summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/13699-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:42:44 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:42:44 -0700
commit4550aa060d46db30b04db91c6fd67d29719224ac (patch)
treee5b761396b7daab408a45ff0b1758552df7849f7 /13699-8.txt
initial commit of ebook 13699HEADmain
Diffstat (limited to '13699-8.txt')
-rw-r--r--13699-8.txt1654
1 files changed, 1654 insertions, 0 deletions
diff --git a/13699-8.txt b/13699-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..888d554
--- /dev/null
+++ b/13699-8.txt
@@ -0,0 +1,1654 @@
+The Project Gutenberg EBook of In Zuid-Bretagne, by Gustave Geffroy
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: In Zuid-Bretagne
+
+Author: Gustave Geffroy
+
+Release Date: October 10, 2004 [EBook #13699]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN ZUID-BRETAGNE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+
+
+In Zuid-Bretagne
+
+Naar het Fransch van Gustave Geffroy.
+
+
+Het stadje Quimperlé kan heel goed als type dienen voor Zuid-Bretagne,
+hier in dit hoekje van Finistère, zooals Morlaix en Saint-Pol-de-Léon
+Noord-Bretagne typeeren. Men kan te Quimperlé van allerlei
+eigenaardigheden der natuur en van ieder aanzicht, dat een landschap
+bieden kan, genieten.
+
+Als men aankomt op een avond van helderen maneschijn, vindt men
+een vreedzaam, stil stadje, dat er fantastisch uitziet, met ledige
+straten en kronkelende steegjes, gevels, die voorover hangen en
+terugwijkende benedenhuizen. De klokkentoren van Saint-Michel drukt
+als een domper op de huizen der bovenstad. Als het blauwe maanlicht
+over het steenen gevaarte strijkt, ziet de toren er met zijn hoeken
+en bogen en balustrades uit als een reuzenuil met een vierkante kroon
+en de witte vlek van 't uurwerk over zijn eene oog. De uil staat daar
+reeds op zijn steenen nest sinds de 15de eeuw, en de klokkestem, die
+zijn stem is, blijkt wel een stem te zijn uit het grijs verleden,
+zoo oud en vreemd en gesluierd klinkt zij, beverig en grommend en
+langzaam de tonen uitgietend over de stad en de rivier.
+
+Dat is het eenige nachtelijke geluid in Quimperlé, die stem van lang
+geleden. Alles slaapt den slaap der kleine steden, dien slaap, die
+werkelijk slaap is, de dood der menschheid. Geen enkele tred op het
+plaveisel van de straten, geen geratel van een rijtuig bij 't begin
+van den straatweg, zelfs niet het fluiten van een spoortrein op de
+hoogte. Alles zwijgt tegelijk, en als men opmerkzaam toeluistert,
+hoort men zoo nu en dan 't geritsel van den wind in het gebladerte
+der boomen van het plein, of 't zacht geklots van het water tegen den
+oever, of den doffen bons van een boot tegen de steenen kade. Zulke
+nachten kent het groote Parijs niet, welks holle bodem, waarin de
+buizen en leidingen van allerlei diensten elkander kruisen, het geluid
+van al wat in beweging is, meedoogenloos terugzendt.
+
+De fiacres van drie uur in den morgen rijden nog, nachtelijke
+feestgangers zijn nog onderweg, of reeds komen uit alle voorsteden de
+wagens van de groenten- en fruitverkoopers en gaan met de snelheid,
+die hun slaperige paarden bereiken, naar de hallen. Doch dat is nog
+maar een rustig, regelmatig, bijna gedempt geluid. Later behoort de
+stad aan de slagerskarren en de melkrondbrengers, die vliegensvlug
+door de straten daveren; gillend en met hun zweep omhoog, gedragen
+de koetsiers zich, of ze aan een wedstrijd met triomfwagens deelnamen.
+
+Zulke genoegens kent Quimperlé niet, en de doortrekkende reiziger, die
+uit de groote steden komt, moet het stadje dankbaar zijn, dat hij er
+de décors der onbewegelijkheid en de stemmen der stilte mag bewonderen.
+
+De menschen staan vroeg op; dan begint de vroolijke symphonie der
+klompen, en de verandering treedt op in 't aanzien der stad. Die
+schijnt met den blauwen rook uit de schoorsteenen mee te gaan vliegen
+door de op terrassen liggende tuinen. Als de blinden en de vensters
+opengaan, verschijnen vriendelijk lachende gezichten met heldere oogen
+en praatlustige monden, de witte mutsjes reeds geplant op blonde en
+kastanjebruine haren. De koopvrouwen van visch loopen rond met den neus
+in den wind en een breeden roependen mond, die, daar ben ik zeker van,
+niemand het laatste woord zouden gunnen en voor haar zusters in het
+paviljoen der hallen van Parijs niet onderdoen in woordenrijkheid.
+
+Als gij buitendien nog Quimperlé op een Zondag bezoekt, en als er in
+de buurt de een of andere vergadering is, zal het u gegeven zijn, de
+mooiste verzameling goed opgetrokken kousen, korte rokjes en kleurige
+boezelaars te zien. Die boezelaars! Men moet ze twee aan twee of drie
+aan drie of bij halve en heele dozijnen in de straten der stad hebben
+waargenomen en op de wegen in den omtrek, om zich een denkbeeld te
+vormen van hun belangrijkheid en hun luister. In de uitstalkasten van
+de winkels, beschaduwd door de overhangende luiken, zijn ze niet zoo
+schitterend welsprekend; maar als de vrouwen en meisjes van Quimperlé
+ze dragen en in haar wandelpasjes er fleurig mee flaneeren, bewust
+van eigen schoon aangekleed zijn, worden ze buitengewoon aardig en
+klinken hoog als een fanfare bij een marsch in den zonneschijn van een
+feestdag. Er zijn blauwe als korenbloemen, als maagdepalm en andere
+als hoekjes van den hemel na den regen of als blauwe kinderoogen. Er
+zijn violette als een onweershemel, als de zee in den zomer tegen
+den avond. Dan ziet men roode, vurig als bloed, en rose als rozen en
+gele als gouden knoopen. Men heeft er, die afwisselende tinten hebben
+als de borst van een duif en witte zijden boezelaars, die in de zon
+verguld lijken en blauwachtig zijn in de schaduw, en het lijkt wel,
+of die wandelaarsters het erop hebben gezet, op feestdagen alle
+kleuren der natuur na te bootsen op alle uren van den dag.
+
+Quimperlé is naar mijn smaak een der mooiste stadjes van Bretagne,
+niet enkel om den bloei der mooie boezelaars, maar ook om zijn gunstige
+ligging aan de samenvloeiing van de Ellé en de Isole, die de Laïta
+worden, om de aardige huizen en de vroolijkheid der bewoners. Overal
+ziet men tuinen en boomen. Als men den heuvel Penarven is afgedaald,
+treedt men de stad binnen, komt op het pleintje van den Bourg Neuf,
+dan op de oude Place Royale en bij de merkwaardige kerk van het Heilige
+Kruis. Te Quimperlé is, evenals te Hennebont, de stad weer verdeeld;
+hier heeft men de hooge en de lage stad, en de laatste bestaat op haar
+beurt weer uit twee wijken, de eene, omsloten door de twee rivieren,
+vormt een gesloten stadsdeel, de andere wijk op den linkeroever der
+Ellé, heet Vannes, daar het riviertje, de Ellé, vroeger de grens
+vormde tusschen het diocees Vannes en Quimper. Tegenwoordig behoort
+alles bij het departement Finistère.
+
+Op het terrein tusschen de beide rivieren ligt het eigenlijke
+Quimperlé. Evenals in vele plaatsen van Bretagne is het oudste huis
+een kluizenaarswoning geweest, geen hermitage van een heilige,
+maar de kluis van een onttroonden monarch, Gunthiern, prins van
+Groot-Bretagne, koning van Cambrië, die in een gevecht zijn hem
+onbekenden neef doodde. Smart en wroeging deden hem de heerschappij
+neerleggen. Eerst ging hij naar het eiland Groix, daarna naar den
+grond tusschen de Ellé en de Isole. De legende wil, dat hij er een
+klooster heeft gesticht; Albert le Grand bevestigt dat, Dom Lobineau
+spreekt het tegen. Wat met meer zekerheid kan beweerd worden, is dat
+hier een der kasteelen stond van de graven van Cornwallis. Een van die,
+Alain Canhiart, die op het punt was, het gezichtsvermogen te verliezen,
+werd genezen door een droom, waarin hij een gouden kruis zag. De paus,
+die geraadpleegd werd, raadde aan, een klooster te bouwen ter eere
+van het Heilige Kruis, dat op 14 September 1029 werd gesticht, dag
+der aanbidding van het kruis. In dien tijd werden Belle-Ile-en-Mer
+en andere leenen door Alain Canhiart aan de monniken afgestaan. Die
+laatsten lieten hun klooster in 1678 herbouwen.
+
+Thans zijn er de rechtbank en het gemeentehuis, de onderprefectuur, een
+gemeenteschool en een politiepost gevestigd. Een deel der bibliotheek
+bevindt zich te Quimper. Een copie van het kloosterregister wordt in
+den vreemde bewaard. Maar gebleven is de kerk van het Heilige Kruis,
+die beroemd is in de kunstgeschiedenis als een der weinige navolgingen
+van de kerk van 't Heilige Graf in Jeruzalem. Ik heb reeds als zulk
+een imitatie aangewezen de kerk van Lanleff bij Saint-Brieux; maar
+dat is een ruïne; en Sainte-Croix, de kerk die hersteld en herbouwd
+is in 1476, blijft door vele van haar deelen een merkwaardig monument
+uit de 12de eeuw. De algemeene vorm is rond; maar door uitbouwsels
+heeft zij den kruisvorm gekregen, eigen aan zooveel kerken. De meening
+der archeologen is, dat het koor nieuwer is dan het middengedeelte,
+en dat het oude koor zich bevond tusschen de vier enorme pilaren van
+het midden.
+
+Sainte-Croix doet afbreuk aan Saint-Michel, een kapel, die tot
+kerk geworden is en een zeer belangwekkend gebouw moet heeten uit
+de 14de en 15de eeuw. De vierkante toren met zuilen en zuiltjes en
+open galerijen, siert Quimperlé met zijn ernstige lijnen en fijn
+beeldhouwwerk. Saint-Colomban ligt in puin. Het Jacobijnenklooster,
+waar nu nonnen wonen, heeft enkel nog een poort uit de 15de eeuw,
+en het heeft zijn prachtige tuinen behouden.
+
+Dit is zoowat alles, wat met enkele oude huizen overgebleven is van
+de oude stad. De vestingwerken en de poorten zijn verdwenen. Veel
+bruggen vindt men in de straten, zooals te verwachten is bij een
+stad, gebouwd aan twee rivieren. Kermissen en markten worden op het
+Saint-Michelplein gehouden, waarvan een gedeelte het Zonneplein en
+een ander het Varkensplein of de Varkensmarkt heet. De gemeenteschool
+is gevestigd in een oud Capucijnerklooster. Daar werden in ouden tijd
+de inwoners genoodigd, om op Goeden Vrijdag kabeljauw te komen eten,
+zooals men op Sint-Jan sardines ging nuttigen bij de Jacobijnen.
