summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/13869-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '13869-0.txt')
-rw-r--r--13869-0.txt1864
1 files changed, 1864 insertions, 0 deletions
diff --git a/13869-0.txt b/13869-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..bbab00c
--- /dev/null
+++ b/13869-0.txt
@@ -0,0 +1,1864 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13869 ***
+
+In Roemenië.
+
+Naar het Fransch van Th. Hebbelynck.
+
+
+
+I.
+
+Van Boeda-Pest naar Pétrozény.--Een stukje geschiedenis.--Het dal van
+de Jiul.--De Bojaren en de Zigeuners.--De markt van Targa Jiu.--Het
+klooster Tismana.
+
+
+"Zijn de heeren ingenieurs?"
+
+"Pardon, mevrouw."
+
+"Inspecteurs van het boschwezen?"
+
+"Ook dat niet; wij zijn gewone reizigers."
+
+"Toeristen? Hier in Roemenië, en zonder dat er eenig voordeel van te
+halen is?"
+
+"Geen ander dan de voldoening, interessante zeden en gebruiken waar
+te nemen, een mooi land te bewonderen en er aangename herinneringen
+uit mee te nemen."
+
+Zoo ongeveer werden wij op een dag ondervraagd door een deftige dame,
+vrouw van een roemeensch generaal, die op een bekoorlijk plaatsje
+midden in het bergland van Walachije en villégiature was. Uit het
+gesprek blijkt wel, dat de toeristen tot nu toe Roemenië nog onbezocht
+hebben gelaten, en dat noch de Alpenclub, noch de agentschappen van
+Cook beslag hebben gelegd op de mooie bosschen van de Karpathen en
+de schilderachtige dalen, die van daar naar de Donau loopen.
+
+Wij deden onze reis in de maand Augustus 1901. Eerst hebben wij het
+nog primitieve gedeelte van Roemenië doorreisd, dat tot in deze laatste
+jaren bijna precies gelijk gebleven is, als het twintig eeuwen geleden
+was en dat te vinden is in de bergstreken van Walachije. Vervolgens
+hebben wij een bezoek gebracht aan het moderne Roemenië, dat een
+industrieel land is, tegelijk met het nieuwe régime ontstaan en
+waarvan Boekarest de ziel is en het middelpunt.
+
+De kunst heeft in Roemenië door de eeuwen heen slechts zeer zwakke
+sporen achtergelaten. Alle oude herinneringen, die men zou verwachten
+in een door de Romeinen gekolonizeerd land, zijn vernietigd geworden
+door den stroom van barbaren, die telkens over deze provinciën werd
+uitgegoten in de volgende twaalf eeuwen en die alles heeft weggevaagd
+en meegenomen. Alleen een paar kloosters, die in de Middeleeuwen onder
+de vorsten of woiwoden gebouwd werden en waarvan dat van Curte de Arges
+het beroemdste is, trekken tegenwoordig nog de aandacht. Maar de groote
+aantrekkelijkheid voor den reiziger is gelegen in het landschap, dat
+dikwijls grootsch en altijd poëtisch is, verder in de originaliteit
+der kleederdrachten en in de zeden der bewoners.
+
+Wij vertrekken van Boeda-Pesth naar ons doel. Die stad, de heerlijke
+hoofstad van Hongarije, neemt sedert 1896 een plaats in onder de
+schoonste steden van Europa. Er werd in dat jaar door een schitterende
+tentoonstelling en door de inwijding van veel monumentale gebouwen
+o.a. het Parlementsgebouw feest gevierd ter eere van het duizendjarig
+bestaan van Hongarije. Het was tien eeuwen geleden, dat de Magyaren
+onder Arpad het land vermeesterden.
+
+Bij het verlaten van Boeda-Pesth voert de trein ons door de
+vruchtbare vlakten van Hongarije, tusschen velden van blonde maïs,
+die eindeloos ver zich uitstrekken. Reusachtige bergen van koren zijn
+om de boerenhoeven gegroepeerd, waar dorschmachines aan het werk zijn,
+en waar men groote scharen arbeiders en arbeidsters, in 't wit gekleed,
+bezig kan zien. Verderop zagen wij tallooze kudden ossen met groote,
+wijd uitstaande horens; daarna varkens met lang krullend, zijdeachtig
+haar, die er onder zulk een vacht allerkoddigst uitzagen en die men,
+in de verte gezien, voor schapen zou houden.
+
+In die hongaarsche vlakten kregen wij in de buurt van Arad voor
+de eerste maal tamme buffels onder de oogen. Terwijl de ossen
+in melancholieke stemming in de wei liepen, waren de buffels met
+welbehagen bezig, een bad te nemen in het lauwe water der rivier. Die
+dieren worden op hoogen prijs gesteld in Hongarije en Roemenië. Hun
+melk is uitstekend; ze zijn gehard tegen vermoeienis, kunnen even
+goed als ossen worden gespannen voor de karren en wagens der boeren,
+maar zijn uiterst gevoelig, zoowel voor warmte als voor koude, hebben
+in den zomer zeer veel noodig en moeten in den winter in speciaal
+voor hen bestemde stallen een onderkomen vinden. In Transsylvanië en
+in Roemenië, waar de winters streng zijn, stalt men ze dan ook onder
+de boerenhuizen in goed beschutte kelders.
+
+Dit gedeelte van Hongarije, het gebied der poeszta's, is zeer dun
+bevolkt; maar de grond is er wel vruchtbaar en wordt goed bebouwd. De
+boerenhoeven zijn niet talrijk, maar er behooren uitgestrektheden
+land bij. Men doet er aan den grooten landbouw in elken zin des woords.
+
+Maar daar zijn we bij de grenzen van de vlakte: we naderen de wouden
+van Transsylvanië. Te Piski, waar wij onze eerste indrukken krijgen
+van de woeste bergbewoners, die wij eenige dagen lang van dichtbij
+zullen kunnen waarnemen, verlaten wij den grooten weg, om in het
+echte bergland door te dringen en dat deel der zuidelijke Karpathen te
+bestijgen, dat in zijn geheele lengte slechts één enkelen natuurlijken
+doorgang biedt, namelijk de IJzeren Poort. Hoe hooger men komt, des
+te armoediger zien de boerenhuizen eruit. Het zijn allen huizen van
+leem, gedekt met wat riet of droge maïsstengels, en gegroepeerd om
+sjofele kerken, geheel van hout opgetrokken. Weldra verdwijnt ieder
+spoor van menschelijke woningen, en de weg neemt een echt grootsch
+karakter aan. Het leek wel een chaos, waar wij doorheen moesten.
+
+De eene tunnel volgde op den anderen, en tegen de hellingen der rotsen
+waren met groote koenheid wegen in de bergen uitgehouwen. Het is
+avond geworden, als wij stil houden op enkele schreden afstands van
+de roemeensche grens in een gebied, waar steenkolen gevonden worden,
+en waar zich rotsen van 2500 M. verheffen. Wij zijn te Pétrozény. De
+stad ligt op eenigen afstand van het station. Slechts twee of drie
+fiacres, die dadelijk bezet zijn, staan er ter beschikking van de
+reizigers, en als een onbekende niet de buitengewone beleefdheid had
+gehad, om zeer gracieus zijn rijtuig aan te bieden, zouden wij den
+weg te voet hebben moeten gaan.
+
+Twintig minuten, in vluggen draf door onze paarden afgelegd, en daar
+zijn we op het groote plein tegenover het voornaamste hôtel van de
+plaats, waar een vroolijk concert wordt gegeven ten genoegen van de
+élite der inwoners.
+
+Tegen twee uur in den morgen worden wij met schrik wakker door geroep
+en kreten van wanhoop. Een reuzenvlam stijgt boven het groote plein
+omhoog. Een zigeunertent, tegen het hotel aangebouwd, is aan het
+branden.
+
+Reeds wordt de achtertrap van het hôtel bedreigd, en het personeel
+stapelt, zonder er aan te denken, dat de reizigers gewekt moeten
+worden, de corridors vol met kasten, matrassen en tapijten. Met
+groote moeite banen wij ons een weg er doorheen, om het binnenplein
+te bereiken, waar wij veilig zijn voor de hitte van het vuur.
+
+De bevolking van Pétrozény is voor een groot deel roemeensch. Maar
+daar het een industriëele stad is, zijn een menigte vreemde elementen
+zich onder de oorspronkelijke bevolking komen mengen. Daarom ziet
+men er naast de frissche en sierlijke roemeensche kleederdrachten
+een menigte menschen, wier kleeding van geen bepaalde nationaliteit is.
+
+Het stadje is in 't minst niet origineel. Huizen van steen en andere,
+van leem opgetrokken, wisselen met houten huizen af, en uit elken
+gevel steken palen naar buiten, waaraan allerlei zaken heen en weer
+schommelen, hier een uithangbord, daar schapenhuiden, braadpannen,
+worsten, zelfs hemden. Het is een echte étalagewedstrijd.
+
+Pétrozény heeft een onzindelijk voorkomen. De bewoners hebben geen
+andere coquetterie dan die van hun gesteven wit linnen. Bij de mannen
+zijn broek en overhemd van verblindende witheid, en de vrouwen dragen
+onberispelijke jakjes en sluiers. Alleen de Zigeuner veroorlooft
+zich linnen van twijfelachtige tint, en ik acht het niet onmogelijk,
+dat hij zijn onderkleêren pas aflegt als zij het afleggen, dat is,
+als ze in lompen uiteenvallen. Het inwendige der woningen ontbeert
+alle gerief. Deze menschen kennen zoo weinig behoeften, dat zij
+volstrekt geen begrip hebben van de rechtmatige eischen der weinige
+vreemdelingen, die onder hen verzeild raken.
+
+Het marktplein vertoont een zeer eigenaardige soort van drukte. Men
+krijgt den indruk van op een groote boerderij te zijn. De ganzen en de
+varkens hebben er burgerschapsrechten; de laatste zijn er in allerlei
+verscheidenheden. Er zijn witte, zwarte en rossige in allerlei nuances
+en allerlei grootte, naarmate zij tot het moldavische of servische
+ras behooren, of moerasvarkens zijn, zooals men zooveel aantreft in
+de buurt van de Donau. Die belangwekkende dieren leven in vrijheid
+en zoeken eikels in de naburige eikenbosschen, waarmee de naburige
+hoogten bedekt zijn.
+
+Volgens de statistische opgaven van het Ministerie van Financiën
+bestond de bevolking van Roemenië in 1894 uit vier millioen
+inwoners. Maar de berekeningen van den heer Stoerdza, die, naar men
+zegt, nauwkeuriger zijn, komen voor dienzelfden tijd tot 6100000
+inwoners.
+
+De geschiedenis van het roemeensche volk is die van een ongelukkige
+natie, die door onderdrukking, oorlogen en lijfeigenschap alle
+initiatief heeft verloren, een volk, welks verstand en wilskracht
+afgestompt zijn onder de eeuwenlange heerschappij der Turken.
+
+Het tegenwoordige Roemenië, dat is Walachije, Moldavië en Dobroedsja,
+neemt de plaats in van het oude Dacië, dat door Trajanus op het eind
+der eerste eeuw van de christelijke jaartelling veroverd werd. Daar
+het land zeer dun bevolkt was ten gevolge van de vele oorlogen, bracht
+Trajanus er romeinsche kolonisten heen, die zich vermengden met de
+oorspronkelijke bevolking en het nog tegenwoordig bestaande ras der
+Daco-Romeinen of der Roemenen deden ontstaan. Later trekken Gothen,
+Hunnen, Bulgaren, Hongaren, Tartaren beurtelings door het oude Dacië,
+dat zij verwoesten en plunderen, en terwijl veel van die Daco-Romeinen
+over de Karpathen gaan en in Transsylvanië een schuilplaats vinden,
+stemt de andere helft van de jonge natie er na een wanhopigen strijd
+in toe, het terrein, dat zij den anderen niet weer kan afhandig maken,
+voortaan met hen te deelen.
+
+In de 13_de_ eeuw overvallen de Tartaren Hongarije en
+Transsylvanië. Vluchtend voor hun barbaarsche horden, besluiten de
+Daco-Romeinen, die in Transsylvanië een toevlucht hadden gezocht,
+tot een nieuwen uittocht. Zij trekken opnieuw de Karpathen over en
+keeren naar hun vroeger vaderland terug. Radu-Negru, dat is Rudolf de
+Zwarte, hoofd der kolonne van Togaras, vestigt zich te Kampolung en
+wordt de eerste woiwode van Walachije, terwijl een ander hoofd, Bogdan
+geheeten, zich laat uitroepen tot woiwode van Moldavië. Zoo ontstonden
+de beide onafhankelijke romaansche of roemeensche vorstendommen,
+maar de onafhankelijkheid was niet van langen duur.
+
+In 1393 wordt Walachije en in 1511 Moldavië een vazalstaat van de
+Turken. In den aanvang worden die provincies geregeerd door inlandsche
+hoofden onder de suzereiniteit van de sultans in Byzantium; maar in
+de 18_de_ eeuw zonden dezen er vreemde vorsten heen, gekozen uit de
+machtige grieksche financiers van Konstantinopel. Dat is de tijd der
+Fanarioten van 1716 tot 1822. Zij heeten naar Fanar, een wijk van het
+oude Konstantinopel, waar na de verovering door de Turken de Grieken
+bleven wonen. Bij hun troonsbestijging moesten de fanariotische
+vorsten buiten de gewone jaarlijksche schatting nog een belangrijke
+som aan de Porte opbrengen. Van toen af ging de bevolking gebukt
+onder zware lasten, en terwijl zij in naam haar vrijheid behield,
+werd zij op onmenschelijke wijze uitgezogen.
+
+In 1820 echter werd de Roemeniër het juk moede; hij ontwaakte uit zijn
+dofheid en stond op tegen den sultan, eischend met een geestkracht,
+waartoe men hem niet in staat zou hebben geacht, zijn eigen inlandsch
+bestuur terug te erlangen, hetgeen geschiedde. Die vorsten wisten het
+nationaal gevoel te doen herleven, en na den Krimoorlog verwierven zij
+voor de roemeensche provinciën een betrekkelijke onafhankelijkheid,
+gewaarborgd door de mogendheden, die het verdrag van Parijs in 1856
+hadden geteekend.
+
+De vereeniging der provinciën werd in 1861 afgekondigd, en kolonel
+Couza werd tot vorst gekozen onder den naam Alexander-Jan I. Samen
+met zijn ministers kondigde hij tegelijkertijd de secularisatie van
+de kloosters af, die een vierde deel van al het grondgebied bezaten,
+en de afschaffing der slavernij van de boeren. Maar in 1866 werd hij
+gedwongen, afstand te doen van den troon, en de Kamers riepen, nadat
+zij tevergeefs een beroep hadden gedaan op Zijne Hoogheid den graaf van
+Vlaanderen, prins Karel van Hohenzollern tot vorst van Roemenië uit.
+
+Bij zijn troonbestijging moest alles van voren af aan worden
+opgebouwd. De steden leverden een schouwspel van volslagen armoede
+op. Overal heerschten omkooping en diefstal. De vorst hield zich dan
+ook van het begin af bezig met de reorganisatie van de verschillende
+takken van staatsdienst, en in 1877, tijdens den turksch-russischen
+oorlog, was Roemenië reeds met groote schreden vooruitgegaan en kon
+een machtige steun zijn voor Rusland.
