diff options
Diffstat (limited to 'old/13705-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/13705-8.txt | 7742 |
1 files changed, 7742 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/13705-8.txt b/old/13705-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a92db43 --- /dev/null +++ b/old/13705-8.txt @@ -0,0 +1,7742 @@ +The Project Gutenberg EBook of Op reis en thuis, by Justus van Maurik, jr. + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Op reis en thuis + +Author: Justus van Maurik, jr. + +Release Date: October 11, 2004 [EBook #13705] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP REIS EN THUIS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + + + + +NOVELLEN EN SCHETSEN + +VAN + +JUSTUS VAN MAURIK JR. + + +TWEEDE DRUK +AMSTERDAM VAN HOLKEMA & WARENDORF + + + + +INHOUD. + + + MET "DE AMALIA" VAN GENUA NAAR PADANG + + I. BAL EN KERK AAN BOORD + + II. COMEDIE-VOORSTELLING EN BEGRAFENIS AAN BOORD + + III. IN DE ROOKKAMER + + IV. EEN VERHAAL VAN DEN KAPITEIN + + V. AANKOMST TE PADANG + + SINT-NICOLAASAVOND AAN BOORD + + EEN TOEWAN EN ZIJN INVENTARISSTUK + + EEN HUT BIJ DE KINDERKAMER + + MULLER'S BUSTE + + EEN LAUWERKRANS + + EEN REGENACHTIGE DAG TE WIESBADEN + + EEN WARME DAG TE WIESBADEN + + DE LAATSTE DER OEMPAH'S + + VOOR 'T LOKET--HOLLANDSCHE SPOOR + + VROEG RIJPE JEUGD + + EEN LANDGENOOT + + + + +MET "DE AMALIA" VAN GENUA NAAR PADANG. + +I + +Bal en kerk aan boord. + + +--Laat ze maar eens pret hebben; ze leven nu nog zonder zorg en hebben +'t goed! zei de sergeant, die met mij stond te praten op 't voorschip +van de _Amalia_, terwijl we van Genua af de Middellandsche Zee +instoomden. + +--Wie weet hoeveel er over zes of zeven maanden nog over zijn van ons +detachement van 80 man. 't Kan best wezen, dat ze nooit Europa terug +zien; ik heb de reis al vier maal heen en weer gemaakt, meneer. 'k Heb +er heel wat zien gaan en ook terugkomen--maar hoe! + +En 't ging intusschen vroolijk toe, vóóruit. Een Belg, een flinke jonge +kerel, met een oolijk gezicht en een zwarten knevel, zat onvermoeid een +groote drieklaviers harmonica te bespelen, een Hongaar begeleidde hem +zoo goed het ging op de viool, een stoker sloeg flink in de maat groote +trom en een matroos roffelde heel aardig op een kleine +infanterietrommel. Tamboerijn, bekkens en triangel, door een paar +soldaten met onmiskenbaar talent bespeeld, volmaakten het orchest dat +onder de over de plecht gespannen zeilen allerlei populaire danswijsjes +deed hooren. + +--Danzen ze nich arg nètjes? vroeg de bootsman, terwijl hij den kop van +"leelijkerd", zijn hond, streelde. + +--'t Is volle liefhebberij om toe zien, hé? De man, een Noor, sprak met +wonderlijk accent en speelde al pratend met zijn reiskameraad--een +mormel zooals de dames verklaarden.--Hold je schtil, leelijkerd! hai wil +wol 'r is janke, 't moesik vervèld 'm, maor hai zol dr'al aan gewoond +konnen zain, want 't is zain vierte rais al; 'k habbe 'm van 't versoepe +gered en noe is d'r so trouw. Oemdat 'r lilik was wolden ze hum +versoepe--de bootsman lachte:--ik ben òk niet mooi oend ze versoepe main +doch nich, zoo'n stomme dier wol doch ooch léve--hold dîn schnoet dan +toch! + +--_Sei nich bös und schick digh d'rein!_, speelden harmonica en viool; +bomketel, trom en triangel hielden goed de maat en op die slepende wals +uit "Der Obersteiger" walsten in langzaam deftig tempo de soldaten met +de stokers en de matrozen. Stijf als staken, rechtop, elkander +vasthoudende als waren zij van porcelein, draaiden ze langzaam en +voorzichtig rond. Blijkbaar vonden de overigen dat spilmatig ronddraaien +buitengewoon mooi, en een paar dansers, een jong soldaat en een stoker +met opgestroopte mouwen, en-coeur gedecolleteerd, als dame, trok de +algemeene aandacht. Een ander paar, even chic en netjes dansend, bestond +uit twee slagers; de een had 's morgens een koe, de ander het varken, +dat nog in 't want hing, geslacht. + +--Zij doen 't netjes, arg fatsoenlijk, fain! zei de bootsman en met een +goedig lachje:--zoo hold je die joengens bezig oend blijft 'r 't goed +humeur in. + +'t Was waarlijk een alleraardigste groep, die soldaten van allerlei +nationaliteit--er zijn Duitschers, Hongaren, Belgen en Zwitsers onder de +aangeworvenen--babbelend, lachend, neuriënd, dansend en pretmakend niet +de stokers en de Jantjes, die op dat oogenblik niets te doen hadden. 't +Bal werd meer en meer geanimeerd. Een matroos danste gracelijk solo en +de vroolijke tonen van 't primitieve orchest lokten de dames en de +heeren van 't achterdek. 't Duurde niet lang of een groot aantal kijkers +stond voor de afdeeling, bestemd voor de militairen. Zelfs de twee +nonnetjes van de stichting "Le bon pasteur", die voor Suez bestemd zijn, +de eene voor 't Lazareth, de andere voor de kleine kinderschool, stonden +met lachende gezichten naar de vroolijke "jongens" te kijken. + +--Pauvres gargons! zei de eene. + +--Sont ils gais maintenant! que le Bon Dieu les protège zei de oudste +die voor 't lazereth bestemd is. + +--Er zit nu geen jenever in en toch hebben ze schik, zei de sergeant, +met wien ik met veel genoegen had kennis gemaakt. 't Volk krijgt aan +boord twee maal per dag een oorlam'en daarmee basta! + +--'t Is een fatsoenlijk Zeedijkstafereel, lachte een toeschouwer en een +ander beweerde: 't werkt aanstekend op de jonge dames, haar voetjes +beginnen te trippelen. De zon was prachtig ondergaan en 't water bleef +zoo glad en kalm, dat men zich nauwelijks verbeelden kon, de straat van +Messina reeds te zijn gepasseerd. 't Blauwe water van de Middellandsche +Zee was allengs grijs-groenachtig geworden en hier en daar gaf een +blinkende ster reeds een lang wiebelend lichtschijnsel op 't even +rimpelend zeevlak. Onze boot stoomde rustig en als glijdend voort en +hoewel de wind wat koel begon te worden en soms een golfje deed ontstaan +was 't heerlijk aan dek. De jonge dames, sommigen de kinderschoenen nog +niet ontwassen, keken zóó verlangend naar die eenvoudige harmonica en de +nog altijd op 't reeds duister geworden voorschip ronddraaiende mannen, +dat de kommandant de hand over zijn goedig hart streek en een +kwartiertje later zaten harmonicavirtuoos en violist op 't achterdek +tegen de lichtkap van den grooten salon. In een ommezien zwaaiden en +draaiden de jonge meisjes met een paar flinke luitenants en andere +heeren, die de wals of den "pas de quatre" kenden. + +In gemakkelijke schommelstoelen gezeten keken de oudere dames +toe--muurbloemen kent men aan boord niet--sommige heeren maakten een +partijtje hombre of whist in de rookkamer, anderen stonden rookend tegen +de verschansing, sommigen met de verzuchting in den rook van hun sigaar: +"ils sont passés ces jours de fête." + +Soms is 't voor mijn oor alsof wals of "pas de quatre" maat houden met +het stampen en dreunen der machine, met 't geruisch van 't water, dat +opspat langs boeg en boord, vervloeiend tot een schuimend spoor achter +'t schip, dat steeds onverpoosd voortstoomt, rustig zijn weg vervolgend, +kalm en statig, als ware 't trotsch op zijn macht en bewust van de +verantwoordelijkheid die het heeft. Soms wuift een zwarte rookpluim uit +den schoorsteen omhoog naar achter, als een roet aan 't land, dat we +heden morgen nog zagen; als een geruststellend teeken van kracht en +volharding. + + * * * * * + +--Wanneer het zulk weer blijft, zegt onze vriendelijke kommandant, +bereiken we Port-Said Dinsdag ongeveer tegen 6 uur n.m. + +--En worden we nu niet meer zeeziek? vragen de dames, angstig en +smeekend den kommandant aanziende. + +--Neen, dames!--Zóó kort beleefd en zoo stellig is zijn toon, dat alle +gezichten opklaren en zelfs de meest zenuwachtige dame met een gerust +hart haar couchette opzoekt, in de hoop van beter te slapen dan den +vorigen nacht, toen schier allen haar tol aan de Middellandsche Zee +betaalden. + +Maar 't kwam anders, want bij 't verlaten van de golf van Genua kwam de +zee plotseling hevig in beroering en blies de wind zóó sterk uit het +Zuiden, dat de zeeziekte eensklaps een aanval deed op de niets kwaad +vermoedende passagiers. + +--Sakit lout! Sakit kras! klaagde een Baboe, die door een familie als +finaal vrij van zeeziekte was aangenomen, om op haar drie kindertjes te +passen. + +--'n Beroerd koopje! mopperde haar meester, die nu behalve op zijn vrouw +en kinderen, ook op de Baboe moest passen, terwijl hij zelf nu en dan +met doodsbleek gelaat een poosje over de verschansing ging hangen. + +--'n Ganz verflixtes, unheimliches Gefühl zei een Oostenrijker, die geen +goed Hollandsch en goed Duitsch meer sprak. Maar ich habe ein +Üniversalmittel dagegen--namelich viel Gläscher Bier. + +--Bier! ik kan 't niet zien, kreunde een ander die, een schokkende +maagbeweging nauwelijks onderdrukkend, op een langen Singaporestoel +uitgestrekt, klagend om 'n cognacje riep. + +--Zeeziek wezen is bepaald een penitentie, die heel wat slechte daden +uitwischt, klaagde een dame en met eau de cologne haar wangen en +voorhoofd bettend, zuchtte zij:--man, lieve man, zou je niet even uit +onze hut wat bruispoeder ... willen halen, zei ze niet meer, want als +door een adder gestoken vloog zij op, om met een sprong de verschansing +te kunnen bereiken. Haar lieve man keek met roerende overeenstemming +van gedachten naast en met haar in de diepte en toen zij samen waggelend +weer hun stoelen bereikten, waren ze voor eenige oogenblikken opgelucht +en werden 't dadelijk oneens over hun kinderen. + +'t Schommelde, stapte, slingerde en dreunde dan ook geweldig, de +slingerlatten kwamen op tafel en toen we, aan table d'hote gezeten, de +warme spijzen onder den neus kregen, waren er nog verschillende +passagiers en dames, die eensklaps de vlucht naar 't dek namen. + +--Schade um's schöne Essen, zei de gemoedelijke Oostenrijker, die veel +te dik en te stevig was om last te hebben van: ein schwankelender Magen +im Leibe, zooals hij 't noemt.--Es ist eine dumme Idée, nichts zu essen, +zei hij, smakelijk een vette kalfscarbonade verorberend;--de +See-Krankheit kommt nur davon dass der Magen nicht fest liegt; +volpropfen muss man ihn und viel Fett ... + +--Och meneer, hou op asjeblieft! ik wou graag wat eten, maar 't idee van +vet maakt me al wee! + +--Was, wee! Fett schmiert der Magen und halt ihn fest im Corpus, ich +esse für drei und mir bekommt alles gut.--Mefrou, doe so wie ich, dan +soll je niks zu leiden hebben; hij klopte op zijn dikken gezelligen buik +en lachte:--dáár sitz een laav Schpeck auf, die kan was gegenhalten. + +Er waren slechts weinigen aan tafel en 't aantal der etenden verminderde +al naar het slingeren en stampen der _Amalia_ toenam. De Oostenrijker, +een drietal oudgasten, een jong luitenant, die erg grootsch was op zijn +immuniteit, twee heeren, die hoewel zeer bleek toch met verachting van +alle gevaar dooraten en ik, bleven ten slotte over. De koffie werd +gediend en door dat warme vocht bezweek nog een der bleekneuzen, die, +alle vormelijkheid vergetend, met zijn hand voor den mond als een dolle +naar boven stormde. + +--Der junge Mann soll nur gleich wieder herunter kommen und sich den +Magen wieder voll thun, zei hoofdschuddend de Wiener en terwijl hij hem +naoogde:--dan hat er weinigstens etwas für den folgenden Anfall! + +Die verzuchting klonk zoo komisch, dat zelfs een der Javaansche jongens, +die wat Duitsch verstond, den mond een weinig vertrok, 't Zijn anders +voorbeelden van onverschillige rust, die jongens; ze zien er zóó kalm en +als uit chocolaad geboetseerd uit, dat 't me niet verwonderen zou, +indien ze met dezelfde kalmte den ondergang der _Amalia_ zouden aanzien, +zonder zich naar de booten te reppen. + +Sam, mijn hutjongen, is een van de mooisten, hij heeft een vrij +fatsoenlijk gezicht en ik geloof dat hij, wanneer men hem langdurig +kietelde, wel een begin van lachen zou vertoonen. Hij kwam met een +ernstig gezicht vragen: "Meneer, stoeltje?" ik dacht dat hij 't +vouwstoeltje dat in mijn hut stond wou hebben en gaf hem dat. Hij +schudde 't hoofd en herhaalde: "meneer, stoeltje?" + +--Ik heb geen ander stoeltje, kijk maar! + +--Tida! Sam vragen, meneer, stoeltje, bopen? + +Goddank, eindelijk begreep ik dat hij vroeg of ik mijn stoeltje, n.b. +een ding van pl.m. 2 meter lengte, ook boven op dek wou hebben. Een +vriendelijk medepassagier onderrichtte mij dat "de jongens" als ze erg +fatsoenlgk willen zijn, de aan den Europeaan toebehoorende artikelen +steeds met het verkleinwoord aanduiden. + +"'t Stoeltje" werd op dek gezet naast al de anderen, waarop de arme +zieken lagen te kreunen en te zuchten. Ik probeerde te zitten, half +liggend, maar die houding beviel mij niet en daarom wandelde ik met den +onverschrokken luitenant het dek op en neer, maakte mezelf compliment +over mijn weerstandsvermogen en stak een nieuwe sigaar op. 't Begon +harder te waaien, we zetten onze jaskragen op. + +Nog een paar uur bleven we als zeehelden het ruwe element trotseeren en +wat de arme zieken niet konden zien, zagen en bewonderden wij, die +prachtig witte koppen op de donkere golven, aanrollend, statig en met +onweerstaanbaar geweld. Dan, als bedwongen, brekend tegen boeg en boord, +opspattend en verstuivend door den wind. De maan kwam op en verlichtte +nu en dan de woelige schuimende zee; achter in 't zog phosphoreseerde +het water. + +--Präzis Klosterbräu, mooi wit sjuim! zei de Oostenrijker, over de +verschansing kijkend.--Sepada, en met de hand over zijn maag strijkend +tot den naderenden jongen: Minta bier! das Meer gibt mir Durst. + +Wat 'n gelukkige vent, dacht ik, de poëzie van 't leven blijft hem zelfs +in deze oogenblikken bij. + +Eensklaps vlogen alle zieken op, rolden door elkander of namen de vlucht +naar rookkamer en salon. + +Er was een zeetje overgekomen van stuurboordzij. Een luitenant met een +leege maag, die in zijn burnou gewikkeld, manhaftig wind en zee +trotseerde, was doornat; een dame had een doorweekten hoed; ja zelfs een +hooggeplaatst ambtenaar, die zijn waarde erg voelde, was niet gespaard +en trad druipend af. De zee kent geen consideratiën! Nog een paar +overslaande zeetjes en 't dek werd ontvolkt; ik zocht mijn hut op en +begon me te ontkleeden. + +'k Ben nooit dronken geweest maar nu weet ik, nu begrijp ik hoe iemand, +die te diep in 't glas keek, zich gevoelen moet. Ik viel van rechts naar +links, nu eens tegen de couchette aan, dan weer op mijn koffer of tegen +den wand. 't Begon me akelig te draaien en ik geloof dat 't juist +bijtijds is geweest, dat ik langscheeps lang uitgestrekt kon gaan +liggen. Ik kreeg toen een aangenaam gevoel als werd ik zachtjes gewiegd +en in slaap gezongen door 't geruisch der golven, 't gedruisch en +gestamp der machine. Wél hoorde ik links, rechts, achter en voor mij +allerlei verdachte en benauwde keelgeluiden, roepen om balies +(bakjes).--O Gott, ein Nachtgeschirr!! en:--breng twee cognacjes. Soms +zuchten en schreien van dames en kinderen, maagklanken, keelschrapingen +en borrelend hoesten, maar deed mijn oogen toe en sliep in met de +gedachte: de _Amalia_ is een beproefde oude vrienden van de zee, +kommandant Visman een ervaren bevelhebber en zijn officieren en +manschappen doen hun plicht in ieder opzicht. + +Er is iets geruststellends in te weten, dat er over u gewaakt wordt in +den duisteren nacht, dat van af brug en voorsteven een flinke Janmaat +met spiedend oog op den tuikijk staat en dat het schip, al kraakt en +dreunt het ook geweldig, krachtig en sterk is, beproefd door vele +reizen. + + * * * * * + +In de zwak belichte ruimte van 't logies voor Militairen staat de +sergeant, die Bijbellezing zal houden. Hij is een fatsoenlijk uitziend, +kalm, bedaard man, van middelbaren leeftijd, 't Licht uit de +partrijspoorten schijnt op zijn gladgeschoren gelaat en kaatst fel terug +op 't glimmend gepoetste expeditiekruis en de medailles, die zijn +uniform versieren. + +Hij is niet gekommandeerd tot de godsdienstoefening, de bijbellezing +wordt door hem niet op bevel gehouden en de militairen zijn niet +gehouden die aan te hooren. + +--'t Is puur liefhebberij van weerskanten, zei een van de equipage die +mij vertelde dat er 's morgens om negen uur godsdienstoefening zou +worden gehouden.--De sergeant is een beetje in den Heere, maar--de man +tikte even met de hand aan de uniformpet--alle respect voor hem, 't is +een patente kerel, een vent, die orde onder zijn jongens weet te houden. +Ze mogen hem allemaal even graag lijden, want hij is zooveel als 'n +mensch, zie je? Hij weet te geven en te nemen en hij heeft hart voor z'n +mannetjes. 'k Heb vroeger wel meer van die lui ontmoet, die 't erg van +Onze lieve Heer beet hadden, maar die verveelden je satansch, met 'rlui +gewauwel. Dat doet deze sergeant niet! Begrijp je, daarom kan ik hem +velen, hij gebruikt z'n verstand en hij zeit bij z'n eigen: lust je niet +van de kost, die ik oplepel, welaan zet er je mond dan niet aan, ik zal +je niet forceeren. Dat's royaal gesproken en daardoor komt het dat de +jongens Zondags naar hem komen luisteren; ik mag hem ook wel af en toe +'reis hooren. Hij kan 't zoo netjes zeggen, dat je dadelijk begrijpt wat +hij meent en dat 't door je boddy en je ziel gaat. Vroeger heb ik, als +ik niets beters te doen had, in de kerk naar den dominee geluisterd, +maar dat was me gewoonlijk te machtig, hé? Die hemeldragonders maken +meestal zoo'n herrie bij 't geen ze zeggen en schelden je reëel uit voor +verdommelingen en meer rariteiten--daar moest ik niemendal van hebben. +Maar deze sergeant mag ik wél, die meent wat ie zeit en hij zeit 't +kort: pas op je plicht, doe je zaken, hou je neus uit de polletiek ga je +niet te buiten aan de jandoedel en hou groot van Onze lieve Heer en +bedank 'm voor al 't genige wat hij aan je doet. Zie je, meneer, dat is +zoowat schering en inslag van z'n redenasies. Daar kan ik me best mee +vereenigen en als je dan weet dat die sergeant geen slaapmuts is en op +z'n tijd die bruine sloebers afgerazend op 'r falie heeft weten te +spelen, dan zeg je: laat 'm z'n liefhebberij! 'n Mensch kan d'r altijd +wat van leeren, 'n goed woord kun je altijd gebruiken. Ja, de sergeant +is 'n aardige kerel. Je zult ze van avond reis hooren zingen, de +jongens; hij heeft ze zooveel als gesorteerd, begrijp je, de moffen bij +mekaar, de belsen ampart en de Hollanders sok op der eigen. De moffen +zingen d'r lui eigen liedjes, de belsen en Hollanders laat ie samen die +moppies van Sanky instudeeren; 't bennen liederen van godsdienstige +aard, maar ze klinken mooi--nou, wat wil je meer? Om de klank is 't 'm +toch maar te doen, hè! Begrijp je, meneer! als je zoo'n sergeant bij 'n +detachement hebt is 't 'n pleizierig ding. Daar mag de kapitein net zoo +blij mee wezen als met 'n goeie Baboe voor z'n kinderen; op reis is +zoo'n onderofficier vrij wat beter dan 'n bullebak of 'n kerel die de +jongens stijf vloekt. Wil je wel gelooven, meneer dat ik den sergeant +nog nooit een onvertogen woord heb hooren zeggen--hij is altijd ferm bij +de pinken, maar fatsoenlijk als een sjentelman.... + +'t Is negen uur (twee glazen); in het logies zitten een groot aantal +soldaten op de banken langs de eettafels, velen met een klein bijbeltje +in de hand, anderen hebben plaats genomen op hun kist, op bankjes of op +den grond. De sergeant staat voor de tafel en leest met duidelijke stem +een kapittel uit den bijbel, hoe Johannes de Dooper kwam om den weg voor +Jezus te bereiden. Met aandacht volgen de soldaten hem en als hij dan, +het boek sluitend, in eenvoudige, duidelijke taal het gelezene toelicht +en op de soberheid en matigheid wijst van Johannes, die zich met water, +wilde honing en sprinkhanen voedde, zegt hij:--Zoo moet jelui nu +bedenken, dat 'n mensch nooit matig genoeg kan wezen; jelui hebt het +veel beter dan zoo'n man als Johannes, jelui hebt wat je hart begeert en +wat je mond lust waarom zou je Gods goede gaven dan misbruiken, dat's +nonsens! Maar je mag ze met dankbaarheid genieten, daar heeft God zelf +vreugde in, maar 't is dom en onrecht om je te buiten te gaan en je zelf +in een toestand te brengen, dat je niet meer weet wat je doet. Dan stel +je je nog lager dan 't reddelooze vee; 'n beest gebruikt nooit meer dan +ie noodig heeft, daar kon jelui nog een exemplaar aan nemen. Johannes +zag de geest Gods neerdalen in den vorm van een duif op 't hoofd des +Heeren, dat beduidt zoo veel, alsdat hij begreep dat de Heer Jezus zóó +veel hooger en beter was dan alle andere menschen dat hij een gezant +was, van God gesteld tot een voorbeeld voor anderen. Jezus was de man +niet om opzet of oproer te prediken, integendeel, hij spoorde de +menschen aan om den Keizer te geven wat des Keizers was, maar hij leerde +de menschen dat ze d'r eigen waarde moesten kennen, dat ze in zichzelf +de overtuiging moesten krijgen, dat ze goed moesten wezen omdat goed, +goed en kwaad altijd kwaad is, enz. enz. + +Allengs spreekt de sergeant met meer vuur en vloeiender. Hij wordt warm +voor zijn onderwerp en hij weet zijn eenvoudige woorden ingang te doen +vinden bij zijn hoorders. Hij weet ze zelfs zóó te boeien dat de +noodkreten van een varken, dat aan dek ruzie heeft met zijn hokgenoot +geen hilariteit te weeg brengen. 't Kakelen van de kippen en 't kraaien +van een paar vechtlustige hanen werkt evenmin storend op de aandacht als +het jammerend geluid van den ulmerdog, die naast zijn hok een solo +huilt. + +Met 't lezen van een paar verzen, uit een psalm en een kort gebed, +waarin Koningin en Vaderland hartelijk in Godes bescherming worden +aanbevolen, sluit de sergeant de godsdienstoefening die een groot half +uur geduurd heeft. De soldaten gaan weer aan dek en ik verlaat hun +logies. Inderdaad, ik heb gesticht deze godsdienstoefening verlaten! + + +II. + +COMEDIE-VOORSTELLING EN BEGRAFENIS AAN BOORD. + + +Sedert eenige dagen zweefde er aan boord van de _Amalia_ een zekere +geheimzinnigheid door de warme, loome lucht in salon en rookkamer. Wat +er op til was, wist eigenlijk nog niemand, maar uit verschillende +voorteekenen was toch op te maken, dat er spoedig iets bijzonders +gebeuren zou. Verschillende jonge dames en luitenants waren, in een +hoekje, bezig met schrijven en bedekten, zoodra iemand naderde, 't geen +zij schreven met hun vloei of hun hand. Zelfs in de kinderkamer had men +een paar oudere dames fluisterend zien praten met een sergeant van het +detachement en een nieuwsgierig jongmensch, die haar van uit zijn hut +bespied had, kwam in de rookkamer de tijding brengen: "Verbeeldt je, ze +hebben een groote blauwe hansop, een zoogenaamden apenbroek voor den +sergeant gemaakt; ik heb gezien dat ze hem 't ding aanpasten!" + +Van 't voorschip waaiden herhaalderlijk melodieën over, door +mannenstemmen gezongen en boven op de groote kap der rookkamer, klommen +dagelijks heimelijk vier man en een sergeant, met stokken gewapend, om +zonnehitte of wind trotseerend, dáár een oefening in 't schermen te +houden. Er was dus, zoo veronderstelde men, een verrassing in aantocht; +niemand wist er evenwel het rechte van, vóór den 13en Mei, toen men bij +de lunch naast zijn bord een net geschreven kaart vond, luidende: + + #Programma# + + van de Uitvoering der Soldaten-Vereeniging + "Wilhelmina," op 13 Mei 1896, + + 's avonds 8-1/2 uur. + +Verschillende voordrachten en zangnummers beloofden een waar kunstgenot +en een pantomime zou den avond besluiten. + +Het raadsel was dus eensklaps opgelost. Iedereen prees de vlijt der +jonge dames, die, met de luitenants, meer dan zeventig maal den tekst +der zangnummers, welke ten gehoore zouden worden gebracht, hadden +uitgeschreven en men lachte over het feit, dat een paar andere dames van +een harer kleeding stukken een klowns-pak hadden geknutseld voor den +sergeant, die in de pantomime zou optreden. 't Werd verder ruchtbaar dat +verschillende heeren stukken van hun garderobe in bruikleen hadden +afgestaan aan sommige medespelers.--Ja! 't verluidde zelfs, dat een der +officieren zijn uniform en sabel voor dien avond had beschikbaar +gesteld. + +De kinderen juichten van vreugd in 't voor uitzicht den heelen avond te +mogen opblijven en naar de komedie te zullen gaan en de ouderen vonden +zoo'n afwisseling op de vrij eentoonige reis niet onaardig. + +Intusschen begon Kees, de kwartiermeester, die behalve zijn betrekking, +ook nog de functiên van politieagent over de lieve jeugd, van +opredderaar en schoonmaakster uitoefent, met een paar van 't volk en den +bootsman het tooneel op te slaan. + +De administrateur, aan wiens groote bekwaamheden als +tooneeldirecteur-decorateur-tooneelmeester-inspicient ik een woord van +lof niet kan en mag onthouden, nam de generale leiding op zich en de +eerste machinist zorgde voor de electrische verlichting. + +Het stoomschip "de Amalia" bezit een eigen tooneel-decoratief, indertijd +vervaardigd door een passagier, een photograaf-artist, die zich door het +scheppen van dit kunstgewrocht een onsterfelijken roem heeft verworven. + +Het voorscherm, dat echt oprollen kan, even als in een heusche komedie, +is ontwijfelbaar geniaal ontworpen en magistraal uitgevoerd. + +Twee figuren, waaronder de artist, om mogelijke verwarringen te +voorkomen, de namen Apollo en Erato schreef staan in dansende houding op +een nogal soliede, vettige wolk. + +Klokslag half negen waren alle plaatsen bezet--ook op 't schellinkje zat +een gedistingeerd publiek, n.l. de eerste officier en de eerste +machinist met andere officieren en gewone stervelingen. Zelf +"leelijkerd" de hond van den bootsman, had daar een plekje gevonden, van +waar hij met den ruigen kop op de voorpooten, met zijn verstandige oogen +het schouwspel kon aanzien. + +Het was heerlijk weer, erg warm, maar daaraan raakt men op 11°.38 NB. en +53°.40 OL. wel gewoon. De boot slingerde niet zoo veel als 's morgens, +toen er zelfs nog even sprake van was, dat de voorstelling niet zou +doorgaan, maar onze komandant had gezegd: "'t zal wel losloopen van +avond"--en 't liep los! + +Na een schitterende ouverture, door "de gloeiende pook," het +puik-muziek-corps der stokers, met veel brio gespeeld, begon de +voorstelling. + +'t Publiek had bepaald plezier--er heerschte een echt prettige toon en +van 't schellinkie af werd met stalles en ander publiek menig hartig +woordje gewisseld. Soms klonk het heel familiaar--"O! Hein geef de +flesch reis an, we zullen 'n krakertje nemen!" + +De voordrachten slaagden uitmuntend en eenige millitairen, die +acrobatische toeren en platische standen ten beste gaven werden +uitbundig toegejuigd. + +De entre-actes werden verdienstelijk aangevuld door Soli op groote trom, +triangel, harmonica of tamboerijn of ensemble nummers van "de gloeiende +pook." Trots het slingeren van 't schip slaagden de gymnastische standen +van twee en drie hoog menschen op elkaar vrij goed en toen ze éénmaal +door de zee werden omgeworpen lachten de executanten het hardst. + +De kommandant, die zeer bescheiden, achter de stalles een plaatsje had +gezocht, om meteen een oogje te kunnen houden over 't publiek daar +achter, dat nog al gemengd was, deed intusschen met groote vrijgevigheid +allerlei versnaperingen ronddienen. + +Hij blijft altijd even kalm en vriendelijk, maar toch ziet men het hem +aan, dat hij schik heeft in zóó'n uitvoering, al zou 't maar alleen +zijn, omdat zijn passagiers er een aardige afleiding door hebben. + +'t Was heel eigenaardig, zoo'n voorstelling bij te wonen, terwijl de +boot, nu en dan sterk overhellend, gedurig zachtkens schommelend door de +deining van den Indischen Oceaan, met den gewonen spoed van 70 mijlen +per etmaal door de golven sneed. + +'t Gedruisch van 't water, 't gedreun en gestamp der onvermoeid, +onophoudelijk doorwerkende machine merkte men nauwelijks meer,--men +raakt allengs aan die geluiden gewend. Alle aandacht was op tooneel en +spelers gevestigd. Men vergeet feitelijk voor enkele oogenblikken, dat +men zich op een bodem bevindt, die, hoe groot en stevig ze ook moge +zijn, toch als een notendop kan worden heen en weer geslingerd, zoodra +het verraderlijk element zich weren wil. + +'t Moet, dunkt mij, voor den kommandant aangenaam zijn om te zien, te +ervaren, hoe gerust al die menschen daar te samen zijn. Hij moet juist +in zulke oogenblikken gevoelen dat men het volste vertrouwen in zijn +kunde en ondervinding heeft,--maar tegelijk zal hem ook zijn groote +verantwoordelijkheid te binnen schieten, als hij zóó veel menschen voor +zich ziet, die aan niets anders denken dan aan hun amusement. + + * * * * * + +Op 't achterdek klinkt vroolijk het orkest van "de gloeiende pook"; +wals, mazurka en pas de quatre wisselen elkander af, luchtig en jolig +draaien de paartjes rond, puffend van de warmte, met wangen rood en +gloeiend van pret en vóór in 't logies der Javanen ligt Sariman, de +jongen van den kommandant, te sterven. Niemand weet het, want niemand +heeft opgemerkt, dat Sariman vroeg ter kooi is gegaan. + +Voormiddags had de kommandant hem nog laten roepen om iets voor hem te +doen--een kleine reparatie aan een kleedingstuk. + +Sariman had de jas gehaald en was er zwijgend mee naar beneden gegaan. + +Een inlander zegt altijd zoo weinig mogelijk en Sariman was een +dergenen, die nog minder zei: hij was niet jong meer en had reeds +herhaalde malen op vroegere reizen kleine ongesteldheden gehad. Wat een +Javaan scheelt, komt men bezwaarlijk te weten; hij klaagt zelden en zegt +alleen wanneer hij zich niet wel gevoelt "Sakit!" Is 't heel erg dan +noemt hij 't "Sakit kras," meer kan men niet van hem te weten krijgen en +obat-blanda (geneesmiddelen) neemt hij hoogst ongaarne in. + +Zóó had ook Sariman gedaan. In 't begin van den avond had hij gezegd +"Sakit!" en tegen 't vallen van den nacht "Sakit kras!" Meer niet. Hij +was gedurende de feestvoorstelling ongemerkt ter kooi gegaan en toen de +Mandoer (de opperkellner) hem 's morgens om 5 uur, als naar gewoonte +wilde wekken, vond hij hem dood en reeds verstijfd. + +Arme kerel! misschien had hij daar in zijn donker benauwd logies nog +een oogenblik gedroomd van zijn land--hij was een Orang-Soerabaia--van +de groene bergen van Java, van den Klapperboom, die bij zijn geboorte +was geplant en zijn ouderdom vertegenwoordigde. Wellicht was hij nog in +gedachten bij zijn vrouw en kinderen geweest, terwijl hij zich "sakit +kras" voelde--en misschien ook niet, want een Javaan, zegt men, denkt +zeer weinig, niet verder dan 't oogenblik. Ik wil voor Sariman hopen, +dat hij een dier gelukkigen was! + +De dokter constateerde den dood en uitte als zijn meening dat de Javaan +ingeslapen en in den slaap door stilstand van het hart gestorven was. 't +Lijk werd dadelijk in een zak genaaid, gezwaard met een aantal zware +ijzeren roosterbaren en op de plank gelegd. + + * * * * * + +Eén glas aan de klok!--half negen. + +Op 't voorschip is 't plechtig stil, de soldaten zitten in afwachting, +hier en daar op den bak of tegen de verschansing. De Javanen, die op het +schip in dienst zijn, naderen in hun witte baadjes met den hoofddoek om, +de Mandoer gaat voorop. Midden op 't schip ligt het lijk van Sariman op +de plank, overdekt met een vlag; de kommandant staat aan stuurboord bij +de verschansing en wenkt. + +De eerste officier in groot tenue, met witte handschoenen aan, geeft een +teeken en de Javanen vatten de plank aan de touwen hengels op. Zij +dragen hun gestorven makker langzaam het voorschip rond. + +Voorop gaat de eerste officier met den dokter, dan volgen twee matrozen +in 't wit, hun zondagspak, en daarna komt het lijk, twee matrozen +sluiten den kleinen stoet. + +Met korte doffe slagen luidt de scheepsklok. 't Is nu de doodsklok; men +hoort dat onmiddellijk! Er klinkt een eigenaardig-droeve sombere toon +uit die groote metalen bel, die anders zoo vroolijk klinkt. + +Bom! Bam! Bom! Bam! in een langzaam en getrokken tempo galmen de slagen +door de zuivere heldere lucht. + +Ernstig kijken de militairen en matrozen naar den omgaanden stoet; de +enkele passagiers, die zich haastig hebben aangekleed, staan van verre +en de sergeants salueeren als 't lijk hen voorbij gaat. + +Driemaal is de doode rondgedragen. Bom-bam! Bom-bam! luidt de klok, iets +minder krachtig, terwijl de plank bij de verschansing wordt neergelegd. + +De Javanen laten de touwen los en de vier matrozen, twee voor, twee +achter, grijpen de plank aan. + +--Stoppen! beveelt de kommandant. + +De machine komt een oogenblik in rust. Zonderling stil is het eensklaps +geworden, men hoort alleen 't zacht ruischen van de golven en 't +langzame kleppen van de klok, die steeds zachter schijnt te klinken: +Bom-bam! + +--Mannen doet uwen plicht!--de kommandant neemt na die woorden zijn +uniformpet af, en wacht een oogenblik, totdat hij ziet dat het lijk met +de voeten over de verschansing ligt. Dan zegt hij duidelijk en langzaam, +plechtig, met vaste stem, op ieder woord klem leggend: + +--Eén--twee--drie--in Godsnaam! + +Bom--bam!... Bom--Bam! doet nog zachter en weemoediger de klok--de plank +wordt aan de achterzijde opgelicht, het lijk glijdt er af, plonst in de +golven en is in 't zelfde oogenblik in de diepte verdwenen. + +Bom--Bam! heel zacht sterft tegelijk met het wegzinken van het lijk de +galm van de klok, die over een kwartier twee heldere slagen, de glazen +van negen uur zal doen hooren. + +Er is een ziel minder aan boord--de meesten hebben het niet gemerkt, +want door de pret van den vorigen avond zijn bijna allen laat opgestaan. + +Zóó is het leven!--Komen en gaan--onopgemerkt en stil of met groote +staatsie en ophef. 't Is maar de vraag wie--wat men is! + + +III. + +IN DE ROOKKAMER. + + +--Minta ajer djeroek! riep ik den tegen de kajuitskap leunenden +Javaanschen jongen toe. + +Kròmò hief slaperig het hoofd op, antwoordde half luid:--Saja toewan! en +staakte de regelmatige beweging van zijn bijzonder ontwikkelde groote +teenen, waarmee hij, als met vingers, de maat sloeg van het liedje, dat +in de rookkamer op een accoord-cither werd gespeeld. + +Een oogenblik later dronk ik het glas verfrisschend citroenwater waarom +ik gevraagd had en vroeg:--Siapa bekin sitoe moesiek? (Wie maakt daar +muziek)? + +--Toewan dokter, di roemoh roko! en Kròmò, die voor een inlander +bijzonder veel en lang gesproken had, keek weer onverschillig in zalig +dolce far niente naar zijn bloote voeten, leunend tegen de witte kap, +waarop de heete zonnestralen brandden. + +De meeste passagiers, die de warmte in de Roode Zee ondragelijk vonden, +deden, in hun hutten, een middagslaapje, of lagen puffend en duttend op +hun lange stoelen onder de zonnetent. + +'t Was stil aan dek, want de lieve kindertjes, die anders door hun +stoeien en gejoel er wel voor zorgden dat de rust der passagiers niet al +te diep werd, waren beneden. De klanken van de accoord-cither bereikten +ongehinderd mijn oor, zelfs het ruischen van het water en het gedreun +der machine schenen mij minder luid en krachtig dan gewoonlijk. + +Ik luisterde, evenals Kròmò, naar de zacht trillende tonen, die aan het +instrument werden ontlokt. + +Nieuwsgierig keek ik even in de rookkamer. + +Kom binnen, meneer van Maurik, zei de dokter en wendde zijn, door de +tropen gebruind, gelaat vriendelijk naar mij toe. + +Ik wil u niet hinderen: u is zeker aan 't studeeren? + +--Och ja! ik neem de gelegenheid waar; nu hinder ik niemand door mijn +getjingel. + +--Hoe bescheiden dokter! u speelt heel goed. + +--'t mocht wat, ik probeer het, maar het is nog lang niet gemakkelijk om +op zoo'n machine te spelen. 'k Heb het even voor mijn afreis in Holland +gekocht en oefen me nu een beetje, volgens de methode, die er bij is. + +'t Klinkt al heel lief, dokter. + +--Ja, dat is het woord, het geluid is nog al sympathiek, maar mijn spel +is alles behalve artistiek, Betoel! + +--Al doende leert men! + +--'t Is in ieder geval muziek; ik weet niet in welk garnizoen, op welken +buitenpost ze mij misschien stoppen zullen. Een pianino heb ik niet en +ik ben een liefhebber van muziek, ja! Bij gebrek aan brood eet men de +kruimels! + +--Is 't moeielijk om op zoo'n cither te spelen? + +--Volstrekt niet, met 'n beetje oplettendheid en wat maatgevoel breng je +het een heel eind ver. Kijk maar! al de snaren en toetsen zijn genummerd +en de muziek ook. + +De dokter sloeg een paar bladen om van het muziekboekje, dat op 't +lessenaartje lag en speelde à prima vista "_Freude schöner +Götterfunken_!" + +--Zie je wel dat 't goed gaat, als je maar oplet, het klinkt, betoel, +heel aardig! + +Weer sloeg hij een blaadje of wat om, maar toen hij het daarop staande +lied, "_Leise, leise, frommer Weise_," Agathens gebed uit _der +Freischütz_, begon te spelen, trilden zijn vingers en zuchtte hij een +paar maal. Hij hield eensklaps op en zei, met een min of meer vreemden +blik mij aanziende: + +--Ik kan dat ding nooit hooren zonder beroerd te worden, ik wist niet +dat het in dit boekje stond. Ik heb het in lang niet gehoord. Vroeger +was het een aria, die ik machtig graag hoorde, maar later ging het me +altijd koud door de leden als iemand ze speelde. Zelfs nu nog word ik er +zenuwachtig van. + +--Hoe zoo dokter? + +--Hij zag me een oogenblik aan.--'k Wil het toch uitspelen, zei hij +zacht, maar zijn lippen beefden. Nog een paar maten van de +liefelijk-melancholische melodie trilden uit de snaren, toen hield hij +op:--Arme kerel! zei de dokter binnensmonds--'t is eeuwig zonde en +jammer geweest! + +Met nerveus bewogen vingers speelde hij tot het einde en toen, terwijl +hij het boekje haastig dichtsloeg, als wilde hij die noten niet meer +zien, vroeg hij:--vindt u me niet kinderachtig?--maar het was ook zoo'n +trouwe kameraad, zoo'n beste jongen! + +Zijn goedige bruine oogen werden vochtig en ik zag hoe zijn onderlip +beefde, hij beet een paar maal op zijn knevel, voor hij vertelde: + +--Dat eenvoudig stukje muziek brengt me altijd een treffende episode +voor den geest, uit den tijd toen ik in Atjeh was. 't Waren moeielijke +dagen, die we er doorbrachten, menig makker heb ik daar verloren, +gedurig hadden we te lijden van de verraderlijke overvallen van de +Atjehers. Je was geen oogenblik zeker, ze beschoten ons, waar en wanneer +ze maar konden. Soms lieten ze ons weken achtereen met rust, maar je +bleef natuurlijk altijd in spanning. + +Ik ben wel dikwijls 's nachts plotseling uit mijn bed geblazen. 't Is +een angstig gehoor zoo'n signaal. "Om den dokter!" het klinkt +onheilspellend uit de verte, van de posten. + +Destijds had ik een goed vriend, een tweede luitenant, jong en opgeruimd +evenals ik. 't Was een kranig officier, een kerel als een boom en kern +gezond. Hij had altijd schik in zijn leven, geestig en grappig was hij +de ziel van onze gezellige bijeenkomsten. Als hij er maar bij was, kon +je zeker zijn dat een fuif goed afliep. En een hartelijke +jongen!--uitstedend, humaan, goed voor iedereen. 'k Herinner me nog dat +ik eens van een rit langs de posten terugkwam in een hevige koorts--ik +voelde dat ik wat onder de leden had. 'k Zag geen kans meer om mijn huis +te bereiken--'k viel dus bij hem binnen. Kerel! riep ik, geef me gauw +wat brandy-soda, 'k ga anders van m'n stokje. 'k Had nog juist de kracht +om dat te zeggen. Hij heeft me verpleegd, totdat er andere hulp was; hij +holde zelf naar de Soos om champagne en ijs.--Enfin! hij heeft alles +voor me gedaan, alles beredderd, want ik werd zwaar ziek en de +champagne--ik heb heel wat fleschjes gebruikt--kostte zijn lieve duiten, +het tractement van 'n luitenant permitteert anders zoo'n luxe niet, +ja?--Maar hij was van die kracht, weet je, dat hij zei:--'t _moet_ er +wezen en dan kwam het er! + +In één woord: hij was een kerel met een hart als van goud, 'n beetje +zieltje zonder zorg, die soms dacht dat een dubbeltje twintig centen +had, maar overigens een officier, die hoog stond aangeschreven; een vent +waar ze op aan konden. Hij had verbazend goed slag om met de soldaten om +te springen, hij kreeg alles van ze gedaan, want hij behandelde ze als +menschen, zie je? Ze vlogen voor hem en toch was hij streng, hard als 't +noodig was. Van tijd tot tijd had hij, wat hij zelf noemde, "zwarte +buien." Dan was hij somber en in zichzelf gekeerd, soms dagen lang. +Meestal hield hij zich dan schuil en wou niemand zien:--"hij wou geen +mensch met zijn mistroostig bakkes vervelen," zei hij en piekerde liever +alleen. + +Wonderlijk genoeg had hij dan, na zoo'n bui, altijd een voorgevoel. Soms +zei hij dan plotseling: "Over een paar maanden is die of die er geweest. +Zeg 'm maar goeien dag, als je 'm nog ontmoet!" In den beginne lachten +we hem uit, we noemden hem de ongeluksraaf en ik zei: "ik zal je 'ris +wat geven, kameraad, je digestie is bepaald weer niet goed." + +Maar toen zijn profetiën een paar malen waren uitgekomen, konden we er +den draak niet meer mee steken. 't Was te akelig. We zeien dus: "Amice, +hou die dingen liever voor je." Dan keek hij je meestal zoo zonderling +aan en zei: "'k Wou dat ik het kon!" + +'t Was alsof langzamerhand die eigenaardigheid bij hem uitsleet, want +hij zei niets van dien aard meer en was de joligste, prettigste makker, +dien we verlangen konden, maar eens op een avond, wel een jaar later, +begon hij weer. We hadden met een clubje makkers in zijn voorgalerij +gezeten, heel gezellig bij mekaar. We dronken brandy-soda en zetten een +boom op, over allerlei dingen. Hij was de gezelligste van allen, tapte +de eene ui na de andere en was nog moppiger dan anders. We soupeerden +wat, staken lekkere Havana's op, die ze hem van huis, uit Holland, +hadden gezonden en toen we eindelijk opstapten, hield hij mij terug en +zei: + +"Doktertje, jou moet ik nog even apart spreken." + +Ik dacht dat hij een of andere kleinigheid mankeerde en ging weer +zitten, de anderen marcheerden af, lachend en zingend. + +--Wel, wat is er? vroeg ik, pillen, poeiers of drankjes noodig? + +--Neen! antwoordde hij kalm, ik heb geen van je viezigheden meer noodig. +Steek nu eerst nog een van die lekkere Havana's op en luister dan even +met attentie, ja? + +--Kerel wat ben je opeens ernstig geworden; ik zei het, omdat ik min of +meer ontstelde toen ik hem goed aankeek. Hij was bleek, met blauwe +kringen en dikke wallen onder de oogen. Was dat zoo opeens gekomen of +had ik 't niet eerder opgemerkt, door de jool die we samen hadden +gemaakt. Ik wist het niet, maar ik kreeg een koude rilling over mijn rug +toen hij, met een flauw glimlachje zei:--Steek nog wat van die sigaren +bij je, doktertje! Jou smaken ze en ik ... zal ze niet meer noodig +hebben. 'k Heb weer een voorgevoel gehad.... + +--Och, Soedah!--malle dwaasheid! + +--...over me zelf, ging hij, kalm en ernstig sprekend voort, zonder zich +aan mijn uitroep te storen.--'k Heb me zelf gezien--dood! Over een paar +dagen ga ik er van door! + +--Dolligheid! riep ik, maar ik kòn niet lachen. Hij nam er geen notitie +van en zei eenvoudig: + +--Je weet, het is weer gedurig mis aan de buitenlinie, dáár zullen ze me +te pakken nemen, let maar op! Overmorgen ga ik er zeker met mijn +compagnie heen--gisterennacht wist ik het in mijn slaap. + +--Haal je toch zoo'n dwaasheid niet in je hoofd, je hebt misschien te +zwaar gesoupeerd en benauwd gedroomd, dat is een gewoon gastrisch +verschijnsel! Ik wou hem van dat denkbeeld afbrengen, maar het lukte me +niet. + +Hij lachte weemoedig en zei:--Je bent een goeie vent, doktertje! Je wilt +het me uit mijn hoofd praten, maar dat kun je toch niet. Ik weet, wat ik +weet--och! jij kunt dat zoo niet begrijpen, maar het is zóó en niet +anders. + +Een oogenblikje keek hij naar buiten, waar de boomen en struiken zoo +mooi in het heldere maanlicht stonden.