diff options
| author | pgww <pgww@lists.pglaf.org> | 2025-10-19 05:59:10 -0700 |
|---|---|---|
| committer | pgww <pgww@lists.pglaf.org> | 2025-10-19 05:59:10 -0700 |
| commit | da703cd5f34c1c814d8eac8f9b54ee7e154bb7ed (patch) | |
| tree | 60a8d571103b1c80b386abd64d22415df01edf21 | |
| parent | 1b6bb800672b4cafded0bf7e8b300de6d5d98eee (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 7 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/15236-8.txt | 3343 |
4 files changed, 7 insertions, 3349 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes index 6833f05..d7b82bc 100644 --- a/.gitattributes +++ b/.gitattributes @@ -1,3 +1,4 @@ -* text=auto -*.txt text -*.md text +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt index 6312041..b5dba15 100644 --- a/LICENSE.txt +++ b/LICENSE.txt @@ -1,4 +1,4 @@ -This eBook, including all associated images, markup, improvements, +This book, including all associated images, markup, improvements, metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. @@ -7,5 +7,5 @@ the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. No investigation has been made concerning possible copyrights in jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize -this eBook outside of the United States should confirm copyright +this book outside of the United States should confirm copyright status under the laws that apply to them. @@ -1,2 +1,2 @@ Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for -eBook #15236 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15236) +book #15236 (https://www.gutenberg.org/ebooks/15236) diff --git a/old/15236-8.txt b/old/15236-8.txt deleted file mode 100644 index 3250888..0000000 --- a/old/15236-8.txt +++ /dev/null @@ -1,3343 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Oude Egyptische Legenden, by M. A. Murray - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: Oude Egyptische Legenden - -Author: M. A. Murray - -Release Date: March 2, 2005 [EBook #15236] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OUDE EGYPTISCHE LEGENDEN *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman, Guido Royackers and the Online -Distributed Proofreading Team. - - - - - - -OUDE EGYPTISCHE LEGENDEN - -M. A. MURRAY. - -NAAR HET ENGELSCH BEWERKT - -DOOR H. F. - -W. J. THIEME & CIE - ZUTPHEN - 1921 INLEIDEND WOORD. - - -In dit boek worden de legenden van de Goden van het oude Egypte verteld, -legenden, die in omloop waren gedurende den "morgen van de wereld" en -die, gebeiteld in steen en geschreven op papyrussen, tot nu toe bewaard -zijn gebleven. - -Dit boek is bestemd om de belangstelling van het beschaafde publiek op -te wekken voor den godsdienst en de beschaving van het oude Egypte. - -Ofschoon het boek bestemd is voor den leek, zijn er aan het eind -Aanteekeningen voor den meer wetenschappelijken lezer gegeven. In deze -Aanteekeningen wordt de oorsprong van de legende vermeld, het boek of de -boeken, waarin het origineel gevonden kan worden en het boek, dat door -den een of anderen grooten geleerde uit den tegenwoordigen tijd vertaald -is in een der moderne talen. Er zijn andere vertalingen in menigte, die -men zien kan in de bibliotheken van specialisten; vele van deze zijn -echter alleen van nut voor degenen, die de Egyptische taal en -letterkunde bestudeeren. - -De volgorde der verhalen is aldus: Eerst komen de legenden van -verschillende goden, dan de legenden van Osiris en van de godheden, die -met hem in verband staan en eindelijk de legenden van Ra. - -Aan het eind vindt men Aanteekeningen op de legenden en een korte -inhoudsopgave van al de goden, die er in voorkomen. - - * * * * * - - - - -OUDE EGYPTISCHE LEGENDEN. - -I. - -DE PRINSES EN DE DEMON. - - -Het was onder de regeering van Koning Ramses, zoon van de Zon, -gunsteling van Amon, koning der goden. Een groot krijgsman was Ramses; -in den strijd geleek hij op Mentu, den oorlogsgod; zeer dapper was hij, -als de zoon van de Hemelgodin. - -Nu bevond zijne majesteit zich in Naharena waar de groote rivier, de -Euphraat, haar wateren voortstuwt naar de zee. - -En hij ontving de schatting van zijn vorstelijke vazallen, want hij had -de negen stammen der boogschutters overwonnen, en niemand kon voor zijn -aangezicht bestaan, wanneer hij uittrok in volle wapenrusting. De -vorsten bogen hun hoofden ter aarde voor hem, terwijl hun adem den grond -beroerde, dien zijn voeten hadden betreden. - -Groot en prachtig was hun schatting, die bestond uit goud en edelsteenen -van allerlei kleuren, blauwe lapis lazuli en de groene turkoos, die -gewijd is aan Hathor, de godin van de liefde en de vreugde. En slaven -droegen op hun rug welriekende houtsoorten aan, geurig en aromatisch, -als de boomen in het land der Goden. - -De vorst van Bekhten kwam ook, vergezeld door zijne oudste dochter; hij -plaatste haar vóór de slaven, want zij was het uitgelezenste deel van -zijn schatting. - -Zij was zeer schoon, haar lichaam was welgevormd en slank als een -palmboom, en de koning werd tot in het diepst van zijn ziel getroffen en -hij kreeg haar boven alles lief. Hij maakte haar tot zijne koninklijke -gade, gaf haar een naam, die haar bekend zou maken in het land Egypte; -"Neferu-Ra", schoonheid van Ra heette zij, want haar schoonheid was aan -den zonneschijn gelijk. En de naam werd geschreven in het koninklijke -ovaal, zooals het de gewoonte is bij de Egyptische koningen en hun -koninginnen. - -Daarna keerde koning Ramses terug naar Egypte met zijn koninklijke gade, -koningin Neferu-Ra. En toen zij in het zwarte land, Egypte, kwamen, -verrichtte zij alle ceremoniën die een koningin van Egypte in de tempels -te verrichten heeft. Nu gebeurde het, dat koning Ramses zich op den -twee-en-twintigsten van de maand Payni in Thebe, de machtige, bevond. En -hij begaf zich naar den tempel van Amoe, want dit was de dag van het -schoone feest van den god, wanneer de booten heen en weer varen op het -water met toortsen en lichten, en de Heilige Bark, die versierd is met -goud en geschilderd in schitterende kleuren, hoog wordt opgeheven opdat -de menschen het beeld van Amon-Ra in de boot kunnen zien. En koningin -Neferu-Ra vergezelde zijne majesteit, want de koningin van Egypte is -altijd een aanbidster geweest van Amon-Ra, koning der Goden. - -Toen zij nog in den tempel waren, kwamen er hovelingen van den Koning -binnen om de aankomst van een bode van den vorst van Bekhten te melden. -Hij was beladen met geschenken voor Neferu-Ra, koningin van Egypte -dochter van den vorst van Bekhten, en hij bracht ook een boodschap voor -den koning. Toen hij in tegenwoordigheid van den koning kwam, boog hij -ter aarde, zeggende: "Heil u, o zon van de negen stammen der -boogschutters! Mogen wij voor uw aangezicht bestaan". - -Toen boog hij weer ter aarde en bracht de boodschap, die hij van den -vorst van Bekhten gekregen had, aan Ramses, koning van Egypte, over: - -"Ik kom tot u, o machtig koning, mijn Heer, van wege Bent-reshy, de -kleine zuster van de koningin, Neferu-Ra; want zij heeft een ziekte in -haar ledematen. Zend daarom een geleerd man, opdat hij haar moge zien en -genezen." - -De koning wendde zich tot zijn hovelingen en sprak: "Haal een schrijver -van het Huis des Levens en haal ook degenen, die de verborgen dingen van -de innerlijke Hal kennen". - -En de hovelingen haastten zich aan het bevel te voldoen en brachten hen -in zijne tegenwoordigheid en de koning sprak tot hen: "Ik heb u hier -laten komen om deze zaak te hooren. Noem mij een man die geleerd en -bekwaam genoeg is om naar den vorst van Bekhten gezonden te worden. - -Toen beraadslaagden zij met elkaar en zonden als een geleerd en bekwaam -man den schrijver Tehuti-em-heb tot den koning en de koning verzocht hem -met den boodschapper van den vorst van Bekhten mee te gaan om -Bent-reshy, de kleine zuster van de koningin, te genezen. - -Toen de schrijver Tehuti-em-heb te Bekhten kwam, werd hij tot Bent-reshy -gebracht. Hij was een geleerd en bekwaam man en hij vond de prinses in -de macht van een geest, die hem vijandig was, jegens wien zijn kunde en -bekwaamheid niets baatten en die zijn tooverkunsten verijdelde. - -Toen was de vorst van Bekhten treurig en droefheid was in zijn hart, -maar Tehuti-em-heb, de schrijver, ried hem aan om nogmaals naar Egypte -te zenden en de hulp in te roepen van Khonsu, den duivelbanner, om den -boozen geest uit Bent-reshy, de kleine zuster van de koningin, te -verdrijven. - -Nu dan, zóó groot was de afstand van Bekhten naar Egypte, dat er van den -tijd, dat Tehuti-em-heb, de schrijver, uit Thebe vertrok, drie jaar -verliepen, voordat Koning Ramses de tweede boodschap bereikte, en -gedurende al dien tijd woonde de booze geest in Bent-reshy en kon niet -uitgedreven worden. - -En toen de tweede boodschapper aankwam, was koning Ramses weer in Thebe, -en het was de eerste van de maand Pakhons, de maand, die gewijd is aan -Khonsu. Hij trad in den tempel, vergezeld door zijne hovelingen en den -boodschapper van den vorst van Bekhten. In den tempel stonden twee -beelden van Khonsu; zeer wonderbare beelden waren het, zeer heilige; het -eene heette Khonsu in Thebe Neferhotep, en het andere Khonsu, de -duivelbanner. Nu dan, Khonsu is de God van de Maan, de zoon van Amon-Ra -en van Mut, vrouwe van Ashru, en de menschen beelden hem uit met de -krullende lokken der jeugd, want hij is eeuwig jong en schoon. - -Toen stond de koning voor het groote beeld van Khonsu in Thebe -Neferhotep en sprak: "O mijn goede Heer, ik kom weer tot u vanwege de -dochter van den vorst van Bekhten." - -Daarop hieven de priesters het beeld van Khonsu in Thebe Neferhotep op -en plaatsten het tegenover Khonsu, den duivelbanner. En de koning sprak -weer tot Khonsu in Thebe Neferhotep en zei: "Mijn goede heer, wend uw -aangezicht tot Khonsu, den duivelbanner. Sta toe, dat hij zich naar -Bekhten begeeft." - -Khonsu in Thebe Neferhotep boog zijn hoofd tweemaal als teeken van -toestemming. Heel wonderbaar was het beeld van Khonsu in Thebe -Neferhotep. - -En weer sprak Koning Ramses: "Laat uwe bescherming met hem zijn. Stem -toe, dat ik den god Khonsu naar Bekhten zend om Bent-reshy, de kleine -zuster van de Koninklijke Vrouwe, te redden. - -Khonsu in Thebe Neferhotep boog zijn hoofd tweemaal als teeken van -toestemming. - -Zeer wonderbaar was het beeld van Khonsu in Thebe Neferhotep. En hij gaf -zijn magische bescherming viermaal aan Khonsu, den duivelbanner. Toen -gaf koning Ramses bevel Khonsu, den duivelbanner, in de Groote Boot te -plaatsen; en rechts en links van de Groote Boot waren vijf kleine booten -met talrijke en prachtige paarden en wagens. Het gevolg van Khonsu, den -duivelbanner, was gelijk aan dat van een koning. Een jaar en vijf -maanden reisden zij, voordat ze Bekhten bereikten. - -De vorst van Bekhten trok uit met zijn boogschutters en hovelingen om -Khonsu, den duivelbanner, een koninklijke ontvangst te bereiden en zij -trokken hem tegemoet, als was hij een koning. De vorst van Bekhten viel -op zijn knieën en raakte met zijn voorhoofd den grond aan voor de voeten -van Khonsu, den duivelbanner, en zeide: "Gij zijt tot ons gekomen. O, -wees goedertieren voor ons, overeenkomstig de woorden van Ramses, koning -van Egypte". Zij brachten Khonsu, den duivelbanner, naar de kamer van -Bent-reshy, de kleine zuster van de koningin. En zie, er gebeurde een -wonder, want in hetzelfde oogenblik was zij gezond. - -Toen sprak de geest, die in haar geweest was, tot Khonsu, den -duivelbanner: "Gij zijt gekomen in vrede, o groote God, de duivelbanner. -Bekhten is uw stad; haar volk zijn uw slaven. Ik buig voor u neder, want -ook ik ben uw slaaf. Ik wil gaan naar de plaats, vanwaar ik gekomen ben, -opdat mijn hart rust moge vinden. Maar laat de verheven Khonsu, voor dat -ik heenga, bevel geven, dat de vorst van Bekhten een dag vaststelt, die -gewijd is aan mij". - -Toen hij deze woorden gehoord had, wendde Khonsu, de duivelbanner, zijn -hoofd naar den priester en zeide: "Laat de vorst van Bekhten een groot -offer brengen aan dezen geest". - -De vorst van Bekhten en zijne soldaten en zijn hovelingen hoorden de -stemmen van den geest en van den god en zij sidderden en waren in de -hoogste mate verschrikt. Zij voldeden aan het bevel van den god en -maakten een groote offerande in gereedheid voor Khonsu, den -duivelbanner, en voor den geest, die het lichaam verlaten had van -Bent-reshy, de kleine zuster van de Koningin, de dochter van den vorst -van Bekhten. En zij stichtten een heiligen dag met offers en plengingen. -Zoo verliet de geest in den vorm van een Lichtend Wezen in vrede het -land Bekhten en ging heen, werwaarts het hem behaagde, zooals Khonsu, de -duivelbanner, bevolen had. - -De vorst van Bekhten was blij en zijn hart was verheugd en het geheele -volk was ook verheugd, dat de geest uit Bent-reshy en uit het land -Bekhten verdreven was. Maar te midden van zijn vreugde en blijdschap -werd het hart van den vorst van Bekhten vervuld van vrees, dat de geest -zou terugkeeren en zich weer in het land vestigen, wanneer Khonsu, de -duivelbanner, vertrokken zou zijn. Hij overlegde bij zich zelf: "Ik zal -Khonsu, den duivelbanner, in Bekhten houden. Ik zal hem niet laten -terugkeeren naar Egypte". Zoo bleef Khonsu, de duivelbanner, drie jaren, -vier maanden en vijf dagen in Bekhten, want de vorst van Bekhten wilde -hem niet laten heengaan. En op het eind van dien tijd lag de vorst van -Bekhten des nachts in zijn bed te slapen en terwijl hij sliep, kreeg hij -een vizoen voor zijn oogen. Hij droomde, dat hij voor den tempel van -Khonsu, den duivelbanner, stond; de groote deuren van den tempel werden -teruggeslagen en de god trad naar buiten tusschen de deuren. Hij nam de -gedaante aan van een sperwer met gouden veeren, schoon en glanzend en -verhief zich hoog in de lucht met uitgespreide vleugels en schoot -pijlsnel voort in de richting van Egypte. - -Toen de vorst van Bekhten ontwaakte, was hij buitengewoon ontsteld, want -hij vreesde den toorn der Goden. En hij zond om den priester van Khonsu, -den duivelbanner, en sprak tot hem: "De god is vervreemd van ons, hij is -naar Egypte teruggekeerd. Laat zijn triomfwagen ook naar Egypte -terugkeeren." - -De vorst van Bekhten gaf bevel, dat de god naar Egypte zou worden -teruggebracht en overlaadde hem met gaven. Groot en talrijk waren de -geschenken bestaande uit allerlei schoone voorwerpen, die de vorst van -Bekhten gaf aan Khonsu, den duivelbanner. Vele maanden reisden zij, -begeleid door een escorte soldaten en paarden uit het land van Bekhten. -Zij kwamen goed en wel te Thebe aan en begaven zich naar den tempel van -Khonsu in Thebe Neferhotep. Toen gaf Khonsu, de duivelbanner, alle -geschenken, de rijke en kostbare geschenken, die hij van den vorst van -Bekhten gekregen had, aan Khonsu in Thebe Neferhotep; niets behield hij -voor zich zelf. Zoo eindigde de reis van Khonsu, den duivelbanner, den -grooten God. - - * * * * * - - - - -II. - -DE DROOM VAN DEN KONING. - - -Lang, lang geleden leefde Thothmes, koning van Egypte; hij was heer van -de twee landen, drager van de dubbele kroon, bemind door de Goden. Hij -was niet die Thothmes, de machtige Stier, die Syrië en Nubië veroverde -en de negen stammen der boogschutters overwon. Maar hij droeg denzelfden -naam en was een groot en dapper koning; Syrië boog voor hem, Nubië was -zijn slaaf en hij zette zijn voet op den nek van de negen stammen der -boogschutters. Als kind geleek hij op Harpocrates, den zoon van Isis, -die geboren was in de moerassen van het noordelijke land. Hij was schoon -als een God en had een gestalte als Horus, de wreker van zijn vader. - -In alle mannelijke lichaamsoefeningen muntte hij uit; hij maakte jacht -op het wild gedierte in de woestijn, zoowel ten noorden als ten zuiden -van Memphis, hij vervolgde de leeuwen en herten, hij schoot met pijlen -op de schijf, hij reed in een zegekar en zijn paarden waren sneller dan -de wind. Hij joeg alleen of slechts met twee metgezellen, en niemand -kende het pad, dat hij zou volgen, want in de woestijn woont niemand, -behalve de wilde dieren. - -Wanneer zijn dienaren rust noodig hadden gedurende de hitte van den dag, -nam hij ze mee naar het groote beeld van Harmachis dicht bij Eher-Aha, -waar de weg van den God oostwaarts voert naar On. Dit grootsche beeld -was van steen, gehouwen uit de levende rots; zijn gelaat was het gelaat -van een man, ernstig en majestueus, dat gekeerd was naar de opgaande -zon; zijn lichaam was het lichaam van een leeuw; op zijn voorhoofd -bevindt zich de doodaanbrengende slang, met haar kop rechtop, gereed op -haar toe te schieten. De menschen noemen dit beeld Harmachis en de -Sphinx en de "vader der verschrikkingen". Groot en verheven is dit beeld -van den God, rustend op zijn uitgezochte plaats; groot is zijn macht, -want de schaduw van de zon valt op hem. De tempels van Memphis en de -tempels van elke stad aan weerszijden er van vereeren het, zij strekken -hun handen vol aanbidding naar hem uit en offers en plengingen worden -hem gebracht. - -Eens, voordat Thothmes nog koning was, voordat hij den troon van Horus, -den Levende, had bestegen, gebeurde het, dat hij alleen op jacht was in -de woestijn en het was op het midden van den dag. De hitte was fel en de -zonnestralen verblindend en hij rustte in de schaduw van den grooten -God. En terwijl hij zoo rustte, vermoeid en verhit, in de koelte van de -schaduw, viel hij in een zwaren en diepen slaap juist op het oogenblik, -dat de zon het zenith bereikte. - -Zoo sliep hij in het middaguur en in zijn slaap droomde hij en kreeg hij -vizioenen. In zijn droom stond hij voor het reusachtige beeld van den -God, maar het was niet langer van steen, want ziet, het was de God zelf. -Er was leven in hem, zijn lippen bewogen en hij sprak met vriendelijke -woorden, zooals een vader spreekt tot zijn kind, want de woorden -bevatten een zegen. - -"Zie nu, o mijn zoon Thothmes", sprak hij, zie mij aan, aanschouw mij. -Ik ben uw vader, ik, die Harmachis en Ra en Khepera en ook Atmu ben. -Want ik ben de Zonnegod, aan wien alle landen zijn onderworpen. Door mij -alleen zal het koninkrijk Egypte u ten deel vallen; gij zult de witte -kroon van het Zuidelijke Land en de roode kroon van het Noordelijke Land -dragen, gij zult zitten op den troon van Geb, den erfgenaam. Aan u zal -het geheele land in zijn lengte en breedte toebehooren, dat land, -hetwelk de alleenheerschende Koning beroemd zal maken. Gebrek zal nimmer -uw deel zijn, geen ongeluk zal u treffen, want geschenken zullen u -gebracht worden uit alle landen, van nabij en ver, uw leven zal vele -jaren duren; mijn aangezicht zal tot u gekeerd zijn en mijn hart zal -zich tot u neigen, indien gij voor mij doen wilt datgene, wat ik van u -zal verlangen. - -En Thothmes keek en zag, dat het beeld half begraven lag in het zand en -het leek, alsof de God worstelde om zich vrij te maken, want niets dan -zijn hoofd stak uit boven de vlakte en het zand verhief zich om hem als -de golven van de zee, wanneer zij een schip verzwelgen, dat op de rotsen -geloopen is. - -Toen sprak de God opnieuw en zeide: "Het zand van de woestijn, waarop ik -rust, omgeeft mij, het overstelpt mij, het bedekt mij. Haast u te doen, -wat mijn hart begeert, want ik weet, dat gij een zoon zijt, die de -bevelen van zijn vader zal opvolgen". - -De slaap ontvlood de oogleden van Thothmes en hij werd wakker. - -(Hier is het opschrift afgebroken en het eind van de geschiedenis is -niet bekend). - - * * * * * - - - - -III. - -DE KOMST VAN DE GROOTE KONINGIN. - - -Amon-Ra, koning