diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:41:56 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:41:56 -0700 |
| commit | bd8c591ee958a84641b0de53816682ed4fa62eb7 (patch) | |
| tree | 09947270d8812540a012ac9f4359e56077909957 /13346.txt | |
Diffstat (limited to '13346.txt')
| -rw-r--r-- | 13346.txt | 4445 |
1 files changed, 4445 insertions, 0 deletions
diff --git a/13346.txt b/13346.txt new file mode 100644 index 0000000..e86242b --- /dev/null +++ b/13346.txt @@ -0,0 +1,4445 @@ +The Project Gutenberg EBook of Reis naar Yucatan, by Desire Charnay + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Reis naar Yucatan + "De Aarde en haar Volken," jaargang 1886 + +Author: Desire Charnay + +Release Date: September 1, 2004 [EBook #13346] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS NAAR YUCATAN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + + + + + + + + + +Reis naar Yucatan + +door + +Desire Charnay + + +(uit "De Aarde en haar Volken," jaargang 1886) + + + +Bij allen, die zich bezig houden met de zoo belangwekkende studie +van de amerikaansche oudheid, dat wil zeggen met de studie der +beschaving en der geschiedenis van Amerika voor de ontdekking door +Columbus en de verovering door de Spanjaarden en andere europeesche +mogendheden,--bij die allen is de naam van den heer Desire Charnay +geen onbekende. Hij gaf ons belangrijke studien over het oude Mexico en +andere landen van Centraal-Amerika, die hij zelf bereisde, voornamelijk +met het doel om de nog overgebleven sporen en gedenkteekenen eener +ondergegane beschaving te leeren kennen, en daarmede winst te doen +voor de oplossing van zoo menig gewichtig vraagstuk op ethnografisch +gebied. De lezers van _De Aarde_ brachten wij nog niet met den +arbeid van den heer Charnay in kennis: wij willen dit thans doen, +door hem te vergezellen op zijne reis naar het schiereiland Yucatan, +niet een der minst belangrijke landstreken van Centraal-Amerika. + + +I + + +Den 1_sten_ December 1881 wierp de boot het anker uit op de reede van +het dorp Progreso, de tegenwoordige haven van het schiereiland. Er woei +een vrij harde noordenwind, en als trouwens alle groote stoomschepen, +moesten wij het anker uitwerpen op vier a vijf mijlen afstands van +den wal, dien wij ter nauwernood konden zien: de kleine gebouwen van +Progreso krompen op dien afstand tot mikroskopische huisjes samen. Deze +kust met hare ondiepten en zandbanken staat sinds lang ter kwader +naam; evenmin als wij, konden de eerste spaansche ontdekkers haar +van nabij naderen. Bij ruw weer is de ontscheping zeer gevaarlijk; +maar de bootslieden zijn zoo voor hunne taak berekend, dat zij ons +zonder eenig letsel, uitgenomen een aanval van zeeziekte, aan den +kleinen houten havendam brengen. + +Yucatan is een groot schiereiland, waarvan de vorming nog niet voltooid +is. Het noordelijk gedeelte, waar de kalkachtige bodem nog maar met +eene dunne laag teelaarde is bedekt, is eene dorre kale vlakte; in het +midden wordt de grond, sinds langer gevormd, vruchtbaarder en minder +vlak; in het zuiden eindelijk verheffen zich vrij hooge heuvels, die +in verband staan met de vertakkingen van de sierra Madre, welke zich +door geheel Centraal-Amerika uitstrekt. Het schiereiland, dat noch +rivieren, noch stroomende wateren heeft, strekt zich van het zuiden +naar het noorden in de golf van Mexico uit, tusschen den achtsten en +den twaalfden graad oosterlengte van Mexico, en den achttienden en +den twee-en-twintigsten graad noorderbreedte. + +De eerste berichten omtrent Yucatan, of althans omtrent zijne bewoners, +zijn afkomstig van Columbus zelven, die op den 30_sten_ Juli 1502, toen +hij op het Pijnboomeneiland, ten zuiden van de noordwestpunt van Cuba, +vertoefde, van den kant van het westen eene groote boot zag naderen, +uit een enkelen boomstam gehouwen, bemand met vier-en-twintig roeiers +en voerende een cacique (opperhoofd, vorst) met zijne familie. Verder +wordt verhaald, dat deze lieden het sedert bekend geworden yucatansche +kostuum droegen, en dat er zich aan boord van de boot, hetzij ten +gebruik van de reizigers, hetzij om daarmede handel te drijven, +koeken of brooden van mais bevonden, benevens verschillende dranken +uit mais bereid; voorts cacao, groote houten zwaarden met sneden van +obsidiaan, koperen bijlen en katoenen stoffen, zoo zacht als zijde +en met levendige verwen gekleurd. + +Ik twijfel er zeer aan of wij in dit verhaal werkelijk met Yucateken +of Mayas te doen hebben. Die groote, acht voet breede boot, uit een +enkelen boomstam gehouwen, kan niet uit Yucatan afkomstig zijn, een bij +uitnemendheid droog en, althans in zijn noordelijk gedeelte, tamelijk +dor en kaal land. Bovendien kan men niet aannemen dat de Mayas, die +een rotsachtig, vlak en droog land bewoonden, waar geen rivieren zijn, +ervaren zeelieden waren; koperen bijlen waren er bij hen wel niet +veel te vinden, evenmin als obsidiaan; eerst op hunne tweede reis, +onder Gryalva, vonden de Spanjaarden zulke bijlen in Tabasco. + +Het komt mij dus waarschijnlijk voor, dat de boot, waarvan Columbus +spreekt, van Tabasco kwam: eene landstreek, toen niet minder beschaafd +dan Yucatan, maar bovendien doorsneden door groote rivieren en bedekt +met een weelderigen plantengroei, waar de inboorlingen te kiezen +hadden tusschen ceders en andere woudreuzen om de groote kano's te +vervaardigen, waarvan het verhaal melding maakt. Deze inboorlingen +gingen evenals de Mayas gekleed; maar de voorraad cacao vooral +pleit ten voordeele van mijne onderstelling, want de cacao is in +Yucatan niet inheemsch, maar was en is nog steeds een der voornaamste +voortbrengselen van Tabasco. + +Wat mij het meeste verwondert in dit verhaal, is dat Columbus, bij +de voor hem zoo geheel onverwachte verschijning van die groote sloep +met hare beschaafde bemanning, niet op de gedachte is gekomen om +deze zeevaarders te volgen, ten einde te zien van waar zij kwamen: +hadde hij dit gedaan, dan zou hij ook de eerste zijn geweest die de +beschaafde landen van Amerika had ontdekt. + +De eer der ontdekking van het schiereiland behoort nu aan Vincente +Yanez Pinzon, die in gezelschap van Juan Diaz Solis in 1506 langs +de oostkust van Yucatan voer, maar zonder haar te verkennen. In 1511 +eindelijk leed Valdivia, die met twintig Spanjaarden van Darien kwam +en naar Cuba ging, schipbreuk op de riffen, bekend onder den naam van +de Alacranes. De bemanning, in eene sloep saamgepakt, werd, na eene +omzwerving van dertien dagen, door den stroom op eene onbekende kust +geworpen. Dat was de kust van Yucatan; de schipbreukelingen, wier +aantal door dorst en honger tot dertien geslonken was, bevonden zich +aan de oostelijke punt van het schiereiland, bij kaap Catoche. Zij +werden door de inboorlingen gevangen genomen en bestemd om geofferd +en gegeten te worden; allen ondergingen dat lot, met uitzondering van +twee, Geronimo de Aguilar en Gonzalo Guerrero, van wie wij nog nader +spreken zullen. Deze ontdekking was dus bloot toevallig; opzettelijke +ontdekkingstochten werden eerst eenige jaren later ondernomen. + +In 1517 doet Cordova een verkenningstocht langs het noordoosten van +het schiereiland; hij volgt de kust van het oosten naar het westen +en bespeurt verschillende groote steden en hooge pyramiden; hij gaat +te Campeche aan land, waar hij tempels vindt aan Kukulcan, den god +Quetzalcoatl der Tolteken, gewijd; op de muren van die tempels zag +hij groote slangen in relief uitgehouwen, gelijk aan die waarmede de +buitenmuur van den grooten tempel te Mexico prijkte. Door gebrek aan +water gedrongen, landde Cordova aan de westkust, te Potonchan, thans +Champoton, waar hij, in een gevecht met de Indianen, zeven-en-vijftig +zijner manschappen verloor, terwijl geen enkele van zijn volk +ongekwetst bleef. Ook later vond Cortez nergens zoo hardnekkigen +tegenstand en zoo geduchte vijanden; want in de gevechten, die hij +vijftien dagen lang tegen de Tlascalteken, de moedigsten onder alle +indiaansche stammen der hoogvlakten, moest leveren, verloor hij niet +meer dan drie man. + +In 1518 landt Gryalva te Cozumel, op de oostkust van Yucatan; vandaar +verkent hij eene groote stad aan de kust, Tuloom, Pamal of Paalmul; +vervolgens richt hij zich noordwaarts en vaart, als zijn voorganger, +langs de kust van het schiereiland. Ook hij houdt te Campeche en +Potonchan op, gaat Tabasco verkennen en dringt door tot de eilanden +Sacrificios en Ulua, vlak tegenover de plek, waar later Vera-Cruz +zou verrijzen. + +In 1519 volgt Cortez denzelfden weg; maar gelukkiger dan zijne beide +voorgangers, vindt hij in Yucatan Aguilar, die hem als tolk zal dienen, +en op de kust van Tabasco ontvangt hij, uit handen van een cacique, +Marina, het indiaansche meisje, die als het ware de beschermengel +werd van zijne expeditie. + +Het zonderlingste is dat de Spanjaarden nooit den waren naam hebben +geweten van het land, dat zij veroverd hadden. De naam Yucatan zou, +naar sommigen zeggen, zijn afgeleid van de woorden _Chac-Nuitan_ +(wij begrijpen niet), waarmede de inboorlingen antwoordden op de +vraag der Spanjaarden naar den naam van hun land. Anderen verklaren +dien naam weer op andere wijze en wagen de wonderlijkste gissingen, +die elkander lijnrecht tegenspreken. Trouwens dit behoeft ons niet te +verwonderen, als wij bedenken dat de geschiedschrijvers op achttien +verschillende manieren den naam schrijven van Montezuma, dien keizer +met wien de Spanjaarden toch van nabij bekend waren! Men kan zich +eenigszins voorstellen met hoeveel moeite de lezing der kronieken +gepaard gaat; eerst wanneer men op de plaatsen zelve geweest is, +is het mogelijk achter de waarheid te komen. Wij zullen al deze +gissingen en onderstellingen laten rusten, en beproeven of wij met +behulp van de overgebleven monumenten de verborgenheden van den +ouden tijd kunnen ontsluieren. Juist hier hebben de Indianen tal van +herinneringen achtergelaten. + +Het is niet der moeite waard, zich in het dorp Progreso op te houden: +het is eene verzameling van pakhuizen, winkels en ellendige krotten, +midden in het zand; de uiterst eenvoudige havendam verkeert in zeer +verwaarloosden toestand. De tijd ontbreekt ons voor verder onderzoek, +want de trein, die ons naar Merida moet brengen, vertrekt ten tien +uren; en de vele koffers van onze bagage moeten nog eerst door de +beambten der douane worden nagezien. Deze heeren zijn overigens zoo +beleefd mogelijk: van mijne vijf-en-twintig koffers wordt er maar een, +en dat nog voor den vorm, geopend; allen beijveren zij zich om ons +zoo spoedig mogelijk te helpen. Toch is het goed, zijne bagage niet +uit het oog te verliezen, want de commissionairs zijn bijzonder vlug +met andermans goed, zoo als ik later tot mijne schade ondervond. De +stoomfluit gilt, en wij vertrekken. + +Progreso is omringd door een gordel van moerassen, die een zeer +treurigen aanblik opleveren; dan komen wij aan eene steenachtige +vlakte, hier en daar met struiken en onkruid begroeid. Het is een +eentonig, dor landschap; maar de bewoners hebben toch dien kalen +dorren grond zeer winstgevend weten te maken. Ter wederzijde van den +weg strekken zich onafzienbare _henequen_-plantages uit: eene agave +met smalle en lange bladeren, waaruit zeer stevige en fraai glanzende +draden vervaardigd worden, die op de amerikaansche markten grooten +aftrek vinden. Links en rechts wijzen verspreide boomgroepen de +woningen van de eigenaars der plantages aan; de hooge schoorsteenen, +waaruit de rook opstijgt, zijn die van de fabrieken, waarin de +bewerking van de henequen-bladeren plaats heeft. Wij ontmoeten op +onzen weg nog zeer enkele dorpen: voor de deur der langwerpige, met +riet gedekte hutten, zitten bronskleurige vrouwen met korte rokken +en omgeven door talrijke groepen naakte kinderen, die den voorbij +snorrenden trein met verbaasde oogen aanstaren. + +Na een rit van drie uren komen wij te Merida. Hotels zijn hier niet, +waaruit volgt dat de verschijning van een reiziger eene zeldzaamheid +is; evenmin staan er huizen te huur, hetgeen pleit voor de welvaart +der stad, want vroeger stonden er een aantal huizen leeg. Wij loopen +gevaar, onder den blooten hemel te moeten overnachten; en niet dan +met veel moeite gelukt het ons, eene kleine kamer van vijf el in het +vierkant te vinden, waar wij met ons drieen moeten logeeren: mijn +secretaris, mijn bediende en ik zelf. In de geheele stad is maar een +restaurant--en welk een restaurant! Maar het komt er niet op aan: +het is ons om de ruinen en de oude monumenten te doen, en niet om +een lekkere keuken. Bovendien worden wij geintroduceerd in eene +amerikaansche club, waar wij onze avonden aangenaam kunnen doorbrengen. + +Merida werd in 1542 gesticht door Francisco de Montejo, tijdens +zijne tweede expeditie: want de veroveraar slaagde er eerst bij deze +tweede expeditie in, dit kleine dappere volk te onderwerpen en eene +der merkwaardigste nationaliteiten van Amerika te vernietigen. Hij +kwam hier voor het eerst in 1527; hield Chichen gedurende twee jaren +bezet, en moest zich toen, overwonnen en uitgehongerd, terug trekken +om te Mexico versterking te gaan halen. Bij zijne tweede expeditie +gelukte het Montejo eindelijk, door het verraad van een opperhoofd, +vasten voet in het land te winnen. De verovering van Yucatan kostte +inderdaad meer inspanning, meer menschenlevens en meer tijd dan de +verovering van geheel Mexico; en ook na dien tijd moest de overwinnaar +voortdurend op zijne hoede zijn tegen telkens dreigende opstanden van +een volk, dat het vreemde juk verafschuwde en altijd gereed was naar +de wapenen te grijpen. + +Het zou wel der moeite waard zijn, meer in bijzonderheden met deze +langdurige worsteling bekend te zijn; maar oneindig belangwekkender +ware de kennis van de geschiedenis van het volk, dat ons zulke +schoone monumenten heeft achtergelaten. Deze monumenten, die tot +zoo velerlei gissingen en hypothesen aanleiding hebben gegeven, +zijn heden ten dage de eenige overgebleven getuigen van die in +geheimenissen gehulde beschaving. Toch ontbraken tijdens de verovering +de authentieke documenten geenszins: manuscripten op aloepapier en +op geitenvel, kaarten, afgodsbeelden, vaatwerk, nog levende traditien +en overleveringen: ziedaar bouwstoffen genoeg, waarvan de toenmalige +schrijvers gebruik hadden kunnen maken om ons eene uit de bronnen +geputte geschiedenis te geven van de oude beschaving der Mayas. Maar +de Spanjaarden dachten aan geheel andere dingen; en op het voorbeeld +van den bisschop Zumarraga van Mexico, die de jaarboeken der Azteken +vernietigde, verbrandde ook de bisschop Landa, van Merida, te Campeche +alle documenten, die hij kon bijeen brengen. Na dit schoone auto-da-fe +zette hij zich aan het schrijven zijner geschiedenis van Yucatan! Zeker +eene zonderlinge wijze van behandeling der bronnen! + +Ons blijft dus niets anders over dan met de meeste nauwgezetheid alle +sporen en herinneringen van den vroegeren toestand uit te vorschen en +te onderzoeken, en door de studie van de monumenten en bas-reliefs, +door vergelijking van deze kunstwerken met anderen die ons bekend zijn, +te trachten een beeld te ontwerpen van dat verleden, dat steeds nader +bij komt, hoe meer men het bestudeert. Men heeft meermalen aan deze +monumenten eene tot in het belachelijke overdreven oudheid toegekend: +inderdaad zijn zij betrekkelijk modern, zoo als ik nader, op onzen +tocht, hoop te bewijzen. + +Merida werd gebouwd op de plaats van het oude Ti-hoo of T-hoo, eene +der grootste yucatansche steden, waarvan de overlevering echter +ter nauwernood melding maakt. Volgens het zeggen der Spanjaarden, +was de stad sedert lang verlaten; uit de feiten zelven schijnt +echter te blijken dat zij nog bewoond was. Wel waren de pyramiden +met struiken en distels begroeid, maar de daarop rustende gebouwen +waren, naar de verklaring van Landa, nog ongeschonden in wezen; +en Francisco de Montejo kon in de stad zijn intrek nemen met zijne +troepen en het contingent der Indianen van Mani. Bovendien verhaalt +de jongste geschiedschrijver van Yucatan, de heer Eligio Ancona, van +een beroemden tempel, H-Chum-Caan genoemd, hetgeen zooveel beteekende +als: het middelpunt en de grondslag des hemels. De inwoners van T-hoo +waren bijzonder gehecht aan dit hoog vereerde heiligdom; en om die +bijgeloovige vereering uit te roeien, was het, volgens Cogolludo +noodig, den tempel af te breken en hem te vervangen door eene aan +Sint-Antonius gewijde kapel. + +Uit deze mededeeling blijkt, dunkt mij, onwedersprekelijk dat de +tempels en paleizen van Merida ook nog na de komst der Spanjaarden +bestonden en dat daarin nog dienst werd gedaan; maar deze tempels +en paleizen beantwoordden gewis niet aan de overdreven beschrijving +van den abt Brasseur. Op het gebied der archeologie vooral is het +zeer gevaarlijk, aan de verbeelding vrij spel te laten; het gezond +verstand is ook hier de beste gids; en zucht naar het wonderbare spant +ons bij het onderzoek soms gevaarlijke strikken. Laat mij daarvan +een sprekend voorbeeld verhalen. Landa geeft ons eene beschrijving +van het voornaamste gebouw, dat uit vier vleugels bestond, rustende +op pyramiden; deze vleugels omgaven eene langwerpige binnenplaats, +die door hare gedaante herinnerde aan het paleis der nonnen, dat wij +te Uxmal zullen bezoeken, en door haar bouwstijl aan een der paleizen +van Kabah, welke wij eveneens zullen zien. De twee hoofdvleugels nu +bevatten vijftien vertrekken van twaalf voet lengte, hetgeen te zamen +honderd-tachtig voet bedraagt; voegt men daar nu veertig voet bij voor +de dikte der muren, dan krijgen wij tweehonderd-twintig voet voor +het geheele gebouw. Volgens de teekening hebben de beide terrassen, +die het paleis dragen, eene meerdere oppervlakte van tachtig voet: +zijnde een totaal van driehonderd voet voor het terras, waarop het +paleis was gebouwd. Deze cijfers schijnen de verbeelding van den abt +te hebben ontvlamd: de driehonderd voet worden tot drieduizend voet +voor het geheele monument. Het is maar een nul te veel, doch het +maakt nog al eenig verschil! + +De stad Merida, met de bouwstoffen der indiaansche stad opgetrokken, +heeft, als alle spaansche steden in de Nieuwe-Wereld, de gedaante van +een groot dambord, gevormd door rechte straten en zuiver vierkante +blokken huizen. In het midden bevindt zich een groot plein, dat thans +in een soort van square is herschapen, met eene waterlooze fontein, +dorre en verschroeide bloemperken, en jonge boompjes, in welker schaduw +misschien het verre nageslacht eens zal mogen wandelen.--De eene zijde +van dit plein wordt ingenomen door het stadhuis, een groot gebouw met +twee galerijen boven elkaar, en volkomen gelijkende op alle stadhuizen +in de spaansche kolonien. Daar tegenover verrijst de kathedraal, die +inderdaad een monument mag worden genoemd voor eene stad, welke thans +eene bevolking telt van dertigduizend zielen, maar waarschijnlijk +nog geen tienduizend inwoners had toen deze kerk werd gesticht. Het +heiligdom dagteekent toch uit de laatste jaren der zestiende eeuw, +toen de kolonie nog pas in haar opkomst was en over zeer weinig +hulpmiddelen had te beschikken: de inwoners moesten waarlijk voor hunne +godsdienst veel over hebben om de zware onkosten van dit werk te kunnen +bestrijden. De kerk, in 1598 voltooid, kostte vijftienhonderd-duizend +francs: eene som, die gelijk staat met omstreeks vijftien millioen, +naar de tegenwoordige geldswaarde berekend.--De voorgevel wordt ter +wederzijde geflankeerd door twee sierlijke torens; het inwendige maakt +een grootschen indruk: het bestaat uit drie ruime schepen, waarvan de +gewelven gedragen worden door twaalf kolossale zuilen in het midden, +en door twintig anderen van gelijke afmeting, die ten deele in de +muren gevat zijn. In de zijschepen bevinden zich kleine kapellen; +en het geheel vertoont dien stempel van soliediteit, die aan alle +gewrochten der veroveraars eigen was. + +Ten zuiden van het plein staat het huis van Francisco de Montejo: +dit huis, het oudste van Merida, is eene kostbare herinnering uit de +eerste tijden der verovering: het werd in 1549 gebouwd. De zuilen ter +wederzijde van de deur dragen twee spaansche soldaten; aan iedere +zijde van het venster der eerste verdieping staat het beeld van +een gewapenden ridder, wiens voeten rusten op een neergehurkten +Indiaan. Deze voorgevel met zijn zuilen, zijn standbeelden, +zijn wapenschilden, medaillons en lijsten, is een aardig staaltje +van den renaissance-stijl in Amerika; maar zoo het plan door een +Spanjaard werd geteekend, werd het werk zelf waarschijnlijk door +Indianen uitgevoerd, want toen dit huis gebouwd werd, was het getal +der Spanjaarden nog zeer gering: zij waren nog een troep soldaten +en avonturiers, die het allen als eene vernedering zouden hebben +beschouwd, steenhouwersarbeid te verrichten. Zij vonden trouwens +bij de Indianen de werklieden, die zij noodig hadden: de Mayas, +die hun land met zoo vele merkwaardige monumenten hadden versierd, +waren bekwaam genoeg om ook deze en dergelijke werken uit te voeren: +nog heden staan zij bekend als de beste metselaars van Amerika. + +Met uitzondering van deze gebouwen, bestaat de stad uit eene +verzameling van lage huizen met platte daken en getraliede vensters; +sommigen hebben, bij uitzondering, eene bovenverdieping. Van buiten +trekken zij door niets de aandacht; maar inwendig zijn zij uitnemend +ingericht: groote, ruime, luchtige vertrekken komen uit op eene door +moorsche galerijen omgeven binnenplaats, die met bloemen, heesters +en palmen is versierd en een recht aangenaam verblijf oplevert. + +Alle leven en beweging trekt zich samen op en om de markt: overal +elders is de stad als uitgestorven. Daar ziet men de voornaamste +winkels en handelskantoren; Spanjaarden, Indianen en mestiezen bewegen +zich hier, in hunne eigenaardige kleederdrachten, onophoudelijk heen +en weder. In de naburige straten ziet men groepjes indiaansche vrouwen, +op de trottoirs neergehurkt voor haar kleine uitstallingen van vruchten +en groenten. De markt zelve levert een schilderachtigen aanblik op: +die schaar van vrouwen, in haar bevallig sneeuwwit gewaad, maakt +een verrassenden indruk. In lange rijen staan zij daar, de schouders +ontbloot of met een glanzend witte roboza bedekt en bieden zwijgend +of met een stillen glimlach hare eenvoudige koopwaren aan. Gij ziet +daar vrouwen van allerlei leeftijd, mooien en leelijken, maar de +smaakvolle kleeding geeft aan allen eene eigenaardige bekoorlijkheid. + + +II + + +De Mayas zouden, naar men zegt, tot de oudste rassen behooren, +hoewel men niets omtrent hun oorsprong weet; hun type en hun taal +onderscheidt hen evenzeer van de omwonende stammen als van die der +hoogvlakten. De Maya is evenmin verwant aan de Otomis van Mexico +als aan de Roodhuiden van Noord-Amerika, waaruit de onhoudbaarheid +blijkt van de theorie, die alle volken van geheel Amerika als tot +een en hetzelfde ras behoorende beschouwt. Men zegt dat de Mayas in +het bezit waren eener oorspronkelijke beschaving, die zich hetzij +rechtstreeks, hetzij door tusschenkomst van bevriende stammen, +in Guatemala, Chiapas en Yucatan zou hebben uitgebreid; maar deze +hypothese, samenhangende met de onderstelling eener hooge oudheid +van deze kultuur, mist allen deugdelijken grond. Volgens deze zelfde +theorie zouden de monumenten en de ruinen, die men in de gewesten van +Centraal-Amerika vindt, overblijfselen zijn van deze oorspronkelijke +inlandsche beschaving; maar op grond van onze jongste ontdekkingen, +durven wij dit ten stelligste tegenspreken. Wij weten toch, en alle +traditien stemmen daarin overeen, dat de hier bedoelde landen, tegen +het einde der elfde en het begin der twaalfde eeuw, door de Tolteken +werden veroverd en beschaafd; en wanneer wij daarbij in aanmerking +nemen, dat alle onderling overeenkomende monumenten aan hetzelfde +ras moeten behooren; dat wij afdoende bewijzen bezitten van den +architektonischen zin en de technische bekwaamheid der Tolteken; dat +bovendien de bouwstijl en de dekoratie der monumenten volkomen overeen +stemmen met de beschrijvingen, die de geschiedschrijvers ons gegeven +hebben van de tolteeksche tempels en paleizen op de mexicaansche +hoogvlakten,--dan mogen wij met vrij veel zekerheid vaststellen, +dat er in Centraal-Amerika nooit eene andere kultuur bestaan heeft +dan de tolteeksche; althans, zoo er ooit eene andere bestaan heeft, +dat daarvan geen enkel spoor is overgebleven, zoodat wij met haar +geene rekening hebben te houden. + +De Tolteken zouden dus de Mayas gemaakt hebben tot hetgeen zij +waren: een onder meer dan een opzicht belangwekkend volk, dat mede +zijn deel moet hebben bijgedragen tot de schepping der kunstwerken, +waaraan Yucatan zoo rijk is; dat eene zeer krachtige nationaliteit +vormde, en beter en langer tijd dan eenig ander ras aan de vreemde +overheerschers weerstand bood. + +Zoo als hij nog heden ten dage, na eene meer dan driehonderdjarige +onderdrukking en vernedering is, onderscheidt de Maya zich nog van alle +indiaansche stammen. Ik vind de Mayas een mooi slag van menschen, en +ik betwijfel zeer of er onder de landbouwende klassen in Europa, naar +evenredigheid, zoo veel welgebouwde menschen en zoo veel verstandige en +intelligente koppen te vinden zijn. Zij hebben een rond hoofd, zwarte +oogen, een gebogen neus, een kleinen mond en welgevormde ooren, fraaie +tanden, een vooruitstekende kin en eene breede borst; hunne kleur is +vrij licht bruinrood; hun haar is grof, zwart en niet krullend. + +Hunne oude maatschappelijke organisatie schijnt te wijzen op +eene vroegere verovering. Aan het hoofd der hierarchie stond de +koning; op hem volgden de priesters, dan de adel, dan het volk, +dan de slaven. Alle lasten en opbrengsten drukten op het volk; +de grond was gemeenschappelijk eigendom, en elke Indiaan bebouwde +het hem aangewezen stuk; de wijze van bebouwing was reeds toen +dezelfde als nog tegenwoordig. Daar de rotsachtige bodem van het +schiereiland geene gelegenheid aanbiedt tot ploegen, was de ploeg +onbekend, evenals de Spanjaarden, die den ploeg kenden, er toch geen +gebruik van maakten. Daarbij was de grond niet enkel steenachtig, +maar bovendien met wouden bedekt; men kapte dus eenige maanden voor +den regentijd de boomen om en verbrandde ze, nadat zij genoegzaam +gedroogd waren, zoodat hunne asch tot bemesting kon dienen; vervolgens +boorde men met een puntigen stok gaten in de aarde om daarin mais +te zaaien. Deze wijze van bebouwing had natuurlijk ten gevolge dat +de grond lang braak moest liggen; de verdeeling der landerijen was +dan ook zoo geregeld, dat de akker eerst na verloop van vijf jaren +weer in bebouwing kwam. Slechts een vijfde gedeelte van den grond +werd dus werkelijk bebouwd; en hoe snel de boomen ook opschoten, kon +het bosch zelden iets meer zijn dan hakhout. De opbrengst van den +oogst werd in magazijnen geborgen, en vervolgens aan elke familie, +naar gelang van hare behoeften, een deel uitgereikt. + +De Indiaan moest niet alleen den grond bebouwen, maar ook jagen en +visschen, en langs de kust het zout inzamelen, en dat alles onder +opzicht van daarvoor opzettelijk aangestelde ambtenaren, die over +de opbrengst beschikten; de vrouwen en meisjes moesten spinnen en +weven. De koningen, priesters en edelen leefden dus in overvloed en +onbekommerd, te midden van feesten en uitspanningen van allerlei aard; +maar zij voerden ook oorlog, en de Indiaan moest steeds gereed zijn om +zijn heer in den krijg te volgen. De oorlogen waren talrijk genoeg, +maar zij duurden kort: het lot van den veldtocht werd doorgaans in +een enkelen slag beslist. Het ging daarbij wreedaardig toe: men kende +geen medelijden met den overwonnen vijand; alles werd geplunderd +en uitgemoord, en wat men niet mede kon nemen, werd vernield of +verbrand. Dit verklaart ons het groote aantal van verwoeste steden +en van nieuwe monumenten, die na afloop van den oorlog weder werden +opgebouwd. + +Als zij ten krijg uittogen, beschilderden de Mayas, even als vele +andere volksstammen, hun gelaat, en Bernal Diaz del Castillo, die +meermalen met hen vocht, verhaalt ons dat zij een soort van harnas van +gevoerd katoen droegen: eene wapenrusting, die de Spanjaarden onder +Cortez later van hen overnamen; zij waren gewapend met boog en pijlen, +met lans en schild, met slingers en groote houten slagzwaarden. Zij +versierden hun hoofd met schitterend gekleurde vederbossen en verfden +zich het gelaat wit en zwart, sommigen ook steenrood. + +Was men van den krijgstocht teruggekeerd, dan werd die verf +weggewasschen en vervangen door een onvernietigbare tatouage: dit +tatoueeren was, naar het schijnt, een privilege voor de edelen +en de krijgslieden, die op deze wijze de herinnering aan hunne +heldendaden bewaarden en zich van de massa des volks onderscheidden; +Cogolludo verhaalt dat zij hun lichaam versierden met allerlei +figuren en afbeeldingen van dieren, zooals arenden, tijgers, slangen +en anderen. De jeugdige krijgsman begon met een of twee van deze +symbolische figuren; maar elke nieuwe overwinning moest door een nieuw +teeken worden herdacht, zoodat het lichaam van in den krijg vergrijsde +helden eindelijk geheel met deze hieroglyphen bedekt was. Volkomen +dezelfde gewoonte heerscht nog tegenwoordig in Nieuw-Zeeland en op +andere eilanden van den Stillen-oceaan. + +De kleederdracht van de lieden uit de volksklasse was bij uitstek +eenvoudig en bestond uit een kleinen doek, die de plaats verving van +het traditioneele vijgenblad; trouwens het warme, aangename klimaat +liet dit minimum van kleeding toe. Aguilar, een Spanjaard, die acht +jaren lang krijgsgevangene was bij de Yucateken, was zoo volkomen +gewend aan dit primitieve kostuum, dat hij met de europeesche kleeding +niet meer terecht kon. De kinderen liepen tot hun tweede jaar naakt; +de kleine meisjes droegen om haar middel een koord, waaraan eene +schelp hing; bisschop Landa, die ons dit mededeelt, voegt er bij dat +het als eene groote zonde en eene schandelijke daad werd beschouwd, +haar deze schelp te ontnemen voor haar doop, die gemeenlijk tusschen +het derde en het twaalfde jaar plaats had. + +De kleeding der adellijke mannen en vrouwen was zeer rijk en bestond +uit tunica's en mantels van katoen, met verschillende figuren +geborduurd of in sprekende kleuren beschilderd. De Mayas lieten hun +haar groeien, maar knipten het op het voorhoofd boven de wenkbrauwen +af; zij hadden weinig baard en trokken dien uit; de lieden van hooge +geboorte en de jongelieden naar de mode moesten scheel zien: dit gold +in de oogen der dames als bijzonder schoon. Om dit voorrecht deelachtig +te worden, lieten de moeders een vlok hair over den neus der kinderen +hangen, waarnaar zij onwillekeurig moesten kijken, zoodat zij eindelijk +scheel zagen. De Mayas doorboorden ook hunne ooren, hunne lippen en hun +neus, en droegen daarin houten en metalen ringen en andere sieraden. + +Evenals bij de Azteken, de Totonaken, de bewoners van Palenque en de +Peruanen, heerschte ook bij hen de gewoonte der schedelmisvorming; maar +dit gebruik was verre van algemeen en gold vermoedelijk ook als een +privilege voor de adellijke familien en de priesterkaste. Torquemada +verhaalt daaromtrent het volgende: "Ten einde zich een woest en +krijgshaftig voorkomen te geven, geldt voor hunne vorsten, in sommige +provincien, het gebod om zich het gelaat en het hoofd (met behulp der +vroedvrouwen en der moeders) te misvormen, en daaraan eene puntige en +langwerpige gedaante te geven, gepaard met een breed voorhoofd." Ten +aanzien van Tlaxcala voegt hij erbij: "Sommigen hebben een puntig hoofd +en een plat voorhoofd; anderen gelijken op die Mexicanen en die lieden +van Peru, wier schedel eenigzins de gedaante heeft van een hamer (?) of +van een schip (?), die de fraaiste van allen is."