summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/13585.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/13585.txt')
-rw-r--r--old/13585.txt3730
1 files changed, 3730 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/13585.txt b/old/13585.txt
new file mode 100644
index 0000000..9f3d00c
--- /dev/null
+++ b/old/13585.txt
@@ -0,0 +1,3730 @@
+The Project Gutenberg EBook of De profundis, by Oscar Wilde
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De profundis
+
+Author: Oscar Wilde
+
+Release Date: October 3, 2004 [EBook #13585]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PROFUNDIS ***
+
+
+
+
+Produced by Miranda van de Heijning and the PG Online Distributed
+Proofreading Team
+
+
+
+
+
+
+OSCAR WILDE
+
+
+DE PROFUNDIS
+
+
+GEAUTORISEERDE VERTALING VAN P.C. BOUTENS
+
+MET ENKELE BRIEVEN VAN WILDE
+
+
+ * * * * *
+
+TWEEDE DRUK, (6e, 7e, 8e DUIZEND)
+
+WERELDBIBLIOTHEEK ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
+
+UITGEGEVEN DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE
+LECTUUR--AMSTERDAM
+
+De eerste oplaag van dit werk, groot 5000 ex., verscheen September
+1911.
+
+Deze tweede oplaag, groot 3000 ex., verschijnt in Januari 1913.
+
+ * * * * *
+
+
+
+
+INLEIDING
+
+ Verbis meis addere nihil audebant et super illos stillabat
+ eloquium meum.
+
+ JOB XXIX, 22.
+
+ Grafschrift van O. W., Bagneux-Parijs.
+
+Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde (1854-1900), de befaamde
+schrijver van den roman "The Picture of Dorian Gray", van verscheidene
+bundels sprookjes, essays, gedichten, van "Salome", van vier
+blijspelen wier vertooningen niet ophielden volle schouwburgen in
+Londen te trekken, werd den 25en Mei 1895 veroordeeld tot twee jaar
+tuchthuisstraf. Zijn veroordeeling, om misdrijf tegen de zeden, was
+een onmiddellijk gevolg van zijn eigen aanklacht wegens laster tegen
+den Markies van Queensberry, den vader van Lord Alfred Douglas,
+Wilde's jongen, door hem verafgoden vriend. De veroordeelde onderging
+zijn straf in de gevangenis te Wandsworth en daarna in die te Reading,
+en het is in den allerlaatsten tijd van zijn verblijf hier, toen men
+hem toestond te schrijven wanneer en zoo lang als hij verkoos, dat
+"de Profundis" ontstaan is. De titel is niet van hem, maar van zijn
+literairen boedelredder, den Heer Robert Ross. Wilde zelf spreekt in
+een zijner brieven van het geschrift als: "Epistola in carcere et
+vinculis".
+
+In Mei 1897 vrijgekomen, vestigde hij zich onder den schuilnaam
+Sebastian Melmoth eerst te Berneval in de buurt van Dieppe. Hier
+schreef hij het eenige werk dat hij na zijn gevangenschap volbracht:
+"The Ballad of Reading Gaol". Het was zijn bedoeling Berneval niet
+eerder te verlaten voor hij zijn ontworpen drama "Pharaon" zou hebben
+voltooid. Maar reeds in October van hetzelfde jaar gaf hij gehoor aan
+Douglas' aanhoudend dringen en had een samenkomst met hem te Rouaan.
+Daarna waren de beide vrienden korten tijd samen op Douglas' villa te
+Posilippo bij Napels, maar werden gedwongen--vrienden en verwanten
+hielden beider toelagen in--opnieuw te scheiden. Wilde vertrok naar
+Parijs en leefde daar in betrekkelijk behoeftige omstandigheden. Hij
+stierf er aan meningitis den 30sten November 1900.
+
+Oscar Wilde is zeker de meest tragische kunstenaarsfiguur uit onzen
+tijd. Niet in de allereerste plaats om zijn botsing met de geboekte
+zedelijkheidsbegrippen eener schijnheilige samenleving. Een
+onverzwakte persoonlijkheid zou dien slag met al zijn gevolgen van
+botte verguizing en redelooze krenking zonder doodsgevaar zijn
+tebovengekomen. Minder blinde moedwil zou aan de offerzucht van laster
+en liederlijkheid een zoo bandelooze orgie niet eens hebben gegund.
+Evenals alle hoogste geluk valt alle moordend leed buiten de grenzen
+onzer materieele gemeenschap. Het is niet de maatschappij die Wilde
+tot paria heeft gemaakt. Zij kon het niet. Omdat hij kunstenaar, dat
+is maatschappelijk reeds een paria was. Zijn ondergang is een evenzeer
+psychisch proces als b.v. de jarenlange geestesverduistering van
+Hoelderlin of het wegzinken van Nietzsche. Maar er laait om hem een
+schijn van feller tragiek, omdat een onzichtbaar noodlot hem dreef tot
+de schijnbaar vrijwillige keuze van het verderf. Hij is als een
+slaapwandelaar die met open oogen zou spelen om het leven: door zijn
+bejuweelde vingeren glijden en verglijden alle schatten tot den
+glimlach der hooghartige spilzucht verstart in de bewuste grijns van
+den dood.
+
+ * * * * *
+
+De kunstenaar staat buiten de maatschappij in wier midden hij leeft.
+Het leven zelf scheidt hen. De kunstenaar kan de maatschappij als
+zoodanig verstaan of niet verstaan, maar de maatschappij den
+kunstenaar nimmer. Hun verband is daarom steeds een eenzijdig verbond,
+en wordt door elken oprechten kunstenaar verbroken zoodra zijn
+onafhankelijkheid gevaar loopt. Want onafhankelijkheid is voor den
+kunstenaar de eenige mogelijkheid van leven. Hij is de opperste
+individualist. Volstrekte zelfstandigheid is zijn levensadem. Niemand
+staat daarom zoo ver als hij van het individualisme als leuze. Want
+tot een leus maakt men alleen wat men niet heeft of slechts meent te
+bezitten. Het individualisme der leuze sterft zijn eigen dood, daar
+het geen doel heeft buiten zich. Dat van den kunstenaar is meteen het
+hoogste voorbeeld van altruisme. Alleen de kunstenaar bezit het geloof
+dat het hoogste altruisme bereiken kan waardoor alleen het te bereiken
+is: door het zuivere individualisme heen. Zoo een heeft met
+maatschappelijke wetten weinig te maken. Zij bestrijken een gebied dat
+niet reikt tot zijn grenzen. Zedelijkheidswetten begrijpt hij niet,
+maar hij heeft haar niet noodig. Zijn eigen moraal is hem genoeg. Zij
+bestaat in een onwrikbaren eerbied voor zijn eigen persoonlijkheid,
+een eerbied waarvan die voor andere persoonlijkheden voorwaarde en
+gevolg is. Wanneer een kunstenaar in botsing komt met de wetten der
+maatschappij, wanneer hij volgens die wetten veroordeeld en gestraft
+wordt, zal dit hem in zijn eigen oog niet vernederen; want de
+strafbare daad die hij beging, moet voor hem een even, misschien meer
+waardevolle plaats innemen in zijn leven dan andere daden waarom
+dezelfde maatschappij hem bewierookt. Hij zal zulk een straf ondergaan
+als de bezegeling zijner onafhankelijkheid. Evenmin als hij er aan
+denkt de wetten der gemeenschap te tarten, evenmin zal hij in vreeze
+voor haar kunnen leven. Wanneer de maatschappij met den zuiveren
+kunstenaar in botsing komt, kan men van haar niet anders verwachten
+dan dat zij zich belachelijk maakt. Haar optreden kan slechts beduiden
+een minderwaardig feit in de geschiedenis der emancipatie van den
+geest. In de laatste eeuw heeft zij gelukkig groote vorderingen
+gemaakt op den weg harer noodzakelijke evolutie. Toch is zij nog lang
+niet wat zij mettertijd wezen moet: een eerlijk gewaarborgde
+administratie der materieele belangen. Alleen voor den kunstenaar is
+zij, gebrekkig als zij het moge zijn, nu reeds niet meer, omdat hij de
+voortijdig geestelijk geemancipeerde is.
+
+Oscar Wilde, die zeker geen zuiver kunstenaar was, zocht zijn
+ondergang door het noodlottige dualisme van zijn aanleg. Wat voor
+iederen onbevangene thans duidelijk is, dat zijn tehuis eer zijn cel
+in de gevangenis was dan de woningen der Engelsche grooten, voorvoelde
+hij met de noodlottige zekerheid van wie niet aan hun bestemming
+ontkomen, en hij maakte die verheimelijkte bewustheid tot den pervers
+bekorenden inhoud van een ledig mondain leven. Hij versmeet en
+verkwistte zich aan onwaardigen. Hij weigerde te zien wat hij maar al
+te scherp zag: dat de kunstenaar het leven niet doorkent door een
+alzijdige deelneming, maar door een eerlijke verdieping in zijn eigen
+bestaan. Toen zijn kennismaking met Douglas hem de hoogste
+mogelijkheden van zijn kunstenaarschap openbaarde, moet hem meteen
+zijn alzijdige gebondenheid zijn bewust geworden. Zoo viel een zuiver
+psychische crisis samen met een geruchtmakende veroordeeling om
+kwalijk bewezen beschuldigingen, en na zijn gevangenschap oneindige
+geestelijke verarming met maatschappelijken ondergang.
+
+"De Profundis" is geschreven in de gevangenis, toen ophanden vrijheid
+zijn betrekkelijke ongemoeidheid tot nieuwe levenshoop prikkelde. Er
+is geen eenheid van gedachte in. Het werd stuksgewijze geschreven,
+zonder bezonken inzicht, naar oogenblikkelijke stemmingen, onder den
+druk van lichamelijk lijden en geestelijke hulpbehoevendheid welke hem
+onder den invloed hield van welwillenden die hem niet verstonden. Maar
+vaak stijgt de ziende geest boven den oogenblikkelijken toestand. Voor
+wie lezen kan, zijn de waardevolle gedeelten van den brief gemakkelijk
+te vinden.
+
+Een leven van Oscar Wilde is nog niet geschreven. Het centrale punt is
+zijn vriendschap met Douglas. Daarheen en vandaaruit behoort het te
+worden geschreven en verklaard.
+
+Douglas zelf is Wilde's onvoorwaardelijke vriend gebleven. Hoe de
+doode leeft in zijn herinnering, kan men lezen in een zijner laatste
+sonnetten, waarvan hier de vertaling volgt:
+
+ DE DOODE DICHTER
+
+ 'k Droomde vannacht van hem: 'k zag zijn gelaat
+ Stralend en zonder schijn of schauw van wee,
+ En hoorde als altijd de muziek dier zee,
+ Zijn gouden stem. Hij wekte in veil geraad
+ Verholen gratie waar zijn ooglicht glee.
+ Uit niets bezwoer hij wonders overdaad.
+ Tot 't minste ding in schoonheid ging verwaad,
+ En heel de weerld was een bekoorde stee.
+
+ Dan, leek mij, buiten dicht gesloten poort
+ Rouwde ik om woorden ongeboekt verloren,
+ Verschald verhaal, geheimnis half gehoord,
+ Wondren verstoken van der wereld ooren,
+ Gedachten stom als vogelen vermoord--
+ En waakte en wist hem dood gelijk tevoren.
+
+ Den Haag, Maart 1911.
+
+ * * * * *
+
+Het uitgegeven gedeelte van "de Profundis" is nauwelijks een derde van
+den geheelen tekst. Dezelfde persoonlijke redenen, die den heer Robert
+Ross, ondanks veler verzoek, weerhielden het leven van Oscar Wilde te
+schrijven, waren oorzaak dat hij het handschrift in bewaring gaf in
+het Britsch Museum met de bepaling dat het eerst zeventig jaren na
+zijn, Ross', dood volledig zal mogen worden openbaargemaakt.
+
+September 1912.
+
+
+
+
+DE PROFUNDIS
+
+
+"Mijn plaats zou zijn tusschen Gilles de Retz en den markies de Sade."
+Ik heb er vrede mee. Ik gevoel geen lust mij te beklagen. Een van de
+vele lessen die men in de gevangenis leert, is dat men best doet de
+dingen, nu en altijd, te nemen voor wat zij zijn. Ook heb ik niet den
+minsten twijfel of de schandvlek der middeleeuwen en de schrijver van
+"Justine" zullen op den duur beter gezelschap zijn dan menige Brave
+Hendrik....
+
+ * * * * *
+
+Dit alles greep plaats in de eerste helft van November van het
+voorlaatste jaar. Het leven stroomt als een breede rivier tusschen mij
+en een zoo verwijderd tijdstip. Gij die vrij man zijt, kunt niet of
+nauwelijks zulk een wijde uitgestrektheid overzien. Doch mij schijnt
+het, laat ik niet zeggen gisteren, maar vandaag te zijn gebeurd.
+Lijden is een oneindig lang oogenblik. Wij kunnen het niet in getijden
+verdeelen. Wij kunnen slechts zijn stemmingen aanteekenen en haar
+terugkeer boeken. Voor ons heeft de tijd zelf geen voortgang. Hij
+wentelt om. Hij schijnt rond te draaien om een middelpunt: leed. De
+verlammende onbewegelijkheid van een leven waarvan elke bijkomstigheid
+geregeld wordt naar een onveranderlijk voorbeeld, zoodat wij eten en
+drinken en nederliggen en bidden, of tenminste onze knieen buigen,
+volgens de onwrikbare wetten van een ijzeren voorschrift,--deze
+eigenschap van onbewegelijkheid, die elken dag met zijn
+verschrikkingen tot in het haarkleinste onderdeel gelijk maakt aan
+zijn broeder, schijnt zich mede te deelen aan die uitwendige krachten
+wier eigenste wezenheid van bestaan onafgebroken wisseling is. Van
+zaai- en oogsttijd, van de snijders die buigen over het graan of de
+druivenlezers die zich pad banen door de wijngaarden, van het gras in
+den boomgaard dat wit is van den bloesemregen of overstrooid ligt met
+afgevallen ooft,--daarvan weten wij niets en kunnen wij niets te weten
+komen.
+
+Voor ons bestaat er slechts een getijde, het getijde der smart. Zelfs
+de zon en de maan schijnen van ons te zijn weggenomen. Buiten is de
+dag misschien blauw en gouden, maar het licht dat neerzeeft door het
+dicht gedempte glas van het kleine raam met zijn ijzeren tralien,
+waaronder wij zitten, is grijs en karig. Het is altijd schemering in
+onze cel zooals het altijd schemering is in ons hart. En in den kring
+der gedachte, evenzeer als in den kring van den tijd, bestaat beweging
+niet meer. Het voorval dat gij persoonlijk allang vergeten zijt of
+gemakkelijk kunt vergeten, overkomt mij nu op het oogenblik, en zal
+mij morgen opnieuw overkomen. Houd dit in gedachte, en gij zult
+instaat zijn eenigszins te begrijpen waarom ik schrijf en waarom op
+deze wijze....
+
+Een week later word ik hierheen overgebracht. Nog drie maanden
+verstrijken, en mijn moeder sterft. Niemand wist hoe diep ik haar
+beminde en vereerde. Haar dood was verschrikkelijk voor mij. Maar ik,
+eens een machthebber over de taal, heb geen woorden om mijn benauwing
+en mijn schaamte uit te drukken. Nooit, zelfs niet in de meest
+volmaakte dagen van mijn ontwikkeling als kunstenaar, zou ik woorden
+hebben kunnen vinden geeigend tot het dragen van een zoo verheven
+last, of om te bewegen met toereikende statigheid van muziek door den
+purperen optocht van mijn onuitsprekelijk wee. Zij en mijn vader
+hadden mij een naam nagelaten, dien zij tot adel en eer hadden
+opgevoerd, niet enkel in letterkunde, kunst, oudheidsleer en
+natuurwetenschappen, maar in de openbare geschiedenis van mijn eigen
+land, in zijn ontwikkelingsgang als een natie. Ik had dien naam voor
+eeuwig onteerd. Ik had hem gemaakt tot een gemeen spreekwoord onder
+gemeene lieden. Ik had hem door het slijk gesleept. Ik had hem
+overgegeven aan de redeloozen om hem even redeloos te maken als
+zichzelf, en aan dwazen om hem te veranderen in een naamgenoot voor
+waanzin. Wat ik toen leed en nog lijd, kan geen pen schrijven en geen
+geschrift verhalen. Mijn vrouw, onveranderlijk lief en zacht voor mij,
+reisde, liever dan dat ik het nieuws van onverschillige lippen hooren
+zou, ziek als zij was, heel van Genua naar Engeland om zelf het eerst
+mij de tijding te brengen van een zoo onherstelbaar, zoo onvergoedbaar
+verlies. Betuigingen van medegevoel kwamen tot mij van allen die nog
+eenige genegenheid voor mij hadden. Zelfs menschen die mij nooit
+persoonlijk hadden gekend, schreven, toen zij hoorden dat een nieuwe
+smart over mijn leven losgebroken was, met verzoek dat hun deelneming
+in een of anderen vorm aan mij zou worden overgebracht....
+
+Drie maanden gaan voorbij. De daglijst van mijn gedrag en mijn taak,
+die aan den buitenkant op de deur van mijn cel hangt, met mijn naam en
+vonnis als hoofd, zegt mij dat het Mei is....
+
+Voorspoed, vreugde en welslagen kunnen ruw van nerf en grof van vezel
+zijn, maar smart is het fijngevoeligste van al het geschapene. Daar
+kan niets verroeren in de gansche wereld der gedachte, of smart trilt
+na met vreeselijke en teeder-heftige polskloppen. Het dun uitgeslagen
+sidderend stukje bladgoud, dat de richting aangeeft van krachten die
+het oog niet kan waarnemen, is in vergelijking grof. Smart is een wond
+die bloedt zoovaak eenige andere hand dan die der liefde daaraan
+raakt, en die zelfs dan nog, al is het pijnloos, bloeden moet.
+
+Waar smart is, daar is gewijde grond. Daar zal een dag komen dat de
+menschen beseffen wat dat beteekent. Tot dan zullen zij niets van het
+leven weten. Robbie en naturen als hij kunnen het zich invoelen. Toen
+ik overgebracht werd uit mijn gevangenis naar het Bankroetiershof
+tusschen twee man van de politie, wachtte Robbie in de lange sombere
+gang om voor de oogen der geheele menigte, welke een zoo lieve en
+eenvoudige handelwijze in plotseling stilzwijgen deed verstommen, mij
+eerbiedig te groeten terwijl ik met de handboeien aan en met gebogen
+hoofd langs hem kwam. Er zijn menschen die den hemel verdiend hebben
+met geringere dingen dan dit. In dezen geest en in dezen aard van
+liefde knielden de heiligen neder om de voeten der armen te wasschen
+of bukten zij om den wang van den melaatsche te kussen. Nooit heb ik
+een enkel woord tot hem gezegd over wat hij deed. Tot op het oogenblik
+weet ik niet of het hem bekend is dat ik mij zijne handelwijze ook
+maar bewust was. Het is geen ding waarvoor men iemand vormelijken dank
+kan brengen in vormelijke woorden. Ik heb het weggeborgen in de
+schatkamer van mijn hart. Ik bewaar het daar als een geheime schuld
+die ik blijde ben te bedenken dat ik nooit bij mogelijkheid kan
+terugbetalen. Het wordt gebalsemd en frisch gehouden door de myrrhe en
+cassia van vele tranen. Wanneer wijsheid mij nutteloos was en
+wijsbegeerte dor, en de spreuken en zinsneden van hen die mij
+trachtten troost te geven, als stof en asch in mijn mond, heeft de
+herinnering aan die kleine, liefelijke, stilzwijgende daad van liefde
+voor mij al de bronnen van medelijden doen stroomen, heeft "de
+woestijn doen bloeien als een roos", en mij uit de bitterheid van
+eenzame ballingschap in harmonische gemeenschap gebracht met het
+groote wonde gebroken hart der wereld. Wanneer de menschen instaat
+zullen zijn te verstaan niet enkel hoe schoon Robbie's handelwijze
+was, maar waarom zij zooveel voor mij beteekende en voor altijd
+beteekenen zal, dan misschien zullen zij begrijpen hoe en in welken
+geest zij mij behooren te naderen....
+
+ * * * * *
+
+Het eerste boek met verzen dat een jong mensch in de prille lente van
+den manlijken leeftijd de wereld inzendt, moet als bloesems zijn of
+als lentebloemen, als de witte meidoorn op de weide van Magdalen
+College of de sleutelbloemen op de velden van Cumnor. Het behoort niet
+belast te worden met den druk van een vreeselijk en weerzinwekkend
+treurspel, een vreeselijk weerzinwekkend zedendrama. Als ik er in
+toegestemd had dat mijn naam als heraut zou dienen voor zulk een boek,
+zou dat uit een oogpunt van kunst een zware fout zijn geweest; het zou
+rondom het geheele werk een verkeerde atmosfeer hebben aangebracht, en
+in moderne kunst is atmosfeer van zooveel belang. Het moderne leven is
+gecompliceerd en relatief; dat zijn zijn twee onderscheidende
+kenteekenen; om de eerste eigenschap weer te geven hebben wij
+atmosfeer noodig met haar verfijndheid van kleurschakeeringen, van
+suggestieve werkingen, van wondere verschieten; voor het wedergeven
+van de tweede eigenschap behoeven wij achtergrond. Dat is de reden
+waarom beeldhouwkunst opgehouden is een representatieve kunst te zijn,
+en waarom muziek dat wel is, en waarom literatuur is en was en altijd
+blijven zal de opperste representatieve kunst....
+
+ * * * * *
+
+Om de drie maanden schrijft Robbie mij een kort overzicht van het
+letterkundige nieuws. Zijne brieven zijn allerbekoorlijkst in hun
+geestigheid, hun knap en bondig oordeel, hun lichten taal-aanslag: het
+zijn heusche brieven, zij zijn als iemand die met u zit te praten; zij
+hebben het gehalte eener Fransche "causerie intime"; en in de kiesche
+vereering die hij voor mij heeft, doet hij nu eens beroep op mijn
+scherpzinnigheid, dan weer op mijn zin voor humor, een anderen keer op
+mijn instmktmatig schoonheidsgevoel of op mijne ontwikkeling, en
+herinnert mij met honderd kleine trekken dat ik eens voor velen een
+scheidsrechter was over stijl in kunst, voor sommigen zelfs de
+opperste scheidsrechter, en toont zoo dat hij naast literairen takt
+evenzeer den takt der liefde bezit. Zijn brieven zijn de boodschappers
+geweest tusschen mij en die schoone onwezenlijke wereld der kunst,
+waar ik eenmaal koning was en zeker koning zou gebleven zijn indien
+ik mij niet had laten lokken in de gebrekkige wereld van den gemeenen
+onvolgroeiden hartstocht, van lust zonder onderscheiding, begeerte
+zonder grenzen en honger naar wat geen gedaante heeft. Toch, alles wel
+beschouwd, had Robbie zeker kunnen begrijpen, of in elk geval
+vermoeden, dat om voor de hand liggende redenen van zuiver
+psychologische merkwaardigheid het belangwekkender voor mij geweest
+zou zijn te hooren omtrent ... dan te vernemen dat Alfred Austin
+beproefde een bundel gedichten ter wereld te brengen, dat George
+Street dramatische kritieken schreef voor de Daily Chronicle, of dat
+door iemand die niet instaat is een lofrede uit te spreken zonder
+stamelen, Mevrouw Meynell uitgeroepen was als de nieuwe Sibylle van
+den stijl....
+
+ * * * * *
+
+Wanneer andere ongelukkigen in de gevangenis worden geworpen, zijn
+zij, indien zij al beroofd worden van de schoonheid der wereld,
+tenminste in zekere mate beveiligd tegen der wereld doodelijkste
+slinger worpen en schrikkelijkste schichten. Zij kunnen schuilen in de
+donkerheid van hun cel en van hun schande zelf een soort heiligdom
+maken. De wereld heeft voldoening gehad en gaat haars weegs, en men
+laat hen verder ongestoord lijden. Met mij is het anders gegaan. Smart
+is herhaaldelijk op zoek naar mij komen kloppen aan de deuren der
+gevangenis. Men heeft de poorten wijd geopend om dat bezoek binnen te
+laten. Zoo goed als nooit heeft men mijn vrienden vergund mij te zien.
+Maar mijn vijanden hebben steeds ongehinderd toegang gehad. Tweemaal
+terwijl ik openlijk terecht stond voor het Bankroetiershof, nog
+tweemaal terwijl ik openlijk overgebracht werd van de eene gevangenis
+naar de andere, ben ik in een toestand van onuitsprekelijke
+vernedering tentoongesteld aan de blikken en de bespotting der
+menschen. De boodschapper van den dood heeft mij zijne tijding
+gebracht en is weer heengegaan; en in volslagen eenzaamheid en
+afgezonderd van alles wat mij troost of schijn van verlichting kon
+geven, heb ik den onduldbaren last moeten dragen van ellende en
+wroeging, waarmede de gedachtenis mijner moeder mij bezwaarde en mij
+nog immer bezwaart. Nauwelijks is die wond door den tijd niet geheeld,
+maar gelenigd, of heftige verbitterde en ruwe brieven van
+zaakgelastigden bereiken mij. Men bedreigt mij en hoont mij tegelijk
+met armoede. Dat kan ik dragen. Ik kan mij wennen aan erger dan dat.
+Doch mijn beide kinderen worden mij langs gerechtelijken weg ontnomen.
+Dat is en zal altijd voor mij blijven een bron van oneindigen nood,
+van oneindig leed, van verdriet zonder duur of grens. Dat de wet kan
+beslissen en zich aanmatigt te beslissen dat ik iemand ben ongeschikt
+om met mijne eigen kinderen samen te zijn, is iets volslagen
+afschuwwekkends voor mij. De schande der gevangenis is daarmede
+vergeleken niets. Ik benijd de andere mannen die samen met mij de
+binnenplaats treden. Ik weet zeker dat hun kinderen hen wachten, naar
+hun komst uitzien en goed voor hen zullen zijn.
+
+De armen zijn wijzer, liefderijker, vriendelijker, gevoeliger dan wij.
+In hun oogen is de gevangenis een ramp in iemands leven, een ongeluk,
+een speling van het toeval, iets dat medegevoel opwekt in anderen. Zij
+spreken van iemand die in de gevangenis is, eenvoudig als van een "in
+moeite". Het is hun gewone zegswijze, en de uitdrukking heeft in zich
+de volmaakte wijsheid der liefde. Bij menschen van onzen eigen stand
+is het anders. Bij ons maakt de gevangenis iemand tot paria. Ik en
+menschen als ik hebben nauwelijks recht op lucht en zon. Onze
+tegenwoordigheid smet de genoegens van anderen. Wij zijn nergens
+welkom wanneer wij weer voor den dag komen. Het schemerlicht der maan
+wordt ons niet gegund. Zelfs onze kinderen worden van ons weggenomen.
+Deze liefelijke banden met de menschheid worden verscheurd. Wij worden
+veroordeeld tot eenzaamheid terwijl onze zonen nog leven. Men onthoudt
+ons het eene dat ons zou kunnen heelen en ophouden, dat balsem zou
+kunnen strijken op het gekneusde hart en vrede schenken aan de ziel in
+haar leed....
+
+Ik moet mij bekennen dat ik zelf mij te gronde richtte, en dat niemand
+groot of klein te gronde gericht kan worden dan door zijn eigen hand.
+Ik ben volkomen bereid het te bekennen. Ik tracht het te bekennen al
+denkt men op het oogenblik dat het niet zoo is. Deze meedoogenlooze
+aanklacht breng ik zonder mededoogen tegen mijzelf in. Wat de wereld
+mij aandeed, moge verschrikkelijk zijn geweest,--wat ik mijzelf
+aandeed, was verreweg verschrikkelijker.
+
+Ik was een man die in symbolische betrekking stond tot de kunst en de
+geestesbeschaving van mijn tijd. Ik had dit zelf in den vroegen
+dageraad van den mannelijken leeftijd ingezien en had daarna mijne
+tijdgenooten gedwongen het in te zien. Weinigen nemen zulk een
+stelling in tijdens hun eigen leven en zien die stelling op zulk een
+wijze erkend. Gewoonlijk wordt zij, indien ooit, bepaald door den
+geschiedschrijver of den criticus lang nadat zoowel de man als zijn
+tijd zijn voorbijgegaan. Met mij ging het anders. Ik heb het zelf
+gevoeld, en heb het anderen doen gevoelen. Byron was eene symbolische
+figuur, maar hij stond in betrekking met den hartstocht van zijn tijd
+en diens uitputting van hartstocht. Ik stond in betrekking met iets
+edelers en duurzamers, iets van meer levenskrachtige gevolgen, van
+wijder doeleinden.
