diff options
Diffstat (limited to '13236-h')
| -rw-r--r-- | 13236-h/13236-h.htm | 2644 | ||||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-001.jpg | bin | 0 -> 90673 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-004.jpg | bin | 0 -> 70372 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-005.jpg | bin | 0 -> 72309 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-008.jpg | bin | 0 -> 78360 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-009.jpg | bin | 0 -> 84438 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-012.jpg | bin | 0 -> 71562 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-013.jpg | bin | 0 -> 66591 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-016.jpg | bin | 0 -> 75902 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-121.jpg | bin | 0 -> 74611 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-125.jpg | bin | 0 -> 66939 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-128.jpg | bin | 0 -> 65625 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-129.jpg | bin | 0 -> 78531 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-132.jpg | bin | 0 -> 59244 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-133.jpg | bin | 0 -> 67926 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-136.jpg | bin | 0 -> 77354 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-209.jpg | bin | 0 -> 40351 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-212.jpg | bin | 0 -> 43493 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-213.jpg | bin | 0 -> 65284 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-216.jpg | bin | 0 -> 83122 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-217.jpg | bin | 0 -> 71662 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-221.jpg | bin | 0 -> 71872 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/img/p1886-224.jpg | bin | 0 -> 88596 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 13236-h/style/amazonia.css | 26 | ||||
| -rw-r--r-- | 13236-h/style/arctic.css | 33 | ||||
| -rw-r--r-- | 13236-h/style/borneo.css | 26 | ||||
| -rw-r--r-- | 13236-h/style/gutenberg.css | 364 | ||||
| -rw-r--r-- | 13236-h/style/print.css | 36 |
28 files changed, 3129 insertions, 0 deletions
diff --git a/13236-h/13236-h.htm b/13236-h/13236-h.htm new file mode 100644 index 0000000..c4dd99d --- /dev/null +++ b/13236-h/13236-h.htm @@ -0,0 +1,2644 @@ +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --><html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8"> + +<title>Een reis naar de Philippijnen</title> +<link href="style/gutenberg.css" rel="stylesheet" type="text/css"> +<link href="style/arctic.css" rel="stylesheet" type="text/css"> +<link href="style/print.css" rel="stylesheet" type="text/css" media="print"> +<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/DC/elements/1.0/"> +<meta name="author" content="Montano, Joseph (1844–?)"> +<meta name="DC.Creator" content="Montano, Joseph (1844–?)"> +<meta name="DC.Title" content="Een reis naar de Philippijnen"> +<meta name="DC.Date" content="#### 2004"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +</head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Een reis naar de Philippijnen, by Joseph Montano + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een reis naar de Philippijnen + +Author: Joseph Montano + +Release Date: August 21, 2004 [EBook #13236] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN REIS NAAR DE PHILIPPIJNEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + + + + + +</pre> + +<span class="pageno"><a id="d0e70"></a>Bladzijde 1</span><a id="d0e71"></a><h1>Reis naar de Philippijnen</h1><a id="d0e74"></a><p id="d0e75"></p> +<div id="d0e76" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-001.jpg" alt="Maleische woning."></p> +<p class="figureHead">Maleische woning.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e80">Tot de belangrijke teekenen des tijds behoort ongetwijfeld het toenemend gewicht, dat, in de laatste jaren vooral, het koloniale +vraagstuk gekregen heeft. En hiermede bedoel ik niet de kwestie omtrent de wijze van beheer van onze oost-indische bezittingen +en hetgeen daarmede in verband staat; ik vat de zaak ruimer op, en bedoel de toenemende belangstelling, die aan het koloniale +vraagstuk gewijd wordt, ook daar waar men zich vroeger met deze kwestie bijna niet bezig hield; het streven, dat in verschillende +staten steeds meer op den voorgrond treedt, om het oude koloniaal bezit uit te breiden of zich voor het eerst nieuwe koloniën +te verwerven. Het machtige Duitsche rijk heeft, tot groote verbazing van anderen, eensklaps dien weg ingeslagen, en heeft +dat gedaan met die beslistheid, die energie, die doortastende wilskracht, die steeds de handelingen kenmerkt van den grooten +staatsman, wiens schepping het nieuwe Duitschland is, en wiens schier onstuimig optreden misschien wel juist op deze ongewone +wijze geschiedt, om bij de toeschouwers de gedachte op den achtergrond te dringen dat al deze schijnbaar onbesuisde en geïmproviseerde +stappen niet anders zijn dan de ontwikkeling van een fijn berekend, diep doordacht plan. Dit streven van de eerste militaire +mogendheid van Europa naar koloniaal bezit, naar macht en invloed ook ver buiten Europa, heeft reeds zeer gewichtige gevolgen +gehad, en zal waarschijnlijk, misschien reeds in eene nabijzijnde toekomst, tot zeer verrassende uitkomsten leiden. Frankrijk, +op zijn beurt, heeft de oogen naar het verre Oosten <span class="pageno"><a id="d0e82"></a>Bladzijde 2</span>geslagen en zich gewikkeld in avonturen, die duizenden menschenlevens en millioenen schats verslinden, die de krachten des +lands uitputten, en toch in het gunstigste geval maar een zeer povere uitkomst schijnen te kunnen hebben.—Met verbazing, met +ingehouden toorn, met kwalijk verborgen ongerustheid slaat Engeland deze gebeurtenissen gade: op een gebied, waarop het meende +van rechtswege alleen meester te zijn en geen mededinger te moeten dulden, ziet het eensklaps een zeer ernstigen mededinger +optreden, wiens verschijning juist daarom zoo verontrustend is omdat niemand weet wat hij eigenlijk wil en hoever hij zal +gaan, terwijl men toch overtuigd is dat hij een vast plan heeft en op een doel afgaat, hem alleen bekend. Wat zal Engeland +doen? Heeft het oude Brittanje, waar, onder menig opzicht, de toestanden zoo zonderling, zoo angstwekkend, men zou bijna zeggen +zoo hopeloos verwikkeld zijn; dat voor de oplossing van zoo geduchte problemen, politieke en sociale, is geplaatst,—heeft +het oude Brittanje nog de kracht den schepter der zeeën te omklemmen, en zijn onmetelijk koloniaal gebied te verdedigen en +te handhaven? Of is ook voor Engeland het uur gekomen of in aantocht, het noodlottig uur, dat in vroeger en later eeuw, met +onverbiddelijke noodzakelijkheid, geslagen heeft voor alle staten, wier gansche streven opging in handelsbelang, wier geheele +politiek uitsluitend werd beheerscht door de kwestie van winst of verlies: het noodlottig uur, waarin de op dit ééne doel +gerichte nationale kracht blijkt opgeteerd en niet langer in staat om de verworven schatten, die den naijver van velen opwekken, +te beschermen en de hand af te weren, naar dien rijken buit uitgestrekt?—Wie weet, of niet spoediger dan menigeen denkt, de +historie op die vraag het antwoord zal geven. + +</p> +<p id="d0e84">Deze gebeurtenissen, waarbij ook de belangen van ons vaderland zoo nauw betrokken kunnen zijn, hebben niet alleen eene politieke, +maar ook eene sociale beteekenis. Wat is het, dat de volken van Europa dus aandrijft om zich in andere werelddeelen bezittingen +te verwerven, invloed te verzekeren; om zich met geweld en vaak door de onverdedigbaarste middelen toegang te verschaffen +tot rijken en staten, die van dergelijke aanraking liefst verschoond bleven: wat anders, dan de klimmende, de dringende en +dwingende noodzakelijkheid om telkens nieuwe uitwegen, nieuwe markten te openen voor de tot het onzinnige opgevoerde produktie? +De fraaie woorden, die men in den mond voert, kunnen het brutale feit niet verbergen, dat het in den grond der zaak om niets +anders te doen is dan om het grove, materieele eigenbelang. Of liever, het is om iets ergers, iets ernstigers te doen: het +is in den vollen zin des woords eene levenskwestie: en juist dat geeft aan de verschijnselen en gebeurtenissen, die bezig +zijn zich voor onze oogen te ontwikkelen, eene inderdaad tragische beteekenis. Zie Engeland. Hoe het jubelde en roemde, toen +de wondervolle veroveringen en ontdekkingen der wetenschap de industrie opvoerden tot eene vroeger nooit gedroomde hoogte; +toen het duizendvoudig vermenigvuldigde en onophoudelijk verbeterde werktuig in fabelachtig korten tijd den arbeid verrichtte, +die vroeger de inspanning zou hehben gevorderd van millioenen menschen en van vele jaren; toen van alle einden der wereld +de grondstoffen werden aangevoerd om in de reusachtige fabrieken verwerkt te worden, en dan op nieuw naar alle einden der +wereld verzonden. Hoe vermenigvuldigden zij zich, die machtige fabrieken, het leven van gansche distrikten tot zich trekkende; +hoe ging zij met reuzenschreden vooruit, de groote industrie, dorpen en vlekken omscheppende in bloeiende steden, waar de +honderdduizenden zich verdrongen; steeds verder en verder om zich grijpende tot haar invloed elken anderen verdrong, voor +haar belang elk ander wijken moest, tot, in waarheid, feitelijk de macht van den staat, het welzijn des volks, het leven des +lands, aan haar hing. En zij arbeidde maar immer voort, rusteloos, onverpoosd: want hield zij op, dan waarde het gebrek rond, +dan teisterde de bleeke honger de duizenden en duizenden, die alleen van haar leefden; dan voeren schokken en trillingen +als van een broedenden vulkaan door de ontroerde maatschappij. Zij moest voortwerken—stilstand was de ondergang. Zoo werkte +zij dan voort, altijd op nieuw en altijd weer voortbrengende, de produktie vermeerderende ... tot op eenmaal bleek, dat er +voor die produkten geen koopers meer te vinden waren; dat de met steeds voller en met geweldiger golven bruisende stroom geen +uitweg meer had. Dan <i>moesten</i>, tot elken prijs, nieuwe wegen geopend, nieuwe markten opgespoord; dan werden, zonder schijn zelfs van recht of reden, oorlogen +gevoerd en expedities—echte rooverstochten—ondernomen, om tot dusver gesloten havens te doen openen, tot dusver ontoegankelijke +landen en volken te trekken binnen den noodlottigen toovercirkel. Dan werd telkens eene nieuwe prooi den onverzadelijken Mammon +in den muil geworpen: en weer ging het voort, rusteloos, onverpoosd, koopende en verkoopende, altijd en altijd door voortbrengende, +schatten op schatten stapelende, als kon daar nooit een einde aan komen. Toch komt dat einde met onverbiddelijke noodzakelijkheid. +Daar treden mededingers op; de macht, die gewoon was de wereld te dwingen, ziet—zij het ook nog in nevelige omtrekken—een +sterkere in aantocht, die haar den buit kan ontrooven; een duister voorgevoel van de naderende, geweldige crisis doorhuivert +de trotsche gestalte; het schemerend besef doemt op, hoe dit schitterende gouden beeld dat de oogen der wereld verblindde, +op leemen voeten rust; hoe onzeker, hoe kunstmatig, hoe gevaarlijk deze schijnbaar zoo vaste, zoo onwrikbare positie is; hoe +geheel die voorspoed, die onmetelijke rijkdom afhankelijk is van omstandigheden, die men niet op den duur beheerschen kan, +en in een enkelen beslissenden schok reddeloos verloren kan gaan. Is het wonder, dat dit besef, dit voorgevoel de kracht van +den arm verlamt, soms het hoofd doet duizelen en tot daden drijft, waarvan zij die buiten staan vaak vergeefs de verklaring +zoeken? +<span class="pageno"><a id="d0e89"></a>Bladzijde 3</span></p> +<p id="d0e90">Doch wij mogen ons door deze beschouwingen niet laten medevoeren. Slechts dit wilden wij in het licht stellen, dat de zoo +opgewekte belangstelling in de ver verwijderde streken van het uiterste Oosten, het streven naar machtsuitbreiding in die +streken, naar koloniaal bezit, een dieperen grond heeft, een politieken zoowel als een socialen of economischen; en dat daarom +al hetgeen in die richting geschiedt in volle mate onze opmerkzaamheid en belangstelling verdient. En niet minder is het de +moeite waard, onze kennis te vermeerderen van die landen, die tot dusverre als in de schemering van het onbekende waren verborgen, +en die wel nooit, naar het scheen, geroepen zouden kunnen worden, op het wereldtooneel eene rol te spelen. Dat is veranderd: +niemand kan zeggen, of niet wellicht morgen eene of andere vergeten plek, een of ander eiland, in den grenzenloozen oceaan +verloren, eene wereldhistorische beteekenis kan erlangen; of niet van daar de vonk zal uitgaan, die een verwoestenden wereldbrand +ontsteken kan. + +</p> +<p id="d0e92">Daarom meenden wij, bij de opening van een nieuwen jaargang van ons tijdschrift, de aandacht van onze lezers te mogen vragen +voor het verhaal van een reistocht naar eene dier eilandengroepen in den Indischen-oceaan, op de grenzen tusschen Azië en +Polynesië, die reeds door haar ligging geroepen schijnen, over korter of langer tijd eene gewichtige rol te spelen of althans +den terugslag te ondergaan van groote gebeurtenissen. Het geldt de groep der Philippijnsche eilanden, een van de weinige brokstukken, +die Spanje uit de schipbreuk zijner koloniale macht heeft gered en tot hiertoe behouden heeft. Onze gids op dezen tocht zal +de heer doctor J. Montano zijn, een fransch geleerde, aan wien, naar een in Frankrijk heerschend en zeer prijzenswaardig gebruik, +in 1879, door het ministerie van onderwijs eene wetenschappelijke zending naar de Philippijnen werd opgedragen. Na deze misschien +reeds te lange inleiding geven wij hem zelven het woord. + + +</p><a id="d0e94"></a><h1>Malakka.