diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 13326-0.txt | 3104 | ||||
| -rw-r--r-- | 13326-h/13326-h.htm | 3005 | ||||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/boutens.jpg | bin | 0 -> 29194 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 23187 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/kloos.jpg | bin | 0 -> 26437 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/moens.jpg | bin | 0 -> 21332 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/titelpagina.jpg | bin | 0 -> 21910 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13326-h/images/titelpagina.png | bin | 0 -> 53279 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/13326-8.txt | 3495 | ||||
| -rw-r--r-- | old/13326-8.zip | bin | 0 -> 41592 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h.zip | bin | 0 -> 218897 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/13326-h.htm | 3419 | ||||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/boutens.jpg | bin | 0 -> 29194 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 23187 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/kloos.jpg | bin | 0 -> 26437 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/moens.jpg | bin | 0 -> 21332 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/titelpagina.jpg | bin | 0 -> 21910 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326-h/images/titelpagina.png | bin | 0 -> 53279 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/13326.txt | 3495 | ||||
| -rw-r--r-- | old/13326.zip | bin | 0 -> 41394 bytes |
23 files changed, 16534 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/13326-0.txt b/13326-0.txt new file mode 100644 index 0000000..983c030 --- /dev/null +++ b/13326-0.txt @@ -0,0 +1,3104 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13326 *** + +VAN VIJF MODERNE DICHTERS + + +[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS +WIES MOENS, WILLEM KLOOS +MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN] + + +NEDERL. BIBLIOTHEEK +ONDER LEIDING VAN L. SIMONS + + +MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR + +AMSTERDAM + + +1922 + + + + +VOORWOORD + + +Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche +dichters, is niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn +ontstaan eenvoudig aan de overweging dat het, waar wij ieder jaar niet +meer dan één dichtbundel plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou +duren eer de belangrijkste dichters van ons land in onze Nederlandsche +Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij noodigden daarom een +aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden uit, aan +dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af +welke auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit +toeval is er toch in zooverre systeem in de bloemlezing dat zij +typeerend werk biedt van de drie opeenvolgende dichtergeneraties na +1880. + +In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te +vereenigen. + + +DE REDACTIE DER W.B. + + + + +VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS + + + + +O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT + + +O liefde, liefde, die als lijden zijt, +Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag, +Dat ik de wereld en haar kindren mag +Zien in uw licht, een kind dat u belijd. + +En laat mij niet alleen, maar in den nacht +Daal in de schaduw van mijn koele borst, +Dan zal ik veilig slapen als een vorst, +Die rust in 't midden van bevriende wacht. + +Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas, +Boordevol bloed van uwen rooden wijn; + +In 't nachtehart als een weekgele schijn, +In donkre nis weenlichtende topaas; + +Maar in den dag een levende fontein, +Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas. + +(_Verzen_) + + + + +O, ELKEN DAG BEGINNEN + + +O, elken dag beginnen +Dit broze bezinnen +Als hartdoorgloedenden wijn,-- +Iederen nacht vergeten +Dit vorstlijk weten, +Dat gij zijt mijn. + +Door diepe droomedalen +Eenzamen nacht verdwalen +Als arm man zonder wijk,-- +In morgenpaleizen +Den dag zien rijzen +Over eigen wonderrijk. + +Met avond sterven, +Een Koning zonder erven, +In koelen nachtedood gebed,-- +Met morgen rijden +In feesttocht van verblijden +Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad. + +Uit iedren nacht herboren, +Tot iedren dag verkoren, +Een godgeroepen kind zoo vroom, +Dat met diepopgetogen +Jongheilige oogen +Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom. + +(_Praeludiën_) + + + + +IK DENK ALDOOR AAN ROZEN + + +Ik denk aldoor aan rozen, +Rozen wit en rood, +Tot al gepeinzen overblozen +Uw eigen voetjes warm en bloot. + +Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen, +Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt, +Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen +En al geluid versmelt. + +Ik zie aldoor als blanke sterren stralen +Door 't donkerzware middagblauw, +Totdat uw oogen naar mij dalen +Van boven de'avonddauw. + +Van u kan maar bij deelen droomen +De lange dag die u verwacht; +En wonder blijft uw volle komen +Straks aan de hand der jonge nacht. + +(_Praeludiën_) + + + + +INVOCATIO AMORIS + + +Dien de blinden blinde smaden, + Daar uw glans hun schemer dooft +Waar de kroon van uw genaden + Weêrlicht om één sterflijk hoofd: + +Door de duizenden verloornen + Aangebeden noch vermoed: +God dien enkel uw verkoornen + Loven voor het hoogste goed.... + +Door de kleurgebroken bogen + Van de tranen die gij zondt, +Worden ziende weêr mijn oogen + Als in nieuwen morgenstond: + +Zien de matelooze wereld + Stralen nog van zoom tot zoom; +Heel de matelooze wereld + Bleef uw ongerepte droom! + +Laat mij onder uw beminden, + 't Zij gij zegent of kastijdt: +Blijf mij eeuwiglijk verblinden +Tot het kind dat u belijdt. + +Lust en smart in uwe banden + Werd hetzelfde hemelsch brood: +Eindloos zoet uit uwe handen + Laav' de laatste teug, de dood. + +(_Vergeten Liedjes_) + + + + +NAMEN + + +Wat is u of mij een naam, +Werelds prijs of werelds blaam, +Als de ziel de dingen weet en mint +Dieper dan hun naam, mijn kind? + +Elk ding krijgt zijn gouden naam +Eens in schoonheids vol verzaam +Als al schoone dingen zijn +Zonneklaar en zonder schijn. + +Daar vervalt het schoone woord +Hem wien reeds de zaak behoort, +Die haar diepst heeft liefgehad +Zonder dat. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +AVONDWANDELING + + +Wij hebben ons vandaag verlaat! + Pas bij de laatste brug +Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat, + Daar keerden wij terug. + +Achter ons dekt de witte damp + De schemerende landen. +Zóó zijn wij thuis. Wij zien de lamp + In looveren warande ... + +Wat gingen wij vanavond ver, + Het werd alleen tè laat: +Nog verder dan de gouden ster + Aan blauwe hemelstraat! + +Zoo saam doen twee een korte poos + Over een wijd gebied!... +Nog liggen wegen eindeloos + Voor morgen in 't verschiet!... + +O konden we eens zoo samen staan + Aan de allerlaatste brug, +En saam en blij er overgaan-- + Wij kwamen nooit terug! + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +BIJ EEN DOODE + + +Lief, ik kan niet om hem weenen + Waar hij stil en eenzaam ligt +In het schoon doorzichtig steenen + Masker van zijn aangezicht +Dat de dingen er om henen + Met zijn bleeke toorts belicht. + +Lief, ik kan geen tranen vinden + Als mijn hart hem elders peist, +Waar zijn ziel met de beminde + Sterren van den avond rijst +En ons, dagelijks verblinden, + Hooger wegen wijst. + +Naar de heemlen van de lage zoden + Stijg' de gouden offervlam! +Wie kan weenen naar de vroeg vergoden + Die de dood ons halen kwam?-- +Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden + Die het leven nam. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +MAANLICHT + + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +Alleen de groote zonnen hangen + Als feller kaarsen in dien schijn: +De ziel herdenkt heur lang verlangen + In nietsverlangend zaligzijn. + +Alsof van achter diepe slippen + Haar dolend tasten eindlijk vond +Met hare warme blinde lippen + Nog lichter lust dan uwen mond. + +Weg boven dood en leven zweven + Wij op in duizelhellen schrik: +O kort en onbegrensd beleven + Van eeuwigheid in oogenblik!... + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +HERDENKEN + + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat gemis niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde: + +O te lachen, o te weenen, +Zich in lach en tranen geven, +Tot te lachen of te weenen +Wordt der lichte ziel om 't even: + +O te weenen, o te lachen +Tot de neevlen zijn doorschenen, +En haar weenen wordt als lachen, +En haar lachen is als weenen: + +Land van lachen en van schreien +Tot de stille dood haar strekte, +Waar haar smart en haar verblijen +Al de zuivere echo's wekte, + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat zij zelf niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NACHT-STILTE + + +Stil, wees stil: op zilvren voeten +Schrijdt de stilte door den nacht, +Stilte die der goden groeten +Overbrengt naar lage wacht ... +Wat niet ziel tot ziel kon spreken +Door der dagen ijl gegons, +Spreekt uit overluchtsche streken, +Klaar als ster in licht zoû breken, +Zonder smet van taal of teeken +God in elk van ons. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +STERRENHEMEL + +Nu kunt gij veilig slapen gaan, +Nu al de heemlen openstaan: +Ziel, wier verlangen eiken donkren wand +In ster aan ster doorzichtig brandt, +En in de schoonheid van dit tijdlijk land +Al minnen moet uw eeuwig lot, +Daar uw verrukking uitziet tot +Den troon van God. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN + + +Niets bindt zoo ongelijken, + Blijden en droeven, + Armen, en rijken, +Als dit gedeeld behoeven, + +Dit, onbewust van geven, + Aldoor ontvangen + Tot alle leven +Verging in één verlangen + +Dat niet meer zijn kan zonder + Zijn alle dagen + Vernieuwde wonder +Van zegen niet te dragen + +En zoo verlicht ontstijgen + Aan elkander + Dat het moet neigen +In deernis naar den ander + +Die leek omlaaggebleven, + Maar rijst ons tegen + In blind ontzweven +Naar ongekende wegen. + +_(Lente-maan)_ + + + + +ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE + + +Alle heemlen vult de zoete roke +Van een nooit in bloesem uitgebroken + Knoppenzwellende geheimenis: +Zon en regen van de lage luchten +Voelen wij haar wekken en bevruchten + Uit haar beidende bezwijmenis. + +Door het licht-en-donkere verglijden +Dezer doelloos wisslende getijden + Streeft een nieuw en vast seizoen; +Achter branden van nabije zonnen +Is de groote dageraad begonnen + Van een andren, blinden noen. + +En de ziel in elk besterft tot luistren +Naar het heimlijk lenteluwe fluistren + Van een vreemde stem die lokt en vleit: +Die het liefste met elkander deelen, +Rijzen stil als bloemen op haar stelen + In gescheidene verzonkenheid. + +Tot hun oogen straks weêr samenneigen +En de spiegel van hun eenzaam zwijgen + Voor het voorgevoel bezwijkt +Dat een nieuwe meester in 't beminnen +Ieders hart afzonderlijk komt winnen, + En in 't eind dezelfde blijkt. + +_(Lente-maan)_ + + + + +AAN DE SCHOONHEID + + +Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid +In ons huis, in ons te ontvangen; +Kom niet vóór de Wereld openleit +Breede bedding uwer heerlijkheid; +Kom niet eerder: ons verlangen +Is sterker dan de tijd! + +Niet zoolang aan aardes blonde brood +Wij ons vloek en smaadheid eten; +Niet zoolang met maat van veler nood +De overvloed der enklen wordt gemeten; +Niet vóórdat ons aller jeugd den dood +Om het blijde leven kan vergeten! + +Als een zuivre zelfverlichte +Zegenzware wolkkolon +Doemt gij in de diepe vergezichten +Achter zeeën maan en zon: +Geen gedachte die met felste schichten +Ooit uw glans bereiken kon, +Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte +En uw milden dauw niet won! + +Van al templen u gebouwd +Uit de marmeren gedachten +Van de schooner levende geslachten, +Is er géén die u besloten houdt: +Als voor steen en goud +U de volkren offer brachten, +Vond en zong u 't eenzaam smachten +Van een kind in lentewoud! + +Alwier oogen smartverklaard +Aan den einder hunner dagen +Uw bestendig weêrlicht zagen, +Vreugdes morgen over schemeraard, +Hebben vrij en onbezwaard +'t Donker menschenhart gedragen:-- +Al hun lijden is melodisch klagen +Dat gij niet voor allen waart. + +Bidden niet en handenwringen +Lokt de goôn;-- +Waar een hart het uit moet zingen, +Daalt het ongebeden loon, +Neigt de naaste van de hemelingen +Zich tot haar bestemde woon. + +O wij weten wel wat lentedag +Al de stille sneeuw die gadert, +Van uw bergen dooien moet; +Dat zijn uur door de eeuwen nadert, +Dat geen hart ontbreken mag +Tot zijn gloed! + +Vochte koelte zoeft door 't bruine riet; +Sappen gisten in het dor geraamte-- +Overval ons niet in onze schaamte: +Schoonheid, kom nog niet! + +_(Stemmen)_ + + + + +LETHE + + +"Hoe over 't brandend blind bazalt +Vind ik den weg naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt! + +"Ik weet dat dood en donker komen +Als dit schel daglicht is gebluscht, +Maar ik wil diepe klare rust +En zonder droomen. + +"Voor wie als ik van kind tot knaap, +Van man tot grijsaard derven, +Voor die is dood en sterven +Maar verontruste slaap.... + +"De zoete macht tot lach of traan +Gaf mij en nam mij 't leven. +Alleen mijn oogen bleven +Kijken, mijn voeten gaan. + +"Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging, +Is langs mijn wakende oogen +De lange trein getogen +Van aller lust herinnering. + +"Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet? +Al 't reddeloos volbrachte, +Al 't reddeloos gedachte: +Gelijk is wat ik liet en deed! + +"O eer de dood mijn leden bind' +En hen voor eeuwig bedde,-- +Wat zal mijn oogen redden +Van dezen droom die immer nieuw begint?: + +"O blanke ziel, o roode bloed, +O hart verdwaald daartusschen,-- +Wie zal in slaap u sussen +Tezamen en voorgoed? + +"Mijn voet kan vóor den avondval +Nog vele mijlen reizen, +Wil één den weg mij wijzen +Naar Lethe's dal. + +"Wie over 't brandend blind bazalt +Brengt mij naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt!" + +_(Stemmen)_ + + + + +LIEFDES UUR + + +Hoe laat is 't aan den tijd? + Het is de blanke dageraad: + De diepe wei waar nog geen maaier gaat, + Staat van bedauwde bloemen wit en geel; + De zilvren stroom leidt als een zuivre straat + Weg in het nevellicht azuur; + En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat + Uit zijn verdwaasde keel + Wijsheid die geen betracht en elk verstaat, + Vreugd zonder maat, + Vreugd zonder duur.... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + De zon genaakt de middagsteê: + In diepte van doorgloede luchtezee + Smoort de akker onder 't bare goud; + De vonken sikkel snerpt door 't droge graan; + De schaduw krimpt terug in 't hout; + In hemel-en in waterbaan + Geen wolken gaan; + Alleen de wit-doorzichte maan + Blijft louter in het blauwe hemelvuur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is de avond: in zijn rosse goud + Wordt schoon en oud + Der wereld dagehel gezicht; + Snel aan den hemel valt het water van het licht; + En al de windestemmen komen vrij; + De laatste wagen wankelt naar de schuur; + De dooden wenken aan den duistren Oostermuur; +En boven glansbeloopen + Westersche schans in groene hemelwei + Straalt Venus' gouden aster open + Zoo plotseling en puur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + + + + +LEEUWERIK + + +Blijft gij nooit éen blanken uchtend, + Leeuwrik, zingen hier beneên, +Die uw nachtlijk nest ontvluchtend + Door de zilvren neevlen heen + +Vleuglings vindt de gouden wegen + Waar uw aadmen juichen wordt, +Tot uw zang in vuren regen + Naar de koele vore stort; + +Zingt gij nooit de roode smarten + Van den duistren aardenacht, +Wordt het bloeden onzer harten + Wel gestelpt, maar nooit verklacht?... + +In het ijle blauw verloren + Volgt mijn oog niet meer uw vlucht, +Maar uw antwoord dwaast mijn ooren + Met zijn zaligend gerucht: + +Steeds, uit vreugd of smart gerezen, + Heeft de ziel uw vreugd verstaan, +En tot uwe vreugd genezen, + Ons gemeen geheim geraên: + +Alle smart omhooggedragen + Meerdert vreugdes gouden schat: +Slechts de vleuglen die ons schragen, + Zijn van aardes tranen nat. + +_(Carmina)_ + + + + +VERZEN VAN WIES MOENS + + + + +LIED + + +Vesperbanken +als vlinders +komen zich zetten in je haar. + +Ik kus je voorhoofd +de witte Bethlehemster +over dit avondland +luidroepend als een klok! + +Ik zing +de tobogganlijn van je hals. + +Eeuwig moet ik +het bloedige riet bespelen +aan je mond: +ik heb het fluitewijsje lief +van je ziel! + + + + + +EROTIEK + + +Krisdans, fakkeltocht, +blinkende skipad hoog: + +Leven dat ik je brengen moet +lijk het stond +van kino en nachthonger opengerukt +in straatmeisjes ogen; + +achter de wilde honigvelden +van mijn hart, +Leven lacht +kind met blote tanden +reikt je zijn melkwitte handen +Zo goed, zo goed! + +Wees sneeuwster +en laat je verslinden +in de zachte brand +van mijn hand. +Ik breng je op mijn tong: +wind, hemel en aarde! + +Als morgen over de wereld luidt +hoor mijn Avé. +Op de hemel van je ziel +laat me bloeien: +boom, van je zon, van je luchten, +hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten, +zijn laatste blad en zijn vogelen +alle in je schoot. +Je draagt de vracht zo licht. +Zo lacht voor je mijn ziel, +en zingt +als want van schepen in de wind, +zon en dauw omzoend-- +en ik ben je luit +aan alle snaren gesprongen +van tranen, +van lach, +van zaligheid! + +[Illustratie: WIES MOENS] + + + + +SLAAP + + +Als je ver afzit in de kring +--lamp heeft zich over ons verwonderd: +opspringende vond zij +blijde zonnen om haar: +onze gezichten!-- +warm bebroeden je mijn ogen. + +Niet nachtelik is mijne liefde: +Ophelia-maan dolend langs moren en grachten, +maar een Septembermorgen +met zon die de mist vaneenklaroent, +en de geur van mijn liefde +als van een vers gekalefaterde boot. + +Ik kom van zo wijd, en telkens weer, +de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land; +de witte berg +van je schouder is ver, +de zoete klokken +over het Meidal van je gelaat. + +Nu, lijk de voerman in de vriesnacht, +wetend gezellige herberg, +stallamp en schelf, de polk in het hooi-- +over eindeloze banen dokkert mijn hart +naar de slaap die in je moederlik is. +En lamp legt honig over je zoete leden! + + + + +WINTERLAND + +Neer vallen op witte sneeuw +de rode roodborstjes als bloedkoralen. + +Eindeloos wit is witte winterland, +ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon: +korrel voor korrel moet +de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd. +O maar de kamer +is 'n avonds een wonderbaar eiland: +in pril groen, +in room-milde zon +ontluiken wij naar mekaar. + +Wimpers over je ogen +zijn lijk zijden batik over de lamp. +Wijl je mij reikt +de witte kelk van je hals, +weer ik voorzichtig +--rozeblaadjes op wijn-- +je lippen, +zoekend de koele sneeuw van je tanden. + +Ligt eindeloos wit het witte winterland: +je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen, +kransen van roodborstjes +slinger ik om je hals! + +--Blank in de witte sneeuw geplant +staat de blinkende brand +van het licht door de ruit. +En voor de bruid +rinkelen de sleebellen hun lied!-- + +Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster, +dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen, +zingen hun deuntjes van huis tot huis. +Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens, +witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw: +Kersklokken wijd ik voor allen +met chrisma bereid aan je mond! + + + + +DE WEG + + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Volk, moeder der geslachten. + +In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht. +Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif +gij ziet hen van u gaan, +die schreiende geboren uit uw vrolik vlees +dat uw lach als een golf naar de sterren hees! + +Uw hart is een zoet tabernakel, blauw +Als het kleed van de Lieve-Vrouw. +Maar in uw dromen, +die rood en goud aan de einder staan, +moeten gehelmde krijgers, +koninginnen in kanten gewaad, +bonte stoeten over de aarde gaan. + +Uit u ontspringen jaar op jaar +als van een heilige eik +twijgen wier teer uitlopen het land verjongt. +--O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!-- +En voor de zwerver spilt gij iedere dag, +de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk: +want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weëekelk. + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Moeder-Volk! +Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen, +vlammen die vredig in ons als havenlichten branden, +nu moeten wij komen een voor een: + +naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt, +naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond, +naar uw melk-overdaad, +uw blanke wonder van toeverlaat, +O Moeder, +eeuwige moeder, +Volk! + + + + +DRIELUIK + + +Loopt hij met zijn meisje +langs witte maanpaden-- +ver ronken de kermisorgels +en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp-- +hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart, +want zijn hart is een weke occarina. +Ronde boomkruintjes, haar ogen, +waaien gestaag hun bloesems in zijn hand. + +Maar hij is soldaat +die op nachtwake staat-- +nacht: blauwe cowboyfilm; +zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen, +buitelen de nachtegalen!-- +Drievoudig ontbloeit zijn heimwee: +Zondag-dorp-meisje, +en hij loopt een pas of wat, +kuchend als het treintje +dat hem naar huis voert ... +Dan, onder de sterrewielingen +staat hij verloren, +en kijkt scherp uit, als een stuurman. + +Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden, +brult zijn keel schor, +danst vonken uit de vloerkarelen-- +een plotse, koele dronk +doet hem opspringen: "mijn lief!" +en hij wipt de straat over +als een jonge haas! + + + + +APOTHEOSE + +_Aan E. L. T. Mesens_ + + +Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging. +Nu gaan liggen met de wind +om torens en achter hagen, +vertrouwde luiken sluiten, +uitbreken met de fluiten +van de regen die aanzet als een eskadron. +Als in de stad je vreugde ontsprong +met de lichten alle. +God keurt de stad als een diamant +zij brandt tussen Zijn vingeren. +Hij is het die de aarde heeft gezet +ronkende bij in de kelk der hemelen +en schept de vloed der straten: +Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel! + +In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was, +je maal en de mensen, +hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist, +je vreugd opgewacht +en haar onthaald op een lied +dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt, +zoet--en gebarsten van honger +als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht! +En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten" + +Tziganen zijn zij voor jou, +hun spel is van liefde en honger, +eindeloze hemel over de steppen! + +En het is deze zelfde avond +dat op je weg wordt gezet +een moedertje, +en je ziet +hoe de regen op haar mantel +gestolde paarlen laat, +de laatste bries, +waarin de dag uitblies, +heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid, +al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten! + +Op je bloed, +als een vloot triomfant: +wil +de stad te zetten blok na blok +tot een kathedraal over haar; +uit het gonzen der stemmen millioenen, +tinkelen der trems: +kinderen roepend mekaar van ver en nabij +(je ziel gewerkt door alle geruchten +als rook die in de regen slaat) +bronzen klok voor haar lof, +en de lichten van je liefde +van pijler tot pijler! + +O te zijn in dit avonduur om haar +van de Stad de grote minnaar +--je draagt haar op je hand +zo men ziet heiligen dragen +kerken en kloosters op hun handen, +lach van je ziel doolt +met de blauwe wierook uit je pijp +door alle straten, +En de muziek van je ogen hommelt +ver het land in +dat zich alom heeft gezet aan de stad +als een lief aan haar Hoogliefs voeten. + + + + +LIED VAN DE ARBEID + + +Vandaag is het over mij gekomen +en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen. +Ons woord is anders geworden, +vaste klank kwam in onze stem, +en ons gebaar +tekent de komende visioenen op de lucht-- +wij: bouwers met horizonnen! + +De grote wind die komt van de zee en de vlakte +hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd. +Meeuwen tuimelden over de stad, +de zon is uit de wolken gevallen. +Dit is het grote Hosannah: +de mensen laten zich dragen op de wind, +dit is het grote Hosannah +van de wind en de wolken +die zingen door de mensen +--en de ongeboren kindertjes +zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder! +De grote wind die komt van de zee en de vlakte. + +Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel +--mijn ziel was de warme, ronkende haven, +luw nest voor de tochten en de tijen-- +als een galjoot geschoten in zee, +als een ranke galjoot ten dans gevoerd, +dans van de baren en de kimmen, +dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten. + +Overal waar deze galjoot voorbijdanst +zullen de mensen samenlopen op het strand, +en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld. + +Want mijn galjoot draagt het evangelie +van al mijn dwalen en van mijn berouw, +de goede, vreugdevolle tijding +--schalt de wereld, stem is overal +van de daken en de telefoonpalen, +van de elevators, klimmasten voor het havendiet!-- +Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid, +en niets is meer van mij-zelf +maar alles is van u, en u, en van allen; +het is éne goddelike ritme dat ons allen beweegt, +de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man, +het is alles één: wat de grashalm richt naar de zon, +het meisje doet knielen aan haar lief, +alles één in de grenzeloze, meteloze omarming +Liefde! + +Zo, lijk een kind +dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt, +de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook +dit groefje dat aan haar mond ontspringt, +en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals +en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele-- +o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel! + +Als een die in het witte vlees van zijn lief +zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren +--uitrukken! uitrukken!-- +het is zo ver, en zo ver, +en het is zo goed! + +Zo goed +als een klokje diep in het dal, +de lauwe geur van veevoeder overal +'s avonds over de dorpen lijk een offerande. + + + + +VERZEN VAN WILLEM KLOOS + + + + +PERCY BYSSHE SHELLEY + +_AAN CO REYNEKE VAN STUWE_ + + +I. PROÖIMION + + +Soms, als men diep in zijn gedachten klimt + Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken, + De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken, +Wier magisch scheemren weifelend verschimt, + +Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt, + Beide armen ijlings voor zich op te strekken + In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken, +Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't + + Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen + Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone +Leefden, en schiepen wat niet kán vergaan. + + Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid loonen.... + Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen, +En Shelley is op zee door moord vergaan. + + +2. VÓÓRGEVOEL + +Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen + Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand? +Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen, + Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand, + +Den versten zoom des horizons, waar vlogen + Vogels, als vlekken op den heldren wand + Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand, +Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge, + +Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande, + De onsterfelijke Shelley.... Zwaar-diep-luid, + Een beest, dat bulkt naar onbereikbren buit, +Galmt dof de zee, golven op golven slaande: + +Dees wéten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later +Lag 't goddelijk genie, als lijk, vèr, diep in 't water. + + +3. DE MOORD + +Het ranke lichaam van de boot (de haven + Uitschietend als een meeuw opeens, met volle + Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen) +Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven, + +('s Afgrond's mysteriën het doodssein gaven) + Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen, + Wijl, achteraan en naast, twee even dolle +(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven) + +Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen: + De mist ligt laag op 't water: zien en hooren + Vergaan, alleen de horens hoeënd schallen.... +Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren, + +Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*] +En verder niets dan Dood, de diep-in stille.... + + +[Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen, +Shelley's medeschepelingen.] + + +4. SHELLEY'S STERVEN + +Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag + Shelley en las.[*] De wilde golven sloegen + Luider en luider langs de zijden, droegen +Hoog-op het broze vaartuig, met geklag + +Van schril zoevend gieren door want en stag, + Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen + Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen? +Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ... + + Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen +Overal áán, en plots ... een donker blok + Komt dreigend door die misten opgesprongen ... +Hij wankelt door den donderenden schok ... + +"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend +Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend. + + +[Voetnoot *: In Keats' _Eve of St. Agnes_, dat omgeslagen in zijn zak +werd gevonden.] + + +5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*] + +Wij waren jonge wilden: o, de vloek, + Te moeten jong en dwaas zijn: niet te weten + En tòch te doen ... wel gauw weer is 't vergeten.... +Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek + + Naar woorden, om te sussen mijn geweten, +Doch vind er gééne.... Zie daar, in dien hoek, + Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te meten +Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek, + + 'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als rijden + Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel belijden, +Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf: + + 'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche baren.... +... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf.... +Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren. + +[Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London, +John Slark 1886).] + + +6. SHELLEY'S VERSCHIJNING + +Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad.... + Ik zag hem nauw, maar voelde zijn nabijen + Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich vlijen, +Zóó zacht, alsof er op een buiten-pad, + +Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad + Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij een + Vreemde verfrissching langs zijn slapen glijen.... +Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat: + + + "Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die binnen, +Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt + Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen +Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt, + +Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen, +Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen." + + +7. VERVOLG + +Zóó voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede + Van veilig weten zeeg er door mijn heele + Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k spelen +Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede + +Weiden der eindeloosheid, en haar beden, + Om één te wezen met het Al-zijn, kweelen + Weer ging, heel diep-inwendig, als zoovelen +Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden.... + +Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde + 't Jong hoofd--dat lachen scheen als zilvren bellen:-- + "Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed kwellen, +"Gij liept nooit mede met de doffe kudde + +"Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen: +"Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen." + + +8. VERVOLG + +"Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken, + "Gij stoordet nooit aan dwazen u, die smaadden, + "Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en spade, +"Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ... + +"Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken, + "Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge raden + "En, schoon met Denken's eeuwgen last beladen, +"Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken. + +"Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen, + "Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft dringen +"Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ... + + "Dát was de weg, dien alle dichters gingen, + "Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen ... +"Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen." + + +9. ANTWOORD VAN MIJ + +Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen, + Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd, + Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt +Van overschoone en lang-geleden droomen, + +Die in 't koud daglicht plots weer vóór ons komen, + Uw naam--o, hoe dat oogenblik mij heugt!-- + In de' allereersten opgang mijner jeugd +Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen. + +Ik zag hem ... lás hem ... wist niet, hoe mij wierd.... + Groeide er een verre erinnring in mij wakker, + Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker, +Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd? + +O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen, +Eén bonte ontbloeiïng van het diep-in Eeuwig-Eéne? + + +10. VERVOLG + +Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote, + 't Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't schijnen + Van dit en dat en wéér wat, 't Uwe en 't mijne) +In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten + +Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote, + Onder steeds reddeloos geleden pijnen, + Waar zich vergaan in voelt het Teêre en Fijne, +Het Levensraadsel uit is opgeschoten? + +Moet men getroost dus, weg van ál vergeefsche + Klachten om heel ons klein, persoonlijk Lijden, +'t Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche, + + Het God-genoemd goed-nemende te al tijden +Machteloos eerend, verder in goed-leefsche + Koelheid het Goede doen, het Slechte mijden? + + +11. SHELLEY'S OORDEEL + +Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven + Van wind door slank-getopte popel-takken: +"De aarde werd woonoord voor gespeende wolven, + "Die met hun jonge tanden alles pakken. + + "Dra zullen dichters wonen in barakken, +"Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven, +"Zij worden heengedreven door de kolven + "Van vunze Bolsjewistische Kozakken. + +"'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden, + "Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en neder, +"Dees wint of die, maar 't is tot schâ voor beiden. + "O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte veder.... + +"Hierboven is het zalig, waar in wijden +"Kring alle blauwingen zich om ons breiden!" + + +12. SLOT + +Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken, + "Waarheen mijn droomen ging in kinderjaren, + "Wanneer ik zat lange avonden te staren, +"Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken.... + + "Voel _ik_ mij, die maar 'n aardling ben, een zware, +"Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke +Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken, + Was Shelley, als een waan, plots heengevaren.... + +"Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij? + "Muziekvolle ademing uit beetre sferen, + "Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard verkeeren +"Kwaamt, om te vlieden, óók te gauw toen ... streeft gij + +"De oneindigheid der Ruimte dóór weer, om te ontmoeten +"'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?" + + + + +TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK + +I + + +Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken + Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord, + Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord +Door wie als Gij, als élk eens, diep gedoken + +In 't grondloos-Eéne-en-Eeuwige-ongebroken, + Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort ... + O, 'k roep U toe--Uw rust wordt niet gestoord-- +En 'k roep dus, nógmaals, woorden wáár gesproken + +Vóór 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht + Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens: + Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens: +Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht, + +En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone +Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen. + + +II + +'t Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam + Uw innigst In-zijn óp weer in zijn schoot, + Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot, +Terug verlangde naar waar 't eens van kwam. + +Wij andren dwalen verder, tot de vlam + Ook van òns Zijn vervaagt tot avondrood. + Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn dood? +Want staan blijft steeds ons aller Moederstam, + +De Menschheid, die staêg groeit en bloeit, en bladen + Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand, +Maar nieuwe komen weer aan allen kant. + +De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen, +En eindloos, door der eeuwigheden tal, +'t Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val. + + +III + +Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze: + Hij, die der Ruimte oneindigheid bespiedt, + Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet +Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen: +Maar éens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen, + In der aeonen onbeperkt verschiet, + Dat alles saam vernevelt tot een Niet +En ná dien zal er _niets_ meer, _niets_ meer wezen.... + Niets? Ja, toch Eén, het Eenge, wat bestaat, +Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande, + Het Absolute, bóven Goed en Kwaad; +Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande. + De wijsgeer noemde 't God, met kalme stem: + Wij voelen, weten, denken niets dan Hèm. + + +IV + +Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen, + Glanzend of walmend voor een korten duur, + Als vonk of damp uit dat Ondoofbre Vuur, +Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen. + +Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen, + Door hersnen, aêren, als een levend vuur: + En tòch wij zijn slechts wanen van een uur, +En worden aan het eind weer opgenomen + +In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns, + De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre, +Waar elk naar haakt in onbewust gepeins, + Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in sterren, +In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins, +Van uit de schaûwen dezes aardschen Schijns. + + +V + +Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven + Maar voor de wereld, jegens U van mij, + Op aarde hier. Want, wat ons nu nog schei, +'t Gordijn des Levens, met een rustig beven +Zal _ik_ ook eenmaal zien omhoog-geheven +En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei + Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar zij, +Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven. + Dan zal ons spreken zijn van 't stil-vermoede, +Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld, + Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en Goede, +Dat glanst, óók waar de wereld woedt en woelt.... + Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij zijt, +Blijf, òns toch heilig, diep gebenedijd! + + +VI + +Maar neen, mijn laatste woord mag zóó niet scheiden + Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs; +Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide + Tranen, ras wijkend voor iets stils en dofs, +Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden + Peinst, tot het òpvloeit in een zang des lofs; +Wij leven allen in den Droom der Tijden, + Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs. +Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend + Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns, +Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend + Haarfijn à l lengten, breedten onzes schijns, +Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter, +Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er? + + +[Illustratie: WILLEM KLOOS--NAAR ANTOON VAN WELIE] + + +VII + +Alweêr een weifeling? Weg, weg ... wij voelen, + Omdat zij dieper dan ons denken gloeit + En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit, +De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen +Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen + Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid) + Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit, +Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen. +Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood + Om al de ellende dezer wereld tevens, + En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens +Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot.... +Hij maakt à l goed. De diepste Grond des Levens, + Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot. + + + + +AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN + + +God-dronkenen, die diep-in zingend leven + Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen + Sinds hun geboorte in 't onuitspreeklijk-schoone, +Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven + +Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven + Bij al wat aarde en hemelen hun toonen + Aan visioenen die hen heerlijk loonen +Voor à l des Levens pijnen, tot hun sneven. + +O, mijne broeders al, gij, Onbekenden, + Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken, +Daar gij verkoost met geen geluid te schenden + De heil'ge stilte van het diep-in leken + +Der onder oogenrand gebleven tranen +Om mensch-verdwazing en der aarde wanen. + + + + + +VERZEN VAN MARGOT VOS + + + + +LENTELUST + + +Zoo in den zingenden hof +Met de merels en madelieven +Met het blijmoedige lof +En de harige honigdieven, +Zoo als een doeniet den dag +Uit den zondronken hemel te kijken, +Dwars door het feestlijk gevlag +Der bloeiende appelrijken, + +Vind ik de zaligheid weer +Die de wereld verloren waande, +Ben ik bevrijd van begeer, +Houd ik den hemel staande +Op mijn gezuiverd bloed +Waarover de winden wimp'len, +Ben ik van blijdschap gevoed: +De simpelste onder de simp'len. + +Boven mijn hoofd sluit de tijd +Zijn eeuwig-bloedende wonde, +Heft mij in 't zorgeloos krijt +Van de fluitende vagebonden, +Houdt mij van schoonheid omschuimd, +Van zil'vren zangen volzongen, +Stuwt de groot-golvige ruimt' +Aan 't klein eiland mijner longen. + +Mijn wordt het gansch gewelf; +Daar is geen raadsel, geen wonder. +Ik ben de schepper zelf, +De wereld duikt in mij onder. +De dagen stijgen uit mij +Als hel-klapwiekende duiven, +De nachten komen in mij +Den zomersenen wierook wuiven. + +Ik draag de wel en de wolk, +Ik draag de ster en de rozen, +Ik draag 't opstandig volk +Van winden en waterhoozen. +Aan mij de zachte borst +En de zwarte vlerken der eeuwen +Aan mij de levensdorst +En het eindloos stille sneeuwen. + +Zoo is het evenwicht +Over mijn tweelingoogen, +Zoo is al last en licht +Even zwaar uitgewogen. +Zoo is er geest noch stof, +Wijsheid noch wereldweten, +Zoo in den zingenden hof +Ben ik van God vergeten. + + + + +ONTWAKING + + +Onder de zon wordt een wonderdroom, +Weidsch als een waaierboog. +Merkt ge onzen machtigen onderstroom? +Wij heffen de zee omhoog! +Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot, +Als de storm die te nacht in den horen stoot. + +Al wat we zagen was eeuwig grijs. +Binnen gesloten schulp +Werden we en wiesen we op ééne wijs; +Ons rijk was de smalle stulp! +Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf? +De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf! + +Boven ons wijken de wolken weg, +Zeilen de zon voorbij. +Keert ons nog heden het oud beleg, +Toch worden we morgen vrij. +Toch zullen we morgen ontbonden staan +En ver boven 't kleine de vleug'len slaan! + + + + +HET IS MEI + + +O de zonne de zonne die danst op de wei +En de leeuw'rik die danst in de lucht, +En de perelaars breiden zoo breidelloos blij +Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht! +En het rozige schuim aan den appelaar ruischt +Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist; +En de zonne de zonne die danst op de wei ... +_Het is Mei, het is purperen Mei!_ + +O de zefir de zefir die zingt in het licht +En de bij zingt de bloei-hagen door; +Over stekel en naald, tusschen dorens en blad +Zoekt zij zoemend het goudgele spoor. +En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht +Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt, +Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei +_Van den Mei, van den purperen Mei!_ + +O de beke de beke die huppelt voorbij, +Of 't een spelensreê makkertje waar', +Dat met grillige kransen van schaduw en licht +Heeft doorvlochten het goudelend haar! +En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet +Of een torteltje roept uit den perelenvloed +Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij: +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + +O de zonne de zonne die danst in de wei +Op de maat van den lustigen wind, +Die de bloemekens zoent op de blozende wang +En den wolken den gordel ontbindt! +En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist; +Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist +Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + + + + +GRAUW WEDER + + +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Steek toch die taaie slemp in tweeën! +Stoot uw goudzwaard de wolken in +Dat ze bloeden als roode zeeën! +Zend uw rankvoetige stralekens +Met de starren in 't glinsterhaar! +Laat ze kloppen en wederkloppen +Aan de weerbarstige winterknoppen, +Groot wond're wonderkens liggen daar +In vast versloten schalekens.... +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Dinder die wonderkens uit den dop! + +Zonne zonne, waar zit ge toch! +Hadde ik uw gulden riddersporen, +'k Sprong de grauwe almachtigheid +Dwars door naar uw verstoken toren. +'k Luidde al lustig het belleken +Tegen de karmozijnen poort: +Ik zou klinken en wederklinken +Heel het hemeldom oprinkinken +Van Oost tot West en van Zuid tot Noord +In één hooveerdig relleken.... +Zonne zonne, waar zit ge toch? +Zijn uw oogschellen geloken nog? + +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Word toch de wereld welgenegen! +Laat uw doorluchten levenslust +Over de aarde flikkervegen. +Tik met uw blinkende hamerkens +Hier en ginds en in al 't getij; +Laat ze springen en wederspringen +Op en neer, tot vermetel zingen +De lucht doortrilt als een sterk en blij +Gejoel van vrije kramerkens! +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Zet ons midde' in de Meiebaan! + + + + +AVONDZWIJGEN + + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Komt het van 't zwijgen der wilde merels, +Of van de peinzende sterreperels, +Of doet het de stervende zonneschijn +Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt +Zijn vlinderteêre doorzichtigheid? + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Liggen de luide dingen versloten +Achter verzegelde zilveren sloten +Die over de verten genageld zijn? +'t Is al zoo zwijgend omneêr gegaan +En weggeborgen en afgedaan. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn, +Als had ze een heerlijk kind verloren +En roerloos zat in heur blauwen toren +Van eenzaamheid bij heur roode pijn +Die dieper dieper vervloeien ging +Tot zwaarmoeds-duist're herinnering. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Worden de zonden zoo zwaar gewogen +Dat neêrwaarts neigen de trotsche bogen +In donker-purperen deemoedslijn +En wacht doodstil het ontroerd heelal +Of de genade ook komen zal? + + + + +WAT LOK JE + + + Wat lok je, + Wat mok je, + Wat glans en gok je, +Klein stommetje uit het oogeland! + Als 'n klokje, + 'n Klein klokje, + 'n Glinstervlokje, +'n Blauw blommetje van het hooge zand. + + Wat vlei je, + Wat blij je, + Wat spelemei je; +Wat oogel je uit dat blond kozijn! + Als leien + Te vrijen + In rozeweien +Blauw vogeltjens met den zonneschijn. + + Wat blink je, + Wat pink je, + Stout smeekelinkje; +Princesseke bedelt erbarmen maar. + Want 'n vinkje, + 'n Klein vinkje, + 'n Heel klein vinkje +Wil nestelen in mijn armenpaar. + + + + +BOETEGANG + + +Het belken klept de kerstenrij +Uit held're verten naderbij.... +Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil +Bij 't kindeke en de vrouwe zoet; +En 't kleen bescheiden keerske brandt +Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed.... +Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust +Die 's werelds wee al overwaakt +En staeg de wonde voeten kust +Van Christus, nederig en naakt. + +Daar ruischt een volte in de poort +Die aan Maria's ruste stoort.... +Een weelderige kleurenvloed +Golft door Gods heilig bruidsvertrek +En purper en sameet beschaamt +Het kindeke in zijn poover dek. +'t Is of het kleine keersken bangt, +Van schitteringen overblaakt, +Of armer aan het kruishout hangt +De Christus, nederig en naakt. + +Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen +Om donk're zonden af te doen? +Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer +Der godd'lijkheden, overberst +Van pronkselen en wereldpraal +Die loodzwaar op de vlerken perst? +Hij zwerft wel ver van 't vrome land +Die goudzwaar ter ontferming naakt! +Hoe luttel weegt de lendenband +Van Christus, nederig en naakt!... + + + + +DE MAAIERS + + +De maaiers komen in de blauwe kielen +Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland, +Met loome lijven en verslapen zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + +De gele haver zal geen avond vieren +Maar gesikkeld liggen in het late licht; +De moede maaiers als gedreven dieren +Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht. + +En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien +Als witmolenwieken door het volle graan; +En het ritselruizelt aan hun struische zijên +Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan. + +Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte +Gaan ze felgebogen door den flikkerdag, +Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te +Verstarren ligt van zijn laatsten slag. + +En de maaiers trekken in hun blauwe kielen +Met de avondstarre naar het heideland, +Met versloopte lijven en versloerde zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + + + + +CANTECLEER + + +Bonte trompetter, +Bloeiender lust +Blinkende ketter, +Kort is uw rust. +Steekt g' in de luchtsmoor +Brandende taal, +Schemering vlucht voor +Uw hoornsignaal. + +Relt ge de belle, +Wekkert een vlucht +Klinkende schellen +Wakker de lucht, +Woelt er een stoutvlerk, +Hemelgenoot, +Al het schoon goudwerk +Open en bloot. + +Zilveren schalen +Storten in 't land; +'t Regent koralen, +'t Regent briljant. +Waar is de muiter, +Waar is de dief? +Vang je, hoogfluiter, +Gouden gerief? + +Bonte trompetter, +Boven den tijd +Wekt uw geschetter +Werelden wijd! +Wekt ze, tot leven, +Zonnig en blond, +Boven den beven- +-Den horizont! + + + + +STORMLIEDEREN + + +I + +Zie, de luchten waaien tot een duister ruim +En de wind wordt vrijheer van den vloed +En de bladers dansen op z'n dolle luim +De muziek der regens tegemoet. + +Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt: +Elke boom een feestzaal vol gedruisch, +Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid, +Ieder dal een open lustig huis. + +In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein +Van genot en leven door den dag; +'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein +Onder rijke overzeesche vlag. + +Schelle najaarskelken bloeien wild en bont +Aan de zwarte steilten van den dood, +Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond +Op uitdagend zingen henenvlood. + +Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan +Zonder ijd'le klacht en zonder spijt +Op de donkre hobo's van den nachtorkaan +Tot den diepsten burcht der eeuwigheid. + + +II + +De stormbruid ruit de bladers op +Tegen het oude woudgezag: +Beter in één roes te vergaan +Dan te verdruilen dag aan dag. +Hoor je dat ruischen, breed en frisch? +Hoor je dat golven, zwaar en groot? +Dat is de opstandigheid die luid +Aan de verstarring weerstand bood. + +Wie nu niet tot de daad ontwaakt +Moet tot de pit verschimmeld zijn. +Daar is geen lust, geen droefenis +Te machtig voor dit hoog gedein. +Daar is geen enk'le ziel te zacht, +Daar is geen enk'le borst te broos; +Daar is maar één meesleepend lied +Van stormgeluk, al eindeloos. + +En wat nog nooit gevlogen heeft +Schiet slank en snel de wolken in; +En wat nog nooit bewogen heeft +Rukt van zijn vastgeroeste pin. +En uit de vlakte en den vloed +En over zee en bergbazalt +Borrelt en breekt de bende baan +Die duisternis en nevel spalt. + +Waarheen dit luisterrijke spel, +Waarheen dit weergaloos gewiel? +Tot d'opperste vollustigheid, +Tot de bestemming van de ziel; +Tot stillen hermelijnen nacht, +Volmaakt van lijn en tinteling, +Waar alles alles is gevuld +Van glanzende verzadiging. + + +III + +O groote ruischelaar, +Snelwiekig wonder; +Hoe wordt de kranke dag +Zevenmaal gezonder +Als g'uit de wolken scheert, +Als g'aan de vlakte veert, +Als ge de golven keert +Over en onder. + +O groote ruischelaar, +Breedvlerkig wezen, +Nauw staat de hemel vol +Regen gerezen, +Of met een schuddering +Van uw gezwaaiden zwing +Zwiept gij de zonnesching +Over de vreezen. + +Wolkenrot, wintergod, +Waar werpt g'uw anker? +Zeeën zijn veel te klein, +Bergen te wankel. +'t Sterrenheir stilt u niet, +Nachtdonker drilt u niet, +Maanvreê vermildt u niet, +Bandlooze zwanker! + +Doch zijn uw wegen ook +Wild, woest en woedig, +Ergens in 't ongezien +Wordt ge vroom en vroedig. +Splijt u een sterker wil, +Siddert uw albedil, +Staat gij gebogen stil, +Eindloos ootmoedig. + + +IV + +Hoezee! daar jaagt het heksenspan +Der dolle regenbenden an! +Ze dragen sneeuwen hoozen, +Een rok van waterrozen, +Een schel blazoen, een felle speer, +Aan ied're steek een raveveer.... +Ze blikken op noch omme, +Lijk een bezeten dromme +Ze suizen over struik en blom +En slaan de bange boomen krom.... +Berg weg, berg weg uw leven! +Het is haar à l om 't even. +En wilt ge niet, al goed, al goed, +Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet! +De vaart schiet zwarte vlerken aan, +Wil uit zijn donker bed vandaan +En heft zich boven 't gele riet +En huilt zijn eigen zegelied +En werpt zijn brosse schuimen +Lijk uitgewaaide pluimen +En steigert aan den steilen wal +En slaat terug in boozen val +En dindert op in stroomen +En kan niet hooger komen; +De rosse ruiters daav'ren rond +En springen in zijn zwarten mond +En dansen op zijn duister oog +En spannen hem een zilverboog +En roetsen voort en verder +Lijk kudden zonder herder.... +De luchte leeft van perelsop, +Het klettert van heur speren op, +Ze klirren met heur sporen +Weerszijên van den toren +En steken hem in éénen klap +In grauw-geweven nonnekap. +En voort en voort geschuierd! +De molen moet gesluierd! +O zie dat kleene huisken staan! +Het krijgt een wollen buisken aan. +Hoor hoor dat druischen, drusten +Lijk opgebarsten fusten.... +Hoessa! de appel ploft terneer: +Een bobbel bloed in 't regenmeer. +Hoessa! de peer scheurt van den tak: +Een klompe goud in 't parelvlak! +Hoessa! de noot is 't verste, +Zij tuimelt blankgebersten.... +En immer immer holder aan; +Daar is geen tijd voor stille staan! +Ze donderen maar schots en schol +En plonderen de grachten vol, +Verdrinken kruid en zode +En rennen zich ten doode; +Ze zuigen in het taaie slik +En juichen er heur laatsten snik. + + + + +VERZEN VAN CAREL SCHARTEN + + + + +HET SMEULEND VUUR[*] + + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw stille dichtheid, +waarin het sluim'rend licht leit +te wachten op zijn uur! + +Ik min u in de morgen, +die in het Oosten staat +met aarzelend gelaat +en houdt haar gloed verborgen. + +Ik min u in den avond, +die sterft in lang verbloeden, +met diepe en diep're gloeden +zijn duistren moorder lavend. + +Ik min u in den zang, +die in zijn klare kracht +betóómt de zware pracht +van Hartstochts hoog verlang. + +Ik min u in de kleuren, +beslagen van den gloed +die hen versmelten doet; +en 'k min u in de geuren, + +die zweemen van een mond, +dat rood en vochtig ooft, +wanneer Zij om mijn hoofd +de schuchtere armen rondt.... + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw donker branden, +dat achter bleeke wanden +waakt en wacht op zijn uur! + + +1910 + + +[Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.] + + + + +ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU +LUXEMBOURG (fragment) + + +"Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin? +Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas, +dat sproeit het glanzend gras, en dóór dat gaas, +verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin + +in ijle regenbogen en wuift op +en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen, +waar wazig-druiveblauwe duiven minnen? +Die rukken hunne snavels, dan vliegt op + +'t duikende duifje en klapwiekt blanker wiek +de doffer, 't klaar geblaârte slaand!... Zie, bloesems +vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems +is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek! + +Ligt niet die Liefde als een zonne-damp +over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen +merels de perels dauw het gras af stelen, +gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp? + +Alle bosschages houden heerlijk wijd +hun blâren-volten in de lucht! beneden +ligt warmte-bevend om hun voet gegleden +een vloed van gloênde bloeme', o! teederheid! + +En het geboomte steekt zijn kruinen in +elkanders kruin, dat duizend blaren strijken +elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken +streelend dooreen in zwijmelende min ..." + + +1903 + + + + +MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG + + +De meidoorns staan met hun beschroomde rood + zoo teeder + te blozen, +en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot + koost weder + hun broze +en bruidelijke rood. + +De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen + den schemer + zoo zoel, +en uit der bloemen innig-teêrste binnen + daar zwemen + Zoo zwoel +de geuren tot de zinnen. + +De rozen hangen open op de lucht, + aanhaal'ge + monden, +uit welker diepte 't zoet geheim verzucht + der zaal'ge + wonde +en zwijmelend genucht. + +En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief + uw teêr- + -heid toe! +Maar onze erinn'ring krenkt die ééne grief + en zeer + en moe +laat ons die schaam'le dief. + +Door dezen tuin van lust en schemer staren + den nacht + wij in +En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen + wij lach + en min +en garen ons den weemoed.... + + +1904 + + + + +DE REIS DOOR DEN NACHT + + + Ver was de reis door den nacht, + Den dicht-besneeuwden nacht, +De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen + Nu, in den duisteren na-nacht, + Blind in de spelonk van het rijtuig, +Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span. + + Gedoken in 't voort-ijlend hokje, + Zij, mijn Lief, en ik, en het kind, +Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld, + Hooren we enkel 't gerinkel der bellen + Over de ruischlooze wegen der nacht +In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer-- + + En het is als een heuglijke vlucht, + Stil en snel bij het bellen-gerinkel +--Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien-- + En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind + Vluchtende door den winternacht, +Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ... + + +Lugano, 1906. + + + + +DE GROOTMOEDER + + + De rozen glanzen in de maan + En onderdoor een donk'ren boom +Waar glimp-geschijn in schilfert, + Zie ik de verre bergen staan + In fijnen droom + Verzilverd. + +De rozen glanzen zijig, 't is + Alsof zij zelve stralen, +Een teêrgeurende lichternis + Hoog in de zilvren zale.... + +Een vrouwe-hoofd als was zoo wit, + 't Ivoren voorhoofd blinkend +In 't maanlicht, en om 't grijze haar + Een wit-zij sluiertje, zoo zit +De oude voor dit teêr altaar + Van berge' en witte rozelaar + In zilvren nacht verzinkend.... + +Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen, +Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen, +Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag. +Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag, +Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen, +De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen +Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood, +Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot. + + +Lugano, 1907 + + + + +ISOLA MADRE + + + Isola Madre, waar uw geel kasteel +Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide, +Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide + En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel + + Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel +Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden +Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden, + Tropische aromen broeiden door 't struweel.... + + Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven + En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud +Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen, + +Tot we, op 't terras, dien teêrsten droom in-dolen t + Ver over 't meer-azuur het doomend goud + Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven! + + +Lago Maggiore, 1909 + + + + +DE ZANG VAN NACHT EN TIJD + + + Raadsel van 't Oogenblik! + Met mijne heete handen + op 't wit papier, + zoo zit ik hier +in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden + van 't Heden. + + Water van 't meer, + ik hoor uw golven spoelen + aan duist'ren wal-- + En fluist'ren zal +de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen + aan dit Zelf. + + Nacht, zwart en dicht, + stil en ontastbaar boven + d'onstilb're golven,-- + Zoo blind bedolven +is mijn wild leven onder 't donkere verdooven + der Toekomst. + + Moeder, Vader, Vrienden, + Waarom uw vragende oogen, + en door den nacht + waarvóór uw zacht +geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u niet bedrogen, + de Tijd gaat-- + + Vrouw, die mij houdt + in uw goud-lighte leven + omhuld, o Uw + is 't gulden Nu. +Voed de uren als een durend vuur,--wee, dat het bléve + het Oogenblik. + +En, ongeboren Tijd, + Nacht!