diff options
Diffstat (limited to 'old/13585.txt')
| -rw-r--r-- | old/13585.txt | 3730 |
1 files changed, 3730 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/13585.txt b/old/13585.txt new file mode 100644 index 0000000..9f3d00c --- /dev/null +++ b/old/13585.txt @@ -0,0 +1,3730 @@ +The Project Gutenberg EBook of De profundis, by Oscar Wilde + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De profundis + +Author: Oscar Wilde + +Release Date: October 3, 2004 [EBook #13585] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PROFUNDIS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the PG Online Distributed +Proofreading Team + + + + + + +OSCAR WILDE + + +DE PROFUNDIS + + +GEAUTORISEERDE VERTALING VAN P.C. BOUTENS + +MET ENKELE BRIEVEN VAN WILDE + + + * * * * * + +TWEEDE DRUK, (6e, 7e, 8e DUIZEND) + +WERELDBIBLIOTHEEK ONDER LEIDING VAN L. SIMONS + +UITGEGEVEN DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE +LECTUUR--AMSTERDAM + +De eerste oplaag van dit werk, groot 5000 ex., verscheen September +1911. + +Deze tweede oplaag, groot 3000 ex., verschijnt in Januari 1913. + + * * * * * + + + + +INLEIDING + + Verbis meis addere nihil audebant et super illos stillabat + eloquium meum. + + JOB XXIX, 22. + + Grafschrift van O. W., Bagneux-Parijs. + +Oscar Fingal O'Flahertie Wills Wilde (1854-1900), de befaamde +schrijver van den roman "The Picture of Dorian Gray", van verscheidene +bundels sprookjes, essays, gedichten, van "Salome", van vier +blijspelen wier vertooningen niet ophielden volle schouwburgen in +Londen te trekken, werd den 25en Mei 1895 veroordeeld tot twee jaar +tuchthuisstraf. Zijn veroordeeling, om misdrijf tegen de zeden, was +een onmiddellijk gevolg van zijn eigen aanklacht wegens laster tegen +den Markies van Queensberry, den vader van Lord Alfred Douglas, +Wilde's jongen, door hem verafgoden vriend. De veroordeelde onderging +zijn straf in de gevangenis te Wandsworth en daarna in die te Reading, +en het is in den allerlaatsten tijd van zijn verblijf hier, toen men +hem toestond te schrijven wanneer en zoo lang als hij verkoos, dat +"de Profundis" ontstaan is. De titel is niet van hem, maar van zijn +literairen boedelredder, den Heer Robert Ross. Wilde zelf spreekt in +een zijner brieven van het geschrift als: "Epistola in carcere et +vinculis". + +In Mei 1897 vrijgekomen, vestigde hij zich onder den schuilnaam +Sebastian Melmoth eerst te Berneval in de buurt van Dieppe. Hier +schreef hij het eenige werk dat hij na zijn gevangenschap volbracht: +"The Ballad of Reading Gaol". Het was zijn bedoeling Berneval niet +eerder te verlaten voor hij zijn ontworpen drama "Pharaon" zou hebben +voltooid. Maar reeds in October van hetzelfde jaar gaf hij gehoor aan +Douglas' aanhoudend dringen en had een samenkomst met hem te Rouaan. +Daarna waren de beide vrienden korten tijd samen op Douglas' villa te +Posilippo bij Napels, maar werden gedwongen--vrienden en verwanten +hielden beider toelagen in--opnieuw te scheiden. Wilde vertrok naar +Parijs en leefde daar in betrekkelijk behoeftige omstandigheden. Hij +stierf er aan meningitis den 30sten November 1900. + +Oscar Wilde is zeker de meest tragische kunstenaarsfiguur uit onzen +tijd. Niet in de allereerste plaats om zijn botsing met de geboekte +zedelijkheidsbegrippen eener schijnheilige samenleving. Een +onverzwakte persoonlijkheid zou dien slag met al zijn gevolgen van +botte verguizing en redelooze krenking zonder doodsgevaar zijn +tebovengekomen. Minder blinde moedwil zou aan de offerzucht van laster +en liederlijkheid een zoo bandelooze orgie niet eens hebben gegund. +Evenals alle hoogste geluk valt alle moordend leed buiten de grenzen +onzer materieele gemeenschap. Het is niet de maatschappij die Wilde +tot paria heeft gemaakt. Zij kon het niet. Omdat hij kunstenaar, dat +is maatschappelijk reeds een paria was. Zijn ondergang is een evenzeer +psychisch proces als b.v. de jarenlange geestesverduistering van +Hoelderlin of het wegzinken van Nietzsche. Maar er laait om hem een +schijn van feller tragiek, omdat een onzichtbaar noodlot hem dreef tot +de schijnbaar vrijwillige keuze van het verderf. Hij is als een +slaapwandelaar die met open oogen zou spelen om het leven: door zijn +bejuweelde vingeren glijden en verglijden alle schatten tot den +glimlach der hooghartige spilzucht verstart in de bewuste grijns van +den dood. + + * * * * * + +De kunstenaar staat buiten de maatschappij in wier midden hij leeft. +Het leven zelf scheidt hen. De kunstenaar kan de maatschappij als +zoodanig verstaan of niet verstaan, maar de maatschappij den +kunstenaar nimmer. Hun verband is daarom steeds een eenzijdig verbond, +en wordt door elken oprechten kunstenaar verbroken zoodra zijn +onafhankelijkheid gevaar loopt. Want onafhankelijkheid is voor den +kunstenaar de eenige mogelijkheid van leven. Hij is de opperste +individualist. Volstrekte zelfstandigheid is zijn levensadem. Niemand +staat daarom zoo ver als hij van het individualisme als leuze. Want +tot een leus maakt men alleen wat men niet heeft of slechts meent te +bezitten. Het individualisme der leuze sterft zijn eigen dood, daar +het geen doel heeft buiten zich. Dat van den kunstenaar is meteen het +hoogste voorbeeld van altruisme. Alleen de kunstenaar bezit het geloof +dat het hoogste altruisme bereiken kan waardoor alleen het te bereiken +is: door het zuivere individualisme heen. Zoo een heeft met +maatschappelijke wetten weinig te maken. Zij bestrijken een gebied dat +niet reikt tot zijn grenzen. Zedelijkheidswetten begrijpt hij niet, +maar hij heeft haar niet noodig. Zijn eigen moraal is hem genoeg. Zij +bestaat in een onwrikbaren eerbied voor zijn eigen persoonlijkheid, +een eerbied waarvan die voor andere persoonlijkheden voorwaarde en +gevolg is. Wanneer een kunstenaar in botsing komt met de wetten der +maatschappij, wanneer hij volgens die wetten veroordeeld en gestraft +wordt, zal dit hem in zijn eigen oog niet vernederen; want de +strafbare daad die hij beging, moet voor hem een even, misschien meer +waardevolle plaats innemen in zijn leven dan andere daden waarom +dezelfde maatschappij hem bewierookt. Hij zal zulk een straf ondergaan +als de bezegeling zijner onafhankelijkheid. Evenmin als hij er aan +denkt de wetten der gemeenschap te tarten, evenmin zal hij in vreeze +voor haar kunnen leven. Wanneer de maatschappij met den zuiveren +kunstenaar in botsing komt, kan men van haar niet anders verwachten +dan dat zij zich belachelijk maakt. Haar optreden kan slechts beduiden +een minderwaardig feit in de geschiedenis der emancipatie van den +geest. In de laatste eeuw heeft zij gelukkig groote vorderingen +gemaakt op den weg harer noodzakelijke evolutie. Toch is zij nog lang +niet wat zij mettertijd wezen moet: een eerlijk gewaarborgde +administratie der materieele belangen. Alleen voor den kunstenaar is +zij, gebrekkig als zij het moge zijn, nu reeds niet meer, omdat hij de +voortijdig geestelijk geemancipeerde is. + +Oscar Wilde, die zeker geen zuiver kunstenaar was, zocht zijn +ondergang door het noodlottige dualisme van zijn aanleg. Wat voor +iederen onbevangene thans duidelijk is, dat zijn tehuis eer zijn cel +in de gevangenis was dan de woningen der Engelsche grooten, voorvoelde +hij met de noodlottige zekerheid van wie niet aan hun bestemming +ontkomen, en hij maakte die verheimelijkte bewustheid tot den pervers +bekorenden inhoud van een ledig mondain leven. Hij versmeet en +verkwistte zich aan onwaardigen. Hij weigerde te zien wat hij maar al +te scherp zag: dat de kunstenaar het leven niet doorkent door een +alzijdige deelneming, maar door een eerlijke verdieping in zijn eigen +bestaan. Toen zijn kennismaking met Douglas hem de hoogste +mogelijkheden van zijn kunstenaarschap openbaarde, moet hem meteen +zijn alzijdige gebondenheid zijn bewust geworden. Zoo viel een zuiver +psychische crisis samen met een geruchtmakende veroordeeling om +kwalijk bewezen beschuldigingen, en na zijn gevangenschap oneindige +geestelijke verarming met maatschappelijken ondergang. + +"De Profundis" is geschreven in de gevangenis, toen ophanden vrijheid +zijn betrekkelijke ongemoeidheid tot nieuwe levenshoop prikkelde. Er +is geen eenheid van gedachte in. Het werd stuksgewijze geschreven, +zonder bezonken inzicht, naar oogenblikkelijke stemmingen, onder den +druk van lichamelijk lijden en geestelijke hulpbehoevendheid welke hem +onder den invloed hield van welwillenden die hem niet verstonden. Maar +vaak stijgt de ziende geest boven den oogenblikkelijken toestand. Voor +wie lezen kan, zijn de waardevolle gedeelten van den brief gemakkelijk +te vinden. + +Een leven van Oscar Wilde is nog niet geschreven. Het centrale punt is +zijn vriendschap met Douglas. Daarheen en vandaaruit behoort het te +worden geschreven en verklaard. + +Douglas zelf is Wilde's onvoorwaardelijke vriend gebleven. Hoe de +doode leeft in zijn herinnering, kan men lezen in een zijner laatste +sonnetten, waarvan hier de vertaling volgt: + + DE DOODE DICHTER + + 'k Droomde vannacht van hem: 'k zag zijn gelaat + Stralend en zonder schijn of schauw van wee, + En hoorde als altijd de muziek dier zee, + Zijn gouden stem. Hij wekte in veil geraad + Verholen gratie waar zijn ooglicht glee. + Uit niets bezwoer hij wonders overdaad. + Tot 't minste ding in schoonheid ging verwaad, + En heel de weerld was een bekoorde stee. + + Dan, leek mij, buiten dicht gesloten poort + Rouwde ik om woorden ongeboekt verloren, + Verschald verhaal, geheimnis half gehoord, + Wondren verstoken van der wereld ooren, + Gedachten stom als vogelen vermoord-- + En waakte en wist hem dood gelijk tevoren. + + Den Haag, Maart 1911. + + * * * * * + +Het uitgegeven gedeelte van "de Profundis" is nauwelijks een derde van +den geheelen tekst. Dezelfde persoonlijke redenen, die den heer Robert +Ross, ondanks veler verzoek, weerhielden het leven van Oscar Wilde te +schrijven, waren oorzaak dat hij het handschrift in bewaring gaf in +het Britsch Museum met de bepaling dat het eerst zeventig jaren na +zijn, Ross', dood volledig zal mogen worden openbaargemaakt. + +September 1912. + + + + +DE PROFUNDIS + + +"Mijn plaats zou zijn tusschen Gilles de Retz en den markies de Sade." +Ik heb er vrede mee. Ik gevoel geen lust mij te beklagen. Een van de +vele lessen die men in de gevangenis leert, is dat men best doet de +dingen, nu en altijd, te nemen voor wat zij zijn. Ook heb ik niet den +minsten twijfel of de schandvlek der middeleeuwen en de schrijver van +"Justine" zullen op den duur beter gezelschap zijn dan menige Brave +Hendrik.... + + * * * * * + +Dit alles greep plaats in de eerste helft van November van het +voorlaatste jaar. Het leven stroomt als een breede rivier tusschen mij +en een zoo verwijderd tijdstip. Gij die vrij man zijt, kunt niet of +nauwelijks zulk een wijde uitgestrektheid overzien. Doch mij schijnt +het, laat ik niet zeggen gisteren, maar vandaag te zijn gebeurd. +Lijden is een oneindig lang oogenblik. Wij kunnen het niet in getijden +verdeelen. Wij kunnen slechts zijn stemmingen aanteekenen en haar +terugkeer boeken. Voor ons heeft de tijd zelf geen voortgang. Hij +wentelt om. Hij schijnt rond te draaien om een middelpunt: leed. De +verlammende onbewegelijkheid van een leven waarvan elke bijkomstigheid +geregeld wordt naar een onveranderlijk voorbeeld, zoodat wij eten en +drinken en nederliggen en bidden, of tenminste onze knieen buigen, +volgens de onwrikbare wetten van een ijzeren voorschrift,--deze +eigenschap van onbewegelijkheid, die elken dag met zijn +verschrikkingen tot in het haarkleinste onderdeel gelijk maakt aan +zijn broeder, schijnt zich mede te deelen aan die uitwendige krachten +wier eigenste wezenheid van bestaan onafgebroken wisseling is. Van +zaai- en oogsttijd, van de snijders die buigen over het graan of de +druivenlezers die zich pad banen door de wijngaarden, van het gras in +den boomgaard dat wit is van den bloesemregen of overstrooid ligt met +afgevallen ooft,--daarvan weten wij niets en kunnen wij niets te weten +komen. + +Voor ons bestaat er slechts een getijde, het getijde der smart. Zelfs +de zon en de maan schijnen van ons te zijn weggenomen. Buiten is de +dag misschien blauw en gouden, maar het licht dat neerzeeft door het +dicht gedempte glas van het kleine raam met zijn ijzeren tralien, +waaronder wij zitten, is grijs en karig. Het is altijd schemering in +onze cel zooals het altijd schemering is in ons hart. En in den kring +der gedachte, evenzeer als in den kring van den tijd, bestaat beweging +niet meer. Het voorval dat gij persoonlijk allang vergeten zijt of +gemakkelijk kunt vergeten, overkomt mij nu op het oogenblik, en zal +mij morgen opnieuw overkomen. Houd dit in gedachte, en gij zult +instaat zijn eenigszins te begrijpen waarom ik schrijf en waarom op +deze wijze.... + +Een week later word ik hierheen overgebracht. Nog drie maanden +verstrijken, en mijn moeder sterft. Niemand wist hoe diep ik haar +beminde en vereerde. Haar dood was verschrikkelijk voor mij. Maar ik, +eens een machthebber over de taal, heb geen woorden om mijn benauwing +en mijn schaamte uit te drukken. Nooit, zelfs niet in de meest +volmaakte dagen van mijn ontwikkeling als kunstenaar, zou ik woorden +hebben kunnen vinden geeigend tot het dragen van een zoo verheven +last, of om te bewegen met toereikende statigheid van muziek door den +purperen optocht van mijn onuitsprekelijk wee. Zij en mijn vader +hadden mij een naam nagelaten, dien zij tot adel en eer hadden +opgevoerd, niet enkel in letterkunde, kunst, oudheidsleer en +natuurwetenschappen, maar in de openbare geschiedenis van mijn eigen +land, in zijn ontwikkelingsgang als een natie. Ik had dien naam voor +eeuwig onteerd. Ik had hem gemaakt tot een gemeen spreekwoord onder +gemeene lieden. Ik had hem door het slijk gesleept. Ik had hem +overgegeven aan de redeloozen om hem even redeloos te maken als +zichzelf, en aan dwazen om hem te veranderen in een naamgenoot voor +waanzin. Wat ik toen leed en nog lijd, kan geen pen schrijven en geen +geschrift verhalen. Mijn vrouw, onveranderlijk lief en zacht voor mij, +reisde, liever dan dat ik het nieuws van onverschillige lippen hooren +zou, ziek als zij was, heel van Genua naar Engeland om zelf het eerst +mij de tijding te brengen van een zoo onherstelbaar, zoo onvergoedbaar +verlies. Betuigingen van medegevoel kwamen tot mij van allen die nog +eenige genegenheid voor mij hadden. Zelfs menschen die mij nooit +persoonlijk hadden gekend, schreven, toen zij hoorden dat een nieuwe +smart over mijn leven losgebroken was, met verzoek dat hun deelneming +in een of anderen vorm aan mij zou worden overgebracht.... + +Drie maanden gaan voorbij. De daglijst van mijn gedrag en mijn taak, +die aan den buitenkant op de deur van mijn cel hangt, met mijn naam en +vonnis als hoofd, zegt mij dat het Mei is.... + +Voorspoed, vreugde en welslagen kunnen ruw van nerf en grof van vezel +zijn, maar smart is het fijngevoeligste van al het geschapene. Daar +kan niets verroeren in de gansche wereld der gedachte, of smart trilt +na met vreeselijke en teeder-heftige polskloppen. Het dun uitgeslagen +sidderend stukje bladgoud, dat de richting aangeeft van krachten die +het oog niet kan waarnemen, is in vergelijking grof. Smart is een wond +die bloedt zoovaak eenige andere hand dan die der liefde daaraan +raakt, en die zelfs dan nog, al is het pijnloos, bloeden moet. + +Waar smart is, daar is gewijde grond. Daar zal een dag komen dat de +menschen beseffen wat dat beteekent. Tot dan zullen zij niets van het +leven weten. Robbie en naturen als hij kunnen het zich invoelen. Toen +ik overgebracht werd uit mijn gevangenis naar het Bankroetiershof +tusschen twee man van de politie, wachtte Robbie in de lange sombere +gang om voor de oogen der geheele menigte, welke een zoo lieve en +eenvoudige handelwijze in plotseling stilzwijgen deed verstommen, mij +eerbiedig te groeten terwijl ik met de handboeien aan en met gebogen +hoofd langs hem kwam. Er zijn menschen die den hemel verdiend hebben +met geringere dingen dan dit. In dezen geest en in dezen aard van +liefde knielden de heiligen neder om de voeten der armen te wasschen +of bukten zij om den wang van den melaatsche te kussen. Nooit heb ik +een enkel woord tot hem gezegd over wat hij deed. Tot op het oogenblik +weet ik niet of het hem bekend is dat ik mij zijne handelwijze ook +maar bewust was. Het is geen ding waarvoor men iemand vormelijken dank +kan brengen in vormelijke woorden. Ik heb het weggeborgen in de +schatkamer van mijn hart. Ik bewaar het daar als een geheime schuld +die ik blijde ben te bedenken dat ik nooit bij mogelijkheid kan +terugbetalen. Het wordt gebalsemd en frisch gehouden door de myrrhe en +cassia van vele tranen. Wanneer wijsheid mij nutteloos was en +wijsbegeerte dor, en de spreuken en zinsneden van hen die mij +trachtten troost te geven, als stof en asch in mijn mond, heeft de +herinnering aan die kleine, liefelijke, stilzwijgende daad van liefde +voor mij al de bronnen van medelijden doen stroomen, heeft "de +woestijn doen bloeien als een roos", en mij uit de bitterheid van +eenzame ballingschap in harmonische gemeenschap gebracht met het +groote wonde gebroken hart der wereld. Wanneer de menschen instaat +zullen zijn te verstaan niet enkel hoe schoon Robbie's handelwijze +was, maar waarom zij zooveel voor mij beteekende en voor altijd +beteekenen zal, dan misschien zullen zij begrijpen hoe en in welken +geest zij mij behooren te naderen.... + + * * * * * + +Het eerste boek met verzen dat een jong mensch in de prille lente van +den manlijken leeftijd de wereld inzendt, moet als bloesems zijn of +als lentebloemen, als de witte meidoorn op de weide van Magdalen +College of de sleutelbloemen op de velden van Cumnor. Het behoort niet +belast te worden met den druk van een vreeselijk en weerzinwekkend +treurspel, een vreeselijk weerzinwekkend zedendrama. Als ik er in +toegestemd had dat mijn naam als heraut zou dienen voor zulk een boek, +zou dat uit een oogpunt van kunst een zware fout zijn geweest; het zou +rondom het geheele werk een verkeerde atmosfeer hebben aangebracht, en +in moderne kunst is atmosfeer van zooveel belang. Het moderne leven is +gecompliceerd en relatief; dat zijn zijn twee onderscheidende +kenteekenen; om de eerste eigenschap weer te geven hebben wij +atmosfeer noodig met haar verfijndheid van kleurschakeeringen, van +suggestieve werkingen, van wondere verschieten; voor het wedergeven +van de tweede eigenschap behoeven wij achtergrond. Dat is de reden +waarom beeldhouwkunst opgehouden is een representatieve kunst te zijn, +en waarom muziek dat wel is, en waarom literatuur is en was en altijd +blijven zal de opperste representatieve kunst.... + + * * * * * + +Om de drie maanden schrijft Robbie mij een kort overzicht van het +letterkundige nieuws. Zijne brieven zijn allerbekoorlijkst in hun +geestigheid, hun knap en bondig oordeel, hun lichten taal-aanslag: het +zijn heusche brieven, zij zijn als iemand die met u zit te praten; zij +hebben het gehalte eener Fransche "causerie intime"; en in de kiesche +vereering die hij voor mij heeft, doet hij nu eens beroep op mijn +scherpzinnigheid, dan weer op mijn zin voor humor, een anderen keer op +mijn instmktmatig schoonheidsgevoel of op mijne ontwikkeling, en +herinnert mij met honderd kleine trekken dat ik eens voor velen een +scheidsrechter was over stijl in kunst, voor sommigen zelfs de +opperste scheidsrechter, en toont zoo dat hij naast literairen takt +evenzeer den takt der liefde bezit. Zijn brieven zijn de boodschappers +geweest tusschen mij en die schoone onwezenlijke wereld der kunst, +waar ik eenmaal koning was en zeker koning zou gebleven zijn indien +ik mij niet had laten lokken in de gebrekkige wereld van den gemeenen +onvolgroeiden hartstocht, van lust zonder onderscheiding, begeerte +zonder grenzen en honger naar wat geen gedaante heeft. Toch, alles wel +beschouwd, had Robbie zeker kunnen begrijpen, of in elk geval +vermoeden, dat om voor de hand liggende redenen van zuiver +psychologische merkwaardigheid het belangwekkender voor mij geweest +zou zijn te hooren omtrent ... dan te vernemen dat Alfred Austin +beproefde een bundel gedichten ter wereld te brengen, dat George +Street dramatische kritieken schreef voor de Daily Chronicle, of dat +door iemand die niet instaat is een lofrede uit te spreken zonder +stamelen, Mevrouw Meynell uitgeroepen was als de nieuwe Sibylle van +den stijl.... + + * * * * * + +Wanneer andere ongelukkigen in de gevangenis worden geworpen, zijn +zij, indien zij al beroofd worden van de schoonheid der wereld, +tenminste in zekere mate beveiligd tegen der wereld doodelijkste +slinger worpen en schrikkelijkste schichten. Zij kunnen schuilen in de +donkerheid van hun cel en van hun schande zelf een soort heiligdom +maken. De wereld heeft voldoening gehad en gaat haars weegs, en men +laat hen verder ongestoord lijden. Met mij is het anders gegaan. Smart +is herhaaldelijk op zoek naar mij komen kloppen aan de deuren der +gevangenis. Men heeft de poorten wijd geopend om dat bezoek binnen te +laten. Zoo goed als nooit heeft men mijn vrienden vergund mij te zien. +Maar mijn vijanden hebben steeds ongehinderd toegang gehad. Tweemaal +terwijl ik openlijk terecht stond voor het Bankroetiershof, nog +tweemaal terwijl ik openlijk overgebracht werd van de eene gevangenis +naar de andere, ben ik in een toestand van onuitsprekelijke +vernedering tentoongesteld aan de blikken en de bespotting der +menschen. De boodschapper van den dood heeft mij zijne tijding +gebracht en is weer heengegaan; en in volslagen eenzaamheid en +afgezonderd van alles wat mij troost of schijn van verlichting kon +geven, heb ik den onduldbaren last moeten dragen van ellende en +wroeging, waarmede de gedachtenis mijner moeder mij bezwaarde en mij +nog immer bezwaart. Nauwelijks is die wond door den tijd niet geheeld, +maar gelenigd, of heftige verbitterde en ruwe brieven van +zaakgelastigden bereiken mij. Men bedreigt mij en hoont mij tegelijk +met armoede. Dat kan ik dragen. Ik kan mij wennen aan erger dan dat. +Doch mijn beide kinderen worden mij langs gerechtelijken weg ontnomen. +Dat is en zal altijd voor mij blijven een bron van oneindigen nood, +van oneindig leed, van verdriet zonder duur of grens. Dat de wet kan +beslissen en zich aanmatigt te beslissen dat ik iemand ben ongeschikt +om met mijne eigen kinderen samen te zijn, is iets volslagen +afschuwwekkends voor mij. De schande der gevangenis is daarmede +vergeleken niets. Ik benijd de andere mannen die samen met mij de +binnenplaats treden. Ik weet zeker dat hun kinderen hen wachten, naar +hun komst uitzien en goed voor hen zullen zijn. + +De armen zijn wijzer, liefderijker, vriendelijker, gevoeliger dan wij. +In hun oogen is de gevangenis een ramp in iemands leven, een ongeluk, +een speling van het toeval, iets dat medegevoel opwekt in anderen. Zij +spreken van iemand die in de gevangenis is, eenvoudig als van een "in +moeite". Het is hun gewone zegswijze, en de uitdrukking heeft in zich +de volmaakte wijsheid der liefde. Bij menschen van onzen eigen stand +is het anders. Bij ons maakt de gevangenis iemand tot paria. Ik en +menschen als ik hebben nauwelijks recht op lucht en zon. Onze +tegenwoordigheid smet de genoegens van anderen. Wij zijn nergens +welkom wanneer wij weer voor den dag komen. Het schemerlicht der maan +wordt ons niet gegund. Zelfs onze kinderen worden van ons weggenomen. +Deze liefelijke banden met de menschheid worden verscheurd. Wij worden +veroordeeld tot eenzaamheid terwijl onze zonen nog leven. Men onthoudt +ons het eene dat ons zou kunnen heelen en ophouden, dat balsem zou +kunnen strijken op het gekneusde hart en vrede schenken aan de ziel in +haar leed.... + +Ik moet mij bekennen dat ik zelf mij te gronde richtte, en dat niemand +groot of klein te gronde gericht kan worden dan door zijn eigen hand. +Ik ben volkomen bereid het te bekennen. Ik tracht het te bekennen al +denkt men op het oogenblik dat het niet zoo is. Deze meedoogenlooze +aanklacht breng ik zonder mededoogen tegen mijzelf in. Wat de wereld +mij aandeed, moge verschrikkelijk zijn geweest,--wat ik mijzelf +aandeed, was verreweg verschrikkelijker. + +Ik was een man die in symbolische betrekking stond tot de kunst en de +geestesbeschaving van mijn tijd. Ik had dit zelf in den vroegen +dageraad van den mannelijken leeftijd ingezien en had daarna mijne +tijdgenooten gedwongen het in te zien. Weinigen nemen zulk een +stelling in tijdens hun eigen leven en zien die stelling op zulk een +wijze erkend. Gewoonlijk wordt zij, indien ooit, bepaald door den +geschiedschrijver of den criticus lang nadat zoowel de man als zijn +tijd zijn voorbijgegaan. Met mij ging het anders. Ik heb het zelf +gevoeld, en heb het anderen doen gevoelen. Byron was eene symbolische +figuur, maar hij stond in betrekking met den hartstocht van zijn tijd +en diens