summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/14088-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '14088-0.txt')
-rw-r--r--14088-0.txt1288
1 files changed, 1288 insertions, 0 deletions
diff --git a/14088-0.txt b/14088-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..b270d35
--- /dev/null
+++ b/14088-0.txt
@@ -0,0 +1,1288 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14088 ***
+
+Uit Marokko
+
+Naar het Duitsch van Dr. Siegfried Genthe. [1]
+
+
+Er bestaat nergens een onmiddellijker overgang tusschen twee volkomen
+verschillende werelden dan bij de straat van Gibraltar. Nergens
+elders op aarde staan twee gebieden van zoo scherpe tegenstellingen
+tegenover elkaâr en zijn dan toch zoo nauw vereenigd, als hier,
+waar Afrika's noordwestpunt door een zeeëngte van niet meer dan een
+paar mijlen breedte gescheiden wordt van het spaansche vasteland,
+'t welk immers stellig europeesch van aard is trots het bekende woord,
+dat Afrika ten zuiden van de Pyreneeën begint.
+
+Op de smalste plek tusschen Punta Maroqui bij Tarifa op den spaanschen
+en kaap Eires op den marokkaanschen kant bedraagt de breedte van
+het scheidend watervlak, dat, geologisch gesproken, een nog jonge
+doorbraak van den Atlantischen Oceaan is, minder dan 14 K.M. En toch
+beteekent dit smalle water, minder breed dan de Elbe bij Cuxhafen,
+een scheiding grooter, dan duizenden van zeemijlen bewerken, moeilijker
+te overbruggen dan de diepste, breedste wateren.
+
+Wel gaan tegenwoordig dag aan dag de kuststoombooten tusschen de
+spaansche en marokkaansche havens heen en weer, wel zorgt ook de
+onderzeesche kabel voor de aansluiting bij de buitenwereld, maar men
+zou van deze verbinding kunnen zeggen, dat zij uiterst oppervlakkig is
+en 't innerlijke wezen in 't geheel niet raakt. Toch heeft Spanje sterk
+den invloed van Afrika ondervonden en men speurt dien in de bevolking,
+de taal, de bouwkunst, en de kleeding der bewoners, een bewijs hoe
+krachtig de werking is geweest der moorsch-arabische heerschappij in
+Andaluzië en Granada.
+
+Maar die afrikaansche herinneringen, die Spanje voor den toerist zoo
+iets bekoorlijks en buiten-europeesch geven, zijn volkomen eenzijdig
+gebleven. Aan den overkant der straat is van spaansche of andere
+europeesche invloeden niets te bespeuren, zoodra men de weinige
+havensteden, die voor den buitenlandschen handel zijn opengesteld,
+heeft verlaten en in het binnenland komt.
+
+Het is inderdaad merkwaardig, met hoeveel taaiheid de Islam in Marokko
+erin geslaagd is, zich te verzetten tegen de onvermijdelijk schijnende
+aanraking met de christelijke buitenwereld aan de Middellandsche
+Zee. Het is alsof de vurige en aanvallende geloofskracht, die
+Mohammeds leer juist op deze plek in haar stoutmoedig binnendringen
+op europeeschen bodem heeft getoond, zich later heeft omgezet in nog
+vasthoudender kracht van weerstand.
+
+Maar in onze dagen van triomfen voor het wereldverkeer bestaat er ten
+slotte geen hinderpaal, die niet eindelijk wijkt voor de aandringende
+beschaving der blanke volken. Het vele duizenden van jaren oude China,
+tot op den jongsten tijd 't bewonderenswaardigst bolwerk van trotsche
+welgelukte afzondering, zijn geheimzinnige buurlanden Thibet en Korea,
+ook zij moeten stap voor stap toegeven, wijken voor den aandrang van
+ons ras.
+
+En zooals het nog voor weinig tientallen van jaren donkere werelddeel
+nu bijna geheel verdeeld is tusschen de staten, die het meest voor
+de openstelling hebben gedaan, zoo zal ook Marokko's laatste uurtje
+slaan, en in een niet te verre toekomst zal op de plaats van het
+vreemdenhatend, achterlijke rijk van den Sjerif een land liggen als
+andere koloniën, waar naar de grondstellingen der verlichte staatskunst
+de geheele wereld uitgenoodigd wordt ter exploitatie van de natuurlijke
+krachten en rijke schatten van den grond.
+
+Dat echter Marokko, om zoo te zeggen op den drempel van Europa en
+onder onze oogen, tot heden niet enkel een politiek zelfstandig,
+maar ook een voor de buitenwereld zoo goed als gesloten land gebleven
+is, behoort tot de merkwaardigste feiten der geschiedenis, tot die
+verbluffende dingen, die men aanneemt als iets vanzelfsprekends,
+ofschoon ze dat volstrekt niet zijn. Want hoe was het mogelijk,
+dat midden in onzen beschavingskring een land aan de Middellandsche
+Zee, dat reeds in den grijzen voortijd bij zijn buren bekend was en
+vaak genoeg een niet onbeduidende rol in hun onderlinge betrekkingen
+gespeeld heeft, alleen van alle andere als onaangetast de stormen heeft
+getrotseerd van oorlog en verovering, wisseling van heerschappij en
+eeuwigen burgeroorlog? Hoe kan een land, dat Phoeniciërs, Grieken,
+Romeinen, Vandalen, Gothen, Arabieren, Spanjaarden en Portugeezen
+na elkander in den loop der eeuwen bezet en bewoond hebben, nu nog
+oprijzen in den tijd, dien wij beleven, als een levend gebleven stuk
+oudheid? Hoe verklaart men het, dat aan dit merkwaardig, ingedommeld
+sprookjesland, waar de tijd schijnt stil te staan, tot in het midden
+van de 19de eeuw door groote mogendheden schatting is betaald, als
+moest men door deemoedige geschenken zich de gunst verzekeren van
+een gevreesden geweldige.
+
+Waaraan ligt het, dat de trotsche Europeaan, die overal elders in de
+wereld als heerscher of als zelfbewust gelijkberechtigde optreedt,
+zich in Marokko in de rol van den verachten, slechts gedulden
+christenhond schikt? Dat zelfs de ambtelijke vertegenwoordigers van
+onze regeeringen, tegen alle gewoonten van hun stand in, zich ermee
+tevreden stellen, ver van de hoofdstad of zelfs van alle persoonlijk
+verkeer met den vorst en zijn regeering, rustig aan de kust te wonen?
+
+Deze vragen, die iemand door het hoofd gaan, als men voor het eerst
+van de spaansche naar de marokkaansche kust overvaart, voldoende te
+beantwoorden, zou meer tijd vorderen, dan men voor mijmeringen bij
+den korten overtocht heeft en bovendien heel wat studie van Marokko's
+geschiedenis vereischen, zonder tot een bevredigende uitkomst te
+leiden.
+
+Doch één ding schijnt mij toch duidelijk bij een vluchtig kijkje op
+Marokko's historie, namelijk, dat het niet de Islam alleen geweest
+kan zijn, die het land in zijn afzondering houdt en dit land, 't welk
+naar zijn aardrijkskundige ligging midden in het drukste wereldgewoel
+moest staan, als een zonderling alleen doet blijven, een eigen plaats
+innemend in onzen nivelleerenden, alles gelijkmakenden tijd.
+
+Wel heeft juist van Marokko uit de Islam zijn grootste kracht
+ontwikkeld en van het van hier uit onderworpen Spanje drongen de
+mohammedaansche strijders voor het geloof tot in het hart van Frankrijk
+door; het waren de uit Marokko gekomen legerscharen van den Profeet,
+die Karel Martel bij Tours en Poitiers tot zegen van Europa heeft
+teruggeslagen. Maar toch; belangrijker dan de kracht van het geloof
+met zijn dweepzucht en zijn persoonsvereering was voor het land
+zijn krachtige bevolking, geen arabische of moorsche, geen negers
+of afstammelingen van negers als in andere landen van Noord-Afrika,
+maar Berbers, dat geheimzinnige volk, welks lichte huidkleur met
+soms volkomen germaansch lijkende blauwe oogen en blonde haren,
+den ethnologen zooveel moeite geven. Berbers, in wie men nu eens
+de nakomelingen der verdwenen tien stammen van Israël, dan weer
+die der Vandalen en Gothen van Noord-Afrika heeft willen zien;
+in wie sommige de oude Libyers en Carthagers meenen te herkennen,
+terwijl anderen in hen die naamlooze volken hervinden, die op de oude
+egyptische monumenten blondharig en slank onder de schattingbetalende
+figuren op de wandschilderingen zijn afgebeeld. Alle volken, waar
+de ethnologen wat verlegen mee zitten, Kelten, Iberiërs, Basken,
+Carthagers, de Guanchen van de Kanarische eilanden en Etruskers,
+zijn als voorvaderen der Berbers aangewezen.
+
+Maar 't zij ze nu van indogermaanschen, semietischen of afrikaanschen
+oorsprong mogen wezen, zij waren en zijn het volk, dat meer dan
+eenig ander in de geschiedenis de vrijheidsliefde en den trots
+vertegenwoordigt, die men zoo dikwijls bij bergvolken vindt. Overal,
+waar de Islam op zulke stammen stiet, zijn er eeuwen lang bloedige
+oorlogen gevoerd, maar ten slotte ontstonden er vaste burchten des
+geloofs, rechtgeloovige plaatsen, die tot de gevreesde schuilplaatsen
+van roofzuchtige dwepers werden. Zoo in den Kaukasus en in Koerdistan,
+en in de hooge dalen van den Indus en in Afghanistan.
+
+En zulk een land is Marokko eveneens. De Berbers zijn er van veel meer
+beteekenis voor geworden dan ooit Phoeniciërs en Romeinen, Arabieren
+of Spanjaarden. Zij zijn gebleven, wat ze waren, een ruw, krijgshaftig
+bergvolk, dat zijn onafhankelijkheid hooger stelt dan alle andere
+goederen der wereld, een onbeschaafd volk van jagers en herders, dat
+den opgedrongen, onbegrepen van het Oosten komenden nieuwen godsdienst
+voor zich pasklaar maakte naar zijn oude vooroudersvereering en nu
+eraan vasthoudt als aan een nationaal bezit.
+
+De Berbers zijn de eigenlijke Marokkanen, degenen, die de geschiedenis
+van het land hebben gemaakt, die thans (1903 en 1904, toen Dr. Genthe
+in Marokko was, vert.) in den opstand van Boe Hamara evenzeer
+de hoofdrol spelen, als zij later, bij de komst der europeesche
+indringers, den nieuwen heerschers de grootste moeilijkheden zullen in
+den weg leggen. Aan de Berbers is het te danken, dat wij nu nog vóór
+onze deur hebben, zoo antiek, zoo barbaarsch en zoo schilderachtig,
+als men er enkel een in de ontoegankelijkste deelen der wereld zou
+verwachten, een land, dat den reiziger een paar uren, nadat hij Europa
+heeft verlaten, onmiddellijk in een bekoorlijke, verwarrend vreemde
+wereld brengt.