--'t Is toch wel mooi en en lekker +hier, ja? Jammer dat we niet langer bij mekaar zullen blijven. Wil +jij--juist terwijl hij weer naar mij omkeek begon op tafel een +speeldoos, die er stond, te spelen. Al pratend had hij, zonder er bij te +denken, zijn hand op de doos gelegd en 't knopje van de mechaniek +aangeraakt. + +--"Leise, leise, frommer Weise!" speelde de doos. Zuiver en helder klonk +het eenvoudige lied in den stillen nacht. 't Kan in Indië zoo doodstil +zijn 's nachts, dat het schijnt alsof ons gehoor dubbel scherp wordt. + +Hij luisterde zwijgend en toen het air uit was zette hij de doos op een +aantal waterglazen en deed haar het stuk herhalen. + +--Dat is een van de mooiste melodiën, die ik ken, zei hij zacht; ze is +zoo innig aangrijpend eenvoudig en lief ... en nu, Soedah: Hij liet de +speeldoos ophouden. + +--Luister nu even doktertje! Wat ik je zeggen wou is dit: jij bent hier +altijd mijn intimus geweest, ja? Doe je me nu ook pleizier en regel mijn +boeltje, als ik er niet meer ben. Ik heb nog een paar beertjes, die moet +je maar zien te temmen, zoo goed en kwaad als 't gaat, in mijn cassette +liggen nog een paar brieven, die moet je maar verbranden en jij, niemand +anders dan jij, hoor--moet aan mijn familie schrijven, hoe alles is +gebeurd!... + +--Maar beste kerel!... + +--Neen, val me nu niet in de rede--laten we alle discussie maar staken, +'t is tijd verspillen. Geef me nu maar een hartelijken handdruk. +Zoo!--flink zóó! nog eens!--Je belooft me alles, ja? En zeg me nu eens +ferm goeden dag. Hij omarmde mij en kneep mijn handen bijna fijn--'t was +zoo'n krachtige kerel! Toen duwde hij mij vooruit, het erf op en +zei:--En nu naar huis, 't is laat! nog eenmaal greep hij mijn handen, +drukte die en zei: God zegen je makker, Slamat tidor! en keerde in huis +terug. + + * * * * * + +Twee dagen later klonk van een van de posten, tegen het vallen van den +avond, het hoornsignaal "om den dokter!" + +Daar lag hij, mijn arme, brave makker. Zoo'n vuile sloeber had hem een +kogel midden door het voorhoofd gejaagd. Morsdood! meer kon ik niet +zeggen, mijn hart zat me in de keel. + +--Hij heeft gevochten als een leeuw, zei een luitenant, die zwart van +rook en stof kwam aanloopen. + +--Hij viel vlak naast me neer en vóór hij stierf kon hij nog even +zeggen:--neem het bevel over, ik heb mijn portie! + +De dokter pakte zijn accord-cither in de doos, lei 't muziekboekje er +boven op en zei: + +--We zullen 't er voor van daag maar bij laten--en in zichzelf, even +zuchtend,--'t was een beste jongen, Kasian! + + +IV. + +EEN VERHAAL VAN DEN KAPITEIN. + + +--'k Ben nooit bang geweest, van mijn leven niet en ik heb gelukkig in +alle omstandigheden de noodige kalmte weten te bewaren maar éénmaal heb +ik toch mijn lange beenen moeten opnemen en de spat zetten, zei lachend +onze stoere kommandant, terwijl hij een versche sigaar opstak. + +--U spreekt daar van de spat zetten kapitein, neem me niet kwalijk, maar +ik kan 't haast niet gelooven. + +--En toch is 't zoo, en ik was nog wel gewapend bovendien: ik had mijn +dubbelloops jachtgeweer bij me. + +--Dan moet 't wel een heele bende geweest zijn, waarvoor u je beenen +opnam, want u zal wel raak schieten. + +--Ja! Ik schiet nooit of ik moet weten dat ik tref, anders is 't maar +zonde van de patroon, antwoordde hij bedaard en toen even lachend:--maar +ik ben ook niet voor een hoop kerels op den loop gegaan! + +--Waarvoor dan kapitein? + +--Nu, raad eens! + +--Voor een tijger! + +--Ba! dat is maar 'n poes, zooals de resident te Mechelen[1] zei, die in +Indië de tijgerjager bij uitnemendheid was.--Zoo'n poes is bang, die +valt nooit iemand vanzelf aan. + +--Misschien voor een rhinoceros dan! + +--Ook niet! Ik heb 't eenvoudig op een loopen gezet voor een hoop apen. + +--Och kom! + +--Waarachtig! Je moet zoo min niet over apen denken. Dat is 't +gemeenste, kwaadaardigste goed wat Onze lieve Heer op de wereld gezet +heeft. Ze zijn zoo leep als menschen en nog kwajer. Je moet niet denken +dat je in Artis apen ziet, och neen! dat zijn maar ongelukkige akelige +misbaksels, goed om over te lachen. Neen, je moet de monkeys in d'rlui +natuurstaat zien, dan spreken we mekaar nader! + +--Waren 't dan chimpansées of oerang-oetans? + +--Och neen! doodgewone zwarte en grijze apen. + +Ik was met mijn sloep, met vier man op de riemen, even voorbij +Indramajoe aan wal geroeid om 'n beetje vogels te schieten. Je vindt +daar boschduiven en wilde kippen plenty, ze zijn wat mager, maar goed om +te eten. Moederziel alleen was ik een eind de wal opgegaan, ik kon niet +veel onder schot krijgen en drong al verder en verder, door struiken en +heesters heen, naar de rijstvelden toe, totdat ik op een plek kwam en +even rustte. + +In eens zag ik een paar apen, daar nam ik geen notitie van, maar 't +duurde niet lang of er kwamen nog een paar, toen al meer, tot misschien +een twintig of dertig stuks. Ze keken me nieuwsgierig aan, liepen heen +en weer, klommen in de boomen en schreeuwden mekaar toe. + +Toevallig keek ik om, en zag nog net bijtijds dat een heele troep van +dat smerige goedje me sluipend van achteren naderde. Ze bleven nog wel +op een tamelijke distantie, maar 't beviel me maar niemendal dat ik er +zoo langzaam aan door ingesloten werd. Ik zocht dekking in den rug, +omdat ik wist dat die rakkers je altijd van achteren aanpakken, maar dat +gaat in zoo'n oogenblik niet zoo gemakkelijk. Groote dikke boomen waren +daar niet en als die apen, 't was een kwaadaardig soort me in den rug +hadden kunnen aanvallen, zouden ze mij gewoon weg hebben afgemaakt. + +Daar had ik nu nog geen bepaalden trek in, begrijp je? Ik dekte me dus +zoo goed en kwaad ik kon en wachtte de gelegenheid af om er een paar +neer te schieten. + +Er kwamen er hoe langer hoe meer opzetten, van alle kanten, en ik +berekende: of ik er al een paar neerschiet geef me niemendal, ik moet +eerst den burgemeester hebben. + +[Voetnoot 1: Resident ter zee, de heer te Mechelen.] + +--Den Burgemeester? + +--Ja, dien noemen we zoo! Ik was in een zoogenaamde apenkampong verzeild +geraakt. Heb je wel eens van den Duitschen professor gelezen, die +beweert dat hij de apentaal bestudeerd heeft en verstaat? + +--Jawel kapitein, professor Cärtner. + +--Hm ja! hoe hij heet weet ik niet en of hij die taal verstaat weet ik +ook niet--die geleerde lui zeggen soms meer dan ze verantwoorden +kunnen--maar dàt kan ik je wel zeggen: een soort van taal hebben apen en +verstaan doen ze mekaar uitstekend. In zoo'n kampong dan, is altijd één +opperhoofd, gewoonlijk een oude knappert, die geeft de lakens uit en +houdt den boel in orde. + +Op eens zie ik een groote kanjer naar mij toekomen, 't leek wel een +kleine inlander. Zijn kop was van boven als een knikker zoo kaal en een +lange grijze baard hing van zijn kin op zijn borst. Zijn onderkaak met +scherpe slagtanden stak hij vooruit en hij kwam, op zijn achterpooten +loopend, naar mij toe. Een pas of twaalf van mij af bleef hij staan en +keek mij met zijn kwaadaardige kleine oogen aan als of hij zeggen +wou:--hoe kom jij hier, wat moet je van ons hebben? + +Een paar oogenblikken keken we mekaar strak aan--ik dacht: Maat! ik moet +je met mijn oogen in bedwang houden, zoolang ik je in de gaten houd ben +ik baas. 'k Had twee schoten op mijn geweer, die kon ik gebruiken, maar +opnieuw laden niet, want een blik van den burgemeester afgewend zou +genoeg zijn om me te doen aanvallen van alle kanten. Ik overlei dus: +vrindje, jou moet ik hebben, maar ik moet je zóó raken dat je 't niet +navertelt. + +Daar gaf hij op eens een schreeuw en zijn heele compagnie retireerde; 't +was precies alsof hij een commando had gegeven--nog een schreeuw, langer +en scherper en ze kwamen weer wat voort. + +Als de burgemeester avanceerde, kwam de heele troep met hem mee, ging +hij terug dan retireerde alles. 't Was alsof ze mekaar de bevelen van +hun chef toeriepen, want vóór, achter, naast en boven me, hoorde ik +telkens die scherpe kreten herhalen. Soms was 't 'n helsch lawaai: +hoeveel apen er daar in de kampong waren is niet te berekenen, 't +moesten er honderden zijn geweest. + +Eindelijk kreeg ik den ouden heer goed onder schot, 'k had op mijn +geweer een kogel en één hagelpatroon. De kogel is voor jou, papa, die +komt je als chef eerlijk toe, de hagel zal ik voor je volkje bewaren, +dacht ik. + +Daar gaf de burgemeester weer een gil, en kwam met zijn volkje resoluut +vooruit. + +Pang! in eens had hij 'm beet. Hij deed een sprong omhoog, viel over +stag en schreeuwde, precies als een mensch, akelig kermend. Heb je in 't +Paleis voor Volksvlijt dat Ballet Jocko, of de dood van een aap wel eens +zien spelen? Ja? nu dan weet je hoe zoo'n dier sterft, die artist deed +'t machtig natuurlijk na. + +Toen de aanvoerder gevallen was, kwamen al de apen naar hem toe, ze +stonden en liepen net als menschen, desperaat om hem heen. Waarachtig, +als ik niet zoo in de penurie had gezeten, was ik uit aardigheid nog +een poos blijven kijken, maar nu dankte ik onzen lieven Heer dat ik dat +gemeene goedje niet meer achter me had. + +Ik maakte gebruik van de gelegenheid en koos 't hazenpad. + +Geloopen heb ik!--neen maar, ik heb wonderen gedaan met mijn lange +beenen, schieten op al die apen durfde ik niet meer, want ik wist dat ze +talrijk waren en dat ze, eenmaal over den eersten schrik heen, me zonder +vorm van proces zouden kapot maken. 't Is al meer gebeurd weet je! + +Ik kwam goddank door het struikgewas heen aan het strand, maar ik hoorde +ze al heel gauw vlak achter me. Je kunt je het helsch lawaai, dat ze +maken, nauwelijks voorstellen, 't is onbegrijpelijk dat ze zoo krijschen +en gillen kunnen. 't Was kapteintje loop voor je leven!--en ik liep +hoor!--de kaptein klopte op zijn keurig nette pantalon en stak zijn +beenen vooruit.--Ze hebben me niet in den steek gelaten, maar ik was +toch almachtig blij dat ik weer op de riemen zat. + +Van uit de sloep heb ik ze toen nog een pleiziertje gedaan, met één +schot hagel hadden er een paar genoeg en toen ik nog een stuk of wat +patronen op d'r lui zwarte huid had geblazen, liepen ze gierend en +gillend het bosch weêr in. Ze hadden er genoeg van--maar ik ook--en ik +mag leien dat ik nooit weer andere apen tegenkom dan die je tegenwoordig +nog eens in de Kalverstraat ziet, met 'n pince-nez op, hooge boorden +omgeslagen broekspijpen, van die lange soepjassen aan en wandelstokken +als knuppels in d'r glacétjes. Dat soort is belachelijk en tam--maar +soms gevaarlijk--ook zijn er een hoop onder, die geen eerlijk schot +kruit waard zijn. + + +V. + +AANKOMST TE PADANG. + + +--Pff! van middag wordt er waarachtig _te_ veel gevergd van een normale +maag, zuchtte blazend een der jongere heeren, die aan tafel gewoonlijk +ongeloofelijk veel goeden wil en volharding toonde. Even hijgend wischte +hij zich herhaaldelijk voorhoofd, wangen en hals. + +--U heeft meer dan je plicht gedaan, lachte de administrateur en hem +toeknikkend: dat bewustzijn zal u sterken tot verdere grootsche daden, +mag ik u eens even zien? Hij hief zijn glas op. + +--Dank je wel, daar ga je, maar als ik morgen katterig van boord ga, +heeft de kommandant 't op zijn geweten. Neen, dank je, geen champie +meer! + +--Kom? + +--Nu, dan nog éentje, om u bescheid te doen. Drommels 't is hier vetpot +van daag, en zich even omwendende tot den bedienenden Javaanschen +jongen:--koffie en 'n Sopi manis[2]? Wel ja, geef maar op--ik zal +volharden tot den einde toe! + +[Voetnoot 2: Likeurtje.] + +Flang! daar vloog, van het andere eind der tafel, een kurk tegen de +vloeipapieren muts, die hij ophad en een vroolijke meisjesstem +riep:---Raak, luitenant! weêrom gooien hoor, op den dokter! + +De goede bedaarde medicus van de _Amalia_ kreeg het hard te +verantwoorden, want de jonge meisjes en een paar getrouwde dames, +eenigzins opgewonden door de champagne, die kommandant Visman had laten +rondschenken, bombardeerden hem onbarmhartig met kurken, +hazelnootschillen en proppen, gemaakt van papieren mutsen, die uit de +pistaches aan 't dessert waren te voorschijn gekomen. + +Lachend--de dokter wordt nooit boos op dames--dekte hij zich zoo goed en +kwaad het ging met zijn bord en servet, totdat de dikke Oostenrijker, +wiens wangen glimmend rood waren geworden, omdat hij eerst nog het +restantje uit zijn flesch had moeten verschalken, hem nog hijgend van +inspanning, toeriep: Herr Dokter, je bent aan die heiden overgeleverd, +komm mit an dek, ik zol je wol besjermen. Die weiber kwam jij alleinig +nich bewältigen, dafür bin je zoe mager; komm mit. Donnerwetter war +dass, heute mal goetes essen? en hij klopte op zijn dikken buik. Jetzt +ein glas frisches bier, hè? So roehig oben in die rauchkammer; hier +wird's ein pan! + +'t Was inderdaad een buitengewoon groot menu, een erg vroolijk diner +geweest, aan boord, bijzonder luidruchtig zelfs, tot dat er een +oogenblik stilte kwam, even voor 't dessert. De kommandant namelijk was +opgestaan, had zijn glas champagne opgeheven en gezegd:--Dames en +heeren, ik heet U allen welkom in Indië, want binnen eenige uren hopen +wij Padang te bereiken. Dan zullen eenigen uwer dezen bodem verlaten: ik +wensch de débarqueerende passagiers verder goede reis en gezondheid en +dank hen, evenals al de anderen voor de betoonde welwillendheid en +samenwerking, waardoor de harmonie onder de passagiers geen oogenblik is +verstoord geworden. Ik moet u verlaten, mijn plicht roept mij op de +brug. Dames en heeren, daar ga je! + +--Leve de kommandant, leve onze gezellige Visman! klonk het van alle +kanten en met een "lang zal hij leven in de gloria!" defileerden de +passagiers, zoo goed en zoo kwaad de zachtjes schommelende boot het +veroorloofde, voor den kommandant, om even met hem te klinken. + +'t Dessert begon, de tongen kwamen hoe langer hoe meer los, want het +vooruitzicht spoedig "land" onder de voeten te hebben, had alle harten +opgeruimder doen kloppen; hoe goed men het aan boord ook heeft, het +denkbeeld eindelijk weer op vasten grond te zullen staan, drijft toch +het bloed sneller door de aderen. + +--Mijnheer! zei fluisterend de hofmeester, achter mijn stoel komend, de +kommandant laat vragen of U eens bij hem op de brug wil komen? + + * * * * * + +--Ik heb je even laten roepen, zei de kapitein, toen ik, een oogenblik +later, op de brug kwam. 't Is hier een boel lekkerder dan beneden en 't +wordt er nu te rumoerig. Ik wou je hier toch eens een kijkje geven; je +bent nog niet op de brug geweest, wel? + +--Neen kommandant. + +--Geef dan je oogen maar eens den kost. 't Is een heerlijke avond; kijk! +daar in de verte--neen, je kijkt niet goed, dáár aan bakboord, heel in +de verte--zóó, nu ben je in de goede richting, dáár heb je 't 't licht +van Poeloe Pisang, daar houden we op aan. + +Hij rekte armen en beenen een maal of wat uit, nam zijn pet even af en +streek zich snel met de hand een paar keer over 't voorhoofd:--Hè dat +doet me goed; ik voel me hier 't lekkerst. Op de brug ben ik eerst goed +in m'n element. + +--'n Heerlijk briesje van avond! Wat 'n maantje, zoo iets zie je in +Holland toch niet. + +Hij stak een sigaar op, de lucifer tusschen zijn breede gespierde handen +voor den wind beschuttend. + +'t Was een mooi, een indrukwekkend gezicht daarboven van die ranke brug, +als gespannen over 't schip, dat rustig met ons in 't prachtige +maanlicht voortsneed door golven. + +Op de zonnetenten vóóruit, goot de maan een tooverachtig, blauwig wit +licht, het want, de masten en ra's, het touwwerk, scherp afstekend tegen +de heldere lucht. Hier en daar in felle kantlichtjes schitterend op 't +blank gepoetsten koper- en ijzerwerk, of zwarte slagschaduwen +neerwerpend op de schuins gespannen zeilen Dartelend in de golven, vóór +ons, of sprankelend, opspringend in 't witte schuim langs beide boorden, +tintelde het overal. + +--Zie nu eens om, zei de commandant. + +--Prachtig! + +'t Achterschip, van ons afgescheiden door den grooten schoorsteen, +strekte zich, grooter en breeder lijkend dan anders, achter ons uit. Met +ons, maar schijnbaar alleen, deinde het zachtkens op en neer, overwijfd +door de golvende, zwarte, breed uitwaaiende rookpluim, die in rollende +ringen uit de dikke pijp opkwam, voortvliegend, naar de achter ons +wegdrijvende wolken, hier en daar zilverig gerand door de maan, die, +vlak boven onze hoofden, haar lachend gelaat vertoonde. + +Beneden gloeide 't vurig tusschen de naden en langs de randen van de +zonnetenten. Goudachtig glommen achteruit de koperen randen van 't +stuurrad en de kap van het kompashuisje, door den lichtschijn uit de +kleurige, papieren lampions, die ter eere van 't afscheidsfeest, dat +straks op dek zou worden voortgezet, reeds ontstoken waren. + +De zee was kalm en nauw gerimpeld. In 't kielwater blonken of +schitterden, spelend, millioenen weerkaatsingen van maan en sterren en +als een blank metaalachtig glimmend spoor, doortinteld van vonkende +diamanten, verloor zich, heel in de verte met den donkeren horizon +samensmeltend, de voor, die het met volle kracht stoomende schip door de +golven sneed. + +Zacht ging de boot op en neer; van de brug af gezien, scheen zij een +groot, kalm, levend wezen, regelmatig, diep ademhalend, bewust van zijn +kracht, met zekerheid toesnellend op de kust, waar in de verre verte het +heldere licht van Poeloe Pisang, als een vriendelijk oog nu en dan +geruststellend pinkend, scheen te wenken: kom! kom! bij mij is 't +veilig, kom! + +De kommandant stond in zijn witte ias--de uniform trekt hij altijd +onmiddelijk uit na 't diner--naast mij. Zijn forsche`, krachtige +gestalte was iets voorovergebogen en hij hield de rechterhand +uitgestrekt. Met de linker steunde hij op de leuning der brug. + +--Daar achter ligt Padang, over een uur of wat loopen we de Emmahaven +in. Jammer dat we niet bij dag aankomen, dan zou je nu de heerlijkheid +der Sumatraansche bergen al kunnen zien. Dáár in die richting moeten de +Ophir en de Merapi liggen, recht vóór ons de Goenong-Talang. Je kunt ze +nu niet onderscheiden, maar morgen zul je je hart wel eens ophalen aan +al dat groen. Je hebt nu zoo lang alleen water en lucht gezien, hè? Hij +klopte mij op den schouder:--Ja, ik ben een oud zeeman, 'k heb honderd +maal minstens, diezelfde dingen gezien, maar telkens zie ik ze weer met +'t zelfde genot, dezelfde bewondering aan, hè? Hij liep even heen en +weer, keek een oogenblik in den electrisch verlichten zee-kaartenbak, +gaf een paar bevelen aan den roerganger en aan een van zijn officieren +en bleef toen een poosje, starend in de donkere verte, zwijgend staan. + +--Naast God, schipper van mijn schip! dat moet de kommandant volkomen +gevoelen als hij daar, hoog op de brug als 't ware boven zijn bodem +staat. Die bodem zoo groot en breed, hijgend en kuchend door de +krachtsinspanning in zijn binnenste, geboren door 't felle vuur, dat +brullend en loeiend in zijn ingewanden woedt. + +En toch luistert dat brullende vuur, die ontzachlijke kracht, naar zijn +gebiedende stem en volgt, gedwee als een kind, zijn leidende hand, die +schip en opvarenden veilig tusschen klippen en riffen henenvoert naar 't +land, waar zij hoopvol de toekomst tegengaan. + +--Kommandant, 't is onbeschrijfelijk mooi hier, wat 'n sterrenhemel, wat +'n prachtige zee! + +--Ja, maar zoo treffen we 't niet altijd kameraad! 't Kan soms leelijk +blazen en dan is 't hier zoo'n dorado niet--maar ik ben 't gewend, hè? +Jij zou je lachen wel kunnen houden en al ben je nog zoo brani, ik zou +je wel eens willen zien als je hier op de brug zoo'n zee'tje over +kreeg--maar nou heb je gelijk, 't is hier goddelijk! Och ja, kameraad, +wanneer je, zooals ik, zoo gezegd op zoo'n brug permanent bent, denk je +over zooveel dingen na, die 'n ander mensch in den sleur van zijn +krenterig leven niet eens overpiekert. Hier op de brug, waar je de zon +zoo heerlijk ziet op- en ondergaan, waar je zoo'n ruimen blik hebt, hier +wordt je beter, vrindje! Hier leer je, dat 'n mensch eigenlijk minder +dan niemendal is. Je voelt je als kommandant een heele kerel, hè?--maar +als mensch bitter klein, vat je? Hier leer je dat al dat geleuter van +die geleerde lui maar lak is, wanneer ze je vertellen dat alles in en +door de natuur ontstaat. Hij tikte even aan zijn pet. Een opperwezen +bestaat er, daar gaat niets van af. Hoe ze dat nu noemen, komt er niet +op aan--Jehova of onze lieve heertje, mij is 't zelfde, maar--Hij is +er! Kijk maar eens omhoog naar die eeuwig mooie sterren, naar die +millioenen bollen, die langs vaste wegen, volgens vaste wetten staan of +gaan. Dàt zou allemaal van zelf komen zonder dat er een georganiseerde +kracht achter zat? Gekheid hoor!--Er moet één wezen zijn die de lakens +uitgeeft, anders loopt de heele natuur in de war. + +Ze moesten die geleerde lui eens laten reizen, niet over land, maar op +zee, hè? Konden ze d'r neus een poos in de frissche bries steken, in +plaats van in de boeken, dan zou de duffigheid er wel afwaaien! + +Kijk het zuiderkruis van avond eens schitteren, dáár heb je Jupiter en +dáár de Kreeft; zoo'n sterrenhemel is heel wat beter en verstandiger +docent dan al die geleerde oomes, hè? + +Al sprekend had de kommandant zich te lij over de leuning gebogen. Hij +zweeg een poosje, haalde een paar maal diep adem door zijn neus en trok +mij toen naar zich toe: + +--Kom eens hier, maat, haal je neus eens goed op, ruik je niets, haal op +dan! + +--Ik ruik waarlijk niets kommandant! + +--Niet? dat komt omdat jij zoo lamlendig je neus ophaalt; haal eens ferm +op! + +--'k Ruik waarachtig niets! + +--Nu dan is 't de ongewoonte, ik wel. Ik ruik 't land! Dààr, nu _moet_ +je 't ruiken; de boschlucht waait ons volop tegen, dààr, nu ruik ik +zelfs kamponglucht! + +--O ja! nu ruik ik 't, iets specerijachtigs. + +--Juist! dat is 't--de landwind komt opzetten, die brengt dat geurtje +mêe. + +--Wel lekker, hé? + +--Nu heb je de reuk al beet--ga 't nu maar eens aan de anderen +vertellen--hoor, ze spelen achter de kruispolka. Ze tillen de beentjes +van den vloer, ze hebben pret en dat doet mij plezier--maar hier is 't +toch heel wat lekkerder. Bonsoir, tot straks, nu krijg ik weer handen +vol--'k heb nu geen praats meer voor je, kameraad! + +Op 't achterdek was 't feest in vollen gang, de violist en de +harmonica-speler zaten op de kajuitskap en speelden er lustig op los. De +dikke Oostenrijker lag languit op een gemakkelijken stoel en keek met +half gesloten oogen apathisch naar de dansende paren. In de rookkamer +speelden een viertal oudere heeren hun partijtje, terwijl in een hoekje +aan de andere zijde drie heeren de hoofden geheimzinnig bij elkaar +staken en anecdotes vertelden, die zonder twijfel den geur van hun +sigaren hoog noodig hadden. + +Een paar dames keken te loevert over de verschansing naar het +uitklotsend koelwater, dat op enkele plaatsen phosohoresceerde. + +Daar siste eensklaps aan bakboord een vuurstraal omhoog en boven in de +lucht knalde een schot. + +--'t Sein voor den loods! riepen de meesten en toen eenige minuten +daarna het tweede knalsignaal ontplofte, waren bal, partijtje, +flirtation en anecdoten plotseling vergeten. + +Menig hart begon sneller te kloppen, want de loods zou zeker tijding uit +'t vaderland of Indië, misschien wel brieven voor den een of ander +meêbrengen. + +De gesprekken namen eensklaps een andere richting, ze werden ernstig en +op het dek vormden zich groepjes, die halfluid of fluisterend hun hoop +en verwachting bespraken. Er waren immers veel officieren aan boord, die +hun verplaatsing naar Atjeh of hun eerste bestemming verbreidden. + +De landwind woei in breede golven het aroma van bosch en bergen over 't +schip, en de passagiers snoven begeerig die lang ontbeerde of onbekende +geuren op. + +Daar naderde het loodsbootje van bakboordzij en stoomde in een wijden +kring om 't schip heen, aangestaard door al de reizigers, die met +belangstelling elke beweging volgend, de roode en witte seinlantaarns in +'t oog houdend, met zakdoeken, handen en hoeden wuifden. + +De loods klom de valreep aan stuurboord op en begaf zich dadelijk op de +brug, zonder van iemand notitie te nemen. Een klein poosje later kwam de +eerste officier aan dek, nog iets later de kommandant en weldra wisten +de meesten, wat ze weten wilden, hoopten of vreesden. + +--Ik ga naar Atjeh, 'k had 't wel gedacht en ben er op voorbereid, zei +een kapitein, die gedurende de reis mijn tafelbuur was geweest en hij +keek een oogenblik langs mij heen in de donkere verte. + +--En uw vrouw en 't lieve kleine ventje? + +--Ja, die blijven natuurlijk te Padang achter.... ik verlaat ze al over +vier dagen.... + +--Kasian! + +--Sakkerloot, ik bof! riep de jonge luitenant, de immuun voor zeeziekte +was geweest, me toe. + +--Hoe dan? + +--Ik kom te Batavia, lekker! Mag ik u iets offreeren, een whisky-soda of +een potje bier? + +--Dank u zeer, maar wel gefeliciteerd! + +--Op wachtgeld gesteld, tot nader bericht, zuchtte een ambtenaar en met +een landerig gezicht keek hij naar zijn vrouw en kinderen, die nu maar +te kooi zouden gaan. Half pay, bromde hij binnensmonds--en misschien een +maand of wat in 'n hotel zitten, dat 's een koopje! + +En intusschen stoomde de _Amalia_ zachtjes door--reeds schitterden ons +de havenlichten, de lantarens van de kade tegen en blonk het heldere +maanlicht op de wit geverfde hangers en loodsen, die als kleine +speelgoedhuisjes tegen de donkere bergen afstaken. + +Het binnenkomen van de Emmahaven bij volle maan is onbeschrijfelijk +schoon. + +Als een donkergroene, hier en daar lichter gekleurde krans liggen de +Sumatraansche bergen om de haven. Heerlijk weêrspiegelt de maan in 't +kalme heldere zeevlak, teekenachtig werpen de talrijke gele lichten der +lantarens hun wiebelden, slangachtigen weerschijn in 't flauw gerimpelde +water. Schepen en booten van velerlei vorm, gemeerd of ten anker, +stoffeeren het schilderachtig tafereel. Kleine prauwtjes en tambangangs +schieten als vliegende visschen op uit de schaduwen der bergen, door de +verlichte watervlakken heen, scherp belicht nu en dan, maar eensklaps +weer verdwijnend, als duiken ze onder, en even plotseling op nieuw te +voorschijn komend. + +De roeiers schreeuwen in onverstaanbare taal de matrozen toe, die, van +'t voorschip af, hen in 't oog houden. Ze komen langs de zijden der +boot, de trossen worden uitgebracht en zachtjes, meer glijdend dan +varend, nadert de _Amalia_ den steiger. + +Allerlei geluiden, stemmen, 't gekraak van karretjes en 't dreunen van +lorries, die op den wal worden heen en weer bewogen, zijn nu duidelijk +hoorbaar. Op de boot worden de luiken van de laadruimten reeds geopend, +kettingen rammelen en de donkeys beginnen af en toe te werken. + +--We gaan dadelijk aan 't lossen! roept me een officier, die haastig +voorbij snelt, toe. We hebben veel goed voor Padang, zware stukken, +spoorwegmaterieel! Aan boord is alles in beweging--de matrozen zijn aan +de loskranen of de luiken bezig; de bootsman geeft met zijn fluitje +herhaaldelijk aan wat gebeuren moet en onophoudelijk klinkt het gerammel +van kettingen, ijzeren bouten en blokken. De electrische lichten werpen +groote fantastische schaduwen over het dek en op het woelige en +bedrijvige scheepsvolk. + +De boot nadert, bijna onmerkbaar voortglijdend, den steiger. Gestopt is +er reeds; 't gedreun der machine heeft opgehouden, maar men merkt dat +niet door al de andere harde en vreemde geluiden, die er voor in de +plaats komen, De loopplank wordt gelegd en als een hoop baarlijke +duivels stormen de koelies schreeuwend en joelend, elkander op zij +dringend en duwend er over, aan boord. Maleiers, Klingaleezen, Chineezen +verdringen elkaar om de eerste te zijn, + +De stuurlieden, de bootsman en 't andere scheepsvolk ontwarren met +krachtige hand dat zonderlinge menschenkluwen, niet zonder moeite, en +niet zonder veel hartige woorden, die een vroom christen een rilling +over het lijf jagen, + +In een oogwenk is alles aan 't werk en intusschen gaan de passagiers, +die eerst dien stormloop kalm hebben afgewacht, aan de wal. + + * * * * * + +--Aan wal, vasten grond onder de voeten! + +Een wonderlijk gevoel in de eerste oogenblikken; men durft de voeten +nauwelijks neêrzetten, want 't is alsof de grond golft en beeft. Men +wordt licht in 't hoofd en duizelig. + +--De beweging van 't schip zit me nog in de beenen, 'n bespottelijke +gewaarwording, roept de een. + +--'k Ben betoel, dronken! zegt een ander.--'k Heb driemaal de reis naar +Indië gemaakt, maar telkens weer krijg ik 'm om, als ik aan wal kom. + +--Je wordt er bingeoeng, verward, van, ja? zegt een Indische dame die in +sarong en kabaja naast mij op den steiger voorttrippelt op geborduurde +muiltjes en eensklaps zich naar rechts wendend, roept zij een van haar +dochters toe:--O, kijk já! dààr warong in de verte, kôm kind wij +vruchten ghalen, jà? Meneer Mórik nog niet Indische vruchten ghèhéten, +in Ghollan niet piasang, niet ramboetan, niet mangga's. Nannas, djéroek +wél, maar gheel zuur, kom! wij ghâlen.... + +Moeder en dochter nemen den trippellooppas aan in de richting van de +kleine eetwaren-uitstalling, waarvan alleen zij de haar bekende lichtjes +hebben opgemerkt. + +De verschillende koelies, die geen werk hebben gekregen en +onverschillig voor zich uit starend hun strootje rooken, of +sirih-pruimend, hier en daar op kisten en balen liggen of gehurkt op den +grond zitten, wenden nauwelijks het hoofd om naar de "blanda's" die in +troepjes langs de hangars en loodsen wandelen, lachend en pratend, allen +even blij dat ze aan wal zijn. In de schaduw van een vooruitspringend +dak tegen een donkere deur geleund, staat een lange Bengalees, +schilderachtig in zijn wit opperkleed gedrapeerd. Zijn donkerbruin, +gebaard, gezicht, de bijna zwarte bloote beenen, zijn ongeveer één van +kleur met de duisternis om en achter hem. + +Plotseling beweegt hij zich. Zijn groote, witte tulband schijnt in 't +geheimzinnig halfduister een kolossaal doodshoofd en het witte kleed, +dat hij met de eene hand opheft, is als een lange lijkwade daaronder. + +--O, God! wat is dat--'n spook? gilt een jonge dame, die erg +vertrouwelijk aan den arm van een luitenant vóór ons in den maneschijn +op en neer wandelt. + +--Niets! niemendal, beef maar niet! antwoordt de jonge man, zijn hoofd +tot het hare neigend en met een klein geruststellend drukje op den arm +van het meisje, dat zich onwillekeurig vaster tegen hem aandringt. + +--Waar of zoo'n slungel van 'n Bengelees al niet goed voor kan zijn, +lacht naast mij, even aan mijn arm stootend, een van de passagiers, die +me al vroeger in vertrouwen heeft verteld dat "die twee allebei de +hondenziekte hebben". Een nieuwe, zeker door hem uitgevonden term, voor +verliefd te zijn. + +Van boord klinkt voortdurend een helsch lawaai, het lossen is in vollen +gang. Met ontzettend geweld ratelen de donkey's en 't spil, die de zware +kettingen en talies bewegen, waarmede de stukken ijzerwerk, de kisten, +balen en pakken uit het ruim omhoog worden geheschen. Donderend vallen +voortdurend de ijzeren staven neer op den steiger. Nu en dan antwoordt +de echo uit de bergen. + +De koelies tieren, razen en schreeuwen onophoudelijk, terwijl ze hun +werk doen. + +Uit de verte gezien, fel beschenen door 't blauwig electrische licht en +rosachtig getint door de op de plankieren brandende lantarens, met de +bewegende zee en den donkeren horizon, waaraan af en toe het weêrlicht +flikkert, als achtergrond, maakt het geheel een infernalen indruk. + +--'t Is precies een teekening van Doré, die maakte veel van die bizarre +dingen; ik vindt het erg mooi om te zien, maar allemachtig vervelend om +bij te wonen. Er is geen kwestie dat we vannacht kunnen slapen aan +boord,--en de heer die mij dat plezierig vooruitzicht opent, neemt een +versche sigaar uit zijn koker en zegt, zich resigneerend:--ik ga in +vredesnaam maar rooken en toddy drinken, zoolang die herrie aanhoudt. + +--Ghier, meneer Mòrik! jij proeven, jà? Pisang gorèng, lèkker jà? En +Mevrouw biedt mij in een stuk pisang-blad, een gebraden vrucht aan. Haar +dochter offreert mij jamboe en mangga, vriendelijk noodend. + +--Proef ze maar eens, heusch ze zijn lekker. + +--Kind, jij sghillen voor meneer, jà?--In Ghollan, meneer niet weet +hoe.--Mangga gheel sappig. In die midd' sghîllen--beide punt +vastghouden, anders veel sap te veel wegloopen, ja? + +Een paar andere dames en heeren, die een eind verder nog een Worang +hebben ontdekt, komen juichend en vol plezier met allerlei indische +lekkernijen aandragen.--Kwé-kwé (gebak) waarvoor zij in gewone +omstandigheden misschien den neus erg vies zouden hebben opgehaald, +vruchten van derde of vierde kwaliteit, half rijp of aangestoken, worden +nu als fijne, vreemde lekkernijen uit den saamgeknoopten zakdoek aan de +medepassagiers allervrijgevigst aangeboden. En tot laat in den nacht +zitten op 't half verlichte achterdek van den stoomer, groepjes +vroolijke menschen, die aan wal zijn geweest en nu plotseling tot de +ontdekking komen dat 't dáár toch altijd oneindig beter is dan aan +boord. Langzamerhand komt de ontfermende slaap zijn bedwelmende hand +over de schepelingen uitstrekken--één voor één verdwijnen ze langs de +kajuitstrap en als de schaduw van den laatste verdwenen is, beschijnt de +enkele electrische gloeilomp, die nog brandt, een hoopje jamboe en +manggaschillen, afgebeten vruchten, half gebruikte kwé-kwé, vertrapte +pisangbladen, en een paar snurkende passagiers, die op lange stoelen +door al de herrie heen slapen, dank zij hun toddy's! + + + + +SINT-NICOLAAS-AVOND AAN BOORD. + + +--'t Wordt nou toch een beetje al te proestig, meneer! En ze beginnen +van boven met water te gooien ook--we zullen die tent maar op z'n +welterusten laten leggen, zegt Kees de kwartiermeester van het +stoomschip dat, slingerend en stampend in den wind, door de +hoogopgolvende Middellandsche zee zijn weg naar Genua vervolgt. + +'t Is vier December, de dag vóór St. Nicolaas en een aantal passagiers, +heeren met een enkele dame, die tegen rooken kan, zit als een troepje +verkleumde vogels in de rookkamer bijeen. De oude kolonel, een van het +gewone viertal kaartspelers, die zich door weer noch wind van hun +partijtje laten afhouden, kijkt knorrig, naar de anderen, die door +onophoudelijk babbelen en lachen, de aandacht van zijn overbuur, een +O.-I. ambtenaar met verlof, afleiden van het spel. + +--Asjeblieft, meneer Bergersma; kaarten of molensteenen, hè? Stoor je +niet aan dat geleuter over Sint Nikolaas, d'r komt toch niets van +terecht, want als 't zoo door blijft waaien, ligt morgen de heele boel +voor mirakel--asjeblieft ik speel gasco.... + +De kwartiermeester kijkt even in de deuropening en vraagt met een klein +glimlachje op zijn verweerd gezicht: + +--Kernèl! Uwes dekstoel is zooveel als kletsnat en omdat van wegens 't +de eenige mooie is met geborduurdheid d'r an, wou 'k 'm maar beneden in +de kinderkamer zetten. + +--Jawel, ga je gang maar--neen! meneer Bergersma, dat lever je me niet, +ik heb troefheer--blijf af van dien slag, ha, ha, ha! + +De wind wordt heviger, de zee onstuimiger en van tijd tot tijd slaat een +golf met geweldige kracht over het schip. De deur van de rookkamer wordt +toegedaan. + +Een blauwige mist, scherp en prikkelend, blijft in de kleine ruimte +hangen; de dame begint zachtjes te kuchen en wrijft nu en dan haar +oogen. + +--'t Wordt hier een bokkinghang, zucht een bleek zwak jongmensch, die in +het hoekje vlak naast den kolonel zit te lezen en met zijn zakdoek het +klamme zweet van zijn voorhoofd wischt. + +--Zeg! lieve jongen, zou je niet naar beneden gaan! je krijgt de +bollenkoorts, hoor! Klaveren troef! u komt uit meneer van Dalen.--Neen! +waarachtig ik meen 't jongenlief, je houdt 't hier niet uit--asjeblief, +de ponto!--Goddorie we zitten hier als haring in 'n ton--is me dat ook +'n weer! + +--Ja overste, u heeft gelijk, ik ... ik.... + +--Het jonge mensch, bleek om den neus wordend, met groote holle oogen +voor zich uit starend, staat eensklaps op, stoot vrij onzacht de dame, +die met den dikken controleur zit te domineeren, op zij en komt nog +juist bij tijds de deur uit. Hij valt bijna in de armen van den matroos, +die de tent vastsjort en buigt zich, wind en weer niet tellend, over de +verschansing. + +De kwartiermeester schiet toe en pruttelt:--Wat weerga! wie gaat er nou +te loevert over boord hangen? Daar! nou is je toppie al naar de maan! +Afijn! je zal nog wel 'n ander petje beneden hebben; kom maar hier +menneer--ik zal je wel even. Hou je maar aan me vast--Ja! 't is nou geen +pleizier hè, vooral als je geen sturdy boy bent.--Goed dat je 't nou nog +doet, meneer! als je maag vol Sinterklaaskoek zat, zou je 't veel +benauwder hebben. De jonge man komt, geholpen door Kees, beneden in het +salon. Een paar dames, bleek, met blauwe lippen en matte, omkringde +oogen, zitten aan een der tafels en drinken thee.--Met je welnemen, +mevrouwen; zegt in 't voorbijgaan Kees, die met iedereen familiaar +is--dat 's nou precies om 't beet te krijgen. Ba! hij trekt een vies +gezicht,--thee maakt je maag zoo rebelsch dat ie z'n fatsoen niet meer +houdt; een tikkie brandewijn of elixter zou je heel wat meer dienstig +wezen. Afijn! ieder zijn smaak--kan uwe nou, meneer Haverstam? +Hofmeester breng 'r is wat conjak! + +Het jonge mensch is in zijn hut en de kwartiermeester komt +terug.--Jàmmer! van den jongeheer!--hij steekt in geen goed vel, ik heb +'n neef gèhad, die zag d'r net zoo uit, ook zoo'n mager, uitgepieterd +klokhuis van een vent, die is op z'n vierentwintigste d'r uit gewaaid! +zegt hij zachtjes tot den hofmeester, die weer in 't buffet staat, en +nog zachter: Dat zal morgen 'n goeie boel geven--jij speelt voor +Sinterklaas, hè? En wie is de zwarte jongen? + +--'t Koksmaatje! + +--Zoo! nou dan zal 't wel goed gaan, dat's 'n eigengereide, brutale +snuiter--maar 'k geloof dat 't spannen zal; d'r staat heel wat zee en +een stevige bries. Hum! de dames zullen wel op apengapen komen. + +Kees gaat weer aan dek. + +In de kinderkamer is de linnenjuffrouw, een corpulente vrouw met een +bepaald gedistingeerd Hègsch accent, bezig om een Sint-Nicolaas-costuum +te maken. + +Een Indische dame, die zeebeenen heeft, zooals de kommandant beweert, +zit bij haar. Zij heeft haar kimònò (een Japansche peignoir) afgestaan +en de linnenjuffrouw garneert dat kleedingstuk met kant en goud galon. +Op tafel ligt een mijter van bordpapier, een fraai stuk werk van den +hofmeester zelf die daarvoor twee doozen, waarin dessertartikelen +geborgen waren, gesloopt heeft. + +--O juffrouw, zij wor gheêl mooi, jà! die japon voor Sinniklaas, jà! +maar te kort, jà! Hoe doen wij daarvoor betèr makèn? + +--Dèr heb ik èl veur gezorgd, mevrouw!--de dikkerd houdt de kimònò voor +haar geweldig ontwikkelde façade--Ziet u? Zoo stèt 't heel èrdig--'k heb +er 'n stuk vlèggedoek onderèn genèid. + +--Allàh! gheel mooi!--O! lò--u zou wezèn gheel mooie Sinniklaas, jà! +maar terlaloe gemoek, 'n beetje veel dik, jà! + +--O gusjes, verbeeld u--ik Sint Niklès--giegelt de juffrouw en dadelijk +weer hoog ernstig:--Ik, 'n vrouw, die èl twee mènnen dood heef. + +--Kasian! twee? U dus weduw? + +--Jè, Mevrouw, èl twèlf jèr--och jè! m'n lètste mèn wès bepèld 'n idéèl; +'k zèl 'm nooit kunnen vergeten.... Hum! Zou u denken dèt we veur den +zwèrten knecht, hier mee volstèn kunnen? Zij toont een gestreepte blauwe +molton onderbroek, waar roode dwarslinten over zijn genaaid. + +--Betoel, jà! persies goed, maar wat gheef hij voor zijn baadje? + +--O ellerèrdigst! 'k heb vèn Mevrouw Zwért 'n vuurroode blouse +gekregen..., dèr plèkt de hofmeester goudpèpier op, sterretjes weet u? +En op z'n hoofd krijgt hij 'n mètelotje van juffrouw Smits, met 'n +beetje stroobloemen en pluizen uit 't Mèkèrtbouquet dat èltijd op die +piènino stèt--en op z'n schoenen heb ik gele sigèrenlintjes genèid. + +--En zijn kousèn' ja? + +Zwèrte! 't moet verbeelden dat hij blootè beenèn heef.--heef U ook +misschien zwèrte hèndschoenen? + +--O, neen ik niet, maar ik weten raad, jà! meneer Blikman, ghij gheef +wel; hij in den rouw--ik dadelijk hem vragen--en de Indische dame met +zeebeenen gaat schommel-loopend naar het salon--waar de bedoelde +passagier in een hoekie zit te lezen. + +------------------------------------------------------------------------- + +In het volkslogies zit de bootsman met een van de jongens, een knappe +blonde krullebol, bij een hoop uitgeplozen touw en vlas,--hij maakt een +baard en een pruik voor den Sint. De bootsman is een knutselaar een man, +die volgens 't zeggen van den Administrateur, een Manusje van alles is; +"hij maakt met z'n handen wat z'n oogen zien." + +Nu heeft hij uit een ouden ronden hoed het kapje getrokken en naait +daarop met groote steken zeilgaren kleine loefjes vlas, telkens op het +hoofd van den jongen de pruik in wording passend. + +--Jantje, hou je kop stil, anders kan ik niet zien of de haren goed +vullen. Hum! van onderen is ie goed--waarom lach jij, zwabber? + +--'t Kietelt zoo in m'n nek bootsman? + +Dat hoort zoo Jantje--dan krijgt Sinterklaas meteen een vriendelijke +tronie--de hofmeester kijkt gewoonlijk anders niet komiek. + +Moet Sinterklaas dan altijd lachen bootsman? + +Aan wal niet--maar aan boord wèl--hou je kop stil, 'k moet er nog meer +op naaien van boven. + +--Maak je der 'n schéiding in? + +Ben je nou heelemaal ... heb ie dan ooit 'n Sinterklaas met 'n pomadekop +gezien? + +--Neen, maar!... + +--Hou je snavel dan--geef de kam 'reis. + +De bootsman kamt de vlasdraden een paar malen uit, naait weer nieuwe +toeven over de andere en zegt eindelijk:--Zoo is ie mooi!--nou de +kuif--zit dan toch stil, beroerde jongen, hou 't ding vast langs je +ooren. + +Een groote dot vlas, wordt boven op het andere gelegd en vastgehecht. + +--Au! + +--Wat is er te "auwen"! + +--Je prikt in men kop. + +--Daar loop je niet op, zit stil, anders krijg je d'r een aanwaaier +bij,--geef die schaar 'reis an--zoo, allright! Bliksems! nou ziet 't +ding er patent uit--nou de baard nog. Zet nou je pruik voorzichtig af, +zwabber! + +--O, bootsman! + +--Wat is er? + +--Je hebt m'n haar d'r ingenaaid! Hij kan d'r niet af! + +--Wat klets je? Dáár ... gaat ie nou of gaat ie niet? + +--O, Jesis! Au! Au! + +--Zoo!--pluk nou die paar haren d'r netjes uit en leg die pruik zoolang +in m'n kooi! + +------------------------------------------------------------------------- + +In de bakkerij is de bakker met zijn helper druk in de weer. Of 't schip +ook slingert, stampt en schommelt als een notedop op de fel bewogen +golven, het deert hen niet. Zij kneden en vormen het deeg met vaste hand +tot tulbanden van ongeveer een half pond zwaarte. + +Een repatrieerend onderofficier, bruin en mager, met de Atjeh-medaille +op de borst, leunt tegen de deur en kijkt belangstellend naar binnen: + +--'n Heele corvee, bakkertje! + +--Nou! + +--Allemaal Sinterklaaswerk? + +--Ja sergeant! antwoordt de bakker, even 't tappelend zweet met een doek +van zijn voorhoofd vegend.