+
+Het werd maar kaaltjes beloond voor zijn edelmoedige hulp. Men
+gaf Dobroedsja met de haven Constanza; maar in ruil moest Roemenië
+dat deel van Bessarabië afstaan, dat in 1856 verkregen was, en waar
+Rusland al sinds langen tijd een begeerig oog op hield gevestigd. Het
+is waar, dat tevens de volledige onafhankelijkheid van Roemenië door
+de verschillende europeesche staten werd erkend, en in 1881 verkreeg
+vorst Karel van Hohenzollern den titel van koning van Roemenië.
+
+In dit geschiedverhaal wordt de uittocht van Fogaras door verschillende
+schrijvers tegengesproken. Zij houden vol, dat Radu-Negru slechts een
+legendarische persoonlijkheid is. Volgens hen zouden Tugomer Bassarab,
+die een dynastie in Walachije stichtte en zijn zoon Alexander Bassarab,
+die het volk van herders in een zelfbewuste, onafhankelijke natie
+herschiep, de grondleggers van den staat zijn.
+
+Wij betreden Walachije langs den nieuwen weg, die door de Karpathen
+leidt en te Targu Jiul uitkomt. Daarna, als wij ons successievelijk
+hebben opgehouden in de kloosters van Tismana, Horezu, Curtea de Arges
+en Kampolung, begeven we ons naar Boekarest, de hoofdstad van Roemenië,
+van waar we een bezoek zullen brengen aan het petroleumgebied van
+Doftana en aan de mijnen van steenzout van Slanic. Wij zullen den
+tocht besluiten met Sinaïa, de poëtische residentie van Roemenië's
+souvereinen.
+
+Tegenwoordig reist men in Roemenië nog per victoria, met twee, drie
+of vier paarden bespannen. Onder de kap is een ruime bergplaats voor
+alles, wat men kan noodig hebben onderweg, en er hangt een emmer aan,
+om den paarden te drinken te geven, want al die dingen kan men onderweg
+niet krijgen. De zak met maïs, waaruit de paarden gevoerd worden, die
+maïs in plaats van haver krijgen, bevindt zich naast den koetsier. De
+laatste neemt ook rijkelijk voorraad mee en is dan eindelijk wel zoo
+goed, uwe bagage op te laden.
+
+De paarden zijn vlug en opgewekt en bestand tegen groote
+vermoeienis. Zij leggen 80, soms zelfs 100 kilometer per dag af en 10
+kilometer per uur. De koetsiers hebben een eigen, bijzondere manier
+van hen aan te zetten, door de zweepslagen te doen vergezellen door
+woeste, zeer eigenaardige geluiden.
+
+Voor vijf-en-twintig jaar was de victoria in het land onbekend; men
+reisde enkel met de _birdj_, het nationale voertuig, dat nu nog bij
+de boeren in gebruik is. Het is een kist van houten latten zonder
+veêren op vier wielen, aan de achterzijde is de onvermijdelijke bak
+voor berging en een groote huif is er overheen gespannen, ondersteund
+door breede hoepels. Door een smalle, lage opening stapt men er binnen
+en heeft daar dan als zitplaats zijn eigen bagage of een hoop hooi.
+
+Het dal der Jiul, dat bij 't vertrek uit Pétrozény voor ons open ligt,
+werd langen tijd voor volkomen onbruikbaar gehouden, want zelfs de
+bergbewoners beschouwden het als onbegaanbaar, en om over dit deel
+der Karpathen heen te komen, gaven zij nog ondanks de hinderpalen van
+allerlei aard, de voorkeur aan het ruwe pad over den Vulkaan-pas. Maar
+door groote en vernuftige werken, voor 't meerendeel aangelegd door
+belgische ingenieurs, loopt er thans een der mooiste wegen door en
+een der veiligste uit de zuidelijke Karpathen.
+
+Men rijdt er door een nauwe spleet, met aan beide zijden hooge bergen,
+die van boven volkomen kaal zijn en die in de lagere gedeelten met
+groote, nog niet geëxploiteerde bosschen zijn bedekt, waardoor de
+bergen een prachtig maar somber aanzien krijgen. Heel in de diepte van
+de kloof stuwt de hongaarsche Jiul, gevoed met de roemeensche rivier
+van dien naam, haar onstuimig water tusschen al de hindernissen door,
+die in de rotsachtige bedding in den weg komen. Nu eens in het nauw
+gebracht tusschen rotswanden, schuimt en bruist en springt de rivier
+voort; dan weer breidt zij zich rustig uit te midden van het groen,
+dat tot het water voortloopt.
+
+Soms is de rivier zoo woedend, dat zij een stuk van den nieuwen,
+met groote kosten aangelegden weg met zich mee sleurt. Men kan in
+West-Europa zich geen denkbeeld maken van dat snelle wassen der
+rivieren, en het komt niet alleen in de lente voor, als de sneeuw op
+de bergen smelt, maar ook in het hartje van den zomer.
+
+De weg is wel niet te vergelijken bij de wonderschoone wegen in
+Zwitserland, maar hij roept de herinnering wakker aan de mooiste dalen
+van Schwarzwald en Jura en heeft nog woester, grootscher karakter.
+
+Dicht bij den uitgang van het dal staat in een omheinde ruimte het
+nederige klooster Naïch. Dat witte kloostertje, waarvan het aardige
+kerkje met de driedeelige vensters van buiten aan alle kanten met
+mooie fresco's is versierd, wordt op 't oogenblik nog door enkele
+monniken bewoond.
+
+Weldra worden de bergen lager en staan verder uiteen. De Jiul, die
+niet langer door rotsen beperkt wordt, stroomt door een bedding, die
+tienmaal te breed is voor haar wateren, en de wouden verdwijnen, om
+plaats te maken voor gewoon bouwland. Eerst nadat wij dertig kilometer
+hadden afgelegd, ontdekten wij enkele houten huisjes met puntige daken
+op zijn Turksch en bedekt met planken van berkenhout. Hoe armoedig ze
+ook mogen wezen, alle huisjes zijn van elkander afgescheiden en zijn
+door een schutting omgeven. In Roemenië zijn, evenals in de meeste
+oostersche landen, levende hagen onbekend. Men maakt afsluitingen
+van planken of palen, van doode takken of van rijswerk. Die kleine
+boerenhoeven hebben, al zien ze er ook nog zoo ellendig uit, toch een
+echte verbetering gebracht in het lot van den Roemeniër. Hij heeft
+thans een eigen huis, een stal, een maïszolder, een varkenshok, terwijl
+hij te voren eeuwen lang onder de heerschappij der Bojaren gewoond
+heeft in holen, die twee meter diep in den grond waren uitgegraven
+en onder een dak van rijswerk met aardkluiten belegd. Voor elk van
+deze woningen ligt nu een veranda, waar het gezin des zomers slaapt,
+omdat de groote hitte het huis van binnen onbewoonbaar maakt. Des
+avonds worden er matrassen en dekens neergelegd, die 's morgens weer
+worden weggenomen.
+
+Oudtijds wilde een vroom gebruik, dat ieder boer vóór de deur van zijn
+huis een schotel met water plaatste ten gebruike der voorbijgangers
+en der reizigers; tegenwoordig ziet men vóór elke hoeve een pomp,
+waarbij ieder naar welgevallen zijn dorst kan lesschen.
+
+De monumentale deur, die de omheining afsluit, is een der sieraden
+van een roemeensch huis; men vindt zoo'n deur overal, bij de
+grootste, zoowel als bij de kleinste hoeven, bij de villa's en bij
+de kloosters. Die deuren zijn op eigenaardige en soms zeer artistieke
+wijze uitgesneden.
+
+De Bojarenheerschappij werd eerst in het land gevestigd op het
+eind der 14_de_ eeuw. Radu of Rudolf XIV kwam, met den steun van
+den griekschen patriarch Niphon, op het denkbeeld een adelstand in
+het leven te roepen op het voorbeeld van den byzantijnschen adel en
+veranderde de hofambten zóó, dat ze recht gaven op adellijke titels.
+
+Dit was de aanleiding tot het ontstaan van den stand der Bojaren. Later
+kwam onder de Fanarioten een stroom van grieksche avonturiers het land
+binnen, in het gevolg der vorsten, die hen bij voorkeur tot eereambten
+riepen. Zoo ontstond er in het land zelf een vreemde aristocratie, een
+lage, verdorven, winzuchtige klasse, die de inboorlingen onderdrukte
+en ze onbeschaamd uitmergelde. Die nieuwe adel was erfelijk tot in
+het tweede geslacht.
+
+Elke Bojarentitel gaf recht op een zeker aantal boeren, die alleen aan
+hun heer belasting hadden te betalen. Zestig duizend gezinnen werden
+aldus in den dienst der Bojaren gesteld. Die ongelukkige landbouwers,
+hoewel niet precies gebonden aan den grond, hadden niet het recht,
+van heer te veranderen en mochten hun grond alleen verlaten met
+toestemming van den eigenaar.
+
+"Nog in 1856", zegt Elisé Reclus, "waren 5 à 6000 Bojaren heeren
+en meesters van het land en zijn bewoners. Maar er bestond groote
+ongelijkheid onder hen; de meesten waren slechts kleine grondbezitters,
+terwijl 70 vazallen in Walachije en 300 in Moldavië met de kloosters
+bijna al den grond onderling hadden verdeeld.
+
+In 1864 kwam er, met de secularisatie van de kloosters, ook een einde
+aan de lijfeigenschap der boeren. Elk gezin verkreeg een stuk land,
+afwisselend tusschen 3 en 6 H.A., naar gelang het één koe hield,
+twee ossen en een koe, of vier ossen en een koe. De hectare werd hun
+eigendom tegen den prijs van 60 gulden, betaalbaar aan den staat in
+vijftien jaarlijksche aflossingen.
+
+Het aantal boeren, dat op die manier land in bezit kreeg, steeg in
+'t begin tot 450000, maar in 1880, toen er een nieuwe verdeeling van
+den grond door den staat plaats had, kwamen er nog 100000 bij.
+
+Ondanks die hervorming behooren de groote bronnen van rijkdom nog aan
+den staat en de oude Bojaren. De staat exploiteert namelijk zelf de
+onuitputtelijke zoutmijnen, hij is eigenaar van de petroleumhoudende
+terreinen; voor het grootste deel zijn de bosschen, die een vijfde van
+het grondgebied bedekken, in zijn bezit. Wat de Bojaren betreft, zij
+hebben enorme eigendommen in handen, hun door de woiwoden afgestaan,
+en waarvan de uitgestrektheid van 4 tot 8000 H.A. bedraagt.
+
+Die eigendommen kunnen niet dan in hun geheel verkocht of vervreemd
+worden; de wet verbiedt hun verbrokkeling. Buitendien is door art. 7
+der grondwet bepaald, dat vreemdelingen geen vaste goederen in Roemenië
+mogen bezitten. Zij kunnen niettemin van een Roemeniër erven; maar in
+dat geval heeft de staat het recht, hen te verplichten hun bezittingen
+te verkoopen, tenzij ze zich laten naturaliseeren. Dat kan geschieden
+bij Parlementsbesluit na tien jaren verblijf in het land. Er zijn
+nog andere verzachtingen van de bepalingen, die op vreemdelingen
+betrekking hebben. Zoo kunnen ze bijvoorbeeld huizen bezitten in de
+steden, en er bestaat plan, om de verkrijging van vaste goederen
+mogelijk te maken voor buitenlandsche maatschappijen, in geval de
+meerderheid der aandeelhouders uit roemeensche burgers bestaat.
+
+De wijze, waarop die groote bezittingen worden geëxploiteerd is nog
+al eigenaardig. Op een vastgestelden dag roept de burgemeester de
+gezinnen uit zijn dorp op en verdeelt onder hen, tegen een dikwijls
+belachelijk laag loon, de gronden, die bebouwd moeten worden. Het
+loon wordt vooruit betaald, maar de geheele oogst valt toe aan den
+eigenaar. Behoef ik nog te zeggen, dat de ongelukkige boeren, die
+vroeger zoo slecht behandeld werden, dat tegenwoordig nog worden? In
+vele gevallen worden ze lomp bejegend en zelfs wel geslagen.
+
+Verscheiden oude Bojaren, vooral in Moldavië, besturen zelf de
+landbouwondernemingen op hun goederen en hebben uitgebreide corpsen
+arbeiders in het werk, terwijl zij tien maanden van het jaar er
+wonen. Maar in het hartje van den winter gaan ze reizen en gaan hun
+inkomsten te Boekarest, Weenen en Parijs verteren.
+
+Op den weg van Targu Jiul komen wij groote wagens tegen. Zeven of
+acht paar ossen, het eene paar achter het andere en bestuurd door
+in het wit gekleede boeren, trekken landbouwmachines en zware karren
+met nieuwerwetsche artikelen voor den modernen landbouw. Vroeger ging
+het dorschen in Roemenië met behulp van ossen, die het koren op den
+dorschvloer trapten. Tegenwoordig is de dorschmachine er doorgedrongen,
+en de kleine eigenaars vereenigen zich, om samen stoomdorschmachines
+te koopen.
+
+Mannen en vrouwen te paard gaan naar de stad; spiernaakte kinderen
+vluchten bij onze nadering. De dorpen worden grooter; de huizen
+zijn netter onderhouden, en op de palen van de afsluitingen staan
+allermerkwaardigste potten en vazen omgekeerd, om uit te lekken en
+te drogen. Aardewerkfabricatie is inderdaad een der belangwekkendste
+takken van de roemeensche klein-industrie. Er worden zelfs markten
+van aardewerk gehouden, en men vraagt zich af, hoe de Roemeniërs zoo'n
+oneindige verscheidenheid van gebruiksvoorwerpen kunnen aanwenden.
+
+Bij den ingang der stad waren geheele gezinnen aan den wegrand gezeten,
+in een kring op den grond gehurkt in volkomen sans gêne. Zedigheid is
+waarschijnlijk niet de hoofddeugd der roemeensche boerinnen; misschien
+ook bestaan er daar andere begrippen op dat punt dan bij ons, en het
+is waar, dat hoe meer men het Oosten nadert, des te inschikkelijker
+wordt men voor het déshabillé.
+
+Wij zijn te Targu Jiul, de eerste belangrijke plaats in Roemenië. Het
+is een stad van 3000 inwoners, waar een school in aanbouw de aandacht
+trekt, omdat zij als modelschool aangewezen wordt.
+
+Het hôtel, waar wij afstappen, ziet er zeer goed uit en, hoogst
+aangename verrassing, de eigenaar spreekt Fransch. Maar wij moeten nu
+kennis maken met de roemeensche keuken! O, die roemeensche keuken! Zure
+soepen, waar een half dozijn sardines in drijven. Is dat niet iets,
+om u op slag den gretigsten eetlust te benemen?... Geen roastbeef,
+noch biefstuk.... Runderen worden niet geslacht; zij dienen enkel als
+trekdieren. Varkens loopen op straat rond, maar ze worden evenmin
+geslacht, in den zomer ten minste niet, onder voorgeven, dat het
+vleesch maar twee of drie dagen goed blijft. Kippen krijgt men meer
+dan genoeg, maar die welke ons aan tafel werden voorgezet, zijn
+magere beestjes, zoo hard gebraden, dat ze bijna geheel uitgedroogd
+zijn. Schapenvleesch, trossen gekookte maïs en een gerecht, dat
+koukouroute heet, schijnen de meest aanbevelenswaardige onderdeelen
+van 't menu.