+
+Het kerkhof omgeeft de Sint-Davidkapel. Er bestaat een zoo goed als
+volledige lijst van de burgemeesters der stad van de eerste jaren
+der 16de eeuw tot 1790. De zeehandel is afgenomen, schepen van dertig
+tonnen kunnen niet meer de rivier opvaren door de ondiepten.
+
+Twee Benedictijner monniken, die beroemd zijn geworden, werden te
+Quimperlé geboren, Gurheden, geschiedschrijver van het klooster
+Sainte-Croix in de 12de eeuw, en Dom Morice, schrijver van de
+Geschiedenis van Bretagne, uitgegeven in 1750. Ook zijn er geboren
+generaal Hervé en de prediker Boursoul, terwijl de zeevaarder Du
+Conëdic ook dichtbij Quimperlé het levenslicht aanschouwde.
+
+Ofschoon er nogal toeristen komen en enkele Engelschen zich er
+gevestigd hebben, blijft de streek toch eenzaam en een heerlijk oord
+voor wandelaars door het groote bosch van Clohars-Carnoët, een domein
+van 724 H.A.
+
+Het begint aan het benedeneind der stad en strekt zich uit tot aan het
+dorp Clohars, en hier en daar liggen brokken verspreid, eikenlanen,
+hoekjes dennebosch en boomgroepen. De groote wegen worden dikwijls door
+pleizierrijtuigen bereden; maar de wegjes en voetpaden zijn eenzaam
+en verlaten, verlicht door 't groene schijnsel, dat door de boomen
+valt. De plantengroei op den grond en op de hellingen der wegen is
+dicht en weelderig; hooge varens en distels staan er tusschen rose
+en paarse heide, en al die lage gewassen herbergen een wereld van de
+grootste verscheidenheid en ongehoorden vormenrijkdom, een wereld van
+insecten en vliegen en vlugge mieren, die lasten torsen grooter dan
+zij zelve. Vlinders van allerlei gedaante en kleur, morgenvlinders
+en avondvlinders, kleine bleekblauwe kapelletjes, die als fladderende
+viooltjes zijn, legers gestreepte en gebronsde kevers van kopergroen en
+gevlamde tinten, sommige met helmen en zwarte kurassen en horens als
+van een hert, dat alles leeft hier als in een klein bosch onder het
+groote. Men krijgt het alles te zien, als men zich maar onbewegelijk
+houden kan en op dezelfde plek oplettend alles wil gadeslaan, zonder
+de eindelooze tochten te storen van al die kruipers en vliegers en
+van de velen, die elk doorgangetje tusschen de grassprietjes kennen.
+
+Heft men het hoofd op, dan krijgt men een indruk van den tempel van
+ongekorven hout; de boomstammen gaan rechter en losser en fierder de
+hoogte in dan de zuilen van gothische kathedralen. Zij hebben vorm en
+kleur en hardheid als van steen; de tijd heeft hun hout verhard als tot
+graniet. Er is een plekje, waar het aantal woudreuzen bijzonder groot
+is. Men ziet het van den grooten weg, die het bosch recht doorsnijdt
+in de richting van Clohars. Het bosch loopt hier over heuvels en door
+dalen en op een der hoogten ziet men een groep pijnboomen van edelen
+vorm en onvergelijkelijke gratie. Daar ze hun naaldenkroon enkel op
+den top dragen en geen lage takken hebben, beheerschen zij als reuzen
+het woud. In de ondergaande zon en het rose schijnsel doen hun rechte
+stammen denken aan masten van schepen; hun graniet wordt tot porfier,
+en de wind ontlokt klanken als van een orgel van hun donkere kronen.
+
+Het eenige geluid, dat aanhoudt bij dit windgesuis, dat toeneemt en
+vermindert, zucht en fluistert en in golven aanbruist, is het gezang
+der vogels in de heggen en de boomen. Zij houden zelfs niet stil,
+als men voorbijgaat, of als er een roofvogel over het bosch vliegt,
+tot hun plotseling het zwijgen wordt opgelegd, als de wreede roover op
+een open plek in 't bosch zijn prooi uitkiest. Alle andere geluiden
+zijn kort van duur en toevallig, en om ze te hooren, moet men goed
+opletten als een jager, en tevens met het geduld en de voorzichtigheid
+van een hengelaar. 's Nachts vooral kan men lichte of zware schreden
+hooren van de dieren in het bosch, of plotseling verschrikt worden
+door vormen, die eensklaps uit het kreupelhout voor den dag komen en
+in een paar sprongen weer verdwenen zijn. Dan heeft het bosch zijn
+zwarte en zijn twijfelachtige, doorschijnende plekken; het is vol
+ongeziene dingen, vol van het geheimzinnige in de natuur, dat altijd
+den mensch schrik heeft aangejaagd.
+
+Over dag ziet het er vriendelijker uit, vooral hier en daar aan
+den rand of op enkele hoogten, waar de hutten van kolenbranders en
+klompenmakers zijn gelegen. Daar vindt ge ze, de ware heeren van het
+woud, evengoed er meesters als de wachters, die bij bochten in den
+weg u voorbijgaan met het geweer op schouder en in den correcten pas
+van den soldaat. Die bijeenstaande hutten, die er geïnstalleerd zijn
+als in een Indianenkamp, die rook, die keukens in de open lucht, die
+werkende mannen, die lachende kinders in het groen, alles spreekt tot
+den beschaafde van instinctieve vreugde, van een onbezorgd voortleven
+van den eenen dag op den anderen, van de aanvaarding van een bescheiden
+bestaan, nederig en vrij en zoo gelukkig mogelijk.
+
+Dit mooie bosch van Carnoët kent levendige feestvreugde, en wel eens
+per jaar, op Pinkstermaandag. In Toulfouën bij den ingang van het bosch
+wordt vogelmarkt gehouden, een waar feest voor den heelen omtrek. In
+de buurt zijn de ruïnen van het kasteel Carnoët, waar Con-Mor huisde,
+een der Blauwbaarden van Bretagne.
+
+Maar de stad is het uitgangspunt van nog andere uitstapjes.
+
+Quimperlé, dat de stilte van den nacht en de vroolijkheid van den
+dag kent, heeft niet alleen een bosch, het heeft ook een rivier en
+op twaalf kilometer afstands de zee.
+
+Die twaalf kilometer kan men afleggen door het woud van Clohars-Carnoët
+of langs de rivier, de Laïta, gevormd beneden het stadje door
+de vereeniging van de Ellé en de Isole. 't Is waar, dat men op die
+rivier zich nog in het bosch bevindt. Het water der Laïta stroomt onder
+struiken door en tusschen eiken en beuken. Het is blauwachtig en helder
+bij 't verlaten van Quimperlé, wordt dan onder het kreupelhout groener
+en donkerder, weerspiegelt het gebladerte en laat heel in de diepte een
+streep over van de lucht, schittert dan weer vrij op de open plekken
+en wordt bij de bochten gelijk aan een liefelijk meertje. Stelt u het
+bosch van Fontainebleau voor, doorstroomd door een rivier. Die stroom
+wordt breeder en breeder, laat zijn oevers droog in den tijd van eb,
+vloeit tusschen door rotsen versterkte kanten, met pijnbosschen bedekt
+en boschjes van kastanjeboomen. Na een oponthoud te Saint-Maurice,
+waar men voorbij een kasteel uit de 18de eeuw gaat, dat zich spiegelt
+in een vijver, en waar men de ruïnen der abdij Saint-Maurice bezoekt,
+omgeven door de gebouwen van een boerenhuis, gaat de rivier met
+korte golfjes verder. Die eerste elastische golfjes schijnen de boot
+aangenaam aan te doen, nadat zij lui den kalmen loop van 't water
+heeft gevolgd. Men wordt herinnerd aan een paard, dat eerst op een
+moeilijken weg dommelig en traag heeft geloopen en dan, door zweep
+en woord aangemoedigd, een mooien weg vóór zich ziet, waar het flink
+en ferm lang achtereen vlug zal kunnen draven.
+
+Zoo komt de boot, die het eerst al te gemakkelijk had in tegenstelling
+met het paard, opgewekt te Pouldu, dat tegelijk aan de rivier en de
+zee is gelegen.
+
+Het is een gehucht, waar het goed rusten is voor hen, die villa's aan
+de kust hebben gebouwd en hun met vijgenboomen beplante tuinen door
+hooge muren hebben omgeven. Het strand der zee is hier omzoomd met
+struikgewas vol bloemen en in den herfst met vruchten overladen. Nu
+kweelen er de vogels in. De rotsen zijn laag, en hier en daar dalen
+lange, zachte, zandige hellingen af naar zee. Aan den horizon ziet men
+het eiland Groix, als een steenen tafel oprijzend uit de golven. In
+de zachte lucht komt een aroma van bloemen naar ons toe door de zilte
+zeelucht heen.
+
+Ten tijde van mijn verblijf te Pouldu en te Quimperlé hadden het
+dorp en het stadje een eigenaardig karakter, dat ik niet verborgen
+wil laten, al moet de nationale trots er onder lijden. Het een en
+'t ander vormen samen een badplaats, die een soort van engelsche
+kolonie is, een volledige kolonie, waar men zich niet zou verbazen,
+als men er een consulaat vond en een engelsche vlag.
+
+De hôtels van Quimperlé waren ingenomen door engelsche families
+of door engelsche jonge meisjes met haar gouvernantes. Meer dan de
+helft der plaats, ja bijna de geheele stad, was bezet door John Bull
+met vrouw en kinderen, en John Bull leefde hier als in Australië of
+in Indië. Hij heeft zin voor cosmopolitisme, en dat toont hij in een
+hoekje van een stil, kalm stadje in Bretagne, waar hij zijn zomerrust
+geniet, even duidelijk als in die streken, waar hij regeert in naam
+van zijn koning-keizer. Hij is overal op zijn gemak, en als men zegt,
+dat de Engelschman zoo aan zijn home gehecht is, sluit dat tevens in,
+dat hij zijn tehuis overal kan vinden en dat alle plaatsen geschikt
+zijn, om er zijn thee en zijn biefstuk met smaak te gebruiken.
+
+Te Pouldu was alles vol, net als te Quimperlé, en veel Engelschen,
+die het klimaat boven dat van Londen verkiezen, blijven er het geheele
+jaar. Zij hebben hier hun huis, hun boot, hun rijtuig; ze dwalen
+langs de kust, loopen door het bosch, en overal ziet men hun witte
+hoeden, groene voiles en geruite pakken. Want zij geven zich hier
+het uiterlijk van de Engelschen uit onze vaudevilles, en de dames en
+kinderen overdrijven eveneens de anglomanie. En daarom ook ontmoet
+men in het land der vroolijke klompen en der mooie boezelaars zooveel
+groote meisjes, die als kinderen van Kate Greenaway gekleed gaan,
+en die veel te ernstig kijken, als ze naar huis gaan van een zitje
+bij het teekenen van een aquarel of van een levendige vlinderjacht.