--Heel duidelijk is +deze beschrijving niet; vermoedelijk wil Torquemada te kennen geven, +dat het hoofd buitengewoon langwerpig was. Landa zegt: "De vrouwen +gingen zeer ruw met haar kinderen om; het kleine schepseltje was +nauwelijks vier of vijf dagen oud, of zij legden het op den grond, op +een bed van stokjes en riet, met het gezichtje voorover; dan klemden +zij het hoofdje tusschen twee plankjes en drukten het met kracht, +totdat, na verloop van eenige dagen, het hoofd den vereischten platten +vorm had aangenomen." Deze operatie was zoo pijnlijk en gevaarlijk, +dat vele kinderen op het punt stonden daaraan te bezwijken; de +schrijver zelf had een kind gezien, waarvan de schedel achter de +ooren gespleten was: hetgeen ongetwijfeld meermalen moest gebeuren. + +De moderne geschiedschrijver Eligio Ancona beschrijft als volgt de +politieke organisatie des lands voor de verovering: "Een of meer +vorsten regeerden met onbeperkte macht; de priesters beheerschten +het geweten; de edelen bekleedden alle openbare betrekkingen; +de overgroote meerderheid des volks was in twee kasten verdeeld: +plebejers, die alle lasten hadden te dragen voor het onderhoud der +bevoorrechte standen, en slaven, die geheel aan de willekeur van den +meester waren prijsgegeven.--Op politiek gebied, de autokratie; in +stede van godsdienst, fanatisme; eene zeer onvolkomen beschaving en +ontwikkeling, uitsluitend in handen der priesterkaste; bij de massa, +onwetendheid en verdierlijking; slavenhandel en menschenoffers; de +vrouw buiten de maatschappij zoo wel als buiten de familie gesloten; +en bovenal de onrustige, onverzadelijke eerzucht der caciquen, +telken dage en onder de nietigste voorwendsels het bloed des volks +doende stroomen." + +Deze beschouwing verraadt in ieder woord haar modern, doctrinair +karakter: ge gevoelt het aanstonds, hier spreekt een man, in wiens mond +de afgesleten fraseologie der negentiende eeuw bestorven ligt. Dit is +zeker, dat, ondanks al deze gruwelen, dit kleine volk niet ongelukkig +was, veel meer het tegendeel: het land was dicht bevolkt, en de +monumenten leggen nog getuigenis af van den bloei der kunst. Wat +heeft dit volk nu wel van de Spanjaarden ontvangen? Hebben zij zijn +lot verbeterd; is het door hen minder onwetend geworden; is het peil +der zedelijkheid werkelijk verhoogd? Voor de verovering werd Yucatan +door ettelijke millioenen Indianen bewoond; tegenwoordig zijn er ter +nauwernood nog honderdduizend over, en dezen verkeeren in ellendiger +toestand en zijn dieper gezonken dan ooit te voren. Vanwaar dit? De +verklaring is gemakkelijk genoeg: ieder volk heeft de godsdienst die +het waard is en die het beste past bij zijne geestelijke ontwikkeling; +elke beschaving is geschikt voor het volk, dat haar uit zich zelve +ontwikkelt of van anderen overneemt en dan zoodanig wijzigt dat het +zijn eigen karakter daarin ontplooien kan en ruimte en vrijheid +van beweging vindt in gebruiken en instellingen, overeenkomende +met zijn aard en zijn aanleg. Of die beschaving, in onze oogen en +gemeten met onzen maatstaf, hoog of laag staat, is eene kwestie van +ondergeschikt belang; aprioristische beschouwingen, uitgaande van +eene of andere abstracte theorie, doen niets ter zake: de eenige +vraag is, of die bepaalde kultuurtoestand past voor het volk, +bij hetwelk wij dien aantreffen. En het antwoord op die vraag kan +alleen de historie geven. Zooveel is zeker, en de indiaansche stammen +van Centraal-Amerika leveren daarvan op nieuw het bewijs, dat het +opdringen van nieuwe instellingen en gebruiken, van eene vreemde, +laat het zijn hoogere beschaving, den ondergang en den dood van een +volk ten gevolge kan hebben. + +Wij moeten met een enkel woord gewag maken van de vrouwen van gemengd +bloed, die tot de voornaamste bekoorlijkheden van Merida en andere +steden van Yucatan behooren. Deze mestiezen vormen als het ware eene +kaste op zich zelve en schijnen zonder morren de geringschatting te +dragen, waarmede zij over het algemeen behandeld worden; zij weten +zich echter op verschillende wijze daarover te wreken, waarbij de +bekoorlijkheid der vrouwen van geen geringe dienst is. Deze vrouwen +schijnen allen mooi, en al zijn ze niet werkelijk mooi, hebben zij +toch eene bijna onwederstaanbare aantrekkelijkheid. Dat is zeker +voor een groot deel toe te schrijven aan haar smaakvol kostuum, +bestaande uit eene wijde tunica met korte mouwen, en op de borst +vierkant uitgesneden. Deze tunica, _uipile_ genoemd, is van boven +en van onderen versierd met roode, groene, of blauwe borduursels, +bloemen, bladeren, vogels, en heeft, evenals de uitstaande rok, +een breeden zoom van kant. Zij steken een zilveren haarspeld door +haar prachtig, gitzwart haar, dat in twee zware tressen is verdeeld; +haar vingers zijn overladen met ringen, en om haar hals dragen zij +lange gouden kettingen, vaak haar geheele fortuin. + +Deze mestiezen wonen in de voorsteden, in kleine langwerpige +huisjes met rieten daken; de buitenmuren zijn doorgaans met schuine +ruiten versierd, bezaaid met kleine steentjes op de kruispunten +der lijnen. Zulk eene hut heeft stellig zeer veel overeenkomst met +de woningen der Mayas in den tijd voor de verovering; de wijze van +decoratie herinnert ook aan het beeldhouwwerk der oude paleizen. Van +binnen vindt men geen andere meubelen dan een hangmat, een paar koffers +tot berging van de kleedingstukken bij feestelijke gelegenheden, +en een _butaca_, een kleinen fauteuil met eene lage rugleuning en +met leer bekleed.--Deze voorsteden zijn inderdaad bosschen: bij +iedere woning behoort een terrein van omstreeks een tiende bunder, +beplant met eene bijzondere soort van boom, _ramon_ genoemd, waarvan +de bladeren tot voedsel dienen voor de lastdieren. + +Men leeft over het algemeen te Merida zeer stil en huiselijk; de +dames gaan weinig uit; men ziet haar zelden in de vuile straten, die +geen riolen hebben, vol kuilen en gaten zijn en in den regentijd in +moerassen zijn herschapen. Zij hebben geene andere afleiding dan het +bezoeken der kerk, en des avonds, van vijf tot zes uur, een toertje +met rijtuig. De eerste kerkdienst begint reeds des morgens tusschen +drie en vier uren; op dit onmogelijke uur worden, tot schrik van +alle vreemdelingen, alle klokken geluid, hetgeen een allesbehalve +aangenaam concert is. + +Het gezellig verkeer is echter te Merida zeer levendig: letterkundige +bijeenkomsten, danspartijtjes, concerten, schouwburgen, dagbladen +en tijdschriften:--men vindt er van alles; er is wrijving genoeg van +denkbeelden en een opgewekt litterair leven. Twee geschiedschrijvers, +Eligio Ancona en de canonigo Crescentio Ancona, schilderen in +hunne verhalen de heldendaden der veroveraars, het lijden der +eerste kolonisten, de innerlijke partijtwisten en beroeringen en de +bloedige episoden van den burgeroorlog. De Yucateken zijn niet alleen +staatsambtenaren, zoo als dat meestal het geval is met de Mexicanen der +hoogvlakten: zij drijven ook handel en leggen zich toe op industrie: +in hun land wordt dit arbeidsveld niet, als bijna overal elders, +aan de vreemdelingen overgelaten. Zij zijn een eigenaardig ras, door +harde beproevingen geleerd en gestaald; een jong en levenslustig ras, +bij hetwelk de noodlottige invloed van het klimaat zich, naar het +schijnt, alleen toont in de kleine gestalte en het overwicht van het +vrouwelijk element in de bevolking. Men kan den Yucateken misschien +al te groote winzucht verwijten, die er hen toe brengt met name den +vreemdeling op onbeschaamde wijze te plunderen. Ik kan uit eigen +ondervinding daarvan een merkwaardig voorbeeld mededeelen. + +Ik wilde een huis huren met den amerikaanschen consul, die overal +rondkeek en mij inmiddels aan zijne talrijke vrienden voorstelde. Wij +werden overal met de meeste welwillendheid ontvangen; men betuigde +zijn spijt, dat men ons niet kon helpen; men verklaarde zich overigens +geheel tot onze dienst bereid; maar daar bleef het bij. Eindelijk +zeide een van de vriendelijksten en ijverigsten, een dagbladschrijver, +tot ons: "Ik heb wat gij zoekt; in die straat heb ik een huis; hier +is de sleutel; gaat het eens zien; als het u aanstaat, is het tot +uwe beschikking." Wij gaan het huis zien, dat echter voor ons niet +geschikt blijkt; terugkeerende loopen wij even bij onzen vriend aan +om te zeggen, dat wij het niet nemen. Maar Ayme, de consul, vergeet +den sleutel terug te geven en brengt dien eerst na verloop van vijf +dagen, zich verontschuldigende over het verzuim. + +"O, dat is niets, antwoordt onze vriend: maar ik krijg dertig francs +van u. + +--Dertig francs: waarvoor? vraagt Ayme. + +--Waarvoor? Wel, gij hebt den sleutel vijf dagen gehouden; vijf dagen, +tegen zes francs per dag, dat maakt dertig francs. Mij dunkt, dat is +eenvoudig genoeg." + +Het was inderdaad zeer eenvoudig; en er schoot niet anders over dan +te betalen. Wij hadden evenwel de voorzichtigheid, van dat heerschap, +wiens naam ik niet noemen wil, eene kwitantie te vragen. + +De Yucateken zijn er op gesteld, meester in hun eigen land te blijven +en hunne eigene zaken te beheeren. Met meer ondernemingsgeest bezield, +energieker en hooghartiger dan hun volksgenooten op de hoogvlakten, +hebben zij voor den aanleg van spoorwegen en andere openbare werken +geen beroep gedaan op de kapitalen der Yankees; uit hun eigen, waarlijk +niet overvloedige middelen hebben zij de kosten bestreden. Wel vorderen +de werken langzaam, maar de Yucateken mogen er dan ook roem op dragen, +dat zij er niemand dank voor hebben te brengen. + +Het is inderdaad treffend te zien, hoe dit kleine volk, dat zoo +vreeselijk door binnenlandsche oorlogen en beroerten werd geteisterd +en vergeefs elders om hulp smeekte, zich weer heeft opgericht, +met ijver en inspanning zijne hulpbronnen ontwikkelt en de bittere +beproevingen te boven komt. In tegenoverstelling van hunne trage +en verkwistende buren, zijn de Yucateken arbeidzaam en zuinig: twee +onmisbare deugden, die zij zich verwierven in den moeielijken strijd +tegen de ongunstige omstandigheden, waarin zij geplaatst waren: +de betrekkelijke armoede van den grond, het ontbreken van minerale +schatten, en die verschrikkelijke verdelgingsoorlog, die het volk op +den rand des ondergangs bracht. + +De geschiedenis van dien oorlog is dramatisch in hooge mate; ik zal +haar hier niet vertellen, maar slechts aanstippen dat de bewegingen +onder de Indianen, reeds in 1761 begonnen, in 1846 tot een geweldigen +algemeenen opstand leidden, die nog niet geheel onderdrukt is. Men +mag echter aannemen, dat de bloedige oorlog ten einde loopt; de wilde +trekt zich voor de beschaving terug en ziet schier met den dag zijn +gebied inkrimpen. + + +III + + +Nadat wij te Merida eenige dagen hadden vertoefd, maakten wij ons +gereed voor een uitstapje naar Ake. Dit uitstapje was inderdaad +een reisje _en famille_, want Louis Ayme, de amerikaansche consul, +die ook in archeologie liefhebberde, en die reeds meer dan eens de +ruinen bezocht had, wilde mij vergezellen; maar mevrouw Ayme, eene +Amerikaansche, gaf daartoe alleen hare toestemming, onder voorwaarde +dat zij ook mede zou gaan; en daar Shuty niet alleen thuis kon blijven, +moesten wij hem ook mede nemen. Shuty was de gunsteling van mevrouw, +een mooi hondje, met lange zijdeachtige haren. Met inbegrip van mijn +secretaris en mijn bediende, waren wij dus met ons zessen: wij hadden +mitsdien twee rijtuigen noodig. + +Ake is eene hacienda, hofstede, van don Alvaro Peon, bij wien ik een +bezoek ga afleggen om hem vergunning te vragen tot het bezichtigen +der ruinen, en tevens een brief van aanbeveling voor den majordomo +of intendant. Don Alvaro deed meer dan van hem verlangd werd: niet +tevreden met den brief van aanbeveling, zond hij zijn chineeschen +bediende met allerlei levensmiddelen en benoodigdheden, opdat het +ons aan niets ontbreken zou. + +Wie in het binnenland reizen wil, heeft tusschen twee vervoermiddelen +te kiezen: de groote kales, eene soort van diligence, bij ieder bekend; +en den _volan coche_, het eigenlijke nationale rijtuig. Wij kozen +het laatste. De volan coche is geheel van hout, met uitzondering +alleen van de ijzeren banden om de wielen. Op een zwaar en lomp +onderstel rust, gedragen door twee lederen riemen, een soort van +langwerpige bodemlooze bak of kist; over een van touw gevlochten net +wordt een dunne matras uitgespreid, om het schokken en stooten minder +hinderlijk te maken. Voorop zit de koetsier; van achteren is plaats +voor de bagage; terwijl ook een aantal voorwerpen onder aan het net +hangen. Reist men alleen, dan gaat men lang uit op de matras liggen; +maar is men met zijn drieen, dan moet men op turksche manier, met +samengevouwen beenen, gaan zitten: eene houding, welke iemand, die +daaraan niet gewoon is, in het eind onuitstaanbare kramp bezorgt. De +inlanders zitten met hun zessen of achten--hoe, begrijpt men niet--in +zulk een wagen. Hoewel de bak volkomen in evenwicht hangt, schokt +en slingert hij toch op eene geweldige manier; en wanneer de half +dronken koetsier zijn drie muildieren in vollen ren laat draven over +de ongelijke, rotsige wegen, schokt en hotst het rijtuig zoo hevig, +dat de reizigers door en over elkander geworpen worden. Gevaar is +er echter niet; het verwonderlijkste is dat er nooit iets aan het +rijtuig breekt, en op al mijne tochten ben ik maar eens omgevallen. + +Ake ligt tien mijlen ten oosten van Merida. Wij volgen den weg naar +Izamal, ter wederzijde omzoomd door onafzienbare velden met agaven +beplant, en laten ter rechterhand twee met ruinen bekroonde heuvels +liggen. Vervolgens komen wij aan het dorp Tixpeual, waar de Spanjaarden +in 1541 een langdurig en bloedig gevecht moesten leveren. Het dorp +ziet er zoo armoedig uit en heeft zoo veel bouwvallige en verwoeste +huisjes, als ware de veldslag eerst gisteren geleverd; dat komt, omdat +de opstandelingen in 1848 tot aan de poorten van Merida doordrongen +en Tixpeual in de asch legden. Maar de gansche landstreek, met haar +weinige vervallen dorpen, haar eenzame wegen en schralen plantengroei, +maakt een zeer somberen indruk. + +Drie mijlen verder wijzen palmboschjes de ligging aan van Tixkokob, +waarvan al de inwoners zich bezig houden met het vervaardigen van +hangmatten. In de openstaande huizen, ziet men overal de witte, gele, +blauwe, roode of veelkleurige netten uitgespannen; deze hangmatten, de +eenige soort van bedden waarvan de Indianen gebruik maken, zijn zeer +goedkoop: zij kosten niet meer dan drie a vijf francs; de mooisten +komen uit de omstreken van Valladolid. + +Te Tixkokob waar wij een kop chocolade gebruikten, verlaten wij den +grooten weg, en slaan een zijweg in, waarop wij alle gelegenheid +hebben om met den volan coche nader kennis te maken. De rotsen zijn +steil, en het rijtuig schokt op de merkwaardigste wijze: wij zitten +te dansen als de poppen in een poppenkast.--Het was inmiddels avond +geworden; de indiaansche hutten, in de duisternis verloren, waren nog +maar alleen kenbaar aan het wegstervende schijnsel van de niet langer +onderhouden wordende vuren; de omtrekken der pyramiden teekenden zich +in zwarte massa's tegen den donker blauwen hemel; overal heerschte +een doodelijke stilte, alleen afgebroken door het knarsen en kraken +van het hotsende en stootende rijtuig. Wij vonden den toegang tot de +hacienda gesloten: men verwachtte ons niet meer. Op het luid geblaf +der honden verscheen de majordomo; hij liet de zware balken wegruimen, +die de poort barrikadeerden; weldra waren wij geinstalleerd en sliepen +in de vervallen, verwaarloosde zaal der heerenhuizinge. + +Ake is eene hacienda voor de veeteelt; en men had ons gewaarschuwd, +dat het, overal waar runderen zijn, wemelt van garrapaten. Wij hadden +dus alle mogelijke voorzorgen genomen, want deze verfoeilijke houtluis +is het geduchtste insekt dat ik ken. Wij knoopten al onze kleeren +dicht; wij staken de pijpen van onze pantalons in hooge laarzen; wij +stopten zoo veel mogelijk alle denkbare openingen. Mevrouw Ayme, in +een sierlijk bloomerskostuum, scheen ook tegen de indringers gewapend; +maar Shuty, de aardige Shuty, hoe zou hij zich verdedigen? Ten slotte +bleek dat al onze voorzorgen ons niets baatten. De hongerige garrapate +laat zich door niets weerhouden; schier onmerkbaar en dunner dan +een velletje papier, dringt zij overal door, ook door onzichtbare +openingen; wij ondervonden het tot onze schade. + +Wij gaan uit om den cenote op te zoeken; Shuty springt vroolijk +blaffend voor ons uit. Wat is een cenote? Yucatan heeft noch stroomen, +noch rivieren, maar daarentegen een zeer uitgestrekten onderaardschen +waterplas, meer of minder diep beneden de oppervlakte, naarmate de +kalklaag dikker of dunner is; nabij de kust is het water zeer dicht +bij den beganen grond, in het binnenland vindt men het eerst op +aanmerkelijke diepte. Men noemt nu cenotes de inzinkingen van den +bodem, die tot dit water toegang geven. Is het water op geringe +diepte onder den grond, en is de kalklaag slechts aan den eenen +kant verteerd, dan verkrijgt men een onregelmatige spelonk, die +over de geheele breedte open is. Heeft de kalklaag eene middelbare +dikte en stroomt het onderaardsche water in bepaalde richting, +dan wordt de bodem regelmatig ondermijnd, tot de bovenlaag, niet +langer steun vindende, instort; zoo ontstaat een reusachtige put, +meestal van ronde gedaante, zooals de cenotes van Chichen-Itza. Is de +kalklaag daarentegen zeer dik, dan tast het water slechts de weeke, +zachte deelen aan waarvan een gedeelte instort, waardoor somtijds in +de bovenste laag eene smalle opening ontstaat: zoo krijgt men eene +werkelijke grot, met stalactiten en stalagmiten versierd, zooals te +Sacalun en te Valladolid; somwijlen ook is de cenote niet meer dan +eene reusachtige onderaardsche ruimte, zooals te Bolonchen. + +Het is opmerkelijk dat alle beschaafde nederzettingen in Yucatan zich +hebben gevormd om deze natuurlijke waterbekkens; want in den beginne +hadden de kolonisten vermoedelijk niet de noodige hulpmiddelen om +putten of waterbakken te graven, noch ook om kunstmatige reservoirs +te maken, zoo als zij het later te Uxmal deden. + +De cenote van Ake behoort tot de eerste kategorie; de toegang vormt +als het ware een grooten boog, die een zeer schilderachtig en bijna +indrukwekkend voorkomen heeft. Op den achtergrond, omstreeks twintig +voet beneden het gewelf, en dertig beneden den beganen grond, ziet men +een groot bekken vol frisch en helder water, waarin eene menigte kleine +vischjes zwemmen, terwijl zwermen van zwaluwen in alle richtingen de +grot doorkruisen en de ruimte vullen met haar vroolijk geroep. + +Van den cenote begeven wij ons naar de ruinen, die onze bedienden +inmiddels bezig waren van den overvloedigen plantengroei te +zuiveren. In afwachting dat zij daarmede gereed waren, dwaalden +wij rond door de bosschen, uitziende naar ruinen, zonder eenig +kwaad vermoeden ons een weg banende door de verraderlijke takken +der boomen, maar welhaast stikkende van de hitte in onze nauw +sluitende kleeding. Niemand voelde zich onwel of klaagde over iets +buitengewoons. Shuty was de eerste, die teekenen gaf van een abnormalen +toestand; bij het verlaten van den cenote was hij onrustig geworden; +hij stond eensklaps stil en beet zich in zijne pooten of maakte +zonderlinge sprongen; maar steeds vroolijk, levendig en aardig, +vervolgde hij, luid blaffende, zijn weg. Wij gingen toen door het +dichte hout; en de min of meer gekunstelde vroolijkheid van Shuty +maakte plaats voor wezenlijken angst; zijn blaffen ging over in +janken; hij beet zich met woedende heftigheid, rolde zich in het gras +en begon zoo akelig te huilen, dat zijne meesteres hem opnam: het +lichaam van het arme dier was geheel en al overdekt met wriemelende +garrapaten: wij zelven werden onmiddellijk door dit ongedierte +aangetast.--Gelukkig vonden wij bij onze tehuiskomst een uitnemend +dejeuner, door den chineeschen kok van don Alvaro klaar gemaakt; +maar eer wij aan tafel gingen, begaven wij ons een voor een naar een +kabinetje om ons van ongedierte te zuiveren en op nieuw toilet te +maken. Mevrouw Ayme en Shuty bleven verder tehuis en waagden zich +niet meer aan ontdekkingstochten. + +De ruinen van Ake zijn zoo goed als onbekend. Stephens, de +amerikaansche onderzoeker, spreekt er in zijn belangrijk reisverhaal +slechts ter loops van. Hij noemt de groote galerij een kolossaal werk, +en het paleis in zijn geheel een gewrocht van reuzen; de ruinen hebben, +volgens hem, het merk van hooger ouderdom dan andere monumenten. Hij +voegt er bij, dat volgens Cogolludo de Spanjaarden op hun tocht eene +stad ontmoetten, Ake genaamd, waar zij een gevecht moesten leveren +tegen eene groote menigte Indianen. Stephens vergist zich; als hij +Cogolludo nauwkeuriger had gelezen, zou hij bemerkt hebben dat de +stad, waarvan de geschiedschrijver spreekt, niet dezelfde is als die +hij heeft bezocht. De ligging van de stad Ake verwijdert haar ten +eenemale van den weg, dien de veroveraars volgden. + +Francisco de Montejo landde toch aan de oostkust van Yucatan, +tegenover het eiland Cozumel; hij trok dus van het oosten naar het +westen, door Koba, eene stad vol monumenten, die nog op acht mijlen +afstands van Valladolid gevonden worden, en bereikte eene plaats, +Ce-Ake genoemd, waar hij bloedige gevechten moest leveren. Van daar +ging hij naar Chichen-Itza, waar hij twee jaren bleef. Dit geschiedde +op zijne eerste expeditie in 1527; het Ce-Ake waarvan hier sprake is, +lag dus omstreeks vijf-en-dertig mijlen oostwaarts van de ruinen van +Ake, waar wij ons thans bevinden. + +Ake was ongetwijfeld eene zeer volkrijke stad; vijftien a twintig +pyramiden van verschillende grootte, met de bouwvallen van +paleizen gekroond, zijn over eene oppervlakte van een vierkante +mijl verspreid. De belangrijkste ruinen schijnen een rechthoek te +vormen, en omsluiten eene ruimen binnenhof, die zorgvuldig geeffend +is, en in welks midden nog een steen overeind staat, die door de +Indianen _picote_ wordt genoemd. Dit was de straf- of geeselpaal, +dien men ook te Uxmal en andere plaatsen vindt, en die zoowel voor +als na de verovering, in geen enkel indiaansch dorp ontbrak. Te +Tenosique verhaalde mij een oud man, dat hij, nog geen dertig jaar +geleden, dien steenen paal op het midden van de markt had gezien. De +veroordeelde Indiaan werd geheel naakt aan den picote gebonden, om +daar het bepaalde aantal stokslagen te ontvangen. Ik vond dezelfde +gewoonte te Tumbala, een indiaansch dorp op den weg van Palenque naar +San-Christobal. Volgens de begrippen der Indianen, wischt de straf +de schuld uit; en ik heb Indianen ontmoet, die, om hun geweten tot +rust te brengen, zelven aanhielden om eene bestraffing, die niemand +hun zocht op te leggen. + +Nemen wij thans de ruinen nader in oogenschouw. Aan den +noordwestelijken uithoek verrijst eene pyramide van twee verdiepingen, +saamgesteld uit groote steenblokken zonder kalk; zij heeft eene hoogte +van omstreeks veertig voet, en eindigt in een klein vertrek, waarvan +het dak is ingestort, maar waarvan de muren nog ten deele overeind +staan. Wij vinden hier dezelfde constructie terug, die wij reeds te +Tula, te Teotihuacan en te Palenque hebben opgemerkt, en die wij ook +nog in de andere oude steden van Yucatan zullen aantreffen. + +Dit monument met het kleine vertrekje, dat voor bewoning ten eenemale +ongeschikt is, kan onmogelijk een paleis zijn geweest; wij mogen +veilig aannemen dat wij hier met een tempel te doen hebben; en +dat te meer omdat deze pyramide een deel schijnt uit te maken van +het daaraan grenzende monument, waarboven zij zich verheft. Dit +laatste monument herinnert door zijne rechthoekige gedaante, aan +de soortgelijke gebouwen, die wij te Tula en te Teotihuacan gezien +hebben en die men met den naam van citadellen bestempelt, maar die +inderdaad niet anders waren dan de vermaarde Tlachtli, de kaatsbaan, +waarvan alle geschiedschrijvers melding maken. Het kaatsspel was bij +uitnemendheid het nationale spel der Tolteken, die het ook in Tabasco +en Yucatan invoerden. Wij zullen zulk een tlachtli, beter bewaard, +te Uxmal en te Chichen-Itza terugvinden. Waarschijnlijk hadden er, +voor den aanvang van het spel, in dien kleinen tempel godsdienstige +ceremonien plaats. + +Een weinig meer ten zuidoosten zien wij een monument, dat tot velerlei +gissingen aanleiding heeft gegeven. Het is eene langwerpige pyramide, +met een zonderling gebouw gekroond. Het geheel ongewone voorkomen, +de buitengewoon groote trap, die zonderlinge architektuur, geheel +afwijkende van het gewone karakter der yucatansche monumenten: +dit alles verplaatst ons als het ware in eene nieuwe wereld. Het +zonderlinge monument bestond uit zes-en-dertig pilaren, waarvan er +nog negen-en-twintig over zijn, geplaatst op het bovenvlak van eene +langwerpige pyramide of liever een terras van zes el hoogte. Men +bereikt dat plat langs een reusachtige trap van ruwe steenblokken, +van anderhalve tot twee el lengte, en van dertig tot vijftig duim +hoogte. De pilaren waren gemiddeld vier el vijf-en-zeventig duim hoog, +te oordeelen althans naar de hoogsten en best bewaarden, die nog +voorhanden zijn; zij bestaan uit tien blokken van een el twintig duim +in lengte en breedte, en tusschen de veertig en vijftig duim hoogte. + +Men had mij gezegd dat de steenen eenvoudig op elkander waren gelegd, +en dat de bouwmeesters te Ake geen kalk of cement hadden gebruikt. Dit +is onjuist; bij onderzoek blijkt toch dat wel de buitenzijden der +blokken, waaruit de pilaar bestaat, werden behouwen, maar dat de +binnenzijden ruw werden gelaten. Daar nu die binnenzijden niet juist +op elkander konden passen, moest men de ledige ruimten aanvullen met +kleine steenen, die nog voorhanden zijn, en werd ongetwijfeld tot +bedekking gebruik gemaakt van kalk of cement. + +De heer Ayme, de amerikaansche consul te Merida, loochent dit +laatste; en daar de kalk verdwenen is, kan ik hem niet met de stukken +overtuigen, en moet wachten tot eene nieuwe ontdekking de juistheid +mijner meening bewijze. Deze zes-en-dertig pilaren, in drie evenwijdige +rijen geplaatst, vormen een rechthoek; de esplanade waarop zij staan, +heeft eene lengte van vijf-en-zestig el veertig duim, bij eene breedte +van veertien el veertig duim; de richting der pyramide, die aan de +uiteinden afgerond is, is van het noorden naar het zuiden; de trap +bevindt zich aan de zuidzijde. + +Welke was nu de bestemming van dit wonderlijke gebouw? Was het +eenvoudig eene open galerij? Men vindt hoegenaamd geen puin +op het plat van de pyramide; was er dus vroeger eene bedekking, +dan moet dit dak uit hout en riet hebben bestaan, waarvan niets is +overgebleven. Was dit gedenkteeken bestemd om de herinnering aan een +of ander persoon of feit te bewaren? Wij kunnen op die vragen geen +antwoord geven. Zeker is dit monument in geheel Yucatan volstrekt +eenig in zijne soort; maar het draagt hoegenaamd geen monumentaal +karakter.