summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/13236-h
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '13236-h')
-rw-r--r--13236-h/13236-h.htm2644
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-001.jpgbin0 -> 90673 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-004.jpgbin0 -> 70372 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-005.jpgbin0 -> 72309 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-008.jpgbin0 -> 78360 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-009.jpgbin0 -> 84438 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-012.jpgbin0 -> 71562 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-013.jpgbin0 -> 66591 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-016.jpgbin0 -> 75902 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-121.jpgbin0 -> 74611 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-125.jpgbin0 -> 66939 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-128.jpgbin0 -> 65625 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-129.jpgbin0 -> 78531 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-132.jpgbin0 -> 59244 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-133.jpgbin0 -> 67926 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-136.jpgbin0 -> 77354 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-209.jpgbin0 -> 40351 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-212.jpgbin0 -> 43493 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-213.jpgbin0 -> 65284 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-216.jpgbin0 -> 83122 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-217.jpgbin0 -> 71662 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-221.jpgbin0 -> 71872 bytes
-rw-r--r--13236-h/img/p1886-224.jpgbin0 -> 88596 bytes
-rw-r--r--13236-h/style/amazonia.css26
-rw-r--r--13236-h/style/arctic.css33
-rw-r--r--13236-h/style/borneo.css26
-rw-r--r--13236-h/style/gutenberg.css364
-rw-r--r--13236-h/style/print.css36
28 files changed, 3129 insertions, 0 deletions
diff --git a/13236-h/13236-h.htm b/13236-h/13236-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..c4dd99d
--- /dev/null
+++ b/13236-h/13236-h.htm
@@ -0,0 +1,2644 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --><html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8">
+
+<title>Een reis naar de Philippijnen</title>
+<link href="style/gutenberg.css" rel="stylesheet" type="text/css">
+<link href="style/arctic.css" rel="stylesheet" type="text/css">
+<link href="style/print.css" rel="stylesheet" type="text/css" media="print">
+<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/DC/elements/1.0/">
+<meta name="author" content="Montano, Joseph (1844&#8211;?)">
+<meta name="DC.Creator" content="Montano, Joseph (1844&#8211;?)">
+<meta name="DC.Title" content="Een reis naar de Philippijnen">
+<meta name="DC.Date" content="#### 2004">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Een reis naar de Philippijnen, by Joseph Montano
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een reis naar de Philippijnen
+
+Author: Joseph Montano
+
+Release Date: August 21, 2004 [EBook #13236]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN REIS NAAR DE PHILIPPIJNEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<span class="pageno"><a id="d0e70"></a>Bladzijde 1</span><a id="d0e71"></a><h1>Reis naar de Philippijnen</h1><a id="d0e74"></a><p id="d0e75"></p>
+<div id="d0e76" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-001.jpg" alt="Maleische woning."></p>
+<p class="figureHead">Maleische woning.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e80">Tot de belangrijke teekenen des tijds behoort ongetwijfeld het toenemend gewicht, dat, in de laatste jaren vooral, het koloniale
+vraagstuk gekregen heeft. En hiermede bedoel ik niet de kwestie omtrent de wijze van beheer van onze oost-indische bezittingen
+en hetgeen daarmede in verband staat; ik vat de zaak ruimer op, en bedoel de toenemende belangstelling, die aan het koloniale
+vraagstuk gewijd wordt, ook daar waar men zich vroeger met deze kwestie bijna niet bezig hield; het streven, dat in verschillende
+staten steeds meer op den voorgrond treedt, om het oude koloniaal bezit uit te breiden of zich voor het eerst nieuwe koloni&euml;n
+te verwerven. Het machtige Duitsche rijk heeft, tot groote verbazing van anderen, eensklaps dien weg ingeslagen, en heeft
+dat gedaan met die beslistheid, die energie, die doortastende wilskracht, die steeds de handelingen kenmerkt van den grooten
+staatsman, wiens schepping het nieuwe Duitschland is, en wiens schier onstuimig optreden misschien wel juist op deze ongewone
+wijze geschiedt, om bij de toeschouwers de gedachte op den achtergrond te dringen dat al deze schijnbaar onbesuisde en ge&iuml;mproviseerde
+stappen niet anders zijn dan de ontwikkeling van een fijn berekend, diep doordacht plan. Dit streven van de eerste militaire
+mogendheid van Europa naar koloniaal bezit, naar macht en invloed ook ver buiten Europa, heeft reeds zeer gewichtige gevolgen
+gehad, en zal waarschijnlijk, misschien reeds in eene nabijzijnde toekomst, tot zeer verrassende uitkomsten leiden. Frankrijk,
+op zijn beurt, heeft de oogen naar het verre Oosten <span class="pageno"><a id="d0e82"></a>Bladzijde 2</span>geslagen en zich gewikkeld in avonturen, die duizenden menschenlevens en millioenen schats verslinden, die de krachten des
+lands uitputten, en toch in het gunstigste geval maar een zeer povere uitkomst schijnen te kunnen hebben.&#8212;Met verbazing, met
+ingehouden toorn, met kwalijk verborgen ongerustheid slaat Engeland deze gebeurtenissen gade: op een gebied, waarop het meende
+van rechtswege alleen meester te zijn en geen mededinger te moeten dulden, ziet het eensklaps een zeer ernstigen mededinger
+optreden, wiens verschijning juist daarom zoo verontrustend is omdat niemand weet wat hij eigenlijk wil en hoever hij zal
+gaan, terwijl men toch overtuigd is dat hij een vast plan heeft en op een doel afgaat, hem alleen bekend. Wat zal Engeland
+doen? Heeft het oude Brittanje, waar, onder menig opzicht, de toestanden zoo zonderling, zoo angstwekkend, men zou bijna zeggen
+zoo hopeloos verwikkeld zijn; dat voor de oplossing van zoo geduchte problemen, politieke en sociale, is geplaatst,&#8212;heeft
+het oude Brittanje nog de kracht den schepter der zee&euml;n te omklemmen, en zijn onmetelijk koloniaal gebied te verdedigen en
+te handhaven? Of is ook voor Engeland het uur gekomen of in aantocht, het noodlottig uur, dat in vroeger en later eeuw, met
+onverbiddelijke noodzakelijkheid, geslagen heeft voor alle staten, wier gansche streven opging in handelsbelang, wier geheele
+politiek uitsluitend werd beheerscht door de kwestie van winst of verlies: het noodlottig uur, waarin de op dit &eacute;&eacute;ne doel
+gerichte nationale kracht blijkt opgeteerd en niet langer in staat om de verworven schatten, die den naijver van velen opwekken,
+te beschermen en de hand af te weren, naar dien rijken buit uitgestrekt?&#8212;Wie weet, of niet spoediger dan menigeen denkt, de
+historie op die vraag het antwoord zal geven.
+
+</p>
+<p id="d0e84">Deze gebeurtenissen, waarbij ook de belangen van ons vaderland zoo nauw betrokken kunnen zijn, hebben niet alleen eene politieke,
+maar ook eene sociale beteekenis. Wat is het, dat de volken van Europa dus aandrijft om zich in andere werelddeelen bezittingen
+te verwerven, invloed te verzekeren; om zich met geweld en vaak door de onverdedigbaarste middelen toegang te verschaffen
+tot rijken en staten, die van dergelijke aanraking liefst verschoond bleven: wat anders, dan de klimmende, de dringende en
+dwingende noodzakelijkheid om telkens nieuwe uitwegen, nieuwe markten te openen voor de tot het onzinnige opgevoerde produktie?
+De fraaie woorden, die men in den mond voert, kunnen het brutale feit niet verbergen, dat het in den grond der zaak om niets
+anders te doen is dan om het grove, materieele eigenbelang. Of liever, het is om iets ergers, iets ernstigers te doen: het
+is in den vollen zin des woords eene levenskwestie: en juist dat geeft aan de verschijnselen en gebeurtenissen, die bezig
+zijn zich voor onze oogen te ontwikkelen, eene inderdaad tragische beteekenis. Zie Engeland. Hoe het jubelde en roemde, toen
+de wondervolle veroveringen en ontdekkingen der wetenschap de industrie opvoerden tot eene vroeger nooit gedroomde hoogte;
+toen het duizendvoudig vermenigvuldigde en onophoudelijk verbeterde werktuig in fabelachtig korten tijd den arbeid verrichtte,
+die vroeger de inspanning zou hehben gevorderd van millioenen menschen en van vele jaren; toen van alle einden der wereld
+de grondstoffen werden aangevoerd om in de reusachtige fabrieken verwerkt te worden, en dan op nieuw naar alle einden der
+wereld verzonden. Hoe vermenigvuldigden zij zich, die machtige fabrieken, het leven van gansche distrikten tot zich trekkende;
+hoe ging zij met reuzenschreden vooruit, de groote industrie, dorpen en vlekken omscheppende in bloeiende steden, waar de
+honderdduizenden zich verdrongen; steeds verder en verder om zich grijpende tot haar invloed elken anderen verdrong, voor
+haar belang elk ander wijken moest, tot, in waarheid, feitelijk de macht van den staat, het welzijn des volks, het leven des
+lands, aan haar hing. En zij arbeidde maar immer voort, rusteloos, onverpoosd: want hield zij op, dan waarde het gebrek rond,
+dan teisterde de bleeke honger de duizenden en duizenden, die alleen van haar leefden; dan voeren schokken en trillingen
+als van een broedenden vulkaan door de ontroerde maatschappij. Zij moest voortwerken&#8212;stilstand was de ondergang. Zoo werkte
+zij dan voort, altijd op nieuw en altijd weer voortbrengende, de produktie vermeerderende ... tot op eenmaal bleek, dat er
+voor die produkten geen koopers meer te vinden waren; dat de met steeds voller en met geweldiger golven bruisende stroom geen
+uitweg meer had. Dan <i>moesten</i>, tot elken prijs, nieuwe wegen geopend, nieuwe markten opgespoord; dan werden, zonder schijn zelfs van recht of reden, oorlogen
+gevoerd en expedities&#8212;echte rooverstochten&#8212;ondernomen, om tot dusver gesloten havens te doen openen, tot dusver ontoegankelijke
+landen en volken te trekken binnen den noodlottigen toovercirkel. Dan werd telkens eene nieuwe prooi den onverzadelijken Mammon
+in den muil geworpen: en weer ging het voort, rusteloos, onverpoosd, koopende en verkoopende, altijd en altijd door voortbrengende,
+schatten op schatten stapelende, als kon daar nooit een einde aan komen. Toch komt dat einde met onverbiddelijke noodzakelijkheid.
+Daar treden mededingers op; de macht, die gewoon was de wereld te dwingen, ziet&#8212;zij het ook nog in nevelige omtrekken&#8212;een
+sterkere in aantocht, die haar den buit kan ontrooven; een duister voorgevoel van de naderende, geweldige crisis doorhuivert
+de trotsche gestalte; het schemerend besef doemt op, hoe dit schitterende gouden beeld dat de oogen der wereld verblindde,
+op leemen voeten rust; hoe onzeker, hoe kunstmatig, hoe gevaarlijk deze schijnbaar zoo vaste, zoo onwrikbare positie is; hoe
+geheel die voorspoed, die onmetelijke rijkdom afhankelijk is van omstandigheden, die men niet op den duur beheerschen kan,
+en in een enkelen beslissenden schok reddeloos verloren kan gaan. Is het wonder, dat dit besef, dit voorgevoel de kracht van
+den arm verlamt, soms het hoofd doet duizelen en tot daden drijft, waarvan zij die buiten staan vaak vergeefs de verklaring
+zoeken?
+<span class="pageno"><a id="d0e89"></a>Bladzijde 3</span></p>
+<p id="d0e90">Doch wij mogen ons door deze beschouwingen niet laten medevoeren. Slechts dit wilden wij in het licht stellen, dat de zoo
+opgewekte belangstelling in de ver verwijderde streken van het uiterste Oosten, het streven naar machtsuitbreiding in die
+streken, naar koloniaal bezit, een dieperen grond heeft, een politieken zoowel als een socialen of economischen; en dat daarom
+al hetgeen in die richting geschiedt in volle mate onze opmerkzaamheid en belangstelling verdient. En niet minder is het de
+moeite waard, onze kennis te vermeerderen van die landen, die tot dusverre als in de schemering van het onbekende waren verborgen,
+en die wel nooit, naar het scheen, geroepen zouden kunnen worden, op het wereldtooneel eene rol te spelen. Dat is veranderd:
+niemand kan zeggen, of niet wellicht morgen eene of andere vergeten plek, een of ander eiland, in den grenzenloozen oceaan
+verloren, eene wereldhistorische beteekenis kan erlangen; of niet van daar de vonk zal uitgaan, die een verwoestenden wereldbrand
+ontsteken kan.
+
+</p>
+<p id="d0e92">Daarom meenden wij, bij de opening van een nieuwen jaargang van ons tijdschrift, de aandacht van onze lezers te mogen vragen
+voor het verhaal van een reistocht naar eene dier eilandengroepen in den Indischen-oceaan, op de grenzen tusschen Azi&euml; en
+Polynesi&euml;, die reeds door haar ligging geroepen schijnen, over korter of langer tijd eene gewichtige rol te spelen of althans
+den terugslag te ondergaan van groote gebeurtenissen. Het geldt de groep der Philippijnsche eilanden, een van de weinige brokstukken,
+die Spanje uit de schipbreuk zijner koloniale macht heeft gered en tot hiertoe behouden heeft. Onze gids op dezen tocht zal
+de heer doctor J. Montano zijn, een fransch geleerde, aan wien, naar een in Frankrijk heerschend en zeer prijzenswaardig gebruik,
+in 1879, door het ministerie van onderwijs eene wetenschappelijke zending naar de Philippijnen werd opgedragen. Na deze misschien
+reeds te lange inleiding geven wij hem zelven het woord.
+
+
+</p><a id="d0e94"></a><h1>Malakka.</h1>
+<p id="d0e97">Den 20<sup>sten</sup> Mei 1879 nam ik met mijn vriend en collega, doctor Paul Rey, plaats aan boord van het transportschip <i>l'Annamite</i>, om mij te kwijten van de zending, mij door den minister van onderwijs opgedragen. Den 19<sup>den</sup> Juni kwamen wij te Singapore; de boot naar Manilla vertrekt nog niet; van den overblijvenden tijd zullen wij dus gebruik
+maken om een bezoek te brengen aan de inlandsche stammen, die door de Maleiers naar de binnenlanden van het schiereiland zijn
+teruggedrongen.
+
+</p>
+<p id="d0e108">Verscheidene booten varen geregeld tusschen Penang en Singapore; maar onze tijd is beperkt; en hoewel eenigermate tegen onzen
+zin, nemen wij plaatsen op de eerste stoomboot, die naar Malakka vertrekt: de <i>Ben More</i>, eene chineesche boot, of ten minste aan eene chineesche maatschappij behoorende. De eerste machinist alleen is een Engelschman;
+al de verdere officieren zijn uit den Indischen-archipel geboortig. Een agent van de maatschappij, een echte Chinees met een
+bril en eene lange staart, ontvangt de reisgelden en schijnt aan boord met het hoogste gezag besteed. Hij wandelt op de landingsbrug
+heen en weer, met het air van een admiraal, maar bemoeit zich niet met de manoeuvres van het schip.
+
+</p>
+<p id="d0e113">In den namiddag van den 27<sup>sten</sup> Juni varen wij af; het dek is opgevuld met arme, en de kajuit met rijke Chineezen, die vrij goed engelsch en maleisch spreken.
+De tafel is overvloedig, naar anglo-maleischen smaak: de Chineezen, hunne reputatie van groote matigheid vergetende, laten
+zich de voedzame spijzen uitmuntend smaken. Wij zouden ons met thee hebben moeten vergenoegen, indien niet onze buurman aan
+tafel, met ons de eenige europeesche passagier, ons bereidwillig had medegedeeld van zijn voorraad rooden wijn. Een wonderlijk
+man was die vriendelijke tafelgenoot: hij was een napolitaansch horlogemaker, die over Penang naar Itali&euml; terugkeerde, na
+gedurende tien jaren rondgezworven te hebben door China, de Philippijnen, den Maleischen-archipel en Australi&euml;. Hij is zeer
+bij de hand en vlug van begrip, zeer vroolijk en opgeruimd, levendig, sterk gespierd; hij praat zonder eenige moeite fransch,
+engelsch, duitsch, spaansch, maleisch en het chineesche dialekt van Canton; maar ondanks al zijne bekwaamheden, heeft hij
+geen fortuin gemaakt en keert hij naar Europa terug, niet veel rijker dan bij zijn vertrek.
+
+</p>
+<p id="d0e118">Tegen den avond van den volgenden dag wierp de <i>Ben More</i> het anker uit op de reede van Malakka, op zeer grooten afstand van den wal; wij riepen den schipper van eene voorbijvarende
+prauw aan en voeren naar de monding van de kleine rivier, die midden door de stad Malakka stroomt. Op den linkeroever zien
+wij eene lange reeks van hutten, door kokosboomen overschaduwd; aan den rechteroever verrijst een vrij hooge heuvel, waarvan
+de top gekroond wordt door eene groote kerk van witten steen, die uit de verte gezien geheel ongeschonden schijnt.
+
+</p>
+<p id="d0e123">Wij varen de rivier op, die zich tusschen de armoedige, zeer smerige woningen der maleische en chineesche bevolking heen slingert.
+Er is te Malakka geen hotel; wij besluiten dus ons aan te melden bij den eerwaarden pater Pouget, fransch priester-zendeling,
+en een beroep te doen op zijne gastvrijheid. De uitnemende missionaris stelt aanstonds zijn huis tot onze beschikking en laat
+onmiddellijk onze bagage derwaarts overbrengen. Pater Pouget deelt ons mede, dat zich te Malakka nog een ander landgenoot
+bevindt, de heer Rolland, dien ik vroeger te Parijs gekend heb, en van wien ik weet dat hij ons zeer nuttige inlichtingen
+zal kunnen geven. De heer Rolland, die te midden der bosschen van Kessang, veertig mijlen ten noorden van Malakka woont, is
+aanstonds bereid ons met zijne kennis ten dienst te staan; hij verzekert ons dat zijne woning bij uitstek gunstig gelegen
+is voor iemand, die de inlandsche rassen wenscht te bestudeeren. Hij keert dien eigen avond naar zijne plantage terug, en
+noodigt ons uit, met hem mede <span class="pageno"><a id="d0e125"></a>Bladzijde 4</span>te gaan: welke vriendelijke uitnoodiging zonder bedenken door ons wordt aangenomen.
+
+</p>
+<p id="d0e127">Wij gaan een bezoek afleggen bij den gouverneur van Malakka en tevens een kijkje nemen van de stad. De waarnemende gouverneur,
+de majoor Squirrel, is een van die engelsche officieren, die tusschen twee veldtochten altijd een oogenblik weten te vinden
+om de kennismaking met de parijsche boulevards te hernieuwen. Nu was hem het bestuur opgedragen eener provincie, waar hij
+moet zorgen het evenwicht te bewaren tusschen de niet altijd overeenkomende belangen van Europeanen, Maleiers en Chineezen,
+die bovendien om vele andere redenen elkander niet best kunnen verdragen. Voor de vervulling zijner gansch niet gemakkelijke
+taak, kan de gouverneur beschikken over een honderdtal engelsche soldaten en eene brigade inlandsche marechauss&eacute;e, zoogenaamde
+<i>mata-mata.</i>
+
+</p>
+<p id="d0e132">De majoor ontvangt ons met de grootste voorkomendheid; wij gebruiken bij hem den <i>lunch</i>, in gezelschap van den luitenant Stevenson en den chirurgijn-majoor Barrington. Het gesprek loopt natuurlijk over de provincie
+en haar tegenwoordigen toestand. Malakka, dat vroeger een zeer belangrijke haven was, heeft thans niet veel meer te beteekenen:
+de groothandel heeft zich verplaatst naar Singapore en naar Penang. De inlandsche stammen, sedert lang door de Maleiers van
+de kusten verdreven, trekken zich meer en meer in het binnenland terug. De gewapende invallen der Maleiers hebben sinds geruimen
+tijd opgehouden; maar in de plaats daarvan komt thans de van dag tot dag verder om zich grijpende, vreedzame verovering door
+de Chineezen, die op hun beurt de Maleiers zullen verdringen. Reeds sedert lang hebben de Chineezen zich meester gemaakt van
+den geheelen kleinhandel te Malakka en in de omliggende dorpen: zij oefenen allerlei beroepen en bedrijven uit; zij ontginnen
+de bosschen en leggen er groote maniocplantages aan; het gouvernement verleent hun voor een tijdvak van tien jaren concessie
+voor de ontginning, want de maniockultuur put den grond spoedig uit, die dan een kwart eeuw braak moet blijven liggen. De
+Chinees is van nature een veroveraar, altijd langs vreedzamen weg, en loert steeds op de gelegenheid om ook de aangrenzende
+terreinen in te palmen; de koloniale regeering heeft dikwijls genoeg de handen vol met het toezicht over deze nijvere, energieke
+kolonisten, wier geweten hun in den regel weinig last baart.
+
+</p>
+<p id="d0e137"></p>
+<div id="d0e138" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-004.jpg" alt="Prauw van het eiland Soeloe."></p>
+<p class="figureHead">Prauw van het eiland Soeloe.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e142">Des avonds vertrokken wij met den heer Rolland naar zijne plantage. De rijweg is zeer goed onderhouden. Tegen twee uren na
+middernacht komen wij te Durian Touggal, een politiepost, waar eenige mata-mata in bezetting liggen; ten zes uren zijn wij
+te Kessang, insgelijks een politiepost, niet ver <span class="pageno"><a id="d0e144"></a>Bladzijde 6</span>van de woning van den heer Rolland. Het dorp Kessang zelf is niet veel meer dan een gehucht, met eene weinig talrijke bevolking;
+maar in de uitgestrekte, tot het dorp behoorende rijstvelden, die door een gordel van hooge boschrijke bergen worden begrensd,
+liggen eene menigte maleische hutten naar alle kanten verspreid.
+
+</p>
+<p id="d0e146"></p>
+<div id="d0e147" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-005.jpg" alt="N&eacute;gritos."></p>
+<p class="figureHead">N&eacute;gritos.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e151">Reeds den volgenden dag kom ik, door de tusschenkomst van den heer Rolland, in aanraking met een jongen Manthra, die door
+honger gedreven de bosschen verlaten had en die vrij goed maleisch spreekt. Wij nemen hem aanstonds in onze dienst: hij zal
+ons tevens als gids en tolk dienen en bleek volkomen aan onze verwachtingen te beantwoorden.
+
+</p>
+<p id="d0e153">Pang Lima, zoo heette hij, nam op zich om ons naar zijne stamgenooten aan den berg Bukit Kumunin, ongeveer twintig mijlen
+ten noorden van Kessang, te voeren. Wij gaan met hem op weg en komen weldra in een dicht bosch, waar wij vier uren lang de
+sporen volgen van het wild gedierte; telkens wordt onze marsch gestuit door geweldige boomstammen, die van ouderdom ter aarde
+zijn gestort. Het is een prachtig, echt tropisch woud: reusachtige boomen stijgen overal als zuilen omhoog en vermengen hun
+zwaar gebladerte, zoodat slechts een getemperd licht door het dichte loofgewelf kan heendringen.
+
+</p>
+<p id="d0e155">Wij bereiken den zoom van een breed en diep ravijn; aan de overzijde verheft zich een heuvel, een uitlooper van den Bukit
+Kumunin, die met een even dicht bosch is bedekt als dat hetwelk wij zooeven zijn doorgetrokken. Aan den voet van den heuvel
+bespeuren wij een kleinen schralen akker en eene hut, die zich schier verliezen tusschen de reusachtige boomen, wier schaduw
+de geheele plek overdekt.
+
+</p>
+<p id="d0e157">Pang Lima gaat alleen vooruit, voorzien van glaskoralen en tabak en met last om de Manthras op onze komst voor te bereiden;
+want de onverwachte verschijning van zoo buitengewone wezens als blanken, zou den stam op de vlucht drijven en alle nadere
+aanraking onmogelijk maken. Gelukkig behoeft onze gezant niet lang te onderhandelen: weldra geeft hij ons een teeken, dat
+wij naderbij kunnen komen.
+
+</p>
+<p id="d0e159">De Manthras schijnen eerst als aan den grond genageld; eenige vriendelijke woorden, door Pang Lima hun overgebracht, stemmen
+hen aldra tot meer toenadering; en terwijl de vrouwen hout hakken en vuur aanleggen voor ons ontbijt, kunnen wij op ons gemak
+de kleine groep gadeslaan. Dertien personen, negen volwassenen en vier kinderen, ziedaar de gansche stam, hier in de wouden
+verloren, en die maanden lang in deze eenzaamheid doorbrengt, zonder andere inlanders te zien. Deze arme lieden, bijna geheel
+naakt, onuitsprekelijk vuil, uitgehongerd, ten prooi van afzichtelijke ziekten, leverden een beklagenswaardigen aanblik op.
+De hut ziet er al even ellendig uit als hare bewoners. Binnen eene door houten blokken afgeperkte, kleine vierkante ruimte,
+liggen midden in de asch eenige andere blokken half te smeulen; men zorgt er voor, dat dit vuur niet uitgaat, want dan kost
+het moeite het weer te ontsteken. Men maakt namelijk vuur, door twee stukken bamboe tegen elkander te wrijven. In een hoek
+staan eenige ruwe potten en enkele manden, waarvan een de noodige ingredi&euml;nten bevat om sirih te maken; tot onze verwondering
+zien wij ook een muskietenscherm, dat zeker van een of anderen Chinees is gekocht. De muskieten zijn een onuitstaanbare plaag
+in de wouden van Malakka; en ik kan mij zeer goed den eerbied verklaren, waarmede de arme Manthras deze vuile versleten gordijnen,
+die op honderd plaatsen met allerlei stukken gelapt zijn, beschouwen.
+
+</p>
+<p id="d0e161">Men begrijpt lichtelijk wat onder zulke omstandigheden en bij zulke lieden de landbouw te beteekenen heeft. Landbouwwerktuigen
+bezitten zij niet; om het armzalige veldje rondom hunne hut te verkrijgen, hebben de Manthras eenige boomen omgehakt en, nog
+eer zij geheel droog waren, in brand gestoken; de bladeren, de twijgen en de lianen werden dus alleen door het vuur verteerd;
+toen heeft men, met behulp van scherp gepunte stokken, gaten gemaakt in den met de half vermolmde boomen bedekten grond; vervolgens
+wat rijst en wat manioc geplant; en daarna met kalme onderwerping afgewacht wat de uitkomst zou zijn van al die inspanning.
+
+
+</p>
+<p id="d0e163">De Manthras leggen zich ook op de jacht toe en geven daarbij bewijzen van groote behendigheid, maar hunne wapenen zijn zeer
+gebrekkig. Zij hebben geen andere wapenen dan de <i>parang</i>, eene soort van korten sabel, die tevens als mes en als bijl dienst doet en onder verschillende namen in geheel den Indischen
+archipel gevonden wordt; en de <i>sampitan</i> of blaaspijp, waarmede zij vergiftige pijlen werpen. De apen en de vogels blijven echter meestal buiten hun bereik. De pijlen
+en de blaaspijpen maken zij zelven, maar de parangs ruilen zij tegen andere voorwerpen in. Het ontbreekt den Manthras niet
+aan verstand; maar grenzenlooze traagheid en zorgeloosheid maken iederen vooruitgang onmogelijk. Pater Pouget, die hen sedert
+lang kent en met ongeloofelijke moeite eenigen hunner op den zendingspost van Ayer Salak, nabij Malakka, weet te houden, gaf
+mij van deze ongelukkige wilden eene volkomen juiste beschrijving. Hunne taal is, volgens hem, niet anders dan een maleisch
+dialekt, met eenige siameesche woorden vermengd. De volgende dagen bezochten wij nog enkele andere stammen, niet wezenlijk
+van de Manthras verschillende en een even ellendig leven leidende. Zij zijn allen zachtaardig en zorgeloos; verregaande traagheid
+is bij allen de heerschende eigenschap. Zonder eenigen twijfel zouden al deze wilden voor zichzelven en voor hunne gezinnen
+het noodige onderhoud kunnen verdienen, indien zij op de chineesche plantages wilden werken, waar zij bovendien tegen aanvallen
+van wilde dieren en van de Maleiers beveiligd zouden zijn; maar de arbeid, en bovenal de vaste regelmatige arbeid is voor
+hen eene straf, die hun alleen door geweld kan worden opgelegd. Veel liever blijven zij in hunne hutten op den grond liggen,
+rookende en betel kauwende; slechts de prikkel van den honger kan hen uit die dommelige verdooving wekken. Toch weten zij
+zeer <span class="pageno"><a id="d0e171"></a>Bladzijde 7</span>goed, aan welke gevaren deze levenswijze hen blootstelt. Dikwijls genoeg worden deze ongelukkigen door de Maleiers overvallen,
+die hunne vrouwen en kinderen wegvoeren, en hen zelven tot slaven maken. Deze aanslagen worden wel gestreng gestraft, wanneer
+zij ter kennis van de regeering komen; maar hoe zou de regeering te Malakka kennis kunnen dragen van alles wat in de binnenlanden,
+in het hart der bosschen, voorvalt? Ook al gelukt het den gevangene te ontsnappen, dan weet hij toch niet tot wien zich te
+wenden om recht te verkrijgen.
+
+</p>
+<p id="d0e173">Den 10<sup>den</sup> Juli nemen wij afscheid van den heer Rolland en keeren naar Malakka terug, langs denzelfden weg dien wij gekomen zijn, maar
+dien wij toen niet hebben kunnen zien, omdat wij 's nachts reisden. Deze weg, die om de geheele provincie loopt, nu eens door
+de bosschen, dan weer door plantages, wordt zeer goed onderhouden en door posten van mata-mata bewaakt. Wij komen door verschillende
+maleische dorpen, die allen op elkander gelijken: in het midden een paar winkels van chineesche kooplieden, een politiewachthuis,
+en verder, te midden van struikgewas, bloeiende heesters en kokospalmen, omringd door buffels en die sierlijke bultige inlandsche
+runderen, de verspreide hutten, waarin het overdag altijd stil is, maar waaruit u des avonds vaak melodisch gezang tegen klinkt.
+Door den prikkel van godsdienstigen waanzin opgezweept, en in de woede van het gevecht, is de Maleier vaak ontembaar woest
+en onverschrokken, maar in het gewone leven is hij zachtaardig en boven alles op zijn gemak gesteld. Onder zijne veranda gezeten,
+rookt hij zijn sigaar en wiegt zijne kinderen, uren achtereen, terwijl de vrouw hout hakt, water put en alle huishoudelijke
+werkzaamheden verricht. De kinderen zijn even kalm en zwijgend als hun vader: zeer zelden zal men hen zoo luidruchtig en vroolijk
+zien als de kinderen bij ons in Europa.