--Je kan d'r warm van worden. + +--'t Is anders vervloekt koud van daag! + +--'t Is nou geen gekheid hoor! 'k Moet in de tachtig tulbanden bakken +voor de soldaatjes en de equipage en hoop letterbanket voor de +passagiers--de kok heit nou z'n handen ook vol--als 't nou maar een +beetje beter weêr wordt is 't niemendal, maar als we zoo blijven +slingeren is 't zonde van de bovenste beste specie, die we voor de +bakkerij gebruiken, want letterbanket is 'n zware kost, die 'n zeezieke +maag niet verdraagt--afijn! 't mij een en 't zelfde--ik bak maar +raak--maar ik zeg alsnog: 't is waarachtig zonde voor God!--maat geef de +blom d'r is aan--en strooi nog wat suiker door 't beslag--daar heb je +nou de kok, die maakt al drie dagen lang borstplaten met agrement voor +de eerste klasse en voor de tweede zonder tierelantijntjes--Ik voor +mijn, zie je, hou 't met de laatste, sergeant! want al dat gewriemel en +gevinger op die suiker geef ik present,--ik heb ze liever zoo maar +gewoon, zooals ze van d'r moer komen.--Neen! dankje, sergeant, onder m'n +werk kan ik niet pruimen, je kan nooit weten hoe 'n blaadje tabak in je +beslag raakt, en dat vleit niet. Ja, 'n sigaar wil ik wel van je hebben, +die rook ik van avond!-- + +--Bakker! + +--Wat blieft, hofmeester! + +--Je moet zorgen, dat er morgenochtend versch krentenbrood ook is--de +administrateur heeft 't daar net opgegeven. + +--Is ie beduveld! Nou nog krentebrood ook? Ja wel zeker--ik heb daar +niks te doen! Tulband, koek, brood, krentebrood. God zal me helpen! ik +heb maar twee handen aan m'n lijf.... O! is u daar meneer!--jawel +meneer, de hofmeester heeft 't me net gezeid, 'k zal d'r voor zorgen, +meneer! O ja! 't gaat wel, meneer--we zullen wel 'n beetje poot-an +spelen.--Ajo! maat, vooruit! sta niet te zaneken--zeker! meneer,--versch +krentebrood--'t zal er wezen.... Kijk 'm daar gaan--_hij_ hoeft 't niet +te bakken, _hij_ kan kommandeeren,--voor mijn part is 't nooit +Sinterklaas. + +De administrateur, die aan kok, bakker, sappieboer en bottelier zijn +orders is gaan geven, keert terug naar zijn hut en neemt uit een doos +een paar nette kleine surprises-cartonages die hij met meer andere te +Port-Saïd heeft gekocht om voor de passagiers als cadeaux te worden +gebruikt. + +Hij begeeft zich naar een leegstaande familiehut eerste klasse, waar op +de couchette kistjes vol bonbons, chocolade figuren pistaches en dragées +zijn uitgestald. Twee, voor de zeeziekte immune passagiers zijn dáár +bezig de surprises te vullen en in te pakken. Hij tikt aan. + +--Wie daar? klinkt 't van binnen. + +--Ik! + +--O! administrateur is u 't? Kom er in, we zijn al een heel eind op +streek--we hebben de pakjes bijna klaar. + +--Mooi! ik heb hier nòg een paar aardigheden om te vullen.--Hoe is 't +met de versjes? + +--Ik schrijf juist het laatste, dat's voor den kolonel--dien hebben we +dat leuke bonbon-doosje toegedacht, met die speelkaarten er op--luister +eens: + + Kernèl! u speelt graag kaart, + Daarvoor is u vermaard, + Over geheel de aard! + En daarom schenkt de Sint, + Die u zoozeer bemint, + Trots storm en zee en wind, + U dit zeer fraai cadeau, + Vol chocolaad--O, zoo! + +--Heel goed!--en de andere gedichten? + +--O, die zijn naar rato! + +--Heeren! 'k maak je mijn compliment--als die gedichten geen panaceën +tegen de zeeziekte zijn laat ik me kielhalen! + +--Niet sarcastisch worden, administrateur! + +--God zal me bewaren, hoop ik!--Ik ben u veel te dankbaar voor al de +moeite die u je hebt getroost.--En hoe zullen we nu de zaak verder +entameeren? + +--Wel! Wij hebben zóó gedacht: Als nu de kommandant aan tafel en als de +passagiers ìn het salon vereenigd zijn, zou ik willen zeggen, dat de +Sint met een extra boot aan boord is gearriveerd, of zoo iets, dan zijn +ze geprepareerd en later kan de hofmeester dan met 't koksmaatje een +mand binnen brengen met de cadeautjes en kan hij een kleine speech +afsteken--die hebben we ook al voor hem geschreven. Daarna houdt hij +uitdeeling--een beetje strooien er bij en de festiviteit is in orde! + +--Uitmuntend!--we zullen hoop ik een pleizierigen avond hebben. + +Vijf December. + +'t Weder is een weinig opgeklaard, de buien zijn minder hevig en het +regent niet meer--maar toch slingert de boot sterk genoeg om het +meerendeel der passagiers onwel te maken. + +Het eiland Monte Christo is in zicht geweest; nu nadert het stoomschip +Elba. + +Alles gaat aan boord zijn gewonen, regelmatigen gang. Er is ontbeten, +gelunchd en gebitterd--alles behoorlijk op tijd! + +Aan lij wandelen een paar passagiers, met overjassen aan en omhoog +gezette kragen, heen en weêr. + +--Beroerd weer! zegt de een, ik kan me nog niet wennen aan die kou--'k +wou dat 'k nog goed en wel op Java zat; nu begint 't lieve leven weer, +dat satansche klimaat gaat me nu al in de botten zitten. + +--Ga dan beneden in het salon, meneer Vinkers. + +--Ba! 'k zou je danken, daar is 't me weer te onfrisch en je ziet er +niet anders dan vervelende, landziekige vrouwen en drenzende kinderen. +De eene juffrouw ligt op de bank, languit te dreinen en de andere hangt +als een slappe vaatdoek over de tafel en dan die weêrlichtsche kinderen; +ze zaniken den heelen tijd over Sinterklaas, je wordt er misselijk van. + +--Kom! 't zijn kinderen, ze hopen op een pretje van avond. + +--'t Zal wat lekkers wezen--je zult zien, er komt niets van terecht, +want tegen den avond zal 't wel weer harder gaan waaien--wat denk jij er +van Kees? + +De kwartiermeester, die juist naast hen is gekomen met een paar +kinderen, die even een luchtje moeten scheppen, aan de hand--vraagt met +een leuk gezicht: + +--Wâblief meneer?--Neen, niet loslaten Njo! Kees moet op je passen, dat +je niet voor de haaien gaat, liefie. + +--Of je niet denkt dat we van avond weer slechter weer krijgen? + +Kees kijkt even naar de lucht, verzet met zijn tong zijn versnapering +van de rechterwang in de linker en antwoordt dan:--Nou, dàt kan wel +gebeuren als we Elba achter den rug hebben; d'r staat nog al wat zee en +'t ziet er daar onder den wind wel naar uit of we van avond een beetje +aan 't springen zullen komen.--Jongejuffrouw, blijf nou even zoet staan, +we gaan dadelijk naar de kippetjes kijken, hoor!--Maar als 't zóó is, +meneer, kan ik het niet helpen ... heit u anders nog iets? + +--Dankje! + +--Ah, daar is de dokter;--waar heb je zoo lang gezeten vandaag, dokter? + +--'k Heb vast wat laxeerwater en pilletjes voor jelui klaar gemaakt +tegen morgen. + +--Wel zoo! Waarom? + +--Och! na zoo'n Sinterklaas-avond zullen de magen aardig van streek +wezen; 'n mooie uitvinding zoo'n feest--letterbanket en marsepijn is +heerlijk goedje voor ons, medici! + +--Hoezoo? + +--Je krijgt er zulke prachtige obstructies van. + +--Egoïst! + +--Beste meneer! ik heb zóó weinig te doen tegenwoordig, hier aan boord, +dat ik me schaam om m'n gage te toucheeren. + +--'n Mooie aesculaap ben je--d'r zijn zeezieken genoeg, waarom cureer je +die niet? + +--Daar is geen kruid voor gewassen tot nog toe. + +--'n Sterk bittertje, cognac, chartreuse, maagelixer.... + +--Dwaasheid! ze zit niet in de maag. + +--Niet, waar dan? + +--In de hersenen; ik hou zeeziekte voor 'n lichte hersenaandoening en +daarom geloof ik dat afleiding, wilskracht, niet ziek _willen_ wezen, er +nog 't beste voor helpt. Zullen we eens wedden dat de meeste passagiers, +die nu voor mirakel liggen, van avond alles vergeten en zoo lekker als +kip zijn? + +--'k Wou dat je waarheid sprak, dokter. + +--Nu, je zult het beleven, als er maar veel pret is, gaat de zeeziekte +overboord? + +--'n Flesch champagne, dokter, als je waarheid hebt gesproken! + +------------------------------------------------------------------------- + +Half zeven! De bel voor het diner is geluid. De passagiers zijn +samengekomen in het salon, van dek en uit de hutten. Er zijn er velen, +die bleek en met blauwe kringen onder de oogen aan tafel zitten, maar op +een paar dames na, die betoel, betoel _ziek_ zijn en zooals Kees +beweert: "geen halflood zeevleesch an d'r heele karkas hebben," zijn +allen present. + +Men heeft gehoord, dat na tafel den passagiers een verrassing wordt +bereid en wat de bittertjes, chartreuses, bruispoeders en pillen niet +deden, heeft nu de nieuwsgierigheid gedaan, hen namelijk in zooverre +opgeknapt, dat ze aan tafel konden komen. + +Er wordt druk gepraat. + +De administrateur, een gezellig causeur, die verbazend goed den slag +heeft om met dames te babbelen, doet wat hij kan om 't gesprek gaande te +houden. De dokter werkt zijn geheele anecdoten-repertoire af en zelfs de +meestal ernstige kommandant maakt gekheid met zijn tafelbuurtjes en +houdt haar in spanning door gezegden als:--Ik weet al wat Sint Nicolaas +u brengt juffrouw; je zal d'r van staan kijken als een kat voor een +duivenhok, of:--Majoor, zet je maar schrap, de Sint brengt je van avond +een gard. + +Er wordt een stevig glaasje wijn gedronken, een paar malen vliegt aan de +middagtafel een champagnekurk omhoog, en omdat de twee zijtafels niet +voor de "hooge oomes" willen onderdoen, worden van lings en rechts +ontploffingen gehoord. + +--'n Jolig diner, van avond! zegt de bleeke jongeling, die naast de +Indische dame met zeebeenen zit. + +--O! Lekkèr--geheel lekkèr--zoo mag ik wel, merk u wèl niemand sakit +laut, já? + +--U heeft gelijk, mevrouw! er zijn geen zieken, maar 't is ook veel +beter weêr geworden.... + +Bons, flang, ring, flang!... als wilde de zee die woorden logenstraffen, +werpt zij een van de nougattempels, die als milieux de tafels versieren, +door 't slingeren van de boot op borden en wijnglazen in gruizelementen. + +--Allàh! u zeggen niet zoo gojang!--O, lo! veel erger dan anders, maar u +niet merken door de pret jà!-- + +--Wat zei ik u? fluistert de dokter zijn buurman toe, we slingeren +driemaal meer dan van morgen en als die miserabele taart er niet was, +dan--Zie je, daar heb je 't al, Mevrouw Willemse staat op, nu voelt ze +in eens weer de zee. + +De kommandant, begrijpend dat hij in 't voordeel der goede stemming +partij moet trekken van het geval, tikt aan zijn glas en zegt: + +--Dames en heeren! + +--Stilte! stilte! de kommandant wil toasten! + +--Dames en heeren! maakt u niet bezorgd over dat schokje--'t was geen +roller, maar 't was eene kleine aanvaring! + +--Hè? Wat? Hoe? + +--De boot van Sinterklaas is ons langs zij gekomen en zijn dolfijnen +hebben even hun koppen tegen ons boord gestooten. We zullen het dessert +laten afruimen en dan worden de heeren en dames, de groote en kleine +kinderen, verzocht eerbiedig en met een gepast lied als: "Sinterklaas, +goed heilig man" of iets dergelijks, den ouden heer te verwelkomen. U +moet mij excuseeren, want ik word gewacht op de brug om over uw aller +veiligheid te waken! + +--Bravo leve de kommandant, hoera! + +--Pang! Een flesch Moët knalt open! + +--Eerst nog een glaasje op je gezondheid, kommandant. + +--Nu goed dan, nog één! Je welzijn meneer Bergersma! + +--Dank u!... Dames en heeren! hij leve, onze gezellige kommandant! + +--Hiep hiep hoera! lang zal hij leven, lang zal hij leven in gloria! +Gloria--a-a! + +Zee en wind zijn weer vergeten en de algemeene vroolijkheid keert terug. + +--Lang zal hij leven in gloria--a--a! + +--Hiep, hiep, hoera! + + * * * * * + +In de hut van den hofmeester ligt alles overhoop. Op de couchette zit +het koksmaatje reeds geheel gekleed, tusschen een grooten witten zak vol +strooigoed en een stapel pakjes van allerlei vorm en kleur. Zijn voeten +rusten op een mand vol papieren, snippers en stroo. + +De hofmeester, in 't costuum van Sint Nicolaas, met de vlaspruik onder +den bordpapieren mijter op 't hoofd, tracht voor een spiegeltje, dat de +koksmaat vasthoudt, zijn baard aan te doen en de dikke linnenjuffrouw +naait met groote steken, de vlag, die te lang onder de kimónó uithangt, +een eind op. + +--Stè èsjeblieft stil hofmeester, ik rèk ènders ook m'n equilibre +kwijt--nog mèr en pèr steken, dèn ben jè klèr! + +--Die baard is te groot, ik stik d'r in. + +--Je moet 'm ook over je ooren hangen, hofmeester. + +--O, zóó ja! nou is ie goed!--ben je nou klaar, juf? + +--Dèdelijd! nog even je borstplooitjes en de kenten slippen nèzien. + +--Dat geveugel an m'n lijf kan ik niet velen, laat dat maar waaien. + +--'t Stèt zoo leelijk, wècht nu even, hé? Zoo, nu ben je klèr! Wèr is je +vers, ken je 't vèn buiten? + +--Geen steek d'r van juf--maar dat's niks. Hij moet 't me maar +voorzeggen. + +--Souffleeren! jè, dèt kèn wel. Vooruit nu mèr! + +De hofmeester gaat de hut uit, deftig, met zijn bisschopsstaf in de +hand; 't koksmaatje springt van de couchette, keert de mand met snippers +om, doet de pakjes er in en gaat dan, met den zak op zijn rug en de mand +vol pakjes aan de hand, hem achterna. + +--Goddori! zegt de hofmeester, omkijkend, je bakkes! + +--Wat zou m'n bakkes? + +--'t Is nog wit--je bent immers 'n zwarte knecht. + +--Dat 's waar ook! Zeg juf, geef me gauw een gebrande kurk. + +--Dat duurt te lang, ik zal je wel anders helpen, neem maar inkt, dáár +staat 't fleschje. + +--Maar hofmeester, dat gaat er zoo moeilijk weer af. + +--Hindert niet, je hoeft morgen niet naar je meissie: gauw, vooruit! + +------------------------------------------------------------------------- + +Een paar minuten later treedt Sint Nicolaas, gevolgd door zijn zwarten +knecht, het salon binnen. + +Deftig begroet hij al de aanwezigen met een--Dames en Heeren! ik ben +Sinterklaas en ik kom jelui ereisies opzoeken en dat is m'n zwarte +jongen, die--maak je buiging roetmop--de cadeautjes brengt. + +--Hum! hum!... hij begint zijn vers: + + Ik kom op last van God Neptuun, + Den Heerscher van de zee, + En breng voor ieder hier aan boord + Een klein cadeautje meê! + Ik kom op 't land wel ieder jaar + Bij kinderen groot en klein..... + +Maar 'k kom nu ... Hm! Hm!... Ik kom nu ook ter zeehm! hm! +Bliksem!--Hm! ter zee!--Hm!... Ja, Dames en Heeren of ik 't nou zeg of +zwijg, ik ben m'n vers vergeten en die stommeling soeffleurt me niet, +maar.... hij neemt het papier uit handen van den zwarten knecht, legt +het op tafel en zegt:--Die er lust in heeft, kan 't zelf lezen, 't is +heel aardig!... d'r zit 'n beetje inkt an, maar dat komt omdat we in de +gauwigheid geen kurk hadden, Hm!... en nou zal ik ieder 't zijne +geven.--Moriaan, strooi jij ondertusschen reis 'n beetje! + +Met zijn groote handen grijpt de zwarte knecht in den zak en werpt +bonbons, chocolaadjes, noten, amandelen, koekmoppen en pistaches om zich +heen en over de passagiers, die gierend van 't lachen, als kleine +kinderen aan 't grabbelen gaan. + +Dan, terwijl de vroolijkheid steeds stijgt en de jongens warme wijn en +Sintnicolaasgoed presenteeren, ontpakt de hofmeester zijn mand en geeft +aan iedere dame en heer het voor hen bestemde pakje. + +--Leve Sint Nicolaas! Leve de zwarte knecht! Hiep, hiep hoera! + +--Sinterklaas, een glas champagne? + +--Asjeblieft meneer Vinkers! + +--Ha! Ha! Ha! + +--Zwartje, jij ook een glas? + +--Nou meneer, drinken we in ons apenland niet dikkels. Asjeblieft, wel +twee! + +--Bravo! Lang zullen ze leven! + +Zeeziekte en schommelingen zijn totaal vergeten, hooger kleuren zich de +aangezichten, lachend en schertsend vallen de passagiers nu en dan tegen +elkander aan door 't stampen van het schip, maar niemand heeft er hinder +van. + +De dokter ledigt de gewonnen flesch champagne met de andere heeren. + +Buiten huilt de storm; de opgezweepte golven slaan over 't schip en op +de brug staat de kommandant in zijn oliepak en tuurt oplettend in de +duistere verte! + + * * * * * + +In zijn hangmat in het halfduistere soldatenlogies ligt een fuselier. +Het flauwe schijnsel van 't licht dat er brandt, beeft over zijn +ingevallen wangen, 't glijdt langs zijn slappe rimpelige oogleden, +waaronder de oogballen rusteloos trillen en laat even de klamme haarvlok +zien, die, onder uit zijn politiemuts komend, tegen 't gele, beenige +voorhoofd plakt. Hij is afgekeurd voor den dienst. Jenever en vrouwen +hebben hem vóór den tijd oud gemaakt, buikziekte en moeraskoortsen deden +het overige. Als een jonge grijsaard, een vroeg gesloopt organisme, ligt +hij, half sluimerend, half soezend, onverschillig voor alles, behalve +voor het "mokje" jenever, dat hem tweemaal per dag toekomt. + +--Mo'je d'r niet is uitkomme? vraagt een kameraad, die in de eene hand +een kom koffie houdend, met de andere een stuk tulband naar den mond +brengt.--Ze benne knappies in de pret, hoor je wel? en hij wijst op een +aantal soldaten en stokers, die achter in 't logies bij elkaar zitten, +lachend en pratend. + +--Kom! kerel, kruip d'r nou ook is uit, je lach je dood, ze hebben +Sijbrands te pakken met een surprisie. + +--Och la' me liggen. + +--Mo' je tulband? + +--Nee, stik! + +--Nou dan niet! en met een schouderophalend: "Hij wordt suf," gaat de +soldaat terug naar de anderen, die, bij, over en half op Sijbrands +leunend, toekijken hoe deze een groot, in zeildoek genaaid, met teer en +verf besmeerd pak openpeutert. + +Een oogenblik wendt de zieke fuselier het hoofd om naar de zwak +verlichte groep en terwijl een smadelijke glimlach om zijn bleeke, dunne +lippen speelt, mompelt hij:--Flauwe mop!--sluit de oogen en draait zich +zoover mogelijk om. Zijn oogen gaan weer een poos open staren naar den +geligen scheepswand, waartegen nu en dan reusachtige schaduwen glijden +van de heen en weer bewegende mannen, dan sluimert hij even in om +dadelijk weer te ontwaken, door 't gelach en gejoel der anderen. + +"Sunter klaassie bonne, bonne, bonne!" zingt er een met ruwe stem. "Gooi +wat in de leege tonne!" kraait een ander. "Gooi wat in de huize!" blért +een derde en lachend, vloekend en gillend vallen de overigen in met: +"Dankie Sinterklaassie!" als een zwartgemaakte kolentremmer met een +binnenstbuitengekeerde kapotjas aan, een ketting als gordel en een roode +fez op 't hoofd, uit een linnenzak eenige handenvol noten, amandelen, +koekmoppen en rozijnen, over de hoofden heen op tafel gooit. + +--Flauwe mop! bromt de zieke nog eens en tracht den slaap te vatten, +maar eensklaps rijst voor zijn geest het beeld van een vredig, eenvoudig +tehuis in een groote stad, vol lichte straten en pleinen. Hij ziet +lachende, stoeiende, grabbelende kinderen in een warm, gezellig vertrek; +hij ruikt de chocolade en koeklucht in de kamer. Hij ziet de goedige, +dikke moeder, die voor ieder een verrassing bereidde--de altijd bezige +vader, zich nauwelijks tijd gunnend om even naar zijn jolig troepje te +komen kijken en ... langzaam dommelt hij in, half droomend, half wakend. +Allerlei herinneringen dwalen door zijn weeker wordend brein:--Een +doorboemelde jeugd, leuke vrienden, lastige schuldeischers, bedrogen +meisjes ... als in een warreling van beelden vliegen ze aan zijn +gesloten oogen voorbij. + +'t Suist in zijn ooren--die drukke geluiden om hem heen roepen andere +klanken terug in zijn slappe hersenen; lang vergeten stemmen komen +weer!... Kind! alles is nu vergeten en vergeven, kom als een flinke +kerel weêrom--was dàt niet moeders stem? Voelde hij daar niet vaders +handdruk bij 't afscheid aan boord, toen hij wegging als koloniaal? +Hoorde hij daar niet de muziek op den wal, het joelen en schreeuwen der +vertrekkende troepen? + +Hij ziet als in nevel moeders bleek, betraand gelaat, haar lang nog +wuivenden zakdoek, en dan ... dan springt hij eensklaps als +geëlectriseerd op uit zijn hangmat, want: "Extra oorlam!" aan de klok, +heeft zijn oor getroffen. + +Hij schudt zich een paar malen, smakt met de lippen, herhaalt nog +eens:--Flauwe mop! en gaat zijn "mokkievol" halen. + +------------------------------------------------------------------------- +------------------------------------------------------------------------- + +Zes December. + +'t Sint Nicolaasfeest is voorbij.--Eenige passagiers zitten pratend aan +'t ontbijt--de meesten zijn nog in hun hutten. + +Aan dek is Kees bezig met het vastsjorren van een paar stoelen, voor de +twee dames die betoel, betoel ziek zijn en op last van den dokter elken +dag even aan dek _moeten_. + +Een passagier, die ook lucht hapt, vraagt hem: + +--En heb jij ook 'n goeie Sinterklaas gehad, Kees? + +--Ik, meneer? 'k Heb gemaft in m'n kooi, 'k moest er niks van hebben. De +pret is nou voorbij--maar je zal wel d'ris rare gezichten zien van +daag--'t is maar de vraag waar 't door is, door de zeeziekte of door al +de buitengewoonhedens die ze gisterenavond in d'r maag hebben gestouwd! + + + + +EEN TOEWAN EN ZIJN INVENTARISSTUK. + + +We zaten samen in 't hotel Egener te Probolingo aan 't ontbijt. Hij was +na mij binnengekomen en had zich, op de in Indië gebruikelijke wijze, +aan mij voorgesteld met de woorden:--Mag 'k eens even met u kennis +maken. Mijn naam is Verbeke. + +--Ik heet van Maurik! + +--Justus van Maurik? + +--Juist. + +--Och! dat doet me plezier--ik heb in de kranten wel gelezen dat u een +bezoek aan Indië brengt, maar 'k had nog niet het genoegen u te +ontmoeten. En toch heb ik, vooral in den laatsten tijd, dikwijls aan u +gedacht. + +--Ei, hoe komt dat zoo? + +--Wel! ik heb zoo nu en dan wat van u gelezen en daarbij dacht ik: als +ik dien man sprak zou ik hem voor de curiositeit mijn levensgeschiedenis +eens willen vertellen. Een auteur moet, dunkt me, graag zoo iets hooren, +al is 't maar om zijn menschenkennis te verrijken of er later stof in te +vinden voor een schets of novelle. 'k Heb dikwijls gedacht; hoe halen de +schrijvers de dingen bij mekaar? Ze moeten zeker hier en daar lui +vinden, die hen op de hoogte brengen van een en ander.... + +--Dat ziet u aan u zelf meneer ... hum?... + +--Verbeke. Willem Frederik Hendrik Verbeke. Ja, 'k ben een Toewan! 'k +heb drie mooie voornamen, maar daar koop je niet veel voor.... Dus 't +zou u interesseeren als ik u vertelde, welk toertje ik al zoo door de +wereld heb gemaakt? + +--Natuurlijk, maar mag ik even mijn notitieboekje halen, dan teeken ik +de hoofdpunten aan--mijn geheugen laat mij soms in den steek. + +Hij lachte eventjes en streek met zijn hand over zijn dunnen rossigen +knevel;--Ga gerust je gang, meneer, maar wanneer je 't avond of morgen +mijn lotgevallen vereeuwigt, zet dân een anderen naam in je boek, +asjeblieft? Ik heb nog veel familie in Holland en die lui mochten zich +eens ergeren; 't zijn daar zulke brave zielen, weet u! Steunpilaren van +de kerk. 'k Heb twee dominees in mijn familie en ettelijke ouderlingen. +De witte das is erfelijk in ons geslacht. + +--Steek eens op, meneer! 'n lichte sigaar--eigen fabrikaat, 't is +meteen een adreskaartje van den fabrikant, al rookend vertelt men +gemakkelijker. + +--Graag! Ja 'k heb al menig sigaartje van je naar den blauwen hemel +geblazen en soms terwijl ik een boek van je las. Dan dacht ik zoo: wat +'n wonderlijke combinatie--sigarenfabrikant en schrijver--die man moet +een goed standje hebben. Hij raakt ze van alle kanten ha, ha, ha! + +--'t Is een dringende noodzakelijkheid dat ik fabrikant blijf, want van +zijn pen kan men in Holland niet leven, daarvoor is 't land te klein, +ergo.... + +--Verkoopt u sigaren. Koko blanda! Hollandsche sigaren in +blikverpakking, gegarandeerd tegen wormen, insecten en vocht. Hij sprak +snel en op één toon, als iemand die een les opzegt. Je ziet wel meneer, +dat ik de reclame-biljetten uit je kistjes van buiten ken, maar je hebt +schoon gelijk! Je moet turf opdoen zoolang je turven kunt, komt de oude +dag dan heb je een beetje brandstof in huis om je stijve knoken bij te +warmen. 'k Heb ook altijd zoo gedacht in den beginne, maar och! mijn +turf is me tusschenbeiden door vrienden en buren afhandig gemaakt, en 'k +ben er zelf ook wel 'n beetje ruw mee omgesprongen, Sepada!--hij riep +den jongen: + +--Minta whisky-soda? Mag ik u ook een glas offreeren? + +--Dank u, 't is me nog te vroeg, 'k heb hier mijn thee nog staan. + +--Och! ik drink ze alleen uit gewoonte om iets te hebben wat m'n tong +vochtig houdt; 'k heb zeker 'n droge lever!--Sedikit whisky! zei hij tot +den jongen, die hem inschonk. 'k Neem er maar een spoor whisky in, om +een smaakje aan 't Apollinariswater te hebben. U zou kunnen denken, dat +ik, hij maakte de bekende beweging, van dât hield. Och heer! neen, dat +is 't geval niet, zoolang ik onder de tropen ben, heb ik in alle +opzichten matig geleefd. 'k Heb dagelijks één enkel bittertje gebruikt +uit oud-Hollandsche gewoonte, vóór den eten en 's avonds een toddy of +een paar splitjes (half glas whisky soda) anders zag ik er zóó niet uit +op mijn vijf en veertigste jaar en 'k ben toch van mijn twee en +twintigste al in Indië. Kijk! 'k heb nog een goeien kop met haar en mijn +oogen zijn ook nog perfect. + +Ik keek mijn nieuwen kennis oplettender aan. Hij was een man van +middelbare lengte, met een opgeruimd, bruingelig gelaat en helderblauwe +oogen, die frank en vrij onder borstelige, rossige wenkbrauwen +rondkeken. Zijn neus was nog al dik, maar met zeer bewegelijke vleugels, +die op een zenuwachtig temperament wezen en als hij sprak, trok hij nu +en dan zijn bovenlip in 't midden min of meer driehoekig op, zoodat +onder zijn overhangenden dunnen knevel, de gave witte voortanden +zichtbaar werden. Over 't geheel genomen, had hij iets goedigs zelfs +iets kinderlijks in zijn uiterlijk, dat, ofschoon het een zeer +burgerlijk type had, toch volkomen fatsoenlijk en volstrekt niet +ordinair was. + +In den loop van het gesprek viel 't mij op, dat hij de gewoonte had, om +van tijd tot tijd een der punten van zijn langen snor in den mond te +nemen en er op te bijten, terwijl hij zijn gedachten scheen te +verzamelen. Zijn handen, ze waren zeer goed verzorgd, schoon sproeterig +en zonverband van boven, hield hij ze al sprekend, geen oogenblik stil. +Nu eens krabbelde hij met zijn lange zindelijke nagels aan de korte +stoppels, die aan zijn kin uitbotten, dan weer plukte hij met zijn +vingers aan zijn jaslapellen of streek door zijn kort geknipt, dik +rosblond haar. Zijn geheele persoonlijkheid was overigens kalm, zijn +manier van vertellen klaar, kort en duidelijk, soms bijna cynisch en +zeker zou men hem een volkomen rustig man hebben kunnen noemen, indien +niet zijn handen zoo voortdurend in beweging waren geweest. + +--'k Ben in Friesland geboren, begon hij, op een klein dorp, waar mijn +vader plattelands geneesheer was. 'k Heb nog een veel ouderen broer, die +dokter is te Amsterdam--en ik ben ook begonnen met 't gymnasium, maar 'k +had geen kop voor Latijn en Grieksch. Toen heb ik 't over een anderen +boeg gegooid en ben gaan leeren voor den post- en telegraafdienst. 'k +Was bijna klaar en zou examen doen, maar daar trof me een ongeluk met +schaatsenrijden; ik kneusde mijn been erg, heel erg; 'k was er lang mooi +mee! 't Genas eindelijk maar 't eene was cirka een halven decimeter +korter geworden dan 't andere. Niets aan te doen, hoor! Ik was +gesjochte, want even van te voren was voor de post- en telegraafbeambten +de keuring ingesteld en ik kon dus met mijn te korte been naar huis +hompelen. + +Goeie raad duur! Wát te doen? In Holland liggen de baantjes niet +opgeschept. 'k Had een broer in Indië, ook al dokter, dien 't naar den +vleesche ging. 'k Had hem geschreven: Jan, mijn eene poot is voor goed +opgetrokken en heeft mijn carriére in de war geschopt, kun jij me ook in +je apeland gebruiken? + +Jan was een goeie, hartelijke kerel en schreef me dadelijk terug: "Wim +kom maar over, 'n aap meer of minder hindert hier niet. Ik zal je wel op +een koffieland plakken, daar kun je zoo mank loopen als je wil!" + +'k Ben een vol jaar bij hem blijven logeeren om aan 't klimaat te wennen +en de taal te leeren, want ik kon me beter redden met boerenfriesch, dan +met Maleisch of Javaansch, dat snap je wel. 'k Had 't Javaansch vrij +gauw te pakken, Maleisch leerde ik van zelf onder de hand en toen ik +zoo'n beetje van alles wat de planterij aangaat op de hoogte was, kwam +ik als assistent op een koffieland. 'n Hondenbaantje hoor! Toen daarna +in de tabak. Ja, ik heb misschien menig plantje verzorgd wat u later tot +je onvergelijkelijke sigaren hebt laten verwerken. Van de tabak kwam ik +in de suiker en van de suiker weer in de koffie: maar hoewel ik goed +mijn brood had en zelfs een aardig stuivertje overlei, begon me dat +eenzame leven op die plantage de keel uit te hangen. Eten en drinken heb +je plenty, je kunt je zelfs vet mesten als je er lust in hebt--maar +leven? Neen! dat doe je op zulke ondernemingen eigenlijk niet, je leidt +een plantenleven. Daar ben ik de man niet naar, 'k ben een veel te +jolige knaap, 'k hou van pret, van lachen, van dwaasheid op z'n tijd, en +op zoo'n land is 't altijd en eeuwig koekoek-één-zang. Soms zag ik weken +lang geen ander Europeaan, dan m'n collega, een saaie, droge vent, die +me verveelde. + +'k Schreef weer aan Jan: "Broêr" schreef ik, "als je niet wilt dat ik +hier vastgroei of als een knol in den grond blijf zitten, kijk dan eens +voor me uit naar wat anders." + +--Kom maar hier--antwoordde Jan--dan zullen we op ons gemak voor je +uitkijken. + +Ik weer naar mijn broêr; die was toen al aan 't sukkelen. Beroerd hè? +dat zoo'n dokter zich zelf niet cureeren kan en nog beroerder dat hij +zoo precies weet wanneer ongeveer zijn lampje uitgaat. + +Als je je rept Wim! zei hij, dan kan ik je misschien precies nog een +handje helpen, vóór ik de pijp uitga. Nu dat heeft ie dan ook gedaan; +door zijn toedoen en verlichting heb ik mijn examen kunnen doen als +opzichter bij den Waterstaat. Tegenwoordig maken ze die examens heel wat +zwaarder, maar toen ik het deed was 't nog zóó erg niet. Wel zat je zes +dagen lang tegenover drie inspecteurs, die je, met permissie! 't hemd +van je lijf vroegen, maar 't ging goed--ik rolde er heerlijk door met +nog een ander; maar de rest werd afgewezen. Enfin! troost jelui je maar, +zei ik, drie gekken kunnen meer vragen dan één verstandig mensch +beantwoorden kan. + +Ik lekker, dat vat je! En m'n broer had er deeg van; hij liep in zijn +laatste schoenen, dat zag ik wel en den avond voor we hem dood in zijn +bed vonden zei hij nog tegen me: Wim! dat hebben we 'm nog net gelapt, +ouwe jongen! Kijk jij nou een beetje, dat mijn vrouw en kinderen goed +naar Holland komen. + +Goddank! ze konden leven, Jan was altijd zuinig en oppassend geweest. + +Een heele poos ben ik opzichter bij den Waterstaat geweest, maar veel +vooruitzicht had ik niet en 'k begon ook alweer genoeg te krijgen van +dat dwarskijkersbaantje; 'k heb me nooit lang bij één ding kunnen +bepalen, dat merk je wel! Daar gebeurde me iets wat je toeval of fortuin +zou kunnen noemen. 'k Was te Samarang en maakte er kennis met een +Engelschman. Toen die mijn naam hoorde vroeg hij: Ben jij soms een broêr +van dokter Verbeke? Ja! dan doet 't me plezier je te ontmoeten ... jouw +broer heeft mij radicaal van de spruw genezen, ik was destijds een arme +slokker en hij heeft me nooit laten betalen: daar ben ik hem nog altijd +dankbaar voor! + +Ik vertelde hem, dat ik mijn bekomst had van den Waterstaat en dat ik +wat anders wou beginnen. Well! zei de Engelschman, word aannemer. Je +zegt immers dat je wat geld hebt--ik ben toevallig in de gelegenheid om +je goed werk te bezorgen. Je kunt op mij rekenen! 'k Hoor hem nog +zeggen:--Your brother cured my body, I shall cure your affairs! En hij +hield woord! Ik nam mijn ontslag, werd aannemer en hij bezorgde mij +plenty werk. Zie je, dat was nog eens een man die voor een ander wat +over had. + +Jongens, ik bofte toen zoo! In vier jaren tijd had ik een goeie +zestigduizend gulden overgelegd, 'k had royaal geleefd en me waarachtig +niet verkniesd. Was ik destijds aannemer gebleven dan zou 'k misschien +nu een ton of wat in de wereld hebben, maar de duivel mag weten hoe 't +kwam, ik kreeg van de aannemerij ook al weer genoeg. 'k Geloof dat ik +toen, voor mijn doen, te veel geld had, en dat de broodkruimels me +staken. Op aanraden van een goed vriend--de satan mag hem voor mijn part +halen--kocht ik een koffieplantage. + +De rakker wist wel dat 't ding geen geld waard was, maar hij kreeg zijn +provincie en dáárom was 't hem te doen. Dat was God beter 't een +landsman. Ja! van je vrinden moet je 't maar hebben. + +'t Begon me tegen te loopen; in de boontjes lukte 't niet. Eerstens +waren de gronden niet goed en tweedens hielp Toewan Allah niet meê. +Mislukte oogsten, ziekte in de boonen, slechte prijzen, alles werkte +samen om me uit te kleeden. 'k Zat in een minimum van tijd in de beer en +wel zóó dik, dat ik geen gat meer zag om er uit te komen. + +'k Wist geen raad en dacht: waarom zal ik nou langer al die soesah +hebben. Kinderen hou ik er niet op na, mijn familie in Holland zal me +niet missen, ik blaas me een blauw boontje in m'n kop en Soedah! + +Maar 'k heb het niet gedaan en weet je wie me terug gehouden heeft? Mijn +huishoudster! + +Je begrijpt wel dat 'k in Indië zoo'n nuttig meubel hebben moest, en +toen ik er eenmaal toe overweging om zoo'n inventarisstuk aan te +schaffen, heb ik er naar mijn beste weten een uitgezocht van goede +kwaliteit. 'k Heb nog al een gelukkige hand in dat soort van zaken--en +daarom trof ik 't zeker ook zoo best. Ik kreeg een Boegineesche, Sina +heette zij. Mooi was ze zoolang ze heel jong was, later had ze toch een +dragelijk gezicht, maar trouw! trouw meneer! als een hond. Ik heb haar +achttien jaren lang bij me gehad, nu is ze sedert een paar maanden +dood.... + +Verbeke zweeg even, beet op de punt van zijn knevel, keek naar zijn +lange nagels, nam toen een teugje whisky-soda en vervolgde: + +--Ja! ze is dood, 't onthandt me erg, want ze deed alles voor me. Enfin +je kunt niet eeuwig bij mekaar blijven, hé? Maar om op mijn +koffieplanterstijd terug te komen: ik wou me dan maar gewoonweg voor den +kop schieten en 'k zou 't gedaan hebben ook, wanneer Sina me niet 't +pistool uit de hand had geslagen. Ze gooide 't voor mijn oogen in de +kali en zei:--Ben jij een man en kan jij je ongeluk niet dragen? Toewan +Allah heeft je eerst rijkdom gegeven, dien heb je aangenomen--nu neemt +hij je het geld weer af--moet je je daarom doodschieten? Foei! ik ben +maar een zwakke vrouw, maar ik heb meer moed dan jij--Ajo! wees +vroolijk; ik heb den goeden tijd met je doorgemaakt, ik zal je ook door +den slechten helpen. We zullen er samen wel komen. Zij bracht mij een +goede achthonderd gulden, die zij bespaard had en zei: dáár! dat heb ik +nog, daar beginnen we weer mee! + +Sina's broer was tuinjongen bij me en haar vader had ik als mandoer op +mijn land. Je begrijpt, met de familie van je huishoudster bemoei je je +nooit--je blijft altijd Toewan tegenover die lui--maar toen ik met Sina +'t land afging, waren ze erg beroerd, ze hadden kasian met ons. + +--Ja, die vader van Sina was een wonderlijke kerel, goed van hart, maar +een driftkop. Hij had in vroeger jaren, voor hij getrouwd was met Sina's +moeder, een perkara gehad met een anderen inlander en wel door een +haan--dat wil ik u even en passant vertellen, 't teekent zoo'n beetje de +toestanden onder die lui. + +Hij had namelijk een vechthaan, die zich meten zou met dien van zijn +neef. U weet zeker wel dat de inlanders dolle liefhebbers zijn van +hanengevechten en dikwijls bij die gelegenheden voor hun doen groote +sommen verwedden. Soms zelfs verspelen zij op die manier hun heele +hebben en houden, hun huis, hun sieraden, kortom alles! 't Is een +passie, die hen volkomen beheerscht. + +Nu gebeurde het dat de haan van mijn schoonvader het verloor, zijn neef +lachte hem daarom uit, ze kregen woorden en om een eind aan de zaak te +maken trok Sina's vader zijn kris en stak zijn soedara overhoop. Hij +vluchtte naar Makassar, werd daar aangeworven als cavallerist en kwam in +later jaren weer op Java terug. Daar nam hij een andere vrouw, zijn +vorige was te Makassar gebleven, en kreeg een dochter, Sina, mijn +huishoudster. + +Hij was waarachtig een eerlijke flinke kerel, dat heeft hij me later +bewezen, maar dat zal ik u strakjes vertellen, laat 'k nu bij mijn eigen +lotgevallen blijven. + +Met het geld van Sina begon ik weer zoo hier en daar een klein werkje +aan tenemen. 'k Had nog genoeg relaties en 't gelukte me er weer in te +komen. Eerst vlotte 't niet te best, maar eindelijk kreeg ik beter werk +en binnen een groote anderhalf jaar had ik weer een dikke vijfduizend +gulden over. Sina administreerde mijn duiten, begrijp je? En ze deed dat +zóó goed, ze hield van zóó weinig huis en paste zóó op alle kleintjes, +dat ik zelf verwonderd was dat we 't in ieder opzicht royaal hadden en +toch zoo bitter weinig uitgaven. Daar kreeg ik op eens een groote +aanneming voor Menado op Celebes, een werk waar een ferme duit aan te +verdienen was. Ik moest er natuurlijk zelf heen, maar wou Sina niet mee +nemen--'k had haar genoeg geld gegeven en voor alles gezorgd, zoodat zij +'t goed kon hebben zoolang ik weg was--ze scheen zich te schikken in de +scheiding, maar toen ik goed en wel op de boot zat, zag 'k haar op eens +voor me, met haar vader. Ze kwamen me smeeken haar meê te nemen. Eerst +wou ik er niet van weten; 'k was nijdig, want 'k vond het onhebbelijk +dat ze me tegen mijn zin gevolgd was, gaf haar een frisch standje en zei +tegen haar vader:--neem haar weer mee; 'k kan haar op reis niet +gebruiken, maar ze lei als een hond aan mijn voeten, ze omvatte mijn +knieën en riep: "ik zal sterven als mijn heer heengaat en ik weet hij +kan mij niet missen, hij heeft Sina noodig om voor zijn geld te zorgen. +Och! neem me meê anders kom je arm terug" en vader zei: "Sina heeft geen +ander in haar hart, laat haar niet sterven?" + +'t Was een allernaarste historie, een scène van belang aan boord. Enfin! +ik liet me verbidden en zei:--nu in Gods naam dan, blijf! Toen zoende ze +mijn handen, mijn voeten, ze kroop voor me op den grond, meneer en met +al die malligheid was de boot onder stoom gegaan en waren we al een heel +eind van de pier. Schoonpapa had er evenmin op gelet als wij, maar toen +hij zag dat ik Sina bij me hield, kreeg hij het in eens in de gaten. + +Slamat djalan! riep hij ons toe, trok achter uit zijn hals zoo'n lang +mes, dat hij op zijn rug onder zijn baadje had, nam 't tusschen zijn +tanden en jumpte overboord. Hij zwom naar land, dat is voor zoo'n +Boeginees maar een kleinigheid.... + +--En dat mes, meneer Verbeke? + +--O! dat was voor 't geval dat hij een haai tegenkwam, maar 't is +overbodig geweest, hij is goed en wel aan land gekomen. Sina en ik +hebben sàmen--ja bepaald _samen_--dat werk te Menado afgemaakt en toen +'t op zijn eind liep werd ik daar zwaar ziek; hevige koortsen. Toen was +ik toch blij dat ik haar bij mij had. Ze heeft me verpleegd--dat doet +geen soeur de charité beter--achttien dagen lang is ze niet van mijn bed +weggeweest en toen ze zag dat de dokter mijn ziekte niet meester werd, +heeft zij zelf in 't bosch kruiden gezocht en een drank gebrouwen, die +me heel gauw er boven op hielp, 'k Herinner me niet alles van die +ziekte, want ik was soms buiten westen, maar ik weet nog best dat ik +niet kikken kon of ze stond voor me. Ze lei op een matje voor mijn bed, +en was er met geen stok weg te slaan. Ja, 't was in haar soort een +kranig mensch, maar ten slotte werd zij ook ziek en toen keerden we de +rollen om en heb ik haar opgepast. Zij was gauw weer op dreef, want bij +haar was 't alleen maar overspanning en vermoeienis en ze zei: + +--Sina wordt van zelf beter nu jij beter bent. + +Zoo ben ik dan weer een heelen tijd in de aannemerij gebleven, totdat ik +ineens lust kreeg om een poos naar Holland te gaan. Natuurlijk kon ik +Sina daarheen niet meênemen, mijn heele familie zou een +onzedelijkheidsstuip hebben gekregen als ik met mijn bruine huishoudster +was komen aanzetten. Ik sprak er met haar over; ze was in die dingen nog +al beredeneerd en bevattelijk en zei zelf:--Ja, ik begrijp heel goed dat +je eens naar je familie wilt en ook dat ik niet mee kan gaan, maar mijn +hart zal bij je zijn--en kom je weerom? + +Natuurlijk, zei ik, maar hoe vraag je dat zoo? Och I zei ze, misschien +blijf je in Holland en zoek je daar een blanke, Europeesche vrouw. Dat +zou ik je niet kwalijk nemen, want dat moet er voor ons vrouwen toch te +avond of morgen van komen--maar kijk goed uit wie neemt. Je bent goedig +en je moet een vrouw hebben die van je houdt,--ze wees op mijn been--die +begrijpt dat Toewan Allah je al genoeg misdeeld heeft en die je goed +behandelt. Als je met haar terug komt en ze is _niet_ goed voor je--laat +ze dan uit mijn weg blijven! + +'k Had Sina nog niet zóó gezien, ze was compleet in de war en begon te +huilen dat 'k er bepaald beroerd van werd. Ze heeft alles voor me in +orde gemaakt, keurig, alles nieuw. Slaapbroeken, kabaaien, flanellen, +zelf genaaid op de machine. Ja, ze was verduiveld handig en zorgzaam +ook, want--hij lachte hartelijk--ze had zelfs een flesch obat (medicijn) +in mijn koffer gedaan, voor 't geval dat ik weer eens zoo'n koorts mocht +krijgen. + +In Europa heb ik ruim anderhalf jaar genoten van alles wat te genieten +was, te Parijs, Brussel, Berlijn, Weenen, Hamburg en Amsterdam, 'k Heb +overal een lieve duit laten zitten. Wat 'k oververdiend had, was glad +weg, maar gelukkig dat ik ook nog wat in Indië op de bank had gezet. Met +dat kapitaaltje ben ik weer begonnen toen ik terug kwam. Sina was blij +als een kind--verbeeld je.--Ze was mager geworden en stil, 't was net +alsof ze zich mijn afwezigheid aangetrokken had--nu, misschien had ik +haar ook eens moeten schrijven, maar ze kon niet lezen, daarom had ze er +toch niets aan gehad, niet waar? + +Ze fleurde heel gauw weer op en werd weer dik en vetjes, die inlandsche +vrouwen hebben gauw aanleg tot corpulentie, als ze geen soesah hebben. +Zij had zuinig geleefd terwijl ik weg was en wat ze over had kwam ons +goed te pas, want we moesten 't toch zuinig overleggen, omdat door mijn +verblijf in Europa mijn zaken een knauw hadden gekregen. De aannemerij +lukte niet erg meer, maar Sina wist raad en toen hebben we een soort van +handel opgezet. Zij had er een ongekenden slag van om voor weinig geld +allerlei producten te koopen, ik liet haar maar scharrelen met de +inlanders en leverde dan weer als tusschenpersoon aan exporteurs en +handelaars. Onfortuinlijk ben ik eigenlijk nooit geweest, want als ik op +droog geloopen was, kwam al gauw weer iets wat me vlot maakte. + +We hebben aardig geld verdiend en omdat ik begreep, dat als ik 'reis +uitkneep, Sina toch wat moest hebben, had 'k een heel flink huis van +circa drie duizend gulden voor haar gekocht, op haar naam gezet, een +aardig duitje op de spaarbank geplaatst en verschillende juweelen van +iemand overgenomen. + +En daar gaat ze me nu waarachtig dood, jammer! ze is tot 't laatst bij +haar positieven gebleven en geen uur voor haar dood zei ze nog tegen +haar vader: "Kijk eens voor hem--dat was ik, vat je?--naar een andere +vrouw, want hij kan niet zonder, hij staat als een kind op z'n +beenen"--hoe denkt zoo'n schepsel in zoo'n oogenblik aan zoo iets, hé? +Ze is heel kalm gestorven en ze liet mijn hand niet los, dan toen haar +vingers slap werden door den dood. + +Ja! 't was een heele vreemdigheid toen ze weg was, 't kwam zoo +plotseling; ze was maar een dag of acht ziek. 