diff options
Diffstat (limited to '16063-8.txt')
| -rw-r--r-- | 16063-8.txt | 10942 |
1 files changed, 10942 insertions, 0 deletions
diff --git a/16063-8.txt b/16063-8.txt new file mode 100644 index 0000000..eccdcd1 --- /dev/null +++ b/16063-8.txt @@ -0,0 +1,10942 @@ +The Project Gutenberg EBook of Jack Rustig, by Kapitein Marryat + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Jack Rustig + +Author: Kapitein Marryat + +Illustrator: Johan Braakensiek + +Translator: A. J. van Dragt + +Release Date: June 14, 2005 [EBook #16063] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACK RUSTIG *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + + + + + + + + + + Jack Rustig + + Door + + Kapitein Marryat + + Opnieuw bewerkt door + + A. J. van Dragt + + + + + + + +Eerste hoofdstuk. + + Eerste levensjaren van Jack. Hoe hij al spoedig den baas + speelt. + + +Meneer Nicodemus Rustig leefde als welgesteld man op zijn buitengoed +Boschlust in het Engelsche graafschap Hampshire. Dolgraag zou hij +zoo'n paar kleine kleuters om zich heen hebben zien springen; maar, +ofschoon reeds tien jaar getrouwd, nog altijd bleef hij met zijn +vrouwtje alleen. Om zich te troosten over de verijdeling van zijn hoop, +meende hij niet beter te kunnen doen dan zich op de wijsbegeerte toe +te leggen, en weldra waren de gelijkheid en de rechten van de mensch +zijn stokpaardje geworden. Niemand luisterde echter naar zijn betoogen, +en hoe meer meneer Rustig doorsloeg, des te beter lieten de bezoekers +zich zijn portwijn smaken; want al sneden 's mans beweringen geen hout, +zijn wijn was uitstekend. + +Terwijl meneer Rustig zich in zijn studiën verdiepte, zocht mevrouw +ontspanning in het patience-spel, en zoo leefde het echtpaar heel +kalmpjes voort. Meneer wist, dat vrouwlief zijn redeneeringen niet +kon begrijpen en eischte daarom ook niet, dat ze aandachtig naar hem +luisterde; mevrouw van haar kant stoorde zich weinig aan het gepraat +van haar echtgenoot en was tevreden als ze maar bij haar spelletje +kon blijven. Die wederzijdsche inschikkelijkheid maakte den grondslag +uit voor hun huiselijk geluk. + +Ook bestond er nog een andere reden, waarom zij 't zoo goed met elkaar +konden vinden. Moest er iets besproken worden, dan begon meneer Rustig +altijd met te zeggen, dat vrouwlief haar zin zou hebben,--en dat +vond ze heel pleizierig; daar echter manlief, als 't er op aankwam, +steeds zijn eigen zin volgde, was hij evenzeer in zijn schik. Wel had +mevrouw sinds lang begrepen, dat zij haar zin toch niet kreeg, maar ze +was erg meegaande, en omdat 't in negen van de tien gevallen toch heel +weinig verschil maakte wat er gedaan werd, stelde zij zich volkomen +tevreden met zijn toeschietelijkheid bij het overleggen. Meneer Rustig +had erkend, dat zij gelijk had, en al volgde hij nu bij de uitvoering +een anderen weg, wat kon zij, als zwakke vrouw, daartegen doen? + +Op het einde van het elfde huwelijksjaar kwam er evenwel een groote +verandering in het tot dusver zoo kalme huishouden; want mevrouw +Rustig verblijdde op een goeden dag haar echtgenoot met een stamhouder, +dien we als den held van ons verhaal zullen leeren kennen. + +Er werd heel wat geredeneerd en betoogd eer meneer en mevrouw het +eens waren over den naam, dien de jonge wereldburger dragen zou, maar +het einde van de geschiedenis was, dat men hem Jack zou doopen. Het +jongske groeide als kool, raakte na zes maanden uit de lange kleeren, +en begon al spoedig over den vloer rond te kruipen en naar alles +te grijpen, wat maar onder zijn bereik kwam. Hij solde met de kat, +krabde zijn moeder in 't gezicht, en vond er volstrekt geen been +in, zijn vader duchtig aan zijn kuif te trekken; maar toch werd +hij door al de huisgenooten voor het mooiste en liefste kind van de +wereld versleten. Als we alles wilden opschrijven wat Saar, de meid, +van Jack's eerste kinderjaren wist te vertellen, zouden we wel drie +boekdeelen vullen; we zullen 't echter maar laten bij de vermelding, +dat men hem, als zoo menig eenig kind, in alles zijn eigen hoofdje +liet volgen. Daardoor kreeg hij weldra zooveel noten op zijn zang, +dat dokter Middleton, die als huisvriend dikwijls op Boschlust kwam, +er soms bedenkelijk het hoofd over schudde en begon te vreezen, +dat de al te toegeeflijke ouders het ventje glad zouden bederven. + +Op zekeren dag kwam een knecht van meneer Rustig te paard bij dokter +Middleton aanrennen, met de boodschap of de dokter onmiddellijk +op Boschlust zou willen komen. De man voldeed aan dit verzoek en +vond bij zijn komst het heele huis in rep en roer--meneer liep erg +onrustig heen en weer, mevrouw had maar werk om niet flauw te vallen +en al de meiden verdrongen elkaar zenuwachtig om haar stoel. Iedereen +was danig van streek, behalve de kleine Jack, die, met een lompje om +zijn vinger en eenige bloedvlekken op zijn kiel, heel kalmpjes met +kersen zat te spelen en zich aan niets stoorde. + +"O dokter!" riep mevrouw Rustig den geneesheer bij diens binnentreden +als in wanhoop toe, "Jack heeft zich zoo vreeselijk in zijn hand +gesneden; stellig is er een zenuw geraakt en dan...." + +De dokter gaf er geen antwoord op, maar onderzocht de gewonde hand, +terwijl Jack met de andere bleef doorspelen. + +"'t Is nog al goed afgeloopen, mevrouw," zei de dokter, toen hij +gezien had, dat de jongen zich maar even aan den vinger had gewond. + +"Heeft u soms ook een stukje hechtpleister in huis?" + +"O ja; gauw Marie,--loop Saar!" In een oogwenk waren de twee meiden +terug; Saar met de hechtpleister en Marie er achteraan met de schaar. + +"Stel u maar gerust, mevrouw," zei dokter Middleton, nadat hij een +pleister op de wond had gelegd, "kwaad kan 't volstrekt niet." + +"Maar zou 't niet beter zijn als we hem boven brachten en wat te bed +legden?" hernam mevrouw. + +"Bepaald noodig is 't niet, mevrouw, maar in elk geval blijft hij +dan gevrijwaard voor verdere ongelukken." + +"Kom, mijn lieve jongen, je hoort wat dokter Middleton zegt." + +"Ja, ik hoor 't wel," antwoordde Jack, "maar ik ga niet." + +"Maar Jaapjelief, doe 't nu toch, mijn ventje." + +Jaapje bleef doorspelen en gaf geen antwoord. + +"Kom, Jaapje," zei Saar. + +"Ga weg, Saar," zei het driftige manneke, en weerde haar met de +hand af. + +"O foei, Jaapje!" zei Marie. + +"Kom, mijn hartedief!" zei mevrouw op overredenden toon, "kom,--wil +je nu niet?" + +"Ik wil naar den tuin nog wat kersen plukken," antwoordde Jaapje. + +"Kom dan maar, lievert, dan gaan we naar den tuin." + +Jaapje wipte van zijn stoel en vatte mama bij de hand. + +"Wat een braaf, gehoorzaam kind is 't toch!" riep mevrouw uit, +"je kunt hem aan een zijden draadje leiden." + +"Ja wel, als 't om kersen te doen is," dacht Dr. Middleton. + +Mevrouw Rustig, Jack, Saar en Marie gingen nu naar den tuin, zoodat +de dokter alleen bleef met meneer, die gedurende de stribbeling geen +woord gezegd had. + +Bij zijn veelvuldige bezoeken op Boschlust had dokter Middleton +opgemerkt, dat de kleine Jack uit zijn aard wel een flinke, kordate +jongen was, maar alle kans liep door de dwaze inzichten van zijn +vader en de overdreven toegevendheid van zijn moeder bedorven te +worden. Zoodra nu mevrouw de kamer verlaten had nam hij een stoel en +richtte tot den heer des huizes de vraag: + +"Heeft u geen plan uw jongen school te leggen, meneer Rustig?" + +Meneer Rustig sloeg de beenen over elkaar en vouwde zijn handen om +de knieën samen, wat hij altijd deed zoodra hij iets wilde betoogen. + +"Het groote bezwaar, dokter, dat ik heb tegen het naar school zenden +van een kind, is dat er te veel dwang wordt uitgeoefend; en dat strijdt +niet alleen tegen de rechten van den mensch, maar ook tegen alle gezond +oordeel. Men zendt een jongen naar school, in de hoop dat er door leer +en voorbeeld goede hoedanigheden in hem zullen gekweekt worden, niet +waar? Maar hoe zal hij nu welwillendheid leeren, als hij telkens de +dreigende gard ziet zwaaien, of geduld, als zijn leermeesters bijna uit +hun vel springen van kwaadheid? Welk onderscheid bestaat er tusschen +hem, die de kastijdingen toedient, en dengene, die ze ondergaat? Zijn +ze niet beiden met rede begaafde schepselen, die evenveel recht hebben +op hetgeen de wereld biedt? Door gewetenlooze dwingelandij hebben +weinigen zich toegeëigend wat voor allen bestemd was, en al heeft +men zich door langdurige gewoonte en valsche voorschriften daarin +leeren schikken, 't is de plicht van een vader er voor te waken, +dat zijn eenige zoon niet zulke verlagende dwaalbegrippen inzuigt, +waardoor hij zich later alles zou laten welgevallen, zoolang men hem +maar het leven liet. En worden zulke dwalingen niet op school door de +gard verkeerdelijk ingeprent in het jeugdig gemoed? Reeds de eerste +les in het ABC is tevens een les in slavernij en leert al aanstonds +de geheiligde gelijkheid verzaken, die ons geboorterecht is. Neen, +meneer, zoolang ze niet kunnen onderwijzen zonder de ergerlijke +toepassing van de gard, zal mijn jongen nooit op school." + +Hier wierp meneer Rustig zich achterover in zijn armstoel, in de +verbeelding dat hij al heel wat verstandigs had te berde gebracht. + +Dokter Middleton kende zijn man, en had hem maar stilletjes uit +laten praten. + +"Ik moet toegeven," zei de dokter ten laatste, "dat er in al wat gij +daar zegt misschien veel waars is; maar zou u niet denken, meneer +Rustig, dat men, juist door te verhinderen dat een jongen onderricht +kreeg, hem des te vatbaarder maakte voor de dwalingen waarover gij +spreekt? Alleen de opvoeding kan vooroordeelen uit den weg ruimen, +en iemand geschikt maken om de kluisters van den ouden sleur te +verbreken. Toegegeven al dat er van de gard gebruik wordt gemaakt, +'t gebeurt toch enkel op een leeftijd, waarin het jonge gemoed zoo +kneedbaar is, dat 't er spoedig onverschillig onder wordt; en zijn +eenmaal de gebruikelijke grondslagen der opvoeding gelegd, dan zult +gij uw zoon genoegzaam voorbereid vinden tot het ontvangen der lessen, +die gij zelf hem wenscht in te prenten." + +"Zelf zal ik hem alles leeren," antwoordde meneer Rustig en vouwde +de armen over elkaar, als of hij zeggen wilde: "daar gaat niets af." + +"Ik twijfel geen oogenblik aan uw bekwaamheid, maar ongelukkig zult +gij steeds met een onoverkomelijke zwarigheid te kampen hebben. Neem +me niet kwalijk, ik weet waartoe gij in staat zijt, en de jongen +zou zich inderdaad geluk mogen wenschen met zulk een onderwijzer, +maar--openhartig gesproken--het kan u evenmin als mij ontgaan, dat +de moederlijke toegeeflijkheid van mevrouw een leelijke hinderpaal +voor uw goede bedoeling zal wezen. De jongen is nu al zóó door haar +verwend, dat hij niet zal gehoorzamen, en zonder gehoorzaamheid kunt +gij hem niets inprenten." + +"Ik erken, mijn waarde heer, de zwarigheid, die daarin gelegen is; +maar moederlijke zwakheid dient dan overwonnen door vaderlijke +gestrengheid." + +"Mag ik weten hoe? want dat schijnt me onmogelijk." + +"Onmogelijk! Wel drommels, ik zal hem leeren gehoorzamen, of anders +zal ik hem...." + +Hier brak meneer Rustig plotseling af eer het woord "ranselen" aan +zijn lippen kon ontsnappen. + +Dokter Middleton had moeite een glimlach te onderdrukken, toen hij +antwoordde: "Dat gij wel een middel zoudt vinden om hem de baas +te worden, daarvan ben ik ten volle overtuigd; maar wat zal er het +gevolg van zijn? De jongen zal zijn moeder als een beschermster en +u als een dwingeland beschouwen. Hij zal een hekel aan u krijgen en +dientengevolge nooit de vereischte aandacht wijden aan uw hoog te +waardeeren voorschriften, als hij eenmaal oud genoeg zal geworden +zijn om ze te begrijpen. Het komt me voor, dat het door u opgeworpen +bezwaar uit den weg te ruimen is. Ik ken een zeer achtenswaardig +kostschoolhouder, die geen gebruik maakt van de gard--ten overvloede +zal ik er hem uitdrukkelijk over schrijven--en als de jongen dan +gevrijwaard is voor het gevaar, waarmee de te groote toegeeflijkheid +van mevrouw hem bedreigt, zal hij binnen kort rijp zijn om onder uw +meer gewichtige leiding te komen." + +"Wat gij daar zegt, dokter," antwoordde meneer Rustig na een poos, +"verdient, dunkt me, alle aandacht. Ik heb heel goed opgemerkt, dat +de onzinnige toegeeflijkheid mijner vrouw den jongen ongezeggelijk +heeft gemaakt, zoodat hij me tegenwoordig niet wil gehoorzamen, +en als uw vriend geen gebruik maakt van de gard, denk ik er ernstig +over hem mijn Jack te zenden, om hem de eerste gronden te leeren." + +De dokter had het pleit gewonnen door den wijsgeer te vleien. + +Den volgenden dag kwam hij terug met een brief van den paedagoog, +waarin deze met verontwaardiging sprak over het gebruiken van de gard, +en meneer Rustig deelde nu onder het theedrinken aan zijn vrouw mede, +welke plannen hij ten oprichte van zijn zoon Jack had. + +"Naar school? Jaapje naar school? de jongen is nog heelemaal een kind!" + +"Alles goed en wel, beste, maar vergeet niet, dat hij zeven jaar is en +'t dus hoog tijd wordt, dat hij leert lezen." + +"O, lezen kan hij al; ja, ja, dat heb ik hem zelf geleerd. Niet waar, +Saartje?" + +"Gunst ja, mevrouw, eergisteren heeft hij nog de letters opgezegd." + +"Maar, Rustig, wat heb je toch voor malligheid in je hoofd +gehaald? Jaapjelief, kom eens hier als een brave jongen, zeg nu eens, +wat is de letter A? Je hebt 't van morgen nog in den tuin gezongen." + +"Suiker moet ik hebben!" antwoordde Jack, en reikte zoo ver mogelijk +met zijn arm over tafel om bij den suikerpot te komen, wat hem niet +gelukte. + +"Nu ja, lievert, je zult een groote klont hebben, als je eerst maar +zegt wat de letter A is." + +"A is een aapje, dat eet uit zijn poot," antwoordde Jack op een +vervelenden dreun. + +"Zie je nu wel, Rustig; en zoo kent hij het geheele alphabet--is +'t niet, Saar?" + +"Dat kan hij, de zoete jongen,--kun je niet, Jaapjelief?" + +"Nee!" antwoordde Jaapje. + +"Ja, ja, je kunt 't wel, mijn hartje, je weet best wat de letter B +is. Weet je 't niet?" + +"Jawel," antwoordde Jaapje. + +"Daar nu, Rustig, je ziet wat de jongen al kent, en hoe gehoorzaam +hij is bovendien. Kom, Jaapjelief, zeg nu eens, wat is de letter B?" + +"Nee ik wil niet," antwoordde Jaapje. "Ik moet nog meer suiker +hebben!" En Jaapje, die op een stoel geklommen was, ging nu met zijn +geheele lijf over tafel hangen om bij den pot te komen. + +"Mijn hemel! Saar, houd hem tegen, hij zal den theepot nog +omgooien!" riep mevrouw Rustig. Saar pakte Jaapje beet om hem terug te +trekken, maar, op die tusschenkomst niet gesteld, draaide de bengel +zich om, zoodat hij met zijn rug op tafel kwam te liggen, en schopte +Saar in het gezicht, juist toen ze een tweede greep naar hem wilde +doen. Van den weeromstuit gleed Jaapje een eind over de gladde tafel +en kwam met zijn hoofd tegen de theepot terecht. Wel greep mevrouw er +schielijk naar, maar toch kreeg haar man een flinken scheut van het +kokende vocht over zijn beenen; zoodat hij opsprong en al stampvoetend +alles behalve wijsgeerig uitviel. Intusschen hadden Saar en mevrouw +Jaapje verwijderd en susten hem om het zeerst met zoete woordjes van +beklag. De pijn der brandwonden en de omstandigheid, dat men volstrekt +niet naar hem omzag, brachten meneer Rustig in een bui van woede. Hij +rukte Jaapje uit de armen der vrouwen, en in 't minst niet denkend +aan zijn gelijkheid en zijn rechten van den mensch, sloeg hij er +zonder genade op los. Saar vloog tusschenbeide en liep een veeg op, +die haar duizende sterretjes voor de oogen tooverde en over de vloer +deed tuimelen. Mevrouw kreeg 't op haar zenuwen en Jaapje zette een +keel op, dat men hem wel een kwartier ver kon hooren. + +Hoe lang meneer Rustig aan 't ranselen gebleven zou zijn, valt +moeilijk te zeggen; maar de deur ging open, en toen de man onder +de strafoefening even opkeek, zag hij dokter Middleton in stomme +verbazing staan. Hij had beloofd op de thee te zullen komen, en zoo +noodig meneer Rustig een handje te helpen om mevrouw met diens plannen +te doen instemmen; maar blijkens vond hij, dat meneer bij het betoog, +dat hij op dit oogenblik hield, volstrekt geen hulp behoefde. Bij het +binnentreden van dokter Middleton werd Jaapje evenwel losgelaten en +bleef al schreeuwend op den grond liggen; ook Saar, mevrouw en de +theepot lagen over den vloer, en al was meneer overeind gebleven, +staan kon hij toch niet, maar sprong aanhoudend van het eene been op +het andere. + +Nooit kwam een geneesheer beter van pas. Meneer Rustig was eerst +stellig van die meening, maar zijn beenen begonnen zoo hevig pijn te +doen, tot hij weldra tot andere gedachten kwam. + +Zooals de hoffelijkheid meebracht, tilde dokter Middleton eerst +mevrouw van den grond en vlijde haar neer op de sofa. Saar sprong +overeind, greep Jaapje op en droeg den luid schreeuwenden, om zich +heen schoppenden bengel de kamer uit; voor welken bewezen dienst zij +verscheidene beten kreeg. De huisknecht, die den dokter aangediend +had, raapte den theepot op, als zijnde dat voorwerp het eenige waarmee +hij krachtens zijn betrekking te maken had. Meneer Rustig wierp zich +al hijgend en kreunend op een tweede sofa en dokter Middleton wist +letterlijk niet wat hij doen moest. Hij zag, dat meneer zijn hulp +noodig had en dat mevrouw die best kon missen; maar zich af te maken +van een dame die elk oogenblik dreigde te bezwijmen, was lang niet +gemakkelijk; want telkens als hij van haar vandaan wilde gaan, begon +zij vervaarlijk om zich heen te slaan en te gillen. Eindelijk gelukte +het den dokter een ruk aan den schel te geven, wat den huisknecht deed +verschijnen, die nu de meiden riep om mevrouw naar boven te dragen. Zoo +kreeg onze aesculaap ten laatste de handen vrij, om zich te bemoeien +met den eenigen patiënt, die werkelijk zijn hulp behoefde. Meneer +Rustig gaf met een paar woorden, telkens afgebroken door uitroepen van +pijn, opheldering van het voorgevallene en intusschen was de dokter +bezig hem de kousen uit te trekken. De behandeling van den geneesheer +gaf den gewonde spoedig leniging van pijn. Maar wat hem vrij wat meer +hinderde dan de brandwonden aan zijn beenen, was de omstandigheid, +dat dokter Middleton er getuige van was geweest, hoe hij inbreuk had +gemaakt op de gelijkheid en de rechten van den mensch. De geneesheer, +wien dit niet ontging, wist ook op deze wonde een pleister te leggen. + +"Mijn waarde meneer Rustig, ik betreur zeer het ongeval, dat gij +aan de dwaze toegeeflijkheid van mevrouw tegenover den jongen te +danken hebt; maar toch doet het me genoegen, dat gij zulk een juist +begrip toont te hebben van Salomo's uitspraak: 'Wie de roede spaart, +bederft het kind.' Hiermede geeft de wijze koning te kennen, dat het +de plicht van een vader is zijn kinderen te kastijden, wat volstrekt +niet in tegenspraak komt met de rechten van den mensch of met eenige +natuurlijke gelijkheid, want de zoon is een deel des vaders, zoodat +deze eigenlijk slechts zichzelven kastijdt. Het bewijs daarvan +is hierin gelegen, dat een vader bij het bestraffen van zijn zoon +evenveel smart gevoelt alsof hij zelf de straf onderging. De geheele +zaak komt dus op zelfkastijding neer." + +"Ik denk er precies zoo over," antwoordde meneer Rustig, blij dat de +dokter hem zoo netjes uit het nauw had geholpen. "Maar--morgen moet +hij op school, daar helpt niets aan." + +"Dat zal hij aan mevrouw te danken hebben," hernam de dokter. + +"Juist.--O dokter, mijn beenen beginnen weer zoo vreeselijk te gloeien +en te steken." + +"Maar voortdurend nat houden met azijn en water, meneer, tot ik u een +zalfje zend, dat onmiddelijk verlichting zal schenken. Morgen kom ik +nog eens aan. A propos, een van de leerlingen van meneer Bonnycastle +is onder mijn behandeling; als ik er u genoegen mee kan doen, wil ik +uw zoon gaarne meenemen." + +"O, dat zou me veel pleizier doen, dokter," antwoordde meneer Rustig. + +"Welnu, mijn waarde, ik zal nog even naar boven gaan, om te zien hoe +'t met mevrouw gesteld is, en morgen tegen tienen ben ik weer hier. Ik +heb dan een uur den tijd. Goedenavond meneer Rustig." + +"Goedenavond, dokter." + +De dokter moest nu nog mevrouw zien te winnen. Hij stelde het ongeval, +dat meneer getroffen had, veel erger voor dan het was, maakte grooten +ophef van diens verbolgenheid en raadde haar ten sterkste maar stil +te zwijgen, tot hij weer geheel tot bedaren zou zijn gekomen. + + + + +Tweede hoofdstuk. + + Jaapje wordt op kostschool gelegd, waar hij een toontje lager + leert zingen. + + +Den volgenden dag hamerde dokter Middleton nog eens op hetzelfde +aanbeeld en in weerwil van Sara's weeklachten en de tranen van mevrouw, +die geen enkel woord in het midden durfde brengen, in weerwil van +den heftigen tegenstand van Jaapje zelf, die een soort van voorgevoel +scheen te hebben van wat hem boven het hoofd hing, werd onze held in +dokter Middleton's koetsje gestopt. Wel trapte hij onder de bedrijven +een ruit van het portierraampje in, maar de dokter, die den jongen +nu geheel in zijn macht had, wiesch hem daarvoor eens duchtig de +ooren. Zonder verder ongeval bereikte men weldra het huis van meneer +Bonnycastle, en Jaapje werd door den knecht van den dokter naar de +spreekkamer gedragen en in een stoel neergekwakt. Nauwelijks was de man +den bengel kwijt, of hij bekeek eerst zijn handen, die op verschillende +plaatsen bloedden, en wierp vervolgens met op elkaar geklemde tanden +en saamgeknepen lippen een blik op Jack, als wilde hij zeggen: "Als +ik maar dorst, dan zou ik je wel leeren!" Daarna verliet hij de kamer +en begaf zich weer naar de voordeur, waar hij zijn toegetakelde handen +aan den koetsier liet zien, die er van zijn bok een meewarigen blik op +wierp en volkomen instemde met de verontwaardiging van zijn kameraad. + +Maar we moeten weer naar de spreekkamer. Dokter Middleton neusde in +een krant, terwijl Jack heel in elkaar gedoken op zijn stoel zat, +met zijn voeten op de bovenste sport, zoodat zijn neus bijna zijn +knieën raakte. Waarlijk een veelbelovend leerling, die Jack. + +Meneer Bonnycastle trad binnen. Hij was een slank, flink gebouwd man, +van een gunstig voorkomen; bij zijn netjes gepoederd haar droeg hij een +deftig zwart pak, waartegen zijn keurig linnengoed helder afstak. Als +hij glimlachte, vertoonde zich een rij hagelwitte tanden en zijn +zachtblauwe oogen getuigden van de grootste welwillendheid. Dat was +eerst het ideaal van een onderwijzer, en onmogelijk kon iemand hem +aanzien en naar zijn zoet vleiende, aangename stem luisteren, zonder +al zijn zonen onder 's mans hoede te wenschen. Hij was een kundig en +degelijk man, aan wiens zorgen, op het oogenblik waarvan wij spreken, +meer dan honderd jongens waren toevertrouwd. Hij stond bekend als een +uitstekend opvoeder en velen van zijn leerlingen hadden het tot hooge +ambten en betrekkingen gebracht en zich daarin gunstig onderscheiden. + +Dokter Middleton, die met meneer Bonnycastle op zeer vertrouwelijken +voet stond, rees bij diens binnentreden op en zij schudden elkaar de +hand. Middleton wendde zich vervolgens in de richting waar Jack zat en +met den vinger naar hem wijzende, zei hij: "Zie me dat daar nu eens." + +Bonnycastle glimlachte. "Ik kan niet zeggen, dat ik er erger gehad +heb, maar toch wel van hetzelfde slag. Ik zal echter spoedig genoeg +wat leven brengen in dien vormeloozen klomp. Komaan, Middleton, +ga nu eens zitten." + +"Maar Bonnycastle," zei de dokter, toen hij zijn plaats weer ingenomen +had, "je moest me toch eens zeggen, hoe het mogelijk is zoo'n bengel +in zijn fatsoen te krijgen, zonder de toevlucht te nemen tot de gard." + +"Van het gebruik der gard verwacht ik niet de minste vrucht en daarom +pas ik ze ook niet toe. Ik heb zelf te Harrow school gelegen en was +toen een hachje. Evenals de meeste jongens werd ik nog al eens uit +de bank geroepen en ik herinner me zeer goed, dat ik spoedig om een +bestraffing met de gard niets gaf. Ik was er tegen gehard geraakt. Die +wijze van straffen laat niets achter, dat de herinnering er aan +levendig houdt." + +"Dat had ik me geheel anders voorgesteld." + +"Mijn waarde Middleton, met éénmaal den stok te gebruiken werk ik +meer uit dan door twintig bestraffingen met de gard. Ga maar eens +na, de gard treft alleen de minst gevoelige plek; maar de stok komt +overal neer, van het hoofd tot de voeten. Zoodra de eerste tinteling, +door de gard teweeggebracht, over is, volgt er een verdooving van het +gevoel in het getroffen lichaamsdeel, en de pijn heeft dan verder +niets te beteekenen; een flink pak met den stok daarentegen laat +hevige pijnen en kneuzingen achter op allerlei lichaamsdeelen, die +bij spierbewegingen dienst moeten doen. Na een kastijding met de gard +kan een jongen best meeravotten in de speeluren, maar na een duchtig +pak met den stok is 't heel wat anders; dagen lang kan hij geen lid +verroeren zonder door de pijn herinnerd te worden aan de straf, die +hij heeft ondergaan, en hij past wel degelijk op, dat hij niet voor +de tweede maal uit de bank wordt geroepen." + +"Beste vriend, ik verkeerde werkelijk in de meening, dat ge uitermate +zachtzinnig waart," antwoordde Middleton lachend, "maar het doet me +pleizier, dat ik me vergist heb." + +"Zie me daar nu zoo'n figuur eens zitten dokter, 't heeft meer van +een stom dier dan van een redelijk wezen; zoudt ge soms denken, dat +het ooit gelukken kon daar zonder krasse maatregelen eenig fatsoen +in te brengen? Laat ik u tevens zeggen, dat ik mijn stelregel als +verreweg de beste beschouw. Op sommige scholen zijn de straffen zoo +licht, dat de jongens er eenvoudig niets om geven; bij mij echter +mag elke bestraffing waarlijk dien naam dragen en het gevolg is, +dat het toepassen er van maar hoogst zelden noodig is." + +"Gij brengt er dus den schrik in, Bonnycastle." + +"De twee machtigste drijfveeren in ons zijn vrees en liefde. In theorie +is het veel mooier op de laatste te werken; maar in de praktijk +heb ik er nooit de gewenschte uitkomsten van gezien,--en dat ligt +eenvoudig hieraan, dat onze eigenliefde sterker is dan onze liefde +tot anderen. In de uitwerking van de vrees daarentegen heb ik me nog +nooit bedrogen, en alweer om dezelfde reden; immers door vrees werken +we op de eigenliefde en anders niet." + +"Toch zijn er velen, die beweren dat lichaamsstraffen verlagend werken +en ze daarom van de scholen willen weren." + +"Och dokter, er zijn zoo'n boel gekken in de wereld." + +"Dat doet me denken aan den vader van dien jongen daar," hernam +dokter Middleton. En nu begon hij den opvoeder de dwaze denkbeelden +van meneer Rustig te ontwikkelen en de omstandigheden mee te deelen, +die tot het naar school zenden van Jack hadden geleid. + +"Dan mag er geen oogenblik verzuimd worden, dokter. Ik moet dat +jongemensch geheel onder den duim hebben, eer zijn ouders hem komen +bezoeken. Reken er op, binnen een week zal hij zoo volgzaam zijn als +een lammetje." + +Dokter Middleton nam nu afscheid van Jack en zei hem, dat hij maar +goed moest oppassen. Jack verroerde geen vin en gaf geen antwoord. + +"Stoor u daar maar niet aan, dokter, als ge weer eens komt zal hij +wel beleefder wezen, reken daar gerust op." En de dokter vertrok. + +Ofschoon meneer Bonnycastle streng was, ging hij toch steeds met +oordeel te werk. Op het bedrijven van een of ander kattekwaad volgde +slechts geringe straf, zooals in school blijven tijdens de speeluren +en dergelijke; ook kwam hij zelden tusschenbeiden als de jongens met +elkaar vochten, ofschoon hij er een stokje voor stak als er een den +baas wilde spelen. Waar het bij hem vooral op aankwam was attentie +bij het werk. Spoedig was hij er achter, waartoe zijn leerlingen in +staat waren; en naar die mate werden hun ook eischen gesteld; voor een +luiaard, die wel kon maar niet woû, kende hij geen genade. Het gevolg +er van was, dat hij de knapste jongens afleverde. Ook bleef hij in +de behandeling zijner leerlingen zoo gelijkmatig en onveranderlijk, +dat, al vreesden zij hem zoolang ze onder zijn toezicht stonden, +toch allen, die zijn onderricht genoten hadden, veel van hem hielden +en in hun later leven zijn vrienden bleven. + +Meneer Bonnycastle zag terstond in, dat er met overreding bij onzen +held niets te beginnen zou zijn, en dat vrees het eenige middel was +om hem tot rede te brengen. Zoodra dus dokter Middleton de kamer +verlaten had, sprak hij hem op gebiedenden toon toe: "Wel, jongen, +hoe is je naam?" + +Jack schrikte op; hij gluurde naar zijn meester, zag hoe diens oogen +strak op hem gericht waren, en begreep uit de geheele houding van +den man, dat er niet met hem te spotten viel. Jack was lang niet +gek en ook de kastijding, die zijn vader hem had toegediend, deed +hem wel een beetje huiveren voor hetgeen er komen zou. Dus vond hij +'t geraden zich tot een antwoord te verwaardigen en zei met zijn +wijsvinger in den mond: + +"Jaapie." + +"En hoe heet je verder?" + +Jack, die al berouw scheen te hebben over zijn inschikkelijkheid, +gaf eerst geen antwoord, maar keek meneer Bonnycastle weer even in het +gezicht en vervolgens de kamer rond: er was niemand die hem helpen kon, +en zelf wist hij ook geen raad, daarom antwoordde hij maar: "Rustig." + +"Weet je, waarom je naar school bent gezonden?" + +"Omdat ik vader gebrand heb." + +"Neen, je bent hierheen gezonden om te leeren lezen en schrijven." + +"Ik wil niet leeren lezen en schrijven," antwoordde Jack druilig. + +"Dat zul je toch; en je begint nu maar eens dadelijk de letters op +te noemen." + +Jack zei niets. Meneer Bonnycastle opende een soort van boekenkast +en gunde ons verbaasde Jaapje een kijkje op een reeks van stokken, +die evenals biljart-queues netjes op een rij stonden. + +"Weet je waar die voor dienen?" + +Met een benauwd gezicht tuurde Jack er naar; hij had een flauw besef, +dat hij er stellig nader kennis mee zou maken, maar antwoorden deed +hij niet. + +"Ze dienen om kleine jongens te leeren lezen en schrijven, en nu zal +ik eens met dat onderricht beginnen. Je zult wel spoedig leeren. Kijk +eens hier," vervolgde meneer Bonnycastle terwijl hij een boek met +groote letters opensloeg en aan het begin van een hoofdstuk op een +letter wees van wel een halven duim groot. + +"Zie je die letter?" + +"Ja," antwoordde Jaapje, wendde zijn oogen af en wriemelde met zijn +vingers. + +"Nu, dat is de letter B. Zie je 't? Kijk er nu goed naar, opdat je 't +straks ook weet. Dat is de letter B. Zeg me nu eens, welke letter is +'t?" + +Jack besloot nu koppig te wezen, en gaf geen antwoord. + +"Je weet 't dus niet? Welnu, dan zullen we eens zien, wat een van +deze kleine vrienden er van weet te maken," zei meneer Bonnycastle +en kreeg een stok. "Let wel, Jaapje, dat is de letter B. Nu, hoe heet +die letter? Antwoord me onmiddellijk." + +"Ik wil niet leeren lezen en schrijven." + +Flap! kwam de stok neer op de schouders van Jaapje, die een luiden +schreeuw liet en ineenkromp van de pijn. + +Meneer Bonnycastle wachtte een paar seconden. "Dat is de letter B. Zeg +me nu eens onmiddellijk, ventje, hoe heet die letter?" + +"Ik zal 't aan ma zeggen!"--Flap!--"O jé! o jé!" + +"Hoe heet die letter?" + +Met open mond, hijgend en terwijl de tranen hem langs de wangen +biggelden, riep Jaapje nijdig uit. "Houd op! Ik zal 't aan Saar +zeggen!" + +Flap! ging 't opnieuw en Jaapje gilde 't weer uit. + +"Hoe heet die letter?" + +"Ik zeg 't niet," griende Jaapje; "ik zeg 't niet--ik doe 't niet." + +Flap--flap--flap! en daarop volgde een poos stilte. "Ik heb je +zooeven gezegd, dat 't de letter B is. Hoe heet nu die letter? Zeg +'t zonder dralen." + +Bij wijze van antwoord deed Jaapje een greep naar den stok. Au! daar +had hij 'm, welzeker, maar niet precies zooals hij 't gewild +had. Jaapje greep nu het boek en smeet het in een hoek van de +kamer. Flap, flap! Jaapje trachtte meneer Bonnycastle te bijten. Flap, +flap, flap, flap! en Jaapje viel op het vloerkleed en brulde van +de pijn. Meneer Bonnycastle liet hem toen een poos ongemoeid om hem +gelegenheid te geven weer op zijn verhaal te komen. + +Toen eindelijk het gegil van Jaapje in een zacht snikken overgegaan +was, zei meneer Bonnycastle tot hem: "Je zult nu wel begrepen hebben, +Jaapje, dat het geraden is te doen wat ik je vraag, want dat er anders +klappen vallen. Kom, sta eens gauw op. Versta je me niet?" + +Eer Jaapje het zelf wist, stond hij weer op zijn beenen. + +"Zoo, dat is eerst een brave jongen; je ziet nu wel, dat je geen +slaag krijgt, als je maar doet wat ik je vraag. Komaan, Jaapje, +je moest het boek eens gaan oprapen, dat je daar ginds neergesmeten +hebt. Gauw hoor, breng 't onmiddellijk hier!" + +Jaapje wierp een steelschen blik naar meneer Bonnycastle en naar den +stok. Al had hij ook nog zooveel lust om te weigeren, hij raapte het +boek op en lei het op tafel. + +"Goed zoo, mijn jongen; nu zullen we de letter B eens opzoeken. Hier +is ze: wel, Jaapje, hoe heet die letter nu?" + +Geen antwoord. + +"Zeg 't me terstond," zei meneer Bonnycastle en hief den stok hoog +op. Die aanmaning was Jaapje te machtig. Hij gluurde angstig naar +den stok; ze kwam in beweging en daalde al. Buiten adem schreeuwde +hij haastig: "B!" + +"Juist zoo, Jaapje, heel goed. De eerste les is nu afgeloopen, en je +gaat thans naar bed. Je hebt meer geleerd dan je zelf vermoedt. Morgen +beginnen we opnieuw. We zullen den stok nu maar wegzetten." + +Meneer Bonnycastle schelde en gaf last, dat men den jongenheer Jack +naar bed zou brengen, en wel in een afzonderlijk kamertje. Avondeten +mocht hij niet hebben, want een beetje honger zou morgen het leeren +des te gemakkelijker maken. Alleen met pijn en honger kan men wilde +dieren temmen, en dezelfde middelen moeten toegepast worden tot +het onderdrukken van die hartstochten in den mensch, waardoor hij +aan een redeloos dier gelijk wordt. Jaapje werd naar bed gebracht, +ofschoon het pas zes uur was. Hij leed niet enkel pijn, maar ook +zijn hoofd was geheel in de war; en geen wonder, al zijn leven had +men hem zijn eigen zin laten volgen en tot op gisteren had hij nooit +eenige kastijding ondergaan. Na al de liefkoozingen van zijn moeder +en van Saar, die hij nooit naar waarde had weten te schatten--na het +dagelijksch zich volstoppen en maar dooreten tot hij er van begon +te walgen, zag hij zich nu ineens zonder moeder, zonder Saar, zonder +avondmaaltijd, overdekt met builen, en, wat nog het ergst van alles +was, zonder dat hij zijn eigen zin kon volgen. + +Geen wonder dus dat Jaapje niet goed wist hoe hij 't had; ineens was +hij gedwee geworden en meneer Bonnycastle had volkomen gelijk, toen hij +tot hem zei, dat hij al meer geleerd had, dan hij zelf vermoedde. Wat +zou mevrouw Rustig wel gezegd hebben als ze alles geweten had--en +Saar? En meneer Rustig, met zijn rechten van den mensch? Terzelfder +tijd dat bij Jaapje het duiveltje der koppigheid uitgedreven werd, +zaten zij zich te troosten met het denkbeeld, dat er in elk geval +op de school van meneer Bonnycastle niet van de gard gebruik werd +gemaakt, en zij verloren geheel uit het oog, dat evengoed als men +een hond nog wel op een andere wijze van kant kan maken dan door +hem te verdrinken, er ook verschillende manieren bestaan om jongens +te kastijden. Gelukkig in hun onwetendheid, sliepen allen rustig in +zonder er in 't minst van te droomen, dat Jaapje al genoeg kennis had +opgedaan om een vrij voldoend begrip te hebben omtrent het geheim +van den stok. Wat Jaapje zelf betrof, hij schreide zich in slaap, +minstens zes uren vroeger dan zij. + + + + +Derde hoofdstuk. + + Jack neemt de proef van zijns vaders grondbeginselen en komt + ten slotte dicht bij de waarheid. + + +Den volgenden morgen was Jack niet alleen erg pijnlijk, maar ook vrij +hongerig, en toen meneer Bonnycastle hem mededeelde, dat hem in plaats +van een ontbijt een vernieuwde kennismaking met den stok te wachten +stond, toonde Jaapje zich verstandig genoeg om het heele alphabet op te +zeggen. Hiervoor werd hij zeer geprezen, en al maakten de loftuitingen +weinig indruk op hem, in elk geval was hij er toch oneindig veel liever +van gediend dan van een dracht slagen. Meneer Bonnycastle zag in, dat +hij met één uur van gestrengheid op zijn pas den jongen volkomen onder +den duim had gekregen. Hij liet hem nu over aan de hulponderwijzers +zijner school en daar ook deze gerechtigd waren tot het toedienen van +een gevoelige aansporing, werd Jaapje al spoedig een handelbaar ventje. + +Misschien denkt men dat zijn gemis thuis bijzonder sterk werd gevoeld, +maar dat was niet het geval. Vooreerst had dokter Middleton er +mevrouw Rustig nadrukkelijk op gewezen, dat op school de gard niet +werd gebruikt, terwijl er alle kans bestond dat de bestraffing, +die de jongen van zijn vader had ondergaan, nog wel eens zou +herhaald worden--en in de tweede plaats, al meende mevrouw eerst, +dat zij de scheiding van haar lieveling nooit zou kunnen overleven, +spoedig begreep ze toch, dat zij zonder hem vrij wat gelukkiger +was. Een bedorven kind is altijd een bron van kommer en verdriet, +en na Jaapje's vertrek genoot mama eerst de rust en de kalmte, +waarop zij zoo bijzonder gesteld was. Langzamerhand ontwende zij +van hem, en tevreden met nu en dan een bezoek aan de kostschool en +met de rapporten van dokter Middleton, was zij er ten slotte geheel +mee verzoend, dat de jongen school lag en enkel in de vacantie thuis +kwam. Jack maakte groote vorderingen; hij had heel veel aanleg en als +zijn vader den dokter ontmoette, wreef hij in de handen en zei: "Ja, +laat ze hem nog maar een jaartje of twee houden, dan zal ik er zelf +wel de laatste hand aan leggen." Elke vacantie had hij gepoogd Jaapje +de gelijke rechten van den mensch in te prenten. De jongen scheen erg +weinig te letten op vaders betoogen, maar gaf toch duidelijk blijk, +dat al die wijsheid niet geheel aan hem verspild was, want zonder +vragen eigende hij zich alles toe waar hij lust in had. Onder deze +manier van opvoeden bereikte onze held zijn veertiende jaar en was toen +een flinke, ferme jongen en lang niet op zijn mondje gevallen--ja als +'t er op aan kwam, kon hij zelfs zijn vader van z'n stoel praten. + +In niets had meneer Rustig zooveel plezier als in Jack's +welbespraaktheid. "Goed zoo, mijn jongen, altijd maar redeneeren +en de zaken duidelijk uiteenzetten," zei hij gewoonlijk, als Jack +met zijn moeder aan het redetwisten was. En in zijn handen wrijvend +keerde hij zich dan tot den dokter met de opmerking: "Let eens op, +Jack zal nog een groot man worden, een zeer groot man." Meestal riep +hij dan Jack bij zich en gaf hem een goudstuk voor zijn knapheid, +zoodat zoonlief weldra zelden een gelegenheid liet ontglippen om +aan 't redeneeren te slaan. Tegenover meneer Bonnycastle hield hij +zijn praatjes stilletjes voor zich, want hij wist maar al te goed, +dat diens bewijsgronden hem te sterk waren. Wel echter redetwistte +hij met al de jongens, wat gewoonlijk op een kloppartij uitdraaide; +soms zelfs nam hij het op tegen de hulponderwijzers. + +Toen nu de groote zomervacantie aanbrak, had Jack zijn hoofd vol +van allerlei betoogen en liet er zich niet weinig op voorstaan. Hij +wist alles zoo haarfijn te beredeneeren en spon alles zoo breed uit, +dat men ten slotte geheel van de wijs raakte en er eigenlijk niets +meer van begreep. + +Eens was Jack in de rivier gaan visschen, maar een heele morgen was +voorbijgegaan en nog had hij niets gevangen. Daar viel zijn oog op den +grooten vijver, die hem voorkwam nog al goed voorzien te zijn. Hij klom +zonder complimenten over de heining van het buiten en lag zijn hengel +in den vijver. Toen hij al verscheiden mooie visschen opgehaald had, +werd hij aangeklampt door den eigenaar, die een paar parkopzichters +bij zich had. + +"Mag ik uw naam ook weten, jongeheer?" vroeg de eigenaar aan Jack. + +Nu moet gezegd worden, dat Jack altijd even hoffelijk en beleefd +was. Hij antwoordde dan ook: + +"Met genoegen, meneer; ik heet Rustig, om u te dienen." + +"Gij schijnt 't nog al luchtigjes op te nemen," hernam het heerschap; +"maar gij zult toch zeker wel begrijpen, dat ge u aan een overtreding +schuldig maakt?" + +"Over dat woord overtreding", antwoordde Jack, "valt heel wat te +redeneeren, meneer. Vooreerst wordt 't gewoonlijk als een overtreding +beschouwd, als iemand zonder verlof op een anders land of erf +komt. Maar nu vraag ik u toch, meneer, is niet de aarde voor allen +geschapen? Heeft een enkel bewoner er van, desnoods in vereeniging +met anderen, wel het recht een gedeelte als zijn uitsluitend eigendom +aan te merken? Me dunkt, ik stel de vraag nog al duidelijk. Laten we +er nu eens over gaan redeneeren." + +De heer, door wien Jack aangesproken was, had wel eens over meneer +Rustig en diens liefhebberij in het betoogen hooren praten; hij was +een luimig man, die veel meer hield van lachen dan van zich boos te +maken, en bovendien vond hij het noodig Jack te doen inzien, dat zijn +begrippen onder de gegeven omstandigheden niet houdbaar waren. + +"Maar, meneer Rustig, aangenomen al dat het betreden van mijn grond +verschoonbaar is, dan zult ge toch niet willen beweren, dat gij +recht hebt mijn visschen te vangen; ik heb ze gekocht, ze in den +vijver gepoot en vervolgens steeds voedsel gegeven. Gij kunt toch +niet ontkennen, dat die beesten mijn bijzonder eigendom zijn en dat +het wegnemen er van diefstal is?" + +"Daar valt nog heel wat op aan te merken, mijn waarde heer," hernam +Jack; "maar--met uw verlof, ik heb juist beet." Jack sloeg "en fermen +karper op, tot groote ergernis van de opzichters en tot vermaak van hun +meester. Hij deed den visch van den angel, wierp hem in zijn mandje, +vernieuwde doodbedaard het aas, en hervatte, terwijl hij weer inlei, +het gesprek. + +"Zooals ik u deed opmerken, mijn waarde heer, is dat voor heel wat +weerlegging vatbaar. Alle schepselen der aarde werden den mensch +gegeven tot zijn gebruik--met mensch wordt bedoeld de menschheid.--Ook +het water is een gave des hemels en tot aller gebruik bestemd. Nu +komen we tot de vraag, in hoe ver de visschen uw eigendom zijn. Als +de visschen alleen voortteelden om u plezier te doen en u hun kroost +ten geschenke te geven, dan zou 't een heel ander geval zijn; maar +nu dat zoo niet is, betwijfel ik zeer of gij kunt bewijzen, dat die +visschen u meer toebehooren dan mij. Bovendien--maar daar heb ik weer +beet--met uw verlof, meneer--ai, hij gaat er van door.-- + +"Dus zijt gij van meening, dat de wereld en al wat zij bevat voor +allen geschapen is?" + +"Juist, meneer; zoo denkt mijn vader er over, en die is een groot +wijsgeer." + +"Maar waaruit verklaart uw vader dan, dat sommigen eigendommen bezitten +en anderen weer niet?" + +"Daaruit, dat de sterkeren de zwakkeren hebben beroofd." + +"Maar zou dat riet altijd het geval zijn, ook al konden we allen +gelijke aanspraken doen gelden, zooals gij vooronderstelt? Laten we +bijvoorbeeld eens aannemen dat twee menschen jacht maken op hetzelfde +dier en het beiden te gelijker tijd machtig worden, zal dan niet de +sterkste er mee naar huis gaan?" + +"Dat stem ik toe, meneer?" + +"Nu, waar blijft ge dan met uw gelijkheid?" + +"Daaruit volgt nog niet, dat het de bedoeling niet is geweest de +menschen gelijk te doen wezen; het bewijst enkel dat ze het niet +zijn. Ook vervalt daarmede niet de bewering dat alles tot aller nut +is geschapen, maar het toont alleen dat de sterke tegenover den zwakke +zijn meerdere kracht doet gelden, wat zeer natuurlijk is." + +"Ei zoo, gij vindt dat dus zeer natuurlijk. Nu, meneer Rustig, ik +bemerk tot mijn genoegen dat we het volkomen eens zijn, en we zullen +dat wel blijven, vertrouw ik. Vergeet niet op te merken, dat ik en mijn +twee opzichters er drie zijn, wij vormen dus de sterke partij in dit +geval, en al nemen we nu uw stelling aan, dat de visschen evengoed u +als mij toebehooren, toch maak ik nu gebruik van mijn meerdere kracht +om opnieuw in het bezit er van te komen, wat, zooals gijzelf zegt, +zeer natuurlijk is.--Jakob, pak die visschen op." + +"Met uw verlof." viel Jack hem in de rede, "laten we dat eerst eens +beredeneeren."-- + +"Volstrekt niet; ik zal handelen volgens uw eigen stelregels--de +visschen heb ik, maar ik verlang nog meer--die hengelroe is evengoed +van mij als van u, en daar ik de sterkste ben eigen ik ze mij +toe. Jakob, Willem, neem die hengelroe,--ze behoort ons." + +"U zult me toch eerst wel de opmerking veroorloven," hernam Jack, +"dat, al heb ik mijn meening te kennen gegeven, dat de aarde en +de daarop levende dieren voor ons allen geschapen zijn, ik toch +volstrekt niet beweerd heb, dat niet wat iemand zelf vervaardigt, +zijn deugdelijk eigendom is." + +"Met uw verlof; de boom, waarvan gij die hengelroe gesneden hebt, +was voor ons allen bestemd, en als gij goed gevonden hebt er een +hengelroe van te maken, kan ik dat evenmin helpen als dat ik de +visschen gevoed heb in de ondersteling dat ze mij toebehoorden. Daar +alles gemeengoed is en het niet meer dan natuurlijk is dat de sterke +van zijn kracht gebruik maakt tegenover den zwakke, moet ik me die +hengelroe toeëigenen, tot ze me weer door een sterkere afhandig wordt +gemaakt. Bovendien zal ik als de sterkere partij en als bezitter van +dit land, dat volgens u niet meer aan mij dan aan u behoort, mijn +opzichters last geven u van mijn grondgebied te verwijderen. Jakob, +neem die hengelroe en zet meneer Rustig eventjes over de heining. Dag, +meneer Rustig, goedenmorgen?" + +"Meneer, ik vraag u wel verschooning, maar gij hebt al mijn +bewijsgronden nog niet aangehoord," begon Jack weer, die het volstrekt +niet eens was met de gemaakte gevolgtrekkingen. + +"Ik heb geen tijd om nog langer naar u te luisteren, meneer Rustig; +goedenmorgen." En de eigenaar vertrok en liet Jack in gezelschap van +de twee opzichters achter. + +"Ik zal je moeten lastig vallen om die hengelroe, heerschap, zei +Willem. Jakob was intusschen druk bezig met de visschen een eind bies +onder de kiewen door te halen. + +"In elk geval zult gij toch naar rede hooren," zei Jack. "Ik kan +u bewijzen...." + +"Nog nooit heb ik een goed bewijs gehoord, dat het stroopen geoorloofd +is," viel de opzichter hem in de rede. + +"Je bent een onbeschaamde vlerk," antwoordde Jack. "Door zulk slag van +volk als jullie te betalen, zijn sommige menschen in staat allerlei +ongerechtigheid te bedrijven." + +"Door ons te betalen weert men de stroopers--en al is er verschooning +te vinden voor een armen drommel zonder werk, voor jou, die nog wel +een heer wilt wezen, stellig niet." + +"Als we op zijn eigen praatjes afgaan, is hij geen steek meer dan wij." + +"Zwijg, kerel, ik zal me niet vernederen tegen jou te redeneeren; +als ik dat wou, kon ik je gemakkelijk bewijzen, dat jullie een paar +laaghartige slaven bent, die evenveel recht hebt op dit landgoed als +je meester of ik." + +"Als jij, dat wil ik waarachtig wel gelooven." + +"Ja, als ik, vlegel; deze vijver en de visschen er in behooren +evengoed aan mij als aan je meester, die ze zich wederrechtelijk +beeft toegeëigend." + +"Wel, Jacob, wat zou je er van denken, als we dien jongenheer eens +in het bezit stelden van zijn eigendom?" zei Willem met een knipoogje +tot zijn kameraad. + +Willem begreep den wenk en eensklaps werd Jack bij armen en beenen +opgegrepen en in den vijver gesmeten. Na een flinke onderdompeling +kwam hij weer boven en wist al snuivend en proestend weer naar den +kant te scharrelen. + +Intusschen verwijderden zich de opzichters onder luid gelach over +de poets, die zij onzen held gespeeld hadden. Hengelroe, visch en +blikken pierenbak namen ze mee. + +"Er moet toch zeker," dacht Jack, "aan die wijsbegeerte van vader iets +niet in den haak zijn, of anders is de wereld al erg verdorven. Ik +zal er eens met hem over spreken." + +Het antwoord, dat Jack op zijn vraag kreeg, luidde aldus: + +"Ik heb je vroeger al eens gezegd, dat de groote waarheden nog niet +genoeg ingang hebben gevonden; maar daaruit volgt volstrekt niet +dat ze minder deugdelijk zijn. We leven in de ijzeren eeuw, waarin +macht voor recht wordt gehouden, maar er zal een tijd komen dat mijne +stellingen worden erkend, en dan zal je vaders naam beroemder worden +dan die van eenig wijsgeer der oudheid. Denk er om, Jack, al heb je +bij de bestrijding van het verkeerde en het verdedigen der rechten +van den mensch nog zooveel te lijden, toch moet je volharden in je +plicht, en nooit het pleit gewonnen geven." + +"Dat nooit," antwoordde Jack; "maar als ik weer eens aan 't betoogen +ga, zal ik zien de macht op mijn zijde te krijgen en liefst een plek +uitzoeken, wat minder dicht bij een vijver." + +"Mij dunkt toch," zei mevrouw Rustig, die stil toegeluisterd had, +"dat Jack maar liever in de rivier moest gaan visschen; al vangt hij +er weinig, in elk geval zal hij dan niet in het water geworpen worden +en op die manier zijn kleeren bederven." + +Maar mevrouw Rustig was geen wijsgeer. + +Eenige dagen later kreeg Jack op een mooien morgen aan den anderen +kant van een heining, een appelboom met verlokkende vruchten in het +oog. Onmiddelijk kroop hij door de heining, klom in den boom, zocht +de lekkerste appels uit en ging zitten eten. + +"Heila mannetje, wat doe je daar?" riep een barsche stem. + +Jack keek naar omlaag en zag beneden een stevigen boer staan. + +"Wat ik hier doe, kunt ge, dunkt me, wel zien," antwoordde Jack; +"ik ben aan 't appels eten--zal ik er u ook een paar toegooien?" + +"Dank je vriendelijk, hoe minder er afgeplukt worden hoe beter, +maar denk je soms, dat ze jou toebehooren, dat je er zoo vrijgevig +mee bent?" + +"Ze behooren mij evengoed als u, waarde vriend." + +"Dat zul je toch wel mis hebben, ventje; die appels zijn van mij, en ik +raad je om maar drommels gauw uit den boom te komen. Als je beneden, +bent kunnen we er verder over praten, en je zult dan ruimschoots je +deel hebben, voegde hij er bij met een veelbelovende beweging van +zijn dikken stok." + +Dit deed Jack niet veel goeds verwachten. + +"Mijn beste man," zei hij, "'t is bepaald een vooroordeel van u, +te meenen dat appels niet, evengoed als ander fruit, ten nutte van +ons allen gegeven zijn--ze zijn algemeen eigendom, geloof me toch." + +Dat mag jij misschien meenen, kereltje, maar ik denk er heel anders +over. Ik heb er al lang op geloerd, wie toch mijn appels stal, en nu ik +een van de dieven gesnapt heb, zal hij er niet zonder een behoorlijke +kastijding afkomen. Er uit dus, jou kleine rakker, en gauw wat ook, +of anders zal 't slecht met je afloopen." + +"Dank u wel," zei Jack, "ik zit hier heel best. Maar, als u 't goed +vindt, wil ik gaarne het geval met u nader beredeneeren." + +"Daar heb ik geen tijd voor; ik heb nog heel wat te doen, maar je +hoeft niet te denken, dat ik je zal laten ontsnappen. Heb je geen lust +om naar beneden te komen, welnu, dan blijf je maar stilletjes boven, +maar ik verzeker je, dat ik je na afloop van mijn werk hier nog goed +en wel vinden zal." + +"Wat aan te vangen met iemand die naar geen redeneering wil +luisteren?" dacht Jack. "Wat een verdorven wereld toch! Maar dat weet +ik wel, als hij terugkomt, zal hij me hier niet vinden." + +Daarin vergiste Jack zich echter. De boer deed een paar stappen naar de +heining, riep een jongen wat toe en deze ijlde naar de hofstede. Eenige +oogenblikken later zag men een groote bulhond door den boomgaard heen +op zijn meester losstuiven. "Pas op, Caesar," zei de boer tot de hond, +"pas op!" De hond vleide zich neer op het gras, gluurde met opgeheven +kop onafgewend naar Jack en liet daarbij een paar rijen tanden zien, +die onzen held voor het oogenblik al zijn wijsgeerige denkbeelden +deden vergeten. + +"Al kan ik niet wachten, Caesar wel, en ik verzeker je in gemoede dat +er geen stuk van je heel blijft, als hij je bij de kladden krijgt. Als +ik met mijn werk klaar ben, kom ik terug." Dit zeggende verwijderde +zich den boer en liet het aan Jack en aan den hond over om de kwestie +uit te maken, als ze er lust in hadden. + +Na een poos liet de hond zijn kop zakken en sloot de oogen, alsof hij +sliep, maar niet zoodra bewoog Jack zich even, of een er van werd een +weinig geopend. Jack vond het dus maar geraden om te blijven waar +hij was. Hij plukte nog een paar appels, want 't was tijd voor het +middagmaal, en begon al etende te overpeinzen. + +Nog niet lang was hij daarmee bezig, toen hij gestoord werd door een +stier, die al brullende den boomgaard doorrende en op het gezicht +van Caesar den kop naar omlaag boog. Caesar vloog overeind en +vatte den stier in het oog, die met zijn staart in de lucht op hem +losstoof. Vlakbij gekomen deed de stier een aanval op den hond; maar +deze ontweek den stoot en vloog op zijn beurt op zijn tegenstander +aan. Deze schermutseling duurde voort, tot de vechtende partijen een +heel eind van den appelboom verwijderd waren geraakt. Jack dacht nu +zijn kans waar te nemen om te ontsnappen, maar ongelukkig werd het +gevecht juist gevoerd aan dien kant van den boomgaard waar de heining +was, die Jack weer over moest. Dat hindert niet, dacht onze held, dan +neem ik den anderen kant maar, al moet ik dicht langs den boerenwoning, +er valt nu eenmaal niet te kiezen. Terwijl Jack zich uit den boom liet +zakken, hoorde hij opeens een vervaarlijk gebrul; de hond was door den +stier op de horens genomen en in de lucht geslingerd, en Jack zag hem +aan den overkant der heining neersmakken; het gebrul was de zegekreet +van den overwinnaar. Toen Jack nu bemerkte dat hij van zijn bewaker +verlost was liet hij zich in een wip verder naar omlaag glijden en +zette het op een loopen. Ongelukkig kreeg de stier hem in het oog en +stoof in den zwijmel der overwinning met een vernieuwd gebrul onzen +vriend achterna. Jack bespeurde het gevaar dat hem dreigde, en de +angst gaf hem vleugelen; hij vloog niet alleen door den boomgaard, +maar ook over de heining, die bijna vijf voet hoog was en wel juist +toen de stier er met zijn kop tegenaan rende. Kijk waar je loopt, +leert een oud spreekwoord. Als Jack daarna gehandeld had, zou hij +'t er beter afgebracht hebben; maar nu er in dit geval nog al eenige +verschooning voor hem kan ingebracht worden, zullen we enkel maar +zeggen, dat hij zich aan den anderen kant van de heining in een kleinen +bijenstal beland zag. Twee korven had hij in zijn vaart omgeworpen +en eer hij goed en wel weer op de been was, waren de verontwaardigde +bijen al druk bezig hem van alle kanten te steken. Het eenige wat Jack +doen kon was weer aan den haal gaan, maar de bijen vlogen sneller dan +hij loopen kon en de arme jongen was dol van de pijn, toen hij half +verblind struikelde over het steenen ringmuurtje van een put. Zijn val +in den put kon Jack niet stuiten, maar hij greep de ijzeren ketting, +die hem in het gezicht sloeg. Het windas liep af--en daar ging 't +met de grootste snelheid naar beneden. Na een daling van een voet of +veertig zat hij geheel onder water en had nu geen last meer van de +bijen. Jack werkte zich aan den ketting, die geheel afgeloopen was +weer wat omhoog en voelde nu iets tegen zijn beenen slingeren. Het +was de emmer, die ongeveer twee voet onder water zat; Jack zette er +zijn beenen in en voelde zich nu vrij behaaglijk; want na de steken +der bijen en de verhitting van zijn wedloop met den stier, bracht +het water hem een heerlijke verfrissching aan. + +"In elk geval," dacht Jack, "als de stier er niet geweest was, zou de +hond op me zijn blijven passen en had ik later een pak ransel gekregen +van den boer; maar aan den anderen kant zou ik, als de stier er niet +geweest was, niet onder de bijen terecht zijn gekomen, en als de bijen +er niet geweest waren, zou ik niet in den put getuimeld zijn; en als +die ketting er niet geweest was, zou ik verdronken zijn. Wat een reeks +van gebeurtenissen, enkel omdat ik lust had een appeltje te eten!" + +"Hoe het zij, van den boer, den hond, den stier en de bijen ben ik af; +maar hoe kom ik nu hier uit dezen put? Het schijnt wel, of de geheele +schepping tegen de rechten van de mensch heeft samengespannen. Zooals +mijn vader zegt, leven we in een ijzeren eeuw en hier hang ik nu te +bengelen aan een ijzeren ketting." + + + + +Vierde hoofdstuk. + + Jack begint vrij verstandig te overleggen, maar komt toch + tot een erg onverstandig besluit. + + +Nadat Jack ongeveer een kwartier in zijn zonderlinge positie had +doorgebracht, begonnen zijn tanden te klapperen en zijn lippen +te trillen; hij voelde een dofheid in al zijn ledematen en achtte +het hoog tijd om hulp te roepen. In het eerst durfde bij wel niet +goed, uit vrees dat hij dan weer zou blootgesteld raken aan de +verontwaardiging van den boer en diens gezin, maar hij kon hier toch +niet blijven. Juist sperde Jack zijn mond open om een schreeuw te +geven, toen er beweging in den ketting kwam en hij langzaam omhoog +ging. Eerst hoorde hij klachten over de zwaarte van den emmer, wat hem +volstrekt niet verwonderde; daarna hoorde hij gegrinnik en gelach van +twee personen en weldra ging het vrij vlug naar boven. Ten slotte kwam +zijn hoofd boven het lage muurtje uit en juist wilde hij zijn eene +arm uitsteken om zich vast te grijpen, toen de twee aan het windas +hem in de gaten kregen. Het waren een stevige boerenknecht en een meid. + +"Dank u," zei Jack. + +Maar men moet nooit te vlug zijn met bedanken. De meid gaf een gil en +liet den draaier los, de knecht schrikte en kon het windas ook niet +meer houden; de draaier ontglipte aan zijn handen, sloeg hem tegen +de kin, zoodat hij languit op den grond rolde en eer het "dank u" +goed en wel over Jack's lippen was gekomen, ging hij weer als een +pijl uit den boog naar omlaag. Gelukkig had hij den ketting nog niet +losgelaten, anders zou hij tegen den kant geslagen zijn en er stellig +het hachje bij ingeschoten hebben; hij kwam er nu af met een tweede +onderdompeling en bevond zich weldra weer in zijn vorigen toestand. + +"Dat is me ook wat moois," dacht Jack, terwijl hij zijn pet wat +vaster op het hoofd drukte, "maar ze kunnen zich nu ten minste niet +meer houden, alsof ze niet wisten dat ik hier was." + +Intusschen stoof de meid de keuken binnen, liet zich op een stoel +vallen, maar gleed er onmiddellijk weer af en kwam terecht op eenige +opgemaakte brooden, die nog gebakken moesten worden en op den grond +bij het vuur gezet waren om wat te rijzen. + +"Hemeltje lief! wat is er met Suze aan de hand?" riep de pachtersvrouw +uit. "Heidaar,--Marie--Jan--waar zit je? Och, och, al mijn brooden +zoo plat als een koek!" + +Jan kwam spoedig daarop, met zijn hand aan zijn onderkaak. Hij zag +er ontdaan en verschrikt uit, wat geen wonder was; want vooreerst +dacht hij dat zijn onderkaak gebroken was en bovendien geloofde hij +stellig en vast, dat hij den duivel gezien had. + +"Goeie genadigheid! wat is er toch gaande!" riep de pachtersvrouw +alweer. "Marie, Marie?" schreeuwde ze en begon nu zelf ook angstig +te worden, want hoe ze ook alle krachten inspande, ze kon maar geen +beweging krijgen in Suze, die als een klomp lood op haar bed van deeg +lag. Marie gaf gehoor aan het luid geroep harer meesteres en met haar +hulp gelukte het Suze van den grond te tillen; maar de brooden weer +in hun fatsoen te brengen, daar was geen denken aan. + +"Waarom help jij dan ook eens niet een handje, Jan? snauwde Marie +hem toe. + +"Au-au-au!" was al wat ze ten antwoord kreeg van Jan, die van dat +helpen van Suze al plezier genoeg had gehad, en maar steeds zijn hand +aan de wang hield. + +"Wat is er toch te doen, vrouw?" riep de pachter onder het +binnentreden. "Wel verdraaid, wat scheelt Suze toch? En wat scheelt +jou?" vervolgde hij, zich nu tot Jan wendend. "Duivels, het schijnt +wel dat de heele boel in de war loopt vandaag. Om te beginnen worden +mijn appels gestolen--dan vind ik in den tuin al mijn bijenkorven +omvergesmeten--de stier heeft Caesar leelijk toegetakeld, is vervolgens +door de heining gebroken en daarna in den zaagkuil gevallen--en nu +ik hier hulp kom halen om er hem weer uit te krijgen, vind ik de +meid meer dood dan levend en Jan met een gezicht alsof de booze hem +verschenen was." + +"Au-au-au!" antwoordde Jan met een veelbeteekend hoofdknikken. + +"Je zoudt waarachtig gaan denken, dat de duivel vandaag losgebroken +was. Wat is er toch, Jan? Heb jij hem soms gezien, of Suze?" + +"Au-au!" + +"Loop heen met je au! Met jou valt niets te beginnen. Is dat schepsel +weer bij haar positieven gekomen!" + +"Ja, ja, ze is weer beter.--Suze, wat is er gebeurd?" + +"O, o, juffrouw! de put, de put."-- + +"De put! Daar is 't zeker niet in den haak; ik zal eens gauw gaan +kijken." + +De boer haastte zich naar den put. Hij zag dat de emmer naar omlaag en +de ketting geheel afgeloopen was; hij boog zich wat over den rand en +keek in den put. Jack, die vrij ongeduldig geworden was en al telkens +opgekeken had of er nog geen hulp kwam opdagen, zag nauwelijks het +vollemaansgezicht van den boer of hij riep: + +"Hier ben ik, haal me spoedig op, of ik zal 't besterven." Die +bewering was niet zoo ver buiten de waarheid, want de jongen was +doodaf, ofschoon hij nog altijd moed had gehouden. + +"Verduiveld, daar is er eentje in den put gevallen!" riep de boer uit; +"er komt vandaag geen eind aan de ongelukken. Ja, een christenmensch +gaat toch altijd boven een stier; dus eerst hem uit den put gehaald +en dan mijn beest uit den kuil geholpen." + +Fluks riep hij eenige arbeiders en nu zou het reddingswerk beginnen. + +"Opgepast daar beneden, hou je stevig vast." + +"Ga je gang maar!" riep Jack. + +Het windas werd in beweging gebracht en weldra kwam Jack opnieuw over +den rand kijken. Een paar handen werden hem toegestoken en spoedig was +hij uit zijn benarden toestand gered. Ze moesten hem echter languit +op den grond leggen, want zijn krachten hadden hem begeven. + +"Wel verdraaid! 't is dezelfde jongen, die bezig was mijn appels te +stelen," riep de boer uit--"maar toch, het kapen van een paar appels +mag hem den dood niet kosten; alloo, jongens, opgepakt en hem naar +binnen gedragen--hij is heel verkleumd van de kou--en geen wonder." + +De pachter liep vooruit en zijn arbeiders droegen Jack in huis, waar +hij een glas brandewijn te drinken kreeg. Dit wekte de levensgeesten +weer op en spoedig was de jongen weer aardig opgeknapt. + +Nadat Jack verteld had hoe alles zich had toegedragen, vroeg de boer +hem, hoe hij heette. + +"Mijn naam is Rustig," antwoordde Jack. + +"Hoe! ben je de zoon van meneer Rustig van Boschlust?" + +"Ja." + +"Alle drommels! dat is mijn pachtheer, en wat een goede, hoor!