+
+</p>
+<p id="d0e178">In den omtrek van Malakka verandert het landschap van karakter: het woud verdwijnt en de hutten van bamboe worden vervangen
+door sierlijke, smaakvolle villa's, voor het meerendeel toebehoorende aan chineesche kooplieden, die hun fortuin gemaakt hebben
+en zich nu hier komen vestigen, ver van de drukte en het gewoel van Singapore en Penang. Hunne fraaie equipages maken eene
+schitterende vertooning naast de armzalige inlandsche rijtuigjes van de aanzienlijke Maleiers, altijd opgevuld met vrouwen
+van allerlei leeftijd, die zich bij onze nadering, voor den vorm, het gelaat bedekken met haar mousselinen sluier.
+
+</p>
+<p id="d0e180">De steeds dienstvaardige pater Pouget brengt ons naar de missie van Ayer Salak, waar wij ons vrij lang in het latijn onderhouden
+met jonge Manthras, die hunne opvoeding ontvangen hadden in het kleine seminarie te Penang. Met den beminnelijken geestelijke
+gaan wij ook een bezoek brengen aan het gesticht der zusters van het heilige kind Jezus, meer bekend onder den naam van Dames
+van Saint-Maur: welk gesticht een succursaal is van dat te Singapore. In deze kostschool, waaraan tevens een weeshuis voor
+meisjes verbonden is, vindt men vertegenwoordigers van alle rassen, die het land bewonen. Een fransche zuster, bijgestaan
+door eene engelsche, is sedert twintig jaren belast met het bestuur dezer inrichting: het zou inderdaad niet gemakkelijk zijn,
+een voorbeeld te vinden van edeler toewijding, van grooter ijver en van een beter besteed leven. Alle kinderen zijn even vroolijk
+en opgewekt: zij zien er zeer netjes uit en leven onderling in de beste verstandhouding, ondanks het verschil van ras; zij
+zongen voor ons eenige fransche liederen, die zeer goed klonken. De superieure, die zeer zeker tot oordeelen bevoegd is, verzekert
+ons dat de kleine Manthras door gehoorzaamheid en gewilligheid ver uitmunten boven hare andere leerlingen. Maar de meisjes,
+die in het weeshuis opgevoed worden, keeren nooit naar haar stam terug: doorgaans trouwen zij een Chinees, die haar een behoorlijk
+bestaan kan verzekeren.
+
+</p>
+<p id="d0e182">Den 13<sup>den</sup> Juli gaan wij aan boord van de <i>Japan</i>, waar wij een maleischen rajah en zijne echtgenoote aantreffen. Ook deze boot behoort aan eene chineesche maatschappij. Den
+volgenden dag werpen wij het anker uit op de reede van Singapore. De heer Brasier de Thuy, directeur der <i>Messageries maritimes</i>, verschijnt aan boord en neemt ons mede naar zijne gastvrije en smaakvolle woning, waar wij een alleraangenaamsten dag doorbrengen.
+
+
+</p>
+<p id="d0e193">Den 15<sup>den</sup> Juli begeven wij ons aan boord van de <i>Panay</i>, die geregeld tusschen Singapore en Manilla vaart.
+
+
+</p><a id="d0e201"></a><h1>Het eiland Lu&ccedil;on.</h1>
+<p id="d0e204">Den 21<sup>sten</sup> Juli voeren wij de baai van Manilla binnen, die ten westen wordt bestreken door de hoogten van de sierra de Marivel&egrave;s. Twee
+uren later bespeurden wij, te midden van het weelderige groen, de roode daken van de hoofdstad der Philippijnen, schilderachtig
+rustende aan den voet van blauwachtige bergen.
+
+</p>
+<p id="d0e209">Nauwelijks heeft de <i>Panay</i> het anker laten vallen, of onze landgenoot, de heer Louis G&eacute;nu, agent te Manilla van het huis Guichard en Zoon te Parijs,
+van onze aankomst verwittigd, verschijnt op het dek en neemt ons mede. Gedurende onze tweejarige reis zullen wij dikwijls
+genoeg met den heer G&eacute;nu in aanraking komen, en steeds zullen wij in zijn huis hetzelfde vriendelijke en hartelijke onthaal
+vinden, terwijl zijne grondige bekendheid met menschen en toestanden in het vreemde land ons van onschatbaar nut zal zijn.
+Toen ik eindelijk ziek bij hem terugkwam, vond ik daar eene zoo zorgvuldige verpleging, dat ik ongetwijfeld mijne gezondheid
+zou hebben terug gekregen, indien niet de door het tropische klimaat veroorzaakte krankheden, zoodra zij zekeren graad van
+ontwikkeling bereikt hebben, den terugkeer naar Europa volstrekt noodzakelijk maakten.
+
+</p>
+<p id="d0e214">De stad Manilla gaat tegenwoordig snel vooruit; vroeger beperkt binnen de wallen der oude vesting aan den linkeroever der
+rivier, is de eigenlijke stad thans omringd door een gordel van zeer aanzienlijke <span class="pageno"><a id="d0e216"></a>Bladzijde 8</span>voorsteden, waarvan sommigen zich tot de naburige dorpen uitstrekken. De bevolking der stad, de voorsteden daaronder begrepen,
+bedraagt vijf-en-zeventigduizend zielen. Over het algemeen kan men zeggen, dat de kolonie steeds in vrij bloeienden toestand
+verkeerd heeft: natuurlijk met uitzondering van enkele minder gelukkige tijdvakken, die trouwens in de geschiedenis van geen
+enkel land worden gemist. Deze voorspoed is ongetwijfeld te danken aan de wijze van bestuur, die reeds aanstonds door de koloniale
+regeering werd ingevoerd en waarbij rekening werd gehouden met den volksaard en de eigenaardigheden der inboorlingen.
+
+</p>
+<p id="d0e218"></p>
+<div id="d0e219" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-008.jpg" alt="Een maleische rajah en zijne gemalin."></p>
+<p class="figureHead">Een maleische rajah en zijne gemalin.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e223">De eer van de ontdekking der eilandengroep komt aan den onsterfelijken Magelhaens toe; maar de groote zeevaarder had nauwelijks
+den tijd om zijne ontdekking te overzien. Den 31<sup>sten</sup> Maart 1521 stapte hij aan wal in het noordoosten van Mindanao, nabij de uitmonding van de rivier Agusan; en reeds den 26<sup>sten</sup> April daaraanvolgende werd hij door de inwoners van het kleine eiland Mactan vermoord. Zijn onderbevelhebber keerde weldra
+naar Europa terug met het schip <i>Victoria</i>, het eerste dat de reis om de wereld heeft volbracht.
+
+</p>
+<p id="d0e234">In 1542 werd eene nieuwe expeditie uitgerust onder bevel van Villalobos; door tegenwind opgehouden, bracht men het niet verder
+dan tot in het gezicht van dezen archipel, waaraan de spaansche admiraal den naam van de Philippijnen gaf, ter eere van den
+kroonprins, den zoon van Karel&nbsp;V, die later als Philips&nbsp;II over de uitgestrekte spaansche monarchie regeeren zou. Onder zijne
+regeering nam Spanje voor goed van deze eilanden bezit. In 1564 landde Miguel Lopez de Legaspi op het eiland <span class="pageno"><a id="d0e236"></a>Bladzijde 9</span>Pojol, tusschen de eilanden Leyte en Cebu, op welk laatste hij zich vestigde; in 1571 stichtte hij Manilla op het eiland Lu&ccedil;on,
+het voornaamste van den geheelen archipel; in de volgende jaren breidde de spaansche heerschappij zich langzamerhand uit over
+Lu&ccedil;on en de groep der Bisayas-eilanden.
+
+</p>
+<p id="d0e240">De bevolking van de Philippijnsche eilanden verschilde toen niet wezenlijk van de tegenwoordige. De inboorlingen van maleisch
+ras, de Tagalen, Bisayas enz., toen nog afgodendienaars, hadden het grootste gedeelte van het land in bezit. De Negritos waren
+reeds naar de bergen van het binnenland terug gedrongen; de mohammedaansche Maleiers, sedert onder den naam van Moros bekend,
+waren op Soeloe, op Palawan en eenige andere punten van den archipel gevestigd; zij hadden zelfs te Manilla een eigen rijk
+gesticht, Tondo genaamd, dat al spoedig voor de spaansche wapenen bezweek.
+
+</p>
+<p id="d0e242">De onderwerping der Philippijnen vorderde niet veel tijd; ook duurde het niet lang of de inboorlingen waren, door den ijver
+der spaansche zendelingen, tot het Christendom bekeerd. De organisatie der nieuwe kolonie was nu spoedig voltooid: de Spanjaarden
+schaften alleen de slavernij af, maar waren voor het overige verstandig genoeg om de bestaande hi&euml;rarchie in hare hoofdtrekken
+in stand te houden en de aloude maatschappelijke inrichtingen te eerbiedigen. Het denkbeeld, dat oostersche maatschappijen
+op dezelfde wijze en naar dezelfde regelen moeten worden ingericht en geregeerd als onze westersche, was toen nog in niemands
+hoofd opgekomen.
+
+</p>
+<p id="d0e244"></p>
+<div id="d0e245" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-009.jpg" alt="Hut der Bicols op Lu&ccedil;on."></p>
+<p class="figureHead">Hut der Bicols op Lu&ccedil;on.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e249">In de plaats van de sultans en andere souvereine vorsten trad de koning van Spanje op, vertegenwoordigd door den gouverneur-generaal,
+die zijne residentie te Manilla had. De <i>datos</i>, meer of minder onafhankelijke hoofden en landheeren, werden <i>capitanes, gobernadorcillos</i> of <i>tenientes</i>, en werden gehandhaafd in hun rang als hoofden der dorpen en vlekken, die naar gelang van hunne beteekenis den naam ontvingen
+van <i>pueblos</i> of <i>visitas</i>, of wel den ouden naam van <i>barangay</i> behielden. Een zeker aantal dorpen of gehuchten vormden te zamen een pueblo: eene administratieve indeeling, overeenkomende
+met ons kanton, onze gemeente en onze parochie, want eene zelfde parochie omvat dikwijls verschillende dorpen. Aan het hoofd
+der parochie staat de pastoor (<i>padre cura</i>), wien de zorg voor de godsdienstige belangen zijner parochianen is opgedragen, en die metterdaad eene zeer groote macht
+uitoefent. De gobernadorcillos, bijgestaan door de tenientes en door de notabelen of <i>cabezas</i>, nemen ongeveer dezelfde functi&euml;n waar als bij ons de maires, de vrederechters en de ontvangers; zij zijn verantwoordelijk
+voor de inning der belasting, die <span class="pageno"><a id="d0e275"></a>Bladzijde 10</span>bij wijze van hoofdgeld geheven wordt en den naam draagt van <i>tributo</i>.
+
+</p>
+<p id="d0e280">Ziedaar in hoofdtrekken het stelsel van bestuur, dat reeds in de eerste tijden na de verovering op de Philippijnen werd ingevoerd
+en dat tot op den huidigen dag is gehandhaafd, tot groot voordeel zoowel van de bevolking als van de spaansche regeering,
+wier gezag nooit ernstig werd bedreigd. De massa der bevolking was al spoedig gewonnen voor een gouvernement, dat de slavernij
+afschafte en in de plaats van de willekeurige afpersingen en knevelarijen der datos eene vaste belasting hief en bepaalde
+heerendiensten voorschreef. En de hoofden zelven, van hun door niets beperkt gezag beroofd en door hunne hoorigen in den steek
+gelaten, mochten zich nog gelukkig rekenen, althans een deel van hunne macht en de aan hun rang verschuldigde eer te behouden,
+hoewel hunne nieuwe functi&euml;n niet erfelijk waren, maar zij telkens door het gouvernement werden benoemd. Uit den aard der
+zaak echter bleven deze betrekkingen gedurende zeer langen tijd, in zekeren zin, een familiegoed van de geslachten der vroegere
+hoofden; men vindt nog tegenwoordig te Manilla afstammelingen van de oude souvereinen des lands; deze famili&euml;n genieten de
+algemeene achting en worden ook door de regeering, die weet niets van haar te vreezen te hebben, met onderscheiding behandeld.
+
+
+</p>
+<p id="d0e282">De lezer zal te beter dit stelsel van koloniaal bestuur kunnen waardeeren, wanneer wij later de binnenlanden zullen bezoeken
+van het groote eiland Mindanao, dat voor een deel nog onafhankelijk is, maar waar het spaansch gezag zich voortdurend uitbreidt.
+Het stellen van vaste regelen in de plaats van de willekeur der hoofden, en het opdragen van de handhaving der wetten en reglementen
+aan de aanzienlijken zelven, die daarvoor aan het gouvernement verantwoordelijk zijn, was een verstandige maatregel, die op
+de Philippijnen steeds proefhoudend is gebleken. Op die wijze worden de belangen van het volk behartigd en wordt tevens de
+aristokratie niet in haar rechten en in haar gevoel van waardigheid gekrenkt; bovendien wordt ook het centrale gouvernement
+niet gemengd in alle bijzonderheden van plaatselijk bestuur en huishouding, en is het ontheven van de altijd onaangename taak
+om voor de inning der belasting te zorgen.
+
+</p>
+<p id="d0e284">Het ligt niet in mijn plan om ditmaal over de stad Manilla en hare omstreken te spreken; wellicht bestaat daartoe later gelegenheid.
+Evenmin kan ik hier uitweiden over de hartelijke en gastvrije ontvangst door hunne excellenci&euml;n, den betreurden kapitein-generaal
+don Domingo Mariones y Morillo, en den schout-bij-nacht don Rafael Rodriguez de Arias y Villavicencio; en over de vriendelijkheid
+en voorkomendheid van alle Spanjaarden, geestelijken, ambtenaren, partikulieren, met wie wij in aanraking kwamen.
+
+</p>
+<p id="d0e286">Den 31<sup>sten</sup> Juli vertrokken wij naar Balanga, de hoofdstad van de provincie Bataan, aan de westkust van de baai van Manilla gelegen.
+Uithoofde van de banken en ondiepten, kunnen de booten niet te Balanga zelf aanleggen, maar moeten op vrij grooten afstand
+van de kust het anker uitwerpen. De heer G&eacute;nu heeft echter een brief geschreven aan een zijner vrienden te Balanga, don Cypriano
+del Rosario, <i>escribano</i>, zooveel als griffier en notaris, die eene sloep zal afzenden om ons af te halen.
+
+</p>
+<p id="d0e294">Des morgens ten acht uren vertrekken wij van Manilla. Onze stoomboot, die tweemaal per week langs de noord- en de noordwestkust
+van de baai vaart, is zeer klein, en er gaat eene sterke branding. Wij zijn bijna de eenige passagiers van de eerste klasse;
+de boot is verder opgevuld met chineesche kooplui en met Tagalen, vergezeld van hunne onafscheidelijke pupillen, de voor de
+openbare gevechten afgerichte hanen. Menschen en beesten hebben allen te lijden van de zeeziekte, waardoor wij althans verschoond
+blijven van het oorverdoovend gekraai, dat de hanen laten hooren, zoodra zij een mededinger in het oog krijgen.
+
+</p>
+<p id="d0e296">Wij houden stil tegenover de rio de Orani, op ongeveer vier mijlen van de kust. De banca, prauw, van don Cypriano is ter plaatse
+tegenwoordig; wij herkennen haar dadelijk, te midden der andere vaartuigen, aan de vele driekleurige vlaggen, waarmede haar
+eigenaar haar te onzer eere versierd heeft. De overscheping gaat niet gemakkelijk, want de branding is nog sterker geworden,
+en wij verstaan geen woord van hetgeen de schipper ons aan het verstand wil brengen. Eindelijk zijn wij dan toch in de prauw
+en zetten koers naar het strand. Onze twaalf roeiers, wien het zweet langs het lichaam druppelt, hebben eene zware taak; de
+lange prauw, door de golven omhoog getild, zweeft telkens ter helfte in de ledige ruimte, en schijnt op het punt van te breken;
+dan wipt zij voorover en dompelt zich eensklaps in de holte der golf, waarbij een wolk van schuim de roeiers overspat, die
+daarop met gillende kreten antwoorden. Onder den wal gekomen, roeien wij midden door den doolhof der <i>corrals</i>, paalwerken, van de visscherijen; en bereiken eindelijk, na herhaaldelijk te hebben vastgezeten, de rio de Balanga, die ter
+wederzijde is omzoomd door hutten, van gelijke gedaante als die der Maleiers te Malakka, maar veel zindelijker. Don Cypriano
+wacht ons met zijn rijtuig, en brengt ons door het vroolijke, volkrijke vlek. In de woning van onzen gastheer worden wij door
+zijne echtgenoote ontvangen met de gebruikelijke begroeting: <i>Han tomado Ustedes posesion de su casa</i>. Uwe Edelheid heeft bezit genomen van haar huis. Die woorden zijn intusschen meer dan eene ijdele formule; zij zijn oprecht
+gemeend, en de spaansche ridderlijkheid en gastvrijheid verloochent zich ook op de Philippijnen geen oogenblik.
+
+</p>
+<p id="d0e304">Ons bezoek aan de provincie Balanga had, gelijk trouwens onze missie in het algemeen, voornamelijk een ethnografisch doel.
+De reiziger, die op zijne zwerftochten door den grooten Indischen archipel, van Lu&ccedil;on naar Java en van Sumatra naar de Molukken,
+niet anders ziet dan de kusten en de riviermonden, vervalt lichtelijk in de dwaling, dat al deze eilanden door hetzelfde menschenras
+worden bewoond, en dat men overal enkel Maleiers, meer of minder gewijzigd, ontmoet. Deze Maleiers behooren echter slechts
+tot het krijgshaftige, veroverende <span class="pageno"><a id="d0e306"></a>Bladzijde 11</span>ras, dat zich eerst later op die eilanden gevestigd heeft; door vermenging met andere rassen is hun oorspronkelijke type in
+meerdere of mindere mate dikwijls gewijzigd, maar de hoofdtrekken bleven behouden, en daaraan kan men nog overal de Maleiers
+herkennen. In de berg- en boschachtige streken der binnenlanden wonen echter andere rassen, die onderling verschillen en reeds
+lang voor de komst der maleische veroveraars in het land gevestigd waren. Reeds te Malakka maakten wij op dit verschijnsel
+opmerkzaam, dat wij overal zullen aantreffen. De Tagalen of Tagalocs vormen de massa der bevolking van Manilla; wij zullen
+hen ook ontmoeten in de provincie Bataan of Balanga, en zouden hen ook in andere provinci&euml;n kunnen vinden. Even als andere
+verwante stammen, de Bicols, de Bisayas enz., onderscheiden zij zich alleen van de zuidelijke Maleiers door de sterkere vermenging
+met geel of zwart bloed. Sedert de vestiging der Spanjaarden zijn zij Katholieken en hebben geheel de vormen der europeesche
+beschaving overgenomen; zij bezitten grooten aanleg niet alleen voor werktuigkunde, maar vooral ook voor teekenen en muziek.
+Onder leiding van een opmerkzamen, energieken chef, zijn zij, als werklieden of landbouwers, vlijtig en werkzaam; als soldaten
+of matrozen, dapper en geduldig. Maar aan zich zelven overgelaten, is de verzoeking tot traagheid, die hun in het bloed zit,
+hun te machtig; onder meer dan een opzicht, doen zij u denken aan de voormalige lazzaroni te Napels, wier geslacht nu ook
+uitgestorven is. Toen de Spanjaarden in den archipel verschenen, was niet lang te voren de Islam daar ingevoerd; zonder de
+tusschenkomst der Europeanen zou hij ongetwijfeld binnen korten tijd deze vadsige, vreedzame, lijdelijke bevolking hebben
+onderworpen, en zouden de Philippijnen thans in de macht zijn van de mohammedaansche Maleiers van Soeloe en Mindanao.
+
+</p>
+<p id="d0e308">In de bergen die de baai van Manilla omzoomen, van San-Mateo tot de sierra de Marivel&egrave;s, en op nog een aantal andere plaatsen
+en eilanden, vindt men een menschenras, ten eenemale verschillend van de Tagalen, de Bisayas en van alle stammen, die tot
+het groote gele ras behooren. Dat zijn de Negritos, die uit een anthropologisch oogpunt ten zeerste de aandacht verdienen,
+omdat zij buiten kijf de oorspronkelijke bewoners dezer eilanden zijn. Zij leven in bijna volkomen onafhankelijkheid, als
+wilden, meer of minder gemakkelijk te naderen, naar gelang van de wijze waarop de omwonende bevolking hen behandelt. Verschillende
+overwegingen brachten ons tot het besluit dat de Negritos van de sierra de Marivel&egrave;s, in de provincie Bataan, het gemakkelijkst
+te naderen en te bestudeeren zouden zijn: ziedaar de reden, waarom wij naar Balanga zijn gegaan.
+
+</p>
+<p id="d0e310">De uitkomst overtrof onze verwachtingen. Die ongelukkige Negritos, de eerste bezitters van den grond, zijn door de Tagalen
+van de oevers der zee en der rivieren en uit de vlakten verdreven; daarmede nog niet voldaan, hebben de veroveraars ook den
+goeden naam van hun slachtoffers in discrediet gebracht: volgens hen zijn de Negritos dieven, moordenaars en brandstichters.
+De feiten, waarop men zich tot staving van deze beschuldigingen beroept, zijn doorgaans niet te loochenen; maar de Tagalen
+vertellen er niet bij, dat de aanvallen en geweldenarijen der Negritos meestal niet anders zijn dan daden van weerwraak.
+
+</p>
+<p id="d0e312">Onder het verlicht en rechtvaardig bestuur van den tegenwoordigen <i>alcade</i> (gouverneur) van de provincie Bataan, leven de Negritos in goede verstandhouding met de Tagalocs, en geven geene aanleiding
+tot eenige klacht. Het zal ons geene moeite behoeven te kosten, hen te Balanga zelf te bestudeeren, waar zij gewillig komen,
+en ook in hunne bergen, die wij zonder eenig gevaar kunnen bezoeken.
+
+</p>
+<p id="d0e317">Inmiddels kleeden wij ons in den afschuwelijken zwarten rok, met witte das en wat verder tot het ideaal-smakelooze moderne
+galakostuum behoort, om, vergezeld van don Cypriano, onze opwachting te gaan maken bij den gouverneur. Het is echter nog te
+vroeg, en wij hebben al den tijd om eerst een wandelrit te maken. Wij volgen den weg van Abucay, die midden door de vlakte
+tusschen de zee en de eerste uitloopers van de sierra de Marivel&egrave;s loopt. Deze geheele vlakte is bedekt met rijstvelden, afgewisseld
+door moerassen, waaruit de buffels hunne zware donkere koppen opsteken tusschen de groene lotusstengels en het dichte riet;
+talrijke groepen van arbeiders komen, in hun wit of kleurig gewaad, schilderachtig uit tegen den bruinen grond; op den achtergrond
+verrijst de berg van Abucay, tot den top met zwaar geboomte begroeid. De hemel is bewolkt en een zacht getemperd licht beschijnt
+het geheele fraaie, kalme landschap.
+
+</p>
+<p id="d0e319">Het is reeds laat in den namiddag; wij zetten onze kleine paarden in draf en keeren naar Balanga terug. De alcade, don Estanislao
+Chaves, ontvangt ons met de grootste hartelijkheid, evenals de heer Perez,<i>promotor fiscal</i>, zooveel als procureur-generaal, die zich juist in de <i>Casa Real</i>, het gouvernementshuis, bevindt. De heer Chaves noodigt ons allen te dineeren, en wij brengen een prettigen avond door, pratende
+over de Philippijnen, die al deze heeren door en door kennen.
+
+</p>
+<p id="d0e327">Reeds den volgenden morgen, dank zij de bemoeiingen van den gouverneur en van don Cypriano, meldt zich een gezelschap Negritos
+bij ons aan. Deze wilden stellen een onbepaald vertrouwen in den heer Chaves, die hen, langs bedaarden, verstandigen weg en
+zonder dwang, heeft weten te bewegen om het spaansche gezag te erkennen, zonder van hen de belasting te vorderen, die zij
+niet in staat zijn op te brengen.
+
+</p>
+<p id="d0e329">De Negritos, die ons komen bezoeken, zijn naakt, met uitzondering van hun opperhoofd, die wel geen pantalon, maar daarentegen
+een rok naar de mode van het jaar '30 draagt, benevens een zwarten hoed, waarvan de zijde naar den verkeerden kant is geborsteld.
+Hoewel zij in het minst geene vrees koesteren, hebben deze arme drommels toch in hun voorkomen en houding iets van de honden
+van akrobaten, die geduldig het oogenblik afwachten, waarop een zweepslag hun het teeken <span class="pageno"><a id="d0e331"></a>Bladzijde 12</span>geeft om door een hoepel te springen. Wij bieden hun verschillende geschenken aan; terwijl mevrouw del Rosario hun een stevigen
+maaltijd laat voorzetten en vriendelijk met hen praat. Weldra is nu het ijs gebroken; het opperhoofd zegt dat wij, zoowel
+hier als in de bergen, met hem en zijn stam kunnen doen wat wij verkiezen: van de vrienden van den alcade en den escribano
+heeft hij geen kwaad te vreezen.
+
+</p>
+<p id="d0e333">De Negritos zijn zwart-bruin van kleur en hebben daardoor, zoowel als door hun wollig kroes-haar, veel overeenkomst met de
+negers van Afrika en ook met de bewoners van Nieuw-Guinea, waarvan zij toch ook weder in belangrijke punten verschillen. De
+vorm van hun schedel is breed; hunne gestalte is buitengewoon klein: volgens onze waarnemingen, is de gemiddelde grootte bij
+de mannen 1.48 M. en bij de vrouwen 1.46 M. Hun smalle borst, hun magere beenen zonder kuiten en hun naar binnen gebogen voeten
+geven hun een voorkomen van zwakte en onbeholpenheid; zij zien er echter in het minst niet terugstootend uit en zijn niet
+veel onzindelijker dan de inboorlingen op het schiereiland Malakka. Dat zijn de voornaamste kenmerken van deze vroegere bezitters
+van den grond, die weleer al de Philippijnen bevolkten en wier gebied zich vermoedelijk nog veel verder uitstrekte, daar de
+heeren de Quatrefages en Hamy de eigenaardige kenmerken van hun ras hebben terug gevonden bij sommige schedels in Indi&euml; en
+in Japan. Om hunne levenswijze en hunne gebruiken te leeren kennen, zullen wij hen in hunne bergen opzoeken.
+
+</p>
+<p id="d0e335"></p>
+<div id="d0e336" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-012.jpg" alt="Chineezen op Lu&ccedil;on."></p>
+<p class="figureHead">Chineezen op Lu&ccedil;on.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e340">Na een langen rit midden door de rijstvelden, komen wij aan den voet van den berg Samat, een uitlooper van de sierra de Marivel&egrave;s,
+ten westen van Balanga. Wij laten onze paarden achter in eene hacienda, die aan don Cypriano behoort, en beginnen den berg
+te beklimmen. Onze tocht wordt bemoeilijkt door de rijstvelden, die tot eene aanmerkelijke hoogte reiken en een veel minder
+overvloedigen, maar wat het gehalte aangaat veel beteren oogst opleveren dan die in de vlakte. Ieder veld is omringd door
+een corral (palissade), hetgeen noodig is om de wilde zwijnen af te weren; maar wij zijn telkens genoodzaakt over die hekken
+heen te klimmen, wat op den duur vreeselijk vermoeiend is. Na verloop van eenigen tijd bereiken wij de grens van de plantages
+der Tagalocs, en steeds klimmende, komen wij aan het gebied der Negritos. Op den top van een terp, te midden van een pas ontgonnen
+plek, waar men nog de overblijfselen der omgehouwen en half verbrande boomstammen ziet, staat de kleine, maar vrij zindelijke
+hut van het opperhoofd, in vorm en bouw geheel overeenkomende met de hutten der Tagalocs. Van deze hoogte heeft men een prachtig
+uitzicht: wij overzien de geheele baai van Manilla, omlijst door een amphitheater van blauwe bergen; voor onze voeten strekt
+zich tusschen de zee en de eerste heuvelen, de bebouwde vlakte uit, een bloeiende tuin, gevormd door de regelmatige vierkanten
+der rijstvelden, afgewisseld door sierlijke boomgroepen en doorsneden met talrijke beken. Achter ons verheffen zich hooge
+bergen, met ondoordringbare wouden bedekt. In de nabijheid, op de andere hoogten, ziet men de kleine akkers en hutten van
+de overige leden van den stam.
+
+</p>
+<p id="d0e342"></p>
+<div id="d0e343" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-013.jpg" alt="Salon van een chineesch koopman te Daraga."></p>
+<p class="figureHead">Salon van een chineesch koopman te Daraga.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e347">Het opperhoofd, die bij onze komst geheel naakt was, haast zich den mooien rok aan te trekken, waarop hij niet weinig trotsch
+is; hij en zijne vrouw beginnen nu uit alle macht te schreeuwen om hunne onderdanen bijeen te roepen; hun geschreeuw klinkt
+als een echo van hut tot hut, en weldra is de geheele stam, een twaalftal mannen en ongeveer evenveel vrouwen, rondom ons
+vergaderd.
+
+</p>
+<p id="d0e349">Terwijl deze arme lieden hun hart ophalen aan de levensmiddelen, die wij hebben medegebracht, nemen wij de woning van hun
+opperhoofd wat nader in oogenschouw. Daartoe is niet veel tijd noodig, want de hut bevat letterlijk niets dan twee bogen,
+vijf of zes pijlen en een half dozijn borden, de hemel mag weten tot welken prijs in den naburigen pueblo ingeruild. Hoe
+uiterst eenvoudig de levenswijze der Negritos ook moge zijn, toch heeft de aanraking met de Tagalocs althans eenige behoeften
+bij hen gewekt: zij begeeren tabak, wat katoen, ijzer voor de punten hunner pijlen; in ruil daarvoor geven zij rijst, harst
+en honig uit de <span class="pageno"><a id="d0e351"></a>Bladzijde 14</span>bosschen. In den regel worden zij gruwelijk beet genomen en bestolen, want zij hebben niet het flauwste begrip van het spaansche
+geld, en ook de knapste koppen onder hen raken de klus kwijt als zij verder dan vier of vijf moeten tellen.
+
+</p>
+<p id="d0e353">Na afloop van den maaltijd laten wij hun eenige flesschen <i>anisado</i> (ongesuikerde anisette) en een kistje sigaren geven, van welk een en ander zoowel de vrouwen als de mannen haar deel nemen.
