palermo zeilen,
+kunnen we een tocht van veertien dagen maken en, als ons geld op is,
+weer terugkeeren."
+
+"Dat is een prachtig idee, Ned, en hoe eer we het ten uitvoer brengen
+hoe beter. Ik zal den kapitein schrijven om hem te smeeken ons van
+het ophangen te verschoonen en hem te melden, waar we heen gevlucht
+zijn. Die brief moet hem overhandigd worden, nadat we onder zeil
+zijn gegaan."
+
+
+
+
+Veertiende hoofdstuk.
+
+ Onze held onderneemt een nieuwen tocht en schiet er bijna
+ het hachje bij in.
+
+
+Gascoigne en onze held, die geen van beiden in uniform waren, hadden
+spoedig den eigenaar van een marktschuit opgediept. Zij troonden de
+man mee naar een kroeg, waar ze, met behulp van een Malthezer jongen,
+die wat Engelsch verstond, met hem overeenkwamen, dat hij voor de som
+van twee dubloenen nog dienzelfden avond onder zeil zou gaan en hen
+bij een of andere stad van Sicilië aan wal zou zetten. Het bezorgen
+van wat eetbaars en van een paar mantels om in te slapen was onder
+den koop begrepen.
+
+Onze beide adelborsten keerden nu weer terug naar de herberg, waar ze
+vóór het duel vertoefd hadden en bestelden een flink maal. Terwijl ze
+in een achterkamer daarop zaten te wachten, verdreven ze zich den tijd
+met vliegen vangen en het praten over de gebeurtenissen van dien dag.
+
+Daar meneer Tallboys het niet geraden achtte vóór den avond naar boord
+terug te keeren en ook meneer Biggs het liever eerst donker wilde laten
+worden, lekte er vóór den volgenden morgen niets van het duel uit. Ook
+toen nog werd het niet bekend door den bootsman of den konstabel,
+maar door een hospitaalknecht, die den scheepsdokter kwam verwittigen,
+dat een van de manschappen gewond bij hen was binnengebracht, maar
+het heel goed maakte.
+
+Meneer Biggs was met een doek om zijn gezicht langs de valreep
+opgeklommen.
+
+"Die verduivelde Jack Rustig," mompelde hij, "sedert we van Portsmouth
+uitgezeild zijn, ben ik nog maar tweemaal met verlof geweest. De
+eerste maal moest ik ten spot van de heele bemanning zonder broek
+naar boord terug en nu durf ik mijn gezicht niet vertoonen." Hij
+meldde zich bij den officier van de wacht en haastte zich naar de
+kooi, waar hij den ganschen nacht wakker lag van de pijn, en op een
+uitvlucht zon om den volgenden morgen niet aan dek te komen.
+
+Die moeite had hij zich echter kunnen besparen, want meneer Jolliffe
+bracht den brief van Gascoigne aan meneer Sawbridge, en die van onzen
+held werd aan den kapitein overhandigd.
+
+Kapitein Wilson kwam aan boord en hoorde nu van Sawbridge al de
+bijzonderheden die Jack onvermeld had gelaten; en nadat zij den brief
+van Gascoigne in de kajuit nog eens overgelezen hadden en meneer
+Tallboys in verhoor genomen en in arrest gezonden was, maakten zij
+zich vroolijk over het gebeurde.
+
+"Er komt maar geen einde aan de dwaasheden van dien Rustig," zei
+de kapitein. "Ik moet lachen om dat duel, want eigenlijk heeft 't
+niets te beduiden en hij zou er met een flinke schobbeering afgekomen
+zijn. Maar die malle jongens zijn nu met een marktschuit naar Sicilië
+en hoe duivel krijgen we ze weer hier?"
+
+"Zoodra hun geld op is, zullen ze wel vanzelf terugkomen," antwoordde
+Sawbridge.
+
+"Ja, als ze ten minste niet in andere ongelegenheden geraken. Die
+Gascoigne is al net zoo'n hachje als Rustig, en nu die twee bij elkaar
+zijn, valt er geen pijl op te trekken waar het op uit zal draaien. Van
+middag ga ik bij den goeverneur ten eten, wat zal die lachen als ik
+hem van de nieuwe manier van duelleeren vertel!"
+
+"Ja, meneer, dat is juist een kolfje naar zijn hand."
+
+"We dienen toch te onderzoeken, Sawbridge, of ze het eiland al verlaten
+hebben; me dunkt, dat zullen ze nog niet."
+
+Maar het was wel zoo. Jack en Gascoigne hadden een flink maal genuttigd
+en vervolgens bedaard gewacht, tot de marktschipper hen kwam halen.
+
+"Wat zullen we met de pistolen doen, Jack?"
+
+"Meenemen en laden voordat we vertrekken--we kunnen ze soms noodig
+hebben. Wie weet of er aan boord van de marktschuit geen muiterij
+uitbreekt. Hadden we Mesty maar bij ons."
+
+Zij laadden de pistolen, namen er ieder een paar en borgen die onder
+hun vest, verdeelden kruit en lood onder elkaar en weldra kwam de
+schipper hun zeggen, dat alles gereed was.
+
+Gascoigne en Rustig betaalden nu hun rekening en wilden vertrekken,
+maar de schipper gaf hun te kennen, dat hij klinkende munt wilde
+zien eer hij hen aan boord liet. Jack raakte daarover zoo verbolgen,
+dat hij een handvol dubloenen uit zijn zak greep en er den schipper
+twee van toewierp met de vraag of dat genoeg was.
+
+De schipper trok zijn beurs, deed het geld er in en verzocht de
+jongelieden onder allerlei verontschuldigingen hem te volgen. Dit
+deden zij en niet lang daarna voeren ze vlak langs de Harpij de haven
+van Vallette uit.
+
+Het was een heldere avond en onder het flikkeren der sterren en de
+zachte stralen der maan gleed het lichte vaartuig over het water. De
+onoverdekte schuit lag vol vaten en kisten, waarin druiven en allerlei
+vruchten geweest waren en de bemanning bestond, behalve uit den
+schipper zelf, uit twee man en een jongen, welke laatste drie zich
+vooruit bij het zeil ophielden.
+
+De schipper zat aan het roer en was zeer beleefd tegenover de twee
+jongelui, die maar liever ongemoeid gelaten werden. Ten slotte vroegen
+zij om een paar mantels, daar ze wilden gaan slapen. De schipper
+riep nu den jongen om het roer van hem over te nemen, haalde wat zij
+verlangd hadden en ging vervolgens naar voren. Onze beide adelborsten
+lagen een poos naar de sterren te kijken, zonder een woord te spreken,
+doch eindelijk begon Jack:
+
+"Zoo'n vaart vind ik heel prettig, Gascoigne. Wat danst zoo'n scheepje
+luchtig over de golven."
+
+"Dat vind ik ook, je zoudt je zoo heerlijk in slaap kunnen laten
+wiegelen; maar wat dunk je, zou 't ook zaak zijn wacht te houden?"
+
+"Om de waarheid te zeggen, daar heb ik ook al over gedacht. De oogen
+van den schipper bevallen me niet best--hij kijkt scheel."
+
+"Dat doet er eigenlijk minder toe, Jack, maar ik geloof dat hij
+verlekkerd is geraakt op je dubloenen; je hadt eens moeten zien hoe
+zijn oogen begonnen te glinsteren, toen je zooveel geld voor den
+dag haalde."
+
+"Ja, dat was een domme streek van me."
+
+"Je hadt hem liever de pistolen dan je dubloenen moeten laten zien."
+
+"Nu, als hij lust krijgt zich toe te eigenen wat hij gezien heeft,
+zal hij kennis maken met wat hij niet onder de oogen heeft gehad."
+
+"O, bang ben ik niet, maar we zullen toch verstandig doen met een
+half oog open te houden."
+
+"Wanneer zouden we aan land komen?"
+
+"Morgenavond als de wind zoo blijft, en daar is veel kans op. Als
+we eens om beurten waakten en onze pistolen onder de mantels gereed
+hielden?"
+
+"Best--'t is nu ongeveer twaalf uur--wie zal de hondenwacht op
+zich nemen?"
+
+"Ik, Jack, als je 't goed vind."
+
+"Goedennacht dan en kijk maar goed uit de oogen. Geef me maar een
+fermen stomp als ik je moet aflossen, want ik slaap verduiveld vast."
+
+Binnen weinige minuten lag Jack in diepe rust, terwijl Gascoigne plat
+in de schuit zat met naast iedere hand een pistool.
+
+De eigenaar van het scheepje was zoo verlekkerd geraakt op de
+dubloenen, die Jack zoo ondoordacht had laten zien, dat hij besloot er
+zich meester van te maken. Terwijl onze beide vrienden zamen zaten te
+praten, was de schipper met de twee mannen vooruit aan het overleggen,
+en er werd afgesproken, dat zij de beide passagiers zouden vermoorden,
+plunderen en vervolgens over boord werpen.
+
+Tegen twee uur in den morgen kwam de schipper eens kijken of ze
+sliepen, maar vond Gascoigne wakker. Telkens en telkens keerde
+hij nog eens terug, maar steeds vond hij den jongen man overeind
+zitten. Ongeduldig geworden, vol begeerte naar het geld en niet
+vermoedende dat zijn passagiers gewapend waren, begaf hij zich nogmaals
+vooruit om met de twee anderen te beraadslagen. Gascoigne had zijn
+bewegingen nauwlettend nagegaan; hij vond het vreemd, dat het roer
+aan den jongen werd toevertrouwd, terwijl er toch drie volwassen
+mannen aan boord waren, en ten laatste merkte hij op, dat ze hun
+messen trokken. Hij gaf Jack een peuter, zoodat deze onmiddellijk
+ontwaakte. Gascoigne hield jack de hand voor den mond, opdat hij geen
+geluid zou geven en fluisterde hem toe welke vermoedens hij had. Jack
+greep zijn pistolen; beiden spanden zoo voorzichtig mogelijk den
+haan en wachtten in stilte wat er gebeuren zou, Jack, nog liggende,
+terwijl Gascoigne plat op den bodem der schuit bleef zitten. Eindelijk
+zag Cascoigne de drie mannen naar achter komen--voor een oogenblik lei
+hij een zijner pistolen neer om Jack een handdruk te geven, die door
+dezen beantwoord werd. Terwijl Gascoigne de kerels, die tusschen de
+leege vaten door naderden, strak in het oog hield, bleef Jack languit
+liggen en deed alsof hij sliep. Dichtbij gekomen hieven de schipper en
+zijn beide helpers hun messen op, doch nu losten de slapend gewaande
+adelborsten opeens hun pistolen, en troffen den schipper en een der
+knechts vlak in den borst, zoodat ze beiden neerstortten. De derde
+aanvaller deinsde af. Jack, die niet op kon staan, omdat het lichaam
+van den schipper hem dwars over de beenen was gevallen, lei met
+het tweede pistool haastig op den derden man aan en ook deze plofte
+neer. De jongen aan het roer, die misschien wist waar het op aangelegd
+was, of wel eenvoudig het voorbeeld der anderen volgde, trok nu ook
+zijn mes en viel Gascoigne van achteren aan. Gelukkig schampte het mes
+af, zoodat Gascoigne slechts een lichte verwonding aan den schouder
+bekwam. Toen hij zich schielijk omwendde om den jongen neerschieten,
+verloor deze bij het terugdeinzen zijn evenwicht en sloeg over boord.
+
+Onze beide adelborsten schepten nu even adem.
+
+"Wel, Jack." zei Gascoigne ten laatste, "had je ooit...."
+
+"Neen, nooit."--antwoordde Jack.
+
+"Wat nu gedaan?"
+
+"Om te beginnen, Ned, dienen we een van beiden aan het roer te gaan,
+want de schuit dobbert al aardig op goed geluk rond."
+
+"Je hebt gelijk," antwoordde Gascoigne, "en daar ik beter sturen kan
+dan jij, zal ik dat maar op me nemen."
+
+Gascoigne vatte nu de roerpen ter hand, loefde bij den wind op en
+hervatte het gesprek.
+
+"Die ellendige jongen heeft me een duivelschen veeg over den schouder
+gegeven; of hij me erg gewond heeft, weet ik niet, maar 't is gelukkig
+mijn linkerschouder, zoodat ik toch evengoed sturen kan. Zouden de
+kerels alle drie dood zijn?"
+
+"De schipper in elk geval," antwoordde Jack. "Ik had heel wat werk
+om mijn beenen onder hem vandaan te krijgen. Maar we zullen met
+het onderzoek wachten tot de dag aangebroken is en intusschen mijn
+pistolen weer laden."
+
+"Het wordt in het oosten al helderder--over een half uur zal 't wel
+licht zijn. Wat een drommelsche herrie, Jack!"
+
+"Ja, wie kan dat helpen? We gingen aan den haal omdat twee menschen
+gewond waren,--en nu zijn we verplicht geweest uit zelfverdediging
+vier personen te dooden."
+
+"En daarmee is het nog niet afgeloopen. Wat moeten we aanvangen als
+we op Sicilië komen? De overheid zal ons gevangen nemen--misschien
+wel laten ophangen."
+
+"Dat zullen we toch eerst eens nader beredeneeren," zei Jack.
+
+"We moesten 't maar liever onder ons beiden uitmaken, Jack, en
+overleggen hoe ons het best uit de verlegenheid te redden."
+
+"Me dunkt, dat we er juist al heel aardig aan zijn ontsnapt; wees
+maar niet bezorgd, we zullen een volgenden keer ook wel weer uit
+de klem raken. 't Is toch gek, dat er bij al wat ik doe, zooveel
+overhoop raakt."
+
+"Ja, dat is 't wel, Jack. Maar hoor je daar niet een van die arme
+kerels kreunen?"
+
+"Dat zou niet onmogelijk wezen."
+
+"Wat moeten we met hen aanvangen?"
+
+"We zullen de lijken bij ons moeten houden, of ze over boord werpen;
+het geheele geval vertellen precies zooals het geloopen is, of er
+geen woord over reppen."
+
+"Dat is vrij duidelijk. Maar er dient gehandeld te worden, want met
+praatjes komen we niet verder."
+
+"Stel, dat we de lijken aan boord houden, een zeehaven binnenloopen,
+ons bij de overheid aanmelden en meedeelen wat er gebeurd is, wat dan?"
+
+"Dan zullen we stellig bewijzen, dat we drie man gedood hebben,
+maar niet, dat we er toe gedwongen waren Jack. Ze zullen ons dus in
+de gevangenis zetten, tot we onze onschuld hebben bewezen, wat niet
+zoo gemakkelijk gaan zal."
+
+"Dat is verre van plezierig," antwoordde Jack. Maar laten we nu de
+zaak eens van den anderen kant bekijken."
+
+"Als we de lijken en ook de leege vaten over boord werpen, de schuit
+reinigen en de eerste haven de beste binnenloopen, hebben we alle kans,
+juist op dezelfde plaats te komen, vanwaar de schuit uitgezeild is. Dan
+krijgen we een hoop vrouwen en kinderen en met messen gewapende kerels
+aan den hals, die ons zullen vragen waar de bemanning van het vaartuig
+gebleven is."
+
+"Dat zou me volstrekt niet bevallen," zei Jack.
+
+"En al loopt 't niet zoo erg, in elk geval zullen ze vragen wie wij
+zijn en waar we vandaan komen."
+
+"Alweer een moeilijkheid," zei Jack. "We moesten maar zeggen, dat
+we er op uit waren gegaan, om met het pistool zeemeeuwen te schieten
+en door een stormwind naar Sicilië zijn afgedreven--dat wekt meteen
+belangstelling."
+
+"Misschien is dat nog maar het beste, Jack. In elk geval dienen we
+eerst die lijken op te ruimen; maar als de kerels eens niet dood
+zijn?--We kunnen ze toch niet levend over boord smijten--dat zou een
+moord wezen."
+
+"Ja, juist," antwoordde Jack, "dus eerst ze doodgeschoten en dan
+overboord er mee."
+
+"Je bent toch een rare, Jack. Maar kom laten we eerst de kerels
+onderzoeken en dan beslissen. Houdt je pistool gereed, ze mochten
+eens enkel een schampschot gekregen hebben."
+
+"Deze heeft stellig zijn portie," hernam Jack met een ruk aan het
+lijk van den schipper, "en de kerel, dien jij geraakt hebt, heeft
+een gat in zijn borst als een vuist. Nu de derde," vervolgde hij,
+terwijl hij over den dwarsbalk stapte--"die is zeker ook om zeep. Wel
+vriend, ben je dood?" vroeg Jack en bekrachtigde zijn vraag met een
+schop tegen de ribben. De man kreunde. "Dat is jammer, Gascoigne,
+maar mijn pistool zal er gauw een eind aan maken."
+
+"Halt! Jack," riep Gascoigne uit, "dat zou immers een moord zijn."
+
+"In het onderhavige geval niet," beweerde Jack. "Iemand die een
+aanslag doet op het leven van een ander, heeft het zijne verbeurd."
+
+Gascoigne kon echter nog niet toegeven, dat Jack daarom recht had
+om met nummer drie korte metten te maken en er volgde eenig gehaspel
+tusschen onze beide vrienden, waaraan eindelijk de persoon in kwestie
+zelf een einde maakte door met een zwaren zucht den laatsten adem uit
+te blazen. Nu talmden zij niet langer en spoedig waren de lijken in
+de golven verdwenen. Nadat ook de schuit schoongeveegd was, zochten
+ze naar wat eten en vonden in een kist brood, worst en een kruik wijn.
+
+"De schipper heeft toch woord gehouden en voor een maal gezorgd,"
+zei Jack.
+
+"Ja, en als het gezicht van al dat goud hem niet verlokt had, zou
+hij nog in leven zijn."
+
+"Als jij niet aangeraden had op de vlucht te gaan met een marktschuit,
+evengoed."
+
+"En als jij geen duel had gehad, zou ik dien raad niet gegeven hebben."
+
+"En als de stuurman niet genoodzaakt was geweest te Gibraltar zonder
+broek aan boord te komen, zou ik niet geduelleerd hebben."
+
+"En als jij niet aan boord gekomen waart, zou de bootsman zijn broek
+aan gehad hebben."
+
+"En als mijn vader geen wijsgeer was geweest, zou ik niet op zee gegaan
+zijn; zoodat eigenlijk mijn vader van alles de schuld draagt en, zonder
+het zelf te weten, heel op de kust van Sicilië vier menschen gedood
+heeft--daar heb je nu oorzaak en gevolg. Kortom, niets gaat boven
+redeneeren; nu dat uitgemaakt is, kunnen we wel aan ons maal beginnen."
+
+Nadat dit afgeloopen was, ging Jack naar voren en kreeg land in
+'t zicht; drie of vier uren stuurden zij nu denzelfden koers.
+
+"We moeten meer bij den wind opsteken," zei Gascoigne; "bij een kleine
+stad aan te leggen, zal niet geraden zijn; we hebben te kiezen of
+we ergens op de kust zullen landen en de schuit laten zinken, of bij
+een of andere groote stad binnenloopen."
+
+"Dat moeten we nog eens in 't breede beredeneeren," zei Jack.
+
+"Neem jij dan intusschen het roer over, want mijn arm wordt me zoo
+moe; je kunt goed genoeg sturen en 't is tijd, dat ik eens naar mijn
+schouder kijk, want hij is me heelemaal stijf geworden." Gascoigne
+trok zijn jas uit en bemerkte nu dat zijn hemd van bloed doortrokken
+was en op de wond vastgeplakt zat. Hij nam zoolang het roer over,
+tot Jack hem den schouder gewasschen en verbonden had.
+
+"Neem jij het roer nu maar weer voor je rekening," zei Gascoigne,
+"want ik sta op de ziekenlijst."
+
+"Als heelmeester ben ik niets waard," hernam Jack; "maar wat nu
+begonnen? Zullen we van avond aan wal gaan en de schuit laten zinken
+of een stadshaven binnenloopen?"
+
+"Wil je wel gelooven, Jack, dat ik wou dat we weer op de Harpij
+zaten? Ik heb al genoeg van den tocht."
+
+"'t Loopt met mijn tochten ook zoo ongelukkig," antwoordde Jack,
+"ze zijn al te avontuurlijk; maar aan den wal ben ik nog nooit aan
+'t ronddolen geweest. Me dunkt, als we Palermo maar konden bereiken,
+zouden we alle moeilijkheden te boven zijn."
+
+"De wind wakkert aan, Jack," zei Gascoigne; "en 't begint er te
+loevert vrij smerig uit te zien. Ik vrees dat we storm krijgen."
+
+"Dat belooft weinig goeds--ik weet wat het zegt bij een storm gebrek
+aan handen te hebben; één ding is echter gelukkig, we zullen ditmaal
+niet uit den wal gedreven worden."
+
+"Neen, maar wel op de klippen schipbreuk lijden. Er staat te veel
+zeil bij, Rustig, we zullen wat moeten strijken en een rif leggen,
+en hoe eer hoe liever maar, want over een uur zal het donker zijn. Ga
+vooruit het zeil maar strijken, dan zal ik je helpen."
+
+Jack deed dit, maar het zeil zakte in het water en hij kon 't niet
+binnen boord krijgen.
+
+"Zet 't aan de spil vast," zei Gascoigne, "dan zal ik er de wind uit
+laten loopen."
+
+Dit gebeurde; zij reefden het zeil, maar konden het niet meer omhoog
+krijgen: telkens als Gascoigne den helmstok losliet om Jack te helpen,
+schoot de wind in het zeil, en als hij dan naar het roer ging om den
+wind weer uit het zeil te krijgen, was Jack alleen niet sterk genoeg
+om het op te hijschen.
+
+De wind werd hand over hand sterker en de zee onstuimiger; de zon
+school weg en met het halverwege geheschen zeil konden ze niet bij den
+wind houden, maar waren verplicht recht op de kust aan te varen. De
+schuit vloog vooruit over de koppen der golven en de kiel stond half
+blank van het water; de maan was al opgekomen en gaf licht genoeg om
+te doen zien, dat zij niet meer dan vijf mijlen van de kust verwijderd
+waren, waar een breede strook schuim een hevige branding verried.
+
+"In elk geval kunnen ze ons niet beschuldigen, dat wij er met de
+schuit van door zijn," merkte Jack op; "zij is integendeel met ons
+aan den haal."
+
+"Ja," stemde Gascoigne toe, die al zijn kracht noodig had om de
+roerpen te regeeren; "zij heeft het bit tusschen de tanden genomen."
+
+"Ik wou, dat ik ook maar wat tusschen de tanden had," zei Jack,
+"want ik heb een verduivelden honger; en jij, Ned?"
+
+"Ik niet minder," antwoordde Gascoigne; "maar, weet je, Jack, 't kon
+best ons galgemaal wezen."
+
+"Dan mag 't wel bijzonder goed zijn.--Maar hoe denk je dat zoo, Ned?"
+
+"Over een half uur zitten we op het strand."
+
+"Daar moeten we immers juist wezen."
+
+"Ja, maar er staat een hooge zee en ons vaartuig kon wel eens tegen
+de rotsen stuk geslagen worden."
+
+"Nu, dan zal ons daar ten minste niet meer naar gevraagd worden."
+
+"Dat is wel waar, maar met die klippen is 't geen gekscheren; we zullen
+'t er zelf niet beter afbrengen dan de schuit en zwemmen helpt ook
+niet. Konden we maar een inham of een zandbank vinden, dan zou het
+misschien nog gelukken om aan wal te komen."
+
+"Ja," hernam Jack, "ik ben nog niet lang op zee en weet natuurlijk nog
+weinig van al die dingen. Je zult wel gelijk hebben, maar ik zie het
+groote gevaar niet in--laten we de schuit hier maar dadelijk recht
+op het strand laten loopen."
+
+"Dat zal ik ten minste beproeven," antwoordde Gascoigne, die al vier
+jaar ter zee voer en vrij goed wist wat er gedaan diende te worden.
+
+Jack reikte hem een flink stuk brood met worst toe.
+
+"Dank je, ik kan nu niet eten."
+
+"Ik wel," antwoordde Jack, met een vollen mond.
+
+Jack at en Gascoigne stuurde; de snelheid waarmee de marktschuit op
+de kust aanstoof was werkelijk onrustbarend. Als een pijl vloog ze
+van golf op golf en scheen er den spot mee te drijven, als deze haar
+toppen over den smallen achtersteven deden krullen. Geen mijl waren
+ze meer van het strand, toen Jack, die intusschen met zijn avondmaal
+klaar was en naar het bruischend schuim langs de kust zag, uitriep:
+
+"Dat is heerlijk--prachtig!"
+
+"Hij bekommert zich ook nergens om," dacht Gascoigne; "'t schijnt wel
+dat hij geen flauw begrip heeft van het gevaar waarin we verkeeren."
+
+"Wacht maar, mijn beste jongen," zei Gascoigne, "binnen weinige minuten
+zitten we op de klippen. Ik kan onmogelijk van het roer weg, maar
+als we elkaar niet mochten terugzien, vaarwel dan, Jack, God zegen je."
+
+"Gascoigne," zei Jack, "jij bent gewond, en ik niet; je schouder is
+stijf en je kunt den linkerarm ternauwernood bewegen. Als het toch
+op de klippen uitdraaien moet, kan ik evengoed sturen als jij. Ga
+jij voor naar den boeg, daar zul je een betere kans hebben." En
+de pistolen tusschen zijn vest stekende, liet hij er op volgen:
+"ik wil die dingen toch niet achterlaten, ze hebben ons te goede
+diensten bewezen. Komaan, Gascoigne, laat mij nu aan het roer."
+
+"Neen, neen, Rustig."
+
+"Ik zeg van ja," hernam Jack, op luiden, gebiedenden toon, "en
+wat meer is, ik wil gehoorzaamd worden, Gascoigne. Al heb ik geen
+voldoende kennis, spierkracht heb ik toch, en op de kust kan ik al
+licht aansturen. Kom, laat mij aan het roer. Als je dan niet goedschiks
+wilt, zal ik er me met geweld van meester maken."
+
+Rustig wrong Gascoigne den helmstok uit de hand, en gaf hem een duw.
+
+"Ga nu vooruit en zeg me hoe ik sturen moet."
+
+Hoe Gascoigne ook gestemd was over Jack's manier van handelen, toch
+begreep hij onmiddellijk, dat er niets beters op zat dan de schuit
+op de minst onveilige plek te laten loopen, en hij dus waarschijnlijk
+vooruit nog betere diensten zou kunnen bewijzen dan aan het roer. Hij
+tuurde strak naar de klippen, waar de golven telkens als schuimend
+bovenuit sloegen, om dan als watervallen weer langs de kanten er
+van neer te stroomen. Wat rechtsaf bespeurde hij een gaping; als
+het vaartuig daarop aangehouden werd, meende hij, zou het zóó hoog
+opgeworpen worden, dat er voor hen kans zou zijn er uit te komen. Dit
+was nog de eenige manier om aan den dood te ontsnappen.
+
+"Een beetje stuurboord--zoo is 't genoeg. Recht zoo--bakboord
+nu--bakboord? Pas op dat de ra je niet tegen het hoofd
+slaat--vasthouden!"
+
+Op dit oogenblik werd de marktschuit in een breede kloof van een rots
+gesmeten, waarvan de zijden bijna loodrecht stonden; dit was het
+eenige wat hen kon redden, want als ze van den buitenkant tegen de
+klip aangekomen waren zou de schuit aan splinters geslagen zijn. De
+kloof was nog geen vier voet breeder dan de schuit, en daar dezen
+door de golven omhoog geslingerd werd, sloeg de ra met groot geweld
+heen en weer. Jack zou stellig over boord geworpen zijn, als hij niet
+gewaarschuwd was geworden; maar nu dook hij neer, zoodat de ra over
+hem heen ging. Toen het water terugweek, bleef de schuit tusschen
+de rotswanden hangen, maar een tweede golf stuwde ze nog hooger op
+en vulde ze tegelijkertijd met water. De boeg stond nu verscheidene
+voeten hooger dan de achtersteven, waar Jack zich bevond; en het
+gewicht van het water, vereenigd met de kracht der terugslaande golven,
+deed het vaartuig vlak achter den mast vaneensplijten. Jack bemerkte,
+dat het achtergedeelte van het schip weggeslagen werd; hij greep de ra,
+die nog heen en weer slingerde en terwijl hij zich daaraan vastklemde,
+zag hij het gedeelte van de schuit, waar hij zooeven nog gestaan had,
+onder zich in de golven verzinken.
+
+Jack moest al zijn krachten inspannen om niet door de telkens
+opgezweepte golven weggerukt te worden; maar hij wist dat zijn leven
+van het vasthouden der ra afhing en ofschoon het water gedurig over
+hem heen sloeg, liet hij niet los. Eindelijk wist hij vasten voet te
+krijgen op de klip en kroop naar het voorstuk van de schuit, dat heel
+wat hoogerop tusschen een nauwer gedeelte van de kloof vastgeklemd
+zat. Opziende zag hij boven zich op een rotspunt Gascoigne staan,
+die hem nu de hand toestak en omhoog hielp.
+
+"Ziezoo," zei Jack, terwijl hij het water afschudde, "hier zijn we
+tenminste aan wal--zoo iets had ik me toch niet kunnen voorstellen. De
+drang van het terugstroomende water was zoo groot, dat mijn arm er
+bijna door uit het lid getrokken zou zijn. Hoe gelukkig, dat ik jou met
+je gewonden schouder naar voren heb laten gaan! Nu alles voorbij is,
+en je gezien hebt dat ik toch gelijk had, zul je mijn ruwe bejegening
+wel niet kwalijk nemen."
+
+"Je behoeft geen verschooning te vragen, dat je me het leven gered
+hebt, Jack," antwoordde Gascoigne, bibberend van koude.
+
+"Ik moet eens zien of onze ammunitie droog gebleven is," zei Jack;
+"ik heb ze in mijn hoed geborgen."
+
+Jack zette zijn hoed af en bevond, dat de patronen niets geleden
+hadden.
+
+"Wat nu begonnen, Gascoigne?"
+
+"Ik weet 't waarlijk niet."
+
+"Laten we dan hier gaan zitten, om het eens goed te overleggen."
+
+"Dank je wel, er zou te veel koud water over onze redeneeringen
+loopen--ik ben halfdood; laten we opstappen."
+
+"Met alle genoegen," zei Jack, "al loopt 't hier alles behalve
+gemakkelijk."
+
+
+
+
+Vijftiende hoofdstuk.
+
+ Onze held volgt zijn noodlot en ontmoet oude bekenden.
+
+
+Onze beide vrienden klauterden nu verder over de klippen en hadden
+weldra den steilen oever bereikt, waar ze gingen zitten rusten. De
+lucht was helder, ofschoon er een sterke wind woei. Zij hadden een ruim
+uitzicht over de kust, die door de onstuimige golven gezweept werd.
+
+"Als ik zoo naar die woeste baren zie, Ned, ben ik toch maar blij
+dat we er uit zijn."
+
+"Dat ben ik volkomen met je eens, Jack, maar hier vandaan zou ik ook
+wel willen, want de wind blaast me door merg en been. Laten we wat
+landwaarts in gaan en zien of we eenige beschutting kunnen vinden
+tot de dag aanbreekt."
+
+"'t Is haast te donker om iets te vinden," antwoordde onze held;
+"maar toch zoo'n stevige bries uit het westen boven op een heuveltop
+en dan met doornatte kleeren midden in den nacht, zonder iets te eten
+of te drinken, is geen bijzonder begeerlijke toestand en licht tegen
+een beteren te ruilen."
+
+Zij liepen een honderd el verder en daalden toen af, wat hen terstond
+in een veel zachter atmosfeer bracht. Bij het voortzetten van hun tocht
+landwaarts in, kwamen ze op een weg, die evenwijdig scheen te loopen
+met de kust en volgden dien; want, zooals Jack te recht opmerkte,
+een weg voert altijd ergens heen. Na een wandeling van een kwartier,
+hoorden zij het rollen van de branding en bespeurden de witte muren
+van huizen.
+
+"Eindelijk zijn we er," zei Jack. "Zou er iemand naar buiten komen en
+ons binnenlaten, of zouden we voor den nacht een schuilplaats moeten
+zoeken op een van de vaartuigen, die hier aan den wal liggen?"
+
+"Denk er nu vooral om, Rustig, dat ge uw geld niet laat zien; dat wil
+zeggen, kom hoogstens met een dollar voor den dag en zeg dat je niet
+meer hebt; of beloof, dat we betalen zullen, zoodra we te Palermo
+komen; en als ze ons niet vertrouwen of ons niets willen geven,
+moeten we nader zien hoe we het maken zullen."
+
+"Wat gaan die vervloekte honden te keer! Ditmaal zullen we 't er
+wel goed afbrengen, Gascoigne; we zien er waarlijk niet uit, alsof
+'t de moeite waard was ons te plunderen, en bij een aanval hebben
+we pistolen om ons te verdedigen. Reken er gerust op, dat ik geen
+goud meer vertoonen zal. En nu afgesproken hoe we doen zullen. Neem
+jij één pistool en de helft van het goud--'t zit alles in mijn
+rechterzak--mijn dollars en klein geld in mijn linker. Ook daarvan
+krijg je de helft. Totdat we in een veilig oord gekomen zijn, hebben
+we zilver genoeg."
+
+Jack verdeelde nu in het donker het geld en gaf Gascoigne ook een
+pistool.
+
+"Zullen we aankloppen om een onderkomen?--Laten we liever eerst het
+dorp doorwandelen en zien of er ergens een herberg te vinden is. Dat
+keffend hondegoed zal ons spoedig op de hielen zitten, ze komen
+al nader en nader. Daar staat een kar vol stroo--als we daar eens
+inkropen tot den morgen--we kunnen er ons in elk geval in verwarmen."
+
+"Ja," antwoordde Gascoigne, "en veel beter slapen dan in een van
+de schamele woningen. Ik ben vroeger eens op Sicilië geweest; maar
+'n vlooien dat je daar hadt!"
+
+Onze beide adelborsten klommen in de kar, kropen lekker onder het
+stroo en waren spoedig in diepe rust. Daar ze in twee nachten geen
+oog hadden dichtgedaan, valt 't niet te verwonderen dat ze vast
+sliepen--zoo vast zelfs, dat, toen twee uren later de boer, die eenige
+vaten wijn naar het dorp had gebracht, zijn ossen inspande en, zonder
+iets van zijn vracht te bemerken, wegreed, zij volstrekt niet in hun
+rust werden gestoord, ofschoon de wegen op Sicilië nog al heel wat
+te wenschen overlaten.
+
+Door het hobbelige van den weg werd de slaap van onze avonturiers
+nog eer versterkt dan gestoord; en al kregen ze nu en dan hevige
+schokken, dit werkte slechts uit, dat ze zich in hun droomen weer op
+de omstuimige golven en tusschen de klippen aan boord waanden. Na
+omstreeks twee uren bereikten de kar haar bestemming; de boer
+spande zijn ossen uit en leidde ze weg. Dezelfde oorzaak heeft soms
+tegengestelde gevolgen: nu de beweging van de kar ophield werd de
+rust van onze beide adelborsten verstoord; zij draaiden zich in het
+stroo om, gaapten, rekten de armen uit en werden wakker. Gascoigne,
+die een hevige pijn in den schouder voelde, was de eerste, die zijn
+verwarde zinnen weer goed bij elkaar kreeg.