--Waarom +heb je dat niet gezegd, toen je in den appelboom zat? Voor mijn part +hadt je dan den heelen boomgaard kunnen plunderen." + +"Beste vriend," hernam Jack, die na een tweede glas brandewijn weer +erg spraakzaam was geworden, "laat het u een les zijn, om voortaan +altijd te luisteren, als iemand u iets uiteen wil zetten. Als gij +maar geduld hadt gehad, zou ik u onweerlegbaar bewezen hebben, dat +gij niet meer recht op die appels hebt dan ik; maar gij verkoost +niet te luisteren naar mijn betoog, en zonder redeneering kunnen +we nooit achter de waarheid komen. Gij hebt er uw hond bijgehaald +en nu ligt hij met een opengescheurd lijf--uw stier heeft zijn poot +gebroken in den zaagkuil--uw bijenkorven liggen overhoop, zoodat al +de honig verloren is--uw knecht heeft zijn onderkaak gebroken--uw +meid heeft al uw brood bedorven--en waarom? Enkel en alleen omdat +gij mijn redeneering niet hebt willen aanhooren." + +"Ja, zie je, jongenheer, 't mag waar zijn, dat al die ongelukken +gebeurd zijn omdat ik u niet hebt laten uitpraten, maar als ik nu toch +den boomgaard van uw vader gepacht heb, dan begrijp ik me niet, hoe +gij me zoudt kunnen bewijzen dat de appels mij niet toebehooren. Maar +al bekijken we het geval op uw manier, dan zie ik nog niet in, dat +gij er zooveel beter af zijt gekomen: gij klimt in een boom om een +paar appels, terwijl gij meer dan genoeg geld in uw zak heb om ze te +koopen als ge er lust in hebt--een hond belet u weer naar beneden te +komen--een stier gaat u bijna met zijn horens te lijf--de bijen steken +u erbarmelijk en gij tuimelt in een put; ja, 't is een duizend lukje, +dat gij er het hachje niet bij ingeschoten hebt--en dat enkel om een +paar appels, die nog geen dubbeltje waard zijn." + +"Dat is alles zeer waar, mijn goede man," hervatte Jack, "maar gij +vergeet, dat ik, als wijsgeer, bezig was met de rechten van den mensch +te verdedigen." + +"Zoo? Ik heb nog nooit geweten, dat een jongen, die appels stal, een +wijsgeer genoemd werd; wij noemen zoo eentje een kleine gauwdief. En +wat die rechten van den mensch betreft, ik zie niet in hoe men die +kan verdedigen door verkeerde dingen te doen." + +"Gij begrijpt niet hoe de zaak in elkaar zit, pachter." + +"Neen, dat doe ik ook niet--en ik ben te oud geworden om het nog te +leeren, jongeheer. Al wat ik er van zeggen kan is dit, dat gij altijd +welkom zijt in den boomgaard als ge lust hebt in een paar appels, en +als gij, in de vooronderstelling dat gestolen vruchten het lekkerst +smaken, ze liever wilt stelen, welnu, dan zal ik last geven, dat men +u stil uw gang moet laten gaan. Maar, jongenheer, mijn sjees staat +voor de deur en mijn knecht zal u naar huis rijden. Doe alsjeblieft +mijn groeten aan uw vader en zeg hem, dat 't me erg spijt, dat gij +in onzen put zijt gevallen." + +Daar Jack op het oogenblik veel meer lust had om in zijn bed te kruipen +dan om aan 't betoogen te gaan, wenschte hij den pachter goedenavond, +en liet zich naar huis rijden. + +De pijn, die de steken der bijen hem veroorzaakten, was intusschen +zoo hevig geworden, dat hij heel blij was dokter Middleton bij zijn +vader en moeder aan de theetafel te vinden. Jack vertelde enkel, +dat hij het ongeluk had gehad onder een zwerm bijen verzeild te +raken en hevig gestoken was. Hij gaf aan het heele geval een anderen +draai. Toen de dokter hem de pols voelde, bemerkte hij, dat de jongen +een hevige koorts had, wat na al hetgeen er dien dag met hem gebeurd +was, niet te verwonderen viel. Een week lang moest hij het bed houden, +gedurende welken tijd hij allerlei dingen door zijn hoofd haalde en +een plan maakte. + +Maar we moeten een omstandigheid vermelden, die misschien wel de +oorzaak was van Jack's besluit. Toen hij op dien bewusten avond thuis +kwam, trof hij er behalve dokter Middleton ook een zekeren kapitein +Wilson aan, een verren neef die slechts zelden Boschlust bezocht, +omdat hij nog al veraf woonde. Bovendien had de man vrij wat moeite +om in het onderhoud van zijn groot gezin te voorzien, zoodat er van +snoepreisjes niet veel sprake kon zijn. Het bezoek van kapitein Wilson +gold thans een poging om van meneer Rustig geldelijken bijstand te +krijgen. Hij was pas aangesteld als gezagvoerder over een oorlogschip, +en daar zijn uitrusting nog al veel kostte, kon hij zijn vrouw geen +voldoende som tot onderhoud van het gezin achterlaten. Daarom verzocht +hij nu meneer Rustig hem eenige honderden guldens te leenen, die hij +zoodra mogelijk zou terugbetalen. Meneer Rustig was er de man niet naar +om zoo iets te weigeren en daar hij altijd een aanzienlijk bedrag bij +zijn kassier had uitstaan, trok hij op dezen een wissel van duizend +gulden en gaf dien aan kapitein Wilson, met de bijvoeging dat hij het +bedrag maar terugbetalen moest, als het hem gelegen kwam. Juist was +deze zaak bedisseld en kapitein Wilson weer met meneer Rustig in de +huiskamer gekomen, toen Jack van zijn uitstapje terugkeerde. + +Jack groette kapitein Wilson, dien hij sinds lang kende; maar, zooals +wij reeds opmerkten, leed hij zooveel pijn, dat hij al spoedig zich +met dokter Middleton verwijderde en naar bed ging. + +Een week geeft heel wat gelegenheid tot overdenken, zelfs aan een +jongen van veertien, al is die leeftijd niet bijzonder geneigd tot +overpeinzingen. Maar Jack lag te bed; van de steken der bijen waren +zijn oogleden zoo gezwollen, dat hij volstrekt niet lezen kon of zich +op eenige wijze bezig houden waarbij zijn gezicht te pas kwam. Te +luisteren naar het gebabbel van Saar, die hem oppaste, beviel hem +ook niet erg; zoodat hij zich maar met zijn eigen gedachten den tijd +zocht te verdrijven. + +Nadat hij acht dagen te bed had gelegen, verscheen hij eindelijk weer +in de huiskamer, en deed nu aan zijn vader een uitvoerig verhaal van +de omstandigheden, die hem genoodzaakt hadden het bed te houden. + +"Zie je wel, Jack", antwoordde zijn vader, "'t is precies zooals ik +je gezegd heb: de wereld is in merg en been verdorven door wat ze +maatschappelijke instellingen gelieven te noemen, en ieder die zich +tegen die ordeningen verzet, bemerkt telkens dat hij aan het kortste +eindje trekt. Maar geen moed verloren, de waarheid moeten we blijven +voorstaan, als zou 't onze ondergang zijn." + +Alles goed en wel, papa, maar bij het betrachten van die wijsbegeerte +ben ik nu, in den korten tijd van twee dagen, beroofd van de visschen, +die ik gevangen had, en van hengelroe en tuig bovendien--ze hebben me +in een vischvijver gegooid--een bulhond heeft me een doodsangst op het +lijf gejaagd--'t scheelde niet veel of een stier had me gedood--bijen +hebben me allerjammerlijkst toegetakeld, en tweemaal ben ik in een +put gevallen. Als dat nu in twee dagen gebeurt, wat staat me dan +niet in een heel jaar te wachten? Het lijkt me onverstandig hier +nog verdere pogingen te doen, want het schijnt dat de menschen +te land voor geen rede vatbaar zijn. Maar al is de grond ook zoo +schandelijk onder weinigen verdeeld, het water is ten minste algemeen +eigendom. Niemand maakt aanspraak op een deel er van, ieder kan het +naar hartelust doorkruisen, zonder dat een ander dit als overtreding +beschouwt. Alleen op zee denk ik de gelijkheid en de rechten van den +mensch erkend te zien, en daarom ben ik besloten niet naar school +terug te keeren, waar ik erg een hekel aan heb, maar op zee te gaan +en daar zooveel mogelijk onze denkbeelden te verbreiden." + +"Daar heb ik geen ooren naar, Jack. In de eerste plaats moet je weer +naar school, en in de tweede plaats mag je niet naar zee." + +"En toch verklaar ik bij de rechten van den mensch, dat ik niet weer +naar school wil, maar naar zee. Wie en wat zou me verhinderen? Heb +ik niet evenveel recht op mijn deel van de zee als ieder ander +sterveling? Ik dring aan op de volkomen gelijkheid," voegde hij er +bij en stampte op den grond. + +Wat kon meneer Rustig hierop antwoorden? Hij moest òf als wijsgeer +zijn stellingen opgeven, òf als vader zijn zoon laten varen. Als +alle wijsgeeren, koos hij wat hem het minst gewichtig toescheen, +hij bracht zijn zoon ten offer; maar, we moeten tot zijn eer zeggen, +hij deed 't met een zucht. + +"Nu, Jack, als je er op staat, zul je naar zee." + +"Natuurlijk," antwoordde Jack met den glans der overwinning op het +gelaat: de vraag is maar, met wien? Ik meen gehoord te hebben, dat +kapitein Wilson spoedig zee zal kiezen en met hem zou ik graag onder +zeil gaan." + +"Ik zal hem schrijven," zei meneer Rustig op droeven toon; en hiermee +was de zaak beklonken. + +Kapitein Wilson's antwoord luidde natuurlijk toestemmend, en hij +beloofde, dat hij Jack als zijn eigen zoon zou behandelen. + +Onze held reed dienzelfden middag op zijn vaders paard naar meneer +Bonnycastle. + +"Ik ga naar zee, meneer." + +"Dat is heel goed voor je," antwoordde deze. + +Onze held begaf zich naar dokter Middleton. + +"Ik ga naar zee, dokter." + +"Je kunt niet beter doen," luidde het antwoord. + +"Ik ga naar zee, moeder," zei Jack. + +"Naar zee. Jaapje, naar zee, zeg je? o neen, neen, Jaapjelief, niet +naar zee!" riep mevrouw Rustig met afgrijzen uit. + +"Jawel, moe, pa heeft 't goed gevonden en me gezegd, dat hij ook uwe +toestemming zal weten te krijgen." + +"Mijne toestemming! Och, mijn lieve, lieve jongen!"--en mevrouw Rustig +weende bitter. + + + + +Vijfde hoofdstuk. + + De jongenheer rustig krijgt zijn eerste les over dienstijver. + + +Er viel niet veel tijd te verliezen, onze held moest de ouderlijke +woning spoedig vaarwel zeggen, en zat al gauw te Portsmouth. Daar +Jack volop geld had en het heel prettig vond zijn eigen meester +te wezen, maakte hij volstrekt geen haast om zich op het schip aan +te melden, en vijf of zes jongelui van niet al te best allooi, met +wie hij onderweg in kennis was gekomen en die op zijn zak teerden, +raadden hem ten sterkste het aan boord gaan zoo lang mogelijk uit +te stellen. Toevallig stemde die raad volkomen overeen met Jack's +eigen meening, zoodat onze held bijna drie weken in Portsmouth was, +eer iemand iets van zijn komst had vernomen. Maar ten slotte ontving +kapitein Wilson een brief van meneer Rustig, waarin onder anderen +gemeld werd, wanneer Jack van huis was vertrokken. De kapitein verzocht +nu den eersten luitenant eens onderzoek te doen, daar hij vreesde dat +den jongen eenig ongeluk overkomen mocht zijn. Daar meneer Sawbridge, +de eerste luitenant, dienzelfden avond toch naar den wal moest, +misschien wel de laatste maal vóór het uitzeilen van het schip, +liep hij bij verschillende logementen aan, om te hooren of er ook +een zekere meneer Rustig zijn intrek genomen had. + +"O ja," antwoordde de bediende uit de Fontein, "meneer Rustig is hier +al drie weken gelogeerd." + +"Wel verduiveld," bromde Sawbridge met al de verontwaardiging van een +eersten luitenant, die bemerkt dat hij gedurende drie weken door een +adelborst is misleid. + +"Waar is hij; in de gelagkamer?" + +"O neen, meneer," antwoordde de bediende, "meneer Rustig heeft de +voorkamers der eerste verdieping betrokken." + +"Nu, wijs me die dan maar." + +"Mag ik ook zoo vrij wezen uw naam te vragen, meneer?" zei de bediende. + +"Eerste luitenants laten zich niet vooraf aandienen bij adelborsten," +antwoordde Sawbridge; "hij zal spoedig genoeg te weten komen wie +ik ben." + +Op dit bescheid, liep de bediende, gevolgd door Sawbridge, de trap +op en deed de deur open. + +"Daar is een heer om u te spreken, meneer," zei de bediende. + +"Verzoek hem binnen te komen," zei Jack; "en hoor eens: zorg dat de +punsch wat beter is dan gisteren; ik heb nog twee heeren meer ten +eten gevraagd." + +Intusschen was meneer Sawbridge, die zijn uniform niet aanhad, +binnengetreden, en zag nu Jack alleen zitten bij een keurig aangerichte +tafel, waarop voor acht personen gedekt was. Zoowel het diner als het +vertrek zelf zou, volgens Sawbridge's meening, veeleer gepast hebben +voor een kommandant dan voor een adelborst van een oorlogsschip. + +Sawbridge was een flink officier, iemand die zichzelf tot luitenant +opgewerkt had, en niets bezat dan zijn tractement. In zijn zeven +en twintig jaren dienst had hij iets stroefs over zich gekregen, en +vooral jongelui van aanzienlijke familie, wier getal steeds toenam +op de schepen, kon hij niet uitstaan. Geheel zonder reden was dit +niet, want hij bemerkte dat door dien toevloed zijn eigen kansen op +bevordering verminderden. Volgens zijn oordeel werden de adelborsten +des te onbruikbaarder naarmate ze meer het heertje uithingen, geen +wonder dus dat hem de gal overliep bij het aanschouwen van al de +vertooning en drukte gemaakt door een jongmensch, dat weldra op +een zuur gezicht van hem zou ineenkrimpen, en zulks al drie weken +geleden had moeten doen. Toch was Sawbridge een rechtschapen mensch, +al bleek hij soms wat naijverig op degenen, die zich meer weelde +konden veroorloven dan hij. + +"Mag ik vragen, meneer," zei Jack, die altijd buitengewoon beleefd was, +"waarmede ik u van dienst kan zijn?" + +"Jawel, meneer,--met onmiddellijk naar uw schip te gaan. En mag ik +op mijn beurt eens vragen, wat de reden is, dat gij al drie weken +hier aan wal zijt zonder u te komen aanmelden?" + +Jack, die volslrekt niet gesticht was over Sawbridge's bevelenden +toon en intusschen plaats had genomen, sloeg de beenen over elkaar, +speelde achteloos met zijn gouden horlogeketting en antwoordde na +een poos vrij koel: + +"Maar, meneer, wie zijt gij dan toch?" + +"Wie ik ben, meneer?" hernam de bezoeker van zijn stoel opspringende, +"mijn naam is Sawbridge, meneer, en ik ben de eerste luitenant van de +'Harpij.' Ziedaar het antwoord op uw vraag." + +Sawbridge, die zich verbeeldde, dat het noemen zijner waardigheid +van eersten luitenant den adelborst een schrik om het hart zou doen +slaan, liet zich weer op zijn stoel vallen en nam een air van groot +gewicht aan. + +"Inderdaad, meneer," antwoordde Jack, ik moet erkennen, datik uit +onbekendheid met den dienst weinig besef heb van uw eigenlijke positie +aan boord, maar uit uw gedrag zou ik opmaken, dat u een niet geringen +dunk van uzelven heeft." + +"Hoor eens, jongmensch, ik wil aannemen, dat ge niet weet wat een +eerste luitenant is--uw houding tegenover mij geeft er duidelijk +blijk van--maar reken er gerust op, dat ik het u spoedig zal laten +merken. Tevens sta ik er op; dat ge onmiddellijk mee naar boord gaat." + +"Het spijt me, meneer," antwoordde Jack doodbedaard, "maar ik kan aan +uw hoogst bescheiden verlangen niet voldoen. Ik zal aan boord komen, +zoodra mij dat goeddunkt, en u zult mij verplichten met u verder niet +over mij te bekommeren." + +Jack trok aan het schelkoord; de bediende, die aan de deur had staan +luisteren, trad onmiddellijk binnen en eer Sawbridge, verbluft door +zoo'n verregaande brutaliteit, iets zeggen kon, gaf Jack den bediende +last meneer even uit te laten. + +"Alle donders!" riep de eerste luitenant uit. "Wacht maar, ventje; +heb ik je eenmaal goed en wel aan boord, dan zal ik je het verschil +tusschen een adelborst en een eersten luitenant terdege duidelijk +maken." + +"Ik erken alleen gelijkheid, meneer," antwoordde Jack; "als gelijken +zijn wij allen geboren, dat zult gij toch toestemmen, hoop ik." + +"Gelijkheid--wel verdraaid! wou je soms ook het bevel over het +schip op je nemen? We zullen je spoedig uit den droom helpen. Ik +ga nu aan kapitein Wilson rapport uitbrengen over uw gedrag en dit +verzeker ik je, als ge niet nog hedenavond aan boord zijt, dan zend +ik morgenochtend met het krieken van den dag een sergeant met eenige +mariniers om je in te rekenen." + +"Wees verzekerd, meneer," antwoordde Jack, "dat ook ik niet in gebreke +zal blijven aan kapitein Wilson mede te deelen, dat ik u als een +onhebbelijken ruziemaker beschouw en hem raad u niet langer aan boord +te dulden. Met zulk een ongelikten beer op een zelfde schip te wezen, +is niet om uit te houden." + +"Hij moet gek zijn--stapelgek," riep Sawbridge uit, wiens verbazing +de overhand kreeg over zijn verontwaardiging. + +"Neen, meneer," antwoordde Jack, "een gek ben ik niet, maar een +wijsgeer. + +"Wat voor een ding?" riep Sawbridge uit, "Wacht maar, grappenmaker, +we zullen de wijsbegeerte van je wel op de proef stellen." + +"Juist daarom heb ik besloten op zee te gaan, meneer," hernam Jack; +"en als gij aan boord blijft, hoop ik met u eens te redeneeren, en u te +bekeeren tot erkenning der gelijkheid en der rechten van den mensch." + +"Wees er maar zeker van, dat ik je spoedig tot onderwerping aan +de krijgsartikelen zal bekeeren, als je tenminste ooit aan boord +komt. Voorloopig ga ik nu den kapitein rapport maken over uw gedrag, +en laat u bij uw diner als ge nog eetlust overgehouden mocht hebben." + +"Ten zeerste verplicht, meneer, maar over mijn eetlust behoeft ge +u volstrekt niet bezorgd te maken. Het eenige wat me spijt, is dat +ik, met het oog op het nette gezelschap dat ik wacht, u niet durf +uitnoodigen onzen dischgenoot te zijn. Ik zou dat anders gaarne gedaan +hebben, nu het blijkt dat we tot hetzelfde schip behooren. Ik wensch +u goedendag, meneer." + +"Twintig jaren ben ik in dienst," bulderde Sawbridge, "en nu zou me +daar zoo'n.... maar hij is gek, stapelgek." En de eerste luitenant +stormde de kamer uit. + +Jack was zelf ook wat verbluft. Had Sawbridge zijn uniform aangehad, +dan was 't nog wat anders geweest, maar dat zoo'n alles behalve +indrukwekkend persoon met zwarte bakkebaarden, slordig onderhouden +haar, een ouden blauwen rok en een geel kaschmiren vest, het durfde +wagen hem op zoo'n manier toe te spreken, dat was onbegrijpelijk. Hij +noemt me een gek, dacht Jack, maar ik zal kapitein Wilson eens +netjes vertellen, hoe ik over zijn luitenant denk. Een oogenblik +later verschenen de gasten en spoedig was Jack het geheele geval +weer vergeten. + +Intusschen begaf Sawbridge zich naar den kapitein en vond hem thuis. Na +een omstandig verhaal van wat er had plaats gehad, eindigde hij zijn +rapport met in drift te eischen, dat Jack onmiddellijk ontslagen of +anders voorbeeldig gestraft zou worden. + +"Nu, nu, meneer Sawbridge," antwoordde kapitein Wilson, "komaan, neem +plaats, en laten we er eens over redeneeren, zooals meneer Rustig +zegt; ik wed, dat ik u tot betere gedachten breng. Wat dat straffen +betreft, ja, zie je, dat is een lastig geval, want vooreerst heeft +meneer Rustig zich nog niet op zijn schip aangemeld, en ten tweede +kon hij immers niet weten dat gij de eerste luitenant waart, want ge +hadt uw uniform niet aan." + +"Dat is waar meneer," antwoordde Sawbridge, "daar had ik niet aan +gedacht." + +"En wat dat ontslaan of liever niet toelaten op het schip aangaat, +meneer Rustig is aan den wal grootgebracht en heeft mogelijk zijn +heele leven geen grootere uitgestrektheid water gezien dan een +vischvijver. Van zeedienst of van wat er aan vast is, zal hij wel +evenveel begrip hebben als een kind van nog geen jaar. Ik wed dat hij +niet eens weet wat een luitenant is, en stellig heeft hij geen flauw +idee van de macht van een eersten luitenant, dat blijkt duidelijk +uit de manier waarop hij zich tegenover u gedragen heeft." + +"Dat moet ik ook gelooven," antwoordde Sawbridge droogjes. + +"En daar nu zijn gedrag het uitvloeisel moet zijn van volkomen +onwetendheid, mag hij, dunkt me, niet al te streng gestraft worden. Ga +'t zelf maar eens na, Sawbridge." + +"Misschien hebt gij gelijk, meneer, maar hij noemde zich toch een +wijsgeer en sprak over de gelijkheid en de rechten van den mensch. Hij +zei, dat hij alleen gelijkheid tusschen ons kon aannemen en wilde +dat nader uiteenzetten. Nu vraag ik u toch, meneer, wat moet er van +den dienst terechtkomen, als zoo'n adelborst over elk bevel, dat er +gegeven wordt aan 't redeneeren slaat?" + +"Die opmerking is zeer juist, Sawbridge; daaraan heb ik in 't +geheel niet aan gedacht, toen ik beloofde den jongen Rustig aan +boord te zullen nemen. Ik herinner me nu dat zijn vader, die een +verre neef van me is, eenige vrij dwaze denkbeelden in zijn hoofd +had, precies dezelfde die zijn zoon bij zijn ontmoeting met u te +berde heeft gebracht. Toen ik eens bij meneer Rustig ten eten was, +had hij 't maar steeds over de beginselen der natuurlijke gelijkheid +en der rechten van den mensch, tot groot vermaak van zijn gasten en +ook van mij, moet ik bekennen. Ik maakte nog de opmerking, dat die +denkbeelden onmogelijk toe te passen waren op den dienst, want dat +'t dan gedaan zou zijn met alle tucht. Hoe weinig vermoedde ik toen, +dat zijn eenige zoon, voor wien niet de minste aanleiding bestond om +het zeeleven te kiezen--want zijn vader is een rijk grondbezitter--nog +ooit met mij onder zeil zou gaan en die denkbeelden op mijn schip +komen brengen. 't Is jammer, erg jammer." + +"Maar Meneer," zei Sawbridge, "als 't mij geoorloofd is mijn meening +over het geval te zeggen--zou 't niet het best zijn, zoowel voor +hemzelf als voor den dienst, dat hij maar weer naar huis werd +gezonden? Als officier zal hij enkel zichzelven en anderen last +bezorgen." + +"Mijn waarde Sawbridge," hernam kapitein Wilson, nadat hij de kamer +een paar malen op en neer was gestapt, "we zijn te gelijk in dienst +gekomen, hebben verscheidene jaren aan denzelfden disch gegeten +en niet enkel langdurige vriendschap, maar ook vertrouwen op uw +degelijke kennis hebben er mij toegebracht u voor te stellen mijn +eersten luitenant te worden. Nu zal ik u eens een geval ter beslissing +voorleggen, en wat meer is, ik zal me aan uw uitspraak onderwerpen. + +"Neem eens aan, dat gij evenals ik scheepskommandant waart met een +vrouw en zeven kinderen, en dat ge na jarenlang getob om in hun +onderhoud te voorzien, in weerwil van de grootste spaarzaamheid +in schulden waart geraakt. Nu gelukt het u eindelijk een flinke +aanstelling te krijgen, waardoor ge u uit alle ongelegenheden zult +kunnen redden. Maar al uw hoop dreigt in rook te vervliegen, omdat +ge geen geld hebt voor een uitrusting en voor het afdoen der meest +dringende schulden. Als nu in zulk een benarden toestand een verre +bloedverwant, dien ge ternauwernood kent, zoo edelmoedig is u duizend +gulden te leenen, zonder daarvan rente te vorderen en het geheel aan +u overlaat wanneer ge de som wenscht terug te betalen, dan vraag ik u, +Sawbridge, wat zoudt gij voor zoo iemand gevoelen?" + +"Ik zou mijn leven voor hem wagen," antwoordde Sawbridge getroffen. + +"Vooronderstel nu dat, louter bij toeval of door een samenloop van +omstandigheden, de zoon van dien man onder uw bescherming werd gesteld; +wat dan?" + +"Ik zou als een vader voor hem zorgen." + +"Maar laten we toch eens verder gaan en vooronderstellen, dat +ge niet in alle opzichten met den jongen ingenomen zijt, dat hij +dwaalbegrippen heeft ingezogen, die, als ze niet uitgeroeid worden, +verderfelijk voor hem kunnen worden. Zoudt ge hem dan om die reden +uw bescherming onttrekken en hem aan zijn lot overlaten?" + +"Volstrekt niet, meneer," antwoordde Sawbridge; "integendeel, ik +zou hem zoo lang bij me houden, tot ik hem, hoe dan ook, van zijn +verkeerdheden had genezen, en op die wijze zooveel mogelijk de schuld +der dankbaarheid aan den edelmoedigen vader had betaald." + +"Na al wat er gebeurd is behoef ik u wel niet te zeggen, Sawbridge, +dat het jongmensch, met wien ge in aanraking zijt geweest, de zoon +is en meneer Rustig van Boschlust de vader." + +"Het eenige wat ik zeggen kan, meneer, is dat ik, niet enkel om u +genoegen te doen, maar ook uit eerbied voor iemand, die u zooveel +welwillendheid heeft betoond, het jongmensch volgaarne vergeef +wat er tusschen hem en mij is voorgevallen en bovendien al wat er +waarschijnlijk nog gebeuren zal, eer we hem in het rechten spoor +hebben." + +"Hartelijk dank, Sawbridge, ik had niet anders van u verwacht, en ik +heb me in die verwachting niet bedrogen." + +"Maar wat moet er nu gedaan worden, kapitein?" + +"We moeten hem aan boord zien te krijgen, maar niet met een +escorte mariniers--dat zou meer kwaad dan goed doen. Ik zal hem een +uitnoodiging zenden om morgenochtend bij me te komen ontbijten en +het een en ander te bepraten. Ik wil hem geen schrik aanjagen; hij +moest anders eens hals over kop naar Boschlust terugkeeren." + +"Dat mag in geen geval, want zijn vader schijnt zijn grootste vijand +te zijn. Hoe jammer dat iemand met zulk een goed hart zoo'n zwakhoofd +kan wezen!" + +Meneer Sawbridge verwijderde zich en kapitein Wilson zond aan onzen +held een schriftelijke uitnoodiging om den volgenden morgen te negen +uur bij hem te komen ontbijten. Het antwoord luidde bevestigend, +maar werd mondeling overgebracht, want Jack had te veel champagne +gedronken dan dat hij een pen op het papier durfde zetten. + + + + +Zesde hoofdstuk. + + Aan boord en onder zeil. + + +Den volgenden morgen zou Jack stellig de invitatie van den kapitein +glad vergeten geweest zijn, als niet de bediende van het logement +begrepen had, dat, na de vreemde manier waarop onze held den eersten +luitenant had ontvangen, het niet raadzaam zou wezen ook nog in +eerbied voor den kapitein te kort te schieten. + +Tot dusver had Jack zijn uniform nog niet aangehad, en hij vond 't +nu een geschikte gelegenheid, te meer daar de bediende beweerde dat +hij in tenu behoorde te verschijnen. Of het soms een voorgevoel was +van wat hem te wachten stond, maar Jack voelde zich niets prettig in +zijn nieuwe plunje. Het kwam hem voor, dat hij zijn onafhankelijkheid +prijs gaf en hij kreeg grooten lust het pak met de glimmende knoopen +weer uit te smijten. Daartoe kwam het echter niet, en na zijn hoed +opgezet te hebben, begaf hij zich naar het logement van kapitein +Wilson. Deze ontving hem zeer heusch en hield zich alsof hij niets +wist van Jack's verzuim om zich tijdig aan boord aan te melden of +van diens ontmoeting met den eersten luitenant; maar eer het ontbijt +afgeloopen was, had Jack zelf het geval reeds met enkele woorden +verteld. Kapitein Wilson begon nu uit te weiden over de plichten +en den rang der verschillende personen aan boord van een schip, en +betoogde Jack hoe 't met het oog op de tucht onmogelijk was, dat er +meer dan één persoon het kommando voerde. Die eene was de kapitein, +in wiens persoon koning en vaderland vertegenwoordigd werden. Daar nu +de kapitein zijn bevelen gaf aan den luitenant en deze ze overdroeg op +de adelborsten, die ze op hunne beurt weer aan de overige bemanning +overbrachten, was 't inderdaad alleen de kapitein, die de bevelen +uitdeelde en was iedereen gelijkelijk tot gehoorzaamheid verplicht. Ja, +de kapitein zelf volgde weer de orders van zijne superieuren, den +admiraal en de admiraliteit; men kon dus met recht zeggen, dat aan +boord allen gelijkelijk tot gehoorzaamheid verplicht waren. Door +telkens op het woord _gelijkelijk_ veel nadruk te leggen, diende hij +zijn eerste les met de noodige omzichtigheid toe. Zijn geheele betoog +geleek veel op een handige pleitrede, want terwijl hij Jack duidelijk +zocht te maken dat in dienst gelijkheid volstrekt onbestaanbaar was, +trachtte hij tevens aan te toonen dat alle rangen volkomen gelijk +stonden, in zoover allen evenzeer hun plicht tegenover het vaderland +hadden te vervullen; en of nu een matroos zijne bevelen gehoorzaamde, +dan of hijzelf die van een hooger officier opvolgde, alles kwam ten +slotte daarop neer, dat ze het vaderland dienden. + +Met die manier van beschouwen was Jack het vrij wel eens, en de +kapitein zorgde wel, dat hij er niet te lang bij bleef stilstaan, +maar ging spoedig tot ten ander onderwerp over, dat hij voor Jack +aangenamer achtte. Hij zette uiteen, dat de krijgsartikelen de wetten +waren volgens welke de dienst werd geregeld, en dat iedereen, van den +kapitein tot den minsten jongen aan boord, er gelijke gehoorzaamheid +aan verplicht was; dat ieder een vast rantsoen kreeg, wat voor +allen gelijk was, zoowel in hoeveelheid als in hoedanigheid; dat al +moesten er noodzakelijk rangen zijn en al moesten de bevelen van den +kapitein door allen opgevolgd worden, toch elk officier, van welken +rang ook, als een beschaafd man beschouwd werd. Kortom, kapitein +Wilson wist het zoo ver te brengen, dat Jack begon te gelooven, dat +hij de te land vergeefs gezochte gelijkheid nu eindelijk gevonden +had. Maar daar herinnerde hij zich ongelukkig de ruwheid, waarmede +meneer Sawbridge hem den vorigen avond bejegend had en hij vroeg +den kapitein, hoe die man daartoe had kunnen komen. Nu deed de taal +door den luitenant gebruikt al heel weinig aan gelijkheid denken, en +kapitein Wilson zat er wel een beetje over in. Hij betoogde echter dat +volgens de krijgsartikelen ieder, die zich van het schip verwijderde, +een vergrijp beging tegen die artikelen. Werd nu zulk een vergrijp +begaan door iemand van de bemanning, dan moest de oudste officier +daar rapport van maken, of anders was hij zelf strafbaar. Zijn eigen +verantwoordelijkheid noodzaakte hem dus wel zulk een overtreding +niet door de vingers te zien, en als hij er den schuldige in wat +al te krasse bewoordingen op wees, dan toonde hij daarmede slechts +zijn dienstijver. + +"Aan zijn dienstijver valt dan stellig niet te twijfelen," antwoordde +Jack, want als het gansche vaderland op het spel had gestaan, kon +hij niet erger hebben uitgevaren." + +"Hij deed dus zijn plicht; maar reken er op, dat hij 't zelf niet +aangenaam heeft gevonden. Ik sta er voor in, dat, als gij hem aan boord +ontmoet, hij even vriendelijk zal wezen alsof er niets gebeurd was." + +"Hij zou me anders eens laten zien wat een eerste luitenant was. Wat +kan hij daarmee bedoeld hebben?" vroeg Jack. + +"Niets dan dienstijver." + +"Ja, maar zoodra ik aan boord kwam, zou hij me het verschil toonen +tusschen een eersten luitenant en een adelborst." + +"Dienstijver, anders niet." + +"Ook zou hij mijn verstand wel een beetje opfrisschen." + +"Alles dienstijver." + +"En hij zou me door een sergeant en eenige mariniers laten halen." + +"Alles dienstijver." + +"Ook zou hij mijn wijsbegeerte eens op de proef stellen." + +"Alles dienstijver, meneer Rustig. Die ijver kan zich soms wat +overdreven uiten, maar we zouden het in den dienst niet zonder kunnen +stellen. Ik hoop en vertrouw mettertijd in u een even volijverig +officier te hebben." + +Hier zette Jack een bedenkelijk gezicht, en gaf geen antwoord. + +"Ik ben er zeker van," vervolgde kapitein Wilson, "dat gij in meneer +Sawbridge een uwer beste vrienden zult vinden." + +"Misschien wel," antwoordde Jack, "maar onze eerste kennismaking, +beloofde niet veel." + +"Dat is wel jammer. Maar wat ik u zeggen wilde, we zullen morgen +uitzeilen. Van avond komt de sloep mijn goed halen, dat is een mooie +gelegenheid om ook het uwe mee te geven. Om acht uur ga ik aan boord, +we kunnen dan van dezelfde boot gebruik maken." + +Jack had daar volstrekt geen bezwaar tegen. Na zijn rekening in de +Fontein betaald te hebben, liet hij zijn koffer naar de sloep brengen +en wachtte voor zijn eigen vertrek de boodschap van den kapitein +af. Tegen negen uur in den avond bevond Jack Rustig zich goed en wel +aan boord van Zijner Majesteits fregat de Harpij. + +Toen Jack aan boord kwam was het reeds donker en hij wist niet goed wat +hij zou aanvangen. De kapitein werd op het dek door de officieren in +allen vorm ontvangen, en eerbiedig gegroet. Hij beantwoordde dien +groet en Jack volgde dat voorbeeld zoo beleefd mogelijk; daarna +knoopte meneer Wilson een onderhoud aan met den eersten luitenant, +zoodat Jack voor een oogenblik aan zichzelven overgelaten was. Het +was te donker om de gezichten te onderscheiden, en voor iemand die +nog nooit aan boord van een schip was geweest, zelfs te donker om een +voet te verzetten, zoodat Jack maar stilletjes bleef waar hij was, +namelijk niet ver van de betinghouten. Maar dat duurde niet lang; de +sloep was aan de groote davits vastgehaakt en de bootsman had geroepen: + +"Aanhalen, jongens!" + +Op een schel gefluit en het kommando: "Op!" kwamen de matrozen +met de takels aangerend en gesprongen. In de duisternis werd Jack +omvergeloopen en een half dozijn kerels rolde over hem heen. De +matrozen, die niet wisten dat er onder anderen ook een officier +van de been was geraakt, hadden schik in de grap en bleven maar +voortwippen over degenen die gevallen waren, totdat ze eindelijk zelven +neerkwakten. Jack, die er niets van begreep, kwam leelijk te land, +en eerst nadat het sein tot vastjorren was gegeven, geraakte hij weer +overeind, nadat de halve stuurboordwacht over hem heengegaan was en +de adem hem bijna begeven had. Jack strompelde naar een der stukken +geschut, toen de officieren, die even goed als de manschappen over +de fopperij gelachen had, zijn toestand opmerkten, onder anderen ook +Sawbridge, de eerste luitenant. + +"Hebt ge u bezeerd, meneer Rustig?" zei hij vriendelijk. + +"Een beetje," antwoordde Jack, weer bij adem gekomen. + +"Dat was een wel wat ruwe welkomstgroet," hernam de eerste luitenant, +"maar op sommige tijden heet 't aan boord: ieder voor zich en God +voor ons allen. Harpur," vervolgde hij tot den dokter, "neem meneer +Rustig mee naar de konstabelkamer, ik kom zoo spoedig mogelijk zelf +ook beneden. Waar is meneer Jolliffe?" + +"Hier, meneer," antwoordde Jolliffe, een stuurmansmaat en kwam van +achter de leizeilspieren te voorschijn. + +"Er is met den kapitein een nieuwe adelborst mee aan boord +gekomen. Laat een van de kwartiermeesters zorgen voor een hangmat." + +Intusschen ging Jack naar de konstabelkamer, waar een glas wijn hem +weer wat opkwikte. Lang bleef hij er niet en tot veel praten bad +hij ook geen lust. Zoodra zijn hangmat klaar was, haastte hij zich +om te bed te komen en daar hij doodaf was, werd het den volgenden +morgen over negenen eer hij ontwaakte. Hij kleedde zich aan, ging +op het dek en bespeurde dat het schip al in volle zee was. Spoedig +begon hij zich onwel, ja zelfs ziek te gevoelen, zoodat een der +matrozen hem naar beneden brengen en in zijn hangmat leggen moest, +waar hij onder een hevigen wind drie dagen doorbracht, versuft door +het schokken en slingeren, terwijl hij elk oogenblik met het hoofd +tegen de scheepsbalken sloeg. + +"Noemen ze dat na op zee gaan?" dacht Jack. "Geen wonder dat ze zich +hier zoo weinig om elkaar bekommeren; maar dit weet ik wel, als ik +ooit weer voet aan wal zet, dan gun ik den drommel mijn portie van +de zee, ik heb er al meer dan genoeg van." + +Kapitein Wilson en meneer Sawbridge hadden beiden aan Jack gedurende +zijn ziekte meer rust gegund dan gewoonlijk aan adelborsten werd +toegestaan. Toen de storm tot bedaren was gekomen, had het schip de +hoogte van kaap Finisterre bereikt. Den volgenden morgen was de zee +volkomen rustig en er lag slechts een flauw briesje op het water. + +De betrekkelijke kalmte van den afgeloopen nacht had onzen held weer +vrij wel op zijn verhaal doen komen, en toen een stoot op de fluit +het sein gaf tot het optrekken der hangmatten, kwam meneer Jolliffe, +de stuurmansmaat, hem vragen of hij er niet eens over zou denken op +te staan en zich in de kleeren te steken, dan of hij van plan was +onder de dekens naar Gibraltar te zeilen. + +Jack, die zich een heel ander mensen gevoelde, wipte uit zijn hangmat +en kleedde zich aan. Volgens bevel van den kapitein had een matroos +Jack tijdens zijn ongesteldheid opgepast en deze man was hem ook nu +behulpzaam; hij opende Jacks kist en bracht hem al wat hij verlangde. + +Toen hij gereed was vroeg Jack waar hij heen moest gaan, want ofschoon +al vijf dagen aan boord, toch had hij nog geen kijkje genomen in de +adelborstenkajuit. De matroos duidde hem den weg er heen uit, en Jack, +die een geweldigen honger had, klauterde over kisten en koffers tot +hij eindelijk terechtkwam in een vertrek, dat er vrij wat slechter +uitzag dan de hondenhokken bij zijn vader thuis. + +"Niet alleen mijn portie van de zee," dacht Jack, "maar ook mijn +deel in de Harpij wil ik dolgraag overdoen aan ieder die er maar naar +taalt. Gelijkheid is er genoeg hier! want ik verbeeld me dat iedereen +er even slecht aan toe is." + +Na aldus aan zijn gedachten lucht gegeven te hebben, bespeurde hij +dat er nog iemand in de kajuit was, en wel de stuurmansmaat Jolliffe, +die Jack eens goed stond op te nemen, wat dezen noopte tegenover +hem hetzelfde te doen. Het eerste wat Jack opmerkte was dat Jolliffe +erg van de pokken geschonden was en maar één oog had; dat ééne oog +glinsterde echter zoo fel, dat het een kooltje vuur geleek en meer +licht scheen te geven dan een gewone kaars. + +"Die manier van kijken bevalt me niet", dacht Jack--"we zullen nooit +vrienden worden." + +Maar Jack oordeelde hierin enkel naar den schijn, en--zooals later +zal blijken--hij vergiste zich. + +"Het doet me plezier dat ik je weer op de been zie, jongmensch," +zei Jolliffe; "je hebt langer plat op den rug gelegen dan gewoonlijk +met anderen het geval is, maar, zie je, juist de sterksten hebben +'t het zwaarst te verantwoorden. Het plan om op zee te gaan is +vrij laat bij je opgekomen, doch 'beter laat dan nooit', zooals het +spreekwoord zegt." + +"Ik voel heel veel lust om over de juistheid van dat gezegde eens nader +te praten," antwoordde Jack, "maar 't zou op dit oogenbik toch weinig +helpen. Ik heb een verbazenden honger, wanneer gaan we ontbijten?" + +"Morgenochtend om half negen;" antwoordde Jolliffe. "Voor vandaag is +'t al twee uur over den tijd." + +"Moet ik 't dan maar zonder iets stellen?" + +"Dat wil ik nu juist niet zeggen, want we dienen rekening te houden +met je ziekte; maar toch, een ontbijt zal 't niet wezen." + +"Noem 't zooals ge wilt," hernam Jack, "maar doe me het genoegen en +laat de bediende me wat eten geven. Geroosterd brood of zoo iets, +'t komt er minder op aan wat; maar het liefst zou ik er een kop koffie +bij hebben." + +"Gij vergeet dat we op de hoogte van Finisterre zijn en nog wel in +een adelborstenkajuit. Koffie is er niet, en van geroosterd brood +kan geen sprake zijn, om de eenvoudige reden dat we in 't geheel geen +brood hebben; maar wel kan ik den hofmeester verzoeken een kop thee +met wat scheepsbeschuit en boter voor je klaar te zetten." + +"Welnu," hernam Jack, "gij zult me verplichten met me dat te bezorgen." + +"Hei daar!" riep Jolliffe een matroos toe, "laat Mesty eens hier +komen." + +De toegesprokene droeg het bevel aan een volgenden matroos over, +deze weer aan een derde en zoo ging 't van mond tot mond, tot het +eindelijk vooruit op den bak den bedoelden persoon bereikte. + +Deze was een neger, indertijd naar Amerika overgebracht en daar als +slaaf verkocht. Ofschoon zeer lang en schraal, teekende het lichaam +toch groote spierkracht en het gelaat week geheel en al af van den +gewonen vorm bij zijn ras. Het hoofd was lang en smal, met uitstekende +jukbeenderen, zoodat het gezicht naar de kin als in een punt uitliep; +de neus was zeer klein, maar recht en van Romeinschen vorm; ook de mond +was buitengewoon klein en de lippen veel te dun voor een Afrikaan; +de tanden waren hagelwit en scherp gepunt. Of zijn bewering, dat hij +in zijn eigen land den rang van vorst had bekleed, waarheid bevatte, +viel natuurlijk niet uit te maken. Zijn meester was met hem naar +New-York getrokken en daar had Mesty Engelsch geleerd, als men ten +minste zijn broddeltaal dien naam wilde geven. + +Daar men hem had verteld, dat er in Engeland geen slavernij bestond, +had Mesty zich aan boord van een Engelsch koopvaardijschip verscholen +en was op die manier ontvlucht. Bij zijn aankomst in Engeland nam hij +dienst op een oorlogschip. De eerste luitenant, die hem aangemonsterd +had, gaf hem om zijn vreemd uiterlijk den naam van Mephistopheles, +wat al spoedig verkort werd tot Mesty. In vele opzichten was die +Mesty een zonderling persoontje. Kwam hij soms te praten over zijn +stamboom, dan was hij het eene oogenblik uitermate trotsch, en dan +weer zwaarmoedig, ja gemelijk zelfs, maar in gewone omstandigheden, +als niets hem in den weg zat, kon hij vermakelijk en grappig wezen. + +Al spoedig kwam de geroepene opdagen, waarbij hij zich nagenoeg dubbel +vouwde om onder de dwarsbalken door te komen en vervaarlijke stappen +nam met zijn bloote voeten. + +"Maar, Massa Jolliffe, hoe kunt u me nu laten roepen, terwijl juist +mijn grauwe erwten staan te koken, en er hier en daar al zoo'n +verwenschte rakker van een jongen op den loer ligt om er een handje +vol uit den pot te pikken." + +"Je weet wel, Mesty, dat ik je nooit laat roepen, of 't moet bepaald +noodig zijn," antwoordde Jolliffe; "maar deze arme jongen heeft sinds +hij aan boord is nog niets te eten gehad en hij is erg hongerig--je +moest hem wat thee geven." + +"Thee bedoelt u, meneer? Wel om thee te krijgen, dien ik toch in +de eerste plaats water te hebben en vervolgens ruimte in de kombuis +om een ketel te vuur te zetten. Maar waarachtig, meneer, al zou je +maar enkel de top van uw pink willen branden, dan nog zou je er in +de heele kombuis geen warm water genoeg voor vinden. Warm water om +dezen tijd! Dat is immers totaal onmogelijk!" + +"Hij zal toch het een of ander moeten hebben, Mesty." + +"'t Behoeft ook juist geen thee te wezen," zei Jack, "melk is ook +goed." + +"Melk? Spreek je van melk, Massa? Van de groenvrouw soms aan den wal?" + +"We hebben geen melk, meneer Rustig; gij vergeet dat we in volle zee +zijn," hernam Jolliffe; "ik begin waarlijk te vreezen, dat ge tot +het middagmaal zult moeten wachten. Wat Mesty zegt, is de waarheid." + +"Ik zal u wat zeggen, Massa Jolliffe, als ik den jongenheer eens in +plaats van thee wat uit den ketel gaf, misschien zou hij daar genoegen +mee nemen. Thee of nat van grauwe erwten, dat verschil is zoo groot +niet. Zoo'n kom vol, met wat beschuit er bij en een scheut peper er +in, zal hem goed doen." + +"Misschien is dat nog het beste, Mesty; ga 't maar gauw halen." + +Na eenige oogenblikken kwam de neger terug met een kom soep, waarin +heele erwten rondzwommen; ook zette hij een tinnen bord met kleine +beschuiten en een peperbus voor onzen held neer. Op het gezicht van +dit gerecht vervlogen Jacks visioenen van thee, koffie, geroosterd +brood en melk; maar hij had een verbazenden honger, en toen hij aan 't +proeven ging viel 't hem nog bijzonder mee; zoo zelfs, dat hij niets +van het maal overliet en zich na het gebruik er van veel prettiger +gevoelde. Dra klonken er zeven slagen aan de klok en hij volgde nu +meneer Jolliffe naar het dek. + + + + +Zevende hoofdstuk. + + Hoe Jack in tegenspraak komt met zijn eigen wijsbegeerte. + + +Op het dek gekomen, zag Jack de zon vroolijk schijnen, een zachte +koelte blies van de landzijde en overal in het want wapperden hemden, +broeken en buizen van de zeelui, die gedurende den storm gewasschen +waren en nu te drogen hingen; ook de zeilen lagen over de spieren +uitgespreid of waren in het want opgehangen, en het schip liep met een +geringe vaart door de blauwe golven. De kapitein en de eerste luitenant +stonden aan gangboord te praten en het meerendeel der officieren was +bezig met hun quadranten en sextanten de middagbreedte te bepalen. Het +dek zag er helder en netjes uit, want er was juist schoon schip +gemaakt, en de matrozen waren druk in de weer met het opschieten der +kabels. Het was een tafereel van blijmoedige bedrijvigheid en strikte +orde, dat op het gemoed van Jack verlichtend werkte na de vier dagen +van ellende, die hij in bedompte lucht en in afzondering had doorstaan. + +Zoodra de kapitein hem in het oog kreeg, vroeg hij hem vriendelijk hoe +'t met hem ging; ook de eerste luitenant lachtte hem vertrouwelijk +toe en verscheidene officieren, zoowel als zijn baksmaats wenschten +hem geluk met zijn herstel. + +De hofmeester kwam naar hem toe, en sloeg aan en noodigde hem uit tot +het middagmaal in de hut. Jack, die uiterst beleefd was, lichtte zijn +hoed, en nam de uitnoodiging aan. Hij stond toevallig op een kabel, die +juist door een matroos opgeschoten werd; de man sloeg aan en verzocht +hem vriendelijk of hij zoo goed zou willen wezen met zijn voet van +het touw te gaan. Op zijn beurt aanslaande trok hij onmiddellijk +zijn voet terug. De stuurman sloeg aan en rapporteerde twaalf uur +aan den eersten luitenant,--de eerste luitenant sloeg aan en bracht +dat rapport over aan den kapitein,--de kapitein sloeg aan en zei tot +den eersten luitenant dat hij zijn gang maar moest gaan. De officier +van de wacht sloeg aan en vroeg den kapitein of hij maar het sein +voor het middagmaal zou laten geven,--de kapitein sloeg aan en zei: +"Als 't u belieft." + +De adelborst kreeg nu de noodige orders en bracht ze, met de hand aan +den hoed, aan den opperbootsmansmaat over, die eveneens aansloeg en +terstond daarop een paar stooten op de fluit liet hooren. + +"Ei," dacht Jack, "beleefdheid schijnt hier aan de orde van den dag +en allen hebben evenveel eerbied voor elkaar." + +Jack drentelde eens rond over het dek; gluurde door de geschutspoorten +die open stonden en keek naar omlaag in de donkerblauwe golven; +hij sloeg de oogen op, en lette op het heen en weer zwiepen der +lange sprieten, die bij het volgen der beweging van het schip met +haar punten als het ware een klein gedeelte van de heldere lucht +afteekenden; hij liet den blik gaan langs de rij kanonnen, die aan +beide zijden van het dek geschaard stonden en eindigde met op een +der stukken geschut te klauteren en over de verschansing leunend naar +den verwijderden wal te turen. + +"Ga van die verschansing af, jongenheer!" riep de stuurman, die +officier van de wacht was, op norschen toon. + +Jack keek eens rond. + +"Hoor je me niet, meneer? Ik spreek tot u." zei de stuurman opnieuw. + +Jack was erg verontwaardigd, en vond toch de beleefdheid niet zoo +algemeen als hij vermoed had. + +Toevallig was kapitein Wilson op het dek. + +"Kom hier, meneer Rustig," zei de kapitein; 't is een vaste bepaling +in den dienst, dat niemand op de verschansing mag komen, tenzij in +geval van nood. Ik doe 't nooit, de eerste luitenant niet en geen van +de officieren of van de manschappen; dus, uit beginsel van gelijkheid, +moogt gij 't ook niet doen. + +"Stellig niet, meneer," antwoordde Jack, "maar ik zie toch niet in +waarom die officier met zijn glimmenden hoed zoo boos behoeft te wezen, +en mij toespreekt op een toon alsof ik niet even goed was als hijzelf." + +"Dat heb ik u al uitgelegd, meneer Rustig." + +"O ja, nu herinner ik 't me, 't is dienstijver; maar ik vind dien +overmatigen ijver iets heel onaangenaams in den dienst. Jammer maar +dat, zooals gij zegt, de dienst er niet buiten kan." + +Kapitein Wilson glimlachte en verwijderde zich. Toen hij een oogenblik +later met den stuurman het dek op en neer liep, gaf hij hem een wenk, +dat hij niet zulke harde woorden moest gebruiken tegen den knaap, +die alleen uit onwetendheid zulk een klein vergrijp had begaan. Nu +was meneer Smallsole, de stuurman, een gemelijk persoon, die niet +hield van aanmerkingen op zijn gedrag, al stoorde hij zich weinig aan +de gevoeligheid van anderen, en daarom besloot hij het Jack bij de +eerste de beste gelegenheid betaald te zetten. Jack dineerde in de +kajuit en was bijzonder in zijn schik dat iedereen met hem klonk en +dat aan de tafel van den kapitein allen op gelijken voet schenen te +staan. Eer het dessert vijf minuten op tafel was, raakte Jack op zijn +praatstoel over zijn geliefkoosd onderwerp. Het gansche gezelschap +keek verbaasd op nu zij zulke ongehoorde stellingen aan boord van een +oorlogsschip hoorden verkondigen, maar de kapitein deed al zijn best +om Jacks opmerkingen te weerleggen zonder hem te veel te kwetsen, +en gedurende het geheele gesprek week de glimlach niet van zijn gelaat. + +Deze dag kon eigenlijk aangemerkt worden als de eerste waarop Jack +in werkelijkheid zijn verschijning aan boord maakte en aan tafel +bij den kapitein kwam hij ook voor het eerst op de proppen met +zijn eigenaardige inzichten. Waren de dischgenooten, bestaande +uit den tweeden luitenant, den victualiemeester, meneer Jolliffe +en een der adelborsten, verwonderd, dat zulke afwijkende meeningen +in tegenwoordigheid van den kapitein te berde werden gebracht, nog +sterker trof hen de kalmte en luchthartigheid, waarmee kapitein Wilson +ze opnam. Jacks gewaagde beweringen deden dien avond, natuurlijk +met de noodige toevoegsels, over het geheele schip de ronde. In de +konstabelkamer plozen de officieren ze uit, de adelborsten schetterden +er over terwijl zij het dek op en neer wandelen; de kapiteinshofmeester +hield een soort van bijeenkomst achter de kombuis, en deelde de nieuwe +leer mede. De sergeant van de mariniers gaf in zijn kring als zijn +meening te kennen, dat het vervloekte onzin was. De bootsman besprak +het geval met de overige onderofficieren totdat al de grog op was en +stapte er toen van af, omdat hij het onderwerp veel te droog vond. Over +het algemeen was de gansche bemanning het er over eens, dat, zoodra ze +te Gibraltar binnen liepen, onze held den dienst zou vaarwel zeggen, +hetzij dan dat hij door den krijgsraad ter dood veroordeeld werd of +ontslagen en aan wal gezet om daar zijn geluk te zoeken. Anderen die +meer geslepenheid bezaten en er achter gekomen waren dat onze held +een jongen was, die later heel wat te erven zou krijgen, spraken er +heel anders over en hielden 't er voor, dat de kapitein wel goede +redenen zou hebben om zoo toegeeflijk te zijn--en onder degenen, die +zoo oordeelen, behoorde de tweede luitenant. Slechts vier personen +waren Jack welgezind, te weten de kapitein, de eerste luitenant, +meneer Jolliffe, de éénoogige stuurmansmaat, en Mephistopheles, de +neger, die Jack met hart en ziel begon aan te hangen, zoodra hij van +diens meeningen had gehoord. + +We hebben melding gemaakt van den tweeden luitenant, meneer +Asper. Deze jonge man had een diepen eerbied voor geboorte en vooral +voor geld, waarmee hijzelf maar zeer karig bedeeld was. Als zoon van +een aanzienlijk koopman, had hij tijdens zijn adelborstjaren over +vrij wat meer middelen te beschikken gehad dan noodig of wenschelijk +was, en zijn welgevulde beurs bezorgden hem tal van vrienden, niet +alleen onder zijn eigen bakmaats, maar ook onder de officieren +van het schip, waarop hij voer. Iemand die in staat en gezind is +een hooge koffiehuisrekening te betalen, vindt altijd volgers--ten +minste naar het koffiehuis; en sommige luitenants zagen er geen +been in te dineeren, arm in arm te wandelen en frère-compagnon te +spelen met een adelborst, op wiens zak zij teerden zoolang ze aan wal +waren. Meneer Asper had juist zijn aanstelling als officier gekregen, +toen zijn vader bankroet sloeg, waarmede tevens de bron opdroogde, +waaruit hij zoo rijkelijk had geput. Sedert dien tijd had meneer +Asper gevoeld, dat het uitraakte met zijn invloed; hij kon nu niet +langer van den dienst spreken als van een last, of dat hij zijn +baantje er aan zou geven; ook was het gedaan met de onderscheiding, +die men aan zijn beurs en niet aan hemzelf had bewezen. Het ergste was +nog, dat hij allerlei gewoonten had aangenomen, die veel kostten, en +waaraan hij nu uit gebrek aan middelen niet langer kon toegeven. Geen +wonder dus dat hij met een grooten eerbied voor geld behebt raakte; +en daar hij niet langer zelf middelen kon vinden, was hij blij als +hij ergers iemand wist op te diepen op wiens kosten hij het lekkere +leventje kon lijden, waaraan hij zich zoo langen tijd gewend had +en dat hem zoo aantrok. Nu wist meneer Asper, dat onze held ruim in +zijn geld zat, want de bediende uit de Fontein had hem het bedrag der +betaalde rekening genoemd, en daarom zag hij reikhalzend uit naar de +verschijning van Jack, die zijn beste en meest vertrouwde vriend moest +worden. Het gesprek in de kajuit had hem de overtuiging geschonken, +dat Jack dankbaar zou zijn voor iederen steun, en hij had van de +gelegenheid, dat hij even met meneer Sawbridge liep te wandelen, +gebruik gemaakt, om aan dezen voor te stellen Jack op zijn wacht te +nemen. Of nu meneer Sawbridge de bedoeling van meneer Asper doorzag, +dan of hij zich verbeeldde dat onze held meer gediend zou wezen met den +tweeden luitenant dan met den stuurman, die zoo ruw uit kon vallen, +of met hemzelf, die als eerste luitenant geen enkele plichtverzaking +door de vingers mocht zien, het aanbod werd aangenomen en Jack Rustig +kreeg last om wacht te houden onder luitenant Asper. + +Die eerste dag van Jack's in dienst treden was ook tevens de eerste, +waarop hij de adelborstenkajuit betrad en kennis maakte met zijn +bakmaats. + +We hebben al gesproken van meneer Jolliffe, den stuurmansmaat, maar +we moeten hem nog wat nader leeren kennen. De natuur gaat soms al +erg willekeurig te werk en zij had 't er nu eenmaal op gezet, dat +meneer Jolliffe zulk een isegrimmig gezicht zou hebben als maar ooit +gezien was. + +Hij had allerhevigst te lijden gehad van de kinderpokken en +waarschijnlijk waren daardoor zijn gelaatstrekken zoo verwrongen: de +ziekte had hem niet alleen erg pokdalig gemaakt maar ook zijn gezicht +met diepe groeven doorploegd. Eén oog was hij kwijt en wenkbrauwen +had hij in 't geheel niet meer; het doffe, blinde oog vormde een +schrikwekkende tegenstelling met het fel schitterende balletje aan den +anderen kant van zijn neus, waarvan ook al niet veel meer overgebleven +was dan een spitse onregelmatige punt; en de spieren van zijn kin waren +zoo samengetrokken, dat deze niet veel meer dan een aaneenschakeling +van naden en rimpels vertoonde. Hij was lang, schaal en mager, lachte +zelden en als hij 't deed, werd hij nog leelijker om aan te zien. + +Meneer Jolliffe was de zoon van een deurwaarder. De ziekte had hem +aangetast in West-indië, waar ze honderden wegrukte. Hij was na al +langen tijd in dienst, met weinig of geen vooruitzicht op bevordering, +en hij had zwaar te kampen gehad met armoede, toespelingen op zijn +geringe afkomst en hatelijkheden op zijn leelijk uiterlijk. Geen smaad +was hem bespaard gebleven op de schepen, waarop hij gediend had; onder +een groote menigte voelde hij zich in 't geheel niet op zijn gemak en, +ofschoon ze hem nu niet meer lomp durfden behandelen, hij werd toch +in dienst enkel geeerbiedigd uit erkenning van zijn bruikbaarheid en +voorbeeldige plichtsbetrachting--vrienden of kameraads had hij echter +niet. Al sinds jaren was hij in zichzelf gekeerd, legde zich met ijver +toe op de studie en was jegens iedereen uiterst welwillend. Stil +en teruggetrokken van aard, sprak hij zelden in de kajuit, of +zijn kwaliteit van proviandmeester moest het vereischen. Iedereen +had eerbied voor meneer Jolliffe, maar niemand was gesteld op een +kameraad, die er uitzag om de honden aan 't blaffen te maken. Toch +erkenden allen zijn onberispelijke houding in ieder opzicht, zijn +rechtvaardigheidsgevoel, zijn verdraagzaamheid, zijn voorkomendheid +en zijn gezond oordeel. Het leven was voor hem inderdaad een last, +dien hij met geduldige onderwerping droeg. + +In alle gezelschappen als ze maar minstens een half dozijn personen +tellen, kan men een praatsmaker aantreffen, en even algemeen is er +ook steeds een van het gezelschap min of meer de zondenbok. Zelfs bij +toevallige bijeenkomsten valt dit op te merken, zoo bijvoorbeeld op +een diner, waarvan de meesten der genoodigden elkaar te voren nooit +ontmoet hebben. + +De praatsmaker in de adelborstenkajuit van Harer Majesteits fregat de +Harpij was een jongmensch van omstreeks zeventien, met licht krullend +haar en een blozend uiterlijk. Hij was de zoon van een schrijver aan +de werf te Plymouth en heette Vigors. + +De zondebok was een vijftienjarige jongen met een bleek, pafferig +gezicht. Al kon hij niet bepaald knap genoemd worden, toch wist hij +heel wat; maar ongelukkig had hij alle zelfvertrouwen verloren door +de voortdurende schimpscheuten en spotternijen van anderen, die wel +meer radheid van tong bezaten, maar in wezenlijke kennis waarschijnlijk +niet tegen hem opgewassen waren. Hij leerde niet gemakkelijk, maar wat +hij eenmaal wist onthield hij voorgoed. Deze jongen droeg den naam +van Gossett. Zijn vader was een rijke grondeigenaar uit Lynn in het +graafschap Norfolk. Er waren destijds nog maar drie andere adelborsten +aan boord, van wie men alleen kan zeggen dat ze in niets van de gewone +afweken, dus in leeren weinig lust toonden, maar bij iederen maaltijd +een goeden eetlust meebrachten, een hekel hadden aan al wat op werken +geleek, maar steeds klaar waren voor een grap of voor een vechtpartij +"op leven of dood" om het volgende oogenblik weer dikke vrienden +te worden; vervuld van algemeene begrijpen van eer en billijkheid, +zonder er zich echter aan te storen als 't hun minder te pas kwam; +bedeeld met zulk een mengelmoes van deugden en gebreken, dat het +dikwijls onmogelijk was de ware drijfveer van een of andere daad aan +te wijzen en te bepalen in hoever een kwade eigenschap tot een goede +verzacht en een goede door louter overdrijving tot een kwade ontaard +was. De namen van dit drietal waren O'Connor, Mills en Gascoigne. De +overige kameraads van onzen held zullen we te gelegener tijd wel op +het tapijt brengen. + +Na het middagmaal in de kajuit volgde Jack zijn baksmaaks Jolliffe +en Gascoigne naar het verblijf der adelborsten. + +"Ik moet zeggen, Rustig," merkte Gascoigne op, dat je een verduiveld +vrijpostig heertje bent, om zoo maar tegenover den kapitein te beweren +dat ge uzelf als niets minder beschouwdet dan hem." + +"Met uw verlof," antwoordde Jack, "ik doelde daarmee niet op den +kapitein persoonlijk, maar sprak in 't algemeen over de rechten van +den mensch." + +"Nu," hernam Gascoigne, "'t is het eerst van mijn leven, dat ik een +adelborst zoo kras voor den dag heb hooren komen, pas maar op met je +rechten van den mensch, ze zouden je nog wel eens in de doos kunnen +helpen--er valt aan boord van een oorlogschip niets te betoogen. De +kapitein nam het verbazend luchtig op, maar je moest dat onderwerp in +'t vervolg liever niet aanroeren." + +"Gascoigne geeft u een goeden raad, meneer Rustig" merkte Jolliffe +op. "Aangenomen al dat uw denkbeelden juist zijn--wat ik nog niet kan +toegeven, omdat de toepassing er van mij onmogelijk schijnt--dan nog +dient de voorzichtigheid niet uit het oog verloren. Laat ze die kwestie +op den vasten wal zooveel uitpluizen als ze willen, in landsdienst +is het gevaarlijk en zou je in een leelijk parket kunnen brengen." + +"Een mensch is vrij in zijn doen en laten," zei Rustig. + +"Mijn kop af als dat met een adelborst het geval is," riep Gascoigne +lachend uit, "je zult 't spoedig genoeg ondervinden." + +"En toch ben ik juist op zee gegaan, in de verwachting dat ik er die +gelijkheid zou vinden." + +"Stellig op den eersten April!" hernam Gascoigne. "Maar spreek je +werkelijk in ernst?" + +Hierop ving Jack een lang betoog aan, waarbij Jolliffe en Gascoigne +hem ongestoord lieten doorslaan, terwijl Mesty met bewondering +toeluisterde. Toen het afgeloopen was, barstte Gascoigne in een +hartelijk gelach uit en Jolliffe zuchtte. + +"Waar hebt ge toch al die wijsheid vandaan?" vroeg Jolliffe. + +"Van mijn vader die een groot denker is, en die stellingen voortdurend +verdedigt." + +"En was 't uw vaders wensch dat ge op zee zoudt gaan?" + +"Neen, hij was er volstrekt niet opgesteld, maar natuurlijk wilde +hij zich niet verzetten tegen mijn rechten en mijn vrijen wil." + +"Meneer Rustig," hernam Jolliffe, "als vriend raad ik u ten stelligste +uw meeningen zooveel mogelijk voor u te houden; ik zal later wel +gelegenheid vinden er nader met u over te spreken, en u dan mijn +redenen uiteenzetten." + +Nauwelijks had meneer Jolliffe uitgesproken, of Vigors en O'Connor, +die het nieuwtje van Jack's ketterij gehoord hadden, kwamen beneden. + +"Gij kent de heeren Vigors en O'Connor nog niet," zei Jolliffe +tot Rustig. + +Jack, die een toonbeeld van beleefdheid was, stond op en maakte +een buiging, waarop de anderen plaats namen, zonder zijn groet te +beantwoorden. Naar hetgeen Vigors van Rustig gehoord en nu gezien had, +meende hij in hem een nieuw slachtoffer gevonden te hebben om op den +kop te zitten, en hij begon er zonder complimenten maar dadelijk mee. + +"Zoo, ventje, ben je aan boord gekomen om met je gelijkheid den boel +in de war te schoppen? Bij den kapitein aan tafel heb je 't er zonder +kleerscheuren afgebracht, maar dat gaat hier in de adelborstenkajuit +zoo niet, dat verzeker ik je; sommigen moeten er onder door, en dat +is met jou ook het geval." + +"Als gij," antwoordde Rustig, "met dat 'er onder door moeten' +bedoelt, dat ik me moet onderwerpen, kan ik u verzekeren dat ge +u vergist. Op grond van hetzelfde beginsel, waarom ik nooit den +dwingeland zoo willen spelen over zwakkeren dan ik zelf ben, zal ik +geen onderdrukking dulden." + +"Wel verdraaid! 