summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/14507-h
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/14507-h')
-rw-r--r--old/14507-h/14507-h.htm2351
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-065.jpgbin0 -> 80701 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-068.jpgbin0 -> 76996 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-069.jpgbin0 -> 73335 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-072.jpgbin0 -> 97226 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-073.jpgbin0 -> 64420 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-077.jpgbin0 -> 66043 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-080.jpgbin0 -> 77416 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-081.jpgbin0 -> 67973 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-084.jpgbin0 -> 85732 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-085.jpgbin0 -> 74006 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-088.jpgbin0 -> 73628 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-177.jpgbin0 -> 66930 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-181.jpgbin0 -> 63992 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-184.jpgbin0 -> 67281 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-185-1.jpgbin0 -> 49427 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-185-2.jpgbin0 -> 79809 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-188.jpgbin0 -> 79251 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-189.jpgbin0 -> 67133 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-192.jpgbin0 -> 84450 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-193.jpgbin0 -> 74287 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-197.jpgbin0 -> 65564 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/images/p1873-200.jpgbin0 -> 94252 bytes
-rw-r--r--old/14507-h/style/amazonia.css26
-rw-r--r--old/14507-h/style/arctic.css33
-rw-r--r--old/14507-h/style/borneo.css26
-rw-r--r--old/14507-h/style/gutenberg.css387
-rw-r--r--old/14507-h/style/print.css36
28 files changed, 2859 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/14507-h/14507-h.htm b/old/14507-h/14507-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..ae6d07b
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/14507-h.htm
@@ -0,0 +1,2351 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8">
+
+<title>Het Vatikaan</title>
+<link href="style/arctic.css" rel="stylesheet" type="text/css" title="Artic Blue">
+<link href="style/amazonia.css" rel="alternate stylesheet" type="text/css" title="Amazonia Green">
+<link href="style/borneo.css" rel="alternate stylesheet" type="text/css" title="Borneo Brown">
+<link href="style/gutenberg.css" rel="stylesheet" type="text/css">
+<link href="style/print.css" rel="stylesheet" type="text/css" media="print">
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Creator" content="Anoniem">
+<meta name="DC.Title" content="Het Vatikaan">
+<meta name="DC.Date" content="###### 2004">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Het Vatikaan, by Anonymous
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het Vatikaan
+
+Author: Anonymous
+
+Release Date: December 29, 2004 [EBook #14507]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VATIKAAN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team.
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<span class="pageno"><a id="d0e69"></a>Bladzijde 65</span><p id="d0e70"></p>
+<div id="d0e71" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-065.jpg" alt="Slaapkamer van paus Pius IX."></p>
+<p class="figureHead">Slaapkamer van paus Pius IX.</p>
+</div><p>
+
+
+</p><a id="d0e75"></a><h1>Het Vatikaan.</h1><a id="d0e78"></a><h2>I.</h2>
+<p id="d0e81">Reeds meermalen noodigde ik u uit, mij te vergezellen op mijne wandelingen door Rome, de onvergetelijke, de onvergelijkelijke
+stad. Wij doolden te zamen langs hare straten en pleinen, door hare ru&iuml;nen en monumenten; wij bezochten hare kerken, kloosters
+en paleizen; wij trachtten ons uit den overstelpenden rijkdom van beelden en herinneringen, die zich hier bij elken voetstap
+verdringen, althans de belangrijkste en treffendste voor den geest te roepen. Eene geschiedenis van vijf-en-twintig eeuwen,
+eene geschiedenis als geene andere stad ter wereld kan aanwijzen, ontrolt zich hier, in nog leesbaar schrift, voor uwen blik:
+de oude wereld, in haar hoogsten glans en verblindende heerlijkheid, in haar verval en ondergang ook; en daarnevens volgt
+ge, met eerbiedige aandoening, met kinderlijke ontroering, in haar wasdom, haar ontwikkeling, haar strijd, haar zegepraal,
+die christelijke kerk, waarvan Rome, bijkans sinds den aanvang, de hoofdstad, de metropolis, het aardsche middelpunt was,
+en die, als wereldmacht, zonder en buiten Rome kwalijk denkbaar is.
+
+</p>
+<p id="d0e83">In het ons gestelde bestek was het niet mogelijk, u alles te laten zien, deze geheel eenige wereld, welke Rome heet, u in
+al hare volheid, in haar veelvoudigen rijkdom te openbaren. Geen volledige schilderij gaven of beloofden wij u: slechts enkele
+schetsen. Mogen ze maar niet te zeer beneden de majesteit van het onderwerp zijn gebleven; mogen ze u slechts, nu en dan,
+als uit de verte hebben doen voorgevoelen, doen gissen, wat den pelgrim wacht, die naar deze moederstad van het christelijk
+Europa, naar deze voedster van kunst en wetenschap, zijne schreden richt. Toch zou het ons niet van het hart kunnen, voorgoed
+van Rome te scheiden, zonder u te hebben heengeleid naar die wereldberoemde plek, het hart van het latere Rome, naar dat pauselijk
+paleis, waarvan de naam, sinds eeuwen, op aller lippen zweeft, en ook nu weder door duizenden bij duizenden, met zoo verschillende
+<span class="pageno"><a id="d0e85"></a>Bladzijde 66</span>aandoeningen en op zoo verschillende toon, wordt uitgesproken: naar het vatikaan.
+
+</p>
+<p id="d0e87">Ge schrikt toch niet op het hooren van dien naam? Stel u gerust: wij zullen van ons bezoek aan de pauselijke residentie geen
+voorwendsel maken om af te dalen in het strijdperk der staatkundige en godsdienstige machten, van wier geduchte, wereldhistorische,
+en toch pas aangevangen worsteling, wij de verre van onverschillige toeschouwers zijn. Maar dit dan ook vragen wij van u,
+dat gij met eerbied dezen drempel overschrijdt, met dien eerbied, dien ge behoort te gevoelen voor al wat waarlijk groot is,
+wat gewijd is door de onvergankelijke herinneringen der eeuwen, gewijd door de majesteit der godsdienst, der kunst, der traditie.
+Zie, wien niet in zijn hart dien eerbied voor het verleden, voor de traditie gevoelt, dien vromen eerbied, dien ik zoo gaarne
+pi&euml;teit zou noemen, hij blijve verre van het vatikaan, verre van Rome&#8212;althans van het Rome, zooals wij het gekend hebben.
+Zoo ge u niet, wie ge overigens zijn moogt, met brandende verontwaardiging, met walging, afkeert van de ondragelijke, laaghartige,
+echt gemeene lasteringen en spotternijen en armzalige geestigheden, waarin een zeker deel onzer dagbladpers niet kan nalaten
+zich te vermeien, zoodra er sprake is van het pauselijk hof of van de katholieke kerk;&#8212;sla dan deze bladzijden over: wij wenschen
+voor u niet te schrijven. Maar kunt ge sympathie gevoelen voor hen&#8212;al deelt ge hunne godsdienstige of staatkundige overtuiging
+niet&#8212;wier harte treurt en rouw draagt over de vernedering der stad, van haar hoogen rang als metropolis der christelijke wereld
+gevallen, om af te dalen tot dien eener vulgaire hoofdstad van een modern koninkrijk, waar de geestdoodende, verstompende
+arbeid der hedendaagsche industrie de klassieke herinneringen en heilige overleveringen zullen verdringen en uitwisschen,
+waar het geur- en kleurlooze moderne leven alles met zijn eentonig grauwe tint zal overdekken; sympathie voor hen, wier lippen
+niet dan met eerbied den naam uitspreken van dien grijsaard, die, door geen rampen gebogen, standvastig blijft getuigen voor
+wat naar zijne overtuiging waarheid is en recht, die met onwankelbare trouw het hem overgeleverde pand bewaakt, en met koninklijke
+fierheid weigert de knie te buigen voor de afgoden van den dag; den naam van dien veelbeproefden paus Pius IX, wien ook zij,
+die, gelijk wij, niet tot zijne kinderen behooren, wel gaarne de hulde hunner hoogachting brengen,&#8212;wel dan, wees welkom, volg
+mij naar het vatikaan zelf, eene stad in de stad, eene eigene wereld in de wereld van Rome.
+
+
+
+</p><a id="d0e89"></a><h2>II.</h2>
+<p id="d0e92">Op een mijl afstands van het oude Rome in eene smalle vallei, aan de eene zijde begrensd door de westelijke hellingen van
+den Janiculus, aan de andere door eene lage heuvelreeks, ontsprong weleer eene kristalheldere bron, waar de herders hunne
+kudden heenleidden om te drinken, en wier wateren zich welhaast verloren in de ruischende rietbosschen langs haar zoom. Onder
+de regeering van keizer Valentinianus II, liet paus Damasus het water dier bron, langs onderaardsche buizen, naar eene plek
+in de nabijheid der basiliek van Sint-Pieter voeren: eene plek, die in den loop der eeuwen herhaaldelijk van voorkomen is
+veranderd, maar die toch nog altijd, door haar naam en haar fontein, de herinnering bewaart aan Sint-Damasus, den opvolger
+van Liberius op den roomschen stoel, den vriend van den heiligen Hieronymus. Het groote voorplein, dat uit de kolonnade van
+Sint-Pieter naar die verzameling van paleizen en museums voert, welke te zamen den naam van het vatikaan dragen, heet nog
+altijd het plein van Sint-Damasus.
+
+</p>
+<p id="d0e94">Die fontein en die waterleiding&#8212;ziedaar de oudste sporen van eene pauselijke woning in de onmiddellijke nabijheid der basiliek,
+die het gebeente der apostelen Petrus en Paulus bevat. Het water van deze fontein heeft Karel de Groote gedronken, toen hij
+als gast van Leo III, in deze woning zijn intrek nam, eer hij het verlaten paleis der Caesars op den Palentijn ging betrekken.
+Dat plein van Sint-Damasus, door hoevele machtigen der aarde is het sedert betreden!
+
+</p>
+<p id="d0e96">Naar men zegt, heeft het vatikaan elfduizend kamers: niemand zal ze wel hebben geteld, en zeker zal geen enkele paus ze ooit
+hebben bezocht. Toch zult ge u van de uitgestrektheid van dit paleis, dat heugenis heeft van zoovele eeuwen, waaraan Barmante,
+Rapha&euml;l, Ligorio, Fontana, Maderna, Bernini en zoovele anderen gearbeid hebben, een denkbeeld kunnen vormen, wanneer ik u
+zeg, dat deze groep gebouwen niet minder dan twintig pleinen of binnenplaatsen omvat, en dat er voor eene behoorlijke gemeenschap
+tweehonderd-acht verschillende trappen noodig waren. De rechtervleugel van het plein van Sint-Damasus wordt ingenomen door
+eene dubbele reeks gebouwen, waarvan de bovenverdiepingen, tegenover het plein Rusticucci, bewoond worden door de hoogste
+dignitarissen van den staat. Om bij monseigneur De M&eacute;rode, den minister van oorlog, te komen, moest men tweehonderd trappen
+opklimmen; de alvermogende staatssecretaris, kardinaal Antonelli, woont niet veel lager. De verdieping onder deze bevat de
+vertrekken van den heiligen vader zelf, die uit zijne hooge woning over de gekanteelde muren van den Borgo heen ziet. In de
+eerste jaren der regeering van den tegenwoordigen paus, placht, op den feestdag van Sint-Pieter, het landvolk uit den omtrek
+van Rome zich bij de Porta-Angelica te verzamelen, om daar, van zoo nabij mogelijk, den toen zoo gevierden Opperpriester toe
+te juichen, als hij zich voor de vensters van zijn paleis vertoonde. Ze zijn sedert verstomd, die juichkreten....
+
+</p>
+<p id="d0e98">De gebouwen, die het binnenplein omringen, zijn ontworpen naar teekeningen van Rapha&euml;l. Hij schetste het plan dier ronde booggewelven,
+dier dorische pilaren op de eerste, dier ionische op de tweede verdieping, dier saamgestelde kolommen, die den architraaf
+dragen. Van de drie vleugels voltooide hij echter slechts den grootste; Gregorius XIII en zijne opvolgers zetten het werk
+voort en volgden daarbij het oorspronkelijke plan. Slankheid en bevallige <span class="pageno"><a id="d0e100"></a>Bladzijde 67</span>eenvoud kenmerken deze galerijen; maar meer dan door het gebouw zelf werd vroeger de aandacht van den bezoeker getrokken door
+de wereldberoemde schilderijen van den meester, die van beneden tusschen de bogen zichtbaar waren. Sedert eenige jaren is
+dat evenwel niet meer het geval. Iemand&#8212;men beweert kardinaal Antonelli&#8212;is op de ongelukkige gedachte gekomen om de open bogen
+der <i>Loggie</i> met groote vensterramen te sluiten, waardoor deze galerijen iets hebben gekregen van een <i>serre</i> of modernen wintertuin, en de edele eenvoudigheid van het gebouw totaal verloren is gegaan. Des zomers is het in de dus gesloten
+bovengalerijen, waar de kostbaarste kunstwerken zijn, schier ondragelijk heet: men zegt dat deze verhitte broeikasten-temperatuur
+voor de schilderijen nog veel nadeeliger is dan de invloed van wind en weer.
+
+</p>
+<p id="d0e108">Ter linkerhand voert een trap naar deze <i>Loggie</i> (Loges), een galerij van dertien bogen, vanwaar ge u naar de vertrekken kunt begeven der voormalige pausen Nicolaas V, Sixtus
+IV, Alexander VI, Julius II, Leo X, Clemens VII, enz. Deze vertrekken, tegenwoordig ontmeubeld, getuigen nog van de heerlijkheid
+der pausen uit de huizen van La Rov&egrave;re en Medicis; zij worden thans alleen door kunstenaars en enkele andere vreemdelingen
+bezocht, die ook wel iets anders willen zien, dan waar het groote publiek prijs op stelt. Voor ditmaal zullen wij niet verder
+gaan dan de eerste verdieping dezer gebouwen, die voortdurend vergroot en uitgebreid zijn, sinds paus Celestinus III ze in
+1192 herbouwde, en sinds daar, na de terugkomst uit de babylonische ballingschap van Avignon, voor de eerste maal, ten jare
+1387, een conclave gehouden werd, waarin de Napolitaan Pignani werd verkozen, die onder den naam van Urbanus VI den pauselijken
+stoel beklom. Deze loges, waarvan het bevallige, sierlijke schilderwerk, van de hand van Jan van Udine&#8212;bloemen, vruchten,
+vogels, arabesken, enz.&#8212;onder de regeering van Pius IX zeer sterk is gerestaureerd, voeren naar twee ruime, kostbaar versierde
+zalen, de <i>Sala Ducale</i> (Hertogszaal) en de <i>Sala Regia</i> (Koningszaal). Beiden munten veelmeer uit door pracht dan door smaak; zoowel de stijl als de decoratie van beeld- en schilderwerk
+is zwaar, drukkend, onbevallig. Ons wacht zooveel uitnemend schoons, dat wij ons in deze zalen, waarvan ge de wedergade overal
+zoudt kunnen vinden, niet behoeven op te houden.
+
+</p>
+<p id="d0e119">Op zekeren dag dwaalde ik door de Sala Regia, zoekende naar eene deur en een <i>custode</i>, om mij te begeven naar een weinig bezocht heiligdom der oude kunst, v&oacute;&oacute;r het schitterend tijdperk der renaissance, door
+de twee groote mededingers, Michel Angelo en Rapha&euml;l, beheerscht. Toevallig kwamen juist eenige franschen voorbij, begeleid
+door een prelaat, die mij de poort van dit heiligdom ontsluiten kon. Ik voegde mij bij hen, en volgde hen naar de <i>Appartementen Borgia</i>, op last van Alexander VI, voor het grootste gedeelte door Pinturicchio beschilderd.
+
+</p>
+<p id="d0e127">Bernardino Betti, bijgenaamd il Pinturicchio, is wel de merkwaardigste van een groep kunstenaars, die, met en nevens Rapha&euml;l,
+de nieuwe richting der Renaissance volgende, toch meer hebben overgehouden van dat na&iuml;eve, romantische, en meer teedere dan
+edele, dat diep gemoedelijke, dat de kunst der middeleeuwen in zoo hooge mate eigen was. In de stille gebergten van Umbria,
+in het afgelegen Perugia, zuiverder dan elders bewaard, vond deze oude traditie, waaraan ook Rapha&euml;l zelf een niet gering
+deel van zijne onge&euml;venaarde bekoorlijkheid dankt, vooral ook hare uitdrukking in de werken van Pinturicchio, den medearbeider
+van den grooten meester van Urbino, door wiens machtig genie hij zelf werd bezield. Maar Pinturicchio staat veel dichter bij
+den ouden tijd: toen Rapha&euml;l geboren werd, was hij bereids negen-en-twintig jaar oud; zijn eerste meesters behooren nog tot
+de voorgangers van Perugino, tot wiens leerling men hem ten onrechte gerekend heeft, en die maar acht jaren ouder was dan
+zijn gewaande leerling. Beiden hebben hunne vorming te danken aan Benedetto Buonfigli; beiden hebben, hoezeer op verschillende
+wijze, denzelfden weg gevolgd; maar terwijl Perugino, als door eene soort van verbijstering aangegrepen, den moed verliest
+en ondergaat, blijft zijn mededinger, wellicht tot minder schitterende hoogte opgeklommen, toch voortdurend vooruitgaan, en
+staat daar eindelijk als de laatste en eenige vertegenwoordiger der zuivere traditie van de umbrische school.
+
+</p>
+<p id="d0e129">Bernardino Betti heeft, op last van Alexander VI, in het vatikaan vier zalen met de werken zijner hand versierd: werken, waarvan
+de eenigszins schroomvallige liefelijkheid en de teedere frischheid van koloriet, nog heden uwe aandacht trekken. Alvorens
+deze zalen te bereiken, gaat ge door eenige vertrekken, die tot bibliotheek zijn ingericht, en komt dan in eene zaal, die
+onder Leo X werd herbouwd en door Jan van Udine en Perino del Vaga op nieuw gedecoreerd. In de volgende zaal echter vindt
+ge het werk van Pinturicchio: tooneelen uit het leven van den Zaligmaker en van de heilige maagd. De schilderijen, waarvan
+vooral de aanbidding van het Kind door de heilige maagd en Sint-Jozef uitmunt, komen voortreffelijk uit te midden der rijke
+en eenigszins donkere, sombere decoratie der zaal. De volgende zaal is nog prachtiger versierd: bas-reliefs wisselen hier
+het schilderwerk af. De groote stukken dragen een eigenaardig kenmerk: blijkbaar heeft de schilder er zich op toegelegd, om
+aan de gewijde tafreelen een zooveel mogelijk behaaglijk karakter te geven:&#8212;het is godsdienstige kunst voor het paleis van
+een groot geestelijk heer. Op den achterwand, tegenover het venster, heeft de schilder de legende van Sinte-Catherina van
+Alexandri&euml; voorgesteld, die voor keizer Maximianus verschijnt, en door hare geleerdheid eene gansche vergadering van wijsgeeren
+beschaamt, opzettelijk bijeengeroepen om met haar te redetwisten. Aan deze zegepraal dankt zij de eer, patrones der scholen
+te zijn; maar terwijl de uit het veld geslagen wijsgeeren naar den brandstapel werden gevoerd, onderging ook Sinte-Catherina
+zelve den marteldood op het rad. In deze zelfde zaal ziet ge nog den marteldood van Sinte-Juliana; Sinte-Barbara het huis
+haars vaders ontvluchtende, eene allerliefst geteekende figuur, vol jeugd en na&iuml;eve onschuld; eene Visitatie (het bezoek van
+Elisabeth bij Maria), waarin <span class="pageno"><a id="d0e131"></a>Bladzijde 68</span>de madonna, naar het schijnt, een portret is: eene profanatie, die toen nog eene nieuwigheid was. Voorts eene afbeelding van
+de kluizenaars Sint-Antonius en Sint-Paulus, het brood verdeelende, dat een raaf hun aanbrengt, terwijl drie engelen en twee
+andere monniken hen gadeslaan; eindelijk nog een Sint-Sebastiaan. Pinturicchio is een der eersten, die zijne figuren op een
+wezenlijken achtergrond, in de ruimte, heeft weten te plaatsen; zijne liefelijke landschappen, de zachte, teedere, smeltende
+tonen zijner perspectieven geven aan zijne schilderijen niet alleen een groote bekoorlijkheid, maar ook eene hooge mate van
+waarheid.
+
+</p>
+<p id="d0e133"></p>
+<div id="d0e134" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-068.jpg" alt="De Porta-Angelica.&#8212;Het pauselijk paleis."></p>
+<p class="figureHead">De <i>Porta-Angelica.</i>&#8212;Het pauselijk paleis.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e141">De decoratie der zaal, die nu volgt, is ontleend aan de oude wijsbegeerte der scholastiek. Zeven groote schilderijen stellen
+de attributen der goddelijke en menschelijke wetenschappen voor: zeven allegorische figuren, op tronen gezeten, en omstuwd
+door de mannen, die zich in al deze vakken bijzonder beroemd hebben gemaakt. Wat aan deze, anders zoo dorre en op zich zelf
+zoo weinig aantrekkelijke voorstellingen eene bijzondere bekoorlijkheid geeft, is de uitnemende kunst en treffende waarheid,
+waarmede al deze personen levend en handelend, ieder naar den aard van zijne bekwaamheid en beroep werkzaam, zijn weergegeven.
+De figuren zijn uit het leven gegrepen, en hebben niets van die onnatuurlijke stijfheid en gemaaktheid, dat gedwongene en
+gekunstelde, dat maar al te te vaak aan latere symbolische of allegorische voorstellingen eigen is.
+
+</p>
+<p id="d0e143"></p>
+<div id="d0e144" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-069.jpg" alt="Groote galerij der vatikaansche bibliotheek."></p>
+<p class="figureHead">Groote galerij der vatikaansche bibliotheek.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e148">De volgende zalen zijn veel minder beteekenend, omdat Pinturicchio, aan wien de versiering der kathedraal van Orvieto was
+opgedragen, zich bij de beschildering dezer vertrekken door zijn ouden leermeester Buonfigli liet vervangen. Toch vindt ge
+misschien nergens zoo uitnemende gelegenheid om de eigenaardige traditie der umbrische school, eene dochter der oud-florentijnsche,
+en vooral ook het talent van een <span class="pageno"><a id="d0e150"></a>Bladzijde 70</span>harer voortreffelijkste vertegenwoordigers, Bernardino Betti genaamd il Pinturicchio, te bestudeeren, dan juist in de schilderijen,
+die hij voor de woning der Borgia&#8217;s vervaardigde. Juist daarom heb ik eenigszins uitvoerig over deze bijkans onbekende en
+onopgemerkte kunstwerken gesproken.
+
+</p>
+<p id="d0e152">Het was mij, te midden dezer gewijde, ernstig-liefelijke voorstellingen, allen aan de gewijde historie of legende ontleend,
+en zoo vromen, na&iuml;even zin ademende, wonderlijk te moede, als ik mij herinnerde, wie hier eenmaal hadden geleefd en bedacht
+wat deze rijk versierde wanden konden hebben aanschouwd, en beluisterd; van welke tooneelen deze stemmige vertrekken wellicht
+getuigen waren geweest. Deze Borgia&#8217;s hebben toch een weinig eervollen naam achtergelaten; paus Alexander VI, Lucretia, Francesco,
+Cesar Borgia: eene duistere schaduw hangt over aller beeld, een onuitwischbare vlek kleeft op aller nagedachtenis. Wel trachtte
+de jonge, blonde, uiterst beleefde <i>Monsignore</i>, die ons vergezelde, ons een beteren dunk te geven van paus Alexander, door telkens te wijzen op de stichtelijke schilderijen
+waarmede hij zijne vertrekken versierde: maar deze rehabilitatie van een zoo befaamd personage vond zeer weinig ingang; en
+onze monsignore, wel opgevoed en fijn beschaafd als al zijne collega&#8217;s, was te wellevend om te blijven aandringen, waar hij
+zag dat men niet dan onwillig luisterde. En toch&#8212;heeft de moderne kritiek niet uitgemaakt, dat althans de grove beschuldigingen
+van Guicciardini tegen paus Alexander VI niet zoo voetstoots mogen worden aangenomen? Misschien zal men er in slagen om ook
+dit monster der legende in een mensch te herscheppen, dien wij althans begrijpen kunnen; zeker zal het nooit gelukken in dezen
+man een waardig dienaar van Christus, laat staan het hoofd zijner kerk te doen herkennen. Ik heb hier zijn portret gezien:
+die ronde, zwaarlijvige, plompe figuur: die verwrongen mond, die valkenblik, die krom gebogen neus, die gele gelaatskleur:
+dit alles geeft u den indruk van eene zinnelijke, wispelturige, onrustige, eigenzinnige, sluwe natuur; een indruk, nog versterkt
+door een blik op die korte, vette handen met dikke vingers, die zoo recht passen bij de gemeenheid der geheele verschijning.
+
+
+
+
+</p><a id="d0e157"></a><h2>III.</h2>
+<p id="d0e160">De vatikaansche museums zijn zoo groot en zoo uitgestrekt, dat, zoo ge niet in dien reusachtigen doolhof wilt verdwalen, het
+alleszins wenschelijk is, bij uw bezoek met methode te werk te gaan, en niet in het binnenste heiligdom den voet te zetten,
+voor ge u als het ware met de voorhoven hebt vertrouwd gemaakt. Wij zullen een begin maken met de LIBRERIA VATICANE.&#8212;Eene
+breede, ruime zaal, haast aan het schip eener kerk gelijk, en midden in eene lange dwarsgalerij uitkomende, werd op last van
+Sixtus V, door Dominico Pontana ingericht voor de plaatsing van manuscripten; sedert 1840 is in de aangrenzende vertrekken
+Borgia een groot gedeelte der gedrukte boeken geplaatst, wier aantal tegenwoordig ruim honderd duizend-vijfhonderd bedraagt.
+
+
+</p>
+<p id="d0e162">De vatikaansche bibliotheek munt boven alle anderen uit door het groote aantal en de kostbaarheid harer handschriften: zij
+bezit er niet minder dan vijf-en-twintig-duizend vijfhonderd-zeven-en-zeventig, waarvan sommigen tot de vijfde eeuw opklimmen.
+Alle eeuwen, alle beschaafde en half-beschaafde volken van Europa en Azi&euml; hebben hunne bijdragen geleverd tot verrijking van
+dezen schat. Het is jammer, dat Plinius ons geen inventaris heeft nagelaten van de eerste bibliotheek van het oude Rome, die
+door Asinius Pollio werd gesticht: wij zouden anders in de gelegenheid zijn, zeer leerrijke vergelijkingen te maken.
+
+</p>
+<p id="d0e164">De inrichting is niet alleen grootsch en indrukwekkend, maar de aanblik dezer zalen is betooverend: hier heerscht eene ideale
+pracht, waarvan ge u moeilijk een denkbeeld maken kunt. Op het eerste gezicht zoudt ge niet meenen in eene bibliotheek te
+zijn. Terwijl elders de boeken, rij aan rij geschaard, u van alle zijden aanstaren, als wilden zij u recht doen gevoelen hoe
+hopeloos een pogen het is, dezen oceaan van letters te doorwaden, en hoe dwaas, nog maar steeds nieuwe boeken te schrijven,
+alsof er nog niet genoeg waren:&#8212;bespeurt ge in de vatikaansche <i>Libreria</i> geen enkel boek, geen enkel manuscript. Al deze schatten zijn zorgvuldig weggeborgen in gesloten kasten, rijk verguld en
+met fantastische kleurenpracht beschilderd: een feest voor de oogen. Daar worden de negenduizend handschriften van Nicolaas
+V bewaard, en de rijke schatten, sedert daaraan toegevoegd, als: de collectie van den geleerden Fulvio Orsini, die in zijn
+jeugd liep te bedelen, en bij zijn dood een prachtig kabinet naliet; de verzamelingen der Benedictijnen van Bobbio, zoo rijk
+aan palimpsesten; die van het slot te Heidelherg, weleer door den keurvorst Maximiliaan van Beijeren, het hoofd der katholieke
+ligue tijdens den dertigjarigen oorlog, geroofd en sedert naar Rome gezonden; de collecti&euml;n uit de boekerij der hertogen van
+Urbino, door Guid&#8217; Ubaldo de Montefeltro bijeengebracht; de kostbare boekverzameling van koningin Christina van Zweden; de
+<i>Libreria</i> der Ottoboni, aangelegd door den ouden paus Alexander VIII, die zijn onstuimigen ijver om zijne bloedverwanten te verrijken,
+verontschuldigde met een beroep op zijn hoogen leeftijd, zeggende: <i>&#8220;Son&#8217; gi&agrave; le venti-tre e mezzo&#8221;</i>; de collectie Capponi, in 1746 aan de vatikaansche bibliotheek vermaakt door den markies Alexander, die, in zijne hoedanigheid
+van <i>Foriere maggiore</i>, door Clemens XII werd belast met de inrichting van het kapitolijnsche museum; het rijke kabinet van den kardinaal Zelada;
+eindelijk de grieksche manuscripten van het klooster Grotta-Ferrata, en die van den kardinaal Ma&iuml;, door Pius IX aangekocht.&#8212;Er
+zijn hier achttien handschriften in het slavisch; tien, die uit China afkomstig zijn, twee-en-twintig uit Indi&euml;, dertien uit
+Armeni&euml;, twee uit het land der oude Iberi&euml;rs; tachtig in het koptisch, en een in het samaritaansch; voorts een-en-zeventig
+uit Ethiopi&euml;, vijfhonderd-negentig van hebreeuwschen oorsprong, en vierhonderd-negen-en-vijftig van syrischen oorsprong; vier-en-zestig
+uit Turkije, zevenhonderd-zeven-en-tachtig uit Arabi&euml;, en vijf-en-zestig uit Perzi&euml;, versierd met keurig uitgevoerde <span class="pageno"><a id="d0e178"></a>Bladzijde 71</span>miniaturen, waarin ge de fantastische figuren der oostersche tooversprookjes, op hunne zwarte arabische paarden gezeten, omfladderd
+door hun met goud gestikt zwierend gewaad, als in een droom, voorbij ziet zweven.