--Gewisselijk ontbreekt het niet aan commentaren; maar het +is bekend, dat de commentatoren dikwijls de schrijvers en ook de +monumenten zeer veel meer laten zeggen, dan zij werkelijk doen: van +nature zijn zij geneigd, het vreemde, het verrassende, het onmogelijke +boven het eenvoudige en voor de hand liggende te verkiezen. Sommige +reizigers hebben, ten aanzien van de ruinen van Ake, hunner fantazie +den vrijen teugel gevierd en theorieen verkondigd, die den nuchteren +opmerker verbijsteren. Ziehier een staaltje van zulke buitensporigheid. + +Het monument, waarvan wij spreken, zou de herinnering moeten bewaren +aan tijdperken of regeeringen, en ieder steenblok zou een Ahan Katun +of een Katun moeten voorstellen. Volgens de oude tijdrekening der +Mayas omvat een Ahan Katun een tijdvak van vier-en-twintig, en een +Katun een van twee-en-vijftig jaren. Daar er nu zes-en-dertig pilaren +zijn, ieder uit tien blokken bestaande, krijgen wij in het eerste +geval een tijdvak van achtduizend-zeshonderd-veertig jaren, en in +het tweede eene periode van achttienduizend-zevenhonderd-twintig +jaren. Ik behoef wel niet op te merken, dat het onderste blok, voor +achttienduizend-zevenhonderd-twintig jaar gelegd, reeds lang verdwenen +zou zijn voor het aanbrengen van het laatste blok, dat nog eenige +eeuwen ouder zou zijn dan de verovering. Bovendien dragen alle blokken +het kenmerk van gelijken ouderdom. Maar eigenlijk is het niet noodig, +over dergelijke buitensporige dwaasheden veel woorden te verspillen. + +Is het niet eenvoudiger, aan te nemen dat dit vreemdsoortige monument +eene galerij was, vroeger met riet overdekt, en die hetzij voor +openbare spelen, hetzij voor vergaderingen of plechtige ceremonien +bestemd was? De ligging midden tusschen de andere monumenten schijnt +voor deze onderstelling te pleiten. + +Na dit monument opgemeten te hebben, begeven wij ons naar eene andere +ruine, _Akabua_, dat wil zeggen, huis der duisternis, genoemd. De +vertrekken zijn inderdaad donker, daar zij hun licht uitsluitend +ontvangen door de in andere kamers uitkomende deuren. Ook daar, +als overal elders, vinden wij de zoogenaamde _boveda_, het door +vooruitspringende lagen gevormde gewelf, dat wij ook in de monumenten +der Hindoes en der Tolteken aantreffen. Dit dusgenoemde, oneigenlijke +gewelf is hier te Ake sterker gebogen: een gevolg van de gebruikte +materialen, want, even als de pyramiden, is dit gewelf saamgesteld uit +die groote onbehouwen steenblokken, waarvan het gebruik ook aan deze +monumenten den naam van cyclopische bouwgewrochten heeft doen geven. + +Toch is die benaming niet goed gekozen: immers de dusgenoemde +cyclopische constructie bestaat uit veel grooter blokken van +onregelmatige gedaante, maar zoo volkomen op elkander passende, dat men +er niets tusschen kan steken; de steenen daarentegen in de ruinen van +Ake hebben allen denzelfden vorm: het zijn dikke, niet behouwen zerken, +die door aanmerkelijke tusschenruimten van elkander gescheiden zijn. + +Ik maakte mijn gids, den heer Ayme, daarop opmerkzaam, en zeide tot +hem: "Gij beweert dat er bij de gebouwen van Ake noch kalk, noch cement +is gebruikt, en dat men er nooit beeldhouwwerk, noch eenige decoratie +welke ook heeft ontdekt. Ik kan dit niet toegeven, hoewel de feiten +mij in het ongelijk schijnen te stellen. Hier staan wij voor een +raadsel, dat wij moeten trachten op te lossen. De stichters van deze +gebouwen hebben zich zeker niet zoo veel moeite en inspanning getroost, +om hun werk onvoltooid te laten. Wij moeten dus aannemen, dat deze +zerken eenmaal volkomen aan elkander sloten, en dat de tijd ze heeft +afgeknaagd en verwijderd; maar dan moeten wij aan deze monumenten een +ouderdom toekennen, die volstrekt onaannemelijk is. Bovendien ziet +ge dat deze steenen nog geheel in denzelfden toestand verkeeren, +als toen zij uit de groeve werden gehaald; ook zijn zij hier in +de binnenkamers niet beter geconserveerd dan aan de buitenmuren, +hetgeen toch het geval moest zijn. Ik kom dus tot het besluit dat al +deze steenen, van de muren zoowel als van de gewelven, vroeger met +cement bestreken en, volgens de gewoonte, ook beschilderd waren. + +"Toon mij het bewijs van hetgeen gij zegt, antwoordde hij, en ik zal +u gelooven." + +Ik moest zwijgen, en wij begaven ons naar eene hooge pyramide, met +een ruine gekroond. + +"Laat ons dit paleis gaan zien, zeide ik tot Ayme. + +--Er is niets te kijken: het zijn muren en meer niet; ik heb het +vroeger al bezocht; antwoordde hij. + +--Laat ons toch maar eens gaan zien," hernam ik. En wij gingen. + +Op het plat van de pyramide gekomen, was het eerste wat ik zag een +zeer fraai bas-relief van cement, bestaande uit schuine ruiten en +afgeplatte bollen. Dit bas-relief vormde de rechterlijst van een +groot kader, waar binnen verschillende figuren geplaatst waren, +waarvan men nog de overblijfselen kon ontdekken. Een laag cement van +ongeveer een el dik bedekte de steenen, vulde de ledige ruimten en +maakte de geheele oppervlakte glad en effen. Wij vonden zelfs nog +sporen van de oude beschildering. + +"Wat zegt ge nu? vroeg ik aan mijn reisgezel. + +--Gij hadt gelijk," antwoordde hij. + +Inderdaad was door deze ontdekking een einde gemaakt aan alle +tegenspraak. + + +IV + + +Van Ake begeven wij ons naar Izamal, waar wij ten drie uren aankomen. + +Izamal is eene van de voornaamste steden der provincie, of liever +een groot, aardig dorp met tusschen de vijf- en zesduizend inwoners; +het vlek maakte een des te aangenamer indruk, omdat men er zoo pas +het feest van den heiligen schutspatroon had gevierd, bij welke +gelegenheid de huizen, de openbare gebouwen en zelfs de vervallen +muren in de buitenwijken opnieuw waren gewit. Behalve zijne nette +woningen, bezit Izamal ook nog twee pleinen, door sierlijke moorsche +zuilengangen omringd. + +Wij moeten hier even een uitstapje maken op historisch gebied, +waarbij opnieuw de betrekkelijke jonkheid zal blijken der beschaving +in Yucatan, in tegenspraak met de bewering van sommigen, die zich te +zeer door hunne verbeelding laten leiden en aan deze beschaving een +bespottelijken ouderdom toekennen. + +Evenals Merida en andere steden van het schiereiland, verrees ook +Izamal op de plek, waar eene indiaansche stad stond. Evenals elders, +was ook hier het eerste werk der Spanjaarden, de tempels en paleizen +te verwoesten, de geschreven dokumenten te vernietigen, en zoo veel +mogelijk elk spoor en elke herinnering van de inlandsche beschaving +uit te roeien. Bisschop Landa, wiens werk over de zaken van Yucatan +omstreeks 1566 geschreven werd, dat is dus vijf-en-veertig jaar na +de verovering, spreekt van de gebouwen te Izamal, waarvan er toen +nog twaalf in wezen waren, en deelt ons mede, dat de stichters +dier monumenten onbekend waren. Lizana daarentegen, die in 1628, +zestig jaren later, schreef, en die veel minder dan Landa in de +gelegenheid was om zich bekend te maken met de oude traditien en +legenden, vertelt ons uitvoerig de geschiedenis dier monumenten; +van de twaalf bouwwerken, waarvan zijn voorganger melding maakt, +kent hij er wel is waar slechts vijf, maar hij weet de namen, die +Landa niet wist: wij zullen dus zijne opgave volgen. + +Landa, die eerst zegt dat men den oorsprong dezer monumenten niet +kende, deelt ons later mede, dat zij door het nog bestaande ras +der inlandsche bevolking waren gesticht: immers, onder het puin +der verwoeste monumenten, heeft men fragmenten gevonden van naakte +menschenbeelden en andere versierselen, zoo als de Indianen nog heden +van bijzonder sterke cement vervaardigen. In een graf vindt hij kunstig +bewerkte voorwerpen van steen, gelijk aan die welke de Indianen nog +tegenwoordig bij wijze van geld gebruiken. Even als te Merida, waar +hij genoodzaakt was, eene kapel te verwoesten, om een einde te maken +aan de godsdienstige vereering van het oude heiligdom, bestond ook +hier, volgens Landa, eene groote pyramide, waarvan wij de afbeelding +geven op bladz. 32. De kapel, welke deze pyramide bekroonde, bestond +in zijn tijd nog: hij geeft er eene beschrijving van en zegt dat zij +opgetrokken was uit zorgvuldig gehouwen, met beeldwerk versierde +steenen. Met echt-zuidelijke overdrijving, voegt hij aan zijne +beschrijving de opmerking toe: "Dit monument is zoo hoog, dat men er +versteld van staat." Toch bedraagt die hoogte nauwelijks tachtig voet! + +Het monument bestond uit twee gedeelten: de bijna tweehonderd el breede +basis met een ruim terras of platform, en de kleine pyramide, aan de +noordzijde van dit terras. Op het terras stond het volk, om getuige +te zijn van de godsdienstige plechtigheden, die ten aanschouwe van +allen op den top der pyramide werden volbracht. In de kapel, waarvan +Landa spreekt, stond het afgodsbeeld. Wij spreken hier bij analogie: +want wij weten dat dit het gebruik was te Mexico en in de steden der +Tolteken, Teotihuacan en Cholula. + +Volgens Lizana droeg deze groote pyramide den naam van Kinich-Kakmo, +omdat op den top een tempel stond, waarin het beeld van een afgod, +die aldus werd genoemd. Deze naam zou zooveel beteekenen als: "Zon, +met het vurig stralende gelaat." De tempel was dus een zonnetempel, +met de daarbij behoorende pyramide, evenals te Teotihuacan. + +Ten zuiden van deze pyramide verrees eene andere, niet minder breed, +maar eindigende in een terras en dus minder hoog dan de eerste; +zij heette Ppapp-Hol-Chac, dat wil zeggen: "Huis der hoofden en der +bliksemstralen." Daar woonden de priesters, vermoedelijk in een fraai +paleis, zoo als men die ook in andere steden vindt. De Spanjaarden +bouwden op die plek een aan Sint-Franciscus gewijd klooster, benevens +de parochiale kerk, die zeer mooi is. + +De derde pyramide, ten oosten, droeg een tempel toegewijd aan +Ytzama-ul, Itzamna of Zamna, den legendarischen stichter van de stad +Izamal. "Deze koning of deze afgod, zegt Landa, werd door de Indianen +voorgesteld onder de gedaante van eene hand; zij beweren dat men +de zieken en zelfs de dooden tot hem bracht en dat de god hen door +de aanraking met zijne hand genas of weder tot het leven opwekte; +daarom noemde men den tempel Kab-ul, hetgeen beteekent de werkzame, +de wondervolle hand."--Deze tempel, waar zoo vele wonderen gewrocht +werden, was het doel van scharen van bedevaartgangers: daarom had men +naar de vier windstreken groote wegen of heerbanen aangelegd, die tot +aan de grenzen van het land waren doorgetrokken en naar Guatemela, +naar Chiapas en naar Tabasco voerden. Nog heden, zegt onze schrijver, +vindt men op verscheidene plaatsen sporen van die wegen. + +Wij zelven hebben de overblijfselen gevonden van den met cement +geplaveiden weg, die van Izamal naar den oever der zee liep, tegenover +het eiland Cozumel. Wij moeten hierbij opmerken, dat deze manier van +wegen te maken bij voorkeur aan de Tolteken eigen was, zoo als wij +reeds vroeger in de gelegenheid waren te constateeren. + +In den naam van den tempel, Kab-ul, de werkzame hand, herkennen +wij zonder moeite Hueman, de lange handen, het groote opperhoofd +en de wetgever der Tolteken van Tula, die door verschillende +geschiedschrijvers voor denzelfden gehouden wordt als Quetzalcoatl, +dien wij in Yucatan terugvinden onder den naam van Cuculkan, hetgeen +hetzelfde beteekent. + +De vierde, meer voorwaarts gelegen pyramide droeg de woning van den +opperbevelhebber des legers, die den titel voerde van Hunpictok, +hoofdman over achtduizend steenen lansen. Op den top dezer pyramide +vindt men niets dan puin; in het onderste gedeelte, dat van gelijke +constructie is als de piramide te Ake, bevond zich het door Stephens +beschreven beeld, dat thans verdwenen is, en ziet men nog heden, aan +de oostzijde, de figuur, op bladz. 28 afgebeeld. Aan dit beeld kunnen +wij de manier van werken der bouwmeesters duidelijk waarnemen. Deze +kolossale kop heeft eene hoogte van vier ellen; de oogen, de neus, de +onderlip zijn gevormd uit ruwe steenblokken, die, even als de wangen, +met versche cement zijn bestreken; de ornamenten ter rechter- en ter +linkerzijde zijn evenzoo van cement; aan de versierselen links, die +beter bewaard zijn gebleven, bespeuren wij nog die dubbele spiralen, +zinnebeeldige voorstellingen van den wind of den adem, het woord, +die wij reeds zoowel te Mexico als te Palenque hebben gezien en die +wij te Chichen-Itza zullen terugvinden. + +Aan de westzijde van deze pyramide, waar men een gedeelte van de basis +heeft blootgelegd, zien wij een der fraaiste bas-reliefs, die wij in +Yucatan hebben ontmoet. De hoofdfiguur is een liggende tijger met een +menschenhoofd; het beeldwerk is van cement; de modeleering der figuren +is voortreffelijk; deze tijger met het aangezicht van een mensch +herinnert ons aan de teekens der mexicaansche ridderorden, arenden, +tijgers en sperwers. De orde van den tijger was de voornaamste van +allen; en niets past beter bij de bestemming, die het paleis, volgens +de legende, zou hebben gehad, dan deze symbolische voorstelling van +de kracht en den moed: eene waardige versiering der woning van den +opperbevelhebber van het leger van Izamal. + +Al deze monumenten, de pyramide met den zonnetempel, de tempel van +Quetzalcoatl, het paleis van den vorst en de woning der priesters, +leveren het bewijs dat Izamal, op het tijdstip der verovering, +eene zeer talrijke bevolking had en een der hoofdpunten was van +de nederzettingen der Tolteken; voorts weten wij zeker, dat de +godsdienstoefeningen geregeld in de heiligdommen plaats grepen en +door het volk werden bijgewoond. Dit is echter onbestaanbaar met den +hoogen ouderdom, dien sommigen aan deze stad willen toekennen. + +Wij vertrokken van Izamal ten vier uren in den morgen; het landschap +maakte op ons een bij uitnemendheid treurigen indruk. Op een afstand +van vier mijlen ontmoeten wij slechts een dorp, Sitilpech genoemd, +eene verzameling van armoedige, meest ledigstaande hutten. + +In Yucatan bemoeit de administratie zich waarschijnlijk niet met de +dienst der telegrafen en posterijen. Reeds te Merida had ik daarvan de +ondervinding opgedaan, daar toch een aantal telegrammen, waarvoor ik +zeer duur moest betalen, niet ter plaats hunner bestemming kwamen, of +althans onbeantwoord bleven. Bij navraag gaf men mij ten antwoord, dat +de telegraaflijn in geen goeden toestand verkeerde. Op onzen tocht kon +ik mij daarvan overtuigen. De aanleg van deze lijn moet inderdaad zeer +goedkoop zijn geweest, en de kosten van onderhoud zijn vermoedelijk +gelijk nul. Er was wel een draad, maar er waren geen palen en geen +isolators. Die ongelukkige draad liep langs den zoom van het bosch, +vastgemaakt aan een of anderen tak; boog de tak, dan hing de draad +neer; brak hij, dan viel de draad op den grond; nu eens zweefde hij +even boven den bodem, dan weer lag hij, als lusteloos en wanhopig, +slap op de struiken en rotsen. Die draad was te beklagen: maar nog meer +te beklagen waren zij die betaalden, om haar weer in orde te brengen, +of die er gebruik van maakten zonder eenig nut. Echter werkte hij toch +van tijd tot tijd, die rampzalige telegraaf: hij was er ten minste, +en onder dat opzicht onderscheidde Yucatan zich gunstig van Tabasco, +waar de telegrafen onmiddellijk na den aanleg weer verdwenen, omdat +de inwoners de draden voor hun eigen gebruik aanwendden. + +Na een zeer vermoeienden rit kwamen wij des avonds ten zeven uren te +Citas. Het was volslagen donker, en men wachtte ons niet meer. Voor +onze ontvangst was niets in gereedheid gebracht; de dorpelingen waren +blijkbaar met deze verrassing alles behalve ingenomen. Waar zouden wij +overnachten? Daar de school voor het oogenblik ledig stond, werd die +ons ten gebruike afgestaan; wij gingen allen te zamen aan den arbeid, +zetten de tafels en banken op zij, en maakten zoodoende ruimte voor +onze hangmatten en veldbedden. Maar het souper:--dat is een lastig +ding! De tijd is verstreken, en de dorpelingen hebben geen lust, weer +aan het werk te gaan. Gelukkig komen de rechter en de burgemeester ons +bezoeken: dank zij hunne tusschenkomst, wordt de zaak nog geschikt; +de hoop op eene goede winst vermurwt de harten, en wij kunnen ons +avondmaal gebruiken. + +Te Citas moeten wij den grooten weg verlaten om de bosschen in +te gaan; wij moeten dus hier onze rijtuigen achterlaten, en in +de plaats daarvan ons dragers, ezels en muildieren aanschaffen: +daartoe is natuurlijk tijd noodig, en het verblijf te Citas is +in het minst niet uitlokkend. De dorpelingen zijn onwillig; zij +vragen een dubbel loon en blijven weg als zij geprest worden. Een +vreemdeling, die zulke verre reizen onderneemt om ruinen te zien, +waarin de Indiaan hoegenaamd geen belang stelt, moet iemand zijn +die met zijn geld geen weg weet: het is dus niet meer dan billijk +dat hij betale. Nu, de Indianen van Yucatan zijn niet de eenigen, +die zoo redeneeren.--Eindelijk krijgen wij dan toch onze dragers, +tegen een derde boven den gewonen prijs. Paarden zijn schaarsch: zij +moeten geprest worden; het militair geleide wordt ons gracieuselijk +toegestaan. Natuurlijk zijn noch de soldaten, noch de paarden gereed; +wij zelven moeten ook nog verschillende toebereidselen voor de reis +maken. Bovendien zijn de paden in het bosch dicht gegroeid; de afstand +naar Piste bedraagt zeven mijlen; het eerste wat wij te doen hebben, +is dus mannen uit te zenden om den weg te banen. Zij gaan op weg, +en wij houden ons verder met onze uitrusting bezig, daar wij eerst +den volgenden dag zullen vertrekken. + +Tegen den avond kregen wij eene uitnoodiging tot het bijwonen van +een bal. Tot mijne verbazing vernam ik dat er te Citas gedanst werd, +ondanks het gevaar, waarin het dorp steeds verkeerde ten gevolge +van den opstand der Indianen, die elk oogenblik het vlek konden +overvallen, de woningen verbranden en de dorpelingen vermoorden of +medevoeren. Natuurlijk namen wij de uitnoodiging aan. + +De straten van Citas zijn geene straten, maar kleine ketens van steile +rotsen, door miniatuurafgronden gescheiden, waarin de vreemdeling zeer +gemakkelijk armen en beenen breken kan. Wij gaan dus op weg, ieder door +twee Indianen geleid, want het huis, waar het feest wordt gegeven, +is vier- of vijfhonderd el van het dorp verwijderd en het is buiten +pikdonker. Wij komen zonder ongelukken ter plaatse onzer bestemming. + +In eene hut van armoedig voorkomen, verlicht door het schijnsel van +drie vuren, zijn een half dozijn vrouwen bezig met het gereedmaken +der spijzen; ik zie gansche stapels van kippen, kalkoenen en groote +stukken varkensvleesch, die gekookt of gebraden moeten worden. Buiten +zijn andere vrouwen bezig met het malen van mais, het kneden van het +deeg of het bakken van koeken, die warm gegeten worden. + +Een met riet overdekte open loods, waarin eenige walmende lampen +hangen, dient tot balzaal. Eene rij banken en eenige met leder +bekleede stoelen zijn voor de dames bestemd; in het midden van het +lokaal staan de heeren, met bloote voeten, een witte pantalon, een +wijd loshangend hemd en een gekleurden doek om den hals. Het is er +vol: het gansche dorp is hier vergaderd; althans al de Indianen en +mestiezen, maar weinig ladinos, dat wil zeggen blanke vrouwen. + +"Het is een Indiaan, die dit feest geeft en de kosten betaalt," zeide +de rechter tot mij; "zulk een feest, dat dikwijls verscheidene dagen +of liever verscheidene nachten duurt, kost veel geld. Dit feest zal, +na afloop van alles, misschien driehonderd piasters (vijftienhonderd +francs) hebben gekost: voor een mesties, zoowel als voor een Indiaan, +vertegenwoordigt die som eene heele fortuin. Maar voor zulk eene +gelegenheid zal hij al zijn geld uitgeven; hij draagt daar roem op; +en eerlang zal het de beurt zijn van een anderen Indiaan, om een +dergelijk feest te geven. + +--Maar," hernam ik, "dat is voor die lieden de ondergang; wat moeten +zij daarna beginnen? + +--Precies hetzelfde wat zij te voren deden," antwoordde de rechter; +"zij keeren tot hunne milpas, dat wil zeggen hunne plantages, terug. Is +de oogst overvloedig, dan leven zij op den ouden voet voort, telkens +eenige stuivers besparende om op hunne beurt een feest te kunnen geven; +mislukt de oogst, dan binden zij hun maag toe; is er hongersnood, +dan sterven zij van gebrek. De zorg voor den dag van morgen is hun, +als allen onbeschaafden volken, ten eenemale vreemd, en de bitterste +ervaringen zijn machteloos om hen op dit punt te genezen." + +Deze feestelijke plechtigheid is voor ons een nieuw bewijs voor de +taaie levenskracht der aloude traditien, waaraan men vasthoudt, ook al +verstaat en begrijpt men ze sinds lang niet meer. Gij zoudt vergeefs +tot deze lieden de vraag richten, vanwaar zij de zonderlinge gewoonte +hebben om voor zulk een feest al hun geld uit te geven? Zij zouden +u op die vraag niet kunnen antwoorden: wij moeten het voor hen doen. + +Wij vinden bij Landa een bericht, dat ons licht geeft. Na gesproken +te hebben van de slemppartijen der Mayas en hunnen hartstocht voor +feesten en gemeenschappelijke maaltijden, gaat de geschiedschrijver +aldus voort: + +"Zij verteerden dikwijls bij een enkel feest alles wat zij gedurende +een langen tijd met zwaren arbeid gewonnen hadden. Zij vierden hunne +feesten op tweeerlei wijze. De eerste gold voor de edelen en de lieden +van aanzien: het gebruik wilde dat ieder der gasten, op zijne beurt, +een feest gaf gelijk aan dat waarop hij genoodigd was. Aan elk der +gasten gaf men een gebraden kip, brood en uit cacao bereiden drank +in overvloed; en na afloop van den maaltijd, een mantel om zich te +bedekken en een kleinen piedestal met een daarop geplaatsten beker, +die zoo fraai mogelijk bewerkt was. Kwam een der gasten inmiddels te +sterven, dan ging de verplichting om den maaltijd te geven op zijne +erfgenamen of familie over."--Is dat niet hetzelfde gebruik, hetwelk, +zoo als wij zien, nog heden heerscht? En verder: "Bij deze maaltijden +werd den gasten te drinken gegeven door schoone vrouwen, die, na hun +den beker toegereikt te hebben, zich omkeerden en zoo met afgewend +gelaat wachtten tot de gast den beker geledigd had. De indiaansche +vrouwen volgen nog dezelfde gewoonte, als zij haar mannen bedienen." + +Wij verlaten vroegtijdig het bal, want wij moeten morgen ochtend +vroeg vertrekken. Onze manschappen zijn gereed; muildieren en dragers +hebben hun vracht; de paarden zijn gezadeld; een deel van het militair +geleide gaat als voorhoede op weg; wij volgen. Het pad is de oude weg +naar Piste, die nu bijna geheel is dichtgegroeid, zoodat wij achter +elkander moeten loopen en niet dan met moeite voortkomen. De tocht +is vrij vervelend: wij trekken altijd door het dichte kreupelhout, +vol lianen en doornen, waarboven slechts enkele palmen en hoogstammige +boomen zich verheffen. + +Wij komen te Piste, waarvan niets meer over is dan de gehavende +en vervallen kerk, waarin thans eene afdeeling van vijf-en-twintig +soldaten is gelegerd, als een uiterste voorpost tegen de Indianen. De +manschappen moeten drie maanden in deze wildernis blijven, eer +zij afgelost worden. Het gevaar is niet groot, want de Indianen, +die opgestaan waren om hunne vrijheid te heroveren en uit wraak hun +overwonnen vijanden vermoordden, gaan nu nog maar alleen op roof uit. + + +V + + +Het was laat in den namiddag, toen wij de ruinen bereikten. Hoewel ik +vroeger reeds tweemalen te Chichen was geweest, doortrilde mij toch +een gevoel van blijde verrassing, toen ik in de verte het dusgenoemde +Castillo ontdekte, tronende op zijne steile pyramide van zeventig +voet hoogte. + +Wij hadden nauwelijks tijd gehad, ons in het Castillo te installeeren, +toen de avond viel. Het was een aangrijpend schouwspel. Statig dreef +de maan aan den onbewolkten, met tintelende sterren bezaaiden hemel, +en goot haar licht uit over de eindelooze met bosch bedekte vlakte; +op den voorgrond teekenden zich de grillige gestalten van muren of +dichtbegroeide heuvels en terpen. Met deze ruinen bekend, kon ik mijn +reisgenooten elk monument aanwijzen. + +Het Castillo vormt het middelpunt der ruinen; ten oosten, aan den +voet der pyramide, lag het marktplein, met twee kleine, daartoe +behoorende paleizen; ten noorden, de ruinen van een fraai gebouw +en de gewijde cenote, met den tempel ter bewaking van het bassin; +ten noordwesten de beroemde Kaatsbaan; ten oosten en ten zuidoosten, +de Chichanchob, de Caracol, de tweede cenote, het paleis der Nonnen, +de Akab-sib, en verder, de sedert lang verlaten hacienda. Wij spraken +half fluisterend over het geheimzinnig verleden van die doode stad, +die wij zouden trachten uit het graf op te roepen; geen enkel geluid +steeg uit de wijde vlakte tot ons op: alom een plechtige stilte als +op een kerkhof, slechts nu en dan afgebroken door het geroep der +schildwachten, die met geregelde tusschenpoozen elkander waarschuwden. + +Toen de dag was aangebroken, vertoonde zich een ander schouwspel, +niet minder schoon. De vlakte, geheel met een dichten nevel overdekt, +waarboven de pyramiden en de begroeide terpen uitstaken, scheen een +kalme zee, met groene eilanden bezaaid; de horizon tooide zich, bij +het rijzende licht, met de heerlijkste kleuren; lichte, doorschijnende +nevelwolkjes zweefden door de ruimte, telkens wisselend van vorm en +tint. Eindelijk verscheurde zich de nevelsluier en smolt weg voor +de zonnestralen, niets achterlatende dan de schitterende droppels, +als diamanten over de bladeren van het geboomte verspreid. + +De zoogenoemde steden der Mayas verschilden ten eenemale van onze +tegenwoordige steden; de Spanjaarden vergeleken de eerste steden, +die zij hier zagen, met de steden in hun vaderland, met Sevilla bij +voorbeeld; maar deze vaak herhaalde vergelijking is toch verre van +juist. Voor zoo ver wij daarover thans, naar de overblijfselen, kunnen +oordeelen, bestonden deze steden uit eenige groepen van gebouwen, die +wij overal terugvinden, namelijk: een of meer tempels, de paleizen van +den vorst en van de caciquen of hoofden, en gebouwen voor de openbare +dienst bestemd. Deze groepen waren, schijnbaar zonder plan of orde, +over eene aanmerkelijke oppervlakte verspreid; de tusschenruimten +werden ingenomen door tuinen, waartusschen met cement geplaveide +wegen liepen; in den omtrek stonden de hutten der bedienden en slaven. + +Chichen-Itza--dat wil zeggen, nabij de put van de Itza--ontleent haar +naam aan den cenote of de twee cenotes, aan welker zoom de bevolking +zich had neergezet. Chichen is jonger dan Izamal en Ake, maar ouder +dan Uxmal: evenals deze laatste stad, behoort zij tot den tijd, toen +men bij het bouwen geen cement, maar gehouwen steenen gebruikte. De +berichten, die wij omtrent de stad bezitten, zijn zeer schraal en zeer +onzeker, zoo als trouwens alles wat wij aangaande Yucatan weten. Dit +alleen is met zekerheid bekend, dat Chichen, omstreeks de helft +der vijftiende eeuw, door hare inwoners verlaten werd. De bevolking +verhuisde in massa--de oorzaak dier verhuizing is onbekend--en stichtte +in de lagune van Peten, ruim honderd mijlen meer zuidwaarts, een klein +vorstendom, waarvan de hoofdstad Tayasal werd genoemd, dat door Cortez +op zijn tocht naar Honduras werd bezocht, en dat eerst in 1697--alzoo, +nog geen tweehonderd jaar geleden--door de Spanjaarden werd veroverd. + +"Wij weten dus dat Chichen, omstreeks zestig jaar voor de aankomst +der Spanjaarden nog bewoond was, en dat hare monumenten toen nog +ongeschonden in wezen waren. Het is trouwens meer dan waarschijnlijk, +dat deze stad, die bevoorrecht was niet twee groote en onuitputtelijke +water-reservoirs--een onschatbaar bezit in een land, dat van water +is ontbloot,--al spoedig nadat zij door hare inwoners verlaten was, +op nieuw bevolkt werd en dat zij aldus haar leven voortzette tot op +het tijdstip der verovering. + +De eerste bezetting door de Spanjaarden had plaats in 1527. Montejo +landde, tegenover het eiland Cozumel, op de oostkust van Yucatan, +met vierhonderd soldaten. Hij liet zijne schepen achter, onder de +hoede der matrozen, en trok, onder het geleide van een Indiaan van +Cozumel, naar het binnenland: dit verhaalt de Bachiler Valencia, +die zijn verhaal schreef in 1639, te Valladolid woonde en van een +der veroveraars afstamde. Bovendien blijkt ten duidelijkste uit de +namen der steden, die Montejo doortrok, dat de expeditie haar weg nam +van het oosten naar het westen; bij de tweede expeditie daarentegen, +in 1541, toen de Spanjaarden te Champoton landden, trokken zij van +het westen naar het oosten. + +Montejo kwam te Coni, dat van de kaart verdwenen is, trok door de +provincie Choaca, en bereikte Kaba; van Kaba begaf hij zich naar Ake, +een dorp, dat, zoo als wij reeds opmerkten, niet moet worden verward +met de stad Ake, waarvan wij de ruinen hebben bezocht. Daar stuitte hij +op eene talrijke menigte Indianen, die hem den weg wilden versperren; +het kwam tot een gevecht, het bloedigste dat de Spanjaarden hadden +te leveren; en voor de eerste maal leerde Montejo het dappere volk +kennen, waartegen hij te kampen zou hebben. Ondanks hunne vuurwapenen, +die vreeselijke verwoestingen aanrichtten in de dichte drommen der +Indianen, ondanks hunne ijzeren harnassen, die hen bijna onkwetsbaar +maakten, moesten de Spanjaarden twee dagen achtereen vechten, om +den hardnekkigen tegenstand hunner vijanden te overwinnen. Van Ake +begaf Montejo zich naar Chichen-Itza, dat men hem, volgens Herrera, +had aangewezen als eene bij uitnemendheid geschikte plaats om zich +daar te vestigen. De stad was dus bewoond. Montejo nam te Chichen +zijn intrek in de gebouwen, waarvan wij nader zullen spreken; hij +vestigde zich daar te midden van eene bevolking, die ten gevolge van +het vreeselijke gevecht bij Ake, door den schrik als verlamd was. + +In den eersten tijd ondervonden de Spanjaarden dus geene moeilijkheden +en ontbrak het hun aan niets; maar allengs begon het den Indianen te +verdrieten, in het onderhoud te moeten voorzien van deze vreemden, +die ieder per dag meer gebruikten dan voor het onderhoud eener +geheele indiaansche familie gedurende eene maand noodig was; +zij weigerden zich langer te onderwerpen aan de afpersingen en +wreede mishandelingen van deze bandieten. Nu werden niet langer +levensmiddelen naar het kamp gebracht; eindelijk verdwenen de +Indianen, de veroveraars in eene eenzame wildernis achterlatende. Op +den overvloed van straks volgde nu gebrek en hongersnood; om zich +levensmiddelen te verschaffen, moesten de Spanjaarden verre tochten +naar de omliggende dorpen ondernemen en daar met geweld nemen, wat men +hun niet vrijwillig wilde afstaan: van daar onophoudelijke gevechten; +de Spanjaarden hadden honderd-vijftig hunner manschappen verloren, +en de overgeblevenen waren allen gewond. Montejo, die waarschijnlijk +de gemeenschap met zijne schepen had onderhouden, zag zich genoopt tot +den terugtocht. Het omliggende land was geheel door Indianen bezet, +en de terugtocht werd uiterst bezwaarlijk. Na een bloedig gevecht, +waarin Montejo een deel van zijne beste manschappen verloren had, +volgde een zeer donkere nacht, die bij uitstek gunstig scheen voor +de vlucht. Hij beval de grootst mogelijke stilte, liet de hoeven +der paarden omwikkelen, opdat men hen op den rotsigen grond niet +hooren zou; om de waakzaamheid der Indianen te verschalken, liet hij +vervolgens een zijner honden aan een buigzamen paal, waaraan een bel +bevestigd was, vastbinden; en op eenigen afstand, buiten het bereik +van den hond, een stuk vleesch nederleggen, dat het hongerige dier +vergeefs trachtte te bereiken. Het gelui van de bel en het janken +van den hond brachten de Mayas in den waan, dat hunne vijanden nog +steeds in hun kamp waren. Inmiddels trokken de Spanjaarden in alle +stilte naar het noorden, in de richting van Cilan. Toen het dag werd, +bespeurden de Indianen dat zij misleid waren geworden: woedend zetten +zij de vluchtelingen na, die niet dan met groote moeite de zeekust +en het grondgebied van een vredelievenden vorst bereikten, die hun +eene schuilplaats bood. + +Het paleis der Nonnen (el palacio de las Monjas) is een der +voornaamste paleizen van Chichen-Itza; men heeft er een klooster van +gemaakt, evenals van het groote gebouw te Uxmal, dat denzelfden naam +draagt. Sommige schrijvers verhalen namelijk, dat bij de Azteken +in Mexico de gewoonte heerschte, om jonge meisjes van aanzienlijke +familie en omstreeks twaalf jaren oud, gedurende zekeren tijd aan de +goden te wijden. De meesten verlieten den tempel om in het huwelijk +te treden; sommigen verbonden zich, door plechtige gelofte, voor +haar geheele leven. Sahagun deelt mede dat deze meisjes, kleine +priesteressen of zusters genoemd, in de bijgebouwen van den tempel +woonden, onder streng opzicht van daartoe aangestelde vrouwen; zij +leidden daar een kloosterleven, en waren aan zeer strenge regelen +onderworpen. Haar hair werd afgeknipt; zij moesten des nachts opstaan +om te bidden en den tempel te reinigen; zij vastten bijna onophoudelijk +en pijnigden en martelden zichzelven op allerlei wijze ter eere der +goden. Zij doorboorden zich de tong en de ooren met scherpe doornen, +sliepen steeds geheel gekleed, om elk oogenblik haar arbeid te +kunnen hervatten, gingen altijd met neergeslagen oogen, en moesten +de doodstraf ondergaan voor iedere inbreuk op de strenge regelen der +godsdienstige tucht. Zij waren dus inderdaad nonnen. + +Het paleis bestond uit een middengebouw en twee vleugels; de plaat op +bladz. 