't lijkt precies een advocaat ter zee; wacht maar, +baasje, we zullen je wijsheid spoedig genoeg op de proef stellen." + +"Moet ik dan soms aannemen, dat ik niet op gelijken voet sta met mijn +baksmaats?" hernam Jack met een blik op Jolliffe. Deze wilde juist +antwoorden, maar Vigors was hem voor: + +"Ja, je bent hier op voet van gelijkheid, dat wil zeggen: je hebt +een gelijk recht in de kajuit, zoolang je er niet uitgesmeten wordt +wegens onbeschaamdheid tegenover je meerderen; je hebt een gelijk +aandeel te betalen in de dingen die voor den bak gekocht worden, en +een gelijk recht om er je portie van op te schranzen, als je ze maar +krijgen kunt; je hebt een gelijk recht van spreken, zoolang je niet +gezegd wordt je mond te houden. Hierop komt 't neer, dat je gelijk +recht hebt als ieder ander om te doen wat je kunt, te nemen wat je +kunt, en te zeggen wat je kunt, dat _kunnen_ is enkel maar de vraag; +de zwakste moet hier het loodje leggen, ziedaar nu de gelijkheid in +een adelborstenkajuit. Hebt je 't nu begrepen; of verlang je soms +nog een voelbare verduidelijking?" + +"Dus moet ik aannemen, dat van gelijkheid hier al even weinig sprake is +als onder de wilden, bij wie de sterkere den zwakkere onderdrukt, en +het vuistrecht het eenige recht is? Nu, zoo gaat 't op een kostschool +aan den vasten wal ook." + +"Voor dit maal heb je het bij 't rechte eind. Ben je op een kostschool +geweest? Hoe ging 't daar toe?" + +"Precies zooals gij 't hier wilt hebben: de zwaksten moesten het +loodje leggen." + +"Welnu, voor een blind paard is een wenk evengoed als een knipoogje, +dat is 't maar, mijn waarde," zei Vigors. + +Opeens werd het kommando "zeilen reven" gehoord en dit maakte voor +ditmaal een eind aan het twistgesprek. + +Daar onze held nog geen orders had gekregen wat hij eigenlijk moest +uitvoeren, bleef hij met Mesty beneden. + +"O, Massa Rustig, wat houd ik toch veel van u!" zei Mesty. "Dat +was eerst goed gesproken, Massa Rustig; en wat dien meneer Vigors +betreft--wees maar niet bang, dat je hem niet aan zoudt kunnen, dat +kun je stellig," vervolgde de neger, terwijl hij de spieren van Jacks +armen betastte, "ik durf er een heele week loon onder verwedden." + +"Bang ben ik niet," antwoordde Jack, "ik heb wel grootere jongens dan +hij is onder de knie gekregen." En die verzekering was waar. Meneer +Bonnycastle kwam nooit tusschenbeide bij een eerlijke kloppartij, en +lette niet op een paar blauwe oogen, als de lessen maar goed gekend +werden. Jack had herhaalde malen gevochten, zoodat hij ten slotte +een goed bokser was geworden, en ofschoon niet zoo groot als Vigors, +toch was hij voor het worstelen veel beter gebouwd. + +De voortdurende gevechten, waartoe Jack zich op school genoodzaakt +had gezien, waren door hem aangevoerd als bewijzen tegen de +gelijkheidstheorieën van zijn vader, maar deze had hem weten te +overtuigen, dat gevechten onder jongens niets te maken hadden met de +rechten van den mensch. + +Zoodra de wacht was opgeroepen, kwamen Vigors, O'Connor, Gossett en +Gascoigne beneden in de kajuit. Vigors, die, met uitzondering van +Jolliffe de sterkste was, had langzamerhand zijn meerderheid erkend +gezien en op dek gesproken over Rustig's onbeschaamdheid en over zijn +plan om hem mores te leeren. De anderen kwamen dus mee naar beneden +om de grap bij te wonen. + +"Wel, meneer Rustig," merkte Vigors op, bij het binnenkomen in de +kajuit, "je doet je naam waarlijk alle eer aan. Ben je soms van plan +je rantsoen op te eten, zonder er een hand voor uit te steken?" + +Jack's geduld was reeds uitgeput en daarom antwoordde hij: "Wees zoo +goed, meneer, u met uw eigen zaken te bemoeien." + +"Jouw onbeschaamde vlegel! als je nog één woord durft zeggen, zal ik je +eens een ferm pak slaag geven en er wat van die gelijkheid uitkloppen." + +"Zoo?" antwoordde Jack, die zich een oogenblik weer op de school van +meneer Bonnycastle verplaatst dacht; "dat zullen we nog eens zien." + +Daarop ontdeed Jack zich doodbedaard van jas en vest, tot niet geringe +verwondering van Vigors, die zulk een bewijs van vastberadenheid +en zelfvertrouwen niet verwacht had, en nog meer tot genoegen van +de overige adelborsten, die in stilte hoopten dat Vigors er eens +duchtig van langs zou krijgen. Vigors begreep echter, dat hij te +ver was gegaan om terug te treden en bereidde zich dus voor op den +strijd. Zoodra hij gereed was begaf zich het heele gezelschap naar +het ruim om het zaakje uit te maken. + +Vigors had zijn gezag meer te danken aan zijn grooten mond dan wel +aan zijn vuisten; want de anderen hadden hem als hun meerdere erkend +zonder voldoende proefneming; Jack echter, had op school heel wat +bedrevenheid in het vechten opgedaan, en men kan zich dus gemakkelijk +voorstellen hoe de strijd afliep. In minder dan een kwartier lag Vigors +doodaf op den grond, met een paar gezwollen oogen en drie tanden uit +zijn mond; terwijl Jack, na zich eens flink gewasschen te hebben, +uitgenomen een paar schrammen, er even frisch uitzag als te voren. + +De tijding der overwinning was spoedig over het schip verbreid, en +eer Jack goed en wel weer in zijn kleeren stak had Sawbridge ze al +in vertrouwen meegedeeld aan den kapitein. + +"Al zoo spoedig!" zei kapitein Wilson lachend; ik verwachtte wel dat +de adelborstenkajuit wonderen zou doen, maar toch niet met zoo'n +vaart. Deze overwinning is de eerste duchtige knak voor Rustig's +gelijkheid, en zal meer dienst doen dan twintig nederlagen. Laat hem +nu aan zijn werk gaan, hij zal weldra zijn richtsnoer vinden. + + + + +Achtste hoofdstuk. + + Onze held bewijst dat allen aan boord evenzeer fatsoen aan + plicht dienen op te offeren. + + +Of een jongmensch in zijn beroep slaagt, hangt voor een groot deel af +van de omstandigheden bij het begin van zijn loopbaan, want daarnaar +beoordeelt men zijn karakter en behandelt men hem. Jack had eerst +veel later dan dat met de meeste knapen het geval is, zijn keus tot +den zeedienst bepaald. Hij was flink opgeschoten en krachtig voor zijn +jaren, en al kon men niet bepaald zeggen dat hij een knap gezicht had, +er lag toch een uitdrukking van eerlijkheid en vrijmoedigheid in, +die aangenaam aandeed. De geestkracht, waarmee hij geweigerd had +naar Vigors' pijpen te dansen en tegen dezen was opgekomen, toen +hij nog ternauwernood hersteld was van zijn hevige zeeziekte, had +hem veler eerbied bezorgd, en de genegenheid verworven van allen, +behalve zijn tegenpartij en meneer Smallsole. In plaats dat zijn +baksmaats den gek met hem staken, haalden zij hem aan; Jolliffe +glimlachte over zijn onzinnigheden en trachtte hem die uit het hoofd +te praten, en de anderen mochten Jack gaarne lijden om hemzelf en om +zijn edelmoedigheid, en vooral omdat ze in hem een beschermer zagen +tegen Vigors, die hen allen ringeloorde. Jack had immers verklaard, +dat als macht recht was in een adelborstenkajuit, hij althans in zoover +de gelijkheid zou herstellen, dat hij steeds de zwakken zou beschermen +en niet zou dulden dat iemand, wie ook, in de adelborstenkajuit den +baas speelde over degenen, die niet tegen hem opgewassen waren. + +Op die manier maakte Jack het best mogelijke gebruik van zijn kracht +en werd als het ware de kampioen en beveiliger van hen, die ofschoon +veel langer op zee en meer ervaren dan hij, blij waren zich te kunnen +plaatsen onder de hoede van zijn moed en zijn strijdvaardigheid, welke +laatste eigenschap vooral de bewondering had gewekt van den slachter +aan boord, die een vuistvechter van beroep was geweest. Zoo kreeg Jack +opeens den rang van een oudste, en werd weldra de toongever. Als onze +held het tegenover Vigors had moeten afleggen, zou het geval juist +omgekeerd geweest zijn. Hij zou dan hetzelfde te lijden hebben gehad, +waaraan de meeste nieuwelingen in den zeedienst zijn blootgesteld. + +Meneer Asper had goede redenen om hem tot zijn kameraad te maken; +zij betrokken zamen de hondenwacht en hij luisterde geduldig naar als +den onzin, dien Jack over de rechten van den mensch uitkraamde. Toch +deed meneer Asper, zonder het te weten, veel goeds, want terwijl hij +om Jack's genegenheid te winnen, zich hield alsof hij 't volkomen met +hem eens was, waarschuwde hij evenwel en toonde aan waarom gelijkheid +aan boord van een oorlogsschip onbestaanbaar was. + +Wat hemzelf betrof, zoo beweerde hij, zag hij geen verschil tusschen +een luitenant, of zelfs een kapitein, en een adelborst, aangenomen +dat hij een beschaafd mensch is; hij zou zijn vrienden kiezen waar hem +dat goeddacht en versmaadde de door den dienst verleende macht om het +anderen onaangenaam te maken. Natuurlijk werden Jack en meneer Asper +goede vrienden, vooral daar Asper Jack, toen de wacht half verstreken +was, naar kooi liet gaan, waardoor hij niet alleen diens genegenheid +won, maar ook bevrijd raakte van het eeuwige geredeneer. + +Weldra zouden ze de straat van Gibraltar binnenzeilen en hoopten +den volgenden dag voor de stad te ankeren. Jack zat voor op den +bak met Mesty te praten, die een groote vriendschap voor hem had +opgevat. Ofschoon onze held nog slechts drie weken aan boord was, +zou Mesty toch alles voor hem gedaan hebben, en bij nader inzien is +dit toch eigenlijk licht verklaarbaar. + +Mesty was in zijn eigen land iemand van veel beteekenis geweest; +hij had al de ellende van een overtocht op een slavenschip te +verduren gehad, was tweemaal als slaaf verkocht, was vervolgens wel +ontvlucht--maar had toch ondervonden, dat de meening van het gros +sterk gekant was tegen zijn huidskleur en dat hij, ofschoon vrij, +aan boord van een oorlogsschip tot de nederigste diensten werd gedoemd. + +Nooit had hij iemand de gevoelens hooren verkondigen, die nu in zijn +eigen boezem leefden, namelijk die van vrijheid en gelijkheid. Wij +zeggen nú, omdat hij vóór zijn gevangenschap, toen hij nog in zijn +eigen land den baas kon spelen, geen oogenblik aan gelijkheid +dacht. Dat gaat meer zoo met menschen die de macht in handen +hebben. Maar hij had een harde leerschool doorloopen; en ofschoon +iedereen te New-York den mond vol had van vrijheid en gelijkheid, +bemerkte hij dat ze die wel voor zichzelf preekten, maar ten opzichte +van anderen niet in toepassing brachten, en dat, onder al die vrijheid +en gelijkheid, hij en duizenden met hem als nietswaardige wezens +werden beschouwd. + +Naar Engeland ontvlucht, had hij zijn vrijheid herkregen, maar van +gelijkheid was geen sprake; daarbij stond zijn kleur hem in den +weg, en hij verkeerde in de meening dat de geheele wereld tegen +hem samenspande, totdat hij vol verbazing van Jack's lippen boutweg +dezelfde denkbeelden hoorde verkondigen, en dat nog wel in den dienst, +waar het ongeveer gelijk stond met muiterij. Dit maakte Mesty terstond +aan onzen held verknocht, en hij toonde zijn gehechtheid op alle +mogelijke manieren. Ook Jack mocht Mesty goed lijden en praatte graag +met hem, zoodat zij, na het gevecht met Vigors, elkaar gewoonlijk +iederen avond op den bak ontmoetten om de beginselen van gelijkheid +en de rechten van den mensch te bespreken. + +De bootsman, Biggs geheeten, was een vlug, bedrijvig manneke, dat eens +bij een orkaan als opperste van de fokkemars zich zoo buitengewoon +kordaat had gehouden, dat hij bij den admiraal tot bevordering +werd voorgedragen. Hij werd dan ook bootsman, en nadat de equipage, +waartoe hij behoord had, afbetaald was, vond hij plaatsing op Harer +Majesteits fregat de Harpij. Jack's onderhoud met Mesty werd gestoord +door de stem van den bootsman, die zijn jongen een standje maakte. "'t +Is nu volgens mijn repetitie-horloge al tien minuten geleden, dat ik +je heb laten roepen," zei de bootsman, en haalde bij die woorden een +ouden zilveren knol voor den dag, die hem eens door een schacheraar +voor een repetitie-horloge was aangesmeerd. + +"Met uw verlof, meneer," zei de jongen, toen u me liet roepen was ik +juist bezig een andere broek aan te trekken en daarna moest ik mijn +kist weer opbergen." + +"Zwijg maar liever; je moest weten dat je, broek of geen broek, +onmiddellijk behoort te komen, als je meerdere je laat roepen." + +"Ook zonder broek aan, meneer?" hernam de jongen. + +"Wel stellig, ook zonder broek. Als de kapitein mij liet roepen, +zou ik onmiddellijk gaan al was het desnoods zonder hemd. Plicht gaat +boven fatsoen." Dit zeggende pakte de bootsman den jongen beet. + +"Maar, meneer Biggs," zei Jack, "u zult toch den jongen niet straffen, +omdat hij zonder broek aan niet gekomen is?" + +"Dat zal ik wel, meneer Rustig--ik zal hem eens een lesje geven. Nu er +zulke nieuwmodische begrippen aan boord van het schip gebracht zijn, +moeten we ons dubbel verplicht gevoelen om de waardigheid van den +dienst op te houden, en de bevelen van een meerdere mogen niet tien +minuten en twintig seconden onuitgevoerd blijven, omdat een jongen +zijn broek niet aanheeft." Daarop gaf de bootsman den jongen een paar +fiksche halen met zijn rotting, en bracht hem daardoor tot het besef +hoe gelukkig het was, dat hij zijn broek aangetrokken had alvorens op +het dek te verschijnen. "Ziedaar," zei meneer Biggs, "dat is een les +voor je, deugniet--en 't is er tevens een voor u, meneer Rustig." liet +hij er op volgen en verwijderde zich met een air van zelfvoldoening. + +"Zoo'n moorddadige Ier!" zei Mesty, "wat heeft hij dien armen stakker +geranseld." + +Den volgenden dag lag de Harpij in de baai van Gibraltar voor anker. De +kapitein ging aan wal, en gaf last dat men hem vóór negenen met de +sloep moest komen afhalen, want na dien tijd wordt de vestingspoort +alleen op bijzondere vergunning geopend. Toevallig werd er dien avond +door de officieren van het garnizoen een bal gegeven en nu kregen +de officieren van de Harpij een beleefde uitnoodiging om dat bij te +wonen. Voor degenen, die van de uitnoodiging gebruik maakten, zou +het te laat worden dan dat ze nog de poort uit konden en daarom gaf +de kapitein hun verlof om aan den wal te blijven tot den volgenden +morgen zeven uur. Omdat ze nog al sterk in getal waren, zouden er +tegen dien tijd twee sloepen uitgezonden worden om hen af te halen. + +Meneer Asper kreeg verlof en verzocht of hij onze held mee mocht +nemen, wat hem door meneer Sawbridge werd toegestaan. Er kregen +nog verscheidene andere officieren verlof, zoo ook de bootsman, +die, in het besef dat zijn diensten vereischt zouden worden zoodra +de uitrusting begon, enkel verlof vroeg voor dien avond, en meneer +Sawbridge, die begreep dat hij thans beter gemist kon worden dan op een +anderen tijd, stemde er in toe. Asper en Jack begaven zich naar een +logement, dineerden en bespraken logies, en kleedden zich vervolgens +voor het bal, dat zeer schitterend was, en wegens het gezelschap +der officieren bijzonder prettig. Kapitein Wilson nam bij het begin +even een kijkje en keerde toen weer naar boord terug. Jack ging met +zijn gewone welgemanierdheid te werk, danste tot twee uur, en toen de +bezoekers van het bal begonnen te dunnen, stelde Asper voor om ook maar +heen te gaan. Na nog even in het locaal voor ververschingen vertoefd +te hebben, werden hun hoeden en jassen gebracht en juist wilden ze +opstappen, toen een der garnizoensofficieren aan Jack vroeg of hij +ook lust had een baviaan te zien, die eerst onlangs van de rots was +overgebracht. Voorzien van eenige stukken koek begaven zij zich na +naar de binnenplaats, waar het dier dicht bij een kleine waterbak +vastgeketend lag. Jack voerde het beest tot al zijn koek op was, en +toen hij niets meer te geven had, vloog de baviaan op hem los. Jack +deed haastig een paar stappen achteruit, maar tuimelde daardoor +achterover in den waterbak, die ongeveer twee voet diep was. Dat was +me een grap! Nadat er hartelijk gelachen was, wenschten onze vrienden +den officier goedennacht en begaven zich naar hun logement. + +Nu hadden de officieren, die van de Harpij aan wal waren gegaan, +allen hun intrek genomen in hetzelfde logement en daar er ook nog +andere gasten waren, was de waard niet in staat ieder zijner logeées +een afzonderlijke kamer te geven. Hiertegen werd echter geen bezwaar +gemaakt en Jack kwam onder dak in een vertrek met twee bedden, +waarvan het eene reeds in beslag genomen was, zooals hij opmaakte +uit het geluid van zware ademhalingen, dat zijn oor trof. + +Onder het ontkleeden bespeurde Jack dat zijn broek erg nat was. Ten +einde ze te drogen hing hij ze buiten het raam, en schoof dit +vervolgens weer dicht, om te beletten dat het kleedingstuk er uit +mocht vallen. Daarna kroop hij onder de dekens en was spoedig in +diepe rust. Zooals hij besteld had, werd hij om zes uur geroepen, +maar toen hij zich wilde aankleeden, bemerkte hij tot zijn schrik +dat het raam open en zijn broek naar de maan was. Blijkbaar had zijn +kamergenoot gedurende den nacht het venster geopend, zoodat de broek +op straat gevallen en door den een of ander meegepakt was. Jack keek +nog eens naar omlaag en ontdekte dat zijn buurman dien nacht onwel +moest geworden zijn. 't Is wat moois, zoo'n dronken kameraad, dacht +Jack; maar wat valt er aan te doen? Dit zeggende, stapte hij naar het +andere bed en bespeurde dat het ingenomen was door den bootsman. Wel, +dacht Jack, als die Biggs goedvindt mijn broek naar de maan te helpen, +dan heb ik toch ook het recht om de zijne te nemen of ten minste te +gebruiken om er mee naar boord te gaan. Gisteravond nog heeft hij +verklaard dat plicht boven fatsoen gaat en dat de bevelen van een +hoogergeplaatste gehoorzaamd moet worden, desnoods zonder kleeren +aan. Ik weet dat hij noodzakelijk naar boord moet en nu wil ik toch +eens zien hoe 't hem aanstaat in zijn hemdsslippen bevelen op te +volgen. Dit overwegende nam Jack de broek van den bootsman, die nog lag +te snorken, ofschoon hij al geroepen was. Jack trok het ding aan, stak +zich verder in de kleeren en verliet de kamer. Hij ging naar die van +meneer Asper, dien hij juist gereed vond en na de rekening betaald te +hebben--want Asper had ongelukkig zijn beurs vergeten--begaven ze zich +naar de vestingpoort, waar ze reeds een aantal officieren wachtende +vonden, genoeg om de eerste sloep te bezetten, die dan ook spoedig +van wal stak. Aan boord gekomen, haastte Jack zich een andere broek +aan te trekken en die van Biggs op een stoel in diens hut te leggen, +en nadat hij Mesty in vertrouwen had meegedeeld wat er aan de hand was, +begaf hij zich weer naar het dek om te zien hoe het geval zoo afloopen. + +Alvorens het logement te verlaten had Jack aan den bediende gezegd, +dat er boven nog een bootsman in diepen slaap lag, die onmiddelijk +gewekt moest worden, en aan dien last was gehoor gegeven. De bootsman, +die den vorigen avond te diep in het glas had gekeken, en zooals Jack +terecht vermoedde het raam geopend had, omdat hij zich onpasselijk +gevoelde, werd wakker gemaakt en sprong, toen hij hoorde hoe laat +het al was, ijlings uit bed om zoo spoedig mogelijk zijn kleeren +aan te schieten. Daar hij zijn broek niet vond, schelde hij, in de +vooronderstelling dat ze weggenomen was om uitgeborsteld te worden, +en om geen tijd te verliezen trok hij zijn overige kleedingstukken +maar vast aan. De bediende, die op het geschel verscheen, zei dat hij +de broek niet uit de kamer had gehaald en de arme Biggs zat nu leelijk +in de klem. Wat er met zijn broek gebeurd kon zijn, begreep hij maar +volstrekt niet; hij had zelfs geen flauwe herinnering er van hoe hij +in zijn bed gekomen was; en toen hij er den bediende naar vroeg, wist +deze alleen te vertellen, dat meneer leelijk aangeschoten thuis was +gekomen en dat hij, toen hij meneer kwam wekken, het raam open had +gevonden, zoodat hij vooronderstelde, dat meneer zijn broek op straat +had gesmeten. De tijd drong, en de bootsman wist geen raad. "Maar +zouden ze hem niet een broek kunnen leenen?" + +"Dat zou hij eens aan den hôtelhouder vragen." + +De eigenaar van het logement wist terdege goed onderscheid te maken +tusschen de officieren van verschillende rang en begreep opperbest aan +wie hij crediet kon verleenen en aan wien niet. Hij zond den bediende +met de rekening naar boven en gaf hem de boodschap mee, dat meneer, +als hij een onderpand gaf, wel een broek kon krijgen. De bootsman +voelde al zijn zakken na, en herinnerde zich nu dat hij al zijn geld +in den zak van zijn broek had gehad. Hij kon dus niet alleen geen +onderpand geven, maar zelfs zijn rekening niet betalen. De hôtelhouder +was onverbiddelijk. 't Was al erg dat hij naar zijn geld moet fluiten, +meer kon hij er niet aan wagen. + +"Ze zullen me nog voor den krijgsraad brengen!" riep de bootsman +uit. "Komaan, de vestingpoort is niet ver af, laat ik 't op een loopen +zetten en schielijk in een der sloepen wippen; ik kan dan nog wel een +andere broek aanschieten voor ik aan boord op het rapport kom." Na dat +besluit genomen te hebben ging de bootsman aan den haal, zoodat zijn +hemdsslippen in de wind fladderden, en bereikte buiten adem de plek, +waar de boot nog op hem lag te wachten. Met een wip was hij er in en +hurkte bij de stuurrepen neer, tot groote verbazing van de officieren +en de matrozen, die meende dat hij gek geworden was. Met weinig woorden +vertelde hij, dat de een of ander des nachts zijn broek had gestolen; +en daar het al laat was zette de matrozen af, terwijl matrozen zoowel +als officieren meenden te stikken van het lachen. + +"Heeft er ook een van jullie een pijjekker?" vroeg de bootsman aan +de matrozen; maar het was zulk warm weer, dat niemand hunner er een +bij zich had. Biggs keek eens rond en zag dat de officieren op een +zeejekker zaten. + +"Van wien is die zeejekker?" vroeg hij. + +"Van mij," antwoordde Gascoigne. + +"Och meneer Gascoigne, u zal wel zoo vriendelijk willen zijn me hem +even te leenen tot ik aan boord ben." + +"Wel waarachtig niet!" antwoordde Gascoigne, die het ding nog liever +over boord zou gesmeten hebben, dan de grap te bederven; "toen we +een tijd geleden met windstilte bij Kaap St. Vincent lagen en ik +je om een vischsnoer vroeg, heb je gezegd dat ik naar de maan kon +loopen. Nu gaat het leer om leer en mijn jekker krijg je niet." + +"Och toe, meneer Gascoigne, zoodra we aan boord zijn, zal ik u drie +vischsnoeren geven." + +"Dat kan me allemaal niets schelen," antwoordde Gascoigne, die aan +het roer zat, omdat hij naar den wal gezonden was om de anderen af te +halen. "Allen aan de riemen!" kommandeerde hij nu, en weldra lagen +ze op zij van het schip. Toen de officieren opgestaan waren, rolde +Gascoigne, in spijt van Biggs dringend smeeken, zijn jekker op en smeet +hem den man toe, die den achtermeertros uitgeworpen had. Wat Biggs +toestand nog des te beklagenswaardiger maakte, was de omstandigheid +dat de eerste luitenant over de verschansing in de boot stond te +kijken en kapitein Wilson op het halfdek heen en weer wandelde. + +"Komaan, meneer Biggs, ik had u al met de eerste boot verwacht," +riep meneer Sawbridge hem toe "vlug wat, asjeblieft, want de ra's +zijn nog niet gebrast." + +Biggs wist nog altijd niet hoe hij het maken zou om geen al te gek +figuur te slaan en bleef dralen, totdat de eerste luitenant driftig +uitriep: "Wat duivel, meneer Biggs, wat treuzel je toch?--ge zult +me verplichten met wat meer ijver te toonen of anders wil ik u wel +verzekeren, dat ge u in 't vervolg de moeite kunt sparen van verlof +te vragen om naar den wal te gaan. Ben je soms dronken, meneer?" + +Deze laatste opmerking bracht Biggs tot een besluit. Hij sprong op en +was in een oogwenk uit de boot op het dek, waar hij voor den luitenant +aansloeg en zeide: + +"Broodnuchter, meneer, maar ik ben mijn broek kwijt." + +"Dat schijnt wel," antwoordde meneer Sawbridge, terwijl Biggs, wiens +hemdslippen nog maar steeds in den zeewind fladderden in deemoedige +houding voor hem stond. Maar nu kon meneer Sawbridge zich niet langer +goedhouden; schuddend van het lachen stormde hij de scheepstrap af +naar het halfdek. Meneer Biggs kon eerst na meneer Sawbridge naar +beneden gaan en het gesprek had aller aandacht getrokken, zoodat +iedereen het oog op hem richtte. + +"Wat beteekent dat?" zei kapitein Wilson naar het gangboord komend. + +"Plicht gaat boven fatsoen," antwoordde Jack, die veel pret had in +de grap. + +Meneer Biggs herinnerde zich den dag van gisteren. Terwijl hij voor +den kapitein aansloeg, wierp hij een nijdigen blik op Jack, en pakte +zich weg naar het benedendek. + +Wat de verontwaardiging van den bootsman nog verhoogde, was +de ontdekking dat zijn broek eerder aan boord gekomen was dan +hijzelf. Daaruit begreep hij, dat men hem een poets gespeeld had +en hij twijfelde geen oogenblik er aan, of onze held had 't hem +gebakken. Bewijzen kon hij dat echter niet, want hij wist niet eens +wie met hem de kamer gedeeld had. Toen Jack naar bed ging, lag hij +al in diepen slaap en bij diens vertrek was hij nog niet wakker. + +Het fijne van het geval raakte op het schip spoedig algemeen +bekend en "plicht gaat boven fatsoen" werd een spreekwoord. De +bootsman stelde alles in het werk om zich op den armen jongen te +wreken, zoodat Gascoigne en Jack nooit meer een vischsnoer van hem +kregen. Het scheepsvolk had evenveel hekel aan den bootsman als aan +Vigors, terwijl Jack, zoowel om zijn stellingen over de rechten van +den mensch als om zijn ringelooren van hun twee grootste vijanden, +de gunsteling werd van de zeelui, en daar zulke gunstelingen steeds +met een bijnaam vereerd worden, noemden ze onzen held Jack Gelijkheid. + + + + +Negende hoofdstuk. + + Onze held wil liever naar beneden dan naar boven gaan; + een keus, waarvan hij, naar we hopen in meer gewichtige + omstandigheden zal terugkomen. + + +Den volgenden dag was het Zondag en, daar het weer ongunstig was, +kwam er niets van het dienst doen, maar werden de krijgsartikelen +met den daaraan verschuldigden eerbied voorgelezen, terwijl kapitein, +officieren en manschappen met hun hoeden af in een motregen stonden +te luisteren. Jack, die van den kapitein gehoord had, dat die +krijgsartikelen de wetten en voorschriften van den dienst waren, +waaraan kapitein, officieren en scheepsvolk allen gelijkelijk +onderworpen waren, volgde met gespannen aandacht de voorlezing van +den schrijver. Weinig vermoedde hij, dat er hun door de admiraliteit +ongeveer vijfhonderd verordeningen op den hals waren geschoven, die +bijna alles omvatten en in zeker opzicht den persoonlijken wil alle +beteekenis ontnamen. + +Jack luisterde nauwlettend. Van de meeste artikelen begreep hij, dat +hij er nooit mee in botsing zou komen, en wat hem vooral verwonderde, +was het stellige verbod tegen het vloeken, dat toch aan boord als +een doode letter werd beschouwd. Over het geheel genomen meende hij +nu vrij wel te weten, waar hij zich aan te houden had, maar voor +alle zekerheid verzocht hij, zoodra de manschappen door een stoot +op de fluit naar beneden gekommandeerd waren, den schrijver om een +afschrift van de artikelen. + +Nu had de schrijver er wel drie, maar maakte toch bezwaar er een +af te staan. Ten laatste beloofde hij, dat Jack een der copieën zou +krijgen, als hij hem daarvoor een tandenborstel wilde geven, want de +zijne was door den een of anderen gauwdief gekaapt. Jack antwoordde, +dat de door hem gebruikte al tamelijk versleten was en hij maar één +nieuwen had, dien hij onmogelijk missen kon. Daarop zei de schrijver, +die heel netjes was, en een afschuw had van vuile tanden, dat als +Jack van den nieuwen borstel geen afstand wilde doen, hij zich +tevreden zou stellen met den gebruikten. De ruil geschiedde en Jack +las nu de krijgsartikelen zoo dikwijls over, tot hij ze nagenoeg van +buiten kende. + +"Zie zoo", zei Jack, "nu weet ik wat me te doen staat en waar ik me +voor te wachten heb. Zoolang ik in dienst blijf, zal ik die artikelen +steeds in mijn zak dragen, als ze het ten minste zoolang uithouden; en +al doen ze dat niet--allicht heb ik dan weer een ouden tandenborstel +om er tegen in te ruilen, want dat schijnt nu eenmaal de prijs er +van te zijn." + +De Harpij bleef veertien dagen in de baai van Gibraltar liggen. Jack +had nog al eens gelegenheid om aan wal te gaan en daarbij vergezelde +meneer Asper hem geregeld. + +Op een morgen kwam Jack beneden in de kajuit en vond er den jongen +Gossett huilende. + +Wat scheelt er aan, mijn beste Gossett? vroeg Jack. + +"Vigors heeft me met een eind touw afgerost," antwoordde Gossett, +terwijl hij zijn arm en zijn schouders wreef. + +"Waarom?" vroeg Jack. + +"Wel, hij beweert, dat de dienst heel in de war loopt--waaraan ik +toch geen schuld heb--en dat het gedaan is met alle gezag, nu er +nieuwelingen aan boord komen, die, omdat ze een paar tientjes op zak +hebben, maar alles mogen doen wat ze willen. Maar hij zou er eens de +hand aan houden, en bij die verklaring heeft hij me tegen den grond +gesmeten--en toen ik weer op de been was, moest ik blijven staan--en +toen haalde hij zijn eind touw voor den dag en zei, dat bij van plan +was zich eens duchtig te laten gelden en dat het maar uit moest wezen +met dien Jack zijn Gelijkheid. + +"Zoo!" antwoordde Jack. + +"En toen heeft hij me een half uur geranseld." + +"Zoo waar als ik leef, Massa Rustig, 't is precies zoo gebeurd. Stellig +moet hij erg zwak van geheugen zijn," vervolgde Mesty, "en weer een +lesje noodig hebben van Jack Gelijkheid." + +"En daar zal hij niet van vrijloopen ook," antwoordde onze held, +"hoewel het strijdt tegen het artikel dat luidt: 'alle twist en +vechterij enz.' Gossett, heb je een beetje meer begrip dan een +garnaal?" + +"Jawel," antwoordde Gossett. + +"Nu, wil je dan een volgenden keer doen wat ik je zeg, en op mijn +bescherming rekenen?" + +"'t Kan me niet schelen wat ik doe," hernam de jongen, als gij me +maar helpt tegen dien laffen dwingeland." + +"Bedoel je daar mij soms mee?" beet Vigors hem toe, die juist in de +deur van de kajuit verscheen. + +"Zeg ja," fluisterde Jack. + +"Ja, jou!" riep Gossett uit. + +"Ei zoo, mannetje, dan zal ik je nog een beetje er van langs moeten +geven," zei Vigors en haalde zijn eind touw voor den dag. + +"Je deed beter met dat te laten, meneer Vigors," merkte Jack op. + +"Bemoei je alsjeblieft met je eigen zaken," antwoordde Vigors, +die volstrekt niet op zoo'n tusschenkomst gesteld was. "Ik heb +'t niet tegen jou, en het zal me pleizier doen als je je niet met +mij inlaat. Ik heb, dunkt me, alle recht om zelf mijn kennissen te +kiezen, en den omgang van een gelijkheidskramer zoek ik niet, reken +daar gerust op." + +"Zooals je verkiest, meneer Vigors," antwoordde Jack, "'t staat u vrij +uw eigen kennissen te kiezen, maar ik heb evengoed dat recht en zal +mijn vrienden bijstaan ook. Deze jongen is mijn vriend, meneer Vigors." + +Zelfs op gevaar af van een tweede gevecht met Jack, kon Vigors toch +zijn grootspreken niet laten en hernam: "Dan zal ik zoo vrij zijn uw +vriend een pak slaag te geven," terwijl hij onmiddellijk de daad bij +het woord voegde. + +"Dan zal ik zoo vrij zijn mijn vriend te verdedigen," antwoordde Jack; +"en daar gij mij een gelijkheidskramer hebt genoemd, zal ik trachten +dien naam niet te verliezen,"--en bij die woorden gaf Jack hem zulk +een peuter onder zijn oor, dat hij over het dek rolde en niet in +staat was zich weer op te richten. Jack wrong hem nu het eind touw +uit de hand en zei toen tot Gossett: "Nu geef jij hem hiermee maar +eens een duchtig pak, of anders krijg je zelf van mij er langs." + +Gossett liet zich dat geen tweemaal zeggen; het genot zijn vijand +te kunnen afranselen, al was het ook maar voor eens, was al te +verleidelijk--en hij spaarde zijn krachten niet. Met gebalde vuisten +stond Jack klaar om bij het minste verzet zijn vriend te verdedigen; +maar Vigors was half versuft van den ontvangen opstopper en verroerde +geen vin, hij liet zich gedwee afrossen. + +"Zoo is 't genoeg," zei Jack eindelijk; "en wees nu maar niet bang, +Gossett; den eersten den besten keer dat hij je aanraakt als ik er +niet bij mocht zijn, zal ik 't hem betaald zetten, zoodra jij 't me +verteld hebt. Ik wil niet voor niets Jack Gelijkheid genoemd worden." + +Toen Jolliffe, die van het geval hoorde, onzen held weer eens alleen +aantrof, zei hij tot hem: "Neem een goede raad van mij aan, vriend, +en steek je knuisten niet telkens uit ter wille van anderen, je zult +spoedig ondervinden, dat er voor jezelven al genoeg te vechten valt." + +Jack sloeg daarop een halfuur lang aan 't redeneeren, waarna ze +afscheid van elkaar namen. Maar Jolliffe had gelijk. Jack had elk +oogenblik stribbelingen, en ofschoon de kapitein en de eerste luitenant +hem hun bescherming niet onthielden, begonnen zij 't toch hoog tijd te +vinden, dat Jack tot inzicht kwam, hoe aan boord van een oorlogsschip +iedereen en alles zich aan de voorschriften te houden had. + +Aan boord van Zijner Majesteit fregat Harpij was ook iemand die +Easthupp heette en den post van onderbetaalmeester bekleedde. Hoe +hij eigenlijk aan dat baantje gekomen was viel moeilijk te verklaren, +want hij had vroeger wegens dieverij op minder aangename manier met +den strafrechter kennis gemaakt. Lezen en schrijven had hij in het +werkhuis geleerd en nadat hij daaruit ontsnapt was, sloot hij zich in +Londen bij een bende jeugdige dieven aan om ten slotte zakkeroller +te worden. Zijn uiterlijk was vrij gunstig en met zijn onbeschaamde +grootspraak wist hij velen zand in de oogen te strooien; ook stak hij +altijd netjes in de kleeren en op zijn manieren viel niet veel aan +te merken. Ofschoon hij de taal deerlijk havende, was hij toch rad +van tong, en daar hij herhaalde malen met het gerecht in aanraking +was geweest, viel het niet te verwonderen, dat hij zich door en door +radikaal noemde. + +Toen nu Easthupp van Jack's denkbeelden hoorde, wilde hij dadelijk +kennis met hem aanknoopen en nog eer ze Gibraltar bereikten, kwam +hij zichzelf met veel strijkages voorstellen. Onze held kon den kerel +echter al dadelijk niet uitstaan om zijn overmatige en onbeschaamde +gemeenzaamheid. + +Als Jack iemand ontmoette, merkte hij aanstonds of hij met een +beschaafd man te doen had, en hij verkoos zich niet in te laten met +personen, die hij te ver beneden zich achtte. Zóó ver ging Jack's +gelijkheid niet; in theorie was alles goed en wel, maar in de practijk +lette hij er wel degelijk op, of iets in zijn kraam te pas kwam. + +Maar de onderbetaalmeester was niet zoo gemakkelijk af te schepen; en +al liet Jack hem duidelijk merken, dat zijn gezelschap hem volstrekt +niet aanstond, toch klampte Easthupp hem telkens op gemeenzame wijze +aan. Ten slotte zei Jack hem ronduit, dat hij niets met hem te maken +wou hebben, waaruit een woordentwist onstond, die zóó hoog liep, dat +Jack den ander een schop gaf, die hem door het luik van het achterdek +naar beneden deed tuimelen. Dit was al een heel bedenkelijk bewijs van +Jack's gelijkheid--en Easthupp, zich in zijn eer gekrenkt achtende, +diende zijn beklag in bij den kapitein, die nu onzen Rustig bij zich +liet komen. + +Niet zoodra was Jack verschenen of kapitein Wilson riep ook Easthupp. + +"Wel, onderbetaalmeester, wat heb je nu eigenlijk in te brengen?" + +"Met uw verlof, kapitein Wilson, het is me hoogst onaangenaam, dat +ik verplicht ben mij over iemand te beklagen, maar hier meneer Rustig +heeft goed gevonden uitdrukkingen tegen mij te bezigen, die voor een +fatsoenlijk mensch in 't geheel niet passen en bovendien heeft hij +me een schop gegeven, zoodat ik door het luik ben getuimeld." + +"Is dat waar, meneer Rustig?" + +"Ja, meneer," antwoordde Jack. "Herhaalde malen heb ik den kerel +gezegd, dat hij zich niet met mij bemoeien moest, en toch laat hij +'t niet. Ik heb hem een radikalen ellendeling genoemd en hem een +schop gegeven." + +"Heb je hem een radikalen ellendeling genoemd, meneer Rustig?" + +"Ja, meneer, want hij relt me altijd aan de ooren over zijn republiek, +en beweert dat we geen koning en geen aristocratie noodig hebben." + +Kapitein Wilson wisselde een veelbeteekenden blik met meneer Sawbridge. + +"Ik heb inderdaad mijn politieke gevoelens kenbaar gemaakt, +kapitein Wilson, maar u gelieve niet te vergeten, dat wij allen +een gelijk aandeel in het land hebben--dat is het geboorterecht van +een Engelschman. + +"Welk aandeel gij in het land hebt, begrijp ik niet goed, meneer +Easthupp," merkte kapitein Wilson op, "maar, me dunkt, als gij +dergelijke uitdrukkingen gebruiktet, had meneer Rustig ook alle recht +u zijne meening te kennen te geven." + +"Ik ben volkomen bereid, kapitein Wilson, dit toe te geven voor zoo ver +het staatkundige gesprekken geldt--en dat is 't ook volstrekt niet, +waarover ik mij beklaag. Maar meneer Rustig heeft zich vermeten mij +een bedrieger en een leugenaar te noemen." + +"Hebt gij die uitdrukkingen gebruikt, meneer Rustig?" + +"Ja, meneer, dat heeft hij," hernam de onderbetaalmeester; "en hij +heeft er nog bijgevoegd, dat ik de manschappen en mijn patroon, den +betaalmeester, niet moest bedriegen. Wordt mij op die manier niet een +leelijke klad aangewreven, kapitein? Maar ik durf me vleien dat ik +een goede opvoeding heb genoten en vroeger verkeerde ik in deftige +kringen. Iedereen kan echter in het ongeluk geraken, en ik voel me +diep gekrenkt door die schandelijke aantijgingen." Hierop haalde +meneer Easthupp zijn zakdoek voor den dag en snoot met veel drukte +zijn neus. "Ik heb meneer Rustig gezegd, dat ik me even fatsoenlijk +achtte als hij, en in elk geval niet omging met zwarte kerels, waarop +hij goed vond me een schop te geven, zoodat ik door het luik naar +beneden tuimelde." + +"Al genoeg, betaalmeester, ik heb uw klacht gehoord en gij kunt +nu gaan." + +Meneer Easthupp nam met veel zwier zijn hoed af, maakte een buiging +en begaf zich langs de groote trap naar beneden. + +"Meneer Rustig," zei kapitein Wilson, "gij moet weten, dat de +voorschriften van den dienst, waaraan wij allen gelijkelijk gebonden +zijn, niet veroorloven dat een officier zich op eigen hand recht +verschaft. Ofschoon ik er nu geen aanmerkingen op wil maken, dat gij +den man een radikalen ellendeling hebt genoemd, want hij verdiende +dat door het onbeschaamd opdringen van zijn meeningen, toch hebt +gij geen recht zonder reden iemands karakter aan te vallen--en daar +de man een post van vertrouwen bekleedt, stond het u volstrekt niet +vrij hem voor een bedrieger uit te maken. Wilt u me eens verklaren, +waarom ge die uitdrukking hebt gebruikt?" + +Nu had onze held geen eigenlijke bewijzen tegen den man en wist +tot zijn verontschuldiging niets deugdelijks in te brengen; doch +opeens schoot hem de reden te binnen, die de kapitein zelf indertijd +tot vergoelijking der onbehoorlijke taal van meneer Sawbridge had +aangevoerd. Jack was slim genoeg om te begrijpen, dat hij doel zou +treffen, en antwoordde dus doodbedaard en eerbiedig: + +"Met uw verlof, kapitein Wilson, 't was enkel dienstijver." + +"Dienstijver, meneer Rustig? Dat lijkt me maar een zwakke +verontschuldiging. Maar waarom toch hebt ge den man geschopt? Dat +zoo iets in strijd was met de verordeningen, moest ge immers weten." + +"Jawel, meneer," antwoordde Jack weifelend, "maar ik heb 't toch +enkel uit dienstijver gedaan." + +"Vergun me dan op te merken," hernam kapitein Wilson, terwijl hij +zich op de lippen beet, "dat uw ijver in dit geval erg misplaatst was, +en zich naar ik hoop, niet weer, op die wijze zal uiten." + +"En toch, meneer," zoo begon Jack weer, die begreep dat hij den +kapitein een steek onder water gaf en daarom een vrij bedeesd +gezicht zette, "toch zouden we 't in den dienst zonder ijver niet +ver brengen--en ik hoop nog eens, volgens uw eigen zeggen een zeer +ijverig officier te worden." + +"Dat hoop ik ook, meneer Rustig," antwoordde de kapitein. "Doch ga +nu maar heen, en laat me niet weer hooren van schoppen, Zoo'n ijver +is totaal misplaatst." + +"Waarschijnlijk meer dan mijn voet," mompelde Jack onder het heengaan. + +Zoodra onze held zich verwijderd had begon kapitein Wilson hartelijk te +lachen en vertelde aan meneer Sawbridge, hoe hij indertijd diens taal +tegenover onze held voor een uitvloeisel van louter dienstijver had +verklaard, maar nu zijn troeven dubbel en dwars weer thuis gekregen +had. "Inderdaad, meneer Sawbridge, nu blijkt eerst, hoe zwak mijn +verdediging van u was, doe dus uw voordeel met het lesje." + +Sawbridge vond dat ook--maar toch waren beiden 't er over eens, +dat Jack's rechten van den mensch groot gevaar begonnen te loopen. + +Den dag voordat het schip weer uitzeilde, dineerde de kapitein en +meneer Asper bij den gouverneur; en daar er weinig meer te doen viel, +droeg meneer Sawbridge, die sedert het binnenloopen van de haven +nog niet van boord geweest was, voor den namiddag het bevel aan +meneer Smallsole, den stuurman, over en begaf zich aan wal om eenige +inkoopen te doen. Nu hebben we reeds opgemerkt, dat die stuurman Jack's +gezworen vijand was.--Jack lag er al met drie overhoop: met Smallsole, +met Biggs, den bootsman, en Easthupp, den onderbetaalmeester. Meneer +Smallsole was wat blij, dat hij eens het commando had en hoopte nu +gelegenheid te vinden tot het straffen van onzen held, die zich al +licht bloot zou geven. + +Evenals de meeste menschen, die zelden wat te bevelen hebben, was de +stuurman overdreven lastig en bazig. Hij vloekte tegen de matrozen, +liet ze hun werk twee, driemaal overdoen, onder voorwendsel, dat het +niet vlug genoeg ging, en had op iedereen, die aan boord gebleven was, +wat aan te merken. + +"'t Schijnt wel, meneer Biggs, of jullie daar vooruit allen in den dut +zijt geraakt. Denk je soms dat er niets uitgevoerd behoeft te worden, +nu de eerste luitenant niet aan boord is? Hoe lang moet 't nog duren +eer dat hijschen gedaan is?" + +De nijdigheid van meneer Smallsole sloeg op meneer Biggs over, en +van den weeromstuit raakten ook de bootmansmaat en de bakmeester van +het hondje gebeten, en als meneer Smallsole begon te vloeken, liet +ook de bootsman zich niet onbetuigd. Zelfs bij den bootsmansmaat, +de baksmeester en al de matrozen vond dat voorbeeld navolging. + +Meneer Smallsole kwam vooruit. + +"Verduiveld, meneer Biggs, wat scheelt er toch aan? Kunnen jullie +niet wat beter aanpakken?" + +"We doen ons best al, meneer," antwoordde de bootsman, "maar die +nietsdoeners op den bak staan ons in den weg." Bij die woorden wierp +meneer Biggs een blik op onzen held en Mesty, die tegen de verschansing +geleund stonden. + +"Wat voer je hier uit, meneer?" riep Smallsole onzen held toe. + +"Niets meneer," antwoordde Jack. + +"Dan zal ik je wat te doen geven. Den mast in, en blijf daar tot +ik je weer beneden roep. Kom mee, meneer, ik zal je den weg wijzen, +vervolgde de stuurman en begaf zich achteruit. Jack volgde hem tot +op het halfdek: + +"En nu naar boven, meneer." + +"Waarom moet ik naar boven, meneer?" vroeg Jack. + +"Voor straf, meneer," luidde het antwoord. + +"Wat heb ik dan gedaan?" + +"Geen praatjes meer--vooruit, naar boven!" + +"Met uw verlof, meneer," hernam Jack, "ik zou de zaak eerst nog wel +willen beredeneeren." + +"Wat redeneeren!" bulderde meneer Smallsole. "Naar boven voor den +donder!" + +"Met uw verlof, meneer," vervolgde Jack, "de kapitein heeft me +meegedeeld, dat de krijgsartikelen de voorschriften waren, waaraan +iedereen in dienst gebonden was. Nu heb ik ze zoo dikwijls overgelezen, +dat ik ze haast van buiten ken, en er staat geen woord in over dat +den mast inzenden." Jack haalde meteen de krijgsartikelen uit zijn +zak en sloeg ze op. + +"Wil je den mast in gaan, meneer, of niet?" zei Smallsole. + +"Wilt u me eens wijzen, wat daarvan in de krijgsartikelen staat? Hier +zijn ze, meneer." + +"Ik zeg je nog eens, meneer, den mast in, of anders zal ik je in een +broodzak laten ophijschen." + +"Van broodzakken komt niets in de krijgsartikelen voor, meneer, +maar ik zal u zeggen wat er wél in staat." En nu begon Jack te lezen: + +"Alle vlagofficieren, en alle personen behoorende tot de bemanning +van Zijner Majesteits oorlogschepen, zullen, indien zij zich schuldig +maken aan vloeken, dronkenschap, of andere schandelijke handelingen, +gestraft worden als volgt:--" + +"Wel vervloekt!" riep de stuurman dol van woede uit, nu hij de geheele +equipage hoorde grinniken. "Wil je nu naar boven gaan, of niet?" + +"Met uw verlof, liever niet." + +"Dan hebt ge u als in arrest te beschouwen--ik zal je, zoo waar ik +leef, voor den krijgsraad brengen. Naar beneden, meneer." + +"Met alle genoegen, meneer," hernam Jack, "dat komt volkomen overeen +met de krijgsartikelen, waaraan we ons te houden hebben." Jack stak +nu zijn afschrift weer in den zak en begaf zich naar beneden naar +de voorlongroom. + +Spoedig daarop volgde hem Jolliffe, die het heele standje had +aangehoord. "Beste jongen," zei hij, "dat is een leelijk geval; +je had den mast in moeten gaan." + +"Ik had er eerst eens nader over willen praten," antwoordde Jack. + +"Ja, dat zou iedereen wel willen; maar als dat mocht, zou de dienst +telkens belemmerd worden--en dat gaat niet. Je hebt te beginnen met +aan het bevel te gehoorzamen; is het bevel onrechtvaardig, dan kun +je later je beklag indienen." + +"Zoo staat 't niet in de krijgsartikelen." + +"Maar in den dienst is het toch zoo." + +"De kapitein heeft me gezegd, dat de krijgsartikelen het richtsnoer +waren voor den dienst, en dat we er allen gelijkelijk aan te +gehoorzamen hadden." + +"Alles goed en wel, maar toch geloof ik niet, dat de krijgsartikelen +je veel baten zullen. Er wordt in gezegd, ieder officier, matroos, +enz. die zich schuldig maakt aan ongehoorzaamheid ten opzichte van +een wettig bevel, enz.--Welnu, valt gij niet onder de termen van +dat artikel?" + +"Dat staat nog te bewijzen," antwoordde Jack. "Met een wettig bevel +wordt bedoeld een bevel, dat steunt op een wet; en waar is nu die +wet?--Bovendien heeft de kapitein me, toen ik dien lammeling een schop +had gegeven, gezegd, dat alleen de kapitein tot straffen bevoegd was, +en dat officieren niet op hun eigen handje gerechtigheid mochten +uitoefenen; hoe kan de stuurman het dan?" + +"Al zou hij als bevelhebber verkeerd gehandeld hebben, dan is dat voor +u, als mindere in rang, nog geen reden om hem niet te gehoorzamen. Als +dat geoorloofd was, als elk bevel moest gewikt en gewogen worden of +het al of niet rechtvaardig was, dan zou 't met alle tucht gedaan +zijn. Vergeet ook niet, dat in den dienst het gebruik nagenoeg met +de wet gelijk staat." + +"Daar valt nog al een en ander tegen in te brengen." + +"In den dienst niet, beste jongen. Bedenk maar eens, dat er ook aan den +vasten wal twee wetten bestaan; de geschrevene en de ongeschrevene, +dat is: het gebruik. Natuurlijk is dat in den zeedienst ook zoo, +want men kan niet alles onder artikelen brengen." + +"Maar een krijgsraad kan toch in alles voorzien," hernam Jack. + +"Den dood of ontslag uit den dienst hebt gij er van te wachten--en +geen van beide is bijzonder aangenaam. Gij hebt uzelven leelijk in +de klem gebracht, en al is de kapitein u blijkbaar genegen, hij mag +het nu gebeurde niet onopgemerkt laten. Gelukkig is 't maar met den +stuurman en niet met een van de andere officieren, maar toch zult ge +moeten toestemmen, dat de kapitein het niet door de vingers kan zien." + +"Ik zal u eens wat zeggen, Jolliffe," begon Jack weer, "mijn oogen +beginnen voor vele dingen open te gaan. Toen ik vreemd opkeek van een +lompe bejegening, zei de kapitein me, dat ze enkel aan dienstijver toe +te schrijven was; en nu bemerk ik, dat wat van een meerdere tegenover +een mindere dienstijver is, in het omgekeerde geval onbeschaamdheid +wordt. De krijgsartikelen heeten een richtsnoer voor allen zonder +onderscheid--maar de stuurman vergrijpt zich bij herhaling aan +artikel twee en loopt vrij, terwijl ik gestraft moet worden, omdat +ik iets weiger te doen wat niet in de artikelen wordt vermeld. Hoe +kon ik weten, dat ik voor straf den mast in moest! te meer daar +de kapitein beweerd heeft, dat hij alleen tot straffen gerechtigd +is. Als ik gehoorzaam aan een bevel, dat lijnrecht in strijd is met +dat van den kapitein, is zoo iets dan niet even erg alsof ik hem +ongehoorzaam was? Ik geloof niet dat mijn zaak zoo slecht staat, +en mijn bewijsgronden zijn niet te weerleggen." + +"Toch vrees ik, dat er weinig acht op zal geslagen worden en dat de +stuurman het pleit winnen zal." + +"Dat zou immers tegen alle recht en billijkheid strijden!" + +"Maar volkomen overeenstemmen met de gebruiken in den dienst." + +"Ik geloof, dat ik een groote dwaas ben," merkte Jack na een poos +op. "Raad eens, Jolliffe, waarom ik op zee gegaan ben." + +"Omdat je niet besefte hoe goed je 't thuis had." + +"Daar is veel van aan; maar toch mijn eigenlijke reden was, dat ik hier +de gelijkheid hoopte vinden, die ik aan wal tevergeefs had gezocht." + +Jolliffe keek gek op. + +"Beste jongen, heb ik je niet hooren zeggen, dat je die denkbeelden +van uw vader hebt overgenomen? Zonder oneerbiedig tegenover hem te +willen wezen, mag ik toch niet verzwijgen, dat hij òf een gek òf een +zonderling moet zijn, als hij op zijne jaren nog niet heeft ingezien, +dat zoo iets als gelijkheid onbestaanbaar is." + +"Dat begin ik ook te denken," antwoordde Jack; "maar het is nog geen +bewijs dat 't niet zoo diende te wezen." + +"Neem me niet kwalijk, maar het niet-bestaan er van bewijst op zichzelf +al genoeg. Je zoudt evengoed volmaakt geluk kunnen verwachten. Uw +vader schept zich hersenschimmen." + +"'t Zal maar het beste wezen, dat ik weer naar huis ga." + +"Neen, mijn waarde Rustig, het best wat je doen kunt is in dienst +blijven, want dat zal een eind maken aan al dergelijke onzinnige +denkbeelden, en je zult er een ferme, flinke kerel door worden. De +dienst is een harde, maar een goede leerschool; alles is er wel niet +onberispelijk, maar wat is er in de wereld zonder gebreken? Maar om +nog eens op het geval met Smallsole terug te komen ik geloof stellig, +dat je morgen den mast in zult moeten." + +"We zullen zien," antwoordde Jack. "Ik ga nu voorloopig maar naar +kooi." + + + + +Tiende hoofdstuk. + + Onze held begint zelfstandig te handelen en te oordeelen. + + +Wat ook Jacks gedachten mogen geweest zijn, in elk geval werd zijn +rust er niet door gestoord. Jolliffe's beweringen, hoe gegrond ook, +hadden weinig vat op hem. "Nu," dacht Jack, "al moet ik ook den mast +in, dan bewijst dat nog niet, dat mijne bewijsgronden niet deugen, +maar enkel dat er geen gehoor aan gegeven wordt." En bij die gedachte +sloot hij de oogen en was weldra in diepe rust. + +De stuurman rapporteerde het gebeurde aan den eersten luitenant en +deze aan den kapitein, zoodra die den volgenden morgen aan boord +kwam. Rustig werd nu in de kajuit ontboden om te hooren of hij ook +iets te zijner verontschuldiging had in te brengen. Jack bleef wel een +half uur lang aan het redeneeren en zette al de bewijsgronden, die hij +reeds tegen Jolliffe had ontvouwd, in het breede uiteen. Daarop werd +meneer Jolliffe gehoord en eindelijk ook meneer Smallsole ondervraagd, +waarna de kapitein en de eerste luitenant alleen gelaten werden. + +"'t Is toch maar waar, Sawbridge," zei kapitein Wilson, "dat elke +afwijking van den rechten weg ons onherroepelijk in de klem brengt. Ik +heb verkeerd gehandeld. Uit zucht om den jongen aan zijn vaders +leiding te onttrekken en uit vrees dat ik hem anders niet aan boord +zou krijgen, heb ik hem den dienst veel mooier voorgespiegeld dan +ik had moeten doen. Al wat hij zegt, heb ik hem zelf voorgepraat en +zoodoende ben ik eigenlijk dengene, die hem op een dwaalspoor heeft +gebracht. Meneer Smallsole heeft zich eigenmachtig en onrechtvaardig +gedragen; hij strafte den jongen zonder dat deze iets misdreven had, +en met dat al kom ik nu maar in een leelijk parket. Straf ik den +knaap, dan doe ik dat meer om mijn eigen fout en die van anderen, dan +om de zijne. Straf ik hem niet, dan laat ik toe, dat een ernstige, +openlijke schending der krijgstucht ongewroken blijft, wat hoogst +nadeelig zou zijn voor den dienst." + +"Hij moet noodzakelijk gestraft worden, meneer," antwoordde Sawbridge. + +"Laat hem eens hier komen," zei kapitein Wilson. + +Jack verscheen en maakte een zeer beleefde buiging. + +Meneer Rustig, daar gij in de meening verkeert dat de krijgsartikelen +al de wetten en voorschriften van den dienst behelzen, wil ik +aannemen dat gij uit onwetendheid gedwaald hebt. Maar al is dit zoo, +toch zult ge wel inzien, dat zulk een schending van de tucht niet +onopgemerkt voorbij kan gaan zonder een hoogst schadelijken invloed +uit te oefenen op de manschappen, wier gehoorzaamheid gesterkt +wordt door het voorbeeld der officieren. Ik ben stellig overtuigd +van uw dienstijver, dien gij nog gisteren heb getoond in het geval +met Easthupp, en ik twijfel geen oogenblik of gij zult inzien hoe +noodzakelijk het voor mij is, door u te straffen aan de bemanning +blijk te geven, dat de tucht gehandhaafd moet worden. Daarom zal ik +u op het halfdek ontbieden en last geven in den mast te klimmen en +wel in tegenwoordigheid van de gansche equipage, want uw weigering +is ook in aller tegenwoordigheid geschied." + +"Met het grootste genoegen, kapitein Wilson," antwoordde Jack. + +"En in het vervolg verzoek ik u er aan te denken, meneer Rustig, dat +als een meerdere u straft, en gij u verbeeldt onrechtmatig behandeld +te worden, gij u eerst aan de straf hebt te onderwerpen, en u daarna +tot mij kunt wenden om herstel van geleden onrecht." + +"Zeer zeker zal ik dat, meneer," antwoordde Jack, "nu ik maar eenmaal +weet wat uw verlangen is." + +"Gij zult me verplichten met naar het halfdek te gaan en daar te +blijven tot ik kom, meneer Rustig." + +Jack boog zoo diep mogelijk en verwijderde zich. + +"Die goede Jolliffe heeft me wel gezegd, dat ik er aan zou moeten +gelooven," zei Jack bij zichzelf, "en hij heeft 't geraden; maar ik +laat me hangen als ik niet volkomen gelijk had, en verder kan 't me +niet schelen." + +Kapitein Wilson liet den stuurman roepen en gaf hem een uitbrander +over zijn baasspelen, daar er blijkbaar geen enkele reden voor straf +was geweest. Nooit mocht hij weer een adelborst den mast inzenden, +maar hij moest van wat hij een vergrijp achtte rapport doen aan den +eersten luitenant of aan hemzelf. Vervolgens begaf hij zich naar het +halfdek, liet Rustig bij zich komen en deelde hem naar het scheen +een duchtige berisping toe, waarbij Jack echter een vrij kalm gezicht +zette, omdat hij wel wist dat de kapitein alleen uit dienstijver hem +een standje maakte. Daarna kreeg onze held bevel den mast in te gaan. + +Jack nam zijn hoed af en deed drie of vier stappen om aan het bevel +gevolg te geven, maar keerde toen eensklaps terug en vroeg met een +allerbeleefdste buiging of het kapitein Wilsons bedoeling was dat +hij in den fokkemast, of wel dat hij in den grooten mast zou klimmen. + +"In den grooten, meneer Rustig," antwoordde de kapitein en beet zich +op de lippen. Jack klauterde een sport of drie den Jacobsladder op, +maar hield toen opnieuw stil en nam zijn hoed af. + +"Verschoon me, kapitein Wilson--gij hebt me niet gezegd of het uw +wensch was dat ik tot de steng of tot de bramdwarszalings.... + +"Tot de bramdwarszalings, meneer Rustig," viel de kapitein haastig in. + +Jack klom nu op zijn gemak naar boven, hield bij de groote mars +even stil om adem te scheppen, wat verderop om eens rond te kijken +en kwam ten slotte op de bedoelde plek, waar hij zitten ging en zijn +krijgsartikelen voor den dag haalde om ze nogmaals te doorlezen, ten +einde te zien of bij aan zijn betoog soms nog meer kracht had kunnen +bijzetten. Nog nauwelijks had hij 't tot het zevende artikel gebracht +of er werd geroepen: "Anker op!" en meneer Sawbridge kommandeerde: +"Alle hens beneden!" + +Jack vouwde nu zijn afschrift op en kwam even langzaam naar omlaag +als hij naar boven geklauterd was. Hij was een veel beter wijsgeer +dan zijn vader. + +Weldra was de Harpij onder zeil en richtte den steven naar Kaap de +Gata, waar kapitein Wilson een paar Spaansche schepen hoopte in te +rekenen, om daarna koers te zetten naar Toulon, waar hij bevelen van +den admiraal zou ontvangen. + +Zwakke briesjes en windstilten wisselden elkaar af, zoodat de vaart +erg vervelend was; maar de booten werden telkens uitgezet om langs +de kust jacht te maken op schepen. Meestal verzocht Jack om daarbij +dienst te mogen doen, en ofschoon hij nog maar kort op zee was, kon +hij toch om zijn leeftijd en kracht tot de meest bruikbare adelborsten +gerekend worden, zoolang hem niet een of andere gril in het hoofd +kwam. Jack had dan ook tot nog toe al die tochten meegemaakt en zich +daarbij steeds voorbeeldig gedragen. + +Toen de Harpij op de hoogte van Tarragona was, deden er zich aan boord +verscheidene gevallen van buikloop voor; ook Asper en Jolliffe waren +onder de lijders. Hierdoor werd het aantal der officieren beperkt +en juist in die dagen had de bemanning van een visschersboot, +in de hoop van daardoor zelf vrij te komen, medegedeeld dat er, +zoodra de wind gunstig zou zijn, van den kant van Rosas een klein +konvooi koopvaardijschepen zou opkomen onder bedekking van twee +kanonneerbooten. + +Kapitein Wilson hield behoorlijk uit den wal, totdat de wind +veranderde en, nadat hij aan de schepen den tijd had gegund om den +afstand tusschen Tarragona en Rosas af te leggen, legde hij 't er in +den avond op aan om ze weer in te halen. Maar de wind ging opnieuw +liggen en nu werden de sloepen uitgezet met het doel om langs de +kust te varen, want men veronderstelde dat de vaartuigen niet veraf +konden zijn. Meneer Sawbridge voerde in de pinas de expeditie aan; +de eerste kotter stond onder bevel van den konstabel Minus; en, daar +de andere officieren ziek waren, gaf Sawbridge aan Jack, met wien hij +dagelijks meer ophad, op zijn verzoek het kommando over den tweeden +kotter. Zoodra Mesty dat hoorde, gaf hij aan onzen held te kennen, +dat hij mee wenschte te gaan. Jack wist nu te bewerken, dat Mesty mee +mocht als plaatsvervanger van een der mariniers, die onder de lijders +aan buikloop behoorde, en de eerste luitenant vond daar geen bezwaar +in, vooral daar Mesty als een handige kerel bekend stond. + +Om tien uur in den avond verlieten de booten het schip; en daar zij +misschien eerst laat op den volgenden dag zouden terugkeeren, werd +er voor één dag beschuit en rum mee aan boord genomen, opdat er geen +gebrek zou geleden worden. De booten hielden op den wal aan en voeren +drie uren langs de kust zonder iets te zien; 't was een heldere avond, +maar zonder maanlicht. De windstilte duurde voort en reeds begonnen +de roeiers vermoeid te worden, toen zij opeens bij een landtong het +konvooi onder een lichten bries met gebraste zeilen zagen naderen. + +Onmiddellijk beval meneer Sawbridge het roeien te staken en zich +onder afwachting voor den aanval gereed te maken. + +De witte zeilen van de kanonneerboot vooraan waren nu duidelijk te +onderscheiden van de andere vaartuigen, die alle zonder eenige orde +in haar zog voeren. Als een fiere zwaan gleed zij over het water, +de zeilen stonden gespannen en ze had een vaart van drie knoopen in +het uur. + +Sawbridge liet de booten met de koppen recht op haar aanhouden en, +eer ze er op verdacht was, bevond ze zich tusschen de barkas aan +den eenen en de twee kotters aan den anderen kant; de tegenstand was +gering, maar toch werden er eenige geweer- en pistoolschoten gelost, +waardoor alarm werd gemaakt. Meneer Sawbridge vermeesterde ze met de +bemanning van de barkas, terwijl hij de kotters op de grootste schepen, +van het konvooi afzond. Maar nu kwam de tweede kanonneerboot, die tot +nog toe niet gezien was, plotseling opdagen om haar kameraad te hulp +te schieten. + +Sawbridge kommandeerde de helft van zijn manschappen in de barkas, +die van een stuk zwaar geschut voorzien was en zond haar aan de kotters +te hulp, die recht op de kanonneerboot aanstevenden. Er werd tegen de +naderende booten een hevig vuur geopend, maar daar de bevelvoerende +officier van de kanonneerboot geen hulp kreeg van de andere, begon +hij te meenen dat ze al prijs gemaakt was, loefde bij den wind op en +koos de volle zee. Onze held zette haar na, ofschoon hij de andere +booten uit het gezicht had verloren; maar de wind werd aangewakkerd en +alle vervolging werd vruchteloos. Daarom richtte hij zijn koers naar +het konvooi en na ingespannen roeien klampte hij een eenmaster van +ongeveer vijftig ton aan boord. Metsy, wiens oogen zoo scherp waren +als die van een valk, had opgemerkt dat, toen er alarm werd gemaakt, +verscheidene van het konvooi nog niet den hoek om waren en daarom +stelde hij voor met dit vaartuig, dat zeer licht was, korte gangen te +maken, de landtong om te zeilen, alsof ze op de vlucht waren, en op +die wijze gelegenheid te vinden nog eenige andere buit te maken. Het +konvooi, dat de hoek reeds om was, had met de kanonneerboot onder +een stevige bries het ruime sop gekozen. Het achterna te zetten was +dus nutteloos; en enkel het voorstel van Mesty bood eenige kans aan. + +Zoo was hij met een gang of drie, vier ongeveer zes of zeven mijlen +verder gekomen, toen hij aan lij seinen tot terugroeping bespeurde, +waaraan het geschut kracht bijzette. + +"Meneer Sawbridge verlangt, dat we terug zullen komen, Mesty." + +"Laat meneer Sawbridge zich met zijn eigen zaken bemoeien." antwoordde +Mesty, wij hebben toch al die moeite van het laveeren niet voor +niet gedaan." + +"Maar Mesty, we moeten de bevelen gehoorzamen." + +"Jawel, zoolang ze ons onder den duim hebben; maar nu moeten we +doen wat we zelf willen. Als hij me terug wil zien, moet hij me +maar vangen." + +"Maar wij zullen van het schip afdwalen." + +"Dat vinden we wel terug, Massa Rustig." + +"Maar ze zullen denken, dat we verongelukt zijn." + +"Des te beter, we moeten niet achter ons zien, Massa Rustig; we kunnen +nu eens een prachtigen tocht hebben. Morgen nemen we een groot schip, +gaan onder zeil, nemen er nog meer, en gaan dan naar Toulon." + +"Maar ik weet den weg niet naar Toulon; ik weet alleen dat het dien +kant uit ligt, en meer niet." + +"Dat is genoeg, wat behoeven we meer te weten? Vooronderstel eens, +Massa Rustig, dat wij de vloot niet vinden, dan zal de vloot ons +spoedig vinden. Er is hier nog nooit iemand verloren geraakt. Laat in +'t vervolg een ander beschuit roosteren en den ketel te vuur zetten +voor de heeren. Zoo'n moorddadige Ier! als ik er nog aan denk, Massa +Rustig--ik pot koken, ik, die in mijn eigen land een vorst was!" + +Rustig was het vrij wel met Mesty eens; "want," zoo redeneerde hij, +"als ik nu terugkeer breng ik enkel een klein vaartuig half vol boonen +mee en ik zou me schamen me te vertoonen. Nu zullen ze wel vermoeden, +dat de kanonneerboot ons in den grond heeft geboord, maar ze kunnen dan +ook wijzen op een gevecht met een kanonneerboot. Het zal den schijn +hebben, alsof er veel feller gestreden is dan werkelijk het geval +was, en dat kan meneer Sawbridge tot voordeel strekken. En wat een +blijdschap, als ze later ontdekken dat we niet om zeep zijn geraakt, +te meer als we bovendien buit mee brengen--wat stellig gebeuren moet, +of anders ga ik niet terug. 