+
+"Rustig." riep hij, terwijl hij overeind ging zitten en zich de
+stroosmelen van het lijf schudde.
+
+"Bakboord!" zei Jack half droomend.
+
+"Kom, Rustig, we zijn nu niet aan boord. Word wakker!"
+
+Jack richtte zich op en toen hij zich eindelijk genoeg uit het stroo
+omhoog gewerkt had om Gascoigne te kunnen zien, zei hij:
+
+"Sla je geloof aan droomen, Ned? Ik heb namelijk gedroomd, dat we
+wakker werden en bij dezelfde stad aangeland bleken, waar vandaan de
+marktschuit uitgezeild was. Ze hadden het wrak tusschen de klippen
+ontdekt en herkend en een van onze pistolen gevonden. Wij werden
+ingerekend en in verhoor genomen omtrent het lot van de bemanning
+der schuit; en juist toen ze ons wilden knevelen, werd ik wakker."
+
+"Heel gek, Jack. Toch moesten we hier maar niet langer toeven en
+ook verbeeld ik me, dat 't niet kwaad zoo zijn, als we onze kleeren
+noch wat meer havenden. Vooreerst zien we er dan wat schooieriger
+uit en in de tweede plaats kunnen we dan onze plunje lichter tegen
+de landsdracht verwisselen en verder trekken, zonder dat het kwade
+vermoedens wekt. Je weet, dat ik vrij goed Italiaansch spreek."
+
+"Ik heb er niets tegen mijn kleeren nog wat meer te havenen,"
+antwoordde Jack. "Maar geef me jouw pistool ook eens; de nat geworden
+lading moet er uit en ik zal beide opnieuw laden."
+
+Nadat dit geschied was, kropen onze adelborsten uit de kar en keken
+om zich heen.
+
+"Wat is dat, Gascoigne? van nacht waren we vlak bij de kust en tusschen
+huizen in en waar zitten we nu?"
+
+"We hebben zeker geslapen als ossen," antwoordde Gascoigne, "maar we
+kunnen toch nog niet veel verder zijn."
+
+"We zijn hier van alle kanten door heuvels omringd over een
+uitgestrektheid van minstens twee mijlen. De een of andere goede geest
+moet ons landwaarts in gebracht hebben, om ons te vrijwaren voor de
+vervolgingen der familiebetrekkingen van de bemanning, waarvan ik
+gedroomd heb," zei Jack.
+
+Zooals hun later bleek, was de marktschuit werkelijk uit dezelfde
+zeehaven uitgezeild, die zij 's nachts bereikt hadden. Het wrak
+was gevonden en herkend en de inwoners hadden 't er voor gehouden,
+dat de schipper met zijn volk in den storm omgekomen was. Hadden ze
+onze beide adelborsten aangetroffen en ondervraagd, dan waren deze
+waarschijnlijk leelijk in de klem geraakt.
+
+Na een poos nauwlettend rondgekeken te hebben, zagen ze, dat ze zich
+op een open veld bevonden, waar blijkbaar maïs afgedorscht en opgewand
+was, en dat de kar, die hen vervoerd had, in de schaduw van een groep
+boomen stond.
+
+"Er moet toch ergens in de buurt een huis wezen," zei Gascoigne,
+"misschien hier achter die boomen. Komaan, Jack, je hebt stellig
+evenveel honger als ik, we moeten naar een ontbijt omzien."
+
+Zij werkten zich nu door het vrij dichte boschage en ontdekten spoedig
+den muur van een groot huis.
+
+"Al klaar," zei Jack; "maar eerst het terrein verkennen. Een
+boerenwoning is 't niet; het huis moet aan iemand van eenig aanzien
+behooren. Nu, des te beter--ze zullen dan te eer fatsoenlijke lui in
+ons herkennen, al steken we allerellendigst in de kleeren. We moeten
+ons maar houden aan dat praatje over de zeemeeuwenjacht, dunkt je
+ook niet?"
+
+"Ja," antwoordde Gascoigne; ik weet er niets beters op. Maar ik bedenk
+daar, dat onze kansen niet zoo slecht staan, want de Engelschen hebben
+bezetting op Palermo."
+
+"Zoo? Nu, ik wou maar dat ik vast aan de garnizoenstafel
+zat.--Maar wat hoor ik daar? Roept daar niet een vrouw om hulp? Ja,
+waarachtig! Vooruit, Ned!" En gevolgd door Gascoigne stormde Jack op
+het huis aan. Hoe meer zij naderden des te luider werden de kreten,
+en toen zij het vertrek binnenstoven, waaruit het geroep tot hen
+doordrong, vonden zij er een bejaard heer, die zich verdedigde tegen
+twee jongelieden, terwijl een bedaagde dame en een jong meisje
+de aanvallers trachten terug te houden. Fluks sprongen de beide
+adelborsten toe, grepen ieder een der onverlaten aan en hielden hun
+de pistolen voor. Schrik en verbazing over het onverwachts optreden
+onzer beide vrienden veroorzaakten eenige oogenblikken van stilte.
+
+"Ned," zei Jack ten laatste, "zeg aan die twee, dat we afvuren,
+als ze niet onmiddelijk hun degens overgeven."
+
+Gascoigne bracht dit bevel in het Italiaansch over en toen er aan
+voldaan was, lieten onze adelborsten de jongelieden los, die nu door
+den ouden heer aldus werden toegesproken:
+
+"Tegen uw wil zijt gij beiden verhinderd een ondoordachten,
+onrechtvaardigen moord te begaan. Wie degenen zijn, die mij zoo te
+juister tijd redding hebben aangebracht, weet ik niet, maar ik ben
+hun innig dankbaar, en zoodra gij tot bezinning zijt gekomen zult ge
+dat ook zijn, daar ze u belet hebben u te bezoedelen met een daad,
+die uw verder leven door wroeging zou hebben vergald. Gij zijt vrij,
+om te gaan waarheen ge wilt; in u, Don Silvio, heb ik me zeer bedrogen;
+de dankbaarheid, die ge mij verschuldigd zijt, had u van zulk een
+schandelijke handeling moeten terughouden, wat u betreft Don Scipio,
+gij zijt zeer misleid geworden; maar in één opzicht, hebt gij beiden
+het slecht getroffen. Tien dagen geleden waren mijn beide zoons hier,
+en bij het koelen van uw wrok tegen mij, zoudt ge me niet zwaarder
+hebben kunnen treffen dan in mijn kinderen, terwijl ge nu als laffe
+moordenaars op een oud man zijt aangevallen. Neemt uwe degens en maakt
+er in het vervolg een beter gebruik van. Tegen verdere aanvallen zal
+ik op mijn hoede zijn."
+
+Gascoigne, die alles verstond wat er gezegd werd, reikte nu aan de
+beide jongelieden hun degens, waarna zij zonder een woord te zeggen
+de kamer verlieten.
+
+"Wie gij ook zijn moogt, ontvangt mijn dank voor de redding van mijn
+leven," zei de oude heer, terwijl hij met eenige bevreemding het
+uiterlijk voorkomen van de adelborsten opnam.
+
+"Wij zijn officieren van een Engelsch vaartuig," antwoordde Gascoigne
+ter verklaring. "Onze boot leed den vorigen nacht schipbreuk, en we
+hebben in het donker getracht bijstand en voedsel te vinden. Indien
+we maar te Palermo kunnen komen, zullen we daar stellig vrienden
+aantreffen en in de gelegenheid gesteld worden ons van behoorlijke
+kleeding te voorzien."
+
+"Is uw schip vergaan, heeren?" vroeg de Siciliaan, "en zijn er velen
+bij omgekomen?"
+
+"Neen, ons schip ligt voor Malta; maar op een pleziertocht met een
+der booten werden we door een stormwind overvallen en naar de kust
+gedreven. Ten einde u van de waarheid er van te overtuigen, kunnen
+onze pistolen dienen, die het koningsmerk dragen, en ten bewijze dat
+we geen fortuinzoekers zijn, zullen we u ons goud toonen."
+
+Gascoigne haalde nu zijn dubloenen voor den dag en Jack deed hetzelfde,
+waarbij hij langs zijn neus weg opmerkte:
+
+"Ik dacht, dat we alleen ons zilver zouden laten zien, Ned!"
+
+"Dat alles is overbodig," antwoordde de edelman; "uw houding in deze
+zaak, uw manieren en beschaafde taal doen u reeds als fatsoenlijke
+lieden kennen; en al waart gij ook van de nederigste afkomst, in elk
+geval ben ik u mijn leven schuldig en gij hebt slechts te zeggen,
+waarmede ik u van dienst kan zijn."
+
+"Met ons wat te eten te geven, want we hebben sedert verscheidene uren
+niets genuttigd. Misschien zullen we daarna nog een nader beroep doen
+op uw welwillendheid."
+
+"Gij zult u over het hier voorgevallene wel zeer verbazen," zei de
+edelman; "zoodra gij op uw verhaal zijt gekomen zal ik er u het een
+en ander van meedeelen, vergun me intusschen mijzelven aan u voor te
+stellen als Don Rebiera de Silva."
+
+"Ik wou maar," zei Jack, die door zijn kennis van het Spaansch een
+gedeelte van het gesprokene had opgevangen, "dat hij ons aan het
+ontbijt noodigde."
+
+"Ik ook," zei Gascoigne; "maar we moeten nog een beetje geduld
+hebben--hij heeft de dames opgedragen onmiddellijk iets gereed
+te maken."
+
+"Uw vriend schijnt geen Italiaansch te spreken," zei Don Rebiera.
+
+"Neen, meneer, maar wel Fransch en Spaansch."
+
+"Als hij Spaansch verstaat, kan mijn dochter met hem praten, zij is
+eerst onlangs uit Spanje teruggekeerd."
+
+Don Rebiera geleide hem nu naar een andere kamer, waar weldra een
+ontbijt werd opgedragen, dat onze adelborsten zich terdege lieten
+smaken.
+
+Toen zij verzadigd waren, wilde de Don hun de noodige ophelderingen
+geven omtrent de aanleiding tot de geweldadigheden, die door hun
+tusschenkomst gelukkig waren verhinderd. Maar bedenkende dat Jack er
+slechts de helft van zou verstaan, liet hij eerst zijn vrouw en zijn
+dochter roepen, opdat deze zich intusschen in het Spaansch met onzen
+held zouden onderhouden.
+
+Zoodra Donna Clara en Donna Agnes binnengekomen en voorgesteld waren,
+zei Jack, die te voren niet veel acht op haar geslagen had, bij
+zichzelven: "Zoo'n gezicht als van dat meisje heb ik meer gezien." Of
+hij zich nu hierin vergiste of niet, stellig had hij maar zelden een
+mooiere brunette onder de oogen gehad dan de vijftienjarige Agnes.
+
+Donna Clara was uiterst voorkomend en om haar echtgenoot niet in zijn
+verhaal te storen, stelde zij onzen held een wandeling in den tuin
+voor, waar ze al spoedig in een priëel plaats namen. Veel Spaansch
+kende de oude dame niet, maar al liet ze er nu en dan een Italiaansche
+woord tusschen vloeien, Jack verstond haar toch heel goed. Zij
+vertelde onder anderen, dat zij met echtgenoot en dochter een paar
+jaar geleden haar getrouwde zuster in Spanje was gaan bezoeken, en
+bij het terugkeeren Agnes, die pas van een zware ziekte was hersteld,
+had moeten achterlaten. Het meisje bleef toevertrouwd aan de zorgen
+harer tante, die een dochter van ongeveer gelijken leeftijd had,
+en was nu twee maanden geleden teruggekomen. Het vaartuig waarmede
+zij in gezelschap van oom, tante en neven den overtocht had gemaakt,
+was in handen gevallen van een Engelsch schip; maar de kommandant
+er van was hoogst beleefd geweest en had hen reeds den volgenden dag
+vrijgelaten en vergund al hun goed mee te nemen.
+
+"Ei zoo," dacht Jack, "ik wist wel, dat ik dat gezichtje meer gezien
+had; dus was zij een van de meisjes in den hoek van de kajuit.--Daar
+wil ik eens een grap mee hebben."
+
+Toen mama uitgepraat was, richtte Jack zich uiterst beleefd tot
+de dochter.
+
+"Ik schaam me, Donna Agnes, dat ik in zulk een gehavende plunje naast
+u zit--maar de klippen op de kust storen zich aan niets."
+
+"Wij hebben de grootste verplichtingen aan u, meneer, en letten niet
+op zulke kleinigheden."
+
+"Dat is wel vriendelijk van u, Signora," hernam Jack. "Weinig vermoedde
+ik van morgen, dat de fortuin mij zoo gunstig zou zijn--want wel kan
+ik anderen de toekomst voorspellen, maar mijzelven niet."
+
+"Kunt gij in de toekomst lezen?" riep de oude dame uit.
+
+"Ja, mevrouw, daar heb ik 't vrij ver in gebracht. Mag ik uw dochter
+eens waarzeggen?"
+
+Donna Agnes keek onzen held eens aan en glimlachte.
+
+"Ik bemerk al, dat de jonge dame er weinig geloof aan hecht; ik dien
+dus een bewijs te leveren van mijn kunst, door haar te vertellen
+wat haar reeds overkomen is. De signora zal dan meer vertrouwen in
+mij stellen."
+
+"Zeker zal ik dat."
+
+"Wees dan zoo goed, mij de palm van uw hand te laten zien."
+
+Agnes stak haar hand uit; Jack vatte die, om de lijnen er van na
+te gaan.
+
+"Dat gij in Spanje opgevoed, voor twee maanden uit dat land
+teruggekeerd, door de Engelschen gevangen genomen en weer vrijgelaten
+zijt, heeft uw moeder reeds verteld; maar om te bewijzen, dat ik van
+dat alles volkomen op de hoogte ben, zal ik meer in bijzonderheden
+treden. Gij waart op een schip dat veertien stukken geschut voerde,--is
+'t niet zoo?"
+
+Donna Agnes knikte toestemmend.
+
+"Dat heb ik toch niet aan meneer verteld," riep Donna Clara uit.
+
+"Het vaartuig werd 'n nachts overrompeld, zonder dat er een gevecht
+plaats had. Den volgenden morgen braken de Engelschen met geweld de
+kajuitdeur open; uw oom en uw neven vuurden hunne pistolen af."
+
+"Lieve hemel?" riep Agnes verbaasd uit.
+
+"De Engelsche officier was een jongmensch van een vrij onaangenaam
+uiterlijk."
+
+"Nu hebt u 't mis, Signor,--hij had integendeel een zeer gunstig
+voorkomen."
+
+"Over den smaak valt niet te twisten, Signora. Gij wist van angst
+haast niet wat ge deedt, en waart in een hoek van de kajuit gekropen."
+
+Agnes, die zich al meer en meer verwonderde, keek eensklaps onzen
+held strak aan en riep uit:
+
+"O moeder, hij is 't--nu herken ik hem, hij is 't?"
+
+"Wie, kindlief?" vroeg Donna Clara, die een en al verbazing was over
+Jack's waarzeggerskunst.
+
+"Wel, de officier die ons gevangen nam en zoo vriendelijk was."
+
+Jack schoot in een luiden lach en erkende toen, dat zij goed gezien
+had.
+
+Fluks sprong Agnes op om haar vader te gaan meedeelen, wie eigenlijk
+zijn gast was.
+
+Ofschoon Don Rebiera zijn verhaal nog niet geëndigd had, bracht
+toch deze mededeeling van Agnes weer allen bijeen en Jack werd met
+dankbetuigingen overstelpt.
+
+"Hoe kon ik vermoeden," zei de Don, "dat ik u zoo dubbel verplicht
+zou zijn, meneer. Zeg slechts waarmede ik u beiden van dienst kan
+wezen. Mijn zoons zijn te Palermo, en zullen de kennismaking met u
+stellig op hoogen prijs stellen; zoodra dus het verblijf hier bij
+ons u mocht gaan vervelen...."
+
+Jack maakte een beleefde buiging en zei, met een blik op zijn gehavend
+plunje. "We zijn niet in een staat, dat we hier lang kunnen vertoeven."
+
+"De kleeren van mijn broers zullen hun wel passen, dunkt me," zei
+Agnes tot haar vader; "en er zijn nog al heel wat kleedingstukken
+hier achtergelaten."
+
+"Als de heeren zich daarmee zouden willen behelpen."
+
+Het duurde nu niet lang, of onze adelborsten zagen er weer
+behoorlijk gekleed uit en de wederzijdsche verhouding werd gaandeweg
+vertrouwelijker.
+
+Na het diner werd er siësta gehouden, maar Jack en Gascoigne, die in
+de kar wel voor een halve week genoeg geslapen hadden, gingen zamen
+in den tuin wandelen.
+
+"Wel, Ned," zei Jack, "verlang je alweer naar de Harpij?"
+
+"Neen," antwoordde Gascoigne, "we zijn mooi op onze pootjes
+terechtgekomen, al zijn we ook eerst duchtig door elkaar geschud.--Maar
+wat is die Agnes een lief schepseltje! Hoe toevallig, dat je ze hier
+weer moet aantreffen!"
+
+"Dat is 't wel, Ned. Maar kom, laten we in dit priëel gaan zitten
+en vertel me dan eens wat Rebiera al zoo van zijn lotgevallen heeft
+meegedeeld."
+
+We zullen dit verhaal niet in al zijn bijzonderheden volgen,
+maar er enkel uit vermelden, dat een oude familieveete Don Rebiera
+herhaaldelijk blootstelde aan de vervolging van een paar verre neven,
+die geen middelen ontzagen om hem het leven te verbitteren, ja zelfs
+hem meermalen met den dood hadden bedreigd.
+
+Gedurende de veertien dagen, die Jack en Gascoigne bij de
+Siciliaansche familie doorbrachten, werden zij als zoons van den
+huize beschouwd. Agnes voelde zich het meest aangetrokken tot Jack,
+met wien ze erg druk was en dikwijls wandeltochtjes maakte, zoodat
+onze held spoedig tot de overtuiging kwam, dat er geen aardiger en
+liever meisje op de wereld te vinden was.
+
+Bij het afscheid kregen onze beide adelborsten aanbevelingsbrieven
+mee aan de voornaamste families van Palermo en aanvaardden, op keurig
+opgetuigde muilezels gezeten, hun tocht.
+
+Nauwelijks hadden ze de plaats hunner bestemming bereikt en in een
+hôtel hun intrek genomen, of Gascoigne vatte de pen op om Don Rebiera
+van hun gelukkige aankomst te verwittigen en Jack nam de gelegenheid
+waar, om er een briefje voor Agnes bij te voegen.
+
+Hun eerste werk was nu nieuwe kleeren aan te schaffen en zich bij den
+door Don Rebiera aangewezen bankier van het noodige geld te voorzien.
+
+In hun logement teruggekeerd, troffen zij er Don Philip en Don Martin,
+de zonen van Don Rebiera, aan, met wie zij spoedige beste maatjes
+waren en die hen overal rondgeleidden. In een wip waren er drie weken
+vervlogen en Jack en Gascoigne dachten nog niet aan heengaan.
+
+Op een partij bij den hertog van Pentaro kwamen zij in aanraking met
+den kapitein van het Engelsch fregat, de Aurora, die er pas voor anker
+was gekomen. Onze adelborsten waren in burgerkleeding en werden door
+kapitein Tartar voor Engelsche jongelieden van fortuin aangezien,
+die een pleziertocht maakten. Daarom behandelde hij hen met de
+meeste voorkomendheid, wat Jack zóó voor den man innam, dat hij
+hem beleefd verzocht voor den volgenden middag zijn gast te willen
+zijn. Kapitein Tartar nam de uitnoodiging aan en bij het afscheid
+drukten zij elkaar hartelijk de hand, beiden ten zeerste ingenomen
+met de nieuwe kennismaking.
+
+Jack liet den volgenden dag terdege opdisschen en aan wijn ontbrak
+het niet. Toen de andere gasten zich naar een bal begaven, waarop ze
+genoodigd waren, bleef kapitein Tartar, die wel van een glaasje hield,
+nog zitten plakken, en Jack achtte zich beleefdheidshalve verplicht
+hem gezelschap te houden. Gascoigne bleef ook, om op te passen dat
+Jack zich niet zou verpraten.
+
+De kapitein was bijzonder onderhoudend en begon een beetje tegen
+Jack op te zien, toen hij ontdekte dat deze de eenige zoon van een
+schatrijken vader was. Onder het gesprek vroeg de kapitein Jack wat
+hem herwaarts gebracht had, en Jack vertelde dat hij met de Harpij
+gekomen was. Gascoigne waarschuwde hem met een duw, maar 't hielp niet,
+want de wijn was onzen Jack naar het hoofd gestegen.
+
+"Ei zoo! dus met kapitein Wilson? Dat is nog een oud vriend van me."
+
+"Van ons ook," antwoordde Jack; "'t is een verduiveld beste kerel,
+die Wilson."
+
+"Maar waar zijt ge later geweest?" vroeg kapitein Tartar.
+
+"Wel, op de Harpij, ik behoor tot de bemanning."
+
+"Tot de bemanning? In welke kwaliteit, als ik vragen mag?" hernam
+kapitein Tartar op vrij wat minder beleefden en vertrouwelijken toon.
+
+"Als adelborst," antwoordde Jack; "en Gascoigne ook."
+
+"Zoo! dus zijt ge met verlof?"
+
+"Och neen, dat niet; maar ik zal je vertellen, ouwe jongen, hoe
+'t ermee gelegen is."
+
+"Een oogenblikje, alsjeblieft," viel kapitein Tartar hem in de rede
+en stond op; "ik moet even mijn oppasser een paar orders geven,
+die ik verzuimd heb."
+
+Gascoigne maakte van de gelegenheid gebruik om Jack op zijn
+onvoorzichtigheid te wijzen, maar deze stoorde er zich niet aan, en
+toen de kapitein zijn plaats aan tafel weer ingenomen had, vertelde
+Jack hem al wat er voorgevallen was. Toen hij geëindigd had, zei hij
+heel familiaar:
+
+"Toe, Tartar, je hebt daar de flesch bij je staan, laat ik je een
+handje helpen."
+
+Kapitein Tartar wierp zich in zijn stoel achterover en scheen zich
+nauwelijks te kunnen inhouden.
+
+"Heb je genoeg van den wijn?" zei Jack. "Dan kunnen we, dunk me,
+ook wel naar het bal gaan."
+
+Op dit oogenblik verscheen een sergeant van de mariniers aan de deur,
+sloeg aan en keek met een blik van verstandhouding naar den kapitein.
+
+"Wel zoo, meneer," riep kapitein Tartar, van zijn stoel opspringende,
+met donderende stem, "gij zijt dus een gedeserteerde adelborst,
+en hebt nog wel de onbeschaamdheid hier in Palermo goeden sier te
+maken en zelfs een postkapitein ten eten te vragen! Zoo'n duivelsche
+rekel durft me kortweg 'Tartar' en 'ouwe jongen' noemen!" vervolgde
+de kapitein, die nu kookte van woede en met de vuist op tafel sloeg,
+zoodat de glazen er van rinkelden.
+
+"Veroorloof me op te merken, meneer," zei Jack, die bij dien uitval
+ineens weer nuchter werd, "dat wij niet tot uw schip behooren, en
+dat we in burgerkleeding zijn."
+
+"In burgerkleeding--zoo'n paar bedriegers, zonder een cent op zak,
+die zich als heele heeren voordoen, en met de noorderzon vertrekken
+zonder hun rekening te betalen."
+
+"Noemt gij mij een bedrieger, meneer?" vroeg Jack.
+
+"Ja, meneer, gij...."
+
+"Dan liegt gij!" riep onze held in drift uit. "Ik ben een fatsoenlijk
+man, meneer, en het spijt me, dat ik niet hetzelfde van u kan
+getuigen."
+
+Verbazing en woede beletten kapitein Tartar te spreken. Vergeefs
+opende hij den mond, doch viel weer op zijn stoel neer. Eindelijk,
+nadat hij zich wat hersteld had, gelukte 't hem uit te roepen:
+
+"Matthews--Matthews!"
+
+"Present, meneer!" antwoordde de sergeant, die bij de deur was
+blijven staan.
+
+"Laat je mariniers binnenkomen en neem die twee in verzekerde
+bewaring. Onmiddellijk er mee naar boord en ze in de boeien geslagen."
+
+"Misschien zult ge ons wel willen veroorloven, meneer," zei Jack,
+die nu geheel bedaard was, "dat we alvorens naar boord te gaan
+onze rekening betalen. Wij zijn geen bedriegers, maar daar gij de
+hand hebt gelegd op onze personen, zult gij u wellicht zelf met de
+betaling willen belasten;" en Jack wierp een zware beurs met dollars
+op tafel. "Vooral wenschte ik u te verzoeken, ten opzichte van de
+bedienden niet karig te wezen."
+
+"Sergeant, geef hun gelegenheid om hun rekening te betalen," zei
+kapitein Tartar op wat minder hoogen toon en verliet de kamer.
+
+"Goede hemel, Jack, wat ben je begonnen?--je zult nog voor den
+krijgsraad gebracht en uit den dienst ontslagen worden."
+
+"Dat hoop ik maar," antwoordde Jack, "ik was een gek, dat ik op zee
+ging. Maar hij heeft me een bedrieger genoemd, en dat laat ik er
+niet bij."
+
+"Als gij klaar zijt, heeren," zei de sergeant, die lang genoeg onder
+kapitein Tartar gediend had om te weten, dat een door hem opgelegde
+straf nog geen bewijs was van een begaan vergrijp.
+
+"Betaal jij de rekening, Rustig, dan ga ik ons boeltje halen,"
+zei Gascoigne.
+
+Binnen een half uur zaten onze beide vrienden in plaats van op het bal,
+onder het halfdek van de Aurora in boeien.
+
+Intusschen was kapitein Tartar naar het bal gegaan, waarop ook hij
+uitgenoodigd was. Bij zijn binnenkomen werd hij aangesproken door Don
+Martin en Don Philip, die hem vroegen, waar onze held en diens vriend
+bleven. Kapitein Tartar was alles behalve goed geluimd en zei kortaf,
+dat ze aan boord van zijn schip in de boeien zaten.
+
+"In de boeien! hoedat zoo?" riep Don Philip uit.
+
+"Wel, meneer, omdat ze een paar jonge deugnieten blijken te wezen,
+die zich bij de deftigste gezelschappen hebben ingedrongen, terwijl
+ze niet meer zijn dan een paar van hun schip gedroste adelborsten."
+
+Nu wisten de Rebiera's heel goed, dat Jack en zijn vriend adelborsten
+waren, maar zij vonden dat geen reden om hen niet als fatsoenlijke
+lui te beschouwen en als zoodanig te behandelen.
+
+"Hebt gij, meneer," zei Don Philip, "die hun gastvrijheid genoten,
+met hen gelachen, gepraat en arm in arm gewandeld hebt, u verstout
+hen in de boeien te slaan?"
+
+"Ja, meneer, dat heb ik."
+
+"Dan zijt ge een ellendeling en daag ik u uit!" riep Don Philip,
+de oudste broeder.
+
+"En ik doe hetzelfde," voegde de ander er bij.
+
+De beide broeders hadden zich zoo gehecht aan onzen held, die zulke
+belangrijke diensten aan hun familie bewezen had, dat hun ergernis
+geen grenzen kende. Zij vertelden aan al hun aanwezige vrienden wat er
+voorgevallen was, zoodat het nieuwtje weldra door de geheele balzaal
+verbreid raakte en zooveel verontwaardiging wekte, dat iedereen
+kapitein Tartar den rug toekeerde. Deze verliet dan ook spoedig de
+balzaal en begaf zich naar zijn logement, waar den volgenden morgen
+de secondant van Don Philip de uitdaging in allen vorm kwam herhalen.
+
+Lafhartig was Kapitein Tartar volstrekt niet; hij nam dus de uitdaging
+aan, maar daar hij op den degen niet geoefend was, stelde hij als
+voorwaarde, dat er met pistolen zou gevochten worden. Hiertegen werd
+geen bezwaar gemaakt. De ontmoeting had plaats en reeds het eerste
+schot van Don Philip ging kapitein Tartar dwars door het hoofd,
+zoodat hij onmiddellijk dood neerstortte.
+
+Don Philip en zijn broeder begaven zich al spoedig aan boord van de
+Aurora om onzen held te bezoeken. De eerste luitenant, die in 't geheel
+geen vriend van den kapitein was geweest, ontving hen zeer beleefd
+en verklaarde, dat kapitein Tartar hem volstrekt niet had medegedeeld
+op welken grond de twee jongelui in boeien waren geslagen. Hij achtte
+zich dus niet gerechtigd tegen hen op te treden en zou last geven hen
+in vrijheid te stellen. Daar hij echter vernomen had, dat ze tot de
+equipage behoorden van een der oorlogsschepen, die bij Malta lagen,
+voelde hij zich verplicht hen mee te nemen en aan boord van hun eigen
+schip te brengen.
+
+Jack en Gascoigne werden nu van hun boeien bevrijd en vernamen van
+Don Philip, hoe deze de hun aangedane beleediging gewroken had. Na
+een onderhoud van ruim een uur namen Don Philip en diens broeder onder
+de hartelijkste betuigingen van vriendschap afscheid en roeiden weer
+naar den wal.
+
+
+
+
+Zestiende hoofdstuk.
+
+ Onze held krijgt een hekel aan den dienst, maar raakt er ook
+ weer mee verzoend. Hij neemt wakker deel aan de bemachtiging
+ van een Franschen kaper.
+
+
+Daags na de begrafenis van kapitein Tartar zeilde de Aurora naar Malta
+en werden onze beide adelborsten aan boord van de Harpij gezonden.
+
+Meneer James, de eerste luitenant van de Aurora, die na Tartar's
+dood het kommando over het schip voerde, was verlangend zich bij den
+admiraal te Toulon te vervoegen en wilde daarom reeds den volgenden
+dag de reis voortzetten. Aan tafel bij den gouverneur ontmoette hij
+kapitein Wilson en vertelde, dat Jack en Gascoigne op last van kapitein
+Tartar in boeien geslagen waren. Ook deelde hij zijn vermoedens
+mede omtrent de aanleiding er toe en het duel dat er het gevolg van
+geweest was. Het geheele geval bleef echter zeer raadselachtig, daar
+Jack en Gascoigne zich tegenover niemand aan boord der Aurora over
+hun avonturen op Sicilië hadden uitgelaten.
+
+"Ik zou omtrent dat duel wel eens het naadje van de kous willen
+weten," zei de gouverneur; "och, Wilson, breng Rustig morgenochtend
+mee hierheen, dan kan hij ons zijn verhaal opdisschen."
+
+Ik vrees dat we hem te veel aanmoedigen, Sir Thomas, hij maakt 't al
+erg genoeg. Er komt maar geen einde aan zijn avonturen en 't loopt
+altijd goed af."
+
+"Nu ja, maar je kunt hem immers hier ontbieden en duchtig onder handen
+nemen, evengoed als in uw eigen kajuit; we zullen dan de waarheid
+wel uit hem krijgen."
+
+"Dat is stellig," antwoordde kapitein Wilson, "want hij komt er altijd
+rond voor uit."
+
+"Nu, doe me dan het genoegen hem te laten halen. Ik vind 't zoo
+verschrikkelijk niet, dat hij zich schuil gehouden heeft, want
+hij schijnt in de meening verkeerd te hebben, dat hij zou gehangen
+worden. Ik moet den jongen noodzakelijk zien."
+
+"Welaan, gouverneur, als dat uw wensch is," antwoordde kapitein Wilson,
+en schreef een paar woorden om meneer Sawbridge te verzoeken, meneer
+Rustig tegen tien uur in den morgen ten huize van den gouverneur bij
+hem te zenden.
+
+Jack verscheen in uniform. Over hetgeen hem zou gezegd worden
+bekreunde hij zich niet veel, want hij was toch besloten den dienst te
+verlaten. Dat hij in boeien was geslagen, kon hij maar niet verkroppen.
+
+Toen Jack bij den kapitein werd toegelaten, vond hij dezen met den
+gouverneur aan het ontbijt. Onverschrokken, maar met den noodigen
+eerbied, stapte hij naar binnen. Kapitein Wilson sprak hem toe en
+bracht hem onder het oog, dat hij met dat duel, en meer nog met het van
+het schip wegloopen, een groote fout begaan had. Jack keek deemoedig
+naar kapitein Wilson op, erkende het verkeerde zijner handeling en
+beloofde in het vervolg beter te zullen oppassen, als kapitein Wilson
+het ditmaal door de vingers wilde zien.
+
+"Vergun me, kapitein, dat ik een woordje ten gunste van het jongemensch
+in het midden breng," zei de gouverneur; ik ben overtuigd dat het
+enkel een gevolg is geweest van gebrek aan oordeel."
+
+"Nu, meneer Rustig, daar gij berouw toont en de gouverneur het voor
+u opneemt, zal ik de zaak maar laten rusten. Maar vergeet niet,
+dat ge mij met uw dolle streken heel wat ongerustheid hebt bezorgd,
+en bedenk steeds, dat ik veel te veel belang stel in uw welzijn, om
+niet angstig te zijn als gij u aan zulke gevaren blootstelt. Ga nu
+maar weer aan boord aan uw bezigheid en laat Gascoigne hetzelfde doen;
+maar laat me alsjeblieft niet meer hooren van duels en van wegloopen."
+
+Jack was door die vriendelijke bejegening zoo getroffen, dat hij geen
+woord kon uitbrengen; hij maakte een buiging en wilde juist de kamer
+verlaten toen de gouverneur zei:
+
+"Meneer Rustig, hebt ge al ontbeten?"
+
+"Ja, meneer," antwooordde Jack, "eer ik aan wal ging."
+
+"Kom, een adelborst ziet er niet tegen op tweemaal te ontbijten;
+schuif maar bij--alles is nu toch vergeten."
+
+Jack boog, nam een stoel, en bewees dat zijn eetlust niet veel
+schade geleden had door het standje. Toen het ontbijt afgeloopen,
+was, merkte kapitein Wilson op:
+
+"Mijnheer Rustig, gewoonlijk hebt ge bij uw terugkomst eenige avonturen
+te verhalen, zoudt ge den gouverneur en mij niet het een en ander
+willen meedeelen van wat er op uw laatsten tocht is voorgevallen?"
+
+"Welzeker, meneer," antwoordde Jack; "maar ik moet om geheimhouding
+verzoeken, want die is voor Gascoigne en mij van het grootste belang."
+
+"Met genoegen als geheimhouding noodig is, mijn jongen; maar daarover
+kan ik zelf het best oordeelen," zei de gouverneur.