+
+De goden hadden mij bijna alleding geschonken. Ik had genie, een
+klinkenden naam, een hooge maatschappelijke stelling, de gave van te
+kunnen schitteren, intellectueelen durf. Ik maakte kunst tot een
+wijsbegeerte en wijsbegeerte tot een kunst. Ik wijzigde den geest der
+menschen en de kleur der dingen. Daar was niets wat ik zeide of deed,
+dat de menschen niet in verwondering bracht. Ik nam het drama, den
+meest objectieven vorm dien de kunst kent, en maakte het tot een even
+persoonlijke wijze van uiting als het lyrisch vers of het sonnet.
+Tegelijkertijd verruimde ik zijn gebied en verrijkte zijn
+karakterbeelding. Het drama, de novelle, het gedicht in proza, het
+gedicht op rijm, den subtiel realistischen of fantastischen dialoog,
+al wat ik aanraakte, maakte ik schoon in een nieuwen aard van
+schoonheid. Aan de waarheid zelf gaf ik wat onwaar is evenzeer als wat
+waar is, tot haar rechtmatig rijksgebied, en toonde aan dat het onware
+en het ware enkel intellectueele bestaansvormen zijn. Ik behandelde de
+kunst als de opperste werkelijkheid en het leven als niets meer dan
+een soort verdichtsel. Ik maakte de verbeelding mijner eeuw wakker,
+zoodat zij mythe en legende om mij heen schiep. Ik vatte alle
+wijsgeerige systemen samen in een zinsnede en alle bestaan in een
+epigram. Daarnaast hield ik mij met andere dingen bezig. Ik liet mij
+verlokken tot de langdurige begoochelingen van zinneloos en zinlijk
+welbehagen. Ik vermaakte mij er mede een flaneur te zijn, een dandy,
+een man van den dag. Ik omringde mij met kleine naturen en
+minderwaardige geesten. Ik werd de verzwendelaar van mijn eigen genie,
+en het schonk mij een bijzondere vreugde een eeuwigdurende jeugd te
+verkwisten. Vermoeid van op de hoogten te verkeeren, daalde ik
+opzettelijk af naar de laagten op zoek naar nieuwe zinnenprikkeling.
+Wat de paradox voor mij was in de sfeer der gedachte, werd het
+perverse voor mij in de sfeer van den hartstocht. Ten laatste was
+begeerte een ziekte of een waanzin of wel beide. Onverschillig werd
+mij het leven van een ander. Ik bevredigde mijn genotzucht waar het
+mij behaagde, en ging verder. Ik vergat dat iedere kleine daad van het
+dagelijksch leven vormend of vernietigend op het karakter inwerkt, en
+dat men daarom wat men in zijn binnenkamer heeft gedaan, eenmaal zal
+moeten verkondigen van de daken. Ik hield op meester over mijzelf te
+zijn. Ik stond niet langer aan het roer mijner ziel, en wist het niet.
+Ik liet mij door genot beheerschen. Ik eindigde in afgrijselijke
+schande. Nu blijft er slechts een ding voor mij over, volstrekte
+deemoed.
+
+Bijna twee jaar heb ik nu in de gevangenis gezeten. De natuurlijke
+mensch in mij verviel tot woeste wanhoop, tot een verslagenheid van
+leed, die deerniswaardig was ook maar om aan te zien, tot
+schrikkelijke en onmachtige woede, tot bitterheid en haat, tot
+benauwdheid die luid weende, tot ellende die geen stem kon vinden, tot
+smart die stom bleef. Iedere mogelijke stemming van lijden heb ik
+doorgemaakt. Beter dan Wordsworth zelf weet ik wat Wordsworth bedoelde
+toen hij zeide:
+
+ "Leed is bestendig, lichteloos en donker, En draagt de
+ trekken der oneindigheid."
+
+Maar terwijl er oogenblikken waren dat ik vreugde vond in het
+denkbeeld dat mijn lijden eindeloos wezen zou, kon ik toch niet dragen
+dat het zonder bedoeling was. Nu vind ik ergens verweg in mijn natuur
+een verborgen ding dat mij zegt dat niets in de geheele wereld zonder
+bedoeling is, en lijden allerminst. Dat ding diep in mij begraven als
+een schat in een akker, is Deemoed.
+
+Het is het laatste wat in mij overgebleven is, en het beste: de
+uiterste ontdekking waartoe ik geraakt ben, het uitgangspunt voor eene
+vernieuwde ontwikkeling. Het is tot mij gekomen rechtstreeks uit
+mijzelf, daarom weet ik dat het op het juiste oogenblik gekomen is.
+Het kon niet eerder gekomen zijn, en ook niet later. Indien iemand er
+mij over gesproken had, zou ik het verworpen hebben. Als het tot mij
+gebracht was, zou ik het geweigerd hebben. Nu ik het zelf gevonden
+heb, wensch ik het te behouden. Ik moet wel. Het is het eenige wat in
+zich de grondstoffen heeft ten leven, tot een nieuw leven, een "Vita
+Nuova" voor mij. Van alle dingen is het het wonderbaarste: men kan het
+niet weggeven, en een ander zou het ons niet kunnen geven. Men kan het
+niet verwerven dan door alles op te geven wat men bezit. Slechts
+wanneer men alles verloren heeft, weet men dat men het bezit.
+
+Nu ik tot de zekerheid ben gekomen dat het in mij is, zie ik volkomen
+helder wat ik behoor te doen, of beter, moet doen. En wanneer ik zulk
+een uitdrukking gebruik, behoef ik niet te zeggen dat ik niet zinspeel
+op eenige wet of gebod van buiten af. Ik erken er geen. Ik ben veel
+meer individualist dan ooit te voren. Niets komt mij van de geringste
+waarde voor dan wat men uit zichzelf wint. Mijn natuur zoekt naar eene
+nieuwe wijze van zelf-verwezenlijking. Dat is het eenige waar ik mede
+heb te maken. En het eerste ding dat voor mij te doen staat, is
+mijzelf te bevrijden van alle mogelijke verbitterdheid tegenover de
+wereld.
+
+Ik ben volkomen zonder middelen en volstrekt zonder tehuis. Toch, er
+zijn erger dingen dan dit in de wereld. Ik ben volkomen oprecht
+wanneer ik zeg dat ik, liever dan uit deze gevangenis te gaan met
+bitterheid tegen de wereld in mijn hart, blij en reede mijn brood zou
+willen bedelen van deur tot deur. Indien ik niets kreeg aan het huis
+der rijken, zou ik iets krijgen aan het huis der armen. Zij die veel
+bezitten, zijn vaak gierig, zij die weinig hebben, deelen steeds. Het
+zou mij niet kunnen schelen des zomers in het koele gras te slapen, en
+als de winter kwam, te schuilen in den warm en dicht met riet gedekten
+hooiberg of onder het afdak eener groote schuur, als ik maar liefde
+had in mijn hart. De uitwendige dingen des levens schijnen mij nu van
+niet het minste belang toe. Gij ziet tot wat hoogeren trap van
+individualisme ik gekomen ben--of liever bezig ben te komen, want de
+weg is lang en "daar zijn doornen waar ik ga".
+
+Ik weet natuurlijk wel dat het mijn lot niet zal zijn aalmoezen te
+vragen langs den weg, en dat als ik ooit bij nachttijd nederlig in het
+koele gras, het wezen zal om sonnetten te schrijven op de maan.
+Wanneer ik uit de gevangenis kom, zal Robbie op mij wachten aan de
+andere zijde der groote met ijzer beslagen poort, en hij is het
+zinnebeeld niet enkel van zijn eigen genegenheid, maar van veler
+anderen genegenheid buitendien. Ik denk dat ik genoeg zal hebben om
+ongeveer achttien maanden in ieder geval te kunnen leven, zoodat ik,
+al schrijf ik voorshands geen schoone boeken, tenminste schoone boeken
+zal kunnen lezen; en is er wel grooter vreugde dan deze?
+
+Na dien tijd hoop ik instaat te zijn mijn scheppingsvermogen te
+herscheppen.
+
+Maar stonden de zaken anders: had ik geen vriend over in de wereld,
+stond geen eenig huis in medelijden voor mij open, moest ik den
+bedelzak en lompenmantel der uitgeschudde armoede dragen--zoo lang als
+ik vrij ben van alle wrokgevoel, hardheid en haat, zou ik instaat zijn
+het leven met veel grooter gerustheid en vertrouwen in het gelaat te
+zien dan wanneer mijn lichaam in purper en fijn linnen gekleed zou
+zijn, en de ziel binnenin mij krank van haat.
+
+En ik zal inderdaad geen moeilijkheden ondervinden. Wanneer gij
+liefde werkelijk behoeft, zult gij haar op u vinden wachten.
+
+Ik behoef niet te zeggen dat mijn taak daarmede niet ophoudt. Het zou
+vergelijkelijkerwijze gemakkelijk zijn als dit zoo was. Daar ligt veel
+meer voor mij. Ik moet veel steiler heuvelen beklimmen en veel
+donkerder valleien doorgaan. En allen bijstand moet ik uit mijzelf
+halen. Noch godsdienst of moraal, noch rede kan mij eenigszins helpen.
+De moraal komt mij niet te hulp. Ik ben buiten de wet geboren. Ik ben
+een van hen die geschapen zijn voor uitzonderingen, niet voor wetten.
+Maar al zie ik dat er niets verkeerds is in wat men doet, ik zie
+tevens dat er iets verkeerds kan wezen in wat men wordt. Het is goed
+dat ik dit geleerd heb.
+
+Godsdienst helpt mij niet. Het geloof dat anderen geven aan wat
+onzienlijk is, geef ik aan wat men kan aanraken en aanschouwen. Mijn
+goden wonen in tempelen met handen gemaakt; en binnen den kring der
+feitelijke ervaring heb ik mijn geloof volkomen en volledig gemaakt,
+te volledig mogelijk, want als velen of allen van diegenen die hun
+hemel op deze aarde hebben geplaatst, heb ik er niet enkel de
+schoonheid van den hemel, maar ook den afschuw der hel gevonden.
+Wanneer ik over godsdienst hoegenaamd denk, gevoel ik als lust een
+orde te stichten voor hen die niet kunnen gelooven: de Broederschap
+der Vaderloozen zou men haar kunnen noemen, waarin op een altaar
+waarop geen kaars brandde, een priester in wiens hart vrede geen
+woning had, de mis zou dienen met ongeheiligd brood en een ledigen
+wijnkelk. Om waar te zijn, moet alles een voorwerp van godsdienst
+worden. En agnosticisme behoort zijn eeredienst te hebben evenzeer als
+geloof. Het heeft zijn martelaren gezaaid, het behoort zijn heiligen
+te oogsten, en God dagelijks te prijzen dat hij zich voor den mensch
+verstoken heeft. Maar hetzij mijn godsdienst geloof of agnosticisme
+zij, het mag niets wezen, dat uitwendig voor mij is. Zijn zinnebeelden
+moeten mijn eigen schepping zijn. Slechts datgene is geestelijk, dat
+zijn eigen gedaante schept. Indien ik zijn geheim niet in mijzelf
+vind, zal ik het nergens vinden: als ik het niet reeds bezit, zal het
+nimmer tot mij komen.
+
+De rede helpt mij niet. Zij zegt mij dat de wetten waaronder ik
+veroordeeld ben, verkeerde en onrechtvaardige wetten zijn, en dat het
+stelsel waaronder ik geleden heb, een verkeerd en onrechtvaardig
+stelsel is. Maar op een of andere manier moet ik deze beide
+rechtvaardig en goed voor mij maken. En juist zooals men in kunst er
+enkel mede vandoen heeft wat een bijzonder ding op een bijzonder
+tijdstip voor onszelf is, zoo gaat het ook toe bij de ethische
+ontwikkeling van ons karakter. Alles wat mij overkomen is, moet ik
+maken tot iets dat goed voor mij is. De houten brits, het walgelijke
+voedsel, het harde touw dat tot werk wordt geplozen totdat de
+vingertoppen gevoelloos worden van pijn, het knechtswerk waarmede
+iedere dag begint en eindigt, de barsche bevelen die een noodzakelijk
+gevolg schijnen te zijn van de sleur, de afschuwelijke kleeding die
+smart bespottelijk maakt om aan te zien, de stilte, de eenzaamheid, de
+schaamte--al deze dingen afzonderlijk en gezamenlijk moet ik omzetten
+in een geestelijke ervaring. Daar is geen enkele vernedering van het
+lichaam, die ik niet moet trachten te maken tot een vergeestelijking
+der ziel.
+
+Ik wil zoo ver komen dat ik instaat ben in allen eenvoud en zonder
+inbeelding te zeggen dat de twee voorname keerpunten in mijn leven
+waren, toen mijn vader mij naar Oxford zond, en toen de maatschappij
+mij naar de gevangenis stuurde. Ik bedoel niet dat de gevangenis het
+beste is wat mij kon zijn overkomen, want die uitspraak zou smaken
+naar te groote bitterheid tegen mijzelf. Ik zou eerder zeggen, of zou
+het van mij willen hooren zeggen, dat ik zulk een eigenaardig kind van
+mijn tijd was dat ik in mijne verkeerdheid en om die verkeerdheid de
+goede dingen in mijn leven tot booze en de booze dingen in mijn leven
+tot goede omzette.
+
+Doch wat ik zelf of anderen mogen zeggen, komt er weinig op aan. Het
+ding van belang, de taak die voor mij ligt, wat ik te doen heb, zal
+het kortstondig overschot mijner dagen niet verminkt, verdorven en
+onvolledig zijn, is dat ik in mijn natuur moet opnemen en verwerken al
+wat mij is aangedaan, dat ik het tot een deel van mijzelf moet maken,
+dat ik het moet leeren aannemen zonder klacht, vrees of verzet. De
+opperste ondeugd is oppervlakkigheid. Al wat men doorkend heeft, is
+goed.
+
+Toen ik pas in de gevangenis werd gezet, raadden enkele menschen mij
+aan, dat ik trachten zou te vergeten wie ik was. Het was een
+verderfelijke raad. Enkel door mij bewust te maken wat ik ben, heb ik
+eenigszins troost gevonden. Nu raden anderen weer mij aan om wanneer
+ik ontslagen word, mijn best te doen te vergeten dat ik ooit van mijn
+leven in een gevangenis geweest ben. Ik weet dat dit evenzeer
+noodlottig zou zijn. Het zou beduiden dat ik voor altijd vervolgd zou
+worden door een ondragelijk gevoel van schande, en dat die dingen die
+voor mij evenzeer als voor ieder ander bedoeld zijn--de schoonheid van
+zon en maan, de feeststoet der jaargetijden, de muziek van den
+dageraad en de stilte der groote nachten, de regen die komt vallen
+door de bladeren, of de dauw die het gras besluipt en verzilvert--dat
+dat alles voor mij bezoedeld zou zijn en zijn heelkracht en
+vreugdmeedeelende macht zou verliezen. Onze eigen ervaringen betreuren
+is onze eigen ontwikkeling tot staan brengen. Onze eigene ervaringen
+verloochenen is een leugen leggen op de lippen van ons eigen leven.
+Het is niet meer of minder dan een verloochening der ziel.
+
+Want juist zooals het lichaam allerhande dingen verwerkt, dingen
+gemeen en onrein evenzeer als wat de priester of een visioen heeft
+gereinigd, en hen omzet in snelheid of kracht, in het spel van schoone
+spieren en de vorming van bloeiend vleesch, in de golvingen en de
+kleuren van haar, lippen en oogen, zoo heeft de ziel op haar gebied
+ook hare voedingsverrichtingen en kan omzetten in edele
+gedachtestemmingen en hartstochten van hooge waarde wat in zichzelf
+laag, wreed en vernederend is; ja, wat nog meer is, de ziel kan hierin
+vinden de meest verheven wijzen van zelfbevestiging en vermag vaak
+zichzelf op de meest volmaakte wijze te openbaren door tusschenkomst
+van wat bedoeld was haar te ontheiligen of te verwoesten.
+
+Het feit dat ik een gemeen gevangene in een gemeene gevangenis geweest
+ben, moet ik onvoorwaardelijk aannemen, en, al moge het buitengewoon
+schijnen, een der dingen die ik mijzelf zal te leeren hebben, is
+daarover niet beschaamd te zijn. Ik moet het aannemen als een
+bestraffing, en als men beschaamd is over het feit dat men bestraft
+is, kon men even goed in het geheel niet bestraft zijn. Natuurlijk
+zijn er vele dingen waarvoor ik veroordeeld werd zonder dat ik ze
+gedaan had, maar daar waren ook vele dingen waarvoor ik veroordeeld
+werd, die ik wel gedaan had, en een nog grooter aantal dingen in mijn
+leven, waarvoor ik nooit of nimmer terecht stond. En daar de goden
+ondoorgrondelijk zijn en ons straffen voor wat goed en mensonwaardig
+in ons is, evenzeer als voor wat boos en ontaard is, moet ik het feit
+aannemen dat men voor het goede dat men doet, even goed gestraft wordt
+als voor het booze. Ik twijfel niet of men wordt dit volkomen terecht.
+Het helpt ons, of behoort ons te helpen, om beide te doorkennen en
+niet te ingebeeld te zijn over een van twee. En als ik dan niet
+beschaamd zal zijn over mijn straf, zooals ik hoop dat ik niet wezen
+zal, zal ik instaat zijn te denken en te wandelen en te leven in
+vrijheid.
+
+Velen dragen, als zij vrijgelaten worden, hun gevangenis met zich mede
+naar buiten, en verbergen haar als een geheime schande in hun hart en
+kruipen ten slotte als arme vergiftigde wezens in een of ander hol om
+te sterven. Het is erbarmelijk dat zij daartoe moeten komen, en het is
+een onrecht, een verschrikkelijk onrecht van den kant der maatschappij
+hen daartoe te dwingen. De maatschappij matigt zich het recht aan het
+individu een afschrikwekkende straf op te leggen, maar zij heeft ook
+de opperste ondeugd der oppervlakkigheid en laat na zich rekenschap te
+geven van wat zij gedaan heeft. Wanneer 's mans straftijd voorbij is,
+laat zij hem aan zichzelf over, dat wil zeggen, zij laat hem in den
+steek juist op het oogenblik wanneer haar hoogste plicht tegenover hem
+begint. In waarheid is zij beschaamd over haar eigen daden, en schuwt
+diegenen die zij gestraft heeft, zooals de menschen een schuldeischer
+schuwen, aan wien zij hun schuld niet kunnen betalen, of iemand wien
+zij een onherstelbaar, een onvergoedbaar kwaad hebben aangedaan. Ik
+kan van mijne zijde eischen dat indien ik mij rekenschap geef van wat
+ik geleden heb, de maatschappij zich rekenschap geeft van wat zij mij
+heeft aangedaan, en dat er geen verbittering of haat zal zijn van
+weerszijden.
+
+Natuurlijk weet ik dat, van een kant beschouwd, de zaken anders zullen
+staan voor mij dan voor anderen, dat dit uit den aard zelf van mijn
+geval moet. De arme dieven en verschoppelingen die hier met mij
+gevangen zitten, zijn in menig opzicht beter af dan ik. Het klein
+bestek in de grauwe stad of op het groene land, dat hun zonde zag, is
+beperkt; om menschen te vinden, die niets weten van wat zij gedaan
+hebben, behoeven zij niet verder te gaan dan een vogel zou vliegen
+tusschen de morgenschemering en den dageraad. Maar voor mij is de
+wereld tot een handbreed ineengekrompen, en overal waar ik mij wend,
+slaat mijn naam in looden letters op de rotsen geschreven. Want ik ben
+niet uit de duisternis tot de oogenblikkelijke bekendheid van de
+misdaad gekomen, maar uit een soort eeuwigheid van roem tot een
+eeuwigheid van eerloosheid, en soms komt liet mij voor dat ik bewezen
+heb, indien daarvoor inderdaad bewijs noodig is, dat tusschen roem en
+eerloosheid maar een schrede is of nog minder dan dat.
+
+Toch, juist in het feit dat de menschen mij zullen herkennen overal
+waar ik ga, en wat zijn dwaasheden aangaat, alles omtrent mijn leven
+zullen weten, kan ik ook iets goeds voor mij ontdekken. Het zal mij de
+noodwendigheid inprenten van mij weer als kunstenaar te doen gelden,
+en dat zoo snel als ik bij mogelijkheid kan. Indien ik slechts een
+enkel schoon kunstwerk zal kunnen voortbrengen, zal ik instaat zijn
+boosaardigheid haar venijn en lafhartigheid haar grijns te ontrooven,
+en de tong van den smaad bij den wortel uit te rukken.
+
+En als ik, zooals ik werkelijk doe, tegenover het leven als tegenover
+een raadsel sta, staat het leven niet minder tegenover mij als
+tegenover een raadsel. De menschen moeten een of andere houding tegen
+mij aannemen en zoodoende een oordeel vellen zoowel over zichzelven
+als over mij. Ik behoef wel niet te zeggen dat ik geen bepaalde
+persoonlijkheden bedoel. De eenige menschen met wie ik nu gaarne zou
+omgaan, zijn kunstenaars en menschen die geleden hebben: menschen die
+weten wat schoonheid is, en menschen die weten wat smart is. Niemand
+anders boezemt mij belangstelling in. Ook stel ik geen enkelen eisch
+aan het leven. Alles wat ik besproken heb, heeft enkel te maken met
+mijn eigen geestelijke houding tegenover het leven in zijn geheel, en
+ik gevoel dat niet beschaamd te zijn over het feit dat ik straf
+ondergaan heb, een der eerste dingen is, die ik moet bereiken, ter
+wille van mijn eigen vervolmaking en omdat ik zoo onvolkomen ben.
+
+Dan moet ik leeren gelukkig zijn. Eenmaal wist ik het, of dacht het te
+weten, bij instinkt. Toen was het altijd lente in mijn hart. Mijn
+gemoedsgesteldheid was verwant met vreugde. Zooals men een beker tot
+den rand vult met wijn, vulde ik mijn leven tot den rand met genot. Ik
+nader het leven nu van een volslagen nieuwen kant. En zelfs mij een
+denkbeeld te maken van geluk is vaak uiterst moeilijk voor mij. Ik
+herinner mij hoe ik eens in mijn eerste jaar te Oxford las in Pater's
+_Renaissance_ (dat boek dat zulk een wonderbaren invloed op mijn
+leven heeft gehad) hoe Dante diep in den Inferno hen plaatst, die
+eigenzinnig leven in droefenis, en hoe ik naar de boekerij van het
+College ging en de plaats opsloeg in de _Divina Commedia_ waar
+onderin het sombere moeras diegenen liggen die "gemelijk waren in de
+zoete lucht", die altijd door zeggen door hun zuchten heen:
+
+ "Tristi fummo
+ Nell' aere dolce, che dal sol s'allegra."
+
+Ik wist dat de Kerk _acidia_ veroordeelde, maar het gansche
+denkbeeld leek mij volkomen fantastisch, juist de soort van zonde,
+verbeeldde ik mij, om uit te vinden voor een priester die niets van
+het werkelijke leven afwist. Ook kon ik niet begrijpen hoe Dante die
+zegt dat "smart ons herhuwt met God", zoo hard kon geweest zijn voor
+hen die op den weemoed verliefd waren, indien er werkelijk zulke
+wezens bestonden. Ik vermoedde niet dat dit eenmaal voor mij een der
+grootste verzoekingen van mijn leven zou worden. Terwijl ik in de
+gevangenis te Wandsworth was, haakte ik naar den dood. Het was mijn
+eenige begeerte. Toen ik na twee maanden hospitaal hierheen
+overgebracht werd en ik bevond dat mijn lichamelijke gezondheid
+gaandeweg verbeterde, kwam ik tot de heftigste verwoedheid. Ik besloot
+zelfmoord te plegen op den eigen dag waarop ik de gevangenis verlaten
+zou. Mettertijd ging die booze stemming over, en ik vatte het plan op
+om te leven, maar om neerslachtigheid te dragen zooals een koning zijn
+purper draagt: nooit zou ik weer glimlachen, ieder huis waar ik
+binnentrad, zou ik maken tot een huis van rouw, ik zou mijn vrienden
+in loome droefenis met mij doen wandelen, ik zou hun leeren dat
+droefgeestigheid het ware geheim des levens is, ik wilde hen verlammen
+met de smart van een ander, ik wilde hun leven verderven met mijn
+eigen leed. Nu ben ik volkomen anders gestemd. Ik zie in dat het
+zoowel ondankbaar als onvriendelijk van mij zou zijn een zoo lang
+gezicht te trekken, dat wanneer mijn vrienden mij kwamen bezoeken, zij
+een nog langer gezicht moesten zetten om hun medegevoel te toonen; of
+om, als ik hen te gast wilde hebben, hen uit te noodigen in
+stilzwijgen aan te zitten bij bittere kruiden en gerechten van een
+begrafenismaal. Ik moet leeren opgewekt te zijn en gelukkig.
+
+De laatste twee gelegenheden dat het mij vergund was mijn vrienden
+hier bij mij te zien, deed ik mijn best zoo opgewekt mogelijk te zijn
+en mijne opgewektheid te toonen om hun een kleine vergoeding te geven
+voor de moeite die zij namen om heel uit de stad mij te komen
+bezoeken. Ik weet wel, het is slechts een geringe vergoeding, maar
+die, daar ben ik zeker van, hun meest genoegen doet. Zaterdag voor
+acht dagen had ik Robbie hier een uur lang bij mij en ik deed mijn
+best zoo vol mogelijk uiting te geven aan het genot dat ik werkelijk
+in ons samenzijn gndervond. En dat ik in de beschouwingen en
+denkbeelden die ik hier op eigen gelegenheid vorm, op het rechte pad
+ben, blijkt mij uit het feit dat ik nu voor het eerst sinds mijn
+gevangenschap een werkelijke begeerte heb om te leven.
+
+Er wacht mij zooveel werk dat ik het als een verschrikkelijke ramp zou
+beschouwen indien ik stierf voor het mij vergund werd er tenminste een
+klein deel van te volbrengen. Ik zie nieuwe mogelijkheden van
+ontwikkeling in de kunst en in het leven, waarvan elk een nieuwe vorm
+van vervolmaking is. Ik begeer te leven om te kunnen onderzoeken wat
+voor mij niet meer of minder dan een nieuwe wereld is. Wenscht gij te
+weten wat deze nieuwe wereld is? Gij kunt het wel raden, denk ik. Het
+is de wereld waarin ik geleefd heb. Smart en al wat smart ons
+onderwijst, is mijn nieuwe wereld.
+
+Vroeger leefde ik uitsluitend voor genot. Ik schuwde lijden en smart
+van welken aard ook. Ik haatte beide. Ik besloot, voor zoover dat
+mogelijk was, geen acht op hen te geven, om hen, wil ik zeggen, te
+behandelen als vormen van gebrekkigheid. Zij maakten geen deel uit van
+mijn levensplan. Zij hadden geen plaats in mijn wijsbegeerte. Mijn
+moeder die het leven in zijn geheel kende, placht mij vaak enkele
+regels van Goethe aan te halen, die door Carlyle geschreven waren in
+een boek dat hij haar jaren geleden gegeven had, en die door hem, als
+ik het goed heb, als volgt vertaald waren:
+
+ "Who never ate his bread in sorrow,
+ Who never spent the midnight hours
+ Weeping and waiting for the morrow,--
+ He knows you not, ye heavenly powers."
+
+Deze regels placht die edele koningin van Pruisen, welke Napoleon met
+zoo grove ruwheid behandelde, aan te halen in haar vernedering en
+ballingschap. Deze regels haalde mijne moeder vaak aan in de
+moeilijkheden van haar meergevorderd leven. Ik weigerde volstrekt de
+ontzaggelijke waarheid die er in geborgen ligt, aan te nemen of toe te
+geven. Ik kon ze niet bevatten. Ik herinner mij zeer wel, hoe ik haar
+placht te zeggen dat ik geen lust had mijn brood in smart te eten of
+een enkelen nacht door te brengen in weenen en wachten op een
+bitterder dageraad.