+
+Er is wel een verklaring van te geven, waarom de Engelschen en
+villégiature zich er dadelijk zoo stevig installeeren, waarom onze
+buren van overzee terstond de omgeving verengelschen, het stadje, 't
+hôtel, het strand en alle plaatsen, waar zij hun tenten opslaan voor
+korteren of langeren tijd. De eigenaardige zeden en gebruiken geven
+er de waarde aan van een _home_, dat de Engelschen zoozeer op prijs
+stellen, evenals al degenen, die over Engeland spreken. Het bestaat
+wel, dat gevoel, maar niet alleen op de gevoelige, dichterlijke en
+romaneske manier, zooals allen zich dat voorstellen. Het is ver
+uitgebreid, gegeneraliseerd, algemeen geworden. Het _home_ is de
+plaats, waar de Engelschman zich bevindt. Ook de plaats, die de zee
+voor hem inneemt, is daardoor aangewezen; zij vooral is zijn domein,
+waar de andere volken zich eigenlijk niet mogen vertoonen. Het is
+vrij gemakkelijk in te zien, hoe dit gevoel hem is aangeboren en zich
+altijd bij hem heeft ontwikkeld. De dubbele verklaring hangt samen
+met de aardrijkskundige gesteldheid van Engeland, met zijn rol in de
+wereld en ook met den zin voor het reëele, die een der karaktertrekken
+is van het handeldrijvende volk.
+
+Het moederhuis is een eiland. Het was voor de daar gevestigde
+menschen volstrekt noodig, hun fortuin op het water te beproeven. Hun
+continentale uitbreiding in Europa is hun onmogelijk gemaakt door het
+verzet van Frankrijk; zij hebben in ons een levensfrischheid en kracht
+gevonden, waarop hun pogingen zijn afgestuit, en dus hebben zij hun
+horizon elders moeten uitbreiden. En dan was er de zee! Die hebben zij
+golf na golf veroverd; ze hebben haar geheel geëxploreerd; zij hebben
+alle landen op alle breedten aangedaan, overal hun vlag geplant, waar
+nog een zandbank was te vinden. De bewoners van het europeesche eiland
+zijn ten slotte in het bezit geraakt van een onmetelijk rijk, dat met
+zorg uitgekozen koloniën omvat, die op het budget prijken met baten,
+niet met nadeelige saldo's. Dan, na dien zegetocht over de wereld, na
+die vestiging hier en elders verschijnt de zin voor de werkelijkheid,
+en de practische geest gaat aan het werk.
+
+De Engelschman verstaat, zooals men heeft gezegd en dikwijls herhaald,
+de kunst van reizen, en het denkbeeld, dat men leert door reizen
+is aan hem bewaarheid. Zoo heeft hij leeren begrijpen, dat de aarde
+heel klein is, och zoo'n klein planeetje, dat men gemakkelijk naar
+alle zijden kan bereizen, terwijl het engelsche volk talrijk genoeg
+zou wezen, om het geheel te bezetten. Maar die onderneming biedt wel
+eenige moeilijkheid, en nu hij de aarde niet geheel voor zich kan
+nemen, stelt hij zich tevreden met een gedeeltelijke bezetting en
+inbezitneming. Toch is het gevoel van die universeele souvereiniteit,
+die niet tot de onmogelijkheden behoort, hem bij en uit zich altijd
+en overal, in de kleine bretonsche steden, uitgekozen als geschikte
+punten, daar het klimaat er heerlijk is, en op de groote, wijde zee,
+die er slechts schijnt te zijn, om de Britsche eilanden met water
+te omringen.
+
+Te Pouldu hield ik mij eenigen tijd op in het oranjekleurige zand en
+de holle wegen, waar de hellingen met wilde aardbeien en viooltjes
+zijn begroeid. Toen ging ik per boot naar Douëlan en Pont-Aven. Het
+eerste is een haven, waarin enkele booten liggen. Pont-Aven "stad van
+naam, veertien molens en vijftien huizen, meldt de faam", zegt het
+spreekwoord. Er zijn inderdaad molens te Pont-Aven, maar er zijn nog
+meer rotsen en 't allermeeste schilders; schilders van alle naties
+en 't meest amerikaansche schilders. Het heet, dat een Amerikaan
+Pont-Aven heeft ontdekt in 1872. Welk een hôtel en wat voor table
+d'hôte toentertijd! Maar het landschap vloeide over van tooneeltjes,
+door die heeren als motieven aangeduid. De rivier is verrukkelijk
+door haar watervalletjes en scherpe bochten, door groene oevers en
+kleine strandjes, waar men een schildersezel kan neerzetten.
+
+De meisjes van Pont-Aven maken zich mooi en hebben een gerechtvaardigde
+reputatie van behaagzucht. Ze besteden veel geld aan degelijke
+stoffen voor haar japonnetjes, vooral het bruidskleed moet prachtig
+zijn. Haar nationale dracht vertoont veel fluweel en borduursel,
+goud- en zilvergarnituur en allerlei versiering.
+
+Niet ver van Pont-Aven ligt de kapel Trémalo, een laag gebouwtje,
+waarvan de muur maar even boven den grond reikt met een hoog dak erop
+en een klein klokkentorentje, zoodat het geheel er als een schuur
+uitziet; verder het kasteel Hénan, dan veel dolmens of hunebedden, een
+ingestorte toren en begroeid plateautje, die de ruïnen van Rustephan
+moeten zijn, gesticht in de 12de eeuw.
+
+Dan bereikte ik Bannalec, het land der zwarte mutsjes, dan Rosporden,
+waar ik in den namiddag aankwam en waar alles mij doodsch en verlaten
+scheen met het stille marktpleintje en de zwarte huizen, en Concarneau,
+dat mij aan Pont-Aven deed denken.
+
+De aankomst in den zomer tegen het vallen van den avond te Concarneau
+in een der hôtels, die op de haven uitzien, geeft een goed denkbeeld
+van de villégiatures in die visschersplaatsjes. De dame van 't hôtel
+heeft, zoo al niet de nationale dracht, toch het karakteristieke
+mutsje behouden, maar er is veel schijn bij die vertooningen, en
+de bretonsche meubels zijn in Parijs gemaakt en toen verzonden naar
+de handelaars in oudheden in die kleine stadjes. Hier bijvoorbeeld
+is gelukkig de eetzaal echt engelsch en modern, vernist hout en
+electrische verlichting, maar de costumes der dames, wit en rood en
+fleurig, de mannen met hooge witte boorden, alsof ze een rol in een
+blijspel speelden, waarin het leven op een kasteel voorkwam, en geen
+middagmaal in een dorpsherberg vlak bij de schepen met sardines.
+
+Concarneau gelijkt teveel op een deftige badplaats; maar als men
+het plaatselijke leven nagaat, is het bestaan der visschers altijd
+interessant. Ruwe, sterke heftige mannen zijn het, die soms een
+wedstrijd houden met volle booten, om maar het eerst hun visch te
+verkoopen. Daarna wordt alles weer kalm, als de booten op een rij
+liggen in de haven, en de netten drogen.
+
+Ik ben hier gekomen in een tijd van feestelijkheden; en ik meng mij
+onder de menigte, die kijkt naar wilde-beestenspellen en luistert
+naar straatzangers. Er zijn veel vrouwen bij met bretonsche mutsjes
+en mannen met snorren, uit het régiment meegebracht.
+
+De beide stadjes staan met elkander door een brug in gemeenschap. De
+nieuwe stad is slechts een voorstad, maar die neemt toe in aanzien
+en wint het van de moederstad. Deze heeft een geschiedenis, verhaald
+door de stevige muren. Zij is bezet geweest door de Engelschen,
+werd bevrijd door Du Guesclin en had te lijden in de oorlogen der
+Liga. Tusschen de hooge wallen, en in de vesting met gekanteelde
+muren is thans een visscherijschool gevestigd.
+
+Buiten Concarneau kan men een bezoek brengen aan het museum Keryolet,
+aan het departement vermaakt door de gravin Chauveau Narischkine. Het
+uitwendige is een slechte nabootsing van werk der 15de eeuw, maar er
+zijn enkele mooie dingen, oud borduursel, aardewerk en een verzameling
+mutsjes. Toch is het prettiger, door de velden te loopen, waar de
+natuur prachtig is.
+
+Deze heele streek van Bretagne is als een tuin, gelegen op de
+zuidelijke helling der Zwarte bergen, een oude, liefelijke tuin met
+eeuwenoude boomen, bloeiende velden en omlijnd door het saffierblauw
+van de zee. Van Quimperlé tot Douarnenez ademt alles rust, bekoring
+en vroolijkheid, met uitzondering alleen van de vooruitstekende
+rotspunten, die van Penmarch en du Raz.
+
+In deze opmerking is niets overdrevens. Er is in Bretagne een
+eigenaardige tevredenheid, een natuurlijke vroolijkheid bij de
+bewoners. Reeds in het noorden van het land, aan het Kanaal, waar
+men den ernst verwachten zou in de straatjes der kloosterachtige
+steden, heeft de melancholie haar glimlach. Ik denk vooral aan de
+vrouwen van het land, nu ik dit schrijf, de vrouwen, die het leven
+zoo kalm opnemen, zoo aanhoudend bezig zijn en zoo bevallig zich
+bewegen met onveranderlijk, kalm gelaat. Zij kunnen echter ook
+wel haar genoegen er af nemen, en niet alleen de jonge meisjes,
+ook de oude vrouwen dragen dikwijls den gelukkigen glimlach, die
+aantoont, dat zij 's levens zorgen niet zwaar nemen. Op feestdagen,
+bij bruiloften en boetedagen ontmoet men altijd bekoorlijke oudjes,
+zacht, eenvoudig en welwillend, die u een tot weerziens toeroepen,
+haar "kennavo!" alsof ze wilden zeggen, dat men ze misschien niet zal
+terugzien in de vroolijke gezelschappen, maar dat zij niettemin zeer
+gelukkig zouden zijn, als ze nog één- of tweemaal mochten terugkeeren.
+
+Nog duidelijker komt het opgewekte humeur aan den dag in het zuiden
+in de streken aan den Atlantischen Oceaan; de taal is er levendiger;
+de menschen spreken haastiger en luider, en er wordt meer gezongen. Op
+de wegen hoort men lachen en zingen en praten; elk kruispunt van
+wegen wordt een societeit, soms een danszaal. Een muzikant, op een
+ton staande, is voldoende, en men danst de oude boerendansen met de
+vastgestelde figuren en de deftige buigingen.
+
+Ik heb zulke menuets zelfs zien dansen op den weg naar Raz in dat
+sombere landschap, waar de velden door steenen zijn omsloten. Er
+moet een groot weerstandsvermogen in het ras aanwezig zijn, om zoo
+de nederige en bescheiden algemeene vroolijkheid te kunnen handhaven
+bij de vijandige natuur tegenover die zee, die zoo dikwijls wreed en
+woest is. Maar het landschap is daarentegen vertrouwd en vriendelijk
+langs de holle, door groen beschaduwde wegen, de voetpaden, tusschen
+hagen ingesloten en de velden, bloeiend afloopend naar zee.