uitputting van hartstocht. Ik stond in betrekking met iets +edelers en duurzamers, iets van meer levenskrachtige gevolgen, van +wijder doeleinden. + +De goden hadden mij bijna alleding geschonken. Ik had genie, een +klinkenden naam, een hooge maatschappelijke stelling, de gave van te +kunnen schitteren, intellectueelen durf. Ik maakte kunst tot een +wijsbegeerte en wijsbegeerte tot een kunst. Ik wijzigde den geest der +menschen en de kleur der dingen. Daar was niets wat ik zeide of deed, +dat de menschen niet in verwondering bracht. Ik nam het drama, den +meest objectieven vorm dien de kunst kent, en maakte het tot een even +persoonlijke wijze van uiting als het lyrisch vers of het sonnet. +Tegelijkertijd verruimde ik zijn gebied en verrijkte zijn +karakterbeelding. Het drama, de novelle, het gedicht in proza, het +gedicht op rijm, den subtiel realistischen of fantastischen dialoog, +al wat ik aanraakte, maakte ik schoon in een nieuwen aard van +schoonheid. Aan de waarheid zelf gaf ik wat onwaar is evenzeer als wat +waar is, tot haar rechtmatig rijksgebied, en toonde aan dat het onware +en het ware enkel intellectueele bestaansvormen zijn. Ik behandelde de +kunst als de opperste werkelijkheid en het leven als niets meer dan +een soort verdichtsel. Ik maakte de verbeelding mijner eeuw wakker, +zoodat zij mythe en legende om mij heen schiep. Ik vatte alle +wijsgeerige systemen samen in een zinsnede en alle bestaan in een +epigram. Daarnaast hield ik mij met andere dingen bezig. Ik liet mij +verlokken tot de langdurige begoochelingen van zinneloos en zinlijk +welbehagen. Ik vermaakte mij er mede een flaneur te zijn, een dandy, +een man van den dag. Ik omringde mij met kleine naturen en +minderwaardige geesten. Ik werd de verzwendelaar van mijn eigen genie, +en het schonk mij een bijzondere vreugde een eeuwigdurende jeugd te +verkwisten. Vermoeid van op de hoogten te verkeeren, daalde ik +opzettelijk af naar de laagten op zoek naar nieuwe zinnenprikkeling. +Wat de paradox voor mij was in de sfeer der gedachte, werd het +perverse voor mij in de sfeer van den hartstocht. Ten laatste was +begeerte een ziekte of een waanzin of wel beide. Onverschillig werd +mij het leven van een ander. Ik bevredigde mijn genotzucht waar het +mij behaagde, en ging verder. Ik vergat dat iedere kleine daad van het +dagelijksch leven vormend of vernietigend op het karakter inwerkt, en +dat men daarom wat men in zijn binnenkamer heeft gedaan, eenmaal zal +moeten verkondigen van de daken. Ik hield op meester over mijzelf te +zijn. Ik stond niet langer aan het roer mijner ziel, en wist het niet. +Ik liet mij door genot beheerschen. Ik eindigde in afgrijselijke +schande. Nu blijft er slechts een ding voor mij over, volstrekte +deemoed. + +Bijna twee jaar heb ik nu in de gevangenis gezeten. De natuurlijke +mensch in mij verviel tot woeste wanhoop, tot een verslagenheid van +leed, die deerniswaardig was ook maar om aan te zien, tot +schrikkelijke en onmachtige woede, tot bitterheid en haat, tot +benauwdheid die luid weende, tot ellende die geen stem kon vinden, tot +smart die stom bleef. Iedere mogelijke stemming van lijden heb ik +doorgemaakt. Beter dan Wordsworth zelf weet ik wat Wordsworth bedoelde +toen hij zeide: + + "Leed is bestendig, lichteloos en donker, En draagt de + trekken der oneindigheid." + +Maar terwijl er oogenblikken waren dat ik vreugde vond in het +denkbeeld dat mijn lijden eindeloos wezen zou, kon ik toch niet dragen +dat het zonder bedoeling was. Nu vind ik ergens verweg in mijn natuur +een verborgen ding dat mij zegt dat niets in de geheele wereld zonder +bedoeling is, en lijden allerminst. Dat ding diep in mij begraven als +een schat in een akker, is Deemoed. + +Het is het laatste wat in mij overgebleven is, en het beste: de +uiterste ontdekking waartoe ik geraakt ben, het uitgangspunt voor eene +vernieuwde ontwikkeling. Het is tot mij gekomen rechtstreeks uit +mijzelf, daarom weet ik dat het op het juiste oogenblik gekomen is. +Het kon niet eerder gekomen zijn, en ook niet later. Indien iemand er +mij over gesproken had, zou ik het verworpen hebben. Als het tot mij +gebracht was, zou ik het geweigerd hebben. Nu ik het zelf gevonden +heb, wensch ik het te behouden. Ik moet wel. Het is het eenige wat in +zich de grondstoffen heeft ten leven, tot een nieuw leven, een "Vita +Nuova" voor mij. Van alle dingen is het het wonderbaarste: men kan het +niet weggeven, en een ander zou het ons niet kunnen geven. Men kan het +niet verwerven dan door alles op te geven wat men bezit. Slechts +wanneer men alles verloren heeft, weet men dat men het bezit. + +Nu ik tot de zekerheid ben gekomen dat het in mij is, zie ik volkomen +helder wat ik behoor te doen, of beter, moet doen. En wanneer ik zulk +een uitdrukking gebruik, behoef ik niet te zeggen dat ik niet zinspeel +op eenige wet of gebod van buiten af. Ik erken er geen. Ik ben veel +meer individualist dan ooit te voren. Niets komt mij van de geringste +waarde voor dan wat men uit zichzelf wint. Mijn natuur zoekt naar eene +nieuwe wijze van zelf-verwezenlijking. Dat is het eenige waar ik mede +heb te maken. En het eerste ding dat voor mij te doen staat, is +mijzelf te bevrijden van alle mogelijke verbitterdheid tegenover de +wereld. + +Ik ben volkomen zonder middelen en volstrekt zonder tehuis. Toch, er +zijn erger dingen dan dit in de wereld. Ik ben volkomen oprecht +wanneer ik zeg dat ik, liever dan uit deze gevangenis te gaan met +bitterheid tegen de wereld in mijn hart, blij en reede mijn brood zou +willen bedelen van deur tot deur. Indien ik niets kreeg aan het huis +der rijken, zou ik iets krijgen aan het huis der armen. Zij die veel +bezitten, zijn vaak gierig, zij die weinig hebben, deelen steeds. Het +zou mij niet kunnen schelen des zomers in het koele gras te slapen, en +als de winter kwam, te schuilen in den warm en dicht met riet gedekten +hooiberg of onder het afdak eener groote schuur, als ik maar liefde +had in mijn hart. De uitwendige dingen des levens schijnen mij nu van +niet het minste belang toe. Gij ziet tot wat hoogeren trap van +individualisme ik gekomen ben--of liever bezig ben te komen, want de +weg is lang en "daar zijn doornen waar ik ga". + +Ik weet natuurlijk wel dat het mijn lot niet zal zijn aalmoezen te +vragen langs den weg, en dat als ik ooit bij nachttijd nederlig in het +koele gras, het wezen zal om sonnetten te schrijven op de maan. +Wanneer ik uit de gevangenis kom, zal Robbie op mij wachten aan de +andere zijde der groote met ijzer beslagen poort, en hij is het +zinnebeeld niet enkel van zijn eigen genegenheid, maar van veler +anderen genegenheid buitendien. Ik denk dat ik genoeg zal hebben om +ongeveer achttien maanden in ieder geval te kunnen leven, zoodat ik, +al schrijf ik voorshands geen schoone boeken, tenminste schoone boeken +zal kunnen lezen; en is er wel grooter vreugde dan deze? + +Na dien tijd hoop ik instaat te zijn mijn scheppingsvermogen te +herscheppen. + +Maar stonden de zaken anders: had ik geen vriend over in de wereld, +stond geen eenig huis in medelijden voor mij open, moest ik den +bedelzak en lompenmantel der uitgeschudde armoede dragen--zoo lang als +ik vrij ben van alle wrokgevoel, hardheid en haat, zou ik instaat zijn +het leven met veel grooter gerustheid en vertrouwen in het gelaat te +zien dan wanneer mijn lichaam in purper en fijn linnen gekleed zou +zijn, en de ziel binnenin mij krank van haat. + +En ik zal inderdaad geen moeilijkheden ondervinden. Wanneer gij +liefde werkelijk behoeft, zult gij haar op u vinden wachten. + +Ik behoef niet te zeggen dat mijn taak daarmede niet ophoudt. Het zou +vergelijkelijkerwijze gemakkelijk zijn als dit zoo was. Daar ligt veel +meer voor mij. Ik moet veel steiler heuvelen beklimmen en veel +donkerder valleien doorgaan. En allen bijstand moet ik uit mijzelf +halen. Noch godsdienst of moraal, noch rede kan mij eenigszins helpen. +De moraal komt mij niet te hulp. Ik ben buiten de wet geboren. Ik ben +een van hen die geschapen zijn voor uitzonderingen, niet voor wetten. +Maar al zie ik dat er niets verkeerds is in wat men doet, ik zie +tevens dat er iets verkeerds kan wezen in wat men wordt. Het is goed +dat ik dit geleerd heb. + +Godsdienst helpt mij niet. Het geloof dat anderen geven aan wat +onzienlijk is, geef ik aan wat men kan aanraken en aanschouwen. Mijn +goden wonen in tempelen met handen gemaakt; en binnen den kring der +feitelijke ervaring heb ik mijn geloof volkomen en volledig gemaakt, +te volledig mogelijk, want als velen of allen van diegenen die hun +hemel op deze aarde hebben geplaatst, heb ik er niet enkel de +schoonheid van den hemel, maar ook den afschuw der hel gevonden. +Wanneer ik over godsdienst hoegenaamd denk, gevoel ik als lust een +orde te stichten voor hen die niet kunnen gelooven: de Broederschap +der Vaderloozen zou men haar kunnen noemen, waarin op een altaar +waarop geen kaars brandde, een priester in wiens hart vrede geen +woning had, de mis zou dienen met ongeheiligd brood en een ledigen +wijnkelk. Om waar te zijn, moet alles een voorwerp van godsdienst +worden. En agnosticisme behoort zijn eeredienst te hebben evenzeer als +geloof. Het heeft zijn martelaren gezaaid, het behoort zijn heiligen +te oogsten, en God dagelijks te prijzen dat hij zich voor den mensch +verstoken heeft. Maar hetzij mijn godsdienst geloof of agnosticisme +zij, het mag niets wezen, dat uitwendig voor mij is. Zijn zinnebeelden +moeten mijn eigen schepping zijn. Slechts datgene is geestelijk, dat +zijn eigen gedaante schept. Indien ik zijn geheim niet in mijzelf +vind, zal ik het nergens vinden: als ik het niet reeds bezit, zal het +nimmer tot mij komen. + +De rede helpt mij niet. Zij zegt mij dat de wetten waaronder ik +veroordeeld ben, verkeerde en onrechtvaardige wetten zijn, en dat het +stelsel waaronder ik geleden heb, een verkeerd en onrechtvaardig +stelsel is. Maar op een of andere manier moet ik deze beide +rechtvaardig en goed voor mij maken. En juist zooals men in kunst er +enkel mede vandoen heeft wat een bijzonder ding op een bijzonder +tijdstip voor onszelf is, zoo gaat het ook toe bij de ethische +ontwikkeling van ons karakter. Alles wat mij overkomen is, moet ik +maken tot iets dat goed voor mij is. De houten brits, het walgelijke +voedsel, het harde touw dat tot werk wordt geplozen totdat de +vingertoppen gevoelloos worden van pijn, het knechtswerk waarmede +iedere dag begint en eindigt, de barsche bevelen die een noodzakelijk +gevolg schijnen te zijn van de sleur, de afschuwelijke kleeding die +smart bespottelijk maakt om aan te zien, de stilte, de eenzaamheid, de +schaamte--al deze dingen afzonderlijk en gezamenlijk moet ik omzetten +in een geestelijke ervaring. Daar is geen enkele vernedering van het +lichaam, die ik niet moet trachten te maken tot een vergeestelijking +der ziel. + +Ik wil zoo ver komen dat ik instaat ben in allen eenvoud en zonder +inbeelding te zeggen dat de twee voorname keerpunten in mijn leven +waren, toen mijn vader mij naar Oxford zond, en toen de maatschappij +mij naar de gevangenis stuurde. Ik bedoel niet dat de gevangenis het +beste is wat mij kon zijn overkomen, want die uitspraak zou smaken +naar te groote bitterheid tegen mijzelf. Ik zou eerder zeggen, of zou +het van mij willen hooren zeggen, dat ik zulk een eigenaardig kind van +mijn tijd was dat ik in mijne verkeerdheid en om die verkeerdheid de +goede dingen in mijn leven tot booze en de booze dingen in mijn leven +tot goede omzette. + +Doch wat ik zelf of anderen mogen zeggen, komt er weinig op aan. Het +ding van belang, de taak die voor mij ligt, wat ik te doen heb, zal +het kortstondig overschot mijner dagen niet verminkt, verdorven en +onvolledig zijn, is dat ik in mijn natuur moet opnemen en verwerken al +wat mij is aangedaan, dat ik het tot een deel van mijzelf moet maken, +dat ik het moet leeren aannemen zonder klacht, vrees of verzet. De +opperste ondeugd is oppervlakkigheid. Al wat men doorkend heeft, is +goed. + +Toen ik pas in de gevangenis werd gezet, raadden enkele menschen mij +aan, dat ik trachten zou te vergeten wie ik was. Het was een +verderfelijke raad. Enkel door mij bewust te maken wat ik ben, heb ik +eenigszins troost gevonden. Nu raden anderen weer mij aan om wanneer +ik ontslagen word, mijn best te doen te vergeten dat ik ooit van mijn +leven in een gevangenis geweest ben. Ik weet dat dit evenzeer +noodlottig zou zijn. Het zou beduiden dat ik voor altijd vervolgd zou +worden door een ondragelijk gevoel van schande, en dat die dingen die +voor mij evenzeer als voor ieder ander bedoeld zijn--de schoonheid van +zon en maan, de feeststoet der jaargetijden, de muziek van den +dageraad en de stilte der groote nachten, de regen die komt vallen +door de bladeren, of de dauw die het gras besluipt en verzilvert--dat +dat alles voor mij bezoedeld zou zijn en zijn heelkracht en +vreugdmeedeelende macht zou verliezen. Onze eigen ervaringen betreuren +is onze eigen ontwikkeling tot staan brengen. Onze eigene ervaringen +verloochenen is een leugen leggen op de lippen van ons eigen leven. +Het is niet meer of minder dan een verloochening der ziel. + +Want juist zooals het lichaam allerhande dingen verwerkt, dingen +gemeen en onrein evenzeer als wat de priester of een visioen heeft +gereinigd, en hen omzet in snelheid of kracht, in het spel van schoone +spieren en de vorming van bloeiend vleesch, in de golvingen en de +kleuren van haar, lippen en oogen, zoo heeft de ziel op haar gebied +ook hare voedingsverrichtingen en kan omzetten in edele +gedachtestemmingen en hartstochten van hooge waarde wat in zichzelf +laag, wreed en vernederend is; ja, wat nog meer is, de ziel kan hierin +vinden de meest verheven wijzen van zelfbevestiging en vermag vaak +zichzelf op de meest volmaakte wijze te openbaren door tusschenkomst +van wat bedoeld was haar te ontheiligen of te verwoesten. + +Het feit dat ik een gemeen gevangene in een gemeene gevangenis geweest +ben, moet ik onvoorwaardelijk aannemen, en, al moge het buitengewoon +schijnen, een der dingen die ik mijzelf zal te leeren hebben, is +daarover niet beschaamd te zijn. Ik moet het aannemen als een +bestraffing, en als men beschaamd is over het feit dat men bestraft +is, kon men even goed in het geheel niet bestraft zijn. Natuurlijk +zijn er vele dingen waarvoor ik veroordeeld werd zonder dat ik ze +gedaan had, maar daar waren ook vele dingen waarvoor ik veroordeeld +werd, die ik wel gedaan had, en een nog grooter aantal dingen in mijn +leven, waarvoor ik nooit of nimmer terecht stond. En daar de goden +ondoorgrondelijk zijn en ons straffen voor wat goed en mensonwaardig +in ons is, evenzeer als voor wat boos en ontaard is, moet ik het feit +aannemen dat men voor het goede dat men doet, even goed gestraft wordt +als voor het booze. Ik twijfel niet of men wordt dit volkomen terecht. +Het helpt ons, of behoort ons te helpen, om beide te doorkennen en +niet te ingebeeld te zijn over een van twee. En als ik dan niet +beschaamd zal zijn over mijn straf, zooals ik hoop dat ik niet wezen +zal, zal ik instaat zijn te denken en te wandelen en te leven in +vrijheid. + +Velen dragen, als zij vrijgelaten worden, hun gevangenis met zich mede +naar buiten, en verbergen haar als een geheime schande in hun hart en +kruipen ten slotte als arme vergiftigde wezens in een of ander hol om +te sterven. Het is erbarmelijk dat zij daartoe moeten komen, en het is +een onrecht, een verschrikkelijk onrecht van den kant der maatschappij +hen daartoe te dwingen. De maatschappij matigt zich het recht aan het +individu een afschrikwekkende straf op te leggen, maar zij heeft ook +de opperste ondeugd der oppervlakkigheid en laat na zich rekenschap te +geven van wat zij gedaan heeft. Wanneer 's mans straftijd voorbij is, +laat zij hem aan zichzelf over, dat wil zeggen, zij laat hem in den +steek juist op het oogenblik wanneer haar hoogste plicht tegenover hem +begint. In waarheid is zij beschaamd over haar eigen daden, en schuwt +diegenen die zij gestraft heeft, zooals de menschen een schuldeischer +schuwen, aan wien zij hun schuld niet kunnen betalen, of iemand wien +zij een onherstelbaar, een onvergoedbaar kwaad hebben aangedaan. Ik +kan van mijne zijde eischen dat indien ik mij rekenschap geef van wat +ik geleden heb, de maatschappij zich rekenschap geeft van wat zij mij +heeft aangedaan, en dat er geen verbittering of haat zal zijn van +weerszijden. + +Natuurlijk weet ik dat, van een kant beschouwd, de zaken anders zullen +staan voor mij dan voor anderen, dat dit uit den aard zelf van mijn +geval moet. De arme dieven en verschoppelingen die hier met mij +gevangen zitten, zijn in menig opzicht beter af dan ik. Het klein +bestek in de grauwe stad of op het groene land, dat hun zonde zag, is +beperkt; om menschen te vinden, die niets weten van wat zij gedaan +hebben, behoeven zij niet verder te gaan dan een vogel zou vliegen +tusschen de morgenschemering en den dageraad. Maar voor mij is de +wereld tot een handbreed ineengekrompen, en overal waar ik mij wend, +slaat mijn naam in looden letters op de rotsen geschreven. Want ik ben +niet uit de duisternis tot de oogenblikkelijke bekendheid van de +misdaad gekomen, maar uit een soort eeuwigheid van roem tot een +eeuwigheid van eerloosheid, en soms komt liet mij voor dat ik bewezen +heb, indien daarvoor inderdaad bewijs noodig is, dat tusschen roem en +eerloosheid maar een schrede is of nog minder dan dat. + +Toch, juist in het feit dat de menschen mij zullen herkennen overal +waar ik ga, en wat zijn dwaasheden aangaat, alles omtrent mijn leven +zullen weten, kan ik ook iets goeds voor mij ontdekken. Het zal mij de +noodwendigheid inprenten van mij weer als kunstenaar te doen gelden, +en dat zoo snel als ik bij mogelijkheid kan. Indien ik slechts een +enkel schoon kunstwerk zal kunnen voortbrengen, zal ik instaat zijn +boosaardigheid haar venijn en lafhartigheid haar grijns te ontrooven, +en de tong van den smaad bij den wortel uit te rukken. + +En als ik, zooals ik werkelijk doe, tegenover het leven als tegenover +een raadsel sta, staat het leven niet minder tegenover mij als +tegenover een raadsel. De menschen moeten een of andere houding tegen +mij aannemen en zoodoende een oordeel vellen zoowel over zichzelven +als over mij. Ik behoef wel niet te zeggen dat ik geen bepaalde +persoonlijkheden bedoel. De eenige menschen met wie ik nu gaarne zou +omgaan, zijn kunstenaars en menschen die geleden hebben: menschen die +weten wat schoonheid is, en menschen die weten wat smart is. Niemand +anders boezemt mij belangstelling in. Ook stel ik geen enkelen eisch +aan het leven. Alles wat ik besproken heb, heeft enkel te maken met +mijn eigen geestelijke houding tegenover het leven in zijn geheel, en +ik gevoel dat niet beschaamd te zijn over het feit dat ik straf +ondergaan heb, een der eerste dingen is, die ik moet bereiken, ter +wille van mijn eigen vervolmaking en omdat ik zoo onvolkomen ben. + +Dan moet ik leeren gelukkig zijn. Eenmaal wist ik het, of dacht het te +weten, bij instinkt. Toen was het altijd lente in mijn hart. Mijn +gemoedsgesteldheid was verwant met vreugde. Zooals men een beker tot +den rand vult met wijn, vulde ik mijn leven tot den rand met genot. Ik +nader het leven nu van een volslagen nieuwen kant. En zelfs mij een +denkbeeld te maken van geluk is vaak uiterst moeilijk voor mij. Ik +herinner mij hoe ik eens in mijn eerste jaar te Oxford las in Pater's +_Renaissance_ (dat boek dat zulk een wonderbaren invloed op mijn +leven heeft gehad) hoe Dante diep in den Inferno hen plaatst, die +eigenzinnig leven in droefenis, en hoe ik naar de boekerij van het +College ging en de plaats opsloeg in de _Divina Commedia_ waar +onderin het sombere moeras diegenen liggen die "gemelijk waren in de +zoete lucht", die altijd door zeggen door hun zuchten heen: + + "Tristi fummo + Nell' aere dolce, che dal sol s'allegra." + +Ik wist dat de Kerk _acidia_ veroordeelde, maar het gansche +denkbeeld leek mij volkomen fantastisch, juist de soort van zonde, +verbeeldde ik mij, om uit te vinden voor een priester die niets van +het werkelijke leven afwist. Ook kon ik niet begrijpen hoe Dante die +zegt dat "smart ons herhuwt met God", zoo hard kon geweest zijn voor +hen die op den weemoed verliefd waren, indien er werkelijk zulke +wezens bestonden. Ik vermoedde niet dat dit eenmaal voor mij een der +grootste verzoekingen van mijn leven zou worden. Terwijl ik in de +gevangenis te Wandsworth was, haakte ik naar den dood. Het was mijn +eenige begeerte. Toen ik na twee maanden hospitaal hierheen +overgebracht werd en ik bevond dat mijn lichamelijke gezondheid +gaandeweg verbeterde, kwam ik tot de heftigste verwoedheid. Ik besloot +zelfmoord te plegen op den eigen dag waarop ik de gevangenis verlaten +zou. Mettertijd ging die booze stemming over, en ik vatte het plan op +om te leven, maar om neerslachtigheid te dragen zooals een koning zijn +purper draagt: nooit zou ik weer glimlachen, ieder huis waar ik +binnentrad, zou ik maken tot een huis van rouw, ik zou mijn vrienden +in loome droefenis met mij doen wandelen, ik zou hun leeren dat +droefgeestigheid het ware geheim des levens is, ik wilde hen verlammen +met de smart van een ander, ik wilde hun leven verderven met mijn +eigen leed. Nu ben ik volkomen anders gestemd. Ik zie in dat het +zoowel ondankbaar als onvriendelijk van mij zou zijn een zoo lang +gezicht te trekken, dat wanneer mijn vrienden mij kwamen bezoeken, zij +een nog langer gezicht moesten zetten om hun medegevoel te toonen; of +om, als ik hen te gast wilde hebben, hen uit te noodigen in +stilzwijgen aan te zitten bij bittere kruiden en gerechten van een +begrafenismaal. Ik moet leeren opgewekt te zijn en gelukkig. + +De laatste twee gelegenheden dat het mij vergund was mijn vrienden +hier bij mij te zien, deed ik mijn best zoo opgewekt mogelijk te zijn +en mijne opgewektheid te toonen om hun een kleine vergoeding te geven +voor de moeite die zij namen om heel uit de stad mij te komen +bezoeken. Ik weet wel, het is slechts een geringe vergoeding, maar +die, daar ben ik zeker van, hun meest genoegen doet. Zaterdag voor +acht dagen had ik Robbie hier een uur lang bij mij en ik deed mijn +best zoo vol mogelijk uiting te geven aan het genot dat ik werkelijk +in ons samenzijn gndervond. En dat ik in de beschouwingen en +denkbeelden die ik hier op eigen gelegenheid vorm, op het rechte pad +ben, blijkt mij uit het feit dat ik nu voor het eerst sinds mijn +gevangenschap een werkelijke begeerte heb om te leven. + +Er wacht mij zooveel werk dat ik het als een verschrikkelijke ramp zou +beschouwen indien ik stierf voor het mij vergund werd er tenminste een +klein deel van te volbrengen. Ik zie nieuwe mogelijkheden van +ontwikkeling in de kunst en in het leven, waarvan elk een nieuwe vorm +van vervolmaking is. Ik begeer te leven om te kunnen onderzoeken wat +voor mij niet meer of minder dan een nieuwe wereld is. Wenscht gij te +weten wat deze nieuwe wereld is? Gij kunt het wel raden, denk ik. Het +is de wereld waarin ik geleefd heb. Smart en al wat smart ons +onderwijst, is mijn nieuwe wereld. + +Vroeger leefde ik uitsluitend voor genot. Ik schuwde lijden en smart +van welken aard ook. Ik haatte beide. Ik besloot, voor zoover dat +mogelijk was, geen acht op hen te geven, om hen, wil ik zeggen, te +behandelen als vormen van gebrekkigheid. Zij maakten geen deel uit van +mijn levensplan. Zij hadden geen plaats in mijn wijsbegeerte. Mijn +moeder die het leven in zijn geheel kende, placht mij vaak enkele +regels van Goethe aan te halen, die door Carlyle geschreven waren in +een boek dat hij haar jaren geleden gegeven had, en die door hem, als +ik het goed heb, als volgt vertaald waren: + + "Who never ate his bread in sorrow, + Who never spent the midnight hours + Weeping and waiting for the morrow,-- + He knows you not, ye heavenly powers." + +Deze regels placht die edele koningin van Pruisen, welke Napoleon met +zoo grove ruwheid behandelde, aan te halen in haar vernedering en +ballingschap. Deze regels haalde mijne moeder vaak aan in de +moeilijkheden van haar meergevorderd leven. Ik weigerde volstrekt de +ontzaggelijke waarheid die er in geborgen ligt, aan te nemen of toe te +geven. Ik kon ze niet bevatten. Ik herinner mij zeer wel, hoe ik haar +placht te zeggen dat ik geen lust had mijn brood in smart te eten of +een enkelen nacht door te brengen in weenen en wachten op een +bitterder dageraad. + +Ik kon niet denken dat dit een der bijzondere dingen was, die het lot +voor mij had weggelegd, dat ik inderdaad een heel jaar lang van mijn +leven bestemd was weinig anders te doen. Doch zoo is mijn deel mij +toegemeten, en pas in de laatste maanden na verschrikkelijke +moeilijkheden en worstelingen is het mij gelukt enkele der lessen te +verstaan, die verscholen liggen in het hart van het leed. Geestelijken +en menschen die zegswijzen gebruiken zonder