+
+Wie dien indruk sterk wil krijgen, moet zijn reis naar Marokko niet
+doen met een der gemakkelijke stoombooten, die van verschillende
+europeesche havens uit naar de marokkaansche kustplaatsen varen. In
+Hamburg alleen zijn drie maatschappijen, die een geregeld verkeer met
+Marokko onderhouden, en zoo is het ook in Londen en Liverpool. Van daar
+uit duurt de reis tot Tanger, de dichtstbij zijnde marokkaansche haven,
+een week en langer. En ook de sneller en voornamer booten, dan die
+van Woermann en Oost-Afrikalijn en dergelijke, als bij voorbeeld die
+van de groote oostaziatische en australische lijnen, Noordduitsche
+Lloyd, Hamburg-Amerikalijn, Orient-lijn, Peninsular and Oriental,
+Messageries Maritimes, die in een paar dagen naar Gibraltar varen,
+geven iemand door de zeereis veel meer het idee van een grooteren
+tocht, van een overgang in nieuwe toestanden, dan wanneer men met
+de Zuidexpres over Parijs naar Madrid rijdt en van daar langs den
+kortsten weg Cadix en Gibraltar bereikt en zich met een der spaansche
+of engelsche stoombooten laat overzetten. Dan beleeft men inderdaad
+een groote verandering zonder geleidelijken overgang. Hoewel toch de
+zuidspaansche steden met hun witte huizen en platte daken, hun agaven
+en opuntia's en enkele palmen reeds een weinig afrikaansch lijken,
+men krijgt toch den indruk van met een tooverroede te zijn aangeraakt,
+als men plotseling, nog in 't gezicht der spaansche kust, aan den
+overkant de verblindend witte huizenblokken ziet en de middeleeuwsche
+tinnen van de vesting Tanger voor het oog ziet verrijzen.
+
+Die stad mag zich beroemen, al heel weinig vereuropeescht te zijn. Meer
+dan de helft van de kustlengte der zuidelijke binnenzee van Europa
+behoort bij mohammedaansche landen, die met hun vreemde levensvormen
+veel bekoorlijks hebben en dit afrikaansche Oosten zeer geliefd maken;
+maar het levendig verkeer tusschen de omliggende landen, waardoor
+de Middellandsche Zee het drukst bevaren wordt van alle zeeën, heeft
+natuurlijk het binnendringen van europeeschen invloed en europeesche
+uiterlijkheden ten gevolge gehad. In de turksche en egyptische havens
+treedt het europeesch karakter in huizenbouw en kleeding der bewoners
+reeds op den voorgrond, en niet veel beter staat het daarmee in
+algerijnsche kustplaatsen en zelfs in die van Tunis en Tripoli.
+
+Daarbij vergeleken, is Tanger werkelijk nog zoo echt, alsof het pas
+voor weinig jaren ontdekt was en niet een der oudste nederzettingen in
+dat deel der Middellandsche Zee, waar wij geloofwaardige berichten uit
+bezitten. Voor de in Marokko wonende vreemdelingen beteekent Tanger
+het toppunt der beschaving, de zeer gezochte, het dichtst bij Europa
+gelegen plaats, waar men alles vindt, wat men als twintigste-eeuwer
+in het leven behoeft.
+
+Hôtels met vreemde-talensprekende kellners, couranten van alle
+beschaafde landen, kerken en kapellen van drieërlei belijdenis,
+tennisvelden, gezantschappen en consulaten van meer dan een dozijn
+staten, post- en telegraafkantoren, banken, een eindeloos aantal
+koffiehuizen, winkels van allerlei aard, ja zelfs telefonen en
+electrische straatverlichting.
+
+Dat is werkelijk verrassend veel voor een marokkaansche stad, en zelfs
+al vindt men in de winkels nooit, wat men precies noodig heeft, en al
+weigert de electrische verlichting altijd dan en daar, waar zij het
+meest noodig is, toch zal men erkennen, dat een veel belovend begin
+aanwezig is.
+
+Als men pas aankomt en onder de in zuidelijke landen zoo opdringende
+pakjesdragers en roeiers en gidsen en tolken en bedienden zich een
+weg gebaand heeft, kan men niet zoo gemakkelijk aan al die gemakken
+gelooven, die volgens de mededeelingen der hôtelbedienden er te kust en
+te keur te vinden zijn. Heel anders dan men in een opkomende wereldstad
+zou verwachten, hebben de landing en het douane-onderzoek plaats. De
+schreeuwende pakjesdragers, die van de bekende stoïcijnsche kalmte
+van het morgenland geen flauw besef schijnen te hebben, ontrukken
+iemand alles, wat hij bij zich heeft en snellen ermee de hoogte in
+naar de stad.
+
+Dadelijk bij den ingang, aan de Bab el Marssa, de lage, dikmurige
+havenpoort, wordt even halt gehouden. Hier zetelt de douane van den
+sultan. Onder koele gewelven zitten met de grootste waardigheid met
+onder zich gevouwen beenen in ruime, luchtige kleederen een paar
+mummelende grijsaards, die zich in scherpe tegenstelling tot de
+rumoerige pakjesdragers niet in het minst uit de plooi laten brengen
+door de aankomst der talrijke, met ons gelijktijdig van de stoomboot
+komende reizigers, wier bagage moet worden onderzocht. Wellicht
+wordt hun kalmte eerder een beetje verstoord, als groote vrachten en
+ladingen goederen de douane moeten passeeren, omdat zij er volgens de
+handelsverdragen tien percent der waarde van mogen heffen. Want dat
+is de belangrijkste, en vooral de regelmatigste bron van inkomsten van
+het land, die, evenals in China, van alle overigens zoo barbaarsch en
+willekeurig ingerichte takken van bedrijf nog het meest den heilzamen,
+europeeschen invloed heeft ondergaan.
+
+Toen Spanje bij den vrede van Tetoean, na met moeite een einde
+te hebben gemaakt aan zijn zoo dwaselijk ondernomen oorlog, den
+sultan van Marokko een oorlogsschatting van 100 millioen peseta's,
+dat is naar den tegenwoordig koers (1904) van ongeveer 42 millioen
+gulden, oplegde, verzekerde het zich van die buitensporig hooge som,
+door beslag te leggen op de zeetollen. Tegelijk werd er een gemengd
+spaansch-engelsch bestuur ingesteld, dat door zijn eerlijkheid de
+wakkere moorsche tollenaren verbaasde en inderdaad in de jaren
+van 1860 tot 1863 de opbrengst van ongeveer zeven tot meer dan
+dertig millioen 's jaars verhoogde. Eerst in 1887 verliet de laatste
+spaansche ambtenaar het land, dat sedert dien tijd weer naar 's lands
+wijs havengelden en tollen heft. Den meestbiedende wordt het ambt van
+oppertollenaar afgestaan, en hij moet dan maar zien, hoe hij aan zijn
+geld komt. Intusschen schijnt het, of hij zoowel als de sultan er niet
+slecht bij varen, daar, vooral bij de zeer ingewikkelde berekening
+der uitvoerrechten, speelruimte te over is gegeven, waar de oostersche
+financiëele beambten zoozeer behoefte aan hebben. Bij den voortdurend
+meer vooruitgaanden handel van het land zijn de vooruitzichten bij
+dezen tak van bestuur werkelijk rooskleurig.
+
+Dit bewustzijn heeft denkelijk de tolbeambten zoo aangenaam
+onverschillig gemaakt voor onze bagage. Niets kan in beschaafde landen
+iemand zulk een hekel aan het reizen geven, als de kleinzielige,
+peuterige, zoogenaamd nauwkeurige manier, waarop koffers worden
+dooreengewoeld aan de grenskantoren. Daar zijn bij voorbeeld de
+amerikaansche ambtenaren in New York heele bazen in. Aan de welwillende
+nonchalance, wanneer "de heer der tienden", zooals hij in Tanger heet,
+zich van zijn taak kweet, mogen overijverige tolbeambten uit andere
+landen gerust een voorbeeld nemen. Een vluchtige blik op de lange rij
+van koffers, een paar woorden met den vertegenwoordiger van 't hôtel,
+waarheen ik gaan wilde, een wenk voor de sjouwers om alles weer op
+te nemen, daarin bestond de visiteering. Natuurlijk beweerde mijn
+gids, een bruikbare, spaansch-moorsche jood uit Tanger, die Arabisch,
+Spaansch, Engelsch, Fransch en soms zelfs een weinig Duitsch sprak,
+dat hij door groote fooien mij dat zoo gemakkelijk had gemaakt en
+dat hij bevriend was met den douanedirecteur; maar ik bemerkte, dat
+ook de andere nieuwaangekomenen, Duitschers, Engelschen, Amerikanen,
+Franschen en Spanjaarden, die met mij van Cadix overgestoken waren,
+even snel en gemakkelijk door de gevreesde poort trokken en zich bij
+de lange karavaan van dragers konden aansluiten, die nu naar boven
+klommen naar de stad.
+
+Zooals de meeste der noordwestafrikaansche havens aan de kust
+der Middellandsche Zee ligt Tanger op een kleine, hooge rotskaap,
+den hoeksteen van een mooie baai. Dat is niet alleen een hoogst
+schilderachtige, maar uit militair oogpunt ook een zeer gunstige
+ligging. En als er een goede ankerplaats bij komt, zooals hier in
+Tanger, dat voor de beste haven van geheel Marokko doorgaat, dan kan
+men reeds alleen uit deze geographische gegevens de plaats een groote
+toekomst voorspellen.
+
+Wel valt er aan de haven niet veel te prijzen. De bocht is naar het
+Noordwesten open en levert tegen de van den Oceaan komende, noordelijke
+winden geen beschutting. Daarbij zijn voorloopig de aanlegplaatsen
+voor het laden en lossen nog zeer onvoldoende, daar er behalve de
+smalle, houten pier niets is, wat het havenverkeer vergemakkelijkt. In
+de zeventiende eeuw was dat een tijdlang anders. Zooals men weet,
+verwierf Karel II van Engeland bij zijn huwelijk met de portugeesche
+prinses Catharina van Braganza, een dochter van koning Johan VI,
+behalve een behoorlijken bruidsschat in rood goud de toen portugeesche
+koloniën Bombay en Tanger. In Engeland begroetten de ver vooruitziende
+kooplieden en leidende politici het bezit van zulke havens met groote
+blijdschap. De koning zelf verklaarde in het Parlement, dat Tanger
+een juweel van onschatbare waarde in de kroon was, en zijne ministers
+waren van oordeel, dat de nieuwe bezitting tegen alle andere engelsche
+koloniën opwoog. IJverig begon men het toen nog zeer kleine plaatsje
+uit te breiden. De inheemsche bevolking was nog zeer gering; maar
+de overplaatsing van een geheel regiment naar de van de Portugeezen
+overgenomen vesting deed er weldra honderden Engelschen, Joden,
+Spanjaarden en Italianen heen stroomen. Reuzensommen werden besteed
+aan vestingwerken; kerken, scholen, weeshuizen werden gesticht, in
+het kort, alles werd op groote schaal aangelegd, als voor een plaats
+die onbetwistbaar een groote toekomst te gemoet gaat.