+
+In de hôtels eet men met muziek. Als gij een orkest van Zigeuners
+treft, hoort ge woeste, heftige, hartstochtelijke muziek; hebt ge een
+roemeensch orkest, dan blijven vuur en gloed achterwege, om plaats te
+maken voor klacht en melancholie. Het is om te schreien, zoo droevig;
+'t is in muziek omgezette smart.
+
+Midden in den nacht worden wij gewekt door een hevig onweêr, zooals
+er bij ons zelden voorkomen. Het is een opeenvolging van lange,
+witachtige bliksemstralen, uitgaande van alle punten van den horizon
+tegelijk en, in éénen door, de markt en de straten der stad met licht
+overstroomend. Tegelijkertijd storten de watervallen van den hemel
+op de aarde neer, en de straten worden tot ware rivieren. 's Morgens
+waren de straten weer droog, en de lucht was zuiver en geurig.
+
+Niettegenstaande den nachtelijken storm was van vier uur af de
+markt, die tegenover ons hôtel werd gehouden, buitengewoon druk en
+levendig. Men kan zich niets aardigers en schilderachtigers denken dan
+die markten, waar de bewoners uit de naburige dalen samenkomen. Die
+laatsten komen naar de stad in met een paar ossen bespannen karren,
+of op den rug van een muilezel, door de vrouwen bereden op dezelfde
+wijze als door de mannen. Zij hebben vaak een reeks van een vijftiental
+bijeengebonden kippen bij zich, die er erbarmelijk uitzien. Enkele
+vrouwen komen op de markt met leêge handen; maar met zeer gevuld
+jakje. Als ze ter plaatse zijn, steken ze de hand vóór in hun
+halfgeopend gewaad, dat daar trouwens altijd voor zak dient en halen
+er, 't zij een kip, 't zij een eend uit; ik heb er zelfs gezien,
+die uit die bergplaats een speenvarkentje voor den dag haalden,
+dat daarna moederlijk in de armen werd gedragen.
+
+Doch het origineelste zijn zij, die uit de stad terugkeeren met de
+meest uiteenloopende voorwerpen in haar geïmproviseerden zak. Die
+hangt dan zwaar omlaag op den boezelaar, en maakt bij elke schrede een
+rinkelend geluid van aardewerk of men hoort er den triomfkreet van een
+haan uit opstijgen, die op de markt een koopster heeft gevonden. De
+vrouwen staan of zitten er langs de trottoirs met haar koopwaar vóór
+zich. De verkoop van de producten is niet zeer winstgevend. Men betaalt
+30 centimes voor een kip, 10 centimes voor vier eieren, en 15 centimes
+voor vier liter wijn. Toch zien ze er niet uit, of ze gebrek lijden. Ze
+zijn vroolijk en vriendelijk en gaan naar de markt als naar een feest.
+
+Haar kleeding, van onberispelijke netheid, is tevens niet
+onelegant. Zij dragen een zeer wijd linnen hemd, versierd met
+borduursel van blauwe en roode wol. Vóór en achter wappert een
+boezelaar, de catrinza, van wol met breede strepen. In andere plaatsen
+hullen ze zich bij wijze van japon in een stuk geweven stof, die zeer
+stijf is en rijk versierd met motieven in kleuren. De jonge meisjes
+loopen altijd blootshoofds met een op den rug hangende vlecht. Alleen
+de getrouwde vrouwen dragen over het hoofd en de schouders een sluier
+van zeer lichte stof en in enkele steden hebben zij een mannenhoed op,
+die niet zeer gracieus staat.
+
+De kleeding van de mannen herinnert aan de oude dracht der Daciërs,
+zooals zij op de Trojanus-zuil is weergegeven. Zij bestaat uit een hemd
+van grof linnen, om het middel bevestigd met een breeden leêren gordel,
+die voor zak dient. Onder het hemd wordt de linnen broek gedragen,
+gewoonlijk sluitend van de knie tot den enkel.
+
+De Roemeniër uit het laagland, vooral de Walach, heeft zwarte oogen,
+een gebronsde tint en een zacht, sterk sprekend gezicht. Nog in onze
+dagen vertoont hij de sporen van het droevig lot, dat hij zoo lang
+heeft moeten dragen. Hij is tegelijk beschroomd, geduldig, bijgeloovig
+en fatalistisch.
+
+Al vroeg in den morgen wacht onze met drie paarden bespannen victoria
+aan de deur van het hôtel, en na ons van mondvoorraad voor den dag
+te hebben voorzien, gaan wij op weg naar Tismana.
+
+Het landschap, waar we door rijden, is zeer schilderachtig. Op dichte
+groepen hoog eiken hakhout langs den weg volgen de groote wouden,
+reuzenbosschen, waar de boomen prachtige afmetingen erlangen. De dorpen
+zijn armoedig en vuil, en het geeft een bedrukkend gevoel, te rijden
+door die vruchtbare dalen der Karpathen, en te constateeren, dat er
+alle sporen van werkzaamheid ontbreken. Maar de arme heeft in dit land
+bijna geen behoeften; hij heeft maïs in huis en uien en brood, een brok
+zout en kaas, en hieraan heeft hij genoeg. Het bosch levert hem hout
+en zijn kleêren worden thuis door de vrouwen gesponnen, geweven en
+genaaid. Elke woning heeft dan ook haar weefgetouw. Van hennep wordt
+het grove linnen gemaakt, waaruit in hoofdzaak kleederen van mannen
+zoowel als van vrouwen zijn vervaardigd. Gesponnen wol dient voor het
+maken der lakensche mantels voor de boeren en voor huishouddekens. Met
+meekrap of lakmoes gekleurd, dient die wol ook voor het weven van de
+veelkleurige boezelaars, die de vrouwen dragen en voor de versiering
+van de linnen hemden met allerlei curieuse en artistieke borduursels.
+
+Ik kan hier nog bijvoegen, dat tot op den leeftijd van zes à zeven
+jaar de meeste kinderen geheel naakt loopen, wat practisch en zuinig
+moet heeten. Des avonds alleen trekt men hun een hemdje aan tegen de
+koude van den nacht.
+
+Vlak bij Tismana ontmoeten wij talrijke groepen, los en vrij op
+den grond gelegen vóór hun deuren. Als bij instinct staan ze op,
+als ze ons zien naderen en blijven staan als teeken van eerbied,
+tot we voorbij zijn. Die groepen zijn voor 't meerendeel Zigeuners.
+
+De oorsprong van dit eigenaardige ras is lang een punt van strijd
+gebleven. Het schijnt tegenwoordig vast te staan, dat ze uit Hindostan
+afkomstig zijn. Oude charters, die te Tismana teruggevonden zijn,
+spreken al van Zigeuners, die in de 14de eeuw in slavernij naar
+Walachije werden gekracht.
+
+Werkelijk zijn de Zigeuners in Roemenië eeuwen lang in een toestand
+van smadelijke dienstbaarheid gehouden, terwijl ze overal elders reeds
+de vrijheid hadden gekregen. Zij bleven het eigendom van den staat,
+de Bojaren en de kloosters tot 1827, het jaar van hun bevrijding. Hun
+aantal is betrekkelijk gering; in heel Roemenië komen er tegenwoordig
+niet meer dan 260000 voor.
+
+Onder al de wisselvalligheden van hun treurig bestaan hebben de
+Zigeuners hun type, hun taal en hun gewoonten behouden. Het type is
+zeer bijzonder en is merkwaardig zuiver door de eeuwen heen bewaard
+gebleven. De taal, die zij spreken onder elkander, is een hindoesch
+dialect, dat veel op eenige sanscrietsche tongvallen gelijkt. Eerst
+sedert hun vrijverklaring komen gemengde huwelijken tusschen hen en
+Roemeniërs voor. Ze hebben een ovaal gelaat en prachtige, schitterende,
+zwarte oogen. Het zeer zwarte haar laten zij als een bos groeien en
+nooit maakt het kennis met een kam. De neus is recht, met een lichte
+arendswelving; de tanden behouden hun schitterende witheid in alle
+omstandigheden, zelfs bij het overmatig gebruik van tabak, waaraan
+mannen en vrouwen zich overgeven.
+
+Velen van hen zijn landbouwers en anderen beoefenen het smids- of
+het koperslagersbedrijf. Maar ze zijn vooral muzikanten, en zonder
+eenige theoretische kennis brengen ze met veel gevoel en uitnemend
+talent de liefelijkste melodieën ten gehoore.
+
+Wij gaan nu door bekoorlijke boschjes, waar aan alle kanten beekjes
+onder de struiken ritselen, zooals zij neergedaald komen van de
+naburige hoogten en den stoffigen weg met hun gemurmel begeleiden.
+
+Links van ons wordt het landschap beheerscht door het klooster van
+Tismana, zooals het daar leunt tegen den dichtbegroeiden berg en op
+een vooruitspringend gedeelte van de rotsen is aangelegd. Een waterval
+vloeit schuimend onder het klooster naar beneden en stort zich met
+één sprong in het dal, waar hij nog trillend van den val in de diepte,
+zijn loop vervolgt tusschen de donkere boschjes naast ons.
+
+De abdij van Tismana, die vroeger zoo beroemd was, bezit thans geen
+anderen rijkdom meer dan zijn prachtige ligging en heerlijke omgeving.
+
+Een vijftiental monniken leiden er nog een armoedig bestaan. Sinds
+de secularisatie van de kloosters in 1864, dat is dus sinds den tijd
+toen zij beroofd werden van hun bezittingen en kostbaarheden, bepaalt
+de regeering zich ertoe, aan elken monnik 70 centimes per dag te geven
+voor hun voeding en 50 francs per jaar voor kleeding. De rijke sieraden
+en kostbare ikons zijn hun afgenomen en worden thans tentoongesteld in
+het museum te Boekarest, waar ze hun typische belangrijkheid natuurlijk
+hebben verloren. Er heerscht dan ook groote ellende in die kloosters,
+en de cel van een der monniken, waar men ons heen brengt, om van het
+prachtig uitzicht te genieten over het dal, is een akelig verblijf
+met geen andere meubels dan een stroozak.
+
+Vroeger, in den tijd van hun grootheid, toen herbergen in Roemenië iets
+onbekends waren, boden de mannen- en de vrouwenkloosters de ruimste
+gastvrijheid aan, en vriendelijk werd ieder vreemdeling opgenomen,
+die aan hun deur klopte.
+
+Zij waren zelfs het doel geworden voor kortere of langere uitstapjes,
+en de burgerij uit de steden kwam er samen, om er den zomer te slijten.
+Er slopen allerlei misbruiken in bij dat leven van wereldsche
+ledigheid, dat daar langzaam aan binnendrong in het kloosterleven en
+dat zelfs, naar het schijnt, een der redenen was van de secularisatie
+der kloostergoederen. Tegenwoordig, nu de monniken het armoedig
+hebben en zelf alle werkzaamheden op het veld moeten verrichten,
+zijn de kloosters stil en verlaten geworden. Enkele kalme gezinnen,
+die de hitte in de vlakte willen ontloopen, komen er nog wel eens
+rust en koelte zoeken. De monniken verhuren hun kamers, maar zij
+bieden niet anders aan dan een legerstede in die ruimten. De logés
+moeten zelf in al hun andere behoeften voorzien.
+
+Men komt het klooster binnen langs een vierkant voorplein, waar
+men de gebouwen ziet, bestemd voor de vreemdelingen. Er zijn op dit
+oogenblik twee welgestelde families uit Krajowa, waarvan de dames ons
+vriendelijk als tolk dienden bij den portier, een prachtigen monnik
+met lange haren en zwarten baard.
+
+Er is een tafel neergezet in het klooster ten gebruike van
+de vreemdelingen die hun ontbijt in het klooster wenschen te
+gebruiken. Maar wij mochten ons inderdaad gelukkig achten, omdat wij
+er aan gedacht hadden proviand mede te nemen, en niet vertrouwd te
+hebben op den regel, die al zeer oud is en die de kloosters verplicht
+vreemdelingen drie dagen lang te herbergen en te voeden. De portier,
+die ons bediende, had zelfs geen brood ons aan te bieden. Alleen had
+hij ronde, harde, platte beschuiten als enorme medailles, met een
+afbeelding van het klooster op den eenen en een van den patroon der
+abdij Sint Nicodemus op den anderen kant.
+
+De monniken houden zich bezig met de eenvoudigste en meest vermoeiende
+werkzaamheden; maar zij behouden zelfs bij het nederigste werk een
+waardigheid, die eerbied afdwingt. Armoede is geen schande.
+
+Zij belijden den orthodox griekschen godsdienst. Tot 1864 was de
+kerk onderworpen aan het patriarchaat van Konstantinopel; sinds
+dien werd zij een onafhankelijke, nationale kerk. Haar hoofd is de
+metropolitaan-primaat van Roemenië, die te Boekarest resideert. De
+roemeensche geestelijkheid wordt in twee categorieën verdeeld,
+de monniken van den H. Basilius, die aan het celibaat gebonden
+zijn, en de wereldlijke priesters, die mogen huwen. Uit de eerste
+categorie alleen wordt de hooge geestelijkheid gerecruteerd. Zelfs
+onder het turksche protectoraat zijn de Roemeniërs er in geslaagd,
+het verdrag te doen eerbiedigen, waarbij het verboden was moskeeën
+op hun grondgebied te bouwen. Nooit hebben de Turken, het zij tot
+hun eer gezegd, de minste poging gedaan, om dat verbod te overtreden.
+
+
+
+
+II.
+
+Het klooster van Horezu.--Uitstapje naar Bistritza.--Romnicu en de
+pas van den Rooden Toren.--Van Curtea de Arges naar Kampolung.--Pas
+van Dimbo-viciora.
+
+
+Op 25 K.M. af stands van Targu Jiul ligt het klooster van Horezu,
+onmiddellijk bij het stadje van denzelfden naam. Daar de weg nog al
+vermoeiend is, heeft men voor ons gewoon klein rijtuigje vier paarden
+gespannen, alle vóór elkander. Wij volgen juist de tegenovergestelde
+richting van die naar Tismava; doch evenals gisteren rijden we langs de
+hooge bergen van de Karpathen en wij steken dwars over een eindeloos
+aantal dalen, die van de groote hoofdketen afdwalen, om zich in de
+roemeensche poeszta te gaan verliezen.
+
+De dalen zelf zien er niet merkwaardig uit, maar bij elke hoogte
+ontdekken wij ruime vergezichten, die den tempel van dichterlijke
+melancholie dragen. Nu eens gaan we voorbij prachtige eikenbosschen,
+die kolossale hoogten bereiken, dan langs verrukkelijke berkenbosschen
+met zilveren stammen en levend loof. Wij houden halt, soms onder
+een boschje in de diepe schaduw bij een van die groote putten, wier
+eenige arm ten hemel wijst en waar onze arme paarden met lange teugen
+zuiver en kristal-helder water drinken, en dan weer bij een bescheiden
+dorpsherberg, waar we binnengaan, om ons eens te vertreden en ook om
+van die dorpsbinnenhuizen een voorstelling te krijgen.