wijsheid, spreken soms van +lijden als van een geheimenis. In werkelijkheid is het een openbaring. +Men nadert de wereldgeschiedenis van een gansch anderen kant. Wat men +vroeger bij instinkt duister had gevoeld omtrent kunst, wordt door +verstand en gemoed beleefd met volmaakte helderheid van aanschouwing +en hoogste spanning van waarneming. + +Ik zie nu in dat smart de opperste aandoening is, waarvoor een mensch +vatbaar is, en dat zij daarom tegelijk de grondvorm en de toetssteen +van alle kunst is. Waar de kunstenaar altijd op uit is, is de +bestaansvorm waarin ziel en lichaam een en ondeelbaar zijn, waarin het +uitwendige uitdrukking geeft aan het inwendige, waarin de stof +openbaring wordt. Zulke bestaansvormen zijn er verscheidene. Het eene +oogenblik kan de jeugd en de kunsten die zich uitsluitend met de jeugd +bezighouden, ons als voorbeeld dienen. Het andere oogenblik zijn wij +geneigd te denken dat de moderne landschapkunst met haar verfijndheid +en gevoeligheid voor indrukken, met hare suggestie als van een geest +die in de uitwendige dingen woont en gelijkelijk van aarde en lucht, +van mist en stad zijn kleed maakt, met haar ziekelijk gevoelige +harmonie van stemmingen, tonen en kleuren, voor ons schilderkunstig +verwezenlijkt wat zoo volmaakt plastisch verwezenlijkt werd door de +Grieken. De muziek waarin alle onderwerp wordt opgelost in de +uitdrukking, zoodat het er niet meer van gescheiden kan worden, is een +ingewikkeld, en een bloem of een kind een eenvoudig voorbeeld van wat +ik bedoel. Maar smart is de uiterst bereikbare grondvorm zoowel in het +leven als in de kunst. + +Achter vreugde en lach kan zich een gemoed verschuilen, grof, hard en +ongevoelig. Maar achter smart schuilt altijd smart. Leed, in +tegenstelling met vreugde, draagt geen masker. Waarheid in kunst is +volstrekt niet overeenstemming tusschen de ideeele werkelijkheid en +den toevalligen bestaansvorm, het is niet de gelijkenis van de +gestalte met haar schaduw, of van het spiegelbeeld in het kristal met +de gedaante zelf, het is niet een echo die antwoordt uit de holling +van den heuvel, evenmin als het een zilveren waterspiegel in de vallei +is, die de maan toont aan de maan en Narkissos aan Narkissos. Waarheid +in kunst is de eenheid van een ding met zichzelf, het uitwendige +gemaakt tot de uitdrukking van het inwendige, de vleeschwording der +ziel, het lichaam doordrongen van den geest. Daarom is geen waarheid +te vergelijken met smart. Er zijn oogenblikken dat smart mij voorkomt +de eenige waarheid te zijn. Andere dingen zijn misschien +begoochelingen van het oog of van de begeerte, dingen die enkel +bestaan om het oog te verblinden of de begeerte te verzadigen, maar +uit smart zijn de werelden opgebouwd, en geen kind of ster wordt +geboren zonder pijn. + +Buitendien nog heeft smart een felle, geheel eigen werkelijkheid. Ik +heb van mijzelf gezegd dat ik iemand was, die in symbolische +betrekking stond met de kunst en de beschaving van mijn tijd. Geen +enkel ellendig man is hier saam met mij op deze ellendige plaats, die +niet in symbolische betrekking staat met de geheimenis zelf des +levens. Want de geheimenis des levens is lijden. Dat is liet wat +verscholen is achter alles. Wanneer wij beginnen te leven, is het +zoete ons zoo zeer zoet, en het bittere zoo zeer bitter, dat wij +onvermijdelijk al onze verlangens richten naar genietingen, en er op +uit zijn niet enkel "voor een maand of twee op honing te teren", maar +al onze jaren lang geen ander voedsel te proeven, zonder onderwijl te +beseffen, dat wij eigenlijk bezig zijn de ziel te laten verhongeren. + +Ik herinner mij hoe ik eens over dit onderwerp sprak met een der +schoonste persoonlijkheden die ik ooit gekend heb: een vrouw wier +medegevoel en edele goedheid jegens mij, zoowel voor als na de ramp +van mijn gevangenisschap, alle macht van beschrijving te boven zijn +gegaan, eene die mij, hoewel zij het niet weet, meer dan iemand anders +ui de gansche wereld werkelijk bijstand gegeven heeft bij het dragen +van den last mijner kwellingen, en dat alleen door het enkele feit van +haar bestaan, doordat zij is wat zij is: een ideaal zoowel als een +invloed: een wezen dat niet alleen de gedachte ingeeft aan wat men zou +kunnen worden, maar ook feitelijke hulp verleent om het te worden, een +ziel die de gemeene lucht zoet maakt, en al wat geestelijk is, zoo +eenvoudig en natuurlijk doet schijnen als het zonlicht of de zee: eene +voor wie schoonheid en smart hand in hand gaan en dezelfde zending +hebben. Bij de gelegenheid die ik bedoel, zeide ik tot haar--ik +herinner het mij zeer duidelijk,--dat er genoeg lijden was in een +nauwe Londensche steeg om aan te toonen dat God de menschen niet +liefhad, en dat, als ergens eenige smart heerschte, al was het slechts +het verdriet van een kind dat in zijn stadstuintje zit te weenen om +iets dat het al of niet misdreven heeft, het gelaat der gansche +schepping geschonden was. Ik had geheel en al ongelijk. Zij zeide het +mij, maar ik kon haar niet gelooven. Ik was niet in de sfeer waarin +men dat geloof behalen kan. Nu komt het mij voor dat de eene liefde of +de andere de eenig mogelijke verklaring is van de buitengewoon groote +som van lijden op de wereld. Ik kan geen andere verklaring beseffen. +Ik ben overtuigd dat er geen andere is, en dat, als de wereld +wezenlijk, zooals ik zeide, opgebouwd is uit smart, zij opgebouwd is +door de handen der liefde, omdat op geen andere wijze de ziel des +menschen, voor wie de wereld geschapen werd, de volle gestalte van +hare volmaaktheid kon bereiken. Genot voor het schoone lichaam, maar +leed voor de schoone ziel. + +Wanneer ik zeg dat ik hiervan overtuigd ben, spreek ik met te veel +hoovaardij. Veraf, als een volkomen parel, kan men de stad Gods zien +liggen. Het is zoo'n wonderbaarlijk gezicht, dat het lijkt als kon een +kind haar bereiken binnen een zomerdag. En een kind kan dat ook. Maar +voor mij en mijns gelijken gaat het niet zoo gemakkelijk. Wat wij ons +een enkel oogenblik misschien eigen maken, verliezen wij weer in de +lange uren die volgen met haar looden voeten. Het is zoo moeilijk de +ziel te houden op "de hoogten die zij machtig is te winnen". Wij +denken in de eeuwigheid, maar wij bewegen traag door den tijd; en hoe +traag de tijd gaat voor ons die gevangen zitten, behoef ik niet nog +eens te vertellen, evenmin als van de loomheid en de wanhoop die komen +terugkruipen in onze cel en in de cel van ons hart met zulk een +vreemdsoortige volharding dat wij om zoo te zeggen ons huis voor haar +komst moeten sieren en bezemen als voor een onwelkom gast of voor een +bitsen meester of voor een slaaf wiens slaaf het ons lot of onze keus +is te zijn. + +En, al kunnen op het oogenblik mijn vrienden, dit slecht gelooven, +toch is het niet minder waar dat voor hen die leven in vrijheid, +ledigheid en gerief, het gemakkelijker is de lessen van den deemoed te +leeren dan voor mij die den dag begin met neder te knielen om den +vloer mijner cel te reinigen. Want het leven in de gevangenis met zijn +eindelooze onthoudingen en beperkingen maakt ons opstandig. Het +schrikkelijkste er van is niet dat het iemands hart breekt--harten +zijn er voor om gebroken te worden--maar dat het iemands hart tot een +steen maakt. Van tijd tot tijd heeft men het gevoel dat men enkel met +een bronshard voorhoofd en hoonstarre lippen door den dag kan heen +komen. En hij die in den staat der weerspannigheid is, kan de genade +niet ontvangen, om de uitdrukking te gebruiken, die de Kerk zoo zeer +bemint,--zoo zeer te recht bemint, dunkt mij--; want in het leven +zoowel als in de kunst stopt de opstandige gestemdheid de toegangen +der ziel en sluit de ademen des hemels buiten. Toch moet ik deze +lessen hier leeren, als ik ze ergens zal leeren, en moet vervuld +worden van vreugde, indien mijn voeten op den rechten weg zijn en mijn +gelaat gekeerd is naar "de poort die de Schoone genaamd wordt", al val +ik ook vaak neder in het slijk en verdool ik dikwijls in den mist. + +Dit "Nieuwe Leven", zooals ik het soms om mijn liefde voor Dante +gaarne noem, is natuurlijk volstrekt geen nieuw leven, maar eenvoudig +bijwege van ontwikkeling en evolutie, de voortzetting van mijn vroeger +leven. Ik herinner mij hoe ik eens in Oxford, het jaar voor ik +afstudeerde, tot een van mijn vrienden zeide op een morgen qat wij +ronddwaalden door de nauwe vogelendoorkwetterde wandelpaden van +Magdalen College, dat ik begeerde te eten van de vrucht van al de +boomen in den tuin der wereld, en dat ik de wereld inging met dien +hartstocht in mijn ziel. En zoo ging ik werkelijk het leven in, en zoo +heb ik geleefd. Mijn eenige fout was dat ik mij uitsluitend beperkte +tot de boomen van wat mij de bezonde kant van den tuin leek, en de +andere zijde schuwde om haar schaduw en mistroostigheid. Mislukking, +schande, armoede, smart, wanhoop, lijden, tranen zelfs, de gebroken +woorden die over lippen in leed komen, wroeging die den mensch op +doornen doet wandelen, schuldbesef dat veroordeelt, zelfverlaging die +zich wreekt, ellende die asch op haar hoofd strooit, benauwing die een +zak kiest voor haar kleedij en gal stort in haar eigen +drinkwater,--voor al deze dingen was ik bevreesd. En terwijl ik +besloten had daarvan niets te willen weten, werd ik gedwongen elk van +hen op de beurt te proeven, op hen te teren, voor een bestemden tijd +in waarheid geen ander voedsel te hebben. + +Geen enkel oogenblik heb ik spijt dat ik geleefd heb voor genot. Ik +deed het tenvolle, zooals men alles wat men doet, behoort te doen. +Daar was geen genot waarvan ik geen ervaring maakte. Ik wierp de parel +mijner ziel in een beker wijn. Het pad der, vroege-lentebloemen ging +ik onder den klank der fluiten. Ik leefde van honing en honingzeem, +Maar als ik hetzelfde leven had voortgezet, zou dat verkeerd geweest +zijn, daar het beperkend zou gewerkt hebben. Ik moest verder. De +andere helft van den hof had ook hare geheimen voor mij. Natuurlijk +ligt van dit alles de voorschaduwing en voorbeelding in mijn boeken. +Iets er van vindt men in "De Gelukkige Prins", iets ook in "De Jonge +Koning", voornamelijk waar onder andere de bisschop zegt tot den +knielenden knaap: "Is Hij die de ellende schiep, niet wijzer dan gij +zijt?", een volzin, die, toen ik hem neerschreef, mij niet veel meer +dan een fraze leek; veel er van ligt verholen in den doemdreigenden +ondertoon die als een purperen draad loopt door het weefsel van +"Dorian Gray"; in "De Kritikus als kunstenaar" is het uitgewerkt in +vele kleuren; in "De Ziel des Menschen" is het neergeschreven, en dat +in letterteekens meer dan gemakkelijk om te lezen; het is een der +refereinen wier terugkeerende motieven "Salome" zoo zeer gelijk aan +een muziekstuk maken en het tezamen binden als een ballade; in het +prozagedicht van den man die uit het brons van het beeld van "Genot +dat een oogenblik leeft" maken moet het beeld van "Smart die eeuwig +duurt", is het lichaam geworden. Het had niet anders gekund. Ieder +afzonderlijk oogenblik van zijn leven is men wat men zal zijn evenzeer +als wat men geweest is. De kunst is een symbool, omdat de mensch een +symbool is. + +Als ik het volkomen bereiken kan, is dit Nieuwe Leven de uiterste +verwezenlijking van het kunstenaarsbestaan. Immers het leven van den +kunstenaar is eenvoudig zelfontwikkeling. De deemoed bij den +kunstenaar bestaat in zijn onvoorwaardelijk aannemen van alle +ervaringen, volkomen als de liefde bij den kunstenaar eenvoudig de zin +der schoonheid is, die der wereld haar lichaam en ziel openbaart. In +"Marius the Epicurean" tracht Pater het kunstenaarsleven te verzoenen +met het godsdienstige leven in de diepe, zoete en gestrenge beteekenis +van het woord. Maar Marius is niet veel meer dan een toeschouwer, +zeker een ideaal toeschouwer en een aan wien het gegeven is "het +schouwspel des levens gade te slaan met geeigende ontroeringen", wat +Wordsworth bepaalt als het waarachtige doel des dichters; toch is hij +uitsluitend toeschouwer, en misschien een weinig te beziggehouden met +de sierlijkheid der banken van het heiligdom om op te merken dat het +het heiligdom der smart is, dat hij voor oogen heeft. + +Ik zie een veel inniger en onmiddellijker verband tusschen het +werkelijke leven van Christus en het werkelijke leven van den +kunstenaar; en het is een ongemeene verheuging voor mij te bedenken +dat ik, lang voor smart mijn dagen haar eigendom had gemaakt en mij +gebonden aan haar rad, geschreven had in "De Ziel des Menschen" dat +hij die een leven gelijk aan dat van Christus wil leiden, geheel en +volstrekt zichzelf moet zijn, terwijl ik als voorbeelden niet enkel +den schaapherder aan den heuvelkant en den gevangene in zijn cel had +genomen, maar ook den schilder voor wien de wereld een kleurige +optocht, en den dichter voor wien de wereld een lied is. Ik herinner +mij hoe ik eens zeide tot Andre Gide, toen wij samen in een of ander +Parijsch cafe zaten, dat, terwijl metaphysica maar weinig wezenlijk +belang voor mij had en zedeleer volstrekt geen, er niets was, dat +hetzij Platoon of Christus gezegd hadden, dat niet onmiddellijk kon +worden overgebracht op het gebied der kunst en daar zijn volledige +vervulling vinden. + +Ook onderscheiden wij in Christus niet alleen die nauwe vereeniging +van persoonlijkheid met volmaaktheid, die het feitelijke onderscheid +uitmaakt tusschen de classieke en de romantieke strooming in het +leven, maar de grondslag zelf van zijn natuur was dezelfde als bij de +natuur van den kunstenaar--een felle en vlamgelijke verbeelding. Hij +bracht in toepassing op het geheele gebied der menschelijke +verhoudingen dat medegevoel der verbeelding, dat op het gebied der +kunst het eenige geheim van scheppen is. Hij verstond de melaatschheid +der melaatschen, de duisternis der blinden, de grimmige ellende van +hen die leven voor genot, de vreemde armoede der rijken. Iemand +schreef mij in mijn ongeluk: "Wanneer gij niet op uw voetstuk staat, +zijt gij niet belangwekkend." Hoe ver stond de schrijver van wat +Matthew Arnold noemt "het geheim van Jezus". Van beiden had hij kunnen +leeren dat al wat onzen naaste overkomt, onszelf overkomt, en als gij +een spreuk begeert, om te lezen bij den dageraad en in den avond, een +voor vreugde en voor leed, schrijf op de wanden van uw huis in letters +die de zon verguldt en de maan verzilvert: "Al wat onszelf overkomt, +overkomt onzen naaste." + +Christus' plaats is inderdaad bij de dichters. Zijn geheele opvatting +der menschheid kwam rechtstreeks voort uit de verbeelding, en kan +alleen door haar worden begrepen. Wat God was voor den pantheist, was +de mensch voor hem. Hij was de eerste die de verdeelde rassen als een +eenheid opvatte. Voor zijn tijd waren er goden en menschen geweest, en +daar hij door de mystiek van het medegevoel erkende dat elk van beiden +in hemzelf vleesch-geworden was, noemt hij zich, naar zijn +oogenblikkelijke stemming, den Zoon van God en den Zoon des menschen. +Meer dan wie ook in de wereldgeschiedenis wekt hij in ons de +ontvankelijkheid voor het wonder, waartoe het romantieke zich altijd +richt. Daar blijft voor mij iets bijna ongeloofelijks in het denkbeeld +van een jong Gallilaier van het land, die zich voorstelt dat hij op +zijn eigen schouders zou kunnen dragen den last der geheele wereld, +al wat reeds gedaan en geleden was, en alles wat nog gedaan en geleden +moest worden: de zonden van Nero, van Cesare Borgia, van Alexander VI, +van hem die keizer van Rome was en priester van de Zon; het lijden van +hen wier namen legio zijn en wier woning is tusschen de graven, +onderdrukte volkeren, fabriekskinderen, dieven, gevangenen, +uitgeworpenen, diegenen die stom zijn onder de verdrukking en wier +stilte gehoord wordt alleen door God--, en die zich dat niet enkel +voorstelt, maar het in werkelijkheid volvoert, zoodat nog op dit +oogenblik al wie in aanraking komen met zijn persoonlijkheid, zelfs al +buigen zij zich niet voor zijn altaar noch knielen voor zijn priester, +meer of min ervaren dat het terugstootende van hun zonde is +weggenomen, en de schoonheid van hun smart hun is geopenbaard. + +Ik had van Christus gezegd dat hij in de rij der dichters behoort. Dat +is zoo. Shelley en Sophokles zijn van zijn broederschap. Maar ook zijn +geheele leven is het wonderbaarlijkste aller gedichten. Wil men +"medelijden en vrees"--, daar is niets in den geheelen kring van het +Grieksche treurspel, dat dit gedicht raakt. De volstrekte reinheid van +den protagonist verheft het geheele plan tot een hoogte van romantieke +kunst, vanwaar de rampen van Thebai en van Pelops' huis door haar +gruwelijkheid zelf zijn uitgesloten, en bewijst hoezeer Aristoteles +ongelijk had toen hij in zijn verhandeling over het drama zeide dat +het onmogelijk zou zijn het schouwspel te verduren van den vlekkelooze +in lijden. Noch in Aischylos, noch in Dante, die stroeve meesters der +teederheid, noch in Shakespeare, den zuiverst menschelijken van alle +groote kunstenaars, noch in de gezamenlijke Celtische mythen en +legenden waar de liefelijkheid der wereld zich vertoont door een mist +van tranen, en het leven van een mensch niet meer is dan het leven van +een bloem, is er iets dat, om zuiveren eenvoud van ontroerendheid, +vereend en vereenzelvigd met verhevenheid van tragische werking, kan +gezegd worden te evenaren of ook maar te benaderen het laatste bedrijf +van Christus' lijden. Het eenvoudige avondmaal met zijn gezellen, van +wie een hem reeds voor een som gelds verkocht heeft; zijn zielsangst +in den rustigen maanverlichten hof; de valsche vriend die hem nadert +om hem te verraden met een kus; de vriend die nog in hem geloofde en +op wien hij als op een rots gehoopt had een huis van toevlucht voor +den mensch te bouwen, die hem verloochent op het oogenblik dat de haan +kraaide naar den dageraad; zijn eigen volstrekte verlatenheid, zijn +onderworpenheid, zijn berusting in alles; en daartusschendoor zulke +tooneelen als de hoogepriester der orthodoxie, die in toorn zijn kleed +verscheurt, en de ambtenaar der wereldlijke rechtspraak, die om water +roept in de ijdele hoop zich te reinigen van dien vlek onschuldig +bloed, die hem tot de scharlaken figuur der geschiedenis maakt; de +kroningsplechtigheid der smart, een der wonderbaarlijkste dingen in de +kronieken der tijden; de kruisiging van den Gerechte voor de oogen van +zijn moeder en van den discipel dien hij liefhad; de soldaten die het +lot werpen om zijne kleederen; de vreeselijke dood waardoor hij der +wereld haar eeuwigste symbool schonk; en ten laatste zijn bijzetting +in het graf van den rijken man, zijn lijk gezwachteld in Aigyptisch +lijnwaad met kostbare specerijen en reukwerken als ware hij een +koningszoon geweest.... Wanneer men dit alles enkel uit het +gezichtspunt der kunst beschouwt, kan men niet dan dankbaar zijn dat +de hoogdienst der Kerk de opvoering van het treurspel is zonder +vergieten van bloed, de mystieke voorstelling van het lijden van haren +Heer door middel van dialoog en gewaad en zelfs van gebaar; en het is +steeds een bron van vreugde en ontzag voor mij te bedenken dat men het +Grieksche koor dat elders voor de kunst verloren is gegaan, in zijn +laatsten overlevenden vorm kan vinden in den dienaar die den priester +antwoordt bij de bediening der mis. + +Toch is het geheele leven van Christus--zoo geheel en al kan smart en +schoonheid eengemaakt worden in haar beteekenis en openbaring--in +werkelijkheid een idylle, al is de afloop dat het voorhangsel van den +tempel in tweee scheurt, en de duisternis het gelaat der aarde bedekt, +en de steen gewenteld wordt voor de deur van het graf. Men denkt +altijd aan hem als aan een jongen bruidegom met zijn gezellen, zooals +hij zelf inderdaad zich ergens beschrijft; als aan een schaapherder +die met zijn schapen door de vallei dwaalt op zoek naar groene weide +of koelen stroom; als aan een zanger die tracht op te bouwen uit +muziek de muren van de Stad Gods; of als aan een minnaar voor wiens +liefde de geheele wereld te klein was. Zijne wonderen lijken mij even +kostelijk als de komst der lente, en even natuurlijk. Ik zie geen +bezwaar te gelooven dat de bekoring zijner persoonlijkheid een +zoodanige was, dat zijn enkele aanwezigheid vrede kon brengen aan +beangste zielen, en dat zij die zijn kleederen of zijn handen +aanraakten, hun pijnen vergaten, of dat als hij voorbijkwam langs de +heirbaan des levens, menschen die nooit iets hadden gezien van levens +geheimenis, die helder zagen, en anderen die doof waren geweest voor +elke andere stem dan die van het genot, voor het eerst de stem der +liefde hoorden en haar vonden "zoetluidig als Apolloons lier"; of dat +booze hartstochten vluchtten bij zijn naderen en menschen wier +stompzinnige verbeeldinglooze levens slechts een wijze van doodzijn +waren geweest, als het ware uit hun graven opstonden wanneer hij hen +riep; of dat wanneer hij leerde aan de berghelling, de schare haar +honger en dorst en de zorgen der wereld vergat; en dat als zijn +vrienden naar hem luisterden terwijl hij met hen aanzat, het gemeene +voedsel hun kostelijk scheen en het water hun smaakte als uitgelezen +wijn en bet geheele huis vervuld werd met de reuk en de zoetheid van +nardus. + +In zijn Leven van Jezus--dat bevallige vijfde evangelie, het evangelie +naar den Heiligen Thomas, zou men het kunnen noemen--zegt Renan ergens +dat de grootste levensdaad die Christus tot stand bracht, was dat hij +na zijn dood even bemind bleef als hij bij zijn leven was geweest. En +als zijn plaats onder de dichters is, is hij zeker de voorganger van +alle minnaren. Hij zag dat de liefde het hoofdgeheim der wereld was, +waarnaar de wijzen hadden gezocht, en dat men alleen door liefde kon +naderen hetzij tot het hart van den melaatsche hetzij tot de voeten +van God. + +En bovenal is Christus de opperste der individualisten. Zijn godsleer +is, evenals het aannemen van alle levenservaringen door den +kunstenaar, enkel een wijze van openbaring. De ziel des menschen is +het, die Christus altijd zoekt. Hij noemt haar het "Koninkrijk Gods" +en vindt haar in iedereen. Hij vergelijkt haar bij luttele dingen, bij +een nietig zaad, een handvol zuurdeesem, een parel. Dat komt omdat men +het bestaan der ziel enkel bewust wordt door zich los te maken van +alle vreemde hartstochten, alle aangeleerde beschaving, alle +uitwendige bezittingen, zoo goed als kwaad. + +Ik bood het hoofd aan alles met een soort hartnekkigheid van wil en +veel ingeboren opstandigheid, tot ik volstrekt niets in de wereld +overhad dan een enkel ding. Ik had naam, positie, geluk, vrijheid, +rijkdom verloren. Ik was een gevangene en een arm man. Maar nog had ik +mijn kinderen over. Plotseling werden zij mij door de wet ontnomen. +Het was zulk een verbijsterende slag voor mij, dat ik niet wist wat te +doen. Ik wierp mij op de knieen en boog het hoofd en weende en zeide: +"Het lichaam van een kind is als het lichaam onzes Heeren; ik ben geen +van beide waardig". Dat oogenblik, scheen het, redde mij. Ik zag dat +het eenige wat mij overbleef te doen, was alles voor lief te nemen. +Van toen af--het zal ongetwijfeld vreemd klinken--heb ik mij +gelukkiger gevoeld. Ik was doorgedrongen tot de ziel in haar uiterste +wezenheid. In vele opzichten was ik haar vijand geweest, maar ik vond +haar op mij wachten als een vriend. Wanneer men in beroering komt met +de ziel, wordt men eenvoudig als een kind: zooals Christus zeide dat +men behoort te worden. + +Het is bedroevend hoe weinig menschen ooit "hun ziel bezitten" voor +zij sterven. "Niets is zeldzamer in eenig mensch," zegt Emerson, "dan +een daad die zijn eigen is." Het is volkomen waar. De meeste menschen +zijn andere menschen. Hun gedachten zijn iemand anders meeningen, hun +leven de kluchtige nabootsing, hun hartstochten de aanhaling van +anderen. Christus was niet alleen de opperste individualist, maar hij +was de eerste individualist der geschiedenis. De menschen hebben +getracht een gewoon philanthroop van hem te maken, of hebben hem als +altruist gelijk gesteld met de onontwikkelden en de sentimenteelen. +Maar hij was in waarheid geen van twee. Medelijden had hij natuurlijk +met de armen, met hen die in gevangenissen zijn opgesloten, met de +nederigen van staat, met de ellendigen. Maar hij had veel meer +medelijden met de rijken, met de verharde hedonisten, met hen die hun +vrijheid verspillen door de slaven der dingen te worden, met hen die +zachte kleederen dragen en wonen in koningspaleizen. Rijkdommen en +genot schenen hem in werkelijkheid grooter ongelukken te zijn dan +armoede of smart. En wat altruisme aangaat--wie wist beter dan hij dat +roeping en niet vrije wil ons leven bepaalt, en dat men geen druiven +kan lezen van doornen of vijgen van distelen? + +Hij was niet van het geloof dat men behoort te leven voor anderen als +een vastgesteld zelfbewust doel. Het was niet de grondslag van zijn +geloof. Als hij zegt: "Vergeeft uwen vijanden", zegt hij dat niet ter +wille van den vijand, maar ter wille van onszelf, en omdat liefde +schooner is dan haat. Bij de vermaning die hij geeft aan den rijken +jongeling: "Verkoop al wat gij hebt en geef het den armen", denkt hij +niet aan den toestand der armen, maar aan de ziel van den jongeman, de +ziel die door rijkdom verdorven werd. In zijn levensopvatting is hij +een met den kunstenaar die weet dat volgens de onontkoombare wet der +zelfvolmaking de dichter moet zingen en de beeldhouwer denken in +brons en de schilder de wereld maken tot den spiegel zijner +stemmingen, zoo vast en zeker als de meidoorn moet bloeien in de lente +en het koren gouden worden in den oogsttijd, en de maan op haar +voorgeschreven baan verkeeren van schijf tot sikkel en van sikkel tot +schijf. + +Maar al heeft Christus niet tot de menschen gezegd: "Leeft voor +anderen", hij heeft duidelijk aangetoond dat er volstrekt geen +verschil bestond tusschen de levens der anderen en ons eigen leven. +Hierdoor gaf hij den mensch een wijdstrekkende, een Titanische +persoonlijkheid. Sinds zijn komst is de geschiedenis van elk +afzonderlijk individu de geschiedenis der wereld of kan dat worden. +Natuurlijk heeft de beschaving de persoonlijkheid der menschen +verscherpt. De kunst heeft onzen geest duizendvoudig gemaakt. Zij die +den gemoedsaanleg van den kunstenaar bezitten, gaan in ballingschap +met Dante, en leeren hoe bitter het brood van vreemden smaakt, en hoe +steil andermans trappetreden zijn; zij bereiken voor een oogenblik de +wolkelooze rust van Goethe, en toch weten zij maar al te wel hoe +Baudelaire kreet tot God: + + "O Seigneur, donnez-moi la force et le courage + De contempler mon corps et mon coeur sans degout." + +Uit Shakespeares sonnetten puren zij, mogelijk tot hun eigen schade, +het geheim zijner liefde en maken het tot hun eigen; zij zien met +nieuwe oogen het moderne leven aan, omdat zij geluisterd hebben naar +een van Chopins nocturnes, of omdat zij Grieksche kunst onder de oogen +hebben gehad, of omdat zij gelezen hebben het verhaal van den +hartstocht van een of anderen langgestorven man voor een of andere +langgestorven vrouw wier haar was gelijk draden fijn goud en wier mond +was als een granaatappel. Maar het medevoelen van den +kunstenaarsaanleg houdt zich noodzakelijk bezig met wat uiting +gevonden heeft. In woord of kleuren, achter de geverfde maskers van +een Aischyleisch drama of door de doorboorde en onderling verbonden +rieten van een Siciliaanschen schaapherder,--man en boodschap moeten +zich hebben geopenbaard. + +Voor den kunstenaar is uiting de eenige en uitsluitende vorm waaronder +hij het leven kan opvatten. Voor hem is wat stom is, dood. Maar voor +Christus was het anders. Met een onbegrensde en wonderbaarlijke +verbeelding die iemand bijna met vreeze vervult, nam hij de geheele +wereld van het onverwoorde, de sprakelooze wereld van het leed, als +zijn koninkrijk, en maakte zichzelf haar tolk naar buiten. Hen die ik +genoemd heb, die stom zijn onder de verdrukking en wier stilte gehoord +wordt enkel door God, koos hij tot broederen. Hij trachtte oogen te +worden voor den blinde, ooren voor den doove, een kreet op de lippen +van hen wier tong gebonden was. Zijn verlangen was om voor de +tienduizenden die geen uiting gevonden hadden, te zijn als een bazuin +waardoor zij konden roepen naar den hemel. En daar hij met de +kunstenaarsnatuur van een voor wien lijden en smart vormen waren, +waardoor hij zijn opvatting van het schoone kon verwezenlijken, +gevoelde dat een idee geen waarde heeft voor zij belichaamd is en tot +een beeld gemaakt, maakte hij van zichzelf het beeld van den Man van +Smarten, en heeft als zoodanig de kunst geboeid en beheerscht zoo als +nooit eenigen Griekschen god gelukt is. + +Want de Grieksche goden, in weerwil van het blank en rood van hun +schoone radde leden, waren in werkelijkheid niet wat zij leken te +zijn. Het gewelfde voorhoofd van Apolloon was gelijk aan de +zonneschijf die in den dageraad opkomt boven den heuvelrand, en zijn +voeten waren als de vleugelen van den morgen, maar hij zelf was wreed +geweest voor Marsyas en had Niobe van hare kinderen beroofd. In de +stalen schilden van Athena's oogen was geen medelijden geweest met +Arachne; het praalvertoon en de pauwen van Hera was werkelijk alles +wat edel omtrent haar was; en de vader der goden zelf had zich te zeer +verliefd op de dochteren der menschen. De twee figuren die den +diepsten indruk maken in de Grieksche mythologie, zijn, in +godsdienstigen zin, Demeter, eene aardgodin die niet behoorde tot de +Olympiers, en, inzake kunst, Dionysos, de zoon van een sterfelijke +vrouw die op het oogenblik zijner geboorte den dood gevonden had. + +Maar het leven zelf bracht uit zijn laagste en nederigste laag iemand +voort, wonderbaarlijker dan de moeder van Persephone of den zoon van +Semele. Uit den timmermanswinkel te Nazareth is een persoonlijkheid +voortgekomen, grooter dan eenige andere die mythe en legende geschapen +had, en die, wonderlijk genoeg, bestemd was aan de wereld de mystieke +beteekenis van den wijn en de wezenlijke schoonheden van de lelien des +velds te openbaren zooals geene andere, op den Kithairoon of in Enna, +ooit gedaan had. + +De zang van Jesajas: "Hij was veracht en de onwaardigste onder de +menschen, een man van smarten en verzocht in krankheid, en een +iegelijk was als verbergende het aangezicht voor hem", had hem +toegeschenen hemzelven te voorbeelden, en in hem werd de prophetie +vervuld. Wij behoeven niet terug te schrikken voor zulk een gezegde. +Ieder afzonderlijk kunstwerk is de vervulling eener prophetie; want +ieder kunstwerk is de omzetting van een idee in een beeld. Elk +afzonderlijk menschelijk wezen behoort de vervulling eener prophetie +te zijn; want elk menschelijk wezen behoort de verwezenlijking van een +ideaal te zijn, hetzij in den geest van God, hetzij in den geest der +menschen. Christus vond den grondvorm en bestendigde hem, en de droom +van een Vergiliaansch dichter, te Jerusalem of te Babyloon, werd in +den langen loop der eeuwen vleesch in hem dien de wereld verwachtte. +"Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij hem aanzagen, zoo +was er geen gestalte dat wij hem zouden begeerd hebben", heeft Jesajas +onder meer als kenteekenen van het nieuwe ideaal opgeteekend; en +zoodra de kunst begreep wat dat bedoelde, ging zij open als een bloem +in de aanwezigheid van hem in wien waarheid in kunst aan het licht +trad als nooit te voren. Want is niet waarheid in kunst, zooals ik al +gezegd heb, "datgene waarin het uitwendige de uitdrukking is van het +inwendige, waarin de ziel tot vleesch is gemaakt en het lichaam +doordrongen van geest, waarin de stof openbaring wordt"? + +Het meest betreurenswaardige feit in de geschiedenis is voor mij, dat +Christus' eigen renaissance die den dom te Chartres heeft +voortgebracht en den cyclus der Arthur-legenden en het leven van den +Heiligen Franciscus van Assisi en de kunst van Giotto en Dante's +_Divina Commedia_, geen vrijdom gehad heeft zich in haar eigen +richting te ontwikkelen, maar verstoord en bedorven werd door de +treurige classieke Renaissance die ons Petrarca schonk en Raphaels +fresco's en Palladio's bouwstijl en het vormelijke Fransche treurspel +en de St. Paulskerk en Popes gedichten en alles wat van buiten af +gemaakt wordt en volgens doode regels, en niet uit het binnenste +opwelt door den bezielenden geest. Maar overal waar er een romantieke +beweging in de kunst is, daar is, hoe en onder wat gedaante dan ook, +Christus of de ziel van Christus. Hij is in _Romeo and Juliet_, +in _A Winter's Tale_, in de Provencaalsche poezie, in Coleridges +_Ancient Mariner_, in Keats' _La Belle Dame sans merci_, in +Chattertons _Ballad of Charity_. + +Wij zijn de meest uiteenloopende dingen en menschen aan hem verplicht. +Hugo's _Les Miserables_, Baudelaires _Les Fleurs du Mal_, de +toon van medelijden in de Russische romans, Verlaine en Verlaines +gedichten, het gebrande glas en de wandtapijten en de +quattrocento-arbeid van Burne-Jones en Morris komen hem niet minder +toe dan de toren van Giotto, dan Lancelot en Guinevere, dan +Tannhaeuser, de onrustige romantieke marmers van Michele Angelo en de +spitsboogbouw. Zoo ook de liefde voor kinderen en bloemen. Want voor +hen beiden was eigenlijk in de classieke kunst maar weinig ruimte, +nauwlijks genoeg om te groeien of te spelen, maar van de twaalfde eeuw +af tot op onzen eigen tijd zijn zij voortdurend in de kunst verschenen +onder wisselend voorkomen en op wisselende tijden, grillig en +eigenzinnig in hun komst zooals men dat van kinderen en bloemen +verwachten kan. Immers, de lente heeft steeds den schijn alsof de +bloemen zich verscholen hadden en enkel uitkwamen in de zon als +vreesden zij dat de volwassen menschen moe zouden worden van naar haar +uit te zien en hun zoeken zouden opgeven; en het leven van een kind +is immers niet meer dan een Aprildag met regen zoowel als zon voor de +narcis. + +Het is de hooge verbeeldingskracht in Christus' eigen aanleg, die hem +tot dit bloedlevende centrum der romantiek maakt. De wondere figuren +van het poetische drama en de ballade zijn gemaakt door de verbeelding +van anderen, maar geheel uit zijn eigen verbeelding heeft Jezus van +Nazareth zichzelf geschapen. De roep van Jesajas had in werkelijkheid +niet meer met zijn komst te maken dan de zang van den nachtegaal met +het rijzen der maan--niets meer, maar wellicht ook niets minder. Hij +was de ontkenning zoowel als de bevestiging der prophetie. Tegenover +iedere verwachting die hij vervulde, was er een andere die hij +vernietigde. "In alle schoonheid", zegt Bacon, "is een zekere +vreemdheid van verhouding", en van hen die uit den geest geboren +zijn--dat is, van hen die evenals hij dynamische krachten zijn--, zegt +Christus dat zij zijn als de wind die "waait waarheen hij wil en +niemand weet vanwaar hij komt en waar hij henen gaat". Daarom oefent +hij zoo sterke bekoring op den kunstenaar. Hij heeft in zich al de +kleurelementen des levens: de geheimenis, de wonderlijkheid, het +suggestieve, de ekstase, de liefde. Hij beroept zich op den zin voor +het wonder en hij schept die zielsgesteldheid waarin alleen hij kan +begrepen worden. + +En voor mij is het een vreugde te bedenken dat als hij "gedegen +verbeelding" is, de wereld uit dezelfde stof bestaat. Ik heb ergens in +_Dorian Gray_ gezegd dat de groote zonden der wereld plaats +hebben in de hersenen. Maar in de hersenen heeft alles plaats. Wij +weten nu dat wij niet zien met onze oogen en niet hooren met onze +ooren. Zij zijn in werkelijkheid kanalen voor het min of meer +nauwkeurig overbrengen der zinsindrukken. In de hersenen is de papaver +rood, is de appel geurig, zingt de leeuwerik. + +In den laatsten tijd ben ik ijverig bezig geweest de vier +prozagedichten over Christus te bestudeeren. Met Kerstmis gelukte het +mij een Grieksch Testament machtig te worden, en elken morgen als ik +eerst mijn cel had schoongemaakt en mijn tingerei gepoetst, las ik een +stuk uit de Evangelien, een twaalftal verzen op goed geluk opgeslagen. +Het is een verrukkelijke wijze van den dag aan te vangen. Iedereen, +zelfs in een verontrust slechtgeordend leven, moest evenzoo doen. +Eindelooze herhaling, te pas en ten ontijde, heeft voor ons de +frischheid, de naieveteit, de eenvoudige romantieke bekoring der +Evangelien bedorven. Wij hooren hen veel te vaak en veel te slecht +lezen, en alle herhaling is geestdoodend. Wanneer men tot den +Griekschen tekst terugkomt, is het alsof men uit een nauw en donker +huis treedt in een hof van lelien. + +En voor mij wordt dat genot verdubbeld door de overweging dat wij naar +alle waarschijnlijkheid de levende woorden zelve, _ipsissima +verba_, zooals Christus hen uitte, bezitten. Er werd steeds +verondersteld dat Christus sprak in het Aramaiisch. Zelfs Renan dacht +dat. Maar nu weten wij dat de Galilaische boeren, evenals de Iersche +boeren in onzen tijd, twee talen spraken, en dat Grieksch de +dagelijksche omgangstaal was over geheel Palaistina, of eigenlijk over +de geheele Oostersche wereld. Mij was altijd de gedachte onaangenaam, +dat wij Christus' eigen woorden slechts door een vertaling van een +vertaling kenden. Het is mij een genot te bedenken dat, tenminste wat +zijn uiterlijk gesprek aangaat, Charmides naar hem had kunnen +luisteren, en Sokrates met hem kunnen redeneeren, en Platoon hem zou +hebben begrepen; dat hij in werkelijkheid zeide: [Greek: ego eimi ho +poimen ho kalos]; dat toen hij dacht aan de lelien des velds en hoe +zij niet arbeiden en niet spinnen, zijn woorden volmaakt kudden: +[Greek: katamathete ta krina tou agrou pos auxanei ou kopia oude +nethei]; en dat zijn laatste woord, toen hij uitriep: "mijn leven is +volbracht, heeft zijn vervulling bereikt, is voleindigd", nauwkeurig +was wat Johannes ons mededeelt en niet meer: [Greek: tetelestai]. + +Bij het lezen der Evangelien--in 't bijzonder dat van Johannes zelf, +of wat vroege Gnosticus zijn naam en mantel aannam--zie ik +onafgebroken van de verbeelding getuigd als van den grondslag van alle +geestelijk en materieel leven, maar daarnaast zie ik ook dat voor +Christus de verbeelding eenvoudig een vorm der liefde was, en dat voor +hem liefde soeverein was in de volste beteekenis van het woord. Een +week of zes geleden stond de dokter mij toe wittebrood te eten in +plaats van het grove zwart- of bruinbrood van den gewonen +gevangeniskost. Het is een groote lekkernij. Het klinkt misschien +vreemd dat droog brood bij mogelijkheid voor iemand ter wereld een +lekkernij kan zijn. Voor mij is het dat zoozeer, dat ik bij het einde +van ieder maal zorgvuldig al de kruimels opeet, die op mijn tinnen +bord zijn gebleven, of gevallen zijn op den handdoek dien wij als +laken gebruiken om onze tafel niet te bemorsen. En ik doe dit niet uit +honger--ik krijg nu geheel voldoende te eten--maar eenvoudig opdat +niets verloren ga van wat men mij geeft. Zoo behoort men liefde te +beschouwen. + +Christus, evenals alle boeiende persoonlijkheden, had de macht om niet +alleen zelf schoone dingen te zeggen, maar ook om anderen schoone +dingen tot hem te doen zeggen. En ik bemin het verhaal dat Markus ons +doet van de Grieksche vrouw die, toen hij om haar geloof te beproeven +tot haar zeide, dat hij haar het brood van de kinderen Israel niet kon +geven, hem antwoordde dat de hondekens--er staat [Greek: +kunaria]--onder de tafel van de kruimkens eten, die de kinderen laten +valten. De meeste menschen leven voor liefde en bewondering. Maar van +liefde en bewondering behooren wij te leven. Indien ons eenige liefde +bewezen wordt, behooren wij te erkennen dat wij haar geheel onwaardig +zijn. Niemand is waardig bemind te worden. Het feit dat God de +menschen bemint, bewijst ons dat het in de goddelijke orde der ideeele +dingen geschreven staat dat eeuwige liefde zal gegeven worden aan wat +eeuwiglijk onwaardig is. Liefde is een sacrament waaraan men knielend +behoort deel te nemen, en "_Domine, non sumdignus_" behoort op de +lippen en in de harten te zijn van hen die het ontvangen. + +Als ik nog ooit schrijf, ik meen als ik nog ooit kunstwerk voortbreng, +zijn er bij uitstek twee onderwerpen waarover en waardoor ik verlang +mij te uiten. Het eene is: "Christus als voorlooper der romantieke +beweging in het leven"; het andere is: "Het kunstenaarsleven beschouwd +in zijn betrekking tot het levensgedrag". Het eerste is zeker van een +felle bekoring; want ik zie in Christus niet enkel de wezenlijke +eigenschappen van den oppersten romantieken typos, maar evenzeer al de +toevalligheden, tot de grilligheden toe, van den romantieken +gemoedsaard. Niemand voor hem had ooit tot de menschen gezegd dat zij +"bloemgelijke levens" behoorden te leiden. Hij drukte het uit eens en +voorgoed. Hij nam de kinderen aan als den typos van wat de volwassenen +moeten trachten te worden. Hij hield hen als voorbeeld voor aan hun +ouderen, wat ik mij altijd heb voorgesteld als het voornaamste nut +van kinderen, indien wat volmaakt is, nut moet hebben. Dante +beschrijft eens menschen ziel als komende uit de hand van God "lachend +en weenend als een klein kind", en Christus zag eveneens dat de ziel +van een elk behoort te zijn a _guisa di fanciulla che piangendo e +ridendo paroleggia_. Hij gevoelde dat het leven verandering, +strooming, werking is, en dat om het zich in eenigen vorm te laten +vastzetten de dood is. Hij zag dat de menschen niet te veel ernst +moeten maken met materieele, dagelijksche belangen; dat onpraktisch +zijn een groot ding is; dat men zich niet te veel moet bekommeren om +wereldsche aangelegenheden. De vogels deden het ook niet, waarom zou +de mensch het doen? Verrukkelijk zijn zijn woorden: "Wees niet bezorgd +voor den dag van morgen. Is niet de ziel meer dan het voedsel? Is niet +het lichaam meer dan de kleeding?" Een Griek zou het laatste kunnen +gezegd hebben. Het is vol Grieksch gevoel. Maar Christus alleen kon +beide zeggen en zoo het leven volmaakt voor ons samenvatten. + +Zijn moraal is geheel medegevoel, volkomen wat moraal behoort te zijn. +Indien hij nooit iets anders gezegd had dan: "Hare zonden zijn haar +vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad", zou het der +moeite waard geweest zijn te sterven om dat gezegd te hebben. Zijn +rechtvaardigheid is geheel en al dichterlijke rechtvaardigheid, juist +wat rechtvaardigheid behoort te zijn. De bedelaar gaat naar den hemel, +omdat hij ongelukkig geweest is. Ik kan geen betere reden bedenken om +hem daarheen te zenden. De arbeiders die een enkel uur werken in den +wijngaard in de koelte van den avond, krijgen volmaakt hetzelfde loon +als zij die den geheelen langen dag onder de heete zon hebben +gezwoegd. Waarom niet? Waarschijnlijk verdiende geen van hen iets. Of +misschien waren zij een verschillend soort menschen. Christus kon niet +lijden de bekrompen levenlooze werktuigelijke systemen die menschen +als dingen, en dus ieder gelijk, behandelen. Voor hem bestonden er +geen wetten: hij kende enkel uitzonderingen. Alsof ook iemand of eenig +ding, als het er op aan komt, aan een tweede ter wereld gelijk was! + +Dat wat juist de grondtoon is der romantieke kunst, was voor hem de +eigenlijke grondslag van het natuurlijke leven. Hij zag geen anderen. +En toen zij tot hem een vrouw brachten, die op heeter daad van +overspel was betrapt, en hem haar oordeel toonden als het in de wet +geschreven stond, en hem vraagden wat men moest doen, schreef hij met +zijn vinger in de aarde, en toen zij bij hem aanhielden, zag hij op en +zeide: "Die van u zonder zonden is, werpe het eerst den steen op +haar." Het was de moeite waard te leven om dat gezegd te hebben. + +Als alle dichterlijke naturen beminde hij onwetende menschen. Hij wist +dat er in de ziel van een die onwetend is, altijd plaats is voor een +groot denkbeeld. Maar stompzinnig volk kon hij niet uitstaan, in 't +bijzonder hen die stompzinnig gemaakt zijn door hun opvoeding: +menschen die vol meeningen zijn, waarvan zij geen enkele ook maar +verstaan, een bij uitstek modern type, door Christus samengevat in +zijn beschrijving van den man die den sleutel der kennis heeft, hem +zelf niet gebruiken kan en niet toestaat dat anderen hem gebruiken +zelfs al zou hij de poort van Gods Koninkrijk kunnen openen. Zijn +voornaamsten krijg voerde hij tegen de Philistijnen. Dat is de krijg +dien elk kind van het licht heeft aan te gaan. Het Philistijnendom had +het hoogste woord in den tijd en de gemeenschap waarin hij leefde. Met +hun trage onvatbaarheid voor denkbeelden, hun bekrompen +rechtschapenheid, hun vervelende rechtgeloovigheid, hun aanbidding van +het gemeene welslagen, hun algeheele vooringenomenheid met den groven +materialistischen kant van het leven, hun belachelijke hoogschatting +van zichzelf en hun belangrijkheid, waren de Joden van Jerusalem in +Christus' dagen het volmaakte evenbeeld van den Engelschen Philistijn +in onzen eigen tijd. Christus bespotte het "gepleisterde graf" der +rechtschapenheid, en stelde dat woord vast voor altijd. Hij behandelde +wereldsch welslagen als een ding om volstrekt te verachten. Hij zag er +geen belang in. Hij beschouwde rijkdom als een hindernis voor den +mensch. Hij wilde er niet van hooren dat men het leven zou opofferen +aan eenig systeem van gedachte of moraal. Hij wees er op dat vormen en +ceremonien gemaakt waren voor den mensch, en niet de mensch voor +vormen en ceremonien. Hij nam het Sabbatarianisme als voorbeeld van de +dingen die men niet behoorde te tellen. De daden van de koude +menschenliefde, de vertoonmakende openbare liefdadigheden, de +vervelende formaliteiten die zoo dierbaar zijn aan den middelmatigen +geest, stelde hij met een uiterste en onverzoenlijke verachting aan de +kaak. Voor ons is wat men den naam rechtgeloovigheid geeft, niet meer +dan een gemakzuchtige domme geloofsbeaming; maar voor hen en in hunne +handen was het een vreeselijke en verlammende tyrannie. Christus +vaagde haar uit den weg. Hij toonde aan dat de geest alleen waarde +had. Hij liet geen gelegenheid voorbijgaan om hun te bewijzen dat, +hoewel zij altijd bezig waren de wet en de profeten te lezen, zij +inderdaad niet het geringste denkbeeld hadden van de beteekenis van +een van beide. Tegenover hun vertienen van iederen afzonderlijken dag +in de vastgestelde sleur van voorgeschreven plichten, zoo goed als zij +de dille en de komijn vertienden, predikte hij het ontzaglijke belang +van volledig voor het oogenblik te leven. + +Wie hij redde van hunne zonden, worden gered enkel om schoone +oogenblikken in hun leven. Als Maria Magdalena Christus ziet, breekt +zij de kostbare albasten flesch die een van haar zeven minnaars haar +gegeven had, en stort de welriekende zalf over zijn moede stoffige +voeten, en ter wille van dat eene oogenblik zit zij voor eeuwig, samen +met Ruth en Beatrice, omrankt van de sneeuwwitte rozen van het +Paradijs. Het eenige dat Christus ons in zijn korte vermaningen zegt, +is dat ieder levensoogenblik schoon behoort te zijn, dat de ziel +altijd bereid behoort te zijn voor de komst van den bruidegom, altijd +op wacht naar de stem van den minnaar. De Philistijnschheid is +eenvoudig die kant der menschelijke natuur, die niet verlicht wordt +door de verbeelding. Al wat liefelijken invloed op het leven heeft, +ziet hij als schakeeringen van licht: de verbeelding zelf is de wereld +des lichts. Onze wereld is haar maaksel, en toch kan de wereld haar +niet verstaan. Dat komt omdat de verbeelding eenvoudig een +openbaringsvorm der liefde is, en de mate van liefde en de vatbaarheid +voor liefde onderscheidt het eene menschelijke wezen van het andere. + +Maar vooral wanneer Christus met een zondaar vandoen heeft, is hij +meest romantiek, in den zin van meest zichzelf. De wereld had altijd +den heilige bemind als de dichtst mogelijke benadering van Gods +volmaaktheid. Christus schijnt, door zeker goddelijk instinkt, altijd +den zondaar bemind te hebben als de dichtst mogelijke benadering van +des menschen volmaaktheid. Zijn oorspronkelijk streven was niet om de +menschen te verbeteren evenmin als zijn oorspronkelijk streven was om +het lijden te verlichten. Een belangwekkenden dief in een vervelend +fatsoenlijkman te veranderen was zijn doel niet. Hij zou weinig hebben +opgehad met de Vereeniging om ontslagen gevangenen voort te helpen, en +andere soortgelijke moderne bewegingen. De bekeering van een tollenaar +tot een Pharizeer zou hem geen sterk stuk geleken hebben. Maar op een +wijze als de wereld nog altijd niet heeft begrepen, beschouwde hij +zonde en lijden als dingen schoon en heilig in zichzelf en als graden +van volkomenheid. + +Het lijkt een zeer gevaarlijk denkbeeld. Het is het inderdaad--alle +groote denkbeelden zijn gevaarlijk. Dat het Christus' geloof was, +daaromtrent is geen twijfel mogelijk. Dat het het ware geloof is, daar +twijfel ik zelf niet aan. + +Natuurlijk moet de zondaar tot inkeer komen. Maar waarom? Eenvoudig +omdat hij anders niet instaat zou zijn te beseffen wat hij gedaan +heeft. Het oogenblik van het berouw is het oogenblik der inwijding. +Meer dan dat: het is het middel waardoor men zijn verleden verandert. +De Grieken achtten dat onmogelijk. Zij zeggen vaak in hun gnomische +aphorismen: "Zelfs de Goden kunnen het verleden niet veranderen." +Christus toonde aan dat de gemeenste zondaar het kon, dat het het +eenige was, dat hij kon doen. Als men er hem naar gevraagd had, zou +Christus--ik ben er volkomen zeker van--gezegd hebben dat de verloren +zoon in het oogenblik dat hij op zijn knieen viel en weende, de +verkwisting van zijn vermogen met lichtekooien, zijn zwijnenhoeden en +zijn hongeren naar den draf dien zij aten, tot schoone en heilige +oogenblikken in zijn leven maakte. Het is voor de meeste menschen +moeilijk het denkbeeld te vatten. Ik denk dat men gevangen moet