't Komt niet dikwijls voor, dat iemand +een kommando krijgt als hij pas twee maanden op zee is en nu ik er +eenmaal een heb, wil ik 't niet weer afstaan. Meneer Smallsole moet +maar een ander zien te vinden om den mast in te zenden. Het spijt me +alleen voor dien armen Gossett; houdt Vigors mij voor dood, wat zal hij +'t dien armen stakker dan benauwd maken--maar als ik terugkom zal hij +er van lusten. In elk geval wil ik van mijn kruistocht niet afzien." + +"Ik heb er de manschappen over gesproken, Massa, en ze zeggen allen, +dat ze als een klis zullen aanhangen. Nu dat in orde is, moesten we +maar niet langer talmen." + +Korten tijd na deze beslissing van den kant van onzen held, brak de +dag aan. Jack keek eerst aan lij en bespeurde dat de kanonneerboot +en het konvooi ongeveer tien mijlen verder met volle zeilen op de +kust aanhielden, achtervolgd door de Harpij. Hij kon ook waarnemen, +dat de veroverde kanonneerboot hun 't ontsnappen poogde te beletten. + +"De Harpij zal ze gauw ingerekend hebben!" riep Mesty uit. + +Zij hadden 't zoo druk met naar de Harpij en het konvooi te kijken, +dat ze een tijd lang geheel en al vergaten op de loefzijde te +letten. Eindelijk wendde Mesty de oogen dien kant uit. + +"Te deksel! ik heb toch wel goed gezien gisterennacht; kijk maar, +Massa Rustig--een brik en twee schoeners--die zijn ons. We zullen +vannacht goeden buit maken." + +De door Mesty ontdekte schepen waren niet meer dan drie mijlen te +loevert op verwijderd en hadden alle zeilen bijgezet om spoedig onder +bescherming van een nabijgelegen batterij te komen. + +"Nu moeten we vooral zorgen, Massa, dat ze onze boot niet in de +gaten krijgen; laten we liever wat meer afhouden, totdat zij voor +den nacht het anker laten vallen; als het dan donker is geworden, +pakken wij ze in." + +Mesty's raad was goed, behalve dat hij onzen held niet tot +ongehoorzaamheid aan de bevelen had moeten aanzetten. Zij deden al hun +best om te zorgen, dat het schip niet te dicht bij de anderen kwam, +en sloegen de bewegingen van de Harpij nauwkeurig gade. + +De afstand was te groot om duidelijk te kunnen onderscheiden, maar +Mesty klom in den mast van het schip en hield Jack geregeld op +de hoogte. + +"Daar valt een schot--al weer een. Dat is onze kanonneerboot--neen toch +niet. Wacht, daar heb je ze. Jongens, wat geven ze vuur! Bom, bom, +bom! De Spanjaard krijgt 't leelijk te kwaad, hij houdt op met vuren +en strijkt de vlag al. De Harpij rekent ze allen in. Laten we ons nu +maar niet te veel vertoonen; enkel twee man aan dek en de jekkers uit, +dat ze ons niet herkennen." + +Mesty had goed gezien; de Harpij had de andere kanonneerboot en +het heele convooi vermeesterd. Het eenige, waarover ze zich bij dat +buitenkansje te beklagen hadden, was de verdwijning van meneer Rustig +en den kotter; zeker was hij door een schot van de kanonneerboot in den +grond geboord en de gansche bemanning verdronken. Kapitein Wilson en +meneer Sawbridge betreurden het verlies van onzen held innig, omdat ze, +als eenmaal de wilde haren er uit zouden zijn, veel van hem verwacht +hadden, Ook meneer Asper speet het zeer, vooral omdat met Jack ook +zijn beurs verdwenen was, en de kleine Gossett beklaagde zich het +meest, omdat hij nu van Vigors geen genade meer te wachten had. Enkele +echter waren blij, dat hij weg was. Vier en twintig uren werden de +verloren gewaanden betreurd, wat voor een oorlogsschip al heel lang +is, en daarna dacht niemand meer aan hen. We laten nu de Harpij haar +weg naar Toulon voortzetten en zullen zelf onzen held volgen. + +De bemanning van den kotter begreep zeer goed, dat Jack tegen de +bevelen handelde, maar iedere afwisseling van het eentonige leven op +een oorlogsschip was hun welkom. + +Er moest echter spoedig wat gedaan worden, want ze hadden maar voor +één dag proviand bij zich en ook op het Spaansche schip vonden ze haast +niets dan boonen. Een deel er van werd in een ketel gedaan om er soep +van te koken en nu was het dien eersten dag boonensoep voor ontbijt, +boonensoep voor het middagmaal en altijd maar weer boonensoep, wat +Jack lang niet beviel. + +Door een der matrozen, die wat Spaansch verstond, werden nu de drie +gevangenen, die op het schip waren, ondervraagd naar de vaartuigen te +loevert, maar zij wisten niet meer te vertellen, dan dat ze waarde +inhadden en dat het eene van geschut voorzien was. Zoodra de zon +onderging, lieten de schepen op de hoogte van de batterij de ankers +vallen. Er bleef een flauw briesje waaien en het schip, waarop Jack +zich bevond, was omstreeks vier mijlen aan lij. De Harpij was geheel +uit het gezicht geraakt, en 't werd nu tijd te beslissen wat men doen +zou. Zoodra het donker geworden was, liet Jack al de manschappen +bijeenkomen en hield een vrij lange toespraak. Hij wees er op, hoe +zijn ijver er hem toe gebracht had niet naar de Harpij terug te keeren, +voordat hij iets mee kon brengen wat de moeite waard was; het eten van +altijd maar boonen en nog eens boonen was verre van pleizierig en hun +toestand eischte noodzakelijk verbetering; op nog geen vier mijlen +afstand lag een groot schip, dat hij van plan was te vermeesteren; +hadden ze dat eenmaal dan zouden ze er nog meer nemen; hij rekende op +hun dapperheid en stelde zich van den kruistocht heel wat voor. Zij +moesten zich beschouwen als aan boord van een oorlogsschip, zoodat ze +gebonden waren door de krijgsartikelen, die voor allen evenzeer golden, +en in geval zij ze vergeten mochten zijn, had hij een afschrift in +zijn zak, dat hij morgenochtend zou voorlezen, zoodra zij aan boord +van het schip goed op orde waren. Daarna benoemde hij Mesty tot eersten +luitenant, den marinier tot sergeant, den kwartiermeester tot bootsman; +twee matrozen tot adelborsten om wacht te houden; twee anderen tot +bootsmansmaats en de twee, die nog overbleven, werden aangewezen tot +stuurboord- en bakboord-wacht. De bemanning van den kotter was zeer +tevreden met Jacks toespraak en met hun bevordering en nu volgde er een +gewichtige beraadslaging hoe men het moest aanleggen om het vreemde +schip te veroveren. Naar Mesty's raad besloot men niet ver voor het +schip te ankeren, tot twee uur in den morgenstond te wachten, en het +dan met den kotter zoo stil mogelijk te naderen en te vermeesteren. + +Tegen negen uur ankerden zij en Jack bemerkte tot zijn verwondering, +dat het schip vrij wat grooter was dan hij vermoed had. De Spaansche +gevangenen werden aan handen en voeten gebonden en men zorgde er voor +dat ze geen geluid konden geven; de zeilen werden geborgen en alles +was doodstil. + +Aan boord van het Spaansche schip daarentegen heerschte veel drukte +en leven, en omstreeks half elf zagen ze een boot afzetten en naar +de wal roeien; daarna hield het rumoer langzamerhand op. de lichten +gingen een voor een uit en toen was alles stil. + +"Wat dunkt je, Mesty?" zei Jack; "zouden we het nemen?" + +"Of we het nemen zullen? Zeker zullen we dat, wacht maar even, laat +ze eerst maar in vasten slaap zijn." + +Tegen twaalven begon het te motregenen, wat de plannen van onzen +held zeer te stade kwam. Daar het echter te voorzien was dat de +lucht spoedig weer zou ophelderen, raadde Mesty aan nu niet langer +te dralen. Zij kropen zoo stil mogelijk in de boot, roeiden slechts +met twee riemen, lagen weldra onder den boeg van het schip en klommen +langs de ankerkettingen op het dek, waar ze niemand vonden. "Pas op, +niet schieten!" zei Mesty tegen de manschappen die boven kwamen en lei +hun daarbij den vinger op de lippen, om tot stilte aan te manen. Toen +allen op het dek waren en de boot vastgelegd was, gingen ze onder +geleide van Jack en Mesty behoedzaam rond, zonder een levende ziel +te ontdekken. De luiken waren allen zorgvuldig gesloten, maar in het +kompashuisje brandde een licht. Twee man werden naar voren gezonden +om daar de wacht te houden en nu werd er bij het stuurrad overlegd +wat er gedaan moest worden. + +"Het schip is ons!" zei Mesty, "maar we moeten heel voorzichtig te werk +gaan. Daar ligt er geloof ik eentje tusschen de kanonnen te slapen. Als +de regen even vermindert, kunnen we beter zien. Stil allemaal." + +"Er moeten heel wat manschappen op dit schip zijn," merkte onze held +op; "het is vrij groot en voert twaalf of veertien stukken geschut--hoe +zullen we er ons meester van maken? + +"Dat komt in orde, zoodra 't maar wat lichter wordt," antwoordde Mesty. + +"De regen heeft al opgehouden," zei Rustig. "Als we die lantaren eens +uit het kompashuisje namen en rondlichten?" + +Dit geschiedde en weldra vonden ze tusschen twee van de kanonnen een +hoop onder eenige dekens liggen. "Daar heb je de wacht," fluisterde +Mesty; "geduld even--we zijn noch niet klaar." + +Mesty blies het licht uit en allen keerden terug naar het +kompashuisje. Dicht bij den bezaansmast vond onze neger een kabel, +waarvan hij eenige stukken afsneed en die hij aan de anderen te +splitsen gaf. In een oogenblik waren er nu een menigte einden touw +om de manschappen mee te binden. + +"Nu de lantaren weer opgestoken, dan zullen we die luie honden eens +inrekenen. Stop hun vooral den mond, dat ze geen kik kunnen geven." + +"Maar als ze nu eens den mond vrij krijgen en een schreeuw +laten?" vroeg Jack. + +"Dan geen pardon meer?" antwoordde Mesty met een bijna duivelsche +uitdrukking op zijn gelaat en liet het mes zien, dat hij in de +rechterhand hield. + +"O neen, geen moord!" + +"Als het anders kan, dan zeker niet, Massa. Maar wat zal er van ons +worden als zij de overhand krijgen? De Spanjaarden hebben ook messen +en maken er duchtig gebruik van." + +Zij slopen nu behoedzaam naar de plek waar de Spanjaards lagen. De +maatregelen waren goed genomen. Twee man moesten proppen in de monden +stoppen en de anderen handen en voeten binden. Mesty en Rustig knielden +bij het kaarslicht naast hen neer en hielden de messen opgeheven om +hen het zwijgen op te leggen, of toe te stooten, als hun eigen behoud +dat vereischte. + +De dekens werden van den eersten man afgelicht; hij sloeg de oogen +op, maar de bootsman had hem de hand al op den mond--en hij werd +zonder gerucht geboeid. De beide anderen werden wakker en wierpen +hun bedekking af, maar ook zij werden ingerekend, zonder dat er bloed +behoefde gestort te worden. + +"Wat nu gedaan, Mesty." + +"Nu het achterluik opengezet en opgepast--zoodra er een boven komt +wordt hij gekneveld; komen er geen meer boven, dan wachten we tot de +dag aanbreekt en zien hoe het er mee staat." + +Mesty ging eens op den bak kijken of er wel goed wacht gehouden werd, +en na het heele dek rondgeweest te zijn blies hij de kaars uit en +vatte met de overigen post bij het achterluik. + +Met het aanbreken van den dag ontwaakten de Spanjaarden, die de wacht +moesten overnemen, kleedden zich en kwamen aan dek zonder een flauw +vermoeden, dat de Engelschen er meester zouden zijn. Mesty en de +overigen hielden zich terug en lieten allen boven komen zonder dat +zijzelf opgemerkt werden. Er waren er vier, die slaperig rondkeken, +waar hun kameraads toch wel wezen mochten. + +Het luik werd door Jack weer gesloten, en eer zij goed wisten wat +hun overkwam, waren allen vier stevig geboeid, zonder dat er een kik +was gelaten. + +Intusschen begon het vrij licht te worden en zij bespeurden nu +dat ze een flink schip vermeesterd hadden--maar er viel nog meer +te doen. Natuurlijk bevonden zich een aantal manschappen op het +schip en bovendien waren ze geen mijl verwijderd van de batterij +op de kust. Mesty liet nu boven het rooster van het voorluik een +flinken kabel opschieten, zoodat de zwaarte daarvan het openen van +den binnenkant belette. + +"De hoofdzaak is nu, meneer Rustig, dat we den kapitein in onze macht +krijgen; we moeten hem op het dek lokken. Zet het kajuitsluik open en +houd het achterluik goed gesloten. Laat er twee man bij post vatten +en de overigen naar achteren komen." + +"Ja," antwoordde Jack, "'t zal heel wat moeite in hebben ons van den +kapitein te verzekeren. Hoe krijgen we hem boven?" + +"Hem boven krijgen? O, dat zal best gaan." + +Mesty begon nu met een opgerolden kabel een vreeselijk misbaar op het +dek te maken. Kort daarop hoorde men een driftig schellen van uit de +kajuit en een oogenblik later kwam er een man de kajuitstrap ophollen, +doch werd onmiddelijk ingerekend. + +"Dat is de oppasser maar," zei Mesty, "hij komt vertellen, dat we +niet zoo'n verduiveld leven moeten maken. Wacht even--we zullen den +kapitein zoo kwaad maken, dat hij zelf voor den dag komt." + +Mesty hervatte nu het leven maken met den kabel, en het gevolg was +zooals hij voorspeld had. Binnen weinige minuten kwam de kapitein +zelf woedend naar boven stuiven. Zoodra zij de kajuitsdeur hoorden +opensmijten verscholen zich de matrozen en onze held achter de vrij +hooge kap van het luik, ten einde den kapitein gelegenheid te geven om +geheel en al op het dek te komen. De manschappen, die reeds gekneveld +waren, lagen onder de dekens. De kapitein was een forschgebouwd man +en het kostte heel wat moeite hem meester te worden. + +"Nu zijn we klaar," zei Mesty, "het schip is ons; maar ik moet hem +angst aanjagen." + +De kapitein was op het dek tegen een der kanonnen gezeten en Mesty +hield met zijn langen, gespierden arm zijn scherp mes dreigend +boven hem opgeheven, alsof hij elk oogenblik gereed stond hem in het +hart te treffen. De Spaansche kapitein vond zijn toestand verre van +aangenaam. Hij werd nu ondervraagd omtrent het getal der manschappen +en officieren en beantwoordde alle vragen naar waarheid. Strak hield +hij den blik gericht op het onheilspellende gelaat van Mesty, die +slechts op een wenk scheen te wachten. + +"De zaak is nu bijna gezond," zei Mesty. "We moeten nu naar beneden +en de overige manschappen inrekenen." + +Dit voorstel werd door onzen held goedgekeurd. Na hunne pistolen van +de gangspil genomen te hebben, snelden ze met getrokken messen naar +beneden en vonden er allen ontkleed in de hangmatten liggen. Ofschoon +hun getal het dubbele bedroeg van dat der Engelschen, had toch +de weerstand niet veel te beduiden. In weinige minuten waren de +Spanjaarden in het scheepsruim gesmeten en de luiken boven hen +gesloten. Alle gedeelten van het schip waren thans in hun macht behalve +de kajuit. Zij vonden er de deur gesloten en moesten die met geweld +openstooten, waarop ze ontvangen werden met luide angstkreten van den +eenen kant der kajuit en van den anderen met een paar pistoolschoten, +gelost door een man op jaren en een jongmensch van ongeveer den +leeftijd van onzen held. Beiden werden spoedig overweldigd en +gekneveld. De kajuit werd nagezocht, en niets er in gevonden dan +drie vrouwen; een oude, gerimpelde dame en twee mooie jonge meisjes, +wier gelaatstrekken echter op dit oogenblik door angst verwrongen +waren. Jack groette met een beleefde buiging en deelde haar mede, +dat zij niets te vreezen zouden hebben. Daar zij evenwel geen Engelsch +verstonden, kreeg hij geen antwoord. + +Mesty maakte een eind aan Jacks complimenten, door hem er op te wijzen, +dat ze allen naar dek moesten. Jack nam nu nogmaals zijn hoed af, +boog en verliet met zijn manschappen en de beide gevangen heeren de +kajuit. Het was nu vijf uur in den morgen en er kwam beweging aan boord +van de andere schepen, die niet ver van het veroverde verwijderd lagen. + +"Wat nu met de gevangenen gedaan?" zei Jack. "Als we eens ons eigen +schip langs zij lieten komen, en ze er allen gekneveld en wel op +overbrachten? Dan waren we van hen af." + +"Dat is een goed denkbeeld, Massa Rustig. Maar als we onze eigen +sloep uitzenden, wat zullen ze dan aan boord van de andere schepen +denken? Laten we liever de kleine boot strijken en met vier man ons +vaartuig ongemerkt langs zij zien te brengen." + +Dit geschiedde; de kotter lag aan de buitenzijde van het schip, +dat het meest uit den wal lag, en kon dus voor de overige Spaansche +schepen en voor de kustbatterij licht verborgen blijven. Spoedig was +het vaartuig langs zij gebracht en waren de zeven gevangenen, die +op het dek gekneveld lagen, in het ruim neergelaten, behalve echter +de kapitein, de twee gevangenen uit de kajuit en de oppasser van den +kapitein. Vervolgens gingen ze naar beneden, zetten het luik half open +en bevalen de Spanjaards naar boven te komen; zoodra ze aan dek waren, +werden ze op dezelfde wijze behandeld. Mesty en de matrozen gingen +beneden onderzoeken of er soms nog verscholen gebleven waren, maar +zagen spoedig dat dit niet het geval was en kwamen weer boven. In het +geheel waren er nu dertig gevangenen. Zoodra die allen in de schebek +waren overgeladen, verwijderde deze zich en ankerde wat verder in zee, +en Jack zag zich nu in het bezit van een uitmuntend schip met veertien +stukken, terwijl hij bovendien drie mannelijke en drie vrouwelijke +gevangenen had gemaakt. + +Nadat de matrozen met de boot teruggekomen waren van het vaartuig, +waarin de gevangenen in verzekerde bewaring waren gebracht, vermomden +allen zich op raad van Mesty als Spaansche zeelieden, waartoe de in +overvloed voorhanden kleedingstukken ruimschoots gelegenheid boden. + +"Wat nu gedaan, Mesty?" vroeg Jack. + +Nu moeten er een paar man omhoog om de zeilen in orde te brengen +en intusschen zal ik dezen knaap--hij wees op den bediende van den +kapitein--ontboeien en hem een ontbijt klaar laten maken, want hij +weet waar de boel te vinden is." + +"Opperbest, Mesty, want van die boonensoep heb ik meer dan genoeg. Ik +zal intusschen naar beneden gaan om de dames mijn compliment te maken." + +Mesty keek over de verschansing. + +"Doe dat maar heel gauw, meneer Rustig, want dat verduivelde vrouwvolk +is daar waarachtig bezig om met zakdoeken de aandacht van de batterij +te trekken. Gauw, meneer Rustig!" + +Mesty had gelijk. De Spaansche meisjes wuifden met haar zakdoeken om +hulp; en dat was ook al wat de arme schepsels doen konden. Jack haastte +zich naar de kajuit, drong de jonge dames zoo beleefd mogelijk van de +raampjes terug en verzocht haar zich niet zooveel moeite te geven. De +meisjes keken erg onthutst en nu ze niet langer met de zakdoeken wuiven +konden, brachten zij die aan de oogen en begonnen te schreien, terwijl +de oude dame op de knieën viel en de handen smeekend ophief. Jack +richtte haar op en geleidde haar beleefd naar een der banken. + +Intusschen had Mesty met het glinsteren van zijn mes en het grijnzen +van zijn gezicht wonderen gedaan bij den hofmeester, want dat was de +man. Een ontbijt van chocolade, gezouten vleesch, ham en worst, met +beschuit en rooden wijn stond op het halfdek gereed. De matrozen waren +uit het want gekomen en Jack werd naar het dek geroepen. Hij bood aan +ieder der jonge dames een hand en verzocht de oude dame hem te volgen; +deze begreep dat weigeren niet raadzaam zou zijn en vergezelde hem dus. + +Zoodra de vrouwen aan dek de twee gevangenen uit de kajuit gekneveld +zagen, snelden zij op hen toe en omhelsden hen onder tranen. Jacks +hart werd week en daar er nu niets meer te vreezen viel, vroeg hij +Mesty om zijn mes en sneed de twee Spanjaarden los, waarna hij op het +ontbijt wees, ten einde hen daartoe uit te noodigen. De Spanjaards +maakten een buiging en de dames bedankten Jack met een lieven glimlach; +en de kapitein van het schip, die nog altijd geboeid tegen een kanon +lag, keek alsof hij zeggen wou: Wat duivel, waarom vraag je mij ook +niet? Maar ze hadden zooveel moeite gehad om hem meester te worden, +dat Jack er niet bijzonder op gesteld was hem weer vrij te laten. Onze +held en de matrozen begonnen aan het ontbijt en daar de gevangenen geen +trek in eten schenen te hebben, werd hun portie ook maar verorberd. De +oudachtige heer vroeg intusschen aan Jack of hij Fransch kon spreken. + +Met een mond vol worst antwoordde Jack dat hij die taal verstond en +nu begon een onderhoud, waaruit hij het volgende te weten kwam: + +De oudachtige heer was op reis naar Tarragona. De jonge man was +zijn zoon en de dames waren zijn vrouw en zijn beide dochters. Jack +beantwoordde die mededeeling met een beleefde buiging, waarop de +heer, wiens naam Don Cordova de Rimarosa luidde, verzocht te mogen +weten wat Jack met hen voornemens was te doen, terwijl hij van hem +hoopte, dat hij hen als niet-strijders met hun have en goed aan wal +zou laten zetten. Jack deelde dit alles aan Mesty en de overigen +mede en at vervolgens zijn worst verder op. Na eenig over en weer +gepraat beweerde Mesty, dat vrouwen op een schip maar last was en ook +de bootsman vond dat er altijd ruzie uit voortkwam. Jack haalde nu de +"krijgsartikelen" voor den dag en daar er niets over vrouwen in stond, +gaf hij te kennen dat ze onmogelijk aan boord konden blijven. + +Nu moest er nog uitgemaakt worden of ze hun bagage zouden mogen +meenemen; en dit werd ten slotte toegestaan. Jack gelastte +den hofmeester zijn kapitein wat eten te geven en deelde aan den +Spaanschen Don den uitslag van het beraad mede, er bij voegende, +dat hij, zoodra de duisternis gevallen was, allen aan boord van het +kleine vaartuig zou overbrengen, waar zij de manschappen loslaten en +naar believen handelen konden. De Don en de dames betuigden hun dank, +en gingen naar beneden om hun boeltje te pakken; Mesty wees twee man +aan om hen te helpen en er op te letten, dat ze zich niet bezwaarden +met klinkende munt, zoo die aan boord gevonden mocht worden. + +Gedurende den dag maakte de bemanning toebereidselen om onder zeil +te gaan. De hofmeester had de bottelarij van het schip onderzocht en +bevonden dat er voor minstens drie maanden genoeg was aan water, +wijn en mondbehoeften, behalve nog de versnaperingen voor de +kajuitstafel. Van het bemachtigen van nog meer schepen werd geheel +afgezien, omdat de bemanning al genoeg te doen had met het eene, dat in +hun handen was gevallen. Er stak een frissche bries op en ze zetten hun +fokkemarszeilen bij, juist toen een boot van wal stak; maar deze keerde +terug, zoodra zij zag, dat de fokkemarszeilen bijgezet waren. Dit +was een geluk, want anders zou alles ontdekt zijn. De overige schepen +gingen nu ook onder zeil en men hoorde overal de ankers lichten. + +Maar de Nostra Senora del Carmen, die door Jack was buitgemaakt, +verroerde zich niet. Eindelijk ging de zon onder, de bagage werd +in den kotter geplaatst, de dames en verdere passagiers stapten in +de boot onder dankbetuiging aan Jack, die de hand op zijn borst +lei en een buiging maakte; het laatst van allen werd de kapitein +ingelaten. Vier wel gewapende matrozen brachten hen met hun goed aan +boord van de schebek en keerden vervolgens naar het schip terug. De +kotter werd nu opgeheschen; daar het anker te zwaar was om te lichten, +kapten ze den kabel en gingen onder zeil. De andere schepen volgden hun +voorbeeld. Mesty en de matrozen sloegen er begeerige blikken op, maar +dat hielp niet. Zoo zeilden ze omstreeks een uur lang in gezelschap +en toen stak Jack bij den wind op om zijn tocht te ondernemen. + + + + +Elfde hoofdstuk. + + Onze held ondervindt dat zoo'n tocht ook zijn onaangename + zijde kan hebben. + + +Zoodra het schip den wind vlak achter had, schenen Jacks schepelingen +te denken, dat er nu niets meer te doen viel dan pret te maken; zij +brachten dus eenige kruiken wijn boven, en ledigden die zoo vlug, +dat ze weldra allen op het dek lagen te slapen, behalve de man aan +het roer, die in plaats van twee en dertig, vier en zestig punten +op het kompas kon onderscheiden en nu natuurlijk met te grooter +nauwkeurigheid kon sturen. Gelukkig was het mooi weer, want toen de +man aan het roer zoo lang gestuurd had tot hij niets meer zien kon en +afgelost wilde worden, vond hij al zijn scheepskameraads zoozeer door +vermoeienis overmand, dat er geen mogelijkheid bestond om ze wakker te +krijgen. Hij stompte ze een voor een ongenadig in de ribben, maar 't +gaf niets. Onder die omstandigheden deed hij evenals zij; hij ging bij +hen liggen en na tien minuten zou men hem, om hem wakker te krijgen, +al even hard hebben moeten stompen als hij zijn maats gedaan had. + +Het schip volgde intusschen zijn eigen gang en zonder zich om richting +te bekommeren, draaide het gedurende het grootste gedeelte van den +nacht door bijna alle windstreken van het kompas. Mesty had de wachten +aangewezen, Jack een toespraak gehouden en de matrozen hadden alles +beloofd wat verlangd werd, maar de wijn was hun naar het hoofd gestegen +en bij die gelegenheid had hun geheugen een slipper gemaakt. Mesty +en Jack hadden bij het doorzoeken van de kajuit in de kapiteinshut +veertien duizend dollars in zakken gevonden. Zij besloten daarvan +niets aan de manschappen te zeggen, maar borgen het geld en wat er +verder van waarde was achter slot. Daarna bleven ze in de kajuit zitten +overleggen en praten, zoodat het niet te verwonderen viel, dat Jack, +die den vorigen nacht geen oog dicht had gedaan, het hoofd op tafel +liet zakken en in een vasten slaap raakte. Mesty hield de oogen nog +een poos open, maar ten laatste liet ook hij het hoofd op een kist +zakken en sluimerde in. Omstreeks één uur in den morgenstond was het +dus met de waakzaamheid aan boord van de Nostra Senora del Carmen al +zeer slecht gesteld. + +Tegen vier uur in den morgen kreeg Mesty een schok, stootte het hoofd +tegen de tafel en werd daardoor gewekt. + +"Verduiveld, daar was ik waarlijk in slaap gevallen," riep hij +uit. Hij trad aan het kajuitsraampje dat open gelaten was en bemerkte +dat een stevige bries er vlak in woei. "Te deksel! we hebben den +wind vlak achter gekregen," zei Mesty, "waarom hebben ze me niet +gewaarschuwd?" Hij haastte zich aan dek en vond het roer verlaten; +iedereen was dronken en het schip liep op goed geluk af met gebraste +ra's voor den wind op. Mesty gromde van nijdigheid, maar er viel geen +tijd te verliezen. Enkel de marszeilen waren bijgezet; hij streek ze, +duwde het roer aan lij en sjorde het vast, om onzen held te hulp te +gaan roepen. Jack sprong met schrik op en snelde naar boven. + +"'t Is wat moois, meneer Rustig, we gaan allen naar den kelder met +die vervloekte dronken zwijnen; maar wacht, ik zal ze een beetje +opfrisschen." Hij schepte eenige putsen water, die hij over de +scheepsbemanning uitsmeet en dat scheen hen weer bij zinnen te brengen. + +"Een vergrijp tegen de krijgsartikelen," zei Jack; "ik zal ze die +morgenochtend weer eens voorlezen." + +"Weet je wat beter is, meneer Rustig? We bergen al den wijn achter +slot en deelen telkens niet meer dan mondjesmaat uit. Dat moet maar +dadelijk gebeuren, eer zij wakker worden." + +Mesty ging naar beneden en liet Jack aan zijn overpeinzingen over. + +"Ik weet niet," dacht Jack, "of ik wel een bijzonder slimme streek heb +uitgehaald. Hier zit ik me nu met een zootje kerels die geen eerbied +hebben voor de krijgsartikelen en allen smoordronken zijn. Ik heb een +groot schip, maar weinig manschappen; en als er slecht weer komt, +wat dan? want ik weet ternauwernood hoe een zeil geborgen moet +worden. Waarheen en hoe ik sturen moet weet ik ook niet en mijn +matrozen zijn evenmin op de hoogte. Maar toen we door de zeeëngte +de Middellandsche Zee binnenstevenden, vond ik 't er vrij nauw en we +kunnen er moeilijk weer doorheenraken zonder het te merken; bovendien +zou ik de rotsen van Gibraltar wel herkennen als ik ze opnieuw te +zien kreeg. Ik moest er Mesty eens over spreken." + +Deze kwam spoedig terug met de sleutels van de bottelarij aan zijn +gordel. + +"Nu zullen ze niet zoo gemakkelijk weer dronken worden," zei hij. + +Nog een paar putsjes water brachten de matrozen verder bij hun +verstand; zij stonden weer op hun beenen en kwamen langzamerhand +weer op hun verhaal. De dag begon aan te breken en zij bespeurden, +dat het schip regelrecht op de Spaansche kust aanliep en er maar +een mijl van verwijderd was, en wel vlak tegenover een groote +kustbatterij. Gelukkig hadden ze nog tijd om vierkant te brassen, +en het schip onder de marszeilen langs den wal op te sturen, eer +zij opgemerkt werden. Waren zij bij daglicht in den toestand gezien, +waarin ze dien nacht hadden verkeerd, dan zouden de Spanjaarden kwaad +vermoeden hebben gekregen en als er een boot was afgezonden, zouden +ze, terwijl alle dronken waren, stellig op hun beurt ingerekend zijn. + +De matrozen, die beseften in welk een gevaar zij hadden verkeerd, +luisterden deemoedig naar de verwijten van Jack en om des te meer op +hun gemoed te werken, haalde hij de krijgsartikelen voor den dag en +las hun al wat op dronkenschap betrekking had van het begin tot het +einde voor; maar zij hadden 't aan gangboord al zoo dikwijls hooren +voorlezen, dat het niet den vereischten indruk maakte. Mesty had wel +gelijk, toen hij beweerde dat zijn plan beter was; want niet zoodra +had Jack gedaan of de matrozen gingen naar beneden om nog een vaatje +wijn te halen, maar tot hun teleurstelling vonden ze alles achter +slot en grendel. + +Intusschen riep Jack Mesty bij zich achteruit en vroeg hem of hij den +weg naar Toulon wist, waarop deze verklaarde dat hij er geen flauw +idee van had. + +"Maar Mesty, dan hebben we misschien meer kans om den weg naar +Gibraltar terug te vinden, want, zooals je weet, hebben we bij het +binnenzeilen van de Middellandsche Zee het land steeds links gehad; +als we het nu rechts nemen, moeten we langs de kust weer terugkomen." + +Mesty was 't met Jack eens, dat dit het toppunt van zeevaartkunst was, +en dat Smallsole met al zijn wijsheid en zijn kompassen er niets +aan zou verbeteren. Zij namen een rit uit de marszeilen, zetten +de bramzeilen bij en lieten het vaartuig van punt tot punt lang de +kust oploopen, waarbij ze voortdurend een mijl of vijf uit den wal +hielden. De matrozen maakten een flink maal gereed; Mesty gaf hun +den noodigen wijn en wel tweemaal zooveel als ze aan boord van de +Harpij gewoon waren, zoodat ze weldra tevreden schenen. Een hunner +echter voerde een hoog woord en beweerde bij kris en kras dat, als +de anderen hem maar wilden bijstaan, zij spoedig volop drank zouden +hebben. Maar Mesty keek hem eens scherp aan, trok zijn mes en zwoer +dat hij hem wel mores zou leeren; en Jack sloeg hem met een handspaak +tegen het dek zoodat de kerel tot het besef kwam, dat hij 't met de +ontvangen kastijding en met wat hem was toegezegd voorloopig best kon +doen. Als de vrees voor Mesty hen niet had teruggehouden zouden hoogst +waarschijnlijk al de andere matrozen zich even onbehoorlijk hebben +gedragen, maar toch moet erkend worden, dat ze wel wat beteuterd keken, +nu ze Jack zoo vaardig met de handspaak zagen manoeuvreeren. + +Na dezen nacht hielden Jack en Mesty om beurten wacht en alles ging +zeer goed tot zij op de hoogte van Carthagena kwamen, waar zij door +een windvlaag uit het noorden uit het gezicht van de kust gedreven +werden. Zeil na zeil werd geminderd, wat bij gebrek aan handen heel +wat moeite kostte, en drie dagen lang stormde het hevig. De matrozen +waren doodop en ontevreden. Het was Jacks ongeluk, dat hij maar één +flinken kerel bij zich had: zelfs de onderofficier van de sloep, die +op het oog heel wat mans scheen, was niets waard: Mesty was Jacks +plechtanker. Den vierden dag bedaarde de storm, maar zij wisten op +geen voeten of famen na waar ze waren; dat zij afgedreven waren was +duidelijk, maar hoe ver, daar konden ze niets van zeggen en Jack begon +te beseffen dat zoo'n zeetochtje zonder de noodige stuurmanskunst een +zenuwachtiger iets was dan hij zich had voorgesteld. Maar er viel nu +eenmaal niets aan te veranderen. Dien nacht wendden zij den steven +en hielden 't over den anderen boeg, en bij het aanbreken van den +dag bemerkten zij, dat ze vlak bij eenige eilandjes waren en nog +dichter bij eenige groote rotsen, waartegen de zee hoog opspatte, +ofschoon de wind was gaan liggen. Opnieuw werd het roer omgesmeten +en zij ontsnapten het gevaar nog juist bijtijds. Zoodra de zeilen in +orde gebracht waren, kwamen de matrozen achteruit en stelden voor, +dat er uitgezien zou worden naar een geschikte ankerplaats waar +ze konden binnenloopen, want ze waren doodaf. Dit was zoo, en Jack +overlegde met Mesty, die het raadzaam oordeelde het verzoek in te +willigen. Dat de eilanden onbewoond waren bleek duidelijk genoeg; +het eenige waaromtrent men zich diende te vergewissen, was of er +een goede ankerplaats te vinden zou zijn. De onderofficier van de +sloep bood aan dit te gaan onderzoeken; hij zette met vier man van +boord af en keerde na ongeveer een uur terug met de verzekering dat +er genoeg water stond en het er zoo kalm was als op een molenvijver, +want de plek werd van alle kant en door land ingesloten. Daar zij het +boeganker niet konden lichten, bedienden zij zich van het werpanker +en, zonder ongelukken binnenloopende, kwamen zij tusschen de eilanden +in een kleine baai met zeven vademen water. De zeilen werden geborgen +en alles in orde gebracht door de matrozen, die daarop de boot namen +en aan wal roeiden. "Ze hadden eerst wel verlof kunnen vragen," dacht +Jack. Een uur later keerden zij terug en na wat gepraat onder elkaar +kwamen ze allen gezamenlijk achteruit bij onzen held. + +De onderofficier was woordvoerder. Hij zei dat ze zulk een zwaar werk +hadden gehad en nu wat rust verlangden;--er was voor drie maanden +proviand aan boord, zoodat er volstrekt geen haast bestond en zij +best op den vasten wal een tent konden opslaan om daar eenigen tijd +te blijven; en daar het er niet op aankwam of ze aan den wal dronken +werden, verwachtten zij dat hun zou worden toegestaan mondbehoeften +en een goeden voorraad wijn mee te nemen. De anderen hadden hem +opgedragen verlof te vragen, maar ze waren besloten ook bij weigering +toch te gaan. Jack kreeg veel lust om met de handspaak te antwoorden, +maar hij zag dat al de matrozen hun messen en pistolen in den gordel +hadden steken en vond het dus verstandiger Mesty te raadplegen, die, +om het nuttelooze van den weerstand, Jack aanried toe te geven, en er +bijvoegde, dat de wijn maar hoe eer hoe beter opmoest, want zoolang +die strekte zou er niets uitgericht worden. Jack deelde nu heel genadig +mee, dat ze hun zin zouden hebben en hij hier zou blijven zoo lang zij +verkozen. Mesty gaf hun de sleutels van de bottelarij en zei met een +grijnslach dat ze zichzelven maar moesten voorzien. De matrozen gaven +nu aan Jack te kennen, dat hij en Mesty aan boord dienden te blijven, +om op het schip te passen, en dat zij den Spanjaard mee naar den wal +zouden nemen om voor hen te koken. Maar daartegen merkte Jack op, dat +hij zonder twee helpers onmogelijk aan hun opdracht kon voldoen, als +zij soms wenschten dat hij bij hen aan den wal zou komen. De matrozen +vonden die opmerking gegrond en lieten daarom Jack den Spanjaard bij +zich houden, opdat hij te vlugger gehoor zou geven aan hun roepstem +van het strand. Zij wenschten hem nu goedendag en hoopten dat hij +zich zou vermaken met de krijgsartikelen. + +Zoodra zij een reserve-zeil in de boot hadden gesmeten, benevens eenige +sparren om een tent op te slaan en wat dekens, gingen zij naar beneden, +heschen twee van de drie vaatjes wijn, een paar zakken beschuit, +wapenen en ammunitie op, en zooveel zout als zij meenden noodig te +hebben. Toen de boot vol was stooten zij af onder een spotachtig, +driewerf herhaald hoezee. Jack was gevoelig voor dit huldeblijk; +hij stond aan gangboord, nam zijn hoed af en maakte een diepe buiging. + +Zoodra zij weg waren, liet Mesty grijnzend zijn scherpgepunte tanden +blinken en onzen held aanziende zei hij: + +"Wacht maar, ik zal ze dat wel betaald zetten, onze beurt komt +ook nog." + +Jack zei niets, maar dacht des te meer. Na ongeveer een uur keerden de +matrozen in de boot terug: zij hadden allerlei dingen vergeten--hout +om een vuur aan te leggen en allerlei gereedschap. Zij voorzagen zich +onbeschroomd van het noodige en zoodra ze alles bijeen hadden wat ze +maar konden bedenken, begaven zij zich weer aan wal. + +"Wat een geluk, dat we hun niets gezegd hebben van die dollars," +zei Mesty tot Jack, die de beredderingen der matrozen stond gade +te slaan. "Dat is 't stellig," antwoordde Jack; "hoewel ze er hier +weinig aan zouden hebben." + +"O neen, meneer Rustig, maar gesteld dat zij al het geld mochten +vinden, dan zouden zij de booten nemen er mee van doorgaan. Nu echter +heb ik ze in de val, wacht maar eens." + +Er was een klein stukje spek op de loopplank blijven liggen. Jack +smeet het zonder erg over boord en daar het zeer vet was, zonk het +vrij langzaam weg. Jack keek het na en Mesty ook, en terwijl ze +daar zoo in gedachten staan, zien ze een donker voorwerp oprijzen: +'t was een haai, die het spek ophapte en weer in de diepte verdween. + +"Wat is dat?" riep Jack uit. + +"Een haai, Massa Rustig--en wel een van de kwaadaardigste soort; +als je ze ziet, hebben ze je meteen beet ook", en Mesty's oogen +glinsterden van de pret. "Zoo waar ik leef, die beestjes zullen aan +de muiterij een einde maken; nu ben ik er achter." + +Jack huiverde en verwijderde zich. + +Den ganschen dag zag men de matrozen op het strand druk in de weer +met het maken van allerlei toebereidselen eer zij zich overgaven +aan onmatigheid. De tent werd opgeslagen, vuur aangelegd, al het +van boord meegenomene aan wal gerold en behoorlijk opgeborgen. Later +zag men ze zitten middagmalen en toen werd een van de vaatjes wijn +aangesproken. Te zelfder tijd had de Spanjaard, die een bedaarde +jongen was, voor Rustig en zijn nu eenigen kameraad het middagmaal +bereid. De avond viel en nu werd het aan wal een drukte en rumoer van +belang; onder zingen en dansen zag men bij het licht van het vuur de +wijnkannen zwaaien en toen zij begonnen te razen en te tieren en hoe +langer hoe meer beneveld raakten, wendde Mesty zich met een bitteren +lach tot Jack en zei enkel; "Wacht maar eens." + +Ten laatste begon het rumoer te verflauwen, het vuur stierf uit en +langzamerhand werd alles stil. Jack leunde nog over het gangboord, +toen Mesty naar hem toe kwam. De nieuwe maan was juist opgekomen en +Jack hield er zijn blikken strak op gericht. + +"Nu, Massa Rustig, kom nu alsjeblieft eens mee achteruit en laten +we de kleine boot strijken; steek uw pistolen bij u, dan gaan we aan +wal en brengen den kotter hierheen; ze slapen op het oogenblik allen." + +"Maar waarom zouden we hen zonder boot laten, Mesty?" want Jack +dacht aan de haaien en aan de waarschijnlijkheid, dat de matrozen +naar boord zouden willen zwemmen. + +"Ik zeg u, meneer, van nacht zijn ze dronken geworden, morgen gebeurt +dat weer, en dronken lui kunnen nooit hun gemak houden. Als er nu maar +een het in zijn hoofd krijgt om te zeggen: 'Laten we aan boord gaan +en den officier van kant maken, dan kunnen we doen wat we willen,' +dan zeggen de anderen ja, en ze komen hier en doen 't. Dus, meneer, +we moeten de boot hebben, is het niet om u, dan om mij, voor het +behoud van mijn leven, want aan mij hebben ze een grooten hekel en +mij zullen ze het eerst dooden. Maar wacht even." + +Jack gevoelde de waarheid van Mesty's opmerking; hij ging met +hem achteruit, waar ze de kleine boot streken en die langs zij +brachten. Vervolgens haaiden zij uit de kajuit hun pistolen. "Kunnen +we den Spanjaard alleen aan boord laten, Mesty?" + +"Jawel, meneer, wapens heeft hij niet en al kon hij er hier of +daar vinden, hij zou er toch niets mee durven doen--ik ken den man +al genoeg." + +Onze held en Mesty stapten in de boot, duwden af en roeiden behoedzaam +naar den wal. De matrozen waren in zulk een staat van beneveling, dat +ze ze zich niet verroeren konden, nog veel minder iets hooren. Zij +gooiden den kotter, los, sleepten hem naar boord en legden hem met +de andere boot aan den achtersteven vast. + +"Ziezoo, meneer, nu kunnen we naar bed gaan, morgenochtend zul je +grappen beleven." + +"Ze hebben aan den wal alles wat ze noodig hebben," antwoordde Rustig; +"den kotter zullen ze alleen missen, als ze 't ons soms lastig zouden +willen maken." + +"Wacht maar," zei Mesty. + +Jack en Mesty begaven zich te bed, en, uit vrij overbodige voorzorg +tegenover den Spanjaard, sloot Mesty de kajuitsdeur. + +Jack sliep dien nacht weinig, hij had aanvallen van zwaarmoedigheid, +die hij maar niet van zich af kon zetten. Sedert het verlaten van de +Harpij, had Jack veel overdacht en voor veel dingen waren hem de oogen +opengegaan. Hij begon in te zien welk een verantwoordelijkheid hij op +zich geladen had door toe te geven aan een gril van het oogenblik, en +men kon gerust zeggen, dat hij in het korte tijdsbestek van veertien +dagen opeens van een jongen tot een man geworden was. Hij voelde zich +gekweld en was hoofdzakelijk boos op zichzelven. + +Met het krieken van den dag stond Mesty op en Jack volgde hem spoedig; +zij keken uit naar het gezelschap aan den wal, dat zich nog niet +buiten de tent vertoonde. Eindelijk, toen Jack juist klaar was met +zijn ontbijt, kwamen er een paar te voorschijn. Ze keken rond alsof +ze ergens naar zochten en liepen vervolgens naar de plek, waar de +boot had vastgelegen. Jack keek Mesty eens aan, die met een grijnzend +gezicht zijn stopwoord; "Wacht maar!" uitbracht. + +De matrozen liepen daarna het strand langs tot ze vlak tegenover het +schip gekomen waren. + +"Hallo!" riepen ze. + +"Hallo!" antwoordde Mesty. + +"Breng onmiddelijk den boot aan den wal, met een emmertje water." + +"Dat kennen we," juichte Mesty zijn handen wrijvend van plezier. "Gij +moet zeggen van neen, Massa Rustig." + +"Waarom zouden we hun geen water geven, Mesty?" + +"Omdat ze dan de boot nemen." + +"Dat is waar," antwoordde Rustig. + +"Hoor je niet, daar aan boord?" schreeuwde de onderofficier opnieuw, +"onmiddelijk de boot gezonden, of we snijden je den hals af!" + +"Ik zal de boot niet zenden," antwoordde Jack, die nu begreep dat +Mesty gelijk had gehad. + +"Wil je niet?--niet?--dan is je doodvonnis geteekend," hernam de vent +en stapte met zijn kameraad naar de tent terug. In een oogwenk kwamen +nu al de matrozen opdagen, met vier geweren bij zich, die ze mee naar +den wal genomen hadden. + +"Goede hemel! ze zullen toch niet op ons schieten, Mesty?" + +"Wacht maar." + +De kerels kwamen nu tot vlak tegenover het schip en de onderofficier +riep weer en vroeg nogmaals of ze de boot aan wal verkozen te brengen. + +"Gij moet neen zeggen, meneer," spoorde Mesty aan. + +"Ik zie in dat het noodzakelijk is," antwoordde Jack; en hij antwoordde +den onderofficier: "Neen." + +De slimme neger had het plan der muitelingen voorzien, dat ze namelijk +naar de booten aan den achtersteven zwemmen zouden en op hem en Jack +schieten, zoodra ze mochten trachten die langs zij te brengen en +te verdedigen. Om uit het water in de booten te klimmen, vooral in +de kleine, was gemakkelijk genoeg. Een paar matrozen keken naar het +kruit op de pan en hielden de geweren gereed, met de trompen op het +schip gericht, terwijl de onderofficier en twee anderen zich begonnen +te ontkleeden. + +"Ga in Godsnaam niet te water?" riep Jack. "De haven zit vol +haaien--zoo waar als ik leef!" + +"Denk je ons met je haaien bang te maken?" schreeuwde de onderofficier +terug; "leg aan, jongens! laat hem eens een blauwe boon proeven, +dan kan hij zien dat 't ons ernst is, en telkens als hij of die neger +den kop vertoont maar weer schieten, hoor!" + +"Om Godswil, probeer toch niet te zwemmen!" riep Jack in doodsangst; +"ik zal mijn best doen om je water te bezorgen." + +"'t Is nu te laat--je bent gevonnisd," en de onderofficier sprong van +de rots in zee, gevolgd door twee anderen; op hetzelfde oogenblik werd +er een geweer afgeschoten en de kogel floot onzen held langs het oor. + +Mesty trok hem met een ruk van het gangboord terug. Bijna overweldigd +door angst over het lot, dat den onvoorzichtigen wachtte, zakte Jack +een oogenblik op het dek neer, maar sprong fluks weer op en snelde naar +een geschutspoort om naar de mannen in het water te kijken. Hij kwam +juist bijtijds om te zien hoe de onderofficier zich met een luiden +gil uit zee ophief en daarna in een wieling verdween, die hij met +zijn bloed roodverfde. + +Mesty, die al eenige geweren geladen had, voor het geval dat de +matrozen de booten mochten bereiken, wierp dat, waarmee hij juist +bezig was, van zich af, met den uitroep: "Verduiveld! nu is 't niet +meer noodig!" + +Jack had de handen voor het aangezicht geslagen. Maar het afgrijselijk +tooneel was nog niet ten einde: de andere mannen in het water hadden +onmiddellijk rechtsomkeert gemaakt en haastten zich om den wal te +bereiken; maar eer zij zoover waren, schoten twee andere vraatzuchtige +monsters, gelokt door het bloed van den onderofficier toe en vochten +om hun prooi. + +Mesty, die alles nauwkeurig had gadeslagen, wendde zijn oog naar +onzen held, die nog altijd zijn gelaat bedekt hield. + +"Ik ben maar blij, dat hij dit ten minste niet gezien heeft," +mompelde Mesty. + +"Wat gezien?" riep Jack uit. + +"Dat de haaien ze allen opgegeten hebben." + +"O 't is vreeselijk, 't is gruwelijk!" kreunde onze held. + +"Ja zeker vreeselijk," hernam Mesty, "maar die kogel langs uw hoofd +was ook vreeselijk. En als de haaien hen niet hadden verslonden, wat +dan? Zij zouden dan ons gedood hebben en onze lijken waren een prooi +van de haaien geworden. Dat vind ik nog vrij wat verschrikkelijker. + +"Mesty," riep Jack uit en greep den neger zenuwachtig bij den arm, +"niet de haaien, maar ik heb die mannen vermoord." + +Mesty keek met verwondering op. + +"Hoe is dat mogelijk?" + +"Als ik niet ongehoorzaam was geweest aan de bevelen," hernam onze held +naar adem hijgend, "als ik niet het voorbeeld van ongehoorzaamheid +gegeven had, zou dit niet gebeurd zijn. Hoe kon ik onderdanigheid +van hen verwachten? 't Is alles mijn schuld--dat zie ik nu in, en, +o God, wanneer zal dat afgrijselijk gezicht uit mijn geheugen worden +gewischt?" + +"Massa Rustig, ik begrijp u niet," antwoordde Mesty. "Die redeneering +is geheel verkeerd. Op die manier zou ik ook wel kunnen zeggen, +dat het kwam van den oorlog der Ashantijnen; want als ze daar niet +aan het vechten waren gegaan, zou ik nooit slaaf geworden, nooit +weggeloopen, nooit aan boord van de Harpij gekomen, nooit met u in +een boot gegaan zijn--ik zou nooit de matrozen belet hebben zich te +bedrinken, zij zouden geen muiterij bedreven en de haaien hen niet +te pakken gekregen hebben." + +Jack antwoordde niet, maar dit tegenbetoog van den neger schonk hem +toch eenigen troost. + +De afgrijselijke dood van de drie muitelingen scheen een krachtdadige +uitwerking te hebben op hun makkers, die met hangende hoofden en +loomen tred van het strand terugliepen. Men zag hen nu over het +eiland ronddwalen, waarschijnlijk om water te zoeken. Omstreeks den +middag keerden ze naar hun tent terug en waren spoedig daarop in een +staat van beneveling, waarbij ze even hard schreeuwden en tierden +als den vorigen dag. Tegen den avond kwamen ze weer op de hoogte van +het schip, ieder met een beker in de hand, en zoodra ze bemerkten, +dat ze de aandacht van onzen held en van Mesty getrokken hadden, +wierpen zij den inhoud van hun bekers de lucht in, om te toonen dat +zij water hadden gevonden, en daarop keerden zij jouwend en spottend, +dansend en springend en onder allerlei bokkesprongen terug om hun +drinkgelag te hernieuwen, dat tot na middernacht duurde, waarop allen +verstomden evenals te voren. + +Den volgenden dag was Jack hersteld van den eersten schok door het +gruwelijk tooneel op hem teweeggebracht en riep hij Mesty in de kajuit +om met hem te beraadslagen. + +"Wat zal het einde zijn, Mesty?" + +"Hoe bedoelt u, meneer? het einde hier of aan boord van de Harpij?" + +"De Harpij--er bestaat weinig kans, dat we die ooit terugzien; we +zijn op een onbewoond eiland, of iets wat niet veel minder is. Maar +al mogen we blijven hopen, hoe zal die muiterij eindigen?" + +"Massa Rustig, als ik wil, kan ik er tamelijk spoedig een eind aan +maken, maar niet opeens." + +"Hoe bedoel je dat, Mesty, niet opeens?" + +"Kijk, Massa Rustig; gij wenscht een tocht te ondernemen en ik +evenzeer; en om die muiterij zoudt ge nu wel terug willen--maar denkt +gij dat ik, die in mijn eigen land een vorst ben geweest, lust gevoel +om opnieuw voor de jongeheeren den pot te gaan koken?" + +"Maar hoe wou je dan een eind maken aan de muiterij?" vroeg Jack. + +"Door te zorgen dat de wijn opkomt. Als ik eens naar den wal ging, +zoodra ze weer allen dronken zijn, en op drie of vier plaatsen een +gat in de vaten boorde, dan zou 's morgens al de wijn weggevloeid +zijn. Dan worden ze nuchter en vragen om vergiffenis; we nemen hen +aan boord, bergen alle wapens weg, behalve de uwe en de mijne, en +dan wil ik wel eens zien wat er van de muiterij nog overblijft. Alle +donders! ik zal ze wel leeren." + +"Een goed denkbeeld, Mesty,--waarom zouden we 't niet in toepassing +brengen?" + +"Omdat ik geen lust heb mij op den wal aan gevaar bloot te +stellen--en waarvoor? om terug te keeren en weer den pot te koken +voor de heeren. Ik voel me hier gelukkig, Massa." zei Mesty op +onverschilligen toon. + +"En ik mij diep ellendig," hernam Jack, "maar ik ben geheel in uw +macht, Mesty, en ik zal me moeten onderwerpen." + +"Wat is dat nu, Massa Rustig,--onderwerpen aan mij? neen, +meneer, als officier aan boord van de Harpij, hebt gij me als een +vriend toegesproken en me volstrekt niet als een zwarten knecht +behandeld. Massa Rustig, ik voel--ik voel wat ik ben," vervolgde Mesty +en sloeg zich op de borst, "hier voel ik 't--voor het eerst sinds ik +mijn vaderland verliet, voel ik dat ik iets ben; maar Massa Rustig, +ik koester evenveel liefde voor mijn vriend als haat tegenover mijn +vijand--en nooit zult gij u aan mij onderwerpen--ik ben te trotsch om +dat te dulden, omdat, Massa Rustig,--omdat ik een man ben en eertijds +een vorst ben geweest." + +Ofschoon Mesty zijn bedoeling niet half zoo duidelijk in zijn woorden +uitdrukte als in zijn gebaren, begreep Jack hem toch ten volle en +hem de hand toestekende zei hij: + +"Dat ge een vorst geweest zijt, Mesty, tel ik weinig, ofschoon ik +er niet aan twijfel, omdat gij niet liegen kunt; maar gij zijt een +mensch, en ik eerbiedig u, ja, ik heb u lief als een vriend--en als +het van mij afhangt, zullen we nooit weer scheiden." + +Mesty vatte de aangeboden hand en drukte die zwijgend, want spreken +kon hij niet. Toen hij de hand weer losliet, was hij zoo door zijn +gevoel overstelpt, dat hij het gesprek niet kon voortzetten en zich +in de kajuit afzonderde. + +Den volgenden morgen kwam Jack op de muiterij terug en vroeg opnieuw +aan Mesty wat hij er van dacht. + +We moeten afwachten, meneer, tot zij uit zichzelven vragen om weer aan +boord te mogen komen; en daar zij vijf in getal zijn, tegen wij twee, +moeten ze eerst al hun proviand opgegeten hebben. Laat ze een beetje +hongerlijden, dan komen ze des te makker aan boord." + +"In elk geval," hernam Jack, "moeten de eerste aanbiedingen, van +welken aard ook, van hun kant komen. Had ik nu maar iets te doen--dat +aan boord hangen bevalt me ook niet bijster." + +"Wel, meneer, waarom niet wat gepraat met Predo?" + +"Omdat ik geen Spaansch ken." + +"Dat weet ik en daarom vroeg ik 't ook juist. Bij de ontmoeting met +die twee lieve meisjes speet 't u zoo, dat ge niet in staat waart +met haar te spreken." + +"Ja zeker speet me dat," antwoordde Jack. + +"Welnu, Massa Rustig, we zullen nog wel meer Spaansche meisjes +ontmoeten. Als ge nu dagelijks met Pedro praat, zult u spoedig genoeg +het Spaansch leeren." + +"Ik wist niet, Mesty, dat je zoo slim was. Ik zal al mijn best doen +om Spaansch te leeren," hernam Jack, blij dat hij eenige bezigheid +gevonden had, want van de krijgsartikelen had hij genoeg gekregen. + + + + +Twaalfde hoofdstuk. + + De muiterij loopt op een eind uit gebrek aan brandstof en + aan water. Jack vindt de Harpij terug. + + +Bij de muitelingen aan den wal ging het dagelijks hetzelfde gangetje, +maar toch werd er minder dikwijls een vuur aangelegd, zeker omdat +de brandstof opraakte, wat bij het afnemen der warmte--'t was reeds +October--slecht gelegen kwam. Een maand lang hield Jack, die in geen +geval wilde toegeven, zich zoo goed en zoo kwaad als het ging bezig +met Spaansch te leeren van Pedro en te luisteren naar Mesty's verhalen +uit zijn vroeger leven. + +"Wat is dat?" riep Mesty op zekeren morgen midden in een verhaal +uit. "Daar steken me die dronken zwijnen de tent in brand!" + +Jack keek om en zag dat de tent aan den wal werkelijk in vlammen stond. + +"De koude nachten zullen hun moed wel doen bekoelen," merkte Mesty +op. "Je zult eens zien, Massa Rustig, hoe gauw ze zullen soebatten +om aan boord te komen." + +Dat dacht Jack ook en hij verlangde sterk om weer onder zeil te +gaan. In een der laden van de kleine kajuit had hij een kaart van de +Middellandsche zee gevonden en die met ijver bestudeerd. "Kijk," zei +hij tot Mesty, "hier heb je het eiland waar we ons op dit oogenblik +bevinden, de weg naar Gibraltar loopt zóó, en zoodra de muiterij +gedaan en de wind gunstig is, zetten we koers daarheen." + +Nog eenige dagen verliepen er en toen konden de muitelingen het +niet langer uithouden. Vooreerst hadden ze in hun dronkenschap de +stop van hun laatste vat er zoo slecht ingeslagen, dat die er weer +uitgeschoten en bijna al de wijn verloren gegaan was, bovendien hadden +ze geen brandstof meer en daardoor de laatste dagen hun vleesch rauw +moeten eten, en tot overmaat van ramp bleef het, nadat ze uit gebrek +aan hout hun tent verstookt hadden, vier dagen en nachten aan één +stuk regenen. Alles was doornat en zij bibberden van de koude. Ze +wilden nog liever gehangen worden dan van gebrek en ellende langzaam +wegsterven, en door honger gedreven begaven ze zich naar het strand +vlak tegenover het schip en vielen op de knieën. + +"Heb ik 't niet gezegd, massa Rustig?" zei Mesty, daar heb je nu die +vervloekte kerels, die ons gedurig met het geweer durfden bedreigen." + +"Hallo!" riep er een van den wal. + +"Wat wou je?" antwoordde Jack. + +"Heb medelijden met ons, meneer,--genade!" jammerden de anderen, +"we willen tot onzen plicht terugkeeren." + +"Wat moet ik zeggen, Mesty?" + +"Antwoord eerst van neen, massa Rustig--zeg dat ze maar van honger +moeten omkomen." + +"Ik kan geen muitelingen aan boord nemen," riep Jack. + +"Dan kome ons bloed over uw hoofd, meneer Rustig," hernam de man, +die het eerst gesproken had. "Als we toch moeten sterven, dan maar +liever spoedig; wilt gij ons niet opnemen, de haaien wel. Wat dunkt je, +jongens? Laten we allen te tegelijk in zee loopen. Vaarwel, meneer +Rustig, vergeef ons als we dood zijn; 't was enkel die dolleman van +een Johnson, die ons bepraat heeft. Komt, jongens, dralen helpt niet, +hoe eer hoe liever maar--laten we elkaar de hand geven en dan in zee." + +Het scheen dat de arme kerels dit werkelijk van plan waren, als +onze held, op aandrijven van Mesty, bleef weigeren hen aan boord +te nemen. Allen schudden elkaar de hand, gingen op een rij staan en +daarop volgde een sein van een--twee--." + +"Halt!" riep Jack, wien het vreeselijke tooneel met de haaien nog +niet uit het geheugen was,--"halt?" + +De mannen bleven staan. + +"Wat wilt ge belooven, als ik jullie weer aan boord neem?" + +"Dat we stipt onzen plicht zullen doen, totdat we weer op de Harpij +zijn, om daar als een waarschuwend voorbeeld voor alle muitelingen +gehangen te worden," antwoordde een der mannen. + +"Dat is al heel mooi," zei Mesty; "houdt ze aan hun woord; massa +Rustig." + +"Heel goed," hernam Jack, "ik neem de voorwaarden aan, en we zullen +je komen halen." + +Jack en Mesty staken hun pistolen bij zich en roeiden met de boot naar +den wal. Bij het instappen sloegen de matrozen eerbiedig voor onzen +held aan, maar spraken geen woord. Aan boord gekomen las Jack hun +de artikelen betreffende muiterij voor, waardoor hun herinnerd werd +"dat zij des doods schuldig waren," en hield vervolgens een toespraak, +die den uitgehongerden kerels eindeloos toescheen. Maar aan alles komt +een eind en dus ook aan Jack's rede. Mesty gaf hun nu wat beschuit, +die zij dankbaar verslonden, tot zij iets beters zouden krijgen. Den +volgenden morgen was de wind gunstig; met eenige moeite lichtten zij +het anker en verlieten de reede. De afgematte matrozen verrichtten +zwijgend hun werk, want hunne vooruitzichten waren alles behalve +prettig; maar altijd blijft er eenige hoop leven en ofschoon ieder +overtuigd was, dat de overigen zouden gehangen worden, hoopte hij +toch zelf met een flink pak slaag er af te komen. + +De wind belette hun echter recht op het doel af te sturen en eer +de avond viel waren ze al drie streken noordwaarts afgeweken. "We +zullen toch wel langs de Spaansche kust komen," merkte Jack op, +"en dan moeten we zuidwaarts vanzelf Gibraltar bereiken, daar ben +ik niets bang voor, want ik raak al veel beter vertrouwd met de +zeevaartkunst." Den volgenden morgen bevonden ze zich met een zwakke +bries onder een hooge kaap en toen de zon opkwam, zagen ze onder den +wal een groot schip, omstreeks twee mijlen westelijk, en meer zee in +een ander op een afstand van een mijl of vier. Mesty nam den kijker +en richtte dien op het buitenste schip, dat opeens al zijn zeilen +gestreken had en nu met een vaart op den wal aanliep, juist in de +richting van de kaap, waaronder Jack's vaartuig lag. + +"Massa Rustig,--dat is, geloof ik, de Harpij," zei Mesty terwijl hij +den kijker neerlei. + +Een der zeelui nam nu den kijker, terwijl de anderen, die er bij +stonden, van groote ontsteltenis blijk gaven. + +"Ja, 't is de Harpij," zei de matroos. "O, meneer Rustig, kunt gij +ons niet vergeven?" vervolgde de man, terwijl hij met de overigen op +de knieën viel. "Vertel om Godswil niet alles, meneer Rustig." + +Jack's gemoed werd week; hij zag om naar Mesty. + +"Mij dunkt," fluisterde deze onzen held toe, "dat bij al wat ze reeds +doorstaan hebben, een twaalftal per man wel genoeg zal zijn." + +Jack vond de helft dier straf al voldoende, en dus deelde hij hun +mede, dat ofschoon hij het gebeurde niet mocht verzwijgen, hij toch +niet alles zeggen en zooveel mogelijk vergoeilijken zou. Hij wilde +juist weer een toespraak houden, toen een schot van de Harpij, die +intusschen op dezelfde hoogte gekomen was, hem dit tot geschikter +gelegenheid deed uitstellen. Te zelfder tijd heesch het vaartuig +onder den wal de Spaansche vlag en loste een schot. + +"Verduiveld, we zitten er juist tusschen in," riep Mesty uit. "De +Harpij houdt ons voor een Spanjaard. Komaan, jongens, de kanonnen +gericht en kruit en lood bijgebracht. Massa, nu moeten wij op den +Spanjaard vuren, anders laat de Harpij ons niet met rust, want we +hebben geen Engelsche vlag aan boord." + +Spoedig waren de kanonnen geladen en kruit op de pan gedaan, onder +welke bedrijven de wind ging liggen, zoodat de zeilen van al de drie +schepen tegen de masten sloegen. De Harpij was nu omstreeks twee mijlen +van Jack's schip verwijderd en de Spanjaard ongeveer een mijl. Mesty +nam het Spaansche schip eens goed op. + +"Dat is een oorlogschip, massa,--maar hoe komen we nu aan een vlag? We +dienen er toch een te hijschen." + +Haastig snelde de neger naar beneden, want hij herinnerde zich een +vrij mooien vrouwenrok, achtergelaten door de oude dame, die op het +schip was, toen het buit gemaakt werd. Het was er een van groene zijde +met gele en blauwe bloemen, maar vrij versleten. Mesty had het ding +onder de matras van een der bedden gevonden en in zijn kist gestopt, +misschien wel om er een paar vesten van te maken. Spoedig kwam hij +er mee aandragen, bevestigde het aan den dirk en heesch het op. + +"Ziezoo, massa, dat is voldoende,--dat is nu de zoogenaamde +aller-natiënvlag! Iedereen strijkt er de zijne voor en nooit wordt +ze naar beneden gehaald," zei Mesty. "Komaan, nu we de vlag geheschen +hebben, gaan we vuren--maar denk er om, één voor één en terdege goed +mikken, dan hebben we tijd om weer te laden." + +"Ze hebben de vlag geheschen, kapitein." zei Sawbridge aan boord +van de Harpij; "maar wat 't er voor een is, kan ik onmogelijk +onderscheiden. Hoor, daar valt een schot." + +"'t Is niet op ons gemikt, meneer," zei Gascoigne, "maar op het +Spaansche schip; ik zag den kogel vlak voor den boeg neerslaan." + +"'t Moet een kaper wezen," zei kapitein Wilson; "in alle geval komt +hij juist van pas, want anders zou de korvet te Carthagena zijn +binnengeloopen. Al weer een schot, en goed gemikt ook; dat kleine +ding voert zwaar geschut, 't is stellig een Malthezer kaper." + +"Dat wil zooveel zeggen als een zeeroover," hernam Sawbridge: "ik kan +uit de vlag niet wijs worden--het lijkt wel groen--zeker een Turk. Al +weer een schot; drommels, een der uitgezette booten van den Spanjaard +is getroffen." + +"Ja, kijk ze eens in verwarring raken; als er nu maar een aasje wind +komt is hij ons. Daar komt een briesje uit zee op. Zeilen bijgezet, +meneer Sawbridge." + +Er werd vierkant gebrast en spoedig had de Harpij stuur. Intusschen +onderhield Jack met zijn weinige manschappen een wel zwak, maar +geregeld en goed gericht vuur op de Spaansche korvet, waarvan al twee +booten in het ongereede waren geraakt. De Harpij stak voor den wind +op en was spoedig in de nabijheid; met het vuur uit haar boegjagers +trachtte zij de korvet den pas af te snijden. + +"We hebben ze," riep Mesty; "losgebrand, jongens, en goed gemikt. Daar +komt meer wind; één man aan het roer. Te deksel, wat is dat?" + +Deze uitroep van Mesty werd veroorzaakt door een schot, dat den romp +van het schip aan stuurboord trof. Jack en hij snelden naar den anderen +kant en bemerkten dat drie Spaansche kanonneerbooten juist den hoek +waren komen omzetten en hen aangevallen hadden. Even voorbij de kaap +lagen namelijk de haven en de stad Carthagena en vandaar waren de +kanonneerbooten aan de korvet te hulp gezonden. Gelukkig voor Jack, +had de wind nu vat op zijn schip gekregen, anders zou hij misschien +naar Carthagena gesleept zijn; en de korvet, die zich zoowel door de +Harpij als door Jack's vaartuig den pas afgesneden zag, wendde haastig +den steven en trachtte te ontkomen door westwaarts zoo kort mogelijk +onder den wal te houden. Nog een schot en al weer een doorboorde den +romp van het schip en wondde twee van Jack's matrozen; maar zoodra +de korvet den steven gewend had, en de Harpij haar volgde, deed +Jack natuurlijk hetzelfde en was in tien minuten buiten bereik der +kannonneerbooten, die hem niet durfden nazetten. De wind stak meer +en meer op en deed den groenen rok lustig wapperen, doch de Harpij +en de korvet gaven elkaar nog steeds de volle laag en hadden geen +gelegenheid om op Jack's vlag te letten. De Spanjaard verdedigde +zich flink en werd gesteund door de batterijen aan den wal, maar +eerst eenige mijlen verder was er een geschikte ankerplaats. Tegen +den middag ging de wind liggen en om één uur was het bijna bladstil; +maar de Harpij was haar tegenstander nu op drie kabellengten genaderd +en nam hem zoo duchtig onder handen, dat de Spanjaard ofschoon gesteund +door een batterij van vier kanonnen, omstreeks drie uur de vlag moest +strijken. De Harpij zond nu een boot aan boord om het schip in bezit +te nemen en richtte vervolgens al zijn vuur op de batterij, die ook +spoedig tot zwijgen werd gebracht. + +De windstilte hield aan en de Harpij had het druk genoeg met haar +buitgemaakt vaartuig, met het schiften der gevangenen en het oplappen +der beide schepen, die aan zeilen en tuigage veel geleden hadden. Aan +boord van de Harpij kon men nog maar steeds niet begrijpen wat het +toch voor een vreemd vaartuig wezen mocht, dat de korvet van koers +had doen veranderen en hen in staat had gesteld ze te nemen; maar +door de drukte was er geen tijd voor gissingen. + +Jack's bemanning bestond, met hemzelf meegerekend uit acht personen, +waarvan één een Spanjaard en twee gewonden. Er bleven hem dus maar +vier man over en hij had de handen vol met het bijstaan der gewonden +en het bedienen der kanonnen. Bovendien achtte Mesty het niet geraden +het schip op een mijl van de Harpij met enkel twee man aan boord +achter te laten. Ook bedacht Jack, dat hij nog geen middagmaal had +gehad en misschien in de adelborstenkajuit niet veel te bikken zou +vinden; daarom wilde hij eerst wat eten eer hij aan boord van de +Harpij ging. Jack nam de dingen altijd vrij luchtig op en besloot nu +zich tegen zonsondergang aan te melden. Er waren nog andere redenen, +die Jack weerhielden veel haast te maken met aan boord te gaan; +hij moest nog overleggen, wat hij wel in zou brengen om zichzelven +te verontschuldigen en zijn bemanning zooveel mogelijk vrij te +pleiten. Zijn aangeboren oprechtheid noopte hem eerst om de volle +waarheid te zeggen, maar hij bedacht toch dat het beter was er slechts +een gedeelte van op te biechten. Eigenlijk hal hij zooveel zwarigheid +niet behoeven te maken, want de veertien duizend aan klinkende munt uit +de kleine kajuit zou voor hemzelf voldoende verontschuldiging zijn en, +om hun dappere houding tegenover den vijand, zou aan de manschappen +hun muiterij wel vergeven worden. Onder al dat overpeinzen viel Jack, +die doodmoe was van al de inspanning, in slaap en inplaats van tegen +zonsondergang te ontwaken, gebeurde dit eerst twee uren later. Mesty +had hem niet wakker geroepen, omdat hijzelf volstrekt geen haast had +om aan boord te komen en weer "den pot te koken voor de jongeheeren." + +Bij zijn ontwaken verbaasde Jack er zich over, dat hij zoo lang +geslapen had. Aan dek gekomen, vond hij het donker en stil, maar kon +gemakkelijk waarnemen, dat de Harpij en de korvet bijgedraaid waren en +bezig met de geleden schade te herstellen. Hij gaf last om den kleine +sloep te strijken en, het commando aan Mesty overlatende, roeide hij +met twee riemen naar de Harpij. Door de gewonden, de gevangenen en +het heen- en weervaren der booten tusschen de beide schepen, was de +aandacht van allen aan boord der Harpij zoozeer in beslag genomen, +dat Jack's kleine sloep onopgemerkt langs zij kwam. Dit had eigenlijk +niet mogelijk moeten wezen, maar 't was nu eenmaal zoo en er viel wel +eenige verontschuldiging voor bij te brengen. Jack klom aan boord en +werkte zich tusschen de gevangenen door die juist gemonsterd werden +voor de uitdeeling van levensmiddelen. Hij was in een mantel gewikkeld, +zooals de meeste gevangenen er ook een droegen. + +Jack had er schik in, dat hij niet herkend werd; hij sloop de +groote trap af en moest zich bukken om onder de hangmatten der +gewonden door te komen, juist wilde hij zich achteruit in de kajuit +bij den kapitein aanmelden, toen hij den jongen Gossett hoorde +schreeuwen. "Ik wed, dat die ellendige Vigors weer bezig is dien +armen Gossett af te rossen," dacht Jack. "De stakker zal er danig +van gelust hebben in mijn afwezigheid, licht dat ik hem tenminste +voor ditmaal verlos." Jack wikkelde zich in zijn mantel, gluurde +door het raampje van de voorlongroom naar binnen, en zag dat het +juist zoo was als hij gedacht had. Met een verbolgen stem bulderde +hij: "Meneer Vigors, je zoudt me verplichten met Gossett te laten +gaan." Op den klank van die stem, keerde Vigors zich met zijn eind +touw in de hand haastig om, zag Jack's gelaat voor het raampje en +in de meening dat het een spookverschijning was, gaf hij een gil +en viel als in een stuip neer. Ook de kleine Gossett beefde over +al zijn leden en staarde hem met open mond aan. Jack was voldaan, +en verdween onmiddelijk weer. Daarop begaf hij zich naar de kajuit, +waar hij den kapitein in gezelschap van twee Spaansche officieren +aantrof. Hij nam zijn hoed af en zei: + +"Zooeven aan boord gekomen, kapitein Wilson." + +Kapitein Wilson kreeg geen stuip, maar sprong van zijn stoel op en +gooide daarbij zijn glas om. + +"Mijn hemel, meneer Rustig, waar komt gij vandaan?" + +"Van dat schip daar achteruit, meneer," antwoordde Jack. + +"Dat schip achteruit! Wat is dat voor een schip?--waar zijt ge zoo +lang geweest?" + +"Dat is een heele geschiedenis, meneer," hernam Jack. + +Kapitein Wilson stak hem de hand toe en Jack schudde die hartelijk. + +"In elk geval ben ik blij je weer te zien, mijn jongen; ga zitten en +vertel me met een paar woorden hoe het je gegaan is; de bijzonderheden +hooren we later wel." + +"Met genoegen, meneer," zei Jack; "we hebben den nacht, nadat we +weg zijn geraakt, met den kotter dat schip prijs gemaakt. In de +zeevaartkunde heb ik 't nog niet ver gebracht en belaadde bij de +Zaffarine-eilanden, waar ik uit gebrek aan manschappen twee maanden +moest blijven. Zoodra ik weer voldoende bemanning had, ben ik onder +zeil gegaan. Drie man verloor ik door de haaien, twee werden er +gewond in het gevecht van heden. Het schip voert twaalf stukken, +is half met lood en bedrukt katoen geladen, heeft veertien duizend +dollars in de kajuit en drie kogelgaten dwars door--zoodat het zaak +is er zoo spoedig mogelijk wat manschappen aan boord te zenden." + +Dit verhaal was niet bijzonder begrijpelijk, maar dat er veertien +duizend dollar waren en er manschappen aan boord vereischt werden, +was duidelijk genoeg te kennen gegeven. Kapitein Wilson liet meneer +Asper roepen, die op het gezicht van onzen held achteruitstoof, +en droeg hem op Jolliffe te gelasten met een der kotters aan boord +van het vreemde schip te gaan, de gewonden over te brengen en zelf +het kommando over het vaartuig op zich te nemen. Jack moest Jolliffe +vergezellen, om hem de noodige inlichtingen te geven. + + + + +Dertiende hoofdstuk. + + Onze held komt tot de wetenschap, dat driehoeksmeting niet + enkel noodig is voor de scheepvaart, maar ook kan dienen tot + vereffening van eerezaken. + + +Kapitein Wilson had te recht gezegd, dat hij 't te druk had om dien +avond naar Jack's verhaal te luisteren, want zij moesten zich haasten +om beide schepen zoo spoedig mogelijk zeilree te maken. De Spanjaarden +hadden namelijk op nog geen tien mijlen afstand te Carthagena +oorlogsschepen liggen, die met den uitslag van het treffen bekend +waren geworden. Meneer Sawbridge was aan boord van het buitgemaakte +schip, een korvet, die twee stukken meer voerde dan de Harpij en de +Cacafuogo heette. + +Het onbesuisd optreden van Jack had veel tot de vermeestering er van +bijgedragen, zoodat kapitein Wilson en meneer Sawbridge, die beiden +bevorderd werden, de een tot postkapitein, de ander tot kommandant, +dit eigenlijk aan Jack te danken hadden. De Harpij had aan dooden +en gewonden negentien man verloren en de Spaansche korvet zeven +en veertig. + +Tegen twee uur in den morgen waren de schepen gereed en gingen +onder zeil naar Gibraltar, terwijl de Nostra Signora del Carmen, +onder bevel van Jolliffe, hen vergezelde. Jolliffe genoot het eerst +het verhaal van Jack's avonturen, en luisterde er met verbazing +naar. Omstreeks negen uur draaide de Harpij bij en zond een sloep +aan boord om onzen held en de manschappen, die zoolang met hem op het +buitgemaakte schip waren geweest, af te halen en tevens de aanwezige +dollars over te brengen. Toen Jack afscheid nam van Jolliffe haalde +hij zijn krijgsartikelen voor den dag en gaf ze hem ten geschenke +met den wensch, dat ze hem evenveel dienst mochten bewijzen, als ze +hemzelf hadden gedaan. De matrozen waren al in de sloep en wierpen +smeekende blikken op Jack, ten einde zijn medelijden op te wekken, +en Mesty ging vrij gemelijk naast onzen held zitten, waarschijnlijk +omdat 't hem maar half beviel, dat hij weer "den pot zou moeten +koken voor de jongeheeren." Ook Jack was niet prettig gestemd nu +hij zijn kommando moest laten varen, en hij wierp nog eens een blik +op den groenen vrouwenrok, die maar steeds aan den mast wapperde, +want Jolliffe had de vlag, waaronder Jack zoo gelukkig gestreden had, +niet willen neerhalen. + +Zooals te begrijpen valt, nam het verhaal van Jack een groot deel +van den morgen in beslag, en ofschoon onze held niet trachtte te +verbloemen, dat hij meneer Sawbridge's terugroepingssignaal wel +gezien had, wekte toch het overige zoozeer de belangstelling van den +kapitein, dat hij geheel verzuimde Jack een berisping toe te dienen +over het in den wind slaan der bevelen. Hij prees Jack's houding en +was ook bijzonder tevreden over Mesty. De gelegenheid was te schoon, +om niet melding te maken van Mesty's tegenzin in zijn tegenwoordige +bediening en Jack's aanbeveling werd gunstig opgenomen. Ook wist hij +vergiffenis te verkrijgen voor de manschappen, maar toch moesten ze +voor het oogenblik in boeien geslagen worden. Jack liet hun echter +door middel van Mesty mede deelen, dat ze weer vrijgelaten zouden +worden, zoodra ze te Gibraltar aankwamen, zoodat een gunstige wind +het eenige was wat er nog te wenschen overbleef. + +Kapitein Wilson deelde aan Jack mede, hoe hij in de vooronderstelling +dat de kotter gezonken was, aan zijn vader had geschreven, om hem +den dood van zijn zoon te melden. Dit speet onzen held zeer, vooral +om het verdriet dat zijn arme moeder er over hebben zou. "Maar och," +dacht Jack, "al gevoelt ze zich een paar maanden ongelukkig, des te +blijder zal ze zijn, als ze hoort dat ik nog in leven ben. Zoodra +we te Gibraltar binnenvallen, zal ik schrijven en bij gunstigen wind +kan dat morgen of overmorgen zijn." + +Het langdurig onderhoud met Jack had kapitein Wilson tot de overtuiging +gebracht, dat er een flink officier uit hem zou groeien en dat de +malligheden van de gelijkheid en de rechten van den mensch al vergeten +waren; maar in dit opzicht vergiste hij zich--het in een kinderziel +gezaaide onkruid wordt niet zoo spoedig uitgeroeid. + +Zoodra de kommandant hem had laten gaan, begaf Jack zich aan dek, waar +hij den kapitein en de officieren van de Spaansche korvet aantrof, +die peinzend naar de Nostra Signora del Carmen stonden te turen. Toen +zij onzen held in het oog kregen, van wien ze door kapitein Wilson +wisten, dat hij hun het binnenloopen in de haven van Carthagena had +belet, sloegen zij wrevelige blikken op hem. + +Jack groette echter met zijn gewone beleefdheid en was blij dat hij +wat van zijn Spaansch kon luchten. Ofschoon de Spaansche kapitein +alle reden had om Jack naar de maan te wenschen, nam hij toch de +vormen behoorlijk in acht en vroeg hem onder anderen wat hij toch +wel voor een vlag gevoerd had. + +"Ja, meneer Rustig," zoo sloot kapitein Wilson zich bij die vraag aan, +"dat moet je ons eens vertellen. We konden er geen van allen wijs +uit worden. Ik zie daar, dat meneer Jolliffe ze nog altijd in top +laat wapperen." + +Jack wist niet goed wat hij er van maken moest, maar antwoordde ten +laatste: "Dat was de banier van de gelijkheid en de rechten van den +mensch, meneer." + +Kapitein Wilson fronsde de wenkbrauwen en Jack, die zijn misnoegen +bespeurde, vertelde nu het heele geval, waarop de ander begon te +lachen, Jack deelde het ook in het Spaansch aan de officieren der +korvet mede en deze merkten op, dat het wel niet de eerste en ook niet +de laatste maal zou zijn, dat mannen in verlegenheid waren geraakt +door een vrouwenrok. + +Bij de geheele bemanning van het schip stond Jack in hooge gunst, +behalve bij zijn vier vijanden--den stuurman, Vigors, den bootsman en +den onderbetaalmeester. Vigors had de wijste partij gekozen en zijn +eindje touw in zijn kist geborgen tot Jack weer eens een tocht mocht +ondernemen. De kleine Gossett wees, als Vigors eenige beleedigende +aanmerking op hem maakte, grinnikend naar het raampje van de kajuit en +alleen de herinnering deed Vigors verbleeken en bracht hem tot zwijgen. + +Binnen twee dagen bereikten zij Gibraltar, waar meneer Sawbridge en ook +Jolliffe weer aan boord van de Harpij kwamen. Gedurende de veertien +dagen, die ze voor anker lagen, mocht Jack aan wal blijven. Meneer +Asper vergezelde hem en Jack trok een flinken wissel op zijn vader +om hem goed duidelijk te maken, dat hij nog in leven was. + +Toen Jack zijn avonturen aan meneer Sawbridge verteld had, zei deze: +"Mij dunkt, meneer Rustig, als ge zoo verzot zijt op kruistochten, +diendet ge u wat toe te leggen op de zeevaartkunde." + +"Ja," antwoordde Jack bescheiden, "in dat opzicht ontbreekt me nog +heel wat." + +"Welnu, meneer Jolliffe zal u zeker gaarne onderrichten; hij is er +ook het best toe geschikt, en als ge er even vlug mee vordert als +met het Spaansch, kan het u niet veel moeite kosten." + +Jack vond dat een goeden raad. Reeds den volgenden dag was hij met zijn +vriend Jolliffe druk aan den gang en kwam tot de gewichtige ontdekking, +dat twee evenwijdige lijnen, tot in het oneindige verlengd, elkaar +nooit snijden. + +Tijdens Jack's afwezigheid van een maand of vijf, zes, was het op de +Harpij bij het oude gebleven, alleen de konstabel Minus, die bij het +afschieten van een slecht geladen geweer zijn rechterhand verspeeld had +en op pensioen was gesteld, had een plaatsvervanger gekregen in meneer +Tallboys, een stevig gebouwden, ineengedrongen kerel met rood haar, een +rood gezicht en nog rooder handen. Deze beschouwde een konstabel als +de meest gewichtige persoon aan boord van een schip en meende, dat zoo +iemand van al wat de zeevaartkunde betrof op de hoogte moest wezen. Hij +wist minstens tien gevallen bij te brengen van bloedige gevechten, +waarin de kapitein en al de officieren gedood of gewond waren, zoodat +het bevel over het schip op den konstabel neer was gekomen. + +"Nu begrijp je wel", placht hij dan te zeggen, "dat zoo'n konstabel +een zeevaartkundige moet wezen, wel degelijk een wetenschappelijk man." + +In die overtuiging bleef hij steeds studeeren, maar daar zijn hersens +slechts weinig konden bevatten, warde hij alles dooreen en zijn hoofd +zat zoo volgepropt met technische termen dat hij zijn mond niet kon +open doen zonder er eenige te pas te brengen." + +"Ik vind 't heel verstandig, meneer Rustig", zei de konstabel op +zekeren dag, terwijl ze naar Malta onder zeil waren, "dat gij de +wetenschap der zeevaartkunde onderhanden hebt genomen; op uw leeftijd +werd dat hoog tijd." + +"Ja," antwoordde Jack, "ik kan al een loodlijn trekken en, als het +noodig is, de verschillende streken van het kompas opnoemen." + +"Ja, maar aan de afwijking van het kompas zijt ge nog niet gekomen." + +"Neen, nog niet," antwoordde Jack. + +"Weet ge wel, dat een zeilend schip een parabool beschrijft om den +aardbol?" + +"Zoover ben ik nog niet." + +"Hebt ge al iets gehad over de driehoeksmeting?" + +"Nog niet." + +"Nu, die vereischt heel wat oplettendheid." + +"Dat wil ik graag gelooven," antwoordde Jack. + +Dergelijke praatjes knoopte de konstabel telkens aan maar gelukkig +stoorde Jack zich weinig aan de dikwijls averechtsche beweringen, en +hield zich alleen aan de lessen van Jolliffe, zoodat hij, eer ze Malta +bereikten, al een heelen bluf wist te slaan met zijn verkregen kennis. + +Op Malta kwam hij weer in ongelegenheid. Ofschoon meneer Smallsole hem +ongemoeid liet, bleef die toch zijn vijand, en Vigors hield zich koest, +al zon hij op wraak; maar in het bedoelde geval kreeg hij 't met den +bootsman en den onderbetaalmeester te kwaad. Terwijl Jack weer eens, +zooals hij dikwijls placht, vooruit op den bak een praatje maakte met +Mesty, liepen de bootsman en de onderbetaalmeester het dek op en neer +en verzuimden geen gelegenheid om onzen held, telkens als ze in zijn +buurt kwamen, steken onder water te geven. + +"Het is mijn bepaalde meening," zei Easthupp, terwijl hij aan zijn +boord trok, "dat een heer zich als een heer behoort te gedragen en +als zoo iemand met denkbeelden van gelijkheid en zulke vrijzinnige +gevoelens voor den dag komt, dient hij er zich ook aan te houden." + +"Zeer zeker, meneer Easthupp, dat moet hij ook; en als iemand, die +even goed een heer is als hij, toevallig niet tot het halfdek behoort, +behoeft hij hem daarom niet te beleedigen enkel omdat hij dezelfde +denkbeelden verkondigt." + +Daarop sloeg meneer Biggs met zijn rotting tegen de schoorsteenkap +van de kombuis en wierp een zijdelingschen blik op onzen held. + +"Ja," vervolgde de onderbetaalmeester, "ik zou wel eens willen zien dat +iemand aan den wal zoo handelde; maar de tijd zal nog wel eens komen, +dat ik de ondergane beleediging in bloed kan afwasschen, meneer Biggs." + +"En ik mag vervloekt zijn, als ik niet op een goeden dag een lesje +zal geven aan den vlegel, die indertijd mijn broek gestolen heeft." + +"Kwam 't met het geld uit, meneer Biggs?" vroeg de onderbetaalmeester. + +"Ik heb 't niet nageteld," luidde het onverschillige antwoord. + +"Neen--fatsoenlijke lui zijn daarboven verheven", hernam Easthupp; +"maar er loopt anders wel volk rond met lange vingers. 