+Eenige stukken katoen, enkele halskettingen en messen, zijn meer dan voldoende om de gunst der wilden te winnen, die, om hunne
+dankbaarheid te toonen, een dans uitvoeren, welke ondanks zijn min of meer krijgshaftig karakter, toch tot de plechtigheden
+behoort, waarmede het huwelijksfeest wordt opgeluisterd.
+
+</p>
+<p id="d0e358">De mannen scharen zich in een kring: ieder legt zijne linkerhand op de heup van zijn voorman en zwaait met de rechterhand
+zijn boog en pijlen. Zoo draaien zij langzaam, met afgemeten passen, in het rond, daarbij telkens den hiel van den linker
+voet met kracht nederzettende. In het midden van den kring staan drie vrouwen, die zoo luid mogelijk een lied zingen, waarvan
+de melodie niet veel meer is dan &eacute;&eacute;n aanhoudend gegil. Een jonge Negrito, die van tijd tot tijd op een tamboerijn slaat, dringt
+haastig in den kring door, draait om de vrouwen heen, verwijdert zich, komt weer terug en is onophoudelijk in beweging, juist
+als een dief die op een of ander voorwerp loert, maar bang is om betrapt te worden. Onze tolk zegt ons, dat die knaap den
+duivel moet verbeelden, of ten minste den Tagaloc, die in de oogen der Negritos met den booze gelijk staat; het is ons evenwel
+niet mogen gelukken nadere inlichtingen in te winnen omtrent dit zoo belangrijk personage, wiens tegenwoordigheid alleen voldoende
+is om het bewijs te leveren dat ook bij de Negritos het besef van en het geloof aan het bovennatuurlijke bestaat. Trouwens,
+hoe zou het ook anders mogelijk zijn: dit besef toch behoort tot het innigste wezen van den mensch en openbaart zich dan ook
+overal en ten allen tijde.
+
+</p>
+<p id="d0e360">De dansers worden beloond met nog een paar flesschen anisado en sigaren; vervolgens noodigen wij hen uit, met den boog te
+schieten. Wat wij vermoed hadden, bleek waarheid te zijn: de Negritos zijn zeer onhandige schutters. Dit is mede een der redenen
+van den voortdurenden achteruitgang van hun ras. Onophoudelijk vervolgd en gekweld door andere wilde stammen, die hun meerderen
+zijn, kunnen de Negritos ter nauwernood eenige bananen en andere planten kweeken, en zijn zij voor hun levensonderhoud in
+de eerste plaats afhankelijk van de jacht; maar door hunne onhandigheid en onbeholpenheid is dit een hoogst onzeker middel
+van bestaan. De Negritos van de provincie Bataan zijn in dat opzicht bevoorrecht boven velen van hun stamgenooten. Zij leven
+in vrede, zonder door iemand bemoeilijkt te worden; wij hebben dan ook alle gelegenheid om ons geheel op de hoogte te stellen
+van hunne levenswijze en gebruiken, te meer daar zij hieromtrent volstrekt niet achterhoudend zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e362">Het opperhoofd is natuurlijk tevens de hoogste rechter: hij doet uitspraak in alle geschillen en vonnist over alle misdrijven.
+Zijn er grijsaards in den stam, dan is hij verplicht, ook hun raad in te winnen. Zij kennen maar &eacute;&eacute;ne straf, de doodstraf,
+die niet alleen op moord, maar ook op diefstal en overspel en bijna alle andere misdrijven staat. Echter komen, uit den aard
+der zaak, zulke gevallen zeldzaam voor. Het gedrag van de jonge meisjes laat doorgaans niets te wenschen over: het minste
+vermoeden van het tegendeel zou haar alle kans doen verliezen om een echtgenoot te vinden. De Negrito koopt zijne vrouw niet,
+zoo als men verwachten zou dat het geval was; hij geeft slechts een klein geschenk aan zijn aanstaanden schoonvader, die in
+ruil daarvoor, bij wijze van uitzet, aan zijne dochter eenige dingen ten geschenke geeft, welke haar persoonlijk eigendom
+blijven. Het huwelijk gaat met groote feestelijkheden gepaard; de bruid en de bruidegom moeten in twee dicht bij elkaar staande,
+zeer buigzame jonge boomen klimmen; het opperhoofd buigt die boomen tot elkander, en wanneer de voorhoofden der jonge lieden
+elkander hebben aangeraakt, is het huwelijk voltrokken.
+
+</p>
+<p id="d0e364">De eigendom is behoorlijk geregeld. De akker is het eigendom van dengeen, die den grond heeft ontgonnen, en van zijne erfgenamen.
+Als bij den dood van het hoofd des gezins de moeder nog leeft, wordt de nalatenschap in twee gelijke deelen verdeeld: de eene
+helft komt aan de moeder toe, de andere aan de kinderen, die hun portie onderling deelen. De liefde der ouders voor hunne
+kinderen is zeer groot, en de kinderen betoonen hun ouders den verschuldigden eerbied. Uit de zorg, die men voor de graven
+draagt, blijkt dat de wederkeerige genegenheid niet met den dood ophoudt. Tot mijn leedwezen is het mij niet mogen gelukken,
+met juistheid te weten te komen, welke voorstellingen de Negritos zich maken omtrent het leven aan genezijde des grafs.
+
+</p>
+<p id="d0e366">De levenswijze der Tagalocs is natuurlijk veel minder eenvoudig; maar zoowel hier als in de andere provinci&euml;n werden wij getroffen
+door de goede verstandhouding, die bij hen tusschen meesters en dienstboden, tusschen patroons en werklieden bestaat. Gedurende
+ons verblijf te Balanga, hebben wij bij herhaling den avond doorgebracht bij de aanzienlijkste inwoners en bij den gobernadorcillo.
+Als men binnenkomt, is het bijna onmogelijk, de heeren van de dienstboden te onderscheiden: beiden gaan barrevoets en dragen
+dezelfde kleeding, beiden groeten op dezelfde wijze en kauwen betel. Eerst als wij gezeten zijn, verlaten de talrijke dienstboden
+de kamer; zij blijven dan doorgaans voor de steeds geopende deur staan, want het gebeurt niet zoo heel dikwijls dat zij een
+Europeaan ontmoeten, met uitzondering van priesters en ambtenaren. Hunne houding is vrijmoedig en tevens eerbiedig; blijkbaar
+scheppen ook zij groot behagen in de tonen van de piano en van de harp of guitaar, die nooit op eene tertullia, soireetje,
+bij de Tagalen mogen ontbreken. Het ameublement van deze woningen, zelfs bij de meest gegoeden, is hoogst eenvoudig. Behalve
+de muziekinstrumenten, zooals de uit Parijs of Madrid afkomstige en dus zeer dure piano's, ziet men niets dan eenige zeer
+<span class="pageno"><a id="d0e368"></a>Bladzijde 15</span>ordinaire meubelen: stoelen van rotting in allerlei vorm, eenvoudige tafels, godsdienstige platen tegen de wanden, somtijds
+ook een godsdienstig boek, in de laatste jaren te Manilla gedrukt en dat, door papier en druk, herinnert aan de boeken der
+zeventiende eeuw. Somwijlen ziet men ook, onder eene glazen stolp, eenige beeldjes, die een of ander tafreel uit de gewijde
+geschiedenis voorstellen. Deze beeldjes, die te Manilla vervaardigd worden, zijn in den regel van ivoor en zeer goed bewerkt:
+de kleederen der figuren prijken met ornamenten van massief goud.
+
+</p>
+<p id="d0e370">Over het algemeen is alles wat tot de eeredienst betrekking heeft op grootschen voet ingericht. De kerken, de torens en <i>conventos</i> (pastori&euml;n) zijn de eenige gebouwen, die geheel van steen worden opgetrokken. Als men des avonds door de stille, sluimerende
+pueblos gaat, wordt de aandacht aanstonds getrokken door eene groote helder verlichte nis in den steenen voorgevel der kerk;
+in die nis prijkt het gekleurde beeld van den heiligen schutspatroon, onder wiens hoede de geloovigen veilig rusten.
+
+</p>
+<p id="d0e375">Natuurlijk heeft hunne bekeering tot het Christendom niet alle sporen van hun vroeger bijgeloof uitgewischt. Slechts een enkel
+staaltje daarvan. Toen wij op zekeren avond langs een boschje van bamboe gingen, verhaalde onze gids ons, dat 's nachts, bij
+lichte maan, reusachtige witte ruiters, door honden gevolgd, door dit boschje rondrijden, onder luid gezang en geblaf der
+honden; de ontmoeting van deze spookgestalten is altijd noodlottig: hij die deze bovenaardsche ruiters ziet, begint te kwijnen
+en sterft na verloop van korten tijd. Hebben wij in dit sprookje eene min of meer gewijzigde lezing te herkennen van het bij
+ons in Europa zoo bekende verhaal van den Wilden Jager? Den 15<sup>den</sup> Augustus vertrokken wij van Balanga en keerden naar Manilla terug, van waar wij, een paar weken later, ons naar de provincie
+Albay begaven.
+
+</p>
+<p id="d0e380">Ook deze reis ging aanvankelijk over zee. Onze vriend, de heer G&eacute;nu, brengt ons aan boord van de <i>C&eacute;bu</i>, en stelt ons voor aan den kapitein, don Liborio de Tremoya, die zich aanstonds, met echt castiliaansche hoffelijkheid, te
+onzer beschikking stelde.
+
+</p>
+<p id="d0e385">De kust van Lu&ccedil;on volgende, kwamen wij den volgenden dag, 3 September, op de hoogte van het eiland Marinduque, dat zeer bevolkt
+en uitnemend bebouwd is, vooral in het westelijk gedeelte. Het groote eiland Mindoro, meer naar het zuidwesten gelegen, was
+vroeger de korenschuur der Philippijnen. Mindoro was ontgonnen en gekoloniseerd door paters Jezu&iuml;eten en bereikte onder hunne
+leiding en bestuur een hoogen trap van welvaart. De opheffing der Orde, in de vorige eeuw, die onder zoo menig opzicht verderfelijke
+gevolgen na zich sleepte, bracht ook aan het eiland Mindoro een doodelijken slag toe. De razzias der Moros&#8212;de mohammedaansche
+Maleiers van Palawan, Mindanao, Soeloe, Borneo en andere eilanden,&#8212;voltooiden den ondergang van het eens zoo bloeiende gewest.
+De zeer geslonken tagaalsche bevolking heeft zich bijna uitsluitend aan de kust teruggetrokken. Eenige half wilde Manguianen
+zwerven door de dichte wouden van het binnenland, waar de vergeten ru&iuml;nen sluimeren der vroeger volkrijke en welvarende pueblos.
+
+
+</p>
+<p id="d0e387">Op de hoogte van Marinduque begint de kust van Lu&ccedil;on van karakter te veranderen: de bosschen en wouden worden nu telkens afgebroken
+door uitgestrekte velden met <i>cogon</i> beplant, eene grassoort die in den geheelen archipel onafzienbare terreinen bedekt. Doorgaans woekert zij welig voort op
+verlaten akkers en plantages; zij is van weinig nut, en wordt somwijlen gebruikt als dakbedekking voor de hutten der inlanders.
+Bij gebrek van ander voedsel, geeft men de jonge plantjes ook wel aan buffels en paarden. Hoe verder wij komen, hoe woester
+en eenzamer de kust wordt: de boschrijke heuvelen worden, naar men zegt, alleen door enkele <i>remontados</i> bewoond, wier ongunstige reputatie vrij wel overeenkomt met die der bandieten van de Abruzzen. Ik begrijp niet, hoe het iemand
+kan invallen, in deze onbewoonde wildernissen het beroep van roover te gaan uitoefenen.
+
+</p>
+<p id="d0e395">In den vroegen morgen van den 5<sup>den</sup> September varen wij de golf van Albay binnen, en houden ons dicht onder den noordelijken wal, om de talrijke banken te vermijden,
+die zich langs de zuidkust, ver in zee uitstrekken. Ter wederzijde van de golf verheft zich eene keten van boschrijke bergen.
+Tegenover ons, op den achtergrond, verrijst de trotsche Mayon, de groote vulkaan van Albay, ruim zeven-en-twintig honderd
+meters hoog; de onderste helft van den regelmatig gevormden berg is geheel begroeid; de eigenlijke kegel is met asch en lava
+bedekt, waarin de geweldige tropische regenvloeden diepe sporen hebben gegraven.
+
+</p>
+<p id="d0e400">Omstreeks half zeven liet de <i>C&eacute;bu</i> het anker vallen voor het stadje Legaspi, op ongeveer twee mijlen afstands van Albay, de hoofdstad der provincie, gelegen.
+Wij vertrekken aanstonds met het rijtuig van een spaansch koopman, don Jos&eacute; Ortiz, naar Albay, en ontmoeten onderweg den beminnelijken
+gouverneur der provincie, den alcade don Juan Alvarez Guerra, aan wien wij door onze landgenooten, de heeren Gr&eacute;nu en Dudemaine,
+zijn aanbevolen. De alcade zegt aanstonds dat wij ons als zijne gasten hebben te beschouwen; en de daad bij het woord voegende,
+geeft hij ons logies in de Casa real, het gouvernementshuis.
+
+</p>
+<p id="d0e405">De heer Guerra brengt ons weldra in aanraking met de verschillende leden der europeesche, en ook met de voornaamste vertegenwoordigers
+der ook hier zeer talrijke chineesche kolonie. Te Albay vindt men een aantal chineesche handelshuizen, die zeer belangrijke
+zaken doen; en in de pueblos worden bijna alle handwerken en beroepen door Chineezen uitgeoefend, de overal meer en meer de
+inlanders verdringen en in economischen zin van zich afhankelijk maken. Deze chineesche bevolking, wier aantal van jaar tot
+jaar groeit en de Philippijnen dreigt te overstroomen, bevat zeer verschillende elementen; ongetwijfeld vindt men onder die
+scharen van landverhuizers een zeker <span class="pageno"><a id="d0e407"></a>Bladzijde 16</span>aantal schurken en bandieten, die vroeg of laat in den kerker terecht komen; maar verreweg de meesten, slim, vol overleg,
+matig, onvermoeid, maken hun fortuin. Daar komt bij dat zij elkander trouw helpen; bijna iedere Chinees, die te Manilla aankomt,
+heeft eene aanbeveling bij zich aan een of anderen landgenoot, die hem aanstonds met raad en daad bijstaat. Zij, die zoodanige
+aanbeveling missen en bijna naakt aan wal stappen, pakken letterlijk alles aan wat hun voor de hand komt. Door de zonnestralen
+geblakerd of druipende van den regen, zwoegt de Chinees van den morgen tot den avond: hij is sjouwer, straatveger, boodschaplooper,
+al wat ge wilt; hij voedt zich met wat vruchten en betel, en vast dikwijls genoeg; zijne gansche kleeding bestaat uit een
+soort van zwembroekje, waarin hij zijne beurs bergt. Die beurs bevat zijne geheele fortuin en zijne toekomst; gaandeweg vult
+zij zich; wel slinkt soms eensklaps zijn schat door verliezen bij de hanengevechten, bij het kaartspel of in de loterij, maar
+in den regel komt hij die verliezen spoedig te boven; en na verloop van korten tijd zit de vuile koelie, in een fijne tuniek
+gekleed, met blanke handen en een kunstig gevlochten staart, in een winkel of kantoor, of doet hij zaken als makelaar. Heeft
+hij het zoo ver gebracht, dan doet de Chinees twee dingen, die hem aanvankelijk veel geld kosten: hij laat zich doopen en
+kiest daarbij tot peter een Europeaan, wiens invloed hem voordeelig kan zijn; en hij trouwt, meestal met een inlandsch meisje.
+Laten zijne middelen hem dat toe, dan houdt hij er, behalve zijne wettige vrouw, nog eenige anderen op na. Van nu af wordt
+hij steeds rijker en breidt hij zijn werkkring voortdurend uit. Somwijlen door heimwee gedreven, maakt hij stilletjes al zijne
+bezittingen te gelde en vertrekt naar Canton, met achterlating van vrouw en kinderen; meestal echter sterft hij op de Philippijnen,
+een schaar van nakomelingen&#8212;<i>sangleyes</i>, mestiezen van Chineezen en inlandsche vrouwen&#8212;achterlatende, die zijne schatten erven en zijne voetstappen drukken.
+
+
+</p>
+<p id="d0e414"></p>
+<div id="d0e415" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-016.jpg" alt="Markt."></p>
+<p class="figureHead">Markt.</p>
+</div><p>
+<span class="pageno"><a id="d0e419"></a>Bladzijde 121</span>
+
+</p>
+<p id="d0e421"></p>
+<div id="d0e422" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-121.jpg" alt="Gevecht met de juramentados. (Blz. 124.)"></p>
+<p class="figureHead">Gevecht met de juramentados. (Blz. 124.)</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p><a id="d0e428"></a><h1>Het eiland Soeloe.</h1>
+<p id="d0e431">Wij maakten ons gereed, het eiland Lu&ccedil;on te verlaten; maar hadden nog de gelegenheid om v&oacute;&oacute;r ons vertrek van Albay een feest
+bij te wonen, waarvan het mij aangenaam is, mijne lezers getuigen te kunnen doen zijn. De nieuwe <i>gobernadorcillo</i>, een rijke Bicol, wilde de aanvaarding van zijn ambt inwijden met een schitterend feest, en had daartoe een zondag uitgekozen,
+aan eene te Albay zeer geliefde heilige gewijd. Sedert ruim een maand hield men zich met de toebereidselen onledig: er zal
+door de jongelieden der stad een groot drama in verzen worden vertoond, en ook aan verdere feestelijkheden zal het niet ontbreken.
+Reeds des morgens vroeg worden wij gewekt door het luiden der klokken, door muziek en het afschieten van zwermen; maar de
+eigenlijke pret zou toch eerst 's avonds beginnen.
+
+</p>
+<p id="d0e436">Des avonds dan werd er eerst een prachtig vuurwerk afgestoken; en toen veranderde de pueblo geheel van voorkomen. De nieuwe
+gobernadorcillo weet, voorwaar! hoe het hoort. Alle huizen zijn ge&iuml;llumineerd; op de hoeken der voornaamste straten, op de
+drukste punten verrijzen triomfbogen, paleizen, obelisken van bamboe, van onder tot boven met lampions bedekt en eene zee
+van licht uitstralende; de dicht belommerde lanen prijken met eene dubbele rij van bontgekleurde lantarens. Bij het schijnsel
+dezer fantastische, tooverachtige verlichting ziet men van alle kanten, te voet, te paard of op buffels gezeten, de lieden
+uit den omtrek toestroomen, die zich haasten om bij de vertooning van het groote en hartroerende drama tegenwoordig te zijn.
+
+
+</p>
+<p id="d0e438">De menigte staat dicht opeen gepakt, op een ruim veld, tegenover het tooneel. Het theater zelf, in acht dagen opgeslagen,
+heeft alleen ruimte voor de notabelen van den pueblo, die in twee loges plaats moeten vinden. De autoriteiten zitten op het
+tooneel zelf, evenals de groote heeren aan het hof van Lodewijk&nbsp;XIII in het hotel van <span class="pageno"><a id="d0e440"></a>Bladzijde 122</span>Bourgogne. Het orkest, dat wil zeggen, het trompetterskorps van Albay, plaatst zich evenzeer op het tooneel, en blaast er
+dapper op los, hoewel de muziekanten reeds sedert den vroegen morgen aan het toeteren zijn.&#8212;De handeling, die zich voor onze
+oogen ontrolt, is uiterst ingewikkeld; daarentegen is de tooneeltoestel vooral niet minder eenvoudig dan in de dagen van Shakespeare.
+Naar men zegt, werd toen aan het hof van Elisabeth de plaats van de tegenwoordige coulissen ingenomen door een eenvoudig bordje,
+waarop stond vermeld wat het tooneel moest voorstellen; en de verbeelding der toeschouwers was levendig genoeg, om met deze
+aanwijzing tevreden te zijn. Hier ontbreekt ook dit bordje: de spelers zelven helpen ons op den weg. Bij het optreden roepen
+zij, bij voorbeeld: &#8220;Hoe akelig eenzaam is het hier!&#8221;&#8212;of wel: &#8220;Ik breng sidderend Uwer Majesteit mijn groet!&#8221;&#8212;en men zou al
+zeer stompzinnig of zeer onwelwillend moeten zijn, om niet te begrijpen, dat wij ons dan in eene woestijn of wel aan het hof
+bevinden. Op den achtergrond is het tooneel door een gordijn afgesloten, en daarboven bevindt zich eene soort van estrade,
+die nu eens als tribune, dan weer als troon, straks als bruidskamer dienst doet; een ladder, die naar het dak voert, verbeeldt
+de bergen, waarbij ge u verder de duistere afgronden kunt denken waarin geweldige monsters huizen.
+
+</p>
+<p id="d0e442">Juist toen wij binnentraden was de Prinses van Constantinopel, na allerlei lotgevallen en verwikkelingen, aan het hof van
+haar vader ontvoerd door een herder, die tevens een machtig toovenaar is, en die de prinses naar ontoegankelijke bergtoppen
+heeft overgebracht, waar zij door een leeuw en een slang van bordpapier wordt bewaakt. Toen wij ons op het tooneel nederzetten,
+was de vader van de prinses, door zijn gansche hof omgeven, bezig, op bitteren toon, zijn ongeluk te bejammeren. Hij hield
+even op, om den gouverneur, die met ons mede gekomen was, te groeten, terwijl de muziek het spaansche volkslied aanhief, door
+de menigte luide toegejuicht.&#8212;Na dit incident ging de vader weer voort. De ongelukkige monarch beveelt zijn hovelingen, de
+jonge prinses te gaan opzoeken. Juist toen zij gaan vertrekken, verschijnt een gezantschap van Moros, die ook mede willen
+gaan om de prinses te zoeken; men beleedigt elkander: het komt tot scheldwoorden en uitdagingen: de gezanten en de hovelingen
+vechten, al dansende, met de sabel in de vuist. De dames van het hof grijpen ook naar sabels, en er volgt een algemeen ballet.
+Bij herhaling komen, in den loop van het stuk, Moros, dames en hovelingen aldus met elkander in aanraking, en hunne samenspraak
+eindigt geregeld met zulk een ballet of <i>moros-moros</i>, waaraan zelfs al deze stukken hun naam ontleenen.
+
+</p>
+<p id="d0e447">Het valt mij niet gemakkelijk, den gang van het drama te volgen; maar hier hebben wij het hoofdmoment, het tooneel dat pakt.
+De prinses van Constantinopel heeft, ondanks al zijne listen en bedreigingen, aan den snooden herder-toovenaar weerstand geboden;
+en terwijl hij ergens elders vertoeft, zal zij, door hare deugd, die sterker is dan al zijne bezweringen, ook wonderen doen.
+De prinses daalt langs den ladder op het tooneel af, dat nu eene akelige woestijn moet verbeelden, gevolgd door den leeuw
+en de slang, die niet vriendelijk jegens haar gezind zijn; maar het bevallige jonge meisje voert zulk een gracieusen dans
+uit en tikt daarbij de beide monsters met haar staf zoo aardig op den neus, dat leeuw en slang geheel hun roeping vergeten,
+de voeten der prinses komen lekken en zich tot haar slaven verklaren. Nu verschijnt de dappere prins van Toskane, die smoorlijk
+op de prinses verliefd is, en wien het eindelijk gelukt is haar spoor te ontdekken. Het publiek, geheel betooverd, houdt den
+adem in, om toch maar geen woord van de samenspraak te verliezen. De prins heeft een groot gebrek: hij is een <i>moro</i>, dat wil zeggen een ongeloovige, en de prinses is ijverig katholiek; zij moet dus zorgen, dat de dappere ridder niet bespeurt,
+welken gunstigen indruk hij op haar maakt en hoezeer zij zijn heldenmoed bewondert. De prins houdt aan; hij werpt zich op
+de knie&euml;n en smeekt om de gunst der prinses. Deze is half overwonnen. &#8220;Misschien,&#8221; zegt zij, &#8220;zou ik naar uwe verleidelijke
+woorden luisteren; maar zoo lang gij geen afstand hebt gedaan van uw vervloekt ongeloof, hebt gij van mij geene liefde te
+hopen!&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e452">Het publiek kan zijn geestdrift niet langer bedwingen, maar uit zijne bewondering en ingenomenheid door op de maat te fluiten.
+
+
+</p>
+<p id="d0e454">Het stuk eindigt met de bekeering van den prins van Toskane en zijn huwelijk met de prinses.&#8212;Het is middernacht, en deze eerste
+feestdag zal, als naar gewoonte, besloten worden met eene <i>catapusan</i>, een woord, dat in het dialekt der Bicols, zoowel slot als bal beteekent. Maar heden avond zullen er minstens een half dozijn
+bals gegeven worden bij den gobernadorcillo en de voornaamste <i>cabezas</i> van den pueblo. Dans en spel zullen tot laat in den nacht voortduren; vooral het noodlottig spel, dat zoo vaak tot ongeregeldheden
+en ongelukken aanleiding geeft, en dat dan ook de eenige keerzijde is van dit recht prettige feest, waaraan de gansche bevolking
+met de grootste opgewondenheid deel nam, en waarbij toch niets voorviel, dat de tusschenkomst der overheid noodig maakte.
+
+
+</p>
+<p id="d0e462">Den zes-en-twintigsten October waren wij weder te Manilla. Den vijfden November gingen wij aan boord van de <i>Pasig</i>, die ons naar het zuiden moet brengen. Wij hadden op deze vaart met ruw weer en tegenwind te worstelen, waardoor onze reis
+niet onbelangrijke vertraging ondervond. Eerst den vijftienden November, des avonds ten zes uren, worpen wij het anker uit
+op de reede van de kleine, eerst voor korten tijd gestichte spaansche stad op de noordwestkust van het eiland Soeloe.
+
+</p>
+<p id="d0e467">
+
+</p>
+<p id="d0e469">Soeloe, als centrum van den handel van belang, heeft niet minder beteekenis uit een politiek en vooral uit een godsdienstig
+oogpunt: men zou het in zekeren zin het Mekka van het uiterste Oosten kunnen noemen. Het sultanaat van Soeloe is een der oudste
+mohammedaansche staten <span class="pageno"><a id="d0e471"></a>Bladzijde 123</span>in het noordelijk gedeelte van den Maleischen archipel; ondanks veelvuldigen strijd, gevaren van allerlei aard en vaak dreigenden
+ondergang, heeft dit rijk zich tot heden weten staande te houden. De staatsinrichting is tegenwoordig nog dezelfde als vroeger;
+het eigenlijke gezag is in handen eener oligarchie van <i>dalos</i> (feodale baronnen), boven wie de sultan staat, wiens macht over de vasallen, naar omstandigheden, meer of minder groot is.
+De eilanders leggen zich op handel, maar vooral niet minder op zeerooverij toe: welk laatste bedrijf hen herhaaldelijk in
+botsing bracht hetzij met de Spanjaarden, hetzij met de Hollanders. Zeeroovers in merg en been, bezochten deze eilanders
+telkens en telkens de kusten der Bisayas-eilanden, verwoestten de pueblos en voerden de inlanders als slaven weg. Nog niet
+lang geleden, had professor Semper, die zich in het noordoosten van Mindanao bevond, het slechts aan een gelukkig toeval te
+danken, dat hij niet door de zeeroovers werd opgelicht.
+
+</p>
+<p id="d0e476">Herhaalde malen had Spanje expedities naar Soeloe gezonden; bijna altijd keerden zij terug, na een aantal gevangenen te hebben
+bevrijd, den vijand verslagen en den sultan gedwongen, een traktaat van vrede en vriendschap te onderteekenen. Als hunne dorpen
+in brand waren gestoken en hunne prauwen vernield, waren de datos, onder de bedreiging der spaansche kanonnen, steeds gereed
+aan de eischen van den overwinnaar toe te geven en onder eede alles te beloven wat van hen gevraagd werd. Maar traktaten,
+beloften en eeden werden aanstonds weer geschonden, zoodra het gevaar geweken was. In deze met klippen en riffen bezaaide
+zee&euml;n, waarvan nog geene goede kaarten bestaan, en waar de europeesche kruisers in hunne bewegingen belemmerd worden door
+de regelmatige passaatwinden, hebben de lichte prauwen, die zich zoowel van zeilen als van roeiriemen bedienen, een groot
+voordeel. Zoodra de Spanjaarden vertrokken waren, begon de zeerooverij op nieuw, met al den ijver van eene industrie, die
+geleden verliezen moet trachten in te halen. De sultans schenen, reeds sedert eenigen tijd, de meerderheid van Spanje te gevoelen
+en te beseffen aan welke gevaren dit handhaven van den zeeroof hen en het land blootstelde. Vermoedelijk zouden zij, hadde
+het in hun macht gestaan, de bezworen traktaten getrouwer zijn nagekomen: maar het stond juist niet in hunne macht. Hun gezag
+strekte niet veel verder, dan de heffing van een derde van den buit door hunne onderdanen behaald, eene schatting, waaraan
+allen zich zonder tegenspraak onderwierpen; het was hun evenwel onmogelijk, de talrijke schaar van datos op de honderd-vijftig
+eilanden en eilandjes, tot het sultanaat behoorende, behoorlijk in bedwang te houden; bovendien rustte het gezag van den sultan
+in de eerste plaats op de godsdienst, en het voegde hem, als hoofd van een mohammedaanschen staat, al zeer slecht, de rol
+op zich te nemen van beschermer der katholieke bevolking van de Philippijnen. Deze geduchte alleenheerschers moesten metterdaad
+buigen voor den wil van hunne vasallen; zij waren wel genoodzaakt, de voortdurende geweldenarijen en plundertochten van de
+oppermachtige datos door de vingers te zien, al konden zij zich ook niet ontveinzen, welke daarvan in het eind de noodlottige
+gevolgen moesten zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e478">Den negen-en-twintigsten Februari 1876 verscheen het spaansche leger, dat zeven dagen te voren bij Paticolo was ontscheept,
+voor de wallen van Tianggi. Het eskader lag op de reede. Des avonds wapperde de spaansche vlag op de veroverde bolwerken,
+en werd de stad, door haar verdedigers verlaten, aan de vlammen prijs gegeven.
+
+</p>
+<p id="d0e480">Van deze oude stad, die door het bombardement werd vernield, is tegenwoordig geen spoor meer over. De spaansche genie-officieren
+hebben de heuvelen achter de oude stad gedeeltelijk afgegraven, daarmede de moerassen en poelen gedempt, en door aanplemping
+van een gedeelte der zee een terrein gewonnen, waarop zich aan den voet van boschrijke bergen ter hoogte van zeven- tot achthonderd
+el, de nieuwe stad verheft, die nog wel klein is, maar toch neiging toont om zich uit te breiden.