+
+Jack begon nu te verhalen wat wij reeds weten en besloot met de
+mededeeling, dat hij den dienst wenschte te verlaten, Hij hoopte dat
+kapitein Wilson hem zou ontslaan en naar huis zenden.
+
+"Och wat, onzin!" riep den gouverneur uit, en kapitein Wilson ging
+aan 't betoogen om hem van zijn voornemen terug te brengen, wat dan
+ook gelukte.
+
+"Als gij er niets tegen hebt, kapitein, dan noodig ik meneer Rustig van
+middag bij ons ten eten en verzoek hem Gascoigne mee te brengen. Gij
+kunt hem dan eerst duchtig het jak uitvegen en ik hem vervolgens
+troosten met een flink diner."
+
+Toen Jack vertrokken was, zei de gouverneur: "De jongen moet
+zachtzinnig behandeld worden, kapitein Wilson; 't zou een verlies
+zijn, als hij den dienst verliet. Lieve hemel, wat al avonturen en
+hoe aardig weet hij ze te vertellen! Als gij 't goedvindt, vraag ik
+hem al den tijd, dien gij hier blijft, bij me te logeeren; ik moet
+goede maatjes met hem worden en hij mag den dienst niet verlaten."
+
+Kapitein Wilson, die ook begreep dat onze held met zachtheid het
+best te regeeren was, gaf zijn toestemming op het voorstel van den
+gouverneur. Jack at dus aan tafel bij den gouverneur en nam les in
+het Spaansch en Italiaansch, zoolang de Harpij opgelapt werd. Nog
+eer het schip klaar was, kwam er een vaartuig van de vloot met last
+aan kapitein Wilson om zich naar Mahon te begeven en een transport,
+dat daar lag, uit te zenden, ten einde de vloot van levende ossen te
+voorzien. Jack keerde wel niet met veel lust naar zijn schip terug,
+maar hij had den gouverneur beloofd, dat hij in dienst zou blijven
+en begaf zich dus den avond vóór het onder zeil gaan aan boord. Hij
+had dus een lekker leventje geleid, dat de scheepskost hem eerst
+tegenstond, maar spoedig herkreeg hij zijn eetlust.
+
+Den volgenden dag ging de Harpij onder zeil en Jack vatte zijn gewone
+bezigheden weer op. Meneer Asper leende tien pond van hem en onze
+held hield zooveel wacht als hij verkoos, wat al bijster weinig was,
+daar hij aan het wacht houden een broertje dood had.
+
+De Harpij hield onder voortdurenden tegenwind koers langs de
+Afrikaansche kust en gedurende verscheidene dagen ondervonden ze
+niets dan teleurstelling. Eindelijk ontdekten ze onder den wal,
+op ongeveer zestien mijlen afstand, een brik. Naar uiterlijk en
+tuigage hield kapitein Wilson het schip voor een of anderen kaper,
+maar het was stil weer en ze konden het niet naderen. Toch achtte de
+kapitein zich tot een onderzoek verplicht, en daarom werden om tien
+uur 's avonds de booten uitgezet. Daar het enkel om een verkenning
+te doen was, ging meneer Sawbridge niet mee. Meneer Asper stond op
+de ziekenlijst, zoodat de stuurman Smallsole het kommando over de
+expeditie kreeg. Jack verzocht meneer Sawbridge om het bevel over
+een der booten. Meneer Jolliffe en meneer Vigors gingen bij den
+stuurman in de sloep. De konstabel was bevelvoerder over den eenen
+kotter en onze held over den tweeden. Ofschoon eerst zeventien jaar,
+was Jack toch sterk en groot voor zijne leeftijd en kon gerust een
+volwassen man genoemd worden. Mesty was bij hem en juist toen de
+boot afzette, liet ook Gascoigne zich er in glijden. De opdracht
+aan den stuurman was vrij bepaald; hij moest het schip verkennen,
+en als het flink bewapend bleek niet aanvallen, want het lag dicht
+onder den wal en kon, zoodra de wind opzette, toch niet aan de Harpij
+ontsnappen. Voerde het geen geschut dan moest hij het aanklampen,
+maar niet voordat de morgen was aangebroken. Dat de booten reeds
+'s avonds werden uitgezonden, was om geen hinder te hebben van de
+zonnehitte, die overdag buitengewoon groot was en al menigeen op de
+ziekenlijst had gebracht. Ze moesten de baai inroeien, maar zorgen
+niet ontdekt te worden en niet al te dicht bij het vreemde schip de
+ankers uitwerpen om het aanbreken van den dag af te wachten. Opdat er
+geen misverstand zou plaats hebben, had meneer Smallsole zijn bevelen
+gekregen in tegenwoordigheid van de andere officieren, die over de
+booten waren gesteld. Na drie uren roeien bereikten zij de plaats
+waar de brik lag, en daar ze aan boord geen lichten zagen bewegen,
+meenden zij niet opgemerkt te zijn. Zij lieten de ankers vallen in
+omstreeks zeven vademen water en wachtten het daglicht af. Toen Jack
+kapitein Wilson's bevel hoorde om tot het aanbreken van den dag voor
+anker te gaan liggen, had hij Mesty beneden vischsnoeren laten halen,
+want versche visch is altijd een versnapering voor adelborsten. Onder
+het visschen raakten Jack en Gascoigne aan het praten over de beste
+manier van aanval met booten. Gascoigne was er voor, dat alle booten
+te gelijk het schip zouden aanklampen, terwijl Jack het beter vond,
+dat ze dit een voor een deden.
+
+"Wil jullie wel eens stil wezen, daar in je boot!" riep de
+stuurman. "Jullie zijn er altijd op uit om den boel in de war te
+sturen."
+
+"Dank je wel, meneer," mompelde Jack. "Ik heb weer beet, Ned."
+
+Jack en zijn vriend bleven aan het visschen tot de dag aanbrak. De
+mist trok op, zoodat de brik zichtbaar werd, en ternauwernood bespeurde
+zij de sloepen, of ze heesch de Fransche vlag en loste een kanonschot
+ter uitdaging.
+
+Meneer Smallsole wist niet goed wat hij doen zou, het geloste
+schot verried geen zwaar geschut, dat vond meneer Jolliffe ook. De
+manschappen, als gewoonlijk tuk op den aanval, beweerden hetzelfde,
+en daar meneer Smallsole niet voor den vijand durfde wijken, uit
+vrees van door de bemanning van zijn schip later met een scheel oog
+te worden aangezien, gaf hij bevel de ankers te lichten.
+
+"Wacht nog even, jongens," zei Jack tot de manschappen van zijn boot,
+"ik heb daar juist beet." Zij lachten, dat Jack 't zoo luchtig opnam,
+en gaven hem gelegenheid eerst zijn visch op te halen; met wat forscher
+roeien zouden ze in een paar seconden wel weer met de andere booten
+gelijk komen.
+
+"Hij is binnen," riep Jack; "licht nu het anker maar." Door het
+oponthoud waren de anderen booten zulk een eind voor, dat ze niet
+zoo gemakkelijk meer in te halen waren.
+
+"Ze zullen vóór ons aan boord zijn." zei Gascoigne.
+
+"Wat hindert dat?" antwoordde Jack; "één moet er toch de laatste
+wezen."
+
+"Best mogelijk, maar niet de boot waar ik in ben."
+
+"Och kom, wij zullen het reservekorps vormen en de eer genieten van
+de kans te onzen gunste te doen keeren."
+
+"Allen gelijk, jongens!" riep Gascoigne, bemerkende dat de overige
+sloepen nog steeds een kabellengte voorbleven.
+
+"Hoor eens, Gascoigne, ik heb het kommando over de sloep," zei Jack,
+"en ik verkies niet dat mijn manschappen buiten adem enteren--dat zou
+al te dom wezen. Geregeld en bedaard, jongens, maar niet te haastig."
+
+"Maar zij zullen het schip veroveren eer wij langs zij komen!"
+
+"Al was dat zoo, dan zoo ik nog gelijk hebben, nietwaar Mesty?"
+
+"Zeker, Massa Rustig, gelijk heeft u--want stel dat ze het schip
+nemen zonder u, dan hebben ze u niet noodig--en hebben ze u noodig,
+dan komt gij." En de neger, die zijn buis uitgegooid had, stroopte
+zijn hemdsmouwen op, alsof hij niet veel goeds verwachtte.
+
+De eerste kotter, onder bevel van den konstabel, sneed de barkas
+voorbij en was drie bootslengten voor, toen zij langs zij van het schip
+kwam. De brik gaf haar de volle laag en de boot verdween in de golven.
+
+"De kotter zinkt!" riep Gascoigne uit; "roei op toch, jongens!"
+
+"Zie je nu wel, dat als we alle drie gelijk gebleven waren, die volle
+laag ook ons om zeep zou gebracht hebben?" zei Jack bedaard.
+
+"Kijk de barkas eens vooruitschieten! Zet aan, jongens, zet aan!" riep
+Gascoigne stampvoetend van ongeduld.
+
+"De ontvangst was blijkbaar zeer warm; terwijl de manschappen uit de
+barkas aan boord klauterden, was de kotter onder den achtersteven
+van de brik gekomen--nog een paar slagen en hij zou langs zij
+wezen. Opeens had er aan dek van het schip een vreeselijke ontploffing
+plaats en brokstukken van lichamen en voorwerpen werden door de lucht
+geslingerd. De uitbarsting was zoo hevig, dat de manschappen van den
+tweeden kotter, als van schrik verlamd, eensklaps het roeien staakten;
+strak staarde ze naar de opstijgende rookkolommen, die masten en
+tuigage van het schip onzichtbaar maakten.
+
+"Nu is 't tijd, jongens, vooruit nu!" riep onze held.
+
+Door zijn stem weer tot bezinning gebracht, gehoorzaamden de
+manschappen--maar de boot had reeds genoeg vaart en eer zij weer een
+ruk aan de riemen konden doen, bonsden zij al tegen het schip aan en,
+Jack volgende, waren ze in een paar seconden op het halfdek van de
+brik. Hier was 't een verschrikkelijk gezicht--het heele dek was zwart
+en lag bezaaid met lijken; vele kleeren branden nog en verscheidene
+lichamen waren vaneengerukt.
+
+De gangspil was gelicht en over één kant geslagen--het kompashuisje
+lag in gruizelementen en verscheidene touwen brandden. Geen levende
+ziel was aan dek te bekennen.
+
+Zooals zij later vernamen van de manschappen, die hun leven gered
+hadden door beneden te blijven, had de Fransche kapitein de sloepen
+al in het oog gehad eer zij ankerden, en zich op alles voorbereid;
+voor het handiger laden der kanonnen, had hij een groote ammunitiekist
+met kardoezen op het dek laten plaatsen. Nu was het gevecht tusschen
+de bemanning van de sloep en die van het schip vlak bij de ganspil
+gevoerd, en een pistoolschot was bij ongeluk tusschen de kardoezen
+te land gekomen en had de vreeselijke verwoesting veroorzaakt.
+
+Het eerste werk was den brand te blusschen, die zich over het schip
+uitbreidde. Zoodra men de vlammen meester was, ging onze held naar
+het achterschip en keek over de verschansing naar den gezonken kotter
+om.--"Gascoigne, ga met vier man in de boot--ik zie daar op een
+kwartmijl afstand den kotter drijven: misschien valt er nog iemand
+te redden; me dunkt, ik zie een paar hoofden."
+
+Gascoigne haastte zich weg en keerde spoedig terug met drie man van
+den kotter; de overigen waren weggezonken, waarschijnlijk gedood of
+gewond, toen ze van de brik de volle laag kregen.
+
+"Goddank, ten minste drie gered!" zei Jack. We moeten nu zien of er
+hier op dek nog enkele van die arme drommels in leven zijn gebleven,
+en dan de rest maar over boord gooien. Wel, Ned, wat zou er van ons
+geworden zijn, als we de brik te gelijk met de sloep hadden geënterd?"
+
+"Ja, jij komt altijd op je beenen te recht, Jack," antwoordde
+Gascoigne; "maar dat bewijst nog niet dat je gelijk hebt."
+
+"Jij bent niet te overtuigen, Ned; maar 't is nu geen tijd van lange
+redeneeringen, we moeten naar die arme kerels omzien; enkelen leven
+er nog."
+
+Bij het nagaan der lijken bleek, dat ook Vigors onder de verongelukten
+behoorde, en in een gelaat, dat bijna geheel zwart gebrand was,
+herkenden zij den armen Jolliffe. Drie vingers van de linkerhand was
+hij ook kwijt, maar zoodra hij aan dek gebracht was, scheen hij weer
+te herleven en wees naar zijn mond om water, dat hem oogenblikkelijk
+gebracht werd.
+
+"Mesty," zei Jack, "zorg jij zoo goed mogelijk voor meneer Jolliffe
+tot ik terugkom."
+
+Het onderzoek werd nu voortgezet en men vond vier Engelsche matrozen
+en evenveel Franschen, die er waarschijnlijk het leven nog zouden
+afbrengen. De overige lijken werden over boord gesmeten. Van den
+stuurman vonden ze tusschen de kanonnen enkel het hoofd en beneden
+waren maar elf Franschen.
+
+Het schip was een Fransche kaper met tien stukken en vijf en zestig
+koppen, waarvan er acht op buit uit waren. De bemanning van het schip
+leed een verlies van zes en veertig aan dooden en gewonden. Van
+de Harpij waren er vijf van den kotter verdronken en achttien met
+de sloep in de lucht gevlogen; van de drie en twintig, die aan de
+expeditie deelnamen, hadden alleen meneer Jolliffe en vijf matrozen
+er het leven afgebracht.
+
+"Daar komt de Harpij aan," zei Gascoigne tot Rustig.
+
+"Des te beter, Ned, want 't is hier een allerellendigst tooneel
+en ik wou dat ik maar weer aan boord was. Ik ben daar juist bij
+Jolliffe geweest; hij kan een beetje spreken; denkelijk zal hij nog
+herstellen. Ik hoop 't voor den armen kerel, hij heeft dan alle kans
+eindelijk eens bevorderd te worden."
+
+Spoedig lag de Harpij naast de brik bijgedraaid en Jack ging
+met den kotter aan boord om rapport uit te brengen omtrent het
+gebeurde. Kapitein Wilson gevoelde grooten spijt over het verlies
+van zooveel manschappen, en begaf zich met Sawbridge aan boord van
+de brik om de verschikkelijke uitwerking der ontploffing persoonlijk
+in oogenschouw te nemen.
+
+Jolliffe en de overige gewonden werden aan boord van de Harpij
+gebracht, en allen herstelden. Tengevolge der brandwonden vervelde
+Jolliffe's pokdalig gelaat geheel en al en het leek wel of het daardoor
+een beetje opgeknapt was. Hij werd echter niet alleen bevorderd,
+maar ook op pensioen gesteld en trad dus uit den dienst.
+
+
+
+
+Zeventiende hoofdstuk.
+
+ Jack gaat uit fourageeren en speelt den vice-consul van Tetuan
+ een leelijken poets. Ook schipper Hogg komt er vrij bekaaid af.
+
+
+De Harpij zette met haar buit koers naar Mahon, waar ze weinige
+dagen na haar aankomst dépéches van den admiraal ontving. Daarbij
+zag kapitein Wilson zich overgeplaatst op de Aurora, om er de
+kommandantsplaats te vervullen, die door kapitein Tartars dood
+opengevallen was, terwijl meneer Sawbridge tot den rang van
+gezagvoerder bevorderd werd en het bevel kreeg over de Harpij.
+
+De admiraal liet kapitein Wilson weten, dat de Aurora nog de komst
+van een ander fregat, dat elk oogenblik kon binnenloopen, moest
+afwachten en daarna onmiddelijk naar Mahon gezonden en onder zijn
+kommando gesteld zou worden. Ook gaf hij kennis, dat de vloot gebrek
+kreeg aan slachtvee, waarom hij verzocht, dat er zonder uitstel naar
+Tetuan zou gezonden worden.
+
+Kapitein Wilson had zooveel officieren verloren, dat hij niet wist,
+wien hij met die zending belasten zou. Eigenlijk was hij nu niet
+langer kommandant van de Harpij en er schoot maar één luitenant over
+en geen stuurman of stuurmansmaat. Gascoigne en Jack waren de eenige
+bruikbare adelborsten en hen durfde hij niet goed belasten met iets
+waar zooveel haast bij was.
+
+"Wat zullen we doen, Sawbridge? zullen we Rustig zenden of Gascoigne
+of beiden, of geen van beiden? Als zij het slachtvee niet spoedig
+bezorgen, zullen zij er bij den admiraal niet zoo gemakkelijk afkomen
+als bij ons."
+
+"Er moet toch iemand heen, Wilson," antwoordde Sawbridge, "en het is
+gewoonte twee officieren te zenden, zoodat de een het vee aan boord
+ontvangt, terwijl de andere het toezicht houdt op de inscheping."
+
+"Nu dan moeten ze er beiden maar heen. Sawbridge, maar lees hen eerst
+goed de les."
+
+"Ik geloof niet dat er veel bij gewaagd is," antwoordde Sawbridge,
+"want Tetuan is zulk een ellendig gat, dat ze er hoe eer hoe liever
+vandaan zullen gaan."
+
+Rustig en Gascoigne werden ontboden; zij luisterden met allen eerbied
+naar hetgeen kapitein Sawbridge hun voorhield, beloofden dat zij
+zich strikt aan de opdracht zouden houden, kregen een brief voor den
+vice-consul mee en werden met het noodige aan boord der brik Mary
+Anna gebracht, waar de stuurman en de bemanning reeds bezig waren
+met het winden der ankers.
+
+De schipper van het transport, een roodharige kerel met een
+vollemaansgezicht, een mopneus en handen als presenteerblaadjes, kwam
+naar het achterschip om hen te verwelkomen en niet zoodra waren de
+kisten en hangmatten aan dek, of het anker werd gelicht en de zeilen
+geheschen. Met schipper Hogg stond Jack spoedig op een goeden voet,
+vooral omdat hij hem kapitein noemde en alle extraatjes van eten en
+drinken voor zijn rekening nam.
+
+Te Tetuan aangekomen, gingen Jack en Gascoigne aan wal om vergezeld van
+kapitein Hogg den vice-consul een bezoek te brengen. Zij vertoonden hun
+papieren en verzochten om slachtvee. De vice-consul was een schraal,
+onbeduidend manneke, die de opvolger van zijn vader was geworden,
+omdat niemand anders het de moeite waard had geacht naar den slecht
+bezoldigden post te dingen. Toch hechtte meneer Hicks heel wat gewicht
+aan zijn ambt en zijn zuster, de eenige Engelsche jonge dame van de
+plaats, zocht vooral de aandacht te trekken der heeren zeeofficieren,
+die er soms om ossen kwamen. Heel gauw tevreden was ze echter niet,
+en had al achtereenvolgens de aanzoeken van drie adelborsten, een
+stuurmansmaat en een betaalmeester van de hand gewezen.
+
+Zoodra de schikkingen op het kantoor van den heer Hicks getroffen
+waren, werden de bezoekers in de ontvangkamer genoodigd en aan de
+zuster van den vice-consul voorgesteld. Miss Hicks trok den neus op
+voor de beide adelborsten, maar lachte kapitein Hogg allervriendelijkst
+toe. Deze werd zelfs tegen den volgenden middag ten eten gevraagd en
+raakte al spoedig op de gastvrouw verliefd, wat eenige stribbeling gaf
+tusschen Miss Julia en haar broer den vice-consul, die verklaarde nooit
+zijn toestemming te zullen geven tot een huwelijk met meneer Hogg. Miss
+Hicks verkoos echter niet zich aan haar broer te storen; zij was baas
+over zichzelve, verklaarde zij, en zou doen wat haar goeddacht.
+
+Toen eindelijk de lading ingenomen was en er aan vertrekken diende
+gedacht te worden, besloot kapitein Hogg allen tegenstand van den
+vice-consul te verijdelen, door Julia eenvoudig te schaken en op zijn
+schip mee te nemen naar Toulon. Jack, die er de lucht van gekregen had,
+hield zich alsof hij Hogg een handje wilde helpen en waarschuwde hem,
+dat Hicks vermoedde wat er gebeuren zou en, zoolang Hogg nog niet
+aan boord was, zijn zuster voortdurend in het oog zou houden. "Ga
+dus zelf aan boord, en onder zeil, meneer Hogg," zei Jack, "en laat
+het aan mij over Miss Hicks bij u te brengen, zoodra haar broer alle
+gevaar geweken zal achten."
+
+"Hartelijk dank, meneer Rustig," antwoordde kapitein Hogg; "dat is
+een uitmuntend plan; wat zijt ge toch vriendelijk!"
+
+Nauwelijks had meneer Hicks de gelden voor de geleverde ossen ontvangen
+of zijn houding ook tegenover onzen held veranderde geheel. Dit stond
+Jack lang niet aan, maar hij hield zich alsof hij niets bespeurde,
+bleef den vice-consul de warmste vriendschap betoonen en nam de
+gelegenheid te baat hem te zeggen, dat hij zijn voorkomendheid niet
+beter kon beantwoorden, dan door hem in te lichten omtrent de plannen,
+die er tegen hem gesmeed werden. Hij vertelde hem nu de beraamde
+vlucht van zijn zuster en dat hij zelf de aangewezen persoon was om
+haar te ontvoeren.
+
+"Welk een gruwel!" riep de vice-consul uit; "ik zal er me over beklagen
+bij de regeering."
+
+"Zou 't niet beter zijn," zei Jack, "als we 't zoo aanlegden, dat
+het geval voor onszelf met een pretje afliep en kapitein Hogg gefopt
+werd? Trek uw zusters kleeren aan, dan zal ik u in plaats van haar
+aan boord brengen. Ik zal u in de kajuit brengen en daar moet ge
+dan uzelf opsluiten. Zonder mijn toestemming kan hij niet uitzeilen;
+den volgenden morgen openen we de deur van de kajuit en lachen Hogg
+eens terdege uit. Zorg dat uw boot tegen het aanbreken van den dag
+u weer van boord komt halen, ik zal dan maken, dat Hogg onverwijld
+naar Toulon vertrekt. 't Zal een kostelijke grap wezen."
+
+Dat vond de vice-consul ook. Hij drukte Jack de hand en was weer even
+voorkomend als te voren.
+
+Even vóór donker werd van de brik, die reeds onder zeil was gegaan,
+een sloep aan den wal gezonden, en, zooals afgesproken was, gaf meneer
+Hicks voor, dat hij naar zijn kantoor ging om de scheepspapieren
+in orde te maken--terwijl zijn eigenlijk doel was, zijn zusters
+kleeren aan te trekken. Miss Hicks stond onmiddellijk op, wenschte
+onzen held een aangename reis en zei, ook al weer zooals afgesproken
+was, dat ze met zware hoofdpijn naar bed moest. Zij wenschte haar
+broeder goedennacht, en begaf zich naar haar kamer waar ze nog een
+uur zou wachten, waarna Jack haar in den tuin zou vinden en naar den
+brik brengen. Onze held ging mede het kantoor binnen en hielp den
+vice-consul, die al zijn eigen bovenkleeren uittrok en in een doek
+knoopte ten einde ze, als hij eenmaal aan boord in de hut zou wezen,
+weer aan te trekken.
+
+Zoodra Hicks klaar was, nam Jack het bundeltje kleeren op en
+geleidde de gewaande Miss naar de sloep. Haastig zetten zij af en
+bij die gelegenheid liet Jack ongemerkt meneer Hicks' bundeltje te
+water vallen. Spoedig waren ze aan boord van het schip, waar Jack
+den verkleeden consul naar de hut bracht, die deze niet achter zich
+sloot, dan na eerst Jack onder een handdruk toegefluisterd te hebben:
+"Wat zullen we morgen lachen!"
+
+Niet zoodra was de boot weer opgeheschen of kapitein Hogg kwam naar
+onzen held toe, schudde hem de hand en zei ook: "Wel, meneer Rustig,
+wat zullen we morgen lachen!"
+
+"Die 't laatst lacht, lacht 't best," dacht Jack.
+
+Er woei een flinke bries, en die de wacht te kooi hadden, kropen in
+hun hangmatten. Ook meneer Hicks wist niets beters te doen dan te gaan
+slapen en bij het aanbreken van den dag was de Mary Anna al meer dan
+honderd mijlen van de Afrikaansche kust.
+
+Wat zetten meneer Hicks en de kapitein nijdige gezichten toen zij zich
+den volgenden morgen beiden gefopt zagen? Zij waren zoo boos als een
+spin, maar Jack deed niets dan lachen. De kapitein wilde terug om Miss
+Hicks te halen, en de vice-consul verlangde zijn vrijheid weer, maar de
+wind woei fel en Jack wist den kapitein tot bedaren te brengen, door er
+op te wijzen dat bij het rekken van den tocht, er licht ossen konden
+sterven en hij die zou moeten vergoeden. Ook kon hij Miss Hicks later
+immers huwen, zonder dat haar broer er iets tegen zou kunnen doen. De
+onder- en bovenlijzeilen werden dus bijgezet en de reis vervolgd tot
+groote ergernis van meneer Hicks, die den kapitein en Jack met een
+aanklacht bij de regeering bedreigde. Hij eischte zijn kleeren terug,
+maar Jack antwoordde dat ze bij het van wal steken uit de sloep waren
+gevallen. Van niemand kon hij kleeren geleend krijgen, zoodat hij
+ten spot van allen in vrouwenrokken rondliep. Door het belachelijke
+van het geval vergat de kapitein zijn eigen leed; hij werd weer goede
+vrienden met Jack, en al weigerde meneer Hicks dien middag met hen mee
+te eten, zij lieten zich door zijn kwaadheid hun eetlust niet benemen.
+
+Na een voorspoedige vaart van tien dagen bereikten ze 's morgens van
+den elfden dag de Toulonsche vloot. Jack meldde zich terstond bij
+den admiraal en rapporteerde het meegebrachte slachtvee, en spoedig
+kwamen nu van al de schepen sloepen aanzetten om haar deel van de
+lading der Mary Anna in te nemen. Terwijl men hiermee bezig was,
+richtte de vlaggekapitein van het admiraalsschip zijn kijker naar het
+transportvaartuig en bespeurde daar aan dek een vrouwelijke gedaante.
+
+"Is dat soms de vrouw van den stuurman?" vroeg hij aan Jack, die met
+den admiraal dicht bij hem stond.
+
+"Neen, meneer," antwoordde Jack, dat is de vice-consul."
+
+"Wat! een vice-consul in vrouwenrokken?"
+
+"Ja, de vice-consul van Tetuan. Hij is in die kleeding aan boord
+gekomen, toen de brik al onder zeil was, en ik achtte het plicht geen
+oogenblik te vertragen, omdat ik wist hoe dringend de vloot om versch
+vleesch verlegen was."
+
+"Wat beteekent dat, meneer Rustig?" zei de admiraal; "daar steekt
+zeker iets achter. Kom even beneden alsjeblieft."
+
+Jack volgde nu den admiraal en den vlaggekapitein naar de kajuit
+en vertelde daar zonder omwegen het heele geval, wat een hartelijk
+gelach verwekte.
+
+"Meneer Rustig." zei de admiraal toen zijn lachbui over was, "ik wil
+er u geen verwijt van maken, maar 't was toch dunkt mij niet noodig
+geweest dien vice-consul in vrouwenkleeren te steken."
+
+"Ik heb naar mijn beste weten gehandeld, admiraal," antwoordde Jack
+heel onderdanig.
+
+"Nu, over het geheel genomen, ben ik tevreden met wat gij gedaan
+hebt. Kapitein Malcolm, zend alsjeblieft een sloep uit om den
+vice-consul te halen."
+
+Meneer Hicks hunkerde er zoo naar om over al zijn leed beklag te
+doen, dat hij zich niet stoorde aan zijn vrouwenkleeren. Wel werd er
+druk gegicheld toen hij aan boord kwam, maar dat zou spoedig genoeg
+ophouden, dacht hij, zoodra ze maar te weten kwamen wie hij eigenlijk
+was. Hij droeg zijn geval aan den admiraal voor, maar vond bij dezen
+slechten troost.
+
+"Hoor eens, meneer Hicks," zei de admiraal, "al wat u daar vertelt,
+zijn familie-aangelegenheden, waarmee ik volstrekt niets te maken
+heb. Uit eigen beweging zijt gij in vrouwenkleeren aan boord gekomen,
+en meneer Rustig had bepaald bevel gekregen onder zeil te gaan, zoodra
+het transport gereed was, en geen oogenblik te toeven. Nu kunt ge u
+wel beklagen bij de Regeering, maar als vriend raad ik het u af. Ze
+houden daar niet van dergelijke grappen en het kon u uw betrekking
+wel eens kosten. Wees maar blij dat ge weer zoo spoedig naar Tetuan
+kunt, want het transportschip gaat er, na Mahon aangedaan te hebben,
+onmiddellijk heen. En nu, meneer, vaarwel, de sloep wacht u."
+
+Meneer Hicks was verbaasd over den weinigen eerbied aan een vice-consul
+betoond en droop af onder het gelach der gansche bemanning.
+
+Zoodra de geheele lading ontscheept was, heesch de Mary Anna de vlag,
+ging onder zeil en bereikte in twee dagen Mahon, waar zij de Aurora
+reeds onder kommando van kapitein Wilson vonden.
+
+Meneer Hicks had eindelijk kapitein Hogg weten te bewegen hem
+manskleeren te bezorgen, maar nu hij met zijn klacht bij den admiraal
+zoo slecht gevaren was, zag hij er geen heil in, er nog eens bij een
+kapitein mee aan te komen; hij bleef dus stilletjes bij kapitein Hogg
+aan boord en werd gedurende de thuisvaart beste maatjes met hem.
+
+
+
+
+Achttiende hoofdstuk.
+
+ Jack gaat over op de Aurora. Hij redt een oude dame uit
+ roovershanden. Storm op zee en brand aan boord.
+
+
+Kapitein Wilson was zeer tevreden over de wijze waarop Jack zijn
+bevelen had uitgevoerd, en vroeg hem, wat hij liever deed, op de
+Harpij blijven of met hem op de Aurora overgaan.
+
+Jack aarzelde.
+
+"Zeg 't maar vrij uit, meneer Rustig; als ge soms kapitein Sawbridge
+de voorkeur geeft boven mij, zal ik er me niet door beleedigd achten."
+
+"Neen, meneer," antwoordde Jack, "ik geef niet de voorkeur aan kapitein
+Sawbridge boven u; beiden hebt gij me even voorkomend behandeld, maar
+toch bekleedt gij de eerste plaats bij mij. Het geval is eigenlijk,
+dat ik niet gaarne scheiden zou van Gascoigne of van...."
+
+"Of van wien?" zei de kapitein glimlachend.
+
+"Van Mesty, meneer; 't is misschien dwaas van me, maar zonder hem
+zou ik nu niet meer in leven zijn."
+
+"Dankbaarheid is volstrekt geen dwaasheid, meneer Rustig," antwoordde
+kapitein Wilson. "Gascoigne denk ik bij mij te nemen, als hij 't ten
+minste goedvindt, want ik heb bijzonder veel eerbied voor zijn vader
+en in hemzelf geen gebreken van eenig aanbelang gevonden. Wat Mesty
+betreft--hij is een flinke kerel en voor hem zal ook wel een plaatsje
+te vinden zijn, hoop ik."
+
+Den volgenden dag werd Mesty onder het scheepsvolk, dat kapitein
+Wilson zich uitgekozen had, opgenomen en wel in zijn zelfden rang
+onder den konstabel der Aurora. Ook Gascoigne en onze held werden op
+de rol van de fregat gebracht.
+
+Daar de Aurora nog eenige dagen voor anker bleef liggen, vroegen
+Jack en Gascoigne verlof die aan den wal door te mogen brengen, wat
+hun werd toegestaan, omdat ze pas zoo'n tijd op het transportschip
+hadden gezeten. Jack nam zijn intrek in het eenige flinke hotel van
+de stad en noodigde dikwijls officieren van de Aurora bij zich aan
+tafel. Alle pretjes woonde hij bij en zou onder anderen op een avond
+ook met eenige vrienden deelnemen aan een gemaskerd bal.
+
+Hij had zijn keus laten vallen op kostuum als duivel en zoo vermomd
+reed hij op een ezel naar de plaats van samenkomst. Juist toen
+hij binnen wilde gaan, hield er een gele koets met twee lakeien in
+prachtige livrei voor het gebouw stil. Zoodra het portier geopend was,
+bood Jack met zijn gewone beleefdheid zijn arm aan een oude, dikke,
+met diamanten bezaaide dame. Zij keek op en nauwelijks kreeg ze den
+behaarden Jack met zijn drietand, horens en staart in het oog, of ze
+gaf een, luiden gil en zou stellig gevallen zijn, als niet kapitein
+Wilson juist bij de hand was geweest om haar in zijn armen op te
+vangen. Terwijl de oude dame haar dank betuigde aan kapitein Wilson,
+schoof Jack stilletjes het gebouw binnen. In de feestzaal vond hij
+'t zoo overmatig druk, dat men zich ternauwernood bewegen kon, en
+het duurde dan ook niet lang of hij had genoeg van het rondspringen.
+
+"Dat is al te gek." dacht Jack, "laat ik maar liever zien of ik me
+in de open lucht niet beter kan vermaken." Hij trok zijn wijden jas
+over zijn maskeradepak en wandelde in den heerlijken maneschijn
+naar buiten. Allerlei gedachten dwarrelden hem door het hoofd en
+ongemerkt was hij wel een uur lang aan het ronddolen geweest, toen
+hij bij een heuvel kwam en dien besteeg om eens te zien, hoe hij het
+best den terugweg zou nemen. Terwijl hij zoo stond rond te kijken,
+zag hij opeens beneden op den weg langs den voet van den steilen
+heuvel een rijtuig naderen. "Wel verdraaid!" riep hij uit, "dat is
+dezelfde gele koets van die oude dame met haar diamanten en de twee
+opgeprikte lakeien!"
+
+Nauwelijks had hij dit gezegd of eensklaps stormden uit het houtgewas
+een zestal kerels te voorschijn en grepen de paarden bij den kop; er
+vielen een paar schoten, de koetsier tuimelde van den bok en de twee
+lakeien achter van het rijtuig. De roovers rukten het portier open en
+begonnen de oude dikke dame met de diamanten er uit te werken. Jack
+begreep, dat hij tegen zulk een overmacht niets zou kunnen uitrichten,
+maar misschien kon hij hun toch een schrik op het lijf jagen. Juist
+rolde de oude dame als een welgevulde waschzak het rijtuig uit, toen
+Jack, die zijn overjas uitgesmeten had, zich in zijn duivelspak op
+den top van den heuvel vertoonde en in het volle licht der maan zijn
+drietand zwaaiend een afgrijselijk "ha, ha, ha, ha!" liet hooren, op
+hetzelfde oogenblik, dat de roovers hun messen ophieven. De onverlaten
+werden op het zien van de huiveringwekkende gedaante, die den spotlach
+had aangeheven, door zulk een hevige ontsteltenis aangegrepen, dat zij
+het uit alle macht op een loopen zetten. Jack snelde nu haastig den
+heuvel af, wist met veel inspanning de flauwgevallen dame de koets
+binnen te loodsen, greep de teugels, sprong op den bok en joeg in
+vollen ren voort.