't Is +ongelooflijk zoo'n menigte verloren geraakte horloges en voorwerpen +van waarde ik vroeger in Londen gezien heb." + +"Ik durf gerust zeggen," zei de bootsman weer; "dat ik niet zou +aarzelen voldoening te geven aan iemand beneden mijn rang, als ik zelf +hem te voren beleedigd had. Ik sta niet zoo op mijn rang al praat ik +niet over gelijkheid en al ben ik geen goede maatjes met negers." + +Dit alles was te duidelijk, dan dat onze held het niet zou begrijpen; +jack trad dus op den bootsman toe, groette beleefd en zei: + +"Als ik me niet vergis, meneer Biggs, dan heeft uw gesprek betrekking +op mij." + +"Best mogelijk", antwoordde de bootsman. "Luistervinken hooren zelden +veel goeds van zichzelven." + +"Het schijnt wel, dat fatsoenlijke lui niet zamen kunnen praten zonder +beluisterd te worden," liet Easthupp er op volgen, met een ruk aan +zijn halsboord. + +"Het is niet de eerste maal, dat gij goed gevonden hebt beleedigende +aanmerkingen te maken, meneer Biggs; en daar gij dat geval met uw +broek niet schijnt te kunnen verkroppen, zal ik u maar ronduit zeggen, +dat ik ze mee naar boord genomen heb. Als gij er soms voldoening voor +verlangt, dan ben ik volkomen bereid die te geven." + +"Ik ben uw meerdere in rang, meneer Rustig," antwoordde de bootsman. + +"Volgens de regeling van den dienst, ja; maar zooeven hebt ge beweerd +niet veel aan rang te hechten en bovendien--ik behoor tot het halfdek +en gij niet." + +"Hier is een fatsoenlijk man, dien gij beleedigd hebt, meneer Rustig," +zei de bootsman op den onderbetaalmeester wijzende. + +"Ja, meneer Rustig, even fatsoenlijk als gij, al is 't me +tegengeloopen; ik behoor tot een van de oudste geslachten van +het land," voegde Easthupp er bij, die zich nu door den bootsman +gesteund zag. + +"Gij hebt dien heer grof beleedigd," vervolgde meneer Biggs, en al +hebt ge den mond vol van gelijkheid, toch durft ge hem geen voldoening +geven en verschuilt ge u achter uw halfdek." + +"Meneer Biggs," hervatte onze held, die nu kregel was geworden, "zoodra +we te Malta binnenloopen zal ik aan wal gaan. Als gij en die man daar +u dan wat netjes in de kleeren steekt, zal ik me met u beiden meten, +en toonen of ik bang ben voldoening te geven." + +"Een voor een," zei de bootsman. + +"Neen, meneer, niet een voor een maar beiden te gelijk of anders in +'t geheel niet. Als gij mijn meerdere zijt, moet gij tot mij afdalen," +hernam Jack met bijtenden spot, "of anders daal ik niet af tot dien +kerel daar, dien ik weinig beter acht dan een zakkenroller." + +Deze uitval van Jack deed den onderbetaalmeester verbleeken en daarna +weder rood worden. Hij stampvoette en snoof, maar durfde toch Jack +niet onder de oogen zien. + +"Nu, meneer Biggs, hebt gij me goed begrepen, of verschuilt ge u soms +achter uw bak?" + +"Ik zoek geen uitvluchten," antwoordde de bootsman, "en op Malta +zullen we de zaak vereffenen." + +Na dit antwoord begaf Jack zich weer naar Mesty. + +"Massa Rustig, het gezicht van dien Easthupp bevalt me niet. Ik ga +mee aan wal, om te zien of het wel eerlijk toegaat." + +Nu Biggs verklaard had dat hij zou vechten, moest hij natuurlijk naar +een secondant omzien en hij koos daartoe den konstabel Tallboys. Deze +had zich in den laatsten tijd meer en meer geërgerd, dat Jack hem in +de wetenschap der zeevaartkunde de baas werd, en kon hem daarom niet +goed meer zetten; hij kon echter maar niet vatten hoe zoo'n duel van +drie personen geregeld moest worden en ging dus in zijn hut aan het +napluizen van zijn boeken. + +Jack durfde Jolliffe niet over het geval spreken en eigenlijk was er +op het schip maar één aan wien hij het kon toevertrouwen, namelijk +Gascoigne. Deze nu vond het wel beneden Jack's waardigheid zich met +den bootsman te meten, maar nu de uitdaging eenmaal geschied was, +viel er niets meer aan te veranderen; hij stemde er dus in toe Jack's +secondant te wezen, zonder zich verder over de gevolgen te bekommeren. + +Den tweeden dag, nadat ze in de haven van Valette waren binnengeloopen, +kregen de bootsman, de konstabel, Jack en Gascoigne verlof om aan +wal te gaan. Meneer Easthupp, de onderbetaalmeester, trok zijn besten +blauwen jas met koperen knoopen en fluweelen kraag aan, begaf zich naar +het halfdek en vroeg eveneens verlof, maar meneer Sawbridge weigerde +het hem, omdat zijn diensten vereischt werden bij het overbrengen van +duigen en hoepels naar de kuiperij. Ook Mesty kon tot zijn grooten +spijt niet gemist worden. + +Dit trof ongelukkig, maar er werd nu overeengekomen, dat de ontmoeting +plaats zou hebben achter de kuiperij. Easthupp moest er dan maar een +deel van zijn diensttijd afnemen, om de breuk in zijn gekwetste eer +te herstellen. De partijen gingen allen aan wal en trokken regelrecht +naar een der kleine herbergen om de noodige toebereidselen te maken. + +Meneer Tallboys nam meneer Gascoigne ter zijde, terwijl de bootsman +zijn troost zocht bij een glas grog en onze held zich buiten vermaakte +met een aap te plagen. + +"Meneer Gascoigne," zei de konstabel, "ik heb er erg over ingezeten, +hoe 't met dat duel gaan moet, maar nu ben ik er achter. 't Is met +die drie partijen, weet je; waren er twee of vier, dan gaf dat geen +moeilijkheid; de rechte lijn of het vierkant zouden ons in dat geval +te pas komen; maar nu moeten we het in een driehoek opstellen." + +Gascoigne keek verbaasd op, hij begreep maar niet, waar dat op neer +zou komen. + +"Zijt ge op de hoogte, meneer Gascoigne, van de eigenschappen van +een gelijkzijdigen driehoek?" + +"Jawel," antwoordde de adelborst, "dat ze drie gelijke zijden +heeft--maar wat drommel heeft dat met het duel te maken?" + +"Heel veel, meneer Gascoigne," hernam de konstabel; "de moeilijkheid +wordt er door opgelost: werkelijk, een duel met z'n drieën kan enkel +naar dat grondbeginsel plaats hebben. Zie maar eens hier," zei de +konstabel, terwijl hij een stuk krijt uit zijn zak haalde en een +driehoek op de tafel teekende, "in deze figuur hebben we drie punten, +op gelijken afstand van elkaar en ook hebben we drie strijders; +plaatsen we er op ieder punt één, dan is de zaak in orde: hier +bijvoorbeeld meneer Rustig, de bootsman daar en de onderbetaalmeester +op den derden hoek." + +"Maar hoe moet er dan geschoten worden?" vroeg Gascoigne, die schik +in de grap kreeg. + +"Dat komt er minder op aan," hernam de konstabel, "maar voor zeelui +dient 't wel met de zon om te gaan; dat wil zeggen meneer Rustig +schiet op meneer Biggs, meneer Biggs op meneer Easthupp en meneer +Easthupp weer op meneer Rustig; op die manier krijgt ieder zijn schot +en dient tevens tot mikpunt voor een ander." + +Gascoigne was in de wolken over die nieuwe vinding, te meer daar hij +begreep, dat ze voor Rustig groot voordeel opleverde. + +"Op mijn woord, meneer Tallboys! ik maak u mijn compliment; wat zijt +ge toch een wiskundige kop, ik ben niet uw schikking ten hoogste +ingenomen. Natuurlijk hebben in dergelijke zaken de partijen zich +te houden aan de voorschriften der secondanten, en ik zal er wel +voor zorgen, dat meneer Rustig met uw uitnemend en wetenschappelijk +voorstel genoegen neemt." + +Gascoigne begaf zich naar buiten, waar Jack nog met den aap bezig was, +deelde hem de door den konstabel voorgestelde regeling mee en beiden +lachten er hartelijk over. + +De konstabel stelde er den bootsman mee in kennis, en ofschoon deze +er zoo goed als niets van begreep, zei hij toch: + +"Voor mijn part, ik vind 't best--schot om schot, en geen begunstiging +van den een boven den ander." + +De partijen verschenen nu op de aangewezen plaats met twee paar +scheepspistolen, die meneer Tallboys stil van boord meegesmokkeld +had, en de konstabel ging nu meneer Easthupp uit de kuiperij +roepen. Intusschen had Gascoigne een gelijkzijdigen driehoek van +twaalf pas per zijde uitgemeten, die door Tallboys bij zijn terugkeer +goedgekeurd werd. Rustig nam zijn plaats in, de bootsman werd op +de zijne gezet en Easthupp, die beteuterd stond te kijken, door den +konstabel naar de derde plaats geleid. + +"Maar meneer Tallboys," zei de onderbetaalmeester, "ik begrijp er +niets van. Meneer Rustig moet toch eerst met meneer Biggs vechten, +is 't niet?" + +"Wel neen," antwoordde de konstabel, "'t is een duel met z'n +drieën. Gij schiet op meneer Rustig, meneer Rustig op meneer Biggs +en meneer Biggs op u. Zoo is 't geregeld, meneer Easthupp." + +"Maar," zei meneer Easthupp, "dat vat ik niet. Waarom moet meneer +Biggs op mij schieten? Met hem heb ik geen twist." + +"Omdat meneer Rustig op meneer Biggs schiet, en meneer Biggs moet +immers evengoed zijn schot hebben." + +"Meneer Easthupp," merkte Gascoigne op, "als gij ooit in fatsoenlijk +gezelschap hebt verkeerd, dient ge eenig begrip te hebben van +duelleeren." + +"In de fijnste gezelschappen heb ik verkeerd, meneer Gascoigne, +en ik weet iemand voldoening te geven; maar...." + +"In dat geval, meneer, behoort gij te weten dat uw eer in handen van +uw secondant is en dat geen fatsoenlijk man van diens schikking in +appél komt." + +"Dat weet ik ook wel, meneer Gascoigne; maar ik heb geen ruzie met +meneer Biggs, en daarom zal meneer Biggs stellig niet op mij willen +mikken." + +"Zou je soms denken dat ik voor niets op me liet schieten?" viel de +bootsman uit. "Waarachtig niet ik wil ook mijn schot hebben." + +"Maar op uw vriend, meneer Biggs!" + +"Dat kan me niet schelen, ik zal schieten op wie dan ook; schot om +schot, en ik zal zoo goed mogelijk raken." + +"Neen, heeren, daar tegen teeken ik protest aan," riep Easthupp; +"ik ben hier gekomen om voldoening te eischen van meneer Rustig en +niet om meneer Biggs op me te laten schieten." + +"Gij krijgt immers voldoening door op meneer Rustig te mogen schieten, +wat wilt ge nog meer?" antwoordde de konstabel. + +"Maar ik protesteer tegen het schieten van meneer Biggs op mij." + +"Zoo, wou je soms wel een schot lossen maar er geen ontvangen?" snauwde +Gascoigne hem toe, "je bent een vervloekte lafaard en moest eigenlijk +weer in de kuiperij gesmeten worden." + +Die beleedigende uitdrukking maakte het bloed van Easthupp gaande en +hij nam het pistool aan, dat de konstabel hem voorhield. + +"Onthoud die woorden goed, meneer Biggs; wat een taal tegenover een +fatsoenlijk man! Gij zult van me hooren, meneer, zoodra het schip +afbetaald is. Ik verzet me niet langer, meneer Tallboys; liever dood +dan eerloos. Ik ben een man van fatsoen, voor den donder!" + +Blijkbaar was de bluffer alles behalve dapper, want hij beefde sterk +toen hij aanlegde. + +De konstabel gaf het teeken, met een omhaal alsof hij aan +boord de oefeningen met de kanonnen leidde. Nauwelijks had hij +"vuur!" gekommandeerd of meneer Easthupp gaf een luiden gil, sloeg de +hand achter tegen zijn broek en viel neer; de kogel had den zetel van +zijn eer getroffen, daar hij bij het mikken op onzen held den bootsman +zijn rug had toegekeerd. Ook Jack's schot had doel getroffen; de kogel +was dwars door de wangen van den bootsman gegaan had een paar van +zijn beste boventanden meegenomen en bovendien zijn tabakspruim. De +kogel van Easthupp echter was geheel uit den koers gevlogen, want +bij het afvuren had hij de oogen dichtgeknepen. + +De onderbetaalmeester lag op den grond te kermen--de bootsman spoog +met zijn paar tanden een mondje twee, drie bloed uit en wierp zijn +pistool nijdig van zich af. + +"'t Is waarachtig wat moois," bromde hij tusschen het spuwen door; +"hoe moet ik nu voortaan het sein voor het middagmaal geven? Als +ik op de fluit wil blazen zal de wind ontsnappen door de gaatjes in +mijn wangen." + +Intusschen waren de anderen begonnen hulp te verleenen aan den +onderbetaalmeester, die maar aldoor aan het jammeren bleef. Zij +onderzochten de wond en bevonden dat ze niet gevaarlijk was. + +"Houd toch op met dat verwenschte geschreeuw," riep de konstabel uit, +"je zult nog maken dat de wacht er op af komt; je bent niet getroffen." + +"Niet?" kermde de betaalmeester. "O, laat me maar sterven, laat me +maar sterven; raak me toch niet aan!" + +"Malligheid!" riep de konstabel uit, "je moet opstaan en naar de boot +loopen; als je 't niet doet, laten we je hier liggen--houd je mond +toch, kerel! Zul je? of je krijgt een opstopper van me." + +"Hij zal niet kunnen loopen, meneer Tallboys," zei Gascoigne; "het +best zal wezen dat we een paar man uit de kuiperij roepen en hem naar +het hospitaal laten dragen." + +Terwijl de konstabel aan dien wenk gehoor gaf, kwam meneer Biggs, +met een doek om zijn gezicht alsof hij kiespijn had, op den +onderbetaalmeester af. + +"Wat duivel maak jij toch voor een erbarmelijk leven? Kijk mij eens, +ik heb twee gaten dwars door mijn facie, en jij enkel een in je +achtersteven. Ik wou maar dat ik in jouw plaats was, dan kon ik +ten minste nog op de fluit blazen. Dat was een verwenscht schot, +meneer Rustig." + +"Het spijt me waarlijk," antwoordde Jack met een beleefde buiging; +"ik verzoek u wel verschooning." + +Onder dit gesprek raakte de onderbetaalmeester zoo'n beetje buiten +westen en dacht dat hij sterven zou. + +"Och hemeltje, wat was ik een dwaas! Nooit ben ik een heer +geweest--enkel een bluffer: ik zal sterven; nooit zal ik meer +zakkenrollen--nooit--nooit!" + +"Jou vervloekte kerel!" riep Gascoigne uit. "Dus ben je toch werkelijk +een zakkenroller geweest?" + +"Ik zal er me nooit weer mee inlaten," kreunde de vent. "Voortaan +zal ik een deugdzaam leven leiden--water, water, alsjeblieft! O, o!" + +Daarop viel de arme stakker in zwijm, en meneer Tallboys, die juist +met een paar man terugkeerde, liet hem nu naar het hospitaal brengen, +waarheen ook de bootsman hem vergezelde, in de meening dat hij wel +eenige geneeskundige hulp kon gebruiken, eer hij weer naar boord ging. + +"Wel, Rustig," zei Gascoigne, terwijl hij de pistolen opraapte en in +zijn zakdoek wikkelde, "dat is de mooiste grap geweest, die ik ooit +heb bijgewoond." En bij de herinnering er aan, barstte hij in lachen +uit, zoodat de tranen hem over de wangen liepen. Jack echter vond het +geval lang zoo prettig niet, want hij vreesde dat de onderbetaalmeester +ernstig gewond zou zijn en gaf zijn bezorgdheid daarover te kennen. + +"In elk geval hebt gij hem niet getroffen," hernam Gascoigne; "het +eenige wat op uw rekening komt is het geschonden gezicht van den +bootsman,--je zult hem nu wel voor goed den mond gestopt hebben." + +"Ik vrees, dat het voortaan met ons verlof krijgen uit zal zijn," +antwoordde Jack. + +"Daar kunnen we wel zeker van zijn," stemde Gascoigne in. + +"Hoor eens hier," zei Rustig; ik heb een aardig sommetje dollars bij +me--als we eens niet naar boord teruggingen?" + +"Sawbridge zal ons door de wacht laten inrekenen," luidde het antwoord; +"maar daartoe moeten ze ons eerst vinden." + +"Dat kan zoo lang niet duren, ze zullen ons gauw genoeg bij de kladden +hebben en dan gaan we voor een paar dagen de doos in." + +"'t Zou toch een verduiveld werk zijn, als we al de zes weken, die +het schip hier blijft liggen, bij zoo'n brandende zonnehitte aan +boord moesten hokken, met geen andere bezigheid dan naar het spelen +der loodsmannetjes om het roer te kijken en slechte abrikozen te +verorberen. Heb je veel geld bij je, Jack?" + +"Twintig dubloenen en nog wat dollars," antwoordde Jack. + +"Laten we ons dan houden, Jack, alsof we ons doodelijk ongerust maken +over de gevolgen van het duel en ons niet durven vertoonen uit vrees +van gehangen te zullen worden. Ik zal Jolliffe een brief zenden, dat +we ons schuil houden tot onze zaak afgehandeld is en hem verzoeken +bij den kapitein en den eersten luitenant een goed woord voor ons te +doen. Ik zal hem alles in bijzonderheden vertellen en mij voor de +waarheid er van op den konstabel beroepen; dan weet ik zeker, dat, +al worden wij gestraft, zij toch om het geval zullen lachen. Maar ik +zal 't laten voorkomen, alsof Easthupp gedood is, en wij bang zijn +voor ons leven. Als we dan aan boord gaan van een der marktschuiten, +die met fruit van Sicilië hier komen en van avond naar Palermo zeilen, +kunnen we een tocht van veertien dagen maken en, als ons geld op is, +weer terugkeeren." + +"Dat is een prachtig idee, Ned, en hoe eer we het ten uitvoer brengen +hoe beter. Ik zal den kapitein schrijven om hem te smeeken ons van +het ophangen te verschoonen en hem te melden, waar we heen gevlucht +zijn. Die brief moet hem overhandigd worden, nadat we onder zeil +zijn gegaan." + + + + +Veertiende hoofdstuk. + + Onze held onderneemt een nieuwen tocht en schiet er bijna + het hachje bij in. + + +Gascoigne en onze held, die geen van beiden in uniform waren, hadden +spoedig den eigenaar van een marktschuit opgediept. Zij troonden de +man mee naar een kroeg, waar ze, met behulp van een Malthezer jongen, +die wat Engelsch verstond, met hem overeenkwamen, dat hij voor de som +van twee dubloenen nog dienzelfden avond onder zeil zou gaan en hen +bij een of andere stad van Sicilië aan wal zou zetten. Het bezorgen +van wat eetbaars en van een paar mantels om in te slapen was onder +den koop begrepen. + +Onze beide adelborsten keerden nu weer terug naar de herberg, waar ze +vóór het duel vertoefd hadden en bestelden een flink maal. Terwijl ze +in een achterkamer daarop zaten te wachten, verdreven ze zich den tijd +met vliegen vangen en het praten over de gebeurtenissen van dien dag. + +Daar meneer Tallboys het niet geraden achtte vóór den avond naar boord +terug te keeren en ook meneer Biggs het liever eerst donker wilde laten +worden, lekte er vóór den volgenden morgen niets van het duel uit. Ook +toen nog werd het niet bekend door den bootsman of den konstabel, +maar door een hospitaalknecht, die den scheepsdokter kwam verwittigen, +dat een van de manschappen gewond bij hen was binnengebracht, maar +het heel goed maakte. + +Meneer Biggs was met een doek om zijn gezicht langs de valreep +opgeklommen. + +"Die verduivelde Jack Rustig," mompelde hij, "sedert we van Portsmouth +uitgezeild zijn, ben ik nog maar tweemaal met verlof geweest. De +eerste maal moest ik ten spot van de heele bemanning zonder broek +naar boord terug en nu durf ik mijn gezicht niet vertoonen." Hij +meldde zich bij den officier van de wacht en haastte zich naar de +kooi, waar hij den ganschen nacht wakker lag van de pijn, en op een +uitvlucht zon om den volgenden morgen niet aan dek te komen. + +Die moeite had hij zich echter kunnen besparen, want meneer Jolliffe +bracht den brief van Gascoigne aan meneer Sawbridge, en die van onzen +held werd aan den kapitein overhandigd. + +Kapitein Wilson kwam aan boord en hoorde nu van Sawbridge al de +bijzonderheden die Jack onvermeld had gelaten; en nadat zij den brief +van Gascoigne in de kajuit nog eens overgelezen hadden en meneer +Tallboys in verhoor genomen en in arrest gezonden was, maakten zij +zich vroolijk over het gebeurde. + +"Er komt maar geen einde aan de dwaasheden van dien Rustig," zei +de kapitein. "Ik moet lachen om dat duel, want eigenlijk heeft 't +niets te beduiden en hij zou er met een flinke schobbeering afgekomen +zijn. Maar die malle jongens zijn nu met een marktschuit naar Sicilië +en hoe duivel krijgen we ze weer hier?" + +"Zoodra hun geld op is, zullen ze wel vanzelf terugkomen," antwoordde +Sawbridge. + +"Ja, als ze ten minste niet in andere ongelegenheden geraken. Die +Gascoigne is al net zoo'n hachje als Rustig, en nu die twee bij elkaar +zijn, valt er geen pijl op te trekken waar het op uit zal draaien. Van +middag ga ik bij den goeverneur ten eten, wat zal die lachen als ik +hem van de nieuwe manier van duelleeren vertel!" + +"Ja, meneer, dat is juist een kolfje naar zijn hand." + +"We dienen toch te onderzoeken, Sawbridge, of ze het eiland al verlaten +hebben; me dunkt, dat zullen ze nog niet." + +Maar het was wel zoo. Jack en Gascoigne hadden een flink maal genuttigd +en vervolgens bedaard gewacht, tot de marktschipper hen kwam halen. + +"Wat zullen we met de pistolen doen, Jack?" + +"Meenemen en laden voordat we vertrekken--we kunnen ze soms noodig +hebben. Wie weet of er aan boord van de marktschuit geen muiterij +uitbreekt. Hadden we Mesty maar bij ons." + +Zij laadden de pistolen, namen er ieder een paar en borgen die onder +hun vest, verdeelden kruit en lood onder elkaar en weldra kwam de +schipper hun zeggen, dat alles gereed was. + +Gascoigne en Rustig betaalden nu hun rekening en wilden vertrekken, +maar de schipper gaf hun te kennen, dat hij klinkende munt wilde +zien eer hij hen aan boord liet. Jack raakte daarover zoo verbolgen, +dat hij een handvol dubloenen uit zijn zak greep en er den schipper +twee van toewierp met de vraag of dat genoeg was. + +De schipper trok zijn beurs, deed het geld er in en verzocht de +jongelieden onder allerlei verontschuldigingen hem te volgen. Dit +deden zij en niet lang daarna voeren ze vlak langs de Harpij de haven +van Vallette uit. + +Het was een heldere avond en onder het flikkeren der sterren en de +zachte stralen der maan gleed het lichte vaartuig over het water. De +onoverdekte schuit lag vol vaten en kisten, waarin druiven en allerlei +vruchten geweest waren en de bemanning bestond, behalve uit den +schipper zelf, uit twee man en een jongen, welke laatste drie zich +vooruit bij het zeil ophielden. + +De schipper zat aan het roer en was zeer beleefd tegenover de twee +jongelui, die maar liever ongemoeid gelaten werden. Ten slotte vroegen +zij om een paar mantels, daar ze wilden gaan slapen. De schipper +riep nu den jongen om het roer van hem over te nemen, haalde wat zij +verlangd hadden en ging vervolgens naar voren. Onze beide adelborsten +lagen een poos naar de sterren te kijken, zonder een woord te spreken, +doch eindelijk begon Jack: + +"Zoo'n vaart vind ik heel prettig, Gascoigne. Wat danst zoo'n scheepje +luchtig over de golven." + +"Dat vind ik ook, je zoudt je zoo heerlijk in slaap kunnen laten +wiegelen; maar wat dunk je, zou 't ook zaak zijn wacht te houden?" + +"Om de waarheid te zeggen, daar heb ik ook al over gedacht. De oogen +van den schipper bevallen me niet best--hij kijkt scheel." + +"Dat doet er eigenlijk minder toe, Jack, maar ik geloof dat hij +verlekkerd is geraakt op je dubloenen; je hadt eens moeten zien hoe +zijn oogen begonnen te glinsteren, toen je zooveel geld voor den +dag haalde." + +"Ja, dat was een domme streek van me." + +"Je hadt hem liever de pistolen dan je dubloenen moeten laten zien." + +"Nu, als hij lust krijgt zich toe te eigenen wat hij gezien heeft, +zal hij kennis maken met wat hij niet onder de oogen heeft gehad." + +"O, bang ben ik niet, maar we zullen toch verstandig doen met een +half oog open te houden." + +"Wanneer zouden we aan land komen?" + +"Morgenavond als de wind zoo blijft, en daar is veel kans op. Als +we eens om beurten waakten en onze pistolen onder de mantels gereed +hielden?" + +"Best--'t is nu ongeveer twaalf uur--wie zal de hondenwacht op +zich nemen?" + +"Ik, Jack, als je 't goed vind." + +"Goedennacht dan en kijk maar goed uit de oogen. Geef me maar een +fermen stomp als ik je moet aflossen, want ik slaap verduiveld vast." + +Binnen weinige minuten lag Jack in diepe rust, terwijl Gascoigne plat +in de schuit zat met naast iedere hand een pistool. + +De eigenaar van het scheepje was zoo verlekkerd geraakt op de +dubloenen, die Jack zoo ondoordacht had laten zien, dat hij besloot er +zich meester van te maken. Terwijl onze beide vrienden zamen zaten te +praten, was de schipper met de twee mannen vooruit aan het overleggen, +en er werd afgesproken, dat zij de beide passagiers zouden vermoorden, +plunderen en vervolgens over boord werpen. + +Tegen twee uur in den morgen kwam de schipper eens kijken of ze +sliepen, maar vond Gascoigne wakker. Telkens en telkens keerde +hij nog eens terug, maar steeds vond hij den jongen man overeind +zitten. Ongeduldig geworden, vol begeerte naar het geld en niet +vermoedende dat zijn passagiers gewapend waren, begaf hij zich nogmaals +vooruit om met de twee anderen te beraadslagen. Gascoigne had zijn +bewegingen nauwlettend nagegaan; hij vond het vreemd, dat het roer +aan den jongen werd toevertrouwd, terwijl er toch drie volwassen +mannen aan boord waren, en ten laatste merkte hij op, dat ze hun +messen trokken. Hij gaf Jack een peuter, zoodat deze onmiddellijk +ontwaakte. Gascoigne hield jack de hand voor den mond, opdat hij geen +geluid zou geven en fluisterde hem toe welke vermoedens hij had. Jack +greep zijn pistolen; beiden spanden zoo voorzichtig mogelijk den +haan en wachtten in stilte wat er gebeuren zou, Jack, nog liggende, +terwijl Gascoigne plat op den bodem der schuit bleef zitten. Eindelijk +zag Cascoigne de drie mannen naar achter komen--voor een oogenblik lei +hij een zijner pistolen neer om Jack een handdruk te geven, die door +dezen beantwoord werd. Terwijl Gascoigne de kerels, die tusschen de +leege vaten door naderden, strak in het oog hield, bleef Jack languit +liggen en deed alsof hij sliep. Dichtbij gekomen hieven de schipper en +zijn beide helpers hun messen op, doch nu losten de slapend gewaande +adelborsten opeens hun pistolen, en troffen den schipper en een der +knechts vlak in den borst, zoodat ze beiden neerstortten. De derde +aanvaller deinsde af. Jack, die niet op kon staan, omdat het lichaam +van den schipper hem dwars over de beenen was gevallen, lei met +het tweede pistool haastig op den derden man aan en ook deze plofte +neer. De jongen aan het roer, die misschien wist waar het op aangelegd +was, of wel eenvoudig het voorbeeld der anderen volgde, trok nu ook +zijn mes en viel Gascoigne van achteren aan. Gelukkig schampte het mes +af, zoodat Gascoigne slechts een lichte verwonding aan den schouder +bekwam. Toen hij zich schielijk omwendde om den jongen neerschieten, +verloor deze bij het terugdeinzen zijn evenwicht en sloeg over boord. + +Onze beide adelborsten schepten nu even adem. + +"Wel, Jack." zei Gascoigne ten laatste, "had je ooit...." + +"Neen, nooit."--antwoordde Jack. + +"Wat nu gedaan?" + +"Om te beginnen, Ned, dienen we een van beiden aan het roer te gaan, +want de schuit dobbert al aardig op goed geluk rond." + +"Je hebt gelijk," antwoordde Gascoigne, "en daar ik beter sturen kan +dan jij, zal ik dat maar op me nemen." + +Gascoigne vatte nu de roerpen ter hand, loefde bij den wind op en +hervatte het gesprek. + +"Die ellendige jongen heeft me een duivelschen veeg over den schouder +gegeven; of hij me erg gewond heeft, weet ik niet, maar 't is gelukkig +mijn linkerschouder, zoodat ik toch evengoed sturen kan. Zouden de +kerels alle drie dood zijn?" + +"De schipper in elk geval," antwoordde Jack. "Ik had heel wat werk +om mijn beenen onder hem vandaan te krijgen. Maar we zullen met +het onderzoek wachten tot de dag aangebroken is en intusschen mijn +pistolen weer laden." + +"Het wordt in het oosten al helderder--over een half uur zal 't wel +licht zijn. Wat een drommelsche herrie, Jack!" + +"Ja, wie kan dat helpen? We gingen aan den haal omdat twee menschen +gewond waren,--en nu zijn we verplicht geweest uit zelfverdediging +vier personen te dooden." + +"En daarmee is het nog niet afgeloopen. Wat moeten we aanvangen als +we op Sicilië komen? De overheid zal ons gevangen nemen--misschien +wel laten ophangen." + +"Dat zullen we toch eerst eens nader beredeneeren," zei Jack. + +"We moesten 't maar liever onder ons beiden uitmaken, Jack, en +overleggen hoe ons het best uit de verlegenheid te redden." + +"Me dunkt, dat we er juist al heel aardig aan zijn ontsnapt; wees +maar niet bezorgd, we zullen een volgenden keer ook wel weer uit +de klem raken. 't Is toch gek, dat er bij al wat ik doe, zooveel +overhoop raakt." + +"Ja, dat is 't wel, Jack. Maar hoor je daar niet een van die arme +kerels kreunen?" + +"Dat zou niet onmogelijk wezen." + +"Wat moeten we met hen aanvangen?" + +"We zullen de lijken bij ons moeten houden, of ze over boord werpen; +het geheele geval vertellen precies zooals het geloopen is, of er +geen woord over reppen." + +"Dat is vrij duidelijk. Maar er dient gehandeld te worden, want met +praatjes komen we niet verder." + +"Stel, dat we de lijken aan boord houden, een zeehaven binnenloopen, +ons bij de overheid aanmelden en meedeelen wat er gebeurd is, wat dan?" + +"Dan zullen we stellig bewijzen, dat we drie man gedood hebben, +maar niet, dat we er toe gedwongen waren Jack. Ze zullen ons dus in +de gevangenis zetten, tot we onze onschuld hebben bewezen, wat niet +zoo gemakkelijk gaan zal." + +"Dat is verre van plezierig," antwoordde Jack. Maar laten we nu de +zaak eens van den anderen kant bekijken." + +"Als we de lijken en ook de leege vaten over boord werpen, de schuit +reinigen en de eerste haven de beste binnenloopen, hebben we alle kans, +juist op dezelfde plaats te komen, vanwaar de schuit uitgezeild is. Dan +krijgen we een hoop vrouwen en kinderen en met messen gewapende kerels +aan den hals, die ons zullen vragen waar de bemanning van het vaartuig +gebleven is." + +"Dat zou me volstrekt niet bevallen," zei Jack. + +"En al loopt 't niet zoo erg, in elk geval zullen ze vragen wie wij +zijn en waar we vandaan komen." + +"Alweer een moeilijkheid," zei Jack. "We moesten maar zeggen, dat +we er op uit waren gegaan, om met het pistool zeemeeuwen te schieten +en door een stormwind naar Sicilië zijn afgedreven--dat wekt meteen +belangstelling." + +"Misschien is dat nog maar het beste, Jack. In elk geval dienen we +eerst die lijken op te ruimen; maar als de kerels eens niet dood +zijn?--We kunnen ze toch niet levend over boord smijten--dat zou een +moord wezen." + +"Ja, juist," antwoordde Jack, "dus eerst ze doodgeschoten en dan +overboord er mee." + +"Je bent toch een rare, Jack. Maar kom laten we eerst de kerels +onderzoeken en dan beslissen. Houdt je pistool gereed, ze mochten +eens enkel een schampschot gekregen hebben." + +"Deze heeft stellig zijn portie," hernam Jack met een ruk aan het +lijk van den schipper, "en de kerel, dien jij geraakt hebt, heeft +een gat in zijn borst als een vuist. Nu de derde," vervolgde hij, +terwijl hij over den dwarsbalk stapte--"die is zeker ook om zeep. Wel +vriend, ben je dood?" vroeg Jack en bekrachtigde zijn vraag met een +schop tegen de ribben. De man kreunde. "Dat is jammer, Gascoigne, +maar mijn pistool zal er gauw een eind aan maken." + +"Halt! Jack," riep Gascoigne uit, "dat zou immers een moord zijn." + +"In het onderhavige geval niet," beweerde Jack. "Iemand die een +aanslag doet op het leven van een ander, heeft het zijne verbeurd." + +Gascoigne kon echter nog niet toegeven, dat Jack daarom recht had +om met nummer drie korte metten te maken en er volgde eenig gehaspel +tusschen onze beide vrienden, waaraan eindelijk de persoon in kwestie +zelf een einde maakte door met een zwaren zucht den laatsten adem uit +te blazen. Nu talmden zij niet langer en spoedig waren de lijken in +de golven verdwenen. Nadat ook de schuit schoongeveegd was, zochten +ze naar wat eten en vonden in een kist brood, worst en een kruik wijn. + +"De schipper heeft toch woord gehouden en voor een maal gezorgd," +zei Jack. + +"Ja, en als het gezicht van al dat goud hem niet verlokt had, zou +hij nog in leven zijn." + +"Als jij niet aangeraden had op de vlucht te gaan met een marktschuit, +evengoed." + +"En als jij geen duel had gehad, zou ik dien raad niet gegeven hebben." + +"En als de stuurman niet genoodzaakt was geweest te Gibraltar zonder +broek aan boord te komen, zou ik niet geduelleerd hebben." + +"En als jij niet aan boord gekomen waart, zou de bootsman zijn broek +aan gehad hebben." + +"En als mijn vader geen wijsgeer was geweest, zou ik niet op zee gegaan +zijn; zoodat eigenlijk mijn vader van alles de schuld draagt en, zonder +het zelf te weten, heel op de kust van Sicilië vier menschen gedood +heeft--daar heb je nu oorzaak en gevolg. Kortom, niets gaat boven +redeneeren; nu dat uitgemaakt is, kunnen we wel aan ons maal beginnen." + +Nadat dit afgeloopen was, ging Jack naar voren en kreeg land in +'t zicht; drie of vier uren stuurden zij nu denzelfden koers. + +"We moeten meer bij den wind opsteken," zei Gascoigne; "bij een kleine +stad aan te leggen, zal niet geraden zijn; we hebben te kiezen of +we ergens op de kust zullen landen en de schuit laten zinken, of bij +een of andere groote stad binnenloopen." + +"Dat moeten we nog eens in 't breede beredeneeren," zei Jack. + +"Neem jij dan intusschen het roer over, want mijn arm wordt me zoo +moe; je kunt goed genoeg sturen en 't is tijd, dat ik eens naar mijn +schouder kijk, want hij is me heelemaal stijf geworden." Gascoigne +trok zijn jas uit en bemerkte nu dat zijn hemd van bloed doortrokken +was en op de wond vastgeplakt zat. Hij nam zoolang het roer over, +tot Jack hem den schouder gewasschen en verbonden had. + +"Neem jij het roer nu maar weer voor je rekening," zei Gascoigne, +"want ik sta op de ziekenlijst." + +"Als heelmeester ben ik niets waard," hernam Jack; "maar wat nu +begonnen? Zullen we van avond aan wal gaan en de schuit laten zinken +of een stadshaven binnenloopen?" + +"Wil je wel gelooven, Jack, dat ik wou dat we weer op de Harpij +zaten? Ik heb al genoeg van den tocht." + +"'t Loopt met mijn tochten ook zoo ongelukkig," antwoordde Jack, +"ze zijn al te avontuurlijk; maar aan den wal ben ik nog nooit aan +'t ronddolen geweest. Me dunkt, als we Palermo maar konden bereiken, +zouden we alle moeilijkheden te boven zijn." + +"De wind wakkert aan, Jack," zei Gascoigne; "en 't begint er te +loevert vrij smerig uit te zien. Ik vrees dat we storm krijgen." + +"Dat belooft weinig goeds--ik weet wat het zegt bij een storm gebrek +aan handen te hebben; één ding is echter gelukkig, we zullen ditmaal +niet uit den wal gedreven worden." + +"Neen, maar wel op de klippen schipbreuk lijden. Er staat te veel +zeil bij, Rustig, we zullen wat moeten strijken en een rif leggen, +en hoe eer hoe liever maar, want over een uur zal het donker zijn. Ga +vooruit het zeil maar strijken, dan zal ik je helpen." + +Jack deed dit, maar het zeil zakte in het water en hij kon 't niet +binnen boord krijgen. + +"Zet 't aan de spil vast," zei Gascoigne, "dan zal ik er de wind uit +laten loopen." + +Dit gebeurde; zij reefden het zeil, maar konden het niet meer omhoog +krijgen: telkens als Gascoigne den helmstok losliet om Jack te helpen, +schoot de wind in het zeil, en als hij dan naar het roer ging om den +wind weer uit het zeil te krijgen, was Jack alleen niet sterk genoeg +om het op te hijschen. + +De wind werd hand over hand sterker en de zee onstuimiger; de zon +school weg en met het halverwege geheschen zeil konden ze niet bij den +wind houden, maar waren verplicht recht op de kust aan te varen. De +schuit vloog vooruit over de koppen der golven en de kiel stond half +blank van het water; de maan was al opgekomen en gaf licht genoeg om +te doen zien, dat zij niet meer dan vijf mijlen van de kust verwijderd +waren, waar een breede strook schuim een hevige branding verried. + +"In elk geval kunnen ze ons niet beschuldigen, dat wij er met de +schuit van door zijn," merkte Jack op; "zij is integendeel met ons +aan den haal." + +"Ja," stemde Gascoigne toe, die al zijn kracht noodig had om de +roerpen te regeeren; "zij heeft het bit tusschen de tanden genomen." + +"Ik wou, dat ik ook maar wat tusschen de tanden had," zei Jack, +"want ik heb een verduivelden honger; en jij, Ned?" + +"Ik niet minder," antwoordde Gascoigne; "maar, weet je, Jack, 't kon +best ons galgemaal wezen." + +"Dan mag 't wel bijzonder goed zijn.--Maar hoe denk je dat zoo, Ned?" + +"Over een half uur zitten we op het strand." + +"Daar moeten we immers juist wezen." + +"Ja, maar er staat een hooge zee en ons vaartuig kon wel eens tegen +de rotsen stuk geslagen worden." + +"Nu, dan zal ons daar ten minste niet meer naar gevraagd worden." + +"Dat is wel waar, maar met die klippen is 't geen gekscheren; we zullen +'t er zelf niet beter afbrengen dan de schuit en zwemmen helpt ook +niet. Konden we maar een inham of een zandbank vinden, dan zou het +misschien nog gelukken om aan wal te komen." + +"Ja," hernam Jack, "ik ben nog niet lang op zee en weet natuurlijk nog +weinig van al die dingen. Je zult wel gelijk hebben, maar ik zie het +groote gevaar niet in--laten we de schuit hier maar dadelijk recht +op het strand laten loopen." + +"Dat zal ik ten minste beproeven," antwoordde Gascoigne, die al vier +jaar ter zee voer en vrij goed wist wat er gedaan diende te worden. + +Jack reikte hem een flink stuk brood met worst toe. + +"Dank je, ik kan nu niet eten." + +"Ik wel," antwoordde Jack, met een vollen mond. + +Jack at en Gascoigne stuurde; de snelheid waarmee de marktschuit op +de kust aanstoof was werkelijk onrustbarend. Als een pijl vloog ze +van golf op golf en scheen er den spot mee te drijven, als deze haar +toppen over den smallen achtersteven deden krullen. Geen mijl waren +ze meer van het strand, toen Jack, die intusschen met zijn avondmaal +klaar was en naar het bruischend schuim langs de kust zag, uitriep: + +"Dat is heerlijk--prachtig!" + +"Hij bekommert zich ook nergens om," dacht Gascoigne; "'t schijnt wel +dat hij geen flauw begrip heeft van het gevaar waarin we verkeeren." + +"Wacht maar, mijn beste jongen," zei Gascoigne, "binnen weinige minuten +zitten we op de klippen. Ik kan onmogelijk van het roer weg, maar +als we elkaar niet mochten terugzien, vaarwel dan, Jack, God zegen je." + +"Gascoigne," zei Jack, "jij bent gewond, en ik niet; je schouder is +stijf en je kunt den linkerarm ternauwernood bewegen. Als het toch +op de klippen uitdraaien moet, kan ik evengoed sturen als jij. Ga +jij voor naar den boeg, daar zul je een betere kans hebben." En +de pistolen tusschen zijn vest stekende, liet hij er op volgen: +"ik wil die dingen toch niet achterlaten, ze hebben ons te goede +diensten bewezen. Komaan, Gascoigne, laat mij nu aan het roer." + +"Neen, neen, Rustig." + +"Ik zeg van ja," hernam Jack, op luiden, gebiedenden toon, "en +wat meer is, ik wil gehoorzaamd worden, Gascoigne. Al heb ik geen +voldoende kennis, spierkracht heb ik toch, en op de kust kan ik al +licht aansturen. Kom, laat mij aan het roer. Als je dan niet goedschiks +wilt, zal ik er me met geweld van meester maken." + +Rustig wrong Gascoigne den helmstok uit de hand, en gaf hem een duw. + +"Ga nu vooruit en zeg me hoe ik sturen moet." + +Hoe Gascoigne ook gestemd was over Jack's manier van handelen, toch +begreep hij onmiddellijk, dat er niets beters op zat dan de schuit +op de minst onveilige plek te laten loopen, en hij dus waarschijnlijk +vooruit nog betere diensten zou kunnen bewijzen dan aan het roer. Hij +tuurde strak naar de klippen, waar de golven telkens als schuimend +bovenuit sloegen, om dan als watervallen weer langs de kanten er +van neer te stroomen. Wat rechtsaf bespeurde hij een gaping; als +het vaartuig daarop aangehouden werd, meende hij, zou het zóó hoog +opgeworpen worden, dat er voor hen kans zou zijn er uit te komen. Dit +was nog de eenige manier om aan den dood te ontsnappen. + +"Een beetje stuurboord--zoo is 't genoeg. Recht zoo--bakboord +nu--bakboord? Pas op dat de ra je niet tegen het hoofd +slaat--vasthouden!" + +Op dit oogenblik werd de marktschuit in een breede kloof van een rots +gesmeten, waarvan de zijden bijna loodrecht stonden; dit was het +eenige wat hen kon redden, want als ze van den buitenkant tegen de +klip aangekomen waren zou de schuit aan splinters geslagen zijn. De +kloof was nog geen vier voet breeder dan de schuit, en daar dezen +door de golven omhoog geslingerd werd, sloeg de ra met groot geweld +heen en weer. Jack zou stellig over boord geworpen zijn, als hij niet +gewaarschuwd was geworden; maar nu dook hij neer, zoodat de ra over +hem heen ging. Toen het water terugweek, bleef de schuit tusschen +de rotswanden hangen, maar een tweede golf stuwde ze nog hooger op +en vulde ze tegelijkertijd met water. De boeg stond nu verscheidene +voeten hooger dan de achtersteven, waar Jack zich bevond; en het +gewicht van het water, vereenigd met de kracht der terugslaande golven, +deed het vaartuig vlak achter den mast vaneensplijten. Jack bemerkte, +dat het achtergedeelte van het schip weggeslagen werd; hij greep de ra, +die nog heen en weer slingerde en terwijl hij zich daaraan vastklemde, +zag hij het gedeelte van de schuit, waar hij zooeven nog gestaan had, +onder zich in de golven verzinken. + +Jack moest al zijn krachten inspannen om niet door de telkens +opgezweepte golven weggerukt te worden; maar hij wist dat zijn leven +van het vasthouden der ra afhing en ofschoon het water gedurig over +hem heen sloeg, liet hij niet los. Eindelijk wist hij vasten voet te +krijgen op de klip en kroop naar het voorstuk van de schuit, dat heel +wat hoogerop tusschen een nauwer gedeelte van de kloof vastgeklemd +zat. Opziende zag hij boven zich op een rotspunt Gascoigne staan, +die hem nu de hand toestak en omhoog hielp. + +"Ziezoo," zei Jack, terwijl hij het water afschudde, "hier zijn we +tenminste aan wal--zoo iets had ik me toch niet kunnen voorstellen. De +drang van het terugstroomende water was zoo groot, dat mijn arm er +bijna door uit het lid getrokken zou zijn. Hoe gelukkig, dat ik jou met +je gewonden schouder naar voren heb laten gaan! Nu alles voorbij is, +en je gezien hebt dat ik toch gelijk had, zul je mijn ruwe bejegening +wel niet kwalijk nemen." + +"Je behoeft geen verschooning te vragen, dat je me het leven gered +hebt, Jack," antwoordde Gascoigne, bibberend van koude. + +"Ik moet eens zien of onze ammunitie droog gebleven is," zei Jack; +"ik heb ze in mijn hoed geborgen." + +Jack zette zijn hoed af en bevond, dat de patronen niets geleden +hadden. + +"Wat nu begonnen, Gascoigne?" + +"Ik weet 't waarlijk niet." + +"Laten we dan hier gaan zitten, om het eens goed te overleggen." + +"Dank je wel, er zou te veel koud water over onze redeneeringen +loopen--ik ben halfdood; laten we opstappen." + +"Met alle genoegen," zei Jack, "al loopt 't hier alles behalve +gemakkelijk." + + + + +Vijftiende hoofdstuk. + + Onze held volgt zijn noodlot en ontmoet oude bekenden. + + +Onze beide vrienden klauterden nu verder over de klippen en hadden +weldra den steilen oever bereikt, waar ze gingen zitten rusten. De +lucht was helder, ofschoon er een sterke wind woei. Zij hadden een ruim +uitzicht over de kust, die door de onstuimige golven gezweept werd. + +"Als ik zoo naar die woeste baren zie, Ned, ben ik toch maar blij +dat we er uit zijn." + +"Dat ben ik volkomen met je eens, Jack, maar hier vandaan zou ik ook +wel willen, want de wind blaast me door merg en been. Laten we wat +landwaarts in gaan en zien of we eenige beschutting kunnen vinden +tot de dag aanbreekt." + +"'t Is haast te donker om iets te vinden," antwoordde onze held; +"maar toch zoo'n stevige bries uit het westen boven op een heuveltop +en dan met doornatte kleeren midden in den nacht, zonder iets te eten +of te drinken, is geen bijzonder begeerlijke toestand en licht tegen +een beteren te ruilen." + +Zij liepen een honderd el verder en daalden toen af, wat hen terstond +in een veel zachter atmosfeer bracht. Bij het voortzetten van hun tocht +landwaarts in, kwamen ze op een weg, die evenwijdig scheen te loopen +met de kust en volgden dien; want, zooals Jack te recht opmerkte, +een weg voert altijd ergens heen. Na een wandeling van een kwartier, +hoorden zij het rollen van de branding en bespeurden de witte muren +van huizen. + +"Eindelijk zijn we er," zei Jack. "Zou er iemand naar buiten komen en +ons binnenlaten, of zouden we voor den nacht een schuilplaats moeten +zoeken op een van de vaartuigen, die hier aan den wal liggen?" + +"Denk er nu vooral om, Rustig, dat ge uw geld niet laat zien; dat wil +zeggen, kom hoogstens met een dollar voor den dag en zeg dat je niet +meer hebt; of beloof, dat we betalen zullen, zoodra we te Palermo +komen; en als ze ons niet vertrouwen of ons niets willen geven, +moeten we nader zien hoe we het maken zullen." + +"Wat gaan die vervloekte honden te keer! Ditmaal zullen we 't er +wel goed afbrengen, Gascoigne; we zien er waarlijk niet uit, alsof +'t de moeite waard was ons te plunderen, en bij een aanval hebben +we pistolen om ons te verdedigen. Reken er gerust op, dat ik geen +goud meer vertoonen zal. En nu afgesproken hoe we doen zullen. Neem +jij één pistool en de helft van het goud--'t zit alles in mijn +rechterzak--mijn dollars en klein geld in mijn linker. Ook daarvan +krijg je de helft. Totdat we in een veilig oord gekomen zijn, hebben +we zilver genoeg." + +Jack verdeelde nu in het donker het geld en gaf Gascoigne ook een +pistool. + +"Zullen we aankloppen om een onderkomen?--Laten we liever eerst het +dorp doorwandelen en zien of er ergens een herberg te vinden is. Dat +keffend hondegoed zal ons spoedig op de hielen zitten, ze komen +al nader en nader. Daar staat een kar vol stroo--als we daar eens +inkropen tot den morgen--we kunnen er ons in elk geval in verwarmen." + +"Ja," antwoordde Gascoigne, "en veel beter slapen dan in een van +de schamele woningen. Ik ben vroeger eens op Sicilië geweest; maar +'n vlooien dat je daar hadt!" + +Onze beide adelborsten klommen in de kar, kropen lekker onder het +stroo en waren spoedig in diepe rust. Daar ze in twee nachten geen +oog hadden dichtgedaan, valt 't niet te verwonderen dat ze vast +sliepen--zoo vast zelfs, dat, toen twee uren later de boer, die eenige +vaten wijn naar het dorp had gebracht, zijn ossen inspande en, zonder +iets van zijn vracht te bemerken, wegreed, zij volstrekt niet in hun +rust werden gestoord, ofschoon de wegen op Sicilië nog al heel wat +te wenschen overlaten. + +Door het hobbelige van den weg werd de slaap van onze avonturiers +nog eer versterkt dan gestoord; en al kregen ze nu en dan hevige +schokken, dit werkte slechts uit, dat ze zich in hun droomen weer op +de omstuimige golven en tusschen de klippen aan boord waanden. Na +omstreeks twee uren bereikten de kar haar bestemming; de boer +spande zijn ossen uit en leidde ze weg. Dezelfde oorzaak heeft soms +tegengestelde gevolgen: nu de beweging van de kar ophield werd de +rust van onze beide adelborsten verstoord; zij draaiden zich in het +stroo om, gaapten, rekten de armen uit en werden wakker. Gascoigne, +die een hevige pijn in den schouder voelde, was de eerste, die zijn +verwarde zinnen weer goed bij elkaar kreeg. + +"Rustig." riep hij, terwijl hij overeind ging zitten en zich de +stroosmelen van het lijf schudde. + +"Bakboord!" zei Jack half droomend. + +"Kom, Rustig, we zijn nu niet aan boord. Word wakker!" + +Jack richtte zich op en toen hij zich eindelijk genoeg uit het stroo +omhoog gewerkt had om Gascoigne te kunnen zien, zei hij: + +"Sla je geloof aan droomen, Ned? Ik heb namelijk gedroomd, dat we +wakker werden en bij dezelfde stad aangeland bleken, waar vandaan de +marktschuit uitgezeild was. Ze hadden het wrak tusschen de klippen +ontdekt en herkend en een van onze pistolen gevonden. Wij werden +ingerekend en in verhoor genomen omtrent het lot van de bemanning +der schuit; en juist toen ze ons wilden knevelen, werd ik wakker." + +"Heel gek, Jack. Toch moesten we hier maar niet langer toeven en +ook verbeeld ik me, dat 't niet kwaad zoo zijn, als we onze kleeren +noch wat meer havenden. Vooreerst zien we er dan wat schooieriger +uit en in de tweede plaats kunnen we dan onze plunje lichter tegen +de landsdracht verwisselen en verder trekken, zonder dat het kwade +vermoedens wekt. Je weet, dat ik vrij goed Italiaansch spreek." + +"Ik heb er niets tegen mijn kleeren nog wat meer te havenen," +antwoordde Jack. "Maar geef me jouw pistool ook eens; de nat geworden +lading moet er uit en ik zal beide opnieuw laden." + +Nadat dit geschied was, kropen onze adelborsten uit de kar en keken +om zich heen. + +"Wat is dat, Gascoigne? van nacht waren we vlak bij de kust en tusschen +huizen in en waar zitten we nu?" + +"We hebben zeker geslapen als ossen," antwoordde Gascoigne, "maar we +kunnen toch nog niet veel verder zijn." + +"We zijn hier van alle kanten door heuvels omringd over een +uitgestrektheid van minstens twee mijlen. De een of andere goede geest +moet ons landwaarts in gebracht hebben, om ons te vrijwaren voor de +vervolgingen der familiebetrekkingen van de bemanning, waarvan ik +gedroomd heb," zei Jack. + +Zooals hun later bleek, was de marktschuit werkelijk uit dezelfde +zeehaven uitgezeild, die zij 's nachts bereikt hadden. Het wrak +was gevonden en herkend en de inwoners hadden 't er voor gehouden, +dat de schipper met zijn volk in den storm omgekomen was. Hadden ze +onze beide adelborsten aangetroffen en ondervraagd, dan waren deze +waarschijnlijk leelijk in de klem geraakt. + +Na een poos nauwlettend rondgekeken te hebben, zagen ze, dat ze zich +op een open veld bevonden, waar blijkbaar maïs afgedorscht en opgewand +was, en dat de kar, die hen vervoerd had, in de schaduw van een groep +boomen stond. + +"Er moet toch ergens in de buurt een huis wezen," zei Gascoigne, +"misschien hier achter die boomen. Komaan, Jack, je hebt stellig +evenveel honger als ik, we moeten naar een ontbijt omzien." + +Zij werkten zich nu door het vrij dichte boschage en ontdekten spoedig +den muur van een groot huis. + +"Al klaar," zei Jack; "maar eerst het terrein verkennen. Een +boerenwoning is 't niet; het huis moet aan iemand van eenig aanzien +behooren. Nu, des te beter--ze zullen dan te eer fatsoenlijke lui in +ons herkennen, al steken we allerellendigst in de kleeren. We moeten +ons maar houden aan dat praatje over de zeemeeuwenjacht, dunkt je +ook niet?" + +"Ja," antwoordde Gascoigne; ik weet er niets beters op. Maar ik bedenk +daar, dat onze kansen niet zoo slecht staan, want de Engelschen hebben +bezetting op Palermo." + +"Zoo? Nu, ik wou maar dat ik vast aan de garnizoenstafel +zat.--Maar wat hoor ik daar? Roept daar niet een vrouw om hulp? Ja, +waarachtig! Vooruit, Ned!" En gevolgd door Gascoigne stormde Jack op +het huis aan. Hoe meer zij naderden des te luider werden de kreten, +en toen zij het vertrek binnenstoven, waaruit het geroep tot hen +doordrong, vonden zij er een bejaard heer, die zich verdedigde tegen +twee jongelieden, terwijl een bedaagde dame en een jong meisje +de aanvallers trachten terug te houden. Fluks sprongen de beide +adelborsten toe, grepen ieder een der onverlaten aan en hielden hun +de pistolen voor. Schrik en verbazing over het onverwachts optreden +onzer beide vrienden veroorzaakten eenige oogenblikken van stilte. + +"Ned," zei Jack ten laatste, "zeg aan die twee, dat we afvuren, +als ze niet onmiddelijk hun degens overgeven." + +Gascoigne bracht dit bevel in het Italiaansch over en toen er aan +voldaan was, lieten onze adelborsten de jongelieden los, die nu door +den ouden heer aldus werden toegesproken: + +"Tegen uw wil zijt gij beiden verhinderd een ondoordachten, +onrechtvaardigen moord te begaan. Wie degenen zijn, die mij zoo te +juister tijd redding hebben aangebracht, weet ik niet, maar ik ben +hun innig dankbaar, en zoodra gij tot bezinning zijt gekomen zult ge +dat ook zijn, daar ze u belet hebben u te bezoedelen met een daad, +die uw verder leven door wroeging zou hebben vergald. Gij zijt vrij, +om te gaan waarheen ge wilt; in u, Don Silvio, heb ik me zeer bedrogen; +de dankbaarheid, die ge mij verschuldigd zijt, had u van zulk een +schandelijke handeling moeten terughouden, wat u betreft Don Scipio, +gij zijt zeer misleid geworden; maar in één opzicht, hebt gij beiden +het slecht getroffen. Tien dagen geleden waren mijn beide zoons hier, +en bij het koelen van uw wrok tegen mij, zoudt ge me niet zwaarder +hebben kunnen treffen dan in mijn kinderen, terwijl ge nu als laffe +moordenaars op een oud man zijt aangevallen. Neemt uwe degens en maakt +er in het vervolg een beter gebruik van. Tegen verdere aanvallen zal +ik op mijn hoede zijn." + +Gascoigne, die alles verstond wat er gezegd werd, reikte nu aan de +beide jongelieden hun degens, waarna zij zonder een woord te zeggen +de kamer verlieten. + +"Wie gij ook zijn moogt, ontvangt mijn dank voor de redding van mijn +leven," zei de oude heer, terwijl hij met eenige bevreemding het +uiterlijk voorkomen van de adelborsten opnam. + +"Wij zijn officieren van een Engelsch vaartuig," antwoordde Gascoigne +ter verklaring. "Onze boot leed den vorigen nacht schipbreuk, en we +hebben in het donker getracht bijstand en voedsel te vinden. Indien +we maar te Palermo kunnen komen, zullen we daar stellig vrienden +aantreffen en in de gelegenheid gesteld worden ons van behoorlijke +kleeding te voorzien." + +"Is uw schip vergaan, heeren?" vroeg de Siciliaan, "en zijn er velen +bij omgekomen?" + +"Neen, ons schip ligt voor Malta; maar op een pleziertocht met een +der booten werden we door een stormwind overvallen en naar de kust +gedreven. Ten einde u van de waarheid er van te overtuigen, kunnen +onze pistolen dienen, die het koningsmerk dragen, en ten bewijze dat +we geen fortuinzoekers zijn, zullen we u ons goud toonen." + +Gascoigne haalde nu zijn dubloenen voor den dag en Jack deed hetzelfde, +waarbij hij langs zijn neus weg opmerkte: + +"Ik dacht, dat we alleen ons zilver zouden laten zien, Ned!" + +"Dat alles is overbodig," antwoordde de edelman; "uw houding in deze +zaak, uw manieren en beschaafde taal doen u reeds als fatsoenlijke +lieden kennen; en al waart gij ook van de nederigste afkomst, in elk +geval ben ik u mijn leven schuldig en gij hebt slechts te zeggen, +waarmede ik u van dienst kan zijn." + +"Met ons wat te eten te geven, want we hebben sedert verscheidene uren +niets genuttigd. Misschien zullen we daarna nog een nader beroep doen +op uw welwillendheid." + +"Gij zult u over het hier voorgevallene wel zeer verbazen," zei de +edelman; "zoodra gij op uw verhaal zijt gekomen zal ik er u het een +en ander van meedeelen, vergun me intusschen mijzelven aan u voor te +stellen als Don Rebiera de Silva." + +"Ik wou maar," zei Jack, die door zijn kennis van het Spaansch een +gedeelte van het gesprokene had opgevangen, "dat hij ons aan het +ontbijt noodigde." + +"Ik ook," zei Gascoigne; "maar we moeten nog een beetje geduld +hebben--hij heeft de dames opgedragen onmiddellijk iets gereed +te maken." + +"Uw vriend schijnt geen Italiaansch te spreken," zei Don Rebiera. + +"Neen, meneer, maar wel Fransch en Spaansch." + +"Als hij Spaansch verstaat, kan mijn dochter met hem praten, zij is +eerst onlangs uit Spanje teruggekeerd." + +Don Rebiera geleide hem nu naar een andere kamer, waar weldra een +ontbijt werd opgedragen, dat onze adelborsten zich terdege lieten +smaken. + +Toen zij verzadigd waren, wilde de Don hun de noodige ophelderingen +geven omtrent de aanleiding tot de geweldadigheden, die door hun +tusschenkomst gelukkig waren verhinderd. Maar bedenkende dat Jack er +slechts de helft van zou verstaan, liet hij eerst zijn vrouw en zijn +dochter roepen, opdat deze zich intusschen in het Spaansch met onzen +held zouden onderhouden. + +Zoodra Donna Clara en Donna Agnes binnengekomen en voorgesteld waren, +zei Jack, die te voren niet veel acht op haar geslagen had, bij +zichzelven: "Zoo'n gezicht als van dat meisje heb ik meer gezien." Of +hij zich nu hierin vergiste of niet, stellig had hij maar zelden een +mooiere brunette onder de oogen gehad dan de vijftienjarige Agnes. + +Donna Clara was uiterst voorkomend en om haar echtgenoot niet in zijn +verhaal te storen, stelde zij onzen held een wandeling in den tuin +voor, waar ze al spoedig in een priëel plaats namen. Veel Spaansch +kende de oude dame niet, maar al liet ze er nu en dan een Italiaansche +woord tusschen vloeien, Jack verstond haar toch heel goed. Zij +vertelde onder anderen, dat zij met echtgenoot en dochter een paar +jaar geleden haar getrouwde zuster in Spanje was gaan bezoeken, en +bij het terugkeeren Agnes, die pas van een zware ziekte was hersteld, +had moeten achterlaten. Het meisje bleef toevertrouwd aan de zorgen +harer tante, die een dochter van ongeveer gelijken leeftijd had, +en was nu twee maanden geleden teruggekomen. Het vaartuig waarmede +zij in gezelschap van oom, tante en neven den overtocht had gemaakt, +was in handen gevallen van een Engelsch schip; maar de kommandant +er van was hoogst beleefd geweest en had hen reeds den volgenden dag +vrijgelaten en vergund al hun goed mee te nemen. + +"Ei zoo," dacht Jack, "ik wist wel, dat ik dat gezichtje meer gezien +had; dus was zij een van de meisjes in den hoek van de kajuit.--Daar +wil ik eens een grap mee hebben." + +Toen mama uitgepraat was, richtte Jack zich uiterst beleefd tot +de dochter. + +"Ik schaam me, Donna Agnes, dat ik in zulk een gehavende plunje naast +u zit--maar de klippen op de kust storen zich aan niets." + +"Wij hebben de grootste verplichtingen aan u, meneer, en letten niet +op zulke kleinigheden." + +"Dat is wel vriendelijk van u, Signora," hernam Jack. "Weinig vermoedde +ik van morgen, dat de fortuin mij zoo gunstig zou zijn--want wel kan +ik anderen de toekomst voorspellen, maar mijzelven niet." + +"Kunt gij in de toekomst lezen?" riep de oude dame uit. + +"Ja, mevrouw, daar heb ik 't vrij ver in gebracht. Mag ik uw dochter +eens waarzeggen?" + +Donna Agnes keek onzen held eens aan en glimlachte. + +"Ik bemerk al, dat de jonge dame er weinig geloof aan hecht; ik dien +dus een bewijs te leveren van mijn kunst, door haar te vertellen +wat haar reeds overkomen is. De signora zal dan meer vertrouwen in +mij stellen." + +"Zeker zal ik dat." + +"Wees dan zoo goed, mij de palm van uw hand te laten zien." + +Agnes stak haar hand uit; Jack vatte die, om de lijnen er van na +te gaan. + +"Dat gij in Spanje opgevoed, voor twee maanden uit dat land +teruggekeerd, door de Engelschen gevangen genomen en weer vrijgelaten +zijt, heeft uw moeder reeds verteld; maar om te bewijzen, dat ik van +dat alles volkomen op de hoogte ben, zal ik meer in bijzonderheden +treden. Gij waart op een schip dat veertien stukken geschut voerde,--is +'t niet zoo?" + +Donna Agnes knikte toestemmend. + +"Dat heb ik toch niet aan meneer verteld," riep Donna Clara uit. + +"Het vaartuig werd 'n nachts overrompeld, zonder dat er een gevecht +plaats had. Den volgenden morgen braken de Engelschen met geweld de +kajuitdeur open; uw oom en uw neven vuurden hunne pistolen af." + +"Lieve hemel?" riep Agnes verbaasd uit. + +"De Engelsche officier was een jongmensch van een vrij onaangenaam +uiterlijk." + +"Nu hebt u 't mis, Signor,--hij had integendeel een zeer gunstig +voorkomen." + +"Over den smaak valt niet te twisten, Signora. Gij wist van angst +haast niet wat ge deedt, en waart in een hoek van de kajuit gekropen." + +Agnes, die zich al meer en meer verwonderde, keek eensklaps onzen +held strak aan en riep uit: + +"O moeder, hij is 't--nu herken ik hem, hij is 't?" + +"Wie, kindlief?" vroeg Donna Clara, die een en al verbazing was over +Jack's waarzeggerskunst. + +"Wel, de officier die ons gevangen nam en zoo vriendelijk was." + +Jack schoot in een luiden lach en erkende toen, dat zij goed gezien +had. + +Fluks sprong Agnes op om haar vader te gaan meedeelen, wie eigenlijk +zijn gast was. + +Ofschoon Don Rebiera zijn verhaal nog niet geëndigd had, bracht +toch deze mededeeling van Agnes weer allen bijeen en Jack werd met +dankbetuigingen overstelpt. + +"Hoe kon ik vermoeden," zei de Don, "dat ik u zoo dubbel verplicht +zou zijn, meneer. Zeg slechts waarmede ik u beiden van dienst kan +wezen. Mijn zoons zijn te Palermo, en zullen de kennismaking met u +stellig op hoogen prijs stellen; zoodra dus het verblijf hier bij +ons u mocht gaan vervelen...." + +Jack maakte een beleefde buiging en zei, met een blik op zijn gehavend +plunje. "We zijn niet in een staat, dat we hier lang kunnen vertoeven." + +"De kleeren van mijn broers zullen hun wel passen, dunkt me," zei +Agnes tot haar vader; "en er zijn nog al heel wat kleedingstukken +hier achtergelaten." + +"Als de heeren zich daarmee zouden willen behelpen." + +Het duurde nu niet lang, of onze adelborsten zagen er weer +behoorlijk gekleed uit en de wederzijdsche verhouding werd gaandeweg +vertrouwelijker. + +Na het diner werd er siësta gehouden, maar Jack en Gascoigne, die in +de kar wel voor een halve week genoeg geslapen hadden, gingen zamen +in den tuin wandelen. + +"Wel, Ned," zei Jack, "verlang je alweer naar de Harpij?" + +"Neen," antwoordde Gascoigne, "we zijn mooi op onze pootjes +terechtgekomen, al zijn we ook eerst duchtig door elkaar geschud.