+
+</p>
+<p id="d0e482">Al deze werken van de genie werden door inlandsche veroordeelden uitgevoerd, die tot drie kategori&euml;n behooren: de veroordeelde
+militairen, die strafkompagnie&euml;n vormen en militaire dienst verrichten, terwijl zij tevens gebruikt worden voor verschillende
+werken; de <i>deportados</i>, die krachtens maatregelen van het administratief gezag hunne vrijheid verloren hebben; en de <i>presidiarios</i>, de eigenlijke galeiboeven of kettinggangers.
+
+</p>
+<p id="d0e490">Het garnizoen is ongeveer vijfhonderd man sterk en bestaat uit inlandsche genie- en infanteriesoldaten; de officieren zijn
+bijna zonder uitzondering Spanjaarden.
+
+</p>
+<p id="d0e492">Toen wij te Soeloe aan land stapten, was het gansch niet gemakkelijk, in de nog zoo jeugdige stad, die nog in de eerste periode
+harer ontwikkeling verkeerde, een onderkomen te vinden. Eindelijk gelukte dit toch, dank zij de welwillende tusschenkomst
+van den kolonel don Lopez Ventura Nu&ntilde;o, waarnemend gouverneur, en de eerwaarde paters Frederico Vila en Juan Carreras, aalmoezeniers
+van het garnizoen. De half bebouwde straten zijn buitengewoon druk en levendig; de winkels van de chineesche kooplui zijn
+opgevuld met nieuwsgierigen, die komen hooren of er ook tijdingen zijn; en bij elken voetstap ontmoet men schildwachten met
+geladen geweren.
+
+</p>
+<p id="d0e494">Men verwacht de <i>juramentados</i>.
+
+</p>
+<p id="d0e499">De sultan van Soeloe heeft het spaansche protektoraat erkend; misschien geeft hij wel aan het rustige en gemakkelijke leven,
+dat hij thans geniet, de voorkeur boven eene souvereiniteit, die niet veel meer dan in naam bestond en hem telkens werd betwist.
+Maar de datos, die daardoor vrij wat meer in hunne belangen worden gekrenkt, kunnen bezwaarlijk vrede hebben met een gezag,
+dat een einde maakte aan de zeerooverij en hen daardoor van een zeer voornaam deel hunner inkomsten beroofde. Hunne ontevredenheid
+en hun verzet vindt een machtigen steun bij de <i>panditas</i>, (mohammedaansche priesters), die natuurlijk de verklaarde vijanden zijn van Spanje en van de katholieke missionarissen.
+De datos kunnen dus niet besluiten, zich aan het spaansche oppergezag te onderwerpen, <span class="pageno"><a id="d0e504"></a>Bladzijde 124</span>en zij ontzien geen middel om daartegen in verzet te komen. Zij kunnen daarbij rekenen op hunne onderhoorigen, onrustig en
+krijgshaftig van aard, en daarbij van alle tijden gewoon, onvoorwaardelijk aan de bevelen hunner hoofden te gehoorzamen. De
+oude wetten van Soeloe begunstigen daarenboven zeer de aanwerving van mannen, die tot alles bereid zijn. Volgens de wet toch
+behoort de schuldenaar, die niet aan zijne verplichtingen voldoen kan, met zijne geheele familie, als slaaf aan den schuldeischer;
+en de zorgelooze onnadenkendheid van deze Maleiers is zoo groot, dat het niet veel moeite kost, hen schulden te laten aangaan,
+die zij nimmer zullen kunnen afbetalen. De ongelukkige schuldenaar is nu zijne vrijheid kwijt; zijne familie kan, zoo de meester
+dat wil, wijd en zijd verstrooid worden. Dikwijls wordt hem dan de gelegenheid geboden, om zijne familie los te koopen, door,
+met opoffering meestal van zijn eigen leven, zoo veel Christenen te dooden als hij kan. De schuldenaar neemt dat aanbod aan;
+hij verbindt zich bij plechtigen eed, en wordt nu <i>sabil</i> of <i>juramentado</i>.
+
+</p>
+<p id="d0e512"></p>
+<div id="d0e513" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-125.jpg" alt="Tooneelvoorstelling te Albay. (Blz. 122.)"></p>
+<p class="figureHead">Tooneelvoorstelling te Albay. (Blz. 122.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e517">De juramentados weten zeer goed, dat ook als het hun gelukt, bij verrassing in de spaansche stad door te dringen, alle kans
+op een veiligen terugtocht voor hen verloren is. Er bevinden zich altijd op de reede eenige adviesjachten en kanonneerbooten;
+en op het eerste sein, begeeft zich de bemanning naar den wal. Aan de landzijde wordt de toegang verdedigd door een toren
+en twee forten, die eene hooge en stevige palissade bestrijken, waarvan de zeer weinige poorten zorgvuldig worden bewaakt;
+bovendien zijn nog langs de palissade, op twintig schreden afstands van elkander, groote schilderhuizen geplaatst, waarin
+vier soldaten met geladen geweren de wacht houden.
+
+</p>
+<p id="d0e519">Iedere juramentado, die den aanval waagt, gaat dus een wissen dood te gemoet; en misschien is er meer dan een onder hen, die
+over zijne onvoorzichtige belofte spijt gevoelt en zich gaarne zou terugtrekken, maar men heeft dit geval voorzien en zijne
+maatregelen genomen. Zoodra men een zeker aantal van deze ongelukkigen bij elkaar heeft, worden zij aan de leiding toevertrouwd
+van ervaren panditas, die hen op geregelde tijden laten vasten, met hen strooptochten door de bosschen ondernemen en ter bedevaart
+trekken naar de graven der gesneuvelde juramentados, om daar te bidden. De aldus gewekte geestdrift wordt nog meer aangevuurd
+door lange predikati&euml;n bij het betooverend maanlicht, en hartstochtelijke, wegsleepende schilderingen van de genietingen van
+het mohammedaansche paradijs. Is dan ten slotte de vereischte graad van opwinding en razernij verkregen, dan wordt tot den
+aanval op de spaansche stad besloten.
+
+</p>
+<p id="d0e521">Zulk een komplot, waarbij zoo veler belangen betrokken zijn en dat zoo lange voorbereiding vordert, kan onmogelijk geheim
+blijven: de geldzucht, somwijlen nog machtiger dan het fanatisme, ontboeit steeds veler tong. De gouverneur van Soeloe is
+bijna altijd gewaarschuwd voor het dreigende gevaar; alleen kan men hem niet met juistheid zeggen, wanneer de aanval zal plaats
+hebben, want dat weten de juramentados zelven niet. Toen wij te Soeloe kwamen, werd juist zulk een aanval verwacht. Een mijner
+buren, een dappere kapitein, die reeds herhaaldelijk met de juramentados in aanraking was geweest, deelde mij dit een en ander
+mede, en voegde er de waarschuwing bij, dat wij op onze hoede moesten zijn. &#8220;Ga niet op straat zonder een revolver, zeide
+hij tot mij; en waag u vooral niet buiten de palissade.&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e523">Inmiddels gingen er eenige dagen voorbij, zonder dat er iets gebeurde, en reeds begon ik te gelooven dat men zich zonder reden
+ongerust had gemaakt. Maar in den morgen van den drie-en-twintigsten November, toen ik mij op de markt bevond, hoorde ik eenige
+geweerschoten, gevolgd door verwarde kreten; toen werd het weer stil. In een oogenblik was de markt geheel ledig; ik stond
+alleen op het verlaten plein, op korten afstand van twee schildwachten, die hun geweer laadden. Op het eigen oogenblik snelt
+eene vrouw aan, gevolgd door een onbeschrijfelijk smerigen inlander, wiens gelaat bijna vaal groen is, en die een kris in
+de hand houdt, druipende van bloed. De vrouw schreeuwt: <i>los juramentados!</i> en loopt mij in dolle vaart omver; twee geweerschoten knallen boven mijn hoofd; ik richt mij op en zie den juramentado, in
+de borst getroffen, vallen, maar aanstonds weer opstaan en met opgeheven kris op de schildwachten losstormen; de eene soldaat
+stoot hem zijne bajonet in de borst; nog wendt hij wanhopige pogingen aan om zijn vijand te treffen, tot eindelijk de andere
+soldaat den razende neerschiet.
+
+</p>
+<p id="d0e528">Van alle kanten knallen geweerschoten; in de voornaamste straat zie ik eenige mannen in een grooten bloedplas liggen; midden
+op den weg gaan drie juramentados, met opgeheven kris en onverschrokken doodsverachting, een peloton soldaten te gemoet. De
+geweren worden aangelegd; en als de rook wegtrekt, liggen daar de drie juramentados naast elkander voorover op den grond.
+Eindelijk zijn wij van onze aanvallers verlost.
+
+</p>
+<p id="d0e530">Ik wist wat mij als geneesheer te doen stond. Wij spoeden ons naar het hospitaal, en ontmoeten onderweg den gouverneur, den
+dapperen kolonel don Ventura Lopez Nu&ntilde;o, kalm en ernstig, hoewel zijn donkere oogen flikkeren van toorn. In het hospitaal
+vinden wij werk genoeg. De juramentados hebben, aan dooden en gewonden, vijftien slachtoffers gemaakt. En welke wonden! Hier
+is een lijk, waarvan het hoofd is afgehouwen; dat daar is bijna in twee stukken gekloofd. De eerste gewonde, dien ik in behandeling
+neem, is een soldaat van het derde regiment, die de wacht had bij de poort, waardoor de aanvallers zijn binnengedrongen. Zijn
+linkerarm is op drie plaatsen gebroken; zijn schouder en borst zijn letterlijk gekerfd. Terwijl ik hem verbind, verhaalt hij
+mij hoe de aanval begon. De aan de schildwachten gegeven bevelen werden nauwkeurig opgevolgd. Ieder Soeloenees, man of vrouw,
+die de poort wilde doorgaan, werd onderzocht en aangehouden, wanneer men eenig wapen bij hem vond. De juramentados, ten getale
+van elf, hadden zich in drie groepen verdeeld, die elkander op weinige schreden afstands volgden; zij droegen bossen rijst
+<span class="pageno"><a id="d0e532"></a>Bladzijde 126</span>en <i>ca&ntilde;as</i> (uitgeholde stukken bamboe om water mede te putten), waarin zij hunne wapens verborgen hadden. Twee hunner kwamen eerst aan
+de poort; op het oogenblik toen de schildwachten zich bukten om de ca&ntilde;as te onderzoeken, trokken al de juramentados te gelijk
+hunne krissen: een der schildwachten werd dadelijk overhoop gestoken; zijn kameraad, hoe ook gewond, heeft nog de noodige
+kracht om zijn geweer af te schieten; hij doodt een der aanvallers, maar de anderen stormen over hem heen, en verspreiden
+zich in de stad, die geen hunner meer levend zou verlaten.
+
+</p>
+<p id="d0e537">Den volgenden dag was men weer van den schrik bekomen. Te Soeloe is men aan dergelijke verrassingen tamelijk gewend; en bovendien
+kan men er nu zeker van zijn, dat vooreerst de aanval niet zal worden herhaald. Wij kunnen dus onze onderzoekingen hervatten,
+en doen telkens grootere uitstapjes in het binnenland en langs de kust.
+
+</p>
+<p id="d0e539">Overal vind ik sporen van den oorlog: verwoeste woningen, plantages en tuinen, die weer tot een wildernis waren geworden.
+Somwijlen wierpen enkele inlanders, voormalige zeeroovers, nu gedwongen den grond te bebouwen, mij alles behalve vriendelijke
+blikken toe. Maar ik was op mijne hoede en altijd goed gewapend.&#8212;Op zekeren dag, vermoeid van mijn vruchteloos zoeken naar
+kruiden en van de gloeiende hitte, zet ik mij neder in de schaduw van een reusachtigen mangoustan, op de grens van eene plantage.
+Twee inlanders zijn op hun uiterste gemak bezig met het omspitten van den grond; ik roep hen, laat hun een handvol klein geld
+zien, en noodig hen uit, voor mij een of ander insekt of kruipend gedierte op te zoeken. Zij kijken mij met een half verachtelijken
+glimlach aan; daarop vat een hunner mij bij de hand, legt den vinger op den mond, en brengt mij bij een koffiestruik. Goed
+ziende bespeur ik eene prachtige lansslang (<i>Tropidoloemus Hombroni</i>), haar groene kleur maakt haar bijna onzichtbaar tusschen het gebladerte, maar haar oogen vonkelen als robijnen.
+
+</p>
+<p id="d0e544">&#8220;Pak haar aan&#8221;, zeg ik tot den Soeloenees, die in plaats daarvan achteruit springt. Er is geen tijd te verliezen: met mijn
+stok werp ik de slang op den grond en daarna weer vijftien voet hoog in de lucht; als zij weer op den grond valt, zet ik,
+eer het verblufte dier tot zich zelf is gekomen, mijn stok op haar nek en houd dien met mijn voet vast, zoodat de slang haar
+kop niet bewegen kan. Het valt nu gemakkelijk haar met een touwtje aan een stok vast te binden, waarna zij levend op sterk
+water zal worden gezet: alleen op die wijze behoudt zij ook na den dood haar fraaie kleuren.
+
+</p>
+<p id="d0e546">Blijkbaar heb ik door deze vangst de achting van den Soeloenees gewonnen. Hij brengt mij naar zijne hut, die ruim en zeer
+goed onderhouden is; hij is een der weinige grondbezitters, die, hoewel niet tot de kaste der datos behoorende, toch niet
+door den oorlog en de onderdrukking der zeerooverij te gronde is gericht. Ik vind in zijne woning eene gansche kolonie: oude
+lieden, zuigelingen, een aantal slaven van allerlei leeftijd, benevens eene menigte vrouwen. Al deze lieden zijn meer dan
+half naakt. Op Soeloe, zooals trouwens in alle mohammedaansche landen van den archipel, wordt met de voorschriften van den
+Koran zeer vrij omgesprongen; het klimaat maakt hier bovendien het dragen van dichte sluiers, die het gelaat omhullen, onmogelijk.
+Als in de spaansche stad mohammedaansche vrouwen een Europeaan ontmoeten, maken zij eene beweging als wilden zij met haar
+sjerp het gelaat bedekken; maar in de hutten blijft ook die beweging achterwege, en wordt bijna alle kleeding afgelegd.&#8212;Mijn
+gastheer stelt mij zijn gezin voor, en laat mij zijne woning bewonderen. Zijne hut vormt eigenlijk slechts een groot vertrek,
+dat door een soort van beschot in twee ongelijke helften is verdeeld; kleine koffers, waarin elke Soeloenees zijne fortuin
+bewaart, wijzen de plaats aan, waar ieder zich des nachts te rusten legt. Het meubilair bestaat verder uit eenige gongs, eenige
+vazen en potten van chineesch porcelein, een aantal lansen en krissen van allerlei vorm, en een oud verroest vuursteengeweer,
+dat zeker voor niemand gevaarlijker zou zijn dan voor hem, die het zou willen gebruiken.
+
+</p>
+<p id="d0e548">Er worden vruchten gehaald; zoowel mannen als vrouwen schijnen bijzonderen smaak te hebben in de kokosmelk, sterk vermengd
+met rhum, dien ik in eene flesch bij mij droeg. De huisheer vooral was blijkbaar op dien drank verzot, en ontzag zich niet,
+mijn voorraad duchtig aan te spreken. Het gesprek wordt levendig en algemeen; op den grond neergehurkt of op eene ruime estrade
+van bamboe neergevlijd, nemen meesters en slaven daaraan gelijkelijk deel. Trouwens tusschen hen heerscht eene groote mate
+van gemeenzaamheid. Men moet billijk zijn, zelfs tegenover zeeroovers: noch de Soeloeneezen, noch de andere mohammedaansche
+Maleiers van de Philippijnen, noch zelfs de wilde rassen op de eilanden van den archipel, hebben ooit hunne slaven zoo stelselmatig
+ge&euml;xploiteerd of met zoo verfijnde wreedheid behandeld, als bij voorbeeld de christelijke Yankees. Over het algemeen worden
+de slaven op Soeloe behoorlijk gevoed, en behoeven zij geen al te zwaren arbeid te verrichten, althans wanneer zij niet gebruikt
+worden voor de parelvisscherij; straffen zijn zeldzaam en missen die wreedheid, die men anders bij deze volksstammen zoo
+dikwerf aantreft. Doorgaans is het den slaaf, na eenigen tijd, vergund te huwen en een gezin te grondvesten.&#8212;Maar wee het
+gezin van den vrijen Soeloenees, die door zijne schulden tot slavernij vervalt; wee de gezinnen van zijne slaven; wee het
+gezin van den voortvluchtigen slaaf! In al deze gevallen is de wet onverbiddelijk: de vrouwen en kinderen, welke ook hun leeftijd
+moge zijn, worden door den schuldeischer of den beleedigden meester verkocht, en het gezin reddeloos vernietigd. Daarom aarzelen
+zoo vele christelijke gevangenen van de Philippijnen om te vluchten en bescherming te zoeken bij de Spanjaarden, wier vlag
+zich overal in de wateren van Soeloe vertoont.
+
+</p>
+<p id="d0e550">
+
+</p>
+<p id="d0e552">Wij mochten niet verzuimen, een bezoek af te leggen bij den sultan. Mohammed Yamaloel Alam <span class="pageno"><a id="d0e554"></a>Bladzijde 127</span>heeft thans zijne residentie gevestigd te Ma&iuml;bun, een groot dorp aan de zuidkust van het eiland. Ik heb hem een brief in de
+maleische taal geschreven; maar de dagen verloopen, en ik krijg geen antwoord.
+
+</p>
+<p id="d0e556">Een duitsch planter, de heer Schuck, die zeer met den sultan bevriend is, biedt zich aan, om mij aan den vorst voor te stellen.
+Reeds voor de bezetting van het eiland door de Spanjaarden, was de heer Schuck dikwijls in betrekking geweest met de Soeloeneezen;
+het is dan ook algemeen bekend dat hij geen <i>Castila</i> (Spanjaard) is, hetgeen voor zijne veiligheid en voor het welslagen zijner landbouwonderneming van groot gewicht is. Hij
+is volkomen bereid nu te onzen gunste gebruik te maken van zijn invloed en zijn gezag bij de Soeloeneezen, en heeft zich daardoor
+alleszins aanspraak op onzen dank verworven.
+
+</p>
+<p id="d0e561">Er was overeengekomen dat wij den heer Schuck zouden afhalen, om dan met hem naar Ma&iuml;bun te gaan. Toen wij bij zijne woning
+kwamen, herkenden wij die niet meer: zij was geheel veranderd. De galerijen en trappen, die naar de veranda voerden, zijn
+verdwenen; de woning is omringd door eene stevige heining van palen en rotang. Den vorigen nacht had eene bende stroopers
+onverwacht een aanval op de hacienda gedaan; de heer Schuck, door het gerucht ontwaakt, had een der aanvallers, die reeds
+in zijne kamer was doorgedrongen, overhoop gestoken, en vervolgens in allerijl de deuren en vensters gebarrikadeerd. De woning
+werd nu formeel belegerd; men wierp brandende pijlen op het dak van nipa; maar door eene hevige onweersbui, van stortregen
+vergezeld, was dit dak gelukkig zoo nat geworden dat het geen vuur vatte. De heer Schuck schoot op goed geluk, bij het licht
+der bliksemstralen. Eindelijk, bij het aanbreken van den dag, trokken de aanvallers af, drie dooden en een gewonde achterlatende.
+Over het lot van dezen laatste zal de sultan uitspraak doen.
+
+</p>
+<p id="d0e563">De weg, die het eiland van het noorden naar het zuiden, van de spaansche nederzetting tot Ma&iuml;bun, doorsnijdt, biedt nergens
+ernstige moeilijkheden aan; men bemerkt zelfs duidelijk, dat hij voor den oorlog, toen er op het eiland slaven in overvloed
+waren, zeer goed moet zijn geweest; tegenwoordig moet men de beken doorwaden, want de boomstammen, die weleer als bruggen
+dienden, zijn vergaan. De weg loopt eerst door een woud, tusschen de bergen But-Dato en But-Tulah aan de eene, en den Tuman-Tangis
+aan de andere zijde; dan loopt de weg met kleine krommingen langs de flauw glooiende berghellingen, die naar het zuiden afdalen.
+Op dien geheelen tocht ziet men niets dan eenige verwoeste en verlaten hutten, in de schaduw van kokospalmen en mangoustans,
+waarin groote troepen apen springen en dartelen. Eerst in de onmiddellijke nabijheid van Ma&iuml;bun vindt men eenige ellendige
+hutten, die bewoond zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e565">Na opnieuw eene beek te hebben doorwaad, komen wij in een groot weiland, waar wij met geregelde tusschenpoozen geweerschoten
+hooren knallen. Wij bevinden ons op het schietterrein van den sultan, die steeds zijn namiddagen doorbrengt met het kijken
+naar schijfschieten; het paleis, een uitgestrekt, maar uiterst landelijk gebouw, van bamboe en riet opgetrokken, verrijst
+tegenover ons; ter linkerhand wordt het weiland begrensd door eene diepe beek; aan de overzijde van die beek ligt het dorp
+Ma&iuml;bun, dat zich tot aan de zee uitstrekt. Wij stijgen van onze paarden en begeven ons naar Mohammed Yamaloel Alam. De sultan,
+door zijne hovelingen omringd, zit in een prachtigen leuningstoel, onder eene vrij armzalige kiosk van nipa. Naast hem staat
+zijn zoon, Brahamuddin, die er verstandig en slim uitziet. De sultan en de prins zijn beiden op het rijkst uitgedost in prachtgewaden
+van chineesch satijn; hunne krissen en ringen schitteren van edelgesteenten. De heeren van het hof zijn veel eenvoudiger gekleed;
+maar hunne krissen, waarvan de fijn geciseleerde greep met paarlen, diamanten en robijnen is versierd, zijn niet minder prachtig.
+Deze heeren zagen ons met niet zeer vriendelijke blikken aan; de sultan bewaart eene kalme waardigheid en beantwoordt welwillend
+onzen groet; op zijn bevel worden stoelen voor ons gebracht; wij zetten ons neder en de hovelingen gaan voort met schieten.
+
+
+</p>
+<p id="d0e567">De sultan zelf schiet nooit: hij beoordeelt alleen het schot der anderen. Men gebruikt oude geweren, van Borneo afkomstig,
+zeer rijk versierd en vreeselijk zwaar, en die bovendien in niet al te besten staat verkeeren. Twee slaven laden de geweren
+en leggen die vervolgens op een soort van vorken, die in den grond gestoken worden. Ik knoop een gesprek aan met den sultan,
+die zeer goed maleisch spreekt, en zich in die taal met gemak en sierlijkheid uitdrukt. Hij verontschuldigt zich, dat hij
+wegens ongesteldheid niet op mijnen brief heeft geantwoord; de ware reden is, dat hij dien brief niet heeft kunnen lezen,
+want ik had, volgens maleisch gebruik, zonder accenten geschreven: de arabische letters, waarvan de Soeloeneezen zich bedienen,
+vereischen echter noodwendig accenten, die de Maleiers nooit gebruiken.
+
+</p>
+<p id="d0e569">De avond valt, en de sultan keert naar het paleis terug, waarheen hij ons uitnoodigt hem te volgen.
+
+</p>
+<p id="d0e571"></p>
+<div id="d0e572" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-128.jpg" alt="Eene audi&euml;ntie bij den sultan van Soeloe."></p>
+<p class="figureHead">Eene audi&euml;ntie bij den sultan van Soeloe.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e576">De buitengewoon groote hut, die den weidschen naam van paleis draagt, rust, als alle woningen op deze eilanden, op palen,
+waaraan buffels en paarden zijn vastgebonden, die in een stinkenden mestpoel staan. Men klimt langs een ladder naar het paleis;
+gaat dan een soort van vestibule door, en treedt vervolgens de audi&euml;ntiezaal binnen, die de geheele lengte en de halve breedte
+van het gebouw inneemt. Ter linkerzijde wordt deze zaal van den harem gescheiden door gordijnen en eene breede estrade van
+bamboe; rechts loopt langs den wand eene bank, waarvoor de slaven neerhurken en ook alle Soeloeneezen, die wenschen binnen
+te treden: want op dit uur staat het paleis voor ieder open, en kan ieder, slaven zoowel als vrijen, voor den sultan verschijnen
+en hem zijne belangen voordragen.
+
+</p>
+<p id="d0e578">De plankenvloer is doorzichtig; het ameublement schittert door zijne afwezigheid; langs de wanden hangen eenige gongs; ettelijke
+bougies, op glazen kandelaars geplaatst, verspreiden een vrij voldoend <span class="pageno"><a id="d0e580"></a>Bladzijde 129</span>licht. Op den achtergrond, onder een troonhemel van veelkleurig katoen, staat de troon, of liever bevindt zich de estrade,
+waarop de sultan plaats neemt; hij zit op turksche wijze en leunt tegen prachtig geborduurde kussens. De vermoedelijke troonopvolger
+zet zich nevens hem; een weinig meer achterwaarts zit een <i>hadji,</i> een pandita uit Afghanistan, die, na velerlei lotgevallen, eindelijk aan het hof van Soeloe is terecht gekomen; hij is de
+vertrouwde raadsman van den sultan. De datos staan in de nabijheid van den troon, de rechterhand geleund op den greep van
+hun kris.
+
+</p>
+<p id="d0e585"></p>
+<div id="d0e586" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-129.jpg" alt="Ontmoeting met een krokodil. (Blz. 132.)"></p>
+<p class="figureHead">Ontmoeting met een krokodil. (Blz. 132.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e590">Men brengt voor ons leuningstoelen en eene tafel; men presenteert ons eerst zeer slechte chocolade, en kort daarna verschillende
+gerechten met fijne, maar brandend heete sausen en specerijen toebereid.
+
+</p>
+<p id="d0e592">De etiquette van het hof is niet zeer streng. Iedereen, de sultan daaronder begrepen, rookt of kauwt betel; de bedienden,
+de vrouwen loopen heen en weer, en buigen zich over ons heen om ons te zien eten. Maar, wanneer men tot den sultan het woord
+richt, geschiedt dat toch op een toon van diepen eerbied; wie hem het een of ander aanbiedt, doet dat steeds met beide handen
+en in gebogen houding, als bracht men een offer.
+
+</p>
+<p id="d0e594">Toen onze maaltijd was afgeloopen, schorste de sultan de behandeling van staatszaken en knoopte een gesprek met ons aan. Hij
+is bereid, zich te laten photografeeren; er wordt bepaald, dat wij met dat doel over eenige dagen zullen terugkomen, en dat
+wij dan in een der huizen van den sultan te Ma&iuml;bun zullen logeeren; op ons verzoek om ons een escorte te geven naar het meer
+van Panamaut, dat uit een zo&ouml;logisch oogpunt zeer merkwaardig moet zijn, volgt eene beleefde, maar stellige weigering. De
+sultan is beducht voor alles wat zijne rust zou kunnen verstoren. Hij geeft vrij duidelijk te kennen, dat hij ons gaarne overal
+in zijne staten zou laten rondtrekken; maar dat hij onmogelijk voor onze veiligheid kan instaan, tenzij hij ons een leger
+als escorte medegaf. Hij wenscht zich niet bloot te stellen aan de onaangename gevolgen, die het voor hem zou kunnen hebben,
+indien ons een ongeluk overkwam.&#8212;Wij blijven, te midden van den sigarendamp, lang met den sultan praten, die ons allerlei
+inlichtingen vraagt omtrent den toestand en de wederzijdsche machtsverhoudingen van de verschillende europeesche staten,
+met name van Spanje. Hij heeft een eigen stoomboot, die geregeld tusschen Ma&iuml;bun, Laboean en Singapore vaart; maar toch schijnt
+hij niet op de gedachte te komen, om zich engelsche en spaansche dagbladen te verschaffen, die hij toch gemakkelijk zou kunnen
+laten vertalen, hetzij door personen aan boord van zijne boot, hetzij door weggeloopen <span class="pageno"><a id="d0e596"></a>Bladzijde 130</span>inlandsche soldaten of kettinggangers, die hij in het geheim aan zijn hof ontvangt.
+
+</p>
+<p id="d0e598">De sultan maakt dus zeer gaarne van de vrij zeldzame gelegenheid gebruik, om europeesche reizigers te ondervragen. Zijne vragen
+getuigen overigens van nadenken en verstand. Hij tracht zich op de hoogte te stellen van de militaire hulpmiddelen, vooral
+van de zeemacht van iederen staat, en verzoekt mij telkens de cijfers te herhalen van de manschappen, schepen en kanonnen,
+die hij maar niet schijnt te kunnen onthouden. Verder vroeg hij naar allerlei bijzonderheden omtrent de reis van den Shah
+van Perzi&euml; naar Europa, waarin hij zeer veel belang scheen te stellen. Om deze vragen van den sultan niet onbeantwoord te
+laten, moest ik de toevlucht nemen tot mijne fantazie, ten einde aan te vullen wat mij aan juiste wetenschap ontbrak. Weer
+kwam toen het gesprek op de legers en vloten der europeesche staten, en ten slotte ook op de regeeringsvormen: ik beproefde
+evenwel geene poging om den sultan eenig begrip te geven van de tegenwoordige staatsinrichting van Frankrijk.
+
+</p>
+<p id="d0e600">Dit gesprek duurde zeer lang: Rey en ik konden bijna de oogen niet meer openhouden. De sultan bespeurde het, en noodigde ons
+uit, te gaan slapen, terwijl hij nog voortging met audi&euml;ntie te verleenen. Wij haastten ons aan die uitnoodiging gevolg te
+geven, en strekten ons uit op eene met matten belegde estrade tusschen den troon en den harem. Weldra sliepen wij in, ondanks
+het aanhoudend gepraat; maar in den loop van den nacht werden wij zeker tienmaal gewekt door eene slavin, die, op haar teenen
+loopende, op een boven onze hoofden hangenden gong kwam slaan. Zoodra zij dit gedaan had, trok zij zich haastig in den harem
+terug; bij het oplichten van het gordijn, zagen wij, bij het wemelend licht van eenige walmende lampen een aantal vrouwen
+en kinderen, te midden van een verwarden rommel van kistjes, koffers en kussens.
+
+</p>
+<p id="d0e602">In gezelschap van onzen vriendelijken gids brengen wij ook een bezoek aan het dorp Ma&iuml;bun, waarvan de op palen gebouwde hutten
+zoowel uit- als inwendig zich onderscheiden door verregaande onreinheid. Midden in zee, op hooge palen rustende, verheffen
+zich de ruime magazijnen van de chineesche kooplieden, die den geheelen in- en uitvoerhandel van Ma&iuml;bun in handen hebben.