--laat ons één licht venster + in uw zwaar zwart: + dat daar mijn hart +veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster, + mijn Kind! + + +Lago Maggiore, 1910. + + + + +DE ONZICHTBARE + + +Ik wil tasten den Boom, die in den nacht + Verrijst van de wazige aarde ... +Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten + Flonkerend op de winde-zuchten, +Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde. + +Ik wil áánraken den duisteren Boom, + Die stijgt uit de wereld, en den hemel + Vult met zijn zachte takken-gewemel,-- +Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder, + Opdat ik wierd bedolven onder +Die bloemen van lucht en van goud, een droom +Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ... + +Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ... +Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft! +De tintlende starren, zij vallen niet, +Lachende neder uit den hooge +Naar dit kind, het eeuwig bedrogen +Menschkind dat streeft +En tast en niet ziet, +Verlángt, en lacht 't Verlangen aan, +zijn tranen-ruischende Schoonheid. + + + + +DE BLINDE DICHTER + + +_Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag, +10 November 1910._ + + + Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren, +Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd +Met uwe teng're sterkte hebt verheugd + En met uw rust mijne onrust deedt bedaren. + + Een fijne blos verjongde uw strakke kaak, +Uw maag're roode hand koelde in de mijne; +Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen + 't Licht uwer vroolijke en vrome spraak. + + Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij +Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken; +Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken + En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij! + + Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven, +Hoe, blinde, gij mij vóórgingt naar beneên, +De armen los neerhangend langs u heen, + Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve! + + Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag, +Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten. +Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten + Stil door den schemer tot de laatste Vraag. + + Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend, +Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen, +Naar wij het in de Heilge Boeken lezen; + Gij waart m'een Teeken: Ãk was blind, gÃj ziend! + + Zóó worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden, +Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:-- +De blinde Dichter, gaand de treden af + Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ... + + + + +HET SCHOONE STERVEN + + + Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft +Zijn gouden waas over de oude grachten + En onder 't gulden loof een stemming zweeft +van sterven in deze oude en gouden prachten,-- + +Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten + Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft +En henenzweeft in de eerste koude nachten + waarin alleen één zilvren stemklank leeft: + + De stem, die in de hooge eenzaamheden + Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd +En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren, + +Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren, + Het torenlied een laatsten glimlach wijdt + En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden. + + +Utrecht 1916 + + + + +BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM +VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN + + + + +GEDICHTEN + + + +A. NEDERLANDSCHE + + +FRANS BASTIAANSE, _Gedichten_ (2e dr. 6/11e duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, +verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk +kenmerkend voor dezen dichter is." _Hofstad_. + + * * * * * + +S. BONN, _Wat Zang en Melody_, met een woord tot inleiding van L. +Simons. + +I. 0.55 + +...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, +het landschap lacht." + +_Zangen van Hoop._ + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen +van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." +_Het Centrum_. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen +dichter, wiens boekje weldadig aandoet." _Het Tooneel_. + + * * * * * + +RENé DE CLEKCQ, _Van Aarde en Hemel_. (De Appel- +Hemelbrand--Afaasvar--Doemsdag). + +I. 0.75 + +_Uit Zonnige Jeugd_. + +C. 1.05 + +"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die +zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. _Utrechtsch Dagblad_. + + * * * * * + +P.N. VAN EYCK, _De Getooide Doolhof en andere gedichten_. + +I. 0.55 C.1.05 + +_Gedichten_. (Het Ronde Perk--Lichtende golven) + +L 0.75 C. 1.25 L. 1.40; + +"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van +stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke +rhytme." _Nieuws v.d. Dag._ + + * * * * * + +P.A. DE GENESTET, _Complete Gedichten_, voorzien van portretten van De +Génestet en mevrouw De + +Génestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten +voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + + * * * * * + +JACOB ISRAEL DE HAAN, _Het Joodsche Lied_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar +woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met +moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke +schat." _Avondpost._ + + + * * * * * + +PROSPER VAN LANGENDONCK, _Verzen_, + +I. 0.55 C. 1.05 + +"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig +gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en +een ware grootheid van opvatting." _Maasbode_. + + + * * * * * + +JAN LUYKEN, _Jezus en de Ziel_, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, +met reproducties naar de oorspronkelijke prenten. + +I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20 + +"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" _Het Volk_. + + + * * * * * + +V. DE LA MONTAGNE, _Gedichten_, met inleiding van Emm. de Bom (3e +vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf) I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 +K. 1.80 + + * * * * * + +FRANQOIS PAUWELS, _Enkele Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,--ziedaar de bron +van Pauwels' welluidende liedjes...." _Van onzen Tijd_. + + + * * * * * + +J. REDDINGIUS, _Johanneskind. Gedichten_. (2e vermeerderde dr. 6/8e +duizend) 0.55 C. 1.05 _Regenboog en Jeugdverzen_. I. 0.75 C. 1.25 L. +1.40 + +" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige +natuurgeluid van den dichter." _Is. Querido_. + + +"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten +onzer dichters worden geteld." _Willem Kloos_. + + + * * * * * + +ANNIE SALOMONS, _Nieuwe Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80 + +"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee +ons verder leven in. A joy for ever." _Utrechtsch Sted. Dagblad._ + + + * * * * * + +DE SCHOOLMEESTER, _Gedichten van_--met al de oorspronkelijke +illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e +duizend. + +I. 1.20 C. 1.70 + + * * * * * + +JULES SCHüRMANN, _Uit de Stilte_ en andere gedichten. Met voorrede van +Willem Kloos. + +I. 0.80 K. 1.60 + +"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schürmann's verzen dat zij zoo +eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen +menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht." _De Avondpost_. + + * * * * * + +NiCO VAN SUCHTELEN, _Verzen_, dramatisch, episch, lyrisch. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu +zacht--als de zuidewindsadem over de lentebloemen--dan forsch en +mannelijk--als de zeewind over de duinen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +HELENE SWARTH, _Roemeensche Volksliederen en Balladen_, naar de Fransche +proza-vertaling van Hélène Vacaresco. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in +deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke +teederheid vormende poëzie van landbouwers. _N. Rott. Crt_. + +_Verzen_. + +C. 1.05 + +... "Een prachtige bundel ..." + +_Dr. Walch_ in _Het Vaderland_. + +_Nieuwe Verzen_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." _Onze Eeuw_. + +"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." +_Delftsche Courant_. + + * * * * * + +J. WINKLER PRINS, _Gedichten_, met portret van den dichter. Verzameld en +ingeleid door J. Reddingius. + +I. 0.95 + +"Prins is in meer dan één opzicht een zeldzame verschijning geweest in +de letterkunde van Nederland." _De Volksstem_. + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ +(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e +duizend) + +L 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + + + + +B. BUITENLANDSCHE + + +ELISABETH BARRETT BROWNING, _Portugeesche Sonnetten_. Vrij bewerkt naar +het Engelsch door Hélène Swarth. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere +schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te +behouden." _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +DANTE, _De Goddelijke Comedie_, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. +Boeken. + +I. _De Hel_ (5e druk in bewerking) + +C. 1.45 L. 1.60 + +II. _De Louteringsberg_ (3e dr. 9/11e duizend) + +I. 2.--C. 2.50 L. 2.65 + +III. _Het Paradijs_ (3e dr. 9/11e duizend) + +C. 2.50 L. 2.65 + +_De drie deelen tezamen in één keurband_ + +6.45 + + * * * * * + +_Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)_ Uit het Italiaansch vertaald door Nico +van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret. + +C. 1.25 K. 2.25 + +"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk +literatuur-studie." _Avondpost_. + +"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo +groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den +Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst +verdient." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Prof. HENRI HAUVETTE, _Dante_. Inleiding tot de studie van de Divina +Commedia. + +C. 1.70 L. 1.85 K 2.70 + +"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk +te gaan lezen." _Dr. J.L. Walch_. + + * * * * * + +DANTE-PAKKET. _De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van +Hauvette_, alle in keurband, tezamen voor f 10.--in carton f 8.--. + + * * * * * + +MILTON, _Het Paradijs Verloren._ Metrische vertaling van Alex. +Gutteling. (Zes zangen) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"_Miltons_ epos van _Het Paradijs Verloren_ is een dier werken die de +letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men +behoort te kennen naast _Vondel's Lucifer."_ + + * * * * * + +ALFRED DE MUSSET, _De Nachten_. Vertaald en ingeleid door Hélène Swarth, +met portret van den schrijver. + +I. o.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij déze overbrenging in +het Hollandsch al zeer weinig geleden." _De Telegraaf_. + + + * * * * * + +WALT WHITMAN, _Grashalmen_ (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits +Wagenvoort. Met portret van den dichter. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of +Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens +werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend +geslacht." + + + * * * * * + + + + +BLOEMLEZINGEN + + +BILDERDIJK, _Willem Kloos, Bloemlezing_, met inleiding en portretten (2e +dr. 7/9e duizend) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den +dichter, is terecht veelvuldig geprezen," + + * * * * * + +RHEINVIS PEITH, _Bloemlezing_, met inleiding door Willem Kloos. Met drie +portretten. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van +Feith's werken. Dat loont!" _N. Courant_. + + * * * * * + +_Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek_ 1905/1915 met tal van bijdragen en +portretten. + +I. 0.75 + +DR. J. P. HEYE, _Bloemlezing uit de Volksdichten._ (2e dr. 7/9e +duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + + * * * * * + +_Schetsboek_ 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. +auteurs, met portretten. + +I. 7.50 + +Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.- + + * * * * * + +JOOST V.D. VONDEL, _Uit Vondels dramatische Lyriek, _ Bloemlezing door +L. Simons. + +I. 0.80 K. 1.60 + + * * * * * + +ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der +Ver. Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieën. + +1e bundel I. 1.20 C. 1.70 + +2e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +3e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +De 3 bundels in één K. 5.25 + +"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten +biedt zij een aanlokkelijk panorama van onze letteren." _Hofstad_. + +"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen +worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." _Avondpost_. + +"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." _Den Gulden Winkel_. + + * * * * * + + + + +BRIEVEN + + +VINCENT VAN GOGH, _Brieven aan zijn Broeder_. Uitgegeven en toegelicht +door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In +drie deelen. + +I. 7.50 K. 12.50 + +"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de +brieven ons nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst +opgenomen, en nog vele portretten en illustraties versieren het mooi +uitgegeven werk." _Herman Middendorp_ in _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +Dr. H. JAPIKSE, _Brieven van Johan de Witt_. I. 0.75 C. 1.25 + +"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische +studiën te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote +landgenooten. Dr. Japikse is daarbij een uitmuntende leidsman; hij +koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, de stukken die het best +de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft daarbij, in +het kort, de noodige historische toelichtingen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +MULTATULI, _Brieven_. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 +deelen geïllustreerd). + +I. 6.--L. 10.-- + +_Bij maandelijksche afbetaling van één gulden waarbij men het geheel +onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra_. + + + * * * * * + + + + +TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK + + +Dr. FRANS BASTIAANSE, _Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche +Letterkunde_. Met bloemlezing en illustraties. + +Deel I. _Middeleeuwen_ (2e dr.) + +I. 2.45 K. 3.35 + +Deel II. _17e en 18e Eeuw_. + +I. 2.45 K. 3.25 + + * * * * * + +H. L. BEECKENHOPF, _Kunstwerken en Kunstenaars_. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85 + +"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus." + + * * * * * + +Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, _Goethe's Faust_. Een studie. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan +ons gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." _K. C. Bouman-Winkler_ +in _De Gids_. + + * * * * * + +EMMANUEL DE BOM, _Het Levende Vlaanderen_. (Met 29 illustraties). + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok +volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te +brengen." + +"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat +Vlaanderen kan en wat het is," _Vragen v. d. Dag_. + + * * * * * + +M. H. VAN CAMPEN, _Over Literatuur_. Critisch en Didactisch. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en één waaraan +dit buitengewoon zuivere, critische werk, _boeiend en belangwekkend als +sinds Busken Huet zijn literarische fantasieën uitgaf, geen werk "over" +literatuur is geweest,_ ten volle beantwoordt," _Rott. Nieuwsblad_. + + * * * * * + +DESIDERIUS ERASMUS, _Een twaalftal Samenspraken, _ uit het Latijn vert. +door Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet +(uit "Het Land van Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend) + +C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20 + +_Eene tweede twaalftal Samenspraken_. Vertaald door Dr. N. J. Singels, +met twee afbeeldingen. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +_Lof der Zotheid_. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en +aanteekeningen door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke +illustraties (3e druk) + +I. 0.95 C. 1.45 + + * * * * * + +JACOB GEEL, _Onderzoek en Phantasie_. Ingeleid en met aanteekeningen +voorzien door dr. C.G.N. de Vooys. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," _Annie Salomons_. + + * * * * * + +G. KAPTEYN-MUYSKEN, _Levensrichting van dezen Tijd,_ met portret van Fr. +Hebbel. + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is +aan den duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de +schrijfster, in verband met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de +grondslagen van een Nieuwe Ethiek." + + * * * * * + +C.R. DE KLERK, _Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen_. (In +Band I v. Vondels Spelen) + +I. 1.20 C. 1.70 + +_Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen_. + +K. 4.75 + +"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen +onbevoegdheid te onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den +weg weet als een vakman en zijn Augustinus en zijn Plotinus kent als +waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... _Dr. J.H. Gunning Wzn._ + + * * * * * + +E. D'OLIVEIRA, _De mannen van '80 aan het woord,_ (Van Deyssel, v. +Eeden, Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en +nieuwe portretten (3e dr. 9/lle duizend) + +I. 1.60 C. 2.10 + +"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs +van zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat +vertellen." _N. Rotf. Courant_. + +"_De Jongere Generatie_". (Vervolg op "De Mannen van '80") met +portretten (2e druk) 7/9e duizend) + +I. 2.45 C. 2.95 + +Dit boekje geeft gesprekken met: _Johan de Meester-Karel van de +Woestijne-Josine A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman +Robbers-Is. Querido-Carel Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van +Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan_. + +.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira +blijkbaar met een fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden +en weer te geven ia de hier geboden bladzijden".... _Den +Gulden-Winckel._ + + * * * * * + +HERMAN POORT, _Over Literatuur_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver +zijn inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of +toelichtend met de voorbeelden uit de letterkunde." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Is. QUERIDO, _Studiën, tweede bundel_. I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche +Roman van Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over +Speenhoff-Het Ivoren Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik +van Eeden-Drie boeken van Couperus-Verzamelde Opstellen van Van +Deyssel-Moeder. + +_Literatuur en Kunst_. + +I. 2.50 + + * * * * * + +CAREL SCHARTEN, _Het Spellingvraagstuk_. "De Vereenvoudigde een gevaar +voor Volk en Stam." I. 0.20 + +_De Roeping der Kunst_. (De Poëzie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de +oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal). I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en +hoog-geestelijken toon die hem eigen is,--teer-, en diep-, en +Eeftig-indringend." _Is. Querido_. + + * * * * * + +L. SIMONS, _Studies en Lezingen._ + +I. 1.40 C. 1.90 + +Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard +Shaw-Vondels Jeftha-Vondels Gijs-brecht van Aemstel-Molière's +Vrek-Molière's Tartuffe Tartuffe-Lezingen. + +_...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde +en nooit genoegzaam aangeprezen beginselen....."_ _De Telegraaf._ + +_Voordragen en Tooneelspelen_. + +I. 0.10 + +_Voordragen II_. Toegelicht met voorbeelden. + +I. 0.10 + +_De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama._ Deel I en II (tot +1625), 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen + +I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95 + +"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in +het Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral +Engeland, ook Nederl. en Spanje)." + +_Vondels Dramatiek_ (In Band 4 v. Vondels Spelen), + +L 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + + * * * * * + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ (5de +druk 21/23ste duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + +Dr. C.G.N. DE VOOYS, _Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland._ + +I. 0.25 + +"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer +Scharten "Het Spellingvraagstuk." + + * * * * * + +Prof. J.J.G. VÜRTHEIM, _Grieksche Letterkunde_. Geïllustreerd. + +I. 1.4O C. 1.90 + +"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid +bewerkt; we voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." _Alg. +Handelsblad_. + +_Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poëzie_. + +I. 2.75 K. 4.-- + +"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling +voor de ouden." _Tijdspiegel_. + +"Een heel belangrijke en origineele studie." _Vlaamsch Heelal_. + + + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al. + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13326 *** diff --git a/13326-h/13326-h.htm b/13326-h/13326-h.htm new file mode 100644 index 0000000..50fdead --- /dev/null +++ b/13326-h/13326-h.htm @@ -0,0 +1,3005 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content= + "text/html; charset=UTF-8"> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Van Vijf Moderne Dichters, door P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos en Carel Scharten. + </title> + <style type="text/css"> + <!-- + * { font-family: Times;} + P { text-indent: 1em; + margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; } + H2 { text-align: left; } + H1,H3,H4,H5,H6 { text-align: center; } + HR { width: 33%; + margin-top: 1em; + margin-bottom: 1em;} + BODY{margin-left: 10%; + margin-right: 10%;} + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* block indent */ + // --> + </style> + </head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13326 ***</div> + + <h1>VAN VIJF MODERNE DICHTERS</h1> + <br /> + <h3>[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS, WIES MOENS, WILLEM KLOOS,<br /> + MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN]</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + <center> + <img src="images/titelpagina.png" alt="Titelpagina Van Vijf Moderne Dichters" + width="250" /> + </center> + <h3>NEDERL. BIBLIOTHEEK ONDER LEIDING VAN L. SIMONS</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + + <h3>MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR</h3> + <br /> + <br /> + + <h3>AMSTERDAM</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + + <h3>1922</h3> + <br /> + <br /> + + <hr /> + <h2>INHOUDSOPGAVE</h2> + <a href="#VOORWOORD"><b>VOORWOORD</b></a><br /> + <a href="#BOUTENS"><b>Dr. P.C. BOUTENS</b></a><br /> + <a href="#MOENS"><b>WIES MOENS</b></a><br /> + <a href="#KLOOS"><b>WILLEM KLOOS</b></a><br /> + <a href="#VOS"><b>MARGOT VOS</b></a><br /> + <a href="#SCHARTEN"><b>CAREL SCHARTEN</b></a><br /> + + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="VOORWOORD" name="VOORWOORD"></a> + <h2>VOORWOORD</h2> + <br /> + <br /> + <p>Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche dichters, is + niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn ontstaan eenvoudig aan de + overweging dat het, waar wij ieder jaar niet meer dan één dichtbundel + plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou duren eer de belangrijkste dichters van + ons land in onze Nederlandsche Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij + noodigden daarom een aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden + uit, aan dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af welke + auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit toeval is er toch in + zooverre systeem in de bloemlezing dat zij typeerend werk biedt van de drie + opeenvolgende dichtergeneraties na 1880.</p> + <p>In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te + vereenigen.</p> + <br /> + <br /> + + <p>DE REDACTIE DER W.B.</p> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="BOUTENS" name="BOUTENS">VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <img src="images/boutens.jpg" alt="Dr. P.C. Boutens" width="250" /> <br /> + <br /> + O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT<br /> + <br /> + <br /> + O liefde, liefde, die als lijden zijt,<br /> + Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag,<br /> + Dat ik de wereld en haar kindren mag<br /> + Zien in uw licht, een kind dat u belijd.<br /> + <br /> + En laat mij niet alleen, maar in den nacht<br /> + Daal in de schaduw van mijn koele borst,<br /> + Dan zal ik veilig slapen als een vorst,<br /> + Die rust in 't midden van bevriende wacht.<br /> + <br /> + Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas,<br /> + Boordevol bloed van uwen rooden wijn;<br /> + <br /> + In 't nachtehart als een weekgele schijn,<br /> + In donkre nis weenlichtende topaas;<br /> + <br /> + Maar in den dag een levende fontein,<br /> + Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas.<br /> + <br /> + (<i>Verzen</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + O, ELKEN DAG BEGINNEN<br /> + <br /> + <br /> + O, elken dag beginnen<br /> + Dit broze bezinnen<br /> + Als hartdoorgloedenden wijn,—<br /> + Iederen nacht vergeten<br /> + Dit vorstlijk weten,<br /> + Dat gij zijt mijn.<br /> + <br /> + Door diepe droomedalen<br /> + Eenzamen nacht verdwalen<br /> + Als arm man zonder wijk,—<br /> + In morgenpaleizen<br /> + Den dag zien rijzen<br /> + Over eigen wonderrijk.<br /> + <br /> + Met avond sterven,<br /> + Een Koning zonder erven,<br /> + In koelen nachtedood gebed,—<br /> + Met morgen rijden<br /> + In feesttocht van verblijden<br /> + Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad.<br /> + <br /> + Uit iedren nacht herboren,<br /> + Tot iedren dag verkoren,<br /> + Een godgeroepen kind zoo vroom,<br /> + Dat met diepopgetogen<br /> + Jongheilige oogen<br /> + Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom.<br /> + <br /> + (<i>Praeludiën</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + IK DENK ALDOOR AAN ROZEN<br /> + <br /> + <br /> + Ik denk aldoor aan rozen,<br /> + Rozen wit en rood,<br /> + Tot al gepeinzen overblozen<br /> + Uw eigen voetjes warm en bloot.<br /> + <br /> + Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen,<br /> + Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt,<br /> + Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen<br /> + En al geluid versmelt.<br /> + <br /> + Ik zie aldoor als blanke sterren stralen<br /> + Door 't donkerzware middagblauw,<br /> + Totdat uw oogen naar mij dalen<br /> + Van boven de'avonddauw.<br /> + <br /> + Van u kan maar bij deelen droomen<br /> + De lange dag die u verwacht;<br /> + En wonder blijft uw volle komen<br /> + Straks aan de hand der jonge nacht.<br /> + <br /> + (<i>Praeludiën</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + INVOCATIO AMORIS<br /> + <br /> + <br /> + Dien de blinden blinde smaden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar uw glans hun schemer dooft</span><br /> + Waar de kroon van uw genaden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weêrlicht om één sterflijk + hoofd:</span><br /> + <br /> + Door de duizenden verloornen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aangebeden noch vermoed:</span><br /> + God dien enkel uw verkoornen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Loven voor het hoogste goed....</span><br /> + <br /> + Door de kleurgebroken bogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van de tranen die gij zondt,</span><br /> + Worden ziende weêr mijn oogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als in nieuwen morgenstond:</span><br /> + <br /> + Zien de matelooze wereld<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stralen nog van zoom tot zoom;</span><br /> + Heel de matelooze wereld<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bleef uw ongerepte droom!</span><br /> + <br /> + Laat mij onder uw beminden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Zij gij zegent of kastijdt:</span><br /> + Blijf mij eeuwiglijk verblinden<br /> + Tot het kind dat u belijdt.<br /> + <br /> + Lust en smart in uwe banden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Werd hetzelfde hemelsch brood:</span><br /> + Eindloos zoet uit uwe handen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Laav' de laatste teug, de dood.</span><br /> + <br /> + (<i>Vergeten Liedjes</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NAMEN<br /> + <br /> + <br /> + Wat is u of mij een naam,<br /> + Werelds prijs of werelds blaam,<br /> + Als de ziel de dingen weet en mint<br /> + Dieper dan hun naam, mijn kind?<br /> + <br /> + Elk ding krijgt zijn gouden naam<br /> + Eens in schoonheids vol verzaam<br /> + Als al schoone dingen zijn<br /> + Zonneklaar en zonder schijn.<br /> + <br /> + Daar vervalt het schoone woord<br /> + Hem wien reeds de zaak behoort,<br /> + Die haar diepst heeft liefgehad<br /> + Zonder dat.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AVONDWANDELING<br /> + <br /> + <br /> + Wij hebben ons vandaag verlaat!<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Pas bij de laatste brug</span><br /> + Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar keerden wij terug.</span><br /> + <br /> + Achter ons dekt de witte damp<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De schemerende landen.</span><br /> + Zóó zijn wij thuis. Wij zien de lamp<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In looveren warande ...</span><br /> + <br /> + Wat gingen wij vanavond ver,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het werd alleen tè laat:</span><br /> + Nog verder dan de gouden ster<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan blauwe hemelstraat!</span><br /> + <br /> + Zoo saam doen twee een korte poos<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Over een wijd gebied!...</span><br /> + Nog liggen wegen eindeloos<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor morgen in 't verschiet!...</span><br /> + <br /> + O konden we eens zoo samen staan<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan de allerlaatste brug,</span><br /> + En saam en blij er overgaan—<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij kwamen nooit terug!</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + BIJ EEN DOODE<br /> + <br /> + <br /> + Lief, ik kan niet om hem weenen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar hij stil en eenzaam ligt</span><br /> + In het schoon doorzichtig steenen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Masker van zijn aangezicht</span><br /> + Dat de dingen er om henen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met zijn bleeke toorts belicht.</span><br /> + <br /> + Lief, ik kan geen tranen vinden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als mijn hart hem elders peist,</span><br /> + Waar zijn ziel met de beminde<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sterren van den avond rijst</span><br /> + En ons, dagelijks verblinden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hooger wegen wijst.</span><br /> + <br /> + Naar de heemlen van de lage zoden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stijg' de gouden offervlam!</span><br /> + Wie kan weenen naar de vroeg vergoden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die de dood ons halen kwam?—</span><br /> + Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die het leven nam.</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + MAANLICHT<br /> + <br /> + <br /> + Het maanlicht vult de zuivre heemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met glanzende geheimenis,</span><br /> + De luisterblauwe verten weemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van Die alom en nergens is.</span><br /> + <br /> + Alleen de groote zonnen hangen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als feller kaarsen in dien schijn:</span><br /> + De ziel herdenkt heur lang verlangen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In nietsverlangend zaligzijn.</span><br /> + <br /> + Alsof van achter diepe slippen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Haar dolend tasten eindlijk vond</span><br /> + Met hare warme blinde lippen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Nog lichter lust dan uwen mond.</span><br /> + <br /> + Weg boven dood en leven zweven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij op in duizelhellen schrik:</span><br /> + O kort en onbegrensd beleven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van eeuwigheid in oogenblik!...</span><br /> + <br /> + Het maanlicht vult de zuivre heemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met glanzende geheimenis,</span><br /> + De luisterblauwe verten weemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van Die alom en nergens is.</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HERDENKEN<br /> + <br /> + <br /> + Nimmer zal de ziel vergeten<br /> + Schoone wereld waar zij leerde<br /> + Wat gemis niet had geweten<br /> + Dat zij de eeuwen lang begeerde:<br /> + <br /> + O te lachen, o te weenen,<br /> + Zich in lach en tranen geven,<br /> + Tot te lachen of te weenen<br /> + Wordt der lichte ziel om 't even:<br /> + <br /> + O te weenen, o te lachen<br /> + Tot de neevlen zijn doorschenen,<br /> + En haar weenen wordt als lachen,<br /> + En haar lachen is als weenen:<br /> + <br /> + Land van lachen en van schreien<br /> + Tot de stille dood haar strekte,<br /> + Waar haar smart en haar verblijen<br /> + Al de zuivere echo's wekte,<br /> + <br /> + Nimmer zal de ziel vergeten<br /> + Schoone wereld waar zij leerde<br /> + Wat zij zelf niet had geweten<br /> + Dat zij de eeuwen lang begeerde.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NACHT-STILTE<br /> + <br /> + <br /> + Stil, wees stil: op zilvren voeten<br /> + Schrijdt de stilte door den nacht,<br /> + Stilte die der goden groeten<br /> + Overbrengt naar lage wacht ...<br /> + Wat niet ziel tot ziel kon spreken<br /> + Door der dagen ijl gegons,<br /> + Spreekt uit overluchtsche streken,<br /> + Klaar als ster in licht zoû breken,<br /> + Zonder smet van taal of teeken<br /> + God in elk van ons.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + STERRENHEMEL<br /> + <br /> + Nu kunt gij veilig slapen gaan,<br /> + Nu al de heemlen openstaan:<br /> + Ziel, wier verlangen eiken donkren wand<br /> + In ster aan ster doorzichtig brandt,<br /> + En in de schoonheid van dit tijdlijk land<br /> + Al minnen moet uw eeuwig lot,<br /> + Daar uw verrukking uitziet tot<br /> + Den troon van God.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN<br /> + <br /> + <br /> + Niets bindt zoo ongelijken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Blijden en droeven,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Armen, en rijken,</span><br /> + Als dit gedeeld behoeven,<br /> + <br /> + Dit, onbewust van geven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aldoor ontvangen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tot alle leven</span><br /> + Verging in één verlangen<br /> + <br /> + Dat niet meer zijn kan zonder<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zijn alle dagen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vernieuwde wonder</span><br /> + Van zegen niet te dragen<br /> + <br /> + En zoo verlicht ontstijgen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan elkander</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat het moet neigen</span><br /> + In deernis naar den ander<br /> + <br /> + Die leek omlaaggebleven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar rijst ons tegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In blind ontzweven</span><br /> + Naar ongekende wegen.<br /> + <br /> + <i>(Lente-maan)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE<br /> + <br /> + <br /> + Alle heemlen vult de zoete roke<br /> + Van een nooit in bloesem uitgebroken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Knoppenzwellende geheimenis:</span><br /> + Zon en regen van de lage luchten<br /> + Voelen wij haar wekken en bevruchten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uit haar beidende bezwijmenis.</span><br /> + <br /> + Door het licht-en-donkere verglijden<br /> + Dezer doelloos wisslende getijden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Streeft een nieuw en vast seizoen;</span><br /> + Achter branden van nabije zonnen<br /> + Is de groote dageraad begonnen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van een andren, blinden noen.</span><br /> + <br /> + En de ziel in elk besterft tot luistren<br /> + Naar het heimlijk lenteluwe fluistren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van een vreemde stem die lokt en vleit:</span><br /> + Die het liefste met elkander deelen,<br /> + Rijzen stil als bloemen op haar stelen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In gescheidene verzonkenheid.</span><br /> + <br /> + Tot hun oogen straks weêr samenneigen<br /> + En de spiegel van hun eenzaam zwijgen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor het voorgevoel bezwijkt</span><br /> + Dat een nieuwe meester in 't beminnen<br /> + Ieders hart afzonderlijk komt winnen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En in 't eind dezelfde blijkt.</span><br /> + <br /> + <i>(Lente-maan)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AAN DE SCHOONHEID<br /> + <br /> + <br /> + Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid<br /> + In ons huis, in ons te ontvangen;<br /> + Kom niet vóór de Wereld openleit<br /> + Breede bedding uwer heerlijkheid;<br /> + Kom niet eerder: ons verlangen<br /> + Is sterker dan de tijd!<br /> + <br /> + Niet zoolang aan aardes blonde brood<br /> + Wij ons vloek en smaadheid eten;<br /> + Niet zoolang met maat van veler nood<br /> + De overvloed der enklen wordt gemeten;<br /> + Niet vóórdat ons aller jeugd den dood<br /> + Om het blijde leven kan vergeten!<br /> + <br /> + Als een zuivre zelfverlichte<br /> + Zegenzware wolkkolon<br /> + Doemt gij in de diepe vergezichten<br /> + Achter zeeën maan en zon:<br /> + Geen gedachte die met felste schichten<br /> + Ooit uw glans bereiken kon,<br /> + Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte<br /> + En uw milden dauw niet won!<br /> + <br /> + Van al templen u gebouwd<br /> + Uit de marmeren gedachten<br /> + Van de schooner levende geslachten,<br /> + Is er géén die u besloten houdt:<br /> + Als voor steen en goud<br /> + U de volkren offer brachten,<br /> + Vond en zong u 't eenzaam smachten<br /> + Van een kind in lentewoud!<br /> + <br /> + Alwier oogen smartverklaard<br /> + Aan den einder hunner dagen<br /> + Uw bestendig weêrlicht zagen,<br /> + Vreugdes morgen over schemeraard,<br /> + Hebben vrij en onbezwaard<br /> + 't Donker menschenhart gedragen:—<br /> + Al hun lijden is melodisch klagen<br /> + Dat gij niet voor allen waart.<br /> + <br /> + Bidden niet en handenwringen<br /> + Lokt de goôn;—<br /> + Waar een hart het uit moet zingen,<br /> + Daalt het ongebeden loon,<br /> + Neigt de naaste van de hemelingen<br /> + Zich tot haar bestemde woon.<br /> + <br /> + O wij weten wel wat lentedag<br /> + Al de stille sneeuw die gadert,<br /> + Van uw bergen dooien moet;<br /> + Dat zijn uur door de eeuwen nadert,<br /> + Dat geen hart ontbreken mag<br /> + Tot zijn gloed!<br /> + <br /> + Vochte koelte zoeft door 't bruine riet;<br /> + Sappen gisten in het dor geraamte—<br /> + Overval ons niet in onze schaamte:<br /> + Schoonheid, kom nog niet!<br /> + <br /> + <i>(Stemmen)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LETHE<br /> + <br /> + <br /> + "Hoe over 't brandend blind bazalt<br /> + Vind ik den weg naar Lethe?—<br /> + O alles te vergeten<br /> + Eer de avond valt!<br /> + <br /> + "Ik weet dat dood en donker komen<br /> + Als dit schel daglicht is gebluscht,<br /> + Maar ik wil diepe klare rust<br /> + En zonder droomen.<br /> + <br /> + "Voor wie als ik van kind tot knaap,<br /> + Van man tot grijsaard derven,<br /> + Voor die is dood en sterven<br /> + Maar verontruste slaap....<br /> + <br /> + "De zoete macht tot lach of traan<br /> + Gaf mij en nam mij 't leven.<br /> + Alleen mijn oogen bleven<br /> + Kijken, mijn voeten gaan.<br /> + <br /> + "Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging,<br /> + Is langs mijn wakende oogen<br /> + De lange trein getogen<br /> + Van aller lust herinnering.<br /> + <br /> + "Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet?<br /> + Al 't reddeloos volbrachte,<br /> + Al 't reddeloos gedachte:<br /> + Gelijk is wat ik liet en deed!<br /> + <br /> + "O eer de dood mijn leden bind'<br /> + En hen voor eeuwig bedde,—<br /> + Wat zal mijn oogen redden<br /> + Van dezen droom die immer nieuw begint?:<br /> + <br /> + "O blanke ziel, o roode bloed,<br /> + O hart verdwaald daartusschen,—<br /> + Wie zal in slaap u sussen<br /> + Tezamen en voorgoed?<br /> + <br /> + "Mijn voet kan vóor den avondval<br /> + Nog vele mijlen reizen,<br /> + Wil één den weg mij wijzen<br /> + Naar Lethe's dal.<br /> + <br /> + "Wie over 't brandend blind bazalt<br /> + Brengt mij naar Lethe?—<br /> + O alles te vergeten<br /> + Eer de avond valt!"<br /> + <br /> + <i>(Stemmen)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LIEFDES UUR<br /> + <br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het is de blanke dageraad:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De diepe wei waar nog geen maaier gaat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Staat van bedauwde bloemen wit en geel;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De zilvren stroom leidt als een zuivre + straat</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weg in het nevellicht azuur;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En morgens zingend hart, de leeuwrik, + slaat</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uit zijn verdwaasde keel</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wijsheid die geen betracht en elk + verstaat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreugd zonder maat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreugd zonder duur....</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De zon genaakt de middagsteê:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In diepte van doorgloede luchtezee</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Smoort de akker onder 't bare goud;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De vonken sikkel snerpt door 't droge + graan;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De schaduw krimpt terug in 't hout;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In hemel-en in waterbaan</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Geen wolken gaan;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Alleen de wit-doorzichte maan</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Blijft louter in het blauwe hemelvuur + ...</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is de avond: in zijn rosse goud</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wordt schoon en oud</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Der wereld dagehel gezicht;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Snel aan den hemel valt het water van het + licht;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En al de windestemmen komen vrij;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De laatste wagen wankelt naar de schuur;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De dooden wenken aan den duistren + Oostermuur;</span><br /> + En boven glansbeloopen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Westersche schans in groene hemelwei</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Straalt Venus' gouden aster open</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo plotseling en puur ...</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LEEUWERIK<br /> + <br /> + <br /> + Blijft gij nooit éen blanken uchtend,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Leeuwrik, zingen hier beneên,</span><br /> + Die uw nachtlijk nest ontvluchtend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Door de zilvren neevlen heen</span><br /> + <br /> + Vleuglings vindt de gouden wegen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar uw aadmen juichen wordt,</span><br /> + Tot uw zang in vuren regen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar de koele vore stort;</span><br /> + <br /> + Zingt gij nooit de roode smarten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van den duistren aardenacht,</span><br /> + Wordt het bloeden onzer harten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wel gestelpt, maar nooit verklacht?...</span><br /> + <br /> + In het ijle blauw verloren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Volgt mijn oog niet meer uw vlucht,</span><br /> + Maar uw antwoord dwaast mijn ooren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met zijn zaligend gerucht:</span><br /> + <br /> + Steeds, uit vreugd of smart gerezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Heeft de ziel uw vreugd verstaan,</span><br /> + En tot uwe vreugd genezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ons gemeen geheim geraên:</span><br /> + <br /> + Alle smart omhooggedragen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Meerdert vreugdes gouden schat:</span><br /> + Slechts de vleuglen die ons schragen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zijn van aardes tranen nat.</span><br /> + <br /> + <i>(Carmina)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="MOENS" name="MOENS">VERZEN VAN WIES MOENS</a></h2> + <br /> + <br /> + <img src="images/moens.jpg" alt="Wies Moens" width="250" /> <br /> + <br /> + <br /> + LIED<br /> + <br /> + <br /> + Vesperbanken<br /> + als vlinders<br /> + komen zich zetten in je haar.<br /> + <br /> + Ik kus je voorhoofd<br /> + de witte Bethlehemster<br /> + over dit avondland<br /> + luidroepend als een klok!<br /> + <br /> + Ik zing<br /> + de tobogganlijn van je hals.<br /> + <br /> + Eeuwig moet ik<br /> + het bloedige riet bespelen<br /> + aan je mond:<br /> + ik heb het fluitewijsje lief<br /> + van je ziel!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + EROTIEK<br /> + <br /> + <br /> + Krisdans, fakkeltocht,<br /> + blinkende skipad hoog:<br /> + <br /> + Leven dat ik je brengen moet<br /> + lijk het stond<br /> + van kino en nachthonger opengerukt<br /> + in straatmeisjes ogen;<br /> + <br /> + achter de wilde honigvelden<br /> + van mijn hart,<br /> + Leven lacht<br /> + kind met blote tanden<br /> + reikt je zijn melkwitte handen<br /> + Zo goed, zo goed!<br /> + <br /> + Wees sneeuwster<br /> + en laat je verslinden<br /> + in de zachte brand<br /> + van mijn hand.<br /> + Ik breng je op mijn tong:<br /> + wind, hemel en aarde!<br /> + <br /> + Als morgen over de wereld luidt<br /> + hoor mijn Avé.<br /> + Op de hemel van je ziel<br /> + laat me bloeien:<br /> + boom, van je zon, van je luchten,<br /> + hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten,<br /> + zijn laatste blad en zijn vogelen<br /> + alle in je schoot.<br /> + Je draagt de vracht zo licht.<br /> + Zo lacht voor je mijn ziel,<br /> + en zingt<br /> + als want van schepen in de wind,<br /> + zon en dauw omzoend—<br /> + en ik ben je luit<br /> + aan alle snaren gesprongen<br /> + van tranen,<br /> + van lach,<br /> + van zaligheid!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + SLAAP<br /> + <br /> + <br /> + Als je ver afzit in de kring<br /> + —lamp heeft zich over ons verwonderd:<br /> + opspringende vond zij<br /> + blijde zonnen om haar:<br /> + onze gezichten!—<br /> + warm bebroeden je mijn ogen.<br /> + <br /> + Niet nachtelik is mijne liefde:<br /> + Ophelia-maan dolend langs moren en grachten,<br /> + maar een Septembermorgen<br /> + met zon die de mist vaneenklaroent,<br /> + en de geur van mijn liefde<br /> + als van een vers gekalefaterde boot.<br /> + <br /> + Ik kom van zo wijd, en telkens weer,<br /> + de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land;<br /> + de witte berg<br /> + van je schouder is ver,<br /> + de zoete klokken<br /> + over het Meidal van je gelaat.<br /> + <br /> + Nu, lijk de voerman in de vriesnacht,<br /> + wetend gezellige herberg,<br /> + stallamp en schelf, de polk in het hooi—<br /> + over eindeloze banen dokkert mijn hart<br /> + naar de slaap die in je moederlik is.<br /> + En lamp legt honig over je zoete leden!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + WINTERLAND<br /> + <br /> + <br /> + Neer vallen op witte sneeuw<br /> + de rode roodborstjes als bloedkoralen.<br /> + <br /> + Eindeloos wit is witte winterland,<br /> + ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon:<br /> + korrel voor korrel moet<br /> + de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd.<br /> + O maar de kamer<br /> + is 'n avonds een wonderbaar eiland:<br /> + in pril groen,<br /> + in room-milde zon<br /> + ontluiken wij naar mekaar.<br /> + <br /> + Wimpers over je ogen<br /> + zijn lijk zijden batik over de lamp.<br /> + Wijl je mij reikt<br /> + de witte kelk van je hals,<br /> + weer ik voorzichtig<br /> + —rozeblaadjes op wijn—<br /> + je lippen,<br /> + zoekend de koele sneeuw van je tanden.<br /> + <br /> + Ligt eindeloos wit het witte winterland:<br /> + je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen,<br /> + kransen van roodborstjes<br /> + slinger ik om je hals!<br /> + <br /> + —Blank in de witte sneeuw geplant<br /> + staat de blinkende brand<br /> + van het licht door de ruit.<br /> + En voor de bruid<br /> + rinkelen de sleebellen hun lied!—<br /> + <br /> + Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster,<br /> + dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen,<br /> + zingen hun deuntjes van huis tot huis.<br /> + Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens,<br /> + witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw:<br /> + Kersklokken wijd ik voor allen<br /> + met chrisma bereid aan je mond!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE WEG<br /> + <br /> + <br /> + De lange deemoed is de weg naar u,<br /> + o Volk, moeder der geslachten.<br /> + <br /> + In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht.<br /> + Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif<br /> + gij ziet hen van u gaan,<br /> + die schreiende geboren uit uw vrolik vlees<br /> + dat uw lach als een golf naar de sterren hees!<br /> + <br /> + Uw hart is een zoet tabernakel, blauw<br /> + Als het kleed van de Lieve-Vrouw.<br /> + Maar in uw dromen,<br /> + die rood en goud aan de einder staan,<br /> + moeten gehelmde krijgers,<br /> + koninginnen in kanten gewaad,<br /> + bonte stoeten over de aarde gaan.<br /> + <br /> + Uit u ontspringen jaar op jaar<br /> + als van een heilige eik<br /> + twijgen wier teer uitlopen het land verjongt.<br /> + —O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!—<br /> + En voor de zwerver spilt gij iedere dag,<br /> + de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk:<br /> + want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weëekelk.<br /> + <br /> + De lange deemoed is de weg naar u,<br /> + o Moeder-Volk!<br /> + Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen,<br /> + vlammen die vredig in ons als havenlichten branden,<br /> + nu moeten wij komen een voor een:<br /> + <br /> + naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt,<br /> + naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond,<br /> + naar uw melk-overdaad,<br /> + uw blanke wonder van toeverlaat,<br /> + O Moeder,<br /> + eeuwige moeder,<br /> + Volk!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DRIELUIK<br /> + <br /> + <br /> + Loopt hij met zijn meisje<br /> + langs witte maanpaden—<br /> + ver ronken de kermisorgels<br /> + en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp—<br /> + hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart,<br /> + want zijn hart is een weke occarina.<br /> + Ronde boomkruintjes, haar ogen,<br /> + waaien gestaag hun bloesems in zijn hand.<br /> + <br /> + Maar hij is soldaat<br /> + die op nachtwake staat—<br /> + nacht: blauwe cowboyfilm;<br /> + zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen,<br /> + buitelen de nachtegalen!—<br /> + Drievoudig ontbloeit zijn heimwee:<br /> + Zondag-dorp-meisje,<br /> + en hij loopt een pas of wat,<br /> + kuchend als het treintje<br /> + dat hem naar huis voert ...<br /> + Dan, onder de sterrewielingen<br /> + staat hij verloren,<br /> + en kijkt scherp uit, als een stuurman.<br /> + <br /> + Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden,<br /> + brult zijn keel schor,<br /> + danst vonken uit de vloerkarelen—<br /> + een plotse, koele dronk<br /> + doet hem opspringen: "mijn lief!"<br /> + en hij wipt de straat over<br /> + als een jonge haas!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + APOTHEOSE<br /> + <br /> + <i>Aan E. L. T. Mesens</i><br /> + <br /> + <br /> + Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging.<br /> + Nu gaan liggen met de wind<br /> + om torens en achter hagen,<br /> + vertrouwde luiken sluiten,<br /> + uitbreken met de fluiten<br /> + van de regen die aanzet als een eskadron.<br /> + Als in de stad je vreugde ontsprong<br /> + met de lichten alle.<br /> + God keurt de stad als een diamant<br /> + zij brandt tussen Zijn vingeren.<br /> + Hij is het die de aarde heeft gezet<br /> + ronkende bij in de kelk der hemelen<br /> + en schept de vloed der straten:<br /> + Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel!<br /> + <br /> + In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was,<br /> + je maal en de mensen,<br /> + hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist,<br /> + je vreugd opgewacht<br /> + en haar onthaald op een lied<br /> + dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt,<br /> + zoet—en gebarsten van honger<br /> + als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht!<br /> + En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten"<br /> + <br /> + Tziganen zijn zij voor jou,<br /> + hun spel is van liefde en honger,<br /> + eindeloze hemel over de steppen!<br /> + <br /> + En het is deze zelfde avond<br /> + dat op je weg wordt gezet<br /> + een moedertje,<br /> + en je ziet<br /> + hoe de regen op haar mantel<br /> + gestolde paarlen laat,<br /> + de laatste bries,<br /> + waarin de dag uitblies,<br /> + heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid,<br /> + al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten!<br /> + <br /> + Op je bloed,<br /> + als een vloot triomfant:<br /> + wil<br /> + de stad te zetten blok na blok<br /> + tot een kathedraal over haar;<br /> + uit het gonzen der stemmen millioenen,<br /> + tinkelen der trems:<br /> + kinderen roepend mekaar van ver en nabij<br /> + (je ziel gewerkt door alle geruchten<br /> + als rook die in de regen slaat)<br /> + bronzen klok voor haar lof,<br /> + en de lichten van je liefde<br /> + van pijler tot pijler!<br /> + <br /> + O te zijn in dit avonduur om haar<br /> + van de Stad de grote minnaar<br /> + —je draagt haar op je hand<br /> + zo men ziet heiligen dragen<br /> + kerken en kloosters op hun handen,<br /> + lach van je ziel doolt<br /> + met de blauwe wierook uit je pijp<br /> + door alle straten,<br /> + En de muziek van je ogen hommelt<br /> + ver het land in<br /> + dat zich alom heeft gezet aan de stad<br /> + als een lief aan haar Hoogliefs voeten.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LIED VAN DE ARBEID<br /> + <br /> + <br /> + Vandaag is het over mij gekomen<br /> + en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen.<br /> + Ons woord is anders geworden,<br /> + vaste klank kwam in onze stem,<br /> + en ons gebaar<br /> + tekent de komende visioenen op de lucht—<br /> + wij: bouwers met horizonnen!<br /> + <br /> + De grote wind die komt van de zee en de vlakte<br /> + hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd.<br /> + Meeuwen tuimelden over de stad,<br /> + de zon is uit de wolken gevallen.