+
+Mij treft die luchthartigheid in het land, dat met zijn schoone
+boomen de baai de la Forêt omzoomt en dat tot Concarneau en de in
+zee uitstekende punt Beg-Meil voortloopt, terwijl ik door het dorp La
+Forêt en 't gehucht Fouesnant ga. Men beschrijft, als 't ware, al dat
+groen, die rose en blauwe velden en den glanzigen zeespiegel voor zich
+zelven, alleen als men die dagen herroept en zich de aardige gesprekken
+weer te binnen brengt. Ik weet wel, dat de strijd om het bestaan ook
+hier als elders een onaangenamen kant kan hebben; maar ondanks alles,
+ondanks de kwaal van het snobisme, hier en daar opgetreden op bepaalde
+plaatsen aan de kust, ondanks de kwade praktijken, met de beschaving in
+de veelbezochte dorpen gebracht, ondanks de noodzakelijke laagheden,
+die met het bezit van geld worden aangevoerd, is dit toch het land,
+waar men nog 't best een eigen, vrije manier van leven behoudt en
+een belangelooze vreugde aan het schoone der natuur.
+
+De Glenans-archipel, ten westen van de Woudbaai gelegen, telt negen
+eilandjes, waarvan één, Cigogne, een fort draagt. De belangrijkste
+daarna zijn Loch, Penfret, waar een vuurtoren en een semafoor
+zijn opgericht, en 't eiland Sint-Nicolaas, waar men tevergeefs
+beproefd heeft, een kapel te bouwen voor het honderdtal bewoners,
+allen visschers, die er in hutten wonen. Dit is niet Belle-Ile, noch
+Groix. Al deze eilandjes vormden vroeger samen één eiland, zegt men;
+maar de zee heeft zich tot taak gesteld, die eenheid te verdeelen,
+den grond vaneen te scheuren en de rotsen uiteen te doen wijken. Het
+is nu niet anders dan een hoop boven water uitstekende rotsen, een
+golfbreker voor de baai van La Forêt.
+
+Fouesnant ten noordwesten van die baai is een bloeiend dorp, waar
+veel drukte heerscht op marktdagen, op het plein bij 't kerkhof en
+de kerk. Men kan er varkens te zien krijgen, zoo groot als kleine
+ezels. Er wordt een massa boter verkocht en appelen vent men er;
+de appelwijn van Fouesnant heeft een goeden naam, en hij verdient
+dien. Een der belangwekkendste personen, die ik ooit in mijn
+leven heb ontmoet, is een appelenkoopman, die te Roscoff woonde,
+en die te Fouesnant kwam, toen ik er vertoefde, om een deel van den
+oogst of misschien wel alles, op te koopen. Hij was, zoo gij wilt,
+commis-voyageur, want hij reisde voor zijn handel en hij nam gaarne
+het woord aan de table d'hôte van het kleine hôtel, waar hij was
+afgestapt en waar ik ook logeerde.
+
+Hij was er een bewijs van, dat de commis-voyageurs niet allen, zooals
+beweerd wordt, zoutelooze verhalen doen of opsnijders en kletsers
+zijn. Deze was een goed spreker, zeker, maar hij praatte niet,
+om niets te zeggen. Hij had heel wat van de wereld gezien, Europa,
+de kusten van Afrika, Amerika, Azië en Oceanië. Het bijzondere was,
+dat hij goed had gezien al wat hem onder de oogen kwam. Ik heb eenige
+avonden met hem gesleten, niet om met hem een gesprek te voeren,
+maar eerder om naar hem te luisteren, hem slechts een woordje tot
+antwoord gevend, om hem op te wekken, door te gaan.
+
+Nooit heb ik zulk een verzamelaar van feiten ontmoet en ik ben
+nog al met menschen in aanraking geweest, maar deze was waarlijk
+verrassend. Hij was begiftigd met een geheugen, dat geen aarzeling,
+noch weigering kende, en dat, naar men terstond merkte, niet door
+boeken was gevoed. Hij had in zich de herinnering bewaard aan alle
+landen, die hij bezocht had, alle zeden en gewoonten, die hij had
+waargenomen. Hij was op de hoogte van regeeringen en wetgevingen en
+handelstoestanden en kende allerlei bijzonderheden, die zich aan hem
+hadden voorgedaan. Wat Bretagne aangaat, daar kende hij alle steden,
+alle dorpen, alle gehuchten, wist wat er op de velden groeide,
+waarmee de bewoners zich voedden, hoe zij zich kleedden en welke
+hun karaktertrekken waren. Hij beschreef den vorm der mutsen, het
+borduursel van 't corsage, de manier, waarop ceintuurgespen werden
+gesloten, en tegelijk gaf hij wenken over de geschiktheid voor den
+handel, den stoutmoedigen of schroomvalligen geest der menschen,
+hun somber of opgewekt humeur. En met hoeveel menschen had hij niet
+zaken gedaan! Deze appelkoopman was van gemiddelde lengte en ook van
+middelbaren leeftijd, gedrongen, met breede schouders, een forsch,
+welgebouwd hoofd had, een kleinen zwarten knevel met enkele witte
+haren erin en kleine, zwarte, onderzoekende en zeer scherpziende oogen.
+
+Als gij hem ontmoet en hem aan dit signalement herkent, schroom dan
+niet, een gesprek met hem aan te knoopen; ge zult u den tijd niet
+beklagen, dien gij hem schenkt, en ge zult u niet vervelen bij dien
+verzamelaar van feiten, die altijd bereid is, u zijn collecties te
+laten zien en steeds eenvoudig, overtuigd en met geest het woord voert.
+
+Des middags en des avonds bleef ik langen tijd bij dien sympathieken
+prater. Maar toch vond ik 's morgens en in den namiddag den tijd, de
+omstreken te gaan zien en 't land van Fouesnant te leeren kennen. Ik
+wandelde dikwijls naar Beg-Meil, een zomerstadje aan den westkant van
+de baai, met kleine huisjes, zandige tuinen en veel groen. De kust is
+er laag met kleine duinen en zacht gras bedekt. Daar tegenover zag
+men de grijze, violette of in het licht schitterende rotsen van de
+Glenans-eilanden. Maar mijn liefste wandelingen waren de schaduwrijke
+wegen naar den achtergrond der baai. De zee, door al het groen gezien,
+is onvergelijkelijk mooi, en de baai, die zoo weinig wordt bezocht,
+doet voor geen inham in schoonheid onder; men geniet daar in de buurt
+de schoonheid van een met zorg aangelegd park. De zuidelijke natuur,
+zoo hoog geprezen, schijnt een schouwburgdecoratie, vergeleken bij
+dit frissche, intieme landelijk schoon. Hier niet meer de gratie van
+Quimperlé of de schilderachtigheid van Pont-Aven; maar in ernstige
+lijnen en donker groen zijn er de wegen en de dalen getrokken, alles
+uitloopend op het witte strand en de blauwe oneindigheid der zee.
+
+De vrouwen van Fouesnant zijn mooi, evenals die van Pont-Aven, dat wil
+zeggen, ze zijn forsch en statig en soms vertoonen ze rijke kleedij,
+als de omstandigheden het zoo meebrengen. Haar gewoon costuum is
+maar eenvoudig; een rok, een boezelaar met banden en een lijfje,
+maar alles is met borduursel overladen, borduursel van goud en zilver
+en gekleurde zijde. Er bestaan van die costuums uit oude tijden,
+die ware meesterstukken zijn, en de vrouw, die ze draagt, schijnt een
+standbeeld, stijf en schitterend voor een processie naar buiten gekomen
+als een heiligenbeeld. Zij loopt dan ook met afgemeten schreden, in
+het volle besef harer gewichtigheid. Het mutsje met de linten ligt
+op het voorhoofd, de beide vleugels sluiten bij twee zijden van het
+gelaat aan. Dat laatste heeft mooie trekken, lange, zachte oogen,
+maar het is dikwijls mager met een langen neus en dan heeft het met
+den kleinen mond een uitdrukking van een listig muisje.
+
+Van Fouesnant ga ik naar de Forêtkapel dichtbij, tusschen hooge boomen
+met een lijdensberg erbij, en dan naar Benodet.
+
+Er was feest te Benodet op een Zondag. Gekleurde boezelaars kwamen uit
+alle holle wegen aanloopen. Kleine meisjes in lange jurken en met roode
+boezelaars als standbeelden in nissen zijn op het oog de aardigste
+oude vrouwtjes, die men zich kan denken. Zij vereenigen de grappige
+komiekheid van de jeugd, die zich voor 't eerst verkleedt, met die
+van kleine meisjes, die haar poppen dragen met de zorg van oplettende
+moedertjes. Achter haar loopen de vrouwen met haar klokrokken en de
+weinig lenige lijven, als uit hout in het corsage gesloten.
+
+Het is een bewonderenswaardig land; men ziet er velden met tarwe
+en aardappelen, vlas en rogge en veel boomen als in een park of
+een boomgaard.
+
+"Vroeger, toen wij Lotharingen nog hadden", zei de koetsier, die mij
+reed, "noemde men dat den tuin van Frankrijk. Nu is dit land hier
+zoo gelukkig".
+
+Ik geloof, dat de koetsier Lorraine met Touraine verwart, dat wij nog
+altijd bezitten; maar ik help hem niet uit den droom. En deze streek
+is toch ook inderdaad een prachtige tuin.
+
+Wij komen te Benodet. De kermis aan het water gelijkt op alle andere
+kermissen; maar men heeft er hier de zee bij met haar witte zeilen als
+achtergrond. Het spel met de stokken, het worstelen van den sterken
+man met den liefhebber, het zijn gewone kermisvermakelijkheden. Maar
+de liefhebber, een jonge boer, die gedronken heeft en niet weg wil,
+staat met open mond te wachten op een tweeden slag en geeft iets
+eigenaardigs aan de voorstelling.
+
+Ook de vrouwen en meisjes van Fouesnant met de muizenprofielen en den
+kleinen mond, met de mutsjes boven op het hoofd, die heel wat donker
+haar onbedekt laten, zijn geen alledaagsche toeschouwsters en geven met
+de naïeve, gezonde en geamuseerde trekken aan alles een eigen karakter.
+
+Anderen loopen ernstig rond, laten zich kijken meer dan zij
+rondzien. Dat zijn de schoonheden uit het land van Fouesnant
+met goudborduursel op hun jakjes. Daar zijn er twee, een met
+kastanjebruinen boezelaar, de ander met een bleek lilaschortje met
+bloemen erop; ze beslaan den geheelen weg en zijn breed en forsch
+in haar rijken tooi. En het geheele bretonsche land, alle typen
+dooreen, ziet men op een hoekje van het feestterrein vóór een tent,
+met dit opschrift: "Mevrouw Anézel, somnambule van den eersten rang,
+consulten over het verleden, het heden en de toekomst, voor civiele
+en militaire zaken, handelsaangelegenheden of liefde...."