37 geeft den voorgevel van den linkervleugel te aanschouwen, +die zeer schoon en uitmuntend goed bewaard is gebleven. Deze facade +bestaat uit drie vooruitspringende lijsten, die twee friesen begrenzen, +waarvan de versiering uit dezelfde motieven is saamgesteld. Op de +eerste fries ziet men twee omlijste hoog-reliefs, waarop mannen zijn +voorgesteld in neergehurkte houding; het lichaam van den een is gevat +in de schaal van een schildpad; de reusachtige, groteske figuren in het +midden en aan de hoeken van de eerste fries vindt men ook aan de facade +van het hoofdgebouw, en met geringe wijzigingen op alle monumenten +van Yucatan.--Het hoofdgebouw van het paleis der Nonnen leunt tegen +eene pyramide, op welker terras of platform een zeer net bewerkt gebouw +verrijst, bevattende kleine kamers met twee nissen tegenover elke deur, +en gescheiden door een gang, die op den westelijken uithoek van de +pyramide uitkomt. Op dit tweede gebouw rust nog een derde van kleiner +afmetingen: het geheel vormt dus een paleis van drie verdiepingen. + +Wij keeren terug tot het gebouw waarin wij onzen intrek genomen +hebben, dat ten onrechte den naam van Castillo draagt en eigenlijk een +tempel was. Het rust op eene pyramide met vier trappen, naar de vier +windstreken gekeerd; de plaat op bladz. 40 stelt den westelijken gevel +voor. De pyramide, waarvan de basis vier-en-vijftig meters bedraagt, +bestaat uit negen terrassen, door loodrechte muren gedragen; zij is +gekroond met een gebouw, waarvan de zijden ongeveer twaalf el lang en +breed zijn, bij eene hoogte van zes el vijftig duim. Het bovenvlak +van de pyramide verheft zich een-en-twintig el boven de vlakte; +de trap bestaat uit negentig treden van ongeveer twaalf el breed. + +Uit deze constructie blijkt dat de naam van Castillo, kasteel, vesting, +nog niet zoo ten eenemale onjuist is: immers zoowel in Yucatan als op +de hoogvlakten, dienden de tempels in tijd van oorlog als vestingen; +op die reusachtige trappen en terrassen verzamelden zich, in den +uitersten nood, de uitgelezenste krijgslieden, om den zegevierenden +vijand tegen te houden en hun leven zoo duur mogelijk te verkoopen. De +verdediging van zulk eene vesting kon lang worden volgehouden; en +wanneer de bezetting inderdaad uit onverschrokken mannen bestond, +die tot sterven bereid waren, dan moest de bestorming van elk dezer +terrassen stroomen bloeds kosten. Wij zien daarvan een voorbeeld +bij de bestorming van den grooten tempel te Mexico: de Spanjaarden +werden bij herhaling terug geslagen, en Cortez moest zich zelf aan de +spits zijner soldaten plaatsen, om achtereenvolgens de vier terrassen +der pyramide te veroveren; het gevecht werd nog voortgezet op het +bovenste plat, waar zich de Azteken hadden vereenigd, die tot den +laatsten man werden gedood. + +De noordelijke facade, die tevens de voornaamste was, moest, nog +ongeschonden, een grootschen indruk maken. Zij bestaat uit eene portiek +met twee massieve kolommen, onderling verbonden door houten lijsten, +waarop de dubbele kroonlijst van de fries rust, in het midden versierd +met een groot medaillon. Deze portiek geeft toegang tot eene galerij, +die de geheele breedte van het gebouw inneemt; uit de galerij komt men +door eene enkele deur in een groot vertrek, zeer waarschijnlijk het +heiligdom, waarvan het dubbele gewelf gedragen werd door twee pilaren +met vierkante kapiteelen. De trap tegenover deze facade was breeder +dan die aan de drie anderen; ter wederzijde zag men, bij wijze van +leuning, een reusachtige gevederde slang, van onderen uitloopende in +een monsterachtigen kop met wijd geopenden bek en uithangende tong. De +kolommen, de pilaren, de deurposten en houten lijsten zijn bedekt met +beeldhouwwerk en bas-reliefs. Even als de paleizen te Mexico en te +Palenque, hadden ook de paleizen te Chichen geene deuren, maar werden +de openingen slechts met matten of gordijnen gesloten; men vindt dan +ook geen sporen van scharnieren, maar wel kleine gaten in de zuilen, +waarin de koorden voor de gordijnen werden vastgemaakt. + +Toen Landa omstreeks 1560 Chichen bezocht, was deze voorgevel nog +ongeschonden; geen steen ontbrak aan de negen terrassen van de +pyramide, en de tempel vertoonde zich nog zoo als hij uit de hand +der bouwmeesters was gekomen. Landa maakt ook gewag van de twee +slangen ter wederzijde van de groote trap. "De galerij diende voor het +ontsteken van reukwerk, en boven de deur ziet men een groot in steen +uitgehouwen medaillon, waarvan de beteekenis mij onbekend is. Rondom +dit gebouw bevinden zich een aantal anderen, groot en goed gebouwd; +de tusschenruimte is bekleed met cement, die een aaneengesloten geheel +vormt en geheel nieuw schijnt, zoo hard is de kalk, waarvan zij de +cement maken." + +Die lagen van cement, die wij ook elders gevonden hebben, zijn eene +kenmerkende eigenaardigheid van de kunst der Tolteken. Te Chichen +zijn die cementlagen nu verdwenen; maar uit de beschrijving van Landa +blijkt, dat in zijn tijd de bodem nog niet met planten en kruiden was +begroeid: hetgeen bewijst, dat de stad nog niet lang geleden verlaten +was. De uitmuntende toestand van de gebouwen, van de pyramiden en van +dit plaveisel van cement, in een land waar de plantengroei zoo krachtig +en welig is, bewijst dit nog te meer en wel op de meest afdoende wijze. + +In dezen tempel trof ons voor het eerst de verrassende overeenstemming +tusschen de tolteeksche beeldwerken en bas-reliefs op de hoogvlakten, +en de bas-reliefs van deze stad in Yucatan. Deze monumenten zijn, +naar mijne overtuiging, afkomstig van de Tolteken, en van betrekkelijk +jongen datum. Ziehier het bewijs voor deze meening. + +De balustrade van de groote trap verbeeldt, zoo als wij zagen, eene +gevederde slang, geheel overeenkomende met die aan den muur van den +tempel te Mexico. De gevederde slang was het symbool van Quetzalcoatl, +een god der Tolteken en der Azteken: in Yucatan was zij het teeken +van Cuculkan, een god der Mayas; in beide talen hebben de twee namen +dezelfde beteekenis, namelijk die van _gepluimde slang_. Dit beeld, +dat op de gebouwen van Yucatan veelvuldig voorkomt, diende ook ter +versiering van de huizen der aanzienlijken te Mexico. Clavigero zegt +ons dat de Azteken, in hunne bouworde, de kroonlijst bezigden, en +dat men aan sommige gebouwen eene reusachtige slang in relief zag, +die zich om alle openingen van het paleis slingerde, en zich zelve +in den staart scheen te bijten. + +De twee pilaren van den voorgevel vertoonen eene onmiskenbare +overeenkomst met eene tolteeksche zuil, die wij te Tula hebben +gezien: ook hier zijn de schachten met vederen versierd en vertoonen +de basementen den kop van een slang. Uit alles blijkt dus dat deze +tempel aan Cuculkan was gewijd. Ook het kapiteel van den pilaar te +Chichen-Itza verdient de aandacht. Het is geheel gebeeldhouwd: in het +midden ziet men eene staande figuur, die met haar opgeheven armen het +entablement schijnt te torsen. Deze gestalte met haar langen baard +is wederom eene voorstelling van den tolteekschen god Quetzalcoatl, +die onder verschillende gedaanten werd afgebeeld. Zijne kleeding is +buitengewoon rijk: aan de polsen draagt hij breede armbanden, en op +het hoofd een reusachtig tooisel van vederen; om zijn hals hangt een +lange keten van edelgesteenten, en zijne laarsjes zijn met lederen +rosetten versierd. + + +VI + + +Ik heb reeds gezegd, dat er te Chichen-Itza twee cenotes zijn, +reusachtige kuilen, met loodrechte wanden, waarin het water door +onderaardsche beken wordt aangevoerd. Deze twee natuurlijke reservoirs +hebben ongetwijfeld aanleiding gegeven tot de keuze van deze plaats +voor de stichting eener stad en voor de nederzetting eener talrijke +bevolking in den omtrek. De inwoners van Chichen konden zich de moeite +sparen om diepe putten te boren; evenmin behoefden zij kunstmatige +waterbakken of vijvers aan te leggen: de natuur zelve had gezorgd +voor een rijken overvloed van water, een voorraad, die onuitputtelijk +was en ook bij de grootste droogte nooit verminderde. Een van deze +cenotes bevond zich in het midden van de stad, en werd dan ook het +meeste gebruikt; door middel van eene glooiing, waartegen men eene +soort van trap had gemaakt, daalde men naar het water af; de andere, +de heilige cenote, ligt ten noorden van het Castillo, buiten den +kring der gebouwen en op de grenzen der stad. Om dezen te bereiken, +moeten wij ons een weg banen midden door het bosch; halverwege vinden +wij de helft van een groot beeld van Tlaloc, en in de onmiddellijke +nabijheid groote hoopen van puin, overblijfselen van twee tempels, +aan wier voet wij weder het beeld terugvinden van de gepluimde slang, +Quetzalcoatl of Cuculcan, die de voornaamste godheid der bevolking +van Chichen schijnt te zijn geweest. + +De cenote, die ongeveer honderd-vijftig el verder ligt, is langwerpig +van gedaante; het water is niet te bereiken, want de loodrechte +wand is omstreeks twintig el hoog en biedt nergens eene gelegenheid +tot afdalen. Het water schijnt groen van kleur: dit kan het gevolg +zijn van de aanzienlijke diepte, of ook de weerspiegeling van het +dichte gebladerte rondom den put. Deze eenzame cenote, waarvan de +wanden met distels, struiken, heesters en lianen begroeid zijn, te +midden van het bosch, maakt een somberen indruk. Deze plek was eens +gewijd als bedevaarts- en offerplaats; Chichen was eene heilige stad, +en deze cenote behoorde tot de voornaamste heiligdommen. Een kleine +tempel, waarvan wij nog de ruinen kunnen ontdekken, verrees aan zijn +zoom; aan de lokale godheid werden hier niet enkel halskettingen +van edelgesteenten, gouden en zilveren vazen geofferd, maar ook +volwassen menschen en kinderen, die vermoedelijk hier in de diepte +werden geworpen. + +Landa maakt zoowel van den cenote als van den tempel melding; een +breede, fraai geplaveide weg voert daarheen; hij vindt er vazen en +allerhande soort van offergaven; hij voegt er bij, dat er nog in 1560 +menschenoffers werden geslacht. + +Mij dunkt, dit is duidelijk genoeg. Meer dan veertig jaren na de +verovering bestaat de tempel nog ongeschonden, vol van afgodsbeelden +en van wijgeschenken, door de toen levende Indianen daar gebracht; +er wordt nog voortdurend dienst in gedaan, en men ziet er afbeeldingen +van Mayas in hun nationaal kostuum. Hoe kan men dan beweren, dat deze +tempels het werk zijn van een verdwenen ras en dagteekenen uit een +tijdvak voor onze christelijke jaartelling? Het verhaal van Landa +moet iedereen de oogen openen. De stad was tijdens de verovering nog +betrekkelijk jong, en ongetwijfeld bewoond toen Francisco de Montejo +haar voor het eerst in 1527 bezette: immers in 1560 werden de tempels +nog door de geloovigen bezocht. + +Van den heiligen cenote begeven wij ons naar de Kaatsbaan, het +voornaamste en het best bewaard gebleven van al dergelijke gebouwen, +die voor het bij uitnemendheid nationale spel der Indianen waren +bestemd. Het bestond uit twee evenwijdig loopende, zware gemetselde +muren, ongeveer honderd el lang en tien el dik; de afstand tusschen +de muren bedraagt vijf-en-dertig el. Aan het uiteinde dier muren +bevinden zich twee kleine gebouwtjes, waarvan dat aan de noordzijde +slechts een enkel vertrek bevat, van eene op zuilen rustende galerij +of portiek voorzien, waar de aanzienlijke heeren, beveiligd tegen de +brandende zonnestralen, op hun gemak het spel konden gadeslaan. Over +de architektuur en de uitwendige dekoratie van dat gebouwtje kunnen +wij in den tegenwoordigen toestand geen oordeel meer vellen; maar van +binnen was het zeer rijk versierd: de zuilen en muren zijn geheel +met bas-reliefs bedekt, die echter door den tijd in hooge mate +geleden hebben. + +Dit groote monument alleen, waarvan alle geschiedschrijvers melding +maken en dat zij Tlachtli en Tlachco noemen, is op zich zelf reeds +een afdoend bewijs voor den tolteekschen invloed in Yucatan, want dit +gebouw komt geheel overeen met de voor het kaatsspel bestemde lokalen +op de hoogvlakten. De groote afmetingen en de rijke versiering van +den Tlachtli te Chichen-Itza, waarvan wij bereids eene proeve hebben +gegeven (zie bladz. 36), leveren ons het bewijs, dat het geliefkoosde +spel van de bewoners der hoogvlakten in Yucatan niet minder in eere +werd gehouden. + +Wij mogen Chichen-Itza niet verlaten, zonder nog te spreken van de +beide beelden, op de bladz. 33 en 35 afgebeeld. Het eene is afkomstig +van Chichen, waar het eenige jaren geleden gevonden werd; het andere +is afkomstig uit den omtrek van Tlascala in de onmiddellijke nabijheid +van Mexiko: alzoo op grooten afstand van het eerste. Naar de meening +van doctor Hamy, waarmede ik mij geheel kan vereenigen, stellen de +beide beelden den tolteekschen god Tlaloc voor, den god van den regen +en den overvloed. + +Een enkele blik op de beide beelden is voldoende om ons te overtuigen, +dat zij denzelfden persoon moeten voorstellen. Het verschil in de wijze +van bewerking doet niets ter zake: het is blijkbaar dezelfde persoon, +in dezelfde houding, met dezelfde kom op den buik om den regen op +te vangen, en hetzelfde soort van kapsel of hoofddeksel. Het eene +beeld is van kalksteen en het andere van basalt; dat uit den omtrek +van Tlascala is misschien van zuiver tolteekschen arbeid en dan zeer +oud; maar van waar het ook afkomstig moge zijn, het is zeer stellig +tolteeksch van karakter en verspreidt dus ook licht over het andere +beeld van Chichen-Itza. + + + + + +Van Merida begeven wij ons naar Ticul in het zuiden, om vandaar uit +de fraaie ruinen van Kabah te bezoeken. Van dezen tocht is niets te +zeggen: het landschap van Yucatan is bij uitnemendheid eentonig, +de eene weg gelijkt volmaakt op den anderen. In deze streek zijn +de woningen of hofsteden minder ver van elkander verwijderd, +maar onderscheiden zich overigens niet van de haciendas in andere +streken. Als naar gewoonte, in den vroegen morgen vertrokken, komen +wij omstreeks negen uren te Uayalceh; de muildieren moeten eenige +rust nemen, en wij maken daarvan gebruik om te ontbijten. + +In deze groote hofsteden moet men voor de genoten gastvrijheid betalen; +maar de reizigers worden er goed ontvangen; men beijvert zich om u +te bedienen en de prijzen zijn matig. Terwijl ons maal wordt gereed +gemaakt, gaan wij de hacienda bezien. Uayalceh is een indiaansch +woord, dat "de rust van het hert" beteekent; de dusgenoemde plantage +is waarschijnlijk de voornaamste in Yucatan. Men verbouwt hier, behalve +de noodige mais voor de voeding van het talrijke personeel, uitsluitend +henequen; dit gewas is trouwens winstgevend genoeg, want men verzekert +mij dat de netto opbrengst vijftigduizend piasters bedraagt, dat +is omstreeks tweehonderd-vijftigduizend francs. De hacienda is voor +een millioen te koop! Dat geeft dus eene rente van vijf-en-twintig +percent! Het spijt mij, dat ik geen millioen beschikbaar heb. + +Op de hacienda leeft eene bevolking van niet minder dan twaalfhonderd +personen, die allen een of anderen arbeid verrichten. De kinderen +zijn in de woning, onder het opzicht van een ouden Indiaan, bezig met +het schoonmaken van een gewas, waarvan de naam mij onbekend is. Hun +vroolijk gezang weergalmt door het geheele huis. Vrouwen gaan en +komen, in lange rijen achter elkander, naar en van de noria, om de +waterkruiken te vullen, die zij op haar hoofd dragen. Men zou zich in +den tijd der aartsvaders verplaatst wanen, kwam niet de stoommachine +den indruk bederven. + +Des avonds omstreeks vijf uren komen wij te Ticul, waar, door de +goede zorgen van onzen vriend Don Antonio Fajardo, voor ons een huis +in gereedheid is gebracht, dat wij aanstonds betrekken. + +Ticul mag in waarheid eene stad worden genoemd; welvarend en mooi, +goed gelegen, niet ver van de heuvelreeks, die van het noordwesten +naar het zuidoosten het schiereiland doorsnijdt. Alle sporen van +den indiaanschen oorlog schijnen hier uitgewischt; alles ziet er +splinternieuw uit, uitgezonderd de kerk en het groote klooster, waar +de door Stephens zoo hoog geroemde abt Carillo woonde, en dat bijna +een bouwval is. Daar woont in een der haast niet bruikbare kamers de +nieuwe pastoor, een vroolijk, voorkomend, aangenaam man, de broeder +van den zoo even genoemden abt, van wien de amerikaansche reiziger +ons zoo veel goeds vertelt. + +De inwoners van Ticul zijn zeer vriendelijk en ontvangen ons met +groote hartelijkheid. Evenmin als elders in Yucatan, vindt men ook +hier een hotel; maar in de kleine _tienda_, waarin wij onzen intrek +nemen, vonden wij eene goede bediening en eene vrij wat betere tafel +dan te Merida. Daar ontvangen wij geregeld bezoek van eenigen der +voornaamste burgers van Ticul, die ons helpen bij onze studie en met +wie wij onze avonden op de aangenaamste wijze doorbrengen. + +Ons doel was in de eerste plaats de ruinen van Kabah te bezoeken, die +tot de hacienda Santa-Ana behooren; maar tusschen de hacienda en de +ruinen strekt zich een bosch van vier mijlen uit, waardoor geen enkele +weg loopt. Don Antonio geeft mij den raad eenige manschappen vooruit te +zenden, om een weg te banen; en op last van den burgemeester zal een +troep Indianen van het dorp Santa-Helena den arbeid verrichten. Wij +zullen twee dagen geduld moeten oefenen; en daar er op de hacienda +Yokat een feest of kermis zal worden gevierd, dringt de eigenaar, +die niemand anders is dan onze vriend Fajardo, er op aan, dat wij +daarbij tegenwoordig zullen zijn. Zoo gezegd, zoo gedaan. + +Deze feesten in Yucatan worden zeer druk bezocht en lokken een +aantal menschen, ook al worden zij buiten op het land gevierd. Het +feest te Yokat moest drie dagen duren; stierengevechten, dansen, +maaltijden in de open lucht, kramen en tenten van allerlei soort, +niets zal er ontbreken; en van tien mijlen in den omtrek stroomt de +bevolking er heen. De weg is vol van voetgangers en _volans coches_: +deze wonderlijke rijtuigen, opgepropt met fraai uitgedoste vrouwen, +schijnen welhaast bewegelijke bloemenkorven.--De hacienda, mooi gelegen +aan den voet van een steilen heuvel, bestaat uit ruime gebouwen en +prachtige tuinen; de gelukkige eigenaar is zeer verheugd als ik hem +mijn oprecht gemeend compliment maak over zijne kostbare bezitting. + +Wij wonen de mis bij, gevolgd door eene preek in de taal der Mayas, die +zeer zacht en welluidend klinkt; voor kapel dient eene lange galerij, +waar een groot aantal mooie vrouwen, in haar fraaie rijk geborduurde +kleederen en met gouden kettingen versierd, liggen neergeknield +of op den grond zitten; allen volgen met eerbiedige aandacht de +heilige handeling. Nauwelijks heeft de priester het _Ita missa est_ +uitgesproken, of zij zweven weg, als een dartele vogelenzwerm. + +Daarop volgden de voorstellingen; ik druk de kleine handjes der +koninginnen van het feest, drie jonge meisjes van vijftien tot achttien +jaar, waarvan de eene met volle recht eene schoonheid van den eersten +rang mag worden genoemd. Er worden ververschingen gepresenteerd; +en elke van deze bekoorlijke jonge meisjes komt haar rozenlipjes aan +mijn glas zetten: dit is zoo het gebruik. + +Intusschen groeit de menigte van oogenblik tot oogenblik aan; zij vult +de ruime binnenplaatsen van de hacienda en het uitgestrekte terrein +voor de woning; daar bevindt zich de circus voor de stierengevechten, +een groot amphitheater van takken, met verwonderlijke vlugheid door +de Indianen in elkaar gezet. Het geheel bestaat uit planken, takken, +palmbladen, lianen, zonder een enkelen spijker: en toch zit alles +vast en zal dit luchtig getimmerte, zonder gevaar van bezwijken, +het gewicht kunnen torschen van ettelijke duizenden toeschouwers. + +Daartegenover bevindt zich de balzaal, van takken en groen gemaakt; +en verder, in bonte wanorde door elkander, een aantal kraampjes +en winkeltjes, waar allerlei soorten van drank, vooral ook koppig +engelsch bier, worden verkocht, en waarvoor de dorstige klanten +elkaar verdringen. Er wordt sterk gedronken; de opgewondenheid neemt +hand over hand toe; het is een geraas, een geschreeuw een gejuich, +dat hooren en zien vergaat. + +Het uur voor de stierengevechten is gekomen; de circus is overvol; +voor mij ligt de aantrekkelijkheid van het schouwspel minder in +de kampplaats, dan wel in het publiek, hoofdzakelijk bestaande uit +mestiezen-vrouwen, stralende van vreugde en genot, uitgedost in haar +fraaiste kleederen, schitterende in de bontste kleuren, in roode, +gele en blauwe borduursels, die zoo goed uitkomen tegen de sneeuwwitte +jurken, te midden van wolken van kant, waartusschen de gouden kettingen +en edelgesteenten vonkelen. Welk een betooverende aanblik! En, vreemd, +niet waar? er zijn daar ruim tweeduizend toeschouwers en daaronder +hoogstens drie- of vierhonderd mannen: men zou zeggen, dat men zich +in eene vergadering van dames bevond. Deze wanverhouding tusschen +het mannelijk en het vrouwelijk element is een verschijnsel, dat men +in alle heete landen aantreft, waar het blanke ras zich gevestigd +heeft. Op Java zijn van de zeven kinderen, die geboren worden, +gemiddeld vijf meisjes. Hier schijnt het verschil nog grooter: de +verhouding is hier, naar men zegt, van zeven of acht op tien. Mijn +gastheer heeft acht dochters en twee zoons; op eene bevolking van +honderd-elf-duizend blanken of mestiezen, zou men dus ter nauwernood +twee-en-twintigduizend mannen tellen. Deze schromelijke wanverhouding, +het onwedersprekelijk bewijs van den achteruitgang en de verbastering +van het ras, komt natuurlijk niet voor bij de indiaansche bevolking, +die op honderd-vijftigduizend zielen wordt geschat, en die dus het +evenwicht eenigermate zou helpen herstellen. Men moet echter ook +niet vergeten, dat de onophoudelijke burgeroorlogen en de langdurige +gevechten met de Indianen onder de mannelijke bevolking groote +verwoestingen hebben aangericht; misschien is ook daaraan voor een deel +het ontzaglijk overwicht van het vrouwelijk element toe te schrijven. + +Vermoeid van het oorverdoovend geraas, van valsche muziek en eindeloos +herhaalde dansen, keer ik naar Ticul terug, waar ik tijding hoop te +vernemen van mijne werklieden. Bij mijne tehuiskomst hoor ik inderdaad +dat de weg naar de ruinen gebaand is, en dat ik vertrekken kan wanneer +het mij behaagt. + + +VII + + +Don Antonio gaat met ons naar de hacienda Santa-Ana, waarvan hij +administrateur is; wij zullen daar ons hoofdkwartier vestigen, en +de volans-coches zullen ons, langs den nieuw geopenden weg, naar de +ruinen brengen. Santa-Ana ligt vier mijlen van Ticul verwijderd; +Kabah ligt nog een mijl verder. Deze zeer oude nederzetting werd +gedurende den burgeroorlog verlaten, maar begint zich tegenwoordig +weder eenigzins te herstellen. De bouwmaterialen heeft men in de +onmiddellijke nabijheid voor het grijpen; zij zijn afkomstig uit een +groep belangrijke pyramiden, die vroeger met gebouwen waren gekroond, +welke thans geheel in puin liggen. Onder die materialen merken wij +vierkante, geheel nieuwe pilaren op, met dorische kapiteelen; en, +hetgeen opmerkelijk is, de kanten dezer pilaren zijn even als onze +steenen behouwen en vertoonen de duidelijke sporen van een metalen +werktuig, dat van tanden moest zijn voorzien. Het schijnt mij +onaannemelijk, dat deze pyramiden, tempels en paleizen, met hunne +beeldwerken en bas-reliefs, met behulp van steenen werktuigen zouden +zijn vervaardigd: de Indianen moeten, om zulke werken te hebben kunnen +voltooien, in het bezit zijn geweest van metalen instrumenten. Zij +gebruikten, naar het schijnt, bijlen en andere werktuigen van koper +met tin gemengd, die bijzonder hard moeten zijn geweest. + +De geschiedschrijvers maken ter nauwernood gewag van de ruinen van +Kabah, evenmin als van die van Labnah, Sacbey, Iturbide en vele +andere groepen van oude dorpen, op den afstand van dertig of veertig +mijlen ten zuiden van Merida; nu en dan spreken zij van de vorsten +dier vlekken als van de lieden van de Sierra, omdat deze vlekken +of steden aan de andere zijde waren gelegen van de heuvelketen, +die Yucatan doorsnijdt. + +Te oordeelen naar hare monumenten, moet Kabah echter eene van +de belangrijkste steden van het schiereiland zijn geweest; hooge +pyramiden, reusachtige terrassen met indrukwekkende ruinen bedekt, +triomfbogen, paleizen, beslaan eene aanzienlijke oppervlakte. Deze +gebouwen, met die van Uxmal, welke wij zoo aanstonds zullen bezoeken, +en die van Chichen-Itza, welke wij reeds kennen, kunnen ons een +volledig denkbeeld geven van de architektuur in Yucatan, en leveren +tevens het afdoend bewijs voor de eenheid der beschaving in het +schiereiland. + +Al deze monumenten, van de oudste tot de jongste, hebben denzelfden +oorsprong, zijn afkomstig van hetzelfde volk en vertoonen allen, +met eenige varianten, denzelfden karaktertrek. Zie het eerste paleis +van Kabah: de voorgevel is op de weelderigste wijze versierd, maar wij +vinden hier dezelfde kolossale figuren terug, die wij te Chichen hebben +gezien, en die het best zijn te vergelijken met die reusachtige houten +afgodsbeelden, uit boven elkander geplaatste hoofden bestaande, die van +de eilanden in den Stillen-oceaan afkomstig zijn. De versiering van dit +monument is tot in het buitensporige overdreven: de architektonische +lijnen, ja ik zou bijna zeggen, het gebouw zelf verdwijnt geheel en +al, om plaats te maken voor ornamenten. De zeer vervallen toestand, +waarin het monument verkeert, laat niet meer toe, een oordeel over het +geheel te vellen; maar deze vijftig el breede voorgevel met zijne alles +overstelpende dekoratie moet een zonderlingen indruk hebben gemaakt. + +Evenals alle monumenten in Yucatan, verrees ook dit paleis op +eene pyramide van twee verdiepingen; voor het gebouw strekte zich +eene ruime esplanade uit, waarop zich ter wederzijde twee breede +waterbakken bevonden en in het midden de zuil voor de strafoefeningen, +de _picote_. Het inwendige van het paleis bevat eene dubbele reeks +van zalen, de schoonste, die wij nog gezien hebben. Zij hebben eene +lengte van ongeveer negen, bij eene breedte van ruim drie el, en zijn +zes el hoog. In alle zalen waren de wanden beschilderd en met beelden +en opschriften bedekt, zoo als blijkt uit de brokstukken die ons nog +zijn overgebleven: het is zelfs waarschijnlijk, dat de gebouwen geheel +beschilderd waren. De polychromie was dus bij de Yucateken in gebruik, +even als bij de volken der oude wereld. Ook bij hen werd, even als +in de klassieke oudheid, de schilderkunst nooit van de bouwkunst +gescheiden: die beide kunsten vulden elkander aan, en hetgeen wij nu +eene schilderij noemen, bekleedde toen slechts eene zeer onderschikte +plaats. Ook hier besteedde de kunstenaar zijne voornaamste zorg aan +de uitwendige dekoratie; en die levendige sprekende kleuren, in zoo +weelderigen rijkdom aangebracht op de breede gevels, moeten, met de +warreling der monsterachtige figuren, niet weinig hebben bijgedragen +tot verhooging van de zeker echt barbaarsche pracht dezer wonderlijke +gebouwen. + +Het tweede paleis ligt honderd-vijftig el ten noordoosten van het +eerste; het verheft zich evenzoo op eene pyramide, en heeft ook +zijne esplanade met twee waterbakken en een _picote_; maar het staat +bovendien op een tweede terras, dat eene reeks zalen bevat, die geheel +zijn verwoest. In het midden bevindt zich de trap, gedragen door een +soort van gewelf, die toegang geeft tot het gebouw. + +Dit zeer lage paleis--de hoogte bedraagt niet meer dan vijf +el--onderscheidt zich door zijn eenvoud, tegenover de overladen +versiering van het andere. De gevel, die bijna nog in zijn geheel +aanwezig is, heeft eene breedte van vijftig el; in dien gevel zijn +zeven openingen, waarvan twee toegang geven tot twee kleine en +nauwe vertrekjes. Het benedenste gedeelte van den muur is zonder +versiering; de fries boven de weinig uitstekende kroonlijst bestaat +uit kleine zuilen, bij drietallen gegroepeerd, met een vlakken muur +tusschenbeiden. Het achterste gedeelte van het paleis is geheel +vernield. + +Links van dit monument verrijst eene pyramide met verschillende +verdiepingen, voorzien van vier trappen, die naar de bovenste terrassen +voerden, waar de gebouwen geheel in puin liggen. Deze pyramide is +omringd door vertrekken van verschillende afmetingen, waarvan de deuren +of toegangen soms door pilaren in tweeen gescheiden zijn. De posten +en drempels der deuren zijn van steen, even als in het tweede paleis; +voor het meerendeel zijn die posten zeer goed bewaard gebleven. + +Omtrent de geschiedenis van Kabah verkeeren wij niet ten eenemale in +het duister. Wij zeiden reeds, dat bij de verschijning der Spanjaarden, +Yucatan in verschillende onafhankelijke vorstendommen of heerlijkheden +was verdeeld. Maar een eeuw vroeger voerde de vorst van eene zekere +stad, Mayapan genoemd, den schepter over het geheele schiereiland: +hij had de aan zijn vorstendom grenzende gewesten onderworpen en, +als naar gewoonte, hunne hoofdsteden verwoest. De caciquen van de +Sierra, waartoe ook de vorsten van Kabah, Uxmal enz. behoorden, +waren onder de verwonnelingen. + +De vorst van Mayapan kon zijn gezag alleen staande houden met behulp +van eene mexikaansche bezetting: dit geeft ons een datum. Wij +weten namelijk dat de Azteken schatplichtig waren aan den koning +van Azcapozalco, en dat zij eerst onder de regeering van Itzcoatl, +omstreeks het jaar 