zitten +om het te begrijpen. Als dat zoo is, is het der moeite waard gevangen +te zitten. + +De figuur van Christus heeft iets zoo zeer eenigs. Zeker, evenals er +schijnbare dageraden aan den dageraad zelf voorafgaan, en winterdagen +zoo vol plotselingen zonneschijn kunnen zijn, dat zij de wijze crocus +misleiden om haar goud te verkwisten voor den tijd en een of ander +onnoozel vogeltje er toe brengen zijn gaaike te roepen om op naakte +takken een nest te bouwen, waren er Christenen voor Christus. Daarvoor +kunnen wij slechts dankbaar zijn. Het ongeluk is dat er sindsdien geen +geweest zijn. Ik maak een uitzondering, den heiligen Franciscus van +Assisi. Maar God had hem bij zijn geboorte de ziel van een dichter +gegeven, en hij zelf had in prille jeugd in een mystiek huwelijk +armoede als bruid genomen: met de ziel van een dichter en het lichaam +van een bedelaar vond hij den weg ter volkomenheid niet moeilijk. Hij +begreep Christus, en werd zoo aan hem gelijk. Wij hebben het _Liber +Conformitatum_ niet noodig om te leeren dat het leven van den +heiligen Franciscus de ware _Imitatio Christi_ was, een gedicht +in vergelijking waarmede het boek van dien naam slechts proza is. + +Inderdaad, dat is, alles te zamen genomen, de bekoring die van +Christus uitgaat: hij is volkomen als een kunstwerk. Onderwijzen doet +hij ons in werkelijkheid niets, maar door het feit dat men in zijn +tegenwoordigheid gebracht wordt, wordt men iets. En ieder is bestemd +voor zijn tegenwoordigheid. Eenmaal tenminste in zijn leven wandelt +ieder mensch met Christus naar Emmaues. + +Wat aangaat het andere onderwerp, "de Verhouding van het +kunstenaarsleven tot het levensgedrag", zal mijn voorkeur u +ongetwijfeld vreemd lijken. De menschen wijzen naar de gevangenis te +Reading en zeggen: "Daarheen leidt het kunstenaarsleven". Ik zeg u, +het zou iemand naar erger plaatsen kunnen voeren. Meer werktuigelijke +menschen voor wie het leven een listige speculatie is, die afhangt van +een zorgvuldige berekening van wegen en middelen, weten altijd +waarheen zij op weg zijn en geraken daar. Zij zetten af met als ideaal +voor oogen de gegalonneerde jas van gemeentebode, en in welke sfeer +zij ook geplaatst worden, slagen zij er in gemeentebode te worden en +niet meer. Een man wiens streven is iets te worden buiten zichzelf, +lid van het Parlement, een voorspoedig kruidenier, een uitstekend +advocaat, rechter of iets even vervelends, slaagt onverbiddelijk en +wordt wat hij wenscht te zijn. Dat is zijn straf. Zij die een masker +begeeren, hebben het te dragen. + +Maar met de dynamische krachten des levens en hen in wie die +dynamische krachten belichaamd zijn, is het anders gesteld. Menschen +wier enkel streven gaat naar zelfverwezenlijking, weten nooit waarheen +zij op weg zijn. Zij kunnen het niet weten. Naar de eene beteekenis +des woords is het natuurlijk noodzakelijk om, zooals het Grieksche +orakel zeide, zichzelf te kennen: dat is de eerste vrucht der kennis. +Maar in te zien dat de ziel eens mensehen onkenbaar is, is de opperste +vrucht der wijsheid. Het eindmysterie blijven wijzelf. Als de mensch +de zon gewogen heeft in de weegschaal en de schreden der maan gemeten +en de zeven hemelen ster voor ster in kaart gebracht, blijft hij zelf +nog over. Wie kan de baan van zijn eigen ziel berekenen? Toen de jonge +Saul uitging om zijn vaders ezelinnen te zoeken, wist hij niet dat een +man Gods hem wachtte om hem tot koning te zalven, en dat zijn ziel +reeds de ziel eens konings was. + +Ik hoop lang genoeg te leven en werk van zulk een hoedanigheid voort +te brengen, dat ik aan het eind mijner dagen instaat zal zijn te +zeggen: "Zie, hierheen leidt het kunstenaarsleven!" Twee van de meest +volmaakte levens waarmede ik bij eigen ervaring kennis heb gemaakt, +zijn die van Verlaine en van prins Kropotkin, twee mannen die beiden +jaren gevangen zaten. De eerste is de eenige Christelijke dichter +sinds Dante, de ander een man met de ziel van dien schoonen witten +Christus dien Rusland ons schijnt te beloven. + +In de laatste zeven of acht maanden ben ik, ondanks een bijna +onafgebroken reeks kwellingen die uit de buitenwereld tot mij +doordrongen, in onmiddellijke aanraking geweest met een nieuwen geest +die in deze gevangenis door menschen en dingen werkzaam is, en die mij +geholpen heeft meer dan ik bij mogelijkheid met woorden kan +uitdrukken. In het eerste jaar van mijn gevangenschap deed ik niet +anders--ik kan mij niet herinneren iets anders gedaan te hebben--dan +mijn handen wringen in machtelooze wanhoop en zeggen: "Welk een einde! +Welk een ontzettend einde!" Nu tracht ik tot mijzelf te zeggen,--en +somtijds als ik niet bezig ben mijzelf te martelen, zeg ik het +werkelijk en eerlijk--: "Welk een begin, welk een wonderbaarlijk +begin!" Daar is kans dat het werkelijk zoo is. Daar is kans dat het +zoo wordt. Zoo ja, dan zal ik veel verplicht zijn aan deze nieuwe +persoonlijkheid die het leven van ieder mensch in deze plaats heeft +gewijzigd. Gij zult dit kunnen beseffen als ik u zeg dat ik, verleden +Mei ontslagen zooals ik trachtte gedaan te krijgen, van hier zou zijn +gegaan met afschuw voor deze plaats en voor iederen beambte erin, met +een bitterheid van haat die mijn leven zou vergiftigd hebben. Ik heb +nog een jaar gevangen moeten zitten, maar samen met ons allen heeft +menschelijkheid in de gevangenis gewoond, en wanneer ik thans heenga, +zal ik mij altijd groote bewijzen van goedheid herinneren, die ik +hier van bijna iedereen ontvangen heb, en op den dag van mijn ontslag +zal ik velen menschen veelvuldigen dank kunnen betuigen en hun vragen +aan mij te blijven denken als ik aan hen. + +De wijze van behandeling in de gevangenis is in allen deele volstrekt +verkeerd. Ik zou er alles voor willen geven om, als ik vrij kom, +instaat te zijn daar verandering in te brengen. Het is mijn plan het +te beproeven. Toch is er niets in de wereld zoo verkeerd of de geest +der menschelijkheid, die de geest der liefde is, de geest van den +Christus dien men niet in de kerken vindt, kan het zoo al niet goed +maken, dan toch te dragen zonder te groote verbittering van hart. + +Ik weet ook dat buiten de gevangenis mij vele heerlijke dingen +wachten, van wat de heilige Franciscus van Assisi noemt "mijn broeder +den wind en mijn zuster de regen", beide even liefelijk, tot de +uitstallingen der winkels en de zonsondergangen in de groote steden. +Als ik alles opsomde wat mij nog overblijft, weet ik niet waar ik zou +ophouden; want God heeft immers de wereld evenzeer voor mij als voor +ieder ander gemaakt. Misschien zal ik van hier gaan rijker om iets dat +ik vroeger niet had. Ik behoef u niet te zeggen dat voor mij +hervormingen op zedelijk gebied even zinloos en oppervlakkig zijn als +hervormingen in de theologie. Maar laat het voornemen een beter mensch +te worden een stuk zijn van domme kwezelarij, een dieper mensch te +zijn geworden is het voorrecht van hen die geleden hebben. En dat meen +ik te zijn geworden. + +Indien na mijn invrijheidstelling een mijner vrienden een feest gaf en +mij niet uitnoodigde, zou mij dat geheel onverschillig zijn. Ik kan +volmaakt gelukkig zijn met mijzelf alleen. Vrijheid, bloemen, boeken +en de maan--wie zou daarmede niet volmaakt gelukkig zijn? Bovendien +zijn feesten niet meer voor mij. Ik heb er te veel gegeven om er op +gesteld te zijn. Die kant van het leven is voor mij voorbij, tot mijn +groot geluk, geloof ik. Maar als na mijn ontslag een mijner vrienden +een verdriet had en mij niet toestond het te deelen, zou mij dat +bitter krenken. Als hij de deuren van het huis van rouw voor mij +sloot, zou ik telkens weer terugkomen en om toegang verzoeken totdat +ik deel mocht nemen aan wat mijn recht is. Als hij mij onwaardig +oordeelde, ongeschikt om met hem te weenen, zou dat voor mijn gevoel +de grievendste vernedering zijn, de verschrikkelijkste smaadheid die +men mij kon aandoen. Maar dat zou niet mogelijk wezen. Het is mijn +recht deel te hebben aan smart, en hij die tegelijk de liefelijkheid +der wereld kan zien en deelen in haar smart, en iets van beider wonder +beseffen, is in onmiddellijke aanraking met het goddelijke, en is zoo +dicht tot Gods geheim genaderd als eenig mensch komen kan. + +Mogelijk zal ook in mijn kunst, evenzeer als in mijn leven, een nog +dieper toon opkomen, een toon van meer eenheid-van-hartstocht, meer +onmiddellijkheid-van-drang. Niet veelomvattendheid, maar verdieping is +het waarachtige doel der moderne kunst. Wij houden ons in kunst niet +langer bezig met het algemeene type. Met de uitzondering hebben wij +vandoen. Nu kan ik wel geen kunst maken van mijn lijden in den vorm +dien het aannam, dat is duidelijk. Kunst begint waar navolging +ophoudt. Maar iets nieuws moet er in mijn werk komen, mogelijk een +overvloediger beschikken over woorden, een rijker klankval, +merkwaardiger werkingen, eenvoudiger orde van bouw, in elk geval iets +van een nieuwe aesthetische hoedanigheid. + +Toen Marsyas werd "gescheurd uit de scheede zijner leden"--_della +vagina delle membra sue_, om een van Dantes schrikkelijkste +Taciteische wendingen te gebruiken--was het met zijn lied uit, zeiden +de Grieken. Apolloon was overwinnaar gebleven. De lier had de +herdersfluit tot zwijgen gebracht. Maar misschien vergisten de Grieken +zich. Ik hoor in de moderne kunst herhaaldelijk den roep van Marsyas. +Hij is bitter in Baudelaire, zoet en klagend in Lamartine, mystiek in +Verlaine. Hij keert terug in de uitgestelde oplossingen van Chopins +muziek. Hij is in de mistroostigheid die hangt over Burne-Jones' +vrouwenfiguren. Zelfs Matthew Arnold wiens zang van "Callicles" in zoo +hellen toon van lyrische schoonheid verhaalt van "den triomf der zoet +overredende lier" en van "den roem der eindelijke zege", heeft hem +meer dan eens. Tegen den onrustigen ondertoon van twijfel en ellende, +die zijn verzen niet loslaat, konden Goethe noch Wordsworth hem baten, +al volgde hij beiden beurtelings na, en als hij wil rouwen om +_Thyrsis_ of zingen van den _Scholar Gipsy_, moet hij wel de +herdersfluit ter hand nemen om de gewenschte wijs te vinden. Maar laat +de Phrygische Faun verstomd zijn of niet, mij is dat onmogelijk. +Uiting is even noodzakelijk voor mij als blad en bloemen voor de +zwarte takken der boomen die boven de muren der gevangenis uitkijken +en zoo rusteloos zijn in den wind. Tusschen mijn kunst en de wereld is +nu een wijde kloof, maar tusschen de kunst en mij is er geen. Ik hoop +tenminste dat er geen is. + +Elk van ons wordt een verschillend lot toegemeten. Mijn deel is een +geweest van openbare schande, van lange gevangenschap, van ellende, +van maatschappelijken ondergang, van smaadheid, maar ik ben mijn lot +niet waardig--nog niet, tenminste. Ik herinner mij hoe ik vroeger vaak +zeide dat ik een werkelijke ramp wel zou kunnen dragen als zij tot mij +kwam in purperen mantel en met een masker van edele smart, maar dat +het vreeselijke van onzen modernen tijd was, dat hij het treurspel +steekt in de kleedij van het blijspel, zoodat de groote rampen +alledaagsch lijken of bespottelijk of gebrekkig in stijl. Het is +volkomen waar wat betreft den modernen tijd. Het is waarschijnlijk +altijd waar geweest voor het leven van den dag. Men zegt dat alle +martelaarschap minwaardig was in de oogen van den toeschouwer. De +negentiende eeuw maakt geen uitzondering op den regel. + +Alles in het treurspel van mijn ramp is afzichtelijk geweest, +minwaardig, terugstootend, gebrekkig in stijl. Onze kleedij zelf maakt +ons bespottelijk. Wij zijn de hansworsten der smart. Wij zijn clowns +met gebroken harten. Wij zijn bij uitstek aangewezen als mikpunten +voor den humor. Op den 13den November 1895 werd ik van Londen hierheen +gebracht. Van twee uur tot half drie dien dag moest ik staan wachten +op het hoofdperron van Clapham Junction in gevangeniskleeren, met de +handboeien aan, als een schouwspel voor de wereld. Ik was uit het +hospitaal weggehaald zonder ook maar even van te voren gewaarschuwd te +zijn. Ik kan mij niets bespottelijkers denken dan mijzelf op dat +oogenblik. Zoodra de menschen mij zagen, begonnen zij te lachen. Elke +trein die binnen kwam, verbreedde den kring der nieuwsgierigen. Zij +vermaakten zich bovenmate. Dat was, natuurlijk, zoolang zij niet +wisten wie ik was. Zoodra zij ingelicht waren, lachten zij meer dan +ooit. Een half uur lang stond ik daar in den grauwen Novemberregen +omringd door een schimpenden volkshoop. + +Een jaar lang nadat dit mij was aangedaan, heb ik elken dag op +hetzelfde uur gedurende denzelfden tijd geweend. Dat is niet een zoo +tragisch feit als het misschien klinkt. Voor hen die in de gevangenis +zitten, maken tranen een deel der dagelijksche levenservaring uit. Een +dag in de gevangenis waarop iemand niet weent, is een dag dat zijn +hart verhard is, niet een dag dat zijn hart gelukkig is. + +Welnu, ik begin thans meer beklag te gevoelen met de lachers dan met +mijzelf. Het is waar, toen zij mij zagen, stond ik niet op mijn +voetstuk, maar aan den schandpaal. Maar men moet heel arm aan +verbeelding zijn om enkel met menschen op te hebben als zij op hun +voetstuk staan. Een voetstuk kan iets zeer onwerkelijks zijn. De +schandpaal is een vreeselijke werkelijkheid. Ik heb boven gezegd dat +achter smart altijd smart schuilt. Het zou nog wijzer zijn te zeggen +dat achter smart altijd een ziel schuilt. En den spot te drijven met +een ziel in lijden is een afgrijselijke daad. In de wonderlijk +eenvoudige huishouding dezer wereld krijgen de menschen enkel wat zij +zelf geven, en wie niet genoeg verbeelding hebben om door te dringen +achter den uitwendigen schijn en zelf medelijden te gevoelen--wat +medelijden kan hun geschonken worden dan dat der minachting? + +Ik schreef dit verhaal hoe ik hierheen werd overgebracht, enkel neer +opdat men zou beseffen hoe zwaar het mij gevallen is om uit mijn straf +iets anders dan bitterheid en wanhoop te winnen. Toch sta ik voor deze +taak, en van tijd tot tijd bereik ik een oogenblik van onderworpenheid +en berusting. In een enkelen knop kan een nieuwe volle lente zich +verschuilen, en het lage nest van den leeuwerik houdt de vreugde in, +die bestemd is als bode op te stijgen voor het aangezicht van menigen +rozigen dageraad. Zoo is mogelijk al de levensschoonheid die mij nog +overblijft, vervat in een enkel oogenblik van overgave, vernedering en +deemoed. In elk geval kan ik uitsluitend voortgaan langs het spoor van +mijn eigen ontwikkeling, en berustende in alwat mij overkomen is, mij +dat waardig maken. + +De menschen plachten van mij te zeggen, dat ik te individualistisch +was. Ik moet in de toekomst nog veel meer individualist zijn dan ooit +te voren. Ik moet nog veel meer uit mijzelf halen en de wereld nog +minder vragen dan ik al deed. De eene smadelijke, onvergetelijke en +voor altijd verachtelijke daad van mijn leven was dat ik er toe +overging een beroep op de maatschappij te doen om hulp en bescherming. +Alleen maar aan zulk een beroep gedacht te hebben, zou uit het +individualistische oogpunt al erg genoeg zijn geweest, maar welke +verontschuldiging kan ooit ingebracht worden voor hem die dat beroep +deed? Toen ik eenmaal de machten der maatschappij in werking had +gezet, keerde natuurlijk de maatschappij zich tegen mij en zeide: +"Hebt gij al dezen tijd geleefd en mijne wetten getart, en doet gij nu +beroep op die wetten om bescherming? Gij zult die wetten in haar +volheid toegepast krijgen. Gij zult u moeten onderwerpen aan datgene +waarop gij u beroepen hebt." Het gevolg is dat ik hier in de +gevangenis zit. Voorzeker, geen man viel ooit op zoo onedele wijze en +door zoo onedele werktuigen. Ik zeg ergens in _Dorian Gray_: "Een +mensch kan niet te zorgvuldig zijn in de keuze zijner vijanden". Ik +kon toen niet vermoeden dat ik bestemd was door een paria zelf tot +paria te worden gemaakt. + +Het Philistijnsche element in het leven bestaat niet in het onvermogen +om kunst te verstaan. Allerinnemendste menschen als visschers, +herders, veldarbeiders, boeren en dergelijken weten niets van kunst +af, en zijn juist het zout der aarde. De Philistijn is de man die +schraagt en bevordert de zware, hinderlijke, blinde, werktuigelijke +krachten der maatschappij en dynamische kracht niet als zoodanig +erkent, wanneer hij haar tegenkomt, hetzij in een mensch hetzij in een +beweging. + +De menschen vonden het afgrijselijk van mij dat ik de slechte +elementen des levens ten eten vroeg en genoegen had in hun gezelschap. +Maar gezien van den kant vanwaar ik als belevend kunstenaar hen +naderde, waren zij heerlijk suggestief en opwekkend. Het was als +smullen met panters: de opwinding van het gevaar was het halve genot. +Ik had het gevoel van een slangenbezweerder die de cobra uit haar rust +lokt van den bonten lap of uit den teenen korf waarin zij ligt, tot +zij naar zijn wil haar schild ontplooit en rustig op de maat +heen-en-weer deint in de lucht als een plant in het water. Zij waren +voor mij de glanzendste van alle vergulde slangen, en zonder hun +vergif zouden zij niet volmaakt zijn geweest. Ik wist niet dat, als +zij mij zouden bijten, zij dat zouden doen op het fluiten van een +ander en door dien ander betaald. Ik schaam mij volstrekt niet dat ik +hen gekend heb, zij waren hoogst belangwekkend. Waar ik mij wel over +schaam, is de atmosfeer van gruwelijke Philistijnschheid, waarin ik +door hen geraakte. Mijn werk als kunstenaar was aan de zijde van +Ariel, ik gaf er de voorkeur aan te worstelen met Caliban. In plaats +van kostelijk kleurige, muzikale dingen te schrijven als _Salome_ +en _A Florentine Tragedy_ en _La Sainte Courtisane_, dwong +ik mijzelf lange juridische brieven op te stellen en zag mij aan het +eind genoodzaakt mij juist op die dingen te beroepen, waartegen ik +altijd verzet had gepredikt. Jan Rap en Jan Tuig waren +bewonderenswaardig in hun gewetenloozen oorlog tegen het leven. Hen +ten eten te hebben was een geweldig avontuur: Dumas pere, Cellini, +Goya, Edgar Allan Poe of Baudelaire zouden volkomen gedaan hebben als +ik. Maar walgelijk voor mij is de herinnering aan mijn eindelooze +bezoeken aan den advokaat H-----, hoe ik keer op keer in het +spokigwitte licht van een kille kamer met een ernstig gezicht ernstige +leugens zat te vertellen aan een man met een kaal hoofd, tot ik +letterlijk steende en gaapte van verveling. Daar, midden in het hart +van Philistia, bevond ik mij eerst ver van al wat schoon was en +schitterend en bewonderenswaardig en stoutmoedig. Ik had mijzelf +gedoodverfd als de kampvechter van rechtschapenheid van wandel, +puriteinschheid van leven, zedelijkheid in de kunst. _Voila oumenent +les mauvais chemins_.... Maar aan den anderen kant, met hoe groote +dankbaarheid kan ik denken aan hen die met onbeperkte hartelijkheid, +onbegrensde toewijding, blijmoedigheid en vreugde in geven, mijn +donkeren last voor mij verlicht, mij telkens weer bezocht, mij schoone +brieven vol medegevoel geschreven, mijn zaken voor mij bestuurd, mijn +toekomstig leven hebben geregeld, en aan mijn zijde stonden onder den +beet van laster, smaad, openlijken schimp, tot hoon toe. Ik ben hun +alles verplicht. Tot de boeken toe in mijn cel worden betaald door +Robbie van zijn zakgeld; uit dezelfde beurs worden kleeren voor mij +bekostigd tegendat ik vrij kom. Ik schaam mij niet iets aan te nemen, +dat in liefde en genegenheid gegeven wordt. Ik ben er trotsch op. Ik +denk hierbij aan mijn vrienden als More Adey, Robbie, Robert Sherard, +Frank Harris, Arthur Clifton, en wat zij voor mij geweest zijn door +mij steun, genegenheid en sympathie te geven. Ik denk hierbij aan +ieder afzonderlijk, die vriendelijk voor mij geweest is in mijn leven +als gevangene, tot den bewaarder toe, die mij goedenmorgen en +goedenavond zegt, hoewel dat niet tot zijn voorgeschreven plichten +behoort; ik denk aan de gewone dienders die op mijn reizen +heen-en-weer naar het Bankroetiershof mij in mijn vreeselijken +toestand van geestelijke ellende op hun gemeenzame ruwe manier +trachtten op te beuren; ik denk aan den armen dief die mij herkende, +terwijl wij in de rij liepen op de binnenplaats te Wandsworth en mij +toefluisterde met de heesche gevangenisstem die men krijgt van lang +gedwongen stilzwijgen: "Ik heb met u te doen; het is erger voor +menschen als u dan voor menschen als ons." + +Een groot vriend van me--een vriend van tien jaar her--kwam mij +eenigen tijd geleden opzoeken, en zeide mij dat hij geen enkel woord +geloofde van wat tegen mij beweerd werd, en verzekerde mij +nadrukkelijk dat hij mij voor volkomen onschuldig hield en voor het +slachtoffer van een afgrijselijk complot. Zijn woorden deden mij in +tranen uitbarsten. Ik vertelde hem, dat, al mocht onder de +uitgebrachte beschuldigingen veel zijn, dat geheel onwaar was en mij +aangewreven door weerzinwekkende boosaardigheid, mijn leven toch vol +pervers genot geweest was, en dat ik, indien hij dat niet als een feit +aannam en het zich volkomen indacht, onmogelijk langer met hem +bevriend kon zijn of nog ooit in zijn gezelschap verkeeren. Het was +een vreeselijke slag voor hem, maar nog zijn wij vrienden, en ik bezit +zijn vriendschap niet op grond van leugenachtige aanspraken. Zooals ik +al zei, het is pijnlijk de waarheid te zeggen. Maar gedwongen liegen +is veel erger. + +Toen ik bij de eindzitting van mijn proces op de zondaarsbank zat te +luisteren naar Lockwoods vernietigende aanklacht tegen mij--het klonk +als een stuk uit Tacitus of uit Dante, als een van Savonarola's +boetpredikingen tegen de Roomsche pausen--, herinner ik mij hoe, +midden in den walg van afgrijzen voor wat ik hoorde, plotseling de +gedachte bij mij opkwam, _hoe grootsch het zou wezen, indien ik zelf +daar stond en al deze dingen tegen mij inbracht_. Ik zag toen op +eenmaal in dat het waardeloos is, wat men van iemand zegt. De vraag is +wie het zegt. Het allerhoogste levensoogenblik eens menschen, ik heb +daaromtrent geen twijfel, is wanneer hij nederknielt in het stof en +zich op de borst slaat en al de zonden van zijn leven uitspreekt. + +Gevoelsaandoeningen, zooals ik ergens in _Intentions_ zeg, zijn +krachten beperkt in uitgestrektheid en in duur evenzeer als de +krachten der physische energie. De kleine wijnbeker die gemaakt is om +een zekere hoeveelheid in te houden, houdt zooveel in en niet meer, al +staan al de purperen kuipen van Bourgondie boordevol wijn en zinken de +treders tot hun knieen in de saamgelezen druiven van de steenige +wijngaarden van Spanje. Geen dwaling is meer algemeen dan dat men +denkt dat zij die de oorzaak of aanleiding xijn van des levens groote +treurspelen, de gevoelens zouden deelen, die passen bij de tragische +stemming; geen dwaling is noodlottiger dan het van hen te verwachten. +De martelaar in zijn "mantel van vlammen" moge het aangezicht van God +aanschouwen, maar voor hem die de takkebossen opstapelt of in de +vlammende houtblokken rakelt, is het geheele tooneel niet meer dan het +kelen van een os is voor den slager, of het vellen van een boom voor +den kolenbrander in het bosch of het vallen van een bloem voor den man +die het gras neermaait met de zeis. Groote hartstochten zijn voor de +grooten van ziel, en groote gebeurtenissen kunnen alleen gezien worden +door hen die op dezelfde hoogte staan als zij. Wij denken dat wij onze +gevoelsaandoeningen voor niets krijgen. Dat is niet zoo. Zelfs de +uitgelezenste en meest zelfopofferende aandoeningen moeten betaald +worden. Vreemd genoeg, dit juist maakt haar uitgelezen. Het +verstands-en gevoelsleven van de doorsnee-menschen is een zeer +verachtelijk gedoe. Volmaakt als zij hun denkbeelden borgen uit een +soort gedachten-leesgezelschap--den _Zeitgeist_ van een eeuw +zonder ziel--en hen aan het eind van iedere week beduimeld +terugzenden, zoo beproeven zij altijd hun aandoeningen op crediet te +krijgen of weigeren de rekening te betalen als die aangeboden wordt. +Wij moeten die levensopvatting te boven komen; zoodra wij te betalen +hebben voor een aandoening, leeren wij haar soortelijke waarde kennen +en behalen winst met die kennis. Bedenk dat de sentimenteele altijd +een cynicus is in zijn hart. In werkelijkheid is sentimentaliteit +enkel cynisme op zijn uitgaansdag. En al is cynisme vermakelijk om +zijn intellectueelen kant, nu het heerenmanieren heeft aangeleerd en +in fatsoenlijk gezelschap komt, kan het toch nooit meer zijn dan de +volmaakte philosophie voor een man zonder ziel. Het heeft zijn +maatschappelijke waarde, en voor een kunstenaar zijn alle wijzen van +uitdrukking belangwekkend. Maar op zichzelf is het een poovere zaak, +want daar is niets wat zich ooit aan den waarachtigen cynicus +openbaart. + + * * * * * + +Ik ken in de geheele dramatiek niets onvergelijkelijkers uit het +oogpunt van kunst, niets suggestievers in zijn verfijndheid van +waarneming, dan Shakespeare's karakter-teekening van Rosencrantz en +Guildenstern. Zij zijn akademie-vrienden