+
+En terwijl in de gelagkamer onze koetsier zijn fleschje tzuica drinkt,
+of pruimelikeur, die uit zeer kleine fleschjes geschonken wordt,
+in één teug te ledigen, brengt de waard ons naar de achterkamer,
+de eerezaal. Wij zien er als voornaamste meubel een divan, die als
+bed kan dienen en in den vloer is vastgeschroefd. Een mooi gestreept
+tapijt ligt erover en kussens met allerlei borduursels en roode en
+witte letters. Tegen de muren hangen chromolithografieën, afwisselend
+met groote strikken van wit linnen, op dezelfde wijze geborduurd en
+van initialen en datums voorzien. Er is in het geheele huis geen
+kast, noch in den muur, noch los in de vertrekken. Daarvoor in de
+plaats staan er langwerpige houten koffers of kisten naar turksch
+en servisch gebruik, waar men door elkaâr schoenen en vaatwerk en
+juweelen in bergt, kortom al wat men bezit.
+
+De middenzaal wordt door het gezin bewoond. Men ziet daar
+de weefstoelen, dan divans, allerlei aardewerk, heel eenvoudig
+keukengereedschap en een langwerpige tobbe, in den vorm van een boot in
+een boomstam uitgehold. Die tobbe, die men in alle huizen terugvindt,
+bewijst de meest verschillende diensten. Het is de draagbare wieg
+der kinderen, de waschtobbe van de moeders en de etensbak der beesten.
+
+In het algemeen koken de Roemeniërs bij mooi weêr in de open lucht,
+'s Avonds groepeeren zich geheele gezinnen om een vuur, waarop de
+mammaliga kookt, de nationale schotel, een dikke brij van maïsmeel
+in zout water gekookt, en tegen den nacht geeft het roode schijnsel
+van het vuur, dat al die witte gedaanten, die er zich omheen dringen,
+verlicht, aan het landschap iets sombers en dreigends.
+
+De waard zet ons, na de honneurs van zijn huis te hebben waargenomen,
+zijn besten wijn voor, die _entre nous_ niet drinkbaar is, daarna
+brengt hij ons naar de plaats bij zijn huis, waar een soort van rad is
+opgericht, een russische schommel, hier het Groote Rad van de parijsche
+tentoonstelling in zijn eenvoudigsten en meest rustieken vorm. Men
+ziet die raderen nog al eens, zoowel in Moldavië als in Walachije.
+
+De dorpen, die wij door trekken,--de weinige dorpen, zou men moeten
+zeggen, want het land is dun bevolkt,--lijken alle op elkander. Het
+zijn altijd dezelfde boerenhuizen, die men er ziet, met planken
+daken, en waar varkens van allerlei kleuren voor rondloopen met een
+driehoekigen ijzeren ring door den neus, dan ganzen en eenden en
+daartusschen naakte kinderen. Uit die hoeven stuiven vaak groote
+honden te voorschijn, die tegen het rijtuig blaffen en achter ons
+aan hollen, tot de koetsier met een flinken zweepslag hen tot orde
+en welvoegelijkheid roept.
+
+De dorpskerken, alle gelijk, zijn in nieuw-byzantijnschen stijl
+opgetrokken en trekken van verre de aandacht door hun metalen koepels
+en hun hooge, achthoekige torens met groote boogvensters. Vele zijn
+van buiten met groote fresco's versierd, die er een zeer bijzonderen
+stempel op drukken. De kerkhoven, die meestal afgezonderd liggen
+te midden van de velden, zijn vol van zware byzantijnsche kruisen,
+beschilderd en versierd met vrome figuren op gouden fond. Ook langs
+den weg staan veel kruisen, die niets met graven te maken hebben,
+kruisen, die als in veel berglanden, door vrome geloovigen zijn
+opgericht. Zoo ziet men vaak een kruis naast een bron of zelfs wel
+bij een eenvoudigen put.
+
+Op den middag houden we stil te Podovraj, een aardig plaatsje,
+middelpunt, van waar uit men verscheiden belangwekkende uitstapjes
+kan maken. Wij vinden er veel roemeensche familiën, die er hun
+zomerverblijf hebben opgeslagen.
+
+De Roemeniërs gaan op eenvoudige en goedkoope manier _en
+villégiatura_. Zij hebben eigenlijk geen ander koel zomerplaatsje
+dan Sinaïa, de koninklijke residentie, waar de élite van 't
+gezelschapsleven samenkomt; enkele badplaatsen als Slanic in Moldavië
+en Calimanesti, en een paar deftige lustoorden in de bergen, als
+Kampolung, Ocna en nog enkele. Daarom gaan families met beperkte
+middelen, die de brandende hitte der vlakte willen ontvlieden, bij
+voorkeur naar de dorpen. Daar gaan ze een accoord aan met de eene of
+andere Zigeunerfamilie, die hun haar woning voor één of twee maanden
+afstaat. Men installeert zich dan in zoo'n primitief huis en brengt er
+de vacantie door te midden der bosschen en der woeste Karpathennatuur,
+gelukkig als er een herberg in de buurt is, van waar ze hun eten
+kunnen laten komen. In dien tijd kampeeren de Zigeuners hier of daar;
+die nemen het zoo nauw niet en hebben hun nomadenbloed behouden.
+
+Te Horezu moesten wij de keus van ons logement aan den koetsier
+overlaten. Hij brengt ons in een soort van hoeve, die volkomen
+ledig is. Niemand in de herbergzaal, niemand in de kamers, waar
+wij haastig en tersluiks een blik in werpen. Maar alles ziet er zoo
+vuil, zoo afschuwelijk vuil uit, dat wij niet kunnen besluiten, er
+den nacht door te brengen en op de zoek gaan naar een meer passend
+verblijf. Na veel zoekens vinden wij een minder voorhistorische,
+zelfs bijna moderne herberg. De waard laat ons kamers zien, waar de
+bedden wel door divans zijn vervangen op roemeensche manier, maar
+waar de lakens van een witheid zijn, die een uitstekend voorteeken is.
+
+Helaas! het voorteeken heeft bedrogen. Den geheelen nacht zijn de
+springende insecten in de weer. Noch ammonia, noch eau de cologne
+helpt er iets tegen en slapeloos brengen wij den nacht door.
+
+Het stadje Horezu is bekoorlijk en druk. De huizen, minder op zichzelf
+staand dan te Targu Jiul, zien er beter uit met hun in de straat
+naar voren springende balkons. De bewoners, vooral de vrouwen, zien
+er vroolijker uit, hebben zelfs iets joligs. Des avonds dringen naar
+het eind van de hoofdstraat, waar wij logeeren, vreemde liederen tot
+ons door, gezongen door van het werk terugkeerende meisjes. Het zijn
+turksche melodieën met zeer bijzondere modulaties, en het gezang is
+werkelijk boeiend, zoo boeiend, dat wij de groepen volgen tot op het
+oogenblik, dat zij uit ons oog verdwijnen, altijd nog zingend en de
+echo's voortstuwend van hun trillers en hun hooge noten.
+
+Op twintig minuten afstands van de stad ligt het klooster van
+Horezu. Men gaat per rijtuig langs den grooten weg tot aan den
+heuvel, waarboven de indrukwekkende steenmassa's van de oude abdij
+verrijzen. Daar wordt de weg zoo steil en steenachtig, dat wij te
+voet verder moeten gaan. Halverwege de helling zien we een monnik van
+gemiddelde grootte, die met ons den lijdensberg bestijgt. Wij gaan
+schrede voor schrede achter hem aan, zooals hij ons daartoe schijnt uit
+te noodigen met den vriendelijken glimlach, zich afteekenend onder den
+fijnen knevel, en spoedig betreden wij na hem het groote binnenplein
+van het klooster, waar op dit oogenblik veel menschen bijeen zijn. Een
+leekenbroeder treedt op ons toe, en na een korte samenspraak met
+den monnik, die ons had binnengeleid, wendt hij zich tot ons en zegt
+in zeer correct Fransch: "Mevrouw, de overste noodigt u uit in het
+salon te gaan." Wij waren grootelijks verrast. Wij wisten niet, dat
+het klooster van Horezu, dat ten allen tijde een mannenklooster was
+geweest, een nonnenklooster was geworden, de kleeding en de knevel
+van de overste hadden ons geheel op een dwaalspoor gebracht. Werkelijk
+is de kleeding van de nonnen in Roemenië volkomen gelijk aan die der
+monniken. Zij dragen dezelfde zeer ruime zwarte pij met wijde mouwen
+met een zwart wollen koord om het middel gesloten. Daaraan hangt
+de rozenkrans en op het hoofd hebben ze op de kortgeknipte haren
+hetzelfde stijve, ronde mutsje, iets lager echter dan bij de mannen.
+
+Voor profane menschen, zooals wij, zou de vergissing noodlottig
+kunnen worden, te meer daar, toen wij de superieure ontmoetten, zij
+ongesluierd was. De sluier wordt alleen bij plechtige gelegenheden
+gedragen en bij het zingen in het koor.
+
+Daar zij tegenover ons de plichten der gastvrijheid wil nakomen, gaat
+zij ons vóór naar de bovenverdieping en brengt ons in een eenvoudig
+salon, op oostersche wijze gemeubeld, dus langs den geheelen wand
+voorzien van breede divans. Een jeugdig nonnetje gaat naar turkschen
+trant rond met een blaadje, waar confituren en glazen ijswater op
+staan. Na eenige minuten pratens geven wij den wensch te kennen,
+eenige photografieën te nemen, waarna de overste dadelijk allen om
+zich verzamelt en wij ze weldra in plechtgewaad vóór den hoofdingang
+der kerk bijeen vinden.
+
+De abdij van Horezu is een der indrukwekkendste en best in stand
+gebleven kloosters van Roemenië. Eertijds een mannenklooster, is het
+nu in een hospitaal veranderd onder leiding van grieksch-orthodoxe
+zusters. Men moet zich dan ook niet verbazen over den droevigen
+aanblik, dien op sommige tijden de pleinen en de toegangen van het
+klooster aanbieden. De menschelijke ellende in haar meest afzichtelijke
+vormen en van den meest weerzinwekkenden aard komt hier verlichting
+van haar lijden zoeken. De zusters ontvangen ieder van den staat
+niet meer dan 35 centimes per dag, terwijl de monniken het dubbele
+krijgen. De regeering beweert, dat vanwege den van haar gevorderden
+arbeid zij gemakkelijker in hun behoeften voorzien.
+
+Het klooster van Horezu werd gesticht in de laatste helft der 17_de_
+eeuw door Constantin Brancovan, voorlaatsten inlandschen woiwode
+van Walachije, die in het geheim er naar streefde, zijn land van
+het turksche juk te bevrijden en door de Bojaren aan den sultan werd
+overgeleverd. Hij stierf te Konstantinopel den marteldood.
+
+Uit de verte lijkt het klooster een middeleeuwsch kasteel, met zijn
+grooten toren en de overblijfselen van versterkingen. Maar pas heeft
+men het binnenplein betreden, of alles verandert van aanzien.
+
+Prachtige boomen werpen er hun schaduw over de gebouwen, welker
+bovenverdiepingen uitkomen op een rijke zuilengalerij, en naast
+de vroegere appartementen van den vorst springt een keurig klein
+paviljoentje naar voren.
+
+De kerk staat, als bij de meeste kloosters hier, midden op het
+plein. Zij is in zeer zuiveren romaanschen stijl opgetrokken, naar
+ons wordt verzekerd. Feitelijk is het de byzantijnsche, eenvoudig en
+streng van aanzien, zonder overlading met versierselen. Het portaal
+is rijk versierd met schilderwerk op gouden grond. Dit mooie kerkje
+diende met dat van Curtea de Arges als model voor het roemeensche
+paviljoen op de laatste parijsche tentoonstelling.
+
+Op den weg naar Romnicu waren verscheiden dorpen feestelijk getooid. Er
+is iets origineels in die kalme feestelijkheden, in dolce far niente
+gesleten. De vrouwen groepeeren zich aan den eenen kant van den weg,
+de mannen aan den anderen. Als de tijd voor dansen daar is, voegen
+zich de groepen te zamen, en men kan zich moeilijk iets bekoorlijkers
+voorstellen dan die aardige dorpstooneeltjes. Maar de menschen zijn
+uiterst beschroomd en verlegen, en als men van hun pleizier getuige
+wil zijn, moet men de grootste discretie in acht nemen.
+
+Wij houden stil in het dorp Tomsani; en omdat het moet, maar ook om
+de stijfheid uit onze beenen te loopen, leggen wij te voet een visite
+af in het klooster van Bistritza.
+
+Dat uitstapje, zoo hoog geprezen door onze gidsen, en waarvan het
+heette, dat er een uur mee gemoeid was, kost ons drie volle uren. Daar
+wij het midden op den dag waren, in de brandende zon, worden we er
+haast wanhopig onder.
+
+Maar er is veel schoons in het dal te bewonderen. Hooge, met
+bosschen bedekte bergen omsluiten den horizon en langs den weg staan
+boerenhoeven, waarin en waaromheen alles welvaart ademt. Op de rustieke
+binnenplaatsen zijn in de dichte schaduw vrouwen in haar bijbelsche
+kleederdracht bezig. Ze hebben volle klossen in de hand en spinnen
+de voor 't huisgezin bestemde wol.
+
+Maar de aanblik dier bekoorlijke tooneeltjes stelt mij niet schadeloos
+voor de vermoeienis, die de slecht gebaande weg mij bezorgt, een weg
+vol kuilen en zonder eenige schaduw.
+
+De abdij van Bistritza, tegenwoordig in een militaire school
+herschapen, bezorgt ons een heele ontgoocheling. Bij 't binnenkomen
+krijgt men den indruk van een imposant gebouw, doch het is stijlloos
+en, laat ons het maar zeggen, onbelangrijk. De dienstdoende officier
+is daarvan zoozeer overtuigd, dat hij zich ertoe bepaalt, ons een
+bezoek aan den waterval voor te stellen, die in een holte van de
+rots achter het klooster neerschuimt. Na de teleurstelling, zoo juist
+ondervonden, lacht ons die tocht niet toe, en wij keeren haastig op
+onze schreden terug.
+
+Wij ontmoeten een boer, die na wat heen en weer praten erin toestemt,
+ons zijn karretje te leenen en zijn paard, terwijl zijn buurman ons een
+pony zal bezorgen, om de zaak volledig te maken. De kar is een soort
+van birdj; twee planken, aan beide kanten met touwen vastgemaakt,
+zijn de banken en bij wijze van tapijt hebben we een dik bed van
+geurig hooi.