+
+Zoodra hij ver genoeg voortgehold was, om geen vernieuwing van den
+aanval te vreezen te hebben, toomde hij de paarden wat in, maar liet
+ze toch hun eigen weg kiezen, want hij zelf wist niet welken kant hij
+op moest. Dicht bij de stad sloegen de dieren zijwaarts af en hielden
+weldra stil voor een prachtig buitenverblijf. Om de menschen niet
+te doen schrikken, had Jack zijn overjas weer aangetrokken en zijn
+masker afgezet en toen nu op het geratel der rijtuigwielen eenige
+bedienden naar buiten kwamen schieten, vertelde hij hun in weinige
+woorden wat er gebeurd was. Dadelijk werden er nu handen uitgestoken
+om de dame uit de koets te helpen. Voor veel complimenten had Jack,
+toen hij de dikkert in het rijtuig stopte, geen tijd gehad, en men
+vond ze nu ook in een vrij benauwde positie tusschen de beide banken
+ingezakt en met de beenen in de lucht.
+
+Zoodra de dame in huis gebracht was, toefde Jack nog slechts een
+oogenblik en ze kwamen niet meer omtrent hem te weten, dan dat hij
+een Engelsch officier was van een fregat, dat in de haven lag. Na
+een wandeling van ruim een half uur bereikte hij zijn logement weer,
+maar vertelde aan de kennissen, die hij er aantrof, niets van het
+gebeurde en ging spoedig naar bed.
+
+Juist had hij den volgenden morgen zijn rekening betaald en stond
+op het punt te vertrekken, toen er iemand kwam hooren of er ook een
+officier gelogeerd was, die gisteravond op het gemaskerd bal als
+duivel verkleed was geweest.
+
+Jack maakte zich als den bedoelden persoon bekend en gaf louter voor
+de aardigheid als zijn naam op: Henry Wilson, kapitein van Zijner
+Majesteits fregat de Aurora.
+
+De vreemde verwijderde zich met een beleefde buiging; Jack stopte den
+hotelbediende een flinke fooi in de hand en begaf zich weer aan boord.
+
+De eerste luitenant van de Aurora was in menig opzicht een zeer goed
+officier, maar reeds als adelborst had hij de gewoonte aangenomen
+om zijn handen in zijn zakken te steken, en daar raakten ze niet
+licht uit, ook al woei er een stormwind, waarbij de handen zoo
+opperbest te pas komen. Meer dan eens had hij bij zoo'n gelegenheid
+een leelijken val gedaan en een schram opgeloopen, maar de gewoonte
+was hem te machtig. Een tweede eigenaardigheid van hem was, dat hij
+een onbeperkt vertrouwen stelde in een zeker kwakzalversmiddel,
+dat naar het heette tegen alle kwalen hielp. Naar zijne meening
+was geen ziekte er tegen bestand en hij besteedde jaarlijks wel
+drie maanden tractement aan dat lorregoed; want hij gebruikte het
+niet alleen als hij zich niet wel gevoelde, maar ook bijwijze van
+voorbehoedmiddel als hij volkomen gezond was. Iedereen raadde hij
+het aan, en men kon hem geen grooter genoegen doen dan zich te laten
+overreden het te slikken. De officieren lachten hem uit, maar meestal
+achter zijn rug, want hij werd erg boos als men hem op dit eene punt
+tegensprak. Onverdroten maakte hij bekeerlingen voor zijn geloof en
+wijdde soms uren lang uit over de voortreffelijke eigenschappen van
+het geneesmiddel, terwijl hij de waarheid zijner beweringen staafde
+met een klein vlugschrift, dat hij steeds bij zich droeg.
+
+Jack meldde zich aan boord en meneer Pottyfar, die juist op het
+halfdek stond, gaf de hoop te kennen, dat Jack met te meer ijver zijn
+plicht zou betrachten, nu hij zoo geruimen tijd aan den vasten wal
+had mogen doorbrengen. Jack stemde daarmee in en ging naar beneden,
+waar hij Gascoigne en zijn nieuwe baksmaats vond, met wie hij voor
+het grootste gedeelte reeds kennis had gemaakt.
+
+"Wel Rustig," zei Gascoigne, "heb je nu genoeg van den wal?"
+
+"Meer dan genoeg," antwoordde Jack; "ik denk nu geen verlof meer
+te vragen."
+
+"Dat is maar goed ook, want meneer Pottyfar is er niet erg scheutig
+mee, dat verzeker ik je; er is maar één middel om verlof van hem
+te krijgen."
+
+"Zoo! en wat is dat dan?"
+
+"Je moet je ziek houden en wat van zijn kwakzalversmiddeltjes innemen,
+dan stuurt hij je naar den wal om het uit te laten werken."
+
+"Is het dat? nu, dan zal ik zoodra we te Vallette ankeren een heele
+kuur doormaken, maar niet eer."
+
+"Jij dient er wel mee ingenomen te zijn, Jack, 't is een
+gelijkheidsmiddel, het geneest de eene kwaal zoo goed als de andere."
+
+"Of helpt de patiënten om zeep--wat hen ook op gelijken voet
+brengt. Jongens ja, Gascoigne, dat middel moet ik voorstaan, om meer
+dan ééne reden.--Maar zeg eens, wanneer gaan we onder zeil?"
+
+"Overmorgen."
+
+"Naar de vloot bij Toulon?"
+
+"Ja; maar we zullen onderweg wel naar de Spaansche kust afzakken,
+dat gebeurt met alle oorlogschepen."
+
+"Dat komt, omdat de wind geregeld uit het zuiden blaast."
+
+"Als je soms weer buit gaat maken, Jack, vergeet dan vooral je
+krijgsartikelen niet."
+
+"Als het aan mij ligt, ga ik er niet meer op uit zonder Mesty. Mijn
+hemel wat is zoo'n adelborstenkajuit vervelend na zoo'n prettigen
+tijd aan den wal! Ik zal van armoe maar aan dek gaan om naar de kust
+te turen."
+
+"En tien minuten geleden nog hadt je er meer dan genoeg van!"
+
+"Ja, maar die tien minuten hebben me heel van streek gebracht. Ik
+zal den eersten luitenant om een dosis van zijn middel gaan vragen."
+
+"Hoor eens, Jack, we moeten ons beiden te gelijk onder zijn behandeling
+stellen."
+
+"Zeker, maar daarmee wachten we tot Malta bereikt is."
+
+Jack ging aan dek, maakte kennis met de enkele officieren, die hij nog
+niet ontmoet had, en klom vervolgens in de mars van den grooten mast,
+waar hij al mijmerend naar den wal ging zitten kijken.
+
+Den volgenden dag ging de Aurora onder een stevige bries uit het
+zuidwesten onder zeil, en op een mooien morgen zagen ze de Spaansche
+kust nog eer ze de Toulonsche vloot in het oog kregen. Meneer Pottyfar
+haalde zijn handen uit zijn zakken, omdat hij anders geen kans zag
+door de teleskoop de kust op te nemen. Kapitein Wilson en velen van
+de officieren en adelborsten hadden ook hun kijkers ter hand genomen
+en de matrozen in den top gebruikten hun oogen: maar er viel niets
+anders te zien dan eenige kleine visschersbooten. Allen begaven zich
+dus naar beneden aan het ontbijt, terwijl het schip dicht langs de
+kust bijlegde.
+
+"Wat verwed je er onder, Rustig," zei een der adelborsten, "dat we
+vandaag geen buit zullen maken?"
+
+"Dat we in 't geheel geen schip in zicht zullen krijgen, wil ik niet
+wedden, maar ik doe 't om al wat je wilt, dat 't niet vóór middernacht
+gebeuren zal."
+
+"Ik zou je danken; stuur liever den theepot eens dezen kant op,
+want ik heb de voormiddagwacht."
+
+"Een prachtige morgen," merkte een der overige kameraden, Martin
+geheeten, op; "maar ik heb zoo'n vermoeden, dat 't er van avond niet
+zoo goed uit zal zien."
+
+"Waarom niet?" vroeg een ander.
+
+"Ik vaar nu al acht jaar op de Middellandsche zee en heb zoo'n beetje
+verstand van het weer. Er zit regen in de lucht en 't is een gestadige
+wind. Als we van avond niet onder dubbel gereefde marszeilen liggen,
+mag ik ik weet niet wat wezen."
+
+"Klaar aan de zeilen!" klonk het opeens van den kant van het luik.
+
+"Daar heb je 't al," riep Gascoigne en stormde naar boven, gevolgd
+door al de anderen behalve Martin, die pas afgelost was, en meende
+dat hij nu wel een poosje gemist kon worden, en er ten minste den
+tijd van mocht nemen om op zijn gemak zijn kop thee op te lepperen.
+
+'t Was werkelijk zoo; een galjoot en vier koopvaardijschepen waren
+juist de meest oostelijke punt om komen zetten, en bij den wind
+opgestoken, zoodra ze het fregat in het oog kregen. In een oogenblik
+was de Aurora onder volle zeilen en de kijkers werden alle op de
+schepen gericht.
+
+"Alle zwaargeladen, meneer," merkte de eerste luitenant op; "kijk
+dat marszeil van de galjoot eens ingehaald zijn!"
+
+"Ja, ze hebben ook geen gebrek aan wind," zei kapitein Wilson.
+
+De hoop op een flinken buit deed alle krachten inspannen en weldra
+had het fregat een heel eind gewonnen op de schepen, die al bijzetten
+wat ze maar aan zeil hadden en korte gangen in den wal maakten. De
+Aurora werd regelrecht op hen afgestuurd en ze waren geen twee streken
+aan lij. De lucht, 's morgens zoo helder, was nu geheel bewolkt,
+de zon ging schuil en de zee werd hand over hand onstuimiger. Nog
+tien minuten en ze lagen onder dubbel gereefde marszeilen en bij de
+windvlagen voegde zich een zware regen. Het fregat sneed met strak
+gespannen zeilen door de schuimende golven en aan den horizon werd
+het zoo donker, dat de schepen voor hen uit niet langer te zien waren.
+
+"We zullen er van lusten, verwacht ik," zei de kapitein Wilson.
+
+"Heb ik 't niet gezegd?" merkte Martin tot Gascoigne op. "We maken
+vandaag geen buit, reken daar gerust op."
+
+Meneer Pottyfar stond, als gewoonlijk met zijn handen in de zakken,
+bij de gangspil.
+
+"We zullen er, vrees ik, het grootzeil niet langer op kunnen houden,
+meneer."
+
+"Kapitein Wilson, we zijn vrij kort onder den wal," zei de stuurman;
+"zou u 't goed vinden wat te wenden?"
+
+"Jawel, meneer Jones. Voorschoten los, aan lij het roer! en--ja,
+het moet maar,--weg het grootzeil!"
+
+Het grootzeil werd geborgen en het fregat scheen zich onmiddelijk op
+te richten. Het stootte en slingerde nu niet meer zooals te voren.
+
+"We zijn erg dicht bij de kust, kapitein Wilson; ik kan er zelfs bij
+dit smerige donkere weer een schijntje van zien--zullen we wenden,
+meneer?" vervolgde stuurman.
+
+"Ja--klaar om te wenden--op het roer!"
+
+'t Was juist bijtijds, want toen het fregat in een halven cirkel
+rondzwaaide, konden ze, op geen twee kabellengten afstand, de branding
+tegen de klippen van de kust zien slaan.
+
+"Ik dacht niet dat 't er zoo na aan toe was," zei de kapitein en
+kneep de lippen op elkaar--"is er nog iets van de schepen te zien?"
+
+"Al in geen kwartier heb ik er iets van bespeurd, meneer," antwoordde
+de uitkijk, terwijl hij met een pand van zijn jekker zijn kijker
+tegen den regen beschutte.
+
+"Wat ligt nu voor, kwartiermeester?"
+
+"Zuid-zuidoost, meneer."
+
+De lucht begon er heel anders uit te zien--de witte wolken werden
+vervangen door zwarte, de wind loeide met rukken, en de regen stortte
+bij stroomen neer. Kapitein Wilson ging naar beneden in de kajuit om
+op den barometer te kijken.
+
+"De barometer is gerezen," zei hij bij zijn terugkomst aan dek.
+
+"Is de wind gestadig?"
+
+"Neen, meneer, ze is drie streken geruimd."
+
+"'t Zal op een zuidwester uitdraaien."
+
+De natte, zware zeilen sloegen bij elken uitschieter van den wind.
+
+"Op het roer, kwartiermeester."
+
+De wind bedaarde, de regen viel bij stroomen--voor een oogenblik was
+het volkomen stil, zoodat het fregat volstrekt niet meer overhelde.
+
+"Aan de brassen! Reken er op, dat we terstond zullen afdrijven."
+
+De brassen waren nauwelijks gespannen, of het was al zoo. De wind
+schoot met een woest gehuil om naar het zuidwesten, maar gelukkig
+waren ze er op voorbereid--de ra's stonden rondgebrast en de stuurman
+vroeg de kapitein welke koers hij moest sturen.
+
+"We moeten de vervolging opgeven," zei kapitein Wilson. "Richt den
+steven maar op Kaap Sicie, meneer Jones."
+
+En de Aurora vloog met gereefde stagfok en marszeilen op den stormwind
+voort. Het weer was nu zoo smerig, dat men geen twintig el van zich
+af kon zien, de donder rolde en bliksemstralen schoten van alle kanten
+door het donker bewolkt zwerk. Zoodra de zeilen naar den wind gebrast
+stonden, werd de wacht opgeroepen, en allen, die aan dek gemist konden
+worden, gingen nat en teleurgesteld als ze waren naar beneden.
+
+"Wat een oude Jonas ben jij toch, Martin," zei Gascoigne.
+
+"Dat kan wel wezen," luidde het antwoord, "maar het ergste moet nog
+komen, naar mijn gedachte. Ik herinner me net zoo'n storm als deze,
+op nog geen tweehonderd mijlen van de plek waar we nu zijn. Ik voer
+toen op de Favorite en we gingen bijna naar den kelder toen...."
+
+Op dit oogenblik hoorde men boven een vervaarlijk geraas; er voer
+een schok door het geheele schip, dat schudde alsof het vaneen zou
+splijten; luide kreten werden gevolgd door klaagtonen, het benedendek
+was vol rook en het fregat helde sterk over. Zonder dat er één woord
+gezegd werd, stoven allen, die zich in de adelborstenkajuit bevonden,
+naar boven, niet wetende wat er van te denken, maar overtuigd dat er
+een groot ongeluk was gebeurd.
+
+Aan dek gekomen werd hun alles duidelijk; de fokkemast was, door
+den bliksem getroffen, voorover aan lij in zee gevallen en had de
+groote streng en het kluifhout meegenomen. De afgebroken stomp van de
+fokkemast brandde fel, in weerwil van den stortregen. Zoodra fokkemast
+en groote streng over boord waren, draaide het schip met een ruk bij,
+zoodat de matrozen aan het stuurrad er overheen geslingerd en tegen
+de verschansing gekwakt werden; op den bak, het voorste gedeelte
+van het bovendek en zelf op het benedendek lagen overal mannen die
+gedood of ernstig gewond, of door den schok versuft waren. Het fregat
+helde sterk over en zware zeeën sloegen er overheen; overal was het
+pikdonker en het licht der brandende stomp van de fokkemast geleek
+wel een toorts, die door woeste stormduivels werd opgehouden. Voor een
+paar minuten was alles in verwarring, eindelijk riep kapitein Wilson,
+die zelf voor een oogenblik verblind was geweest, om den timmerman
+en de bijlen. Binnen weinige minuten was de bezaanmast afgehouwen
+en stortte over het achterschip, het fregat viel af en richtte zich
+langzaam op. Maar het schrikkelijk tooneel was nog niet ten einde. De
+bootsman, die op den bak had gestaan, was voor altijd zijn gezicht
+kwijt en werd naar beneden gedragen. Terwijl de dokter bezig was ook
+de andere gewonden te onderzoeken en bij te staan, weerklonk opeens
+de kreet: "Brand!" van uit het benedendek. Het schip had vuur gevat
+in het kolenhok en de timmerkamer en er steeg een dikke rook op.
+
+"Ieder op zijn post; laat de pompen werken en de putsen
+doorgegeven! Meneer Pottyfar let er op, dat het werk geregeld
+gaat. Meneer Jones, neem gij de zorg voor het schip op u. Ik ga zelf
+naar het benedendek.
+
+"Dat ziet er heel anders uit dan van morgen, Jack," merkte Gascoigne
+op.
+
+"Ja," antwoordde Jack; "maar wat nu het best gedaan? Als er aan den
+wal brand in een schoorsteen is hangen ze er een natten deken over."
+
+"Ja," zei Gascoigne; maar dat zou hier, nu het kolenhok in brand staat,
+weinig helpen."
+
+"In elk geval zijn natte dekens een goed ding, Ned, kom mee naar
+de hangmatten en de dekens er uit gehaald. Helpt 't niet voldoende,
+dan hebben we ten minste onzen ijver betoond."
+
+De beide adelborsten riepen nu nog een paar man en in een oogenblik
+hadden ze meer dekens dan ze dragen konden. Ze nat te krijgen was
+geen kunst, want het bovendek dreef van al het water.
+
+"Uitmuntend, meneer Rustig, uitmuntend, meneer Gascoigne!" zei kapitein
+Wilson, toen hij hen aan zag komen. "Hier, jongens, gooi ze er hier
+maar op en dan flink er op gestampt."
+
+Rustig riep de andere adelborsten toe, dat ze nog meer dekens zouden
+halen, maar 't hoefde niet, het vuur was al gebluscht. Onder al die
+bedrijven slingerde het fregat zoo geweldig, dat de verschansing
+onder water kwam. Toen eindelijk alle gevaar, wat den brand aanging,
+geweken was, en de manschappen weer naar hun kwartieren gecommandeerd
+werden, miste men drie officieren en zeven en veertig man, waarvan
+er zeven dood en de anderen grootendeels reeds onder behandeling van
+den dokter waren.
+
+Boven gekomen vond Jack den kapitein met de officieren op het halfdek.
+
+"Meneer Rustig," zei kapitein Wilson, "ik moet u en meneer Gascoigne
+mijn dank betuigen voor de betoonde kordaatheid en tegenwoordigheid
+van geest."
+
+Jack maakte een buiging en wilde juist weer naar de adelborstenkajuit
+gaan, toen er een hevige stortzee over het fregat sloeg, zoodat allen,
+die zich niet gauw konden vastgrijpen, van de been raakten.
+
+Ze krabbelden weer overeind en gingen terstond in de konstabelkamer
+een glas grog drinken om den zilten smaak van het zeewater uit den
+mond te spoelen.
+
+Intusschen werden de zeilen geminderd om te voorkomen, dat het dek
+nogmaals onder water raakte.
+
+Eer de morgen aanbrak was het schip droog gepompt en al wat er in het
+ongereede was geraakt weer zooveel mogelijk op orde gebracht; maar de
+storm bleef nog even fel voortwoeden en 't was geen hapje nu aan boord
+te wezen. Na vier en twintig uren kwam echter de zee tot bedaren, en
+na een vaart van nog drie dagen bereikte de Aurora de vloot bij Toulon.
+
+
+
+
+Negentiende hoofdstuk.
+
+ Jack neemt de proef van meneer Pottyfars universeel
+ geneesmiddel. Een verrassing voor kapitein Wilson.
+
+
+Op het eerste gezicht hielden ze het aan boord der andere schepen
+er voor, dat de Aurora slaags geweest was, maar spoedig begrepen ze
+dat het ruwe weer het vaartuig zoo ontredderd had. Kapitein Wilson
+maakte zijn opwachting bij den admiraal en kreeg natuurlijk order
+zijn schip onmiddellijk op te laten lappen. Binnen weinige uren
+stuurde de Aurora nu koers naar Malta en tegen zonsondergang was
+er van de Toulonsche vloot niets meer te zien. Toen ze na een vrij
+vervelenden tocht de haven van Malta waren binnengeloopen, begaf de
+kapitein zich onmiddelijk naar den goeverneur en Jack, die onderweg
+al met Gascoigne afgesproken had, dat ze vrij zouden zien te krijgen,
+ging tegen den avond aan den eersten luitenant verlof vragen om naar
+den goeverneur te gaan. Nu was ongelukkig meneer Pottyfar in een booze
+luim en toen Jack hem met zijn verzoek aanklampte, draaide hij zich
+driftig om, zette de beenen wijd van elkaar, begroef zijn handen zoo
+diep mogelijk in zijn zakken en zei vrij bits:
+
+"Meneer Rustig, gij weet hoe 't met het schip gesteld is. Er valt
+een massa te doen--nieuwe masten, nieuwe tuigage, alles moet hersteld
+worden--en nu komt gij vragen om aan wal te gaan! U kunt, dunkt me,
+zelf wel het antwoord op uw vraag geven en begrijpen dat er, zoolang
+niet alles weer kant en klaar is, niemand van de adelborsten een voet
+aan wal zal zetten.
+
+"Mag ik u doen opmerken, meneer," zei onze held, "dat het op dit
+oogenblik Zaterdagavond is en morgen Zondag; het werk op het fregat
+zal eerst Maandag beginnen en daarom had ik gemeend, dat ik tot
+zoolang wel verlof zou kunnen krijgen."
+
+"Ik ben van een geheel ander gevoelen, meneer," antwoordde de eerste
+luitenant en liet Jack duidelijk genoeg blijken, dat hij zijn zin
+niet zou krijgen.
+
+Jack kon die weigering maar niet verkroppen en was gedurende zijn
+eerste wacht ongenietbaar; hij vatte dan ook het besluit op, om den
+dienst zoodra mogelijk te verlaten.
+
+Den volgenden morgen kwam kapitein Wilson het scheepsvolk monsteren en
+Jack wilde den kapitein juist gaan aanspreken, toen deze tot hem zei:
+
+"Meneer Rustig, de goeverneur heeft me verzocht u mee aan wal te
+brengen om bij hem te dineeren, voor logies is ook gezorgd."
+
+Jack sloeg aan en snelde naar beneden om de noodige toebereidselen
+te maken. Weer aan dek gekomen, vond hij kapitein Wilson nog niet
+gereed. Hij ging nu aan meneer Pottyfar zeggen, dat de kapitein hem
+gelast had met hem aan wal te gaan; en meneer Pottyfar, wiens kwade
+bui weer overgewaaid was, zei:
+
+"Heel goed," meneer Rustig--ik wensch u veel plezier."
+
+"Dat klinkt heel anders dan gisteren," dacht Jack: "als ik nu eens
+een proefje nam van zijn medicijnen?"
+
+"Ik voel me niet wel, meneer Pottyfar, en de pillen van den dokter
+helpen me niet--ik ben altijd ziek als ik lang de noodige lucht en
+beweging heb moeten missen."
+
+"Ja," zei de eerste luitenant, "lucht en beweging zijn een
+voornaam ding. In die middeltjes van den dokter stel ik ook niet
+veel vertrouwen; het eenige wat iets waard is, is mijn universeel
+geneesmiddel."
+
+"Ik zou er zoo graag een proef van nemen, meneer," antwoordde Jack;
+"ik heb uw boekje eens gelezen, en daarin gevonden dat het middel
+onfeilbaar werkt, als het gedurende veertien dagen of drie weken
+geregeld wordt ingenomen met volop vrije lucht en beweging."
+
+"Zeker is dat zoo," antwoordde meneer Pottyfar; "en als gij lust
+hebt er de proef van te nemen, kan ik u wel een dosis geven, ik heb
+toch genoeg."
+
+"Heel graag, meneer," antwoordde Jack; "en hoe dikwijls moet ik er
+van gebruiken tegen de hoofdpijn, die me dagelijks kwelt?"
+
+Meneer Pottyfar nam Jack mee naar beneden, stopte hem drie of vier
+fleschjes met het heilmiddel in de hand en zei hem, dat hij 's avonds,
+tegen het naar bed gaan, dertig droppels moest innemen, niet meer
+dan twee glazen wijn mocht drinken en de felle zon moest vermijden.
+
+"Maar, meneer," hernam Jack, die de fleschjes in zijn zak had gestoken,
+"ik vrees dat het te lang duren zal; want nu het schip op de helling
+komt, zal ik dagelijks aan de zon worden blootgesteld."
+
+"Ja, als gij niet gemist kondt worden, meneer Rustig; maar we hebben
+manschappen genoeg; en zoolang gij ziek zijt, mag er geen werk van
+u gevorderd worden. Draag vooral zorg voor uw gezondheid; ik ben
+er stellig van overtuigd, dat gij van dit middel een wonderdadige
+werking zult ondervinden."
+
+"Van avond zal ik er mee beginnen, meneer," antwoordde Jack, "ik
+dank u zeer. Ik logeer bij den gouverneur--moet ik morgen vroeg aan
+boord komen?"
+
+"O neen, wees vooral voorzichtig en neem u in acht; met genoegen zal
+ik hooren dat ge wat beter zijt. Laat me weten hoe 't er mee gaat."
+
+"Dagelijks zal ik u met de boot bericht zenden, meneer," antwoordde
+Jack met een verlicht hart; "ik ben u ten zeerste dankbaar. Gascoigne
+en ik hadden er al over gedacht er u naar te vragen, maar we zagen
+er wat tegen op: de arme jongen heeft bijna geregeld hoofdpijn,
+nog erger dan ik, en de pillen van den dokter helpen hem ook niets."
+
+"Hij zal ook een paar fleschjes hebben, meneer Rustig; ik vond al dat
+hij er bleek uitzag. Let nu vooral op matige beweging, meneer Rustig,
+en vermijd de middagzon."
+
+"Ja, meneer," antwoordde Jack, "ik zal er om denken," en innig
+verblijd ging hij heen. Hij gaf Mesty last zijn goed in de boot te
+brengen en was spoedig met den kapitein aan wal, waar ze door den
+goeverneur hartelijk werden ontvangen.
+
+"Wel, Jack, mijn jongen heb je weer het een en ander te
+verhalen?" vroeg de goeverneur.
+
+"Ja, meneer," antwoordde Jack, "ik weet een paar heel aardige
+gevallen."
+
+"Best, na tafel zullen we er wel van hooren," hernam de goeverneur. "Ga
+nu eerst maar eens kijken of je kamer je aanstaat, en of je 't er
+een poos zult kunnen uithouden."
+
+"Dat kan niet lang wezen, goeverneur," merkte kapitein Wilson
+op. "Meneer Rustig dient zijn plicht te leeren, en daarvoor is nu
+een goede gelegenheid."
+
+"Ja maar, met uw verlof, kapitein," antwoordde Jack, "ik sta op
+de ziekenlijst."
+
+"Ziekenlijst?" vroeg kapitein Wilson, "van morgen stond uw naam toch
+niet op het rapport."
+
+"Neen, maar ik sta op de lijst van meneer Pottyfar en ik moet een
+kuur met zijn universeel geneesmiddel doormaken."
+
+"Wat is dat nu weer, Jack? Zeker de een of andere grap," zei de
+goeverneur.
+
+Jack vertelde hoe de eerste luitenant hem den vorigen avond verlof had
+geweigerd, maar hem nu vergund had aan wal te blijven, om de proef te
+nemen met het universeele middel, waarover de goeverneur zoo hartelijk
+lachte, dat kapitein Wilson er zijns ondanks mee moest instemmen.
+
+"Hoor eens, meneer Rustig," zei de kapitein na een poos, "al heeft
+meneer Pottyfar u toegestaan aan wal te blijven, ik kan dit niet--gij
+moet Uw plicht leeren vervullen. De gelegenheid daartoe is nu veel
+te mooi en doet zich niet alle dagen op, dat zult ge zelf begrijpen."
+
+"Ja, meneer, dat zie ik in," antwoordde Jack, en bij die woorden
+stond hij op, maakte een buiging en verliet de warande, waarin ze
+hadden zitten praten.
+
+"Och kom, kapitein," zei de gouverneur toen Jack weg was, "je moet
+'t niet zoo nauw met hem nemen; met een zacht lijntje is hij 't best
+te regeeren."
+
+"Wel mogelijk maar hij moet zijn plicht doen, evengoed als de anderen."
+
+"Dat valt niet tegen te spreken, maar er is wel een mouw aan te passen,
+zoodat hij niet voortdurend aan boord behoeft te blijven. Stel hem
+aan tot uw ordonnans, tot het overbrengen van berichten van en naar
+het schip; bij dat baantje kan hij 's avonds en 's nachts geregeld
+hier blijven."
+
+"Op die manier zou 't te vinden zijn," hernam kapitein Wilson
+peinzend. Ik ben maar bang dat hij te ruim bij kas is, om met
+het scheepsleven vrede te hebben; al dat geld is voor zoo'n jong
+officiertje glad verkeerd."
+
+"Kom, kom, 't kan lang duren eer hij zich in de grond werkt, en als uw
+eerste luitenant zoo bespottelijk hoog wegloopt met zijn universeel
+geneesmiddel, is 't dan wonder dat een adelborst er profijt van ziet
+te trekken?"
+
+"Dat niet, maar ik mag me niet met open oogen laten beetnemen."
+
+"Hij heeft het heele geval zoo openhartig verteld, maak dus geen
+gebruik van die vertrouwelijke mededeeling. Werkelijk, wat ik daareven
+voorstelde zal nog het beste wezen en alle partijen bevredigen; want
+gij hebt dan uw zin omdat hij dienst doet, de eerste luitenant omdat
+Jack zijn geneesmiddel gebruikt, en Jack zelfs, omdat hij iederen
+dag bij mij kan eten."
+
+"Nu, dan moet 't maar zoo geschikt worden," antwoordde kapitein
+Wilson lachend.
+
+Na afloop van 't diner, waarbij heel wat gasten genoodigd waren, vroeg
+de gouverneur Jack, of hij niets iets te vertellen had en onze held
+dischte nu het verhaal op van kapitein Hogg's liefdesgeschiedenis met
+Miss Hicks en hoe hij haar broer den vice-consul had beetgenomen. De
+goeverneur had er machtig veel schik in en kapitein Wilson gaf zijn
+verwondering te kennen, dat hij er eerst nu iets van hoorde.
+
+"Je heb een groote dwaasheid voorkomen, meneer Rustig, en daar deed
+je wel aan," merkte de kapitein lachend op, "maar hoe komt 't, dat
+je er mij nooit iets van verteld hebt?"
+
+"Och, meneer," antwoordde Jack, "ik heb mijn verhalen altijd maar
+bewaard voor de goeverneurstafel, waar ik u toch stellig ook zou
+aantreffen; ik behoefde dan niet tweemaal hetzelfde te vertellen."
+
+Jack gedroeg zich uitstekend, en bleef uit eigen beweging het
+grootste gedeelte van den dag aan boord om zijn plicht te leeren,
+zoodat kapitein Wilson geen berouw behoefde te hebben over zijn
+toegeeflijkheid tegenover hem. Met Jacks gezondheid ging het dagelijks
+beter, wat veel voldoening schonk aan meneer Pottyfar, die in de
+meening verkeerde, dat zijn universeel geneesmiddel geregeld gebruikt
+werd. Gascoigne, die ook onder behandeling van den eersten luitenant
+was, ging dikwijls met onzen held aan wal en dacht er niet meer over
+om zijn ontslag uit den dienst te nemen.
+
+Zeven weken hadden ze al in de haven gelegen, want er was heel wat te
+herstellen geweest, toen kapitein Wilson op een morgen bij het ontbijt
+een brief ontving, welks inhoud hem ten hoogste verbaasde. "Mijn
+hemel! wat moet dat beteekenen?" riep hij uit.
+
+"Wat is er, Wilson?" vroeg de goeverneur.
+
+"Hoor nu eens aan, Sir Thomas." En de kapitein las:
+
+
+
+ "Hooggeachte Heer!
+
+
+ Het is mijn plicht u mede te deelen, dat de onlangs overledene
+ Lady Signora Alfergas de Guzman, in haar testament een som van
+ duizend dubloenen in goud aan u vermaakt heeft, als een blijk
+ van erkentelijkheid voor de goede diensten haar bewezen op den
+ avond van den 12_den_ Augustus. Indien gij iemand machtigen
+ wilt tot inning van genoemd bedrag, zal het onmiddellijk
+ uitbetaald worden. Moge een lang leven uw deel zijn!
+
+
+ Uw onderdanige dienaar,
+ ALFONZO XEREZ."
+
+
+
+Onder het lezen van dien brief, sloop Jack stilletjes de kamer uit,
+zonder dat de goeverneur of de kapitein er acht op sloegen.
+
+"Wat kan dat beteekenen?" vroeg de kapitein. "Ik herinner me niets
+van diensten op 12 Augustus of daar omtrent aan den een of ander
+bewezen. 't Moet een verrassing wezen--12 Augustus--dat was de dag
+van het groote gemaskerd bal."
+
+"'t Is in elk geval een buitenkansje voor u, want--vergissing of
+niet--niemand anders dan gij kan aan het legaat raken."
+
+"Ik heb niet gehoord van iets bijzonders, dat op het gemaskerd bal
+zou zijn voorgevallen; ik ben er wel geweest, maar vroeg heengegaan,
+omdat ik me niet prettig gevoelde. Meneer Rustig," zei de kapitein
+en wendde zich om, maar Jack was weg.
+
+"Is hij er ook geweest?" vroeg de gouverneur.
+
+"Ja, dat weet ik zeker, want de eerste luitenant heeft me gezegd,
+dat hij verlof had gevraagd om eerst den volgenden morgen aan boord
+terug te komen."
+
+"Reken er dan maar vast op, dat hij er achter steekt," hernam de
+gouverneur en sloeg met de vuist op tafel.
+
+"'t Zou me niet verwonderen," antwoordde kapitein Wilson, lachend.
+
+"Laat 't maar aan mij over, Wilson, ik zal wel uitvisschen hoe de
+vork aan den steel zit."
+
+Na nog een poosje praten, begaf kapitein Wilson zich naar boord, in de
+hoop dat de gouverneur Jack uit zou hooren. Daartoe kreeg Sir Thomas
+echter geen gelegenheid, want Jack had al bij zichzelven besloten den
+gouverneur tot zijn vertrouwde te maken en begon uit eigen beweging
+het heele geval met de dikke dame te vertellen.
+
+"Houd op, Jack, want ik zou me ziek lachen," zei de vroolijke oude
+heer ten laatste; "maar wat dient er nu gedaan?"
+
+Onze held werd nu ernstig en betoogde den gouverneur, dat hij zelf
+overvloed van geld had, terwijl kapitein Wilson arm was en een groot
+gezin moest onderhouden. Daarom hoopte hij, dat alles in het werk zou
+gesteld worden om kapitein Wilson tot het aanvaarden van het legaat
+te bewegen.
+
+"Goed zoo, mijn jongen, zoo mag ik 't hooren," hernam de gouverneur;
+"maar 't zal misschien niet zoo gemakkelijk gaan, want Wilson staat
+erg op zijn eer. Je hebt immers niemand iets van het geval verteld?"