'k Was heusch erg onder +den indruk, want je hecht je aan zoo'n mensch en u weet niet hoe ze je +hier van alle kanten beduvelen en exploiteeren als je célibatair bent. + +Sina's vader, dit wou ik u straks vertellen, was niets inhalig. Volgens +de wet was hij haar erfgenaam, maar hij kwam bij me en zei:--Toewan, 't +is allemaal van u gekomen, wat doe ik met al dat geld? Geef mij +vijfhonderd gulden, dan koop ik een huisje, en haar juweelen, maar zoek +er eerst alles uit wat je zelf hebben wil tot gedachtenis. De Boeginees +viel me betoel mee! Hij ging zelf naar den notaris en liet het huis weer +op mijn naam overschrijven. Ik betaalde hem vijfhonderd gulden en nam +dezen ring, een mooie steen hé? En een paar brillanten oorknoppen, ze +hadden me vierhonderd pop gekost, want ik dacht, die ouwe man heeft er +toch niets aan en ik kan ze allicht voor een andere vrouw gebruiken. + +Mijn vrouws broêr, de tuinman, kwam de vorige maand bij me en zei: 'k +heb een goeie vrouw voor u, jong en zachtaardig, en de ouwe had er +onderwijl ook al een opgescharreld, maar ik heb geen van beiden +genomen--ik wil nu eens een Chineesche hebben, die zijn wat meer +ontwikkeld en nu is er me een door een sobat aan de hand gedaan. Daarom +zit ik nu hier in 't hotel, begrijpt u? 'k Heb met dien staartknaap +afgesproken, dat we mekaar hier zouden treffen, dan zou hij me bij de +familie van mijn aanstaande brengen. De vader wil haar niet te duur +afgeven--en 't moet een lief vrouwtje wezen. Bevalt ze me, dan neem ik +haar meê--anders ga ik alleen een poosje naar Japan, dat moet zoo'n mooi +land zijn. Nu Sina dood is heb ik toch geen idée dat ik onze zaken kan +doorzetten, dat inkoopen is mijn fort niet. Enfin! 'k zit nu nog goed in +mijn duiten, die moeten weer eens rollen. + +'k Heb voor alle eventualiteiten een levensverzekering van 3000 gulden +genomen, dat 's voor mijn begrafenis en 't beredderen van mijn boel. + +Die me er onder stopt mag dan de rest, die overschiet, houden--Ah! daar +komt mijn Chinees--adieu! meneer, tot het genoegen u weer te zien, ik ga +eens kijken of 't nieuwe inventarisstuk, dat hij offreert, me bevalt. +Salut! + + + + +EEN HUT BIJ DE KINDERKAMER. + + +--Ik zou u heusch aanraden om na de lunch zoo van tweeën tot vieren een +dutje te doen, zoo'n kleine siësta is bepaald noodig in de warmte, zei +de vriendelijke, jonge controleur, die met zijn ega tegenover mij aan +tafel zat. + +--Weldadiger dan zoo'n slaapje bestaat er niets! voegde het blonde +vrouwtje er lachend bij. + +--Gisteren heb ik 't al geprobeerd, Mevrouw, maar ik kon den slaap niet +vatten; 't is altijd zoo druk aan dek, je hoort er allerlei geluiden, ze +loopen voortdurend heen en weer en ... + +--Ongewoonte, meneer! en terwijl 't controleursvrouwtje haar man guitig +aanzag, zei ze: + +--Charles kon in den beginne overdag ook niet slapen, maar nu ... soms +moet ik manlief om half vijf schudden, ja? en heusch hij snurkt, foei! + +--Och, als ik eens den slaap gevat heb zet ik studdy door, lachtte hij +terug en zich over tafel vertrouwelijk naar mij toe buigend:--maar ik +slaap in mijn hut, daar leg je rustig, je kunt je ontkleeden, afijn! je +totaal lekker maken. Geloof me, doe zooals ik, ga op uw couchette +liggen; 't is een afdoend middel.... + + * * * * * + +De rijkelijke lunch had mij loom gemaakt. Ik voelde mijn oogen trekken +en een dof gevoel in 't hoofd voorspelde mij dat ik ditmaal slapen zou. +'t Was ook nog iets ongewoons voor mij om den ganschen dag, van 's +morgens 6 uur af, in de lucht te zijn. De zee maakt meestal in den +beginne den nieuweling moe en slaperig--ik besloot dus mijn hut op te +zoeken. Aan boord waren reeds de meeste passagiers in in zalige rust; op +'t dek lag de gepensionneerde majoor aan bakboord met open mond en +afhangende armen in zijn luierstoel te slapen, naast twee Indische +dames, die met pruimenmondjes en opgetrokken wenkbrauwen erg fatsoenlijk +dommelden; tegen de kajuitskap leunend, snurkte op de bank de anders zoo +spraakzame koffieplanter en aan stuurboord lagen, als de broertjes en +zusjes van klein duimpje op één rei, zeven jonge dames en heeren, de +vruchten van den al te weelderigen echt van een resident, die van verlof +terugkeerde. 't Schip scheen als uitgestorven, want in den salon was +niemand en zelfs in de kinderkamer zaten de drie Baboes met de aan haar +zorgen toevertrouwde spruiten zachtkens druilend bijeen. + +Pff, wat was 't benauwd in mijn hut, ze scheen me een oven toe--maar in +de Roode zee is het nu eenmaal niet anders mogelijk. + +Ik maakte mij lekker, deed jas, pantalon en overhemd uit en ging languit +op de couchette liggen. + +Zachtkens, regelmatig slingerde de boot heen en weer--van zeeziekte voel +ik gelukkig nooit iets--en voor mij was die zachte schommeling zelfs een +aangename beweging; 't was mij alsof ik gewiegd werd. Ik kan mij die +periode uit mijn kindsheid natuurlijk niet meer voor den geest brengen, +maar mij dacht, ongeveer zóó moet de beweging geweest zijn die mijn +goede bezorgde moeder met haar voet aan mijn wiegje mededeelde. + +Een, twee! E-é-é-n--twee-e-e! heen--terug! hé-é-én--terúg! 't Was +inderdaad een weldadig gevoel, maar--in plaats van er door in te slapen, +werd ik er helderder door en begon te luisteren naar al de geluiden, in +de stilte rondom mij. + +Achter, onder mij, hoorde ik de rusteloos wentelende schroefas en het +ruischen en bruisen van het water, dat schuimend opspatte langs +achtersteven, roer en boord. Onwillekeurig telde ik, ze vijf aan vijf +afdeelend, de doffe dreunende slagen der machine en allengs meende ik +woorden te hooren in de regelmatig wederkeerende korte rhytmische +stooten van het aan stuurboord ontsnappend condensatie-water. 't Scheen +mij alsof de boot, als medelijdend met de warme puffende passagiers, de +woorden: ik-kan-niet gauwer--ik kan niet gauwer! voortdurend uitstootte. + +Oah! ik geeuwde een paar malen. Was 't door slaap of zenuwachtigheid? Ik +geloof door 't laatste, want ik bleef wakker en moest nolens volens naar +dat eentonig ruischen en dreunen luisteren, terwijl het zweet mij aan +alle kanten uitbrak, want de temperatuur in mijn hut was ongeveer 94°. + +Groote hemel welk een hitte! en wij zijn nog niet eens midden in de +Roode zee, hoe houd ik het verder uit? Die gedachte speelde mij door het +hoofd en overweldigd door de benauwde warmte druilde ik eindelijk in en +begon dadelijk onrustig te droomen van een grooten glasblazersoven, +waarin men mij met de voeten vooruit wilde duwen. Een reusachtige woeste +kerel stootte mij voort, steunend en hijgend: ik-kan-niet +gauwer--ik-kan-niet gauwer! + +Met een schrik, schokkend en trillend ontwaakte ik en keek op mijn +horloge. Onbegrijpelijk! 'k had nog geen kwartier geslapen. Mijn gelaat +droop van 't zweet, mijn kussen had een natten indruk van mijn hoofd +gekregen en mijn goed kleefde me letterlijk aan 't lijf. Weg dus met +alles wàt gemist kon worden, alleen mijn flanelletje bleef mij over. 'k +waschte mij met het meer dan lauwe water uit mijn lavabo en dronk een +half glas limonade. + +'k Begon me nu erg moe en slaperig te gevoelen, mijn oogleden werden +als lood. + +Komaan! nu nog eens ernstig geprobeerd; met den vasten wil van te zullen +slapen, zal 't, moet 't gelukken. Weer strekte ik mij op de couchette +uit zoover ik kon, maar! ik heb lange beenen en daarom bleef ik, zooals +men dat aan boord noemt, "opgeschoten liggen in een flauwe bocht." +Iemand die wel eens op last van zijn dokter heete kamillen met vlier en +anijszaad heeft gebruikt tegen een verkoudheid, die hij onder een berg +wollen dekens en kussens bij een paar warme kruiken moest uitbroeien in +een goed gestookte kamer, kan zich een flauw denkbeeld vormen van de +warmte in de Roode zee. + +Naast mij hoorde ik mijn buurman, een naar Indië terugkeerend ambtenaar +snurken. Hij snurkte mooi, geweldig en artistiek. Eerst haalde hij +krachtig door zijn neus op, met een kleine ontploffing in de keelholte +elken ophaal besluitend--en dan stootte hij een geluid uit, melodisch en +forsch tegelijk, als de erotische kreet van een jongen panther. + +Aan de andere zijde van mijn hut zaagde een officier, die bij zijn lunch +een stevig glas wijn had gedronken, een solo en achter mij hoorde ik van +een jong mensch korte, stootende pff!-klanken, als ontsnapte er bij +kleine tusschenpoozen stoom uit zijn mond. + +'k Werd jaloersch! Gelukkige snorkers!--Waarom kon ik nu toch den slaap +niet vatten--ik heb toch anders ook een zekere reputatie wat slapen +betreft. Hoor ze nu doorzetten! Hé, hoe benijdde ik mijn buren! Had ik +ook maar een stevig glas St. Emilion gedronken--mijn maag kan er niet +tegen, jammer genoeg! + +'k Besloot te gaan tellen, ik kwam tot driehonderd en vijftig, verder +herinner ik me niet, want ik was langzaam ingedommeld om geen vijf +minuten later weer klaar wakker te worden door een helsch lawaai naast +mij. + +Een zevental lieve kleine onschuldige kindertjes, die van het dek waren +weggejaagd, omdat ze volgens den kwartiermeester, zoo gezeid, ofschoon +'t zoo in haarlui natuur lei, "den beest speelden en de passagiers 't +natuurlijk moevement van 't slapen rinuweerden", waren in de kinderkamer +gestormd en maakten ruzie met een der baboes, die volgens 't zeggen van +"le petit Alfred" lui avait chipée de chocolats praliné's! + +In een allerzondelingst mengeloes van Hollandsch, Maleisch, Duitsch, +Javaansch en Fransch werd het gesprek gevoerd en terwijl de jonge heer +Alfred een blikken mokje greep en dat met een "Sâle bète!" naar 't hoofd +van baboe no. I gooide, die grijnzend haar sirih-mond opende en betoel! +verzekerde: "pas vrai chamais, moi makan chjocolat!" + +"Diam! Tais toi, Alfred!" klonk 't vinnig uit een hut,--stil toch +kinderen! schreeuwde een andere damesstem, maar de oproerige jeugd hield +niet op met joelen en tieren vóór een paar mama's eenige van haar +spruiten met geweld hadden meêgenomen. + +De kinderjuffrouw was reeds op 't rumoer toegeschoten en deelde koekjes +uit aan de overige onschuldige kleinen, die nu lief bij mekaar zouden +gaan zitten en een spelletje doen. + +Een minuut of wat namelijk zoolang de voorraad zoetigheid strekte, +bleef 't rustig, maar juist terwijl ik op 't punt was den slaap te +vatten, zette een der lieve kindertjes een keel op en schreeuwde zóó +erbarmelijk om màmè dat baboe no 2 het noodig vond hem ongemerkt een +geniepige kastijding toe te dienen. De jongeheer--'t was bepaald een +aankomende basso buffo--begon onmiddellijk een serie geluiden uit te +stooten, die tot in de verste hoeken van het stoomschip moesten +doordringen. + +Zoo'n attaque in G majeur werkt gewoonlijk aanstekelijk, want de sinjo +werd dadelijk zeer verdienstelijk gesecundeerd door een anderen knaap en +twee kleine meisjes, die--de vrouwelijke natuur verloochent zich zelfs +niet bij kinderen van vijf of zes jaar--uit pure goedhartigheid +meêgilden. + +Allengs ontstond een volkomen cacophonie, de executanten werden +versterkt door de baboes, die haar diepe keel- en neusgeluiden--zoo'n +Javaansche baboe heeft in haar stem iets onderaardsch--in het koor +mengden, als de zware tonen van de contrabas, tusschen al de scherpe +oboe en klarinetklanken der kindertjes. + +--Ring! Flang! Ring! een blad met een karaf en een paar glazen werd van +tafel gegooid. 't Klonk wel mooi! als was het de turksche trom en schel +in dat orchest. + +--Rang, Ring! Bons! twee blanke kleine vuistjes smeten een kop en +schotel met een bordje over den grond. + +--Alweer een zoodje kommaliewant naar de weerlich! bromde een basstem +tusschen de zich allengs met meer kracht verheffende faussettonen en +terwijl de eerste Signo zijn solo fortissimo, con fuoco! doorzette, +raapte de toeschietende hofmeester de scherven op en stoof een Mama in +sarong en kabaai met loshangende haren en een badhanddoek in de hand de +kinderkamer binnen en diende den eersten solist een goed afgewerkten +oorvijg toe, die even als het heftig bewogen dirigeerstokje van een +orchest-directeur een plotseling forto fortissimo deed ontstaan. + +--Mèmè, mèmè, zij slaèt me! O! o! hi, hi! hi! + +--Wie slaèt je, kind?--wie? en woedend stoof de andere "mèmè" haar hut +uit en begon met een onbeschrijfelijke, bijna elektrische snelheid van +tong aan de andere dame te betoogen: "dat het niet te pès kwèm! +volstrekt niet te pès kwèm! in 't geheel niet te pès kwèm! om je hènden +èn ên èndermèns kind te slèn? Als er wèt te slèn is, ben ik zelf mèns +genoeg om het te doen, begrijp u lieve mevrouw? Zoo iets is korang +adjar, (gebrek aan opvoeding) en ik verzoek u dus allerbeleefdst om in +'t vervolg uw hènden thuis te houden lieve mevrouw, wênt ênders zèl ik +er den kèpitein over spreken, lieve Mevrouw! + +De lieve Mevrouw, ook niet op haar mondje gevallen, gaf met veel minder +snelle maar minstens even liefelijke stem te kennen, dat zij aan boord +#recht# had op een rustig middagslaapje en dat het volgens haar +bescheiden meening niet bepaald takt en opvoedkunde verried om in 't +bijzijn van kinderen zoo'n scène te maken en dat zij haar man ging +roepen, want dat zij het niet geraden achtte om met zoo'n hoogst +beschaafde en lieve dame alleen te blijven, want een ongeluk zit in een +klein hoekje.... De elektrische tong zweeg, gebluft door de vrij kalm +gezegde woorden van de andere, die ik nog even en passant aan een der +baboes een uitbrander hoorde geven. + +'t Was iets kalmer geworden; de lieve kindertjes keken ongetwijfeld met +hun groote ronde onschuldige oogjes hun lieve mama's verwonderd na. + +En inmiddels snurkte naast mij die ambtenaar onbezorgd verder, de +officier zaagde volgens mijn berekening zijn vijfde bos hout en de +jongeling stoomde, achter me, poeffend door! Gedempter klonken de +stemmetjes. De buikspreektonen van de baboes uit de kinderkamer werden +onduidelijker, waarachtig 't werd stil, een ongekende weelde +doortintelde mij, en ik begon zachtjes aan in te dommelen. Onduidelijk +hoorde ik nog het zeurig neusgeluid van baboe no. 2, die een klagend +Maleisch liedje jankte, ik zag, slaapdronken mijn oogen even openend, +flauwtjes dat het groene gordijn voor de opening van mijn hut zachtjes +bewoog, 'k vernam nog vlak voor mijn deur het fluisteren van een paar +kinderstemmen, vergezeld van 't rammelen van aardewerk--toen sliep ik in +... en dadelijk droomde ik. 'k Meende me op eens verplaatst te +Amsterdam, midden in den zomer op de Egelantiersgracht. Mijn reukorgaan +vertelde 't mij in den slaap en mijn hersens verwerkten half sluimerend +het denkbeeld: "Zou die lucht ook besmettelijk zijn?" + +De doktoren beweren wel dat zwavelwaterstof geen bacillen bevat, +maar.... Ring, rang, flang! daar brak een of ander stuk porcelein vlak +voor mijn hut. Onmiddellijk was ik klaar wakker en hoorde de klagende +stem van een kleinen jongen, die snikkend uitriep: "ik kon 't niet +helpen, Mientje heeft me omgegooid." + +--Niet waar! hij doet 't expres--hij heeft er mij ook afgeduwd, hi, hi, +hi! + +--Hi! hi! hi! ada sapoenja potje! huilde Mientjes zusje, die nog maar +enkel Maleisch sprak. Ik begreep volkomen haar droefheid, omdat ik nog +kort te voren geleerd had dat ada beteekent: "het is" een sapoenja = +mijn. + +--Tida! (neen) griende een andere engel van een kind, ada Theodoortje +poenja potje. + +--Ik dacht wel dat ze daar niet veel zaaks uitvoerden, ze waren zoo erg +zoet, riep een dame, haar hoofd uit een der hutten stekend. + +--Goeie hemel wat 'n boel! Sepada, jongens? Een van de twee Javaansche +jongens, die altijd zoodra ze niets te doen hebben als bruine terra +cotta beelden onbewegelijk achter bij de badkamers of 't groote watervat +hurken, stond langzaam op en neuzelde een: "Saja njonja!" terug. + +--Allo! gauw opredderen, haal een emmer water. Foei, foei! kinderen, wat +'n historie. Met een paar putsen zeewater was, binnen een minuut of wat, +alles in orde en ik hoorde den kwartiermeester, die om een of andere +reden er bij kwam, zeggen:--'t Is alweer de oude geschiedenis; ze kennen +hier niet omgaan met kinderen, daar moet je eigendommelijk slag van +hebben, zie je? Ik heb dàt nou van natuurswege en zooveel als door de +langdurigheid van omgang met de jeugd. De oudsten hou ik zoet met een +praatje, of ik zet ze met een vrindelijk wezen op de'r voorman, maar dat +kleine kaliber, dat mot je heel anders bewerken. Als ze schreeuwen, hou +ik ze aan één been onderste boven, dat maakt derlui in eens stil, daar +ben ze reëel van overdonderd vat je!--Als ze dan 'n beetje groezelig van +kleur worden keer ik ze weer om als een zandlooper, dan komt 't bloed +weer zooveel als op z'n standplaats terug--Ja! 't is een heele +eigenaardigheid in je zelf om kinderen te kunnen behandelen, zooals 't +hoort, dat kan je niet geleerd worden--dat's aangeboren--waarom heb +jelui mijn niet bijtijds geroepen, dan was die pot ook niet gebroken, +nou is d'r nog schade voor de hand.... + +'t Begon er nu aan te wanhopen, dat ik mijn vurig begeerd tukje zou +kunnen doen, niettegenstaande de kwartiermeester zich nu ernstig met de +zaak bemoeide en zooals hij beweerde: "zooveul als opschòoning hield" +door eenigen van de ergste levenmakers boven op de campagne van de +rookkamer te brengen met de hartige woorden: "nou doen ik jelui boven op +de rookkamer, dáár ken jelui mekaar voor mijn part om hals brengen, als +je de passagiers maar niet hindert. + +'t Scheen nu waarlijk rustig geworden in de kinderkamer, maar mijn slaap +was over, ik kleedde mij weer aan en toen ik mijn hut uitkwam bleef ik +een oogenblik staan kijken naar de drie baboes, die slaperig aan tafel +bij elkanker zaten. Met kracht drong zich eensklaps de theorie van +Darwin aan mij op. De eene, ongekapt en met reeds grijze haren, zag me +lodderig aan, lachend met breedgetrokken mond, die evenals de kin, wat +den vorm betreft, aan den chimpansé deed denken, terwijl haar voorhoofd, +koonen en ooren weer aan den brul-aap herinnerden. Haar buitengewoon +ontwikkelde buste rustte als een zak nat zand op de tafel en haar +handen, die op de bruine klauwen van een waschbeer geleken, hielden +spelend een lepel vast, waar zij nu en dan aan likte. + +De tweede Javaansche kindermeid, minder oud en ook minder gezet, was +misschien eenmaal in haar soort een "knap stuk" geweest, maar nu zag zij +er uit alsof ze een paar maal voor oud en half fatsoen was opgeknapt, +versteld en overgedaan. Als zij sprak dook haar stem uit haar onderbuik +omhoog en baande zich met moeite een weg door haar ingedeukten neus. + +Toch was zij ontegenzeggelijk van deze drie gratiën de bevoorrechte, aan +wie Paris den appel, in dit geval bepaald een gedroogden, zou kunnen +geven, want de derde baboe heb ik nooit voor een vrouw kunnen houden--ik +geloof heusch nu nòg dat ze een verkleede "ouwe kerel" was. Zij bracht +me onmiddellijk een half suffen bothobbelaar voor den geest, die behebt +met pokputjes en bruin van vel, aan de vischmarkt met den naam van +"Janus liplap, de spons" werd aangeduid. + +De aanblik van die trits aanminnige vrouwen maakte mij somber, want ik +dacht, zijn dat nu menschen naar Gods beeld geschapen?--Waar moet ik +heen met mijn geloof? Weg dus! aan dek, in de frissche lucht! maar 't +was daar ook niet frisch, integendeel warm, broeiïg--doch in ieder geval +beter dan beneden ... ik stak een sigaar op en bleef over de +verschansing kijken. + + * * * * * + +--Wèl? vroeg de controleur mij familiaar aanstootend, dat's u zeker +goed bevallen, die siësta in de hut. Heeft u nu niet rustiger geslapen? + +--Vraagt u dat maar eens aan den kwartiermeester, die komt daar juist +aan. Hé! Arie, zeg, vertel jij meneer eens hoe 't beneden was van +middag! + +--Met je welnemen meneer, ik laat me liever niet posetief verklarend +over zulke dingen uit, want ik ben 'n loontrekkend persoon hier aan +boord en niet eigen familjaar genoeg met de ouwers van de diverse +rakkers en kleinighedens--maar dat kan ik je met de hand op 't hart +verklaren, ze hebben allemaal d'r eigendommelijkheid--en een passagier +die in 'n hut naast de kinderkamer wil slapen overdag mot iemand wezen, +die doofstom geboren is met een goed humeur! + + + + +MULLER'S BUSTE + + +Muller was niet meer; de dichter, de hoog begaafde had eensklaps het +aardsche tranendal verlaten. + +De dagbladen hadden, met een zwart randje omlijst, vermeld, dat Johan +Friedrich Adalbert Muller overleden was. Duitschland en Nederland +betwisten elkander de eer hem te hebben zien geboren worden, maar +Nederland triomfeerde, omdat Muller geen twee titteltjes op zijn U had +en het bewezen werd, dat er vóór dezen Muller nog een andere leefde, die +ergens in Holland kadetjes bakte, en bij den burgelijken stand als zijn +vader stond ingeschreven. Eén rouwkreet klonk door 't gansche land en +vond zijn echo in de harten van allen, die hem en zijn werken gekend +hadden. + +Toen hij nog leefde, waren velen zijn bewonderaars en aanhangers +geweest, anderen hadden hun schouders opgehaald, om aan te duiden dat ze +hèm niet heel veel en zijn werken zoo zoo vonden, en nog anderen hadden +eenvoudig met hoog opgetrokken wenkbrauwen en een smadelijken glimlach +_gezwegen_, om daardoor te _zeggen_, dat hij _niets_ en wat hij dichtte +nog minder was. + +Na zijn dood echter waren alle partijen het plotseling met roerende +smart er over eens, dat er in Nederland nooit eerder zoo'n Muller +geboren was, en dat er ook waarschijnlijk nooit weer zóó een zou +sterven. Niemand durfde meer iets ten nadeele van den afgestorvene +zeggen, want _de critikus_ van het _grootste litteraire blad_ had Muller +_de eenige_ ware poëet van Nederland genoemd en de critikus was +buitengewoon knap, die wist het, zei men--en _men_ heeft altijd gelijk! + +De uitgevers van Muller's gedichten maakten buitengewoon goede zaken, +door op de nog onverkochte exemplaren de woorden _tweeden druk_ te doen +aanbrengen en 't publiek eerde den doode, door de uitgevers er af te +helpen. + +In alle winkels hingen photographie-portretten van den overledene. +Immortellenkransen dienden als lijsten en de winkeliers verhoogden den +prijs van 't visiteformaat met tien en van de cabinetsportretten met +vijf en twintig cents. + +Een comité vormde zich, om op Mullers graf een zijner waardig +gedenkteeken--de circulaire vermeldde: "eenvoudig als de man zelf"--te +stichten, terwijl eenige meer intieme vrienden bijeenkwamen, om de +nagedachtenis van hun voortreffelijken vriend te eeren, door zijn +loopende schulden zooveel mogelijk te vereffenen, want Muller was in +alle opzichten een wáár poëet geweest en had ruim zooveel onbetaalde +rekeningen als verzen nagelaten. + +Nooit was er zooveel notitie van den Dichter genomen dan toen de koude +aarde zijn eens zoo warm hart omsloot. + +Lijkzangen en grafdichten verschenen bij de vleet en vonden plaats in +dag- en weekbladen. Zelfs de Reizende Trompetter, het blaadje van den +Boerenstand, gaf een nécrologie van den gestorven poëet, en aan het stot +daarvan vier treffende regels: + + "Treur, Neêrland, treur om Uwen Muller, + Nooit zong een Dichter blijer, guller, + Tot Godes en der menschen eer. + Nu is hij dood en zingt niet meer!" + +'t Was mode geworden, om over Muller rouw te bedrijven, zijn werken +waren eensklaps meesterstukken geworden en zij, die ze vroeger niet +begrepen, dweepten er nu mede. 't Scheen wel alsof 't publiek zich +verheugde, dat Muller dood was, alleen om in de gelegenheid te zijn, de +assche des beroemden te huldigen. + +Kort na elkander verschenen bij een muziekuitgever: "Souvenir à Muller," +élégie pour piano-forte à 4 mains, en "Sonnette posthume Mullerienne," +fantaisie pour contrebasse avec accompagnement de piccolo. + +In de modewinkels werden strikjes, en fichu'tjes à la Muller +verkrijgbaar gesteld. De dames, begeerig naar een haute nouveauté, +tooiden zich met die zaken, als hulde aan den te vroeg ontslapene. 't +Stond wel niet altijd mooi bij haar toilet, die sapgroene kleur met geel +achtigen weerschijn, maar 't was de geliefkoosde kleur des Dichters +geweest; al zijn dichtwerken waren in omslagen van die kleur +verschenen--en wat doet een vrouw al niet om naar de mode te zijn en +tegelijkertijd gemakkelijk te bewijzen, dat zij ontwikkeld in haar +smaak, de Muzen en haar zonen genegen is. + +'t Was dus niet te verwonderen dat de Heer Giovanni Capelli, de +Italiaansche fabrikaat van gipsen-beelden en statuetten, op de gedachte +kwam, om van den algemeen betreurden dichter een buste te doen +vervaardigen en in den handel te brengen. + +'t Moest een sprekend gelijkend afbeeldsel zijn en tegelijk goedkoop +opdat een ieder zich er van zou kunnen voorzien en voortaan in geen huis +Muller's buste behoefde te ontbreken. + +Giovanni Capelli was een ondernemende geest een man van genie, zooals +hij 't zelf uitdrukte. Eigenlijk heete hij _Jan Haar_, maar toen hij +zijn zaak in gipsfiguren van een echten Piemontees overnam, was hij op +'t geniale denkbeeld gekomen om zijn naam in 't Italiaans te vertalen. +_Giovanni Capelli_ klonk toch veel beter dan _Jan Haar_, 't scheelde +minstens dertig percent op de verkoopprijzen. + +Dat zijn limineus denkbeeld met goed gevolg was bekroond, bewees het +groote magazijn, dat hij in een der hoofdstraten hield. 't Was een waar +Pantheon, zooals Giovanni het met welgevallen noemde, want zijn winkel +was altijd ruim voorzien van beroemde gipsen personen van beiderlei +kunne, en gros en détail verkrijgbaar. + +--Was er maar geen portret van dien snuiter, zei hij in zichzelf, dan +maakte ik een brillante affaire--'k heb nog een paar gros staan van dien +onverkoopbaren Duitschen philosoof; hm! een mislukte speculatie geweest, +geen mensch lustte 'm hier; daar was best 'n Hollandsche van te maken; +'n beetje afnemen van den neus, 't haar wat afvijlen en ... maar enfin, +dat gaat nu eenmaal niet, ze kennen den kerel hier te goed, jammer, +jammer...! + +Hij besloot dus een buste te laten maken door een jong modelleur, die +eenmaal zijn adreskaartje had bezorgd. Giovanni was logisch en +overlegde:--zoo'n jong artist wil graag naam maken door een bekend +persoon te modelleeren--hm! dan moet hij voor mij voor een schuifje +werken, dan helpen we mekaar ... d'r zit wel een masseltje aan. Eerst +verkoop ik ze voor _een daalder_, dan voor een gulden, en eindelijk, als +de loop er zoowat uitgaat, frisch ik de 30-cents-bazars er mee op.... + +Met die gedachten was Giovanni op weg getogen naar de nieuwe buurt, waar +de beeldhouwer woonde en repte zich zoo snel zijn zwaarlijvigheid het +toeliet. 't Was warm weêr en op zijn voorhoofd parelden de druppels van +inspanning en haast. + +Eindelijk had hij het huis bereikt en stond stil voor de deur; een klein +bordje met de woorden: J. Bruin, Beeldhouwer, 3 × schellen, toonde hem, +dat hij terecht was. + +Hij schelde driemaal met duidelijke tusschenpoozen.... Knip! deed de +deur en sprong een eindje open. Giovanni trad in 't portaal en ... zag +niemand! + +--Wie da-a-ar! klonk een schelle, oude vrouwenstem van boven. + +--Woont hier Bruin de beeldhouwer? + +--Jawel! kom u maar boven! + +Is ie t'huis? + +Kom u maar boven, drie hoog op de voorkamer! + +Even fronste Capelli zijn borstelige wenkbrouwen en mat met één blik de +hoogte der eerste verdieping--een oogenblik stond hij besluiteloos en +streek over zijn embonpoint, maar in het volgende begon hij, zuchtend, +de opstijging. + +Toen hij twee hoog was, bleef hij even staan, om adem te scheppen en te +pruttelen: "Dat artistenvolk woont ook altijd zoo eeuwig hoog--enfin! in +'s hemels naam," en hij klauterde de laatste trap op. + +Een kleine, magere oude juffrouw met een bont boezelaar voor en +opgestroopte mouwen, keek hem met een dom-vinnig gezicht aan en vroeg, +de mouwen over de nog van zeepsop dampende stokkerige armen +neerslaande:--Most uwe bij Bruin wezen? + +--Pff, Poeh! Pff. Jà, hè-hè! Jawel-juffrouw, +sakkerloot-wat-woon-jelui-hoog! + +--De trap is 'n beetje stijl; vooral voor dikkige menschen zooals uwe is +'t een heele klim.... + +--Pff, ja, geweldig steil, pff-Poeh!, maar goed licht hier. Capelli zag +met zaakkundigen blik, dat 't atelier in de voorkamer was en uitmuntend +licht had. + +--Ga d'r maar in, meneer! + +--O, dank u.... Giovanni trad binnen. + +--Ja, ziet u--m'n zoon is op 't moment niet t'huis. + +--Hê? pfft! + +--Hij is de deur uit! + +--Dat-had-je-me-wel eerder kunnen zeggen--Poeh! pfft! dan was ik +waarachtig al die trappen niet opgeklommen. + +--Dat dacht ik ook al, grinnikte de juffrouw en met een vluggen greep +deed zij het bonten boezelaar van haar lichaam verdwijnen;--maar, ziet +u, d'r is tegenwoordig al niet veel te doen in 't vak ... en als d'r nou +iemand om 'm komt, dan denk je al, die brengt misschien wat te doen en +daarom ... ziet uwé? + +--Jawel, jawel, ik snap je, moedertje--hum! is dàt werk van je zoon? +Capelli was het atelier eens rond gegaan en bekeek aandachtig een +basrelief afgietsel.... Hm! dat ben je zelf, oudje. + +--Hè, hè, há, ja--dat heit ie zoo ereis gemaakt uit tijdpasseering. + +--'t Lijkt goed; heb je er bepaald voor geposeerd? + +--N-neen--hij heit 't zoo maar gemaakt uit z'n hoofd. + +--'t Is realistisch opgevat; 't doet 't best.... Capelli keek +beurtelings de oude vrouw en 't afgietsel aan. + +--Ja, d'r is nieks an vergeten, ziet u wel dat m'n wratje d'r ook op +zit--'k heb er een op mijn linker wang, kijk maar O, Sjuul werkt heel +netjes en sicuur, Heb u soms wat voor 'm te doen? + +--Misschien wel; jammer dat ie niet t'huis is.... En dat? Hum! Giovanni +bleef met de handen op den rug vol aandacht een vrouwentorso +bekijken,--is dat ook werk van uw zoon? Zeker naar 't leven gedaan? + +Het oude menschje aarzelde een oogenblik en wreef verlegen haar +knokkelige handen over elkander, terwijl zij knorrig antwoordde:--Ja, +naar 't bloote model. + +--Zoo, zoo! Nu, 't is flink gedaan--hij zag eens rond, en omdat hij veel +naaktstudies aantrof, zei hij zonder erg: + +--Je zoon schijnt veel van 't naakt te houden. + +Juffrouw Bruin kleurde een beetje, en meenend dat die meneer haar +misschien minder netjes zou vinden, viel ze plotseling vrij heftig uit: + +--Nou meneer, zóó erg is 't Goddank niet. Sjuul is een heel net, +fatsoenlijk persoon, maar 't is tegenwoordig de mode; al die blootigheid +is mijn anders altijd 'n doorn in m'n vleesch geweest en ik potersteer +d'r nog alle dagen tegen.... + +--Zoo! De kunstkooper keek glimlachend om naar de oude juffrouw, die met +opgetrokken neus vervolgde: + +--'t Is de rug van Roosie, een jodenmeissie, maar dat's ook ál mooi wat +ze an d'r lijf heit; een mond als een hooischuur en een neus commesi, +zoo'n bom! Ik heb iedere keer al gezeid: Sjuul, 't komt niet te pas, dat +je zoo'n messie in d'r nakendheid afmoderleerd; wat jullie an die +akademie doen, kan ik niet beletten, die schandaligheid gaat me niet +an, maar hier in huis wil ik 't niet zien gebeuren. Als je dan absoluut +een bloote rug noodig heb, kan je de mijne krijge, dat's ten minste nog +eigen onder mekaar, maar om zoo'n vreemd mensch ampart bij je te laten +komen en priemelnakend voor je te zetten is ergerlijk en onchristelijk, +en--zei ik--ik blijf d'r bij, hoor, anders ben ik als ouwer niet +verantwoord--heb ik nou gelijk of niet meneer? + +--Zeker, moeder, zeker! antwoordde Capelli zich eensklaps omkeerend: hij +scheen opnieuw Roosie's rug met alle aandacht te beschouwen, terwijl +juffrouw Bruin voortklaagde: + +--'t Is een ramp tegenwoordig, je durft als ouwer niks meer tegen je +kinderen zeggen, want ze slaan je, zoo gezeid, in eens dood door d'rlui +meerdere geleerdheid. Verbeeld u, Sjuul zei: Och, moeder! je weet'r niks +van; 't is immers alleen maar studeeren. Nou, m'n lieve mensch, nou +vraag ik je? in mijn tijd was studeeren heel wat anders ... dat deën +alleen dominees en dokters. + +--'t Is blikslagers mooi gedaan! zei de kunstkooper halfluid. + +--O, zoo!--Ja, uwe heit zeker ook zoo iets noodig; 't is treurig, alles +wat ze komen bestellen is in de nakendigheid; wat zie jelui toch aan die +bloote menschen? + +--Wees maar gerust, juffrouw--ik heb nu juist een heel deftige +bestelling voor je zoon, een ouweheerenkop. + +--O, dat's goed, neem me dan niet kwalijk. Ja, als ik u goed bekijk, +ziet u er ook veels te suffisant en te degelijk uit, om je met zulke +goddelositeiten op te houwen. Stil! wacht even, daar is Sjuul, ik hoor +'m fluiten op de trap. Dat zal uwe net treffen, meneer! Zeit u maar +assieblieft niks tegen Sjuul, assieblief, hij is zoo driftig. Ik ben nog +van 'n ouwerwetsche burgerfamilie; men vader was stovenzetter in de +Groote Kerk en ik zou d'r niks tegen hebben, dat m'n zoon in de kunst +zat, als d'r maar fatsoenlijk brood in stak--maar 't is huilen +tegenwoordig--hij kon genoeg werk krijgen, als ie maar niet zoo +eigenwijs was--hij wil de onmogelijkheid, weet u--O, daar is ie!--Zij +brak eensklaps haar woordenvloed af, deed de deur open en liet haar zoon +binnen. + +--Sjuul, daar is 'n meneer voor je, ik heb 'm zoolang gezelschap +gehouwen ... dag meneer, dienaresse! en toen zachtjes, maar toch zóó dat +Giovanni het hooren kon:--'t Eten staat klaar, jongen! + +--Goed, moeder, goed! ga u asjieblieft maar heen, zei de jonge modelleur +een beetje knorrig....--Meneer, gaat u niet zitten--laat moeder u staan! + +--Neen, Sjuul, meneer liep uit z'n eigen rond. + +--Jawel, 't is goed, moeder ... hij duwde haar zachtkens op 't +portaaltje en toen tot Capelli: + +--Waarmede kan ik u dienen? + +--Ik heb een buste noodig--ik ben Giovanni Capelli. U kent mijn magazijn +zeker wel. + +--O ja, natuurlijk! + +--'k Wou eens hooren wat u rekent voor een buste, naar een photo? + +--Levensgrootte? + +--Neen! half.... + +--Marmer? + +--Waarachtig niet! gips--maar in veel exemplaren. + +--Dat 's moeilijk zóó te zeggen--U moet 't model in klei betalen en dan +later zus of zooveel voor elk afgietsel--heb u de photo bij u? + +Capelli nam een zorgvuldig in vloeipapier gevouwen cabinetportret uit +den zak en toonde het aan Bruin: + +--'n Mooie duidelijke photografie, hé? + +--Schikt wel--is dat niet Muller de dichter, die pas overleden is?--de +winkels hangen vol van die dingen. + +--Juist, de groote Muller. + +Bruin ging naar 't venster, hield de photo goed in 't licht, bezag haar +aandachtig, nam een loep en keek nog eens met alle oplettendheid naar de +details. + +--Heeft u geen "en-face" portret? + +--Neen, dit is het eenige wat bestaat. + +--'t Is lastig, om alleen op zoo'n profiel af te gaan,--hij hield +Capelli het portret en de loep voor--ziet u, daar zit iets in dien neus, +dat ik niet heelemaal verklaren kan--'t is een min of meer gebogen neus, +maar ... hm! er is iets vreemds aan ... kan u nergens een "en-face" +krijgen? Dit is bovendien Rembrandtiek verlicht en dat liegt zoo--hebt u +geen gewoon portretje, al is 't kleiner? + +--Neen, ik heb er nog moeite voor gedaan, maar--Capelli gaf de loep en +de photo terug--'t is toch een vrij gewone kop. + +--Schrikkelijk gewoon, je zou niet zeggen, dat die vent zoo'n kraan is +geweest; hij ziet er niets schrander uit; 'n vrij laag voorhoofd, +uitstekende jukbeenderen, de mond en kin wat achteruit, geen baard, +gewoon glad haar--'t Zal een lastig ding wezen om de gelijkenis goed te +treffen. + +--Ja, maar lijken moet ie en goed, heel goed ook. Dat is 'n conditio +sine qua non, dat begrijp je wel, Meneer Bruin. + +--Heeft _u_ 'm persoonlijk gekend? + +--Ik? Volstrekt niet, ik hou niks van verzen--maar er zijn genoeg lui, +die hem goed hebben gekend. Weet u wat, maak een schets in klei en zie +dan, dat je het oordeel inwint van menschen die hem dikwijls zagen, dan +kom je er wel--ik zal je wel wat lui sturen.... + +--Was hij niet getrouwd? + +--Neen! + +--Geen broers of zuster? + +--Ik geloof het niet--enfin! ik zal wel een paar menschen vinden; begin +maar vast, want ik heb er haast meê. U begrijpt: 't is een speculatie op +de _Mode_--als ik niet heel gauw kom met m'n buste, is er misschien al +weer een andere dooie knul in trek en dan zit ik later met die prullen. + +Het gelaat van den moddelleur betrok bij dat woord en min of meer kortaf +zei hij: + +--In allen gevalle lever _ik_ artistiek werk en als u mij de afgietsels +laat maken, is de eene zoo goed als de andere--maar u moet me geen +hoop-werk laten maken, ik leen mijn naam voor zoo iets niet. + +--Kalm, jongmensch! bedaard aan, we zijn nog zoo ver niet, laat maar +eens eerst 't model zien; over de rest spreken we nader. + +Na een poosje loven en bieden, waarin de heer Giovanni Capelli een +schitterend bewijs gaf, dat de natuur in zijn hersens het centrum van +den handel tot een buitengewone afmeting had gebracht, werden zij het +eens, vooral ook, omdat de kunsthandelaar den jongen artist had weten te +overtuigen, dat ieder beginner, hoe knap hij ook was, protectie noodig +had en dat één aasje geluk meer waard was dan een kilo verstand. + +--Luister eens, jongmensch--zoo besloot Capelli zijn betoog: ik heb +hier, terwijl je weg was, je werk eens bekeken; je bent een kraan, hoor, +maar je hebt geen connectie en die kun je door mij krijgen. Ik weet niet +hoe 't komt, beste jongen, maar zoodra ik je zag, voelde ik iets voor +je--ik wil je voorthelpen--maar je begrijpt, ik ben zelf geen +gefortuneerd man--het walletje moet bij het schuurtje blijven--als je me +te duur bent, haal ik het zaakje niet aan. Doe jij nu je best op de +buste van dien verzensmid, dan zal ik je naam bekend maken--dat is nu +eigenlijk geen werk voor je, dat weet ik wel, maar ik heb wat in petto. +Hm! daar hebben al heel wat artisten duim en vinger naar gelikt! en dat +zul jij hebben, want nu ik dat ruggetje van dat model.... + +--Van Roosje? + +--Juist! nu ik dat gezien heb, weet ik, dat jij de man bent dien ik +hebben moet. Adieu! groet je Mama! + +Bruin keek den vertrekkenden man na en dacht:--Wat 'n nobele +vent!--Jonge artisten zijn gewoonlijk goed van vertrouwen. En Capelli +keek, op straat gekomen, even omhoog naar 't atelier en grinnikte in +zich zelf: + +--'n Knap ventje, die lapt 't me voor een koopje! + + +II. + +De buste stond op 't atelier in schets, 't was eigenlijk meer dan een +schets, zoo mooi was ze uitgevallen. + +Capelli zou dien dag met een paar vrienden van den overledene komen, om +te zien hoe de gelijkenis was. + +Bruin had den natten doek er af genomen en bekeek aandachtig, met het +portret in de hand, zijn werk, nu en dan hier of daar even iets aan de +klei veranderend of afnemend met een klein boetseerstokje. + +Hij was er zelf nog al voldaan over, al kon hij niet weten of de +gelijkenis volkomen goed was. Zijn moeder stond naast hem met de kat in +haar armen en bromde--'t mensch bromde altijd: + +--'t Is toch eeuwig zonde zoo als jij je tijd verleutert. Nou werk je al +een week lang aan dat lamme ding en wat verdien je er an? 't Is de peine +niet waard. Sjuul, Sjuul! als jij zoo doet, komen we nooit uit de +armzaligheid. Is dat ding nou nog niet goed voor die "dikke." + +Zij kon den naam Capelli niet goed onthouden. + +--'t Is toch precies, zooals ie op 't portret staat.... Stil poessie, +we gaan zoo naar de keuken--nou, stil dan liefie, je weet wel, hier op +'t atelier mag je niet rond loope, dat wil Sjuul niet hebbe--nou stil +dan Tommie! + +--Och, moeder, doe toch die nare kat naar achteren, dat beest is zoo +wild; verleden week heeft ie 'n beeldje omgesprongen, dat me 'n hoop +moeite kostte; 't was totaal weg! + +--Nou ja, 'k hou 'm immers vast ... zeurde de oude vrouw.--Tommie, de +baas kan je niet lijen, stom dier, maar de vrouw wel. Zeg, Sjuul, heb je +nou geld voor den huisheer, de belasting moet ook betaald worden en de +kruidenier moet ook al elf gulden hebben; dan bennen ze d'r geweest van +de.... + +--Och, moeder hou op!--'k heb nog 'n paar kwartjes in m'n zak, dat 's +alles, maar zoodra ik dit ding heb afgeleverd, zal ik je geld geven. + +--Sjuul! je doet veels te veel moeite voor die dikke, je had in dien +tijd, dat je aan die kop werkte meer kunnen verdienen, want 't was +casueel, hé? Nou kwam d'r juistement werk ... zeg nou maar: 't is af en +knoei d'r niet langer an. + +--Zeur toch niet ouwe, je begrijpt er geen steek van--je weet niet wat +een artist is ... ik kan 't niet zóó afleveren, 't ding bevalt me nog +niet heelemaal! + +--Nou ja, zóó fijn zullen ze toch ook niet kijken, 't is immers mooi +genoeg voor 't geld. Stil Tommie! Jij leit veel te lang aan zoo'n ding +te hannessen ... blijf d'r nou dan toch af met je vingers, wat je er aan +de ééne kant opplakt, krab je d'r aan de andere kant weer af ... dat is +monnikenwerk.... + +--Daar wordt gescheld, moeder! Ga nou asjeblieft heen en zorg dat er +niemand anders boven komt, dan die heeren. + +Een gestommel op de trap, een stuk of wat zuchten en kuchende geluiden, +en aangevoerd door den blazenden en hijgenden Giovanni Capelli, betrad +een viertal heeren Bruins' atelier. + +--Pff! Poeh! Wat 'n toren! Ga binnen heeren! + +--Verbazend hoog! + +--Hé, hé! + +--Een opstijging in optima forma! + +--Mag ik u voorstellen, heeren! Mijn speciale vriend Jules Bruin, 'n +veelbelovend talent, modelleur, beeldhouwer,--Mijnheer Drogers, +letterkundige, Mijnheer Coquenard, particulier, Mijnheer Assman, +criticus van De Morgenster en de Kunstbode.--Dr. Operling--recensent van +de Dichtwarande--zelf ook beroemd door zijn verzen. + +--Aangenaam! zei Bruin. + +--Engeném! Meneer Drogers boog stijfjes het hoofd. + +--Charmé! Een hartelijke handschudding van den heer Coquenard. + +--Aangenaam kennis te maken! Twee vingers van den criticus raakten even +Bruins hand aan. + +Dr. Operling zei niets, maar hij liet zijn hoofd als een geknakte bloem +op zijn gesteven overhemd vallen, even steunend. + +--Daar zijn we nu,--zei Capelli, zijn hoed en stok op een stoel +leggend:--Je hebt toch mijn briefkaart ontvangen, niet waar? + +--Zeker! + +--We stonden juist op 't punt hierheen te gaan, toen mijn vriend +Coquenard 't magazijn kwam inloopen. Zoodra hij hoorde, wat we bij je +gingen doen, zei hij: dan ga ik mee, want Muller was een intieme, goeie +vriend van me, niet waar Coquenard? + +--Zeker 's--Oui certainement, 'k 'ebbe monsieur Mullere so dikwijlse +keziee. O! 'ij was 'n éminente poéte--un homme charmant. Isse dat +y?--Hij wees op de buste. + +--Ja! vindt u dat hij lijkt--wacht! ik zal 't gordijn dáár 'n beetje +laten zakken, de zon is wat fel--dat doet niet goed; de reflex van die +witte huizen aan den overkant hindert. + +--O, ne faites pas de façons--ikke kan eele koete sien, hm! hm! + +Giovanni draaide als een kat om een stuk spek een paar malen rondom de +buste, bekeek haar oplettend, voelde even, heel voorzichtig, met den +vinger langs de nog vochtige klei en zei in zichzelven: 't Is goed +gedaan, 't zit flink in mekaar;--toen, luid:--Nu, wat zeggen de heeren +er van;--is 't Muller? + +Monsieur Coquenard, die intusschen 't atelier rondwandelde, scheen hem +niet te hooren, omdat hij zich in Roosje's rug verlustigde en zijn oogen +niet kon afhouden van een kleine Venus-callipigos, die hem verleidelijk +scheen toe te lonken. + +Capelli nam intusschen Bruin even apart en zei:--ik breng je daar drie +eminente lui--Mr. Drogers is één kluit geleerdheid--een man die je als +artist heel nuttig kan zijn--en Assman en Dr. Operling, hm!