der goden, zat op zijn troon en om hem stonden de -machtigsten der goden en godinnen geschaard. Aan zijn rechterzijde stond -Osiris, gekroond met de groote witte kroon van het Zuidelijk Land; aan -zijn linkerzijde stond Mentu, de oorlogsgod en op het hoofd van Mentu -stonden twee groote veeren en de stralende zonneschijf. Naast Osiris -stonden de tweelinggodinnen Isis en Nephthys; naast hen stond Hathor, de -godin van de liefde, die de Grieken Aphrodite noemen; Horus, de zoon van -Isis, met de verziende haviksoogen; en Anubis, de zoon van Nephthys, de -trouwe beschermer van Isis. Naast Nentu stonden Atmu, de god van den -zonsondergang; Shu en zijn tweelingzuster Tefnut; Geb, de god der aarde, -en Nut, de godin des hemels. Deze twee zijn de oudste van de goden, van -wie alle anderen afstammen. - -Amon-Ra, koning der goden, zat op zijn troon en zag uit over het land -Egypte en hij sprak, zeggende: "Ik wil een koningin scheppen om over -Tamery te regeeren, ik wil de twee Landen voor haar vereenigen in vrede -en in haar handen wil ik de geheele wereld plaatsen. Egypte en Syrië, -Nubië en Punt, het land der Goden, zullen onder haar scepter staan." En -toen hij gesproken had, heerschte er stilte onder de goden. - -Terwijl hij nog sprak, verscheen Thot, die op één na de grootste was, de -schepper van de tooverkunst, de heer van Khemennu. Hij luisterde naar de -woorden van Amon-Ra, koning der goden en gedurende de stilte, die -volgde, sprak hij: - -"O Amon-Ra, heer van de tronen van de Twee landen, koning der goden, -schepper der menschen. Zie, in het Zwarte land in het paleis van den -koning is een maagd, die schoon is en welgevormd. Aahmes is haar naam en -zij is de vrouw van den koning van Egypte. Zij alleen kan de moeder zijn -van de groote koningin, die gij scheppen wilt om over de Twee Landen te -regeeren. Zij bevindt zich in het paleis van den koning. Kom, laat ons -tot haar gaan". - -Nu dan, de gedaante van Thot is de gedaante van een ibis, opdat hij snel -door de lucht kan vliegen en niemand hem zal herkennen, en als een ibis -vloog hij naar het paleis van den koning. Maar Amon-Ra nam de gedaante -aan van den koning van Egypte. Groot was de majesteit van Amon-Ra, -prachtig zijn kleedij. Om zijn hals had hij een schitterenden keten van -goud en edelgesteenten, om zijn armen droeg hij armbanden van zuiver -goud en amber en op zijn hoofd had hij twee pluimen; aan de pluimen -alleen kon men den koning der goden kennen. In de eene hand droeg hij -den scepter als teeken van macht, in de andere het zinnebeeld van het -leven. Prachtig was hij, als de zon op den middag en de geuren van het -land Punt omgaven hem. - -In het paleis van den koning van Egypte bevond zich koningin Aahmes en -het was nacht. - -Zij lag op haar rustbed en de slaap hield haar oogleden gesloten. Als -een kostbaar kleinood lag zij daar in al haar schoonheid en de kamer, -waarin zij sliep was het omhulsel, waarin het kleinood gevat was; zwart -brons en amber, acacia- en ebbenhout waren de materialen, waarmee het -paleis versierd was en haar rustbed had den vorm van een woesten leeuw. - -Door de twee groote deuren van het paleis kwamen de goden binnen; -niemand zag hen, niemand werd hen gewaar. En met hen kwam Neit, de godin -van Saïs en Selk de schorpioen-godin. Op het hoofd van Neit bevonden -zich schild en gekruiste pijlen, op het hoofd van Selk een schorpioen, -die in elke klauw het zinnebeeld van het leven droeg. De welriekende -geuren van Punt verspreidden zich door de kamer en koningin Aahmes -ontwaakte en aanschouwde Amon-Ra, koning der goden, schepper der -menschen. In al zijn majesteit en schoonheid verscheen hij voor haar en -haar hart werd vervuld met vreugde. Hij hield haar het zinnebeeld van -het leven en den scepter der macht toe. En Neit en Selk hieven de -rustbank, waarop de koningin lag, op en hielden ze hoog in de lucht, -opdat zij verheven mocht zijn boven den grond, waarop de gewone -stervelingen leven, terwijl zij met de onsterfelijke Goden sprak. Toen -keerde Amon-Ra terug en werd tot den troon verheven onder de Goden. En -hij riep tot zich Khnum, den schepper, die de lichamen der menschen -vormt, die bij de bruisende wateren van den grooten katarakt woont. Aan -Khnum gaf hij bevel, zeggende: "O Khnum, maker van de lichamen der -menschen, vorm voor mij mijn dochter, haar, die de groote koningin van -Egypte zal zijn. Want ik wil haar geven behalve het leven voldoening, -vastberadenheid en vreugde des harten tot in eeuwigheid". - -Khnum, de schepper, de maker van de lichamen der menschen, die bij de -groote katarakten woont, gaf aan Amon-Ra dit antwoord: "Ik wil voor u uw -dochter scheppen en haar gedaante zal schitterender zijn dan die der -Goden vanwege de grootheid van haar waardigheid als koningin van het -Zuiden en het Noorden". - -Toen haalde hij zijn pottebakkerswiel en nam klei en met zijn handen -vormde hij het lichaam van de dochter van koningin Aahmes en het lichaam -van haar "ka". En het lichaam van het kind en het lichaam van de "ka" -waren elkander in gedaante en gelaatstrekken precies gelijk, zoodat -niemand dan de Goden alleen ze van elkaar onderscheiden kon. Hare -schoonheid was aan die van Amon-Ra gelijk en overtrof die van de Goden. - -Naast het pottebakkerswiel knielde Hekt, vrouwe van Herur, godin der -geboorte. In iedere hand hield zij het zinnebeeld van het leven en toen -het wiel draaide en de lichamen gevormd werden, hield zij het haar toe, -opdat het leven de levenlooze klei zou doordringen. Toen gingen Khnum, -de maker van de lichamen der menschen en Hekt, de godin der geboorte, -naar het paleis van den koning van Egypte en met hen ging Isis, de -groote moeder en haar zuster Nephthys; ook Meskhent en Ta-urt en Bes, de -beschermer der kinderen. De geesten van Pé en de geesten van Dep kwamen -mede om de dochter van Amon-Ra en van koningin Aahmes te begroeten. - -En toen het kind verscheen, verheugden de godinnen zich en de geesten -van Pé en van Dep zongen lofliederen haar ter eer, want de dochter van -Amon-Ra zou eens op den troon van Horus van de Levenden zitten en over -het Land van Egypte regeeren tot eer van de Goden. Hatshepsut werd zij -genoemd, eerste der Edele Vrouwen, goddelijke der Diademen gunstelinge -van de Godinnen en geliefd door Amon-Ra. En de Goden beloofden haar, dat -zij meesteres zou zijn van alle landen onder de zon en dat zij als -koningin zou verschijnen op den troon van Horus in de heerlijkheid van -het Groote Huis. En de gunst van Amon-Ra viel haar voor altijd ten deel. - - - - -IV. - -HET BOEK VAN THOT. - - -Ahura was de vrouw van Nefer-ka-ptah en hun kind heette Merab; onder -dezen naam was hij door de schrijvers opgeteekend in den Tempel des -Levens. En ofschoon Nefer-ka-ptah de zoon van den Koning was, stelde hij -in niets ter wereld belang dan in het lezen van oude gedenkschriften, -die geschreven waren op papyrus in den Tempel des Levens of in steen -gebeiteld in de tempels; den geheelen dag en iederen dag weer -bestudeerde hij de geschriften der voorvaderen. - -Eens ging hij naar den tempel om te bidden tot de Goden, maar toen hij -de opschriften op de muren zag, begon hij ze te lezen en hij vergat te -bidden, hij vergat de Goden, hij vergat de priesters, hij vergat alles -om zich heen, totdat hij achter zich gelach hoorde. Hij keek om en zag -een priester staan, die zoo lachte. - -"Waarom lacht gij om mij?" vroeg Nefer-ka-ptah. - -"Omdat gij deze waardelooze geschriften leest", antwoordde de priester. -"Wanneer gij geschriften wilt lezen, die waard zijn gelezen te worden, -dan kan ik u vertellen, waar het boek Thot verborgen ligt". - -Toen hield Nefer-ka-ptah niet op met vragen en de priester antwoordde: -"Thot schreef het boek met eigen hand en al de tooverkunsten der wereld -zijn er in opgeteekend. Als gij de eerste bladzijde leest, zult gij den -hemel, de aarde, de hei, de bergen en de zee kunnen betooveren, gij zult -de taal van de vogels des hemels verstaan en gij zult weten wat de -kruipende dieren der aarde spreken en gij zult de visschen tot op de -donkerste diepte der zee zien. En als gij de volgende bladzijde leest, -kunt ge, al waart gij dood en in de wereld der geesten, terugkomen op -aarde in de gedaante, die gij eens hadt. En behalve dat zult gij de zon -zien schijnen aan den hemel te gelijk met de volle maan en de sterren en -gij zult de groote gedaante van de Goden aanschouwen". - -Toen sprak Nefer-ka-ptah: "Bij het leven van Pharao, dat boek zal in -mijn bezit komen. Zeg mij, wat gij verlangt en ik zal het voor u doen." - -"Zorg voor mijn begrafenis," zei de priester. "Zorg er voor, dat ik -begraven word als een rijk man met priesters en klaagvrouwen, offers, -plengingen en wierook. Dan zal mijn ziel in vrede rusten in de Velden -van Aalu. Honderd zilverstukken moeten er besteed worden voor mijn -begrafenis". - -Toen zond Nefer-ka-ptah een vluggen bode uit om het geld te halen en hij -stelde den priester honderd zilverstukken ter hand. Toen de priester het -zilver genomen had, zei hij tot Nefer-ka-ptah: - -"Het Boek ligt te Koptos midden in de rivier. Midden in de rivier ligt -een ijzeren kist. In de ijzeren kist zit een bronzen kist. In de bronzen -kist zit een kist van keté-hout. In de keté-houten kist zit een kist van -ivoor en ebbenhout. In de kist van ivoor en ebbenhout zit een zilveren -kist. In de zilveren kist zit een gouden kist. En in de gouden kist zit -het Boek van Thot. Rondom de ijzeren kist krioelen slangen en -schorpioenen en allerhande kruipende dieren en daar boven op zit een -slang, die geen mensch kan dooden. Deze moeten dienen om het Boek van -Thot te bewaken". - -Toen de priester uitgesproken had, snelde Nefer-ka-ptah uit den tempel, -want zijn vreugde was zoo groot, dat hij niet wist, waar hij was. Hij -liep snel, ten einde Ahura te zoeken en haar te vertellen van het Boek -en dat hij naar Koptos wou gaan om het te zoeken. Maar Ahura was zeer -bedroefd en zeide: - -"Ga niet op reis, want moeite en verdriet wachten u in het Zuidelijk -Land". - -Zij legde haar hand op die van Nefer-ka-ptah, alsof zij hem terug wilde -houden van het verdriet, dat hem wachtte. Maar hij wilde niet -tegengehouden worden en rukte zich los van haar en begaf zich naar den -koning, zijn vader. Hij vertelde den koning alles, wat hij vernomen had -en zeide: "Geef mij de koninklijke bark, o mijn vader, opdat ik naar het -Zuidelijke Land moge gaan met mijn vrouw Ahura en mijn zoon Merab. Want -het Boek van Thot moet en zal ik hebben". - -Dus gaf de koning zijn bevelen en de koninklijke bark werd in gereedheid -gebracht en Nefer-ka-ptah, Ahura en Merab zeilden de rivier op naar het -Zuiden tot Koptos. Toen zij te Koptos aankwamen, kwamen de hoogepriester -en al de priesters van Isis naar de rivier om Nefer-ka-ptah, Ahura en -Merab welkom te heeten. En zij trokken in een groote processie op naar -den tempel van de Godin en Nefer-ka-ptah offerde een os en een gans en -plengde wijn ter eere van Isis van Koptos en haar zoon Harpocrates. -Daarna richtten de priesters van Isis en hun vrouwen een groot feest -aan, dat vier dagen duurde, ter eere van Nefer-ka-ptah en Ahura. - -In den morgen van den vijfden dag riep Nefer-ka-ptah een priester van -Isis tot zich, een groot toovenaar, die ingewijd was in al de mysteriën -van de Goden. En te samen maakten zij een kleine tooverdoos, die er -uitzag als de romp van een boot en zij maakten mannen en een grooten -voorraad tuig en deden de mannen en het tuig in de tooverboot. Toen -spraken zij een tooverspreuk uit over de boot en de mannen ademden en -waren levend en begonnen het tuig te gebruiken. En Nefer-ka-ptah liet de -tooverboot neer in de rivier, zeggend: "Werklieden, werklieden! Werkt -voor mij!" En hij vulde de koninklijke bark met zand en zeilde alleen -weg, terwijl Ahura aan den oever der rivier te Koptos zat en uitkeek en -wachtte, want zij wist, dat er verdriet moest komen uit deze reis naar -het Zuidelijke Land. - -De toovermannen in de tooverboot werkten drie nachten en drie dagen -zonder ophouden door en toen zij ophielden, lag de koninklijke bark ook -stil en Nefer-ka-ptah wist, dat hij gekomen was op de plaats, waar het -boek lag verborgen. - -Hij nam het zand uit de koninklijke bark en strooide het in het water en -het maakte een opening in de rivier, een opening van een "schoenus" lang -en een "schoenus" breed; midden in de opening lag de ijzeren kist en -naast de kist lag opgerold de groote slang, die geen mensch kon dooden -en rondom de kist aan alle kanten tot aan den rand van de muren van -water krioelden slangen en schorpioenen en allerlei kruipend gedierte. - -Toen stond Nefer-ka-ptah op in de koninklijke bark en over het water -schreeuwde hij de slangen en schorpioenen en het kruipend gedierte iets -toe; een luide en verschrikkelijke kreet was het en de woorden er van -waren tooverwoorden. Zoodra zijn stem zweeg, waren de slangen en -schorpioenen en het kruipend gedierte ook stil, want zij waren betooverd -door de tooverwoorden van Nefer-ka-ptah en zij konden zich niet -verroeren. Nefer-ka-ptah stuurde de koninklijke bark tot aan den rand -van de opening en begaf zich te midden van de slangen en de schorpioenen -en het kruipend gedierte en zij keken hem aan, maar konden zich niet -bewegen door de betoovering, waardoor zij bevangen waren. En nu bevond -Nefer-ka-ptah zich van aangezicht tot aangezicht met de slang, die geen -mensch kon dooden, en zij richtte zich op, gereed tot den strijd. -Nefer-ka-ptah snelde op haar toe en sneed haar het hoofd af, maar op -eens kwamen het hoofd en het lichaam weer te samen en de slang, die geen -mensch kon dooden, was weer levend en gereed voor het gevecht. Weer -schoot Nefer-ka-ptah op haar af en zoo hard sloeg hij, dat het hoofd ver -van het lichaam geslingerd werd, maar plotseling vereenigden het hoofd -en het lichaam zich weer en weer was de slang, die geen mensch kon -dooden, levend en klaar om te strijden. - -Toen zag Nefer-ka-ptah, dat de slang onsterfelijk was en niet verslagen -kon worden, maar overwonnen moest worden door list. Weer snelde hij er -op toe en sloeg haar in tweeën en heel vlug deed hij zand op ieder stuk, -zoodat, toen het hoofd en het lichaam bij elkaar kwamen, het zand -tusschen was, en de stukken zich niet konden vereenigen en de slang, die -geen mensch kon dooden, lag hulpeloos voor hem. - -Toen ging Nefer-ka-ptah naar de groote kist, waar zij stond in de -opening midden in de rivier en de slangen en schorpioenen en het -kruipend gedierte keken toe, maar zij konden hem niet tegenhouden. - -Hij opende de ijzeren kist en vond een bronzen kist. - -Hij opende de bronzen kist en vond een keté-houten kist. - -Hij opende de keté-houten kist en vond een kist van ivoor en ebbenhout. - -Hij opende de kist van ivoor en ebbenhout en vond een zilveren kist. - -Hij opende de zilveren kist en vond een gouden kist. - -Hij opende de gouden kist en vond het Boek van Thot. - -Hij opende het Boek en las een bladzijde en opeens had hij den hemel, de -aarde, de hel, de bergen en de zee betooverd en hij verstond de taal van -vogels, visschen en andere dieren. Hij las de tweede bladzijde en hij -zag de zon schijnen aan het uitspansel te gelijk met de volle maan en de -sterren en hij zag de groote gedaante van de Goden en zoo sterk was de -betoovering, dat de visschen van uit de diepste diepten der zee naar -boven kwamen. Nu wist hij, dat, wat de priesters hem verteld had, waar -was. Toen dacht hij aan Ahura, die op hem wachtte te Koptos en hij sprak -een tooverspreuk uit over de mannen, die hij gemaakt had, zeggend: -"Werklieden, werklieden! Werkt voor mij! en breng mij terug naar de -plaats, vanwaar ik gekomen ben". Zij zwoegden dag en nacht, tot dat zij -te Koptos kwamen en daar zat Ahura bij de rivier. Ze had niets gegeten -of gedronken sedert het vertrek van Nefer-ka-ptah, want zij zat te -wachten en uit te zien naar het verdriet, dat over hen zou komen. Maar -toen zij Nefer-ka-ptah zag terugkeeren in de koninklijke bark, was haar -hart blijde en zij verheugde zich in de hoogste mate. Nefer-ka-ptah kwam -naar haar toe en legde het Boek van Thot in haar handen en verzocht haar -het te lezen. Toen zij de eerste bladzijde las, betooverde zij den -hemel, de aarde, de hel, de bergen en de zee en zij verstond de taal van -de vogels, de visschen en het kruipend gedierte, en toen zij de tweede -bladzijde las, zag zij de zon schijnen aan het uitspansel tegelijk met -de volle maan en sterren en zij zag de groote gedaanten van de Goden en -zoo sterk was de betoovering, dat de visschen uit de diepste diepten te -voorschijn kwamen. - -Nefer-ka-ptah riep om een stuk nieuwe papyrus en een beker bier; en op -de papyrus schreef hij al de tooverkunsten, die in het Boek van Thot -stonden. Toen nam hij den beker bier en doopte de papyrus in het bier, -zoodat alle inkt werd weggespoeld en de papyrus er uitzag alsof er nooit -op geschreven was. En Nefer-ka-path dronk het bier en kende opeens al de -tooverformulieren, die geschreven waren geweest op de papyrus, want dit -is de methode van de groote toovenaars. - -Toen gingen Nefer-ka-ptah en Ahura naar den tempel van Isis en brachten -er offers aan Isis en Harpocrates en gaven een groot feest en den -volgenden dag begaven zij zich aan boord van de koninklijke bark en -zeilden vroolijk de rivier af naar het Noorden. Maar ziet, Thot had het -verlies van zijn boek ontdekt en Thot barstte in woede los gelijk een -panther uit het zuiden en hij snelde naar Ra en vertelde hem alles, -zeggende:"Nefer-ka-path heeft mijn tooverkist gevonden en ze geopend en -heeft mijn Boek gestolen, juist het boek van Thot; hij versloeg de -bewakers, die het omringden en de slang, die geen mensch kan dooden, lag -hulpeloos vóór hem. Wreek mij, o Ra, op Nefer-ka-path, zoon van den -koning van Egypte." - -Koning Ra antwoordde en sprak: "Neem hem en zijn vrouw en zijn kind en -doe met hen, wat gij wilt." En nu was het verdriet, waarop Ahura wachtte -en waarnaar zij uitzag, op het punt over hen te komen, want Thot nam van -Ra een volmacht mee, die hem in staat stelde met den steler van zijn -Boek te doen, wat hij verkoos. - -Toen de koninklijke bark zacht de rivier afvoer, kwam de kleine jongen -Merab uit de schaduw van de zonnetent en leunde over den kant, en keek -naar het water. En de macht van Ra trok hem neer, zoodat hij in de -rivier viel en verdronk. Toen hij viel, uitten al de matrozen op de -koninklijke bark en al de menschen die langs den oever wandelden een -luiden kreet, maar zij konden hem niet redden. - -Nefer-ka-path kwam uit zijn kajuit en sprak een tooverspreuk uit over -het water en het lichaam van Merab kwam aan de oppervlakte en zij -haalden het aan boord van de koninklijke bark. Toen las Nefer-ka-ptah -nog een tooverspreuk en zoo groot was haar macht, dat het doode kind -sprak en Nefer-ka-ptah alles vertelde, wat er onder de Goden gebeurd -was, dat Thot zich zocht te wreken en dat Ra hem de macht gegeven had -aan die wraak op dengene, die zijn boek gestolen had, te voldoen. - -Nefer-ka-ptah gaf bevel, dat de koninklijke bark naar Koptos zou -terugkeeren, opdat Merab daar begraven zou worden met al de eerbewijzen, -die aan den zoon van een vorst verschuldigd waren. Toen de -begrafenisplechtigheden voorbij waren, zeilde de koninklijke bark de -rivier af naar het Noorden. Een vroolijke reis was het niet meer, want -Merab was dood en Ahura's hart was bezwaard van wege het verdriet, dat -nog komen moest, want aan de wraak van Thot was nog niet