+
+Het duurste werk werd een prachtige havendam, die 400 M. ver in zee
+werd uitgebouwd. Op de aanzienlijke breedte van ongeveer 25 M. stonden
+huizen en sierlijke paviljoens en bijna duizend stukken geschut waren
+langs de geheele lengte aan beide zijden geplaatst, bediend door een
+compagnie kanonniers en bijna onafgebroken een kanonnade bulderend ter
+begroeting van binnenkomende en uitgaande of voorbijvarende schepen.
+
+Helaas, beantwoordde aan dat schitterend begin de verdere ontwikkeling
+der kolonie in 't geheel niet. In die eerste dagen van overzeesche
+kolonisatie scheen men in Engeland het nog niet gansch en al verdwenen
+idee te hebben, dat voor den dienst in de koloniën de slechtste
+elementen goed genoeg waren. Zoo kwamen er bedenkelijke figuren naar
+Tanger; ook de ambtenaren, tot den stadhouder toe, waren niet beter
+dan de tuchtelooze bende der slechtbetaalde soldaten van de bezetting,
+en ten slotte waren de toestanden zóó geworden, dat men in het Huis
+der Gemeenten alle verdere uitgaven voor de dure kolonie afstemde.
+
+Tanger werd aan de Mooren teruggegeven, nadat meer dan twintig
+millioen pond sterling nutteloos was uitgegeven. Ten overvloede
+werden ook nog alle gebouwen, vestingwerken, kerken, wallen en
+schansen vernield en ook de mooie pier liet men springen. Met dit
+kinderachtige verwoestingswerk eindigde in 1684 na twee-en-twintig
+jaar van wanbestuur de engelsche heerschappij aan de kust van Marokko.
+
+Het dertig jaren later na den Spaanschen Erfopvolgingsoorlog verkregen
+Gibraltar was en is slechts een geringe vergoeding. De kale rots heeft
+geen natuurlijk achterland; voor meer dan negen millioen guldens
+per jaar moeten waren uit het moederland worden ingevoerd, terwijl
+soldaten zoowel als burgers, de rots-schorpioenen, zooals men hen
+daar noemt, voor hun behoefte aan versch vleesch en groenten geheel
+op het er tegenover gelegen Tanger aangewezen zijn.
+
+Buiten een paar ruïnen van den grooten steenen havendam vindt men in
+de stad bijna geen sporen van de engelsche heerschappij. Evenmin van
+die der Portugeezen, die bijna twee eeuwen lang vóór de Engelschen
+er geheerscht hebben en onder meer niet minder dan zeventien kerken
+en kapellen hebben opgericht. Ook zij verwoestten bij hun aftocht
+gewetensvol de vruchten van hun werkzaamheid, en dezelfde geest van
+kleinzieligen naijver schijnt zich telkens vertoond te hebben, als
+de ongelukkige stad van eigenaar moest veranderen. En dat geschiedde
+ontelbare malen.
+
+Na de dagen der Engelschen kwamen met afwisselend geluk
+Arabieren, Spanjaarden en Portugeezen elkander den buit betwisten,
+eenvoudig een vervolg dus van de veelvuldige oorlogen, waarvan de
+noordmarokkaansche kust sinds het begin der historische tijden het
+tooneel is geweest. Vanaf den tijd der mythen, toen de verhalen over
+de zuilen van Hercules en de tuinen der Hesperiden ontstonden, tot in
+onze twintigste eeuw zijn Marokko, en vooral zijn middellandsche kust,
+niet tot rust gekomen. De vermoede en ook waarschijnlijke rijkdom
+van den grond aan delfstoffen en de buitengewoon gunstige ligging
+hebben dit land, dat een aardsch paradijs kon zijn, tot slagveld
+gemaakt, waarop naijverige en op elkaar gebeten groote en kleine
+naties elkander te lijf gingen. Maar het moet al heel erg worden,
+als een volk en een land geheel ten onder zullen gaan.
+
+Al is ook van de glansrijke dagen der Romeinen, buiten eenige resten
+van tempels en een paar verstrooide marmeren zuilen en pilaren van
+bruggen, niets overgebleven, dan de nog in den volksmond overgebleven
+naam van den Roemi voor den vreemdeling; al hebben Gothen en Vandalen,
+Spanjaarden, Portugeezen en Engelschen slechts zeer weinig sporen
+van hun heerschappij in het land achtergelaten, land en volk zelf
+leven nog en zijn nog onafgebroken, zijn gezond en tot ontwikkeling
+bereid en kunnen nog een groote toekomst bereiken, zoodra zij
+van de als een last op hen drukkende sultansmacht bevrijd zijn,
+waarbij barbaarsche bloedzuigers en bekrompen priesters de gezonde
+ontwikkeling tegenhouden.
+
+Als een zinnebeeld van deze lange, afwisselende geschiedenis ligt
+Tanger aan den ingang tot het land; in plaats van een vrije, bloeiende
+handelsstad, zooals de natuurlijke poort naar een rijk land moest
+wezen, een klein, vuil nest, dat geen sporen van groote dagen vertoont
+en op 't armzalig kleed van zijn mohammedaansch-marokkaansche armoede
+maar al te zichtbaar een paar fel afstekende lappen heeft van vreemde,
+nieuwe kleur.
+
+De indruk van nieuwheid, dien Tanger van de zeezijde maakt, raakt
+terstond verloren, als men in de straten en steegjes der stad een
+weinig heeft rondgekeken. Ze zijn krom en bochtig, steil en in 't
+geheel niet geplaveid. Men zoekt tevergeefs naar iets, wat aan het
+werk van bouwpolitie herinnert, en wie nog vijf uren te voren zich
+verheugde over de netheid en welverzorgdheid van de straten in Cadix,
+krijgt hier levendig het bewustzijn, van in een barbaarsch land te
+zijn. In de hoofdstraten echter, of liever de hoofdstraat, want er is
+eigenlijk maar één, staat het eene europeesche huis naast het andere,
+winkels, apotheken, bierhuizen, alle met uithangborden en spaansche,
+fransche of engelsche aanprijzingen, en tusschen die maar door enkele
+meters van de smalle, bochtige straat gescheiden huizen beweegt zich
+rumoerig en brutaal een dichte menigte, die ontnuchterend op den
+vreemdeling werkt.
+
+Wel zal men geen minnut erover in twijfel zijn, dat de eigenlijke
+bevolking uit Mooren, Berbers en Negers bestaat in hun verschillende
+graden van raszuiverheid en vermenging; maar de europeesche figuren
+middenin dit afrikaansche gespuis zijn toch zeer talrijk. Naast den
+burnoes en de djellaba, de kaftan en den haïk van de inboorlingen,
+ontmoet men onafgebroken ook europeesche broeken en minder talrijk
+jassen en vesten. Niet altijd zijn het echte Europeanen, die deze
+nuchtere voorboden der beschaving dragen. Al zijn er onder de 35,000
+inwoners, waarop men Tanger's bevolking thans schat, zeker een paar
+duizend Spanjaarden en dan minder trotsche hidalgo's dan wel arme
+slokkers van de laagste afkomst en het donkerste verleden vaak, toch
+kan men zich licht vergissen en een veel grooter aantal Europeanen
+vermoeden, omdat de talrijke marokkaansche Joden in Tanger reeds voor
+'t meerendeel de europeesche kleeding hebben aangenomen.
+
+Storender werken echter in de oostersche stad de ontelbare echte
+Europeanen, de reizigers, die als sprinkhanenzwermen op de stad
+neervallen en gedurende een verblijf van enkele uren zich overgeven aan
+de aangename griezeling van te vertoeven in het onbekendste land der
+wereld te midden van de vreemdelingenhatende, bloeddorstige, dweepzieke
+Mooren, terwijl buiten op de reede, zoo dichtbij en binnen het bereik
+van hun oogen de stoomboot ligt, waar ze ieder oogenblik heen kunnen
+vluchten, als plotseling de groote moordpartij eens ging beginnen.
+
+Daar er meer dan twintig stoombootlijnen zijn, die geregeld Tanger
+of Gibraltar aandoen, zal men zich kunnen voorstellen, welke scharen
+van pleizierreizigers, die op grootere reizen door de straat van
+Gibraltar gaan, of alleen aan de Middellandsche Zee en Spanje
+een bezoek brengen, de gemakkelijke gelegenheid aangrijpen, om een
+vluchtig kijkje in Tanger te nemen en aldus een echte, marokkaansche
+stad te zien. Vooral 's voorjaars en in het begin van den zomer,
+als de afrikaansche warmte nog niet lastig is geworden, zijn dag op
+dag de weinige hôtels van de stad overvol door steeds wisselende
+nieuwaangekomenen, onder wie natuurlijk, als in alle drukbereisde
+streken, Engelschen en Amerikanen in de meerderheid zijn. Maar ook
+Duitschers en Franschen zijn talrijk, en geen dag gaat voorbij, of
+men hoort vertellen van het gewone uitstapje naar Kaap Spartel en de
+vluchtige bezichtiging der stad op een ezels- of een muildierrug.
+
+Het middelpunt van Tanger is de kleine markt, soek el daahl, zooals
+de inboorlingen, Soco chico, zooals de Joden en de vreemdelingen
+zeggen. Het is eigenlijk slechts een onbeduidende verwijding
+van de hoofdstraat, een pleintje, waar echter de meeste winkels,
+koffiehuizen en kantoren zijn. Ook zijn er het grootste hôtel, dan
+een bureau van het Comptoir d'Escompte national, de eenige in Marokko
+vertegenwoordigde buitenlandsche bank en het duitsche, fransche,
+engelsche en spaansche consulaat.
+
+Alle nieuwtjes kan men op dit pleintje hooren, waar de babbelende en
+zwetsende menigte bijeenkomt en waar het tot laat in den avond druk
+is. Ook de gegoede klasse komt er bijeen in lokalen, die in beschaafde
+steden juist goed genoeg voor een koetsiersherberg zouden zijn; een
+fatsoenlijk clublokaal heeft Tanger niet, ook al doordat de kleine
+wereld van gezanten, consuls, tolken en geneesheeren zich afzondert
+en er nog weinig gezelligheid onder de andere buitenlanders heerscht.
+
+Van Tanger naar Fez te reizen is niet zoo eenvoudig, als het lijkt
+bij het bezien der kaart. Men heeft slechts te doen met den geringen
+afstand van ongeveer 200 K.M., en de gesteldheid van den grond
+schijnt geen bijzondere bezwaren in den weg te leggen. Intusschen is
+de reis al ontelbare malen door Europeanen gedaan, niet alleen door
+de gezanten der vreemde regeeringen, die immers elke paar jaren den
+heerscher in een zijner hoofdsteden hun opwachting komen maken, doch
+ook door een groot aantal pleizierreizigers, die de platgetreden paden
+van andere landen moe zijn geworden en ook eens lust hebben in een
+avontuurlijke reis met veel ongerief en de prikkelende mogelijkheid
+van gevaarlijke avonturen. Zelfs dames hebben in de laatste jaren den
+weg wel afgelegd; vrouwen van diplomaten en moedige alleenreizende
+dames. Maar altijd moet in deze streken, die nog niet in het teeken
+des verkeers staan, met tenten en lastdieren en gewapende gidsen en
+tolken worden opgetrokken en al den omslag van uitrustingsvoorwerpen
+en voedingsmiddelen, die daarbij passen.