--Maar +wat is die Agnes een lief schepseltje! Hoe toevallig, dat je ze hier +weer moet aantreffen!" + +"Dat is 't wel, Ned. Maar kom, laten we in dit priëel gaan zitten +en vertel me dan eens wat Rebiera al zoo van zijn lotgevallen heeft +meegedeeld." + +We zullen dit verhaal niet in al zijn bijzonderheden volgen, +maar er enkel uit vermelden, dat een oude familieveete Don Rebiera +herhaaldelijk blootstelde aan de vervolging van een paar verre neven, +die geen middelen ontzagen om hem het leven te verbitteren, ja zelfs +hem meermalen met den dood hadden bedreigd. + +Gedurende de veertien dagen, die Jack en Gascoigne bij de +Siciliaansche familie doorbrachten, werden zij als zoons van den +huize beschouwd. Agnes voelde zich het meest aangetrokken tot Jack, +met wien ze erg druk was en dikwijls wandeltochtjes maakte, zoodat +onze held spoedig tot de overtuiging kwam, dat er geen aardiger en +liever meisje op de wereld te vinden was. + +Bij het afscheid kregen onze beide adelborsten aanbevelingsbrieven +mee aan de voornaamste families van Palermo en aanvaardden, op keurig +opgetuigde muilezels gezeten, hun tocht. + +Nauwelijks hadden ze de plaats hunner bestemming bereikt en in een +hôtel hun intrek genomen, of Gascoigne vatte de pen op om Don Rebiera +van hun gelukkige aankomst te verwittigen en Jack nam de gelegenheid +waar, om er een briefje voor Agnes bij te voegen. + +Hun eerste werk was nu nieuwe kleeren aan te schaffen en zich bij den +door Don Rebiera aangewezen bankier van het noodige geld te voorzien. + +In hun logement teruggekeerd, troffen zij er Don Philip en Don Martin, +de zonen van Don Rebiera, aan, met wie zij spoedige beste maatjes +waren en die hen overal rondgeleidden. In een wip waren er drie weken +vervlogen en Jack en Gascoigne dachten nog niet aan heengaan. + +Op een partij bij den hertog van Pentaro kwamen zij in aanraking met +den kapitein van het Engelsch fregat, de Aurora, die er pas voor anker +was gekomen. Onze adelborsten waren in burgerkleeding en werden door +kapitein Tartar voor Engelsche jongelieden van fortuin aangezien, +die een pleziertocht maakten. Daarom behandelde hij hen met de +meeste voorkomendheid, wat Jack zóó voor den man innam, dat hij +hem beleefd verzocht voor den volgenden middag zijn gast te willen +zijn. Kapitein Tartar nam de uitnoodiging aan en bij het afscheid +drukten zij elkaar hartelijk de hand, beiden ten zeerste ingenomen +met de nieuwe kennismaking. + +Jack liet den volgenden dag terdege opdisschen en aan wijn ontbrak +het niet. Toen de andere gasten zich naar een bal begaven, waarop ze +genoodigd waren, bleef kapitein Tartar, die wel van een glaasje hield, +nog zitten plakken, en Jack achtte zich beleefdheidshalve verplicht +hem gezelschap te houden. Gascoigne bleef ook, om op te passen dat +Jack zich niet zou verpraten. + +De kapitein was bijzonder onderhoudend en begon een beetje tegen +Jack op te zien, toen hij ontdekte dat deze de eenige zoon van een +schatrijken vader was. Onder het gesprek vroeg de kapitein Jack wat +hem herwaarts gebracht had, en Jack vertelde dat hij met de Harpij +gekomen was. Gascoigne waarschuwde hem met een duw, maar 't hielp niet, +want de wijn was onzen Jack naar het hoofd gestegen. + +"Ei zoo! dus met kapitein Wilson? Dat is nog een oud vriend van me." + +"Van ons ook," antwoordde Jack; "'t is een verduiveld beste kerel, +die Wilson." + +"Maar waar zijt ge later geweest?" vroeg kapitein Tartar. + +"Wel, op de Harpij, ik behoor tot de bemanning." + +"Tot de bemanning? In welke kwaliteit, als ik vragen mag?" hernam +kapitein Tartar op vrij wat minder beleefden en vertrouwelijken toon. + +"Als adelborst," antwoordde Jack; "en Gascoigne ook." + +"Zoo! dus zijt ge met verlof?" + +"Och neen, dat niet; maar ik zal je vertellen, ouwe jongen, hoe +'t ermee gelegen is." + +"Een oogenblikje, alsjeblieft," viel kapitein Tartar hem in de rede +en stond op; "ik moet even mijn oppasser een paar orders geven, +die ik verzuimd heb." + +Gascoigne maakte van de gelegenheid gebruik om Jack op zijn +onvoorzichtigheid te wijzen, maar deze stoorde er zich niet aan, en +toen de kapitein zijn plaats aan tafel weer ingenomen had, vertelde +Jack hem al wat er voorgevallen was. Toen hij geëindigd had, zei hij +heel familiaar: + +"Toe, Tartar, je hebt daar de flesch bij je staan, laat ik je een +handje helpen." + +Kapitein Tartar wierp zich in zijn stoel achterover en scheen zich +nauwelijks te kunnen inhouden. + +"Heb je genoeg van den wijn?" zei Jack. "Dan kunnen we, dunk me, +ook wel naar het bal gaan." + +Op dit oogenblik verscheen een sergeant van de mariniers aan de deur, +sloeg aan en keek met een blik van verstandhouding naar den kapitein. + +"Wel zoo, meneer," riep kapitein Tartar, van zijn stoel opspringende, +met donderende stem, "gij zijt dus een gedeserteerde adelborst, +en hebt nog wel de onbeschaamdheid hier in Palermo goeden sier te +maken en zelfs een postkapitein ten eten te vragen! Zoo'n duivelsche +rekel durft me kortweg 'Tartar' en 'ouwe jongen' noemen!" vervolgde +de kapitein, die nu kookte van woede en met de vuist op tafel sloeg, +zoodat de glazen er van rinkelden. + +"Veroorloof me op te merken, meneer," zei Jack, die bij dien uitval +ineens weer nuchter werd, "dat wij niet tot uw schip behooren, en +dat we in burgerkleeding zijn." + +"In burgerkleeding--zoo'n paar bedriegers, zonder een cent op zak, +die zich als heele heeren voordoen, en met de noorderzon vertrekken +zonder hun rekening te betalen." + +"Noemt gij mij een bedrieger, meneer?" vroeg Jack. + +"Ja, meneer, gij...." + +"Dan liegt gij!" riep onze held in drift uit. "Ik ben een fatsoenlijk +man, meneer, en het spijt me, dat ik niet hetzelfde van u kan +getuigen." + +Verbazing en woede beletten kapitein Tartar te spreken. Vergeefs +opende hij den mond, doch viel weer op zijn stoel neer. Eindelijk, +nadat hij zich wat hersteld had, gelukte 't hem uit te roepen: + +"Matthews--Matthews!" + +"Present, meneer!" antwoordde de sergeant, die bij de deur was +blijven staan. + +"Laat je mariniers binnenkomen en neem die twee in verzekerde +bewaring. Onmiddellijk er mee naar boord en ze in de boeien geslagen." + +"Misschien zult ge ons wel willen veroorloven, meneer," zei Jack, +die nu geheel bedaard was, "dat we alvorens naar boord te gaan +onze rekening betalen. Wij zijn geen bedriegers, maar daar gij de +hand hebt gelegd op onze personen, zult gij u wellicht zelf met de +betaling willen belasten;" en Jack wierp een zware beurs met dollars +op tafel. "Vooral wenschte ik u te verzoeken, ten opzichte van de +bedienden niet karig te wezen." + +"Sergeant, geef hun gelegenheid om hun rekening te betalen," zei +kapitein Tartar op wat minder hoogen toon en verliet de kamer. + +"Goede hemel, Jack, wat ben je begonnen?--je zult nog voor den +krijgsraad gebracht en uit den dienst ontslagen worden." + +"Dat hoop ik maar," antwoordde Jack, "ik was een gek, dat ik op zee +ging. Maar hij heeft me een bedrieger genoemd, en dat laat ik er +niet bij." + +"Als gij klaar zijt, heeren," zei de sergeant, die lang genoeg onder +kapitein Tartar gediend had om te weten, dat een door hem opgelegde +straf nog geen bewijs was van een begaan vergrijp. + +"Betaal jij de rekening, Rustig, dan ga ik ons boeltje halen," +zei Gascoigne. + +Binnen een half uur zaten onze beide vrienden in plaats van op het bal, +onder het halfdek van de Aurora in boeien. + +Intusschen was kapitein Tartar naar het bal gegaan, waarop ook hij +uitgenoodigd was. Bij zijn binnenkomen werd hij aangesproken door Don +Martin en Don Philip, die hem vroegen, waar onze held en diens vriend +bleven. Kapitein Tartar was alles behalve goed geluimd en zei kortaf, +dat ze aan boord van zijn schip in de boeien zaten. + +"In de boeien! hoedat zoo?" riep Don Philip uit. + +"Wel, meneer, omdat ze een paar jonge deugnieten blijken te wezen, +die zich bij de deftigste gezelschappen hebben ingedrongen, terwijl +ze niet meer zijn dan een paar van hun schip gedroste adelborsten." + +Nu wisten de Rebiera's heel goed, dat Jack en zijn vriend adelborsten +waren, maar zij vonden dat geen reden om hen niet als fatsoenlijke +lui te beschouwen en als zoodanig te behandelen. + +"Hebt gij, meneer," zei Don Philip, "die hun gastvrijheid genoten, +met hen gelachen, gepraat en arm in arm gewandeld hebt, u verstout +hen in de boeien te slaan?" + +"Ja, meneer, dat heb ik." + +"Dan zijt ge een ellendeling en daag ik u uit!" riep Don Philip, +de oudste broeder. + +"En ik doe hetzelfde," voegde de ander er bij. + +De beide broeders hadden zich zoo gehecht aan onzen held, die zulke +belangrijke diensten aan hun familie bewezen had, dat hun ergernis +geen grenzen kende. Zij vertelden aan al hun aanwezige vrienden wat er +voorgevallen was, zoodat het nieuwtje weldra door de geheele balzaal +verbreid raakte en zooveel verontwaardiging wekte, dat iedereen +kapitein Tartar den rug toekeerde. Deze verliet dan ook spoedig de +balzaal en begaf zich naar zijn logement, waar den volgenden morgen +de secondant van Don Philip de uitdaging in allen vorm kwam herhalen. + +Lafhartig was Kapitein Tartar volstrekt niet; hij nam dus de uitdaging +aan, maar daar hij op den degen niet geoefend was, stelde hij als +voorwaarde, dat er met pistolen zou gevochten worden. Hiertegen werd +geen bezwaar gemaakt. De ontmoeting had plaats en reeds het eerste +schot van Don Philip ging kapitein Tartar dwars door het hoofd, +zoodat hij onmiddellijk dood neerstortte. + +Don Philip en zijn broeder begaven zich al spoedig aan boord van de +Aurora om onzen held te bezoeken. De eerste luitenant, die in 't geheel +geen vriend van den kapitein was geweest, ontving hen zeer beleefd +en verklaarde, dat kapitein Tartar hem volstrekt niet had medegedeeld +op welken grond de twee jongelui in boeien waren geslagen. Hij achtte +zich dus niet gerechtigd tegen hen op te treden en zou last geven hen +in vrijheid te stellen. Daar hij echter vernomen had, dat ze tot de +equipage behoorden van een der oorlogsschepen, die bij Malta lagen, +voelde hij zich verplicht hen mee te nemen en aan boord van hun eigen +schip te brengen. + +Jack en Gascoigne werden nu van hun boeien bevrijd en vernamen van +Don Philip, hoe deze de hun aangedane beleediging gewroken had. Na +een onderhoud van ruim een uur namen Don Philip en diens broeder onder +de hartelijkste betuigingen van vriendschap afscheid en roeiden weer +naar den wal. + + + + +Zestiende hoofdstuk. + + Onze held krijgt een hekel aan den dienst, maar raakt er ook + weer mee verzoend. Hij neemt wakker deel aan de bemachtiging + van een Franschen kaper. + + +Daags na de begrafenis van kapitein Tartar zeilde de Aurora naar Malta +en werden onze beide adelborsten aan boord van de Harpij gezonden. + +Meneer James, de eerste luitenant van de Aurora, die na Tartar's +dood het kommando over het schip voerde, was verlangend zich bij den +admiraal te Toulon te vervoegen en wilde daarom reeds den volgenden +dag de reis voortzetten. Aan tafel bij den gouverneur ontmoette hij +kapitein Wilson en vertelde, dat Jack en Gascoigne op last van kapitein +Tartar in boeien geslagen waren. Ook deelde hij zijn vermoedens +mede omtrent de aanleiding er toe en het duel dat er het gevolg van +geweest was. Het geheele geval bleef echter zeer raadselachtig, daar +Jack en Gascoigne zich tegenover niemand aan boord der Aurora over +hun avonturen op Sicilië hadden uitgelaten. + +"Ik zou omtrent dat duel wel eens het naadje van de kous willen +weten," zei de gouverneur; "och, Wilson, breng Rustig morgenochtend +mee hierheen, dan kan hij ons zijn verhaal opdisschen." + +Ik vrees dat we hem te veel aanmoedigen, Sir Thomas, hij maakt 't al +erg genoeg. Er komt maar geen einde aan zijn avonturen en 't loopt +altijd goed af." + +"Nu ja, maar je kunt hem immers hier ontbieden en duchtig onder handen +nemen, evengoed als in uw eigen kajuit; we zullen dan de waarheid +wel uit hem krijgen." + +"Dat is stellig," antwoordde kapitein Wilson, "want hij komt er altijd +rond voor uit." + +"Nu, doe me dan het genoegen hem te laten halen. Ik vind 't zoo +verschrikkelijk niet, dat hij zich schuil gehouden heeft, want +hij schijnt in de meening verkeerd te hebben, dat hij zou gehangen +worden. Ik moet den jongen noodzakelijk zien." + +"Welaan, gouverneur, als dat uw wensch is," antwoordde kapitein Wilson, +en schreef een paar woorden om meneer Sawbridge te verzoeken, meneer +Rustig tegen tien uur in den morgen ten huize van den gouverneur bij +hem te zenden. + +Jack verscheen in uniform. Over hetgeen hem zou gezegd worden +bekreunde hij zich niet veel, want hij was toch besloten den dienst te +verlaten. Dat hij in boeien was geslagen, kon hij maar niet verkroppen. + +Toen Jack bij den kapitein werd toegelaten, vond hij dezen met den +gouverneur aan het ontbijt. Onverschrokken, maar met den noodigen +eerbied, stapte hij naar binnen. Kapitein Wilson sprak hem toe en +bracht hem onder het oog, dat hij met dat duel, en meer nog met het van +het schip wegloopen, een groote fout begaan had. Jack keek deemoedig +naar kapitein Wilson op, erkende het verkeerde zijner handeling en +beloofde in het vervolg beter te zullen oppassen, als kapitein Wilson +het ditmaal door de vingers wilde zien. + +"Vergun me, kapitein, dat ik een woordje ten gunste van het jongemensch +in het midden breng," zei de gouverneur; ik ben overtuigd dat het +enkel een gevolg is geweest van gebrek aan oordeel." + +"Nu, meneer Rustig, daar gij berouw toont en de gouverneur het voor +u opneemt, zal ik de zaak maar laten rusten. Maar vergeet niet, +dat ge mij met uw dolle streken heel wat ongerustheid hebt bezorgd, +en bedenk steeds, dat ik veel te veel belang stel in uw welzijn, om +niet angstig te zijn als gij u aan zulke gevaren blootstelt. Ga nu +maar weer aan boord aan uw bezigheid en laat Gascoigne hetzelfde doen; +maar laat me alsjeblieft niet meer hooren van duels en van wegloopen." + +Jack was door die vriendelijke bejegening zoo getroffen, dat hij geen +woord kon uitbrengen; hij maakte een buiging en wilde juist de kamer +verlaten toen de gouverneur zei: + +"Meneer Rustig, hebt ge al ontbeten?" + +"Ja, meneer," antwooordde Jack, "eer ik aan wal ging." + +"Kom, een adelborst ziet er niet tegen op tweemaal te ontbijten; +schuif maar bij--alles is nu toch vergeten." + +Jack boog, nam een stoel, en bewees dat zijn eetlust niet veel +schade geleden had door het standje. Toen het ontbijt afgeloopen, +was, merkte kapitein Wilson op: + +"Mijnheer Rustig, gewoonlijk hebt ge bij uw terugkomst eenige avonturen +te verhalen, zoudt ge den gouverneur en mij niet het een en ander +willen meedeelen van wat er op uw laatsten tocht is voorgevallen?" + +"Welzeker, meneer," antwoordde Jack; "maar ik moet om geheimhouding +verzoeken, want die is voor Gascoigne en mij van het grootste belang." + +"Met genoegen als geheimhouding noodig is, mijn jongen; maar daarover +kan ik zelf het best oordeelen," zei de gouverneur. + +Jack begon nu te verhalen wat wij reeds weten en besloot met de +mededeeling, dat hij den dienst wenschte te verlaten, Hij hoopte dat +kapitein Wilson hem zou ontslaan en naar huis zenden. + +"Och wat, onzin!" riep den gouverneur uit, en kapitein Wilson ging +aan 't betoogen om hem van zijn voornemen terug te brengen, wat dan +ook gelukte. + +"Als gij er niets tegen hebt, kapitein, dan noodig ik meneer Rustig van +middag bij ons ten eten en verzoek hem Gascoigne mee te brengen. Gij +kunt hem dan eerst duchtig het jak uitvegen en ik hem vervolgens +troosten met een flink diner." + +Toen Jack vertrokken was, zei de gouverneur: "De jongen moet +zachtzinnig behandeld worden, kapitein Wilson; 't zou een verlies +zijn, als hij den dienst verliet. Lieve hemel, wat al avonturen en +hoe aardig weet hij ze te vertellen! Als gij 't goedvindt, vraag ik +hem al den tijd, dien gij hier blijft, bij me te logeeren; ik moet +goede maatjes met hem worden en hij mag den dienst niet verlaten." + +Kapitein Wilson, die ook begreep dat onze held met zachtheid het +best te regeeren was, gaf zijn toestemming op het voorstel van den +gouverneur. Jack at dus aan tafel bij den gouverneur en nam les in +het Spaansch en Italiaansch, zoolang de Harpij opgelapt werd. Nog +eer het schip klaar was, kwam er een vaartuig van de vloot met last +aan kapitein Wilson om zich naar Mahon te begeven en een transport, +dat daar lag, uit te zenden, ten einde de vloot van levende ossen te +voorzien. Jack keerde wel niet met veel lust naar zijn schip terug, +maar hij had den gouverneur beloofd, dat hij in dienst zou blijven +en begaf zich dus den avond vóór het onder zeil gaan aan boord. Hij +had dus een lekker leventje geleid, dat de scheepskost hem eerst +tegenstond, maar spoedig herkreeg hij zijn eetlust. + +Den volgenden dag ging de Harpij onder zeil en Jack vatte zijn gewone +bezigheden weer op. Meneer Asper leende tien pond van hem en onze +held hield zooveel wacht als hij verkoos, wat al bijster weinig was, +daar hij aan het wacht houden een broertje dood had. + +De Harpij hield onder voortdurenden tegenwind koers langs de +Afrikaansche kust en gedurende verscheidene dagen ondervonden ze +niets dan teleurstelling. Eindelijk ontdekten ze onder den wal, +op ongeveer zestien mijlen afstand, een brik. Naar uiterlijk en +tuigage hield kapitein Wilson het schip voor een of anderen kaper, +maar het was stil weer en ze konden het niet naderen. Toch achtte de +kapitein zich tot een onderzoek verplicht, en daarom werden om tien +uur 's avonds de booten uitgezet. Daar het enkel om een verkenning +te doen was, ging meneer Sawbridge niet mee. Meneer Asper stond op +de ziekenlijst, zoodat de stuurman Smallsole het kommando over de +expeditie kreeg. Jack verzocht meneer Sawbridge om het bevel over +een der booten. Meneer Jolliffe en meneer Vigors gingen bij den +stuurman in de sloep. De konstabel was bevelvoerder over den eenen +kotter en onze held over den tweeden. Ofschoon eerst zeventien jaar, +was Jack toch sterk en groot voor zijne leeftijd en kon gerust een +volwassen man genoemd worden. Mesty was bij hem en juist toen de +boot afzette, liet ook Gascoigne zich er in glijden. De opdracht +aan den stuurman was vrij bepaald; hij moest het schip verkennen, +en als het flink bewapend bleek niet aanvallen, want het lag dicht +onder den wal en kon, zoodra de wind opzette, toch niet aan de Harpij +ontsnappen. Voerde het geen geschut dan moest hij het aanklampen, +maar niet voordat de morgen was aangebroken. Dat de booten reeds +'s avonds werden uitgezonden, was om geen hinder te hebben van de +zonnehitte, die overdag buitengewoon groot was en al menigeen op de +ziekenlijst had gebracht. Ze moesten de baai inroeien, maar zorgen +niet ontdekt te worden en niet al te dicht bij het vreemde schip de +ankers uitwerpen om het aanbreken van den dag af te wachten. Opdat er +geen misverstand zou plaats hebben, had meneer Smallsole zijn bevelen +gekregen in tegenwoordigheid van de andere officieren, die over de +booten waren gesteld. Na drie uren roeien bereikten zij de plaats +waar de brik lag, en daar ze aan boord geen lichten zagen bewegen, +meenden zij niet opgemerkt te zijn. Zij lieten de ankers vallen in +omstreeks zeven vademen water en wachtten het daglicht af. Toen Jack +kapitein Wilson's bevel hoorde om tot het aanbreken van den dag voor +anker te gaan liggen, had hij Mesty beneden vischsnoeren laten halen, +want versche visch is altijd een versnapering voor adelborsten. Onder +het visschen raakten Jack en Gascoigne aan het praten over de beste +manier van aanval met booten. Gascoigne was er voor, dat alle booten +te gelijk het schip zouden aanklampen, terwijl Jack het beter vond, +dat ze dit een voor een deden. + +"Wil jullie wel eens stil wezen, daar in je boot!" riep de +stuurman. "Jullie zijn er altijd op uit om den boel in de war te +sturen." + +"Dank je wel, meneer," mompelde Jack. "Ik heb weer beet, Ned." + +Jack en zijn vriend bleven aan het visschen tot de dag aanbrak. De +mist trok op, zoodat de brik zichtbaar werd, en ternauwernood bespeurde +zij de sloepen, of ze heesch de Fransche vlag en loste een kanonschot +ter uitdaging. + +Meneer Smallsole wist niet goed wat hij doen zou, het geloste +schot verried geen zwaar geschut, dat vond meneer Jolliffe ook. De +manschappen, als gewoonlijk tuk op den aanval, beweerden hetzelfde, +en daar meneer Smallsole niet voor den vijand durfde wijken, uit +vrees van door de bemanning van zijn schip later met een scheel oog +te worden aangezien, gaf hij bevel de ankers te lichten. + +"Wacht nog even, jongens," zei Jack tot de manschappen van zijn boot, +"ik heb daar juist beet." Zij lachten, dat Jack 't zoo luchtig opnam, +en gaven hem gelegenheid eerst zijn visch op te halen; met wat forscher +roeien zouden ze in een paar seconden wel weer met de andere booten +gelijk komen. + +"Hij is binnen," riep Jack; "licht nu het anker maar." Door het +oponthoud waren de anderen booten zulk een eind voor, dat ze niet +zoo gemakkelijk meer in te halen waren. + +"Ze zullen vóór ons aan boord zijn." zei Gascoigne. + +"Wat hindert dat?" antwoordde Jack; "één moet er toch de laatste +wezen." + +"Best mogelijk, maar niet de boot waar ik in ben." + +"Och kom, wij zullen het reservekorps vormen en de eer genieten van +de kans te onzen gunste te doen keeren." + +"Allen gelijk, jongens!" riep Gascoigne, bemerkende dat de overige +sloepen nog steeds een kabellengte voorbleven. + +"Hoor eens, Gascoigne, ik heb het kommando over de sloep," zei Jack, +"en ik verkies niet dat mijn manschappen buiten adem enteren--dat zou +al te dom wezen. Geregeld en bedaard, jongens, maar niet te haastig." + +"Maar zij zullen het schip veroveren eer wij langs zij komen!" + +"Al was dat zoo, dan zoo ik nog gelijk hebben, nietwaar Mesty?" + +"Zeker, Massa Rustig, gelijk heeft u--want stel dat ze het schip +nemen zonder u, dan hebben ze u niet noodig--en hebben ze u noodig, +dan komt gij." En de neger, die zijn buis uitgegooid had, stroopte +zijn hemdsmouwen op, alsof hij niet veel goeds verwachtte. + +De eerste kotter, onder bevel van den konstabel, sneed de barkas +voorbij en was drie bootslengten voor, toen zij langs zij van het schip +kwam. De brik gaf haar de volle laag en de boot verdween in de golven. + +"De kotter zinkt!" riep Gascoigne uit; "roei op toch, jongens!" + +"Zie je nu wel, dat als we alle drie gelijk gebleven waren, die volle +laag ook ons om zeep zou gebracht hebben?" zei Jack bedaard. + +"Kijk de barkas eens vooruitschieten! Zet aan, jongens, zet aan!" riep +Gascoigne stampvoetend van ongeduld. + +"De ontvangst was blijkbaar zeer warm; terwijl de manschappen uit de +barkas aan boord klauterden, was de kotter onder den achtersteven +van de brik gekomen--nog een paar slagen en hij zou langs zij +wezen. Opeens had er aan dek van het schip een vreeselijke ontploffing +plaats en brokstukken van lichamen en voorwerpen werden door de lucht +geslingerd. De uitbarsting was zoo hevig, dat de manschappen van den +tweeden kotter, als van schrik verlamd, eensklaps het roeien staakten; +strak staarde ze naar de opstijgende rookkolommen, die masten en +tuigage van het schip onzichtbaar maakten. + +"Nu is 't tijd, jongens, vooruit nu!" riep onze held. + +Door zijn stem weer tot bezinning gebracht, gehoorzaamden de +manschappen--maar de boot had reeds genoeg vaart en eer zij weer een +ruk aan de riemen konden doen, bonsden zij al tegen het schip aan en, +Jack volgende, waren ze in een paar seconden op het halfdek van de +brik. Hier was 't een verschrikkelijk gezicht--het heele dek was zwart +en lag bezaaid met lijken; vele kleeren branden nog en verscheidene +lichamen waren vaneengerukt. + +De gangspil was gelicht en over één kant geslagen--het kompashuisje +lag in gruizelementen en verscheidene touwen brandden. Geen levende +ziel was aan dek te bekennen. + +Zooals zij later vernamen van de manschappen, die hun leven gered +hadden door beneden te blijven, had de Fransche kapitein de sloepen +al in het oog gehad eer zij ankerden, en zich op alles voorbereid; +voor het handiger laden der kanonnen, had hij een groote ammunitiekist +met kardoezen op het dek laten plaatsen. Nu was het gevecht tusschen +de bemanning van de sloep en die van het schip vlak bij de ganspil +gevoerd, en een pistoolschot was bij ongeluk tusschen de kardoezen +te land gekomen en had de vreeselijke verwoesting veroorzaakt. + +Het eerste werk was den brand te blusschen, die zich over het schip +uitbreidde. Zoodra men de vlammen meester was, ging onze held naar +het achterschip en keek over de verschansing naar den gezonken kotter +om.--"Gascoigne, ga met vier man in de boot--ik zie daar op een +kwartmijl afstand den kotter drijven: misschien valt er nog iemand +te redden; me dunkt, ik zie een paar hoofden." + +Gascoigne haastte zich weg en keerde spoedig terug met drie man van +den kotter; de overigen waren weggezonken, waarschijnlijk gedood of +gewond, toen ze van de brik de volle laag kregen. + +"Goddank, ten minste drie gered!" zei Jack. We moeten nu zien of er +hier op dek nog enkele van die arme drommels in leven zijn gebleven, +en dan de rest maar over boord gooien. Wel, Ned, wat zou er van ons +geworden zijn, als we de brik te gelijk met de sloep hadden geënterd?" + +"Ja, jij komt altijd op je beenen te recht, Jack," antwoordde +Gascoigne; "maar dat bewijst nog niet dat je gelijk hebt." + +"Jij bent niet te overtuigen, Ned; maar 't is nu geen tijd van lange +redeneeringen, we moeten naar die arme kerels omzien; enkelen leven +er nog." + +Bij het nagaan der lijken bleek, dat ook Vigors onder de verongelukten +behoorde, en in een gelaat, dat bijna geheel zwart gebrand was, +herkenden zij den armen Jolliffe. Drie vingers van de linkerhand was +hij ook kwijt, maar zoodra hij aan dek gebracht was, scheen hij weer +te herleven en wees naar zijn mond om water, dat hem oogenblikkelijk +gebracht werd. + +"Mesty," zei Jack, "zorg jij zoo goed mogelijk voor meneer Jolliffe +tot ik terugkom." + +Het onderzoek werd nu voortgezet en men vond vier Engelsche matrozen +en evenveel Franschen, die er waarschijnlijk het leven nog zouden +afbrengen. De overige lijken werden over boord gesmeten. Van den +stuurman vonden ze tusschen de kanonnen enkel het hoofd en beneden +waren maar elf Franschen. + +Het schip was een Fransche kaper met tien stukken en vijf en zestig +koppen, waarvan er acht op buit uit waren. De bemanning van het schip +leed een verlies van zes en veertig aan dooden en gewonden. Van +de Harpij waren er vijf van den kotter verdronken en achttien met +de sloep in de lucht gevlogen; van de drie en twintig, die aan de +expeditie deelnamen, hadden alleen meneer Jolliffe en vijf matrozen +er het leven afgebracht. + +"Daar komt de Harpij aan," zei Gascoigne tot Rustig. + +"Des te beter, Ned, want 't is hier een allerellendigst tooneel +en ik wou dat ik maar weer aan boord was. Ik ben daar juist bij +Jolliffe geweest; hij kan een beetje spreken; denkelijk zal hij nog +herstellen. Ik hoop 't voor den armen kerel, hij heeft dan alle kans +eindelijk eens bevorderd te worden." + +Spoedig lag de Harpij naast de brik bijgedraaid en Jack ging +met den kotter aan boord om rapport uit te brengen omtrent het +gebeurde. Kapitein Wilson gevoelde grooten spijt over het verlies +van zooveel manschappen, en begaf zich met Sawbridge aan boord van +de brik om de verschikkelijke uitwerking der ontploffing persoonlijk +in oogenschouw te nemen. + +Jolliffe en de overige gewonden werden aan boord van de Harpij +gebracht, en allen herstelden. Tengevolge der brandwonden vervelde +Jolliffe's pokdalig gelaat geheel en al en het leek wel of het daardoor +een beetje opgeknapt was. Hij werd echter niet alleen bevorderd, +maar ook op pensioen gesteld en trad dus uit den dienst. + + + + +Zeventiende hoofdstuk. + + Jack gaat uit fourageeren en speelt den vice-consul van Tetuan + een leelijken poets. Ook schipper Hogg komt er vrij bekaaid af. + + +De Harpij zette met haar buit koers naar Mahon, waar ze weinige +dagen na haar aankomst dépéches van den admiraal ontving. Daarbij +zag kapitein Wilson zich overgeplaatst op de Aurora, om er de +kommandantsplaats te vervullen, die door kapitein Tartars dood +opengevallen was, terwijl meneer Sawbridge tot den rang van +gezagvoerder bevorderd werd en het bevel kreeg over de Harpij. + +De admiraal liet kapitein Wilson weten, dat de Aurora nog de komst +van een ander fregat, dat elk oogenblik kon binnenloopen, moest +afwachten en daarna onmiddelijk naar Mahon gezonden en onder zijn +kommando gesteld zou worden. Ook gaf hij kennis, dat de vloot gebrek +kreeg aan slachtvee, waarom hij verzocht, dat er zonder uitstel naar +Tetuan zou gezonden worden. + +Kapitein Wilson had zooveel officieren verloren, dat hij niet wist, +wien hij met die zending belasten zou. Eigenlijk was hij nu niet +langer kommandant van de Harpij en er schoot maar één luitenant over +en geen stuurman of stuurmansmaat. Gascoigne en Jack waren de eenige +bruikbare adelborsten en hen durfde hij niet goed belasten met iets +waar zooveel haast bij was. + +"Wat zullen we doen, Sawbridge? zullen we Rustig zenden of Gascoigne +of beiden, of geen van beiden? Als zij het slachtvee niet spoedig +bezorgen, zullen zij er bij den admiraal niet zoo gemakkelijk afkomen +als bij ons." + +"Er moet toch iemand heen, Wilson," antwoordde Sawbridge, "en het is +gewoonte twee officieren te zenden, zoodat de een het vee aan boord +ontvangt, terwijl de andere het toezicht houdt op de inscheping." + +"Nu dan moeten ze er beiden maar heen. Sawbridge, maar lees hen eerst +goed de les." + +"Ik geloof niet dat er veel bij gewaagd is," antwoordde Sawbridge, +"want Tetuan is zulk een ellendig gat, dat ze er hoe eer hoe liever +vandaan zullen gaan." + +Rustig en Gascoigne werden ontboden; zij luisterden met allen eerbied +naar hetgeen kapitein Sawbridge hun voorhield, beloofden dat zij +zich strikt aan de opdracht zouden houden, kregen een brief voor den +vice-consul mee en werden met het noodige aan boord der brik Mary +Anna gebracht, waar de stuurman en de bemanning reeds bezig waren +met het winden der ankers. + +De schipper van het transport, een roodharige kerel met een +vollemaansgezicht, een mopneus en handen als presenteerblaadjes, kwam +naar het achterschip om hen te verwelkomen en niet zoodra waren de +kisten en hangmatten aan dek, of het anker werd gelicht en de zeilen +geheschen. Met schipper Hogg stond Jack spoedig op een goeden voet, +vooral omdat hij hem kapitein noemde en alle extraatjes van eten en +drinken voor zijn rekening nam. + +Te Tetuan aangekomen, gingen Jack en Gascoigne aan wal om vergezeld van +kapitein Hogg den vice-consul een bezoek te brengen. Zij vertoonden hun +papieren en verzochten om slachtvee. De vice-consul was een schraal, +onbeduidend manneke, die de opvolger van zijn vader was geworden, +omdat niemand anders het de moeite waard had geacht naar den slecht +bezoldigden post te dingen. Toch hechtte meneer Hicks heel wat gewicht +aan zijn ambt en zijn zuster, de eenige Engelsche jonge dame van de +plaats, zocht vooral de aandacht te trekken der heeren zeeofficieren, +die er soms om ossen kwamen. Heel gauw tevreden was ze echter niet, +en had al achtereenvolgens de aanzoeken van drie adelborsten, een +stuurmansmaat en een betaalmeester van de hand gewezen. + +Zoodra de schikkingen op het kantoor van den heer Hicks getroffen +waren, werden de bezoekers in de ontvangkamer genoodigd en aan de +zuster van den vice-consul voorgesteld. Miss Hicks trok den neus op +voor de beide adelborsten, maar lachte kapitein Hogg allervriendelijkst +toe. Deze werd zelfs tegen den volgenden middag ten eten gevraagd en +raakte al spoedig op de gastvrouw verliefd, wat eenige stribbeling gaf +tusschen Miss Julia en haar broer den vice-consul, die verklaarde nooit +zijn toestemming te zullen geven tot een huwelijk met meneer Hogg. Miss +Hicks verkoos echter niet zich aan haar broer te storen; zij was baas +over zichzelve, verklaarde zij, en zou doen wat haar goeddacht. + +Toen eindelijk de lading ingenomen was en er aan vertrekken diende +gedacht te worden, besloot kapitein Hogg allen tegenstand van den +vice-consul te verijdelen, door Julia eenvoudig te schaken en op zijn +schip mee te nemen naar Toulon. Jack, die er de lucht van gekregen had, +hield zich alsof hij Hogg een handje wilde helpen en waarschuwde hem, +dat Hicks vermoedde wat er gebeuren zou en, zoolang Hogg nog niet +aan boord was, zijn zuster voortdurend in het oog zou houden. "Ga +dus zelf aan boord, en onder zeil, meneer Hogg," zei Jack, "en laat +het aan mij over Miss Hicks bij u te brengen, zoodra haar broer alle +gevaar geweken zal achten." + +"Hartelijk dank, meneer Rustig," antwoordde kapitein Hogg; "dat is +een uitmuntend plan; wat zijt ge toch vriendelijk!" + +Nauwelijks had meneer Hicks de gelden voor de geleverde ossen ontvangen +of zijn houding ook tegenover onzen held veranderde geheel. Dit stond +Jack lang niet aan, maar hij hield zich alsof hij niets bespeurde, +bleef den vice-consul de warmste vriendschap betoonen en nam de +gelegenheid te baat hem te zeggen, dat hij zijn voorkomendheid niet +beter kon beantwoorden, dan door hem in te lichten omtrent de plannen, +die er tegen hem gesmeed werden. Hij vertelde hem nu de beraamde +vlucht van zijn zuster en dat hij zelf de aangewezen persoon was om +haar te ontvoeren. + +"Welk een gruwel!" riep de vice-consul uit; "ik zal er me over beklagen +bij de regeering." + +"Zou 't niet beter zijn," zei Jack, "als we 't zoo aanlegden, dat +het geval voor onszelf met een pretje afliep en kapitein Hogg gefopt +werd? Trek uw zusters kleeren aan, dan zal ik u in plaats van haar +aan boord brengen. Ik zal u in de kajuit brengen en daar moet ge +dan uzelf opsluiten. Zonder mijn toestemming kan hij niet uitzeilen; +den volgenden morgen openen we de deur van de kajuit en lachen Hogg +eens terdege uit. Zorg dat uw boot tegen het aanbreken van den dag +u weer van boord komt halen, ik zal dan maken, dat Hogg onverwijld +naar Toulon vertrekt. 't Zal een kostelijke grap wezen." + +Dat vond de vice-consul ook. Hij drukte Jack de hand en was weer even +voorkomend als te voren. + +Even vóór donker werd van de brik, die reeds onder zeil was gegaan, +een sloep aan den wal gezonden, en, zooals afgesproken was, gaf meneer +Hicks voor, dat hij naar zijn kantoor ging om de scheepspapieren +in orde te maken--terwijl zijn eigenlijk doel was, zijn zusters +kleeren aan te trekken. Miss Hicks stond onmiddellijk op, wenschte +onzen held een aangename reis en zei, ook al weer zooals afgesproken +was, dat ze met zware hoofdpijn naar bed moest. Zij wenschte haar +broeder goedennacht, en begaf zich naar haar kamer waar ze nog een +uur zou wachten, waarna Jack haar in den tuin zou vinden en naar den +brik brengen. Onze held ging mede het kantoor binnen en hielp den +vice-consul, die al zijn eigen bovenkleeren uittrok en in een doek +knoopte ten einde ze, als hij eenmaal aan boord in de hut zou wezen, +weer aan te trekken. + +Zoodra Hicks klaar was, nam Jack het bundeltje kleeren op en +geleidde de gewaande Miss naar de sloep. Haastig zetten zij af en +bij die gelegenheid liet Jack ongemerkt meneer Hicks' bundeltje te +water vallen. Spoedig waren ze aan boord van het schip, waar Jack +den verkleeden consul naar de hut bracht, die deze niet achter zich +sloot, dan na eerst Jack onder een handdruk toegefluisterd te hebben: +"Wat zullen we morgen lachen!" + +Niet zoodra was de boot weer opgeheschen of kapitein Hogg kwam naar +onzen held toe, schudde hem de hand en zei ook: "Wel, meneer Rustig, +wat zullen we morgen lachen!" + +"Die 't laatst lacht, lacht 't best," dacht Jack. + +Er woei een flinke bries, en die de wacht te kooi hadden, kropen in +hun hangmatten. Ook meneer Hicks wist niets beters te doen dan te gaan +slapen en bij het aanbreken van den dag was de Mary Anna al meer dan +honderd mijlen van de Afrikaansche kust. + +Wat zetten meneer Hicks en de kapitein nijdige gezichten toen zij zich +den volgenden morgen beiden gefopt zagen? Zij waren zoo boos als een +spin, maar Jack deed niets dan lachen. De kapitein wilde terug om Miss +Hicks te halen, en de vice-consul verlangde zijn vrijheid weer, maar de +wind woei fel en Jack wist den kapitein tot bedaren te brengen, door er +op te wijzen dat bij het rekken van den tocht, er licht ossen konden +sterven en hij die zou moeten vergoeden. Ook kon hij Miss Hicks later +immers huwen, zonder dat haar broer er iets tegen zou kunnen doen. De +onder- en bovenlijzeilen werden dus bijgezet en de reis vervolgd tot +groote ergernis van meneer Hicks, die den kapitein en Jack met een +aanklacht bij de regeering bedreigde. Hij eischte zijn kleeren terug, +maar Jack antwoordde dat ze bij het van wal steken uit de sloep waren +gevallen. Van niemand kon hij kleeren geleend krijgen, zoodat hij +ten spot van allen in vrouwenrokken rondliep. Door het belachelijke +van het geval vergat de kapitein zijn eigen leed; hij werd weer goede +vrienden met Jack, en al weigerde meneer Hicks dien middag met hen mee +te eten, zij lieten zich door zijn kwaadheid hun eetlust niet benemen. + +Na een voorspoedige vaart van tien dagen bereikten ze 's morgens van +den elfden dag de Toulonsche vloot. Jack meldde zich terstond bij +den admiraal en rapporteerde het meegebrachte slachtvee, en spoedig +kwamen nu van al de schepen sloepen aanzetten om haar deel van de +lading der Mary Anna in te nemen. Terwijl men hiermee bezig was, +richtte de vlaggekapitein van het admiraalsschip zijn kijker naar het +transportvaartuig en bespeurde daar aan dek een vrouwelijke gedaante. + +"Is dat soms de vrouw van den stuurman?" vroeg hij aan Jack, die met +den admiraal dicht bij hem stond. + +"Neen, meneer," antwoordde Jack, dat is de vice-consul." + +"Wat! een vice-consul in vrouwenrokken?" + +"Ja, de vice-consul van Tetuan. Hij is in die kleeding aan boord +gekomen, toen de brik al onder zeil was, en ik achtte het plicht geen +oogenblik te vertragen, omdat ik wist hoe dringend de vloot om versch +vleesch verlegen was." + +"Wat beteekent dat, meneer Rustig?" zei de admiraal; "daar steekt +zeker iets achter. Kom even beneden alsjeblieft." + +Jack volgde nu den admiraal en den vlaggekapitein naar de kajuit +en vertelde daar zonder omwegen het heele geval, wat een hartelijk +gelach verwekte. + +"Meneer Rustig." zei de admiraal toen zijn lachbui over was, "ik wil +er u geen verwijt van maken, maar 't was toch dunkt mij niet noodig +geweest dien vice-consul in vrouwenkleeren te steken." + +"Ik heb naar mijn beste weten gehandeld, admiraal," antwoordde Jack +heel onderdanig. + +"Nu, over het geheel genomen, ben ik tevreden met wat gij gedaan +hebt. Kapitein Malcolm, zend alsjeblieft een sloep uit om den +vice-consul te halen." + +Meneer Hicks hunkerde er zoo naar om over al zijn leed beklag te +doen, dat hij zich niet stoorde aan zijn vrouwenkleeren. Wel werd er +druk gegicheld toen hij aan boord kwam, maar dat zou spoedig genoeg +ophouden, dacht hij, zoodra ze maar te weten kwamen wie hij eigenlijk +was. Hij droeg zijn geval aan den admiraal voor, maar vond bij dezen +slechten troost. + +"Hoor eens, meneer Hicks," zei de admiraal, "al wat u daar vertelt, +zijn familie-aangelegenheden, waarmee ik volstrekt niets te maken +heb. Uit eigen beweging zijt gij in vrouwenkleeren aan boord gekomen, +en meneer Rustig had bepaald bevel gekregen onder zeil te gaan, zoodra +het transport gereed was, en geen oogenblik te toeven. Nu kunt ge u +wel beklagen bij de Regeering, maar als vriend raad ik het u af. Ze +houden daar niet van dergelijke grappen en het kon u uw betrekking +wel eens kosten. Wees maar blij dat ge weer zoo spoedig naar Tetuan +kunt, want het transportschip gaat er, na Mahon aangedaan te hebben, +onmiddellijk heen. En nu, meneer, vaarwel, de sloep wacht u." + +Meneer Hicks was verbaasd over den weinigen eerbied aan een vice-consul +betoond en droop af onder het gelach der gansche bemanning. + +Zoodra de geheele lading ontscheept was, heesch de Mary Anna de vlag, +ging onder zeil en bereikte in twee dagen Mahon, waar zij de Aurora +reeds onder kommando van kapitein Wilson vonden. + +Meneer Hicks had eindelijk kapitein Hogg weten te bewegen hem +manskleeren te bezorgen, maar nu hij met zijn klacht bij den admiraal +zoo slecht gevaren was, zag hij er geen heil in, er nog eens bij een +kapitein mee aan te komen; hij bleef dus stilletjes bij kapitein Hogg +aan boord en werd gedurende de thuisvaart beste maatjes met hem. + + + + +Achttiende hoofdstuk. + + Jack gaat over op de Aurora. Hij redt een oude dame uit + roovershanden. Storm op zee en brand aan boord. + + +Kapitein Wilson was zeer tevreden over de wijze waarop Jack zijn +bevelen had uitgevoerd, en vroeg hem, wat hij liever deed, op de +Harpij blijven of met hem op de Aurora overgaan. + +Jack aarzelde. + +"Zeg 't maar vrij uit, meneer Rustig; als ge soms kapitein Sawbridge +de voorkeur geeft boven mij, zal ik er me niet door beleedigd achten." + +"Neen, meneer," antwoordde Jack, "ik geef niet de voorkeur aan kapitein +Sawbridge boven u; beiden hebt gij me even voorkomend behandeld, maar +toch bekleedt gij de eerste plaats bij mij. Het geval is eigenlijk, +dat ik niet gaarne scheiden zou van Gascoigne of van...." + +"Of van wien?" zei de kapitein glimlachend. + +"Van Mesty, meneer; 't is misschien dwaas van me, maar zonder hem +zou ik nu niet meer in leven zijn." + +"Dankbaarheid is volstrekt geen dwaasheid, meneer Rustig," antwoordde +kapitein Wilson. "Gascoigne denk ik bij mij te nemen, als hij 't ten +minste goedvindt, want ik heb bijzonder veel eerbied voor zijn vader +en in hemzelf geen gebreken van eenig aanbelang gevonden. Wat Mesty +betreft--hij is een flinke kerel en voor hem zal ook wel een plaatsje +te vinden zijn, hoop ik." + +Den volgenden dag werd Mesty onder het scheepsvolk, dat kapitein +Wilson zich uitgekozen had, opgenomen en wel in zijn zelfden rang +onder den konstabel der Aurora. Ook Gascoigne en onze held werden op +de rol van de fregat gebracht. + +Daar de Aurora nog eenige dagen voor anker bleef liggen, vroegen +Jack en Gascoigne verlof die aan den wal door te mogen brengen, wat +hun werd toegestaan, omdat ze pas zoo'n tijd op het transportschip +hadden gezeten. Jack nam zijn intrek in het eenige flinke hotel van +de stad en noodigde dikwijls officieren van de Aurora bij zich aan +tafel. Alle pretjes woonde hij bij en zou onder anderen op een avond +ook met eenige vrienden deelnemen aan een gemaskerd bal. + +Hij had zijn keus laten vallen op kostuum als duivel en zoo vermomd +reed hij op een ezel naar de plaats van samenkomst. Juist toen +hij binnen wilde gaan, hield er een gele koets met twee lakeien in +prachtige livrei voor het gebouw stil. Zoodra het portier geopend was, +bood Jack met zijn gewone beleefdheid zijn arm aan een oude, dikke, +met diamanten bezaaide dame. Zij keek op en nauwelijks kreeg ze den +behaarden Jack met zijn drietand, horens en staart in het oog, of ze +gaf een, luiden gil en zou stellig gevallen zijn, als niet kapitein +Wilson juist bij de hand was geweest om haar in zijn armen op te +vangen. Terwijl de oude dame haar dank betuigde aan kapitein Wilson, +schoof Jack stilletjes het gebouw binnen. In de feestzaal vond hij +'t zoo overmatig druk, dat men zich ternauwernood bewegen kon, en +het duurde dan ook niet lang of hij had genoeg van het rondspringen. + +"Dat is al te gek." dacht Jack, "laat ik maar liever zien of ik me +in de open lucht niet beter kan vermaken." Hij trok zijn wijden jas +over zijn maskeradepak en wandelde in den heerlijken maneschijn +naar buiten. Allerlei gedachten dwarrelden hem door het hoofd en +ongemerkt was hij wel een uur lang aan het ronddolen geweest, toen +hij bij een heuvel kwam en dien besteeg om eens te zien, hoe hij het +best den terugweg zou nemen. Terwijl hij zoo stond rond te kijken, +zag hij opeens beneden op den weg langs den voet van den steilen +heuvel een rijtuig naderen. "Wel verdraaid!" riep hij uit, "dat is +dezelfde gele koets van die oude dame met haar diamanten en de twee +opgeprikte lakeien!" + +Nauwelijks had hij dit gezegd of eensklaps stormden uit het houtgewas +een zestal kerels te voorschijn en grepen de paarden bij den kop; er +vielen een paar schoten, de koetsier tuimelde van den bok en de twee +lakeien achter van het rijtuig. De roovers rukten het portier open en +begonnen de oude dikke dame met de diamanten er uit te werken. Jack +begreep, dat hij tegen zulk een overmacht niets zou kunnen uitrichten, +maar misschien kon hij hun toch een schrik op het lijf jagen. Juist +rolde de oude dame als een welgevulde waschzak het rijtuig uit, toen +Jack, die zijn overjas uitgesmeten had, zich in zijn duivelspak op +den top van den heuvel vertoonde en in het volle licht der maan zijn +drietand zwaaiend een afgrijselijk "ha, ha, ha, ha!" liet hooren, op +hetzelfde oogenblik, dat de roovers hun messen ophieven. De onverlaten +werden op het zien van de huiveringwekkende gedaante, die den spotlach +had aangeheven, door zulk een hevige ontsteltenis aangegrepen, dat zij +het uit alle macht op een loopen zetten. Jack snelde nu haastig den +heuvel af, wist met veel inspanning de flauwgevallen dame de koets +binnen te loodsen, greep de teugels, sprong op den bok en joeg in +vollen ren voort. + +Zoodra hij ver genoeg voortgehold was, om geen vernieuwing van den +aanval te vreezen te hebben, toomde hij de paarden wat in, maar liet +ze toch hun eigen weg kiezen, want hij zelf wist niet welken kant hij +op moest. Dicht bij de stad sloegen de dieren zijwaarts af en hielden +weldra stil voor een prachtig buitenverblijf. Om de menschen niet +te doen schrikken, had Jack zijn overjas weer aangetrokken en zijn +masker afgezet en toen nu op het geratel der rijtuigwielen eenige +bedienden naar buiten kwamen schieten, vertelde hij hun in weinige +woorden wat er gebeurd was. Dadelijk werden er nu handen uitgestoken +om de dame uit de koets te helpen. Voor veel complimenten had Jack, +toen hij de dikkert in het rijtuig stopte, geen tijd gehad, en men +vond ze nu ook in een vrij benauwde positie tusschen de beide banken +ingezakt en met de beenen in de lucht. + +Zoodra de dame in huis gebracht was, toefde Jack nog slechts een +oogenblik en ze kwamen niet meer omtrent hem te weten, dan dat hij +een Engelsch officier was van een fregat, dat in de haven lag. Na +een wandeling van ruim een half uur bereikte hij zijn logement weer, +maar vertelde aan de kennissen, die hij er aantrof, niets van het +gebeurde en ging spoedig naar bed. + +Juist had hij den volgenden morgen zijn rekening betaald en stond +op het punt te vertrekken, toen er iemand kwam hooren of er ook een +officier gelogeerd was, die gisteravond op het gemaskerd bal als +duivel verkleed was geweest. + +Jack maakte zich als den bedoelden persoon bekend en gaf louter voor +de aardigheid als zijn naam op: Henry Wilson, kapitein van Zijner +Majesteits fregat de Aurora. + +De vreemde verwijderde zich met een beleefde buiging; Jack stopte den +hotelbediende een flinke fooi in de hand en begaf zich weer aan boord. + +De eerste luitenant van de Aurora was in menig opzicht een zeer goed +officier, maar reeds als adelborst had hij de gewoonte aangenomen +om zijn handen in zijn zakken te steken, en daar raakten ze niet +licht uit, ook al woei er een stormwind, waarbij de handen zoo +opperbest te pas komen. Meer dan eens had hij bij zoo'n gelegenheid +een leelijken val gedaan en een schram opgeloopen, maar de gewoonte +was hem te machtig. Een tweede eigenaardigheid van hem was, dat hij +een onbeperkt vertrouwen stelde in een zeker kwakzalversmiddel, +dat naar het heette tegen alle kwalen hielp. Naar zijne meening +was geen ziekte er tegen bestand en hij besteedde jaarlijks wel +drie maanden tractement aan dat lorregoed; want hij gebruikte het +niet alleen als hij zich niet wel gevoelde, maar ook bijwijze van +voorbehoedmiddel als hij volkomen gezond was. Iedereen raadde hij +het aan, en men kon hem geen grooter genoegen doen dan zich te laten +overreden het te slikken. De officieren lachten hem uit, maar meestal +achter zijn rug, want hij werd erg boos als men hem op dit eene punt +tegensprak. Onverdroten maakte hij bekeerlingen voor zijn geloof en +wijdde soms uren lang uit over de voortreffelijke eigenschappen van +het geneesmiddel, terwijl hij de waarheid zijner beweringen staafde +met een klein vlugschrift, dat hij steeds bij zich droeg. + +Jack meldde zich aan boord en meneer Pottyfar, die juist op het +halfdek stond, gaf de hoop te kennen, dat Jack met te meer ijver zijn +plicht zou betrachten, nu hij zoo geruimen tijd aan den vasten wal +had mogen doorbrengen. Jack stemde daarmee in en ging naar beneden, +waar hij Gascoigne en zijn nieuwe baksmaats vond, met wie hij voor +het grootste gedeelte reeds kennis had gemaakt. + +"Wel Rustig," zei Gascoigne, "heb je nu genoeg van den wal?" + +"Meer dan genoeg," antwoordde Jack; "ik denk nu geen verlof meer +te vragen." + +"Dat is maar goed ook, want meneer Pottyfar is er niet erg scheutig +mee, dat verzeker ik je; er is maar één middel om verlof van hem +te krijgen." + +"Zoo! en wat is dat dan?" + +"Je moet je ziek houden en wat van zijn kwakzalversmiddeltjes innemen, +dan stuurt hij je naar den wal om het uit te laten werken." + +"Is het dat? nu, dan zal ik zoodra we te Vallette ankeren een heele +kuur doormaken, maar niet eer." + +"Jij dient er wel mee ingenomen te zijn, Jack, 't is een +gelijkheidsmiddel, het geneest de eene kwaal zoo goed als de andere." + +"Of helpt de patiënten om zeep--wat hen ook op gelijken voet +brengt. Jongens ja, Gascoigne, dat middel moet ik voorstaan, om meer +dan ééne reden.--Maar zeg eens, wanneer gaan we onder zeil?" + +"Overmorgen." + +"Naar de vloot bij Toulon?" + +"Ja; maar we zullen onderweg wel naar de Spaansche kust afzakken, +dat gebeurt met alle oorlogschepen." + +"Dat komt, omdat de wind geregeld uit het zuiden blaast." + +"Als je soms weer buit gaat maken, Jack, vergeet dan vooral je +krijgsartikelen niet." + +"Als het aan mij ligt, ga ik er niet meer op uit zonder Mesty. Mijn +hemel wat is zoo'n adelborstenkajuit vervelend na zoo'n prettigen +tijd aan den wal! Ik zal van armoe maar aan dek gaan om naar de kust +te turen." + +"En tien minuten geleden nog hadt je er meer dan genoeg van!" + +"Ja, maar die tien minuten hebben me heel van streek gebracht. Ik +zal den eersten luitenant om een dosis van zijn middel gaan vragen." + +"Hoor eens, Jack, we moeten ons beiden te gelijk onder zijn behandeling +stellen." + +"Zeker, maar daarmee wachten we tot Malta bereikt is." + +Jack ging aan dek, maakte kennis met de enkele officieren, die hij nog +niet ontmoet had, en klom vervolgens in de mars van den grooten mast, +waar hij al mijmerend naar den wal ging zitten kijken. + +Den volgenden dag ging de Aurora onder een stevige bries uit het +zuidwesten onder zeil, en op een mooien morgen zagen ze de Spaansche +kust nog eer ze de Toulonsche vloot in het oog kregen. Meneer Pottyfar +haalde zijn handen uit zijn zakken, omdat hij anders geen kans zag +door de teleskoop de kust op te nemen. Kapitein Wilson en velen van +de officieren en adelborsten hadden ook hun kijkers ter hand genomen +en de matrozen in den top gebruikten hun oogen: maar er viel niets +anders te zien dan eenige kleine visschersbooten. Allen begaven zich +dus naar beneden aan het ontbijt, terwijl het schip dicht langs de +kust bijlegde. + +"Wat verwed je er onder, Rustig," zei een der adelborsten, "dat we +vandaag geen buit zullen maken?" + +"Dat we in 't geheel geen schip in zicht zullen krijgen, wil ik niet +wedden, maar ik doe 't om al wat je wilt, dat 't niet vóór middernacht +gebeuren zal." + +"Ik zou je danken; stuur liever den theepot eens dezen kant op, +want ik heb de voormiddagwacht." + +"Een prachtige morgen," merkte een der overige kameraden, Martin +geheeten, op; "maar ik heb zoo'n vermoeden, dat 't er van avond niet +zoo goed uit zal zien." + +"Waarom niet?" vroeg een ander. + +"Ik vaar nu al acht jaar op de Middellandsche zee en heb zoo'n beetje +verstand van het weer. Er zit regen in de lucht en 't is een gestadige +wind. Als we van avond niet onder dubbel gereefde marszeilen liggen, +mag ik ik weet niet wat wezen." + +"Klaar aan de zeilen!" klonk het opeens van den kant van het luik. + +"Daar heb je 't al," riep Gascoigne en stormde naar boven, gevolgd +door al de anderen behalve Martin, die pas afgelost was, en meende +dat hij nu wel een poosje gemist kon worden, en er ten minste den +tijd van mocht nemen om op zijn gemak zijn kop thee op te lepperen. + +'t Was werkelijk zoo; een galjoot en vier koopvaardijschepen waren +juist de meest oostelijke punt om komen zetten, en bij den wind +opgestoken, zoodra ze het fregat in het oog kregen. In een oogenblik +was de Aurora onder volle zeilen en de kijkers werden alle op de +schepen gericht. + +"Alle zwaargeladen, meneer," merkte de eerste luitenant op; "kijk +dat marszeil van de galjoot eens ingehaald zijn!" + +"Ja, ze hebben ook geen gebrek aan wind," zei kapitein Wilson. + +De hoop op een flinken buit deed alle krachten inspannen en weldra +had het fregat een heel eind gewonnen op de schepen, die al bijzetten +wat ze maar aan zeil hadden en korte gangen in den wal maakten. De +Aurora werd regelrecht op hen afgestuurd en ze waren geen twee streken +aan lij. De lucht, 's morgens zoo helder, was nu geheel bewolkt, +de zon ging schuil en de zee werd hand over hand onstuimiger. Nog +tien minuten en ze lagen onder dubbel gereefde marszeilen en bij de +windvlagen voegde zich een zware regen. Het fregat sneed met strak +gespannen zeilen door de schuimende golven en aan den horizon werd +het zoo donker, dat de schepen voor hen uit niet langer te zien waren. + +"We zullen er van lusten, verwacht ik," zei de kapitein Wilson. + +"Heb ik 't niet gezegd?" merkte Martin tot Gascoigne op. "We maken +vandaag geen buit, reken daar gerust op." + +Meneer Pottyfar stond, als gewoonlijk met zijn handen in de zakken, +bij de gangspil. + +"We zullen er, vrees ik, het grootzeil niet langer op kunnen houden, +meneer." + +"Kapitein Wilson, we zijn vrij kort onder den wal," zei de stuurman; +"zou u 't goed vinden wat te wenden?" + +"Jawel, meneer Jones. Voorschoten los, aan lij het roer! en--ja, +het moet maar,--weg het grootzeil!" + +Het grootzeil werd geborgen en het fregat scheen zich onmiddelijk op +te richten. Het stootte en slingerde nu niet meer zooals te voren. + +"We zijn erg dicht bij de kust, kapitein Wilson; ik kan er zelfs bij +dit smerige donkere weer een schijntje van zien--zullen we wenden, +meneer?" vervolgde stuurman. + +"Ja--klaar om te wenden--op het roer!" + +'t Was juist bijtijds, want toen het fregat in een halven cirkel +rondzwaaide, konden ze, op geen twee kabellengten afstand, de branding +tegen de klippen van de kust zien slaan. + +"Ik dacht niet dat 't er zoo na aan toe was," zei de kapitein en +kneep de lippen op elkaar--"is er nog iets van de schepen te zien?" + +"Al in geen kwartier heb ik er iets van bespeurd, meneer," antwoordde +de uitkijk, terwijl hij met een pand van zijn jekker zijn kijker +tegen den regen beschutte. + +"Wat ligt nu voor, kwartiermeester?" + +"Zuid-zuidoost, meneer." + +De lucht begon er heel anders uit te zien--de witte wolken werden +vervangen door zwarte, de wind loeide met rukken, en de regen stortte +bij stroomen neer. Kapitein Wilson ging naar beneden in de kajuit om +op den barometer te kijken. + +"De barometer is gerezen," zei hij bij zijn terugkomst aan dek. + +"Is de wind gestadig?" + +"Neen, meneer, ze is drie streken geruimd." + +"'t Zal op een zuidwester uitdraaien." + +De natte, zware zeilen sloegen bij elken uitschieter van den wind. + +"Op het roer, kwartiermeester." + +De wind bedaarde, de regen viel bij stroomen--voor een oogenblik was +het volkomen stil, zoodat het fregat volstrekt niet meer overhelde. + +"Aan de brassen! Reken er op, dat we terstond zullen afdrijven." + +De brassen waren nauwelijks gespannen, of het was al zoo. De wind +schoot met een woest gehuil om naar het zuidwesten, maar gelukkig +waren ze er op voorbereid--de ra's stonden rondgebrast en de stuurman +vroeg de kapitein welke koers hij moest sturen. + +"We moeten de vervolging opgeven," zei kapitein Wilson. "Richt den +steven maar op Kaap Sicie, meneer Jones." + +En de Aurora vloog met gereefde stagfok en marszeilen op den stormwind +voort. Het weer was nu zoo smerig, dat men geen twintig el van zich +af kon zien, de donder rolde en bliksemstralen schoten van alle kanten +door het donker bewolkt zwerk. Zoodra de zeilen naar den wind gebrast +stonden, werd de wacht opgeroepen, en allen, die aan dek gemist konden +worden, gingen nat en teleurgesteld als ze waren naar beneden. + +"Wat een oude Jonas ben jij toch, Martin," zei Gascoigne. + +"Dat kan wel wezen," luidde het antwoord, "maar het ergste moet nog +komen, naar mijn gedachte. Ik herinner me net zoo'n storm als deze, +op nog geen tweehonderd mijlen van de plek waar we nu zijn. Ik voer +toen op de Favorite en we gingen bijna naar den kelder toen...." + +Op dit oogenblik hoorde men boven een vervaarlijk geraas; er voer +een schok door het geheele schip, dat schudde alsof het vaneen zou +splijten; luide kreten werden gevolgd door klaagtonen, het benedendek +was vol rook en het fregat helde sterk over. Zonder dat er één woord +gezegd werd, stoven allen, die zich in de adelborstenkajuit bevonden, +naar boven, niet wetende wat er van te denken, maar overtuigd dat er +een groot ongeluk was gebeurd. + +Aan dek gekomen werd hun alles duidelijk; de fokkemast was, door +den bliksem getroffen, voorover aan lij in zee gevallen en had de +groote streng en het kluifhout meegenomen. De afgebroken stomp van de +fokkemast brandde fel, in weerwil van den stortregen. Zoodra fokkemast +en groote streng over boord waren, draaide het schip met een ruk bij, +zoodat de matrozen aan het stuurrad er overheen geslingerd en tegen +de verschansing gekwakt werden; op den bak, het voorste gedeelte +van het bovendek en zelf op het benedendek lagen overal mannen die +gedood of ernstig gewond, of door den schok versuft waren. Het fregat +helde sterk over en zware zeeën sloegen er overheen; overal was het +pikdonker en het licht der brandende stomp van de fokkemast geleek +wel een toorts, die door woeste stormduivels werd opgehouden. Voor een +paar minuten was alles in verwarring, eindelijk riep kapitein Wilson, +die zelf voor een oogenblik verblind was geweest, om den timmerman +en de bijlen. Binnen weinige minuten was de bezaanmast afgehouwen +en stortte over het achterschip, het fregat viel af en richtte zich +langzaam op. Maar het schrikkelijk tooneel was nog niet ten einde. De +bootsman, die op den bak had gestaan, was voor altijd zijn gezicht +kwijt en werd naar beneden gedragen. Terwijl de dokter bezig was ook +de andere gewonden te onderzoeken en bij te staan, weerklonk opeens +de kreet: "Brand!" van uit het benedendek. Het schip had vuur gevat +in het kolenhok en de timmerkamer en er steeg een dikke rook op. + +"Ieder op zijn post; laat de pompen werken en de putsen +doorgegeven! Meneer Pottyfar let er op, dat het werk geregeld +gaat. Meneer Jones, neem gij de zorg voor het schip op u. Ik ga zelf +naar het benedendek. + +"Dat ziet er heel anders uit dan van morgen, Jack," merkte Gascoigne +op. + +"Ja," antwoordde Jack; "maar wat nu het best gedaan? Als er aan den +wal brand in een schoorsteen is hangen ze er een natten deken over." + +"Ja," zei Gascoigne; maar dat zou hier, nu het kolenhok in brand staat, +weinig helpen." + +"In elk geval zijn natte dekens een goed ding, Ned, kom mee naar +de hangmatten en de dekens er uit gehaald. Helpt 't niet voldoende, +dan hebben we ten minste onzen ijver betoond." + +De beide adelborsten riepen nu nog een paar man en in een oogenblik +hadden ze meer dekens dan ze dragen konden. Ze nat te krijgen was +geen kunst, want het bovendek dreef van al het water. + +"Uitmuntend, meneer Rustig, uitmuntend, meneer Gascoigne!" zei kapitein +Wilson, toen hij hen aan zag komen. "Hier, jongens, gooi ze er hier +maar op en dan flink er op gestampt." + +Rustig riep de andere adelborsten toe, dat ze nog meer dekens zouden +halen, maar 't hoefde niet, het vuur was al gebluscht. Onder al die +bedrijven slingerde het fregat zoo geweldig, dat de verschansing +onder water kwam. Toen eindelijk alle gevaar, wat den brand aanging, +geweken was, en de manschappen weer naar hun kwartieren gecommandeerd +werden, miste men drie officieren en zeven en veertig man, waarvan +er zeven dood en de anderen grootendeels reeds onder behandeling van +den dokter waren. + +Boven gekomen vond Jack den kapitein met de officieren op het halfdek. + +"Meneer Rustig," zei kapitein Wilson, "ik moet u en meneer Gascoigne +mijn dank betuigen voor de betoonde kordaatheid en tegenwoordigheid +van geest." + +Jack maakte een buiging en wilde juist weer naar de adelborstenkajuit +gaan, toen er een hevige stortzee over het fregat sloeg, zoodat allen, +die zich niet gauw konden vastgrijpen, van de been raakten. + +Ze krabbelden weer overeind en gingen terstond in de konstabelkamer +een glas grog drinken om den zilten smaak van het zeewater uit den +mond te spoelen. + +Intusschen werden de zeilen geminderd om te voorkomen, dat het dek +nogmaals onder water raakte. + +Eer de morgen aanbrak was het schip droog gepompt en al wat er in het +ongereede was geraakt weer zooveel mogelijk op orde gebracht; maar de +storm bleef nog even fel voortwoeden en 't was geen hapje nu aan boord +te wezen. Na vier en twintig uren kwam echter de zee tot bedaren, en +na een vaart van nog drie dagen bereikte de Aurora de vloot bij Toulon. + + + + +Negentiende hoofdstuk. + + Jack neemt de proef van meneer Pottyfars universeel + geneesmiddel. Een verrassing voor kapitein Wilson. + + +Op het eerste gezicht hielden ze het aan boord der andere schepen +er voor, dat de Aurora slaags geweest was, maar spoedig begrepen ze +dat het ruwe weer het vaartuig zoo ontredderd had. Kapitein Wilson +maakte zijn opwachting bij den admiraal en kreeg natuurlijk order +zijn schip onmiddellijk op te laten lappen. Binnen weinige uren +stuurde de Aurora nu koers naar Malta en tegen zonsondergang was +er van de Toulonsche vloot niets meer te zien. Toen ze na een vrij +vervelenden tocht de haven van Malta waren binnengeloopen, begaf de +kapitein zich onmiddelijk naar den goeverneur en Jack, die onderweg +al met Gascoigne afgesproken had, dat ze vrij zouden zien te krijgen, +ging tegen den avond aan den eersten luitenant verlof vragen om naar +den goeverneur te gaan. Nu was ongelukkig meneer Pottyfar in een booze +luim en toen Jack hem met zijn verzoek aanklampte, draaide hij zich +driftig om, zette de beenen wijd van elkaar, begroef zijn handen zoo +diep mogelijk in zijn zakken en zei vrij bits: + +"Meneer Rustig, gij weet hoe 't met het schip gesteld is. Er valt +een massa te doen--nieuwe masten, nieuwe tuigage, alles moet hersteld +worden--en nu komt gij vragen om aan wal te gaan! U kunt, dunkt me, +zelf wel het antwoord op uw vraag geven en begrijpen dat er, zoolang +niet alles weer kant en klaar is, niemand van de adelborsten een voet +aan wal zal zetten. + +"Mag ik u doen opmerken, meneer," zei onze held, "dat het op dit +oogenblik Zaterdagavond is en morgen Zondag; het werk op het fregat +zal eerst Maandag beginnen en daarom had ik gemeend, dat ik tot +zoolang wel verlof zou kunnen krijgen." + +"Ik ben van een geheel ander gevoelen, meneer," antwoordde de eerste +luitenant en liet Jack duidelijk genoeg blijken, dat hij zijn zin +niet zou krijgen. + +Jack kon die weigering maar niet verkroppen en was gedurende zijn +eerste wacht ongenietbaar; hij vatte dan ook het besluit op, om den +dienst zoodra mogelijk te verlaten. + +Den volgenden morgen kwam kapitein Wilson het scheepsvolk monsteren en +Jack wilde den kapitein juist gaan aanspreken, toen deze tot hem zei: + +"Meneer Rustig, de goeverneur heeft me verzocht u mee aan wal te +brengen om bij hem te dineeren, voor logies is ook gezorgd." + +Jack sloeg aan en snelde naar beneden om de noodige toebereidselen +te maken. Weer aan dek gekomen, vond hij kapitein Wilson nog niet +gereed. Hij ging nu aan meneer Pottyfar zeggen, dat de kapitein hem +gelast had met hem aan wal te gaan; en meneer Pottyfar, wiens kwade +bui weer overgewaaid was, zei: + +"Heel goed," meneer Rustig--ik wensch u veel plezier." + +"Dat klinkt heel anders dan gisteren," dacht Jack: "als ik nu eens +een proefje nam van zijn medicijnen?" + +"Ik voel me niet wel, meneer Pottyfar, en de pillen van den dokter +helpen me niet--ik ben altijd ziek als ik lang de noodige lucht en +beweging heb moeten missen." + +"Ja," zei de eerste luitenant, "lucht en beweging zijn een +voornaam ding. In die middeltjes van den dokter stel ik ook niet +veel vertrouwen; het eenige wat iets waard is, is mijn universeel +geneesmiddel." + +"Ik zou er zoo graag een proef van nemen, meneer," antwoordde Jack; +"ik heb uw boekje eens gelezen, en daarin gevonden dat het middel +onfeilbaar werkt, als het gedurende veertien dagen of drie weken +geregeld wordt ingenomen met volop vrije lucht en beweging." + +"Zeker is dat zoo," antwoordde meneer Pottyfar; "en als gij lust +hebt er de proef van te nemen, kan ik u wel een dosis geven, ik heb +toch genoeg." + +"Heel graag, meneer," antwoordde Jack; "en hoe dikwijls moet ik er +van gebruiken tegen de hoofdpijn, die me dagelijks kwelt?" + +Meneer Pottyfar nam Jack mee naar beneden, stopte hem drie of vier +fleschjes met het heilmiddel in de hand en zei hem, dat hij 's avonds, +tegen het naar bed gaan, dertig droppels moest innemen, niet meer +dan twee glazen wijn mocht drinken en de felle zon moest vermijden. + +"Maar, meneer," hernam Jack, die de fleschjes in zijn zak had gestoken, +"ik vrees dat het te lang duren zal; want nu het schip op de helling +komt, zal ik dagelijks aan de zon worden blootgesteld." + +"Ja, als gij niet gemist kondt worden, meneer Rustig; maar we hebben +manschappen genoeg; en zoolang gij ziek zijt, mag er geen werk van +u gevorderd worden. Draag vooral zorg voor uw gezondheid; ik ben +er stellig van overtuigd, dat gij van dit middel een wonderdadige +werking zult ondervinden." + +"Van avond zal ik er mee beginnen, meneer," antwoordde Jack, "ik +dank u zeer. Ik logeer bij den gouverneur--moet ik morgen vroeg aan +boord komen?" + +"O neen, wees vooral voorzichtig en neem u in acht; met genoegen zal +ik hooren dat ge wat beter zijt. Laat me weten hoe 't er mee gaat." + +"Dagelijks zal ik u met de boot bericht zenden, meneer," antwoordde +Jack met een verlicht hart; "ik ben u ten zeerste dankbaar. Gascoigne +en ik hadden er al over gedacht er u naar te vragen, maar we zagen +er wat tegen op: de arme jongen heeft bijna geregeld hoofdpijn, +nog erger dan ik, en de pillen van den dokter helpen hem ook niets." + +"Hij zal ook een paar fleschjes hebben, meneer Rustig; ik vond al dat +hij er bleek uitzag. Let nu vooral op matige beweging, meneer Rustig, +en vermijd de middagzon." + +"Ja, meneer," antwoordde Jack, "ik zal er om denken," en innig +verblijd ging hij heen. Hij gaf Mesty last zijn goed in de boot te +brengen en was spoedig met den kapitein aan wal, waar ze door den +goeverneur hartelijk werden ontvangen. + +"Wel, Jack, mijn jongen heb je weer het een en ander te +verhalen?" vroeg de goeverneur. + +"Ja, meneer," antwoordde Jack, "ik weet een paar heel aardige +gevallen." + +"Best, na tafel zullen we er wel van hooren," hernam de goeverneur. "Ga +nu eerst maar eens kijken of je kamer je aanstaat, en of je 't er +een poos zult kunnen uithouden." + +"Dat kan niet lang wezen, goeverneur," merkte kapitein Wilson +op. "Meneer Rustig dient zijn plicht te leeren, en daarvoor is nu +een goede gelegenheid." + +"Ja maar, met uw verlof, kapitein," antwoordde Jack, "ik sta op +de ziekenlijst." + +"Ziekenlijst?" vroeg kapitein Wilson, "van morgen stond uw naam toch +niet op het rapport." + +"Neen, maar ik sta op de lijst van meneer Pottyfar en ik moet een +kuur met zijn universeel geneesmiddel doormaken." + +"Wat is dat nu weer, Jack? Zeker de een of andere grap," zei de +goeverneur. + +Jack vertelde hoe de eerste luitenant hem den vorigen avond verlof had +geweigerd, maar hem nu vergund had aan wal te blijven, om de proef te +nemen met het universeele middel, waarover de goeverneur zoo hartelijk +lachte, dat kapitein Wilson er zijns ondanks mee moest instemmen. + +"Hoor eens, meneer Rustig," zei de kapitein na een poos, "al heeft +meneer Pottyfar u toegestaan aan wal te blijven, ik kan dit niet--gij +moet Uw plicht leeren vervullen. De gelegenheid daartoe is nu veel +te mooi en doet zich niet alle dagen op, dat zult ge zelf begrijpen." + +"Ja, meneer, dat zie ik in," antwoordde Jack, en bij die woorden +stond hij op, maakte een buiging en verliet de warande, waarin ze +hadden zitten praten. + +"Och kom, kapitein," zei de gouverneur toen Jack weg was, "je moet +'t niet zoo nauw met hem nemen; met een zacht lijntje is hij 't best +te regeeren." + +"Wel mogelijk maar hij moet zijn plicht doen, evengoed als de anderen." + +"Dat valt niet tegen te spreken, maar er is wel een mouw aan te passen, +zoodat hij niet voortdurend aan boord behoeft te blijven. Stel hem +aan tot uw ordonnans, tot het overbrengen van berichten van en naar +het schip; bij dat baantje kan hij 's avonds en 's nachts geregeld +hier blijven." + +"Op die manier zou 't te vinden zijn," hernam kapitein Wilson +peinzend. Ik ben maar bang dat hij te ruim bij kas is, om met +het scheepsleven vrede te hebben; al dat geld is voor zoo'n jong +officiertje glad verkeerd." + +"Kom, kom, 't kan lang duren eer hij zich in de grond werkt, en als uw +eerste luitenant zoo bespottelijk hoog wegloopt met zijn universeel +geneesmiddel, is 't dan wonder dat een adelborst er profijt van ziet +te trekken?" + +"Dat niet, maar ik mag me niet met open oogen laten beetnemen." + +"Hij heeft het heele geval zoo openhartig verteld, maak dus geen +gebruik van die vertrouwelijke mededeeling. Werkelijk, wat ik daareven +voorstelde zal nog het beste wezen en alle partijen bevredigen; want +gij hebt dan uw zin omdat hij dienst doet, de eerste luitenant omdat +Jack zijn geneesmiddel gebruikt, en Jack zelfs, omdat hij iederen +dag bij mij kan eten." + +"Nu, dan moet 't maar zoo geschikt worden," antwoordde kapitein +Wilson lachend. + +Na afloop van 't diner, waarbij heel wat gasten genoodigd waren, vroeg +de gouverneur Jack, of hij niets iets te vertellen had en onze held +dischte nu het verhaal op van kapitein Hogg's liefdesgeschiedenis met +Miss Hicks en hoe hij haar broer den vice-consul had beetgenomen. De +goeverneur had er machtig veel schik in en kapitein Wilson gaf zijn +verwondering te kennen, dat hij er eerst nu iets van hoorde. + +"Je heb een groote dwaasheid voorkomen, meneer Rustig, en daar deed +je wel aan," merkte de kapitein lachend op, "maar hoe komt 't, dat +je er mij nooit iets van verteld hebt?" + +"Och, meneer," antwoordde Jack, "ik heb mijn verhalen altijd maar +bewaard voor de goeverneurstafel, waar ik u toch stellig ook zou +aantreffen; ik behoefde dan niet tweemaal hetzelfde te vertellen." + +Jack gedroeg zich uitstekend, en bleef uit eigen beweging het +grootste gedeelte van den dag aan boord om zijn plicht te leeren, +zoodat kapitein Wilson geen berouw behoefde te hebben over zijn +toegeeflijkheid tegenover hem. Met Jacks gezondheid ging het dagelijks +beter, wat veel voldoening schonk aan meneer Pottyfar, die in de +meening verkeerde, dat zijn universeel geneesmiddel geregeld gebruikt +werd. Gascoigne, die ook onder behandeling van den eersten luitenant +was, ging dikwijls met onzen held aan wal en dacht er niet meer over +om zijn ontslag uit den dienst te nemen. + +Zeven weken hadden ze al in de haven gelegen, want er was heel wat te +herstellen geweest, toen kapitein Wilson op een morgen bij het ontbijt +een brief ontving, welks inhoud hem ten hoogste verbaasde. "Mijn +hemel! wat moet dat beteekenen?" riep hij uit. + +"Wat is er, Wilson?" vroeg de goeverneur. + +"Hoor nu eens aan, Sir Thomas." En de kapitein las: + + + + "Hooggeachte Heer! + + + Het is mijn plicht u mede te deelen, dat de onlangs overledene + Lady Signora Alfergas de Guzman, in haar testament een som van + duizend dubloenen in goud aan u vermaakt heeft, als een blijk + van erkentelijkheid voor de goede diensten haar bewezen op den + avond van den 12_den_ Augustus. Indien gij iemand machtigen + wilt tot inning van genoemd bedrag, zal het onmiddellijk + uitbetaald worden. Moge een lang leven uw deel zijn! + + + Uw onderdanige dienaar, + ALFONZO XEREZ." + + + +Onder het lezen van dien brief, sloop Jack stilletjes de kamer uit, +zonder dat de goeverneur of de kapitein er acht op sloegen. + +"Wat kan dat beteekenen?" vroeg de kapitein. "Ik herinner me niets +van diensten op 12 Augustus of daar omtrent aan den een of ander +bewezen. 