1425, hunne onafhankelijkheid herwonnen; dat zij +echter eerst onder de regeering van Montezuma I, omstreeks 1440, +invloed verwierven en veroverend optraden; zij konden dus eerst in +dezen tijd aan den vorst van Mayapan hulptroepen zenden. + +Om zijne heerschappij te verzekeren en zijne vazallen in onderwerping +te houden, dwong de koning van Mayapan de hoofden der voornaamste +familien om als gijzelaars aan zijn hof te vertoeven; het juk der +overheersching drukte des te zwaarder en scheen te hatelijker, omdat +de overwinnaar steunde op de hulp van vreemde soldaten. De andere +vorsten sloten onderling een verbond, waaraan ook de bewoners van +de Sierra deelnamen; het kwam tot een oorlog; de koning van Mayapan +werd overwonnen en zijne stad geheel verwoest. De gevangen gehouden +caciquen keerden naar hunne woonsteden terug. + +Dit geschiedde in 1420, volgens Landa; maar volgens Herrera, wiens +chronologie veel juister schijnt en door beter bewijzen gestaafd, in +1460. "Volgens hem verliepen er zeventig jaar tusschen de verwoesting +van Mayapan en de komst der Spanjaarden: Montejo nu hield van 1528 +tot 1531 Chichen bezet. Herrera verzekert ook, dat na de verdeeling +van het land in onafhankelijke gewesten, de bevolking zich zoo sterk +vermenigvuldigde, dat het geheele land slechts eene enkele stad scheen; +men bouwde overal tempels en paleizen: "het is daarom dat er zoo velen +van zijn." Ook Landa zegt hetzelfde: ook hij verzekert dat de bevolking +buitengewoon toenam en dat er tempels in menigte gebouwd werden, +"zoodat men die heden nog overal ziet, en dat men in de bosschen, +te midden van het woud, groepen van huizen en verwonderlijk schoon +bewerkte paleizen vindt." + +De monumenten, waarvan wij de ruinen nog heden kunnen bestudeeren, +zijn dus in geenen deele uit lang vervlogen eeuwen, uit voorhistorische +tijden afkomstig. + +De weg van Kabah naar Santa-Helena is een der beste, die wij nog +ontmoet hebben: hij is vrij breed, goed belommerd en niet al te +oneffen. Was deze bruikbare weg voor ons reeds eene verrassing, +eene nog grootere wachtte ons, toen wij het prachtige indiaansche +dorp Santa-Helena bereikten. + +Dit dorp beslaat eene aanzienlijke uitgestrektheid gronds, die, +even als eene nieuwerwetsche stad, in regelmatige vierkante +vakken is verdeeld; elk vak, met groote boomen beplant, is weder +gesplitst in perceelen van ongeveer tweeduizend el in oppervlakte, +omringd door muren van gedroogden steen, waarop de woning van den +eigenaar staat. Eenige bloeiende heesters en vruchtboomen vormen +kleine bosschages, en nabij de woning ziet ge een soort van groote +horde van rijswerk, twee meter in het vierkant en op palen rustende, +waarover een laag teelaarde is gespreid. In dit hangende tuintje +kweekt de eigenaar bloemen en eenige groenten. Een zwerm van gevogelte +stoffeert het stille plekje: het gekakel van kippen, het gekwaak van +eenden en het geklok van kalkoenen vermengt zich met het geknor van +varkens. Alles teekent welvaart, bijna overvloed. + +Dit dorp was voor mij bijna eene openbaring uit het verleden. Zoo moet, +zeide ik tot mij zelven, een dorp der Mayas er hebben uitgezien. Uit +hetgeen wij voor oogen hebben, kunnen wij zonder moeite en met meer dan +waarschijnlijkheid tot de vroegere toestanden besluiten; de eeuwenoude +traditien, de overgeerfde begrippen en voorstellingen, geheel de +omgeving oefenen een zoo machtigen invloed op de menschen uit, dat er +in de indiaansche organisatie niet veel veranderd kan zijn. Van waar +zou ook zulke verandering gekomen zijn? De Spanjaarden hebben wel, +ook in Yucatan, hunne godsdienst ingevoerd, en dat geschiedde meer +door geweld, dan langs den weg der overtuiging; maar zij konden noch +de bebouwing des lands, noch de kleederdracht, noch de zeden, noch +de taal veranderen. Zij zelven ondergingen, door de aanraking met het +onderworpen ras, gaandeweg eene zeer wezenlijke verandering; en indien +het hun al gelukte de plaats in te nemen van de oude beheerschers des +lands, zoo traden zij toch onder menig opzicht, eenvoudig in hun spoor. + +Yucatan was eene feodaliteit, waarvan de sporen nog geheel te +herkennen zijn; overal langs de wegen en in de bosschen, vindt men +de overblijfselen van meer of minder belangrijke gebouwen, die het +middelpunt vormden van eene nederzetting, van eene groote plantage: +de twee, drie of vier pyramiden, vroeger met monumenten bedekt, +stellen ons nog in staat ons een denkbeeld te maken van de macht en +het aanzien van den cacique, die daar weleer zijn zetel had. + +Tegenwoordig zijn die nederzettingen ongetwijfeld minder talrijk en +minder belangrijk, want de bevolking is tot minder dan een tiende +geslonken, dank zij het vaderlijk regeeringsstelsel der veroveraars; +maar de steden, dorpen en haciendas hebben dezelfde bestemming en +staan nog op de oude plaats: daar zijn er maar weinigen, in wier +onmiddellijke nabijheid men geen ruinen vindt en die niet zijn gebouwd +met de materialen, van de vroegere monumenten afkomstig. Overal +heeft de Spanjaard de plaats ingenomen van den overwonnen cacique; +er is niets veranderd, dan alleen dat de oude adellijke familie tot +armoede en slavernij is vervallen. + +In het wezen der zaak is niets veranderd: de hacienda met haar gebouwen +in spaansch-moorschen stijl heeft de plaats ingenomen van het paleis +der vorsten of de nederiger woning van den edelman. Maar even als +vroeger, omgeven de hutten der arbeiders en onderhoorigen ook nu het +huis van den heer, en die hutten vertoonen nog heden het beeld der +vroegeren: ook zij zijn langwerpig van vorm, met riet gedekt, en, +wanneer de bewoner maar eenigszins welgesteld is, versierd met die +kleine ruitvormige teekeningen, eene flauwe afschaduwing der rijke +dekoratie van de paleizen der vroegere vorsten.--Alleen de godsdienst +is veranderd: de kerk heeft den tempel verdrongen: maar wie zal zeggen, +in welke mate de oude heidensche wereldbeschouwing nog leeft in de +harten dezes volks? Van Santa-Helena begeven wij ons naar Uxmal, waar +ons de administrateur, Don Luiz Perez, wachtte. De hacienda is niet +meer de verlaten, eenzame woning van voorheen: er heerscht thans leven +en beweging, en overal is alles in volle werkzaamheid. In plaats van +eene eenvoudige hut, aanschouwt ge een statig gebouw, dat ruime zalen +en vertrekken bevat en met eene op kolommen rustende veranda prijkt. In +de werkplaats zijn dag en nacht honderden Indianen aan den arbeid; een +spoorweg loopt van de hacienda naar de plantages en de met muildieren +bespannen wagens voeren onophoudelijk vrachten suikerriet aan; er is +een rustelooze beweging, een komen en gaan van menschen en paarden +en vee: alles teekent leven en welvaart. Maar evenals vroeger, is de +woning ongezond; en de majordomo klaagt bitter over de sluipkoortsen, +die zijne gezondheid ondermijnen. + +De ruinen zijn twee mijlen van de hacienda verwijderd. + +Uxmal, de mededingster van Chichen, is reeds meermalen beschreven; +wij zullen ons dus hier tot het voornaamste bepalen. Daaronder komt +de eerste plaats toe aan het zoogenaamde paleis van den gouverneur, +buiten kijf het grootste en het prachtigste van alle oude monumenten +in Amerika; zijne ligging op drie opeenvolgende terrassen verhoogt nog +het effekt van dit tegelijk sobere en rijke gebouw. Hoewel sedert drie +eeuwen verlaten, schijnt dit paleis nog bijna nieuw; het zou geheel +ongeschonden zijn, indien de vroegere eigenaars niet de steenen van +het onderste gedeelte hadden laten weghalen om daarmede hunne hacienda +te bouwen. + +Het zoogenaamde paleis der nonnen beslaat een groot parallelogram, +gevormd door vier fraaie gebouwen, wier bij uitnemendheid rijke +ornamentatie aanstonds de aandacht trekt. De noordelijke vleugel van +dit paleis bevat een stuk van een kleiner en ongetwijfeld ouder gebouw: +naar men vermoedt, zou dit het overblijfsel zijn van een paleis, +dat deel uitmaakte van eene vroegere stad Uxmal, die, naar men zegt, +verwoest werd. Het laatste paleis dagteekent vermoedelijk uit den +tijd na den val van Mayapan. + +Het huis van den Dwerg, ook het huis van den Waarzegger genoemd, +is een zeer fraaie tempel op den top eener zeer steile pyramide, +die eene hoogte bereikt van bijkans honderd voet. De tempel bestaat +uit twee gedeelten: het eene staat op het bovenste terras; het +andere is bij wijze van souterrain daartegen aangebouwd en met den +gevel naar het westen gekeerd. Deze soort van kapel was zeer rijk +versierd en waarschijnlijk aan den dienst van een der voornaamste +goden gewijd. Twee groote trappen, een ten oosten en een ten westen, +voeren naar de beide gebouwen. + +Pater Cogolludo bezocht dien tempel in 1656; hij verhaalt ons dat +de trap zoo steil was dat hij er duizelig van werd, en dat hij in +een der zalen van het gebouw offeranden van cacao vond en sporen +van copal, die men er sedert kort gebrand had: hieruit blijkt dus, +dat de Indianen van Uxmal, honderd-vijftien jaren na de verovering, +nog aan hunne goden offerden. Daaruit blijkt ook, dat de tempel nog in +wezen was en dat de Indianen er nog hunne oude eeredienst uitoefenden. + +Uxmal is de eenige stad, waar de gebouwen zoo geplaatst zijn, dat +men ze gezamenlijk overzien kan. Bepaaldelijk wordt de aandacht +getrokken door eene groote pyramide zonder monument, met eene breede +vlakke kruin, die den naam draagt van _Cerro de los sacrificios_, +heuvel der offeranden, waar de menschenoffers plaats grepen. Deze +pyramide zou dan eene navolging zijn van de mexikaansche tempels, +welke uit eene pyramide bestonden, met kleine houten kapellen waarin +de beelden van de afgoden stonden, en den _techcatl_, een blok steen +met bolle oppervlakte, waarop het slachtoffer werd uitgestrekt, zoodat +de vooruitstekende borst gemakkelijk door het mes van den priester +kon worden opengesneden, die er vervolgens het hart uitnam. Het +menschenoffer geschiedde altijd ten aanschouwe van het volk, aan +den rand der pyramide, van waar men vervolgens het lijk naar beneden +wierp, opdat de toeschouwers het onder zich zouden kunnen verdeelen +en verslinden. + +De Tolteken daarentegen, bij wie het menschenoffer niet in gebruik was, +hadden werkelijk tempels op hunne pyramiden, naar de beschrijving te +oordeelen, geheel overeenkomende met die, welke men in Yucatan ziet, +waar zij deze wijze van bouwen invoerden en ontwikkelden. Vinden +wij dus bij de Mayas het menschenoffer en de daarmede verbonden +anthropophagie, dan kunnen wij dit gebruik alleen aan mexikaansche +invloeden toeschrijven: alle geschiedschrijvers verklaren dan ook +eenstemmig dat het de Azteken waren, die deze afschuwelijke gewoonte +in het schiereiland invoerden. Maar wij weten dat deze Azteken niet +voor het jaar 1440 als hulptroepen naar Mayapan konden komen. De voor +het voltrekken der menschenoffers bestemde monumenten kunnen dus niet +ouder zijn dan de tweede helft der vijftiende eeuw. + +Ik kan te dezer plaatse deze kwestie van den ouderdom der monumenten +van Yucatan niet in alle bijzonderheden bespreken; op deugdelijke +gronden ben ik overtuigd dat de steden van het schiereiland, op +verschillende tijden door de veroverende Tolteken gesticht, voor het +meerendeel niet ouder zijn dan de elfde eeuw, en dat de jongsten uit +de vijftiende eeuw dagteekenen. + +Wij nemen afscheid van de ruinen en slaan den weg in naar Muna, +een aanzienlijk vlek, waar een feest gevierd wordt. Welk een aantal +feesten! Bijna in elk dorp, dat wij doortrekken, is het feest. Dat is +eene uitmuntende gelegenheid om te drinken; het wemelt van beschonkenen +en de herbergen zijn vol van Indianen, die het verfoeilijke bier +drinken. Maar ge hoort geen geschreeuw en ziet geen vechtpartijen of +ergerlijke tooneelen: zelfs in hunne dronkenschap zijn deze lieden stil +en vreedzaam. De een gaat op den grond liggen; een ander ziet u met +verglaasde oogen aan; een derde wil u uit louter teederheid omhelzen. + +Op het marktplein waggelt een mooie, rijzige mesties, met een +blauwen hoed op en geheel in het nieuw gestoken; hij valt, maar +richt zich weer op, dank zij de krachtige hulp van zijne moeder en +zijne vrouw, die hem zoo goed zij kunnen ondersteunen en trachten +weg te voeren. Dicht bij ons, op de trappen van de herberg, waar +wij onzen intrek genomen hebben, richt een jonge Indiaan zich op: +aarzelend kijkt hij naar den winkel, waaruit hij naar buiten is +getuimeld, en die hem zoo onwederstaanbaar lokt met al die gevulde +flesschen. Twee schreden verder staat zijne kleine vrouw, die hem +wacht, en hem met haar zachte stem toefluistert, "_Coox...._ laat +ons gaan." Maar hij gaat niet: de verzoeking is hem te sterk: hij +keert in de herberg terug en komt naar buiten met een gevuld glas, +dat hij zijne echtgenoote aanbiedt. De Indiaansche keert zich om, +omsluiert zich het gelaat, drinkt het glas leeg, en zegt tot haar +gemaal, maar op nog zachter toon: "_Co.....ox_." Hij, denkende haar +overreed te hebben, lacht onnoozel, keert in de herberg terug, drinkt +nog een glas en gaat nu, bijna bewusteloos, met dof starende oogen, +weer op de trap liggen. "_Co....ox....coox_," herhaalde de vrouw op +klagenden toon; maar hij hoorde haar niet meer. De ongelukkige zal +daar misschien den geheelen nacht blijven liggen, en zijne vrouw zal +bij hem waken tot de dag aanbreekt. + +Wij vernachtten te Abala in eene verlaten hut, en kwamen den volgenden +morgen ten tien uren, te Merida. + + +VIII + + +Wij gaan te Progreso aan boord van de _Asturias_, een stoombootje zoo +groot als een notendop, met slechts vier slaapplaatsen. Gelukkig zijn +wij de eenige passagiers. De zee is kalm, en den volgenden morgen vroeg +komen wij te Campeche. Daar het bootje maar zeer weinig diepgang heeft, +kunnen wij dicht genoeg de kust naderen om het panorama van de stad +te kunnen genieten; grootere stoomschepen moeten ook hier, even als +te Progreso, het anker uitwerpen op vier mijlen afstands van de kust, +van waar men ter nauwernood het land kan zien. + +Campeche werd gebouwd op de plek, waar eene oude indiaansche stad +stond, en waar Antonio de Cordova zich ophield bij zijne eerste +ongelukkige expeditie van 1517. De Indianen kwamen de vreemdelingen +tegemoet, en, zegt Bernal Diaz del Castillo, "zij geleidden ons +naar zeer uitgestrekte gebouwen, die de kapellen van hunne goden +bevatten. Op de muren dier gebouwen zag men bas-reliefs, reusachtige +slangen verbeeldende; daarnaast, geschilderde afbeeldingen van +goden, rondom een soort van altaar, waarop nog versche bloeddroppelen +zichtbaar waren. Een groot aantal mannen en vrouwen kwamen naderbij, +glimlachende en vriendelijk; naar het scheen, enkel gedreven door +de begeerte om ons te zien."--Maar het tooneel veranderde weldra: +men bracht vuurpotten, waarin geurig riet brandde, en priesters, +wier haren doortrokken waren van bloed, beduidden den Spanjaarden dat +zij deze kust moesten verlaten, eer de vuurpotten waren uitgebrand, +anders zouden zij vermoord worden. De Spanjaarden verwijderden zich +aanstonds, en keerden eerst in 1541 te Campeche terug. Tempels en +pyramiden zijn sedert lang verdwenen, maar zoowel deze gebouwen als de +eigenaardige versiering, de zonderlinge ceremonien, die priesters met +hunne bloedige haren--dit alles herinnert ons levendig aan Mexico. Wat +is er van die tempels en pyramiden geworden? Als alle gebouwen langs +de kust of in de onmiddellijke nabijheid der spaansche nederzettingen, +zijn zij van de aarde verdwenen; zij behoorden tot dezelfde bouworde +als de monumenten in het binnenland, die aan de vernielingswoede der +veroveraars ontsnapten en die, zij het ook als ruinen, nog bestaan. + +Toen Campeche later de rijkste stad van Yucatan was geworden, werd +zij bij herhaling door fransche en engelsehe zeeschuimers geplunderd; +om de stad tegen die bijna periodiek wederkeerende rooverijen te +beveiligen, omgaf men haar met een zwaren muur en bracht haar in +staat van tegenweer. Die muur, waaraan de stad toen hare veiligheid +dankte, beknelt en benauwt haar nu, en verhindert hare uitbreiding. Het +voorkomen van Campeche verschilt van dat van Merida: de kromme bochtige +straten der voorsteden, de grachten met haar ophaalbruggen en de zware +muren geven haar het karakter eener vesting, waarop zij roem draagt: +metterdaad werd zij slechts eene enkele maal belegerd door de inwoners +van Merida, die haar niet konden overmeesteren. De straten loopen +niet rechtlijnig, zoo als in alle andere steden der republiek; en de +ongelijke huizen, die ook hooger zijn dan in de mexikaansche steden, +geven aan Campeche een minder oostersch voorkomen. Monumenten zijn +er niet, en de kathedraal is meer dan eenvoudig. + +De rijke kooplieden bezitten, buiten de stad, villas en +buitenverblijven, _fincas_ genoemd, waar de tropische flora al haar +weelde en overstelpenden rijkdom ten toon spreidt, en die de stad +met een krans van groen omringen.--Uit zee gezien, maakt Campeche, +zoo als het daar ligt tegen het hellende strand, tusschen twee fraai +gevormde heuvelen, een zeer schilderachtigen indruk. + +De boot zou hier een dag stilhouden. Ik haastte mij aan land te gaan +om de hand te drukken van een mijner beminnelijkste correspondenten, +don Jose Ferrer, die mij reeds herhaaldelijk, met den vriendelijksten +aandrang, gastvrijheid had aangeboden, ingeval mijne studien mij naar +Campeche mochten voeren. Ik vond daar een alleraangenaamst interieur, +en bracht in den blijden familiekring, onder zang en muziek en vroolijk +gesprek, een dag door, dien ik niet gemakkelijk vergeten zal. + +Om vier uren in den namiddag moest ik weer naar onze drijvende notendop +terugkeeren om naar Carmen te stoomen, en reeds verheugde ik er mij +over dat wij nog alleen aan boord waren, toen eene groote sloep vol +passagiers de boot naderde. Het was een troep tooneelspelers, achttien +personen sterk, vergezeld van honden, katten en papegaaien. Dat was een +ramp! Het vooruitzicht toch, in dit gezelschap, een paar dagen op zee +te moeten doorbrengen, was alles behalve aangenaam: te minder daar wij +vriendelijk verzocht werden, de hutten te ontruimen, die de troep reeds +voor lang had afgehuurd. Niet zonder moeite kon ik bewerken, dat men +mijn secretaris Lucien ongemoeid zou laten, die met hevige koorts te +bed lag. Zijn kermen trok de aandacht van de komedianten, en de vrouwen +maakten zich ongerust over de nabijheid van den zieke. "Wat scheelt hem +toch? vroegen zij, op angstigen toon. Het is toch niet de gele koorts? + +--Waarschijnlijk wel;" antwoordde ik met een zeer ernstig gezicht; +en de verschrikte troep ontruimde dadelijk de hutten om zich naar +het andere einde van het schip terug te trekken.--Wij namen weer +bezit van onze bedden en brachten een zeer aangenamen nacht door, +zoodat wij des morgens verkwikt te Carmen aankwamen. + +Carmen is de groote stapelplaats van het onder den naam van +Campechehout bekende verfhout; de stad is rijk; een aantal +handelshuizen hebben groote fortuinen gewonnen in dien weinig bekenden +handel, die een langdurig verblijf in het land vordert en eene volkomen +kennis eischt van de plaatselijke toestanden en van de menschen, +met wie men in aanraking komt. Een van de voornaamste huizen is dat +van de heeren Anizan, waarvan ik vroeger den stichter had gekend: +hij was dood, maar zijn broeder don Benito en zijn zoon don Pancho +waren nog in leven. Wij hadden elkander in geen vijf-en-twintig jaren +gezien, en wij waren dus alle drie vrij wat veranderd: men herkende +mij eerst nadat ik mijn naam had genoemd. Maar nu was ik ook aanstonds +een lid der familie; ik knoopte met don Benito een gesprek aan over +de ruinen, waarmede hij volkomen vertrouwd was. Hij had juist eene +zeer merkwaardige ontdekking gedaan. Don Benito is eigenaar van een +zeer groot eiland in de Usumacinta, het eiland del Chimal, waar men +oude pyramiden, graven en overblijfselen van tempels vindt. Bij het +doen van opgravingen had men nu kanonnen gevonden van gebakken aarde, +anderhalve el lang, met kogels eveneens van gebakken aarde, waarvan +hij mij enkele exemplaren aanbood. Dit aarden kanon schijnt inderdaad +iets zeer vreemds, maar bij nadenken wijkt mijne verbazing en kan +ik mij de zaak zeer goed verklaren. Het schijnt mij zeer natuurlijk, +dat ten gevolge van den grooten veldslag, dien Cortez tegen de troepen +van Tabasco moest leveren bij Centla--tegenwoordig Comalcalco--waarbij +hij al zijne krachten moest inspannen en waarin vooral de artillerie +uitstekende diensten bewees,--het schijnt mij natuurlijk, zeg ik, +dat de Indianen, ten hoogste getroffen door de vreeselijke uitwerking +van het nieuwe wapentuig, eene poging hebben beproefd om het na te +maken. Zonder zich rekenschap te geven van de werking van het kruit +en onbekend met het ijzer, vergenoegden zij zich, in hunne naieve +onwetendheid, met het nabootsen van dit moorddadig wapentuig in +aarde, denkende dat zij daarmede hetzelfde doel zouden bereiken als +de Spanjaarden met hun geschut. + +Bij den dood van den cacique werden de kanonnen en de kogels van +gebakken aarde met hem begraven. Ook hieruit wederom blijkt de jonge +dagteekening van sommigen dezer grafheuvelen. + +De vaart van Carmen naar Frontera duurt twaalf uren; juist een jaar +nadat wij deze plaats verlaten hadden, stapten wij er weer aan +land. Er is niets veranderd: de kleine aanlegsteiger ziet er nog +wat meer vervallen uit dan ten vorigen jare; en de slechte herberg, +waarin wij toen onzen intrek namen, hangt nog altijd op haar palen +boven het slijkerig bed der rivier, waarvan zij de verderfelijke +uitwasemingen uit de eerste hand ontvangt. Er is evenwel geene keus: +deze afschuwelijke fonda is de eenige, en overal elders zouden wij +ongetwijfeld aan hetzelfde gevaar zijn blootgesteld. De stad is in +de hoogste mate ongezond; de directeur der douane is gedurende mijne +afwezigheid gestorven; pokken, dysenterie en gele koorts heerschten +om strijd in dit rampzalig stadje, dat driehonderd inwoners verloren +had. Maar een goede genius beschermt de reizigers: wij blijven gespaard +en zetten onze studien voort, in afwachting dat eene stoomboot of +een ander vaartuig ons hooger op de rivier zal kunnen brengen. + +Mijne nasporingen langs de kust en de rivier hebben mij in staat +gesteld, met vrij groote zekerheid de plaats te bepalen, waar de oude +hoofdstad Centla eens stond. De Grysalva van heden komt niet overeen +met de rivier van vroeger: zij liep toen meer dan twintig mijlen meer +westwaarts, in de bedding van de rio Seco, nabij de stad Comalcalco, +waarvan wij de ruinen hebben bezocht; hetzij door eene werking der +natuur, hetzij op kunstmatige wijze, werd haar loop veranderd. Ik heb +daarvan het bewijs. Tijdens zijne expeditie en zijn grooten veldslag +tegen de inwoners van Tabasco, hield Cortez zich op aan den mond van +eene rivier, die zich met twee monden in zee uitstortte: las dos Bocas, +een naam, die nog heden wordt gebruikt voor de uitmonding van de rio +Seco. Van zijne vaartuigen konden slechts de allerkleinste door den +mond der rivier binnenvaren; bij Frontera daarentegen loopen schepen +van twaalf voet diepgang dagelijks zonder eenige moeite binnen. De +geschiedschrijver bericht ons dat Cortez zich terugtrok op een klein +eiland, tegenover het dorp, bij Frontera bevindt zich slechts een +zeer groot eiland, maar dat ligt ongeveer een mijl lager. + +Herrera gewaagt ook van eene voorde, waarvan de soldaten van Cortez +gebruik maakten om de rivier te doorwaden, ten einde de verschansingen +der Indianen te gaan verkennen. Op de plaats waarvan hij spreekt, +kan er in de Grysalva nimmer eene voorde zijn geweest: overal is +de rivier buitengewoon breed en zeer diep. Zoowel hieruit, als uit +andere bijzonderheden, die Herrera mededeelt, blijkt dat de groote +veldslag geleverd werd aan de oevers van de rio Seco, en dat daar +ook de indiaansche hoofdstad Centla lag, tegenwoordig Comalcalco. + +Gedurende mijn verblijf te Frontera houd ik mij vooral bezig met het +opsporen van oud aardewerk, en het gelukt mij eene vrij volledige +verzameling bijeen te brengen. Wel zijn de indiaansche afgodsbeelden +van terra-cotta in Tabasco niet zeldzamer dan elders,--men vindt er +eene menigte in de bosschen--maar in den regel slaat men ze stuk; +tot hiertoe heeft niemand zich de moeite gegeven, ze te verzamelen; +in het museum te Mexico vindt men er geen enkel exemplaar van. + +Onder degenen die ik heb bijeengebracht, vindt men verschillende +beelden, meer of minder overeenkomende met die van de hoogvlakten. Ik +voeg hier (blz. 144) de afbeelding van twee der fraaiste en volledigste +bij. Als ik zeg fraaiste, is dat maar bij manier van spreken, want de +aarde is ruw en grof, de figuren zijn monsterachtig en onbeholpen, en +men zou zeggen, dat de vervaardigers er zich bij voorkeur op toelegden +om iets grotesks en leelijks voort te brengen. Maar als bewijzen van +de mate van kunstontwikkeling bij de Indianen, en dus als historische +dokumenten, hebben ook deze wanstaltige beelden waarde en betekenis. + +Intusschen volgen de dagen maar steeds, in vervelende eentonigheid op +elkander, en er is geen spoor van een stoomboot te ontdekken. De dood +velt rechts en links zijne slachtoffers, maar daar wij midden in het +karnaval zijn, wordt er niet minder pret gemaakt en gedanst. De jonge +meisjes van de stad verschijnen in het logement, bijdragen vragende +voor de kosten van het bal; onder haar zijn er die er heel aardig +uit zien, en daar men ook ons uitnoodigt, teekenen wij mede. Mannen, +bij wijze van maskerade in onmogelijke lompen gehuld, loopen door de +straten, gevolgd door jongens en vrouwen, die luidkeels lachen om +hunne kwinkslagen; er worden zwermen afgestoken, koperinstrumenten +schetteren, geaccompagneerd door het knarsen en janken van guitaren: +het bal begint. De menigte stroomt er heen; wij gaan mede om getuigen +te zijn van de reeds vroeger aanschouwde tooneelen en van dezelfde +eentonige dansen. Julien, mijn bediende, is de koning van het feest: +hij is jong, welgemaakt en danst verrukkelijk: de schoonen van +Frontera zijn op hem verzot en dingen om zijn gunst; wel eenigszins +tot ergernis van Lucien, die hem niet uit het oog verliest, maar +hem zijn geluk vergeeft: want, zegt hij, hij is zachtaardig, +dienstvaardig, bescheiden en hij poetst onze laarzen beter dan +iemand anders. Deze min of meer kwaadaardige opmerking gaat verloren +onder een onbeschrijfelijk gerucht: daar is een twist uitgebarsten, +doorgaans het gevolg van gekrenkten minnenijd, die zich wreekt door +een dolkstoot of een pistoolschot. Eensklaps knalt een schot te midden +der menigte: algemeene verwarring en luid geschreeuw van de dansers; +men schiet toe; de moordenaar wordt gevat door eenige vrienden, die +hem zeer kalm naar het politie-bureau brengen. Het slachtoffer, aan +de linkerzijde van het hoofd getroffen, zakt in elkaar; men draagt +hem weg, en het bal gaat, na deze kleine stoornis, weer zijn gang. + +Eindelijk verschijnt eene kleine stoomboot, die de rivier moet opvaren, +de kapitein wil ons wel opnemen, maar zonder zich tot iets te verbinden +en zonder te zeggen, waar hij ons zal afzetten. Ook kunnen wij geen +prijs te weten te komen; men zal niet meer van ons vragen dan billijk +is: maar dat billijke zal wel zoo hoog mogelijk gesteld worden: +wij ondervonden dat later. + +Wij vertrekken; maar reeds den volgenden dag, te Jonuta, vindt de +kapitein den waterstand onrustwekkend laag: hij aarzelt, of hij de +reis wel zal voortzetten! Onze dringende verzoeken laten hem tamelijk +onverschillig; eindelijk besluit hij toch voort te stoomen, vooral +omdat hij eene groote sloep op sleeptouw heeft genomen, vol Indianen +en koopwaren. Deze sloep is intusschen eene belemmering te meer voor +onze vaart; en toen het avond geworden was, voeren wij zoo in den +blinde door de ondiepe rivier, dat wij omstreeks middernacht aan den +grond raakten. Wij ontwaken door den schok: het kwaad is geschied. Te +vergeefs laat de machinist zijne machine voor- en achteruit werken: +wij zitten als een muur. Tot overmaat van ramp heeft het sleeptouw +zich om de schroef gewikkeld, zoodat iedere beweging onmogelijk is. + +Wij zijn op tien mijlen afstands van iedere menschelijke woning, +en wanneer het water nog meer zakt, hebben wij het aangename +vooruitzicht, dat wij in deze positie den was van het volgende +saizoen kunnen afwachten. De dag breekt aan, en het geval blijkt +minder hopeloos: de bemanning gaat te water, en de kapitein, met een +mes gewapend, duikt onder om het touw door te snijden dat de schroef +omklemt. Deze begint weer te werken, en nu komt er ook beweging in de +boot; omstreeks tien uren raken wij weer vlot, en wij sukkelen voort +tot aan Monte-Christo, een armoedig dorp aan den linkeroever van de +Usumacinta, waar de kapitein ons aan wal zet. + +Onze bagage wordt op den oever neergezet, en nu komt het op betalen +aan; ik vraag wat wij schuldig zijn. "Vijfhonderd francs," antwoordt +de kapitein. Ik weet dat elke tegenspraak nutteloos is, maar toch +veroorloof ik mij de opmerking, dat de boot de groote zware sloep +op sleeptouw heeft, bemand met vier Indianen, plus den eigenaar en +eene vracht koopwaren, en dat men van dien man niet meer dan vijftig +francs voor het traject had gevraagd; ik verzoek dus te mogen weten, +waarom men mij zoo veel meer rekent;--maar de kapitein geeft eenvoudig +ten antwoord: "Het is vijfhonderd francs." Er schiet niet anders over +dan te betalen. + +Nu rijst de vraag, hoe wij verder zullen komen. Als wij de rivier +volgen, hebben wij vier of vijf dagen noodig om Tenosique te bereiken; +over land, dwars door de bosschen, bedraagt de afstand niet meer dan +vier-en-twintig uren. + +Dank zij de tusschenkomst van een Franschman, in dezen uithoek +verzeild, gelukt het ons, binnen weinige uren, ons eene kano met de +noodige roeiers en levensmiddelen aan te schaffen; ik vertrouw ons +geld en al onze verdere bagage aan de hoede van mijn getrouwen Julien, +die zich zoo spoedig mogelijk bij ons zal voegen. Lucien en ik nemen +een gids en paarden, en gaan den volgenden morgen op weg. + +Het weer is prachtig, de grond is droog, de weg gemakkelijk; alles +gaat naar wensch; en na door eene uitgestrekte savane te zijn gereden, +volgen wij, in de schaduw van het geboomte, den oever der rivier tot +aan de monding van de Chacamas, die wij doorwaden. Toen kwamen wij in +het woud; onze paarden, die op eene zeer onaangename manier