+Deze handel is belangrijk: de uitvoer beslaat uit pareloesters (<i>montiara</i>, <i>tipay</i>), die wel zelden parelen bevatten, maar waarvan de schelpen het zeer gewaardeerde parelmoer opleveren; voorts uit gutta-pertsja
+en verschillende soorten van hars, <i>trepang</i>, koffie en andere gewassen. Het voornaamste invoerartikel is gekleurd katoen, dat door de duitsche huizen te Singapore wordt
+geleverd. De duitsche fabrikanten weten de door de Maleiers meest geliefde kleuren en patronen vrij goed na te bootsen; de
+inlandsche stoffen, die met groote zorg uit de hand bewerkt worden, winnen het natuurlijk zeer verre in kwaliteit; maar de
+geringe prijs van het fabriekwerk maakt dat dit, jammer en schande genoeg! overal aftrek vindt. De Chineezen te Ma&iuml;bun voeren
+ook wapenen, ammunitie, krissen en staal in. Ook wordt er een levendige handel in slaven gedreven.
+
+</p>
+<p id="d0e613">Terwijl onze gids zijne zaken afdoet met een chineesch koopman, is de vrouw van den koopman, eene Maleische van het zuiverste
+ras, bezig met het borduren van een prachtigen tulband: het werk is een waar kunststuk, maar vordert zeer langzaam. Zoowat
+om de vijf minuten roept de borduurster eene slavin, die haar eene aangestoken cigarette brengt en een klein kind, dat zij
+telkens de borst geeft. Is de cigarette uitgerookt, dan neemt zij de naald weer ter hand, steeds betel kauwende. De slavin
+rookt en pruimt afwisselend. Dit is de gewone manier van leven der soeloeneesche vrouwen van den gegoeden stand.
+
+</p>
+<p id="d0e615">In het paleis teruggekeerd, worden wij door den sultan ontvangen, die ons tegen den volgenden maandag ontbiedt voor het maken
+van zijn portret, en die den gevangene van den heer Schuck ter dood veroordeelt. Wij stijgen te paard en keeren naar Tianggi,
+zoo als de eilanders de spaansche stad noemen, terug.
+
+</p>
+<p id="d0e617">Ik weet niet wat er van den ongelukkigen veroordeelde is geworden; heeft hij de doodstraf moeten ondergaan, dan is het voor
+hem toch maar beter geweest dat hij niet te Ma&iuml;bun is terecht gesteld. De strafbepalingen van den Kor&acirc;n worden hier zelden
+toegepast, maar de strafwet van Soeloe is vooral niet minder streng: eigenlijk kent zij maar &eacute;&eacute;ne straf, de doodstraf. En
+hoe wordt die voltrokken? Nu eens dient de veroordeelde, aan een paal vastgebonden, tot schietschijf voor de hovelingen;
+dan weer beproeft een dato zijn revolver op hem; een ander maal wordt hij aan een boom gebonden, en heeft ieder Soeloenees
+het recht, hem met zijn kris een steek toe te brengen, zoodat de rampzalige letterlijk gekorven wordt.
+
+</p>
+<p id="d0e619">Een paar dagen later vertrokken de heer Rey en ik op nieuw naar Ma&iuml;bun, om het portret van den sultan te maken. Wij bevonden
+dat daar inderdaad eene vrij groote hut tot onze beschikking was gesteld; deze hut was nieuw en dus tamelijk zindelijk, maar
+zij bevatte hoegenaamd niets dan een ledigen ketel, benevens een ouden slaaf die ons bedienen moest. Maar wij hebben levensmiddelen
+medegebracht; wij maken onzen maaltijd gereed en strekken ons op den planken vloer uit om te slapen.
+
+</p>
+<p id="d0e621">Den volgenden morgen ontvingen wij het bezoek van een dato, een aanzienlijk heer, die ons uit naam van den sultan kwam begroeten.
+Op zijne onbeschaamde vraag, of wij ook nog iets noodig hadden, gaven wij maar geen antwoord, ten einde geene onaangenaamheden
+uit te lokken.&#8212;Wij begeven ons naar het paleis, waar de sultan ons vriendelijk ontvangt. Echter is hij blijkbaar niet op zijn
+gemak; vermoedelijk heeft men hem allerlei dingen wijsgemaakt ten aanzien van zijn portret. Zijne omgeving slaat ons met onverholen
+achterdocht gade, ongeveer op de manier van een hond, die een verdacht bezoeker bij zijn meester aantreft. Echter verzoekt
+Mohammed ons, den volgenden dag terug te komen; in den morgen zullen wij onzen toestel gereed maken, en 's namiddags het portret
+van Zijne Hoogheid photografeeren.
+<span class="pageno"><a id="d0e623"></a>Bladzijde 131</span></p>
+<p id="d0e624">Den volgenden dag laat de sultan weten dat hij ongesteld is en ons niet ontvangen kan. Wij worden onophoudelijk lastig gevallen
+door allerlei bezoekers, die ons de ongerijmdste vragen doen, en ons duidelijk te kennen geven, dat zij ons voor toovenaars
+houden, die onder voorwendsel van, langs onnatuurlijken weg, het portret van den sultan te maken, hem willen dooden, of althans
+zijne beeltenis wegvoeren.&#8212;Zoo gaan een paar dagen voorbij, en nog steeds blijft de sultan opgesloten in zijn harem. Eindelijk
+maken wij ons gereed om te vertrekken, en laten de loods afbreken, die wij voor het paleis hadden opgeslagen; eensklaps verschijnt
+nu de prins Brahamuddin, half naakt, en bidt ons niet heen te gaan, daar zijn vader ons den volgenden dag zal ontvangen.
+
+</p>
+<p id="d0e626">Dien dag verschijnt de sultan dan ook, bleek, maar prachtig gekleed, omringd door al de heeren van zijn hof, wier kleederen
+en wapenen schitteren en vonkelen in de zonnestralen. De toestel wordt in gereedheid gebracht, de afstand bepaald; maar op
+het noodlottig oogenblik treedt de sultan terug en stelt zijn zoon in zijne plaats. Eene doodsche stilte heerscht in het ronde.
+De toestel wordt geopend en gesloten; en na verloop van eenige oogenblikken, kan ik het welgeslaagde portret van den prins
+aan den verbaasde omstanders vertoonen. De sultan is nu buiten zich zelven van verrukking; hij legt zijn hovelingen het zwijgen
+op, en laat zich in verschillende houdingen, zittende, staande, alleen en door anderen omgeven, photografeeren; hij zou nu
+wel iedereen willen nopen, zijn portret te laten maken.
+
+</p>
+<p id="d0e628">Den 18<sup>den</sup> Januari 1880 namen wij afscheid van al onze vrienden op Soeloe, en gingen aan boord van de <i>Royalist</i>, die ons naar Sandakan, op de noordoost kust van Borneo, moet brengen.
+
+
+</p><a id="d0e636"></a><h1>De baai van Sandakan.&#8212;De haven van Davao.</h1>
+<p id="d0e639">20 Januari 1880.&#8212;het is onstuimig weer; de zee gaat hoog, en een koude regen onttrekt aan ons oog de eilanden en riffen van
+den archipel van Tawi-Tawi, die zich tusschen Soeloe en Borneo, van het noordoosten naar het zuidwesten uitstrekt, en de zee
+van Mindoro van die van Celebes scheidt. Tegen tien uren des avonds werpen wij het anker uit in de baai van Soendakan, voor
+Elok Poera, hetgeen in het maleisch zooveel beteekent als de schoone stad.
+
+</p>
+<p id="d0e641">Zes maanden geleden stond er nog geene enkele hut op deze heuvelen, voor welke nu waarschijnlijk eene schitterende toekomst
+is weggelegd: Elok Poera is tegenwoordig de hoofdplaats van de <i>North British Borneo Company</i>, die van de sultans van Soeloe en Broenei een grondgebied van veertigduizend vierkante mijlen in het noorden van Borneo,
+in vollen eigendom en met afstand van alle souvereiniteitsrechten, ontvangen heeft.
+
+</p>
+<p id="d0e646">De resident (directeur der Compagnie), de heer W. B. Pryer, ontvangt ons met de grootste beleefdheid en dringt er op aan,
+dat wij onzen intrek in zijne woning zullen nemen; zelf een entomoloog van naam, beschouwt hij ons als collega's. Daar in
+zijn huis nog gewerkt wordt, slaan wij zijn vriendelijk aanbod af; hij stelt daarop de nieuwste hut van Elok Poera tot onze
+beschikking.
+
+</p>
+<p id="d0e648">Nadat wij eenige dagen hadden doorgebracht met het maken van uitstapjes in de omstreken van Elok Poera, vertrok ik naar de
+rivier de Sagalioed, die zich in de golf van Sanbakan uitstort, achter Hadji Poeloe. Ik wensch een bezoek te brengen aan de
+Buled Upih, een inlandschen stam, die uit een anthropologisch oogpunt bijzonder de aandacht verdient. Des avonds werpen wij
+het anker uit bij het dorp Timban, dat door uitgewekenen uit Soeloe wordt bewoond.
+
+</p>
+<p id="d0e650">Den zevenden Februari ging ik des morgens ten half zes op weg. De kust daalt; de onzekere lijn van het strand, de toenemende
+menigte wortelboomen <i>acicenna alba</i>, die het hoog opgaande hout vervangen, alles kondigt aan dat wij de monding van de Sagalioed naderen. Omstreeks half tien
+liep ik, bij lage zee, de monding binnen, die door eene bank wordt versperd, waardoor een smal ondiep kanaal loopt. Aan de
+andere zijde der bank bedraagt de diepte tusschen de vijf en zeven el. De oevers zijn laag en geheel begroeid met riet en
+wortelboomen, die langzamerhand plaats maken voor nipa. Eene menigte beken storten zich hier in de Sagalioed uit; en nadat
+mijn gids naar alle kanten heeft rondgekeken, verklaart hij niet te weten, welke van al die wateren de eigenlijke rivier is.
+Het grootste gedeelte van den dag gaat voorbij met zoeken en opsporen, alles onder de stralen eener brandende zon. Eindelijk,
+in den namiddag, gelukte het ons, uit te maken welke de rivier is en haar juisten loop te bepalen. De nipa-palmen maken nu
+weldra op hunne beurt plaats voor de hooge stammen en prachtige boomen van het tropische oerwoud. Door den vloed geholpen,
+varen wij nu verder tusschen twee hooge levende muren van ondoordringbaar gebladerte, waartusschen de Sagalioed hare wateren
+voortstuwt, als in eene diepe kloof. Zelfs mijne roeiers zijn blijkbaar onder den indruk van de overweldigende majesteit dezer
+heerlijke trotsche natuur. Van tijd tot tijd wordt de plechtige stilte dezer eenzaamheid verbroken door ruwe kreten en gebrul.
+De takken en twijgen langs den oever worden eensklaps door eene onzichtbare oorzaak in eene golvende beweging gebracht; wij
+hooren het kraken van gebroken takken, van gescheurde lianen, een geruisch van bladeren: dan sterft het geluid langzaam weg
+en verliest zich in de verte. Behalve een aantal herten en wilde zwijnen, vindt men in deze bosschen ook olifanten, rhinocerossen,
+orang-oetans en eene groote menigte andere apen. Vergeefs tracht ik er nu en dan een te treffen: het dicht gordijn van takken
+en gebladerte schudt en ruischt, maar schijnt zelfs voor kogels ondoordringbaar: althans het blijkt niet, dat mijn schot werkelijk
+getroffen heeft.
+
+</p>
+<p id="d0e655">Den volgenden morgen kwam ik te Sagalioed, het armzalige dorp van de Buled Upih, die mij vriendelijk on welwillend ontvangen.
+Deze Buled <span class="pageno"><a id="d0e657"></a>Bladzijde 132</span>Upih, wier gelaatstrekken bijna den europeeschen type vertoonen, hebben, volgens mijne waarnemingen, eene gemiddelde lengte
+van 1.583 meter; hunne kleur is betrekkelijk licht. Zij zijn onverschrokken jagers, en hoewel slechts gewapend met slechte
+versleten geweren, tasten zij zelfs olifanten en rhinocerossen aan.
+
+</p>
+<p id="d0e659">Nadat ik zoo ver mogelijk den loop der rivier had gevolgd en de vereischte opmetingen gedaan, waarmede een tiental dagen gemoeid
+waren, keerde ik naar Elok Poera terug, waar ik den heer Rey vond, die eene mooie collectie had bijeengebracht, welke eerlang
+nog zal verrijkt worden.
+
+</p>
+<p id="d0e661"></p>
+<div id="d0e662" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-132.jpg" alt="Vrouw van Soeloe."></p>
+<p class="figureHead">Vrouw van Soeloe.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e666">Wij bevinden ons in landstreken, waar krokodillen in menigte huizen: oppervlakkig zou men zeggen dat wij reeds herhaaldelijk
+met die dieren in aanraking moesten zijn gekomen, maar toch hebben wij er nog geen enkel gezien. Alle Europeanen, met wie
+ik daarover spreek en aan wie ik mijne verwondering te kennen geef, verklaren dat zij niet gelukkiger zijn geweest dan wij.
+Thans zal deze ledige plaats in onze verzameling worden aangevuld. Vier Soeloeneezen brengen ons een levenden jongen krokodil,
+dien zij stevig gebonden hebben, zoodat hij zich niet roeren kan. Het komt er nu op aan, het dier met de noodige voorzorg
+te villen, zonder het geraamte te beschadigen. Daar ik nog altijd lijdende ben ten gevolge van de beten der bloedzuigers in
+de bosschen van de Sagalioed, draag ik die gewichtige taak op aan mijn muchacho (jongen) Juan, die minder dan ik door deze
+afschuwelijke dieren is gehavend. Juan, die mij dikwijls bij onze werkzaamheden geholpen heeft, maar nog nooit zelf eene operatie
+heeft verricht, toont zich zeer vereerd door het in hem gestelde vertrouwen, en tijgt met grooten ijver aan den arbeid. Hij
+installeert zich met zijn kameraad, den muchacho van den heer Rey, op zijn gemak onder de veranda; bindt den krokodil op eene
+plank, en worgt hem met den klassieken strop; vervolgens maakt hij met vaste hand eene insnijding in het vel van het borstbeen.
+Op het eigen oogenblik doet een verschrikkelijk leven mij van mijne mat opspringen. Juan en de muchacho van den heer Rey liggen
+achterover op den grond, te midden van planken, instrumenten en kisten; alles is in volslagen verwarring. De krokodil was
+niet dood: zoodra hij het skalpeermes voelde, verbrak hij zijn boeien en sprong over de balustrade van de veranda. Ik zag
+hoe hij zich over boomstammen heen, dwars door de struiken, naar de rivier spoedde. In Elok Poera, aan den voet van onzen
+heuvel gelegen, heeft men dit drama gezien: aanstonds worden alle deuren gesloten, en de anders op dit uur zoo drukke straat
+van het stedeke is in een oogenblik ledig. Beschaamd en woedend over zijne mislukte operatie, snelt Juan den vluchteling na:
+hij haalt den krokodil in, grijpt hem bij den staart en weet hem op den rug te wentelen, zoodat hij zich niet meer verdedigen
+kan. Mijn muchacho nam nu beter voorzorg, en het duurde niet lang, of het skelet van den krokodil prijkte in onze collectie.
+
+
+</p>
+<p id="d0e668"></p>
+<div id="d0e669" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-133.jpg" alt="Woning van een Soeloenees."></p>
+<p class="figureHead">Woning van een Soeloenees.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e673">Evenals Juan, lijd ook ik aan koorts en aan de gevolgen van de beten der bloedzuigers; ik moet dan ook in mijne hut blijven.
+De meeste nachten breng ik slapeloos door, luisterende naar de niet onwelluidende muziek van den koeling-tangang (een maleisch
+orkest), die, ter gelegenheid van ik weet niet welk inlandsch feest, zich elken avond laat hooren. Met ongeduld verwachten
+wij de komst van een vaartuig, dat ons uit onze gevangenschap verlossen zal; die verwachting is aanvankelijk vergeefsch, tot
+eindelijk, door een gelukkig toeval, de <i>Kerguelen</i>, een kruiser behoorende tot ons eskader in de Chineesche-zee, op de reede het anker laat vallen. De gezagvoerder, de kapitein
+Mathieu, heeft de beleefdheid, om onzentwil van zijn voorgeschreven weg af te wijken, en ons naar Soeloe terug te brengen.
+
+
+</p>
+<p id="d0e678">Wij moeten eene maand te Soeloe blijven, in afwachting van eene gelegenheid om naar het zuid-oosten van Mindanao te vertrekken.
+Ik ben al dien tijd genoodzaakt, het bed te houden; ik mag niet nalaten, met innigen dank melding te maken van de hartelijke
+zorgen en toewijding van den heer Rey en van den uitnemenden spaanschen officier van gezondheid, don Manuel Rabadan, die zich
+een waar vriend toonde. Zoo als trouwens altijd, kan ik niet dan met den meesten lof gewagen van de voorkomende vriendelijkheid
+en hulpvaardigheid van alle Spanjaarden.
+<span class="pageno"><a id="d0e680"></a>Bladzijde 134</span></p>
+<p id="d0e681">Den zesden April gingen wij aan boord van de <i>Pasig</i>, waarvan de kommandant, don Jos&eacute; Zavala, ons reeds van vroeger zeer gunstig bekend was. De eerste dien wij aan boord ontmoeten,
+is de bataillonskommandant don Joaquim Rajal y Larre, onlangs tot gouverneur van de provincie Davao, in het zuid-oosten van
+Mindanao, benoemd; hij geeft ons aanstonds de verzekering dat hij alles zal doen wat in zijn vermogen is, om ons in de vervulling
+onzer taak behulpzaam te zijn en onze nasporingen te vergemakkelijken.
+
+</p>
+<p id="d0e686">Mindanao is, na Lu&ccedil;on, het grootste eiland van de Philippijnen; de oppervlakte wordt geschat op 94,400 vierkante mijlen. Ten
+noorden ligt Mindanao tegenover de Bisayas-eilanden; ten westen wordt het begrensd door de zee van Mindoro, en ten oosten
+door den Stillen-oceaan. De zuidkust, door de zee van Mindoro bespoeld, is rijk aan diepe baaien of inhammen: onder anderen
+de baai Illana, de geliefde verblijf- en schuilplaats van de zeeschuimers, wier voornaamste nederzetting de Rio Grande beheerschte.
+
+
+</p>
+<p id="d0e688">Het eiland wordt bestuurd door een gouverneur-generaal, die den rang bekleedt van brigadier&#8212;een militaire rang tusschen dien
+van kolonel en van veldmaarschalk&#8212;en te Zamboanga resideert; het is verdeeld in vier provinci&euml;n of afzonderlijke gouvernementen,
+Cottabato en Davao in het zuiden, Misamis en Suragao in het noorden. Alleen de kusten zijn bekend, hoewel de hydrografische
+kaarten van deze streken, voor het meerendeel, nog veel te wenschen overlaten. De hydrografische commissie van de Philippijnen
+houdt zich nu juist onledig met de opneming van dat gedeelte der kust van het eiland, dat in den laatsten tijd nog niet bestudeerd
+was geworden.
+
+</p>
+<p id="d0e690">Dit groote, vruchtbare eiland, waarvan het bergachtige binnenland nog voor een goed deel onbekend en moeilijk te genaken is,
+wordt door verschillende volksstammen bewoond, die in vier groepen kunnen worden gesplitst:
+
+</p>
+<p id="d0e692">1&deg;. De Bisayas, allen katholiek en aan het gezag van Spanje onderworpen; tot de Bisayas rekent men ook een aantal inlanders,
+die sedert geruimen tijd onderworpen en tot het Christendom bekeerd zijn. Men vindt de Bisayas bijna uitsluitend in de pueblos
+of vintas, bijna allen langs de kust of in hare nabijheid gelegen. Het aantal dezer inboorlingen wordt geschat op omstreeks
+honderd-vijftig-duizend zielen.
+
+</p>
+<p id="d0e694">2&deg;. De Maleiers of Moros, allen Mohammedanen, vooral in het zuiden gevestigd, in het stroomgebied van de Rio Grande en rondom
+sommige meren van het binnenland.
+
+</p>
+<p id="d0e696">3&deg;. Een zeker aantal Chineezen, koelies en kooplieden, in de pueblos gevestigd.
+
+</p>
+<p id="d0e698">4&deg;. De <i>Infieles</i>, inboorlingen van zeer verschillend ras, wilde heidenen, die geheel onafhankelijk zijn en de binnenlanden van het eiland
+bewonen.
+
+</p>
+<p id="d0e703">De Moros en de Infieles worden te zamen op driehonderd-duizend zielen geschat. Maar deze schatting kan hoegenaamd geene aanspraak
+op juistheid maken, en is eigenlijk niet meer dan eene gissing, daar deze bevolkingen voor een groot deel geheel onbekend
+zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e705">In den avond van den zevenden April voeren wij de straat van Sarangani binnen, gevormd door de eilanden van denzelfden naam
+en de landpunt Panguian. Een kanonschot weergalmt, en wij houden stil. Na verloop van eenige minuten verschijnt bij ons aan
+boord de luitenant bij de marine don Enrique de Ramos y Azcaraga, vergezeld van den dokter don Gabriel Lopez y Martin. De
+heer de Ramos, kommandant van het maritieme station van Davao, kruiste hier sedert eenige dagen met een zijner <i>faloas</i>, kleine, weinig diepgaande kustvaartuigen, die zoowel door zeilen als door riemen kunnen worden voortbewogen. Hij moest de
+langs de kust gevestigde Moros in het oog houden en tevens de Sarangani-eilanden in kaart brengen.
+
+</p>
+<p id="d0e710">De heer de Ramos, van onze aanstaande komst verwittigd door een brief van onzen consul Dudemaine, treedt ons te gemoet; hij
+verzekert ons dat wij, ten behoeve van onze nasporingen en onderzoekingen, geen gunstiger terrein kunnen kiezen dan de provincie
+Davao. Hij voegt daarbij, dat wij in alles op hem kunnen rekenen en dat hij ons naar vermogen behulpzaam zal zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e712">Wij zetten nu de vaart voort langs de westelijke kust van de golf van Davao, waarvan de hooge bergen, de bosschen en velden
+hetzelfde karakter vertoonen, dat wij reeds aan de zuidkust van het eiland hebben leeren kennen. Boven deze bergen verrijst,
+aan den westelijken gezichteinder, de Malutun, aan welks voet de Rio Grande vloeit. Dicht bij Davao en aan de kust verheft
+zich, met indrukwekkende majesteit, de Ap&oacute;, de groote vulkaan, wiens boschrijke hellingen en diepe valleien, nog nimmer door
+den voet van een Europeaan betreden, ons reeds dadelijk na onze aankomst uitlokken tot eene bestijging.
+
+</p>
+<p id="d0e714">In den namiddag van den tienden April werpt de <i>Pasig</i> het anker uit op anderhalve mijl afstands van de kleine rio van Davao, waarvan de monding door eene bank wordt versperd.
+Aan land gegaan, worden wij met de meeste hartelijkheid ontvangen door den eerwaarden pater Minov&egrave;s, pastoor van Davao, die
+er op aandringt dat wij onder zijn dak zullen inkeeren. Vreezende hem overlast te zullen aandoen, nemen wij onzen intrek in
+twee aan elkander grenzende huizen in de stad, waar wij ons installeeren en weldra, dank zij de hulpvaardigheid der Spanjaarden,
+van alles wat wij noodig hebben zijn voorzien. Wij nemen muchachos in onzen dienst, huren een rijtuig en koopen paarden, zoodat
+wij overal in den omtrek uitstapjes kunnen maken.
+
+</p>
+<p id="d0e719">Het stadje Davao, ook onder den naam van Vergara bekend, is de hoofdplaats van de provincie Nueva Guipuzcoa, die het zuid-oostelijk
+gedeelte van Mindanao omvat; langs de zuidelijke kust van het groote eiland strekt zich deze provincie uit van de baai van
+Sarangani, waar zij aan de provincie Cottabato grenst, tot de baai van Maijo, aan den Stillen-oceaan; de noordelijke grens
+is onbepaald, want het binnenland is nog meer of min onafhankelijk. In dat binnenland, tusschen de met dichte wouden bedekte
+vulkanische bergen, leven in wilden toestand, de tot verschillende stammen behoorende, zoogenaamde <i>Infieles</i> langs de kusten, voornamelijk <span class="pageno"><a id="d0e724"></a>Bladzijde 135</span>aan de mondingen der riviertjes en beken, hebben zich de Moros gevestigd, wier onophoudelijke rooftochten eindelijk de rechtstreeksche
+tusschenkomst van de spaansche regeering en de vestiging van haar gezag in deze streken hebben uitgelokt. In 1847 verkreeg
+Oyanguren, een officier van beproefde dapperheid en zeldzame energie, van de regeering te Manilla vergunning, om voor eigen
+risico, eene expeditie te ondernemen tegen de Moros van Davao. Hij kreeg van het gouvernement niet meer dan eenige wapenen
+en ammunitie, benevens verlof om eene compagnie vrijwilligers aan te werven. De laatste der <i>conquistadores</i> vertrok op een kleine brik, liep te Caraga aan den Stillen-oceaan binnen, wierf daar tweehonderd vrijwilligers aan, en begaf
+zich met die kleine macht naar Davao, dat hij zonder slag of stoot bemachtigde; vervolgens breidde hij al spoedig zijn gezag
+uit over de geheele kuststreek, die nog tegenwoordig de provincie vormt. Sedert dien tijd had de spaansche heerschappij geen
+ernstigen aanval meer te doorstaan; de woede en verbittering der Moros uitte zich in moordaanslagen en rooverijen, die nu
+in den laatsten tijd, na de vestiging van een marietiem station te Davao, met kracht worden onderdrukt. Dit station, waarover
+het bevel is opgedragen aan een luitenant ter zee, bestaat uit drie faloas, bemand met vijf-en-zeventig inlandsche matrozen,
+en een klein arsenaal, waarvan de werklieden, dank zij de uitnemende vriendelijkheid van den heer de Ramos, ons de beste diensten
+bewijzen. Het bestuur over de provincie is opgedragen aan een bataillonskommandant, die eene kompagnie van ongeveer tweehonderd
+inlandsche soldaten onder zijne bevelen heeft. Deze krijgsmacht is voldoende om in de kuststreek rust en orde te handhaven.
+Spanje heeft wijselijk geene pogingen aangewend tot gewelddadige onderwerwerping van het binnenland: militaire expediti&euml;n
+van dien aard, in bijna onbekende, half bewoonde bosch- en berglanden, te midden van vijandige stammen, eischen offers van
+geld en menschenlevens, die meestal in geene verhouding staan tot de verkregen, en daarbij nog altijd onzekere uitkomst. De
+spaansche regering heeft zich voor goed op de kust gevestigd en wacht nu den verderen loop der gebeurtenissen af: de ondervinding
+van de laatste tijden heeft reeds bij herhaling bewezen, dat deze politiek, met vastheid en beleid gevoerd, onder alle opzichten
+de beste is. De provincie Davao is gezond, zelfs langs de kust, behalve op de plaatsen waar wortelboomen groeien, en waar
+de inzakking van den grond moerassen heeft gevormd: deze laatsten zijn echter gelukkig zeldzaam. De heerschende ziekten zijn
+diarrhee, dysenterie en derdendaagsche koorts; de inlanders zijn daaraan vooral onderhevig; het is niets vreemds, Bisayas
+te ontmoeten, die jaren achtereen, nu en dan, soms maanden lang met de koorts sukkelen. Europeanen worden minder dikwijls
+door die koortsen aangetast; maar geschiedt dit, dan woedt de ziekte bij hen in veel heviger graad. Mits zij zich aan een
+zeer strengen leefregel houden, kunnen de Europeanen hier gezond blijven. Dit geldt natuurlijk alleen van volwassen mannen:
+zoowel hier als elders, werkt het tropische klimaat bepaald nadeelig op geheel het organisme van blanke vrouwen en kinderen.
+
+
+</p>
+<p id="d0e729">Mijn reisgenoot en medehelper, de heer Rey, ondervindt in het eind ook de onvermijdelijke gevolgen onzer levenswijze. Tot
+dus ver had hij slechts met lichte, voorbijgaande ongesteldheden te kampen; nu is zijne gezondheid in zoo hevige mate geschokt,
+dat hij zijn werk niet langer kan voortzetten, en een onverwijlde terugkeer naar Europa voor hem noodzakelijk is. Met diep
+leedwezen neem ik afscheid van mijn vriend, met wien ik nu ruim een jaar heb gereisd, zonder dat ooit de goede verstandhouding
+tusschen ons in het minst werd verstoord. Ik vergezel den heer Rey aan boord van de <i>Pasig</i>, en neem met een hartelijken handdruk van hem afscheid: moge de zeereis hem goed doen.
+
+</p>
+<p id="d0e734">Met dezelfde boot vertrok de kommandant don Faustino Villa Abrille y Alvarez, gouverneur van Davao, die zijn ambt heeft overgedragen
+aan den kommandant Rajal. Sedert wij hier zijn, hebben de oude en de nieuwe gouverneur ons om strijd met de meeste voorkomendheid
+bejegend en alles gedaan wat in hun vermogen was, om ons de vervulling onzer taak gemakkelijk te maken.
+
+</p>
+<p id="d0e736">Vijf maanden lang hield ik mij te Davao op, waar ik mijn hoofdkwartier heb gevestigd en van waar uit ik in steeds wijder kring
+uitstapjes in den omtrek maak. De Infieles van deze streek, de Bagobos vooral, bezitten uitmuntende paarden; iedereen, mannen,
+vrouwen en kinderen, rijdt in deze bergachtige streken te paard; en deze dieren worden hier met niet minder zorg behandeld
+en verpleegd dan in Algeri&euml;. Maar ondanks hunne reputatie als ruiters, zitten deze inboorlingen toch niet stevig in den zadel:
+door den eigenaardigen vorm van den stijgbeugel kunnen zij hunne knie&euml;n niet goed gebruiken en moeten zich dus in evenwicht
+houden: van daar dat een val van het paard volstrekt geene zeldzaamheid is, vooral bij de groote bewegelijkheid der ruiters.
+Daar komt bij dat zij, ook te paard zittende, steeds een lans in de hand hebben, waardoor de kansen om een ongeluk te krijgen,
+aanmerkelijk vermeerderd worden. Onlangs was ik met twee opperhoofden uit den omtrek van Davao op de herten- en zwijnenjacht.