voldaan. Zij -bereikten de plaats, waar Merab in het water was gevallen en Ahura kwam -te voorschijn uit de schaduw van de zonnetent en zij leunde over den -kant van de bark en de macht van Ra trok haar naar beneden, zoodat zij -in de rivier viel en verdronk. - -Toen zij viel, uitten de matrozen in de koninklijke bark en alle -menschen, die langs den oever der rivier wandelden een luiden kreet, -maar zij konden haar niet redden. Nefer-ka-ptah kwam uit de kajuit en -sprak een tooverspreuk uit over het water en het lichaam van Ahura kwam -aan de oppervlakte en zij haalden het aan boord van de koninklijke bark. -Toen Sprak Nefer-ka-ptah een andere tooverspreuk en zoo groot was haar -macht, dat de doode vrouw sprak en Nefer-ka-ptah alles vertelde, wat er -gebeurd was onder de Goden, dat Thot nog wraak zocht en dat Ra hem -toegestaan had met den steler van zijn boek te doen, wat hem goeddunkte. - -Nefer-ka-ptah gaf bevel, dat de koninklijke bark zou terugkeeren naar -Koptos, opdat Ahura begraven kon worden met de eerbewijzen, die -verschuldigd zijn aan de dochter van een koning. - -Toen de begrafenisplechtigheden voorbij waren, zeilde de koninklijke -bark de rivier af naar het Noorden. Een treurige reis was het nu, want -Ahura en Merab waren dood en aan de wraak van Thot was nog niet voldaan. - -Zij bereikten de plaats, waar Ahura en Merab in het water waren gevallen -en Nefer-ka-ptah voelde, dat de macht van Ra hem trok. - -Hoewel hij er zich tegen verzette, wist hij, dat ze hem zou overwinnen. -Hij nam een stuk linnen, fijn en sterk, en maakte er een band van, en -daarmede bond hij het Boek van Thot stevig op zijn borst vast, want hij -was besloten dat Thot zijn Boek nimmer terug zou hebben. - -Toen trok de macht hem nog sterker en hij trad uit de schaduw van de -zonnetent te voorschijn en wierp zich in de rivier en verdronk. Toen hij -viel, uitten al de matrozen van de koninklijke bark en alle menschen, -die langs den oever wandelden, een luiden kreet, maar zij konden hem -niet redden. En toen zij zijn lichaam zochten, konden zij het niet -vinden. - -Daarop zeilde de koninklijke bark de rivier af, totdat zij het -Noordelijke Land bereikten en te Memphis aanlandden en de kapiteins van -de koninklijke bark gingen naar den koning en vertelden hem alles, wat -er gebeurd was. De koning trok rouwkleeren aan; hij en zijn hovelingen, -de hoogepriester en alle priesters van Memphis, het leger van den koning -en de hofhouding van den koning waren in rouwgewaden gekleed en zij -trokken in processie naar de haven van Memhis naar de koninklijke bark. - -Toen zij aan de haven kwamen, zagen zij het lichaam van Nefer-ka-ptah in -het water drijven naast de bark, dicht hij het roer. En dit wonder -geschiedde door de tooverkracht van Nefer-ka-ptah; zelfs in den dood was -hij een groot toovenaar wegens de tooverspreuken die hij van de papyrus -afgewasschen en in het bier opgedronken had. - -Toen trokken zij hem uit het water en zij zagen het Boek van Thot op -zijn borst gebonden met den gordel van het koninklijk linnen. En de -koning gaf bevel, dat zij Neferka-ptah zouden begraven met de -eerbewijzen, die verschuldigd zijn aan den zoon van een koning en dat -het boek van Thot met hem begraven zou worden. - -Zoo was aan de wraakzucht van Thot voldaan, maar het boek bleef bij -Nefer-ka-ptah. - - * * * * * - - - - -V. - -OSIRIS - - -In den beginne vervloekte Ra Nut en zijn vervloeking bestond hierin, dat -geen harer kinderen geboren zou worden op eenigen dag van eenig jaar. En -Nut smeekte Thot om hulp, Thot, die haar lief had, den god van de -tooverkunst, de geleerdheid en de wijsheid, hem, dien de Grieken Hermes -Trismegistus noemden. Ofschoon de vervloeking, die eens door den grooten -God Ra geuit was, nimmer herroepen kon worden, opende Thot door zijn -wijsheid een uitweg. Hij begaf zich naar den Maangod, wiens luister -bijna gelijk was aan dien van de Zon zelf en daagde hem uit tot een -dobbelspel. Groot was de inzet aan beide zijden, maar die van den -Maangod was het grootst, want hij verwedde zijn eigen licht. Spel na -spel speelden zij en altijd was het geluk aan de zijde van Thot, totdat -de Maan niet meer wilde spelen. Toen verzamelde Thot het licht, dat hij -gewonnen had en door middel van zijn macht en grootheid verdeelde hij -het over vijf dagen. En sedert dien tijd heeft de Maan geen licht genoeg -om de heele maand te schijnen, maar neemt af, totdat hij geheel duister -is en groeit dan weer langzaam aan tot zijn vollen glans; want het licht -van vijf heele dagen was hem afgenomen. En deze vijf dagen plaatste Thot -tusschen het eind van het oude jaar en het begin van het nieuwe, zoodat -hij ze afgescheiden hield van beide; en op deze vijf dagen werden de -vijf kinderen van Nut geboren: Osiris op den eersten dag, Horus op de -tweeden, Set op den derden, Isis op den vierden en Nephthys op den -vijfden. Zoo werd de vervloeking van Ra tegelijk vervuld en te niet -gedaan, want de dagen, waarop de kinderen van Nut geboren werden, -behoorden tot geen jaar. - -Toen Osiris geboren werd, werden er teekenen en wonderen gezien over de -geheele wereld, want een stem weerklonk over de geheele aarde: "De Heer -van het Heelal komt tot het licht". En een vrouw, die water putte op het -heilige voorplein van den tempel, werd vervuld met een goddelijke -inspiratie en snelde weg, roepende: "Osiris, de Koning is geboren". - -Nu was Egypte een barbaarsch land, waar de menschen elkaar bevochten en -menschenvleesch aten; niets wisten zij van de goden, wetteloos waren zij -en onbeschaafd. Maar Osiris werd Koning van Egypte en hij toonde zijn -volk, hoe zij het land moesten bebouwen en koren zaaien en den wijnstok -planten en hij leerde hun, welke eer zij de Goden verschuldigd waren, en -maakte wetten en vernietigde hun barbaarsche en onbeschaafde gebruiken. -Waarheen hij zich begaf, boog het volk voor hem neer, want zij hadden -tot zelfs den grond lief, waarop zijn voeten traden; en wat hij ook -voorschreef, zij deden het. Zoo regeerde Osiris over de Egyptenaren; met -ontrolde banieren en klinkende muziek trok hij uit Egypte, ten einde -alle landen onder zijn scepter te brengen. - -Maar Set haatte zijn broeder Osiris en hij verzamelde twee-en-zeventig -samenzweerders; en onder hen bevond zich Aso, koningin van Ethiopië. En -zij vatten het plan op, dat, wanneer Osiris terugkeerde, zij hem zouden -dooden en Set op den troon zetten; maar zij hielden hun plannen geheim -en trokken Osiris met vriendelijke gezichten tegemoet, toen hij Egypte -in triomf weer binnentrok. In het verborgen hielden zij telkens -samenkomsten, in het verborgen ook brachten zij een kist in gereedheid, -gemaakt van kostbaar hout, beschilderd en versierd met rijke teekeningen -en gloeiende kleuren, een mengeling van tinten en een overvloed van -kunstig handwerk, zoodat allen, die ze zagen, verlangden ze in hun bezit -te hebben. Set, de Booze, had in het geheim de maat genomen van het -lichaam van Osiris en de kist was zoo gemaakt, dat het lichaam van den -Koning er in paste, want dit behoorde tot het plan. - -Toen alles gereed was, noodigde Set zijn broeder en de twee-en-zeventig -samenzweerders uit op een feest in zijn groote feesthal. - -Toen het feest voorbij was, zongen zij het lied van Mancros, zooals de -gewoonte was, en slaven boden ronde bekers wijn aan en wonden -bloemkransen om de hoofden der gasten en stortten reukwerken over hen -uit, totdat de feestzaal doortrokken was van heerlijke geuren. En -terwijl er vreugde heerschte, traden er slaven binnen, die de kist -droegen, en alle gasten uitten een kreet van bewondering op het zien van -haar schoonheid. - -Toen stond Set op van zijn zitplaats en zeide: Hem, die in deze kist -gaat liggen en die er in past, zal ik haar geven. Zijne woorden waren -honigzoet, maar in zijn hart was de bitterheid van het kwade. - -Eén voor één gingen de samenzweerders onder gescherts en gelach in de -kist liggen; den een was zij te lang, een ander was te kort, een derde -was zij te wijd en een vierde te nauw. Toen was de beurt aan Osiris en -geen kwaad vermoedend legde hij er zich in neer. Plotseling pakten de -samenzweerders het deksel beet en sloegen het dicht; eenigen spijkerden -het stevig vast, terwijl anderen gesmolten lood in alle openingen goten, -opdat hij niet zou kunnen ademen en leven. Zoo stierf de groote Osiris, -die Unnefer, de Zegevierende, wordt genoemd, en na zijn dood kwam hij in -de Duat en werd Koning der Dooden en Heerscher over hen, die in het -Westen wonen. - -De samenzweerders hieven de kist, die nu een doodkist was, op en droegen -haar naar de rivier. Zij slingerden haar ver in het water en Hapi, de -Nijl-god, ving haar op en droeg haar op zijn stroom naar de zee; de -Groote Groene Wateren namen haar op en de golven droegen haar naar -Byblos en lichtten haar in de tamarinde, die aan het strand groeide. -Toen groeiden er uit den boom groote takken, die bladeren en bloemen -droegen, ten einde een geschikte rustplaats voor den God te vormen en de -faam van zijn schoonheid verbreidde zich door het geheele land. - -In Byblos regeerde Koning Malkander en zijn vrouw, Koningin Athenaïs. -Zij gingen naar het strand om den boom te zien, want niets kon men zien -dan bladeren en bloesems, die de kist voor het oog verborgen. Toen gaf -Koning Malkander bevel, dat de boom omgehakt en naar het Koninklijke -paleis gebracht zou worden. Iedereen was verbaasd bij het zien van haar -schoonheid, ofschoon niemand wist, dat ze het lichaam van een God -bevatte. - -Isis was buitengewoon bevreesd voor Set. Zijn vriendelijke woorden -misleidden haar niet en zij kende zijn vijandschap jegens Osiris, maar -de groote Koning wilde niet gelooven aan de slechtheid van zijn broeder. -Toen de ziel van Osiris het lichaam verliet, wist Isis terstond, dat hij -dood was, hoewel geen mensch het haar verteld had. Zij nam haar zoontje, -die Harpocrates of het Kind Horus genoemd wordt en vluchtte met hem naar -de moerassen van de Delta en verborg hem in de stad Pé. Oud en grijs was -de stad Pé en ze stond op een eiland; daar woonde de godin Uazet, die -ook Buto en Latona genoemd wordt, want zij wordt aangebeden onder vele -namen. Uazet nam het kind onder haar bescherming en Isis maakte door -haar goddelijke macht het eiland los en het dreeft op de oppervlakte der -Groote Groene Wateren weg, zoodat niemand kon zeggen, waar het te vinden -was. Want zij vreesde de macht van Set, die het kind zou kunnen -vernietigen, zooals hij den vader vernietigd had. - -Daar de zielen der menschen geen rust kunnen vinden, voordat de -begrafenisplechtigheden zijn vervuld en de begrafenisoffers zijn -gebracht, reisde zij eenzaam en alleen om het lichaam van haar -echtgenoot te zoeken en het te begraven volgens zijn rang en grootheid. -Vele menschen ontmoette zij, zoowel mannen als vrouwen, maar niemand had -de kist gezien en in deze zaak hielp haar macht niet. Toen bedacht zij, -het aan de kinderen te vragen en dadelijk vertelden zij haar van een -beschilderde kist, die in den Nijl dreef. En tot op dezen dag hebben de -kinderen een profetische kracht en kunnen den wil van de Goden verklaren -en de dingen, die nog zullen komen, vooruitzien. - -Zoo kwam Isis, steeds de kinderen ondervragend, te Byblos. Zij zat aan -Groote Groene Wateren en de maagden van Koningin Athenaïs kwamen baden -en spelen in de golven. Toen sprak Isis tot haar en vlocht haar haren en -maakte haar juweelen vast; de adem van de Godin was zoeter dan de geuren -van het Land Punt en hij deelde zijn geur mede aan het haar en de -juweelen en de kleeren van de maagden. Toen zij terugkwamen in het -paleis, vroeg Koningin Athenaïs haar, hoe zij dat reukwerk hadden -gekregen en zij antwoordden: "Eene vrouw, vreemd en bedroefd, zat aan -het strand, toen wij gingen baden en zij vlocht onze haren en maakte -onze juweelen vast en van haar kwam het reukwerk, hoewel wij niet weten -hoe." Koningin Athenaïs ging naar het strand om de vreemde vrouw te zien -en sprak met haar en zij praatten met elkaar zooals moeders praten, want -ze hadden beiden een zoontje; de zoon van Isis was ver weg en de zoon -van Athenaïs was doodziek. - -Toen stond Isis, de Machtige in de Tooverkunst, de bekwame Genezende op, -en zeide: "Breng mij bij uw zoon!" Samen keerden de Godin en de Koningin -terug naar het paleis en Isis nam den kleinen Diktys in haar armen en -zeide: "Ik kan hem sterk en gezond maken; maar op mijn eigen wijze wil -ik het doen en niemand mag er zich mede bemoeien." - -Iederen dag verbaasde Koningin Athenaïs zich over haar zoon. Van een -klein, schreiend kind werd hij een sterke en gezonde jongen, maar Isis -sprak geen woord en niemand wist, wat zij deed. Athenaïs ondervroeg haar -maagden en zij antwoordden: "Wij weten niet, wat zij doet, maar dit -weten wij, dat zij hem voedt en 's nachts grendelt zij de deuren toe van -de zaal, waar de zuil staat, en stapelt houtblokken op het vuur en -wanneer wij luisteren, kunnen wij niets hooren, dan het gesjilp van een -zwaluw." - -Athenaïs was vol nieuwsgierigheid en verborg zich 's nachts in de groote -zaal en keek toe, hoe Isis de deuren grendelde en de houtblokken op het -vuur stapelde, totdat de vlammen hoog oplaaiden. Toen maakte zij, voor -het vuur zittend, een open ruimte tusschen de vlammende houtblokken, een -open ruimte, die gloeiend rood was en in die ruimte legde zij het kind -en zich in een zwaluw veranderend, vloog zij om de zuil, treurend en -klagend, en het geklaag was als het gesjilp van een zwaluw. Koningin -Athenaïs uitte een kreet en greep het kind uit het vuur en keerde zich -om, om te vluchten. Maar vóór haar stond Isis, de Godin, groot en -verschrikkelijk. - -"O dwaze moeder!" sprak Isis. "Waarom greept gij het kind? Slechts een -paar dagen nog en alles, wat sterfelijk was in hem, zou verteerd zijn -door het vuur en hij zou geweest zijn gelijk de Goden, onsterfelijk en -eeuwig jong". - -Een diepe eerbied beving de Koningin, want zij wist, dat zij een van de -goden aanschouwde. Zoo nederig mogelijk smeekten zij en Koning Malkander -de Godin, een geschenk aan te nemen. Al de rijkdommen van Byblos werden -voor haar uitgespreid, maar zij waren haar onverschillig. - -"Geeft mij", zeide zij, "wat deze zuil bevat en ik zal tevreden zijn". -Dadelijk werden werklieden ontboden, ze haalden de zuil omver, hieuwen -ze open en lichten de kist er uit. En Isis nam welriekende specerijen en -geurende bloesems, deze strooide ze over de zuil, wikkelde ze toen in -fijn linnen en gaf ze aan den Koning en de Koningin. En alle menschen -uit Byblos aanbidden ze tot op dezen dag, omdat ze eens het lichaam van -een God bevatte. - -Maar Isis nam de kist mede op een boot en zeilde weg van Byblos en toen -de golven van de rivier Phaedrus, opgezeept door den wind, de kist -dreigden weg te spoelen, deed zij het water opdroogen door haar -tooverspreuken. Toen, op een eenzame plaats, opende zij de kist en het -gezicht van den dooden God aanschouwend, treurde en klaagde zij. - -Nu zeggen sommigen, dat, toen Isis Byblos verliet, ze Diktys medenam en -dat hij uit de boot viel en verdronk. Anderen zeggen, dat haar -geweeklaag zoo vreeselijk klonk in zijn bittere smart, dat zijn hart -brak en hij stierf. Maar ik denk, dat hij in Byblos bleef, en omdat hij -gelegen had in de armen der Goddelijke Moeder en door het reinigend vuur -was gegaan, groeide hij op tot een groot en edel Koning, die zijn volk -met wijsheid regeerde. - -Toen verborg Isis de kist en reisde naar de stad Pé, op het drijvende -eiland, waar haar zoontje Harpocrates veilig was onder de hoede van -Uazet, de Godin van het Noordelijke Land. En terwijl zij weg was, kwam -Set om op wilde beren te jagen met zijn honden. Hij joeg bij maanlicht, -want hij hield van den nacht, wanneer alle slechte demonen te voorschijn -komen; en de lucht was vervuld met het geschreeuw en het hallo der -jagers en het geblaf der honden, die hun prooi achterna joegen. En toen -Set voorbijrende, zag hij de geschilderde kist, waarvan de kleuren -glinsterden en schitterden in den maneschijn. Op dat gezicht kwamen haat -en toorn over hem gelijk een roode wolk en hij raasde als een panter uit -het Zuiden. Hij sleepte de kist van de plaats, waar zij verborgen was, -en brak ze open; hij greep het lichaam en scheurde het in veertien -stukken en door zijn machtige en goddelijke kracht strooide hij de -stukken door het land Egypte. En hij lachte en zeide: "Het is niet -mogelijk het lichaam van een God te vernietigen, maar ik heb het -onmogelijke gedaan: ik heb Osiris vernietigd". En zijn gelach weerklonk -door de wereld en zij, die het hoorden, vluchtten en beefden. - -Toen Isis terugkeerde, vond zij niets dan de vernielde kist en wist, dat -Set dat gedaan had. Haar zoeken moest nu weer opnieuw beginnen. Zij nam -een kleine sloep, gemaakt van papyrusstengels, die samengevoegd waren, -en zeilde door de moerassen, om de stukken van Osiris' lichaam te -zoeken, en al de vogels en dieren gingen met haar om haar te helpen; en -tot op den huidigen dag zullen de krokodillen geen boot aanraken van -papyrusstengels, want zij denken, dat het de moede Godin is, die nog -altijd aan het zoeken is. - -Machtig en listig was haar vijand en alleen door beleid kon hij -overwonnen worden; daarom bouwde zij, overal waar zij een deel van het -goddelijke lichaam vond, een prachtig grafmonument en vervulde de -begrafenisplechtigheden, alsof zij het lijk daar had begraven. Maar in -werkelijkheid nam zij de stukken mede, en toen zij na lange omzwervingen -ze alle gevonden had, vereenigde zij ze alle weer tot één lichaam door -de groote kracht van haar tooverkunst. - -Want, wanneer Horus het Kind opgegroeid zou zijn tot een man, dan zou -hij vechten met Set en zijn vader wreken; en nadat hij de overwinning -zou behaald hebben, zou Osiris weer levend worden. Maar tot op dien dag -zal Osiris in de Duat wonen, waar hij de Dooden even wijs en edel -regeert als hij het de levenden deed, toen hij nog op aarde was. Want, -ofschoon Horus met Set strijdt en de gevechten hevig woeden, is er nog -geen beslissende overwinning behaald en is Osiris nimmer op aarde -teruggekeerd. - - * * * * * - - - - -VI. - -DE SCHORPIOENEN VAN ISIS. - - -Ik ben Isis, de groote Godin, de Meesteres van de Magica, de Zegster der -tooverspreuken. - -Ik kwam uit mijn huis, dat mijn broeder Set mij gegeven had, want Thot, -de tweemaal groote, die machtig in de waarheid is op aarde en in den -hemel. Hij riep en ik kwam te voorschijn, toen Ra in volle glorie naar -den westelijken horizon daalde en het avond werd. - -En met mij kwamen de zeven schorpioenen en hun namen waren Tefen en -Befen, Mestet en Mestetef, Petet, Thetet en Matet. Achter mij stonden -Tefen en Befen; aan weerszijden bevonden zich Mestet en Mestetef; vóór -mij waren Petet, Thetet en Matet, om den weg vrij te maken, opdat -niemand mij zou belemmeren of hinderen. Ik riep luid tot de schorpioenen -en mijn woorden klonken door de lucht en drongen in hun ooren: "Hoedt u -voor den Zwarte, roep den Roode niet, kijk noch naar kinderen, noch naar -eenig klein hulpeloos schepsel." - -Toen trok ik door het land van Egypte, Tefen en Befen achter mij, Mestet -en Mestetef aan weerszijden van mij, Petet, Thetet en Matet vóór mij; en -wij kwamen te Per-sui, waar de krokodil God is en in de Stad van de Twee -Sandalen, die de stad is der Tweeling-Godinnen. Hier beginnen de poelen -en moerassen van het Noordelijke Land, waar velden met papyrusriet zijn -en waar de moerasbewoners huizen; van hier tot aan de Groote Groene -Wateren strekt zich het Noordelijke Land uit. - -Toen kwamen wij bij huizen, waarin de moerasbewoners woonden en de naam -van een der vrouwen was "Roem", ofschoon sommigen haar ook "Kracht" -noemden. Zij stond voor haar deur en van ver zag zij mij aankomen, moe -en afgemat als ik was, en ik zou gaarne hebben willen nederzitten in -haar huis om te rusten. Maar toen ik op het punt was tot haar te -spreken, sloot zij de deur dicht, want zij was bang voor de zeven -schorpioenen, die mij vergezelden. - -Ik trok verder en een der vrouwen opende haar deur voor mij en in haar -huis rustte ik. Maar Mesten en Mestetef, Petet, Thetet en Matet en ook -Befen kwamen bij elkaar en legden hun vergif op den angel van Tefen; zoo -had de angel van Tefen zevenvoudige kracht. Toen keerde Tefen terug naar -het huis van vrouw "Roem", die haar deur voor mij gesloten had; de deur -was nog gesloten, maar tusschen de deur en den drempel was een nauwe -opening. Door deze nauwe opening kroop Tefen en drong het huis binnen en -stak met een angel van zevenvoudige kracht den zoon van vrouw "Roem". -Zoo sterk en brandend was het vergif, dat het kind stierf en er brand -uitbrak in het huis. - -Toen riep en klaagde vrouw "Roem", maar niemand luisterde naar haar en -de Hemel zelf zond water op haar huis. Een groot wonder was dit water -van den Hemel, want de tijd voor de overstroomingen was er nog niet. - -Zoo schreide en klaagde zij en haar hart was vol verdriet, toen zij zich -herinnerde hoe zij voor mij de deur had dicht gedaan, terwijl ik, moede -en afgemat als ik was, had willen rusten in haar huis. En haar -klaagtonen drongen in mijn ooren en mijn hart zwol op van verdriet over -haar verdriet en ik keerde terug en ging met haar naar de plaats, waar -het doode kind lag. - -En ik, Isis, de Meesteres van de tooverkunst, wier stem de dooden kan -doen ontwaken, ik riep luid de Woorden, die Macht hebben, de Woorden, -die zelfs de dooden kunnen hooren. En ik legde mijn handen op het kind, -opdat ik het Leven mocht terugroepen in het levenlooze. Koud en stil lag -het neder, want het zevenvoudig vergif van Tefen was in hem. Toen sprak -ik tooverspreuken tot het vergif van de schorpioenen, zeggende: "O -vergif van Tefen, verlaat hem en val op den grond! Vergif van Befen, ga -niet voort, dring niet verder door, verlaat hem en val op den grond! -Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de Zegster van tooverspreuken. -Val neer, o vergif van Mestet! Haast u niet, vergif van Petet en Thetet! -Nader niet, vergif van Matef. Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de -Zegster van tooverspreuken. Het kind zal leven, het vergif zal sterven! -Zooals Horus sterk en gezond is voor mij, zijn moeder, zoo zal dit kind -sterk en gezond zijn voor zijn moeder!" Toen werd het kind beter en het -vuur werd gebluscht en de regen hield op. En vrouw "Roem" bracht al haar -rijkdom, haar armbanden en haar halssieraden, haar goud- en zilverwerk -naar het huis van de moeras-vrouw en legde ze neer aan mijn voeten als -teeken van berouw, dat ze de deur voor mij gesloten had, toen ik, moede -en afgemat, aan haar huis gekomen was. - -En tot op den huidigen dag maken de menschen deeg van weitenmeel, -vermengd met zout, en leggen het op de wonde, die veroorzaakt is door -den steek van een schorpioen, en dan zeggen zij de Tooverwoorden op, die -ik uitsprak over het kind van vrouw Roem, toen het zevenvoudige vergif -in hem was. Want ik ben Isis, de groote Toovenares, de Meesteres van de -tooverkunst, de Zegster der tooverspreuken. - - * * * * * - - - - -VII. - -HET ZWARTE ZWIJN. - - -De reden, waarom de stad Pé aan Horus gegeven werd, weet ik en zal ik u -vertellen. - -Er bestaat tusschen Horus en Set vijandschap en haat, oorlog en strijd. -Altijd duurt de strijd voort en de strijders gaan woedend te keer en de -overwinning is nog door geen van beiden behaald, hoewel de Goden met -Horus zijn. - -Set is listig en sluw en tracht meer door slimheid dan door moed en -ervarenheid in den strijd te overwinnen, en verder bezit hij de macht -een willekeurige gedaante aan te nemen, zoodat hij zoowel de menschen -als de Goden misleiden kan. Deze macht bezit Set, maar de macht van -Horus is niet dezelfde; want de rechtschapenheid en de waarheid zijn -eigenschappen van Horus; bedrog en valschheid worden bij hem niet -gevonden. Wie in de blauwe oogen van Horus kijkt, kan daarin de toekomst -weerspiegeld zien en zoowel de Goden als de menschen zoeken Horus op om -te vernemen, wat de toekomst zal brengen. - -Set kwam te weten, dat Ra Horus raadplegen wilde en hem dunkte, dat dit -een goede gelegenheid was Horus kwaad te doen, indien hij de gedaante -aannam van een Zwart Zwijn. - -Woest was zijn voorkomen, lang en scherp zijn slagtanden en zijn kleur -was zwart als een onweerswolk; wild en kwaadaardig was zijn blik en -vervulde de harten der menschen met vrees. - -Toen kwam Koning Ra tot Horus en sprak tot hem, zeggende: "Laat mij in -uw oogen zien en aanschouwen, wat er gebeuren zal." En hij keek in de -oogen van Horus en hun kleur was die van de Groote Groene Wateren, -wanneer de zonnelucht er zich in weerspiegelt. En terwijl hij keek, ging -het Zwarte Zwijn voorbij. Ra wist niet, dat het de Booze God was en hij -riep tot Horus: "Kijk eens naar dat Zwarte Zwijn! Nooit heb ik zoo'n -groot en woest beest gezien". - -En Horus keek: ook hij kende Set niet in deze vreemde gedaante en dacht, -dat het een wilde beer was uit de bosschen van het Noordelijke Land. Hij -was dus niet meer op zijn hoede en weerloos tegen zijn vijand. - -Toen wierp Set een vuurstraal in het oog van Horus en Horus schreeuwde -luid van de pijn, die veroorzaakt werd door het vuur en kermde hevig en -riep: "Het is Set en hij heeft mij vuur in de oogen geworpen". - -Maar Set was er niet meer, want hij had zich uit de voeten gemaakt en -het Zwarte Zwijn werd niet meer gezien. En Ra vervloekte het zwijn om -Set en zeide: "Laat het zwijn door Horus verafschuwd worden". - -En tot op dezen dag offeren de menschen het zwijn, wanneer de Maan vol -is, omdat Set, de vijand van Horus en de moordenaar van Osiris, zijn -gedaante aannam om den blauwoogigen God kwaad te doen. En om deze reden -zijn ook de zwijnehoeders onrein in het land van Egypte; nooit mogen zij -de tempels betreden en aan de Goden offeren en hun zonen en dochters -mogen niet huwen met de aanbidders der Goden. - -En toen de oogen van Horus genezen waren, gaf Ra hem de stad Pé en hij -gaf hem twee priester in de stad Pé en twee priesters in de stad Nekken -om bij hem te zijn als eeuwige rechters. - -Toen was het hart van Horus blijde en hij verheugde zich en door de -blijdschap van Horus tooide de aarde zich met bloemen en onweerswolken -en regen kwamen niet voor. - - * * * * * - - - - -VIII. - -DE GEVECHTEN VAN HORUS. - - -Het was in het drie honderd drie-en-zestigste jaar na de regeering van -den God Ra-Horakhti op aarde, dat de groote oorlog tusschen Horus en Set -plaats greep. - -Zijne Majesteit, God Ra, dien de menschen ook Ra-Horakhti noemen, was in -Nubië met zijn leger, een groote en ontelbare menigte soldaten, -voetknechten en ruiters, boogschutters en strijdwagens. Hij voer in zijn -Boot op de rivier; de boeg van de Boot was van palmhout, de achtersteven -was van acaciahout en hij landde te Thest-Hor, aan de oostzijde van de -Binnenwateren. En tot hem kwam Horus van Edfu, ook Harpoenier en Held -genaamd, zoekend naar dien Boosdoener Set, den moordenaar van Osiris. -Lang had hij gezocht, maar Set was hem steeds ontweken. - -Koning Ra had zijn strijdmachten verzameld, want Set was tegen hem -opgestaan en Horus was blijde bij het denkbeeld van een strijd, want hij -hield meer van een uur vechten dan van een dag feestvieren. Hij kwam bij -Thot, den god van de tooverkunst, en Thot verleende hem de macht zich te -veranderen in een gevleugelden discus, een discus die gloeide als een -vuurbal, met groote vleugels aan weerszijden, die gekleurd waren als de -lucht bij zonsondergang, wanneer het blauw schakeert van donker tot -licht en doorschoten is met gouden gloed. De menschen trachten deze -tinten na te bootsen, wanneer zij den gevleugelden discus boven de -tempeldeuren snijden of er een borstversiersel van maken van goud, -ingelegd met turkoos en kornalijn en lazuli. Zoo zat Horus als een -groote gevleugelde discus op den voorsteven van de boot van Ra en zijn -heerlijkheid schitterde over de wateren en trof zijn vijanden, die in -hinderlaag lagen. Op zijn schitterende vleugelen verhief hij zich in de -lucht, en sprak tegen zijn listige vijanden een vervloeking uit, een -verschrikkelijke en vreesaanjagende vervloeking, zeggende: "Uw oogen -zullen blind zijn en gij zult niet zien; en uw ooren zullen doof zijn en -gij zult niet hooren." - -En plotseling zag elke man, toen hij naar zijn buurman keek, een -vreemdeling, en toen hij zijn eigen bekende moedertaal hoorde, klonk het -als een vreemde taal en zij riepen, dat zij verraden waren en dat de -vijand zich onder hen bevond. Ze keerden hun wapens tegen elkander en in -een oogwenk hadden velen opgehouden te leven en de overigen waren -gevlucht, terwijl boven hen de glanzende Discus zweefde, die uitkeek -naar Set. Maar Set was in de moerassen van het Noordelijke Land en deze -behoorden slechts tot zijn voorhoede. - -Toen spoedde Horus terug naar Ra en Ra omhelsde hem en gaf hem een dronk -wijn met water. En tot op dezen dag plengen de menschen op deze plaats -een offer van wijn en water voor Horus tot een aandenken. Toen Horus den -wijn gedronken had, sprak hij tot Koning Ra en zeide: "Kom en zie uwe -vijanden, hoe zij neerliggen in hun bloed." Ra kwam en met hem kwam -Astarte, de Meesteres der Paarden, haar vurige rossen mennend; en zij -zagen het met lijken bedekte veld, waar de soldaten van Set elkander -verslagen hadden. - -Nu, dit is de eerste ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote -slag had nog niet plaats. Toen kwamen de bondgenooten van Set bij elkaar -en beraadslaagden en namen de gedaanten aan van krokodillen en -nijlpaarden, want deze groote dieren kunnen onder water leven en geen -menschelijk wapen kan hun huid doorsteken. Zij gingen de rivier op, -terwijl het water achter hen opzwiepte, en wierpen zich op de Boot van -Ra om ze te doen omslaan. Maar Horus had zijn afdeeling wapensmeden bij -elkaar geroepen en zij hadden bogen en speren vervaardigd van metaal, -dat zij eerst gesmolten en geweld, gehamerd en gevormd hadden, terwijl -er nog tooverspreuken over uitgesproken waren. Toen de woeste dieren de -rivier op kwamen in de golven van schuim, spanden de Volgelingen van -Horus hun boogpezen en lieten hun pijlen vliegen; zij wierpen hun -werpspiesen en deden een aanval met hun speren. En het metaal drong door -de huiden en trof de harten en van deze gevaarlijke dieren werden er -zeshonderd vijftig verslagen en de overigen namen de vlucht. - -Dit nu is de tweede ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote -slag werd nog niet gestreden. - -De bondgenooten van Set vluchtten, sommigen de rivier op en sommigen de -rivier af; hun harten waren versaagd en hun voeten weigerden den dienst -uit vrees voor Horus, den Harpoenier, den Held. En zij, wier gezichten -naar het Zuidelijk Land gekeerd waren, vluchtten het snelst, want Horus -achtervolgde hen in de Boot van Ra, en met hem kwamen zijn Volgelingen -met hun wapens in de handen. - -Ten zuid-oosten van Denderah, de stad van Hathor, zag Horus den vijand -en hij wierp zich op hen met zijn Volgelingen, terwijl Ra en Thot naar -de worsteling keken in de Boot. - -Toen zei Koning Ra tot Thot: "Zie, hoe hij zijn vijanden wondt! Zie, hoe -Horus van Edfu vernieling onder hen brengt!" En naderhand bouwden de -menschen een tempel op deze plaats ter herinnering aan het gevecht en de -Goden in dezen tempel waren Ra en Min en Horus van Edfu. - -Dit nu is de derde ontmoeting in het Zuiden, maar de laatste groote slag -had nog niet plaats. Toen wendden zij vlug de Boot en snel dreef ze -stroomafwaarts, de vluchtelingen vervolgend, wier gezichten naar het -Noordelijk Land gekeerd waren. Een nacht en een dag vervolgden zij ze en -ten noord-oosten van Denderah zag Horus hen. En hij haastte zich, hij en -zijn Volgelingen en hij viel op hen aan en versloeg hen. Groot en -verschrikkelijk was de slachting terwijl hij ze voor zich uit dreef. - -Zoo was Set's leger in het Zuiden in vier groote ontmoetingen -vernietigd, maar de laatste groote slag had nog niet plaats. Nu wendden -de bondgenooten van Set hun aangezichten naar het meer en de moerassen -van de zee. Horus bevond zich achter hen in de Boot van Ra en zijn -gedaante was de gedaante van een grooten gevleugelden discus; en met hem -kwamen zijn Volgelingen met de wapens in hun handen. Toen beval Horus -stilte en hun monden bewaarden het stilzwijgen. - -Vier dagen en vier nachten waren zij op het water om den vijand te -zoeken. Maar niemand vonden zij, want hun vijanden hadden de gedaante -aangenomen van krokodillen en nijlpaarden en lagen verborgen in het -water. In den morgen van den vijfden dag zag Horus hen; op eens gaf hij -het sein tot den strijd en de lucht werd vervuld met het rumoer van den -slag, terwijl Ra en Thot naar het gevecht keken, terwijl zij wachtten in -de Boot. - -Toen riep Koning Ra luid, toen hij Horus als een verterende vlam op het -slagveld zag: "Zie, hoe hij zijn wapen tegen hen keert; hij doodt hen, -hij vernietigt hen met het zwaard, hij snijdt hen in stukken, hij -verslaat hen volkomen. Zie en aanschouw Horus van Edfu!" Tegen het eind -van het gevecht kwam Horus terug in triomf en hij bracht honderd en -twee-en-veertig gevangenen naar de Boot van Ra. - -Dit nu is de eerste ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote -slag had nog niet plaats. Want de vijanden, die op de Noordelijke -Wateren waren, keerden hun aangezichten naar het kanaal om de zee te -bereiken en zij kwamen bij de Westelijke Wateren van Mert, waar de -Bondgenoot van Set zijn woonplaats had, Horus achtervolgde hen, -uitgerust met zijn blinkende wapens en hij ging in de Boot van Ra en Ra -was in de boot met acht lieden van zijn gevolg. Zij bevonden zich op het -Noorder Kanaal en voeren achterwaarts en voorwaarts, wendend en nog eens -wendend; maar niets hoorden of zagen zij. Toen voeren zij een nacht en -een dag noordwaarts en kwamen aan het Huis van Rerhu. - -Daar sprak Ra tot Horus en zeide: "Zie, uw vijanden zijn samengekomen -bij de Westelijke Wateren van Mert, waar de Bondgenooten van Set wonen." -En Horus van Edfu verzocht Koning Ra in zijn Boot te komen om tegen de -Bondgenooten van Set op te trekken. - -Weer reisden zij noordwaarts, waar de nooitondergaande Sterren om een -zeker punt in de luchtruimte draaien en aan de oevers van de Westelijke -Wateren van Mert waren de Bondgenooten van Set, gereed voor den strijd. -Toen aarzelde Horus van Edfu geen oogenblik, maar wierp zich op den -vijand, vergezeld door zijn Volgelingen, die de wapens in de hand -droegen. Dood en vernieling brachten zij rechts en links, totdat de -vijand voor hen vluchtte. Toen de strijd geëindigd was, telden zij de -gevangenen; drie honderd een-en-tachtig waren er gemaakt en deze doodde -Horus vóór de Boot van Ra en hun wapens gaf hij aan zijn Volgelingen. -Dit nu is de tweede ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote -slag was nog niet geleverd. En nu, eindelijk, kwam Set zelf te -voorschijn uit zijn schuilplaats. Woest en wild is hij, listig en wreed, -van nature aan een roofdier gelijk, zonder genade of medelijden; en de -menschen beelden hem uit met het hoofd van een wild dier, want -menschelijk gevoel is hem onbekend. Hij kwam te voorschijn uit zijn -schuilplaats en brulde verschrikkelijk. De aarde en de hemelen beefden -bij het geluid van zijn gebrul en bij de woorden, die hij uitte, want -hij pochte er op, dat hij zelf zou vechten tegen Horus en hem zou -vernietigen, zooals hij Osiris vernietigd had. - -De wind droeg de woorden van zijn gepoch tot Ra en Ra zei tot Thot, Heer -van de Tooverkunst en van de Wijsheid: "Laat deze hooge woorden van den -Verschrikkelijke te niet gedaan worden." Toen sprong Horus van Edfu -voorwaarts en viel zijn vijand aan en een hevig gevecht woedde en Horus -wierp zijn wapen en doodde velen en zijne Volgelingen vochten ook en -behielden de overhand. Uit het stof en het gerucht van den strijd kwam -Horus te voorschijn en sleepte een gevangene mede; en de armen van den -gevangene werden op zijn rug gebonden en de staf van Horus werd over -zijn mond gebonden, zoodat hij geen geluid kon geven en het wapen van -Horus werd op zijn keel gezet. - -Horus sleepte hem voor Koning Ra. En Ra sprak en zeide tot Horus: "Doe -met hem, wat gij wilt." Toen wierp Horus zich op zijn vijand en sloeg -het wapen in zijn hoofd en in zijn rug, sneed zijn hoofd af, sleepte het -lichaam bij de voeten voort en sneed het eindelijk in stukken. Zoo -handelde hij met het lichaam van zijn tegenstander, evenals Set met het -lichaam van Osiris gehandeld had. Dit gebeurde op den zevenden dag van -de eerste maand van het jaargetijde, wanneer de aarde te voorschijn komt -na de overstrooming. En het meer wordt tot op dezen dag het "Meer van -den Strijd" genoemd. - -Dit nu is de derde ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote -slag werd nog niet geleverd. Want het was de Bondgenoot van Set, dien -Horus had gedood, en Set zelf was nog in leven en hij woedde tegen Horus -als een panter uit het Zuiden. En hij stond op en brulde en zijn stem -was gelijk de donder en terwijl hij brulde, veranderde hij in een groote -slang en kroop in den grond. Niemand zag hem verdwijnen en niemand zag -hem veranderen, maar hij vocht tegen de Goden en door hun macht en -kennis zijn zij op de hoogte van wat er gebeuren zal, ofschoon geen -mensch het hun vertelt. En Ra zei tot Horus: "Set heeft zich in een -sissende slang veranderd en is in den grond gekropen. Wij moeten maken, -dat hij er nooit weer uitkomt; nooit, nooit weer!" - -De bondgenooten van Set vatten moed, daar zij wisten, dat hun leidsman -in leven was en zij kwamen weer bij elkaar en hun booten vulden het -kanaal. De Boot van Ra voer naar hen toe en boven de Boot scheen de -glans van den gevleugelden Discus. Toen Horus de vijanden verzameld zag -op één plaats, viel hij hen aan, dreef hen op de vlucht en doodde hen in -grooten getale. - -Dit nu is de vierde ontmoeting in het Noorden, maar de laatste groote -slag werd nog niet geleverd. - -Toen bleef Horus van Edfu zes dagen en zes nachten op het kanaal in de -boot van Ra en zag uit naar de vijanden, maar hij zag hen niet, want zij -lagen als lijken in het water. - -En tot op den huidigen dag verrichten de menschen ceremoniën ter -herinnering aan de Slagen van Horus op den eersten dag van de eerste -maand van de overstrooming, op den zevenden dag van de eerste maand van -de verschijning der aarde na de overstrooming en op den -een-en-twintigsten en vier-en-twintigsten dag van de tweede maand van de -verschijning van de aarde. Deze dagen worden heilig gehouden te Ast-abt, -dat ten zuiden van Anrudef ligt, waar een van de graven van Osiris is. -En Isis sprak een tooverban uit rondom Anrudef, opdat geen vijand in de -nabijheid zou komen; en de priesteres van Anrudef wordt ter herinnering -genoemd: "De Vrouwe van de Betoovering"; en de wateren worden genoemd: -"De Wateren van het Zoeken," want daar zoekt Horus naar zijn vijand. - -En Horus zond zijn Volgelingen uit en zij achtervolgden den vijand