draven, +vliegen, zoo hard zij kunnen. Onze gids, die aan deze manier van +reizen gewoon is, wil ons zeker in een stuk de twintig mijlen laten +afleggen, die ons van Tenosique scheiden; daarom maakt hij zooveel +mogelijk spoed. Wij hebben moeite om hem te volgen, en de weg dunkt ons +minder fraai. Op het nauwe pad, dat wij volgen, struikelen onze paarden +telkens over rotsblokken en stukken hout; de takken der boomen slaan +ons in het gezicht: en links en rechts, van achteren en van voren, +omstrengelen ons de lianen, dreigende ons van het paard te sleuren +of te worgen. Welk een afschuwelijke weg! De gids rent maar altijd +door, zonder zich in het minst om ons te bekommeren; wij verliezen +hem uit het oog, en, uitgeput van vermoeienis, laten wij onze paarden +voortstappen, min of meer in den blinde het half gebaande pad volgende. + +Een rit van zes uren had onzen honger geprikkeld: en toen wij eindelijk +den gids weder vonden, die ons aan den oever eener beek wachtte, +was de eerste vraag: + +"Waar zijn onze levensmiddelen? + +--Welke levensmiddelen? + +--Wel, het ontbijt, dat men heden morgen voor ons heeft gereed +gemaakt." + +De ongelukkige had het vergeten; en om onzen honger te stillen, +moesten wij ons tevreden stellen met wat rhum en water. + +Hoe ook afgemat, hervatten wij den tocht, om tegen drie uren eene der +krommingen van de Usumacinta te bereiken, waar zich de hut van den +veerman bevond. Daar waren kippen, dus ook eieren: wij plunderen de +arme hut en besproeien ons zeer eenvoudig maal met groote plassen +posole, een mengsel van gemalen mais en water, maar zonder onzen +brandenden dorst te lesschen. + +Wij steken over naar den anderen oever, en komen, na een rit van twee +uren te Cabecera, een armoedig dorp, op drie mijlen afstands van +Tenosique. Onze gids wil doorrijden, maar wij weigeren volstandig, +en worden gastvrij ontvangen door twee oude dames, die ons kippensoep +en gebakken visch voorzetten, welke ons heerlijk smaken. Na een vrij +rustigen nacht kwamen wij den volgenden morgen vroeg te Tenosique. + + +IX + + +Tenosique is het laatste dorp in de vlakte; de eerste heuvelen van de +Cordillera verheffen zich op twee mijlen afstands; de Usumacinta komt +daar, van de steilte nederdalend, met zeer sterk verval, tusschen +twee bergen te voorschijn. Een weinig verder begint de sierra met +haar doolhof van onbekende valleien, waarin de Lacandons hun verblijf +hebben gevestigd. Dat is de plaats onzer bestemming; maar om er te +komen, hebben wij vele moeilijkheden te overwinnen. + +Tenosique ligt op eene hoogte, waardoor het tegen periodieke +overstroomingen beveiligd is; maar even als alle van de hoofdplaatsen +verwijderde dorpen, bestaat het uit armzalige hutten, en leidt men er +een vrij ellendig leven. Men bezorgt ons een hut, waarvan het rieten +dak rust op vier wanden van biezen met aarde besmeerd; ondanks wij dit +lokaal herhaalde malen laten aanvegen, worden wij toch opgegeten door +het ongedierte en gemarteld door de muskieten. Natuurlijk is er geen +enkel meubel: gelukkig hebben wij onze hangmatten en veldbedden bij +ons. Dit ellendige nest dagteekent niettemin uit de eerste tijden +na de verovering, en bestond zeer waarschijnlijk reeds voor dien +tijd als indiaansch dorp. In den laatsten tijd heeft dit vergeten +dorp eene zekere bekendheid verworven. Ten gevolge van de toenemende +zeldzaamheid van het mahoniehout in de bosschen van Tabasco, zijn de +handelaars in deze kostbare houtsoort gedwongen geworden, hunne agenten +tot naar de onbekende valleien van den staat Chiapas, naar de oevers +van de Usumacinta, en zelfs naar Guatemala te zenden. Tenosique is +daardoor de stapelplaats geworden voor alle produkten van dien aard, +die uit Guatemala komen, en de woonplaats van de geemploieerden der +beide huizen, die tot dusver dezen handel gemonopoliseerd hebben. + +De geschiedenis van een blok mahoniehout is merkwaardig genoeg: +ik zal mij de vrijheid veroorloven, ze aan mijn lezer te vertellen. + +Niet iedereen kan zulk eene exploitatie op touw zetten; daartoe behoort +een aanzienlijk kapitaal en eene volledige kennis van de plaatselijke +gesteldheid, benevens de geschiktheid om met de menschen, met wie +men in aanraking komt, om te gaan. Meer dan een, verlokt door het +vooruitzicht der buitensporige winst, heeft zich, door gebrek aan +kennis en ondervinding, geruineerd. + +Het mahoniehout zelf kost niets; de boomen staan daar in dichte +gelederen, recht als dennen, hoog en prachtig; de staat legt u slechts +eene zeer geringe belasting op van vijf francs per stuk. Gij hebt ze +voor het nemen: maar juist daar ligt de moeilijkheid. Vooreerst moet +een plek opgespoord worden, waar mahonieboomen in menigte te vinden +zijn. De handelaar heeft daarvoor speciale agenten, _monteros_ +genoemd. De montero is een ondernemend, moedig, energiek man, +gewend aan het wilde leven in de bosschen en bestand tegen alle +vermoeienissen; hij begeeft zich op weg, gevolgd door twee Indianen +en een muilezel, die de mondbehoeften draagt; hij neemt zijn revolver +en zijn geweer mede, niet zoo zeer als veiligheidsmaatregel, maar om +te kunnen jagen, want als de levensmiddelen zijn opgeteerd, moet hij +op die wijze in het onderhoud van drie menschen voorzien. Hij verlaat +de bekende paden, en trekt het oerwoud in, waar hij zich met behulp +van zijn sabel, een smallen doortocht moet banen, die zich achter +hem aanstonds weer sluit; somwijlen blijft hij twee of drie maanden +lang in deze onbekende wildernis, telken avond een hut van takken en +bladeren bouwende, als schuilplaats tegen de tropische stortregens, +vechtende tegen de wilde dieren, dagen achtereen rondzwervende +door moerassige streken, waar de vochtige grond verpestende dampen +uitwasemt, bezwangerd met koortsmiasmen. Steeds zoekt hij overal +naar het kostbare hout; hij telt de boomen, hij merkt ze, en geeft, +als hij terug keert, aan zijn chef het juiste getal op. + +Hij heeft nu de lokaliteit bestudeerd, heeft zich rekenschap gegeven +van de bezwaren, aan de exploitatie verbonden, en de kosten van +transport berekend; er moet eene keus gedaan worden, want hij kan +niet alles medenemen. Hoe vele prachtige boomen heeft hij niet op zijn +zwerftochten ontmoet; welke schatten heeft zijn oog niet aanschouwd, +die toch voor hem onbereikbaar zijn! Volslagen gemis van wegen, +een zeer ongelijk, bergachtig terrein, een allesoverweldigende +plantengroei, ziedaar de bezwaren, die men moet overwinnen, om den +schat meester te worden. Hoe zal men dat aanleggen? De weg is te maken; +maar er moet noodzakelijk eene rivier in de onmiddellijke nabijheid +zijn, want zoodra de afstand meer dan twee mijlen bedraagt, wordt de +exploitatie, met het oog op de kosten, onmogelijk. De rivier is de +steeds bereidvaardige helpster, die zich kosteloos met het vervoer +belast: zij voert de kostbare blokken mede en brengt ze, ondanks alle +hinderpalen, rotsen, watervallen en stroomversnellingen, ongedeerd +voor uwe deur. + +Het terrein is nu verkend; een beeedigd landmeter gaat er heen om +de grenzen te bepalen: en de houthakkers kunnen nu aan het werk +gaan. Neen, zoover zijn wij nog niet: er is gebrek aan handen; +de arbeiders zijn schaarsch, en allen zijn gehuurd--dat wil zeggen, +moeten werken om hunne schuld af te doen bij de ondernemers, die zonder +dit van ouds in zwang zijnde stelsel, niemamd zouden kunnen vinden +om voor hen te werken. Zij leggen het dus zoo aan, dat de Indianen +bij hen in schuld komen; en is het eenmaal zoo ver, dan zijn zij de +slaven van hunne schuldeischers. Daar de Indiaan zwak van karakter is, +zorgeloos en op drank verzot, raakt hij telkens meer in de schuld, +en zoo is hij feitelijk veroordeeld tot levenslangen dwangarbeid. Komt +hij te sterven, dan is de zoon verantwoordelijk voor de schuld van den +vader en treedt in diens plaats; dat is nog de aloude wet der Mayas, +die nog steeds van kracht is. Zonder deze wet zouden wij, ondanks hooge +werkloonen, geen mahoniehout hebben; want evenmin als de bewoners +van welk ander tropisch gewest ook, werkt de Indiaan vrijwillig, en +het geld heeft voor hem weinig bekoring. Daar de Indiaan zijn meester +niet verlaten kan, zoolang zijn schuld niet aangezuiverd is, betaalt +de nieuwe ondernemer die ten einde zich werklieden te verschaffen; +zoo kost iedere arbeider twee-, drie- tot vijfduizend francs; en +somwijlen heeft men twee- tot driehonderd man noodig. Ge ziet dus, +dat de ondernemer over kapitaal moet kunnen beschikken. + +De arbeiders begeven zich op weg, en worden door den montero naar de +bepaalde plaats geleid. Daar, midden in het woud, op dertig, veertig, +zestig mijlen van iedere menschelijke woning, worden de ranchos +opgeslagen, en rusteloos heen en weer trekkende konvooien voorzien +de nieuwe kolonie van de noodige werktuigen en levensmiddelen. Dat +is nog niet alles; de boomen worden geveld; men ontdoet ze van het +spint--het zachte hout onder de schors--; men zaagt ze in blokken, +en de kostbare waar groeit tot stapels: maar de rivier is verre, en de +stammen staan op vrij grooten afstand van elkander: bijna voor iederen +stam moet een pad gebaand worden! En wie zal ze vervoeren? Ossen; +maar ossen zijn in de provincie nog zeldzamer dan mannen; men moet +ze dus gaan halen aan gene zijde van de Cordillera, in de vlakten van +Chiapas, op honderd-vijftig mijlen afstands. Zij zijn daar niet duur: +voor twintig piasters (honderd francs), kan men zeer goede beesten +hebben; maar de afstand, de bezwaren van de reis, het onvoldoende +voedsel doen de kudde dikwijls tot op een vierde slinken; het woud +ligt bezaaid met lijken, en de weinige ossen, die eindelijk behouden +ter bestemder plaatse aankomen, verkeeren in een zeer ellendigen +toestand en kosten ieder meer dan vierhonderd francs. + +Maar ook nu houdt de sterfte nog aan: vele dieren bezwijken ten +gevolge van vermoeienis en het ongewone, ontoereikende voedsel, +dat hoofdzakelijk uit bladeren en _ramon_ bestaat. Bovendien maken +de arbeiders, die hun honger naar versch vleesch moeilijk kunnen +bedwingen, dikwijls met opzet dat er een ongeluk gebeurt, zoodat een +os moet worden gedood. Telkens moeten nieuwe dieren worden aangevoerd, +en het blok mahoniehout wordt aardig duur. + +Eindelijk is de oever der rivier bereikt. Daar wordt elk blok aan +de zes kanten met een cijfer gemerkt, en van den hoogen oever in de +bedding geworpen. Bij den eerstvolgenden was zal het water al die +blokken medevoeren; blijft er bij ongeluk een hier en daar, op een +rots of in een bocht van den oever vastzitten, dan wordt het toch in +het volgende jaar medegevoerd. + +In den tijd als de wateren der rivier zwellen, begeven de Indianen +van Tenosique zich met lichte kanos naar de plaats, waar de Usumacinta +uit de bergen te voorschijn treedt, naar de zoogenaamde Boca del rio, +om daar de mahonie blokken op te wachten, die de rivier bij honderden +medevoert; zij krijgen twee-en-een halve franc per blok, en het +is onder hen een hartstochtelijke wedstrijd, wie de moeste blokken +machtig zal worden. Daar elk blok gemerkt is, rangschikken zij ze naar +de eigenaars, binden ze tot vlotten en voeren ze zoo naar het dorp. Al +die arbeid, al die moeiten en gevaren, al die uitgaven zijn noodig, +waarde lezers, om u van mahoniehout te voorzien; en nu heb ik nog niet +gesproken van de epidemieen, die het vee doen sterven, van de koortsen, +waaraan de arbeiders bezwijken, van monteros, die met het geld op +den loop gaan of het verspillen, en van andere kwade kansen meer. + +Intusschen heb ik zelf met allerlei moeielijkheden te worstelen, +die mijn vertrek vertragen. Ik ontvang zulke tegenstrijdige +berichten omtrent de ruinen, wier ontdekking ik mij ten doel heb +gesteld, dat ik soms geneigd ben aan eene algemeene samenspanning, +eene onverklaarbare mystificatie te gelooven. De ruinen bestaan; +de persoon zelf, die ze voor het eerst zag, geeft mij daarvan de +uitdrukkelijke verzekering. Zij zijn ver verwijderd, vijftig mijlen +ver, aan de andere zijde van de sierra, op den linker oever van de +Usumacinta; een weg is er niet, maar de richting, die ik volgen moet, +is bekend. Ik houd mij dan ook onledig met de toebereidselen voor +den tocht, maar mijne handen zijn gebonden. + +Daar ik aanbevelingsbrieven bij mij had voor de beide handelshuizen in +het dorp, had men mij, bij mijne komst, alle mogelijke beloften gedaan, +maar geene enkele daarvan gehouden. Ik had op zijn minst vijftien +manschappen noodig, benevens veertien muildieren en drie paarden; er +waren noch paarden, noch muilezels, noch manschappen. Om de laatsten +te verkrijgen, liet ik twintig mijlen in het rond nasporingen doen, +onder aanbieding van dubbel loon; wat de muildieren betreft, gaf men +mij te kennen, dat er eerlang een konvooi uit Peten verwacht werd: +na eenige dagen rust, zouden de muildieren wel weer voor den tocht +geschikt zijn. Ik had levensmiddelen: rijst, bonen en beschuit, +maar geen vleesch. Met moeite kon ik twee stieren machtig worden, +die geslacht werden en wier vleesch in lange reepen werd gesneden, +gezouten en gedurende drie dagen in de zon gedroogd. Dit vleesch, +_tasajo_ genoemd, kan zoo lang bewaard worden als men wil. + +Inmiddels had men eenige manschappen bij elkander gebracht, en +men verzekerde mij, dat de anderen zouden volgen; maar de zoo +vurig verlangde muildieren kwamen niet opdagen. Eindelijk, op een +avond, den achtsten dag van onze gedwongen gevangenschap, hooren +wij kreten en het getrappel van hoeven. Wij ijlen naar buiten: dat +waren de muildieren! Ik tel ze haastig: daar zijn er twaalf; wij zijn +gered! Neen, nog niet; want den volgenden morgen ontwaarde ik, tot mijn +schrik, in welken rampzaligen toestand de arme dieren verkeerden. Zij +waren bijkans levende geraamten, overdekt met afzichtelijke, stinkende +wonden, half dood, en ten eenemale buiten staat om eene zoo langdurige +en bezwaarlijke reis te ondernemen. + +De eigenaar verzekerde mij evenwel, dat zij na acht dagen rust weder +zouden kunnen vertrekken, mits zij slechts de helft van de gewone +vracht hadden te dragen. De schurk kon met des te meer gerustheid +die verzekering geven, daar hij er vast op rekende dat de meeste +muilezels onderweg zouden bezwijken, in welk geval ik ze hem, tegen +den prijs van nieuwe dieren, zou moeten vergoeden: hetgeen later ook +inderdaad gebeurde. Maar ik vermoedde niets van deze sluwe berekening, +en wij hielden ons onledig met onze laatste toebereidselen. + +De manschappen verschenen; voor de muildieren werden nieuwe pakzadels +en tuigen gemaakt, omdat de oude geheel versleten waren; men verdeelde +de vrachten onder het opzicht van den chef der muilezeldrijvers, die +het bestuur der karavaan op zich zou nemen, en ik moest een gedeelte +van mijn materieel achterlaten. Dit was niet alles; de montero, die +ons als gids zou dienen, verzekerde mij dat wij niet rechtstreeks naar +de ruinen konden gaan: op een zeker punt aan den rechteroever van de +rivier gekomen, moesten wij de Usumacinta ongeveer vijf mijlen ver +afzakken, om dan aan den linkeroever, vlak tegenover de monumenten, +aan land te gaan. Het was dus noodig, eenige manschappen vooruit te +zenden, om een weg door het woud te banen en ook eene groote kano te +timmeren, die ons naar de puinhoopen der oude stad brengen zou. + +Den volgenden dag gingen dan ook zes man op weg, met het beste +muildier, dat de noodige levensmiddelen droeg en de gereedschappen voor +het maken der boot; wij zelven zouden later volgen. Na velerlei getob +en oponthoud konden wij dan toch eindelijk den vijftienden Maart 1882 +vertrekken. De muildieren zijn niet genezen: men heeft hunne wonden +gewasschen, dat is alles; en onder den druk der nieuwe vrachten zullen +deze wonden op schrikbarende wijze verergeren: ik ben overtuigd, dat +enkele dieren bezwijken zullen. Maar wat te doen? Ons rest geen keus: +reeds bij het vertrek, en hoe wel slechts eene halve vracht te dragen +hebbende, schijnen de arme dieren onder den last te bezwijken. + +Wij zijn midden in het woud; de weg is afschuwelijk, of liever, +er is in het geheel geen weg: doornstruiken, lianen, kreupelhout, +omgevallen boomen houden ons elk oogenblik tegen; het pad is zoo smal, +dat de muilezels telkens tegen de takken stooten, waardoor hunne vracht +wordt verschoven, en zoo weinig gebaand, dat men zeer oplettend moet +zijn om het spoor niet geheel bijster te raken. Wij komen slechts zeer +langzaam vooruit: de eerste dag der reis is altijd de moeilijkste; men +moet de muildieren, die zeer onwillig zijn, voortsleepen en daarbij +zeer streng in het oog houden, want zij peinzen voortdurend op een +middel om te ontsnappen. Omstreeks het midden van den dag zijn er +twee muildieren verdwenen; na een uur zoeken worden zij terug gevonden. + +Wij hebben nu de vlakte verlaten en trekken in zuidoostelijke richting +voort, naar den voet van de Cordillera. Het woud wordt prachtig: +reusachtige stammen, door lianen als kabeltouwen omstrengeld, palmen +van meer dan honderd voeten hoogte, pandanussen met kolossale bladeren, +vermengd met slanke ceders en mahonieboomen, wier ruwe schors aan onze +eiken herinnert, vormen een schilderachtig, grootsch en indrukwekkend +geheel. Men wordt des bewonderens niet moede, en men zou wenschen, in +deze bosschen zijn leven te slijten, indien men niet zoo schrikkelijk +te lijden had van allerlei ongedierte, met name van muskieten en van +onze oude vijanden, de garrapaten. + +De chef der karavaan regelt de dagreizen en bepaalt telkens de plaats, +waar men voor den nacht kampeeren zal; hij moet volkomen met het woud +bekend zijn, want men kan alleen daar ophouden, waar water voor onze +muildieren te vinden is en ook dien boom, _ramon_ genaamd, waarvan de +bladeren gedurende de reis hun eenig voedsel zijn. Doorgaans kampeert +men op eene kleine hoogte, te midden van eene ruime open plek, waar +reeds anderen hun kamp hebben opgeslagen, en waar de grond van boomen +en kreupelhout gezuiverd is. De hooge boomen blijven alleen staan, +en hunne machtige takken beveiligen ons tegen den killen nachtelijken +dauw. Deze kampementen dragen op de kaart een naam, hoewel er noch +eene hut, noch eene levende ziel te vinden is; maar zij dienen den +muilezeldrijvers als rust- en verkenningspunten op hunne tochten +van Peten naar Tenosique. Bij onze aankomst aan de bepaalde halt, +worden de beesten ontladen; de bagage wordt met de pakzadels op rijen +geplaatst; daarna begint men de arme dieren te verbinden. Deze eerste +dag heeft hunne wonden op schromelijke wijze verergerd. De mannen +gaan het bosch in om ramon te zoeken; men hoort hunne bijlslagen +tegen den stam, vervolgens, het gekraak van den neervallenden boom, +overstemd door hunne vreugdekreten. Kort daarna keeren zij terug, +gebogen onder eene geweldige vracht van groenende takken, die onder +de hongerige muildieren worden verdeeld. Inmiddels maakt Julien onze +veldbedden gereed, en de kok van den troep legt zijn vuur aan om ons +souper te bereiden. Het menu is steeds hetzelfde: een groote ketel +met tasajo, rijst of bonen met eene portie beschuit, en tot toegift +een kop koffie. Toch is er soms eenige afwisseling, naarmate wij +op de jacht gelukkig zijn geweest: apen, wilde kalkoenen, pecaris, +alles is ons welkom. + +De avond valt; de manschappen, rondom de vuren gezeten, rooken en +praten; dan wordt het nacht, en ieder vlijt zich neer op een bed van +groene bladeren, beveiligd door een muskietenscherm. Onze slaap is +niet vast, en wordt telkens gestoord door zonderlinge geluiden: het +brullen of knorren van wilde dieren, het schreeuwen van nachtvogels +en het verschrikkelijk gehuil der brulapen.--Voor het aanbreken van +den dag zijn wij weer op de been; met het ontbijt, het optuigen der +muildieren en het verdeelen der bagage zijn ruim twee uren gemoeid, +en de zon staat reeds hoog aan den hemel, als de karavaan zich op +weg begeeft. + +De eene dag gelijkt volkomen op den anderen, behoudens de uiterst +zeldzame ontmoeting van een uit Peten terugkeerenden reiziger. Deze +geheele streek is rijk aan ruinen, en alles bewijst dat zij vroeger, +voor de komst der Spanjaarden, bebouwd en bevolkt was; te midden van +deze uitgestrekte eenzame wouden vindt men nog de sporen van groote +steden, waarvan de geschiedschrijvers der verovering nog melding +maken. Die steden, die dorpen en tempels zijn van de aarde verdwenen, +en de eens zoo talrijke bevolking is geslonken tot enkele familien, +in de wouden verloren: de verbasterde en diep gezonken afstammelingen +van het ongelukkige ras. + +Onze tocht wordt met den dag moeilijker, want wij hebben reeds twee +muildieren verloren, die waarschijnlijk wel de prooi der jaguars +zullen zijn geworden. Hunne vrachten zijn tusschen de anderen verdeeld +moeten worden; en om onze dieren zoo veel mogelijk te verlichten, +gaan wij beurtelings te voet. + +Op den zevenden dag van onze reis, des morgens vroeg, begonnen wij te +voet de berghellingen te beklimmen. Hoewel deze bergen niet hooger +waren dan omstreeks vierhonderd-vijftig el, was de bestijging toch +een zeer zwaar en moeilijk werk, dat groote inspanning vorderde. Kort +daarna bereikten wij de vlakte en sloegen ons kamp op aan de oevers +van de rio Chotal, die zich in de Usumacinta uitstort. Het woud is +hier verwonderlijk schoon, en rijk aan allerlei wild; papegaaien en +aras doen de lucht weergalmen van hunne snijdende kreten; geelgekuifde +hoccos bewegen zich zwijgend in de hoogste takken, van waar groote +brulapen ons met nieuwsgierige blikken gadeslaan; een troep wilde +zwijnen rent in dolle vaart langs ons heen. + +Wij bevinden ons in het land der Lacandons: hier en daar ontdekken +wij sporen van vroegere bebouwing, vruchtboomen en overblijfselen +van verlaten hutten. De Lacandons hebben zich uit deze streek +teruggetrokken bij de komst der houthakkers. Des avonds komen wij +eindelijk ter plaatse onzer bestemming, aan den paso Yalchilan, +en slaan wij ons kamp op aan den rechteroever van de Usumacinta. + + +X + + +Het was reeds laat, toen wij op deze plek, waar geene hut of spoor van +menschelijke woning te vinden is, aankwamen; wij waren allen uitgeput +van vermoeienis, en de tijd ontbrak om ons bivouak in behoorlijke +orde te brengen. Tot mijne verwondering vonden wij geen spoor van de +mannen, die vooruit waren gezonden en die ons hier moesten afwachten +met de door hen getimmerde boot; hunne afwezigheid boezemde mij eenige +ongerustheid in. Den volgenden morgen maakten de manschappen voor +ons eene soort van woning gereed; anderen gingen weer het bosch in, +om een muilezel op te zoeken, die achter gebleven was. Zij vonden +het arme dier, ruim twee mijlen verder op den grond liggende, half +dood van vermoeienis, honger en dorst. De mannen ontdeden den ezel +van zijne vracht, dien zij onderling verdeelden; maar het ongelukkige +dier had niet lang genot van die welwillendheid, want de jager die den +troep vergezelde, doodde een prachtig zwijn, dat de muilezel nu naar +het kamp moest dragen, en dat daar met groot gejuich ontvangen werd. + +Tegen den middag verschenen eindelijk de canoeros; aanstonds vroeg +ik hun, hoe ver zij met hun arbeid waren gevorderd. De timmerman +antwoordde met zekere verlegenheid, dat de kano nog niet klaar was; +dat zij verschillende boomen hadden omgehakt, die later bij de +bewerking bleken ongeschikt te zijn voor de vervaardiging van de +canoa: dat was een ongeluk, en niet hunne schuld; maar binnen eenige +dagen zouden zij met hun werk gereed zijn. Ik volgde hen naar hunne +werkplaats, omstreeks een mijl stroomafwaarts: ik vond daar inderdaad +twee boomen op den grond liggen, waarvan de een, in ruwe omtrekken, +de gedaante van eene kano vertoonde, maar nog geheel uitgehold moest +worden. Hadden de werklieden zes dagen noodig gehad, om het zoover +te brengen, dan hadden zij er minstens nog acht noodig, om het werk +te voltooien. Blijkbaar hadden zij hun tijd verbeuzeld met jagen en +visschen en luieren, en hadden zij zich niet om mij bekommerd. + +Maar een oponthoud van acht dagen was onmogelijk, want de +levensmiddelen slonken ziender oog, en hoewel ik den voorraad voor +veertig dagen had berekend, zou hij ter nauwernood voor twintig +toereikend zijn. In alles behalve opgewekte stemming keerde ik naar +het kamp terug, niet wetende wat te doen. Ik kon wel den oever der +rivier volgen tot tegenover de ruinen, die aan de overzijde lagen: +daartoe moest een pad van omstreeks twintig kilometers lengte door +het woud worden gebaand en vervolgens een vlot getimmerd om de rivier +over te steken. Maar ik kon dan slechts een gedeelte van mijn materieel +medenemen; en bovendien, zouden de manschappen mij willen volgen? Zij +en de muilezels waren slechts gehuurd tot den paso Yalchilan, en zeer +vermoedelijk zouden zij weigeren verder te gaan, want zij zijn van +niets zoo afkeerig als van arbeid, meer dan strikt noodig is. + +Terwijl mijne blikken daar over die breede, snelvlietende rivier +dwaalden, ontdekte ik, stroomopwaarts, een vaartuigje, waarin een +onbekende zat. Hij was gekleed met een lang hemd en liet zich met +den stroom afdrijven, terwijl hij zich met een palmblad tegen de +zonnestralen beschermde. Maar niet zoodra had de Lacandon--want het was +een Lacandon--ons bespeurd, of hij greep zijne pagaai en wendde zijne +boot. Gelukkig verstond een mijner manschappen zijne taal; hij riep +den cayuco toe, en beloofde hem allerlei moois, als hij bij ons wilde +komen. De Indiaan kwam: het was een grijsaard, gehuld in eene lange +tuniek of hemd met wijde mouwen; hij drukte mij glimlachend de hand +en ging mede naar het kamp, schuw rechts en links omziende. Behalve +zijne van grof katoen gemaakte tuniek, droeg hij om het hoofd een +doek van dezelfde stof; om zijn hals hing eene reusachtige ketting, +bestaande uit twintig rijen zaden, glaskralen, tanden van dieren en +eenige muntstukken; in de hand hield hij zijn boog en pijlen. + +De grijsaard was gelukkig een opperhoofd: ik liet hem de geschenken +zien, die ik voor hem en de zijnen had medegebracht: bijlen, sabels, +katoenen stoffen, messen, zout en vischtuig. De oude man was geheel +verbluft, en verzekerde dat hij zijne onderdanen met mij in aanraking +zou brengen. Mijn tolk vroeg hem, of hij ons kanos kon leenen: hij +had er twee, en de tolk ging dadelijk met hem mede, om de booten te +halen. Het was niet veel, maar toch altijd beter dan niets. + +Den volgenden morgen had ik eene vreemde ontmoeting. Ik stond aan +den oever der rivier, uitziende naar de kanos, toen ik eensklaps +eene vrij groote boot zag verschijnen, waarin drie mannen, die geen +Indianen waren. Van waar kwamen zij, en waar gingen zij heen? Een +bittere gedachte schoot mij eensklaps door de ziel: deze mannen +behoorden tot eene andere expeditie, die mij voor was geweest. Dat +was het gevolg van mijn lang oponthoud te Tenosique! + +Ik riep de boot aan, die aan den oever kwam, en ik vernam van die +onbekenden, dat zij levensmiddelen hadden gevraagd bij de Lacandons, +maar niets hadden kunnen krijgen dan tomaten, en verder dat zij naar +de ruinen terugkeerden, waar zich een zekere don Alfredo bevond. + +"Wie is don Alfredo? vroeg ik aan een der mannen. + +--Wel, antwoordde hij, dat is don Alfredo. + +--Heel goed: maar wat voert hij daar in de ruinen uit? + +--Hij wandelt. + +--Met u hoevelen zijt gij? + +--Wij zijn met ons zestienen, en wij hebben geen levensmiddelen meer. + +--Hebt gij nog eene andere kano? + +--Ja, wij hebben er nog een groote. + +--Welnu, zeide ik, ik heb levensmiddelen." Daarop mijne manschappen +roepende, liet ik naar de kano de helft van een wild zwijn, een zak +met tasajo, rijst en beschuit brengen. + +"Ziedaar levensmiddelen voor u en voor uw meester: gij zult drie lieden +van mijn volk medenemen, en don Alfredo verzoeken, dat hij mij morgen +zijne groote kano zende. Hier is mijn kaartje, dat gij hem moet ter +hand stellen. Gaat nu en keert zoo spoedig mogelijk terug!" + +Ik begon nu dadelijk toebereidselen voor mijn vertrek te maken; maar ik +had niet gerekend op de koorts, die mij juist des morgens aantastte. De +aanval was zeer hevig; ik ijlde en was geheel machteloos. Zoodra +de crisis voorbij was, nam ik eene goede dosis quinine en ging een +paar uren rusten. De kano kwam; en hoe ziek ik ook was, liet ik mij +toch aan boord dragen; zes onzer Indianen met Lucien gingen mede. De +anderen bleven achter onder de hoede van Julien. Mijn hoofd gloeide; +slechts met groote moeite kon ik blijven zitten; alles werd mij groen +en geel voor de oogen. De sterke stroom voerde ons mede, en na eene +vaart van drie uren kwamen wij aan een grooten steenhoop, die op de +rotsen aan den linkeroever der rivier was opgericht. Wij waren ter +plaatse onzer bestemming. Met een kloppend hart ging ik aan wal; +een der Indianen, die wij daar aantroffen, was bereid mij als gids +te vergezellen; wij togen het bosch in, om don Alfredo op te zoeken. + +Wij hadden nauwelijks driehonderd ellen afgelegd, toen ik een rijzig +jonkman naar mij toe zag komen, in wien ik aanstonds een Engelschman +herkende. Wij gaven elkander de hand; hij had op mijn kaartje mijn naam +gelezen, dien hij kende; hij noemt mij den zijnen: "Alfred Maudsley, +van Londen"; en ziende dat ik van mijne verbazing nog niet bekomen was, +voegde hij er aanstonds bij: + +"Maak u niet ongerust over mijne tegenwoordigheid: een bloot toeval +heeft mij eer dan u naar deze ruinen geleid; het omgekeerde had +evengoed kunnen gebeuren; ik ben geen mededinger, en gij hebt niets te +vreezen. Ik reis eenvoudig voor mijn pleizier; gij zijt een geleerde, +en de stad komt u toe; geef haar een naam; onderzoek, maak teekeningen +en kopieen, zoo veel ge wilt; gij zijt hier te huis. Ik ben niet van +plan, iets te schrijven of uit te geven; maak des noods geene melding +van mij, en behoud uwe ontdekking geheel voor u zelven. En laat mij u +nu tot gids mogen verstrekken; ik heb een paleis laten gereed maken, +en uwe woning wacht u." + +Deze kieschheid trof mij zeer; maar ik mocht het voorstel van mijn +nieuwen vriend niet aannemen: aan ons beiden komt de eer toe der +ontdekking van deze nieuwe stad, waar wij te zamen hebben gearbeid, +en waaraan ik den naam heb gegeven van Lorillard, ter eere van +den edelmoedigen man, die voor een deel de kosten mijner expeditie +wilde dragen. De stad ligt op den linkeroever van de Usumacinta, +in een soort van neutraal terrein tusschen Guatemala en de twee +mexikaansche provincien Chiapas en Tabasco. Zij werd voor omstreeks +twaalf jaren ontdekt door een zekeren Suarez en sedert bij herhaling +door de monteros bezocht. + +Het is zeer moeilijk, zich rekenschap te geven van den juisten omvang +der stad en van het aantal gebouwen; de bodem is zoo dicht begroeid, +dat een nauwkeurig onderzoek onmogelijk is, althans met de gebrekkige +middelen, waarover men ter plaatse beschikken kan. Maar voor zoo ver +men naar vergelijking mag oordeelen, moet de stad Lorillard, als alle +indiaansche steden, waarvan wij reeds gesproken hebben, hebben bestaan +uit een vijftien- of twintigtal verschillende monumenten, tempels en +paleizen, woningen van den cacique en de voornaamste hoofden, omgeven +door de hutten van de lieden uit de volksklasse en de slaven. Deze +monumenten verrijzen op terrassen, ongeveer twintig ellen van de +rivier verwijderd, en verheffen zich vervolgens, amphitheatersgewijze, +op natuurlijke heuvelen, die de bouwmeesters benuttigd hebben, en die +zij in esplanaden hebben verdeeld, welke door muren worden gesteund +en van trappen zijn voorzien. + +De schikking is geheel dezelfde als te Palenque; de tempels en paleizen +zijn minder talrijk en minder aanzienlijk; zij zijn ook ruwer bewerkt, +schoon men over dit laatste misschien niet juist kan oordeelen, +omdat de geheele uitwendige dekoratie, die uit cement bestond, is +verdwenen.