+
+"Geen sterveling behalve u, Sir Thomas."
+
+"Hij zelf mag de eigenlijke toedracht ook niet vernemen, want dan
+zou hij eerst recht het legaat weigeren."
+
+"Ik heb er al iets op gevonden, meneer," zei Jack. "Toen ik voor het
+feestgebouw aan die oude dame mijn geleide aan bood en zij van mijn
+duivelskostuum zoo'n schrik kreeg, is ze in de armen van kapitein
+Wilson gevallen en was hem zeer dankbaar, dat hij haar voor een
+leelijke tuimeling had behoed."
+
+"Daar hebben we 't, Jack," antwoordde de gouverneur, "daar moeten we
+'t maar op gooien. Ik heb wel beweerd dat gij er achter zoudt steken,
+maar ik zal hem nu wel wat anders op den mouw spelden; laat dat maar
+gerust aan mij over."
+
+Toen kapitein Wilson des namiddags terugkwam, vond hij den gouverneur
+in de waranda.
+
+"Ik heb eens met den jongen Rustig gesproken," zei de goeverneur,
+"maar van dat legaat weet hij niets. Toch heeft hij een verklaring
+aan de hand gedaan. Toen hij namelijk als duivel de oude dame zulk
+een schrik op het lijf joeg, hebt gij het zwaarlijvige schepsel in
+uw armen opgevangen en daardoor voor een gevaarlijken val behoed."
+
+"Ik herinner me niets van de heele geschiedenis; en dan, duizend
+dubloenen voor het oprapen van een oude dame!"
+
+"Waarom niet? Ik ken die familie als onnoemelijk rijk, en als het
+arme schepsel gevallen was, zou 't haar misschien den dood hebben
+gekost. Heel begrijpelijk dus, dat ze haar redder ruim wenschte
+beloonen. Uw naam uit te visschen was ook zoo moeilijk niet, want
+gij waart in uniform."
+
+"Ja," antwoordde kapitein Wilson, "ik weet er ook geen andere
+verklaring aan te geven en zal 't er dus maar voor houden, dat de uwe
+de juiste is. Toch vind ik het wel wat kras duizend dubloenen aan te
+nemen voor een eenvoudige beleefdheid."
+
+"Och wat! zoo'n bedrag heeft voor die familie niets te beteekenen,
+terwijl het voor u met uw groot gezin een aardig buitenkansje
+is. Geloof me, al had de val haar het leven niet gekost, een been
+zou ze al licht gebroken hebben."
+
+"Op die veronderstelling zal ik het legaat dan in 's hemelsnaam maar
+aannemen," antwoordde kapitein Wilson lachend.
+
+"Wel natuurlijk, zend er terstond iemand op uit. De wisselkoers staat
+op dit oogenblik juist zeer hoog en gij zult voor de duizend dubloenen
+nu bijna vier duizend pond krijgen."
+
+"Vier duizend pond voor het op de been houden van een oud wijf!" riep
+Wilson uit.
+
+"Ja, 't is verduiveld goed betaald, Wilson, ik wensch je geluk."
+
+"Wat ben ik den vader van onzen Rustig toch veel dank
+verschuldigd!" merkte de kapitein na eenig zwijgen op. "Als hij me
+niet door zijn geldelijken steun aan een schip geholpen had, zou
+ik niet bevorderd zijn, geen drie duizend pond als aandeel in den
+gemaakten buit ontvangen hebben, niet het kommando hebben gekregen
+over een mooi fregat en nu nog in een ommezien vierduizend pond."
+
+De gouverneur dacht bij zichzelf, dat voor dit alles aan Jack meer
+dank toekwam dan aan diens vader, maar hij was verstandig genoeg om
+daarover te zwijgen.
+
+"'t Is waar," zei de goeverneur, "de hulp van den ouden heer Rustig
+mag niet voorbijgezien worden, maar het meest hebt ge toch aan uw
+eigen flinkheid te danken."
+
+
+
+
+Twintigste hoofdstuk.
+
+ Jack ontvangt een brief van zijn vader. Don Silvio weet zich
+ onder een valschen naam bij den goeverneur in te dringen.
+
+
+Hier werd het gesprek gestoord door de aankomst van een bezending
+brieven uit Engeland. Kapitein Wilson begaf zich met de voor hem
+bestemde naar zijn kamer, de goeverneur hield zich bezig met de zijne
+en onze held kreeg voor het eerst een schrijven van zijn vader. Het
+luidde als volgt:
+
+
+ "Waarde zoon.
+
+ Al menigmaal heb ik het plan opgevat u te laten weten hoe
+ 't hier in deze streken geschapen staat. Maar daar ik om mij
+ heen niets dan ellende bespeur, heb ik telkens de pen weer
+ neergelegd, ten einde u niet te bedroeven met de mededeeling
+ er van.
+
+ De tijding van uw dood en ook het latere bericht, dat gij
+ onverhoopt voor ons gespaard waart gebleven, zijn in orde
+ ontvangen en ik houd me overtuigd, dat ik zoowel de smart
+ als de vreugde met de voor een wijsgeer passende kalmte
+ heb gedragen. In het eerste geval troostte ik mij met de
+ overweging, dat de door u verlaten wereld in een staat
+ van slavernij verkeerde en gebukt ging onder den druk der
+ geweldenarij zoodat te sterven slechts onze vrijheid ten goede
+ kon komen; en in het tweede geval matigde ik mijn blijdschap
+ om dezelfde redenen, vast besloten als ik ben om zoowel
+ in leven als in sterven mij een waar wijsgeer te betoonen,
+ wat Dr. Middleton er ook van moge zeggen.
+
+ Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik overtuigd word, dat
+ niets de wereld gelukkig kan maken dan gelijkheid en zuivere
+ inachtneming van de rechten van den mensch--kortom dat alles
+ en iedereen op één zelfde peil diende gebracht te worden.
+
+ Ja, mijn zoon, als ik niet bleef hopen, dat de zon der
+ gerechtigheid zal verrijzen, om al de donkere wolken, die
+ het land verduisteren, te verdrijven--als ik niet bleef
+ hopen nog eenmaal een gelijke verdeeling van alle eigendom
+ te beleven--dan zou ik er me niet om bekommeren, hoe eer hoe
+ liever dit tranendal vol dwingelandij en ongerechtigheid te
+ verlaten. Doch het groote werk der bevrijding van het menschdom
+ zal volbracht worden, in weerwil van het schouderophalen en
+ hoofdschudden van zulk een koppigen, eigenwijzen kerel als
+ Dr. Middleton.
+
+ Uw moeder leeft heel stilletjes voort; werken of lezen
+ doet ze niet meer, ja zelfs haar breikous heeft ze er aan
+ gegeven; zij zit nu maar den ganschen dag in een hoekje
+ van den haard met haar duimen te spelen in afwachting van
+ het duizendjarig rijk. Arm schepsel! wat ze daar al niet
+ voor onzin over uitkraamt! Doch ik laat haar stil begaan,
+ en volg het voorbeeld van den griekschen wijsgeer Socrates,
+ die met zijn Xantippe ook heel wat te stellen had.
+
+ Ik hoop, waarde zoon, dat met de jaren uwe beginselen in
+ vastheid zullen gewonnen hebben en dat gij, indien zulks
+ noodig is, alles zult opofferen ter bereiking van datgene wat
+ in mijne oogen het duizendjarig rijk is. Zie zooveel mogelijk
+ aanhangers voor onze denkbeelden te winnen en geloof mij
+
+
+ Uw toegenegen vader en trouwen gids
+ NICODEMUS RUSTIG."
+
+
+
+Jack schudde het hoofd en lei den brief met een zucht neer, ontevreden
+over zijn vader en over zichzelf. Het liep echter tegen etenstijd en
+dus ging hij zich kleeden voor het diner bij den goeverneur, waarop
+ook Gascoigne genoodigd was. Nauwelijks waren ze in de ontvangkamer
+gekomen, of Sir Thomas trad op hen toe:
+
+"Gij beiden verstaat Italiaansch, heeren, doe me dus het genoegen
+u van middag bezig te houden met een Siciliaansch officier, die mij
+zeer aanbevolen is."
+
+Zij werden nu voorgesteld aan een slank jongmensch van een kaap
+uiterlijk, maar die toch iets onaangenaams in zijn blik had. Aan
+tafel werd Don Matthias, zoo luidde zijn naam, tusschen onze beide
+adelborsten geplaatst en deze begonnen terstond een gesprek met hem,
+begeerig als ze waren om iets te vernemen omtrent hun vrienden te
+Palermo. Zoo onder het praten vroeg Jack of hij ook kennis had aan
+Don Rebiera, waarop de Siciliaan bevestigend antwoordde, en weldra
+hadden ze 't heel druk over de verschillende leden der familie. Tegen
+het einde van het diner vroeg Don Matthias onzen held hoe hij met
+Don Rebiera in kennis was gekomen en Jack vertelde nu hoe hij en
+zijn vriend Gascoigne den man gered hadden uit de handen van twee
+schurken. Na deze mededeeling scheen het opeens uit te raken met
+de spraakzaamheid van den jongen officier, maar toch gaf hij bij
+het afscheid nemen zijn hoop te kennen onze adelborsten nog nader
+te ontmoeten. Nauwelijks was hij vertrokken of Gascoigne merkte op:
+"Me dunkt, ik heb dat gezicht meer gezien, maar waar, dat wil me niet
+te binnen schieten."
+
+"Ik kan me niet herinneren hem ooit ontmoet te hebben," antwoordde
+onze held, "maar in dergelijke opzichten is jouw geheugen heel wat
+beter dan het mijne."
+
+Er werd niet verder over gesproken en Jack was al weer aan het
+luisteren naar den goeverneur en kapitein Wilson, die nog alleen van
+de partij over waren, toen Gascoigne, nadat hij geruimen tijd had
+zitten soezen, opeens van zijn stoel opsprong en uitriep:
+
+"Nu ben ik er achter!"
+
+"Waar achter?" vroeg kapitein Wilson.
+
+"Achter den naam van dien Siciliaanschen officier--ik wist ook wel,
+dat ik hem meer gezien had."
+
+"Dien Don Matthias?"
+
+"Neen, Sir Thomas! Niet Don Matthias! Hij is niemand anders dan Don
+Silvio, die op het punt stond Don Rebiera te vermoorden, toen wij te
+hulp schoten en den man redden."
+
+"Ik geloof waarlijk dat je gelijk hebt, Gascoigne."
+
+"Stellig heb ik dat," hernam Gascoigne; "nog nooit heb ik me in zoo
+iets vergist."
+
+"Reik me die brieven eens aan, Rustig," zei de goeverneur, "dan zullen
+we eens zien hoe hij genoemd wordt. Hier heb ik 't--Don Matthias de
+Alayeres. Je hebt 't zeker mis, Gascoigne; bedenk wel, dat ge een
+zware beschuldiging tegen dien jongen man inbrengt."
+
+"Dat weet ik, Sir Thomas, maar ik zou er mijn heele traktement onder
+durven verwedden, dat 't Don Silvio is. Ook heb ik wel degelijk
+opgemerkt, dat hij van kleur verschoot, toen Jack hem verhaalde,
+dat wij beiden het geweest waren, die Don Rebiera te hulp waren
+gekomen. 't Is jou toch zeker ook niet ontgaan, Jack, dat hij later
+haast geen woord meer gesproken heeft."
+
+"Dat is zoo," antwoordde Jack.
+
+"Dan zullen we aan 't onderzoeken moeten," merkte de goeverneur op;
+"want in dat geval is de aanbevelingsbrief bedriegerij."
+
+Allen begaven zich nu naar bed, en terwijl Rustig en Gascoigne den
+volgenden morgen nog eens hun vermoedens bespraken, werden er brieven
+uit Palermo voor hen gebracht. Zij dienden ter beantwoording van
+Jack's schrijven bij hun aankomst op Malta; eenige regels van Don
+Rebiera, een klein briefje van Agnes, en een uitvoerig schrijven van
+zijn vriend Don Philip, waarin onder anderen ook voorkwam, dat Don
+Silvio opnieuw een aanslag gewaagd had op hun vaders leven, welke
+toeleg gelukkig verijdeld was. Waarschijnlijk was de ellendeling met
+een der marktschuiten naar Malta ontsnapt.
+
+Dit nieuws werd bij het ontbijt terstond aan den gouverneur en aan
+kapitein Wilson medegedeeld.
+
+"We zullen dat eens onderzoeken," merkte de gouverneur op, die nu
+ook naar den verderen inhoud der brief vroeg.
+
+Jack en Gascoigne hadden rust noch duur aan het ontbijt en niet
+zoodra was dit afgeloopen, of zij pakten zich stilletjes weg. Toen
+kapitein Wilson eenige oogenblikken later opstond om naar boord te
+gaan, waren de beide adelborsten nergens te vinden.
+
+"Ik begrijp 't al, Wilson," zei de gouverneur; "laat ze maar aan mij
+over, en ga zelf gerust naar boord."
+
+Intusschen hadden onze beide vrienden een eenzamen vestingwal
+opgezocht, waar ze niet licht gestoord zouden worden, "Je vermoedt
+zeker wel wat ik van plan ben, Gascoigne," zei Jack. "Ik wil dien
+ellendeling nog dezen morgen een kogel door den kop jagen."
+
+"Alles goed en wel, Jack, maar dat is eigenlijk mijn werk en niet
+het jouwe; ik heb hem ontdekt, dus behoort hij mij."
+
+"Dat staat nog te bezien," hernam Jack; "hij heeft 't toegelegd op
+het leven van den man, dien ik eens mijn schoonvader hoop te noemen,
+en dus heb ik het meeste recht op hem."
+
+"Bedenk wel, Jack, dat hij een aanverwant van Agnes is; jij mag je dus
+niet met zijn bloed bezoedelen, want dat zou later voor je huwelijk
+een groot bezwaar kunnen opleveren."
+
+Dit bracht Jack tot nadenken en na nog wat gehaspel werd er bepaald,
+dat Gascoigne met Don Silvio zou vechten, terwijl Jack de uitdaging
+zou overbrengen. Zij lieten er geen gras over groeien en Jack begaf
+zich onmiddellijk naar het logement, waar de Siciliaan zijn intrek
+genomen had.
+
+Bij Don Silvio binnen gelaten, vond hij hem bezig met het wetten
+van een tweesnijdenden dolk. De Siciliaan trad hem te gemoet en stak
+hem met voorgewende hartelijkheid de hand toe, maar Jack zei met een
+uitdagenden blik: "Don Silvio, wij kennen u; ik kom hier alleen om
+namens mijn vriend voldoening van u te vragen. En waarlijk, gij moogt
+nog van geluk spreken, want het is toch vrij wat verkieselijker te
+sterven door de hand van een fatsoenlijk man dan aan de galg."
+
+Don Silvio werd opeens doodsbleek--zijn hand deed een greep naar zijn
+dolk, maar deze was op tafel blijven liggen; ten slotte antwoordde hij:
+"'t Is goed, meneer, over een uur zal ik mij met hem meten, waar gij
+maar verkiest."
+
+Jack gaf op waar de ontmoeting zou plaats hebben en ging heen. Hij
+spoedde zich met Gascoigne naar de woning van een officier met wien
+ze bevriend waren, en, na zich bij deze van de noodige vuurwapenen
+voorzien te hebben, kwamen zij nog vóór den bepaalden tijd op de
+aangeduide plek. Zij wachtten geruimen tijd, maar wie er verscheen--Don
+Silvio niet.
+
+"Hij heeft de plaat gepoetst," merkte Gascoigne op; "de schurk is
+ons ontsnapt."
+
+Reeds was er een half uur na het vastgestelde tijdstip verstreken
+en nog altijd was er geen spoor te zien van Gascoigne's tegenpartij;
+maar wel kwam een der adjudanten van den gouverneur op hen af.
+
+"Daar heb je Atkins," zei Jack; "dat treft ongelukkig, maar hij zal
+wel geen bezwaar maken."
+
+"Heeren," zei Atkins, heel deftig groetende, "de gouverneur wenscht
+dringend u beiden te spieken."
+
+"Op dit oogenblik kunnen we onmogelijk komen, maar over een half uur
+zullen we er wezen."
+
+"Gij moet er echter binnen drie minuten zijn. Neem me niet kwalijk,
+maar ik heb uitdrukkelijke bevelen en om ze stipt te kunnen uitvoeren,
+staat er een korporaal met eenige manschappen achter den vestingwal
+geposteerd--maar natuurlijk, als gij gewillig meegaat is die hulp
+overbodig."
+
+"Dat is een vervloekte dwingelandij," riep Jack uit. Er bleef hun
+echter geen keus over, en daarom volgden zij meneer Atkins naar het
+gouvernements gebouw, waar zij Sir Thomas aantroffen onder de waranda,
+die het uitzicht gaf op de haven en de open zee.
+
+"Kom eens hier, heeren." zei de gouverneur op strengen toon; "ziet ge
+daar ginds op twee mijlen van de kust dat schip wel? Daarmede wordt
+Don Silvio gevankelijk naar Sicilië overgebracht. En onthoudt nu wel
+den levensregel, dien ik u zal aangeven: Vecht als het noodig is met
+fatsoenlijke menschen, maar nooit met schurken en moordenaars. Een
+tweegevecht met een ellendeling aan te nemen, is even onteerend als
+een fatsoenlijk man voldoening te weigeren. Gaat nu heen, want ik
+ben boos op u, en komt niet meer onder mijn oogen vóór etenstijd."
+
+
+
+
+Een-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ de Aurora raakt slaags met een Russisch fregat. Luitenant
+ Pottyfar zoekt vergeefs baat bij zijn universeel geneesmiddel.
+
+
+Maar eer zij den gouverneur aan tafel ontmoetten, was er van de vloot
+een sloep aangekomen met depêches van den opperbevelhebber. Daarbij
+werd onder anderen aan kapitein Wilson gelast, zooveel mogelijk haast
+te maken met het uitrusten van zijn schip en dan te gaan kruisen in
+de buurt van Corsica, waar hij een Russisch fregat moest aanklampen;
+vond hij 't daar niet, dan moest hij inlichtingen inwinnen en het
+overal nazetten, waar het te vinden mocht zijn.
+
+Alles aan boord van de Aurora raakte nu druk in de weer. Kapitein
+Wilson verliet met onzen held en Gascoigne de woning van den gouverneur
+en begaf zich weer aan boord, waar zij dag en nacht bleven. Op den
+derden dag was de Aurora geheel gereed om in zee te steken en omstreeks
+den middag zeilde zij de haven van Valette uit.
+
+Binnen een week was de Corsikaansche kust bereikt en men behoefte
+geen uitkijk in den mast te zenden, want een der officieren of de
+adelborsten was er voortdurend van het aanbreken van den dag tot
+donker. Van het schip, waarop ze jacht maakten, was echter nog steeds
+niets te bespeuren.
+
+Windstilte gaf eenige dagen vertraging, maar eindelijk maakte een
+stevige bries uit het noorden het mogelijk langs den oostkant van
+het eiland zuidelijk koers te zetten. Op den achttienden dag na het
+verlaten van Malta, kregen zij omstreeks zestien mijlen voor zich uit
+een groot schip in 't zicht. De manschappen zaten op dat oogenblik
+juist aan het ontbijt:
+
+"Een fregat, kapitein Wilson, ik ben er zeker van," zei de eerste
+luitenant.
+
+"Welken koers heeft het?"
+
+"Denzelfden als wij."
+
+De Aurora had alle zeilen bijgezet, en toen het volk ging schaften
+had ze al ongeveer twee mijlen gewonnen op het achtervolgde vaartuig.
+
+"Dat zal een langdurige jacht zijn, nu we beiden denzelfden koers
+hebben," merkte Martin tegen Gascoigne op.
+
+"Ja, dat vrees ik ook--maar het ergste is nog, dat het misschien
+zal ontsnappen."
+
+"Daar is ook wel kans op," antwoordde zijn kameraad.
+
+"Och wat, jij altijd met je Jobsgedachten!" viel Gascoigne uit.
+
+"Ja, maar ik heb 't toch niet zoo dikwijls mis;" herman Martin. "Twee
+dingen zijn maar de vraag: vooreerst, zullen we het schip inhalen of
+niet--en dan als we het inhalen, is 't wel het vaartuig, waarop wij
+'t gemunt hebben."
+
+"'t Schijnt jou al heel weinig te kunnen schelen."
+
+"Dat is volstrekt het geval niet; reken maar eens aan, ik ben
+de oudste adelborst hier aan boord; als ik het bemachtigen van het
+fregat overleef, zal ik eindelijk eens bevorderd worden, en schiet ik
+er het hachje bij in, welnu dan is de bevordering overbodig. Maar ik
+ben al zoo dikwijls teleurgesteld, dat ik maar nergens meer op reken,
+zoolang ik 't niet goed en deugdelijk heb."
+
+"Nu, om jou mag ik maar lijden, Martin, dat het gindsche schip
+hetzelfde is dat we zoeken, dat we er het leven afbrengen, en dat
+jij bevorderd wordt."
+
+"Dankje, Rustig--ik wou dat ik er ook op durfde hopen."
+
+"Ze hebben bij den wind gebrast, kapitein," riep de tweede luitenant
+uit de stengedwarszalings.
+
+"Wat dunk jou er van, Martin?" vroeg Jack.
+
+"Dat 't een Engelsch fregat is, of dat het schip een flinke bemanning
+heeft en een dapperen kerel tot kommandant."
+
+De zon begon onder te gaan eer de Aurora het schip tot op twee mijlen
+genaderd was. Er was geseind, maar dit bleef onbeantwoord, hetzij dat
+het te donker was om de kleuren van de seinvlaggen te onderscheiden,
+hetzij de vijand die niet kende. De vreemdeling had de Engelsche vlag
+geheschen, maar dat kon nog niet gelden voor een afdoend bewijs,
+dat hij tot een bevriende natie behoorde; en even vóór donker had
+hij den steven naar de Aurora gewend, die nu recht op hem aan was
+gekomen. Van de bemanning der Aurora was ieder op zijn post, want
+binnen weinige minuten zou het beslist zijn, of ze met een vriend of
+met een vijand te doen hadden.
+
+Nu is er haast geen lastiger geval denkbaar, dan zoo'n ontmoeting:
+met een schip, waarvan men niet weet, wat men er aan heeft. Men moet
+zich geheel tot den aanval gereed houden en zorgen dat de vijand,
+als het er een is, geen voordeel trekke uit uw dralen met handelend
+op te treden; en aan de anderen kant dient de grootste voorzichtigheid
+in acht genomen, opdat ge niet op een vriend en landgenoot losbrandt.
+
+Kapitein Wilson had het nachtsignaal geheschen, maar met al de zeilen
+zou 't voor het andere schip moeielijk zijn het op te merken. Om nu
+dit bezwaar uit den weg te ruimen en alle vergissing te voorkomen,
+liet kapitein Wilson, toen de twee fregatten elkaar tot op drie
+kabellengten genaderd waren, de bezaan opgeien, zoodat het seinlicht
+duidelijk zichtbaar werd.
+
+Er kwamen op het andere schip wel lichten in beweging, alsof ze van
+plan waren te antwoorden, doch ze bleven maar steeds de Aurora aan lij
+houden tot op ongeveer een halve kabellengte, en toen de schepen elkaar
+bijna vlak op zij waren gekomen, werd er in het Engelsch geroepen:
+
+"Schip ahoy! wat voor schip is dat?"
+
+"Zijner Majesteits fregat Aurora," riep kapitein Wilson, die boven
+op de verschansing stond. "En wat voor schip is het uwe?"
+
+In plaats van het verwachte antwoord "zijner Majesteits schip ----"
+hoorden zij opeens de kanonnen losbranden en kreeg de Aurora de volle
+laag op zulk een geringen afstand, dat de uitwerking geducht was. De
+bemanning van de Aurora was, toen er in het Engelsch gepraaid werd, in
+de meening geraakt, dat het een van hun eigen kruisers zou zijn. Zij,
+die de stukken bedienden, hadden teleurgesteld de talierepen laten
+vallen en de stilte, die er geheerscht had, zou juist afgebroken
+worden door uitingen van ontevredenheid over zoo'n tegenvaller,
+toen het gedonder van het geschut hun opeens in de ooren klonk, en
+het splijten en scheuren van balken en planken hen voor een oogenblik
+deed versuffen. Menigeen moest naar beneden gedragen worden, maar het
+viel moeilijk te zeggen wat er bovendreef, de verontwaardiging over
+den verraderlijken aanval of de voldoening, nu het bleek dat ze niet
+voor niets op hun post waren geroepen. In elk geval weerklonk er een
+driewerf hoera! waardoor het gekreun en gekerm dergenen, die naar de
+ziekenboeg werden gesjouwd, overstemd werd.
+
+"Volk aan de bakboordsstukken en klaar om te wenden!" bulderde kapitein
+Wilson en haastte zich van de verschansing. "Terdege uitkijken,
+jongens, en goed gemikt, hoor! We zullen ze die aardigheid eens flink
+betaald zetten."
+
+De Aurora was gewend en loste de volle laag op het achterschip van
+het Russische fregat. Het was bijna donker, maar de vijand scheen al
+even verlangend naar den strijd als de Aurora. Binnen vijf minuten
+waren de twee schepen elkaar op zij gekomen en openden op weinig meer
+dan een pistoolschot afstand een moorddadig vuur.
+
+Na een verwoed gevecht van een half uur, ging kapitein Wilson van
+beneden naar het bovendek en richtte zelf stuk voor stuk de geladen
+kanonnen, de midscheepsche op de groote rust van den vijand, en ook die
+van het voor- en van het achterschip zóó, dat al de schoten ongeveer
+op de zelfde hoogte moesten treffen. Vervolgens gaf hij bevel dat op
+het gegeven kommando alle tegelijk moesten afgevuurd worden. De vijand
+begreep niet waarom er zoo gedraald werd met schieten en verbeelde
+zich al, dat de Aurora het vuren opgaf. Maar opeens kreeg hij de
+volle laag en, hoe donker het ook was, toch kon men de uitwerking
+waarnemen. Er was een geducht gat in het schip geslagen en de groote
+mast tuimelde over boord. De Aurora maakte nu, dat ze dwars voor den
+Rus kwam te liggen, en begon uit de bovendeksstukken met schroot te
+schieten, om den vijand alle werkzaamheid aan dek te verhinderen,
+terwijl de batterij van het hoofddek een vernielend vuur op den romp
+bleef onderhouden.
+
+De maan brak door de wolken en stelde hen in staat met meer juistheid
+te werk te gaan. In een kwartier was het Russische schip al zijn masten
+kwijt en kon kapitein Wilson de helft van zijn manschappen aan het
+herstellen der geleden schade zetten. De vijand bleef nog met vier
+stukken het vuur beantwoorden, maar het duurde niet lang of ook deze
+vier waren tot zwijgen gebracht. De Aurora staakte nu den strijd en de
+tweede luitenant werd met een der sloepen, die ongehavend was gebleven,
+afgezonden om zich te vergewissen of het fregat zich gewonnen gaf.
+
+De heldere maan wierp een zilverachtig licht over het water, toen
+de boot afzette; kapitein Wilson en de officieren, die niet gewond
+waren, leunden over de deerlijk gehavende verschansing van de Aurora
+en wachtten het antwoord af. Op eens werd de stilte van den nacht
+verbroken door een vervaarlijk geraas van den kant van het Russisch
+fregat, op dat oogenblik ongeveer drie kabellengten van hen verwijderd.
+
+"Wat zou dat zijn?" riep kapitein Wilson uit. "Het anker hebben ze
+vroeger al laten vallen, dat kan 't dus niet wezen. Je moest eens
+loden, meneer Jones, en zien hoeveel water we hebben."
+
+Meneer Jones was al lang doodelijk gewond naar beneden gedragen,
+maar een ander wierp het lood uit en peilde zeven vademen.
+
+"Dan zal hij 't ons, vrees ik, nog lastig genoeg maken," merkte Wilson
+op; en dat bleek ook spoedig, want de Russische kapitein had den
+tweeden luitenant in het Engelsch toegeroepen, "dat hij zijn vraag
+met het geschut beantwoorden zou" en was bijna onmiddellijk daarop
+weer begonnen te vuren op de Aurora.
+
+Kapitein Wilson maakte zeil en voer aanhoudend om het geankerde schip
+heen, zoodat hij het bij beurten rechts en links de volle laag kon
+geven. De hardnekkigheid, waarmee de dappere Rus den strijd volhield,
+gaf kapitein Wilson de overtuiging, dat de man liever zou blijven
+doorvechten tot zijn schip zonk dan de vlag te strijken; en in dit
+geval zou de Aurora niet alleen nog verscheidene manschappen moeten
+verliezen, maar ook het Russische schip niet buit kunnen maken. Daarom
+besloot kapitein Wilson tot een beslissenden stap. Na een kort overleg
+met zijn officieren klampte hij den Rus aan boord, en sprong aan het
+hoofd zijner manschappen op het vijandelijk dek over.
+
+Er volgde nu een allerhevigst gevecht van man tegen man, waarbij de
+Russische kapitein en het gering getal manschappen, dat hij nog over
+had, zich dapper verweerden. Lang kon echter de tegenstand niet duren
+en weldra was het Russisch fregat in handen der Engelschen.
+
+Zoodra het dek opgeruimd was, liet kapitein Wilson de luiken sluiten en
+gaf aan een deel zijner manschappen last aan boord van het veroverde
+vaartuig te blijven, terwijl hij zelf zich haastte onderzoek te gaan
+doen naar den toestand van zijn eigen schip.
+
+De dag was al aangebroken eer aan boord der Aurora de boel weer zoo
+wat op orde was gebracht. De meeste gewonden waren intusschen in de
+hangmatten gelegd, terwijl er ook enkelen waren, die een amputatie
+moesten ondergaan.
+
+De timmerman had al de geschoten gaten onder of dicht bij de waterlijn
+hersteld en was daarna begonnen het lek van het buitgemaakte vaartuig
+te stoppen. Ofschoon aan het bovengedeelte erg gehavend, was er toch
+geen aanleiding om te veronderstellen dat het ook beneden de waterlijn
+ernstige schade had beloopen en daarom bleven de luiken gesloten,
+ofschoon eenige manschappen aan de pompen werden gesteld om te zien of
+het schip ook water maakte. Zoodra de Aurora er weer wat behoorlijk
+uit begon te zien, ging kapitein Wilson opnieuw aan boord van het
+veroverde schip, waar het dek, nu het helder licht geworden was,
+een vreeselijk bloedbad te aanschouwen gaf. Lijk na lijk werd over
+boord geworpen en aan de gewonden zoodra mogelijk hulp verleend;
+de luiken werden afgenomen en het overschot der bemanning aan dek
+gekommandeerd; ongeveer tweehonderd gaven gehoor aan dat bevel, maar
+het zag er beneden, wat dooden en gewonden betrof, al even ellendig
+uit als boven. De gevangenen werden op de Aurora overgebracht en daarna
+begon het schiften van dooden en levenden. Vervolgens werden de meest
+noodige herstellingen gedaan en een deel der bemanning van de Aurora,
+onder bevel van den tweeden luitenant, er aan boord gezonden. Den
+ganschen nacht werd er doorgewerkt en eerst den volgenden morgen
+kon de Aurora, met de Drietand, zoo heette het Russische fregat,
+op sleeptouw, onder zeil gaan.
+
+In dat moorddadig gevecht had de Drietand meer dan tweehonderd man
+aan dooden en gewonden. Het verlies der Aurora was niet zoo groot,
+maar toch belangrijk genoeg, namelijk zes en vijftig manschappen en
+officieren. Onder de gesneuvelden behoorden de stuurman Jones, de derde
+luitenant en twee adelborsten. Meneer Pottyfar, de eerste luitenant,
+was al bij het begin van den strijd zwaar gewond. De stuurmansmaat
+Martin en Gascoigne waren ook beiden getroffen, de eerste doodelijk,
+de tweede vrij ernstig. Onze held had een jaap met een sabel gekregen,
+zoodat hij zijn arm een tijdlang in een doek moest dragen.
+
+Nog voordat de Drietand geënterd werd, was Mesty door een splinter
+geraakt, maar hij was aan dek gebleven om als een vader over Jack te
+waken en hem te beschermen. Ja, hij had nog meer gedaan; want toen
+kapitein Wilson met het plat van een sabel een slag kreeg, die hem
+deed suizebollen en op de knieën schieten, had hij zich met Jack vóór
+hem geworpen. En Jack had gezorgd, dat kapitein Wilson niet onbekend
+bleef met den grooten dienst, hem door Mesty bewezen.
+
+"Maar je zult wel bij Mesty geweest zijn, toen hij me het leven redde,"
+merkte kapitein Wilson op."
+
+"Dat was ik ook, meneer," antwoordde Jack bescheiden, "maar zonder
+dat ik zelf veel kon uitrichten."
+
+"Hoe gaat 't van avond met uw vriend Gascoigne!"
+
+"O, lang niet slecht, meneer; hij krijgt trek in een glas grog."
+
+"En met Martin?"
+
+Jack schudde bedenkelijk het hoofd.
+
+"De dokter is toch van oordeel, dat hij weer zal beteren."
+
+"Ja, meneer, dat heb ik Martin ook verteld; hij vond 't heel goed,
+dat men hem hoop gaf--maar zelf dacht hij er anders over."
+
+"Je moet hem wat opmonteren, meneer Rustig; zeg hem, dat hij vast op
+bevordering kan rekenen."
+
+"Dat heb ik hem al gezegd, meneer, maar hij wil 't niet gelooven. Hij
+zal er geen geloof aan slaan, zoolang hij niet de geteekende
+aanstelling onder zijn oogen krijgt. Ik denk bepaald, dat zoo'n stuk
+nog gunstiger op hem zou werken dan de dokter."
+
+"Nu, meneer Rustig, morgenochtend zal hij 't hebben. Hebt ge meneer
+Pottyfar ook bezocht? Ik vrees, dat het slecht met hem zal afloopen."
+
+"Dat vrees ik ook, meneer; hij wordt iederen dag erger, ofschoon toch
+de wond gunstig staat."
+
+Zoo praatte Jack met zijn kapitein, toen zij den derden morgen na
+het gevecht aan het ontbijt zaten.
+
+Den dag daarna bracht Rustig een voorloopige aanstelling voor Martin
+beneden en stelde hem die ter hand. De arme stakker, die in een
+verband in zijn hangmat lag, doorlas het stuk nauwkeurig.
+
+"'t Is maar een voorloopige aanstelling, Jack," zei hij; "misschien
+wordt ze niet bekrachtigd."
+
+Jack zwoer bij al de krijgsartikelen, dat 't wel degelijk gebeuren zou;
+maar Martin bleef volhouden, dat 't nooit zoo ver zou komen.
+
+"Neen, neen," zei hij, "ik wist wel, dat ik 't nooit tot stuurman zou
+brengen. Wordt de aanstelling niet bekrachtigd, dan zal ik in leven
+blijven, maar gebeurt dat wel, dan sterf ik stellig."