+
+Ik kon niet denken dat dit een der bijzondere dingen was, die het lot
+voor mij had weggelegd, dat ik inderdaad een heel jaar lang van mijn
+leven bestemd was weinig anders te doen. Doch zoo is mijn deel mij
+toegemeten, en pas in de laatste maanden na verschrikkelijke
+moeilijkheden en worstelingen is het mij gelukt enkele der lessen te
+verstaan, die verscholen liggen in het hart van het leed. Geestelijken
+en menschen die zegswijzen gebruiken zonder wijsheid, spreken soms van
+lijden als van een geheimenis. In werkelijkheid is het een openbaring.
+Men nadert de wereldgeschiedenis van een gansch anderen kant. Wat men
+vroeger bij instinkt duister had gevoeld omtrent kunst, wordt door
+verstand en gemoed beleefd met volmaakte helderheid van aanschouwing
+en hoogste spanning van waarneming.
+
+Ik zie nu in dat smart de opperste aandoening is, waarvoor een mensch
+vatbaar is, en dat zij daarom tegelijk de grondvorm en de toetssteen
+van alle kunst is. Waar de kunstenaar altijd op uit is, is de
+bestaansvorm waarin ziel en lichaam een en ondeelbaar zijn, waarin het
+uitwendige uitdrukking geeft aan het inwendige, waarin de stof
+openbaring wordt. Zulke bestaansvormen zijn er verscheidene. Het eene
+oogenblik kan de jeugd en de kunsten die zich uitsluitend met de jeugd
+bezighouden, ons als voorbeeld dienen. Het andere oogenblik zijn wij
+geneigd te denken dat de moderne landschapkunst met haar verfijndheid
+en gevoeligheid voor indrukken, met hare suggestie als van een geest
+die in de uitwendige dingen woont en gelijkelijk van aarde en lucht,
+van mist en stad zijn kleed maakt, met haar ziekelijk gevoelige
+harmonie van stemmingen, tonen en kleuren, voor ons schilderkunstig
+verwezenlijkt wat zoo volmaakt plastisch verwezenlijkt werd door de
+Grieken. De muziek waarin alle onderwerp wordt opgelost in de
+uitdrukking, zoodat het er niet meer van gescheiden kan worden, is een
+ingewikkeld, en een bloem of een kind een eenvoudig voorbeeld van wat
+ik bedoel. Maar smart is de uiterst bereikbare grondvorm zoowel in het
+leven als in de kunst.
+
+Achter vreugde en lach kan zich een gemoed verschuilen, grof, hard en
+ongevoelig. Maar achter smart schuilt altijd smart. Leed, in
+tegenstelling met vreugde, draagt geen masker. Waarheid in kunst is
+volstrekt niet overeenstemming tusschen de ideeele werkelijkheid en
+den toevalligen bestaansvorm, het is niet de gelijkenis van de
+gestalte met haar schaduw, of van het spiegelbeeld in het kristal met
+de gedaante zelf, het is niet een echo die antwoordt uit de holling
+van den heuvel, evenmin als het een zilveren waterspiegel in de vallei
+is, die de maan toont aan de maan en Narkissos aan Narkissos. Waarheid
+in kunst is de eenheid van een ding met zichzelf, het uitwendige
+gemaakt tot de uitdrukking van het inwendige, de vleeschwording der
+ziel, het lichaam doordrongen van den geest. Daarom is geen waarheid
+te vergelijken met smart. Er zijn oogenblikken dat smart mij voorkomt
+de eenige waarheid te zijn. Andere dingen zijn misschien
+begoochelingen van het oog of van de begeerte, dingen die enkel
+bestaan om het oog te verblinden of de begeerte te verzadigen, maar
+uit smart zijn de werelden opgebouwd, en geen kind of ster wordt
+geboren zonder pijn.
+
+Buitendien nog heeft smart een felle, geheel eigen werkelijkheid. Ik
+heb van mijzelf gezegd dat ik iemand was, die in symbolische
+betrekking stond met de kunst en de beschaving van mijn tijd. Geen
+enkel ellendig man is hier saam met mij op deze ellendige plaats, die
+niet in symbolische betrekking staat met de geheimenis zelf des
+levens. Want de geheimenis des levens is lijden. Dat is liet wat
+verscholen is achter alles. Wanneer wij beginnen te leven, is het
+zoete ons zoo zeer zoet, en het bittere zoo zeer bitter, dat wij
+onvermijdelijk al onze verlangens richten naar genietingen, en er op
+uit zijn niet enkel "voor een maand of twee op honing te teren", maar
+al onze jaren lang geen ander voedsel te proeven, zonder onderwijl te
+beseffen, dat wij eigenlijk bezig zijn de ziel te laten verhongeren.
+
+Ik herinner mij hoe ik eens over dit onderwerp sprak met een der
+schoonste persoonlijkheden die ik ooit gekend heb: een vrouw wier
+medegevoel en edele goedheid jegens mij, zoowel voor als na de ramp
+van mijn gevangenisschap, alle macht van beschrijving te boven zijn
+gegaan, eene die mij, hoewel zij het niet weet, meer dan iemand anders
+ui de gansche wereld werkelijk bijstand gegeven heeft bij het dragen
+van den last mijner kwellingen, en dat alleen door het enkele feit van
+haar bestaan, doordat zij is wat zij is: een ideaal zoowel als een
+invloed: een wezen dat niet alleen de gedachte ingeeft aan wat men zou
+kunnen worden, maar ook feitelijke hulp verleent om het te worden, een
+ziel die de gemeene lucht zoet maakt, en al wat geestelijk is, zoo
+eenvoudig en natuurlijk doet schijnen als het zonlicht of de zee: eene
+voor wie schoonheid en smart hand in hand gaan en dezelfde zending
+hebben. Bij de gelegenheid die ik bedoel, zeide ik tot haar--ik
+herinner het mij zeer duidelijk,--dat er genoeg lijden was in een
+nauwe Londensche steeg om aan te toonen dat God de menschen niet
+liefhad, en dat, als ergens eenige smart heerschte, al was het slechts
+het verdriet van een kind dat in zijn stadstuintje zit te weenen om
+iets dat het al of niet misdreven heeft, het gelaat der gansche
+schepping geschonden was. Ik had geheel en al ongelijk. Zij zeide het
+mij, maar ik kon haar niet gelooven. Ik was niet in de sfeer waarin
+men dat geloof behalen kan. Nu komt het mij voor dat de eene liefde of
+de andere de eenig mogelijke verklaring is van de buitengewoon groote
+som van lijden op de wereld. Ik kan geen andere verklaring beseffen.
+Ik ben overtuigd dat er geen andere is, en dat, als de wereld
+wezenlijk, zooals ik zeide, opgebouwd is uit smart, zij opgebouwd is
+door de handen der liefde, omdat op geen andere wijze de ziel des
+menschen, voor wie de wereld geschapen werd, de volle gestalte van
+hare volmaaktheid kon bereiken. Genot voor het schoone lichaam, maar
+leed voor de schoone ziel.
+
+Wanneer ik zeg dat ik hiervan overtuigd ben, spreek ik met te veel
+hoovaardij. Veraf, als een volkomen parel, kan men de stad Gods zien
+liggen. Het is zoo'n wonderbaarlijk gezicht, dat het lijkt als kon een
+kind haar bereiken binnen een zomerdag. En een kind kan dat ook. Maar
+voor mij en mijns gelijken gaat het niet zoo gemakkelijk. Wat wij ons
+een enkel oogenblik misschien eigen maken, verliezen wij weer in de
+lange uren die volgen met haar looden voeten. Het is zoo moeilijk de
+ziel te houden op "de hoogten die zij machtig is te winnen". Wij
+denken in de eeuwigheid, maar wij bewegen traag door den tijd; en hoe
+traag de tijd gaat voor ons die gevangen zitten, behoef ik niet nog
+eens te vertellen, evenmin als van de loomheid en de wanhoop die komen
+terugkruipen in onze cel en in de cel van ons hart met zulk een
+vreemdsoortige volharding dat wij om zoo te zeggen ons huis voor haar
+komst moeten sieren en bezemen als voor een onwelkom gast of voor een
+bitsen meester of voor een slaaf wiens slaaf het ons lot of onze keus
+is te zijn.
+
+En, al kunnen op het oogenblik mijn vrienden, dit slecht gelooven,
+toch is het niet minder waar dat voor hen die leven in vrijheid,
+ledigheid en gerief, het gemakkelijker is de lessen van den deemoed te
+leeren dan voor mij die den dag begin met neder te knielen om den
+vloer mijner cel te reinigen. Want het leven in de gevangenis met zijn
+eindelooze onthoudingen en beperkingen maakt ons opstandig. Het
+schrikkelijkste er van is niet dat het iemands hart breekt--harten
+zijn er voor om gebroken te worden--maar dat het iemands hart tot een
+steen maakt. Van tijd tot tijd heeft men het gevoel dat men enkel met
+een bronshard voorhoofd en hoonstarre lippen door den dag kan heen
+komen. En hij die in den staat der weerspannigheid is, kan de genade
+niet ontvangen, om de uitdrukking te gebruiken, die de Kerk zoo zeer
+bemint,--zoo zeer te recht bemint, dunkt mij--; want in het leven
+zoowel als in de kunst stopt de opstandige gestemdheid de toegangen
+der ziel en sluit de ademen des hemels buiten. Toch moet ik deze
+lessen hier leeren, als ik ze ergens zal leeren, en moet vervuld
+worden van vreugde, indien mijn voeten op den rechten weg zijn en mijn
+gelaat gekeerd is naar "de poort die de Schoone genaamd wordt", al val
+ik ook vaak neder in het slijk en verdool ik dikwijls in den mist.
+
+Dit "Nieuwe Leven", zooals ik het soms om mijn liefde voor Dante
+gaarne noem, is natuurlijk volstrekt geen nieuw leven, maar eenvoudig
+bijwege van ontwikkeling en evolutie, de voortzetting van mijn vroeger
+leven. Ik herinner mij hoe ik eens in Oxford, het jaar voor ik
+afstudeerde, tot een van mijn vrienden zeide op een morgen qat wij
+ronddwaalden door de nauwe vogelendoorkwetterde wandelpaden van
+Magdalen College, dat ik begeerde te eten van de vrucht van al de
+boomen in den tuin der wereld, en dat ik de wereld inging met dien
+hartstocht in mijn ziel. En zoo ging ik werkelijk het leven in, en zoo
+heb ik geleefd. Mijn eenige fout was dat ik mij uitsluitend beperkte
+tot de boomen van wat mij de bezonde kant van den tuin leek, en de
+andere zijde schuwde om haar schaduw en mistroostigheid. Mislukking,
+schande, armoede, smart, wanhoop, lijden, tranen zelfs, de gebroken
+woorden die over lippen in leed komen, wroeging die den mensch op
+doornen doet wandelen, schuldbesef dat veroordeelt, zelfverlaging die
+zich wreekt, ellende die asch op haar hoofd strooit, benauwing die een
+zak kiest voor haar kleedij en gal stort in haar eigen
+drinkwater,--voor al deze dingen was ik bevreesd. En terwijl ik
+besloten had daarvan niets te willen weten, werd ik gedwongen elk van
+hen op de beurt te proeven, op hen te teren, voor een bestemden tijd
+in waarheid geen ander voedsel te hebben.
+
+Geen enkel oogenblik heb ik spijt dat ik geleefd heb voor genot. Ik
+deed het tenvolle, zooals men alles wat men doet, behoort te doen.
+Daar was geen genot waarvan ik geen ervaring maakte. Ik wierp de parel
+mijner ziel in een beker wijn. Het pad der, vroege-lentebloemen ging
+ik onder den klank der fluiten. Ik leefde van honing en honingzeem,
+Maar als ik hetzelfde leven had voortgezet, zou dat verkeerd geweest
+zijn, daar het beperkend zou gewerkt hebben. Ik moest verder. De
+andere helft van den hof had ook hare geheimen voor mij. Natuurlijk
+ligt van dit alles de voorschaduwing en voorbeelding in mijn boeken.
+Iets er van vindt men in "De Gelukkige Prins", iets ook in "De Jonge
+Koning", voornamelijk waar onder andere de bisschop zegt tot den
+knielenden knaap: "Is Hij die de ellende schiep, niet wijzer dan gij
+zijt?", een volzin, die, toen ik hem neerschreef, mij niet veel meer
+dan een fraze leek; veel er van ligt verholen in den doemdreigenden
+ondertoon die als een purperen draad loopt door het weefsel van
+"Dorian Gray"; in "De Kritikus als kunstenaar" is het uitgewerkt in
+vele kleuren; in "De Ziel des Menschen" is het neergeschreven, en dat
+in letterteekens meer dan gemakkelijk om te lezen; het is een der
+refereinen wier terugkeerende motieven "Salome" zoo zeer gelijk aan
+een muziekstuk maken en het tezamen binden als een ballade; in het
+prozagedicht van den man die uit het brons van het beeld van "Genot
+dat een oogenblik leeft" maken moet het beeld van "Smart die eeuwig
+duurt", is het lichaam geworden. Het had niet anders gekund. Ieder
+afzonderlijk oogenblik van zijn leven is men wat men zal zijn evenzeer
+als wat men geweest is. De kunst is een symbool, omdat de mensch een
+symbool is.
+
+Als ik het volkomen bereiken kan, is dit Nieuwe Leven de uiterste
+verwezenlijking van het kunstenaarsbestaan. Immers het leven van den
+kunstenaar is eenvoudig zelfontwikkeling. De deemoed bij den
+kunstenaar bestaat in zijn onvoorwaardelijk aannemen van alle
+ervaringen, volkomen als de liefde bij den kunstenaar eenvoudig de zin
+der schoonheid is, die der wereld haar lichaam en ziel openbaart. In
+"Marius the Epicurean" tracht Pater het kunstenaarsleven te verzoenen
+met het godsdienstige leven in de diepe, zoete en gestrenge beteekenis
+van het woord. Maar Marius is niet veel meer dan een toeschouwer,
+zeker een ideaal toeschouwer en een aan wien het gegeven is "het
+schouwspel des levens gade te slaan met geeigende ontroeringen", wat
+Wordsworth bepaalt als het waarachtige doel des dichters; toch is hij
+uitsluitend toeschouwer, en misschien een weinig te beziggehouden met
+de sierlijkheid der banken van het heiligdom om op te merken dat het
+het heiligdom der smart is, dat hij voor oogen heeft.
+
+Ik zie een veel inniger en onmiddellijker verband tusschen het
+werkelijke leven van Christus en het werkelijke leven van den
+kunstenaar; en het is een ongemeene verheuging voor mij te bedenken
+dat ik, lang voor smart mijn dagen haar eigendom had gemaakt en mij
+gebonden aan haar rad, geschreven had in "De Ziel des Menschen" dat
+hij die een leven gelijk aan dat van Christus wil leiden, geheel en
+volstrekt zichzelf moet zijn, terwijl ik als voorbeelden niet enkel
+den schaapherder aan den heuvelkant en den gevangene in zijn cel had
+genomen, maar ook den schilder voor wien de wereld een kleurige
+optocht, en den dichter voor wien de wereld een lied is. Ik herinner
+mij hoe ik eens zeide tot Andre Gide, toen wij samen in een of ander
+Parijsch cafe zaten, dat, terwijl metaphysica maar weinig wezenlijk
+belang voor mij had en zedeleer volstrekt geen, er niets was, dat
+hetzij Platoon of Christus gezegd hadden, dat niet onmiddellijk kon
+worden overgebracht op het gebied der kunst en daar zijn volledige
+vervulling vinden.
+
+Ook onderscheiden wij in Christus niet alleen die nauwe vereeniging
+van persoonlijkheid met volmaaktheid, die het feitelijke onderscheid
+uitmaakt tusschen de classieke en de romantieke strooming in het
+leven, maar de grondslag zelf van zijn natuur was dezelfde als bij de
+natuur van den kunstenaar--een felle en vlamgelijke verbeelding. Hij
+bracht in toepassing op het geheele gebied der menschelijke
+verhoudingen dat medegevoel der verbeelding, dat op het gebied der
+kunst het eenige geheim van scheppen is. Hij verstond de melaatschheid
+der melaatschen, de duisternis der blinden, de grimmige ellende van
+hen die leven voor genot, de vreemde armoede der rijken. Iemand
+schreef mij in mijn ongeluk: "Wanneer gij niet op uw voetstuk staat,
+zijt gij niet belangwekkend." Hoe ver stond de schrijver van wat
+Matthew Arnold noemt "het geheim van Jezus". Van beiden had hij kunnen
+leeren dat al wat onzen naaste overkomt, onszelf overkomt, en als gij
+een spreuk begeert, om te lezen bij den dageraad en in den avond, een
+voor vreugde en voor leed, schrijf op de wanden van uw huis in letters
+die de zon verguldt en de maan verzilvert: "Al wat onszelf overkomt,
+overkomt onzen naaste."
+
+Christus' plaats is inderdaad bij de dichters. Zijn geheele opvatting
+der menschheid kwam rechtstreeks voort uit de verbeelding, en kan
+alleen door haar worden begrepen. Wat God was voor den pantheist, was
+de mensch voor hem. Hij was de eerste die de verdeelde rassen als een
+eenheid opvatte. Voor zijn tijd waren er goden en menschen geweest, en
+daar hij door de mystiek van het medegevoel erkende dat elk van beiden
+in hemzelf vleesch-geworden was, noemt hij zich, naar zijn
+oogenblikkelijke stemming, den Zoon van God en den Zoon des menschen.
+Meer dan wie ook in de wereldgeschiedenis wekt hij in ons de
+ontvankelijkheid voor het wonder, waartoe het romantieke zich altijd
+richt. Daar blijft voor mij iets bijna ongeloofelijks in het denkbeeld
+van een jong Gallilaier van het land, die zich voorstelt dat hij op
+zijn eigen schouders zou kunnen dragen den last der geheele wereld,
+al wat reeds gedaan en geleden was, en alles wat nog gedaan en geleden
+moest worden: de zonden van Nero, van Cesare Borgia, van Alexander VI,
+van hem die keizer van Rome was en priester van de Zon; het lijden van
+hen wier namen legio zijn en wier woning is tusschen de graven,
+onderdrukte volkeren, fabriekskinderen, dieven, gevangenen,
+uitgeworpenen, diegenen die stom zijn onder de verdrukking en wier
+stilte gehoord wordt alleen door God--, en die zich dat niet enkel
+voorstelt, maar het in werkelijkheid volvoert, zoodat nog op dit
+oogenblik al wie in aanraking komen met zijn persoonlijkheid, zelfs al
+buigen zij zich niet voor zijn altaar noch knielen voor zijn priester,
+meer of min ervaren dat het terugstootende van hun zonde is
+weggenomen, en de schoonheid van hun smart hun is geopenbaard.
+
+Ik had van Christus gezegd dat hij in de rij der dichters behoort. Dat
+is zoo. Shelley en Sophokles zijn van zijn broederschap. Maar ook zijn
+geheele leven is het wonderbaarlijkste aller gedichten. Wil men
+"medelijden en vrees"--, daar is niets in den geheelen kring van het
+Grieksche treurspel, dat dit gedicht raakt. De volstrekte reinheid van
+den protagonist verheft het geheele plan tot een hoogte van romantieke
+kunst, vanwaar de rampen van Thebai en van Pelops' huis door haar
+gruwelijkheid zelf zijn uitgesloten, en bewijst hoezeer Aristoteles
+ongelijk had toen hij in zijn verhandeling over het drama zeide dat
+het onmogelijk zou zijn het schouwspel te verduren van den vlekkelooze
+in lijden. Noch in Aischylos, noch in Dante, die stroeve meesters der
+teederheid, noch in Shakespeare, den zuiverst menschelijken van alle
+groote kunstenaars, noch in de gezamenlijke Celtische mythen en
+legenden waar de liefelijkheid der wereld zich vertoont door een mist
+van tranen, en het leven van een mensch niet meer is dan het leven van
+een bloem, is er iets dat, om zuiveren eenvoud van ontroerendheid,
+vereend en vereenzelvigd met verhevenheid van tragische werking, kan
+gezegd worden te evenaren of ook maar te benaderen het laatste bedrijf
+van Christus' lijden. Het eenvoudige avondmaal met zijn gezellen, van
+wie een hem reeds voor een som gelds verkocht heeft; zijn zielsangst
+in den rustigen maanverlichten hof; de valsche vriend die hem nadert
+om hem te verraden met een kus; de vriend die nog in hem geloofde en
+op wien hij als op een rots gehoopt had een huis van toevlucht voor
+den mensch te bouwen, die hem verloochent op het oogenblik dat de haan
+kraaide naar den dageraad; zijn eigen volstrekte verlatenheid, zijn
+onderworpenheid, zijn berusting in alles; en daartusschendoor zulke
+tooneelen als de hoogepriester der orthodoxie, die in toorn zijn kleed
+verscheurt, en de ambtenaar der wereldlijke rechtspraak, die om water
+roept in de ijdele hoop zich te reinigen van dien vlek onschuldig
+bloed, die hem tot de scharlaken figuur der geschiedenis maakt; de
+kroningsplechtigheid der smart, een der wonderbaarlijkste dingen in de
+kronieken der tijden; de kruisiging van den Gerechte voor de oogen van
+zijn moeder en van den discipel dien hij liefhad; de soldaten die het
+lot werpen om zijne kleederen; de vreeselijke dood waardoor hij der
+wereld haar eeuwigste symbool schonk; en ten laatste zijn bijzetting
+in het graf van den rijken man, zijn lijk gezwachteld in Aigyptisch
+lijnwaad met kostbare specerijen en reukwerken als ware hij een
+koningszoon geweest.... Wanneer men dit alles enkel uit het
+gezichtspunt der kunst beschouwt, kan men niet dan dankbaar zijn dat
+de hoogdienst der Kerk de opvoering van het treurspel is zonder
+vergieten van bloed, de mystieke voorstelling van het lijden van haren
+Heer door middel van dialoog en gewaad en zelfs van gebaar; en het is
+steeds een bron van vreugde en ontzag voor mij te bedenken dat men het
+Grieksche koor dat elders voor de kunst verloren is gegaan, in zijn
+laatsten overlevenden vorm kan vinden in den dienaar die den priester
+antwoordt bij de bediening der mis.
+
+Toch is het geheele leven van Christus--zoo geheel en al kan smart en
+schoonheid eengemaakt worden in haar beteekenis en openbaring--in
+werkelijkheid een idylle, al is de afloop dat het voorhangsel van den
+tempel in tweee scheurt, en de duisternis het gelaat der aarde bedekt,
+en de steen gewenteld wordt voor de deur van het graf. Men denkt
+altijd aan hem als aan een jongen bruidegom met zijn gezellen, zooals
+hij zelf inderdaad zich ergens beschrijft; als aan een schaapherder
+die met zijn schapen door de vallei dwaalt op zoek naar groene weide
+of koelen stroom; als aan een zanger die tracht op te bouwen uit
+muziek de muren van de Stad Gods; of als aan een minnaar voor wiens
+liefde de geheele wereld te klein was. Zijne wonderen lijken mij even
+kostelijk als de komst der lente, en even natuurlijk. Ik zie geen
+bezwaar te gelooven dat de bekoring zijner persoonlijkheid een
+zoodanige was, dat zijn enkele aanwezigheid vrede kon brengen aan
+beangste zielen, en dat zij die zijn kleederen of zijn handen
+aanraakten, hun pijnen vergaten, of dat als hij voorbijkwam langs de
+heirbaan des levens, menschen die nooit iets hadden gezien van levens
+geheimenis, die helder zagen, en anderen die doof waren geweest voor
+elke andere stem dan die van het genot, voor het eerst de stem der
+liefde hoorden en haar vonden "zoetluidig als Apolloons lier"; of dat
+booze hartstochten vluchtten bij zijn naderen en menschen wier
+stompzinnige verbeeldinglooze levens slechts een wijze van doodzijn
+waren geweest, als het ware uit hun graven opstonden wanneer hij hen
+riep; of dat wanneer hij leerde aan de berghelling, de schare haar
+honger en dorst en de zorgen der wereld vergat; en dat als zijn
+vrienden naar hem luisterden terwijl hij met hen aanzat, het gemeene
+voedsel hun kostelijk scheen en het water hun smaakte als uitgelezen
+wijn en bet geheele huis vervuld werd met de reuk en de zoetheid van
+nardus.
+
+In zijn Leven van Jezus--dat bevallige vijfde evangelie, het evangelie
+naar den Heiligen Thomas, zou men het kunnen noemen--zegt Renan ergens
+dat de grootste levensdaad die Christus tot stand bracht, was dat hij
+na zijn dood even bemind bleef als hij bij zijn leven was geweest. En
+als zijn plaats onder de dichters is, is hij zeker de voorganger van
+alle minnaren. Hij zag dat de liefde het hoofdgeheim der wereld was,
+waarnaar de wijzen hadden gezocht, en dat men alleen door liefde kon
+naderen hetzij tot het hart van den melaatsche hetzij tot de voeten
+van God.
+
+En bovenal is Christus de opperste der individualisten. Zijn godsleer
+is, evenals het aannemen van alle levenservaringen door den
+kunstenaar, enkel een wijze van openbaring. De ziel des menschen is
+het, die Christus altijd zoekt. Hij noemt haar het "Koninkrijk Gods"
+en vindt haar in iedereen. Hij vergelijkt haar bij luttele dingen, bij
+een nietig zaad, een handvol zuurdeesem, een parel. Dat komt omdat men
+het bestaan der ziel enkel bewust wordt door zich los te maken van
+alle vreemde hartstochten, alle aangeleerde beschaving, alle
+uitwendige bezittingen, zoo goed als kwaad.
+
+Ik bood het hoofd aan alles met een soort hartnekkigheid van wil en
+veel ingeboren opstandigheid, tot ik volstrekt niets in de wereld
+overhad dan een enkel ding. Ik had naam, positie, geluk, vrijheid,
+rijkdom verloren. Ik was een gevangene en een arm man. Maar nog had ik
+mijn kinderen over. Plotseling werden zij mij door de wet ontnomen.
+Het was zulk een verbijsterende slag voor mij, dat ik niet wist wat te
+doen. Ik wierp mij op de knieen en boog het hoofd en weende en zeide:
+"Het lichaam van een kind is als het lichaam onzes Heeren; ik ben geen
+van beide waardig". Dat oogenblik, scheen het, redde mij. Ik zag dat
+het eenige wat mij overbleef te doen, was alles voor lief te nemen.
+Van toen af--het zal ongetwijfeld vreemd klinken--heb ik mij
+gelukkiger gevoeld. Ik was doorgedrongen tot de ziel in haar uiterste
+wezenheid. In vele opzichten was ik haar vijand geweest, maar ik vond
+haar op mij wachten als een vriend. Wanneer men in beroering komt met
+de ziel, wordt men eenvoudig als een kind: zooals Christus zeide dat
+men behoort te worden.
+
+Het is bedroevend hoe weinig menschen ooit "hun ziel bezitten" voor
+zij sterven. "Niets is zeldzamer in eenig mensch," zegt Emerson, "dan
+een daad die zijn eigen is." Het is volkomen waar. De meeste menschen
+zijn andere menschen. Hun gedachten zijn iemand anders meeningen, hun
+leven de kluchtige nabootsing, hun hartstochten de aanhaling van
+anderen. Christus was niet alleen de opperste individualist, maar hij
+was de eerste individualist der geschiedenis. De menschen hebben
+getracht een gewoon philanthroop van hem te maken, of hebben hem als
+altruist gelijk gesteld met de onontwikkelden en de sentimenteelen.
+Maar hij was in waarheid geen van twee. Medelijden had hij natuurlijk
+met de armen, met hen die in gevangenissen zijn opgesloten, met de
+nederigen van staat, met de ellendigen. Maar hij had veel meer
+medelijden met de rijken, met de verharde hedonisten, met hen die hun
+vrijheid verspillen door de slaven der dingen te worden, met hen die
+zachte kleederen dragen en wonen in koningspaleizen. Rijkdommen en
+genot schenen hem in werkelijkheid grooter ongelukken te zijn dan
+armoede of smart. En wat altruisme aangaat--wie wist beter dan hij dat
+roeping en niet vrije wil ons leven bepaalt, en dat men geen druiven
+kan lezen van doornen of vijgen van distelen?