't Moet een verrassing wezen--12 Augustus--dat was de dag +van het groote gemaskerd bal." + +"'t Is in elk geval een buitenkansje voor u, want--vergissing of +niet--niemand anders dan gij kan aan het legaat raken." + +"Ik heb niet gehoord van iets bijzonders, dat op het gemaskerd bal +zou zijn voorgevallen; ik ben er wel geweest, maar vroeg heengegaan, +omdat ik me niet prettig gevoelde. Meneer Rustig," zei de kapitein +en wendde zich om, maar Jack was weg. + +"Is hij er ook geweest?" vroeg de gouverneur. + +"Ja, dat weet ik zeker, want de eerste luitenant heeft me gezegd, +dat hij verlof had gevraagd om eerst den volgenden morgen aan boord +terug te komen." + +"Reken er dan maar vast op, dat hij er achter steekt," hernam de +gouverneur en sloeg met de vuist op tafel. + +"'t Zou me niet verwonderen," antwoordde kapitein Wilson, lachend. + +"Laat 't maar aan mij over, Wilson, ik zal wel uitvisschen hoe de +vork aan den steel zit." + +Na nog een poosje praten, begaf kapitein Wilson zich naar boord, in de +hoop dat de gouverneur Jack uit zou hooren. Daartoe kreeg Sir Thomas +echter geen gelegenheid, want Jack had al bij zichzelven besloten den +gouverneur tot zijn vertrouwde te maken en begon uit eigen beweging +het heele geval met de dikke dame te vertellen. + +"Houd op, Jack, want ik zou me ziek lachen," zei de vroolijke oude +heer ten laatste; "maar wat dient er nu gedaan?" + +Onze held werd nu ernstig en betoogde den gouverneur, dat hij zelf +overvloed van geld had, terwijl kapitein Wilson arm was en een groot +gezin moest onderhouden. Daarom hoopte hij, dat alles in het werk zou +gesteld worden om kapitein Wilson tot het aanvaarden van het legaat +te bewegen. + +"Goed zoo, mijn jongen, zoo mag ik 't hooren," hernam de gouverneur; +"maar 't zal misschien niet zoo gemakkelijk gaan, want Wilson staat +erg op zijn eer. Je hebt immers niemand iets van het geval verteld?" + +"Geen sterveling behalve u, Sir Thomas." + +"Hij zelf mag de eigenlijke toedracht ook niet vernemen, want dan +zou hij eerst recht het legaat weigeren." + +"Ik heb er al iets op gevonden, meneer," zei Jack. "Toen ik voor het +feestgebouw aan die oude dame mijn geleide aan bood en zij van mijn +duivelskostuum zoo'n schrik kreeg, is ze in de armen van kapitein +Wilson gevallen en was hem zeer dankbaar, dat hij haar voor een +leelijke tuimeling had behoed." + +"Daar hebben we 't, Jack," antwoordde de gouverneur, "daar moeten we +'t maar op gooien. Ik heb wel beweerd dat gij er achter zoudt steken, +maar ik zal hem nu wel wat anders op den mouw spelden; laat dat maar +gerust aan mij over." + +Toen kapitein Wilson des namiddags terugkwam, vond hij den gouverneur +in de waranda. + +"Ik heb eens met den jongen Rustig gesproken," zei de goeverneur, +"maar van dat legaat weet hij niets. Toch heeft hij een verklaring +aan de hand gedaan. Toen hij namelijk als duivel de oude dame zulk +een schrik op het lijf joeg, hebt gij het zwaarlijvige schepsel in +uw armen opgevangen en daardoor voor een gevaarlijken val behoed." + +"Ik herinner me niets van de heele geschiedenis; en dan, duizend +dubloenen voor het oprapen van een oude dame!" + +"Waarom niet? Ik ken die familie als onnoemelijk rijk, en als het +arme schepsel gevallen was, zou 't haar misschien den dood hebben +gekost. Heel begrijpelijk dus, dat ze haar redder ruim wenschte +beloonen. Uw naam uit te visschen was ook zoo moeilijk niet, want +gij waart in uniform." + +"Ja," antwoordde kapitein Wilson, "ik weet er ook geen andere +verklaring aan te geven en zal 't er dus maar voor houden, dat de uwe +de juiste is. Toch vind ik het wel wat kras duizend dubloenen aan te +nemen voor een eenvoudige beleefdheid." + +"Och wat! zoo'n bedrag heeft voor die familie niets te beteekenen, +terwijl het voor u met uw groot gezin een aardig buitenkansje +is. Geloof me, al had de val haar het leven niet gekost, een been +zou ze al licht gebroken hebben." + +"Op die veronderstelling zal ik het legaat dan in 's hemelsnaam maar +aannemen," antwoordde kapitein Wilson lachend. + +"Wel natuurlijk, zend er terstond iemand op uit. De wisselkoers staat +op dit oogenblik juist zeer hoog en gij zult voor de duizend dubloenen +nu bijna vier duizend pond krijgen." + +"Vier duizend pond voor het op de been houden van een oud wijf!" riep +Wilson uit. + +"Ja, 't is verduiveld goed betaald, Wilson, ik wensch je geluk." + +"Wat ben ik den vader van onzen Rustig toch veel dank +verschuldigd!" merkte de kapitein na eenig zwijgen op. "Als hij me +niet door zijn geldelijken steun aan een schip geholpen had, zou +ik niet bevorderd zijn, geen drie duizend pond als aandeel in den +gemaakten buit ontvangen hebben, niet het kommando hebben gekregen +over een mooi fregat en nu nog in een ommezien vierduizend pond." + +De gouverneur dacht bij zichzelf, dat voor dit alles aan Jack meer +dank toekwam dan aan diens vader, maar hij was verstandig genoeg om +daarover te zwijgen. + +"'t Is waar," zei de goeverneur, "de hulp van den ouden heer Rustig +mag niet voorbijgezien worden, maar het meest hebt ge toch aan uw +eigen flinkheid te danken." + + + + +Twintigste hoofdstuk. + + Jack ontvangt een brief van zijn vader. Don Silvio weet zich + onder een valschen naam bij den goeverneur in te dringen. + + +Hier werd het gesprek gestoord door de aankomst van een bezending +brieven uit Engeland. Kapitein Wilson begaf zich met de voor hem +bestemde naar zijn kamer, de goeverneur hield zich bezig met de zijne +en onze held kreeg voor het eerst een schrijven van zijn vader. Het +luidde als volgt: + + + "Waarde zoon. + + Al menigmaal heb ik het plan opgevat u te laten weten hoe + 't hier in deze streken geschapen staat. Maar daar ik om mij + heen niets dan ellende bespeur, heb ik telkens de pen weer + neergelegd, ten einde u niet te bedroeven met de mededeeling + er van. + + De tijding van uw dood en ook het latere bericht, dat gij + onverhoopt voor ons gespaard waart gebleven, zijn in orde + ontvangen en ik houd me overtuigd, dat ik zoowel de smart + als de vreugde met de voor een wijsgeer passende kalmte + heb gedragen. In het eerste geval troostte ik mij met de + overweging, dat de door u verlaten wereld in een staat + van slavernij verkeerde en gebukt ging onder den druk der + geweldenarij zoodat te sterven slechts onze vrijheid ten goede + kon komen; en in het tweede geval matigde ik mijn blijdschap + om dezelfde redenen, vast besloten als ik ben om zoowel + in leven als in sterven mij een waar wijsgeer te betoonen, + wat Dr. Middleton er ook van moge zeggen. + + Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik overtuigd word, dat + niets de wereld gelukkig kan maken dan gelijkheid en zuivere + inachtneming van de rechten van den mensch--kortom dat alles + en iedereen op één zelfde peil diende gebracht te worden. + + Ja, mijn zoon, als ik niet bleef hopen, dat de zon der + gerechtigheid zal verrijzen, om al de donkere wolken, die + het land verduisteren, te verdrijven--als ik niet bleef + hopen nog eenmaal een gelijke verdeeling van alle eigendom + te beleven--dan zou ik er me niet om bekommeren, hoe eer hoe + liever dit tranendal vol dwingelandij en ongerechtigheid te + verlaten. Doch het groote werk der bevrijding van het menschdom + zal volbracht worden, in weerwil van het schouderophalen en + hoofdschudden van zulk een koppigen, eigenwijzen kerel als + Dr. Middleton. + + Uw moeder leeft heel stilletjes voort; werken of lezen + doet ze niet meer, ja zelfs haar breikous heeft ze er aan + gegeven; zij zit nu maar den ganschen dag in een hoekje + van den haard met haar duimen te spelen in afwachting van + het duizendjarig rijk. Arm schepsel! wat ze daar al niet + voor onzin over uitkraamt! Doch ik laat haar stil begaan, + en volg het voorbeeld van den griekschen wijsgeer Socrates, + die met zijn Xantippe ook heel wat te stellen had. + + Ik hoop, waarde zoon, dat met de jaren uwe beginselen in + vastheid zullen gewonnen hebben en dat gij, indien zulks + noodig is, alles zult opofferen ter bereiking van datgene wat + in mijne oogen het duizendjarig rijk is. Zie zooveel mogelijk + aanhangers voor onze denkbeelden te winnen en geloof mij + + + Uw toegenegen vader en trouwen gids + NICODEMUS RUSTIG." + + + +Jack schudde het hoofd en lei den brief met een zucht neer, ontevreden +over zijn vader en over zichzelf. Het liep echter tegen etenstijd en +dus ging hij zich kleeden voor het diner bij den goeverneur, waarop +ook Gascoigne genoodigd was. Nauwelijks waren ze in de ontvangkamer +gekomen, of Sir Thomas trad op hen toe: + +"Gij beiden verstaat Italiaansch, heeren, doe me dus het genoegen +u van middag bezig te houden met een Siciliaansch officier, die mij +zeer aanbevolen is." + +Zij werden nu voorgesteld aan een slank jongmensch van een kaap +uiterlijk, maar die toch iets onaangenaams in zijn blik had. Aan +tafel werd Don Matthias, zoo luidde zijn naam, tusschen onze beide +adelborsten geplaatst en deze begonnen terstond een gesprek met hem, +begeerig als ze waren om iets te vernemen omtrent hun vrienden te +Palermo. Zoo onder het praten vroeg Jack of hij ook kennis had aan +Don Rebiera, waarop de Siciliaan bevestigend antwoordde, en weldra +hadden ze 't heel druk over de verschillende leden der familie. Tegen +het einde van het diner vroeg Don Matthias onzen held hoe hij met +Don Rebiera in kennis was gekomen en Jack vertelde nu hoe hij en +zijn vriend Gascoigne den man gered hadden uit de handen van twee +schurken. Na deze mededeeling scheen het opeens uit te raken met +de spraakzaamheid van den jongen officier, maar toch gaf hij bij +het afscheid nemen zijn hoop te kennen onze adelborsten nog nader +te ontmoeten. Nauwelijks was hij vertrokken of Gascoigne merkte op: +"Me dunkt, ik heb dat gezicht meer gezien, maar waar, dat wil me niet +te binnen schieten." + +"Ik kan me niet herinneren hem ooit ontmoet te hebben," antwoordde +onze held, "maar in dergelijke opzichten is jouw geheugen heel wat +beter dan het mijne." + +Er werd niet verder over gesproken en Jack was al weer aan het +luisteren naar den goeverneur en kapitein Wilson, die nog alleen van +de partij over waren, toen Gascoigne, nadat hij geruimen tijd had +zitten soezen, opeens van zijn stoel opsprong en uitriep: + +"Nu ben ik er achter!" + +"Waar achter?" vroeg kapitein Wilson. + +"Achter den naam van dien Siciliaanschen officier--ik wist ook wel, +dat ik hem meer gezien had." + +"Dien Don Matthias?" + +"Neen, Sir Thomas! Niet Don Matthias! Hij is niemand anders dan Don +Silvio, die op het punt stond Don Rebiera te vermoorden, toen wij te +hulp schoten en den man redden." + +"Ik geloof waarlijk dat je gelijk hebt, Gascoigne." + +"Stellig heb ik dat," hernam Gascoigne; "nog nooit heb ik me in zoo +iets vergist." + +"Reik me die brieven eens aan, Rustig," zei de goeverneur, "dan zullen +we eens zien hoe hij genoemd wordt. Hier heb ik 't--Don Matthias de +Alayeres. Je hebt 't zeker mis, Gascoigne; bedenk wel, dat ge een +zware beschuldiging tegen dien jongen man inbrengt." + +"Dat weet ik, Sir Thomas, maar ik zou er mijn heele traktement onder +durven verwedden, dat 't Don Silvio is. Ook heb ik wel degelijk +opgemerkt, dat hij van kleur verschoot, toen Jack hem verhaalde, +dat wij beiden het geweest waren, die Don Rebiera te hulp waren +gekomen. 't Is jou toch zeker ook niet ontgaan, Jack, dat hij later +haast geen woord meer gesproken heeft." + +"Dat is zoo," antwoordde Jack. + +"Dan zullen we aan 't onderzoeken moeten," merkte de goeverneur op; +"want in dat geval is de aanbevelingsbrief bedriegerij." + +Allen begaven zich nu naar bed, en terwijl Rustig en Gascoigne den +volgenden morgen nog eens hun vermoedens bespraken, werden er brieven +uit Palermo voor hen gebracht. Zij dienden ter beantwoording van +Jack's schrijven bij hun aankomst op Malta; eenige regels van Don +Rebiera, een klein briefje van Agnes, en een uitvoerig schrijven van +zijn vriend Don Philip, waarin onder anderen ook voorkwam, dat Don +Silvio opnieuw een aanslag gewaagd had op hun vaders leven, welke +toeleg gelukkig verijdeld was. Waarschijnlijk was de ellendeling met +een der marktschuiten naar Malta ontsnapt. + +Dit nieuws werd bij het ontbijt terstond aan den gouverneur en aan +kapitein Wilson medegedeeld. + +"We zullen dat eens onderzoeken," merkte de gouverneur op, die nu +ook naar den verderen inhoud der brief vroeg. + +Jack en Gascoigne hadden rust noch duur aan het ontbijt en niet +zoodra was dit afgeloopen, of zij pakten zich stilletjes weg. Toen +kapitein Wilson eenige oogenblikken later opstond om naar boord te +gaan, waren de beide adelborsten nergens te vinden. + +"Ik begrijp 't al, Wilson," zei de gouverneur; "laat ze maar aan mij +over, en ga zelf gerust naar boord." + +Intusschen hadden onze beide vrienden een eenzamen vestingwal +opgezocht, waar ze niet licht gestoord zouden worden, "Je vermoedt +zeker wel wat ik van plan ben, Gascoigne," zei Jack. "Ik wil dien +ellendeling nog dezen morgen een kogel door den kop jagen." + +"Alles goed en wel, Jack, maar dat is eigenlijk mijn werk en niet +het jouwe; ik heb hem ontdekt, dus behoort hij mij." + +"Dat staat nog te bezien," hernam Jack; "hij heeft 't toegelegd op +het leven van den man, dien ik eens mijn schoonvader hoop te noemen, +en dus heb ik het meeste recht op hem." + +"Bedenk wel, Jack, dat hij een aanverwant van Agnes is; jij mag je dus +niet met zijn bloed bezoedelen, want dat zou later voor je huwelijk +een groot bezwaar kunnen opleveren." + +Dit bracht Jack tot nadenken en na nog wat gehaspel werd er bepaald, +dat Gascoigne met Don Silvio zou vechten, terwijl Jack de uitdaging +zou overbrengen. Zij lieten er geen gras over groeien en Jack begaf +zich onmiddellijk naar het logement, waar de Siciliaan zijn intrek +genomen had. + +Bij Don Silvio binnen gelaten, vond hij hem bezig met het wetten +van een tweesnijdenden dolk. De Siciliaan trad hem te gemoet en stak +hem met voorgewende hartelijkheid de hand toe, maar Jack zei met een +uitdagenden blik: "Don Silvio, wij kennen u; ik kom hier alleen om +namens mijn vriend voldoening van u te vragen. En waarlijk, gij moogt +nog van geluk spreken, want het is toch vrij wat verkieselijker te +sterven door de hand van een fatsoenlijk man dan aan de galg." + +Don Silvio werd opeens doodsbleek--zijn hand deed een greep naar zijn +dolk, maar deze was op tafel blijven liggen; ten slotte antwoordde hij: +"'t Is goed, meneer, over een uur zal ik mij met hem meten, waar gij +maar verkiest." + +Jack gaf op waar de ontmoeting zou plaats hebben en ging heen. Hij +spoedde zich met Gascoigne naar de woning van een officier met wien +ze bevriend waren, en, na zich bij deze van de noodige vuurwapenen +voorzien te hebben, kwamen zij nog vóór den bepaalden tijd op de +aangeduide plek. Zij wachtten geruimen tijd, maar wie er verscheen--Don +Silvio niet. + +"Hij heeft de plaat gepoetst," merkte Gascoigne op; "de schurk is +ons ontsnapt." + +Reeds was er een half uur na het vastgestelde tijdstip verstreken +en nog altijd was er geen spoor te zien van Gascoigne's tegenpartij; +maar wel kwam een der adjudanten van den gouverneur op hen af. + +"Daar heb je Atkins," zei Jack; "dat treft ongelukkig, maar hij zal +wel geen bezwaar maken." + +"Heeren," zei Atkins, heel deftig groetende, "de gouverneur wenscht +dringend u beiden te spieken." + +"Op dit oogenblik kunnen we onmogelijk komen, maar over een half uur +zullen we er wezen." + +"Gij moet er echter binnen drie minuten zijn. Neem me niet kwalijk, +maar ik heb uitdrukkelijke bevelen en om ze stipt te kunnen uitvoeren, +staat er een korporaal met eenige manschappen achter den vestingwal +geposteerd--maar natuurlijk, als gij gewillig meegaat is die hulp +overbodig." + +"Dat is een vervloekte dwingelandij," riep Jack uit. Er bleef hun +echter geen keus over, en daarom volgden zij meneer Atkins naar het +gouvernements gebouw, waar zij Sir Thomas aantroffen onder de waranda, +die het uitzicht gaf op de haven en de open zee. + +"Kom eens hier, heeren." zei de gouverneur op strengen toon; "ziet ge +daar ginds op twee mijlen van de kust dat schip wel? Daarmede wordt +Don Silvio gevankelijk naar Sicilië overgebracht. En onthoudt nu wel +den levensregel, dien ik u zal aangeven: Vecht als het noodig is met +fatsoenlijke menschen, maar nooit met schurken en moordenaars. Een +tweegevecht met een ellendeling aan te nemen, is even onteerend als +een fatsoenlijk man voldoening te weigeren. Gaat nu heen, want ik +ben boos op u, en komt niet meer onder mijn oogen vóór etenstijd." + + + + +Een-en-twintigste hoofdstuk. + + de Aurora raakt slaags met een Russisch fregat. Luitenant + Pottyfar zoekt vergeefs baat bij zijn universeel geneesmiddel. + + +Maar eer zij den gouverneur aan tafel ontmoetten, was er van de vloot +een sloep aangekomen met depêches van den opperbevelhebber. Daarbij +werd onder anderen aan kapitein Wilson gelast, zooveel mogelijk haast +te maken met het uitrusten van zijn schip en dan te gaan kruisen in +de buurt van Corsica, waar hij een Russisch fregat moest aanklampen; +vond hij 't daar niet, dan moest hij inlichtingen inwinnen en het +overal nazetten, waar het te vinden mocht zijn. + +Alles aan boord van de Aurora raakte nu druk in de weer. Kapitein +Wilson verliet met onzen held en Gascoigne de woning van den gouverneur +en begaf zich weer aan boord, waar zij dag en nacht bleven. Op den +derden dag was de Aurora geheel gereed om in zee te steken en omstreeks +den middag zeilde zij de haven van Valette uit. + +Binnen een week was de Corsikaansche kust bereikt en men behoefte +geen uitkijk in den mast te zenden, want een der officieren of de +adelborsten was er voortdurend van het aanbreken van den dag tot +donker. Van het schip, waarop ze jacht maakten, was echter nog steeds +niets te bespeuren. + +Windstilte gaf eenige dagen vertraging, maar eindelijk maakte een +stevige bries uit het noorden het mogelijk langs den oostkant van +het eiland zuidelijk koers te zetten. Op den achttienden dag na het +verlaten van Malta, kregen zij omstreeks zestien mijlen voor zich uit +een groot schip in 't zicht. De manschappen zaten op dat oogenblik +juist aan het ontbijt: + +"Een fregat, kapitein Wilson, ik ben er zeker van," zei de eerste +luitenant. + +"Welken koers heeft het?" + +"Denzelfden als wij." + +De Aurora had alle zeilen bijgezet, en toen het volk ging schaften +had ze al ongeveer twee mijlen gewonnen op het achtervolgde vaartuig. + +"Dat zal een langdurige jacht zijn, nu we beiden denzelfden koers +hebben," merkte Martin tegen Gascoigne op. + +"Ja, dat vrees ik ook--maar het ergste is nog, dat het misschien +zal ontsnappen." + +"Daar is ook wel kans op," antwoordde zijn kameraad. + +"Och wat, jij altijd met je Jobsgedachten!" viel Gascoigne uit. + +"Ja, maar ik heb 't toch niet zoo dikwijls mis;" herman Martin. "Twee +dingen zijn maar de vraag: vooreerst, zullen we het schip inhalen of +niet--en dan als we het inhalen, is 't wel het vaartuig, waarop wij +'t gemunt hebben." + +"'t Schijnt jou al heel weinig te kunnen schelen." + +"Dat is volstrekt het geval niet; reken maar eens aan, ik ben +de oudste adelborst hier aan boord; als ik het bemachtigen van het +fregat overleef, zal ik eindelijk eens bevorderd worden, en schiet ik +er het hachje bij in, welnu dan is de bevordering overbodig. Maar ik +ben al zoo dikwijls teleurgesteld, dat ik maar nergens meer op reken, +zoolang ik 't niet goed en deugdelijk heb." + +"Nu, om jou mag ik maar lijden, Martin, dat het gindsche schip +hetzelfde is dat we zoeken, dat we er het leven afbrengen, en dat +jij bevorderd wordt." + +"Dankje, Rustig--ik wou dat ik er ook op durfde hopen." + +"Ze hebben bij den wind gebrast, kapitein," riep de tweede luitenant +uit de stengedwarszalings. + +"Wat dunk jou er van, Martin?" vroeg Jack. + +"Dat 't een Engelsch fregat is, of dat het schip een flinke bemanning +heeft en een dapperen kerel tot kommandant." + +De zon begon onder te gaan eer de Aurora het schip tot op twee mijlen +genaderd was. Er was geseind, maar dit bleef onbeantwoord, hetzij dat +het te donker was om de kleuren van de seinvlaggen te onderscheiden, +hetzij de vijand die niet kende. De vreemdeling had de Engelsche vlag +geheschen, maar dat kon nog niet gelden voor een afdoend bewijs, +dat hij tot een bevriende natie behoorde; en even vóór donker had +hij den steven naar de Aurora gewend, die nu recht op hem aan was +gekomen. Van de bemanning der Aurora was ieder op zijn post, want +binnen weinige minuten zou het beslist zijn, of ze met een vriend of +met een vijand te doen hadden. + +Nu is er haast geen lastiger geval denkbaar, dan zoo'n ontmoeting: +met een schip, waarvan men niet weet, wat men er aan heeft. Men moet +zich geheel tot den aanval gereed houden en zorgen dat de vijand, +als het er een is, geen voordeel trekke uit uw dralen met handelend +op te treden; en aan de anderen kant dient de grootste voorzichtigheid +in acht genomen, opdat ge niet op een vriend en landgenoot losbrandt. + +Kapitein Wilson had het nachtsignaal geheschen, maar met al de zeilen +zou 't voor het andere schip moeielijk zijn het op te merken. Om nu +dit bezwaar uit den weg te ruimen en alle vergissing te voorkomen, +liet kapitein Wilson, toen de twee fregatten elkaar tot op drie +kabellengten genaderd waren, de bezaan opgeien, zoodat het seinlicht +duidelijk zichtbaar werd. + +Er kwamen op het andere schip wel lichten in beweging, alsof ze van +plan waren te antwoorden, doch ze bleven maar steeds de Aurora aan lij +houden tot op ongeveer een halve kabellengte, en toen de schepen elkaar +bijna vlak op zij waren gekomen, werd er in het Engelsch geroepen: + +"Schip ahoy! wat voor schip is dat?" + +"Zijner Majesteits fregat Aurora," riep kapitein Wilson, die boven +op de verschansing stond. "En wat voor schip is het uwe?" + +In plaats van het verwachte antwoord "zijner Majesteits schip ----" +hoorden zij opeens de kanonnen losbranden en kreeg de Aurora de volle +laag op zulk een geringen afstand, dat de uitwerking geducht was. De +bemanning van de Aurora was, toen er in het Engelsch gepraaid werd, in +de meening geraakt, dat het een van hun eigen kruisers zou zijn. Zij, +die de stukken bedienden, hadden teleurgesteld de talierepen laten +vallen en de stilte, die er geheerscht had, zou juist afgebroken +worden door uitingen van ontevredenheid over zoo'n tegenvaller, +toen het gedonder van het geschut hun opeens in de ooren klonk, en +het splijten en scheuren van balken en planken hen voor een oogenblik +deed versuffen. Menigeen moest naar beneden gedragen worden, maar het +viel moeilijk te zeggen wat er bovendreef, de verontwaardiging over +den verraderlijken aanval of de voldoening, nu het bleek dat ze niet +voor niets op hun post waren geroepen. In elk geval weerklonk er een +driewerf hoera! waardoor het gekreun en gekerm dergenen, die naar de +ziekenboeg werden gesjouwd, overstemd werd. + +"Volk aan de bakboordsstukken en klaar om te wenden!" bulderde kapitein +Wilson en haastte zich van de verschansing. "Terdege uitkijken, +jongens, en goed gemikt, hoor! We zullen ze die aardigheid eens flink +betaald zetten." + +De Aurora was gewend en loste de volle laag op het achterschip van +het Russische fregat. Het was bijna donker, maar de vijand scheen al +even verlangend naar den strijd als de Aurora. Binnen vijf minuten +waren de twee schepen elkaar op zij gekomen en openden op weinig meer +dan een pistoolschot afstand een moorddadig vuur. + +Na een verwoed gevecht van een half uur, ging kapitein Wilson van +beneden naar het bovendek en richtte zelf stuk voor stuk de geladen +kanonnen, de midscheepsche op de groote rust van den vijand, en ook die +van het voor- en van het achterschip zóó, dat al de schoten ongeveer +op de zelfde hoogte moesten treffen. Vervolgens gaf hij bevel dat op +het gegeven kommando alle tegelijk moesten afgevuurd worden. De vijand +begreep niet waarom er zoo gedraald werd met schieten en verbeelde +zich al, dat de Aurora het vuren opgaf. Maar opeens kreeg hij de +volle laag en, hoe donker het ook was, toch kon men de uitwerking +waarnemen. Er was een geducht gat in het schip geslagen en de groote +mast tuimelde over boord. De Aurora maakte nu, dat ze dwars voor den +Rus kwam te liggen, en begon uit de bovendeksstukken met schroot te +schieten, om den vijand alle werkzaamheid aan dek te verhinderen, +terwijl de batterij van het hoofddek een vernielend vuur op den romp +bleef onderhouden. + +De maan brak door de wolken en stelde hen in staat met meer juistheid +te werk te gaan. In een kwartier was het Russische schip al zijn masten +kwijt en kon kapitein Wilson de helft van zijn manschappen aan het +herstellen der geleden schade zetten. De vijand bleef nog met vier +stukken het vuur beantwoorden, maar het duurde niet lang of ook deze +vier waren tot zwijgen gebracht. De Aurora staakte nu den strijd en de +tweede luitenant werd met een der sloepen, die ongehavend was gebleven, +afgezonden om zich te vergewissen of het fregat zich gewonnen gaf. + +De heldere maan wierp een zilverachtig licht over het water, toen +de boot afzette; kapitein Wilson en de officieren, die niet gewond +waren, leunden over de deerlijk gehavende verschansing van de Aurora +en wachtten het antwoord af. Op eens werd de stilte van den nacht +verbroken door een vervaarlijk geraas van den kant van het Russisch +fregat, op dat oogenblik ongeveer drie kabellengten van hen verwijderd. + +"Wat zou dat zijn?" riep kapitein Wilson uit. "Het anker hebben ze +vroeger al laten vallen, dat kan 't dus niet wezen. Je moest eens +loden, meneer Jones, en zien hoeveel water we hebben." + +Meneer Jones was al lang doodelijk gewond naar beneden gedragen, +maar een ander wierp het lood uit en peilde zeven vademen. + +"Dan zal hij 't ons, vrees ik, nog lastig genoeg maken," merkte Wilson +op; en dat bleek ook spoedig, want de Russische kapitein had den +tweeden luitenant in het Engelsch toegeroepen, "dat hij zijn vraag +met het geschut beantwoorden zou" en was bijna onmiddellijk daarop +weer begonnen te vuren op de Aurora. + +Kapitein Wilson maakte zeil en voer aanhoudend om het geankerde schip +heen, zoodat hij het bij beurten rechts en links de volle laag kon +geven. De hardnekkigheid, waarmee de dappere Rus den strijd volhield, +gaf kapitein Wilson de overtuiging, dat de man liever zou blijven +doorvechten tot zijn schip zonk dan de vlag te strijken; en in dit +geval zou de Aurora niet alleen nog verscheidene manschappen moeten +verliezen, maar ook het Russische schip niet buit kunnen maken. Daarom +besloot kapitein Wilson tot een beslissenden stap. Na een kort overleg +met zijn officieren klampte hij den Rus aan boord, en sprong aan het +hoofd zijner manschappen op het vijandelijk dek over. + +Er volgde nu een allerhevigst gevecht van man tegen man, waarbij de +Russische kapitein en het gering getal manschappen, dat hij nog over +had, zich dapper verweerden. Lang kon echter de tegenstand niet duren +en weldra was het Russisch fregat in handen der Engelschen. + +Zoodra het dek opgeruimd was, liet kapitein Wilson de luiken sluiten en +gaf aan een deel zijner manschappen last aan boord van het veroverde +vaartuig te blijven, terwijl hij zelf zich haastte onderzoek te gaan +doen naar den toestand van zijn eigen schip. + +De dag was al aangebroken eer aan boord der Aurora de boel weer zoo +wat op orde was gebracht. De meeste gewonden waren intusschen in de +hangmatten gelegd, terwijl er ook enkelen waren, die een amputatie +moesten ondergaan. + +De timmerman had al de geschoten gaten onder of dicht bij de waterlijn +hersteld en was daarna begonnen het lek van het buitgemaakte vaartuig +te stoppen. Ofschoon aan het bovengedeelte erg gehavend, was er toch +geen aanleiding om te veronderstellen dat het ook beneden de waterlijn +ernstige schade had beloopen en daarom bleven de luiken gesloten, +ofschoon eenige manschappen aan de pompen werden gesteld om te zien of +het schip ook water maakte. Zoodra de Aurora er weer wat behoorlijk +uit begon te zien, ging kapitein Wilson opnieuw aan boord van het +veroverde schip, waar het dek, nu het helder licht geworden was, +een vreeselijk bloedbad te aanschouwen gaf. Lijk na lijk werd over +boord geworpen en aan de gewonden zoodra mogelijk hulp verleend; +de luiken werden afgenomen en het overschot der bemanning aan dek +gekommandeerd; ongeveer tweehonderd gaven gehoor aan dat bevel, maar +het zag er beneden, wat dooden en gewonden betrof, al even ellendig +uit als boven. De gevangenen werden op de Aurora overgebracht en daarna +begon het schiften van dooden en levenden. Vervolgens werden de meest +noodige herstellingen gedaan en een deel der bemanning van de Aurora, +onder bevel van den tweeden luitenant, er aan boord gezonden. Den +ganschen nacht werd er doorgewerkt en eerst den volgenden morgen +kon de Aurora, met de Drietand, zoo heette het Russische fregat, +op sleeptouw, onder zeil gaan. + +In dat moorddadig gevecht had de Drietand meer dan tweehonderd man +aan dooden en gewonden. Het verlies der Aurora was niet zoo groot, +maar toch belangrijk genoeg, namelijk zes en vijftig manschappen en +officieren. Onder de gesneuvelden behoorden de stuurman Jones, de derde +luitenant en twee adelborsten. Meneer Pottyfar, de eerste luitenant, +was al bij het begin van den strijd zwaar gewond. De stuurmansmaat +Martin en Gascoigne waren ook beiden getroffen, de eerste doodelijk, +de tweede vrij ernstig. Onze held had een jaap met een sabel gekregen, +zoodat hij zijn arm een tijdlang in een doek moest dragen. + +Nog voordat de Drietand geënterd werd, was Mesty door een splinter +geraakt, maar hij was aan dek gebleven om als een vader over Jack te +waken en hem te beschermen. Ja, hij had nog meer gedaan; want toen +kapitein Wilson met het plat van een sabel een slag kreeg, die hem +deed suizebollen en op de knieën schieten, had hij zich met Jack vóór +hem geworpen. En Jack had gezorgd, dat kapitein Wilson niet onbekend +bleef met den grooten dienst, hem door Mesty bewezen. + +"Maar je zult wel bij Mesty geweest zijn, toen hij me het leven redde," +merkte kapitein Wilson op." + +"Dat was ik ook, meneer," antwoordde Jack bescheiden, "maar zonder +dat ik zelf veel kon uitrichten." + +"Hoe gaat 't van avond met uw vriend Gascoigne!" + +"O, lang niet slecht, meneer; hij krijgt trek in een glas grog." + +"En met Martin?" + +Jack schudde bedenkelijk het hoofd. + +"De dokter is toch van oordeel, dat hij weer zal beteren." + +"Ja, meneer, dat heb ik Martin ook verteld; hij vond 't heel goed, +dat men hem hoop gaf--maar zelf dacht hij er anders over." + +"Je moet hem wat opmonteren, meneer Rustig; zeg hem, dat hij vast op +bevordering kan rekenen." + +"Dat heb ik hem al gezegd, meneer, maar hij wil 't niet gelooven. Hij +zal er geen geloof aan slaan, zoolang hij niet de geteekende +aanstelling onder zijn oogen krijgt. Ik denk bepaald, dat zoo'n stuk +nog gunstiger op hem zou werken dan de dokter." + +"Nu, meneer Rustig, morgenochtend zal hij 't hebben. Hebt ge meneer +Pottyfar ook bezocht? Ik vrees, dat het slecht met hem zal afloopen." + +"Dat vrees ik ook, meneer; hij wordt iederen dag erger, ofschoon toch +de wond gunstig staat." + +Zoo praatte Jack met zijn kapitein, toen zij den derden morgen na +het gevecht aan het ontbijt zaten. + +Den dag daarna bracht Rustig een voorloopige aanstelling voor Martin +beneden en stelde hem die ter hand. De arme stakker, die in een +verband in zijn hangmat lag, doorlas het stuk nauwkeurig. + +"'t Is maar een voorloopige aanstelling, Jack," zei hij; "misschien +wordt ze niet bekrachtigd." + +Jack zwoer bij al de krijgsartikelen, dat 't wel degelijk gebeuren zou; +maar Martin bleef volhouden, dat 't nooit zoo ver zou komen. + +"Neen, neen," zei hij, "ik wist wel, dat ik 't nooit tot stuurman zou +brengen. Wordt de aanstelling niet bekrachtigd, dan zal ik in leven +blijven, maar gebeurt dat wel, dan sterf ik stellig." + +Iedereen, die Martin in zijn hangmat kwam opzoeken, wenschte hem geluk +met zijn bevordering, maar zes dagen na het treffen met den vijand, +werd het stoffelijk overschot van den armen Martin aan de golven +prijs gegeven. + +Het spoedigst volgde hem de eerste luitenant Pottyfar, die, gewond als +hij was, een pakje van zijn universeel geneesmiddel had weten machtig +te worden, en er zooveel fleschjes van geledigd had, dat hij op een +goeden morgen dood in zijn hangmat werd bevonden, met meer dan twee +dozijn leege fleschjes onder zijn hoofdkussen en naast zijn matras. + + + + +Twee-en-twintigste hoofdstuk. + + Menschlievendheid met ondank beloond. Jack en zijn vrienden + in levensgevaar, maar nog intijds van den dood gered. + + +Binnen drie weken liep de Aurora, met haar buit op sleeptouw, de +haven van Malta binnen, maar een lange rust werd haar niet gegund, +want er waren dringende tijdingen naar de overheid van Palermo over +te brengen. Hiermede nu werd kapitein Wilson belast. Na ontvangen +antwoord moest hij naar Malta terugkeeren, degenen van zijn manschappen +opnemen, die intusschen genoegzaam hersteld waren om het hospitaal +te kunnen verlaten, en vervolgens zich bij de vloot voor Toulon gaan +voegen. Jack was buiten zichzelven van blijdschap nu hij gelegenheid +zou krijgen om Agnes en haar broeders weer te ontmoeten. + +Opnieuw verliet de Aurora de hooge klippen van Valette en doorkliefde +onder een flinke bries de donkerblauwe golven. Maar tegen den avond +begon de wind weer op te steken, zoodat ze de marszeilen dubbel +moesten reven. Den tweeden dag voeren ze langs de kust van Sicilë, +niet ver van de plek, waar Rustig en Gascoigne aan den wal gedreven +waren. Het weer was intusschen veel kalmer geworden en de zee tot +bedaren gekomen. Daarom stuurden ze dicht onder de kust, wijl de wind +niet gunstig was voor de vaart naar Palermo. Als gewoonlijk werden +nu de kijkers naar land gericht, naar de villa's, waarmee de heuvels +en dalen bezaaid waren. + +"Wat is dat, Gascoigne," zei Rustig, "daar onder die overhellende +rots?--'t lijkt wel een schip." + +Gascoigne bracht zijn kijker in de aangewezen richting.--"Ja, 't is +een schip, dat op de klippen zit: naar den voorsteven te oordeelen is +'t een galei." + +"Dat is 't ook," riep de uitkijk, "ik kan de roeibanken duidelijk +onderscheiden." + +Dit werd aan kapitein Wilson meegedeeld, die nu zelf een onderzoek +instelde. + +"Ze zit op de rotsen, dat is zeker," merkte hij op, "en ik verbeeld me +ook, dat ik volk aan boord zie. Eén streek afhouden, kwartiermeester!" + +De Aurora werd nu recht op het schip aangestuurd, en na een uur was +ze niet meer dan een mijl er van verwijderd. Hun vermoedens waren +juist geweest--'t bleek een van de Siciliaansche goevernementsgaleien +te zijn, die op de klippen gesmeten was, en ze zagen nu ook, dat er +menschen aan boord waren, die met stukken linnengoed seinen gaven. + +"'t Zijn stellig galeislaven; want ik bemerk, dat ze geen van allen +van plaats veranderen. De officieren en matrozen moeten de galei +verlaten en de slaven aan hun lot overgelaten hebben." + +"Dat is wreed," zei Jack tot Gascoigne; "de kerels waren wel tot de +galeien veroordeeld, maar niet ter dood." + +"Van de golven hebben ze niet veel genade te verwachten," antwoordde +Gascoigne; "als de wind wat meer landwaarts-in omloopt, zijn ze er +morgen ochtend om koud." + +Ofschoon kapitein Wilson zich niet met dit gesprek inliet, hoorde hij +toch wat er gezegd werd en stemde er volkomen mee in; maar hij kon 't +met zichzelf nog niet eens worden wat hij doen moest; al die menschen +ellendig laten omkomen, of zoo'n bende schurken tegen de maatschappij +los te laten. Na eenige overweging besloot hij tot het laatste. De +Aurora draaide bij en de twee kotters werden afgelaten en bemand. + +"Meneer Rustig, neem gij in den eenen kotter de wapensmeden mee, +roei naar boord van de galei, ontboei die kerels, en breng ze bij +kleine afdeelingen aan land. Meneer Gascoigne, gij vergezelt meneer +Rustig met den anderen kotter, en houd u gereed tot handelen, als soms +de schurken onder het overbrengen een vijandelijke houding mochten +aannemen; want op dankbaarheid valt bij hen niet te rekenen." + +Ingevolge die bevelen, zetten onze beide adelborsten van boord +af. Zij vonden de galei tusschen de rotsen geklemd, terwijl er een +gat in de kiel gestooten was, en, zooals zij reeds vermoed hadden, +was de kommandant met de bemanning in de booten gegaan en had de +slaven aan hun lot overgelaten. + +"Viva los Inglesos!" riepen de kerels, toen Rustig bij hen aan +boord klom. + +"Wel, Ned, heb je ooit zoo'n kostelijk zoodje schurken bijeen +gezien?" merkte Rustig op, toen hij zijn oog had laten gaan over de +tronies der geketenden. + +"Neen," antwoordde Gascoigne; "en, me dunkt, de kapitein zou, als +hij hier eerst een kijkje had genomen, zich wel tweemaal bedenken, +eer hij die bende losliet." + +"Wel mogelijk--maar wij hebben bepaalde bevelen. Sla al de sloten +los, smid, van achteren te beginnen; zoodra we een lading hebben, +zetten we die aan wal." + +"Hoeveel zijn er?--twaalf dozijn.--Twaalf dozijn boosdoeners los te +laten tegen de maatschappij! Ik heb heel veel lust eerst nog eens naar +boord terug te keeren, om er den kapitein over te spreken--honderd +vier en veertig onverlaten, die allen gehangen dienden te worden--want +verdrinken is nog te goed voor hen." + +"We hebben order gekregen hen te bevrijden, Jack." + +"Jawel; maar ik zou er toch eerst wel eens met kapitein Wilson over +willen redeneeren." + +"Ze zullen hen gauw genoeg achter de vodden zitten, Jack, en in een +ommezien zijn ze allen weer ingepikt," hernam Gascoigne. + +"Nu, dan moeten we maar aan de orders gehoorzamen; maar 't stuit me +toch tegen de borst. Sla los, smid!" + +De wapensmid, die evenals de matrozen het met Jack eens scheen te +zijn en nog niet aan het werk gegaan was, begon nu met zijn hamer de +sloten één voor één los te slaan. Telkens als er een slaaf ontboeid +was, moest hij in den kotter; zoodra die voldoende aangeladen was, +voer Jack af, gevolgd door Gascoigne met zijn manschappen, en zette +de kerels op ongeveer een kabellengte afstand aan wal. + +Ze moesten zes gangen maken eer allen aan land waren. Toen de laatste +vracht was afgezet en Jack juist bevel wilde geven om weer van wal te +steken, keerde een der galeiboeven zich om en riep Jack op spottenden +toon toe: "Addio, signor, tot weerziens!" Jack keek verbaasd op +en herkende nu in het morsige, halfnaakte wezen, dat hem toesprak, +Don Silvio! + +"Ik zal Don Rebiera vast van uw komst verwittigen, Signor!" riep de +ellendeling, sprong op de klippen en mengde zich onder de overigen, +die nu hun redders begonnen uit te jouwen en uit te lachen. + +"Ned," zei Rustig tot Gascoigne, "daar hebben we dien schurk ook +losgelaten." + +"Jammer genoeg," antwoordde Gascoigne; "maar wat konden wij er aan +doen? We hebben eenvoudig de gegeven orders uitgevoerd." + +"Ik zal er toch met den kapitein over spreken, zoodra we weer aan +boord zijn," hernam Jack. + +"Te laat, vriend." + +"Je heb gelijk," zuchtte Jack met een uitdrukking van wanhoop op +het gelaat. + +"Zet aan, jongens, zet aan!" + +Jack keerde aan boord terug en rapporteerde wat hij gedaan had; +ook dat Don Silvio onder de bevrijden behoorde. Hij nam tevens de +gelegenheid te baat om zijn bezorgdheid daarover te kennen te geven, +wegens de nabijheid van Don Rebiera's woning. Kapitein Wilson beet +zich op de lippen; hij zag in, dat zijn menschlievendheid hem zijn +gewone voorzichtigheid uit het oog had doen verliezen. + +"Ik heb, vrees ik, een overijlden stap gedaan, meneer Rustig. Ik had de +kerels aan boord moeten nemen en aan de overheid in handen leveren. Had +ik daar maar eer aan gedacht! We moeten zoo spoedig mogelijk naar +Palermo stevenen en zorgen, dat de schurken met een afdeeling soldaten +worden nagezet. Klaar om te wenden, volbrassen de groote ra!" + +Reeds de volgenden morgen ankerden wij voor Palermo, gaven van het +gebeurde kennis aan de overheid, die kapitein Wilson's misplaatste +menschlievendheid naar den duivel wenschte, maar toch onmiddelijk +een sterke troepenmacht afzond, om de losgelaten boosdoeners op te +sporen. Kapitein Wilson, die Jack's bezorgdheid over zijn vrienden +ten volle begreep, riep hem bij zich aan dek, en gaf hem en Gascoigne +verlof om aan wal te gaan. + +"Zou u me willen toestaan, Mesty mee te nemen, meneer?" vroeg Jack. + +"Jawel, meneer Rustig; maar bedenk dat ge, zelfs met Mesty bij u, geen +partij zijt voor een honderd en vijftig man; wees dus voorzichtig. Ik +laat u gaan om uw bezorgheid wat te doen verminderen, maar niet opdat +ge u in gevaar zoudt begeven." + +"Natuurlijk, meneer," antwoordde Jack, sloeg aan en verwijderde zich +heel bedaard. Zoodra hij echter bij het luik gekomen was, schoot hij +ijlings naar beneden en ging onmiddellijk toebereidselen maken voor +zijn vertrek. + +Een half uur later waren onze beide adelborsten en Mesty reeds aan +wal en begaven zich naar het logement, waar zij ook vroeger hun intrek +hadden genomen. Hun eerste vraag was naar Don Philip en diens broeder. + +"Beiden met verlof," antwoordde de herbergier; "ze logeeren bij +Don Rebiera." + +"Dat is ten minste één geluk," dacht Jack. "We moeten zoo spoedig +mogelijk er heen." + +Weldra was er voor paarden en voor een gids gezorgd en om acht uur +in den morgen begaven ze zich op weg in de richting van Don Rebiera's +landhoeve. + +Zij hadden nog geen zes mijlen afgelegd, toen ze een van de +detachementen ontmoetten, die ter vervolging van de losgelaten boeven +waren afgezonden. Onze held herkende in den bevelvoerenden officier +een oude kennis, deelde hem mee, dat ook Don Silvio op vrije voeten +was en verzocht hem zijn richting te nemen naar het verblijf van Don +Rebiera, wien stellig gevaar dreigde. + +"Gij hebt gelijk, Signor," antwoordde de officier; "ik geloof anders, +dat Don Philip er is en ook zijn broeder. Maar in elk geval zal ik +er morgenochtend tegen tien uur wezen; we zullen den ganschen nacht +doormarcheeren." + +"Wapens hebben ze niet," merkte Rustig op. + +"Neen maar die zullen ze spoedig weten te krijgen; zij zullen de een +of andere kleine stad plunderen en dan hun toevlucht zoeken in het +gebergte. Uw kapitein heeft ons een mooi koopje bezorgd." + +Jack wisselde nog een paar woorden met den officier en gaf vervolgens +zijn paard de sporen om zich weer bij zijn gezelschap te voegen. + +Tegen vijf uur in de namiddag bereikten zij het verblijf van Don +Rebiera. Jack wipte uit den zadel en snelde, gevolgd door Gascoigne, +naar binnen. Zij vonden het heele gezin in de ruime huiskamer bijeen, +volkomen onbewust van het gevaar dat hen dreigde en tegelijkertijd +verbaasd en verheugd over de komst hunner oude vrienden. Jack draalde +niet lang met de reden van zijn overhaaste verschijning te melden. + +"Don Silvio met honderd vijftig galeiboeven gisternamiddag op de kust +losgelaten!" riep Don Rebiera uit; "gij hebt gelijk, 't is wonder dat +ze niet reeds den vorigen nacht hier zijn gekomen. Maar ik verwacht +elk oogenblik Pedro terug, die met een lading wijn naar de stad is; +hij zal ons wel nadere tijding brengen." + +"In elk geval moeten we ons op een aanval voorbereiden," zei Don +Philip; "zooals gij zegt, zullen de troepen morgenochtend hier zijn." + +"Hoeveel man kunnen we bijeenbrengen?" vroeg Gascoigne. + +"Wij hebben hier vijf flinke kerels," antwoordde Don Philip, "en dan +mijn vader, mijn broeder en ik zelf." + +"Wij zijn met ons drieën; of er op den gids te rekenen valt, weet +ik niet." + +"Dus alles bijeen twaalf man--dat is niet te veel; maar nu we +voorbereid zijn, zullen we, dunkt me, den aanval wel kunnen weerstaan +tot aan den morgen." + +"Zouden we de dames niet liever wegbrengen?" opperde Jack. + +"En wie zou ze geleiden?" bracht Don Philip daar tegen in; "we zouden +alleen onze krachten versnipperen en bovendien zouden ze in handen +der schurken kunnen vallen." + +"Als we eens allen gezamenlijk het huis verlieten?" gaf Don Rebiera +in bedenking; "ze kunnen niet meer doen dan de woning plunderen." + +"Maar we zouden door hen opgevangen kunnen worden, en tegen zulk een +overmacht beteekent ons aantal niets," merkte Don Philip op. "Hier +hebben we ten minste het voordeel, dat het huis zelf als middel van +bescherming dient." + +"Dat is waar," antwoordde Don Rebiera, "laten we ons derhalve +toerusten, want reken er maar op, dat Don Silvio zulk een mooie +gelegenheid om wraak te oefenen niet zal laten voorbijgaan. Hij zal +nog hedennacht hier zijn; het verwondert me zelfs, dat hij niet reeds +met zijn bende gekomen is." + +"Nu dienen we na te gaan wat voor middelen tot verdediging we hebben," +zei Philip. "Kom, broeder; gaan de heeren ook mee?" + +Jack liet de anderen vast voorgaan en nam de gelegenheid waar, om +in der haast eenige woorden met Agnes te wisselen, maar het gevaar, +dat allen te duchten stond, gunde hem geen rust en spoedig had hij +zich weer bij de overigen gevoegd. + +"Wij hebben genoeg wapens," merkte Don Philip op, "om al onze mannen +behoorlijk te voorzien." + +"En wij zijn ook goed toegerust," verklaarde Jack, die zich weer van +Agnes verwijderd had. "Wat zijn nu uw plannen?" + +"Dat moeten we nog eens zamen overleggen. Het schijnt ----" doch +op dit oogenblik werd het gesprek plotseling gestoord door Pedro, +die met zijn roode muts in de hand kwam binnenstuiven. + +"Hoe nu, Pedro, al zoo vroeg terug?" + +"O signor!" riep de man klagend uit--"ze hebben mijn wagen en wijn +afgenomen en zijn er mee de bergen ingetrokken." + +"Wie?" vroeg Don Rebiera. + +"De losgelaten galeiboeven. De schurken hebben al heel wat +kwaad uitgericht--ze hebben in de huizen ingebroken en alles +weggeroofd--verscheiden menschen vermoord--de beste kleeren, die ze +vonden aangetrokken--wat er aan wapens, mondvoorraad en wijn bijeen te +krijgen was, ingepalmd en zijn er mee in het gebergte gevlucht. Dit +is in den afgeloopen nacht gebeurd. Toen ik nog ongeveer een mijl +van de stad was, hebben ze mij met mijn geladen kar overvallen, +de ossen doen omkeeren en ze mee weggedreven. De kerels zijn met +bloed bemorst, maar 't is niet allemaal menschenbloed, want ze hebben +eenige van de geroofde ossen geslacht, zooals een herder mij vertelde, +maar de man maakte in zijn angst zoo'n haast om weg te komen, dat ik +niets anders van hem te weten kwam. Ach, signor, ik heb ze uw naam +ook hooren noemers." + +"Daar twijfel ik geen oogenblik aan," antwoordde Don Rebiera. "Wat +den wijn aangaat, ik hoop maar dat ze er van avond te veel van zullen +drinken. Maar Pedro, ze komen stellig hierheen, we moeten ons dus +verdedigen--roep jij de anderen eens hier; ik moet ze spreken." + +"Ach, ach, we zullen onze ossen nooit terugzien!" riep Pedro klagend +uit. + +"Neen, maar we zullen ook elkander niet lang meer zien, als we niet +terdege op onze hoede zijn. Er is mij meegedeeld, dat ze nog hedennacht +hier zullen komen." + +"Bij alle heiligen! en ze zijn wel duizend man sterk, wordt er gezegd." + +"Nu, zoo groot is hun getal niet, zoover ik weet," merkte Jack op. + +"Er moeten er heel wat gedood zijn bij hun aanval op de stad." + +"Des te beter. Kom, ga nu, Pedro, drink een glas wijn, en roep dan +de anderen." + +Het huis werd zoo goed mogelijk gebarricadeerd; de eerste verdieping +werd tot een vesting gemaakt door de toegangen met kisten en kasten +te versperren. De bovenverdieping brachten ze op dezelfde manier in +staat van verdediging, opdat ze daarheen zouden kunnen terugtrekken, +als soms de benedendeuren werden stuk gerammeid. + +Het werd acht uur in den avond eer alles klaar was, en ze waren nog +bezig met er de laatste hand aan te leggen, onder opperleiding van +Mesty, die in dat werk van groote bedrevenheid blijk gaf, toen zij +het geluid hoorden van een naderende menigte. Ze keken uit een der +vensters, en zagen het geheele huis omringd door slaven, op het oog +ongeveer honderd in getal. Allen waren op de meest grillige manier +gekleed en hadden blijkbaar maar aangetrokken wat hun voor de hand +was gekomen: sommigen hadden vuurwapens, maar de meesten waren enkel +voorzien van sabels en messen. Een gansche stoet van geroofde dingen +volgde hen: karren met allerlei soort van levensmiddelen en wijn; +zeilen van schepen en sloepen, die in de bergen tot dekking moesten +dienen, hooi en stroo en matrassen. Ook hadden ze een menigte van +allerlei vee bij zich. Zij schenen te staan onder een leider, die +juist bezig was zijn bevelen uit te deelen, en in wien Jack spoedig +Don Silvio herkende. + +"Massa Rustig, wijs me alsjeblieft dien man eens," zei Mesty, "opdat +ik hem goed ken." + +"Zie je daar niet iemand met een geweer in zijn hand voor het front +van die kerels heen en weer loopen? Dat is Don Silvio. Hij heeft een +buis met zilveren knoopen en een witte broek aan." + +"Jawel, Massa Rustig, ik zie hem--laat ik hem nog eens goed +opnemen--ziezoo, nu is 't genoeg." + +De galeiboeven schenen er vooral op uit, het huis zoo te omsingelen, +dat er niemand uit kon ontsnappen, en Don Silvio wees ieder zijn +plaats aan. + +"Ned," zei Jack, "laten we hem toonen dat wij hier zijn. Hij zei +immers, dat hij Don Rebiera van onze komst zou verwittigen--nu moeten +we hem het bewijs leveren, dat hij te laat komt." + +"Dat is geen kwaad idee," antwoordde Gascoigne; "als soms die kerels +nog voor eenig gevoel van dankbaarheid vatbaar mochten zijn, zouden +misschien sommigen hunner terugdeinzen voor een aanval op degenen, +die hen gered hebben." + +"Daar is geen denken aan; maar zij zullen er uit merken, dat er +meer in huis zijn dan zij vermoeden; en we kunnen mogelijk enkelen +schrik aanjagen door de mededeeling, dat de soldaten elk oogenblik +kunnen komen." + +Jack wierp onmiddellijk een venster open, en riep met luide stem naar +buiten: "Don Silvio! galeiboef! Don Silvio!" + +De toegeroepene keerde zich om en zag opeens Jack, Gascoigne en Mesty +voor het venster van de bovenverdieping staan. + +"Wij hebben u de moeite van ons aan te melden bespaard," riep +Gascoigne. "Wij zijn hier om u te ontvangen." + +"En binnen drie uren zullen de troepen ook hier zijn; haast je dus +maar wat, Don Silvio", voegde Jack er bij. + +"Tot weerzien!" vervolgde Gascoigne, en vuurde zijn pistool op Don +Silvio af. + +Het venster werd onmiddelijk daarop weer gesloten. De verschijning +van onze helden en hun aankondiging van de spoedig te verwachten +troepen, bleef niet zonder gevolg. De misdadigers beefden bij de +gedachte daaraan; Don Silvio werd compleet dol--hij betoogde aan +zijn bende de noodzakelijkheid van een onmiddellijken aanval--het +onwaarschijnlijke dat de troepen al zoo spoedig zouden komen, en +gaf hoog op van de schatten, die in Don Rebiera's woning te vinden +moesten zijn. Dit laatste vooral gaf hun weer moed en zij stormden op +de deuren los, die zij trachtten open te loopen; doch dit gelukte niet +en verscheidenen hunner vielen onder de schoten, door de bezetting van +het huis gelost. Na een half uur zagen zij het wanhopige van hun pogen +in en trokken af, maar keerden weldra terug met een langen boom door +zestig man gedragen, om daarmee de deur open te rammeien. Hiertegen +bleek deze niet bestand en vloog al gauw uit de hengsels, zoodat er +nu een toegang gemaakt was. Intusschen was het donker geworden, de +benedenverdieping werd prijs gegeven, maar de versperringen boven aan +de trap beletten de onverlaten verder door de dringen. De verdedigers +hadden behoorlijk schietgaten gemaakt, waardoor ze nu een geregeld +vuur openden tegen de aanvallers, die niet in staat waren dat te +beantwoorden. Zelfs al hadden ze ammunitie gehad voor hun geweren, +wat gelukkig niet het geval was, zou het hun toch onmogelijk geweest +zijn. Het gevecht werd nu hevig, en gedurende het verloop van twee uren +werden de galeislaven herhaaldelijk met groot verlies teruggedreven; +maar aangemoedigd door Don Silvio en opgewekt door bekers wijn, +hernieuwden zij telkens den aanval en wisten langzamerhand veel van +wat hen belemmerde, uit den weg te ruimen. + +"We zullen moeten terugtrekken," riep Don Rebiera uit; "over een poos +hebben ze alles neergerukt. Wat dunkt u er van, signor Rustig?" + +"Dat we zoo lang mogelijk moeten standhouden. Hoe is 't met de +ammunitie gesteld?" + +"Die hebben we nog in overvloed--we kunnen er stellig nog zes uren +mee toe, zou ik denken." + +"Wat zeg jij er van, Mesty?" + +"Hier blijven, zeg ik. Vuurwapens hebben zij niet--en zoo dicht als +ze nu bij ons zijn, is elk van onze schoten doodelijk." + +Dit gaf den doorslag en de verdediging werd nu nog twee uur langer +volgehouden, dan anders het geval zou geweest zijn. Ook gaf het +een niet onwelkome verademing, dat de misdadigers naar de overdekte +karren terugtrokken. + +Ten slotte bleek de barricade niet langer houdbaar, want de zware +stukken huisraad, die zij als versperring opeengestapeld hadden, waren +kort en klein gestooten met de als stormrammen gebruikte palen. Er werd +dus tot terugtrekking besloten; allen haastten zich naar de volgende +verdieping, waar de dames al gebracht waren, en spoedig hadden de +galeislaven de eerste verdieping vermeesterd. Ze waren geprikkeld door +den weerstand, opgewonden door wijn en overwinning, maar vonden niets. + +Nu begon de aanval op de tweede verdieping; maar daar de trap +hier nauwer was en de verdediging er van naar verhouding des te +gemakkelijker, duurde het geruimen tijd eer ze een voet breed wonnen, +terwijl verscheidenen hunner gewond raakten en naar beneden gedragen +moesten worden. + +De duisternis van den nacht belette beide partijen iets +nauwkeurig te onderscheiden en dit was het meest in het voordeel +der aanvallers. Verscheidenen klommen over de verschansing van +opeengestapeld huisraad, en werden gedood zoodra zij zich aan den +anderen kant vertoonden; ja, er werd op het laatst nog enkel geschoten +op degenen, die dergelijke gewaagde pogingen deden. Langer dan vier +uren werden aanval en verdediging op die wijze voorgezet, tot het +daglicht aanbrak en het plan van aanval gewijzigd werd: zij brachten +weer palen aan, rammeiden de stukken huisraad aan gruizelementen en +wonnen grond. De verdedigers waren doodaf, maar gaven het niet op; +zij wisten dat hun eigen behoud en de levens dergenen, die hun het +dierbaarst waren, op het spel stonden en verslapten dus niet in hun +hardnekkigen weerstand. Toch kregen de misdadigers, met Silvio aan +hun hoofd, meer en meer voet, de afstand tusschen de beide partijen +werd hand over hand geringer; er was nog maar één groote kleerkast +die hen scheidde en daaroverheen werden aanhoudend slagen met lange +stokken en sabels uitgedeeld, beantwoord met pistoolkogels. + +"We moeten nu vechten op leven en dood," riep Gascoigne Rustig toe, +"er schiet geen andere keus over." + +"Maar we kunnen toch nog naar den zolder en daar vechten," antwoordde +Jack. + +"Wel dat is goed bedacht, Jack," zei Gascoigne. "Mesty, gauw naar +boven om te zien of er gelegenheid is in geval van nood daarheen +terug te trekken." + +Mesty haastte zich te gehoorzamen en kwam weldra terug met het bericht, +dat ze door een valdeur op zolder konden komen en de ladder achter +zich optrekken. + +"Dan kunnen we hen nog uitlachen," riep Jack. "Mesty, blijf jij hier, +terwijl Gascoigne en ik de dames naar boven helpen," liet hij er op +volgen en verklaarde aan de Rebiera's wat er gebeuren moet. + +Zoodra de signora en Agnes goed en wel boven waren, haastten Rustig +en Gascoigne zich weer naar hun vrienden, die al meer en meer in het +nauw raakten. Lang zou de trap niet meer te verdedigen zijn, vooral +nu de versperringen voor het grootste gedeelte vernield waren en de +aanvallers met groote steenen begonnen te werpen, waardoor twee van +Don Rebiera's bedienden en ook Don Martin getroffen en buiten gevecht +gesteld werden. + +"We moesten terugtrekken," zei Gascoigne; "zijn we eenmaal op zolder, +dan kunnen de steenen ons geen kwaad meer doen. Wat dunkt u, Don +Philip?" + +"Ik ben 't met u eens; laten we eerst de