en -brachten gevangenen mede, honderd zes uit het Oosten en honderd zes uit -het Westen. Deze doodden zij in tegenwoordigheid van Ra op de heilige -plaatsen. - -Toen gaf Ra aan Horus en zijn strijders twee steden, die tot nu toe de -Mesen-steden genoemd worden, want de Volgelingen van Horus zijn -Mesentiers, de Metaalwerkers. - -In de tempels van de Mesen-steden heeft men Horus als God en zijn -geheime plechtigheden worden vier keer per jaar gehouden. Groot en -heilig zijn deze dagen in de Mesen-steden, want zij zijn een herinnering -aan de Gevechten van Horus, die hij voerde tegen Set, den moordenaar van -Osiris. - -Nu verzamelden deze vijanden zich weer in het Oosten en zij reisden naar -Tharu. Toen werd de Boot van Ra te water gelaten om hen te achtervolgen -en Horus van Edfu veranderde zich in de gedaante van een leeuw met het -gezicht van een man; zijn armen waren als van steen en op zijn hoofd -droeg hij de Atefkroon, welke is de witte diadeem van het Zuidelijke -Land, versierd met veeren en horens en aan weerszijden een gekroonde -slang. En hij snelde zijn vijanden achterna en versloeg hen en voerde -honderd-twee-en-veertig gevangenen mede. - -Toen zeide Ra tot Horus van Edfu: "Laten wij noordwaarts reizen naar de -Groote Groene Wateren en den vijand daar vernietigen, zooals wij hem in -Egypte vernietigd hebben." - -Noordwaarts trokken zij nu en de vijand vluchtte voor hen en zij -bereikten de Groote Groene Wateren, waar de golven braken op het strand -met het geluid van den donder. Toen stond Thot op en hij stond midden in -de Boot en hij zong vreemde woorden over de booten en barken van Horus -en zijn Volgelingen en de zee werd kalm, toen het geluid van de woorden -over haar golven klonk. En er heerschte stilte over de Groote Groene -Wateren, want de wind was gaan liggen en niets was in zicht dan de -booten van Ra en van Horus. Toen sprak Koning Ra: "Laten wij rondom de -geheele uitgestrektheid van het land zeilen, laten wij naar het -Zuidelijke Land zeilen," En zij wisten, dat Ra den vijand bespeurde. Zij -haastten zich en zeilden bij nacht naar het Zuidelijk Land, naar het -land Ta-kens en zij kwamen aan de stad Shaïs, maar voordat zij Shaïs -bereikten, zagen zij niets van den vijand. Shaïs nu, ligt aan de grens -van Nubië en in Nubië lagen de wachtposten van den vijand. Toen -veranderde Horus van Edfu zich in een grooten gevleugelden Discus met -uitgespreide schitterende vleugels en naast hem kwamen de godinnen -Nekhbet en Uazet en haar gedaante was de gedaante van groote gekroonde -slangen; op het hoofd van Nekhbet prijkte de witte kroon van het -Zuidelijke Land, op het hoofd van Uazet rustte de roode kroon van het -Noordelijke Land. - -En de Goden in de Boot van Ra riepen luid en zeiden: "Zie, o Gij, die de -tweemaal groote zijt, hij heeft zich tusschen de twee godinnen -geplaatst. Zie, hoe hij zijn tegenstanders overvalt en hen vernietigt". - -Dit nu is de ontmoeting in Nubië, maar de laatste groote slag had nog -niet plaats. - -Toen kwam Ra in zijn Boot en hij legde aan te Thest-Hor en gaf bevel, -dat de menschen in iederen tempel van de Twee Landen den Gevleugelden -Discus zouden uithouwen en rechts en links van den Discus zouden Nekhbet -en Uazet zich bevinden als groote gekamde slangen, met kronen op de -hoofden. En de tempel op de punt van Thest-Hor wordt ter herinnering tot -op dezen dag "Het Huis van Horus in het Zuiden" genoemd, en een groot -offer is daar gebracht aan Ra en Horus. En Ra gaf aan Horus de provincie -van "Het Huis van het Gevecht" en Ast-Abt en de Mesen-steden in het -Oosten en het Westen en Edfu in het Noorden en Tharu en Ganti en de "Zee -van het Zeilen" en Opper Shasu en Edfu-van-het-Huis-van-Ra. - -En van het meer ten zuiden van Edfu-van-het-Huis-van-Ra brengt men water -naar de twee Huizen van den Koning op den dag van het Set-feest. En Isis -droeg Ar-steen van zand naar Thest-Hor. Ar-steen van de Ster was het; en -in elke plaats van het Zuidelijke Land, waar Horus naar toe ging, wordt -tot op dezen dag Ar-steen gevonden. - -Sommigen nu zeggen, dat de laatste groote slag nog komen moet en dat -Horus Set eindelijk zal dooden en dat Osiris en al de Goden op aarde -zullen regeeren, als hun vijand vernietigd is. Naar anderen zeggen, dat -de strijd reeds geëindigd is en dat Horus den grooten en kwaadaardigen -Vijand doodde, die hun allen ellende en droefheid berokkend had. - -En dit is het, wat zij zeggen: Na maanden en jaren groeide Horus het -Kind op tot een man. Toen kwam Set met zijn bondgenooten en hij daagde -Horus uit in tegenwoordigheid van Ra. En Horus verscheen en zijn -Volgelingen kwamen met hem mee in hun booten, in hun wapenrusting en met -hun blinkende wapens met gevesten van besneden hout en hun bogen en hun -speren. - -En Isis maakte gouden versierselen voor den voorsteven van de boot van -Horus en zij bevestigde ze met tooverwoorden, zeggende: "Goud zit aan -den boeg van uw boot, de groote boot van Horus, de boot van de vreugde. -Moge de dapperheid van Ra, de kracht van Shu, de macht en de vrees met u -zijn. Gij zijt overwinnend, o zoon van Osiris, zoon van Isis, want gij -strijdt voor den troon van uw vader." - -Toen nam Set de gedaante aan van een rood nijlpaard, groot en machtig, -en hij kwam uit het Zuidelijke Land met zijn bondgenooten, en reisde -naar het Noordelijke Land om Horus van Edfu te ontmoeten. En te -Elephantine stond Set op en sprak een erge vervloeking uit tegen Horus -van Edfu en tegen Isis en zeide: "Laat er een sterke wind komen, een -hevige noordenwind en een woedende storm"; en het geluid van zijn stem -was gelijk de donder in het Oosten van den hemel. - -Zijn woorden werden geroepen aan den zuidelijken hemel, een woord en een -kreet van Set, den vijand van Osiris en van de Goden. - -Plotseling brak er een storm los over de booten van Horus en zijn -Volgelingen; de wind bulderde en het water werd in groote golven -opgezwiept en de booten werden heen en weer geworpen als stroohalmen. -Maar Horus liet zich niet van den weg afbrengen; en door de duisternis -van den storm in het schuim van de golven schitterde de gouden -voorsteven als de stralen van de zon. - -En Horus nam de gedaante aan van een jongen man, zijn lengte was acht -el; in zijn hand hield hij een harpoen; het ijzer was vier el, de steel -twintig el lang en een keten van zestig el was er aan bevestigd. Boven -zijn hoofd zwaaide hij het wapen, alsof het een riet was, en hij wierp -het naar het groote, roode nijlpaard, dat in de diepe wateren stond, -gereed om Horus en zijn Volgelingen te vernietigen, zoodra de storm hun -booten zou doen vergaan. - -En bij den eersten worp drong het wapen diep in het hoofd van het -groote, roode nijlpaard en raakte de hersenen. Zoo stierf Set, de Booze, -de vijand van Osiris en van de Goden. - -En tot op dezen dag zingen de priesters van Horus van Edfu en de -dochters van den Koning en de vrouwen van Busiris en de vrouwen van Pé -een loflied en slaan de trom voor den overwinnenden Horus. - -En dit is hun zang: "Verheugt u, o vrouwen van Busiris! Verheugt u, o -vrouwen van Pé! Horus heeft zijn vijanden overwonnen! - -"Juicht, bewoners van Edfu! Horus, de groote God, Heer van den hemel, -heeft den vijand van zijn vader gedood! - -"Eet het vleesch van den overwonnene, drinkt zijn bloed, verbrandt zijn -gebeente in de vlammen van het vuur. Laat hem in stukken snijden, en -geeft zijn beenderen aan de katten, de stukken van zijn vleesch aan de -kruipende dieren. - -"O Horus, de Dappere, de eerste der Goden, de Harpoenier, de Held, de -Prijsmaker van gevangenen, Horus van Edfu, Horus de Wreker! - -"Hij heeft den Booze verslagen, hij heeft een poel gemaakt van het bloed -van zijn vijand, zijn pijl heeft een prooi gemaakt. Ziet, aanschouwt -Horus op den boeg van zijn boot. Gelijk Ra, schijnt hij aan den horizon. -Hij is getooid in groen linnen, in fijn linnen en zijde. De dubbele -diadeem rust op uw hoofd, de twee slangen op uw voorhoofd, o Horus, de -Wreker! - -"Uw harpoen is van metaal, de steel is van den sycomore der woestijn, -het touw is gevlochten door Hathor van de Rozen. Gij hebt gemikt naar -rechts, gij hebt geworpen naar links. Wij prijzen u hemelhoog, want gij -hebt de boosheid van uwen vijand geketend. Wij prijzen u, wij aanbidden -uwe majesteit, o Horus van Edfu, Horus de Wreker!" - - * * * * * - - - - -IX. - -HET BIER VAN HELIOPOLIS. - - -Koning Ra regeerde over de Twee Landen. Hij was de tweede koning van -Egypte en onder zijn regeering was er vrede op aarde en de oogsten waren -zoo overvloedig, dat de menschen nu nog spreken van de goede dingen die -"er gebeurden ten tijde van Ra". Door zijn eigen macht schiep hij zich -zelf en hij schiep hemel en aarde, goden en menschen en regeerde over -hen allen. - -Honderden en honderden jaren regeerde hij, totdat hij oud werd en de -menschen hem niet meer vreesden, maar lachten en zeiden: "Kijk Ra eens! -Hij is oud, zijn beenderen zijn als zilver, zijn vleesch als goud en -zijn haar als echte lapis lazuli." - -Toen werd Ra toornig bij het hooren van hun gescherts en gelach en hij -riep tot hen, die in zijn gevolg waren: "Roep mijn dochter, mijn -oogappel, hierheen en ook de goden Sher en Tefnut, Geb en Nut en de -groote god Num, wiens woning in de wateren van de lucht is. Doe mijn -verzoek in het geheim, opdat de menschen u niet hooren en zien zullen, -want dan zouden ze bang worden en zich verbergen." - -In stilte gingen de boodschappers heen, zeer zacht kwamen zij de goden -en godinnen oproepen. In het geheim en onhoorbaar kwamen de goden en -godinnen in het Huis van Ra op de Verborgen Plaats. Niets zagen of -hoorden de menschen, en zij lachten Ra weer uit, niet wetend, welke -straf hen treffen zou. - -Aan weerszijden van den troon stelden de goden en godinnen zich op en -zij bogen voor Koning Ra ter aarde met hun voorhoofden den grond rakend, -zeggend: "Spreek, opdat wij u kunnen hooren." - -Toen zei Ra tegen Num, den grooten God, wiens woning in de wateren van -de lucht is: "O, oudste van den goden en alle gij goden! ziet, hoe de -menschen, die ik geschapen heb, tegen mij spreken. Zeg mij, wat gij -zoudt willen, dat ik hen doen zou, want waarlijk ik wil hen niet dooden, -voordat ik uw woorden gehoord heb." - -En Nun, de groote god, wiens woning in de wateren van de lucht is, -antwoordde: Mijn zoon Ra, grootste van de goden, machtigste der -koningen, uw troon is bevestigd, en de geheele wereld zal u vreezen, -wanneer gij uw dochter, uw oogappel, uitzendt tegen hen, die u -aanvallen." - -Koning Ra sprak weer: "Zij zullen vluchten naar de woestijnen en de -bergen en zich verbergen, wanneer de vrees hun harten bevangt, omdat zij -geschertst en gelachen hebben, en in de woestijnen en bergen kan niemand -hen vinden." - -Toen zeiden de goden en godinnen, terwijl zij hun voorhoofden tot aan -den grond bogen: "Zend uwe dochter, uw oogappel, uit tegen hen." - -En plotseling kwam de dochter van Ra. Sekhmet wordt zij genoemd en -Hathor, de wreedste der godinnen; als eene leeuwin stort zij zich op -haar prooi, moorden is haar een genot en zij dorst naar bloed. - -Op verzoek van haar vader begaf zij zich naar de Twee Landen om allen te -dooden, die zich hadden verzet tegen Koning Ra en die hun verzet hadden -omgezet in gescherts en gelach. In het land Ta-mery doodde zij hen en op -de bergen, die liggen ten oosten en ten westen van de groote rivier. Van -links naar rechts wendde zij zich, allen doodend, die zij op haar weg -ontmoette en voor haar uit vluchtten de rebellen, die tegen Ra waren -opgestaan. - -En Ra zag neer op de aarde en riep tot zijn dochter, zijn oogappel: "Kom -in vrede, o Hathor. Hebt gij gedaan, wat ik u te doen heb gegeven? En -Hathor lachte, toen zij antwoordde, en haar lach was de vreeselijke stem -van de leeuwin, als zij haar prooi verscheurt. "Bij uw leven, o Ra," -riep zij, "ik doe met de menschen, wat ik wil en mijn hart is verheugd -in mij." - -Verscheiden nachten zag de rivier rood en de godin waadde in -menschenbloed en haar voeten waren rood, toen zij door het land Egypte -schreed tot Henen-seten. - -Toen zag Ra weer neer op de aarde en zijn hart werd vervuld van -medelijden met de menschen, ofschoon zij tegen hem waren opgestaan. Maar -niemand kon de wreede godin doen ophouden, zelfs Koning Ra niet; uit -zich zelfs moest zij ophouden te dooden, want goden noch menschen konden -haar dwingen. Door slimheid alleen kon dit verkregen worden. - -Ra gaf bevel, zeggende: "Roep boodschappers tot mij, die snel zijn als -de stormwind." En toen zij gekomen waren, zeide hij: "Loop naar -Elephantine, haast u, ga snel en breng voor mij de vrucht mede, die -slaapwekkend is. Wees vlug, wees vlug, want dit alles moet volbracht -zijn, voordat de morgen daagt". - -De boodschappers haastten zich en hun spoed was gelijk aan den -stormwind. Zij kwamen te Elephantine, waar de groote rivier bruist over -de rotsen, die haar weg versperren; zij namen de slaapwekkende vrucht en -met de snelheid van den wind brachten zij ze aan Ra. Vuurrood en -scharlakenrood was de vrucht en het sap was rood als menschenbloed; en -de boodschappers brachten ze naar Heliopolis, de stad van Ra. Toen -stampten de vrouwen van Heliopolis gerst en maakten bier en zij -vermengden het sap van de slaapwekkende vrucht met het bier en het bier -kreeg de kleur van het bloed. Zeven duizend maten bier maakten zij en -zij brouwden het haastig, want de nacht was bijna voorbij en de dag was -op het punt aan te breken. In allerijl kwamen Koning Ra en al de goden -en godinnen, die bij hem waren te Heliopolis om het bier te keuren. Ra -zag, dat het er uitzag als menschenbloed en hij zeide: "Dit bier is zeer -goed. Hiermede kan ik het menschdom beschermen". - -Bij het krieken van den dag gaf hij dit bevel: "Breng dit bier naar de -plaats, waar mannen en vrouwen gedood zijn, en stort het uit over de -velden, voordat de schoonheid van de nacht voorbij is". Zoo stortten zij -het uit over de velden. Vier palm hoog stond het op den grond en zijn -kleur was de kleur van bloed. - -'s Morgens kwam de wilde Sekhmet, gereed om te dooden en voortgaande -keek ze hier en daar rond, uitziende naar een prooi. Maar geen levend -wezen zag zij, alleen die velden, die vier palm diep lagen onder het -bier, dat de kleur had van bloed. Toen lachte zij met den lach, die -gelijk was aan het gebrul van een leeuwin, want zij dacht, dat dit het -bloed was, dat zij vergoten had. En zij bukte zich en dronk. Weer en -weer dronk zij en zij lachte harder, want het sap van de slaapwekkende -vrucht steeg naar haar hersenen en zij kon niet meer zien te dooden door -het sap van de vrucht. - -Toen zei Koning Ra tot haar: "Kom in vrede, o lieveling." En tot nu toe -worden de meisjes van Amu ter herinnering Lievelingen genoemd. - -En Koning Ra sprak weer tot de godin, zeggend: "Voor u zal een drank -klaar gemaakt worden van de slaapwekkende vruchten; ieder jaar zal deze -gemaakt worden ter gelegenheid van het groote Nieuwjaarsfeest en de -hoeveelheid zal afhangen van het aantal priesteressen, die mij dienen." - -En tot den huidigen dag worden er op het feest van Hathor dranken -gemaakt van de slaapwekkende vruchten, naar verhouding van het aantal -priesteressen van Ra ter herinnering aan de bescherming der menschen -voor de woede van de godin. - - - - -X. - -DE NAAM VAN RA. - - -Koning Ra was de schepper van hemel en aarde, van de goden, de menschen, -het vee, het vuur en den levensadem, en hij regeerde de goden en de -menschen. - -En Isis zag zijn macht, de macht die zich uitstrekte over hemel en -aarde, voor welke alle goden en menschen bogen; en zij verlangde in haar -hart naar de macht, opdat zij daardoor grooter zou zijn dan de goden en -heerschappij zou hebben over de menschen. - -Er was slechts één weg om die macht te verkrijgen. Door de kennis van -zijn eigen naam regeerde Ra en niemand dan hij zelf kende dien geheimen -naam. Wie het geheim zou te weten komen, dien zou - god of mensch - de -heerschappij over de geheele wereld toebehooren en zelfs Ra moest hem -dan onderdanig zijn. Angstig bewaarde Ra zijn geheim en hield het altijd -opgesloten in zijn borst, opdat het niet van hem genomen zou worden en -zijn macht verminderen zou. - -Iederen morgen kwam Ra in al zijn glorie aan het hoofd van zijn stoet te -voorschijn aan den oostelijken horizon, langs het luchtruim trekkend, en -'s avonds bereikten zij den westelijken horizon en Koning Ra zonk neer -om de diepe duisternis van de Duat te verlichten. Vele, vele malen had -Ra die reis volbracht, zoo vele malen, dat hij nu oud werd. Zeer oud was -Ra en het speeksel liep neer uit zijn mond en viel op de aarde. - -Toen nam Isis aarde en vermengde die met het speeksel en zij kneedde de -klei en vormde ze en maakte er de gedaante van van een slang, de -gedaante van de groote gekamde slang, die het zinnebeeld is van al de -godinnen, de koninklijke slang, die op het voorhoofd van de Egyptische -Koningen prijkt. Geen toovermiddelen, noch bezweringen gebruikte zij, -want in de slang bevond zich de goddelijke stof van Ra zelf. Zij nam de -slang en verborg haar op het pad van Ra, den weg waarlangs hij reisde, -als hij trok van den oostelijken naar den westelijken horizon van den -hemel. - -'s Morgens verscheen Ra met zijn gevolg in al zijn glorie, trekkend naar -den westelijken horizon, waar zij de Duat binnengaan en de diepe -duisternis verlichten. En de slang stak haar puntig hoofd omhoog en haar -giftanden drongen in het vleesch van Ra en het vuur van naar vergif -drong door in den God, want de goddelijke stof was in de slang. - -Ra schreeuwde luid en zijn kreet weergalmde langs den hemel van den -oostelijken tot den westelijken horizon; over de aarde klonk hij en -goden en menschen hoorden den kreet van Ra. En de goden, die deel -uitmaakten van zijn gevolg, zeiden tot hem: "Wat scheelt u? Wat scheelt -u?" - -Maar Ra antwoordde geen woord, hij beefde over al zijn ledematen, zijn -tanden klapperden en niets zeide hij, want het vergif verspreidde zich -door zijn lichaam, zooals Hapi zich verspreidt over het land, wanneer de -wateren buiten haar oevers treden bij de overstrooming van de rivier. - -Toen hij gekalmeerd was, riep hij tot hen, die hem volgden, en sprak: -"Komt tot mij, gij, die ik geschapen heb. Ik ben gekwetst door een -smartelijk iets. Ik voel het, hoewel ik het niet zie; ook is het geen -maaksel van mijn handen en ik weet niet, wie het gemaakt heeft. Nooit, -nooit heb ik een pijn gevoeld als deze; nooit, nooit is mij een ergere -beleediging aangedaan dan deze. Wie kan mij kwetsen? Want niemand kent -mijn geheimen naam, den naam, die gesproken werd door mijn vader en mijn -moeder en die in mij verborgen is, opdat niemand mij zou kunnen -betooveren. Ik ging uit om neer te zien op de aarde, die ik gemaakt heb, -ik bevond mij boven de Twee Landen, toen iets - ik weet niet wat - mij -trof. Is het vuur? Is het water? Ik brand, ik huiver, ik beef over mijn -geheele lichaam. Roep tot mij de kinderen van de goden, hen, die bekwaam -zijn in de geneeskunst, hen, die kennis hebben van de tooverkunst, hen, -wier macht tot aan den hemel reikt." - -Toen barstten al de goden uit in geween en geklaag en gejammer; hun -macht baatte niet jegens de slang, want in haar was de goddelijke stof -belichaamd. Met hen kwam Isis de Geneeskrachtige, de Meesteres van de -Tooverkunst, in wier mond de Levensadem is, wier woorden ziekten -verdrijven en de dooden doen ontwaken. - -Zij sprak tot Koning Ra en zeide: "Wat is er, o goddelijke Vader? Wat is -er? Heeft een slang u pijn berokkend? Heeft een schepsel van uw hand -zijn hoofd tegen u opgestoken? Zie, het zal overwonnen worden door de -macht van mijn tooverkunst; ik wil het uitdrijven door middel van uw -glorie." - -Toen antwoordde Koning Ra: "Ik legde den vastgestelden weg af, ik trok -door de Twee Landen, toen een slang, die ik niet zag, mij met zijn -giftanden trof. Was het vuur? Was het water? Ik ben kouder dan water, ik -ben warmer dan vuur, ik beef over al mijn ledematen en het zweet loopt -langs mijn gezicht, zooals het doet langs de gezichten der menschen in -de blakende hitte van den zomer." - -En Isis sprak weer en haar stem was zacht en sussend: "Zeg mij uw Naam, -o goddelijke Vader, uw waren Naam, uw geheimen Naam, want hij alleen kan -leven, die bij zijn naam genoemd wordt." - -Toen antwoordde Koning Ra: "Ik ben de Maker van hemel en aarde, ik ben -de Grondvester van de bergen, ik ben de Schepper van de wateren, ik ben -het Licht en ik ben de Duisternis, ik ben de Maker van de Uren, de -Schepper van de Dagen, ik ben de Voorganger bij de Feesten, ik ben de -Oorsprong van de stroomende rivieren, ik ben de Schepper van het levend -vuur. 