van Hamlet. Zij zijn zijne +kameraden geweest. Zij brengen met zich herinneringen aan aangename +dagen samen doorgebracht. Op het oogenblik dat zij hem ontmoeten in +het spel, wankelt hij onder het gewicht van een last ondragelijk voor +iemand van zijn gemoedsaard. De dooden zijn gewapend en wel uit het +graf gekomen om hem een zending op te leggen, die tegelijk te groot en +te min voor hem is. Hij is een droomer en hij wordt opgeroepen om te +handelen. Hij heeft den aanleg van den dichter, en men vraagt hem het +op te nemen met de alledaagsche verwikkeldheid van oorzaak en gevolg, +met het leven in zijn praktische toepassing, waarvan hij niets +afweet, en niet met het leven in zijn ideeele wezenheid, dat hem zoo +welbekend is. Hij heeft geen flauw begrip van wat hij doen moet, en +zijn krankzinnigheid is het veinzen van krankzinnigheid. Brutus +gebruikte den waanzin als een mantel om het zwaard van zijn +bedoelingen, den dolk van zijn streven te verbergen, maar bij Hamlet +is de waanzin slechts een masker waarachter zich zwakheid verschuilt. +In gril en kortswijl ziet hij een kans tot uitstel. Aldoor speelt hij +met de daad zooals een kunstenaar zijn spel drijft met een +levensbeschouwing. Hij wordt de bespieder zijner eigen handelingen, en +terwijl hij luistert naar zijn eigen woorden, weet hij dat het slechts +"woorden, woorden, en nog eens woorden" zijn. In stee te beproeven de +held van zijn eigen geschiedenis te zijn, tracht hij de toeschouwer +van zijn ondergang te wezen. Hij gelooft in niets, zichzelf +meegerekend, en toch baat zijn twijfel hem niet, daar deze niet +voortkomt uit bewuste twijfelzucht, maar uit een verdeelden wil. + +Van dit alles worden Guildenstern en Rosencrantz niets gewaar. Zij +buigen en meesmuilen en glimlachen, en wat de een zegt, herhaalt de +ander als een ziekelijke echo. Wanneer ten slotte, door middel van de +marionettenvertooning van het tooneelspel in het tooneelspel, Hamlet +'s konings "geweten betrapt", en den rampzaligen schelm in angst en +beven van zijn troon jaagt, zien Guildenstern en Rosencrantz in zijn +gedraging niet meer dan een vrij pijnlijke inbreuk op de hofetikette. +Zoo ver kunnen zij het brengen in "het gadeslaan van des levens +schouwspel met geeigende ontroeringen". Zij branden zich aan Hamlets +geheim en weten er niets van. Ook zou het niet baten hen in te +lichten. Zij zijn de kleine bekers die een zekere hoeveelheid kunnen +inhouden en niet meer. Tegen het eind van het stuk wordt er op +gezinspeeld dat zij, gevangen in een listigen val die voor een ander +gezet was, een gewelddadigen en plotselingen dood hebben gevonden of +mogelijk zullen vinden. Maar zulk een tragisch uiteind, al kleurt +Hamlets humor het eenigszins met de verrassende vergelding die op het +tooneel mogelijk is, bestaat in de werkelijkheid niet voor +persoonlijkheden als zij. Zij sterven nooit. Horatio, die, "om Hamlet +en zijn zaak naar waarheid voor te dragen aan de onbevredigden", + + "De zaligheid een wijl den rug toekeert + En moeizaam ademt in dees wrange weerld," + +een als Horatio sterft, al is het niet voor de oogen der toeschouwers, +en laat geen broeder na. Maar Guildenstern en Rosencrantz zijn even +onsterfelijk als Angelo en Tartuffe, en behooren met hen op hetzelfde +plan gesteld te worden. Zij zijn de bijdrage van het moderne leven tot +het antieke ideaal der vriendschap. Wie een nieuw "De Amicitia" +schrijft, moet daarin een nis voor hen uitvinden en hen prijzen in +Tusculaansch proza. Zij zijn typen voor altijd vastgesteld. Hun de les +te willen lezen zou "gebrek aan waardeeringsvermogen" bewijzen. Zij +zijn enkel buiten hun sfeer, anders niet. Verhevenheid van ziel is +niet aanstekelijk. Hooge gedachten en hooge aandoeningen zijn, door +het feit zelf van haar bestaan, vereenzaamd. + +Als alles goed gaat, reken ik vrij te komen tegen het eind van Mei en +hoop dan dadelijk met Robbie en More naar een of ander buitenlandsch +dorpje aan zee te gaan. De zee, zooals Euripides zegt in een van zijn +Iphigeneia-drama's, wascht der wereld smetten en wonden weg. + +Ik hoop minstens een maand met mijn vrienden samen te zijn om vrede en +evenwicht, een minder bedrukt hart en een zachtere gestemdheid te +winnen; en dan als ik mij sterk genoeg voel, zal ik door tusschenkomst +van Robbie schikkingen nemen om te gaan wonen in een of andere rustige +buitenlandsche stad, bijvoorbeeld Brugge, waarvan jaren geleden de +grauwe huizen en groene grachten en koele stille wandelwegen mij +bekoorden. Ik voel een ongewoon verlangen naar de groote eenvoudige +dingen van den oertijd, zooals naar de zee die niet minder dan de +aarde aandoet als een moeder. Het komt mij voor dat wij allen te veel +naar de natuur kijken en te weinig met haar leven. In de houding der +Grieken tot haar onderscheid ik iets zeer gezonds. Zij hadden nooit +den mond vol van zonsondergangen, zij kenden geen lange besprekingen +over de vraag of de schaduwen op het gras werkelijk paars zien of +niet. Maar zij zagen dat de zee voor den zwemmer was, en het zand +voor de voeten van den hardlooper. Zij hielden van de boomen om de +schaduw die zij werpen, en van het woud om zijn stilte op den middag. +De wijngaardenier omwond zijn haren met klimop om de stralen van de +zon te weren als hij bukte over de jonge scheuten, en voor den +kunstenaar en den athleet, de beide typen die Griekenland ons +geschonken heeft, vlochten zij in kransen de bladeren van den bitteren +laurier en van de wilde eppe, die anders den menschen tot geen dienst +zouden geweest zijn. + +Wij noemen onzen tijd den tijd der nuttigheid, en daar is niet een +enkel ding waarvan wij het nut kennen. Wij zijn vergeten dat het water +kan reinigen, en het vuur zuiveren, en dat de aarde ons aller moeder +is. Het gevolg is dat onze kunst, een kunst van maneschijn, speelt met +schimmen, terwijl de Grieksche, de kunst van zonneschijn, de dingen +rechtstreeks hanteert. Ik ben overtuigd dat in de krachten der +elementen loutering te vinden is, en ik wil tot hen wederkeeren en +leven in hun tegenwoordigheid. + + * * * * * + +Niet zonder reden of doel heb ik mij in mijn levenslangen dienst der +letteren gemaakt + + "Niet minder vrek om klank en lettergreep + Dan Midas om zijn goud." + +Ik mag niet bang zijn voor mijn verleden; als de menschen mij +vertellen dat het onherroepelijk is, zal ik hen niet gelooven; +verleden, heden, toekomst zijn een oogenblik in de oogen van God, +onder wiens oogen het ons trachten moet zijn te leven. Tijd en ruimte, +opvolging en uitgestrektheid, zijn enkel toevallige staten der +gedachte; de verbeelding laat hen achter zich en beweegt zich in een +vrije sfeer van ideeele bestaanswijzen. De dingen zijn in hun +wezenheid wat wij hen believen te maken; een ding bestaat naar de +wijze waarop wij het bezien. "Waar anderen", zegt Blake, "enkel den +dageraad zien komen van over den heuvel, zie ik de zonen Gods jubelen +van vreugde." Wat der wereld en mijzelf mijn toekomst leek, verbruide +ik toen ik mij door smading liet verlokken tot een proces tegen +Queensberry; eigenlijk verbruide ik haar lang voordien. Wat voor mij +ligt, is mijn verleden. Ik moet dat leeren aanzien met andere oogen om +te maken dat God het met andere oogen aanziet. Dit kan ik niet door +het te negeeren of gering te schatten of te prijzen of te loochenen; +het is enkel mogelijk door het aan te nemen als een onvermijdelijk +deel van de ontwikkeling van mijn leven en aanleg: door mijn hoofd te +buigen onder al wat ik geleden heb. Hoe ver ik verwijderd ben van den +waarachtigen stand der ziel, komt duidelijk aan den dag uit dezen +brief met zijn veranderlijke onzekere stemmingen, zijn haat en +bitterheid, zijn bestrevingen en zijn tekortschieten in het +verwezenlijken dier bestrevingen. Maar vergeet niet in welk een +schrikkelijke school ik voor mijn taak zit, en bij mijn +onvolledigheid en onvolmaaktheid kunnen mijn vrienden nog veel winnen. +Zij kwamen tot mij om levensgenot en kunstgenot te leeren. Misschien +ben ik uitverkoren om hun iets wonderbaarlijkers te onderwijzen, de +beteekenis van smart en hare schoonheid. + +Natuurlijk zal voor iemand zoo modern als ik, "enfant de mon siecle", +alleen al de aanblik der wereld steeds een verrukking zijn. Ik beef +van het blijde bedenken dat op den eigen dag waarop ik uit de +gevangenis kom, zoowel de goudenregen als de seringen zullen bloeien +in de tuinen, en dat ik zal zien hoe de wind het luchtige goud tot +rustelooze schoonheid aanzet en het bleeke purper der trossen doet +deinen, zoodat het mij wezen zal als ademde ik onder den hemel van +Arabie. Linnaeus viel op zijn knieen en weende van vreugde toen hij +voor het eerst zag de wijde heide van een of andere Engelsche +hoogvlakte geel van de taankleurige reukige bloesems der gemeene brem; +en ik weet dat mij, die geen verlangen kan denken zonder bloemen, +tranen wachten ergens in de bladen eener roos. Zoo ben ik altijd +geweest van jongen af. Daar is niet een tint verscholen in den kelk +van een bloem of in de ronding eener schelp, of, door een ragteeder +medevoelen met de ziel zelf der dingen, doet zij mijn diepste wezen +aan. Evenals Gautier ben ik altijd een geweest van hen "pour qui le +monde visible existe". + +Toch ben ik mij nu bewust dat achter al deze schoonheid, hoezeer zij +mij voldoening geeft, een geest verscholen is, waarvan de kleurige +vormen en gedaanten slechts wijzen van openbaring zijn, en met dezen +geest begeer ik in harmonisch verband te komen. De zin-tastbare +uitdrukkingen van menschen en dingen ben ik moede geworden. Het +mystieke in de kunst, het mystieke in het leven, het mystieke in de +natuur--dat is het waar ik naar speur. Het is een volstrekte behoefte +voor mij het ergens te vinden. + +Wie terecht stond, staat terecht voor zijn heele leven, evenals alle +vonnissen doodvonnissen zijn. En ik heb driemaal terechtgestaan. Den +eersten keer verliet ik de getuigenbank om gevangen gezet te worden, +den tweeden keer om teruggebracht te worden naar het huis van +bewaring, den derden keer om voor twee jaar naar de gevangenis te +gaan. De maatschappij, zooals wij die eenmaal hebben ingericht, zal +mij geen plaats willen geven en heeft die ook niet beschikbaar, maar +de natuur wier zoete regen valt op onrechtvaardigen en rechtvaardigen +zonder onderscheid, heeft kloven in de rotsen waar ik mij zal kunnen +verschuilen, en heimelijke dalen waar ik ongestoord zal kunnen weenen. +Zij zal den nacht behangen met sterren dat ik dolen kan in de +duisternis zonder struikelen, en zal den wind zenden over mijn +voetsporen dat niemand mij zal kunnen achtervolgen om mij kwaad te +doen: zij zal mij reinigen in hare groote wateren en met hare bittere +kruiden mij heelen. + + + + +Bijlagen + + + + +VIER BRIEVEN UIT DE GEVANGENIS TE READING AAN ROBERT ROSS + + +I + +10 Maart 1896. + + +Mijn waarde Robbie, + +Ik zag gaarne dat Gij dadelijk aan den advocaat den Heer--per brief +liet weten dat, aangezien mijne vrouw beloofd heeft, bij geval van +vroeger overlijden, mij een derde deel van haar vermogen na te laten, +ik niet het minste bezwaar heb tegen haar wensch om mijn recht op het +vruchtgebruik af te koopen. Ik gevoel dat ik zulk een leed over haar +gebracht heb, en zulk een ongeluk over mijne kinderen, dat ik geen +recht heb haar wenschen in eenig ding tegen te gaan. Zij was minzaam +en goed jegens mij, toen zij mij hier bezocht. Ik vertrouw haar +tenvolle. Wilt Gij hier dadelijk voor zorgen, en ook aan mijne +vrienden mijn dank overbrengen voor hun goedheid? Voor mijn gevoel +handel ik naar plicht, wanneer ik dit aan mijn vrouw overlaat. + +Schrijf ook, als Gij wilt, aan Stuart Merrill te Parijs of aan Robert +Sherard om hun te zeggen hoe gelukkig ik was met de vertooning van +mijn stuk, en breng mijn dank over aan Lugne-Poe[1]. Het is een heel +ding dat ik in een tijd van smaad en schande nog als kunstenaar +beschouwd word. Ik zou wel willen dat het mij meer vreugde gaf, maar +ik schijn dood voor alle aandoening behalve die van hartzeer en +wanhoop. Wees toch zoo goed aan Lugne-Poe te laten weten dat ik +gevoelig ben voor de eer die hij mij heeft aangedaan. Hij is zelf +dichter. Ik vrees dat het U moeilijk zal vallen dezen te lezen, maar +daar men mij geen schrijfgereedschap veroorlooft, schijn ik het +schrijven te hebben verleerd. In elk geval neem het niet kwalijk. +Bedank More voor de moeite die hij genomen heeft met de boeken. +Ongelukkig krijg ik hoofdpijn als ik mijn Grieksche en Romeinsche +dichters lees. Ik heb er dus niet veel aan gehad. Maar het was +buitengewoon vriendelijk van hem de boeken voor mij aan te schaffen. +Vraag hem mijn dankbaarheid te uiten aan de dame die te Wimbledon +woont. Wacht niet te lang met een antwoord, en vertel mij wat van de +literatuur, van nieuwe boeken, enz.--ook van het stuk van Jones en van +Forbes-Robertson als tooneeldirecteur--en van elke nieuwe strooming in +het tooneelleven te Parijs of te Londen. Beproef ook onder oogen te +krijgen wat Lemaitre, Bauer en Sarcey gezegd hebben over _Salome_, en +geef er mij een kort overzicht van; schrijf aan Henri Bauer dat ik +getroffen ben door zijn vriendelijk opstel; Robert Sherard kent hem +persoonlijk. Het was lief van U mij op te zoeken. Gij moet den +volgenden keer weer komen. Ik heb hier de verschrikking om mij van den +dood, waarbij de nog grooter verschrikking komt van te leven, en in +stilzwijgen en ellende....[2] + +...Ik denk altijd aan U met diepe genegenheid. Ik zag graag dat Ernest +in Oakley Street mijn handkoffer haalde, mijn pels, mijn kleeren en de +exemplaren van mijn eigen werken, die ik aan mijn lieve moeder schonk. +Informeer bij Leverson, op wiens naam mijn moeders graf genomen werd. + +Steeds Uw vriend, + +Oscar Wilde. + +Noten: + +[1] In 1896 werd Salome het eerst opgevoerd te Parijs door Lugne-Poe, +die zelf Herodes speelde. + +[2] Hier werd een stuk uit den brief geknipt door den toenmaligen +directeur der gevangenis te Reading, den majoor Isacson. Hij werd nog +in Wilde's tijd opgevolgd door den majoor Nelson. + + + + +II + +Zonder datum. Geschreven na September 1896. + + +...De laatste punten die uitsluitend zaken betreffen, zal More Adey +wel zoo vriendelijk zijn te beantwoorden. Men zal geen bezwaar maken +dat ik zijn brief ontvang, als die enkel over zaken loopt. Zijn +schrijven, bedoel ik, zal Uw letterkundigen brief niet in den weg +staan, waarvan de directeur mij zooeven Uwe vriendelijke aankondiging +heeft voorgelezen. + +Over mijzelf, mijn waarde Robbie, heb ik weinig wat U aangenaam kan +zijn, mede te deelen. De weigering om mijn straftijd te verkorten was +mij als een loodzware sabelhouw. Een dof gevoel van smart versuft mij. +Ik had geteerd op hoop, en nu teert het ziele wee na zijn lang vasten +tot verzadiging toe op mij, alsof zijn eigen honger het had +uitgemergeld. Toch zijn er vriendelijker elementen werkzaam in deze +bedorven gevangenislucht dan vroeger: menigmaal is mij medegevoel +betoond, en ik gevoel mij niet langer volslagen verstoken van +menschelijke invloeden, wat voordien een bron van verschrikking en +kwelling voor mij was. En ik lees Dante, en maak uittreksels en +aanteekeningen om het loutere genot van met pen en inkt bezig te zijn. +En het lijkt mij dat het mij in vele opzichten beter gaat, en ik ben +van plan hier Duitsch te gaan studeeren. Inderdaad schijnt de +gevangenis mij de aangewezen plaats voor zulk een studie. Toch heb ik +een doorn in mijn vleesch--even pijnlijk, schoon van een andere soort, +als die waarvan Paulus spreekt--een doorn dien ik nog in dezen brief +moet uittrekken. Hij is het gevolg van een bericht dat Gij mij op een +stuk papier geschreven hebt toegezonden. Ik gevoel dat, als ik hem +verheimlijkte, hij in mijn geest groeien zou (zoo als vergiftige +dingen groeien in het donker) en met een vermeerderen de andere +schrikkelijke gedachten die aan mij knagen. Want voor hen die eenzaam +en zwijgend in banden zitten, is de gedachte niet, zooals Platoon het +voorstelt, een "gevleugeld levend wezen", maar een dood ding dat +afgrijzen teelt, evenals een poel die gedrochten toont aan de maan. + +Ik doel natuurlijk op Uwe woorden, dat de sympathie der anderen van +mij vervreemdde of dreigde te vervreemden om de diepe verbittering +mijner gevoelens, en ik geloof dat mijn brief werd uitgeleend en +getoond aan derden.... Welnu, ik houd er niet van, dat mijn brieven te +kijk gegeven worden als curiositeiten: dat is bijzonder grievend voor +mij. Ik schrijf U open en eerlijk als aan een der bemindste vrienden +die ik heb en ooit gehad heb, en, op een enkele uitzondering na, +raakt de sympathie en vooral het verlies der sympathie van anderen mij +zeer weinig. Geen man van mijn positie kan in levens slijk vallen +zonder zich heel wat medelijden te berokkenen van zijn minderen; ook +weet ik dat, wanneer een tooneelspel te lang duurt, de toeschouwers +moede worden. Mijn tragedie heeft veel te lang geduurd, haar +hoogtepunt is voorbij, de afloop is alledaagsch; en ik ben volkomen +overtuigd dat, als het einde komt, ik wederkeeren zal als een onwelkom +bezoeker voor een wereld die mij niet gebruiken kan, _un revenant_ +zooals de Franschen zeggen, een spook wiens gelaat vergrauwd is van +lange gevangenschap en verwrongen van lijden. Schrikkelijk zijn de +dooden wanneer zij rijzen uit hun graven, maar de levenden die uit hun +graven komen, zijn nog schrikkelijker. Van dit alles ben ik mij maar +al te zeer bewust. Wanneer iemand achttien vreeselijke maanden lang in +een gevangeniscel geweest is, ziet hij de dingen en de menschen zooals +zij werkelijk zijn. Dat gezicht verkeert iemand in steen. + +Denk niet dat ik wien ook verwijt zou willen maken van mijne +ondeugden. Mijn vrienden hadden daarmee even weinig te maken als ik +met de hunne. De natuur was in dit opzicht ons aller stiefmoeder. Wat +ik hun wel verwijt, is dat zij den mensch dien zij te gronde richtten, +niet waardeerden. Wat kon het hun schelen zoolang mijn tafel rood was +van wijn en rozen? Mijn genie, mijn leven als kunstenaar, mijn werk en +de rust die ik daarvoor noodig had, golden hun niets. Ik geef toe dat +ik mijn hoofd kwijt raakte. Ik was buiten zinnen, onmachtig tot +oordeel. Ik deed den eenen noodlottigen stap. En nu zit ik hier op een +houten bank in een gevangeniscel. In alle treurspelen is een +belachelijk element. Gij kent het in het mijne. Denk niet dat ik +mijzelf geen verwijt maak. Ik vervloek mijzelf dag en nacht om de +dwaasheid dat ik iets buiten mij mijn leven liet beheerschen. Als er +een echo was in deze muren, zou zij voor eeuwig het woord "dwaas" +herhalen. Ik schaam mij uitermate over mijn vriendschappen.... Want +naar hun vrienden kan men de menschen beoordeelen. Het is de toets +voor iedereen. En ik onderga als een grievende verlaging de schaamte +over mijne vriendschappen waarvan gij een volledig verslag kunt lezen +in mijn proces. Het is voor mij een dagelijksche bron van geestelijke +vernedering. Aan sommige van haar denk ik nooit. Zij vallen mij niet +lastig. Maar wat doet het er toe?.... Om de waarheid te zeggen, lijkt +mijn geheele tragedie mij belachelijk en niets meer. Want doordat ik +mij liet lokken in een val ... in den vuilsten modder van Malebolge, +zit ik nu tusschen Gilles de Retz en den markies de Sade. Er zijn +plaatsen waar het niemand geoorloofd is te lachen behalve werkelijk +krankzinnigen, en zelfs in hun geval is het nog een inbreuk op het +voorgeschreven gedraganders geloof ik dat ik er om zou kunnen lachen. + +.... Laat overigens niemand veronderstellen, dat ik anderen onwaardige +beweegredenen toeschrijf. In waarheid waren zij in het leven +beweegredenen rijk. Beweegredenen zijn intellectueele dingen. Zij +hadden enkel hartstochten, en dergelijke hartstochten zijn valsche +goden die slachtoffers eischen tot elken prijs, en in dit geval een +slachtoffer hebben gehad, bekranst met laurier. + +Nu heb ik den doorn uitgetrokken. Die weinige neergekrabbelde woorden +van U woekerden vreeselijk. Nu denk ik enkel aan Uw ophanden herstel +en hoe gij mij eindelijk het wonderbaarlijke verhaal van.... schrijven +zult. + +Breng mijne dankbare groeten over aan Uw lieve moeder en ook aan +Aleck. De "Vergulde Sphinx"[3] is, denk ik, even bewonderenswaardig +als ooit. En zend uit mijn naam al wat er goeds is in mijn gedachten +en gevoelens en alle herdenken en vereering die zij wil aannemen, aan +de dame te Wimbledon, wier ziel een heiligdom is voor de gewonden en +een huis van toevlucht voor de lijdenden. Laat dezen brief niet zien +aan anderen, en kom in Uw antwoord niet weer terug op wat ik +geschreven heb. Vertel mij van die wereld van schimmen, waar ik +zooveel van gehouden heb. En ook van het leven en van de ziel. Ik ben +benieuwd naar de angels die mij hebben, en in mijn smart is +medelijden. + +De Uwe, + +Oscar. + +Noten: + +[3] Bijnaam van de knappe schrijfster van "_The Twelfth Hour_." +Zij maakte kennis met Wilde naar aanleiding van haar vermakelijke +parodieen van zijn werk in _Punch_. Zij ontving hem in haar huis in +1895, toen hij in den loop van zijn proces vrijgelaten was tegen +borgtocht. + + + + +III + + +1 April 1897. + +Mijn waarde Robbie, + +Tegelijk met dezen zend ik U afzonderlijk een handschrift waarvan ik +hoop dat het U behouden zal bereiken. Ik zag graag dat Gij, zoodra Gij +het gelezen hebt, het zorgvuldig liet copieeren. Om verschillende +redenen wensch ik dit. Het zal voldoende zijn er eene aan te geven. +Mijn verlangen is dat Gij, voor het geval dat ik kom te sterven, mijn +letterkundige boedelredder zijt en volledig toezicht uitoefent over +mijn tooneelstukken, boeken en geschriften. Zoodra ik wettelijk het +recht zal hebben een testament te maken, zal ik dat doen. Mijn vrouw +begrijpt mijn kunst niet, en men kan van haar geen belangstelling +daarvoor verwachten, en Cyril is nog een kind. Daarom wend ik mij +natuurlijk tot U, zooals ik om de waarheid te zeggen in alle dingen +doe, en ik zou gaarne hebben dat Gij al mijn werken onder U hadt. Het +tekort dat hun verkoop oplevert, kan op rekening van Cyril en Vivian +geplaatst worden. Welnu, als Gij mijn letterkundige boedelredder zijt, +moet Gij in bezit zijn van het eenige document dat eenige verklaring +geeft van mijn buitensporig gedrag.... Wanneer Gij den brief gelezen +hebt, zult Gij de psychologische verklaring inzien van een gedragslijn +die van buiten af een verbinding van volstrekte zwakhoofdigheid en +gemeenen bluf lijkt. Eens moet de waarheid bekend worden--niet +noodzakelijk bij mijn leven. Maar het is mijn bedoeling niet om voor +altijd aan den bespottelijken schandpaal te staan, waar men mij +stelde, om de eenvoudige reden dat ik van mijn vader en moeder een +naam van hooge onderscheiding in letterkunde en kunst geerfd heb, en +ik kan niet gedoogen dat die naam voor de eeuwigheid zou zijn +omlaaggehaald. Ik verdedig mijn gedrag niet. Ik verklaar het. Ook zijn +er in mijn brief enkele passages die loopen over mijn geestelijke +ontwikkeling in de gevangenis en de onvermijdelijke evolutie die +plaats gehad heeft in mijn karakter en mijn intellectueele houding +tegenover het leven. Ik wensch dat Gij en anderen die mij trouw +gebleven zijt en Uw genegenheid voor mij hebt bewaard, nauwkeurig weet +in wat geest en wijze ik de wereld hoop tegemoet te treden. Van den +eenen kant gezien, weet ik natuurlijk dat ik op den dag van mijn +ontslag enkel van de eene gevangenis in de andere zal overgaan, en +daar zijn oogenblikken dat de geheele wereld mij niet ruimer voorkomt +dan mijn cel en even vol verschrikking voor mij. Toch geloof ik dat +God in den beginne een wereld schiep voor ieder afzonderlijk mensch, +en in die wereld die binnen in ons is, moeten wij trachten te leven. +In elk geval zult Gij die gedeelten van mijn brief met minder leed +lezen dan de andere. Natuurlijk behoef ik U niet te herinneren welk +een onvast ding bij mij, en bij ons allen, de gedachte is, en van welk +een vluchtige stof onze aandoeningen zijn gemaakt. Toch zie ik een +soort van mogelijk doel waarop ik langs den weg der kunst zou kunnen +afgaan. Het is niet onwaarschijnlijk dat Gij mij daarbij zult kunnen +helpen. + +Wat de wijze van copieeren aangaat: de brief is natuurlijk te lang om +hem door een of anderen klerk te laten overschrijven, en Uw eigen +schrift, waarde Robbie, in uw laatsten brief schijnt bij voorkeur +aangewezen om mij te waarschuwen dat de taak niet aan U mag worden +opgedragen. Het eenige wat overblijft, lijkt mij, is door en door +modern te werk te gaan en de copie te laten maken op de +schrijfmachine. Natuurlijk moet het handschrift onder Uw toezicht +blijven, maar zoudt Gij Mevrouw Marshall niet kunnen bewegen een harer +meisjes-typisten--op vrouwen kan men het meest aan, daar zij geen +geheugen hebben voor wat belangrijk is--naar Hornton Street of +Phillimore Gardens te sturen om het onder Uw leiding te doen? Ik kan U +verzekeren dat de schrijfmachine wanneer zij met gevoel