+
+Tijdens mijn bezoek gaven de tijdsomstandigheden bijzondere zorg. Voor
+zoo ver men wist, werd de Sultan in zijn heerschappij bedreigd door een
+pretendent, die zich reeds een grooten aanhang had verworven, en men
+stond vóór de groote vraag, of het hem gelukken zou, den plotseling
+opgestanen tegenstander een beslissende neerlaag toe te brengen,
+eer de opstand verder om zich greep en ten slotte den troon van het
+regeerende geslacht zou doen wankelen of doen vallen, zooals reeds
+herhaaldelijk in de historie van het ongelukkige land gebeurd was,
+waar elke wisseling van heerscher verbonden is met bloedige oorlogen,
+met moord en verraad, opstand en burgeroorlog.
+
+Dezen keer scheen niet alleen in het land zelf onder de helderziende
+vreemdelingen, door een langdurig verblijf vertrouwd geworden met de
+kunst, om achter den bedriegelijken schijn, de waarheid te ontdekken,
+maar ook bij de op de hoogte zijnde inboorlingen vast te staan,
+dat zulk een schok als de opstand van Boe Hamara het aan onrust en
+strijd zoo gewende land nog sinds menschenheugenis niet had getroffen.
+
+Meestal heeft men bij den zoo goed als onafgebroken oorlogstoestand
+in Marokko te doen met pogingen van den sultan, om zijn gezag over
+de onwillige Berberstammen te handhaven, die het tot hun nationalen
+plicht schijnen te rekenen, het betalen van schatting te weigeren,
+tot ze er door wapengeweld toe worden gedwongen.
+
+Met Boe Hamara nu was het niet de gewone weigering van enkele stammen,
+ook niet de aanspraak van een bloedverwant op den troon, maar het
+scheen een soort van nationale beweging te zijn met veel godsdienstige
+elementen erbij en in hoofdzaak gericht tegen den toenemenden invloed
+der vreemdelingen. Trots zijn afgeslotenheid heeft het land toch de
+tijden zien veranderen, en vooral in de jongste tientallen van jaren
+is er veel gewijzigd en zijn er nieuwigheden ingevoerd, die vroeger
+ondenkbaar zouden zijn geweest.
+
+Enkel op zichzelf aangewezen en van de overige wereld afgesloten
+is Marokko nooit geweest; maar het is uit alle wisselingen in den
+loop der geschiedenis toch altijd als zelfstandig land te voorschijn
+gekomen, of als kern van een zeer groot machtsgebied. En kerkelijk
+is het in de oogen van de geheele mohammedaansche wereld altijd iets
+bijzonder heiligs en vereerenswaardigs geweest, sinds die nakomeling
+van den Profeet, Edris, in het land kwam en het eenige mohammedaansche
+heerschersgeslacht stichtte, dat op werkelijke familiebanden met
+den stichter van den godsdienst zich beroemen kan. Zooals de Islam,
+die zich in andere landen merkwaardig plooibaar getoond heeft, in
+Marokko streng zich heeft gehandhaafd in de rechtzinnigste vormen,
+zoo schijnen de Mooren als bewakers van de uiterste westgrens der
+mohammedaansche heerschappij het voor hun plicht te hebben gehouden,
+tegen de buitenwereld meesterachtig en afwerend op te treden. En dat
+is hun tot in den jongsten tijd gelukt.
+
+Bij de onrust, die in het land heerschte ten gevolge van den opstand
+onder Boe Hamara scheen het gewaagd, de reis naar Fez te ondernemen;
+maar ik liet mij daardoor niet weerhouden. De eerste moeilijkheid
+was gelegen in 't verkrijgen van een goed rijpaard en van een
+betrouwbaren bediende of tolk. Aan goede paarden is natuurlijk in
+een zoo beslist ruitersland als Marokko geen gebrek, en in een door
+toeristen overstroomde havenstad allerminst. Maar juist daarin was de
+moeilijkheid gelegen. Met het oog op die pleizierreizigers, die in de
+voorjaarsmaanden en in het begin van den zomer in Tanger opduiken,
+willen de paardenkooplui hun dieren niet verkoopen. Het is voor
+hen veel voordeeliger, dag op dag de paarden aan de hôtels en hun
+klanten te verhuren. Dan wordt bijna altijd het korte uitstapje naar
+kaap Spartel gemaakt of naar de schilderachtig gelegen en slechts
+een dagreis verwijderde stad Tetoean. Op die wijze brengt hun ieder
+paard dagelijks 5 à 10 peseta's en meer binnen, terwijl de verkoop
+hun hoogstens 100 à 300 opbrengt.
+
+Eindelijk na veel probeerens was een rijpaard gevonden, dat een
+goed reispaard scheen te zullen zijn en dan ook duur betaald
+moest worden, en eveneens met moeite werd een Moor gehuurd, die
+als karavaanleider dienen en met zijn bescheiden kennis van het
+Spaansch en van de kookkunst ook eenigszins de diensten van een
+tolk en kok kon bewijzen. In 't minst geen last had ik echter met de
+muildierdrijvers. Bij die alleen scheen op de markt het aanbod de vraag
+te overtreffen, en zij waren allen zonder bezwaren bereid, de reis naar
+Fez te ondernemen. Dat leek mij een gunstig teeken. Zulke menschen,
+die hun gansche leven op den grooten weg en in de karavanserai's
+doorbrengen, hebben op de politieke toestanden, voor zoo ver die de
+veiligheid raken, een uitstekenden blik.
+
+Zoo trok ik dan op een mooien dag onder het geleide van de beste
+wenschen van de vrienden, die ik onder mijn landgenooten in Tanger
+had gemaakt, de stad uit. Ik zou vroeg 's morgens vertrekken; maar
+eer alles goed gepakt was, de lasten behoorlijk over de muildieren
+verdeeld waren en elke kant van hun sterke ruggen gelijkmatig was
+belast, werd het middag en namiddag. Een drom van bedelaars dringt
+zich dan erbij om fooien voor het wenschen van een goede reis,
+'t geen ook niet weinig ophoudt.
+
+Het was een verlichting, toen de karavaan zich eindelijk in beweging
+zette. Het was maar een bescheiden karavaan, aan welker spits ik
+reed. Eenige Engelschen en een Duitscher, dien ik in 't hôtel had
+leeren kennen, hadden mij herhaaldelijk gevraagd, met hen te zamen de
+reis te maken. Maar met vreemden, wier reisgewoonten en neigingen
+men niet juist kent, zoo nauw verbonden te leven, als karavaan
+en tent noodzakelijk maken, is een leelijk ding voor iemand, die
+graag onafhankelijk blijft en over richting, wijze en duur der reis
+zelfstandig wil beslissen. Dus had ik hun voorstel afgewezen en was
+de eenige Europeaan en daardoor mijn eigen baas.
+
+Dat was van te meer beteekenis voor mij, omdat ik, naar men mij
+in Tanger had verteld, er dagelijks op voorbereid moest zijn, door
+rooverbenden te worden aangevallen. Om in zoo'n geval toch iets aan
+mijn mislukte reis te kunnen hebben, had ik mij voorgenomen, niet den
+gewonen karavaanweg te volgen, die zonder eenige plaats van beteekenis
+aan te doen, rechtuit naar de hoofdstad voert, maar langs kleine
+omwegen mijn route zóó te kiezen, dat ik vóór mijn aankomst in Fez vier
+of vijf belangrijke plaatsen van dit noordwestelijk deel van Marokko
+zou hebben leeren kennen. Natuurlijk kreeg ik door bemiddeling van ons
+gezantschap den soldaatgeleider mee, die elken vreemdeling vergezelt
+en in naam van den sultan eerbied en bescherming voor hem vraagt.
+
+Mijn mokhasni, zooals zijn naam is, welke naam beteekent bewaarder
+van de schatkamer, liet zich trotsch kaïd Mohammed noemen, want zonder
+hoogdravende titels gaat het hier niet, en de muildierdrijvers haastten
+zich dan ook, hem altijd als "kaïd" aan te spreken of liever als
+Aïd, zooals men hier met negeering van den keelklank altijd doet. De
+waardige heer maakte een statigen indruk op zijn groot paard met
+het eindeloos lange geweer en het groote zwaard op zij. Een lange,
+grijze baard golfde over zijn breede heldenborst en als men achter
+den fraaien hals van zijn hengst de stijf opgerichte gestalte van den
+krijgshaftigen grijsaard zag opduiken, zou men aan den Cid Campeador
+kunnen denken, zooals hij, in zijn witten mantel gehuld, tegen de
+ongeloovigen te velde trekt.
+
+Van dichtbij beschouwd, veranderde echter de oude soldaat in
+een vreedzaam menschenkind, dat niet aan moord en bloedvergieten
+dacht. Als hij afsteeg, kon men wel zijn hooge gestalte bewonderen,
+maar ook zien, dat hij hinkte en aan één zijde verlamd was, terwijl
+het paard eveneens oud en gebrekkig bleek. Maar schilderachtig was
+mijn oude krijgsman, en dat is de hoofdzaak in dit land, waar alles
+zoo anders is dan in Europa.
+
+Hier was nu niets, dat het beeld van oostersch leven en
+noordafrikaansche natuur verstoorde, geen vorm, geen klank, die niet
+pasten in dit beeld, dat misschien juist zoo is als voor duizenden
+van jaren. De wegen zijn nog dezelfde, niet anders dan de breede
+platgetreden sporen van vele geslachten van lastdieren en drijvers;
+de verzending van goederen geschiedt nog als in de oudste tijden in
+hoogst eenvoudige uit en riet en alfagras gevlochten hangende manden op
+den rug van ezels of muildieren, en ook de koopwaren zullen op weinig
+uitzondering nog dezelfde zijn als in anno zooveel. Zelfs de menschen
+zullen weinig veranderd zijn sinds den aanvang der marokkaansche
+geschiedenis, en zeker in 't geheel niet na de mohammedaansche
+verovering.
+
+De menschen, die ik in Tanger in mijn dienst had genomen, behoorden
+volgens hunne afkomst tot de meest verschillende stammen, waaruit
+Marokko's bonte bevolking bestaat. Er was een Berber van den stam
+der Andsjera's, die het bergland ten oosten van Tanger langs de
+straat van Gibraltar bewonen; daar was Hamed er Rifi, een levende
+vertegenwoordiger van de gevreesde Rifpiraten, maar feitelijk
+een gemoedelijke drijver, steeds bereid tot scherts en zang, en
+alleen van de anderen zich gunstig onderscheidend door meer kracht
+en grootere volharding. Hij droeg over zijn gespierd lichaam niet
+anders dan de dsjellaba, het grove, wollen hemd met korte mouwen, dat
+door de bergbewoners van het geheele land wordt gedragen. Het laat
+de beenen en de knieën geheel bloot en is voor geharde menschen wel
+een bijzonder gemakkelijk kleedingstuk. Zijn gele leêren pantoffels
+droeg hij bijna steeds in de eene hand, terwijl hij in de andere
+zijn trouwe buks had, zoodat hij er vrij komisch uitzag, maar er
+keken onder zijn kortgeschoren blond haar zulk een paar eerlijke,
+trouwhartige oogen uit, dat men wel pleizier in hem moest hebben.