<br /> + Dit is het grote Hosannah:<br /> + de mensen laten zich dragen op de wind,<br /> + dit is het grote Hosannah<br /> + van de wind en de wolken<br /> + die zingen door de mensen<br /> + —en de ongeboren kindertjes<br /> + zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder!<br /> + De grote wind die komt van de zee en de vlakte.<br /> + <br /> + Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel<br /> + —mijn ziel was de warme, ronkende haven,<br /> + luw nest voor de tochten en de tijen—<br /> + als een galjoot geschoten in zee,<br /> + als een ranke galjoot ten dans gevoerd,<br /> + dans van de baren en de kimmen,<br /> + dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten.<br /> + <br /> + Overal waar deze galjoot voorbijdanst<br /> + zullen de mensen samenlopen op het strand,<br /> + en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld.<br /> + <br /> + Want mijn galjoot draagt het evangelie<br /> + van al mijn dwalen en van mijn berouw,<br /> + de goede, vreugdevolle tijding<br /> + —schalt de wereld, stem is overal<br /> + van de daken en de telefoonpalen,<br /> + van de elevators, klimmasten voor het havendiet!—<br /> + Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid,<br /> + en niets is meer van mij-zelf<br /> + maar alles is van u, en u, en van allen;<br /> + het is éne goddelike ritme dat ons allen beweegt,<br /> + de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man,<br /> + het is alles één: wat de grashalm richt naar de zon,<br /> + het meisje doet knielen aan haar lief,<br /> + alles één in de grenzeloze, meteloze omarming<br /> + Liefde!<br /> + <br /> + Zo, lijk een kind<br /> + dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt,<br /> + de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook<br /> + dit groefje dat aan haar mond ontspringt,<br /> + en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals<br /> + en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele—<br /> + o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel!<br /> + <br /> + Als een die in het witte vlees van zijn lief<br /> + zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren<br /> + —uitrukken! uitrukken!—<br /> + het is zo ver, en zo ver,<br /> + en het is zo goed!<br /> + <br /> + Zo goed<br /> + als een klokje diep in het dal,<br /> + de lauwe geur van veevoeder overal<br /> + 's avonds over de dorpen lijk een offerande.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="KLOOS" name="KLOOS">VERZEN VAN WILLEM KLOOS</a></h2> + <br /> + <br /> + <img src="images/kloos.jpg" alt="Willem Kloos--Naar Antoon van Welie" width="250" /> + <br /> + <br /> + <br /> + PERCY BYSSHE SHELLEY<br /> + <br /> + <i>AAN CO REYNEKE VAN STUWE</i><br /> + <br /> + <br /> + I. PROÖIMION<br /> + <br /> + <br /> + Soms, als men diep in zijn gedachten klimt<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar de aan het zwarte azuur te ziene + plekken,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken,</span><br /> + Wier magisch scheemren weifelend verschimt,<br /> + <br /> + Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Beide armen ijlings voor zich op te + strekken</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen + dekken,</span><br /> + Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Al wie op aarde in 't + Onverderflijk-Schoone</span><br /> + Leefden, en schiepen wat niet kán vergaan.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid + loonen....</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aischulos vluchtte voor der burgren + hoonen,</span><br /> + En Shelley is op zee door moord vergaan.<br /> + <br /> + <br /> + 2. VÓÓRGEVOEL<br /> + <br /> + Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend + strand?</span><br /> + Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den + rand,</span><br /> + <br /> + Den versten zoom des horizons, waar vlogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vogels, als vlekken op den heldren wand</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Des eindloos-wijden hemels, en zijn + hand,</span><br /> + Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge,<br /> + <br /> + Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De onsterfelijke Shelley.... + Zwaar-diep-luid,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een beest, dat bulkt naar onbereikbren + buit,</span><br /> + Galmt dof de zee, golven op golven slaande:<br /> + <br /> + Dees wéten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later<br /> + Lag 't goddelijk genie, als lijk, vèr, diep in 't water.<br /> + <br /> + <br /> + 3. DE MOORD<br /> + <br /> + Het ranke lichaam van de boot (de haven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uitschietend als een meeuw opeens, met + volle</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zeilen, die heftig inderhaast zich + bollen)</span><br /> + Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven,<br /> + <br /> + ('s Afgrond's mysteriën het doodssein gaven)<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zij streeft den stormwind tegemoet te + hollen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wijl, achteraan en naast, twee even + dolle</span><br /> + (Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven)<br /> + <br /> + Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen:<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De mist ligt laag op 't water: zien en + hooren</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vergaan, alleen de horens hoeënd + schallen....</span><br /> + Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren,<br /> + <br /> + Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*]<br /> + En verder niets dan Dood, de diep-in stille....<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen,<br /> + Shelley's medeschepelingen.]<br /> + <br /> + <br /> + 4. SHELLEY'S STERVEN<br /> + <br /> + Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Shelley en las.[*] De wilde golven + sloegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Luider en luider langs de zijden, + droegen</span><br /> + Hoog-op het broze vaartuig, met geklag<br /> + <br /> + Van schril zoevend gieren door want en stag,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren + joegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, + kloegen?</span><br /> + Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ...<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Toen stond hij op, verwonderd: neevlen + drongen</span><br /> + Overal áán, en plots ... een donker blok<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Komt dreigend door die misten opgesprongen + ...</span><br /> + Hij wankelt door den donderenden schok ...<br /> + <br /> + "Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend<br /> + Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend.<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: In Keats' <i>Eve of St. Agnes</i>, dat omgeslagen in zijn zak<br /> + werd gevonden.]<br /> + <br /> + <br /> + 5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*]<br /> + <br /> + Wij waren jonge wilden: o, de vloek,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Te moeten jong en dwaas zijn: niet te + weten</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En tòch te doen ... wel gauw weer is 't + vergeten....</span><br /> + Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar woorden, om te sussen mijn geweten,</span><br /> + Doch vind er gééne.... Zie daar, in dien hoek,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te + meten</span><br /> + Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek,<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als + rijden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel + belijden,</span><br /> + Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf:<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche + baren....</span><br /> + ... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf....<br /> + Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren.<br /> + <br /> + [Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London,<br /> + John Slark 1886).]<br /> + <br /> + <br /> + 6. SHELLEY'S VERSCHIJNING<br /> + <br /> + Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ik zag hem nauw, maar voelde zijn + nabijen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich + vlijen,</span><br /> + Zóó zacht, alsof er op een buiten-pad,<br /> + <br /> + Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij + een</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreemde verfrissching langs zijn slapen + glijen....</span><br /> + Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat:<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die + binnen,</span><br /> + Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen</span><br /> + Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt,<br /> + <br /> + Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen,<br /> + Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen."<br /> + <br /> + <br /> + 7. VERVOLG<br /> + <br /> + Zóó voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van veilig weten zeeg er door mijn heele</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k + spelen</span><br /> + Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede<br /> + <br /> + Weiden der eindeloosheid, en haar beden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Om één te wezen met het Al-zijn, + kweelen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weer ging, heel diep-inwendig, als + zoovelen</span><br /> + Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden....<br /> + <br /> + Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Jong hoofd—dat lachen scheen als zilvren + bellen:—</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed + kwellen,</span><br /> + "Gij liept nooit mede met de doffe kudde<br /> + <br /> + "Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen:<br /> + "Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen."<br /> + <br /> + <br /> + 8. VERVOLG<br /> + <br /> + "Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Gij stoordet nooit aan dwazen u, die + smaadden,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en + spade,</span><br /> + "Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ...<br /> + <br /> + "Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge + raden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"En, schoon met Denken's eeuwgen last + beladen,</span><br /> + "Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken.<br /> + <br /> + "Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft + dringen</span><br /> + "Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ...<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Dát was de weg, dien alle dichters + gingen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen + ...</span><br /> + "Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen."<br /> + <br /> + <br /> + 9. ANTWOORD VAN MIJ<br /> + <br /> + Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar met een diepe, als bovenaardsche + vreugd,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sinds 'k als een vaag-ontroerend + na-geneugt</span><br /> + Van overschoone en lang-geleden droomen,<br /> + <br /> + Die in 't koud daglicht plots weer vóór ons komen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uw naam—o, hoe dat oogenblik mij + heugt!—</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In de' allereersten opgang mijner jeugd</span><br /> + Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen.<br /> + <br /> + Ik zag hem ... lás hem ... wist niet, hoe mij wierd....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Groeide er een verre erinnring in mij + wakker,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat ik, in vroeger Zijn, met U als + makker,</span><br /> + Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd?<br /> + <br /> + O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen,<br /> + Eén bonte ontbloeiïng van het diep-in Eeuwig-Eéne?<br /> + <br /> + <br /> + 10. VERVOLG<br /> + <br /> + Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't + schijnen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van dit en dat en wéér wat, 't Uwe en + 't mijne)</span><br /> + In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten<br /> + <br /> + Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Onder steeds reddeloos geleden pijnen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar zich vergaan in voelt het Teêre en + Fijne,</span><br /> + Het Levensraadsel uit is opgeschoten?<br /> + <br /> + Moet men getroost dus, weg van ál vergeefsche<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Klachten om heel ons klein, persoonlijk + Lijden,</span><br /> + 't Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche,<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het God-genoemd goed-nemende te al + tijden</span><br /> + Machteloos eerend, verder in goed-leefsche<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Koelheid het Goede doen, het Slechte + mijden?</span><br /> + <br /> + <br /> + 11. SHELLEY'S OORDEEL<br /> + <br /> + Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van wind door slank-getopte + popel-takken:</span><br /> + "De aarde werd woonoord voor gespeende wolven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die met hun jonge tanden alles pakken.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Dra zullen dichters wonen in barakken,</span><br /> + "Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven,<br /> + "Zij worden heengedreven door de kolven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Van vunze Bolsjewistische Kozakken.</span><br /> + <br /> + "'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en + neder,</span><br /> + "Dees wint of die, maar 't is tot schâ voor beiden.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte + veder....</span><br /> + <br /> + "Hierboven is het zalig, waar in wijden<br /> + "Kring alle blauwingen zich om ons breiden!"<br /> + <br /> + <br /> + 12. SLOT<br /> + <br /> + Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Waarheen mijn droomen ging in + kinderjaren,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Wanneer ik zat lange avonden te staren,</span><br /> + "Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken....<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Voel <i>ik</i> mij, die maar 'n aardling ben, een + zware,</span><br /> + "Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke<br /> + Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Was Shelley, als een waan, plots + heengevaren....</span><br /> + <br /> + "Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Muziekvolle ademing uit beetre sferen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard + verkeeren</span><br /> + "Kwaamt, om te vlieden, óók te gauw toen ... streeft gij<br /> + <br /> + "De oneindigheid der Ruimte dóór weer, om te ontmoeten<br /> + "'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?"<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK<br /> + <br /> + I <br /> + <br /> + Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die levende oogen, o, voor goed, en 't + woord,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt + gehoord</span><br /> + Door wie als Gij, als élk eens, diep gedoken<br /> + <br /> + In 't grondloos-Eéne-en-Eeuwige-ongebroken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort + ...</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">O, 'k roep U toe—Uw rust wordt niet + gestoord—</span><br /> + En 'k roep dus, nógmaals, woorden wáár gesproken<br /> + <br /> + Vóór 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des + Levens:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze + tevens:</span><br /> + Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht,<br /> + <br /> + En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone<br /> + Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen.<br /> + <br /> + <br /> + II<br /> + <br /> + 't Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uw innigst In-zijn óp weer in zijn + schoot,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge + vloot,</span><br /> + Terug verlangde naar waar 't eens van kwam.<br /> + <br /> + Wij andren dwalen verder, tot de vlam<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ook van òns Zijn vervaagt tot + avondrood.</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn + dood?</span><br /> + Want staan blijft steeds ons aller Moederstam,<br /> + <br /> + De Menschheid, die staêg groeit en bloeit, en bladen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Na bladen vallen laat in 't + kerkhof-zand,</span><br /> + Maar nieuwe komen weer aan allen kant.<br /> + <br /> + De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen,<br /> + En eindloos, door der eeuwigheden tal,<br /> + 't Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val.<br /> + <br /> + <br /> + III<br /> + <br /> + Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze:<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hij, die der Ruimte oneindigheid + bespiedt,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet</span><br /> + Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen:<br /> + Maar éens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In der aeonen onbeperkt verschiet,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat alles saam vernevelt tot een Niet</span><br /> + En ná dien zal er <i>niets</i> meer, <i>niets</i> meer wezen....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Niets? Ja, toch Eén, het Eenge, wat + bestaat,</span><br /> + Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het Absolute, bóven Goed en + Kwaad;</span><br /> + Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De wijsgeer noemde 't God, met kalme + stem:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij voelen, weten, denken niets dan + Hèm.</span><br /> + <br /> + <br /> + IV<br /> + <br /> + Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Glanzend of walmend voor een korten + duur,</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Als vonk of damp uit dat Ondoofbre + Vuur,</span><br /> + Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen.<br /> + <br /> + Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Door hersnen, aêren, als een levend + vuur:</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">En tòch wij zijn slechts wanen van een + uur,</span><br /> + En worden aan het eind weer opgenomen<br /> + <br /> + In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre,</span><br /> + Waar elk naar haakt in onbewust gepeins,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in + sterren,</span><br /> + In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins,<br /> + Van uit de schaûwen dezes aardschen Schijns.<br /> + <br /> + <br /> + V<br /> + <br /> + Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar voor de wereld, jegens U van mij,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Op aarde hier. Want, wat ons nu nog + schei,</span><br /> + 't Gordijn des Levens, met een rustig beven<br /> + Zal <i>ik</i> ook eenmaal zien omhoog-geheven<br /> + En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar + zij,</span><br /> + Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dan zal ons spreken zijn van 't + stil-vermoede,</span><br /> + Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en + Goede,</span><br /> + Dat glanst, óók waar de wereld woedt en woelt....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij + zijt,</span><br /> + Blijf, òns toch heilig, diep gebenedijd!<br /> + <br /> + <br /> + VI<br /> + <br /> + Maar neen, mijn laatste woord mag zóó niet scheiden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws + hofs;</span><br /> + Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tranen, ras wijkend voor iets stils en + dofs,</span><br /> + Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Peinst, tot het òpvloeit in een zang des + lofs;</span><br /> + Wij leven allen in den Droom der Tijden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des + stofs.</span><br /> + Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zelfs niet het Diepere onzes eignen + Zijns,</span><br /> + Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Haarfijn àl lengten, breedten onzes + schijns,</span><br /> + Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter,<br /> + Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er?<br /> + <br /> + <br /> + VII<br /> + <br /> + Alweêr een weifeling? Weg, weg ... wij voelen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Omdat zij dieper dan ons denken gloeit</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht + bloeit,</span><br /> + De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen<br /> + Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ook 't aanzicht dezer aarde nooit + vermoeid)</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms + verfoeit,</span><br /> + Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen.<br /> + Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Om al de ellende dezer wereld tevens,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes + snevens</span><br /> + Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot....<br /> + Hij maakt àl goed. De diepste Grond des Levens,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos + groot.</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN<br /> + <br /> + <br /> + God-dronkenen, die diep-in zingend leven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die + wonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sinds hun geboorte in 't + onuitspreeklijk-schoone,</span><br /> + Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven<br /> + <br /> + Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bij al wat aarde en hemelen hun toonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan visioenen die hen heerlijk loonen</span><br /> + Voor àl des Levens pijnen, tot hun sneven.<br /> + <br /> + O, mijne broeders al, gij, Onbekenden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te + spreken,</span><br /> + Daar gij verkoost met geen geluid te schenden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De heil'ge stilte van het diep-in leken</span><br /> + <br /> + Der onder oogenrand gebleven tranen<br /> + Om mensch-verdwazing en der aarde wanen.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="VOS" name="VOS">VERZEN VAN MARGOT VOS</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LENTELUST<br /> + <br /> + <br /> + Zoo in den zingenden hof<br /> + Met de merels en madelieven<br /> + Met het blijmoedige lof<br /> + En de harige honigdieven,<br /> + Zoo als een doeniet den dag<br /> + Uit den zondronken hemel te kijken,<br /> + Dwars door het feestlijk gevlag<br /> + Der bloeiende appelrijken,<br /> + <br /> + Vind ik de zaligheid weer<br /> + Die de wereld verloren waande,<br /> + Ben ik bevrijd van begeer,<br /> + Houd ik den hemel staande<br /> + Op mijn gezuiverd bloed<br /> + Waarover de winden wimp'len,<br /> + Ben ik van blijdschap gevoed:<br /> + De simpelste onder de simp'len.<br /> + <br /> + Boven mijn hoofd sluit de tijd<br /> + Zijn eeuwig-bloedende wonde,<br /> + Heft mij in 't zorgeloos krijt<br /> + Van de fluitende vagebonden,<br /> + Houdt mij van schoonheid omschuimd,<br /> + Van zil'vren zangen volzongen,<br /> + Stuwt de groot-golvige ruimt'<br /> + Aan 't klein eiland mijner longen.<br /> + <br /> + Mijn wordt het gansch gewelf;<br /> + Daar is geen raadsel, geen wonder.<br /> + Ik ben de schepper zelf,<br /> + De wereld duikt in mij onder.<br /> + De dagen stijgen uit mij<br /> + Als hel-klapwiekende duiven,<br /> + De nachten komen in mij<br /> + Den zomersenen wierook wuiven.<br /> + <br /> + Ik draag de wel en de wolk,<br /> + Ik draag de ster en de rozen,<br /> + Ik draag 't opstandig volk<br /> + Van winden en waterhoozen.<br /> + Aan mij de zachte borst<br /> + En de zwarte vlerken der eeuwen<br /> + Aan mij de levensdorst<br /> + En het eindloos stille sneeuwen.<br /> + <br /> + Zoo is het evenwicht<br /> + Over mijn tweelingoogen,<br /> + Zoo is al last en licht<br /> + Even zwaar uitgewogen.<br /> + Zoo is er geest noch stof,<br /> + Wijsheid noch wereldweten,<br /> + Zoo in den zingenden hof<br /> + Ben ik van God vergeten.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ONTWAKING<br /> + <br /> + <br /> + Onder de zon wordt een wonderdroom,<br /> + Weidsch als een waaierboog.<br /> + Merkt ge onzen machtigen onderstroom?<br /> + Wij heffen de zee omhoog!<br /> + Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot,<br /> + Als de storm die te nacht in den horen stoot.<br /> + <br /> + Al wat we zagen was eeuwig grijs.<br /> + Binnen gesloten schulp<br /> + Werden we en wiesen we op ééne wijs;<br /> + Ons rijk was de smalle stulp!<br /> + Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf?<br /> + De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf!<br /> + <br /> + Boven ons wijken de wolken weg,<br /> + Zeilen de zon voorbij.<br /> + Keert ons nog heden het oud beleg,<br /> + Toch worden we morgen vrij.<br /> + Toch zullen we morgen ontbonden staan<br /> + En ver boven 't kleine de vleug'len slaan!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET IS MEI<br /> + <br /> + <br /> + O de zonne de zonne die danst op de wei<br /> + En de leeuw'rik die danst in de lucht,<br /> + En de perelaars breiden zoo breidelloos blij<br /> + Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht!<br /> + En het rozige schuim aan den appelaar ruischt<br /> + Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist;<br /> + En de zonne de zonne die danst op de wei ...<br /> + <i>Het is Mei, het is purperen Mei!</i><br /> + <br /> + O de zefir de zefir die zingt in het licht<br /> + En de bij zingt de bloei-hagen door;<br /> + Over stekel en naald, tusschen dorens en blad<br /> + Zoekt zij zoemend het goudgele spoor.<br /> + En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht<br /> + Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt,<br /> + Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei<br /> + <i>Van den Mei, van den purperen Mei!</i><br /> + <br /> + O de beke de beke die huppelt voorbij,<br /> + Of 't een spelensreê makkertje waar',<br /> + Dat met grillige kransen van schaduw en licht<br /> + Heeft doorvlochten het goudelend haar!<br /> + En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet<br /> + Of een torteltje roept uit den perelenvloed<br /> + Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij:<br /> + <i>"Het is Mei, het is purperen Mei!"</i><br /> + <br /> + O de zonne de zonne die danst in de wei<br /> + Op de maat van den lustigen wind,<br /> + Die de bloemekens zoent op de blozende wang<br /> + En den wolken den gordel ontbindt!<br /> + En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist;<br /> + Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist<br /> + Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij<br /> + <i>"Het is Mei, het is purperen Mei!"</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + GRAUW WEDER<br /> + <br /> + <br /> + Zonne zonne, zet aan, zet op!<br /> + Steek toch die taaie slemp in tweeën!<br /> + Stoot uw goudzwaard de wolken in<br /> + Dat ze bloeden als roode zeeën!<br /> + Zend uw rankvoetige stralekens<br /> + Met de starren in 't glinsterhaar!<br /> + Laat ze kloppen en wederkloppen<br /> + Aan de weerbarstige winterknoppen,<br /> + Groot wond're wonderkens liggen daar<br /> + In vast versloten schalekens....<br /> + Zonne zonne, zet aan, zet op!<br /> + Dinder die wonderkens uit den dop!<br /> + <br /> + Zonne zonne, waar zit ge toch!<br /> + Hadde ik uw gulden riddersporen,<br /> + 'k Sprong de grauwe almachtigheid<br /> + Dwars door naar uw verstoken toren.<br /> + 'k Luidde al lustig het belleken<br /> + Tegen de karmozijnen poort:<br /> + Ik zou klinken en wederklinken<br /> + Heel het hemeldom oprinkinken<br /> + Van Oost tot West en van Zuid tot Noord<br /> + In één hooveerdig relleken....<br /> + Zonne zonne, waar zit ge toch?<br /> + Zijn uw oogschellen geloken nog?<br /> + <br /> + Zonne zonne, zet op, zet aan!<br /> + Word toch de wereld welgenegen!<br /> + Laat uw doorluchten levenslust<br /> + Over de aarde flikkervegen.<br /> + Tik met uw blinkende hamerkens<br /> + Hier en ginds en in al 't getij;<br /> + Laat ze springen en wederspringen<br /> + Op en neer, tot vermetel zingen<br /> + De lucht doortrilt als een sterk en blij<br /> + Gejoel van vrije kramerkens!<br /> + Zonne zonne, zet op, zet aan!<br /> + Zet ons midde' in de Meiebaan!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AVONDZWIJGEN<br /> + <br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Komt het van 't zwijgen der wilde merels,<br /> + Of van de peinzende sterreperels,<br /> + Of doet het de stervende zonneschijn<br /> + Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt<br /> + Zijn vlinderteêre doorzichtigheid?<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Liggen de luide dingen versloten<br /> + Achter verzegelde zilveren sloten<br /> + Die over de verten genageld zijn?<br /> + 't Is al zoo zwijgend omneêr gegaan<br /> + En weggeborgen en afgedaan.<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn,<br /> + Als had ze een heerlijk kind verloren<br /> + En roerloos zat in heur blauwen toren<br /> + Van eenzaamheid bij heur roode pijn<br /> + Die dieper dieper vervloeien ging<br /> + Tot zwaarmoeds-duist're herinnering.<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Worden de zonden zoo zwaar gewogen<br /> + Dat neêrwaarts neigen de trotsche bogen<br /> + In donker-purperen deemoedslijn<br /> + En wacht doodstil het ontroerd heelal<br /> + Of de genade ook komen zal?<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + WAT LOK JE<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat lok je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat mok je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat glans en gok je,</span><br /> + Klein stommetje uit het oogeland!<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Als 'n klokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Klein klokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Glinstervlokje,</span><br /> + 'n Blauw blommetje van het hooge zand.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat vlei je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat blij je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat spelemei je;</span><br /> + Wat oogel je uit dat blond kozijn!<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Als leien</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Te vrijen</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">In rozeweien</span><br /> + Blauw vogeltjens met den zonneschijn.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat blink je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat pink je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Stout smeekelinkje;</span><br /> + Princesseke bedelt erbarmen maar.<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Want 'n vinkje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Klein vinkje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Heel klein vinkje</span><br /> + Wil nestelen in mijn armenpaar.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + BOETEGANG<br /> + <br /> + <br /> + Het belken klept de kerstenrij<br /> + Uit held're verten naderbij....<br /> + Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil<br /> + Bij 't kindeke en de vrouwe zoet;<br /> + En 't kleen bescheiden keerske brandt<br /> + Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed....<br /> + Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust<br /> + Die 's werelds wee al overwaakt<br /> + En staeg de wonde voeten kust<br /> + Van Christus, nederig en naakt.<br /> + <br /> + Daar ruischt een volte in de poort<br /> + Die aan Maria's ruste stoort....<br /> + Een weelderige kleurenvloed<br /> + Golft door Gods heilig bruidsvertrek<br /> + En purper en sameet beschaamt<br /> + Het kindeke in zijn poover dek.<br /> + 't Is of het kleine keersken bangt,<br /> + Van schitteringen overblaakt,<br /> + Of armer aan het kruishout hangt<br /> + De Christus, nederig en naakt.<br /> + <br /> + Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen<br /> + Om donk're zonden af te doen?<br /> + Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer<br /> + Der godd'lijkheden, overberst<br /> + Van pronkselen en wereldpraal<br /> + Die loodzwaar op de vlerken perst?<br /> + Hij zwerft wel ver van 't vrome land<br /> + Die goudzwaar ter ontferming naakt!<br /> + Hoe luttel weegt de lendenband<br /> + Van Christus, nederig en naakt!...<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE MAAIERS<br /> + <br /> + <br /> + De maaiers komen in de blauwe kielen<br /> + Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland,<br /> + Met loome lijven en verslapen zielen,<br /> + Met de hooge zeisen aan den gordelband.<br /> + <br /> + De gele haver zal geen avond vieren<br /> + Maar gesikkeld liggen in het late licht;<br /> + De moede maaiers als gedreven dieren<br /> + Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht.<br /> + <br /> + En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien<br /> + Als witmolenwieken door het volle graan;<br /> + En het ritselruizelt aan hun struische zijên<br /> + Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan.<br /> + <br /> + Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte<br /> + Gaan ze felgebogen door den flikkerdag,<br /> + Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te<br /> + Verstarren ligt van zijn laatsten slag.<br /> + <br /> + En de maaiers trekken in hun blauwe kielen<br /> + Met de avondstarre naar het heideland,<br /> + Met versloopte lijven en versloerde zielen,<br /> + Met de hooge zeisen aan den gordelband.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + CANTECLEER<br /> + <br /> + <br /> + Bonte trompetter,<br /> + Bloeiender lust<br /> + Blinkende ketter,<br /> + Kort is uw rust.<br /> + Steekt g' in de luchtsmoor<br /> + Brandende taal,<br /> + Schemering vlucht voor<br /> + Uw hoornsignaal.<br /> + <br /> + Relt ge de belle,<br /> + Wekkert een vlucht<br /> + Klinkende schellen<br /> + Wakker de lucht,<br /> + Woelt er een stoutvlerk,<br /> + Hemelgenoot,<br /> + Al het schoon goudwerk<br /> + Open en bloot.<br /> + <br /> + Zilveren schalen<br /> + Storten in 't land;<br /> + 't Regent koralen,<br /> + 't Regent briljant.<br /> + Waar is de muiter,<br /> + Waar is de dief?<br /> + Vang je, hoogfluiter,<br /> + Gouden gerief?<br /> + <br /> + Bonte trompetter,<br /> + Boven den tijd<br /> + Wekt uw geschetter<br /> + Werelden wijd!<br /> + Wekt ze, tot leven,<br /> + Zonnig en blond,<br /> + Boven den beven-<br /> + -Den horizont!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + STORMLIEDEREN<br /> + <br /> + <br /> + I<br /> + <br /> + Zie, de luchten waaien tot een duister ruim<br /> + En de wind wordt vrijheer van den vloed<br /> + En de bladers dansen op z'n dolle luim<br /> + De muziek der regens tegemoet.<br /> + <br /> + Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt:<br /> + Elke boom een feestzaal vol gedruisch,<br /> + Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid,<br /> + Ieder dal een open lustig huis.<br /> + <br /> + In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein<br /> + Van genot en leven door den dag;<br /> + 'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein<br /> + Onder rijke overzeesche vlag.<br /> + <br /> + Schelle najaarskelken bloeien wild en bont<br /> + Aan de zwarte steilten van den dood,<br /> + Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond<br /> + Op uitdagend zingen henenvlood.<br /> + <br /> + Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan<br /> + Zonder ijd'le klacht en zonder spijt<br /> + Op de donkre hobo's van den nachtorkaan<br /> + Tot den diepsten burcht der eeuwigheid.<br /> + <br /> + <br /> + II<br /> + <br /> + De stormbruid ruit de bladers op<br /> + Tegen het oude woudgezag:<br /> + Beter in één roes te vergaan<br /> + Dan te verdruilen dag aan dag.<br /> + Hoor je dat ruischen, breed en frisch?<br /> + Hoor je dat golven, zwaar en groot?<br /> + Dat is de opstandigheid die luid<br /> + Aan de verstarring weerstand bood.<br /> + <br /> + Wie nu niet tot de daad ontwaakt<br /> + Moet tot de pit verschimmeld zijn.<br /> + Daar is geen lust, geen droefenis<br /> + Te machtig voor dit hoog gedein.<br /> + Daar is geen enk'le ziel te zacht,<br /> + Daar is geen enk'le borst te broos;<br /> + Daar is maar één meesleepend lied<br /> + Van stormgeluk, al eindeloos.<br /> + <br /> + En wat nog nooit gevlogen heeft<br /> + Schiet slank en snel de wolken in;<br /> + En wat nog nooit bewogen heeft<br /> + Rukt van zijn vastgeroeste pin.<br /> + En uit de vlakte en den vloed<br /> + En over zee en bergbazalt<br /> + Borrelt en breekt de bende baan<br /> + Die duisternis en nevel spalt.<br /> + <br /> + Waarheen dit luisterrijke spel,<br /> + Waarheen dit weergaloos gewiel?<br /> + Tot d'opperste vollustigheid,<br /> + Tot de bestemming van de ziel;<br /> + Tot stillen hermelijnen nacht,<br /> + Volmaakt van lijn en tinteling,<br /> + Waar alles alles is gevuld<br /> + Van glanzende verzadiging.<br /> + <br /> + <br /> + III<br /> + <br /> + O groote ruischelaar,<br /> + Snelwiekig wonder;<br /> + Hoe wordt de kranke dag<br /> + Zevenmaal gezonder<br /> + Als g'uit de wolken scheert,<br /> + Als g'aan de vlakte veert,<br /> + Als ge de golven keert<br /> + Over en onder.<br /> + <br /> + O groote ruischelaar,<br /> + Breedvlerkig wezen,<br /> + Nauw staat de hemel vol<br /> + Regen gerezen,<br /> + Of met een schuddering<br /> + Van uw gezwaaiden zwing<br /> + Zwiept gij de zonnesching<br /> + Over de vreezen.<br /> + <br /> + Wolkenrot, wintergod,<br /> + Waar werpt g'uw anker?<br /> + Zeeën zijn veel te klein,<br /> + Bergen te wankel.<br /> + 't Sterrenheir stilt u niet,<br /> + Nachtdonker drilt u niet,<br /> + Maanvreê vermildt u niet,<br /> + Bandlooze zwanker!<br /> + <br /> + Doch zijn uw wegen ook<br /> + Wild, woest en woedig,<br /> + Ergens in 't ongezien<br /> + Wordt ge vroom en vroedig.<br /> + Splijt u een sterker wil,<br /> + Siddert uw albedil,<br /> + Staat gij gebogen stil,<br /> + Eindloos ootmoedig.<br /> + <br /> + <br /> + IV<br /> + <br /> + Hoezee! daar jaagt het heksenspan<br /> + Der dolle regenbenden an!<br /> + Ze dragen sneeuwen hoozen,<br /> + Een rok van waterrozen,<br /> + Een schel blazoen, een felle speer,<br /> + Aan ied're steek een raveveer....<br /> + Ze blikken op noch omme,<br /> + Lijk een bezeten dromme<br /> + Ze suizen over struik en blom<br /> + En slaan de bange boomen krom....<br /> + Berg weg, berg weg uw leven!<br /> + Het is haar àl om 't even.<br /> + En wilt ge niet, al goed, al goed,<br /> + Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet!<br /> + De vaart schiet zwarte vlerken aan,<br /> + Wil uit zijn donker bed vandaan<br /> + En heft zich boven 't gele riet<br /> + En huilt zijn eigen zegelied<br /> + En werpt zijn brosse schuimen<br /> + Lijk uitgewaaide pluimen<br /> + En steigert aan den steilen wal<br /> + En slaat terug in boozen val<br /> + En dindert op in stroomen<br /> + En kan niet hooger komen;<br /> + De rosse ruiters daav'ren rond<br /> + En springen in zijn zwarten mond<br /> + En dansen op zijn duister oog<br /> + En spannen hem een zilverboog<br /> + En roetsen voort en verder<br /> + Lijk kudden zonder herder....<br /> + De luchte leeft van perelsop,<br /> + Het klettert van heur speren op,<br /> + Ze klirren met heur sporen<br /> + Weerszijên van den toren<br /> + En steken hem in éénen klap<br /> + In grauw-geweven nonnekap.<br /> + En voort en voort geschuierd!<br /> + De molen moet gesluierd!<br /> + O zie dat kleene huisken staan!<br /> + Het krijgt een wollen buisken aan.<br /> + Hoor hoor dat druischen, drusten<br /> + Lijk opgebarsten fusten....<br /> + Hoessa! de appel ploft terneer:<br /> + Een bobbel bloed in 't regenmeer.<br /> + Hoessa! de peer scheurt van den tak:<br /> + Een klompe goud in 't parelvlak!<br /> + Hoessa! de noot is 't verste,<br /> + Zij tuimelt blankgebersten....<br /> + En immer immer holder aan;<br /> + Daar is geen tijd voor stille staan!<br /> + Ze donderen maar schots en schol<br /> + En plonderen de grachten vol,<br /> + Verdrinken kruid en zode<br /> + En rennen zich ten doode;<br /> + Ze zuigen in het taaie slik<br /> + En juichen er heur laatsten snik.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="SCHARTEN" name="SCHARTEN">VERZEN VAN CAREL SCHARTEN</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET SMEULEND VUUR[*]<br /> + <br /> + <br /> + Ik min u, smeulend vuur,<br /> + ik min uw stille dichtheid,<br /> + waarin het sluim'rend licht leit<br /> + te wachten op zijn uur!<br /> + <br /> + Ik min u in de morgen,<br /> + die in het Oosten staat<br /> + met aarzelend gelaat<br /> + en houdt haar gloed verborgen.<br /> + <br /> + Ik min u in den avond,<br /> + die sterft in lang verbloeden,<br /> + met diepe en diep're gloeden<br /> + zijn duistren moorder lavend.<br /> + <br /> + Ik min u in den zang,<br /> + die in zijn klare kracht<br /> + betóómt de zware pracht<br /> + van Hartstochts hoog verlang.<br /> + <br /> + Ik min u in de kleuren,<br /> + beslagen van den gloed<br /> + die hen versmelten doet;<br /> + en 'k min u in de geuren,<br /> + <br /> + die zweemen van een mond,<br /> + dat rood en vochtig ooft,<br /> + wanneer Zij om mijn hoofd<br /> + de schuchtere armen rondt....<br /> + <br /> + Ik min u, smeulend vuur,<br /> + ik min uw donker branden,<br /> + dat achter bleeke wanden<br /> + waakt en wacht op zijn uur!<br /> + <br /> + <br /> + 1910<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.]<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU<br /> + LUXEMBOURG (fragment)<br /> + <br /> + <br /> + "Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin?<br /> + Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas,<br /> + dat sproeit het glanzend gras, en dóór dat gaas,<br /> + verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin<br /> + <br /> + in ijle regenbogen en wuift op<br /> + en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen,<br /> + waar wazig-druiveblauwe duiven minnen?<br /> + Die rukken hunne snavels, dan vliegt op<br /> + <br /> + 't duikende duifje en klapwiekt blanker wiek<br /> + de doffer, 't klaar geblaârte slaand!... Zie, bloesems<br /> + vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems<br /> + is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek!<br /> + <br /> + Ligt niet die Liefde als een zonne-damp<br /> + over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen<br /> + merels de perels dauw het gras af stelen,<br /> + gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp?<br /> + <br /> + Alle bosschages houden heerlijk wijd<br /> + hun blâren-volten in de lucht! beneden<br /> + ligt warmte-bevend om hun voet gegleden<br /> + een vloed van gloênde bloeme', o! teederheid!<br /> + <br /> + En het geboomte steekt zijn kruinen in<br /> + elkanders kruin, dat duizend blaren strijken<br /> + elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken<br /> + streelend dooreen in zwijmelende min ..."<br /> + <br /> + <br /> + 1903<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG<br /> + <br /> + <br /> + De meidoorns staan met hun beschroomde rood<br /> + <span style="margin-left: 4em;">zoo teeder</span><br /> + <span style="margin-left: 3em;">te blozen,</span><br /> + en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">koost weder</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">hun broze</span><br /> + en bruidelijke rood.<br /> + <br /> + De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen<br /> + <span style="margin-left: 3em;">den schemer</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">zoo zoel,</span><br /> + en uit der bloemen innig-teêrste binnen<br /> + <span style="margin-left: 5em;">daar zwemen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">Zoo zwoel</span><br /> + de geuren tot de zinnen.<br /> + <br /> + De rozen hangen open op de lucht,<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">aanhaal'ge</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">monden,</span><br /> + uit welker diepte 't zoet geheim verzucht<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">der zaal'ge</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">wonde</span><br /> + en zwijmelend genucht.<br /> + <br /> + En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief<br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">uw teêr-</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">-heid toe!</span><br /> + Maar onze erinn'ring krenkt die ééne grief<br /> + <span style="margin-left: 4.5em;">en zeer</span><br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">en moe</span><br /> + laat ons die schaam'le dief.<br /> + <br /> + Door dezen tuin van lust en schemer staren<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">den nacht</span><br /> + <span style="margin-left: 3em;">wij in</span><br /> + En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen<br /> + <span style="margin-left: 3em;">wij lach</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">en min</span><br /> + en garen ons den weemoed....<br /> + <br /> + <br /> + 1904<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE REIS DOOR DEN NACHT<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Ver was de reis door den nacht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Den dicht-besneeuwden nacht,</span><br /> + De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Nu, in den duisteren na-nacht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Blind in de spelonk van het rijtuig,</span><br /> + Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gedoken in 't voort-ijlend hokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zij, mijn Lief, en ik, en het kind,</span><br /> + Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hooren we enkel 't gerinkel der bellen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Over de ruischlooze wegen der nacht</span><br /> + In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer—<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">En het is als een heuglijke vlucht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stil en snel bij het bellen-gerinkel</span><br /> + —Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien—<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En 'k denk aan Jozef en Maria met het + Kind</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vluchtende door den winternacht,</span><br /> + Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ...<br /> + <br /> + <br /> + Lugano, 1906.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE GROOTMOEDER<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">De rozen glanzen in de maan</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">En onderdoor een donk'ren boom</span><br /> + Waar glimp-geschijn in schilfert,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zie ik de verre bergen staan</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">In fijnen droom</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Verzilverd.</span><br /> + <br /> + De rozen glanzen zijig, 't is<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Alsof zij zelve stralen,</span><br /> + Een teêrgeurende lichternis<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hoog in de zilvren zale....</span><br /> + <br /> + Een vrouwe-hoofd als was zoo wit,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Ivoren voorhoofd blinkend</span><br /> + In 't maanlicht, en om 't grijze haar<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een wit-zij sluiertje, zoo zit</span><br /> + De oude voor dit teêr altaar<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Van berge' en witte rozelaar</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In zilvren nacht verzinkend....</span><br /> + <br /> + Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen,<br /> + Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen,<br /> + Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag.<br /> + Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag,<br /> + Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen,<br /> + De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen<br /> + Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood,<br /> + Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot.<br /> + <br /> + <br /> + Lugano, 1907<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ISOLA MADRE<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Isola Madre, waar uw geel kasteel</span><br /> + Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide,<br /> + Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En we uit den droom van vloeiend-blauw + juweel</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel</span><br /> + Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden<br /> + Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tropische aromen broeiden door 't + struweel....</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 2em;">Wij daalde' in koelte van + laurieren-dreven</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch + woud</span><br /> + Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen,<br /> + <br /> + Tot we, op 't terras, dien teêrsten droom in-dolen t<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ver over 't meer-azuur het doomend goud</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur + versteven!</span><br /> + <br /> + <br /> + Lago Maggiore, 1909<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE ZANG VAN NACHT EN TIJD<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Raadsel van 't Oogenblik!</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Met mijne heete handen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">op 't wit papier,</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">zoo zit ik hier</span><br /> + in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden<br /> + <span style="margin-left: 4em;">van 't Heden.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Water van 't meer,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">ik hoor uw golven spoelen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">aan duist'ren wal—</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">En fluist'ren zal</span><br /> + de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen<br /> + <span style="margin-left: 4em;">aan dit Zelf.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Nacht, zwart en dicht,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">stil en ontastbaar boven</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">d'onstilb're golven,—</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">Zoo blind bedolven</span><br /> + is mijn wild leven onder 't donkere verdooven<br /> + <span style="margin-left: 4em;">der Toekomst.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Moeder, Vader, Vrienden,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Waarom uw vragende oogen,</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">en door den nacht</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">waarvóór uw zacht</span><br /> + geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u niet bedrogen,<br /> + <span style="margin-left: 4em;">de Tijd gaat—</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Vrouw, die mij houdt</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">in uw goud-lighte leven</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">omhuld, o Uw</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">is 't gulden Nu.</span><br /> + Voed de uren als een durend vuur,—wee, dat het bléve<br /> + <span style="margin-left: 4em;">het Oogenblik.</span><br /> + <br /> + En, ongeboren Tijd,<br /> + <span style="margin-left: 2em;">Nacht!--laat ons één licht + venster</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">in uw zwaar zwart:</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">dat daar mijn hart</span><br /> + veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster,<br /> + <span style="margin-left: 4em;">mijn Kind!</span><br /> + <br /> + <br /> + Lago Maggiore, 1910.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE ONZICHTBARE<br /> + <br /> + <br /> + Ik wil tasten den Boom, die in den nacht<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Verrijst van de wazige aarde ...</span><br /> + Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Flonkerend op de winde-zuchten,</span><br /> + Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde.<br /> + <br /> + Ik wil áánraken den duisteren Boom,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die stijgt uit de wereld, en den hemel</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vult met zijn zachte + takken-gewemel,—</span><br /> + Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Opdat ik wierd bedolven onder</span><br /> + Die bloemen van lucht en van goud, een droom<br /> + Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ...<br /> + <br /> + Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ...<br /> + Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft!<br /> + De tintlende starren, zij vallen niet,<br /> + Lachende neder uit den hooge<br /> + Naar dit kind, het eeuwig bedrogen<br /> + Menschkind dat streeft<br /> + En tast en niet ziet,<br /> + Verlángt, en lacht 't Verlangen aan,<br /> + zijn tranen-ruischende Schoonheid.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE BLINDE DICHTER<br /> + <br /> + <br /> + <i>Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag,<br /> + 10 November 1910.</i><br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren,</span><br /> + Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd<br /> + Met uwe teng're sterkte hebt verheugd<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En met uw rust mijne onrust deedt + bedaren.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een fijne blos verjongde uw strakke + kaak,</span><br /> + Uw maag're roode hand koelde in de mijne;<br /> + Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Licht uwer vroolijke en vrome spraak.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij</span><br /> + Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken;<br /> + Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden + wij!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring + blijven,</span><br /> + Hoe, blinde, gij mij vóórgingt naar beneên,<br /> + De armen los neerhangend langs u heen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Geheven 't blinde hoofd, rechtop van + lijve!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte + omlaag,</span><br /> + Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten.<br /> + Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stil door den schemer tot de laatste + Vraag.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde + Vriend,</span><br /> + Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen,<br /> + Naar wij het in de Heilge Boeken lezen;<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij waart m'een Teeken: ík was blind, + gíj ziend!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zóó worde uw beeld een voor-beeld den + vervaarden,</span><br /> + Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:—<br /> + De blinde Dichter, gaand de treden af<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde + ...</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET SCHOONE STERVEN<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als in de stemm'ge stad het herfst-tij + weeft</span><br /> + Zijn gouden waas over de oude grachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En onder 't gulden loof een stemming + zweeft</span><br /> + van sterven in deze oude en gouden prachten,—<br /> + <br /> + Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht + beeft</span><br /> + En henenzweeft in de eerste koude nachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">waarin alleen één zilvren stemklank + leeft:</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 2em;">De stem, die in de hooge eenzaamheden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zingt en weerklinkt en zingend meet den + Tijd</span><br /> + En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren,<br /> + <br /> + Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het torenlied een laatsten glimlach + wijdt</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">En lichtende verglijdt in 't tijdloos + Eden.</span><br /> + <br /> + <br /> + Utrecht 1916<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <hr /> + <p>BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM VERSCHENEN IN DE + ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN</p> + <hr style="width: 65%;" /> + <h2>GEDICHTEN</h2> + <br /> + + <h3>A. NEDERLANDSCHE</h3> + <br /> + + <p>FRANS BASTIAANSE, <i>Gedichten</i> (2e dr. 6/11e duizend)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, verklaard en + verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk kenmerkend voor dezen dichter + is." <i>Hofstad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>S. BONN, <i>Wat Zang en Melody</i>, met een woord tot inleiding van L. Simons.</p> + <p>I. 0.55</p> + <p>...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, het + landschap lacht."</p> + <p><i>Zangen van Hoop.</i></p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen van dezen + bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." <i>Het Centrum</i>. "Er + leeft een sterk optimisme in het hart van dezen dichter, wiens boekje weldadig + aandoet." <i>Het Tooneel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>RENé DE CLEKCQ, <i>Van Aarde en Hemel</i>. (De Appel- + Hemelbrand—Afaasvar—Doemsdag).</p> + <p>I. 0.75</p> + <p><i>Uit Zonnige Jeugd</i>.</p> + <p>C. 1.05</p> + <p>"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die zijn + levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. <i>Utrechtsch Dagblad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>P.N. VAN EYCK, <i>De Getooide Doolhof en andere gedichten</i>.</p> + <p>I. 0.55 C.1.05</p> + <p><i>Gedichten</i>. (Het Ronde Perk—Lichtende golven)</p> + <p>L 0.75 C. 1.25 L. 1.40;</p> + <p>"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van stemming + als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke rhytme." <i>Nieuws v.d. + Dag.</i></p> + <br /> + + <hr style="width: 45%;" /> + <p>P.A. DE GENESTET, <i>Complete Gedichten</i>, voorzien van portretten van De + Génestet en mevrouw De Génestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal + belangrijke noten voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend)</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JACOB ISRAEL DE HAAN, <i>Het Joodsche Lied</i>.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar woorden, + komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met moeite verkregen, met + smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke schat." <i>Avondpost.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>PROSPER VAN LANGENDONCK, <i>Verzen</i>,</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig gebaren en + galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en een ware grootheid van + opvatting." <i>Maasbode</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JAN LUYKEN, <i>Jezus en de Ziel</i>, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, met + reproducties naar de oorspronkelijke prenten.