+Wij bevonden ons aan den zoom van een uitgestrekt, zacht golvend weiland, rondom door bosschen omgeven; achter ons waren eene
+menigte <i>sacopes</i> en slaven bezig, met groot geschreeuw, het wild op te jagen en naar het weiland te drijven. Weldra schoot een hert uit het
+bosch te voorschijn; wij jagen het dier na, dwars door het hooge gras, dat een aantal kuilen en greppels voor hot oog verbergt;
+de inlandsche paarden weten met merkwaardig instinkt die gevaarlijke plekken te vermijden: zij voelen aan de weekheid van
+den bodem, dat een poel of greppel in de nabijheid is en springen er over heen. Ditmaal had een der paarden zijn sprong niet
+goed berekend en viel. De ruiter werd natuurlijk over den kop van het paard heen geslingerd, en kwam op zijne lans terecht,
+die ongelukkig in den grond was gedrongen, met de punt naar boven. Gelukkig was de wond niet doodelijk; door eene zorgvuldige
+<span class="pageno"><a id="d0e741"></a>Bladzijde 136</span>behandeling mocht het mij gelukken, hem te genezen; maar de ongelukkige dato zal zijn leven lang eene belemmering in de ademhaling
+behouden en hij zal van de drijfjacht moeten afzien.
+
+</p>
+<p id="d0e743">Men vindt in den omtrek van Davao verschillende inlandsche stammen, die zich zeer wezenlijk van elkander onderscheiden.
+
+</p>
+<p id="d0e745">De Bisayas geven den naam van Atas aan de Negritos, die ik tot dusver nog enkel als slaven heb ontmoet, en ook aan andere
+stammen, die ten noordwesten van den Ap&oacute; leven. Deze laatsten hebben betrekkelijk een vrij hoogen trap van beschaving bereikt
+en vormen een geordende maatschappij; zij zijn de eenigen, die zich met de Moros durven meten, aan wie zij een onverzoenlijken
+haat gezworen hebben; en hunne stoutmoedigheid wordt niet zelden met goeden uitslag bekroond.
+
+</p>
+<p id="d0e747"></p>
+<div id="d0e748" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-136.jpg" alt="Arroyo, op de kust van Mindanao"></p>
+<p class="figureHead">Arroyo, op de kust van Mindanao</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e752">De Tagabawas, die in zeden en levenswijze niet veel van de Atas verschillen, schijnen echter meer vredelievend en tot toenadering
+gezind. Hunne kleeding bepaalt zich in den regel tot het hoogst noodige; maar bij feestelijke gelegenheden behangen zij zich
+letterlijk met halskettingen en allerlei soort van sieraden.
+
+</p>
+<p id="d0e754">De Guiangas, de Samals, de Tagacaolos en nog een paar andere, min of meer talrijke stammen, leven in halve barbaarschheid
+en voor een deel ook in onophoudelijke vijandschap, zoowel met de blanken, als vooral met de mohammedaansche Maleiers of
+Moros, die zich langs de kusten hebben gevestigd, en die ook geene gelegenheid laten voorbijgaan om de Infieles te bedriegen
+en op de meest schaamtelooze wijze te exploiteeren.
+<span class="pageno"><a id="d0e756"></a>Bladzijde 209</span></p>
+<p id="d0e757"></p>
+<div id="d0e758" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-209.jpg" alt="Typen van de oostkust van Borneo."></p>
+<p class="figureHead">Typen van de oostkust van Borneo.</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p><a id="d0e764"></a><h1>Beklimming van den vulkaan Ap&oacute;.</h1>
+<p id="d0e767">October 1880.&#8212;Bij mijn terugkomst te Davao, verneem ik van den gouverneur Rajal, dat hij een onderhoud heeft gehad met den
+dato Mani, het opperhoofd van een der talrijkste en machtigste stammen, die de oostelijke hellingen van den vulkaan Ap&oacute; bewonen,
+en den toegang tot den berg, die in hunne oogen eene heilige plaats is, zoowel aan de Spanjaarden als aan de Infieles ontzeggen.
+Deze dato Mani hield zich overtuigd, dat zijn gebied voor de Spanjaarden onbereikbaar was: die overtuiging was hoogst waarschijnlijk
+gegrond op den ongelukkigen afloop van enkele pogingen tot beklimming van den Ap&oacute;. Maar daar hij voor Davao een zeer lastige
+nabuur was, nam de vorige gouverneur, op een zekeren morgen, twintig soldaten met zich en omsingelde Mani met zijn geheele
+kamp; hij onderwierp zich en verkreeg vergiffenis. De kommandant Rajal heeft nu van Mani stellige toezeggingen verkregen:
+de dato zal zich niet verzetten tegen de bestijging van den vulkaan; meer nog, hij zal zelf onze gids zijn en zal ook geen
+slaaf offeren om den toorn van zijn god te bezweren.
+
+</p>
+<p id="d0e769">De vriendelijke gouverneur, die den tocht zoo spoedig mogelijk ondernemen wil, noodigt mij uit, hem te vergezellen; welke
+uitnoodiging ik met graagte aanneem. Met onze toebereidselen zijn wij spoedig gereed. Wij zullen eenige muchachos medenemen;
+de gouverneur zal zich bovendien doen vergezellen door acht soldaten, met remmington-geweren gewapend, die ons als geleide
+en tevens als dragers zullen dienen. Het komt er vooral op aan, zoo nauwkeurig mogelijk de hoogte te bepalen van den Ap&oacute;,
+die nog nooit is bestegen geworden. De zoo bij uitnemendheid beleefde en hulpvaardige kommandant van het maritieme station
+van Davao, don Enrique de Ramos, is dadelijk bereid, mij zijne hulp te verleenen. Zes maal per dag, op bepaalde uren, zal
+hij den barometer, den thermometer en den hygrometer van het station raadplegen; van dezelfde instrumenten voorzien, zal ik
+gedurende de beklimming, zooveel mogelijk op dezelfde uren, mijnerzijds waarnemingen doen; uit de vergelijking onzer aanteekeningen
+zullen wij dan de hoogte trachten op te maken.
+
+</p>
+<p id="d0e771">5 October.&#8212;Reeds den vorigen avond zijn de inlandsche soldaten, onder kommando van een europeeschen sergeant, over zee naar
+Sibulan vertrokken. Ten zes uren in den morgen stijgen wij te paard; de Ap&oacute;, waarvan de top half door den morgennevel omsluierd
+is, verdwijnt weldra geheel uit ons oog, want wij bevinden ons in de dichte bosschen, die zich langs zijn voet uitstrekken
+en zijne hellingen bedekken.
+
+</p>
+<p id="d0e773">Ons kleine gezelschap bestaat uit den eerwaarden pater Mateo Grisbert, aan de missie van Davao verbonden, uit de heeren don
+Ramon Lon y Al-bareda, tweeden luitenant bij de infanterie, don Ramon Cordero, don Jos&eacute; Maria Campo, en don Rafael Martinez.
+
+<span class="pageno"><a id="d0e775"></a>Bladzijde 210</span></p>
+<p id="d0e776">Na een vrij langen rit door het bosch, komen wij weder op het strand; het fijne, vochtige zand is eene uitkomst voor de paarden,
+die weldra in vliegenden galop voortstuiven. Omstreeks drie uren in den namiddag komen wij te Binogao, eene groote hut op
+het strand van Sibulan, waar wij onze soldaten vinden en den dato Mani, vergezeld van een honderdtal Bagobos te voet en te
+paard, allen gewapend met een bolo (kris) en eene lans. Mani beweert, dat hij om ons eer te bewijzen een zoo talrijk gevolg
+heeft medegebracht, en wij houden ons maar of wij hem gelooven. Na eene korte rust begeven wij ons op weg; wij keeren der
+zee den rug toe en beginnen den berg te beklimmen, daarbij het pad volgende, dat naar de rancheria van Mani voert, waar wij
+des avonds ten zeven uren aankomen.
+
+</p>
+<p id="d0e778">Deze rancheria, die zeshonderd-dertien el boven de zee ligt, is zeer groot, en omringd door eenige kleinere hutten en door
+eene vrij groote uitgestrektheid bouwland: alles omsloten door het dichte woud. Al deze hutten zijn vrij hoog boven den grond
+verheven en rusten op stammen van boomachtige varens; de groote merkwaardigheid van deze rancheria is eene kleine smidse,
+voorzien van een aanbeeld, dat door de Infieles en Moros uit den omtrek met naijverige en begeerige blikken wordt aangezien;
+in deze smidse worden, ondanks de gebrekkige werktuigen, door de inlanders zeer goede bolos vervaardigd.
+
+</p>
+<p id="d0e780">De vrouwen en de vader van Mani ontvangen ons boven aan de trap of ladder, die toegang geeft tot het adellijk kasteel. De
+vader van Mani, een meer dan tachtigjarige blinde grijsaard, houdt zich steeds vast aan zijne laatste vrouw, eene jonge Bagoba
+van veertien jaar.
+
+</p>
+<p id="d0e782">Den volgenden morgen blijkt ons escorte van inlandsche lansiers met eenige manschappen verminderd, want de Infieles beginnen
+te begrijpen dat zij een gedeelte van onzen voorraad zullen hebben te dragen. Mani, schijnbaar zoo dienstvaardig mogelijk,
+stookt onder de hand zijn volk op, dat zij weigeren eenigen last te dragen. Toch is het noodig, dat wij althans eenige mondbehoeften
+medenemen. Dit gehaspel veroorzaakt vertraging, zoodat wij eerst tegen den middag vertrekken kunnen.
+
+</p>
+<p id="d0e784">Nadat wij, niet zonder moeite, door eene diepe beek zijn getrokken, komen wij op eene vlakte, die met hooge boomen is begroeid,
+welke gaandeweg vervangen worden door groote bosschages van bamboe, waarvan de krachtvolle stengels eene hoogte bereiken van
+dertig tot veertig voet. Een tropische plasregen, van hevige windvlagen vergezeld, noodzaakt ons, gedurende eenigen tijd stil
+te houden; als wij onzen tocht hervatten, bevinden wij ons weldra aan den rand van een diep ravijn, waarvan de wanden loodrecht
+afdalen; zeer tot onze spijt, moeten wij hier van onze paarden afscheid nemen. De soldaten krijgen nog iets meer te dragen,
+en wij beginnen langs de steile, boschrijke helling af te dalen, tot wij eindelijk aan den oever komen van de rio Tagulaya,
+een breeden en diepen bergstroom, die nu, door de regens gezwollen, met onstuimig geweld door zijne nauwe bedding schiet.
+
+
+</p>
+<p id="d0e786">Op zekere hoogte boven de rivier is een enkele bamboestengel van de eene rots naar de andere gespannen; de Bagobos gaan,
+met hunne bloote voeten, met het grootste gemak over deze meer dan eenvoudige brug; voor ons heeft dat meer moeite in. Aan
+de overzijde stuit de brug tegen een hoogen, gladden rotswand, waarlangs een liane gespannen is; ons aan die liane vastklemmende,
+klauteren wij met levensgevaar naar beneden, elk oogenblik dreigende in de bruisende wateren te storten van de Tagulaya, die
+dertig voet beneden ons, schuimend en kokend, zich een weg baant over en tusschen puntige rotsen. Het is mij onverklaarbaar, hoe onze soldaten, met hunne wapenen en onze
+bagage beladen, zonder ongeval beneden komen. Als wij eindelijk allen op eene smalle landtong zijn aangekomen, slaan wij daar
+ons bivouak op, tusschen de eerste boomachtige varens. De plek is wonderschoon; wij brengen daar een kalmen nacht door, in
+slaap gewiegd door het harmonisch geruisch der wateren.
+
+</p>
+<p id="d0e791">7 October.&#8212;Ten zeven uren des morgens bevinden wij ons midden in de Tagulaya, die met groot gerucht door een bochtig dal stroomt;
+de oevers zijn loodrecht; wij zijn dus genoodzaakt de bedding der rivier te houden. Mani verzekert ons, dat wij spoedig een
+beteren weg zullen vinden; ik houd mij overtuigd dat de valsche dato, die niet durfde weigeren ons naar den vulkaan te geleiden,
+nu met opzet den tocht zoo bezwaarlijk mogelijk maakt, in de hoop ons daardoor af te schrikken. Vijf uren lang worstelen wij
+stroomopwaarts, te midden der schuimende wateren, telkens uitglijdende op de gladde rotsen; twaalf malen zijn wij genoodzaakt,
+dwars door woedende draaikolken, den ziedenden stroom te doorwaden om eene begaanbare plek te vinden; dikwijls reikt het koude
+water ons tot aan de schouders. Overigens is het landschap betooverend schoon: ter wederzijde stijgen tot eene hoogte van
+vijftig tot honderd el de donkere rotswanden omhoog, waarlangs kristallen watervallen naar beneden ruischen. Dichte gordijnen
+van lianen en orchidee&euml;n hangen tot op het water af, en verhullen zoo halverwege den ingang van ruime grotten en spelonken,
+die wij gaarne zouden onderzoeken, indien het mogelijk ware, op dezen weg te blijven stilstaan. Boven onze hoofden vormen
+de dooreengeweven takken van reusachtige varens en aurentace&euml;n een dicht gewelf, waardoor de zonnestralen met moeite heendringen
+en de schoonste spelingen van licht en schaduw tooveren op de snelvlietende schuimende wateren. Onze Bagobos, alleen met een
+glanzend broekje gekleed, met de lans in de vuist, overal over de rotsen verspreid, vormen te midden van deze romantische
+omgeving, eene fantastische stoffage; waren we niet tot op het gebeente doorweekt, uitgeput van vermoeienis en gekneusd en
+gehavend, dan zouden wij kunnen meenen te droomen.
+
+</p>
+<p id="d0e793">Wij verlaten eindelijk de bedding dezer beek, waarvan ik de ellende en de schoonheid niet licht vergeten zal; wij klauteren
+langs steile bergwanden omhoog en komen eindelijk, half dood van <span class="pageno"><a id="d0e795"></a>Bladzijde 211</span>vermoeienis, omstreeks den middag, aan eenige hutten, door kleine maisvelden omringd: dat is de rancheria van Tagaydaya, die
+aan den dato Bitil behoort, een bondgenoot van Mani. De Bagobos van Tagaydaya hebben nog nooit Europeanen gezien; in den beginne
+schijnen zij zeer wantrouwend, maar allengs meer op hun gemak komende, geven zij ons volgaarne de weinige levensmiddelen die
+zij missen kunnen. Een mijner muchachos ruilt vijf kippen in tegen eenige glaskoralen, die niet meer dan vijftien centen waard
+zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e797">Den volgenden morgen was een onzer reisgezellen, waarschijnlijk ten gevolge van de inspanning van den vorigen dag, ongesteld;
+een hevige aanval van koorts belet hem, de reis te vervolgen. Ongelukkig laat het zich niet aanzien dat hij spoedig beter
+zal zijn; wij kunnen hier niet vertoeven en zijn dus genoodzaakt, den kranke te Tagaydaya achter te laten, met den noodigen
+voorraad chinine, onder de hoede van een zijner vrienden en van twee inlandsche soldaten.
+
+</p>
+<p id="d0e799">Den negenden vervolgen wij onzen tocht, en beklimmen den berg Pupuq, die op eene hoogte van omstreeks duizend meters een uitgestrekt
+plateau vormt, dat met lianen en struikgewas is bedekt. De temperatuur van den grond wordt merkbaar hooger, en de lucht is
+vervuld met zwavelachtige dampen. Aan den voet van de noordelijke helling van den berg Pupuq ontspringt een der bronnen van
+de rio Tagulaya. Aan de overzijde van deze beek verandert de vegetatie eensklaps van karakter. De boomen en planten, die tot
+dusver den berg bedekken, maken plaats voor een woud van boomvarens, tusschen de tien en twintig ellen hoog; de stammen zijn,
+evenals de grond, geheel overdekt met een dichten mantel van mosch en klimop; de vochtigheid is buitengewoon, en overal, op
+den grond, op de bladeren, langs de stammen, vloeit en druppelt het water. Omstreeks twee uur in den namiddag begint de helling
+minder steil te worden, en betreden wij de bijna uitgedroogde bedding van een bergstroom, die na den regen eene opeenvolging
+van bruisende watervallen moet vormen. Gelukkig heeft de beek nu zoo goed als geen water; maar toch kost het geweldige inspanning,
+om de reusachtige steenblokken en steile rotsen te beklimmen, die ons telkens den weg versperren. De zwaar beladen soldaten
+kunnen bijna niet meer voort; een hunner zinkt, aan den rand van den afgrond, bewusteloos neer, met alle verschijnselen van
+dreigende verlamming der longen; met groote moeite sleepen wij hem voort tot aan de plaats, waar wij ons bivouak willen opslaan,
+op eene hoogte van 2229 meter. Wij bevinden ons te midden van lage varens, waarvan het water afdruipt; dit is te onaangenamer,
+daar gedurende den nacht mijn minimumthermometer tot 8&deg; boven nul daalt.
+
+</p>
+<p id="d0e801">Omtrent den verder te volgen weg kunnen onze Bagobos ons geene inlichtingen meer geven. Wij kunnen den vulkaan zeer duidelijk
+zien; de zuidelijke helling van den Ap&oacute; is naar ons toegekeerd; deze helling is over de geheele hoogte verdeeld door eene
+breede spleet, waaruit wolken van damp opstijgen. Voor zoover wij zien kunnen, is de berg van die zijde ongenaakbaar. Wij
+besluiten, de bestijging aan de oostzijde te beproeven: en dit besluit werd ons door een goeden genius ingegeven, want alleen
+daar is beklimming mogelijk.
+
+</p>
+<p id="d0e803">10 October.&#8212;Hoewel wij eene hoogte van 2229 meter hebben bereikt, moeten wij nog een goed eind hooger klimmen; twee uren lang
+gaat de tocht met zeer veel moeite bergopwaarts. De boomvarens zijn op eene hoogte van 1900 meter verdwenen; wij bevinden
+ons thans in een dicht bosch van lage varens, wier knoestige, dooreengevlochten, over den grond kruipende stammen en takken
+een soort van veerkrachtig bed vormen, waarop men niet kan voortkomen, dan door van den eenen tak op den anderen te springen.
+Na tallooze malen gestruikeld en gevallen te zijn, komen wij, uitgeput van vermoeienis, op eene hoogte waar de schrale en
+armelijke plantengroei geen beletsel meer is (2370 meter). Hier begint de bestijging van den eigenlijken vulkaan: de bodem
+bestaat voor een goed deel uit steenen en asch, meestal met een laag zwavel van een tot twee duim dikte. In de spleten der
+rotsen vinden wij uitmuntend water, dat ons heerlijk te stade komt.
+
+</p>
+<p id="d0e805">Tegen tien uren bevinden wij ons aan den rand van de groote zuidelijke spleet, die wij gisteren uit de verte hebben gezien;
+hare breedte bedraagt ongeveer vijftig el; de loodrechte wanden hebben eene hoogte van tusschen de twintig en zestig meter.
+Uit die wanden stijgen, met een schel gefluit, zwavelzure dampen omhoog, wier helder witte kleur scherp afsteekt bij het vuile
+geel van de dikke zwavellaag, die de gansche spleet bedekt. De grond wordt brandend heet: weldra houdt bijna alle spoor van
+plantengroei op; slechts enkele jeneverstruiken verheffen zich nog hier en daar tusschen de asch. De Bagobos staan aarzelend
+stil. Ziende dat wij vast besloten zijn, voort te gaan, verzekert een oude slaaf, die tevens het beroep van toovenaar uitoefent,
+zijn makkers, dat zij ons zonder vrees kunnen volgen; hij heeft den god Mandarangan uit den krater zien opstijgen en in de
+wolken verdwijnen; aanstonds wordt zijne getuigenis bevestigd door verschillende Bagobos, die verklaren hetzelfde gezien
+te hebben.
+
+</p>
+<p id="d0e807">Om twaalf uren komen wij aan den voet van den krater, in eene kleine vallei, waarvan de noordelijke rand, veel minder hoog
+dan de zuidelijke, van Davao gezien, de top van den berg schijnt te zijn. Op hetzelfde oogenblik, nog eer ik eenige waarneming
+had kunnen doen, worden wij omhuld door dichte wolken. Wij besluiten niettemin, de bestijging ten einde toe te volbrengen.
+Ondanks de buitengewoon steile helling van den buitenrand van den krater, bereiken wij zonder al de groote inspanning den
+top, dank zij vooral de eigenaardige ligging der blokken puimsteen, die bijna overal eene natuurlijke trap vormen. Juist
+als wij het einddoel van onzen tocht bereiken, worden de wolken die ons omhullen nog dichter, en worden wij onaangenaam verrast
+door een fijnen, doordringenden regen. Het is mij ter nauwernood mogelijk, het inwendige van den krater, die ongeveer vijfhonderd
+<span class="pageno"><a id="d0e809"></a>Bladzijde 212</span>el in doorsnede heeft, te onderscheiden; ook aan de binnenzijde groeien nog dwergachtige jeneverstruiken. De bodem is onzichtbaar
+door de voortdurend opstijgende rook- en dampwolken. Tot overmaat van ramp, is Marcello, mijn getrouwe muchacho, die de instrumenten
+draagt en tot hiertoe mij trouw is bijgebleven, ongeveer honderd el lager eensklaps blijven stilstaan, hetzij door uitputting,
+hetzij ten gevolge van duizeligheid; maar toch kan de hieruit voortvloeiende vergissing in do hoogte-berekening slechts zeer
+gering zijn. Volgens mijne waarneming bedraagt de hoogte van den berg 3185 meter. De honderdgradige thermometer teekent vijftien
+graden onder nul.
+
+</p>
+<p id="d0e811">Wij aanvaarden zoo haastig mogelijk den terugtocht, uit vrees voor slecht weer. Tot op eene hoogte van 2400 meter afgedaald,
+worden wij verrast door een prachtig schouwspel. Achter ons verrijst de geheel van wolken bevrijde krater, als een reusachtige,
+afgebrokkelde muur, en teekent tegen den blauwen hemel de onregelmatige lijn van zijn getanden top; rondom strekt zich een
+onmetelijk tapijt van zwavel uit, waarvan de omtrekken zich verliezen in de violette tinten van de lichtende wolk, die langzaam
+onder onze voeten voortglijdt. Over dien zwevenden wolkensluier heen, overziet de blik een prachtig panorama: de dichte wouden,
+die de hellingen van den Ap&oacute; bedekken, en verder de blauwe wateren van de golf, waarin de landpunten van Dumalac en Malalac,
+en de eilanden Samal en Talikoed als donkergroene massaas uitkomen tegen het lichtend blauw der zee.
+
+</p>
+<p id="d0e813">Het was ons niet lang vergund, van dit wonderschoone tafreel te genieten; nauwelijks zijn wij weer in de streek der lage varens
+aangekomen, of een geweldige regenvloed verblindt en verstijft ons van koude; in den woesten storm verlies ik de meeste planten,
+die ik boven op den kegel geplukt had. Onder een stroomenden zondvloed komen wij aan ons ellendig bivouak van gisteren, waar
+wij den nacht doorbrengen op een leger van haastig dooreengevlochten knoestige takken.
+
+</p>
+<p id="d0e815">11 October.&#8212;Toen de dag aanbrak, waren wij bijna verstijfd, maar een goed vuur en eenige koppen koffie helpen ons weer op
+de been. Wij overnachten in de rancheria van Bitil, waar wij het genoegen hebben onzen vriend aan te treffen, die geheel van
+zijne koorts genezen is.
+
+</p>
+<p id="d0e817">Den volgenden dag kwamen wij aan de rio Tagulaya, die ons bij de beklimming zoo veel moeite heeft veroorzaakt. Mani heeft
+nu geen enkele reden meer om ons aan de waterproef te onderwerpen: hij brengt ons dan ook langs een zeer bruikbaar pad, dat
+over de hoogten aan den linkeroever van de beek loopt. Op de vraag, waarom hij ons de eerste maal dien weg niet had gewezen,
+antwoordde hij, dat hij meende dat wij haast hadden en dat de weg door de beek de naaste was. Wij stelden ons met dat antwoord
+tevreden; wij hadden ons doel bereikt, en tot onze groote verrassing en blijdschap vonden wij ook onze paarden terug, die
+wij niet meer hadden gehoopt weer te zien. Om drie uren in den namiddag komen wij aan de rancheria van Mani, waar wij de treurige
+tijding vernemen van het overlijden van eene zijner vrouwen, die den vorigen dag bezweken was. Dit is een ongelukkig geval,
+want er is alle reden om te vreezen, dat de Bagobos den dood van deze vrouw zullen beschouwen als een teeken van den toorn
+van Mandarangan over het beklimmen van den hem gewijden berg; en dat zij, als naar gewoonte, zullen trachten, den toorn van
+den god door menschenoffers te bezweren. De kommandant Rajal neemt Mani ter zijde en brengt hem met den meesten nadruk onder
+het oog, dat zoo iets niet geduld zal worden. De dato zweert bij de nagedachtenis zijner moeder, dat hij geen bloed zal vergieten;
+en naar ik later vernomen heb, heeft hij eerlijk zijn woord gehouden.
+
+</p>
+<p id="d0e819"></p>
+<div id="d0e820" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-212.jpg" alt="Mijn muchacho Lorenzo."></p>
+<p class="figureHead">Mijn muchacho Lorenzo.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e824">13 October.&#8212;In den loop van den morgen zijn wij weder te Davao, waar men met niet weinig verbazing het welslagen verneemt
+van onze expeditie, waarvan de inlanders en de Bisayas eenstemmig verklaard hadden, dat zij noodwendig mislukken moest. Wij
+zijn wel een weinig vermoeid, maar zeer voldaan. Ik voor mij heb, ondanks enkele vermoeienissen en ontberingen, die trouwens
+van zulk een tocht onafscheidelijk zijn, de aangenaamste herinnering behouden aan dit uitstapje, dat door de welwillendheid,
+de vriendelijkheid en het onverstoorbaar goede humeur mijner spaansche gastheeren voor mij een waar genot is geweest.
+
+
+</p><a id="d0e826"></a><h1>Dwars door Mindanao.</h1>
+<p id="d0e829">Mijn voornemen is, het eiland Mindanao van het zuiden naar het noorden te doorreizen, en den bergrug over te trekken, die
+het noordelijk van het zuidelijk gedeelte des eilands scheidt. Aan de baai van Butuan gekomen, zal ik het schiereiland <span class="pageno"><a id="d0e831"></a>Bladzijde 214</span>Surigao omvaren, en de kust van den Stillen-oceaan volgende, langs kaap Sint-Augustijn naar Davao terugkeeren.
+
+</p>
+<p id="d0e833"></p>
+<div id="d0e834" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-213.jpg" alt="De rivier van Davao."></p>
+<p class="figureHead">De rivier van Davao.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e838">Deze tocht is verre van gemakkelijk; de eerwaarde paters Juan Heras en Jos&eacute; Minoves, de eenigen die, in omgekeerde richting,
+deze reis hebben gemaakt, deelen mij met de grootste bereidwilligheid alle inlichtingen mede, die zij geven kunnen, en wijzen
+mij tevens op de meer dan waarschijnlijke moeilijkheden en bezwaren: het saizoen is ook niet gunstig. De zuidwest-moesson
+is in geheel den omtrek van de golf van Davao nog niet voorbij; verderop zal ik den noordoost-moesson in volle kracht aantreffen;
+overvloedige regens zijn dus te wachten. Maar ik kan geen zes maanden wachten op de verandering van moesson, die langs de
+kust van den Stillen-oceaan eerst in Mei invalt.
+
+</p>
+<p id="d0e840">In den namiddag van den vierden November vertrok ik aan boord van eene groote en stevige banca, mij door don Basilio welwillend
+afgestaan. Ik heb mij van de noodige instrumenten en levensmiddelen voorzien, en behalve mijne twee gewone muchachos, Marcello
+en Lorenzo, nog twee anderen gehuurd: Flor&egrave;s, gewezen matroos van het eskader der Philippijnen, bepaaldelijk met de zorg voor de wapenen belast; en Francisco, cuadrillero van Davao, aan wien de gouverneur welwillend
+verlof heeft verleend. Al deze muchachos zijn inlanders en behooren tot den stam der Bisayas. Eindelijk heb ik&#8212;wel is waar,
+bij gebrek van beter,&#8212;als gids en tolk een gewezen koopman aangenomen, die beweert meermalen in aanraking te zijn geweest
+met de Mandayas en hunne taal te verstaan.
+
+</p>
+<p id="d0e845">In den morgen van den zesden November voer ik, bij laag water, de rio Tagum binnen, maar moest weldra, door de hevigheid van
+den stroom, mijn vaartuig vastleggen. Bij wassend water, omstreeks twee uur in den namiddag, kon ik de vaart hervatten. De
+Tagum, die hier door een laag alluviaal terrein vloeit, beschrijft een tal van kronkelingen, die op geene enkele kaart zijn
+aangewezen; de aanvankelijk zeer lage, dicht begroeide oevers worden wat hooger bij Bincungan, eene vrij belangrijke rancheria
+van Moros, waar ik tegen zes uren in den avond aankom. Hier werd, eenige jaren geleden, de ongelukkige don Jos&eacute; Pinzon, gouverneur
+van Davao, met een deel van zijn escorte, overvallen en vermoord. De bewoners ontvangen mij wel niet vriendelijk, maar durven
+niet verder gaan, want zij zijn voor hun vroeger verraad geducht gestraft.
+
+</p>
+<p id="d0e847">Daar de Tagum steeds bochtiger en ondieper wordt, raakt mijne banca telkens aan den grond en kom ik niet dan uiterst langzaam
+vooruit. Eerst tegen zes uren in den avond van den zevenden kwam ik te Babao, het eerste dorp der Mandayas, waarvan de inwoners
+de vlucht namen, toen zij mij aan land zagen stappen. Door den vrij belangrijken diepgang van mijne boot kan ik haar niet
+meer gebruiken; ik zend haar dus met de bemanning naar Davao terug, en moet nu trachten, van de Mandayas lichte prauwen en
+roeiers te bekomen. Mijn tolk wordt, behoorlijk van geschenken voorzien, het bosch ingezonden om de gevluchte dorpelingen
+op te sporen; hij brengt er slechts enkelen mede; maar wat ik reeds vroeger vreesde, blijkt nu de waarheid te zijn: de kerel
+is het mandaya volstrekt niet meester. Gelukkig heeft dit dialekt veel overeenkomst met het bisaya; na een langdurig gesprek,
+dat van dezen of dien kant herhaaldelijk door gevraagde inlichtingen en verdere bijzonderheden werd afgebroken, werden wij
+het eindelijk eens. Morgen krijg ik drie lichte vaartuigen, die tegen den oever vastgemeerd liggen, en zes roeiers, die de
+prauwen moeten terugbrengen, zoodra de rivier ophoudt bevaarbaar te zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e849">Als ik den volgenden morgen vertrekken wil, zijn er geen roeiers te vinden: al de mannen zijn opnieuw in de bosschen gevlucht;
+de vrouwen, die in de hutten zijn achtergebleven, zien mij met verbaasde domme gezichten aan, zonder dat het mogelijk is,
+haar een enkel woord te ontlokken. Terwijl mijne muchachos de vluchtelingen opsporen, houd ik mij met sterrekundige waarnemingen
+bezig. De Mandayas zijn nergens te vinden: maar de drie toegezegde booten liggen nog altijd aan den oever gemeerd. Al mijne
+bagage is in die drie prauwen gepakt; ik zend de banca van don Basilio naar Davao terug, en ga op weg met mijne vier muchachos
+en mijn zoogenaamden tolk.