</h1> +<p id="d0e97">Den 20<sup>sten</sup> Mei 1879 nam ik met mijn vriend en collega, doctor Paul Rey, plaats aan boord van het transportschip <i>l'Annamite</i>, om mij te kwijten van de zending, mij door den minister van onderwijs opgedragen. Den 19<sup>den</sup> Juni kwamen wij te Singapore; de boot naar Manilla vertrekt nog niet; van den overblijvenden tijd zullen wij dus gebruik +maken om een bezoek te brengen aan de inlandsche stammen, die door de Maleiers naar de binnenlanden van het schiereiland zijn +teruggedrongen. + +</p> +<p id="d0e108">Verscheidene booten varen geregeld tusschen Penang en Singapore; maar onze tijd is beperkt; en hoewel eenigermate tegen onzen +zin, nemen wij plaatsen op de eerste stoomboot, die naar Malakka vertrekt: de <i>Ben More</i>, eene chineesche boot, of ten minste aan eene chineesche maatschappij behoorende. De eerste machinist alleen is een Engelschman; +al de verdere officieren zijn uit den Indischen-archipel geboortig. Een agent van de maatschappij, een echte Chinees met een +bril en eene lange staart, ontvangt de reisgelden en schijnt aan boord met het hoogste gezag besteed. Hij wandelt op de landingsbrug +heen en weer, met het air van een admiraal, maar bemoeit zich niet met de manoeuvres van het schip. + +</p> +<p id="d0e113">In den namiddag van den 27<sup>sten</sup> Juni varen wij af; het dek is opgevuld met arme, en de kajuit met rijke Chineezen, die vrij goed engelsch en maleisch spreken. +De tafel is overvloedig, naar anglo-maleischen smaak: de Chineezen, hunne reputatie van groote matigheid vergetende, laten +zich de voedzame spijzen uitmuntend smaken. Wij zouden ons met thee hebben moeten vergenoegen, indien niet onze buurman aan +tafel, met ons de eenige europeesche passagier, ons bereidwillig had medegedeeld van zijn voorraad rooden wijn. Een wonderlijk +man was die vriendelijke tafelgenoot: hij was een napolitaansch horlogemaker, die over Penang naar Italië terugkeerde, na +gedurende tien jaren rondgezworven te hebben door China, de Philippijnen, den Maleischen-archipel en Australië. Hij is zeer +bij de hand en vlug van begrip, zeer vroolijk en opgeruimd, levendig, sterk gespierd; hij praat zonder eenige moeite fransch, +engelsch, duitsch, spaansch, maleisch en het chineesche dialekt van Canton; maar ondanks al zijne bekwaamheden, heeft hij +geen fortuin gemaakt en keert hij naar Europa terug, niet veel rijker dan bij zijn vertrek. + +</p> +<p id="d0e118">Tegen den avond van den volgenden dag wierp de <i>Ben More</i> het anker uit op de reede van Malakka, op zeer grooten afstand van den wal; wij riepen den schipper van eene voorbijvarende +prauw aan en voeren naar de monding van de kleine rivier, die midden door de stad Malakka stroomt. Op den linkeroever zien +wij eene lange reeks van hutten, door kokosboomen overschaduwd; aan den rechteroever verrijst een vrij hooge heuvel, waarvan +de top gekroond wordt door eene groote kerk van witten steen, die uit de verte gezien geheel ongeschonden schijnt. + +</p> +<p id="d0e123">Wij varen de rivier op, die zich tusschen de armoedige, zeer smerige woningen der maleische en chineesche bevolking heen slingert. +Er is te Malakka geen hotel; wij besluiten dus ons aan te melden bij den eerwaarden pater Pouget, fransch priester-zendeling, +en een beroep te doen op zijne gastvrijheid. De uitnemende missionaris stelt aanstonds zijn huis tot onze beschikking en laat +onmiddellijk onze bagage derwaarts overbrengen. Pater Pouget deelt ons mede, dat zich te Malakka nog een ander landgenoot +bevindt, de heer Rolland, dien ik vroeger te Parijs gekend heb, en van wien ik weet dat hij ons zeer nuttige inlichtingen +zal kunnen geven. De heer Rolland, die te midden der bosschen van Kessang, veertig mijlen ten noorden van Malakka woont, is +aanstonds bereid ons met zijne kennis ten dienst te staan; hij verzekert ons dat zijne woning bij uitstek gunstig gelegen +is voor iemand, die de inlandsche rassen wenscht te bestudeeren. Hij keert dien eigen avond naar zijne plantage terug, en +noodigt ons uit, met hem mede <span class="pageno"><a id="d0e125"></a>Bladzijde 4</span>te gaan: welke vriendelijke uitnoodiging zonder bedenken door ons wordt aangenomen. + +</p> +<p id="d0e127">Wij gaan een bezoek afleggen bij den gouverneur van Malakka en tevens een kijkje nemen van de stad. De waarnemende gouverneur, +de majoor Squirrel, is een van die engelsche officieren, die tusschen twee veldtochten altijd een oogenblik weten te vinden +om de kennismaking met de parijsche boulevards te hernieuwen. Nu was hem het bestuur opgedragen eener provincie, waar hij +moet zorgen het evenwicht te bewaren tusschen de niet altijd overeenkomende belangen van Europeanen, Maleiers en Chineezen, +die bovendien om vele andere redenen elkander niet best kunnen verdragen. Voor de vervulling zijner gansch niet gemakkelijke +taak, kan de gouverneur beschikken over een honderdtal engelsche soldaten en eene brigade inlandsche marechaussée, zoogenaamde +<i>mata-mata.</i> + +</p> +<p id="d0e132">De majoor ontvangt ons met de grootste voorkomendheid; wij gebruiken bij hem den <i>lunch</i>, in gezelschap van den luitenant Stevenson en den chirurgijn-majoor Barrington. Het gesprek loopt natuurlijk over de provincie +en haar tegenwoordigen toestand. Malakka, dat vroeger een zeer belangrijke haven was, heeft thans niet veel meer te beteekenen: +de groothandel heeft zich verplaatst naar Singapore en naar Penang. De inlandsche stammen, sedert lang door de Maleiers van +de kusten verdreven, trekken zich meer en meer in het binnenland terug. De gewapende invallen der Maleiers hebben sinds geruimen +tijd opgehouden; maar in de plaats daarvan komt thans de van dag tot dag verder om zich grijpende, vreedzame verovering door +de Chineezen, die op hun beurt de Maleiers zullen verdringen. Reeds sedert lang hebben de Chineezen zich meester gemaakt van +den geheelen kleinhandel te Malakka en in de omliggende dorpen: zij oefenen allerlei beroepen en bedrijven uit; zij ontginnen +de bosschen en leggen er groote maniocplantages aan; het gouvernement verleent hun voor een tijdvak van tien jaren concessie +voor de ontginning, want de maniockultuur put den grond spoedig uit, die dan een kwart eeuw braak moet blijven liggen. De +Chinees is van nature een veroveraar, altijd langs vreedzamen weg, en loert steeds op de gelegenheid om ook de aangrenzende +terreinen in te palmen; de koloniale regeering heeft dikwijls genoeg de handen vol met het toezicht over deze nijvere, energieke +kolonisten, wier geweten hun in den regel weinig last baart. + +</p> +<p id="d0e137"></p> +<div id="d0e138" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-004.jpg" alt="Prauw van het eiland Soeloe."></p> +<p class="figureHead">Prauw van het eiland Soeloe.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e142">Des avonds vertrokken wij met den heer Rolland naar zijne plantage. De rijweg is zeer goed onderhouden. Tegen twee uren na +middernacht komen wij te Durian Touggal, een politiepost, waar eenige mata-mata in bezetting liggen; ten zes uren zijn wij +te Kessang, insgelijks een politiepost, niet ver <span class="pageno"><a id="d0e144"></a>Bladzijde 6</span>van de woning van den heer Rolland. Het dorp Kessang zelf is niet veel meer dan een gehucht, met eene weinig talrijke bevolking; +maar in de uitgestrekte, tot het dorp behoorende rijstvelden, die door een gordel van hooge boschrijke bergen worden begrensd, +liggen eene menigte maleische hutten naar alle kanten verspreid. + +</p> +<p id="d0e146"></p> +<div id="d0e147" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-005.jpg" alt="Négritos."></p> +<p class="figureHead">Négritos.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e151">Reeds den volgenden dag kom ik, door de tusschenkomst van den heer Rolland, in aanraking met een jongen Manthra, die door +honger gedreven de bosschen verlaten had en die vrij goed maleisch spreekt. Wij nemen hem aanstonds in onze dienst: hij zal +ons tevens als gids en tolk dienen en bleek volkomen aan onze verwachtingen te beantwoorden. + +</p> +<p id="d0e153">Pang Lima, zoo heette hij, nam op zich om ons naar zijne stamgenooten aan den berg Bukit Kumunin, ongeveer twintig mijlen +ten noorden van Kessang, te voeren. Wij gaan met hem op weg en komen weldra in een dicht bosch, waar wij vier uren lang de +sporen volgen van het wild gedierte; telkens wordt onze marsch gestuit door geweldige boomstammen, die van ouderdom ter aarde +zijn gestort. Het is een prachtig, echt tropisch woud: reusachtige boomen stijgen overal als zuilen omhoog en vermengen hun +zwaar gebladerte, zoodat slechts een getemperd licht door het dichte loofgewelf kan heendringen. + +</p> +<p id="d0e155">Wij bereiken den zoom van een breed en diep ravijn; aan de overzijde verheft zich een heuvel, een uitlooper van den Bukit +Kumunin, die met een even dicht bosch is bedekt als dat hetwelk wij zooeven zijn doorgetrokken. Aan den voet van den heuvel +bespeuren wij een kleinen schralen akker en eene hut, die zich schier verliezen tusschen de reusachtige boomen, wier schaduw +de geheele plek overdekt. + +</p> +<p id="d0e157">Pang Lima gaat alleen vooruit, voorzien van glaskoralen en tabak en met last om de Manthras op onze komst voor te bereiden; +want de onverwachte verschijning van zoo buitengewone wezens als blanken, zou den stam op de vlucht drijven en alle nadere +aanraking onmogelijk maken. Gelukkig behoeft onze gezant niet lang te onderhandelen: weldra geeft hij ons een teeken, dat +wij naderbij kunnen komen. + +</p> +<p id="d0e159">De Manthras schijnen eerst als aan den grond genageld; eenige vriendelijke woorden, door Pang Lima hun overgebracht, stemmen +hen aldra tot meer toenadering; en terwijl de vrouwen hout hakken en vuur aanleggen voor ons ontbijt, kunnen wij op ons gemak +de kleine groep gadeslaan. Dertien personen, negen volwassenen en vier kinderen, ziedaar de gansche stam, hier in de wouden +verloren, en die maanden lang in deze eenzaamheid doorbrengt, zonder andere inlanders te zien. Deze arme lieden, bijna geheel +naakt, onuitsprekelijk vuil, uitgehongerd, ten prooi van afzichtelijke ziekten, leverden een beklagenswaardigen aanblik op. +De hut ziet er al even ellendig uit als hare bewoners. Binnen eene door houten blokken afgeperkte, kleine vierkante ruimte, +liggen midden in de asch eenige andere blokken half te smeulen; men zorgt er voor, dat dit vuur niet uitgaat, want dan kost +het moeite het weer te ontsteken. Men maakt namelijk vuur, door twee stukken bamboe tegen elkander te wrijven. In een hoek +staan eenige ruwe potten en enkele manden, waarvan een de noodige ingrediënten bevat om sirih te maken; tot onze verwondering +zien wij ook een muskietenscherm, dat zeker van een of anderen Chinees is gekocht. De muskieten zijn een onuitstaanbare plaag +in de wouden van Malakka; en ik kan mij zeer goed den eerbied verklaren, waarmede de arme Manthras deze vuile versleten gordijnen, +die op honderd plaatsen met allerlei stukken gelapt zijn, beschouwen. + +</p> +<p id="d0e161">Men begrijpt lichtelijk wat onder zulke omstandigheden en bij zulke lieden de landbouw te beteekenen heeft. Landbouwwerktuigen +bezitten zij niet; om het armzalige veldje rondom hunne hut te verkrijgen, hebben de Manthras eenige boomen omgehakt en, nog +eer zij geheel droog waren, in brand gestoken; de bladeren, de twijgen en de lianen werden dus alleen door het vuur verteerd; +toen heeft men, met behulp van scherp gepunte stokken, gaten gemaakt in den met de half vermolmde boomen bedekten grond; vervolgens +wat rijst en wat manioc geplant; en daarna met kalme onderwerping afgewacht wat de uitkomst zou zijn van al die inspanning. + + +</p> +<p id="d0e163">De Manthras leggen zich ook op de jacht toe en geven daarbij bewijzen van groote behendigheid, maar hunne wapenen zijn zeer +gebrekkig. Zij hebben geen andere wapenen dan de <i>parang</i>, eene soort van korten sabel, die tevens als mes en als bijl dienst doet en onder verschillende namen in geheel den Indischen +archipel gevonden wordt; en de <i>sampitan</i> of blaaspijp, waarmede zij vergiftige pijlen werpen. De apen en de vogels blijven echter meestal buiten hun bereik. De pijlen +en de blaaspijpen maken zij zelven, maar de parangs ruilen zij tegen andere voorwerpen in. Het ontbreekt den Manthras niet +aan verstand; maar grenzenlooze traagheid en zorgeloosheid maken iederen vooruitgang onmogelijk. Pater Pouget, die hen sedert +lang kent en met ongeloofelijke moeite eenigen hunner op den zendingspost van Ayer Salak, nabij Malakka, weet te houden, gaf +mij van deze ongelukkige wilden eene volkomen juiste beschrijving. Hunne taal is, volgens hem, niet anders dan een maleisch +dialekt, met eenige siameesche woorden vermengd. De volgende dagen bezochten wij nog enkele andere stammen, niet wezenlijk +van de Manthras verschillende en een even ellendig leven leidende. Zij zijn allen zachtaardig