+
+Een heel ander man was mijn tolk, Abd-es Slam el Gharbi, een van die
+sterk door de beschaving aangedane Arabieren uit Noord-Afrika, die
+het vlakke Westen van Marokko, el Gharb, bewonen. Hij was een echte
+Moor, waaronder men niet alleen moet begrijpen een Marokkaan, maar
+een nakomeling der vroeger in Spanje gevestigde en door Ferdinand den
+Katholieke daaruit verdreven mohammedaansche veroveraars. Zij hadden
+zich in Spanje sterk met keltische, germaansche en joodsche elementen
+vermengd en waren ten slotte een geheel nieuw volk geworden, dat
+met de stamvaderen in Marokko weinig meer dan het geloof en de taal
+gemeen had. Zij waren de Moro's der Spanjaarden, die merkwaardige
+Afrikanen, die zich niet enkel in Granada en Andaluzië, maar ook
+in vele, meer oostelijk gelegen havens aan de Middellandsche Zee
+onderscheiden door hun rijke begaafdheid, hun prachtlievendheid en
+hartstochtelijk optreden. Shakespere's Othello was een Moro, een Moor,
+man van vrij lichte huidskleur en een fijn, smal gelaat met scherpe,
+semietische trekken. Mijn Moor had de voorname, afgemeten bewegingen
+en de beleefde spreekwijze van den beschaafden oosterling.
+
+Dan had ik veel dienst van een echten Arabier, achter wiens gewoon
+ezeldrijversgezicht niemand de hooge waardigheid vermoed zou hebben,
+die hij bekleedde. Hij was namelijk een sjerif, en dat zegt in Marokko
+alles. Een sjerif is het kort begrip van alle hoogs en heiligs
+en onaantastbaars. Het woord, waarvan het meervoud sjürfa luidt,
+beteekent in 't Arabisch niet anders dan voornaam; maar in Marokko
+is het de vaste betiteling geworden van hen, die zich nakomelingen
+van Mohammed noemen, zooals zij in de oostelijke landen sajid of
+sejid heeten en zich daar door den groenen tulband onderscheiden,
+dien niemand anders dragen mag. Tegenwoordig is het aantal sjerifs
+in Marokko legio; maar toch was de aanwezigheid van zulk een heilige
+persoonlijkheid een groote rust. Een sjerif kan bijna altijd vrede
+stichten en onheil verhoeden.
+
+De eerste groote plaats, die ik mij voorgesteld had, aan te doen,
+was de stad Asaila. Nadat ik een dag lang over de in voorjaarstooi
+prijkende uitloopers van den Djebel Habib was getrokken, stiet ik op
+den morgen van den derden dag, naar het Westen afslaand, op de groote
+strandvlakte, waarop de lange golven van den Atlantischen Oceaan den
+zandigen grond tot een prachtigen, gladden rijweg hadden geëffend. Voor
+menschen zoowel als dieren was het na de zware klauterpartij in de
+bergen een weldadige verkwikking, daar zich voort te bewegen, zonder
+ieder oogenblik op puin en wortels en groote steenen te moeten letten.
+
+Maar het was gloeiend heet. De verkwikkende winden, die boven, op 300
+M. hoogte, gewaaid hadden en in de buurt van de zee gestadig woeien,
+waren beneden niet meer te bespeuren. Zij schenen ingeslapen en moe
+te zijn geworden in de middaghitte, juist als wij. Toen was op eens
+de eindelooze strandvlakte als afgesneden; een breede, vestingachtige
+muur brak haar af en vulde de ruimte tusschen de zee en het heuvelland,
+en wij zagen tinnen en torens en wallen, bijna zwart van tint in het
+helle, recht neervallende licht. Dat is Asaila of Arsila of Arzilla,
+zooals de kaarten het geven; maar de Mooren en de andere inboorlingen
+spreken geen _r_ uit, zij zeggen Asaila, zooals zij Tanger uitspreken
+als Tandsja.
+
+Voor ik hier mijn reis afbrak, wenschte ik mij met een bad in zee
+te verkwikken. Ik zond dus mijn muildierdrijvers vooruit met het
+bevel, de tent tegen zonsondergang op een ongeveer dertig kilometer
+verder zuidelijk gelegen plek aan de kust op te slaan. Alleen de
+tolk en de soldaat bleven bij mij, om tijdens het bad mijn goed te
+bewaken. Nauwelijks was ik in het water, dat trots de warmte van
+20° C. zeer verkwikkend en opwekkend werkte, of daar kwamen van de
+stad haastig groepjes mannen en kinderen aanloopen. Het waren Joden,
+die uit de verte waarschijnlijk reeds de aankomst van den Europeaan
+hadden gezien en nu den vreemden gast van nabij wilden bekijken. In hun
+stadje zijn geen Europeanen en een naakten blanke hielden zij stellig
+voor iets zeer bezienswaardigs, waar men het voor over moest hebben in
+gloeiende middaghitte een poosje te draven. Beschroomd en nieuwsgierig
+stonden zij daar nu te kijken, hoe ik rondzwom en fluisterden elkander
+op- en aanmerkingen toe. Dan werden ze moediger en bekeken mijn op het
+zand liggende kleederen, laarzen, rijzweep en de photografietoestellen,
+die de tolk steeds bij zich moest hebben en voor 't gebruik moest
+gereedhouden. Zoodra echter een neuswijze, kleine jodenjongen zijn
+hand uitstrekte, om den zilveren knop van mijn rijzweep te bevoelen,
+sloeg mijn mokhasni, die tot nu toe onverschillig naast mijn kleêren
+op het zand had gezeten, met de kolf van zijn geweer tegen het been
+van den knaap, zoodat de arme zondaar op het zand viel. Natuurlijk
+algemeen geweeklaag, geschimp en gevloek.
+
+De soldaat voelt zich nu als vertegenwoordiger van den sultan en komt
+nader, zijn lam been achter zich aansleepend en dreigend het geweer
+zwaaiend. Ik roep den tolk toe, dat hij die menschen rustig moet
+laten gaan; maar te laat, de soldaat treedt krachtig op en jaagt de
+menschen weg met schoppen en kolfslagen. De tolk echter, wien ik van
+het water uit verwijten toeslinger, heeft geen ander antwoord dan;
+"_Son Judios, Senor_". En als 't "maar Joden" zijn, heeft men in
+Marokko niets ertegen in te brengen.
+
+Kort daarna besteeg ik den muur van de oude vesting, een getuige van de
+vroegere grootheid van Asaila. Terwijl ik nog bezig was, een gunstig
+plekje voor mijn photografietoestel te zoeken, hoorde ik beneden mij
+plotseling een luid geschreeuw, en ik zag tot mijn schrik, dat een
+dichte hoop gepeupel saâmgeloopen was en al mijn bewegingen volgde,
+terwijl mij allerlei onverstaanbare woorden werden toegeroepen. Dat
+het niet veel welwillends was, wat men mij aan 't verstand wenschte te
+brengen, zag ik aan de snelle bewegingen der menschen en de talrijke,
+dreigende vuisten, die tot mij werden opgeheven.
+
+Door het rumoer alleen had ik niet tot die conclusie kunnen komen,
+want deze brave Marokkanen verliezen hun veelgeroemde rust bij de
+geringste aanleiding, en hoe minder zij aan feitelijkheden denken,
+des te krachtiger gebruiken ze hun stemmiddelen. Eindelijk verstond
+ik het woord _dsjama! dsjama!_ en nu was de oplossing van het raadsel
+spoedig gevonden. Ik was bij mijn rondwandelen op de uitgebreide
+vestingwerken op een plek gekomen, waar ik de verschere kalklaag niet
+had opgemerkt. En juist dit stuk van Oud-Asaila was het eenige, waar
+de menschen beneden belang in stelden. Men had in deze resten van de
+oude vesting een moskee gebouwd, zonder minaret en zonder eenig ander
+uitwendig teeken dan de nette, witte kalklaag, en zonder te weten,
+welken gewijden bodem ik met mijn laarzen van een christenhond betrad,
+was ik op 't dak geweest der moskee of _dsjama_ van Asaila.
+
+Mijn tolk was niet in de buurt, zoodat de mooie toespraak, die ik nu
+boven van den vestingmuur tot het beneden staande volk hield, wel tot
+de bekende parelen zal moeten worden gerekend, die men een zeker nuttig
+huisdier niet moet presenteeren. Daar ik er echter vriendelijke gebaren
+aan toevoegde en snel van het moskeedak verdween, om van een andere
+plek mijn kiekjes te nemen, verliep het avontuur zonder erge gevolgen.
+
+Nu had ik eindelijk tijd en rust, het zich vóór mijn oogen uitbreidende
+wonderschoone tooneel op te nemen. Een stuk europeesche Middeleeuwen
+verplaatst aan de kust van den Atlantischen Oceaan en verlevendigd
+door oostersche figuren in witte gewaden, alles beschenen door de
+afrikaansche zon. Er is iets weemoedigs in zulke steden van vervallen
+grootheid, iets dat ook aan Ravenna en aan Brugge eigen is of aan Goa
+in Voor-Indië. De geweldige stadsmuur heeft in Asaila nog reuzenpoorten
+voor een plaatsje, dat naar zijn tegenwoordig aantal inwoners niet
+meer is dan een dorp en nog maar een bescheiden dorp. Twee groote
+torens verrijzen uit het steencomplex; de een lijkt de minaret
+eener verdwenen groote moskee, de andere de klokketoren van een even
+spoorloos verdwenen christelijke kerk. Nu nestelen ooievaars op de
+tinnen, en in de spleten en gaten van het begroeide muurwerk waren
+hagedissen en vleermuizen, zwaluwen en torenvalken. Van den vroegeren
+havenaanleg is niets meer te zien; de monding van het kleine riviertje,
+dat even ten noorden van de stad in zee valt, is hopeloos verzand,
+en de branding van den Oceaan slaat in lange golven tegen een ledige,
+verlaten kust.
+
+En inwendig ziet men geen drukker leven. Ik steeg op het dak van
+het hoogste huis, welks eigenaar, Amram Roif, voor den rijksten
+jood der stad doorging. Van het ruime terras van zijn dak zag men
+neer in de smalle, vuile hoofdstraat, aan beide zijden bezet met
+die lage winkeltjes, waarin de moorsche koopman zijn geheelen dag
+doorbrengt. Vóór elk winkeltje was een soort van schermpje neergelaten
+ter bescherming van mensch en koopwaar tegen de gloeiende hitte.