's Morgens ben ik Khepera, 's middags Ra en 's avonds Atmu." - -Maar Isis hield zich stil: geen woord sprak zij, want zij wist, dat Ra -haar de namen gezegd had, die iedereen kende; zijn ware Naam, zijn -geheime Naam was nog in zijn borst verborgen. En de kracht van het -vergif vermeerderde en verspreidde zich door zijn aderen als brandend -vuur. - -Na een oogenblik stilte sprak zij weer: "Uw Naam, uw ware Naam, uw -geheime Naam was niet onder deze. Zeg mij uw Naam, opdat het vergif -uitgedreven kan worden, want slechts hij, wiens naam ik ken, kan genezen -worden door de macht van mijn tooverkunst." - -En de kracht van het vergif vermeerderde en de pijn was als de pijn van -levend vuur. - -Toen riep Koning Ra luid en zeide: "Laat Isis bij mij komen en laat mijn -Naam overgaan van mijn borst naar haar borst." - -En hij verborg zich voor de goden, die in zijn gevolg waren. Ledig was -de Boot van de Zon, ledig was de groote troon van den God, want Ra had -zich verborgen voor zijn Volgelingen en voor de maaksels van zijn -handen. - -Toen de Naam uit het hart van Ra kwam om over te gaan naar het hart van -Isis, sprak de godin tot Ra en zeide: "Verbind u zelf met een eed, o Ra, -dat ge uw beide oogen zult geven aan Horus." - -De twee oogen van Ra nu zijn de zon en de maan, en de menschen noemen ze -tot op dezen dag de Oogen van Horus. - -Zoo werd de naam van Ra hem ontnomen en aan Isis gegeven en zij, de -groote Toovenares, riep luide het Machtswoord en het vergif gehoorzaamde -en Ra was genezen door de macht van zijn Naam. En Isis, de Groote, de -Meesteres van de Goden, de Meesteres van de tooverkunst, zij is de -bekwame Genezende, in haar mond is de Adem des Levens, door haar woorden -verdrijft zij de pijn en door haar macht doet zij de dooden ontwaken. - - - - -XI. - -DE STREKEN, WAAR NACHT EN DIEPE DUISTERNIS HEERSCHEN. - - -Toen de wereld ontstond, waren er twee rivieren, de rivier van Egypte en -de rivier aan den hemel. Groot is de Nijl, de rivier van Egypte, die -ontspringt aan gene zijde van de katarakt, het land van Egypte -bevloeiend en aldus vreugde en goede oogsten brengend aan Ta-mery. Groot -en indrukwekkend is de rivier aan den hemel, stroomend door de hemelen -en door de Duat, de wereld, waar nacht en duisternis heerschen en op die -rivier vaart de Boot van Ra. Boot van de Millioenen Jaren is haar naam, -maar de menschen noemen haar de Manzet Boot in den morgen, als Ra in al -zijn pracht en heerlijkheid opkomt aan den oostelijken horizon van den -hemel; de Mesektet Boot wordt ze genoemd in den avond, wanneer Ra -glorierijk de portalen binnengaat van de Duat, waar de berg Manu zijn -pieken verheft tegen den westelijken hemel. Aan den westelijken horizon -ligt de berg Manu en aan den oostelijken horizon de berg Bakhu; groot en -kolossaal zijn zij; hun kruinen verheffen zich boven de aarde en de -hemel rust op hun toppen. En op de hoogste piek van den berg Bakhu woont -een slang; dertig cubiet is zij lang en haar huid is van vuursteen en -glinsterend metaal. Zij bewaakt den berg en de Groote Groene Wateren en -niemand kan haar passeeren behalve Ra in zijn Boot. 's Avonds daalt Ra -in al zijn majesteit neer aan den Westelijken horizon, naar de portalen -van de Duat bij de kloof van Abydos. Prachtig is de Mesektet Boot, -schitterend haar versieringen en haar kleuren zijn als amethist en -smaragd, jaspis en turkoos, lazuli en goud. Bij de Kloof van Abydos -wachten eenige goden om de Boot in gereedheid te brengen voor den tocht -door de Duat, het land, waar nacht en diepe duisternis heersenen. -Ontdaan is de boot van haar pracht, kaal en zonder glans is ze, wanneer -ze de portalen van de Duat passeert en in de boot ligt het lichaam van -Ra, levenloos en dood. Dan nemen de goden de lange sleeptouwen; langzaam -glijdt de Boot langs de rivier. De poorten van de Duat worden ver -opengeworpen en de twaalf godinnen van den nacht nemen haar plaatsen in -op de Boot om ze te leiden door de duisternis en de gevaren van de Duat; -loodsen van de rivier zijn zij en zonder haar zou zelfs Ra er niet -ongedeerd over kunnen varen. - -"Stroom van Ra" is de naam van het eerste gebied van de Duat. Somber is -dit land, maar niet heelemaal donker; want aan elken kant van de rivier -liggen zes slangen, opgerold en de koppen rechtop, en de adem van haar -monden is een vuurvlam. - -In de kajuit van de Boot ligt Ra, dood en levenloos; op den voorsteven -bevinden zich Up-uaut, de Wegbereider en Sa en de godin van den tijd. -Dicht bij de kajuit bevindt zich een gezelschap goden; dit zijn degenen, -die Ra behoeden voor alle gevaren en voor den aanval van den -afschuwelijken Apep. - -Langzaam glijdt de Boot van Ra voort door de Duat naar plaatsen van -diepe duisternis, van afgrijzen en schrik, waar de dooden hun -woonplaatsen hebben en Apep de komst van Ra ligt af te wachten. Zoo gaat -het eerste uur van den nacht voorbij en het tweede uur nadert. - -Aan den ingang van elk gebied van de Duat is een poort; hoog zijn de -muren en nauw is de doorgang; op de muren staan speerpunten, scherp en -spits, opdat geen mensch er over kan klimmen. - -De deur van de poort is van hout en draait om een spil en een -monsterachtige slang bewaakt de deur. Niemand mag voorbij haar gaan, -behalve zij, aan wie haar naam bekend is. Bij den bocht van den doorgang -liggen twee groote gekamde slangen, de een boven, de ander onder. De -adem van haar mond bestaat uit vuur en vergif; door het nauwe portaal -zenden zij van beide kanten stroomen vuur en vergif. Aan ieder eind van -den doorgang staat een wachter, die wacht houdt. Dan maakt de godin van -het eerste uur plaats voor de godin van het tweede uur en zij roept luid -den naam van den Wachter bij de poort. Wijd worden de deuren -opengeworpen, het vuur en het vergif houden op en de Boot van Ra vaart -er door. - -"Ur-nes" noemen wij dit tweede gebied van de Duat, maar de Hanebu's en -zij, die de eilanden van de Groote Groene Wateren bewonen, noemen het -Ouranos. De rivier is breed en draagt op haar donkere wateren vier -sloepen; geen riemen hebben zij, noch masten of roeren, maar zij drijven -op het water en worden gedragen door den stroom. Geheimzinnig en vreemd -zijn zij en de schimmen, die er zich in bevinden, gelijken op -menschengedaanten. In dit gebied is Ra Heer en Koning en zij, die hier -wonen, hebben vrede, want niemand kan de groote gekamde slangen -voorbijgaan, die de poorten bewaken, wier adem een mengsel is van vuur -en vergif. Gelukkig zijn zij, die dit land bewonen, want hier wonen de -geesten van het koren, Besa, Nepra en Tepu-yn. Dit zijn degenen, die de -tarwe en de gerst laten groeien en de vruchten van de aarde menigvuldig -doen zijn. Langzaam glijdt de Boot van Ra voort door de Duat, door -streken van diepe duisternis, schrik en afgrijzen, waar de dooden hun -woonplaats hebben en Apep op de komst van Ra ligt te wachten. Zoo gaat -het tweede uur van den nacht voorbij en het derde uur is nabij. Dan -maakt de godin van het tweede uur plaats voor de godin van het derde uur -en zij roept luid den naam van den Wachter bij de poort. Wijd worden de -deuren opengeworpen en de Boot van Ra vaart er door. - -"Stroom van den eenigen God" is de naam van het derde gebied van de Duat -en hier in het schoone Amentet is het Koninkrijk van Osiris. Aan -weerszijden van de rivier bevinden zich de groote gedaanten van de -goden, die de gedaante van Osiris zelf omringen. Hij is gezeten op zijn -troon in koningsornaat met de Witte Kroon van het Zuidelijk Land en de -Roode Kroon van het Noordelijke Land op zijn hoofd. Groot is Osiris, de -god der dooden, want allen, die sterven, moeten voor hem verschijnen als -hun rechter en hun harten worden gewogen in de weegschaal tegen de veer -van de Waarheid. Zijn troon staat op een stroomend water, helder en diep -en uit het water verheft zich een enkele lotusbloem, gekleurd als de -ochtendhemel. Op de bloem staan de vier Kinderen van Horus, die Osiris -bijstaan bij het Oordeel en die de lichamen der dooden beschermen. Aan -hen behooren het Zuiden en het Noorden, het Westen en het Oosten en de -vier groote godinnen zijn hun beschermsters. Zij staan op de lotusbloem -en hun gezichten zijn naar Osiris gekeerd; het eerste heeft het gezicht -van een man, het tweede het gezicht van een aap, het derde het gezicht -van een jakhals en het vierde het gezicht van een roofvogel. Dit nu is -het uur, dat de boosdoeners vreezen; door hun eigen daden worden zij -veroordeeld en niets kan hen helpen. Zwaar is het hart van den booswicht -en het doet de schaal neerslaan; lager en lager zinkt ze, totdat ze de -kaken bereikt van Amemt, den Verslinder van Harten. Dan wordt de -boosdoener uitgeworpen in de diepe duisternis van de Duat om er te wonen -bij de afschuwelijken Apep en eindelijk in de Vuurpoelen te vallen. - -Maar sommigen zijn er, die de rechtschapenheid zelf zijn geweest op -aarde, die geen mensch hebben benadeeld door bedrog of geweld, die de -weduwe, de wees en den zeeman, die schipbreuk geleden heeft, hebben -bijgestaan, die de hongerigen hebben gespijzigd en de naakten gekleed, -die geen strijd hebben opgewekt, noch tranen hebben doen vloeien. -Wanneer deze voor het Oordeel van Osiris verschijnen en hun harten in de -weegschaal gelegd worden, dan is de veer van de Waarheid het zwaarst. De -schaal met de veer gaat naar beneden en de schaal met het hart naar -boven. Dan neemt Thot het hart en zet het weer in de borst van den -mensch en Horus neemt hem bij de hand en geleidt hem naar den voet van -den troon van Osiris, opdat hij voor eeuwig moge wonen in het koninkrijk -van Osiris. - -En eerst nu kan hij den zeer reinen en waarachtig heiligen Osiris zien, -want "de zielen der menschen zijn niet in staat deel te hebben in de -goddelijke natuur, zoolang zij besloten zijn in lichamen met -hartstochten... Wanneer zij bevrijd zijn van deze beletselen en overgaan -naar reiner en ongeziene streken... dan eerst wordt deze God hun leider -en Koning; van hem hangen zij geheel af, steeds ziende zonder verzadigd -te worden, en steeds vurig verlangend naar de schoonheid, die een mensch -onmogelijk kan uitdrukken of zich denken" [1]. - -[Noot 1: Plutarchus: "De Iside et Osiride" (Squire's vertaling).] - -Langzaam glijdt de Boot van Ra door de Duat, naar streken van diepe -duisternis, van schrik en afgrijzen, waar de afschuwelijke Apep ligt te -wachten op de komst van Ra en waar de Vuurpoelen worden klaargemaakt -voor de boozen. - -Zoo gaat het derde uur van den nacht voorbij en het vierde uur is nabij. -Dan maakt de godin van het derde uur plaats voor de godin van het vierde -uur en zij roept luid den naam van den Wachter aan de poort. Wijd worden -de deuren opengeworpen en de Boot van Ra vaart er door. - -"Levende der schimmen" is de naam van het vierde gebied van de Duat en -Sokar heeft de heerschappij over dit land. Woest is de uitgestrektheid -zand, onbegrensd de woestijn, droefgeestig en somber het landschap. Geen -grassprietje, geen boom of struik is er te zien, niets groeit er, niets -leeft er dan monsterachtige veelhoofdige slangen, die langs den grond -glijden of op pooten voortkruipen. - - - -Verschrikkelijk zijn zij om aan te zien, zooals ze daar kronkelen en -draaien en sissen en brullen; ze heffen hun afzichtelijke koppen in de -hoogte en houden hun donkere vleugels uitgespreid. Maar hun -kwaadaardigheid geldt Ra niet en hij gaat veilig tusschen hen door. - -Bedolven is de groote rivier en verdwenen is ze onder het bewegelijke -zand en waar ze stroomde, is nu een diep ravijn. De rotsmuren verheffen -zich hoog en steil en steeds slingert en draait de weg tusschen de -rotsen door. De menschen noemen deze plaats Re-stau de Mond van het -Graf. - -Zelfs in deze sombere woestijn voert Osiris heerschappij; Heer van -Re-stau wordt hij genoemd, daarom behoeft niemand vreesachtig te zijn -als hij langs het smalle pad gaat. En nu kan de Boot van Ra niet meer op -het water drijven, maar wordt veranderd in een groote en machtige slang -met een glinsterende huid. Op den voorsteven zit een slangenkop met -wakende en woeste oogen, op den achtersteven zit een slangenkop met de -giftanden gereed. Over het zand glijdt ze voort, zooals een boot over -het water glijdt. - -Langzaam glijdt de Boot van Ra voort door de Duat, door streken van -diepe duisternis, schrik en afgrijzen naar de plaats, waar Apep ligt te -wachten op de komst van Ra. Zoo gaat het vierde uur van den nacht -voorbij en het vijfde uur is nabij. Dan maakt de godin van het vierde -uur plaats voor de godin van het vijfde uur en zij roept luid den naam -van den Wachter bij de poort. Wijd worden de deuren opengeworpen en de -Boot van Ra vaart er door. - -"Verborgen" is de naam van het vijfde gebied van de Duat en in dit -donkere en sombere gebied woont Sokar, zijn Heer en Koning, de god van -hen, die begraven zijn. Bij een bocht van den kronkelenden weg is zijn -woonplaats diep onder den grond, daar boven verheft zich een hooge berg -zand. Twee sphinxen houden de wacht er bij; zij hebben het lichaam van -een leeuw en het gelaat van een mensch, en haar klauwen zijn uitgespreid -als de klauwen van een roofdier. In het midden ligt een slang met drie -koppen en tusschen haar vleugels staat Sokar in de gedaante van een man -met het hoofd van een sperwer. Wild en woest als een sperwer is Sokar en -vreeselijk is de straf, die hij degenen laat ondergaan, die zich tegen -hem verzet hebben. Dicht bij zijn woning is een meer, waar het water -kookt en borrelt van de hitte, zooals het water kookt in een ketel. In -het kokende meer worden de rebellen geworpen en zij roepen tot Ra om -hulp, maar Ra ligt koud en levenloos ter neer, wachtend op de komst van -Khepera en op hun kreten wordt geen acht geslagen, terwijl de Boot haar -weg vervolgt. - -Aan den anderen kant van het ravijn ligt een hoog en gewelfd gebouw, het -huis van Nacht en Duisternis. Twee vogels klemmen zich aan weerszijden -vast en er rondom heen slingert zich een tweekoppige slang. Zij heft -haar woeste koppen op en haar vergif is altijd klaar om den vluggen -indringer te treffen, die het wagen zou te trachten er voorbij te komen. -Trouw waakt zij, want in het huis van Nacht en Duisternis woont Khepera, -de groote Ziel van het Heelal, wiens zinnebeeld is de kever, de god van -de opstanding. - -In de gedaante van een kever wacht hij op de komst van Ra en hij vliegt -op de Boot en wacht daar den tijd af, wanneer hij den god tot het Leven -terug zal brengen. En nu dringt er door de diepe duisternis langs den -nauwen doorgang een lichtstraal; de Morgenster staat bij de poort om de -Boot verder te geleiden: want in het donkerst van den nacht ligt een -belofte van den komenden dag. - -Langzaam glijdt de Boot van Ra voort door de Duat, door streken van -diepe duisternis, schrik en afgrijzen, naar de plaats, waar de -afschuwelijke Apep ligt te wachten op de komst van Ra. - -Zoo gaat het vijfde uur van den nacht voorbij en het zesde uur is nabij. -Dan maakt de godin van het vijfde uur plaats voor de godin van het zesde -uur en zij roept luid den naam van den Wachter aan de poort. Wijd worden -de deuren opengeworpen en de Boot van Ra gaat er door, "Afgrond der -wateren" is de naam van het zesde gebied van de Duat en Osiris voert er -heerschappij, Osiris, de groote God, Heer van de stad Daddu, de levende -Koning, de Schepper der menschen, der dieren en van de groene planten, -die op aarde groeien, Osiris, voor wien alle menschen buigen vol lof en -aanbidding. - -De rivier komt weer uit het zand te voorschijn en de Boot drijft op haar -wateren en zij, die er in zitten, verheugen zich, want de uren van den -nacht gaan voorbij. Op de oevers van de rivier bevinden zich de groote -gedaanten der goden, geheimzinnig en wonderbaarlijk; negen -koningsscepters staan daar ook en een monsterachtige leeuw doemt op uit -de duisternis, zwak beschenen door het licht, dat de Boot van Ra -uitstraalt. Drie tempels staan er bij de rivier, en een slang, die vuur -ademt, bewaakt ze. Geheimzinnig en vreemd zijn de dingen, die zich in de -heiligdommen bevinden en den mensch is het niet gegeven de beteekenis er -van te vatten; in het eene is een menschenhoofd, in een ander de vleugel -van een vogel, in het derde het achterste gedeelte van een leeuw. Hier -woont ook de groote opgerolde slang met vijf koppen en in haar kronkels -ligt Khepera, de god van de opstanding. Op zijn hoofd plaatst hij den -kever, onder zijn voeten is het teeken des vleesches; zoo brengt hij het -Leven in de dooden en zoo zal hij Ra weer in het leven terugroepen. Want -dit is het meest verwijderde punt van de Duat en achter de poort ligt de -weg naar den zonsopgang. - -Langzaam vaart de Boot van Ra door de Duat, door streken van diepe -duisternis, van schrik en afgrijzen, waar de afschuwelijke Apep ligt te -wachten op de komst van Ra. Zoo gaat het zesde uur van den nacht voorbij -en het zevende uur is nabij. Dan maakt de godin van het zesde uur plaats -voor de godin van het zevende uur en zij roept luid den naam van den -Wachter aan de poort. Wijd worden de deuren opengeworpen en de Boot van -Ra vaart er door. - -"Geheime spelonk" is de naam van het zevende gebied van de Duat. Vol -gevaar en nood is het, want de afschuwelijke Apep woont in dit land. Als -een groote en monsterachtige slang ziet hij er uit; met wijd-open mond -verzwelgt hij de wateren van de rivier, opdat de Boot zal vergaan en Ra -zal omkomen. Dan zou de aarde toebehooren aan de machten der duisternis -en kwaad en boosheid zouden de goden overwinnen. Maar op den voorsteven -van de Boot staat Isis, de groote toovenares, wier tooverkunst niemand -kan weerstaan. Isis, de grootste der godinnen, zij, die de dooden kan -opwekken en aan wie alle menschen liefde en eerbied bewijzen. Met de -armen uitgestrekt, spreekt zij de Machtswoorden uit, luid roepend over -de donkere rivier. - -Om het lichaam van Ra slaat de slang Mehen haar beschermende kronkels, -want nu is de tijd van het gevaar gekomen. - -Op een zandbank midden in de rivier ligt de afschuwelijke Apep. -Vierhonderd vijftig cubiet is de zandbank lang; de kronkels van Apep -bedekken ze zoodanig, dat er niets te zien is dan de rivier er om heen. -Luid sist en brult hij en de Duat wordt vervuld met den donder van zijn -stem, doch Isis deinst niet terug, noch houdt zij op met haar -tooverformules te reciteeren en