+
+Op den drempel verschijnt te midden van een troep Zigeuners de
+oostersche schoone, een mooi donker meisje met gekroesde haren, een
+koperkleurige gelaatskleur en brutale, fluweelen oogen. Zij loopt heen
+en weer met de handen in de zij, bewegelijk in haar lenige manieren
+tusschen dit stijve volkje van Bretagne. Ze staat stil, noodigt een
+boer binnen te treden in de tent en dringt bij hem aan met woord en
+gebaar en zachten drang. De vierkante boer met zijn ringbaardje om
+de kin blijft onverzettelijk, doof en stom, een schuine, wantrouwige
+beer, die een poesje ziet rondscharrelen.
+
+Benodet ligt aan de rivier en aan de zee; de eerste is de Odet,
+die hier komt, na Quimper te zijn voorbijgestroomd en de baai van
+Benodet ligt wijd open naar de zee. De burgerij van Quimper komt
+hier uitspanning zoeken; er zijn veel mooie huizen midden in tuinen
+en een breed en veilig strand, waar de baders druk aan 't wandelen
+zijn. Plotseling wordt de lucht donker, het weêr verandert; blauwgrijs
+wordt het uitspansel en in den regen loop ik de Odet over.
+
+Aan den anderen kant heeft men het land van Pont-Labbé en Penmarch,
+waar ik een bezoek zal brengen, vóór ik naar Quimper terugkeer. Vóór
+Pont-Labbé liggen de eilanden Tudy en Loctudy. Het eerste is geen
+eiland meer, want de zee heeft zooveel zand aangevoerd, dat het met
+de kust is verbonden; maar als men er den voet zet op dien grond,
+die met de zee gelijk staat, heeft men een gevoel, van in het water
+te zijn. De kleine lage huizen met hun tuintjes zijn als vastgemeerde
+bootjes, waaromheen de netten hangen te drogen. Er zijn nog andere
+eilanden in de buurt, Chevalier, Garo, het Gemzeneiland; 't is een
+soort van archipel in een ondiepe, woelige zee. Het dorp Loctudy aan
+de overzijde van de Pont-Labbérivier, is beroemd om zijn romaansche
+kerk, men kan er gemakkelijk komen van het eiland Tudy, als men een
+voorbijvarende boot neemt. De kerk is wel dat korte reisje waard om
+haar zuilen met versierde kapiteelen, en ook de bevolking verdient
+een bezoek, de mannen met de versierde vesten en de vrouwen met de
+hoog op het hoofd gedragen mutsen.
+
+Van daar bereikt men Pont-Labbé per rijtuig of per boot naar
+verkiezing; maar nu het weer begint te regenen, is het verstandiger
+een rijtuig te kiezen. Men rijdt een tijdlang langs de zee, maar
+dan wordt het bevallige landschap doodscher; de boomen staan wijder
+uit elkaâr, en het land wordt moerassig en arm, met kleine stukjes
+bouwland ertusschen.
+
+Pont-Labbé is thans niet meer dan een klein visschers- en
+ankerplaatsje. Vroeger heeft de stad haar dagen van glorie gehad. Het
+is het centrum geweest van een der machtigste baronnieën van Bretagne,
+heeft een vestingwal van muren gehad, waarvan nog sporen over zijn. De
+vesting werd ontmanteld, want zij onderwierp zich niet zonder weerstand
+te bieden aan de koninklijke macht, en in 1501 moest een edict den
+heeren van Pont-Labbé gelasten, zich voortaan niet meer te noemen
+heeren van het hertogdom Bretagne en niet meer de wapens van dat
+hertogdom te voeren.
+
+In 1673 woedde te Pont-Labbé een oproer als verzet tegen het verzegeld
+papier, ingevoerd door Lodewijk XIV. De stad is er goed blijven
+uitzien, en 't is een genot, er binnen te komen na een vermoeienden
+rit, zelfs als het regent. De huizen van graniet, oud van voorkomen,
+hebben al den ernst van gebouwen, die al twee- of driehonderd jaar
+oud zijn en zoo goed gebouwd werden, dat ze nog soliede zijn. Langs
+de kade staan schaduwgevende boomen, en de haven levert een aardig
+tooneeltje op met de vele booten, de rij van huizen en den hoogen
+klokkentoren. De gebouwen van het Karmelieterklooster zijn afgebroken,
+en het klooster is later te Quimper weer opgericht, ingewijd 17 Maart
+1902. De kerk is de oude kapel van dat klooster uit het einde van de
+14de eeuw, gerestaureerd in de 16de.
+
+Alle vrouwenhoofden dragen hier den _bigouden_, waar men nog
+teekeningen van phoenicischen oorsprong op meent te herkennen, en
+van laken of fluweel vervaardigd. Dat mutsje wordt boven op het hoofd
+gedragen en laat het haar van het achterhoofd vrij. De rokken hebben
+meestal een fluweelen rand, de mouwen van het lijfje zijn bewerkt en
+kleurrijk evenals de boezelaars. De mannen dragen ronde hoeden met
+smalle randen en met fluweelen linten versierd. De vrouwen met haar
+wijde rokken lijken op laplandsche vrouwen. Zij gaan voor leelijk door,
+maar er zijn toch wel aardige bij; men moet ze niet vergelijken bij
+vooraf gemaakte schoonheidsvoorstellingen met haar korte, platte
+neuzen en blauwe, starende oogen. Ze hebben geen gebruinde tint,
+maar zien er blank en rose uit, als vrouwen uit het Noorden.
+
+De weg van Penmarch volgt eene zuidwestelijke richting, bestijgt
+een hoogte door de landes, door dennenbosschen en bouwland. Men kan
+zich ophouden in het kasteel Kernuz, toebehoorende aan de familie
+Châtellier, en het museum bezoeken, waar talrijke belangwekkende
+voorwerpen zijn, zooals de druïdische diademen van massief goud en
+veel romeinsche beeldjes van gebakken aarde, te Tronoën gevonden,
+en door romeinsche soldaten in Gallië gebracht. Zij stelden huisgoden
+voor en fetisjen, ook Venussen en Juno's, onder welke één bijzonder
+bekoorlijk was, een rijzige, slanke Venus, de eene hand omhoog geheven,
+de andere op de heup gesteund, met een kapsel, verdeeld in golvende
+bandeaux. Ook is er een gallisch graf te zien, een vreemde dolmen,
+waarop de figuren zijn gebeeldhouwd van Mars, Mercurius en Hercules.
+
+Te Plomeur wordt het land nog armer. Het is een effen vlakte zonder
+boomen, waar enkel druïdische steenen en torens boven lage huisjes
+de aandacht trekken. Dat terrein van rotsen en moerassen en heiden,
+waar de wind vrij spel heeft, is het gebied van Penmarch, dat op een
+ondergegane wereld gelijkt. De volksfantazie heeft er een mooie stad
+geplaatst, met veel kerken en een bloeienden handel. Gustave Flaubert,
+die zijn indrukken opschreef over een reis door Bretagne, heeft
+herhaald, na Emile Souvestre, dat de straten ieder aan een bepaalden
+handel waren gewijd, de straat der goudsmeden, die der geldwisselaars,
+die der galanterieën enz. André Le Braz heeft niet veel moeite gehad,
+om den geringen grond voor die veronderstellingen aan te toonen,
+en ik ga de zaak niet opnieuw onderzoeken uit historisch oogpunt. Ik
+kan alleen vertellen, wat ik van hoorenzeggen heb.
+
+Buitendien schijnt de natuur erop te wijzen, dat hier nooit zulk een
+groote stad heeft kunnen verrijzen en standhouden. Het aantal kerken
+doet er niet veel toe en haar grootte ook niet. Een kerk werd niet
+alleen voor een stad gebouwd, maar ook voor de omgeving. Een kerkelijke
+gemeente kon zeer groot zijn, al was ook de kerk slechts door enkele
+weinige huizen omgeven. Het was voldoende, dat de toren van verre
+zichtbaar was, en dat de boeren, in hun hutjes of werkend op den
+akker, de tonen konden hooren, hun door den zeewind toegevoerd. De
+wind wierp wel eens den toren omver, maar dan werd hij herbouwd,
+omdat hij iets heiligs was.
+
+Maar het is niet waarschijnlijk, dat men met alle geweld een stad zou
+hebben willen bouwen, waar die toch niet kon blijven bestaan, op dien
+onvruchtbaren grond, gebeukt door wind en golven. Steden ontstaan op
+natuurlijke wijze aan den oever van rivieren, in vruchtbare dalen en op
+heuvelhellingen. Als het moet, vindt een dorp nog wel een plaatsje,
+onverschillig waar, als het maar in de buurt der bebouwde velden
+is. Overal waar de grond voor bebouwing geschikt is, verrijst een
+huis. Een tweede voegt zich bij het eerste, dan een derde; er vormt
+zich een groepje en men heeft het gehucht, het dorp. Het voetpad
+wordt tot weg verbreed, en de weg kan tot hoofdroute worden.
+
+Geen stad echter zal ontstaan op een plateau, waar veel sneeuw valt,
+noch op een vooruitspringende rots, die aan de woede der zee is
+blootgesteld. Men zal dus denkelijk de belangrijkheid van Penmarch
+in den ouden tijd sterk overdrijven; de stad zou bij een hoogen vloed
+verzwolgen zijn of ten minste teruggebracht tot de afmetingen van een
+bescheiden dorp of liever van enkele dorpjes en gehuchten. Maar alle
+watervloeden zouden niet kunnen teweegbrengen, dat hier vruchtbare
+grond was geweest en een omgeving, geschikt voor het bestaan van
+een groote stad. Aan den anderen kant kan echter een veilige, goed
+beschutte zeehaven een stad doen ontstaan. De booten roepen huizen
+en pakhuizen. Men kan dus zonder bezwaar, in plaats van een stad,
+die het geheele schiereiland overdekte, een groote stad aan zee
+veronderstellen met veel klokkentorens, een stad van visschers,
+reeders en kooplieden. Er wordt gesproken van vijftien duizend
+inwoners van Penmarch, van achthonderd schepen, die op de kust
+aan kabeljauwvangst deden. Zoo groot is ongeveer de beteekenis van
+Douarnenez en Concarneau, die ongeveer zevenhonderd schepen hebben. Nu
+zijn er zoowat tienduizend inwoners in Douarnenez en zesduizend in
+Concarneau. Het oude Penmarch heeft een stad van dien aard kunnen
+zijn. Maar de legende heeft er zich mee bemoeid. Men heeft onder het
+water een stad meenen te zien, nog ouder dan Penmarch, begraven in de
+golven. Dat is de stad Is, welker klokken men op sommige tijden hoort
+luiden. Vroeger werd de mis bediend op het schip, boven de golven, die
+een wereld begraven hadden, en wel voor de zielsrust der begravenen.
+
+Een haven, schepen en kabeljauwvangst, die vormen het vaststaand
+verleden van de streek. De aanwezigheid van de kabeljauwen op de banken
+in de wateren van Penmarch had visschers gelokt, en hertog Jan V moest
+in 1494 een edict uitvaardigen, waarbij aan de landbouwers verboden
+werd hun huis en hof te verlaten, op straffe van de strop. Toch wilden
+allen fortuin maken, ten minste leven van die natuurlijke winst,
+desnoods door den handel in visch, het "vastenvleesch", een handel,
+die meer voordeelen afwierp dan de landbouw op het schiereiland.