+
+Hij was niet van het geloof dat men behoort te leven voor anderen als
+een vastgesteld zelfbewust doel. Het was niet de grondslag van zijn
+geloof. Als hij zegt: "Vergeeft uwen vijanden", zegt hij dat niet ter
+wille van den vijand, maar ter wille van onszelf, en omdat liefde
+schooner is dan haat. Bij de vermaning die hij geeft aan den rijken
+jongeling: "Verkoop al wat gij hebt en geef het den armen", denkt hij
+niet aan den toestand der armen, maar aan de ziel van den jongeman, de
+ziel die door rijkdom verdorven werd. In zijn levensopvatting is hij
+een met den kunstenaar die weet dat volgens de onontkoombare wet der
+zelfvolmaking de dichter moet zingen en de beeldhouwer denken in
+brons en de schilder de wereld maken tot den spiegel zijner
+stemmingen, zoo vast en zeker als de meidoorn moet bloeien in de lente
+en het koren gouden worden in den oogsttijd, en de maan op haar
+voorgeschreven baan verkeeren van schijf tot sikkel en van sikkel tot
+schijf.
+
+Maar al heeft Christus niet tot de menschen gezegd: "Leeft voor
+anderen", hij heeft duidelijk aangetoond dat er volstrekt geen
+verschil bestond tusschen de levens der anderen en ons eigen leven.
+Hierdoor gaf hij den mensch een wijdstrekkende, een Titanische
+persoonlijkheid. Sinds zijn komst is de geschiedenis van elk
+afzonderlijk individu de geschiedenis der wereld of kan dat worden.
+Natuurlijk heeft de beschaving de persoonlijkheid der menschen
+verscherpt. De kunst heeft onzen geest duizendvoudig gemaakt. Zij die
+den gemoedsaanleg van den kunstenaar bezitten, gaan in ballingschap
+met Dante, en leeren hoe bitter het brood van vreemden smaakt, en hoe
+steil andermans trappetreden zijn; zij bereiken voor een oogenblik de
+wolkelooze rust van Goethe, en toch weten zij maar al te wel hoe
+Baudelaire kreet tot God:
+
+ "O Seigneur, donnez-moi la force et le courage
+ De contempler mon corps et mon coeur sans degout."
+
+Uit Shakespeares sonnetten puren zij, mogelijk tot hun eigen schade,
+het geheim zijner liefde en maken het tot hun eigen; zij zien met
+nieuwe oogen het moderne leven aan, omdat zij geluisterd hebben naar
+een van Chopins nocturnes, of omdat zij Grieksche kunst onder de oogen
+hebben gehad, of omdat zij gelezen hebben het verhaal van den
+hartstocht van een of anderen langgestorven man voor een of andere
+langgestorven vrouw wier haar was gelijk draden fijn goud en wier mond
+was als een granaatappel. Maar het medevoelen van den
+kunstenaarsaanleg houdt zich noodzakelijk bezig met wat uiting
+gevonden heeft. In woord of kleuren, achter de geverfde maskers van
+een Aischyleisch drama of door de doorboorde en onderling verbonden
+rieten van een Siciliaanschen schaapherder,--man en boodschap moeten
+zich hebben geopenbaard.
+
+Voor den kunstenaar is uiting de eenige en uitsluitende vorm waaronder
+hij het leven kan opvatten. Voor hem is wat stom is, dood. Maar voor
+Christus was het anders. Met een onbegrensde en wonderbaarlijke
+verbeelding die iemand bijna met vreeze vervult, nam hij de geheele
+wereld van het onverwoorde, de sprakelooze wereld van het leed, als
+zijn koninkrijk, en maakte zichzelf haar tolk naar buiten. Hen die ik
+genoemd heb, die stom zijn onder de verdrukking en wier stilte gehoord
+wordt enkel door God, koos hij tot broederen. Hij trachtte oogen te
+worden voor den blinde, ooren voor den doove, een kreet op de lippen
+van hen wier tong gebonden was. Zijn verlangen was om voor de
+tienduizenden die geen uiting gevonden hadden, te zijn als een bazuin
+waardoor zij konden roepen naar den hemel. En daar hij met de
+kunstenaarsnatuur van een voor wien lijden en smart vormen waren,
+waardoor hij zijn opvatting van het schoone kon verwezenlijken,
+gevoelde dat een idee geen waarde heeft voor zij belichaamd is en tot
+een beeld gemaakt, maakte hij van zichzelf het beeld van den Man van
+Smarten, en heeft als zoodanig de kunst geboeid en beheerscht zoo als
+nooit eenigen Griekschen god gelukt is.
+
+Want de Grieksche goden, in weerwil van het blank en rood van hun
+schoone radde leden, waren in werkelijkheid niet wat zij leken te
+zijn. Het gewelfde voorhoofd van Apolloon was gelijk aan de
+zonneschijf die in den dageraad opkomt boven den heuvelrand, en zijn
+voeten waren als de vleugelen van den morgen, maar hij zelf was wreed
+geweest voor Marsyas en had Niobe van hare kinderen beroofd. In de
+stalen schilden van Athena's oogen was geen medelijden geweest met
+Arachne; het praalvertoon en de pauwen van Hera was werkelijk alles
+wat edel omtrent haar was; en de vader der goden zelf had zich te zeer
+verliefd op de dochteren der menschen. De twee figuren die den
+diepsten indruk maken in de Grieksche mythologie, zijn, in
+godsdienstigen zin, Demeter, eene aardgodin die niet behoorde tot de
+Olympiers, en, inzake kunst, Dionysos, de zoon van een sterfelijke
+vrouw die op het oogenblik zijner geboorte den dood gevonden had.
+
+Maar het leven zelf bracht uit zijn laagste en nederigste laag iemand
+voort, wonderbaarlijker dan de moeder van Persephone of den zoon van
+Semele. Uit den timmermanswinkel te Nazareth is een persoonlijkheid
+voortgekomen, grooter dan eenige andere die mythe en legende geschapen
+had, en die, wonderlijk genoeg, bestemd was aan de wereld de mystieke
+beteekenis van den wijn en de wezenlijke schoonheden van de lelien des
+velds te openbaren zooals geene andere, op den Kithairoon of in Enna,
+ooit gedaan had.
+
+De zang van Jesajas: "Hij was veracht en de onwaardigste onder de
+menschen, een man van smarten en verzocht in krankheid, en een
+iegelijk was als verbergende het aangezicht voor hem", had hem
+toegeschenen hemzelven te voorbeelden, en in hem werd de prophetie
+vervuld. Wij behoeven niet terug te schrikken voor zulk een gezegde.
+Ieder afzonderlijk kunstwerk is de vervulling eener prophetie; want
+ieder kunstwerk is de omzetting van een idee in een beeld. Elk
+afzonderlijk menschelijk wezen behoort de vervulling eener prophetie
+te zijn; want elk menschelijk wezen behoort de verwezenlijking van een
+ideaal te zijn, hetzij in den geest van God, hetzij in den geest der
+menschen. Christus vond den grondvorm en bestendigde hem, en de droom
+van een Vergiliaansch dichter, te Jerusalem of te Babyloon, werd in
+den langen loop der eeuwen vleesch in hem dien de wereld verwachtte.
+"Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij hem aanzagen, zoo
+was er geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben", heeft Jesajas
+onder meer als kenteekenen van het nieuwe ideaal opgeteekend; en
+zoodra de kunst begreep wat dat bedoelde, ging zij open als een bloem
+in de aanwezigheid van hem in wien waarheid in kunst aan het licht
+trad als nooit te voren. Want is niet waarheid in kunst, zooals ik al
+gezegd heb, "datgene waarin het uitwendige de uitdrukking is van het
+inwendige, waarin de ziel tot vleesch is gemaakt en het lichaam
+doordrongen van geest, waarin de stof openbaring wordt"?
+
+Het meest betreurenswaardige feit in de geschiedenis is voor mij, dat
+Christus' eigen renaissance die den dom te Chartres heeft
+voortgebracht en den cyclus der Arthur-legenden en het leven van den
+Heiligen Franciscus van Assisi en de kunst van Giotto en Dante's
+_Divina Commedia_, geen vrijdom gehad heeft zich in haar eigen
+richting te ontwikkelen, maar verstoord en bedorven werd door de
+treurige classieke Renaissance die ons Petrarca schonk en Raphaels
+fresco's en Palladio's bouwstijl en het vormelijke Fransche treurspel
+en de St. Paulskerk en Popes gedichten en alles wat van buiten af
+gemaakt wordt en volgens doode regels, en niet uit het binnenste
+opwelt door den bezielenden geest. Maar overal waar er een romantieke
+beweging in de kunst is, daar is, hoe en onder wat gedaante dan ook,
+Christus of de ziel van Christus. Hij is in _Romeo and Juliet_,
+in _A Winter's Tale_, in de Provencaalsche poezie, in Coleridges
+_Ancient Mariner_, in Keats' _La Belle Dame sans merci_, in
+Chattertons _Ballad of Charity_.
+
+Wij zijn de meest uiteenloopende dingen en menschen aan hem verplicht.
+Hugo's _Les Miserables_, Baudelaires _Les Fleurs du Mal_, de
+toon van medelijden in de Russische romans, Verlaine en Verlaines
+gedichten, het gebrande glas en de wandtapijten en de
+quattrocento-arbeid van Burne-Jones en Morris komen hem niet minder
+toe dan de toren van Giotto, dan Lancelot en Guinevere, dan
+Tannhaeuser, de onrustige romantieke marmers van Michele Angelo en de
+spitsboogbouw. Zoo ook de liefde voor kinderen en bloemen. Want voor
+hen beiden was eigenlijk in de classieke kunst maar weinig ruimte,
+nauwlijks genoeg om te groeien of te spelen, maar van de twaalfde eeuw
+af tot op onzen eigen tijd zijn zij voortdurend in de kunst verschenen
+onder wisselend voorkomen en op wisselende tijden, grillig en
+eigenzinnig in hun komst zooals men dat van kinderen en bloemen
+verwachten kan. Immers, de lente heeft steeds den schijn alsof de
+bloemen zich verscholen hadden en enkel uitkwamen in de zon als
+vreesden zij dat de volwassen menschen moe zouden worden van naar haar
+uit te zien en hun zoeken zouden opgeven; en het leven van een kind
+is immers niet meer dan een Aprildag met regen zoowel als zon voor de
+narcis.
+
+Het is de hooge verbeeldingskracht in Christus' eigen aanleg, die hem
+tot dit bloedlevende centrum der romantiek maakt. De wondere figuren
+van het poetische drama en de ballade zijn gemaakt door de verbeelding
+van anderen, maar geheel uit zijn eigen verbeelding heeft Jezus van
+Nazareth zichzelf geschapen. De roep van Jesajas had in werkelijkheid
+niet meer met zijn komst te maken dan de zang van den nachtegaal met
+het rijzen der maan--niets meer, maar wellicht ook niets minder. Hij
+was de ontkenning zoowel als de bevestiging der prophetie. Tegenover
+iedere verwachting die hij vervulde, was er een andere die hij
+vernietigde. "In alle schoonheid", zegt Bacon, "is een zekere
+vreemdheid van verhouding", en van hen die uit den geest geboren
+zijn--dat is, van hen die evenals hij dynamische krachten zijn--, zegt
+Christus dat zij zijn als de wind die "waait waarheen hij wil en
+niemand weet vanwaar hij komt en waar hij henen gaat". Daarom oefent
+hij zoo sterke bekoring op den kunstenaar. Hij heeft in zich al de
+kleurelementen des levens: de geheimenis, de wonderlijkheid, het
+suggestieve, de ekstase, de liefde. Hij beroept zich op den zin voor
+het wonder en hij schept die zielsgesteldheid waarin alleen hij kan
+begrepen worden.
+
+En voor mij is het een vreugde te bedenken dat als hij "gedegen
+verbeelding" is, de wereld uit dezelfde stof bestaat. Ik heb ergens in
+_Dorian Gray_ gezegd dat de groote zonden der wereld plaats
+hebben in de hersenen. Maar in de hersenen heeft alles plaats. Wij
+weten nu dat wij niet zien met onze oogen en niet hooren met onze
+ooren. Zij zijn in werkelijkheid kanalen voor het min of meer
+nauwkeurig overbrengen der zinsindrukken. In de hersenen is de papaver
+rood, is de appel geurig, zingt de leeuwerik.
+
+In den laatsten tijd ben ik ijverig bezig geweest de vier
+prozagedichten over Christus te bestudeeren. Met Kerstmis gelukte het
+mij een Grieksch Testament machtig te worden, en elken morgen als ik
+eerst mijn cel had schoongemaakt en mijn tingerei gepoetst, las ik een
+stuk uit de Evangelien, een twaalftal verzen op goed geluk opgeslagen.
+Het is een verrukkelijke wijze van den dag aan te vangen. Iedereen,
+zelfs in een verontrust slechtgeordend leven, moest evenzoo doen.
+Eindelooze herhaling, te pas en ten ontijde, heeft voor ons de
+frischheid, de naieveteit, de eenvoudige romantieke bekoring der
+Evangelien bedorven. Wij hooren hen veel te vaak en veel te slecht
+lezen, en alle herhaling is geestdoodend. Wanneer men tot den
+Griekschen tekst terugkomt, is het alsof men uit een nauw en donker
+huis treedt in een hof van lelien.
+
+En voor mij wordt dat genot verdubbeld door de overweging dat wij naar
+alle waarschijnlijkheid de levende woorden zelve, _ipsissima
+verba_, zooals Christus hen uitte, bezitten. Er werd steeds
+verondersteld dat Christus sprak in het Aramaiisch. Zelfs Renan dacht
+dat. Maar nu weten wij dat de Galilaische boeren, evenals de Iersche
+boeren in onzen tijd, twee talen spraken, en dat Grieksch de
+dagelijksche omgangstaal was over geheel Palaistina, of eigenlijk over
+de geheele Oostersche wereld. Mij was altijd de gedachte onaangenaam,
+dat wij Christus' eigen woorden slechts door een vertaling van een
+vertaling kenden. Het is mij een genot te bedenken dat, tenminste wat
+zijn uiterlijk gesprek aangaat, Charmides naar hem had kunnen
+luisteren, en Sokrates met hem kunnen redeneeren, en Platoon hem zou
+hebben begrepen; dat hij in werkelijkheid zeide: [Greek: ego eimi ho
+poimen ho kalos]; dat toen hij dacht aan de lelien des velds en hoe
+zij niet arbeiden en niet spinnen, zijn woorden volmaakt kudden:
+[Greek: katamathete ta krina tou agrou pos auxanei ou kopia oude
+nethei]; en dat zijn laatste woord, toen hij uitriep: "mijn leven is
+volbracht, heeft zijn vervulling bereikt, is voleindigd", nauwkeurig
+was wat Johannes ons mededeelt en niet meer: [Greek: tetelestai].
+
+Bij het lezen der Evangelien--in 't bijzonder dat van Johannes zelf,
+of wat vroege Gnosticus zijn naam en mantel aannam--zie ik
+onafgebroken van de verbeelding getuigd als van den grondslag van alle
+geestelijk en materieel leven, maar daarnaast zie ik ook dat voor
+Christus de verbeelding eenvoudig een vorm der liefde was, en dat voor
+hem liefde soeverein was in de volste beteekenis van het woord. Een
+week of zes geleden stond de dokter mij toe wittebrood te eten in
+plaats van het grove zwart- of bruinbrood van den gewonen
+gevangeniskost. Het is een groote lekkernij. Het klinkt misschien
+vreemd dat droog brood bij mogelijkheid voor iemand ter wereld een
+lekkernij kan zijn. Voor mij is het dat zoozeer, dat ik bij het einde
+van ieder maal zorgvuldig al de kruimels opeet, die op mijn tinnen
+bord zijn gebleven, of gevallen zijn op den handdoek dien wij als
+laken gebruiken om onze tafel niet te bemorsen. En ik doe dit niet uit
+honger--ik krijg nu geheel voldoende te eten--maar eenvoudig opdat
+niets verloren ga van wat men mij geeft. Zoo behoort men liefde te
+beschouwen.
+
+Christus, evenals alle boeiende persoonlijkheden, had de macht om niet
+alleen zelf schoone dingen te zeggen, maar ook om anderen schoone
+dingen tot hem te doen zeggen. En ik bemin het verhaal dat Markus ons
+doet van de Grieksche vrouw die, toen hij om haar geloof te beproeven
+tot haar zeide, dat hij haar het brood van de kinderen Israel niet kon
+geven, hem antwoordde dat de hondekens--er staat [Greek:
+kunaria]--onder de tafel van de kruimkens eten, die de kinderen laten
+valten. De meeste menschen leven voor liefde en bewondering. Maar van
+liefde en bewondering behooren wij te leven. Indien ons eenige liefde
+bewezen wordt, behooren wij te erkennen dat wij haar geheel onwaardig
+zijn. Niemand is waardig bemind te worden. Het feit dat God de
+menschen bemint, bewijst ons dat het in de goddelijke orde der ideeele
+dingen geschreven staat dat eeuwige liefde zal gegeven worden aan wat
+eeuwiglijk onwaardig is. Liefde is een sacrament waaraan men knielend
+behoort deel te nemen, en "_Domine, non sumdignus_" behoort op de
+lippen en in de harten te zijn van hen die het ontvangen.
+
+Als ik nog ooit schrijf, ik meen als ik nog ooit kunstwerk voortbreng,
+zijn er bij uitstek twee onderwerpen waarover en waardoor ik verlang
+mij te uiten. Het eene is: "Christus als voorlooper der romantieke
+beweging in het leven"; het andere is: "Het kunstenaarsleven beschouwd
+in zijn betrekking tot het levensgedrag". Het eerste is zeker van een
+felle bekoring; want ik zie in Christus niet enkel de wezenlijke
+eigenschappen van den oppersten romantieken typos, maar evenzeer al de
+toevalligheden, tot de grilligheden toe, van den romantieken
+gemoedsaard. Niemand voor hem had ooit tot de menschen gezegd dat zij
+"bloemgelijke levens" behoorden te leiden. Hij drukte het uit eens en
+voorgoed. Hij nam de kinderen aan als den typos van wat de volwassenen
+moeten trachten te worden. Hij hield hen als voorbeeld voor aan hun
+ouderen, wat ik mij altijd heb voorgesteld als het voornaamste nut
+van kinderen, indien wat volmaakt is, nut moet hebben. Dante
+beschrijft eens menschen ziel als komende uit de hand van God "lachend
+en weenend als een klein kind", en Christus zag eveneens dat de ziel
+van een elk behoort te zijn a _guisa di fanciulla che piangendo e
+ridendo paroleggia_. Hij gevoelde dat het leven verandering,
+strooming, werking is, en dat om het zich in eenigen vorm te laten
+vastzetten de dood is. Hij zag dat de menschen niet te veel ernst
+moeten maken met materieele, dagelijksche belangen; dat onpraktisch
+zijn een groot ding is; dat men zich niet te veel moet bekommeren om
+wereldsche aangelegenheden. De vogels deden het ook niet, waarom zou
+de mensch het doen? Verrukkelijk zijn zijn woorden: "Wees niet bezorgd
+voor den dag van morgen. Is niet de ziel meer dan het voedsel? Is niet
+het lichaam meer dan de kleeding?" Een Griek zou het laatste kunnen
+gezegd hebben. Het is vol Grieksch gevoel. Maar Christus alleen kon
+beide zeggen en zoo het leven volmaakt voor ons samenvatten.
+
+Zijn moraal is geheel medegevoel, volkomen wat moraal behoort te zijn.
+Indien hij nooit iets anders gezegd had dan: "Hare zonden zijn haar
+vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad", zou het der
+moeite waard geweest zijn te sterven om dat gezegd te hebben. Zijn
+rechtvaardigheid is geheel en al dichterlijke rechtvaardigheid, juist
+wat rechtvaardigheid behoort te zijn. De bedelaar gaat naar den hemel,
+omdat hij ongelukkig geweest is. Ik kan geen betere reden bedenken om
+hem daarheen te zenden. De arbeiders die een enkel uur werken in den
+wijngaard in de koelte van den avond, krijgen volmaakt hetzelfde loon
+als zij die den geheelen langen dag onder de heete zon hebben
+gezwoegd. Waarom niet? Waarschijnlijk verdiende geen van hen iets. Of
+misschien waren zij een verschillend soort menschen. Christus kon niet
+lijden de bekrompen levenlooze werktuigelijke systemen die menschen
+als dingen, en dus ieder gelijk, behandelen. Voor hem bestonden er
+geen wetten: hij kende enkel uitzonderingen. Alsof ook iemand of eenig
+ding, als het er op aan komt, aan een tweede ter wereld gelijk was!
+
+Dat wat juist de grondtoon is der romantieke kunst, was voor hem de
+eigenlijke grondslag van het natuurlijke leven. Hij zag geen anderen.
+En toen zij tot hem een vrouw brachten, die op heeter daad van
+overspel was betrapt, en hem haar oordeel toonden als het in de wet
+geschreven stond, en hem vraagden wat men moest doen, schreef hij met
+zijn vinger in de aarde, en toen zij bij hem aanhielden, zag hij op en
+zeide: "Die van u zonder zonden is, werpe het eerst den steen op
+haar." Het was de moeite waard te leven om dat gezegd te hebben.
+
+Als alle dichterlijke naturen beminde hij onwetende menschen. Hij wist
+dat er in de ziel van een die onwetend is, altijd plaats is voor een
+groot denkbeeld. Maar stompzinnig volk kon hij niet uitstaan, in 't
+bijzonder hen die stompzinnig gemaakt zijn door hun opvoeding:
+menschen die vol meeningen zijn, waarvan zij geen enkele ook maar
+verstaan, een bij uitstek modern type, door Christus samengevat in
+zijn beschrijving van den man die den sleutel der kennis heeft, hem
+zelf niet gebruiken kan en niet toestaat dat anderen hem gebruiken
+zelfs al zou hij de poort van Gods Koninkrijk kunnen openen. Zijn
+voornaamsten krijg voerde hij tegen de Philistijnen. Dat is de krijg
+dien elk kind van het licht heeft aan te gaan. Het Philistijnendom had
+het hoogste woord in den tijd en de gemeenschap waarin hij leefde. Met
+hun trage onvatbaarheid voor denkbeelden, hun bekrompen
+rechtschapenheid, hun vervelende rechtgeloovigheid, hun aanbidding van
+het gemeene welslagen, hun algeheele vooringenomenheid met den groven
+materialistischen kant van het leven, hun belachelijke hoogschatting
+van zichzelf en hun belangrijkheid, waren de Joden van Jerusalem in
+Christus' dagen het volmaakte evenbeeld van den Engelschen Philistijn
+in onzen eigen tijd. Christus bespotte het "gepleisterde graf" der
+rechtschapenheid, en stelde dat woord vast voor altijd. Hij behandelde
+wereldsch welslagen als een ding om volstrekt te verachten. Hij zag er
+geen belang in. Hij beschouwde rijkdom als een hindernis voor den
+mensch. Hij wilde er niet van hooren dat men het leven zou opofferen
+aan eenig systeem van gedachte of moraal. Hij wees er op dat vormen en
+ceremonien gemaakt waren voor den mensch, en niet de mensch voor
+vormen en ceremonien. Hij nam het Sabbatarianisme als voorbeeld van de
+dingen die men niet behoorde te tellen. De daden van de koude
+menschenliefde, de vertoonmakende openbare liefdadigheden, de
+vervelende formaliteiten die zoo dierbaar zijn aan den middelmatigen
+geest, stelde hij met een uiterste en onverzoenlijke verachting aan de
+kaak. Voor ons is wat men den naam rechtgeloovigheid geeft, niet meer
+dan een gemakzuchtige domme geloofsbeaming; maar voor hen en in hunne
+handen was het een vreeselijke en verlammende tyrannie. Christus
+vaagde haar uit den weg. Hij toonde aan dat de geest alleen waarde
+had. Hij liet geen gelegenheid voorbijgaan om hun te bewijzen dat,
+hoewel zij altijd bezig waren de wet en de profeten te lezen, zij
+inderdaad niet het geringste denkbeeld hadden van de beteekenis van
+een van beide. Tegenover hun vertienen van iederen afzonderlijken dag
+in de vastgestelde sleur van voorgeschreven plichten, zoo goed als zij
+de dille en de komijn vertienden, predikte hij het ontzaglijke belang
+van volledig voor het oogenblik te leven.
+
+Wie hij redde van hunne zonden, worden gered enkel om schoone
+oogenblikken in hun leven. Als Maria Magdalena Christus ziet, breekt
+zij de kostbare albasten flesch die een van haar zeven minnaars haar
+gegeven had, en stort de welriekende zalf over zijn moede stoffige
+voeten, en ter wille van dat eene oogenblik zit zij voor eeuwig, samen
+met Ruth en Beatrice, omrankt van de sneeuwwitte rozen van het
+Paradijs. Het eenige dat Christus ons in zijn korte vermaningen zegt,
+is dat ieder levensoogenblik schoon behoort te zijn, dat de ziel
+altijd bereid behoort te zijn voor de komst van den bruidegom, altijd
+op wacht naar de stem van den minnaar. De Philistijnschheid is
+eenvoudig die kant der menschelijke natuur, die niet verlicht wordt
+door de verbeelding. Al wat liefelijken invloed op het leven heeft,
+ziet hij als schakeeringen van licht: de verbeelding zelf is de wereld
+des lichts. Onze wereld is haar maaksel, en toch kan de wereld haar
+niet verstaan. Dat komt omdat de verbeelding eenvoudig een
+openbaringsvorm der liefde is, en de mate van liefde en de vatbaarheid
+voor liefde onderscheidt het eene menschelijke wezen van het andere.
+
+Maar vooral wanneer Christus met een zondaar vandoen heeft, is hij
+meest romantiek, in den zin van meest zichzelf. De wereld had altijd
+den heilige bemind als de dichtst mogelijke benadering van Gods
+volmaaktheid. Christus schijnt, door zeker goddelijk instinkt, altijd
+den zondaar bemind te hebben als de dichtst mogelijke benadering van
+des menschen volmaaktheid. Zijn oorspronkelijk streven was niet om de
+menschen te verbeteren evenmin als zijn oorspronkelijk streven was om
+het lijden te verlichten. Een belangwekkenden dief in een vervelend
+fatsoenlijkman te veranderen was zijn doel niet. Hij zou weinig hebben
+opgehad met de Vereeniging om ontslagen gevangenen voort te helpen, en
+andere soortgelijke moderne bewegingen. De bekeering van een tollenaar
+tot een Pharizeer zou hem geen sterk stuk geleken hebben. Maar op een
+wijze als de wereld nog altijd niet heeft begrepen, beschouwde hij
+zonde en lijden als dingen schoon en heilig in zichzelf en als graden
+van volkomenheid.
+
+Het lijkt een zeer gevaarlijk denkbeeld. Het is het inderdaad--alle
+groote denkbeelden zijn gevaarlijk. Dat het Christus' geloof was,
+daaromtrent is geen twijfel mogelijk. Dat het het ware geloof is, daar
+twijfel ik zelf niet aan.
+
+Natuurlijk moet de zondaar tot inkeer komen. Maar waarom? Eenvoudig
+omdat hij anders niet instaat zou zijn te beseffen wat hij gedaan
+heeft. Het oogenblik van het berouw is het oogenblik der inwijding.
+Meer dan dat: het is het middel waardoor men zijn verleden verandert.
+De Grieken achtten dat onmogelijk. Zij zeggen vaak in hun gnomische
+aphorismen: "Zelfs de Goden kunnen het verleden niet veranderen."
+Christus toonde aan dat de gemeenste zondaar het kon, dat het het
+eenige was, dat hij kon doen. Als men er hem naar gevraagd had, zou
+Christus--ik ben er volkomen zeker van--gezegd hebben dat de verloren
+zoon in het oogenblik dat hij op zijn knieen viel en weende, de
+verkwisting van zijn vermogen met lichtekooien, zijn zwijnenhoeden en
+zijn hongeren naar den draf dien zij aten, tot schoone en heilige
+oogenblikken in zijn leven maakte. Het is voor de meeste menschen
+moeilijk het denkbeeld te vatten. Ik denk dat men gevangen moet zitten
+om het te begrijpen. Als dat zoo is, is het der moeite waard gevangen
+te zitten.
+
+De figuur van Christus heeft iets zoo zeer eenigs. Zeker, evenals er
+schijnbare dageraden aan den dageraad zelf voorafgaan, en winterdagen
+zoo vol plotselingen zonneschijn kunnen zijn, dat zij de wijze crocus
+misleiden om haar goud te verkwisten voor den tijd en een of ander
+onnoozel vogeltje er toe brengen zijn gaaike te roepen om op naakte
+takken een nest te bouwen, waren er Christenen voor Christus. Daarvoor
+kunnen wij slechts dankbaar zijn. Het ongeluk is dat er sindsdien geen
+geweest zijn. Ik maak een uitzondering, den heiligen Franciscus van
+Assisi. Maar God had hem bij zijn geboorte de ziel van een dichter
+gegeven, en hij zelf had in prille jeugd in een mystiek huwelijk
+armoede als bruid genomen: met de ziel van een dichter en het lichaam
+van een bedelaar vond hij den weg ter volkomenheid niet moeilijk. Hij
+begreep Christus, en werd zoo aan hem gelijk. Wij hebben het _Liber
+Conformitatum_ niet noodig om te leeren dat het leven van den
+heiligen Franciscus de ware _Imitatio Christi_ was, een gedicht
+in vergelijking waarmede het boek van dien naam slechts proza is.