+
+</p>
+<p id="d0e180">Indien ge zoo gelukkig zijt vermogende voorspraak te hebben, dan zullen nog andere schatten voor u aan het licht worden gebracht:
+de <i>Bijbel</i> van den heiligen Gregorius den Groote, het romeinsche handschrift van Terentius, en de oude palimpsest, waarop de kardinaal
+Angelo Ma&iuml; onuitgegeven fragmenten heeft ontcijferd van Cicero&#8217;s redevoeringen <i>Pro Scauro</i>, <i>In Clodium</i>, <i>Pro Flacco</i>, en van zijne verhandeling <i>De Republica</i>, welke fragmenten hij in 1814 en 1822 heeft uitgegeven. Den beroemden <i>Codex Vaticanus</i>, dat overoude handschrift der Evangeli&euml;n, krijgt ge niet te zien; ge weet, dat zelfs de geleerde prefect der Libreria niet
+dan met groote moeite de vergunning kon verwerven, dezen kostbaren Codex te commentari&euml;eren;&#8212;maar, onder de minder oude <i>codici</i> zult ge er toch nog genoeg vinden, die uwe aandacht trekken, en die men u zonder bezwaar in handen geeft. Ziehier bij voorbeeld:
+&#8220;DE HANDHAVING DER ZEVEN SACRAMENTEN <i>tegen Maarten Luther, door den onoverwinnelijken Koning van Engeland en Frankrijk en Heer van Ierland, Hendrik, de achtste
+van dien naam.&#8221;</i> Dit in het latijn geschreven boek, dat in 1521 bij Pynson te Londen gedrukt werd, heeft op de laatste bladzijde de volgende
+opdracht aan den paus, door Hendrik VIII eigenhandig geschreven: <i>&#8220;Anglorum rex Henricus Leoni X<sup>o</sup>, mittit hoc opus ad fide&iuml; testem et amicitae.&#8221;</i> De tegen Luther gerichte <i>Assertio</i> vewierf dezen strijder voor de katholieke eenheid den titel van <i>Defensor fidei</i>, Verdediger des geloofs: een titel, hem door den paus geschonken, en sedert door de schismatieke souvereinen van Groot-Brittanje,
+door Hendrik VIII zelf in de eerste plaats, als wapen tegen den paus gebruikt. Alle volgende koningen van Engeland hebben&#8212;dwaas
+genoeg&#8212;tot heden dien titel, die toch geen zin meer heeft, gevoerd.
+
+</p>
+<p id="d0e218">Zal ik melding maken van de handschriften met miniaturen: van de <i>Homeli&euml;n van Sint-Gregorius</i>, de <i>Dogmatica panoplia</i>, den <i>Monoloog van Basilius II</i> (elfde eeuw); van het <i>Boek van Josua</i> (zevende eeuw); van den <i>Dante</i>, het <i>Missaal</i> van Matthias Corvinus, koning van Bohemen en Hongarije, meesterstukken uit de vijftiende eeuw; van de overheerlijke pauselijke
+<i>Antiphonari&euml;n</i>, door de uitnemendste geni&euml;n der onvergelijkelijke, diepzinnig-mystische school van Umbri&euml; ge&iuml;llustreerd; van het <i>Jachtboek</i> van keizer Frederik II; van den <i>Virgilius</i> uit de twaalfde eeuw, den <i>Terentius</i> uit de negende; van nog een anderen <i>Virgilius</i>, naar men zegt uit den tijd van paus Pelagius.... Maar een boekdeel ware te vullen met de enkele opnoeming dezer onge&euml;venaarde
+kunstschatten, dezer historische schatten, hier in zoo kwistigen overvloed bijeenverzameld.
+
+</p>
+<p id="d0e253">Nog veel minder waag ik mij aan ook maar eene bloote vermelding van het vatikaansche archief, in afzonderlijke zalen bewaard.
+Als men zich ook slechts een enkel oogenblik voor den geest roept, welke rol het pauselijk hof in Europa heeft gespeeld, en
+hoe, eeuwen en eeuwen achtereen, alle draden van de geschiedenis der halve wereld hier samenliepen:&#8212;dan zal men zich eenigermate
+kunnen voorstellen, welke beteekenis deze archiven voor de geschiedenis, niet maar van een of ander land of bijzonder tijdperk,
+maar voor de algemeene geschiedenis der menschheid, hebben.
+
+</p>
+<p id="d0e255">Doch al deze schatten, wier bewaking aan een gepurperden <i>Custode</i> is opgedragen, zijn uiterst moeilijk te genaken. In de bibliotheek is wel eene kleine leeskamer, waar ge kopi&iuml;sten vindt
+voor zes verschillende talen; maar deze zaal sluit om twaalf uren op den middag, en uithoofde van de menigvuldige feesten,
+wordt zij stellig op honderd ochtenden van het jaar niet ontsloten. Naar men zegt, bestaan er wel geschreven catalogussen,
+maar ge krijgt die niet in handen, met uitzondering van den inventaris der oostersche Codices, de eenige die tot dusver gedrukt
+is. Eindelijk moet ge voor elk nieuw boek dat ge wenscht te gebruiken, eene nieuwe vergunning hebben, en is die niet te verkrijgen
+zonder tusschenkomst van een gezant. Ziedaar, voorwaar, hinderpalen genoeg! En toch, daar blijft het nog niet bij. Eene met
+eindeloos veel moeite verkregen vergunning wordt somwijlen, onder het nietigste voorwendsel, eensklaps weder ingetrokken.
+Bovendien kunt ge, zelfs met een vergunning gewapend, geen enkel manuscript in handen krijgen, tenzij ge het met zijn nommer
+aanwijst: nu zijn, van sommige afdeelingen, die nommers niet te vinden dan ten koste van eindelooze en vervelende nasporingen
+in sommige oude en dikwijls nog onvolledige compilatoren. Alles is er op aangelegd, om het gebruik dezer bibliografische schatten
+zoogoed als onmogelijk te maken. Dit is zeer kleingeestig en bekrompen; bovendien heeft deze onredelijke gestrengheid dit
+nadeelig gevolg, dat daardoor eene gansche schaar van geleerden en oudheidminnaars, die dit nutteloos begraven van vijf-en-twintigduizend
+handschriften maar niet vergeven kunnen, worden aangezet om mede hunne stem te voegen bij de vele stemmen der aanklagers van
+de pauselijke regeering.
+
+</p>
+<p id="d0e260">Maar zoo deze schatten hier als begraven zijn: het moet worden toegegeven, dat men zich bezwaarlijk een prachtiger tombe denken
+kan. Uit het bureau der afschrijvers treedt ge door eene kleine ijzeren deur in de groote, onder Sixtus V gebouwde zaal: en
+onwillekeurig verrast, staat ge een oogenblik als verbijsterd stil. Daar ligt zij voor u, de reusachtige zaal, vijftig voeten
+breed, en tweehonderd-twintig voet lang, in al hare wondervolle, fantastische pracht: stralende van goud en kleuren, met schilderwerk
+overdekt, schitterend versierd, prachtig gemeubeld. Zeven zware pilaren, met kasten betimmerd, waarvan de paneelen met miniaturen
+zijn beschilderd, deelen haar in twee schepen; op de lagere kasten langs de pilaren prijkt eene collectie etrurische vazen.
+Viviani, Salviati van Florence, Cesare di Nebbia, Salimbeni van Si&euml;na, Guidotti, hebben de wanden, de friezen, het gewelf
+der zalen met fraaie, levendig gekleurde, deels zinrijke fresko&#8217;s bedekt. Ge ziet hier, onder meer, eene gansche reeks voorstellingen
+uit het leven van Sixtus V, <span class="pageno"><a id="d0e262"></a>Bladzijde 72</span>den bouwheer dezer zaal; tegen de pilaren zijn de afbeeldingen van de mythische uitvinders van de verschillende alphabetten;
+op de kroonlijst boven ieder beeld zijn de letterteekenen van het door hem uitgevonden alphabet aangebracht.
+
+</p>
+<p id="d0e264">Aan het einde der zaal, waar zij zich aan de groote galerij aansluit, staan twee kolossale, fraai bewerkte porseleinen kandelabres.
+Op dit punt vooral is de aanblik van het geheel, van de rijke weelderig versierde zaal achter u, en van de niet minder prachtige,
+in bonte kleurenpracht stralende, geheel beschilderde galerij, die zich aan uwe rechter- en linkerhand uitstrekt, inderdaad
+tooverachtig schoon. Ge hebt moeite te gelooven, dat ge u in eene bibliotheek, en niet in een of ander paleis uit de Duizend-en-eene-nacht
+bevindt.
+
+</p>
+<p id="d0e266"></p>
+<div id="d0e267" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-072.jpg" alt="De vatikaansche bibliotheek."></p>
+<p class="figureHead">De vatikaansche bibliotheek.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e271">Evenals op vele andere plaatsen, is ook hier de bibliotheek vereenigd met een museum van zeldzaamheden en een kabinet van
+gesneden steenen, camee&euml;n en dergelijke kostbaarheden; maar terwijl elders, zooals ook te Londen en te Parijs, deze verschillende
+zaken van elkander gescheiden zijn, is hier alles in hetzelfde lokaal bijeen. Om echter de orde te bewaren en verwarring te
+voorkomen, heeft men een eenvoudig middel bedacht; in plaats van de zaal door houten <span class="pageno"><a id="d0e273"></a>Bladzijde 73</span>beschotten te verdeelen en het perspectief te bederven, heeft men de verschillende afdeelingen door lage hekjes, zonder eenig
+versiersel, om de aandacht niet af te leiden, afgescheiden; vrij en onbelemmerd dwaalt nu de blik, langs de bibliotheek, aan de eene zijde tot in het kabinet,
+waar de overblijfselen van de trireme van Tiberius worden bewaard, en aan de andere tot in het museum van gewijde kunst.
+
+</p>
+<p id="d0e278"></p>
+<div id="d0e279" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-073.jpg" alt="Augustus (Bracchio Nuovo)."></p>
+<p class="figureHead">Augustus (<i>Bracchio Nuovo</i>).
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e286">In den rechtervleugel der groote galerij, wederom van boven tot beneden met schilderwerk bedekt, vindt ge onder anderen, antieke
+gebeeldhouwde zuilen van porfier; een antieke sarkophaag, in 1777 bij de Capeensche poort opgedolven, en waarin men het geheele
+kapsel eener romeinsche dame gevonden heeft; eenige fraaie ni&euml;llo&#8217;s in zilver: de <i>Dood van Medusa</i>, de <i>Verslagen Titans</i>, wellicht van de hand van Benvenuto Cellini; voorts eenige fijne moza&iuml;eken uit de villa Adriana, en vier beroemde borstbeelden:
+Nero, Balbinus, Septimius-Severus en Octavius-Augustus, benevens een prachtige bronzen buste van een jong meisje.
+
+</p>
+<p id="d0e294">De linkervleugel brengt ons naar het museum van gewijde kunst, dat zijn oorsprong dankt aan Benediktus XIV. Deze paus, de
+kostbare verzameling gezien hebbende, met veel moeite en inspanning en na jarenlangen arbeid, door Francesco Vettori bijeengebracht,
+kwam op den gelukkigen inval om dien geleerde tot conservator van het vatikaansche museum te benoemen. Toen de professor in
+1770 stierf, liet hij zijne verzameling natuurlijk <span class="pageno"><a id="d0e296"></a>Bladzijde 74</span>aan het door hem beheerde museum na. Hij had dus wel de eer verdiend, om, evenals de kardinalen-bibliothekarissen, in buste
+te prijken op een der acht kasten, waarin zijne collectie wordt bewaard: eene collectie, laatstelijk verrijkt door eene menigte
+kleine voorwerpen, die in betrekking staan tot de christelijke eeredienst der eerste eeuwen, en in zes groote platte glazen
+kasten, op even zooveel tafels geplaatst, zijn ten toon gesteld. Men vindt hier bisschopsringen, ivoren diptyken uit de achtste
+en negende eeuw; lijkbussen; zoogenoemde <i>Lacrymae</i>, glazen flesschen, waarin, naar men zegt, het bloed der martelaren werd bewaard; antieke lampen van gebakken aarde, waarop
+de symbolen van het christelijk geloof zijn afgebeeld; en een aantal kleine paneeltjes, even merkwaardig als zeldzaam, van
+de mystieke meesters uit den byzantijnschen tijd. Deze uitnemende verzameling sluit zich geleidelijk aan bij eene collectie
+oude schilderstukken, door Gregorius XVI in eene der volgende afdeelingen van de galerij bijeengebracht, en waar ge kostbare
+en zeldzame werken vindt van Margariton d&#8217;Arezzo, van Cimabue, van Guido, van Duccio van Si&euml;na, van Giotto, van Massaccio,
+van Lorenzo Monaco en van den eenigen Giovanni da Fiesole. Bij de keus dezer stukken is men met groote zorgvuldigheid te werk
+gegaan: alleen wat zich door werkelijke verdienste aanbeval, of uit een archaeologisch oogpunt merkwaardig was, mocht hier
+eene plaats vinden.
+
+</p>
+<p id="d0e301">Niet verre van daar is een kabinet, waar Pius VII de stempels van gebakken aarde heeft doen rangschikken, die tijdens het
+romeinsche rijk werden gebezigd om de pannen, de steenen en andere bouwmaterialen te merken. De grondslag tot deze collectie
+werd gelegd door dien abt Ga&euml;tano Marini, die zoo ijverig de vatikaansche schatten tegen de fransche roofzucht verdedigde,
+en die door Napoleon gedwongen werd zijn verblijf in Frankrijk te vestigen, en daar de hand te leenen tot het rangschikken
+van hetgeen uit het vatikaan was geroofd. Hij stierf te Parijs, kort v&oacute;&oacute;r den slag van Waterloo. De gedachte om eene verzameling
+van zulke fabriekmerken aan te leggen, moest zeker in de eerste plaats bij den oudheidkenner opkomen, die aan de beschrijving
+van deze voorwerpen een gansch boekdeel heeft gewijd. Toch moet ge niet, met een voornamen glimlach, de schouders ophalen,
+noch den ijver geringschatten, dien de Paus tot uitbreiding en volmaking dezer verzameling besteedde: deze stempels toch wijzen
+de juiste tijdperken aan, waarop de thans in puin gestortte gebouwen zijn gesticht: eene aanwijzing die te meer van belang
+is, daar de meeste antieke gebouwen bij herhaling gedeeltelijk zijn gerestaureerd of herbouwd. In ditzelfde kabinet bevinden
+zich ook enkele schilderijen, en daaronder een oud portret van Karel den Groote, met een langen baard en de kroon op het hoofd;
+men geeft u dit portret als echt: toch is dit ziellooze gelaat met die starende oogen zeker niet ouder dan de twaalfde eeuw.
+
+
+</p>
+<p id="d0e303">Het kabinet der papyrussen is een der rijksten: door den schitterenden overvloed van porfier en verguldsel en kostbare steenen;
+door de prachtige fresko van Rapha&euml;l Mengs, de Muze der historie voorstellende, die hare rollen beschrijft, op de schouders
+van den voor haar gebogen Tijd uitgespreid. Daar bewonderde ik de beroemde <i>Charters</i> van Ravenna, origineele stukken uit de negende tot de twaalfde eeuw afkomstig en op papyrus geschreven. Ga&euml;tano Marini heeft
+ze in 1805 uitgegeven, in zijne PAPYRI DIPLOMATICI, <i>descritti ed illustrati</i>: eene verzameling van honderd-zeven-en-vijftig stukken (bullen, diplomen der vorsten, verschillende overeenkomsten en contracten),
+waarvan het oudste tot het jaar 444 opklimt. Dit is het oudst bekende charter.
+
+</p>
+<p id="d0e311">In het kabinet der antieke fresko&#8217;s bevindt zich een der merkwaardigste overblijfselen van oude schilderkunst, waarvan zoo
+weinig tot ons gekomen is. Ten jare 1606 werd, op den Esquilijn, dicht bij den <i>Arco di Galliano</i>, eene oude fresko-schilderij ontdekt, die sedert algemeen bekend en beroemd werd onder den naam van de <i>Aldobrandinische Bruiloft.</i> De kardinaal Aldobrandini, aan wiens familie dat kostbaar gedenkstuk der antieke kunst behoorde en ook zijn naam ontleende,
+verkocht het aan Pius VII voor 30.000 francs. Voor de opgravingen te Herculanum en Pompe&iuml; bezat men geen enkel ongeschonden
+overblijfsel der antieke schilderkunst, dan deze Bruiloft; en schoon in de woningen der aanzienlijken, in de beide uit haar
+graf verrezen steden, voortreffelijker werken der oude schilders zijn gevonden, behoort toch de Aldobrandinische Bruiloft
+buiten kijf nog altijd tot het opmerkelijkste en belangrijkste wat op dit gebied bestaat. De geleerden hebben er lang en breed
+over getwist, of deze schilderij het huwelijk van Thetis met Peleus, of wel van Bacchus met Cora, of van de Julia van Catullus
+met Manlius, voorstelde. Hoogstwaarschijnlijk heeft de schilder niets anders bedoeld, dan een familietafereel: eene voorstelling
+van de bruiloft van den heer des huizes, in wiens woning dit kostbaar monument gevonden werd. Ook nog andere fragmenten van
+antieke schilderkunst zijn hier op de meest smaakvolle wijze gerangschikt: vooral merkwaardig zijn daaronder enkele groote,
+zeer licht geschilderde landschappen, met kleine figuren gestoffeerd, eenige tooneelen uit de Odyssee voorstellende; zij werden
+opgegraven in een krypt in de wijk der <i>Monti</i>. Het kost inderdaad moeite en zelfverloochening, van een museum te scheiden, zoo rijk aan zeldzame kunstwerken, zoo bevallig
+en boeiend door schikking en versiering: maar de <i>Custode</i> zorgt er wel voor, dat gij uw tijd niet verbeuzelt. Toch kon ik, toen wij op onze schreden terugkeerden, niet nalaten nogmaals
+stil te blijven staan voor de glazen kasten van het gewijde museum, door Benediktus XIV gesticht, en waar zoovele, grootendeels
+nog onbekende en onwaardeerbare schatten verborgen liggen. Daar ontdekte ik, te midden van andere merkwaardigheden uit de
+christelijke oudheid, ook een langwerpig medaillon, met de portretten van de Apostelen Petrus en Paulus. Wanneer ik zeg de
+portretten, dan meen ik daartoe recht te hebben. Immers, naar het oordeel der meest bevoegde rechters, is dit medaillon uit
+het laatst der eerste of het begin der tweede eeuw afkomstig; en bovendien dragen deze beide koppen onmiskenbaar den stempel
+van naar het leven te zijn geteekend. Petrus heeft zwaar kroezig haar, een gekrulden baard, en eenigszins <span class="pageno"><a id="d0e331"></a>Bladzijde 75</span>grove trekken, die echter zeergoed samengaan met de bewegelijkheid van een zielvol gelaat; ge herkent in hem de type van den
+semiet, van den man uit het volk, van den man ook der kloeke, snelle daad. Paulus vertoont meer den denker, den geleerde,
+den redenaar: het gewelfde voorhoofd, de diepliggende oogen, de gebogen neus, het peinzende gelaat, met eene zekere uitdrukking
+van vermoeidheid: dit alles teekent den wijsgeer, voor wien de wereld der hooge gedachten zijn waar vaderland is. Dit kostbaar
+medaillon is ook daarom zoo hoogst merkwaardig, omdat wij hier den oorsprong vinden der typen, die de beide apostelen sedert
+in de christelijke kunst voortdurend hebben gedragen. Er bestaat dus alle reden om aan te nemen dat deze typen, althans wat
+de hoofdtrekken betreft, inderdaad aan de natuur zelf zijn ontleend.
+
+</p>
+<p id="d0e333">Meer zal ik van de vatikaansche bibliotheek niet zeggen: het was mij natuurlijk slechts te doen om u eenig denkbeeld van de
+uiterlijke verschijning, van de inrichting en versiering der lokalen te geven, niet om de bibliografische en andere schatten
+zelf aan te wijzen, die hier opgehoopt liggen. Uitgezonderd eenige papyrussen, en hier en daar een opschrift bij de schilderijen,
+had ik in die bibliotheek geen regel schrift, geen enkel boek gezien! Het ware wel te wenschen, dat de diplomatie eene wijziging
+trachtte te verkrijgen van de strenge en bijkans onzinnige bepalingen, die het gebruik dezer boekerij zoo uiterst moeilijk
+maken. Maar heel gemakkelijk zal dat niet gaan. Men herinnert zich te Rome nog zeergoed de plunderingen, die de franschen,
+tijdens de revolutie-oorlogen; hier op groote schaal hebben bedreven; en de gebeurtenissen van den allerjongsten tijd zijn
+ook niet bij uitnemendheid geschikt, om het pauselijk hof ten deze tot toegevendheid te stemmen.
+
+
+
+</p><a id="d0e335"></a><h2>IV.</h2>
+<p id="d0e338">Nu ik gereed sta, verder te gaan, gevoel ik steeds meer de zwaarte van de taak, die ik op mij genomen heb, toen ik u uitnoodigde
+mij te volgen naar het vatikaan. Was het niet al te vermetel, mij zelf de rol van gids toe te bedeelen? Doch nu ik eenmaal
+die taak op mij genomen heb, mag ik niet teruggaan: wat mij aan krachten ontbreekt, moge de liefde voor mijn onderwerp zooveel
+mogelijk vergoeden!&#8212;Hoe meer ik het vatikaan bezocht, des te beter kon ik begrijpen, dat bijna alle mijne voorgangers er voor
+waren teruggedeinsd, om hunne lezers door dezen onmetelijken doolhof rond te leiden, en hen bekend te maken met al de schatten,
+hier in den loop der eeuwen bijeengebracht. Eer wij den tooverkring der oude wereld binnentreden, waarvan wij niet zoo spoedig
+kunnen scheiden, noodig ik u uit, nog een uitstapje te maken naar eene kleine verzameling van schilderstukken, weinig in aantal,
+maar bijna allen meesterstukken.
+
+</p>
+<p id="d0e340">Deze galerij, in het jaar 1857 uit de appartementen Borgia naar de bovenverdieping der loges overgebracht, bestaat uit niet
+veelmeer dan omstreeks veertig stukken, maar allen van de grootste meesters afkomstig.
+
+</p>
+<p id="d0e342">Pius VII, die haar aanlegde, liet daar in 1816 de schilderijen plaatsen, die door de franschen waren geroofd en na den val
+van het keizerrijk weder werden teruggenomen; de opvolgende pausen hebben deze verzameling eenigermate uitgebreid; meer dan
+eene parel dankt zij aan de milddadigheid van Pius IX. Wij mogen deze galerij niet met stilzwijgen voorbijgaan, zij verdient
+alleszins de aandacht, niet enkel om de waarde der schilderstukken die zij bevat, maar ook om hare beteekenis uit een historisch
+en archaeologisch oogpunt, wat de studie van het kostuum en dergelijke aangaat. In de eerste der vier zalen hangen slechts
+stukken van kleiner afmeting; Rapha&euml;l, Beato Angelico, Leonard da Vinci, Garofalo; Crivelli, Mantegna, Perugino, schitteren
+in deze zaal, waar, nevens hunne fijne en zorgvuldig uitgewerkte paneeltjes, drie heerlijke doeken van Murillo een zeer eigenaardigen
+indruk maken. Deze twee kleine schilderijtjes, tooneelen uit het leven van Sint-Nicolaas van Bari, bisschop van Myrra, zijn
+van de hand van fra Angelico, den engel van Fiesole; ook zij werden mede naar Frankrijk gevoerd, en in den Louvre opgehangen,
+waar ze waarschijnlijk louter als curiositeiten uit een half-barbaarschen tijd werden beschouwd.&#8212;De fraaie predella der <i>Wonderen van Sint-Hyacinthus</i>, vol van rijke kostumes, van sierlijke gebouwen, van leven en beweging, wordt gezegd afkomstig te zijn van Benozzo Gozzoli,
+den leerling van fra Angelico; het komt mij waarschijnlijker voor, dat het stuk vervaardigd is door Francesco di Giorgio,
+een bij ons onbekend schilder uit de school van Si&euml;na, die in 1524 stierf, en van wien men te Si&euml;na nog enkele stukken ziet.&#8212;Zie
+hier een <i>dooden Christus</i> van Crivelli, den Venetiaan uit de middeleeuwen; ook hij reeds uitmuntende door zijn koloriet, maar te zeer op beweging gesteld
+in een tijd, toen men te Veneti&euml; nog niet goed kon teekenen.&#8212;Welk een onderscheid tusschen deze na&iuml;eve voorstellingen, waar
+de diep gevoelde uitdrukking dikwerf zondigt door overdrijving, en deze <i>grisailles</i>, zoo zuiver van stijl, zoo vol bevalligheid, waarin Rapha&euml;l de christelijke deugden symbolisch heeft afgebeeld; deze meesterstukjes
+zijn door de gravure tamelijk algemeen bekend. Vergeten wij ook niet, in deze zaal een oogenblik te toeven voor een <i>Sint-Hieronymus</i>, niet meer dan eene vluchtige schets, maar van de hand van Leonard da Vinci, wiens werk ge zoo zelden het geluk hebt te zien.
+Omtrent deze schilderij verhaalt men eene zonderlinge anecdote. De kardinaal Fesch, de oom van Napoleon I, zou de onderste
+helft van dit paneel, dat blijkbaar in twee stukken is gebroken, onder een hoop oude vodden hebben gevonden. Eenige jaren
+later ontdekte hij toevallig de wederhelft van het paneel, waarop het hoofd en het bovenlijf waren geteekend: de schoenmaker
+van den kardinaal had die plank onder aan een zitbankje gespijkerd; de beide stukken pasten juist op elkander.
+
+</p>
+<p id="d0e356">Wij gaan een paar doeken voorbij, waarop wij nader terugkomen en spoeden ons naar de derde zaal, waar onze aandacht wel in
+de eerste plaats getrokken wordt door een prachtig portret van Titiaan, een doge voorstellende. Vlak daarbij hangt een ander
+voortreffelijk <span class="pageno"><a id="d0e358"></a>Bladzijde 76</span>stuk, dat in der tijd mede naar Parijs werd gevoerd en in 1816 teruggegeven: de <i>Opstanding</i>, van Perugino. In den jongsten der wachthoudende soldaten, die bij het graf in slaap zijn gevallen, herkent ge het portret
+van den jeugdigen Rapha&euml;l, &#8217;s meesters leerling: eene bijzonderheid, die, ten onrechte trouwens, tot het vermoeden aanleiding
+heeft gegeven, dat Rapha&euml;l zelf aan deze schilderij had medegearbeid. Het stuk is, in meer dan een opzicht, zeer belangwekkend.
+Een der soldaten die getuigen zijn van de Verrijzenis des Heeren, stelt den schilder zelf voor: merkwaardig is de uitdrukking
+van dat strakke, onheilspellende gelaat, van den duisteren, wantrouwenden blik, onafgewend op den zegepralenden Christus gericht:
+uit die trekken, uit dien blik spreekt twijfel, bijkans een verwijt.... Men weet, dat de groote kunstenaar, na den droevigen
+dood van zijn vriend Savonarola, tot eene sombere twijfelmoedigheid, welhaast tot een soort van stomme wanhoop verviel.
+
+</p>
+<p id="d0e363">De nauwe verwantschap van Rapha&euml;l, bepaaldelijk in het begin zijner loopbaan, met zijn leermeester, blijkt treffend in de
+<i>Kroning der Madonna</i>, die Rapha&euml;l, in 1592, voor de Benediktijnen van Perugia schilderde. Het is een Perugino, maar zonder dorheid; het is dezelfde
+na&iuml;eveteit, maar hier veredeld door een instinktmatig gevoel voor stijl; reeds in dit jongelingswerk herkent gij een streven,
+dat hooger reikt dan waarvan Perugino zich bewust was. Dit neemt niet weg, dat de schilderij van dezen laatste, de <i>heilige maagd op den troon</i> omringd door vier biddende heiligen, met meer recht aanspraak mag maken op den naam van meesterstuk: hier ziet ge voor u
+het werk van den tot rijpheid gekomen man, die over alle hem ten dienste staande middelen beschikt, om zijne gedachte volledig
+weer te geven. Dit stuk, een der beste werken van Perugino, is misschien het schoonste en volkomenste gewrocht der kunst,
+v&oacute;&oacute;r het schitterend tijdvak van de twee groote meesters der Renaissance.
+
+</p>
+<p id="d0e371">Hoe triviaal schijnt, nevens deze na&iuml;eve mystieke scheppingen, die <i>Pi&euml;ta</i> van Caravaggio; hoe koud en dood en onharmonisch van kleur, die <i>marteldood van Sint Erasmus</i>, een van de kolossale vergissingen van Poussin, wiens talent wel het minst voor de behandeling van dergelijke onderwerpen
+geschikt was.&#8212;Merkwaardig, vooral uit een historisch oogpunt, is de fresko van Melozzo van Forli, die door Leo XII uit de
+bibliotheek naar de loges en vervolgens van den muur op doek werd overgebracht. Het stuk stelt Sixtus IV voor, zijn bibliothekaris
+platina ontvangende; het geeft ons de origineele portretten van Girolamo Riario, heer van Porli van Jan De la Rov&egrave;re, van
+Bartolommeo Sacchi, bijgenaamd Platina, den schrijver van de <i>Geschiedenis der Pausen</i>; van paus Sixtus IV, en van diens beide neven, de kardinalen Pieter Riario en Juliaan De la Rov&egrave;re: de eerste bekend wegens
+zijne verkwistende levenswijze en jong gestorven; de tweede, beroemd als paus Julius II. Deze figuren zijn met meesterhand
+geteekend; ge herkent daarin het talent van een kunstenaar, dien Rapha&euml;l Maffei een eerste plaats onder de portretschilders
+van zijn tijd toekende. Wij mogen dus op de gelijkenis vertrouwen: en dan is het inderdaad treffend, dit portret van Julius
+II te vergelijken met latere. Hier zien wij een slank jonkman voor ons, bruinachtig van kleur, eenigszins schuw en zedig van
+voorkomen; de uitdrukking van zijn gansch niet onbevallig gelaat teekent verstand en vernuft; Juliaan De la Rov&egrave;re is hier
+voorgesteld zonder knevel of baard. Als men deze beeltenis vergelijkt met het portret van paus Julius II door Rapha&euml;l, waarvan
+het oorspronkelijke zich te Londen bevindt en eene kopie in het paleis Pitti hangt, wordt men onwillekeurig getroffen door
+de zeldzame verandering, die de ouderdom en de zorgen der regeering in het gelaat van dezen krijgshaftigen opperpriester hebben
+gewrocht.