wordt +bespeeld, niet onaangenamer is dan het pianospel van een zuster of een +naverwante. Ja zelfs geven velen onder hen die dwepen met het +familieleven, aan haar de voorkeur. Ik zou de copie willen hebben niet +op satijnpapier, maar op kloek papier zooals gebruikt wordt voor de +rollen van tooneelstukken, met een breeden roodafgezetten rand voor +verbeteringen.... Indien de copie in Hornton Street gemaakt wordt, zou +men de typiste eten kunnen geven door een schuif in de deur, zooals de +Cardinalen het krijgen, wanneer zij bezig zijn een Paus te kiezen, tot +zij op het balkon zou kunnen verschijnen om de wereld te verkondigen: +"Habet Mundus Epistolam"; want de brief is inderdaad een Encycliek, en +evenals de bullen van den Heiligen Vader genoemd worden naar haar +beginwoorden, zou men er van kunnen spreken als: "_Epistola in Carcere +et Vinculis_".... + +Het is maar al te waar, Robbie, het leven in de gevangenis doet ons de +menschen en de dingen zien zooals zij in werkelijkheid zijn. Daarom +verandert het iemand in steen. De menschen buiten worden misleid door +de schijnverbeeldingen van een leven in voortdurende beweging. Zij +draaien mede met het leven en dragen bij tot zijn onwerkelijkheid. Wij +die onbewegelijk zijn, zien en weten. Laat de brief deugen of niet +voor enge naturen en koortsige hersenen, mij heeft hij deugd gedaan. +Ik heb "mijn borst verlucht van veel gevaarlijk tuig" om een zegswijze +te borgen bij den dichter dien Gij en ik indertijd wilden redden uit +de handen der Philistijnen. Ik behoef U niet te herinneren dat uiting +op zichzelf voor een kunstnaar de opperste en eenige wijze van leven +is. Van uiting leven wij. Onder de oneindig vele dingen waarvoor ik +den Directeur te danken heb, is er geen waarvoor ik dankbaarder ben +dan voor zijn verlof om naar hartelust te schrijven en zoo lang als ik +wensch. Gedurende bijna twee jaar droeg ik binnen in mij een +toenemenden last van bitterheid waarvan ik mij nu grootendeels heb +verlicht. Aan den anderen kant van den gevangenismuur staan een paar +arme zwarte roetberookte boomen die op het oogenblik uitloopen in +knoppen van bijna schel groen. Ik weet heel goed wat zij ondergaan. +Zij vinden hun uiting. + +Steeds de Uwe, + +Oscar. + + + + +IV + + +6 April 1897. + +Overweeg thans, mijn waarde Robbie, mijn voorstel. Ik denk dat mijn +vrouw die in geldzaken zeer eergevoelig en hooghartig is, de L75, +gestort voor mijn aandeel, zal terugbetalen. Zij zal het ongetwijfeld +doen. Maar ik vind dat het van mijne zijde behoort te worden +aangeboden, en dat ik niets bij wijze van inkomen van haar mag +aannemen. Ik kan aannemen wat in liefde en genegenheid voor mij +gegeven wordt, maar ik zou niet kunnen aannemen wat mij met tegenzin +of met voorwaarden wordt uitgekeerd. Eer zou ik mijn vrouw haar +volkomen vrijheid geven. Zij kan dan hertrouwen. In elk geval vertrouw +ik dat zij, als zij vrij was, mij vergunnen zou van tijd tot tijd mijn +kinderen te zien. Daar heb ik behoefte aan. Maar eerst moet ik haar +haar vrijheid geven, en het is het beste, dit als een man van eer te +doen door met gebogen hoofd in alles te berusten. Overweeg de zaak nog +eens in haar geheel; want door U en Uw slecht overlegd optreden is de +moeilijkheid ontstaan. En laat mij weten hoe Gij en anderen er over +denkt. Natuurlijk hebt Gij uit bestwil gehandeld. Maar Uw kijk op de +zaak was verkeerd. Ik kan in alle oprechtheid zeggen dat ik +geleidelijk kom tot den geestesstand van te denken dat al wat gebeurt, +om bestwil gebeurt. Mogelijk is het wijsgeerig inzicht of een gebroken +hart of godsdienst of de stompe gevoelloosheid van de wanhoop. Maar, +wat er de oorsprong van zij, dit gevoel is machtig in mij. Mijn vrouw +aan mij te binden tegen haar wil zou verkeerd zijn. Zij heeft volkomen +recht op haar vrijheid. En dan zou het mij een genoegen zijn, niet +door haar ondersteund te worden. Door haar onderhouden te worden is +vernederend. Bespreek deze zaak met More Adey. Verzoek hem U den brief +te laten zien, dien ik hem geschreven heb. Vraag uw broeder Aleck mij +zijn raad te willen geven. Hij heeft een uitnemend oordeel. + +Maar nu wat anders. Ik heb nooit gelegenheid gevonden U te bedanken +voor de boeken. Zij waren allerwelkomst. Dat men mij de tijdschriften +niet toestond, was een slag voor mij, maar Meredith's roman was +verrukkelijk. Welk een gezonde kunstenaarsnatuur! Hij heeft volkomen +gelijk met zijn betoog dat het gezonde het meest wezenlijke +bestanddeel in de romankunst is. Toch heeft tot op dezen dag alleen +het abnormale uitdrukking gevonden in het leven en de litteratuur. +Rossetti's brieven zijn afgrijselijk, in-'t-oog-loopend vervalscht +door zijn broeder. Toch wekte het mijn belangstelling te zien hoe mijn +oudooms _Melmoth_ en mijn moeders _Sidonia_ twee van de boeken waren, +die zijn jeugd boeiden. Wat de samenzwering tegen hem betreft in later +jaren, ik geloof dat die werkelijk bestond, en dat de fondsen +verschaft werden door Hake's Bank.[4] Het gedrag van een merel in +Cheyne Walk lijkt mij zeer verdacht, al zegt William Rossetti: "Ik kon +niets buitengewoons in het zingen van den merel ontdekken." Stevensons +brieven zijn ook een groote teleurstelling. Ik zie dat een romantische +omgeving de slechtst mogelijke omgeving is voor een romantisch +schrijver. In Gower Street had Stevenson een nieuwen _Trois +Mousquetaires_ kunnen schrijven. Op Samoa schreef hij brieven aan de +_Times_ over de Duitschers. Ik zie ook de sporen van een vreeselijke +inspanning om een natuurlijk leven te leiden. Om hout te hakken tot +eenig nut voor zichzelf of voordeel voor anderen, moet men niet +instaat zijn te beschrijven hoe men het doet. Feitelijk is het +natuurlijke leven het onbewuste leven. Stevenson verruimde enkel den +kring van het kunstmatige leven door zich aan het delven te zetten. +Uit het geheele onverkwikkelijke boek heb ik een les gehaald. Als ik +mijn toekomstig leven doorbreng met Baudelaire te lezen in een +koffiehuis, zal ik een natuurlijker leven leiden dan wanneer ik heggen +zou gaan knippen of cacao planten in slijkpoelen. _En Route_ wordt erg +overschat. + +Het is simpel journalisme. Het doet iemand nooit een noot hooren van +de muziek die het beschrijft. Het onderwerp is natuurlijk kostelijk, +maar de stijl is waardeloos, slofferig, slap. Het is slechter Fransch +dan dat van Ohnet. Ohnet wil afgezaagd zijn en het gelukt hem. +Huysmans wil het niet zijn en is het toch. Hardy's roman is een +aangenaam boek, en de stijl volmaakt, en die van Harold Frederic is +zeer belangwekkend om zijn inhoud. Daar er zoo goed als geen romans in +de gevangenisbibliotheek zijn voor de arme opgesloten kerels met wie +ik leef, denk ik later eens de bibliotheek te beschenken met +bijvoorbeeld een dozijn goede romans: die van Stevenson (geen aanwezig +dan _The Black Arrow_), enkele van Thackeray (geen aanwezig), van Jane +Austen (geen aanwezig), en enkele goede boeken in den trant van Dumas +pere, door Stanley Weyman bijvoorbeeld of eenig ander modern jong +schrijver. Gij noemdet een protege van Henley[5], nietwaar? Ook den +beschermeling van Anthony Hope zouden wij kunnen nemen. Na Paschen +zoudt Gij een lijst van zoowat veertien boeken kunnen opmaken en +aanvragen ze mij te mogen zenden. Zij zouden goed bevallen aan de +enkelen die niet geven om het _Journal des Goncourt_.[6] Denk er aan +dat ik ze zelf wil betalen. Ik zelf vind het afschuwelijk om in de +wereld terug te komen zonder een enkel boek in mijn bezit. Zouden er +niet onder mijn vrienden zijn, als Cosmo Lennox, Reggie Turner, +Gilbert Burgers, Max en anderen, die mij enkele boeken zouden willen +geven? Gij weet wat soort boeken ik wensch: Flaubert, Stevenson, +Baudelaire, Maeterlinck, Dumas pere, Keats, Marlowe, Chatterton, +Coleridge, Anatole France, Gautier, Dante en de geheele +Dante-literatuur, Goethe en de Goethe-literatuur, enzoovoort. Ik zou +het als een bijzondere vriendelijkheid waardeeren als boeken mij +wachtten, en daar zijn misschien wel onder mijn vrienden enkele die +het op prijs stellen iets voor mij te doen. Ik ben werkelijk heel +dankbaar, al vrees ik dat het dikwijls lijkt van niet. Maar bedenk dat +ik naast het gevangenisleven nog onophoudelijke kwellingen heb gehad. + +In antwoord op dezen moogt Gij mij een langen brief schrijven enkel +over tooneelstukken en boeken. Uw schrift, in Uw laatsten, was zoo +verfoeilijk slecht dat het leek of Gij een roman in drie deelen aan 't +schrijven waart over de vreeswekkende uitbreiding der communistische +denkbeelden onder den gegoeden stand, of U op eenige andere wijze +bezig hieldt met het verkwisten van een jeugd die altijd rijk aan +beloften is geweest en blijven zal. Als ik U grief door het aan zulk +een oorzaak toe te schrijven, stel het op rekening van de +overprikkeldheid eener lange gevangenis. Maar schrijf werkelijk +duidelijk. Anders lijkt het alsof Gij iets te verbergen hadt. + +Daar staat heel wat afschuwelijks in dezen brief, geloof ik. Maar ik +moest mij over U beklagen bij Uzelf en niet bij anderen. Lees mijn +brief aan More voor. Harris komt mij aanstaanden Zaterdag bezoeken, +hoop ik. Groet Arthur Clifton van mij, en zijn vrouw die, vind ik, zoo +zeer lijkt op Rossetti's vrouw--hetzelfde prachtige haar--maar +natuurlijk een liever natuur is, hoewel Miss Siddal bekorend is en +haar gedicht prima. + +Steeds de Uwe, + +Oscar. + +Noten: + +[4] Egmont Hake, schrijver van _Free Trade_ in _Capital_ en +voorvechter van een nieuw systeem van bankwezen, waarover Wilde zich +zeer scheen te vermaken. + +[5] Bedoeld is de bekende schrijver H. G. Wells. + +[6] Een nieuw deel van het Journal des Goncourt, waarin ook Wilde +besproken werd, was hem toegezonden in de gevangenis. + + + + +TWEE BRIEVEN, OVER HET LEVEN IN DE GEVANGENIS, AAN DE "DAILY +CHRONICLE." + + + + +I + +HET ONTSLAG VAN DEN GEVANGENBEWAARDER MARTIN + + +D. C. van 28 Mei 1897. + +WelEdelgeboren Heer, + +Met groot leedwezen lees ik in Uw blad dat de gevangenbewaarder Martin +van de gevangenis te Reading ontslagen is door de Commissie van +Toezicht omdat hij aan een klein kind dat honger had, enkele koekjes +heeft gegeven. Op den Maandag voorafgaande aan mijn ontslag zag ik +zelf de drie bedoelde kinderen. Zij waren juist gevonnist en stonden +in de groote hal op een rij in hun gevangeniskleeren met hun +beddelakens onder hun arm op het punt om weggebracht te worden naar de +voor hen bestemde cellen. Op dat oogenblik kwam ik door een der +zijgangen op weg naar de ontvangkamer om daar een onderhoud met een +vriend te hebben. Het waren heel kleine kinderen, de jongste--aan wien +de gevangenbewaarder de koekjes gafwas een tenger kereltje waarvoor +men klaarblijkelijk geen kleeren had kunnen vinden klein genoeg om te +passen. Ik had natuurlijk veel kinderen in de gevangenis gezien in de +twee jaar dat ik zelf opgesloten was. Vooral de gevangenis te +Wandsworth bevatte steeds een groot aantal kinderen. Maar het kind dat +ik in den namiddag van Maandag 17 dezer te Reading zag, was kleiner en +tengerder dan een van hen. Ik behoef U niet te zeggen hoezeer ontdaan +ik was over het zien dezer kinderen daar; want ik wist welke +behandeling hen wachtte. De wreedheid waarmede dag en nacht kinderen +in Engelsche gevangenissen worden behandeld, is ongeloofelijk behalve +voor hen die haar hebben bijgewoond en de onmenschelijkheid van het +stelsel beseffen. + +De menschen van tegenwoordig begrijpen niet wat wreedheid is. Zij +beschouwen haar als een soort schrikkelijken middeleeuwschen +hartstocht, en denken haar verbonden met mannen als Eccelino da Romano +en zijnsgelijken, wien het doordacht pijnigen van anderen een feilen +roes van genot gaf. Maar menschen van het allooi van Eccelino zijn +enkel abnormale typen van een verdorven individualisme. De +alledaagsche wreedheid is eenvoudig stompzinnigheid. Het is volslagen +gebrek aan verbeelding. Zij is in onze dagen het gevolg van +vastgelegde stelselen, van hartvochtig-onwrikbare regelen, en van +stompzinnigheid. Overal waar centralisatie is, is stompzinnigheid. +Het onmenschelijke in het moderne leven is de ambtelijkheid. Gezag is +even afbrekend voor hen die het uitoefenen, als voor hen over wie het +wordt uitgeoefend. Van het gevangenisbestuur en van het stelsel dat +het toepast, gaat in de eerste plaats de wreedheid uit, waarmee een +kind in de gevangenis behandeld wordt. De menschen die het stelsel +handhaven, hebben uitmuntende bedoelingen. Zij die het toepassen zijn +eveneens menschlievend in bedoeling. De verantwoordelijkheid wordt +geschoven op de verordeningen van tucht. Men gaat van de +veronderstelling uit dat een ding dat eenmaal voorschrift is, daarom +rechtvaardig is. + +De huidige behandeling der kinderen is verschrikkelijk, voornamelijk +van de zijde van menschen die de bijzondere zielkunde van de +kindernatuur niet verstaan. Een kind kan een straf begrijpen, die hem +opgelegd wordt door een persoon, bijvoorbeeld een ouder of voogd, en +haar met een zekere berusting dragen. Wat het niet kan begrijpen, is +een straf opgelegd door de maatschappij. Het kan niet beseffen wat de +maatschappij is. Bij volwassenen is het natuurlijk juist andersom. +Diegenen van ons, die in de gevangenis zijn of geweest zijn, kunnen +begrijpen, en doen dat inderdaad, wat die collectieve macht die men +maatschappij noemt, beduidt; en wat wij ook denken over haar wijze van +doen en haar eischen, wij kunnen ons er toe brengen haar te +aanvaarden. Straf, aan den anderen kant, die ons opgelegd wordt door +een persoon, is iets dat geen volwassene verdraagt of verwacht wordt +te verdragen. + +Dientengevolge wordt het kind dat van zijn ouders wordt weggenomen +door menschen die het nooit gezien heeft en van wie het niets afweet, +en dat te zitten komt in een eenzame onbekende cel, bewaakt door +vreemde gezichten, onder voordurende bevelen en bestraffingen van de +vertegenwoordigers van een stelsel dat het niet kan begrijpen, een +onmiddellijke prooi van de eerste en meest voor de hand liggende +aandoening die het moderne gevangenisleven veroorzaakt: angst. De +angst van een kind in de gevangenis is volkomen mateloos. Ik herinner +mij hoe ik eens te Reading, op weg naar buiten ter dagelijksche +oefening, in de schemerlichte cel vlak tegenover mijn eigene een +kleinen jongen zag. Twee bewaarders--geen onwelwillende +menschen--spraken met hem, klaarblijkelijk eenigszins streng, of +misschien ook gaven zij hem een of andere nuttige vermaning omtrent +zijn gedrag. De eene was bij hem in de cel, de ander stond buiten. Het +gezicht van het kind was zoo wit als een doek van louter angst. In +zijn oogen was de angst van een gejaagd dier. Den volgenden ochtend +hoorde ik onder het morgeneten hem huilen en roepen om naar buiten +gelaten te worden. Hij riep om zijn ouders. Van tijd tot tijd hoorde +ik de zware stem van den bewaarder die dienst had, hem zeggen dat hij +zich stil moest houden. Toch was hij zelfs nog niet gevonnist voor +het kleine misdrijf, wat het ook geweest moge zijn, dat men hem ten +laste had gelegd. Hij was eenvoudig in arrest. Dat wist ik, omdat hij +zijn eigen kleeren droeg, die er vrij netjes uitzagen. Toch droeg hij +gevangenissokken en -schoenen. Hieruit bleek dat hij een heel arme +jongen was, wiens eigen schoenen, als hij er had, in slechten staat +waren. Rechters en overheden, door de bank een volslagen onwetende +classe, geven kinderen vaak een week arrest, en schelden hun dan +mogelijk een of ander vonnis kwijt, dat zij recht hebben over hen te +spreken. Zij noemen dat "een kind niet naar de gevangenis sturen". Het +is natuurlijk een domme kijk op de zaak. De fijne onderscheiding in +maatschappelijke positie, of hij in de gevangenis is in arrest of +gevonnist, kan een klein kind niet vatten. Enkel daar te zijn is voor +hem een afgrijselijk ding. Enkel dat hij daar is, behoort een +afgrijselijk ding te zijn in de oogen der menschelijkheid. + +Deze angst die het kind, evengoed als den volwassene, aangrijpt en +beheerscht, wordt natuurlijk nog op onbeschrijfelijke wijze versterkt +door het systeem der afzonderlijke cellen in onze gevangenissen. Een +kind gedurende drie-en-twintig van de vier-en-twintig uren op te +sluiten in een schemerlichte cel is een voorbeeld van de wreedheid der +stompzinnigheid. Als een gewoon mensch, een ouder of een voogd, dit +met een kind deed, zou hij streng gestraft worden. Het Genootschap ter +voorkoming van mishandeling van kinderen zou de zaak terstond ter +hand nemen. Van alle kanten zou de grootste afschuw blijken voor +iemand die zich aan zulk een wreedheid had schuldig gemaakt. Een zware +straf zou ongetwijfeld volgen op de gebleken schuld. Maar onze huidige +maatschappij doet zelf erger, en voor een kind is het veel erger zoo +behandeld te worden door een vreemde onpersoonlijke macht, van wier +eischen het geen begrip heeft, dan het zou wezen om dezelfde +behandeling te ondergaan van zijn vader of moeder of iemand dien het +kende. De onmenschelijke behandeling van een kind is altijd +onmenschelijk, wie haar ook aandoet. Maar onmenschelijke behandeling +door de maatschappij is voor een kind des te schrikkelijker omdat geen +beroep mogelijk is. Een ouder of voogd kunnen vermurwd worden om het +kind uit de donkere eenzame kamer te laten, waarin het opgesloten zit. +Maar een bewaarder kan dat niet. De meeste bewaarders houden veel van +kinderen. Maar het stelsel verhindert hen het kind eenigen bijstand te +geven. Als zij het zouden doen, getuige Martin, worden zij ontslagen. + +Een tweede ding waarvan een kind in de gevangenis te lijden heeft, is +honger. Het voedsel dat het krijgt, bestaat uit een stuk gemeenlijk +slecht gebakken gevangenisbrood en een kroes water als ontbijt om half +acht. Om twaalf uur krijgt het middageten in den vorm van een portie +grove maisbrij; en om half zes krijgt het een stuk droog brood met +een kroes water voor avondeten. Deze dagkost is bij een krachtig man +altijd aanleiding tot een of andere ongesteldheid, voornamelijk, als +in de rede ligt, buikloop met zijn verzwakkende gevolgen. In een +groote gevangenis worden dan ook door de bewaarders geregeld +stopmiddelen uitgereikt als iets dat van zelf spreekt. Maar een kind +is in den regel onbekwaam om het voedsel ook maar te eten. Elk die +iets van kinderen afweet, weet hoe licht de spijsvertering van een +kind gestoord wordt door een huilbui, door alle soort verdriet en +geestelijk lijden. Een kind dat den geheelen dag en misschien den +halven nacht in een eenzame schemerlichte cel heeft gehuild en +vervolgd wordt door angst, kan zulk grof afschuwelijk voedsel +eenvoudig niet eten. Zoo huilde het kleine kind waaraan de bewaarder +Martin de koekjes gaf, op Dinsdagmorgen van honger, en was volkomen +onmachtig het brood en water dat het voor ontbijt gekregen had, te +nuttigen. Nadat het ontbijt was uitgereikt, ging Martin uit en kocht +de enkele koekjes voor het kind liever dan het te zien honger lijden. +Het was een edele daad van hem, en werd als zoodanig erkend door het +kind, dat, volkomen onbekend met de voorschriften van het +gevangenisbestuur, een der oudere bewaarders vertelde hoe lief deze +jongere bewaarder voor hem geweest was. Het gevolg was natuurlijk een +rapport en ontslag. + +Ik ken Martin buitengewoon goed en stond onder zijn toezicht +gedurende de laatste zeven weken van mijn gevangenschap. Bij zijn +aanstelling te Reading kreeg hij het toezicht over de zijgang C waarin +ik opgesloten zat, en dus zag ik hem voortdurend. Ik werd getroffen +door de uitzonderlijke vriendelijkheid en goedhartigheid in zijn wijze +van spreken tot mij en de overige gevangenen. Vriendelijke woorden +beduiden veel in de gevangenis, en met een aangenaam "goedenmorgen" of +"goedenavond" maakt men iemand zoo gelukkig als hij dat in de +gevangenis wezen kan. Hij was altijd toeschietelijk en welwillend. Ik +weet bij toeval van een ander geval af, waarin hij zich zeer +vriendelijk betoonde tegenover een der gevangenen, en ik aarzel niet +het te vermelden. Een der meest afgrijselijke dingen in de gevangenis +is de slechte inrichting op sanitaire gebied. Geen gevangene mag, +onder welke omstandigheden ook, zijn cel verlaten na half zes in den +namiddag. Indien hij derhalve aan buikloop lijdt, moet hij zijn cel +gebruiken als privaat en den nacht doorbrengen in de meest vunze en +ongezonde atmosfeer. Enkele dagen voor mijn ontslag deed Martin met +een der oudere bewaarders de ronde met het doel om het uitgeplozen +touw en de gereedschappen der gevangenen in te zamelen. Een man die +pas gevangen zat, en tengevolge van het voedsel, zooals steeds het +geval is, aan hevigen buikloop leed, vroeg den ouderen bewaarder +vergunning zijn vuilnisvat te mogen leegmaken wegens den +afgrijselijken stank der cel en de mogelijkheid van een nieuwen +aanval in den nacht. De oudere bewaarder weigerde onverbiddelijk; het +was tegen de voorschriften. De man zou den nacht hebben moeten +doorbrengen in dezen vreeselijken toestand. Martin echter kon dezen +ongelukkige niet in zulk een walgelijken staat zien en zeide dat hij +zelf het voor hem zou doen en deed naar zijn woorden. Dat een +bewaarder het vuilnisvat van een gevangene leegmaakt, is natuurlijk in +strijd met de voorschriften, maar Martin bewees deze daad van +welwillendheid aan den man uit eenvoudige natuurlijke goedhartigheid, +en de man, als van zelf spreekt, was hem er zeer dankbaar voor. + +Met betrekking tot kinderen is er in den laatsten tijd heel wat +gepraat en geschreven over den bezoedelenden invloed van de gevangenis +op jonge kinderen. Wat men beweert, is volkomen waar. Een kind wordt +op de ergste wijze bezoedeld door het leven in de gevangenis. Maar de +bezoedelende invloed gaat niet uit van de gevangenen. Hij gaat uit van +het gevangenisstelsel in zijn geheel: den directeur, den geestelijke, +de bewaarders, de eenzame cel, de afzondering, het weerzinwekkend +voedsel, de voorschriften van de commissie van toezicht, de +tuchtmatigheid, zooals men den term ijkt, van het leven. Geen voorzorg +laat men achterwege om een kind af te zonderen zelfs van het gezicht +van alle gevangenen boven de zestien. De kinderen zitten achter een +gordijn in de kerk, en worden ter openluchtoefening gestuurd naar +nauwe zonlooze binnenplaatsen--soms naar een steenen binnenplaats, +soms naar een binnenplaats achter de molens--om te beletten dat zij de +andere gevangenen in oefening zouden zien. Maar de eenige werkelijk +vermenschelijkende invloed in de gevangenis is die der gevangenen. Hun +blijmoedigheid in vreeselijke omstandigheden, hun onderling +medegevoel, hun deemoed, hun zachtzinnigheid, de gulle glimlach +waarmede zij elkaer begroeten, hun volkomen berusting in hun straf +zijn zonder uitzondering bewonderenswaardig, en ik zelf heb menige +deugdelijke les van hen geleerd. Ik bedoel niet voor te stellen dat de +kinderen niet achter een gordijn moeten zitten in de kerk, of dat zij +lichaamsbeweging behooren te nemen in een hoek van de gemeene +binnenplaats. Ik wil er enkel op wijzen dat de slechte invloed op +kinderen niet is en nimmer zou kunnen wezen die der gevangenen, maar +is en altijd blijven zal die van het gevangenisstelsel zelf. Daar is +geen enkel man in de gevangenis te Reading, die niet met vreugde den +straftijd der drie kinderen voor hen zou hebben uitgezeten. Den +laatsten keer dat ik hen zag, was op Dinsdag na hun opneming. Ik was +met misschien een dozijn anderen met de openluchtoefening bezig om +half twaalf, toen de drie kinderen onder toezicht van een bewaarder +vlak langs ons kwamen van de vochtige sombere steenen binnenplaats +waar zij oefening hadden gehad. Ik zag het groote medelijden en +medegevoel in de oogen mijner gezellen terwijl ze naar de kinderen +keken. Gevangenen zijn als stand uiterst vriendelijk en medegevoelig +voor elkander. Lijden en de gemeenschappelijkheid van lijden maakt de +menschen vriendelijkgezind, en dag aan dag placht ik, terwijl ik de +binnenplaats op en neer stapte, met vreugde en vertroosting te +gevoelen wat Carlyle ergens noemt "de stilzwijgende rhythmische +bekoring van menschelijke kameraadschap". In dit punt zoo goed als in +alle andere zijn philanthropen en menschen van dat slag in den dool. +Niet de gevangenen hebben verbetering noodig, maar de gevangenissen. + +Natuurlijk behoort geen kind onder de veertien ook maar thuis in de +gevangenis. Een kind daarheen sturen is een ongerijmdheid en, evenals +zoovele ongerijmdheden, volstrekt rampzalig in zijn gevolgen. Als zij +toch naar de gevangenis moeten, behoorden zij overdag in een +werkplaats of in een schoollokaal met een bewaarder. 