+
+Inderdaad, dat is, alles te zamen genomen, de bekoring die van
+Christus uitgaat: hij is volkomen als een kunstwerk. Onderwijzen doet
+hij ons in werkelijkheid niets, maar door het feit dat men in zijn
+tegenwoordigheid gebracht wordt, wordt men iets. En ieder is bestemd
+voor zijn tegenwoordigheid. Eenmaal tenminste in zijn leven wandelt
+ieder mensch met Christus naar Emmaues.
+
+Wat aangaat het andere onderwerp, "de Verhouding van het
+kunstenaarsleven tot het levensgedrag", zal mijn voorkeur u
+ongetwijfeld vreemd lijken. De menschen wijzen naar de gevangenis te
+Reading en zeggen: "Daarheen leidt het kunstenaarsleven". Ik zeg u,
+het zou iemand naar erger plaatsen kunnen voeren. Meer werktuigelijke
+menschen voor wie het leven een listige speculatie is, die afhangt van
+een zorgvuldige berekening van wegen en middelen, weten altijd
+waarheen zij op weg zijn en geraken daar. Zij zetten af met als ideaal
+voor oogen de gegalonneerde jas van gemeentebode, en in welke sfeer
+zij ook geplaatst worden, slagen zij er in gemeentebode te worden en
+niet meer. Een man wiens streven is iets te worden buiten zichzelf,
+lid van het Parlement, een voorspoedig kruidenier, een uitstekend
+advocaat, rechter of iets even vervelends, slaagt onverbiddelijk en
+wordt wat hij wenscht te zijn. Dat is zijn straf. Zij die een masker
+begeeren, hebben het te dragen.
+
+Maar met de dynamische krachten des levens en hen in wie die
+dynamische krachten belichaamd zijn, is het anders gesteld. Menschen
+wier enkel streven gaat naar zelfverwezenlijking, weten nooit waarheen
+zij op weg zijn. Zij kunnen het niet weten. Naar de eene beteekenis
+des woords is het natuurlijk noodzakelijk om, zooals het Grieksche
+orakel zeide, zichzelf te kennen: dat is de eerste vrucht der kennis.
+Maar in te zien dat de ziel eens mensehen onkenbaar is, is de opperste
+vrucht der wijsheid. Het eindmysterie blijven wijzelf. Als de mensch
+de zon gewogen heeft in de weegschaal en de schreden der maan gemeten
+en de zeven hemelen ster voor ster in kaart gebracht, blijft hij zelf
+nog over. Wie kan de baan van zijn eigen ziel berekenen? Toen de jonge
+Saul uitging om zijn vaders ezelinnen te zoeken, wist hij niet dat een
+man Gods hem wachtte om hem tot koning te zalven, en dat zijn ziel
+reeds de ziel eens konings was.
+
+Ik hoop lang genoeg te leven en werk van zulk een hoedanigheid voort
+te brengen, dat ik aan het eind mijner dagen instaat zal zijn te
+zeggen: "Zie, hierheen leidt het kunstenaarsleven!" Twee van de meest
+volmaakte levens waarmede ik bij eigen ervaring kennis heb gemaakt,
+zijn die van Verlaine en van prins Kropotkin, twee mannen die beiden
+jaren gevangen zaten. De eerste is de eenige Christelijke dichter
+sinds Dante, de ander een man met de ziel van dien schoonen witten
+Christus dien Rusland ons schijnt te beloven.
+
+In de laatste zeven of acht maanden ben ik, ondanks een bijna
+onafgebroken reeks kwellingen die uit de buitenwereld tot mij
+doordrongen, in onmiddellijke aanraking geweest met een nieuwen geest
+die in deze gevangenis door menschen en dingen werkzaam is, en die mij
+geholpen heeft meer dan ik bij mogelijkheid met woorden kan
+uitdrukken. In het eerste jaar van mijn gevangenschap deed ik niet
+anders--ik kan mij niet herinneren iets anders gedaan te hebben--dan
+mijn handen wringen in machtelooze wanhoop en zeggen: "Welk een einde!
+Welk een ontzettend einde!" Nu tracht ik tot mijzelf te zeggen,--en
+somtijds als ik niet bezig ben mijzelf te martelen, zeg ik het
+werkelijk en eerlijk--: "Welk een begin, welk een wonderbaarlijk
+begin!" Daar is kans dat het werkelijk zoo is. Daar is kans dat het
+zoo wordt. Zoo ja, dan zal ik veel verplicht zijn aan deze nieuwe
+persoonlijkheid die het leven van ieder mensch in deze plaats heeft
+gewijzigd. Gij zult dit kunnen beseffen als ik u zeg dat ik, verleden
+Mei ontslagen zooals ik trachtte gedaan te krijgen, van hier zou zijn
+gegaan met afschuw voor deze plaats en voor iederen beambte erin, met
+een bitterheid van haat die mijn leven zou vergiftigd hebben. Ik heb
+nog een jaar gevangen moeten zitten, maar samen met ons allen heeft
+menschelijkheid in de gevangenis gewoond, en wanneer ik thans heenga,
+zal ik mij altijd groote bewijzen van goedheid herinneren, die ik
+hier van bijna iedereen ontvangen heb, en op den dag van mijn ontslag
+zal ik velen menschen veelvuldigen dank kunnen betuigen en hun vragen
+aan mij te blijven denken als ik aan hen.
+
+De wijze van behandeling in de gevangenis is in allen deele volstrekt
+verkeerd. Ik zou er alles voor willen geven om, als ik vrij kom,
+instaat te zijn daar verandering in te brengen. Het is mijn plan het
+te beproeven. Toch is er niets in de wereld zoo verkeerd of de geest
+der menschelijkheid, die de geest der liefde is, de geest van den
+Christus dien men niet in de kerken vindt, kan het zoo al niet goed
+maken, dan toch te dragen zonder te groote verbittering van hart.
+
+Ik weet ook dat buiten de gevangenis mij vele heerlijke dingen
+wachten, van wat de heilige Franciscus van Assisi noemt "mijn broeder
+den wind en mijn zuster de regen", beide even liefelijk, tot de
+uitstallingen der winkels en de zonsondergangen in de groote steden.
+Als ik alles opsomde wat mij nog overblijft, weet ik niet waar ik zou
+ophouden; want God heeft immers de wereld evenzeer voor mij als voor
+ieder ander gemaakt. Misschien zal ik van hier gaan rijker om iets dat
+ik vroeger niet had. Ik behoef u niet te zeggen dat voor mij
+hervormingen op zedelijk gebied even zinloos en oppervlakkig zijn als
+hervormingen in de theologie. Maar laat het voornemen een beter mensch
+te worden een stuk zijn van domme kwezelarij, een dieper mensch te
+zijn geworden is het voorrecht van hen die geleden hebben. En dat meen
+ik te zijn geworden.
+
+Indien na mijn invrijheidstelling een mijner vrienden een feest gaf en
+mij niet uitnoodigde, zou mij dat geheel onverschillig zijn. Ik kan
+volmaakt gelukkig zijn met mijzelf alleen. Vrijheid, bloemen, boeken
+en de maan--wie zou daarmede niet volmaakt gelukkig zijn? Bovendien
+zijn feesten niet meer voor mij. Ik heb er te veel gegeven om er op
+gesteld te zijn. Die kant van het leven is voor mij voorbij, tot mijn
+groot geluk, geloof ik. Maar als na mijn ontslag een mijner vrienden
+een verdriet had en mij niet toestond het te deelen, zou mij dat
+bitter krenken. Als hij de deuren van het huis van rouw voor mij
+sloot, zou ik telkens weer terugkomen en om toegang verzoeken totdat
+ik deel mocht nemen aan wat mijn recht is. Als hij mij onwaardig
+oordeelde, ongeschikt om met hem te weenen, zou dat voor mijn gevoel
+de grievendste vernedering zijn, de verschrikkelijkste smaadheid die
+men mij kon aandoen. Maar dat zou niet mogelijk wezen. Het is mijn
+recht deel te hebben aan smart, en hij die tegelijk de liefelijkheid
+der wereld kan zien en deelen in haar smart, en iets van beider wonder
+beseffen, is in onmiddellijke aanraking met het goddelijke, en is zoo
+dicht tot Gods geheim genaderd als eenig mensch komen kan.
+
+Mogelijk zal ook in mijn kunst, evenzeer als in mijn leven, een nog
+dieper toon opkomen, een toon van meer eenheid-van-hartstocht, meer
+onmiddellijkheid-van-drang. Niet veelomvattendheid, maar verdieping is
+het waarachtige doel der moderne kunst. Wij houden ons in kunst niet
+langer bezig met het algemeene type. Met de uitzondering hebben wij
+vandoen. Nu kan ik wel geen kunst maken van mijn lijden in den vorm
+dien het aannam, dat is duidelijk. Kunst begint waar navolging
+ophoudt. Maar iets nieuws moet er in mijn werk komen, mogelijk een
+overvloediger beschikken over woorden, een rijker klankval,
+merkwaardiger werkingen, eenvoudiger orde van bouw, in elk geval iets
+van een nieuwe aesthetische hoedanigheid.
+
+Toen Marsyas werd "gescheurd uit de scheede zijner leden"--_della
+vagina delle membra sue_, om een van Dantes schrikkelijkste
+Taciteische wendingen te gebruiken--was het met zijn lied uit, zeiden
+de Grieken. Apolloon was overwinnaar gebleven. De lier had de
+herdersfluit tot zwijgen gebracht. Maar misschien vergisten de Grieken
+zich. Ik hoor in de moderne kunst herhaaldelijk den roep van Marsyas.
+Hij is bitter in Baudelaire, zoet en klagend in Lamartine, mystiek in
+Verlaine. Hij keert terug in de uitgestelde oplossingen van Chopins
+muziek. Hij is in de mistroostigheid die hangt over Burne-Jones'
+vrouwenfiguren. Zelfs Matthew Arnold wiens zang van "Callicles" in zoo
+hellen toon van lyrische schoonheid verhaalt van "den triomf der zoet
+overredende lier" en van "den roem der eindelijke zege", heeft hem
+meer dan eens. Tegen den onrustigen ondertoon van twijfel en ellende,
+die zijn verzen niet loslaat, konden Goethe noch Wordsworth hem baten,
+al volgde hij beiden beurtelings na, en als hij wil rouwen om
+_Thyrsis_ of zingen van den _Scholar Gipsy_, moet hij wel de
+herdersfluit ter hand nemen om de gewenschte wijs te vinden. Maar laat
+de Phrygische Faun verstomd zijn of niet, mij is dat onmogelijk.
+Uiting is even noodzakelijk voor mij als blad en bloemen voor de
+zwarte takken der boomen die boven de muren der gevangenis uitkijken
+en zoo rusteloos zijn in den wind. Tusschen mijn kunst en de wereld is
+nu een wijde kloof, maar tusschen de kunst en mij is er geen. Ik hoop
+tenminste dat er geen is.
+
+Elk van ons wordt een verschillend lot toegemeten. Mijn deel is een
+geweest van openbare schande, van lange gevangenschap, van ellende,
+van maatschappelijken ondergang, van smaadheid, maar ik ben mijn lot
+niet waardig--nog niet, tenminste. Ik herinner mij hoe ik vroeger vaak
+zeide dat ik een werkelijke ramp wel zou kunnen dragen als zij tot mij
+kwam in purperen mantel en met een masker van edele smart, maar dat
+het vreeselijke van onzen modernen tijd was, dat hij het treurspel
+steekt in de kleedij van het blijspel, zoodat de groote rampen
+alledaagsch lijken of bespottelijk of gebrekkig in stijl. Het is
+volkomen waar wat betreft den modernen tijd. Het is waarschijnlijk
+altijd waar geweest voor het leven van den dag. Men zegt dat alle
+martelaarschap minwaardig was in de oogen van den toeschouwer. De
+negentiende eeuw maakt geen uitzondering op den regel.
+
+Alles in het treurspel van mijn ramp is afzichtelijk geweest,
+minwaardig, terugstootend, gebrekkig in stijl. Onze kleedij zelf maakt
+ons bespottelijk. Wij zijn de hansworsten der smart. Wij zijn clowns
+met gebroken harten. Wij zijn bij uitstek aangewezen als mikpunten
+voor den humor. Op den 13den November 1895 werd ik van Londen hierheen
+gebracht. Van twee uur tot half drie dien dag moest ik staan wachten
+op het hoofdperron van Clapham Junction in gevangeniskleeren, met de
+handboeien aan, als een schouwspel voor de wereld. Ik was uit het
+hospitaal weggehaald zonder ook maar even van te voren gewaarschuwd te
+zijn. Ik kan mij niets bespottelijkers denken dan mijzelf op dat
+oogenblik. Zoodra de menschen mij zagen, begonnen zij te lachen. Elke
+trein die binnen kwam, verbreedde den kring der nieuwsgierigen. Zij
+vermaakten zich bovenmate. Dat was, natuurlijk, zoolang zij niet
+wisten wie ik was. Zoodra zij ingelicht waren, lachten zij meer dan
+ooit. Een half uur lang stond ik daar in den grauwen Novemberregen
+omringd door een schimpenden volkshoop.
+
+Een jaar lang nadat dit mij was aangedaan, heb ik elken dag op
+hetzelfde uur gedurende denzelfden tijd geweend. Dat is niet een zoo
+tragisch feit als het misschien klinkt. Voor hen die in de gevangenis
+zitten, maken tranen een deel der dagelijksche levenservaring uit. Een
+dag in de gevangenis waarop iemand niet weent, is een dag dat zijn
+hart verhard is, niet een dag dat zijn hart gelukkig is.
+
+Welnu, ik begin thans meer beklag te gevoelen met de lachers dan met
+mijzelf. Het is waar, toen zij mij zagen, stond ik niet op mijn
+voetstuk, maar aan den schandpaal. Maar men moet heel arm aan
+verbeelding zijn om enkel met menschen op te hebben als zij op hun
+voetstuk staan. Een voetstuk kan iets zeer onwerkelijks zijn. De
+schandpaal is een vreeselijke werkelijkheid. Ik heb boven gezegd dat
+achter smart altijd smart schuilt. Het zou nog wijzer zijn te zeggen
+dat achter smart altijd een ziel schuilt. En den spot te drijven met
+een ziel in lijden is een afgrijselijke daad. In de wonderlijk
+eenvoudige huishouding dezer wereld krijgen de menschen enkel wat zij
+zelf geven, en wie niet genoeg verbeelding hebben om door te dringen
+achter den uitwendigen schijn en zelf medelijden te gevoelen--wat
+medelijden kan hun geschonken worden dan dat der minachting?
+
+Ik schreef dit verhaal hoe ik hierheen werd overgebracht, enkel neer
+opdat men zou beseffen hoe zwaar het mij gevallen is om uit mijn straf
+iets anders dan bitterheid en wanhoop te winnen. Toch sta ik voor deze
+taak, en van tijd tot tijd bereik ik een oogenblik van onderworpenheid
+en berusting. In een enkelen knop kan een nieuwe volle lente zich
+verschuilen, en het lage nest van den leeuwerik houdt de vreugde in,
+die bestemd is als bode op te stijgen voor het aangezicht van menigen
+rozigen dageraad. Zoo is mogelijk al de levensschoonheid die mij nog
+overblijft, vervat in een enkel oogenblik van overgave, vernedering en
+deemoed. In elk geval kan ik uitsluitend voortgaan langs het spoor van
+mijn eigen ontwikkeling, en berustende in alwat mij overkomen is, mij
+dat waardig maken.
+
+De menschen plachten van mij te zeggen, dat ik te individualistisch
+was. Ik moet in de toekomst nog veel meer individualist zijn dan ooit
+te voren. Ik moet nog veel meer uit mijzelf halen en de wereld nog
+minder vragen dan ik al deed. De eene smadelijke, onvergetelijke en
+voor altijd verachtelijke daad van mijn leven was dat ik er toe
+overging een beroep op de maatschappij te doen om hulp en bescherming.
+Alleen maar aan zulk een beroep gedacht te hebben, zou uit het
+individualistische oogpunt al erg genoeg zijn geweest, maar welke
+verontschuldiging kan ooit ingebracht worden voor hem die dat beroep
+deed? Toen ik eenmaal de machten der maatschappij in werking had
+gezet, keerde natuurlijk de maatschappij zich tegen mij en zeide:
+"Hebt gij al dezen tijd geleefd en mijne wetten getart, en doet gij nu
+beroep op die wetten om bescherming? Gij zult die wetten in haar
+volheid toegepast krijgen. Gij zult u moeten onderwerpen aan datgene
+waarop gij u beroepen hebt." Het gevolg is dat ik hier in de
+gevangenis zit. Voorzeker, geen man viel ooit op zoo onedele wijze en
+door zoo onedele werktuigen. Ik zeg ergens in _Dorian Gray_: "Een
+mensch kan niet te zorgvuldig zijn in de keuze zijner vijanden". Ik
+kon toen niet vermoeden dat ik bestemd was door een paria zelf tot
+paria te worden gemaakt.
+
+Het Philistijnsche element in het leven bestaat niet in het onvermogen
+om kunst te verstaan. Allerinnemendste menschen als visschers,
+herders, veldarbeiders, boeren en dergelijken weten niets van kunst
+af, en zijn juist het zout der aarde. De Philistijn is de man die
+schraagt en bevordert de zware, hinderlijke, blinde, werktuigelijke
+krachten der maatschappij en dynamische kracht niet als zoodanig
+erkent, wanneer hij haar tegenkomt, hetzij in een mensch hetzij in een
+beweging.
+
+De menschen vonden het afgrijselijk van mij dat ik de slechte
+elementen des levens ten eten vroeg en genoegen had in hun gezelschap.
+Maar gezien van den kant vanwaar ik als belevend kunstenaar hen
+naderde, waren zij heerlijk suggestief en opwekkend. Het was als
+smullen met panters: de opwinding van het gevaar was het halve genot.
+Ik had het gevoel van een slangenbezweerder die de cobra uit haar rust
+lokt van den bonten lap of uit den teenen korf waarin zij ligt, tot
+zij naar zijn wil haar schild ontplooit en rustig op de maat
+heen-en-weer deint in de lucht als een plant in het water. Zij waren
+voor mij de glanzendste van alle vergulde slangen, en zonder hun
+vergif zouden zij niet volmaakt zijn geweest. Ik wist niet dat, als
+zij mij zouden bijten, zij dat zouden doen op het fluiten van een
+ander en door dien ander betaald. Ik schaam mij volstrekt niet dat ik
+hen gekend heb, zij waren hoogst belangwekkend. Waar ik mij wel over
+schaam, is de atmosfeer van gruwelijke Philistijnschheid, waarin ik
+door hen geraakte. Mijn werk als kunstenaar was aan de zijde van
+Ariel, ik gaf er de voorkeur aan te worstelen met Caliban. In plaats
+van kostelijk kleurige, muzikale dingen te schrijven als _Salome_
+en _A Florentine Tragedy_ en _La Sainte Courtisane_, dwong
+ik mijzelf lange juridische brieven op te stellen en zag mij aan het
+eind genoodzaakt mij juist op die dingen te beroepen, waartegen ik
+altijd verzet had gepredikt. Jan Rap en Jan Tuig waren
+bewonderenswaardig in hun gewetenloozen oorlog tegen het leven. Hen
+ten eten te hebben was een geweldig avontuur: Dumas pere, Cellini,
+Goya, Edgar Allan Poe of Baudelaire zouden volkomen gedaan hebben als
+ik. Maar walgelijk voor mij is de herinnering aan mijn eindelooze
+bezoeken aan den advokaat H-----, hoe ik keer op keer in het
+spokigwitte licht van een kille kamer met een ernstig gezicht ernstige
+leugens zat te vertellen aan een man met een kaal hoofd, tot ik
+letterlijk steende en gaapte van verveling. Daar, midden in het hart
+van Philistia, bevond ik mij eerst ver van al wat schoon was en
+schitterend en bewonderenswaardig en stoutmoedig. Ik had mijzelf
+gedoodverfd als de kampvechter van rechtschapenheid van wandel,
+puriteinschheid van leven, zedelijkheid in de kunst. _Voila oumenent
+les mauvais chemins_.... Maar aan den anderen kant, met hoe groote
+dankbaarheid kan ik denken aan hen die met onbeperkte hartelijkheid,
+onbegrensde toewijding, blijmoedigheid en vreugde in geven, mijn
+donkeren last voor mij verlicht, mij telkens weer bezocht, mij schoone
+brieven vol medegevoel geschreven, mijn zaken voor mij bestuurd, mijn
+toekomstig leven hebben geregeld, en aan mijn zijde stonden onder den
+beet van laster, smaad, openlijken schimp, tot hoon toe. Ik ben hun
+alles verplicht. Tot de boeken toe in mijn cel worden betaald door
+Robbie van zijn zakgeld; uit dezelfde beurs worden kleeren voor mij
+bekostigd tegendat ik vrij kom. Ik schaam mij niet iets aan te nemen,
+dat in liefde en genegenheid gegeven wordt. Ik ben er trotsch op. Ik
+denk hierbij aan mijn vrienden als More Adey, Robbie, Robert Sherard,
+Frank Harris, Arthur Clifton, en wat zij voor mij geweest zijn door
+mij steun, genegenheid en sympathie te geven. Ik denk hierbij aan
+ieder afzonderlijk, die vriendelijk voor mij geweest is in mijn leven
+als gevangene, tot den bewaarder toe, die mij goedenmorgen en
+goedenavond zegt, hoewel dat niet tot zijn voorgeschreven plichten
+behoort; ik denk aan de gewone dienders die op mijn reizen
+heen-en-weer naar het Bankroetiershof mij in mijn vreeselijken
+toestand van geestelijke ellende op hun gemeenzame ruwe manier
+trachtten op te beuren; ik denk aan den armen dief die mij herkende,
+terwijl wij in de rij liepen op de binnenplaats te Wandsworth en mij
+toefluisterde met de heesche gevangenisstem die men krijgt van lang
+gedwongen stilzwijgen: "Ik heb met u te doen; het is erger voor
+menschen als u dan voor menschen als ons."
+
+Een groot vriend van me--een vriend van tien jaar her--kwam mij
+eenigen tijd geleden opzoeken, en zeide mij dat hij geen enkel woord
+geloofde van wat tegen mij beweerd werd, en verzekerde mij
+nadrukkelijk dat hij mij voor volkomen onschuldig hield en voor het
+slachtoffer van een afgrijselijk complot. Zijn woorden deden mij in
+tranen uitbarsten. Ik vertelde hem, dat, al mocht onder de
+uitgebrachte beschuldigingen veel zijn, dat geheel onwaar was en mij
+aangewreven door weerzinwekkende boosaardigheid, mijn leven toch vol
+pervers genot geweest was, en dat ik, indien hij dat niet als een feit
+aannam en het zich volkomen indacht, onmogelijk langer met hem
+bevriend kon zijn of nog ooit in zijn gezelschap verkeeren. Het was
+een vreeselijke slag voor hem, maar nog zijn wij vrienden, en ik bezit
+zijn vriendschap niet op grond van leugenachtige aanspraken. Zooals ik
+al zei, het is pijnlijk de waarheid te zeggen. Maar gedwongen liegen
+is veel erger.
+
+Toen ik bij de eindzitting van mijn proces op de zondaarsbank zat te
+luisteren naar Lockwoods vernietigende aanklacht tegen mij--het klonk
+als een stuk uit Tacitus of uit Dante, als een van Savonarola's
+boetpredikingen tegen de Roomsche pausen--, herinner ik mij hoe,
+midden in den walg van afgrijzen voor wat ik hoorde, plotseling de
+gedachte bij mij opkwam, _hoe grootsch het zou wezen, indien ik zelf
+daar stond en al deze dingen tegen mij inbracht_. Ik zag toen op
+eenmaal in dat het waardeloos is, wat men van iemand zegt. De vraag is
+wie het zegt. Het allerhoogste levensoogenblik eens menschen, ik heb
+daaromtrent geen twijfel, is wanneer hij nederknielt in het stof en
+zich op de borst slaat en al de zonden van zijn leven uitspreekt.
+
+Gevoelsaandoeningen, zooals ik ergens in _Intentions_ zeg, zijn
+krachten beperkt in uitgestrektheid en in duur evenzeer als de
+krachten der physische energie. De kleine wijnbeker die gemaakt is om
+een zekere hoeveelheid in te houden, houdt zooveel in en niet meer, al
+staan al de purperen kuipen van Bourgondie boordevol wijn en zinken de
+treders tot hun knieen in de saamgelezen druiven van de steenige
+wijngaarden van Spanje. Geen dwaling is meer algemeen dan dat men
+denkt dat zij die de oorzaak of aanleiding xijn van des levens groote
+treurspelen, de gevoelens zouden deelen, die passen bij de tragische
+stemming; geen dwaling is noodlottiger dan het van hen te verwachten.
+De martelaar in zijn "mantel van vlammen" moge het aangezicht van God
+aanschouwen, maar voor hem die de takkebossen opstapelt of in de
+vlammende houtblokken rakelt, is het geheele tooneel niet meer dan het
+kelen van een os is voor den slager, of het vellen van een boom voor
+den kolenbrander in het bosch of het vallen van een bloem voor den man
+die het gras neermaait met de zeis. Groote hartstochten zijn voor de
+grooten van ziel, en groote gebeurtenissen kunnen alleen gezien worden
+door hen die op dezelfde hoogte staan als zij. Wij denken dat wij onze
+gevoelsaandoeningen voor niets krijgen. Dat is niet zoo. Zelfs de
+uitgelezenste en meest zelfopofferende aandoeningen moeten betaald
+worden. Vreemd genoeg, dit juist maakt haar uitgelezen. Het
+verstands-en gevoelsleven van de doorsnee-menschen is een zeer
+verachtelijk gedoe. Volmaakt als zij hun denkbeelden borgen uit een
+soort gedachten-leesgezelschap--den _Zeitgeist_ van een eeuw
+zonder ziel--en hen aan het eind van iedere week beduimeld
+terugzenden, zoo beproeven zij altijd hun aandoeningen op crediet te
+krijgen of weigeren de rekening te betalen als die aangeboden wordt.
+Wij moeten die levensopvatting te boven komen; zoodra wij te betalen
+hebben voor een aandoening, leeren wij haar soortelijke waarde kennen
+en behalen winst met die kennis. Bedenk dat de sentimenteele altijd
+een cynicus is in zijn hart. In werkelijkheid is sentimentaliteit
+enkel cynisme op zijn uitgaansdag. En al is cynisme vermakelijk om
+zijn intellectueelen kant, nu het heerenmanieren heeft aangeleerd en
+in fatsoenlijk gezelschap komt, kan het toch nooit meer zijn dan de
+volmaakte philosophie voor een man zonder ziel. Het heeft zijn
+maatschappelijke waarde, en voor een kunstenaar zijn alle wijzen van
+uitdrukking belangwekkend. Maar op zichzelf is het een poovere zaak,
+want daar is niets wat zich ooit aan den waarachtigen cynicus
+openbaart.
+
+ * * * * *
+
+Ik ken in de geheele dramatiek niets onvergelijkelijkers uit het
+oogpunt van kunst, niets suggestievers in zijn verfijndheid van
+waarneming, dan Shakespeare's karakter-teekening van Rosencrantz en
+Guildenstern. Zij zijn akademie-vrienden van Hamlet. Zij zijn zijne
+kameraden geweest. Zij brengen met zich herinneringen aan aangename
+dagen samen doorgebracht. Op het oogenblik dat zij hem ontmoeten in
+het spel, wankelt hij onder het gewicht van een last ondragelijk voor
+iemand van zijn gemoedsaard. De dooden zijn gewapend en wel uit het
+graf gekomen om hem een zending op te leggen, die tegelijk te groot en
+te min voor hem is. Hij is een droomer en hij wordt opgeroepen om te
+handelen. Hij heeft den aanleg van den dichter, en men vraagt hem het
+op te nemen met de alledaagsche verwikkeldheid van oorzaak en gevolg,
+met het leven in zijn praktische toepassing, waarvan hij niets
+afweet, en niet met het leven in zijn ideeele wezenheid, dat hem zoo
+welbekend is. Hij heeft geen flauw begrip van wat hij doen moet, en
+zijn krankzinnigheid is het veinzen van krankzinnigheid. Brutus
+gebruikte den waanzin als een mantel om het zwaard van zijn
+bedoelingen, den dolk van zijn streven te verbergen, maar bij Hamlet
+is de waanzin slechts een masker waarachter zich zwakheid verschuilt.