+
+</p>
+<p id="d0e382">Met opzet heb ik tot dusver gezwegen van twee schilderijen, die, naar het zeggen van alle cicerones en ook naar het oordeel
+van zoovele kunstrechters, de kroon spannen boven alle anderen, en den hoogsten roem van dit uitnemend museum uitmaken: de
+<i>Transfiguratie</i> van Rapha&euml;l, en de <i>Communie van Sint-Hieronymus</i> van Domenichino. Deze beide schilderijen zijn tegenover elkander in dezelfde zaal geplaatst, waar zich, op den achtergrond,
+ook nog een derde stuk bevindt, de <i>Madonna van Foligno,</i> mede van Rapha&euml;l, dat echter door de meeste toeristen ternauwernood werd opgemerkt. En toch staat deze Madonna, in hare aanbiddelijke
+reinheid, hare ideale na&iuml;eviteit, haar onbeschrijfelijk teeder-harmonisch koloriet, naar mijne schatting zeerveel hooger dan
+de zoo wijd beroemde Verheerlijking op den berg.
+
+</p>
+<p id="d0e393"></p>
+<div id="d0e394" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-077.jpg" alt="De galerij Pio-Clementina in het Vatikaan."></p>
+<p class="figureHead">De galerij <i>Pio-Clementina</i> in het Vatikaan.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e401">Buiten twijfel is de Transfiguratie eene voortreffelijke schilderij, rijk aan overschoone d&eacute;tails, die de meesterhand verraden;&#8212;de
+opmerking heeft eigenlijk geen pas, waar het een werk van Rapha&euml;l geldt. Maar hoe menigmalen ik dit stuk ook heb gezien en
+bestudeerd, steeds heeft het mij onbevredigd gelaten. Dit is wel in de eerste plaats het gevolg van de samenkoppeling in eene
+zelfde schilderij van twee episoden, die met elkander in geen verband staan. Het bovenste gedeelte is geheel gedacht en uitgevoerd
+in dien mystieken, idealen zin, dien Rapha&euml;l van de oude florentijnsche school had overge&euml;rfd, en die in hem zelf zijn hoogste
+en volkomenste uitdrukking vond. Die, te midden der hemelsche heerlijkheid, in een lichtgloed zwevende figuur van Christus,
+ter wederzijde omgeven door de bovenaardsche beelden van Mozes en Elia; de apostelen, verzonken in de aanschouwing van huns
+Heeren heerlijkheid; die knielende figuren van Sint-Laurens, en Sint-Juliaan, de beschermheiligen van den kardinaal Giulio
+de Medicis (later paus Clemens VII); voor wien Rapha&euml;l deze schilderij vervaardigde: deze geheele voorstelling verplaatst
+u zoo volkomen in eene hoogere ideale wereld, dat het u bijkans te moede is als zaagt ge plotseling een der verheven visioenen
+van Dante in lichamelijke werkelijkheid voor u.&#8212;Maar nu, daar vlak onder, aan den voet des bergs waarop de hemel is nedergedaald,
+aanschouwt ge een gansch ander tooneel: een groep mannen en vrouwen rondom een knaap, aan heftige stuiptrekkingen ten prooi.
+Het is het bekende verhaal van den bezeten knaap, dien de apostelen niet konden <span class="pageno"><a id="d0e403"></a>Bladzijde 78</span>genezen. Nu is reeds, naar mijne bescheiden meening, de samenvoeging, de nevens of liever boven elkander plaatsing van twee
+zoo gansch verschillende voorstellingen een kwalijk te verdedigen waagstuk, waardoor de eenheid van het kunstwerk noodzakelijk
+moet verloren gaan. Doch het contrast wordt hier nog scherper, omdat dit gedeelte der schilderij&#8212;na Rapha&euml;ls dood door Giulio
+Romano afgewerkt&#8212;in een geheel anderen geest, onder den invloed van geheel andere denkbeelden, is geschilderd. Niet enkel
+verraadt zich in de teekening der figuren en in het koloriet een realisme, dat hemelsbreed verschilt van de ideale opvatting
+der eigenlijke Transfiguratie: maar er is iets ergers. In dit aardsche gedeelte der schilderij geen spoor van dat verheven,
+na&iuml;eve gevoel, dat zich alleen om de voorstelling zelf, om de uitdrukking bekommert, en niet denkt aan de toeschouwers, aan
+het publiek. Integendeel, dit geheele tooneel is blijkbaar aangelegd voor de toeschouwers; het is gearrangeerd en in de eerste
+plaats op effect berekend. Ge bewondert zonder twijfel het talent van Rapha&euml;l, zijn volkomen meesterschap over de techniek
+der kunst: maar zijn ideaal dichterlijk gemoed, zijne hooge ziel spreekt hier niet meer tot u. De sterksprekende, welhaast
+melodramatische houdingen en standen en groepeeringen van al deze figuren zijn opzettelijk aldus gekomen om indruk op u te maken; al deze
+personen vervullen eene bijzondere rol, als de beelden in een kunstig gerangschikt <i>tableau vivant</i>. Deze methode zal steeds meer en meer de heerschende worden, en de andere, de na&iuml;eve, geheel verdringen; de schilders der
+latere eeuwen zullen altijd in de eerste plaats vragen, welk effect hun schilderij zal maken: en de kunst zal daarbij die
+roerend teedere maagdelijkheid, die argelooze onbevangenheid (vergeef het eenigszins vreemde woord; schreef ik voor Duitschers,
+ik zou zeggen, <i>Unmittelbarkeit</i>) inboeten, die haar in vroeger eeuwen eigen was. Maar bij Rapha&euml;l is men dit niet gewoon; en de bovenste helft der schilderij
+is ook daarvan geheel vrij. Juist dit is het stuitende in dit kunstwerk, dat eene mystiek-middeleeuwsche en eene modern-realistische
+schilderij in hetzelfde kader zijn samengevoegd: twee elementen, die elkander uitsluiten. Ter verklaring van deze anomalie
+heeft men gewezen op de omstandigheid, dat de kardinaal Giulio de Medicis, tegelijk met de Transfiguratie aan Rapha&euml;l, aan
+Sebastiaan del Piombo een ander werk had opgedragen, de Opwekking van Lazarus. Sebastiaan del Piombo nu was de beschermeling
+van Michel Angelo, onder wiens leiding en in wiens geest hij arbeidde. Rapha&euml;l, wel wetende wie zijn eigenlijke mededinger
+zou zijn, heeft nu naar men meent, de eene helft zijner schilderij opzettelijk in dien zin opgevat en uitgewerkt, om daardoor
+te toonen dat hij, ook op diens eigen terrein, met Michel Angelo kon wedijveren. De gissing is misschien gegrond, maar is
+toch eigenlijk geene verontschuldiging.
+
+</p>
+<p id="d0e414">Dezelfde kunstrechters, die de <i>Transfiguratie</i> als het beste werk van Rapha&euml;l en de volmaaktste schilderij ter wereld hebben geprezen, zijn ook onuitputtelijk geweest in
+den lof der <i>Communie van Sint-Hieronymus</i>, het eenige stuk, dat, huns erachtens, met de Verheerlijking vergelijkbaar was. Toch is deze reputatie, uit het oogpunt der
+hoogste kunst, en voor wie vrij van vooroordeelen en gemaakte traditi&euml;n oordeelt, niet gerechtvaardigd. Deze schilderij mist
+leven, en laat u koel. Hare voornaamste bekoorlijkheid ontleent zij aan haar schitterend koloriet, aan het prachtig schoone
+landschap, dat den achtergrond uitmaakt. Maar hoe jammerlijk is de hoofdpersoon mislukt! Dat blauwachtig vale lichaam van
+den stervende, niet zuiver geteekend, met die kenteekenen van een conventioneelen ouderdom; dat gelaat zonder uitdrukking
+en zonder aureool, waarop zelfs geen schijn van bewustheid is te vinden van de heilige handeling die voltrokken wordt, en
+evenmin in den adel der lijnen, een spoor van hetgeen Sint-Hieronymus eenmaal was; de goedhartige, welmeenend vrome uitdrukking
+op het gelaat van Sint-Ephrem, die met het sakrament komt aandragen, als een ziekenoppasser met een drankje; die Arabier,
+zoo koud en onverschillig, die, naar men zegt, het Oosten moet voorstellen:&#8212;met &eacute;&eacute;n woord en om alles te zeggen, dit volstrekte
+gemis van aandoening, van overtuiging, van waarachtig geloof in de gewijde mysteri&euml;n, aan wier voorstelling men zich waagt:&#8212;dit
+alles laat u, zoodra ge eenmaal den theatralen indruk der schitterende verschijning overwonnen hebt, onverschillig en koel.
+Welk een onmetelijk verschil tusschen stukken als dit, zoo blijkbaar vervaardigd zonder dat het onderwerp zelf voor den kunstenaar
+eenige andere beteekenis dan eene zuiver aesthethische had;&#8212;en de zielvolle, roerende, mystieke scheppingen van een fra Angelico,
+gebeden in lijnen en kleuren, lofzangen op doek of paneel! In waarheid, ware mij uit de drie stukken dezer zaal de keuze gegeven:
+zonder aarzelen koos ik die heerlijke Madonna van Foligno, de aanbiddelijke Moeder-maagd, spelende met haar goddelijk Kind.
+
+
+
+
+</p><a id="d0e422"></a><h2>V.</h2>
+<p id="d0e425">Gorden wij ons thans aan tot een bezoek in de talrijke galerijen, waar de meesterstukken der antieke kunst worden bewaard,
+en beginnen wij die lange reis, naar chronologische volgorde, met de oudste tijden. Gregorius XVI heeft het vatikaan verrijkt
+met twee verzamelingen, die ons lange reeksen van eeuwen terugvoeren, verder zelfs dan den tijd, waarvan de historie heugenis
+heeft tot den oorsprong der kunst in het verre Oosten en in het alaude Latium. Ik bedoel het egyptische museum en het etrurische
+museum, beiden door dezen geleerden en kunstlievenden paus gesticht.
+
+</p>
+<p id="d0e427">Wij begeven ons eerst naar de egyptische verzameling.
+
+</p>
+<p id="d0e429">Ik weet niet, of het vatikaansche museum, evenals dat van den onderkoning van Egypte te Boulak, afbeeldingen bezit uit den
+tijd van Chephren, den Pharao van de vierde dynastie, die de tweede pyramide heeft gebouwd, en wiens peinzend gelaat heugenis
+heeft van misschien vijftig eeuwen. Maar het museum bezit toch enkele monumenten van het zoogenaamde nieuwe rijk, te beginnen
+met Amasis, den stichter van de achttiende dynastie; dat wil zeggen omstreeks 1700 <span class="pageno"><a id="d0e431"></a>Bladzijde 79</span>jaren v&oacute;&oacute;r Christus. Tot dit tijdvak behoort de voortreffelijk bewaarde mummie&#8212;al te goed bewaard, want haar aanblik is afschuwelijk&#8212;van
+een priester van Ammon, op wiens borst de naam Amosis geschreven staat. In de groote zaal vindt men een standbeeld van graniet,
+dat, naar men zegt, de moeder voorstelt van dien beroemden held en veroveraar der negentiende dynastie, van dien Ramses II,
+dien de Grieken Sesostris noemden, en wiens zoon Menephtha getuige was van den uittocht der Isra&euml;lieten. Dit beeld is opgegraven
+in de tuinen van Sallustius; het merkwaardige kapsel, met den sperwer versierd, en de fijne bearbeiding prenten de herinnering
+aan dit kunstwerk in uw geheugen. De kolossale sarkophagen in den vestibule zijn misschien niet ouder dan het begin der acht-en-twintigste
+dynastie, toen Egypte, voor eene korte poos van het perzische juk ontslagen, onder den eersten Nectanebos zijne onafhankelijkheid
+herwon: uit dezen tijd zijn een aantal fraaie sarkophagen bekend. Een daarvan is echter stellig ouder, die namelijk van een
+priester, Neith-Mah genoemd, die ten tijde van Psammetichus leefde, toen, volgens Herodotus, de stad Sa&iuml;s het middelpunt werd
+eener nieuwe beschaving, die zich niet langer stelselmatig van alle aanraking met vreemden afsloot. De Egyptenaren knoopten
+betrekkingen aan met de Grieken; ook is de helleensche invloed, reeds lang v&oacute;&oacute;r het macedonische tijdperk, in hunne kunst
+zeer merkbaar. Uit de laatste tijden van het dusgenaamde nieuwe rijk, dus nog altijd v&oacute;&oacute;r de perzische verovering, dagteekenen
+waarschijnlijk de twee fraaie leeuwen die langen tijd de fontein van <i>Acqua-Felice</i> hebben versierd, en in 1443 nabij het Pantheon werden opgegraven. Tot dienzelfden tijd behooren waarschijnlijk twee vrouwenbeelden,
+in halve grootte; de eene is gehuld in een fijn en nauwsluitend gazen gewaad, hare trekken hebben eene zonderlinge, geheimzinnige
+uitdrukking: het is of hare lippen zich zullen openen, om u een of ander geheim toe te fluisteren. De andere, met een sluier
+om het hoofd, en in een soort van <i>peplum</i> gedrapeerd, draagt een hoorn des overvloeds in hare hand; ook in dit beeld is het egyptische karakter niet te miskennen,
+maar toch veel minder sterk uitkomende.
+
+</p>
+<p id="d0e439">Van de Papyrussen heb ik alleen te spreken om de voortreffelijke schikking van deze collectie te roemen, en om uwe aandacht
+te vestigen op een menigte kleinere voorwerpen, in de zalen, die naar de Papyrussen voeren. Daar vindt ge, emailwerk, bronzen
+versierselen, beeldjes van hout en gebakken aarde, afgodsbeelden, dieren, vazen, huisraad, enkele mummies van katten, en dergelijke
+meer. Ik herinner mij vooral een grooten kever van jaspis, gedagteekend uit het twaalfde jaar der regeering van Amenophis
+III, uit de achttiende dynastie; uit het opschrift op dezen kever blijkt, dat te dier tijde (omstreeks 1600 jaar v&oacute;&oacute;r Christus)
+het rijk zich uitstrekte van Mesopotami&euml; tot aan het land van Karo, bij het tegenwoordige Abessini&euml;. Het egyptische museum
+van het Vatikaan kan, bij voorbeeld, met dat in den Louvre niet op eene lijn worden gesteld, vooral wat betreft de monumenten
+van zeer ouden tijd; maar het munt uit door grooter verscheidenheid en vergunt u beter, een blik te werpen op het intieme
+leven van dit merkwaardige en geheimzinnige volk. Ook is de schikking der voorwerpen minder streng wetenschappelijk misschien,
+maar zeker veel bevalliger en uitlokkender. Zelfs hij, die uit bloote nieuwsgierigheid deze zalen doorwandelt, zal zich toch
+telkens door het een of ander aangetrokken gevoelen.
+
+</p>
+<p id="d0e441">Gregorius XVI heeft de zeer gelukkige gedachte gehad, de egyptische <i>pastiches</i>, dat wil zeggen de navolgingen van egyptische kunst, die tijdens het keizerrijk en vooral onder Hadrianus, zeer in de mode
+waren, in eene afzonderlijke afdeeling bijeen te brengen. Eene vergelijking tusschen deze gewrochten en de monumenten van
+echte oud-egyptische kunst is uiterst leerzaam. Al deze beelden hebben eene zaak gemeen: zij missen dat onbedriegelijke <i>cachet</i>, dat alleen ware, oorspronkelijke kunst eigen is, evenals de geur der natuurlijke bloem niet kan worden nagebootst. Deze
+beelden zijn stom en dood, en wekken geene enkele gedachte bij u op; hun gelaat, hunne houding, alles verraadt toeleg en berekening.
+Deze beelden zijn niet waar. Gezwegen nog van de verschillende wijzen van bewerking, waaraan men meestal niet denkt en die
+toch van zoo overwegenden invloed zijn op het geheele karakter van het kunstwerk, moeten wij niet vergeten dat deze Osiris-
+Ptah- en Horusbeelden van Hadrianus niet meer de type teruggeven van een bepaald ras; hetgeen de oude Egyptenaars, zelfs onbewust,
+wel deden. Het zijn dus niet veelmeer dan poppen, fraai bewerkt somwijlen, zonder twijfel, maar wier waarde toch eigenlijk
+afhankelijk is van de kostbaarheid der stof en de moeilijkheden van uitvoering, die de kunstenaar te overwinnen had. Eigenlijk
+behooren zij tot de rubriek der voorwerpen van de industri&euml;ele kunst, de dienares van mode en smaak, wier werken met deze
+voorbijgaan. Maar hebben wij, bij een blik op onze eigene kunstwerken, wel het recht zoo laag op deze pastiches neer te zien?
+
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e449">Na een vluchtig bezoek aan het egyptische museum, waar wij de overblijfselen voor ons hebben eener kunst, ten deele ouder
+dan de geschreven overleveringen en historische berichten, willen wij een blik werpen op de monumenten der etrurische kunst,
+weinig minder merkwaardig. Ook dit volk der Etruri&euml;rs of Etrusken is voor ons&#8212;eigenlijk nog veelmeer dan de Egyptenaars&#8212;in
+ondoordringbaar duister gehuld. Wij weten weinig van zijne herkomst, vermoedelijk uit aziatisch Griekenland; bijna niets van
+zijne geschiedenis, dan alleen waar zij in aanraking komt met die der Romeinen, die de Etrusken onderwierpen; niets van hunne
+taal, waarvan ons geen andere gedenkstukken zijn overgebleven, dan enkele kleine, nog niet ontcijferde opschriften. Alleen
+weten wij dat de Etrusken, voor de historische tijden, in het tegenwoordige Toskane en een deel van het oude Latium waren
+gevestigd; dat zij een betrekkelijk hoogen trap van beschaving, blijkbaar door grieksche invloeden beheerscht, moeten hebben
+bereikt; en dat hunne kunst ook bij de Romeinen <span class="pageno"><a id="d0e451"></a>Bladzijde 80</span>in eere is gebleven, tot zij door de hoogere grieksche verdrongen werd.
+
+</p>
+<p id="d0e453"></p>
+<div id="d0e454" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-080.jpg" alt="De Bracchio Nuovo in het Vatikaan."></p>
+<p class="figureHead">De <i>Bracchio Nuovo</i> in het Vatikaan.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e461">Op onzen weg van het egyptische naar het etrurische museum kunnen wij reeds een blik werpen op de grieksche wereld, hier zoo
+schitterend vertegenwoordigd. Hoe gehaast ge ook zijn moogt, het zal u wel onmogelijk wezen niet eenige oogenblikken te toeven
+in eene zaal, die als het ware een vestibule vormt, <span class="pageno"><a id="d0e463"></a>Bladzijde 81</span>aan bijna alle kanten open is; en met een prachtige driedubbele trap prijkt, die naar de bovengalerijen voert. Naar welke
+zijde ge hier uwe blikken richt, overal schemeren u wonderen tegen. Maar ik dien u wel eene meer volledige beschrijving van
+deze zaal&#8212;bij uitnemendheid schoon onder de vele verwonderlijk schoone zalen van het vatikaan&#8212;te geven.
+
+</p>
+<p id="d0e465">De zaal heeft den vorm van een grieksch kruis, waaraan zij ook haar naam ontleend: het is een dier meesterstukken van bouwkunst,
+zooals de achttiende eeuw ze bijwijlen wist te scheppen, en die volkomen beantwoorden aan de voorstelling, die wij ons van
+de antieke paleizen vormen. De veelkleurige moza&iuml;ek in het midden; de kolommen van koralijn en groen porfier, die het gewelf
+en de zijwanden der marmeren trappen dragen; de bas-reliefs ter wederzijde van den middelsten boog; de groen granieten vaas
+op den architraaf, die de hoogere gewelven zoo goed doet uitkomen; de eenvoudig smaakvolle versiering van de fries; de sphinxen
+aan den voet der trappen; die gelukkige verdeeling en inrichting, die u vergunt, onder verschillend licht, drie verdiepingen
+wedijverende in pracht met een enkelen blik te omvatten; die veelkleurige, met zoo juisten takt aangebrachte marmers; de wondervolle
+harmonie en rustige beweging van het geheel, waar alle deelen samenstemmen: dit alles maakt een onbeschrijfelijken indruk.
+Ge kunt u hier inderdaad in eene klassieke godenwoning, een voorhof van den Olympus, denken: en het zou u bijna niet verwonderen,
+indien eene of andere grieksche gestalte, een Alcibiades of eene Phryne, u tegentrad. Dit uitnemend kunststuk werd onder Pius
+VI, door Camporese en Simonetti gebouwd.
+
+</p>
+<p id="d0e467"></p>
+<div id="d0e468" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-081.jpg" alt="De tuinen van het Vatikaan."></p>
+<p class="figureHead">De tuinen van het Vatikaan.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e472">Na hier onze oogen verkwikt te hebben, bestijgen wij de trappen, die naar het etrurisch museum, mede eene schepping van paus
+Gregorius XVI, voeren.
+
+</p>
+<p id="d0e474">Deze verzameling is misschien nog wel zoo merkwaardig als de egyptische. De etrurische kunst, wier oorsprong en ontwikkeling
+zich in den nacht der tijden verliest, heeft slechts eene verwijderde verwantschap met de kunst van het oude Egypte. Voor
+deze etruskische scheppingen staat ge niet in stomme verbazing als voor een onbegrepen raadsel, stil, zooals voor de beelden
+van Thebe en Memphis; men heeft hier niet meer te doen met goden en menschen van een ander geslacht, die ons altijd vreemd
+blijven, en in hunne strenge afgeslotenheid, als met zeker medelijden, op ons schijnen neer te zien. De Etrusken, uit Azi&euml;
+afkomstig en op italiaanschen bodem overgeplant, staan ons nader; de beweging, de uitdrukking waarnaar hunne kunstenaars streven,
+zijn aan onzen eigen smaak, aan ons eigen begrip van kunst, verwant; de onderscheidene gelaatstrekken zijn voor ons begrijpelijk:
+wij herkennen <span class="pageno"><a id="d0e476"></a>Bladzijde 82</span>daarin onze eigene gemoedsbewegingen en aandoeningen.
+
+</p>
+<p id="d0e478">De opgravingen hebben eene menigte voorwerpen aan het licht gebracht, die in het gewone dagelijksche leven werden gebruikt:
+daardoor is dit museum voor onze kennis der Etrusken ongeveer van dezelfde beteekenis, als het pompe&iuml;sche museum te Napels
+voor die der romeinen uit de eerste eeuw. In de kleinere beeldhouwwerken, zooals bas-reliefs, bronzen, voorwerpen van terracotta,
+lijkbussen en dergelijke, schijnt mij de eisch der ideale schoonheid ondergeschikt te zijn gemaakt aan de uitdrukking van
+het gelaat, aan de uiting van zekere gedachte, evenals wij dit in de middeleeuwsche kunst opmerken; bij de versiering der
+vazen schijnt men zich daarentegen meer te hebben toegelegd op het hero&iuml;sche in den stijl, altijd met behoud van eene zuiver
+opgevatte en weergegeven handeling. Dit eigenaardig karakter valt vooral in het oog, wanneer zooals hier is geschied, etrurische
+vazen naast grieksche ten toon worden gesteld.
+
+</p>
+<p id="d0e480">De inscripties onder de beelden zijn, zooals ik zeide, tot dusver nog niet ontcijferd. Daar ook de catalogus van dit museum
+nog niet verschenen is, zullen wij ons bepalen tot eene vluchtige aanteekening omtrent sommige voorwerpen, die meer bijzonder
+mijne belangstelling hebben opgewekt.
+
+</p>
+<p id="d0e482">Reeds dadelijk bij het binnentreden in de galerij wordt uwe opmerkzaamheid getrokken door vier groote sarkophagen, waarvan
+twee uit steen zijn gehouwen. Op het deksel van de eene tombe ligt het beeld van den doode, door zijne vrouw en kinderen omgeven;
+het bas-relief langs den wand verbeeld een menschenoffer. Op den tweeden sarkophaag rust een priester, door de teekenen zijner waardigheid omringd. De beide anderen,
+van gebakken aarde (terracotta) vervaardigd, prijken insgelijks met liggende figuren. Door den stijl, door de schikking, maar
+vooral door den omtrek der beelden, herinneren deze monumenten aan de kunstwerken der middeleeuwen; men zou bijna denken,
+dat, in het midden der twaalfde eeuw, de bewoners van Chiusi, Arezzo, Cornetto en de zuidelijk gelegen streken, plotseling
+de traditie der Grieken en Romeinen ter zijde zettende, als bij instinkt, de oud-vaderlandsche etruskische kunst tot hun model
+hebben gekozen. De borstbeelden boeien u vooral door de uitdrukking van het gelaat, ik herinner mij er met name twee van terracotta,
+die men bijna voor de portretten van blond engelsche <i>misses</i> zou aanzien. Zie ginds dat bronzen standbeeld te Todi opgegraven; doet die krijgsman, met zijn gevleugelden helmkam en zijn
+borstharnas, met zijne fiere houding en gebiedenden blik u niet denken aan een of anderen baron of kruisridder? De beelden
+van goden en genie&euml;n dragen daarentegen een zoo echt oostersch karakter, dat ge in uwe verbeelding plotseling naar het hart
+van Indi&euml; wordt teruggevoerd. Vergeet vooral gindsche <i>Biga</i> niet, een op twee wielen rustenden wagen, van hout met koper overtrokken; de as der wielen is met baviaankoppen versierd.
+Zulk een antiquiteit is niet alleen zeer merkwaardig, maar ook uiterst zeldzaam. Deze wagen, waaraan zelfs de dissel niet
+ontbreekt, is ongeschonden opgedolven.&#8212;Voortdurend treft ons, bij het beschouwen der monumenten van etruskische kunst, dat
+eigenaardig karakter van oorspronkelijkheid gepaard aan eene groote mate van ontvankelijkheid voor vreemde invloeden. Staat
+in de oudste perioden deze kunst meer onder den invloed van de oostersche, met name van de egyptische, in later tijdvakken
+is de heerschappij van het grieksche kunstideaal, in zijne verschillende ontwikkelingen, onmiskenbaar: in die mate zelfs,
+dat vele echt etruskische werken herhaaldelijk voor grieksch zijn aangezien. En toch blijft er, ondanks die zeer zichtbare
+navolging, in deze kunstscheppingen iets eigenaardigs, iets oorspronkelijks, dat, uit een zuiver esthetisch oogpunt, hare
+waarde dikwerf niet verhoogt, maar haar daarentegen dubbel merkwaardig maakt als openbaringen van den eigenlijken geest van
+dit volk, welks geschiedenis en leven nog, in zoo menig opzicht, voor ons in duister is gehuld.
+
+</p>
+<p id="d0e493">Dit museum is rijk aan allerlei huisraad en voorwerpen van dagelijksch gebruik: zetels, bedden, spiegels, vazen, wapenen,
+potten, komfooren en gereedschap van allerlei aard. De opgravingen van Cerae, van Tarquini&euml;s, van Volsci, van Bolsena, hebben
+boven verwachting een rijken oogst opgeleverd: te beginnen met de wel leesbare, maar in eene onbekende taal vervatte opschriften,
+tot de schoonste vazen uit het oudste tijdperk der etruskische kunst. Te Cerea heeft men in eene enkele grafkamer behalve
+aardewerk en een volledig stel keukengereedschap, ook al de sieraden van eene waarschijnlijk aanzienlijke familie gevonden:
+eene vondst, waaraan in den jongsten tijd, het ontstaan der mode van etrurische sieraden is te danken. Om den bezoeker een
+zoo volledig mogelijk denkbeeld van deze grafkamers te geven, heeft men hier, in het museum, de grafkamer van Cerae nagebootst.
+De juweelen en sieraden zijn in groote glazen kasten geplaatst, die beweegbaar zijn, en die ge zoo kunt draaien, dat ge alles
+onder een behoorlijk licht zien kunt. Eene zoo doelmatige inrichting zoekt men tot dusver, buiten de vatikaansche museums,
+vergeefs: hier is alles in de eerste plaats berekend voor het genoegen van den bezoeker, om een aangenamen, bevredigenden
+indruk te weeg te brengen; elders moeten dergelijke overwegingen in den regel wijken voor de onverbiddelijke eischen van eene
+of andere wetenschappelijke classificatie, indien al de voorwerpen niet, als in een winkel, op elkander zijn getast en door
+de opeenhooping zelve onzichtbaar worden.
+
+
+
+</p><a id="d0e495"></a><h2>VI.</h2>
+<p id="d0e498">De vatikaansche beeldengalerijen tellen eene bevolking, welke met die van eene onzer kleinere provinciesteden gelijk staat:
+dit alleen zal voldoende zijn om u te doen beseffen, dat, in dit overzicht, allerminst van eene eenigszins volledige beschrijving
+dezer geheel eenige verzameling sprake kan zijn. Dit zult ge nog te meer gevoelen, als ge bedenkt dat niet alleen de meesten
+dezer beelden en groepen eene afzonderlijke beschrijving ten volle verdienen, maar dat er daaronder ook velen zijn, die in
+den letterlijken zin eene eigen litteratuur <span class="pageno"><a id="d0e500"></a>Bladzijde 83</span>van niet onbelangrijken omvang bezitten. Van eene eigenlijke beschrijving kan dus geene sprake zijn, veel minder van beschouwing
+en kritiek, die alleen zulk eene eenvoudige beschrijving tot iets meer dan eene dorre opsomming, een vervelenden catalogus,
+zou kunnen maken. Wij zullen er ons alzoo toe bepalen, u door deze museums rond te leiden, en slechts nu en dan op enkele
+zeer uitnemende of karakteristieke monumenten vluchtig uwe aandacht vestigen.