+
+</p>
+<p id="d0e851">Een mijl boven Babao neemt de Tagum eene andere rivier op, de Sahug genaamd. Na eenige aarzeling, tengevolge van tegenstrijdige
+inlichtingen, besluit ik den Sahug op te varen; omtreeks vier uren in de namiddag kwam ik te Mapawa, een vrij talrijk bevolkt
+dorp der Mandayas. De bewoners houden zich aanvankelijk op een afstand, maar zonder eenige vijandelijke houding aan te nemen;
+mijne muchachos mengen zich onder hen, waardoor allengs meer toenadering komt. Een flesch wijn, eenige halskettingen en dergelijke
+kleinigheden maken dat wij welhaast goede vrienden zijn. Na zonsondergang weerklinkt uit alle hutten gelach en gezang; nadat
+het weer stil geworden is, heft een oude waarzegger eene lange litanie, een soort van bezweringsformulier, aan; naar het schijnt
+is zijn lied tot de maan gericht, wier stralen de tusschen de bananen verstrooide hutten tooverachtig schoon verlichten.
+
+</p>
+<p id="d0e853">Den volgenden dag in den namiddag kwam ik te Kalibuhassan, een vrij belangrijk dorp, op een hoog voorgebergte gelegen, dat
+door een smalle landtong met den oever verbonden is. De hutten zijn op palen en boomstammen gebouwd, en tusschen de twaalf
+en vijftien el boven den grond verheven; het dak van bamboestengels is zeer laag en prijkt aan de beide uiteinde met een zwaren
+haarbos, die de booze geesten moet afweren. De hutten zijn omringd door eene hooge palissade van scherp gepunte palen; aan
+de binnen- en aan de buitenzijde van die palissade zijn diepe kuilen of gaten aangebracht, die onder takken, bladeren en aarde
+zijn verborgen en van binnen bezet met scherpe bamboestengels. Aan den oever ziet men een soort van houten vork, waaraan een
+plankje bevestigd is, op hetwelk bananen en rijst worden nedergelegd, als een offer aan Limbucum, de heilige tortelduif, die
+voor al de bewoners van het <span class="pageno"><a id="d0e855"></a>Bladzijde 215</span>eiland Mindanao, naar het schijnt, een voorwerp van vereering is. Als altijd, verwekt mijne komst eenige opschudding; maar
+met hehulp van eenige geschenken wordt de rust spoedig hersteld, en terwijl ik mij baad, zie ik dat de inboorlingen mij gadeslaan,
+zooals ik naderhand van mijne muchachos hoorde, om zich te overtuigen of de blanke man op zijn lichaam even haarig was als
+op zijn gelaat.
+
+</p>
+<p id="d0e857">Ik geef eenige halskettingen aan de kinderen, die in het slijk langs den oever rollen; daarop nadert een bloedverwant van
+het afwezige dorpshoofd tot mij, zeggende: &#8220;Ik zie wel dat gij een <i>lumun</i> (broeder) zijt; kom in mijne woning en slaap in vrede!&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e862">Saamgebonden bamboestengels, waarin gaten gesneden zijn, vormen een soort van ladder, waarmede men naar de hut klimt. Dadelijk
+na zonsondergang wordt die ladder weggenomen. De hut heeft deur noch venster; zij ontvangt haar lucht en licht door eene vrij
+smalle opening tusschen de wanden en het dak: welke opening tevens met het oog op de verdediging is aangebracht. De planken,
+waaruit de wanden bestaan, zijn voorzien van schietgaten, geheel overeenkomende met die van onze oude middeleeuwsche kasteelen.
+De rook moet maar zelf een goed heenkomen zoeken. Er zijn geene andere meubelen dan eenige matten, een spinnewiel en een hoogst
+eenvoudig weefgetouw; daarentegen een overvloed van wapenen, bogen en pijlen, dolken, lansen en ijzeren krissen, een volledig
+arsenaal.
+
+</p>
+<p id="d0e864">Het dorp Kalibuhassan bestaat uit vijf hutten: een getal grooter dan ik nog ergens aangetroffen had. Maar zulk eene hut heeft
+eene zeer talrijke bevolking. Deze opeenhooping van menschen in hetzelfde lokaal geschiedt niet alleen omdat de bouw van zulk
+eene woning, op eene hoogte van tien, vijftien, ja zelfs twintig el boven den grond, een zeer zwaar en moeielijk werk is;
+maar vooral ook opdat de bewoners steeds in genoegzamen getale zouden zijn om een vijandelijken aanval af te slaan. Men is
+namelijk in deze hutten nooit zeker, dat men den volgenden dag zal aanschouwen. Midden in den nacht zal het bamboezen dak
+misschien eensklaps in brand worden gestoken door vuurpijlen; en de aanvallers, zich dekkende met hunne schilden, zullen
+trachten met hunne bolos de boomstammen of palen om te kappen, waarop de hut rust. In zulke gevallen is de aanvallende partij
+bijna altijd overwinnaar: want de schoten en slagen van de verdedigers missen in het donker vaak hun doel, en wanneer de hut
+in brand vliegt of instort, worden zij onder het puin begraven en kunnen zich niet meer verdedigen. De Mandayas moorden om
+te rooven, maar ook wel, zonder uitzicht op voordeel, louter om de eer; zij hebben in hunne taal een bijzonder woord, <i>bagani</i>, waarmede iemand wordt aangeduid, die zestig hoofden heeft afgehouwen. Deze baganis zijn de eenigen, die&#8212;mits de wettigheid
+van hunne aanspraken in de vergadering van den stam bewezen zij,&#8212;het recht hebben, een soort van scharlaken rooden tulband
+te dragen. En al de datos zijn baganis. Deze woeste, barbaarsche zeden, vrij wel overeenkomende met die van de Dayaks op Borneo
+en van vele andere stammen in de binnenlanden der eilanden van den Maleischen archipel, geven eene voldoende verklaring van
+de ontvolking dezer streek, van de ellende der bewoners en ook van hun onverzoenlijken afkeer om zich bij mijne equipage te
+voegen. Iedere Mandaya die zijn dorp verlaat, loopt groot gevaar, vermoord of tot slaaf gemaakt te worden.
+
+</p>
+<p id="d0e869">Die ruwheid van zeden heerscht trouwens overal in het binnenland van Mindanao, en de Mandayas leven niet ellendiger dan hunne
+naburen. Integendeel gelden zij voor de oudste en aanzienlijkste bewoners van het eiland: zij vormen eene soort van aristokratie,
+en de Manobas, de machtigste en geduchtste stam onder al de eilanders, dragen er roem op, als zij, hetzij door roof, hetzij
+door huwelijk, mandaya-vrouwen kunnen krijgen. Maar wanneer niet binnen kort het gezag der spaansche regeering tusschenbeiden
+komt, zullen de Mandayas geheel uitgeroeid worden; niet alleen worden zij onophoudelijk door al hunne buren bestookt, maar
+ook onder elkander voeren zij een waren verdelgingsoorlog.
+
+</p>
+<p id="d0e871">Dagen lang volgde ik, in noordelijke richting, den loop van de Sahug, hoewel de vaart op die rivier, tengevolge van de tallooze
+kronkelingen, de toenemende ondiepte, en vooral van den snellen stroom en de vele watervallen en stroomversmallingen, steeds
+moeilijker werd. Daarbij hadden wij telkens met geweldige regens te kampen, en werd het bijna onmogelijk, manschappen te vinden,
+die mij bij het roeien behulpzaam wilden zijn en den ondragelijk zwaren arbeid van mijne weinig talrijke equipage wilden
+helpen verlichten. Eindelijk werd de vaart op de rivier, die nu inderdaad niet anders dan een onstuimige bergstroom was, ten
+eenemale onmogelijk; mijne deerlijk gehavende prauwen waren niet langer bruikbaar. Husip, een der voornaamste datos, wien
+ik door eenige geschenken gunstig mocht stemmen, bezorgde mij nu de noodige dragers, die mij naar de rivier de Agusan brachten,
+waar ik mij opnieuw inscheepte; den 16 December kwam ik te Surigao, de hoofdplaats der provincie van gelijken naam.
+
+</p>
+<p id="d0e873">Ik word te Surigao allerhartelijkst ontvangen door den gouverneur, den kolonel don Alberto Raccaj y Milagro, en door den eerwaarden
+pater Ramon Luengo, overste der missie, een geestelijke, evenzeer uitmuntende door zijne uitgebreide degelijke wetenschap,
+als door zijn voortreffelijk humeur en karakter. Evenals alle zendelingen, die ik tot dusver heb ontmoet en die ik nog verder
+op Mindanao zal leeren kennen, behoort ook pater Luengo tot de Soci&euml;teit van Jezus, die voor de uitbreiding van het Evangelie
+en de bekeering der heidensche volken zoo ontzaglijk veel gedaan heeft en nog steeds voortgaat te doen. Bij mijn herhaald
+verblijf te Surigao, logeer ik steeds bij den eerwaardigen geestelijke of bij don Carlos Herrera, een spaansch koopman; bij
+beiden vind ik hetzelfde hartelijke onthaal, beiden beijveren zich om mij op alle mogelijke wijze van dienst te zijn.
+<span class="pageno"><a id="d0e875"></a>Bladzijde 216</span></p>
+<p id="d0e876"></p>
+<div id="d0e877" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-216.jpg" alt="De vulkaan Ap&oacute;. (Blz. 211.)"></p>
+<p class="figureHead">De vulkaan Ap&oacute;. (Blz. 211.)</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e881">Den 20<sup>sten</sup> December vertrok ik van Surigao, om een bezoek te brengen aan het meer Ma&iuml;nit, in het midden van het schiereiland gelegen.
+Na dit meer te zijn overgestoken, zak ik de rio Tubay af, waardoor zich de wateren van het meer ontlasten, en keer langs dien
+weg naar de kust terug. In het dorp Tubay aangekomen, voel ik mij zeer onwel; zonder zelf recht te weten wat ik doe, ga ik
+in de eerste hut de beste binnen en strek mij in een hoek op den grond uit; ik heb nog ter nauwernood de kracht, om Marcello,
+onder bedreiging van do zwaarste straffen, te gelasten, eenige steenen heet te laten maken, om mij daardoor te verwarmen.
+Het duurde niet lang of ik verloor mijn bewustzijn; toen ik weer tot mij zelven kwam, werd mijne aandacht getrokken door een
+zonderling schouwspel. Bij het schijnsel van eenige bougies, in mijne bagage gevonden, hadden de cuadrilleros van het dorp
+en mijne muchachos een feest aangericht; zij zijn hartstochtelijk aan het kaartspelen, omringd door een half dozijn inlandsche
+meisjes, die zij ik weet niet van waar gehaald hebben, en die, meer dan half beschonken, de spelers palmwijn laten drinken
+uit een leeren kroes, dien zij uit mijn zak moeten hebben gehaald. Denkende dat ik dood of zoo goed als dood was, hebben mijne
+manschappen het als hun eerste plicht beschouwd, om eenige piasters, die zij zoo pas verdiend hadden, op deze wijze te verbrassen.
+De toorn geeft mij kracht; een rotting grijpende, val ik op de spelers aan, die, verschrikt door mijne onverwachte verschijning,
+in overhaasting de vlucht nemen en zich onder luid gejammer de ooren toestoppen, hetgeen bij de Bisayas een teeken is van
+den grootsten angst. Uitgeput door deze buitengewone uitspanning, val ik weder in mijn <span class="pageno"><a id="d0e886"></a>Bladzijde 218</span>hoek op den grond, ten prooi aan ijlende koortsen. Den volgenden morgen is de aanval geweken; muchachos en cuadrilleros nemen
+de verlegen, bevreesde houding aan van lieden, die eene zeer ernstige tuchtiging verwachten. Ik bepaal mij ook nu tot vreeselijke
+bedreigingen, die trouwens even weinig baten als slagen; zoo lang ik in staat ben, de leiding op mij te nemen, kan ik op mijne
+manschappen rekenen; ook met gevaar van hun leven, zullen zij zonder aarzelen mijne bevelen gehoorzamen; verlies ik bij ongeluk
+mijn bewustzijn, dan zou de herinnering aan de ondergane straf hen niet beletten, toch weer de aandrift van hunne zorgelooze
+natuur te volgen: zij zijn groote kinderen en moeten als zoodanig worden behandeld.
+
+</p>
+<p id="d0e888"></p>
+<div id="d0e889" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-217.jpg" alt="Mandayas."></p>
+<p class="figureHead">Mandayas.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e893">1 Januari 1881.&#8212;Het nieuwe jaar begint met een allerhevigsten storm; de koorts en het slechte weer houden mij te Tubay geketend,
+terwijl ik in den omtrek zoo veel heb te doen. De <i>capitan</i> van het dorp verstaat een weinig spaansch, maar is in de hoogste mate dom; evenals zijne onderhoorigen, schijnt hij altijd
+te droomen en te suffen; niet dan met groote moeite kan ik het zoover brengen, dat hij mij eenige eieren, wat vruchten en
+tabak bezorgt. Ik betaal voor alles den tiendubbelen prijs; de capitan behoorde zich dus eenige moeite te geven en mij de
+noodige levensmiddelen te verschaffen; maar er is niets aan te doen: al deze <i>Manobos conquistados</i> zijn behebt met eene ongeneeslijke traagheid.
+
+</p>
+<p id="d0e901">3 Januari.&#8212;De wind is gaan liggen; ik kan mij inschepen om naar Surigao terug te keeren; den volgenden dag stap ik daar aan
+wal, om mij aanstonds naar bed te begeven, want de koorts heeft mij op nieuw aangetast; maar ik bevind mij nu bij pater Luengo,
+in eene goede, geheel nieuwe pastorie, waar het mij aan niets ontbreekt; ik kan niet dankbaar genoeg de oplettendheid en de
+teedere zorg roemen van mijn gastheer, van zijn vicaris, den eerwaarden pater Ramon Micart, en van hun helper, den heer don
+Jos&eacute; Ubach. Deze geestelijken, die voor zich zelven geene ontberingen ontzien en met het minste tevreden zijn, weten mij de
+uitgezochtste spijzen te bezorgen, passende voor mijne zwakke maag.
+
+</p>
+<p id="d0e903">Weldra ben ik dan ook weder op de been, en maak mij gereed om naar Davao terug te keeren, mijn weg nemende langs de oostkust
+van Mindanao. Uit een geografisch oogpunt is deze weg verreweg de belangrijkste. Men zegt mij wel, dat zulk een tocht in dit
+jaargetijde tot de onmogelijkheden behoort; maar ik kan het altijd beproeven en, als het moet, op mijne schreden terugkeeren.
+Ik maak dus de noodige toebereidselen en vind, als steeds, bij alle Spanjaarden die te Surigao gevestigd zijn, de hartelijkste
+medewerking. Door tusschenkomst van den gouverneur, gelukt het mij de beste boot te huren, die er in den omtrek te krijgen
+is, bemand met vijf flinke matrozen uit den stam der Bisayas; bovendien voorziet de gouverneur mij van aanbevelingsbrieven
+voor al de <i>capitanes</i> of <i>gobernadorcillos</i> in zijne provincie, waarin hij hun gelast, mij onverwijld van alles te voorzien, wat ik mocht noodig hebben.
+
+</p>
+<p id="d0e911">Ik verlaat Surigao in den morgen van den 11<sup>den</sup> Januari, en neem eene aangename, dankbare herinnering mede aan de weinige dagen, die ik daar heb doorgebracht.
+
+
+</p><a id="d0e916"></a><h1>De oostkust van Mindanao.</h1>
+<p id="d0e919">Dien eigen avond, omstreeks tien uren, wierpen wij het anker uit in eene kreek, voor het dorpje Placer. Ik zend mijne lieden
+naar den wal om daar te overnachten en houd alleen twee muchachos bij mij.
+
+</p>
+<p id="d0e921">Toen ik den volgenden morgen wakker werd, bevond ik mij op eenige kabellengten van de kust en geheel alleen aan boord; gedurende
+den nacht hebben de muchachos zich uit de voeten gemaakt en is de banca losgeraakt. Mijne muchachos waren van Surigao vertrokken
+zonder een penning op zak, maar de matrozen hadden nog wat geld, en overeenkomstig het gebruik bij de Bisayas, hebben allen
+te zamen dit geld verdronken. Gelukkig drijft de wind mij naar de kust; ik hijsch het zeil; na verloop van korten tijd is
+mijn personeel weer kompleet en kunnen wij weder vertrekken.
+
+</p>
+<p id="d0e923">Ten zuiden van Placer is de kust zeer onvolkomen door eilanden gedekt; de wind wakkert aan, en de zee gaat hoog; ten elf uren
+zijn mijne roeiers uitgeput. Ik acht mij gelukkig dat wij onder den wal van het eilandje Cabgan, eene halve mijl ten zuiden
+van Gigaquit, kunnen ankeren.
+
+</p>
+<p id="d0e925">Wij krijgen nu de zoogenaamde <i>colla</i>&#8212;dat wil zeggen, onophoudelijke regenbuien vergezeld van hevige windvlagen;&#8212;zij duurt twee dagen achtereen; aan de windzijde
+kan men zich, op het strand van het eilandje, niet dan met moeite op de been houden. Den veertienden begint de wind wat te
+bedaren; intusschen kom ik tot de onaangename ontdekking dat mijne bemanning viermaal meer levensmiddelen heeft verbruikt
+dan waarop gerekend was, en dat zij het overige hebben laten bederven. Wij moeten naar Gigaquit gaan om nieuwen voorraad op
+te doen. Ondanks de onstuimige zee, gaan mijne manschappen, zonder een woord te zeggen, aan boord. Ik laat koers zetten naar
+den mond van de kleine rio van Gigaquit, ten zuidwesten van Cabgan; de hevige noordoosten wind, die bijna tot storm is aangewakkerd,
+drijft ons met vliegende snelheid door het met ondiepten en banken bezaaide water naar de kust; op eenigen afstand van de
+rio worden de golven grooter en langer, maar de banca glijdt nog zonder moeite over hare oppervlakte. Mijne roeiers kennende,
+kom ik op den gelukkigen inval, de zeilen te doen hijschen. Het water neemt eene aschgrauwe kleur aan; de golven worden al
+breeder en steiler: wij bevinden ons op de baar. Eene reusachtige golf stort zich op de banca, tilt haar als eene voer omhoog
+en vloeit dan onder haar weg; de banca drijft nu op een volkomen kalm en effen water, grijsgeel van kleur. Maar verre, verre
+achter ons verheft zich op die grauwe oppervlakte eene reusachtige golf, loodrecht als een muur en met een <span class="pageno"><a id="d0e930"></a>Bladzijde 219</span>breeden rand van schuim gekroond; zij nadert in vliegende vaart, aanrollende met onwederstaanbaar geweld: onder dien loodkleurigen
+hemel, bij dien huilenden wind, een bode des verderfs.... Na verloop van eenige sekonden heeft zij ons bereikt; de banca verdwijnt
+in wolken van warrelend schuim; het woest geklater en gekraak overstemt het geschreeuw mijner equipage. De banca is vol water;
+dat zij boven drijft, is uitsluitend aan den uitlegger te danken;&#8212;maar wij zijn een eind vooruitgekomen,&#8212;en mijne manschappen
+hebben den tijd, althans gedeeltelijk het water uit te hoozen, eer eene nieuwe golf komt; dit tooneel herhaalt zich acht-
+of tienmaal: een laatste golf werpt ons in de rio van Gigaquit.
+
+</p>
+<p id="d0e932">Mijne verschillende instrumenten drijven intusschen, beschadigd en in hopelooze wanorde, op den bodem van de banca; in drift
+ontstoken grijp ik den stuurman bij de keel: &#8220;Zeg mij, ellendige <i>tulisan</i> (roover), hoe durft gij als stuurman dienst te doen, daar ge dit vaarwater niet kent?
+
+</p>
+<p id="d0e937">&#8212;<i>Dispense Usted</i>, Se&ntilde;or (Met uw verlof, Mijnheer), ik ken de kust zeer goed.
+
+</p>
+<p id="d0e944">&#8212;Waarom hebt gij mij dan niet vooruit gewaarschuwd?
+
+</p>
+<p id="d0e946">&#8212;<i>Dispense Usted</i>, Se&ntilde;or, gij zaagt er bij ons vertrek zoo toornig uit, dat ik geene opmerking durfde maken.&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e953">Aan den oever van de rio staat de pastorie van Gigaquit; juist toen ik er binnen wilde gaan, nadert een Europeaan, even druipnat
+als ik, van den anderen kant: dat is pater Puntas. Met onze doorweekte, vast aan het lijf klevende kleederen, zien wij er
+zoo wonderlijk uit, dat wij ons niet weerhouden kunnen, in lachen uit te barsten. Pater Estevan Yepes, missionaris van Grigaquit,
+komt naar buiten, en ontvangt mij, als trouwens al zijne achtenswaardige collega's, met de meeste voorkomendheid. De pastorie
+is ruim; het zinken dak is tegen den regen bestand; weldra kan ik mijne kleederen, mijne gereedschappen en instrumenten en
+ook mijn persoon bij een goed vuur drogen.
+
+</p>
+<p id="d0e955">16 Januari.&#8212;Het weer wordt steeds slechter; het is onmogelijk zee te kiezen; geweldige branding en onophoudelijke stormvlagen
+houden ons gevangen; en naar het schijnt, is dit het normale weer in dezen tijd des jaars tot April of Mei! Toch moet ik eene
+laatste poging wagen, om mijn tocht naar het zuiden te vervolgen.
+
+</p>
+<p id="d0e957">Van een vluchtige beterschap gebruik makende, steken wij, bij eb, van Gigaquit in zee en komen zonder ongeval over de baar.
+Nu zetten wij koers naar de landpunt Tugas; maar ondanks alle inspanning van de equipage, bijgestaan door de muchachos, komen
+wij niet vooruit. Deze prauwen, door sommige reizigers zoo geprezen, zijn metterdaad ellendige vaartuigen; de uitleggers belemmeren
+hun gang; de vorm van de kiel belet het aanbrengen van een deugdelijk roer, in welk gemis zeer onvolkomen wordt voorzien door
+een korten wrikriem; en bij eene sterke branding zijn zij niet meer te vertrouwen, zoodra men niet meer voor den wind stuurt.
+Bij de slingerende bewegingen stoot de uitlegger te loefwaart met kracht tegen de golven, die de banca hebben opgetild, zoodat
+de rottingbanden, waarmede hij aan de dwarshouten verbonden is, beginnen los te laten. Dit is ook nu het geval: Francisco,
+die den uitlegger aan bakboordzijde moet gaan vastbinden, wordt door eene golf medegesleept en verdwijnt in de diepte. Gelukkig
+konden wij hem weer opvisschen, toen hij, tien vademen verder, weder boven kwam.
+
+</p>
+<p id="d0e959">Na dit ongeval was mijn besluit genomen. Ik geef mijn voornemen om over zee naar Bislig te gaan op; ik zal daar spoediger
+komen wanneer ik over land naar Bunauan ga; daar gekomen, zal ik het gebergte overtrekken, dat zich tusschen het meer Linao
+en den Stillen-oceaan verheft. Ik zet dus weer koers naar Placer, dat wij niet zonder moeite bereiken; de wind, die eerst
+gunstig was, wordt te sterk en de zee is onstuimig; de wind loopt plotseling naar het noorden en scheurt het groote zeil aan
+flarden; mijne manschappen weten niet meer wat hun te doen staat. Op dat oogenblik vliegt eene ontredderde banca pijlsnel
+langs ons heen en wordt op de kust van Placer tot splinters geslagen, eer ik haar een touw heb kunnen toewerpen. Gelukkig
+kan de bemanning den vasten wal bereiken. Eindelijk komen wij, des avonds ten zeven uren, te Taganaan, waar ik weldra, in
+gezelschap van pater Jaime Plana en broeder don Pablo Aguilar, de vermoeienissen van dezen dag vergeet.
+
+</p>
+<p id="d0e961">Den negentienden Januari kwamen wij te Butuan, Ik vaar de Agusan op: hetgeen ten gevolge van den sterken was der rivier zeer
+langzaam gaat; de nieuwe dorpen van de Manobos conquistados hebben zeer veel te lijden gehad van de overstroomingen. Op mijn
+herhaald verzoek om levensmiddelen, heeft de capitan van Guadelupe geen ander antwoord dan dit: &#8220;Ik sterf van honger&#8221;. Alle
+plantages zijn verwoest. Te Amparo is er gebrek aan menschen, niet minder dan aan levensmiddelen. De hutten staan ledig; de
+inwoners hebben alles medegenomen, levensmiddelen en gereedschappen. Te San-Luis verneem ik, tot mijne verbazing, dat ik zelf
+de oorzaak ben van deze vlucht der inlanders. Toen ik op mijne heenreis de Agusan afzakte, heb ik eenige Manobos, van wie
+men mij verzekerde dat zij van het zuiverste bloed waren, gemeten. Deze operatie, waarvan zij niets begrepen, kwam hun in
+de hoogste mate verdacht voor; en hun voormalige dato, die het verlies zijner vroegere onafhankelijkheid slecht kon verkroppen,
+heeft hen zonder moeite overgehaald, met hem naar de bosschen te vluchten. Ook mijne astronomische waarnemingen hebben het
+wantrouwen der oeverbewoners opgewekt, en de Manobos van San-Luis deelen mij openhartig de reden daarvan mede. &#8220;Ziet ge, zeiden
+zij, dat gaat niet natuurlijk toe; alleen een toovenaar kan met zulk een wonderlijk instrument (zij bedoelen mijn sextant)
+naar de zon kijken. Dit instrument is betooverd; daardoor ontdekt gij de ligging der hutten, midden in de dichtste wouden,
+achter de bergen verborgen; gij teekent die op, en zult dan met de <span class="pageno"><a id="d0e963"></a>Bladzijde 220</span>Castilas terug komen om al de Infieles in hunne handen over te leveren&#8221;.
+
+</p>
+<p id="d0e965">Het doet mij innig leed, aldus zonder mijn weten den arbeid te hebben verstoord van de missionarissen, die mij met zooveel
+hartelijkheid hebben ontvangen. Toch is het te verwonderen, dat dergelijke deserti&euml;n niet meer voorkomen. De <i>reduccion</i> vernietigt de macht van den dato en laat hem slechts eene enkele vrouw; zijn gezag als capitan of teniente is uit den aard
+der zaak onzeker; de <i>sacopes</i> en de slaven kunnen eerst na verloop van tijd de voordeelen en weldaden van het nieuwe regeeringsstelsel leeren waardeeren;
+hunne aangeboren zorgeloosheid bekommert zich niet om de onzekerheden en wisselvalligheden aan het wilde leven in de bosschen
+verbonden; daarentegen kunnen zij in geenen deele de noodzakelijkheid inzien, om, in strijd met hunne aloude gewoonte, voor
+ieder gezin eene afzonderlijke hut te bouwen, benevens eene kapel, een tribunaal en dergelijke inrichtingen; de dato eischte
+wel van hen, dat zij hem in den oorlog zouden volgen, maar dat viel geheel in hun smaak, want daarbij was in den regel eenige
+buit te behalen.
+
+</p>
+<p id="d0e973">Toch zijn de deserti&euml;n doorgaans het gevolg van de knevelarijen der inlandsche inspecteurs of tolken, die in de dorpen der
+<i>nuevos conquistados</i> worden aangesteld, om toezicht te houden en hen bekend te maken met de eerste beginselen der beschaving. De Bisayas nemen
+die betrekkingen alleen aan, omdat zij hopen daarvan voordeel te trekken door de oneerlijkste praktijken. Spekuleerende op
+de zorgeloosheid en ijdelheid der nieuw bekeerden, verkoopen zij hun op krediet kleederen, snuisterijen en allerlei andere
+zaken, tegen buitensporig hooge prijzen en voor belangrijke sommen. De <i>reducidos</i>, geen kans ziende ooit hunne schuld af te betalen, maken zich soms uit de voeten; maar de schuldeischer verliest er niet
+veel bij: als hij maar iets op afrekening ontvangen heeft, is hij doorgaans reeds meer dan gedekt.
+
+</p>
+<p id="d0e981"></p>
+<div id="d0e982" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-221.jpg" alt="Dorp der Mandayas."></p>
+<p class="figureHead">Dorp der Mandayas.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e986">Eerst den 27<sup>sten</sup> Januari kom ik te Bunauan, waar ik de banca, die ik te Butuan had gehuurd, verwissel tegen twee prauwen. Ik verlaat nu mijn
+vroegeren weg en vaar de Simulao op, die sterk gezwollen en vrij onstuimig is, tot een weinig boven Tudela, een armzalig dorp
+van Mandayas, die meer of minder oprechtelijk tot het Christendom zijn overgegaan. De Simulao is tusschen tamelijk hooge oevers
+ingesloten, die eenzaam en verlaten zijn. Het regent maar steeds door; en onder dien grauwen hemel, maakt Tudela, in de modder
+verzonken, den treurigen indruk van een dorp, dat in puin vergaat nog eer het voltooid is. De inwoners schijnen met verdooving
+geslagen; de kinderen zelfs, in de hoeken neergehurkt, met houten sabeltjes spelende, zijn somber en zwijgend bij hun spel.
+
+
+</p>
+<p id="d0e991">Ik moet echter noodwendig dragers hebben, om over den berg Bucan te trekken, die mij van Bislig scheidt; daar alle aanbiedingen
+en bedreigingen zonder uitwerking blijven, maak ik mij meester van den capitan van Tudela, zeg hem dat hij mijn gevangene
+is, dat ik hem zal medenemen en dat hij nimmer de oevers van de Simulao zal wederzien. Eerst toen besloot hij, mij twee lichte
+kano's, drie mannen en vier kinderen van vijf tot twaalf jaar te bezorgen.
+
+</p>
+<p id="d0e993">Den laatsten dag der maand kwamen wij, na over den berg Bucan (honderd-dertig el hoog) getrokken te zijn, aan de diepe en
+breede rio Bislig. Even als alle andere reeden langs deze kust (alleen de golf van Pujada uitgezonderd), ligt ook die van
+Bislig naar het noordoosten open, waardoor zij gedurende den thans heerschenden moesson onbruikbaar is.&#8212;Bislig, eene der oudste
+nederzettingen van de Bisayas aan de kust van den Stillen-oceaan, wordt tot Surigao gerekend en bestuurd door een bataillonschef.