--hij kuste +zijn vingertoppen--zijn critici, zooals er maar weinig zijn. Zij +behandelen alles wat kunst is. Sculptuur, muziek, tooneel-, +schilderkunst, enfin alles en ... zie je, niet ouderwetsch, om den dood +niet! Modern vat je? Kranig; Assman vóóral zet niet één, maar twee +puntjes op de i.... Je moet je voordeel doen, vriend, met deze +gelegenheid. Assman kan je onwaardeerbare wenken geven waarvan je als +jong artist ontzaggelijk kunt profiteeren; 't is heusch waar, zoo'n +kennismaking is wel een buste waard. + +--Wèl, wèl! zei Bruin en keek met een benauwd wantrouwen naar den +kunstcriticus, die, na met een diepzinnig gelaat het atelier te hebben +rondgekeken, zonder plichtplegingen in den grooten lederen fauteuil was +gaan zitten, die tegenover de piedestal met Muller's buste stond; hij +zonk er in weg als 't ware. + +Met de beenen over elkander, achterover geleund, drukte hij zijn hals en +kin vóór in zijn hoogen staanden boord, zoodat zijn wangen over den +boord kwabden, zette langzaam een gouden pince-nez op, trok nadenkend +een paar malen aan het puntige bakkebaardje, dat zijn kin versierde en +zei, gewichtig de wenkbrauwen fronsend, met neergetrokken +mondhoeken:--Hum, hum! hum! + +Dr. Operling stond achter den stoel met gekruiste armen, somber voor +zich uit te staren en zei niets. + +Capelli keek de critici vragend aan, zei ook: hum! hum, hum! en de heer +Drogers, die op een afstand stond en de rechterhand boven de oogen +hield, alsof hij in de verte een zonnig landschap of een schilderij +wilde beschouwen, liet na een geleerd hum, hum, hum! een beschroomd +lachje hooren, waarin iets blatends klonk. De Franschman was inmiddels +alweer bij Roosje's torso en de Venus; 't was alsof hij aan die twee +naaktstudies smulde. + +--Maar Coquenard, kijk nu toch eerst eens naar de buste? vroeg Capelli +verwijtend.--Jij als leek kunt misschien nog het objectiefst oordeelen, +jij bent hier de Vox populi! + +--Ah, oui! certainement--ik ebbe dadelijk kezien datte monsieur Muller +wasse, zei hij als terloops en keerde zich weer om, magnetisch +aangetrokken door de kleine Venus-figuur, die op een tafeltje +stond:--Admirable, mooie meid! zei hij in zichzelf en toen luid: +Monsieur Bruin, isse dat naare levend model? + +--Natuurlijk! + +--'Eele mooie vrouw, superbe forme--wone dat meissie 'iere in die +stadte? + +--'t Is 'n beetje geïdealiseerd natuurlijk, glimlachte de artist. + +--O, maar toch en réalité bepaald 'eele skoon meissie. + +--Kom, Coquenard! ouwe snoeper, kijk nu liever naar Muller--lijkt ie? + +--Décidément--maare als ij een 'oed oppe 'adde, zou ik beter kan +zekke--ik 'ebbe 'm nooit tête nue kezien, altijd met zijnen chapeau--zoo +kroote 'ooge 'oed! + +--Och kerel, je zeurt! Capelli werd knorrig, maar vroeg niet meer, omdat +mijnheer Drogers, die een paar malen eenige stappen voor- en achteruit +gedaan had, steeds met door de hand beschaduwde oogen, de buste +beziende, eensklaps zijn min of meer geaffecteerde stem verhief en +verklaarde: + +--Ik ben misschien geen bevoegd beoordeelaer, wèt de èrtistieke +uitvoering betreft, wènt ik ben niet meer den een kèmergeleerde, maer ik +heb de waerdige men toch goed gekend--hij wès 'n collègae ven me--jèren +lèng.... + +--Dus u zou hem dadelijk herkennen? vroeg Giovanni. + +--Dèt is te zeggen--jae en neen--èls _U_ me niet gezegd hèd, we gaen +Muller's buste zien, zon ik niet zeggen, dèt dit Muller wes. + +--C'est ça! zei Coquenard, even omziende; hij streek juist met zijn +vleezige hand als liefkozend over Roosje's torso;--ç'est ça! alse +Capelli niette 'adde kezekd--wij kaane Mullere zien, zou ikke mete wete +dat het le brave homme was. + +--Pèrdon! viel Drogers in,--de suggestie speelt hier wel een kleine rol, +maer.... 't oordeel ken toch individueel en objectief zijn.... Els ik +mijn meening ronduit zeggen mèg...? + +--Zeker, asjeblieft! zei Bruin, die in zijn linnen kiel, met over +elkander geslagen armen tegen den muur leunde. Fijntjes glimlachend keek +hij met afwachtende oogen naar de drie heeren. + +--Nu, den permitteer ik me deze opmerking: Ik heb hem in mijn +herinnering veur me, toen we sèmen in de littéraire club: "_De honingbij +vèn den Hélikon_" lid wèren. Daar zegen we mekaèr elken Woensdègèvend. +Nu is het buiten kijf, dèt lèmplicht heel ènders is dèn dèglicht, mèr +... de mensen, "dés denkende Wesen èn sich," zooèls Kènt zegt, 't +individu, blijft toch 't zelfde, niet waer? + +--Jawel, natuurlijk! antwoordde Bruin, omdat meneer Drogers hem met +zijn kleine grijze oogjes scherp aankeek. + +--Begrijpt u? Drogers wees op de buste,--dit is geen levend wezen--dit +is geen soort vèn fèntoon in soliden vorm gebrècht en èls zoodènig heeft +'t groote verdienste zonder twijfel, mèr.... + +--Lijkt ie nu, of lijkt ie niet? vroeg Capelli kortaf. + +--Jè, dèt is uiterst moeilijk te bepèlen--èls ik 'm goed bekijk--de +littèrator deed een stapje nader met vooruitgestoken hoofd--dèn is 't +Muller _wèl_ en toch is 't Muller _niet_.... + +--Dat snap ik niet goed, waarde heer! + +--Meneer Capelli, permitteer me? U laet me niet uitspreken ... ik +bedoel, ik herken in sommige opzichten den ontslèpene wèl, bijv. zijn +dèsje 's frèppènt juist geobserveerd; hij droeg, zoo lèng ik hem kende, +èltijd vèn die kleine vierkènte zijden strikjes onder een omgeslègen +boord met overvêllende puntjes--juist zooèls de mijne--we kochten in één +winkel.... Dèn zie ik--U neemt me tech niet kwèlijk, meneer Bruin?... + +--O! in 't minst niet! De artist kwam wat dichterbij, met een +uitdrukking op zijn gezicht, alsof hij in meneer Drogers een clown zag, +die hem amuseerde. + +--Dèn zie ik iets in de oogen daerentegen, dèt me _niet_ bevèlt. Muller +hèd heel licht blauwe oogen, die herken ik hier volstrekt niet, 't lijkt +net een blindemèn. En dèn, om je de waerheid te zeggen, z'n neus, die +wès énders.--De philoloog bewoog zijn hoofd naar links en rechts, bekeek +den neus van den zaligen dichter aan alle kanten en zei:--Wonderlijk! 't +is Muller's neus wèl en toch is 't z'n neus niet! Wèt er èn schort, zou +ik niet kunnen zeggen, wènt ik ben geen modelleur-èrtist of beeldhouwer; +'k ben mèr 'n gewoon sterveling ... hè, hè ... mèr ... Muller hèd 'n +kèrèkteristieke neus en dit is 'n bènéle neus. De mond is best, hij had +die min of meer dunne lippen ... en toch ... Ik ben immers niet +onbescheiden--u neemt toch niet kwélijk èls ik soms iets zeg, dèt u niet +toegeven kèn?... + +--Neen! neen! Waarachtig niet; ik luister met allebei m'n ooren--u +spreekt zoo verstandig--ik leer van u--ik ben u dankbaar! + +--O, meneer Bruin! De letterkundige trok een pruimenmondje en hief zijn +rechterhand met een afwijzend, bescheiden gebaar op.--U is een +welwillend mèn ... ik wou dèn maer zeggen, dat ik zijn mond wèl groot +vind, en dèn heb ik dèt kuiltje op zijn bovenlip, onder zijn neus, nooit +opgemerkt--misschien kwèm dèt wel, omdèt Muller destijds een knevel +droeg en daerdoor zèl waerschijnlijk z'n mond niet normaal hebben +geschenen--ook z'n kin vind ik niet weerom, hèd hij zijn kin wel zoo +leelijk èchteruit? + +--De photografie geeft die juist zóó aan. + +--Jè, maer hij hèd er destijds zoo'n dingetje òp--hoe noemen ze 't ook +weer, zoo'n sikje! + +--Een jeune-France? + +--Dèt is 't--jèwel, juist. Ziet u, meneer Bruin, dèt zèl 't verschil +zijn; veur 't overige zit er mèchtig veel in die buste in! summæ +summærum kèn ik toch niet ènders zeggen dan: 't Is Muller! Bovendien, +--hier lachte de geleerde heer allerminzaamst tegen den artist--u heeft +de photo en die kèn niet jokken--ik maek u wel m'n compliment--'k ben +blij, dèt 'k uw chef-d'oeuvre gezien heb en kennis met u maekte.... + +Dank u! Bruin drukte, met meer vuur dan natuurlijk was, de hem +toegestoken hand en op zijn gelaat stoeide even een lach, die in zijn +donkerbruine oogen weggleed en daar bleef lichten, terwijl hij kalm en +bescheiden vroeg: + +--En wat is uw opinie, meneer Assman? + +De critikus was in de houding, die hij had aangenomen, blijven zitten, +schijnbaar geheel verdiept in de beschouwing der buste. Hij had geen +enkel teeken van goed- of afkeuring gegeven, terwijl de heer Drogers +sprak; nu draaide hij langzaam zijn hoofd naar Bruin, en met een zucht, +als ontwakend uit diep gepeins, sprak hij, op ieder woord de noodige +klem leggend: + +--Laat me u eerst zeggen, dat ik de uitvoering van 't model, "l'oeuvre," +_het werk_, begrijpt u, zeer verdienstelijk vind--u ziet, ik begin niet, +zooals veel collega's van me doen, met _af te breken_, ik prijs uw +habiliteit--Assman stak zijn gekromden rechterduim vooruit.--Ziet u, er +zit _dát_ wel in, dát weet u--dàt zeker iets, dat hm!--dat lekkere, dat +smeuïge als 't ware, waardoor je, als u 't er nog meer in kon brengen, +zou kunnen vergeten dat 't ding een bonk klei was, maar ... wat nu de +gelijkenis betreft zeg ik, die den overledene herhaaldelijk zag: _'t is +'m niet!_ + +Dr. Operling schudde, langzaam somber voor zich uit starend, het +hoofd--en zei niets! + +Ah! kwam Giovanni. + +--'t Is 'm in 't geheel niet! + +--Dat 's ronduit gesproken, meneer Assman. + +--Juist, meneer Bruin, dat is zoo mijn gewoonte; ik wind om mijn opinie +geen doekjes--ik geef mijn oordeel niet af, vóór ik in mijn innerste +overtuigd ben, dat ik _objectief, zonder eenig aanzien des persoons, +zonder eenige consideratie van welken aard ook_, oordeelen kan, en +daarom zeg ik u nu:--'t Is Muller niet! + +--Wat mankeert er dan aan, meneer Assman? + +--Voelt u niet als artist, wat ik bedoel? + +--Neen, nòg niet! + +--Laat me u dan zeggen, wat ik in dit beeld mis. + +--Asjeblieft! + +--Ik zie daar voor me een beeld; misschien lijkt het goed, wat neus, +ooren, mond, voorhoofd, enfin! wat den uiterlijken vorm betreft; die +laat ik er op 't oogenblik geheel buiten.... + +--Maar permitteer me, 't is juist de vorm, die.... + +--Neen, laat me uitspreken, meneer Bruin, u moet me goed begrijpen--ik +ga dieper dan een ander--ik zoek de psyche--en die vind ik in die buste +niet--ik mis de ziel! + +--De ziel? + +--Juist! ik heb den hoogbegaafden man gekend, zooals misschien weinig +anderen; ik heb zijn gedichten gesavoureerd, mijnheer Bruin--ik heb +hem, waar anderen hem verguisden, altijd de hand boven 't hoofd +gehouden--omdat ik zijn mooie ziel kende en waardeerde. Hij was z'n tijd +vooruit, hij was een moedig dichter, die radikaal met 't metruim, met 't +rhythmus brak; hij rijmde niet met woorden, neen! hij sprak denkbeelden; +hij zei z'n ziel uit in zijn sonnetten, in zijn balladen en oden, in +zijn ... enfin in alles, wat hij schreef ... en als je hem zag, was zijn +gelaat _bezield_: de vorm was voor hem echter heelemaal bijzaak, de +inhoud, daar lachte hij meê--hij zei spontaan z'n intens mooie gedachten +zóó, als ze opwelden in zijn geweldig brein. En dat vind ik heelemaal +niet terug in die klomp grijze klei, die daar voor me staat ... zooals +ik hem daar voor me zie, is 't die independente groote ziel niet; hij +lijkt op iedereen, op een gewoon mensch! + +--Maar z'n gezicht is ook heel banaal! + +--Pardon!--zooals _u_ of den ander hem misschien ziet, is hij gewoon, +dat wil ik wel toegeven, maar jelui kijkt ook gewoon--Enfin, als u niet +begrijpt, niet _voelt_, wat ik bedoel, kan _ik_ het u niet zeggen, maar +_'t is Muller niet_--Kan u niet wat meer ziel in dat ding leggen? + +--Ik kan hem niet anders maken, dan hij was. + +--Maar zóó was hij niet, meneer Bruin; ziet u geen kans den hevigen +dichter meer te doen zien? + +--Bezwaarlijk! Ik kan alleen den vorm teruggeven. + +--Aha I daar heb ik u!--Juist, daar zit 'm de knoop, de vorm! de vorm! +maar ik heb niets met dien vorm te maken, wanneer ik zoo'n buste als +herinnering aan den Dichter wil koopen--en dát is toch het doel, waarmeê +je ze in den handel brengt, nietwaar Capelli?--dan wil ik niet den +stoffelijken mensch zien, maar den poëet--en een poëet bij de gratie +Gods was Muller--een groot genie. + +Dr. Operling keek met gekruiste armen, somber starend, smadelijk +glimlachend naar de buste en zei niets. + +--Oh! sans doute, un genie! viel monsieur Coquenard, die zijn +ontdekkingstocht door 't atelier gestaakt had, eensklaps in.--IJ wasse +een kroot genie, un homme admirable, altijdde aan die prak kiseer, veele +distrait. Alsse 'y kwam dans mon mahasin, zek ikke tout de suite: +Bonjour, monsieur Mullere--alweere parapluie verkete--verlore, éh! + +--Wat bedoelt u? + +--Eh, monsieur Bruine! eel simplement, dat 'y toujours kwam om een nieuw +paraplue te koope--Monsieur le poète Mullere altijd verlieze son +parapluie--ikke 'ebbe le pauvre homme verkokt wel 'onderd parapluie.... + +--Já, dan zal u hem zeker wel goed hebben gekend. + +--Maar meneer Coquenard, viel de heer Assman eenigszins scherp in:--Hoe +kan u een parapluie in verband brengen met zijn genialiteit? + +--Hommes de gènie 'ebbe tokke nooite koeie mémoire--altijdde verkete dan +ditte, dan datte.... + +--Maar dat doet toch aan de gelijkenis van deze buste niets af of toe; +dat 's nonsens! + +--En die siele dan, waarvan u spreeke? Alsse ik jugeere wil, of de man +kelijkke op deze buste offe niete--'eb ik te kijk niete naare zijn +siele, maare naare zijnen neuse, zijn oore en ook', (oog) "en un mot": +ikke moete inspecteer la matiére, niette die impondérabilité, die +qualité psychique; pardonnez moi, maare watte u zek van die _siel_ isse +meere nonsens dan mijn parapluie! + +--Wat blieft u? Assmans oogen werden boos. + +--Ikke blief niemendalle--u 'ebbe miskien meer keleerdheid dan ikke, +maar ikke 'ebbe meer bon sens!--Alsse meneer Bruine zou opzetten willen +un chapeau aan die buste, zal ikke u zek of la ressemblance, die +kelijkenisse koet is. + +--Een slappe hoed? vroeg Bruin lachend. + +--Pardon! chapeau haute forme. + +--Een hooge dop? Dien bezit ik niet. + +--Neem den mijne, zei meneer Drogers, zijn hoed aanbiedend--'t kan best +zijn dat meneer gelijk heeft. + +--Te groot! lachte Bruin; hij verdrinkt er in ... maar wacht! ik zal hem +er boven houden.--Zoo! wat dunkt u nu, meneer Coquenard? + +--Sal wel luk! Oui, isse al beter, maar die neuse daar mankeere nok wat +aan--ikke 'ebbe monsieur Mullere nooite zonder chapeau kezien ... maar +tiens nu lijkke 'ij! Oui, oui, la ressemblance y est. Weet u watte: +makke u 'm een 'oed van klei op die kop--en dan een andere neuse, tiens! + +--Wat 'n laffe onzin! bromde Assman. + +Dr. Operling bleef somber voor zich uitstaren en--zei niets. En Drogers +vroeg zacht aan Capelli:--Zouden we niet maer liever heengaen--ik geloof +dét we geen pés veurwaerts komen--de meeningen loopen te veel uiteen ... +en met een blik op Assman, die er hoe langer hoe strijdlustiger begon +uit te zien:--De gemoederen worden wèrm--ik geloof dét u beter zou doen, +éndere opinies dén de onze in te winnen. + +--'k Geloof dat je gelijk hebt, meneer Drogers;--Meneer Bruin, we zijn u +dankbaar voor je ontvangst. 't Spijt me dat 't resultaat van ons bezoek +niet beter is. U moet nog maar eens kijken, of u aan Muller's neus nog +wat veranderen kan, want hoezeer de heeren ook van opinie verschillen, +op één punt zijn ze 't eens: de neus van den Dichter deugt niet; daarin +ligt de kardinale fout! + +--Oui, ikke keloof 'ij 'adde meer zóó neuse.... Meneer Coquenard duwde +met zijn wijsvinger zijn reukorgaan iets omhoog. + +--Een wipneus? Geen kwestie van! zei Bruin, oplettend photo en buste +vergelijkend. + +--Neen, neen! dén eerder 'n dikkere, meer volumineuse. Dét réppeleer ik +me ten minste wel. Muller héd iets pérticuliers aén z'n neus--maer wét +'t wés...? De geleerde heer Drogers haalde de schouders op en trok zijn +handschoenen aan. Dr. Operling ontvouwde zijn gekruiste armen, +ontrimpelde zijn voorhoofd, keek nog eenmaal met een zucht naar Mullers +buste, lachte toen smadelijk in zich zelf en drukte Bruins de hand ten +afscheid. + +--Pardon, meneer, zei Bruin, U heeft uw opinie nog niet gezegd: Vind u +dat Muller lijkt? + +Toen opende Dr. Operling zijn mond en sprak:--ik heb den man nooit +gekend, wel van 'm gelezen--en als ik naar zijn gedichten oordeel, kan +hij er wel zoo banaal hebben uitgezien. Bonjour! + +Meneer Assman keek met souvereine minachting Dr. Operling na, en toen +naar den parapluienkoopman, die hem met een spottend: á l'avantage; +monsieur Assmanne, in den deurpost salueerde. Hij groette met een +nuffige handbeweging Capelli, en zei, toen beiden vertrokken waren, op +beschermenden toon:--Jonge vriend, je zult later wel leeren begrijpen +wat ik bedoel; je bent nog wat te veel onder den indruk van 't genoten +akademisch onderricht--je moet vrij, indépendent worden. Tegenwoordig is +de vorm geheel bijzaak--'t komt er volstrekt niet meer op aan, of een +portret of buste lijkt, zooals men dat vroeger noemde; al geef je, zoo +gezegd, iemand, die rood is zwart haar, al zou je een man met een +wipneus een arendsneus maken, 't doet er allemaal niet toe--als je maar +zorgt, dat het _onzienlijke_ er in zit. Begrijp me goed: al had je nu +b.v. deze buste--hij tikte met zijn wandelstok tegen 't piédestal--op +Muller's gelaat afgegoten, dan zou hij voor mij toch niet lijken, +zoolang ik dat onbeschrijfelijke er in mis, dat psychische, dat niet +gezien, maar alleen _gevoeld_ kan worden.--Adieu! + + +III. + +--Oeff! deed Bruin, toen de heeren 't atelier verlaten hadden.--Pff! wat +'n geleerdheid, 'k snap er geen steek van--hij wil er in zien, wat niet +gezien kan worden, niet zien wat ie voelen kan--daar mag Joost uit wijs +worden ... hij ging in den fauteuil zitten, nam opnieuw de photo en +vergeleek die nog eens nauwkeurig met het kleimodel.--'k Laat me villen, +als ik weet, wat er aan scheelt; die beroerde Versjesmaker _wil_ maar +niet lijken ... 'k weet toch zoo zeker, dat ik de photo conscientieus +heb gevolgd, maar toch hebben ze gelijk: dáár in den neus zit de +fout--wat blikslagers, kan 't toch wezen? + +Nog eens en nog eens weer bekeek hij zijn werk, greep een +boetseerhoutje, toetste hier en daar wat aan den kop, nam distantie, +keek dan weer vlak bij van links en van rechts, en eindelijk, knorrig en +zenuwachtig geworden, smeet hij met een vloek portret en stokje vóór +zich uit, ver door de kamer. + +Juist ging de deur open, een vlugge hand ving 't stokje op en een +vroolijke stem riep:--Heé heé! is dat 'n manier, ouwe jongen? + +--O, Karel, ben jij 't? Kom binnen! + +--Jawel, ik ben 't en je buurjongentje, Puckie, is vlak achter me. + +--Zoo, wurm, kom jij ook 'ris kijken? + +--Ja, sliert! En ik kom een beetje tabak halen, heb je nog, zei een +klein dik ventje, met een erg wijd, sopperighangend geruit broekje aan, +dat uit een fluweelen jacquet over een paar versleten gele fietsschoenen +hing. + +--Kijk maar in den pot, misschien is er nog shag in. + +--'k Schoot niet op vandaag en ik kreeg 't land, daarom loop ik eens +over en kom je Verzenpallurk nog 'ris kijken. + +--Nou, d'r is geen moois an, hoor! + +--'k Wou hier in, maar je ouwe mensch hield me tegen, omdat de OOMES er +waren. Puckie zat al bij d'r koffie te lebberen, niet waar, wurm? + +--Ja, jouw koffie.--Zeg, sliert, ik heb ze gehad en hij had ze _willen_ +hebben.... Wat is je ouwe vrouw mopperig--en hoe vonden de "heeren" je +kop? + +--Nou, maar zóó--zóó; de eene vond 'm te dit, de ander te dàt.--Och! ze +hebben me een poos geamuseerd met d'r lui gewauwel, maar eindelijk +hebben ze me nijdig gemaakt--de duivel mag dan ook weten, wat er aan +dien neus scheelt--kijk jij nu 'ris, Karel--daar leit 't portret bij de +deur. Toe, Puckie, raap jij 't is op, jij bent 't dichtst bij den +vloer.... + +--Ja ... en jij 't laagst bij den grond,--grinnikte het ventje, maar +zocht meteen de photo op en gaf die aan Karel. + +Met hun drieën bekeken zij nu aandachtig Muller's buste, een heele poos, +zwijgend, met kritische oogen. Eindelijk zei Karel:--ik snap d'r niks +van, 't ding zit toch best in mekaar en 't is goed gedaan naar 't +portret. Puck nam een stukje klei, rolde er handig een klein balletje +van, plakte dat op Muller's neus en streek er met zijn natgemaakten +vinger overheen, met schuins gehouden hoofd kijkend, hoe 't deed. Bruin, +die de photographie in handen had, riep eensklaps:--D'r af, Puckie! Gauw +d'r af! Zóó is 't heelemaal donderen--veel te dikke ponem. Neen, dàt is +'t ware niet! + +--Geef 'ris hier, Jules; de kleine nam de photo uit Bruin's handen, ging +er meê bij 't venster staan, keek met ingespannen aandacht en riep +eindelijk snerpend:--Wat sakkerloot! d'r is aan dien ponem (neus) +geretoucheerd. + +--Hè! is 't waarachtig? + +--Wat ik je brom, hoor! d'r is aan geknoeid--God weet, hoe 'n +kinderklomp die vrijer voor z'n kop heeft gehad--ze hebben 'm mooier +gemaakt, dan ie was--mijn kop af, als 't _niet_ zoo is! + +--Maar Puck, wat zou ie dan wel voor 'n snuit gehad hebben? Geef 'ris +op! Karel nam 't portret uit Puckies vingers, keek ook met alle +oplettendheid en zei:--Jules, gooi eris links een moppie klei tegen z'n +gevel--en zet vóórop een klein korreltje met 'n deukie. + +Bruin deed zooals Karel zei, maar vóór hij er mee klaar was, riep Puck +teleurgesteld: + +--Mis, 't deugt niet, nou lijkt ie zelfs niet meer op 't photo'tje. + +--Dan maar d'r af! Bruin bracht Muller's neus weer tot den primitieven +vorm terug en zei knorrig:--Dat beroerde ding verveelt me, 'k heb er al +acht dagen aan gewerkt en als ik geen "en face" heb, breng ik er nooit +wat van terecht. + +--Hou nou eens even je gemak, ik geloof, dat ik er ben! + +Karel riep Bruin bij zich, vlak voor 't venster.--Kijk! zie je daar die +retouche--geef je loup eris--nou, kijk nou zelf; ze hebben 'n eind van +z'n kajim afgenomen. + +--Waarachtig dat lijkt wel. + +Puck stond op zijn teenen bij de anderen en vroeg:--Laat me ook eris +kijken, ik kan d'r zóó niet bij. + +--Kom hier, hobbelbroek, kijk!--Bruin pakte 't ventje eensklaps beet en +tilde hem op. + +--D'r is van voren wat afgehaald en aan de eene zij bijgebracht. Die +neus is goed, om iemand gek te maken!... riep Puck. + +Bruin zette hem weer op den grond; hij liep naar de buste; duwde den +neus wat in elkaar, rondde hem aan één kant af en vroeg: "Is ie zóó +beter?" + +--Neen, schei maar uit; je bent ook al geen professor, blijf maar bij je +decoraties--die schilder je ten minste nogal dragelijk. + +--Dankje wel! Puckie tikte met één vinger aan zijn slappen hoed,--ik zal +je groeten--God geve je sterkte met dien mooien jongen dáár--misschien +komt van nacht z'n geest en maakt zelf z'n facie in orde--Dà-ag! + +--Dag hobbelbroek! + +--Dà-ag! + +Karel, meer serieus artiest, bleef nog een poosje met Bruin aan 't +zoeken, maar eindelijk gaven ze 't beiden op. + +--Ik zou niet graag zoo'n koopie snappen, Bruin; als ik 'n dingetje +schilder, heb ik er lang niet zóóveel gehaspel mee. + +--Och! schei uit, 'k ben misselijk van dien Muller--kijk die beroerde +kerel daar nou staan--Is 't niet of ie me uitlacht?--Goddorie, kerel! ik +wou, dat jij nooit beroemd was geworden, dan had je mij niet zoo +verveeld--wat is 't toch lam, als je voor zoo'n paar ellendige guldens +je tijd moet verknoeien aan zoo'n leelijke, vieze, ouwe mannenkop, +terwijl er zoo'n eeuwige boel mooie vrouwen zijn, die je +inspireeren.--Allo, vent, ga mee--'k heb er m'n buik van vol--neen, ik +moet er juist m'n buik dóór vol krijgen, anders gooide ik dien Muller +tegen die vervelende wijze kerels, dat de kluiten om der ooren stoven! + +--Jules, je wordt landerig. Komaan, ouwe jongen, ga meê--dan pakken we +samen een borrel--ik heb vandaag een résédatje voor je over. + +--Mooi, vooruit dan!--Ajuus, leelijke ouwe verzenpikker--dáár!--Bruin +trok zijn kiel uit en smeet die opgerold naar de buste. + +--Pas op, je klei is nog week! + +--Och, 't beroerde ding kan me niks meer schelen. Kom meê! + + +IV. + +Meneer Capelli gaf de zaak echter zoo spoedig nog niet op; hij was te +veel koopman, om niet alle moeite te doen, goede waar voor zijn geld te +krijgen en daarom zond hij reeds 's anderen daags en nog een paar dagen +daarna, verschillende menschen, die beweerden den grooten Dichter van +aangezicht tot aangezicht te hebben gekend, naar Bruins' atelier. + +De modelleur kreeg hoe langer hoe meer het land, door de zoo wijd +uiteenloopende meeningen en kritieken, die hij moest aanhooren; hij werd +gejaagd en zenuwachtig, zoodra de schel van het bovenhuis driemaal +tingelde, maar toen er eindelijk twee belletristische dames kwamen, die +elkander haast bij de haren kregen, omdat de oudste beweerde, dat +Muller-zaliger een schippersbaardje en een kaal hoofd had gehad, terwijl +de jongste snikkend volhield, dat "_de lieve man lange, artistieke +lokken droeg_," werd het hem tè benauwd en liep hij in wanhoop de deur +uit, met de woorden:--Moeder, als d'r nu weer iemand komt met 'n +visitekaartje van Capelli, gooi 'm dan vierkant de trappen af! + +--Och, Puckie, zei juffrouw Bruin op dien middag tegen den kleinen +décoratieschilder, die zijn dagelijksch kopje koffie bij haar kwam +halen--Sjuul is heelemaal in de war, d'r is geen land met 'm te +bezeilen--'t wordt een mooie boel hier; die akelige dooie +versjesmaker--zij wenkte met haar hoofd in de richting van het atelier, +waarvan de deur openstond--bederft z'n heele humeur. Hij voert geen +steek uit, en als die Fransche mesjeu dat nakende vrouwtje en die rug +van Roosje niet van 'm had gekocht, zoüen we d'r nou heel akelig voór +zitten; dat's ten minste nog een meevallertje geweest. Zij schudde +bedenkelijk 't hoofd:--'t Is bedroevend dat ik 't zeg, maar ik geloof +nou toch ook, dat Sjuul maar in blootigheid moet blijven werken; daar +zit 'n broodje an, want 't is de mode, maar onchristelijk en goddeloos +is 't toch. Heere, Heere, wat leven we in een verdorven tijd! + +--Ja, juffrouw, zei Puck, terwijl hij langzaam zijn koffie dronk,--de +wereld is boos en vol zondige wulpschheid en als ik je zoon was zou ik +er m'n voordeel mee doen. + +--Hoe zoo dan? + +--Wel, ik zou dien dichter ook in de blootigheid, ten voeten uit, +modelleeren, misschien vinden ze dan dat ie lijkt, want zooals 't nu is +gegaan kan ik me best begrijpen, dat Jules half dol wordt. Hij haalde +een papier voor den dag:--Luister eris, ik heb uit aardigheid +opgeschreven, wat al die lui hebben gezegd, en als je nu alles bij +mekaar neemt, weet je precies hoe die zalige verzensmid er bij zijn +leven heeft uitgezien. + +Met een leuk gezicht las het ventje: "Volgens het oordeel van vrienden +en vereerders, die den overledene van zeer nabij hebben gekend, had de +begaafde dichter een smal, langwerpig, breed gelaat met vooruitstekende, +wegzinkende jukbeenderen; _kleinen_ mond, die _groot_ was door de +_dikke_, vooruitstekende, saamgeknepen _dunne_ lippen een stompen, spits +opwippenden, rechten arendsneus en een laag voorhoofd, dat hoog, gewelfd +en geniaal was. Zijne uitpuilende oogen zonken weg in de kassen en zijn +ooren waren klein van grootheid. Zijn rond, spits voorhoofd rustte op +een inééngedrongen hals, mager van dikte. Lang artistiek krullend haar +versierde zijn kalen schedel en een schippersbaard en knevel orneerden +zijn gladgeschoren gezicht."--Zie je, juffrouw Bruin, dat is nu 't +résumé van al de opinies. + +--'s Jongés, 's jonges! wat 'n raar model, en zou ie d'r nou warentig +zóó hebben uitgezien, Puckie? + +--Als je al die lui gelooven wilt, ja--maar misschien was ie nog anders, +dat hangt nou maar af van degene, die hem gekend heeft en.... Stil! wat +is dat? Is Jules in 't atelier? + +--Neen! maar ik hoor toch ook iets--d'r valt wat, d'r is toch iemand +bezig ... 'k zal 'ris even gaan kijken.... Zij slofte naar voren. + +De kleine decoratieschilder bleef rustig zijn pijpje zitten rooken en +schonk zich nog eens in, terwijl de oude vrouw de kamer had verlaten, +maar met één sprong was hij, een oogenblik daarna, bij haar toen hij +haar met verschrikte bevende stem hoorde roepen: + +--O, mens! O, Heere! Tommy,--ommy, wat begin je me nou. O, Puckie! kom +eris gauw hier, dat's me een geschiedenis!! + +--Wat is er an de hand, juffrouw? + +--O, genade! wat 'n ding! + +In 't atelier stond de oude vrouw en keek met groote angstige oogen naar +de buste; de kat namelijk had een sprong gedaan en in haar vaart een +langen stok omgesmeten, die tegen Muller's kop was terecht gekomen en in +de nog weeke klei een deuk had gemaakt. + +--Zoo'n stinkende kat! Allo, ketsch! Vort! schreeuwde Puck en schopte +met zijn korte beentjes een bankje voort, maar Tom, met dikken, hoogen +rug wreef zich tegen een stoel. + +--Neen, doe 'm niks! 't Stomme dier kan 't toch niet helpen; kom hier +m'n poessie! 't Is zoo'n goeie lobbes--zij nam de kat op--'k zal 'm zoo +lang in 't keukentje opsluiten, want als Sjuul thuis komt en 't merkt, +krijgt ie d'r van langs. Sjuul heit toch al zoo 't land aan Tom, +nietwaar lievert? Met de poes in haar armen bekeek ze de buste:--'t Is +nogal goed afgeloopen, hij had heelemaal kapot kunne weze. + +--'t Is wat moois, bromde de kleine en drukte zooveel hij kon de klei +weer in haar fatsoen;--dat moet er nou nog bij komen! + +--Gauw! naar achteren, gauw! daar hoor ik Sjuul op de trap. Laat maar +staan, Puck! kom mee, laat 't 'm in Godsnaam niet dadelijk merken; hij +is toch al zoo uit z'n humeur. Hier! pak an, gooi dien doek d'r maar +zoolang over, gauw dan! O, heere, heere! Wat 'n gedoe met dat miserabele +ding! + +In een oogwenk zaten beiden, alsof er niets gebeurd was weer bij de +koffie en de kat in de keuken. + +Angstig luisterden ze, want Bruin was niet alleen, ze hoorden hem met +iemand spreken. + +--Wie zou ie bij 'm hebben? vroeg fluisterend de juffrouw. + +--Misschien weer een kijker, een criticus. + +O goeie genade, dan merkt ie 't direkt, dan hebben we de poppen aan 't +dansen. + +Juffrouw Bruin stond op en luisterde, voorzichtig de kamerdeur op een +kiertje houdend. Puck rookte en zweeg, afwachtend en vragend naar haar +ziende. + +--O! zei ze eindelijk,--'t is onze huisheer maar.... + +--Stil! sjuut...! + +Bruin stond in 't atelier en sprak tamelijk luid. + +--M'n goeie meneer Apels, ik geef u volkomen gelijk--'t is heel beroerd +als je zoo telkens teleurgesteld wordt, maar ik kan 't waarachtig niet +helpen--'t is slap tegenwoordig met 't werk. Gelukkig kan ik u ten +minste iets geven vandaag,--'k heb een Venusje verkocht en over een dag +of wat hoop ik weer wat te krijgen, ten minste als dat ding--hij keek +naar de buste ... wat duivel, wie heeft daar dien doek over gegooid? + +Hij nam den doek er af en bleef een oogenblik verbluft staan, toen hij +Muller's buste zag. + +Voor hij evenwel iets verder zeggen kon, nam de huisheer het woord en +zei, met minachtend gebaar op de klei-pop wijzend: + +--Dat's ook een mooie jongen geweest, die Muller. + +--Hè, wat?--U zegt Muller, hoor ik goed? + +--Ja natuurlijk, is 't 'm dan niet? 'k Bedoel de dichter, die is 't +immers? + +--Ja zeker! zeker! maar.... + +Hij lijkt sprekend: + +--Zoo-o! Ei! + +--Frappant! + +Bruin bleef met groote, verwonderde oogen èn buste, èn huisheer +aankijken en zei niemendal, omdat hij een sensatie had, alsof iemand hem +balsem in de ooren goot. Hij luisterde, terwijl zijn gelaat meer en meer +opklaarde. + +--Je hebt 'm goed getroffen, die lamme vent! 'k Moet nog een half jaar +huur van 'm hebben--'t zat er nooit bij 'm an, maar praatjes had die +scheefneus genoeg. + +--Hè, wat! O, hum! Ja, zoo! Scheefneus zeit u? + +--Ja, zeker! Z'n neus stond scheef voor z'n kop, precies zooals je 'm +daar gemaakt hebt--verduiveld goed, 't is alsof ie leeft.--Mooi! + +O, zoo! Jawel, dank U! Bruin kreeg een gevoel, alsof hij ineens vliegen +kon. + +------------------------------------------------------------------------- + +Toen de heer Apels vertrokken was, stoof de modelleur de achterkamer +binnen en vroeg lachend: Zeg eris, wat is er met m'n klei-pop gebeurd +terwijl ik weg was? En zijn moeder, die alles had gehoord en zich ook +veel lichter voelde dan een oogenblik te voren, zei haperend--ze was +toch nog eenigszins bang voor de veiligheid van haar Tom:--'t Stomme +dier kon 't heusch niet helpen, Sjuul; hij zat zeker een muissie na ... +en zij vertelde hoe alles zich had toegedragen; maar toen ze eindigde +met te zeggen:--Wat 'n toeval, hè nou lijkt ie ineens? zei Puck hoog +ernstig: + +--Neen, m'n beste juffrouw! 't Is hier geen bloot toeval; 't is de +inwerking van Muller's geest, die niet velen kon, dat z'n aardsche +tabernakel zoo verkeerd werd afgebeeld. U gelooft toch immers ook aan de +metempsychosis? + +--Aan de wat, Puckie? + +Aan de zielsverhuizing. Heeft u niet gehoord, hoe vreemd Tom sedert een +paar dagen heeft gemiauwd--en vooral van morgen? + +--Ja, 't beessie deê wel raar, maar ik dacht, dat 't door de warmte was, +of.... + +--Neen, dat waren de zoetvloeiende zangen van den poëet, die niet goed +door die kat heen wouen, maar voor den sprong had Muller's geest kracht +genoeg! + +--"Flauw wurm, hou je nou je mond, 't is welletjes", lachte de modelleur +en even teruggaande in 't atelier haalde hij de photo en zei: + +--Dáár! kijk nou zelf, 't is niet te zien hierop; dat beroerde +Rembrandtieke licht liegt altijd, daar kan geen kat uit wijs worden! + +--Niet? En mijn Tommie dan? riep triomfantelijk de oude juffrouw. Ze +haalde de poes, die angstig mauwde achter de keukendeur, hield hem in +haar armen voor haar zoon en zei:--Sjuul! jij mag 't stomme dier wel +bedanken.--Ja, lekkere Torn, kom jij maar hier, lieveling! Jij alléén +heb meer verstand, dan al die snuggere bolle samen! + + + + +EEN LAUWERKRANS. + + +--Mag ik zoo vrij zijn, om u mijn lijst aan te bieden? De lijst voor +mijn benefiet; ik speel "Henri" in Laurierboom en Bedelstaf--Balkon één +gulden vijftig, Loge één gulden vijfentwintig, parterre één gulden. + +--O, is ú 't? Ik dacht niet, dat ik.... + +--U dacht niet, dat u mij zou zien. Ja, weet u, geachte heer, 't is +tegenwoordig uiterst moeilijk om accés te krijgen bij de heeren of +dames; ze dresseeren er hun dienstpersooneel op, om, zoodra zij iemand +zien, die een lijst of zoo iets wenscht aan te bieden, "niet thuis" te +zeggen, of een ander onjuistheid ... en eventjes glimlachend:--Ik ken +die loopjes en daarom pousseer ik eenvoudig mijn kaartje. + +--Ah zoo! Maar, neem me niet kwalijk, op uw kaartje staat Mr. +Mansholt--en ik meen u vroeger toch te hebben zien optreden onder den +naam.... + +--Holtsman? Accoord! dat is mijn "nom de guerre", mijn familie was er +altijd violent tegen, dat ik op de planken ging. Wij behooren tot een +patricische familie en ... enfin! U begrijpt! je wilt geen onnoodige +bisbiljes maken, daarom heb ik destijds mijn naam omgezet. + +--Ja, dat klopt! Maar dat Mr.?... Heeft u gestudeerd? + +--N ... neen!--dat Mr. beteekent gewoon "Mijnheer." Och, 't is een heel +klein trucje, dat ik me veroorloof. 't Is zoo verbazend moeielijk, de +menschen te spreken te krijgen. Er is zoo bitter weinig animo voor de +kunst. Hij keek somber vóór zich en zei met een weinig gemaakte +tragiek:--Vroeger jaren was 't beter, toen apprécieerde men een acteur, +die conscientieus werkt, die #weet#, wat hij #doet#. +Tegenwoordig moet je potsen maken, om de lui te lokken, of 'n +reklame-man zijn! Daar ben ik niet voor geschikt. Ik ben een te sérieus +artist ... mag ik u noteeren, Balkon? Hoeveel?... + +--Geef me liever drie Loges, mijnheer Holtsman. + +--Uitstekend, dank u, ... ik zal u eerste rij geven. + +Hij haalde uit zijn borstzak een in de lengte toegevouwen, reeds wat +smoezelig papier en terwijl hij één handschoen uittrok en naar een +potloodje grabbelde in zijn vestzakje, keek ik hem eens goed aan. + +'k Had hem in vroeger jaren dikwijls zien spelen en hem wel wat +arrogant, maar toch 'n goed acteur gevonden; iemand, die werkelijk zijn +best deed, om door te dringen in de rol, die hij vervulde. Op 't tooneel +was hij steeds een kranige, jeugdige verschijning, een "gentleman", die +zijn uiterlijk verzorgde en goede manieren had. Nu zag ik hem niet op de +planken of voor 't voetlicht, en zooals hij daar voor me stond, in +gewoon, eerlijk daglicht, scheen hij me oud en vervallen. Zijn kleeding +was nog die van een heer, maar ze begon reeds dat zeker iets te krijgen, +dat men gewoonlijk "sjofel" noemt. + +Een wijde, koffiebruine overjas met breeden, zwarten astrakankraag en +omslagen aan de op de naden glimmende mouwen, hing ietwat sopperig over +een valig-zwarte, gekleede jas en een geruite pantalon, waaruit zeer +lichtgrijze slobkousen kwamen, zijn lakschoenen halverwege bedekkend. +Zijn breedgeranden, hoogen, grijzen hoed had hij op een stoel gelegd. + +Zijn magere hals leek nog dunner, geler en rimpeliger door den wijden, +omgeslagen boord en de lichtblauwe, geelgemoesde das, die met een +zwierigen, lossen strik een eindje over de lapellen van zijn jas hing. + +Misschien kreeg door die opzichtige das zijn gelaat den zonderlingen +tint, die mij opviel, maar 't kon ook zijn, dat Mr. Mansholt, nu hij +zelf met zijn lijst rondging, zich, zooals men dat aan het tooneel +noemt--"'n beetje had opgemaakt"; immers het donkere streepje onder zijn +oogleden, en de onnatuurlijk zacht-rose kleur onder de oogen, de iets te +blanke neus, duidden met het donzige waas, dat over zijn geheele gelaat +lag, op "rouge de théatre," "poudre de riz" en O.-I. inkt. + +Hij was zorgvuldig, glad geschoren en gefriseerd. De kapper had van het +beetje haar, dat hij nog bezat, kunstvaardig partij getrokken en op zijn +reeds hoogwordend voorhoofd een artistieke lok gelegd, waarin de "coup +de fer" zeer duidelijk zichtbaar was. + +Op eenigen afstand gezien, kon hij nog voor een knap man doorgaan; zijn +gelaat was regelmatig gevormd; de neus met een kleine artistocratische +buiging, had zeer bewegelijke vleugels en om den mond lag een soms +bittere trek, die vooral zichtbaar werd, als hij het hoofd in den nek +wierp en met zijn groote donkergrijze oogen "#werkte#", iets, wat +hij voortdurend deed, terwijl hij sprak. + +Zijn rijzige gestalte en slank figuur deden hem jonger schijnen, dan hij +werkelijk was, want de vijftig lagen reeds ver achter hem. + +Hij had het potloodje gevonden en schreef mijn naam op zijn lijst met +ietwat onvaste hand. + +--Heeft u soms ook kennissen of vrienden, liefhebbers van goede kunst, +die u me zou kunnen recommandeeren--en zou u me dan een visitekaartje +willen geven als introductie?... Dat zou me zeer veel goed doen, weet u? +'t Is toch zoo moeielijk, om een goed benefiet te maken, als men niet 'n +beetje aanbeveling heeft. + +--Kaartjes geef ik nooit, aan niemand, maar.... + +--O, neem me dan vooral niet kwalijk!--Hij boog even, zette een zeer +deêmoedig gezicht en lei de rechterhand tegen het roode roosje, dat hij +op de linker borst droeg. + +--Volstrekt niet, ik zal u eenige namen opgeven. + +--Gaarne! + +--Ik heb u in langen tijd niet zien optreden, meneer Holtsman; 't laatst +meen ik in het Salon de Variétés--waar is u nu geëngageerd? + +--Dat is juist het fatale van de zaak; ik ben sedert eenigen tijd--laat +ik maar zeggen, geruimen tijd--zonder emplooi, en 't is akelig moeilijk, +om 'n geschikte plaats te vinden. Iedere directie past mij niet, want ik +ben er de man niet naar, om me te vergooien. Goddank! daarvoor ben ik te +veel #artist#. 'k Heb aanbiedingen genoeg gehad van kleine +theaters. Dáár wil ik niet spelen en bij de betere, och! daar is 't ook +al misère tegenwoordig; ze geven stukken, waar ik niet in pas en +bovendien, ik kan me toch niet laten terugdringen naar het tweede plan, +door jonge spring-in-'t-veld's die zoogenaamd modern spelen. Ze hebben +heusch geen notie van serieuze kunst, ze draaien, God beter 't, soms +familjaar hun rug naar 't publiek en ze spreken, meneer! alsof ze in hun +huiskamer zitten, Bah! + +--Ja, ik herinner me, dat ik u altijd in eerste rollen heb gezien. + +--Juist; ik was jaren lang "jeune premier". Hij poseerde, een hand op de +borst leggend, de andere bevallig op de heup houdend, den rechtervoet +een weinig vooruit, het hoofd ietwat achterover. Met een kleine, +schuddende beweging, zoodat de gefriseerde lok op zijn voorhoofd even +schommelde, zei hij:--Ik heb later karakterrollen gespeeld--'k heb ook +gezongen, 'k had een goeden ténorléger; misschien heeft u me wel eens +gehoord in "de scheepsjongen" als Julien. Na een paar lichte kuchjes en +ahem's zong hij: + + Ondanks den wind, ondanks de baren! + Ondanks het woeden van de zee, + Zal God den braven zeeman sparen! enz. + +O! daarmee had ik altijd succes! + +'t Viel mij op, dat zijn stem min of meer heesch en beverig was +geworden; hij merkte 't zelf wel en zei pijnlijk glimlachend: + +--Ahem! 'k ben nu wat verkouden, maar ik heb nòg een goed geluid, dat +durf ik zeggen. Ik ben nu 'n beetje in 't achterspit, franchementdit. 't +Lot was mij niet gunstig, 'k heb veel pech gehad. 'k Ben laat aan 't +tooneel gekomen, 'k was al bij de dertig. Mijn familie hield me altijd +tegen.--'k Was in een goeie betrekking, maar,--hij tikte even op zijn +borst--hier brandde 't feu-sacré! Ik rederijkte langen tijd, totdat de +drang naar de kunst me te machtig werd. 'k Heb 'n heele poos veel succes +gehad als artist, heel veel!--maar toen heb ik een dwaasheid begaan: 'k +ben gaan trouwen.... Hum! 'n sérieus artist moest eigenlijk nooit +trouwen.... Veel kinderen gekregen, 'n lijdende vrouw, altijd in +finantieele zorgen gezeten. Je wil gentleman blijven, niet waar? Ieder +'t zijne geven ... dat knauwt je, meneer--dat ruïneert je énergie! Hij +zuchtte een paar malen.--En dan die moderne richting ... daar kan ik me +niet toe schikken. Ik heb altijd mijn eigen opvatting gehad van spelen +en die hoop ik te blijven behouden, zoolang ik ademhaal. Is dat spelen, +wat ze tegenwoordig doen? Geen zweem van plastiek meer, geen nobele +gestes, geen intonatiën, die van inzicht en studie getuigen. Ze rabbelen +hun rol af als gewone menschen. + +Laat een van die jongere grootheden eens verzen zeggen. Je loopt gewoon +de komedie uit, als je 't hoort! Ah, meneer! dat was in mijn tijd +anders, toen wist men wat verzen zeggen was. Je hield rekening met 't +metrum, met den rhythmus, de scandeering. Enfin!--toen was 't kunst, wat +men gaf. Daar heb je bij voorbeeld in Ines de Castro, den Don Pero, die +rol heb ik gespeeld, meneer! gespeeld, dat het publiek letterlijk wég +was--wég, meneer! van schrik en ontzetting! + +Hij deed een stap terug, strekte langzaam zijn rechterhand uit, hief die +plechtig omhoog en de twee voorste vingers trillend opstekend, de oogen +ten hemel slaande, reciteerde hij met een stem, die nog hier en daar een +forschen metaalklank had: + + Ik zweer op u, mijn voet zal hier geen rust genieten, + Vóór ik het eerloos bloed uws moordenaars zie vlieten, + Zijn pezen knarsen en zijn beenderen kraken hooren, + Zijn lillend ingewand zie in het bloed versmoren. + +Hoort u, hoe ik die claus zeg? Ieder woord slaat in het publiek in; je +krijgt zóódoende voeling met je publiek, meneer! Och, dat zoûen ze +tegenwoordig zeggen precies als iemand, die z'n knecht roept om een +kopje thee. Ik kan me niet anders geven dan ik bén en dat 's mijn +ongeluk; bovendien spelen ze die degelijke stukken ook niet meer. 't Is +allemaal licht werk ... comédies, grollen, flauwe blijspelletjes! En dan +'t proza, van die nieuwbakken acteurs, och! dat is zoo ellendig, geen +kwestie van gesoigneerde kunst meer. Iedereen meent maar dadelijk +tooneelspeler te zijn. 't Mocht wat!