+
+</p>
+<p id="d0e502">Dit weergaloos museum is het werk van eeuwen. Alle vorstelijke geslachten, wier zonen den heiligen stoel hebben bekleed, hebben
+hunne schatting bijgedragen tot verrijking dezer verzameling; ondanks de toenemende ongunst der tijden, is de offervaardige
+ijver in de laatste eeuw veeleer verdubbeld. Bovenal mogen wij niet vergeten, met dankbare hulde de namen te noemen van vier
+pausen uit den laatsten tijd, die, niettegenstaande tegenspoeden en hinderpalen van allerlei aard, het groote werk hunner
+voorgangers waardiglijk hebben voortgezet, en bekroond en zich reeds alleen daardoor aanspraak hebben verworven op den dank
+en de bewondering van allen, die kunst en waarachtige beschaving liefhebben. Deze pausen zijn Pius VI, Pius VII, Gregorius
+XVI en Pius IX. Nevens hen verdient ook Clemens XIV genoemd te worden, al heeft deze ook bij de stichting der mede naar hem
+genoemde galerij, meer gehandeld op aansporing van zijn schatmeester, den kardinaal Braschi, die weldra zelf, als Pius VI,
+den apostolischen stoel zou beklimmen.
+
+</p>
+<p id="d0e504">Den toegang tot de beeldengalerijen vormt een lange overwelfde gang of corridor, door Bramante gebouwd, en door Pius VII tot
+museum voor de opschriften ingericht. Ter wederzijde van deze galerij, waarvan de wanden geheel met inscripties zijn bedekt,
+prijkt eene lange reeks van lijkbussen en sarkophagen: evenals ge, om Rome zelve te bereiken, den Appischen weg volgt, aan
+beide zijden door graftomben omzoomd, zoo treedt ge ook langs eene reeks van grafmonumenten naar het binnenste heiligdom der
+vatikaansche stad. Deze corridor is meer dan zeshonderd voet lang; de monumenten zijn gerangschikt naar tijdsorde, naar de
+eerediensten, naar hunne bijzondere bestemming. Aan de eene zijde ziet ge de grafschriften der familie boven elkander geplaatst;
+dan die van vrienden en bekenden, van consuls, leden der consulaire geslachten, van de patricische huizen, aan de keizerlijke
+dynastie&euml;n verwant; eindelijk van de leden der verschillende bedrijven en ambachtsvereenigingen. Die allen behooren tot het
+heidendom. Daar tegenover, aan uwe linkerhand, vinden de sarkophagen en grafschriften uit de eerste eeuwen der christelijke
+kerk eene plaats; zij zijn genoegzaam allen uit de katakomben afkomstig; de opschriften zijn in het grieksch of latijn, somwijlen
+in eene gemengde taal, en versierd met symbolische teekeningen; meestal zijn zij kort maar vol uitdrukking en door toon en
+inhoud zeer kennelijk van de heidensche grafschriften onderscheiden.
+
+</p>
+<p id="d0e506">Als ge aan het eind dezer galerij gekomen zijt, treedt ge door een fraai ijzeren hek, in eene honderdvijftig el lange, breede
+zaal, die door vijftien vensters in het hooge, met fresko&#8217;s versierde gewelf haar licht ontvangt en ter wederzijde is bezet
+met eene dichte reeks van groepen, busten, beelden, bas-reliefs: deze laatsten deels op de voetstukken aangebracht, deels
+in de muren gemetseld. Deze eerste galerij van het museum Chiaramonti, aldus genoemd naar den geslachtsnaam van den stichter
+Pius VII, bevat meer dan achthonderd kunstwerken: beelden van goden en helden, busten van keizers, veldheeren, redenaars,
+vorstinnen, graftomben, urnen:&#8212;eene ideale geschiedenis van Rome, maar in het grieksch geschreven. Geen dezer werken is eigenlijk
+oorspronkelijk romeinsch: wat de romeinsche wereld aan beeldhouwkunst heeft opgeleverd, is, men mag welhaast zeggen zonder
+uitzondering, van griekschen oorsprong. De kunstenaars, die in den keizertijd de uitmuntende gewrochten schiepen, waarvan
+wij er hier zoovelen bijeen zien, deels oorspronkelijk, deels in navolging van oude echtgrieksche modellen, waren Grieken.
+De Romeinen hadden weinig aanleg en zin voor kunst, uitgenomen architektuur; hunne roeping was eene andere: zij moesten de
+wereld veroveren, organiseeren, bewoonbaar maken, den bodem bereiden waarop eene latere, hoogere ontwikkeling ontstaan en
+bloeien kon. Zij waren bij uitnemendheid praktische lieden: het echt aesthetische leven der Grieken bleef hun altijd vreemd
+ook al namen zij, bij toenemenden rijkdom en beschaving, voor het uiterlijke den schijn aan van zin en liefde voor de kunst.
+
+
+</p>
+<p id="d0e508">Ter herinnering aan deze galerij wijzen wij u op een paar monumenten. Zie hier een borstbeeld van Julius Caesar, in het plechtgewaad
+van <i>pontifex maximus</i> (opperpriester). Caesar is hier voorgesteld in de laatste jaren zijns levens; zijn mager, van diepe rimpels doorploegd gelaat
+teekent vermoeidheid, uitputting, levenszatheid: de koude uitdrukking van een man naar de wereld, die alles heeft genoten
+wat het leven bieden kan en de ijdelheid van alles geproefd. Het is onmogelijk, den indruk te beschrijven, dien de aanschouwing
+van dit strenge, verheven, en toch wederom zoo vervallen gelaat op u maakt: die verplettende majesteit, gepaard aan zedelijk
+verderf, die hooge adel nevens zelfzucht en een zweem van pedanterie. Bij een blik op dezen prachtigen kop gaat ons een helderder
+licht op over het eigenlijke karakter van den zeldzaam grooten man, dan de lezing van vele geschiedwerken ons kan geven.&#8212;Wij
+gaan een gansche reeks van beelden, sarkophagen, busten voorbij&#8212;hoe gaarne wij ook bij de meesten afzonderlijk verwijlen zouden&#8212;en
+staan voor een beeld van Tiberius, blijkbaar uit het begin zijner regeering. De keizer is zittende voorgesteld, in grieksch
+kostuum; de chlamyde is op den rechter schouder vastgehecht, zijn hoofd is met eikenloof omkranst; in de rechterhand houdt
+hij een langen schepter. Ge herinnert u de huiveringwekkende karakterschets, die Tacitus van dezen Caesar geeft: en met verbazing
+slaat ge een blik op dat schoone, echt aristokratische gelaat, waarover eene uitdrukking van welwillendheid en vroolijke geestigheid
+zweeft; en onwillekeurig vraagt ge u af, of wellicht de romeinsche geschiedschrijver aan <span class="pageno"><a id="d0e513"></a>Bladzijde 84</span>de waarheid ontrouw is geworden. Heeft Tacitus, de vertegenwoordiger en uitnemendste woordvoerder der oude aristokratisch-republikeinsche
+partij, ons de daden der keizers, wier zwaard de republiek had gedood, inderdaad naar waarheid, onpartijdig medegedeeld? Aan
+de zeldzame kunst, waarmede deze meester zijne portretten geteekend heeft, valt niet te twijfelen: ook niet aan de getrouwheid?
+De vraag is geoorloofd; ja, meer dan dat: aan een onvoorwaardelijk bevestigend antwoord zullen, geloof ik, weinigen zich wagen.
+Doch het is hier de plaats niet, daarover uit te weiden; al dringen die gedachten zich telkens bij ons op, bij het aanschouwen
+dezer portretten, die toch ook eene openbaring zijn.&#8212;Toeven wij nu nog een oogenblik voor deze groep, het sieraad dezer galerij:
+<i>Ganymedes</i>, door den adelaar weggevoerd. Dit voortreffelijk kunstwerk, dat u onwederstaanbaar boeit, is eene kopie naar den griekschen
+beeldhouwer Leochares, een tijdgenoot van Praxiteles. De schoone herdersknaap is voorgesteld op het oogenblik, dat de arend
+van Zeus hem van de aarde opheft om hem naar den Olympus te dragen; de figuur zweeft reeds boven den grond, gedragen door
+de klauwen van den machtigen vogel, die hem in de zijde heeft gevat. Zulk eene voorstelling nadert de grenzen der plastiek,
+overschrijdt ze bijna: maar juist daarom bewondert ge te meer de uitnemende kunst, waarmede deze groep bewerkt is, zoodat
+niets den indruk stoort, niets zelfs de rust verbreekt, die aan elk beeldwerk behoort eigen te zijn. Van de fijne, meesterlijke
+behandeling dezer liefelijke, voortreffelijke groep kan echter geene beschrijving, kan, bij gebreke van eigen aanschouwing
+alleen eene getrouwe afbeelding u een denkbeeld geven.
+
+</p>
+<p id="d0e518"></p>
+<div id="d0e519" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-084.jpg" alt="Jacob ontmoet Rachel en Lea (loges in het Vatikaan)."></p>
+<p class="figureHead">Jacob ontmoet Rachel en Lea (<i>loges</i> in het Vatikaan).
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e526">Na de galerij Chiaramonti ten einde te hebben doorwandeld, keeren wij op onze schreden terug, gaan op nieuw het hek door en
+treden den <i>Bracchio Nuovo</i> (nieuwen vleugel) binnen, door Pius VII gebouwd. Wat aan deze galerijen eene eigenaardige bekoorlijkheid schenkt, is dat
+zij opzettelijk gebouwd zijn om tot museum voor antieke beeldwerken te dienen, en dat wel door mannen, die de ouden niet alleen
+uit de boeken, maar ook uit de overblijfselen hunner werken kenden. De conceptie van den <i>Bracchio Nuovo</i> is hoogst eenvoudig: een zaal van vier-en-twintig voet breed en tweehonderd-acht voet lang, met een klein dwarsschip in het
+midden: alzoo eenigszins de gedaante van een grieksch kruis. Maar toen hij met zijn bouw aanving, wist Rapha&euml;l Stern dat hij
+voor drie-en-veertig hoogst belangrijke standbeelden eene waardige plaats moest bereiden: hij verdeelde dus zijne lange galerij
+<span class="pageno"><a id="d0e534"></a>Bladzijde 86</span>in acht-en-twintig nissen, en zijn dwarsschip in vijftien. De standbeelden konden alzoo geplaatst worden in een zuilengang
+van sierlijke arcaden; voor de pilaren, die deze bogen scheiden, plaatste hij borstbeelden, op voetstukken van rood graniet.
+In de vakken tusschen de bogen zijn wederom busten, op consoles geplaatst; daarboven zijn bas-reliefs in de muren gevat. Een
+breede, sterk vooruitspringende kroonlijst dient tot basis voor het rijk gebeeldhouwde gewelf, dat voorts gedragen wordt door
+twaalf korinthische zuilen van het schoonste marmer. Boven iedere der breede vleugeldeuren prijkt een fronton, door kostbare
+zuilen gedragen; het van boven stralende licht spiegelt in den veelkleurigen vloer van moza&iuml;ek; in het midden der galerij
+prijkt, op een voetstuk van rood graniet, een grieksche vaas van zwart basalt. In zulk eene galerij schijnen de standbeelden
+slechts de natuurlijke decoratie der zaal te zijn. Van hoeveel belang, voor de juiste beoordeeling dezer kunstwerken zelf,
+zulk eene omgeving is, kan alleen hij beseffen, die de heerlijke vatikaansche museums heeft gezien en alzoo den afstand kan
+meten tusschen deze betooverend schoone galerijen&#8212;kunstgewrochten op zich zelf&#8212;en de naakte, holle ruimten, de ontmeubelde
+kamers of zolders, waarin men ten onzent de monumenten van kunst en historie pleegt weg te stoppen.
+
+</p>
+<p id="d0e536"></p>
+<div id="d0e537" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-085.jpg" alt="Galerij der Kaarten in het Vatikaan."></p>
+<p class="figureHead">Galerij der Kaarten in het Vatikaan.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e541">Een van de merkwaardigste standbeelden van deze galerij is dat van keizer Augustus, eerst voor eenige jaren opgedolven en
+door den paus ten geschenke gegeven. Het lichaam is misschien oorspronkelijk; maar het hoofd verraadt eene andere hand, en
+schijnt mij toe eerst in later tijd, onder Trajanus, te zijn af- of bijgewerkt. Plinius verhaalt ons dat bij Augustus de oogbol
+zeer groot en zeer licht was, hetgeen aan zijn groenachtige pupil eene zoo vreemde uitdrukking gaf, dat men niet kon nalaten,
+bij het aanspreken, hem strak in het gelaat te zien, hetgeen den keizer onaangenaam aandeed. Deze bijzonderheid is in het
+marmer zoo getrouw mogelijk weergegeven. De mantel en de wapenrok zijn met meesterhand bewerkt; de symbolische versiering
+van dezen laatsten is waarschijnlijk aan het heldendicht van Virgilius ontleend.&#8212;Opmerkelijk vanwege hun kras realisme, zijn
+de beelden van Titus en zijne dochter Julia. De keizer is een dik, kort man, die er zeer welgedaan uitziet, met een gelaat
+waarop goedmoedigheid en zinnelijkheid om den voorrang strijden; zijn geheele voorkomen, dat bij uitnemendheid den stempel
+der individualiteit draagt, teekent iemand van zeer gewone natuur, die zijn bijnaam van Wellust des menschelijken geslachts
+misschien alleen of hoofdzakelijk aan zijn vroegen dood te danken heeft, waardoor zekere zijden van zijn karakter niet tot
+ontwikkeling zijn kunnen komen. Zijne dochter Julia, die sprekend op haren vader gelijkt, is zeer leelijk; beiden dragen den
+stempel van te behooren tot eene dier famili&euml;n van lager afkomst, die hare fortuin in de eerste plaats gebruiken om zich recht
+te goed te doen.&#8212;Wederom gaan wij een aantal beelden en busten voorbij, en werpen ten slotte nog een blik op het standbeeld
+van Demosthenes, eene figuur vol karakter en uitdrukking. Die diepliggende oogen, dat hooge, gerimpelde voorhoofd, die fijnbesneden
+mond, die lippen, waarop het woord schijnt te trillen; die eenvoudige, natuurlijke houding: dit alles teekent u den denker,
+den redenaar. Ge gevoelt dat dit portret echt moet zijn.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e543">Nogmaals doorwandelen wij de lange galerij en bestijgen een trap, die ons naar het groote museum, naar zijn voornaamsten stichter
+Pius VI, het Pio-Clementijnsche museum genaamd, voert, waar ge echter tot uwe verrassing aanvankelijk niet anders vindt dan
+eene reeks kleine vertrekken: kapellen, die ieder haar eigen patroon hebben. Ge betreedt een vierkanten, rijk met fresko&#8217;s
+versierden voorhof, waar uwe aandacht al dadelijk getrokken wordt door de graftombe van Cornelius Lucius Scipio-Barbatus,
+overgrootvader van den beroemden Scipio den Afrikaan. De vierkante sarkophaag is van gewonen albaanschen steen en hoogst eenvoudig
+van bewerking: maar de strenge, grootsche afmetingen geven aan het werk een eigenaardigen edelen stijl. Toen deze sarkophaag
+ten jare 1780, in een <i>vigne</i> nabij de poort Sint-Sebastiaan, de oude Capeensche poort, werd opgegraven, vond men het geraamte van Scipio-Barbatus nog
+in zijn geheel; aan een der vingers zat een ring, dien Pius VI aan lord Algernon Percy ten geschenke gaf.
+
+</p>
+<p id="d0e548">In het midden van dezen voorhof staat de zoo algemeen bekende en beroemde <i>Torso</i>, het kolosaal fragment van een standbeeld van Herkules. De held zit op een rots, met het lichaam eenigszins voorovergebogen;
+waarschijnlijk leunde hij op zijn knots. Het hoofd, de armen en de beenen zijn verloren geraakt. Toen dit uitnemend gewrocht
+van oud grieksche beeldhouwkunst, ten tijde van Alexander VI, opgedolven werd, waren monumenten uit de eeuw van Pericles nog
+uiterst schaarsch: de echtheid van dit stuk viel niet te betwijfelen, want het draagt nog de naamteekening van zijn vervaardiger,
+Apollonius, zoon van Nestor den Athener. Geen wonder dat dit brokstuk van een standbeeld de algemeene aandacht trok, en zelfs
+eene omwenteling in de kunst bewerkte; Michel Angelo dweepte er zoo zeer mede, dat hij zich zelf een leerling van den Torso
+noemde, en zich ook werkelijk naar dit voorbeeld vormde. Maar hoe groot uwe bewondering voor dit kunstwerk ook wezen moge,
+toch spoedt ge u naar gindsch balkon, om van daar een blik te werpen op het onbeschrijfelijk schoone panorama: een gedeelte
+der vlakte van Rome, met de omringende heuvelen, den kronkelenden loop van den Tiber, en de Sabijnsche bergen in het verschiet:
+een panorama, waaraan dit gedeelte van het vatikaan den welverdienden naam van het <i>Belvedere</i> dankt.
+
+</p>
+<p id="d0e556">Wij komen aan den zoogenaamden achtkantigen hof: een salon in de open lucht, omringd door sierlijke portieken, rustend op
+zestien kolommen van rood graniet en grijs oostersch marmer. In het midden springt eene fontein: de frontons prijken met acht
+groote Maskers, uit den tijd van Agrippa; tusschen de zuilen prijken acht bas-reliefs; langs de wanden zijn standbeelden en
+sarkophagen geschaard; en onder de <span class="pageno"><a id="d0e558"></a>Bladzijde 87</span>bogen der galerijen schemeren weder andere standbeelden. Daar, in eene reeks afzonderlijke kabinetten, zijn enkele meesterstukken
+geplaatst, die ieder althans bij name heeft hooren noemen, en meestal ook uit afbeeldingen kent. Ik spreek niet van den griekschen
+sarkophaag met de dansende Bacchanten, nabij de Sint-Pieter opgedolven; noch van den beroemden sarkophaag van Varius-Marcelles,
+den vader van Heliogabalus; noch ook van den Perseus en de Worstelaars van Canova, aan wien hier&#8212;niet geheel onverdiende eere&#8212;een
+eigen kabinet gewijd is. Zie, daar straalt in al zijn glans, te schitterender uitkomende tegen den grijsachtig groenen achtergrond
+van het kabinet, waarin hij alleen staat, de wereldberoemde <i>Apollo</i> van Belvedere. Ge kent dat beeld, zoo oneindig vele malen nagebootst:&#8212;en toch ge kent het niet, zoo ge niet het oorspronkelijke&#8212;trouwens
+zelf wederom eene kopie naar een grieksch model&#8212;hebt aanschouwd. Sedert ons de oorspronkelijke werken uit het beste tijdperk der grieksche kunst zijn bekend geworden, moge dit
+beeld niet meer voor het ideaal der plastiek kunnen gelden, toch blijft het een der edelste kunstgewrochten, ons door de oudheid
+nagelaten. Men weet nu, wat de figuur eigenlijk voorstelt, het is de god, uit zijn tempel komende en de ontzaglijke Aegis
+opheffende, waarmede hij de aanstormende Galli&euml;rs, die zijn heiligdom te Delphi plunderen wilden, op de vlucht drijft. Met
+wat wonderbaar geluk, of liever met wat onbedriegelijken kunstenaarstakt, is die houding weergegeven: met vluggen, snellen
+tred schrijdt de god voorwaarts, langs zijn vluchtende vijanden heen, die hij zijn ontzaglijk wapen tegenhoudt. Wat ligt er
+op dat wonderschoone gelaat eene uitdrukking van kalme majesteit, van vreugde over de zegepraal, vermengd met een fiere minachting
+voor de ruwe barbaren, die het wagen durfden zijn tempel te naderen! Alles is hier in de volkomenste harmonie; het eenige
+wat ons belet dit beeld onder de hoogste gewrochten der zuiverste kunst te rangschikken, is een zeker streven naar gemaaktheid,
+iets gezochts, dat manier verraadt: een gebrek evenwel, dat nu eigenlijk alleen kenbaar wordt door vergelijking met de onge&euml;venaarde scheppingen van het Parthenon.
+
+</p>
+<p id="d0e569">In een ander kabinet prijkt de niet minder bekende en beroemde groep van <i>Laokoon,</i> het werk van drie rhodische beeldhouwers, Agesander, Polydorus en Athenodorus. Deze groep werd in 1506 onder de ru&iuml;nen van
+het paleis van Titus gevonden, juist ter plaatse waar zij, volgens de beschrijving van Plinius, stond. Wij zullen ons hier
+niet begeven in een onderzoek naar den tijd der vervaardiging van dit meesterstuk, al kunnen wij, op innerlijke gronden, ons
+niet vereenigen met de meening van hen, die, zich op eene eenigszins dubbelzinnige uitspraak van Plinius beroepende, beweren
+dat deze groep onder de regeering van Titus zou vervaardigd zijn. Evenmin kunnen wij in eene uitvoerige beschrijving of beschouwing
+treden, waartoe anders de Laokoon zoo ruimschoots gelegenheid geeft. Een enkel woord slechts over de voorstelling. De legende
+verhaalt hoe Laokoon, de priester van Poseidon, zijne stadgenooten de Trojanen had gewaarschuwd tegen het inhalen van het
+noodlottige houten paard, door de Grieken, bij hun geveinsden aftocht, in het kamp achtergelaten. Daardoor haalde Laokoon
+zich den toorn van Apollo op den hals, die, om hem te straffen, juist toen hij met zijne beide zonen gereed stond te offeren,
+twee reusachtige slangen, boden van den toornenden god, op hem afzond, die den priester met zijne kinderen doodden. De kunstenaars
+hebben nu het oogenblik gekozen, waarop de vreeselijke slangen den vader en de beide jongelingen in hare afschuwelijke kronkels
+hebben gevat; de jongste zoon heeft den doodelijken beet reeds ontvangen, en zinkt stervend achterover; de oudste is eerst
+even gevat, en heft de hand op naar den vader, die zich vergeefs poogt te ontdoen van de hem omkronkelende slang en in den
+zielsangst der nijpendste smart het hoofd ten hemel wendt en eene laatste klacht uitstoot. Dit is slechts eene koude schets:
+maar onmogelijk is het, de aangrijpende, zielroerende uitdrukking van deze, ook uit een technisch oogpunt zoo wonderschoone
+groep weder te geven, die niet ten onrechte eene tragedie in marmer is genoemd.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e574">Eer wij de andere galerijen bezoeken, willen wij ons even gaan vertreden in den <i>Plantentuin</i>, en daar een blik werpen op de rijke menagerie, die de oudheid ons heeft achtergelaten. Deze verzameling heeft ter wereld
+hare wedergade niet. Zij bestaat uit niet minder dan honderd-vijftig beelden en groepen van dieren van allerlei soort. Ook
+deze zaal is rijk versierd met prachtige ionische zuilen van rood graniet, terwijl de vloer met heerlijke moza&iuml;eken is ingelegd,
+waarop gevogelte en wild is afgebeeld.
+
+</p>
+<p id="d0e579">De verzameling, die haar ontstaan dankt aan Pius VI, en door zijn opvolger werd voortgezet, is met groot talent gerangschikt
+en in orde gebracht door den zeer bekwamen beeldhouwer Francisco Franzoni, die zich vooral door zijne voortreffelijk geslaagde
+restauraties een welverdienden naam beeft verworven. De zeer eigenaardige collectie trekt u onwillekeurig aan: de meest alledaagsche
+dieren krijgen hier een zeker ideaal voorkomen; terwijl daarentegen de griffioenen, de hippogryphen, de minotauren, de sphinxen
+en andere fabelachtige monsters zulk eene uitdrukking van waarheid dragen, dat ge bijna aan hun bestaan zoudt gaan gelooven.
+Voor sommige diersoorten, met name voor het paard en den hond, is het ook merkwaardig, na te gaan welke type de ouden hebben
+gekend of bij voorkeur aangekweekt. Ziehier eene zeer fraaie groep: een hert door een bulhond aangevallen. De dog is zeer
+sterk gebouwd en bezit blijkbaar groote spierkracht; het is een prachtig dier, met een minder afgeknotten snuit dan onze dog;
+de ooren zijn afgesneden, even als men nog tegenwoordig doet. Vlak daarnaast staat een andere, niet minder fraaie groep; een
+gevecht van een beer met een stier. Voorts ziet ge hier jacht- en hazewindhonden, in verschillende standen; wolven, koeien,
+hazen, geiten, eenden, kippen, hanen, ganzen, watervogels, fazanten, pelikanen: eene gansche menagerie.
+
+</p>
+<p id="d0e581">Schenk eenige oogenblikken uwe aandacht aan deze <span class="pageno"><a id="d0e583"></a>Bladzijde 88</span>groep: de wegvoering van Europa, en bewonder de kunst, waarmede de beeldhouwer aan dien stier als het ware het merk van zijn
+goddelijke natuur heeft weten in te drukken. Zie dat prachtige, levensgroote, loopende hert, van half doorschijnend, gestreept
+en gevlakt albast, met sneeuwwitte hoornen: een meesterstuk, aangrijpend van leven en waarheid. Ziehier Herkules, den gedooden
+leeuw van Nemea achter zich voortsleepende; met hoe voortreffelijke kunst is de slappe inertie en machteloosheid dier van
+leven beroofde ledematen weergegeven.... Eigenlijk zou ik alles moeten noemen, want deze galerij is zoo belangrijk en heeft
+eene zoo bijzondere aantrekkelijkheid. In den regel verplaatsen de antieke beelden en groepen ons in eene ideale wereld, welke,
+hoezeer zij door hare uitnemende schoonheid ons boeien moge, ons toch altijd in den grond vreemd blijft, om dat zij het gewrocht
+is eener gansch van de onze verschillende wereld- en levensbeschouwing. Maar hier omringen ons bekende gestalten en beelden,
+ontleend aan eene wereld, waarin wij zelf ons bewegen; en bij uitnemendheid leerzaam is het na te gaan; hoe de dieren zich
+voor den blik der antieke kunstenaars vertoonden, en hoe die kunstenaars het aanlegden om ook het dier, met behoud zijner
+karakteristieke eigenaardigheid, binnen den tooverkring der ideale kunstwereld op te nemen. Ook hier, evenals bij het menschenbeeld,
+beijverde men zich niet in de eerste plaats om getrouw al de bijzonderheden, al de toevallige trekken van het individu weer
+te geven, maar het werkelijk kenmerkende, het vaste en blijvende in de soort. Men gaf, over het algemeen en in den besten
+tijd, niet zoozeer portretten, dan wel typen; en evenmin als ge in de goden- en heldenbeelden van Griekenlands uitnemendste
+kunstenaars, menschen in den gewonen zin des woords hebt te zien, evenmin moet ge u voorstellen, dat, bij voorbeeld, de paarden
+van het Parthenon nu inderdaad getrouw gevolgd zijn naar die, welke in de straten van Athene te zien waren.
+
+</p>
+<p id="d0e585"></p>
+<div id="d0e586" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-088.jpg" alt="Hert, door een hond aangevallen (antieke groep)."></p>
+<p class="figureHead">Hert, door een hond aangevallen (antieke groep).</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e590">Eer wij deze zaal verlaten, staan wij nog even stil voor een merkwaardig bas-relief, eene <i>Reiniging</i> voorstellende: eene godsdienstige handeling, die de Romeinen waarschijnlijk van de Etrusken hadden overgenomen en die blijkbaar
+verwant is aan soortgelijke gebruiken bij de Semitische volken, met name bij de Joden. Deze reiniging of zuivering geschiedde
+door middel van water, vuur of reukwerk; niet alleen de vrouwen, na hare bevalling, maar ook de dieren, die jongen geworpen
+hadden, werden, evenals deze jongen zelf, op deze wijze gereinigd. Men besprengde hen met gewijd water, terwijl welriekende
+kruiden, met zwavel gemengd, werden gebrand; de herders gingen driemaal in plechtigen omgang rondom de schaapskooi en offerden
+vervolgens aan Pales wijn, zuivere melk en een koek van gerst. Ons bas-relief stelt nu de zuivering voor van eene jonge koe,
+die haar kalf zoogt: een even fraai als zeldzaam kunstwerk. Men ziet den tempel en zijne omwalling, de gewijde fontein onder
+den boom, het watervat en den kwispel: een olijftak; aan den staf van den herder hangen twee ganzen, zijne offergave. Terwijl
+alles zich voor de plechtige handeling gereed maakt, steekt de koe rustig haar kop in het watervat en lescht haar dorst met
+het gewijde vocht. Het geheele, echt landelijke tafereel maakt een hoogst weldadigen, verkwikkenden indruk: het is als eene
+episode uit Homerus, in marmer gebeiteld.
+<span class="pageno"><a id="d0e595"></a>Bladzijde 177</span></p>
+<p id="d0e596"></p>
+<div id="d0e597" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-177.jpg" alt="De Sixtijnsche kapel: de Ignudi."></p>
+<p class="figureHead">De Sixtijnsche kapel: de <i>Ignudi</i>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p><a id="d0e604"></a><h2>VII.</h2>
+<p id="d0e607">Korten tijd na den dood van Sixtus IV, liet een paus van grieksche afkomst en geboortig van Genua, Innocentius VIII, zich
+binnen den omtrek van het vatikaan een landhuis bouwen, dat door het penseel van Mantegna en Pinturicchio, beiden geholpen
+door hunne leerlingen, werd getooid. Uit deze villa zond deze paus, naar alle koninkrijken der christenheid, zijne heftige
+bullen en dreigende brieven tegen de Turken; en daar ook ontving hij geregeld het jaargeld van veertigduizend kroonen, hem
+door sultan Bajazet toegelegd voor het bewaren van zijn broeder Zizim, dien de sultan voor zijne rust en veiligheid gevaarlijk
+achtte.&#8212;Maar de oudheid, die meer en meer het gansche vatikaan inneemt, heeft, reeds sedert de regeering van Clemens XIV,
+de landelijke woning van den natuurminnenden Innocentius in beslag genomen. De villa werd in een museum herschapen, dat reeds
+onder Pius VI moest worden vergroot, en weldra bevolkt werd door eene gansche schaar van goden- en heldenbeelden. Deze prachtig
+versierde galerij, met haar marmeren wanden, haar met arabesken getooide gewelven, hare bas-reliefs, haar fresko&#8217;s, haar moza&iuml;ekvloer
+en haar dubbele reeks van meesterstukken, is door geheel de beschaafde wereld bekend als de galerij <i>Pio-Clementina</i>.