en zorgeloos; verregaande traagheid +is bij allen de heerschende eigenschap. Zonder eenigen twijfel zouden al deze wilden voor zichzelven en voor hunne gezinnen +het noodige onderhoud kunnen verdienen, indien zij op de chineesche plantages wilden werken, waar zij bovendien tegen aanvallen +van wilde dieren en van de Maleiers beveiligd zouden zijn; maar de arbeid, en bovenal de vaste regelmatige arbeid is voor +hen eene straf, die hun alleen door geweld kan worden opgelegd. Veel liever blijven zij in hunne hutten op den grond liggen, +rookende en betel kauwende; slechts de prikkel van den honger kan hen uit die dommelige verdooving wekken. Toch weten zij +zeer <span class="pageno"><a id="d0e171"></a>Bladzijde 7</span>goed, aan welke gevaren deze levenswijze hen blootstelt. Dikwijls genoeg worden deze ongelukkigen door de Maleiers overvallen, +die hunne vrouwen en kinderen wegvoeren, en hen zelven tot slaven maken. Deze aanslagen worden wel gestreng gestraft, wanneer +zij ter kennis van de regeering komen; maar hoe zou de regeering te Malakka kennis kunnen dragen van alles wat in de binnenlanden, +in het hart der bosschen, voorvalt? Ook al gelukt het den gevangene te ontsnappen, dan weet hij toch niet tot wien zich te +wenden om recht te verkrijgen. + +</p> +<p id="d0e173">Den 10<sup>den</sup> Juli nemen wij afscheid van den heer Rolland en keeren naar Malakka terug, langs denzelfden weg dien wij gekomen zijn, maar +dien wij toen niet hebben kunnen zien, omdat wij 's nachts reisden. Deze weg, die om de geheele provincie loopt, nu eens door +de bosschen, dan weer door plantages, wordt zeer goed onderhouden en door posten van mata-mata bewaakt. Wij komen door verschillende +maleische dorpen, die allen op elkander gelijken: in het midden een paar winkels van chineesche kooplieden, een politiewachthuis, +en verder, te midden van struikgewas, bloeiende heesters en kokospalmen, omringd door buffels en die sierlijke bultige inlandsche +runderen, de verspreide hutten, waarin het overdag altijd stil is, maar waaruit u des avonds vaak melodisch gezang tegen klinkt. +Door den prikkel van godsdienstigen waanzin opgezweept, en in de woede van het gevecht, is de Maleier vaak ontembaar woest +en onverschrokken, maar in het gewone leven is hij zachtaardig en boven alles op zijn gemak gesteld. Onder zijne veranda gezeten, +rookt hij zijn sigaar en wiegt zijne kinderen, uren achtereen, terwijl de vrouw hout hakt, water put en alle huishoudelijke +werkzaamheden verricht. De kinderen zijn even kalm en zwijgend als hun vader: zeer zelden zal men hen zoo luidruchtig en vroolijk +zien als de kinderen bij ons in Europa. + +</p> +<p id="d0e178">In den omtrek van Malakka verandert het landschap van karakter: het woud verdwijnt en de hutten van bamboe worden vervangen +door sierlijke, smaakvolle villa's, voor het meerendeel toebehoorende aan chineesche kooplieden, die hun fortuin gemaakt hebben +en zich nu hier komen vestigen, ver van de drukte en het gewoel van Singapore en Penang. Hunne fraaie equipages maken eene +schitterende vertooning naast de armzalige inlandsche rijtuigjes van de aanzienlijke Maleiers, altijd opgevuld met vrouwen +van allerlei leeftijd, die zich bij onze nadering, voor den vorm, het gelaat bedekken met haar mousselinen sluier. + +</p> +<p id="d0e180">De steeds dienstvaardige pater Pouget brengt ons naar de missie van Ayer Salak, waar wij ons vrij lang in het latijn onderhouden +met jonge Manthras, die hunne opvoeding ontvangen hadden in het kleine seminarie te Penang. Met den beminnelijken geestelijke +gaan wij ook een bezoek brengen aan het gesticht der zusters van het heilige kind Jezus, meer bekend onder den naam van Dames +van Saint-Maur: welk gesticht een succursaal is van dat te Singapore. In deze kostschool, waaraan tevens een weeshuis voor +meisjes verbonden is, vindt men vertegenwoordigers van alle rassen, die het land bewonen. Een fransche zuster, bijgestaan +door eene engelsche, is sedert twintig jaren belast met het bestuur dezer inrichting: het zou inderdaad niet gemakkelijk zijn, +een voorbeeld te vinden van edeler toewijding, van grooter ijver en van een beter besteed leven. Alle kinderen zijn even vroolijk +en opgewekt: zij zien er zeer netjes uit en leven onderling in de beste verstandhouding, ondanks het verschil van ras; zij +zongen voor ons eenige fransche liederen, die zeer goed klonken. De superieure, die zeer zeker tot oordeelen bevoegd is, verzekert +ons dat de kleine Manthras door gehoorzaamheid en gewilligheid ver uitmunten boven hare andere leerlingen. Maar de meisjes, +die in het weeshuis opgevoed worden, keeren nooit naar haar stam terug: doorgaans trouwen zij een Chinees, die haar een behoorlijk +bestaan kan verzekeren. + +</p> +<p id="d0e182">Den 13<sup>den</sup> Juli gaan wij aan boord van de <i>Japan</i>, waar wij een maleischen rajah en zijne echtgenoote aantreffen. Ook deze boot behoort aan eene chineesche maatschappij. Den +volgenden dag werpen wij het anker uit op de reede van Singapore. De heer Brasier de Thuy, directeur der <i>Messageries maritimes</i>, verschijnt aan boord en neemt ons mede naar zijne gastvrije en smaakvolle woning, waar wij een alleraangenaamsten dag doorbrengen. + + +</p> +<p id="d0e193">Den 15<sup>den</sup> Juli begeven wij ons aan boord van de <i>Panay</i>, die geregeld tusschen Singapore en Manilla vaart. + + +</p><a id="d0e201"></a><h1>Het eiland Luçon.</h1> +<p id="d0e204">Den 21<sup>sten</sup> Juli voeren wij de baai van Manilla binnen, die ten westen wordt bestreken door de hoogten van de sierra de Marivelès. Twee +uren later bespeurden wij, te midden van het weelderige groen, de roode daken van de hoofdstad der Philippijnen, schilderachtig +rustende aan den voet van blauwachtige bergen. + +</p> +<p id="d0e209">Nauwelijks heeft de <i>Panay</i> het anker laten vallen, of onze landgenoot, de heer Louis Génu, agent te Manilla van het huis Guichard en Zoon te Parijs, +van onze aankomst verwittigd, verschijnt op het dek en neemt ons mede. Gedurende onze tweejarige reis zullen wij dikwijls +genoeg met den heer Génu in aanraking komen, en steeds zullen wij in zijn huis hetzelfde vriendelijke en hartelijke onthaal +vinden, terwijl zijne grondige bekendheid met menschen en toestanden in het vreemde land ons van onschatbaar nut zal zijn. +Toen ik eindelijk ziek bij hem terugkwam, vond ik daar eene zoo zorgvuldige verpleging, dat ik ongetwijfeld mijne gezondheid +zou hebben terug gekregen, indien niet de door het tropische klimaat veroorzaakte krankheden, zoodra zij zekeren graad van +ontwikkeling bereikt hebben, den terugkeer naar Europa volstrekt noodzakelijk maakten. + +</p> +<p id="d0e214">De stad Manilla gaat tegenwoordig snel vooruit; vroeger beperkt binnen de wallen der oude vesting aan den linkeroever der +rivier, is de eigenlijke stad thans omringd door een gordel van zeer aanzienlijke <span class="pageno"><a id="d0e216"></a>Bladzijde 8</span>voorsteden, waarvan sommigen zich tot de naburige dorpen uitstrekken. De bevolking der stad, de voorsteden daaronder begrepen, +bedraagt vijf-en-zeventigduizend zielen. Over het algemeen kan men zeggen, dat de kolonie steeds in vrij bloeienden toestand +verkeerd heeft: natuurlijk met uitzondering van enkele minder gelukkige tijdvakken, die trouwens in de geschiedenis van geen +enkel land worden gemist. Deze voorspoed is ongetwijfeld te danken aan de wijze van bestuur, die reeds aanstonds door de koloniale +regeering werd ingevoerd en waarbij rekening werd gehouden met den volksaard en de eigenaardigheden der inboorlingen. + +</p> +<p id="d0e218"></p> +<div id="d0e219" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-008.jpg" alt="Een maleische rajah en zijne gemalin."></p> +<p class="figureHead">Een maleische rajah en zijne gemalin.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e223">De eer van de ontdekking der eilandengroep komt aan den onsterfelijken Magelhaens toe; maar de groote zeevaarder had nauwelijks +den tijd om zijne ontdekking te overzien. Den 31<sup>sten</sup> Maart 1521 stapte hij aan wal in het noordoosten van Mindanao, nabij de uitmonding van de rivier Agusan; en reeds den 26<sup>sten</sup> April daaraanvolgende werd hij door de inwoners van het kleine eiland Mactan vermoord. Zijn onderbevelhebber keerde weldra +naar Europa terug met het schip <i>Victoria</i>, het eerste dat de reis om de wereld heeft volbracht. + +</p> +<p id="d0e234">In 1542 werd eene nieuwe expeditie uitgerust onder bevel van Villalobos; door tegenwind opgehouden, bracht men het niet verder +dan tot in het gezicht van dezen archipel, waaraan de spaansche admiraal den naam van de Philippijnen gaf, ter eere van den +kroonprins, den zoon van Karel V, die later als Philips II over de uitgestrekte spaansche monarchie regeeren zou. Onder zijne +regeering nam Spanje voor goed van deze eilanden bezit. In 1564 landde Miguel Lopez de Legaspi op het eiland <span class="pageno"><a id="d0e236"></a>Bladzijde 9</span>Pojol, tusschen de eilanden Leyte en Cebu, op welk laatste hij zich vestigde; in 1571 stichtte hij Manilla op het eiland Luçon, +het voornaamste van den geheelen archipel; in de volgende jaren breidde de spaansche heerschappij zich langzamerhand uit over +Luçon en de groep der Bisayas-eilanden. + +</p> +<p id="d0e240">De bevolking van de Philippijnsche eilanden verschilde toen niet wezenlijk van de tegenwoordige. De inboorlingen van maleisch +ras, de Tagalen, Bisayas enz., toen nog afgodendienaars, hadden het grootste gedeelte van het land in bezit. De Negritos waren +reeds naar de bergen van het binnenland terug gedrongen; de mohammedaansche Maleiers, sedert onder den naam van Moros bekend, +waren op Soeloe, op Palawan en eenige andere punten van den archipel gevestigd; zij hadden zelfs te Manilla een eigen rijk +gesticht, Tondo genaamd, dat al spoedig voor de spaansche wapenen bezweek. + +</p> +<p id="d0e242">De onderwerping der Philippijnen vorderde niet veel tijd; ook duurde het niet lang of de inboorlingen waren, door den ijver +der spaansche zendelingen, tot het Christendom bekeerd. De organisatie der nieuwe kolonie was nu spoedig voltooid: de Spanjaarden +schaften alleen de slavernij af, maar waren voor het overige verstandig genoeg om de bestaande hiërarchie in hare hoofdtrekken +in stand te houden en de aloude maatschappelijke inrichtingen te eerbiedigen. Het denkbeeld, dat oostersche maatschappijen +op dezelfde wijze en naar dezelfde regelen moeten worden ingericht en geregeerd als onze westersche, was toen nog in niemands +hoofd opgekomen. + +</p> +<p id="d0e244"></p> +<div id="d0e245" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-009.jpg" alt="Hut der Bicols op Luçon."></p> +<p class="figureHead">Hut der Bicols op Luçon.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e249">In de plaats van de sultans en andere souvereine vorsten trad de koning van Spanje op, vertegenwoordigd door den gouverneur-generaal, +die zijne residentie te Manilla had. De <i>datos</i>, meer of minder onafhankelijke hoofden en landheeren, werden <i>capitanes, gobernadorcillos</i> of <i>tenientes</i>, en werden gehandhaafd in hun rang als hoofden der dorpen en vlekken, die naar gelang van hunne beteekenis den naam ontvingen +van <i>pueblos</i> of <i>visitas</i>, of wel den ouden naam van <i>barangay</i> behielden. Een zeker aantal dorpen of gehuchten vormden te zamen een pueblo: eene administratieve indeeling, overeenkomende +met ons kanton, onze gemeente en onze parochie, want eene zelfde parochie omvat dikwijls verschillende dorpen. Aan het hoofd +der parochie staat de pastoor (<i>padre cura</i>), wien de zorg voor de godsdienstige belangen zijner parochianen is opgedragen, en die metterdaad eene zeer groote macht +uitoefent. De gobernadorcillos, bijgestaan door de tenientes en door de notabelen of <i>cabezas</i>, nemen ongeveer dezelfde functiën waar als bij ons de maires, de vrederechters en de ontvangers; zij zijn verantwoordelijk +voor de inning der belasting, die <span class="pageno"><a id="d0e275"></a>Bladzijde 10</span>bij wijze van hoofdgeld geheven wordt en den naam draagt van <i>tributo</i>. + +</p> +<p id="d0e280">Ziedaar in hoofdtrekken het stelsel van bestuur, dat reeds in de eerste tijden na de verovering op de Philippijnen werd ingevoerd +en dat tot op den huidigen dag is gehandhaafd, tot groot voordeel zoowel van de bevolking als van de spaansche regeering, +wier gezag nooit ernstig werd bedreigd. De massa der bevolking was al spoedig gewonnen voor een gouvernement, dat de slavernij +afschafte en in de plaats van de willekeurige afpersingen en knevelarijen der datos eene vaste belasting hief en bepaalde +heerendiensten voorschreef. En de hoofden zelven, van hun door niets beperkt gezag beroofd en door hunne hoorigen in den steek +gelaten, mochten zich nog gelukkig rekenen, althans een deel van hunne macht en de aan hun rang verschuldigde eer te behouden, +hoewel hunne nieuwe functiën niet erfelijk waren, maar zij telkens door het gouvernement werden benoemd. Uit den aard der +zaak echter bleven deze betrekkingen gedurende zeer langen tijd, in zekeren zin, een familiegoed van de geslachten der vroegere +hoofden; men vindt nog tegenwoordig te Manilla afstammelingen van de oude souvereinen des lands; deze familiën genieten de +algemeene achting en worden ook door de regeering, die weet niets van haar