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20</p> + <p>"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" <i>Het + Volk</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>V. DE LA MONTAGNE, <i>Gedichten</i>, met inleiding van Emm. de Bom (3e + vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 K. 1.80</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>FRANQOIS PAUWELS, <i>Enkele Verzen</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,—ziedaar de bron van + Pauwels' welluidende liedjes...." <i>Van onzen Tijd</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>J. REDDINGIUS, <i>Johanneskind. Gedichten</i>. (2e vermeerderde dr. 6/8e + duizend)</p> + <p>0.55 C. 1.05</p> + <p><i>Regenboog en Jeugdverzen</i>.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige natuurgeluid + van den dichter." <i>Is. Qaerido</i>.</p> + <p>"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten onzer dichters + worden geteld."</p> + <p><i>Willem Kloos</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ANNIE SALOMONS, <i>Nieuwe Verzen</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80</p> + <p>"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee ons verder + leven in. A joy for ever," <i>Utrechtsch Sted. Dagblad.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DE SCHOOLMEESTER, <i>Gedichten van</i>—met al de oorspronkelijke + illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e duizend.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JULES SCHüRMANN, <i>Uit de Stilte</i> en andere gedichten. Met voorrede van + Willem Kloos.</p> + <p>I. 0.80 K. 1.60</p> + <p>"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schürmann's verzen dat zij zoo eenvoudig weg + uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen menschenwerk, maar de uiting + van een magische kracht." <i>De Avondpost</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>NiCO VAN SUCHTELEN, <i>Verzen</i>, dramatisch, episch, lyrisch.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu + zacht—als de zuidewindsadem over de lentebloemen—dan forsch en + mannelijk—als de zeewind over de duinen." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>HELENE SWARTH, <i>Roemeensche Volksliederen en Balladen</i>, naar de Fransche + proza-vertaling van Hélène Vacaresco.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in deze verzen + van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke teederheid vormende + poëzie van landbouwers. <i>N. Rott. Crt</i>.</p> + <p><i>Verzen</i>.</p> + <p>C. 1.05</p> + <p>... "Een prachtige bundel ..." <i>Dr. Walch</i> in <i>Het Vaderland</i>.</p> + <p><i>Nieuwe Verzen</i>.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <p>"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." + <i>Delftsche Courant</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>J. WINKLER PRINS, <i>Gedichten</i>, met portret van den dichter. Verzameld en + ingeleid door J. Reddingius.</p> + <p>I. 0.95</p> + <p>"Prins is in meer dan één opzicht een zeldzame verschijning geweest + in de letterkunde van Nederland." <i>De Volksstem</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALBERT VERWEY, <i>Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst</i> + (1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e duizend)</p> + <p>L 1.40 C. 1.90</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <h3>B. BUITENLANDSCHE</h3> + <br /> + + <p>ELISABETH BARRETT BROWNING, <i>Portugeesche Sonnetten</i>. Vrij bewerkt naar het + Engelsch door Hélène Swarth.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere schoonheid, die + Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te behouden." <i>De Tijdspiegel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DANTE, <i>De Goddelijke Comedie</i>, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. + Boeken.</p> + <p>I. <i>De Hel</i> (5e druk in bewerking)</p> + <p>C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>II. <i>De Louteringsberg</i> (3e dr. 9/11e duizend)</p> + <p>I. 2.—C. 2.50 L. 2.65</p> + <p>III. <i>Het Paradijs</i> (3e dr. 9/11e duizend)</p> + <p>C. 2.50 L. 2.65</p> + <p><i>De drie deelen tezamen in één keurband</i></p> + <p>6.45</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)</i> Uit het Italiaansch vertaald door Nico van + Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret.</p> + <p>C. 1.25 K. 2.25</p> + <p>"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk + literatuur-studie." <i>Avondpost</i>.</p> + <p>"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo groote + congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den Nederlandschen dichter die + waardeering toe te wenschen welke zijn kunst verdient." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Prof. HENRI HAUVETTE, <i>Dante</i>. Inleiding tot de studie van de Divina + Commedia.</p> + <p>C. 1.70 L. 1.85 K 2.70</p> + <p>"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk te gaan + lezen." <i>Dr. J.L. Walch</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DANTE-PAKKET. <i>De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van + Hauvette</i>, alle in keurband, tezamen voor f 10.—in carton f 8.—.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>MILTON, <i>Het Paradijs Verloren.</i> Metrische vertaling van Alex. Gutteling. + (Zes zangen)</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>"<i>Miltons</i> epos van <i>Het Paradijs Verloren</i> is een dier werken die de + letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men behoort te kennen + naast <i>Vondel's Lucifer."</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALFRED DE MUSSET, <i>De Nachten</i>. Vertaald en ingeleid door + Hélène Swarth, met portret van den schrijver.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij déze overbrenging in het + Hollandsch al zeer weinig geleden." <i>De Telegraaf</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>WALT WHITMAN, <i>Grashalmen</i> (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits + Wagenvoort. Met portret van den dichter.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of Grass" van + dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens werk een zoo sterken + invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend geslacht."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="BLOEMLEZINGEN" name="BLOEMLEZINGEN"></a> + <h2>BLOEMLEZINGEN</h2> + <br /> + + <p>BILDERDIJK, <i>Willem Kloos, Bloemlezing</i>, met inleiding en portretten (2e dr. + 7/9e duizend)</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.—</p> + <p>"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den dichter, + is terecht veelvuldig geprezen,"</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>RHEINVIS PEITH, <i>Bloemlezing</i>, met inleiding door Willem Kloos. Met drie + portretten.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van Feith's werken. + Dat loont!" <i>N. Courant</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek</i> 1905/1915 met tal van bijdragen en + portretten.</p> + <p>I. 0.75</p> + <p>DR. J. P. HEYE, <i>Bloemlezing uit de Volksdichten.</i> (2e dr. 7/9e duizend)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Schetsboek</i> 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. + auteurs, met portretten.</p> + <p>I. 7.50</p> + <p>Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.-</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JOOST V.D. VONDEL, <i>Uit Vondels dramatische Lyriek,</i> Bloemlezing door L. + Simons.</p> + <p>I. 0.80 K. 1.60</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der Ver. + Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieën.</p> + <p>1e bundel I. 1.20 C. 1.70</p> + <p>2e bundel I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>3e bundel I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>De 3 bundels in één K. 5.25</p> + <p>"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten biedt zij + een aanlokkelijk panorama van onze letteren." <i>Hofstad</i>.</p> + <p>"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen + worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." <i>Avondpost</i>.</p> + <p>"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." <i>Den Gulden Winkel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="BRIEVEN" name="BRIEVEN"></a> + <h2>BRIEVEN</h2> + <br /> + + <p>VINCENT VAN GOGH, <i>Brieven aan zijn Broeder</i>. Uitgegeven en toegelicht door + zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In drie deelen.</p> + <p>I. 7.50 K. 12.50</p> + <p>"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de brieven ons + nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst opgenomen, en nog vele + portretten en illustraties versieren het mooi uitgegeven werk." <i>Herman + Middendorp</i> in <i>De Tijdspiegel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. H. JAPIKSE, <i>Brieven van Johan de Witt</i>.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische studiën + te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote landgenooten. Dr. Japikse is + daarbij een uitmuntende leidsman; hij koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, + de stukken die het best de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft + daarbij, in het kort, de noodige historische toelichtingen." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>MULTATULI, <i>Brieven</i>. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 deelen + geïllustreerd).</p> + <p>I. 6.—L. 10.—</p> + <p><i>Bij maandelijksche afbetaling van één gulden waarbij men het + geheel onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="TAAL-EN_LETTERKUNDE_KRITIEK" name="TAAL-EN_LETTERKUNDE_KRITIEK"></a> + <h2>TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK</h2> + <br /> + + <p>Dr. FRANS BASTIAANSE, <i>Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche + Letterkunde</i>. Met bloemlezing en illustraties.</p> + <p>Deel I. <i>Middeleeuwen</i> (2e dr.)</p> + <p>I. 2.45 K. 3.35</p> + <p>Deel II. <i>17e en 18e Eeuw</i>.</p> + <p>I. 2.45 K. 3.25</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>H. L. BEECKENHOPF, <i>Kunstwerken en Kunstenaars</i>. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85</p> + <p>"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, <i>Goethe's Faust</i>. Een studie.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan ons + gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." <i>K. C. Bouman-Winkler</i> in <i>De + Gids</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>EMMANUEL DE BOM, <i>Het Levende Vlaanderen</i>. (Met 29 illustraties).</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <p>"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok + volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te + brengen."</p> + <p>"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat Vlaanderen + kan en wat het is," <i>Vragen v. d. Dag</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>M. H. VAN CAMPEN, <i>Over Literatuur</i>. Critisch en Didactisch.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en één + waaraan dit buitengewoon zuivere, critische werk, <i>boeiend en belangwekkend als + sinds Busken Huet zijn literarische fantasieën uitgaf, geen werk "over" + literatuur is geweest,</i> ten volle beantwoordt," <i>Rott. Nieuwsblad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DESIDERIUS ERASMUS, <i>Een twaalftal Samenspraken,</i> uit het Latijn vert. door + Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet (uit "Het Land van + Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend)</p> + <p>C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20</p> + <p><i>Eene tweede twaalftal Samenspraken</i>. Vertaald door Dr. N. J. Singels, met + twee afbeeldingen.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.—</p> + <p><i>Lof der Zotheid</i>. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en aanteekeningen + door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke illustraties (3e druk)</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JACOB GEEL, <i>Onderzoek en Phantasie</i>. Ingeleid en met aanteekeningen voorzien + door dr. C.G.N. de Vooys.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," <i>Annie Salomons</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>G. KAPTEYN-MUYSKEN, <i>Levensrichting van dezen Tijd,</i> met portret van Fr. + Hebbel.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is aan den + duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de schrijfster, in verband + met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de grondslagen van een Nieuwe + Ethiek."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>C.R. DE KLERK, <i>Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen</i>. (In Band I + v. Vondels Spelen)</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70</p> + <p><i>Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen</i>.</p> + <p>K. 4.75</p> + <p>"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen onbevoegdheid te + onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den weg weet als een vakman en zijn + Augustinus en zijn Plotinus kent als waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... + <i>Dr. J.H. Gunning Wzn.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>E. D'OLIVEIRA, <i>De mannen van '80 aan het woord,</i> (Van Deyssel, v. Eeden, + Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en nieuwe portretten (3e + dr. 9/lle duizend)</p> + <p>I. 1.60 C. 2.10</p> + <p>"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs van + zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat vertellen." <i>N. + Rotf. Courant</i>.</p> + <p>"<i>De Jongere Generatie</i>". (Vervolg op "De Mannen van '80") met portretten (2e + druk) 7/9e duizend)</p> + <p>I. 2.45 C. 2.95</p> + <p>Dit boekje geeft gesprekken met: <i>Johan de Meester-Karel van de Woestijne-Josine + A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman Robbers-Is. Querido-Carel + Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan</i>.</p> + <p>.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira blijkbaar met een + fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden en weer te geven ia de hier + geboden bladzijden".... <i>Den Gulden-Winckel.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>HERMAN POORT, <i>Over Literatuur</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver zijn + inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of toelichtend met de + voorbeelden uit de letterkunde." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Is. QUERIDO, <i>Studiën, tweede bundel</i>.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche Roman van + Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over Speenhoff-Het Ivoren + Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik van Eeden-Drie boeken van + Couperus-Verzamelde Opstellen van Van Deyssel-Moeder.</p> + <p><i>Literatuur en Kunst</i>.</p> + <p>I. 2.50</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>CAREL SCHARTEN, <i>Het Spellingvraagstuk</i>. "De Vereenvoudigde een gevaar voor + Volk en Stam."</p> + <p>I. 0.20</p> + <p><i>De Roeping der Kunst</i>. (De Poëzie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de + oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal).</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <p>.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en hoog-geestelijken toon die + hem eigen is,—teer-, en diep-, en heftig-indringend." <i>Is. Querido</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>L. SIMONS, <i>Studies en Lezingen.</i></p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard Shaw-Vondels + Jeftha-Vondels Gijsbrecht van Aemstel-Molière's Vrek-Molière's Tartuffe + Tartuffe-Lezingen.</p> + <p><i>...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde en nooit + genoegzaam aangeprezen beginselen....."</i> <i>De Telegraaf.</i></p> + <p><i>Voordragen en Tooneelspelen</i>.</p> + <p>I. 0.10</p> + <p><i>Voordragen II</i>. Toegelicht met voorbeelden.</p> + <p>I. 0.10</p> + <p><i>De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama.</i> Deel I en II (tot 1625), + 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen</p> + <p>I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95</p> + <p>"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in het + Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral Engeland, ook Nederl. + en Spanje)."</p> + <p><i>Vondels Dramatiek</i> (In Band 4 v. Vondels Spelen),</p> + <p>L 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALBERT VERWEY, <i>Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst</i> (5de druk + 21/23ste duizend)</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. C.G.N. DE VOOYS, <i>Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland.</i></p> + <p>I. 0.25</p> + <p>"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer Scharten + "Het Spellingvraagstuk."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Prof. J.J.G. VÜRTHEIM, <i>Grieksche Letterkunde</i>. Geïllustreerd.</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid bewerkt; we + voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." <i>Alg. Handelsblad</i>.</p> + <p><i>Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poëzie</i>.</p> + <p>I. 2.75 K. 4.—</p> + <p>"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling voor de + ouden." <i>Tijdspiegel</i>.</p> + <p>"Een heel belangrijke en origineele studie." <i>Vlaamsch Heelal</i>.</p> + + <div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 13326 ***</div> +</body> +</html> + + diff --git a/13326-h/images/boutens.jpg b/13326-h/images/boutens.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d53e818 --- /dev/null +++ b/13326-h/images/boutens.jpg diff --git a/13326-h/images/cover.jpg b/13326-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..73b88bc --- /dev/null +++ b/13326-h/images/cover.jpg diff --git a/13326-h/images/kloos.jpg b/13326-h/images/kloos.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..949e562 --- /dev/null +++ b/13326-h/images/kloos.jpg diff --git a/13326-h/images/moens.jpg b/13326-h/images/moens.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..816309f --- /dev/null +++ b/13326-h/images/moens.jpg diff --git a/13326-h/images/titelpagina.jpg b/13326-h/images/titelpagina.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1f70dd3 --- /dev/null +++ b/13326-h/images/titelpagina.jpg diff --git a/13326-h/images/titelpagina.png b/13326-h/images/titelpagina.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..602dfe7 --- /dev/null +++ b/13326-h/images/titelpagina.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..c2054ce --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #13326 (https://www.gutenberg.org/ebooks/13326) diff --git a/old/13326-8.txt b/old/13326-8.txt new file mode 100644 index 0000000..44e1387 --- /dev/null +++ b/old/13326-8.txt @@ -0,0 +1,3495 @@ +Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens, +Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van vijf moderne dichters + +Authors: P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +Release Date: August 30, 2004 [EBook #13326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + + + + + + +VAN VIJF MODERNE DICHTERS + + +[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS +WIES MOENS, WILLEM KLOOS +MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN] + + +NEDERL. BIBLIOTHEEK +ONDER LEIDING VAN L. SIMONS + + +MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR + +AMSTERDAM + + +1922 + + + + +VOORWOORD + + +Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche +dichters, is niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn +ontstaan eenvoudig aan de overweging dat het, waar wij ieder jaar niet +meer dan één dichtbundel plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou +duren eer de belangrijkste dichters van ons land in onze Nederlandsche +Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij noodigden daarom een +aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden uit, aan +dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af +welke auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit +toeval is er toch in zooverre systeem in de bloemlezing dat zij +typeerend werk biedt van de drie opeenvolgende dichtergeneraties na +1880. + +In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te +vereenigen. + + +DE REDACTIE DER W.B. + + + + +VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS + + + + +O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT + + +O liefde, liefde, die als lijden zijt, +Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag, +Dat ik de wereld en haar kindren mag +Zien in uw licht, een kind dat u belijd. + +En laat mij niet alleen, maar in den nacht +Daal in de schaduw van mijn koele borst, +Dan zal ik veilig slapen als een vorst, +Die rust in 't midden van bevriende wacht. + +Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas, +Boordevol bloed van uwen rooden wijn; + +In 't nachtehart als een weekgele schijn, +In donkre nis weenlichtende topaas; + +Maar in den dag een levende fontein, +Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas. + +(_Verzen_) + + + + +O, ELKEN DAG BEGINNEN + + +O, elken dag beginnen +Dit broze bezinnen +Als hartdoorgloedenden wijn,-- +Iederen nacht vergeten +Dit vorstlijk weten, +Dat gij zijt mijn. + +Door diepe droomedalen +Eenzamen nacht verdwalen +Als arm man zonder wijk,-- +In morgenpaleizen +Den dag zien rijzen +Over eigen wonderrijk. + +Met avond sterven, +Een Koning zonder erven, +In koelen nachtedood gebed,-- +Met morgen rijden +In feesttocht van verblijden +Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad. + +Uit iedren nacht herboren, +Tot iedren dag verkoren, +Een godgeroepen kind zoo vroom, +Dat met diepopgetogen +Jongheilige oogen +Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom. + +(_Praeludiën_) + + + + +IK DENK ALDOOR AAN ROZEN + + +Ik denk aldoor aan rozen, +Rozen wit en rood, +Tot al gepeinzen overblozen +Uw eigen voetjes warm en bloot. + +Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen, +Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt, +Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen +En al geluid versmelt. + +Ik zie aldoor als blanke sterren stralen +Door 't donkerzware middagblauw, +Totdat uw oogen naar mij dalen +Van boven de'avonddauw. + +Van u kan maar bij deelen droomen +De lange dag die u verwacht; +En wonder blijft uw volle komen +Straks aan de hand der jonge nacht. + +(_Praeludiën_) + + + + +INVOCATIO AMORIS + + +Dien de blinden blinde smaden, + Daar uw glans hun schemer dooft +Waar de kroon van uw genaden + Weêrlicht om één sterflijk hoofd: + +Door de duizenden verloornen + Aangebeden noch vermoed: +God dien enkel uw verkoornen + Loven voor het hoogste goed.... + +Door de kleurgebroken bogen + Van de tranen die gij zondt, +Worden ziende weêr mijn oogen + Als in nieuwen morgenstond: + +Zien de matelooze wereld + Stralen nog van zoom tot zoom; +Heel de matelooze wereld + Bleef uw ongerepte droom! + +Laat mij onder uw beminden, + 't Zij gij zegent of kastijdt: +Blijf mij eeuwiglijk verblinden +Tot het kind dat u belijdt. + +Lust en smart in uwe banden + Werd hetzelfde hemelsch brood: +Eindloos zoet uit uwe handen + Laav' de laatste teug, de dood. + +(_Vergeten Liedjes_) + + + + +NAMEN + + +Wat is u of mij een naam, +Werelds prijs of werelds blaam, +Als de ziel de dingen weet en mint +Dieper dan hun naam, mijn kind? + +Elk ding krijgt zijn gouden naam +Eens in schoonheids vol verzaam +Als al schoone dingen zijn +Zonneklaar en zonder schijn. + +Daar vervalt het schoone woord +Hem wien reeds de zaak behoort, +Die haar diepst heeft liefgehad +Zonder dat. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +AVONDWANDELING + + +Wij hebben ons vandaag verlaat! + Pas bij de laatste brug +Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat, + Daar keerden wij terug. + +Achter ons dekt de witte damp + De schemerende landen. +Zóó zijn wij thuis. Wij zien de lamp + In looveren warande ... + +Wat gingen wij vanavond ver, + Het werd alleen tè laat: +Nog verder dan de gouden ster + Aan blauwe hemelstraat! + +Zoo saam doen twee een korte poos + Over een wijd gebied!... +Nog liggen wegen eindeloos + Voor morgen in 't verschiet!... + +O konden we eens zoo samen staan + Aan de allerlaatste brug, +En saam en blij er overgaan-- + Wij kwamen nooit terug! + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +BIJ EEN DOODE + + +Lief, ik kan niet om hem weenen + Waar hij stil en eenzaam ligt +In het schoon doorzichtig steenen + Masker van zijn aangezicht +Dat de dingen er om henen + Met zijn bleeke toorts belicht. + +Lief, ik kan geen tranen vinden + Als mijn hart hem elders peist, +Waar zijn ziel met de beminde + Sterren van den avond rijst +En ons, dagelijks verblinden, + Hooger wegen wijst. + +Naar de heemlen van de lage zoden + Stijg' de gouden offervlam! +Wie kan weenen naar de vroeg vergoden + Die de dood ons halen kwam?-- +Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden + Die het leven nam. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +MAANLICHT + + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +Alleen de groote zonnen hangen + Als feller kaarsen in dien schijn: +De ziel herdenkt heur lang verlangen + In nietsverlangend zaligzijn. + +Alsof van achter diepe slippen + Haar dolend tasten eindlijk vond +Met hare warme blinde lippen + Nog lichter lust dan uwen mond. + +Weg boven dood en leven zweven + Wij op in duizelhellen schrik: +O kort en onbegrensd beleven + Van eeuwigheid in oogenblik!... + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +HERDENKEN + + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat gemis niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde: + +O te lachen, o te weenen, +Zich in lach en tranen geven, +Tot te lachen of te weenen +Wordt der lichte ziel om 't even: + +O te weenen, o te lachen +Tot de neevlen zijn doorschenen, +En haar weenen wordt als lachen, +En haar lachen is als weenen: + +Land van lachen en van schreien +Tot de stille dood haar strekte, +Waar haar smart en haar verblijen +Al de zuivere echo's wekte, + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat zij zelf niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NACHT-STILTE + + +Stil, wees stil: op zilvren voeten +Schrijdt de stilte door den nacht, +Stilte die der goden groeten +Overbrengt naar lage wacht ... +Wat niet ziel tot ziel kon spreken +Door der dagen ijl gegons, +Spreekt uit overluchtsche streken, +Klaar als ster in licht zoû breken, +Zonder smet van taal of teeken +God in elk van ons. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +STERRENHEMEL + +Nu kunt gij veilig slapen gaan, +Nu al de heemlen openstaan: +Ziel, wier verlangen eiken donkren wand +In ster aan ster doorzichtig brandt, +En in de schoonheid van dit tijdlijk land +Al minnen moet uw eeuwig lot, +Daar uw verrukking uitziet tot +Den troon van God. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN + + +Niets bindt zoo ongelijken, + Blijden en droeven, + Armen, en rijken, +Als dit gedeeld behoeven, + +Dit, onbewust van geven, + Aldoor ontvangen + Tot alle leven +Verging in één verlangen + +Dat niet meer zijn kan zonder + Zijn alle dagen + Vernieuwde wonder +Van zegen niet te dragen + +En zoo verlicht ontstijgen + Aan elkander + Dat het moet neigen +In deernis naar den ander + +Die leek omlaaggebleven, + Maar rijst ons tegen + In blind ontzweven +Naar ongekende wegen. + +_(Lente-maan)_ + + + + +ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE + + +Alle heemlen vult de zoete roke +Van een nooit in bloesem uitgebroken + Knoppenzwellende geheimenis: +Zon en regen van de lage luchten +Voelen wij haar wekken en bevruchten + Uit haar beidende bezwijmenis. + +Door het licht-en-donkere verglijden +Dezer doelloos wisslende getijden + Streeft een nieuw en vast seizoen; +Achter branden van nabije zonnen +Is de groote dageraad begonnen + Van een andren, blinden noen. + +En de ziel in elk besterft tot luistren +Naar het heimlijk lenteluwe fluistren + Van een vreemde stem die lokt en vleit: +Die het liefste met elkander deelen, +Rijzen stil als bloemen op haar stelen + In gescheidene verzonkenheid. + +Tot hun oogen straks weêr samenneigen +En de spiegel van hun eenzaam zwijgen + Voor het voorgevoel bezwijkt +Dat een nieuwe meester in 't beminnen +Ieders hart afzonderlijk komt winnen, + En in 't eind dezelfde blijkt. + +_(Lente-maan)_ + + + + +AAN DE SCHOONHEID + + +Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid +In ons huis, in ons te ontvangen; +Kom niet vóór de Wereld openleit +Breede bedding uwer heerlijkheid; +Kom niet eerder: ons verlangen +Is sterker dan de tijd! + +Niet zoolang aan aardes blonde brood +Wij ons vloek en smaadheid eten; +Niet zoolang met maat van veler nood +De overvloed der enklen wordt gemeten; +Niet vóórdat ons aller jeugd den dood +Om het blijde leven kan vergeten! + +Als een zuivre zelfverlichte +Zegenzware wolkkolon +Doemt gij in de diepe vergezichten +Achter zeeën maan en zon: +Geen gedachte die met felste schichten +Ooit uw glans bereiken kon, +Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte +En uw milden dauw niet won! + +Van al templen u gebouwd +Uit de marmeren gedachten +Van de schooner levende geslachten, +Is er géén die u besloten houdt: +Als voor steen en goud +U de volkren offer brachten, +Vond en zong u 't eenzaam smachten +Van een kind in lentewoud! + +Alwier oogen smartverklaard +Aan den einder hunner dagen +Uw bestendig weêrlicht zagen, +Vreugdes morgen over schemeraard, +Hebben vrij en onbezwaard +'t Donker menschenhart gedragen:-- +Al hun lijden is melodisch klagen +Dat gij niet voor allen waart. + +Bidden niet en handenwringen +Lokt de goôn;-- +Waar een hart het uit moet zingen, +Daalt het ongebeden loon, +Neigt de naaste van de hemelingen +Zich tot haar bestemde woon. + +O wij weten wel wat lentedag +Al de stille sneeuw die gadert, +Van uw bergen dooien moet; +Dat zijn uur door de eeuwen nadert, +Dat geen hart ontbreken mag +Tot zijn gloed! + +Vochte koelte zoeft door 't bruine riet; +Sappen gisten in het dor geraamte-- +Overval ons niet in onze schaamte: +Schoonheid, kom nog niet! + +_(Stemmen)_ + + + + +LETHE + + +"Hoe over 't brandend blind bazalt +Vind ik den weg naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt! + +"Ik weet dat dood en donker komen +Als dit schel daglicht is gebluscht, +Maar ik wil diepe klare rust +En zonder droomen. + +"Voor wie als ik van kind tot knaap, +Van man tot grijsaard derven, +Voor die is dood en sterven +Maar verontruste slaap.... + +"De zoete macht tot lach of traan +Gaf mij en nam mij 't leven. +Alleen mijn oogen bleven +Kijken, mijn voeten gaan. + +"Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging, +Is langs mijn wakende oogen +De lange trein getogen +Van aller lust herinnering. + +"Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet? +Al 't reddeloos volbrachte, +Al 't reddeloos gedachte: +Gelijk is wat ik liet en deed! + +"O eer de dood mijn leden bind' +En hen voor eeuwig bedde,-- +Wat zal mijn oogen redden +Van dezen droom die immer nieuw begint?: + +"O blanke ziel, o roode bloed, +O hart verdwaald daartusschen,-- +Wie zal in slaap u sussen +Tezamen en voorgoed? + +"Mijn voet kan vóor den avondval +Nog vele mijlen reizen, +Wil één den weg mij wijzen +Naar Lethe's dal. + +"Wie over 't brandend blind bazalt +Brengt mij naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt!" + +_(Stemmen)_ + + + + +LIEFDES UUR + + +Hoe laat is 't aan den tijd? + Het is de blanke dageraad: + De diepe wei waar nog geen maaier gaat, + Staat van bedauwde bloemen wit en geel; + De zilvren stroom leidt als een zuivre straat + Weg in het nevellicht azuur; + En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat + Uit zijn verdwaasde keel + Wijsheid die geen betracht en elk verstaat, + Vreugd zonder maat, + Vreugd zonder duur.... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + De zon genaakt de middagsteê: + In diepte van doorgloede luchtezee + Smoort de akker onder 't bare goud; + De vonken sikkel snerpt door 't droge graan; + De schaduw krimpt terug in 't hout; + In hemel-en in waterbaan + Geen wolken gaan; + Alleen de wit-doorzichte maan + Blijft louter in het blauwe hemelvuur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is de avond: in zijn rosse goud + Wordt schoon en oud + Der wereld dagehel gezicht; + Snel aan den hemel valt het water van het licht; + En al de windestemmen komen vrij; + De laatste wagen wankelt naar de schuur; + De dooden wenken aan den duistren Oostermuur; +En boven glansbeloopen + Westersche schans in groene hemelwei + Straalt Venus' gouden aster open + Zoo plotseling en puur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + + + + +LEEUWERIK + + +Blijft gij nooit éen blanken uchtend, + Leeuwrik, zingen hier beneên, +Die uw nachtlijk nest ontvluchtend + Door de zilvren neevlen heen + +Vleuglings vindt de gouden wegen + Waar uw aadmen juichen wordt, +Tot uw zang in vuren regen + Naar de koele vore stort; + +Zingt gij nooit de roode smarten + Van den duistren aardenacht, +Wordt het bloeden onzer harten + Wel gestelpt, maar nooit verklacht?... + +In het ijle blauw verloren + Volgt mijn oog niet meer uw vlucht, +Maar uw antwoord dwaast mijn ooren + Met zijn zaligend gerucht: + +Steeds, uit vreugd of smart gerezen, + Heeft de ziel uw vreugd verstaan, +En tot uwe vreugd genezen, + Ons gemeen geheim geraên: + +Alle smart omhooggedragen + Meerdert vreugdes gouden schat: +Slechts de vleuglen die ons schragen, + Zijn van aardes tranen nat. + +_(Carmina)_ + + + + +VERZEN VAN WIES MOENS + + + + +LIED + + +Vesperbanken +als vlinders +komen zich zetten in je haar. + +Ik kus je voorhoofd +de witte Bethlehemster +over dit avondland +luidroepend als een klok! + +Ik zing +de tobogganlijn van je hals. + +Eeuwig moet ik +het bloedige riet bespelen +aan je mond: +ik heb het fluitewijsje lief +van je ziel! + + + + + +EROTIEK + + +Krisdans, fakkeltocht, +blinkende skipad hoog: + +Leven dat ik je brengen moet +lijk het stond +van kino en nachthonger opengerukt +in straatmeisjes ogen; + +achter de wilde honigvelden +van mijn hart, +Leven lacht +kind met blote tanden +reikt je zijn melkwitte handen +Zo goed, zo goed! + +Wees sneeuwster +en laat je verslinden +in de zachte brand +van mijn hand. +Ik breng je op mijn tong: +wind, hemel en aarde! + +Als morgen over de wereld luidt +hoor mijn Avé. +Op de hemel van je ziel +laat me bloeien: +boom, van je zon, van je luchten, +hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten, +zijn laatste blad en zijn vogelen +alle in je schoot. +Je draagt de vracht zo licht. +Zo lacht voor je mijn ziel, +en zingt +als want van schepen in de wind, +zon en dauw omzoend-- +en ik ben je luit +aan alle snaren gesprongen +van tranen, +van lach, +van zaligheid! + +[Illustratie: WIES MOENS] + + + + +SLAAP + + +Als je ver afzit in de kring +--lamp heeft zich over ons verwonderd: +opspringende vond zij +blijde zonnen om haar: +onze gezichten!-- +warm bebroeden je mijn ogen. + +Niet nachtelik is mijne liefde: +Ophelia-maan dolend langs moren en grachten, +maar een Septembermorgen +met zon die de mist vaneenklaroent, +en de geur van mijn liefde +als van een vers gekalefaterde boot. + +Ik kom van zo wijd, en telkens weer, +de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land; +de witte berg +van je schouder is ver, +de zoete klokken +over het Meidal van je gelaat. + +Nu, lijk de voerman in de vriesnacht, +wetend gezellige herberg, +stallamp en schelf, de polk in het hooi-- +over eindeloze banen dokkert mijn hart +naar de slaap die in je moederlik is. +En lamp legt honig over je zoete leden! + + + + +WINTERLAND + +Neer vallen op witte sneeuw +de rode roodborstjes als bloedkoralen. + +Eindeloos wit is witte winterland, +ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon: +korrel voor korrel moet +de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd. +O maar de kamer +is 'n avonds een wonderbaar eiland: +in pril groen, +in room-milde zon +ontluiken wij naar mekaar. + +Wimpers over je ogen +zijn lijk zijden batik over de lamp. +Wijl je mij reikt +de witte kelk van je hals, +weer ik voorzichtig +--rozeblaadjes op wijn-- +je lippen, +zoekend de koele sneeuw van je tanden. + +Ligt eindeloos wit het witte winterland: +je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen, +kransen van roodborstjes +slinger ik om je hals! + +--Blank in de witte sneeuw geplant +staat de blinkende brand +van het licht door de ruit. +En voor de bruid +rinkelen de sleebellen hun lied!-- + +Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster, +dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen, +zingen hun deuntjes van huis tot huis. +Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens, +witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw: +Kersklokken wijd ik voor allen +met chrisma bereid aan je mond! + + + + +DE WEG + + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Volk, moeder der geslachten. + +In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht. +Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif +gij ziet hen van u gaan, +die schreiende geboren uit uw vrolik vlees +dat uw lach als een golf naar de sterren hees! + +Uw hart is een zoet tabernakel, blauw +Als het kleed van de Lieve-Vrouw. +Maar in uw dromen, +die rood en goud aan de einder staan, +moeten gehelmde krijgers, +koninginnen in kanten gewaad, +bonte stoeten over de aarde gaan. + +Uit u ontspringen jaar op jaar +als van een heilige eik +twijgen wier teer uitlopen het land verjongt. +--O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!-- +En voor de zwerver spilt gij iedere dag, +de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk: +want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weëekelk. + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Moeder-Volk! +Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen, +vlammen die vredig in ons als havenlichten branden, +nu moeten wij komen een voor een: + +naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt, +naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond, +naar uw melk-overdaad, +uw blanke wonder van toeverlaat, +O Moeder, +eeuwige moeder, +Volk! + + + + +DRIELUIK + + +Loopt hij met zijn meisje +langs witte maanpaden-- +ver ronken de kermisorgels +en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp-- +hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart, +want zijn hart is een weke occarina. +Ronde boomkruintjes, haar ogen, +waaien gestaag hun bloesems in zijn hand. + +Maar hij is soldaat +die op nachtwake staat-- +nacht: blauwe cowboyfilm; +zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen, +buitelen de nachtegalen!-- +Drievoudig ontbloeit zijn heimwee: +Zondag-dorp-meisje, +en hij loopt een pas of wat, +kuchend als het treintje +dat hem naar huis voert ... +Dan, onder de sterrewielingen +staat hij verloren, +en kijkt scherp uit, als een stuurman. + +Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden, +brult zijn keel schor, +danst vonken uit de vloerkarelen-- +een plotse, koele dronk +doet hem opspringen: "mijn lief!" +en hij wipt de straat over +als een jonge haas! + + + + +APOTHEOSE + +_Aan E. L. T. Mesens_ + + +Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging. +Nu gaan liggen met de wind +om torens en achter hagen, +vertrouwde luiken sluiten, +uitbreken met de fluiten +van de regen die aanzet als een eskadron. +Als in de stad je vreugde ontsprong +met de lichten alle. +God keurt de stad als een diamant +zij brandt tussen Zijn vingeren. +Hij is het die de aarde heeft gezet +ronkende bij in de kelk der hemelen +en schept de vloed der straten: +Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel! + +In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was, +je maal en de mensen, +hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist, +je vreugd opgewacht +en haar onthaald op een lied +dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt, +zoet--en gebarsten van honger +als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht! +En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten" + +Tziganen zijn zij voor jou, +hun spel is van liefde en honger, +eindeloze hemel over de steppen! + +En het is deze zelfde avond +dat op je weg wordt gezet +een moedertje, +en je ziet +hoe de regen op haar mantel +gestolde paarlen laat, +de laatste bries, +waarin de dag uitblies, +heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid, +al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten! + +Op je bloed, +als een vloot triomfant: +wil +de stad te zetten blok na blok +tot een kathedraal over haar; +uit het gonzen der stemmen millioenen, +tinkelen der trems: +kinderen roepend mekaar van ver en nabij +(je ziel gewerkt door alle geruchten +als rook die in de regen slaat) +bronzen klok voor haar lof, +en de lichten van je liefde +van pijler tot pijler! + +O te zijn in dit avonduur om haar +van de Stad de grote minnaar +--je draagt haar op je hand +zo men ziet heiligen dragen +kerken en kloosters op hun handen, +lach van je ziel doolt +met de blauwe wierook uit je pijp +door alle straten, +En de muziek van je ogen hommelt +ver het land in +dat zich alom heeft gezet aan de stad +als een lief aan haar Hoogliefs voeten. + + + + +LIED VAN DE ARBEID + + +Vandaag is het over mij gekomen +en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen. +Ons woord is anders geworden, +vaste klank kwam in onze stem, +en ons gebaar +tekent de komende visioenen op de lucht-- +wij: bouwers met horizonnen! + +De grote wind die komt van de zee en de vlakte +hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd. +Meeuwen tuimelden over de stad, +de zon is uit de wolken gevallen. +Dit is het grote Hosannah: +de mensen laten zich dragen op de wind, +dit is het grote Hosannah +van de wind en de wolken +die zingen door de mensen +--en de ongeboren kindertjes +zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder! +De grote wind die komt van de zee en de vlakte. + +Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel +--mijn ziel was de warme, ronkende haven, +luw nest voor de tochten en de tijen-- +als een galjoot geschoten in zee, +als een ranke galjoot ten dans gevoerd, +dans van de baren en de kimmen, +dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten. + +Overal waar deze galjoot voorbijdanst +zullen de mensen samenlopen op het strand, +en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld. + +Want mijn galjoot draagt het evangelie +van al mijn dwalen en van mijn berouw, +de goede, vreugdevolle tijding +--schalt de wereld, stem is overal +van de daken en de telefoonpalen, +van de elevators, klimmasten voor het havendiet!-- +Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid, +en niets is meer van mij-zelf +maar alles is van u, en u, en van allen; +het is éne goddelike ritme dat ons allen beweegt, +de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man, +het is alles één: wat de grashalm richt naar de zon, +het meisje doet knielen aan haar lief, +alles één in de grenzeloze, meteloze omarming +Liefde! + +Zo, lijk een kind +dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt, +de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook +dit groefje dat aan haar mond ontspringt, +en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals +en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele-- +o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel! + +Als een die in het witte vlees van zijn lief +zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren +--uitrukken! uitrukken!-- +het is zo ver, en zo ver, +en het is zo goed! + +Zo goed +als een klokje diep in het dal, +de lauwe geur van veevoeder overal +'s avonds over de dorpen lijk een offerande. + + + + +VERZEN VAN WILLEM KLOOS + + + + +PERCY BYSSHE SHELLEY + +_AAN CO REYNEKE VAN STUWE_ + + +I. PROÖIMION + + +Soms, als men diep in zijn gedachten klimt + Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken, + De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken, +Wier magisch scheemren weifelend verschimt, + +Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt, + Beide armen ijlings voor zich op te strekken + In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken, +Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't + + Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen + Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone +Leefden, en schiepen wat niet kán vergaan. + + Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid loonen.... + Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen, +En Shelley is op zee door moord vergaan. + + +2. VÓÓRGEVOEL + +Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen + Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand? +Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen, + Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand, + +Den versten zoom des horizons, waar vlogen + Vogels, als vlekken op den heldren wand + Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand, +Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge, + +Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande, + De onsterfelijke Shelley.... Zwaar-diep-luid, + Een beest, dat bulkt naar onbereikbren buit, +Galmt dof de zee, golven op golven slaande: + +Dees wéten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later +Lag 't goddelijk genie, als lijk, vèr, diep in 't water. + + +3. DE MOORD + +Het ranke lichaam van de boot (de haven + Uitschietend als een meeuw opeens, met volle + Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen) +Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven, + +('s Afgrond's mysteriën het doodssein gaven) + Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen, + Wijl, achteraan en naast, twee even dolle +(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven) + +Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen: + De mist ligt laag op 't water: zien en hooren + Vergaan, alleen de horens hoeënd schallen.... +Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren, + +Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*] +En verder niets dan Dood, de diep-in stille.... + + +[Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen, +Shelley's medeschepelingen.] + + +4. SHELLEY'S STERVEN + +Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag + Shelley en las.[*] De wilde golven sloegen + Luider en luider langs de zijden, droegen +Hoog-op het broze vaartuig, met geklag + +Van schril zoevend gieren door want en stag, + Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen + Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen? +Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ... + + Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen +Overal áán, en plots ... een donker blok + Komt dreigend door die misten opgesprongen ... +Hij wankelt door den donderenden schok ... + +"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend +Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend. + + +[Voetnoot *: In Keats' _Eve of St. Agnes_, dat omgeslagen in zijn zak +werd gevonden.] + + +5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*] + +Wij waren jonge wilden: o, de vloek, + Te moeten jong en dwaas zijn: niet te weten + En tòch te doen ... wel gauw weer is 't vergeten.... +Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek + + Naar woorden, om te sussen mijn geweten, +Doch vind er gééne.... Zie daar, in dien hoek, + Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te meten +Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek, + + 'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als rijden + Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel belijden, +Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf: + + 'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche baren.... +... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf.... +Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren. + +[Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London, +John Slark 1886).] + + +6. SHELLEY'S VERSCHIJNING + +Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad.... + Ik zag hem nauw, maar voelde zijn nabijen + Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich vlijen, +Zóó zacht, alsof er op een buiten-pad, + +Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad + Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij een + Vreemde verfrissching langs zijn slapen glijen.... +Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat: + + + "Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die binnen, +Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt + Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen +Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt, + +Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen, +Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen." + + +7. VERVOLG + +Zóó voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede + Van veilig weten zeeg er door mijn heele + Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k spelen +Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede + +Weiden der eindeloosheid, en haar beden, + Om één te wezen met het Al-zijn, kweelen + Weer ging, heel diep-inwendig, als zoovelen +Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden.... + +Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde + 't Jong hoofd--dat lachen scheen als zilvren bellen:-- + "Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed kwellen, +"Gij liept nooit mede met de doffe kudde + +"Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen: +"Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen." + + +8. VERVOLG + +"Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken, + "Gij stoordet nooit aan dwazen u, die smaadden, + "Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en spade, +"Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ... + +"Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken, + "Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge raden + "En, schoon met Denken's eeuwgen last beladen, +"Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken. + +"Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen, + "Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft dringen +"Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ... + + "Dát was de weg, dien alle dichters gingen, + "Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen ... +"Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen." + + +9. ANTWOORD VAN MIJ + +Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen, + Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd, + Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt +Van overschoone en lang-geleden droomen, + +Die in 't koud daglicht plots weer vóór ons komen, + Uw naam--o, hoe dat oogenblik mij heugt!-- + In de' allereersten opgang mijner jeugd +Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen. + +Ik zag hem ... lás hem ... wist niet, hoe mij wierd.... + Groeide er een verre erinnring in mij wakker, + Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker, +Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd? + +O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen, +Eén bonte ontbloeiïng van het diep-in Eeuwig-Eéne? + + +10. VERVOLG + +Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote, + 't Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't schijnen + Van dit en dat en wéér wat, 't Uwe en 't mijne) +In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten + +Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote, + Onder steeds reddeloos geleden pijnen, + Waar zich vergaan in voelt het Teêre en Fijne, +Het Levensraadsel uit is opgeschoten? + +Moet men getroost dus, weg van ál vergeefsche + Klachten om heel ons klein, persoonlijk Lijden, +'t Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche, + + Het God-genoemd goed-nemende te al tijden +Machteloos eerend, verder in goed-leefsche + Koelheid het Goede doen, het Slechte mijden? + + +11. SHELLEY'S OORDEEL + +Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven + Van wind door slank-getopte popel-takken: +"De aarde werd woonoord voor gespeende wolven, + "Die met hun jonge tanden alles pakken. + + "Dra zullen dichters wonen in barakken, +"Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven, +"Zij worden heengedreven door de kolven + "Van vunze Bolsjewistische Kozakken. + +"'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden, + "Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en neder, +"Dees wint of die, maar 't is tot schâ voor beiden. + "O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte veder.... + +"Hierboven is het zalig, waar in wijden +"Kring alle blauwingen zich om ons breiden!" + + +12. SLOT + +Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken, + "Waarheen mijn droomen ging in kinderjaren, + "Wanneer ik zat lange avonden te staren, +"Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken.... + + "Voel _ik_ mij, die maar 'n aardling ben, een zware, +"Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke +Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken, + Was Shelley, als een waan, plots heengevaren.... + +"Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij? + "Muziekvolle ademing uit beetre sferen, + "Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard verkeeren +"Kwaamt, om te vlieden, óók te gauw toen ... streeft gij + +"De oneindigheid der Ruimte dóór weer, om te ontmoeten +"'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?" + + + + +TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK + +I + + +Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken + Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord, + Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord +Door wie als Gij, als élk eens, diep gedoken + +In 't grondloos-Eéne-en-Eeuwige-ongebroken, + Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort ... + O, 'k roep U toe--Uw rust wordt niet gestoord-- +En 'k roep dus, nógmaals, woorden wáár gesproken + +Vóór 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht + Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens: + Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens: +Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht, + +En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone +Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen. + + +II + +'t Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam + Uw innigst In-zijn óp weer in zijn schoot, + Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot, +Terug verlangde naar waar 't eens van kwam. + +Wij andren dwalen verder, tot de vlam + Ook van òns Zijn vervaagt tot avondrood. + Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn dood? +Want staan blijft steeds ons aller Moederstam, + +De Menschheid, die staêg groeit en bloeit, en bladen + Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand, +Maar nieuwe komen weer aan allen kant. + +De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen, +En eindloos, door der eeuwigheden tal, +'t Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val. + + +III + +Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze: + Hij, die der Ruimte oneindigheid bespiedt, + Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet +Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen: +Maar éens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen, + In der aeonen onbeperkt verschiet, + Dat alles saam vernevelt tot een Niet +En ná dien zal er _niets_ meer, _niets_ meer wezen.... + Niets? Ja, toch Eén, het Eenge, wat bestaat, +Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande, + Het Absolute, bóven Goed en Kwaad; +Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande. + De wijsgeer noemde 't God, met kalme stem: + Wij voelen, weten, denken niets dan Hèm. + + +IV + +Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen, + Glanzend of walmend voor een korten duur, + Als vonk of damp uit dat Ondoofbre Vuur, +Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen. + +Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen, + Door hersnen, aêren, als een levend vuur: + En tòch wij zijn slechts wanen van een uur, +En worden aan het eind weer opgenomen + +In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns, + De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre, +Waar elk naar haakt in onbewust gepeins, + Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in sterren, +In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins, +Van uit de schaûwen dezes aardschen Schijns. + + +V + +Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven + Maar voor de wereld, jegens U van mij, + Op aarde hier. Want, wat ons nu nog schei, +'t Gordijn des Levens, met een rustig beven +Zal _ik_ ook eenmaal zien omhoog-geheven +En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei + Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar zij, +Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven. + Dan zal ons spreken zijn van 't stil-vermoede, +Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld, + Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en Goede, +Dat glanst, óók waar de wereld woedt en woelt.... + Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij zijt, +Blijf, òns toch heilig, diep gebenedijd! + + +VI + +Maar neen, mijn laatste woord mag zóó niet scheiden + Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs; +Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide + Tranen, ras wijkend voor iets stils en dofs, +Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden + Peinst, tot het òpvloeit in een zang des lofs; +Wij leven allen in den Droom der Tijden, + Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs. +Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend + Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns, +Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend + Haarfijn àl lengten, breedten onzes schijns, +Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter, +Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er? + + +[Illustratie: WILLEM KLOOS--NAAR ANTOON VAN WELIE] + + +VII + +Alweêr een weifeling? Weg, weg ... wij voelen, + Omdat zij dieper dan ons denken gloeit + En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit, +De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen +Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen + Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid) + Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit, +Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen. +Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood + Om al de ellende dezer wereld tevens, + En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens +Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot.... +Hij maakt àl goed. De diepste Grond des Levens, + Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot. + + + + +AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN + + +God-dronkenen, die diep-in zingend leven + Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen + Sinds hun geboorte in 't onuitspreeklijk-schoone, +Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven + +Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven + Bij al wat aarde en hemelen hun toonen + Aan visioenen die hen heerlijk loonen +Voor àl des Levens pijnen, tot hun sneven. + +O, mijne broeders al, gij, Onbekenden, + Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken, +Daar gij verkoost met geen geluid te schenden + De heil'ge stilte van het diep-in leken + +Der onder oogenrand gebleven tranen +Om mensch-verdwazing en der aarde wanen. + + + + + +VERZEN VAN MARGOT VOS + + + + +LENTELUST + + +Zoo in den zingenden hof +Met de merels en madelieven +Met het blijmoedige lof +En de harige honigdieven, +Zoo als een doeniet den dag +Uit den zondronken hemel te kijken, +Dwars door het feestlijk gevlag +Der bloeiende appelrijken, + +Vind ik de zaligheid weer +Die de wereld verloren waande, +Ben ik bevrijd van begeer, +Houd ik den hemel staande +Op mijn gezuiverd bloed +Waarover de winden wimp'len, +Ben ik van blijdschap gevoed: +De simpelste onder de simp'len. + +Boven mijn hoofd sluit de tijd +Zijn eeuwig-bloedende wonde, +Heft mij in 't zorgeloos krijt +Van de fluitende vagebonden, +Houdt mij van schoonheid omschuimd, +Van zil'vren zangen volzongen, +Stuwt de groot-golvige ruimt' +Aan 't klein eiland mijner longen. + +Mijn wordt het gansch gewelf; +Daar is geen raadsel, geen wonder. +Ik ben de schepper zelf, +De wereld duikt in mij onder. +De dagen stijgen uit mij +Als hel-klapwiekende duiven, +De nachten komen in mij +Den zomersenen wierook wuiven. + +Ik draag de wel en de wolk, +Ik draag de ster en de rozen, +Ik draag 't opstandig volk +Van winden en waterhoozen. +Aan mij de zachte borst +En de zwarte vlerken der eeuwen +Aan mij de levensdorst +En het eindloos stille sneeuwen. + +Zoo is het evenwicht +Over mijn tweelingoogen, +Zoo is al last en licht +Even zwaar uitgewogen. +Zoo is er geest noch stof, +Wijsheid noch wereldweten, +Zoo in den zingenden hof +Ben ik van God vergeten. + + + + +ONTWAKING + + +Onder de zon wordt een wonderdroom, +Weidsch als een waaierboog. +Merkt ge onzen machtigen onderstroom? +Wij heffen de zee omhoog! +Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot, +Als de storm die te nacht in den horen stoot. + +Al wat we zagen was eeuwig grijs. +Binnen gesloten schulp +Werden we en wiesen we op ééne wijs; +Ons rijk was de smalle stulp! +Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf? +De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf! + +Boven ons wijken de wolken weg, +Zeilen de zon voorbij. +Keert ons nog heden het oud beleg, +Toch worden we morgen vrij. +Toch zullen we morgen ontbonden staan +En ver boven 't kleine de vleug'len slaan! + + + + +HET IS MEI + + +O de zonne de zonne die danst op de wei +En de leeuw'rik die danst in de lucht, +En de perelaars breiden zoo breidelloos blij +Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht! +En het rozige schuim aan den appelaar ruischt +Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist; +En de zonne de zonne die danst op de wei ... +_Het is Mei, het is purperen Mei!