--Het eerste monument dat wij bestudeeren is een tempel, +die op eene pyramide van ongeveer honderd-twintig voet hoogte is +gebouwd. Ik noem dit gebouw een tempel, omdat het een groot steenen +afgodsbeeld bevat, benevens verscheidene nissen, waarin kleinere +beelden moeten gestaan hebben, want de wanden zijn zwart van den rook +der offeranden. + +Het hoofd van het beeld is van den romp gescheiden en het gelaat is +deerlijk geschonden, maar toch behoort het beeld tot het schoonste, +wat wij tot dusver in Tabasco en Yucatan gezien hebben. Het stelt +een mannelijk wezen voor, zittende op oostersche wijze, met de beenen +onder het lijf gevouwen en de handen rustende op de knieen; de kalme, +waardige houding doet u onwillekeurig aan Boeddha denken. Op het hoofd +draagt het beeld een reusachtig, monsterachtig kapsel, dat de gansche +figuur verplettert. De kleeding is rijk versierd met kralen en parelen +en drie groote medaillons, twee op de schouders en een op de borst. + +Rondom het beeld en in ieder vertrek van den tempel vindt men eene +menigte vazen van grof aardewerk en in vorm meest overeenkomende met +ondiepe kommen; de randen zijn met gedrochtelijke menschenhoofden +versierd. Deze vazen werden gebruikt voor het ontsteken van reukwerk; +wij vinden ze terug in alle gebouwen die voor de eeredienst bestemd +schijnen geweest te zijn. + +Achter dien tempel en op eene veel hoogere pyramide, vindt men het +belangrijkste monument van de stad Lorillard. Op eene ruime esplanade +stonden daar, in een rechthoek, zes paleizen, waarvan er nog maar +een gedeeltelijk in wezen is. De andere gebouwen zijn niet meer dan +vormelooze puinhoopen. Dit paleis was misschien de woning van den vorst +of eene soort van vesting; in ieder geval was het prachtig gelegen. Van +het terras of de esplanade had men een heerlijk uitzicht; en op nieuw +bewonderde ik den praktischen zin van deze bouwmeesters. De pyramiden, +waarop zij hunne paleizen plaatsten, waren eene werkelijke behoefte in +dit heete en ongezonde land: deze manier van bouwen bezorgde frissche +lucht en was tevens eene verdediging tegen de muskieten en andere +insekten; en bovendien, welk een prachtig panorama ontplooide zich +voor de oogen, bij morgen en avond, over de omringende heuvelen, over +de rivier, over de tuinen en plantages aan de overzijde, en aan den +anderen kant, naar het zuiden, over de wijde vlakte, aan den horizon +begrensd door de schemerende lijnen van de Cordillera. + +Het paleis, dat wij bewonen, ligt lager en dichter bij de rivier. Het +was meer vervallen en geschonden dan de tempel en droeg sporen +van dezelfde versiering; maar de constructie scheen slordiger. De +deuren zijn van verschillende afmetingen, en de posten zijn nu eens, +zonder schijnbare reden, recht, dan weer scheef geplaatst; ook is de +verdeeling der openingen en der nissen zeer onregelmatig. Van binnen +is dit paleis een ware doolhof van smalle gangen en kleine vertrekken; +in het achterste gedeelte, in een donker souterrain, waarheen een +sterk glooiende gang afdaalt, bevinden zich twee smalle zalen, die +tot aan de zoldering met steen en gruis gevuld zijn; naar ik vermoed, +zijn dit graven. Althans te Palenque vond ik in dergelijke vertrekken, +geraamten en vazen. Het gebouw is twintig ellen breed en zestien diep. + +Ik heb reeds vroeger gesproken over de gebeeldhouwde deurposten, +in steen of in hout, die ik in de meeste steden van Yucatan, onder +andere ook te Chichen, heb aangetroffen; maar de schoonsten vond +ik te Lorillard. Mijne lezers mogen zich daarvan overtuigen door de +afbeeldingen van twee dezer kleine monumenten op bladz. 157 en 160. + +Het kleinste maakt deel uit van den bovendrempel van de middelste +poort des tempels; het paneel heeft een lengte van een el twaalf duim +bij eene breedte van twee-en-tachtig duim. In het midden zien wij +twee figuren, beiden het hoofd gedekt met hooge myters met vederen +versierd; evenals bij het afgodsbeeld, waarvan ik hierboven sprak, +zijn hunne schouderen bekleed met een korten mantel met paarlen +en medaillons en lange franjes getooid; een rijk versierde maxtli +omgordt hunne heupen en hunne voeten zijn in laarzen gestoken, +met lederen riemen bezet.--Deze twee figuren, van verschillende +grootte, schijnen een man en eene vrouw te moeten voorstellen; uit +hunne houding zou men moeten opmaken, dat zij eene godsdienstige +handeling verrichten. De grootste heeft in iedere hand een kruis, +de kleinste alleen in de rechterhand. Het zijn gewone, zoogenaamde +latijnsche kruisen, waarvan de armen met bloemen zijn versierd en die +van boven zijn gekroond met een symbolieken vogel. Ik meen in deze +voorstelling den god Tlaloc te herkennen, den god van den regen en +de vruchtbaarheid, wiens symbool een kruis was; te Palenque vinden +wij dien god op dezelfde wijze voorgesteld. + +Het tweede bas-relief (bladz. 157) is buiten kijf het merkwaardigste +monument, dat wij in Amerika hebben aangetroffen, en dat inderdaad +kunstwaarde heeft. Afgezien van het onmogelijk gelaatsprofiel der beide +figuren--dat trouwens zuiver conventioneel is--zijn de twee beelden +voortreffelijk van bewerking. De voorstelling draagt een godsdienstig +karakter: wij zijn getuigen van eene offerplechtigheid. Een der +personen, die in knielende houding, ongetwijfeld een priester, heeft +zich een met doornen bezet touw door de tong gestoken. De staande +figuur is evenzeer een priester, die, met een grooten palmtak in +de hand, den martelaar schijnt aan te moedigen. Nu weten wij dat de +Mexikanen zich zelven op de gruwelijkste manier pijnigden; dag en nacht +vergoten zij hun bloed in de tempels, ter eere der goden. Torquemada +deelt ons daaromtrent het volgende mede, sprekende over de martelingen, +die de priesters van Quetzalcoatl zich zelven aandeden: + +"Ziehier de martelingen, die de priesters van Camaxtli te Tlascala en +die van Quetzalcoatl te Cholula zich zelven oplegden. De priesters +kwamen bijeen onder het voorzitterschap van den oudste hunner, +_achcantli_ genoemd; en na een vijfdaagsche vasten, met verschillende +boetedoeningen gepaard, sloot men hen op in den voornaamsten tempel van +Camaxtli, waar zij eene menigte stokken met zich namen, zoo lang als +een arm en zoo dik als een vuist ongeveer; dan kwamen timmerlieden, +die vijf dagen gevast en gebeden hadden, om deze stokken, volgens +aanwijzing, tot zeer dunne staafjes te maken, waarna men hun buiten +den tempel te eten gaf; vervolgens kwamen de werklieden, die messen +van obsidiaan moesten maken, en zij vervaardigden een aantal messen, +waarmede de tongen der priesters moesten worden doorboord, en zij +legden die neder op een witten doek. + +"Daarna volgden gebeden; en als de oude en de jonge priesters te zaam +gekomen waren en gereed voor de offerande, boorde de bekwaamste onder +de werkmeesters hun met een mes een groot gat in de tong. + +"Aanstonds stak nu de voornaamste _achcantli_ in zijne doorboorde tong +meer dan vier- of vijfhonderd van die staafjes, die de timmerlieden +gemaakt hadden; de andere oude priesters deden desgelijks, en diegenen +onder de jongeren, die den meesten moed hadden, volgden hun voorbeeld +na. + +"Als deze afschuwelijke operatie volbracht was, trachtte de oudste, +die als hoofd gold, ondanks de duldelooze pijn, te zingen, om de +jongeren aan te moedigen tot het volbrengen der ceremonie." + +Ons bas-relief stelt ons dus zulk eene offerande aan Quetzalcoatl +of Cuculcan voor, en de tempel, die met deze beeldwerken prijkte, +was aan dien god gewijd. + +Eene bijzonderheid, die de geschiedschrijver aan het slot van hetzelfde +hoofdstuk vermeldt, geeft ons de verdere verklaring van het bas-relief. + +"Gedurende dien vastentijd--zegt Torquemada--begaf de voornaamste +_achcantli_ zich naar de steden en de dorpen, om de lieden te vermanen +tot de voorbereiding van het groote offerfeest; en tot teeken droeg +hij in de hand een grooten groenen tak. + +Dit is duidelijk genoeg. Daar staat de priester met den palmtak in +de hand, waarvan de bladeren rusten op het symbolische teeken van +den wind, waarmede Quetzalcoatl zoo dikwijls wordt afgebeeld. Wij +vinden dus te Lorillard de eeredienst van Tlaloc en van Quetzalcoatl, +de godheden der Tolteken, ook door de Azteken vereerd, en wier dienst +in de veroverde landen werd ingevoerd. + +Ons bezoek aan de stad Lorillard, waarvan de indiaansche naam mij +onbekend is, was hiermede afgeloopen. Niet dan met spijt verliet ik +deze nieuwe stad, waar ik mij gaarne langer had opgehouden, want ik +was er zeker van, dat er nog vele nieuwe en misschien belangrijke +ontdekkingen waren te doen. Anderen, in gunstiger omstandigheden +verkeerende, zullen de aangevangen taak, naar ik vertrouw, voltooien +en ook de monumenten op den rechter oever opsporen, van welker bestaan +ik mij verzekerd houde, maar die ik niet heb kunnen vinden. + +Wij gaan weer aan boord, en hebben bijna een ganschen dag noodig, +om stroomopwaarts den afstand af te leggen, dien wij, de rivier +afzakkende, in drie uren hadden afgelegd. De stroom is zoo sterk, +dat somwijlen onze manschappen, die de kano voorttrekken, worden +meegesleept; echter komen wij toch vooruit. + +Ik hoopte te Yalchilan de Lacandons te vinden, die men mij had +beloofd; zij waren er echter niet, maar het oude opperhoofd had +iederen dag een bode gezonden om te vernemen of wij reeds waren +teruggekeerd; de geschenken, die ik hem had toegezegd, hadden te +zeer zijne begeerlijkheid opgewekt, dan dat ik vreesde dat hij zijn +woord niet zou houden. Den volgenden morgen verscheen hij ook in het +kamp met zijne twee vrouwen en vier jongelieden. Zij waren allen op +dezelfde wijze gekleed: zij droegen een soort van lang wijd hemd of +tuniek met korte mouwen; dit kleedingstuk van grof katoen is zeer +plooibaar en wordt door de vrouwen geweven. Deze tunieken vertoonden +roode vlekken, die ik eerst voor slijkspatten hield; later bleek mij, +dat zij bij wijze van versiering moesten dienen, en dat de verfstof, +waarmede deze ornamenten worden aangebracht, uit de bezien van een +struik wordt getrokken, waarvan de naam mij onbekend is. Daar zij de +kunst niet verstaan, om het geheele kleedingstuk te verven, maken de +Lacandons er deze roode vlekken op; ik vermoed dat dit een bijzonder +privilege is van het opperhoofd en zijne vrouwen, want de hemden van +de jongelieden vertoonen geen spoor van de versiering. + +Mannen en vrouwen dragen om den hals zware kettingen, vervaardigd +van verschillende zaden, tanden van apen en wilde zwijnen, nagels +van vogels en muntstukken. Hunne lange, ongekamde ruwe haren hangen +in wanorde om hun hoofd en hals; de vrouwen steken daar een paar +arendsvederen in. Zoowel aan de hemden als aan de halskettingen +schijnen zij bijzondere waarde te hechten, want al mijne pogingen om +een dezer voorwerpen machtig te worden, waren vruchteloos; daarentegen +waren zij aanstonds bereid, mij hunne pijlen en bogen af te staan. + +De Lacandons bedienen zich nog van steenen bijlen, waarmede zij de +boomen omhakken, als zij in het bosch een plek willen bebouwen. Met +de grootste dankbaarheid namen zij evenwel de stalen bijlen, de +sabels en messen aan, die ik hun ten geschenke gaf, benevens zout, +waaraan zij gebrek hebben en dat zij zeer gebrekkig vervangen door +de asch van eene zekere houtsoort. + +De Lacandons zijn baardeloos, van middelbare gestalte en welgemaakt; +eene van de vrouwen is zelfs mooi te noemen: maar te oordeelen +naar hunne fletsche kleur en bleeke lippen, schijnen allen aan +bloedarmoede te lijden, hetgeen mede een gevolg kan zijn van hun +leven in de donkere, vochtige bosschen. Zij spreken de oude taal der +Mayas, en leven van de jacht, de vischvangst en het bebouwen hunner +kleine akkers. Hunne hutten zijn zindelijk, en men vindt er altijd +een voorraad van tabak en katoen, van mais en vruchten; zij hebben +geen aardewerk, maar behelpen zich met kalebassen. Hunne voorvaderen +stonden, voor den ondergang van hun volk, op vrij wat hooger trap +van beschaving. + + +XI + + +Om van Yachilan naar Peten te gaan, kan de reiziger tusschen twee +wegen kiezen: hij kan de Usumacinta opvaren, die eenige uren verder den +naam aanneemt van rio de la Passion; of wel, dwars door de bosschen, +den zoogenoemden Camino Real (koninklijke heerbaan) volgen, die +feitelijk niet anders is dan een afschuwelijk, onbruikbaar voetpad, +waarvan de Indianen gebruik maken. + +Maar nog afgezien van haar sterk verval, maakt de rivier zuidwaarts +een zeer grooten omweg, alvorens zij zich naar Libertad wendt; en hoe +slecht de landweg ook moge zijn, toch is hij altijd minder bezwaarlijk +voor onze manschappen, die zwaar beladen kano's tegen stroom moesten +optrekken; bovendien hebben wij onze muildieren, die op ons wachten, +en die door de dagen van rust, aan den oever der rivier doorgebracht, +nog volstrekt niet op hun streek zijn gekomen. Zij zijn nog even +mager als vroeger, en nog steeds bedekt met afschuwelijke wonden, +die door de reis erger zullen worden. Wij slaan dus het pad in, +dat twee dagreizen verder, op den weg naar Peten uitloopt. + +Omstreeks het midden van onze eerste dagreis, ontmoeten wij Pepe Mora, +den onverschrokken montera; hij is zeer vermagerd en ziet er zeer +afgemat uit: de koorts laat hem niet los, maar hij wil zijn post +niet verlaten, voor hij het geheele district heeft onderzocht; hij +denkt zelfs over de stichting van eene kolonie en heeft oranjeappels +en cherimayos gezaaid, waarvan de roode vrucht bijna geen pit heeft; +hij geeft ons eenig zaad van deze zeldzame soort en voegt er een zak +met gerookt wilde zwijnenvleesch bij. Wij bedanken den braven man, +dien wij niet weder zullen zien, en komen omstreeks vier uren aan +onze eerste pleisterplaats. + +De kleine rivier die ons tot richtsnoer heeft gediend is niet diep: +zij heeft nauwelijks drie voet water, maar de oevers zijn buitengewoon +steil; de beladen muildieren dalen niet dan met weerzin langs die bijna +loodrechte helling naar beneden, maar eens in het frissche water, +willen zij er niet meer uitkomen. De muilezel die mijne bagage met +mijne aanteekeningen en cliches droeg, deed nog beter: hij ging op de +diepste plek in het riviertje liggen, zoodat alleen zijn kop boven +water uitstak. Ik kon een kreet van schrik niet onderdrukken, want +ik dacht aanvankelijk dat al mijne dokumenten verloren zouden zijn; +gelukkig was dit niet het geval, maar wij moesten een gedeelte van den +nacht gebruiken om bij onze vuren mijne kleederen en mijne photografien +te drogen. Des morgens was het kwaad gelukkig weer hersteld. + +Dien eigen avond bereikten wij het gedeelte van het woud, waar wij +een zekeren voorraad levensmiddelen hadden verborgen en een onzer +paarden stervende achtergelaten hadden. De levensmiddelen waren nog in +goeden staat: de apen en andere stroopers hadden onze beschuit en ons +gedroogd vleesch ontzien en de kisten met wijn waren nog ongeschonden; +van het paard konden wij geen spoor ontdekken: het arme dier was +waarschijnlijk dieper in het bosch ingegaan en daar gestorven, of +misschien door de tijgers verscheurd. + +Den volgenden morgen sloegen wij den weg in naar Peten, en kwamen +vier dagen later te Sacluc, dat tegenwoordig Libertad wordt genoemd. + +Libertad, de zetel van den prefect van Peten, is het laatste bewoonde +vlek van Guatemala, zoo als Tenosique van Tabasco; het draagt geheel +denzelfden stempel als alle spaansch-indiaansche dorpen in de warme +luchtstreek: ook hier hetzelfde ruime, met gras begroeide plein, +dezelfde armoedige kerk en enkele onaanzienlijke woningen in het +rond. Er is te Libertad aan alles gebrek, en de hongersnood schijnt er +permanent; wij zouden van honger zijn omgekomen, zonder de beambten +van de monteria van de heeren Jamet en Sastre van San-Juan Bautista, +die zoo goed waren ons een huisje te verhuren en ons een deel van hun +voorraad wilden afstaan. Trouwens, dat het dorp nog bestaat, heeft +het te danken aan het weinige vertier dat de hakkers van mahoniehout +hier nog aanbrengen. + +Van Libertad loopt de weg in noordelijke richting naar Flores, aan het +meer van Peten, dertig kilometers verder. Flores is het oude Tayasal; +het bevallige dorp, zoo schoon gelegen midden in het fraaie meer en +door zijn gordel van bergen omringd, staat op dezelfde plek, waar eens +de stad der Mayas verrees. Want zij was wel degelijk eene maya stad, +waarvan de inwoners, Itzaes genoemd, de afstammelingen waren van die +emigranten, die onder aanvoering van hun Canek, omstreeks 1440, de +stad Chichen-Itza in Yucatan verlieten en van wie wij reeds gesproken +hebben. Daar, in deze heerlijke streek, omringd door krijgshaftige +stammen, die dezelfde taal spraken, vormden de Itzaes op nieuw eene +eigene nationaliteit, van zoo krachtig leven, dat zij tot het einde +der zeventiende eeuw weerstand bood aan den invloed der spaansche +overheerschers. Huizen, paleizen, tempels en pyramiden zijn verdwenen; +maar toch is het ons mogelijk de geschiedenis te reconstrueeren en +op nieuw het betrekkelijk moderne dezer monumenten aan te toonen. + +Eerst in 1696 slaagde de gouverneur van Yucatan, Martin Ursua, er in, +zich van de stad meester te maken en dit kleine volk ten onder te +brengen. Maar hij had daarvoor niets minder dan een leger noodig: +opzettelijk voor dit doel werd een weg aangelegd, die in rechte +lijn vam Campeche naar Peten liep. Midden in de bosschen stuitte +de expeditie op eene stad, Nohbecan genoemd, met groote tempels vol +afgoden; en toen de gouverneur aan de oevers van het meer Chaltuna +kwam, was hij even als Cortez gedwongen, vaartuigen te bouwen om de +stad te kunnen belegeren. De bestorming greep plaats op den tweeden +Maart 1696, en nog dienzelfden dag werd Tayasal ingenomen. + +Zonderling genoeg, werd de stad in een oogwenk verlaten: al de +bewoners, mannen vrouwen en kinderen, ontsnapten over de lagune, +hetzij met behulp van hun prauwen, hetzij zwemmende; de meesten +verdwenen voor altijd. Martin Ursua had eene wildernis veroverd. + +Dit zeer opmerkelijke feit toont ons den onverzoenlijken haat, dien de +Indianen jegens de Spanjaarden koesterden, en verklaart ons tevens, +hoe steden, die tijdens de verovering nog dichtbevolkt waren, op +een gegeven oogenblik eensklaps geheel verlaten zijn. Het is nu ook +duidelijk, dat men zich niet op dit verlaten zijn beroepen kan ten +bewijze van de oudheid dier steden. + +De stad Tayasal bevatte in 1696 een-en-twintig tempels, terwijl zij +er in 1618 maar twaalf telde; in den loop der zeventiende eeuw waren +er dus negen nieuwe tempels verrezen, en daaronder de schoonste van +allen, volgens de getuigenis van Villa Gutierre Soto Mayor. + +"De groote tempel was met zijn spitsbooggewelf geheel van steen +gebouwd; hij was vierkant met een fraaien peristijl en van fraai +bewerkte steenen; elke zijde had eene breedte van twintig _vares_, +en hij was zeer hoog." Is het niet of men eene beschrijving leest van +het Castillo van Chichen, vierkant als dat van Tayasal, van dezelfde +afmetingen en eveneens met een fraai peristijl. + +Wij erkennen dus in Tayasal de dochter van Chichen-Itza; haar +moeder hebben wij te begroeten in Tikal, waarheen wij den lezer +gaan voeren. De voorname reden van de verhuizing der Itzaes naar het +zuiden was ons onbekend: Tikal zal daarover licht verspreiden; wij +waren nog in het onzekere omtrent de richting en den voortgang van +de tolteeksche kolonisatie in Yucatan: Tikal zal met onwederlegbare +bewijzen op onze vragen een antwoord geven; Tikal eindelijk zal een +geheel nieuw probleem oplossen en ons bekend maken met den invoed +der tolteeksche beschaving in de noordelijke steden van Guatemala, +Coban, Copan, Quiriga. + +Tikal ligt ongeveer vijf-en-veertig kilometers ten noordoosten van +Flores, aan de zuidelijke grens van het schiereiland Yucatan. Deze stad +werd laatstelijk bezocht door twee wetenschappelijke onderzoekers: +door Bernouilli en door Alfred Maudsley. Bernouilli werd ontijdig +door den dood aan zijn werkkring ontrukt en het verhaal zijner reis +is verloren gegaan, maar gelukkig heeft hij belangrijke en zeer +merkwaardige dokumenten omtrent Tikal nagelaten. Deze dokumenten, +waardoor wij in staat worden gesteld, der stad hare plaats in de +geschiedenis aan te wijzen, bestaan in een twaalftal stukken gesneden +hout, die de reiziger door Indianen van Flores uit de tempels liet +wegnemen. De andere reiziger Alfred Maudsley schijnt van Guatemala +zijne bijzondere studie te hebben gemaakt en heeft zich door zijne +werken bereids een welverdienden naam verworven. De aanteekeningen +en photografieen, die hij van Tikal heeft medegebracht, zijn ons bij +de beschrijving der stad van zeer groote dienst geweest. + +De belangrijkste gebouwen zijn de tempels, op hooge pyramiden +gebouwd, die terrasvormig zijn aangelegd. Aan de voorzijde bevindt +zich de groote trap, die naar de poort van den tempel voert; +de tempel zelf staat eenigszins achterwaarts op het plat, en de +achterzijde der pyramide loopt veel steiler af dan de voorzijde en +de beide kanten. Datzelfde merkten wij ook te Lorillard zoowel als +te Palenque op. + +De basis van de pyramide heeft een breedte van honderd-vier-en-tachtig +engelsche voeten en eene diepte van honderd-acht-en-zestig; de trap +is acht-en-dertig engelsche voeten breed. Deze trap heeft eene lengte +van honderd-twaalf voet; de gemiddelde hoogte van de pyramide zou +dus negentig voet bedragen; de tempel is een-en-veertig voet breed +en acht-en-twintig voet lang; de hoogte bedraagt ongeveer veertig +voet, met inbegrip van den zoogenaamden dekoratieven muur, die geheel +begroeid is. + +Al deze tempels gelijken op elkander; hunne meest kenmerkende +eigenaardigheid is de geweldige dikte der muren, voorts de nissen ter +wederzijde van het voornaamste vertrek en de regelmatige versmalling +van het gebouw naar de achterzijde. Het inwendige van zulk een tempel +bestaat uit twee of drie smalle, evenwijdig loopende gangen, die +door middel van breede openingen gemeenschap hebben met een zaal of +dwarsgang aan de voorzijde. De houten posten dier poorten of openingen +zijn rijk gebeeldhouwd. In de tempels zijn de muren hooger dan in de +paleizen, en vormt het zoogenoemde gewelf, dat eveneens hooger is, +een scherper hoek. Blijkbaar was deze constructie noodig ter wille +van den geweldigen dekoratieven muur, die het gebouw in figuurlijken +zin verplettert, en het ook in letterlijken zin zou gedaan hebben, +als de bouwmeester daartegen niet de noodige voorzorgen had genomen +door de dikte der muren, de verlenging van het gewelf en de weinige +breedte der gangen of kamers. + +Maudsley zegt, dat hij in die tempels geen enkel afgodsbeeld noch +eenig ander voorwerp van vereering vond; maar hierin vergist hij +zich. Indien hij toen reeds Lorillard had bezocht en Palenque gekend, +zou hij begrepen hebben dat al het snijwerk in hout eene godsdienstige +beteekenis had, dat deze voorstellingen de plaats der afgodsbeelden +bekleedden en rechtstreeks in verband stonden met de eeredienst. + +Laat ons een blik werpen op die beeldwerken. Eene eerste plaats +bekleedt daaronder een groot bas-relief in hout, dat ongetwijfeld deel +uitmaakte van een altaar en eene treffende gelijkenis heeft met de +steenen bas-reliefs, die wij te Palenque hebben gevonden. Dit paneel +heeft ongeveer dezelfde afmetingen: het is een el vijf-en-negentig duim +hoog en twee el acht-en-twintig duim breed. Evenals op de gebeeldhouwde +zerken van Palenque, zien wij hier twee figuren in hoog relief, omgeven +van die wonderlijke, barbaarsche en vaak onverklaarbare ornamenten +en attributen, die een kenmerk zijn van de amerikaansche beeldwerken. + +De letters van de opschriften ter rechter en ter linker zijde zijn +verwonderlijk goed bewaard gebleven en kunnen onmogelijk tot een +verwijderd tijdperk behooren; die letters of teekens zijn overigens +geheel dezelfden, die wij te Lorillard en te Palenque hebben gevonden, +en die wij straks te Copan zullen wedervinden. De hoofdfiguur neemt +hier het midden van het paneel in, in plaats van aan de rechter of +linker zijde te staan, zoo als op de zerken van Palenque, waar het +beeld der godheid het midden inneemt. + +Deze hoofdfiguur is een man, in staande houding, het hoofd gedekt +met een allerwonderlijkst kapsel, overladen met allerlei grillige +gedrochtelijke ornamenten en uitloopende in reusachtige vederbossen +of pluimen: in een woord, een monsterachtig hoofddeksel, waarvan de +onzinnige wanstaltigheid ten volle voor het barbaarsche dezer kunst +getuigt. In de rechterhand houdt dit personage een soort van schepter, +gekroond met vederen of den staart van een vogel: zijn linkerarm is +halverwege bedekt door een soort van schild. Zijne kleeding is zeer +rijk; behalve een met paarlen versierde halskraag of schoudermantel +draagt hij eene lange en rijk geborduurde tuniek, die bijna tot +aan de voeten afhangt. Onnoodig te zeggen, dat de teekening van het +menschenbeeld zoo gebrekkig en onbeholpen mogelijk is. + +Onder het opschrift ter rechterzijde ziet men symbolische ornamenten, +waarvan de beteekenis niet te raden is; onder het opschrift ter +linkerzijde bespeurt men--althans met eenigen goeden wil--eene tweede +monsterachtige figuur, die geacht kan worden een mensch te verbeelden, +op een soort van trapje gezeten. Maar de voornaamste figuur, hoewel +zij de minste plaats inneemt, is onzes inziens het menschenhoofd +boven de hoofdfiguur aangebracht, en dat ongetwijfeld de zon moet +voorstellen. De zoogenoemde vlammen, die te midden van allerlei andere, +onbegrijpelijke, barbaarsche ornamenten, aan beide zijden van dezen +monsterachtigen kop zijn aangebracht, laten daaromtrent geen twijfel +over; wij mogen dus als zeker aannemen, dat dit bas-relief eenmaal +in een aan de zon gewijden tempel was geplaatst. + +Wij allen weten dat de zonnedienst algemeen heerschte bij alle +amerikaansche natien; het is dus niet vreemd, dat wij dienzelfden +cultus ook te Tikal vinden. De tempels, de pyramiden, de opschriften, +de zinnebeelden en figuren dragen echter een bijzonder lokaal karakter, +dat herinnert aan de godsdienstige monumenten der hooge bergplateaux +en ons het recht geeft, ook hier van den invloed der tolteeksche +beschaving te spreken. + +Uit alles wat wij gezien en gezegd hebben, volgt dat ook Tikal +eene stad was, behoorende tot die tolteeksche beschaving, waarvan +wij den gang en de ontwikkeling hebben gevolgd van Comalcalco tot +Palenque en Ocosingo, die den loop der rivieren opwaarts volgende, +de stad Lorillard heeft gesticht en vervolgens Tikal bereikt, om zich +later eenerzijds in Yucatan uit te breiden, waar zij eene vroegere +tolteeksche nederzetting ontmoet, en anderzijds in het noorden +van Guatemala door te dringen, waar zij Coban, Copan en Quiriga +zal stichten. + +Tikal, verder van het punt van uitgang verwijderd, is natuurlijk +jonger dan de steden die wij reeds beschreven hebben, maar zij +vertegenwoordigt ons een der belangrijkste tijdperken van deze +zoo zeer eigenaardige beschaving, die toch altijd halverwege in de +barbaarschheid bleef steken. Van daar drong de meer beschaafde stam +in het noorden van het schiereiland door: wij vinden daarvoor niet +slechts de materieele bewijzen in de steden langs den gevolgden weg, +zooals bij voorbeeld de stad Nohbecan, die Martin Usua op zijn marsch +naar Tayasal ontdekte, maar wij mogen ons ook beroepen op de getuigenis +der historie. + +Herrera verhaalt, dat in den tijd toen de opperhoofden van de eerste +tolteeksche immigratie, die der Cocomes, regeerden, het land werd +overweldigd door lieden uit het land der Lacandons, Chiapas enz.; +deze indringers zwierven gedurende veertig jaren door de woestijnen +van Yucatan en kwamen tot op tien mijlen afstands van Mayapan, te +midden der heuvelen van Uxmal, waar zij prachtige gebouwen oprichtten. + +Deze indringers werden aangevoerd door opperhoofden, Tutulxius genoemd; +zij waren zoo vreedzaam van natuur dat zij geen wapenen hadden en de +dieren op de jacht met lasso's vingen of vallen uitzetten. + +Volgens Landa verhaalden de Indianen dat van den kant van het zuiden +talrijke stammen met hunne opperhoofden in Yucatan waren gedrongen; +naar het schijnt waren die immigranten uit Chiapa afkomstig, hoewel de +Indianen dat niet met zekerheid konden zeggen, maar Landa vermoedt het +ook op taalkundige gronden; deze stammen zwierven gedurende veertig +jaren in de woestijn en kwamen in de sierra op tien mijlen afstand +van Mayapan. + +Reeds bij ons bezoek te Palenque werden wij getroffen door het +bij uitstek vreedzaam en godsdienstig karakter der beeldwerken, +waarop wij nooit iets hebben gevonden dat aan den oorlog of aan +wapenfeiten herinnert. Na de bijna geheele uitroeiing van hun ras, +hebben de naar elders verhuizende Tolteken de rol van veroveraars, +die zij niet langer konden volhouden, laten varen, en er zich meer op +toegelegd om de barbaarsche stammen, die zij op hun weg ontmoetten, +te bekeeren en te beschaven. Zij traden meer op als zendelingen