te vreezen te hebben, met onderscheiding behandeld. + + +</p> +<p id="d0e282">De lezer zal te beter dit stelsel van koloniaal bestuur kunnen waardeeren, wanneer wij later de binnenlanden zullen bezoeken +van het groote eiland Mindanao, dat voor een deel nog onafhankelijk is, maar waar het spaansch gezag zich voortdurend uitbreidt. +Het stellen van vaste regelen in de plaats van de willekeur der hoofden, en het opdragen van de handhaving der wetten en reglementen +aan de aanzienlijken zelven, die daarvoor aan het gouvernement verantwoordelijk zijn, was een verstandige maatregel, die op +de Philippijnen steeds proefhoudend is gebleken. Op die wijze worden de belangen van het volk behartigd en wordt tevens de +aristokratie niet in haar rechten en in haar gevoel van waardigheid gekrenkt; bovendien wordt ook het centrale gouvernement +niet gemengd in alle bijzonderheden van plaatselijk bestuur en huishouding, en is het ontheven van de altijd onaangename taak +om voor de inning der belasting te zorgen. + +</p> +<p id="d0e284">Het ligt niet in mijn plan om ditmaal over de stad Manilla en hare omstreken te spreken; wellicht bestaat daartoe later gelegenheid. +Evenmin kan ik hier uitweiden over de hartelijke en gastvrije ontvangst door hunne excellenciën, den betreurden kapitein-generaal +don Domingo Mariones y Morillo, en den schout-bij-nacht don Rafael Rodriguez de Arias y Villavicencio; en over de vriendelijkheid +en voorkomendheid van alle Spanjaarden, geestelijken, ambtenaren, partikulieren, met wie wij in aanraking kwamen. + +</p> +<p id="d0e286">Den 31<sup>sten</sup> Juli vertrokken wij naar Balanga, de hoofdstad van de provincie Bataan, aan de westkust van de baai van Manilla gelegen. +Uithoofde van de banken en ondiepten, kunnen de booten niet te Balanga zelf aanleggen, maar moeten op vrij grooten afstand +van de kust het anker uitwerpen. De heer Génu heeft echter een brief geschreven aan een zijner vrienden te Balanga, don Cypriano +del Rosario, <i>escribano</i>, zooveel als griffier en notaris, die eene sloep zal afzenden om ons af te halen. + +</p> +<p id="d0e294">Des morgens ten acht uren vertrekken wij van Manilla. Onze stoomboot, die tweemaal per week langs de noord- en de noordwestkust +van de baai vaart, is zeer klein, en er gaat eene sterke branding. Wij zijn bijna de eenige passagiers van de eerste klasse; +de boot is verder opgevuld met chineesche kooplui en met Tagalen, vergezeld van hunne onafscheidelijke pupillen, de voor de +openbare gevechten afgerichte hanen. Menschen en beesten hebben allen te lijden van de zeeziekte, waardoor wij althans verschoond +blijven van het oorverdoovend gekraai, dat de hanen laten hooren, zoodra zij een mededinger in het oog krijgen. + +</p> +<p id="d0e296">Wij houden stil tegenover de rio de Orani, op ongeveer vier mijlen van de kust. De banca, prauw, van don Cypriano is ter plaatse +tegenwoordig; wij herkennen haar dadelijk, te midden der andere vaartuigen, aan de vele driekleurige vlaggen, waarmede haar +eigenaar haar te onzer eere versierd heeft. De overscheping gaat niet gemakkelijk, want de branding is nog sterker geworden, +en wij verstaan geen woord van hetgeen de schipper ons aan het verstand wil brengen. Eindelijk zijn wij dan toch in de prauw +en zetten koers naar het strand. Onze twaalf roeiers, wien het zweet langs het lichaam druppelt, hebben eene zware taak; de +lange prauw, door de golven omhoog getild, zweeft telkens ter helfte in de ledige ruimte, en schijnt op het punt van te breken; +dan wipt zij voorover en dompelt zich eensklaps in de holte der golf, waarbij een wolk van schuim de roeiers overspat, die +daarop met gillende kreten antwoorden. Onder den wal gekomen, roeien wij midden door den doolhof der <i>corrals</i>, paalwerken, van de visscherijen; en bereiken eindelijk, na herhaaldelijk te hebben vastgezeten, de rio de Balanga, die ter +wederzijde is omzoomd door hutten, van gelijke gedaante als die der Maleiers te Malakka, maar veel zindelijker. Don Cypriano +wacht ons met zijn rijtuig, en brengt ons door het vroolijke, volkrijke vlek. In de woning van onzen gastheer worden wij door +zijne echtgenoote ontvangen met de gebruikelijke begroeting: <i>Han tomado Ustedes posesion de su casa</i>. Uwe Edelheid heeft bezit genomen van haar huis. Die woorden zijn intusschen meer dan eene ijdele formule; zij zijn oprecht +gemeend, en de spaansche ridderlijkheid en gastvrijheid verloochent zich ook op de Philippijnen geen oogenblik. + +</p> +<p id="d0e304">Ons bezoek aan de provincie Balanga had, gelijk trouwens onze missie in het algemeen, voornamelijk een ethnografisch doel. +De reiziger, die op zijne zwerftochten door den grooten Indischen archipel, van Luçon naar Java en van Sumatra naar de Molukken, +niet anders ziet dan de kusten en de riviermonden, vervalt lichtelijk in de dwaling, dat al deze eilanden door hetzelfde menschenras +worden bewoond, en dat men overal enkel Maleiers, meer of minder gewijzigd, ontmoet. Deze Maleiers behooren echter slechts +tot het krijgshaftige, veroverende <span class="pageno"><a id="d0e306"></a>Bladzijde 11</span>ras, dat zich eerst later op die eilanden gevestigd heeft; door vermenging met andere rassen is hun oorspronkelijke type in +meerdere of mindere mate dikwijls gewijzigd, maar de hoofdtrekken bleven behouden, en daaraan kan men nog overal de Maleiers +herkennen. In de berg- en boschachtige streken der binnenlanden wonen echter andere rassen, die onderling verschillen en reeds +lang voor de komst der maleische veroveraars in het land gevestigd waren. Reeds te Malakka maakten wij op dit verschijnsel +opmerkzaam, dat wij overal zullen aantreffen. De Tagalen of Tagalocs vormen de massa der bevolking van Manilla; wij zullen +hen ook ontmoeten in de provincie Bataan of Balanga, en zouden hen ook in andere provinciën kunnen vinden. Even als andere +verwante stammen, de Bicols, de Bisayas enz., onderscheiden zij zich alleen van de zuidelijke Maleiers door de sterkere vermenging +met geel of zwart bloed. Sedert de vestiging der Spanjaarden zijn zij Katholieken en hebben geheel de vormen der europeesche +beschaving overgenomen; zij bezitten grooten aanleg niet alleen voor werktuigkunde, maar vooral ook voor teekenen en muziek. +Onder leiding van een opmerkzamen, energieken chef, zijn zij, als werklieden of landbouwers, vlijtig en werkzaam; als soldaten +of matrozen, dapper en geduldig. Maar aan zich zelven overgelaten, is de verzoeking tot traagheid, die hun in het bloed zit, +hun te machtig; onder meer dan een opzicht, doen zij u denken aan de voormalige lazzaroni te Napels, wier geslacht nu ook +uitgestorven is. Toen de Spanjaarden in den archipel verschenen, was niet lang te voren de Islam daar ingevoerd; zonder de +tusschenkomst der Europeanen zou hij ongetwijfeld binnen korten tijd deze vadsige, vreedzame, lijdelijke bevolking hebben +onderworpen, en zouden de Philippijnen thans in de macht zijn van de mohammedaansche Maleiers van Soeloe en Mindanao. + +</p> +<p id="d0e308">In de bergen die de baai van Manilla omzoomen, van San-Mateo tot de sierra de Marivelès, en op nog een aantal andere plaatsen +en eilanden, vindt men een menschenras, ten eenemale verschillend van de Tagalen, de Bisayas en van alle stammen, die tot +het groote gele ras behooren. Dat zijn de Negritos, die uit een anthropologisch oogpunt ten zeerste de aandacht verdienen, +omdat zij buiten kijf de oorspronkelijke bewoners dezer eilanden zijn. Zij leven in bijna volkomen onafhankelijkheid, als +wilden, meer of minder gemakkelijk te naderen, naar gelang van de wijze waarop de omwonende bevolking hen behandelt. Verschillende +overwegingen brachten ons tot het besluit dat de Negritos van de sierra de Marivelès, in de provincie Bataan, het gemakkelijkst +te naderen en te bestudeeren zouden zijn: ziedaar de reden, waarom wij naar Balanga zijn gegaan. + +</p> +<p id="d0e310">De uitkomst overtrof onze verwachtingen. Die ongelukkige Negritos, de eerste bezitters van den grond, zijn door de Tagalen +van de oevers der zee en der rivieren en uit de vlakten verdreven; daarmede nog niet voldaan, hebben de veroveraars ook den +goeden naam van hun slachtoffers in discrediet gebracht: volgens hen zijn de Negritos dieven, moordenaars en brandstichters. +De feiten, waarop men zich tot staving van deze beschuldigingen beroept, zijn doorgaans niet te loochenen; maar de Tagalen +vertellen er niet bij, dat de aanvallen en geweldenarijen der Negritos meestal niet anders zijn dan daden van weerwraak. + +</p> +<p id="d0e312">Onder het verlicht en rechtvaardig bestuur van den tegenwoordigen <i>alcade</i> (gouverneur) van de provincie Bataan, leven de Negritos in goede verstandhouding met de Tagalocs, en geven geene aanleiding +tot eenige klacht. Het zal ons geene moeite behoeven te kosten, hen te Balanga zelf te bestudeeren, waar zij gewillig komen, +en ook in hunne bergen, die wij zonder eenig gevaar kunnen bezoeken. + +</p> +<p id="d0e317">Inmiddels kleeden wij ons in den afschuwelijken zwarten rok, met witte das en wat verder tot het ideaal-smakelooze moderne +galakostuum behoort, om, vergezeld van don Cypriano, onze opwachting te gaan maken bij den gouverneur. Het is echter nog te +vroeg, en wij hebben al den tijd om eerst een wandelrit te maken. Wij volgen den weg van Abucay, die midden door de vlakte +tusschen de zee en de eerste uitloopers van de sierra de Marivelès loopt. Deze geheele vlakte is bedekt met rijstvelden, afgewisseld +door moerassen, waaruit de buffels hunne zware donkere koppen opsteken tusschen de groene lotusstengels en het dichte riet; +talrijke groepen van arbeiders komen, in hun wit of kleurig gewaad, schilderachtig uit tegen den bruinen grond; op den achtergrond +verrijst de berg van Abucay, tot den top met zwaar geboomte begroeid. De hemel is bewolkt en een zacht getemperd licht beschijnt +het geheele fraaie, kalme landschap. + +</p> +<p id="d0e319">Het is reeds laat in den namiddag; wij zetten onze kleine paarden in draf en keeren naar Balanga terug. De alcade, don Estanislao +Chaves, ontvangt ons met de grootste hartelijkheid, evenals de heer Perez,<i>promotor fiscal</i>, zooveel als procureur-generaal, die zich juist in de <i>Casa Real</i>, het gouvernementshuis, bevindt. De heer Chaves noodigt ons allen te dineeren, en wij brengen een prettigen avond door, pratende +over de Philippijnen, die al deze heeren door en door kennen. + +</p> +<p id="d0e327">Reeds den volgenden morgen, dank zij de bemoeiingen van den gouverneur en van don Cypriano, meldt zich een gezelschap Negritos +bij ons aan. Deze wilden stellen een onbepaald vertrouwen in den heer Chaves, die hen, langs bedaarden, verstandigen weg en +zonder dwang, heeft weten te bewegen om het spaansche gezag te erkennen, zonder van hen de belasting te vorderen, die zij +niet in staat zijn op te brengen. + +</p> +<p id="d0e329">De Negritos, die ons komen bezoeken, zijn naakt, met uitzondering van hun opperhoofd, die wel geen pantalon, maar daarentegen +een rok naar de mode van het jaar '30 draagt, benevens een zwarten hoed, waarvan de zijde naar den verkeerden kant is geborsteld. +Hoewel zij in het minst geene vrees koesteren, hebben deze arme drommels toch in hun voorkomen en houding iets van de honden +van akrobaten, die geduldig het oogenblik afwachten, waarop een zweepslag hun het teeken <span class="pageno"><a id="d0e331"></a>Bladzijde 12</span>geeft om door een hoepel te springen. Wij bieden hun verschillende geschenken aan; terwijl mevrouw del Rosario hun een stevigen +maaltijd laat voorzetten en vriendelijk met hen praat. Weldra is nu het ijs gebroken; het opperhoofd zegt dat wij, zoowel +hier als in de bergen, met hem en zijn stam kunnen doen wat wij verkiezen: van de vrienden van den alcade en den escribano +heeft hij geen kwaad te vreezen. + +</p> +<p id="d0e333">De Negritos zijn zwart-bruin van kleur en hebben daardoor, zoowel als door hun wollig kroes-haar, veel overeenkomst met de +negers van Afrika en ook met de bewoners van Nieuw-Guinea, waarvan zij toch ook weder in belangrijke punten verschillen. De +vorm van hun schedel is breed; hunne gestalte is buitengewoon klein: volgens onze waarnemingen, is de gemiddelde grootte bij +de mannen 1.48 M. en bij de vrouwen 1.46 M. Hun smalle borst, hun magere beenen zonder kuiten en hun naar binnen gebogen voeten +geven hun een voorkomen van zwakte en onbeholpenheid; zij zien er echter in het minst niet terugstootend uit en zijn niet +veel onzindelijker dan de inboorlingen op het schiereiland Malakka. Dat zijn de voornaamste kenmerken van deze vroegere bezitters +van den grond, die weleer al de Philippijnen bevolkten en wier gebied zich vermoedelijk nog veel verder uitstrekte, daar de +heeren de Quatrefages en Hamy de eigenaardige kenmerken van hun ras hebben terug gevonden bij sommige schedels in Indië en +in Japan. Om hunne levenswijze en hunne gebruiken te leeren kennen, zullen wij hen in hunne bergen opzoeken. + +</p> +<p id="d0e335"></p> +<div id="d0e336" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-012.jpg" alt="Chineezen op Luçon."></p> +<p class="figureHead">Chineezen op Luçon.