_ + +O de zefir de zefir die zingt in het licht +En de bij zingt de bloei-hagen door; +Over stekel en naald, tusschen dorens en blad +Zoekt zij zoemend het goudgele spoor. +En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht +Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt, +Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei +_Van den Mei, van den purperen Mei!_ + +O de beke de beke die huppelt voorbij, +Of 't een spelensreê makkertje waar', +Dat met grillige kransen van schaduw en licht +Heeft doorvlochten het goudelend haar! +En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet +Of een torteltje roept uit den perelenvloed +Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij: +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + +O de zonne de zonne die danst in de wei +Op de maat van den lustigen wind, +Die de bloemekens zoent op de blozende wang +En den wolken den gordel ontbindt! +En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist; +Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist +Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + + + + +GRAUW WEDER + + +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Steek toch die taaie slemp in tweeën! +Stoot uw goudzwaard de wolken in +Dat ze bloeden als roode zeeën! +Zend uw rankvoetige stralekens +Met de starren in 't glinsterhaar! +Laat ze kloppen en wederkloppen +Aan de weerbarstige winterknoppen, +Groot wond're wonderkens liggen daar +In vast versloten schalekens.... +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Dinder die wonderkens uit den dop! + +Zonne zonne, waar zit ge toch! +Hadde ik uw gulden riddersporen, +'k Sprong de grauwe almachtigheid +Dwars door naar uw verstoken toren. +'k Luidde al lustig het belleken +Tegen de karmozijnen poort: +Ik zou klinken en wederklinken +Heel het hemeldom oprinkinken +Van Oost tot West en van Zuid tot Noord +In één hooveerdig relleken.... +Zonne zonne, waar zit ge toch? +Zijn uw oogschellen geloken nog? + +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Word toch de wereld welgenegen! +Laat uw doorluchten levenslust +Over de aarde flikkervegen. +Tik met uw blinkende hamerkens +Hier en ginds en in al 't getij; +Laat ze springen en wederspringen +Op en neer, tot vermetel zingen +De lucht doortrilt als een sterk en blij +Gejoel van vrije kramerkens! +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Zet ons midde' in de Meiebaan! + + + + +AVONDZWIJGEN + + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Komt het van 't zwijgen der wilde merels, +Of van de peinzende sterreperels, +Of doet het de stervende zonneschijn +Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt +Zijn vlinderteêre doorzichtigheid? + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Liggen de luide dingen versloten +Achter verzegelde zilveren sloten +Die over de verten genageld zijn? +'t Is al zoo zwijgend omneêr gegaan +En weggeborgen en afgedaan. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn, +Als had ze een heerlijk kind verloren +En roerloos zat in heur blauwen toren +Van eenzaamheid bij heur roode pijn +Die dieper dieper vervloeien ging +Tot zwaarmoeds-duist're herinnering. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Worden de zonden zoo zwaar gewogen +Dat neêrwaarts neigen de trotsche bogen +In donker-purperen deemoedslijn +En wacht doodstil het ontroerd heelal +Of de genade ook komen zal? + + + + +WAT LOK JE + + + Wat lok je, + Wat mok je, + Wat glans en gok je, +Klein stommetje uit het oogeland! + Als 'n klokje, + 'n Klein klokje, + 'n Glinstervlokje, +'n Blauw blommetje van het hooge zand. + + Wat vlei je, + Wat blij je, + Wat spelemei je; +Wat oogel je uit dat blond kozijn! + Als leien + Te vrijen + In rozeweien +Blauw vogeltjens met den zonneschijn. + + Wat blink je, + Wat pink je, + Stout smeekelinkje; +Princesseke bedelt erbarmen maar. + Want 'n vinkje, + 'n Klein vinkje, + 'n Heel klein vinkje +Wil nestelen in mijn armenpaar. + + + + +BOETEGANG + + +Het belken klept de kerstenrij +Uit held're verten naderbij.... +Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil +Bij 't kindeke en de vrouwe zoet; +En 't kleen bescheiden keerske brandt +Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed.... +Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust +Die 's werelds wee al overwaakt +En staeg de wonde voeten kust +Van Christus, nederig en naakt. + +Daar ruischt een volte in de poort +Die aan Maria's ruste stoort.... +Een weelderige kleurenvloed +Golft door Gods heilig bruidsvertrek +En purper en sameet beschaamt +Het kindeke in zijn poover dek. +'t Is of het kleine keersken bangt, +Van schitteringen overblaakt, +Of armer aan het kruishout hangt +De Christus, nederig en naakt. + +Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen +Om donk're zonden af te doen? +Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer +Der godd'lijkheden, overberst +Van pronkselen en wereldpraal +Die loodzwaar op de vlerken perst? +Hij zwerft wel ver van 't vrome land +Die goudzwaar ter ontferming naakt! +Hoe luttel weegt de lendenband +Van Christus, nederig en naakt!... + + + + +DE MAAIERS + + +De maaiers komen in de blauwe kielen +Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland, +Met loome lijven en verslapen zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + +De gele haver zal geen avond vieren +Maar gesikkeld liggen in het late licht; +De moede maaiers als gedreven dieren +Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht. + +En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien +Als witmolenwieken door het volle graan; +En het ritselruizelt aan hun struische zijên +Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan. + +Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte +Gaan ze felgebogen door den flikkerdag, +Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te +Verstarren ligt van zijn laatsten slag. + +En de maaiers trekken in hun blauwe kielen +Met de avondstarre naar het heideland, +Met versloopte lijven en versloerde zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + + + + +CANTECLEER + + +Bonte trompetter, +Bloeiender lust +Blinkende ketter, +Kort is uw rust. +Steekt g' in de luchtsmoor +Brandende taal, +Schemering vlucht voor +Uw hoornsignaal. + +Relt ge de belle, +Wekkert een vlucht +Klinkende schellen +Wakker de lucht, +Woelt er een stoutvlerk, +Hemelgenoot, +Al het schoon goudwerk +Open en bloot. + +Zilveren schalen +Storten in 't land; +'t Regent koralen, +'t Regent briljant. +Waar is de muiter, +Waar is de dief? +Vang je, hoogfluiter, +Gouden gerief? + +Bonte trompetter, +Boven den tijd +Wekt uw geschetter +Werelden wijd! +Wekt ze, tot leven, +Zonnig en blond, +Boven den beven- +-Den horizont! + + + + +STORMLIEDEREN + + +I + +Zie, de luchten waaien tot een duister ruim +En de wind wordt vrijheer van den vloed +En de bladers dansen op z'n dolle luim +De muziek der regens tegemoet. + +Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt: +Elke boom een feestzaal vol gedruisch, +Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid, +Ieder dal een open lustig huis. + +In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein +Van genot en leven door den dag; +'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein +Onder rijke overzeesche vlag. + +Schelle najaarskelken bloeien wild en bont +Aan de zwarte steilten van den dood, +Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond +Op uitdagend zingen henenvlood. + +Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan +Zonder ijd'le klacht en zonder spijt +Op de donkre hobo's van den nachtorkaan +Tot den diepsten burcht der eeuwigheid. + + +II + +De stormbruid ruit de bladers op +Tegen het oude woudgezag: +Beter in één roes te vergaan +Dan te verdruilen dag aan dag. +Hoor je dat ruischen, breed en frisch? +Hoor je dat golven, zwaar en groot? +Dat is de opstandigheid die luid +Aan de verstarring weerstand bood. + +Wie nu niet tot de daad ontwaakt +Moet tot de pit verschimmeld zijn. +Daar is geen lust, geen droefenis +Te machtig voor dit hoog gedein. +Daar is geen enk'le ziel te zacht, +Daar is geen enk'le borst te broos; +Daar is maar één meesleepend lied +Van stormgeluk, al eindeloos. + +En wat nog nooit gevlogen heeft +Schiet slank en snel de wolken in; +En wat nog nooit bewogen heeft +Rukt van zijn vastgeroeste pin. +En uit de vlakte en den vloed +En over zee en bergbazalt +Borrelt en breekt de bende baan +Die duisternis en nevel spalt. + +Waarheen dit luisterrijke spel, +Waarheen dit weergaloos gewiel? +Tot d'opperste vollustigheid, +Tot de bestemming van de ziel; +Tot stillen hermelijnen nacht, +Volmaakt van lijn en tinteling, +Waar alles alles is gevuld +Van glanzende verzadiging. + + +III + +O groote ruischelaar, +Snelwiekig wonder; +Hoe wordt de kranke dag +Zevenmaal gezonder +Als g'uit de wolken scheert, +Als g'aan de vlakte veert, +Als ge de golven keert +Over en onder. + +O groote ruischelaar, +Breedvlerkig wezen, +Nauw staat de hemel vol +Regen gerezen, +Of met een schuddering +Van uw gezwaaiden zwing +Zwiept gij de zonnesching +Over de vreezen. + +Wolkenrot, wintergod, +Waar werpt g'uw anker? +Zeeën zijn veel te klein, +Bergen te wankel. +'t Sterrenheir stilt u niet, +Nachtdonker drilt u niet, +Maanvreê vermildt u niet, +Bandlooze zwanker! + +Doch zijn uw wegen ook +Wild, woest en woedig, +Ergens in 't ongezien +Wordt ge vroom en vroedig. +Splijt u een sterker wil, +Siddert uw albedil, +Staat gij gebogen stil, +Eindloos ootmoedig. + + +IV + +Hoezee! daar jaagt het heksenspan +Der dolle regenbenden an! +Ze dragen sneeuwen hoozen, +Een rok van waterrozen, +Een schel blazoen, een felle speer, +Aan ied're steek een raveveer.... +Ze blikken op noch omme, +Lijk een bezeten dromme +Ze suizen over struik en blom +En slaan de bange boomen krom.... +Berg weg, berg weg uw leven! +Het is haar àl om 't even. +En wilt ge niet, al goed, al goed, +Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet! +De vaart schiet zwarte vlerken aan, +Wil uit zijn donker bed vandaan +En heft zich boven 't gele riet +En huilt zijn eigen zegelied +En werpt zijn brosse schuimen +Lijk uitgewaaide pluimen +En steigert aan den steilen wal +En slaat terug in boozen val +En dindert op in stroomen +En kan niet hooger komen; +De rosse ruiters daav'ren rond +En springen in zijn zwarten mond +En dansen op zijn duister oog +En spannen hem een zilverboog +En roetsen voort en verder +Lijk kudden zonder herder.... +De luchte leeft van perelsop, +Het klettert van heur speren op, +Ze klirren met heur sporen +Weerszijên van den toren +En steken hem in éénen klap +In grauw-geweven nonnekap. +En voort en voort geschuierd! +De molen moet gesluierd! +O zie dat kleene huisken staan! +Het krijgt een wollen buisken aan. +Hoor hoor dat druischen, drusten +Lijk opgebarsten fusten.... +Hoessa! de appel ploft terneer: +Een bobbel bloed in 't regenmeer. +Hoessa! de peer scheurt van den tak: +Een klompe goud in 't parelvlak! +Hoessa! de noot is 't verste, +Zij tuimelt blankgebersten.... +En immer immer holder aan; +Daar is geen tijd voor stille staan! +Ze donderen maar schots en schol +En plonderen de grachten vol, +Verdrinken kruid en zode +En rennen zich ten doode; +Ze zuigen in het taaie slik +En juichen er heur laatsten snik. + + + + +VERZEN VAN CAREL SCHARTEN + + + + +HET SMEULEND VUUR[*] + + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw stille dichtheid, +waarin het sluim'rend licht leit +te wachten op zijn uur! + +Ik min u in de morgen, +die in het Oosten staat +met aarzelend gelaat +en houdt haar gloed verborgen. + +Ik min u in den avond, +die sterft in lang verbloeden, +met diepe en diep're gloeden +zijn duistren moorder lavend. + +Ik min u in den zang, +die in zijn klare kracht +betóómt de zware pracht +van Hartstochts hoog verlang. + +Ik min u in de kleuren, +beslagen van den gloed +die hen versmelten doet; +en 'k min u in de geuren, + +die zweemen van een mond, +dat rood en vochtig ooft, +wanneer Zij om mijn hoofd +de schuchtere armen rondt.... + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw donker branden, +dat achter bleeke wanden +waakt en wacht op zijn uur! + + +1910 + + +[Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.] + + + + +ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU +LUXEMBOURG (fragment) + + +"Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin? +Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas, +dat sproeit het glanzend gras, en dóór dat gaas, +verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin + +in ijle regenbogen en wuift op +en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen, +waar wazig-druiveblauwe duiven minnen? +Die rukken hunne snavels, dan vliegt op + +'t duikende duifje en klapwiekt blanker wiek +de doffer, 't klaar geblaârte slaand!... Zie, bloesems +vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems +is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek! + +Ligt niet die Liefde als een zonne-damp +over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen +merels de perels dauw het gras af stelen, +gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp? + +Alle bosschages houden heerlijk wijd +hun blâren-volten in de lucht! beneden +ligt warmte-bevend om hun voet gegleden +een vloed van gloênde bloeme', o! teederheid! + +En het geboomte steekt zijn kruinen in +elkanders kruin, dat duizend blaren strijken +elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken +streelend dooreen in zwijmelende min ..." + + +1903 + + + + +MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG + + +De meidoorns staan met hun beschroomde rood + zoo teeder + te blozen, +en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot + koost weder + hun broze +en bruidelijke rood. + +De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen + den schemer + zoo zoel, +en uit der bloemen innig-teêrste binnen + daar zwemen + Zoo zwoel +de geuren tot de zinnen. + +De rozen hangen open op de lucht, + aanhaal'ge + monden, +uit welker diepte 't zoet geheim verzucht + der zaal'ge + wonde +en zwijmelend genucht. + +En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief + uw teêr- + -heid toe! +Maar onze erinn'ring krenkt die ééne grief + en zeer + en moe +laat ons die schaam'le dief. + +Door dezen tuin van lust en schemer staren + den nacht + wij in +En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen + wij lach + en min +en garen ons den weemoed.... + + +1904 + + + + +DE REIS DOOR DEN NACHT + + + Ver was de reis door den nacht, + Den dicht-besneeuwden nacht, +De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen + Nu, in den duisteren na-nacht, + Blind in de spelonk van het rijtuig, +Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span. + + Gedoken in 't voort-ijlend hokje, + Zij, mijn Lief, en ik, en het kind, +Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld, + Hooren we enkel 't gerinkel der bellen + Over de ruischlooze wegen der nacht +In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer-- + + En het is als een heuglijke vlucht, + Stil en snel bij het bellen-gerinkel +--Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien-- + En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind + Vluchtende door den winternacht, +Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ... + + +Lugano, 1906. + + + + +DE GROOTMOEDER + + + De rozen glanzen in de maan + En onderdoor een donk'ren boom +Waar glimp-geschijn in schilfert, + Zie ik de verre bergen staan + In fijnen droom + Verzilverd. + +De rozen glanzen zijig, 't is + Alsof zij zelve stralen, +Een teêrgeurende lichternis + Hoog in de zilvren zale.... + +Een vrouwe-hoofd als was zoo wit, + 't Ivoren voorhoofd blinkend +In 't maanlicht, en om 't grijze haar + Een wit-zij sluiertje, zoo zit +De oude voor dit teêr altaar + Van berge' en witte rozelaar + In zilvren nacht verzinkend.... + +Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen, +Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen, +Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag. +Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag, +Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen, +De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen +Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood, +Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot. + + +Lugano, 1907 + + + + +ISOLA MADRE + + + Isola Madre, waar uw geel kasteel +Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide, +Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide + En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel + + Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel +Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden +Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden, + Tropische aromen broeiden door 't struweel.... + + Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven + En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud +Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen, + +Tot we, op 't terras, dien teêrsten droom in-dolen t + Ver over 't meer-azuur het doomend goud + Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven! + + +Lago Maggiore, 1909 + + + + +DE ZANG VAN NACHT EN TIJD + + + Raadsel van 't Oogenblik! + Met mijne heete handen + op 't wit papier, + zoo zit ik hier +in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden + van 't Heden. + + Water van 't meer, + ik hoor uw golven spoelen + aan duist'ren wal-- + En fluist'ren zal +de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen + aan dit Zelf. + + Nacht, zwart en dicht, + stil en ontastbaar boven + d'onstilb're golven,-- + Zoo blind bedolven +is mijn wild leven onder 't donkere verdooven + der Toekomst. + + Moeder, Vader, Vrienden, + Waarom uw vragende oogen, + en door den nacht + waarvóór uw zacht +geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u niet bedrogen, + de Tijd gaat-- + + Vrouw, die mij houdt + in uw goud-lighte leven + omhuld, o Uw + is 't gulden Nu. +Voed de uren als een durend vuur,--wee, dat het bléve + het Oogenblik. + +En, ongeboren Tijd, + Nacht!--laat ons één licht venster + in uw zwaar zwart: + dat daar mijn hart +veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster, + mijn Kind! + + +Lago Maggiore, 1910. + + + + +DE ONZICHTBARE + + +Ik wil tasten den Boom, die in den nacht + Verrijst van de wazige aarde ... +Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten + Flonkerend op de winde-zuchten, +Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde. + +Ik wil áánraken den duisteren Boom, + Die stijgt uit de wereld, en den hemel + Vult met zijn zachte takken-gewemel,-- +Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder, + Opdat ik wierd bedolven onder +Die bloemen van lucht en van goud, een droom +Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ... + +Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ... +Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft! +De tintlende starren, zij vallen niet, +Lachende neder uit den hooge +Naar dit kind, het eeuwig bedrogen +Menschkind dat streeft +En tast en niet ziet, +Verlángt, en lacht 't Verlangen aan, +zijn tranen-ruischende Schoonheid. + + + + +DE BLINDE DICHTER + + +_Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag, +10 November 1910._ + + + Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren, +Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd +Met uwe teng're sterkte hebt verheugd + En met uw rust mijne onrust deedt bedaren. + + Een fijne blos verjongde uw strakke kaak, +Uw maag're roode hand koelde in de mijne; +Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen + 't Licht uwer vroolijke en vrome spraak. + + Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij +Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken; +Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken + En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij! + + Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven, +Hoe, blinde, gij mij vóórgingt naar beneên, +De armen los neerhangend langs u heen, + Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve! + + Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag, +Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten. +Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten + Stil door den schemer tot de laatste Vraag. + + Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend, +Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen, +Naar wij het in de Heilge Boeken lezen; + Gij waart m'een Teeken: ík was blind, gíj ziend! + + Zóó worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden, +Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:-- +De blinde Dichter, gaand de treden af + Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ... + + + + +HET SCHOONE STERVEN + + + Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft +Zijn gouden waas over de oude grachten + En onder 't gulden loof een stemming zweeft +van sterven in deze oude en gouden prachten,-- + +Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten + Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft +En henenzweeft in de eerste koude nachten + waarin alleen één zilvren stemklank leeft: + + De stem, die in de hooge eenzaamheden + Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd +En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren, + +Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren, + Het torenlied een laatsten glimlach wijdt + En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden. + + +Utrecht 1916 + + + + +BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM +VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN + + + + +GEDICHTEN + + + +A. NEDERLANDSCHE + + +FRANS BASTIAANSE, _Gedichten_ (2e dr. 6/11e duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, +verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk +kenmerkend voor dezen dichter is." _Hofstad_. + + * * * * * + +S. BONN, _Wat Zang en Melody_, met een woord tot inleiding van L. +Simons. + +I. 0.55 + +...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, +het landschap lacht." + +_Zangen van Hoop._ + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen +van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." +_Het Centrum_. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen +dichter, wiens boekje weldadig aandoet." _Het Tooneel_. + + * * * * * + +RENé DE CLEKCQ, _Van Aarde en Hemel_. (De Appel- +Hemelbrand--Afaasvar--Doemsdag). + +I. 0.75 + +_Uit Zonnige Jeugd_. + +C. 1.05 + +"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die +zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. _Utrechtsch Dagblad_. + + * * * * * + +P.N. VAN EYCK, _De Getooide Doolhof en andere gedichten_. + +I. 0.55 C.1.05 + +_Gedichten_. (Het Ronde Perk--Lichtende golven) + +L 0.75 C. 1.25 L. 1.40; + +"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van +stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke +rhytme." _Nieuws v.d. Dag._ + + * * * * * + +P.A. DE GENESTET, _Complete Gedichten_, voorzien van portretten van De +Génestet en mevrouw De + +Génestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten +voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + + * * * * * + +JACOB ISRAEL DE HAAN, _Het Joodsche Lied_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar +woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met +moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke +schat." _Avondpost._ + + + * * * * * + +PROSPER VAN LANGENDONCK, _Verzen_, + +I. 0.55 C. 1.05 + +"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig +gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en +een ware grootheid van opvatting." _Maasbode_. + + + * * * * * + +JAN LUYKEN, _Jezus en de Ziel_, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, +met reproducties naar de oorspronkelijke prenten. + +I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20 + +"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" _Het Volk_. + + + * * * * * + +V. DE LA MONTAGNE, _Gedichten_, met inleiding van Emm. de Bom (3e +vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf) I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 +K. 1.80 + + * * * * * + +FRANQOIS PAUWELS, _Enkele Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,--ziedaar de bron +van Pauwels' welluidende liedjes...." _Van onzen Tijd_. + + + * * * * * + +J. REDDINGIUS, _Johanneskind. Gedichten_. (2e vermeerderde dr. 6/8e +duizend) 0.55 C. 1.05 _Regenboog en Jeugdverzen_. I. 0.75 C. 1.25 L. +1.40 + +" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige +natuurgeluid van den dichter." _Is. Querido_. + + +"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten +onzer dichters worden geteld." _Willem Kloos_. + + + * * * * * + +ANNIE SALOMONS, _Nieuwe Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80 + +"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee +ons verder leven in. A joy for ever." _Utrechtsch Sted. Dagblad._ + + + * * * * * + +DE SCHOOLMEESTER, _Gedichten van_--met al de oorspronkelijke +illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e +duizend. + +I. 1.20 C. 1.70 + + * * * * * + +JULES SCHüRMANN, _Uit de Stilte_ en andere gedichten. Met voorrede van +Willem Kloos. + +I. 0.80 K. 1.60 + +"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schürmann's verzen dat zij zoo +eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen +menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht." _De Avondpost_. + + * * * * * + +NiCO VAN SUCHTELEN, _Verzen_, dramatisch, episch, lyrisch. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu +zacht--als de zuidewindsadem over de lentebloemen--dan forsch en +mannelijk--als de zeewind over de duinen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +HELENE SWARTH, _Roemeensche Volksliederen en Balladen_, naar de Fransche +proza-vertaling van Hélène Vacaresco. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in +deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke +teederheid vormende poëzie van landbouwers. _N. Rott. Crt_. + +_Verzen_. + +C. 1.05 + +... "Een prachtige bundel ..." + +_Dr. Walch_ in _Het Vaderland_. + +_Nieuwe Verzen_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." _Onze Eeuw_. + +"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." +_Delftsche Courant_. + + * * * * * + +J. WINKLER PRINS, _Gedichten_, met portret van den dichter. Verzameld en +ingeleid door J. Reddingius. + +I. 0.95 + +"Prins is in meer dan één opzicht een zeldzame verschijning geweest in +de letterkunde van Nederland." _De Volksstem_. + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ +(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e +duizend) + +L 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + + + + +B. BUITENLANDSCHE + + +ELISABETH BARRETT BROWNING, _Portugeesche Sonnetten_. Vrij bewerkt naar +het Engelsch door Hélène Swarth. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere +schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te +behouden." _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +DANTE, _De Goddelijke Comedie_, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. +Boeken. + +I. _De Hel_ (5e druk in bewerking) + +C. 1.45 L. 1.60 + +II. _De Louteringsberg_ (3e dr. 9/11e duizend) + +I. 2.--C. 2.50 L. 2.65 + +III. _Het Paradijs_ (3e dr. 9/11e duizend) + +C. 2.50 L. 2.65 + +_De drie deelen tezamen in één keurband_ + +6.45 + + * * * * * + +_Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)_ Uit het Italiaansch vertaald door Nico +van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret. + +C. 1.25 K. 2.25 + +"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk +literatuur-studie." _Avondpost_. + +"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo +groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den +Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst +verdient." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Prof. HENRI HAUVETTE, _Dante_. Inleiding tot de studie van de Divina +Commedia. + +C. 1.70 L. 1.85 K 2.70 + +"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk +te gaan lezen." _Dr. J.L. Walch_. + + * * * * * + +DANTE-PAKKET. _De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van +Hauvette_, alle in keurband, tezamen voor f 10.--in carton f 8.--. + + * * * * * + +MILTON, _Het Paradijs Verloren._ Metrische vertaling van Alex. +Gutteling. (Zes zangen) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"_Miltons_ epos van _Het Paradijs Verloren_ is een dier werken die de +letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men +behoort te kennen naast _Vondel's Lucifer."_ + + * * * * * + +ALFRED DE MUSSET, _De Nachten_. Vertaald en ingeleid door Hélène Swarth, +met portret van den schrijver. + +I. o.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij déze overbrenging in +het Hollandsch al zeer weinig geleden." _De Telegraaf_. + + + * * * * * + +WALT WHITMAN, _Grashalmen_ (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits +Wagenvoort. Met portret van den dichter. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of +Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens +werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend +geslacht." + + + * * * * * + + + + +BLOEMLEZINGEN + + +BILDERDIJK, _Willem Kloos, Bloemlezing_, met inleiding en portretten (2e +dr. 7/9e duizend) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den +dichter, is terecht veelvuldig geprezen," + + * * * * * + +RHEINVIS PEITH, _Bloemlezing_, met inleiding door Willem Kloos. Met drie +portretten. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van +Feith's werken. Dat loont!" _N. Courant_. + + * * * * * + +_Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek_ 1905/1915 met tal van bijdragen en +portretten. + +I. 0.75 + +DR. J. P. HEYE, _Bloemlezing uit de Volksdichten._ (2e dr. 7/9e +duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + + * * * * * + +_Schetsboek_ 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. +auteurs, met portretten. + +I. 7.50 + +Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.- + + * * * * * + +JOOST V.D. VONDEL, _Uit Vondels dramatische Lyriek, _ Bloemlezing door +L. Simons. + +I. 0.80 K. 1.60 + + * * * * * + +ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der +Ver. Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieën. + +1e bundel I. 1.20 C. 1.70 + +2e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +3e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +De 3 bundels in één K. 5.25 + +"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten +biedt zij een aanlokkelijk panorama van onze letteren." _Hofstad_. + +"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen +worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." _Avondpost_. + +"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." _Den Gulden Winkel_. + + * * * * * + + + + +BRIEVEN + + +VINCENT VAN GOGH, _Brieven aan zijn Broeder_. Uitgegeven en toegelicht +door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In +drie deelen. + +I. 7.50 K. 12.50 + +"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de +brieven ons nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst +opgenomen, en nog vele portretten en illustraties versieren het mooi +uitgegeven werk." _Herman Middendorp_ in _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +Dr. H. JAPIKSE, _Brieven van Johan de Witt_. I. 0.75 C. 1.25 + +"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische +studiën te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote +landgenooten. Dr. Japikse is daarbij een uitmuntende leidsman; hij +koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, de stukken die het best +de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft daarbij, in +het kort, de noodige historische toelichtingen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +MULTATULI, _Brieven_. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 +deelen geïllustreerd). + +I. 6.--L. 10.-- + +_Bij maandelijksche afbetaling van één gulden waarbij men het geheel +onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra_. + + + * * * * * + + + + +TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK + + +Dr. FRANS BASTIAANSE, _Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche +Letterkunde_. Met bloemlezing en illustraties. + +Deel I. _Middeleeuwen_ (2e dr.) + +I. 2.45 K. 3.35 + +Deel II. _17e en 18e Eeuw_. + +I. 2.45 K. 3.25 + + * * * * * + +H. L. BEECKENHOPF, _Kunstwerken en Kunstenaars_. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85 + +"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus." + + * * * * * + +Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, _Goethe's Faust_. Een studie. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan +ons gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." _K. C. Bouman-Winkler_ +in _De Gids_. + + * * * * * + +EMMANUEL DE BOM, _Het Levende Vlaanderen_. (Met 29 illustraties). + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok +volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te +brengen." + +"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat +Vlaanderen kan en wat het is," _Vragen v. d. Dag_. + + * * * * * + +M. H. VAN CAMPEN, _Over Literatuur_. Critisch en Didactisch. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en één waaraan +dit buitengewoon zuivere, critische werk, _boeiend en belangwekkend als +sinds Busken Huet zijn literarische fantasieën uitgaf, geen werk "over" +literatuur is geweest,_ ten volle beantwoordt," _Rott. Nieuwsblad_. + + * * * * * + +DESIDERIUS ERASMUS, _Een twaalftal Samenspraken, _ uit het Latijn vert. +door Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet +(uit "Het Land van Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend) + +C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20 + +_Eene tweede twaalftal Samenspraken_. Vertaald door Dr. N. J. Singels, +met twee afbeeldingen. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +_Lof der Zotheid_. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en +aanteekeningen door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke +illustraties (3e druk) + +I. 0.95 C. 1.45 + + * * * * * + +JACOB GEEL, _Onderzoek en Phantasie_. Ingeleid en met aanteekeningen +voorzien door dr. C.G.N. de Vooys. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," _Annie Salomons_. + + * * * * * + +G. KAPTEYN-MUYSKEN, _Levensrichting van dezen Tijd,_ met portret van Fr. +Hebbel. + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is +aan den duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de +schrijfster, in verband met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de +grondslagen van een Nieuwe Ethiek." + + * * * * * + +C.R. DE KLERK, _Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen_. (In +Band I v. Vondels Spelen) + +I. 1.20 C. 1.70 + +_Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen_. + +K. 4.75 + +"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen +onbevoegdheid te onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den +weg weet als een vakman en zijn Augustinus en zijn Plotinus kent als +waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... _Dr. J.H. Gunning Wzn._ + + * * * * * + +E. D'OLIVEIRA, _De mannen van '80 aan het woord,_ (Van Deyssel, v. +Eeden, Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en +nieuwe portretten (3e dr. 9/lle duizend) + +I. 1.60 C. 2.10 + +"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs +van zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat +vertellen." _N. Rotf. Courant_. + +"_De Jongere Generatie_". (Vervolg op "De Mannen van '80") met +portretten (2e druk) 7/9e duizend) + +I. 2.45 C. 2.95 + +Dit boekje geeft gesprekken met: _Johan de Meester-Karel van de +Woestijne-Josine A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman +Robbers-Is. Querido-Carel Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van +Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan_. + +.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira +blijkbaar met een fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden +en weer te geven ia de hier geboden bladzijden".... _Den +Gulden-Winckel._ + + * * * * * + +HERMAN POORT, _Over Literatuur_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver +zijn inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of +toelichtend met de voorbeelden uit de letterkunde." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Is. QUERIDO, _Studiën, tweede bundel_. I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche +Roman van Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over +Speenhoff-Het Ivoren Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik +van Eeden-Drie boeken van Couperus-Verzamelde Opstellen van Van +Deyssel-Moeder. + +_Literatuur en Kunst_. + +I. 2.50 + + * * * * * + +CAREL SCHARTEN, _Het Spellingvraagstuk_. "De Vereenvoudigde een gevaar +voor Volk en Stam." I. 0.20 + +_De Roeping der Kunst_. (De Poëzie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de +oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal). I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en +hoog-geestelijken toon die hem eigen is,--teer-, en diep-, en +Eeftig-indringend." _Is. Querido_. + + * * * * * + +L. SIMONS, _Studies en Lezingen._ + +I. 1.40 C. 1.90 + +Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard +Shaw-Vondels Jeftha-Vondels Gijs-brecht van Aemstel-Molière's +Vrek-Molière's Tartuffe Tartuffe-Lezingen. + +_...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde +en nooit genoegzaam aangeprezen beginselen....."_ _De Telegraaf._ + +_Voordragen en Tooneelspelen_. + +I. 0.10 + +_Voordragen II_. Toegelicht met voorbeelden. + +I. 0.10 + +_De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama._ Deel I en II (tot +1625), 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen + +I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95 + +"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in +het Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral +Engeland, ook Nederl. en Spanje)." + +_Vondels Dramatiek_ (In Band 4 v. Vondels Spelen), + +L 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + + * * * * * + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ (5de +druk 21/23ste duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + +Dr. C.G.N. DE VOOYS, _Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland._ + +I. 0.25 + +"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer +Scharten "Het Spellingvraagstuk." + + * * * * * + +Prof. J.J.G. VÜRTHEIM, _Grieksche Letterkunde_. Geïllustreerd. + +I. 1.4O C. 1.90 + +"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid +bewerkt; we voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." _Alg. +Handelsblad_. + +_Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poëzie_. + +I. 2.75 K. 4.-- + +"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling +voor de ouden." _Tijdspiegel_. + +"Een heel belangrijke en origineele studie." _Vlaamsch Heelal_. + + + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al. + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + +***** This file should be named 13326-8.txt or 13326-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/3/2/13326/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/13326-8.zip b/old/13326-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..826248b --- /dev/null +++ b/old/13326-8.zip diff --git a/old/13326-h.zip b/old/13326-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1af99dd --- /dev/null +++ b/old/13326-h.zip diff --git a/old/13326-h/13326-h.htm b/old/13326-h/13326-h.htm new file mode 100644 index 0000000..8dd5b83 --- /dev/null +++ b/old/13326-h/13326-h.htm @@ -0,0 +1,3419 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content= + "text/html; charset=iso-8859-1"> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Van Vijf Moderne Dichters, door P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos en Carel Scharten. + </title> + <style type="text/css"> + <!-- + * { font-family: Times;} + P { text-indent: 1em; + margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; } + H2 { text-align: left; } + H1,H3,H4,H5,H6 { text-align: center; } + HR { width: 33%; + margin-top: 1em; + margin-bottom: 1em;} + BODY{margin-left: 10%; + margin-right: 10%;} + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* block indent */ + // --> + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by Authors: P.C. Boutens, +Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van vijf moderne dichters + +Authors: Authors: P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +Release Date: August 30, 2004 [EBook #13326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + + + + + +</pre> + + <h1>VAN VIJF MODERNE DICHTERS</h1> + <br /> + <h3>[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS, WIES MOENS, WILLEM KLOOS,<br /> + MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN]</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + <center> + <img src="images/titelpagina.png" alt="Titelpagina Van Vijf Moderne Dichters" + width="250" /> + </center> + <h3>NEDERL. BIBLIOTHEEK ONDER LEIDING VAN L. SIMONS</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + + <h3>MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR</h3> + <br /> + <br /> + + <h3>AMSTERDAM</h3> + <br /> + <br /> + <br /> + + <h3>1922</h3> + <br /> + <br /> + + <hr /> + <h2>INHOUDSOPGAVE</h2> + <a href="#VOORWOORD"><b>VOORWOORD</b></a><br /> + <a href="#BOUTENS"><b>Dr. P.C. BOUTENS</b></a><br /> + <a href="#MOENS"><b>WIES MOENS</b></a><br /> + <a href="#KLOOS"><b>WILLEM KLOOS</b></a><br /> + <a href="#VOS"><b>MARGOT VOS</b></a><br /> + <a href="#SCHARTEN"><b>CAREL SCHARTEN</b></a><br /> + + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="VOORWOORD" name="VOORWOORD"></a> + <h2>VOORWOORD</h2> + <br /> + <br /> + <p>Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche dichters, is + niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn ontstaan eenvoudig aan de + overweging dat het, waar wij ieder jaar niet meer dan één dichtbundel + plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou duren eer de belangrijkste dichters van + ons land in onze Nederlandsche Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij + noodigden daarom een aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden + uit, aan dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af welke + auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit toeval is er toch in + zooverre systeem in de bloemlezing dat zij typeerend werk biedt van de drie + opeenvolgende dichtergeneraties na 1880.</p> + <p>In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te + vereenigen.</p> + <br /> + <br /> + + <p>DE REDACTIE DER W.B.</p> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="BOUTENS" name="BOUTENS">VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <img src="images/boutens.jpg" alt="Dr. P.C. Boutens" width="250" /> <br /> + <br /> + O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT<br /> + <br /> + <br /> + O liefde, liefde, die als lijden zijt,<br /> + Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag,<br /> + Dat ik de wereld en haar kindren mag<br /> + Zien in uw licht, een kind dat u belijd.<br /> + <br /> + En laat mij niet alleen, maar in den nacht<br /> + Daal in de schaduw van mijn koele borst,<br /> + Dan zal ik veilig slapen als een vorst,<br /> + Die rust in 't midden van bevriende wacht.<br /> + <br /> + Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas,<br /> + Boordevol bloed van uwen rooden wijn;<br /> + <br /> + In 't nachtehart als een weekgele schijn,<br /> + In donkre nis weenlichtende topaas;<br /> + <br /> + Maar in den dag een levende fontein,<br /> + Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas.<br /> + <br /> + (<i>Verzen</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + O, ELKEN DAG BEGINNEN<br /> + <br /> + <br /> + O, elken dag beginnen<br /> + Dit broze bezinnen<br /> + Als hartdoorgloedenden wijn,—<br /> + Iederen nacht vergeten<br /> + Dit vorstlijk weten,<br /> + Dat gij zijt mijn.<br /> + <br /> + Door diepe droomedalen<br /> + Eenzamen nacht verdwalen<br /> + Als arm man zonder wijk,—<br /> + In morgenpaleizen<br /> + Den dag zien rijzen<br /> + Over eigen wonderrijk.<br /> + <br /> + Met avond sterven,<br /> + Een Koning zonder erven,<br /> + In koelen nachtedood gebed,—<br /> + Met morgen rijden<br /> + In feesttocht van verblijden<br /> + Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad.<br /> + <br /> + Uit iedren nacht herboren,<br /> + Tot iedren dag verkoren,<br /> + Een godgeroepen kind zoo vroom,<br /> + Dat met diepopgetogen<br /> + Jongheilige oogen<br /> + Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom.<br /> + <br /> + (<i>Praeludiën</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + IK DENK ALDOOR AAN ROZEN<br /> + <br /> + <br /> + Ik denk aldoor aan rozen,<br /> + Rozen wit en rood,<br /> + Tot al gepeinzen overblozen<br /> + Uw eigen voetjes warm en bloot.<br /> + <br /> + Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen,<br /> + Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt,<br /> + Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen<br /> + En al geluid versmelt.<br /> + <br /> + Ik zie aldoor als blanke sterren stralen<br /> + Door 't donkerzware middagblauw,<br /> + Totdat uw oogen naar mij dalen<br /> + Van boven de'avonddauw.<br /> + <br /> + Van u kan maar bij deelen droomen<br /> + De lange dag die u verwacht;<br /> + En wonder blijft uw volle komen<br /> + Straks aan de hand der jonge nacht.<br /> + <br /> + (<i>Praeludiën</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + INVOCATIO AMORIS<br /> + <br /> + <br /> + Dien de blinden blinde smaden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar uw glans hun schemer dooft</span><br /> + Waar de kroon van uw genaden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weêrlicht om één sterflijk + hoofd:</span><br /> + <br /> + Door de duizenden verloornen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aangebeden noch vermoed:</span><br /> + God dien enkel uw verkoornen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Loven voor het hoogste goed....</span><br /> + <br /> + Door de kleurgebroken bogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van de tranen die gij zondt,</span><br /> + Worden ziende weêr mijn oogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als in nieuwen morgenstond:</span><br /> + <br /> + Zien de matelooze wereld<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stralen nog van zoom tot zoom;</span><br /> + Heel de matelooze wereld<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bleef uw ongerepte droom!</span><br /> + <br /> + Laat mij onder uw beminden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Zij gij zegent of kastijdt:</span><br /> + Blijf mij eeuwiglijk verblinden<br /> + Tot het kind dat u belijdt.<br /> + <br /> + Lust en smart in uwe banden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Werd hetzelfde hemelsch brood:</span><br /> + Eindloos zoet uit uwe handen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Laav' de laatste teug, de dood.</span><br /> + <br /> + (<i>Vergeten Liedjes</i>)<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NAMEN<br /> + <br /> + <br /> + Wat is u of mij een naam,<br /> + Werelds prijs of werelds blaam,<br /> + Als de ziel de dingen weet en mint<br /> + Dieper dan hun naam, mijn kind?<br /> + <br /> + Elk ding krijgt zijn gouden naam<br /> + Eens in schoonheids vol verzaam<br /> + Als al schoone dingen zijn<br /> + Zonneklaar en zonder schijn.<br /> + <br /> + Daar vervalt het schoone woord<br /> + Hem wien reeds de zaak behoort,<br /> + Die haar diepst heeft liefgehad<br /> + Zonder dat.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AVONDWANDELING<br /> + <br /> + <br /> + Wij hebben ons vandaag verlaat!<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Pas bij de laatste brug</span><br /> + Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar keerden wij terug.</span><br /> + <br /> + Achter ons dekt de witte damp<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De schemerende landen.</span><br /> + Zóó zijn wij thuis. Wij zien de lamp<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In looveren warande ...</span><br /> + <br /> + Wat gingen wij vanavond ver,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het werd alleen tè laat:</span><br /> + Nog verder dan de gouden ster<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan blauwe hemelstraat!</span><br /> + <br /> + Zoo saam doen twee een korte poos<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Over een wijd gebied!...</span><br /> + Nog liggen wegen eindeloos<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor morgen in 't verschiet!...</span><br /> + <br /> + O konden we eens zoo samen staan<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan de allerlaatste brug,</span><br /> + En saam en blij er overgaan—<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij kwamen nooit terug!</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + BIJ EEN DOODE<br /> + <br /> + <br /> + Lief, ik kan niet om hem weenen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar hij stil en eenzaam ligt</span><br /> + In het schoon doorzichtig steenen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Masker van zijn aangezicht</span><br /> + Dat de dingen er om henen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met zijn bleeke toorts belicht.</span><br /> + <br /> + Lief, ik kan geen tranen vinden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als mijn hart hem elders peist,</span><br /> + Waar zijn ziel met de beminde<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sterren van den avond rijst</span><br /> + En ons, dagelijks verblinden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hooger wegen wijst.</span><br /> + <br /> + Naar de heemlen van de lage zoden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stijg' de gouden offervlam!</span><br /> + Wie kan weenen naar de vroeg vergoden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die de dood ons halen kwam?—</span><br /> + Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die het leven nam.</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + MAANLICHT<br /> + <br /> + <br /> + Het maanlicht vult de zuivre heemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met glanzende geheimenis,</span><br /> + De luisterblauwe verten weemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van Die alom en nergens is.</span><br /> + <br /> + Alleen de groote zonnen hangen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als feller kaarsen in dien schijn:</span><br /> + De ziel herdenkt heur lang verlangen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In nietsverlangend zaligzijn.</span><br /> + <br /> + Alsof van achter diepe slippen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Haar dolend tasten eindlijk vond</span><br /> + Met hare warme blinde lippen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Nog lichter lust dan uwen mond.</span><br /> + <br /> + Weg boven dood en leven zweven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij op in duizelhellen schrik:</span><br /> + O kort en onbegrensd beleven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van eeuwigheid in oogenblik!...</span><br /> + <br /> + Het maanlicht vult de zuivre heemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met glanzende geheimenis,</span><br /> + De luisterblauwe verten weemlen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van Die alom en nergens is.</span><br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HERDENKEN<br /> + <br /> + <br /> + Nimmer zal de ziel vergeten<br /> + Schoone wereld waar zij leerde<br /> + Wat gemis niet had geweten<br /> + Dat zij de eeuwen lang begeerde:<br /> + <br /> + O te lachen, o te weenen,<br /> + Zich in lach en tranen geven,<br /> + Tot te lachen of te weenen<br /> + Wordt der lichte ziel om 't even:<br /> + <br /> + O te weenen, o te lachen<br /> + Tot de neevlen zijn doorschenen,<br /> + En haar weenen wordt als lachen,<br /> + En haar lachen is als weenen:<br /> + <br /> + Land van lachen en van schreien<br /> + Tot de stille dood haar strekte,<br /> + Waar haar smart en haar verblijen<br /> + Al de zuivere echo's wekte,<br /> + <br /> + Nimmer zal de ziel vergeten<br /> + Schoone wereld waar zij leerde<br /> + Wat zij zelf niet had geweten<br /> + Dat zij de eeuwen lang begeerde.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NACHT-STILTE<br /> + <br /> + <br /> + Stil, wees stil: op zilvren voeten<br /> + Schrijdt de stilte door den nacht,<br /> + Stilte die der goden groeten<br /> + Overbrengt naar lage wacht ...<br /> + Wat niet ziel tot ziel kon spreken<br /> + Door der dagen ijl gegons,<br /> + Spreekt uit overluchtsche streken,<br /> + Klaar als ster in licht zoû breken,<br /> + Zonder smet van taal of teeken<br /> + God in elk van ons.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + STERRENHEMEL<br /> + <br /> + Nu kunt gij veilig slapen gaan,<br /> + Nu al de heemlen openstaan:<br /> + Ziel, wier verlangen eiken donkren wand<br /> + In ster aan ster doorzichtig brandt,<br /> + En in de schoonheid van dit tijdlijk land<br /> + Al minnen moet uw eeuwig lot,<br /> + Daar uw verrukking uitziet tot<br /> + Den troon van God.<br /> + <br /> + <i>(Vergeten Liedjes)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN<br /> + <br /> + <br /> + Niets bindt zoo ongelijken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Blijden en droeven,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Armen, en rijken,</span><br /> + Als dit gedeeld behoeven,<br /> + <br /> + Dit, onbewust van geven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aldoor ontvangen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tot alle leven</span><br /> + Verging in één verlangen<br /> + <br /> + Dat niet meer zijn kan zonder<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zijn alle dagen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vernieuwde wonder</span><br /> + Van zegen niet te dragen<br /> + <br /> + En zoo verlicht ontstijgen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan elkander</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat het moet neigen</span><br /> + In deernis naar den ander<br /> + <br /> + Die leek omlaaggebleven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar rijst ons tegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In blind ontzweven</span><br /> + Naar ongekende wegen.<br /> + <br /> + <i>(Lente-maan)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE<br /> + <br /> + <br /> + Alle heemlen vult de zoete roke<br /> + Van een nooit in bloesem uitgebroken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Knoppenzwellende geheimenis:</span><br /> + Zon en regen van de lage luchten<br /> + Voelen wij haar wekken en bevruchten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uit haar beidende bezwijmenis.</span><br /> + <br /> + Door het licht-en-donkere verglijden<br /> + Dezer doelloos wisslende getijden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Streeft een nieuw en vast seizoen;</span><br /> + Achter branden van nabije zonnen<br /> + Is de groote dageraad begonnen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van een andren, blinden noen.</span><br /> + <br /> + En de ziel in elk besterft tot luistren<br /> + Naar het heimlijk lenteluwe fluistren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van een vreemde stem die lokt en vleit:</span><br /> + Die het liefste met elkander deelen,<br /> + Rijzen stil als bloemen op haar stelen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In gescheidene verzonkenheid.</span><br /> + <br /> + Tot hun oogen straks weêr samenneigen<br /> + En de spiegel van hun eenzaam zwijgen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor het voorgevoel bezwijkt</span><br /> + Dat een nieuwe meester in 't beminnen<br /> + Ieders hart afzonderlijk komt winnen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En in 't eind dezelfde blijkt.</span><br /> + <br /> + <i>(Lente-maan)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AAN DE SCHOONHEID<br /> + <br /> + <br /> + Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid<br /> + In ons huis, in ons te ontvangen;<br /> + Kom niet vóór de Wereld openleit<br /> + Breede bedding uwer heerlijkheid;<br /> + Kom niet eerder: ons verlangen<br /> + Is sterker dan de tijd!<br /> + <br /> + Niet zoolang aan aardes blonde brood<br /> + Wij ons vloek en smaadheid eten;<br /> + Niet zoolang met maat van veler nood<br /> + De overvloed der enklen wordt gemeten;<br /> + Niet vóórdat ons aller jeugd den dood<br /> + Om het blijde leven kan vergeten!