+
+De slechts 40 K.M. lange weg naar El Araisch, de naaste groote stad
+aan de kust, had ik mij als het gemakkelijkste en aangenaamste deel
+der reis voorgesteld. De weg ligt onmiddellijk aan het strand en
+loopt in zuid-zuidwestelijke richting zonder anderen hinderpaal
+dan twee rivieren, die men onmiddellijk aan hun monding heeft te
+passeeren. Daar echter dezen keer de voorjaarsregens uitgebleven
+waren in dit noordwestelijk deel van het land, dat uit het oogpunt
+van klimaat tegelijk onder den invloed van den Atlantischen Oceaan
+en van de Middellandsche zee staat, mocht men hopen, zonder al te
+groote moeilijkheden de niet overbrugde rivieren te passeeren. Naar het
+gewoon verloop der dingen moeten deze voorjaarsregens de noodzakelijke
+voorwaarde voor een goeden oogst zijn. Zij beginnen meestal op 't
+eind van December en duren dan met een tusschenpoos in Januari tot
+Mei toe. Voor reizigers in Marokko is echter de droogte een groot
+gemak bij het tijdroovend en gevaarlijk passeeren der rivieren.
+
+Het rijden over 't vlakke, effen strand duurde echter niet lang;
+de soldaat beweerde, dat wij om de afgesproken plek voor ons kamp
+te bereiken, weer het land in moesten gaan. En dus trokken wij weer
+voort tusschen de heuvels, die ons schadeloos stelden door het prachtig
+uitzicht op de zee en de oostelijke bergen. Alles groende en bloeide,
+en geheele velden erica en brem bedekten de hellingen.
+
+Een lange optocht van inboorlingenvrouwen, in losse groepjes
+verdeeld, kwam ons tegen en kondigde door gezang zich al in de verte
+aan. Het waren Berbervrouwen, die, zooals mijn gevolg meende, van
+een bruiloft terugkeerden. Heele dorpen schenen uitgetrokken, want
+telkens ontmoetten wij vroolijke drommen in dit stille berglandschap,
+waarin dorpen en kampen zeldzaam waren. Naar oud Berbergebruik, dat
+zelfs door de strenge voorschriften van den Islam niet op zij gezet
+is, waren alle vrouwen ongesluierd. Met trotsch opgericht hoofd, in
+haar kortgerokte kleeding, die niets heeft van de vermomming, waarin
+de arabische vrouw zich op straat beweegt, lieten deze Berberinnen
+zich door den Roemi bekijken. Zij zagen mij wederkeerig onbeschroomd
+aan, open en vriendelijk, eerder met welwillende belangstelling dan
+met boosheid of beschaamdheid. Er waren niet veel jonge vrouwen bij;
+maar alle hadden regelmatige trekken en mooie oogen.
+
+Reeds lang had ik bemerkt, dat mijn brave soldaat zich niet meer zeker
+voelde van den weg. Op den gewonen karavaanweg tusschen Tanger en Fez,
+dien hij ontelbare malen was gevolgd, zal hij wel elke plek kennen;
+maar hier begon hij de voorbijtrekkende ezeldrijvers te vragen, en
+nu en dan keek hij bezorgd om zich heen. Ten slotte toen de zon al
+zeer laag stond, en de voorbijgangers zeer schaarsch werden, zei hij,
+dat wij beproeven moesten, de sporen der vooruitgezonden lastdieren
+in het zand langs de kust te vinden. Geheel in duister moesten wij nu
+weer afdalen naar de zee, en werkelijk konden wij dichtbij het water
+de lijnrecht voortloopende sporen der muildieren herkennen. Wij
+volgden die, zoo lang het ging. Op eens waren ze niet meer te zien.
+
+Of de karavaan zich van het strand verwijderd had, of dat wij in
+onze slaperigheid niet goed toezagen, maar in elk geval was de
+aansluiting verbroken, en de soldaat weigerde, den weg langs de zee
+verder te volgen. Wij zouden bij de rivier komen en gevaar loopen,
+in het drijfzand te raken, als wij in donker verder reden. Hij meende,
+dat niets anders overbleef, dan op den opgang der maan te wachten en
+dan verder te gaan, want het dorp, waar de tenten opgeslagen waren,
+kon niet ver meer af zijn.
+
+Het was afnemende maan, voorbij laatste kwartier, en dus konden er
+nog eenige uren verloopen, eer de smalle sikkel verschijnen zou, om
+'t onbekende land gebrekkig te verlichten. Niet ver van het strand
+stegen wij af en gaven onszelven en onzen paarden eenige rust; maar
+de honger plaagde ons. Ik had sinds den morgen niets anders gebruikt
+dan een paar sinaasappelen in Asaila en wat zure melk, die een der
+Berbervrouwen ons onderweg geschonken had.
+
+Dus moest ik mij hongerig en dorstig in bet zand neerleggen en met
+een sigaret de knagende maag tot rust brengen. Het duurde niet lang,
+of daar begonnen de bleeke sterren aan den hemel zich achter een
+sluier van wolken te verbergen, en een ondoordringbare duisternis
+omhulde zee en hemel, strand en duinen. Spoedig werd het zoo donker,
+dat ik niet eens meer mijn schimmel, dien de tolk op een paar pas
+afstands van mij bij den teugel hield, kon onderscheiden.
+
+Toen volgde er plotseling een windstoot, een paar bliksemstralen en
+bijna op hetzelfde oogenblik een regenbui, die ons door en door nat
+maakte. Ik had mijn regenmantel bij de bagage der beladen muildieren
+gelaten, daar den geheelen dag de lucht noch de barometer regen hadden
+voorspeld. En toen ze kwamen aanloopen met een paardedek, nog warm
+van den rug van een paard, om mij daarin te hullen, was ik al geheel
+doorweekt. Toch gelukte het mij met behulp van dat kleed en met mijn
+eigen lichaamswarmte na verloop van enkele uren weer droog te worden
+en de plaats in het zand, waar ik lag niet doorweekt te krijgen. De
+maan verscheen natuurlijk in 't geheel niet; dus moest het daglicht
+worden afgewacht, dat tegen vijf uur 's morgens met moeite door de
+zware regenwolken brak.
+
+Dit was het sein voor vertrek. Het was een droevige optocht. Menschen
+en dieren waren nat, hongerig, dorstig, moe, stijf en koud. De paarden
+hadden den geheelen nacht in den kletterenden regen gestaan; ze lieten
+den kop hangen en zagen er bedroevend uit. Ook bij ons, menschen,
+was de levensmoed tot een laag peil gezonken, en hij steeg niet,
+toen de soldaat ook 's morgens den weg nog niet kon vinden.
+
+Met mijn kijker zocht ik den omtrek af, maar zag niets van een kamp
+of van onze beladen muildieren. Geen dorp, geen tent, geen dieren
+te zien. Maar daar ontdekte ik op een paar honderd pas afstands de
+bruine dsjellaba van een Moor, als om te drogen, over een struik
+gehangen. Waar het kleed is, kan de drager niet ver verwijderd zijn;
+ik reed erop af en was hoogst verbaasd, plotseling een man hard op
+mij te zien toeloopen, terwijl hij mij met alle teekenen van vreugde
+begroette als een hond zijn teruggekeerden meester.
+
+Het was een van mijn eigen muildierdrijvers. De lieden waren met
+de tenten en dieren dicht in de buurt, en wij hadden niet meer dan
+een paar duizend passen van hen verwijderd in de open lucht zonder
+beschutting en voedsel den nacht doorgebracht! Het was om te lachen,
+maar de vermoeide paarden namen aan de vroolijkheid niet recht deel. In
+een laagte, door opuntia's en agaven en allerlei doornstruiken
+omringd, hadden zij een uitstekend, veilig kamp ingericht; maar ik
+was te ongeduldig, om naar El Araisch, de naaste stad, te komen,
+dan dat ik van het kamp gebruik wilde maken.
+
+Het ging weer snel zuidwaarts langs het strand, tot de hooge
+muren en torens van El Araisch vóór ons oprezen, veel statiger en
+schilderachtiger nog dan die van Asaila.
+
+El Araisch is ook een van de sterk achteruitgegane plaatsen van
+Marokko, en weer trof mij het middeleeuwsche karakter der stad. Mijn
+aankomst trok er sterk de aandacht. Europeesche bezoekers zijn hier
+schaarsch en vooral in deze tijden van onrust werden ze bijna niet
+gezien. Wij moesten over de rivier de Wadi el Koes gezet worden, om
+tot de stad te naderen, en met de eerste boot, die van de stad naar
+de overzijde kwam; waar ik met mijn dieren wachtte, zond ik dadelijk
+een paar regels aan een spaanschen koopman, aan wien de duitsche
+postdirecteur in Tanger mij had gerecommandeerd, om van hem raad te
+vragen, waar ik het best mijn tenten zou opslaan.
+
+Het heen en weer gaan van de kleine booten, die altijd slechts één of
+twee van mijn lastdieren konden overzetten, duurde geruimen tijd. Toen
+ik eindelijk als laatste mijner karavaan aan de stadszijde der rivier
+was afgezet, begroette mij een Europeaan, die mij tot mijn verbazing
+in het Duitsch aanspraak. Hij was de eenige Duitscher in de plaats,
+een oudmachinist van de keizerlijke marine, die hier als kapitein
+van een der booten van den sultan tegelijk de plichten van een
+havenmeester vervult.
+
+Onder alle steden van Marokko is El Araisch bekend om het mooiste
+marktplein. Het is inderdaad een echt oostersche markt, veel
+schilderachtiger dan alle andere, die ik tot nog toe in Marokko
+had gezien. Maar ook zij draagt den stempel der vergankelijkheid,
+alle kenteekenen van niet meer te passen in den tegenwoordigen tijd,
+zooals met zooveel dingen in deze vervallende atlantische havens het
+geval is, waar maar geen nieuw leven uit de ruïnen wil opbloeien. Wat
+deze soek of markt van alle andere onderscheidt, is de lange rij
+van mooie gewelfde zuilengalerijen, die aan twee zijden het plein
+begrenzen en zulk een geschikte lijst vormen voor het bonte beeld
+van kleinsteedsch handelsverkeer dat zij omsluiten. Er zijn wel bijna
+honderd van die nauwe kooiachtige stalletjes, die van Noordwest-Afrika
+tot in Midden-Azië de plaats van onze winkels innemen. Alle zijn ze
+naar één model naast elkaâr gezet en met even hooge koepels bekroond.
+
+Een moorsche Rue de Rivoli, maar voor de schitterende étalages van de
+parijsche winkels krijgt men hier de moorsche kooplui zelf te midden
+van een bescheiden hoopje alledaagsche goederen, die duidelijk genoeg
+toonen, dat men voor pracht hier geld heeft noch waardeering. Vier
+moskeeën steken boven het plein op; aan de oostzij wordt het door
+een prachtige, oude poort afgesloten en naar het Westen door den
+vestingachtigen ingang naar de kasba, den burcht van den stadhouder,
+welks geweldige muren uit den tijd der Spanjaarden in de 16de eeuw nog
+versterkt zijn. Zooals de Portugeezen in Asaila hebben de Spanjaarden
+in El Araisch getracht, door de havens te behouden, hun gezag in het
+land te handhaven. Maar reeds in 1691 maakte sultan Mulei Ismaël met
+behulp van fransche fregatten een einde aan de spaansche heerschappij.