's Nachts +behoorden zij te slapen in een slaapzaal met een nachtbewaarder om op +hen te passen. Lichaamsbeweging behooren zij minstens drie uur per dag +te krijgen. De donkere, slecht geluchte, kwalijk riekende +gevangeniscellen zijn verschrikkelijk voor een kind, eigenlijk voor +iedereen. Men ademt altijd bedorven lucht in de gevangenis. Het +voedsel voor kinderen moest bestaan in thee met boterhammen en soep. +De gevangenissoep is zeer smakelijk en gezond. Een besluit van het +Lagerhuis kon de behandeling der kinderen in een half uur regelen. Ik +hoop dat U Uw invloed daartoe zult aanwenden. De huidige behandeling +van kinderen is werkelijk een schimp voor menschelijkheid en gezond +verstand. Zij komt voort uit stompzinnigheid. + +Laat mij nu nog Uw aandacht mogen vestigen op een ander vreeselijk +ding dat voorkomt in Engelsche gevangenissen of liever in de +gevangenissen over de geheele wereld, waar het stelsel van +stilzwijgendheid en cellulaire opsluiting wordt toegepast. Ik bedoel +het groot aantal menschen die krankzinnig of zwakhoofdig worden in de +gevangenis. In strafgevangenissen is dit natuurlijk heel gewoon, maar +in gewone gevangenissen, als waarin ik opgesloten zat, komt het +eveneens voor. + +Ongeveer drie maanden geleden merkte ik onder de gevangenen die met +mij lichaamsbeweging namen, een jongman op, die mij onnoozel of onwijs +leek. Elke gevangenis natuurlijk heeft haar halfwijze patienten, die +telkens terugkomen en van wie men zeggen kan dat zij in de gevangenis +wonen. Maar het trof mij dat deze jonge man erger onwijs leek dan +gewoonlijk het geval is, als bleek uit zijn onnoozele grijns en zijn +idiote manier van in zichzelf te lachen en de in 't oog vallende +rusteloosheid van zijn eeuwig knijpwringende handen. Al de andere +gevangenen merkten de vreemdheid van zijn gedrag op. Van tijd tot tijd +verscheen hij niet op de oefening, waaruit ik begreep dat hij straf +had en in zijn cel moest blijven. Ten slotte merkte ik dat hij onder +voortdurend toezicht stond, en dag en nacht door bewaarders werd +bewaakt. Als hij wel op de oefening verscheen, leek hij steeds een +zenuwaanval te hebben, en liep geregeld te huilen en te lachen. In de +kerk moest hij zitten onder onmiddellijk toezicht van twee bewaarders, +die hem den geheelen tijd nauwlettend in 't oog hielden. Soms liet hij +telkens het hoofd zakken in zijn open handen, een overtreding van de +voorschriften in de kerk, en telkens werd zijn hoofd oogenblikkelijk +omhoog geduwd door een der bewaarders, zoodat hij gedwongen werd zijn +oogen onafgebroken gericht te houden op de avondmaalstafel. Een +anderen keer zat hij te huilen--zonder de minste stoornis te +veroorzaken--met de tranen stroomend langs zijn gezicht en een +zenuwachtig snikken in zijn keel. Dan weer grijnsde hij voor zichzelf +als een idioot en trok gezichten. Meer dan eens werd hij de kerk +uitgestuurd naar zijn cel, en natuurlijk kreeg hij voortdurend straf. +Daar de bank waar ik gewoonlijk zat in de kerk, vlak achter de bank +was, aan het eind waarvan deze ongelukkige zijn plaats had, had ik +ruim gelegenheid hem gade te slaan. Ik zag hem vanzelf ook aanhoudend +bij de oefening, en ik zag dat hij bezig was krankzinnig te worden, +terwijl men hem behandelde alsof hij zich aanstelde. + +Zaterdag voor een week was ik omtrent een uur in mijn cel bezig het +tingerei dat ik voor mijn middageten gebruikt had, te reinigen en te +poetsen. Plotseling werd ik opgeschrikt doordat de stilte van de +gevangenis verbroken werd door het meest afgrijselijke en +weerzinwekkende gegil, of liever gehuil; want eerst dacht ik dat men +bezig was een of ander dier, een stier of een koe, op onbedreven wijze +te slachten buiten de gevangenismuren. Weldra echter bleek het mij dat +het gehuil beneden uit de gevangenis kwam, en ik begreep dat men bezig +was een of anderen ongelukkige af te ranselen. Ik behoef niet te +zeggen hoe gruwelijk en schrikkelijk het mij aandeed, tot ik mij begon +af te vragen wie het kon zijn, dien men op zoo weerzinwekkende wijze +afstrafte. Plotseling ging mij een licht op, dat zij waarschijnlijk +dezen ongelukkigen waanzinnige aan 't ranselen waren. Mijn gevoelens +dienomtrent behoef ik niet te boeken; zij hebben niets te maken met de +zaak. + +Den volgenden dag, Zondag den 16den, zag ik den armen vent bij de +oefening; zijn ziekelijk, leelijk ellende-gezicht was bijna niet te +herkennen, opgezwollen als het was van tranen en zenuwlijden. Hij liep +in den binnensten kring met de oude mannen, de bedelaars en de +kreupelen, zoodat ik hem den geheelen tijd kon waarnemen. Het was mijn +laatste Zondag in de gevangenis, volmaakt heerlijk weder, het mooiste +weer van het gansche jaar, en daar in het schoone zonnelicht liep dit +arme schepsel, eenmaal gemaakt naar het beeld van God, te grijnzen +als een aap en met zijn handen de meest fantastische gebaren te maken +alsof hij in de lucht een onzichtbaar snareninstrument bespeelde of +bezig was fiches te schikken en uit te deelen in een of ander zeldzaam +spel. Onderhand liepen in gore stralen de zenuwlijderstranen +waarzonder niemand van ons hem ooit zag, voortdurend over zijn wit +gezwollen gezicht. De afzichtelijke en bedachtzame manierlijkheid van +zijn gebaren maakte hem gelijk aan een hansworst. Hij was een levend +grotesk. Al de andere gevangenen keken naar hem, en niet een van hen +glimlachte. Ieder begreep wat hem overkomen was, en dat men bezig was +hem krankzinnig te maken,--dat hij reeds krankzinnig was. Na een half +uur werd hij door den bewaarder naar binnen geleid en denkelijk +gestraft. Hij was tenminste Maandag niet op de oefening, hoewel ik +meen hem even gezien te hebben in den hoek van de steenen binnenplaats +onder toezicht van een bewaarder. + +Dinsdag daarop, mijn laatsten dag in de gevangenis, zag ik hem bij de +oefening. Hij was nog erger dan den vorigen keer, en werd weer naar +binnen gestuurd. Sindsdien weet ik niets van hem, maar van een der +gevangenen, die op de oefening vlak bij mij liep, kwam ik te weten dat +hij Zaterdagmiddag in het kookhuis vier-en-twintig slagen gekregen had +op bevel van de rechters op bezoek en na rapport van den dokter. Het +gehuil dat ons allen verschrikt had, was van hem geweest. Deze man is +ongetwijfeld op weg krankzinnig te worden. De gevangenisdokters hebben +geen verstand van eenige ziekte van den geest. Zij zijn in hun soort +onwetende lieden. De pathologie van den geest is hun onbekend. Als +iemand krankzinnig wordt, behandelen zij hem alsof hij zich aanstelde. +Zij laten hem telkens weer straffen. Natuurlijk wordt de man hoe +langer hoe erger. Wanneer de gewone straffen zijn uitgeput, brengt de +dokter rapport uit van het geval aan de rechters. Het gevolg is +afranselen. Natuurlijk doet men dat niet met een karwats. Het is wat +men "berken" noemt. Het werktuig is een berkeroede. Maar de uitwerking +op den rampzaligen halfwijze kan men zich verbeelden. + +Zijn nummer is, of was in elk geval, A.2.11. Het gelukte mij ook zijn +naam uit te vinden. Hij heet Prince. Daar moet terstond iets voor hem +gedaan worden. Hij is soldaat en veroordeeld door den krijgsraad. Zijn +straftijd is zes maanden. Hij heeft nog drie maanden voor den boeg. + +Mag ik U verzoeken Uw invloed te gebruiken om dit geval te doen +onderzoeken en maatregelen te doen nemen dat de waanzinnige gevangene +behoorlijk behandeld wordt? + +Een rapport van de Medische Commissie baat niets. Men kan het niet +vertrouwen. De mannen van het medisch toezicht schijnen het verschil +niet te begrijpen tusschen idiootheid en waanzin, tusschen de volkomen +afwezigheid van een functie of een orgaan en de ziekte van een +functie of een orgaan. Deze man A.2.11 zal ongetwijfeld instaat zijn +zijn naam op te geven, den aard van zijn misdrijf, den dag der maand, +den datum van aanvang en einde van zijn straftijd, en zal antwoord +kunnen geven op iedere gewone eenvoudige vraag. Maar dat zijn geest +ziek is, lijdt geen twijfel. Op het oogenblik is een vreeselijk duel +aan den gang tusschen hem en den dokter. De dokter vecht voor een +theorie. De man vecht voor zijn leven. Ik zou graag zien dat de man +het won. Maar laat het geheele geval onderzocht worden door +zaakkundigen die van hersenziekten verstand hebben, en door menschen +van menschlievende gevoelens, die nog wat gezond verstand en wat +medelijden hebben. Er bestaat geen reden de tusschenkomst in te roepen +van de sentimenteelen. Zij schaden altijd. + +Het geval is een bijzonder voorbeeld van de wreedheid die +onafscheidelijk is van een stompzinnig stelsel; want de tegenwoordige +directeur van Reading is een man van een zachtaardig en menschlievend +karakter, en die bij al de gevangenen grootelijks bemind en geacht is. +Hij werd verleden Juli aangesteld, en hoewel hij de voorschriften van +het gevangenisstelsel niet kan wijzigen, heeft hij den geest +gewijzigd, waarin zij onder zijn voorganger werden toegepast. Hij is +zeer geliefd onder de gevangenen en onder de bewaarders. Hij heeft +inderdaad den geheelen toon van het gevangenisleven veranderd. Aan +den anderen kant ligt het systeem natuurlijk buiten zijn bereik, wat +aangaat het wijzigen der voorschriften. Ik twijfel niet of hij moet +dagelijks veel zien wat hij voor onrechtvaardig, stompzinnig en wreed +houdt. Maar zijn handen zijn gebonden. Vanzelf weet ik niets af van +zijn eigenlijken kijk op het geval van A.2.11, evenmin als van zijn +opvattingen over ons tegenwoordig stelsel. Ik beoordeel hem enkel naar +de volslagen verandering die hij te weeg bracht in de gevangenis te +Reading. Onder zijn voorganger werd het stelsel toegepast met de +grootste hardvochtigheid en stompzinnigheid. + +Uw dienstwillige, + +OSCAR WILDE. + +27 Mei 1897. + + + + +II + +VERBETERINGEN INZAKE DE GEVANGENIS + +("Lees dit niet, als gij vandaag gelukkig wilt zijn.") + +D.C. van 24 Maart 1898. + + +WelEdelgeboren Heer, + +Ik verneem dat het wetsvoorstel van den minister van binnenlandsche +zaken tot verbeteringen inzake de gevangenis deze week in eerste en +tweede lezing gaat, en daar Uw dagblad het eenige blad in Engeland +geweest is, dat van een werkelijke en levenskrachtige belangstelling +in deze gewichtige zaak heeft blijk gegeven, hoop ik dat Gij mij, als +iemand die een lange persoonlijke ervaring heeft opgedaan van het +leven in een Engelsche gevangenis, vergunnen zult uiteen te zetten +welke verbeteringen in ons tegenwoordig stompzinnig en barbaarsch +stelsel dringend noodzakelijk zijn. + +In een hoofdartikel dat ongeveer een week geleden in Uwe kolommen +verscheen, lees ik dat de voornaamste verbetering die voorgesteld +wordt, een vermeerdering bedoelt van het aantal toezieners en +officieele bezoekers die toegang zullen hebben tot onze Engelsche +gevangenissen. + +Zulk een hervorming is volkomen nutteloos. De reden is uiterst +eenvoudig. De toezieners en vrederechters die de gevangenis bezoeken, +komen daar met de bedoeling om na te gaan of de +gevangenisvoorschriften behoorlijk worden uitgevoerd. Zij komen voor +geen ander doel en hebben, zelfs als zij het zouden begeeren, +volstrekt geen macht om een enkele bepaling in de voorschriften te +wijzigen. Geen gevangene heeft ooit de minste verlichting, of +oplettendheid, of zorg van eenigen officieelen bezoeker ondervonden. +De bezoekers komen niet om de gevangenen te helpen, maar om na te gaan +of de voorschriften worden uitgevoerd. Het doel van hun komst is de +bevestiging te verzekeren van een dwaas en onmenschelijk wetsgeheel. +En daar zij toch iets te doen moeten hebben, besteden zij daar zeer +goede zorg aan. Een gevangene wien de geringste bevoorrechting is +toegestaan, vreest de komst der toezieners. En zoovaak er een +inspectie plaats heeft, zijn de beambten ruwer dan gewoonlijk voor de +gevangenen. Hun bedoeling is natuurlijk te toonen welk een +schitterende tucht zij handhaven. + +De noodzakelijke hervormingen zijn zeer eenvoudig. Zij betreffen de +lichamelijke en de geestelijke behoeften van iederen ongelukkigen +gevangene afzonderlijk. + +Wat de eerste aangaat, daar zijn in de Engelsche gevangenissen drie +bestendige straffen, door de wet bekrachtigd: + + 1 deg. honger, + 2 deg. slapeloosheid, + 3 deg. ziekte. + +Het voedsel dat aan de gevangenen wordt verstrekt, is geheel en al +onvoldoende. Het grootste deel ervan is van weerzinwekkende +hoedanigheid. Het geheel is ontoereikend. Elke gevangene lijdt dag en +nacht aan honger. Een bepaalde hoeveelheid voedsel wordt zorgvuldig +bij onsen afgewogen voor iederen gevangene. Het is juist genoeg, om +niet bepaald het leven, maar het voortbestaan in stand te houden. Men +wordt voortdurend gefolterd door het knagen en de weeheid van den +honger. + +Het gevolg van het voedsel--dat in de meeste gevallen bestaat uit +slappe gruttenpap, varkensreuzel en water--is ongesteldheid in den +vorm van onafgebroken buikloop. Deze ziekte die ten slotte bij de +meeste gevangenen een chronische kwaal wordt, is een erkende +instelling in iedere gevangenis. In de gevangenis te Wandsworth +bijvoorbeeld--waar ik twee maanden zat opgesloten tot ik naar het +hospitaal moest overgebracht worden, waar ik nog twee maanden +verbleef--gaan de bewaarders twee- of driemaal daags rond met +stopmiddelen die zij aan de gevangenen uitreiken als een ding dat +vanzelf spreekt. Het is onnoodig te zeggen dat na een dusdanige +behandeling van een week of zoo het geneesmiddel volstrekt geen +uitwerking meer heeft. De rampzalige gevangene wordt dan ten prooi +gelaten aan de meest verzwakkende, nederdrukkende en vernederende +ziekte die men bedenken kan; en als hij, zooals vaak gebeurt, uit +lichamelijke zwakte tekort schiet in het volbrengen van zijn +voorgeschreven omwentelingen aan de kruk of den molen, wordt van hem +rapport gemaakt als lui en wordt hij met de grootste strengheid en +ruwheid gestraft. En dat is nog niet alles. + +Niets is in zoo slechten toestand als de sanitaire inrichtingen in een +Engelsche gevangenis. In vroeger dagen was iedere cel voorzien van een +soort privaat. Deze privaten zijn nu afgeschaft. Zij komen nergens +meer voor. Een klein tinnen vat wordt in plaats daarvan aan elken +gevangene verstrekt. Drie keer daags mag de gevangene zijn vuil +verwijderen. Maar de toegang tot de gevangenisprivaten wordt hem enkel +toegestaan gedurende het eene uur der openluchtoefening En na vijf uur +'s namiddags mag hij zijn cel onder geen enkel voorwendsel en om geen +enkele reden verlaten. Dientengevolge bevindt zich iemand die aan +buikloop lijdt, in een zoo walgelijken toestand dat het onnoodig is, +of liever dat het onwelvoegelijk zou zijn er bij stil te staan. De +ellende en kwellingen die de gevangenen doormaken ten gevolge van de +weerzinwekkende inrichtingen op sanitaire gebied zijn volkomen +onbeschrijfelijk. En de bedorven lucht in de gevangeniscellen, die nog +verergerd wordt door een volslagen uitwerkingloos ventilatiesysteem, +is zoo wee en ongezond, dat het geregeld voorkomt dat bewaarders, als +zij 's morgens uit de frissche lucht komen en elke cel openen en +inspecteeren, hevig onpasselijk worden. Ik zelf heb dit minstens drie +maal bijgewoond, en verscheidene bewaarders hebben er mij over +gesproken als een der vele tegenzinwekkende duigen die hun ambt +meebrengt. + +Het voedsel dat den gevangenen verstrekt wordt, behoorde in allen +deele voldoende en gezond te zijn. Het behoort niet van zulk een +hoedanigheid te wezen, dat het voortdurenden buikloop ten gevolge +heeft, die, eerst een ziekte, allengs een chronische kwaal wordt. + +De inrichtingen op sanitaire gebied in de Engelsche gevangenissen +behooren in den grond gewijzigd te worden. Elke gevangene moet toegang +hebben tot de privaten zoovaak dat noodig is, en moet even vaak zijn +vuil kunnen verwijderen. Het tegenwoordige ventilatiesysteem in elke +cel afzonderlijk is geheel en al nutteloos. De versche lucht komt door +dichtgesperd rasterwerk en dan door een kleinen ventilator in het +smalle getraliede venster, die veel te klein is en te slecht +geconstrueerd om eenige voldoende hoeveelheid versche lucht binnen te +laten. Iemand wordt enkel gedurende een uur van de vier-en-twintig die +den langen dag uitmaken, uit zijn cel gelaten, en hij ademt dus +gedurende drie-en-twintig uren de meest bedorven lucht in. + +Slapeloosheid als straf bestaat slechts in Chineesche en in Engelsche +gevangenissen. In China wordt zij toegepast doordat men den gevangene +plaatst in een enge bamboekooi, in Engeland door middel van de houten +brits. Het doel van de houten brits is het veroorzaken van +slapeloosheid. Zij heeft geen enkel ander doel, en het doel dat zij +heeft, wordt zonder uitzondering bereikt. En zelfs wanneer men +naderhand een harde matras krijgt, zooals het gaat in den loop der +gevangenschap, lijdt men nog steeds aan slapeloosheid. Want slaap is, +evenals alle gezonde dingen, een gewoonte. Elke gevangene die een tijd +lang op een houten brits heeft gelegen, lijdt aan slapeloosheid. Het +is een weerzinwekkende en domme straf. + +Nu zou ik gaarne wat in 't midden brengen over de geestelijke +behoeften van den gevangene. + +Het tegenwoordige gevangenisstelsel lijkt bijna als doel te hebben het +te gronde richten en vernietigen der verstandelijke vermogens. Of +indien het veroorzaken van krankzinnigheid hier niet het doel is, het +is zeker het gevolg. Dat is een welbewezen feit. De oorzaken liggen +voor de hand. Verstoken van boeken, van alle menschelijke omgeving, +afgezonderd van elken menschelijken en vermenschelijkenden invloed, +veroordeeld tot eeuwigdurend stilzwijgen, beroofd van alle verkeer met +de buitenwereld, behandeld als een verstandeloos dier, verredeloosd +onder het peil van welk redeloos schepsel ook, kan de ongelukkige die +opgesloten zit in een Engelsche gevangenis, nauwelijks aan +krankzinnigheid ontkomen. Het is mijn wensch niet lang bij deze +afgrijselijkheden stil te staan, nog veel minder eenige voorbijgaande +sentimenteele belangstelling er voor te wekken. Dus zal ik enkel, met +Uw goedvinden, aangeven wat men behoorde te doen. + +Elke gevangene behoort een voldoende hoeveelheid boeken tot zijn +beschikking te hebben. Op het oogenblik krijgt men in de eerste drie +weken van zijn gevangenschap volstrekt geen boeken behalve een bijbel, +een gebeden- en een gezangboek. Daarna krijgt men een boek per week. +Dat is niet alleen onvoldoende, maar de boeken die een gewone +gevangenisbibliotheek vormen, zijn volmaakt nutteloos. Zij bestaan +hoofdzakelijk uit derderangsche, slecht geschreven, zoo-genaamd +godsdienstige boeken, klaarblijkelijk geschreven voor kinderen en +volkomen ongeschikt voor kinderen of voor iemand anders. De gevangenen +behoorden aangemoedigd te worden tot lezen, en alle boeken te krijgen +die zij noodig hebben, en de boeken behoorden goed gekozen te zijn. +Thans geschiedt de keuze der boeken door den aan de gevangenis +verbonden geestelijke. + +Onder het huidige stelsel staat men een gevangene toe zijn vrienden +slechts vier keer in 't jaar te zien, telkens gedurende twintig +minuten. Dit is geheel verkeerd. Een gevangene behoort zijn vrienden +eens per maand te zien en gedurenden een redelijken tijd. In de thans +gebruikelijke wijze van een gevangene voor zijn vrienden ten toon te +stellen behoort verandering gebracht te worden. Onder het +tegenwoordige stelsel wordt de gevangene opgesloten hetzij in een +groote ijzeren kooi of in een groote houten kast met een kleine +opening, bedekt met ijzergaas, waardoor men hem toestaat te gluren. +Zijn vrienden worden in een gelijke kooi gezet op een afstand van drie +of vier voet, en twee bewaarders staan in de tusschenruimte om toe te +luisteren en, als het hun goeddunkt, het gesprek te doen ophouden of +afbreken, naar het uitkomt. De nu gebruikelijke regeling is +onuitsprekelijk weerzinwekkend en kwellend. Een bezoek van zijn +verwanten of vrienden beduidt voor elken gevangene dieper vernedering, +feller geestelijke ellende. Vele gevangenen willen hun vrienden +volstrekt niet ontvangen, liever dan zulk een kruisgang te doorstaan. +En dit verwondert mij niet. Wanneer iemand bezoek krijgt van zijn +advocaat, spreekt men hem in een kamer met een glazen deur, aan de +andere zijde waarvan de bewaarder staat. Wanneer iemand bezoek krijgt +van zijn vrouw en kinderen, of zijn ouders of zijn vrienden, behoort +hem hetzelfde voorrecht te worden toegestaan. Om als een aap in een +kooi tentoongesteld te worden voor menschen die van ons houden en van +wie wij houden, is een noodelooze en afgrijselijke vernedering. Iedere +gevangene behoorde tenminste eens in de maand te mogen schrijven en +een brief ontvangen. Op 't oogenblik mag men maar vier maal in 't jaar +schrijven. Dit is geheel onvoldoende. Een van de rampen van het leven +in de gevangenis is dat het iemands hart versteent. De gevoelens der +natuurlijke genegenheid hebben evenals andere gevoelens behoefte aan +voeding. Zij sterven licht aan gebrek. Een korte brief vier keer in 't +jaar is niet voldoende om de meer zachtzinnige en menschelijke +genegenheden in 't leven te bewaren, die ten slotte onze natuur +gevoelig houden voor goede en schoone invloeden, het eenige dat een +verbrijzeld en gebroken leven kan heelen. + +Aan de gewoonte om de brieven der gevangenen te verminken en te +besnoeien behoort een eind te worden gemaakt. Wanneer tegenwoordig een +gevangene in een brief eenige klacht uit tegen het gevangenisstelsel, +wordt dat gedeelte van zijn brief met een schaar uitgeknipt. Als hij, +aan den anderen kant, eenige klacht uit bij het spreken met zijn +vrienden door de tralien der kooi of de opening in de houten kast, +wordt hij op ruwe wijze tot de orde geroepen door de bewaarders en +krijgt rapport en straf die wekelijks terugkeert totdat hij weer een +volgenden keer bezoek mag ontvangen, in welken tusschentijd men +verwacht dat hij niet verstandig, maar listig zal zijn geworden; en +listigheid leert iemand altijd. Het is een van de weinige dingen die +men in de gevangenis leert. Gelukkig zijn in een enkel geval die +andere weinige dingen van hooger waarde. + +Mag ik nog een oogenblik van Uw geduld gebruik maken voor het +volgende? In Uw hoofdartikel deedt Gij het denkbeeld aan de hand dat +geen aan de gevangenis verbonden geestelijke tegelijk eenige bemoeiing +of bezigheid zou mogen hebben buiten de gevangenis zelf. Maar dit is +een zaak van geen gewicht. Die geestelijken hebben volstrekt geen nut. +Zij zijn in hun soort welmeenende, maar dwaze, ja onnoozele menschen. +Geen enkele gevangene ondervindt van hen eenige hulp. Eens in de zes +weken of zoo gaat de sleutel in het slot van iemands celdeur over, en +de geestelijke komt binnen. De gevangene gaat natuurlijk in de houding +staan. De geestelijke vraagt hem of hij in zijn bijbel gelezen heeft. +Hij antwoordt "ja" of "neen", naar het geval is. De geestelijke haalt +een paar bijbelteksten aan en gaat weg en sluit de deur. Van tijd tot +tijd laat hij een traktaatje achter. + +De beambten die geen betrekking buiten de gevangenis behoorden te +mogen aanhouden, en geen burgerpraktijk te hebben, zijn de +gevangenisdokters. Thans hebben de gevangenisdokters, zoo al niet +altijd, toch geregeld een uitgebreide burgerpraktijk en zijn tegelijk +aangesteld in andere inrichtingen. Het gevolg is dat de +gezondheidstoestand der gevangenen geheel verwaarloosd wordt, en de +sanitaire staat der gevangenis volkomen onverzorgd gelaten. In zijn +soort beschouw ik--en ik heb dat altijd gedaan van kindsbeen af--het +beroep van dokter als het meest menschelijke beroep in de gemeenschap. +Maar gevangenisdoktoren moet ik uitzonderen. Voorzoover ik hen +ontmoet heb en naar wat ik in het hospitaal en elders van hen zag, +zijn zij ruw in hun optreden, van grove ongevoeligheid en volslagen +onverschillig voor de gezondheid der gevangenen en hun goede +verpleging. Indien den gevangenisdokters burgerpraktijk verboden was, +zouden zij genoodzaakt worden eenige belangstelling te hebben in den +gezondheidstoestand en de sanitaire omstandigheden van de menschen die +onder hun behandeling zijn. + +Ik heb in dit schrijven getracht enkele der hervormingen aan te +wijzen, die in ons Engelsch gevangenisstelsel noodzakelijk zijn. Zij +zijn eenvoudig, praktisch en menschelijk. Natuurlijk zijn zij maar een +begin. Maar het wordt tijd dat er een begin gemaakt wordt, en hiertoe +kan alleen de stoot gegeven worden door den sterken druk der openbare +meening, verwoord in en aangekweekt door Uw machtig blad. + +Maar om te maken dat zelfs deze hervormingen iets uitwerken, moet +eerst heel wat gedaan worden. En de eerste en misschien moeilijkste +taak is van de directeurs beter menschen, van de bewaarders beschaafde +lieden en van de geestelijken beter Christenen te maken. + +Uw dienstwillige dienaar, + +de schrijver van "The Ballad of Reading Gaol". + +23 Maart 1898. + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De profundis, by Oscar Wilde + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE PROFUNDIS *** + +***** This file should be named 13585.txt or 13585.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/5/8/13585/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the PG Online Distributed +Proofreading Team + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