+
+</p>
+<p id="d0e612">Ook hier is het onmogelijk, aan al deze kunstgewrochten ook maar de helft te schenken der aandacht en belangstelling, die
+zij zoozeer verdienen. Er schiet niets anders over, dan vluchtig te midden dier monumenten rond te wandelen, en slechts nu
+en dan een oogenblik stil te staan. Al bezoekt ge deze galerij voor de tiende of twaalfde keer, telkens zult gij nieuwe ontdekkingen
+doen; het aantal opmerkelijke gewrochten bedraagt stellig twee- a driehonderd. Ziehier een paar navolgingen naar Praxiteles:
+een torso van Eros, met die fijne, geestige uitdrukking op het schoone gelaat; en de Apollon-Sauroktonos (hagedissendooder),
+waarvan ge eene andere, nog wel zoo fraai bewerkte kopie in de galerij Borgh&egrave;se kunt vinden.&#8212;Ik ga vele andere meesterstukken
+voorbij, aangetrokken door die twee zittende figuren aan het eind der galerij: Posidippus <span class="pageno"><a id="d0e614"></a>Bladzijde 178</span>en Menander, twee dichters, aan wier roem de nijdige kritiek niet knagen zal. Van den tweeden bezitten wij niets dan eenige
+korte fragmenten uit twee of drie zijner tweehonderd blijspelen; Posidippus, van wiens geboorteplaats en leeftijd men niets
+weet, zou ons wel geheel onbekend zijn gebleven, indien de <i>Anthologie</i> niet een vijftiental zijner epigrammen had overgenomen, en indien hem niet daarbij het zonderlinge voorrecht ware te beurt
+gevallen der onsterfelijkheid, door eene afbeelding, die eene eervolle plaats inneemt onder de meesterstukken der eeuwen.
+Het hoogst eenvoudig bewerkte beeld is bekleed met de tunika; het pallium is over den linkerschouder geworpen. De dichter&#8212;een
+echt akademische kop, met de zichtbare sporen van ouderdom, maar met eene fijne en geestvolle uitdrukking op het peinzende
+gelaat&#8212;houdt een rol in de hand; zijne vingers zijn met ringen versierd. Menander is jeugdiger van voorkomen: trouwens hij
+stierf op omstreeks vijftigjarigen ouderdom. Aan de gelijkenis met het beroemde portret in de Farnesina, herkende Quirinio
+Visconti dezen griekschen blijspeldichter, die waarschijnlijk v&oacute;&oacute;r Posidippus heeft geleefd. De houding is levendiger; de
+dichter rust met den linkerarm op den rug van zijn zetel; zijn hoofd is een weinig voorover gebogen, als om scherp waar te
+nemen wat om hem voorvalt; hij heeft geheel het voorkomen van een man naar de wereld, die het leven heeft genoten en daarvan
+ten volle verzadigd is. Vroeger zag men deze beide figuren aan voor de portretten van Marius en Sylla.
+
+</p>
+<p id="d0e619">Wij keeren op onze schreden terug, na een blik te hebben geworpen op dat eenigszins koude beeld van Jupiter, zittende op zijn
+troon, met den schepter in de hand; en gaan eenige andere opmerkelijke gewrochten voorbij, om die reusachtige badkuip van
+oostersch albast te bezien, die hier zulk eene gelukkige uitwerking doet; zij werd onlangs, bij het herstellen van een waterbuis,
+op de piazza Santi-Apostoli opgedolven;&#8212;de grond van Rome bergt overal schatten in zijn schoot. Vlak tegenover, nabij een
+Esculaap, een standbeeld van Hygieia, de godin der gezondheid; eene allerliefste figuur, maar die als kunstwerk ver moet onderdoen
+voor gindschen prachtigen Faun, tegen een boomstam geleund, eene kopie naar Praxiteles. Daar ginds, tusschen twee zuilen van
+geelachtig marmer, geflankeerd door twee prachtige marmeren kandelabres, lokt u reeds het beroemde beeld van de verlaten Ariadne,
+vroeger voor eene Cleopatra gehouden. Hoe verwonderlijk schoon ligt die figuur daar, met den arm boven het hoofd gevouwen,
+op de rots van Naxos neergezonken; de half losgewoelde tunika, de droevige, vermoeide uitdrukking van het gelaat, de van het
+hoofd afvallende sluier, de kunstige en toch zoo geheel natuurlijke wanorde der kleeding: dit alles teekent volkomen de half
+wezenlooze smart, die op de heftige aandoeningen volgt. De sarkophaag, die tot voetstuk van dit prachtig beeld dient, en waarop
+strijdende reuzen zijn afgebeeld, die in slangen en draken worden veranderd, is van later tijd en veel minder kunstwaarde.
+
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e621">Ik moet, hoezeer onwillig, de galerijen, waar de kunstschatten der oude wereld zijn bijeengebracht, verlaten: nog zooveel
+schoons en heerlijks van later tijd wacht ons. Ik weet zeer goed, dat ik veel, zeer veel heb overgeslagen, dat mijn overzicht hoogst onvolledig is, en ik u niet dan een zeer gebrekkig denkbeeld van den rijkdom
+dezer vatikaansche museums gegeven heb: maar het kan wel niet anders. Het vatikaan is eene wereld op zich zelve; om deze wereld eenigermate naar den eisch te beschrijven, zou een gansch boekdeel
+noodig zijn: en ik mag slechts over enkele bladzijden beschikken. Daarom&#8212;geen woord over de prachtige galerij der kaarten,
+met hare reusachtige afbeeldingen der italiaansche gewesten, op de wanden geschilderd; over de galerij der tapijten (<i>Arezzi</i>), waar de tapijten bewaard worden, oorspronkelijk voor de Sixtijnsche kapel, naar kartons van Rapha&euml;l, te Atrecht vervaardigd;
+over de zoogenaamde galerij der Kandelabres, met haar vazen en beelden, haar bas-reliefs en sarkophagen, allen antiek; geen
+woord ook over de heerlijke tuinen van het vatikaan, in den oud-italiaanschen smaak aangelegd, met hun rijkdom van standbeelden,
+urnen, vazen, sarkophagen, marmeren paviljoenen, terrassen, ruischende fonteinen, geurige hagen, ondoordringbare berceaux:
+een waar paradijs, waar de kunst zoo gelukkig der natuur de hand biedt. Geen woord over dit alles, en over nog zooveel meer.
+Eer wij onze schreden elders richten, volg mij nog even naar de ronde zaal, zekerlijk eene der schoonste en merkwaardigste
+van geheel het vatikaan, zoowel om haar bouwstijl, als om de kunstgewrochten, die zij bevat. De <i>Sala Rotonda</i> verplaatst u geheel in den tijd van het romeinsche keizerrijk: zoo moet de kunstgalerij van een Maecenas, een Cicero, een
+Agrippa, een Titus er hebben uitgezien. En dit is geen wonder: de schepper van dit heerlijk monument, de eerwaardige en kunstlievende
+paus Pius VI, heeft het voorbeeld gevolgd der tijdgenooten van Augustus: hij heeft de schatkamer opzettelijk doen opbouwen
+voor en in overeenstemming met de schatten, die hij bijeenverzameld had. Bij ons&#8212;ik merkte het reeds vroeger op&#8212;doet men juist
+het tegenovergestelde: men stopt de kunstwerken in de eerste de beste ledige ruimte, of richt hoogstens een of ander karakterloos
+gebouw op, dat even zoogoed voor verkoophuis of leeszaal of kolfbaan als voor museum dienen kan.&#8212;De paus bezat acht fraaie
+groote beelden, tien bustes, een reusachtig bekken van rood porfier, en den moza&iuml;eken vloer van eene antieke rotonde. Gevolgelijk
+richtte hij een koepel op, gedragen door tien gegroefde pilasters van carrarisch marmer; tusschen deze welfde hij groote nissen,
+waarin de standbeelden, op voetstukken van grieksch marmer, konden worden geplaatst; v&oacute;&oacute;r de pilasters vonden de borstbeelden,
+op schachten van rood porfier, hunne eigenaardige plaats; de moza&iuml;ekvloer beantwoordde op nieuw aan zijne aloude bestemming;
+het kolossale bekken van een-en-veertig voet in omtrek, in de baden van Diocletianus opgegraven, nam het midden in der zaal,
+voor deze kunstwerken gesticht. Zoo vormt alles te zamen een harmonisch geheel, waarin niets uwe aandacht stoort, niets den
+indruk verzwakt of vervalscht: de zaal en <span class="pageno"><a id="d0e638"></a>Bladzijde 179</span>de kunstwerken schijnen natuurlijk bij elkander te behooren, en allen uit denzelfden tijd te zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e640">De illusie is zoo volkomen, ge gevoelt u zoo geheel in de oude wereld verplaatst, dat ge niet zonder een gevoel van godsdienstigen
+eerbied nader treedt om de buste te bezien van Jupiter, <i>Optimus</i>, <i>Maximus</i>, den zeer goede en zeer groote&#8212;zeer groot bovenal, want geene woorden kunnen de majesteit wedergeven, die over dit gelaat
+ligt uitgespreid, die het als met een aureool omstraalt. Het is de beroemde en bekende <i>Zeus van Otricoli</i>&#8212;aldus genoemd naar de plaats der opgraving&#8212;die bijna als type der Zeuskoppen gelden kan. Ongetwijfeld hebben wij hier slechts
+eene kopie voor ons, waarvan het origineel waarschijnlijk zelfs niet tot het schitterendste tijdperk der grieksche plastiek
+behoorde: maar toch mogen wij veilig aannemen, dat in dezen heerlijken kop nog iets althans is overgebleven der goddelijke
+inspiratie, die Phidias bezielde, toen hij zijn olympischen Zeus schiep, waarvoor de gansche oudheid als in aanbidding nederknielde.
+Onvergetelijk inderdaad is de indruk, dien de aanschouwing van dit gelaat op u maakt. Dat machtige voorhoofd, die sterk vooruitspringende
+wenkbrauwen, waaronder de groote oogen als lichtend te voorschijn treden, de oogen, die met een enkelen blik de gansche wereld
+omvatten; de kalme, mannelijke schoonheid van dat eeuwig bloeiende gelaat; die volle, een weinig geopende lippen, waarom een
+glimlach schijnt te zweven en die niet anders dan orakels kunnen spreken; die ontzaglijke haardos, in breede lokken ter wederzijde
+het gelaat omlijstend: dat alles vervult u met ontzag en wekt onwederstaanbaar de gedachte aan een groot, bovenmenschelijk
+wezen, vreemd aan alle aandoeningen en hartstochten, en voor wien de menschen niets meer zijn dan de wormen des velds. Er
+is in deze bovenaardsche, onbewogen, zich zelf bewuste, ideale schoonheid toch iets huiveringwekkends; uit die trekken&#8212;hoe
+heerlijk ze wezen mogen&#8212;spreekt geen hart; wij voelen het, tusschen dien Zeus Olympios en ons, arme, zwoegende, worstelende
+stervelingen, is weinig of niets gemeens; wij kunnen bewonderend, aanbiddend, huiverend van eerbied tot hem opzien: maar hij,
+zal hij zich in zijn olympische rust ooit laten storen, om zich tot ons neder te buigen? Plaats naast dezen Zeus een crucifix of een Ecce-Homo:&#8212;er ligt een afgrond tusschen beiden, niet waar? De afgrond, die de oude wereld van de moderne, de antieke
+wereldbeschouwing van de christelijke scheidt.
+
+</p>
+<p id="d0e654">Nog onder den indruk van deze wonderschoone buste, hebt ge nauwelijks aandacht voor gindschen kolossalen Bacchus, voor dien
+Hermes, voor die beelden en busten van keizers en keizerinnen, ook hier, als in de andere vatikaansche museums, broederlijk
+met de goden en godinnen vereenigd;&#8212;en waarom ook niet: was niet de Caesar in het eind de eenige god, in wien de oude wereld
+nog geloofde, omdat zij zijn ijzeren voet op haar nek gevoelde? Maar ge moogt van hier niet scheiden zonder een laatsten blik
+te hebben geworpen op dat prachtige Juno-beeld, onder den naam van Juno-Barberini beroemd, dat zeker tot de uitnemendste kunstgewrochten
+van de vatikaansche galerijen behoort; en vooral ook op het beeld van Muemosyn&eacute;, de godin der herinnering, half-levensgroot,
+een meesterstuk van echte kunst, ten volle deze eereplaats waardig.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e656">En nu gaan wij de prachtige zalen en galerijen verlaten, waar de kunst der oude wereld zich in hare rijkste weelderigheid,
+in hare hoogste heerlijkheid bijna, voor ons vertoonde; waar zich, in deze weergalooze scheppingen, eene wereld voor ons openbaarde,
+ons zoo nabij en toch wederom zoo ver; ons zoo machtig aantrekkend, met wondere toovermacht ons beheerschend, en toch wederom
+ons afstootend en haar diepst geheim noode en niet dan langzaam voor ons ontsluierend. Zoo menigmaal als ik door deze galerijen
+dwaalde, en deze marmeren goden en godinnen, deze hero&euml;n en caesars in het aangezicht staarde, kwam de gedachte bij mij op:
+weten zij wel wat zij doen, zij, die in onzen tijd deze ondergegane wereld weder in het leven trachten te roepen; zij, die
+te midden der ontzaglijke beweging dezer negentiende eeuw, de geschokte en geslingerde, de doodkranke maatschappij onzer dagen
+trachten te redden door haar het ideaal der klassieke schoonheid, als het hoogste doel van haar streven, voor te houden?....
+Ach, dit middel is beproefd, meer dan eens beproefd; en met welke uitkomst? En de oude wereld zelf&#8212;heeft deze eredienst van
+het schoone, dit streven naar het aesthetisch ideaal, haar kunnen behoeden voor de verzinking in den poel der afzichtelijkste
+verdorvenheid? Nu dan, wat deze oude wereld zelf, ondanks een zoo bijzonder gunstigen samenloop van omstandigheden, als niet
+meer te verwachten is, ondanks al de frischheid en kracht der jeugd, der na&iuml;eve oorspronkelijkheid;&#8212;wat haar toch niet baatte,
+hoe zou het ons kunnen baten, ons, voor wie deze dingen immers nooit meer de beteekenis kunnen hebben, die zij voor haar hadden?
+Want, vergeet het niet&#8212;en al poogt ge het voorbij te zien, loochenen kunt ge het niet, en wegnemen nog minder:&#8212;tusschen haar
+en ons staat nu eenmaal, op dien somberen heuvel, dat kruis geplant, dat voor immer scheiding maakt tusschen oud en nieuw;
+dat&#8212;ge moogt het erkennen of niet, roemen of betreuren&#8212;eene andere wereld in het leven heeft geroepen, anders in denken en
+gevoelen, anders in zin en leven en streven. Ge kent de zinrijke en schoone woorden van Lenau, die mij hier zoo dikwerf in
+de gedachte kwamen:
+
+
+</p>
+<p class="poetry"><br id="d0e659">Die K&uuml;nste der Hellenen kannten
+<br id="d0e661">Nicht den Erl&ouml;ser und sein Licht;
+<br id="d0e663">D&#8217;rum scherzten sie so gern und nannten
+<br id="d0e665">Des Lebens tiefsten Abgrund nicht.
+</p>
+<p class="poetry"><br id="d0e668">Dasz sie am Schmerz, den sie zu tr&ouml;sten
+<br id="d0e670">Nicht wusste, leicht vor&uuml;berf&uuml;hrt,
+<br id="d0e672">Erkenn&#8217; ich als der Zauber gr&ouml;ssten,
+<br id="d0e674">Womit uns die Antike r&uuml;hrt.
+</p>
+<p id="d0e676">Zij wisten niet beter, al zagen ze smachtend naar iets beters en hoogers uit; maar wij, die beter weten, <span class="pageno"><a id="d0e678"></a>Bladzijde 180</span>althans behoorden te weten, wat bedoelen wij met onzen terugkeer naar dit machteloos gebleken ideaal....
+
+
+
+</p><a id="d0e680"></a><h2>VIII.</h2>
+<p id="d0e683">Op allerheiligen van het jaar onzes Heeren 1509 werden, op last van paus Julius II, de drie eerste fresko&#8217;s van Rapha&euml;l, in
+de kamer <i>della Segnatura</i>, en de nog onvoltooide schilderijen aan het plafond der Sixtijnsche kapel&#8212;waaraan Michel-Angelo, sedert 8 Mei 1508, met gesloten
+deuren arbeidde&#8212;voor de bewonderende blikken der hovelingen en der schare tentoongesteld. De tijdgenooten van den paus hadden
+nog nimmer iets gezien, dat eenigszins kon gelijk gesteld worden met deze kunstwerken, die ook in later eeuw niet zijn overtroffen.
+Deze eerste November mag dus met volle recht een gewichtige dag in de geschiedenis der kunst worden genoemd. Het was een schoone,
+een gedenkwaardige morgen, niet alleen voor de beide roemrijke mededingers, die den palm der overwinning deelden, maar ook
+voor Julius II zelf, die deze beide groote, schoon zoo ongelijke geni&euml;n had weten te waardeeren en aan zich te verbinden;
+voor dien hooghartigen kerkvorst, wien het gegeven was in vollen bloei te aanschouwen, wat de ontwikkeling van meer dan drie
+eeuwen had voorbereid.
+
+</p>
+<p id="d0e688">Toen Julius II den pauselijken stoel beklom, wilde hij de vertrekken, waaraan de herinnering der Borgia&#8217;s als een smet kleefde,
+niet bewonen; hij liet dus voor zich, op eene hoogere verdieping, andere appartementen in orde maken. Ook vatte hij het voornemen
+op, om ter eere van zijn oom Sixtus IV, het gewelf der door dezen paus gestichte kapel, met schilderwerk te versieren. Met
+den juisten takt van een man van smaak, droeg bij de versiering der vertrekken op aan Rapha&euml;l van Urbino, dien Bramante hem
+had voorgesteld, en beval hij tevens dat het ruime en grootsche gewelf der Sixtina, een waar slagveld, zou worden toegewezen
+aan Buonarotti, die zich aanvankelijk daartegen verzette, die nooit een fresko geschilderd had, en die zich als een schooljongen
+moest laten onderwijzen, eer hij, bij wijze van proefstuk, wellicht het uitnemendste kunstgewrocht leverde, dat ooit uit de
+handen eens meesters te voorschijn kwam. Voor dit reuzenwerk had Bramante, naar men zegt, door min edele bedoelingen gedreven,
+Michel-Angelo aanbevolen; Michel-Angelo, misschien dit vermoedende, weigerde en wilde Rapha&euml;l in zijne plaats doen optreden.
+Julius II hield echter voet bij stuk; de kunstlievende, krijgshaftige opperpriester toornde zoo geducht, dat zelfs de kloeke
+Buonarotti eindelijk toegaf. Als schilder nog onbekend, had de reeds met roem gekroonde beeldhouwer toen den ouderdom van vier-en-dertig jaren bereikt; Rapha&euml;l
+was eerst vijf-en-twintig jaren oud. Beiden hadden zich reeds vroegtijdig gelaafd aan de onuitputtelijke bron der po&euml;zie van
+Dante, zich doordrongen van den geest diens koninklijken zangers; beiden hadden ten volle den invloed ondervonden van dien
+echt godsdienstigen en vrijen geest, die, ook door Savonarola, de oude, mystiek-po&euml;tische traditi&euml;n der ombrische school als
+met een nieuw leven had bezield.
+
+</p>
+<p id="d0e693">De eerste maal dat ik de Sixtijnsche kapel bezocht, was zij vol menschen: de paus zou bij de mis tegenwoordig zijn. De banken
+van het heilig college, door eene hooge balustrade van de overige ruimte afgescheiden, waren geheel met kardinalen, in hunne
+purperen of grijze mantels, met hermelijn of marter gevoerd, bezet. Wat mij bovenal trof, was de eenvoudigheid van het gebouw:
+eene hooge, langwerpige zaal; vier muren, zonder eenige architectonische versiering; eenvoudige rechthoekige vensters, en
+boven aan de fries eene galerij. Rechts, eene half getraliede tribune voor de zangers; op den achtergrond, op eene verhevenheid
+van vier met een tapijt bedekte trappen, een hoogst eenvoudig altaar, waarop slechts zes kaarsen brandden; links van dit altaar,
+een troonzetel voor den paus. Ziedaar de Sixtijnsche kapel. Zij heeft geene andere decoratie dan het schilderwerk, waarmede
+zij, te beginnen van omstreeks vijftien voet boven den grond, geheel overdekt is. Voor dit onderste gedeelte waren de tapijten
+bestemd, die, op last van Leo X, naar kartons van Rapha&euml;l werden vervaardigd.
+
+</p>
+<p id="d0e695">Gedurende de dienst had ik natuurlijk geene gelegenheid om de wonderen, die mij omringden, behoorlijk waar te nemen. Bovendien
+was mijne aandacht toen geheel ingenomen door hetgeen voor mijne oogen geschiedde. Het was voor de eerste maal, dat ik hier
+de dienst bijwoonde; ik wachtte op de komst van den paus, dien ik nog niet gezien had. De heraldieke livereien der zwitsersche
+garden, met hunne gepluimde helmen, hunne stijve kragen, hunne geel en zwart gestreepte wambuizen; de verschillende, schilderachtige
+kostumes van de hoofden der onderscheidene orden; de prachtige kleeding van den dienstdoenden kardinaal: dit alles maakte
+op mij een diepen indruk. Toen de paus, omstuwd door zijn half geestelijk, half koninklijk gevolg, de kapel binnentrad, begroet
+door het onbeschrijfelijk welluidend gezang; toen daar de schitterende processie zich voortbewoog langs het Laatste Oordeel
+van Michel-Angelo; toen ik mijn blik liet dwalen langs de fresko&#8217;s der wanden, langs dat ontzaglijk plafond, langs die aangrijpende
+voorstelling van het alles beslissende werelddrama daar op den achtergrond;&#8212;om dan in het eind weder op dien paus te zien,
+met de driedubbele kroon op het hoofd, heerlijk gedrapeerd in zijne indrukwekkende kleeding, op dien koning zonder leger of
+aardsche macht, op dien eerwaardigen grijsaard, die daar zetelt als opvolger van Petrus, van Gregorius den Groote, van Sint-Sylvester,
+van Julius II; toen de schitterendste, de hartverheffendste herinneringen van een onuitsprekelijk grootsch verleden hier als
+levend voor mij optraden, hier, waar ik, kind van den dag, stond tegenover den drager van het eeuwen- en eeuwenoude pausdom
+en tegenover de verhevenste scheppingen van den grootsten meester der Renaissance;&#8212;ja, toen gevoelde ik, dat ik mij in het
+edelste heiligdom der gansche wereld bevond.
+
+</p>
+<p id="d0e697"></p>
+<div id="d0e698" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-181.jpg" alt="De Sixtijnsche kapel: de Sibylle van Erythrea."></p>
+<p class="figureHead">De Sixtijnsche kapel: de <i>Sibylle van Erythrea</i>.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e705">De geheele achtergrond der kapel wordt ingenomen door de groote schilderij van Michel-Angelo, het <i>Laatste Oordeel</i>. De kunstenaar begon dien arbeid in 1533 en was daarmede acht jaren bezig: op Kerstdag 1541 werd de schilderij voor het publiek
+tentoongesteld. <span class="pageno"><a id="d0e710"></a>Bladzijde 182</span>Paus Clemens VII wilde aanvankelijk de versiering der Sixtijnsche kapel voltooien door twee groote tafereelen, die als het ware
+de inleiding en de eindelijke ontknooping zouden voorstellen van het groote drama der menschelijke geschiedenis, reeds aan
+het gewelf afgebeeld: de Val der Engelen en het Jongste Gericht. Na den dood des pausen, in 1534, werd echter van de volvoering
+van dat groote plan afgezien, en werd alleen het laatste gedeelte van het programma uitgevoerd.
+
+</p>
+<p id="d0e714">In de <i>Ecole des Beaux-Arts</i> te Parijs bevindt zich eene kopie van deze reusachtige schilderij, door Sigalon vervaardigd, eene kopie, die tamelijk getrouw
+den toon van het origineel weergeeft. Zoo ge noch het oorspronkelijke stuk, noch de kopie mocht kennen, is het mij niet wel
+mogelijk u eene voldoende beschrijving van deze aangrijpende schepping des grooten meesters te geven, althans zulk eene beschrijving,
+die u eene eenigszins heldere voorstelling kan geven van den indruk, dien deze compositie maakt. Als ge haar aanziet, behoeft
+ge niet te vragen, of deze schilder Dante heeft bestudeerd: de <i>Inferno</i> en de Apocalypsis van Johannes hebben hem de stoffe geleverd voor zijne voorstelling van het laatste oordeel.&#8212;In de benedenste
+helft der schilderij ziet ge dooden uit hunne graven opstaan, en de zielen der verdoemden, door de duivelen medegevoerd naar
+de hel, die het onderste gedeelte inneemt, en waar de smarten en folteringen der rampzaligen zijn afgebeeld met trekken, die
+u dadelijk aan den <i>Inferno</i> van Dante herinneren; ook Charon met zijn boot ontbreekt niet. Hier is alles vol leven en dramatische beweging. De bovenste
+helft maakt een minder gelukkig effect. Vooreerst is de overgang tusschen de beide deelen van het stuk niet geleidelijk; maar
+bovendien maakt het opzettelijk gemis van alle perspectief een zonderlingen indruk. Deze in de lucht zwevende figuren verschijnen
+allen op den voorgrond, hetgeen, gevoegd bij de kolossale afmetingen, haar iets fantastisch, bijna iets verschrikkelijks geeft.
+
+
+</p>
+<p id="d0e725">Het <i>Laatste Oordeel</i> wordt doorgaans als het meesterstuk van Michel-Angelo geroemd, en kan toch volstrekt niet op gelijke lijn worden gesteld
+met zijne fresko&#8217;s aan het gewelf dezer zelfde Sixtijnsche kapel. In deze laatste werken toont de betrekkelijk nog jeugdige
+kunstenaar zich nog in al zijne liefelijkheid, in al de reine, frissche, heilige po&euml;zie van zijn verheven geest: hier ziet
+ge nog den leerling van Ghirlandajo, den kweekeling der innig-religieuse ombrische school met hare hemelsche visioenen, den
+hoog begaafden kunstenaar, die de heilige traditi&euml;n en diepzinnige legenden van Genesis vertolkt in vormen, wier schoonheid
+aan de antieke herinnert. In het <i>Laatste Oordeel</i> echter ziet ge bovenal den onovertroffen meester in de lijnen en proporti&euml;n, den teekenaar, die het in de wetenschap der
+anatomie, in de techniek, in de juiste kennis der standen van het menschelijk lichaam, tot eene hoogte gebracht heeft als
+wellicht geen ander, die de zwaarste moeielijkheden zegevierend, als spelend, overwint; maar die nu ook juist daardoor, zich
+ten volle zijner titanische kracht bewust, in het scheppen en overwinnen van die moeielijkden, in het tentoonspreiden zijner
+doorwrochte wetenschap en zijner bewonderenswaardige bekwaamheid, het hoofddoel zijner kunst zoekt. Nergens wellicht komen
+de fouten en gebreken van Michel-Angelo&#8217;s manier sterker uit, dan juist in deze schilderij, die men, niet zonder recht, eene
+synoptische voorstelling van alle denkbare <i>tours de force</i> heeft genoemd. Wat bijkans onmogelijke standen, wat gewaagde houdingen, wat verwringingen en buigingen van het lichaam, wat
+geweldige werking van zenuwen en spieren, onverholen in het oog vallend, daar bijna al deze kolossale figuren geheel of zoogoed
+als geheel naakt zijn. Het is welhaast een anatomisch museum. Voorzeker is dat alles met de grootste kennis en met onvergelijkelijke
+meesterschap geteekend, en laat de schilderij, uit dit oogpunt, niets te wenschen over: maar wat slechts middel behoorde te
+zijn, is hier doel geworden. Michel-Angelo heeft zich zelf voorbijgeloopen; en het door hem gegeven voorbeeld heeft allernoodlottigst
+gewerkt, niet alleen op zijne leerlingen, maar ook op de geheele ontwikkeling der kunst, die, door het misbruik van &#8217;s meesters
+leeringen, een weg is opgegaan, welke haar ten verderve voeren moet.
+
+</p>
+<p id="d0e736">Doch er is nog eene andere grieve tegen dit stuk: dit is niet het wereldgericht, zooals de christelijke kerk zich dat denkt:
+dit is eene schrikkelijke wraakoefening; van genade en vergeving, ja zelfs van gerechtigheid is hier geen spraak: alleen van
+hartstocht en geweld. Dit is, in waarheid, een dag des toorns en der wrake: het <i>Dies irae, dies illa!</i> dreunt u in de ooren. Deze Christus, met opgeheven hand, dreigend, ontzaglijk, daar op de wolken, onbewogen door de jammerkreten
+der verdoemden, onbewogen ook door de smeekbeden zijner nevens hem staande moeder:&#8212;dat is niet de barmhartige Menschenzoon,
+maar een wrekende god, die bliksems slingert; dat is niet de Christus des Evangelies, maar een toornende Zeus, die de titanen
+in den afgrond nederwerpt.&#8212;Wat mag er wel zijn omgegaan in dien machtigen, hoogbegaafden, strengen, ascetischen geest, gedurende
+de acht jaren dat de sombere kunstenaar, in bijna volslagen afzondering, met dezen arbeid, waarin hij zijne gansche ziel heeft
+gelegd, bezig was? Waarom heeft deze eindelijke ontknooping van het werelddrama hem bij voorkeur, bij uitsluiting bijna, aangetrokken
+door hetgeen zij vreeselijks en ontzettends heeft, en hem bewogen juist die zijde met alle kracht in het volle licht te stellen?
+Wie zal daarop antwoorden! Dit eigenaardig, onkerkelijk en onevangelisch karakter der compositie trof sommigen zijner tijdgenooten
+zoodanig, dat zelfs zijn vriend Aretino aan Enea Vico schreef, dat deze schilderij haar vervaardiger wel tot de Lutheranen
+kon doen rekenen; wat in den mond van Aretino natuurlijk beteekende dat het kunstwerk niet de hand van een geloovigen zoon
+der kerk, maar veelmeer die van een ketter verried. Dit oordeel moge nu, wat Michel-Angelo persoonlijk aangaat, onjuist zijn:
+de grondgedachte, die aan deze kenschetsing der schilderij ten grondslag ligt, is dit zeker niet.