+In gril en kortswijl ziet hij een kans tot uitstel. Aldoor speelt hij
+met de daad zooals een kunstenaar zijn spel drijft met een
+levensbeschouwing. Hij wordt de bespieder zijner eigen handelingen, en
+terwijl hij luistert naar zijn eigen woorden, weet hij dat het slechts
+"woorden, woorden, en nog eens woorden" zijn. In stee te beproeven de
+held van zijn eigen geschiedenis te zijn, tracht hij de toeschouwer
+van zijn ondergang te wezen. Hij gelooft in niets, zichzelf
+meegerekend, en toch baat zijn twijfel hem niet, daar deze niet
+voortkomt uit bewuste twijfelzucht, maar uit een verdeelden wil.
+
+Van dit alles worden Guildenstern en Rosencrantz niets gewaar. Zij
+buigen en meesmuilen en glimlachen, en wat de een zegt, herhaalt de
+ander als een ziekelijke echo. Wanneer ten slotte, door middel van de
+marionettenvertooning van het tooneelspel in het tooneelspel, Hamlet
+'s konings "geweten betrapt", en den rampzaligen schelm in angst en
+beven van zijn troon jaagt, zien Guildenstern en Rosencrantz in zijn
+gedraging niet meer dan een vrij pijnlijke inbreuk op de hofetikette.
+Zoo ver kunnen zij het brengen in "het gadeslaan van des levens
+schouwspel met geeigende ontroeringen". Zij branden zich aan Hamlets
+geheim en weten er niets van. Ook zou het niet baten hen in te
+lichten. Zij zijn de kleine bekers die een zekere hoeveelheid kunnen
+inhouden en niet meer. Tegen het eind van het stuk wordt er op
+gezinspeeld dat zij, gevangen in een listigen val die voor een ander
+gezet was, een gewelddadigen en plotselingen dood hebben gevonden of
+mogelijk zullen vinden. Maar zulk een tragisch uiteind, al kleurt
+Hamlets humor het eenigszins met de verrassende vergelding die op het
+tooneel mogelijk is, bestaat in de werkelijkheid niet voor
+persoonlijkheden als zij. Zij sterven nooit. Horatio, die, "om Hamlet
+en zijn zaak naar waarheid voor te dragen aan de onbevredigden",
+
+ "De zaligheid een wijl den rug toekeert
+ En moeizaam ademt in dees wrange weerld,"
+
+een als Horatio sterft, al is het niet voor de oogen der toeschouwers,
+en laat geen broeder na. Maar Guildenstern en Rosencrantz zijn even
+onsterfelijk als Angelo en Tartuffe, en behooren met hen op hetzelfde
+plan gesteld te worden. Zij zijn de bijdrage van het moderne leven tot
+het antieke ideaal der vriendschap. Wie een nieuw "De Amicitia"
+schrijft, moet daarin een nis voor hen uitvinden en hen prijzen in
+Tusculaansch proza. Zij zijn typen voor altijd vastgesteld. Hun de les
+te willen lezen zou "gebrek aan waardeeringsvermogen" bewijzen. Zij
+zijn enkel buiten hun sfeer, anders niet. Verhevenheid van ziel is
+niet aanstekelijk. Hooge gedachten en hooge aandoeningen zijn, door
+het feit zelf van haar bestaan, vereenzaamd.
+
+Als alles goed gaat, reken ik vrij te komen tegen het eind van Mei en
+hoop dan dadelijk met Robbie en More naar een of ander buitenlandsch
+dorpje aan zee te gaan. De zee, zooals Euripides zegt in een van zijn
+Iphigeneia-drama's, wascht der wereld smetten en wonden weg.
+
+Ik hoop minstens een maand met mijn vrienden samen te zijn om vrede en
+evenwicht, een minder bedrukt hart en een zachtere gestemdheid te
+winnen; en dan als ik mij sterk genoeg voel, zal ik door tusschenkomst
+van Robbie schikkingen nemen om te gaan wonen in een of andere rustige
+buitenlandsche stad, bijvoorbeeld Brugge, waarvan jaren geleden de
+grauwe huizen en groene grachten en koele stille wandelwegen mij
+bekoorden. Ik voel een ongewoon verlangen naar de groote eenvoudige
+dingen van den oertijd, zooals naar de zee die niet minder dan de
+aarde aandoet als een moeder. Het komt mij voor dat wij allen te veel
+naar de natuur kijken en te weinig met haar leven. In de houding der
+Grieken tot haar onderscheid ik iets zeer gezonds. Zij hadden nooit
+den mond vol van zonsondergangen, zij kenden geen lange besprekingen
+over de vraag of de schaduwen op het gras werkelijk paars zien of
+niet. Maar zij zagen dat de zee voor den zwemmer was, en het zand
+voor de voeten van den hardlooper. Zij hielden van de boomen om de
+schaduw die zij werpen, en van het woud om zijn stilte op den middag.
+De wijngaardenier omwond zijn haren met klimop om de stralen van de
+zon te weren als hij bukte over de jonge scheuten, en voor den
+kunstenaar en den athleet, de beide typen die Griekenland ons
+geschonken heeft, vlochten zij in kransen de bladeren van den bitteren
+laurier en van de wilde eppe, die anders den menschen tot geen dienst
+zouden geweest zijn.
+
+Wij noemen onzen tijd den tijd der nuttigheid, en daar is niet een
+enkel ding waarvan wij het nut kennen. Wij zijn vergeten dat het water
+kan reinigen, en het vuur zuiveren, en dat de aarde ons aller moeder
+is. Het gevolg is dat onze kunst, een kunst van maneschijn, speelt met
+schimmen, terwijl de Grieksche, de kunst van zonneschijn, de dingen
+rechtstreeks hanteert. Ik ben overtuigd dat in de krachten der
+elementen loutering te vinden is, en ik wil tot hen wederkeeren en
+leven in hun tegenwoordigheid.
+
+ * * * * *
+
+Niet zonder reden of doel heb ik mij in mijn levenslangen dienst der
+letteren gemaakt
+
+ "Niet minder vrek om klank en lettergreep
+ Dan Midas om zijn goud."
+
+Ik mag niet bang zijn voor mijn verleden; als de menschen mij
+vertellen dat het onherroepelijk is, zal ik hen niet gelooven;
+verleden, heden, toekomst zijn een oogenblik in de oogen van God,
+onder wiens oogen het ons trachten moet zijn te leven. Tijd en ruimte,
+opvolging en uitgestrektheid, zijn enkel toevallige staten der
+gedachte; de verbeelding laat hen achter zich en beweegt zich in een
+vrije sfeer van ideeele bestaanswijzen. De dingen zijn in hun
+wezenheid wat wij hen believen te maken; een ding bestaat naar de
+wijze waarop wij het bezien. "Waar anderen", zegt Blake, "enkel den
+dageraad zien komen van over den heuvel, zie ik de zonen Gods jubelen
+van vreugde." Wat der wereld en mijzelf mijn toekomst leek, verbruide
+ik toen ik mij door smading liet verlokken tot een proces tegen
+Queensberry; eigenlijk verbruide ik haar lang voordien. Wat voor mij
+ligt, is mijn verleden. Ik moet dat leeren aanzien met andere oogen om
+te maken dat God het met andere oogen aanziet. Dit kan ik niet door
+het te negeeren of gering te schatten of te prijzen of te loochenen;
+het is enkel mogelijk door het aan te nemen als een onvermijdelijk
+deel van de ontwikkeling van mijn leven en aanleg: door mijn hoofd te
+buigen onder al wat ik geleden heb. Hoe ver ik verwijderd ben van den
+waarachtigen stand der ziel, komt duidelijk aan den dag uit dezen
+brief met zijn veranderlijke onzekere stemmingen, zijn haat en
+bitterheid, zijn bestrevingen en zijn tekortschieten in het
+verwezenlijken dier bestrevingen. Maar vergeet niet in welk een
+schrikkelijke school ik voor mijn taak zit, en bij mijn
+onvolledigheid en onvolmaaktheid kunnen mijn vrienden nog veel winnen.
+Zij kwamen tot mij om levensgenot en kunstgenot te leeren. Misschien
+ben ik uitverkoren om hun iets wonderbaarlijkers te onderwijzen, de
+beteekenis van smart en hare schoonheid.
+
+Natuurlijk zal voor iemand zoo modern als ik, "enfant de mon siecle",
+alleen al de aanblik der wereld steeds een verrukking zijn. Ik beef
+van het blijde bedenken dat op den eigen dag waarop ik uit de
+gevangenis kom, zoowel de goudenregen als de seringen zullen bloeien
+in de tuinen, en dat ik zal zien hoe de wind het luchtige goud tot
+rustelooze schoonheid aanzet en het bleeke purper der trossen doet
+deinen, zoodat het mij wezen zal als ademde ik onder den hemel van
+Arabie. Linnaeus viel op zijn knieen en weende van vreugde toen hij
+voor het eerst zag de wijde heide van een of andere Engelsche
+hoogvlakte geel van de taankleurige reukige bloesems der gemeene brem;
+en ik weet dat mij, die geen verlangen kan denken zonder bloemen,
+tranen wachten ergens in de bladen eener roos. Zoo ben ik altijd
+geweest van jongen af. Daar is niet een tint verscholen in den kelk
+van een bloem of in de ronding eener schelp, of, door een ragteeder
+medevoelen met de ziel zelf der dingen, doet zij mijn diepste wezen
+aan. Evenals Gautier ben ik altijd een geweest van hen "pour qui le
+monde visible existe".
+
+Toch ben ik mij nu bewust dat achter al deze schoonheid, hoezeer zij
+mij voldoening geeft, een geest verscholen is, waarvan de kleurige
+vormen en gedaanten slechts wijzen van openbaring zijn, en met dezen
+geest begeer ik in harmonisch verband te komen. De zin-tastbare
+uitdrukkingen van menschen en dingen ben ik moede geworden. Het
+mystieke in de kunst, het mystieke in het leven, het mystieke in de
+natuur--dat is het waar ik naar speur. Het is een volstrekte behoefte
+voor mij het ergens te vinden.
+
+Wie terecht stond, staat terecht voor zijn heele leven, evenals alle
+vonnissen doodvonnissen zijn. En ik heb driemaal terechtgestaan. Den
+eersten keer verliet ik de getuigenbank om gevangen gezet te worden,
+den tweeden keer om teruggebracht te worden naar het huis van
+bewaring, den derden keer om voor twee jaar naar de gevangenis te
+gaan. De maatschappij, zooals wij die eenmaal hebben ingericht, zal
+mij geen plaats willen geven en heeft die ook niet beschikbaar, maar
+de natuur wier zoete regen valt op onrechtvaardigen en rechtvaardigen
+zonder onderscheid, heeft kloven in de rotsen waar ik mij zal kunnen
+verschuilen, en heimelijke dalen waar ik ongestoord zal kunnen weenen.
+Zij zal den nacht behangen met sterren dat ik dolen kan in de
+duisternis zonder struikelen, en zal den wind zenden over mijn
+voetsporen dat niemand mij zal kunnen achtervolgen om mij kwaad te
+doen: zij zal mij reinigen in hare groote wateren en met hare bittere
+kruiden mij heelen.
+
+
+
+
+Bijlagen
+
+
+
+
+VIER BRIEVEN UIT DE GEVANGENIS TE READING AAN ROBERT ROSS
+
+
+I
+
+10 Maart 1896.
+
+
+Mijn waarde Robbie,
+
+Ik zag gaarne dat Gij dadelijk aan den advocaat den Heer--per brief
+liet weten dat, aangezien mijne vrouw beloofd heeft, bij geval van
+vroeger overlijden, mij een derde deel van haar vermogen na te laten,
+ik niet het minste bezwaar heb tegen haar wensch om mijn recht op het
+vruchtgebruik af te koopen. Ik gevoel dat ik zulk een leed over haar
+gebracht heb, en zulk een ongeluk over mijne kinderen, dat ik geen
+recht heb haar wenschen in eenig ding tegen te gaan. Zij was minzaam
+en goed jegens mij, toen zij mij hier bezocht. Ik vertrouw haar
+tenvolle. Wilt Gij hier dadelijk voor zorgen, en ook aan mijne
+vrienden mijn dank overbrengen voor hun goedheid? Voor mijn gevoel
+handel ik naar plicht, wanneer ik dit aan mijn vrouw overlaat.
+
+Schrijf ook, als Gij wilt, aan Stuart Merrill te Parijs of aan Robert
+Sherard om hun te zeggen hoe gelukkig ik was met de vertooning van
+mijn stuk, en breng mijn dank over aan Lugne-Poe[1]. Het is een heel
+ding dat ik in een tijd van smaad en schande nog als kunstenaar
+beschouwd word. Ik zou wel willen dat het mij meer vreugde gaf, maar
+ik schijn dood voor alle aandoening behalve die van hartzeer en
+wanhoop. Wees toch zoo goed aan Lugne-Poe te laten weten dat ik
+gevoelig ben voor de eer die hij mij heeft aangedaan. Hij is zelf
+dichter. Ik vrees dat het U moeilijk zal vallen dezen te lezen, maar
+daar men mij geen schrijfgereedschap veroorlooft, schijn ik het
+schrijven te hebben verleerd. In elk geval neem het niet kwalijk.
+Bedank More voor de moeite die hij genomen heeft met de boeken.
+Ongelukkig krijg ik hoofdpijn als ik mijn Grieksche en Romeinsche
+dichters lees. Ik heb er dus niet veel aan gehad. Maar het was
+buitengewoon vriendelijk van hem de boeken voor mij aan te schaffen.
+Vraag hem mijn dankbaarheid te uiten aan de dame die te Wimbledon
+woont. Wacht niet te lang met een antwoord, en vertel mij wat van de
+literatuur, van nieuwe boeken, enz.--ook van het stuk van Jones en van
+Forbes-Robertson als tooneeldirecteur--en van elke nieuwe strooming in
+het tooneelleven te Parijs of te Londen. Beproef ook onder oogen te
+krijgen wat Lemaitre, Bauer en Sarcey gezegd hebben over _Salome_, en
+geef er mij een kort overzicht van; schrijf aan Henri Bauer dat ik
+getroffen ben door zijn vriendelijk opstel; Robert Sherard kent hem
+persoonlijk. Het was lief van U mij op te zoeken. Gij moet den
+volgenden keer weer komen. Ik heb hier de verschrikking om mij van den
+dood, waarbij de nog grooter verschrikking komt van te leven, en in
+stilzwijgen en ellende....[2]
+
+...Ik denk altijd aan U met diepe genegenheid. Ik zag graag dat Ernest
+in Oakley Street mijn handkoffer haalde, mijn pels, mijn kleeren en de
+exemplaren van mijn eigen werken, die ik aan mijn lieve moeder schonk.
+Informeer bij Leverson, op wiens naam mijn moeders graf genomen werd.
+
+Steeds Uw vriend,
+
+Oscar Wilde.
+
+Noten:
+
+[1] In 1896 werd Salome het eerst opgevoerd te Parijs door Lugne-Poe,
+die zelf Herodes speelde.
+
+[2] Hier werd een stuk uit den brief geknipt door den toenmaligen
+directeur der gevangenis te Reading, den majoor Isacson. Hij werd nog
+in Wilde's tijd opgevolgd door den majoor Nelson.
+
+
+
+
+II
+
+Zonder datum. Geschreven na September 1896.
+
+
+...De laatste punten die uitsluitend zaken betreffen, zal More Adey
+wel zoo vriendelijk zijn te beantwoorden. Men zal geen bezwaar maken
+dat ik zijn brief ontvang, als die enkel over zaken loopt. Zijn
+schrijven, bedoel ik, zal Uw letterkundigen brief niet in den weg
+staan, waarvan de directeur mij zooeven Uwe vriendelijke aankondiging
+heeft voorgelezen.
+
+Over mijzelf, mijn waarde Robbie, heb ik weinig wat U aangenaam kan
+zijn, mede te deelen. De weigering om mijn straftijd te verkorten was
+mij als een loodzware sabelhouw. Een dof gevoel van smart versuft mij.
+Ik had geteerd op hoop, en nu teert het ziele wee na zijn lang vasten
+tot verzadiging toe op mij, alsof zijn eigen honger het had
+uitgemergeld. Toch zijn er vriendelijker elementen werkzaam in deze
+bedorven gevangenislucht dan vroeger: menigmaal is mij medegevoel
+betoond, en ik gevoel mij niet langer volslagen verstoken van
+menschelijke invloeden, wat voordien een bron van verschrikking en
+kwelling voor mij was. En ik lees Dante, en maak uittreksels en
+aanteekeningen om het loutere genot van met pen en inkt bezig te zijn.
+En het lijkt mij dat het mij in vele opzichten beter gaat, en ik ben
+van plan hier Duitsch te gaan studeeren. Inderdaad schijnt de
+gevangenis mij de aangewezen plaats voor zulk een studie. Toch heb ik
+een doorn in mijn vleesch--even pijnlijk, schoon van een andere soort,
+als die waarvan Paulus spreekt--een doorn dien ik nog in dezen brief
+moet uittrekken. Hij is het gevolg van een bericht dat Gij mij op een
+stuk papier geschreven hebt toegezonden. Ik gevoel dat, als ik hem
+verheimlijkte, hij in mijn geest groeien zou (zoo als vergiftige
+dingen groeien in het donker) en met een vermeerderen de andere
+schrikkelijke gedachten die aan mij knagen. Want voor hen die eenzaam
+en zwijgend in banden zitten, is de gedachte niet, zooals Platoon het
+voorstelt, een "gevleugeld levend wezen", maar een dood ding dat
+afgrijzen teelt, evenals een poel die gedrochten toont aan de maan.
+
+Ik doel natuurlijk op Uwe woorden, dat de sympathie der anderen van
+mij vervreemdde of dreigde te vervreemden om de diepe verbittering
+mijner gevoelens, en ik geloof dat mijn brief werd uitgeleend en
+getoond aan derden.... Welnu, ik houd er niet van, dat mijn brieven te
+kijk gegeven worden als curiositeiten: dat is bijzonder grievend voor
+mij. Ik schrijf U open en eerlijk als aan een der bemindste vrienden
+die ik heb en ooit gehad heb, en, op een enkele uitzondering na,
+raakt de sympathie en vooral het verlies der sympathie van anderen mij
+zeer weinig. Geen man van mijn positie kan in levens slijk vallen
+zonder zich heel wat medelijden te berokkenen van zijn minderen; ook
+weet ik dat, wanneer een tooneelspel te lang duurt, de toeschouwers
+moede worden. Mijn tragedie heeft veel te lang geduurd, haar
+hoogtepunt is voorbij, de afloop is alledaagsch; en ik ben volkomen
+overtuigd dat, als het einde komt, ik wederkeeren zal als een onwelkom
+bezoeker voor een wereld die mij niet gebruiken kan, _un revenant_
+zooals de Franschen zeggen, een spook wiens gelaat vergrauwd is van
+lange gevangenschap en verwrongen van lijden. Schrikkelijk zijn de
+dooden wanneer zij rijzen uit hun graven, maar de levenden die uit hun
+graven komen, zijn nog schrikkelijker. Van dit alles ben ik mij maar
+al te zeer bewust. Wanneer iemand achttien vreeselijke maanden lang in
+een gevangeniscel geweest is, ziet hij de dingen en de menschen zooals
+zij werkelijk zijn. Dat gezicht verkeert iemand in steen.
+
+Denk niet dat ik wien ook verwijt zou willen maken van mijne
+ondeugden. Mijn vrienden hadden daarmee even weinig te maken als ik
+met de hunne. De natuur was in dit opzicht ons aller stiefmoeder. Wat
+ik hun wel verwijt, is dat zij den mensch dien zij te gronde richtten,
+niet waardeerden. Wat kon het hun schelen zoolang mijn tafel rood was
+van wijn en rozen? Mijn genie, mijn leven als kunstenaar, mijn werk en
+de rust die ik daarvoor noodig had, golden hun niets. Ik geef toe dat
+ik mijn hoofd kwijt raakte. Ik was buiten zinnen, onmachtig tot
+oordeel. Ik deed den eenen noodlottigen stap. En nu zit ik hier op een
+houten bank in een gevangeniscel. In alle treurspelen is een
+belachelijk element. Gij kent het in het mijne. Denk niet dat ik
+mijzelf geen verwijt maak. Ik vervloek mijzelf dag en nacht om de
+dwaasheid dat ik iets buiten mij mijn leven liet beheerschen. Als er
+een echo was in deze muren, zou zij voor eeuwig het woord "dwaas"
+herhalen. Ik schaam mij uitermate over mijn vriendschappen.... Want
+naar hun vrienden kan men de menschen beoordeelen. Het is de toets
+voor iedereen. En ik onderga als een grievende verlaging de schaamte
+over mijne vriendschappen waarvan gij een volledig verslag kunt lezen
+in mijn proces. Het is voor mij een dagelijksche bron van geestelijke
+vernedering. Aan sommige van haar denk ik nooit. Zij vallen mij niet
+lastig. Maar wat doet het er toe?.... Om de waarheid te zeggen, lijkt
+mijn geheele tragedie mij belachelijk en niets meer. Want doordat ik
+mij liet lokken in een val ... in den vuilsten modder van Malebolge,
+zit ik nu tusschen Gilles de Retz en den markies de Sade. Er zijn
+plaatsen waar het niemand geoorloofd is te lachen behalve werkelijk
+krankzinnigen, en zelfs in hun geval is het nog een inbreuk op het
+voorgeschreven gedraganders geloof ik dat ik er om zou kunnen lachen.
+
+.... Laat overigens niemand veronderstellen, dat ik anderen onwaardige
+beweegredenen toeschrijf. In waarheid waren zij in het leven
+beweegredenen rijk. Beweegredenen zijn intellectueele dingen. Zij
+hadden enkel hartstochten, en dergelijke hartstochten zijn valsche
+goden die slachtoffers eischen tot elken prijs, en in dit geval een
+slachtoffer hebben gehad, bekranst met laurier.
+
+Nu heb ik den doorn uitgetrokken. Die weinige neergekrabbelde woorden
+van U woekerden vreeselijk. Nu denk ik enkel aan Uw ophanden herstel
+en hoe gij mij eindelijk het wonderbaarlijke verhaal van.... schrijven
+zult.
+
+Breng mijne dankbare groeten over aan Uw lieve moeder en ook aan
+Aleck. De "Vergulde Sphinx"[3] is, denk ik, even bewonderenswaardig
+als ooit. En zend uit mijn naam al wat er goeds is in mijn gedachten
+en gevoelens en alle herdenken en vereering die zij wil aannemen, aan
+de dame te Wimbledon, wier ziel een heiligdom is voor de gewonden en
+een huis van toevlucht voor de lijdenden. Laat dezen brief niet zien
+aan anderen, en kom in Uw antwoord niet weer terug op wat ik
+geschreven heb. Vertel mij van die wereld van schimmen, waar ik
+zooveel van gehouden heb. En ook van het leven en van de ziel. Ik ben
+benieuwd naar de angels die mij hebben, en in mijn smart is
+medelijden.
+
+De Uwe,
+
+Oscar.
+
+Noten:
+
+[3] Bijnaam van de knappe schrijfster van "_The Twelfth Hour_."
+Zij maakte kennis met Wilde naar aanleiding van haar vermakelijke
+parodieen van zijn werk in _Punch_. Zij ontving hem in haar huis in
+1895, toen hij in den loop van zijn proces vrijgelaten was tegen
+borgtocht.
+
+
+
+
+III
+
+
+1 April 1897.
+
+Mijn waarde Robbie,
+
+Tegelijk met dezen zend ik U afzonderlijk een handschrift waarvan ik
+hoop dat het U behouden zal bereiken. Ik zag graag dat Gij, zoodra Gij
+het gelezen hebt, het zorgvuldig liet copieeren. Om verschillende
+redenen wensch ik dit. Het zal voldoende zijn er eene aan te geven.
+Mijn verlangen is dat Gij, voor het geval dat ik kom te sterven, mijn
+letterkundige boedelredder zijt en volledig toezicht uitoefent over
+mijn tooneelstukken, boeken en geschriften. Zoodra ik wettelijk het
+recht zal hebben een testament te maken, zal ik dat doen. Mijn vrouw
+begrijpt mijn kunst niet, en men kan van haar geen belangstelling
+daarvoor verwachten, en Cyril is nog een kind. Daarom wend ik mij
+natuurlijk tot U, zooals ik om de waarheid te zeggen in alle dingen
+doe, en ik zou gaarne hebben dat Gij al mijn werken onder U hadt. Het
+tekort dat hun verkoop oplevert, kan op rekening van Cyril en Vivian
+geplaatst worden. Welnu, als Gij mijn letterkundige boedelredder zijt,
+moet Gij in bezit zijn van het eenige document dat eenige verklaring
+geeft van mijn buitensporig gedrag.... Wanneer Gij den brief gelezen
+hebt, zult Gij de psychologische verklaring inzien van een gedragslijn
+die van buiten af een verbinding van volstrekte zwakhoofdigheid en
+gemeenen bluf lijkt. Eens moet de waarheid bekend worden--niet
+noodzakelijk bij mijn leven. Maar het is mijn bedoeling niet om voor
+altijd aan den bespottelijken schandpaal te staan, waar men mij
+stelde, om de eenvoudige reden dat ik van mijn vader en moeder een
+naam van hooge onderscheiding in letterkunde en kunst geerfd heb, en
+ik kan niet gedoogen dat die naam voor de eeuwigheid zou zijn
+omlaaggehaald. Ik verdedig mijn gedrag niet. Ik verklaar het. Ook zijn
+er in mijn brief enkele passages die loopen over mijn geestelijke
+ontwikkeling in de gevangenis en de onvermijdelijke evolutie die
+plaats gehad heeft in mijn karakter en mijn intellectueele houding
+tegenover het leven. Ik wensch dat Gij en anderen die mij trouw
+gebleven zijt en Uw genegenheid voor mij hebt bewaard, nauwkeurig weet
+in wat geest en wijze ik de wereld hoop tegemoet te treden. Van den
+eenen kant gezien, weet ik natuurlijk dat ik op den dag van mijn
+ontslag enkel van de eene gevangenis in de andere zal overgaan, en
+daar zijn oogenblikken dat de geheele wereld mij niet ruimer voorkomt
+dan mijn cel en even vol verschrikking voor mij. Toch geloof ik dat
+God in den beginne een wereld schiep voor ieder afzonderlijk mensch,
+en in die wereld die binnen in ons is, moeten wij trachten te leven.
+In elk geval zult Gij die gedeelten van mijn brief met minder leed
+lezen dan de andere. Natuurlijk behoef ik U niet te herinneren welk
+een onvast ding bij mij, en bij ons allen, de gedachte is, en van welk
+een vluchtige stof onze aandoeningen zijn gemaakt. Toch zie ik een
+soort van mogelijk doel waarop ik langs den weg der kunst zou kunnen
+afgaan. Het is niet onwaarschijnlijk dat Gij mij daarbij zult kunnen
+helpen.
+
+Wat de wijze van copieeren aangaat: de brief is natuurlijk te lang om
+hem door een of anderen klerk te laten overschrijven, en Uw eigen
+schrift, waarde Robbie, in uw laatsten brief schijnt bij voorkeur
+aangewezen om mij te waarschuwen dat de taak niet aan U mag worden
+opgedragen. Het eenige wat overblijft, lijkt mij, is door en door
+modern te werk te gaan en de copie te laten maken op de
+schrijfmachine. Natuurlijk moet het handschrift onder Uw toezicht
+blijven, maar zoudt Gij Mevrouw Marshall niet kunnen bewegen een harer
+meisjes-typisten--op vrouwen kan men het meest aan, daar zij geen
+geheugen hebben voor wat belangrijk is--naar Hornton Street of
+Phillimore Gardens te sturen om het onder Uw leiding te doen? Ik kan U
+verzekeren dat de schrijfmachine wanneer zij met gevoel wordt
+bespeeld, niet onaangenamer is dan het pianospel van een zuster of een
+naverwante. Ja zelfs geven velen onder hen die dwepen met het
+familieleven, aan haar de voorkeur. Ik zou de copie willen hebben niet
+op satijnpapier, maar op kloek papier zooals gebruikt wordt voor de
+rollen van tooneelstukken, met een breeden roodafgezetten rand voor
+verbeteringen.... Indien de copie in Hornton Street gemaakt wordt, zou
+men de typiste eten kunnen geven door een schuif in de deur, zooals de
+Cardinalen het krijgen, wanneer zij bezig zijn een Paus te kiezen, tot
+zij op het balkon zou kunnen verschijnen om de wereld te verkondigen:
+"Habet Mundus Epistolam"; want de brief is inderdaad een Encycliek, en
+evenals de bullen van den Heiligen Vader genoemd worden naar haar
+beginwoorden, zou men er van kunnen spreken als: "_Epistola in Carcere
+et Vinculis_"....