met de tooverachtige bewegingen, die zij -maakt met haar handen. Haar tooverspreuken overwinnen en de -afschuwelijke Apep ligt hulpeloos op het zand. Dan springen Selk en -Her-desuf van de Boot van Ra en binden hem met touwen vast en met -scherpe messen steken zij in zijn vleesch, hopend hem te vernietigen. -Maar Apep is onsterfelijk en iederen nacht wacht hij om de Boot van Ra -aan te vallen. - -Toch houden Selk en Her-desuf hem vast, terwijl de Boot haar weg -vervolgt langs de groote zandbanken, waar hij wringt en draait en -worstelt om vrij te komen, maar de touwen zijn sterk en de messen zijn -scherp en zijn pogingen zijn vergeefsch. - -Voort gaat de Boot naar de begraafplaatsen der goden. Deze staan bij de -rivier; hooge bergen zand zijn het, op elken berg staat een gebouw en op -elken hoek bespiedt het hoofd van een man het voorbijgaan van Ra. Zacht -glijdt de Boot van Ra voort door de Duat, voortgaand door de duisternis -tot den zonsopgang en den dag. Zoo gaat het zevende uur van den nacht -voorbij en het achtste uur is nabij. Dan maakt de godin van het zevende -uur plaats voor de godin van het achtste uur en zij roept luid den naam -van den Wachter aan de poort. - -Wijd worden de deuren opengeworpen en de Boot van Ra vaart er door. - -"Sarcophaag der goden" is de naam van het achtste gebied van de Duat, -want hier wonen de doode goden. Dood en begraven zijn zij, gebalsemd en -gezwachteld, zooals de menschen de dooden op aarde balsemen en -zwachtelen. Zij roepen luid heilgroeten tot Ra, als hij voorbij vaart, -roepend tot hem door de uitgestrekte ruimte, maar zoo ver zijn zij weg, -dat het geluid van hun stemmen klinkt als het gebrul van wilde stieren, -als de kreet van roofvogels, als het geklaag van rouwdragers, als het -gezoem van bijen. Vóór de Boot gaan negen Volgelingen van de Goden; -vreemd zijn hun gedaanten, geheimzinnig en wonderlijk, aan niets gelijk, -dat op aarde is. Voor hen uit loopen de vier zielen van Tatanen in de -gedaante van rammen, groot en vurig, met wijd uitgespreide en scherp -gepunte horens. De eerste is gekroond met hoog opstaande pluimen, de -tweede met de Roode kroon van het Noordelijke Land, de derde met de -Witte Kroon van het Zuidelijke Land, de vierde met de schitterende -zonneschijf. Oud is Tatanen, bewoner van Memphis, waar de woning van -Ptah is aan den zuidkant van den muur. Zacht glijdt de Boot van Ra voort -door de Duat, gaande door de duisternis naar den zonsopgang en den dag. -Zoo gaat het achtste uur van den nacht voorbij en het negende uur is -nabij. Dan maakt de godin van het achtste uur plaats voor de godin van -het negende uur, en zij roept luid den naam van den Wachter aan de -poort. Wijd worden de deuren opengeworpen en de Boot van Ra gaat er -door. - -"Processie van beelden" is de naam van het negende gebied van de Duat. -Vol en sterk stroomt de rivier en de Boot wordt voortgedragen op den -bruisenden stroom. Twaalf sterregoden bewaken de Boot, met roeiriemen in -hun handen, gereed om de Boot in geval van nood te helpen. - -In dit land heerscht geen diepe duisternis, want twaalf groote gekamde -slangen liggen opgerold op den oever en de adem van hun mond is vuur en -vlam, stralend op het donkere water en op hen, die in de Duat wonen. -Drie sloepen drijven op de donkere rivier; vreemd is de vorm van deze -sloepen, niet als de booten der menschen; en de schimachtige gedaanten -er in, zien er uit als een koe, een ram en de ziel van een mensch. Van -hen ontvangen de bewoners van dit land de offeranden, die hun gebracht -worden op aarde. Dan beginnen de sterregoden te zingen; en de twaalf -godinnen en de wevende goden en de bewoners van dit land zingen den roem -en de eer van Ra, prijzend den Heer van de Boot, de Schepper van hemel -en aarde. Met vreugde en gezang volgen zij den voorgeschreven weg. - -Voorwaarts glijdt de Boot van Ra door de Duat, voortreizend naar den -zonsopgang en het licht van den vollen dag. Zoo gaat het negende uur van -den nacht voorbij en het tiende uur is nabij. Dan maakt de godin van het -negende uur plaats voor de godin van het tiende uur en zij roept luid -den naam van den Wachter bij de poort. Wijd worden de deuren -opengeworpen en de Boot van Ra gaat er door. - -"Afgrond der Wateren, hoog van oevers" is de naam van het tiende gebied -van den Duat en de heerscher ervan is Ra. De bewoners van dit land komen -hun koning tegemoet, als hij voorbijgaat op de wassende rivier. Diep en -vol en sterk stroomt het water en de Boot wordt voortgedragen op den -bruisenden stroom. Goddelijke krijgslieden, gewapend met blinkende -oorlogswapens vormen een lijfwacht voor hun koning, licht straalt van -hun aangezichten, als het licht van de zon. Aan den oever der rivier -zitten vier godinnen; zij werpen lichtstralen uit in de duisternis, -aldus den weg van Ra verlichtend op de donkere rivier. Voor de Boot van -Ra beweegt zich de Morgenster in de gedaante van een tweehoofdige slang, -die op beenen loopt, en op haar hoofd bevinden zich de kronen van het -Zuidelijke Land en het Noordelijke Land; tusschen haar kronkels bevindt -zich de groote sperwer uit de lucht; Leider van den Hemel is haar naam, -want de sterren van den hemel volgen haar, maar de menschen noemen haar -Hesper en ook wel Lucifer. In de sloep op den stroom bevindt zich een -slang; Leven der Aarde wordt zij genoemd en zij waakt in de Duat tegen -de vijanden van Ra. - -Dit is het grootste van alle gebieden van de Duat, want in dit rijk van -wonderen en mysteriën verbindt Khepera zich met Ra en Ra zelf wordt -opnieuw geschapen. Toch blijft het doode lichaam van Ra in de Boot; maar -zijn ziel wordt vereenigd met de ziel van Khepera. - -Voorwaarts gaat de Boot van Ra door de Duat, reizend naar den zonsopgang -en het licht van den vollen dag. Zoo gaat het tiende uur van den nacht -voorbij en het elfde uur is nabij. Dan maakt de godin van het tiende uur -plaats voor de godin van het elfde uur en zij roept luid den naam van -den Wachter aan de poort. Wijd worden de deuren opengeworpen en de Boot -van Ra vaart er door. - -"Opening van de spelonk", is de naam van het elfde gebied van de Duat en -Ra is er heerscher. Zeer veel is de rivier gevallen en traag stroomt ze -voort; de Boot wordt voortgetrokken door de goden; niet met touwen -trekken zij haar voort, maar met het lichaam van de groote slang Mehen, -den beschermer van Ra. Op den boeg van de Boot staat een vurige ster, -maar haar licht is niet rooder dan de vreemde en felle gloed, die dit -land vervult; vreeselijk rood is het en de aanblik er van jaagt schrik -en ontzetting aan. Dit is het gebied, dat gevreesd wordt door de -boosdoeners, want hun straf wacht hen hier. Heinde en ver zijn -vuurpoelen; godinnen, wier adem vuur is, bewaken de poelen, in haar -handen vlammende zwaarden houdend. Met haar messen martelen zij de -boozen en werpen hen in de vuurpoelen, waar zij volkomen vernietigd -worden. Horus staat er bij en aanschouwt hun kwellingen, want deze zijn -de vijanden van Osiris en van Ra, de boosdoeners op aarde en lasteraars -van de goden. Geen hulp kan hen bereiken, geen ontkomen is mogelijk, -door hun eigen daden zijn ze gedoemd tot het zwaard en het vuur. En de -rook en het vuur van hun marteling stijgen op in de Duat. - -Aan den anderen kant van de rivier bevinden zich de sterren; Shedu is er -in de gedaante van een slang, scharlaken en rood is hij en de sterren, -die zijn lichaam vormen, zijn tien in getal. Dan is er ook een -geheimzinnige en wonderlijke gedaante te zien; als een gevleugelde slang -met pooten ziet zij er uit en tusschen de vleugels ziet men de -schimachtige gedaante van een man. De menschen noemen hem Atmu, bewoner -van Heliopolis; oud is Atmu, ouder dan Ra zelf; en hij zendt de zachte -briesjes van den Noordewind naar het land Egypte. Aan weerszijden van -hem schijnen de Oogen van Horus flauw in het zwakke en bleeke licht. En -nu steekt de morgenwind op; liefelijk en zacht is hij, maar met hem komt -de belofte van den dag. - -Voorwaarts glijdt de Boot van Ra door de Duat, reizend naar den -zonsopgang en het licht van den vollen dag. Zoo gaat het elfde uur -voorbij en het twaalfde uur en de dageraad zijn nabij. Dan maakt de -godin van het elfde uur plaats voor de godin van het twaalfde uur en zij -roept luid den naam van den Wachter aan de poort. Wijd worden de deuren -opengeworpen en de Boot van Ra vaart er door. "De duisternis is geweken -en geboortes hebben plaats" is de naam van het twaalfde gebied van de -Duat. Op den voorsteven van de Boot zit de groote kever van Khepera, -gereed om bij de gedaanteverwisseling van Ra te helpen, voordat hij het -eind van de Duat bereikt. Dit twaalfde gebied van de Duat is niet gelijk -aan de andere streken, want het is omsloten door het lichaam van een -groote en monsterachtige slang. "Leven van de Goden", is haar naam, en -door dit groote en kolossale lichaam reist de Boot der Millioenen Jaren. -Twaalf van de aanbidders van Ra vatten de touwen en sleepen de Boot -verder, en hier in het lichaam van de slang wordt Ra veranderd in -Khepera en wordt weer levend, want nu is de reis door de Duat bijna -volbracht. Bij den mond van de slang staan twaalf godinnen; aan deze -geven de Aanbidders van Ra de sleeptouwen over en zij trekken de Boot -naar den oostelijken horizon van den hemel. En nu wordt het doode -lichaam van Ra uit de Boot geworpen, zooals het kaf wordt weggeworpen, -wanneer het graan gezift is, want de ziel en het leven van Ra zijn in de -kever van Khepera, en de gedaanteverwisselingen van Ra zijn voltooid. - -Met geschreeuw en gezang, met vreugde en blijdschap komt de Boot van Ra -te voorschijn uit de Duat. Prachtig is de Manzet Boot, zooals zij -voortspoedt naar den zonsopgang. Werp wijd, wijd open de deuren en laat -den dag binnen. - -Tusschen de sycomores van turkoois komt de Boot van Ra te voorschijn en -de berg Bakhu gloeit van licht. De slang, de bewaker van de Groote -Groene Wateren ziet Ra in al zijn heerlijkheid aan den oostelijken -horizon van den hemel en zijn stralen schitteren op haar opperhuid. - -Heerlijk is de Manzet Boot, gedragen door de rivier, stralend in de -pracht en het licht van den vollen dag. In het schuim aan den boeg van -de Boot dartelt de Abtu-visch, voortschietend door het glinsterende -schuim en de Ant-visch wordt gezien in den draaikolk van turkoois. Van -de aarde rijst een juichtoon op, want alle schepselen prijzen Ra bij -zijn komst. - -Heil u, o Ra, bij uwe komst; de nacht en de duisternis zijn voorbij. Bij -het krieken van den dag schijnt gij, de hemelen zijn vervult met uw -licht. Koning der Goden zijt gij, alle heerlijkheid en triomf zijn van -u. De Goden komen als honden aan uw voeten, u met vreugde begroetend in -den morgenstond. Heil u, o Ra, bij uw komst; als gij opkomt, zijn alle -menschen blijde. Vol vreugde komt gij 's morgens, vol roem regeert gij -de wereld. De sterren der hemelen aanbidden u, Heer der Hemelen zijt -gij. Heil u, o Ra, bij uw opkomst! Niemand kan uw heerlijkheid -uitdrukken. Heer van alle Wijsheid en Waarheid. De zielen van het Oosten -dienen u, de zielen van het Westen zijn uw dienaren, het Noorden en het -Zuiden aanbidden u. Gij wordt aangebeden, onze Heerscher, door hen, die -gij hebt geschapen. Gij komt op aan 's hemels horizon gij doet het -menschdom zich verblijden. Heil u, o Ra, bij uw komst, bij uw komst in -schoonheid, o Ra. - - - - * * * * * - - - - -AANTEEKENINGEN. - -I. DE PRINSES EN DE DEMON. - - -Uitgegeven door Prisse d'Avennes, -Monuments Egyptiens, pl. XXIV. -Vertaald door Wiedeman, Religion -of the Ancient Egyptians, p. 275. - -Dit verhaal is gebeiteld in een zandsteenen tablet, dat gevonden is door -Champollion in den tempel van Khonsu te Thebe en zich nu in de -"Bibliothèque Nationale" te Parijs bevindt. Er zijn acht-en-twintig -horizontale regels schrift en boven deze bevindt zich een afbeelding van -twee booten van Khonsu, gedragen op de schouders van priesters, terwijl -de koning wierook voor hen offert. - -Toen het verhaal het eerst vertaald werd, werd er verondersteld, dat het -op waarheid gegrond was, maar nu wordt het gewoonlijk beschouwd als een -volksverhaal, dat bijdraagt tot het geloof aan Khonsu en tot zijn roem -en waarvan daarom door de priesters van dien god gebruik wordt gemaakt. -De koning, die er in genoemd wordt, kan niet geïdentificeerd worden met -één van de historische monarchen uit Egypte, hoewel zijn persoonlijke -naam, Ramses, voldoende bekend is onder de heerschers van de XX^{ste} -dynastie. - - - - -II. DE DROOM VAN DEN KONING. - - -Uitgegeven door Lepsius, Denkmaler, -III, 68. -Vertaald door Breasted, Ancient -Records, II, 810-815. - -Het opschrift is gebeiteld op een rond-toeloopende stèle van rood -graniet, van viertien voet hoog, die staat in den kleinen tempel, die -ligt tusschen de voorpooten van de Groote Sphinx. - -De tempel werd in 1817 uitgegraven door Kapitein Caviglia. Hij vormt het -eind van een processie-weg, die naar beneden voert langs geplaveide -wegen en trappen van den rand der woestijn af naar het heiligdom (zie -Vyse, Pyramids of Gizeh, III, 107). De kleine tempel is slechts tien -voet lang en vijf breed en aan het verste eind, met den achterkant naar -de borst van de Sphinx gekeerd, staat deze stèle (grafzerk). - -Boven het opschrift, dat in horizontale regels geschreven is, staat een -afbeelding, links en rechts herhaald, van den koning, die water plengt -en wierook brandt voor het beeld van eene Sphinx, liggende op een pylone -of altaar. De benedenste helft van de stèle is zoo beschadigd, dat het -opschrift of vernield of onleesbaar is. - -Het opschrift bedoelt te zijn uit den tijd van Thotmes IV, een koning -van de XVIII^{ste} dynastie, ongeveer 1400 v.C., opgericht door dien -monarch als een dankoffer. - -Maar uit de taal, waarin het opschrift is gesteld, blijkt duidelijk, dat -het uit een veel lateren tijd moet zijn; Erman rekent, dat het dateert -uit een periode tusschen de XXIII^{de} en XXIV^{ste} dynastie. Het kan -echter ook een nieuwe weergave van een vroeger verhaal zijn, hoewel van -het vroeger opschrift niets is overgebleven. - - - * * * * * - - -III. DE KOMST VAN DE GROOTE KONINGIN. - - -Uitgegeven door Naville, Dier el -Bahari, II, pls. XLVI-LI (met vertaling). -Vertaald door Breasted, Ancient -Records, II, 187-220. - -De inscriptie, met de afbeeldingen, die ze illustreeren, zijn -uitgehouwen in de muren van den tempel van Dier el Bahari, aan den -noordkant van den overgebleven muur van de bovenste verdieping. - -Het groote gebouw, in den nieuwen tijd bekend als de tempel van Deir el -Bahari, werd opgericht door Koningin Hatshepsnut van de XVIII^{de} -dynastie, ongeveer 1500 v.C, om te dienen voor twee dingen, nl. voor -haar eigen doodendienst en voor de aanbidding van de godin Hathor. De -voornaamste gebeurtenissen uit de regeering van de Koningin zijn in de -muren gebeiteld; het verhaal van haar goddelijke afstamming neemt -natuurlijk een voorname plaats in. De inscriptie's in den tempel werden -vernield en vroeger gerestaureerd, daarom is er veel van het verhaal -verloren gegaan. Gelukkig echter versierde Amenhotep III, een koning van -dezelfde dynastie, bijna meer dan een eeuw later dan Hatshepsut, zijn -tempel van Luksor met gelijksoortige afbeeldingen en inscriptie's, -betrekking hebbend op zijn eigen goddelijke afstamming, terwijl hij -natuurlijk de namen van moeder en kind veranderde en eenige weinig -belangrijke veranderingen in de opschriften maakte. Door middel van dit -latere voorbeeld is het geheele vroegere verhaal duidelijk gemaakt. - -De witte zuilenrijen van den tempel van Hatshepsut, tegen een -achtergrond van donkere rotsen, vormen een der meest treffende tooneelen -in het dal van den Nijl. De tempel werd eens gebruik als een Koptisch -dorp; vandaar zijn moderne naam van Deir el Bahari, het Noordelijk -Klooster. - -Hij is niet lang geleden opgegraven en gerestaureerd door Dr. Naville -voor het Egyptische Exploratiefonds. - - - - -IV. HET BOEK VAN THOT. - -Uitgegeven door Spiegelberg, Demotische -Papyrus (Kairo Catalogus). -Vertaald door Petrie, Egyptian -Tales, II, 89. - -Deze geschiedenis is geschreven in het Demotisch op een papyrus, die -gevonden is te Thebe in het graf van een Koptischen monnik. Ze lag -tusschen andere papyrussen, die in het Hieratisch en in het Koptisch -geschreven waren, in een houten kist en bevindt zich nu in het -Kairo-Museum. Het Demotisch is het schrift, waarin de laatste vorm van -de Egyptische taal was geschreven; het vroegste voorbeeld, dat er van -overgebleven is, is uit de regeering van Shabaka van de XXV^{ste} -dynastie, ongeveer 715 v.C.; het bleef in gebruik tot de Romeinsche -tijden, toen het vervangen werd door het Grieksche alphabet. - -De papyrus is uit het Ptolemeïsche tijdperk, maar de tijd is niet -nauwkeurig bekend, daar de datum en plaats aan het eind gedeeltelijk -onleesbaar zijn. Het jaar 15 alleen is zichtbaar, wat echter niet -voldoende is om aan te duiden, onder welken koning het geschreven is. De -legende, die in dit boek weergegeven is, is slechts een deel van een -veel langer verhaal; het is inderdaad een geschiedenis in een -geschiedenis, verteld door den "ka" van Ahura aan den hoogepriester van -Memphis, toen hij zich waagde in het graf van Nefer-ka-ptah om het Boek -van Thot te zoeken. Men zegt, dat het Boek van Thot slechts uit twee -bladzijden bestaat; het moet dus een papyrus geweest zijn, die aan beide -zijden beschreven was. - - - * * * * * - - -V. OSIRIS. - -Oorspronkelijk stuk: Plutarchus, -De Iside et Osiride. -Vertaald door: Mead, Thrice-greatest -Hermes, I, 278. - -De verhandeling over Isis en Osiris werd door Plutarchus, zelf een -ingewijde in de Osiris-mysteriën, geschreven aan een medeingewijde, eene -vrouw, Klea genaamd. Dit werd in de tweede eeuw v.C. geschreven te -Delphi. Het is het eenige samenhangende verhaal, dat er overgebleven is -van den dood van Osiris en de omzwervingen van Isis. Ofschoon het van -zoo laten datum is, heeft men gevonden, dat het over het geheel juist -is, wanneer men het vergelijkt met de opschriften en beeldhouwwerken uit -de tijden van de Pharao's. - -Het zoogenaamde Ritueel van Denderah is onze voornaamste bron voor de -aanbidding van Osiris in de voornaamste tempel van Egypte bij -gelegenheid van de feesten in de maand Khoiakh. Het Ritueel is gebeiteld -op de muren van den tempel van Denderah en geeft lot in bijzonderheden -de plechtigheden, die in gebruik zijn, weer, tot zelfs de afmeting en -het materiaal van de symbolische voorstellingen. Het opschrift dateert -uit het Ptolemeïsche tijdperk, maar het Ritueel is aanzienlijk veel -ouder. - -"Mysterie-spelen" naar aanleiding van den dood van Osiris en van de -overwinning van Horus op Set schijnen bij zekere groote gelegenheden -gehouden te zijn in de voornaamste centra van godsdienst. De voornaamste -rol was die van Horus, die in de hoofdstad werd vervuld door den Pharao -zelf en in de provincies door de plaatselijke notabelen. - - - - * * * * * - - - -VI. DE SCHORPIOENEN VAN ISIS. - -Uitgegeven door Golénischeff, Metternichstele -(met Duitsche vertaling). -Vertaald door: Budge, Legends of -the Gods, p. 157. - -Dit opschrift is gebeiteld op een rond-toeloopende stèle van marmer, -geplaatst op een vierkant voetstuk. In het begin van de negentiende eeuw -werd ze gevonden te Alexandrië en werd in 1828 door Mahomed Ali aan -Prins Metternich ten geschenke gegeven. De voorzijde, de achterzijde en -de zijkanten, zoowel van de stèle, als van het voetstuk, zijn bedekt met -horizontale en vertikale regels schrift en met mythologische figuren. De -stèle behoort tot een klasse van amuletische voorwerpen, die gewoonlijk -Cippi van Horus genoemd worden; ze zijn beschreven met bezweringen tegen -alle dieren "die bijten met hun mond of steken met hun staart". Deze -stèle is de grootste Cippus van Horus, die bekend is. Op de voorzijde is -in hoog-relief het beeld van Horus uitgehouwen, die voorgesteld wordt -als een naakt kind, staande op twee krokodillen en een leeuw, een -gazelle, schorpioenen en slangen in zijn handen houdend. Hij staat in -een tempel, waar het hoofd van Bes op staat. Isis en Thot, de godinnen -van het Zuiden en van het Noorden en andere mythologische figuren en -zinnebeelden bevinden zich binnen in en buiten op den tempel. Boven deze -voorstelling zijn horizontale registers, gevuld met figuren, die -mogelijk tooneelen voorstellen uit legenden, die nu verloren gegaan -zijn. - -De tekst, die de geschiedenis van de schorpioenen van Isis bewaart, is -gegrift achter op het tablet, II 48-70. De stèle dateert ongeveer uit -370 v.C. onder de regeering van Necta-nebo I, van de XXX^{ste} dynastie. - - * * * * * - - -VII. HET ZWARTE ZWIJN. - -Uitgegeven door Naville. Das -Aegyptische Todtenbuch, pl. CXXIV. -Vertaald door Budge, Book of the -Dead, ch. CXII. - -Het zoogenaamde Doodenboek is een verzameling teksten, die, geschreven -op papyrussen of op doodkisten, gevonden zijn in de graven. Geen uitgave -is er bekend, die alle stukken bevat; de volgorde is dus samengesteld -door vergelijking met vele voorbeelden. - -De oude naam van deze teksten is: "Hoofdstukken over het Aanschouwen van -het Levenslicht"; de moderne naam is: "Doodenboek", daar het -klaarblijkelijk een handleiding is voor de behandeling van de dooden. -Het bevat een serie gebeden, lofzangen, magische formulieren en -toespelingen op mythologische verhalen, die men, naar men meende, -noodzakelijk moest kennen om te ontsnappen aan de gevaren van het leven -hiernamaals. Het is klaarblijkelijk zeer oud, want zelfs in de oudst -bekende voorbeelden, de Pyramiden Teksten van de VI^{de} dynastie, is de -tekst dikwijls zeer gebrekkig. De Pyramiden Teksten vertoonen sporen van -zeer primitieve gebruiken en eerediensten, waarvan er vele verloren -gegaan zijn in de latere vormen van het Doodenboek. - -De geschiedenis, die verhaald wordt onder de naam van het Zwarte Zwijn, -heeft betrekking op een voorval in den oorlog tusschen Horus en Set en -is nergens anders bekend. Waarschijnlijk waren er veel zulke legenden in -omloop in het oude Egypte, maar weinig zijn er ongeschonden bewaard -gebleven. Horus was de groote helden-god, en zooals bij de helden van -andere landen het geval is, werden de legenden van andere kampioenen op -hem overgedragen. Sommige van zijn heldendaden en avonturen schijnen zoo -bekend te zijn geweest, dat een toespeling reeds voldoende was om ze den -lezer in 't geheugen terug te roepen. - -Somtijds wordt er een kort en voor ons verward verhaal gegeven, zooals -in hoofdstuk CXIII van het Doodenboek, waarin verteld wordt, hoe Horus -zijn handen en armen, die hij verloren heeft in een moeras, terugkrijgt, -op een manier, die den modernen lezer weinig zegt. - -Een groot aantal legenden zijn bewaard gebleven in magische papyrussen, -maar zelfs onder deze is het aantal aanduidingen en toespelingen grooter -dan het aantal complete legenden. Zoo staat er in de Demotische Papyrus -te Londen en te Leiden een bezwering tegen koorts, die aldus begint: -"Horus reed op een middag in het groene seizoen een heuvel op, gezeten -op een wit paard. Hij treft de goden aan bij het eten en zij noodigen -hem uit deel te nemen aan den maaltijd, maar hij weigert, omdat hij -koorts heeft." Dit is alles, wat er gezegd wordt, maar het is -klaarblijkelijk een zinspeling op een heel bekende geschiedenis. - - - * * * * * - - -VIII. DE GEVECHTEN VAN HORUS. - -Uitgegeven door Naville, Mythe -d'Horus (met Fransche vertaling). -Vertaald door Wiedemann, Religion -of the Ancient Egyptians, p. 69. - -Het verhaal van den oorlog tusschen Horus en Set is gebeeldhouwd op den -binnenkant aan de westzijde van den ringvormigen muur van den tempel van -Edfu. De geheele tempel is gewijd aan Horus; ofschoon ongetwijfeld een -vroegere stichting, dateert het tegenwoordige gebouw eerst uit het -Ptolemeïsche tijdperk. Het werd begonnen door Ptolemeus III Euergetes I -en er werden 180 jaren besteed aan het bouwen en decoreeren. De -ringvormige muur, waarop deze voorstellingen en opschriften waren -gebeeldhouwd, was gebouwd ongeveer 100 v.C., òf door Soter II òf door -Alexander I. - -De tempel werd opgegraven door Mariette en van alle tempels in Egypte -bevindt deze zich in den meest gaven toestand, want met uitzondering van -de ergelijke verminking van de gezichten, waarschijnlijk door fanatieke -Christenen, zijn gebouw en beeldhouwwerk ongeschouden gebleven, behalve -door den tijd. - -Het opschrift schijnt in legendarischen vorm een vrij nauwkeurig verhaal -te geven van gevechten tusschen stammen uit een zeer vroeg tijdperk. -Ofschoon het tegenwoordige opschrift van later datum is, zijn er vele -primitieve gedachten in bewaard gebleven, vooral in de lofliederen van -de vrouwen aan Horus. - -"Eet het vleesch van den overwonneling, drink zijn bloed", is geen -uiting van de beschaving uit de Ptolemeïsche tijden. Menschenoffers -schijnen in Egypte in alle tijdperken gebracht te zijn. Offers voor den -oogst werden er te Eleithyapolis (El Kab) verbrand. Amasis II van de -XXVI^{ste} dynastie maakte een eind aan de menschenoffers te Heliopolis; -Diodorus zegt, dat er roodharige mannen werden geofferd aan het graf van -Osiris; daar de koning de geincarneerde Osiris was, zou dit beteekenen, -dat er bij de koninklijke graven menschenoffers werden gebracht, -waarschijnlijk bij de begrafenisceremoniën. Het Doodenboek zinspeelt ook -voortdurend op menschenoffers. - -Te Edfu werd een altaar gevonden, dat besneden was met voorstellingen en -offerandes, waarin menschelijke wezens de slachtoffers zijn. Men kent -kleine beeldjes, rond gesneden, die den vorm hebben van gebonden -gevangenen en waarschijnlijk de methode aantoonen van het binden van een -slachtoffer; de beenen zijn gebogen bij de knieën en de voeten tegen de -dijen gebogen; de armen zijn bij de ellebogen gebogen en stevig aan het -lichaam gebonden. Dit is nu niet de gewone manier om een gevangene te -binden, maar is een speciale manier, waarschijnlijk bestemd voor een -menschelijk slachtoffer. De beelden stellen soms mannen, soms vrouwen -voor. Naar de voorstellingen en tooneelen op den cirkelvormigen muur te -oordeelen werd er een "mysteriespel" gespeeld in den tempel van Edfu, -waar de Pharao de hoofdrol, die van Horus, vervulde. Het schijnt meer -dan waarschijnlijk, dat in vroegere tijden Set of de Bondgenoot van Set, -gespeeld werd door een menschelijk wezen, dat werkelijk gedurende de -voorstelling gedood werd. Toen het gebruik van de menschenoffers begon -uit te sterven, werd het menschelijk slachtoffer vervangen door een -dier. Dit is het geval te Edfu, waar Set een hippopotamus genoemd wordt -en voorgesteld wordt als een zwijn. - - - * * * * * - - -XI. HET BIER VAN HELIOPOLIS. - -Uitgegeven door: Léfébure, Tombeau -de Sety I, pt. III, pls. 15-18 -(Annales du Musée Guimet, IX). -Vertaald door: Wiedemann, Religion -of the Ancient Egyptians, p. 62. -Voor een beschrijving van het graf -van Sety I (zie de Aanteekeningen -over Legende XI). - -Deze geschiedenis is gebeiteld op de muren van een zijkamer op de hoogte -van een van de binnengalerijen van het graf van Sety I (zaal XII van de -gidsen). Op een van de muren is een voorstelling van een koe, die staat -onder het met sterren bezaaide hemelgewelf. Dit is Nut, de hemelgodin; -zij wordt gedragen op de opgeheven handen van den god Shu, en elk been -wordt gedragen door twee goden; planeten en Zonneschepen gaan over haar -lichaam. - -Het verband tusschen deze voorstelling en de legende is heel onzeker. -Het verhaal komt alleen op deze eene plaats voor, maar iedere opgraver -hoopt, dat hij eens een graf zal vinden, waar een volledig exemplaar van -de geschiedenis op de muren gebeeldhouwd is. - - * * * * * - - - - -X. DE NAAM VAN RA. - -Uitgegeven door: Pleyte en Rossi, -Papyrus de Turin, pls. 31, 77, 131-138. -Vertaald door: Wiedemann, Religion -of the Ancient Egyptians, p. 54. - -Dit verhaal is gevonden op een Hieratische papyrus van de XX^{ste} -dynastie (ongeveer 1200-1100 v.C.) Ze is aan beide zijden beschreven; -het handschrift van den eenen kant verschilt met het handschrift aan den -anderen kant, waaruit men kan opmaken, dat het werk van twee schrijvers -is. Het geschrift is geschreven met zwarten inkt met uitzondering van -sommige zinnen, die met rooden inkt geschreven zijn. Hieratisch is het -loopende schrift, dat afgeleid is van de hieroglyphen; het vroegste -voorbeeld komt voor in de eerste dynastie; het werd in het laatste -tijdperk van de Egyptische geschiedenis vervangen door het Demotisch. - -Deze papyrus is niet heelemaal volledig, maar het gedeelte, dat de -legende bevat, is gelukkig onbeschadigd. De inhoud bestaat uit -tooverformulieren tegen slangenbeten. Wanneer de toovenaar genezen wilde -door tooverkunst, reciteerde hij een gebeurtenis uit het leven van de -een of andere godheid, die aan de zelfde ziekte leed als de -mensch-patiënt, die genezing zocht. De woorden, die den goddelijken -patiënt genazen, zouden ook den menschelijken zieke genezen. Dezelfde -gedachte komt voor in de legende van de Schorpioenen van Isis. - - * * * * * - - - - -XI. DE STREKEN, WAAR NACHT EN DIEPE DUISTERNIS HEERSCHEN. - -Uitgegeven door: Léfébure, Tombeau -de Seti I (Annales du Musée -Guimet, IX). -Vertaald door: Jéquier, Livre de -ce qu'il y a dans l'Hadès, Budge, -Egyptians Heaven and Hell. - -De beschrijving van de Reis van Ra door de Andere Wereld is gebeeldhouwd -op de muren van het graf van Seti I te Thebe. Dit is het groote graf, -dat door Belzoni in October 1817 ontdekt werd. De lengte is 330 voet en -het bestaat uit lange gangen, zuilenhallen en zijkamers, uitgehouwen in -de vaste rots. Het Boek van Am-Duat is gebeiteld in de muren van gang -III, zalen V, VI en X en zijkamers XI en XIII. Er zijn slechts elf uren -gegeven, het twaalfde uur, ofschoon het dikwijls gevonden wordt op -papyrus, is zelden gebeiteld. - -Er zijn twee lezingen van de reis van de Zon door de Duat. De eene werd -door de Egyptenaren zelve het Boek van dat, wat in de Andere Wereld (Am -Duat) is, genoemd, maar nu heet het het Boek der Poorten, want hierin -zijn de poorten belangrijker, dan de gebieden, die zij verdeelen. (Voor -een vergelijking van de twee boeken, zie Budge, Egyptian Heaven and -Hell). Het Boek der Poorten is zeldzamer dan het Boek van Am Duat, en -men vindt het gebeiteld op sarcophagen; het mooiste voorbeeld is de -sarcophaag van alabaster van Seti I, die zich nu in het Soane Museum te -Londen bevindt. - -Het Boek van Am Duat wordt zoowel aangetroffen op papyrussen als op -grafmuren; het oudste voorbeeld van het laatste is het graf van -Amenhotep II van de XVIII^{ste} dynastie. Het is een compilatie door de -theologen uit dat tijdperk, een poging om verschillende duidelijke -denkbeelden over de andere wereld en het leven hiernamaals tot een -samenhangend geheel te vereenigen. Het vierde en vijfde gebied van de -Duat is klaarblijkelijk een koninkrijk, bestuurd door den god Sokar, den -Memphischen doodengod. Daar Memphis een zeer belangrijk godsdienstig -centrum is, moest zijn doodengod en zijn koninkrijk opgenomen worden in -de Duat van Ra, ten spijt van het feit, dat het een waterlooze woestijn -was en dat het eindigde met de Morgenster. Het was een gebied, geheel -verschillend van elk ander koninkrijk van het hiernamaals; geen rivier -stroomde er door; het werd noch door goden, noch door geesten bewoond, -doch door verbazend groote en afschuwelijke reptielen. Het vernuft van -de schrijvers van dit Boek om de Boot van Ra in een slang te veranderen, -die het zonder de rivier kon doen en over het zand kon glijden, is zeker -merkwaardig. - -Er verschijnt ook nog een Morgenster in het tiende uur en de morgenbries -schijnt door de godinnen in het elfde uur gevoeld te worden, want zij -heffen haar handen op om haar gezichten er mee te bedekken. - -Budge (Egyptian Heaven and Hell) spreekt er ook van, dat de Egyptenaren -de roode morgenwolkjes beschouwden als zijnde gekleurd door de -weerkaatsing van de vuurpoelen. - -Deze aanduidingen van het feit, dat de morgen op de verkeerde plaats -verscheen, geven duidelijk te kennen, dat het boek een meer of minder -onhandige compilatie is. Het eerste uur schijnt er bijgevoegd te zijn -ten einde een goed begin te krijgen aan het verhaal. In het laatste uur -worden klaarblijkelijk tevens verschillende opvattingen vereenigd. Het -meest oude denkbeeld met betrekking tot den zonsopgang was, dat de Zon -elken morgen opnieuw geboren werd uit de Hemelgodin Nut. Deze theorie -past niet bij het dogma van de nachtelijke reis van de Zon door de -Andere Wereld in een Boot; daarom wordt het laatste uur voorgesteld als -een donkere en pijnlijke tocht, die de schoot van de godin symboliseert. -De geboorte van de Zon was de meest belangrijke gebeurtenis van den dag -voor zijn aanbidders; bijgevolg wordt het verhaal van het laatste uur -dikwijls gevonden op papyrussen, die begraven zijn in de graven. - -Men veronderstelde algemeen, dat de Duat of Andere Wereld het gebied -was, dat lag ten noorden van Egypte: de delta voor de Egyptenaren van -het Zuiden, de Middellandsche Zee en zijn eilanden voor het delta-volk. - -De Egyptenaren hadden een afkorting of verkorte inhoud van dit lange -verhaal van Ra's nachtelijke reis. Zij werd altijd beschreven op papyrus -in vertikale kolommen, waarin alle tooneelen en lange toespraken -weggelaten waren. - -Zij geeft den naam van elke poort en elk gebied en van de goden van -ieder uur; soms, ofschoon niet altijd, de namen van de goden, die in de -verschillende gebieden wonen; en altijd de tooverwoorden, die Ra spreekt -tot de bewoners van elk land. Gelukkige uitkomsten hier en hiernamaals -worden er beloofd aan allen, die de woorden en voorstellingen door en -door kennen. - -Het loflied aan Ra is een paraphrase van lofliederen, die nu nog -bestaan. - - - - -LIJST VAN DE NAMEN DER GODEN. - - -Abtu-visch. Een mythologische visch, die de Boot van Ra bij zonsopgang -vergezelt. - -Ament. Het mythische dier, dat de harten der boozen verslindt bij het -Oordeel van Osiris. - -Amon. God van Thebe. Gedurende en na de XVIII^{ste} dynastie werd hij de -opperste godheid van Egypte onder den naam van Amon-Ra. - -Ant-visch. Een mythologische visch, die de Boot van Ra vergezelt bij -zonsopgang. - -Anubis. Een godheid met het hoofd van een jakhals, die het oppertoezicht -had bij het balsemen der dooden. Men zeide, dat hij de onwettige zoon -was van Osiris en Nephthys, en dat hij in de gedaante van een hond Isis -beschermd had gedurende haar omzwervingen. - -Apep. De vijand van Ra in de Duat. - -Astarte. Een Syrische godin, wier naam soms gevonden wordt in Egyptische -opschriften. - -Atmu. Een oude naam van de zonne-godheid, die vereerd werd te -Heliopolis. In latere tijden de naam van de ondergaande zon. - -Bes. Een gehoornde dwerg met kromme beenen. De God van de muziek en het -vermaak en de beschermer der kinderen. Mogelijk ook een god der -geboorte. - -Besa. Een korengeest. - -Geb. De aard-god, vader van Osiris. - -Harmachis. Horus aan den Horizon, d.i. de zon bij het op- en ondergaan. - -Harpocrates. Horus, het Kind, de zoon van Isis en van Osiris. - -Hathor. De Godin van de liefde en de schoonheid; dikwijls -geïdentificeerd met al de andere godinnen, Sekhmet inbegrepen. - -Hekt. De kikvorsch-hoofdige godin van de geboorte. - -Her-desuf. Een gedaante van Horus. - -Horakhti. De Horizon-Horus. De zelfde als Harmachis. - -Horus. De sperwer-hoofdige god is, eigenlijk gezegd, de broeder van Isis -en Osiris; maar wordt steeds verwisseld met Horus, het Kind en wordt de -Wreker of Beschermer van zijn Vader genoemd. - -Isis. De grootste der godinnen, de vrouw van Osiris en de moeder van -Harpocrates. - -Khepera. De opgaande zon, de god der opstanding. - -Khnum. De ramhoofdige god van de Katarakt, die de menschen maakt op het -pottebakkerswiel. - -Khonsu. De maan-god te Thebe. - -Mehen. De slang, die Ra beschermt in de Duat. - -Mentu. De God van den oorlog. - -Meskhent. Godin van de geboorte. - -Min. Vader van goden en menschen. God van Koptos. - -Neit. Godin van Saïs. Door de Grieken geïdentificeerd met Athene. - -Nekhbet. De gier-godin van Opper-Egypte. - -Nephthys. Zuster van Isis en Osiris. - -Nepra. Een koren-geest. - -Nun. God van de voorwereldlijke wateren. - -Osiris. Een der voornaamste goden van Egypte. Vermoord en aan stukken -gescheurd door zijn broeder Set, weer in het leven teruggeroepen door -Isis en Horus. - -Ra. De Zonnegod, een van de voornaamste goden van Egypte. Heliopolis was -het voornaamste middelpunt van zijn aanbidding. - -Sekhmet. De leeuwin-hoofdige godin van Memphis. - -Selk. De schorpioenen-godin. - -Set. De broeder en moordenaar van Osiris. Hij wordt in latere tijden -beschouwd als de Schepper van het Kwaad. - -Shu. De Tweeling-broeder van Tefnut. Hij houdt den hemel op boven de -aarde. - -Sokar. De sperwer-hoofdige god van de dooden. Wanneer hij vereenigd is -met Ptah (Ptah-Sokar) verschijnt hij in den vorm van een wanstaltigen -dwerg en wordt dan beschouwd als de god van de opstanding. - -Tatanen. Een vrij onbekend god, die gewoonlijk vereenigd wordt met Ptah -van Memphis als Ptah-Tatanen. - -Ta-urt. De hippopotamus-godin van de geboorte. - -Tefnut. Leeuwin-hoofdig. Tweeling-zuster van Shu. De twee vormen het -sterrebeeld Gemini. - -Tepu-yn Een korengeest. - -Thot De ibis-hoofdige god van alle wetenschap en tooverkunst. -Hoofd-centrum van aanbidding is Khemennu of Hermopolis, nu Eshmunen -genaamd. - -Uazet. Godin van Neder-Egypte. - -Up-uaut. De jakhals-god van Siut. - - - - * * * * * - -INHOUD. - - Pag. -De Prinses en de Demon 5 - -Aanteekeningen 103 - -De Droom van den Koning 14 - -Aanteekeningen 104 - -De Komst van de Groote Koningin 18 - -Aanteekeningen 105 - -Het Boek van Thot 23 - -Aanteekeningen 107 - -Osiris 36 - -Aanteekeningen 108 - -De Schorpioenen van Isis 47 - -Aanteekeningen 109 - -Het Zwarte Zwijn 51 - -Aanteekeningen 110 - -De Gevechten van Horus 54 - -Aanteekeningen 112 - -Het Bier van Heliopolis 70 - -Aanteekeningen 115 - -De Naam van Ra 76 - -Aanteekeningen 116 - -De Streken, waar nacht en diepe -duisternis heerschen 82 - -Aanteekeningen 117 - -van de Namen der Goden 121 - - * * * * * - - - - - - -End of Project Gutenberg's Oude Egyptische Legenden, by M. A. Murray - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OUDE EGYPTISCHE LEGENDEN *** - -***** This file should be named 15236-8.txt or 15236-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - https://www.gutenberg.org/1/5/2/3/15236/ - -Produced by Jeroen Hellingman, Guido Royackers and the Online -Distributed Proofreading Team. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -https://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at https://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit https://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including including checks, online payments and credit card -donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - https://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