--Ze weten een waarachtig artist +niet meer te waardeeren, meneer! Daarom ben ik ook een heele poos uit de +kunst geweest; ik verchagrineerde me te veel; de directeuren trappen je; +ze willen je voorschrijven, hoe je spelen moet. Dat kan een zelfbewust +artist, zooals ik meen te zijn, niet verdragen--ik opponeerde nu en dan +misschien iets te heftig, maar dat ligt zoo in mijn temperament en ... +'t gevolg is, dat je zonder emplooi raakt. + +--U zei, dat u een poos van 't tooneel af was! + +--Juist, 'k heb een affaire gehad, maar daar deugde ik hoegenaamd niet +voor ... een sigarenwinkel is een heel eerlijke broodwinning, maar voor +een artist--'n gruwel! Ik kon er niet tegen, 't stuitte me tegen de +borst. + +Zijn gezicht in een heel andere plooi trekkend en met veranderde stem +begon hij: + +--Een dubbeltje zware, van de vijf! + +--Asjeblief, lief weertje, meneer--opsteken? Hij glimlachte zoetelijk en +maakte de beweging van 't overreiken eener lucifer. + +--Een kwartje van de vier! + +--Asjeblief! lief weertje, meneer--opsteken? O, goeie God, meneer, ik +dacht soms uit m'n vel te springen, als ik zoo'n dialoog moest voeren, +en dan al dat gezanik van de klanten:--te zwaar, te licht, niet trekken, +geen witte asch, ruilen, enfin!--ik werd er wee van. Eigenlijk was 't +jammer, want 't zaakje was nog zoo slecht niet, we hadden er brood in. +Mijn vrouw, ze is een jaar geleden gestorven--hier pinkte hij "een +denkbeeldigen traan" weg--kon den winkel waarnemen, als ik hier of daar +offertes maakte. Bah! als ik er nog aan denk, dat ik destijds met zoo'n +paar kistjes onder m'n arm bij mijn kennissen en vroegere collegas +kwam--dan bloosde ik. Waarachtig! ik deed het toen, omdat ik moest.... +#Zóó perst de nood zóó dwingt het lot tot buigen!#--reciteerde hij, +eensklaps weer in den tooneeltoon vervallend. Later ben ik nog een poos +geëngageerd geweest in Rotterdam, maar ze zett'en me ook daar den voet +dwars en nu probeer ik het eens met een benefiet; de collega's helpen +me. Als u soms door uw relatiën met het tooneel een emplooi voor me +wist?--Ik zou nu wel in de pére-nobles willen overgaan, desnoods. Mijn +familie is nog bijna geheel en al ten mijnen laste. Ik heb vijf +kinderen. + +--Is er nog geen van in betrekking? + +--De oudste is kinderjuffrouw, externe. Twee werken er op een +corsettenfabriek, maar ze verdienen een schijntje en de andere twee gaan +nog op school. + +--En heeft u geen zoons? + +--Eén zoon, meneer! Hij keek een oogenblik zwijgend, met bedroefde oogen +als in de verte, zuchtte diep en zei met zachte stem: 't Is een +stakkerd, meneer, een stumperd! + +--Och, in welk opzicht? + +--Geen gehemelte, moeilijk loopend, en ze zeggen, dat ie niet heelemaal +wijs is--maar dát is positief niet waar! De doctoren mogen zoo knap +zijn, als ze willen, maar daarin dwalen ze heelemaal. De stakkerd weet +best wat hij doet, maar hij kan zich niet uiten, ten minste niet goed +uiten ... en niemand thuis geeft zich de moeite, om hem te verstaan. Ze +hebben een hekel aan 't kind--kan u je dat nu begrijpen van meisjes? +Zelfs mijn vrouw mocht hem niet en zei altijd:--Charles, doe hem toch in +een gesticht! + +--Misschien had ze geen ongelijk; wat kan men voor zoo'n stumpertje +doen? Hoe oud is hij? + +--Ruim vijftien jaar! maar hij ziet er uit als twaalf.... 't Is m'n +eenigste jongen. M'n vrouw kreeg drie meisjes achter elkaar--ja, dat was +een bittere déceptie voor me.... 'k Heb aan dat kind heel wat +verdokterd, maar d'r schijnt niets afdoende aan gedaan te kunnen +worden--en nu ben ik de eenige, die hem begrijpt. Hij heeft zulke mooie +donkere oogen, hé! Zoodra hij me ziet, beginnen ze te glimmen ... en de +geluiden, die hij maakt, versta ik heel goed. Waarachtig, hij is niet +onwijs, meneer, ik kan best met 'm redeneeren, maar dat komt, omdat ik +er moeite voor doe. Hij zuchtte diep: wat moet er van hem worden, als ik +er niet meer ben.... Enfin! ik sta hier te praten en ik beroof u van uw +kostbaren tijd. + +Plotseling ging hij weer over in den min of meer gezwollen toon, dien +hij aansloeg, zoolang hij niet over zijn jongen sprak. Zijn hoed +opnemend, vroeg hij:--U komt me toch zeker zelf zien--'t is één van +mijn beste rollen. Misschien vindt u aanleiding om een gunstig woordje +over me in de krant te zetten. 'k Zou nu zelfs een zéér bescheiden +appointement aannemen. Adieu, meneer, mijn besten dank voor uw +vriendelijkheid! + + +II. + +Eenige weken later, den dag nà zijn benefiet, 's morgens vóór elven +reeds, stond Holtsman weer voor mij op mijn bureau. + +Hij zag bleek, vaalbleek; zijn artistieke haarlok plakte klam en +omgekruld tegen zijn tanig voorhoofd en zijn oogen lagen diep in hun +kassen. Zijn geheele voorkomen was dat van een oud, vermoeid man. Zijn +kleeding was niet anders, dan toen ik hem de eerste maal zag, alleen +miste ik de opzichtige blauwe das; zijn groezelige, lage boord was los. +Het scheen wel, alsof alles hem nu slordiger aan 't lijf zat, alsof hij +opeens magerder was geworden. De hooge grijze hoed, die hij anders min +of meer zwierig schuins droeg, zat nu achterover en hij vergat dien af +te zetten, door de zenuwachtige gejaagdheid, waarmede hij binnenkwam. + +Met een nerveus-schorren klank in zijn stem zei hij, zoodra hij mij zag: + +--Ik ben zoo vrij, om u te komen spreken. U moet me helpen. U zal dit +doen, want u is een mensch, dat weet ik. U ... pardon: Hij merkte +eensklaps, dat hij zijn hoed nog ophad en nam dien af.--Pardon! ik ben +akelig nerveus.... U voelt voor artisten, wou ik zeggen. U kan +begrijpen, wat het is, om zóó, inééns, de risée te worden van een +publiek, dat je vroeger op de handen droeg. + +Holtsman sprak afgebroken en opgewonden en sloeg zich eenige malen, de +oogen theatraal ten hemel heffend, met de rechtervuist op de borst. + +--Hier hebben ze me gewond. M'n hart is tot bloedens toe getroffen. Mijn +God, heb ik dát aan ons publiek verdiend? Zijn handen vielen slap langs +zijn dijen en 't hoofd zonk hem zóó diep op de borst, dat zijn bijna +geheel onthaarde kruin zichtbaar werd. + +Eensklaps hief hij 't hoofd met een kort rukje weer op, achterover, +schudde het eenige malen als in heftige ontkenning en riep +melodramatisch: + +--Neen! neen!--dat kán ik niet dragen, 't is te veel hoon op eens--te +veel smaad voor een denkend artist! 't is mijn ondergang! Ik, Holtsman! +eerste karakterrol, van de planken gelachen! Ja, ge-la-chen, meneer! Is +'t geen gruwel? Schreit het niet ten hemel? + +--Maar, m'n beste meneer, wat is er dan toch gebeurd? + +--Weet u 't niet? Heeft u mijn débacle dan niet bijgewoond? Niet? O, +Goddank!--Hij hief de armen op met tragisch gebaar. Ik hoef me dus voor +u niet te schamen. U lacht dus nog niet om me? + +--Ik begrijp u heusch niet goed. + +--Ik meende, u toch te zien zitten gisteren avond. + +--Zeker! maar ik ben even vóór de pauze heengegaan. Ik had hoofdpijn +gekregen door den rook, de hitte en de menschenlucht; 't théater is zoo +klein en 't was stikvol; mij dunkt, u had niet te klagen. + +--Finantieel was ik tevreden, maar moreel, helaas! ben ik geruïneerd.... +Somber keek hij voor zich uit. + +--Maar vertel mij dan toch? + +Hij kruiste langzaam de armen over de borst, en steunde met diep gebogen +hoofd naar den grond starend:--Vernietigd!... Ver-nie-tigd! herhaalde +hij met een traan in zijn stem. Daarna, alsof het een "ter zijde" op het +tooneel was, zei hij zacht in zich zelven: + +--Komaan, moed! moed!... en luider:--Ja, aan u durf ik 't vertellen, +omdat u een mensch is! + +--Wilt u niet gaan zitten? U ziet er zoo vermoeid uit. + +--'k Ben óp, meneer, totaal óp!--Geen oog geloken van nacht. 'k Zal zoo +vrij zijn. Hij nam een stoel en ging zitten met de beenen over elkaar in +een tooneelachtige houding, één arm over de leuning van den stoel +geslagen, met den anderen gesticuleerend. + +--Alles ging goed, dat heeft u gezien. Ik speelde met animo, dat heeft u +ook zelf gezien, niet waar? Ik gaf een Henri, zooals hij moet zijn, een +dweepend dichter, een naïf gevoelsmensch; ik was goed in mijn rol, dat +voel ik, en ofschoon ik heel slecht gesecondeerd werd--'k had ter elfder +ure moeten opgrabbelen, wat ik krijgen kon, omdat mijn collega's me voor +'t meerendeel hadden gedupeerd! De één was hierdoor verhinderd, de ander +dáárdoor--toch heb ik het stuk weten te houden. Ik vul het tooneel, +nietwaar? En 't publiek was heel lief in het begin. + +--Ja, me dunkt, er was na ieder bedrijf veel applaus! + +--Te veel, meneer! te veel! Viermaal riepen ze me, toen de pauze kwam, +terug, maar ... ik werd beetgenomen, o God! dat heb ik smartelijk +ondervonden. Toen ik, nadat er al driemaal gehaald was, voor de vierde +maal voor 't voetlicht kwam, om te buigen, zag ik, achter in het +parterre, een krans opsteken. Hij bedekte een oogenblik zijn gelaat met +beide handen en scheen te snikken. + +--Een krans, vader, een lauwerkrans!--riep mijn jongste dochter, die +rechts achter de coulissen stond, me zachtjes toe. + +Ik boog, ik lei, zooals gebruikelijk is, m'n hand op m'n hart. Holtsman +stond op en speelde nu letterlijk het volgende: + +--Daar vloog de krans over de hoofden der toeschouwers op het tooneel en +viel vlak voor mijn voeten neer, maar,--hij scheen bij de herinnering te +rillen--met een onnatuurlijk doffen slag. + +--D'r zit een cadeau aan! hoorde ik m'n tweede dochter, van achter den +Mantemau d'Arlequin, links, zeggen. + +'t Arme kind werd misleid door den zwaren plof, dien de krans gaf. + +Ik raapte hem op!... Groote God! meneer, toen ik haar in m'n handen had, +was 't alsof de bliksem voor mijn voeten neêrsloeg--ik dacht, dat ik +door den grond zonk. 't Was geen krans, meneer! 't Was--weer bedekte hij +een oogenblik het gelaat met de nu beverige handen,--'t was een +worst!... Zoo'n groote, gemeene, geldersche rookworst, waar ze +boerenkool, bladeren en bloemen om hadden gewonden. + +Holtsman stond naast zijn stoel en maakte, naar den grond ziende, alsof +de worst daar nog lag, een breed gebaar van afschuw en schrik, deed een +pas terug met afwerend, gebogen handen en siste tusschen zijn tanden +door:--Ploerten! hadden hem gegooid, ploerten, die ik nu achter in de +zaal zag dubbelslaan van 't lachen. + +--'k Sprong 'n oogenblik terug, meneer! 't Was me, alsof ik een adder +had aangepakt. Ik wist een paar seconden lang niet, wat ik doen moest, +maar plotseling ontwaakte in mij de artist, de gehoonde kunstenaar. Ik +greep de worst, rukte er 't groen, de bloemen af, strooide die uit over +mijn schedel en toen--toen slingerde ik het vette, vieze ding met één +krachtigen zet, "zóó!--hij greep als in extase zijn hoed en smeet dien +over mijn lessenaar--naar die ploerten ... en metéén donderde ik hun +toe: Ellendelingen! Lafaards! Ik heb als kunstenaar een krans, een +lauwerkrans, bloemen, verdiend, maar ... honger heb ik om den bliksem +nog niet!--Dat was misschien iets te kras gezegd, meneer, maar ad-rem +was 't wel! En in zoo'n oogenblik ben je jezelf niet heelemaal meester, +dát voelt u! + +--Nu, en toen?--ik had werkelijk veel moeite, om ernstig te blijven; +Holtsman zag het en zei kalmer: + +--O, geneer u niet! Ik begrijp, dat u mijn situatie ook belachelijk +vindt en u neem ik dit in 't minst niet kwalijk ... omdat u óók wel +voelt dat ik--hij bracht de uitgespreide rechterhand even aan zijn +voorhoofd--krankzinnig werd van woede op dat moment. U kan begrijpen, +hoe helsch ik was! + +--Volkomen! 't Was een verschrikkelijke toestand. + +--Een supplice, meneer! Maar 't ergste kwam nog. Dat brieschend gelach, +dat satanisch geschater neen! noem 't gerust gebrul, van alle rangen. +Bravo, bis, kranig! Mooi gezeid! riepen ze van alle kanten maar op een +toon, dat ik ze wel in d'r gezicht had willen vliegen. 't Werd een +ontzettende chaos! + +Zakken!--Zakken!--schreeuwden ze achter me op 't tooneel, maar je zult +altijd zien, dat in zulke penible oogenblikken nog iets +extra-onaangenaams gebeurt, 't doek bleef halverwege schuins zitten, 't +wou niet op of neer. + +Halen!--Zakken!--Halen! gilden ze achter me, en vóór me brulden ze +lachend: Da capo, Bravo! Bravo! En 't scherm bleef maar steken, ze +trokken het touw haast stuk; niets hielp, 't zat muurvast, fataal! +meneer, fataal! + +Heengaan, als een druipstaartende hond wou ik niet. Dien triomf gunde ik +mijn belagers niet ... en daarvoor ben ik niet laf genoeg, ik voel me 'n +te hoogstaand artist voor zóó iets! + +Daarom bleef ik zóó, in uitdagende houding, met de armen over de borst +en 't hoofd fier opgeheven, die ploerten zwijgend aanzien maar ... m'n +oogen spraken als dolken! Maar toen ze opnieuw: Bravo, Bis! riepen en de +worst in de hoogte staken op een parapluie, vloog 't bloed me in eens, +onstuimig, naar 't hoofd en met al de kracht van mijn orgaan smeet ik +een donderend: + +--Ellendelingen, ik veracht je!... door de zaal. + +Een oogenblik was het publiek gebluft, maar daar begonnen die gemeene +kwâjongens te zingen:--Dat's mooi gezeid, dat's mooi gezeid! en ... +weg, totaal weg! was de indruk van mijn woorden. 't Gelach begon +opnieuw; anderen sisten en floten er tusschen in.... 't Was +afgrijselijk, om razend van te worden! Gelukkig zakte toen het gordijn. + +Als uitgeput door 't vertellen, liet Holtsman zich, met langzame +sleeppasjes achteruitgaande, op den stoel nedervallen, zijn hoofd, diep +gebogen, rustend op de uitgespreide vingers der linkerhand, den elleboog +op de knie. Een klein poosje bleef hij zóó zitten, nam met een diepen +melodramatischen zucht en langzame beweging een witten zakdoek uit zijn +borstzak en zachtjes zijn bepereld voorhoofd bettend, vroeg hij dof:--Is +'t niet om te besterven? + +--Ik heb erg medelijden met u, meneer Holtsman. + +--O, dank! innigen dank!--hij breidde de armen naar mij uit.--Zoo'n +woord van u is een droppel balsem op mijn verscheurd gemoed! + +Hij stond weer op, wrong even de handen, als in wanhoop, en sloeg toen +de linker voor de oogen, terwijl hij met de rechtervuist zachtjes op +zijn hart klopte: + +--O, meneer! ik heb zoo geleden, gisterenavond, van nacht, want ... +zelfs m'n dochters hebben om me gelachen! Ze konden 't niet helpen, +zeiden ze, maar 't was zoo wreed!--Ik ben toch haar vader! Afschuwelijk, +niet waar, om door je eigen vleesch en bloed te worden doodgelachen. +Door deze strophe ben ik vermoord! + +Met een veelzeggende handbeweging naar den grond en in mineur zuchtte +hij dof:--Zedelijk gesluipmoord, bedoel ik, want mijn prestige tegenover +mijn kinderen is dood, morsdood, sedert gisteren! Verbeeld u, de oudste, +die in de zaal was, is niet eens opgestaan, om met luider stem te +protesteeren tegen den smaad, die haar vader werd aangedaan. Ze verweet +me zelfs, dat ik me had "aangesteld" "màl-aangesteld", door dat groen, +die bloemen over m'n hoofd te strooien. Ze begrijpt de symboliek niet +van die daad! + +--Ze had zich voor mij gegêneerd, zei ze, omdat sommige hartelooze +menschen, die haar kenden, haar zoo raar hadden aangekeken.... Maar, +mijn God! bestaan er dan geen banden des bloeds meer? + +Droevig voor zich uitstarend, poosde hij even, diep ademhalend, toen +kwam hij vlak voor me staan en zei schier fluisterend:--Illusie, meneer! +Hersenschim! als je dankbaarheid van je kinderen verwacht; de moderne +ideeën maken ze los van alles, ze ontgroeien tegenwoordig te gauw de +ouderlijke tucht. Hoe grooter ze worden, hoe meer egoïst. + +--We hebben van nacht een in-treurigen nacht gehad, want ik zei heel +duidelijk mijn opinie aan mijn meisjes.... Misschien heb ik nog al +krasse termen gebruikt, want 't gaf een huilpartij--daar kan ik in 't +geheel niet tegen; dat gegrien irriteert me geweldig, 't beleedigt mijn +aesthetisch gevoel. Toen ze kalmer waren, rekende ik het mijn plicht als +vader, om haar ernstig voor te houden, dat ik van mijn kinderen heel wat +anders had verwacht dan hilariteit. Ze lieten me gewoon praten en gingen +naar bed. In de achterkamer hoorde ik ze giegelen met mekaar;--dat deed +me zeer, maar toen ik m'n tweede dochter, Sophie, schamper hoorde +zeggen:--"Wat 'n zanik--had ie de worst maar liever meegebracht"--toen, +meneer! was m'n lijdensbeker te vol, toen heb ik geschreid, bitter en +lang! + +--Niemand troostte me--alleen Karel, die stumperd, was hartelijk voor +z'n vader en die jongen noemen anderen nu: onwijs! De stakkerd was +alleen uit z'n bed gekomen,--#hoe#, mag de goeie hemel weten--en +streelde mijn wangen, zóó, heel zachtjes ... dat is zoo'n eigen manier +van hem, weet u? + +--Als ik thuis ben, gebeurt het meer, dat ik zwaarmoedig ben. Dat ziet +de jongen dadelijk aan me, of hij merkt 't als bij intuïtie. Dan worden +zijn oogen zoo goedig, zoo groot en zacht en dan sukkelt ie naar me toe +en drukt zich tegen me aan, net als een trouwe hond, hè? 't Is precies, +alsof ie zeggen wil: Vader, #ik# hou van je, #ik# kom je +troosten--#ik# weet, dat je lijdt. Ach, als die arme jongen maar +spreken kon, was alles zooveel beter--dan zouen ze niet meer zeggen: hij +is suf! dan zouen z'n zusters 'm niet zoo verschoppen. + +--Wij hooren nu eerst goed bij mekaar, want #ik# ben ook een +verschoppeling--een uitgelachen artist is niets beters. + +--Kom, kom! meneer Holtsman, geen moed verliezen. Je zult deze +teleurstelling wel weer te boven komen. + +--N--neen!----n--neen! Hij nam zijn hoed van den grond op en maakte er +een deuk uit.--Ik ben "fini",--de worstacteur--de artist van de +worst--zullen ze mij voortaan noemen. Bah, 't is al te walgelijk! + +Een paar malen schudde hij zich als in hevigen afschuw; toen scheen de +crisis voorbij. Hij veranderde van houding en van toon en lei iets +nederigs in zijn stem, terwijl hij vroeg: + +--Zou u niet in uw veelgelezen blad--dat was ook de reden van mijn +vroege komst hier--onder de rubriek "kunst" een entre-filet willen +plaatsen, waarin u een scherpe afkeuring uitspreekt over het gebeurde +van gisterenavond? En zou u dan meteen de beleefdheid willen hebben er +op te wijzen, hoe ik nu, totaal onschuldig, het slachtoffer ben +van--zijn gelaat teekende eensklaps afschuw, toorn en minachting--van +een vuile, ploertige studentengrap. + +--Als u er dan bijvoegen kon, dat ik als acteur mijn sporen wel heb +verdiend en dat ... maar--hij boog even deemoedig het hoofd--misschien +is 't al te onbescheiden, wat ik vraag--dat ik voor menig +tooneelgezelschap door mijn veeljarige routine, door mijn beschaafd, met +verstand spelen en goed orgaan een aanwinst zou kunnen zijn. + +--Ik heb Don César de Bazan, Paljas, Lazaro, IJzervreter, La +Gardére--enfin, u weet wel, alléén éérste rollen gespeeld, maar ik ben +nu niet ongenegen, om in een ander emplooi over te gaan. Als ik maar +eerst ergens voor vast ben, kom ik van zelf weer "au premier plan," +omdat ze onmiddellijk zullen begrijpen, wat ze aan #mij# hebben. +Hij richtte zich in zijn volle lengte op, zette een hooge borst en trok +langzaam een paar erg oude glacé handschoenen aan. Zijn mimiek was +geheel in overeenstemming met zijn pose, want zijn wenkbrauwen waren +sterk gefronst en de hoekjes van zijn mond omlaag getrokken onder de +zacht bewegende neusvleugels. + +--Ik zal probeeren, of ik iets voor u doen kan, maar u begrijpt wel, dat +#ik# niet bij machte ben, om u een engagement te bezorgen. + +"Het pogen zelfs is grootsch in 't worstelperk der eer," citeerde hij +met een beminnelijken glimlach en geleidelijke stemverheffing, daarna +meer gewoon:--Ik ben u al vooruit innig dankbaar! + +Met een fraaie, goedbestudeerde tooneelbuiging nam hij afscheid. Aan de +deur gekomen, keerde hij zich om, de rechterhand op den deurknop +leggend, één knie vooruit, het hoofd iets achterover. + +--Vaarwel, mijnheer! Hij wuifde me toe met de slappe +linkerhand.--Vaarwel! + + +III. + +Een paar jaren later, ik stond juist op 't punt van naar huis te gaan, +kwam de jongste bediende mijn privé-kantoor binnen met een visitekaartje +en de boodschap: of u een oogenblikje te spreken is? + +--Zeker! Zeker! laat mijnheer dadelijk binnenkomen. Ik lei mijn hoed en +handschoenen naast mij neer en trok haastig mijn overjas weer uit, omdat +ik, naar ik meende, een Wethouder der gemeente, die mij de eer van zijn +bezoek gunde, niet in haast mocht ontvangen. + +Terwijl de deur voor den bezoeker geopend werd, hoorde ik in het +voorkantoor een onderdrukt gelach, dat mij zeer ongepast scheen, maar +zoodra ik den binnentredende zag, begreep ik alles. Holtsman stond voor +me, even theatraal en gewichtig als vroeger, maar ouder geworden en nog +meer vervallen. Hij droeg een wijde manteljas en hield zijn #mij# +bekenden, hoogen grijzen hoed in de hand. + +--O, is u 't? + +--Om u te dienen. Een onberispelijke buiging volgde. + +--Maar?... ik keek op 't visitekaartje ... ik dacht? + +Vóór ik verder spreken kon, was hij mij genaderd en nam met een snelle, +maar zeer beleefde beweging, voorzichtig met duim en vingertop, het +kaartje uit mijn hând: + +--Permitteer mij, dat ik mijn talisman weer tot me neem? Hij borg het +kaartje zorgvuldig weg. Ik zou 't voor geen geld ter wereld willen +missen, want het is mijn Sesam-open-u? + +--Aha!--nu begrijp ik 't--uw gewone truc. + +--Noem het, zooals u wil, mijnheer, maar 't is voor mij een +levenskwestie, dat ik persoonlijk toegang krijg tot menschen van positie +en stand. Och, ik ben wel genoodzaakt zoo'n handigheid te baat te nemen, +de meeste heeren zijn zoo ongenaakbaar; 't is, alsof men bang is voor +een artist.... Ik kom u een vriendelijk verzoek doen. Zijn glimlach werd +zoetelijk. + +--Geeft u soms weer een benefiet? + +Holstman keek mij min of meer verwijtend aan, strekte de handen, +artistiek gebogen, als afwerend uit, wendde zijn gelaat, waarover een +smartelijke trek gleed, een paar seconden af en zei: + +--O, ik bid u, herinner mij niet aan dien vreeselijken avond. Ik ben dàt +leed nòg niet te boven; ik tràcht te vergeten, maar ... ik-kan-niét, +helaas! En na eene kleine kunstpauze: + +--N-neen! ik speel niet veel meer, en toch leeft hier,--hij tikte +zachtjes met den rechter-middelvinger op zijn borst--hier, in 't +diepste van mijn binnenste, lièfde voor de kunst; de denkende artist +sluimert slechts een wijle, omdat--voorzichtig rondziende, alsof hij in +een verradersrol op de planken stond: ... Zijn wij hier alléén? + +--U kan vrijuit spreken. + +--Welaan dan!... omdat de lijfelijke mensch behoeften heeft. Ja, meneer! +'t is treurig, maar ik ben weer in den handel moeten gaan. O! 't is met +een blos van schaamte, dat ik 't beken: mijn hart bloedt, mijn geheele +kunstenaarsziel komt in opstand maar ... ik heb een familie, die eten +moet. + +Met een mooi tragisch gebaar één hand voor de oogen brengend en in zijn +stem een bitter droeve klank leggend herhaalde hij:--Een huisgezin, dat +fatsoenlijk wil blijven. Ik wil het niet voor iedereen weten, dat ik ... +God het is zoo hard om te zeggen ... een kleine negotie heb. Men kan +immers nooit weten of ik niet weer op het niveau kom, waar ik thuis +hoor. 't Publiek zal toch wel ééns genoeg krijgen van al dat moderne +gespeel, en van die kopjes-thee-stukken, maar "en attendant" moet men +leven--dat's logisch niet waar? + +--Zeker! + +--Daarom kom ik persoonlijk "en privé"--bij de chefs van groote firma's, +bij bekende kunstbeschermers en menschen van hoogere ontwikkeling. Hun +durf ik vrijmoedig naderen en vragen, ... zijn stem daalde tot +fluisteren:--Zou u van een miskend artist niet een doosje stalen pennen +en wat postpapier willen koopen? + +Toen sloeg hij zijn wijde manteljas open en ik zag, dat hij er een +reistaschje onder droeg. + +Haastig nam hij er een paar doosjes pennen en een pakje postpapier uit, +lei een en ander op mijn schrijftafel en zei met gebogen hoofd en +afgewend gelaat, zuchtend: + +--Ze kosten me ingekocht één gulden ... ik laat met gerustheid aan u +over, wat u er voor betalen wil ... ik ben geen handelsman. + +--Meneer Holtsman, u is een diplomaat! + +Ik accepteerde de pennen en 't papier en gaf hem een klein bedrag. Met +weergalooze nonchalance liet hij 't zonder na te zien, hoeveel 't was, +in zijn zak glijden, boog eventjes en zei als ter loops:--Dank u zeer! +Toen langzaam:--Mag ik nog iets vragen? + +--Welzeker! + +--Heeft u ook soms copiëerwerk voor me--ik zou het 's avonds best kunnen +doen; ik schrijf een mooie, loopende hand en grammaticaal. + +--'s Avonds? Is u dan heelemaal van 't tooneel af. + +--Ja!--dat is te zeggen: Neen!... Ik ... zijn stem trilde iets en, naar +'t mij toescheen, ditmaal echt. Zelf speel ik voorloopig niet meer. Er +is tegenwoordig geen plaats voor 'n denkend kunstenaar van rijpe +ervaring; ze hebben liever jonge, grasgroene schreeuwers, die in de +broeikas zijn gekweekt. + +--In de broeikas? + +--Scholieren van de Tooneelschool, meneer! Bah, wat zijn 't in den +regel? Papegaaien, die nabouwen wat 'r lui wordt voorgesnaterd--van +créatie geen spoor! Ik gevoel me ver boven zulke ... enfin! boven zulke +quasi-beschaafde kakatoes ... maar vooralsnog kun je tegen de strooming +der tijden, de opinies van Regies en Directiën niet op. Ze hebben me +hier en daar willen hebben voor figuratie en voor--hij haalde de +schouders verachtelijk op--voor sloome-duikelaars-werk. + +--Duivelstoejager! Merci! Daarvoor is Holtsman te veel artist ... maar +je familie, hè? Ze voelen dat niet, ze houën d'r hand op, alle weken, +zonder te vragen, hoe je er aan komt. Enfin! 't is niet anders; ik heb +dus maar genomen, wat ik krijgen kon.... Och! u kan ik 't wel zeggen: ik +souffleer tegenwoordig! + +--Wel zoo en waar! + +--Nu eens hier, dan weer dáár--ook niet alle avonden geregeld. Onlangs +ben ik zes weken op Tournée geweest in de provincie; kermis te +Groningen--een série voorstellingen te Zwolle, Kampen, Assen etc. 't Is +niet gemakkelijk om de eindjes bij mekaar te houden, meneer! Vijf +dochters thuis, gezonde eters. Ja! en daarom copiëer ik al muziek, +schrijf rollen uit en van tijd tot tijd régisseer ik bij +liefhebberijgezelschappen. 't Zijn wel meest kantoorbedienden- of +werkliedenvereenigingen, maar die eenvoudige lui appréciëeren je, +hè!--Zulke avonden zijn de oasen in mijn levenswoestijn. + +--Is er nog geen van uw dochters getrouwd? + +Zijn gelaat betrok, toen hij antwoordde: Ja, helaas! en zuchtend:--De +oudste, maar zij is alweer van haar man af--'n gemeene dronken lap, die +'r met een kind van drie maanden gewoon heeft laten zitten,--Ja, ja! die +heb ik nu ook op m'n dak! 'k Heb nog een schoolgaand meisje en dan één +jongen, 'n stumperd. + +--O, ja! dat 's waar, hoe gaat het met hem? + +Holtsman's oogen kregen meer uitdrukking, zijn fletse wangen kleurden +even en een klein lachje omspeelde zijn vale lippen, toen hij, een pas +naderbij komend, bijna verheugd zei:--Ik geloof nu dat er eenige kans +is, dat Karel iets zal leeren zeggen. 'k Heb 'm in een inrichting, +meneer! al bijna 'n jaar! 't Is goed voor den stakker, maar ik mis hem +zóó,--alle dagen! Van de anderen nam hij geen notitie, maar voor mij was +ie een-en-al hartelijkheid. + +--Zoo'n behandeling is duur. 'k Moet alle weken zes gulden vijftig voor +'m betalen--'t is een heele boel--en als je nu overal nog maar je +négotie kon aanbieden, maar al ben je nu ook nog zoo volkomen vader--je +kunt je als artist toch niet heelemaal vergooien. Zondags mag ik Karel +altijd zien. Ik vind wèl, dat hij iets vooruit gaat. Enfin, ik ben +eigenlijk niet heelemaal bevoegd tot oordeelen, want: ik verstond hem, +zoo gezegd, van z'n geboorte af, maar hij dient toch voor anderen ook +verstaanbaar te zijn ... als ik er eens niet meer ben. + +Och, ja!--hij knoopte zijn manteljas langzaam over zijn taschje +dicht,--ik heb veel, heel veel bittere décepties in mijn leven +ondervonden ... als ik nu ten minste maar die ééne satisfactie mocht +hebben, dat mijn jongen 'n beetje spreken leert. + +--Ik help 't u wenschen. + +--Dank, innigen dank! Eensklaps verviel hij weer in een tooneeltoon, Met +een zekeren zwier nam hij zijn hoed, boog achteruitgaande, bereikte de +deur en zei vóór hij vertrok: + +--Als de Hemel 't wil geheugen, zult u me wederzien, mijnheer! + + + + +EEN REGENACHTIGE DAG TE WIESBADEN. + +_Een reisherinnering_. + + +"Sechs Uhr! Stehen sie gefälligst auf? roept de huisknecht van "'t +Römerbad" aan mijn kamerdeur. + +"Oah!" ik gaap en wordt wakker. + +"Sechs Uhr! Ihr Bad ist bereit!" + +"Jawohl, gleich! Wie ist das Wetter, Christiaan?" + +"Regenwetter, meinherr,--Regen! immer Regen!" + +Ik hoef het eigenlijk niet te vragen; ik steek slechts even mijn hoofd +om 't hoekje van mijn bed en ik zie genoegzaam hoe 't weêr is, door 't +vale grauwe licht; dat tusschen de reten van de gesloten stores +binnenvalt. + +Ik sta op; 'k heb het land door al het water, dat ik hoor neervallen, ik +trek mijn kousen en mijn chambercloack aan. Ik gaap nog even en stoot +knorrig raam en store open. Ik kijk naar de lucht, ze is grauw, grijs. +De regen slaat mij in 't gezicht, want 't waait vrij sterk. "De +Kochbrunnen" vlak voor mij dampt en borrelt; de "Brunnenmädchen" staan +achter de tafels op haar post. De eene heeft een wollen doek om, dat +maakt mij kwaad: een "Brunnenmädchen" met een zielenwarmer om! Ik kan er +niet naar kijken--de andere heeft een leelijken wipneus--goeie hemel! +wat een wipneus! 't regent er in. + +Dat had ik gisteren toen 't mooi weer was niet eens gezien. Hoe meer ik +naar de lucht kijk, des te knorriger word ik! 't Is of de zon een vieze, +grauwe slaapmuts op heeft--net als die vent, die hierover in "der +Europäische Hof", uit het raam ligt.--Bah; wat een ordinair gezicht: wat +kijkt die kerel knorrig als hij gaapt.--Heer in den hemel! wat heeft die +man leelijke tanden; 't is of ik in een kolenhok kijk.--Hou je mond toch +dicht, akelige vent: daar gaapt hij waarachtig al weer. + +Ik kijk er niet meer naar; 't eene bronnenmeisje ziet mij aan 't venster +staan. Ze knikt mij toe, kijkt omhoog naar de lucht, trekt haar +mondhoeken omlaag en schudt met het hoofd, haalt de schouders op, knikt +mij nog eens toe en geeft aan een magere Engelschman, die met den kraag +van zijn demi saison omhoog voor haar tafeltje staat, een glas +"Kochbrunnenwasser". + +Wat een misselijke vent is die Engelschman; hij heeft een paar voeten +als strijkijzers; 't is precies een lat met een demi-saison aan. Daar +komt een juffrouw bij hem staan; zeker zijn dochter, want ze is even +plat en houterig als hij. 'k Zie aan haar lippen dat ze "morning" zegt. +Hij draait zich even om, zegt iets dergelijks en slurpt zijn glas leeg. + +Wat ziet die Trinkhalle er saai uit--er is nog niemand anders in dan +drie natte droogstokken.--Ja! toch wel; heelemaal aan 't eind er van zie +ik een parapluie, die neêrgedaan wordt.--Er waggelt iets nader; 't is +die vette Sakser, dien ik gisterenavond in de restauration Engel een +portie haché (Gulasch) zag eten, om tien uur 's avonds.--Hoe kan iemand +'t verdragen.--Almachtig! wat is hij dik; met zijn grijze paletot lijkt +hij nog dikker; compleet een bal. + +'t Is kil in de lucht en toch transpireert die vent.--Zooveel vet op +mijn nuchtere maag, bah! ik kan 't niet velen--ik doe m'n raam dicht, +maar 'k hoor hem nog juist zeggen: "Ai, Herr Chjaeses! was e Wetter!" + +......................................................................... + +Voor het gesloten venster blijf ik nog een oogenblik staan, want ik zie +dien langen, beenigen schoolmeester uit Barmen, die aan de table d'Hôte +altijd water drinkt, aankomen.--Hoe is 't mogelijk, dat iemand zoo 'n +hoed kan dragen--een bol van lage drukking en een rand als een +duivenplat. Wel zeker! Herr, ga je gang maar! staat alléén bij de +bronnenmeisjes en geeft de knapste stiekum een handje. Ga gerust je +gang, oude zondaar, je vrouw ziet 't immers niet--ze zit zeker thuis met +een dozijn kinderen.--Zeg eens, hei! niet zoo erg familiaar--hij knijpt +haar in de bolle wangen.--Och 't is maar een eenvoudig kneepje--hij +denkt er niets bij, de brave man is geheel zonder erg; dat kun je wel +aan zijn gezicht zien, want hij trekt een pruimensnoetje;--Schlechtes +Wetter, ach! furchtbar, zum verzweifeln"--ik hoor het niet, maar ik zie, +dat het Brunnenmädchen het zegt. + +'k Ga in "chambercloak" mijn kamer uit: de barometer in de vestibule is +alweer gedaald, ik tik er op:--hij gaat nog een eindje terug. Een +miserabel ding, die barometer. + +"Morgen!" zegt de portier. + +"Morgen!" + +"Miserabeles Wetter, Meinherr!" + +"Jawohl!"--nare vent, dat zie ik zelf immers wel. + +Voordat ik de trap naar 't badhuis afga, komt mij de Oberkellner tegen +met een blad vol koffiekoppen en broodjes. + +"Morgen!" + +"Morgen." + +"Unglückseliges Wetter!" + +"Jawohl!"--Ringelingeling! klinkt een kamerschel naast mijik schrik er +van,--dom dat ze hier nog geen electrische schellen hebben! + +De Oberkellner ziet naar 't bruine klepje, dat aan den deurpost No. 16 +is opgeslagen en roept: "Zimmerkellner, auf 16 hats geklingelt." De +Zimmerkellner is er reeds en zegt, terwijl _hij_ in No. 16 en _ik_ in 't +badhuis ga: "Hundewetter heute!"--Weet je niets anders, kerel? + +De warmte der baden komt mij bij het binnentreden tegemoet; zij doet me +goed, anders puf ik er van. + +De "bademeister" doet mijn badkamertje open. + +"Morgen Herr!" + +"Morgen Bademeister!" + +"Scheussliches Wetter heute." + +Flap! ik gooi de deur van 't kamertje achter mij toe. + +'t Bad komt mij veel te warm voor, veel warmer dan gisteren. + +"Bademeister!" + +"Gefälligst!" + +"Mein Bad ist zu heiss." + +"Bitte sehr? 27 grad präcis!" + +"Unmöglich!"--de badmeester komt bij mij binnen. + +De bad-thermometer overtuigd mij dat ik ongelijk heb. + +"Sie haben doch Recht, Bademeister!" + +"Sie finden es wärmer, weil es heute draussen kühler ist durch den +Regen." + +'k Blijf alleen, tot aan den hals in het warme water. + +Achter mij hoor ik een dakgoot loopen, en 't kletteren van den regen op +een plat. Regelmatig niet te hard, niet langzaam maar zonder ophouden +klettert het voort; 'k word er melankoliek van. En tusschen dat geluid +door, hoor ik het choraal "Jesu meine Zuversicht" dat de muzikanten bij +de Trinkhalle spelen. + +'t Choraal stemt mij anders aangenaam, ik hoor het zoo graag; nu wordt +ik er nog melankolieker door. + +Zou ik al 20 minuten in 't bad zitten? + +"Bademeister!" + +"Sie befehlen? + +"Sinds es schon 20 Minuten?" + +"I bewahre; noch kleine zehn!" + +Ik hoor de deur van 't Badhuis opengaan. + +Hè, wat piept die deur, waarom smeeren ze hier die scharnieren niet! +olie is toch goedkoop. + +"Uche! uche! uche!" dat is die oude heer van No. 3--ik herken hem aan +zijn volheid op de borst, ik logeer in No. 2 en hij heeft me al een paar +maal uit den slaap gehouden! + +"Uche! uche!--Uche! morgen!--uche!" + +"Morgen Herr Schwiepelmeier?" + +Kristenenzielen wat een naam! wie heet er nu Schwiepelmeier? + +"Uche!--Morgen Bademeister, hundsgemeines Wetter"! + +"Jawohl Herr--Schwiepelm...." + +Ik hoor niets verder, want ik trek aan 't touwtje naast mij en ik krijg +mijn douche. Brrr! wat is die koud van daag. + +De reactie is voorbij, mijn huid begint te gloeien, ik grijp mijn +badlaken en wikkel er mij in; ik wrijf, ik schuur, ik zaag met de ruwe +oppervlakte langs mijn rug en ik word droog. + +Buiten is 't des te natter. + +Ik kom terug in mijn kamer, en ga curgemäss weer te bed. Eerst kijk ik +nog even naar de Trinkhalle. Een hoop natte in elkander gedoken menschen +staat voor de muziektent; natte parapluis, opgespannen, dichtgeslagen en +druipende regenschermen en anders niet. Er komen meer parapluies, meer +menschen, dames en heeren, ze kijken allen naar de lucht en ze schudden +allen op ongelijke wijze en op verschillende oogenblikken het hoofd. + +'t Is lekker om nog even in bed onder de wollen deken te +kruipen--behaagelijk rek ik mij uit, mijn oogleden worden zwaar. + +Buiten speelt de Curmuziek,--"Am schönen blauen Donau"--in gedachten +wals ik in mijn bed mede; 't is me alsof ik draai--ik dommel in en ik +droom van ... mooi weêr. + +_9 uur_.--Ik ontbijt; de thee smaakt mij niet. Zouden ze hier in +Duitschland dan nooit leeren hoe men thee zet;--'k heb een duf ei bij +mijn brood. Bah! ik schei er uit. Ik ga mijn bottines aantrekken en de +deur uit--om mij te laten scheren. + +Van de stoep van 't Römerbad tot aan den winkel van den coiffeur Rosener +op den Kranzplatz is een kippeneindje--ik druip als ik er binnen kom. + +"Rasiren?" + +"Bitte!" + +Onder 't inzeepen maakt de barbier de gloednieuwe opmerking: "Schlechtes +Wetter heute!" + +Als een wandelende dakgoot treedt, na mij, een Pruisische luitenant +binnen. + +"Janz verfluchtes Wetter! Aèh!" + +"Jawohl Herr Lieutenant!" + +"Aèh!--Ziehen sie mir den Scheitel janz durch." + +"Zu befehl Herr Lieutenant." + +De kapper trekt met den kam een scheiding door de donkerblonde +stekelharen van den Germaanschen Mars, zoodat zijn hoofd er uit ziet als +een gespleten wilde kastanje. + +"Thun sie mir etwas mehr Harzpomade im Haar; bei diesem verfluchten +Regenwetter hält die Frisur sonst nicht." + +"Zu befehl Herr Lieutenant." + +De kapper smeert minstens een decagram of vijf cosmetique in des +krijgsmans lokken, zoodat diens hoofd glimt als een gepolitoerde +deurknop. + +Wel tien of twaalf klanten komen gedurende den tijd, dat ik onder 't mes +zit, binnen en evenveel keer hoor ik geestige opmerking dat 't slecht +weer is. + +Als ik buiten kom, stortregent het niet meer; 't is geen bui meer, maar +'t is een regen voor den geheelen dag geworden. + +Langzaam met dunne stralen, maar dicht, onverdroten en onverpoosd vliedt +het hemelwater neer. De dakgooten stroomen over; de straat is hier en +daar in een beek herschapen. De hemel is egaal loodkleurig, er is geen +denken aan dat er kans is van ophouden; de wolken zijn het volkomen +eens. + +Ik loop even naar het postkantoor: mijn parapluie begint iet of wat door +te regenen; mijn schoeisel wordt week. + +In de "Langgasse" ontmoet ik een paar boerinnen. + +Ze houden haar rokken buitengewoon hoog op, haar kousen lijken op alles +behalve op wat ze zijn. + +De zware mand op haar hoofd houden ze met de eene hand vast, met de +andere zijn ze voortdurend bezig, om haar neus af te vegen, want op dat +lichaamsdeel verzamelen zich alle druppels, die van den rand der korf en +uit haar hoofddoek lekken. + +Zij spreken met elkaar over----den regen, over slechten oogst, zieke +aardappelen, dure boter en schaarsche eieren. Mijn parapluie begint zeer +onaangenaam te worden, zij heeft bijna 't onmogelijke gepresteerd, maar +'t gaat haar vervelen, zij kan met den besten wil niets meer doen. Aan +de punten der baleinen zijn kleine watervallen ontstaan en bovenaan bij +den stok is een opening in een der naden gekomen; dikke droppels vallen +er doorheen op mijn hand. + +Wat ziet er alles op straat vies en grauw uit; 't is of de huizen +grienen. + +Een vrachtwagen komt mij te gemoet, de remketting rammelt veel doffer +dan gewoonlijk en de wielen maken een geluid als 't rad van een +watermolen in de verte. De voerman heeft een blauwen kiel aan, die zwart +ziet door de nattigheid. Hij klapt met de zweep, maar 't is geen knal +meer zooals anders, een knal scherp en kort, zoodat men onwillekeurig +opspringt. De vochtigheid van de lucht dempt het geluid, dat dof en saai +klinkt, alsof men met een beddekussen slaat. + +"Ho!"--het paard staat stil, geduldig, met den kop diep gebogen, alleen +schudt het nu en dan met de ooren als een bijzonder dikke regendroppel +er in valt en zijn staart is een hevel geworden. De voerman staat op de +stoep van een huis, neemt zijn druipenden hoed af, slaat hem uit, ('t is +monnikenwerk!) krabt zich even achter de ooren, haalt den roodbonten +zakdoek uit den broekzak en droogt er zijn gelaat meê af. + +De eigenaar van het huis, waarvoor de kar stilstaat, komt naar buiten, +bromt, pruttelt en haalt eindelijk de schouders op. + +De voerman begint de steenkolen, die hij bezorgen moet, af te laden, en +weldra heeft de huisheer een groote zwarte plas op zijn stoep, in zijn +gang en op zijn trappen. + +Op de trottoirs glimt het asphalt alsof het vernist was, een paar oude +juffrouwen staan onder een parapluie te babbelen, haar deert de regen +niet; babbelen moeten zij, al ging de wereld ook onder. + +Ik caramboleer met een anderen parapluiedrager. + +"Pardon!" + +"Entschuldigen Sie!" + +"Bitte!" + +Voor den winkel van een koopman in parapluies sta ik even stil, ik ben +in twijfel of ik de mijne ook zal laten repareeren--daarom kijk ik naar +binnen.--'t Is om woedend te worden, daar staat de eigenaar met een van +pleizier glimmend gelaat achter zijn toonbank en ziet naar de lucht.--De +gemeene vent lacht met z'n geheele gezicht. + +Goddank! 't is eindelijk één uur geworden--de table d'hôte zal me eenige +afleiding geven.--Ik kom naast een allerliefste jonge dame te zitten van +plus minus zeventig jaar, met een teint als een sinaasappel en een +gezicht, alsof zij er al haar leven meê te koop heeft geloopen. Over mij +zit nog zoo'n exemplaar, maar met meer levervlekken, daardoor denk ik +aan de schaal van een schildpad--en krijg plotseling een aversie voor de +potage á la tortue. + +In stilte maak ik de opmerking dat het damespersoneel aan de table +d'Hôte over 't algemeen veel heeft van een muséum van antiquiteiten en +ik word sterk herinnerd aan de mummies te Leiden. + +Mijn appetijt is zoo goed als weg, maar toch eet ik. + +De gesprekken aan tafel zijn aangenaam en leerrijk tevens. + +"Furchtbares Wetter." + +"Oh! entsetzlich!" + +"Es regnet heute wie verrückt." + +"Touren kann man nicht machen durch diesen abscheulichen Regen." + +"Ich reise ab wenn es nicht besser wird!" + +"'s Ist fast nie zum aushalten" + +"Mein Koffer ist schon gepackt!" + +"Ich bin sechs Wochen hier, und immer Regen! Regen!" + +Een vrouw met rozen komt binnen: + +"Rosen gefällig meine Herrschaften." + +De stumperd druipt en maakt de ruggen der gasten aan tafel nat.--De +kellner zet haar de deur uit. + +De tafel duurt veel langer dan gewoonlijk, want niemand heeft haast; +clubjes heeren zitten na het dessert bij elkaar, rook sigaren en drinken +champagne. Ik ken geen dier clubjes en uit verveling ga ik naar mijn +kamer. + +Mijn rechter voet is nat geworden, de naad der bottine is gebarsten, ik +trek andere kousen aan, ga op mijn kanapée liggen, doe mijn oogen dicht +en kan niet slapen. + +Ik neem een boek, 't helpt niet--op het boekenrekje in mijn kamer, staat +een bundel "Predigten vom Superintendent Zäh"--ik lees er in--helaas! +zelfs daar slaap ik niet van. + +'t Is om radeloos te worden--ik spring op--neem een pen en papier, steek +een nieuwe sigaar op en begin te schrijven, waarover? Natuurlijk over +den regen, over iets anders te schrijven zou vandaag positief onmogelijk +zijn geweest. + +......................................................................... + +'t Is den hemel zij lof, prijs en dank negen uur 's avonds geworden, ik +berg mijn schrijfmap op en ik ga naar moeder Engel's restauratie om een +glas bier te drinken.--ik ontmoet daar kennissen die ook pruttelen.... + +......................................................................... + +_11 uur_.--'t Regent nog steeds. Ik ben weer te huis, maar door en door +nat. + + + + +EEN WARME DAG TE WIESBADEN. + +_Reisherinnering_. + + +Half elf 's morgens: de Thermometer wijst 28° in de schaduw. + +Ik zit amechtig op een stoel voor de Restauratie op den Neroberg. Mijn +hoed weent innerlijk tranen van medelijden over mijn dwaasheid om bij +een dergelijke temperatuur dien berg te beklimmen. Mijn voorhoofd +glinstert als ware het met diamanten bezet, mijn zakdoek wischt ze weg, +te vergeefs; de zon doet telkens nieuwe ontstaan. + +Daar nadert iemand, ik herken hem, 't is een kurgast evenals ik. Zijn +hoed houdt hij in de eene, zijn zakdoek in de andere hand; beurtelings +wijft hij zich koelte toe en droogt zich voorhoofd, slapen en hals. + +Hijgend en blazend knikt hij mij toe en neemt, ademloos tegenover mij, +op een stoel plaats. Eindelijk puft hij: + +"Benauwd warm vandaag, meneer! 