gewonden naar boven dragen +en dan zelf volgen." + +Aan dien raad werd gehoor gegeven en nauwelijks hadden ze de ladder +achter zich opgetrokken, of de galeiboeven, die de laatste hindernissen +overgeklommen waren, stormden hen onder een luid geschreeuw na, +in de meening dat ze nu zeker waren van hun prooi; maar zij vonden +zich erg teleurgesteld, nu het bleek, dat de bestookten nog veiliger +zaten dan te voren. + +Niets kon de woede van Don Silvio zoo tot het uiterste drijven, +als de hardnekkige weerstand der tegenpartij en de veiligheid van +hun toevluchtsoord. Hen te bereiken was onmogelijk, derhalve besloot +hij den boel in brand te steken en hen te doen stikken, als 't niet +anders kon. Hiertoe gaf hij aan zijn volgelingen de noodige bevelen, +maar hij verloor daarbij de voorzichtigheid uit het oog, en toen hij +zich onder de valdeur waagde, liet Mesty een der zware steenen, die +hij mee naar boven genomen had, op Don Silvio's hoofd vallen, zoodat +deze onmiddellijk neerstortte. Zwaar gewond werd hij weggedragen, +maar zijn gegeven bevelen werden toch ten uitvoer gebracht; de kamer +was spoedig gevuld met hooi en stroo en dit in brand gestoken. De +uitwerking er van liet zich weldra gevoelen: wel was de valdeur +dichtgedaan, maar hitte en rook drongen door de reten; na eenigen +tijd begonnen planken en balken vuur te vatten en de toestand werd +allerverschrikkelijkst. Een klein dakvenster werd opengestooten en +gaf althans tijdelijk eenige verademing, maar de rookkolommen werden +aanhoudend dikker. Zij konden niet van zich af zien en ternauwernood +ademhalen. Donna Rebiera zakte als levenloos in de armen van haar +echtgenoot en Agnes in die van onzen held. + +"Massa Rustig, help eens een handje--Massa Gascoigne, kom ook hier. Nu +uit alle macht duwen, als we er één afkrijgen, volgen er meer." + +Op Mesty's aanwijzing zetten Jack en Gascoigne de schouders tegen een +van de benedenste leien van het dak; ze week, raakte los en schoot met +veel geraas naar omlaag. De dames werden nu bij de gemaakte opening +gebracht en kwamen spoedig weer bij kennis. Nu er ééne lei los was, +kostte het weinig moeite er meer los te krijgen en binnen weinige +minuten hadden ze gelegenheid om weer versche lucht te happen. Maar +nog altijd brandde het huis beneden hen en aan ontkomen viel niet +te denken. Terwijl zij hun uiterst geringe kans op behoud bespraken, +dreef een windvlaag de uit het dak opstijgende rookwolken uiteen en +nu zagen zij een afdeeling troepen op het huis aanrukken. Een luide +kreet van blijdschap trok de aandacht der soldaten. Zij bespeurden +Rustig en zijn lotgenooten; in een oogwenk hadden zij de woning +omsingeld en waren er in binnengedrongen. + +De galeislaven, die in huis waren, om naar de door Don Silvio +voorgespiegelde schatten te zoeken, werden gevangen genomen of gedood +en binnen vijf minuten waren de troepen meester. De moeilijkheid was +nu, hoe de menschen boven te redden. Ladders, die zoo hoog reikten, +waren er niet. De kommandant gaf van beneden allerlei teekens om te +vragen wat hij doen moest. + +"Ik zie geen uitkomst," zei Don Philip met een zucht. "Wat te doen?" + +"Ik weet 't niet," antwoordde Jack. "Als we nog maar touwen hadden." + +"Is 't zeker, Massa Rustig, dat al die boeven beneden weg zijn?" vroeg +Mesty. + +"Ja," antwoordde Rustig, "kijk maar; ze liggen daar allen gekneveld +onder bewaking der soldaten." + +"Dan is 't hoog tijd dat we wegkomen." + +"Dat vind ik ook, Mesty; maar hoe?" + +"Hoe? Wacht maar. Help eens, Massa Rustig; deze plank van den vloer +ligt los; komaan, allen geholpen." + +Met vereende krachten werd de plank losgerukt. + +"Nu er als de drommel op losgebeukt en een gat in het plafond +gestooten," zei Mesty, die er al vast mee begon. + +Binnen weinige oogenblikken hadden ze een opening boven een der kamers, +die nog niet door het vuur was aangetast, en Mesty liet er gauw de +ladder door zakken. Allen kwamen behouden naar omlaag en traden, tot +verbazing van den kommandant der troepen, ongedeerd de huisdeur uit. + +Met een luid hoera werden zij ontvangen, en nu er geen menschenlevens +meer te redden vielen, werden alle krachten ingespannen om de vlammen +te blusschen, maar tevergeefs. Het geheele huis brandde uit en slechts +weinig van het huisraad bleef behouden; trouwens het meeste daarvan +was bij de bestorming door Don Silvio en de zijnen toch al vernield. + +Nadat aan Pedro en de overige bedienden orders waren gegeven om al het +door de misdadigers bijeengestolene weer aan de rechtmatige eigenaars +terug te bezorgen, liet Don Rebiera de paarden zadelen en het heele +gezelschap trok onder de hoede der troepen, die intusschen weer +verkwikt en uitgerust waren, den weg op naar Palermo. De galeislaven +volgden geboeid en aan elkaar gekneveld in een lange dubbele rij +onder flinke bewaking. + +Halverwege maakten zij halt, en sloegen voor den nacht hun bivouack +op. Den volgenden dag, tegen den middag zaten Don Rebiera en zijn +gezin alweer in hun paleis en onze beide adelborsten en Mesty namen +afscheid om zich weer naar boord te begeven. + +Jack bracht bij kapitein Wilson zijn rapport uit en begaf zich daarop +naar beneden, heel blij dat alles zoo goed afgeloopen was en ook dat +hij bij zijn terugkeer op Malta weer een verhaal in petto had voor +den gouverneur. + +Drie weken lang bleef de Aurora te Palermo voor anker. Intusschen +werd de vervolging der galeislaven, die nog op vrije voeten waren, +ijverig voortgezet en verscheidenen hunner vielen opnieuw in handen +der overheid. Men kwam nu tevens te weten, dat hun aanvoerder Don +Silvio gestorven was aan de gevolgen der zware verwonding, hem door +Mesty's steenworp toegebracht. + +Jack maakte druk gebruik van de gelegenheid om bij de Rebiera's +bezoeken af te leggen en werd er weldra als een lid van het gezin +beschouwd. Zijn verhouding tot Agnes werd steeds vertrouwelijker +en eindelijk waagde hij het, bij Don Rebiera aanzoek te doen om de +hand zijner dochter. De oude heer was Jack bijzonder genegen en de +verplichting, die hij tegenover onzen held gevoelde, noopte hem te +meer om diens verlangen in te willigen. Alvorens echter toe te slaan, +bedong hij dat Jack zijn vader met zijn plannen bekend maken en zich +van diens toestemming verzekeren zou. + +Jack beloofde dit, en hoe prettig het leventje te Palermo ook voor +hem was, nu begon hij erg naar huis te verlangen en was maar blij, +toen de Aurora eindelijk het anker lichtte en naar Malta koers zette. + +Reeds na een reis van vier dagen liepen zij de haven van Valette +binnen en Jack was niet zoodra aan wal of hij spoedde zich naar het +gouvernementsgebouw, waar Sir Thomas hem met zijn gewone hartelijkheid +ontving en terstond een kamer voor hem in gereedheid liet brengen. + + + + +Drie-en-twintigste hoofdstuk. + + Ongunstige berichten van huis dwingen Jack overijld naar + Engeland terug te keeren. + + +Den volgenden morgen, bij het ontbijt, werden de brieven uit Engeland +binnengebracht en onder het schiften zei de gouverneur: + +"Meneer Rustig, hier zijn er twee voor u; ik vrees, dat ze geen +aangename tijding zullen bevatten, want ze zijn met zwart lak +verzegeld." + +Jack nam met een beleefde buiging de beide brieven in ontvangst en +begaf zich naar zijn kamer. De eerste, dien hij opende, was van zijn +vader en luidde als volgt: + + + + "Mijn beste Jack! + + + Het zal u zeker leed doen te vernemen dat uw arme moeder, + na bijna twee jaren lang in het hoekje van den haard op het + duizendjarig rijk gewacht te hebben, uit dit leven verscheiden + is. Zij was een goede vrouw, en altijd heb ik haar heur eigen + zin maar laten volgen. Haar hoofd heb ik nauwkeurig onderzocht + en de uitkomst van dat onderzoek heeft de betrouwbaarheid + van mijn ontdekking op phrenologisch gebied opnieuw glansrijk + gestaafd. Het arme schepsel is heengegaan en een betere vrouw + en moeder heeft er nooit bestaan. Mijn beste jongen, ik moet er + nu bij u op aandringen, dat ge uw ontslag uit den zeedienst + neemt en zoo spoedig mogelijk huiswaarts keert. Zonder u + kan ik niet leven, en ik heb bovendien uw hulp noodig bij + het grootsche werk, dat ik ga ondernemen. De tijden zijn + aanstaande, dat de zaak der gelijkheid zal triomfeeren; de + vertrapte slaven steken de hoofden reeds op; met mijn gloeiende + toespraken heb ik hen opgewekt en aangevuurd, maar ik begin + oud te worden. U, mijn zoon, vraag ik mijn profetenmantel op + te nemen en dan zal ik glorievol deze aarde verlaten. + + + Uw toegenegen vader, + NICODEMUS RUSTIG." + + + +"Hieruit moet ik begrijpen," dacht Jack, "dat mijn moeder gestorven +en mijn vader gek geworden is." Geruimen tijd bleef onze held in droef +gepeins verzonken; hij wijdde menigen traan aan de nagedachtenis zijner +moeder, die hij wel nooit geëerbiedigd, maar toch liefgehad had. Er +verliep wel een half uur, eer hij den tweeden brief opende. Deze was +van dokter Middleton. + + + + "Mijn waarde vriend! + + + Ofschoon ik nooit briefwisseling met u heb gehouden, meen + ik toch in uw kinderjaren genoeg met u in aanraking te zijn + geweest, om in de gegeven omstandigheden eenige regels tot + u te mogen richten. Dat gij tegenwoordig wel genezen zult + zijn van uw vaders dwaze en onzinnige wijsbegeerte, lijdt + bij mij geen twijfel. Ik was 't, die indertijd, juist met + die bedoeling, uw van-huis-zenden heb aangeraden, en ik ben + er zeker van, dat gij als jongmensch met gezond verstand en + erfgenaam van een groot vermogen, reeds lang het valsche van + uw vaders stellingen hebt ingezien. Uw vader deelt me mede, + dat hij u dringend verzocht heeft naar huis te komen, en + als soms mijn oordeel eenig gewicht in de schaal kan leggen, + vergun mij dan u de inwilliging van dat verzoek ten sterkste + aan te raden. Als gij niet spoedig terugkeert, zult gij nog + tot een bedelaar gemaakt worden, want 't is niet te zeggen wat + al schulden uw vader zich in zijn krankzinnigheid op den hals + kan halen. Zijn voordurend opruien der ontevreden boeren, is + hem al duur te staan gekomen. Hij heeft al zijn boschwachters + ontslagen, en laat de stroopers maar vrij op zijn landgoed + toe. Kortom, hij heeft zijn verstand verloren, en al zou ik + niet gaarne dwangmaatregelen aanraden, toch beschouw ik 't + als hoogst noodzakelijk, dat gij onverwijld huiswaarts keert, + om hier orde op de zaken te stellen. + + In de hoop u spoedig de hand te kunnen drukken, blijf ik + + + Uw welmeenende vriend, + G. MIDDLETON." + + + +Die twee brieven gaven veel stof tot ernstige overweging, en nog +nooit had Jack de dwalingen van zijn vader zoo goed ingezien. Wel was +hij langzamerhand grootendeels teruggekomen van diens denkbeelden, +maar toch bleef hij er in zekere mate nog aan gehecht, als aan een +oude gewoonte; nu echter gingen de oogen hem opeens open. Langen +tijd zat hij als versuft, en toen hij eindelijk op zijn horloge keek, +bemerkte hij dat het bijna etenstijd was. Hij kleedde zich dus haastig +voor het diner, en ging naar beneden. Aan tafel sprak hij weinig, +en verwijderde zich zoodra het maal was afgeloopen, terwijl hij de +twee brieven in handen van den gouverneur achterliet, met verzoek hem +morgen van raad te willen dienen. Gascoigne volgde hem en aan dezen +vertrouwde hij zijn smart toe. Ned troostte zijn vriend zooveel in +zijn vermogen was en nadat zij den avond zamen hadden doorgebracht +met allerlei overleggingen, begaven beiden zich te bed en waren weldra +in vasten slaap. + +"Één ding is zeker, mijn beste jongen," merkte de goeverneur den +volgenden morgen op, toen hij aan het ontbijt onzen held de brieven +teruggaf, "namelijk, dat uw vader stapelgek is. Met dokter Middleton, +die een verstandig man schijnt, ben ik 't volkomen eens, dat gij zoo +spoedig mogelijk naar huis dient te gaan." + +"En den zeedienst voorgoed verlaten, meneer?" vroeg Jack. + +"Nu, eerlijk gezegd, geloof ik niet, dat gij er bijzonder voor geschikt +zijt. Mij zal 't spijten als ik je kwijt raak, omdat je zoo machtig +aardig weet te vertellen, maar als ik kapitein Wilson goed begrepen +heb, dan ben je alleen op zee gedaan, omdat hij in den dienst een +geschikt middel meende te zien, om allerlei dwaze begrippen bij +je uit te roeien. De bedoeling, dat gij bij het vak zoudt blijven, +schijnt nooit bestaan te hebben." + +"Ik vermoed ook dat 't zoo is toegegaan," antwoordde Jack; "wat mijzelf +ten minste betreft, ik zou moeilijk kunnen zeggen, waarom ik eigenlijk +in dienst trad." + +"Nu, dat doet er ook niet toe; de zaak is thans maar er zoo spoedig +mogelijk af te raken. Jammer maar dat kapitein Wilson nu juist voor +een paar dagen afwezig is, maar ik zal bij hem wel alles voor je in +orde brengen. Ik stel me voor je aansprakelijk, en gij gaat met de +pakketboot, die morgenochtend uitzeilt, naar Engeland, en neemt voor +alle zekerheid Mesty mee." + +"Hartelijk dank, Sir Thomas, ik ben u ten zeerste verplicht," +antwoordde Jack. + + + + +Vier-en-twintigste hoofdstuk. + + Meneer Rustig's wonderbaarlijke uitvinding door hemzelven + verklaard, tot groote voldoening van onzen held, en naar wij + hopen ook tot bevrediging van den lezer. + + +Eindelijk wierp de pakketboot bij Falmouth het anker uit. Jack gevolgd +door Mesty, was spoedig met zijn bagage aan wal. De postwagen bracht +hem weldra in Londen en na daar een paar dagen vertoefd te hebben om +zich weer behoorlijk in de kleeren te laten steken, bestelde hij een +rijtuig, dat hem naar Boschlust moest brengen. Hij had zijn vader +niets van zijn aanstaande overkomst gemeld en het was laat in den +voormiddag, toen de sjees voor de ouderlijke woning stilhield. + +Jack stapte uit en trok aan de schel. De knechts, die open deden, +kenden hem niet; het waren niet dezelfden als toen hij van huis +was gegaan. + +"Is meneer Rustig thuis?" vroeg Jack. + +"Wie ben jij?" was de lompe wedervraag van een der knechts. + +"Je zult, voor den donder, gauw genoeg ondervinden wie hij is," +bromde Mesty. + +"Blijf hier even staan, dan zal ik zien of hij thuis is." + +"Staan blijven? Hier in de gang blijven staan als een schooier? Wat +denk jij wel uilskuiken?" riep Jack uit en trachtte den kerel op zij +te duwen. + +"Ho wat, dat gaat maar zoo niet, heerschap; 't is hier Gelijkheidshof; +de een is hier even goed als de ander." + +"Toch niet in alle opzichten," antwoordde Jack en sloeg den kerel +tegen den grond. "Daar heb je wat voor je onbeschaamdheid; pak je +rommel bijeen en morgenochtend de deur uit." + +Tezelfdertijd had Mesty nummer twee bij de keel gegrepen. + +"Wat moet ik den vent doen, Massa Rustig?" + +"Laat hem nu maar los, Mesty; we zullen morgenochtend wel met hen +afrekenen. Mijn vader zal denkelijk wel in de bibliotheekkamer te +vinden zijn." + +"Zijn vader!" zei een der kerels tot den ander: "hij schijnt niet +precies van 't zelfde hout als de oude paai." + +"'t Zal hier een heele verandering geven, verwacht ik," antwoordde +de ander, terwijl zij zich zamen verwijderden. + +"Mesty," riep Jack op bevelenden toon, "roep die twee lummels eens +terug en laat ze de bagage uit de sjees dragen; betaal den koetsier +en verzoek de huishoudster je mijn kamer te wijzen. Zoodra je daarmee +klaar bent, kom je weer bij me." + +"Best, meneer," antwoordde Mesty. "Kom nu eens hier schavuiten, +en haal me die dingen uit den wagen, of anders zal ik jullie beiden +eens terdege wakker schudden." + +Het blikkeren van Mesty's tanden, zijn woeste blik en zijn kordaat +optreden hadden de gewenschte uitwerking. De twee knechts kwamen +gemelijk terug en ontpakten den wagen. Intusschen begaf Jack zich naar +zijn vaders studeerkamer; hij vond er hem, maar keek heel verbaasd +over den toestand van het vertrek, dat door zilveren lampen verlicht +werd. Meneer Rustig was zoo druk bezig met een pleisterafgietsel van +een menschenhoofd van alle kanten te bekijken, dat hij het binnentreden +van zijn zoon niet bespeurde. Het afgietsel van den schedel was in tal +van vakjes verdeeld, op ieder van welke iets geschreven stond; maar wat +onzen held het meest verstomd deed staan, was de verandering die er in +de kamer had plaats gehad. Boekenkasten en boeken waren verwijderd en +midden in zag men van de zoldering een toestel afhangen, dat ieders +scherpzinnigheid op een zware proef zou gesteld hebben. Het bestond +uit een reeks van staafjes in allerlei richtingen, met schroeven aan +de uiteinden en een even groot aantal buisjes, elk afzonderlijk in +verband met een groote luchtpomp, die op tafel stond. Jack keek eens +goed overal rond, trad vervolgens op zijn vader toe en sprak hem aan. + +"Hoe!" riep meneer Rustig uit, "is het mogelijk?--ja waarlijk, 't is +mijn zoon Jack! Wat ben ik blij, nu ik je weer zie, Jack--wezenlijk +heel blij," vervolgde de oude man en greep beide zijn handen--"heel +blij dat je thuis gekomen bent. Ik verlangde zoo naar je; ik heb je +hulp noodig bij de uitvoering van mijn grootsch en roemrijk plan, +dat nu, den hemel zij dank, met spoed zijn voltooiing nadert. Weldra +zullen de gelijkheid en de rechten van den mensch overal afgekondigd +worden. De drang van buitenaf is ontzaglijk, en de bolwerken onzer +belachelijke maatschappelijk en staatkundige inrichting zullen +vallen. Spoedig zal de gouden eeuw aanbreken, het ware duizendjarig +rijk--en niet dat, waarover je moeder het altijd had. Ik sta aan het +hoofd van negen-en-twintig vereenigingen, en als mijn gezondheid mij +bijblijft, zul je zien wat ik tot stand breng, nu ik ook op jouw hulp +rekenen kan, Jack." En meneer Rustig's oogen begonnen te glinsteren, +als die van een overspannen krankzinnige. + +Jack zuchtte en om het gesprek een andere wending te geven merkte +hij op: + +"Wat heeft hier een groote verandering plaats gehad, vader! Waar +dient dat alles voor? Is dat soms een werktuig om er de gelijkheid +en de rechten van den mensch mee af te meten?" + +"Mijn waarde zoon," hernam meneer Rustig, terwijl hij op zijn gemak +ging zitten en de beenen over elkaar sloeg--"ja, zie je, mijn waarde +zoon, dat is 't eigenlijk niet precies, maar toch verraadt uw gissing +eenig helder inzicht, want als mijn uitvinding bijval vindt (en daar +twijfel ik geen oogenblik aan), zal ik de groote kunst ontdekt hebben +om alle onvolkomenheden van de natuur te verhelpen en aan het gansche +menschengeslacht een gelijkheid van organisatie te bezorgen, door het +aanbrengen der edeler organen van menschelijkheid en het vernietigen +der lagere. 't Is een prachtige uitvinding, Jack, allerprachtigst. Ze +spreken wel van Gall en Spurzheim, en dergelijken, maar wat hebben +die gedaan? Niets anders dan de hersenmassa afgedeeld, de organen +tot klassen gebracht en aangewezen waar ze hun zetel hebben; maar wat +heeft dat alles geholpen? De moordenaar van nature is een moordenaar +gebleven, de goedhartige goedhartig; van verandering van inborst was +geen sprake, en het middel daartoe heb ik nu juist gevonden." + +"Maar, vader, het orgaan der goedhartigheid zult ge toch stellig niet +willen wijzigen?" + +"Zeker wel, Jack. Ikzelf, bijvoorbeeld, lijd aan te sterke ontwikkeling +van dat orgaan; heb ik 't maar eerst wat beperkt, dan zal ik in staat +zijn tot groote dingen, dan zal ik me niet meer laten afschrikken door +moeilijkheden, zal alle bezwaren weten te overwinnen en enkel het +oog gericht houden op het groote vraagstuk der algemeene gelijkheid +en der hoogste rechten van den mensch. De laatste drie maanden stop +ik mijn hoofd elken morgen twee uren lang in de machine, en ik kan +goed merken dat 't dagelijks al beter met me wordt." + +"Zou u me die buitengewone uitvinding niet eens wilien uitleggen, +vader?" zei onze held. + +"Welzeker, mijn jongen, met alle genoegen. Zooals je ziet is er +midden-in een vorm, die een manshoofd kan bevatten--natuurlijk +een beetje ruim--en daar onderaan een soort van ijzeren halsband, +waarop het hoofd rust. Is nu het hoofd behoorlijk daarin bevestigd, +en moet de afmeting van een of ander orgaan beperkt worden, dan neem +ik het knopje, dat correspondeert met de plek waar dat orgaan in het +cranium zetelt, en bevestig het er op. Want je zult wel opmerken, +dat al de knopjes aan de binnenzijde van den vorm correspondeeren +met de organen, zooals die beschreven staan in dit pleisterafgietsel +op tafel. Ik schroef dan de knop flink aan, en verhoog de drukking +dagelijks, totdat het orgaan geheel en al verdwijnt of teruggebracht +is tot den vereischten omvang." + +"Dat begrijp ik volkomen, vader," antwoordde Jack; "maar verklaar me +nu ook eens, hoe gij het aanlegt om een orgaan, dat niet aanwezig is, +te doen ontstaan." + +"Dat is nu juist de grootste volmaaktheid van de heele uitvinding," +antwoordde meneer Rustig, "want zonder dat zou ze weinig waard zijn. Ik +ben stellig overtuigd, dat mijn ontdekking mij vereeuwigen zal. Let +maar eens op al deze kleine glazen klokjes, die in verbinding staan +met de luchtpomp. Ik scheer mijn patiënt het hoofd kaal, smeer dat een +weinig met vet in, en plaats er het glazen klokje op, dat precies den +vorm heeft, die het orgaan in lengte en breedte krijgen moet. Ik laat +de luchtpomp werken en ontwikkel het orgaan door zuiging. Missen kan 't +niet. Daar heb je, bijvoorbeeld, mijn bottelier, een man die verleden +voorjaar een moord begaan heeft en ternauwernood aan de galg ontsnapt +is. Hem heb ik met opzet gekozen; het orgaan voor moord heb ik geheel +en al weggedrukt en dat voor goedhartigheid zoo sterk ontwikkeld, +dat 't haast zoo groot is als een duivenei." + +"Nu, vader, als het opgang maakt, zal 't een winstgevende uitvinding +zijn." + +"Opgang maken!--wel, dat kan immers niet missen. Het heeft me bijna +twee duizend pond gekost. In 't voorbijgaan gezegd, Jack, je hebt +'t wat erg rijkelijk aangelegd, en bij mijn eigen uitgaven heeft +'t me wel eens moeite gekost je wissels te betalen. Niet dat ik er +aanmerking op wil maken--maar met al die genootschappen, mijn machine, +de weigering van mijn pachters om de huurpenningen te betalen, op +grond dat de hofsteden even goed van hen als van mij zijn--wat ik +niet tegen kan spreken--ben ik soms in geldverlegenheid geraakt." + +"De gouverneur heeft wel gelijk gehad," dacht Jack, en vroeg, om het +gesprek op iets anders te brengen, naar dokter Middleton. + +"Die arme kerel! Hij is nog in leven--ik geloof zelfs, dat hij zich +heel wel gevoelt. Dat is nu iemand, die altijd zijn neus in een ander +mans zaken wil steken, en zich onder anderen ook over mijn bedienden +beklaagt--maar ik laat den onnoozelen hals stilletjes praten. Zoo +deed ik met je moeder ook, dat arme schaap." + +"Met uw verlof, vader, ik heb me ook te beklagen over de +onbeschaamdheid van uw bedienden; maar als u 't goed vindt, zullen +we daar later overspreken, want op het oogenblik heb ik behoefte aan +wat eten." + +"Welzeker, Jack, als je zoo'n honger hebt--ik ga met je mee. Te +klagen over mijn bedienden, zeg je?--Dat moet stellig een vergissing +zijn--iederen morgen krijg ik ze onder mijn machine; maar ik moet +ook nog een kleine verbetering aanbrengen. Je begrijpt, Jack, dat er +iets indrukwekkends aan verbonden dient te zijn: het geheele toestel +moet een voet of wat hooger komen, bij wijze van een troon, want het +is de troon der rede, de overwinning van den geest over de natuur." + +"Alles goed en wel, vader; maar ik heb een verbazenden honger." + +Jack en zijn vader gingen naar de huiskamer en er werd gescheld; +er kwam evenwel niemand, en Jack stond op om nogmaals te schellen. + +"Mijn beste jongen," merkte meneer Rustig op, "wees toch niet zoo +haastig: iedereen zorgt natuurlijk eerst voor hetgeen hij zelf noodig +heeft, en daarna voor een ander. Mijn bedienden nu...." + +"Zijn een troep onbeschaamde vlegels, en onbeschaamdheid heb ik nooit +kunnen verdragen. Toen ik hier in huis kwam, heb ik er al één een +peuter gegeven, en als gij 't goedvindt, zal ik er morgen minstens +twee wegzenden." + +"Mijn waarde zoon," riep meneer Rustig uit, "gij een van mijn +bedienden slaan!--maar beseft ge dan niet, dat volgens de wetten +der gelijkheid...." + +"Wat ik besef is dit, vader," antwoordde Jack, "dat, volgens +alle maatschappelijke wetten, wij het recht hebben beleefdheid en +gehoorzaamheid te verwachten van degenen, die door ons betaald en +gevoed worden." + +"Betaald en gevoed! Maar, mijn waarde zoon,--mijn beste Jack.--bedenk +toch...." + +"Ik bedenk alles heel goed, vader; maar als uw bedienden niet heel +gauw tot bezinning komen, moeten zij of ik de deur uit." + +"Maar, mijn beste jongen, ben je dan de beginselen, die ik je +ingeprent heb, heelemaal vergeten? Was je naar-zee-gaan niet juist een +zoeken naar de gelijkheid, die hier aan den wal door dwingelandij +en overheersching te niet gedaan wordt? Erken en steun je mijn +wijsbegeerte niet langer?" + +"We zullen daar morgen eens uitvoerig over praten, vader,--voor het +oogenblik verlang ik naar wat eten," en Jack gaf driftig een ruk aan +de schel. + +Op die laatste aanmaning verscheen de bottelier, gevolgd door Mesty, +die er van kwaadheid als een duivel uitzag. + +"Lieve hemel, wat is er dat voor een?" + +"Mijn bediende, vader," riep Jack opspringend; "iemand op wien ik +vertrouwen kan en die mij gehoorzaamt. Mesty, laat me onmiddellijk +wat eten en wat wijn brengen--zorg dat die schobbejak het in een wip +klaar heeft. Maakt hij niet voort, gooi hem dan de deur uit en sluit +hem er buiten. Begrepen?" + +"Jawel, Massa," grijnsde Mesty; "u zult gauw genoeg een maal voor +u hebben, of anders.... Volg me," snauwde hij den bottelier toe; +"vlug wat, of ik zal je laten merken met wie je te doen hebt." + +"Breng onmiddellijk avondeten en wijn," zei meneer Rustig op een +bevelenden toon, dien zijn bottelier nog nooit van hem gehoord had. + +De bottelier verliet de kamer, gevolgd door den neger. + +"Mijn beste jongen,--mijn Jack--aan den honger kan ik veel vergeven, +maar waarlijk je bent veel te heftig. De beginselen...." + +"Och wat, met uw beginselen, 't is onzin anders niet, vader!" riep +Jack driftig uit. + +"Hoe, Jack!--mijn zoon--wat moet ik hooren? En nog wel van +jou--onzin! Maar, Jack, wat heeft kapitein Wilson toch wel met je +uitgevoerd?" + +"Mij weer bij mijn verstand gebracht." + +"O hemeltje! mijn dierbare Jack, je zult me het mijne nog doen +verliezen." + +"Dat is al niet meer noodig," dacht Jack. + +"Dat gij, mijn zoon, zoo zorgvuldig opgevoed in de groote, +roemvolle school der wijsbegeerte, zoo moest afdwalen--zoo +gewelddadig worden--dat gij uw verheven wijsbegeerte, en alles +moest vergeten--evenals Ezau, die zijn eerstgeboorterecht voor een +maal linzen verkocht! O, Jack, gij doet mij den dood aan! En toch +heb ik u lief, Jack,--want wien heb ik anders op de wereld? Doch +geduld maar, wij zullen er over redeneeren, mijn jongen--ik zal je +overtuigen--binnen een week zal alles weer in orde zijn." + +"Dat zal 't, als ik er iets aan doen kan," antwoordde Jack. + +"Zoo mag ik 't hooren,--dat geeft troost, veel troost--maar ik begin +nu te gelooven, dat ik verkeerd gedaan heb met je op zee te laten +gaan, Jack." + +"Volstrekt niet, vader." + +"Nu, het doet me genoegen, dat je zoo spreekt; ik dacht anders, +dat ze je te gronde hadden gericht, dat ze al je wijsbegeerte hadden +te niet gedaan--maar het zal wel weer te recht komen--je zult onze +vergaderingen bijwonen, Jack,--ik ben er president van--je zult me +hooren spreken, Jack,--je zult me hooren donderen als Demosthenes--maar +daar komt het eten." + +De bottelier, gevolgd door Mesty, die hem als een gevangene bewaakte, +verscheen nu met spijzen, zette die gemelijk neer en ging heen. Jack +beval Mesty te blijven. + +"Wel, Mesty, hoe is het in de bodenkamer gesteld?" + +"'t Is er kompleet oproer, meneer,--ze hebben gezworen, dat ze zich +niet door ons zullen laten ringelooren, en dat wij beiden morgen de +deur uit moeten." + +"Mijn huis verlaten, Jack, en dat na vier jaren afwezigheid!--neen, +neen! Ik zal eens met hen gaan praten, hen tot rede brengen. Je weet +niet hoe welbespraakt ik ben, Jack." + +"Hoor eens, vader, dat mag ik niet toestaan, een van beiden: geef +me onbeperkte volmacht om de huishouding hier op orde te brengen, +of ik ga morgen hier vandaan." + +"Heengaan, Jack! neen, neen--geef hun de hand en wordt weer goede +maatjes met hen, wees beleefd en zij zullen u dienen--maar je weet, +volgens de beginselen...." + +"Beginselen van den duivel!" schreeuwde Jack woedend. + +"Van den duivel, Jack? Och, was je maar nooit op zee gegaan!" + +"Kort en goed, vader, stemt ge toe, of moet ik het huis verlaten?" + +"Het huis verlaten! O neen; niet heengaan, Jack. Je bent mijn eenige +zoon. Doe dan maar liever al wat je goedvindt--maar zend toch dien +moordenaar niet weg, want ik moet hem volkomen genezen, en in hem de +deugdelijkheid van mijn bewonderenswaardige uitvinding bewijzen." + +"Mesty, breng mijn pistolen in gereedheid voor morgenochtend, en de +jouwe ook--begrepen?" + +"Jawel, Massa," antwoordde Mesty. "Die maatregel is hoog noodig." + +"Noodig!--pistolen, Jack? Wat beteekent dat toch?" + +"'t Is mogelijk, vader, dat gij uw moordenaar nog niet geheel genezen +hebt, en daarom is het goed op zijn hoede te zijn. Voor het oogenblik +wensch ik u goedennacht; maar doe me, eer ik ga, het genoegen, een +der bedienden hier te roepen om hem op te dragen aan de anderen mee +te deelen, dat de huishouding voortaan onder mijn toezicht komt." + +Er werd opnieuw gescheld, en ditmaal werd er spoediger gehoor +aangegeven. Jack zei nu den bediende, dat hij, met toestemming van +zijn vader, voortaan het geheele beheer op zich zou nemen, en dat het +dienstpersoneel de orders van Mesty had op te volgen. De man staarde +hem een tijd lang verwezen aan, sloeg daarna een vragenden blik op +meneer Rustig, die aarzelde, maar ten laatste zei: + +"Ja, Willem; je zult me wel bij allen verontschuldigen en zeggen, +dat ik 't zoo geregeld heb." + +"Geen verontschuldigingen, tegenover niemand," riep Jack uit; "maar +zeg hun, dat ik morgenochtend, den heelen boel regelen zal. Laat de +huisknecht hier komen om me mijn slaapkamer te wijzen. Mesty ga je +avondmaal gebruiken en kom daarna bij me; als er een durft weigeren, +onthoud hem dan goed, en wijs me hem morgenochtend. Nu weet je hoe +het staat," vervolgde hij tot den bediende; "ingerukt, en breng me +een kandelaar." + + + + +Vijf-en-twintigste hoofdstuk. + + Jack brengt orde in den warboel ten huize zijns vaders en + ondervindt daarbij veel steun van dokter Middleton. + + +We kunnen ons nu eenigszins voorstellen, hoe het bij de aankomst +van onzen held in de huishouding van Meneer Rustig toeging. De arme +maanzieke, want zoo kunnen we hem gerust noemen, was overgeleverd aan +de willekeur zijner bedienden, die hem bestalen, veronachtzaamden en +den spot met hem dreven. De verkwisting in de uitgaven bereikte een +ongewone hoogte. Onze held, die zag hoe het geschapen stond, ging +naar bed en lag het grootste gedeelte van den nacht te overpeinzen +wat hij doen moest. Hij besloot eindelijk dokter Middleton te laten +halen en met hem in overleg te treden. + +Den volgenden morgen stond Jack vroegtijdig op; zoodra hij schelde, +kwam Mesty met warm water aandragen. + +"Drommels, Massa Rustig, wat een vreemde ouwe heer is uw vader. 't Is +daarboven niet recht pluis met hem." liet hij er op volgen en tikte +ter verduidelijking tegen zijn voorhoofd. + +Jack zuchtte en gelastte Mesty om een der stalknechts bij hem te +zenden. Toen de geroepene verscheen, beval hij hem naar dokter +Middleton te rijden en dien te verzoeken zoo spoedig mogelijk op +Boschlust te komen. + +De man, die werkelijk een goede bediende was, antwoordde beleefd: +"Om u te dienen, meneer!" en haastte zich om den ontvangen last +te volbrengen. + +Jack ging naar beneden en vond het ontbijt al gereed, maar zijn vader +was niet in de kamer, hij begaf zich nu naar diens studeervertrek +en trof hem bezig met den timmerman, die aan het maken was van een +soort van podium of verhooging, waarop de wonderdadige uitvinding +geplaatst zou worden. Meneer Rustig had 't zoo druk, dat hij niet +aan het ontbijt kon komen, en dus begon Jack er alleen maar aan. Een +uur later hield dokter Middleton's rijtuig aan de voordeur stil. De +dokter begroette onzen held hartelijk. + +"Mijn waarde heer,--want ik dien u nu wel meneer te noemen--ik ben +hoogst verblijd, dat gij terug zijt gekomen. Ik kan u verzekeren, +dat het geen oogenblik te vroeg is." + +"Dat heb ik ook begrepen," antwoordde Jack. "Neem plaats, alsjeblieft, +dokter; heeft u al ontbeten?" + +"Neen, eigenlijk niet; want ik was zóó verlangend om hier te komen, +dat ik onmiddellijk heb laten inspannen." + +"Zit dan mee aan, dokter, we kunnen dan meteen op ons gemak het +noodige bespreken." + +"Natuurlijk heb gij al opgemerkt hoe 't met uw vader gesteld is. Hij +is volkomen buiten staat om langer zijn eigen zaken te beheeren." + +"Dat vrees ik ook." + +"Hoe denkt gij te handelen,--ze misschien in handen van gevolmachtigden +te stellen?" + +"Ik zal mijn eigen gevolmachtigde zijn, dokter Middleton. Geef ik de +zaken aan anderen in handen, dan moet ik noodzakelijk den toestand +van mijn vader bloot leggen en dat stuit me te veel tegen de borst." + +"Ik kan dat heel goed begrijpen; 't is ook voldoende, als hij er maar +toe te brengen is, het beheer geheel en al aan u over te laten." + +"We zullen er ook wat politie bij moeten halen," hernam Jack, "want +dat spitsboevenrommeltje hier in huis, verkeert in een toestand van +openbare muiterij." + +"Gij zult er nog heel wat last mee hebben," zei de dokter. "Weet ge +al wat die bottelier voor slag van een kerel is?" + +"Ja, dat weet ik uit vaders eigen mond. Ik zou 't waarlijk als een +groote gunst beschouwen, dokter, als u een paar dagen hier zoudt +willen blijven, nu gij naar ik hoor de praktijk hebt neergelegd." + +"Ik had al plan u dat voor te stellen, mijn jonge vriend. Ik zal met +twee van mijn bedienden hier komen; want die nu in huis zijn moet +ge ontslaan." + +"Zelf heb ik er een, die zijn gewicht in goud waard is, dus dat zal wel +voldoende wezen. Ik zal iedereen wegzenden, van wien gij dat noodig +oordeelt, het vrouwelijk personeel kunnen we voorloopig waarschuwen +en langzamerhand door anderen vervangen." + +"Zoo zou ik ook voorgesteld hebben," antwoordde de dokter. "Als gij 't +goedvindt, zal ik nu de hulp van een paar politieagenten gaan inroepen +en mij ook bij uw vaders vroegeren rechtsgeleerden raadsman vervoegen." + +"Zeer goed," zei Jack, "en dan moeten we ook uit visschen wie van de +pachters, op grond der beginselen van gelijkheid, de pacht weigeren +te betalen, en hen duchtig achter de vodden zitten." + +"Tot mijn groote blijdschap bespeur ik, mijn jonge vriend, dat uw +vaders onzinnige denkbeelden geen wortel bij u geschoten hebben." + +"Toch merk ik er soms nog een staartje van, dokter," antwoordde +Jack glimlachend. + +"Komaan, nu moet ik u voor een paar uren verlaten, en daarna zal ik, +als gij 't goedvindt, hier mijn kwartier opslaan zoo lang als gij +het wenschelijk acht." + +Nog vóór den middag was dokter Middleton al weer terug, vergezeld van +meneer Hanson, den zaakwaarnemer; ook bracht hij zijn valies en twee +knechts mee. Meneer Rustig was in de huiskamer gekomen en zat aan +zijn ontbijt, toen zij binnentraden. Hij ontving hen vrij stroef; +maar toen zij zich een paar woorden van lof over zijn verrassende +uitvinding lieten ontvallen, veranderde zijn houding geheel. Nadat Jack +hem herinnerd had aan zijn belofte, dat hij in 't vervolg het beheer +over de zaken zou hebben, werd de oude heer gemakkelijk overgehaald om +de daartoe vereischte verklaring te onderteekenen. Meneer Rustig gaf +nu aan Jack den sleutel van zijn schrijflessenaar en meneer Hanson +begon de boeken en papieren te doorsnuffelen, om zich behoorlijk op +de hoogte te stellen van den staat van zaken. Intusschen kwamen ook +de politieagenten opdagen. Al de bedienden werden binnengeroepen; +meneer Hanson liet hun het stuk zien, waarbij aan Jack volmacht werd +verleend om in naam zijns vaders te handelen, en binnen een half uur +was het heele mannelijke dienstpersoneel ontslagen, op twee stalknechts +na. De aanwezigheid der politie en van Mesty voorkwam elk verzet, +maar toch kon de bottelier niet laten eenige verwenschingen uit te +stooten. Zoo had dan Jack in vier-en-twintig uren tijds een totale +ommekeer in de huishouding teweeggebracht. + +Meneer Rustig bemoeide er zich volstrekt niet mee; hij ging weer naar +zijn studeerkamer bij zijn wonderbaarlijke uitvinding. Mesty had de +sleutels van den kelder onder zijn berusting en kreeg het oppertoezicht +over het personeel, dat nog gebleven was. Dokter Middleton, meneer +Hanson, meneer Rustig en Jack zetten zich aan het middagmaal, en in +alles heerschte de beste orde. Meneer Rustig at met smaak, maar zei +niets zoolang het diner duurde. Nauwelijks was dit echter afgeloopen, +of hij sloeg als gewoonlijk aan 't redeneeren over de waarheid en +deugdelijkheid zijner wijsbegeerte. + +"Wat ik zeggen wil, mijn zoon, als ik me wel herinner, heb je me +gisteravond verteld, dat je niet langer mijn gevoelen deelde. Laten +we dat nu eens grondig bespreken." + +"Met alle genoegen, vader," antwoordde Jack. "Wilt u maar beginnen?" + +"Eerst de glazen gevuld," riep meneer Rustig uit; de glazen gevuld, +en dan zal ik Jack tot mijn denkwijze terugbrengen. Nu dan, mijn +zoon, gij zult, hoop ik, niet ontkennen, dat wij door geboorte allen +gelijk zijn." + +"Dat ontken ik wel degelijk," antwoordde Jack. "Te onderstellen dat +alle menschen door geboorte gelijk zijn, is vooronderstellen dat allen +begaafd zijn met dezelfde lichaamskracht, en dezelfde vatbaarheid +van geest, wat, zooals we weten, niet het geval is." + +"Best mogelijk," hernam meneer Rustig; "maar dat bewijst nog niet, +dat de aarde er niet op aangelegd is, om onder allen gelijkelijk +verdeeld te worden." + +"Met uw verlof, dat dit de bedoeling niet geweest is, wordt voldoende +bewezen door de omstandigheid, dat zulk een gelijkheid,--aangenomen +dat ze in praktijk kon gebracht worden--nooit te handhaven zou zijn." + +"Niet te handhaven!--ja, omdat de sterkeren de zwakkeren onderdrukken, +omdat sommige menschen zich vereenigen om kwaad te doen." + +"Daarom niet vader, maar omdat vooraf al de verschillende personen +in karakter en neigingen gelijk gemaakt en er bovendien nog tal van +punten geregeld dienden te worden. Laat bijvoorbeeld aan ieder een +stuk grond van dezelfde grootte toegewezen worden, dan zal degene, +die het sterkst en het bekwaamst is, al spoedig van het zijne meer +voordeel trekken dan anderen van het hunne, en de gelijkheid is al +dadelijk verbroken. Krijgt verder het eene echtpaar geen kinderen +en het andere er tien, dan loopt het weer in de war; het stuk land, +dat in het eene geval slechts twee personen behoeft te voeden, moet +in het andere twaalf monden te eten geven. U begrijpt dus wel, dat +zonder roof of onrecht uw gelijkheid niet zou kunnen duren." + +"Maar, Jack, aangenomen dat dergelijke oorzaken eenig verschil konden +te weeg brengen, het onderscheid zou toch nooit zoo monsterachtig +zijn als in de tegenwoordige maatschappij, waarin de een zich in +weelde baadt en de ander in de grootste armoede verkeert." + +"Dat er zooveel ellende geleden wordt is stellig zeer te betreuren +en men dient op de leniging daarvan bedacht te zijn, maar volkomen +gelijkheid blijft een onmogelijkheid, en kan op aarde niet bestaan. Ga +maar eens na wat het gevolg er van zou zijn. Was alles even schoon, +dan bestond er geen schoonheid meer, want die berust juist op +vergelijking--waren allen even sterk, dan kwam er nooit een eind +aan oneenigheden,--waren allen gelijk in rang, macht en vermogen, +de grootste bekoring van het menschelijk bestaan zou gemist +worden--grootmoedigheid, dankbaarheid en meer edele eigenschappen +zouden ongekend zijn. Goedhartigheid, uw zoo sterk ontwikkeld orgaan, +zou geheel nutteloos zijn, en zelfverloochening een ijdele klank. Waren +allen even bekwaam, dan kon er van geleerdheid, talent, genie geen +sprake zijn, er zou niets te bewonderen, niets na te volgen of te +eerbiedigen vallen--niets zou tot wedijver of tot lofwaardige eerzucht +prikkelen. Mijn beste vader, wat zou dat een erbarmelijk vervelende +wereld zijn!" + +Nog een tijdlang blijven vader en zoon aan het redetwisten, maar de +ontdekking, dat Jack het bijna in geen enkel opzicht meer met hem +eens was, maakte den ouden heer korzelig, zoodat hij ten slotte het +dispuut afbrak met de woorden: + +"Nu heb ik geen tijd meer, de heeren zullen me wel willen +verontschuldigen, want ik moet gaan zien hoe de timmerman met zijn werk +staat en daarna moet ik in de vergadering het woord gaan voeren. Kom +je niet eens naar mijn redevoering luisteren, Jack?" + +"Dank u wel, vader, ik mag mijn vrienden niet alleen laten." + +Meneer Rustig verwijderde zich nu. + +"Weet gij wel, waarde heer, dat uw vader op zijn wildbanen de stroopers +vrij spel laat?" vroeg meneer Hanson. + +"Ja," vulde dokter Middleton aan, "hij heeft aan verscheiden benden +landloopers verlof gegeven in zijn bosschen hun tenten op te slaan, +tot groot ongerief van de buren, die heel wat te lijden hebben van +hun rooverijen." + +"Ik vind in de boeken, dat er van de boerderijen nog ongeveer twee jaar +pacht te innen valt; sommige pachters hebben geregeld betaald, anderen +in geen vier jaar. Naar mijn berekening, bedraagt het achterstallige +veertien honderd pond." + +"U zult me verplichten, meneer Hanson, met onmiddellijk de noodige +stappen te doen, om de verschuldigde bedragen in te vorderen." + +"Zeer zeker zal ik dat, meneer." + +Toen allen opstonden om naar hun kamers te gaan, vatte dokter Middleton +onzen held bij de hand. Gij kunt niet gelooven, mijn waarde vriend, +hoeveel genoegen het mij doet, dat ge weer hier teruggekeerd zijt +en u zoo verstandig betoont. Uw komst was hoog noodig. Den zeedienst +zult ge nu stellig wel opgeven." + +"Dat heb ik al gedaan, dokter." + + + + +Zes-en-twintigste hoofdstuk. + + De oude heer rustig raakt door zijn wonderbaarlijke uitvinding + vereeuwigd, maar niet precies zooals hij dat bedoeld had. Jack + besluit tot een laatsten tocht. + + +Den volgenden morgen, bij het ontbijt, kwam meneer Rustig maar niet +opdagen en eindelijk vroeg Jack aan Mesty waar zijn vader toch was. + +"Beneden zeggen ze, dat de oude heer gisterenavond niet thuis +gekomen is." + +"Niet thuis gekomen?" riep dokter Middleton uit; "dat moeten we +eens onderzoeken." + +"Die bottelier is een groote schurk," zei Mesty tot Jack; "de oude +heer slaapt niet in zijn bed, dat is zeker." + +"Ga eens navragen, wanneer hij uitgegaan is," zei Jack. + +"Als hem maar geen ongeluk overkomen is," merkte meneer Hanson op; +"het was vreemd gezelschap, waarin hij den laatsten tijd verkeerde." + +"Niemand heeft hem gisteravond zien uitgaan, meneer," zoo luidde +Mesty's rapport. + +"Mogelijk is hij wel op zijn studeerkamer," bracht dokter Middleton +in het midden; "'t kan best zijn, dat hij bij zijn wonderbaarlijke +uitvinding in slaap geraakt en er den geheelen nacht gebleven is." + +"Ik zal eens gaan kijken," antwoordde Jack. + +Dokter Middleton vergezelde hem en Mesty volgde. Zij openden de +deur, en kregen nu een schouwspel te zien, dat hen met schrik deed +terugdeinzen. Meneer Rustig stak met zijn hoofd in de machine, het +bankje was hem onder de voeten uit geschoven, zoodat hij hing en +maar even met de teenen den grond kon raken. Dokter Middleton schoot +ijlings toe en geholpen door Mesty en onzen held, gelukte het hem den +ongelukkige los te maken uit den stalen band, die zijn hals omsloten +hield; het leven was echter al sinds eenige uren uit het lichaam +geweken en bij nader onderzoek bleek, dat de nekwervel gebroken was. + +Er werd vermoed, dat het ongeval den vorigen avond moest hebben plaats +gehad, en dit liet zich ook heel goed verklaren. Meneer Rustig had +de machine vier voet hooger laten stellen, omdat er een verhooging +onder aangebracht moest worden. Daartoe had de timmerman bij wijze +van model een paar plankjes los in elkaar geslagen en meneer Rustig +was onvoorzichtig genoeg geweest om zich daarop te wagen, ten einde +zijn hoofd in den toestel te steken. Het zwakke timmerwerk was echter +spoedig onder het gewicht van 's mans lichaam bezweken en door den +schok van den val moest de nek gebroken zijn. + +Meneer Hanson wist onzen held, die hevig ontdaan was over het +jammerlijk uiteinde van zijn armen vader, met zich mee te tronen, +terwijl dokter Middleton intusschen last gaf het lijk naar de +slaapkamer te dragen. Nog geen vollen dag geleden had de arme meneer +Rustig aan zijn zoon verklaard, dat zijn bewonderenswaardige uitvinding +hem zou vereeuwigen, en nu was 't er al toe gekomen, ofschoon niet +precies in den zin dien hij bedoeld had. + +We gaan eenige dagen van treurigheid voorbij. De begrafenis had +plaats gehad, de luiken werden weer ontsloten en het daglicht opnieuw +toegelaten. Jack's gemoed was tot rust en kalmte gekomen; hij zag +zich nu in het bezit der uitgebreide goederen zijns vaders en was +zijn eigen meester. + +Wel moesten er nog eenige maanden verloopen eer hij meerderjarig werd, +maar bij de opening van het testament zijns vaders bleek, dat dokter +Middleton tot zijn eenigen voogd was aangewezen. Bij het nazien +en bijeenbrengen der papieren, die in de grootste wanorde waren, +ontdekte meneer Hanson in verschillende hoeken en gaten banknoten, +wissels en schuldbekentenissen, tot een gezamenlijk bedrag van wel +tweeduizend pond, onder anderen ook een door kapitein Wilson op +zijn kassier afgegeven wissel, ter voldoening van de duizend pond, +hem voor meer dan tien maanden door meneer Rustig geleend. + +Dokter Middleton schreef aan de admiraliteit en verzocht, onder +uiteenzetting der aanleidende omstandigheden, om ontslag uit den +zeedienst voor meneer Jack Rustig. Het gevraagde ontslag werd verleend +en de admiraliteit maakte ook geen bezwaar om Mesty te ontslaan tegen +de daarvoor aangeboden schadevergoeding. + +De landloopersbenden werden van het landgoed verjaagd, de boschwachters +opnieuw aangesteld, de stroopers duchtig achter de vodden gezeten, +en allen uit den omtrek waren zoo ingenomen met de manier waarop Jack +te werk ging, dat ze in stilte wenschten: had meneer Rustig nog maar +wat vroeger zijn nek gebroken. + +Intusschen had Jack aan dokter Middleton zijn liefde voor Agnes +medegedeeld en zijn bepaald plan te kennen gegeven om haar tot vrouw +te nemen. Dokter Middleton vond daar geen bezwaar in, daar hij zag +dat het oprecht gemeend was, en Jack vroeg nu al dadelijk, wanneer +er een pakketboot naar Malta zou varen. + +Mesty, die toevallig achter den stoel van zijn jongen meester stond, +merkte op: + +"Een ellendig vaartuig, zoo'n pakketboot, Massa Rustig. Waarom neemt +u niet liever een oorlogsschip?" + +"Dat is waar ook," antwoordde Jack; "maar weet je, Mesty, dat gaat +zoo gemakkelijk niet." + +"En hoe dan thuis te komen, meneer? Als ze u en Miss Agnes eens +gevangen nemen en in het cachot stoppen?" + +"Ja maar," hernam Jack, "de grootste moeilijkheid is om als passagier +plaats te krijgen op een oorlogsschip." + +"Wel, Massa, koop zelf een schip met een goed getal stukken en een +flinke bemanning, dan kunt gij kapitein wezen over uw eigen schip en +zoo Miss Agnes hierheen halen." + +"Dat moet ik nog eens in overweging nemen, Mesty," antwoordde Jack. Hij +peinsde er den ganschen nacht over en stond den volgenden morgen op +met het besluit om Mesty's raad te volgen. Bij het ontbijt de krant +lezend, viel zijn oog juist op een advertentie, waarbij de verkoop +van een buitgemaakte Fransche brik van 278 ton werd aangekondigd. De +veiling zou aanstaanden Woensdag plaats hebben te Portsmouth, waar +het schip in de haven lag. + +Jack gaf een ruk aan de schel en bestelde postpaarden. + +"Waar ga je heen, mijn beste jongen?" vroeg dokter Middleton. + +"Naar Portsmouth, dokter." + +"En waarvoor? als 't niet onbescheiden is dat te vragen," + +Jack legde nu zijn plan bloot en verzocht de toestemming van zijn +voogd, daar het toch aan gereed geld niet ontbrak. + +"Maar 't zal een verbazend groote uitgave zijn." + +Dat ze belangrijk zal wezen, stem ik toe; maar ik heb uitgerekend, +dat ze bij mijn inkomen wel te dragen zal zijn. Bovendien als ik een +kaperbrief kan krijgen, is er nog uitzicht op een buitenkansje." + +"Maar je zult toch niet te lang blijven kruisen?" + +"Wel neen; binnen zes maanden ben ik stellig weer terug; maar nu moet +ik weg om te gaan zien, of dat schip aan het doel zal beantwoorden." + +Jack wipte in den wagen en Mesty klom op het achtbankje. Twee uren +later waren ze te Portsmouth en gingen het schip bezichtigen, dat +een mooi, snelzeilend vaartuig bleek te zijn, met aan weerskanten +zes koperen kanonnen. + +"Uitstekend," dacht Jack; "nu een man of veertig en een jongen +of zes aan boord en de boel is kant en klaar." Hij ging met Mesty +weer aan wal en keerde naar Boschlust terug. Aan meneer Hanson werd +opgedragen zich met den aankoop te belasten en op den veilingdag werd +Jack eigenaar van het schip voor een prijs, die niet veel meer dan +de halve waarde vertegenwoordigde. + +Dokter Middleton had intusschen Jack's plannen nog eens rijpelijk +overwogen. Bezwaar kon hij er niet in vinden, maar hij achtte het +toch raadzaam naar een flink zeeofficier om te zien en er op aan +dringen, dat het kommando over het vaartuig aan dezen zou opgedragen +worden. Jack berustte terstond in die schikking. + +"Laat hem vooral ook een goed zeevaartkundige zijn, dokter, want +ofschoon ik van het dagelijksch werk tamelijk goed op de hoogte ben, +dient er toch in aanmerking genomen, dat ik er in den laatsten tijd +niets aan gedaan heb." + +Spoedig had dokter Middleton met de hulp van een bevriend +oud-zeekapitein in een zekeren meneer Oxbelly een geschikt persoon +gevonden om Jack ter zijde te staan. + +Ongeveer zes weken gingen er heen met al de toebereidselen en toen +verliet de brik, in de Rebiera herdoopt, de haven. + + + + +Zeven-en-twintigste hoofdstuk. + + Onverhoopte ontmoeting van oude vrienden. + + +Op den elfden dag stevende de Rebiera de straat van Gibraltar binnen en +tegen zonsondergang kregen ze de rotsen voor de stad in het gezicht. De +wind werd al flauwer en tegen middernacht was het zoo stil, dat ze +maar langzaam voortdreven. Tegen zonsopgang werden ze gewekt door +het gebulder van zwaar geschut, en bespeurden omstreeks acht mijlen +verderop, wat meer midden in de zeeëngte een Engelsch fregat, dat +slaags was geraakt met negen of tien Spaansche kanonneerbooten. Het +daveren van de zware schoten over de kalme oppervlakte van het +water, de witte rook tegen het licht der prachtig verrijzende zon, +de verwijderde echo's door de hooge heuvels teruggekaatst--dit alles +maakte een indrukwekkend en schilderachtig effect. Doch Jack vond +het raadzaam zich maar liever strijdvaardig te maken in plaats van +zijn tijd zoek te brengen met het bewonderen der kleurenpracht, +en in korten tijd was ook alles gereed. + +"Zoolang ze nog op het fregat los te branden hebben, zullen ze ons +wel ongemoeid laten, meneer Rustig," zei kapitein Oxbelly; "maar we +dienen toch op alles voorbereid te wezen, want we kunnen er moeilijk +voorbijkomen zonder een paar schoten op te loopen." + +"Kijk eens, meneer Oxbelly, daar ginds in het westen komt een briesje +opzetten," zei Jack. + +"Ja waarlijk; nu, des te beter voor het fregat, want het zal met dit +gevecht weinig eer inleggen en er vrij gehavend afkomen ook." + +"Desnoods kunnen wij 't op sleeptouw nemen," merkte Jack op; "hoever +rekent gij, dat de kanonneerbooten uit den wal liggen?" + +"Ik zou denken ongeveer vijf mijlen of iets minder." + +"Zeilen kant zetten, meneer Oxbelly--misschien kunnen we er dan een +paar van den wal afsnijden." + +"Juist. Omhoog, jongens, boven bramzeilen bijgezet, lijzeilspieren +uit--zelfden koers gehouden, roerganger--we zullen ze van den wal +afsnijden en toch buiten schot van de kustbatterijen blijven." + +De wind wakkerde aan en deed de Rebiera met volle zeilen +voortstuiven. De kanonneerbooten waren nog druk in gevecht met +het fregat en schenen volstrekt niet te letten op de nadering der +Rebiera. Ten laatste kreeg de wind ook vat op de kanonneerbooten +en het fregat, eerst flauwtjes maar gaandeweg meer, terwijl de +Rebiera het water al schuimend deed opspatten en de kans schoon +zag om eenige der kanonneerbooten af te snijden. Het fregrat braste +zijn zeilen naar den wind en stuurde op het smaldeel aan, dat het +nu geraden achtte den steven te wenden en recht op de kust aan te +houden, gevolgd door het fregat dat uit zijn boegjagers vuur begon +te geven. Maar de Rebiera was thans op een half schot afstand van de +kust gekomen en trachtte de vluchtende booten te onderscheppen. Daar +zij met een snelle vaart naderde wist het smaldeel haast niet wat +het beginnen zou; aanvallen zou maar tijdverlies zijn, waarbij het +fregat gelegenheid zou krijgen om ze in te halen en zij zelf gevaar +liepen genomen te worden; zij vergenoegden zich dus met op de Rebiera +te vuren, terwijl deze voortging zich tusschen haar en het land in +te dringen. Zoodra zij dichtbij genoeg waren, opende Jack zijn vuur +uit de achttienponders. De kanonneerbooten bleven het antwoord niet +schuldig en ze waren geen kwart mijl meer van elkaar, toen Jack zeil +minderde en een heet gevecht zich ontwikkelde, waarvan het einde was, +dat binnen weinige minuten de masten van de kanonneerbooten over boord +sloegen. Het fregat naderde schielijk onder volle zeilen en begon er +geducht op los te schieten. Het smaldeel staakte het vuren, streek op +ongeveer twee kabellengten langs den voorsteven van de Rebiera voorbij +en maakte zooveel mogelijk haast om onder den wal te komen. Onder +het voorbijzeilen van het smaldeel gaf Jack het van bakboordzijde de +volle laag, terwijl hij van stuurboord een levendig vuur onderhield +tegen de ongelukkige, ontmaste kanonnerboot, die ook spoedig de vlag +streek. Binnen weinige minuten waren de overigen buiten schot gekomen +en daar zij niet vuurden, liet Jack ze verder ongemoeid en wijdde nu +zijn aandacht aan het in-bezit-nemen van zijn buit, door een sloep +met tien man aan boord te zenden, bij te draaien en het veroverde +schip op sleeptouw te nemen. Tien minuten daarna was ook het fregat +de Rebiera op een kabellengte genaderd en onze held liet een tweede +sloep strijken om aan boord te gaan. + +"Hebben we gewonden, meneer Oxbelly?" vroeg Jack. + +"Maar twee; een is zijn duim kwijt geraakt en een ander heeft een +zware wond aan de dij." + +"Dan zal ik meteen den dokter verzoeken bij ons aan boord te komen." + +Jack stiet af, klom aan boord van het fregat, en werd door een +adelborst naar den anderen kant van het schip geleid, waar de +kapitein stond. + +"Meneer Rustig!" riep deze uit. + +"Kapitein Sawbridge!" klonk het verrast uit den mond van onzen held. + +"Wel allemachtig! Hoe komt gij hier?" vroeg de kapitein; "en wat is +dat voor een schip?" + +"De Rebiera, onder kommando van den eigenaar, meneer Rustig," +antwoordde Jack lachend. + +Kapitein Sawbridge drukte hem de hand. "Kom met me mee naar de kajuit, +meneer Rustig; want ik ben blij, dat ik u weerzie. Ik maak u mijn +compliment over uw houding en ben dol nieuwsgierig wat u toch bewogen +heeft opnieuw zee te kiezen; want ik wist, dat gij uw ontslag uit +den dienst genomen hadt." + +Jack vertelde met weinige woorden wat het doel van zijn tocht was; +"maar," vervolgde hij, "vergun me dat ik u gelukwensch met uw +bevordering, waarvan ik nog geen kennis droeg. Mag ik vragen, waar +gij de Harpij gelaten hebt en hoe de naam van uw fregat is?" + +"De Latona. Eerst een maand geleden ben ik er op overgeplaatst, na een +gevecht, waarin de Harpij een groote korvet bemachtigde; ik ben belast +met dépéches voor Engeland. Gisteravond zeilden we van Gibraltar uit, +moesten uit gebrek aan wind den geheelen nacht stilliggen en werden +van morgen door die kanonneerbooten aangevallen." + +"Hoe gaat 't kapitein Wilson?" + +"Heel goed, geloof ik, maar ik heb hem in langen tijd niet gezien." + +"Hoe wist u dan, dat ik den dienst verlaten had, kapitein Sawbridge?" + +"Wel, van Gascoigne, die hier aan boord is." + +"Gascoigne!" riep onze held uit; "maar laat ik hem toch dadelijk +de hand gaan drukken! Wees intusschen zoo goed, kapitein Sawbridge, +uw dokter aan boord van de Rebiera te zenden, want ik heb een paar +gewonden." + +Gascoigne wachtte onder het halfdek zijn vriend al op, want hij had hem +van zijn post op den bak aan boord zien komen. Zij raakten zoo druk aan +het praten, dat ze elkaar haast geen tijd gaven tot antwoorden. Toen +Jack weer aan dek ging, beloofde hij Gascoigne, dat zij den volgenden +dag in elkaars gezelschap zouden doorbrengen, hetzij aan den wal of +aan boord van de Rebiera. Eer Jack echter weer vertrekken kon, hield +kapitein Sawbridge hem in zijn kajuit nog geruimen tijd aan de praat. + +"Toen gij voor het eerst op zee kwaamt, Rustig," zei kapitein +Sawbridge, "dacht ik dat 't voor den dienst het best zou zijn, als we +u maar hoe eer hoe liever weer kwijt raakten; doch nu ge uw ontslag +genomen hebt, gevoel ik eerst, dat we in u iemand verloren hebben, die +naar alle waarschijnlijkheid den dienst tot eer zou hebben verstrekt." + +"Hartelijk dank voor uw gunstig oordeel," antwoordde Jack. "Maar bij +den toestand waarin mijn vader verkeerde, kon ik immers onmogelijk +op zee blijven." + +"Dat geef ik volkomen toe:--maar komaan, de tafel is gedekt, laten +we den maaltijd niet vergeten." + +Aan tafel, waarbij ook Gascoigne aanzat, ging het hoogst gezellig toe +en wie weet hoe lang ze hadden blijven napraten, als niet kort na den +eigenlijken maaltijd de eerste luitenant was komen rapporteeren, dat +alle hens aan dek noodig waren, daar ze vlak bij de ankerplaats waren +gekomen. De dischgenooten rezen nu spoediger op dan anders het geval +zou geweest zijn; en zoodra op de Latona, de zeilen geborgen waren, +begaf kapitein Sawbridge zich aan wal om den goeverneur mededeeling te +doen omtrent den uitslag van het geleverd gevecht. Hij vroeg Jack of +hij hem wilde vergezellen, maar onze held verkoos liever bij Gascoigne +te blijven, en verontschuldigde zich dus tot den volgende dag. + +"Hoor eens, Rustig," zei Gascoigne zoodra de kapitein vertrokken was, +"ik zal verlof vragen om bij jouw aan boord te gaan--of wil jij +'t soms liever vragen?" + +"Ik zal 't wel vragen," antwoordde Jack; "nu ik zelfs het kommando +over een schip heb, leg ik bij een eersten luitenant wat meer gewicht +in de schaal dan een gewoon adelborst." + +Jack ging nu naar den eersten luitenant en gaf met een beleefde buiging +zijn hoop te kennen, dat, als de dienst het veroorloofde, hij hem de +eer zou willen aandoen dien avond met eenige zijner officieren aan +boord van de Rebiera een glas wijn te komen drinken. + +De eerste luitenant antwoordde, dat hij gaarne van de uitnoodiging +gebruik zou maken, zoodra de gevangenen overgebracht waren en de +kanonneerboot geen zorg meer vereischte. Ook drie of vier der overige +officieren sloegen toe, waarop Jack als een gunst verzocht, dat zijn +oude vriend Gascoigne nu dadelijk met hem zoo mogen meegaan, daar hij +verschillende pakketjes van waarde, voor Engeland bestemd, aan zijn +zorg wilde toevertrouwen. De eerste luitenant was zeer inschikkelijk +en Gascoigne en onze held sprongen in de boot en waren nu als oude +vrienden weer eens recht gezellig met hun beidjes. + +"Jack, ik heb nog eens goed overlegd en ben nu tot een besluit +gekomen," zei Gascoigne. "Of ik al naar huis ga, dat zal voor mijn +bevordering ook weinig helpen; ik kan evengoed hier blijven, want +mijn diensttijd is bijna om en mijn bezoldiging heeft niet veel te +beteekenen. Zou jij me niet mee willen nemen?" + +"Dat is juist wat ik van plan was je te vragen, Ned. Zou kapitein +Sawbridge er in toestemmen?" + +"Dat denk ik wel, want hij is volkomen op de hoogte van mijn +omstandigheden." + +"Dan zullen we 't hem zamen vragen," hernam Jack. + +De eerste luitenant en de andere officieren kwamen aan boord der +Rebiera en brachten er een prettigen avond door, wat voor levenslustige +jongelui onder gezelligen kout en een goed glas wijn niet zoo heel +moeilijk is. + + + + +Acht-en-twintigste hoofdstuk. + + Jack bereikt het toppunt zijner wenschen. + + +Daar kapitein Sawbridge dien avond niet naar boord terugkeerde, ging +Rustig aan wal en bracht hem een bezoek ten huize van den gouverneur, +door wien hij al dadelijk te dineeren genoodigd werd. Gascoigne kon +niet aan wal komen en onze held maakte van de gelegenheid gebruik om +kapitein Sawbridge aan te klampen met het verzoek om zijn vriend bij +zich aan boord te krijgen. Kapitein Sawbridge had er eerst geen ooren +naar, maar door al het redeneeren van Jack, begon hij toch eindelijk te +begrijpen, dat het voor Gascoigne een buitenkansje was, en deze nooit +een betere gelegenheid zou vinden om zijn toekomst te verzekeren. Hij +willigde dus den wensch van onzen held in, die zich onmiddelijk aan +boord van de Latona begaf om de beslissing van kapitein Sawbridge aan +Gascoigne en aan den eersten luitenant over te brengen. Vervolgens +voer hij naar boord der Rebiera en gelastte Mesty zijn koffertje naar +het logement aan den wal te brengen, opdat hij zich voor het diner +zou kunnen kleeden. Gascoigne, die nu niet langer tot de equipage +der Latona gerekend werd, kreeg verlof om hem te vergezellen. + +Met de herstellingen aan de Latona was men spoedig gereed, zoodat +kapitein Sawbridge reeds den volgenden dag weer zee kon kiezen; +echter zonder Gascoigne, die nu zijn formeel ontslag had gekregen +en op de Rebiera overging. Spoedig daarop lichtte ook onze held het +anker en liep na een gelukkige reis van zestien dagen de haven van +Palermo binnen, waar Don Philip en Don Martin al spoedig onzen held +aan boord kwamen begroeten. Jack haastte zich om met hen aan wal te +gaan en bevond zich weldra in gezelschap van zijn Agnes. + +Nog heel veel viel er te praten, eer Jack 't bij Don Rebiera en diens +vrouw zoo ver gebracht had, dat ze in een spoedig huwelijk met hun +dochter Agnes toestemden. Vooral de moeder maakte veel bezwaar om +van haar lieveling afstand te doen. Onze held wist echter zijn zaak +zoo goed te bepleiten, dat de ouders zich eindelijk gewonnen gaven, +en eer er een maand na zijn aankomst verstreken was, zag Jack zich +getrouwd en achtte zich den hemel te rijk. + +Don Rebiera en zijn vrouw wisten gedaan te krijgen, dat het jonge paar +nog een maand lang in Palermo zou blijven, en toen het eindelijk op +een scheiden aankwam, was er aan tranen geen gebrek. Ten laatste stak +de Rebiera van wal en zette koers naar Malta, waar Jack den goeverneur +volgens belofte een bezoek wilde brengen. + +Na vier dagen wierpen zij in de haven van Valette het anker uit en +Jack liet zijn aankomst terstond aan den goeverneur melden. Deze +was zeer in zijn schik en zond zijn eigen pleizierjacht om meneer +en mevrouw Rustig van boord te halen, terwijl hij onmiddelijk zijn +logeerkamers voor hun ontvangst in orde liet brengen. Als gewoonlijk +had onze held weer heel wat te vertellen en de goeverneur luisterde +met de grootste aandacht naar hem; vooral omdat hij begreep, dat +'t de laatste maal zou wezen, dat hij van Jack's verhalen kon genieten. + +Veertien dagen lang vertoefde Jack op Malta en scheepte zich daarna +weer met zijn vrouwtje in. + +"Vaarwel, mijn jonge vriend," zei de goeverneur toen hij Jack ten +afscheid de hand drukte, "voor zoover ik uw vrouwtje heb leeren kennen, +zal het uwe schuld zijn als ge in haar niet het toppunt uwer wenschen +bereikt hebt. Als ik ooit in Engeland mocht komen, zal mijn eerste +bezoek Boschlust gelden. Vaarwel en leef gelukkig!" + +Maar Sir Thomas is nooit weer in Engeland gekomen, het was zijn +laatste groet. Opnieuw ging de Rebiera onder zeil, deed Gibraltar +even aan en zette daarna de reis voort naar Engeland waar ze na drie +weken behouden en wel aan wal stapten, hartelijk verwelkomd door dokter +Middleton en meneer Hanson, die van hun aankomst verwittigd waren. Nog +dienzelfden avond reden zij gezamelijk naar Boschlust, waar alles op +de feestelijke ontvangst van het jonge paar was ingericht. + +Er volgde nu in de eerste dagen een reeks van diners en partijen en +Jack leefde voortaan gelukkig en tevreden aan de zijde van zijn lief +vrouwtje, dat hem volstrekt geen reden gaf tot allerlei breedvoerige +betoogen. + +De bemanning der Rebiera werd afgemonsterd en de meesten vonden +spoedig weer plaatsing op verschillende oorlogsschepen. + +Mesty bleef het toezicht over het dienstpersoneel houden en betoonde de +grootste trouw en eerlijkheid in de waarneming van zijn ambt. Gascoigne +wist het spoedig te brengen tot den rang van postkapitein en bleef +steeds Jack's oprechte vriend. + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Jack Rustig, by Kapitein Marryat + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACK RUSTIG *** + +***** This file should be named 16063-8.txt or 16063-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/6/0/6/16063/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