+
+Wij rijden hortend en stootend weg. Bij elken modderpoel, en er waren
+nog al zoo eenige, worden wij door elkander geslingerd, en tot tweemaal
+toe werd onze koetsier, een kereltje van een jaar of vijftien, buiten
+den wagen geworpen; maar hij klemt zich vast aan den dissel en springt
+weer vlug op zijn plaats met een lenigheid als van een eekhoorn. Wat
+ons aangaat, wij klemmen ons aan de banken vast met het vooruitzicht,
+ons als geradbraakt te zullen voelen, wanneer we onze plaats van
+bestemming hebben bereikt.
+
+Plotseling, _krak_, gaat het, _krak_! De achterbank is gebroken,
+daar liggen wij op het hooi onder in den wagen. In dien hopeloozen
+toestand vindt ons eindelijk onze koetsier van Horezu, die, ongerust
+over ons lang uitblijven, ons tegemoet gereden was, zoo ver als de
+slechte toestand van den weg het hem vergunde.
+
+Tusschen Pomsani en Romnicu is het landschap prachtig, vol dichterlijke
+woestheid. Het is een reusachtige steenwoestijn, waar wij doorheen
+moeten. De hooge keten der Karpathen blijft ons links op zij, en
+de voorbijgangers zijn al even zeldzaam als de woningen langs den
+weg. Zwervende honden loopen er rond, en enkelen zagen wij bezig bij
+het lijk van een onderweg achtergelaten paard. Er is in het landschap
+iets sombers en doodsch. Eerst als wij het dal der Olt naderen, begint
+de streek er anders uit te zien, en de groote kruisen, aan den weg
+geplant, toonen dat er dorpen in de buurt zijn en dat de woestijn
+ten einde is.
+
+Bij een dier dorpen houden wij stil vóór een boerenherberg, die er
+vrij onzindelijk uitziet. Bij den ingang liggen bloedende resten van
+de slacht, en honden, veel honden zwerven er rond, om zich op die
+walgelijke prooi te werpen.
+
+Maar in het dal der Olt wordt het landschap vroolijk en vriendelijk,
+en aan den horizon verrijzen met bosschen bedekte bergen. Boerenwagens,
+met vurige kleine paardjes bespannen en overhuifd door een grooten kap,
+komen uit de stad terug en uit de wijde vooropening kijken aardige,
+kleine, bruine gezichtjes, waar groote, zwarte, intelligente oogen
+uit lichten. Iets verder toonen zware karren met blokken steenzout,
+dat wij in de nabijheid der beroemde zoutbergwerken van Ocna zijn. Wij
+hadden ons voorgesteld, er een bezoek te brengen; maar reeds valt
+de avond, en om zes uur worden de zoutwerken gesloten. Wij zullen
+bovendien nog gelegenheid hebben, die van Slanic in Prahova te zien,
+die, naar het heet, de belangrijkste en mooiste uit Roemenië zijn.
+
+Het stadje Ocna, waarvan wij spoedig de eenige en zeer breede straat
+doorrijden, schijnt wel druk en aantrekkelijk. Mag ik het bekennen? Na
+het slechte logies van de laatste dagen voelen we ons een beetje
+treurig, dat wij hier niet bij de geneugten van Ocna kunnen blijven,
+tusschen die lachende villa's, waar elegante menschen op de balkons
+en veranda's te zien zijn. Wij hebben echter pas onzen spijt onder
+woorden gebracht, of daar zijn we alweer in het open veld tusschen
+gescheurde en vuile en gelapte tenten, waaromheen een dichte menigte
+Zigeuners krioelt. Zij zien er verbazend woest en onheilspellend uit,
+en hun optreden verschilt veel van de zachtheid en goedmoedigheid
+der Zigeuners, die wij tot nu toe in Roemenië hebben ontmoet.
+
+Na drie kwartier rijdens komen we in Romnicu. Dat is een echt
+roemeensche stad. De hôtels met hun galerijen langs de eerste étage,
+gebouwd om binnenpleinen als echte, oostersche karavanserai's;
+de theaters in de open lucht, waar drama's en vaudevilles worden
+opgevoerd; de restauraties, waar Turken met reukwerk uit het serail
+rondgaan; tot de nachtwachts toe, die met geregelde tusschenpoozen
+een scherp en snijdend gefluit doen hooren, dat in de slapende stad
+de echo's wekt juist als 't geroep der schildwachten in vestingen,
+dat alles geeft aan Romnicu een zeer bijzonder karakter.
+
+Geleund tegen het gebergte, ziet het stadje de rijke vlakte van de Olt
+vóór zich uitgespreid met reuzenvelden van tarwe en maïs. Roemenië
+brengt, naar men weet, in overvloed koren voort en voert jaarlijks
+een massa daarvan uit. Maar de boeren bebouwen het land slecht; ze
+verbranden mest en vertrouwen enkel en alleen op de vruchtbaarheid
+van den grond. Daar zij buitendien in 't geheel geen begrip hebben
+van sparen of van zuinigheid, komt er, indien de oogsten door
+overstrooming, hagel of droogte mislukken, dadelijk hongersnood in
+het land.
+
+In Servië is bij een wet van 1889 vastgesteld, dat in elke landelijke
+gemeente gemeenschappelijke voorraadsschuren moeten worden aangelegd,
+die bestemd zijn de gevolgen van schaarschte aan voedingsmiddelen
+te voorkomen, en die in geval van oorlog ook moeten dienen voor de
+behoeften van het leger.
+
+Ieder belastingplichtig Serviër moet jaarlijks 90 K.G. maïs en
+evenveel kilo's graan storten. Als een boer door het een of ander
+ongeval gebrek heeft aan levensmiddelen, ontvangt hij van den
+gemeenschappelijken voorraad wat hij voor voeding en zaaisel noodig
+heeft, op voorwaarde, dat hij het volgend jaar teruggeeft, 't geen
+hij voor zijn oogenblikkelijke behoeften in voorschot heeft gekregen.
+
+Die instelling bleek van onbetwistbaar nut in den servisch-bulgaarschen
+oorlog en bij de overstroomingen van 1897, die even noodlottig waren
+voor Servië als voor Roemenië. Bij de Roemeniërs echter vond men niets
+van dat alles, en dit gebrek aan voorzorgen plaatst hen op een lager
+standpunt. Gelukkig is thans een wetsontwerp aangeboden in den geest
+der servische wet.
+
+Graan is niet het eenige uitvoerartikel uit het district Romnicu. Deze
+geheele hoek van de Karpathen bezit mineralen in overvloed, goud,
+zilver, kwikzilver, ijzer, koper, arsenicum en lood; maar tot nu toe
+worden die schatten bijna niet geëxploiteerd.
+
+Van Romnicu uit wordt meestal het uitstapje gemaakt naar den pas van
+den Rooden Toren. Die weg is te allen tijde de groote strategische
+route naar Walachije geweest; hij gaat over de Alpen op de plaats,
+waar zij hun grootste hoogte bereiken en waar zij den indruk van de
+grootste woestheid maken. Het is de natuurlijke weg voor invallen in
+het land, en Trajanus volgde hem, toen hij de Daciërs overwon, evenals
+de Turken er gebruik van maakten bij de verovering van Hongarije.
+
+Die lange bergpas, waar wij door zullen gaan, is door alle eeuwen der
+geschiedenis heen telkens getuige geweest van heldhaftigen strijd. Maar
+van dat verleden vol bloed en vol glorie zijn nu nog maar zeer weinig
+sporen over.
+
+Vier lustige paardjes, vóór elkander aangespannen, brengen ons in
+vier-en-een-half uur bij den Rooden Toren, op 64 K.M. afstands van
+Romnicu. Bij 't verlaten der stad heeft men een zeer ruim uitzicht
+over het dal van de Olt, dat op die plek bijzonder breed is. Daarna
+nadert men snel de donkere Karpathen, en welkom is het oponthoud in
+het aardige, kleine stadje Calimanesti, bekoorlijk gelegen en met
+minerale, zwavelhoudende bronnen in de buurt en andere, die staal en
+jodium bevatten, zoodat ze jaarlijks een groot aantal badgasten lokken.
+
+De kleeding der vrouwen heeft in dit deel van het dal een eigen
+karakter. Haar _castrinza's_ zijn met veelkleurige pailletten bestikt
+en fonkelen daardoor, als de zon erop schijnt, en haar sluiers, altijd
+van zeer licht en doorschijnend weefsel, vertoonen allerlei tinten;
+men ziet ze in groen en geel, in rose en bruin.
+
+Dichtbij Cozia wordt het landschap grootsch; vulkanisch gesteente in
+zware vreemd gevormde rotsen komt tot dichtbij den weg. Wij passeeren
+het klooster van Cozia, welks kerkje op de rots ter linkerzijde troont,
+terwijl rechts zich de oude, nu gerestaureerde en in gevangenis
+herschapen kloosters verheffen. Voorbij Cozia sluiten hooge, steile
+rotsen den weg al nauwer in, terwijl de Olt ernaast voorbij bruist,
+zooals zij ons langs den geheelen pas zal blijven vergezellen.
+
+Aan den anderen oever vestigt de koetsier onze aandacht op de nog zeer
+duidelijke sporen van den grooten, romeinschen weg op een grooten,
+afzonderlijk liggenden steen, die, van den berg losgeraakt, over
+de rivier hangt. Het is de Tafel van Trajanus. De legende zegt,
+dat boven van dien steen af, waar hij zijn tent had opgeslagen,
+Trajanus toezag op het voorbijtrekken van zijn zegevierende legioenen.
+
+Arenden zweven boven onze hoofden en dalen langzaam op en tusschen
+de verbrokkelde rotsen om ons heen. Dichte boomen overschaduwen den
+eenzamen weg, en de zeer in 't nauw gebrachte Olt bruist en schuimt
+als een woedende bergstroom.
+
+De weg behoudt dat woeste en grootsche karakter over een afstand van
+17 à 18 K.M. Het is altijd de strijd tusschen den stroom, die zich
+een doortocht banen wil, en de rots, die hem den weg verspert. Vandaar
+de tallooze bochten en kronkelingen, die wij hebben te volgen in den
+loop van de rivier.
+
+Daarna treden langzamerhand de bergen weer terug, en armoedige
+dorpjes krijgen ruimte aan de kalmer geworden Olt. Daar ligt vlak
+aan de rivier een ruïne van een romeinsch fort, waar een herberg zich
+geïnstalleerd heeft. Hooger, op den top van een heuvel vindt men de
+overblijfselen van het kasteel Landskron, van waar het gezicht op het
+dal buitengewoon prachtig is. Veel kudden ossen, buffels en schapen
+vinden er uitstekende weiden. Wij komen nu bij de Fogarasbergen, den
+Surul en den Negoï met scherpe toppen, waarvan de uitgetande vormen
+somber afsteken tegen een donkeren onweêrshemel. Bij een vernauwing
+van het dal doen zich, gekleefd aan de rots en over den weg hangend,
+de ruïnen voor van den Rooden Toren, die zijn naam aan den bergpas
+heeft gegeven. Volgens de legende was dat fort eenmaal zoo rood van
+het bloed der Turken, dat de witte muren onder de roode kleur als
+verdwenen, en ter herinnering aan dien bloedigen dag heeft men de
+muren helder rood geverfd.
+
+Romnicu is 34 K.M. verwijderd van Curtea de Arges, dat herinnert aan
+Radu Negru, den eersten woiwode van Walachije, die in 1244 er zijn hof,
+_curtea_, aan de rivier de Argis vestigen kwam. Hij is echter niet,
+zooals de overlevering wil, de stichter van het klooster, dat niet
+hooger dan tot 1512 opklimt. De kerk, gebouwd door Radu Negru, is
+de "Biserica Domneasca," vorstelijke kerk, in het midden der stad
+gelegen. Zij dreigt in puin te vallen, en daar ze noodzakelijke
+reparaties moet ondergaan, wordt zij aan alle zijden gestut.
+
+Maar de parel van Curtea is de prachtige, witte kerk, die schittert
+onder haar vergulde koepels en, een kwartier van de stad verwijderd,
+op een alleenstaanden heuvel ligt, de kerk namelijk van het klooster
+en waarvan beweerd is, dat zij alleen de reis naar Roemenië waard was.
+
+De schepper van dit architectonisch kunstwerk, waarin de byzantijnsche
+kunst iets moois geleverd heeft, met herinneringen aan arabische en
+perzische bouwwerken, is vorst Neagu Voda Bessaraba, die in 1513 in
+Walachije regeerde. In zijn jeugd werd hij als gijzelaar mee naar
+Konstantinopel genomen. De sultan vatte genegenheid voor hem op
+en liet hem in de bouwkunde onderrichten door een man van talent,
+Manoli de Niaesia, met wien hij o.a. een der groote moskeeën van
+Konstantinopel bouwde. In zijn land teruggekeerd, ontwierp hij de
+kerk van het klooster. Hij gebruikte er een zeer fijnen zandsteen
+voor uit de in de buurt zijnde groeven van Albesci.
+
+Behalve haar kerken heeft Curtea de Arges weinig aantrekkelijks voor
+den vreemdeling. Monniken met lange haren en lange baarden ziet men
+overal loopen. Hun kleeding is onberispelijk en vormt een sterke
+tegenstelling met het armoedig aanzien van de monniken der andere
+kloosters. Zij treden echter zeer eenvoudig op, spreken graag met
+het volk, dat groote achting voor hen schijnt te koesteren en hen
+met den diepsten eerbied behandelt.
+
+In de eenige straat van de stad wordt op het oogenblik een groote
+vischmarkt gehouden. Er waren hoopen kolossale karpers onder zware
+blokken ijs, karpers, die de Donau bij het hooge water van de laatste
+dagen in haar zijtakken heeft opgestuwd en die toen spoedig in de
+netten van de visschers zijn geraakt. Die visschen, waarvan het
+gemiddeld gewicht tien à twintig kilo bedraagt, worden in groote
+mooten verkocht. Men betaalt 30 centimes per kilo.
+
+Wij moeten nog een tocht maken, voor we te Boekarest komen, namelijk
+naar Kampolung. Gewoonlijk gaan de reizigers daarheen per spoor over
+Pitesci en Golesci; maar wij geven de voorkeur aan den rijweg, die
+afwisselend en eigenaardig moet zijn.
+
+Om half acht 's morgens zijn we voor de expeditie gereed. Nauwelijks
+zijn we een uur onderweg, of wij ondervinden een reeks van
+teleurstellingen. De rivieren, door de laatste regens verbazend
+gezwollen, zijn niet over te trekken, omdat een paar bruggen zijn
+weggeslagen, en wij moeten een lastigen omweg maken en toch nog per
+rijtuig door de bedding van een stroom gaan, waar het water zoo hevig
+bruist, dat wij kans loopen meegesleurd te worden. Rondom ons is niets
+dan een zeer armoedige streek, de hoeven en hutten en kapelletjes
+zijn in den treurigsten staat van verval, en men vraagt zich af, of
+de een of andere ramp dit stukje aarde geteisterd heeft, waar niets
+overeind staat en alles aan vernieling schijnt prijs gegeven. Buiten
+een paar visschers, die naar de rivier zijn afgedaald en groote netten
+vasthouden, zien wij geen enkelen bewoner. Eerst bij Domnesci begint
+er weer leven in de omgeving te komen.