+
+</p>
+<p id="d0e741">Mocht nu iemand, na al het gezegde, meenen dat dit <i>Laatste Oordeel</i> als kunstwerk mislukt is, dan zou hij zich toch ten eenenmale vergissen. Michel-Angelo <span class="pageno"><a id="d0e746"></a>Bladzijde 183</span>is zoo ontzaglijk groot, dat ook zijne gebreken en dwalingen die van een zeldzaam genie zijn, en dat iedere schepping, waarop
+hij het merk van zijn machtigen geest heeft gedrukt, daardoor alleen reeds tot iets buitengewoons, iets geheel en al <i>hors ligne</i>, wordt gestempeld. Ook hier gaat zoowel de conceptie als de uitvoering zoozeer de gewone perken van menschelijke kunstvaardigheid
+te boven, getuigt alles van zoo gansch en al buitengewone kracht en oorspronkelijkheid, dat ook deze schilderij, ondanks al
+hare zeer ernstige gebreken, buiten eenigen twijfel tot de verhevenste scheppingen der kunst behoort, en op iederen aanschouwer
+een indruk maakt, dien hij zijn gansche leven niet weder vergeten zal.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e751">Wanneer er in de kapel geen dienst is, verhindert u niets in de beschouwing der kunstwerken; de ruime, langwerpige zaal, waar
+doorgaans eenige schilders aan den arbeid zijn, heeft dan veeleer het voorkomen van een atelier. De trappen voor het altaar,
+en die welke naar de <i>stalles</i> van het <i>presbyterium</i> voeren, zijn met een groen tapijt bedekt, waartegen des zondags de lange sleepen der purperen mantels zoo goed uitkomen,
+en dat op de andere dagen uw oogen een zoo welkom rustpunt biedt, waaraan zij wel behoefte hebben te midden van deze opeenstapeling
+van schilderijen. Want vergeet dit niet: behalve het schilderwerk aan de zoldering, de friesen en tegen den achterwand, zijn
+de zijwanden geheel ingenomen door twaalf groote fresko&#8217;s, door geschilderde pilasters en arabesken van elkander gescheiden.
+De nabuurschap van Michel-Angelo is niet gunstig voor deze werken, die toch ten volle de aandacht verdienen: want zij zijn
+van de hand der uitnemendste meesters uit het tijdvak, onmiddellijk aan den bloeitijd der renaissance voorafgaande, en tusschen
+1475 en 1500, onder de regeering van de pausen Sixtus IV, Innocentius VIII en Alexander VI vervaardigd.
+
+</p>
+<p id="d0e759">Het is niet meer dan billijk dat wij met deze kunstwerken beginnen. De beide reeksen van zes fresko&#8217;s aan iedere zijde, staan
+met elkander in nauw verband; er is tusschen hen een zeker parallellisme: zij dienen om elkander aan te vullen en te verklaren.
+De zes voorstellingen, aan uwe linkerhand, aan de boeken van Mozes ontleend, vinden hare toelichting en hoogere duiding in
+de schilderijen daar tegenover, waarvoor het Evangelie de stof leverde: het is de profetie en de vervulling.
+
+</p>
+<p id="d0e761">Ziehier, nabij het altaar, een stuk van Perugino, de <i>Doop van Christus</i>, en daartegenover <i>Mozes en zijne vrouw Sippora</i>, op weg naar Egypte. De schilder, Luca Signorelli, heeft het oogenblik gekozen, waarop de engel verschijnt, die Mozes dooden
+wil, maar wiens toorn door Zippora wordt afgewend. Zippora is hier de type der madonna. De uitnemendste onder de leerlingen
+van Filippo Lippi, Sandro Botticelli, heeft in een zelfde kader vier episoden uit Mozes leven saamgevat: gij ziet hem, <i>een Egyptenaar doodende:&#8212;de schapen van Jelhro hoedende;&#8212;de midianitische herders verjagende;&#8212;en voor het brandende braambosch
+staande.</i> Als tegenhanger heeft dezelfde schilder de <i>Verzoeking van Jezus</i> afgebeeld.&#8212;Verderop ziet ge de <i>Roeping der apostelen Petrus en Andreas</i>, een prachtig stuk van Cosimo Rosselli; en daartegenover <i>Mozes, zijn broeder A&auml;ron en de hoofden der stammen om zich vereenigende:</i> een niet minder voortreffelijk werk van Domenico Ghirlandajo, den eersten leermeester van Michel-Angelo. Aan de <i>Aanbidding van het gouden kalf</i> van Rosselli, beantwoordt de <i>Bergrede</i> van denzelfden meester, met dat heerlijk schoone landschap, naar men zegt van de hand van Piero die Cosimo. Hier bewondert
+ge de stoute schilderij van Botticelli: de <i>Ondergang van Korach, Dathan, en Abiram</i>, om dan in heiligen eerbied te staren op dat edele meesterstuk van den laatsten vertegenwoordiger der mystieke ombrische
+school Perugino, <i>Christus de sleutels aan Petrus overreikende.</i>&#8212;De indrukwekkende reeks wordt gesloten, aan de eene zijde door de <i>Afkondiging der wet</i> en de <i>Dood van Mozes</i>, van de hand van Signorelli; aan de andere zijde door de <i>Instelling van het Avondmaal</i> en de <i>Kruisiging</i>, door Cosimo Rosselli.
+
+</p>
+<p id="d0e805">Deze fresko&#8217;s worden doorgaans weinig opgemerkt, en zijn toch zoo merkwaardig: niet alleen om de uitvoering en wijze van behandeling,
+hoe voortreffelijk die ook veelszins mogen zijn, maar vooral omdat ge hier als de laatste scheppingen voor u ziet eener school,
+nog geheel doordrongen van de mystiek-po&euml;tische inspiratie der middeleeuwen, doch die straks zal worden overvleugeld en in
+de schaduw gesteld door de Hero&euml;n der renaissance, wier leerlingen zoo spoedig zullen afdwalen op noodlottige wegen. Dat zulke
+uitnemende kunstwerken hier geen andere bestemming schijnen te hebben dan om als omlijsting, bijna had ik gezegd als <i>repoussoir</i>, te dienen voor de scheppingen van dien titan Michel-Angelo: ziedaar eene inderdaad weemoedige gedachte.
+
+</p>
+<p id="d0e810"></p>
+<div id="d0e811" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-184.jpg" alt="De Sixtijnsche kapel: het Laatste Oordeel."></p>
+<p class="figureHead">De Sixtijnsche kapel: het <i>Laatste Oordeel</i>.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e818">En nu&#8212;strekken wij ons uit op het groene tapijt der kardinalen, maken wij ons een hoofdkussen van hunne voetbank, en laat
+ons, als Jacob, in den geopenden hemel staren.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e820">Om orde en regelmaat te brengen in de verschillende tafereelen en figuren die hij ontworpen had, om ruimte en perspectief
+te verkrijgen, heeft Michel-Angelo zijn toevlucht genomen tot een kunstgreep, dien ik met geen anderen naam dan van bouwkundig
+<i>trompe-l&#8217;oeil</i> kan noemen. Hij heeft namelijk het plafond der kapel beschilderd met pilasters, kroonlijsten, bogen en andere architectonische
+ornamenten, die zoo uitnemend zijn uitgevoerd, en met zoo treffende waarheid, met zoo kunstige verdeeling van licht en schaduw,
+dat de platte zoldering op den aanschouwer den indruk maakt van een rijk gewelf, of liever van een tempel. Geheel in overeenstemming
+daarmede, is, met niet minder meesterschap over den vorm, de grootte der verschillende figuren berekend, waarvan sommigen,
+die als op den achtergrond verschijnen, niet minder dan zeven tot acht voeten hoog zijn; door deze kolossale afmetingen en
+de uitnemende schikking van beelden en groepen ontsnapt u geen enkel detail van <span class="pageno"><a id="d0e825"></a>Bladzijde 185</span>deze wonderschoone beeldengalerij, aan Genesis ontleend.
+
+</p>
+<p id="d0e827"></p>
+<div id="d0e828" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-185-1.jpg" alt="De Schepping van Adam. Sixtynsche kapel."></p>
+<p class="figureHead">De <i>Schepping van Adam.</i> Sixtynsche kapel.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e835">Langs den wand, boven en tusschen de vensterbogen, zijn de <i>Profeten</i> en de <i>Sibyllen</i> afgebeeld: zonderlinge, machtige figuren, in welke antieke vormenschoonheid en kracht zich paart aan de uitdrukking van een
+nieuwen geest, van dieper gedachten, dan de oudheid kende. Zie hen aan, in hunne majesteit, in hun eenvoud, in hunne schier
+bovenmenschelijke schoonheid,&#8212;want hier is Michel-Angelo nog getrouw aan de traditie der schoonheid in den meer gewonen zin
+des woords;&#8212;bovenal merk op de uitdrukking van hun gelaat. Is het niet of de geest Gods over al deze zieners vaardig is geworden,
+of eene innerlijke kracht hen verteert en drijft, en hun woorden op de lippen legt, waarvan zij zelven de beteekenis nauwelijks
+ten halve begrijpen? Aanschouw deze heerlijk schoone Sibylle van Erythrea; bovenal de Sibylle van Delphi, over wier aanvallig
+gelaat eene onbestemde half droomende uitdrukking zweeft, wier starende blik zich als in de oneindige ruimte verliest, om
+de verklaring te vinden van het groote raadsel, dat haar geest vervult.
+
+</p>
+<p id="d0e843"></p>
+<div id="d0e844" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-185-2.jpg" alt="De Schepping van Eva. Sixtynsche kapel."></p>
+<p class="figureHead">De <i>Schepping van Eva.</i> Sixtynsche kapel.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e851">Nog aangrijpender zijn de figuren der <i>Profeten</i>, wien ge het aan kunt zien dat het goddelijk mysterie voor hen wel niet geheel onthult, maar toch ook niet in zulke ondoorzichtbre
+nevelen is gehuld als voor de Sibyllen. Wat krachtige, schier bovenaardsche gestalten; wat verhevene majesteit spreekt uit
+die trekken, die zoo onmiskenbaar den stempel dragen van peinzend worstelen met de gedachte, van indringend vorschen <span class="pageno"><a id="d0e856"></a>Bladzijde 186</span>der geheimenissen des levens en der wereld, den onuitwischbaren stempel des geestes. Hier ziet ge mannen voor u van een ander
+geloof, van een anderen stam dan die van Griekenland; even krachtig, maar doorademd en doordrongen van een hoogeren geest;
+schoon, maar met eene geheel bijzondere, intellectueele schoonheid, die nog meer in de afwisselende sprekende uitdrukking
+dan in de onberispelijke zuiverheid der trekken ligt. Wel herkent ge in dezen arbeid den geloovigen kunstenaar, die in zijne
+jeugd aan de voeten van Savonarola gezeten had, den vurigen bewonderaar en vereerder van Dante, wiens waardige mededinger
+hij zich hier toont. De alleszins bevoegde schrijver van <i>L&#8217;Art Chr&eacute;tien,</i> de heer Rio, zegt van de <i>Profeten:</i> &#8220;Van alle bijbelsche personen waren zij het meest verwant aan het eigenaardig genie van Michel-Angelo, stond hunne gemoedsstemming
+hem het naast. Zijne ziel begreep de hunne. Daarom teekende zijne machtige hand geene stoute en ongevoelige tolken van de
+goddelijke raadsbesluiten, maar herauten, wier hart bezwijkt onder het gewicht hunner zending, die spreken omdat de nood hun
+is opgelegd en met verscheurde ziel de naderende gerichten verkondigen. Jezaia, wiens gebogen gelaat de uitdrukking draagt
+van moedelooze berusting, schijnt aan den engel, die hem het gericht verkondigt, weemoedig te vragen, of zijn last nog verder
+reikt.... Jeremia, die met zoo heete tranen de rampen beschreide welke hij voorzegde, is geheel door zijne droefheid overweldigd,
+en schijnt al zijn moed, al zijne zelfverloochening op te roepen om zonder duizelen in den duisteren afgrond der toekomst
+neder te zien.&#8212;Dani&euml;l daarentegen toont, in zijn stand, in de krachtvolle uitdrukking van zijn blik en zijn gebaar, het dubbele
+karakter, dat hem onderscheidt: hij is de onverschrokken belijder van het geloof zijner vaderen, on de begunstigde profeet,
+die verwaardigd werd met eene duidelijken aanschouwing der aanstaande verlossing. Er is in deze figuur eene jeugdige kracht,
+eene <i>verve,</i> een fierheid en zelfbewustzijn, die wel schijnen aan te duiden dat de kunstenaar zelf zich om persoonlijke redenen meer bijzonder
+tot dezen profeet getrokken gevoelde.&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e867">Geni&euml;n, zinnebeeldige figuren, vol bevalligheid omlijsten en vergezellen deze kolossale figuren; terwijl tusschen de reeks
+der Profeten en Sibyllen, die u als in een hoogere wereld verplaatsen, een andere reeks is ingevlochten van huiselijke idyllische
+tooneelen, aan het familieleven ontleend, waar ge altijd een man, eene vrouw en een kind, in verschillende standen, groepeering
+en bedrijf aanschouwt: volgens sommigen, zouden deze tafreelen de <i>Voorouders van Christus</i> voorstellen. Op de geschilderde kroonlijsten zijner nagebootste pilasters en in de vakken zijner bogen heeft Michel-Angelo,
+in de meest verschillend houdingen en standen, zittende, gebogen, half-liggende, die modellen&#8212;ik weet ze niet beter te noemen&#8212;geschilderd,
+die onder den naam van de <i>Ignudi</i> (Naakten) bekend zijn, en vooral door Vasari zoo buitensporig geprezen worden. Onder de grootsten telt men er negentien,
+die wat uitvoering aangaat, als studi&euml;n, meesterstukken zijn: maar toch lag daar de klip, die zelfs de groote kunstenaar niet
+altijd wist te ontwijken en waarop zijne navolgers reddeloos zijn gestrand. Tot dusverre had de schilderkunst niets opgeleverd,
+dat met de beeldhouwkunst der antieken wedijveren kon. Michel-Angelo was de eerste, die het menschelijk lichaam in al zijne
+schoonheid, in al de verscheidenheid en volle ontplooiing zijner rijke vormen, tot voorwerp zijner studie maakte, althans
+die het aldus wist weder te geven: hem was de eigen zin voor, het welgevallen aan den plastischen vorm, aan de zinnelijke
+verschijning ingeboren, die den griekschen kunstenaar eigen was; en in zijne latere periode moest maar al te dikwijls de hoogere
+geestelijke opvatting, de ideale mystieke zijde der kunst voor dezen plastischen zin op den achtergrond treden. In zijn <i>Laatste Oordeel</i> is dit in sterke mate het geval: hier bespeurt ge nog slechts de kiemen, de eerste aanvangen dezer richting, die in hare
+verdere ontwikkeling, de groote monumentale kunst ten verderve heeft gevoerd. Uit dit oogpunt beschouwd, maakt deze grootsche
+schepping van Michel-Angelo, schier het verhevenste kunstwerk, ooit door menschenhanden vervaardigd, een bijna tragischen
+indruk.
+
+</p>
+<p id="d0e878">De ruimte van het eigenlijke plafond heeft de kunstenaar verdeeld in negen vakken, ongelijk in grootte&#8212;groote en vijf kleinere&#8212;die
+even zoovele voorstellingen bevatten, aan de eerste hoofdstukken van het boek Genesis ontleend. Deze compositi&euml;n zijn bijna
+met niets te vergelijken; door hare wondervolle grootheid hebben zij inderdaad iets bovenmenschelijks: de volle wetenschap
+en kunstvaardigheid van een Phidias, gepaard aan de hooge bijbelsche inspiratie en den onnavolgbaren eenvoud der oorspronkelijke
+concepti&euml;n. Al had de gewijde schrijver van deze weergalooze eerste hoofdstukken van Genesis zelf zijn scheppingsverhaal ge&iuml;llustreerd,
+hij zou het niet anders hebben kunnen doen; ja, bij het aanschouwen dezer werken gevoelt ge, meer dan ooit, dat de waarachtige
+kunstenaar een schepper is onder God, de vertolker der verborgen Godsgedachte in aanschouwelijken vorm. De moderne kunst heeft
+misschien niets opgeleverd, wat met deze fresko&#8217;s op eene lijn kan worden gesteld, zeker niets wat daarboven staat.&#8212;Dit heldendicht
+in negen zangen begint aan het einde der kapel, boven het <i>Laatste Oordeel,</i> met de <i>Schepping van het licht</i>, gevolgd door de <i>Schepping van zon en maan en van het veldgewas en het geboomte,</i> en door eene voorstelling van den <i>Geest Gods zwevende over de wateren.</i> Eene eigenlijke beschrijving van deze wonderbare compositi&euml;n is onmogelijk: Michel-Angelo heeft zich hier gewaagd aan hetgeen,
+naar alle berekening, boven het bereik der menschelijke kracht scheen te liggen en wat dan inderdaad ook alleen door een genie
+van zijne gehalte kon worden beproefd. Laat de overweldigende indruk dezer stoute scheppingen getuigen hoe hij slaagde. Voor
+zoover het mogelijk is, de eeuwige Godheid in menschelijke gedaante af te beelden, menschelijk voor te stellen, heeft Michel-Angelo
+dit gedaan: hij heeft een beeld geschapen, dat althans door zijne onuitsprekelijke verhevenheid en majesteit, toch zoo ver
+verwijderd van olympische onverschilligheid <span class="pageno"><a id="d0e892"></a>Bladzijde 187</span>en zelfgenoegzaamheid, niet al te zeer beneden de voorstelling blijft, die de geest zich van den Vader in de hemelen vormt.&#8212;Dan
+volgt, als vierde zang van dezen hemelschen epos, de <i>Schepping van Adam</i>, den eersten mensch. Daar ligt hij, uitgestrekt tegen de helling eens heuvels, als aan den zoom der jonge planeet, naakt
+op den naakten bodem, waaruit hij zooeven geboetseerd werd; daar ligt hij, in zijne onvergelijkelijke, onvergankelijke schoonheid
+de type der hoogste menschelijke volkomenheid: een beeld, zoo heerlijk dat, volgens de uitspraak van Cornelius, na Phidias
+geen tweede daaraan gelijk is vervaardigd geworden. Wat treffende uitdrukking op dat gelaat, waarop ge de kiemende gedachte
+leest, waar de dankbare bewondering zich aanvankelijk oplost in een gebed; dat gelaat, met zoo kinderlijken eenvoud, zoo roerend
+na&iuml;eve teederheid gekeerd naar den God, die den geest des levens in dezen volheerlijken vorm uitstortte. Door eene donkere,
+wuivende draperie omgeven, gedragen door een groep engelen, zweeft God de Vader door de oneindige ruimte; de aarde naderende
+zonder haar aan te raken, strekt Hij zijne hand uit naar den mensch, die van zijne zijde evenzeer de hand naar zijn Schepper
+uitstrekt, zoodat de beide vingers elkander genoegzaam raken: symbool van de mededeeling des geestelijken levens. De liefelijke,
+beminnelijke figuren der engelen, heerlijke, lachende, na&iuml;eve kinderkopjes, met roerende teederheid rondom den Almachtige
+gegroept en door dezelfde draperie omgeven&#8212;het is als scholen zij vertrouwelijk in een nest&#8212;verhoogen niet alleen de heerlijke
+majesteit van den Schepper, maar melden tevens en op de roerendste wijze de groote liefde des Vaders. Deze levensvolle, dramatische
+groep in de lucht doet nog te treffender de volstrekte eenzaamheid uitkomen van Adam, den eersten bewoner der aarde, daar
+nederliggende op die kale naakte helling, die door niets de aandacht afleidt van de eerste harmonische beweging, den eersten
+zielvollen blik, de eerste kiemende gedachte van den eersten mensch, alleen tegenover zijn God.... De oude schilders en de
+meesters onzer hollandsche school zouden hier ongetwijfeld eene gansche menagerie en een volledigen plantentuin hebben aangebracht:
+Michel-Angelo, niets dan den Schepper en zijn beelddrager.... Niet zonder grond hebben de meest bevoegde kunstrechters deze
+fresko als het uitnemendste gewrocht der schilderkunst geroemd, onvergelijkelijk door den adel der gedachte, den verheven
+stijl, de machtige, aangrijpende po&euml;zie der voorstelling.&#8212;Maar niet minder schoon, niet minder diepzinnig is de volgende zang:
+de <i>Schepping der vrouw</i>, die, uit den slapenden Adam genomen, zich met eene onbeschrijfelijke bevallige beweging, tot den Schepper neigt en haar
+saamgevouwen handen biddend tot Hem opheft. God de Vader, in een wijden mantel gedrapeerd, staat voor haar, ernstig, peinzend:
+op dat verheven gelaat zweeft eene uitdrukking van weemoed, van smart bijna: de gansche toekomst, aan de daad dier vrouw vastgeknoopt,
+ontrolt zich voor den goddelijken blik, de gansche lange reeks der eeuwen met al haar jammeren en ellenden, die vast naderen,
+terwijl de eerste mensch in argeloozen slaap verzonken ligt.
+
+</p>
+<p id="d0e900">De volgende fresko verbeeldt de eerste zonde en hare onmiddellijke gevolgen: zij stelt den <i>Val en de Verdrijving uit het Paradijs</i> voor. In het midden der schilderij staat de noodlottige boom der kennisse des goeds en des kwaads; aan den voet des booms
+zit Eva neergehurkt, en wendt het schoone gelaat om naar de slang, die haar den appel toereikt. Adam staat voor haar, en plukt
+met eigen hand de doodelijke vrucht. Maar deze slang&#8212;zie, de kunstenaar gaf haar eene dubbele gestalte: het hoofd en het bovenlijf
+eener vrouw, uitloopende in het lichaam eener slang. Begrijpt ge de diepzinnige gedachte, die deze beide vrouwengestalten&#8212;beiden,
+maar op verschillende wijze uitnemend schoon&#8212;dus naast elkander plaatste, en de onuitsprekelijk verheven, beteekenisvolle
+mythe van Genesis aldus in haar waren zin vertolkte? Waartoe deze raadselachtige gestalte? Is niet de vrouw, zelf eenmaal
+voor de verzoeking bezweken, zelf der zonde ten prooi geworden, eene sirene, die met onwederstaanbare macht werkzaam is tot
+verleiden? En heeft Michel-Angelo hier niet met onbedriegelijke waarheid voor alle tijden de dubbele type der vrouw geteekend:
+de reine Eva, die innig aan den man verbonden, hare ziele in aanbidding opheft tot den Schepper en in hare aanbidding den
+man zelf met zich opvoert; en de om den verleidelijken boom geslingerde sirene, wier vleiend, leugenachtig woord, wier vervoerende
+blik en verlokkende schoonheid den man in het verderf storten?&#8212;Onmiddellijk nevens de overtreding de straf: aan de andere
+zijde van den boom ziet ge Adam en Eva, door den engel met het wrekende zwaard uit het paradijs gedreven: de menschheid gaat
+haar langen, moeilijken pelgrimstocht beginnen, den bitteren tocht ter hervinding van het verloren paradijs.
+
+</p>
+<p id="d0e905">De drie nu volgende tafreelen, de laatste van de reeks, verhalen van de eerste schreden op dezen weg der ballingschap; het
+zijn: <i>Noachs Offer</i>, de <i>Zondvloed</i> en <i>Noachs Dronkenschap</i>, alle drie niet minder voortreffelijk van gedachte en uitvoering, al missen ze de diepzinnige verhevenheid der vorige fresko&#8217;s,
+waarvoor ook ditmaal het onderwerp zich minder leende. Deze fresko&#8217;s hebben natuurlijk eene symbolische beteekenis, evenzeer
+als de vier voorstellingen in de vier hoeken, de uitreddingen van het volk Gods afbeeldende. Hier ziet ge: de <i>Koperen slang in de Woestijn</i>, de <i>Verhooging van Esther</i> (type van Maria) <i>en Hamans val: Judith met het af gehouwen hoofd van Holophernes</i>; en <i>David Goliath verslaande.</i>
+
+</p>
+<p id="d0e928">Ik heb gepoogd u eenigszins een denkbeeld te geven van den rijkdom en de schoonheid van dit wonderbare gewelf der Sixtijnsche
+kapel, maar gevoel zelf dat mijne woorden niet in staat zijn, ook maar van verre de heerlijkheid dezer kunstschepping nabij
+te komen. Doch welke woorden zouden dat vermogen? Het is onmogelijk, door enkele beschrijving den indruk te doen gevoelen,
+dien dit gewelf, een heerlijken marmeren tempel gelijk, op den aanschouwer maakt. Als langs de wanden van dien tempel geschaard,
+zitten daar de kolossale gestalten der zeven profeten <span class="pageno"><a id="d0e930"></a>Bladzijde 188</span>en vijf sibyllen, de tolken en verkondigers, in de joodsche en de heidensche wereld, van het heil dat zij, in half begrepen
+droomen en visioenen, aanschouwden. En in den tempel zelf, tusschen zijn met de heerlijkste gestalten gesierde bogen, ontrollen
+zich daar, in bovenaardsche schoonheid en majesteit, de verschillende episoden van het groote werelddrama, waarin deze drie
+groote gedachten op den voorgrond treden: de schepping van den mensch naar gods beeld, de val, de aanstaande verlossing. Dit
+thema wordt dan verder opgevat en voortgezet in de fresko&#8217;s langs den wand, om eindelijk zijne volkomene oplossing te vinden
+in het ontzaglijke wereldgericht, dat voor eeuwig scheiding maakt tusschen de kinderen des lichts en de kinderen der duisternis.
+En daar, beneden in de kapel, staat dat eenvoudige altaar, waarop dagelijks het groote mysterie der liefde wordt herdacht
+en symbolisch herhaald: God zich mededeelende aan de menschheid, zich zelf gevende om haar te behouden.... Waar elders is
+eene tweede plek te vinden, dus eerwaardig en gewijd? Waar elders heeft de arme, hopende, worstelende menschheid hare hoogste
+idealen, hare heiligste aspirati&euml;n, haar innigst leven, in schooner vormen, in heerlijker symbolen, uitgesproken en veraanschouwelijkt?
+Voorwaar, ze is in dubbelen zin heilige grond, deze Sixtijnsche kapel!
+
+</p>
+<p id="d0e932"></p>
+<div id="d0e933" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-188.jpg" alt="Paus Julius II (naar Rafa&euml;l.)"></p>
+<p class="figureHead">Paus Julius II (naar Rafa&euml;l.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e937">Voor de majesteit van het werk, voor de diepe gedachten en aandoeningen die het opwekt, treedt de werkman terug: toch vergeten
+wij ook hem niet. De groote meester, de titan der Renaissance, bracht niet minder dan twaalf jaren van zijn leven in deze
+kapel door: vier jaren lang arbeidde de jonge man in de volle frissche kracht des levens aan het gewelf; acht jaren lang arbeidde,
+ruim twintig jaren later, de nog onverzwakte grijsaard aan zijn wereldgericht. En hoe hij arbeidde, hoe hij zijne gansche
+ziel daarin uitstortte, in welke mate zijn arbeid hem ernst, heilige ernst was: een enkele blik bijna is reeds voldoende om
+u daarvan te overtuigen, en dieper studie zal het u steeds meer doen gevoelen. Voorwaar, voor dezen man en voor zijne tijdgenooten
+en geestverwanten, was de kunst iets meer dan een spel, meer dan eene gedachtelooze streeling der zinnen!
+
+
+
+</p><a id="d0e939"></a><h2>IX.</h2>
+<p id="d0e942">De bovenverdieping van den zuidelijken vleugel van het vatikaan behoort aan Rapha&euml;l en zijne leerlingen. De kamers of <i>Stanze</i> zijn de slecht ingerichte en onbewoonbare vertrekken, die Julius II, boven de appartementen Borgia, voor zich in orde liet
+brengen; de loges of <i>Loggie</i>, door Bramante begonnen, zijn eene lange, in dertien vakken verdeelde galerij, sedert 1515 onder toezicht van Rapha&euml;l voltooid
+en door hem en zijne leerlingen beschilderd. Alvorens wij de loges binnentreden, wenden wij ons echter naar eene soort van
+voorzaal, de <i>Stanza de&#8217; Chiaroscuri</i> genoemd, en daar naar eene smalle deur, bijna altijd gesloten, maar die een <i>custode</i> ontsluiten zal: zij geeft den toegang tot eene kleine kapel, die de meeste reizigers ongemerkt voorbijgaan, en die toch de
+oudste fresko&#8217;s der florentijnsche school bevat, welke nog in het vatikaan zijn overgebleven. Aan welk gelukkig toeval heeft
+deze aan San-Lorenzo gewijde kapel het te danken, dat Julius II, die in de aangrenzende appartementen de schilderijen van
+Luca Signorelli en Perugino, op eene enkele na, liet vernietigen, haar spaarde? Waarom hebben Leo X, Clemens VII en hunne
+opvolgers het werk van den Beato Angelico, dat toch met den toen heerschenden smaak zoozeer streed, ontzien? Ik weet het niet,
+maar ben dankbaar dat het aldus geschied is.
+
+</p>
+<p id="d0e956">Fra Angelico da Fiesole begon zijn arbeid in die kapel onder de regeering van Eugenius IV. Het was dus wel waarschijnlijk
+in deze kapel, dat de paus, die als aartsbisschop van Si&euml;na met fra Giovanni in Toskane kennis had gemaakt en zijn vriend
+was, zich in de aanschouwing van den arbeid des vromen kunstenaars kwam verpoozen van de zorgen en beslommeringen zijner moeitevolle,
+onrustige regeering. Zoo gebeurde het ook eens op zekeren dag, nadat de aartsbisschop van Florence overleden was, dat de heilige
+vader den monnik-schilder kwam opzoeken, en hem persoonlijk de verrassende tijding mededeelde, dat hij hem tot aartsbisschop
+van Florence had benoemd. Ge ziet in uwe verbeelding den nederigen kunstenaar, zijne eigene krachten wantrouwende en aan zijne
+kunst gehecht, zijne penseelen van schrik uit de handen latende vallen, en haastig van zijne stellage afdalende, om zich aan
+de voeten van den paus te werpen, en hem met tranen in de oogen te smeeken, een zoo zwaren last niet zijn zwakken schouderen
+op te laden.... De heilige vader hield vol, en gaf niet toe, dan nadat de monnik hem een ander had aangewezen, zoo hooge eere
+beter waardig, een man, uitmuntende in vroomheid en liefde tot de armen, een ouden medebroeder uit het klooster van San-Marco
+te Florence, fra Antonio Perozzi, de roem van het klooster.... En Eugenius volgde dien raad op, en plaatste op den bisschoppelijken
+zetel van Florenze den vriend van fra Angelico, dien Adriaan VI later onder de heiligen der kerk opnam.