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e340">Na een langen rit midden door de rijstvelden, komen wij aan den voet van den berg Samat, een uitlooper van de sierra de Marivelès, +ten westen van Balanga. Wij laten onze paarden achter in eene hacienda, die aan don Cypriano behoort, en beginnen den berg +te beklimmen. Onze tocht wordt bemoeilijkt door de rijstvelden, die tot eene aanmerkelijke hoogte reiken en een veel minder +overvloedigen, maar wat het gehalte aangaat veel beteren oogst opleveren dan die in de vlakte. Ieder veld is omringd door +een corral (palissade), hetgeen noodig is om de wilde zwijnen af te weren; maar wij zijn telkens genoodzaakt over die hekken +heen te klimmen, wat op den duur vreeselijk vermoeiend is. Na verloop van eenigen tijd bereiken wij de grens van de plantages +der Tagalocs, en steeds klimmende, komen wij aan het gebied der Negritos. Op den top van een terp, te midden van een pas ontgonnen +plek, waar men nog de overblijfselen der omgehouwen en half verbrande boomstammen ziet, staat de kleine, maar vrij zindelijke +hut van het opperhoofd, in vorm en bouw geheel overeenkomende met de hutten der Tagalocs. Van deze hoogte heeft men een prachtig +uitzicht: wij overzien de geheele baai van Manilla, omlijst door een amphitheater van blauwe bergen; voor onze voeten strekt +zich tusschen de zee en de eerste heuvelen, de bebouwde vlakte uit, een bloeiende tuin, gevormd door de regelmatige vierkanten +der rijstvelden, afgewisseld door sierlijke boomgroepen en doorsneden met talrijke beken. Achter ons verheffen zich hooge +bergen, met ondoordringbare wouden bedekt. In de nabijheid, op de andere hoogten, ziet men de kleine akkers en hutten van +de overige leden van den stam. + +</p> +<p id="d0e342"></p> +<div id="d0e343" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-013.jpg" alt="Salon van een chineesch koopman te Daraga."></p> +<p class="figureHead">Salon van een chineesch koopman te Daraga.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e347">Het opperhoofd, die bij onze komst geheel naakt was, haast zich den mooien rok aan te trekken, waarop hij niet weinig trotsch +is; hij en zijne vrouw beginnen nu uit alle macht te schreeuwen om hunne onderdanen bijeen te roepen; hun geschreeuw klinkt +als een echo van hut tot hut, en weldra is de geheele stam, een twaalftal mannen en ongeveer evenveel vrouwen, rondom ons +vergaderd. + +</p> +<p id="d0e349">Terwijl deze arme lieden hun hart ophalen aan de levensmiddelen, die wij hebben medegebracht, nemen wij de woning van hun +opperhoofd wat nader in oogenschouw. Daartoe is niet veel tijd noodig, want de hut bevat letterlijk niets dan twee bogen, +vijf of zes pijlen en een half dozijn borden, de hemel mag weten tot welken prijs in den naburigen pueblo ingeruild. Hoe +uiterst eenvoudig de levenswijze der Negritos ook moge zijn, toch heeft de aanraking met de Tagalocs althans eenige behoeften +bij hen gewekt: zij begeeren tabak, wat katoen, ijzer voor de punten hunner pijlen; in ruil daarvoor geven zij rijst, harst +en honig uit de <span class="pageno"><a id="d0e351"></a>Bladzijde 14</span>bosschen. In den regel worden zij gruwelijk beet genomen en bestolen, want zij hebben niet het flauwste begrip van het spaansche +geld, en ook de knapste koppen onder hen raken de klus kwijt als zij verder dan vier of vijf moeten tellen. + +</p> +<p id="d0e353">Na afloop van den maaltijd laten wij hun eenige flesschen <i>anisado</i> (ongesuikerde anisette) en een kistje sigaren geven, van welk een en ander zoowel de vrouwen als de mannen haar deel nemen. +Eenige stukken katoen, enkele halskettingen en messen, zijn meer dan voldoende om de gunst der wilden te winnen, die, om hunne +dankbaarheid te toonen, een dans uitvoeren, welke ondanks zijn min of meer krijgshaftig karakter, toch tot de plechtigheden +behoort, waarmede het huwelijksfeest wordt opgeluisterd. + +</p> +<p id="d0e358">De mannen scharen zich in een kring: ieder legt zijne linkerhand op de heup van zijn voorman en zwaait met de rechterhand +zijn boog en pijlen. Zoo draaien zij langzaam, met afgemeten passen, in het rond, daarbij telkens den hiel van den linker +voet met kracht nederzettende. In het midden van den kring staan drie vrouwen, die zoo luid mogelijk een lied zingen, waarvan +de melodie niet veel meer is dan één aanhoudend gegil. Een jonge Negrito, die van tijd tot tijd op een tamboerijn slaat, dringt +haastig in den kring door, draait om de vrouwen heen, verwijdert zich, komt weer terug en is onophoudelijk in beweging, juist +als een dief die op een of ander voorwerp loert, maar bang is om betrapt te worden. Onze tolk zegt ons, dat die knaap den +duivel moet verbeelden, of ten minste den Tagaloc, die in de oogen der Negritos met den booze gelijk staat; het is ons evenwel +niet mogen gelukken nadere inlichtingen in te winnen omtrent dit zoo belangrijk personage, wiens tegenwoordigheid alleen voldoende +is om het bewijs te leveren dat ook bij de Negritos het besef van en het geloof aan het bovennatuurlijke bestaat. Trouwens, +hoe zou het ook anders mogelijk zijn: dit besef toch behoort tot het innigste wezen van den mensch en openbaart zich dan ook +overal en ten allen tijde. + +</p> +<p id="d0e360">De dansers worden beloond met nog een paar flesschen anisado en sigaren; vervolgens noodigen wij hen uit, met den boog te +schieten. Wat wij vermoed hadden, bleek waarheid te zijn: de Negritos zijn zeer onhandige schutters. Dit is mede een der redenen +van den voortdurenden achteruitgang van hun ras. Onophoudelijk vervolgd en gekweld door andere wilde stammen, die hun meerderen +zijn, kunnen de Negritos ter nauwernood eenige bananen en andere planten kweeken, en zijn zij voor hun levensonderhoud in +de eerste plaats afhankelijk van de jacht; maar door hunne onhandigheid en onbeholpenheid is dit een hoogst onzeker middel +van bestaan. De Negritos van de provincie Bataan zijn in dat opzicht bevoorrecht boven velen van hun stamgenooten. Zij leven +in vrede, zonder door iemand bemoeilijkt te worden; wij hebben dan ook alle gelegenheid om ons geheel op de hoogte te stellen +van hunne levenswijze en gebruiken, te meer daar zij hieromtrent volstrekt niet achterhoudend zijn. + +</p> +<p id="d0e362">Het opperhoofd is natuurlijk tevens de hoogste rechter: hij doet uitspraak in alle geschillen en vonnist over alle misdrijven. +Zijn er grijsaards in den stam, dan is hij verplicht, ook hun raad in te winnen. Zij kennen maar ééne straf, de doodstraf, +die niet alleen op moord, maar ook op diefstal en overspel en bijna alle andere misdrijven staat. Echter komen, uit den aard +der zaak, zulke gevallen zeldzaam voor. Het gedrag van de jonge meisjes laat doorgaans niets te wenschen over: het minste +vermoeden van het tegendeel zou haar alle kans doen verliezen om een echtgenoot te vinden. De Negrito koopt zijne vrouw niet, +zoo als men verwachten zou dat het geval was; hij geeft slechts een klein geschenk aan zijn aanstaanden schoonvader, die in +ruil daarvoor, bij wijze van uitzet, aan zijne dochter eenige dingen ten geschenke geeft, welke haar persoonlijk eigendom +blijven. Het huwelijk gaat met groote feestelijkheden gepaard; de bruid en de bruidegom moeten in twee dicht bij elkaar staande, +zeer buigzame jonge boomen klimmen; het opperhoofd buigt die boomen tot elkander, en wanneer de voorhoofden der jonge lieden +elkander hebben aangeraakt, is het huwelijk voltrokken. + +</p> +<p id="d0e364">De eigendom is behoorlijk geregeld. De akker is het eigendom van dengeen, die den grond heeft ontgonnen, en van zijne erfgenamen. +Als bij den dood van het hoofd des gezins de moeder nog leeft, wordt de nalatenschap in twee gelijke deelen verdeeld: de eene +helft komt aan de moeder toe, de andere aan de kinderen, die hun portie onderling deelen. De liefde der ouders voor hunne +kinderen is zeer groot, en de kinderen betoonen hun ouders den verschuldigden eerbied. Uit de zorg, die men voor de graven +draagt, blijkt dat de wederkeerige genegenheid niet met den dood ophoudt. Tot mijn leedwezen is het mij niet mogen gelukken, +met juistheid te weten te komen, welke voorstellingen de Negritos zich maken omtrent het leven aan genezijde des grafs. + +</p> +<p id="d0e366">De levenswijze der Tagalocs is natuurlijk veel minder eenvoudig; maar zoowel hier als in de andere provinciën werden wij getroffen +door de goede verstandhouding, die bij hen tusschen meesters en dienstboden, tusschen patroons en werklieden bestaat. Gedurende +ons verblijf te Balanga, hebben wij bij herhaling den avond doorgebracht bij de aanzienlijkste inwoners en bij den gobernadorcillo. +Als men binnenkomt, is het bijna onmogelijk, de heeren van de dienstboden te onderscheiden: beiden gaan barrevoets en dragen +dezelfde kleeding, beiden groeten op dezelfde wijze en kauwen betel. Eerst als wij gezeten zijn, verlaten de talrijke dienstboden +de kamer; zij blijven dan doorgaans voor de steeds geopende deur staan, want het gebeurt niet zoo heel dikwijls dat zij een +Europeaan ontmoeten, met uitzondering van priesters en ambtenaren. Hunne houding is vrijmoedig en tevens eerbiedig; blijkbaar +scheppen ook zij groot behagen in de tonen van de piano en van de harp of guitaar, die nooit op eene tertullia, soireetje, +bij de Tagalen mogen ontbreken. Het ameublement van deze woningen, zelfs bij de meest gegoeden, is hoogst eenvoudig. Behalve +de muziekinstrumenten, zooals de uit Parijs of Madrid afkomstige en dus zeer dure piano's, ziet men niets dan eenige zeer +<span class="pageno"><a id="d0e368"></a>Bladzijde 15</span>ordinaire meubelen: stoelen van rotting in allerlei vorm, eenvoudige tafels, godsdienstige platen tegen de wanden, somtijds +ook een godsdienstig boek, in de laatste jaren te Manilla gedrukt en dat, door papier en druk, herinnert aan de boeken der +zeventiende eeuw. Somwijlen ziet men ook, onder eene glazen stolp, eenige beeldjes, die een of ander tafreel uit de gewijde +geschiedenis voorstellen. Deze beeldjes, die te Manilla vervaardigd worden, zijn in den regel van ivoor en zeer goed bewerkt: +de kleederen der figuren prijken met ornamenten van massief goud. + +</p> +<p id="d0e370">Over het algemeen is alles wat tot de eeredienst betrekking heeft op grootschen voet ingericht. De kerken, de torens en <i>conventos</i> (pastoriën) zijn de eenige gebouwen, die geheel van steen worden opgetrokken. Als men des avonds door de stille, sluimerende +pueblos gaat, wordt de aandacht aanstonds getrokken door eene groote helder verlichte nis in den steenen voorgevel der kerk; +in die nis prijkt het gekleurde beeld van den heiligen schutspatroon, onder wiens hoede de geloovigen veilig rusten. + +</p> +<p id="d0e375">Natuurlijk heeft hunne bekeering tot het Christendom niet alle sporen van hun vroeger bijgeloof uitgewischt. Slechts een enkel +staaltje daarvan. Toen wij op zekeren avond langs een boschje van bamboe gingen, verhaalde onze gids ons, dat 's nachts, bij +lichte maan, reusachtige witte ruiters, door honden gevolgd, door dit boschje rondrijden, onder luid gezang en geblaf der +honden; de ontmoeting van deze spookgestalten is altijd noodlottig: hij die deze bovenaardsche ruiters ziet, begint te kwijnen +en sterft na verloop van korten tijd. Hebben wij in dit sprookje eene min of meer gewijzigde lezing te herkennen van het bij +ons in Europa zoo bekende verhaal van den Wilden Jager? Den 15<sup>den</sup> Augustus vertrokken wij van Balanga en keerden naar Manilla terug, van waar wij, een paar weken later, ons naar de provincie +Albay begaven. + +</p> +<p id="d0e380">Ook deze reis ging aanvankelijk over zee. Onze vriend, de heer Génu, brengt ons aan boord van de <i>Cébu</i>, en stelt ons voor aan den kapitein, don Liborio de Tremoya, die zich aanstonds, met echt castiliaansche hoffelijkheid, te +onzer beschikking stelde. + +</p> +<p id="d0e385">De kust van Luçon volgende, kwamen wij den volgenden dag, 3 September, op de hoogte van het eiland Marinduque, dat zeer bevolkt +en uitnemend bebouwd is, vooral in het westelijk gedeelte. Het groote eiland Mindoro, meer naar het zuidwesten gelegen, was +vroeger de korenschuur der Philippijnen. Mindoro was ontgonnen en gekoloniseerd door paters Jezuïeten en bereikte onder hunne +leiding en bestuur een hoogen trap van welvaart. De opheffing der Orde, in de vorige eeuw, die onder zoo menig opzicht verderfelijke +gevolgen na zich sleepte, bracht ook aan het eiland Mindoro een doodelijken slag toe. De razzias der Moros—de mohammedaansche +Maleiers van Palawan, Mindanao, Soeloe, Borneo en andere eilanden,—voltooiden den ondergang van het eens zoo bloeiende gewest. +De zeer geslonken tagaalsche bevolking heeft zich bijna uitsluitend aan de kust teruggetrokken. Eenige half wilde Manguianen +zwerven door de dichte wouden van het binnenland, waar de vergeten ruïnen sluimeren der vroeger volkrijke en welvarende pueblos. + + +</p> +<p id="d0e387">Op de hoogte van Marinduque begint de kust van Luçon van karakter te veranderen: de bosschen en wouden worden nu telkens afgebroken +door uitgestrekte velden met <i>cogon</i> beplant, eene grassoort die in den geheelen archipel onafzienbare terreinen bedekt. Doorgaans woekert zij welig voort op +verlaten akkers en plantages; zij is van weinig nut, en wordt somwijlen gebruikt als dakbedekking voor de hutten der inlanders. +Bij gebrek van ander voedsel, geeft men de jonge plantjes ook wel aan buffels en paarden. Hoe verder wij komen, hoe woester +en eenzamer de kust wordt: de boschrijke heuvelen worden, naar men zegt, alleen door enkele <i>remontados</i> bewoond, wier ongunstige reputatie vrij wel overeenkomt