<br /> + <br /> + Als een zuivre zelfverlichte<br /> + Zegenzware wolkkolon<br /> + Doemt gij in de diepe vergezichten<br /> + Achter zeeën maan en zon:<br /> + Geen gedachte die met felste schichten<br /> + Ooit uw glans bereiken kon,<br /> + Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte<br /> + En uw milden dauw niet won!<br /> + <br /> + Van al templen u gebouwd<br /> + Uit de marmeren gedachten<br /> + Van de schooner levende geslachten,<br /> + Is er géén die u besloten houdt:<br /> + Als voor steen en goud<br /> + U de volkren offer brachten,<br /> + Vond en zong u 't eenzaam smachten<br /> + Van een kind in lentewoud!<br /> + <br /> + Alwier oogen smartverklaard<br /> + Aan den einder hunner dagen<br /> + Uw bestendig weêrlicht zagen,<br /> + Vreugdes morgen over schemeraard,<br /> + Hebben vrij en onbezwaard<br /> + 't Donker menschenhart gedragen:—<br /> + Al hun lijden is melodisch klagen<br /> + Dat gij niet voor allen waart.<br /> + <br /> + Bidden niet en handenwringen<br /> + Lokt de goôn;—<br /> + Waar een hart het uit moet zingen,<br /> + Daalt het ongebeden loon,<br /> + Neigt de naaste van de hemelingen<br /> + Zich tot haar bestemde woon.<br /> + <br /> + O wij weten wel wat lentedag<br /> + Al de stille sneeuw die gadert,<br /> + Van uw bergen dooien moet;<br /> + Dat zijn uur door de eeuwen nadert,<br /> + Dat geen hart ontbreken mag<br /> + Tot zijn gloed!<br /> + <br /> + Vochte koelte zoeft door 't bruine riet;<br /> + Sappen gisten in het dor geraamte—<br /> + Overval ons niet in onze schaamte:<br /> + Schoonheid, kom nog niet!<br /> + <br /> + <i>(Stemmen)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LETHE<br /> + <br /> + <br /> + "Hoe over 't brandend blind bazalt<br /> + Vind ik den weg naar Lethe?—<br /> + O alles te vergeten<br /> + Eer de avond valt!<br /> + <br /> + "Ik weet dat dood en donker komen<br /> + Als dit schel daglicht is gebluscht,<br /> + Maar ik wil diepe klare rust<br /> + En zonder droomen.<br /> + <br /> + "Voor wie als ik van kind tot knaap,<br /> + Van man tot grijsaard derven,<br /> + Voor die is dood en sterven<br /> + Maar verontruste slaap....<br /> + <br /> + "De zoete macht tot lach of traan<br /> + Gaf mij en nam mij 't leven.<br /> + Alleen mijn oogen bleven<br /> + Kijken, mijn voeten gaan.<br /> + <br /> + "Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging,<br /> + Is langs mijn wakende oogen<br /> + De lange trein getogen<br /> + Van aller lust herinnering.<br /> + <br /> + "Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet?<br /> + Al 't reddeloos volbrachte,<br /> + Al 't reddeloos gedachte:<br /> + Gelijk is wat ik liet en deed!<br /> + <br /> + "O eer de dood mijn leden bind'<br /> + En hen voor eeuwig bedde,—<br /> + Wat zal mijn oogen redden<br /> + Van dezen droom die immer nieuw begint?:<br /> + <br /> + "O blanke ziel, o roode bloed,<br /> + O hart verdwaald daartusschen,—<br /> + Wie zal in slaap u sussen<br /> + Tezamen en voorgoed?<br /> + <br /> + "Mijn voet kan vóor den avondval<br /> + Nog vele mijlen reizen,<br /> + Wil één den weg mij wijzen<br /> + Naar Lethe's dal.<br /> + <br /> + "Wie over 't brandend blind bazalt<br /> + Brengt mij naar Lethe?—<br /> + O alles te vergeten<br /> + Eer de avond valt!"<br /> + <br /> + <i>(Stemmen)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LIEFDES UUR<br /> + <br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het is de blanke dageraad:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De diepe wei waar nog geen maaier gaat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Staat van bedauwde bloemen wit en geel;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De zilvren stroom leidt als een zuivre + straat</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weg in het nevellicht azuur;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En morgens zingend hart, de leeuwrik, + slaat</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uit zijn verdwaasde keel</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wijsheid die geen betracht en elk + verstaat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreugd zonder maat,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreugd zonder duur....</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De zon genaakt de middagsteê:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In diepte van doorgloede luchtezee</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Smoort de akker onder 't bare goud;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De vonken sikkel snerpt door 't droge + graan;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De schaduw krimpt terug in 't hout;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In hemel-en in waterbaan</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Geen wolken gaan;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Alleen de wit-doorzichte maan</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Blijft louter in het blauwe hemelvuur + ...</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is de avond: in zijn rosse goud</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wordt schoon en oud</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Der wereld dagehel gezicht;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Snel aan den hemel valt het water van het + licht;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En al de windestemmen komen vrij;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De laatste wagen wankelt naar de schuur;</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De dooden wenken aan den duistren + Oostermuur;</span><br /> + En boven glansbeloopen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Westersche schans in groene hemelwei</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Straalt Venus' gouden aster open</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo plotseling en puur ...</span><br /> + Hoe laat is 't aan den tijd?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Is liefdes uur.</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LEEUWERIK<br /> + <br /> + <br /> + Blijft gij nooit éen blanken uchtend,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Leeuwrik, zingen hier beneên,</span><br /> + Die uw nachtlijk nest ontvluchtend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Door de zilvren neevlen heen</span><br /> + <br /> + Vleuglings vindt de gouden wegen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar uw aadmen juichen wordt,</span><br /> + Tot uw zang in vuren regen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar de koele vore stort;</span><br /> + <br /> + Zingt gij nooit de roode smarten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van den duistren aardenacht,</span><br /> + Wordt het bloeden onzer harten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wel gestelpt, maar nooit verklacht?...</span><br /> + <br /> + In het ijle blauw verloren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Volgt mijn oog niet meer uw vlucht,</span><br /> + Maar uw antwoord dwaast mijn ooren<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met zijn zaligend gerucht:</span><br /> + <br /> + Steeds, uit vreugd of smart gerezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Heeft de ziel uw vreugd verstaan,</span><br /> + En tot uwe vreugd genezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ons gemeen geheim geraên:</span><br /> + <br /> + Alle smart omhooggedragen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Meerdert vreugdes gouden schat:</span><br /> + Slechts de vleuglen die ons schragen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zijn van aardes tranen nat.</span><br /> + <br /> + <i>(Carmina)</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="MOENS" name="MOENS">VERZEN VAN WIES MOENS</a></h2> + <br /> + <br /> + <img src="images/moens.jpg" alt="Wies Moens" width="250" /> <br /> + <br /> + <br /> + LIED<br /> + <br /> + <br /> + Vesperbanken<br /> + als vlinders<br /> + komen zich zetten in je haar.<br /> + <br /> + Ik kus je voorhoofd<br /> + de witte Bethlehemster<br /> + over dit avondland<br /> + luidroepend als een klok!<br /> + <br /> + Ik zing<br /> + de tobogganlijn van je hals.<br /> + <br /> + Eeuwig moet ik<br /> + het bloedige riet bespelen<br /> + aan je mond:<br /> + ik heb het fluitewijsje lief<br /> + van je ziel!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + EROTIEK<br /> + <br /> + <br /> + Krisdans, fakkeltocht,<br /> + blinkende skipad hoog:<br /> + <br /> + Leven dat ik je brengen moet<br /> + lijk het stond<br /> + van kino en nachthonger opengerukt<br /> + in straatmeisjes ogen;<br /> + <br /> + achter de wilde honigvelden<br /> + van mijn hart,<br /> + Leven lacht<br /> + kind met blote tanden<br /> + reikt je zijn melkwitte handen<br /> + Zo goed, zo goed!<br /> + <br /> + Wees sneeuwster<br /> + en laat je verslinden<br /> + in de zachte brand<br /> + van mijn hand.<br /> + Ik breng je op mijn tong:<br /> + wind, hemel en aarde!<br /> + <br /> + Als morgen over de wereld luidt<br /> + hoor mijn Avé.<br /> + Op de hemel van je ziel<br /> + laat me bloeien:<br /> + boom, van je zon, van je luchten,<br /> + hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten,<br /> + zijn laatste blad en zijn vogelen<br /> + alle in je schoot.<br /> + Je draagt de vracht zo licht.<br /> + Zo lacht voor je mijn ziel,<br /> + en zingt<br /> + als want van schepen in de wind,<br /> + zon en dauw omzoend—<br /> + en ik ben je luit<br /> + aan alle snaren gesprongen<br /> + van tranen,<br /> + van lach,<br /> + van zaligheid!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + SLAAP<br /> + <br /> + <br /> + Als je ver afzit in de kring<br /> + —lamp heeft zich over ons verwonderd:<br /> + opspringende vond zij<br /> + blijde zonnen om haar:<br /> + onze gezichten!—<br /> + warm bebroeden je mijn ogen.<br /> + <br /> + Niet nachtelik is mijne liefde:<br /> + Ophelia-maan dolend langs moren en grachten,<br /> + maar een Septembermorgen<br /> + met zon die de mist vaneenklaroent,<br /> + en de geur van mijn liefde<br /> + als van een vers gekalefaterde boot.<br /> + <br /> + Ik kom van zo wijd, en telkens weer,<br /> + de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land;<br /> + de witte berg<br /> + van je schouder is ver,<br /> + de zoete klokken<br /> + over het Meidal van je gelaat.<br /> + <br /> + Nu, lijk de voerman in de vriesnacht,<br /> + wetend gezellige herberg,<br /> + stallamp en schelf, de polk in het hooi—<br /> + over eindeloze banen dokkert mijn hart<br /> + naar de slaap die in je moederlik is.<br /> + En lamp legt honig over je zoete leden!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + WINTERLAND<br /> + <br /> + <br /> + Neer vallen op witte sneeuw<br /> + de rode roodborstjes als bloedkoralen.<br /> + <br /> + Eindeloos wit is witte winterland,<br /> + ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon:<br /> + korrel voor korrel moet<br /> + de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd.<br /> + O maar de kamer<br /> + is 'n avonds een wonderbaar eiland:<br /> + in pril groen,<br /> + in room-milde zon<br /> + ontluiken wij naar mekaar.<br /> + <br /> + Wimpers over je ogen<br /> + zijn lijk zijden batik over de lamp.<br /> + Wijl je mij reikt<br /> + de witte kelk van je hals,<br /> + weer ik voorzichtig<br /> + —rozeblaadjes op wijn—<br /> + je lippen,<br /> + zoekend de koele sneeuw van je tanden.<br /> + <br /> + Ligt eindeloos wit het witte winterland:<br /> + je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen,<br /> + kransen van roodborstjes<br /> + slinger ik om je hals!<br /> + <br /> + —Blank in de witte sneeuw geplant<br /> + staat de blinkende brand<br /> + van het licht door de ruit.<br /> + En voor de bruid<br /> + rinkelen de sleebellen hun lied!—<br /> + <br /> + Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster,<br /> + dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen,<br /> + zingen hun deuntjes van huis tot huis.<br /> + Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens,<br /> + witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw:<br /> + Kersklokken wijd ik voor allen<br /> + met chrisma bereid aan je mond!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE WEG<br /> + <br /> + <br /> + De lange deemoed is de weg naar u,<br /> + o Volk, moeder der geslachten.<br /> + <br /> + In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht.<br /> + Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif<br /> + gij ziet hen van u gaan,<br /> + die schreiende geboren uit uw vrolik vlees<br /> + dat uw lach als een golf naar de sterren hees!<br /> + <br /> + Uw hart is een zoet tabernakel, blauw<br /> + Als het kleed van de Lieve-Vrouw.<br /> + Maar in uw dromen,<br /> + die rood en goud aan de einder staan,<br /> + moeten gehelmde krijgers,<br /> + koninginnen in kanten gewaad,<br /> + bonte stoeten over de aarde gaan.<br /> + <br /> + Uit u ontspringen jaar op jaar<br /> + als van een heilige eik<br /> + twijgen wier teer uitlopen het land verjongt.<br /> + —O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!—<br /> + En voor de zwerver spilt gij iedere dag,<br /> + de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk:<br /> + want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weëekelk.<br /> + <br /> + De lange deemoed is de weg naar u,<br /> + o Moeder-Volk!<br /> + Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen,<br /> + vlammen die vredig in ons als havenlichten branden,<br /> + nu moeten wij komen een voor een:<br /> + <br /> + naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt,<br /> + naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond,<br /> + naar uw melk-overdaad,<br /> + uw blanke wonder van toeverlaat,<br /> + O Moeder,<br /> + eeuwige moeder,<br /> + Volk!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DRIELUIK<br /> + <br /> + <br /> + Loopt hij met zijn meisje<br /> + langs witte maanpaden—<br /> + ver ronken de kermisorgels<br /> + en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp—<br /> + hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart,<br /> + want zijn hart is een weke occarina.<br /> + Ronde boomkruintjes, haar ogen,<br /> + waaien gestaag hun bloesems in zijn hand.<br /> + <br /> + Maar hij is soldaat<br /> + die op nachtwake staat—<br /> + nacht: blauwe cowboyfilm;<br /> + zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen,<br /> + buitelen de nachtegalen!—<br /> + Drievoudig ontbloeit zijn heimwee:<br /> + Zondag-dorp-meisje,<br /> + en hij loopt een pas of wat,<br /> + kuchend als het treintje<br /> + dat hem naar huis voert ...<br /> + Dan, onder de sterrewielingen<br /> + staat hij verloren,<br /> + en kijkt scherp uit, als een stuurman.<br /> + <br /> + Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden,<br /> + brult zijn keel schor,<br /> + danst vonken uit de vloerkarelen—<br /> + een plotse, koele dronk<br /> + doet hem opspringen: "mijn lief!"<br /> + en hij wipt de straat over<br /> + als een jonge haas!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + APOTHEOSE<br /> + <br /> + <i>Aan E. L. T. Mesens</i><br /> + <br /> + <br /> + Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging.<br /> + Nu gaan liggen met de wind<br /> + om torens en achter hagen,<br /> + vertrouwde luiken sluiten,<br /> + uitbreken met de fluiten<br /> + van de regen die aanzet als een eskadron.<br /> + Als in de stad je vreugde ontsprong<br /> + met de lichten alle.<br /> + God keurt de stad als een diamant<br /> + zij brandt tussen Zijn vingeren.<br /> + Hij is het die de aarde heeft gezet<br /> + ronkende bij in de kelk der hemelen<br /> + en schept de vloed der straten:<br /> + Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel!<br /> + <br /> + In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was,<br /> + je maal en de mensen,<br /> + hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist,<br /> + je vreugd opgewacht<br /> + en haar onthaald op een lied<br /> + dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt,<br /> + zoet—en gebarsten van honger<br /> + als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht!<br /> + En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten"<br /> + <br /> + Tziganen zijn zij voor jou,<br /> + hun spel is van liefde en honger,<br /> + eindeloze hemel over de steppen!<br /> + <br /> + En het is deze zelfde avond<br /> + dat op je weg wordt gezet<br /> + een moedertje,<br /> + en je ziet<br /> + hoe de regen op haar mantel<br /> + gestolde paarlen laat,<br /> + de laatste bries,<br /> + waarin de dag uitblies,<br /> + heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid,<br /> + al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten!<br /> + <br /> + Op je bloed,<br /> + als een vloot triomfant:<br /> + wil<br /> + de stad te zetten blok na blok<br /> + tot een kathedraal over haar;<br /> + uit het gonzen der stemmen millioenen,<br /> + tinkelen der trems:<br /> + kinderen roepend mekaar van ver en nabij<br /> + (je ziel gewerkt door alle geruchten<br /> + als rook die in de regen slaat)<br /> + bronzen klok voor haar lof,<br /> + en de lichten van je liefde<br /> + van pijler tot pijler!<br /> + <br /> + O te zijn in dit avonduur om haar<br /> + van de Stad de grote minnaar<br /> + —je draagt haar op je hand<br /> + zo men ziet heiligen dragen<br /> + kerken en kloosters op hun handen,<br /> + lach van je ziel doolt<br /> + met de blauwe wierook uit je pijp<br /> + door alle straten,<br /> + En de muziek van je ogen hommelt<br /> + ver het land in<br /> + dat zich alom heeft gezet aan de stad<br /> + als een lief aan haar Hoogliefs voeten.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LIED VAN DE ARBEID<br /> + <br /> + <br /> + Vandaag is het over mij gekomen<br /> + en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen.<br /> + Ons woord is anders geworden,<br /> + vaste klank kwam in onze stem,<br /> + en ons gebaar<br /> + tekent de komende visioenen op de lucht—<br /> + wij: bouwers met horizonnen!<br /> + <br /> + De grote wind die komt van de zee en de vlakte<br /> + hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd.<br /> + Meeuwen tuimelden over de stad,<br /> + de zon is uit de wolken gevallen.<br /> + Dit is het grote Hosannah:<br /> + de mensen laten zich dragen op de wind,<br /> + dit is het grote Hosannah<br /> + van de wind en de wolken<br /> + die zingen door de mensen<br /> + —en de ongeboren kindertjes<br /> + zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder!<br /> + De grote wind die komt van de zee en de vlakte.<br /> + <br /> + Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel<br /> + —mijn ziel was de warme, ronkende haven,<br /> + luw nest voor de tochten en de tijen—<br /> + als een galjoot geschoten in zee,<br /> + als een ranke galjoot ten dans gevoerd,<br /> + dans van de baren en de kimmen,<br /> + dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten.<br /> + <br /> + Overal waar deze galjoot voorbijdanst<br /> + zullen de mensen samenlopen op het strand,<br /> + en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld.<br /> + <br /> + Want mijn galjoot draagt het evangelie<br /> + van al mijn dwalen en van mijn berouw,<br /> + de goede, vreugdevolle tijding<br /> + —schalt de wereld, stem is overal<br /> + van de daken en de telefoonpalen,<br /> + van de elevators, klimmasten voor het havendiet!—<br /> + Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid,<br /> + en niets is meer van mij-zelf<br /> + maar alles is van u, en u, en van allen;<br /> + het is éne goddelike ritme dat ons allen beweegt,<br /> + de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man,<br /> + het is alles één: wat de grashalm richt naar de zon,<br /> + het meisje doet knielen aan haar lief,<br /> + alles één in de grenzeloze, meteloze omarming<br /> + Liefde!<br /> + <br /> + Zo, lijk een kind<br /> + dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt,<br /> + de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook<br /> + dit groefje dat aan haar mond ontspringt,<br /> + en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals<br /> + en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele—<br /> + o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel!<br /> + <br /> + Als een die in het witte vlees van zijn lief<br /> + zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren<br /> + —uitrukken! uitrukken!—<br /> + het is zo ver, en zo ver,<br /> + en het is zo goed!<br /> + <br /> + Zo goed<br /> + als een klokje diep in het dal,<br /> + de lauwe geur van veevoeder overal<br /> + 's avonds over de dorpen lijk een offerande.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="KLOOS" name="KLOOS">VERZEN VAN WILLEM KLOOS</a></h2> + <br /> + <br /> + <img src="images/kloos.jpg" alt="Willem Kloos--Naar Antoon van Welie" width="250" /> + <br /> + <br /> + <br /> + PERCY BYSSHE SHELLEY<br /> + <br /> + <i>AAN CO REYNEKE VAN STUWE</i><br /> + <br /> + <br /> + I. PROÖIMION<br /> + <br /> + <br /> + Soms, als men diep in zijn gedachten klimt<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar de aan het zwarte azuur te ziene + plekken,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken,</span><br /> + Wier magisch scheemren weifelend verschimt,<br /> + <br /> + Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Beide armen ijlings voor zich op te + strekken</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen + dekken,</span><br /> + Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Al wie op aarde in 't + Onverderflijk-Schoone</span><br /> + Leefden, en schiepen wat niet kán vergaan.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid + loonen....</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aischulos vluchtte voor der burgren + hoonen,</span><br /> + En Shelley is op zee door moord vergaan.<br /> + <br /> + <br /> + 2. VÓÓRGEVOEL<br /> + <br /> + Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend + strand?</span><br /> + Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den + rand,</span><br /> + <br /> + Den versten zoom des horizons, waar vlogen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vogels, als vlekken op den heldren wand</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Des eindloos-wijden hemels, en zijn + hand,</span><br /> + Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge,<br /> + <br /> + Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De onsterfelijke Shelley.... + Zwaar-diep-luid,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een beest, dat bulkt naar onbereikbren + buit,</span><br /> + Galmt dof de zee, golven op golven slaande:<br /> + <br /> + Dees wéten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later<br /> + Lag 't goddelijk genie, als lijk, vèr, diep in 't water.<br /> + <br /> + <br /> + 3. DE MOORD<br /> + <br /> + Het ranke lichaam van de boot (de haven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uitschietend als een meeuw opeens, met + volle</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zeilen, die heftig inderhaast zich + bollen)</span><br /> + Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven,<br /> + <br /> + ('s Afgrond's mysteriën het doodssein gaven)<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zij streeft den stormwind tegemoet te + hollen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wijl, achteraan en naast, twee even + dolle</span><br /> + (Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven)<br /> + <br /> + Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen:<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De mist ligt laag op 't water: zien en + hooren</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vergaan, alleen de horens hoeënd + schallen....</span><br /> + Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren,<br /> + <br /> + Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*]<br /> + En verder niets dan Dood, de diep-in stille....<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen,<br /> + Shelley's medeschepelingen.]<br /> + <br /> + <br /> + 4. SHELLEY'S STERVEN<br /> + <br /> + Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Shelley en las.[*] De wilde golven + sloegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Luider en luider langs de zijden, + droegen</span><br /> + Hoog-op het broze vaartuig, met geklag<br /> + <br /> + Van schril zoevend gieren door want en stag,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren + joegen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, + kloegen?</span><br /> + Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ...<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Toen stond hij op, verwonderd: neevlen + drongen</span><br /> + Overal áán, en plots ... een donker blok<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Komt dreigend door die misten opgesprongen + ...</span><br /> + Hij wankelt door den donderenden schok ...<br /> + <br /> + "Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend<br /> + Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend.<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: In Keats' <i>Eve of St. Agnes</i>, dat omgeslagen in zijn zak<br /> + werd gevonden.]<br /> + <br /> + <br /> + 5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*]<br /> + <br /> + Wij waren jonge wilden: o, de vloek,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Te moeten jong en dwaas zijn: niet te + weten</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En tòch te doen ... wel gauw weer is 't + vergeten....</span><br /> + Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Naar woorden, om te sussen mijn geweten,</span><br /> + Doch vind er gééne.... Zie daar, in dien hoek,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te + meten</span><br /> + Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek,<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als + rijden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel + belijden,</span><br /> + Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf:<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche + baren....</span><br /> + ... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf....<br /> + Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren.<br /> + <br /> + [Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London,<br /> + John Slark 1886).]<br /> + <br /> + <br /> + 6. SHELLEY'S VERSCHIJNING<br /> + <br /> + Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ik zag hem nauw, maar voelde zijn + nabijen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich + vlijen,</span><br /> + Zóó zacht, alsof er op een buiten-pad,<br /> + <br /> + Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij + een</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vreemde verfrissching langs zijn slapen + glijen....</span><br /> + Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat:<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die + binnen,</span><br /> + Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen</span><br /> + Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt,<br /> + <br /> + Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen,<br /> + Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen."<br /> + <br /> + <br /> + 7. VERVOLG<br /> + <br /> + Zóó voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van veilig weten zeeg er door mijn heele</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k + spelen</span><br /> + Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede<br /> + <br /> + Weiden der eindeloosheid, en haar beden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Om één te wezen met het Al-zijn, + kweelen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weer ging, heel diep-inwendig, als + zoovelen</span><br /> + Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden....<br /> + <br /> + Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Jong hoofd—dat lachen scheen als zilvren + bellen:—</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed + kwellen,</span><br /> + "Gij liept nooit mede met de doffe kudde<br /> + <br /> + "Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen:<br /> + "Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen."<br /> + <br /> + <br /> + 8. VERVOLG<br /> + <br /> + "Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Gij stoordet nooit aan dwazen u, die + smaadden,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en + spade,</span><br /> + "Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ...<br /> + <br /> + "Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge + raden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"En, schoon met Denken's eeuwgen last + beladen,</span><br /> + "Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken.<br /> + <br /> + "Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft + dringen</span><br /> + "Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ...<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Dát was de weg, dien alle dichters + gingen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen + ...</span><br /> + "Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen."<br /> + <br /> + <br /> + 9. ANTWOORD VAN MIJ<br /> + <br /> + Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar met een diepe, als bovenaardsche + vreugd,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sinds 'k als een vaag-ontroerend + na-geneugt</span><br /> + Van overschoone en lang-geleden droomen,<br /> + <br /> + Die in 't koud daglicht plots weer vóór ons komen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uw naam—o, hoe dat oogenblik mij + heugt!—</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In de' allereersten opgang mijner jeugd</span><br /> + Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen.<br /> + <br /> + Ik zag hem ... lás hem ... wist niet, hoe mij wierd....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Groeide er een verre erinnring in mij + wakker,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat ik, in vroeger Zijn, met U als + makker,</span><br /> + Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd?<br /> + <br /> + O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen,<br /> + Eén bonte ontbloeiïng van het diep-in Eeuwig-Eéne?<br /> + <br /> + <br /> + 10. VERVOLG<br /> + <br /> + Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't + schijnen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van dit en dat en wéér wat, 't Uwe en + 't mijne)</span><br /> + In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten<br /> + <br /> + Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Onder steeds reddeloos geleden pijnen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Waar zich vergaan in voelt het Teêre en + Fijne,</span><br /> + Het Levensraadsel uit is opgeschoten?<br /> + <br /> + Moet men getroost dus, weg van ál vergeefsche<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Klachten om heel ons klein, persoonlijk + Lijden,</span><br /> + 't Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche,<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het God-genoemd goed-nemende te al + tijden</span><br /> + Machteloos eerend, verder in goed-leefsche<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Koelheid het Goede doen, het Slechte + mijden?</span><br /> + <br /> + <br /> + 11. SHELLEY'S OORDEEL<br /> + <br /> + Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van wind door slank-getopte + popel-takken:</span><br /> + "De aarde werd woonoord voor gespeende wolven,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die met hun jonge tanden alles pakken.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Dra zullen dichters wonen in barakken,</span><br /> + "Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven,<br /> + "Zij worden heengedreven door de kolven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Van vunze Bolsjewistische Kozakken.</span><br /> + <br /> + "'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en + neder,</span><br /> + "Dees wint of die, maar 't is tot schâ voor beiden.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte + veder....</span><br /> + <br /> + "Hierboven is het zalig, waar in wijden<br /> + "Kring alle blauwingen zich om ons breiden!"<br /> + <br /> + <br /> + 12. SLOT<br /> + <br /> + Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Waarheen mijn droomen ging in + kinderjaren,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Wanneer ik zat lange avonden te staren,</span><br /> + "Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken....<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Voel <i>ik</i> mij, die maar 'n aardling ben, een + zware,</span><br /> + "Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke<br /> + Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Was Shelley, als een waan, plots + heengevaren....</span><br /> + <br /> + "Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij?<br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Muziekvolle ademing uit beetre sferen,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">"Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard + verkeeren</span><br /> + "Kwaamt, om te vlieden, óók te gauw toen ... streeft gij<br /> + <br /> + "De oneindigheid der Ruimte dóór weer, om te ontmoeten<br /> + "'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?"<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK<br /> + <br /> + I <br /> + <br /> + Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die levende oogen, o, voor goed, en 't + woord,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt + gehoord</span><br /> + Door wie als Gij, als élk eens, diep gedoken<br /> + <br /> + In 't grondloos-Eéne-en-Eeuwige-ongebroken,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort + ...</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">O, 'k roep U toe—Uw rust wordt niet + gestoord—</span><br /> + En 'k roep dus, nógmaals, woorden wáár gesproken<br /> + <br /> + Vóór 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des + Levens:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze + tevens:</span><br /> + Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht,<br /> + <br /> + En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone<br /> + Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen.<br /> + <br /> + <br /> + II<br /> + <br /> + 't Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Uw innigst In-zijn óp weer in zijn + schoot,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge + vloot,</span><br /> + Terug verlangde naar waar 't eens van kwam.<br /> + <br /> + Wij andren dwalen verder, tot de vlam<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ook van òns Zijn vervaagt tot + avondrood.</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn + dood?</span><br /> + Want staan blijft steeds ons aller Moederstam,<br /> + <br /> + De Menschheid, die staêg groeit en bloeit, en bladen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Na bladen vallen laat in 't + kerkhof-zand,</span><br /> + Maar nieuwe komen weer aan allen kant.<br /> + <br /> + De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen,<br /> + En eindloos, door der eeuwigheden tal,<br /> + 't Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val.<br /> + <br /> + <br /> + III<br /> + <br /> + Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze:<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hij, die der Ruimte oneindigheid + bespiedt,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet</span><br /> + Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen:<br /> + Maar éens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">In der aeonen onbeperkt verschiet,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat alles saam vernevelt tot een Niet</span><br /> + En ná dien zal er <i>niets</i> meer, <i>niets</i> meer wezen....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Niets? Ja, toch Eén, het Eenge, wat + bestaat,</span><br /> + Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het Absolute, bóven Goed en + Kwaad;</span><br /> + Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De wijsgeer noemde 't God, met kalme + stem:</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij voelen, weten, denken niets dan + Hèm.</span><br /> + <br /> + <br /> + IV<br /> + <br /> + Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Glanzend of walmend voor een korten + duur,</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Als vonk of damp uit dat Ondoofbre + Vuur,</span><br /> + Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen.<br /> + <br /> + Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Door hersnen, aêren, als een levend + vuur:</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">En tòch wij zijn slechts wanen van een + uur,</span><br /> + En worden aan het eind weer opgenomen<br /> + <br /> + In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre,</span><br /> + Waar elk naar haakt in onbewust gepeins,<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in + sterren,</span><br /> + In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins,<br /> + Van uit de schaûwen dezes aardschen Schijns.<br /> + <br /> + <br /> + V<br /> + <br /> + Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar voor de wereld, jegens U van mij,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Op aarde hier. Want, wat ons nu nog + schei,</span><br /> + 't Gordijn des Levens, met een rustig beven<br /> + Zal <i>ik</i> ook eenmaal zien omhoog-geheven<br /> + En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar + zij,</span><br /> + Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven.<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dan zal ons spreken zijn van 't + stil-vermoede,</span><br /> + Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en + Goede,</span><br /> + Dat glanst, óók waar de wereld woedt en woelt....<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij + zijt,</span><br /> + Blijf, òns toch heilig, diep gebenedijd!<br /> + <br /> + <br /> + VI<br /> + <br /> + Maar neen, mijn laatste woord mag zóó niet scheiden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws + hofs;</span><br /> + Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tranen, ras wijkend voor iets stils en + dofs,</span><br /> + Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Peinst, tot het òpvloeit in een zang des + lofs;</span><br /> + Wij leven allen in den Droom der Tijden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des + stofs.</span><br /> + Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zelfs niet het Diepere onzes eignen + Zijns,</span><br /> + Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Haarfijn àl lengten, breedten onzes + schijns,</span><br /> + Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter,<br /> + Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er?<br /> + <br /> + <br /> + VII<br /> + <br /> + Alweêr een weifeling? Weg, weg ... wij voelen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Omdat zij dieper dan ons denken gloeit</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht + bloeit,</span><br /> + De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen<br /> + Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ook 't aanzicht dezer aarde nooit + vermoeid)</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms + verfoeit,</span><br /> + Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen.<br /> + Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Om al de ellende dezer wereld tevens,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes + snevens</span><br /> + Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot....<br /> + Hij maakt àl goed. De diepste Grond des Levens,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos + groot.</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN<br /> + <br /> + <br /> + God-dronkenen, die diep-in zingend leven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die + wonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Sinds hun geboorte in 't + onuitspreeklijk-schoone,</span><br /> + Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven<br /> + <br /> + Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Bij al wat aarde en hemelen hun toonen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Aan visioenen die hen heerlijk loonen</span><br /> + Voor àl des Levens pijnen, tot hun sneven.<br /> + <br /> + O, mijne broeders al, gij, Onbekenden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te + spreken,</span><br /> + Daar gij verkoost met geen geluid te schenden<br /> + <span style="margin-left: 1em;">De heil'ge stilte van het diep-in leken</span><br /> + <br /> + Der onder oogenrand gebleven tranen<br /> + Om mensch-verdwazing en der aarde wanen.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="VOS" name="VOS">VERZEN VAN MARGOT VOS</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + LENTELUST<br /> + <br /> + <br /> + Zoo in den zingenden hof<br /> + Met de merels en madelieven<br /> + Met het blijmoedige lof<br /> + En de harige honigdieven,<br /> + Zoo als een doeniet den dag<br /> + Uit den zondronken hemel te kijken,<br /> + Dwars door het feestlijk gevlag<br /> + Der bloeiende appelrijken,<br /> + <br /> + Vind ik de zaligheid weer<br /> + Die de wereld verloren waande,<br /> + Ben ik bevrijd van begeer,<br /> + Houd ik den hemel staande<br /> + Op mijn gezuiverd bloed<br /> + Waarover de winden wimp'len,<br /> + Ben ik van blijdschap gevoed:<br /> + De simpelste onder de simp'len.<br /> + <br /> + Boven mijn hoofd sluit de tijd<br /> + Zijn eeuwig-bloedende wonde,<br /> + Heft mij in 't zorgeloos krijt<br /> + Van de fluitende vagebonden,<br /> + Houdt mij van schoonheid omschuimd,<br /> + Van zil'vren zangen volzongen,<br /> + Stuwt de groot-golvige ruimt'<br /> + Aan 't klein eiland mijner longen.<br /> + <br /> + Mijn wordt het gansch gewelf;<br /> + Daar is geen raadsel, geen wonder.<br /> + Ik ben de schepper zelf,<br /> + De wereld duikt in mij onder.<br /> + De dagen stijgen uit mij<br /> + Als hel-klapwiekende duiven,<br /> + De nachten komen in mij<br /> + Den zomersenen wierook wuiven.<br /> + <br /> + Ik draag de wel en de wolk,<br /> + Ik draag de ster en de rozen,<br /> + Ik draag 't opstandig volk<br /> + Van winden en waterhoozen.<br /> + Aan mij de zachte borst<br /> + En de zwarte vlerken der eeuwen<br /> + Aan mij de levensdorst<br /> + En het eindloos stille sneeuwen.<br /> + <br /> + Zoo is het evenwicht<br /> + Over mijn tweelingoogen,<br /> + Zoo is al last en licht<br /> + Even zwaar uitgewogen.<br /> + Zoo is er geest noch stof,<br /> + Wijsheid noch wereldweten,<br /> + Zoo in den zingenden hof<br /> + Ben ik van God vergeten.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ONTWAKING<br /> + <br /> + <br /> + Onder de zon wordt een wonderdroom,<br /> + Weidsch als een waaierboog.<br /> + Merkt ge onzen machtigen onderstroom?<br /> + Wij heffen de zee omhoog!<br /> + Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot,<br /> + Als de storm die te nacht in den horen stoot.<br /> + <br /> + Al wat we zagen was eeuwig grijs.<br /> + Binnen gesloten schulp<br /> + Werden we en wiesen we op ééne wijs;<br /> + Ons rijk was de smalle stulp!<br /> + Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf?<br /> + De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf!<br /> + <br /> + Boven ons wijken de wolken weg,<br /> + Zeilen de zon voorbij.<br /> + Keert ons nog heden het oud beleg,<br /> + Toch worden we morgen vrij.<br /> + Toch zullen we morgen ontbonden staan<br /> + En ver boven 't kleine de vleug'len slaan!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET IS MEI<br /> + <br /> + <br /> + O de zonne de zonne die danst op de wei<br /> + En de leeuw'rik die danst in de lucht,<br /> + En de perelaars breiden zoo breidelloos blij<br /> + Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht!<br /> + En het rozige schuim aan den appelaar ruischt<br /> + Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist;<br /> + En de zonne de zonne die danst op de wei ...<br /> + <i>Het is Mei, het is purperen Mei!</i><br /> + <br /> + O de zefir de zefir die zingt in het licht<br /> + En de bij zingt de bloei-hagen door;<br /> + Over stekel en naald, tusschen dorens en blad<br /> + Zoekt zij zoemend het goudgele spoor.<br /> + En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht<br /> + Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt,<br /> + Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei<br /> + <i>Van den Mei, van den purperen Mei!</i><br /> + <br /> + O de beke de beke die huppelt voorbij,<br /> + Of 't een spelensreê makkertje waar',<br /> + Dat met grillige kransen van schaduw en licht<br /> + Heeft doorvlochten het goudelend haar!<br /> + En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet<br /> + Of een torteltje roept uit den perelenvloed<br /> + Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij:<br /> + <i>"Het is Mei, het is purperen Mei!"</i><br /> + <br /> + O de zonne de zonne die danst in de wei<br /> + Op de maat van den lustigen wind,<br /> + Die de bloemekens zoent op de blozende wang<br /> + En den wolken den gordel ontbindt!<br /> + En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist;<br /> + Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist<br /> + Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij<br /> + <i>"Het is Mei, het is purperen Mei!"</i><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + GRAUW WEDER<br /> + <br /> + <br /> + Zonne zonne, zet aan, zet op!<br /> + Steek toch die taaie slemp in tweeën!<br /> + Stoot uw goudzwaard de wolken in<br /> + Dat ze bloeden als roode zeeën!<br /> + Zend uw rankvoetige stralekens<br /> + Met de starren in 't glinsterhaar!<br /> + Laat ze kloppen en wederkloppen<br /> + Aan de weerbarstige winterknoppen,<br /> + Groot wond're wonderkens liggen daar<br /> + In vast versloten schalekens....<br /> + Zonne zonne, zet aan, zet op!<br /> + Dinder die wonderkens uit den dop!<br /> + <br /> + Zonne zonne, waar zit ge toch!<br /> + Hadde ik uw gulden riddersporen,<br /> + 'k Sprong de grauwe almachtigheid<br /> + Dwars door naar uw verstoken toren.<br /> + 'k Luidde al lustig het belleken<br /> + Tegen de karmozijnen poort:<br /> + Ik zou klinken en wederklinken<br /> + Heel het hemeldom oprinkinken<br /> + Van Oost tot West en van Zuid tot Noord<br /> + In één hooveerdig relleken....<br /> + Zonne zonne, waar zit ge toch?<br /> + Zijn uw oogschellen geloken nog?<br /> + <br /> + Zonne zonne, zet op, zet aan!<br /> + Word toch de wereld welgenegen!<br /> + Laat uw doorluchten levenslust<br /> + Over de aarde flikkervegen.<br /> + Tik met uw blinkende hamerkens<br /> + Hier en ginds en in al 't getij;<br /> + Laat ze springen en wederspringen<br /> + Op en neer, tot vermetel zingen<br /> + De lucht doortrilt als een sterk en blij<br /> + Gejoel van vrije kramerkens!<br /> + Zonne zonne, zet op, zet aan!<br /> + Zet ons midde' in de Meiebaan!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + AVONDZWIJGEN<br /> + <br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Komt het van 't zwijgen der wilde merels,<br /> + Of van de peinzende sterreperels,<br /> + Of doet het de stervende zonneschijn<br /> + Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt<br /> + Zijn vlinderteêre doorzichtigheid?<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Liggen de luide dingen versloten<br /> + Achter verzegelde zilveren sloten<br /> + Die over de verten genageld zijn?<br /> + 't Is al zoo zwijgend omneêr gegaan<br /> + En weggeborgen en afgedaan.<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn,<br /> + Als had ze een heerlijk kind verloren<br /> + En roerloos zat in heur blauwen toren<br /> + Van eenzaamheid bij heur roode pijn<br /> + Die dieper dieper vervloeien ging<br /> + Tot zwaarmoeds-duist're herinnering.<br /> + <br /> + Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn....<br /> + Worden de zonden zoo zwaar gewogen<br /> + Dat neêrwaarts neigen de trotsche bogen<br /> + In donker-purperen deemoedslijn<br /> + En wacht doodstil het ontroerd heelal<br /> + Of de genade ook komen zal?<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + WAT LOK JE<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat lok je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat mok je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat glans en gok je,</span><br /> + Klein stommetje uit het oogeland!<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Als 'n klokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Klein klokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Glinstervlokje,</span><br /> + 'n Blauw blommetje van het hooge zand.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat vlei je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat blij je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat spelemei je;</span><br /> + Wat oogel je uit dat blond kozijn!<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Als leien</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Te vrijen</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">In rozeweien</span><br /> + Blauw vogeltjens met den zonneschijn.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat blink je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Wat pink je,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Stout smeekelinkje;</span><br /> + Princesseke bedelt erbarmen maar.<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Want 'n vinkje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Klein vinkje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">'n Heel klein vinkje</span><br /> + Wil nestelen in mijn armenpaar.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + BOETEGANG<br /> + <br /> + <br /> + Het belken klept de kerstenrij<br /> + Uit held're verten naderbij....<br /> + Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil<br /> + Bij 't kindeke en de vrouwe zoet;<br /> + En 't kleen bescheiden keerske brandt<br /> + Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed....<br /> + Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust<br /> + Die 's werelds wee al overwaakt<br /> + En staeg de wonde voeten kust<br /> + Van Christus, nederig en naakt.<br /> + <br /> + Daar ruischt een volte in de poort<br /> + Die aan Maria's ruste stoort....<br /> + Een weelderige kleurenvloed<br /> + Golft door Gods heilig bruidsvertrek<br /> + En purper en sameet beschaamt<br /> + Het kindeke in zijn poover dek.<br /> + 't Is of het kleine keersken bangt,<br /> + Van schitteringen overblaakt,<br /> + Of armer aan het kruishout hangt<br /> + De Christus, nederig en naakt.<br /> + <br /> + Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen<br /> + Om donk're zonden af te doen?<br /> + Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer<br /> + Der godd'lijkheden, overberst<br /> + Van pronkselen en wereldpraal<br /> + Die loodzwaar op de vlerken perst?<br /> + Hij zwerft wel ver van 't vrome land<br /> + Die goudzwaar ter ontferming naakt!<br /> + Hoe luttel weegt de lendenband<br /> + Van Christus, nederig en naakt!...<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE MAAIERS<br /> + <br /> + <br /> + De maaiers komen in de blauwe kielen<br /> + Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland,<br /> + Met loome lijven en verslapen zielen,<br /> + Met de hooge zeisen aan den gordelband.<br /> + <br /> + De gele haver zal geen avond vieren<br /> + Maar gesikkeld liggen in het late licht;<br /> + De moede maaiers als gedreven dieren<br /> + Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht.<br /> + <br /> + En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien<br /> + Als witmolenwieken door het volle graan;<br /> + En het ritselruizelt aan hun struische zijên<br /> + Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan.<br /> + <br /> + Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte<br /> + Gaan ze felgebogen door den flikkerdag,<br /> + Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te<br /> + Verstarren ligt van zijn laatsten slag.<br /> + <br /> + En de maaiers trekken in hun blauwe kielen<br /> + Met de avondstarre naar het heideland,<br /> + Met versloopte lijven en versloerde zielen,<br /> + Met de hooge zeisen aan den gordelband.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + CANTECLEER<br /> + <br /> + <br /> + Bonte trompetter,<br /> + Bloeiender lust<br /> + Blinkende ketter,<br /> + Kort is uw rust.<br /> + Steekt g' in de luchtsmoor<br /> + Brandende taal,<br /> + Schemering vlucht voor<br /> + Uw hoornsignaal.<br /> + <br /> + Relt ge de belle,<br /> + Wekkert een vlucht<br /> + Klinkende schellen<br /> + Wakker de lucht,<br /> + Woelt er een stoutvlerk,<br /> + Hemelgenoot,<br /> + Al het schoon goudwerk<br /> + Open en bloot.<br /> + <br /> + Zilveren schalen<br /> + Storten in 't land;<br /> + 't Regent koralen,<br /> + 't Regent briljant.<br /> + Waar is de muiter,<br /> + Waar is de dief?<br /> + Vang je, hoogfluiter,<br /> + Gouden gerief?<br /> + <br /> + Bonte trompetter,<br /> + Boven den tijd<br /> + Wekt uw geschetter<br /> + Werelden wijd!<br /> + Wekt ze, tot leven,<br /> + Zonnig en blond,<br /> + Boven den beven-<br /> + -Den horizont!<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + STORMLIEDEREN<br /> + <br /> + <br /> + I<br /> + <br /> + Zie, de luchten waaien tot een duister ruim<br /> + En de wind wordt vrijheer van den vloed<br /> + En de bladers dansen op z'n dolle luim<br /> + De muziek der regens tegemoet.<br /> + <br /> + Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt:<br /> + Elke boom een feestzaal vol gedruisch,<br /> + Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid,<br /> + Ieder dal een open lustig huis.<br /> + <br /> + In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein<br /> + Van genot en leven door den dag;<br /> + 'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein<br /> + Onder rijke overzeesche vlag.<br /> + <br /> + Schelle najaarskelken bloeien wild en bont<br /> + Aan de zwarte steilten van den dood,<br /> + Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond<br /> + Op uitdagend zingen henenvlood.<br /> + <br /> + Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan<br /> + Zonder ijd'le klacht en zonder spijt<br /> + Op de donkre hobo's van den nachtorkaan<br /> + Tot den diepsten burcht der eeuwigheid.<br /> + <br /> + <br /> + II<br /> + <br /> + De stormbruid ruit de bladers op<br /> + Tegen het oude woudgezag:<br /> + Beter in één roes te vergaan<br /> + Dan te verdruilen dag aan dag.<br /> + Hoor je dat ruischen, breed en frisch?<br /> + Hoor je dat golven, zwaar en groot?<br /> + Dat is de opstandigheid die luid<br /> + Aan de verstarring weerstand bood.<br /> + <br /> + Wie nu niet tot de daad ontwaakt<br /> + Moet tot de pit verschimmeld zijn.<br /> + Daar is geen lust, geen droefenis<br /> + Te machtig voor dit hoog gedein.<br /> + Daar is geen enk'le ziel te zacht,<br /> + Daar is geen enk'le borst te broos;<br /> + Daar is maar één meesleepend lied<br /> + Van stormgeluk, al eindeloos.<br /> + <br /> + En wat nog nooit gevlogen heeft<br /> + Schiet slank en snel de wolken in;<br /> + En wat nog nooit bewogen heeft<br /> + Rukt van zijn vastgeroeste pin.<br /> + En uit de vlakte en den vloed<br /> + En over zee en bergbazalt<br /> + Borrelt en breekt de bende baan<br /> + Die duisternis en nevel spalt.<br /> + <br /> + Waarheen dit luisterrijke spel,<br /> + Waarheen dit weergaloos gewiel?<br /> + Tot d'opperste vollustigheid,<br /> + Tot de bestemming van de ziel;<br /> + Tot stillen hermelijnen nacht,<br /> + Volmaakt van lijn en tinteling,<br /> + Waar alles alles is gevuld<br /> + Van glanzende verzadiging.<br /> + <br /> + <br /> + III<br /> + <br /> + O groote ruischelaar,<br /> + Snelwiekig wonder;<br /> + Hoe wordt de kranke dag<br /> + Zevenmaal gezonder<br /> + Als g'uit de wolken scheert,<br /> + Als g'aan de vlakte veert,<br /> + Als ge de golven keert<br /> + Over en onder.<br /> + <br /> + O groote ruischelaar,<br /> + Breedvlerkig wezen,<br /> + Nauw staat de hemel vol<br /> + Regen gerezen,<br /> + Of met een schuddering<br /> + Van uw gezwaaiden zwing<br /> + Zwiept gij de zonnesching<br /> + Over de vreezen.<br /> + <br /> + Wolkenrot, wintergod,<br /> + Waar werpt g'uw anker?<br /> + Zeeën zijn veel te klein,<br /> + Bergen te wankel.<br /> + 't Sterrenheir stilt u niet,<br /> + Nachtdonker drilt u niet,<br /> + Maanvreê vermildt u niet,<br /> + Bandlooze zwanker!<br /> + <br /> + Doch zijn uw wegen ook<br /> + Wild, woest en woedig,<br /> + Ergens in 't ongezien<br /> + Wordt ge vroom en vroedig.<br /> + Splijt u een sterker wil,<br /> + Siddert uw albedil,<br /> + Staat gij gebogen stil,<br /> + Eindloos ootmoedig.<br /> + <br /> + <br /> + IV<br /> + <br /> + Hoezee! daar jaagt het heksenspan<br /> + Der dolle regenbenden an!<br /> + Ze dragen sneeuwen hoozen,<br /> + Een rok van waterrozen,<br /> + Een schel blazoen, een felle speer,<br /> + Aan ied're steek een raveveer....<br /> + Ze blikken op noch omme,<br /> + Lijk een bezeten dromme<br /> + Ze suizen over struik en blom<br /> + En slaan de bange boomen krom....<br /> + Berg weg, berg weg uw leven!<br /> + Het is haar àl om 't even.<br /> + En wilt ge niet, al goed, al goed,<br /> + Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet!<br /> + De vaart schiet zwarte vlerken aan,<br /> + Wil uit zijn donker bed vandaan<br /> + En heft zich boven 't gele riet<br /> + En huilt zijn eigen zegelied<br /> + En werpt zijn brosse schuimen<br /> + Lijk uitgewaaide pluimen<br /> + En steigert aan den steilen wal<br /> + En slaat terug in boozen val<br /> + En dindert op in stroomen<br /> + En kan niet hooger komen;<br /> + De rosse ruiters daav'ren rond<br /> + En springen in zijn zwarten mond<br /> + En dansen op zijn duister oog<br /> + En spannen hem een zilverboog<br /> + En roetsen voort en verder<br /> + Lijk kudden zonder herder....<br /> + De luchte leeft van perelsop,<br /> + Het klettert van heur speren op,<br /> + Ze klirren met heur sporen<br /> + Weerszijên van den toren<br /> + En steken hem in éénen klap<br /> + In grauw-geweven nonnekap.<br /> + En voort en voort geschuierd!<br /> + De molen moet gesluierd!<br /> + O zie dat kleene huisken staan!<br /> + Het krijgt een wollen buisken aan.<br /> + Hoor hoor dat druischen, drusten<br /> + Lijk opgebarsten fusten....<br /> + Hoessa! de appel ploft terneer:<br /> + Een bobbel bloed in 't regenmeer.<br /> + Hoessa! de peer scheurt van den tak:<br /> + Een klompe goud in 't parelvlak!<br /> + Hoessa! de noot is 't verste,<br /> + Zij tuimelt blankgebersten....<br /> + En immer immer holder aan;<br /> + Daar is geen tijd voor stille staan!<br /> + Ze donderen maar schots en schol<br /> + En plonderen de grachten vol,<br /> + Verdrinken kruid en zode<br /> + En rennen zich ten doode;<br /> + Ze zuigen in het taaie slik<br /> + En juichen er heur laatsten snik.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <h2><a id="SCHARTEN" name="SCHARTEN">VERZEN VAN CAREL SCHARTEN</a></h2> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET SMEULEND VUUR[*]<br /> + <br /> + <br /> + Ik min u, smeulend vuur,<br /> + ik min uw stille dichtheid,<br /> + waarin het sluim'rend licht leit<br /> + te wachten op zijn uur!