+Ik begeef mij naar het tribunaal, waar ik in mijn armoedige bagage een fatsoenlijk kleedingstuk opzoek, om mijne opwachting
+te kunnen maken bij den gouverneur. De kommandant, don Raphael Piquer y Morales, van mijne komst verwittigd, zendt aanstonds
+een ploeg cuadrilleros, die al mijne bagage opnemen. Ik volg hen, en eenige minuten daarna stelt de kommandant mij aan zijne
+echtgenoote voor, en zegt mij dat ik bij hem ben gelogeerd. &#8220;Eene weigering zou u niets baten, voegt hij er aan toe: laat
+ons maar dadelijk aan tafel gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p id="d0e995">Ik breng twee zeer aangename dagen bij mijne gasten door, die alleen met hun dochtertje in dit dorp, toch niet aan verveling
+ten prooi zijn en zich bezigheid hebben weten te verschaffen. De heer en mevrouw Piquer dringen er op aan, dat ik langer zal
+blijven; maar ik ben uitgeput van vermoeienis en ziek; ik gevoel dat het hoog tijd wordt, mijn tocht door Mindanao ten einde
+te brengen, omdat anders de krachten mij zullen gaan begeven.
+
+</p>
+<p id="d0e997">Het weer schijnt tot beterschap te neigen; den tweeden Februari vertrek ik van Bislig in eene groote banca met vijf matrozen,
+die ik te danken had aan de vriendelijke tusschenkomst van den kommandant Piquer. Blijft het weer goed, dan zal het mij misschien
+mogelijk zijn, ondanks den mousson, de baai van Pujada te bereiken. De ervaring leerde evenwel al spoedig dat dit niet doenlijk
+was. Zoodra de wind maar even aanwakkerde, werd de zee zoo woelig en ontstond er zulk eene geweldige branding, dat wij niet
+voort konden komen. Na drie dagen tobbens, hadden wij het nog niet verder gebracht dan tot Catel Nuevo; van daar uitzeilende,
+werd de zee weder zoo ontstuimig, dat onze banca met mast en al onder de golven verdween. Ik weet wel, dat onze visschers
+langs het Kanaal en de Noordzee, in den winter meermalen zulk weer trotseeren, maar hunne vaartuigen bouwen vrij wat beter
+zee dan de banca's van Mindanao; bovendien is er, noch uit physiek, noch uit moreel oogpunt, eene vergelijking te maken tusschen
+onze visschers en de Bisayas.
+
+</p>
+<p id="d0e999">Ik besluit dus, mijne reis over land, langs de kust, te vervolgen, en zend naar Catel-Viejo om dragers. Catel-Viejo, een oud
+pueblo der Bisayas, wordt tegenwoordig door onderworpen en nieuw bekeerde Mandayas bewoond, wier traagheid en zorgeloosheid
+niets te wenschen overlaat. Als zij <span class="pageno"><a id="d0e1001"></a>Bladzijde 222</span>zien, dat ik mij in ernst boos maak, loopen zij weg, zoodat wij hen te water en te land moeten najagen. Na bovenmenschelijke
+inspanning krijg ik eindelijk vier mannen, benevens twee buffels voor sleden gespannen, waarmede wij, naar het zeggen der
+Mandayas, over het zandige strand zeer goed zullen opschieten.
+
+</p>
+<p id="d0e1003">Ondanks den onbarmhartigen regen, die op nieuw bij stroomen neervalt, zou het inderdaad ook goed zijn gegaan, indien de sleden
+der Mandayas maar over het zand hadden willen glijden: maar daartoe waren zij niet te bewegen. Wij moeten dus de bagage van
+de sleden afnemen en op de buffels overladen, die daartoe van pakzadels worden voorzien, op de plaats zelve van lianen vervaardigd.
+Een dezer dieren, wien dit prikkelende zadel waarschijnlijk hindert, zet het eensklaps op een loopen en strooit zijne vracht
+over het strand. Zijn verschrikte geleider rent hem na, luid schreeuwende: &#8221;<i>Ayao! ayao!</i>&#8221; Het tooneel is zoo dwaas, dat ik mij niet boos kan maken. Het is intusschen onmogelijk verder te gaan, want de duisternis
+valt en het strand is met drijfhout bedekt; wij bivouakeeren dus onder den blooten hemel, op een rots, onder onophoudelijkcn
+regen, zonder vuur en zonder levensmiddelen.
+
+</p>
+<p id="d0e1008">Den volgenden dag kwamen wij vrij vroegtijdig te San-Juan, wederom een dorp van onlangs onderworpen Mandayas; de capitan verhuurt
+mij een paard, een armzalig dier, dat mij, hoe vermagerd ik ook ben, niet dragen kan; bij den eersten kuil, dien wij ontmoeten,
+struikelt hij en valt op mij. Ik laat dien rosinant vastbinden aan den staart van een buffel, die hem met moeite voorttrekt.
+De regen, die sedert vier-en-twintig uren zonder ophouden valt, wordt een ware zondvloed: het is alsof de geheele Stille-oceaan
+zich in damp heeft opgelost om vervolgens weer in waterstroomen op ons neer te dalen. Het steile pad, dat over het voorgebergte
+Bagoso loopt, is bezaaid met puntige rotsen en steenen, telkens afgebroken door diepe beken en door breede en diepe poelen.
+Ik vraag mij af, hoe onze buffels het wel hier maken moeten, toen eensklaps een dezer dieren, het beste, neervalt en weigert
+op te staan; het stervende dier zinkt elk oogenblik dieper in de modder. Twee muchachos loopen zoo hard zij kunnen naar den
+naasten pueblo; de hemel geve, dat die niet ver verwijderd zij! Inmiddels laat ik den armen buffel van zijne vracht bevrijden,
+en tot mijne groote verbazing komt het dier weer bij; wij trekken hem uit de modder en beladen hem weder, maar slechts met
+een deel zijner vracht, want de onophoudelijke regen, die overal doordringt, heeft het gewicht der bagage verdubbeld. Kort
+daarop verschijnen een aantal Bisayas van Quinablangan; ik heb het gelukkig getroffen: het dorp lag in de nabijheid en mijne
+muchachos hebben er een missionaris ontmoet, die, zonder dat hij mij kende, hen aanstonds terugzond met zooveel manschappen,
+als waarover hij op dat oogenblik beschikken kon. De buffels, nu van een deel van hun vracht ontlast, gaan geregeld voort;
+wij trekken met spoed door de laatste ravijnen van den berg, en komen tegen vier uren in den namiddag te Quinablangan, waar
+ik persoonlijk mijn dank kan brengen aan pater Raimundo Peruga, die ons op zoo uitstekende wijze geholpen heeft.
+
+</p>
+<p id="d0e1010">8 Februari.&#8212;Ik heb heden een reisgenoot: pater Peruga gaat, even als ik, naar Dapnan, een door Bisayas bewoond dorp, waar
+wij den eerwaarden pater Quirico Mor&eacute; aantreffen, dien ik reeds de eer heb gehad te Davao te ontmoeten. Dapnan is in geweldige
+opschudding: twee dagen geleden hebben de Mandayas een aanval gewaagd op enkele huizen van den pueblo; zij hebben drie der
+hunnen verloren, maar hebben zes Bisayas vermoord en verscheidene anderen medegevoerd; het is waar, dat de Bisayas, kort te
+voren, op soortgelijke wijze de Mandayas hadden overvallen. Deze veeten zijn onuitroeibaar, en de eene gewelddaad lokt de
+andere uit.
+
+</p>
+<p id="d0e1012">Des avonds komen wij te Baganga, een pueblo die door vijftien-honderd zoogenaamde oude Christenen (<i>Christianos viejos</i>) wordt bewoond, voor het meerendeel mestiezen van Mandayas en Bisayas.
+
+</p>
+<p id="d0e1017">Den volgenden morgen neem ik afscheid van de missionarissen, wier levenstaak hen roept om, te midden van allerlei ontberingen
+en gevaren, te blijven arbeiden onder de Bisayas en Infieles, ver van de beschaafde maatschappij, waarin ik weldra zal terugkeeren.
+In waarheid, hoe meer ik deze mannen in hun bij de wereld vergeten en zoo vaak bespotten en geminachten werkkring leerde kennen,
+des te hooger sloeg mijne bewondering voor hun geloof en hunne grenzenlooze toewijding.
+
+</p>
+<p id="d0e1019">Pater More, die twee dagen te Baganga blijft, leent mij zijn paard, dat ik hem op de eerstvolgende pleisterplaats zal terugzenden.
+De tocht wordt er, voor mijne dragers en mijne muchachos, niet gemakkelijker op. Het geheele oostelijke gedeelte van Mindanao
+is bedekt met eene vrij hooge bergketen, die van het noorden naar het zuiden loopt, maar talrijke vertakkingen naar het oosten
+uitzendt, welke meestal in hooge voorgebergten eindigen. Het gevolg hiervan is, dat de kust bestaat uit eene opeenvolging
+van baaien en inhammen, door steile hoogten gescheiden, waarover een ter nauwernood gebaand pad loopt, dat door lianen wordt
+versperd en telkens door beken en poelen afgebroken.
+
+</p>
+<p id="d0e1021">Ik zal maar niet uitvoerig verhalen, hoe wij van dag tot dag voortsukkelden langs deze noodlottige onherbergzame kust, die
+bij elken voetstap den reiziger nieuwe bezwaren in den weg legt. De regen hield maar steeds aan, en meermalen moesten wij
+des nachts onder den blooten hemel kampeeren. Daar kwam bij, dat mijne dragers nooit langer dan hoogstens &eacute;&eacute;n etmaal bij mij
+bleven; telkens moest ik dus, in de ellendige dorpen en gehuchten, die wij ontmoetten, op nieuw moeite doen om plaatsvervangers
+te vinden. En had ik eindelijk de noodige manschappen gevonden, dan kostte het niet minder moeite om hun te eten te geven;
+het weinige dat zij medebrachten, was in den morgen reeds verteerd; kwam ik 's avonds in een dorp, dan gelukte het mij maar
+zelden, er een weinig rijst te koopen; doorgaans moeten wij <span class="pageno"><a id="d0e1023"></a>Bladzijde 223</span>ons tevreden stellen met bananen en wat pataten. In de maanden, die op den rijstoogst volgen, heerscht er echter, in dit gedeelte
+van het eiland, minder gebrek aan levensmiddelen.
+
+</p>
+<p id="d0e1025">In den namiddag van den zestienden Februari kwamen wij, met helderen zonneschijn,&#8212;wij waren echter zoo uitgeput dat de warmte
+ons hinderlijk was,&#8212;te Mati, een door Bisayas en onderworpen Moros bewoond dorp aan de baai van Pujada. Deze baai, waarvan
+de zuidoostelijke punt uitloopt in een hoog, bij uitnemendheid schilderachtig voorgebergte, vormt een ruime, zeer gunstig
+gelegen, uitmuntende haven, die, wanneer eenmaal de beschaving op de oostkust van Mindanao vasten voet zal hebben gewonnen,
+van overwegend belang zal zijn en waarschijnlijk eene schitterende toekomst tegemoet zal gaan. De voortreffelijke ankerplaats
+is door de landpunt Taucanan geheel gedekt tegen de noorden- en noordoosten winden; de ingang van de baai is zonder eenig
+gevaar; enkele kleine eilandjes schijnen daar opzettelijk geplaatst om bakens en vuurtorens te ontvangen. De baai van Pujada
+is het aangewezen middelpunt voor de handelsbeweging langs deze kust; maar er zal waarschijnlijk nog wel een groote veertien
+dagen verloopen, eer hier van handel sprake kan zijn.
+
+</p>
+<p id="d0e1027">Van Bislig tot hier vond ik de kust woest en verlaten, en menigmalen trokken wij den ganschen dag voort, zonder een spoor
+van een menschelijk wezen te ontmoeten, buiten de weinige ellendige dorpen en gehuchten. De dorpjes der nieuw bekeerde Mandayas
+zijn ter nauwernood omringd door eenige armoedige velden, met pataten en rijst beplant, en als het ware verloren te midden
+van het dichte woud. De nederzettingen van zoogenaamde oude Christenen, <i>Christianos viejos</i>, zijn niet beter; overal is de bevolking even traag, verzonken in lustelooze dofheid en zorgelooze onnadenkendheid.
+
+</p>
+<p id="d0e1032">17 Februari.&#8212;Met een kano vaar ik van Mati naar Puerto Balete (ten zuidwesten van de baai van Pujada), waar het terrein zich
+uitmuntend zou leenen voor den aanleg van dokken en kaaien. Ik ga daar aan land, om den bergrug over te trekken, die van Surigao
+tot kaap Sint-Augustijn evenwijdig met de kust loopt. In haar noordelijk gedeelte heb ik die bergketen reeds in omgekeerde
+richting overgetrokken, om van de oevers van de Simulao de zeekust te bereiken. Hier is de overtocht gemakkelijker; na over
+een vrij steile kam te zijn geklauterd, die ten noordwesten van Puerto Balete oprijst, heeft men slechts een natuurlijk ravijn
+te volgen, dat de bergketen doorsnijdt en aan de oostkust van de golf van Davao uitkomt, te Kuavo, waar twee hutten zijn,
+maar geen prauw is te vinden. Een visscher, een <i>moro</i>, die naar zijne rancheria terugkeert, neemt mij met zijne bagage in zijne banca op. Ik zend mijne dragers weg, en mijne muchachos
+volgen mij te voet langs het strand.
+
+</p>
+<p id="d0e1037">De visscher gaat niet verder dan Sumlug; de dato van dat gehucht zou, geloof ik, waar het op bedrog en schraapzucht aankomt,
+het van iedereen winnen: na eindelooze onderhandelingen bezorgt hij mij eindelijk, tegen een buitensporigen prijs, eene verrotte
+banca en twee zieke slaven.
+
+</p>
+<p id="d0e1039">Zoo, bovendien door tegenwind opgehouden en telkens verplicht stil te liggen, sukkelden wij voort langs de kust; hier en daar
+op het punt van schipbreuk te lijden.
+
+</p>
+<p id="d0e1041">Den twee-en-twintigsten Februari kwam ik eindelijk te Davao, waar ik het genoegen had, de meeste vrienden terug te vinden,
+die ik den tweeden November had verlaten; hun vriendelijk onthaal zou mij de doorgestane vermoeienissen spoedig hebben doen
+vergeten, wanneer niet de telkens wederkeerende aanvallen van koorts mij er aan hadden herinnerd. Ik breng hier mijne aanteekeningen
+en collecties in orde. Mijne muchachos, die geheel uitgerust en hier goed gevoed zijn, wenschen te vertrekken; de twee, die
+ik genoodzaakt ben weg te zenden, om hen niet geheel aan hunne familie te ontrukken, zijn zeer bedroefd; maar eene goede gratificatie
+troost hen spoedig. Zulk een zwervend leven in het gevolg van een Europeaan staat den Indianen zeer goed aan; in hun dorp
+teruggekeerd, zijn zij onuitputtelijk in het verhalen en verdichten van allerlei avonturen en heldendaden en worden in hun
+eigen oogen personages van gewicht.
+
+</p>
+<p id="d0e1043">13 Maart.&#8212;Ik neem afscheid van Davao en ga aan boord van de <i>Francisco Reyes</i>, die den 21 het anker uitwerpt in de haven van Manilla. Ik blijf daar eene geheele maand, vergeefs op mijne genezing hopende,
+in de gastvrije woning van onzen landgenoot, den heer Louis G&eacute;nu, wiens hartelijke en zorgvuldige verpleging mij ongetwijfeld
+de gezondheid zou hebben teruggegeven, indien de koortsen, met inzinking van krachten gepaard, op andere wijze waren te genezen
+dan door terugkeer naar Europa.
+
+</p>
+<p id="d0e1048">Voor zoover de koorts mij vrijliet, bracht ik alleraangenaamste oogenblikken door met den heer G&eacute;nu, en met onze te Manilla
+gevestigde landgenooten, bepaaldelijk met den heer Br&eacute;jard, kanselier van het fransche consulaat, en den heer Aussenac, gewezen
+kavalerie-officier; deze heeren, die bijna alle landen der wereld hebben bezocht, wisten uit den rijken schat hunner ervaring
+en waarneming zoo belangrijke mededeelingen te doen, dat ik de met hen doorgebrachte avonden niet licht vergeten zal. Maar
+hoe gaarne ik mijne onderzoekingen ook verder zou hebben uitgestrekt, en hoezeer ik hoopte nog in staat te zijn, om de Infieles
+in het noorden van Lu&ccedil;on te leeren kennen, het mocht niet zijn. De staat mijner gezondheid noodzaakte mij, naar Europa terug
+te keeren.
+
+</p>
+<p id="d0e1050">
+
+</p>
+<p id="d0e1052">Een beknopt overzicht van de groep der Philippijnen zal, ten besluite van dit reisverhaal, onzen lezers wellicht niet ongevallig
+zijn. De Philippijnen vormen de noordoostelijkste eilandengroep van den Oost-Indischen archipel; zij ligt tusschen de Chineesche-zee
+en den Stillen-oceaan, en strekt zich uit van 5&deg; 9&#8242; tot 21&deg; noorderbreedte, en van 117&deg; tot 126&deg; oosterlengte. Het eigenlijke
+middelpunt der groep vormt in het noorden het eiland Lu&ccedil;on, <span class="pageno"><a id="d0e1054"></a>Bladzijde 224</span>aan welks zuidpunt zich drie reeksen van eilanden aansluiten, waarvan twee in zuidoostelijke en eene in zuidwestelijke richting.
+Het voornaamste eiland na Lu&ccedil;on is Mindanao in het zuiden; voorts verdienen nog afzonderlijke vermelding: Samar, Masbate,
+Leyte, Panay, Negros, Cebu, Pajol, die met Mindoro en een groot aantal kleinere eilanden de zoogenoemde Bisayasgroep vormen; verder de Calamianes met inbegrip
+van Palawan; de Babuyanen en de Baschi of Batanen, ten noorden van Lu&ccedil;on. Men schat het aantal van alle eilanden te zamen
+op twaalfhonderd, en de oppervlakte, met inbegrip van de Soeloe-eilanden, op vijfduizend-driehonderd-acht-en-zestig vierkante
+mijlen, waarvan ruim drieduizend vierkante mijlen in het bezit der Spanjaarden zijn. Ongetwijfeld vormen al deze eilanden
+te zamen een soort van hoogland, tusschen welks plateaux zich diepe dalen slingeren, thans door de wateren der zee bedolven.
+De meeste eilanden zijn met bergen en heuvels bedekt, terwijl belangrijke bergketenen hen van het noorden naar het zuiden
+doorsnijden; bovendien bevatten zij een aantal deels nog werkzame, deels uitgedoofde vulkanen, en zijn daarom vaak aan aardbevingen
+onderhevig.
+
+</p>
+<p id="d0e1059">Men onderscheidt drie jaargetijden: vooreerst het droge en koude jaargetijde, dat in November met den aanvang van den noordoost-moesson
+begint; voorts de <i>sencas</i> of het warme saizoen, dat in Maart begint en in April en Mei onuitstaanbare hitte aanbrengt; eindelijk de regentijd, die
+in het zuidwesten van den archipel in Mei en Juni intreedt en tot September en October duurt, als wanneer het aan de noordelijke
+en oostelijke kusten begint te regenen. De zuidwest-moesson begint regelmatig in Juni; hij duurt tot September en October;
+het omslaan van den wind gaat meestal met geweldige stormen en orkanen gepaard.
+
+</p>
+<p id="d0e1064"></p>
+<div id="d0e1065" class="divFigure">
+<p class="legend"><img src="img/p1886-224.jpg" alt="Brug over de rio Tagulaya."></p>
+<p class="figureHead">Brug over de rio Tagulaya.</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p id="d0e1069">De bodem der Philippijnen is bij uitstek vruchtbaar; de eilanden, die niet alleen uit het planten- maar ook uit het delfstoffenrijk
+onuitputtelijke schatten bezitten, welke nog maar voor een gering deel worden ge&euml;xploiteerd, behooren ongetwijfeld tot de
+schoonste en vruchtbaarste landen van Azi&euml;. Jammer slechts, dat Spanje van deze kostbare bezitting niet al het voordeel trekt,
+dat het daarvan zou kunnen genieten.
+
+</p>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Een reis naar de Philippijnen, by Joseph Montano
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN REIS NAAR DE PHILIPPIJNEN ***
+
+***** This file should be named 13236-h.htm or 13236-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/3/2/3/13236/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/13236-h/img/p1886-001.jpg b/13236-h/img/p1886-001.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c1cadc2
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-001.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-004.jpg b/13236-h/img/p1886-004.jpg
new file mode 100644
index 0000000..14a7d06
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-004.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-005.jpg b/13236-h/img/p1886-005.jpg
new file mode 100644
index 0000000..03cba51
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-005.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-008.jpg b/13236-h/img/p1886-008.jpg
new file mode 100644
index 0000000..33fd99e
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-008.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-009.jpg b/13236-h/img/p1886-009.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5637a2f
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-009.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-012.jpg b/13236-h/img/p1886-012.jpg
new file mode 100644
index 0000000..07a8f47
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-012.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-013.jpg b/13236-h/img/p1886-013.jpg
new file mode 100644
index 0000000..be9db83
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-013.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-016.jpg b/13236-h/img/p1886-016.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9f53ae0
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-016.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-121.jpg b/13236-h/img/p1886-121.jpg
new file mode 100644
index 0000000..302a1fe
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-121.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-125.jpg b/13236-h/img/p1886-125.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5229752
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-125.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-128.jpg b/13236-h/img/p1886-128.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0cf34b7
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-128.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-129.jpg b/13236-h/img/p1886-129.jpg
new file mode 100644
index 0000000..caf3cb0
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-129.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-132.jpg b/13236-h/img/p1886-132.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a0ace09
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-132.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-133.jpg b/13236-h/img/p1886-133.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e78552a
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-133.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-136.jpg b/13236-h/img/p1886-136.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e36c51a
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-136.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-209.jpg b/13236-h/img/p1886-209.jpg
new file mode 100644
index 0000000..aaae29c
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-209.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-212.jpg b/13236-h/img/p1886-212.jpg
new file mode 100644
index 0000000..74b20fc
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-212.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-213.jpg b/13236-h/img/p1886-213.jpg
new file mode 100644
index 0000000..69f8cac
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-213.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-216.jpg b/13236-h/img/p1886-216.jpg
new file mode 100644
index 0000000..718b26b
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-216.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-217.jpg b/13236-h/img/p1886-217.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e053afc
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-217.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-221.jpg b/13236-h/img/p1886-221.jpg
new file mode 100644
index 0000000..134a807
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-221.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/img/p1886-224.jpg b/13236-h/img/p1886-224.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c569637
--- /dev/null
+++ b/13236-h/img/p1886-224.jpg
Binary files differ
diff --git a/13236-h/style/amazonia.css b/13236-h/style/amazonia.css
new file mode 100644
index 0000000..f3a05a3
--- /dev/null
+++ b/13236-h/style/amazonia.css
@@ -0,0 +1,26 @@
+/* amazonia.css -- color scheme Amazonia, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFF5; /* #FFFFF5; very light green */
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend, hr.noteseparator
+{
+ color: #880000; /* #880000; brownish red */
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: #808000; /* #808000; olive green */
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
diff --git a/13236-h/style/arctic.css b/13236-h/style/arctic.css
new file mode 100644
index 0000000..63bc14d
--- /dev/null
+++ b/13236-h/style/arctic.css
@@ -0,0 +1,33 @@
+/* arctic.css -- color scheme Arctic, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Arial, sans-serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+ color: #001FA4;
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
diff --git a/13236-h/style/borneo.css b/13236-h/style/borneo.css
new file mode 100644
index 0000000..51cc9bc
--- /dev/null
+++ b/13236-h/style/borneo.css
@@ -0,0 +1,26 @@
+/* borneo.css -- color scheme Borneo, for use with Gutenberg stylesheet */
+
+body
+{
+ background: #FFFFEE; /* #FFFFEE; light yellowish brown */
+}
+
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend
+{
+ color: #880000; /* #880000; brownish red */
+}
+
+.navline, span.rightnote, span.pageno
+{
+ color: #AC8D70; /* #AC8D70; sepia */
+}
+
+a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: #D25C00; /* #D25C00; orange brown */
+} \ No newline at end of file
diff --git a/13236-h/style/gutenberg.css b/13236-h/style/gutenberg.css
new file mode 100644
index 0000000..77dfded
--- /dev/null
+++ b/13236-h/style/gutenberg.css
@@ -0,0 +1,364 @@
+/*
+ gutenberg.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files
+
+ Jeroen Hellingman
+
+ This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain.
+*/
+
+
+/*
+body - body of html page; define overall properties
+*/
+
+body
+{
+ line-height: 1.44em;
+ font-family: times, serif;
+ font-size: 1em;
+ font-weight: normal;
+ margin: 1.58em 16% 1.58em 16%;
+ width: auto;
+ letter-spacing: normal;
+ text-transform: none;
+ word-spacing: normal;
+ font-size-adjust: 0.58;
+}
+
+/* title Page headers */
+
+h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline
+{
+ text-align: center;
+}
+
+h2.byline
+{
+ font-size: 1.14em;
+ line-height: 2em;
+ font-weight: normal;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+ font-size: 1.44em;
+ font-weight: bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+ font-size: 1.14em;
+ font-weight: normal;
+}
+
+/*
+
+h1..h5 headers
+
+class
+ sub subtitle
+
+*/
+
+h1
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 2em;
+ font-style: normal;
+ font-weight: 600;
+ letter-spacing: normal;
+ text-decoration: none;
+ text-transform: none;
+ word-spacing: normal;
+ font-size-adjust: .4;
+
+ line-height: 1.5em;
+
+ margin-bottom: 0.33em;
+ margin-top: 1.33em;
+}
+
+h2
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.44em;
+ line-height: 1.2em;
+
+}
+
+h3
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.2em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+h4
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.0em;
+ font-weight: 400;
+ line-height: 1.0em;
+}
+
+h5
+{
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ font-size: 1.0em;
+ font-style: italic;
+ font-weight: 400;
+ line-height: 1.0em;
+}
+
+
+/*
+p -- paragraph
+
+class
+ initial initial paragraph of chapter, i.e. no indentation
+ argument argument, the list of topics at the head of a chapter
+ note footnote
+ quote quoted material, like blockquote
+ stb small thematic break
+ mtb medium thematic break
+ ltb large thematic break
+ navline navigation line
+ figure figure, plate, illustration
+ legend legend with figure, plate, or other type of illustration
+*/
+
+p
+{
+ text-indent: 0em;
+}
+
+p.poetry
+{
+ margin: 0em 10% 1.58em 10%;
+ /* font-style: italic; */
+}
+
+p.initial
+{
+ text-indent: 0em;
+}
+
+p.argument, p.note
+{
+ text-indent: 0em;
+ font-size: 0.8em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+p.argument
+{
+ margin: 1.58em 10% 1.58em 10%;
+}
+
+p.quote
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+ margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.blockquote
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+ margin: 1.58em 5% 1.58em 5%;
+}
+
+div.notetext
+{
+ font-size: 0.9em;
+ line-height: 1.3em;
+}
+
+div.divFigure
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.figureHead
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.figure, p.legend
+{
+ text-align: center;
+}
+
+p.legend
+{
+ font-size: 0.9em;
+ margin-top: 0;
+}
+
+p.navline
+{
+ text-indent: 0em;
+ text-align: center;
+ font-size: 0.7em;
+ font-family: helvetica, sans-serif;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+}
+
+p.smallprint, li.smallprint
+{
+ font-size: 0.8em;
+ line-height: 1.1em;
+ color: #666666;
+}
+
+/*
+// span -- used for special effects in formatting.
+//
+// class
+// leftnote note in the left margin
+// rightnote note in the right margin
+// pageno page number, inserted at location of original page break.
+//
+// Note that the positioning only works properly in IE 5.0.
+*/
+
+span.leftnote
+{
+ position:absolute;
+ left:1%;
+ height:0em;
+ width:14%;
+ font-size:0.8em;
+ text-indent: 0em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+span.rightnote, span.pageno
+{
+ position:absolute;
+ left:86%;
+ height:0em;
+ width:14%;
+ text-align:right;
+ text-indent:0em;
+ font-size:0.8em;
+ line-height: 1.2em;
+}
+
+span.lineno
+{
+ position: absolute;
+ left: 12%;
+ height: 0em;
+ width: 12%;
+ text-align: right;
+ text-indent: 0em;
+ font-size: 0.6em;
+ line-height: 1em;
+ font-style: normal;
+}
+
+.Greek
+{
+ font-family: Gentium, Arial Unicode MS, serif; /* font that supports classical Greek */
+}
+
+.Arabic
+{
+ font-family: Arial Unicode MS, sans-serif; /* font that supports Arabic */
+}
+
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing: 0.2em;
+}
+
+span.smallcaps
+{
+ font-variant: small-caps;
+}
+
+/*
+a -- anchor
+
+class
+ offsite
+ gloss glossary entry; should be less visible
+ noteref (foot) note reference.
+ hidden
+ navline
+*/
+
+a.navline
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+a.navline:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+a.hidden:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+a.noteref:hover
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+a.noteref
+{
+ text-decoration: none;
+ font-size: 0.7em;
+ vertical-align: super;
+}
+
+a.hidden
+{
+ text-decoration: none;
+}
+
+hr
+{
+ width: 100%;
+ height: 1px;
+ color: black;
+}
+
+hr.noteseparator
+{
+ width: 25%;
+ height: 1px;
+ text-align: left;
+}
+
+/*
+// ol ul -- ordered list, unordered list
+//
+// class
+// toc table of contents
+*/
+
+
+/*
+// li -- list item
+//
+// class
+// toc_h1 table of contents h1
+// toc_h2
+
+// table -- table
+*/
+
+table.navline
+{
+ font-size: 0.7em;
+ font-family: 'TITUS Cyberbit Basic', helvetica, sans-serif;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+ margin-top: 0em;
+ margin-bottom: 0em;
+}
diff --git a/13236-h/style/print.css b/13236-h/style/print.css
new file mode 100644
index 0000000..764ba41
--- /dev/null
+++ b/13236-h/style/print.css
@@ -0,0 +1,36 @@
+/*
+ print.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files, optimized for printing.
+
+ Jeroen Hellingman
+
+ This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain.
+*/
+
+body
+{
+ font-family: Gentium, Times New Roman, serif;
+ margin: 12pt 1cm 12pt 1cm;
+ font-size: 11pt;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5
+{
+ color: black;
+ font-family: Gentium, Times New Roman, serif;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno
+{
+ color: black;
+}
+
+a, a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: black;
+ text-decoration: none;
+}
+
+span.pageno
+{
+ font-size: 6pt;
+} \ No newline at end of file