28° in de schaduw, 't zal in de zon wel +32° wezen--neen! zoo'n hitte geef ik present; met zulk weer is 't in +Wiesbaden niet uit te houden--dan is 't hier precies een ketel, een +braadpan...." + +"De mensch is toch nooit tevreden; verleden week, toen we elkaâr +toevallig aan tafel ontmoetten, pruttelden wij om 't hardst over den +regen." + +"O! maar toen was 't óók niet om uit te houden; zoo'n regenachtige dag +hier, is om dood melankoliek te worden, dan nog liever 28° in de +schaduw. U is zeker ook hier gekomen om lucht te zoeken?" + +"'t Was mij te warm in mijn kamer, ze ligt vlak tegenover den +Kochbrunnen en heeft den geheelen dag zon...." + +"Een lief plekje hier op den Neroberg, prachtig uitzicht." + +"Heerlijk! 'k heb 't al wel twintigmaal gezien, maar telkens ga ik er +weer naar toe.--Zouden we niet wat verder gaan zitten? 't Wordt hier al +weer te zonnig onder de veranda; in de schaduw is het beter...." + +"Laten we dan gaan verzitten, mijnheer!" + +"Best.--Kellnèr!--'t Is hier onder de veranda waarlijk nog benauwder, 't +schijnt wel alsof de hitte hier nog meer hangen blijft.--Kellnèr!--Wat +zijn die kellners lui vandaag." + +"'t Is ook zoo warm, moet u denken--je kunt het die menschen haast niet +kwalijk nemen.--Ah! daar komt er een.--allemachtig wat transpireert die +vent!" + +"Sie wünschen?" + +"Bringen Sie mir eine halbe Rauenthaler...." + +"Goeie hemel, drinkt u Rijnwijn bij die hitte?" + +"Waarom niet?..." + +"Rijnwijn maakt zoo warm.--Bier is veel beter...." + +"Bier? Wie viel, zwei Glas?" + +"Bier neen! daar wordt je eerst recht benauwd en opgezet van...." + +"Eigenlijk heeft u gelijk. Haben Sie Selterswasser?" + +"Gewiss! künstliches und echtes." + +"Bringen Sie mir eine Flasche Selters, echtes, aber recht kalt." + +"Mir auch! und etwas Eis dazu." + +"Schön--" + + "In einem kühlen Grunde + Da geht ein Mühlenrad, + Mein Liebchen ist verschwunden + Dass dort gewohnet hat" + +zingt uit de verte een frissche heldere stem. + +"Hoe is 't mogelijk dat iemand bij zoo'n hitte van "einem kühlen Grunde" +kan zingen--'t klinkt als een parodie op de 28°." + +Met zijn jas over zijn stok, zijn stroohoed aan het élastiekje over den +anderen schouder hangend, nadert de jeugdige zanger, gevolgd door twee +andere blonde Duitschers. Hun vesten hangen open en de veelkleurige +bretels zijn zichtbaar. De drie gezichten glimmen en van een hunner, een +dikkert, die bepaalt 90 kilo weegt, zweemt de gelaatskleur naar 't +violet. + +"Bier her!--Bier her! Oder ich fall um--" hijgt de zanger, terwijl hij, +niet ver van ons, met zijn makkers plaats neemt. + +De kellner brengt ons Selters water. + +"Wünschen Sie auch etwas zu speisen?" + +"Eten, bij die hitte?" ik zie mijn vis-à-vis aan; hij mij. + +"Eten?--ik stik als 'k er aan denk." + +"Geef me water.--Hé! dat smaakt--dat is lafenis!" + +Nu krijgt ook het drietal bier en in één teug ledigen zij de glazen, +terwijl zij met de lippen smakkend eenparig uitroepen: "Bringen Sie +gleich noch drei Gläser." + +"Und etwas Göttinger Wurst dazu?" roept de dikkert den kellner na. + +Goeie Hemel, worst bij zoo'n hitte; ... de gedachte aan worst maakt me +onwel. Dat Selterwater is overheerlijk. + +"Drink niet te snel mijnheer. 't Water is ijskoud." + +"Heerlijk!" hij smakt met de lippen--"verrukkelijk!" + +Een pauze.-- + +De Germanen trekken hun vesten uit--en bestellen nog meer bier. + +"#Puff#!--ik geloof dat men van dat water nog warmer wordt.--'t Is +eigenlijk gekheid om bij deze temperatuur op den Neroberg te gaan +zitten.--Ik had wel lust om even naar Biebrich te sporen en dan dood +kalm en rustig aan den Rijn te gaan uitblazen. Gaat u meê" + +"'t Is geen kwaad idée; heeft u een spoorboekje?" + +Er gaat een trein om kwart voor twaalf. Dien kunnen wij nog best halen, +wanneer we nu dadelijk opstappen en de tram nemen van Beausite af." + +"Komaan! dan vooruit!" + +Wij betalen onze vertering en dalen langzaam den berg af. + +Heerlijk schoon is het bosch ... maar warm, ontzettend warm. De +beukeboomen beschutten niet meer voor de zonnestralen, ze zijn er als 't +ware door verzadigd en geven nu op hun beurt weer een gedeelte der +opgenomen hitte af. Toch is 't niet zulk een benauwde warmte als onder +de veranda, want 't hout geurt en hier en daar op een open plek, komt de +fijne reuk van pas gemaaid hooi ons te gemoet. + +Onder de veranda rook het naar uien.--Bah!--die eeuwige uien in +Duitschland zijn onverdragelijk--en vooral bij 28° in de schaduw is +Zwiebelgeruch verfoeielijk. + +"'t Afdalen is ook niet verfrisschend, mijnheer." + +"Ik weet waarachtig niet wat 't ergste is. 'k Ben _en nage_." + +"Kijk! daar loopt een eekhoorn." + +"Waar?" + +"Over den weg--dáár! dáár! hij gaat tegen den dikken beukeboom op--'t is +heusch of het diertje 't meer op zijn gemak doet dan anders." + +"'t Zal het ook warm hebben." + +We volgen een oogenblik met de oogen den vluggen klimmer, die eindelijk +op een vooruitstekenden tak, hoog boven ons, met den staart omhoog +blijft zitten en ons met zijn kleine schrandere oogjes aankijkt alsof +hij zeggen wil:--"Ik lach jelui uit, ik zit hier lekker tusschen de +bladeren en ik heb 't lang niet zoo warm als je wel denkt." + +'t Is buitengewoon stil in het bosch, geen vogel tjilpt, het schijnt wel +alsof ze slapen, een enkele spreeuw vliegt even op tusschen het +kreupelhout, gaat een eindje verder weer zitten en pikt onbekommerd over +onze nabijheid in zijn vleugels. + +Een oud moedertje met een ontzettend grooten bos dood rijshout op het +hoofd, kruist onzen weg, ziet ons, haar tandeloozen mond tot een +vriendelijken grijns vertrekkend, aan, strekt de magere hand uit en +vraagt: "Lieber Herr! schenken Sie mir etwas, bitte?" + +"Groote Hemel, bij 28° hitte met een vracht hout op 't hoofd, 't is om +medelijden te hebben. Daar moedertje." + +"Segne's Gott lieber Herr!" + +In de verte hooren wij de schel van de tram. + +We bereiken haar nog juist, en vinden, vóór bij den koetsier, een +plaatsje. + +"Verkwikkelijk zoo'n ritje." + +Heerlijk blaast ons de lichte wind, door 't voortrollend voertuig +geboren, in 't gelaat, maar och! die arme paarden, ze zijn eigenlijk +bruin van kleur, af neen! de eene is een vos, maar ze zien tot bijna +over de helft van hun lichaam zwart; zwart door de vochtigheid, die met +ongestemde kracht uit hun huidporiën dringt. De conducteur glimt als een +tomaatappel, als hij uit het binnenste van de tram komt om ons geld in +ontvangst te nemen. + +Nu en dan schuift een der ongelukkigen, die binnen-in zitten, de deur +achter ons open, om in 's hemels naam een aasje verlichting te hebben, +maar telkenmale doet een hoestend, uitgedroogd, lederachtig mannetje de +deur weder dicht, met de opmerking, dat hij geen tocht verdragen kan, en +dat 't waarlijk niet zoo erg warm is. + +Juist bijtijds bereiken wij het station, nemen kaartjes en stappen in de +2e klasse. + +"Groote hemel, meneer! dat's positief niet uit te houden, dat's erger +dan een bakkersoven," roept mijn reismakker uit, als hij 't portier van +een "Nichtrauchercoupé" opent. + +Geen wonder; de zon heeft met volle kracht op den stilstaanden wagen +geschenen en de warmte daarbinnen minstens met 8° of 10° verhoogd; 't is +alsof de hitte van een gloeiende kachel ons tegemoet komt. + +"Ziet u wel meneer dat ik gelijk had om u te raden 3e klasse te nemen; +bij deze temperatuur is...." + +"Einsteigen meine Herren!" + +"Wir wollen lieber dritter Klasse fahren!" + +"Alles besetzt, einsteigen bitte!" + +In 's hemels naam dan. Wij stappen in, steken ieder ons hoofd uit een +der portieren, en rijden weg. We herademen, maar moeten onze hoofden +terugtrekken, omdat onze oogen niet tegen zooveel stof bestand zijn. + +"Die Billette, gefälligst?" + +Een Duitsch conducteur zal steevast bij 2e klasse passagiers +bovenstaande drie woorden gebruiken. Voor de 4e klasse bezigt hij alleen +het woord "_Billette?_" In de derde klasse hoort men van hem "_Die +Billette?_" terwijl hij bij 1e klasse passagiers vriendelijk vraagt: +"_Bitte gefälligst Billette vorzuzeigen?_" Bij hem staat het aantal +woorden dat hij gebruikt steeds in omgekeerde rede tot het No. der +klasse waar hij zich bevindt. + +Eindelijk zijn wij te Biebrich. Heerlijk, verkwikkend kabbelt de Rijn; +verrukkelijk tintelt de zon in het water. Gartenwithschaft van 't Hotel +"Zur Krone" vinden we een koel plekje. + +'t Is toch nog warmer geworden, want de zon staat in 't zenith, maar de +koelte van 't water reageert tegen de zonnestralen. Mainz ligt links van +ons, als in een lichten nevel gehuld. Het is alsof de lucht trilt van de +hitte. De groene bergen aan weerzijden van den oever verkwikken ons oog. +Wij herleven. + +We moeten iets gebruiken, want de kellner nadert en vraagt beleefd: + +"Sie wünschen?" + +Wij nemen koffie--heete koffie!--'t is homéopatisch; waarlijk de koffie +maakt ons niet warmer. Een paar kleine bengels van 10 of 12 jaar gaan +vlak voor ons op hun hoofd staan en loopen op hun handen heen en weer, +terwijl ze de naakte voeten omhoog steken. + +Daar krijgen we het beiden bepaald benauwd van--verbeeld u eens, in de +middaghitte van een dag, die 's morgens om halfelf reeds 28° in de +schaduw had, op 't hoofd te staan; 't is om er een beroerte van te +krijgen, alleen door het te zien. + +We werpen hun wat geld toe en de jeugdige acrobaten verdwijnen, om +elders weer te beginnen. + +Wat is dat voor een boot, kelner? die daar van den kant van Mainz komt?" + +"Dass ist der Lokaldampfer der nach Rüdesheim fährt! + +"Naar Rüdesheim? + +"Jawohl." + +"Wie lange dauert die Fahrt?" + +"Ungefähr anderthalb Stunde." + +"Wat zou u er van denken," vraagt plotseling mijn reisgenoot, "indien we +eens naar Rüdesheim stoomden--'t moet heerlijk zijn op 't water--we +kunnen vanavond met 't spoor nog wel driemaal terug." + +"Jongens meneer! we zitten hier zoo kalm en lekker." + +"Ja maar op zoo'n boot is 't toch nog lekkerder, zoo midden op 't water, +daar bekomt men. Als u er niets tegen hebt dan zou ik wel willen." + +"Met pleizier! ik ga mee...." + +Vijf minuten later zitten we op den Lokaldampfer en stoomen stroomaf +naar Rüdesheim. 't Is vol op de stoomboot, tevergeefs zoeken we naar een +aangenaam plaatsje onder de zonnetent. + +Rustig vervolgt zij haar weg, door het blauwe water. De raderen wentelen +onvermoeid voort en zweepen het schuim met kracht aan beide zijden +omhoog. Nu en dan steunt en dreunt de boot, die niet van de nieuwste +constructie schijnt, als viel het haar zwaar, bij de heete temperatuur, +die zelfs op 't water heerscht, haar plicht te doen. + +Soms blaast de schoorsteen plotseling hoestend en proestend een zwarte +rookmassa uit, die over 't water blijft hangen en op onze gezichten +zwarte moesjes plakt, die door de zweetdruppels veranderen in plekken, +veel overeenkomst hebbend met inktvlakken. + +De Rijn is buitengewoon kalm en rustig, en het eenige levensteeken dat +hij geeft is een lichte rimpeling van zijn oppervlak, als hinderde het +hem door het dampend en snuivend gevaarte te worden gestoord in zijn +zacht gekabbel. + +Een bonte menigte passagiers zitten, liggen en hangen op de banken, +taboeretten en stoelen op het dek. + +Allen zuchten, want niettegenstaande de boot vrij snel stroomafwaarts +snelt, brandt de zon geweldig en puffen allen van de warmte, terwijl ze +hun heil zoeken onder de zonnetent, de eenige plaats op het schip, waar +schaduw is. + +'t Is nu bepaald 32° warm, want we hebben de volle middagzon. + +Alles transpireert aan boord; de kapitein, de passagiers, de stuurman +aan 't roer, de kelner die met zijn servet over den arm tusschen de +reizigers heen en weer draaft, ja zelfs de planken van het dek zweeten +een kleverige vloeistof uit haar naden. + +Met innig medelijden zien wij de stokers aan, die beurtelings uit de +machinekamer opduiken om een mondje vol lucht te scheppen. + +"'t Is of 't gezicht van die zwarte kerels iemand nog warmer maakt!" +zegt mijn reisgenoot. + +"Bepaald, ik geloof zelfs dat zij hitte afstralen." + +De kok kijkt met een gezicht als een pioen uit zijn kombuis. Zijn wit +buis is door en door vochtig, dat zien wij als hij ons den rug toedraait +om naar zijn pan met kalfscoteletten te zien. + +Hoe is 't mogelijk om bij zulke hitte warme kalfscoteletten te +gebruiken, vraag ik mij zelf af, als ik zie dat de kok met onnavolgbare +snelheid de eene cotelet na de andere bakt, uit de pan pikt en met zijn +niet overzindelijken duim en wijsvinger op de schaaltjes rangschikt. + +'t Is om er wee van te worden. Wanneer men de oogen sluit en den +twijfelachtigen geur opsnuift, weet men waarlijk niet _wat_ men ruikt, +want door de temperatuurhitte en noodzakelijke verhooging van 10° door +de warmte van het fornuis, ruikt alles even vies, scherp en branderig. +Ik geloof haast dat de vettige lucht der ranzige olie, die gebruikt +wordt om de assen en krukken der machine te smeren en die uit het luik +der machinekamer tot ons komt, nog de voorkeur verdient. + +Onder de zonnetent praat iedereen over de hitte. + +De een blaast naar links, de ander naar rechts, onophoudelijk zijn de +zakdoeken en hoeden in de weer om koelte aan te brengen door er mee te +wuiven. Gelukkig zij, die een waaier heeft. + +"Entsetzlich heiss!" roept een bejaarde dame. + +"Kolossal, piramidal!" schettert een luitenantje. + +"Unausstehlich, fürchterlich!"--zucht een jong meisje met een hoed à la +Kate Greenaway op--en beschut door het reuschachtige gevaarte, dat haar +lief jong gezichtje niet al te bevallig omgeeft--maakt ze ter sluiks een +knipoogje tegen een heer, die tegenover haar, met een monocle in 't oog, +onophoudelijk aan zijn scherpgepunte knevels draait. + +Hij is "de Hij"--van die Zij. + +'t Is haast te warm om verliefd te zijn, maar wat vraagt Amor naar +graden Celsius of Réaumur of Fahrenheit. + +Hoe warm het ook moge zijn, hoe zeer ook het kwik in den Thermometer +stijgt, toch zijn er op de boot twee wezens, wier harten een hooger +warmtegraad aanwijzen. + +Bovendien, dat er op een Lokaldampfer met zulk een menigte passagiers +een Hij en een Zij gevonden worden, is niet meer dan natuurlijk. + +En welk een Hij! Verrukkelijk gepomadeerd trotseert zijn glimmende +haardos hitte en zweetdroppels. Een heerlijke hyacintkleurige das +begrenst een schitterend wit boordje (ik geloof vast dat de man het pas +heeft aangedaan). Een prachtig wit vest waarop 't zwarte koordje van +zijn oogglas scherp afsteekt, strijdt èn door snit èn door fijnheid om +den voorrang met een lichtgrijs jacquet en een bijna hemelsblauwe +pantalon, die zijn beenen nauw omsluit. + +Onafgebroken staart hij door het lorgnet zijn schoone aan; wel glijdt +het glas nu en dan uit zijn oog door de glibberigheid van zijn +huidplooien, maar telkens doet hij het instrument zijn plaats hernemen +en onvermoeid tuurt hij naar 't knipoogend meisje. + +En zij!--Zij bloost van warmte en verliefdheid. + +Haar teere vingertjes in glacé, gris-perle geperst, spelen met een +roosje, dat half bezwijmd aan den dunnen stengel hangt. Een licht grijs +kleedje omsluit haar wespentaille en doet haar verdere bekoorlijkheden +alle recht wedervaren. Naast haar dommelt een individu met een +kanariegele, veel te wijde pantalon en een lustren jasje aan, dat hem +als een zak om 't lijf hangt. Zijn stroohoed rust op zijn knieën en zijn +handen hangen slap langs zijn omvangrijk lichaam. + +Dikke droppels parelen op zijn voorhoofd en zelfs zijn kale schedel is +als met een zachten dauw overtogen--terwijl langs zijn breeden, dikken, +rooden neus een dun waterstraaltje afloopt. + +Plotseling laat de man zijn dikke onderlip zakken, zijn neusgaten worden +wijder en een geluid als 't zuchten van een nijlpaard doet de jonge +schoone opschrikken uit de mijmerende beschouwing van haar "hij". + +Met een niet zeer lieve uitdrukking op haar gezicht stoot zij den naast +haar zittenden man aan met de woorden. + +"Aber Papa!" + +"Hé was ist?" + +"Du scharchst ja!" + +"So ja! 's ist auch so verdammt heiss." + +"Aber Papa?" + +Papa doet alle mogelijke moeite om wakker te blijven, maar de natuur +eischt haar recht, en trots alle "aber Papa's" van de jonge dame en de +min of meer spotachtige aanmerkingen van den monocledrager, dommelt de +brave man telkens weer in, tot dat we Rüdesheim naderen. + +Ik haak naar het oogenblik, dat we zullen landen; mijn reiskameraad doet +niets dan blazen en zich 't gelaat afvegen. Als wij eindelijk den voet +op de loopplank zetten, zegt hij: + +"'k Geloof dat we toch wijzer hadden gedaan, om kalm te Biebrich te +blijven; dat watertochtje is mij niets bevallen." + +"'k Ben 't met u eens; we hadden 't daar goed, maar we haakten naar +beter." + +De boot stoomt verder. + +Wij zoeken in den tuin van 't hotel "Zum Rhein" een schaduwrijk plaatsje +aan den Rijnkant, drinken overheerlijk koelen Rüdesheimer en als 't +langzaam avond wordt, lachen wij om het denkbeeld dat wij bij 28° in de +schaduw, op een "Lokaldampfer" koelte zochten. + + + + +DE LAATSTE DER OEMPAH'S + + +'t Begint al meer of min te schemeren, de lucht is donker en zwaar van +buien, langzaam uit 't Zuidwesten opkomend, nu en dan sneller +voortgestuwd door den wind, die soms met een plotselingen stoot +henenvaart tusschen de hooge huizen en spichtige schoorsteenen der +groote stad, enkele dikke druppels en sneeuwvlokken voor zich uit jagend +als de voorboden van ruw, koud weer. + +'t Wordt allengs donkerder--op enkele plaatsen in de tochtige stegen en +sloppen, waar de oude, bouwvallige, kille huisjes, als bij elkander +steun en warmte zoekend, zich opèèndringen, schemert reeds roodachtige +lampenschijn door de stoffige ruiten en gore gordijntjes, waarachter +arme menschen huiverend en hongerig hun leven vol zorg, in doffe +onverschilligheid voortleven. + +Uit een dier smalle steegjes, uit een huis waarvan de trapdeur nooit +gesloten wordt en waarin een aantal huisgezinnen opeengepakt zijn, is +hij langzaam, moeilijk loopend, bijna hinkend te voorschijn gekomen, de +ongelukkige Oempah! + +Hij is gewond, hij bloedt nog, want gisteren heeft hij in een potscherf +getrapt, toen hij vluchten moest voor zijn vijand den politieagent. Zijn +schoenen beschermen zijn voeten niet meer, ze zijn gescheurd en +versleten en bedekken nauwelijks de grove wollen sokken vol gaten. + +Treurig sluipt hij voort over de glibberige straat. + +Hij, die eens een fiere krijger was, die, trotsch en moedig een +brieschenden schimmel bereed, hij sukkelt nu langzaam verder met +knikkende knieën en met gebogen hoofd. Zijn moede, donkere oogen, +waterig door alkohol en verkoudheid, staren dof en doelloos voor zich +uit. + +Snuffelend haalt hij den rooden, kouden neus op en in zijn ongeschoren, +reeds grijs wordende stoppel-baard rollen nu en dan een paar zilte +tranen,--zóó erg heeft de arme Oempah het beet. + +Schurkend met de schouders en rillend--het grijs-groene, rafelige jasje, +dat hij over zijn eenmaal rose sporthemd draagt, is, evenals zijn te +korte geruite broek, veel te dun voor 't seizoen--schommelt hij een der +minder bezochte hoofdstraten in. Onder zijn jasje, tegen zijn borst +gedrukt, verbergt hij iets wat hem heel dierbaar schijnt te zijn, want +hij drukt het met den linkerarm stijf tegen zijn hart en met de +rechterhand voelt hij er nu en dan naar, als meende hij het te zullen +verliezen. Zijn rechterbroekzak puilt geweldig uit door iets glimmends, +dat hij telkens zorgvuldig met een pand van zijn jasje zoekt te +bedekken. + +Hij is onrustig; schichtig ziet hij om terwijl hij voortgaat over de +natte keien der groote stad, die hem, den vreemdeling, verstoot en +vervolgt. + +Hij balt de vuisten, zijn lippen trillen en somber fronsen zich zijn +dichte, nog donkere wenkbrauwen, als hij plotseling terugdenkt aan den +tijd vóór hij zich bij den stam der Oempah's had aangesloten,--aan dien +goeden tijd toen hij, de vrije zoon der bergen, jong en sterk, op zijn +vurig ros gezeten, het oorlogspad opging en de jonge meisjes haar +woningen uitkwamen om hem te zien en vriendelijk toe te lachen. + +Toen was hij nog rijzig en welgemaakt, schoon in zijn krijgsdos met den +wuivenden vederbos op het hoofd, den fladderen mantel om de schouders! +Toen was zijn oog helder en scherp als dat van den valk en als zijn +krachtige adem in den krijgshoorn blies, weêrgalmden bosschen en velden +van 't geluid en werden de echo's der bergen wakker. Jong en oud +begroetten hem juichend als hij door de dorpen trok en overal bood men +hem spijs en drank en de eereplaats bij het vuur. En toen hij het +oorlogspad verliet, rieden enkele ouderen, wier grijze haren van +wijsheid en kalmte getuigden, hem aan, zich bij hen te vestigen, een +vrouw te kiezen en rustig in hun midden te blijven en te leven van +akkerbouw en veeteelt,--maar hij wilde niet, hij had nog te veel wilde +haren, daarom sloot hij zich aan bij een stam Oempah's, die een zwervend +leven leidden. Zijn oorlogsdos verwisselde hij voor het kleed der +Oempah's, een groenachtige fantasieuniform met geel katoenen passanten +op de schouders en glimmende koperen knoopen. Hij zette een platte, +groene pet op, zonder klep, met een geel biesje er om en een kleine rood +en zwarte kokarde er aan. Zijn beenen omkleede hij met een witte broek, +die, ofschoon meestal bemodderd en beklonterd, toch niet gescheurd was, +en aan zijn voeten droeg hij groote lederen schoenen met sterke +bespijkerde zolen. + +In plaats van in den krijgshoorn blies hij nu op een halfsleten cornet à +piston--onwillekeurig drukt hij de hand tegen de borst, ze rust daar +thans nog; zij is hem trouw gebleven ook in zijn verval. + +Hij herinnert zich hoe hij haar kocht van den hoofdman der Oempah's, die +den stam verliet om zich ergens in een klein dorp als schoenmaker te +vestigen, omdat hij begreep dat er meer brood in 't lappen en maken van +schoenen, dan in 't blazen van wals, potpourri of marsch stak. + +Met die "cornet" nam hij tegelijk het bevel van den troep over en +terwijl hij nu, rillend van kou en met een bonten kiespijndoek om 't +hoofd onder zijn roodzwart, rond hoedje, sukkelig, armzalig verder gaat, +komt zijn geheele bende hem weer voor den geest. Onwillekeurig glimlacht +hij even als hij ze plotseling in gedachten voor zich ziet: de lange +magere, sproeterige klarinettist met den rossigen sik en den blauwen +bril; de breedgeschouderde, dikbuikige, roodwangige, blonde reus, die 't +piccolo-fluitje zoo schel bespeelde; de altijd opgeruimde, goedmoedige, +bijziende snorrebaard met zijn schuiftrompet; de scheefgegroeide +vlasblonde boerenkinkel die melancholisch in den waldhoorn blies en het +allerkleinste Oempah'tje, bijna bezwijkend onder 't gewicht van den +grooten bashoorn, waarmeê hij de andere instrumenten begeleidde door het +onophoudelijk, blazend en hijgend uitgestooten: Oempah--Oempah--Oempah! + +Toen had hij geen gebrek aan brood en bier, àl leefde hij ook van den +eenen dag op den anderen, toen sliep hij soms op een bed, soms in een +hooiberg of op versch gedorscht stroo in een schuur--maar hij sliep +rustig en met een gevulde maag ... en nu? Nu is hij de schim van 't geen +hij eens was. + +De groote stad is zijn ongeluk geweest. Hij had dáár nooit moeten komen, +ten minste er niet moeten blijven, maar zijn noodlot in de gedaante van +een dikke, overvriendelijke en al te toeschietelijke vrouw, die in een +der buitenwijken een welbeklante tapperij hield, had hem bereikt--en +vastgehouden. Zij beweerde een hartstochtelijke liefde voor muziek te +hebben, terwijl haar flegmatieke man tegen zijn buren volhield; "dat het +meer de muzikant was, die haar aantrok en dat de Oempah #zijn +onversneden# in zijn dorstige moffenkeel goot, omdat "de vrouw" zei +dat hij er niets voor #mocht# betalen, maar dat 't hèm niet schelen +kon, als ze hem maar met rust lieten." Intusschen togen de andere +Oempah's, minder gevoelig voor de aanmoedigende blikken der bazin en den +Hollandschen jenever, verder onder aanvoering van den klarinettist, die +de cornet nooit had kunnen lijden omdat hij zijn instrument +overschetterde. + +De Oempah hield van zijn gemak en bleef dus bij de vrouw, die hem in +haar vleezige armen en bij haar steeds welvoorziene tapkast +vasttooverde. + +De baas uit de "Visschende reiger", een dikke waterzuchtige man, die, +altijd rookend, op zijn gebloemde pantoffels en in zijn overhemd en +bretels, in het kleine tuintje achter de tapperij stond te soezen over +'t voortreffelijke van zijn eigen consumptie en elken dag +onverschilliger, rooder en opgezetter werd, was eindelijk +schouderophalend zijn vriend geworden om met "de vrouw" vrede te houden, +daar hij den toestand zóó 't gemakkelijkste vond. Zóó deelde de Oempah +geruimen tijd met het echtpaar de woning, waarin de "onversneden" hem +allengs beter en de vrouw hem langzaam aan minder beviel. + +Toch bleef hij, omdat de bazin hem 't leven, "lui en lekker" maakte en +niet op een paar gulden keek--totdat eensklaps de wettige man te dik was +geworden voor zijn zwak hart, niet meer rookte en de gebloemde +pantoffels voor een paar oude wollen kousen en 't uitpuilend overhemd +voor een doodshemd verwisselde. + +Een begrafenis derde klasse, niet veel bijzonders, vooral wanneer er +maar één volgkoets is, waarin slechts één vriend zit, doch er bleef in +de toonbanklade en in de linnenkast van "de vrouw" wel zóóveel over dat +zij een paar maanden nadat de Oempah haar man de laatste eer had +bewezen, een mooien trouw-coupé kon laten voorrijden voor dezelfde deur, +waarvoor de eenvoudige lijkwagen had gestaan. + +De bazin met al haar goud behangen, en fluweelen mantel om, een toque +met roode rozen en oranjebloesem op 't hoofd, en de Oempah in het voor +hem pasgemaakte zwart lakensche pak van wijlen den baas en met een +nieuwen hoogzijden hoed op, stapten er in en kwamen terug als +echtelieden, die voortaan lief en leed zouden deelen. + +De habitués van de "visschende reiger" werden dien dag bij gesloten +deuren onthaald, totdat al de flesschen leeg en de zingende, joelende +menschen overvol waren en toen de laatsten, midden in den nacht waren +weggezwaaid, wisselden de echtgenooten de eerste klappen. + +Jenever is een eigenaardig vocht, 't verteert op den duur alles wat er +mede in aanraking komt, zelfs een weldoortimmerd eigen huisje is er niet +tegen bestand, en vooral wanneer echtelieden eendrachtig samenwerken in +'t gebruik, doet zij haar werking dubbel snel. Binnen korten tijd +benijdde de Oempah den man, die de eeuwige rust was ingegaan en zei de +vrouw in arren moede: "Jij bent een doodvreter. Hoepel op, beroerde mof, +ga terug naar je land voor mijn part!" + +Maar de mof hoepelde niet op, hij bleef en verzoende zich kalmpjes met +de bazin, die dezelfde uitnoodiging nog herhaaldelijk tot hem richtte, +maar toch telkens weer verteederd in zijn armen zonk, omdat hij toch +"zoo'n leuk moffie" was als hij 'm niet om had--en hij vond haar, +zoolang ze nog geld bezat, zoo kwaad niet, al zeiden de buren ook: "Ze +pakt 'm van tijd tot tijd zóó, dat 't zonde en schande is om te zien!" + +En zóó leefden zij samen voort, in één roes, in één huis, totdat alles +wat er nog was en alles wat er nu en dan inkwam, zich oploste in het +vocht, dat volgens het zeggen der habitués: "niet voor de ganzen wordt +gebrouwen." + +De eigen tapperij was reeds lang verlaten voor een kleine gehuurde +kroeg, waar minder te doen en dus nog meer te drinken was en vóór het +gras 't graf van den gestorven man geheel bedekte, togen de vrouw en de +Oempah ook daaruit naar een achterbuurt van de stad, elkander de schuld +gevend van hun verval, schimpend en scheldend, 't toeval verwenschend +dat hen samen had gebracht. + +Er is iets zonderlings in de menschelijke natuur, waarvoor de +psychologen nog geen verklaring hebben gevonden, namelijk het bij +elkander blijven van lieden, die feitelijk, zooals men het vulgair +uitdrukt: elkander niet kunnen luchten of zien. Zelfs minder +ontwikkelden merken dit eigenaardige verschijnsel op, want in het +buurtje, waar de vrouw met haar Oempah woonde, zeiden de menschen:--"Je +zou zeggen, hoe is 't mogelijk, ze leven als hond en kat, ze spelen +mekaar voortdurend op d'r tabernakel--en toch blijven ze samen, die +moffenmuzikant en dat dikke ouwe wijf!" + +En zóó was het ook: deelden ze vroeger min of meer oneerlijk "de +centjes" van den ter rechter tijd ontslapen man, nu deelden ze eerlijk +armoede en ontbering, af en toe door een hartige ruzie wat afwisseling +brengend in hun eentonig bestaan. + +De vrouw was eindelijk, waarschijnlijk tengevolge van overspanning bij +de herhaalde verschillen van meening met haar echtgenoot, aan ééne zijde +ietwat lam geworden en de Oempah had zijn "embouchure" niet meer zooals +vroeger tot zijn dienst; hij had een paar tanden verloren en de cornet à +pistons was te lang op non-activiteit geweest. + +Dat instrument, 't eenigste voorwerp wat niet in de jenever was +opgelost, moest nu weer voor den dag komen om "brood te blazen" voor hem +en zijn vrouw, "want," zei hij gemoedelijk, als hij niet in kennelijken +staat verkeerde: + +"Je kan zoo'n sjepsel, kottorie! doch nich verhoengeren lassen. 's Ist +woll ein salamander von 'n wijf, maar sie hèbt doch ein maag, wissen +sie? Al hangt d'r eine vlerk d'r voor niemendal bij, sie shaff noch +zoo'n bischen, oend früher, als sie noch moneten hatte, war sie +schplendied. Daarom bin ich wieder in die koenst jegaan! Dan bekeek hij +met zijn waterige, zwakker wordende oogen zijn instrument, poetste met +zijn mouw den beker er van wat op, haalde een paar malen lucht heen en +weer door 't enkele mondstuk en blies dan, als om zich te oefenen, een +fanfare of een aantal schelle maten, die schetterend stuksloegen tegen +de brokkelige muren van het nauwe steegje en dan de gebarsten +vensterruitjes deden rinkelen, zoodat de buren nijdig hun hoofden uit de +lage deuren en vensters staken, elkander toeroepend: "daar begint die +sikkere muziekmof weer met z'n valsch getoeter!" + +In het geheele buurtje stond hij bekend onder dien naam; zijn vrouw +heette: "de muziekmoffin." Hoe hun eigenlijke namen waren had men hun +nooit gevraagd; in zulke omgeving kent men elkander meestal alleen bij +den bijnaam, dien de een of ander spontaan uitdenkt. + +Het bijvoeglijk naamwoord "sikker" dankte hij aan zijn voortdurenden +staat van geheele of gedeeltelijke onbekwaamheid en de +schoenlappersvrouw, die 't keldertje van 't hoekhuis bewoonde, getuigde +van hem: "Zoo'n model heb je nooit eerder gezien--mijn man is ook +dikkels in de olie--maar als ik met zoo'n vette vaatdoek permanent most +huizen liep ik liever vierkant de wal in." Toch mocht men hem soms wel +lijden, namelijk wanneer hij een goeie bui had en voor de kinderen in de +steeg een dansje blies.--"'t Is wel mankelieke muziek, maar de schapen +springen d'r nog 'ris bij, want orgels komen hier niet; de orgeldraaiers +binnen te veel granssinjeur en ze kennen met d'r orgels de steeg ook +niet in," beweerde een oppermansvrouw, die, op dezelfde trap wonend, de +muziekmoffin wel eens bezocht en daarom er bij voegde: "'t Is een kalf +van een vent als ie nuchter is, maar zijn vrouw is een nijdige vuilik, +een sloerie; geen blind paard doet schade in d'r lui kamer." + +Een tijd lang verdiende de Oempah een schamel stukje brood, door 's +nachts in danshuizen of matrozenkroegen te spelen, maar ook dààr moet +men muzikanten hebben waarop men rekenen kan en dat kon men op hem niet. +Daarom vond hij ook zelfs in die gelegenheden geen plaats meer en begon +hij weer zijn zwerftochten door de straten der groote stad, totdat er +een stedelijke verordening kwam, die de straatmuzikanten buiten de veste +bande.--Toch waagde hij het nu en dan, door den nood gedrongen, zijn +cornet à piston te doen hooren. Kwam hij dan thuis, dikwijls zonder een +cent op zak, dan klaagde hij zijn nood aan de muziekmoffin: + +"'s Ischt versjrikkelijk, die verfluchte polizei laat oens kein +oogenblik mit rust, 's wirdt ein beroerder boel hier! Die miserable +orjels, die moesiekmolens wo gar keine spoer von koenscht bei ischt, +werden tolerrirt oend wir, die doch moesik stoediert haben, werden +vervolgt; 's ischt sjande! Ach Kott, war dàs eine sjeene zeit als ich +frisch aus Bayern herüber kam,--überrall hab' ich mit orfolg +jeschpielt--aber hièr, pfoei!--Ich hatte nooit in Holland kommen +sollen!" + +"En ik wou dat 'k jou nooit gezien had!" was de eenig troost, die hij +van haar kreeg en vinnig voegde zij erbij: "Och leg toch niet te +lammenteeren! Ruk liever weer op en ga blazen, we hebben geen krummel +meer in huis--en de flesch is ook leeg!" + +Had de Oempah, door hier en daar, voornamelijk in de buitenwijken, te +spelen, wat klein geld opgehaald, dan--'t zij hem ter eere gezegd, had +hij de beste voornemens, en kocht "brot oend woerscht für 's +froumensch!" liet 't netjes inpakken en bracht een en ander ook +werkelijk thuis, wanneer hij de verleiding weerstond, om hier of daar +even in te wippen "oem ein paar auf die lampe zoe jiessen." + +'t Scheen wel alsof het noodlot hem telkens weer in de tapperijen der +buitenwijken voerde, want juist dáár voelde hij zich "gemüthlich"--dáár +was hij een gaarne geziene gast. Hij kon zoo aardig vertellen in zijn +gebroken Duitsch met Beiersch accent. Hoe hij bij "'s militair, bei der +cavallerie stand," hoe hij trompetter was geweest bij de Huzaren en hoe +hij later "durch talent oend verdienst erster pistonist" geworden was +bij 't muziekcorps. + +Hij kende allerlei vroolijke soldatenliedjes en voor één borrel blies of +zong hij er met zijn schorre stem wel drie. De groenteboeren en venters, +die de kroegjes waar hij kwam bezochten, kenden den "leuken +blaasmof"--zoo heette hij dáár--allen en vermaakten zich met hem als hij +op de kentering van nuchterheid en kennelijken staat, allerlei dwaze +verhalen opsneed of op zijn cornet populaire deuntjes blies, totdat hem +de borrel werd geschonken, die den doorslag gaf. Dan kreeg hij een +oogenblik van mélancholie, smeet zijn instrument op of onder een stoel, +trok zijn ouden ronden hoed diep in de oogen en beweerde half grienend, +dat hij eigenlijk een "verdammter jemeiner schweinhoend war" en dat hij +gevoelde, dat aan hem een "groot kunstenaar" was verloren gegaan. Somber +voor zich uitstarend, 't geledigde glaasje in de hand, een afgekouwd +eindje--hij accepteerde ook graag een sigaar--tusschen de lippen, bromde +hij: + +"I bin 'n verlor'ner mann, aber schlecht bin i niet!"--en aan dengeen +die 't hooren wilde, vertelde hij dan, dat hij altijd "ein lustiger, +tüchtiger, braver kerl" was geweest, dat zijn talent, zijn kunst in zijn +"Vaterland" genoeg bekend waren, maar dat hij nooit naar Holland had +moeten komen omdat hij, wanneer "dass verdammte Weib hem niet an der +verdammte Holländische sjenever had geholfen, bestimmt Musikdirector in +Baireuth war geworden." + +Zijn droefgeestige bui duurde gewoonlijk niet lang. + +Als niemand zich over zijn dorstige keel ontfermde, liep hij de straat +op, ging ergens staan blazen en keerde meestal terug in de kroeg, +grabbelend in zijn zak, waar hij dan zooveel vond, dat hij zuchtend +zeggen kon:--"Ich bin zoe misérabel--Hum!--'s ischt ein teufels trinken +der sjenever, der mensch jeht dabei zoe groende mit leib oend seel, dass +weiss er voraus--aber trinken moess er ihn doch! Sjenk mir in +Kottesnamen nog 'ris in!" + +Met een huivering van genot dronk hij dan in één teug zijn glas uit, +smakte met de lippen, likte met 't puntje van zijn tong het laatste +druppeltje uit zijn knevelharen en schudde zich als een hond, die uit +het water komt, heesch brommend: "Hè, hè dass thoet wohl, noen hin ich +wieder ein mensch!" + +De Oempah vergat gewoonlijk, zoodra hij "ein mensch" werd, zijn +dagelijksche ellende en werd weer grappig, zóó grappig zelfs, dat de +boeren en aakschippers zich slap lachten over den "blaasmof", die niet +alleen zulke vroolijke liedjes speelde, maar ook komieke boerendansen +kende, waarbij hij jodelnd zong en met de vingers knipte. + +Maar al te dikwijls vergat hij echter ook in die oogenblikken de worst +en 't brood, die hij bij zich had, liet ze in de herberg liggen of +herinnerde zich later, als de borrels uitgewerkt hadden, dat hij alles +zelf had opgegeten, om niet zoo gauw "doezelich" te worden. + +Dan wachtte de half lamme "muziekmoffin" te vergeefs op haar middagmaal +en wist de Oempah zich, zoodra hij haar onder de oogen kwam, niet beter +tegen haar rechtvaardige verwijten en aanvallen te beschermen, dan door +opnieuw de deur uit te gaan en er uit te blijven, totdat hij, zooals hij +'t noemde: "Woerscht oend brot wieder herausgepustet hatte!" + + * * * * * + +In den laatsten tijd gaat het ellendig slecht met "die koenscht". Het +politietoezicht is overal verscherpt. Straatmuzikanten worden nergens +meer geduld en vooral op de Oempah's wordt steeds jacht gemaakt. Alleen +de orgels hebben nog het privilegie om de arbeidzame burgers, die zitten +te schrijven, te denken of te rekenen, razend te maken. De orgeldraaiers +lachen in hun vuistje en wijzen elkander met leedvermaak den enkelen +Oempah aan, die nog beproeft om aan het valkenoog der agenten te +ontsnappen. + +Als een gejaagd hert zwerft hij door de straten en langs de +grachten--zijn instrument verbergend zoo goed hij kan. + +Een blikslager heeft den beker voor hem #mobiel# gemaakt, zoodat +hij dien afzonderlijk in zijn broekzak verstoppen kan, want overal loert +op hem het verderf, uit elke straat of steeg, van iederen hoek der +gracht dreigt de sterke arm des gerechts en toch #moet# hij "voor +das fraumensch ergens in abendbrot zoesammenblasen." + +Bij voorkeur kiest hij daartoe, tegen het vallen van den avond, een der +hoofdgrachten bij een straat en een brug; dan heeft hij altijd twee +wegen, twee kansen om zijn vijand te ontloopen. + +Voorzichtig speurt hij rond, zijn mageren hals rekkend uit den +groezeligen boord van 't sporthemd.--Geen agent is op de gracht vóór hem +te ontdekken, achter hem evenmin. Ook de overkant is, zoover hij zien +kan, veilig. + +Een paar passen terug gaande kijkt hij even de straat in, op de teenen +staande; hij is vrij lang en kan dus een eind ver het terrein verkennen. + +Nergens dreigt gevaar--Wacht! nog even de brug op--ook in de andere +straat ziet hij niemand; hij zal 't dus maar wagen. + +Haastig nu de gracht op; voor een groot heerenhuis, waar de gordijnen +der zijkamer nog open zijn, blijft hij staan. Er zitten dames voor de +vensters en daarom zet hij zich in postuur, één been vooruit, het +lichaam rechtop. + +Terwijl hij nog even schichtig rondziet, haalt hij de cornet uit de +borstplooien van 't sporthemd, den beker uit zijn broekzak en voegt +beide stukken aaneen. + +--Pfuut! pfuut! pfuut!--even door 't mondstuk geblazen, de pistons een +paar malen snel op en neer bewogen en hij is gereed. + +Hij begint te spelen en uit zijn instrument klinkt als uit de zeere keel +van een versleten bariton, de sentimenteele melodie: + + Ich kenn' ein Auge, das so mild.... + +Zijn hoofd draait links en rechts, zijn oogen puilen angstig uit, +terwijl hij verder blaast: + + Und gläzend wie ein Sternenbild, + +Hij ziet snel achterom, dan weer voor zich, liefelijk voortkweelend: + + Voll Huld auf mich hernieder sieht, + +Zijn gemoed wordt rustiger, want er komen allengs menschen en kinderen +om hem heen staan en die waarschuwen wél als er gevaar op til is; zijn +toon wordt smeltender als hij verder speelt: + + Und mich hinauf zum Himmel zieht, + Dort prangt ein Stern so hell und rein-- + Wie jenes Auges Sonnenschein." + +"Baas speel d' ris wat lolligs--dit is zoo'n drensdeun!" roept een +jongen, maar een dienstmeisje, dat ook luistert, geeft hem een vinnigen +duw en snauwt: "Hou je mond, aap! 't is wat 'n mooi duis liedje." + +"'t Is wat moois," lacht een kruier, "'t lijkt de overture van de +bedroefde hond wel." + +"Kijk 'm z'n best doen!" giegelt een magere fabrieksmeid, "hij haalt 't +uit z'n toonen op--z'n oogen rollen haast z'n kop uit!" + +De Oempah stoort zich niet aan de kritiek; hij raakt nu eerst goed op +dreef, zet den linkervoet nog een eind vooruit, gooit 't hoofd meer +achterover en slaat de oogen verrukt omhoog, want 't mooiste refrein +komt nu: + + Du liebes Aug, du lieber Stern,-- + +Toch dwalen zijn blikken, als van zelf weer omlaag, links en rechts rond +spiedend, als hij, de cornet sierlijk in de hoogte stekend, met diep +gevoel de laatste maten begint: + + Du bist mir nah und doch so fern, + Du liebes Aug'.... + +"Muziekantje! d'r komt 'n smeris an in de straat," roept eensklaps een +klein jongetje, dat met zijn groezelige handen op de rug staat te +genieten van de mooie muziek. + + ... Du lieber Sté-hé-ern + +gilt overslaand, als in doodsangst de cornet en met onnavolgbare +vlugheid verdwijnt het instrument in des Oempah's sporthemd en zwelt +zijn broekzak eensklaps door den beker, die halverwege zichtbaar blijft. + +De muziekant is dadelijk veranderd in een particulier, die met alle +aandacht een aan den walkant staande kruierskar fluitend bekijkt, totdat +de agent, die in den voorgeschreven pas de straat uit en de brug over +wandelt, verdwenen is. + +'t Gevaar is voorbij! + +"De smeris is de brug over!" waarschuwt het ventje, dat veel van cornet +á pistons schijnt te houden. "Uwe kan wel weer doortoeteren!" + +De Oempah heeft 't reeds opgemerkt--'t instrument is bliksemsnel weêr in +orde en smeltend klinkt nu door de lucht: + + Du bist mir na-áh und do-hô-och so fern! + +met een verbazend langen, mooien, bibberenden uithaal op de laatste +halve noot.-- + +Met een armoedig gezicht naar de dames in de zijkamer ziende, neemt nu +de muziekant zijn hoedje af, als wilde hij zeggen: "ik heb waarlijk wel +iets verdiend--voor mijn moed!" + +Men neemt daarbinnen echter nog geen notitie van hem--en slechts enkele +omstanders geven een paar centen, waarvoor hij met een tikje van den +rechter voorvinger aan 't weer opgezette hoedje bedankt. Dan begint hij +opnieuw zoo liefelijk mogelijk: + + Ich kenn' ein Aug, das wunderblau + +"Muzikant let op, ze maken binnen een pampiertje voor je," en een dikke, +goedige vrouw geeft hem een stoot aan den elleboog, waardoor zijn vinger +van de piston glipten de strophe: + + D'rin spiegelt sich des Himmelsblau! + +met een akelig valschen kwaak eindigt. + +Schuin naar het in aantocht zijnde papiertje kijkend brengt hij het nog +tot: + + Und wenn dies Auge nicht mehr lacht, + Da-än wird es ewig, ewig Nacht! + +Dan gaat het venster open, en 't kleine witte pakje vliegt door de +lucht. Hij vangt het in de vlucht in zijn haastig afgenomen hoed en +speelt met gevoel verder: + + Du--hu!