met die der bandieten van de Abruzzen. Ik begrijp niet, hoe het iemand +kan invallen, in deze onbewoonde wildernissen het beroep van roover te gaan uitoefenen. + +</p> +<p id="d0e395">In den vroegen morgen van den 5<sup>den</sup> September varen wij de golf van Albay binnen, en houden ons dicht onder den noordelijken wal, om de talrijke banken te vermijden, +die zich langs de zuidkust, ver in zee uitstrekken. Ter wederzijde van de golf verheft zich eene keten van boschrijke bergen. +Tegenover ons, op den achtergrond, verrijst de trotsche Mayon, de groote vulkaan van Albay, ruim zeven-en-twintig honderd +meters hoog; de onderste helft van den regelmatig gevormden berg is geheel begroeid; de eigenlijke kegel is met asch en lava +bedekt, waarin de geweldige tropische regenvloeden diepe sporen hebben gegraven. + +</p> +<p id="d0e400">Omstreeks half zeven liet de <i>Cébu</i> het anker vallen voor het stadje Legaspi, op ongeveer twee mijlen afstands van Albay, de hoofdstad der provincie, gelegen. +Wij vertrekken aanstonds met het rijtuig van een spaansch koopman, don José Ortiz, naar Albay, en ontmoeten onderweg den beminnelijken +gouverneur der provincie, den alcade don Juan Alvarez Guerra, aan wien wij door onze landgenooten, de heeren Grénu en Dudemaine, +zijn aanbevolen. De alcade zegt aanstonds dat wij ons als zijne gasten hebben te beschouwen; en de daad bij het woord voegende, +geeft hij ons logies in de Casa real, het gouvernementshuis. + +</p> +<p id="d0e405">De heer Guerra brengt ons weldra in aanraking met de verschillende leden der europeesche, en ook met de voornaamste vertegenwoordigers +der ook hier zeer talrijke chineesche kolonie. Te Albay vindt men een aantal chineesche handelshuizen, die zeer belangrijke +zaken doen; en in de pueblos worden bijna alle handwerken en beroepen door Chineezen uitgeoefend, de overal meer en meer de +inlanders verdringen en in economischen zin van zich afhankelijk maken. Deze chineesche bevolking, wier aantal van jaar tot +jaar groeit en de Philippijnen dreigt te overstroomen, bevat zeer verschillende elementen; ongetwijfeld vindt men onder die +scharen van landverhuizers een zeker <span class="pageno"><a id="d0e407"></a>Bladzijde 16</span>aantal schurken en bandieten, die vroeg of laat in den kerker terecht komen; maar verreweg de meesten, slim, vol overleg, +matig, onvermoeid, maken hun fortuin. Daar komt bij dat zij elkander trouw helpen; bijna iedere Chinees, die te Manilla aankomt, +heeft eene aanbeveling bij zich aan een of anderen landgenoot, die hem aanstonds met raad en daad bijstaat. Zij, die zoodanige +aanbeveling missen en bijna naakt aan wal stappen, pakken letterlijk alles aan wat hun voor de hand komt. Door de zonnestralen +geblakerd of druipende van den regen, zwoegt de Chinees van den morgen tot den avond: hij is sjouwer, straatveger, boodschaplooper, +al wat ge wilt; hij voedt zich met wat vruchten en betel, en vast dikwijls genoeg; zijne gansche kleeding bestaat uit een +soort van zwembroekje, waarin hij zijne beurs bergt. Die beurs bevat zijne geheele fortuin en zijne toekomst; gaandeweg vult +zij zich; wel slinkt soms eensklaps zijn schat door verliezen bij de hanengevechten, bij het kaartspel of in de loterij, maar +in den regel komt hij die verliezen spoedig te boven; en na verloop van korten tijd zit de vuile koelie, in een fijne tuniek +gekleed, met blanke handen en een kunstig gevlochten staart, in een winkel of kantoor, of doet hij zaken als makelaar. Heeft +hij het zoo ver gebracht, dan doet de Chinees twee dingen, die hem aanvankelijk veel geld kosten: hij laat zich doopen en +kiest daarbij tot peter een Europeaan, wiens invloed hem voordeelig kan zijn; en hij trouwt, meestal met een inlandsch meisje. +Laten zijne middelen hem dat toe, dan houdt hij er, behalve zijne wettige vrouw, nog eenige anderen op na. Van nu af wordt +hij steeds rijker en breidt hij zijn werkkring voortdurend uit. Somwijlen door heimwee gedreven, maakt hij stilletjes al zijne +bezittingen te gelde en vertrekt naar Canton, met achterlating van vrouw en kinderen; meestal echter sterft hij op de Philippijnen, +een schaar van nakomelingen—<i>sangleyes</i>, mestiezen van Chineezen en inlandsche vrouwen—achterlatende, die zijne schatten erven en zijne voetstappen drukken. + + +</p> +<p id="d0e414"></p> +<div id="d0e415" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-016.jpg" alt="Markt."></p> +<p class="figureHead">Markt.</p> +</div><p> +<span class="pageno"><a id="d0e419"></a>Bladzijde 121</span> + +</p> +<p id="d0e421"></p> +<div id="d0e422" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-121.jpg" alt="Gevecht met de juramentados. (Blz. 124.)"></p> +<p class="figureHead">Gevecht met de juramentados. (Blz. 124.)</p> +</div><p> + + + +</p><a id="d0e428"></a><h1>Het eiland Soeloe.</h1> +<p id="d0e431">Wij maakten ons gereed, het eiland Luçon te verlaten; maar hadden nog de gelegenheid om vóór ons vertrek van Albay een feest +bij te wonen, waarvan het mij aangenaam is, mijne lezers getuigen te kunnen doen zijn. De nieuwe <i>gobernadorcillo</i>, een rijke Bicol, wilde de aanvaarding van zijn ambt inwijden met een schitterend feest, en had daartoe een zondag uitgekozen, +aan eene te Albay zeer geliefde heilige gewijd. Sedert ruim een maand hield men zich met de toebereidselen onledig: er zal +door de jongelieden der stad een groot drama in verzen worden vertoond, en ook aan verdere feestelijkheden zal het niet ontbreken. +Reeds des morgens vroeg worden wij gewekt door het luiden der klokken, door muziek en het afschieten van zwermen; maar de +eigenlijke pret zou toch eerst 's avonds beginnen. + +</p> +<p id="d0e436">Des avonds dan werd er eerst een prachtig vuurwerk afgestoken; en toen veranderde de pueblo geheel van voorkomen. De nieuwe +gobernadorcillo weet, voorwaar! hoe het hoort. Alle huizen zijn geïllumineerd; op de hoeken der voornaamste straten, op de +drukste punten verrijzen triomfbogen, paleizen, obelisken van bamboe, van onder tot boven met lampions bedekt en eene zee +van licht uitstralende; de dicht belommerde lanen prijken met eene dubbele rij van bontgekleurde lantarens. Bij het schijnsel +dezer fantastische, tooverachtige verlichting ziet men van alle kanten, te voet, te paard of op buffels gezeten, de lieden +uit den omtrek toestroomen, die zich haasten om bij de vertooning van het groote en hartroerende drama tegenwoordig te zijn. + + +</p> +<p id="d0e438">De menigte staat dicht opeen gepakt, op een ruim veld, tegenover het tooneel. Het theater zelf, in acht dagen opgeslagen, +heeft alleen ruimte voor de notabelen van den pueblo, die in twee loges plaats moeten vinden. De autoriteiten zitten op het +tooneel zelf, evenals de groote heeren aan het hof van Lodewijk XIII in het hotel van <span class="pageno"><a id="d0e440"></a>Bladzijde 122</span>Bourgogne. Het orkest, dat wil zeggen, het trompetterskorps van Albay, plaatst zich evenzeer op het tooneel, en blaast er +dapper op los, hoewel de muziekanten reeds sedert den vroegen morgen aan het toeteren zijn.—De handeling, die zich voor onze +oogen ontrolt, is uiterst ingewikkeld; daarentegen is de tooneeltoestel vooral niet minder eenvoudig dan in de dagen van Shakespeare. +Naar men zegt, werd toen aan het hof van Elisabeth de plaats van de tegenwoordige coulissen ingenomen door een eenvoudig bordje, +waarop stond vermeld wat het tooneel moest voorstellen; en de verbeelding der toeschouwers was levendig genoeg, om met deze +aanwijzing tevreden te zijn. Hier ontbreekt ook dit bordje: de spelers zelven helpen ons op den weg. Bij het optreden roepen +zij, bij voorbeeld: “Hoe akelig eenzaam is het hier!”—of wel: “Ik breng sidderend Uwer Majesteit mijn groet!”—en men zou al +zeer stompzinnig of zeer onwelwillend moeten zijn, om niet te begrijpen, dat wij ons dan in eene woestijn of wel aan het hof +bevinden. Op den achtergrond is het tooneel door een gordijn afgesloten, en daarboven bevindt zich eene soort van estrade, +die nu eens als tribune, dan weer als troon, straks als bruidskamer dienst doet; een ladder, die naar het dak voert, verbeeldt +de bergen, waarbij ge u verder de duistere afgronden kunt denken waarin geweldige monsters huizen. + +</p> +<p id="d0e442">Juist toen wij binnentraden was de Prinses van Constantinopel, na allerlei lotgevallen en verwikkelingen, aan het hof van +haar vader ontvoerd door een herder, die tevens een machtig toovenaar is, en die de prinses naar ontoegankelijke bergtoppen +heeft overgebracht, waar zij door een leeuw en een slang van bordpapier wordt bewaakt. Toen wij ons op het tooneel nederzetten, +was de vader van de prinses, door zijn gansche hof omgeven, bezig, op bitteren toon, zijn ongeluk te bejammeren. Hij hield +even op, om den gouverneur, die met ons mede gekomen was, te groeten, terwijl de muziek het spaansche volkslied aanhief, door +de menigte luide toegejuicht.—Na dit incident ging de vader weer voort. De ongelukkige monarch beveelt zijn hovelingen, de +jonge prinses te gaan opzoeken. Juist toen zij gaan vertrekken, verschijnt een gezantschap van Moros, die ook mede willen +gaan om de prinses te zoeken; men beleedigt elkander: het komt tot scheldwoorden en uitdagingen: de gezanten en de hovelingen +vechten, al dansende, met de sabel in de vuist. De dames van het hof grijpen ook naar sabels, en er volgt een algemeen ballet. +Bij herhaling komen, in den loop van het stuk, Moros, dames en hovelingen aldus met elkander in aanraking, en hunne samenspraak +eindigt geregeld met zulk een ballet of <i>moros-moros</i>, waaraan zelfs al deze stukken hun naam ontleenen. + +</p> +<p id="d0e447">Het valt mij niet gemakkelijk, den gang van het drama te volgen; maar hier hebben wij het hoofdmoment, het tooneel dat pakt. +De prinses van Constantinopel heeft, ondanks al zijne listen en bedreigingen, aan den snooden herder-toovenaar weerstand geboden; +en terwijl hij ergens elders vertoeft, zal zij, door hare deugd, die sterker is dan al zijne bezweringen, ook wonderen doen. +De prinses daalt langs den ladder op het tooneel af, dat nu eene akelige woestijn moet verbeelden, gevolgd door den leeuw +en de slang, die niet vriendelijk jegens haar gezind zijn; maar het bevallige jonge meisje voert zulk een gracieusen dans +uit en tikt daarbij de beide monsters met haar staf zoo aardig op den neus, dat leeuw en slang geheel hun roeping vergeten, +de voeten der prinses komen lekken en zich tot haar slaven verklaren. Nu verschijnt de dappere prins van Toskane, die smoorlijk +op de prinses verliefd is, en wien het eindelijk gelukt is haar spoor te ontdekken. Het publiek, geheel betooverd, houdt den +adem in, om toch maar geen woord van de samenspraak te verliezen. De prins heeft een groot gebrek: hij is een <i>moro</i>, dat wil zeggen een ongeloovige, en de prinses is ijverig katholiek; zij moet dus zorgen, dat de dappere ridder niet bespeurt, +welken gunstigen indruk hij op haar maakt en hoezeer zij zijn heldenmoed bewondert. De prins houdt aan; hij werpt zich op +de knieën en smeekt om de gunst der prinses. Deze is half overwonnen. “Misschien,” zegt zij, “zou ik naar uwe verleidelijke +woorden luisteren; maar zoo lang gij geen afstand hebt gedaan van uw vervloekt ongeloof, hebt gij van mij geene liefde te +hopen!” + +</p> +<p id="d0e452">Het publiek kan zijn geestdrift niet langer bedwingen, maar uit zijne bewondering en ingenomenheid door op de maat te fluiten. + + +</p> +<p id="d0e454">Het stuk eindigt met de bekeering van den prins van Toskane en zijn huwelijk met de prinses.