+
+Emile Souvestre, die wat er verteld werd, heeft verzameld en er
+een geschiedenis van heeft trachten te maken, schrijft hierover:
+"Penmarch had toen een haven, gevormd door een lange pier, waarvan
+men de overblijfselen nog kan zien, en die van Kerity liep tot de
+rots La Chaise genoemd. Wat de stad betreft, zij bedekte het terrein,
+waar nu de kleine gehuchten Penmarch en Kerity liggen, zooals blijkt
+uit het puin, dat daar overal verspreid ligt. De groote uitbreiding
+der stad was oorzaak, dat men haar niet had versterkt, maar daar de
+ligging gevaarlijk was met het oog op de Engelschen en de zeeroovers,
+hadden de meeste rijke bewoners hun huizen voor aanvallen trachten
+te beschutten, door er een gekanteelden muur om te laten bouwen en
+er een toren op aan te brengen.
+
+De ontdekking van de groote Newfoundlandbank voor de kabeljauwvangst
+was de eerste slag, aan Penmarch toegebracht. De stad behield echter
+nog haar handel met Spanje, handel in geweven stoffen, hennep,
+vee enz. Toen volgde de vreeselijke ramp, de groote springvloed,
+die de haven deed verzanden en oorzaak was van de verplaatsing
+der kabeljauwbanken. Toch gaat Souvestre voort: "In het begin van
+de 16de eeuw was het nog een belangrijke stad. Hendrik II stond
+in 1557 aan zijn gelukkigsten boogschutter het recht toe, onbelast
+vijf en veertig vaten wijn te verkoopen, een voorrecht, dat Rennes en
+Nantes niet hadden kunnen verwerven. Maar tegen dien tijd begonnen de
+zeeroovers meer aanvallen te doen en brachten der stad groote schade
+toe". Ten slotte noemt Souvestre een ramp, misschien een springvloed,
+die driehonderd booten deed schipbreuk lijden, op elk waarvan zich
+zeven man bevonden. Veel kooplieden verlieten toen Penmarch met al
+wat zij bezaten, om zich te gaan vestigen te Roscoff, Quimper, Brest
+en Audierne.
+
+Tijdens de Ligue wilden de bewoners zich bij geen enkele partij
+aansluiten; zij bouwden een fort te Kerity, stelden enkele der op
+de gevaarlijkste plaatsen gelegen huizen in staat van verdediging en
+veranderden de kerk van Tréoultré in een arsenaal en een schuilplaats
+voor de vrouwen, kinderen en grijsaards. Dit was niet voldoende, om
+Fontenelle tegen te houden, die door list de stad binnendrong, waar
+zijn volk zonder mededoogen plunderde en moordde. Moreau zegt, dat de
+heftigste moordtooneelen in de kerk plaats hadden, waar de bedden der
+stedelingen tot bij het altaar stonden. De rooverhoofdman liet naar het
+eiland Tristan in de baai van Douarnenez driehonderd booten met buit
+brengen. Ondanks die ramp ging Penmarch niet aanhoudend meer achteruit.
+
+Op het tijdstip, toen Souvestre zijn reisverhaal deed, telden
+de beide dorpjes slechts achttienhonderd inwoners; nu wonen er
+zesduizend. Men heeft te Kerity en te Saint-Guénolé visschersbooten en
+sardinebereiding. Er zijn uit den tijd, dien wij hebben opgeroepen, nog
+enkele oude huizen over, die hun gordel van verdedigende muren hebben
+behouden en ook torentjes bezitten. Er zijn ook zes kerken of kapellen,
+waarvan Sint-Nonna de voornaamste is. Een opschrift boven de deur
+vermeldt: "Op den dag van den Heilige Renatus in 1508 werd deze kerk
+gesticht, en de toren in het jaar 1509". Het gebouw ziet er massief en
+indrukwekkend uit en is versierd met grappig beeldhouwwerk, figuren,
+druiventrossen, scheepjes. Het heeft een grooten vierkanten toren
+met slanke torenspits. Binnen in de kerk vindt men een gebeeldhouwd
+doopvont en een schilderij bij het hoofdaltaar, voorstellend het bezoek
+van Lodewijk XIII te Penmarch. De kerk van Kerity, die het oudst is,
+heeft als buurvrouw de kerk van de Tempeliers, die in zeer slechten
+staat is, maar toch nog stevig in elkaâr zit.
+
+Ik heb al gezegd, dat er hier veel kerken zijn, de Sint-Pieterskerk,
+de Notre Dame en de Saint-Guénolé, een der mooiste met haar vierkanten
+toren, haar kijkgaten voor de bewakers en haar deur met gebeeldhouwde
+scheepjes. Doch er zijn heel andere versterkingen aan het strand
+der zee, reuzengroote, vlakke steenen, waar de golven over bruisen,
+grillig uitgetande rotsen, waar de zee tegen breekt. Bij laag water
+zijn het velden met verspreide steenbrokken, gelijkend op kudden van
+dieren, die er weiden of er hun prooi beloeren. Als de vloed opkomt,
+krijgt men den indruk van een voortdurend werkende, onweerstaanbare
+macht. De vloed komt eerst met kleine witte randjes, die het zand
+omzoomen als met witte kant. Dan neemt de beweging toe, de wind stuwt
+de golven op, de golven worstelen tegen hinderpalen, en langzamerhand
+schijnen van den verren horizon reusachtige golven op te komen, de
+"witte paarden van de zee", waar een grieksch dichter van spreekt. Nu
+moet er worden opgepast. De golven zijn vraatzuchtig, zelfs in tijden
+van mooi weêr. Er komen slechts kleine rimpelingen aan de oppervlakte,
+regelmatige golfjes, die harmonieus op elkander volgen, en waar men
+voor kan wegloopen, als zij wat hoog komen of haast maken en teveel
+terrein winnen.
+
+Maar er is iets anders. Onder de kalmste zee, bij den vriendelijksten
+zonneschijn, als een zachte koelte alles liefkoost en de vlinders uit
+de heggen aan het strand der zee komen vliegen tot boven de eerste
+golfjes, die met het zand spelen, kan zich in open zee op groote
+diepten een onmetelijke golf vormen, die haar beweging vervolgt, zonder
+zich door iets te verraden op de altijd kalme oppervlakte. Plotseling
+rijst dan die verborgen golf omlaag, heel dicht bij het strand,
+wordt hooger en hooger, tot zij reusachtig is en zwaar en op het
+land neerploft met onweerstaanbare kracht, alles verpletterend en
+meesleurend. Zoo werden op een dag in den herfst, October 1870,
+de vrouw van een ambtenaar uit Quimper met haar dochtertjes en de
+kindermeid, in 't geheel vijf personen, van een vlakken steen aan
+het strand, waar zij zich volkomen veilig waanden, meegesleurd naar
+de open zee. Er is een kruis in de rots gespijkerd als herinnering
+aan die gebeurtenis.
+
+Bij Penmarch ziet men den oceaan reeds in zijn volle kracht, zonder dat
+iets hem tegenhoudt. Vooruit staat Torcherots, een hol geraamte, waarin
+de zee weerklinkt als in een schelp. Bij de Philopenrots laat men u
+een grot zien, waar Girondijnen zich in 1793 hebben verscholen. Men
+is ook inderdaad te Penmarch aan het eindje van de wereld, en men
+moet wel op zijn schreden terugkeeren, als men de kust niet wil
+volgen tot Audierne. Ik moet trouwens naar Quimper. Dien weg langs
+de kust wil ik een andere maal in tegengestelde richting volgen,
+als ik van Audierne kom. Men kan toch niet altijd tusschen groote
+steenen leven en het is mij aangenaam, eens weer naar een echte,
+groote stad te gaan, waar wat meer te genieten valt dan te Penmarch,
+juist als men na een zeker aantal dagen, in een stad doorgebracht,
+blij is naar een rustige streek te vertrekken.
+
+Dus vooruit naar Pont-Labbé des avonds, en van daar naar Quimper
+per spoor. Ik ben er aangekomen in den avond, dus heb ik den eersten
+aanblik van een mooie stad in 't volle daglicht gemist. Doch dien kreeg
+ik den volgenden dag, een Zondag, en ik heb de sobere genoegens van
+dien dag met voldoening genoten, mij amuseerend met militaire muziek
+en met de families van de militairen: papa's, mama's en jonge meisjes,
+sterk zich bewust van de contrôle waaronder zij worden gehouden! Wie
+zal de kleine drama's tellen en de groote comedies, die daar worden
+afgespeeld op zoo'n marktplein in een provinciestad, terwijl het
+koper zich waagt aan marschen en ouvertures van opera's.
+
+Maar laat ons over Quimper spreken, de oude hoofdstad van het
+graafschap Cornwallis, aan de samenvloeiing van de Steir en de Odet
+tegenover het exercitieterrein.
+
+Het eerste feit, dat de geschiedenis van Quimper verhaalt, is een
+opstand van de plaats tegen het romeinsche juk aan het einde van
+de 14de eeuw, toen zendelingen beproefd hadden de bewoners tot het
+christendom te bekeeren. De zendeling werd bisschop, en dit was het
+begin van de macht der geestelijkheid in dit land; het gezag der
+bisschoppen werd zoo groot, dat zij in de elfde eeuw over de stad
+een onbeperkt gezag uitoefenden en den naam van heeren droegen,
+rechtstreeks onder den hertog geplaatst, met een staf, die zoowel
+in het tijdelijke als in het eeuwige alles bestierde. De stad, die
+in de 13de eeuw door Pierre de Dreux versterkt was, werd ingenomen
+en in 1344 geplunderd door Karel van Blois. Montfoort sloeg er het
+beleg voor in het volgend jaar; hij werd afgeslagen, maar zijn zoon
+werd er ontvangen en erkend. Bij het oproer van 1489 versloegen de
+gewapende boeren de Spanjaarden, die Quimper te hulp waren gekomen,
+plunderden hun tenten, en daarna werden de opstandelingen op hun beurt
+verslagen door de hertogelijke troepen in de velden rondom Pont-Labbé.
+
+Quimper is een licht en vroolijk stadje, schilderachtig door zijn oude
+wijken, die met de nieuwe afwisselen. Eerst was het alleen op den
+rechterover van de Odet gebouwd, smal bij de Steir en voorzien van
+kaden. Maar de noodzakelijkheid maakte, dat de stad zich uitbreidde
+op den linkeroever, waar men nu rechte en breede straten vindt met
+fabrieken, werkplaatsen en woonhuizen, overal met brugjes, om van
+den eenen oever naar den anderen te komen.
+
+In 1901 is in de stad een kunstmuseum voor den godsdienst opgericht;
+men vindt er beeldhouwwerk, schilderijen, geschilderde kerkglazen,
+borduurwerk en heilige boeken. In 't stadhuis is een rijke bibliotheek,
+met ongeveer dertig duizend deelen, waaronder veel zeldzame uitgaven,
+zooals een bretonsch woordenboek, een der oudste die bekend zijn, te
+Tréguier gedrukt in 1499. Het museum heeft ook buiten beeldhouwwerk en
+schilderijen archaeologische verzamelingen en belangrijke collecties
+ethnografica, waarvan een deel geschonken is door den heer Silguy. De
+heer Bougeard heeft aan de stad een schoone collectie gravures
+geschonken.