en +predikers en wonnen op die wijze de inlanders voor zich, even als +de Boeddhisten op Java deden, waar zij de taal hunner bekeerlingen +overnamen en prachtige tempels ter eere van Boeddha stichtten. Zoo +namen ook de Tolteken de taal over van de landen, die zij beschaafden, +en bouwden ook tempels en paleizen, die echter de vergelijking met +de javaansche monumenten niet kunnen doorstaan. + +Uit dit alles blijkt dus overtuigend dat de tolteeksche stammen uit +het zuiden in Yucatan zijn gekomen. Wij hadden dus recht te beweren, +dat de gewone verklaring van het verlaten van Chichen-Itza door +hare inwoners, omstreeks het jaar 1440, niet aannemelijk was; wat +ook verder tot dien uittocht aanleiding moge gegeven hebben, zeker +moet de hoofdreden gezocht worden in de nog levende herinnering aan +de door hunne voorvaderen gestichte kolonien in het zuiden van het +schiereiland. Tikal moet het middelpunt van die nederzettingen zijn +geweest; Tikal bestond misschien toen nog; de caciquen van Chichen +hadden ongetwijfeld betrekkingen met die stad onderhouden, en toen +zij den weg insloegen naar deze stad, de bakermat van hunne familie, +handelden zij geheel in den geest der traditie. + + +XII + + +Als wij geloof mogen hechten aan het verhaal, dat de pastoor van +Santa-Cruz del Quiche aan Stephens deed, dan bestond er te Coban eens +groote stad, die hij bezocht had en waarvan hij met groote verbazing +gewaagde. Nooit heeft iemand ons over deze stad gesproken, die tot +dusver aan de nasporingen der reizigers is ontsnapt; maar het is +zeer waarschijnlijk dat Coban eene nederzetting was van dien tak der +Tolteken, die Tikal stichtte en die zich van daar naar het oosten +richtte, waar hij achtervolgens Copan en Quiriga, in de provincie +Chiquimula, grondvestte. + +Copan was ten tijde van de verovering nog eene bloeiende stad, evenals +Utatlan, Itatlan, Xelahu, Patinamit en andere steden in Guatemala, door +Alvaredo verwoest. Hernandez de Chaves, een zijner onderbevelhebbers, +kreeg in last zich van Copan meester te maken. Dit geschiedde in +1530. Volgens Juarros, wiens zegsman Francisco de Fuentes de stad +bezocht, was de groote circus van Copan in 1700 nog ongeschonden +in wezen. + +De zonderlingste en merkwaardigste monumenten van Copan zijn de uit +een steenblok gehouwen afgodsbeelden, die wij ook reeds, zij het ook +minder afgewerkt, te Tikal hebben aangetroffen. Wij vinden te Copan +dezelfde inscripties, dezelfde bas-reliefs en dezelfde godheden, +als in de steden die wij reeds vroeger bezochten; Copan is echter +de jongste van deze steden, daar zij het verst van het uitgangspunt +der immigranten verwijderd was. Ondanks zijn niet licht te misleiden +gezond verstand en zijne buitengewone helderheid van inzicht, heeft +Stephens toch de monumenten van Copan niet begrepen. Trouwens, Copan +was de eerste stad die hij bezocht; hij dacht hier de werken voor zich +te hebben eener geheel oorspronkelijke beschaving, die hij met geene +andere in verband wist te brengen. Zonder het te weten, begon hij bij +het einde en vermoedde niet dat hij de laatste monumenten eener oude +beschaving voor zich had. Later, beter ingelicht, oordeelde hij anders +en bracht zijn helder inzicht hem van zelf op het spoor der waarheid. + +Stephens geeft ons in de eerste plaats de afbeelding van een te Copan +gevonden menschenhoofd, waarin hij een koning meent te herkennen. Bij +nadere beschouwing van dien gebaarden kop, die in eene reusachtige +draken- of slangenmuil is gevat, herkennen wij daarin het beeld van den +god Quetzalcoatl; de type is een weinig veranderd, maar de kenmerkende +attributen ontbreken ook hier niet. Hij draagt een hoofddeksel +van dooreengevlochten slangen, of misschien een soort van tulband, +dien wij op andere monumenten in Guatemala zullen wedervinden. Wij +bezitten geene nauwkeurige beschrijving van de monumenten van Copan, +en te oordeelen naar hetgeen Stephens zegt, schijnt het dat zij +verschillen van die, welke wij bestudeerd hebben. De inrichting +der stad zou ons doen denken aan die der mexikaansche steden, +evenals bij de andere hoofdsteden in Guatemala, omdat die steden, +evenals in Mexico, op bergplateaux gebouwd, een ander voorkomen +hadden dan de steden in de heete vlakte, Comalcalco, Palenque, +Chichen. Uxmal en anderen. De tak van den tolteekschen stam, die +zich langs den Stillen-Oceaan gevestigd had, had de traditien van het +gemeenschappelijke vaderland, van Anahuac, behouden en volgde zoowel +in levenswijze, als bij den bouw van tempels, paleizen en huizen, +de oude gewoonten: een natuurlijk gevolg van de overeenkomst tusschen +de vroegere en latere omgeving. De andere hoofdtak, die in een andere +natuur en andere omgeving was gekomen, moest zich, ook wat de bouworde +aangaat, daarnaar voegen en alzoo in meerdere of mindere mate van den +voorvaderlijken type afwijken. Te Copan ontmoetten de beide takken +elkander weder, en de bouwstijl onderging eene verandering door het +opnemen van verschillende elementen. + +Wij hebben reeds vroeger, bij ons bezoek te Kabah, gesproken van de +overdrijving en overlading in de ornamentiek, die het kenmerk is der +perioden van kunstverval: een verschijnsel, dat zich bijna bij alle +volken heeft voorgedaan. Bijna overal zien wij de in den aanvang zoo +strenge en sobere monumenten, zeer schaars met ornamenten versierd, +langzamerhand al rijker en weelderiger worden; de architektonische +lijnen treden op den achtergrond voor het ornament, dat al meer +en meer voortwoekert en eindelijk tot overlading, gemaaktheid en +wansmaak voert. De gothiek levert ons daarvan een sprekend voorbeeld, +en de arabische kunst in Spanje niet minder. + +De Tolteken van Copan getuigen ook op hunne beurt van de waarheid dezer +opmerking; en men behoeft inderdaad geen archeoloog te zijn, om bij +het aanschouwen van deze monumenten te verklaren dat zij niet tot de +eerste, maar veelmeer tot de laatste periode eener kunstontwikkeling +behooren. De bewerkers van de monolithen, waarvan wij boven reeds +spraken, hebben hier alle ornamenten en alle architektonische +motieven bijeengebracht, die hunne voorgangers bij hunne paleizen, +hunne tempels hunne bas-reliefs en hunne godenbeelden hadden aangewend. + +En niet alleen vermenigvuldigen zij de motieven en ornamenten, +zij stellen zelfs in een beeld verschillende goden voor: getuige +het beeld, waarvan wij de afbeelding en face geven en waarin men +gemakkelijk vier onderscheidene goden herkent. De groote middenfiguur, +die uit een drakenmuil te voorschijn komt, herinnert ons aanstonds +aan Quetzalcoatl, maar het is het hoofd eener vrouw, wier kostuum +ons de attributen te aanschouwen geeft van een Tlaloc van Palenque, +met zijne menschenhoofden als gordel versiersels; deze koppen zijn +hier geplaatst boven een krans of slinger van maishalmen, die een der +attributen is zoowel van Chalciutlicue, de echtgenoote van Tlaloc, +als van Centeotl, de mexikaansche Ceres, de godin van den oogst. Dit +beeld zou dus tegelijkertijd Quetzalcoatl, Tlalco, Chalciutlicue +en Centeotl moeten voorstellen. Wij weten reeds, dat men te Mexico +de drie eersten meermalen vereenigd afbeeldde en dat hun feest op +denzelfden dag werd gevierd. + +Laat ons nu een blik werpen op het zoo merkwaardige altaar, waarmede +wij door Stephens bekend zijn geworden. Dat altaar, waarvan wij op +bladz. 308 de afbeelding geven, is zes voet lang en vier voet hoog; het +bovenste gedeelte is verdeeld in zes-en-dertig vakken met hieroglyfen. + +Aan elke zijde van het altaar zien wij vier personen, die met +gevouwen beenen, naar oosterschen trant, op kussens zitten; het +profiel is minder schuin dan bij andere beeldwerken, waarschijnlijk +uit vroegeren tijd; het hoofddeksel is een soort van tulband, zoo +als in Guatemala gebruikelijk was. Deze typen zijn nieuw voor ons, +maar wij vinden ze nevens ons reeds bekende typen: een verschijnsel, +dat zijne verklaring vindt in het feit, dat de twee takken van het +tolteeksche ras, na eene lange scheiding van misschien twee eeuwen, +elkander hier weder voor het eerst ontmoetten en in zekere mate +samensmolten. Dit zonderlinge monument is als het ware de uitdrukking +van die vermenging: het is guatemalto-tolteeksch door de figuren en +zuiver tolteeksch door de symbolische teekens, die hetzij op iedere +figuur, hetzij op de kleeding, hetzij op het kussen aangebracht, +ons den naam en de hoedanigheid van iederen persoon mededeelen. Dat +herinnert aan de bas-reliefs van Chichen; maar het altaar is vooral +tolteeksch door zijne opschriften, waarvan de letterteekens bijna +geheel dezelfden zijn als die der inscripties van Lorillard. De +kunst van Copan draagt zoo geheel een tolteeksch karakter, dat Diego +Grarcia Palacio, in een brief aan den koning van Spanje, Filips II, +in 1574 geschreven, verhaalt dat hij de monumenten van Copan als +bouwvallen aantrof, maar dat zij hem toeschenen ver verheven te zijn +boven gebouwen van gelijksoortigen aard, die door de inwoners dezer +streken waren gesticht. + +"De onder de Indianen aangenomen overlevering, zoo zegt hij, schrijft +de stichting dezer monumenten toe aan emigranten uit Yucatan"; en +Palacio is mede van die meening, daartoe gebracht door de overeenkomst +in stijl tusschen deze monumenten en die welke men in Yucatan en +Tabasco aantreft. + +Wij zien dus te Copan de laatste voortbrengselen van eene oude kunst +en hare vermenging met eene andere, niet minder oude kunst. Misschien +zou deze samenvloeiing tot hooger ontwikkeling hebben geleid en zou +de amerikaansche beschaving en de amerikaansche kunst, aan haar +eigen historische ontvouwing overgelaten, zich gaandeweg aan de +windselen der barbaarschheid, waarin zij nog gevangen lag, hebben +ontworteld. Maar de ontdekkingstocht van Columbus en de verschijning +der Spanjaarden maakten aan die ontwikkeling een einde en vernietigden +de oorspronkelijke beschaving van het indiaansche ras, om er iets voor +in de plaats te stellen dat nooit meer was en is dan eene karikatuur +der europeesche beschaving. + + +XIII + + +Van Copan naar Oaxaca is een lange reis, waarvoor wij twee maanden +noodig hebben. De beschikbare ruimte ontbreekt ons, om dezen langen +en vermoeienden tocht, dwars over de groote keten der Cordillera, +in bijzonderheden te beschrijven. De weg voerde ons meermalen door +wonderschoone indrukwekkende wouden, door prachtige landschappen, maar +hij was vermoeiend in de hoogste mate: nu eens gingen wij, zwoegend +en hijgend, te voet, dan reden wij te paard, somwijlen zelfs moesten +wij door menschen gedragen worden; zonder de vriendelijke hulp van de +pastoors in het gebergte, zou het ons moeite genoeg gekost hebben, de +plaats onzer bestemming te bereiken. Eindelijk, eindelijk bereikten +wij de vallei van Oaxaca en kwamen in de stad van denzelfden naam: +menschen en beesten waren ter dood vermoeid en uitgeput. + +Om naar Mitla te gaan, keeren wij op onze schreden terug en begeven ons +naar Santa-Lucia, beroemd om zijne hanengevechten. Twee mijlen verder +ligt, verscholen onder het dichte lommer van goyaven, cherimoias en +granaatboomen, het aardige, bevallige dorp Santa-Maria del Tule. De +reusachtige boom, Sabino genaamd, die het pleintje van eene kleine +kapel overschaduwt, is door de gansche republiek bekend; van verre +gezien, gelijkt de omvangrijke kruin een klein bosch; van nabij wekt +de oude boom onwederstaanbaar onze bewondering door zijn geweldigen +omvang en zijne onuitputtelijke levenskracht. + +Op het dikste punt heeft de stam een omtrek van veertien schreden of +ongeveer dertien el; tot op twintig voeten boven den grond behoudt +hij bijna dezelfde afmeting. Daar splitst zich de reusachtige stam, +en zijne machtige takken, in omvang gelijk aan honderdjarige eiken, +verspreiden tot op honderd voeten afstands hunne verkwikkende +schaduw. Hij is niet zoo hoog, als zijn geweldige omvang eigenlijk +zou vorderen: ik reken dat hij niet hooger is dan negentig voet. + +De Indianen bewaken den eerwaardigen boom met angstvallige zorg, +opdat geen profane hand hem schende. Zij koesteren jegens den Sabino +eene bijgeloovige vereering; niemand mag hem bezoeken dan onder +hun geleide; elken dag reinigen zij den grond rondom den voet des +booms; en zij zouden nooit toelaten, dat iemand een takje of twijgje +afbrak. Sommige reizigers verklaren dit wonder van het plantenrijk +door de vereeniging van drie verschillende stammen, die saamgegroeid +zouden zijn. Wij hebben den boom nauwkeurig onderzocht, en niets dan +een enkelen stam kunnen ontdekken, die, naar het zich laat aanzien, +nog eeuwen kan leven. + +Naar het oosten versmalt zich de vallei: de weg loopt door Tlacolula, +en voert langs de heuvelen, aan wier voet ge in de steengroeven +nog blokken ziet, door de oude bouwmeesters van Mitla ten deele +bewerkt. Rechts afslaande, zouden wij te San-Dionysio komen, het +laatste dorp der vlakte; maar wij slaan links af, waar in eene +bijna onbebouwde vallei, door naakte bergen omgeven, de ruinen der +paleizen van Mitla onze aandacht vragen. Er waait hier onophoudelijk +een sterke wind, die alles doet uitdrogen; er groeit hier bijna niets +dan de zoogenaamde _pitayoles_, die dichte hagen vormen en waarvan +de vrucht zeer lekker smaakt, ongeveer als de aardbei. + +De ruinen van Mitla, die ten tijde van de verovering eene aanzienlijke +ruimte besloegen, bestaan nu slechts uit overblijfselen van zes +paleizen en drie pyramiden. De pastorie is het eerste gebouw +ten noorden, op de helling van den heuvel. Het is eene ordelooze +samenvoeging van binnenplaatsen en gebouwen, waarvan sommige wanden +met mozaieken in relief zijn versierd. Onder de uitspringende lijsten +vindt men sporen van zeer onbeholpen schilderwerk, waarbij zelfs +de eenvoudige rechte lijn niet in acht is genomen: het zijn zeer +ruwe, barbaarsche figuren van goden, benevens lijnen die elkander +kruisen, maar waarvan de beteekenis ons ten eenemale ontgaat. Men +vindt diezelfde uiterst onbeholpen muurschilderingen in elk paleis, +waar zij op eene of andere wijze tegen den invloed van de lucht en +het weder beschut waren. + +De kerk van het dorp, die aan dit gebouw grenst, is geheel opgetrokken +met de bouwstoffen van de oude paleizen. + +Lager, ter linkerzijde, ziet men eene geknotte pyramide, van +indiaanschen oorsprong, waarop eene moderne kapel is gebouwd. De +pyramide is voorzien van een steenen trap. De Spanjaarden zorgden er +voor, dat er geen spoor meer te vinden is van den tempel, die weleer +op het plat moet hebben gestaan. Het groote paleis, dat nog in zijn +geheel is en waaraan alleen het dak ontbreekt, bestaat uit een groot +laag gebouw, waarvan de voornaamste, naar het zuiden gekeerde gevel +het schoonste en belangrijkste, en tevens het best geconserveerde der +monumenten van Mitla is. Deze gevel heeft eene breedte van veertig +meters; daarachter bevindt zich eene zaal van gelijke breedte, +waarvan de zoldering gedragen werd door zes monolithpijlers van +ongeveer veertien voet hoogte. Drie breede en lage deuren geven +toegang tot deze zaal, waarvan de vloer bedekt was met eene dikke +laag cement. Rechts voert eene donkere smalle gang naar eene eveneens +bepleisterde binnenplaats, waarvan de muren, evenals de voorgevel +van het paleis, met mozaiekpaneelen en figuren in steenen lijsten +zijn versierd. Deze binnenplaats is vierkant; op haar komen vier +lange en smalle kamers uit, die van onder tot boven met mozaieken en +relief zijn bedekt. De posten der deuren zijn geweldige steenblokken, +die een omvang hebben van vijf of zes meter. + +Het tweede en het derde paleis hebben zeer sterk geleden. Van het +tweede is alleen de poort met haar gebeeldhouwde post staande gebleven, +benevens twee pijlers in de hal. Van het vierde paleis is vooral +de zuidelijke gevel zeer goed bewaard gebleven. Maar zuidwestwaarts +bevinden zich nog vier andere paleizen, die half gesloopt en onder +den grond begraven zijn, waarboven de muren nog slechts ter hoogte +van drie of vier voet uitsteken. De Indianen hebben tusschen deze +ruinen en op de binnenplaatsen hunne woningen gevestigd. + +De bouwmaterialen van deze monumenten zijn zeer eenvoudig: zij zijn +opgetrokken uit aarde, met groote keien vermengd en met eene soort +van steenen tegels bekleed. Onder de ruinen strekken zich kelders +uit; zij werden reeds eenmaal geopend, maar de vijandige houding der +Indianen noodzaakte den toegang weder te sluiten, eer men de kelders +had kunnen onderzoeken en zien wat zij bevatten. + +Wij weten niet met juistheid uit welken tijd de monumenten van Mitla +dagteekenen, maar zij kunnen kwalijk ouder zijn dan die, waarvan +wij reeds gesproken hebben. Hun ondergang dagteekent echter reeds +van vroeger tijd: Orozco y Berra verzekert dat zij verwoest werden +door Ahuizotl, dat is dus tusschen de jaren 1490 en 1500; overigens +valt de verwantschap tusschen deze gebouwen en de tolteeksche of +mexikaansche monumenten niet te miskennen. Mitla was eene beroemde +heilige plaats en de begraafplaats der koningen van Teotzapotlan. Toen +de gebouwen nog ongeschonden waren, bevatten zij vier gebeeldhouwde +kompartimenten boven den grond, waarmede vier andere lokalen onder +den grond overeen kwamen. + +Een der eerstgenoemde vertrekken was bestemd voor de woning van +den opperpriester; een ander voor de huisvesting der priesters; het +derde vertrek was voor den koning, als hij te Mitla kwam; het vierde +eindelijk voor de heeren, die het heiligdom bezochten. De woning +van den opperpriester was rijker versierd dan de andere vertrekken, +want zij bevatte een troonzetel met een kussen en een rugleuning, +beiden met tijgervel bekleed. De dekoratie der andere kamers bestond +uit fijne beschilderde matten, gelooide huiden en stoffen om zich +gedurende den slaap te dekken. + +Van de onderaardsche kamers diende het middelste als heiligdom; de +afgodsbeelden waren op eene groote zerk geplaatst, die het altaar +verving; het tweede was de begraafplaats der opperpriesters; in het +derde werden de koningen begraven. Het vierde, dat naar men zegt +zeer groot was, werd gedragen door rijen pijlers, even als de groote +zaal boven den grond; de toegang tot dit vertrek werd met eene groote +zerk gesloten. Daar, in dezen ruimen kelder, wierp men de lijken der +slachtoffers en der in den oorlog gevallen krijgsbevelhebbers. Sommige +vrome boetelingen vroegen, als eene gunst, vergunning om op deze +heilige plaats te mogen sterven; was dit verzoek toegestaan, dan +geleidden de priesters deze vrijwillige slachtoffers naar den ingang +van den kelder, wentelden de zerk af, zeiden den martelaars vaarwel en +sloten den ingang weder, zoodat de ongelukkigen levend begraven werden. + +De opperpriester, die den titel voerde van Huiyatoo (de groote +schildwacht, hij die alles ziet), was met onbeperkte macht bekleed +en stond boven den koning, die hem vreesde en eerbiedigde; de lieden +uit het volk konden zijn aangezicht niet aanschouwen, zonder hunne +vermetelheid met den dood te bekoopen. Als eenige middelaar tusschen +de goden en de menschen, was hij ook de eenige uitdeeler van gaven +en voorrechten: iets als de groote lama in onzen tijd. + +Burgoa, aan wien wij deze bijzonderheden ontleenen, schijnt de ruinen +van Mitla niet bezocht te hebben: althans hij spreekt in zijne +beschrijving slechts van een paleis, terwijl er in zijn tijd nog +acht bestonden. Maar zeker is het te verwonderen, dat de mexikaansche +regeering, in het bezit van zoo uitvoerige en nauwkeurige gegevens, +geene opgravingen heeft laten doen in de paleizen van Mitla. Men zou +daar eene onuitputtelijke mijn kunnen vinden van de belangrijkste +zaken: afgodsbeelden, sieraden, aardewerk en wat niet meer. Men +bedenke slechts dat daar de koningen begraven werden, bekleed met hunne +prachtigste kleederen, het lichaam versierd met vederen, halskettingen +van goud en edelgesteenten en andere sieraden; in de linkerhand hielden +zij hun schild, in de rechter hun staf. Misschien zelfs zou men er +handschriften vinden, die tegenwoordig zoo uiterst zeldzaam zijn. + + * * * * + +Tot dusver de heer Charnay, wiens reisverhaal, onderdeel van een +uitgebreid werk, hier afbreekt. Naar wij vertrouwen, zal het onzen +lezers, tot recht verstand en toelichting van het voorafgaande, +niet onwelkom zijn, een beknopt samenvattend overzicht van de +overblijfselen en monumenten eener vroegere beschaving, bepaaldelijk in +Centraal-Amerika, te ontvangen. Het betreft hier een veld van studie, +dat bij ons nog weinig bekend en bearbeid is, en waarvan toch het hooge +belang voor de algemeene kultuurgeschiedenis niet te miskennen valt. + +De amerikaansche antiquiteiten, de monumenten van de eigenaardige +beschaving der oorspronkelijk amerikaansche volken, behooren deels tot +een voorhistorischen tijd, deels tot den tijd der Tolteken en hunner +opvolgers de Azteken, aanvangende omstreeks de zevende eeuw onzer +jaartelling; of wel tot het rijk der Inka's in Peru, uit de dertiende +eeuw. Zij worden in drie hoofdgroepen verdeeld, die zoowel geografisch +als historisch gescheiden zijn: namelijk, in noord-amerikaansche, +centraal-amerikaansche en zuid-amerikaansche antiquiteiten. Van +de eersten en de laatsten kunnen wij nu niet spreken: slechts zij +hier opgemerkt, dat de noord-amerikaansche antiquiteiten, die weder +in drie groepen worden gesplitst en bijna het geheele gebied der +Vereenigde-Staten omvatten, een veel lageren trap van beschaving +aanduiden, dan die van Zuid- en vooral van Centraal-Amerika. Dit +neemt echter niet weg, dat ook de in Noord-Amerika, met name in +het stroomgebied van den Mississippi gevonden overblijfselen van +gebouwen en voorwerpen van kunstnijverheid de onwedersprekelijke +bewijzen zijn voor eene vrij wat hoogere beschaving, dan waarop +later, bij de aanraking met de Europeanen, de indiaansche stammen +van Noord-Amerika stonden. + +De belangrijkste overblijfselen van de oud-amerikaansche beschaving +bezitten, buiten kijf, de hooglanden van Centraal-Amerika, Mexiko, +Guatemala en Yucatan. Met name zijn het de gewrochten van bouw- en +beeldhouwkunst, die hier deels als op zich zelven staande monumenten +in de nabijheid van nog bewoonde plaatsen, deels tot groepen vereenigd +als overblijfselen en ruinen van voormalige steden, de aandacht tot +zich trekken. Hoewel zij in het algemeen en in hoofdzaak hetzelfde +karakter eener zeer eenvoudige kunst vertoonen, kunnen zij toch +in twee afdeelingen worden onderscheiden, die elk tot eene andere +kunstperiode behooren. Tot de oudere en tevens hooger ontwikkelde +periode behooren de monumenten in Oaxaca, Guatemala en Yucatan, die +van tolteekschen oorsprong zijn; tot de jongere azteeksche periode +behooren de monumenten, die men in Mexiko en in het algemeen binnen +de grenzen van het oude rijk der Azteken vindt. Eene meer nauwkeurige +splitsing naar nationaliteit en tijdvakken is nog aan vele twijfelingen +en bezwaren onderhevig. + +Sedert Antonio del Rio in 1787, op last van den gouverneur van +Guatemala, de ruinen van Palenque bezocht, maar vooral sedert zijn +verslag, in 1822, in eene engelsche en eene fransche vertaling het +licht zag, hebben vele andere reizigers en geleerden de monumenten +dezer landstreek onderzocht en in beeld en schrift meer algemeen +bekend gemaakt. In Mexiko zijn de voornaamste overblijfselen ruinen +van tempels en van vestingwerken: welke groepen van bouwwerken echter +meermalen samenvallen, in zoo verre de tempels ook zelven vestingen +waren. Zij onderscheiden zich vooral door hun massieven bouw, +maar getuigen tevens van smaak en van eene vrij hoog ontwikkelde +kunst. De voornaamste tempel van Mexiko lag in het midden der stad +en was zoo groot, dat hij, volgens Cortez, ruimte aanbood voor +vijfhonderd paarden. Hij vormde eene pyramide van vijf verdiepingen, +acht-en-dertig meter hoog, met een basis van vijf-en-negentig meter, +en twee torens. Pyramiden van meer of minder merkwaardigen bouw vindt +men op een aantal andere plaatsen; ruinen van oude steden vindt men +bij Tula, de oude Toltekenstad, bij Papantla in Vera-Cruz, bij Mopilca +in dezelfde provincie, bij Palenque, bij Ocosingo en elders. + +Grondvorm van de geheele architektuur in Centraal-Amerika is de +pyramide, die voornamelijk in godsdienstige monumenten, minder +duidelijk in eigenlijke tempels en nog minder in paleizen, aan het +licht treedt. De teokalli's (godshuizen), die men onder zeker opzicht +reusachtige altaren zou kunnen noemen, zijn altijd vierzijdige, +nauwkeurig naar de windstreken georienteerde, van boven afgeknotte +pyramiden, waarop zeer dikwijls nog kapellen of andere gebouwen +verrezen. Hare wanden stijgen soms in onafgebroken helling naar boven; +maar meestal verheffen zij zich in verschillende, hoogstens acht, +verdiepingen, die of wel afzonderlijke terrassen vormen, of alleen +door omloopende, meestal versierde galerijen aangewezen worden. Naar +het plat voeren breede en steile trappen, die meest aan eene, soms +ook aan twee of meer zijden zijn aangebracht; enkele malen zijn ook +de verschillende terrassen of verdiepingen door trappen onderling +verbonden. Rondom de teokalli's lagen de woningen der priesters, +benevens andere lokalen voor de dienst der goden bestemd. Doch ook bij +andere gebouwen dan de teokalli's vinden wij den pyramiden vorm terug, +en wel door het regelmatig afnemen der grootte van de verschillende +verdiepingen. + +De architektuur der Mexikanen getuigt niet van eene hooge +kunstontwikkeling, maar kenmerkt zich door strenge consequentie +in den stijl; alle details en onderverdeelingen zijn naar de +eenvoudigste beginselen en regelen ontworpen. Voor de versiering +der wandoppervlakten gebruikte men rechtlijnige, maar vaak zeer +samengestelde vakken of kassetten, voorts golvende lijnen, zigzags +en dergelijke figuren. In hun geheel genomen, vertoonen de op +den vlakken grond, of op gewone terrassen, of ook wel op het plat +der teokalli's geplaatste gebouwen, de gedaante van eenvoudige, +vierkante steenklompen, met rechtlijnig overdekte portalen, en +eenvoudige pijlers, waarboven zich dikwijls een rijk versierde, +dikwijls overladen, geweldig groote fries--door Charnay dekoratiemuur +genoemd--verheft. Het dak is horizontaal of bestaat ook wel uit een +soort van gewelf, dat door trapsgewijze over elkander liggende zerken +wordt gevormd. Deze wijze van bedekking en het gemis van eigenlijke +zuilen maken het aanleggen van groote zalen of hallen onmogelijk. + +De meeste gebouwen zijn met beeldwerken versierd, hetzij reliefs, +hetzij standbeelden in eigenlijken zin. Deze beeldwerken, die blijkbaar +van verschillende volken en uit verschillende tijden afkomstig zijn, +getuigen zoowel van onbeholpenheid als van barbaarschen wansmaak in de +zonderlinge overlading. Bij vergelijking met egyptische, assyrische, +indische of oud-grieksche beeldwerken, staan de monumenten der +amerikaansche skulptuur op een zeer lagen trap. Niet alleen dat +alle individualiteit en uitdrukking aan de beelden ontbreekt, maar +de navolging der natuur is zoo gebrekkig, dat de meeste figuren iets +monsterachtigs hebben. Somwijlen doen zij ons denken aan de wanstaltige +afgodsbeelden van de bewoners der Zuidzee-eilanden. In hoeverre deze +hoogst gebrekkige, onbeholpen kunst de kiem van hoogere ontwikkeling +in zich bevatte, kunnen wij in het midden laten. Eene geschiedenis +der amerikaansche kunst is zeker nog niet te schrijven. + +In Centraal-Amerika zijn vooral Honduras en Yucatan rijk aan +antiquiteiten en ruinen. In den eerstgenoemden staat zijn de +beroemdste ruinen die van Copan; in Yucatan kent men reeds meer dan +vijftig ruinen, die door haar omvang en deels ook door haar pracht +de bewondering wekken. De paleizen bestaan dikwijls uit verschillende +gebouwen boven elkander; kolossale trappen voeren van het eene terras +naar het andere; ter wederzijde zijn die trappen met slangen versierd, +wier kop den grond aanraakt, terwijl het reuzenlijf zich naar boven +kronkelt. Terwijl de monumenten uit lateren tijd met versieringen +overladen zijn, kenmerken zich de oudste gedenkteekenen door eenvoud, +ernst en soliditeit; zoo als, bij voorbeeld, de pyramidale tempel +van Palenque in Guatemala, waarvan de voorgevel met figuren en +opschriften is versierd, terwijl van binnen mythologische beeldwerken +en bas-reliefs de wanden bedekken. + +Ook elders in Centraal-Amerika heeft men merkwaardige overblijfselen +eener vroegere beschaving gevonden; zoo in Costa-Rica, waar massieve +sieradien van goud, kleine godenbeelden van brons, goud en koper, +en bevallig vaatwerk nog getuigen van de aanwezigheid eener hooger +beschaafde bevolking dan de Indianen; voorts aan de Mosquitokust en +vooral in Nicaragua, waar de eilanden in de meren nog belangrijke +ruinen bevatten, die nog maar voor een deel onderzocht zijn. + +De Tolteken, van wie in het reisverhaal van Charnay bij herhaling +gesproken wordt, zijn een amerikaansche volksstam, die vermoedelijk +in de vijfde of zesde eeuw onzer jaartelling, van een meer noordelijk +gelegen land, Huehuetlapallan genoemd, naar Anahuac verhuisden en +daar omstreeks het midden der zevende eeuw de stad Tollan (Tula) +stichtten. Door verovering en vreedzame overeenkomsten breidden de +Tolteken allengs hun gebied uit en bereikten een betrekkelijk vrij +hoogen trap van beschaving. Omstreeks de elfde of twaalfde eeuw onzer +jaartelling stond het rijk der Tolteken op het toppunt van bloei en +macht; door ongelukkige oorlogen en andere rampen geraakte het allengs +in verval. Tegen het midden der twaalfde eeuw werden de Tolteken +uit een deel hunner woonplaatsen verdrongen door de Chichimeken, die +anderhalve eeuw later gevolgd werden door het krijgshaftige volk der +Azteken, die in 1325 de stad Tenochtitlan (Mexiko) stichtten en allengs +meester werden van het geheele land. De nieuwe veroveraars namen ook +hier de beschaving en kunst hunner hooger ontwikkelde voorgangers, de +Tolteken, over; deze laatsten weken allengs naar zuidelijker streken, +met name naar Yucatan, waar zij gaandeweg met de inheemsche stammen +samensmolten of uitstierven. + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Reis naar Yucatan, by Desire Charnay + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS NAAR YUCATAN *** + +***** This file should be named 13346.txt or 13346.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/3/4/13346/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