—Het is middernacht, en deze eerste +feestdag zal, als naar gewoonte, besloten worden met eene <i>catapusan</i>, een woord, dat in het dialekt der Bicols, zoowel slot als bal beteekent. Maar heden avond zullen er minstens een half dozijn +bals gegeven worden bij den gobernadorcillo en de voornaamste <i>cabezas</i> van den pueblo. Dans en spel zullen tot laat in den nacht voortduren; vooral het noodlottig spel, dat zoo vaak tot ongeregeldheden +en ongelukken aanleiding geeft, en dat dan ook de eenige keerzijde is van dit recht prettige feest, waaraan de gansche bevolking +met de grootste opgewondenheid deel nam, en waarbij toch niets voorviel, dat de tusschenkomst der overheid noodig maakte. + + +</p> +<p id="d0e462">Den zes-en-twintigsten October waren wij weder te Manilla. Den vijfden November gingen wij aan boord van de <i>Pasig</i>, die ons naar het zuiden moet brengen. Wij hadden op deze vaart met ruw weer en tegenwind te worstelen, waardoor onze reis +niet onbelangrijke vertraging ondervond. Eerst den vijftienden November, des avonds ten zes uren, worpen wij het anker uit +op de reede van de kleine, eerst voor korten tijd gestichte spaansche stad op de noordwestkust van het eiland Soeloe. + +</p> +<p id="d0e467"> + +</p> +<p id="d0e469">Soeloe, als centrum van den handel van belang, heeft niet minder beteekenis uit een politiek en vooral uit een godsdienstig +oogpunt: men zou het in zekeren zin het Mekka van het uiterste Oosten kunnen noemen. Het sultanaat van Soeloe is een der oudste +mohammedaansche staten <span class="pageno"><a id="d0e471"></a>Bladzijde 123</span>in het noordelijk gedeelte van den Maleischen archipel; ondanks veelvuldigen strijd, gevaren van allerlei aard en vaak dreigenden +ondergang, heeft dit rijk zich tot heden weten staande te houden. De staatsinrichting is tegenwoordig nog dezelfde als vroeger; +het eigenlijke gezag is in handen eener oligarchie van <i>dalos</i> (feodale baronnen), boven wie de sultan staat, wiens macht over de vasallen, naar omstandigheden, meer of minder groot is. +De eilanders leggen zich op handel, maar vooral niet minder op zeerooverij toe: welk laatste bedrijf hen herhaaldelijk in +botsing bracht hetzij met de Spanjaarden, hetzij met de Hollanders. Zeeroovers in merg en been, bezochten deze eilanders +telkens en telkens de kusten der Bisayas-eilanden, verwoestten de pueblos en voerden de inlanders als slaven weg. Nog niet +lang geleden, had professor Semper, die zich in het noordoosten van Mindanao bevond, het slechts aan een gelukkig toeval te +danken, dat hij niet door de zeeroovers werd opgelicht. + +</p> +<p id="d0e476">Herhaalde malen had Spanje expedities naar Soeloe gezonden; bijna altijd keerden zij terug, na een aantal gevangenen te hebben +bevrijd, den vijand verslagen en den sultan gedwongen, een traktaat van vrede en vriendschap te onderteekenen. Als hunne dorpen +in brand waren gestoken en hunne prauwen vernield, waren de datos, onder de bedreiging der spaansche kanonnen, steeds gereed +aan de eischen van den overwinnaar toe te geven en onder eede alles te beloven wat van hen gevraagd werd. Maar traktaten, +beloften en eeden werden aanstonds weer geschonden, zoodra het gevaar geweken was. In deze met klippen en riffen bezaaide +zeeën, waarvan nog geene goede kaarten bestaan, en waar de europeesche kruisers in hunne bewegingen belemmerd worden door +de regelmatige passaatwinden, hebben de lichte prauwen, die zich zoowel van zeilen als van roeiriemen bedienen, een groot +voordeel. Zoodra de Spanjaarden vertrokken waren, begon de zeerooverij op nieuw, met al den ijver van eene industrie, die +geleden verliezen moet trachten in te halen. De sultans schenen, reeds sedert eenigen tijd, de meerderheid van Spanje te gevoelen +en te beseffen aan welke gevaren dit handhaven van den zeeroof hen en het land blootstelde. Vermoedelijk zouden zij, hadde +het in hun macht gestaan, de bezworen traktaten getrouwer zijn nagekomen: maar het stond juist niet in hunne macht. Hun gezag +strekte niet veel verder, dan de heffing van een derde van den buit door hunne onderdanen behaald, eene schatting, waaraan +allen zich zonder tegenspraak onderwierpen; het was hun evenwel onmogelijk, de talrijke schaar van datos op de honderd-vijftig +eilanden en eilandjes, tot het sultanaat behoorende, behoorlijk in bedwang te houden; bovendien rustte het gezag van den sultan +in de eerste plaats op de godsdienst, en het voegde hem, als hoofd van een mohammedaanschen staat, al zeer slecht, de rol +op zich te nemen van beschermer der katholieke bevolking van de Philippijnen. Deze geduchte alleenheerschers moesten metterdaad +buigen voor den wil van hunne vasallen; zij waren wel genoodzaakt, de voortdurende geweldenarijen en plundertochten van de +oppermachtige datos door de vingers te zien, al konden zij zich ook niet ontveinzen, welke daarvan in het eind de noodlottige +gevolgen moesten zijn. + +</p> +<p id="d0e478">Den negen-en-twintigsten Februari 1876 verscheen het spaansche leger, dat zeven dagen te voren bij Paticolo was ontscheept, +voor de wallen van Tianggi. Het eskader lag op de reede. Des avonds wapperde de spaansche vlag op de veroverde bolwerken, +en werd de stad, door haar verdedigers verlaten, aan de vlammen prijs gegeven. + +</p> +<p id="d0e480">Van deze oude stad, die door het bombardement werd vernield, is tegenwoordig geen spoor meer over. De spaansche genie-officieren +hebben de heuvelen achter de oude stad gedeeltelijk afgegraven, daarmede de moerassen en poelen gedempt, en door aanplemping +van een gedeelte der zee een terrein gewonnen, waarop zich aan den voet van boschrijke bergen ter hoogte van zeven- tot achthonderd +el, de nieuwe stad verheft, die nog wel klein is, maar toch neiging toont om zich uit te breiden. + +</p> +<p id="d0e482">Al deze werken van de genie werden door inlandsche veroordeelden uitgevoerd, die tot drie kategoriën behooren: de veroordeelde +militairen, die strafkompagnieën vormen en militaire dienst verrichten, terwijl zij tevens gebruikt worden voor verschillende +werken; de <i>deportados</i>, die krachtens maatregelen van het administratief gezag hunne vrijheid verloren hebben; en de <i>presidiarios</i>, de eigenlijke galeiboeven of kettinggangers. + +</p> +<p id="d0e490">Het garnizoen is ongeveer vijfhonderd man sterk en bestaat uit inlandsche genie- en infanteriesoldaten; de officieren zijn +bijna zonder uitzondering Spanjaarden. + +</p> +<p id="d0e492">Toen wij te Soeloe aan land stapten, was het gansch niet gemakkelijk, in de nog zoo jeugdige stad, die nog in de eerste periode +harer ontwikkeling verkeerde, een onderkomen te vinden. Eindelijk gelukte dit toch, dank zij de welwillende tusschenkomst +van den kolonel don Lopez Ventura Nuño, waarnemend gouverneur, en de eerwaarde paters Frederico Vila en Juan Carreras, aalmoezeniers +van het garnizoen. De half bebouwde straten zijn buitengewoon druk en levendig; de winkels van de chineesche kooplui zijn +opgevuld met nieuwsgierigen, die komen hooren of er ook tijdingen zijn; en bij elken voetstap ontmoet men schildwachten met +geladen geweren. + +</p> +<p id="d0e494">Men verwacht de <i>juramentados</i>. + +</p> +<p id="d0e499">De sultan van Soeloe heeft het spaansche protektoraat erkend; misschien geeft hij wel aan het rustige en gemakkelijke leven, +dat hij thans geniet, de voorkeur boven eene souvereiniteit, die niet veel meer dan in naam bestond en hem telkens werd betwist. +Maar de datos, die daardoor vrij wat meer in hunne belangen worden gekrenkt, kunnen bezwaarlijk vrede hebben met een gezag, +dat een einde maakte aan de zeerooverij en hen daardoor van een zeer voornaam deel hunner inkomsten beroofde. Hunne ontevredenheid +en hun verzet vindt een machtigen steun bij de <i>panditas</i>, (mohammedaansche priesters), die natuurlijk de verklaarde vijanden zijn van Spanje en van de katholieke missionarissen. +De datos kunnen dus niet besluiten, zich aan het spaansche oppergezag te onderwerpen, <span class="pageno"><a id="d0e504"></a>Bladzijde 124</span>en zij ontzien geen middel om daartegen in verzet te komen. Zij kunnen daarbij rekenen op hunne onderhoorigen, onrustig en +krijgshaftig van aard, en daarbij van alle tijden gewoon, onvoorwaardelijk aan de bevelen hunner hoofden te gehoorzamen. De +oude wetten van Soeloe begunstigen daarenboven zeer de aanwerving van mannen, die tot alles bereid zijn. Volgens de wet toch +behoort de schuldenaar, die niet aan zijne verplichtingen voldoen kan, met zijne geheele familie, als slaaf aan den schuldeischer; +en de zorgelooze onnadenkendheid van deze Maleiers is zoo groot, dat het niet veel moeite kost, hen schulden te laten aangaan, +die zij nimmer zullen kunnen afbetalen. De ongelukkige schuldenaar is nu zijne vrijheid kwijt; zijne familie kan, zoo de meester +dat wil, wijd en zijd verstrooid worden. Dikwijls wordt hem dan de gelegenheid geboden, om zijne familie los te koopen, door, +met opoffering meestal van zijn eigen leven, zoo veel Christenen te dooden als hij kan. De schuldenaar neemt dat aanbod aan; +hij verbindt zich bij plechtigen eed, en wordt nu <i>sabil</i> of <i>juramentado</i>. + +</p> +<p id="d0e512"></p> +<div id="d0e513" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-125.jpg" alt="Tooneelvoorstelling te Albay. (Blz. 122.)"></p> +<p class="figureHead">Tooneelvoorstelling te Albay. (Blz. 122.)</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e517">De juramentados weten zeer goed, dat ook als het hun gelukt, bij verrassing in de spaansche stad door te dringen, alle kans +op een veiligen terugtocht voor hen verloren is. Er bevinden zich altijd op de reede eenige adviesjachten en kanonneerbooten; +en op het eerste sein, begeeft zich de bemanning naar den wal. Aan de landzijde wordt de toegang verdedigd door een toren +en twee forten, die eene hooge en stevige palissade bestrijken, waarvan de zeer weinige poorten zorgvuldig worden bewaakt; +bovendien zijn nog langs de palissade, op twintig schreden afstands van elkander, groote schilderhuizen geplaatst, waarin +vier soldaten met geladen geweren de wacht houden. + +</p> +<p id="d0e519">Iedere juramentado, die den aanval waagt, gaat dus een wissen dood te gemoet; en misschien is er meer dan een onder hen, die +over zijne onvoorzichtige belofte spijt gevoelt en zich gaarne zou terugtrekken, maar men heeft dit geval voorzien en zijne +maatregelen genomen. Zoodra men een zeker aantal van deze ongelukkigen bij elkaar heeft, worden zij aan de leiding toevertrouwd +van ervaren panditas, die hen op geregelde tijden laten vasten, met hen strooptochten door de bosschen ondernemen en ter bedevaart +trekken naar de graven der gesneuvelde juramentados, om daar te bidden. De aldus gewekte geestdrift wordt nog meer aangevuurd +door lange predikatiën bij het betooverend maanlicht, en hartstochtelijke, wegsleepende schilderingen van de genietingen van +het mohammedaansche paradijs. Is dan ten slotte de vereischte graad van opwinding en razernij verkregen, dan wordt tot den +aanval op de spaansche stad besloten. + +</p> +<p id="d0e521">Zulk een komplot, waarbij zoo veler belangen betrokken zijn en dat zoo lange voorbereiding vordert, kan onmogelijk geheim +blijven: de geldzucht, somwijlen nog machtiger dan het fanatisme, ontboeit steeds veler tong. De gouverneur van Soeloe is +bijna altijd gewaarschuwd voor het dreigende gevaar; alleen kan men hem niet met juistheid zeggen, wanneer de aanval zal plaats +hebben, want dat weten de juramentados zelven niet. Toen wij te Soeloe kwamen, werd juist zulk een aanval verwacht. Een mijner +buren, een dappere kapitein, die reeds herhaaldelijk met de juramentados in aanraking was geweest, deelde mij dit een en ander +mede, en voegde er de waarschuwing bij, dat wij op onze hoede moesten zijn. “Ga niet op straat zonder een revolver, zeide +hij tot mij; en waag u vooral niet buiten de palissade.” + +</p> +<p id="d0e523">Inmiddels gingen er eenige dagen voorbij, zonder dat er iets gebeurde, en reeds begon ik te gelooven dat men zich zonder reden +ongerust had gemaakt. Maar in den morgen van den drie-en-twintigsten November, toen ik mij op de markt bevond, hoorde ik eenige +geweerschoten, gevolgd door verwarde kreten; toen werd het weer stil. In een oogenblik was de markt geheel ledig; ik stond +alleen op het verlaten plein, op korten afstand van twee schildwachten, die hun geweer laadden. Op het eigen oogenblik snelt +eene vrouw aan, gevolgd door een onbeschrijfelijk smerigen inlander, wiens gelaat bijna vaal groen is, en die een kris in +de hand houdt, druipende van bloed. De vrouw schreeuwt: <i>los juramentados!</i> en loopt mij in dolle vaart omver; twee geweerschoten knallen boven mijn hoofd; ik richt mij op en zie den juramentado, in +de borst getroffen, vallen, maar aanstonds weer opstaan en met opgeheven kris op de schildwachten losstormen; de eene soldaat +stoot hem zijne bajonet in de borst; nog wendt hij wanhopige pogingen aan om zijn vijand te treffen, tot eindelijk de andere +soldaat den razende neerschiet. + +</p> +<p id="d0e528">Van alle kanten knallen geweerschoten; in de voornaamste straat zie ik eenige mannen in een grooten bloedplas liggen; midden +op den weg gaan drie juramentados, met opgeheven kris en onverschrokken doodsverachting, een peloton soldaten te gemoet. De +geweren worden aangelegd; en als de rook wegtrekt, liggen daar de drie juramentados naast elkander voorover op den grond. +Eindelijk zijn wij van onze aanvallers verlost. + +</p> +<p id="d0e530">Ik wist wat mij als geneesheer te doen stond. Wij spoeden ons naar het hospitaal, en ontmoeten onderweg den gouverneur, den +dapperen kolonel don Ventura Lopez Nuño, kalm en ernstig, hoewel zijn donkere oogen flikkeren van toorn. In het hospitaal +vinden wij werk genoeg. De juramentados hebben, aan dooden en gewonden, vijftien slachtoffers gemaakt. En welke wonden! Hier +is een lijk, waarvan het hoofd is afgehouwen; dat daar is bijna in twee stukken gekloofd. De eerste gewonde, dien ik in behandeling +neem, is een soldaat van het derde regiment, die de wacht had bij de poort, waardoor de aanvallers zijn binnengedrongen. Zijn +linkerarm is op drie plaatsen gebroken; zijn schouder en borst zijn letterlijk gekerfd. Terwijl ik hem verbind, verhaalt hij +mij hoe de aanval begon. De aan de schildwachten gegeven bevelen werden nauwkeurig opgevolgd. Ieder Soeloenees, man of vrouw, +die de poort wilde doorgaan, werd onderzocht en aangehouden, wanneer men eenig wapen bij hem vond. De juramentados, ten getale +van elf, hadden zich in drie groepen verdeeld, die elkander op weinige schreden afstands volgden; zij droegen bossen rijst +<span class="pageno"><a id="d0e532"></a>Bladzijde 126</span>en <i>cañas</i> (uitgeholde stukken bamboe om water mede te putten), waarin zij hunne wapens verborgen hadden. Twee hunner kwamen eerst aan +de poort; op het oogenblik toen de schildwachten zich bukten om de cañas te onderzoeken, trokken al de juramentados te gelijk +hunne krissen: een der schildwachten werd dadelijk overhoop gestoken; zijn kameraad, hoe ook gewond, heeft nog de noodige +kracht om zijn geweer af te schieten; hij doodt een der aanvallers, maar de anderen stormen over hem heen, en verspreiden +zich in de stad, die geen hunner meer levend zou verlaten. + +</p> +<p id="d0e537">Den volgenden dag was men weer van den schrik bekomen. Te Soeloe is men aan dergelijke verrassingen tamelijk gewend; en bovendien +kan men er nu zeker van zijn, dat vooreerst de aanval niet zal worden herhaald. Wij kunnen dus onze onderzoekingen hervatten, +en doen telkens grootere uitstapjes in het binnenland en langs de kust. + +</p> +<p id="d0e539">Overal vind ik sporen van den oorlog: verwoeste woningen, plantages en tuinen, die weer tot een wildernis waren geworden. +Somwijlen wierpen enkele inlanders, voormalige zeeroovers, nu gedwongen den grond te bebouwen, mij alles behalve vriendelijke +blikken toe. Maar ik was op mijne hoede en altijd goed gewapend.