+
+Iedereen, die Martin in zijn hangmat kwam opzoeken, wenschte hem geluk
+met zijn bevordering, maar zes dagen na het treffen met den vijand,
+werd het stoffelijk overschot van den armen Martin aan de golven
+prijs gegeven.
+
+Het spoedigst volgde hem de eerste luitenant Pottyfar, die, gewond als
+hij was, een pakje van zijn universeel geneesmiddel had weten machtig
+te worden, en er zooveel fleschjes van geledigd had, dat hij op een
+goeden morgen dood in zijn hangmat werd bevonden, met meer dan twee
+dozijn leege fleschjes onder zijn hoofdkussen en naast zijn matras.
+
+
+
+
+Twee-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Menschlievendheid met ondank beloond. Jack en zijn vrienden
+ in levensgevaar, maar nog intijds van den dood gered.
+
+
+Binnen drie weken liep de Aurora, met haar buit op sleeptouw, de
+haven van Malta binnen, maar een lange rust werd haar niet gegund,
+want er waren dringende tijdingen naar de overheid van Palermo over
+te brengen. Hiermede nu werd kapitein Wilson belast. Na ontvangen
+antwoord moest hij naar Malta terugkeeren, degenen van zijn manschappen
+opnemen, die intusschen genoegzaam hersteld waren om het hospitaal
+te kunnen verlaten, en vervolgens zich bij de vloot voor Toulon gaan
+voegen. Jack was buiten zichzelven van blijdschap nu hij gelegenheid
+zou krijgen om Agnes en haar broeders weer te ontmoeten.
+
+Opnieuw verliet de Aurora de hooge klippen van Valette en doorkliefde
+onder een flinke bries de donkerblauwe golven. Maar tegen den avond
+begon de wind weer op te steken, zoodat ze de marszeilen dubbel
+moesten reven. Den tweeden dag voeren ze langs de kust van Sicilë,
+niet ver van de plek, waar Rustig en Gascoigne aan den wal gedreven
+waren. Het weer was intusschen veel kalmer geworden en de zee tot
+bedaren gekomen. Daarom stuurden ze dicht onder de kust, wijl de wind
+niet gunstig was voor de vaart naar Palermo. Als gewoonlijk werden
+nu de kijkers naar land gericht, naar de villa's, waarmee de heuvels
+en dalen bezaaid waren.
+
+"Wat is dat, Gascoigne," zei Rustig, "daar onder die overhellende
+rots?--'t lijkt wel een schip."
+
+Gascoigne bracht zijn kijker in de aangewezen richting.--"Ja, 't is
+een schip, dat op de klippen zit: naar den voorsteven te oordeelen is
+'t een galei."
+
+"Dat is 't ook," riep de uitkijk, "ik kan de roeibanken duidelijk
+onderscheiden."
+
+Dit werd aan kapitein Wilson meegedeeld, die nu zelf een onderzoek
+instelde.
+
+"Ze zit op de rotsen, dat is zeker," merkte hij op, "en ik verbeeld me
+ook, dat ik volk aan boord zie. Eén streek afhouden, kwartiermeester!"
+
+De Aurora werd nu recht op het schip aangestuurd, en na een uur was
+ze niet meer dan een mijl er van verwijderd. Hun vermoedens waren
+juist geweest--'t bleek een van de Siciliaansche goevernementsgaleien
+te zijn, die op de klippen gesmeten was, en ze zagen nu ook, dat er
+menschen aan boord waren, die met stukken linnengoed seinen gaven.
+
+"'t Zijn stellig galeislaven; want ik bemerk, dat ze geen van allen
+van plaats veranderen. De officieren en matrozen moeten de galei
+verlaten en de slaven aan hun lot overgelaten hebben."
+
+"Dat is wreed," zei Jack tot Gascoigne; "de kerels waren wel tot de
+galeien veroordeeld, maar niet ter dood."
+
+"Van de golven hebben ze niet veel genade te verwachten," antwoordde
+Gascoigne; "als de wind wat meer landwaarts-in omloopt, zijn ze er
+morgen ochtend om koud."
+
+Ofschoon kapitein Wilson zich niet met dit gesprek inliet, hoorde hij
+toch wat er gezegd werd en stemde er volkomen mee in; maar hij kon 't
+met zichzelf nog niet eens worden wat hij doen moest; al die menschen
+ellendig laten omkomen, of zoo'n bende schurken tegen de maatschappij
+los te laten. Na eenige overweging besloot hij tot het laatste. De
+Aurora draaide bij en de twee kotters werden afgelaten en bemand.
+
+"Meneer Rustig, neem gij in den eenen kotter de wapensmeden mee,
+roei naar boord van de galei, ontboei die kerels, en breng ze bij
+kleine afdeelingen aan land. Meneer Gascoigne, gij vergezelt meneer
+Rustig met den anderen kotter, en houd u gereed tot handelen, als soms
+de schurken onder het overbrengen een vijandelijke houding mochten
+aannemen; want op dankbaarheid valt bij hen niet te rekenen."
+
+Ingevolge die bevelen, zetten onze beide adelborsten van boord
+af. Zij vonden de galei tusschen de rotsen geklemd, terwijl er een
+gat in de kiel gestooten was, en, zooals zij reeds vermoed hadden,
+was de kommandant met de bemanning in de booten gegaan en had de
+slaven aan hun lot overgelaten.
+
+"Viva los Inglesos!" riepen de kerels, toen Rustig bij hen aan
+boord klom.
+
+"Wel, Ned, heb je ooit zoo'n kostelijk zoodje schurken bijeen
+gezien?" merkte Rustig op, toen hij zijn oog had laten gaan over de
+tronies der geketenden.
+
+"Neen," antwoordde Gascoigne; "en, me dunkt, de kapitein zou, als
+hij hier eerst een kijkje had genomen, zich wel tweemaal bedenken,
+eer hij die bende losliet."
+
+"Wel mogelijk--maar wij hebben bepaalde bevelen. Sla al de sloten
+los, smid, van achteren te beginnen; zoodra we een lading hebben,
+zetten we die aan wal."
+
+"Hoeveel zijn er?--twaalf dozijn.--Twaalf dozijn boosdoeners los te
+laten tegen de maatschappij! Ik heb heel veel lust eerst nog eens naar
+boord terug te keeren, om er den kapitein over te spreken--honderd
+vier en veertig onverlaten, die allen gehangen dienden te worden--want
+verdrinken is nog te goed voor hen."
+
+"We hebben order gekregen hen te bevrijden, Jack."
+
+"Jawel; maar ik zou er toch eerst wel eens met kapitein Wilson over
+willen redeneeren."
+
+"Ze zullen hen gauw genoeg achter de vodden zitten, Jack, en in een
+ommezien zijn ze allen weer ingepikt," hernam Gascoigne.
+
+"Nu, dan moeten we maar aan de orders gehoorzamen; maar 't stuit me
+toch tegen de borst. Sla los, smid!"
+
+De wapensmid, die evenals de matrozen het met Jack eens scheen te
+zijn en nog niet aan het werk gegaan was, begon nu met zijn hamer de
+sloten één voor één los te slaan. Telkens als er een slaaf ontboeid
+was, moest hij in den kotter; zoodra die voldoende aangeladen was,
+voer Jack af, gevolgd door Gascoigne met zijn manschappen, en zette
+de kerels op ongeveer een kabellengte afstand aan wal.
+
+Ze moesten zes gangen maken eer allen aan land waren. Toen de laatste
+vracht was afgezet en Jack juist bevel wilde geven om weer van wal te
+steken, keerde een der galeiboeven zich om en riep Jack op spottenden
+toon toe: "Addio, signor, tot weerziens!" Jack keek verbaasd op
+en herkende nu in het morsige, halfnaakte wezen, dat hem toesprak,
+Don Silvio!
+
+"Ik zal Don Rebiera vast van uw komst verwittigen, Signor!" riep de
+ellendeling, sprong op de klippen en mengde zich onder de overigen,
+die nu hun redders begonnen uit te jouwen en uit te lachen.
+
+"Ned," zei Rustig tot Gascoigne, "daar hebben we dien schurk ook
+losgelaten."
+
+"Jammer genoeg," antwoordde Gascoigne; "maar wat konden wij er aan
+doen? We hebben eenvoudig de gegeven orders uitgevoerd."
+
+"Ik zal er toch met den kapitein over spreken, zoodra we weer aan
+boord zijn," hernam Jack.
+
+"Te laat, vriend."
+
+"Je heb gelijk," zuchtte Jack met een uitdrukking van wanhoop op
+het gelaat.
+
+"Zet aan, jongens, zet aan!"
+
+Jack keerde aan boord terug en rapporteerde wat hij gedaan had;
+ook dat Don Silvio onder de bevrijden behoorde. Hij nam tevens de
+gelegenheid te baat om zijn bezorgdheid daarover te kennen te geven,
+wegens de nabijheid van Don Rebiera's woning. Kapitein Wilson beet
+zich op de lippen; hij zag in, dat zijn menschlievendheid hem zijn
+gewone voorzichtigheid uit het oog had doen verliezen.
+
+"Ik heb, vrees ik, een overijlden stap gedaan, meneer Rustig. Ik had de
+kerels aan boord moeten nemen en aan de overheid in handen leveren. Had
+ik daar maar eer aan gedacht! We moeten zoo spoedig mogelijk naar
+Palermo stevenen en zorgen, dat de schurken met een afdeeling soldaten
+worden nagezet. Klaar om te wenden, volbrassen de groote ra!"
+
+Reeds de volgenden morgen ankerden wij voor Palermo, gaven van het
+gebeurde kennis aan de overheid, die kapitein Wilson's misplaatste
+menschlievendheid naar den duivel wenschte, maar toch onmiddelijk
+een sterke troepenmacht afzond, om de losgelaten boosdoeners op te
+sporen. Kapitein Wilson, die Jack's bezorgdheid over zijn vrienden
+ten volle begreep, riep hem bij zich aan dek, en gaf hem en Gascoigne
+verlof om aan wal te gaan.
+
+"Zou u me willen toestaan, Mesty mee te nemen, meneer?" vroeg Jack.
+
+"Jawel, meneer Rustig; maar bedenk dat ge, zelfs met Mesty bij u, geen
+partij zijt voor een honderd en vijftig man; wees dus voorzichtig. Ik
+laat u gaan om uw bezorgheid wat te doen verminderen, maar niet opdat
+ge u in gevaar zoudt begeven."
+
+"Natuurlijk, meneer," antwoordde Jack, sloeg aan en verwijderde zich
+heel bedaard. Zoodra hij echter bij het luik gekomen was, schoot hij
+ijlings naar beneden en ging onmiddellijk toebereidselen maken voor
+zijn vertrek.
+
+Een half uur later waren onze beide adelborsten en Mesty reeds aan
+wal en begaven zich naar het logement, waar zij ook vroeger hun intrek
+hadden genomen. Hun eerste vraag was naar Don Philip en diens broeder.
+
+"Beiden met verlof," antwoordde de herbergier; "ze logeeren bij
+Don Rebiera."
+
+"Dat is ten minste één geluk," dacht Jack. "We moeten zoo spoedig
+mogelijk er heen."
+
+Weldra was er voor paarden en voor een gids gezorgd en om acht uur
+in den morgen begaven ze zich op weg in de richting van Don Rebiera's
+landhoeve.
+
+Zij hadden nog geen zes mijlen afgelegd, toen ze een van de
+detachementen ontmoetten, die ter vervolging van de losgelaten boeven
+waren afgezonden. Onze held herkende in den bevelvoerenden officier
+een oude kennis, deelde hem mee, dat ook Don Silvio op vrije voeten
+was en verzocht hem zijn richting te nemen naar het verblijf van Don
+Rebiera, wien stellig gevaar dreigde.
+
+"Gij hebt gelijk, Signor," antwoordde de officier; "ik geloof anders,
+dat Don Philip er is en ook zijn broeder. Maar in elk geval zal ik
+er morgenochtend tegen tien uur wezen; we zullen den ganschen nacht
+doormarcheeren."
+
+"Wapens hebben ze niet," merkte Rustig op.
+
+"Neen maar die zullen ze spoedig weten te krijgen; zij zullen de een
+of andere kleine stad plunderen en dan hun toevlucht zoeken in het
+gebergte. Uw kapitein heeft ons een mooi koopje bezorgd."
+
+Jack wisselde nog een paar woorden met den officier en gaf vervolgens
+zijn paard de sporen om zich weer bij zijn gezelschap te voegen.
+
+Tegen vijf uur in de namiddag bereikten zij het verblijf van Don
+Rebiera. Jack wipte uit den zadel en snelde, gevolgd door Gascoigne,
+naar binnen. Zij vonden het heele gezin in de ruime huiskamer bijeen,
+volkomen onbewust van het gevaar dat hen dreigde en tegelijkertijd
+verbaasd en verheugd over de komst hunner oude vrienden. Jack draalde
+niet lang met de reden van zijn overhaaste verschijning te melden.
+
+"Don Silvio met honderd vijftig galeiboeven gisternamiddag op de kust
+losgelaten!" riep Don Rebiera uit; "gij hebt gelijk, 't is wonder dat
+ze niet reeds den vorigen nacht hier zijn gekomen. Maar ik verwacht
+elk oogenblik Pedro terug, die met een lading wijn naar de stad is;
+hij zal ons wel nadere tijding brengen."
+
+"In elk geval moeten we ons op een aanval voorbereiden," zei Don
+Philip; "zooals gij zegt, zullen de troepen morgenochtend hier zijn."
+
+"Hoeveel man kunnen we bijeenbrengen?" vroeg Gascoigne.
+
+"Wij hebben hier vijf flinke kerels," antwoordde Don Philip, "en dan
+mijn vader, mijn broeder en ik zelf."
+
+"Wij zijn met ons drieën; of er op den gids te rekenen valt, weet
+ik niet."
+
+"Dus alles bijeen twaalf man--dat is niet te veel; maar nu we
+voorbereid zijn, zullen we, dunkt me, den aanval wel kunnen weerstaan
+tot aan den morgen."
+
+"Zouden we de dames niet liever wegbrengen?" opperde Jack.
+
+"En wie zou ze geleiden?" bracht Don Philip daar tegen in; "we zouden
+alleen onze krachten versnipperen en bovendien zouden ze in handen
+der schurken kunnen vallen."
+
+"Als we eens allen gezamenlijk het huis verlieten?" gaf Don Rebiera
+in bedenking; "ze kunnen niet meer doen dan de woning plunderen."
+
+"Maar we zouden door hen opgevangen kunnen worden, en tegen zulk een
+overmacht beteekent ons aantal niets," merkte Don Philip op. "Hier
+hebben we ten minste het voordeel, dat het huis zelf als middel van
+bescherming dient."
+
+"Dat is waar," antwoordde Don Rebiera, "laten we ons derhalve
+toerusten, want reken er maar op, dat Don Silvio zulk een mooie
+gelegenheid om wraak te oefenen niet zal laten voorbijgaan. Hij zal
+nog hedennacht hier zijn; het verwondert me zelfs, dat hij niet reeds
+met zijn bende gekomen is."
+
+"Nu dienen we na te gaan wat voor middelen tot verdediging we hebben,"
+zei Philip. "Kom, broeder; gaan de heeren ook mee?"
+
+Jack liet de anderen vast voorgaan en nam de gelegenheid waar, om
+in der haast eenige woorden met Agnes te wisselen, maar het gevaar,
+dat allen te duchten stond, gunde hem geen rust en spoedig had hij
+zich weer bij de overigen gevoegd.
+
+"Wij hebben genoeg wapens," merkte Don Philip op, "om al onze mannen
+behoorlijk te voorzien."
+
+"En wij zijn ook goed toegerust," verklaarde Jack, die zich weer van
+Agnes verwijderd had. "Wat zijn nu uw plannen?"
+
+"Dat moeten we nog eens zamen overleggen. Het schijnt ----" doch
+op dit oogenblik werd het gesprek plotseling gestoord door Pedro,
+die met zijn roode muts in de hand kwam binnenstuiven.
+
+"Hoe nu, Pedro, al zoo vroeg terug?"
+
+"O signor!" riep de man klagend uit--"ze hebben mijn wagen en wijn
+afgenomen en zijn er mee de bergen ingetrokken."
+
+"Wie?" vroeg Don Rebiera.
+
+"De losgelaten galeiboeven. De schurken hebben al heel wat
+kwaad uitgericht--ze hebben in de huizen ingebroken en alles
+weggeroofd--verscheiden menschen vermoord--de beste kleeren, die ze
+vonden aangetrokken--wat er aan wapens, mondvoorraad en wijn bijeen te
+krijgen was, ingepalmd en zijn er mee in het gebergte gevlucht. Dit
+is in den afgeloopen nacht gebeurd. Toen ik nog ongeveer een mijl
+van de stad was, hebben ze mij met mijn geladen kar overvallen,
+de ossen doen omkeeren en ze mee weggedreven. De kerels zijn met
+bloed bemorst, maar 't is niet allemaal menschenbloed, want ze hebben
+eenige van de geroofde ossen geslacht, zooals een herder mij vertelde,
+maar de man maakte in zijn angst zoo'n haast om weg te komen, dat ik
+niets anders van hem te weten kwam. Ach, signor, ik heb ze uw naam
+ook hooren noemers."
+
+"Daar twijfel ik geen oogenblik aan," antwoordde Don Rebiera. "Wat
+den wijn aangaat, ik hoop maar dat ze er van avond te veel van zullen
+drinken. Maar Pedro, ze komen stellig hierheen, we moeten ons dus
+verdedigen--roep jij de anderen eens hier; ik moet ze spreken."
+
+"Ach, ach, we zullen onze ossen nooit terugzien!" riep Pedro klagend
+uit.
+
+"Neen, maar we zullen ook elkander niet lang meer zien, als we niet
+terdege op onze hoede zijn. Er is mij meegedeeld, dat ze nog hedennacht
+hier zullen komen."
+
+"Bij alle heiligen! en ze zijn wel duizend man sterk, wordt er gezegd."
+
+"Nu, zoo groot is hun getal niet, zoover ik weet," merkte Jack op.
+
+"Er moeten er heel wat gedood zijn bij hun aanval op de stad."
+
+"Des te beter. Kom, ga nu, Pedro, drink een glas wijn, en roep dan
+de anderen."
+
+Het huis werd zoo goed mogelijk gebarricadeerd; de eerste verdieping
+werd tot een vesting gemaakt door de toegangen met kisten en kasten
+te versperren. De bovenverdieping brachten ze op dezelfde manier in
+staat van verdediging, opdat ze daarheen zouden kunnen terugtrekken,
+als soms de benedendeuren werden stuk gerammeid.
+
+Het werd acht uur in den avond eer alles klaar was, en ze waren nog
+bezig met er de laatste hand aan te leggen, onder opperleiding van
+Mesty, die in dat werk van groote bedrevenheid blijk gaf, toen zij
+het geluid hoorden van een naderende menigte. Ze keken uit een der
+vensters, en zagen het geheele huis omringd door slaven, op het oog
+ongeveer honderd in getal. Allen waren op de meest grillige manier
+gekleed en hadden blijkbaar maar aangetrokken wat hun voor de hand
+was gekomen: sommigen hadden vuurwapens, maar de meesten waren enkel
+voorzien van sabels en messen. Een gansche stoet van geroofde dingen
+volgde hen: karren met allerlei soort van levensmiddelen en wijn;
+zeilen van schepen en sloepen, die in de bergen tot dekking moesten
+dienen, hooi en stroo en matrassen. Ook hadden ze een menigte van
+allerlei vee bij zich. Zij schenen te staan onder een leider, die
+juist bezig was zijn bevelen uit te deelen, en in wien Jack spoedig
+Don Silvio herkende.
+
+"Massa Rustig, wijs me alsjeblieft dien man eens," zei Mesty, "opdat
+ik hem goed ken."
+
+"Zie je daar niet iemand met een geweer in zijn hand voor het front
+van die kerels heen en weer loopen? Dat is Don Silvio. Hij heeft een
+buis met zilveren knoopen en een witte broek aan."
+
+"Jawel, Massa Rustig, ik zie hem--laat ik hem nog eens goed
+opnemen--ziezoo, nu is 't genoeg."
+
+De galeiboeven schenen er vooral op uit, het huis zoo te omsingelen,
+dat er niemand uit kon ontsnappen, en Don Silvio wees ieder zijn
+plaats aan.
+
+"Ned," zei Jack, "laten we hem toonen dat wij hier zijn. Hij zei
+immers, dat hij Don Rebiera van onze komst zou verwittigen--nu moeten
+we hem het bewijs leveren, dat hij te laat komt."
+
+"Dat is geen kwaad idee," antwoordde Gascoigne; "als soms die kerels
+nog voor eenig gevoel van dankbaarheid vatbaar mochten zijn, zouden
+misschien sommigen hunner terugdeinzen voor een aanval op degenen,
+die hen gered hebben."
+
+"Daar is geen denken aan; maar zij zullen er uit merken, dat er
+meer in huis zijn dan zij vermoeden; en we kunnen mogelijk enkelen
+schrik aanjagen door de mededeeling, dat de soldaten elk oogenblik
+kunnen komen."
+
+Jack wierp onmiddellijk een venster open, en riep met luide stem naar
+buiten: "Don Silvio! galeiboef! Don Silvio!"
+
+De toegeroepene keerde zich om en zag opeens Jack, Gascoigne en Mesty
+voor het venster van de bovenverdieping staan.
+
+"Wij hebben u de moeite van ons aan te melden bespaard," riep
+Gascoigne. "Wij zijn hier om u te ontvangen."
+
+"En binnen drie uren zullen de troepen ook hier zijn; haast je dus
+maar wat, Don Silvio", voegde Jack er bij.
+
+"Tot weerzien!" vervolgde Gascoigne, en vuurde zijn pistool op Don
+Silvio af.
+
+Het venster werd onmiddelijk daarop weer gesloten. De verschijning
+van onze helden en hun aankondiging van de spoedig te verwachten
+troepen, bleef niet zonder gevolg. De misdadigers beefden bij de
+gedachte daaraan; Don Silvio werd compleet dol--hij betoogde aan
+zijn bende de noodzakelijkheid van een onmiddellijken aanval--het
+onwaarschijnlijke dat de troepen al zoo spoedig zouden komen, en
+gaf hoog op van de schatten, die in Don Rebiera's woning te vinden
+moesten zijn. Dit laatste vooral gaf hun weer moed en zij stormden op
+de deuren los, die zij trachtten open te loopen; doch dit gelukte niet
+en verscheidenen hunner vielen onder de schoten, door de bezetting van
+het huis gelost. Na een half uur zagen zij het wanhopige van hun pogen
+in en trokken af, maar keerden weldra terug met een langen boom door
+zestig man gedragen, om daarmee de deur open te rammeien. Hiertegen
+bleek deze niet bestand en vloog al gauw uit de hengsels, zoodat er
+nu een toegang gemaakt was. Intusschen was het donker geworden, de
+benedenverdieping werd prijs gegeven, maar de versperringen boven aan
+de trap beletten de onverlaten verder door de dringen. De verdedigers
+hadden behoorlijk schietgaten gemaakt, waardoor ze nu een geregeld
+vuur openden tegen de aanvallers, die niet in staat waren dat te
+beantwoorden. Zelfs al hadden ze ammunitie gehad voor hun geweren,
+wat gelukkig niet het geval was, zou het hun toch onmogelijk geweest
+zijn. Het gevecht werd nu hevig, en gedurende het verloop van twee uren
+werden de galeislaven herhaaldelijk met groot verlies teruggedreven;
+maar aangemoedigd door Don Silvio en opgewekt door bekers wijn,
+hernieuwden zij telkens den aanval en wisten langzamerhand veel van
+wat hen belemmerde, uit den weg te ruimen.
+
+"We zullen moeten terugtrekken," riep Don Rebiera uit; "over een poos
+hebben ze alles neergerukt. Wat dunkt u er van, signor Rustig?"
+
+"Dat we zoo lang mogelijk moeten standhouden. Hoe is 't met de
+ammunitie gesteld?"
+
+"Die hebben we nog in overvloed--we kunnen er stellig nog zes uren
+mee toe, zou ik denken."
+
+"Wat zeg jij er van, Mesty?"
+
+"Hier blijven, zeg ik. Vuurwapens hebben zij niet--en zoo dicht als
+ze nu bij ons zijn, is elk van onze schoten doodelijk."
+
+Dit gaf den doorslag en de verdediging werd nu nog twee uur langer
+volgehouden, dan anders het geval zou geweest zijn. Ook gaf het
+een niet onwelkome verademing, dat de misdadigers naar de overdekte
+karren terugtrokken.
+
+Ten slotte bleek de barricade niet langer houdbaar, want de zware
+stukken huisraad, die zij als versperring opeengestapeld hadden, waren
+kort en klein gestooten met de als stormrammen gebruikte palen. Er werd
+dus tot terugtrekking besloten; allen haastten zich naar de volgende
+verdieping, waar de dames al gebracht waren, en spoedig hadden de
+galeislaven de eerste verdieping vermeesterd. Ze waren geprikkeld door
+den weerstand, opgewonden door wijn en overwinning, maar vonden niets.
+
+Nu begon de aanval op de tweede verdieping; maar daar de trap
+hier nauwer was en de verdediging er van naar verhouding des te
+gemakkelijker, duurde het geruimen tijd eer ze een voet breed wonnen,
+terwijl verscheidenen hunner gewond raakten en naar beneden gedragen
+moesten worden.
+
+De duisternis van den nacht belette beide partijen iets
+nauwkeurig te onderscheiden en dit was het meest in het voordeel
+der aanvallers. Verscheidenen klommen over de verschansing van
+opeengestapeld huisraad, en werden gedood zoodra zij zich aan den
+anderen kant vertoonden; ja, er werd op het laatst nog enkel geschoten
+op degenen, die dergelijke gewaagde pogingen deden. Langer dan vier
+uren werden aanval en verdediging op die wijze voorgezet, tot het
+daglicht aanbrak en het plan van aanval gewijzigd werd: zij brachten
+weer palen aan, rammeiden de stukken huisraad aan gruizelementen en
+wonnen grond. De verdedigers waren doodaf, maar gaven het niet op;
+zij wisten dat hun eigen behoud en de levens dergenen, die hun het
+dierbaarst waren, op het spel stonden en verslapten dus niet in hun
+hardnekkigen weerstand. Toch kregen de misdadigers, met Silvio aan
+hun hoofd, meer en meer voet, de afstand tusschen de beide partijen
+werd hand over hand geringer; er was nog maar één groote kleerkast
+die hen scheidde en daaroverheen werden aanhoudend slagen met lange
+stokken en sabels uitgedeeld, beantwoord met pistoolkogels.
+
+"We moeten nu vechten op leven en dood," riep Gascoigne Rustig toe,
+"er schiet geen andere keus over."
+
+"Maar we kunnen toch nog naar den zolder en daar vechten," antwoordde
+Jack.
+
+"Wel dat is goed bedacht, Jack," zei Gascoigne. "Mesty, gauw naar
+boven om te zien of er gelegenheid is in geval van nood daarheen
+terug te trekken."
+
+Mesty haastte zich te gehoorzamen en kwam weldra terug met het bericht,
+dat ze door een valdeur op zolder konden komen en de ladder achter
+zich optrekken.
+
+"Dan kunnen we hen nog uitlachen," riep Jack. "Mesty, blijf jij hier,
+terwijl Gascoigne en ik de dames naar boven helpen," liet hij er op
+volgen en verklaarde aan de Rebiera's wat er gebeuren moet.
+
+Zoodra de signora en Agnes goed en wel boven waren, haastten Rustig
+en Gascoigne zich weer naar hun vrienden, die al meer en meer in het
+nauw raakten. Lang zou de trap niet meer te verdedigen zijn, vooral
+nu de versperringen voor het grootste gedeelte vernield waren en de
+aanvallers met groote steenen begonnen te werpen, waardoor twee van
+Don Rebiera's bedienden en ook Don Martin getroffen en buiten gevecht
+gesteld werden.
+
+"We moesten terugtrekken," zei Gascoigne; "zijn we eenmaal op zolder,
+dan kunnen de steenen ons geen kwaad meer doen. Wat dunkt u, Don
+Philip?"
+
+"Ik ben 't met u eens; laten we eerst de gewonden naar boven dragen
+en dan zelf volgen."
+
+Aan dien raad werd gehoor gegeven en nauwelijks hadden ze de ladder
+achter zich opgetrokken, of de galeiboeven, die de laatste hindernissen
+overgeklommen waren, stormden hen onder een luid geschreeuw na,
+in de meening dat ze nu zeker waren van hun prooi; maar zij vonden
+zich erg teleurgesteld, nu het bleek, dat de bestookten nog veiliger
+zaten dan te voren.
+
+Niets kon de woede van Don Silvio zoo tot het uiterste drijven,
+als de hardnekkige weerstand der tegenpartij en de veiligheid van
+hun toevluchtsoord. Hen te bereiken was onmogelijk, derhalve besloot
+hij den boel in brand te steken en hen te doen stikken, als 't niet
+anders kon. Hiertoe gaf hij aan zijn volgelingen de noodige bevelen,
+maar hij verloor daarbij de voorzichtigheid uit het oog, en toen hij
+zich onder de valdeur waagde, liet Mesty een der zware steenen, die
+hij mee naar boven genomen had, op Don Silvio's hoofd vallen, zoodat
+deze onmiddellijk neerstortte. Zwaar gewond werd hij weggedragen,
+maar zijn gegeven bevelen werden toch ten uitvoer gebracht; de kamer
+was spoedig gevuld met hooi en stroo en dit in brand gestoken. De
+uitwerking er van liet zich weldra gevoelen: wel was de valdeur
+dichtgedaan, maar hitte en rook drongen door de reten; na eenigen
+tijd begonnen planken en balken vuur te vatten en de toestand werd
+allerverschrikkelijkst. Een klein dakvenster werd opengestooten en
+gaf althans tijdelijk eenige verademing, maar de rookkolommen werden
+aanhoudend dikker. Zij konden niet van zich af zien en ternauwernood
+ademhalen. Donna Rebiera zakte als levenloos in de armen van haar
+echtgenoot en Agnes in die van onzen held.
+
+"Massa Rustig, help eens een handje--Massa Gascoigne, kom ook hier. Nu
+uit alle macht duwen, als we er één afkrijgen, volgen er meer."
+
+Op Mesty's aanwijzing zetten Jack en Gascoigne de schouders tegen een
+van de benedenste leien van het dak; ze week, raakte los en schoot met
+veel geraas naar omlaag. De dames werden nu bij de gemaakte opening
+gebracht en kwamen spoedig weer bij kennis. Nu er ééne lei los was,
+kostte het weinig moeite er meer los te krijgen en binnen weinige
+minuten hadden ze gelegenheid om weer versche lucht te happen. Maar
+nog altijd brandde het huis beneden hen en aan ontkomen viel niet
+te denken. Terwijl zij hun uiterst geringe kans op behoud bespraken,
+dreef een windvlaag de uit het dak opstijgende rookwolken uiteen en
+nu zagen zij een afdeeling troepen op het huis aanrukken. Een luide
+kreet van blijdschap trok de aandacht der soldaten. Zij bespeurden
+Rustig en zijn lotgenooten; in een oogwenk hadden zij de woning
+omsingeld en waren er in binnengedrongen.
+
+De galeislaven, die in huis waren, om naar de door Don Silvio
+voorgespiegelde schatten te zoeken, werden gevangen genomen of gedood
+en binnen vijf minuten waren de troepen meester. De moeilijkheid was
+nu, hoe de menschen boven te redden. Ladders, die zoo hoog reikten,
+waren er niet. De kommandant gaf van beneden allerlei teekens om te
+vragen wat hij doen moest.
+
+"Ik zie geen uitkomst," zei Don Philip met een zucht. "Wat te doen?"
+
+"Ik weet 't niet," antwoordde Jack. "Als we nog maar touwen hadden."
+
+"Is 't zeker, Massa Rustig, dat al die boeven beneden weg zijn?" vroeg
+Mesty.
+
+"Ja," antwoordde Rustig, "kijk maar; ze liggen daar allen gekneveld
+onder bewaking der soldaten."
+
+"Dan is 't hoog tijd dat we wegkomen."
+
+"Dat vind ik ook, Mesty; maar hoe?"
+
+"Hoe? Wacht maar. Help eens, Massa Rustig; deze plank van den vloer
+ligt los; komaan, allen geholpen."
+
+Met vereende krachten werd de plank losgerukt.
+
+"Nu er als de drommel op losgebeukt en een gat in het plafond
+gestooten," zei Mesty, die er al vast mee begon.
+
+Binnen weinige oogenblikken hadden ze een opening boven een der kamers,
+die nog niet door het vuur was aangetast, en Mesty liet er gauw de
+ladder door zakken. Allen kwamen behouden naar omlaag en traden, tot
+verbazing van den kommandant der troepen, ongedeerd de huisdeur uit.
+
+Met een luid hoera werden zij ontvangen, en nu er geen menschenlevens
+meer te redden vielen, werden alle krachten ingespannen om de vlammen
+te blusschen, maar tevergeefs. Het geheele huis brandde uit en slechts
+weinig van het huisraad bleef behouden; trouwens het meeste daarvan
+was bij de bestorming door Don Silvio en de zijnen toch al vernield.
+
+Nadat aan Pedro en de overige bedienden orders waren gegeven om al het
+door de misdadigers bijeengestolene weer aan de rechtmatige eigenaars
+terug te bezorgen, liet Don Rebiera de paarden zadelen en het heele
+gezelschap trok onder de hoede der troepen, die intusschen weer
+verkwikt en uitgerust waren, den weg op naar Palermo. De galeislaven
+volgden geboeid en aan elkaar gekneveld in een lange dubbele rij
+onder flinke bewaking.
+
+Halverwege maakten zij halt, en sloegen voor den nacht hun bivouack
+op. Den volgenden dag, tegen den middag zaten Don Rebiera en zijn
+gezin alweer in hun paleis en onze beide adelborsten en Mesty namen
+afscheid om zich weer naar boord te begeven.
+
+Jack bracht bij kapitein Wilson zijn rapport uit en begaf zich daarop
+naar beneden, heel blij dat alles zoo goed afgeloopen was en ook dat
+hij bij zijn terugkeer op Malta weer een verhaal in petto had voor
+den gouverneur.
+
+Drie weken lang bleef de Aurora te Palermo voor anker. Intusschen
+werd de vervolging der galeislaven, die nog op vrije voeten waren,
+ijverig voortgezet en verscheidenen hunner vielen opnieuw in handen
+der overheid. Men kwam nu tevens te weten, dat hun aanvoerder Don
+Silvio gestorven was aan de gevolgen der zware verwonding, hem door
+Mesty's steenworp toegebracht.