+
+Dat is intusschen slechts een arm dorpje, doch bij gelegenheid van
+den Zondag zijn allen er op hun mooist uitgedost. Zoodra wij onze
+photografietoestellen voor den dag halen, gaan ze op de vriendelijkste
+manier om ons heen staan. Wij hebben slechts een wenk te geven,
+en de brave menschen plaatsen zich in een groepje, blij voor ons te
+mogen poseeren. Er zijn zelfs enkele jongelui, voor wie het objectief
+zooveel aantrekkelijks heeft, dat ze ons op den voet volgen, zoodat
+wij genoodzaakt zijn listen te gebruiken, ten einde hen niet op al
+onze cliché's terug te vinden. De dorpskerk, sierlijk overschaduwd
+door een groep groote boomen, staat op een plein, waartoe een poort
+van eigenaardigen stijl toegang geeft. Ofschoon die poort bij een
+ellendig dorpje, verloren in de bergen, behoort, is zij versierd met
+bekoorlijke engelen-figuurtjes en beelden van heiligen met opschriften
+en bloemslingers, werkelijk van kunstzin getuigend. Ze zijn afkomstig
+van rondtrekkende kunstenaars, die, door dezelfde figuren herhaaldelijk
+te maken, er groote geoefendheid in kregen.
+
+De pope van het dorp stak den weg over en kwam juist bij zijn huis
+met een brood onder den arm. Hij zag er zeer armoedig uit in zijn
+verkleurd geestelijk gewaad en met zijn hooge, bruine muts, zoodat wij
+instinctief onze camera op hem richtten. Maar 't was of een beschroomde
+eerbied ons weerhield tegenover die waardige en fiere armoê, die zich
+voor onze blikken scheen te willen verbergen. Die dorpsgeestelijken
+zijn brave, waardige menschen, niet geleerd, meestal bemind bij hun
+medeburgers, wier droevig lot zij deelen, maar op wie zij gewoonlijk
+weinig invloed hebben.
+
+Als men de hellingen van het dal van Domnesci bestijgt, bespeurt
+men bijna op den top van een berg de schitterende koepels van een
+dorpskerk. Dat is de kerk van Slanic, een net en sierlijk dorpje,
+dat sterk afsteekt tegen de armoedige en weinig bevolkte streek, die
+wij pas zijn doorgereden. Dit heele dorpje is een beeld van welvaart
+en opgewektheid. Groote boerderijen bestaan uit veel gebouwen met
+flinke binnenpleinen, waar alles goed is onderhouden. Mooie jonge
+meisjes loopen af en aan, in huishoudelijke drukte, te midden van
+kippen, eenden en kalkoenen, op 't oogenblik de eenige aanwezige
+dieren. Gedurende den geheelen zomer is het groote vee afwezig;
+het graast in vrijheid op de bergen, 's Avonds wordt het binnen
+omheiningen opgeborgen zonder eenige beschutting tegen het weder.
+
+Zoodra wij Slanic achter ons hebben gelaten, begint weer de
+eenzaamheid. Herders met hun kudden en troepjes arbeiders, die onder
+boomen liggen te rusten van den zwaren veldarbeid, zijn de eenige
+levende wezens, die wij onderweg ontmoeten op het laatste traject,
+dat ons nog van Kampolung scheidt. De weg loopt door een reeks van
+poëtische dalen op de Karpathenhellingen, en in de verte zien wij
+de koeien grazen in de schaduw van forsche berken. Links altijd de
+wazige en blauwe keten der Transsylvanische Alpen. Maar nergens huizen
+of hutten, en rondom doodelijke stilte. Eindelijk, tegen vier uur in
+den namiddag, rijden wij Kampolung binnen.
+
+Dat is een aardige plaats, al belangrijk ten tijde van Radu Negru,
+den stichter van het vorstendom Walachije. Er bestaan nog slechts
+enkele sporen van het oude vorstelijk paleis, maar het groote
+klooster, dat hij aan den ingang van de stad liet bouwen, bestaat
+nog, al heeft het groote veranderingen ondergaan. Een 40 M. hooge
+en 6 M. breede romaansche toren geeft toegang tot het binnenplein
+van het klooster. Die imposante toren, welks stijl den invloed van
+de Longobarden in de herinnering roept, heeft veel karakter. Het is
+dan ook een der oudste en beroemdste monumenten in Roemenië. De stad
+is zoo zindelijk, ligt zoo mooi, en de lucht is er zoo opmerkelijk
+zuiver, dat jaar op jaar veel burgers uit de groote steden er den
+zomer komen slijten.
+
+Van de hoogten rondom het plaatsje heeft men een prachtig bergpanorama
+voor oogen. Wij zijn hier zeer dicht bij de Karpathen, en de dalen,
+die daarvan uitgaan, zijn evenveel aanleidingen voor afwisselende
+uitstapjes. Het stadje, hoewel niet groot, heeft toch zijn
+Zigeunerwijk, een heele straat, niet ver van het klooster. Wat dat
+een zonderlinge straat is, vooral tegen den avond, als alle woningen
+wijd openstaan en de roode schijnsels van hun smidsvuren naar buiten
+werpen, waar schoone vrouwen in lompen, maar met prachtige zwarte
+oogen in het bleeke gelaat en engelachtige halfnaakte babies voor
+heen en weer loopen. Groote, magere mannen met gebronsd gelaat slaan
+in de helle verlichting van de vuren het ijzer; anderen bewegen
+de blaasbalgen. Dit is de werktijd van die paria's, want hun zware
+arbeid is niet doenlijk tijdens de hitte van den dag, en eerst tegen
+het vallen van den avond wordt het levendig in die wijk.
+
+Het uitstapje naar den pas van Dimbo-viciora is de verplichte
+aanvulling van elk verblijf te Kampolung. Die kloof is een der
+beroemdste en meest bezochte van dit deel der Karpathen.
+
+Van Kampolung af is het een aanhoudende reeks van prachtige uitzichten,
+vreemde horizons, waar de bergketenen achter elkander schuiven tot in
+de verste verte. In het dorp Rocaru rijden wij over de Dimbovitza,
+die wij naast ons zullen houden op den weg tot aan de grot van
+Dimbo-viciora. De witte rots, die opstijgt uit de bedding en geheel
+met groen begroeid is, vormt een aardige omlijsting van dit mooie
+riviertje met kristalhelder water.
+
+Dan naderen wij snel den hoogen, verweerden muur, die ons al eenigen
+tijd het uitzicht beneemt en waarin wij den ingang moeten zoeken van
+de beroemde kloof. Pas zijn wij er binnen getreden, of een wondermooi
+schouwspel treft ons oog. Torens en spitsen en ruïnen van schoone,
+lichtrose tint staan om ons heen in de engte der spleet en boven ons
+hoofd hangen slingers van groen langs de steile wanden.
+
+Bij den uitgang der kloof wordt het landschap rustiger; wij zien er
+weiden en enkele houten hutten. Bij een dier laatste houden wij stil,
+en een jonge knaap geleidt ons naar de grot van Dimbo-viciora, weer
+door een doolhof van rotsen. De opening van de grot ligt in een woeste
+omgeving, maar de geestdriftige beschrijvingen, die men ervan leest,
+zijn overdreven en wij vinden haar nauwelijks een bezoek waard. Een
+paar bergbewoners met dunne kaarsen bieden aan, mee te gaan; men
+verwacht iets fantastisch en ziet niets dan een hol van 15 à 20
+M. diepte, met enkele stalactieten en geelwitte stalagmieten.
+
+Na dit uitstapje, waarvan enkele gedeelten aan de Bastei
+in Saksisch Zwitserland herinneren, bezoeken wij een klein
+bescheiden nonnenklooster, de abdij van Namaesci, dat door deze
+bijzonderheid gekenmerkt wordt dat de kerk geheel is uitgehouwen
+uit een monolieth. Alleen de toren en een klein voorportaal zijn
+metselwerk. Al het inwendige is in de rots uitgehouwen, waar men
+overheen kan loopen en waar men een prachtig panorama vóór zich
+ziet. Wij zeggen Kampolung vaarwel. Een zijlijn van den spoorweg voert
+ons naar Golesci, waar wij de groote lijn naar Boekarest terugvinden.
+
+
+
+
+III.
+
+Boekarest, aanzien van de stad.--De zoutmijnen van Slanic.--De
+petroleumbronnen van Doftana.--Sinaïa, wandeling in het bosch.--Busteni
+in het kroondomein.
+
+
+De entrée in Boekarest is voor den vreemdeling een teleurstelling. Van
+het station zich begevend naar het midden der stad, gaat men door
+straten, die tot de primitiefste dorpen konden behooren, straten,
+waar instortende huizen en schunnige winkels aan gelegen zijn en waar
+de trottoirs onder hoopen vruchten en groenten verborgen zijn. Maar
+spoedig wordt die indruk weggevaagd. Op die onfrissche voorsteden
+volgen prachtige straten, waaraan weelderige gebouwen staan, niet
+onderdoend voor die der grootste europeesche steden.
+
+De Roemeniërs zijn zeer trotsch op hun hoofdstad en roemen graag
+het comfort, dat men er geniet. Zij vergelijken met een zekeren
+nationalen trots hun bewonderenswaardig geplaveide straten en hun
+openbare pleinen met de afschuwelijke straten van Belgrado, waar men
+na een kwartiertje rijdens in al zijn leden pijn gevoelt. Ze noemen
+Boekarest dan ook graag het Parijs van het Oosten. Reeds in 1864 zei
+de heer de Blowitz, toen hij terugkeerde van een oostersche reis:
+"Ik geloof niet, dat er in de wereld een tweede stad bestaat, die
+even trouw als Boekarest het land, waarvan zij de hoofdstad is,
+weerspiegelt.... Boekarest levert thans een levend en merkwaardig
+beeld van Roemenië. De stad wikkelt zich los uit den chaos van
+gisteren en haakt naar den luister van morgen. De lompen nemen de
+kleur van het purper aan; de eerzucht wordt grooter en grooter;
+dit is de nieuwgeboren hoofdstad van een nieuwgeboren koninkrijk."
+
+Met niet minder recht zei Carmen Sylva, de koningin van Roemenië,
+in 1892: "Het oostersche en schilderachtige Boekarest, het Boekarest
+met kleine, in het groen verscholen huisjes, waar men zei "het huis
+van den heer Zus of van mevrouw Zoo", terwijl men de menschen bij
+hun voornamen noemde, dat Boekarest verdwijnt, om plaats te maken
+voor een stad als alle andere. Het heeft nog alleen een oostersch
+karakter voor hen, die pas uit het Westen komen. Zij, die uit Azië
+naderen, gaan met een zucht van voldoening de Donau over en zeggen:
+"Gelukkig, nu zijn we in Europa!"
+
+Ons schijnt Boekarest nog heden den hoogmoed en de eerzucht te bezitten
+van den pas onlangs vrijverklaarde, die door gloednieuwe weelde zijn
+pas overwonnen staat van dienstbaarheid wil doen vergeten. Vandaar die
+treffende tegenstellingen, die men telkens in de stad ontmoet, hier
+lage huizen, echte zwerverskrotten, waar halfnaakte menschen uit te
+voorschijn komen; daar prachtige paleizen als het Spaarbankgebouw en 't
+Postkantoor, rijk versierde café's, waar de voorname roemeensche wereld
+samenkomt. Aan den eenen kant winkels van oud roest als in de Leipziger
+straat, waar de kooplui hun schatten zoo maar op straat uitspreiden,
+en aan den anderen weelderige magazijnen van den modernsten smaak,
+die met de mooiste winkels van Parijs kunnen wedijveren.
+
+De verschillende klassen van de maatschappij vertoonen dezelfde
+tegenstellingen. Hier de lagere volksklasse, die zich nog niet heeft
+kunnen vrijmaken van de vreesachtige, beschroomde manieren uit den tijd
+der eindelooze slavernij; daar de klasse der rijken, die, plotseling
+op den trap der moderne beschaving gekomen, de zeden en de letterkunde
+uit het buitenland tracht na te doen en daardoor alle eigen karakter
+mist. Zoodra men de binnenstad betreedt, krijgt men dien indruk van
+plagiaat van Parijs. Het ideaal is hier Parijs, dat gecopiëerd is in
+zijn bouwwerken, zijn winkels, de manieren zijner bewoners. Maar al
+zijn dan de mooiste openbare gebouwen in parijschen stijl gebouwd,
+de particuliere huizen zijn niet altijd in den zuiversten stijl
+opgetrokken. De enkele fortuinen zijn niet bijzonder groot, en toch
+wil ieder graag met iets monumentaals voor den dag komen. Vandaar die
+oude gebouwen, geheel met een nieuwe pleisterlaag bedekt, die bij de
+eerste vorstige winterdagen loslaat en voortdurend herstelling behoeft.
+
+Door zijn ligging midden in een groote, aan alle zijden open vlakte
+heeft Boekarest alle ongemakken te verduren van een klimaat als het
+siberische. De winter is er zoo lang en zoo streng, dat men er drie
+maanden alleen per slede het verkeer onderhoudt. In den zomer stijgt
+de thermometer soms tot 40° C. en de uitersten van temperatuur kunnen
+soms wel 70 graden verschillen. Mooie boomen zijn er dan ook zeldzaam;
+die uit het Noorden verdragen de brandende hitte van den zomer niet,
+en die uit het Zuiden en Oosten bezwijken door de strenge koude van
+den winter.
+
+De huurrijtuigen, die zeer talrijk zijn en licht en gemakkelijk rijden,
+worden door twee vlugge, russische of moldavische paardjes getrokken;
+de koetsiers dragen lange fluweelen jassen met gekleurde gordels om
+het middel en een platte pet op het hoofd.
+
+Boekarest heeft slechts 250.000 inwoners, en toch is de oppervlakte
+der stad gelijk aan die van Weenen, 30 K.M_2_. Als men dan ook van
+de eene of andere hoogte in de buurt op de stad neerziet, treft het
+groote aantal tuinen en ledige terreinen, dat zich tusschen de huizen
+en de straten bevindt. Gebouwen en openbare pleinen nemen slechts
+een vierde van de ruimte in. Aan den buitenkant der stad liggen
+armoedige voorsteden; de eigenlijke stad ligt het dichtst bij de
+Dimbovitza. Op den linkeroever heeft men de ministeries, de paleizen
+en de handelswijk; op den rechteroever de kerken en de inrichtingen
+van weldadigheid.
+
+Wij beginnen ons bezoek aan de stad met een van haar oudste kerken, de
+Metropool, in neo-byzantijnschen stijl en dagteekenend van 1656. Zij
+ligt op een heuvel op den rechteroever en men heeft er een prachtig
+uitzicht over een deel der stad. De gebouwen van het oude klooster
+staan er nog omheen; ze zijn echter gewijzigd en verbouwd, die van
+links zijn nu de residentie van den metropolitaan, die van rechts
+het gebouw der volksvertegenwoordiging.
+
+Aan den voet van den heuvel op den voorgrond van het panorama, dat
+zich vóór ons ontrolt, ligt te midden van bloeiende tuinen de kerk van
+Domna Balasa, de mooiste en weelderigste der kerken van Boekarest. Die
+kerk, welke na de kerk van Curtea de Arges voor de merkwaardigste
+uit Roemenië doorgaat, is een meesterstuk van neo-byzantijnschen stijl.