+
+De oude gebouwen zijn er talrijk; het Sint-Katharinahospitaal
+dateert van 1645; het lyceum, nog altijd in de gebouwen van het
+Jezuietencollege is onder Lodewijk XIV gesticht; de kerk van Locmaria,
+een voorstad van Quimper, is van de elfde eeuw, de kerk van den
+H. Mattheus van de 13de, en dan is er nog de kathedraal van Quimper,
+een der mooiste bouwwerken uit Bretagne. Als men er naar ziet van uit
+de Groote Straat, die smal is en met vooroverhangende gevels een zeer
+mooien indruk maakt, is het een imposant en rijk gebouw. Van het plein
+gezien, maakt het een nog beteren indruk. Sommige gedeelten zijn uit
+de eerste helft der 13de eeuw. De spitsen, die modern zijn en van 1854
+dagteekenen, passen uitstekend bij de torens uit de 14de eeuw. Het
+geheel vormt een der schoonste gothische bouwwerken uit Bretagne.
+
+Door de oude straten wandelt men verder naar de kade langs oude
+huizen met veel beeldhouwwerk, terwijl op den drempel de eene
+of andere vrouw, in gedachten verzonken, den nieuweren tijd te
+binnen brengt. Maar laat eens een buurvrouw of een toevallige
+voorbijgangster een praatje beginnen, dan wordt de peinzende een
+drukke babbelaarster. Al die menschen uit de straten van Quimper,
+het personeel, dat kleine handelsbelangen heeft, huisvrouwen, die
+op de Woensdagmarkt inkoopen gaan doen of op de kermissen van den
+derden Zaterdag van iedere maand, jonge arbeidsters uit Locmaria,
+allen zijn vlug en vroolijk. Ik heb enkele dagen gewoond in een der
+kleine straten tusschen de Steir en de Odet, en daar heb ik tegen het
+vallen van den avond, als ieder rust neemt en verademing zoekt na
+de volbrachte dagtaak, hetzelfde gevoel gehad als te Morlaix en te
+Quimperlé, bewonderend den goeden, opgewekten geest. De verdiensten
+zijn gering; maar de menschen hebben weinig noodig, en hun gelukkige
+aard doet de zorgen vergeten. Men behoeft den gang en het gelaat der
+vrouwen maar te zien, om den opgewekten en toch zachten geest waar
+te nemen van de vrouwen en meisjes, klein, een weinig dik, meestal
+flink gebouwd en met heldere, open oogen.
+
+Van af den berg Frugy heeft men onder de mooie beuken, die er heerlijke
+lanen vormen, een prachtig uitzicht op de stad, de kaden, de beide
+rivieren en de omstreken. Quimper is het middelpunt van een groen
+land. Uit dicht opeenstaande daken stijgt blauwachtige rook omhoog;
+de groote kathedraal schijnt als een groot schip op de zee van lage
+daken te drijven. Dichterbij ziet men de voorstad Locmaria.
+
+Daar wordt het bretonsche aardewerk gemaakt. Er is veel namaaksel,
+en dikwijls ontmoet men teekeningen en versieringen, afkomstig
+uit Rouaan. Maar er is ook een originaliteit, en die vind ik in de
+gewoonste dingen. Men kent, omdat men ze in alle steden van Bretagne
+heeft gezien en ze ook in de parijsche winkels heeft ontmoet, borden
+en inktkokers, wijwaterbakjes, schotels, kandelaars en al die andere
+voorwerpen, die de reizigers blij zijn aan te treffen, en die zij
+meenemen als herinneringen aan de doorreisde streken. Maar er zijn
+ook doodgewone borden, zooals ik er voor een kwartje gekocht heb op de
+markt en die toch bekoorlijk zijn van levendige harmonische kleuren,
+op de manier van veldbouquetten dooreengemengd. Ik heb ook kopjes
+gezien in den vorm van klaverblaadjes met blauwe versierselen. Onder
+de beeldjes ontmoette ik veel Heilige Anna's en Maria's en heiligen
+in den vorm van kandelaars, geknield soms en in hermelijn gekleed,
+met een bril op den neus.
+
+Er wordt niet enkel aardewerk te Quimper gemaakt, maar ook porselein;
+dan worden er metalen bewerkt en leder; er wordt bier bereid en men
+kan er ingemaakte voedingsmiddelen krijgen; er wordt koren gemalen
+en op enkele kilometers afstands, te Ergué-Gaberic, is een groote
+papierfabriek. De handel is vooral graanhandel; ook wordt er handel
+gedreven in was en honig, linnen en touw, vee en boter.
+
+Buiten Quimper is de omgeving allerliefst. Deze streek alleen zou al
+voldoende zijn, om de al te veel verbreide meening te niet te doen van
+de eentonigheid van Bretagne's binnenland. Hier niet de gelijkheid van
+de landes en ook niet de trotsche natuur van La Forêt. Laat men maar
+eens de Odet volgen, niet naar de monding, maar stroomop; men zal dan
+spoedig te Stangala blijven, doel van alle wandelaars uit Quimper,
+die wat meer verlangen dan het zondagsche militaire concert. Dat is
+een alleraardigst plaatsje met overvloed van bloemen, die op rotsen
+groeien, zoo mooi, alsof men opzettelijk tuinen op het gesteente
+had aangelegd.
+
+Verscheiden malen ben ik naar de in zee ver uitstekende punt du
+Raz gegaan, toen de spoorweg nog niet tot Audierne liep, en langs
+verschillende wegen, maar altijd met Douarnenez als uitgangspunt. Eerst
+is er een weg over Comfort, Pont-Croix, Audierne, dat is zelfs de ware
+weg, de eenige, de klassieke weg naar du Raz. Buiten dien weg zijn er
+alleen voetpaden en dwarswegen; dus gaan rijtuigen en voetgangers, die
+wel eens een herberg willen aandoen, er alle over. Ik voor mij volgde
+een andere route, mooier naar mijn smaak, langs de kust over Tréboul,
+waar ik de zee heb zien zegenen door de priesters, en over Beuzec.
+
+Toch is de weg over comfort en Pont-Croix niet zonder bekoring en ook
+niet oninteressant. De natuur is er ernstig, zelfs somber, maar men
+komt ook geen lachende landschappen zoeken bij du Raz. Trouwens de
+vroolijkheid en de somberheid van een landschap zijn betrekkelijk. Zij
+hangen van de stemming van den reiziger af, van toevallige
+ontmoetingen, van een zonnestraal, die door den grijzen hemel breekt
+en de bloemen der distels doet schitteren boven de vale kleur van
+den grond. En dan, hoe schunnig en armoedig ook een gehuchtje is,
+dat men passeert, 't is toch altijd een vereeniging van menschen, die
+hun huizen bij elkander plaatsten, om samen 't lot het hoofd te bieden.
+
+Met ziet vrouwen en kinderen op de drempels der huizen, mannen, die
+van het land naar huis komen; men kan eens een winkel binnengaan, een
+groet met menschen wisselen en een oogje slaan op wezens, die nuttig
+werk verrichten en gevoel van solidariteit bezitten. Om te Audierne
+te komen, behoeft men slechts den weg te volgen, die langs de rivier
+loopt. Dan plotseling maakt die een bocht, en de weg gaat stijgen;
+men ziet een visschersdorp met huizen langs de kade en heel veel
+booten. Bij mijn eerste reis heb ik gelogeerd in een klein hôtel aan
+de kade, bestuurd door het echtpaar Batifoulier. De Batifouliers waren
+geen Bretagners, maar Auvergnaten; er zijn veel Auvergnaten in Bretagne
+en allen hebben de gemeenschappelijke kenmerken van het keltische ras.
+
+De Auvergnaat is meer handelsman en zuiniger is hij ook, zoodat het
+hem meestal beter gaat in zaken. Maar Batifoulier was beroemd om
+iets anders; hij had zijn bekendheid te danken aan zijn persoon, en
+inderdaad was hij, dunkt mij, een eenig type. Hij was lang, maar niet
+daardoor trok hij de aandacht; zelfs leek hij, oppervlakkig beschouwd,
+van gewone lengte. Maar hij was buitengewoon breed; ik zou haast durven
+zeggen, dat hij even breed als lang was, een bewegende toren en een,
+die langzaam bewoog, een olifant of een hippopotamus, dien men gekleed
+had in een broek en buis en met een klein hoedje. Alle vergelijkingen
+met groote gebouwen en zware beesten kwamen iemand in den zin, als ze
+dien forschen man zagen met zijn enorme ledematen. Maar het gezicht! Ik
+heb nooit zoo'n groot gezicht gezien met zijn twee reuzenwangen,
+een waterval van kinnen, een knevel en een puntbaard en alles vrij
+regelmatig, met kleine boosaardige oogjes in die vetmassa. De kleur
+was niet rose, ook niet rood, maar paars.
+
+Die kolossus had tot vrouw een oud, in 't zwart gekleed mensch, met
+een zwart doekje om het hoofd en een mager lijfje. Zij bestuurde de
+zaak en ze deed dat goed. Hij, Batifoulier, was een volmaakte waard;
+zijn huis en hij waren één. Men moest hem zien op het trottoir, als hij
+belde voor de maaltijden. Met hoeveel overtuiging ging dat. Nooit zag
+een redenaar op de tribune, een priester bij het altaar er ernstiger
+uit. Dus men kan begrijpen, hoe het was, als hij voorzat aan de
+table d'hôte, want hij gebruikte zijn maaltijd met de gasten. In het
+midden van de tafel gezeten, drie plaatsen vullend voor zich alleen,
+diende hij den gasten de koolsoep voor en zat voor bij de maaltijden
+der ambtenaren, die er geregeld tweemaal per dag kwamen.
+
+Hij presenteerde ook de sardines, wijzend, hoe men die moest eten,
+in één hap ze verslindend, na kop en graat behendig te hebben
+verwijderd. Hoeveel at hij ervan? Dat weet ik niet. Maar 't was
+afgrijselijk. En het kwam mij voor, dat de booten, welker masten ik
+gezien had in de haven vóór 't hôtel, alleen daar kwamen, om sardines
+te lossen, bestemd den honger te stillen van den auvergnaatschen
+reus. Hij sneed ook het gebraad voor en schonk den appelwijn. Goedig
+van aard en zeer voorkomend, trotsch op zijn rol in 't leven, had
+hij bij het waarnemen der honneurs van zijn huis iets van den grand
+seigneur, van Porthos, den musketier, ontsnapt uit de grotten van
+Locmaria en hotelier geworden te Audierne.
+
+Men had het dus goed bij Batifoulier, ondanks de sardines aan alle
+maaltijden, en die men niet kon weigeren onder de allesziende oogen in
+het groote, paarse gelaat. Er werden ook heerlijke dingen gebraden in
+den jachttijd, en alle ambtenaren van de belasting en de griffie en
+de politie waren, dat begrijpt men, niet achterlijk in 't vertellen
+van hun jachtavonturen.