+
+Het is maar al te waar, Robbie, het leven in de gevangenis doet ons de
+menschen en de dingen zien zooals zij in werkelijkheid zijn. Daarom
+verandert het iemand in steen. De menschen buiten worden misleid door
+de schijnverbeeldingen van een leven in voortdurende beweging. Zij
+draaien mede met het leven en dragen bij tot zijn onwerkelijkheid. Wij
+die onbewegelijk zijn, zien en weten. Laat de brief deugen of niet
+voor enge naturen en koortsige hersenen, mij heeft hij deugd gedaan.
+Ik heb "mijn borst verlucht van veel gevaarlijk tuig" om een zegswijze
+te borgen bij den dichter dien Gij en ik indertijd wilden redden uit
+de handen der Philistijnen. Ik behoef U niet te herinneren dat uiting
+op zichzelf voor een kunstnaar de opperste en eenige wijze van leven
+is. Van uiting leven wij. Onder de oneindig vele dingen waarvoor ik
+den Directeur te danken heb, is er geen waarvoor ik dankbaarder ben
+dan voor zijn verlof om naar hartelust te schrijven en zoo lang als ik
+wensch. Gedurende bijna twee jaar droeg ik binnen in mij een
+toenemenden last van bitterheid waarvan ik mij nu grootendeels heb
+verlicht. Aan den anderen kant van den gevangenismuur staan een paar
+arme zwarte roetberookte boomen die op het oogenblik uitloopen in
+knoppen van bijna schel groen. Ik weet heel goed wat zij ondergaan.
+Zij vinden hun uiting.
+
+Steeds de Uwe,
+
+Oscar.
+
+
+
+
+IV
+
+
+6 April 1897.
+
+Overweeg thans, mijn waarde Robbie, mijn voorstel. Ik denk dat mijn
+vrouw die in geldzaken zeer eergevoelig en hooghartig is, de L75,
+gestort voor mijn aandeel, zal terugbetalen. Zij zal het ongetwijfeld
+doen. Maar ik vind dat het van mijne zijde behoort te worden
+aangeboden, en dat ik niets bij wijze van inkomen van haar mag
+aannemen. Ik kan aannemen wat in liefde en genegenheid voor mij
+gegeven wordt, maar ik zou niet kunnen aannemen wat mij met tegenzin
+of met voorwaarden wordt uitgekeerd. Eer zou ik mijn vrouw haar
+volkomen vrijheid geven. Zij kan dan hertrouwen. In elk geval vertrouw
+ik dat zij, als zij vrij was, mij vergunnen zou van tijd tot tijd mijn
+kinderen te zien. Daar heb ik behoefte aan. Maar eerst moet ik haar
+haar vrijheid geven, en het is het beste, dit als een man van eer te
+doen door met gebogen hoofd in alles te berusten. Overweeg de zaak nog
+eens in haar geheel; want door U en Uw slecht overlegd optreden is de
+moeilijkheid ontstaan. En laat mij weten hoe Gij en anderen er over
+denkt. Natuurlijk hebt Gij uit bestwil gehandeld. Maar Uw kijk op de
+zaak was verkeerd. Ik kan in alle oprechtheid zeggen dat ik
+geleidelijk kom tot den geestesstand van te denken dat al wat gebeurt,
+om bestwil gebeurt. Mogelijk is het wijsgeerig inzicht of een gebroken
+hart of godsdienst of de stompe gevoelloosheid van de wanhoop. Maar,
+wat er de oorsprong van zij, dit gevoel is machtig in mij. Mijn vrouw
+aan mij te binden tegen haar wil zou verkeerd zijn. Zij heeft volkomen
+recht op haar vrijheid. En dan zou het mij een genoegen zijn, niet
+door haar ondersteund te worden. Door haar onderhouden te worden is
+vernederend. Bespreek deze zaak met More Adey. Verzoek hem U den brief
+te laten zien, dien ik hem geschreven heb. Vraag uw broeder Aleck mij
+zijn raad te willen geven. Hij heeft een uitnemend oordeel.
+
+Maar nu wat anders. Ik heb nooit gelegenheid gevonden U te bedanken
+voor de boeken. Zij waren allerwelkomst. Dat men mij de tijdschriften
+niet toestond, was een slag voor mij, maar Meredith's roman was
+verrukkelijk. Welk een gezonde kunstenaarsnatuur! Hij heeft volkomen
+gelijk met zijn betoog dat het gezonde het meest wezenlijke
+bestanddeel in de romankunst is. Toch heeft tot op dezen dag alleen
+het abnormale uitdrukking gevonden in het leven en de litteratuur.
+Rossetti's brieven zijn afgrijselijk, in-'t-oog-loopend vervalscht
+door zijn broeder. Toch wekte het mijn belangstelling te zien hoe mijn
+oudooms _Melmoth_ en mijn moeders _Sidonia_ twee van de boeken waren,
+die zijn jeugd boeiden. Wat de samenzwering tegen hem betreft in later
+jaren, ik geloof dat die werkelijk bestond, en dat de fondsen
+verschaft werden door Hake's Bank.[4] Het gedrag van een merel in
+Cheyne Walk lijkt mij zeer verdacht, al zegt William Rossetti: "Ik kon
+niets buitengewoons in het zingen van den merel ontdekken." Stevensons
+brieven zijn ook een groote teleurstelling. Ik zie dat een romantische
+omgeving de slechtst mogelijke omgeving is voor een romantisch
+schrijver. In Gower Street had Stevenson een nieuwen _Trois
+Mousquetaires_ kunnen schrijven. Op Samoa schreef hij brieven aan de
+_Times_ over de Duitschers. Ik zie ook de sporen van een vreeselijke
+inspanning om een natuurlijk leven te leiden. Om hout te hakken tot
+eenig nut voor zichzelf of voordeel voor anderen, moet men niet
+instaat zijn te beschrijven hoe men het doet. Feitelijk is het
+natuurlijke leven het onbewuste leven. Stevenson verruimde enkel den
+kring van het kunstmatige leven door zich aan het delven te zetten.
+Uit het geheele onverkwikkelijke boek heb ik een les gehaald. Als ik
+mijn toekomstig leven doorbreng met Baudelaire te lezen in een
+koffiehuis, zal ik een natuurlijker leven leiden dan wanneer ik heggen
+zou gaan knippen of cacao planten in slijkpoelen. _En Route_ wordt erg
+overschat.
+
+Het is simpel journalisme. Het doet iemand nooit een noot hooren van
+de muziek die het beschrijft. Het onderwerp is natuurlijk kostelijk,
+maar de stijl is waardeloos, slofferig, slap. Het is slechter Fransch
+dan dat van Ohnet. Ohnet wil afgezaagd zijn en het gelukt hem.
+Huysmans wil het niet zijn en is het toch. Hardy's roman is een
+aangenaam boek, en de stijl volmaakt, en die van Harold Frederic is
+zeer belangwekkend om zijn inhoud. Daar er zoo goed als geen romans in
+de gevangenisbibliotheek zijn voor de arme opgesloten kerels met wie
+ik leef, denk ik later eens de bibliotheek te beschenken met
+bijvoorbeeld een dozijn goede romans: die van Stevenson (geen aanwezig
+dan _The Black Arrow_), enkele van Thackeray (geen aanwezig), van Jane
+Austen (geen aanwezig), en enkele goede boeken in den trant van Dumas
+pere, door Stanley Weyman bijvoorbeeld of eenig ander modern jong
+schrijver. Gij noemdet een protege van Henley[5], nietwaar? Ook den
+beschermeling van Anthony Hope zouden wij kunnen nemen. Na Paschen
+zoudt Gij een lijst van zoowat veertien boeken kunnen opmaken en
+aanvragen ze mij te mogen zenden. Zij zouden goed bevallen aan de
+enkelen die niet geven om het _Journal des Goncourt_.[6] Denk er aan
+dat ik ze zelf wil betalen. Ik zelf vind het afschuwelijk om in de
+wereld terug te komen zonder een enkel boek in mijn bezit. Zouden er
+niet onder mijn vrienden zijn, als Cosmo Lennox, Reggie Turner,
+Gilbert Burgers, Max en anderen, die mij enkele boeken zouden willen
+geven? Gij weet wat soort boeken ik wensch: Flaubert, Stevenson,
+Baudelaire, Maeterlinck, Dumas pere, Keats, Marlowe, Chatterton,
+Coleridge, Anatole France, Gautier, Dante en de geheele
+Dante-literatuur, Goethe en de Goethe-literatuur, enzoovoort. Ik zou
+het als een bijzondere vriendelijkheid waardeeren als boeken mij
+wachtten, en daar zijn misschien wel onder mijn vrienden enkele die
+het op prijs stellen iets voor mij te doen. Ik ben werkelijk heel
+dankbaar, al vrees ik dat het dikwijls lijkt van niet. Maar bedenk dat
+ik naast het gevangenisleven nog onophoudelijke kwellingen heb gehad.
+
+In antwoord op dezen moogt Gij mij een langen brief schrijven enkel
+over tooneelstukken en boeken. Uw schrift, in Uw laatsten, was zoo
+verfoeilijk slecht dat het leek of Gij een roman in drie deelen aan 't
+schrijven waart over de vreeswekkende uitbreiding der communistische
+denkbeelden onder den gegoeden stand, of U op eenige andere wijze
+bezig hieldt met het verkwisten van een jeugd die altijd rijk aan
+beloften is geweest en blijven zal. Als ik U grief door het aan zulk
+een oorzaak toe te schrijven, stel het op rekening van de
+overprikkeldheid eener lange gevangenis. Maar schrijf werkelijk
+duidelijk. Anders lijkt het alsof Gij iets te verbergen hadt.
+
+Daar staat heel wat afschuwelijks in dezen brief, geloof ik. Maar ik
+moest mij over U beklagen bij Uzelf en niet bij anderen. Lees mijn
+brief aan More voor. Harris komt mij aanstaanden Zaterdag bezoeken,
+hoop ik. Groet Arthur Clifton van mij, en zijn vrouw die, vind ik, zoo
+zeer lijkt op Rossetti's vrouw--hetzelfde prachtige haar--maar
+natuurlijk een liever natuur is, hoewel Miss Siddal bekorend is en
+haar gedicht prima.
+
+Steeds de Uwe,
+
+Oscar.
+
+Noten:
+
+[4] Egmont Hake, schrijver van _Free Trade_ in _Capital_ en
+voorvechter van een nieuw systeem van bankwezen, waarover Wilde zich
+zeer scheen te vermaken.
+
+[5] Bedoeld is de bekende schrijver H. G. Wells.
+
+[6] Een nieuw deel van het Journal des Goncourt, waarin ook Wilde
+besproken werd, was hem toegezonden in de gevangenis.
+
+
+
+
+TWEE BRIEVEN, OVER HET LEVEN IN DE GEVANGENIS, AAN DE "DAILY
+CHRONICLE."
+
+
+
+
+I
+
+HET ONTSLAG VAN DEN GEVANGENBEWAARDER MARTIN
+
+
+D. C. van 28 Mei 1897.
+
+WelEdelgeboren Heer,
+
+Met groot leedwezen lees ik in Uw blad dat de gevangenbewaarder Martin
+van de gevangenis te Reading ontslagen is door de Commissie van
+Toezicht omdat hij aan een klein kind dat honger had, enkele koekjes
+heeft gegeven. Op den Maandag voorafgaande aan mijn ontslag zag ik
+zelf de drie bedoelde kinderen. Zij waren juist gevonnist en stonden
+in de groote hal op een rij in hun gevangeniskleeren met hun
+beddelakens onder hun arm op het punt om weggebracht te worden naar de
+voor hen bestemde cellen. Op dat oogenblik kwam ik door een der
+zijgangen op weg naar de ontvangkamer om daar een onderhoud met een
+vriend te hebben. Het waren heel kleine kinderen, de jongste--aan wien
+de gevangenbewaarder de koekjes gafwas een tenger kereltje waarvoor
+men klaarblijkelijk geen kleeren had kunnen vinden klein genoeg om te
+passen. Ik had natuurlijk veel kinderen in de gevangenis gezien in de
+twee jaar dat ik zelf opgesloten was. Vooral de gevangenis te
+Wandsworth bevatte steeds een groot aantal kinderen. Maar het kind dat
+ik in den namiddag van Maandag 17 dezer te Reading zag, was kleiner en
+tengerder dan een van hen. Ik behoef U niet te zeggen hoezeer ontdaan
+ik was over het zien dezer kinderen daar; want ik wist welke
+behandeling hen wachtte. De wreedheid waarmede dag en nacht kinderen
+in Engelsche gevangenissen worden behandeld, is ongeloofelijk behalve
+voor hen die haar hebben bijgewoond en de onmenschelijkheid van het
+stelsel beseffen.
+
+De menschen van tegenwoordig begrijpen niet wat wreedheid is. Zij
+beschouwen haar als een soort schrikkelijken middeleeuwschen
+hartstocht, en denken haar verbonden met mannen als Eccelino da Romano
+en zijnsgelijken, wien het doordacht pijnigen van anderen een feilen
+roes van genot gaf. Maar menschen van het allooi van Eccelino zijn
+enkel abnormale typen van een verdorven individualisme. De
+alledaagsche wreedheid is eenvoudig stompzinnigheid. Het is volslagen
+gebrek aan verbeelding. Zij is in onze dagen het gevolg van
+vastgelegde stelselen, van hartvochtig-onwrikbare regelen, en van
+stompzinnigheid. Overal waar centralisatie is, is stompzinnigheid.
+Het onmenschelijke in het moderne leven is de ambtelijkheid. Gezag is
+even afbrekend voor hen die het uitoefenen, als voor hen over wie het
+wordt uitgeoefend. Van het gevangenisbestuur en van het stelsel dat
+het toepast, gaat in de eerste plaats de wreedheid uit, waarmee een
+kind in de gevangenis behandeld wordt. De menschen die het stelsel
+handhaven, hebben uitmuntende bedoelingen. Zij die het toepassen zijn
+eveneens menschlievend in bedoeling. De verantwoordelijkheid wordt
+geschoven op de verordeningen van tucht. Men gaat van de
+veronderstelling uit dat een ding dat eenmaal voorschrift is, daarom
+rechtvaardig is.
+
+De huidige behandeling der kinderen is verschrikkelijk, voornamelijk
+van de zijde van menschen die de bijzondere zielkunde van de
+kindernatuur niet verstaan. Een kind kan een straf begrijpen, die hem
+opgelegd wordt door een persoon, bijvoorbeeld een ouder of voogd, en
+haar met een zekere berusting dragen. Wat het niet kan begrijpen, is
+een straf opgelegd door de maatschappij. Het kan niet beseffen wat de
+maatschappij is. Bij volwassenen is het natuurlijk juist andersom.
+Diegenen van ons, die in de gevangenis zijn of geweest zijn, kunnen
+begrijpen, en doen dat inderdaad, wat die collectieve macht die men
+maatschappij noemt, beduidt; en wat wij ook denken over haar wijze van
+doen en haar eischen, wij kunnen ons er toe brengen haar te
+aanvaarden. Straf, aan den anderen kant, die ons opgelegd wordt door
+een persoon, is iets dat geen volwassene verdraagt of verwacht wordt
+te verdragen.
+
+Dientengevolge wordt het kind dat van zijn ouders wordt weggenomen
+door menschen die het nooit gezien heeft en van wie het niets afweet,
+en dat te zitten komt in een eenzame onbekende cel, bewaakt door
+vreemde gezichten, onder voordurende bevelen en bestraffingen van de
+vertegenwoordigers van een stelsel dat het niet kan begrijpen, een
+onmiddellijke prooi van de eerste en meest voor de hand liggende
+aandoening die het moderne gevangenisleven veroorzaakt: angst. De
+angst van een kind in de gevangenis is volkomen mateloos. Ik herinner
+mij hoe ik eens te Reading, op weg naar buiten ter dagelijksche
+oefening, in de schemerlichte cel vlak tegenover mijn eigene een
+kleinen jongen zag. Twee bewaarders--geen onwelwillende
+menschen--spraken met hem, klaarblijkelijk eenigszins streng, of
+misschien ook gaven zij hem een of andere nuttige vermaning omtrent
+zijn gedrag. De eene was bij hem in de cel, de ander stond buiten. Het
+gezicht van het kind was zoo wit als een doek van louter angst. In
+zijn oogen was de angst van een gejaagd dier. Den volgenden ochtend
+hoorde ik onder het morgeneten hem huilen en roepen om naar buiten
+gelaten te worden. Hij riep om zijn ouders. Van tijd tot tijd hoorde
+ik de zware stem van den bewaarder die dienst had, hem zeggen dat hij
+zich stil moest houden. Toch was hij zelfs nog niet gevonnist voor
+het kleine misdrijf, wat het ook geweest moge zijn, dat men hem ten
+laste had gelegd. Hij was eenvoudig in arrest. Dat wist ik, omdat hij
+zijn eigen kleeren droeg, die er vrij netjes uitzagen. Toch droeg hij
+gevangenissokken en -schoenen. Hieruit bleek dat hij een heel arme
+jongen was, wiens eigen schoenen, als hij er had, in slechten staat
+waren. Rechters en overheden, door de bank een volslagen onwetende
+classe, geven kinderen vaak een week arrest, en schelden hun dan
+mogelijk een of ander vonnis kwijt, dat zij recht hebben over hen te
+spreken. Zij noemen dat "een kind niet naar de gevangenis sturen". Het
+is natuurlijk een domme kijk op de zaak. De fijne onderscheiding in
+maatschappelijke positie, of hij in de gevangenis is in arrest of
+gevonnist, kan een klein kind niet vatten. Enkel daar te zijn is voor
+hem een afgrijselijk ding. Enkel dat hij daar is, behoort een
+afgrijselijk ding te zijn in de oogen der menschelijkheid.
+
+Deze angst die het kind, evengoed als den volwassene, aangrijpt en
+beheerscht, wordt natuurlijk nog op onbeschrijfelijke wijze versterkt
+door het systeem der afzonderlijke cellen in onze gevangenissen. Een
+kind gedurende drie-en-twintig van de vier-en-twintig uren op te
+sluiten in een schemerlichte cel is een voorbeeld van de wreedheid der
+stompzinnigheid. Als een gewoon mensch, een ouder of een voogd, dit
+met een kind deed, zou hij streng gestraft worden. Het Genootschap ter
+voorkoming van mishandeling van kinderen zou de zaak terstond ter
+hand nemen. Van alle kanten zou de grootste afschuw blijken voor
+iemand die zich aan zulk een wreedheid had schuldig gemaakt. Een zware
+straf zou ongetwijfeld volgen op de gebleken schuld. Maar onze huidige
+maatschappij doet zelf erger, en voor een kind is het veel erger zoo
+behandeld te worden door een vreemde onpersoonlijke macht, van wier
+eischen het geen begrip heeft, dan het zou wezen om dezelfde
+behandeling te ondergaan van zijn vader of moeder of iemand dien het
+kende. De onmenschelijke behandeling van een kind is altijd
+onmenschelijk, wie haar ook aandoet. Maar onmenschelijke behandeling
+door de maatschappij is voor een kind des te schrikkelijker omdat geen
+beroep mogelijk is. Een ouder of voogd kunnen vermurwd worden om het
+kind uit de donkere eenzame kamer te laten, waarin het opgesloten zit.
+Maar een bewaarder kan dat niet. De meeste bewaarders houden veel van
+kinderen. Maar het stelsel verhindert hen het kind eenigen bijstand te
+geven. Als zij het zouden doen, getuige Martin, worden zij ontslagen.
+
+Een tweede ding waarvan een kind in de gevangenis te lijden heeft, is
+honger. Het voedsel dat het krijgt, bestaat uit een stuk gemeenlijk
+slecht gebakken gevangenisbrood en een kroes water als ontbijt om half
+acht. Om twaalf uur krijgt het middageten in den vorm van een portie
+grove maisbrij; en om half zes krijgt het een stuk droog brood met
+een kroes water voor avondeten. Deze dagkost is bij een krachtig man
+altijd aanleiding tot een of andere ongesteldheid, voornamelijk, als
+in de rede ligt, buikloop met zijn verzwakkende gevolgen. In een
+groote gevangenis worden dan ook door de bewaarders geregeld
+stopmiddelen uitgereikt als iets dat van zelf spreekt. Maar een kind
+is in den regel onbekwaam om het voedsel ook maar te eten. Elk die
+iets van kinderen afweet, weet hoe licht de spijsvertering van een
+kind gestoord wordt door een huilbui, door alle soort verdriet en
+geestelijk lijden. Een kind dat den geheelen dag en misschien den
+halven nacht in een eenzame schemerlichte cel heeft gehuild en
+vervolgd wordt door angst, kan zulk grof afschuwelijk voedsel
+eenvoudig niet eten. Zoo huilde het kleine kind waaraan de bewaarder
+Martin de koekjes gaf, op Dinsdagmorgen van honger, en was volkomen
+onmachtig het brood en water dat het voor ontbijt gekregen had, te
+nuttigen. Nadat het ontbijt was uitgereikt, ging Martin uit en kocht
+de enkele koekjes voor het kind liever dan het te zien honger lijden.
+Het was een edele daad van hem, en werd als zoodanig erkend door het
+kind, dat, volkomen onbekend met de voorschriften van het
+gevangenisbestuur, een der oudere bewaarders vertelde hoe lief deze
+jongere bewaarder voor hem geweest was. Het gevolg was natuurlijk een
+rapport en ontslag.
+
+Ik ken Martin buitengewoon goed en stond onder zijn toezicht
+gedurende de laatste zeven weken van mijn gevangenschap. Bij zijn
+aanstelling te Reading kreeg hij het toezicht over de zijgang C waarin
+ik opgesloten zat, en dus zag ik hem voortdurend. Ik werd getroffen
+door de uitzonderlijke vriendelijkheid en goedhartigheid in zijn wijze
+van spreken tot mij en de overige gevangenen. Vriendelijke woorden
+beduiden veel in de gevangenis, en met een aangenaam "goedenmorgen" of
+"goedenavond" maakt men iemand zoo gelukkig als hij dat in de
+gevangenis wezen kan. Hij was altijd toeschietelijk en welwillend. Ik
+weet bij toeval van een ander geval af, waarin hij zich zeer
+vriendelijk betoonde tegenover een der gevangenen, en ik aarzel niet
+het te vermelden. Een der meest afgrijselijke dingen in de gevangenis
+is de slechte inrichting op sanitaire gebied. Geen gevangene mag,
+onder welke omstandigheden ook, zijn cel verlaten na half zes in den
+namiddag. Indien hij derhalve aan buikloop lijdt, moet hij zijn cel
+gebruiken als privaat en den nacht doorbrengen in de meest vunze en
+ongezonde atmosfeer. Enkele dagen voor mijn ontslag deed Martin met
+een der oudere bewaarders de ronde met het doel om het uitgeplozen
+touw en de gereedschappen der gevangenen in te zamelen. Een man die
+pas gevangen zat, en tengevolge van het voedsel, zooals steeds het
+geval is, aan hevigen buikloop leed, vroeg den ouderen bewaarder
+vergunning zijn vuilnisvat te mogen leegmaken wegens den
+afgrijselijken stank der cel en de mogelijkheid van een nieuwen
+aanval in den nacht. De oudere bewaarder weigerde onverbiddelijk; het
+was tegen de voorschriften. De man zou den nacht hebben moeten
+doorbrengen in dezen vreeselijken toestand. Martin echter kon dezen
+ongelukkige niet in zulk een walgelijken staat zien en zeide dat hij
+zelf het voor hem zou doen en deed naar zijn woorden. Dat een
+bewaarder het vuilnisvat van een gevangene leegmaakt, is natuurlijk in
+strijd met de voorschriften, maar Martin bewees deze daad van
+welwillendheid aan den man uit eenvoudige natuurlijke goedhartigheid,
+en de man, als van zelf spreekt, was hem er zeer dankbaar voor.
+
+Met betrekking tot kinderen is er in den laatsten tijd heel wat
+gepraat en geschreven over den bezoedelenden invloed van de gevangenis
+op jonge kinderen. Wat men beweert, is volkomen waar. Een kind wordt
+op de ergste wijze bezoedeld door het leven in de gevangenis. Maar de
+bezoedelende invloed gaat niet uit van de gevangenen. Hij gaat uit van
+het gevangenisstelsel in zijn geheel: den directeur, den geestelijke,
+de bewaarders, de eenzame cel, de afzondering, het weerzinwekkend
+voedsel, de voorschriften van de commissie van toezicht, de
+tuchtmatigheid, zooals men den term ijkt, van het leven. Geen voorzorg
+laat men achterwege om een kind af te zonderen zelfs van het gezicht
+van alle gevangenen boven de zestien. De kinderen zitten achter een
+gordijn in de kerk, en worden ter openluchtoefening gestuurd naar
+nauwe zonlooze binnenplaatsen--soms naar een steenen binnenplaats,
+soms naar een binnenplaats achter de molens--om te beletten dat zij de
+andere gevangenen in oefening zouden zien. Maar de eenige werkelijk
+vermenschelijkende invloed in de gevangenis is die der gevangenen. Hun
+blijmoedigheid in vreeselijke omstandigheden, hun onderling
+medegevoel, hun deemoed, hun zachtzinnigheid, de gulle glimlach
+waarmede zij elkaer begroeten, hun volkomen berusting in hun straf
+zijn zonder uitzondering bewonderenswaardig, en ik zelf heb menige
+deugdelijke les van hen geleerd. Ik bedoel niet voor te stellen dat de
+kinderen niet achter een gordijn moeten zitten in de kerk, of dat zij
+lichaamsbeweging behooren te nemen in een hoek van de gemeene
+binnenplaats. Ik wil er enkel op wijzen dat de slechte invloed op
+kinderen niet is en nimmer zou kunnen wezen die der gevangenen, maar
+is en altijd blijven zal die van het gevangenisstelsel zelf. Daar is
+geen enkel man in de gevangenis te Reading, die niet met vreugde den
+straftijd der drie kinderen voor hen zou hebben uitgezeten. Den
+laatsten keer dat ik hen zag, was op Dinsdag na hun opneming. Ik was
+met misschien een dozijn anderen met de openluchtoefening bezig om
+half twaalf, toen de drie kinderen onder toezicht van een bewaarder
+vlak langs ons kwamen van de vochtige sombere steenen binnenplaats
+waar zij oefening hadden gehad. Ik zag het groote medelijden en
+medegevoel in de oogen mijner gezellen terwijl ze naar de kinderen
+keken. Gevangenen zijn als stand uiterst vriendelijk en medegevoelig
+voor elkander. Lijden en de gemeenschappelijkheid van lijden maakt de
+menschen vriendelijkgezind, en dag aan dag placht ik, terwijl ik de
+binnenplaats op en neer stapte, met vreugde en vertroosting te
+gevoelen wat Carlyle ergens noemt "de stilzwijgende rhythmische
+bekoring van menschelijke kameraadschap". In dit punt zoo goed als in
+alle andere zijn philanthropen en menschen van dat slag in den dool.
+Niet de gevangenen hebben verbetering noodig, maar de gevangenissen.
+
+Natuurlijk behoort geen kind onder de veertien ook maar thuis in de
+gevangenis. Een kind daarheen sturen is een ongerijmdheid en, evenals
+zoovele ongerijmdheden, volstrekt rampzalig in zijn gevolgen. Als zij
+toch naar de gevangenis moeten, behoorden zij overdag in een
+werkplaats of in een schoollokaal met een bewaarder. 's Nachts
+behoorden zij te slapen in een slaapzaal met een nachtbewaarder om op
+hen te passen. Lichaamsbeweging behooren zij minstens drie uur per dag
+te krijgen. De donkere, slecht geluchte, kwalijk riekende
+gevangeniscellen zijn verschrikkelijk voor een kind, eigenlijk voor
+iedereen. Men ademt altijd bedorven lucht in de gevangenis. Het
+voedsel voor kinderen moest bestaan in thee met boterhammen en soep.