<br /> + <br /> + Ik min u in de morgen,<br /> + die in het Oosten staat<br /> + met aarzelend gelaat<br /> + en houdt haar gloed verborgen.<br /> + <br /> + Ik min u in den avond,<br /> + die sterft in lang verbloeden,<br /> + met diepe en diep're gloeden<br /> + zijn duistren moorder lavend.<br /> + <br /> + Ik min u in den zang,<br /> + die in zijn klare kracht<br /> + betóómt de zware pracht<br /> + van Hartstochts hoog verlang.<br /> + <br /> + Ik min u in de kleuren,<br /> + beslagen van den gloed<br /> + die hen versmelten doet;<br /> + en 'k min u in de geuren,<br /> + <br /> + die zweemen van een mond,<br /> + dat rood en vochtig ooft,<br /> + wanneer Zij om mijn hoofd<br /> + de schuchtere armen rondt....<br /> + <br /> + Ik min u, smeulend vuur,<br /> + ik min uw donker branden,<br /> + dat achter bleeke wanden<br /> + waakt en wacht op zijn uur!<br /> + <br /> + <br /> + 1910<br /> + <br /> + <br /> + [Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.]<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU<br /> + LUXEMBOURG (fragment)<br /> + <br /> + <br /> + "Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin?<br /> + Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas,<br /> + dat sproeit het glanzend gras, en dóór dat gaas,<br /> + verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin<br /> + <br /> + in ijle regenbogen en wuift op<br /> + en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen,<br /> + waar wazig-druiveblauwe duiven minnen?<br /> + Die rukken hunne snavels, dan vliegt op<br /> + <br /> + 't duikende duifje en klapwiekt blanker wiek<br /> + de doffer, 't klaar geblaârte slaand!... Zie, bloesems<br /> + vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems<br /> + is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek!<br /> + <br /> + Ligt niet die Liefde als een zonne-damp<br /> + over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen<br /> + merels de perels dauw het gras af stelen,<br /> + gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp?<br /> + <br /> + Alle bosschages houden heerlijk wijd<br /> + hun blâren-volten in de lucht! beneden<br /> + ligt warmte-bevend om hun voet gegleden<br /> + een vloed van gloênde bloeme', o! teederheid!<br /> + <br /> + En het geboomte steekt zijn kruinen in<br /> + elkanders kruin, dat duizend blaren strijken<br /> + elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken<br /> + streelend dooreen in zwijmelende min ..."<br /> + <br /> + <br /> + 1903<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG<br /> + <br /> + <br /> + De meidoorns staan met hun beschroomde rood<br /> + <span style="margin-left: 4em;">zoo teeder</span><br /> + <span style="margin-left: 3em;">te blozen,</span><br /> + en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">koost weder</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">hun broze</span><br /> + en bruidelijke rood.<br /> + <br /> + De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen<br /> + <span style="margin-left: 3em;">den schemer</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">zoo zoel,</span><br /> + en uit der bloemen innig-teêrste binnen<br /> + <span style="margin-left: 5em;">daar zwemen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">Zoo zwoel</span><br /> + de geuren tot de zinnen.<br /> + <br /> + De rozen hangen open op de lucht,<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">aanhaal'ge</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">monden,</span><br /> + uit welker diepte 't zoet geheim verzucht<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">der zaal'ge</span><br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">wonde</span><br /> + en zwijmelend genucht.<br /> + <br /> + En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief<br /> + <span style="margin-left: 2.5em;">uw teêr-</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">-heid toe!</span><br /> + Maar onze erinn'ring krenkt die ééne grief<br /> + <span style="margin-left: 4.5em;">en zeer</span><br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">en moe</span><br /> + laat ons die schaam'le dief.<br /> + <br /> + Door dezen tuin van lust en schemer staren<br /> + <span style="margin-left: 3.5em;">den nacht</span><br /> + <span style="margin-left: 3em;">wij in</span><br /> + En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen<br /> + <span style="margin-left: 3em;">wij lach</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">en min</span><br /> + en garen ons den weemoed....<br /> + <br /> + <br /> + 1904<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE REIS DOOR DEN NACHT<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Ver was de reis door den nacht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Den dicht-besneeuwden nacht,</span><br /> + De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen<br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Nu, in den duisteren na-nacht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1.5em;">Blind in de spelonk van het rijtuig,</span><br /> + Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span.<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gedoken in 't voort-ijlend hokje,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zij, mijn Lief, en ik, en het kind,</span><br /> + Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hooren we enkel 't gerinkel der bellen</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Over de ruischlooze wegen der nacht</span><br /> + In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer—<br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">En het is als een heuglijke vlucht,</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stil en snel bij het bellen-gerinkel</span><br /> + —Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien—<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En 'k denk aan Jozef en Maria met het + Kind</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vluchtende door den winternacht,</span><br /> + Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ...<br /> + <br /> + <br /> + Lugano, 1906.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE GROOTMOEDER<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">De rozen glanzen in de maan</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">En onderdoor een donk'ren boom</span><br /> + Waar glimp-geschijn in schilfert,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zie ik de verre bergen staan</span><br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">In fijnen droom</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Verzilverd.</span><br /> + <br /> + De rozen glanzen zijig, 't is<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Alsof zij zelve stralen,</span><br /> + Een teêrgeurende lichternis<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Hoog in de zilvren zale....</span><br /> + <br /> + Een vrouwe-hoofd als was zoo wit,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Ivoren voorhoofd blinkend</span><br /> + In 't maanlicht, en om 't grijze haar<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een wit-zij sluiertje, zoo zit</span><br /> + De oude voor dit teêr altaar<br /> + <span style="margin-left: 0.5em;">Van berge' en witte rozelaar</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">In zilvren nacht verzinkend....</span><br /> + <br /> + Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen,<br /> + Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen,<br /> + Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag.<br /> + Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag,<br /> + Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen,<br /> + De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen<br /> + Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood,<br /> + Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot.<br /> + <br /> + <br /> + Lugano, 1907<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + ISOLA MADRE<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Isola Madre, waar uw geel kasteel</span><br /> + Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide,<br /> + Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En we uit den droom van vloeiend-blauw + juweel</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel</span><br /> + Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden<br /> + Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Tropische aromen broeiden door 't + struweel....</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 2em;">Wij daalde' in koelte van + laurieren-dreven</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch + woud</span><br /> + Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen,<br /> + <br /> + Tot we, op 't terras, dien teêrsten droom in-dolen t<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Ver over 't meer-azuur het doomend goud</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur + versteven!</span><br /> + <br /> + <br /> + Lago Maggiore, 1909<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE ZANG VAN NACHT EN TIJD<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Raadsel van 't Oogenblik!</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Met mijne heete handen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">op 't wit papier,</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">zoo zit ik hier</span><br /> + in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden<br /> + <span style="margin-left: 4em;">van 't Heden.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Water van 't meer,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">ik hoor uw golven spoelen</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">aan duist'ren wal—</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">En fluist'ren zal</span><br /> + de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen<br /> + <span style="margin-left: 4em;">aan dit Zelf.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Nacht, zwart en dicht,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">stil en ontastbaar boven</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">d'onstilb're golven,—</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">Zoo blind bedolven</span><br /> + is mijn wild leven onder 't donkere verdooven<br /> + <span style="margin-left: 4em;">der Toekomst.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Moeder, Vader, Vrienden,</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">Waarom uw vragende oogen,</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">en door den nacht</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">waarvóór uw zacht</span><br /> + geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u niet bedrogen,<br /> + <span style="margin-left: 4em;">de Tijd gaat—</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 3em;">Vrouw, die mij houdt</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">in uw goud-lighte leven</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">omhuld, o Uw</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">is 't gulden Nu.</span><br /> + Voed de uren als een durend vuur,—wee, dat het bléve<br /> + <span style="margin-left: 4em;">het Oogenblik.</span><br /> + <br /> + En, ongeboren Tijd,<br /> + <span style="margin-left: 2em;">Nacht!--laat ons één licht + venster</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">in uw zwaar zwart:</span><br /> + <span style="margin-left: 4em;">dat daar mijn hart</span><br /> + veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster,<br /> + <span style="margin-left: 4em;">mijn Kind!</span><br /> + <br /> + <br /> + Lago Maggiore, 1910.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE ONZICHTBARE<br /> + <br /> + <br /> + Ik wil tasten den Boom, die in den nacht<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Verrijst van de wazige aarde ...</span><br /> + Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Flonkerend op de winde-zuchten,</span><br /> + Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde.<br /> + <br /> + Ik wil áánraken den duisteren Boom,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Die stijgt uit de wereld, en den hemel</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Vult met zijn zachte + takken-gewemel,—</span><br /> + Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Opdat ik wierd bedolven onder</span><br /> + Die bloemen van lucht en van goud, een droom<br /> + Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ...<br /> + <br /> + Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ...<br /> + Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft!<br /> + De tintlende starren, zij vallen niet,<br /> + Lachende neder uit den hooge<br /> + Naar dit kind, het eeuwig bedrogen<br /> + Menschkind dat streeft<br /> + En tast en niet ziet,<br /> + Verlángt, en lacht 't Verlangen aan,<br /> + zijn tranen-ruischende Schoonheid.<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + DE BLINDE DICHTER<br /> + <br /> + <br /> + <i>Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag,<br /> + 10 November 1910.</i><br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren,</span><br /> + Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd<br /> + Met uwe teng're sterkte hebt verheugd<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En met uw rust mijne onrust deedt + bedaren.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Een fijne blos verjongde uw strakke + kaak,</span><br /> + Uw maag're roode hand koelde in de mijne;<br /> + Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen<br /> + <span style="margin-left: 1em;">'t Licht uwer vroolijke en vrome spraak.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij</span><br /> + Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken;<br /> + Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden + wij!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring + blijven,</span><br /> + Hoe, blinde, gij mij vóórgingt naar beneên,<br /> + De armen los neerhangend langs u heen,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Geheven 't blinde hoofd, rechtop van + lijve!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte + omlaag,</span><br /> + Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten.<br /> + Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Stil door den schemer tot de laatste + Vraag.</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde + Vriend,</span><br /> + Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen,<br /> + Naar wij het in de Heilge Boeken lezen;<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gij waart m'een Teeken: ík was blind, + gíj ziend!</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zóó worde uw beeld een voor-beeld den + vervaarden,</span><br /> + Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:—<br /> + De blinde Dichter, gaand de treden af<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde + ...</span><br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <br /> + HET SCHOONE STERVEN<br /> + <br /> + <br /> + <span style="margin-left: 1em;">Als in de stemm'ge stad het herfst-tij + weeft</span><br /> + Zijn gouden waas over de oude grachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">En onder 't gulden loof een stemming + zweeft</span><br /> + van sterven in deze oude en gouden prachten,—<br /> + <br /> + Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht + beeft</span><br /> + En henenzweeft in de eerste koude nachten<br /> + <span style="margin-left: 1em;">waarin alleen één zilvren stemklank + leeft:</span><br /> + <br /> + <span style="margin-left: 2em;">De stem, die in de hooge eenzaamheden</span><br /> + <span style="margin-left: 1em;">Zingt en weerklinkt en zingend meet den + Tijd</span><br /> + En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren,<br /> + <br /> + Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren,<br /> + <span style="margin-left: 1em;">Het torenlied een laatsten glimlach + wijdt</span><br /> + <span style="margin-left: 2em;">En lichtende verglijdt in 't tijdloos + Eden.</span><br /> + <br /> + <br /> + Utrecht 1916<br /> + <br /> + <br /> + <br /> + <hr /> + <p>BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM VERSCHENEN IN DE + ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN</p> + <hr style="width: 65%;" /> + <h2>GEDICHTEN</h2> + <br /> + + <h3>A. NEDERLANDSCHE</h3> + <br /> + + <p>FRANS BASTIAANSE, <i>Gedichten</i> (2e dr. 6/11e duizend)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, verklaard en + verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk kenmerkend voor dezen dichter + is." <i>Hofstad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>S. BONN, <i>Wat Zang en Melody</i>, met een woord tot inleiding van L. Simons.</p> + <p>I. 0.55</p> + <p>...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, het + landschap lacht."</p> + <p><i>Zangen van Hoop.</i></p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen van dezen + bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." <i>Het Centrum</i>. "Er + leeft een sterk optimisme in het hart van dezen dichter, wiens boekje weldadig + aandoet." <i>Het Tooneel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>RENé DE CLEKCQ, <i>Van Aarde en Hemel</i>. (De Appel- + Hemelbrand—Afaasvar—Doemsdag).</p> + <p>I. 0.75</p> + <p><i>Uit Zonnige Jeugd</i>.</p> + <p>C. 1.05</p> + <p>"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die zijn + levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. <i>Utrechtsch Dagblad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>P.N. VAN EYCK, <i>De Getooide Doolhof en andere gedichten</i>.</p> + <p>I. 0.55 C.1.05</p> + <p><i>Gedichten</i>. (Het Ronde Perk—Lichtende golven)</p> + <p>L 0.75 C. 1.25 L. 1.40;</p> + <p>"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van stemming + als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke rhytme." <i>Nieuws v.d. + Dag.</i></p> + <br /> + + <hr style="width: 45%;" /> + <p>P.A. DE GENESTET, <i>Complete Gedichten</i>, voorzien van portretten van De + Génestet en mevrouw De Génestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal + belangrijke noten voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend)</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JACOB ISRAEL DE HAAN, <i>Het Joodsche Lied</i>.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar woorden, + komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met moeite verkregen, met + smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke schat." <i>Avondpost.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>PROSPER VAN LANGENDONCK, <i>Verzen</i>,</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig gebaren en + galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en een ware grootheid van + opvatting." <i>Maasbode</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JAN LUYKEN, <i>Jezus en de Ziel</i>, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, met + reproducties naar de oorspronkelijke prenten.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20</p> + <p>"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" <i>Het + Volk</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>V. DE LA MONTAGNE, <i>Gedichten</i>, met inleiding van Emm. de Bom (3e + vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 K. 1.80</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>FRANQOIS PAUWELS, <i>Enkele Verzen</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,—ziedaar de bron van + Pauwels' welluidende liedjes...." <i>Van onzen Tijd</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>J. REDDINGIUS, <i>Johanneskind. Gedichten</i>. (2e vermeerderde dr. 6/8e + duizend)</p> + <p>0.55 C. 1.05</p> + <p><i>Regenboog en Jeugdverzen</i>.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige natuurgeluid + van den dichter." <i>Is. Qaerido</i>.</p> + <p>"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten onzer dichters + worden geteld."</p> + <p><i>Willem Kloos</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ANNIE SALOMONS, <i>Nieuwe Verzen</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80</p> + <p>"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee ons verder + leven in. A joy for ever," <i>Utrechtsch Sted. Dagblad.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DE SCHOOLMEESTER, <i>Gedichten van</i>—met al de oorspronkelijke + illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e duizend.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JULES SCHüRMANN, <i>Uit de Stilte</i> en andere gedichten. Met voorrede van + Willem Kloos.</p> + <p>I. 0.80 K. 1.60</p> + <p>"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schürmann's verzen dat zij zoo eenvoudig weg + uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen menschenwerk, maar de uiting + van een magische kracht." <i>De Avondpost</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>NiCO VAN SUCHTELEN, <i>Verzen</i>, dramatisch, episch, lyrisch.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu + zacht—als de zuidewindsadem over de lentebloemen—dan forsch en + mannelijk—als de zeewind over de duinen." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>HELENE SWARTH, <i>Roemeensche Volksliederen en Balladen</i>, naar de Fransche + proza-vertaling van Hélène Vacaresco.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in deze verzen + van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke teederheid vormende + poëzie van landbouwers. <i>N. Rott. Crt</i>.</p> + <p><i>Verzen</i>.</p> + <p>C. 1.05</p> + <p>... "Een prachtige bundel ..." <i>Dr. Walch</i> in <i>Het Vaderland</i>.</p> + <p><i>Nieuwe Verzen</i>.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <p>"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." + <i>Delftsche Courant</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>J. WINKLER PRINS, <i>Gedichten</i>, met portret van den dichter. Verzameld en + ingeleid door J. Reddingius.</p> + <p>I. 0.95</p> + <p>"Prins is in meer dan één opzicht een zeldzame verschijning geweest + in de letterkunde van Nederland." <i>De Volksstem</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALBERT VERWEY, <i>Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst</i> + (1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e duizend)</p> + <p>L 1.40 C. 1.90</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <h3>B. BUITENLANDSCHE</h3> + <br /> + + <p>ELISABETH BARRETT BROWNING, <i>Portugeesche Sonnetten</i>. Vrij bewerkt naar het + Engelsch door Hélène Swarth.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere schoonheid, die + Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te behouden." <i>De Tijdspiegel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DANTE, <i>De Goddelijke Comedie</i>, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. + Boeken.</p> + <p>I. <i>De Hel</i> (5e druk in bewerking)</p> + <p>C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>II. <i>De Louteringsberg</i> (3e dr. 9/11e duizend)</p> + <p>I. 2.—C. 2.50 L. 2.65</p> + <p>III. <i>Het Paradijs</i> (3e dr. 9/11e duizend)</p> + <p>C. 2.50 L. 2.65</p> + <p><i>De drie deelen tezamen in één keurband</i></p> + <p>6.45</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)</i> Uit het Italiaansch vertaald door Nico van + Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret.</p> + <p>C. 1.25 K. 2.25</p> + <p>"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk + literatuur-studie." <i>Avondpost</i>.</p> + <p>"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo groote + congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den Nederlandschen dichter die + waardeering toe te wenschen welke zijn kunst verdient." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Prof. HENRI HAUVETTE, <i>Dante</i>. Inleiding tot de studie van de Divina + Commedia.</p> + <p>C. 1.70 L. 1.85 K 2.70</p> + <p>"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk te gaan + lezen." <i>Dr. J.L. Walch</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DANTE-PAKKET. <i>De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van + Hauvette</i>, alle in keurband, tezamen voor f 10.—in carton f 8.—.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>MILTON, <i>Het Paradijs Verloren.</i> Metrische vertaling van Alex. Gutteling. + (Zes zangen)</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>"<i>Miltons</i> epos van <i>Het Paradijs Verloren</i> is een dier werken die de + letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men behoort te kennen + naast <i>Vondel's Lucifer."</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALFRED DE MUSSET, <i>De Nachten</i>. Vertaald en ingeleid door + Hélène Swarth, met portret van den schrijver.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij déze overbrenging in het + Hollandsch al zeer weinig geleden." <i>De Telegraaf</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>WALT WHITMAN, <i>Grashalmen</i> (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits + Wagenvoort. Met portret van den dichter.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <p>"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of Grass" van + dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens werk een zoo sterken + invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend geslacht."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="BLOEMLEZINGEN" name="BLOEMLEZINGEN"></a> + <h2>BLOEMLEZINGEN</h2> + <br /> + + <p>BILDERDIJK, <i>Willem Kloos, Bloemlezing</i>, met inleiding en portretten (2e dr. + 7/9e duizend)</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.—</p> + <p>"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den dichter, + is terecht veelvuldig geprezen,"</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>RHEINVIS PEITH, <i>Bloemlezing</i>, met inleiding door Willem Kloos. Met drie + portretten.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van Feith's werken. + Dat loont!" <i>N. Courant</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek</i> 1905/1915 met tal van bijdragen en + portretten.</p> + <p>I. 0.75</p> + <p>DR. J. P. HEYE, <i>Bloemlezing uit de Volksdichten.</i> (2e dr. 7/9e duizend)</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p><i>Schetsboek</i> 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. + auteurs, met portretten.</p> + <p>I. 7.50</p> + <p>Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.-</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JOOST V.D. VONDEL, <i>Uit Vondels dramatische Lyriek,</i> Bloemlezing door L. + Simons.</p> + <p>I. 0.80 K. 1.60</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der Ver. + Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieën.</p> + <p>1e bundel I. 1.20 C. 1.70</p> + <p>2e bundel I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>3e bundel I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>De 3 bundels in één K. 5.25</p> + <p>"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten biedt zij + een aanlokkelijk panorama van onze letteren." <i>Hofstad</i>.</p> + <p>"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen + worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." <i>Avondpost</i>.</p> + <p>"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." <i>Den Gulden Winkel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="BRIEVEN" name="BRIEVEN"></a> + <h2>BRIEVEN</h2> + <br /> + + <p>VINCENT VAN GOGH, <i>Brieven aan zijn Broeder</i>. Uitgegeven en toegelicht door + zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In drie deelen.</p> + <p>I. 7.50 K. 12.50</p> + <p>"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de brieven ons + nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst opgenomen, en nog vele + portretten en illustraties versieren het mooi uitgegeven werk." <i>Herman + Middendorp</i> in <i>De Tijdspiegel</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. H. JAPIKSE, <i>Brieven van Johan de Witt</i>.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische studiën + te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote landgenooten. Dr. Japikse is + daarbij een uitmuntende leidsman; hij koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, + de stukken die het best de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft + daarbij, in het kort, de noodige historische toelichtingen." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>MULTATULI, <i>Brieven</i>. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 deelen + geïllustreerd).</p> + <p>I. 6.—L. 10.—</p> + <p><i>Bij maandelijksche afbetaling van één gulden waarbij men het + geheel onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <hr style="width: 65%;" /> + <a id="TAAL-EN_LETTERKUNDE_KRITIEK" name="TAAL-EN_LETTERKUNDE_KRITIEK"></a> + <h2>TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK</h2> + <br /> + + <p>Dr. FRANS BASTIAANSE, <i>Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche + Letterkunde</i>. Met bloemlezing en illustraties.</p> + <p>Deel I. <i>Middeleeuwen</i> (2e dr.)</p> + <p>I. 2.45 K. 3.35</p> + <p>Deel II. <i>17e en 18e Eeuw</i>.</p> + <p>I. 2.45 K. 3.25</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>H. L. BEECKENHOPF, <i>Kunstwerken en Kunstenaars</i>. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85</p> + <p>"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, <i>Goethe's Faust</i>. Een studie.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan ons + gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." <i>K. C. Bouman-Winkler</i> in <i>De + Gids</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>EMMANUEL DE BOM, <i>Het Levende Vlaanderen</i>. (Met 29 illustraties).</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <p>"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok + volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te + brengen."</p> + <p>"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat Vlaanderen + kan en wat het is," <i>Vragen v. d. Dag</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>M. H. VAN CAMPEN, <i>Over Literatuur</i>. Critisch en Didactisch.</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <p>"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en één + waaraan dit buitengewoon zuivere, critische werk, <i>boeiend en belangwekkend als + sinds Busken Huet zijn literarische fantasieën uitgaf, geen werk "over" + literatuur is geweest,</i> ten volle beantwoordt," <i>Rott. Nieuwsblad</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>DESIDERIUS ERASMUS, <i>Een twaalftal Samenspraken,</i> uit het Latijn vert. door + Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet (uit "Het Land van + Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend)</p> + <p>C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20</p> + <p><i>Eene tweede twaalftal Samenspraken</i>. Vertaald door Dr. N. J. Singels, met + twee afbeeldingen.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.—</p> + <p><i>Lof der Zotheid</i>. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en aanteekeningen + door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke illustraties (3e druk)</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>JACOB GEEL, <i>Onderzoek en Phantasie</i>. Ingeleid en met aanteekeningen voorzien + door dr. C.G.N. de Vooys.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40</p> + <p>"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," <i>Annie Salomons</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>G. KAPTEYN-MUYSKEN, <i>Levensrichting van dezen Tijd,</i> met portret van Fr. + Hebbel.</p> + <p>I. 0.75 C. 1.25</p> + <p>"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is aan den + duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de schrijfster, in verband + met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de grondslagen van een Nieuwe + Ethiek."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>C.R. DE KLERK, <i>Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen</i>. (In Band I + v. Vondels Spelen)</p> + <p>I. 1.20 C. 1.70</p> + <p><i>Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen</i>.</p> + <p>K. 4.75</p> + <p>"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen onbevoegdheid te + onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den weg weet als een vakman en zijn + Augustinus en zijn Plotinus kent als waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... + <i>Dr. J.H. Gunning Wzn.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>E. D'OLIVEIRA, <i>De mannen van '80 aan het woord,</i> (Van Deyssel, v. Eeden, + Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en nieuwe portretten (3e + dr. 9/lle duizend)</p> + <p>I. 1.60 C. 2.10</p> + <p>"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs van + zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat vertellen." <i>N. + Rotf. Courant</i>.</p> + <p>"<i>De Jongere Generatie</i>". (Vervolg op "De Mannen van '80") met portretten (2e + druk) 7/9e duizend)</p> + <p>I. 2.45 C. 2.95</p> + <p>Dit boekje geeft gesprekken met: <i>Johan de Meester-Karel van de Woestijne-Josine + A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman Robbers-Is. Querido-Carel + Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan</i>.</p> + <p>.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira blijkbaar met een + fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden en weer te geven ia de hier + geboden bladzijden".... <i>Den Gulden-Winckel.</i></p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>HERMAN POORT, <i>Over Literatuur</i>.</p> + <p>I. 0.55 C. 1.05</p> + <p>"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver zijn + inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of toelichtend met de + voorbeelden uit de letterkunde." <i>Onze Eeuw</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Is. QUERIDO, <i>Studiën, tweede bundel</i>.</p> + <p>I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60</p> + <p>Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche Roman van + Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over Speenhoff-Het Ivoren + Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik van Eeden-Drie boeken van + Couperus-Verzamelde Opstellen van Van Deyssel-Moeder.</p> + <p><i>Literatuur en Kunst</i>.</p> + <p>I. 2.50</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>CAREL SCHARTEN, <i>Het Spellingvraagstuk</i>. "De Vereenvoudigde een gevaar voor + Volk en Stam."</p> + <p>I. 0.20</p> + <p><i>De Roeping der Kunst</i>. (De Poëzie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de + oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal).</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05</p> + <p>.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en hoog-geestelijken toon die + hem eigen is,—teer-, en diep-, en heftig-indringend." <i>Is. Querido</i>.</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>L. SIMONS, <i>Studies en Lezingen.</i></p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard Shaw-Vondels + Jeftha-Vondels Gijsbrecht van Aemstel-Molière's Vrek-Molière's Tartuffe + Tartuffe-Lezingen.</p> + <p><i>...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde en nooit + genoegzaam aangeprezen beginselen....."</i> <i>De Telegraaf.</i></p> + <p><i>Voordragen en Tooneelspelen</i>.</p> + <p>I. 0.10</p> + <p><i>Voordragen II</i>. Toegelicht met voorbeelden.</p> + <p>I. 0.10</p> + <p><i>De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama.</i> Deel I en II (tot 1625), + 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen</p> + <p>I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95</p> + <p>"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in het + Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral Engeland, ook Nederl. + en Spanje)."</p> + <p><i>Vondels Dramatiek</i> (In Band 4 v. Vondels Spelen),</p> + <p>L 1.20 C. 1.70 L. 1.85</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>ALBERT VERWEY, <i>Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst</i> (5de druk + 21/23ste duizend)</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Dr. C.G.N. DE VOOYS, <i>Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland.</i></p> + <p>I. 0.25</p> + <p>"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer Scharten + "Het Spellingvraagstuk."</p> + <hr style="width: 45%;" /> + <p>Prof. J.J.G. VÜRTHEIM, <i>Grieksche Letterkunde</i>. Geïllustreerd.</p> + <p>I. 1.40 C. 1.90</p> + <p>"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid bewerkt; we + voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." <i>Alg. Handelsblad</i>.</p> + <p><i>Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poëzie</i>.</p> + <p>I. 2.75 K. 4.—</p> + <p>"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling voor de + ouden." <i>Tijdspiegel</i>.</p> + <p>"Een heel belangrijke en origineele studie." <i>Vlaamsch Heelal</i>.</p> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al. + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + +***** This file should be named 13326-h.htm or 13326-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/3/2/13326/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + + </body> +</html> + + diff --git a/old/13326-h/images/boutens.jpg b/old/13326-h/images/boutens.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d53e818 --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/boutens.jpg diff --git a/old/13326-h/images/cover.jpg b/old/13326-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..73b88bc --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/cover.jpg diff --git a/old/13326-h/images/kloos.jpg b/old/13326-h/images/kloos.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..949e562 --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/kloos.jpg diff --git a/old/13326-h/images/moens.jpg b/old/13326-h/images/moens.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..816309f --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/moens.jpg diff --git a/old/13326-h/images/titelpagina.jpg b/old/13326-h/images/titelpagina.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1f70dd3 --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/titelpagina.jpg diff --git a/old/13326-h/images/titelpagina.png b/old/13326-h/images/titelpagina.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..602dfe7 --- /dev/null +++ b/old/13326-h/images/titelpagina.png diff --git a/old/13326.txt b/old/13326.txt new file mode 100644 index 0000000..df7bacc --- /dev/null +++ b/old/13326.txt @@ -0,0 +1,3495 @@ +Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens, +Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Van vijf moderne dichters + +Authors: P.C. Boutens, Wies Moens, Willem Kloos, Margot Vos, Carel Scharten + +Release Date: August 30, 2004 [EBook #13326] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + + + + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + + + + + + +VAN VIJF MODERNE DICHTERS + + +[VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS +WIES MOENS, WILLEM KLOOS +MARGOT VOS, CAREL SCHARTEN] + + +NEDERL. BIBLIOTHEEK +ONDER LEIDING VAN L. SIMONS + + +MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR + +AMSTERDAM + + +1922 + + + + +VOORWOORD + + +Deze bundel, bevattende dichtwerk van een vijftal onzer hedendaagsche +dichters, is niet volgens een bepaald plan samengesteld. Hij dankt zijn +ontstaan eenvoudig aan de overweging dat het, waar wij ieder jaar niet +meer dan een dichtbundel plegen te publiceeren, wel wat heel lang zou +duren eer de belangrijkste dichters van ons land in onze Nederlandsche +Bibliotheek vertegenwoordigd konden zijn. Wij noodigden daarom een +aantal dichters, die tot dusver nog geen werk aan ons afstonden uit, aan +dezen bundel mee te werken. Het hing dus min of meer van het toeval af +welke auteurs voor dezen jaargang iets konden afstaan. Ondanks dit +toeval is er toch in zooverre systeem in de bloemlezing dat zij +typeerend werk biedt van de drie opeenvolgende dichtergeneraties na +1880. + +In volgende bundels hopen wij op dezelfde wijze weer werk van anderen te +vereenigen. + + +DE REDACTIE DER W.B. + + + + +VERZEN VAN DR. P.C. BOUTENS + + + + +O LIEFDE, LIEFDE, DIE ALS LIJDEN ZIJT + + +O liefde, liefde, die als lijden zijt, +Rijs in mijn oog met iedren nieuwen dag, +Dat ik de wereld en haar kindren mag +Zien in uw licht, een kind dat u belijd. + +En laat mij niet alleen, maar in den nacht +Daal in de schaduw van mijn koele borst, +Dan zal ik veilig slapen als een vorst, +Die rust in 't midden van bevriende wacht. + +Zoo moog ik zijn als dun albasten vaas, +Boordevol bloed van uwen rooden wijn; + +In 't nachtehart als een weekgele schijn, +In donkre nis weenlichtende topaas; + +Maar in den dag een levende fontein, +Die stroomt den dorstenden zijn zoet solaas. + +(_Verzen_) + + + + +O, ELKEN DAG BEGINNEN + + +O, elken dag beginnen +Dit broze bezinnen +Als hartdoorgloedenden wijn,-- +Iederen nacht vergeten +Dit vorstlijk weten, +Dat gij zijt mijn. + +Door diepe droomedalen +Eenzamen nacht verdwalen +Als arm man zonder wijk,-- +In morgenpaleizen +Den dag zien rijzen +Over eigen wonderrijk. + +Met avond sterven, +Een Koning zonder erven, +In koelen nachtedood gebed,-- +Met morgen rijden +In feesttocht van verblijden +Ter kroning naar uw lichtdoorvlagde stad. + +Uit iedren nacht herboren, +Tot iedren dag verkoren, +Een godgeroepen kind zoo vroom, +Dat met diepopgetogen +Jongheilige oogen +Mag opgaan tot steeds nieuwen dagedroom. + +(_Praeludien_) + + + + +IK DENK ALDOOR AAN ROZEN + + +Ik denk aldoor aan rozen, +Rozen wit en rood, +Tot al gepeinzen overblozen +Uw eigen voetjes warm en bloot. + +Ik hoor den heelen dag als vogelenkelen, +Als fluiten ver, dat krimpt en zwelt, +Tot vlak bij huis uw lippen woordespelen +En al geluid versmelt. + +Ik zie aldoor als blanke sterren stralen +Door 't donkerzware middagblauw, +Totdat uw oogen naar mij dalen +Van boven de'avonddauw. + +Van u kan maar bij deelen droomen +De lange dag die u verwacht; +En wonder blijft uw volle komen +Straks aan de hand der jonge nacht. + +(_Praeludien_) + + + + +INVOCATIO AMORIS + + +Dien de blinden blinde smaden, + Daar uw glans hun schemer dooft +Waar de kroon van uw genaden + Weerlicht om een sterflijk hoofd: + +Door de duizenden verloornen + Aangebeden noch vermoed: +God dien enkel uw verkoornen + Loven voor het hoogste goed.... + +Door de kleurgebroken bogen + Van de tranen die gij zondt, +Worden ziende weer mijn oogen + Als in nieuwen morgenstond: + +Zien de matelooze wereld + Stralen nog van zoom tot zoom; +Heel de matelooze wereld + Bleef uw ongerepte droom! + +Laat mij onder uw beminden, + 't Zij gij zegent of kastijdt: +Blijf mij eeuwiglijk verblinden +Tot het kind dat u belijdt. + +Lust en smart in uwe banden + Werd hetzelfde hemelsch brood: +Eindloos zoet uit uwe handen + Laav' de laatste teug, de dood. + +(_Vergeten Liedjes_) + + + + +NAMEN + + +Wat is u of mij een naam, +Werelds prijs of werelds blaam, +Als de ziel de dingen weet en mint +Dieper dan hun naam, mijn kind? + +Elk ding krijgt zijn gouden naam +Eens in schoonheids vol verzaam +Als al schoone dingen zijn +Zonneklaar en zonder schijn. + +Daar vervalt het schoone woord +Hem wien reeds de zaak behoort, +Die haar diepst heeft liefgehad +Zonder dat. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +AVONDWANDELING + + +Wij hebben ons vandaag verlaat! + Pas bij de laatste brug +Waar 't voetpad tusschen 't gras vergaat, + Daar keerden wij terug. + +Achter ons dekt de witte damp + De schemerende landen. +Zoo zijn wij thuis. Wij zien de lamp + In looveren warande ... + +Wat gingen wij vanavond ver, + Het werd alleen te laat: +Nog verder dan de gouden ster + Aan blauwe hemelstraat! + +Zoo saam doen twee een korte poos + Over een wijd gebied!... +Nog liggen wegen eindeloos + Voor morgen in 't verschiet!... + +O konden we eens zoo samen staan + Aan de allerlaatste brug, +En saam en blij er overgaan-- + Wij kwamen nooit terug! + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +BIJ EEN DOODE + + +Lief, ik kan niet om hem weenen + Waar hij stil en eenzaam ligt +In het schoon doorzichtig steenen + Masker van zijn aangezicht +Dat de dingen er om henen + Met zijn bleeke toorts belicht. + +Lief, ik kan geen tranen vinden + Als mijn hart hem elders peist, +Waar zijn ziel met de beminde + Sterren van den avond rijst +En ons, dagelijks verblinden, + Hooger wegen wijst. + +Naar de heemlen van de lage zoden + Stijg' de gouden offervlam! +Wie kan weenen naar de vroeg vergoden + Die de dood ons halen kwam?-- +Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden + Die het leven nam. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +MAANLICHT + + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +Alleen de groote zonnen hangen + Als feller kaarsen in dien schijn: +De ziel herdenkt heur lang verlangen + In nietsverlangend zaligzijn. + +Alsof van achter diepe slippen + Haar dolend tasten eindlijk vond +Met hare warme blinde lippen + Nog lichter lust dan uwen mond. + +Weg boven dood en leven zweven + Wij op in duizelhellen schrik: +O kort en onbegrensd beleven + Van eeuwigheid in oogenblik!... + +Het maanlicht vult de zuivre heemlen + Met glanzende geheimenis, +De luisterblauwe verten weemlen + Van Die alom en nergens is. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +HERDENKEN + + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat gemis niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde: + +O te lachen, o te weenen, +Zich in lach en tranen geven, +Tot te lachen of te weenen +Wordt der lichte ziel om 't even: + +O te weenen, o te lachen +Tot de neevlen zijn doorschenen, +En haar weenen wordt als lachen, +En haar lachen is als weenen: + +Land van lachen en van schreien +Tot de stille dood haar strekte, +Waar haar smart en haar verblijen +Al de zuivere echo's wekte, + +Nimmer zal de ziel vergeten +Schoone wereld waar zij leerde +Wat zij zelf niet had geweten +Dat zij de eeuwen lang begeerde. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NACHT-STILTE + + +Stil, wees stil: op zilvren voeten +Schrijdt de stilte door den nacht, +Stilte die der goden groeten +Overbrengt naar lage wacht ... +Wat niet ziel tot ziel kon spreken +Door der dagen ijl gegons, +Spreekt uit overluchtsche streken, +Klaar als ster in licht zou breken, +Zonder smet van taal of teeken +God in elk van ons. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +STERRENHEMEL + +Nu kunt gij veilig slapen gaan, +Nu al de heemlen openstaan: +Ziel, wier verlangen eiken donkren wand +In ster aan ster doorzichtig brandt, +En in de schoonheid van dit tijdlijk land +Al minnen moet uw eeuwig lot, +Daar uw verrukking uitziet tot +Den troon van God. + +_(Vergeten Liedjes)_ + + + + +NIETS BINDT ZOO ONGELIJKEN + + +Niets bindt zoo ongelijken, + Blijden en droeven, + Armen, en rijken, +Als dit gedeeld behoeven, + +Dit, onbewust van geven, + Aldoor ontvangen + Tot alle leven +Verging in een verlangen + +Dat niet meer zijn kan zonder + Zijn alle dagen + Vernieuwde wonder +Van zegen niet te dragen + +En zoo verlicht ontstijgen + Aan elkander + Dat het moet neigen +In deernis naar den ander + +Die leek omlaaggebleven, + Maar rijst ons tegen + In blind ontzweven +Naar ongekende wegen. + +_(Lente-maan)_ + + + + +ALLE HEEMLEN VULT DE ZOETE ROKE + + +Alle heemlen vult de zoete roke +Van een nooit in bloesem uitgebroken + Knoppenzwellende geheimenis: +Zon en regen van de lage luchten +Voelen wij haar wekken en bevruchten + Uit haar beidende bezwijmenis. + +Door het licht-en-donkere verglijden +Dezer doelloos wisslende getijden + Streeft een nieuw en vast seizoen; +Achter branden van nabije zonnen +Is de groote dageraad begonnen + Van een andren, blinden noen. + +En de ziel in elk besterft tot luistren +Naar het heimlijk lenteluwe fluistren + Van een vreemde stem die lokt en vleit: +Die het liefste met elkander deelen, +Rijzen stil als bloemen op haar stelen + In gescheidene verzonkenheid. + +Tot hun oogen straks weer samenneigen +En de spiegel van hun eenzaam zwijgen + Voor het voorgevoel bezwijkt +Dat een nieuwe meester in 't beminnen +Ieders hart afzonderlijk komt winnen, + En in 't eind dezelfde blijkt. + +_(Lente-maan)_ + + + + +AAN DE SCHOONHEID + + +Kom niet, Schoonheid, eer we u zijn bereid +In ons huis, in ons te ontvangen; +Kom niet voor de Wereld openleit +Breede bedding uwer heerlijkheid; +Kom niet eerder: ons verlangen +Is sterker dan de tijd! + +Niet zoolang aan aardes blonde brood +Wij ons vloek en smaadheid eten; +Niet zoolang met maat van veler nood +De overvloed der enklen wordt gemeten; +Niet voordat ons aller jeugd den dood +Om het blijde leven kan vergeten! + +Als een zuivre zelfverlichte +Zegenzware wolkkolon +Doemt gij in de diepe vergezichten +Achter zeeen maan en zon: +Geen gedachte die met felste schichten +Ooit uw glans bereiken kon, +Maar geen hart dat zich naar simple blijdschap richtte +En uw milden dauw niet won! + +Van al templen u gebouwd +Uit de marmeren gedachten +Van de schooner levende geslachten, +Is er geen die u besloten houdt: +Als voor steen en goud +U de volkren offer brachten, +Vond en zong u 't eenzaam smachten +Van een kind in lentewoud! + +Alwier oogen smartverklaard +Aan den einder hunner dagen +Uw bestendig weerlicht zagen, +Vreugdes morgen over schemeraard, +Hebben vrij en onbezwaard +'t Donker menschenhart gedragen:-- +Al hun lijden is melodisch klagen +Dat gij niet voor allen waart. + +Bidden niet en handenwringen +Lokt de goon;-- +Waar een hart het uit moet zingen, +Daalt het ongebeden loon, +Neigt de naaste van de hemelingen +Zich tot haar bestemde woon. + +O wij weten wel wat lentedag +Al de stille sneeuw die gadert, +Van uw bergen dooien moet; +Dat zijn uur door de eeuwen nadert, +Dat geen hart ontbreken mag +Tot zijn gloed! + +Vochte koelte zoeft door 't bruine riet; +Sappen gisten in het dor geraamte-- +Overval ons niet in onze schaamte: +Schoonheid, kom nog niet! + +_(Stemmen)_ + + + + +LETHE + + +"Hoe over 't brandend blind bazalt +Vind ik den weg naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt! + +"Ik weet dat dood en donker komen +Als dit schel daglicht is gebluscht, +Maar ik wil diepe klare rust +En zonder droomen. + +"Voor wie als ik van kind tot knaap, +Van man tot grijsaard derven, +Voor die is dood en sterven +Maar verontruste slaap.... + +"De zoete macht tot lach of traan +Gaf mij en nam mij 't leven. +Alleen mijn oogen bleven +Kijken, mijn voeten gaan. + +"Hoe vaak sindsdien waar 'k zat en ging, +Is langs mijn wakende oogen +De lange trein getogen +Van aller lust herinnering. + +"Wat moet ik aldoor zien wat 'k weet? +Al 't reddeloos volbrachte, +Al 't reddeloos gedachte: +Gelijk is wat ik liet en deed! + +"O eer de dood mijn leden bind' +En hen voor eeuwig bedde,-- +Wat zal mijn oogen redden +Van dezen droom die immer nieuw begint?: + +"O blanke ziel, o roode bloed, +O hart verdwaald daartusschen,-- +Wie zal in slaap u sussen +Tezamen en voorgoed? + +"Mijn voet kan voor den avondval +Nog vele mijlen reizen, +Wil een den weg mij wijzen +Naar Lethe's dal. + +"Wie over 't brandend blind bazalt +Brengt mij naar Lethe?-- +O alles te vergeten +Eer de avond valt!" + +_(Stemmen)_ + + + + +LIEFDES UUR + + +Hoe laat is 't aan den tijd? + Het is de blanke dageraad: + De diepe wei waar nog geen maaier gaat, + Staat van bedauwde bloemen wit en geel; + De zilvren stroom leidt als een zuivre straat + Weg in het nevellicht azuur; + En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat + Uit zijn verdwaasde keel + Wijsheid die geen betracht en elk verstaat, + Vreugd zonder maat, + Vreugd zonder duur.... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + De zon genaakt de middagstee: + In diepte van doorgloede luchtezee + Smoort de akker onder 't bare goud; + De vonken sikkel snerpt door 't droge graan; + De schaduw krimpt terug in 't hout; + In hemel-en in waterbaan + Geen wolken gaan; + Alleen de wit-doorzichte maan + Blijft louter in het blauwe hemelvuur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is de avond: in zijn rosse goud + Wordt schoon en oud + Der wereld dagehel gezicht; + Snel aan den hemel valt het water van het licht; + En al de windestemmen komen vrij; + De laatste wagen wankelt naar de schuur; + De dooden wenken aan den duistren Oostermuur; +En boven glansbeloopen + Westersche schans in groene hemelwei + Straalt Venus' gouden aster open + Zoo plotseling en puur ... +Hoe laat is 't aan den tijd? + 't Is liefdes uur. + + + + +LEEUWERIK + + +Blijft gij nooit een blanken uchtend, + Leeuwrik, zingen hier beneen, +Die uw nachtlijk nest ontvluchtend + Door de zilvren neevlen heen + +Vleuglings vindt de gouden wegen + Waar uw aadmen juichen wordt, +Tot uw zang in vuren regen + Naar de koele vore stort; + +Zingt gij nooit de roode smarten + Van den duistren aardenacht, +Wordt het bloeden onzer harten + Wel gestelpt, maar nooit verklacht?... + +In het ijle blauw verloren + Volgt mijn oog niet meer uw vlucht, +Maar uw antwoord dwaast mijn ooren + Met zijn zaligend gerucht: + +Steeds, uit vreugd of smart gerezen, + Heeft de ziel uw vreugd verstaan, +En tot uwe vreugd genezen, + Ons gemeen geheim geraen: + +Alle smart omhooggedragen + Meerdert vreugdes gouden schat: +Slechts de vleuglen die ons schragen, + Zijn van aardes tranen nat. + +_(Carmina)_ + + + + +VERZEN VAN WIES MOENS + + + + +LIED + + +Vesperbanken +als vlinders +komen zich zetten in je haar. + +Ik kus je voorhoofd +de witte Bethlehemster +over dit avondland +luidroepend als een klok! + +Ik zing +de tobogganlijn van je hals. + +Eeuwig moet ik +het bloedige riet bespelen +aan je mond: +ik heb het fluitewijsje lief +van je ziel! + + + + + +EROTIEK + + +Krisdans, fakkeltocht, +blinkende skipad hoog: + +Leven dat ik je brengen moet +lijk het stond +van kino en nachthonger opengerukt +in straatmeisjes ogen; + +achter de wilde honigvelden +van mijn hart, +Leven lacht +kind met blote tanden +reikt je zijn melkwitte handen +Zo goed, zo goed! + +Wees sneeuwster +en laat je verslinden +in de zachte brand +van mijn hand. +Ik breng je op mijn tong: +wind, hemel en aarde! + +Als morgen over de wereld luidt +hoor mijn Ave. +Op de hemel van je ziel +laat me bloeien: +boom, van je zon, van je luchten, +hij strooit zijn bloesems, zijn vruchten, +zijn laatste blad en zijn vogelen +alle in je schoot. +Je draagt de vracht zo licht. +Zo lacht voor je mijn ziel, +en zingt +als want van schepen in de wind, +zon en dauw omzoend-- +en ik ben je luit +aan alle snaren gesprongen +van tranen, +van lach, +van zaligheid! + +[Illustratie: WIES MOENS] + + + + +SLAAP + + +Als je ver afzit in de kring +--lamp heeft zich over ons verwonderd: +opspringende vond zij +blijde zonnen om haar: +onze gezichten!-- +warm bebroeden je mijn ogen. + +Niet nachtelik is mijne liefde: +Ophelia-maan dolend langs moren en grachten, +maar een Septembermorgen +met zon die de mist vaneenklaroent, +en de geur van mijn liefde +als van een vers gekalefaterde boot. + +Ik kom van zo wijd, en telkens weer, +de tafel tussen ons in zo onafzienbaar land; +de witte berg +van je schouder is ver, +de zoete klokken +over het Meidal van je gelaat. + +Nu, lijk de voerman in de vriesnacht, +wetend gezellige herberg, +stallamp en schelf, de polk in het hooi-- +over eindeloze banen dokkert mijn hart +naar de slaap die in je moederlik is. +En lamp legt honig over je zoete leden! + + + + +WINTERLAND + +Neer vallen op witte sneeuw +de rode roodborstjes als bloedkoralen. + +Eindeloos wit is witte winterland, +ligt als een witte schoot, monkelt naar de zon: +korrel voor korrel moet +de bleek-gouden graankoop in deze witte winterschoot worden gepletterd. +O maar de kamer +is 'n avonds een wonderbaar eiland: +in pril groen, +in room-milde zon +ontluiken wij naar mekaar. + +Wimpers over je ogen +zijn lijk zijden batik over de lamp. +Wijl je mij reikt +de witte kelk van je hals, +weer ik voorzichtig +--rozeblaadjes op wijn-- +je lippen, +zoekend de koele sneeuw van je tanden. + +Ligt eindeloos wit het witte winterland: +je liefde kroon ik met witte vogellijmbessen, +kransen van roodborstjes +slinger ik om je hals! + +--Blank in de witte sneeuw geplant +staat de blinkende brand +van het licht door de ruit. +En voor de bruid +rinkelen de sleebellen hun lied!-- + +Knapen en meidekens gaan, reizend met de ster, +dragen bonte sjaals, oude soldatemutsen, +zingen hun deuntjes van huis tot huis. +Worden verwacht alom in de wondernacht roze borelingskens, +witte luiers opengestreken, wit als de sneeuw: +Kersklokken wijd ik voor allen +met chrisma bereid aan je mond! + + + + +DE WEG + + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Volk, moeder der geslachten. + +In uw wijde mantel bergen de zachte kinderkens nog hun bang gezicht. +Uw grote zonen en dochters wenkte gouden gewuif +gij ziet hen van u gaan, +die schreiende geboren uit uw vrolik vlees +dat uw lach als een golf naar de sterren hees! + +Uw hart is een zoet tabernakel, blauw +Als het kleed van de Lieve-Vrouw. +Maar in uw dromen, +die rood en goud aan de einder staan, +moeten gehelmde krijgers, +koninginnen in kanten gewaad, +bonte stoeten over de aarde gaan. + +Uit u ontspringen jaar op jaar +als van een heilige eik +twijgen wier teer uitlopen het land verjongt. +--O Moedige, die steeds uw verdriet wegzongt!-- +En voor de zwerver spilt gij iedere dag, +de nooit-gestremde rijkdom van uw moedermelk: +want diep is de bron van uw kracht, dieper dan elke weeekelk. + +De lange deemoed is de weg naar u, +o Moeder-Volk! +Wij voelen stille zegeningen trillen in ons handen, +vlammen die vredig in ons als havenlichten branden, +nu moeten wij komen een voor een: + +naar uw mantel die van peerlen als een toren rondt, +naar het kwelende lied van uw oerfrisse mond, +naar uw melk-overdaad, +uw blanke wonder van toeverlaat, +O Moeder, +eeuwige moeder, +Volk! + + + + +DRIELUIK + + +Loopt hij met zijn meisje +langs witte maanpaden-- +ver ronken de kermisorgels +en de Bengaalse vuren zieltogen in het dorp-- +hij vooist haar al de zoete wijsjes van zijn hart, +want zijn hart is een weke occarina. +Ronde boomkruintjes, haar ogen, +waaien gestaag hun bloesems in zijn hand. + +Maar hij is soldaat +die op nachtwake staat-- +nacht: blauwe cowboyfilm; +zeebrand blikvuurt: alle einders langs, de opalen, +buitelen de nachtegalen!