+
+Dan had men er de zee in de buurt, die heel uitlokkend was, die
+ongebogen lijn van de Audierne-baai, die van kaap du Raz tot de
+Torchebaai gaat en de rotsen van Penmarch. Van de pier, die moedig
+in de open zee is uitgebouwd, heeft men een prachtig gezicht op de
+open baai. De haven is niet van zooveel beteekenis als Douarnenez en
+Concarneau. Er zijn niet meer dan honderd visschersschepen te Audierne;
+maar ze zijn voldoende om levendigheid te brengen, als ze uitgaan of
+thuiskomen of stil liggen in de baai.
+
+Ze zijn bemand met ruwe kerels, die stil en bedaard zijn bij hun werk,
+maar die luidruchtig en geweldig zijn des Zondags en op vrije dagen,
+als ze herberg in, herberg uit loopen. Ik herinner mij een Zondag,
+toen ik was gaan wandelen naar Plouhinec aan de overzij van de rivier
+Goayen. Daar ik mij wat verlaat had, ging ik niet weer den omweg over
+de brug, maar wou den overtocht doen met een bootje van een man uit
+Audierne. Ik kreeg gauw spijt van dat besluit en dacht honderdmaal,
+dat we op dat korte eindje naar den kelder zouden gaan met het bootje
+vol dronken menschen, dat tusschen andere luidruchtige bootjes door
+moest varen. Voor 't vervolg ging ik liever des Zondags naar Plouhinec
+terug langs den langsten weg. En ik ging nog verder dan dat tusschen
+een overvloed van steenen liggend dorp, altijd langs de kust, den
+weg der douane volgend. Het is een troostelooze route. Ik heb er,
+geloof ik, wel een dag geloopen, zonder een menschelijk wezen te
+ontmoeten buiten de weinige dorpen, en die dorpen zelf maakten ook
+nog den indruk van eenzaamheid, zoo somber waren ze met alle mannen
+op zee, alle vrouwen op het veld en kinders op de drempels van de
+huizen. Achter een toonbank soms een vrouw, en hier en daar een paar
+gezichten achter de ramen.
+
+Om bij een dier dorpen te komen, moest men zich van de zee verwijderen
+en langs een pad gaan tusschen steenen muurtjes of over een dorre
+vlakte met het weinige groen, dat de scherpte van den zeewind kan
+verduren. Men zag alleen hier en daar een armoedig aardappelland,
+waar men kon zien met hoeveel moeite de landman wat voedsel haalde
+uit dien misdeelden grond.
+
+Een dier dorpen was Plozenet, dat bijna niet den naam van dorp
+verdiende. De huizen staan er om een kerkje geschaard, en even
+voorbij Plozenet naar den kant der zee draagt een groote gedenksteen
+van wel vijf meter hoogte een opschrift, dat de schipbreuk in de
+herinnering roept van 't schip de _Droits de l'homme_ in 1797. De
+schipbreukelingen werden door de zee verzwolgen, en velen van hen, op
+'t strand gespoeld, zijn hier begraven bij den menhir van de Rechten
+van den Mensch. Het opschrift luidt: "Hier bij dezen Druïdensteen
+zijn ongeveer zeshonderd schipbreukelingen begraven van het schip
+_De Rechten van den Mensch_, gestrand in den storm van 14 Januari
+1797. Majoor Piron, te Jersey geboren, die op wonderdadige wijze
+aan de ramp ontkwam, is naar deze plek teruggekeerd op 21 Juli 1840,
+en toen hij daartoe de toestemming had verkregen, heeft hij op den
+steen dit getuigenis van zijn dankbaarheid laten graveeren."
+
+Daarna keerde ik terug naar het strand, dat kaal was als te Audierne,
+met wit zand en groote rolsteenen en hier en daar een kleinen inham of
+een nietig dal, waar planten groeien en zacht gras. Ik bleef een dag te
+Plovan, toen te Treguennec en in de Onze-Lieve-Vrouwenkerk te Tronoën,
+waar ik in de schemering aankwam. Het was echter nog licht genoeg,
+om het kerkje te zien en den lijdensberg, den oudsten van Bretagne,
+met twee rijen van beelden en daarboven de drie kruisen.
+
+Daar bespeurde ik, dat ik dichter bij Penmarch was dan bij Audierne,
+waar ik zou logeeren, en ik besloot naar Pont-Labbé terug te gaan, waar
+ik gemakkelijker een rijtuig zou kunnen krijgen naar Audierne. Op den
+terugweg waren mijn gedachten vol van de zee, de nimmer vervelende, die
+zooveel prettiger onze droomen begeleidt, dan de onbewegelijke dingen
+doen, zoodat er een soort van verwantschap moet bestaan tusschen haar
+en onze diepste gedachten. De reden van onze liefde voor de zee moet
+zijn, dat zij het schouwspel biedt van altijddurende beweging, als
+was zij de steeds onrustige ziel der golven. "De oceaan spreekt tot
+de gedachten", heeft Victor Hugo gezegd, en hij helpt ons inderdaad
+de raadselen en problemen van dit moeilijk leven te ontcijferen. Ik
+voelde dat alles aan dit strand van Bretagne, toen ik mij verder begaf
+van Audierne naar Esquibien en Saint-Tugean, waar de gothische kerk in
+een reliekenkastje een ijzeren sleuteltje bezit, dat aan Saint-Tugean
+heeft behoord en waarmee kleine broodjes worden doorboord, die dienen
+om dolle honden op de vlucht te jagen. Met het sleuteltje bewaart
+men er ook de tanden van den heilige in een kaak van verguld zilver,
+die men slechts behoeft aan te raken, om van kiespijn te genezen. Ter
+eere van den heilige dragen nog verscheiden mannen in die streek een
+sleutel, geborduurd op den rug van hun jas en hoeden, waar een looden
+sleutel aan een lint bij neerbengelt.
+
+Tot hier toe heb ik niet anders gezien dan wat eiken en dennen. Na
+Saint-Tugean en Primelin zijn die er niet meer. Er zijn windmolens,
+want het waait op de hoogten, van waar men de schuimende zee
+overziet. Ook zijn er dolmens, en het dorp Plogoff, gesticht door den
+heiligen Collédor, bisschop, die kluizenaar geworden was en die hier
+gelukkiger zich voelde dan aan het hof van koning Arthur. Plogoff is
+geen onaardig dorp. Verbeeldt u de huizen verspreid over de heuvels;
+hier één huisje, daar een paar andere, drie of vier ginds en een half
+dozijn rondom het kerkje. Te Lescoff heeft men voor het laatst zulk
+een huizengroep vóór kaap du Raz.
+
+Nog twee kilometer door de landes, en men komt aan den vuurtoren. Dit
+is nog niet het eindje der wereld, want men krijgt nog het eiland Sein,
+en 't is zelfs niet de laatste vuurtoren, want in de wijde zee staan
+nog de vuurtoren La Veille met groen licht, de Tevennecvuurtoren en
+die van Armen, ook in de open zee gebouwd vóór 't eiland Sein. Maar
+dit is het eind van het vasteland en 't verste punt van Bretagne
+met Saint-Mathieu.
+
+Deze eerste maal, dat ik naar du Raz ging, heb ik allereerst dien
+vuurtoren bewonderd op de hooge kaap, en ik heb mij vermaakt met een
+gesprek met een der wachters. Het was een man, die al grijs werd,
+en nog altijd trouw zijn wachterstaak vervulde tusschen hier en den
+toren in de open zee. Hij las couranten, had boeken, drukte zijn
+meening zeer verstandig uit over wat er in de wereld voorviel, en
+ik was zeer verbaasd, toen ik later vernam, dat die kalme, rustige
+man krankzinnig was geworden en dat hij de misdaad had begaan, zijn
+vrouw te worgen, die op een dorp bij de kaap woonde.
+
+Ik herinner mij nog, of het gisteren was, hoe hij mij zorgvuldig
+geleidde en tot gids diende bij mijn wandeling om de kaap. Dat is niet
+gevaarlijk voor wie vast van voet is en niet aan duizelingen lijdt;
+maar dan moet men nog met zorg de steenen uitkiezen en de trappen,
+die den omgang mogelijk maken om het enorme, verweerde rotsblok vol
+spleten en afgronden. De weg is niet gemakkelijk en er is maar één
+weg. De straatjongens, die ons volgen, geven er echter niet om, laten
+zich langs de hellingen afglijden, houden zich vast aan vooruitstekende
+steenen, verdwijnen in holten en komen op eenmaal weer te voorschijn,
+alsof ze een luik oplichten, en maken al die gymnastische toeren,
+waar ik wel voor zou bedanken, om mij een bouquetje welriekende, gele
+bloemen te brengen, geplukt op de helling van een gapenden afgrond.
+
+Ik kan die oefeningen niet meemaken; dat heeft mij het draven door
+de straten van Parijs niet geleerd. Dus volg ik voorzichtig mijn
+metgezel, die mij aanwijzingen geeft en mij soms bij de hand neemt,
+als het pad te glad en te moeilijk is. Het begin der reis valt het
+zwaarst langs het noordelijk deel der kaap. Dat is ook het mooiste
+gedeelte, namelijk het meest grootsche en schrikwekkende. De Hel
+van Plogoff is een gat, waar het gevaarlijk zou zijn in te storten;
+de roode wanden van de kloof zouden nergens den val breken, en de zee
+daarbeneden met haar golven en haar schuim en haar donderend geweld
+doet denken aan een troep wilde beesten, opgesloten in een te enge
+ruimte, wier woede naar een prooi verlangt.
+
+Het schouwspel van dit punt is over de zee niet zooveel dreigender dan
+van Penmarch; maar hier is alles op één plek geconcentreerd, terwijl
+Sein in de buurt is, en de woedende zee tusschen dat eiland en het
+continent. Dat is een eenig en aangrijpend schouwspel, die woede van de
+zee tusschen het vasteland en het eiland, waar de zee onbeschrijfelijk
+heftig is. Het verrast, als men er toch visschersbooten en groote
+schepen ziet passeeren. De mensch levert er een bewijs van zijn moed
+en zijn verstand. Hij vertrouwt zich toe aan het razend snelle water,
+omdat hij het in al zijn grillen en nukken heeft leeren kennen.
+
+_Enez Sizun_ heet het eiland Sein, de legendarische verblijfplaats
+der druïdische priesteressen. Het is een rots, die al meer door de
+zee wordt afgebrokkeld, met een vuurtoren erop en een kleine haven
+voor reddingbooten en voor een dertigtal visschersschuiten. Daarbij
+zijn de kleine huisjes van het dorp gebouwd. Hevige stormen zijn
+gedenkwaardig gebleven in de geschiedenis van Sein, waar het licht,
+dat wijd uitschijnt over de zee, het einde van Bretagne aangeeft.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of In Zuid-Bretagne, by Gustave Geffroy
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK IN ZUID-BRETAGNE ***
+
+***** This file should be named 13699-8.txt or 13699-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/3/6/9/13699/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+*** END: FULL LICENSE ***
+