+
+Domna Balasa is omringd door hospitalen, evenals de kerk gesticht door
+de dochter van Constantijn Brancovan, den voorlaatsten inlandschen
+woiwode van Walachije.
+
+Het aantal hospitalen is zeer groot in Boekarest, en ten allen tijde
+hebben rijke particulieren hun fortuin bij hun dood bestemd voor
+het onderhoud van die liefdadigheidsinrichtingen, die de glorie van
+Roemenië zijn. Hun noodzakelijkheid is vooral een uitvloeisel van
+de aanraking, waarin Roemenië komt met de havens uit het Oosten,
+van waar zooveel epidemische ziekten worden ingevoerd.
+
+Dichtbij Domna Balasa staat de kerk van Spiritoe Noe, belangrijk om
+haar groote afmetingen. Dat gebouw, dat van 1858 dagteekent, heeft
+een oude basiliek vervangen, waar de Fanarvorsten zich lieten kronen
+bij hun terugkeer uit Konstantinopel.
+
+Buiten die weinige kerkelijke gebouwen biedt de rechteroever van de
+Dimbovitza niet veel belangrijks aan; om een goede voorstelling van
+het moderne Boekarest te krijgen, moet men zich naar den hoofdader
+der stad begeven, de Calea Victoriei, die dien naam kreeg na de
+russisch-roemeensche zegepraal over Turkije in 1877-78.
+
+Hier concentreert zich alle leven, en in deze eindelooze
+straat ziet men achtereenvolgens het paleis van den koning, het
+bisschoppelijk paleis, het Athenaeum, den schouwburg, de ministeries,
+de gezantschapsgebouwen. De mooiste winkels liggen aan de Calea, en
+vóór de voornaamste hôtels zitten aan tafeltjes langs de trottoirs
+de heeren en dames, die ijs en likeuren van de beste qualiteit en de
+grootste verscheidenheid genieten. Heel aan het einde van de Calea
+Victoriei begint de beroemde straatweg naar Kisselef.
+
+Die weg, om zoo te zeggen het Bois de Boulogne van Boekarest, is de
+meest gewilde promenade, en de mondaine wereld is bijna verplicht,
+er zich te vertoonen. Elken dag in den winter, als de sneeuw dik ligt
+op den grond, en in de lente, die met snellen overgang op den strengen
+winter volgt, is er in de breede lanen van twee à vier uren lengte,
+een ongehoorde weelde te zien van sleden en rijtuigen. In den zomer
+zijn de wegen geheel verlaten, en de rechte, eenzame lanen zonder
+schaduw, waar de zon brandt door de magere, krachtelooze boomen brengt
+den reiziger niet in verrukking.
+
+Bij 't begin van den weg staat het paleis van den oud-minister
+Stoerdza, hoofd der liberale partij. Dit kolossale paleis, hoewel
+wat overladen versierd, is toch een zeer indrukwekkend gebouw. Het
+staat tegenover den boulevard Coltei, nog onlangs aangelegd, en men
+ziet er een reeks van nieuwe hôtels, alle wit en van origineelen
+bouwtrant. De meeste zijn het eigendom van rijke particulieren; maar
+net als de weg is ook die boulevard verlaten, en de bezitters van
+die vriendelijke paleizen zijn verspreid over de in Roemenië meest
+gezochte lustverblijven.
+
+Maar al die nieuwe wijken, hoe verlokkend zij er ook mogen uitzien,
+hebben niets, wat aan een eigen verleden herinnert, en men moet het wel
+betreuren, dat de Roemeniërs in hun eerzuchtig streven om Boekarest
+op één hoogte te brengen met de groote, westersche steden, een ware
+woede van afbreken aan den dag hebben gelegd, zoodat bijna ieder spoor
+van vroegere tijden verdwenen is. Wat de oorlogen hebben gespaard,
+vernielen de menschen steeds nog in hun zucht om hun hoofdstad op
+te tooien.
+
+Toch is er een juweel van een klein kerkje over, dat trots zijn
+vervallen voorkomen nog voor den griekschen eeredienst gebruikt
+wordt; dat is de Straviopolis. Dat gebouw, tweehonderd jaar oud, is
+opgetrokken in een byzantijnschen bastaardstijl, met een merkwaardigen
+arabischen voorhof, waarin men drielobbige boogvensters ziet, die
+aan den moorschen stijl ontleend zijn. Motieven, ontleend aan den
+arabischen stijl, komen trouwens zeer veelvuldig in Roemenië voor en
+vormen een der karakteristieke trekken van de roemeensche bouwkunst.
+
+Laat ons het tochtje door de stad besluiten met een bezoek aan
+de Universiteit, die, buiten de lokalen voor de faculteit der
+theologie, der medicijnen enz. een groote zaal bevat, bestemd voor
+de vergaderingen van den roemeenschen Senaat, en dan verschillende
+musea. In het Oudheidkundig Museum vinden wij de prachtige oude
+fresco's uit de kloosters, kostbare handschriften en geborduurde
+tapijten. De parel van dit museum is de schat van Petrossa, anders
+gezegd die der Gothen. Die kostbare verzameling bestaat uit tien
+stukken van massief goud uit de elfde eeuw onzer jaartelling. Zij
+werd in 1837 ontdekt door werklieden, die haar voor lagen prijs aan
+voorbijtrekkende Zigeuners verkochten. Die laatsten onderzochten den
+aard van het metaal door met de bijl verscheiden van de voorwerpen
+stuk te slaan, o.a. een prachtigen schotel met reliëffiguren, nu nog in
+'t museum aanwezig. Onder de stukken, die aan de vernieling ontkwamen,
+moet genoemd een diadeem, versierd met groote granaten, een beker, met
+edelgesteenten opgelegd, een massieve ring en een groote lampetkan. De
+ontdekking van den schat was een belangrijke archaeologische vondst.
+
+Men kan Boekarest niet verlaten, zonder Cotroceni te bezoeken, het
+eerste paleis van den koning van Roemenië, nu nog residentie van den
+erfprins Ferdinand van Hohenzollern. Het paleis, omringd door tuinen,
+ligt een eindje buiten de stad op een boschrijken heuvel.
+
+Het is een oud klooster, in 1679 gesticht door een lid van het
+grieksche geslacht Cantacuzenos, en ofschoon het huis verbouwd en zeer
+verfraaid is, heeft het zijn kloosterachtig aanzien behouden; het
+ziet er nog koud en streng en somber uit. Men treedt er binnen door
+een groote gewelfde poort, die naar een eerste plein leidt, waar de
+cellen en kloostervertrekken in bediendenkamers zijn veranderd. Midden
+op een tweede plein staat de kerk, waarachter het paleis als verborgen
+is met zijn majolica-versiering van bloemslingers en figuren.
+
+Het inwendige, dat wij tot in détails mochten bezien, is zeer rijk
+en smaakvol ingericht met alle moderne weelde en comfort. De groote
+hal vertoont de jachttrofeeën van den vorst, beren, wilde zwijnen,
+arenden, korhoenders. In de studeerkamer ziet men veel zeekaarten,
+doorsneden en plannen van schepen, aanwijzingen van den smaak en
+de bij voorkeur gevolgde studie van den erfgenaam der kroon. Op de
+eerste verdieping zijn de huiselijke vertrekken, boudoirs en salons,
+leerkamers der jeugdige prinsen, hun speelkamer met allerlei kostbaar
+speelgoed. Dat alles is aardig en vriendelijk en vormt een groote
+tegenstelling met het strenge aanzien van den gevel.
+
+Tusschen Boekarest en Sinaïa ligt Slanic, waar men een der
+belangrijkste zoutmijnen van Roemenië vindt. Een zijlijn van den
+spoorweg, op de hoofdlijn geënt, voert er ons rechtstreeks heen.
+
+De lagen steenzout strekken zich in onafgebroken lagen, maar op
+verschillende hoogten uit langs de geheele moldavische en walachijsche
+hellingen der Karpathen. Zoo ziet men te Rimnik Sarat in Moldavië
+een berg van zout in de zon schitteren; in andere streken liggen de
+zoutlagen op den grond; maar in de meeste gevallen moet men tot tien,
+twintig, zelfs dertig meter diep graven. Sommige lagen zijn niet
+dikker dan twee à drie meter; doch de meeste zijn veel dikker.
+
+Het roemeensche zout vormt een der groote rijkdommen van het land,
+en het zou eeuwen lang in de behoeften van heel Europa kunnen
+voorzien. Over het algemeen is het zeer wit en doorschijnend,
+maar de qualiteit is niet overal dezelfde, en men vindt in de beste
+zoutgroeven aders met zwartblauwe strepen erin. Die strepen wijzen op
+de aanwezigheid van leem, en het zout uit die groeven is niet voor de
+consumptie bestemd; het wordt alleen voor den landbouw gebruikt. Soms
+ook treft men in enkele lagen petroleumhoudende gedeelten aan, die
+een karakteristieken geur bijzetten aan het zout, een geur, dien men
+zelfs terugvindt in het brood, waar dat zout in gebakken is.
+
+Sedert 1862 heeft de staat de exploitatie van het steenzout aan
+zich getrokken; het is een monopolie geworden. Daar de productie
+in de laatste tijden te overvloedig was, heeft men het werk in de
+mijnen van Doftana laten rusten. Zij brachten jaarlijks 25000 ton
+op, maar het zout was blauwer en minder goed dan van Slanic. Dus
+zijn op 't oogenblik alleen in exploitatie de groeven van Slanic,
+van Targul. Ocna en van Ocna-Mare.
+
+De tegenwoordige diepte van de Slanicmijn is 100 M. Bij het dalen van
+den bak, waarin men wordt neergelaten, ziet men op 20 à 30 M. diepte
+een eerste galerij, en weldra komt men beneden in de groote zaal, die
+uitgehouwen is tot een prachtig gewelf van 60 M. hoogte. Men meent
+in een marmeren kathedraal te zijn, waarvan de wanden schitteren in
+den bleeken schijn van groote electrische lampen. De muren gelijken
+verwonderlijk veel op ongepolijst marmer, en als om de illusie
+volkomen te maken, heeft men langs de enorme zijden der zalen gedeelten
+uitgespaard en laten vooruitspringen als zware vierkante zuilen.
+
+Driehonderd arbeiders, alle in het wit gekleed, werken in die ruime
+zaal; enkele hebben alleen een broek aan, want de arbeid is zeer
+inspannend. Het zout wordt uitgegraven naar beneden uit den bodem,
+die daardoor steeds lager komt te liggen. Van den wand af tot het
+smalle paadje in het midden voor de passage van de wagentjes worden
+met het houweel evenwijdige groeven gemaakt op 60 cM. afstands van
+elkander, die 20 cM. breed en 50 cM. diep zijn. Daarna maakt men
+door middel van zware hefboomen, door twee of drie mannen bewogen,
+groote blokken los, die daarna in stukken van 25 à 50 K.G. worden
+verdeeld. In de zaal, die wij bezoeken, wordt het werk verricht door
+vrije mannen; maar in de afzonderlijke galerijen zijn dwangarbeiders
+bezig. Vóór 1848 mochten die ongelukkigen, als ze eenmaal in de mijn
+waren neergelaten, niet meer naar het daglicht terug, en zeer weinigen
+van hen hielden die barbaarsche behandeling meer dan drie of vier
+jaar uit. Tegenwoordig is hun leven dragelijk geworden, en dagelijks,
+in den winter na acht en in den zomer na twaalf uren werkens, keeren
+zij naar de gevangenis terug. Buitendien ontvangen ze een belooning
+van 60 à 80 _bani_ per dag.
+
+Het zout van Slanic heet het mooiste van Roemenië, en alleen deze
+groeven leveren dagelijks 300,000 KG. zout. Het wordt in tweeërlei
+vorm verkocht, òf in groote, vormlooze blokken òf gestampt en in
+zakken verpakt. Na Servië zijn Bulgarije en Rusland de voornaamste
+afzetgebieden.
+
+Nauwelijks hebben wij Slanic achter ons gelaten, of we komen in het
+petroleumgebied. Aan alle stations staan tankwagens, die een akeligen
+stank verspreiden. Wij zijn in het district Prahova, dat den eersten
+rang inneemt onder de petroleumdistricten van het rijk.
+
+Van Campina, waar wij stilhouden, gaan we per rijtuig naar Doftana,
+om de putten te bezoeken en de raffinaderijen. Als wij dicht bij het
+dorp komen, verkondigen zware buizen, die langs den weg liggen en een
+vettig, slijkig vocht uitzweeten, de nabijheid van het industriëele
+middelpunt aan. Wij moeten uitstappen bij de Doftana, die zoo laag is,
+dat er een massa rotsachtige eilandjes worden gevormd, waar het water
+snel tusschen doorstroomt. Een houten brug leidt over den stroom. Om
+die te bereiken, moeten wij vijf minuten lang loopen op den smallen
+rand van den muur, die langs de rivier loopt en het water in den tijd
+van hoogen waterstand tegenhoudt.
+
+Maar ons rijtuig, dat natuurlijk dien acrobatenweg niet kan volgen,
+moet in de rivier rijden, er de doorwaadbare plaatsen zoeken en langs
+allerlei kronkelwegen den tegenoverliggenden oever bereiken. Hier
+zijn wij in het gebied der exploitatie. Rechts en links en aan alle
+kanten om ons heen wijzen hooge houten boortorens de putten aan,
+die in werking zijn. De grond is geheel doortrokken met petroleum;
+de lucht is verzadigd van den damp, en de boomen in de buurt zijn
+alle bladerloos. Evenals in den Kaukasus en in Amerika geschiedt
+het boren der putten door middel van den derrick. Men ziet slechts
+zelden in Roemenië bronnen, die onder den druk der ontwikkelde gassen
+de vloeistof hoog boven den grond doen opspuiten. Gewoonlijk heeft
+men hier te doen met onderaardsche verzamelbekkens of met leem-
+of leilagen, die de aardolie vasthouden bij wijze van een spons. In
+het laatste geval boort men op verscheiden plaatsen en de petroleum
+verzamelt zich door uitzweeting onder in een put, gegraven door
+een zuigpomp.
+
+Maar onverschillig of men met een onderaardsch bekken heeft te doen,
+of dat de petroleum door filtratie samenvloeit in een kunstmatigen
+put, de wijze van aan het daglicht brengen is dezelfde. Men laat in de
+boorgaten, die vooraf van buizen voorzien zijn als bij de artesische
+putten in gebruik zijn, een cylinder van 4 à 5 M. lengte bij 15 à
+20 cM. middellijn, voorzien van een klepje aan het ondereind. Die
+cylinder hangt aan een langen ketting, die om een as op den top van een
+boortoren is gewonden, neergelaten wordt en bevestigd aan een paal met
+tegenwicht. Met behulp daarvan kan één werkman het toestel bedienen;
+hij laat den cylinder in den put neer en brengt hem vervolgens weer
+naar boven. Dan opent een tweede werkman het klepje, en de olie stort
+zich in houten goten, die haar naar groote, ondiepe verzamelbekkens
+voeren.