-- +Drievoudig ontbloeit zijn heimwee: +Zondag-dorp-meisje, +en hij loopt een pas of wat, +kuchend als het treintje +dat hem naar huis voert ... +Dan, onder de sterrewielingen +staat hij verloren, +en kijkt scherp uit, als een stuurman. + +Drinkt hij zijn pint met de dorpskameraden, +brult zijn keel schor, +danst vonken uit de vloerkarelen-- +een plotse, koele dronk +doet hem opspringen: "mijn lief!" +en hij wipt de straat over +als een jonge haas! + + + + +APOTHEOSE + +_Aan E. L. T. Mesens_ + + +Volbrachte taak, o vrij zijn, heiliging. +Nu gaan liggen met de wind +om torens en achter hagen, +vertrouwde luiken sluiten, +uitbreken met de fluiten +van de regen die aanzet als een eskadron. +Als in de stad je vreugde ontsprong +met de lichten alle. +God keurt de stad als een diamant +zij brandt tussen Zijn vingeren. +Hij is het die de aarde heeft gezet +ronkende bij in de kelk der hemelen +en schept de vloed der straten: +Ganges voor de vlekken van een ganse volle dag op je ziel! + +In het ordinaire spijshuis waar alles je vreemd was, +je maal en de mensen, +hebben een oude cel en zijn partner, een bleek violonist, +je vreugd opgewacht +en haar onthaald op een lied +dat zoet is als de wijn waarop men de dorpsbruid onthaalt, +zoet--en gebarsten van honger +als de mond van een krantevrouw in de vriesnacht! +En of iemand je zegt: "het zijn maar vulgaire stadsmuziekanten" + +Tziganen zijn zij voor jou, +hun spel is van liefde en honger, +eindeloze hemel over de steppen! + +En het is deze zelfde avond +dat op je weg wordt gezet +een moedertje, +en je ziet +hoe de regen op haar mantel +gestolde paarlen laat, +de laatste bries, +waarin de dag uitblies, +heeft al het goud der herfstblaren aan haar voeten gewaaid, +al het goud van je verering aan haar oude, wankele voeten! + +Op je bloed, +als een vloot triomfant: +wil +de stad te zetten blok na blok +tot een kathedraal over haar; +uit het gonzen der stemmen millioenen, +tinkelen der trems: +kinderen roepend mekaar van ver en nabij +(je ziel gewerkt door alle geruchten +als rook die in de regen slaat) +bronzen klok voor haar lof, +en de lichten van je liefde +van pijler tot pijler! + +O te zijn in dit avonduur om haar +van de Stad de grote minnaar +--je draagt haar op je hand +zo men ziet heiligen dragen +kerken en kloosters op hun handen, +lach van je ziel doolt +met de blauwe wierook uit je pijp +door alle straten, +En de muziek van je ogen hommelt +ver het land in +dat zich alom heeft gezet aan de stad +als een lief aan haar Hoogliefs voeten. + + + + +LIED VAN DE ARBEID + + +Vandaag is het over mij gekomen +en het is zo groot, mijne vrienden laat mij het verhalen. +Ons woord is anders geworden, +vaste klank kwam in onze stem, +en ons gebaar +tekent de komende visioenen op de lucht-- +wij: bouwers met horizonnen! + +De grote wind die komt van de zee en de vlakte +hij brak het water los, de pleinen heeft hij witgevaagd. +Meeuwen tuimelden over de stad, +de zon is uit de wolken gevallen. +Dit is het grote Hosannah: +de mensen laten zich dragen op de wind, +dit is het grote Hosannah +van de wind en de wolken +die zingen door de mensen +--en de ongeboren kindertjes +zijn als dolende sterren in de schoot hunner moeder! +De grote wind die komt van de zee en de vlakte. + +Zo is dit lied gevaren uit mijn ziel +--mijn ziel was de warme, ronkende haven, +luw nest voor de tochten en de tijen-- +als een galjoot geschoten in zee, +als een ranke galjoot ten dans gevoerd, +dans van de baren en de kimmen, +dans van het land waarin de baaien zich hebben vastgebeten. + +Overal waar deze galjoot voorbijdanst +zullen de mensen samenlopen op het strand, +en een jubel zonder einde zal zich leggen over de wereld. + +Want mijn galjoot draagt het evangelie +van al mijn dwalen en van mijn berouw, +de goede, vreugdevolle tijding +--schalt de wereld, stem is overal +van de daken en de telefoonpalen, +van de elevators, klimmasten voor het havendiet!-- +Ik vond mijzelf in de sterke, smartenrijke Arbeid, +en niets is meer van mij-zelf +maar alles is van u, en u, en van allen; +het is ene goddelike ritme dat ons allen beweegt, +de liefdegolf in de vrouw, het loerend instinkt in de man, +het is alles een: wat de grashalm richt naar de zon, +het meisje doet knielen aan haar lief, +alles een in de grenzeloze, meteloze omarming +Liefde! + +Zo, lijk een kind +dat al de wonderen van zijn moeders gelaat ontdekt, +de dauwige ogen, de kittelende wimpers, de mond, en ook +dit groefje dat aan haar mond ontspringt, +en er zijn nog zovele wonderen in haar warme hals +en onder het haar over haar slapen, zo machtig vele-- +o weer dit leven te ontdekken, mirakel achter mirakel! + +Als een die in het witte vlees van zijn lief +zich voelt als een zwemmer in wentelende wateren +--uitrukken! uitrukken!-- +het is zo ver, en zo ver, +en het is zo goed! + +Zo goed +als een klokje diep in het dal, +de lauwe geur van veevoeder overal +'s avonds over de dorpen lijk een offerande. + + + + +VERZEN VAN WILLEM KLOOS + + + + +PERCY BYSSHE SHELLEY + +_AAN CO REYNEKE VAN STUWE_ + + +I. PROOeIMION + + +Soms, als men diep in zijn gedachten klimt + Naar de aan het zwarte azuur te ziene plekken, + De veel licht-eeuwen verre nevelvlekken, +Wier magisch scheemren weifelend verschimt, + +Verlangt men naar omhoog, waar 't vonkt en glimt, + Beide armen ijlings voor zich op te strekken + In forschen uitzwaai, 'of ons vleuglen dekken, +Die daarheen voeren, waar aan verdre kim 't + + Paleis komt rijzen, en onsterflijk wonen + Al wie op aarde in 't Onverderflijk-Schoone +Leefden, en schiepen wat niet kan vergaan. + + Ach! 't menschdom ging hen voor hun hoogheid loonen.... + Aischulos vluchtte voor der burgren hoonen, +En Shelley is op zee door moord vergaan. + + +2. VOORGEVOEL + +Wie ging, met snelle stappen, slank, gebogen + Een heel klein beetje 't hoofd, langs 't ruischend strand? +Daar heft hij plots zijn Aanschijn en met oogen, + Vaag en toch klaar, uitkijkend naar den rand, + +Den versten zoom des horizons, waar vlogen + Vogels, als vlekken op den heldren wand + Des eindloos-wijden hemels, en zijn hand, +Als vogel-zelf, zich zwierend naar den hooge, + +Leek hij zoo klein daar, in 't heelal-ruim staande, + De onsterfelijke Shelley.... Zwaar-diep-luid, + Een beest, dat bulkt naar onbereikbren buit, +Galmt dof de zee, golven op golven slaande: + +Dees weten 't wel, want, ach, slechts weinig uren later +Lag 't goddelijk genie, als lijk, ver, diep in 't water. + + +3. DE MOORD + +Het ranke lichaam van de boot (de haven + Uitschietend als een meeuw opeens, met volle + Zeilen, die heftig inderhaast zich bollen) +Scheert over 't zeeschuim reeds, waar, in wild draven, + +('s Afgrond's mysterien het doodssein gaven) + Zij streeft den stormwind tegemoet te hollen, + Wijl, achteraan en naast, twee even dolle +(Als, ach! op roof-moord uitgestuurde slaven) + +Barken snel reppen. Dan komt Duister vallen: + De mist ligt laag op 't water: zien en hooren + Vergaan, alleen de horens hoeend schallen.... +Hol-dof een botsing bonst: men raadt een smoren, + +Door dichte witheid, van twee lichte gillen[*] +En verder niets dan Dood, de diep-in stille.... + + +[Voetnoot *: Van Capt. Williams en Charles Vivian, den scheepsjongen, +Shelley's medeschepelingen.] + + +4. SHELLEY'S STERVEN + +Voorover, in het boot-ruim, lang-uit lag + Shelley en las.[*] De wilde golven sloegen + Luider en luider langs de zijden, droegen +Hoog-op het broze vaartuig, met geklag + +Van schril zoevend gieren door want en stag, + Die knerpten. Hoorde-i niet, hoe de andren joegen + Hierheen en daarheen, zuchtten, riepen, kloegen? +Hij las maar, las, totdat hij niets meer zag ... + + Toen stond hij op, verwonderd: neevlen drongen +Overal aan, en plots ... een donker blok + Komt dreigend door die misten opgesprongen ... +Hij wankelt door den donderenden schok ... + +"Is dat de Dood? ontvang me ..." en willig glijdend +Valt hij de diepte in, zwijgend, de armen breidend. + + +[Voetnoot *: In Keats' _Eve of St. Agnes_, dat omgeslagen in zijn zak +werd gevonden.] + + +5. BEKENTENIS VAN DEN MOORDENAAR[*] + +Wij waren jonge wilden: o, de vloek, + Te moeten jong en dwaas zijn: niet te weten + En toch te doen ... wel gauw weer is 't vergeten.... +Maar later ... later.... Ach! 'k ben moede, ik zoek + + Naar woorden, om te sussen mijn geweten, +Doch vind er geene.... Zie daar, in dien hoek, + Daar staat Hij en hij glimlacht: schijnt te meten +Den afstand naar mijn bed ... geef mij dien doek, + + 'k Moet hoesten weer: bloed is 't: ik voel 't, als rijden + Mij duivlen door de borst: 'k zal 't snel belijden, +Want haast begeeft mij de adem ... en ik sterf: + + 'k Heb eens in 't stormen der Toscaansche baren.... +... Geef, geef mij de absolutie of 'k verderf.... +Voor geld een Engelsch scheepje omvergevaren. + +[Voetnoot 1: Zie W. M. Rossetti's Memoir of Schelley, blz. 126. (London, +John Slark 1886).] + + +6. SHELLEY'S VERSCHIJNING + +Stil was 't, toen Shelley snellijk tot mij trad.... + Ik zag hem nauw, maar voelde zijn nabijen + Bovenaardsche' adem om mijn hoofd zich vlijen, +Zoo zacht, alsof er op een buiten-pad, + +Waar niemand loopt, een zoeltje gaat: geen blad + Omhoog beweegt: men merkt alleen zachtblij een + Vreemde verfrissching langs zijn slapen glijen.... +Eerbiedig wachtte ik roerloos, waar ik zat: + + + "Hoor naar uw Ziel, die gij nauw weet, die binnen, +Ver achter 't aardsche schimmenspel, zich wiegt + Op eigen levensdiepte, waar 't beminnen +Eindeloos-door om 't Eeuwig-Schoone vliegt, + +Lijk in 't Heelal-ruim om de nooit te kennen, +Der zonnen Zon, al andre zonnen rennen." + + +7. VERVOLG + +Zoo voelde ik: Shelley zeide 't, en een vrede + Van veilig weten zeeg er door mijn heele + Wezen tot in mijn diepste ziel, die 'k spelen +Hoorde van ver, stil-eenzaam op de breede + +Weiden der eindeloosheid, en haar beden, + Om een te wezen met het Al-zijn, kweelen + Weer ging, heel diep-inwendig, als zoovelen +Dat sinds hun vroegste, droefste jaren deden.... + +Doch Shelley lachte en riep, terwijl hij schudde + 't Jong hoofd--dat lachen scheen als zilvren bellen:-- + "Gij moet niet langer meer uw Zelf wreed kwellen, +"Gij liept nooit mede met de doffe kudde + +"Van wie graag, door den Dood, in 't Niet vervlogen: +"Gij zijt U-zelf, strikt-vrij van Schijn of Logen." + + +8. VERVOLG + +"Gij wist, als Ik, van deinzen niet noch wijken, + "Gij stoordet nooit aan dwazen u, die smaadden, + "Maar gingt, door niets weerhouden, vroeg en spade, +"Uw eigen echten weg naar 't hoog Bereiken ... + +"Naar 't Diepste dalen en naar 't Verste reiken, + "Naar 't niet te noemen Eerste, Oneindge raden + "En, schoon met Denken's eeuwgen last beladen, +"Toch nimmer, geen sekonde ook maar, bezwijken. + +"Wijs-zijn, niet hopen maar ook geenszins vreezen, + "Terwijl men stil-gestuwd omhoog blijft dringen +"Op 't pad, u door uw diepste Zijn gewezen ... + + "Dat was de weg, dien alle dichters gingen, + "Die niet om zelfs-wil maar om Zielswil zingen ... +"Zoo blijf, wat gij steeds zijn woudt, een van dezen." + + +9. ANTWOORD VAN MIJ + +Meester!... vergeef, dat 'k U zoo noeme in schromen, + Maar met een diepe, als bovenaardsche vreugd, + Sinds 'k als een vaag-ontroerend na-geneugt +Van overschoone en lang-geleden droomen, + +Die in 't koud daglicht plots weer voor ons komen, + Uw naam--o, hoe dat oogenblik mij heugt!-- + In de' allereersten opgang mijner jeugd +Met wijdingsvolle ontroering heb vernomen. + +Ik zag hem ... las hem ... wist niet, hoe mij wierd.... + Groeide er een verre erinnring in mij wakker, + Dat ik, in vroeger Zijn, met U als makker, +Heb vrij door 't Engelsch heuvlenland gezwierd? + +O, is de heele Menschheid, hier op aard verschenen, +Een bonte ontbloeiing van het diep-in Eeuwig-Eene? + + +10. VERVOLG + +Spiegelt, wat elk beleeft, terug in 't Groote, + 't Oneindig-diepe Al-wezen (achter 't schijnen + Van dit en dat en weer wat, 't Uwe en 't mijne) +In 't Eeuwge Denken, waar, in durend stooten + +Van Neen op Ja, van 't Kleine tegen 't Groote, + Onder steeds reddeloos geleden pijnen, + Waar zich vergaan in voelt het Teere en Fijne, +Het Levensraadsel uit is opgeschoten? + +Moet men getroost dus, weg van al vergeefsche + Klachten om heel ons klein, persoonlijk Lijden, +'t Al-eenig eeuwiglijk-bestaand goed-geefsche, + + Het God-genoemd goed-nemende te al tijden +Machteloos eerend, verder in goed-leefsche + Koelheid het Goede doen, het Slechte mijden? + + +11. SHELLEY'S OORDEEL + +Doch Shelley's stem zei, klinkend als het golven + Van wind door slank-getopte popel-takken: +"De aarde werd woonoord voor gespeende wolven, + "Die met hun jonge tanden alles pakken. + + "Dra zullen dichters wonen in barakken, +"Waar, als zij daags hebben gespit, gedolven, +"Zij worden heengedreven door de kolven + "Van vunze Bolsjewistische Kozakken. + +"'t Menschdom is als Natuur, waar allen strijden, + "Geroofd wordt eeuwig-door: 't gaat op en neder, +"Dees wint of die, maar 't is tot scha voor beiden. + "O, vlieg, vriend, met mij mede, als lichte veder.... + +"Hierboven is het zalig, waar in wijden +"Kring alle blauwingen zich om ons breiden!" + + +12. SLOT + +Toen lachte ik. "Meester, in die hooge streken, + "Waarheen mijn droomen ging in kinderjaren, + "Wanneer ik zat lange avonden te staren, +"Wijl alle sterren naar me, als oogen, keken.... + + "Voel _ik_ mij, die maar 'n aardling ben, een zware, +"Veel minder thuis dan Gij." Gelijk een bleeke +Straal van de maan, dien bladbeweeg kwam breken, + Was Shelley, als een waan, plots heengevaren.... + +"Illusie, gingt gij?" zei ik zacht. "Waar bleeft gij? + "Muziekvolle ademing uit beetre sferen, + "Die eenmaal 'n oogwenk hier op aard verkeeren +"Kwaamt, om te vlieden, ook te gauw toen ... streeft gij + +"De oneindigheid der Ruimte door weer, om te ontmoeten +"'t Verbeelde Kernpunt van dees Chaos,datwij groeten ...?" + + + + +TER GEDACHTENIS AAN ALPHONS DIEPENBROCK + +I + + +Ofschoon Gij ligt nu, wit als sneeuw, geloken + Die levende oogen, o, voor goed, en 't woord, + Het aardsche dat hier spreekt, niet wordt gehoord +Door wie als Gij, als elk eens, diep gedoken + +In 't grondloos-Eene-en-Eeuwige-ongebroken, + Leeft, maar met alles saam, onsterflijk voort ... + O, 'k roep U toe--Uw rust wordt niet gestoord-- +En 'k roep dus, nogmaals, woorden waar gesproken + +Voor 't Hooge en Onaanschouwbare Aangezicht + Van 't Eeuwge Zijn in 't allerdiepst des Levens: + Gij waart een Hooge, een Goede en Wijze tevens: +Diep in Uw Binnenst leefde Uw ziel in 't licht, + +En wat in dat diepst Eigne zong als 't Levend-schoone +Schiept ge om in 't heerlijk-klagend juublen Uwer tonen. + + +II + +'t Allerdiepst Raadsel dezes Levens nam + Uw innigst In-zijn op weer in zijn schoot, + Dat altijd, sinds het uit dat Eeuwge vloot, +Terug verlangde naar waar 't eens van kwam. + +Wij andren dwalen verder, tot de vlam + Ook van ons Zijn vervaagt tot avondrood. + Wat is de mensch? Wat weenen we om zijn dood? +Want staan blijft steeds ons aller Moederstam, + +De Menschheid, die staeg groeit en bloeit, en bladen + Na bladen vallen laat in 't kerkhof-zand, +Maar nieuwe komen weer aan allen kant. + +De onpeilbre Kern des Zijns leeft, diep geladen, +En eindloos, door der eeuwigheden tal, +'t Al-zijn zich wiegt zoo, stijgende na val. + + +III + +Maar is er dan geen Troost? De Troost is deze: + Hij, die der Ruimte oneindigheid bespiedt, + Weet, dat heelallen daar vergaan en ziet +Een nieuw opvlamme' als men die taal kan lezen: +Maar eens komt toch 't ontzachlijk uur gerezen, + In der aeonen onbeperkt verschiet, + Dat alles saam vernevelt tot een Niet +En na dien zal er _niets_ meer, _niets_ meer wezen.... + Niets? Ja, toch Een, het Eenge, wat bestaat, +Dat droomt, zichzelf genoeg en nooit vergaande, + Het Absolute, boven Goed en Kwaad; +Diep in-zich weet het zich 't Alleen-Bestaande. + De wijsgeer noemde 't God, met kalme stem: + Wij voelen, weten, denken niets dan Hem. + + +IV + +Want uit Zijn Geest zijn we allen voortgekomen, + Glanzend of walmend voor een korten duur, + Als vonk of damp uit dat Ondoofbre Vuur, +Dat scheppend baart Zijn eigen Wezensdroomen. + +Wij meenen dat wij zijn: wij voelen stroomen, + Door hersnen, aeren, als een levend vuur: + En toch wij zijn slechts wanen van een uur, +En worden aan het eind weer opgenomen + +In de eeuwig-ondoorgrondbre Bron des Zijns, + De Vlak-nabije en Onbereikbaar-verre, +Waar elk naar haakt in onbewust gepeins, + Wanneer hij ziet in mensche-ooge' of in sterren, +In stil vermoeden van iets Hoogs en Reins, +Van uit de schauwen dezes aardschen Schijns. + + +V + +Dit laatste woord, niet voor mijn binnenleven + Maar voor de wereld, jegens U van mij, + Op aarde hier. Want, wat ons nu nog schei, +'t Gordijn des Levens, met een rustig beven +Zal _ik_ ook eenmaal zien omhoog-geheven +En naar Uw beeltnis in der Eeuwgen rei + Staren, tot stil Uw wenk mij roept, waar zij, +Die 't diep-in meenden, eeuwig zullen leven. + Dan zal ons spreken zijn van 't stil-vermoede, +Dat woordloos door ons beiden werd gevoeld, + Het eindloos hoog-uit Klare, Zuivre en Goede, +Dat glanst, ook waar de wereld woedt en woelt.... + Maar, mocht het eeuwig nacht zijn, waar Gij zijt, +Blijf, ons toch heilig, diep gebenedijd! + + +VI + +Maar neen, mijn laatste woord mag zoo niet scheiden + Van U, die zwijgend ligt in stilte Uws hofs; +Eer dan iets koels hier, passen diep-geschreide + Tranen, ras wijkend voor iets stils en dofs, +Dat diep in 't hart met onweerbarstig lijden + Peinst, tot het opvloeit in een zang des lofs; +Wij leven allen in den Droom der Tijden, + Dien 't Eeuwige ons boetseert uit schijn des stofs. +Wij zelf zijn droomen van een dag slechts, wetend + Zelfs niet het Diepere onzes eignen Zijns, +Zwevend op 't eeuwiglijk-onpeilbre, metend + Haarfijn al lengten, breedten onzes schijns, +Maar voelen 't Eindelooze niet daarachter, +Dat zwoegend werken moet, in weene'? of lacht er? + + +[Illustratie: WILLEM KLOOS--NAAR ANTOON VAN WELIE] + + +VII + +Alweer een weifeling? Weg, weg ... wij voelen, + Omdat zij dieper dan ons denken gloeit + En, lichte bloem, omhoog naar 't zonlicht bloeit, +De zekerheid, (ondanks dien schijnbaar-koelen +Heelal-storm van ontstaan, die komt bespoelen + Ook 't aanzicht dezer aarde nooit vermoeid) + Dat, schoon de mensch zijn Aanzijn soms verfoeit, +Het Al-zijn schoon moet wezen van bedoelen. +Daarom zingt lof, al ziet gij schreiensrood + Om al de ellende dezer wereld tevens, + En laat ons kalm, in 't eind-uur onzes snevens +Omhoog zien, als we ons-zelf zien geestlijk bloot.... +Hij maakt al goed. De diepste Grond des Levens, + Voor wien wij schijnen zijn, is naamloos groot. + + + + +AAN DE ONBEKEND-BLIJVENDEN + + +God-dronkenen, die diep-in zingend leven + Altijd-maar-door, al zwijgt hun mond, die wonen + Sinds hun geboorte in 't onuitspreeklijk-schoone, +Waarin hun ziel stil droomt: hun zinnen streven + +Naar altijd dieper-voelend schoon-ziend beven + Bij al wat aarde en hemelen hun toonen + Aan visioenen die hen heerlijk loonen +Voor al des Levens pijnen, tot hun sneven. + +O, mijne broeders al, gij, Onbekenden, + Die kwaamt en gingt, maar zonder ooit te spreken, +Daar gij verkoost met geen geluid te schenden + De heil'ge stilte van het diep-in leken + +Der onder oogenrand gebleven tranen +Om mensch-verdwazing en der aarde wanen. + + + + + +VERZEN VAN MARGOT VOS + + + + +LENTELUST + + +Zoo in den zingenden hof +Met de merels en madelieven +Met het blijmoedige lof +En de harige honigdieven, +Zoo als een doeniet den dag +Uit den zondronken hemel te kijken, +Dwars door het feestlijk gevlag +Der bloeiende appelrijken, + +Vind ik de zaligheid weer +Die de wereld verloren waande, +Ben ik bevrijd van begeer, +Houd ik den hemel staande +Op mijn gezuiverd bloed +Waarover de winden wimp'len, +Ben ik van blijdschap gevoed: +De simpelste onder de simp'len. + +Boven mijn hoofd sluit de tijd +Zijn eeuwig-bloedende wonde, +Heft mij in 't zorgeloos krijt +Van de fluitende vagebonden, +Houdt mij van schoonheid omschuimd, +Van zil'vren zangen volzongen, +Stuwt de groot-golvige ruimt' +Aan 't klein eiland mijner longen. + +Mijn wordt het gansch gewelf; +Daar is geen raadsel, geen wonder. +Ik ben de schepper zelf, +De wereld duikt in mij onder. +De dagen stijgen uit mij +Als hel-klapwiekende duiven, +De nachten komen in mij +Den zomersenen wierook wuiven. + +Ik draag de wel en de wolk, +Ik draag de ster en de rozen, +Ik draag 't opstandig volk +Van winden en waterhoozen. +Aan mij de zachte borst +En de zwarte vlerken der eeuwen +Aan mij de levensdorst +En het eindloos stille sneeuwen. + +Zoo is het evenwicht +Over mijn tweelingoogen, +Zoo is al last en licht +Even zwaar uitgewogen. +Zoo is er geest noch stof, +Wijsheid noch wereldweten, +Zoo in den zingenden hof +Ben ik van God vergeten. + + + + +ONTWAKING + + +Onder de zon wordt een wonderdroom, +Weidsch als een waaierboog. +Merkt ge onzen machtigen onderstroom? +Wij heffen de zee omhoog! +Zwaar rollen de golven, aan ruischingen groot, +Als de storm die te nacht in den horen stoot. + +Al wat we zagen was eeuwig grijs. +Binnen gesloten schulp +Werden we en wiesen we op eene wijs; +Ons rijk was de smalle stulp! +Wat dreef ons begeeren naar ruimer gewelf? +De groei onzer ziel, ons ontwaakte zelf! + +Boven ons wijken de wolken weg, +Zeilen de zon voorbij. +Keert ons nog heden het oud beleg, +Toch worden we morgen vrij. +Toch zullen we morgen ontbonden staan +En ver boven 't kleine de vleug'len slaan! + + + + +HET IS MEI + + +O de zonne de zonne die danst op de wei +En de leeuw'rik die danst in de lucht, +En de perelaars breiden zoo breidelloos blij +Naar den hemel hun sneeuw-witte vlucht! +En het rozige schuim aan den appelaar ruischt +Of de zee door zijn juichende takkenschaar bruist; +En de zonne de zonne die danst op de wei ... +_Het is Mei, het is purperen Mei!_ + +O de zefir de zefir die zingt in het licht +En de bij zingt de bloei-hagen door; +Over stekel en naald, tusschen dorens en blad +Zoekt zij zoemend het goudgele spoor. +En het honingzwaar huis aan den stengel dat juicht +Van geluk als ze binnen zijn vensteren buigt, +Waar de blonde kaboutertjes oop'nen den rei +_Van den Mei, van den purperen Mei!_ + +O de beke de beke die huppelt voorbij, +Of 't een spelensree makkertje waar', +Dat met grillige kransen van schaduw en licht +Heeft doorvlochten het goudelend haar! +En heur kirrelend lachje dat luidt er zoo zoet +Of een torteltje roept uit den perelenvloed +Met een perelenkeeltje, zoo zorgeloos vrij: +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + +O de zonne de zonne die danst in de wei +Op de maat van den lustigen wind, +Die de bloemekens zoent op de blozende wang +En den wolken den gordel ontbindt! +En geen boom in het veld waar geen vreugde-doen huist; +Slechts de knotwilg bolt grimmig zijn zwart-bruine vuist +Tegen 't twijgjen dat sprong uit zijn greep met een blij +_"Het is Mei, het is purperen Mei!"_ + + + + +GRAUW WEDER + + +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Steek toch die taaie slemp in tweeen! +Stoot uw goudzwaard de wolken in +Dat ze bloeden als roode zeeen! +Zend uw rankvoetige stralekens +Met de starren in 't glinsterhaar! +Laat ze kloppen en wederkloppen +Aan de weerbarstige winterknoppen, +Groot wond're wonderkens liggen daar +In vast versloten schalekens.... +Zonne zonne, zet aan, zet op! +Dinder die wonderkens uit den dop! + +Zonne zonne, waar zit ge toch! +Hadde ik uw gulden riddersporen, +'k Sprong de grauwe almachtigheid +Dwars door naar uw verstoken toren. +'k Luidde al lustig het belleken +Tegen de karmozijnen poort: +Ik zou klinken en wederklinken +Heel het hemeldom oprinkinken +Van Oost tot West en van Zuid tot Noord +In een hooveerdig relleken.... +Zonne zonne, waar zit ge toch? +Zijn uw oogschellen geloken nog? + +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Word toch de wereld welgenegen! +Laat uw doorluchten levenslust +Over de aarde flikkervegen. +Tik met uw blinkende hamerkens +Hier en ginds en in al 't getij; +Laat ze springen en wederspringen +Op en neer, tot vermetel zingen +De lucht doortrilt als een sterk en blij +Gejoel van vrije kramerkens! +Zonne zonne, zet op, zet aan! +Zet ons midde' in de Meiebaan! + + + + +AVONDZWIJGEN + + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Komt het van 't zwijgen der wilde merels, +Of van de peinzende sterreperels, +Of doet het de stervende zonneschijn +Die zachtkens zachtkens de kim toespreidt +Zijn vlinderteere doorzichtigheid? + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Liggen de luide dingen versloten +Achter verzegelde zilveren sloten +Die over de verten genageld zijn? +'t Is al zoo zwijgend omneer gegaan +En weggeborgen en afgedaan. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn, +Als had ze een heerlijk kind verloren +En roerloos zat in heur blauwen toren +Van eenzaamheid bij heur roode pijn +Die dieper dieper vervloeien ging +Tot zwaarmoeds-duist're herinnering. + +Ik weet niet wat de' avond zoo stil doet zijn.... +Worden de zonden zoo zwaar gewogen +Dat neerwaarts neigen de trotsche bogen +In donker-purperen deemoedslijn +En wacht doodstil het ontroerd heelal +Of de genade ook komen zal? + + + + +WAT LOK JE + + + Wat lok je, + Wat mok je, + Wat glans en gok je, +Klein stommetje uit het oogeland! + Als 'n klokje, + 'n Klein klokje, + 'n Glinstervlokje, +'n Blauw blommetje van het hooge zand. + + Wat vlei je, + Wat blij je, + Wat spelemei je; +Wat oogel je uit dat blond kozijn! + Als leien + Te vrijen + In rozeweien +Blauw vogeltjens met den zonneschijn. + + Wat blink je, + Wat pink je, + Stout smeekelinkje; +Princesseke bedelt erbarmen maar. + Want 'n vinkje, + 'n Klein vinkje, + 'n Heel klein vinkje +Wil nestelen in mijn armenpaar. + + + + +BOETEGANG + + +Het belken klept de kerstenrij +Uit held're verten naderbij.... +Aan 't altaar is 't zoo vroom en stil +Bij 't kindeke en de vrouwe zoet; +En 't kleen bescheiden keerske brandt +Zijn wond'ren, zacht-zachtblauwen gloed.... +Aan 't altaar heerscht zoo hooge rust +Die 's werelds wee al overwaakt +En staeg de wonde voeten kust +Van Christus, nederig en naakt. + +Daar ruischt een volte in de poort +Die aan Maria's ruste stoort.... +Een weelderige kleurenvloed +Golft door Gods heilig bruidsvertrek +En purper en sameet beschaamt +Het kindeke in zijn poover dek. +'t Is of het kleine keersken bangt, +Van schitteringen overblaakt, +Of armer aan het kruishout hangt +De Christus, nederig en naakt. + +Gaat zoo de ootmoedigheid ten zoen +Om donk're zonden af te doen? +Zoekt zoo de ziel de ijle sfeer +Der godd'lijkheden, overberst +Van pronkselen en wereldpraal +Die loodzwaar op de vlerken perst? +Hij zwerft wel ver van 't vrome land +Die goudzwaar ter ontferming naakt! +Hoe luttel weegt de lendenband +Van Christus, nederig en naakt!... + + + + +DE MAAIERS + + +De maaiers komen in de blauwe kielen +Met de vroegzon vreugd'loos uit het heideland, +Met loome lijven en verslapen zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + +De gele haver zal geen avond vieren +Maar gesikkeld liggen in het late licht; +De moede maaiers als gedreven dieren +Gaan zich woordloos wijden aan hun zwaren plicht. + +En ze maaiemeien en ze zwaaiezweien +Als witmolenwieken door het volle graan; +En het ritselruizelt aan hun struische zijen +Of windvlagen wiss'lings langs hen nederslaan. + +Zoo vroeg in de koelte en in groeiende zoelte +Gaan ze felgebogen door den flikkerdag, +Tot de zeise zwijgt en het goudgewoel te +Verstarren ligt van zijn laatsten slag. + +En de maaiers trekken in hun blauwe kielen +Met de avondstarre naar het heideland, +Met versloopte lijven en versloerde zielen, +Met de hooge zeisen aan den gordelband. + + + + +CANTECLEER + + +Bonte trompetter, +Bloeiender lust +Blinkende ketter, +Kort is uw rust. +Steekt g' in de luchtsmoor +Brandende taal, +Schemering vlucht voor +Uw hoornsignaal. + +Relt ge de belle, +Wekkert een vlucht +Klinkende schellen +Wakker de lucht, +Woelt er een stoutvlerk, +Hemelgenoot, +Al het schoon goudwerk +Open en bloot. + +Zilveren schalen +Storten in 't land; +'t Regent koralen, +'t Regent briljant. +Waar is de muiter, +Waar is de dief? +Vang je, hoogfluiter, +Gouden gerief? + +Bonte trompetter, +Boven den tijd +Wekt uw geschetter +Werelden wijd! +Wekt ze, tot leven, +Zonnig en blond, +Boven den beven- +-Den horizont! + + + + +STORMLIEDEREN + + +I + +Zie, de luchten waaien tot een duister ruim +En de wind wordt vrijheer van den vloed +En de bladers dansen op z'n dolle luim +De muziek der regens tegemoet. + +Uit de zomerstilte barst het herfstjolijt: +Elke boom een feestzaal vol gedruisch, +Elke beek een doorgang vol bedrijvigheid, +Ieder dal een open lustig huis. + +In z'n Oostersch tooisel trekt de laatste trein +Van genot en leven door den dag; +'k Zie de vlinders varen op het stormrefrein +Onder rijke overzeesche vlag. + +Schelle najaarskelken bloeien wild en bont +Aan de zwarte steilten van den dood, +Of de laatste leefkracht door hun koop'ren mond +Op uitdagend zingen henenvlood. + +Dit is heerlijk einden, dit is nedergaan +Zonder ijd'le klacht en zonder spijt +Op de donkre hobo's van den nachtorkaan +Tot den diepsten burcht der eeuwigheid. + + +II + +De stormbruid ruit de bladers op +Tegen het oude woudgezag: +Beter in een roes te vergaan +Dan te verdruilen dag aan dag. +Hoor je dat ruischen, breed en frisch? +Hoor je dat golven, zwaar en groot? +Dat is de opstandigheid die luid +Aan de verstarring weerstand bood. + +Wie nu niet tot de daad ontwaakt +Moet tot de pit verschimmeld zijn. +Daar is geen lust, geen droefenis +Te machtig voor dit hoog gedein. +Daar is geen enk'le ziel te zacht, +Daar is geen enk'le borst te broos; +Daar is maar een meesleepend lied +Van stormgeluk, al eindeloos. + +En wat nog nooit gevlogen heeft +Schiet slank en snel de wolken in; +En wat nog nooit bewogen heeft +Rukt van zijn vastgeroeste pin. +En uit de vlakte en den vloed +En over zee en bergbazalt +Borrelt en breekt de bende baan +Die duisternis en nevel spalt. + +Waarheen dit luisterrijke spel, +Waarheen dit weergaloos gewiel? +Tot d'opperste vollustigheid, +Tot de bestemming van de ziel; +Tot stillen hermelijnen nacht, +Volmaakt van lijn en tinteling, +Waar alles alles is gevuld +Van glanzende verzadiging. + + +III + +O groote ruischelaar, +Snelwiekig wonder; +Hoe wordt de kranke dag +Zevenmaal gezonder +Als g'uit de wolken scheert, +Als g'aan de vlakte veert, +Als ge de golven keert +Over en onder. + +O groote ruischelaar, +Breedvlerkig wezen, +Nauw staat de hemel vol +Regen gerezen, +Of met een schuddering +Van uw gezwaaiden zwing +Zwiept gij de zonnesching +Over de vreezen. + +Wolkenrot, wintergod, +Waar werpt g'uw anker? +Zeeen zijn veel te klein, +Bergen te wankel. +'t Sterrenheir stilt u niet, +Nachtdonker drilt u niet, +Maanvree vermildt u niet, +Bandlooze zwanker! + +Doch zijn uw wegen ook +Wild, woest en woedig, +Ergens in 't ongezien +Wordt ge vroom en vroedig. +Splijt u een sterker wil, +Siddert uw albedil, +Staat gij gebogen stil, +Eindloos ootmoedig. + + +IV + +Hoezee! daar jaagt het heksenspan +Der dolle regenbenden an! +Ze dragen sneeuwen hoozen, +Een rok van waterrozen, +Een schel blazoen, een felle speer, +Aan ied're steek een raveveer.... +Ze blikken op noch omme, +Lijk een bezeten dromme +Ze suizen over struik en blom +En slaan de bange boomen krom.... +Berg weg, berg weg uw leven! +Het is haar al om 't even. +En wilt ge niet, al goed, al goed, +Ze rijde' u schaat'rend onder heur voet! +De vaart schiet zwarte vlerken aan, +Wil uit zijn donker bed vandaan +En heft zich boven 't gele riet +En huilt zijn eigen zegelied +En werpt zijn brosse schuimen +Lijk uitgewaaide pluimen +En steigert aan den steilen wal +En slaat terug in boozen val +En dindert op in stroomen +En kan niet hooger komen; +De rosse ruiters daav'ren rond +En springen in zijn zwarten mond +En dansen op zijn duister oog +En spannen hem een zilverboog +En roetsen voort en verder +Lijk kudden zonder herder.... +De luchte leeft van perelsop, +Het klettert van heur speren op, +Ze klirren met heur sporen +Weerszijen van den toren +En steken hem in eenen klap +In grauw-geweven nonnekap. +En voort en voort geschuierd! +De molen moet gesluierd! +O zie dat kleene huisken staan! +Het krijgt een wollen buisken aan. +Hoor hoor dat druischen, drusten +Lijk opgebarsten fusten.... +Hoessa! de appel ploft terneer: +Een bobbel bloed in 't regenmeer. +Hoessa! de peer scheurt van den tak: +Een klompe goud in 't parelvlak! +Hoessa! de noot is 't verste, +Zij tuimelt blankgebersten.... +En immer immer holder aan; +Daar is geen tijd voor stille staan! +Ze donderen maar schots en schol +En plonderen de grachten vol, +Verdrinken kruid en zode +En rennen zich ten doode; +Ze zuigen in het taaie slik +En juichen er heur laatsten snik. + + + + +VERZEN VAN CAREL SCHARTEN + + + + +HET SMEULEND VUUR[*] + + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw stille dichtheid, +waarin het sluim'rend licht leit +te wachten op zijn uur! + +Ik min u in de morgen, +die in het Oosten staat +met aarzelend gelaat +en houdt haar gloed verborgen. + +Ik min u in den avond, +die sterft in lang verbloeden, +met diepe en diep're gloeden +zijn duistren moorder lavend. + +Ik min u in den zang, +die in zijn klare kracht +betoomt de zware pracht +van Hartstochts hoog verlang. + +Ik min u in de kleuren, +beslagen van den gloed +die hen versmelten doet; +en 'k min u in de geuren, + +die zweemen van een mond, +dat rood en vochtig ooft, +wanneer Zij om mijn hoofd +de schuchtere armen rondt.... + +Ik min u, smeulend vuur, +ik min uw donker branden, +dat achter bleeke wanden +waakt en wacht op zijn uur! + + +1910 + + +[Voetnoot *: Voorzang tot den gelijknamigen cyclus.] + + + + +ZOMER-MORGEN IN DEN JARDIN DU +LUXEMBOURG (fragment) + + +"Hangt niet ons' Liefde door dien frisschen tuin? +Vonkelt zij niet in 't waai'rend water-waas, +dat sproeit het glanzend gras, en door dat gaas, +verstuivend in den wind, glijdt zij niet schuin + +in ijle regenbogen en wuift op +en wiekt een lichtend-groene boomgrot binnen, +waar wazig-druiveblauwe duiven minnen? +Die rukken hunne snavels, dan vliegt op + +'t duikende duifje en klapwiekt blanker wiek +de doffer, 't klaar geblaarte slaand!... Zie, bloesems +vallen voor uwen voet! o, in ons' boezems +is 't schoon gebeure' een tint'lende muziek! + +Ligt niet die Liefde als een zonne-damp +over 't smaragd gazon, waar zwart-fluweelen +merels de perels dauw het gras af stelen, +gloed en vocht vindend in dien weel'gen kamp? + +Alle bosschages houden heerlijk wijd +hun blaren-volten in de lucht! beneden +ligt warmte-bevend om hun voet gegleden +een vloed van gloende bloeme', o! teederheid! + +En het geboomte steekt zijn kruinen in +elkanders kruin, dat duizend blaren strijken +elkaar, 'wijl op den wind de takken wijken +streelend dooreen in zwijmelende min ..." + + +1903 + + + + +MEI-AVOND IN DEN JARDIN DU LUXEMBOURG + + +De meidoorns staan met hun beschroomde rood + zoo teeder + te blozen, +en d' avond, bleek van liefde en zedig bloot + koost weder + hun broze +en bruidelijke rood. + +De mei-maand kwam, en alle kleuren minnen + den schemer + zoo zoel, +en uit der bloemen innig-teerste binnen + daar zwemen + Zoo zwoel +de geuren tot de zinnen. + +De rozen hangen open op de lucht, + aanhaal'ge + monden, +uit welker diepte 't zoet geheim verzucht + der zaal'ge + wonde +en zwijmelend genucht. + +En gij, mijn Lief, gij glimlacht mij zoo lief + uw teer- + -heid toe! +Maar onze erinn'ring krenkt die eene grief + en zeer + en moe +laat ons die schaam'le dief. + +Door dezen tuin van lust en schemer staren + den nacht + wij in +En in onze eenheid nochtans eenzaam, sparen + wij lach + en min +en garen ons den weemoed.... + + +1904 + + + + +DE REIS DOOR DEN NACHT + + + Ver was de reis door den nacht, + Den dicht-besneeuwden nacht, +De trein doortrok met donker gezang de winterlijke bergen + Nu, in den duisteren na-nacht, + Blind in de spelonk van het rijtuig, +Hooren we enkel het bellen-gerinkelvan 't neder-dravende span. + + Gedoken in 't voort-ijlend hokje, + Zij, mijn Lief, en ik, en het kind, +Het in zoelen slaap verzonken kind in 'n witwollen doekje gewikkeld, + Hooren we enkel 't gerinkel der bellen + Over de ruischlooze wegen der nacht +In het zuidelijk bergland langs 't zuiver-wijd fluist'rende meer-- + + En het is als een heuglijke vlucht, + Stil en snel bij het bellen-gerinkel +--Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien-- + En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind + Vluchtende door den winternacht, +Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ... + + +Lugano, 1906. + + + + +DE GROOTMOEDER + + + De rozen glanzen in de maan + En onderdoor een donk'ren boom +Waar glimp-geschijn in schilfert, + Zie ik de verre bergen staan + In fijnen droom + Verzilverd. + +De rozen glanzen zijig, 't is + Alsof zij zelve stralen, +Een teergeurende lichternis + Hoog in de zilvren zale.... + +Een vrouwe-hoofd als was zoo wit, + 't Ivoren voorhoofd blinkend +In 't maanlicht, en om 't grijze haar + Een wit-zij sluiertje, zoo zit +De oude voor dit teer altaar + Van berge' en witte rozelaar + In zilvren nacht verzinkend.... + +Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen, +Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen, +Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag. +Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag, +Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen, +De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen +Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood, +Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot. + + +Lugano, 1907 + + + + +ISOLA MADRE + + + Isola Madre, waar uw geel kasteel +Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide, +Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide + En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel + + Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel +Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden +Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden, + Tropische aromen broeiden door 't struweel.... + + Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven + En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud +Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen, + +Tot we, op 't terras, dien teersten droom in-dolen t + Ver over 't meer-azuur het doomend goud + Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven! + + +Lago Maggiore, 1909 + + + + +DE ZANG VAN NACHT EN TIJD + + + Raadsel van 't Oogenblik! + Met mijne heete handen + op 't wit papier, + zoo zit ik hier +in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden + van 't Heden. + + Water van 't meer, + ik hoor uw golven spoelen + aan duist'ren wal-- + En fluist'ren zal +de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen + aan dit Zelf. + + Nacht, zwart en dicht, + stil en ontastbaar boven + d'onstilb're golven,-- + Zoo blind bedolven +is mijn wild leven onder 't donkere verdooven + der Toekomst. + + Moeder, Vader, Vrienden, + Waarom uw vragende oogen, + en door den nacht + waarvoor uw zacht +geklag? Mijn hart is wond, ik heb u niet bedrogen, + de Tijd gaat-- + + Vrouw, die mij houdt + in uw goud-lighte leven + omhuld, o Uw + is 't gulden Nu. +Voed de uren als een durend vuur,--wee, dat het bleve + het Oogenblik. + +En, ongeboren Tijd, + Nacht!--laat ons een licht venster + in uw zwaar zwart: + dat daar mijn hart +veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster, + mijn Kind! + + +Lago Maggiore, 1910. + + + + +DE ONZICHTBARE + + +Ik wil tasten den Boom, die in den nacht + Verrijst van de wazige aarde ... +Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten + Flonkerend op de winde-zuchten, +Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde. + +Ik wil aanraken den duisteren Boom, + Die stijgt uit de wereld, en den hemel + Vult met zijn zachte takken-gewemel,-- +Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder, + Opdat ik wierd bedolven onder +Die bloemen van lucht en van goud, een droom +Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ... + +Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ... +Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft! +De tintlende starren, zij vallen niet, +Lachende neder uit den hooge +Naar dit kind, het eeuwig bedrogen +Menschkind dat streeft +En tast en niet ziet, +Verlangt, en lacht 't Verlangen aan, +zijn tranen-ruischende Schoonheid. + + + + +DE BLINDE DICHTER + + +_Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag, +10 November 1910._ + + + Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren, +Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd +Met uwe teng're sterkte hebt verheugd + En met uw rust mijne onrust deedt bedaren. + + Een fijne blos verjongde uw strakke kaak, +Uw maag're roode hand koelde in de mijne; +Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen + 't Licht uwer vroolijke en vrome spraak. + + Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij +Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken; +Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken + En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij! + + Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven, +Hoe, blinde, gij mij voorgingt naar beneen, +De armen los neerhangend langs u heen, + Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve! + + Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag, +Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten. +Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten + Stil door den schemer tot de laatste Vraag. + + Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend, +Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen, +Naar wij het in de Heilge Boeken lezen; + Gij waart m'een Teeken: ik was blind, gij ziend! + + Zoo worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden, +Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:-- +De blinde Dichter, gaand de treden af + Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ... + + + + +HET SCHOONE STERVEN + + + Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft +Zijn gouden waas over de oude grachten + En onder 't gulden loof een stemming zweeft +van sterven in deze oude en gouden prachten,-- + +Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten + Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft +En henenzweeft in de eerste koude nachten + waarin alleen een zilvren stemklank leeft: + + De stem, die in de hooge eenzaamheden + Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd +En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren, + +Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren, + Het torenlied een laatsten glimlach wijdt + En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden. + + +Utrecht 1916 + + + + +BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM +VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN + + + + +GEDICHTEN + + + +A. NEDERLANDSCHE + + +FRANS BASTIAANSE, _Gedichten_ (2e dr. 6/11e duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, +verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk +kenmerkend voor dezen dichter is." _Hofstad_. + + * * * * * + +S. BONN, _Wat Zang en Melody_, met een woord tot inleiding van L. +Simons. + +I. 0.55 + +...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, +het landschap lacht." + +_Zangen van Hoop._ + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen +van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde." +_Het Centrum_. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen +dichter, wiens boekje weldadig aandoet." _Het Tooneel_. + + * * * * * + +RENe DE CLEKCQ, _Van Aarde en Hemel_. (De Appel- +Hemelbrand--Afaasvar--Doemsdag). + +I. 0.75 + +_Uit Zonnige Jeugd_. + +C. 1.05 + +"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die +zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme. _Utrechtsch Dagblad_. + + * * * * * + +P.N. VAN EYCK, _De Getooide Doolhof en andere gedichten_. + +I. 0.55 C.1.05 + +_Gedichten_. (Het Ronde Perk--Lichtende golven) + +L 0.75 C. 1.25 L. 1.40; + +"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van +stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke +rhytme." _Nieuws v.d. Dag._ + + * * * * * + +P.A. DE GENESTET, _Complete Gedichten_, voorzien van portretten van De +Genestet en mevrouw De + +Genestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten +voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + + * * * * * + +JACOB ISRAEL DE HAAN, _Het Joodsche Lied_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar +woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met +moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke +schat." _Avondpost._ + + + * * * * * + +PROSPER VAN LANGENDONCK, _Verzen_, + +I. 0.55 C. 1.05 + +"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig +gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en +een ware grootheid van opvatting." _Maasbode_. + + + * * * * * + +JAN LUYKEN, _Jezus en de Ziel_, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, +met reproducties naar de oorspronkelijke prenten. + +I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20 + +"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?" _Het Volk_. + + + * * * * * + +V. DE LA MONTAGNE, _Gedichten_, met inleiding van Emm. de Bom (3e +vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf) I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 +K. 1.80 + + * * * * * + +FRANQOIS PAUWELS, _Enkele Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,--ziedaar de bron +van Pauwels' welluidende liedjes...." _Van onzen Tijd_. + + + * * * * * + +J. REDDINGIUS, _Johanneskind. Gedichten_. (2e vermeerderde dr. 6/8e +duizend) 0.55 C. 1.05 _Regenboog en Jeugdverzen_. I. 0.75 C. 1.25 L. +1.40 + +" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige +natuurgeluid van den dichter." _Is. Querido_. + + +"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten +onzer dichters worden geteld." _Willem Kloos_. + + + * * * * * + +ANNIE SALOMONS, _Nieuwe Verzen_. + +I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80 + +"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee +ons verder leven in. A joy for ever." _Utrechtsch Sted. Dagblad._ + + + * * * * * + +DE SCHOOLMEESTER, _Gedichten van_--met al de oorspronkelijke +illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e +duizend. + +I. 1.20 C. 1.70 + + * * * * * + +JULES SCHueRMANN, _Uit de Stilte_ en andere gedichten. Met voorrede van +Willem Kloos. + +I. 0.80 K. 1.60 + +"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schuermann's verzen dat zij zoo +eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen +menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht." _De Avondpost_. + + * * * * * + +NiCO VAN SUCHTELEN, _Verzen_, dramatisch, episch, lyrisch. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu +zacht--als de zuidewindsadem over de lentebloemen--dan forsch en +mannelijk--als de zeewind over de duinen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +HELENE SWARTH, _Roemeensche Volksliederen en Balladen_, naar de Fransche +proza-vertaling van Helene Vacaresco. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in +deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke +teederheid vormende poezie van landbouwers. _N. Rott. Crt_. + +_Verzen_. + +C. 1.05 + +... "Een prachtige bundel ..." + +_Dr. Walch_ in _Het Vaderland_. + +_Nieuwe Verzen_. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart." _Onze Eeuw_. + +"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd." +_Delftsche Courant_. + + * * * * * + +J. WINKLER PRINS, _Gedichten_, met portret van den dichter. Verzameld en +ingeleid door J. Reddingius. + +I. 0.95 + +"Prins is in meer dan een opzicht een zeldzame verschijning geweest in +de letterkunde van Nederland." _De Volksstem_. + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ +(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e +duizend) + +L 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + + + + +B. BUITENLANDSCHE + + +ELISABETH BARRETT BROWNING, _Portugeesche Sonnetten_. Vrij bewerkt naar +het Engelsch door Helene Swarth. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere +schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te +behouden." _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +DANTE, _De Goddelijke Comedie_, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. +Boeken. + +I. _De Hel_ (5e druk in bewerking) + +C. 1.45 L. 1.60 + +II. _De Louteringsberg_ (3e dr. 9/11e duizend) + +I. 2.--C. 2.50 L. 2.65 + +III. _Het Paradijs_ (3e dr. 9/11e duizend) + +C. 2.50 L. 2.65 + +_De drie deelen tezamen in een keurband_ + +6.45 + + * * * * * + +_Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)_ Uit het Italiaansch vertaald door Nico +van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret. + +C. 1.25 K. 2.25 + +"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk +literatuur-studie." _Avondpost_. + +"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo +groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den +Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst +verdient." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Prof. HENRI HAUVETTE, _Dante_. Inleiding tot de studie van de Divina +Commedia. + +C. 1.70 L. 1.85 K 2.70 + +"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk +te gaan lezen." _Dr. J.L. Walch_. + + * * * * * + +DANTE-PAKKET. _De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van +Hauvette_, alle in keurband, tezamen voor f 10.--in carton f 8.--. + + * * * * * + +MILTON, _Het Paradijs Verloren._ Metrische vertaling van Alex. +Gutteling. (Zes zangen) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"_Miltons_ epos van _Het Paradijs Verloren_ is een dier werken die de +letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men +behoort te kennen naast _Vondel's Lucifer."_ + + * * * * * + +ALFRED DE MUSSET, _De Nachten_. Vertaald en ingeleid door Helene Swarth, +met portret van den schrijver. + +I. o.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij deze overbrenging in +het Hollandsch al zeer weinig geleden." _De Telegraaf_. + + + * * * * * + +WALT WHITMAN, _Grashalmen_ (Leaves of Grass). Vertaald door Maurits +Wagenvoort. Met portret van den dichter. + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + +"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of +Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens +werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend +geslacht." + + + * * * * * + + + + +BLOEMLEZINGEN + + +BILDERDIJK, _Willem Kloos, Bloemlezing_, met inleiding en portretten (2e +dr. 7/9e duizend) + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +"Kloos' Bloemlezing uit Bilderdijk, met de uitvoerige voorstudie van den +dichter, is terecht veelvuldig geprezen," + + * * * * * + +RHEINVIS PEITH, _Bloemlezing_, met inleiding door Willem Kloos. Met drie +portretten. + +I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +"Kloos wekt op tot rustig bestudeeren en indringend beschouwen van +Feith's werken. Dat loont!" _N. Courant_. + + * * * * * + +_Gedenkboek der Wereid-Bibliotheek_ 1905/1915 met tal van bijdragen en +portretten. + +I. 0.75 + +DR. J. P. HEYE, _Bloemlezing uit de Volksdichten._ (2e dr. 7/9e +duizend) + +I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 + + * * * * * + +_Schetsboek_ 1905/1910. Een Keurverzameling uit 't werk van moderne Ned. +auteurs, met portretten. + +I. 7.50 + +Luxe-editie op Jap. papier en kalfsleeren band 25.- + + * * * * * + +JOOST V.D. VONDEL, _Uit Vondels dramatische Lyriek, _ Bloemlezing door +L. Simons. + +I. 0.80 K. 1.60 + + * * * * * + +ZELFKEUR.-Bloemlezing door de auteurs zelf uit het werk van 57 leden der +Ver. Nederl. Letterkundigen. Met talrijke portretten en biografieen. + +1e bundel I. 1.20 C. 1.70 + +2e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +3e bundel I. 1.40 C. 1.90 + +De 3 bundels in een K. 5.25 + +"Deze "Zelfkeur" is al heel interessant, en in haar afgeronde fragmenten +biedt zij een aanlokkelijk panorama van onze letteren." _Hofstad_. + +"Een vrijwel volledig beeld van de Ned. Letterkundigen die genoemd mogen +worden.... een goede inleiding tot diepere kennismaking." _Avondpost_. + +"Het zijn bundels vol kleur en afwisseling." _Den Gulden Winkel_. + + * * * * * + + + + +BRIEVEN + + +VINCENT VAN GOGH, _Brieven aan zijn Broeder_. Uitgegeven en toegelicht +door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger. Met talrijke illustraties. In +drie deelen. + +I. 7.50 K. 12.50 + +"Doch niet alleen tot den mensch, ook tot den kunstenaar brengen de +brieven ons nader. Vele reproducties van teekeningen, in den tekst +opgenomen, en nog vele portretten en illustraties versieren het mooi +uitgegeven werk." _Herman Middendorp_ in _De Tijdspiegel_. + + * * * * * + +Dr. H. JAPIKSE, _Brieven van Johan de Witt_. I. 0.75 C. 1.25 + +"Voor de talrijke Nederlanders, die, zonder nu juist aan historische +studien te doen, toch wel iets willen weten van hunne groote +landgenooten. Dr. Japikse is daarbij een uitmuntende leidsman; hij +koos, uit de Witt's omvangrijke briefwisseling, de stukken die het best +de persoonlijkheid van zijn held doen kennen; en hij geeft daarbij, in +het kort, de noodige historische toelichtingen." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +MULTATULI, _Brieven_. Bijdrage tot de kennis van zijn leven. (In 10 +deelen geillustreerd). + +I. 6.--L. 10.-- + +_Bij maandelijksche afbetaling van een gulden waarbij men het geheel +onmiddellijk in zijn bezit krijgt, f 0.50 extra_. + + + * * * * * + + + + +TAAL-EN LETTERKUNDE, KRITIEK + + +Dr. FRANS BASTIAANSE, _Overzicht van de Ontwikkeling der Nederlandsche +Letterkunde_. Met bloemlezing en illustraties. + +Deel I. _Middeleeuwen_ (2e dr.) + +I. 2.45 K. 3.35 + +Deel II. _17e en 18e Eeuw_. + +I. 2.45 K. 3.25 + + * * * * * + +H. L. BEECKENHOPF, _Kunstwerken en Kunstenaars_. I. 1.20 C. I:70 L. 1.85 + +"Pittig en frisch werk van den zoo bekenden muziekkritikus." + + * * * * * + +Dr. J.D. BIERENS DE HAAN, _Goethe's Faust_. Een studie. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Zoo heeft dr. Bierens de Haan deze dingen gezien, zoo heeft hij ze aan +ons gegeven en wij mogen hem dankbaar zijn...." _K. C. Bouman-Winkler_ +in _De Gids_. + + * * * * * + +EMMANUEL DE BOM, _Het Levende Vlaanderen_. (Met 29 illustraties). + +I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +"Schetst ons het geestelijk leven van Vlaanderen als een machtig brok +volkscultuur, een cultuur die door geen macht ter wereld is ten onder te +brengen." + +"Een uitgave van beteekenis, die waarlijk in staat is ons te toonen wat +Vlaanderen kan en wat het is," _Vragen v. d. Dag_. + + * * * * * + +M. H. VAN CAMPEN, _Over Literatuur_. Critisch en Didactisch. + +I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + +"Deze prachtige, wijze woorden.... zij zijn een program en een waaraan +dit buitengewoon zuivere, critische werk, _boeiend en belangwekkend als +sinds Busken Huet zijn literarische fantasieen uitgaf, geen werk "over" +literatuur is geweest,_ ten volle beantwoordt," _Rott. Nieuwsblad_. + + * * * * * + +DESIDERIUS ERASMUS, _Een twaalftal Samenspraken, _ uit het Latijn vert. +door Dr. N. J. Singels. Met portret en inleiding van Cd. Busken Huet +(uit "Het Land van Rembrandt") (2e dr. 6/8e duizend) + +C. 1.45 L. 1.60 K. 2.20 + +_Eene tweede twaalftal Samenspraken_. Vertaald door Dr. N. J. Singels, +met twee afbeeldingen. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 K. 2.-- + +_Lof der Zotheid_. Vertaald door Mr. dr. J.B. Kan; inl. en +aanteekeningen door dr. A.H. Kan. Met Hobein's oorspronkelijke +illustraties (3e druk) + +I. 0.95 C. 1.45 + + * * * * * + +JACOB GEEL, _Onderzoek en Phantasie_. Ingeleid en met aanteekeningen +voorzien door dr. C.G.N. de Vooys. + +I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40 + +"Een boek als dit is een zeldzaamheid op onze tafels," _Annie Salomons_. + + * * * * * + +G. KAPTEYN-MUYSKEN, _Levensrichting van dezen Tijd,_ met portret van Fr. +Hebbel. + +I. 0.75 C. 1.25 + +"Een belangrijk en zeer interessant werk, dat in 't bijzonder gewijd is +aan den duitschen dichter Friedrich Hebbel, Bovendien behandelt de +schrijfster, in verband met den huidigen alles-verwoestenden oorlog, de +grondslagen van een Nieuwe Ethiek." + + * * * * * + +C.R. DE KLERK, _Kultuurbeschouwende Inleiding tot Vondels Spelen_. (In +Band I v. Vondels Spelen) + +I. 1.20 C. 1.70 + +_Vaderlandsche Nieuw-Klassieke Beschouwingen_. + +K. 4.75 + +"Werk van een autodidact, die er behagen in schept zijn eigen +onbevoegdheid te onderstrepen, maar die in de klassieke philologie den +weg weet als een vakman en zijn Augustinus en zijn Plotinus kent als +waarschijnlijk geen tweede in Nederland".... _Dr. J.H. Gunning Wzn._ + + * * * * * + +E. D'OLIVEIRA, _De mannen van '80 aan het woord,_ (Van Deyssel, v. +Eeden, Kloos, Verwey, Emants, Netscher, August Vermeylen), met oude en +nieuwe portretten (3e dr. 9/lle duizend) + +I. 1.60 C. 2.10 + +"Het zijn smakelijk ineengezette stukjes, waarin de schrijver de auteurs +van zichzelven, hun wezen, hun werken, hun wenschen en bedoelingen laat +vertellen." _N. Rotf. Courant_. + +"_De Jongere Generatie_". (Vervolg op "De Mannen van '80") met +portretten (2e druk) 7/9e duizend) + +I. 2.45 C. 2.95 + +Dit boekje geeft gesprekken met: _Johan de Meester-Karel van de +Woestijne-Josine A. Simons-Mees-Cyriel Buysse-Frans Bastiaanse-Herman +Robbers-Is. Querido-Carel Schorten-Adama van Scheltema-P. N. van +Eijck-Dr. J. D. Bierens de Haan_. + +.... "De levende persoonlijkheid der schrijvers, die d'Oliveira +blijkbaar met een fijn apperceptie-vermogen heeft weten vast te houden +en weer te geven ia de hier geboden bladzijden".... _Den +Gulden-Winckel._ + + * * * * * + +HERMAN POORT, _Over Literatuur_. + +I. 0.55 C. 1.05 + +"Met een uitstekenden en toch eenvoudigen betoogtrant zet de schrijver +zijn inzichten over kunst en literatuur uiteen; ze toetsend aan of +toelichtend met de voorbeelden uit de letterkunde." _Onze Eeuw_. + + * * * * * + +Is. QUERIDO, _Studien, tweede bundel_. I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60 + +Inhoud: Het Algemeen Menschelijke in Beethoven (2 studies)-Een Parijsche +Roman van Hollanders (2)-Armoede (2) Gemeenschaps-philosophie (4)-Over +Speenhoff-Het Ivoren Aapje-Moderne ziel en oud Instrument-Over Frederik +van Eeden-Drie boeken van Couperus-Verzamelde Opstellen van Van +Deyssel-Moeder. + +_Literatuur en Kunst_. + +I. 2.50 + + * * * * * + +CAREL SCHARTEN, _Het Spellingvraagstuk_. "De Vereenvoudigde een gevaar +voor Volk en Stam." I. 0.20 + +_De Roeping der Kunst_. (De Poezie-Het Proza-De Vlaamsche Beweging en de +oorlog-Op den weg naar een nieuwe moraal). I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05 + +.... "zijn studies, met den voornamen, eigenaardigen en +hoog-geestelijken toon die hem eigen is,--teer-, en diep-, en +Eeftig-indringend." _Is. Querido_. + + * * * * * + +L. SIMONS, _Studies en Lezingen._ + +I. 1.40 C. 1.90 + +Inhoud: Georg Meredith-Williain Morris-Hendrik Ibsen-Bernard +Shaw-Vondels Jeftha-Vondels Gijs-brecht van Aemstel-Moliere's +Vrek-Moliere's Tartuffe Tartuffe-Lezingen. + +_...."Wat hij doet is het verspreiden van waarlijk vrijzinnige, gezonde +en nooit genoegzaam aangeprezen beginselen....."_ _De Telegraaf._ + +_Voordragen en Tooneelspelen_. + +I. 0.10 + +_Voordragen II_. Toegelicht met voorbeelden. + +I. 0.10 + +_De Ontwikkeling van het Tooneel en van het Drama._ Deel I en II (tot +1625), 600 pag., 22 ill., 2 dln. Tezamen + +I. 3.30 C. 3.80 L. 3.95 + +"Geeft een overzicht van de ontwikkeling van het Drama en het Tooneel in +het Oosten, Griekenland, de Romeinen, Middeleeuwen, 16e E. (Vooral +Engeland, ook Nederl. en Spanje)." + +_Vondels Dramatiek_ (In Band 4 v. Vondels Spelen), + +L 1.20 C. 1.70 L. 1.85 + + * * * * * + +ALBERT VERWEY, _Inleiding tot de nieuwere Nederlandsche Dichtkunst_ (5de +druk 21/23ste duizend) + +I. 1.40 C. 1.90 + + * * * * * + +Dr. C.G.N. DE VOOYS, _Spreken en Schrijven in Noord-en Zuid-Nederland._ + +I. 0.25 + +"Een brochure geschreven naar aanleiding van het geschrift van den heer +Scharten "Het Spellingvraagstuk." + + * * * * * + +Prof. J.J.G. VUeRTHEIM, _Grieksche Letterkunde_. Geillustreerd. + +I. 1.4O C. 1.90 + +"De behandelde onderwerpen zijn met groote kennis en met levendigheid +bewerkt; we voelen er den schrijver in die zijn stof beheerscht." _Alg. +Handelsblad_. + +_Grieksche Lyrische Dichters en hunne Poezie_. + +I. 2.75 K. 4.-- + +"Uit Leiden komen machtige impulsen tot vernieuwing der belangstelling +voor de ouden." _Tijdspiegel_. + +"Een heel belangrijke en origineele studie." _Vlaamsch Heelal_. + + + + + + + + + + +End of Project Gutenberg's Van vijf moderne dichters, by P.C. Boutens et al. + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VAN VIJF MODERNE DICHTERS *** + +***** This file should be named 13326.txt or 13326.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/3/2/13326/ + +Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed +Proofreading Team. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/13326.zip b/old/13326.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a78bcb5 --- /dev/null +++ b/old/13326.zip |