+
+Jack maakte druk gebruik van de gelegenheid om bij de Rebiera's
+bezoeken af te leggen en werd er weldra als een lid van het gezin
+beschouwd. Zijn verhouding tot Agnes werd steeds vertrouwelijker
+en eindelijk waagde hij het, bij Don Rebiera aanzoek te doen om de
+hand zijner dochter. De oude heer was Jack bijzonder genegen en de
+verplichting, die hij tegenover onzen held gevoelde, noopte hem te
+meer om diens verlangen in te willigen. Alvorens echter toe te slaan,
+bedong hij dat Jack zijn vader met zijn plannen bekend maken en zich
+van diens toestemming verzekeren zou.
+
+Jack beloofde dit, en hoe prettig het leventje te Palermo ook voor
+hem was, nu begon hij erg naar huis te verlangen en was maar blij,
+toen de Aurora eindelijk het anker lichtte en naar Malta koers zette.
+
+Reeds na een reis van vier dagen liepen zij de haven van Valette
+binnen en Jack was niet zoodra aan wal of hij spoedde zich naar het
+gouvernementsgebouw, waar Sir Thomas hem met zijn gewone hartelijkheid
+ontving en terstond een kamer voor hem in gereedheid liet brengen.
+
+
+
+
+Drie-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Ongunstige berichten van huis dwingen Jack overijld naar
+ Engeland terug te keeren.
+
+
+Den volgenden morgen, bij het ontbijt, werden de brieven uit Engeland
+binnengebracht en onder het schiften zei de gouverneur:
+
+"Meneer Rustig, hier zijn er twee voor u; ik vrees, dat ze geen
+aangename tijding zullen bevatten, want ze zijn met zwart lak
+verzegeld."
+
+Jack nam met een beleefde buiging de beide brieven in ontvangst en
+begaf zich naar zijn kamer. De eerste, dien hij opende, was van zijn
+vader en luidde als volgt:
+
+
+
+ "Mijn beste Jack!
+
+
+ Het zal u zeker leed doen te vernemen dat uw arme moeder,
+ na bijna twee jaren lang in het hoekje van den haard op het
+ duizendjarig rijk gewacht te hebben, uit dit leven verscheiden
+ is. Zij was een goede vrouw, en altijd heb ik haar heur eigen
+ zin maar laten volgen. Haar hoofd heb ik nauwkeurig onderzocht
+ en de uitkomst van dat onderzoek heeft de betrouwbaarheid
+ van mijn ontdekking op phrenologisch gebied opnieuw glansrijk
+ gestaafd. Het arme schepsel is heengegaan en een betere vrouw
+ en moeder heeft er nooit bestaan. Mijn beste jongen, ik moet er
+ nu bij u op aandringen, dat ge uw ontslag uit den zeedienst
+ neemt en zoo spoedig mogelijk huiswaarts keert. Zonder u
+ kan ik niet leven, en ik heb bovendien uw hulp noodig bij
+ het grootsche werk, dat ik ga ondernemen. De tijden zijn
+ aanstaande, dat de zaak der gelijkheid zal triomfeeren; de
+ vertrapte slaven steken de hoofden reeds op; met mijn gloeiende
+ toespraken heb ik hen opgewekt en aangevuurd, maar ik begin
+ oud te worden. U, mijn zoon, vraag ik mijn profetenmantel op
+ te nemen en dan zal ik glorievol deze aarde verlaten.
+
+
+ Uw toegenegen vader,
+ NICODEMUS RUSTIG."
+
+
+
+"Hieruit moet ik begrijpen," dacht Jack, "dat mijn moeder gestorven
+en mijn vader gek geworden is." Geruimen tijd bleef onze held in droef
+gepeins verzonken; hij wijdde menigen traan aan de nagedachtenis zijner
+moeder, die hij wel nooit geëerbiedigd, maar toch liefgehad had. Er
+verliep wel een half uur, eer hij den tweeden brief opende. Deze was
+van dokter Middleton.
+
+
+
+ "Mijn waarde vriend!
+
+
+ Ofschoon ik nooit briefwisseling met u heb gehouden, meen
+ ik toch in uw kinderjaren genoeg met u in aanraking te zijn
+ geweest, om in de gegeven omstandigheden eenige regels tot
+ u te mogen richten. Dat gij tegenwoordig wel genezen zult
+ zijn van uw vaders dwaze en onzinnige wijsbegeerte, lijdt
+ bij mij geen twijfel. Ik was 't, die indertijd, juist met
+ die bedoeling, uw van-huis-zenden heb aangeraden, en ik ben
+ er zeker van, dat gij als jongmensch met gezond verstand en
+ erfgenaam van een groot vermogen, reeds lang het valsche van
+ uw vaders stellingen hebt ingezien. Uw vader deelt me mede,
+ dat hij u dringend verzocht heeft naar huis te komen, en
+ als soms mijn oordeel eenig gewicht in de schaal kan leggen,
+ vergun mij dan u de inwilliging van dat verzoek ten sterkste
+ aan te raden. Als gij niet spoedig terugkeert, zult gij nog
+ tot een bedelaar gemaakt worden, want 't is niet te zeggen wat
+ al schulden uw vader zich in zijn krankzinnigheid op den hals
+ kan halen. Zijn voordurend opruien der ontevreden boeren, is
+ hem al duur te staan gekomen. Hij heeft al zijn boschwachters
+ ontslagen, en laat de stroopers maar vrij op zijn landgoed
+ toe. Kortom, hij heeft zijn verstand verloren, en al zou ik
+ niet gaarne dwangmaatregelen aanraden, toch beschouw ik 't
+ als hoogst noodzakelijk, dat gij onverwijld huiswaarts keert,
+ om hier orde op de zaken te stellen.
+
+ In de hoop u spoedig de hand te kunnen drukken, blijf ik
+
+
+ Uw welmeenende vriend,
+ G. MIDDLETON."
+
+
+
+Die twee brieven gaven veel stof tot ernstige overweging, en nog
+nooit had Jack de dwalingen van zijn vader zoo goed ingezien. Wel was
+hij langzamerhand grootendeels teruggekomen van diens denkbeelden,
+maar toch bleef hij er in zekere mate nog aan gehecht, als aan een
+oude gewoonte; nu echter gingen de oogen hem opeens open. Langen
+tijd zat hij als versuft, en toen hij eindelijk op zijn horloge keek,
+bemerkte hij dat het bijna etenstijd was. Hij kleedde zich dus haastig
+voor het diner, en ging naar beneden. Aan tafel sprak hij weinig,
+en verwijderde zich zoodra het maal was afgeloopen, terwijl hij de
+twee brieven in handen van den gouverneur achterliet, met verzoek hem
+morgen van raad te willen dienen. Gascoigne volgde hem en aan dezen
+vertrouwde hij zijn smart toe. Ned troostte zijn vriend zooveel in
+zijn vermogen was en nadat zij den avond zamen hadden doorgebracht
+met allerlei overleggingen, begaven beiden zich te bed en waren weldra
+in vasten slaap.
+
+"Één ding is zeker, mijn beste jongen," merkte de goeverneur den
+volgenden morgen op, toen hij aan het ontbijt onzen held de brieven
+teruggaf, "namelijk, dat uw vader stapelgek is. Met dokter Middleton,
+die een verstandig man schijnt, ben ik 't volkomen eens, dat gij zoo
+spoedig mogelijk naar huis dient te gaan."
+
+"En den zeedienst voorgoed verlaten, meneer?" vroeg Jack.
+
+"Nu, eerlijk gezegd, geloof ik niet, dat gij er bijzonder voor geschikt
+zijt. Mij zal 't spijten als ik je kwijt raak, omdat je zoo machtig
+aardig weet te vertellen, maar als ik kapitein Wilson goed begrepen
+heb, dan ben je alleen op zee gedaan, omdat hij in den dienst een
+geschikt middel meende te zien, om allerlei dwaze begrippen bij
+je uit te roeien. De bedoeling, dat gij bij het vak zoudt blijven,
+schijnt nooit bestaan te hebben."
+
+"Ik vermoed ook dat 't zoo is toegegaan," antwoordde Jack; "wat mijzelf
+ten minste betreft, ik zou moeilijk kunnen zeggen, waarom ik eigenlijk
+in dienst trad."
+
+"Nu, dat doet er ook niet toe; de zaak is thans maar er zoo spoedig
+mogelijk af te raken. Jammer maar dat kapitein Wilson nu juist voor
+een paar dagen afwezig is, maar ik zal bij hem wel alles voor je in
+orde brengen. Ik stel me voor je aansprakelijk, en gij gaat met de
+pakketboot, die morgenochtend uitzeilt, naar Engeland, en neemt voor
+alle zekerheid Mesty mee."
+
+"Hartelijk dank, Sir Thomas, ik ben u ten zeerste verplicht,"
+antwoordde Jack.
+
+
+
+
+Vier-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Meneer Rustig's wonderbaarlijke uitvinding door hemzelven
+ verklaard, tot groote voldoening van onzen held, en naar wij
+ hopen ook tot bevrediging van den lezer.
+
+
+Eindelijk wierp de pakketboot bij Falmouth het anker uit. Jack gevolgd
+door Mesty, was spoedig met zijn bagage aan wal. De postwagen bracht
+hem weldra in Londen en na daar een paar dagen vertoefd te hebben om
+zich weer behoorlijk in de kleeren te laten steken, bestelde hij een
+rijtuig, dat hem naar Boschlust moest brengen. Hij had zijn vader
+niets van zijn aanstaande overkomst gemeld en het was laat in den
+voormiddag, toen de sjees voor de ouderlijke woning stilhield.
+
+Jack stapte uit en trok aan de schel. De knechts, die open deden,
+kenden hem niet; het waren niet dezelfden als toen hij van huis
+was gegaan.
+
+"Is meneer Rustig thuis?" vroeg Jack.
+
+"Wie ben jij?" was de lompe wedervraag van een der knechts.
+
+"Je zult, voor den donder, gauw genoeg ondervinden wie hij is,"
+bromde Mesty.
+
+"Blijf hier even staan, dan zal ik zien of hij thuis is."
+
+"Staan blijven? Hier in de gang blijven staan als een schooier? Wat
+denk jij wel uilskuiken?" riep Jack uit en trachtte den kerel op zij
+te duwen.
+
+"Ho wat, dat gaat maar zoo niet, heerschap; 't is hier Gelijkheidshof;
+de een is hier even goed als de ander."
+
+"Toch niet in alle opzichten," antwoordde Jack en sloeg den kerel
+tegen den grond. "Daar heb je wat voor je onbeschaamdheid; pak je
+rommel bijeen en morgenochtend de deur uit."
+
+Tezelfdertijd had Mesty nummer twee bij de keel gegrepen.
+
+"Wat moet ik den vent doen, Massa Rustig?"
+
+"Laat hem nu maar los, Mesty; we zullen morgenochtend wel met hen
+afrekenen. Mijn vader zal denkelijk wel in de bibliotheekkamer te
+vinden zijn."
+
+"Zijn vader!" zei een der kerels tot den ander: "hij schijnt niet
+precies van 't zelfde hout als de oude paai."
+
+"'t Zal hier een heele verandering geven, verwacht ik," antwoordde
+de ander, terwijl zij zich zamen verwijderden.
+
+"Mesty," riep Jack op bevelenden toon, "roep die twee lummels eens
+terug en laat ze de bagage uit de sjees dragen; betaal den koetsier
+en verzoek de huishoudster je mijn kamer te wijzen. Zoodra je daarmee
+klaar bent, kom je weer bij me."
+
+"Best, meneer," antwoordde Mesty. "Kom nu eens hier schavuiten,
+en haal me die dingen uit den wagen, of anders zal ik jullie beiden
+eens terdege wakker schudden."
+
+Het blikkeren van Mesty's tanden, zijn woeste blik en zijn kordaat
+optreden hadden de gewenschte uitwerking. De twee knechts kwamen
+gemelijk terug en ontpakten den wagen. Intusschen begaf Jack zich naar
+zijn vaders studeerkamer; hij vond er hem, maar keek heel verbaasd
+over den toestand van het vertrek, dat door zilveren lampen verlicht
+werd. Meneer Rustig was zoo druk bezig met een pleisterafgietsel van
+een menschenhoofd van alle kanten te bekijken, dat hij het binnentreden
+van zijn zoon niet bespeurde. Het afgietsel van den schedel was in tal
+van vakjes verdeeld, op ieder van welke iets geschreven stond; maar wat
+onzen held het meest verstomd deed staan, was de verandering die er in
+de kamer had plaats gehad. Boekenkasten en boeken waren verwijderd en
+midden in zag men van de zoldering een toestel afhangen, dat ieders
+scherpzinnigheid op een zware proef zou gesteld hebben. Het bestond
+uit een reeks van staafjes in allerlei richtingen, met schroeven aan
+de uiteinden en een even groot aantal buisjes, elk afzonderlijk in
+verband met een groote luchtpomp, die op tafel stond. Jack keek eens
+goed overal rond, trad vervolgens op zijn vader toe en sprak hem aan.
+
+"Hoe!" riep meneer Rustig uit, "is het mogelijk?--ja waarlijk, 't is
+mijn zoon Jack! Wat ben ik blij, nu ik je weer zie, Jack--wezenlijk
+heel blij," vervolgde de oude man en greep beide zijn handen--"heel
+blij dat je thuis gekomen bent. Ik verlangde zoo naar je; ik heb je
+hulp noodig bij de uitvoering van mijn grootsch en roemrijk plan,
+dat nu, den hemel zij dank, met spoed zijn voltooiing nadert. Weldra
+zullen de gelijkheid en de rechten van den mensch overal afgekondigd
+worden. De drang van buitenaf is ontzaglijk, en de bolwerken onzer
+belachelijke maatschappelijk en staatkundige inrichting zullen
+vallen. Spoedig zal de gouden eeuw aanbreken, het ware duizendjarig
+rijk--en niet dat, waarover je moeder het altijd had. Ik sta aan het
+hoofd van negen-en-twintig vereenigingen, en als mijn gezondheid mij
+bijblijft, zul je zien wat ik tot stand breng, nu ik ook op jouw hulp
+rekenen kan, Jack." En meneer Rustig's oogen begonnen te glinsteren,
+als die van een overspannen krankzinnige.
+
+Jack zuchtte en om het gesprek een andere wending te geven merkte
+hij op:
+
+"Wat heeft hier een groote verandering plaats gehad, vader! Waar
+dient dat alles voor? Is dat soms een werktuig om er de gelijkheid
+en de rechten van den mensch mee af te meten?"
+
+"Mijn waarde zoon," hernam meneer Rustig, terwijl hij op zijn gemak
+ging zitten en de beenen over elkaar sloeg--"ja, zie je, mijn waarde
+zoon, dat is 't eigenlijk niet precies, maar toch verraadt uw gissing
+eenig helder inzicht, want als mijn uitvinding bijval vindt (en daar
+twijfel ik geen oogenblik aan), zal ik de groote kunst ontdekt hebben
+om alle onvolkomenheden van de natuur te verhelpen en aan het gansche
+menschengeslacht een gelijkheid van organisatie te bezorgen, door het
+aanbrengen der edeler organen van menschelijkheid en het vernietigen
+der lagere. 't Is een prachtige uitvinding, Jack, allerprachtigst. Ze
+spreken wel van Gall en Spurzheim, en dergelijken, maar wat hebben
+die gedaan? Niets anders dan de hersenmassa afgedeeld, de organen
+tot klassen gebracht en aangewezen waar ze hun zetel hebben; maar wat
+heeft dat alles geholpen? De moordenaar van nature is een moordenaar
+gebleven, de goedhartige goedhartig; van verandering van inborst was
+geen sprake, en het middel daartoe heb ik nu juist gevonden."
+
+"Maar, vader, het orgaan der goedhartigheid zult ge toch stellig niet
+willen wijzigen?"
+
+"Zeker wel, Jack. Ikzelf, bijvoorbeeld, lijd aan te sterke ontwikkeling
+van dat orgaan; heb ik 't maar eerst wat beperkt, dan zal ik in staat
+zijn tot groote dingen, dan zal ik me niet meer laten afschrikken door
+moeilijkheden, zal alle bezwaren weten te overwinnen en enkel het
+oog gericht houden op het groote vraagstuk der algemeene gelijkheid
+en der hoogste rechten van den mensch. De laatste drie maanden stop
+ik mijn hoofd elken morgen twee uren lang in de machine, en ik kan
+goed merken dat 't dagelijks al beter met me wordt."
+
+"Zou u me die buitengewone uitvinding niet eens wilien uitleggen,
+vader?" zei onze held.
+
+"Welzeker, mijn jongen, met alle genoegen. Zooals je ziet is er
+midden-in een vorm, die een manshoofd kan bevatten--natuurlijk
+een beetje ruim--en daar onderaan een soort van ijzeren halsband,
+waarop het hoofd rust. Is nu het hoofd behoorlijk daarin bevestigd,
+en moet de afmeting van een of ander orgaan beperkt worden, dan neem
+ik het knopje, dat correspondeert met de plek waar dat orgaan in het
+cranium zetelt, en bevestig het er op. Want je zult wel opmerken,
+dat al de knopjes aan de binnenzijde van den vorm correspondeeren
+met de organen, zooals die beschreven staan in dit pleisterafgietsel
+op tafel. Ik schroef dan de knop flink aan, en verhoog de drukking
+dagelijks, totdat het orgaan geheel en al verdwijnt of teruggebracht
+is tot den vereischten omvang."
+
+"Dat begrijp ik volkomen, vader," antwoordde Jack; "maar verklaar me
+nu ook eens, hoe gij het aanlegt om een orgaan, dat niet aanwezig is,
+te doen ontstaan."
+
+"Dat is nu juist de grootste volmaaktheid van de heele uitvinding,"
+antwoordde meneer Rustig, "want zonder dat zou ze weinig waard zijn. Ik
+ben stellig overtuigd, dat mijn ontdekking mij vereeuwigen zal. Let
+maar eens op al deze kleine glazen klokjes, die in verbinding staan
+met de luchtpomp. Ik scheer mijn patiënt het hoofd kaal, smeer dat een
+weinig met vet in, en plaats er het glazen klokje op, dat precies den
+vorm heeft, die het orgaan in lengte en breedte krijgen moet. Ik laat
+de luchtpomp werken en ontwikkel het orgaan door zuiging. Missen kan 't
+niet. Daar heb je, bijvoorbeeld, mijn bottelier, een man die verleden
+voorjaar een moord begaan heeft en ternauwernood aan de galg ontsnapt
+is. Hem heb ik met opzet gekozen; het orgaan voor moord heb ik geheel
+en al weggedrukt en dat voor goedhartigheid zoo sterk ontwikkeld,
+dat 't haast zoo groot is als een duivenei."
+
+"Nu, vader, als het opgang maakt, zal 't een winstgevende uitvinding
+zijn."
+
+"Opgang maken!--wel, dat kan immers niet missen. Het heeft me bijna
+twee duizend pond gekost. In 't voorbijgaan gezegd, Jack, je hebt
+'t wat erg rijkelijk aangelegd, en bij mijn eigen uitgaven heeft
+'t me wel eens moeite gekost je wissels te betalen. Niet dat ik er
+aanmerking op wil maken--maar met al die genootschappen, mijn machine,
+de weigering van mijn pachters om de huurpenningen te betalen, op
+grond dat de hofsteden even goed van hen als van mij zijn--wat ik
+niet tegen kan spreken--ben ik soms in geldverlegenheid geraakt."
+
+"De gouverneur heeft wel gelijk gehad," dacht Jack, en vroeg, om het
+gesprek op iets anders te brengen, naar dokter Middleton.
+
+"Die arme kerel! Hij is nog in leven--ik geloof zelfs, dat hij zich
+heel wel gevoelt. Dat is nu iemand, die altijd zijn neus in een ander
+mans zaken wil steken, en zich onder anderen ook over mijn bedienden
+beklaagt--maar ik laat den onnoozelen hals stilletjes praten. Zoo
+deed ik met je moeder ook, dat arme schaap."
+
+"Met uw verlof, vader, ik heb me ook te beklagen over de
+onbeschaamdheid van uw bedienden; maar als u 't goed vindt, zullen
+we daar later overspreken, want op het oogenblik heb ik behoefte aan
+wat eten."
+
+"Welzeker, Jack, als je zoo'n honger hebt--ik ga met je mee. Te
+klagen over mijn bedienden, zeg je?--Dat moet stellig een vergissing
+zijn--iederen morgen krijg ik ze onder mijn machine; maar ik moet
+ook nog een kleine verbetering aanbrengen. Je begrijpt, Jack, dat er
+iets indrukwekkends aan verbonden dient te zijn: het geheele toestel
+moet een voet of wat hooger komen, bij wijze van een troon, want het
+is de troon der rede, de overwinning van den geest over de natuur."
+
+"Alles goed en wel, vader; maar ik heb een verbazenden honger."
+
+Jack en zijn vader gingen naar de huiskamer en er werd gescheld;
+er kwam evenwel niemand, en Jack stond op om nogmaals te schellen.
+
+"Mijn beste jongen," merkte meneer Rustig op, "wees toch niet zoo
+haastig: iedereen zorgt natuurlijk eerst voor hetgeen hij zelf noodig
+heeft, en daarna voor een ander. Mijn bedienden nu...."
+
+"Zijn een troep onbeschaamde vlegels, en onbeschaamdheid heb ik nooit
+kunnen verdragen. Toen ik hier in huis kwam, heb ik er al één een
+peuter gegeven, en als gij 't goedvindt, zal ik er morgen minstens
+twee wegzenden."
+
+"Mijn waarde zoon," riep meneer Rustig uit, "gij een van mijn
+bedienden slaan!--maar beseft ge dan niet, dat volgens de wetten
+der gelijkheid...."
+
+"Wat ik besef is dit, vader," antwoordde Jack, "dat, volgens
+alle maatschappelijke wetten, wij het recht hebben beleefdheid en
+gehoorzaamheid te verwachten van degenen, die door ons betaald en
+gevoed worden."
+
+"Betaald en gevoed! Maar, mijn waarde zoon,--mijn beste Jack.--bedenk
+toch...."
+
+"Ik bedenk alles heel goed, vader; maar als uw bedienden niet heel
+gauw tot bezinning komen, moeten zij of ik de deur uit."
+
+"Maar, mijn beste jongen, ben je dan de beginselen, die ik je
+ingeprent heb, heelemaal vergeten? Was je naar-zee-gaan niet juist een
+zoeken naar de gelijkheid, die hier aan den wal door dwingelandij
+en overheersching te niet gedaan wordt? Erken en steun je mijn
+wijsbegeerte niet langer?"
+
+"We zullen daar morgen eens uitvoerig over praten, vader,--voor het
+oogenblik verlang ik naar wat eten," en Jack gaf driftig een ruk aan
+de schel.
+
+Op die laatste aanmaning verscheen de bottelier, gevolgd door Mesty,
+die er van kwaadheid als een duivel uitzag.
+
+"Lieve hemel, wat is er dat voor een?"
+
+"Mijn bediende, vader," riep Jack opspringend; "iemand op wien ik
+vertrouwen kan en die mij gehoorzaamt. Mesty, laat me onmiddellijk
+wat eten en wat wijn brengen--zorg dat die schobbejak het in een wip
+klaar heeft. Maakt hij niet voort, gooi hem dan de deur uit en sluit
+hem er buiten. Begrepen?"
+
+"Jawel, Massa," grijnsde Mesty; "u zult gauw genoeg een maal voor
+u hebben, of anders.... Volg me," snauwde hij den bottelier toe;
+"vlug wat, of ik zal je laten merken met wie je te doen hebt."
+
+"Breng onmiddellijk avondeten en wijn," zei meneer Rustig op een
+bevelenden toon, dien zijn bottelier nog nooit van hem gehoord had.
+
+De bottelier verliet de kamer, gevolgd door den neger.
+
+"Mijn beste jongen,--mijn Jack--aan den honger kan ik veel vergeven,
+maar waarlijk je bent veel te heftig. De beginselen...."
+
+"Och wat, met uw beginselen, 't is onzin anders niet, vader!" riep
+Jack driftig uit.
+
+"Hoe, Jack!--mijn zoon--wat moet ik hooren? En nog wel van
+jou--onzin! Maar, Jack, wat heeft kapitein Wilson toch wel met je
+uitgevoerd?"
+
+"Mij weer bij mijn verstand gebracht."
+
+"O hemeltje! mijn dierbare Jack, je zult me het mijne nog doen
+verliezen."
+
+"Dat is al niet meer noodig," dacht Jack.
+
+"Dat gij, mijn zoon, zoo zorgvuldig opgevoed in de groote,
+roemvolle school der wijsbegeerte, zoo moest afdwalen--zoo
+gewelddadig worden--dat gij uw verheven wijsbegeerte, en alles
+moest vergeten--evenals Ezau, die zijn eerstgeboorterecht voor een
+maal linzen verkocht! O, Jack, gij doet mij den dood aan! En toch
+heb ik u lief, Jack,--want wien heb ik anders op de wereld? Doch
+geduld maar, wij zullen er over redeneeren, mijn jongen--ik zal je
+overtuigen--binnen een week zal alles weer in orde zijn."
+
+"Dat zal 't, als ik er iets aan doen kan," antwoordde Jack.
+
+"Zoo mag ik 't hooren,--dat geeft troost, veel troost--maar ik begin
+nu te gelooven, dat ik verkeerd gedaan heb met je op zee te laten
+gaan, Jack."
+
+"Volstrekt niet, vader."
+
+"Nu, het doet me genoegen, dat je zoo spreekt; ik dacht anders,
+dat ze je te gronde hadden gericht, dat ze al je wijsbegeerte hadden
+te niet gedaan--maar het zal wel weer te recht komen--je zult onze
+vergaderingen bijwonen, Jack,--ik ben er president van--je zult me
+hooren spreken, Jack,--je zult me hooren donderen als Demosthenes--maar
+daar komt het eten."
+
+De bottelier, gevolgd door Mesty, die hem als een gevangene bewaakte,
+verscheen nu met spijzen, zette die gemelijk neer en ging heen. Jack
+beval Mesty te blijven.
+
+"Wel, Mesty, hoe is het in de bodenkamer gesteld?"
+
+"'t Is er kompleet oproer, meneer,--ze hebben gezworen, dat ze zich
+niet door ons zullen laten ringelooren, en dat wij beiden morgen de
+deur uit moeten."
+
+"Mijn huis verlaten, Jack, en dat na vier jaren afwezigheid!--neen,
+neen! Ik zal eens met hen gaan praten, hen tot rede brengen. Je weet
+niet hoe welbespraakt ik ben, Jack."
+
+"Hoor eens, vader, dat mag ik niet toestaan, een van beiden: geef
+me onbeperkte volmacht om de huishouding hier op orde te brengen,
+of ik ga morgen hier vandaan."
+
+"Heengaan, Jack! neen, neen--geef hun de hand en wordt weer goede
+maatjes met hen, wees beleefd en zij zullen u dienen--maar je weet,
+volgens de beginselen...."
+
+"Beginselen van den duivel!" schreeuwde Jack woedend.
+
+"Van den duivel, Jack? Och, was je maar nooit op zee gegaan!"
+
+"Kort en goed, vader, stemt ge toe, of moet ik het huis verlaten?"
+
+"Het huis verlaten! O neen; niet heengaan, Jack. Je bent mijn eenige
+zoon. Doe dan maar liever al wat je goedvindt--maar zend toch dien
+moordenaar niet weg, want ik moet hem volkomen genezen, en in hem de
+deugdelijkheid van mijn bewonderenswaardige uitvinding bewijzen."
+
+"Mesty, breng mijn pistolen in gereedheid voor morgenochtend, en de
+jouwe ook--begrepen?"
+
+"Jawel, Massa," antwoordde Mesty. "Die maatregel is hoog noodig."
+
+"Noodig!--pistolen, Jack? Wat beteekent dat toch?"
+
+"'t Is mogelijk, vader, dat gij uw moordenaar nog niet geheel genezen
+hebt, en daarom is het goed op zijn hoede te zijn. Voor het oogenblik
+wensch ik u goedennacht; maar doe me, eer ik ga, het genoegen, een
+der bedienden hier te roepen om hem op te dragen aan de anderen mee
+te deelen, dat de huishouding voortaan onder mijn toezicht komt."
+
+Er werd opnieuw gescheld, en ditmaal werd er spoediger gehoor
+aangegeven. Jack zei nu den bediende, dat hij, met toestemming van
+zijn vader, voortaan het geheele beheer op zich zou nemen, en dat het
+dienstpersoneel de orders van Mesty had op te volgen. De man staarde
+hem een tijd lang verwezen aan, sloeg daarna een vragenden blik op
+meneer Rustig, die aarzelde, maar ten laatste zei:
+
+"Ja, Willem; je zult me wel bij allen verontschuldigen en zeggen,
+dat ik 't zoo geregeld heb."
+
+"Geen verontschuldigingen, tegenover niemand," riep Jack uit; "maar
+zeg hun, dat ik morgenochtend, den heelen boel regelen zal. Laat de
+huisknecht hier komen om me mijn slaapkamer te wijzen. Mesty ga je
+avondmaal gebruiken en kom daarna bij me; als er een durft weigeren,
+onthoud hem dan goed, en wijs me hem morgenochtend. Nu weet je hoe
+het staat," vervolgde hij tot den bediende; "ingerukt, en breng me
+een kandelaar."
+
+
+
+
+Vijf-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Jack brengt orde in den warboel ten huize zijns vaders en
+ ondervindt daarbij veel steun van dokter Middleton.
+
+
+We kunnen ons nu eenigszins voorstellen, hoe het bij de aankomst
+van onzen held in de huishouding van Meneer Rustig toeging. De arme
+maanzieke, want zoo kunnen we hem gerust noemen, was overgeleverd aan
+de willekeur zijner bedienden, die hem bestalen, veronachtzaamden en
+den spot met hem dreven. De verkwisting in de uitgaven bereikte een
+ongewone hoogte. Onze held, die zag hoe het geschapen stond, ging
+naar bed en lag het grootste gedeelte van den nacht te overpeinzen
+wat hij doen moest. Hij besloot eindelijk dokter Middleton te laten
+halen en met hem in overleg te treden.
+
+Den volgenden morgen stond Jack vroegtijdig op; zoodra hij schelde,
+kwam Mesty met warm water aandragen.
+
+"Drommels, Massa Rustig, wat een vreemde ouwe heer is uw vader. 't Is
+daarboven niet recht pluis met hem." liet hij er op volgen en tikte
+ter verduidelijking tegen zijn voorhoofd.
+
+Jack zuchtte en gelastte Mesty om een der stalknechts bij hem te
+zenden. Toen de geroepene verscheen, beval hij hem naar dokter
+Middleton te rijden en dien te verzoeken zoo spoedig mogelijk op
+Boschlust te komen.
+
+De man, die werkelijk een goede bediende was, antwoordde beleefd:
+"Om u te dienen, meneer!" en haastte zich om den ontvangen last
+te volbrengen.
+
+Jack ging naar beneden en vond het ontbijt al gereed, maar zijn vader
+was niet in de kamer, hij begaf zich nu naar diens studeervertrek
+en trof hem bezig met den timmerman, die aan het maken was van een
+soort van podium of verhooging, waarop de wonderdadige uitvinding
+geplaatst zou worden. Meneer Rustig had 't zoo druk, dat hij niet
+aan het ontbijt kon komen, en dus begon Jack er alleen maar aan. Een
+uur later hield dokter Middleton's rijtuig aan de voordeur stil. De
+dokter begroette onzen held hartelijk.
+
+"Mijn waarde heer,--want ik dien u nu wel meneer te noemen--ik ben
+hoogst verblijd, dat gij terug zijt gekomen. Ik kan u verzekeren,
+dat het geen oogenblik te vroeg is."
+
+"Dat heb ik ook begrepen," antwoordde Jack. "Neem plaats, alsjeblieft,
+dokter; heeft u al ontbeten?"
+
+"Neen, eigenlijk niet; want ik was zóó verlangend om hier te komen,
+dat ik onmiddellijk heb laten inspannen."
+
+"Zit dan mee aan, dokter, we kunnen dan meteen op ons gemak het
+noodige bespreken."
+
+"Natuurlijk heb gij al opgemerkt hoe 't met uw vader gesteld is. Hij
+is volkomen buiten staat om langer zijn eigen zaken te beheeren."
+
+"Dat vrees ik ook."
+
+"Hoe denkt gij te handelen,--ze misschien in handen van gevolmachtigden
+te stellen?"
+
+"Ik zal mijn eigen gevolmachtigde zijn, dokter Middleton. Geef ik de
+zaken aan anderen in handen, dan moet ik noodzakelijk den toestand
+van mijn vader bloot leggen en dat stuit me te veel tegen de borst."
+
+"Ik kan dat heel goed begrijpen; 't is ook voldoende, als hij er maar
+toe te brengen is, het beheer geheel en al aan u over te laten."
+
+"We zullen er ook wat politie bij moeten halen," hernam Jack, "want
+dat spitsboevenrommeltje hier in huis, verkeert in een toestand van
+openbare muiterij."
+
+"Gij zult er nog heel wat last mee hebben," zei de dokter. "Weet ge
+al wat die bottelier voor slag van een kerel is?"
+
+"Ja, dat weet ik uit vaders eigen mond. Ik zou 't waarlijk als een
+groote gunst beschouwen, dokter, als u een paar dagen hier zoudt
+willen blijven, nu gij naar ik hoor de praktijk hebt neergelegd."
+
+"Ik had al plan u dat voor te stellen, mijn jonge vriend. Ik zal met
+twee van mijn bedienden hier komen; want die nu in huis zijn moet
+ge ontslaan."
+
+"Zelf heb ik er een, die zijn gewicht in goud waard is, dus dat zal wel
+voldoende wezen. Ik zal iedereen wegzenden, van wien gij dat noodig
+oordeelt, het vrouwelijk personeel kunnen we voorloopig waarschuwen
+en langzamerhand door anderen vervangen."
+
+"Zoo zou ik ook voorgesteld hebben," antwoordde de dokter. "Als gij 't
+goedvindt, zal ik nu de hulp van een paar politieagenten gaan inroepen
+en mij ook bij uw vaders vroegeren rechtsgeleerden raadsman vervoegen."
+
+"Zeer goed," zei Jack, "en dan moeten we ook uit visschen wie van de
+pachters, op grond der beginselen van gelijkheid, de pacht weigeren
+te betalen, en hen duchtig achter de vodden zitten."
+
+"Tot mijn groote blijdschap bespeur ik, mijn jonge vriend, dat uw
+vaders onzinnige denkbeelden geen wortel bij u geschoten hebben."
+
+"Toch merk ik er soms nog een staartje van, dokter," antwoordde
+Jack glimlachend.
+
+"Komaan, nu moet ik u voor een paar uren verlaten, en daarna zal ik,
+als gij 't goedvindt, hier mijn kwartier opslaan zoo lang als gij
+het wenschelijk acht."