+
+De petroleum is bij 't verlaten van den put een dikke vloeistof, die
+troebel en olieachtig is en bruin-rood van kleur met groenachtigen
+weerschijn.
+
+Uit de réservoirs, waarin men de olie brengt als ze uit den grond
+komt, wordt ze door pijpen geleid naar de raffinaderijen in het
+dal. De natuurlijke helling van den grond zou niet voldoende zijn om
+de vloeistof, waarin zich allerlei vreemde stoffen bevinden, geregeld
+af te voeren; ze moet worden voortgestuwd door middel van speciale
+pompen, die soms verbazend krachtig werken.
+
+In de raffinaderijen wordt de petroleum blootgesteld aan zeer hooge
+temperaturen, tot wel 270° C. Daarna heeft de destillatie plaats,
+waardoor naphta, gazoline enz. worden afgescheiden.
+
+De diepte der boorgaten verschilt aanmerkelijk, want de petroleum
+is door het gansche gebied der Karpathen verdeeld op zeer ongelijke
+diepten. Tot in het midden der 19de eeuw boorde men meestal niet
+dieper dan 30 M. om de aardolie te verkrijgen, die eigenlijk niet
+anders dan als smeerolie werd gebezigd. Tegenwoordig boort men putten,
+welker diepte tusschen 130 en 400 M. afwisselt, en de productie,
+die al in 1900 tot 247000 ton was gestegen, is later nog sterk
+vermeerderd, vooral door de uitbreiding aan de exploitatie gegeven
+door de Steana Romana, de belangrijkste roemeensche maatschappij
+van petroleumexploitatie.
+
+Maar de vorderingen zijn toch nog niet evenredig aan de belangrijkheid
+der petroleumbronnen; en de organisatiefouten in de exploiteerende
+maatschappijen, het uitblijven van behoorlijke dividenden houden de
+vreemde kapitalen op een afstand, terwijl ze toch zoo noodig zouden
+zijn voor Roemenië's industriëelen vooruitgang.
+
+De rit van Campina naar Sinaïa is een der mooiste, die zich laten
+denken. Een opeenvolging van prachtige landschappen gaat aan ons oog
+voorbij onder het gaan door het dal der Prahova. De rivier bespoelt
+roodachtige rotsen, beneden bedekt met magere weiden; hooger hangen
+bosschen van zilvergrijze wilgen in grillige schikking langs de
+bergen. De boerderijen zijn grooter, beter gebouwd, goed onderhouden,
+en de menschen zien er niet zoo slaafsch en vreesachtig uit als
+geslagen honden, zooals wij zooveel andere boeren hebben waargenomen.
+
+Een belangrijke cementfabriek heeft een heel dorp van witte woningen
+om zich heen gegroepeerd, alle met roode daken. Zoo komt er welvaart
+in het dal, maar daarmee verdwijnt wel tevens de poëzie, als de mooie
+wegen vuil zullen geworden zijn en alles aangeslagen zal wezen door
+fabrieksrook.
+
+Onder in het dal stroomt de Prahova, wier tallooze bochten en
+kronkelingen ten slotte doorloopen tot in de verre vlakten. Het water
+der rivier, verdeeld over een menigte dunne adertjes, schittert in de
+zon, en naast het stroompje liggen de beide glinsterende stalen lijnen
+van den spoorweg. Door woeste bergkloven en langs duistere afgronden
+komen wij in het woud, dat halverwege op den berg is gelegen en waar
+de weg doorheen leidt.
+
+Daar, in het hart van het bosch, ligt aan den voet van een enorme
+rots van 2500 M. Sinaïa.
+
+Sinaïa is een lustoord van nog jongen datum, dat zijn bloei te
+danken heeft aan het verblijf van den koning en de koningin van
+Roemenië, die een der sombere dalen van de Prahova uitkozen
+als zomerresidentie. Rondom hen schaarde zich al spoedig de
+aristocratie van het koninkrijk, ministers, afgevaardigden, gezanten,
+hofdignitarissen en hooge officieren. Tegenwoordig brengt al wat in
+Boekarest iets beteekent, den zomer te Sinaïa door.
+
+Wij komen er langs een breede, heerlijke laan van prachtige villa's;
+dan volgt een groote, magnifieke tuin vol bloemen en groote gazons,
+watervalletjes en velden voor allerlei spelen. De hôtels van Sinaïa
+liggen in dien tuin. Er zijn er niet genoeg, want ze zijn altijd
+overvol; het kost ons moeite logies te vinden.
+
+In het hôtel Sinaïa biedt men ons een paar zolderkamertjes aan, en bij
+onze aarzeling om ze te aanvaarden, wijst men ons een paar kamers in
+een bijgebouw, waar een gezant zijn intrek heeft genomen. Hier nemen
+wij genoegen meê.
+
+Het hôtel is goed, maar van een oostersche zindelijkheid, die voor
+ons niet het rechte is. Men heeft in de vertrekken geen bedden, maar
+divans, die 's nachts in legersteden worden veranderd en over dag de
+gewone diensten bewijzen.
+
+In het restaurant echter meent men te Parijs te zijn. Ieder spreekt
+Fransch; het menu is geheel fransch, ook in de bereiding; alleen
+het kleintje koffie na den eten is turksch; dat herinnert den gast,
+dat hij zich aan de poort van het Oosten bevindt.
+
+De roemeensche wijnen zijn over 't algemeen zacht en fijn. De
+witte wijnen van Dragashani en Cotnar zijn dadelijk bij ons in de
+gunst. Wij kunnen de roode wijnen minder prijzen, hoewel ze hier
+veel lof inoogsten en men tracht, ze in waarde gelijk te stellen
+met Bordeauxwijn. Ofschoon de Roemeniërs lofwaardige pogingen in het
+werk hebben gesteld voor het welzijn van hun wijngaarden, ofschoon
+ze zelfs uit Frankrijk veel wijnbouwers hebben laten overkomen, om
+de roode wijnen te bereiden, toch zal de roemeensche wijn nooit met
+den franschen kunnen wedijveren.
+
+Te Sinaïa is het leven weelderig en duur; trouwens de rijke Roemeniër
+geeft graag geld uit, hij houdt van mooie kleeding en van pleizier;
+hij is een beschaafd man in elken zin des woords.
+
+De wereld in dit hôtel is een officiëele wereld. Het is het hôtel der
+gezanten en ministers. Er zijn hier roemeensche families, die op zeer
+grooten voet leven en geheel in de mondaine wereld op hun plaats zijn.
+
+De groote namen, die men hoort, doen mij denken aan een eigenaardige
+bijzonderheid van den roemeenschen burgerlijken stand. Niet dat men
+de echtheid van hun hooge afkomst behoeft in twijfel te trekken;
+maar tot in den laatsten tijd bestond nog niet de erfelijkheid der
+familienamen. Gewoonlijk noemde men zich maar doodeenvoudig Jan,
+Filipszoon of Philepsco, zooals men in Servië Pavitsj zegt voor den
+zoon van Paul. Ieder kan naar believen bij zijn voornaam den naam
+van zijn buurman voegen, of zelfs dien van een vorst of een beroemd
+generaal en dien tot zijn eigen maken, ook voor zijn erfgenamen die
+hem wilden behouden. Zoodat die groote namen, die ons aan beroemde
+personen doen denken, niet het idee moeten wekken, dat we ons in de
+tegenwoordigheid bevinden van afstammelingen dier grootheden, doch
+alleen van afstammelingen hunner bewonderaars, die den beroemden naam
+hebben aangenomen.
+
+Een verschrikkelijke storm met diluviaanschen regen heeft den geheelen
+nacht onze vensters geschud, en 's morgens bij het opstaan zien wij
+de treurig slikkerige wegen gehuld in een niets goeds voorspellenden
+mist. Wat te doen in Sinaïa, als het regent? Er is geen kurzaal,
+noch casino, en in de hôtels, die te klein zijn voor het aantal
+reizigers, dat zich er ophoopt, vindt men slechts een klein lees-
+en biljartzaaltje. Ondanks den fijnen, aanhoudenden regen besluiten
+wij een exploratietocht te doen.
+
+Bij het stijgen in de boschjes achter het hôtel komen we al spoedig aan
+het klooster. In 1695 gesticht door Michaël Cantacuzenos, bestaat het
+als alle kloosters van eenige beteekenis uit twee pleinen, waar rond
+omheen de woningen der monniken en de bijgebouwen van het klooster
+zich groepeeren. Midden op ieder van de beide pleinen staat een
+klein byzantijnsch kerkje. Een werd op dat oogenblik gerestaureerd,
+en dank zij der vrijgevigheid van den koning kan de restauratie zeer
+goed geschieden.
+
+Lang diende het klooster in troebele tijden als schuilplaats voor de
+bewoners van het laagland, die in de bergen een toevlucht zochten,
+terwijl het tevens gastvrijheid bood aan reizigers.
+
+Toen koning Karel en koningin Elizabeth, aangetrokken door de machtige
+bekoring en de vreemde poëzie van het woud te Sinaïa, voor de eerste
+maal er een deel van den zomer kwamen doorbrengen, namen zij hun
+intrek in een der bijgebouwen van het klooster.
+
+Eerst na eenige jaarlijksche bezoeken besloten zij in een liefelijk
+dal achter het klooster een paleisje te bouwen, dat door den kunstzin
+en den goeden smaak der koningin een der juweeltjes van Roemenië
+werd. Weldra werd het voorbeeld gevolgd, en midden in het bosch
+verrezen aan alle kanten sierlijke villa's en optrekjes. De regeering
+bouwde een paar hôtels voor reizigers, en het begin van Sinaïa was er.
+
+Het koninklijk paleis, kasteel Pelesch, heet naar den berg waarop
+het ligt. Uit de verte gezien, treedt het naar voren uit een dicht
+dennebosch, dat de rooskleurige rotsen van het Bucegi-gebergte
+kroont. Het prachtige gebouw van steen en hout, waar gothische
+en byzantijnsche elementen in vereenigd zijn, is een harmonieus
+geheel, met sierlijke torentjes, mooie balcons en terrassen, een
+dichterdroom van de kunstenares Carmen Sylva. Inderdaad, wie Sinaïa
+noemt, roept dadelijk zich het beeld van de vorstin voor oogen, van
+haar, die dit lustoord in het leven riep. De koningin van Roemenië is,
+zooals ieder weet, een dier superieure vrouwen, die van kunst, poëzie
+en melancholie leven. Zij is graag in het woud, kent er alle paden,
+en om er naar hartelust te kunnen droomen, heeft zij zich een hoog
+verblijf laten inrichten, een huisje, hangend in de boomen hoog op den
+top van een der bergen, die Sinaïa omgeven. Het Nestje der Koningin,
+zoo noemt men hier die plek. Van daar overziet zij den gansenen omtrek.
+
+Eenige jaren geleden zag men haar dikwijls met de dames van haar
+gevolg gekleed in de nationale kleederdracht, die zoo goed past bij
+haar hooge, majestueuse gestalte. Maar de poging, om het bekoorlijke
+costuum weer in eere te brengen onder de deftige dames, heeft niet
+het succes gehad, die de sierlijke witte, met byzantijnsch borduursel
+getooide dracht verdiende.
+
+De roemeensche dames, minder dichterlijk van aanleg dan haar
+souvereine, worden bekoord door de parijsche modes, en men ziet heel
+zelden de nationale kleeding meer te Sinaïa. Eigenlijk treft men die
+alleen aan als historische merkwaardigheid en wel vooral op de markt,
+die des Zondagsmorgens gehouden wordt in de groote laan. Boerinnen
+spreiden er op het gras langs den weg en op de hekken der tuinen
+de mooie borduursels uit, doorschijnende sluiers, halsdoekjes en
+lijfjes met rijke patronen en andere fraaie toiletartikelen. Sinaïa is
+eigenlijk een wonderlijke badplaats! Men zou er dépendances verwachten
+van alle groote huizen te Boekarest en winkels, waar de elegante
+dames al haar luimen konden bevredigen, maar er is niets van dat alles.
+
+Wij hebben het dorp Sinaïa bekeken. Het bestaat enkel uit een
+kronkelende, sterk hellende straat. Een gewone kruidenierswinkel is
+er, met een paar winkeltjes van visch en groenten. Te Sinaïa boven
+vindt ge een kapper, een photograaf en een paar banketbakkers; maar
+artikelen van dagelijksch gebruik kan men er niet krijgen.
+
+Wat de bijzondere aantrekkelijkheid van de plaats uitmaakt, zijn
+de verrukkelijke wandelingen, die men in 't oneindige variëeren
+kan in de dalen en op de hellingen der bergen. Bij het verlaten
+van den grooten weg is men dadelijk op goed onderhouden voetpaden,
+die tot in het diepste van het woud voeren, en hier begrijpt men de
+koninklijke gril van Carmen Sylva; men kan zich niets woesters en
+dichterlijkers en idealers denken. Dit is het maagdelijke woud in
+den besten zin. Boomen van zes meters in omtrek en vijftig meter
+hoog staan er in grooten getale. Meest zijn het dennen en beuken,
+die met hun groen de bergen tot groote hoogte bedekken.
+
+De grond is geheel bedekt met heide en mos. Hier en daar blijven
+omgevallen stammen op den bodem liggen, zooals de storm ze velde. De
+koning, tot wiens domeingoederen het bosch behoort, wil niet, dat
+iemand eraan raakt.
+
+Elk voetpad leidt naar een mooi uitzicht. Het toeval voert ons naar de
+Promenade der H. Anna aan de grenzen van het woud. Boven ons hoofd op
+een kalen top van rood gesteente, die wel ontoegankelijk lijkt, staat
+een sierlijk paviljoentje, dat ons schijnt uit te tarten. Maar 't is
+al laat, en het weêr is onzeker. Wij durven ons niet verder wagen.
+
+Op regendagen is het stil en somber te Sinaïa; maar als de zon
+schijnt, hoort men overal muziek in de tuinen, militaire muziek en
+Zigeunerliederen, die de echo's wekken van de donkere bergen.
+
+Het kroondomein heeft overal een goeden invloed op de
+boerenbevolking. Door de vele scholen, die het bestuur der domeinen
+opricht, ook vak- en landbouwscholen, worden de boeren op de hoogte
+gebracht van een rationeele manier om den grond te bebouwen en gebruik
+te maken van machines en andere verbeteringen. Zij krijgen onderricht
+in de behandeling van het vee en van allerlei aanplantingen. Alle
+pogingen worden door de kroon in het werk gesteld voor de verheffing
+van den boerenstand.
+
+In den loop zijner regeering heeft de koning veel wegen laten
+aanleggen, en hij heeft daarbij dikwijls een beroep gedaan op
+buitenlandsche ingenieurs, ook voor den aanleg van spoorwegen. Niets
+wordt verwaarloosd, wat den boer vooruit kan brengen en hem in staat
+stelt zijn woning gezonder en zijn leven rijker te maken. Maar de
+slavernij heeft diepe sporen nagelaten, en al zijn sommige streken,
+vooral die tusschen Predeal en Boekarest, krachtig ontwikkeld, aan de
+bergachtige randen van Roemenië is de bevolking nog niet veel verder
+gekomen, dan zij was onder de turksche heerschappij.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of In Roemenië, by Th. Hebbelynck
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13869 ***