+
+</p>
+<p id="d0e958"></p>
+<div id="d0e959" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-189.jpg" alt="Fragment van de zoldering der Sixtynsche kapel."></p>
+<p class="figureHead">Fragment van de zoldering der Sixtynsche kapel.</p>
+</div><p>
+<span class="pageno"><a id="d0e963"></a>Bladzijde 190</span></p>
+<p id="d0e964">Nog een andere opperpriester, Nicolaas V, de ware grondlegger der heerlijkheden van het vatikaan, heeft menig uur in dit bidvertrek
+gesleten, mede in gezelschap van fra Angelico, zijn voormaligen medebroeder bij de dominikanen van Florence. Terwijl de monnik
+zijne penseelen hanteerde, werden daar de veelomvattende plannen besproken voor den herbouw van Sint-Pieter, voor de stichting
+der vatikaansche bibliotheek, voor de vereeniging van alle intellectueele krachten van het westen in de eeuwige stad. Daar
+is zeker menige zucht uit den beklemden boezem opgerezen, wellicht menige traan geschreid bij de gedachte aan de jammerlijke
+verdeeldheid der kerk, aan de dreigende teekenen des tijds, aan het geweldig voortdringen van den islam, door het christelijk
+Europa, in werkelooze en machtelooze verbazing, aangezien. Ach, de heerlijke dagen der kruistochten, de dagen van geloof en
+heilige geestdrift, waren voor immer voorbij! De pausen waren bijna de eenigen, die den ontzettenden ernst van het oogenblik
+begrepen; toen hij, in 1450, deed wat hij kon om de onderling verdeelde vorsten tot eene katholieke ligue te vereenigen, voorspelde
+Nikolaas aan de Grieken, dat, zoo binnen drie zomers de vijgeboom geen vruchten droeg, hij bij den wortel zou worden afgehouwen....
+Drie jaren later hield Mahomed II zijn intocht in Constantinopel: de paus alleen had eene kleine vloot derwaarts gezonden,
+die den val der stad niet beletten kon.... Ziehier eene treffende anecdote, die dezen paus,&#8212;zoo groot een minnaar en kenner
+der oude letteren, dat hij nog op zijn sterfbed God dankte, die hem deze liefde in het hart had gestort&#8212;teekent in al zijne beminnelijke eenvoudigheid.
+Op zekeren dag verlieten de beide vrienden, de paus en de schilder, te zamen dit atelier om het middagmaal te gaan gebruiken:
+een ge&iuml;mproviseerd feest, want er stonden vleeschspijzen op de tafel, en die mocht de dominikaner monnik niet gebruiken zonder
+vergunning van zijn prior. Groote verlegenheid bij de aanzittenden! Eindelijk maakte een der kamerlingen de opmerking, dat
+de heilige vader, uit de volheid zijner macht, deze vergunning zelf geven kon.... Het is niet kwaad zich deze verhalen en
+herinneringen voor den geest te roepen, als ge voor de fresko&#8217;s van den voortreffelijken broeder staat: ge zult ze er te beter
+om begrijpen.
+
+</p>
+<p id="d0e969">Zo zijn hier ten getale van elf: zes daarvan zijn gewijd aan het leven van Sint-Stephanus; de vijf anderen aan dat van Sint-Laurens.
+De zes eersten stellen voor; de wijding van Stephanus tot diaken, door Petrus, in tegenwoordigheid der apostelen; de uitdeeling
+der aalmoezen; Stephanus&#8217; prediking voor het volk; zijn verhoor voor den joodschen raad; zijn gang naar de strafplaats en
+de steeniging. De vijf fresko&#8217;s, waarop episoden uit het leven van Sint-Laurens zijn voorgesteld, zijn de tegenhangers der
+vorigen. Zij stellen voor: de wijding van Laurentius tot diaken door paus Sixtus II; de overgave van den schat der kerk, door
+den in de gevangenis geworpen paus aan den diaken; Sint-Laurentius, dezen schat onder de armen verdeelende; het verhoor van
+Sint-Laurens voor keizer Decius; en zijn marteldood. Deze fresko&#8217;s zijn waarschijnlijk later dan de anderen vervaardigd; de
+bijkans zestigjarige kunstenaar toont zich hier nog in zijne volle, onverzwakte kracht; zij zijn met vaste hand uitgevoerd;
+de <i>mise-en-sc&egrave;ne</i> is uitvoeriger en de invloed der studie van de antieken is onmiskenbaar. De meerdere zorg aan de uitvoering, aan de techniek,
+aan de, om het zoo eens te noemen, uitwendige zijde der kunst besteed, schaadt bij dezen meester echter niet aan de verheven,
+weldadige uitdrukking, aan de zachte, teedere, innig-mystieke po&euml;zie, aan de frissche na&iuml;eveteit, die over al zijne scheppingen
+als een geurige morgendauw ligt verspreid. Michel-Angelo vertegenwoordigt de kracht van het genie; Rapha&euml;l de harmonie der
+volkomen schoone vormen; fra Angelico het godsdienstig ideaal.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e974">Het bezoek dezer kleine, stille kapel, waar alles vrede en kalmte des gemoeds ademt, is eene voortreffelijke voorbereiding
+voor het bezoek in de loges en stanzen waar ge Rapha&euml;l zult zien in bijna al zijne heerlijkheid.
+
+</p>
+<p id="d0e976">De <i>Loggia</i> is, zooals de naam aanduidt, eene groote, oorspronkelijk opene galerij, die op het binnenplein van Sint-Damasus uitziet;
+zij is door arkaden in dertien vakken of afdeelingen verdeeld, die met even zoovele koepels zijn gedekt. Tegenwoordig zijn
+de vroeger open nissen tusschen de bogen van vensters voorzien, hetgeen eenigermate aan het karakter der galerij schaadt.
+Door deze groote vensters stroomt een zee van licht binnen, die de onbeschrijfelijke kleurenpracht der <i>Loggie</i> in bijkans oogverblindende heerlijkheid schitteren doet. Want de gansche lange, hooge galerij is van onder tot boven bedekt
+met schilderwerk, ornamenten, bas-reliefs, stucco&#8217;s, die eene inderdaad tooverachtige uitwerking doen. Het is een overstelpende
+overvloed van lijnen en kleuren, in den weelderigsten rijkdom, in de veelzijdigste verscheidenheid: medaillons, arabesken,
+bloemen, vruchten, vogelen, stucco&#8217;s, bas-reliefs; eene bonte mengeling, en toch te zamen eene harmonische eenheid vormende.
+
+
+</p>
+<p id="d0e984">De wonderschoone decoratie dezer <i>Loggie</i> is het werk, deels van Rapha&euml;l zelf, maar voor verreweg het grootste gedeelte van zijne leerlingen, die evenwel onder zijne
+onmiddelijke leiding werkten. Deze leerlingen, waaronder kunstenaars als Giulio Romano, Giovanni da Udine, Pierino del Vaga,
+Francesco Penni, die zelf uitnemende meesters en hoofden van scholen zijn geworden, waren zeer talrijk: Vasari verzekert ons,
+dat Rapha&euml;l door een stoet van vijftig leerlingen omringd was. Het is dus niet te verwonderen, dat de uitvoering der rijke
+kunstwerken in deze <i>Loggie</i> niet altijd even voortreffelijk is: maar voorzeker pleit het voor de macht van Rapha&euml;ls genie en de bezieling, die hij op
+zijne leerlingen wist uit te oefenen, dat de gansche prachtige decoratie zoo in &eacute;&eacute;nen geest is opgevat, van &eacute;&eacute;ne gedachte
+doordrongen. Men had niet lang te voren de baden van Titus opgegraven, en daar tot dusver onbekende proeven gevonden van de
+<span class="pageno"><a id="d0e992"></a>Bladzijde 191</span>decoratieve kunst der ouden; de motieven, hem hier aan de hand gedaan, heeft Rapha&euml;l met het grootste geluk en met fijnen
+takt weten te gebruiken, en daarbij eene geestvolle oorspronkelijkheid, eene uitdrukking en teederheid des gevoels aan den
+dag gelegd, waarvan men in de oudheid misschien vergeefs het voorbeeld zou zoeken.
+
+</p>
+<p id="d0e994">In elk der dertien koepels zijn vier fresko&#8217;s aangebracht, die allen aan de bijbelsche geschiedenis zijn ontleend; van deze
+twee-en-vijftig fresko-schilderijen bevatten acht-en-veertig voorstellingen uit het Oude Testament; alleen voor de vier laatsten
+is het onderwerp aan de Evangeli&euml;n ontleend. De plaatsing dezer fresko&#8217;s tegenover elkander, aan de vier zijden des koepels,
+waarvan het middelste ledig blijft, is zeer ondoelmatig en maakt de bezichtiging uiterst moeilijk. Wilt ge iets zien, dan
+zijt ge verplicht, met het hoofd zoover mogelijk in den nek, u twee-en-vijftig maal om te draaien! Daar komt bij dat de schilderijen
+in de loges, evenals die in de kamers, veel geleden hebben, toen, zeven jaren na Rapha&euml;ls dood, Rome door den Conn&eacute;table de
+Bourbon werd bestormd en ingenomen. De soldaten van Bourbon, voor het grootste deel Duitschers en Lutherschen, gedroegen zich
+als echte barbaren; zonder eenigen eerbied voor de heerlijke kunstwerken, beschadigden zij de prachtige galerij met hunne
+pieken en hellebaarden, en legden vuur aan in de loges, in de <i>Stanze</i>! De restauratie der schilderijen in de loges werd aan Sebastiaan del Piombo toevertrouwd, en viel zoo slecht uit, dat Titiaan,
+toen hij in 1545 de <i>Loggie</i> bezocht, onder geleide van zijn landgenoot Sebastiaan del Piombo, verontwaardigd vroeg, welke barbaar zoo heerlijke werken
+had onteerd? Sebastiaan bleef het antwoord schuldig, en, zegt Benvenuto Cellini in zijne gedenkschriften: &#8220;<i>rimase veramente</i> DEL PIOMBO.&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e1007">Het was eene gevaarlijke taak om, na Michel-Angelo, den Bijbel te willen illustreeren, en met name de scheppingsgeschiedenis:
+toch heeft Rapha&euml;l die taak ondernomen, en mag zijn werk naast dat van den grooten meester worden genoemd. Hij had daarbij
+te worstelen met de kleine afmetingen zijner schilderijen, maar vermocht nogthans inderdaad groot te zijn en verheven composities
+te scheppen. De twee-en-vijftig fresko&#8217;s zijn evenwel maar voor een gering deel van zijne hand, al mogen wij aannemen dat
+hij voor bijkans allen de oorspronkelijke schetsen ontwierp, die dan verder door zijne leerlingen werden uitgewerkt. Het is
+hoogst moeilijk met juistheid te bepalen, wie de vervaardigers der verschillende fresko&#8217;s zijn: Giulio Romano, Penni, Pellegrino
+da Modena en Pierino del Vaga zijn wel de voornaamste medearbeiders van den meester geweest; vooral de eerste, van wien eenige
+der beste stukken afkomstig zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e1009">Er kan natuurlijk geene sprake van zijn, deze twee-en-vijftig schilderijen, de zoogenaamde Bijbel van Rapha&euml;l, stuk voor stuk,
+te gaan beschrijven; ook eene beschrijving van sommigen zou, zonder afbeelding, niet veel baten. De onderwerpen zijn toch
+meest allen algemeen bekend; de voortreffelijkheid ligt in de wijze van uitvoering, meer nog dan in de diepe gedachte; en
+om aan deze recht te laten wedervaren is aanschouwing, zoo niet van het origineel, dan toch van eene goede kopie, noodig.
+Bovendien mogen wij ons te eer ontslagen rekenen van de uitvoerige beschrijving dezer loges, daar wij langer denken te vertoeven
+in de <i>Stanze</i> of kamers, het eigenlijke heiligdom van Rapha&euml;ls kunst, voor hem, wat de Sixtijnsche kapel voor Michel-Angelo is. Laat ons
+derwaarts gaan.
+
+
+
+</p>
+<p id="d0e1014">Beginnen wij met de zaal, aan welke, zoowel uit een chronologisch als uit een artistiek oogpunt, de eerste plaats toekomt:
+de dusgenaamde <i>Stanza della Segnatura</i>. Toen Rapha&euml;l in 1508 te Rome kwam, droeg paus Julius II den toenmaals vijf-en-twintigjarigen kunstenaar in de eerste plaats
+de versiering dezer zaal op, aldus geheeten omdat een der hoogere geestelijke gerechtshoven daar zijne zittingen hield, en
+de paus daar de stukken, die hem werden voorgelegd, door zijne onderteekening bekrachtigde. Het was om niets minder te doen
+dan om eene symbolische voorstelling van geheel het geestelijk leven der menschheid, zich ontwikkelende onder de hoede en
+leiding der moederkerk en medewerkende tot hare heerlijkheid: eene taak, waarbij de jeugdige meester zijn eigen weg moest
+gaan en geen voorbeelden had, die hij volgen kon. Zien wij, hoe hij zich van die taak gekweten heeft.
+
+</p>
+<p id="d0e1019">Vier groote tafereelen bedekken de vier wanden. Het eerste en voornaamste, het hart en het bezielend middelpunt van al de
+anderen, van geheel de heerlijke decoratie, is de verkeerdelijk dusgenaamde <i>Disputa del Sacramento</i>: het geldt hier immers geen twist, maar veelmeer eene volkomene harmonie. Hoe zal ik u een getrouw denkbeeld van deze wonderschoone
+conceptie geven? De grondgedachte der schilderij is de op verschillende wijze zich openbarende geloovige gemeenschap met het
+heilig sacrament, als de geestelijke vereeniging van het goddelijk Wezen met de gemeente: het beeld van de levende tegenwoordigheid
+Gods in de strijdende en de triomfeerende kerk. Dunkt u deze gedachte te abstract, te metaphysisch, ongeschikt voor de plastische
+kunst? Het ware niet te verwonderen, gewoon als wij zijn dat de kunst, in onze dagen en vooral in ons land, zich maar weinig
+verheft boven de meest gewone sfeer des alledaagschen levens en zich vooral zorgvuldig verre houdt van hetgeen, hetzij van
+den kunstenaar, hetzij van den aanschouwer, eenige inspanning der gedachte vorderen zou. Maar in de zestiende eeuw, toen de
+dingen der geestelijke wereld nog niet door de zoogenaamde werkelijkheden des praktischen levens waren verdrongen en naar
+het schemerend gebied der mogelijkheden en hypothesen verwezen; toen de menschen nog voor dusgenaamd metaphysische vragen
+zin en hart hadden, die verstonden en ze gewichtig genoeg achtten om daaraan een voornaam deel hunner belangstelling te schenken;&#8212;in
+de zestiende eeuw bestond noch deze schroom, noch deze onvatbaarheid. De tijdgenooten van Michel-Angelo en Rapha&euml;l, al mocht
+hun ook de beteekenis <span class="pageno"><a id="d0e1024"></a>Bladzijde 192</span>van enkele bijzonderheden, de symboliek van sommige details ontsnappen, begrepen zeer goed de hoofdgedachte, die in de diepzinnige
+scheppingen dezer groote meesters was nedergelegd. En zoo voor ons deze taal veel van hare duidelijkheid verloren heeft,&#8212;welnu,
+laten wij ons voor een enkele maal losmaken van de beschouwing van rookende boeren en visschers, van keukenmeiden en kameniers,
+van hofjesjuffrouwen en aangekleede poppen, van koeien en katten en kippen; en trachten wij eens te begrijpen, wat een genie
+als Rapha&euml;l ons ten aanzien van de hoogste levensvragen te zeggen heeft.
+
+</p>
+<p id="d0e1026"></p>
+<div id="d0e1027" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-192.jpg" alt="Stephanus voor den Raad. Kapel van San-Lorenzo."></p>
+<p class="figureHead"><i>Stephanus voor den Raad</i>. Kapel van San-Lorenzo.
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e1033">In het midden, boven aan den rand der schilderij, ziet ge God den Vader, wiens woord scheppend en herscheppend de gansche
+stoffelijke en geestelijke wereld draagt, vervult, bezielt; engelen omzweven hem. Iets lager, Christus, God de Zoon, met de
+teekenen van zijn verzoenend lijden en sterven, ter wederzijde, in aanbiddende houding, omgeven door de twee eerste getuigen
+van zijn leven op aarde: de heilige-maagd en Johannes de Dooper. Wederom iets lager, God de Heilige Geest, in de gedaante
+eener Duive, nederzwevende naar de aarde, en omgeven door vier bevallige engelenfiguren, die de vier geopende Evangeli&euml;n dragen.
+Deze goddelijke groep in de wolken blijft daar niet afgezonderd: een straal van het licht des Heiligen Geestes daalt neder
+op het sacrament, op het altaar geplaatst, dat van onderen het midden der schilderij inneemt. Het is onmogelijk het schijnbaar
+zoo abstracte en&#8212;ook voor wien er niet aan <span class="pageno"><a id="d0e1035"></a>Bladzijde 194</span>gelooft&#8212;zoo verheven diepzinnige leerstuk der Eucharistie, op eenvoudiger en aangrijpender wijze voor te stellen. De Jacobsladder,
+die den hemel met de aarde verbindt, staat opgericht: God woont onder de menschen. En zie, velen reeds zijn langs dien ladder
+opgestegen; velen hebben reeds in die gemeenschap met God de kiem des nieuwen levens ontvangen, die zich eerst daarboven,
+in de hoogere wereld, ten volle ontplooit. Nevens de heerlijke groep der goddelijke Drie&euml;enheid, scharen zich, door lichtende
+wolken gedragen, de patriarchen en profeten, de apostelen en martelaars des ouden en nieuwen verbonds. Ter linkerzijde: Petrus
+met de sleutelen des Hemelrijks; nevens hem Adam, de eerste zondaar; dan Johannes, de Apostel der liefde, de blijde boodschap
+opteekenend: dan David, de stamvader van Christus; dan Stephanus, de eerste bloedgetuige; en eindelijk nog een heilige, half
+door de wolk omhuld. Ter rechterzijde: Paulus met het zwaard; nevens hem Abraham, de vader der geloovigen; Jacobus, de Apostel
+der hoop; Mozes met de tafelen der wet; Sint-Laurens, de diaken; en eindelijk Sint-George, de schutspatroon der ridderschap,
+wier eerste plicht de verdediging der kerk was. Zij allen, reeds der hemelsche heerlijkheid deelachtig, vertegenwoordigen
+de zegepralende kerk:&#8212;dit gansche indrukwekkende gedeelte der schilderij is als het ware eene vertolking van de eerste strofen
+van dien prachtigen alouden hymnus <i>Te Deum laudamus</i>....
+
+</p>
+<p id="d0e1040"></p>
+<div id="d0e1041" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-193.jpg" alt="De loges van Rapha&euml;l."></p>
+<p class="figureHead">De loges van Rapha&euml;l.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e1045">En nu, daar beneden herhaalt zich hetzelfde tooneel. Gelijk daarboven om de Godheid zelf, de verheerlijkte getuigen der waarheid,
+zoo zijn hier op aarde, rondom het heilig sacrament, als het zichtbaar teeken van Gods tegenwoordigheid, de leeraars en priesters
+geschaard der strijdende kerk, de helden des woords en der gedachte; de kunstenaars en wijzen, de eenvoudigen uit het volk.
+Nevens het altaar staan, op de eerste plaats, vier kerkvaders: Sint-Hieronymus en Sint-Gregorius de Groote; aan de eene; Sint-Ambrosius
+en Sint-Augustinus aan de andere zijde, verzonken in de aanbidding van het heilig sacrament of in de overpeinzing van het
+goddelijk mysterie. Achter en nevens dezen scharen zich de groote leeraars der kerk en der school: Sint-Bernard, Petrus Lombardus,
+Duns Scotes, Thomas van Aquino, Sint-Bonaventura, Innocentius III. Onder de dichters en denkers komt de eerste plaats toe
+aan Dante, den koninklijken zanger, den grootsten dichter der christenheid; verder ziet ge hier Savonarola, fra Angelico,
+en voorts eene gansche schaar van geleerden, geestelijken, jongelingen, mannen, half in de schemerende verte verloren, maar
+toch allen met eene bepaalde bedoeling daar geplaatst. Want, zoo ge de verschillende figuren en groepen meer van nabij beziet,
+zult ge bespeuren dat zij elk, door houding, plaatsing of bezigheid, eene bijzondere schakeering der &eacute;&eacute;ne algemeene gedachte
+moeten voorstellen: een rijkdom van fantazie en vindingskracht, die welhaast ons begrip te boven gaat.
+
+</p>
+<p id="d0e1047">Ziedaar eene zeer flauwe schets van deze wondervolle schilderij, naar het oordeel van bevoegde rechters het voortreffelijkste
+wat Rapha&euml;l ooit heeft voortgebracht, en zeer zeker ten volle waardig naast de meest verheven scheppingen van Michel-Angelo
+te worden gesteld. Welk een &eacute;&eacute;nig oogenblik in de geschiedenis der kunst, toen deze beide geni&euml;n in dit vatikaan te zamen
+arbeidden: de eene aan het gewelf der Sixtijnsche kapel, de ander aan de Stanza del la Segnatura!
+
+</p>
+<p id="d0e1049">De andere schilderijen dezer zaal zullen wellicht, gemakkelijker begrepen worden. Toch vormen zij met het zooeven beschrevene
+eene onverbrekelijke eenheid, waarin niet een enkele schakel kan worden gemist. Met elkander illustreeren zij het leven der
+menschelijke ziel, in hare vier hoogste uitingen: de godsdienst, de wijsbegeerte, de po&euml;zie en het recht.
+
+</p>
+<p id="d0e1051">Tegenover de godsdienst&#8212;de <i>Disputa</i>&#8212;prijkt de apotheose der wijsbegeerte&#8212;de <i>School van Athene</i>: het humanisme der klassieke wereld tegenover het geloof der christelijke; hier het zoeken naar de waarheid, daar de aanbidding
+en toe&euml;igening der gegeven waarheid. In een prachtigen tempel zijn, in heldere, fijndoordachte groepeeringen, de hoofdrichtingen
+der helleensche philosophie, in hare voornaamste typen, afgebeeld: op den voorgrond de koryphe&euml;en der natuurwetenschap, op
+den achtergrond, op eene verhevenheid, de uitnemendste vertegenwoordigers van de hoogere wetenschap des geestes. In het midden,
+onder den koepel, staan de twee groote leiders der grieksche wijsbegeerte, Plato en Aristoteles: de eerste met de rechterhand
+ten hemel wijzende, waar de eeuwige idee troont, waarvan deze zichtbare, voorbijgaande wereld slechts eene onvolkomen afschaduwing
+is; de ander, naar de aarde wijzende, als den vasten bodem der werkelijkheid. Om hen heen groepeeren zich de verschillende
+scholen: ja, het gansche geestelijke en intellectu&euml;ele leven der oude wereld is hier, in zinrijke en bevallige groepen, met
+onnavolgbare waarheid voorgesteld. De beschikbare ruimte verbiedt ons, al deze groepen te analyseeren en de namen der voorgestelde
+personen, waarvan sommigen bovendien twijfelachtig zijn, te noemen; ge zoudt er ook weinig aan hebben, zoo ge het stuk zelf
+niet voor u hadt. Een enkel woord tot toelichting van de heerlijk schoone groep der mathematici, waarvan eene afbeelding hiernevens
+gaat. De meester, die, voorover gebukt, mathematische figuren teekent, is Archimedes&#8212;het portret is dat van Bramante&#8212;omgeven
+door eenige leerlingen, die deels de bewijsvoering begrijpen, deels zich inspannen om de beteekenis daarvan te vatten. De
+schrijvende, tegen de pilaar geleunde figuur op het tweede plan is een eclectius; nevens hem, met eene spottende uitdrukking
+op het koude gelaat, staat Pyrrho, de scepticus; de half afgewende figuur, in den philosophenmantel gedrapeerd, is Archesilaos,
+de stichter der nieuwe akademie, met hare waarschijnlijkheid-theorie.&#8212;Eene menigte studi&euml;n, nog voorhanden, bewijzen, hoe
+ernstig Rapha&euml;l zijne taak opvatte, en hoeveel moeite hij zich gaf, om zijn arbeid tot de hoogst mogelijke volkomenheid te
+brengen. De <i>School van Athene</i> behoort dan ook zeker tot zijne uitnemendste scheppingen, merkwaardig vooral door de geestvolle, waarlijk geniale wijze,
+waarop hij de stof behandelde, en de verschillende richtingen in het <span class="pageno"><a id="d0e1062"></a>Bladzijde 195</span>geestelijk leven der oude wereld in sprekende typen en beteekenisvolle groepen wist aan te duiden, zonder schade te doen aan
+de heerlijke eenheid der geheele voorstelling.
+
+</p>
+<p id="d0e1064">Ziehier, in eene dubbele schilderij, door een venster gescheiden, de bedeeling van het wereldlijk en het geestelijk recht:
+<i>keizer Justinianus aan Trebonianus de digesten overreikende</i>, en <i>paus Gregorius IX de decretalen aan een konsistoriaal-advokaat ter hand stellende</i>. Paus Gregorius is gekopieerd naar Julius II; de beide kardinalen achter zijn zetel zijn Johannes de Medici, later Leo X,
+en Alexander Farn&eacute;se, die als Paulus III den heiligen stoel beklom. Boven het venster, eene symbolische voorstelling van de drie hoofddeugden, die den grondslag
+des rechts behooren te vormen: de <i>Waarheid</i>, met twee aangezichten, naar het verleden en de toekomst gekeerd; een genius houdt haar den spiegel, een ander den fakkel
+voor;&#8212;de <i>Kracht</i>, met een eikentak in de hand (zinspeling op den geslachtsnaam van paus Julius II, della Rovere) en op een leeuw gezeten;
+en de <i>Matigheid</i>, met een teugel in de hand. Hooger, aan de zoldering, het beeld der <i>Gerechtigheid</i>, met de diadeem gekroond, het zwaard in de rechter-, de weegschaal in de linkerhand.
+
+</p>
+<p id="d0e1087">En wat te zeggen van die verheerlijking der po&euml;zie, den <i>Parnassus</i>, waar alle groote dichters der oudheid en van het Itali&euml; der middeleeuwen en der renaissance vereenigd zijn om Apollo en
+de Muzen! Aan de herleving der oude letteren gewijd, ademt deze prachtige, door heerlijke lichtverdeeling uitmuntende schilderij
+geheel de geestdrift van de eerste jaren der onvergelijkelijke zestiende eeuw. Onder de Muzen, die in twee bevallige groepen
+Apollo omgeven, heeft Rapha&euml;l ook aan Sapho eene plaats gegund, en wel onder de gedaante van Imperia, eene vrouw, die destijds
+te Rome ongeveer dezelfde rol speelde als Aspasia ten tijde van Pericles te Athene: eene echte grieksche <i>hetaire</i> in dezen half-klassieken tijd. Aan de voeten van Apollo zit eene andere beroemde vrouw uit die dagen, en eene wier naam geen
+smet draagt: de schoone Vittoria Colonna, echtgenoote van den Markies van Pescaro, en later de vriendin, de troosteresse,
+de zeggende engel van Michel-Angelo in zijn ouderdom. De betrekking tusschen deze beide groote en goede menschen, den heros
+op het gebied der kunst Michel-Angelo en de vorstelijke edelvrouwe Vittoria Colonna, is op zich zelf eene der treffendste
+episoden uit dezen zeldzaam rijken, schoonen tijd.&#8212;Homerus en Pindarus, Virgilius en Dante, Alcaeus, Horatius, Ovidius, Propertius,
+Ennius, Plantus, Terentius, Boccacio, Petrarca, Sannazzaro, die liederen dichtte ter eere der Madonna, omringen op den heiligen
+berg de groep der Zanggodinnen. Sommigen hebben met verwondering de afwezigheid opgemerkt van een der grootste dichters van
+Itali&euml;, die bovendien een persoonlijk vriend van Rapha&euml;l was, van Ariosto, die op den <i>Parnassus</i> ontbreekt; maar deze zaal werd in de jaren 1508 tot 1511 beschilderd, en de <i>Orlando Furioso</i>, die den roem van Ariosto vestigde, verscheen eerst in 1519; de dichter had voor dien tijd slechts enkele dramatische gedichten
+van twijfelachtige waarde in het licht gegeven. De afwezigheid van Ariosto is dus geene vergissing, maar veeleer een bewijs
+voor de onpartijdigheid van Rapha&euml;l.
+
+</p>
+<p id="d0e1101">Mij rest nog een enkel woord te zeggen van de bekende en beroemde symbolische figuren aan de zoldering, die boven de vier
+genoemde schilderijen zijn aangebracht, en de Theologie, de Philosophie, de Po&euml;zie en het Recht voorstellen. Deze laatste
+beschreef ik reeds. De <i>Theologie</i> vindt haar plaats boven de <i>Disputa</i>; zij is voorgesteld op de wolken troonende, met een lauwerkrans om de slapen (Dante&#8217;s Beatrice); in de linkerhand houdt zij
+een boek; met de rechterhand wijst zij op het groote tafereel aan den wand onder haar. Twee engeltjes nevens haar houden twee
+tafels, waarop de woorden: &#8220;Kennis der goddelijke dingen.&#8221;&#8212;Onder dat beeld, eene heerlijke schilderij van den <i>Zondeval</i>, in opvatting en wijze van behandeling aan Michel-Angelo herinnerende.&#8212;De <i>Philosophie</i>, boven de <i>School van Athene</i>, is eene peinzende vrouwenfiguur, op een marmeren zetel met het beeld der Diana van Ephesus versierd; zij houdt het boek
+der natuur- en der zedeleer (ethica) in de hand, het opschrift op de tafels der engelbeeldjes luidt: &#8220;Kennis der oorzaken&#8221;.&#8212;Daaronder
+de beschouwing van den sterrenhemel.&#8212;Heerlijk schoon is vooral het beeld der <i>Po&euml;zie</i>, eene gevleugelde vrouwengestalte met een lauwerkrans om hot hoofd, een gouden lier in de eene, een boek in de andere hand;
+zij zit op een marmeren zetel, met tragische maskers versierd en door wolken gedragen; de gansche heerlijke figuur schijnt
+ten hemel te zweven. De beide engelen nevens haar dragen de schilden met het opschrift: &#8220;Ademtocht der Godheid&#8221; (<i>Numine affiatus</i>).&#8212;Daaronder de mythe van den wedstrijd van Apollo met Marsyas.