+
+Nog vóór den middag was dokter Middleton al weer terug, vergezeld van
+meneer Hanson, den zaakwaarnemer; ook bracht hij zijn valies en twee
+knechts mee. Meneer Rustig was in de huiskamer gekomen en zat aan
+zijn ontbijt, toen zij binnentraden. Hij ontving hen vrij stroef;
+maar toen zij zich een paar woorden van lof over zijn verrassende
+uitvinding lieten ontvallen, veranderde zijn houding geheel. Nadat Jack
+hem herinnerd had aan zijn belofte, dat hij in 't vervolg het beheer
+over de zaken zou hebben, werd de oude heer gemakkelijk overgehaald om
+de daartoe vereischte verklaring te onderteekenen. Meneer Rustig gaf
+nu aan Jack den sleutel van zijn schrijflessenaar en meneer Hanson
+begon de boeken en papieren te doorsnuffelen, om zich behoorlijk op
+de hoogte te stellen van den staat van zaken. Intusschen kwamen ook
+de politieagenten opdagen. Al de bedienden werden binnengeroepen;
+meneer Hanson liet hun het stuk zien, waarbij aan Jack volmacht werd
+verleend om in naam zijns vaders te handelen, en binnen een half uur
+was het heele mannelijke dienstpersoneel ontslagen, op twee stalknechts
+na. De aanwezigheid der politie en van Mesty voorkwam elk verzet,
+maar toch kon de bottelier niet laten eenige verwenschingen uit te
+stooten. Zoo had dan Jack in vier-en-twintig uren tijds een totale
+ommekeer in de huishouding teweeggebracht.
+
+Meneer Rustig bemoeide er zich volstrekt niet mee; hij ging weer naar
+zijn studeerkamer bij zijn wonderbaarlijke uitvinding. Mesty had de
+sleutels van den kelder onder zijn berusting en kreeg het oppertoezicht
+over het personeel, dat nog gebleven was. Dokter Middleton, meneer
+Hanson, meneer Rustig en Jack zetten zich aan het middagmaal, en in
+alles heerschte de beste orde. Meneer Rustig at met smaak, maar zei
+niets zoolang het diner duurde. Nauwelijks was dit echter afgeloopen,
+of hij sloeg als gewoonlijk aan 't redeneeren over de waarheid en
+deugdelijkheid zijner wijsbegeerte.
+
+"Wat ik zeggen wil, mijn zoon, als ik me wel herinner, heb je me
+gisteravond verteld, dat je niet langer mijn gevoelen deelde. Laten
+we dat nu eens grondig bespreken."
+
+"Met alle genoegen, vader," antwoordde Jack. "Wilt u maar beginnen?"
+
+"Eerst de glazen gevuld," riep meneer Rustig uit; de glazen gevuld,
+en dan zal ik Jack tot mijn denkwijze terugbrengen. Nu dan, mijn
+zoon, gij zult, hoop ik, niet ontkennen, dat wij door geboorte allen
+gelijk zijn."
+
+"Dat ontken ik wel degelijk," antwoordde Jack. "Te onderstellen dat
+alle menschen door geboorte gelijk zijn, is vooronderstellen dat allen
+begaafd zijn met dezelfde lichaamskracht, en dezelfde vatbaarheid
+van geest, wat, zooals we weten, niet het geval is."
+
+"Best mogelijk," hernam meneer Rustig; "maar dat bewijst nog niet,
+dat de aarde er niet op aangelegd is, om onder allen gelijkelijk
+verdeeld te worden."
+
+"Met uw verlof, dat dit de bedoeling niet geweest is, wordt voldoende
+bewezen door de omstandigheid, dat zulk een gelijkheid,--aangenomen
+dat ze in praktijk kon gebracht worden--nooit te handhaven zou zijn."
+
+"Niet te handhaven!--ja, omdat de sterkeren de zwakkeren onderdrukken,
+omdat sommige menschen zich vereenigen om kwaad te doen."
+
+"Daarom niet vader, maar omdat vooraf al de verschillende personen
+in karakter en neigingen gelijk gemaakt en er bovendien nog tal van
+punten geregeld dienden te worden. Laat bijvoorbeeld aan ieder een
+stuk grond van dezelfde grootte toegewezen worden, dan zal degene,
+die het sterkst en het bekwaamst is, al spoedig van het zijne meer
+voordeel trekken dan anderen van het hunne, en de gelijkheid is al
+dadelijk verbroken. Krijgt verder het eene echtpaar geen kinderen
+en het andere er tien, dan loopt het weer in de war; het stuk land,
+dat in het eene geval slechts twee personen behoeft te voeden, moet
+in het andere twaalf monden te eten geven. U begrijpt dus wel, dat
+zonder roof of onrecht uw gelijkheid niet zou kunnen duren."
+
+"Maar, Jack, aangenomen dat dergelijke oorzaken eenig verschil konden
+te weeg brengen, het onderscheid zou toch nooit zoo monsterachtig
+zijn als in de tegenwoordige maatschappij, waarin de een zich in
+weelde baadt en de ander in de grootste armoede verkeert."
+
+"Dat er zooveel ellende geleden wordt is stellig zeer te betreuren
+en men dient op de leniging daarvan bedacht te zijn, maar volkomen
+gelijkheid blijft een onmogelijkheid, en kan op aarde niet bestaan. Ga
+maar eens na wat het gevolg er van zou zijn. Was alles even schoon,
+dan bestond er geen schoonheid meer, want die berust juist op
+vergelijking--waren allen even sterk, dan kwam er nooit een eind
+aan oneenigheden,--waren allen gelijk in rang, macht en vermogen,
+de grootste bekoring van het menschelijk bestaan zou gemist
+worden--grootmoedigheid, dankbaarheid en meer edele eigenschappen
+zouden ongekend zijn. Goedhartigheid, uw zoo sterk ontwikkeld orgaan,
+zou geheel nutteloos zijn, en zelfverloochening een ijdele klank. Waren
+allen even bekwaam, dan kon er van geleerdheid, talent, genie geen
+sprake zijn, er zou niets te bewonderen, niets na te volgen of te
+eerbiedigen vallen--niets zou tot wedijver of tot lofwaardige eerzucht
+prikkelen. Mijn beste vader, wat zou dat een erbarmelijk vervelende
+wereld zijn!"
+
+Nog een tijdlang blijven vader en zoon aan het redetwisten, maar de
+ontdekking, dat Jack het bijna in geen enkel opzicht meer met hem
+eens was, maakte den ouden heer korzelig, zoodat hij ten slotte het
+dispuut afbrak met de woorden:
+
+"Nu heb ik geen tijd meer, de heeren zullen me wel willen
+verontschuldigen, want ik moet gaan zien hoe de timmerman met zijn werk
+staat en daarna moet ik in de vergadering het woord gaan voeren. Kom
+je niet eens naar mijn redevoering luisteren, Jack?"
+
+"Dank u wel, vader, ik mag mijn vrienden niet alleen laten."
+
+Meneer Rustig verwijderde zich nu.
+
+"Weet gij wel, waarde heer, dat uw vader op zijn wildbanen de stroopers
+vrij spel laat?" vroeg meneer Hanson.
+
+"Ja," vulde dokter Middleton aan, "hij heeft aan verscheiden benden
+landloopers verlof gegeven in zijn bosschen hun tenten op te slaan,
+tot groot ongerief van de buren, die heel wat te lijden hebben van
+hun rooverijen."
+
+"Ik vind in de boeken, dat er van de boerderijen nog ongeveer twee jaar
+pacht te innen valt; sommige pachters hebben geregeld betaald, anderen
+in geen vier jaar. Naar mijn berekening, bedraagt het achterstallige
+veertien honderd pond."
+
+"U zult me verplichten, meneer Hanson, met onmiddellijk de noodige
+stappen te doen, om de verschuldigde bedragen in te vorderen."
+
+"Zeer zeker zal ik dat, meneer."
+
+Toen allen opstonden om naar hun kamers te gaan, vatte dokter Middleton
+onzen held bij de hand. Gij kunt niet gelooven, mijn waarde vriend,
+hoeveel genoegen het mij doet, dat ge weer hier teruggekeerd zijt
+en u zoo verstandig betoont. Uw komst was hoog noodig. Den zeedienst
+zult ge nu stellig wel opgeven."
+
+"Dat heb ik al gedaan, dokter."
+
+
+
+
+Zes-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ De oude heer rustig raakt door zijn wonderbaarlijke uitvinding
+ vereeuwigd, maar niet precies zooals hij dat bedoeld had. Jack
+ besluit tot een laatsten tocht.
+
+
+Den volgenden morgen, bij het ontbijt, kwam meneer Rustig maar niet
+opdagen en eindelijk vroeg Jack aan Mesty waar zijn vader toch was.
+
+"Beneden zeggen ze, dat de oude heer gisterenavond niet thuis
+gekomen is."
+
+"Niet thuis gekomen?" riep dokter Middleton uit; "dat moeten we
+eens onderzoeken."
+
+"Die bottelier is een groote schurk," zei Mesty tot Jack; "de oude
+heer slaapt niet in zijn bed, dat is zeker."
+
+"Ga eens navragen, wanneer hij uitgegaan is," zei Jack.
+
+"Als hem maar geen ongeluk overkomen is," merkte meneer Hanson op;
+"het was vreemd gezelschap, waarin hij den laatsten tijd verkeerde."
+
+"Niemand heeft hem gisteravond zien uitgaan, meneer," zoo luidde
+Mesty's rapport.
+
+"Mogelijk is hij wel op zijn studeerkamer," bracht dokter Middleton
+in het midden; "'t kan best zijn, dat hij bij zijn wonderbaarlijke
+uitvinding in slaap geraakt en er den geheelen nacht gebleven is."
+
+"Ik zal eens gaan kijken," antwoordde Jack.
+
+Dokter Middleton vergezelde hem en Mesty volgde. Zij openden de
+deur, en kregen nu een schouwspel te zien, dat hen met schrik deed
+terugdeinzen. Meneer Rustig stak met zijn hoofd in de machine, het
+bankje was hem onder de voeten uit geschoven, zoodat hij hing en
+maar even met de teenen den grond kon raken. Dokter Middleton schoot
+ijlings toe en geholpen door Mesty en onzen held, gelukte het hem den
+ongelukkige los te maken uit den stalen band, die zijn hals omsloten
+hield; het leven was echter al sinds eenige uren uit het lichaam
+geweken en bij nader onderzoek bleek, dat de nekwervel gebroken was.
+
+Er werd vermoed, dat het ongeval den vorigen avond moest hebben plaats
+gehad, en dit liet zich ook heel goed verklaren. Meneer Rustig had
+de machine vier voet hooger laten stellen, omdat er een verhooging
+onder aangebracht moest worden. Daartoe had de timmerman bij wijze
+van model een paar plankjes los in elkaar geslagen en meneer Rustig
+was onvoorzichtig genoeg geweest om zich daarop te wagen, ten einde
+zijn hoofd in den toestel te steken. Het zwakke timmerwerk was echter
+spoedig onder het gewicht van 's mans lichaam bezweken en door den
+schok van den val moest de nek gebroken zijn.
+
+Meneer Hanson wist onzen held, die hevig ontdaan was over het
+jammerlijk uiteinde van zijn armen vader, met zich mee te tronen,
+terwijl dokter Middleton intusschen last gaf het lijk naar de
+slaapkamer te dragen. Nog geen vollen dag geleden had de arme meneer
+Rustig aan zijn zoon verklaard, dat zijn bewonderenswaardige uitvinding
+hem zou vereeuwigen, en nu was 't er al toe gekomen, ofschoon niet
+precies in den zin dien hij bedoeld had.
+
+We gaan eenige dagen van treurigheid voorbij. De begrafenis had
+plaats gehad, de luiken werden weer ontsloten en het daglicht opnieuw
+toegelaten. Jack's gemoed was tot rust en kalmte gekomen; hij zag
+zich nu in het bezit der uitgebreide goederen zijns vaders en was
+zijn eigen meester.
+
+Wel moesten er nog eenige maanden verloopen eer hij meerderjarig werd,
+maar bij de opening van het testament zijns vaders bleek, dat dokter
+Middleton tot zijn eenigen voogd was aangewezen. Bij het nazien
+en bijeenbrengen der papieren, die in de grootste wanorde waren,
+ontdekte meneer Hanson in verschillende hoeken en gaten banknoten,
+wissels en schuldbekentenissen, tot een gezamenlijk bedrag van wel
+tweeduizend pond, onder anderen ook een door kapitein Wilson op
+zijn kassier afgegeven wissel, ter voldoening van de duizend pond,
+hem voor meer dan tien maanden door meneer Rustig geleend.
+
+Dokter Middleton schreef aan de admiraliteit en verzocht, onder
+uiteenzetting der aanleidende omstandigheden, om ontslag uit den
+zeedienst voor meneer Jack Rustig. Het gevraagde ontslag werd verleend
+en de admiraliteit maakte ook geen bezwaar om Mesty te ontslaan tegen
+de daarvoor aangeboden schadevergoeding.
+
+De landloopersbenden werden van het landgoed verjaagd, de boschwachters
+opnieuw aangesteld, de stroopers duchtig achter de vodden gezeten,
+en allen uit den omtrek waren zoo ingenomen met de manier waarop Jack
+te werk ging, dat ze in stilte wenschten: had meneer Rustig nog maar
+wat vroeger zijn nek gebroken.
+
+Intusschen had Jack aan dokter Middleton zijn liefde voor Agnes
+medegedeeld en zijn bepaald plan te kennen gegeven om haar tot vrouw
+te nemen. Dokter Middleton vond daar geen bezwaar in, daar hij zag
+dat het oprecht gemeend was, en Jack vroeg nu al dadelijk, wanneer
+er een pakketboot naar Malta zou varen.
+
+Mesty, die toevallig achter den stoel van zijn jongen meester stond,
+merkte op:
+
+"Een ellendig vaartuig, zoo'n pakketboot, Massa Rustig. Waarom neemt
+u niet liever een oorlogsschip?"
+
+"Dat is waar ook," antwoordde Jack; "maar weet je, Mesty, dat gaat
+zoo gemakkelijk niet."
+
+"En hoe dan thuis te komen, meneer? Als ze u en Miss Agnes eens
+gevangen nemen en in het cachot stoppen?"
+
+"Ja maar," hernam Jack, "de grootste moeilijkheid is om als passagier
+plaats te krijgen op een oorlogsschip."
+
+"Wel, Massa, koop zelf een schip met een goed getal stukken en een
+flinke bemanning, dan kunt gij kapitein wezen over uw eigen schip en
+zoo Miss Agnes hierheen halen."
+
+"Dat moet ik nog eens in overweging nemen, Mesty," antwoordde Jack. Hij
+peinsde er den ganschen nacht over en stond den volgenden morgen op
+met het besluit om Mesty's raad te volgen. Bij het ontbijt de krant
+lezend, viel zijn oog juist op een advertentie, waarbij de verkoop
+van een buitgemaakte Fransche brik van 278 ton werd aangekondigd. De
+veiling zou aanstaanden Woensdag plaats hebben te Portsmouth, waar
+het schip in de haven lag.
+
+Jack gaf een ruk aan de schel en bestelde postpaarden.
+
+"Waar ga je heen, mijn beste jongen?" vroeg dokter Middleton.
+
+"Naar Portsmouth, dokter."
+
+"En waarvoor? als 't niet onbescheiden is dat te vragen,"
+
+Jack legde nu zijn plan bloot en verzocht de toestemming van zijn
+voogd, daar het toch aan gereed geld niet ontbrak.
+
+"Maar 't zal een verbazend groote uitgave zijn."
+
+Dat ze belangrijk zal wezen, stem ik toe; maar ik heb uitgerekend,
+dat ze bij mijn inkomen wel te dragen zal zijn. Bovendien als ik een
+kaperbrief kan krijgen, is er nog uitzicht op een buitenkansje."
+
+"Maar je zult toch niet te lang blijven kruisen?"
+
+"Wel neen; binnen zes maanden ben ik stellig weer terug; maar nu moet
+ik weg om te gaan zien, of dat schip aan het doel zal beantwoorden."
+
+Jack wipte in den wagen en Mesty klom op het achtbankje. Twee uren
+later waren ze te Portsmouth en gingen het schip bezichtigen, dat
+een mooi, snelzeilend vaartuig bleek te zijn, met aan weerskanten
+zes koperen kanonnen.
+
+"Uitstekend," dacht Jack; "nu een man of veertig en een jongen
+of zes aan boord en de boel is kant en klaar." Hij ging met Mesty
+weer aan wal en keerde naar Boschlust terug. Aan meneer Hanson werd
+opgedragen zich met den aankoop te belasten en op den veilingdag werd
+Jack eigenaar van het schip voor een prijs, die niet veel meer dan
+de halve waarde vertegenwoordigde.
+
+Dokter Middleton had intusschen Jack's plannen nog eens rijpelijk
+overwogen. Bezwaar kon hij er niet in vinden, maar hij achtte het
+toch raadzaam naar een flink zeeofficier om te zien en er op aan
+dringen, dat het kommando over het vaartuig aan dezen zou opgedragen
+worden. Jack berustte terstond in die schikking.
+
+"Laat hem vooral ook een goed zeevaartkundige zijn, dokter, want
+ofschoon ik van het dagelijksch werk tamelijk goed op de hoogte ben,
+dient er toch in aanmerking genomen, dat ik er in den laatsten tijd
+niets aan gedaan heb."
+
+Spoedig had dokter Middleton met de hulp van een bevriend
+oud-zeekapitein in een zekeren meneer Oxbelly een geschikt persoon
+gevonden om Jack ter zijde te staan.
+
+Ongeveer zes weken gingen er heen met al de toebereidselen en toen
+verliet de brik, in de Rebiera herdoopt, de haven.
+
+
+
+
+Zeven-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Onverhoopte ontmoeting van oude vrienden.
+
+
+Op den elfden dag stevende de Rebiera de straat van Gibraltar binnen en
+tegen zonsondergang kregen ze de rotsen voor de stad in het gezicht. De
+wind werd al flauwer en tegen middernacht was het zoo stil, dat ze
+maar langzaam voortdreven. Tegen zonsopgang werden ze gewekt door
+het gebulder van zwaar geschut, en bespeurden omstreeks acht mijlen
+verderop, wat meer midden in de zeeëngte een Engelsch fregat, dat
+slaags was geraakt met negen of tien Spaansche kanonneerbooten. Het
+daveren van de zware schoten over de kalme oppervlakte van het
+water, de witte rook tegen het licht der prachtig verrijzende zon,
+de verwijderde echo's door de hooge heuvels teruggekaatst--dit alles
+maakte een indrukwekkend en schilderachtig effect. Doch Jack vond
+het raadzaam zich maar liever strijdvaardig te maken in plaats van
+zijn tijd zoek te brengen met het bewonderen der kleurenpracht,
+en in korten tijd was ook alles gereed.
+
+"Zoolang ze nog op het fregat los te branden hebben, zullen ze ons
+wel ongemoeid laten, meneer Rustig," zei kapitein Oxbelly; "maar we
+dienen toch op alles voorbereid te wezen, want we kunnen er moeilijk
+voorbijkomen zonder een paar schoten op te loopen."
+
+"Kijk eens, meneer Oxbelly, daar ginds in het westen komt een briesje
+opzetten," zei Jack.
+
+"Ja waarlijk; nu, des te beter voor het fregat, want het zal met dit
+gevecht weinig eer inleggen en er vrij gehavend afkomen ook."
+
+"Desnoods kunnen wij 't op sleeptouw nemen," merkte Jack op; "hoever
+rekent gij, dat de kanonneerbooten uit den wal liggen?"
+
+"Ik zou denken ongeveer vijf mijlen of iets minder."
+
+"Zeilen kant zetten, meneer Oxbelly--misschien kunnen we er dan een
+paar van den wal afsnijden."
+
+"Juist. Omhoog, jongens, boven bramzeilen bijgezet, lijzeilspieren
+uit--zelfden koers gehouden, roerganger--we zullen ze van den wal
+afsnijden en toch buiten schot van de kustbatterijen blijven."
+
+De wind wakkerde aan en deed de Rebiera met volle zeilen
+voortstuiven. De kanonneerbooten waren nog druk in gevecht met
+het fregat en schenen volstrekt niet te letten op de nadering der
+Rebiera. Ten laatste kreeg de wind ook vat op de kanonneerbooten
+en het fregat, eerst flauwtjes maar gaandeweg meer, terwijl de
+Rebiera het water al schuimend deed opspatten en de kans schoon
+zag om eenige der kanonneerbooten af te snijden. Het fregrat braste
+zijn zeilen naar den wind en stuurde op het smaldeel aan, dat het
+nu geraden achtte den steven te wenden en recht op de kust aan te
+houden, gevolgd door het fregat dat uit zijn boegjagers vuur begon
+te geven. Maar de Rebiera was thans op een half schot afstand van de
+kust gekomen en trachtte de vluchtende booten te onderscheppen. Daar
+zij met een snelle vaart naderde wist het smaldeel haast niet wat
+het beginnen zou; aanvallen zou maar tijdverlies zijn, waarbij het
+fregat gelegenheid zou krijgen om ze in te halen en zij zelf gevaar
+liepen genomen te worden; zij vergenoegden zich dus met op de Rebiera
+te vuren, terwijl deze voortging zich tusschen haar en het land in
+te dringen. Zoodra zij dichtbij genoeg waren, opende Jack zijn vuur
+uit de achttienponders. De kanonneerbooten bleven het antwoord niet
+schuldig en ze waren geen kwart mijl meer van elkaar, toen Jack zeil
+minderde en een heet gevecht zich ontwikkelde, waarvan het einde was,
+dat binnen weinige minuten de masten van de kanonneerbooten over boord
+sloegen. Het fregat naderde schielijk onder volle zeilen en begon er
+geducht op los te schieten. Het smaldeel staakte het vuren, streek op
+ongeveer twee kabellengten langs den voorsteven van de Rebiera voorbij
+en maakte zooveel mogelijk haast om onder den wal te komen. Onder
+het voorbijzeilen van het smaldeel gaf Jack het van bakboordzijde de
+volle laag, terwijl hij van stuurboord een levendig vuur onderhield
+tegen de ongelukkige, ontmaste kanonnerboot, die ook spoedig de vlag
+streek. Binnen weinige minuten waren de overigen buiten schot gekomen
+en daar zij niet vuurden, liet Jack ze verder ongemoeid en wijdde nu
+zijn aandacht aan het in-bezit-nemen van zijn buit, door een sloep
+met tien man aan boord te zenden, bij te draaien en het veroverde
+schip op sleeptouw te nemen. Tien minuten daarna was ook het fregat
+de Rebiera op een kabellengte genaderd en onze held liet een tweede
+sloep strijken om aan boord te gaan.
+
+"Hebben we gewonden, meneer Oxbelly?" vroeg Jack.
+
+"Maar twee; een is zijn duim kwijt geraakt en een ander heeft een
+zware wond aan de dij."
+
+"Dan zal ik meteen den dokter verzoeken bij ons aan boord te komen."
+
+Jack stiet af, klom aan boord van het fregat, en werd door een
+adelborst naar den anderen kant van het schip geleid, waar de
+kapitein stond.
+
+"Meneer Rustig!" riep deze uit.
+
+"Kapitein Sawbridge!" klonk het verrast uit den mond van onzen held.
+
+"Wel allemachtig! Hoe komt gij hier?" vroeg de kapitein; "en wat is
+dat voor een schip?"
+
+"De Rebiera, onder kommando van den eigenaar, meneer Rustig,"
+antwoordde Jack lachend.
+
+Kapitein Sawbridge drukte hem de hand. "Kom met me mee naar de kajuit,
+meneer Rustig; want ik ben blij, dat ik u weerzie. Ik maak u mijn
+compliment over uw houding en ben dol nieuwsgierig wat u toch bewogen
+heeft opnieuw zee te kiezen; want ik wist, dat gij uw ontslag uit
+den dienst genomen hadt."
+
+Jack vertelde met weinige woorden wat het doel van zijn tocht was;
+"maar," vervolgde hij, "vergun me dat ik u gelukwensch met uw
+bevordering, waarvan ik nog geen kennis droeg. Mag ik vragen, waar
+gij de Harpij gelaten hebt en hoe de naam van uw fregat is?"
+
+"De Latona. Eerst een maand geleden ben ik er op overgeplaatst, na een
+gevecht, waarin de Harpij een groote korvet bemachtigde; ik ben belast
+met dépéches voor Engeland. Gisteravond zeilden we van Gibraltar uit,
+moesten uit gebrek aan wind den geheelen nacht stilliggen en werden
+van morgen door die kanonneerbooten aangevallen."
+
+"Hoe gaat 't kapitein Wilson?"
+
+"Heel goed, geloof ik, maar ik heb hem in langen tijd niet gezien."
+
+"Hoe wist u dan, dat ik den dienst verlaten had, kapitein Sawbridge?"
+
+"Wel, van Gascoigne, die hier aan boord is."
+
+"Gascoigne!" riep onze held uit; "maar laat ik hem toch dadelijk
+de hand gaan drukken! Wees intusschen zoo goed, kapitein Sawbridge,
+uw dokter aan boord van de Rebiera te zenden, want ik heb een paar
+gewonden."
+
+Gascoigne wachtte onder het halfdek zijn vriend al op, want hij had hem
+van zijn post op den bak aan boord zien komen. Zij raakten zoo druk aan
+het praten, dat ze elkaar haast geen tijd gaven tot antwoorden. Toen
+Jack weer aan dek ging, beloofde hij Gascoigne, dat zij den volgenden
+dag in elkaars gezelschap zouden doorbrengen, hetzij aan den wal of
+aan boord van de Rebiera. Eer Jack echter weer vertrekken kon, hield
+kapitein Sawbridge hem in zijn kajuit nog geruimen tijd aan de praat.
+
+"Toen gij voor het eerst op zee kwaamt, Rustig," zei kapitein
+Sawbridge, "dacht ik dat 't voor den dienst het best zou zijn, als we
+u maar hoe eer hoe liever weer kwijt raakten; doch nu ge uw ontslag
+genomen hebt, gevoel ik eerst, dat we in u iemand verloren hebben, die
+naar alle waarschijnlijkheid den dienst tot eer zou hebben verstrekt."
+
+"Hartelijk dank voor uw gunstig oordeel," antwoordde Jack. "Maar bij
+den toestand waarin mijn vader verkeerde, kon ik immers onmogelijk
+op zee blijven."
+
+"Dat geef ik volkomen toe:--maar komaan, de tafel is gedekt, laten
+we den maaltijd niet vergeten."
+
+Aan tafel, waarbij ook Gascoigne aanzat, ging het hoogst gezellig toe
+en wie weet hoe lang ze hadden blijven napraten, als niet kort na den
+eigenlijken maaltijd de eerste luitenant was komen rapporteeren, dat
+alle hens aan dek noodig waren, daar ze vlak bij de ankerplaats waren
+gekomen. De dischgenooten rezen nu spoediger op dan anders het geval
+zou geweest zijn; en zoodra op de Latona, de zeilen geborgen waren,
+begaf kapitein Sawbridge zich aan wal om den goeverneur mededeeling te
+doen omtrent den uitslag van het geleverd gevecht. Hij vroeg Jack of
+hij hem wilde vergezellen, maar onze held verkoos liever bij Gascoigne
+te blijven, en verontschuldigde zich dus tot den volgende dag.
+
+"Hoor eens, Rustig," zei Gascoigne zoodra de kapitein vertrokken was,
+"ik zal verlof vragen om bij jouw aan boord te gaan--of wil jij
+'t soms liever vragen?"
+
+"Ik zal 't wel vragen," antwoordde Jack; "nu ik zelfs het kommando
+over een schip heb, leg ik bij een eersten luitenant wat meer gewicht
+in de schaal dan een gewoon adelborst."
+
+Jack ging nu naar den eersten luitenant en gaf met een beleefde buiging
+zijn hoop te kennen, dat, als de dienst het veroorloofde, hij hem de
+eer zou willen aandoen dien avond met eenige zijner officieren aan
+boord van de Rebiera een glas wijn te komen drinken.
+
+De eerste luitenant antwoordde, dat hij gaarne van de uitnoodiging
+gebruik zou maken, zoodra de gevangenen overgebracht waren en de
+kanonneerboot geen zorg meer vereischte. Ook drie of vier der overige
+officieren sloegen toe, waarop Jack als een gunst verzocht, dat zijn
+oude vriend Gascoigne nu dadelijk met hem zoo mogen meegaan, daar hij
+verschillende pakketjes van waarde, voor Engeland bestemd, aan zijn
+zorg wilde toevertrouwen. De eerste luitenant was zeer inschikkelijk
+en Gascoigne en onze held sprongen in de boot en waren nu als oude
+vrienden weer eens recht gezellig met hun beidjes.
+
+"Jack, ik heb nog eens goed overlegd en ben nu tot een besluit
+gekomen," zei Gascoigne. "Of ik al naar huis ga, dat zal voor mijn
+bevordering ook weinig helpen; ik kan evengoed hier blijven, want
+mijn diensttijd is bijna om en mijn bezoldiging heeft niet veel te
+beteekenen. Zou jij me niet mee willen nemen?"
+
+"Dat is juist wat ik van plan was je te vragen, Ned. Zou kapitein
+Sawbridge er in toestemmen?"
+
+"Dat denk ik wel, want hij is volkomen op de hoogte van mijn
+omstandigheden."
+
+"Dan zullen we 't hem zamen vragen," hernam Jack.
+
+De eerste luitenant en de andere officieren kwamen aan boord der
+Rebiera en brachten er een prettigen avond door, wat voor levenslustige
+jongelui onder gezelligen kout en een goed glas wijn niet zoo heel
+moeilijk is.
+
+
+
+
+Acht-en-twintigste hoofdstuk.
+
+ Jack bereikt het toppunt zijner wenschen.
+
+
+Daar kapitein Sawbridge dien avond niet naar boord terugkeerde, ging
+Rustig aan wal en bracht hem een bezoek ten huize van den gouverneur,
+door wien hij al dadelijk te dineeren genoodigd werd. Gascoigne kon
+niet aan wal komen en onze held maakte van de gelegenheid gebruik om
+kapitein Sawbridge aan te klampen met het verzoek om zijn vriend bij
+zich aan boord te krijgen. Kapitein Sawbridge had er eerst geen ooren
+naar, maar door al het redeneeren van Jack, begon hij toch eindelijk te
+begrijpen, dat het voor Gascoigne een buitenkansje was, en deze nooit
+een betere gelegenheid zou vinden om zijn toekomst te verzekeren. Hij
+willigde dus den wensch van onzen held in, die zich onmiddelijk aan
+boord van de Latona begaf om de beslissing van kapitein Sawbridge aan
+Gascoigne en aan den eersten luitenant over te brengen. Vervolgens
+voer hij naar boord der Rebiera en gelastte Mesty zijn koffertje naar
+het logement aan den wal te brengen, opdat hij zich voor het diner
+zou kunnen kleeden. Gascoigne, die nu niet langer tot de equipage
+der Latona gerekend werd, kreeg verlof om hem te vergezellen.
+
+Met de herstellingen aan de Latona was men spoedig gereed, zoodat
+kapitein Sawbridge reeds den volgenden dag weer zee kon kiezen;
+echter zonder Gascoigne, die nu zijn formeel ontslag had gekregen
+en op de Rebiera overging. Spoedig daarop lichtte ook onze held het
+anker en liep na een gelukkige reis van zestien dagen de haven van
+Palermo binnen, waar Don Philip en Don Martin al spoedig onzen held
+aan boord kwamen begroeten. Jack haastte zich om met hen aan wal te
+gaan en bevond zich weldra in gezelschap van zijn Agnes.
+
+Nog heel veel viel er te praten, eer Jack 't bij Don Rebiera en diens
+vrouw zoo ver gebracht had, dat ze in een spoedig huwelijk met hun
+dochter Agnes toestemden. Vooral de moeder maakte veel bezwaar om
+van haar lieveling afstand te doen. Onze held wist echter zijn zaak
+zoo goed te bepleiten, dat de ouders zich eindelijk gewonnen gaven,
+en eer er een maand na zijn aankomst verstreken was, zag Jack zich
+getrouwd en achtte zich den hemel te rijk.
+
+Don Rebiera en zijn vrouw wisten gedaan te krijgen, dat het jonge paar
+nog een maand lang in Palermo zou blijven, en toen het eindelijk op
+een scheiden aankwam, was er aan tranen geen gebrek. Ten laatste stak
+de Rebiera van wal en zette koers naar Malta, waar Jack den goeverneur
+volgens belofte een bezoek wilde brengen.
+
+Na vier dagen wierpen zij in de haven van Valette het anker uit en
+Jack liet zijn aankomst terstond aan den goeverneur melden. Deze
+was zeer in zijn schik en zond zijn eigen pleizierjacht om meneer
+en mevrouw Rustig van boord te halen, terwijl hij onmiddelijk zijn
+logeerkamers voor hun ontvangst in orde liet brengen. Als gewoonlijk
+had onze held weer heel wat te vertellen en de goeverneur luisterde
+met de grootste aandacht naar hem; vooral omdat hij begreep, dat
+'t de laatste maal zou wezen, dat hij van Jack's verhalen kon genieten.
+
+Veertien dagen lang vertoefde Jack op Malta en scheepte zich daarna
+weer met zijn vrouwtje in.
+
+"Vaarwel, mijn jonge vriend," zei de goeverneur toen hij Jack ten
+afscheid de hand drukte, "voor zoover ik uw vrouwtje heb leeren kennen,
+zal het uwe schuld zijn als ge in haar niet het toppunt uwer wenschen
+bereikt hebt. Als ik ooit in Engeland mocht komen, zal mijn eerste
+bezoek Boschlust gelden. Vaarwel en leef gelukkig!"
+
+Maar Sir Thomas is nooit weer in Engeland gekomen, het was zijn
+laatste groet. Opnieuw ging de Rebiera onder zeil, deed Gibraltar
+even aan en zette daarna de reis voort naar Engeland waar ze na drie
+weken behouden en wel aan wal stapten, hartelijk verwelkomd door dokter
+Middleton en meneer Hanson, die van hun aankomst verwittigd waren. Nog
+dienzelfden avond reden zij gezamelijk naar Boschlust, waar alles op
+de feestelijke ontvangst van het jonge paar was ingericht.
+
+Er volgde nu in de eerste dagen een reeks van diners en partijen en
+Jack leefde voortaan gelukkig en tevreden aan de zijde van zijn lief
+vrouwtje, dat hem volstrekt geen reden gaf tot allerlei breedvoerige
+betoogen.
+
+De bemanning der Rebiera werd afgemonsterd en de meesten vonden
+spoedig weer plaatsing op verschillende oorlogsschepen.
+
+Mesty bleef het toezicht over het dienstpersoneel houden en betoonde de
+grootste trouw en eerlijkheid in de waarneming van zijn ambt. Gascoigne
+wist het spoedig te brengen tot den rang van postkapitein en bleef
+steeds Jack's oprechte vriend.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Jack Rustig, by Kapitein Marryat
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACK RUSTIG ***
+
+***** This file should be named 16063-8.txt or 16063-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/6/0/6/16063/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.