+De gevangenissoep is zeer smakelijk en gezond. Een besluit van het
+Lagerhuis kon de behandeling der kinderen in een half uur regelen. Ik
+hoop dat U Uw invloed daartoe zult aanwenden. De huidige behandeling
+van kinderen is werkelijk een schimp voor menschelijkheid en gezond
+verstand. Zij komt voort uit stompzinnigheid.
+
+Laat mij nu nog Uw aandacht mogen vestigen op een ander vreeselijk
+ding dat voorkomt in Engelsche gevangenissen of liever in de
+gevangenissen over de geheele wereld, waar het stelsel van
+stilzwijgendheid en cellulaire opsluiting wordt toegepast. Ik bedoel
+het groot aantal menschen die krankzinnig of zwakhoofdig worden in de
+gevangenis. In strafgevangenissen is dit natuurlijk heel gewoon, maar
+in gewone gevangenissen, als waarin ik opgesloten zat, komt het
+eveneens voor.
+
+Ongeveer drie maanden geleden merkte ik onder de gevangenen die met
+mij lichaamsbeweging namen, een jongman op, die mij onnoozel of onwijs
+leek. Elke gevangenis natuurlijk heeft haar halfwijze patienten, die
+telkens terugkomen en van wie men zeggen kan dat zij in de gevangenis
+wonen. Maar het trof mij dat deze jonge man erger onwijs leek dan
+gewoonlijk het geval is, als bleek uit zijn onnoozele grijns en zijn
+idiote manier van in zichzelf te lachen en de in 't oog vallende
+rusteloosheid van zijn eeuwig knijpwringende handen. Al de andere
+gevangenen merkten de vreemdheid van zijn gedrag op. Van tijd tot tijd
+verscheen hij niet op de oefening, waaruit ik begreep dat hij straf
+had en in zijn cel moest blijven. Ten slotte merkte ik dat hij onder
+voortdurend toezicht stond, en dag en nacht door bewaarders werd
+bewaakt. Als hij wel op de oefening verscheen, leek hij steeds een
+zenuwaanval te hebben, en liep geregeld te huilen en te lachen. In de
+kerk moest hij zitten onder onmiddellijk toezicht van twee bewaarders,
+die hem den geheelen tijd nauwlettend in 't oog hielden. Soms liet hij
+telkens het hoofd zakken in zijn open handen, een overtreding van de
+voorschriften in de kerk, en telkens werd zijn hoofd oogenblikkelijk
+omhoog geduwd door een der bewaarders, zoodat hij gedwongen werd zijn
+oogen onafgebroken gericht te houden op de avondmaalstafel. Een
+anderen keer zat hij te huilen--zonder de minste stoornis te
+veroorzaken--met de tranen stroomend langs zijn gezicht en een
+zenuwachtig snikken in zijn keel. Dan weer grijnsde hij voor zichzelf
+als een idioot en trok gezichten. Meer dan eens werd hij de kerk
+uitgestuurd naar zijn cel, en natuurlijk kreeg hij voortdurend straf.
+Daar de bank waar ik gewoonlijk zat in de kerk, vlak achter de bank
+was, aan het eind waarvan deze ongelukkige zijn plaats had, had ik
+ruim gelegenheid hem gade te slaan. Ik zag hem vanzelf ook aanhoudend
+bij de oefening, en ik zag dat hij bezig was krankzinnig te worden,
+terwijl men hem behandelde alsof hij zich aanstelde.
+
+Zaterdag voor een week was ik omtrent een uur in mijn cel bezig het
+tingerei dat ik voor mijn middageten gebruikt had, te reinigen en te
+poetsen. Plotseling werd ik opgeschrikt doordat de stilte van de
+gevangenis verbroken werd door het meest afgrijselijke en
+weerzinwekkende gegil, of liever gehuil; want eerst dacht ik dat men
+bezig was een of ander dier, een stier of een koe, op onbedreven wijze
+te slachten buiten de gevangenismuren. Weldra echter bleek het mij dat
+het gehuil beneden uit de gevangenis kwam, en ik begreep dat men bezig
+was een of anderen ongelukkige af te ranselen. Ik behoef niet te
+zeggen hoe gruwelijk en schrikkelijk het mij aandeed, tot ik mij begon
+af te vragen wie het kon zijn, dien men op zoo weerzinwekkende wijze
+afstrafte. Plotseling ging mij een licht op, dat zij waarschijnlijk
+dezen ongelukkigen waanzinnige aan 't ranselen waren. Mijn gevoelens
+dienomtrent behoef ik niet te boeken; zij hebben niets te maken met de
+zaak.
+
+Den volgenden dag, Zondag den 16den, zag ik den armen vent bij de
+oefening; zijn ziekelijk, leelijk ellende-gezicht was bijna niet te
+herkennen, opgezwollen als het was van tranen en zenuwlijden. Hij liep
+in den binnensten kring met de oude mannen, de bedelaars en de
+kreupelen, zoodat ik hem den geheelen tijd kon waarnemen. Het was mijn
+laatste Zondag in de gevangenis, volmaakt heerlijk weder, het mooiste
+weer van het gansche jaar, en daar in het schoone zonnelicht liep dit
+arme schepsel, eenmaal gemaakt naar het beeld van God, te grijnzen
+als een aap en met zijn handen de meest fantastische gebaren te maken
+alsof hij in de lucht een onzichtbaar snareninstrument bespeelde of
+bezig was fiches te schikken en uit te deelen in een of ander zeldzaam
+spel. Onderhand liepen in gore stralen de zenuwlijderstranen
+waarzonder niemand van ons hem ooit zag, voortdurend over zijn wit
+gezwollen gezicht. De afzichtelijke en bedachtzame manierlijkheid van
+zijn gebaren maakte hem gelijk aan een hansworst. Hij was een levend
+grotesk. Al de andere gevangenen keken naar hem, en niet een van hen
+glimlachte. Ieder begreep wat hem overkomen was, en dat men bezig was
+hem krankzinnig te maken,--dat hij reeds krankzinnig was. Na een half
+uur werd hij door den bewaarder naar binnen geleid en denkelijk
+gestraft. Hij was tenminste Maandag niet op de oefening, hoewel ik
+meen hem even gezien te hebben in den hoek van de steenen binnenplaats
+onder toezicht van een bewaarder.
+
+Dinsdag daarop, mijn laatsten dag in de gevangenis, zag ik hem bij de
+oefening. Hij was nog erger dan den vorigen keer, en werd weer naar
+binnen gestuurd. Sindsdien weet ik niets van hem, maar van een der
+gevangenen, die op de oefening vlak bij mij liep, kwam ik te weten dat
+hij Zaterdagmiddag in het kookhuis vier-en-twintig slagen gekregen had
+op bevel van de rechters op bezoek en na rapport van den dokter. Het
+gehuil dat ons allen verschrikt had, was van hem geweest. Deze man is
+ongetwijfeld op weg krankzinnig te worden. De gevangenisdokters hebben
+geen verstand van eenige ziekte van den geest. Zij zijn in hun soort
+onwetende lieden. De pathologie van den geest is hun onbekend. Als
+iemand krankzinnig wordt, behandelen zij hem alsof hij zich aanstelde.
+Zij laten hem telkens weer straffen. Natuurlijk wordt de man hoe
+langer hoe erger. Wanneer de gewone straffen zijn uitgeput, brengt de
+dokter rapport uit van het geval aan de rechters. Het gevolg is
+afranselen. Natuurlijk doet men dat niet met een karwats. Het is wat
+men "berken" noemt. Het werktuig is een berkeroede. Maar de uitwerking
+op den rampzaligen halfwijze kan men zich verbeelden.
+
+Zijn nummer is, of was in elk geval, A.2.11. Het gelukte mij ook zijn
+naam uit te vinden. Hij heet Prince. Daar moet terstond iets voor hem
+gedaan worden. Hij is soldaat en veroordeeld door den krijgsraad. Zijn
+straftijd is zes maanden. Hij heeft nog drie maanden voor den boeg.
+
+Mag ik U verzoeken Uw invloed te gebruiken om dit geval te doen
+onderzoeken en maatregelen te doen nemen dat de waanzinnige gevangene
+behoorlijk behandeld wordt?
+
+Een rapport van de Medische Commissie baat niets. Men kan het niet
+vertrouwen. De mannen van het medisch toezicht schijnen het verschil
+niet te begrijpen tusschen idiootheid en waanzin, tusschen de volkomen
+afwezigheid van een functie of een orgaan en de ziekte van een
+functie of een orgaan. Deze man A.2.11 zal ongetwijfeld instaat zijn
+zijn naam op te geven, den aard van zijn misdrijf, den dag der maand,
+den datum van aanvang en einde van zijn straftijd, en zal antwoord
+kunnen geven op iedere gewone eenvoudige vraag. Maar dat zijn geest
+ziek is, lijdt geen twijfel. Op het oogenblik is een vreeselijk duel
+aan den gang tusschen hem en den dokter. De dokter vecht voor een
+theorie. De man vecht voor zijn leven. Ik zou graag zien dat de man
+het won. Maar laat het geheele geval onderzocht worden door
+zaakkundigen die van hersenziekten verstand hebben, en door menschen
+van menschlievende gevoelens, die nog wat gezond verstand en wat
+medelijden hebben. Er bestaat geen reden de tusschenkomst in te roepen
+van de sentimenteelen. Zij schaden altijd.
+
+Het geval is een bijzonder voorbeeld van de wreedheid die
+onafscheidelijk is van een stompzinnig stelsel; want de tegenwoordige
+directeur van Reading is een man van een zachtaardig en menschlievend
+karakter, en die bij al de gevangenen grootelijks bemind en geacht is.
+Hij werd verleden Juli aangesteld, en hoewel hij de voorschriften van
+het gevangenisstelsel niet kan wijzigen, heeft hij den geest
+gewijzigd, waarin zij onder zijn voorganger werden toegepast. Hij is
+zeer geliefd onder de gevangenen en onder de bewaarders. Hij heeft
+inderdaad den geheelen toon van het gevangenisleven veranderd. Aan
+den anderen kant ligt het systeem natuurlijk buiten zijn bereik, wat
+aangaat het wijzigen der voorschriften. Ik twijfel niet of hij moet
+dagelijks veel zien wat hij voor onrechtvaardig, stompzinnig en wreed
+houdt. Maar zijn handen zijn gebonden. Vanzelf weet ik niets af van
+zijn eigenlijken kijk op het geval van A.2.11, evenmin als van zijn
+opvattingen over ons tegenwoordig stelsel. Ik beoordeel hem enkel naar
+de volslagen verandering die hij te weeg bracht in de gevangenis te
+Reading. Onder zijn voorganger werd het stelsel toegepast met de
+grootste hardvochtigheid en stompzinnigheid.
+
+Uw dienstwillige,
+
+OSCAR WILDE.
+
+27 Mei 1897.
+
+
+
+
+II
+
+VERBETERINGEN INZAKE DE GEVANGENIS
+
+("Lees dit niet, als gij vandaag gelukkig wilt zijn.")
+
+D.C. van 24 Maart 1898.
+
+
+WelEdelgeboren Heer,
+
+Ik verneem dat het wetsvoorstel van den minister van binnenlandsche
+zaken tot verbeteringen inzake de gevangenis deze week in eerste en
+tweede lezing gaat, en daar Uw dagblad het eenige blad in Engeland
+geweest is, dat van een werkelijke en levenskrachtige belangstelling
+in deze gewichtige zaak heeft blijk gegeven, hoop ik dat Gij mij, als
+iemand die een lange persoonlijke ervaring heeft opgedaan van het
+leven in een Engelsche gevangenis, vergunnen zult uiteen te zetten
+welke verbeteringen in ons tegenwoordig stompzinnig en barbaarsch
+stelsel dringend noodzakelijk zijn.
+
+In een hoofdartikel dat ongeveer een week geleden in Uwe kolommen
+verscheen, lees ik dat de voornaamste verbetering die voorgesteld
+wordt, een vermeerdering bedoelt van het aantal toezieners en
+officieele bezoekers die toegang zullen hebben tot onze Engelsche
+gevangenissen.
+
+Zulk een hervorming is volkomen nutteloos. De reden is uiterst
+eenvoudig. De toezieners en vrederechters die de gevangenis bezoeken,
+komen daar met de bedoeling om na te gaan of de
+gevangenisvoorschriften behoorlijk worden uitgevoerd. Zij komen voor
+geen ander doel en hebben, zelfs als zij het zouden begeeren,
+volstrekt geen macht om een enkele bepaling in de voorschriften te
+wijzigen. Geen gevangene heeft ooit de minste verlichting, of
+oplettendheid, of zorg van eenigen officieelen bezoeker ondervonden.
+De bezoekers komen niet om de gevangenen te helpen, maar om na te gaan
+of de voorschriften worden uitgevoerd. Het doel van hun komst is de
+bevestiging te verzekeren van een dwaas en onmenschelijk wetsgeheel.
+En daar zij toch iets te doen moeten hebben, besteden zij daar zeer
+goede zorg aan. Een gevangene wien de geringste bevoorrechting is
+toegestaan, vreest de komst der toezieners. En zoovaak er een
+inspectie plaats heeft, zijn de beambten ruwer dan gewoonlijk voor de
+gevangenen. Hun bedoeling is natuurlijk te toonen welk een
+schitterende tucht zij handhaven.
+
+De noodzakelijke hervormingen zijn zeer eenvoudig. Zij betreffen de
+lichamelijke en de geestelijke behoeften van iederen ongelukkigen
+gevangene afzonderlijk.
+
+Wat de eerste aangaat, daar zijn in de Engelsche gevangenissen drie
+bestendige straffen, door de wet bekrachtigd:
+
+ 1 deg. honger,
+ 2 deg. slapeloosheid,
+ 3 deg. ziekte.
+
+Het voedsel dat aan de gevangenen wordt verstrekt, is geheel en al
+onvoldoende. Het grootste deel ervan is van weerzinwekkende
+hoedanigheid. Het geheel is ontoereikend. Elke gevangene lijdt dag en
+nacht aan honger. Een bepaalde hoeveelheid voedsel wordt zorgvuldig
+bij onsen afgewogen voor iederen gevangene. Het is juist genoeg, om
+niet bepaald het leven, maar het voortbestaan in stand te houden. Men
+wordt voortdurend gefolterd door het knagen en de weeheid van den
+honger.
+
+Het gevolg van het voedsel--dat in de meeste gevallen bestaat uit
+slappe gruttenpap, varkensreuzel en water--is ongesteldheid in den
+vorm van onafgebroken buikloop. Deze ziekte die ten slotte bij de
+meeste gevangenen een chronische kwaal wordt, is een erkende
+instelling in iedere gevangenis. In de gevangenis te Wandsworth
+bijvoorbeeld--waar ik twee maanden zat opgesloten tot ik naar het
+hospitaal moest overgebracht worden, waar ik nog twee maanden
+verbleef--gaan de bewaarders twee- of driemaal daags rond met
+stopmiddelen die zij aan de gevangenen uitreiken als een ding dat
+vanzelf spreekt. Het is onnoodig te zeggen dat na een dusdanige
+behandeling van een week of zoo het geneesmiddel volstrekt geen
+uitwerking meer heeft. De rampzalige gevangene wordt dan ten prooi
+gelaten aan de meest verzwakkende, nederdrukkende en vernederende
+ziekte die men bedenken kan; en als hij, zooals vaak gebeurt, uit
+lichamelijke zwakte tekort schiet in het volbrengen van zijn
+voorgeschreven omwentelingen aan de kruk of den molen, wordt van hem
+rapport gemaakt als lui en wordt hij met de grootste strengheid en
+ruwheid gestraft. En dat is nog niet alles.
+
+Niets is in zoo slechten toestand als de sanitaire inrichtingen in een
+Engelsche gevangenis. In vroeger dagen was iedere cel voorzien van een
+soort privaat. Deze privaten zijn nu afgeschaft. Zij komen nergens
+meer voor. Een klein tinnen vat wordt in plaats daarvan aan elken
+gevangene verstrekt. Drie keer daags mag de gevangene zijn vuil
+verwijderen. Maar de toegang tot de gevangenisprivaten wordt hem enkel
+toegestaan gedurende het eene uur der openluchtoefening En na vijf uur
+'s namiddags mag hij zijn cel onder geen enkel voorwendsel en om geen
+enkele reden verlaten. Dientengevolge bevindt zich iemand die aan
+buikloop lijdt, in een zoo walgelijken toestand dat het onnoodig is,
+of liever dat het onwelvoegelijk zou zijn er bij stil te staan. De
+ellende en kwellingen die de gevangenen doormaken ten gevolge van de
+weerzinwekkende inrichtingen op sanitaire gebied zijn volkomen
+onbeschrijfelijk. En de bedorven lucht in de gevangeniscellen, die nog
+verergerd wordt door een volslagen uitwerkingloos ventilatiesysteem,
+is zoo wee en ongezond, dat het geregeld voorkomt dat bewaarders, als
+zij 's morgens uit de frissche lucht komen en elke cel openen en
+inspecteeren, hevig onpasselijk worden. Ik zelf heb dit minstens drie
+maal bijgewoond, en verscheidene bewaarders hebben er mij over
+gesproken als een der vele tegenzinwekkende duigen die hun ambt
+meebrengt.
+
+Het voedsel dat den gevangenen verstrekt wordt, behoorde in allen
+deele voldoende en gezond te zijn. Het behoort niet van zulk een
+hoedanigheid te wezen, dat het voortdurenden buikloop ten gevolge
+heeft, die, eerst een ziekte, allengs een chronische kwaal wordt.
+
+De inrichtingen op sanitaire gebied in de Engelsche gevangenissen
+behooren in den grond gewijzigd te worden. Elke gevangene moet toegang
+hebben tot de privaten zoovaak dat noodig is, en moet even vaak zijn
+vuil kunnen verwijderen. Het tegenwoordige ventilatiesysteem in elke
+cel afzonderlijk is geheel en al nutteloos. De versche lucht komt door
+dichtgesperd rasterwerk en dan door een kleinen ventilator in het
+smalle getraliede venster, die veel te klein is en te slecht
+geconstrueerd om eenige voldoende hoeveelheid versche lucht binnen te
+laten. Iemand wordt enkel gedurende een uur van de vier-en-twintig die
+den langen dag uitmaken, uit zijn cel gelaten, en hij ademt dus
+gedurende drie-en-twintig uren de meest bedorven lucht in.
+
+Slapeloosheid als straf bestaat slechts in Chineesche en in Engelsche
+gevangenissen. In China wordt zij toegepast doordat men den gevangene
+plaatst in een enge bamboekooi, in Engeland door middel van de houten
+brits. Het doel van de houten brits is het veroorzaken van
+slapeloosheid. Zij heeft geen enkel ander doel, en het doel dat zij
+heeft, wordt zonder uitzondering bereikt. En zelfs wanneer men
+naderhand een harde matras krijgt, zooals het gaat in den loop der
+gevangenschap, lijdt men nog steeds aan slapeloosheid. Want slaap is,
+evenals alle gezonde dingen, een gewoonte. Elke gevangene die een tijd
+lang op een houten brits heeft gelegen, lijdt aan slapeloosheid. Het
+is een weerzinwekkende en domme straf.
+
+Nu zou ik gaarne wat in 't midden brengen over de geestelijke
+behoeften van den gevangene.
+
+Het tegenwoordige gevangenisstelsel lijkt bijna als doel te hebben het
+te gronde richten en vernietigen der verstandelijke vermogens. Of
+indien het veroorzaken van krankzinnigheid hier niet het doel is, het
+is zeker het gevolg. Dat is een welbewezen feit. De oorzaken liggen
+voor de hand. Verstoken van boeken, van alle menschelijke omgeving,
+afgezonderd van elken menschelijken en vermenschelijkenden invloed,
+veroordeeld tot eeuwigdurend stilzwijgen, beroofd van alle verkeer met
+de buitenwereld, behandeld als een verstandeloos dier, verredeloosd
+onder het peil van welk redeloos schepsel ook, kan de ongelukkige die
+opgesloten zit in een Engelsche gevangenis, nauwelijks aan
+krankzinnigheid ontkomen. Het is mijn wensch niet lang bij deze
+afgrijselijkheden stil te staan, nog veel minder eenige voorbijgaande
+sentimenteele belangstelling er voor te wekken. Dus zal ik enkel, met
+Uw goedvinden, aangeven wat men behoorde te doen.
+
+Elke gevangene behoort een voldoende hoeveelheid boeken tot zijn
+beschikking te hebben. Op het oogenblik krijgt men in de eerste drie
+weken van zijn gevangenschap volstrekt geen boeken behalve een bijbel,
+een gebeden- en een gezangboek. Daarna krijgt men een boek per week.
+Dat is niet alleen onvoldoende, maar de boeken die een gewone
+gevangenisbibliotheek vormen, zijn volmaakt nutteloos. Zij bestaan
+hoofdzakelijk uit derderangsche, slecht geschreven, zoo-genaamd
+godsdienstige boeken, klaarblijkelijk geschreven voor kinderen en
+volkomen ongeschikt voor kinderen of voor iemand anders. De gevangenen
+behoorden aangemoedigd te worden tot lezen, en alle boeken te krijgen
+die zij noodig hebben, en de boeken behoorden goed gekozen te zijn.
+Thans geschiedt de keuze der boeken door den aan de gevangenis
+verbonden geestelijke.
+
+Onder het huidige stelsel staat men een gevangene toe zijn vrienden
+slechts vier keer in 't jaar te zien, telkens gedurende twintig
+minuten. Dit is geheel verkeerd. Een gevangene behoort zijn vrienden
+eens per maand te zien en gedurenden een redelijken tijd. In de thans
+gebruikelijke wijze van een gevangene voor zijn vrienden ten toon te
+stellen behoort verandering gebracht te worden. Onder het
+tegenwoordige stelsel wordt de gevangene opgesloten hetzij in een
+groote ijzeren kooi of in een groote houten kast met een kleine
+opening, bedekt met ijzergaas, waardoor men hem toestaat te gluren.
+Zijn vrienden worden in een gelijke kooi gezet op een afstand van drie
+of vier voet, en twee bewaarders staan in de tusschenruimte om toe te
+luisteren en, als het hun goeddunkt, het gesprek te doen ophouden of
+afbreken, naar het uitkomt. De nu gebruikelijke regeling is
+onuitsprekelijk weerzinwekkend en kwellend. Een bezoek van zijn
+verwanten of vrienden beduidt voor elken gevangene dieper vernedering,
+feller geestelijke ellende. Vele gevangenen willen hun vrienden
+volstrekt niet ontvangen, liever dan zulk een kruisgang te doorstaan.
+En dit verwondert mij niet. Wanneer iemand bezoek krijgt van zijn
+advocaat, spreekt men hem in een kamer met een glazen deur, aan de
+andere zijde waarvan de bewaarder staat. Wanneer iemand bezoek krijgt
+van zijn vrouw en kinderen, of zijn ouders of zijn vrienden, behoort
+hem hetzelfde voorrecht te worden toegestaan. Om als een aap in een
+kooi tentoongesteld te worden voor menschen die van ons houden en van
+wie wij houden, is een noodelooze en afgrijselijke vernedering. Iedere
+gevangene behoorde tenminste eens in de maand te mogen schrijven en
+een brief ontvangen. Op 't oogenblik mag men maar vier maal in 't jaar
+schrijven. Dit is geheel onvoldoende. Een van de rampen van het leven
+in de gevangenis is dat het iemands hart versteent. De gevoelens der
+natuurlijke genegenheid hebben evenals andere gevoelens behoefte aan
+voeding. Zij sterven licht aan gebrek. Een korte brief vier keer in 't
+jaar is niet voldoende om de meer zachtzinnige en menschelijke
+genegenheden in 't leven te bewaren, die ten slotte onze natuur
+gevoelig houden voor goede en schoone invloeden, het eenige dat een
+verbrijzeld en gebroken leven kan heelen.
+
+Aan de gewoonte om de brieven der gevangenen te verminken en te
+besnoeien behoort een eind te worden gemaakt. Wanneer tegenwoordig een
+gevangene in een brief eenige klacht uit tegen het gevangenisstelsel,
+wordt dat gedeelte van zijn brief met een schaar uitgeknipt. Als hij,
+aan den anderen kant, eenige klacht uit bij het spreken met zijn
+vrienden door de tralien der kooi of de opening in de houten kast,
+wordt hij op ruwe wijze tot de orde geroepen door de bewaarders en
+krijgt rapport en straf die wekelijks terugkeert totdat hij weer een
+volgenden keer bezoek mag ontvangen, in welken tusschentijd men
+verwacht dat hij niet verstandig, maar listig zal zijn geworden; en
+listigheid leert iemand altijd. Het is een van de weinige dingen die
+men in de gevangenis leert. Gelukkig zijn in een enkel geval die
+andere weinige dingen van hooger waarde.
+
+Mag ik nog een oogenblik van Uw geduld gebruik maken voor het
+volgende? In Uw hoofdartikel deedt Gij het denkbeeld aan de hand dat
+geen aan de gevangenis verbonden geestelijke tegelijk eenige bemoeiing
+of bezigheid zou mogen hebben buiten de gevangenis zelf. Maar dit is
+een zaak van geen gewicht. Die geestelijken hebben volstrekt geen nut.
+Zij zijn in hun soort welmeenende, maar dwaze, ja onnoozele menschen.
+Geen enkele gevangene ondervindt van hen eenige hulp. Eens in de zes
+weken of zoo gaat de sleutel in het slot van iemands celdeur over, en
+de geestelijke komt binnen. De gevangene gaat natuurlijk in de houding
+staan. De geestelijke vraagt hem of hij in zijn bijbel gelezen heeft.
+Hij antwoordt "ja" of "neen", naar het geval is. De geestelijke haalt
+een paar bijbelteksten aan en gaat weg en sluit de deur. Van tijd tot
+tijd laat hij een traktaatje achter.
+
+De beambten die geen betrekking buiten de gevangenis behoorden te
+mogen aanhouden, en geen burgerpraktijk te hebben, zijn de
+gevangenisdokters. Thans hebben de gevangenisdokters, zoo al niet
+altijd, toch geregeld een uitgebreide burgerpraktijk en zijn tegelijk
+aangesteld in andere inrichtingen. Het gevolg is dat de
+gezondheidstoestand der gevangenen geheel verwaarloosd wordt, en de
+sanitaire staat der gevangenis volkomen onverzorgd gelaten. In zijn
+soort beschouw ik--en ik heb dat altijd gedaan van kindsbeen af--het
+beroep van dokter als het meest menschelijke beroep in de gemeenschap.
+Maar gevangenisdoktoren moet ik uitzonderen. Voorzoover ik hen
+ontmoet heb en naar wat ik in het hospitaal en elders van hen zag,
+zijn zij ruw in hun optreden, van grove ongevoeligheid en volslagen
+onverschillig voor de gezondheid der gevangenen en hun goede
+verpleging. Indien den gevangenisdokters burgerpraktijk verboden was,
+zouden zij genoodzaakt worden eenige belangstelling te hebben in den
+gezondheidstoestand en de sanitaire omstandigheden van de menschen die
+onder hun behandeling zijn.
+
+Ik heb in dit schrijven getracht enkele der hervormingen aan te
+wijzen, die in ons Engelsch gevangenisstelsel noodzakelijk zijn. Zij
+zijn eenvoudig, praktisch en menschelijk. Natuurlijk zijn zij maar een
+begin. Maar het wordt tijd dat er een begin gemaakt wordt, en hiertoe
+kan alleen de stoot gegeven worden door den sterken druk der openbare
+meening, verwoord in en aangekweekt door Uw machtig blad.
+
+Maar om te maken dat zelfs deze hervormingen iets uitwerken, moet
+eerst heel wat gedaan worden. En de eerste en misschien moeilijkste
+taak is van de directeurs beter menschen, van de bewaarders beschaafde
+lieden en van de geestelijken beter Christenen te maken.
+
+Uw dienstwillige dienaar,
+
+de schrijver van "The Ballad of Reading Gaol".
+
+23 Maart 1898.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De profundis, by Oscar Wilde
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PROFUNDIS ***
+
+***** This file should be named 13585.txt or 13585.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/3/5/8/13585/
+
+Produced by Miranda van de Heijning and the PG Online Distributed
+Proofreading Team
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.