+
+Voor de kleine spaansche gemeente, die nog heden in El Araisch woont,
+moet het smartelijk zijn, al die getuigen van voorbijgegane spaansche
+grootheid steeds voor oogen te hebben. Het sterkst krijgt men dien
+indruk van troosteloos verval, als men van de zeezijde de forsche
+vestingwerken aanschouwt. En 's morgens, als ik mijn bad nam,
+zaten dan als getuigen van het belachelijke heden mijn soldaat
+en mijn Berber als levende bewijzen van den zwaktetoestand der
+tegenwoordige sultansheerschappij, die het niet waagt, zich flink
+tegen een oproerigen onderdaan en zijn aanhang te verweren. Alsof
+het hier buiten aan het eenzame strand van bloeddorstige aanhangers
+van Boe Hamara wemelde of een sluipmoordenaar achter elk rotsblok
+zich verschool, zaten daar de wakkere beschermers van mijn leven, de
+mokhasni met zijn oud verroest geweer, en de Berber met in de eene hand
+een knuppel en in de andere een klein vuursteenpistool, dat misschien
+na den tijd van den dertigjarigen oorlog niet meer was gebruikt.
+
+Van El Araisch naar El Ksar el Kbir, de volgende stad, die ik wilde
+bezoeken, was slechts een weg van 33 kilometer door vlak land met
+slechts een enkelen rivierovergang. Men had mij telkens willen
+tegenhouden om de gevaren, die het oproer meebracht, maar gelukkig
+had ik mij niet laten terughouden. Als dit het "vlammend oproer" was,
+dat Marokko in brand had gezet, dan moeten marokkaansche opstanden
+toch al heel weinig beteekenen en niet met woelingen in andere landen
+te vergelijken zijn.
+
+Een bloeiend landschap, heuvelachtig weideland vol bloemen, vreedzaam
+voorttrekkende karavanen met trotsche kameelen, vlugge muildieren
+en zingende drijvers, mooie kudden glad rundvee, wollige schapen
+en langharige geiten, slechts door een enkelen grijsaard bewaakt of
+door een paar halfnaakte, bruine kinderen, was dat een land, bedreigd
+door burgeroorlog en bestuurswisseling, waar dreigende moordenaars
+huishielden? Waar waren toch de rookende dorpen, de verwoeste oogsten,
+de met lijken bedekte wegen, die ons voor twee jaren in China hadden
+geleerd, wat opstand en burgeroorlog beteekenen? In andere deelen
+van het rijk was het mogelijk erger; bij de noordkust en aan de
+algerijnsche grens, maar hier was het land rustig en de kalmte
+ongestoord.
+
+Toch leek het eerst nog, of er zich bezwaren zouden voordoen, want
+reizigers, die pas den weg waren gegaan, berichtten dat regenbuien hem
+onbegaanbaar hadden gemaakt en de rivier hadden doen zwellen. Dus wilde
+ik eerst nog een kamp opslaan in een niet ver van El Araisch gelegen
+dorp. Meestal zocht de mokhasni de plaats voor het kamp uit en wel
+op een plaats, waar hij goede bekenden had en een goed onderkomen kon
+vinden, natuurlijk kosteloos, opdat hem de anderhalven doero kostgeld,
+die ik hem volgens onze overeenkomst dagelijks moest betalen, als
+zuivere winst ten deel vielen.
+
+Dezen keer echter was er geen tijd om lang te zoeken en onverwijld
+moest hij met den schout van het naaste dorp onderhandelen. Het trof
+mij, dat de plek een arabische doear was, een tentdorp, zooals de
+nomadische Arabieren in Marokko plegen op te richten, waar zij een
+merkwaardig middending zijn tusschen hun voorvaderen, die nomaden
+waren in de arabische woestijn, en de burgerlijk levende Berbers,
+wier land zij voor een deel bezet hebben. Zulk een doear ziet eruit
+als een kamp, dat op weg is een dorp te worden. Vorm en maaksel
+der woningen zijn nog geheel die der kampen, lage, lange hallen
+van gerstestroo en geitenhaar, zwartbruin en onaanzienlijk. Ook de
+inwendige inrichting, die eigenlijk door afwezigheid schittert en
+alleen het allernoodzakelijkste keukengerei vertoont, herinnert nog
+aan de tent van een zwervend volk, sterke tegenstelling dus tot de
+in de steden wonende Mooren, die zoo verweekelijkt zijn, zich graag
+met pracht en praal omgeven en zich in den laatsten tijd al druk
+amuseeren met photografietoestellen, speeldoozen en grammophonen.
+
+Om de een of andere reden en, naar ik uit de verklaringen van mijn
+tolk meende te begrijpen, wegens oude stamvijandschap, weigerden de
+bewoners van dit jammerlijke dorp mijn mannen het verlof, om den nacht
+op hun grond door te brengen. Tegen mij als vreemdeling en ongeloovige
+hadden zij, merkwaardig genoeg, niets in te brengen. Mijn Berbers
+van den stam der Andsjera scheen men geen gastvrijheid te willen
+verleenen. Zoo kwam het tot heftige woorden en dreigende gebaren,
+en ten overvloede heette het, dat men ons met geweld verdrijven zou.
+
+Ik beproefde het eenige verzoeningsmiddel, dat de reiziger in
+zulke gevallen heeft, dat krachtiger werkt dan alle wetten of alle
+goedheid, namelijk den snooden Mammon in den vorm van goede betaling
+voor alle moreele of politieke bedenkingen. Juist op dat oogenblik
+kwamen echter de uit de velden en weiden naar huis gedreven kudden
+aan. Lustig springend kwamen de jonge stieren binnenhuppelen in volle
+vrijheid. De jonge lammeren dartelden ertusschen, en ten laatste kwamen
+de merries met hun veulens, die zich dicht tegen hun voedingsbron
+aandrukten. Onze hengsten bleven niet onverschillig en waren bijna
+niet te houden en het algemeen tumult, dat daarbij ontstond, wekte
+een soort van verbroedering onder de menschen. Tegen goed geld kregen
+wij een plaats voor ons kamp, en de nacht verliep in alle kalmte. Den
+volgenden dag brachten wij een kort bezoek aan El Ksar, een zeer vuile
+stad, die onder de marokkaansche steden als de vuilste bekend is,
+hetgeen niet weinig wil zeggen. De nauwe, donkere straten lagen dik
+onder een vettig slijk; de zoogenaamde markt geleek een mesthoop.
+
+Nu lag vóór ons een groot tafelland vol kloven, waar de insnijdingen
+weinig water voerden zelfs in den regentijd. Maar wij moesten op den
+weg naar Fez nog drie vrij belangrijke rivieren passeeren, de Wargha,
+de Seboe en de Sgota, eer we eindelijk weer op den eigenlijken reisweg,
+den van Tanger naar Fez leidenden karavaanweg, belandden. Het doorwaden
+der rivieren was telkens met veel last en moeite verbonden. Het
+water schoot zoo snel en krachtig door de bedding, die vol kleine
+eilandjes en hoopen steenen en afschuivingen van den oever lag,
+dat men wel hulp moest hebben bij den overtocht. En zelfs als ieder
+dier door een met de rivier bekend persoon aan den teugel gevoerd
+werd, terwijl die persoon geheel naakt zich een weg baande door den
+sterken stroom, was het nog een kunststuk, de geheele karavaan veilig
+over te brengen. De onder den buik der paarden met razende snelheid
+voortbruisende stroom werkte zoo verwarrend op mensch en dier, dat
+men er duizelig en half bedwelmd van werd en zich willoos overgaf
+aan de leiding der vooruitloopende, met het water worstelende mannen.
+
+Reeds bij den overgang over de Seboe hadden zich bij mijn kleine
+karavaan veel andere reizigers aangesloten. Ofschoon ik deze rivier,
+die ondanks haar betrekkelijk korten loop van ongeveer 500 K.M. de
+belangrijkste, niet alleen van geheel Marokko, maar van geheel
+Noordwest-Afrika is, niet overging bij het kruispunt met den grooten
+karavaanweg, toonde toch de beweging aan de oevers, dat wij weer
+in meer bezochte oorden kwamen en dichter tot de hoofdstad waren
+genaderd. Inderdaad scheiden zich hier in den oostelijken hoek der
+groote, vruchtbare kustvlakte, die zich als een driehoek tusschen
+de rivieren Seboe en Boe Regrag uitstrekt, talrijke karavaanwegen,
+die alle zich naar Fez richten. En daar bij het bekende gebrek aan
+bruggen en veren ook de meest ervaren reizigers aangewezen zijn op de
+hulp en de kennis der inboorlingen, die met de doorwaadbare plaatsen
+vertrouwd zijn, kan men bij het wachten op de gidsen aan de oevers
+altijd een echt bont tooneel van oostersch karavaanleven aanschouwen.
+
+Lange reeksen van zwaarbeladen, langzaam en gelijkmatig voortgaande
+kameelen, grootere en kleinere groepen muildieren en ezels met luid
+schreeuwende drijvers, trotsche en slecht gehumeurde ruiters met
+lange geweren en bescheiden voetgangers, allen zonder onderscheid
+moeten aan de steile hellingen der bedding wachten, terwijl de rivier
+vuilbruine golven haastig voortstuwt, tot eindelijk de gidsen weer van
+de overzij komen aanzetten. Men laat de dieren in de nabijheid grazen,
+verbetert eens wat aan de schikking der lasten op den rug der beladen
+beesten en gaat dan in het gras zitten, om een praatje te maken met
+den eerste den beste. Natuurlijk werden er tooneelen opgehangen van
+roof- en moordpartijen, terwijl de lust in fabeltjes vertellen, zoo
+sterk in dit oostersche land, bij ieder verhaal den spreker zelf in
+'t middelpunt der handeling plaatste en hem pochen deed op heldendaden
+en met moed doorgestane gevaren.
+
+Van dit oogenblik af waren wij bijna nimmer meer alleen op marsch. Er
+zal geen uur verloopen zijn, waarin wij niet met andere reizigers of
+ten minste in het gezicht van andere groepjes langs den weg trokken,
+en ook deze zelfs liet het bespeuren, dat wij nader kwamen tot het
+doel, de groote hoofdstad en het handelsmiddelpunt van het land.
+
+Zelfs de dieren schenen vlugger en beter de aanmoedigende woorden
+te begrijpen, ook zij ruiken het einde van de reis. Verwachting en
+ongeduld nemen toe, en de laatste mijlen worden een kwelling. Sommigen
+gaan vooruit, om te zien, of er nog altijd niets te bespeuren is van
+de schitterende sprookjesstad, keert dan weer naar de lastdieren terug,
+om hun gelijkmatigen reistred te bespoedigen door een ongeduldig bevel.