--liebes Aug'l.... + +maar als een paar vriendelijke toehoorders haastig roepen: "daar kom er +weer een an op de gracht!" rekt hij zich op zijn teenen omhoog, om te +zien of hij 't refrein nog voleinden kan. + +'t Zal wel lukken, met mannenmoed blaast hij: + + Du--hu! lieber Sté-he-rn! + +Een paar geldstukken vallen, door onzichtbare handen geworpen, voor zijn +voeten. + +Met de ééne hand de piston beheerschend, snel bukkend en daardoor +afgebroken blazend, neemt hij met de andere het geld op en juist als hij +'t hartroerend: + + Du--hu, bist mir na-áh! + +ten tweeden male doet hooren, roept een meisje met schelle stem: "Pak +nou je beenen op, van de andere kant komt ook een agent!" + +Daar valt een grooter pakje voor zijn voeten neer; een lachende dame +heeft het uit 't opengeschoven zijkamervenster geworden. + +Even dankend zijn hoed oplichtend "für das Abendbrot", de Oempah blijft +bij al zijn tekortkomingen toch een hoffelijk man, raapt hij het op, al +klinkt daardoor het: + + Und doch so fé-hérn! + +ellendig valsch en uit de maat. + +De agent is nu zeer dicht bij hem en reeds dwingt hij zijn beenen tot +een hompelenden aftocht, als een man hem naroept: "Hei! ho! Blaasmoffie +daar valt nog 'n pampiertje!" + +Dat is misschien "die Woerscht" denkt hij en met zijn instrument nog +ongedeeld in de hand gaat hij hinkend terug. + +Er kome dan van, wat er van komen moet--hij zal 't wagen. Hij gaat zijn +noodlot te gemoet en ... geen zes pas van den agent verwijderd grijpt +hij het pakje, vóór zijn vijand hém grijpen kan. + +De politiedienaar, misschien een zeldzaam medelijdend man wandelt echter +doodkalm door en kijkt zelfs niet om als hij op de volgende gracht is en +uit de verte hoort, hoe een oogenblik later de Oempah, in een zijstraat, +wreedaardiglijk "die wacht am Rhein" vermoordt. + + * * * * * + +En zóó dwaalt de laatste der Oempah's door de duister wordende straten, +totdat de nacht valt en hij in 't slopje bij de "muziekmoffin" +terugkomt. Op een ouden muffen stroozak liggend, tracht hij te slapen, +terwijl zij hem de buitengewone radheid en scherpte van haar tong, 't +eenige lichaamsdeel dat haar nog geheel ten dienste staat, doet gevoelen +omdat hij volgens haar begrippen, altijd te weinig thuis brengt. + +Als hij eindelijk inslaapt, droomt hij soms van de bergen zijner +Heimath, van zijn vroolijken regimentstijd of van zijn vrienden de +andere Oempah's, die vrij rondtrekken in steden en dorpen, waar de +orgels niet anders mogen komen dan in kermistijd, waar geen +politieagenten op hen loeren en waar 't zoo goed en goedkoop is, dat +niemand denkt aan "der Holländische sjenever, das Teufelstrinken." + + + + +VOOR 'T LOKET--HOLLANDSCHE SPOOR. + + +'t Is twee minuten vóór zessen; een menigte passagiers maakt queue voor +het loket, om met den trein van 6.9 naar Haarlem, Den Haag of Rotterdam +te kunnen vertrekken. Het aantal reizigers groeit even snel aan als hun +ongeduld, want een dikke, oude juffrouw met een parapluie, die +gevaarlijk achteruit steekt onder den linker- en een taschje aan den +rechterarm, staat voor het loket, schijnt niet de minste haast te hebben +en neemt volstrekt geen notitie van de ongeduldige uitroepen en 't +onwillekeurige opdringen der overigen. + +--Hoe laat gaat er een trein naar Haarlem, m'neer? vraagt ze met een +hooge, neuzige stem. + +--Zoo dadelijk, zes uur negen--klinkt 't van binnen terug. + +--En gaat er gauw weer een, na dien, want 't is nou al bij zessen, weet +u? + +--Niet vóór 6.47. + +--O Commies neen, dat is me veels te laat man, maar weet u 't wel zeker? +In me spoorwegboekje staat toch duidelijk dat.... + +--Moet u 'n kaartje hebben of niet? Er staan 'n menigte passagiers op u +te wachten. + +--Jawel, jawel, maar vergissen is menschelijk ziet u? ik heb me verlejen +week nog zelf vergist in 't kijken op 't predikbeurtenbriefie, waarom +zou uwe dus hiermee niet een abuis kunnen hebben; kijk assieblief nog +eris.... + +--Nu kort en goed, wil u een biljet?--geen praatjes meer.... + +--Nou! dat's wel mogelijk, maar maak zoo'n kouwe bereddering niet! u +staat hier toch voor 't publiek als een betaald persoon, die z'n centen +an 't publiek verdient, o zoo! Ik behandel u beleefd, niet waar? Dus mag +ik billijkerwijs van u ook hetzelfde dito dito weerom verwachten. + +--Natuurlijk?--maar wil u nu meê of niet, en welke klasse, 1e, 2e? + +--O zoo! als uwe 't maar begrijpt, ziet u--ik ben wel 'n burgermensch, +maar ik hoef niet onder te doen voor anderen, 'k heb niemand naar de +oogen te zien, neen, Goddank! + +--Welke klasse dan? + +--Geef me maar tweede. + +--Retour? + +--Wat kost 'n retourtje? + +--Negentig cents. + +--Groote hemel! juffrouw, we komen allemaal te laat door uw gezanik, +bromt een oude heer achter haar. + +--'t Zal wel losloopén vader, zegt ze, even omziende, en dan: + +--En wat kost 'n enkele reis? + +--Zestig cents. + +--Tweemaal zestig is vierentwintig stuivers, één gulden en twintig +centjes, Hm! Neen! dan komt 't toch beter uit als ik 'n retour neem. + +--Mevrouw, juffrouw, maak toch asjeblief voort, kijk eens even om, wij +moeten allemaal nog mee en 't is al over zessen, roept knorrig een +jongmensch, dat een plaats of wat achter haar staat. + +Nijdig kijkt de juffrouw om en antwoordt: + +--'t Zal nog wel later worden, als 't God blieft.--Ieder z'n beurt; die +'t eerst komt, die 't eerst maalt; ik bestee hier net zoo goed mijn geld +als uwe, ik betaal en uwe geeft geld, dat's zoogezeid één pot nat. +Achttien stuivers dus--'t was immers negentig centen, zei u?--(_zij +haalt haar beursje voor den dag_.) wacht ik zal 't u afpassen, hier: +twee kwartjes, drie dubbeltjes, twee halvestuivers--och heere, nou kom +ik net vijf centen te kort. 't Was anders zoo mooi gepast--net vijf +centen te min. + +--Hier, alsjeblief, hier zijn ze--Hier! 'n dubbeltje--Pak an! roepen +twee, drie stemmen te gelijk.--Hier neem aan, maar maak in Godsnaam +voort, 't is nog maar zes minuten.... + +--Wel ja. Ik ben daar om jullie vijf centen verlegen, 'n mooi ding, +neen, ik ben wel 'n burger mensch, maar ik hoef goddank niemand naar de +oogen te zien. Maar 'k wou 't m'neer makkelijk maken; 'k heb geld zatter +hoor! Hier asjeblief: een bankje van vijf en twin.... +Gossiemossie!--daar zit waarachtig men haakpennetje tusschen, daar heb +ik me nou de heele week mal naar gezocht.--Assieblief, een bankie van +vijfentwintig--kan uwé wisselen? Maar geef me niet allemaal klein geld +terug. + +--Heb u 't niet kleiner. + +--Juffrouw, maak nou toch voort, asjeblief--'t is om dol te worden, +roepen eenige stemmen. + +Kalm kijkt de juffrouw om, schudt het hoofd langzaam heen en weer en +terwijl ze met een pruimenmondje:--Sjonges, wat 'n bereddering! zegt, +blijft zij in haar zak grabbelen; dan roept ze in eens: kijk dat's +casuweel, daar vind ik nog een losse gulden in me zak; als u nou 'n +dubbeltje heeft, dan bennen we in eens van mekaar af. Hier--heerejemel! +zóó had ik hem nog in mijn hand en ... de juffrouw pakt achtereenvolgens +uit haar zak de volgende voorwerpen: een pepermuntdoosje, een flacon, +een paar handschoenen, een naaldenkoker, een zakje met gedroogde pruimen +en een zakdoek; eindelijk vindt ze den gulden en legt dien voor den +beambte neder, terwijl ze, even omziende naar de woedend haar +aankijkende menschen, zegt:--Zie zoo, nou die volgt; ieder z'n beurt, +da's niet te veel. + + + + +VROEG RIJPE JEUGD. + + +--En ik zeg dat 't 'n ongepermitteerd schandaal is, dat ze aan zulke +apen van jongens tappen--ze bennen mirakel--God zal me bewaren, maar ik +zou zoo'n slokkiesbaas kunnen doodslaan, en de kruidenier, die met zijn +twee knechts op de stoep is gekomen om, evenals zijn buren, naar het +opstootje voor de deur staat te kijken, wordt rood van kwaadheid als hij +vervolgt: + +--Die eene is waarachtig niet ouwer dan dertien of veertien jaar, hij +moest 'r reis frisch voor z'n vermaak hebben. + +--Als 'k mijn jonge zóó trappeerde, sloeg 'k 'm z'n armen en beenen +stuk, valt zijn buurman, de bejaarde melkverkooper, die over 't stoephek +leunt, in. + +--Nou word ik d'r beroerd van, ik ga naar binnen, zegt de kruidenier, en +tot zijn knechts: Kom Jan,--kom Gerrit, laat ze maar in d'r vet gaar +smoren, 't is te misselijk om er langer naar te zien. + +'t Zijn drie jongens, tusschen dertien en vijftien jaren oud die de +geheele buurt in opschuddig hebben gebracht. + +Stomdronken schreeuwend en joelend, razend en vloekend, zijn ze komen +aanzeilen uit de dwarsstraat. + +--Precies als groote dronke-geweldenaars, beweert de banketbakkersvrouw, +in wier winkel ze een glas hebben ingeslagen, omdat de deur voor hun +neus werd dichtgedaan. + +Nadat ze ieder meisje of vrouw, die ze tegenkwamen, op de meest +onhebbelijke wijze hebben gemolesteerd, heeft de groenteverkoopster, die +even haar onderhuis had verlaten, het moeten ontgelden. Haar uitstalling +hebben ze baldadig door elkander gesmeten en getracht een mandje druiven +te stelen. 't Is hun niet gelukt en daarom zijn ze, vloekend en tierend, +nog een paar huizen verder gegaan en eindelijk over elkander, op de +stoep van den garen- en bandwinkel neergetuimeld. + +De jongste knaap leunt, bleek en zonder pet, met de zwarte haren voor +zijn lodderige oogen, den mond half opengezakt, schier wezenloos +ineengedoken tegen den stoepkant, nu en dan even opkijkend en tegelijk +een paar ongearticuleerde tonen uitstootend, die hij als begeleiding +bedoelt, van 't gezang der twee oudere, die op aandoenlijke wijs "We +gane nog niet dood" blaêren. + +De twee magere oude juffrouwen, die reeds sedert jaren als brave +fatsoenlijke gezusters, de garen- en bandaffaire drijven, zien met +verschrikte oogen en booze gezichten, waarop duidelijk het: en zoo iets +moet nu bij ons op de stoep gebeuren, te lezen staat, door de ruit der +winkeldeur, die ze op het nachtslot hebben gedaan. + +Voor de jongens staat de groote, stoere groentevrouw en slaat met de +eene hand heftig en hard klinkend op de andere, terwijl ze luidkeels +schreeuwt: + +--Laaielichter, gappers ben jelui, maar mijn ken je niet beduvele--ik +ben jelui te kwiek af geweest, en tot de omstanders: + +--Ja, als ik niet casuweel d'r op ankom, gappe ze me een heel mandje +blauwe druiven weg--maar 'k snapte ze en nou blijven ze d'r lekker +nuchter van--en weer tot de jongens: Jelui most naar 't buro, maar nou +is d'r geen agent te zien, in geen velde of wege. Ja, zoo gaat 't hier +altijd! + +--Vrouw, maak je niet driftig, dat vee is 't niet waard: 't groeit op +voor 't rooie dorp, zegt een burgerman, die geheel het uiterlijk heeft +van een rentenierend bakker of slager. + +--Nou.... Vee! dat kan wel 'n beetje minder, hé? vraagt een verloopen +kerel, met een lompe beweging zich voor den rentenier plaatsend--jij +bent zeker nooit sikker geweest, in je jonge dagen, hé? Jij lust ze +zeker niet, hé? + +--Wel ja, 'k zou nog partij trekke voor dat stelletje, roept de +groenvrouw en nijdig bijt ze den kerel toe:--jij bent zeker, toen je +zoo'n aap van 'n jaar of vijftien was, ook al aan de jandoedel geweest, +daarvan zie je d'r nou ook uit als een vieze vaatdoek--en met den +elleboog hem op zij stootend:--Ga weg vuilik! + +--En we gane nog niet do-od, niet do-o-od! joelen de jongens, zonder +ophouden. + +De menigte groeit aan en verspert de nauwe straat, zoodat de rijtuigen +niet dan met moeite kunnen voorbijkomen. + +Allerlei meeningen worden door de verzamelde menschen uitgesproken, maar +niemand steekt een hand uit om de jongens van de stoep te halen, totdat +een fatsoenlijk burgermeisje, dat eerst met uitgerekten hals, +nieuwsgierig, tusschen de anderen door heeft gekeken, eensklaps een +kreet uitstoot en dan naar voren dringt, tot dat ze vlak voor de stoep +is. + +Bleek van schrik, bevend en onthutst staart ze de jongens aan; bijna +schreiend zegt ze: + +--Och God, 't is Piet! En meteen bukt zij zich naar den jongsten knaap, +vat hem bij den arm en tracht hem op te heffen. + +--Och God! wat zal moeder schrikken, toe kom met me meê dan zal ik je +naar huis brengen. + +De jongen ziet haar versuft aan, en beproeft op te staan, de andere +knapen trekken hem weer naar beneden op de stoep en onthalen het meisje +op de gemeenste, liederlijkste scheldwoorden. + +--Kom Piet, luister nou niet naar die schooiers, ga nou maar meê; ik +zal wel zorgen dat moeder 't niet merkt.--Toe dan, kom! en tot de +menschen, die het geval aangapen, zegt ze schreiend: + +--Hij is pas dertien jaar en moeder is weduwe,--en dat's nou al de +tweede keer van de week,--kom Piet, toe jongen!--hou je maar aan me +vast.--Blijf jelui van m'n lijf af, gemeene rakkers, toe Piet!... is d'r +dan niemand die me 'reis helpen wil? + +Een paar mannen komen eindelijk het meisje te hulp--de jongen wordt op +zijn beenen gezet en aan den arm van zijn zuster, die hem met goede +zachte woorden zoekt te paaien, gaat hij eindelijk, zonder pet, gehavend +en vuil, een eind mee, maar niet verder dan tot op de brug; daar bedenkt +hij zich, rukt zich met geweld los en presenteert vloekend zijn zuster, +als ze hem nog langer vasthoudt, een pak slaag. Schreiend keert het +meisje terug, langzaam haar broer volgend, die zijn kornuiten weer +opzoekt. + + + + +EEN LANDGENOOT. + + +We zaten, na 't diner, gezellig pratend en koffie drinkend aan tafel, +onder de begroeide veranda van 't hôtel de France te Versailles, toen we +op een kleinen afstand een soort heer ontwaarden, die met een slip van +zijn zwarte demi-saison de glazen van een kleinen tooneelkijker +afpoetsend, langzaam nader kwam. Hij droeg een pince-nez, gooide die met +een kort hoofdrukje van zijn neus en keek aandachtig door zijn kijker nu +eens schijnbaar oplettend naar het paleis van Versailles, dat door het +reeds dalend zonlicht rose werd gekleurd dan weer naar ons. + +--Wat 'n brutale man, zei een onzer dames, hij neemt ons waarlijk +heelemaal op. + +--Wat zou hij willen? Kijk! hij komt dichterbij en hij beziet ons hoe +langer hoe scherper; dat 's wel 'n beetje al tè, beweerde een ander. + +De man naderde, stak de tooneelkijker in zijn linker jaszak, haalde uit +een beugeltaschje, een andere, kleine jumelle, keek nog eens naar het +kasteel, toen weer naar ons en trad al poetsend en vegend met zijn +jasslip, vlak voor ons tafeltje. + +--Bonsoir, mesdames, messieurs! Permettez moi de vous offrir une belle +jumelle? Tres bon marché! + +--Merci! + +--Vraie nacre, verres achromatiques, très jolie, avec étui, un Louis! + +--Non merci, nous en avons! + +--Nous en avons même a vendre! lachte een der dames. + +--Madame veut rire: madame ne fait pas le même article, hein? + +Hij lachte en ik zag hoe onder zijn knevel zijn mond reeds tandeloos +werd. Zijn grijze baard was netjes geschoren aan de kin en zijn nog +heldere, donkerbruine oogen keken met een slimme uitdrukking van onder +dichte wenkbrauwen naar ons groepje. + +--Precies een verfranschte Hollandsche brillenkoop, fluisterde ik mijn +buurman toe, en toen de man vlak bij mij stond zag ik dat hij een +uitgerafeld halfhemdje droeg en een boordje dat, even grijs als zijn +baard, aan ééne zijde flauw lag over een rood en blauw geruite, zwierig +gestrikte Parijsche das. Zijn zalmkleurig vest was evenals zijn grijze +pantalon, vol vetvlekken en de manchetten, die hun franjeachtige randen +over zijn gerimpelde handen uitstrekten, waren eenmaal wit geweest. Een +nieuwe pince-nez, met een prijsetiketje op een der glazen geplakt, +bungelde tegen de uitgesleten knoopsgaatjes van zijn frontje en het +donkergrijze jacquet, dat onder zijn zwarte overjas uitkeek, had beter +dagen gekend. In de verte zag hij er uit als een toerist, van dichtbij +bekeken als iemand die men onmiddelijk met "goede vriend" of "koopman" +aanspreekt. + +--Une marchandise sans pareil, travail exquis! zei hij, de jumelle +aanbiedend. + +Zijn accent verried onmiddelijk, dat hij geen Franschman was en in de +uitspraak van zijn l's en r's klonk ons een zeer bekend jargon tegemoet. + +--Hij is bepaald een zoon van de Breestraat, lachte een van ons +gezelschap half luid en toen hij nogmaals aanhield met:--Je vous prie +mesdames, regardez donc un moment quel travail, en de paerelmoeren +montuur van den kijker in het zwakke zonlicht liet glanzen, zei +ik:--Neen dankje, 'k heb kijkers genoeg thuis, merci! + +--Menheer is een Hollander? Ik ook! Wat 'n gezegend toeval, landslui te +ontmoeten, nou ben ik als zeker, dat ik 'n kijkertje aan je verkoop. + +--Zoo! Nu, dan kon je je wel eens vergissen, ouwe heer--we hebben wel +zes kijkers thuis. + +--Is meneer dan ook in de optiek, ook van 't vak. + +--Neen, dat nu juist niet, maar we zullen toch geen gebruik van je +aanbieding maken. + +--De dames dan misschien? + +--Neen, wij ook niet! + +--Alweer mis! 'k Heb vandaag m'n boozen dag, nog niks verkocht en 't is +haast avond. Enfin! 't doet me toch pleizier dat 'k 'reis weer +Hollandsch kan spreken. Je zou hier je moedertaal vergeten, n'est ce +pas? + +In den vreemde maakt men licht een praatje, wanneer men een landgenoot +ontmoet vooral wanneer hij een type is, en dat was de koopman in +jumelles zeker. Hij had iets leuks, iets grappigs over zich, dat ons +deed zeggen:--We hebben waarlijk geen kijker noodig; maar we willen wel +eens babbelen, wil u een glas bier? + +--Un bock, mais volontiers! van een compatriot kan 'n mensch altijd wat +accepteeren. + +--Garçon, un bock pour monsieur! + +De garçon bracht het gevraagde en terwijl hij het glas bier op tafel +zette, keek hij eerst den koopman en toen ons ironisch aan. Hij zocht +blijkbaar naar de reden van onze plotselinge familiariteit met een man, +die er volgens zijn begrippen nòch comme-il-faut, nòch correct uitzag. + +--Op uw gezondheid dames! Messieurs à votre santé. + +--Een Hollandsch sigaartje er bij meneer...? + +--Nègotiant! Aäron, Joseph Negotiant, meneeren! hij haalde een vettige +portefeuille uit zijn binnenzak, nam daaruit eenige, op de vouwen +versleten, groezelige papieren en zei:--'n mensch kan niet te +voorzichtig wezen met z'n kennismaking in den vreemde, er loopen hier +veel chevaliers d'industrie, hier is m'n geboortebewijs--en dit is 'n +papier van den maire van mijn arondissement en daar heb je m'n +verhuisbiljet naar Parijs. Ben ik nou een Hollander of niet? + +--Jawel, u is een Hollander, dat had ik al lang aan uw spraak gehoord en +ik wist ook al ongeveer waar u geboren is. + +--Welzoo! en waar dan? + +--Te Amsterdam, op de Snoekjesgracht of op 't Waterlooplein. + +--Mis! op de Breêstraat vlak bij de St. Theunis! + +--Accoord! dat kan uitkomen; hier steek eens op! + +--Met genoegen. Hij nam een sigaar, bekeek, berook en besnuffelde haar +van alle kanten en zei:--hum! dat is fijn spul en lei ze toen +voorzichtig op tafel,--U permitteert? Hij nam een stoel--ik ben 'n oud +man, den heelen dag geloopen--u is een knaapje bij mij vergeleken, ik +ben twee en zeventig, hè, hè! Even steunend ging hij heel familiaar, als +waren we reeds oude kennissen, bij ons zitten. + +'t Was een aardig type, hij had iets erg vrij's over zich, dat een +glimlach afdwong, maar hij bewoog zich toch met een zekere reserve en +wist hoever hij gaan kon.--'k Ben al veertig jaar in Frankrijk, 'n heele +tijd, zei hij, even van zijn glas proevend. + +--En al dien tijd in de optiek? + +--Neen! waarachtig niet, eerst in de diamanten--ik ben slijper en zetter +en later handelaar geweest, maar ik heb malheur gehad in de zaken.--Ik +ben altijd te eerlijk en te goed van vertrouwen geweest, weet je--ik heb +ieder 't zijne willen geven, ik kon geen mensch bedriegen en daarom ben +ik uit m'n vak gegaan. 'k Ben een gammor (ezel) en een schlemiel +(ongeluksvogel) in zaken! Als ik had gewild was ik een rijk man +geworden, maar--hij knipte erg leuk met zijn linkeroog--'k hou niet van +gevaarlijke zaken, ik heb altijd gedacht: je zal d'r met +rechtvaardigheid ook wel komen, eerlijk duurt het langst--nou bij mij +duurt 't al veertig jaar, lang genoeg hè! + +--En ben je nu binnen, meneer Negotiant? + +--Binnen? 'k ben nooit zoo erg buiten geweest als nou, 'k heb den dalles +(armoed) hoor je! Hebben de dames nou geen idee in dit kijkertje; is dat +je vrouw, meneer? + +-Ja! + +--Nou koop dan die jumelle voor d'r; ze houdt er geen oog af, ze is d'r +dol op, nietwaar Madame? + +--Neen heusch niet! + +--En uwe kijkt toch zóó...! hij knipte weer allerleukst met zijn +linkeroog, streek over zijn grijzen knevel en lachte. + +--Mevrouw kijkt toch niet naar mijn, hè? 't Zou zonde en jammer wezen, +want ik ben maar een oud man; 'k heb anders in mijn jonge jaren oogies +gehad van de dames. Neen lach uwe nou niet, ik was een erg knappe +jongen; m'n vrouw zaliger zei altijd: Aäronleben, je mag d'r wel +wezen!--Dus wil uwe mijn niet en mijn kijkers ook niet? Enfin! dan +spreken we over wat anders. Vindt u niet dat ik nog goed Hollandsch +praat? + +--Prachtig! + +--Ja, en toch ben ik er nou al in geen acht-en-twintig jaar geweest, 'k +was eerst niet van plan hier te blijven, maar een mensch weet nooit +zijn eigen noodlot. Je gaat heen als vrije jongen, je maak amours, +blijft hangen aan een vrouw, je trouwt, je krijgt familie--neen! hij +wachtte even--ik heb geen familie; alles wat ik had is dood--'k ben +weêr--hij lachte, pijnlijk knippend met zijn linkeroog, een célibatair, +nog à prendre dames, twee-en-zeventig jaar, gezond goddank en met een +eeuwigdurende dalles. + +--En wanneer was u 't laatst in Holland? + +--Tijdens den oorlog van 70. Ik zag d'r niks in om mee te doen, waarom +zou ik die Duitschers, die me niks gedaan hebben, gaan ongelukkig maken +door op haarlui te hakken of te schieten--ik ben een rakker als ik begin +zie je? En daarom dacht ik: hou je liever nergens mee op en ga een +visite brengen aan je familie in Holland. Dat heb ik gedaan; 't beviel +me niks meer in Amsterdam, maar oorlog beviel me nog minder. + +--Was u bang? + +--Bang! wie is d'r nou bang als ie 'n man is? Neen ik dacht zoo bij me +zelf: als de Pruisen beginnen te bombardeeren, kunnen ze aan mijn neus +niet zien of ik een Franschman of een Hollander ben. Ik heb met d'rlui +ruzie niks te maken. Ik ben een man van de vrede. Als ik bij vergissing +zoo'n Duitsche granaat of een puntkogel in m'n maag krijg ben ik voor +goed gesjochte, want wie betaalt mijn schade?--Ik kan toch geen bordje +voor mijn lijf hangen met: _niet raken, ik ben geen Franschman!_ Ik heb +stilletjes te Amsterdam de kat uit den boom gekeken en toen hier alles +weer koscher was ben ik weer naar Parijs gegaan. + +--Waarom bleef je niet in Holland, meneer Negotiant? + +--Och Holland is heel goed, maar Parijs is beter. Amsterdam was me te +stil, je heb er geen Boulevards, geen chic, geen lui die geld verteren. +De Hollander is 'n man die geld verdient, maar d'r op blijft zitten, de +Franschman, de vreemde geven uit al verdienen ze niks. Voilà la +différence! Hier is altijd nog wat te verdienen, al is 't maar met de +optiek. Heb u geen pince-nez noodig mevrouw, uw neus is d'r als voor +geknipt, 'k heb nog een mooie gouwe. + +--Neen, dank je wel, ik kan uitmuntend zien. + +--Nooit zoo goed als door mijn brilletjes, maar ik wil u niet forseeren, +anders heb ik nog een face à main ook en kijk 'reis wat 'n heerlijke +tooneelkijkers! + +In een oogwenk haalde de koopman eenige lorgnetten en pince-nez uit zijn +zak, uit zijn taschje een paar tooneelkijkers en uit zijn binnenzak een +klein ivoren jumelle en een bril. De man zweette letterlijk optische +instrumenten uit. De dames lachten en hij knipoogde, terwijl hij met een +quasi treurig gezicht zijn koopwaar opbergend, vervolgde: ik ben en +blijf toch een schlemiel, d'r zit geen affaire voor me an vandaag! + +--En heeft u geen verlangen naar Holland? vroeg ik, om hem van zijn +stokpaardje, de optiek, af te helpen. + +--'t Blijft altijd je geboortegrond, maar je koopt er niks voor, 't is +in Holland ook al een povere boel, in de diamanten zit geen zegen meer +en de menschen kijken d'r als valken--hier benne ze kippiger en hier +dragen 'n boel lui een glaassie alleen voor de chic, snap je 't? + +--En is er niets nieuws te Parijs, meneer Negotiant? + +--Waarom zou d'r niet? Alles is nieuw te Parijs. + +--Ook iets nieuws in de Dreyfuszaak? + +--Man, spreekt me assieblief niet van de Dreyfuszaak! 'k Heb d'r meer +dan te veel schade van gehad; miserabele affaire? + +--Hoezoo? waardoor? + +--Vraag je dat nog? 't Leit toch voor de hand, ze zien an m'n extérieur, +dat ik ook een joodje ben, tegenwoordig is dat 'n crime. De Parijzenaars +bennen dom weet u, oliedom; ze schreeuwen mekanderen na: à bas le juif! +gelooven alles wat er tegen ons gedrukt wordt in de kranten--en de +presse is vuil in Frankrijk, vuil tegen de joden. Die "Libre Parôle" met +die monsieur Drumond als redacteur maakt de menschen razend, dol jegen +de Israëlieten en wat hebben de joden derlui voor kwaad gedaan? Niks, +geen zier, ze bennen alleen 'n beetje pienterder dan de Franschen, die +hebben te veel spek in den kop, zooals wij zeggen, die laten zich +lijmen, de eene helft door de geestelijkheid, de andere door de +schreeuwende republikeinen en allemaal samen door de mooie vrouwtjes; +elegant bennen ze hier, waarachtig; om te zoenen hoor je! Maar serpenten +en krokodillen als je ze in derlui binnenste bekijkt--allemaal azen ze +op de centen. Oui monsieur! l'Or n'est qu'une chimère, zingen ze in de +opera, maar 't is hier net omgekeerd--voor l'or doen ze hier de malste +dingen, voor l'or is hier alles te koop; ze bennen d'r gek op--behalve +Rothschild, die gooit er mee! Geeft me die man tweemaal honderdduizend +francs zoo maar in eens cadeau aan de armen. Wat 'n gezegende man! + +--Hoe zoo, wat bedoel je? + +--Wel heeft u niet gelezen dat hij Zondag de Grand Prix heeft gewonnen +bij de courses en dat hij dadelijk die heele prijs aan de armen gaf; dat +'s nou toch ook een jood, waarom schelden ze hem nou niet uit en mijn +wel. Ik heb geen twee ton francs te geven en als ik ze had, deed ik 't +nog niet. Ja, ik ben daar zoo'n gammor als Rothschild! Ik heb de last +gehad, hoor je, ik heb het dagelijks ondervonden, zelfs bij mijn vaste +klantjes kreeg ik refus: ze wouën niet meer van me koopen omdat 'k een +jood ben, een broertje van Dreyfus, le traitre. Gekheid, groote gekheid, +hoor je, die Dreyfus is zoo onschuldig als een pas geboren kind, altijd +een braaf man geweest, zoo waarachtig als ik hier zit, zoo braaf zulle +uwe en ikke met permissie, wezen. Ik zal maar zoo vrij wezen--hij greep +naar de lucifers op tafel, streek er een paar af zonder dat ze branden +wilden en bromde:--gemeene lucifers hier, en 'n stuiver een doossie, die +hebben ze in Holland toch beter.... Hum! hè-hè! hij snoof met groot +welbehagen den rook van zijn sigaar op, lekker, lekker! zoo'n sigaar +betaal je hier met cinquante centimes en dan is ie nog niet half zoo +goed.--Enfin! ik wou maar zeggen dat voor mijn part die Dreyfuszaak voor +goed uit is, m'n vak lijdt er onder--nou heb ik de glazen nog eens extra +opgepoetst, kijk er nou 'reis door Madame? Hij reikte over de tafel heen +de jumelle aan een der dames toe. + +--Daar komt net 'n artillerie-officier an, 't benne knappe posturen, +maar ook al traitres misschien.--Hoe kijkt ie nou? Heb u nou zoo'n +pracht-jumelle thuis? Ik wil d'r een fatsoenlijk bod op aannemen.... + +--Heusch niet! we hebben tooneelkijkers genoeg. + +--Nou madame, kijken kost toch niks--mooi gemonteerd, zuivere nacre en +echt verguld; 't is een stuk voor je leven--wat is 't je waard? + +--Niemendal! + +--Voor niemendal heb je alleen de dood,--alles kost anders geld, vooral +hier in Frankrijk, peperduur! + +--Och! ik dacht dat men hier ook heel goedkoop kon leven. + +--Wat zou 't? Je hebt hier meer geld noodig dan in Holland, maar je +leeft ook beter; ik verteer alle middagen een franc voor mijn diner; +fijn, met een glaasje wijn d'r bij. In Amsterdam kun je voor drie vier +stuivers eten, maar 't is buikvulling, meer niet. + +--En is 't koscher wat je voor die franc krijgt? + +--Nou! dat weet ik niet,--'t is hier meestal treife, maar wat zal je +doen, eten moet je toch en ik zal maar denken: vieze varkens worden niet +vet--hij kwam heel dicht bij mij en lachte: 't Is eigenlijk heelemaal +een treife boel in Parijs 't eten, de zaken, de heeren, de vrouwtjes, de +militairen, de ministers--stil Aäron hou je mond--je bent ook Franschman +op 't moment--maar u begrijpt er alles van, n'est ce pas? + +Mijnheer Negotiant, je raakt heelemaal van je à propos af, we hadden 't +over de Dreyfuszaak ik wou juist uw opinie eens daarover hooren. U houdt +hem bepaald voor onschuldig ... en Esterhazy? + +De jumellenkoopman sprong eensklaps een klein eindje van zijn stoel op, +nam zijn sigaar uit den mond, stak het hoofd over de tafel heen zoover +hij kon naar ons toe, knipte een paar maal erg geheimzinnig met zijn +oogen en terwijl zijn stem onder uit zijn vestzak scheen te komen, zei +hij:--Dreyfus is een schlemiel, maar Esterhazy is de grootste gauwdief, +een zakkenroller, de geraffineerde schurk, die z'n kop moest afgeslagen +krijgen op de guilotien! Wat 'n vuilik! Wil ie toch de joden als +konijnen doodslaan met 'n stok--waarom, waarvoor? Hebben wij den man +ooit wat gedaan?--Hij moest met de stok hebben, dat ie niet zitten of +loopen kon, zoo'n smerige ophakker, zoo'n gaszer--hij is de traître, hij +heeft het borderel geschreven, hij hoort op 't Duivelseiland in plaats +van die brave Dreyfus, maar dan moesten ze hem tot aan zijn hals in den +grond graven, anders komt die gewikste vuilpoes d'r toch nog +uit.--Esterhazy heeft de heele boel in de war gebracht; Dreyfus is een +knap man, maar hij wist te veel van de streken van de groote oomes, hij +had achter de schermen gekeken, snap je? En hij deed niet meê. Waarom +zou ie meedoen, had ie toch niet noodig, centen genoeg, 'n mooie vrouw, +lieve kinderen, maar hij moest er tusschenuit, juistement omdat ie niet +corrompu is, en toen zeiën ze: hij is een jood, wij bennen christenen en +dus zooveel beter, daarom staken die heeren van de grrande arrmèe de +koppen bij elkander en riepen: "D'raus muss der jid!" De jood moet de +laan uit, hij doet z'n dienst goed, hij is een braaf huisvader, hij +speelt niet, hij drinkt niet, hij houdt er geen maitressen op na. Wat 'n +fatsoenlijk man! Die kunnen _wij_ niet in ons midden verdragen; toen +hebben ze gesmoesd, gesmoesd met mekanderen en----Enfin! toen was ie +ineens een verraaier, een traitre, die zijn land had verkocht. Gekheid, +hoor je! een jood verkoopt zijn land niet, daarvoor is hij veel te +gochem, weet je wat ie soms wel verkoopt? Goed waar een luchie aan zit. +Ik zou ook een heel ander man wezen als ik van _dat_ goed verkocht had, +maar ik ben te eerlijk vat je--ik durfde nooit, want ik wou niks met de +politie te maken hebben, daar zit geen centiem massel an--maar d'r +bestaan hier joden, die d'r schatrijk van benne geworden--kijk u nou +'reis even door de binocle, daar komt in de verte een tram aan--je kunt +de menschen herkennen--'t is toch zonde dat u dit instrumentje niet van +me koopt Mevrouw! In heel Holland vind je zulke glazen niet--zal ik je +nou in ernst de prix fixe zegge? + +--Neen! dankje, positief niet, ik heb er twee thuis. + +--In godsnaam, 't is je eigen schade ... 'k mag lijen dat die +Dreyfuszaak maar uit _blijft_, want de affaires beginnen nou net weer +zoo'n beetje te marcheeren. Hier te Versailles heb ik in de laatste +maanden niks niemendal kunnen doen, door die zitting voor Zola--hij nam +even zijn flambard af.--Dat is een groot man, een braaf man, een genie, +een beroemd man, die verdient alsdat ie een jood was. Ik heb hem gezien +uit de verte toen ie naar de zitting ging en 'k heb an 'm gewonken en +m'n hoedje voor hem afgenomen--omdat ie de rechtvaardigheid voorstaat. +J'accuse!--dat 's 't grootste, 't mooiste en 't heldhaftigste woord wat +ie ooit heit gezeid. D'r bestaan duizenden menschen, die d'r eigen nog +wel 'reis bedenken zouen voor ze "J'accuse" gingen zeggen tegen de +bierkaai--want tegen de gouwe torren van de Fransche Republiek, de +generaals en de militaire groothedens kan je niet vechten--en toch had +Zola daar courage voor. Wat 'n man--als ik 'm ooit tegen 't lijf loop, +zal ie 'n mooie pince-nez van me cadeau hebben, met zoo'n nieuwe +springveêren montuur, die niet knijpt over den neus--moet u er geen +hebben, mijnheer, je knipt zoo met je oogen als je in de verte kijkt; +zwakte van 't gezicht man! Daar moet je bij tijds bijwezen. Hier! +probeer dit lorgnetje 'reis, licht als een veertje.--Hij stak zijn hand +naar een van de heeren uit en drukte hem eensklaps een pince-nez voor de +oogen. Niet hebben? ook goed, Gunst, man kijk maar niet zoo benauwd--ik +kom niet an je neus en ik zal je geen pijn doen! Gerust, je neus heeft +wel wat van dien van Zola, die heeft er ook zoo'n deukie in, Zola is de +grootste man van de heele wereld en gekheid hoor, dat ze van hem zeggen +hij heeft z'n pen verkocht aan de joden. Malligheid! hij hoeft niks te +doen voor de duiten, hij kan zachs eerlijk wezen, hij is een maal of +vijf millioenair, waarom zou je dan niet rechtvaardig doen. Hij heeft +geen centen noodig--en reputatie? Die heeft ie ook genoeg, iedereen weet +dat ie boeken schrijft die 'n beetje,--nou enfin, de dames zullen me +niet kwalijk nemen--die zoo wat hobbeldebobbel loopen--niet voor jonge +meissies, 'n getrouwde vrouw mag d'r in lezen want d'r komt zoo'n beetje +in van cocottes en de demiemonde en van de ... enfin--hij is toch een +man, waar de heele wereld respekt voor heeft, en die uitgever van 'm, +mogendste vader, wat 'n boffert! Ze hebben mijn hier al verteld, dat 't +debiet van z'n boeken zoo'n beetje begon af te nemen en nou maakt ie me +ineens zoo'n reuzen-reclame, dat's voor Van Houten om van te +kwijlen--wat 'n gladde jongen is die Zola, ik wou dat ik hem en dat hij +ikke was, nou!... + +--"En wat dunkt u, zou Zola zijn zin krijgen, zou er van 't proces +Dreyfus een revisie komen?" + +--Wat Zola _wil_ krijgt ie gedaan, meneer--hij en Mr. Labori bennen de +duivel te goochem af. Je begrijpt, nou heeft ie zich hier te Versailles +onontvankelijk laten verklaren en nou komt ie opnieuw voor Parijs; die +Labori is niet van gisteren--ze maken hem daar weer niemendal, en als +dan zijn proces voorgoed is afgehandeld, begint de zaak Dreyfus eerst +goed. Dan zal de rechtvaardigheid d'r eerst heelemaal uitkomen, want 't +Opperwezen zal niet langer gedoogen dat er een van zijn volk zóó wordt +behandeld; dat denken hier al de joden, dat wil zeggen: de arme; de +rijke doen veelal alsof ze met de heele boel niet te maken willen +hebben, die schamen zich soms dat ze van Gods volk zijn, wij niet. Wij, +schlemiels, wij zeggen: God is rechtvaardig, en Dreyfus komt los. Binnen +'t jaar is ie van 't eiland af en bij zijn vrouw en kindertjes. + +--Maar als hij nu vóór dien tijd sterft? Hij is immers lijdend. + +--Wat lijdend? Waarvoor, waarom zou hij sterven? Leven moet ie, om de +waarheid te doen uitblinken als 't zonnelicht. Hij komt er uit zeg ik +je. Voorwat zou ie sterven? Versche lucht heeft ie genoeg, te doen heeft +ie niks, eten en drinken zooveel ie lust, en zijn vrouw stuurt hem alle +maanden vijfhonderd francs. + +--Wat moet hij met dat geld doen op 't Duivelseiland? + +--Nah! geld is toch geld!--Mijnheer Negotiant haalde met een +eigenaardige snelle beweging beide schouders op en lachte.--Als je 't +bewaart heb je wat, en heb je 't niet dan ben je heelemaal gesjochte. + +--Maar daar is niets te krijgen. + +--Och wat, d'r is alles te krijgen, maar schreeuwend duur, + +--Maar de eenzaamheid, het verdriet, 't verlangen naar zijn familie? + +Hij krabde zich even achter het oor en zei:--Ja 't is een naar geval +voor zijn heele familie, hij prisonnier weet je en de familie voornaam! +Ze hebben moos genoeg, zijn vader de rijkste mensch van den Elsas, zijn +broer Matthieu staat voor geen millioen of wat op en toch konden ze niks +voor hem doen. Die vuile jodenhaters staan te hoog in de wereld; ze +kunnen d'r niet bij en die smerige presse helpt ze, d'r is maar één +fatsoenlijke krant in Frankrijk--dat's de Aurora, die lees ik, daar heb +ik m'n laatste sou voor over de Aurora zeit ook, dat Dreyfus d'r uit +komt, eer 't jaar om is--en de Aurora is het eenige blad dat de waarheid +spreekt. Nou heb ik zoo met m'n domme verstand gedacht, als Dreyfus d'r +uit komt, zal hij zijn mond niet houden, hij zal spreken en vertellen +wat ie weet en juist omdat ie te veel weet hebben ze 'm op dat eiland +geplakt. Hoe moet dat nou rond loopen? + +--Hoort u wel eens in café's of magazijnen, waar u kom over die zaak +spreken? + +--Weinig! de menschen binnen d'r beu van geworden--de een zeit: laat +Dreyfus maar zitten, d'r is geen negotie als d'r zooveel te koop is in +de kranten, een ander zeit: wat gaat mij Zola an--, 'k heb nog nooit een +cent aan hem verdiend en een derde moppert: Als ze in mijn café over +Zola en Dreyfus beginnen, trampeneeren ze m'n boel. Ze maken d'r eigen +over die zaak zóó warm die Franschen, dat ze soms den cabaretier z'n +heele boutique kapot slaan. Een van m'n klantjes die ik al jaren bedien, +zei me laatst nog:--Monsieur Negotiant, zei die--ik heb veel minder +brillen en pince-nez verkocht dan verleden jaar, omdat ik Simon heet en +ze me voor een jood houwen--'k wou dat ze monsieur Zola bij Dreyfus +stopten en dat de zaken wat vlotter marcheerden, voilá! + +Ik heb niet te klagen gehad, 'k verdien m'n broodje, maar al ben ik een +oud man, ik weet ook _hoe_ je zaken moet doen. Verleden Zondag met de +grand-prix heb ik nog zeven kijkers verkocht! 'n Goeie dag gehad en als +d'r maar meer Amerikaanders waren--ze blijven weg door de oorlog--zou ik +nog meer verkoopen. Dat bennen roijale lui, die dingen niet af; ik ken +ze an d'r uiterlijk; ze hebben allemaal zoowat eigenaardigs, en bij +enkelen liggen de dollars 'n duim dik op d'r gezicht. Och! Och! wat 'n +menschen van geld!--ik vraag ze nooit francs--en ik spreek ze aan in d'r +eigen taal, dat flatteert ze, weet je? + +Want to buy a beautiful glass, sir? zeg ik. + +Als ze dan kijken en vragen: how much? bennen ze mijn hoor je. Dan zeg +ik: ten dollars of twelve dollars, of wat me zoo in den kop komt en ik +kijk ze erg vriendelijk an, daar kunnen vooral de Amerikaander dames +niet tegen--dan koopen ze en ik steek de dollars op met: God bless +you--verslijt 'm in gezondheid! + +Zie ik een Duitsche mof, dan vraag ik Marken--daar zit ook altijd nog +een masseltje in den prijs--een mark is toch ruim één franc twintig. + +--En wat vraag je aan Russen? + +--'k Spreek geen Russisch, die behandel ik als de amis de la nation; 'k +vraag maar 4 francs meer dan aan een Franschman, omdat derlui natie +zooveel grooter is. + +Mijnheer Negotiant knipte herhaaldelijk guitig met zijn eene oog en liet +er dadelijk op volgen: Brazilianen bennen ook goeie koopers, die ken ik +an d'r bruine gezichten en de groote diamanten, die ze dragen. Spanjolen +zag je hier vroeger veel, maar daar zit geen zegen an, die hebben mooie +namen en trotsche manieren, maar weinig centen en tegenwoordig blijven +ze ook al weg om den oorlog. + +--En de Hollanders? + +--Mijn landslui? Dat bennen beste menschen, maar ze hebben allemaal +kijkers t'huis zeggen ze. O ja! dat's waar ook, hoe heet de burgemeester +van Amsterdam ook weer? + +--Vening Meinesz. + +--Neen die was 't niet! Wie was er voor hem? + +--Mr. van Tienhoven. + +--Die was 't ook niet, jelui heb toch nog meer burgemeesters gehad niet +waar? + +--Zeker! Den Tex, Van Vollenhoven, Fock. + +Neen! 't was een naam zoowat tusschen Den Tex en Vollenhoven in, enfin! +dat doet er niet toe, maar 'k ontmoette hem een jaar of wat geleden ook +bij de courses. Hij zat met z'n dochter in een rijtuig, ik hoorde +toevallig dat hij de Burgemeester van Amsterdam was, ik naar hem +toe:--Bonjour meneer de Burgemeester, zei ik, hoe gaat het, familie ook +wel? 'k Zag aan den man z'n gezicht, dat hij blij was een compatriot te +ontmoeten, hij keek me zoo aán. Negotiant trok een allergrappigst +gezicht--heel vriendelijk weet je? Ik liet hem een jumelle zien, precies +'t broêrtje van dezen--neem maar gerust in je handjes Mevrouw. 't Is een +fijne achromatische kijker. Burgemeester, zeg ik, bederf je dochters +oogen niet langer met dat lor dat zij daar in de handen heeft.--De man +keek me dankbaar an, ging over z'n zak, gaf me een Louis en z'n dochter +de jumelle--en ze hadden er wel zes thuis! 'n Fijn man, hè? Ja, die +burgemeester, die had nog wat over voor 'n landsman. + +--Heel aardig gevonden koopman, maar we loopen er niet in, hoor! + +--Nou! loop er dan uit voor mijn part meneer--maar ik ben toch blij, dat +ik weer eens Hollandsch heb kunnen spreken en voor je glas bier en je +sigaartje--'t is bijna op--blijf ik je dankbaar, evenwel je bent tegen +je zelf, want in Holland maken ze zulke kijkers niet, maar enfin je wil +nou eenmaal geen goed gedaan wezen.--Welzeker meneer, assieblieft met +genoegen. + +--Hè, wat bedoel je? + +--O, excuseer, ik dacht als dat u vroeg of ik nòg zoo'n sigaartje wou. + +--Ha, ha, ha! Ziedaar ouwe heer! + +--Merci! 'k Zal eerst dit eindje heelemaal oprooken, ze bennen fijn, +zeker Havana--hij stak de sigaar in zijn zak en vroeg: + +--Blijft u nog lang te Parijs? + +--Nog een dag of zes. + +--En gaat u dan weer naar Amsterdam? + +--Natuurlijk! + +--Doe me dan pleizier en zeg de Jodenbreestraat van me goeiendag. 'k Ben +d'r groot geworden, vatje? 't Is mijn geboortegrond, daar blijft een +mens altijd wat voor voelen. Is die groote winkel van De Vries van +Buuren d'r nog? + +--Zeker! + +Schuins d'r over kocht ik altijd mijn sigaren in een klein winkeltje +lekkere zware Seedleaf sigaren, de man die ze maakte was een klein, dik +kereltje met een groot hoofd, "klein Duimpje" noemden we hem. En bestaat +die koekbakkerij van Frankfort nog? + +--Bij de Hoogstraat? + +--Dezelfde. Man! wat een overheerlijke boterkoek bakken ze daar. 'k Kan +d'r naar verlangen, en gemberkoek en mangelenkoek en kaakies! Laat ze +nou zeggen wat ze zeggen willen, meneer, tegen die dingen kunnen de +Fransche patissiers niet aan. Zij gebruiken die goeie, koschere boter +niet zooals bij ons en niet zulke fijne ingrédienten ... en zie je op de +Breestraat nog zooveel wagens met zuur en schelvisch en van die emmers +lever? Manlief, ik wou dat ik die schelvischlever hier had, dat is een +eten, nou! Zijn oogen glinsterden. Daar weten ze hier niet van. Ja +Frankrijk is een best land, maar boter, zuur en visch hebben ze een boel +beter in Holland. + +--Mesdames! Mijnheer Negotiant stond op, maakte een sierlijke buiging, +pakte zijn jumelles en pince-nez bij elkaar en zei: Mesdames, Messieurs! +j'ai l'honneur de vous saluer--ik ga naar de kazerne. Daar zal ik +vanavond nog wel een paar van die jonge snuiters vinden die een monocle +noodig hebben, Charmé d'avoir fait votre connaissance wel thuis en de +complimenten aan de Breestraat! + +Nog even keerde hij zich om, toen hij pas of tien van ons verwijderd +was, hield de paêrlemoeren jumelle even voor de oogen, en maakte toen +een vragend gebaar met het hoofd en beide handen. + +--Wij schudden "neen." + +Negotiant haalde met een medelijdend lachje de schouders op en verdween +in de richting der kazerne. + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Op reis en thuis, by Justus van Maurik, jr. + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP REIS EN THUIS *** + +***** This file should be named 13705-8.txt or 13705-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/7/0/13705/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +*** END: FULL LICENSE *** + |