+
+</p>
+<p id="d0e1124">Ik heb gepoogd u een denkbeeld te geven van dit heiligdom der kunst, waar de schoonste scheppingen van Rapha&euml;l worden bewaard:
+scheppingen, die vooral niet minder getuigen van zijn rijken, veelzijdigen geest, zijne uitgebreide wetenschap en zijn dichterlijken
+blik, dan van zijne in sommige opzichten onge&euml;venaarde bekwaamheden als schilder. Maar wat geen woorden naar eisch kunnen
+wedergeven, dat is de indruk, dien deze geheele zaal op u maakt, met haar volheerlijke decoratie, zoo schitterend rijk van
+kleur en toch in het minst niet verward, niet vermoeiend, maar volkomen harmonisch. Nergens eenige overlading: ge ziet slechts
+wat ge zoekt, en dat volkomen en in al zijn deelen; maar als ge nauwkeuriger toeziet, ontdekt ge een wereld van nieuwe schoonheden,
+die, in hare soort niet minder voortreffelijk, zich evenwel niet opdringen en uwe aandacht afleiden, maar bescheiden wachten
+tot ze opgemerkt worden. De decoratieve schilderkunst heeft wellicht nooit volmaakter werken gewrocht dan in Rapha&euml;ls Loges
+en Stanzen. De meester toont zich hier ook in al zijne grootheid als kolorist.
+
+</p>
+<p id="d0e1126">In de andere zalen behoeven wij ons niet zoo lang op te houden; zij zijn later vervaardigd, en Rapha&euml;l heeft zich hier, veelmeer
+dan in de <i>Stanza della Segnatura</i>, door zijne leerlingen laten bijstaan.&#8212;Aan de <span class="pageno"><a id="d0e1131"></a>Bladzijde 196</span>kamer <i>della Segnatura</i> grenst die van <i>Heliodorus</i>, aldus genoemd naar eene der vier fresko&#8217;s. De schilderijen in deze zaal moeten in beelden de waarheid teekenen, dat God
+ten allen tijde zijne kerk nabij en haar beschermer is; daarmede verbindt zich evenwel een ander denkbeeld, door de politieke
+toestanden dier dagen aan de hand gedaan: namelijk de handhaving der italiaansche nationaliteit tegenover de vreemdelingen,
+hier de Franschen: de doorgaande politiek der pausen, met name van Julius II en Leo X&#8212;De stof voor de groote fresko van Heliodorus
+leverde het boek der Makkabe&euml;n. Daarin wordt verhaald hoe Heliodorus, de schatmeester van koning Seleucus, door dezen naar
+Jeruzalem werd gezonden om den tempelschat weg te voeren. De hoogepriester Onias weigerde den schat over te geven, zeggende
+dat die het eigendom was der weduwen en weezen; Heliodorus drong nu met geweld in den tempel door om den schat te rooven,
+maar werd in zijn boos opzet gestuit door de verschijning van engelen, die hem en de zijnen verdreven. De zinspeling op de
+verdrijving der Franschen uit Itali&euml; wordt nog duidelijker gemaakt door een opzettelijk anachronisme: de verschijning van
+paus Julius II in vol ornaat, gedragen op de <i>Sedia gestatoria</i>, door vier dragers, die allen personen uit Rapha&euml;ls omgeving verbeelden.
+
+</p>
+<p id="d0e1142">Dezelfde dubbele beteekenis heeft een tweede fresko: de <i>Ontmoeting van Attila met paus Leo den Groote</i>. De geweldige Hunnenkoning, ten jare 452 in Itali&euml; gevallen, is tot Rome genaderd, dat hem geen weerstand bieden kan. Paus
+Leo I, met recht de Groote bijgenaamd, trekt, met een klein gevolg van geestelijken, Attila te gemoet, en bedreigt hem met
+de wraak des hemels, indien hij de heilige stad, die onder de bijzondere bescherming der apostelen Petrus en Paulus staat,
+durft aanranden; hij wijst hem op het voorbeeld van Alarik, die de plundering van Rome maar korten tijd overleefde. En Attila,
+hetzij dan getroffen door het waardige voorkomen en de ernstige taal van den opperpriester, hetzij om eenige andere reden,
+trekt zich terug en laat Rome ongemoeid.&#8212;Op de fresko ziet ge Attila, op een zwart paard gezeten, te midden zijner legerbenden;
+de paus, op een witten muilezel, trekt hem te gemoet, vergezeld door twee kardinalen en verder gevolg. Boven den paus zweven,
+in stralenden lichtglans, de gestalten der apostelen Petrus en Paulus, voor welke Attila verschrikt terugdeinst.&#8212;De schilderij
+is tevens eene verheerlijking van de verdrijving der Franschen, na hunne nederlaag bij Novara in 1513: paus Leo de Groote
+is het portret van Leo X, die in datzelfde jaar aan de regeering was gekomen.
+
+</p>
+<p id="d0e1147">Merkwaardig is vooral de derde fresko: <i>de Bevrijding van Petrus uit den kerker</i>, naar het verhaal der handelingen. Een venster verdeelt de schilderij in drie groepen, waarvan de kunstenaar met grooten
+takt gebruik heeft gemaakt voor de voorstelling van drie verschillende episoden. Boven het venster, wordt de slapende apostel
+door den engel gewekt; ter rechterzijde leidt de engel hem door de slapende wachters heen; ter linkerzijde ziet ge het ontwaken
+der verbaasde soldaten, wier gevangene ontkomen is. Met tot dusver onge&euml;venaard talent zijn hier de meest verschillende lichteffecten
+aangebracht: het blauwachtige schijnsel der maan, de rosse gloed der fakkels, en de stralende krans van wit licht, die den
+engel omgeeft en zich weerspiegelt in de harnassen der soldaten. Toch zijn deze zoo verschillende tonen niet met elkander
+in strijd, maar vereenigd in de schoonste harmonie. Dit meesterstuk symboliseert te gelijkertijd de ontvluchting van Leo X,
+toen hij, destijds pauselijk legaat, na den slag van Ravenna, in handen der Franschen gevallen, als monnik vermomd, ontsnapte.
+
+
+</p>
+<p id="d0e1152">De vierde groote fresko in deze zaal is de zoogenaamde <i>Mis van Bolsena</i>. De overlevering verhaalt, dat ten jare 1263, onder de regeering van Urbanus IV, een duitsch piester, die aan de waarheid
+van het leerstuk der transsubstantiatie twijfelde, eensklaps, terwijl hij in de kerk van Santa-Cristina te Bolsena de mis
+bediende, bloed uit de hostie zag vloeien, ten bewijze van de werkelijke tegenwoordigheid des Heeren. Ook deze schilderij
+is door een venster in drie deelen gesplitst. Boven, ziet men den priester met het altaar en den paus (portret van Julius II), die knielende bij de consecratie tegenwoordig
+is; ter wederzijde van het venster, aan den eenen kant het gevolg van den paus, aan den anderen, de gemeente. Niet alleen
+door de dramatische levendigheid en de aangrijpende waarheid der voorstelling, maar vooral door het prachtige en schitterende
+koloriet, behoort deze fresko tot Rapha&euml;ls beste werken.
+
+</p>
+<p id="d0e1160">Aan de zaal, naar Heliodorus genoemd, grenst die van <i>Constantijn</i>, de eerste, die de bezoeker uit de Loges komende, binnentreedt. De fresko&#8217;s van dit vertrek zijn geen van allen van de hand
+van Rapha&euml;l; hoogstens heeft hij voor enkele beelden en groepen de kartons geleverd. De beschildering dezer zaal, in 1519, alzoo een jaar v&oacute;&oacute;r Rapha&euml;ls
+dood, aangevangen, werd eerst in 1526 door zijne leerlingen voltooid; ook uit het oogpunt der kunst is deze <i>Stanza</i> gewis de minste van de vier. De vier fresko&#8217;s, waarvan geene uitvoerige beschrijving noodig is, stellen voor: het <i>Visioen van Constantijn</i>&#8212;het bekende verhaal van de verschijning van het kruis in de wolken, met het omschrift: <i>In hoc signo vinces</i>, in dit teeken zult gij overwinnen,&#8212;welke verschijning den keizer bewoog tot het christendom over te gaan;&#8212;voorts de <i>Slag van Constantijn tegen Maxentius</i>, bij de Milvische brug (Ponte Molle), zeker het beste stuk van allen in deze zaal, grootendeels naar een karton van Rapha&euml;l
+door Giulio Romano geschilderd;&#8212;de <i>Schenking van Rome aan den paus</i>, volgens de bekende overlevering dat Constantijn, bij het overbrengen van den rijkszetel naar byzantium, de heerschappij
+over Rome aan paus Sylvester zou hebben overgedragen;&#8212;en eindelijk de <i>Doop van Constantijn</i>, door paus Sylvester: eene symbolische voorstelling, daar paus Sylvester den keizer niet heeft gedoopt.
+
+</p>
+<p id="d0e1186"></p>
+<div id="d0e1187" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-197.jpg" alt="Fragment van de School van Athene. (Stanza della Segnature.)"></p>
+<p class="figureHead">Fragment van de <i>School van Athene</i>. (<i>Stanza della Segnature.</i>)
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e1197">En nu, nogmaals de Stanzen <i>dell&#8217; Eliodoro</i> en <i>della Segnatura</i> doorgaande, komen wij in de laatste zaal, naar de overbekende schilderij van den <i>Brand in den Borgo</i>, de <i>Stanza dell&#8217; Incendio</i> genoemd. De fresko&#8217;s in deze zaal werden in de jaren 1514 tot 1517 vervaardigd; <span class="pageno"><a id="d0e1211"></a>Bladzijde 198</span>alleen <i>de Brand</i> is geheel van de hand van Rapha&euml;l; de drie anderen zijn, zoo niet geheel, dan toch stellig voor verreweg het grootste gedeelte,
+door zijne leerlingen geschilderd; allen hebben veel geleden en zijn sterk en dikwerf zeer onhandig bijgeschilderd en gerestaureerd.&#8212;Men
+verhaalt dat in het jaar 847 een geweldige brand, die in den Borgo (voorstad) was uitgebarsten en zelfs de Pieterskerk bedreigde,
+door paus Leo IV, met het teeken des kruises, werd gestuit en gebluscht. Dit verhaal leverde de stoffe voor deze beroemde
+schilderij; met juisten takt heeft Rapha&euml;l echter den biddenden paus op den achtergrond, in eene sedert weggebroken <i>loggia</i>, geplaatst&#8212;het wonder-zelf was toch niet af te beelden;&#8212;en al zijn kracht en talent gewijd aan het levendig dramatisch tooneel
+op den voorgrond, waar de brand nog in al zijne felheid woedt, en de verschillende groepen van vluchtelingen en anderen, die
+ter hulp toesnellen, hem de rijkste gelegenheid boden tot ontvouwing van zijn uitnemend talent als teekenaar en kolorist.
+
+
+</p>
+<p id="d0e1219">Wat heeft Rapha&euml;l bewogen, juist deze stof te kiezen? Zeker niet het feit van den brand zelf: er ware dan hoegenaamd geen
+verband tusschen deze fresko en de drie anderen in dezelfde zaal; en toch zien wij overal, in elk vertrek, &eacute;&eacute;ne zelfde gedachte
+de keuze der verschillende onderwerpen bepalen. Ook in de <i>Stanza dell&#8217; Incendio</i> ontbreekt deze eenheid niet; de gedachte, die hier moest verzinnelijkt worden, is eene zuiver politieke, meer nog dan in
+de <i>Stanza dell&#8217; Eliodoro</i>, doch in omgekeerden zin. Gold het daar, de verdrijving der Franschen uit Itali&euml; te vieren, thans moest het verbond van den
+pauselijken stoel met den franschen koning worden verheerlijkt;&#8212;het was na de samenkomst te Bologna! De overgang is sterk
+genoeg. Is in de Heliodorus-zaal de voor den paus wijkende Attila eigenlijk Frans I, hier ontmoeten wij hem weder, maar in
+gansch ander karakter. Zie hier de <i>Kroning van Karel den Groote</i>, door paus Leo III. Karel de Groote is het sprekend gelijkend portret van Frans I; evenals Leo III, dat van Leo X; de schepter
+des keizers is met de fransche lelie gekroond; de page, die de kroon van Lombardye draagt, is Ippolito de Medici, neef van
+den paus, wellicht een vriendelijke wenk aan het adres van koning Frans!&#8212;Dezelfde soort van vleierij heeft de hand bestuurd
+van den vervaardiger van de fresko, de <i>Rechtvaardiging van Leo III voor Karel den Groote</i>, waar wederom de portretten der beide hoofdpersonen aan de tijdgenooten van Rapha&euml;l herinneren.&#8212;De vierde fresko eindelijk
+stelt de <i>Overwinning op de Sarracenen bij Ostia</i> onder Leo IV voor; eene zinnebeeldige oproering ten kruistocht tegen de ongeloovigen. Naar men zegt, zou deze schilderij
+haar ontstaan te danken hebben aan een zonderlinge gebeurtenis. Na den dood van zijn broeder Julius, in 1515, had Leo X zich
+te Citta-Lavinia, nabij Ostia teruggetrokken; en zoo groot was destijds de onveiligheid der italiaansche kusten, dat het weinig
+had gescheeld, of de paus was op klaarlichten dag door de barbarijsche zeeschuimers opgelicht!
+
+</p>
+<p id="d0e1236">Deze schilderijen hebben dus alle betrekking op de zegepraal der kerk, vooral ook door de hulp en ondersteuning van haar genegen
+vorsten. Vandaar dat in deze zelfde zaal de beeltenissen voorkomen van zes beschermheeren der kerk; Constantijn de Groote,
+Karel de Groote, Godfried van Bouillon, Astolph, Ferdinand de Katholieke en keizer Lotharius. Nu&#8212;de <i>Brand</i> past in hetzelfde kader, al moge de zinspeling wat ver gezocht zijn. Na den vrede met Frankrijk in 1515, vleide Leo X zich,
+den reeds zoo lang woedenden oorlog voor goed bedwongen, en den vrede van Europa voor langen tijd verzekerd te hebben. Hij
+had, door zijne persoonlijke tusschenkomst, dit wonder gewrocht, evenals zijn voorganger Leo IV eenmaal op wonderdadige wijze
+den brand had gestuit, die het heiligdom der kerk bedreigde....
+
+</p>
+<p id="d0e1241">De politiek is geen gezonde atmosfeer, met name niet voor de kunst. Waar de groote meester zijn genie moest dienstbaar maken
+aan de toelichting en verheerlijking van politieke gedachten en bedoelingen, daar was hij zich zelf niet meer. Vandaar ook,
+dat deze Stanzen, hoeveel voortreffelijks zij overigens mogen bevatten, hoezeer Rapha&euml;ls talent voor het dramatische, voor
+het volle, bewogen, historische leven, zich hier menigmaal in al zijne kracht toont, toch op verre na de vergelijking niet
+kunnen doorstaan met die heerlijke <i>Stanza della Segnatura</i>, waar de dichter, de bezielde kunstenaar, wiens geest de verhevenste gedachten, de hoogste idealen der menschheid had omvat,
+zich in al zijne weergalooze majesteit, in al de diepte en den rijkdom van zijn machtig en liefelijk genie toonde. Naar deze
+<i>Stanza</i> keert ge telkens terug, en bij elk nieuw bezoek klimt uwe bewondering, uw eerbied, uwe liefde voor den meester, den waardigen
+mededinger van Michel-Angelo, in liefelijkheid en harmonisch evenwicht winnende wat hij, bij dezen vergeleken, miste in kracht
+en oorspronkelijkheid.
+
+</p>
+<p id="d0e1249">In het werk, in het genie dezer beide mannen vat zich de geheele gedachte, het gansche streven der ware renaissance samen:
+de esthetische wereldbeschouwing der oudheid, doordrongen en geheiligd door de ethisch-religieuse der christelijke kerk. Beiden
+hebben zij, ieder op zijne eigenaardige wijze, naar de verwezenlijking van dit heerlijk ideaal gestreefd, en bijna hun doel
+bereikt. Ach, waarom mocht deze volschoone bloem, wier gelijke de wereld wellicht nooit aanschouwde, maar zoo kort bloeien?
+Was dit ideaal, toch met zoo aangrijpenden, zoo tragischen ernst, door zulke mannen en vele anderen, in kracht en genie hun
+nabij komende, geloofd en nagejaagd, niets dan een ijdel droombeeld? En had de puriteinsch-ascetische reactie recht, die straks,
+ook te Rome, al zulk streven veroordeelde, en den edelen zanger der <i>Gerusalemme liberata</i>, een der laatste zonen van de echte renaissance, het harte brak? En had ook de latere kunst recht, toen zij zich gaandeweg
+al meer losmaakte van de ideale wereld der gedachte, van de godsdienstige traditie, om, nu niet langer priesteresse, neder
+te zitten op de markt des alledaagschen levens, en aan hetgeen daar rondom haar voorviel, hare stoffe te ontleenen?
+
+</p>
+<p id="d0e1254">Doch wij mogen ons in deze overwegingen niet verdiepen, hoe uitlokkend het onderwerp ook zij. Wij <span class="pageno"><a id="d0e1256"></a>Bladzijde 199</span>gaan het vatikaan verlaten, dat wij&#8212;te vluchtig en te oppervlakkig&#8212;hebben doorwandeld. Wat dit vatikaan is&#8212;het valt moeielijk
+dit in weinige woorden uit te drukken: het is eene wereld op zich zelf. Hier, binnen deze gewijde muren, kunt ge u laven aan
+de zuiverste bronnen van menschelijke wetenschap en litteratuur, op gewijd en ongewijd gebied; hier kunt ge de kunst, zoo
+der oude als der nieuwe wereld, bestudeeren in hare hoogste volkomenheid, in hare rijkste verscheidenheid; hier herleeft voor
+u, in sprekende, levende beelden, de geschiedenis der gansche beschaafde wereld, sedert meer dan drieduizend jaren. En deze
+woorden, hoe fabelachtig ze mogen klinken, zijn toch niets dan de sobere waarheid: het oude Egypte reikt hier immers, over
+Griekenland en Rome heen, de hand aan de Renaissance!....
+
+</p>
+<p id="d0e1260">En nu zwijg ik nog van de herinneringen aan dit geheel eenig paleis verbonden, waarvan de oorsprong opklimt tot de regeering
+van paus Symmachus (498 tot 514), waar Karel de Groote heeft vertoefd, en waaraan schier alle pausen, tot Pius IX toe, hebben
+gebouwd. Dit vatikaan is in zekeren zin Rome in het klein; evenals de stad zelve, een inbegrip van de geschiedenis der europeesche
+menschheid, de kweekplaats van de moderne beschaving, de metropolis der christelijke wereld. Voorwaar, indien de rang en het
+karakter eener stad worden bepaald, niet zoozeer door hare geographische ligging, maar veelmeer door haar verleden, door hare
+traditi&euml;n, door hare geestelijke beteekenis:&#8212;wat dunkt u, heeft dan de katholieke kerk geen recht, om Rome hare hoofdstad
+te noemen? Geen wonder, dat zij dit recht blijft handhaven tegenover een staatkundige macht, die haar tracht te te overweldigen.
+
+
+</p>
+<p id="d0e1262">Doch wij willen de kalme, verhevene, heilige stemming, waarin het bezoek van het vatikaan ons heeft gebracht, niet verstoren
+door politieke afwijkingen.&#8212;Nemen wij veel meer de herinnering aan dit heiligdom der kunst, der godsdienst, der geschiedenis,
+als een stillen zegen, mede in ons gemoed.
+
+</p>
+<p id="d0e1264"></p>
+<div id="d0e1265" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="images/p1873-200.jpg" alt="Gregorius IX de decretalen uitrijkende. (Stanza della Segnatura.)"></p>
+<p class="figureHead"><i>Gregorius IX de decretalen uitrijkende</i>. (<i>Stanza della Segnatura</i>.)
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Vatikaan, by Anonymous
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET VATIKAAN ***
+
+***** This file should be named 14507-h.htm or 14507-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/4/5/0/14507/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the PG Distributed Proofreaders Team.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-065.jpg b/old/14507-h/images/p1873-065.jpg
new file mode 100644
index 0000000..de95ee2
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-065.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-068.jpg b/old/14507-h/images/p1873-068.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7cdccc8
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-068.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-069.jpg b/old/14507-h/images/p1873-069.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dd2d7d5
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-069.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-072.jpg b/old/14507-h/images/p1873-072.jpg
new file mode 100644
index 0000000..fac0b33
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-072.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-073.jpg b/old/14507-h/images/p1873-073.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9010eec
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-073.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-077.jpg b/old/14507-h/images/p1873-077.jpg
new file mode 100644
index 0000000..93ccf63
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-077.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-080.jpg b/old/14507-h/images/p1873-080.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ca80981
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-080.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-081.jpg b/old/14507-h/images/p1873-081.jpg
new file mode 100644
index 0000000..815847d
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-081.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-084.jpg b/old/14507-h/images/p1873-084.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d1fb37d
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-084.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-085.jpg b/old/14507-h/images/p1873-085.jpg
new file mode 100644
index 0000000..096ad15
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-085.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-088.jpg b/old/14507-h/images/p1873-088.jpg
new file mode 100644
index 0000000..904dc3b
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-088.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-177.jpg b/old/14507-h/images/p1873-177.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a29f074
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-177.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-181.jpg b/old/14507-h/images/p1873-181.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e7c6a17
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-181.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-184.jpg b/old/14507-h/images/p1873-184.jpg
new file mode 100644
index 0000000..305903e
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-184.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-185-1.jpg b/old/14507-h/images/p1873-185-1.jpg
new file mode 100644
index 0000000..19459fd
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-185-1.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-185-2.jpg b/old/14507-h/images/p1873-185-2.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dd929ac
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-185-2.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-188.jpg b/old/14507-h/images/p1873-188.jpg
new file mode 100644
index 0000000..53b1bf2
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-188.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-189.jpg b/old/14507-h/images/p1873-189.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9f80455
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-189.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-192.jpg b/old/14507-h/images/p1873-192.jpg
new file mode 100644
index 0000000..56bd80d
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-192.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-193.jpg b/old/14507-h/images/p1873-193.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bd2eaf9
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-193.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-197.jpg b/old/14507-h/images/p1873-197.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9d48ebf
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-197.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/images/p1873-200.jpg b/old/14507-h/images/p1873-200.jpg
new file mode 100644
index 0000000..07046ea
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/images/p1873-200.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/14507-h/style/amazonia.css b/old/14507-h/style/amazonia.css
new file mode 100644
index 0000000..f3a05a3
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/style/amazonia.css
@@ -0,0 +1,26 @@
+/* amazonia.css -- color scheme Amazonia, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFF5; /* #FFFFF5; very light green */
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend, hr.noteseparator
+{
+ color: #880000; /* #880000; brownish red */
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: #808000; /* #808000; olive green */
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
diff --git a/old/14507-h/style/arctic.css b/old/14507-h/style/arctic.css
new file mode 100644
index 0000000..63bc14d
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/style/arctic.css
@@ -0,0 +1,33 @@
+/* arctic.css -- color scheme Arctic, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Arial, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+ color: #001FA4;
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
diff --git a/old/14507-h/style/borneo.css b/old/14507-h/style/borneo.css
new file mode 100644
index 0000000..51cc9bc
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/style/borneo.css
@@ -0,0 +1,26 @@
+/* borneo.css -- color scheme Borneo, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFEE; /* #FFFFEE; light yellowish brown */
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+ color: #880000; /* #880000; brownish red */
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno
+{
+ color: #AC8D70; /* #AC8D70; sepia */
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: #D25C00; /* #D25C00; orange brown */
+} \ No newline at end of file
diff --git a/old/14507-h/style/gutenberg.css b/old/14507-h/style/gutenberg.css
new file mode 100644
index 0000000..c780361
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/style/gutenberg.css
@@ -0,0 +1,387 @@
+/*
+ gutenberg.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files
+
+ Jeroen Hellingman
+
+ This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain.
+*/
+
+
+/*
+body - body of html page; define overall properties
+*/
+
+body
+{
+ line-height: 1.44em;
+ font-family: times, serif;
+ font-size: 1em;
+ font-weight: normal;
+ margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+ width: auto;
+ letter-spacing: normal;
+ text-transform: none;
+ word-spacing: normal;
+ font-size-adjust: 0.58;
+}
+
+/* title Page headers */
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline
+{
+ text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+ font-size: 1.14em;
+ line-height: 2em;
+ font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+ font-size: 1.44em;
+ font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+ font-size: 1.14em;
+ font-weight: normal;
+}
+
+/*
+
+h1..h5 headers
+
+class
+ sub subtitle
+
+*/
+
+h1
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 2em;
+ font-style: normal;
+ font-weight: 600;
+ letter-spacing: normal;
+ text-decoration: none;
+ text-transform: none;
+ word-spacing: normal;
+ font-size-adjust: .4;
+
+ line-height: 1.5em;
+
+ margin-bottom: 0.33em;
+ margin-top: 1.33em;
+}
+
+h2
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.44em;
+ line-height: 1.2em;
+
+}
+
+h3
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.2em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+h4
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.0em;
+ font-weight: 400;
+ line-height: 1.0em;
+}
+
+h5
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.0em;
+ font-style: italic;
+ font-weight: 400;
+ line-height: 1.0em;
+}
+
+
+/*
+p -- paragraph
+
+class
+ initial initial paragraph of chapter, i.e. no indentation
+ argument argument, the list of topics at the head of a chapter
+ note footnote
+ quote quoted material, like blockquote
+ stb small thematic break
+ mtb medium thematic break
+ ltb large thematic break
+ navline navigation line
+ figure figure, plate, illustration
+ legend legend with figure, plate, or other type of illustration
+*/
+
+p
+{
+ text-indent: 0em;
+}
+
+p.poetry
+{
+ margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+ /* font-style: italic; */
+}
+
+p.initial
+{
+ text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+ text-indent: 0em;
+ font-size: 0.8em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+p.argument
+{
+ margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+ margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+ margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.notetext
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+}
+
+div.divFigure
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.figureHead
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.legend
+{
+ font-size: 0.9em;
+ margin-top: 0;
+}
+
+p.navline
+{
+ text-indent: 0em;
+ text-align: center;
+ font-size: 0.7em;
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+ font-size: 0.8em;
+ line-height: 1.1em;
+ color: #666666;
+}
+
+/* Special cases for Filipino Riddles */
+
+
+p.question
+{
+ text-align: left;
+ margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.answer
+{
+ text-align: right;
+ margin-top: 0em;
+}
+
+p.explanation
+{
+ margin-left: 0.9em;
+ margin-right: 0.9em;
+ font-size: smaller;
+}
+
+
+/*
+// span -- used for special effects in formatting.
+//
+// class
+// leftnote note in the left margin
+// rightnote note in the right margin
+// pageno page number, inserted at location of original page break.
+//
+// Note that the positioning only works properly in IE 5.0.
+*/
+
+span.leftnote
+{
+ position:absolute;
+ left:1%;
+ height:0em;
+ width:14%;
+ font-size:0.8em;
+ text-indent: 0em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno
+{
+ position:absolute;
+ left:86%;
+ height:0em;
+ width:14%;
+ text-align:right;
+ text-indent:0em;
+ font-size:0.8em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+span.lineno
+{
+ position: absolute;
+ left: 12%;
+ height: 0em;
+ width: 12%;
+ text-align: right;
+ text-indent: 0em;
+ font-size: 0.6em;
+ line-height: 1em;
+ font-style: normal;
+}
+
+.Greek
+{
+ font-family: Gentium, Arial Unicode MS, serif; /* font that supports classical Greek */
+}
+
+.Arabic
+{
+ font-family: Arial Unicode MS, sans-serif; /* font that supports Arabic */
+}
+
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+span.smallcaps
+{
+ font-variant: small-caps;
+}
+
+/*
+a -- anchor
+
+class
+ offsite
+ gloss glossary entry; should be less visible
+ noteref (foot) note reference.
+ hidden
+ navline
+*/
+
+a.navline
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+a.navline:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+a.hidden:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+a.noteref:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+ text-decoration: none;
+ font-size: 0.7em;
+ vertical-align: super;
+}
+
+a.hidden
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+ width: 100%;
+ height: 1px;
+ color: black;
+}
+
+hr.noteseparator
+{
+ width: 25%;
+ height: 1px;
+ text-align: left;
+}
+
+/*
+// ol ul -- ordered list, unordered list
+//
+// class
+// toc table of contents
+*/
+
+
+/*
+// li -- list item
+//
+// class
+// toc_h1 table of contents h1
+// toc_h2
+
+// table -- table
+*/
+
+table.navline
+{
+ font-size: 0.7em;
+ font-family: 'TITUS Cyberbit Basic', helvetica, sans-serif;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+}
diff --git a/old/14507-h/style/print.css b/old/14507-h/style/print.css
new file mode 100644
index 0000000..764ba41
--- /dev/null
+++ b/old/14507-h/style/print.css
@@ -0,0 +1,36 @@
+/*
+ print.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files, optimized for printing.
+
+ Jeroen Hellingman
+
+ This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain.
+*/
+
+body
+{
+ font-family: Gentium, Times New Roman, serif;
+ margin: 12pt 1cm 12pt 1cm;
+ font-size: 11pt;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5
+{
+ color: black;
+ font-family: Gentium, Times New Roman, serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: black;
+}
+
+a, a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: black;
+ text-decoration: none;
+}
+
+span.pageno
+{
+ font-size: 6pt;
+} \ No newline at end of file