+
+Eindelijk, eindelijk, daar ontdekken wij dikke, bruingrijze,
+lage stadsmuren met breede poorten, witte huizenblokken en lange,
+gelijkvormige rijen en daarboven oprijzend eenige minarets en een
+paar populieren en dadelpalmen. Alles is intusschen vlak en gedrukt,
+weinig zich verheffend boven de vlakte, niets, dat aan een hoofdstad of
+een residentie herinnert. De tolk tracht mij voor mijn teleurstelling
+te troosten en zegt, dat dit slechts het nieuwe onbeduidende deel van
+Fez is, dat wij, uit het Westen komend, het eerst te zien krijgen. De
+werkelijke stad, de Medina, met het beroemde heiligdom van Moelei Idris
+en de groote moskee, ligt verborgen en is van hier niet te zien. Het
+doffe, donkere, regenweêr doet met zijn nuchtere, grijze tinten het
+overige en zoo blijft er wel degelijk een gevoel van teleurstelling
+over, waarmee ik op den middag van mijn twee-en-twintigsten reisdag
+door de westelijke stadspoort, Bab es Segma, de heilige hoofdstad
+van den sjerif van Marokko binnenrijd.
+
+Natuurlijk zou ik een bezoek aan het hof brengen en een uitnoodiging
+liet zich dan ook niet lang wachten. Ik was zelf afwezig, toen de bode
+van den sultan mij een invitatie bracht. Den dag daarna verscheen nog
+eens een afgezant van Moelei Abdul Aziz, dezen keer de aan het hof in
+groot aanzien zijnde engelsche instructeur der troepen kaïd Sir Harry
+de Vere Maclean, om mij nog eens in optima forma uit te noodigen. Ik
+was er zeer verbaasd over, daar ik opzettelijk vermeden had, mij gewoon
+voor een audiëntie aan te melden, ofschoon zij veelal de hartewensch
+is der talrijke reizigers, die Fez in de laatste jaren bezocht hebben.
+
+Vooral de republikeinsche Amerikanen doen daar sterk aan; zij
+rusten niet, eer zij hun trotschen, vrijen burgerrug voor Zijne
+Sjerifiaansche Majesteit gebogen hebben. Sir Harry zegt mij, dat
+de sultan mij onlangs heeft gezien en naar den nieuwen Europeaan
+geïnformeerd heeft bij den minister van buitenlandsche zaken, die
+mij, dank zij een aanbevelingsbrief van onzen gezant, vrijheer van
+Mentzingen in Tanger, reeds kende. Z.M. had nu bevolen, dat ik aan
+hem voorgesteld zou worden. Er waren toen juist slechts zeer weinig
+Europeanen in de stad; men had om de woelige tijden, zooveel mogelijk,
+vreemdelingen geweerd.
+
+De stad zag er intusschen levendig genoeg uit. De maand Rebia el
+Uwwel, de eerste lentemaand, was in het land gekomen en daarmee was de
+reeks van feestdagen begonnen, die de Mohammedaan ter eere van zijn
+Profeet viert, omdat de verjaardag van den godsdienststichter in die
+maand valt. Naar een oud gebruik brengen de onderworpen stammen hun
+schatting en hun eeregeschenken voor den sultan, en de gezantschappen
+worden door den sultan in persoon ontvangen. De ontvangst en het
+uitgeleide van die gezantschappen hebben telkens met grooten luister
+plaats. De lijfwacht van den vorst en alle in de hoofdstad aanwezige
+troepen worden in gala ontboden, het geheele hof is aanwezig, en een
+zeer breede kring van toeschouwers in feestkleedij omlijst het bonte
+tooneel, dat voor de beste gelegenheid doorgaat, om het sjerifiaansche
+hof in volle pracht te aanschouwen.
+
+Om mij in elk geval van den aanblik dezer grootheid te verzekeren,
+was ik al den eersten dag in gezelschap van mijn soldaat Embarik naar
+het paleis gegaan en had de ontvangst der Kabylengezantschappen mee
+aangezien. Daarbij had de sultan mij opgemerkt, ofschoon ik niet te
+paard was, maar naast mijn rijdier stond. Maar buiten de officieren
+der vreemde gezantschappen was geen Europeaan aanwezig, en dus was
+hem de verschijning van den nieuweling dadelijk opgevallen. Toen
+hij bij het einde van het feest in het inwendige van het paleis zich
+terugtrok, kwam hij vrij dicht langs mijn standplaats, wierp mij een
+langen onderzoekenden blik toe, en het mishaagde hem, zooals mij kaïd
+Maclean mededeelde, dat ik hem niet groette. Ik wist inderdaad op dat
+oogenblik niet, hoe ik groeten moest. De kotau zal Z.M. toch wel niet
+verwacht hebben, den hoed afnemen is in mohammedaansche landen ver van
+een eerbewijs en ongeveer op twintig pas afstands een paar hoffelijke
+buigingen te maken, zou mijzelf zoo belachelijk zijn voorgekomen,
+dat ik ze toch niet in ernst had kunnen volvoeren. Zoo had ik mij
+uit deze _embarras de richesse_ van groetmogelijkheden gered, door
+eenvoudig niets van dat alles te doen, maar den heerscher recht in
+'t gelaat te zien, wat wel de aanleiding tot mijn audiëntie bij Moelei
+Abdul Aziz zal geweest zijn.
+
+Den volgenden dag reed ik op het aangegeven uur weer het paleis binnen
+en begaf mij naar het feestterrein, de _Meschwar_. Daar steeg ik af
+en wachtte op de dingen, die komen zouden, mijn feestgewaad onder
+een langen stofmantel verbergend. Het geweldig groote plein ligt in
+het noordelijk deel van het zeer uitgebreide paleis en was thans
+door een dichte menschenmenigte omgeven, die zelve weer een lijst
+vormde om den in 't midden opengestelden vierhoek van soldaten. In
+het midden van het voorste gelid der eene lange zijde zag ik reeds
+in de verte den engelschen chef-instructeur in bovenaardsche pracht
+stralen. Hij droeg een vuurroode galajas, van boven tot beneden met
+zware gouden tressen bezet, ongeveer ter dubbele breedte van die der
+diplomatenuniform. Op het hoofd droeg hij de hooge, scharlakenroode
+sjasjia van de moorsche askari's, omwikkeld met een schitterend witten
+tulband, en om de schouders had hij, als bij de oude kruisridders,
+een wijden mantel zonder mouwen geslagen, gemaakt van 't fijnste,
+witte mousseline.
+
+Toen na lang wachten de sultan zich vertoonde, door een schitterenden
+hofstoet omgeven, klonk uit de rijen der soldaten den krijgsroep:
+"Allah moge onzen heer de zege verschaffen!" _allah ianssar ssidna_,
+die altijd wordt geuit, zoodra de sultan verschijnt. Statig reed de
+vorst over het plein, en de engelsche chef-instructeur wenkte mij,
+hem binnen het regeeringsgebouw te volgen.
+
+Daar had ik een kort onderhoud met den vorst, waarbij Sir Harry Maclean
+als tolk optrad. Het was een ongedwongen praatje, dat op aardrijks- en
+staatkundig gebied bleef. Ik maakte mijn verontschuldigingen over mijn
+niet-groeten, en het trof mij, hoe eenvoudig en waardig het optreden
+van den sultan was. Vriendelijk weerde hij mijn excuses af met het
+woord, dat men van den eersten dag van zijn verblijf in Marokko kan
+hooren uit den mond van hoog- en laaggeplaatsten: _la bass, la bass_
+d.i. het doet er niet toe.
+
+
+
+
+NASCHRIFT.
+
+
+Dr. Genthe's Reisbrieven zijn in 1904 in de Kölnische Zeitung
+verschenen, en toen de laatste er van het licht zag, was de schrijver
+reeds niet meer onder de levenden. Hij heeft op droevige wijze in
+Marokko den dood gevonden.
+
+In Maart 1904 was hij op het punt, Fez vaarwel te zeggen; den 10den
+zou hij opbreken naar de kust. Het had lang en zwaar geregend, en de
+doctor had zijn gewonen namiddagrit eenige dagen moeten missen. Den
+achtsten nu lokte hem een heerlijke voorjaarsdag naar buiten, en op
+zijn mooie Benni-Hassan-hengst reed hij tegen drie uur in den namiddag
+de westpoort uit, om niet weer terug te keeren. Hij was voor dat
+rijden alleen dikwijls gewaarschuwd, maar zijn kamers in Fez waren
+eng en benauwd, en er waren zooveel dingen geweest, waarvoor men hem
+had gewaarschuwd en die toch goed waren afgeloopen, dat men hem het
+niet euvel kan duiden, wanneer hij soms een raad in den wind sloeg.
+
+Er was hem wel door de regeering een bereden soldaat toegevoegd;
+maar Genthe reed veelal zeer snel, om het geleide kwijt te raken en
+de regeering had, om haar paarden te sparen, reeds bepaald, dat hij
+alleen te voet gaande, begeleid zou worden. Zoo bleef ook toen de
+soldaat achter, en den 9den kwam de man op het duitsche consulaat
+melden, dat zijn heer niet terug was gekeerd.
+
+Waarschijnlijk heeft de reiziger den dood gevonden onder
+moordenaarshand, en hebben roovers hem uitgeplunderd en daarna het
+lijk verduisterd. Er is wel in de Seboe in het laatst van April een
+lijk gevonden, dat als van een Europeaan voor het zijne is gehouden,
+maar het was gewond en geheel naakt, en met zekerheid heeft niemand
+het als het lijk van den Duitscher kunnen herkennen.
+
+De weg, dien hij uitgereden was, is vooral in den regentijd zeer
+eenzaam, en het schijnt, dat een slecht befaamd individu El Chammar de
+daad heeft bedreven, niet onmogelijk met medeweten van Dr. Genthe's
+persoonlijken bediende. Allerlei nasporingen werden in het werk
+gesteld; het paard werd nog in September bij den stam der Beni Mtir
+teruggevonden en daaraan werden nieuwe onderzoekingen vastgeknoopt;
+maar volkomen opgehelderd is de zaak nooit.
+
+Toch heeft men getracht, het rechtsgevoel bevrediging te schenken,
+'t geen vooral noodig werd, toen des keizers bezoek in Marokko was
+aangekondigd. De door de publieke opinie als moordenaars aangewezenen
+werden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, en de marokkaansche
+regeering betaalde een som van 40.000 mark als schadeloosstelling
+voor de bloedverwanten van den vermoorde. Op die wijze wordt in den
+laatsten tijd vaker Marokko's schatkist aangesproken. Voor eenige
+maanden is de Franschman Charbonnier er vermoord, en in 't begin van
+Juli heeft het machzen in 100.000 francs schadevergoeding bewilligd.
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+[1] Dit uittreksel is ontleend aan: Marokko, Reiseschilderungen von
+Dr. Siegfried Genthe. 2e aufl. Berlin, Allgem. Verein für Deutsche
+Literatur 1906.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Uit Marokko, by Siegfried Genthe
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 14088 ***