—Op zekeren dag, vermoeid van mijn vruchteloos zoeken naar +kruiden en van de gloeiende hitte, zet ik mij neder in de schaduw van een reusachtigen mangoustan, op de grens van eene plantage. +Twee inlanders zijn op hun uiterste gemak bezig met het omspitten van den grond; ik roep hen, laat hun een handvol klein geld +zien, en noodig hen uit, voor mij een of ander insekt of kruipend gedierte op te zoeken. Zij kijken mij met een half verachtelijken +glimlach aan; daarop vat een hunner mij bij de hand, legt den vinger op den mond, en brengt mij bij een koffiestruik. Goed +ziende bespeur ik eene prachtige lansslang (<i>Tropidoloemus Hombroni</i>), haar groene kleur maakt haar bijna onzichtbaar tusschen het gebladerte, maar haar oogen vonkelen als robijnen. + +</p> +<p id="d0e544">“Pak haar aan”, zeg ik tot den Soeloenees, die in plaats daarvan achteruit springt. Er is geen tijd te verliezen: met mijn +stok werp ik de slang op den grond en daarna weer vijftien voet hoog in de lucht; als zij weer op den grond valt, zet ik, +eer het verblufte dier tot zich zelf is gekomen, mijn stok op haar nek en houd dien met mijn voet vast, zoodat de slang haar +kop niet bewegen kan. Het valt nu gemakkelijk haar met een touwtje aan een stok vast te binden, waarna zij levend op sterk +water zal worden gezet: alleen op die wijze behoudt zij ook na den dood haar fraaie kleuren. + +</p> +<p id="d0e546">Blijkbaar heb ik door deze vangst de achting van den Soeloenees gewonnen. Hij brengt mij naar zijne hut, die ruim en zeer +goed onderhouden is; hij is een der weinige grondbezitters, die, hoewel niet tot de kaste der datos behoorende, toch niet +door den oorlog en de onderdrukking der zeerooverij te gronde is gericht. Ik vind in zijne woning eene gansche kolonie: oude +lieden, zuigelingen, een aantal slaven van allerlei leeftijd, benevens eene menigte vrouwen. Al deze lieden zijn meer dan +half naakt. Op Soeloe, zooals trouwens in alle mohammedaansche landen van den archipel, wordt met de voorschriften van den +Koran zeer vrij omgesprongen; het klimaat maakt hier bovendien het dragen van dichte sluiers, die het gelaat omhullen, onmogelijk. +Als in de spaansche stad mohammedaansche vrouwen een Europeaan ontmoeten, maken zij eene beweging als wilden zij met haar +sjerp het gelaat bedekken; maar in de hutten blijft ook die beweging achterwege, en wordt bijna alle kleeding afgelegd.—Mijn +gastheer stelt mij zijn gezin voor, en laat mij zijne woning bewonderen. Zijne hut vormt eigenlijk slechts een groot vertrek, +dat door een soort van beschot in twee ongelijke helften is verdeeld; kleine koffers, waarin elke Soeloenees zijne fortuin +bewaart, wijzen de plaats aan, waar ieder zich des nachts te rusten legt. Het meubilair bestaat verder uit eenige gongs, eenige +vazen en potten van chineesch porcelein, een aantal lansen en krissen van allerlei vorm, en een oud verroest vuursteengeweer, +dat zeker voor niemand gevaarlijker zou zijn dan voor hem, die het zou willen gebruiken. + +</p> +<p id="d0e548">Er worden vruchten gehaald; zoowel mannen als vrouwen schijnen bijzonderen smaak te hebben in de kokosmelk, sterk vermengd +met rhum, dien ik in eene flesch bij mij droeg. De huisheer vooral was blijkbaar op dien drank verzot, en ontzag zich niet, +mijn voorraad duchtig aan te spreken. Het gesprek wordt levendig en algemeen; op den grond neergehurkt of op eene ruime estrade +van bamboe neergevlijd, nemen meesters en slaven daaraan gelijkelijk deel. Trouwens tusschen hen heerscht eene groote mate +van gemeenzaamheid. Men moet billijk zijn, zelfs tegenover zeeroovers: noch de Soeloeneezen, noch de andere mohammedaansche +Maleiers van de Philippijnen, noch zelfs de wilde rassen op de eilanden van den archipel, hebben ooit hunne slaven zoo stelselmatig +geëxploiteerd of met zoo verfijnde wreedheid behandeld, als bij voorbeeld de christelijke Yankees. Over het algemeen worden +de slaven op Soeloe behoorlijk gevoed, en behoeven zij geen al te zwaren arbeid te verrichten, althans wanneer zij niet gebruikt +worden voor de parelvisscherij; straffen zijn zeldzaam en missen die wreedheid, die men anders bij deze volksstammen zoo +dikwerf aantreft. Doorgaans is het den slaaf, na eenigen tijd, vergund te huwen en een gezin te grondvesten.—Maar wee het +gezin van den vrijen Soeloenees, die door zijne schulden tot slavernij vervalt; wee de gezinnen van zijne slaven; wee het +gezin van den voortvluchtigen slaaf! In al deze gevallen is de wet onverbiddelijk: de vrouwen en kinderen, welke ook hun leeftijd +moge zijn, worden door den schuldeischer of den beleedigden meester verkocht, en het gezin reddeloos vernietigd. Daarom aarzelen +zoo vele christelijke gevangenen van de Philippijnen om te vluchten en bescherming te zoeken bij de Spanjaarden, wier vlag +zich overal in de wateren van Soeloe vertoont. + +</p> +<p id="d0e550"> + +</p> +<p id="d0e552">Wij mochten niet verzuimen, een bezoek af te leggen bij den sultan. Mohammed Yamaloel Alam <span class="pageno"><a id="d0e554"></a>Bladzijde 127</span>heeft thans zijne residentie gevestigd te Maïbun, een groot dorp aan de zuidkust van het eiland. Ik heb hem een brief in de +maleische taal geschreven; maar de dagen verloopen, en ik krijg geen antwoord. + +</p> +<p id="d0e556">Een duitsch planter, de heer Schuck, die zeer met den sultan bevriend is, biedt zich aan, om mij aan den vorst voor te stellen. +Reeds voor de bezetting van het eiland door de Spanjaarden, was de heer Schuck dikwijls in betrekking geweest met de Soeloeneezen; +het is dan ook algemeen bekend dat hij geen <i>Castila</i> (Spanjaard) is, hetgeen voor zijne veiligheid en voor het welslagen zijner landbouwonderneming van groot gewicht is. Hij +is volkomen bereid nu te onzen gunste gebruik te maken van zijn invloed en zijn gezag bij de Soeloeneezen, en heeft zich daardoor +alleszins aanspraak op onzen dank verworven. + +</p> +<p id="d0e561">Er was overeengekomen dat wij den heer Schuck zouden afhalen, om dan met hem naar Maïbun te gaan. Toen wij bij zijne woning +kwamen, herkenden wij die niet meer: zij was geheel veranderd. De galerijen en trappen, die naar de veranda voerden, zijn +verdwenen; de woning is omringd door eene stevige heining van palen en rotang. Den vorigen nacht had eene bende stroopers +onverwacht een aanval op de hacienda gedaan; de heer Schuck, door het gerucht ontwaakt, had een der aanvallers, die reeds +in zijne kamer was doorgedrongen, overhoop gestoken, en vervolgens in allerijl de deuren en vensters gebarrikadeerd. De woning +werd nu formeel belegerd; men wierp brandende pijlen op het dak van nipa; maar door eene hevige onweersbui, van stortregen +vergezeld, was dit dak gelukkig zoo nat geworden dat het geen vuur vatte. De heer Schuck schoot op goed geluk, bij het licht +der bliksemstralen. Eindelijk, bij het aanbreken van den dag, trokken de aanvallers af, drie dooden en een gewonde achterlatende. +Over het lot van dezen laatste zal de sultan uitspraak doen. + +</p> +<p id="d0e563">De weg, die het eiland van het noorden naar het zuiden, van de spaansche nederzetting tot Maïbun, doorsnijdt, biedt nergens +ernstige moeilijkheden aan; men bemerkt zelfs duidelijk, dat hij voor den oorlog, toen er op het eiland slaven in overvloed +waren, zeer goed moet zijn geweest; tegenwoordig moet men de beken doorwaden, want de boomstammen, die weleer als bruggen +dienden, zijn vergaan. De weg loopt eerst door een woud, tusschen de bergen But-Dato en But-Tulah aan de eene, en den Tuman-Tangis +aan de andere zijde; dan loopt de weg met kleine krommingen langs de flauw glooiende berghellingen, die naar het zuiden afdalen. +Op dien geheelen tocht ziet men niets dan eenige verwoeste en verlaten hutten, in de schaduw van kokospalmen en mangoustans, +waarin groote troepen apen springen en dartelen. Eerst in de onmiddellijke nabijheid van Maïbun vindt men eenige ellendige +hutten, die bewoond zijn. + +</p> +<p id="d0e565">Na opnieuw eene beek te hebben doorwaad, komen wij in een groot weiland, waar wij met geregelde tusschenpoozen geweerschoten +hooren knallen. Wij bevinden ons op het schietterrein van den sultan, die steeds zijn namiddagen doorbrengt met het kijken +naar schijfschieten; het paleis, een uitgestrekt, maar uiterst landelijk gebouw, van bamboe en riet opgetrokken, verrijst +tegenover ons; ter linkerhand wordt het weiland begrensd door eene diepe beek; aan de overzijde van die beek ligt het dorp +Maïbun, dat zich tot aan de zee uitstrekt. Wij stijgen van onze paarden en begeven ons naar Mohammed Yamaloel Alam. De sultan, +door zijne hovelingen omringd, zit in een prachtigen leuningstoel, onder eene vrij armzalige kiosk van nipa. Naast hem staat +zijn zoon, Brahamuddin, die er verstandig en slim uitziet. De sultan en de prins zijn beiden op het rijkst uitgedost in prachtgewaden +van chineesch satijn; hunne krissen en ringen schitteren van edelgesteenten. De heeren van het hof zijn veel eenvoudiger gekleed; +maar hunne krissen, waarvan de fijn geciseleerde greep met paarlen, diamanten en robijnen is versierd, zijn niet minder prachtig. +Deze heeren zagen ons met niet zeer vriendelijke blikken aan; de sultan bewaart eene kalme waardigheid en beantwoordt welwillend +onzen groet; op zijn bevel worden stoelen voor ons gebracht; wij zetten ons neder en de hovelingen gaan voort met schieten. + + +</p> +<p id="d0e567">De sultan zelf schiet nooit: hij beoordeelt alleen het schot der anderen. Men gebruikt oude geweren, van Borneo afkomstig, +zeer rijk versierd en vreeselijk zwaar, en die bovendien in niet al te besten staat verkeeren. Twee slaven laden de geweren +en leggen die vervolgens op een soort van vorken, die in den grond gestoken worden. Ik knoop een gesprek aan met den sultan, +die zeer goed maleisch spreekt, en zich in die taal met gemak en sierlijkheid uitdrukt. Hij verontschuldigt zich, dat hij +wegens ongesteldheid niet op mijnen brief heeft geantwoord; de ware reden is, dat hij dien brief niet heeft kunnen lezen, +want ik had, volgens maleisch gebruik, zonder accenten geschreven: de arabische letters, waarvan de Soeloeneezen zich bedienen, +vereischen echter noodwendig accenten, die de Maleiers nooit gebruiken. + +</p> +<p id="d0e569">De avond valt, en de sultan keert naar het paleis terug, waarheen hij ons uitnoodigt hem te volgen. + +</p> +<p id="d0e571"></p> +<div id="d0e572" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-128.jpg" alt="Eene audiëntie bij den sultan van Soeloe."></p> +<p class="figureHead">Eene audiëntie bij den sultan van Soeloe.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e576">De buitengewoon groote hut, die den weidschen naam van paleis draagt, rust, als alle woningen op deze eilanden, op palen, +waaraan buffels en paarden zijn vastgebonden, die in een stinkenden mestpoel staan. Men klimt langs een ladder naar het paleis; +gaat dan een soort van vestibule door, en treedt vervolgens de audiëntiezaal binnen, die de geheele lengte en de halve breedte +van het gebouw inneemt. Ter linkerzijde wordt deze zaal van den harem gescheiden door gordijnen en eene breede estrade van +bamboe; rechts loopt langs den wand eene bank, waarvoor de slaven neerhurken en ook alle Soeloeneezen, die wenschen binnen +te treden: want op dit uur staat het paleis voor ieder open, en kan ieder, slaven zoowel als vrijen, voor den sultan verschijnen +en hem zijne belangen voordragen. + +</p> +<p id="d0e578">De plankenvloer is doorzichtig; het ameublement schittert door zijne afwezigheid; langs de wanden hangen eenige gongs; ettelijke +bougies, op glazen kandelaars geplaatst, verspreiden een vrij voldoend <span class="pageno"><a id="d0e580"></a>Bladzijde 129</span>licht. Op den achtergrond, onder een troonhemel van veelkleurig katoen, staat de troon, of liever bevindt zich de estrade, +waarop de sultan plaats neemt; hij zit op turksche wijze en leunt tegen prachtig geborduurde kussens. De vermoedelijke troonopvolger +zet zich nevens hem; een weinig meer achterwaarts zit een <i>hadji,</i> een pandita uit Afghanistan, die, na velerlei lotgevallen, eindelijk aan het hof van Soeloe is terecht gekomen; hij is de +vertrouwde raadsman van den sultan. De datos staan in de nabijheid van den troon, de rechterhand geleund op den greep van +hun kris. + +</p> +<p id="d0e585"></p> +<div id="d0e586" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-129.jpg" alt="Ontmoeting met een krokodil. (Blz. 132.)"></p> +<p class="figureHead">Ontmoeting met een krokodil. (Blz. 132.)</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e590">Men brengt voor ons leuningstoelen en eene tafel; men presenteert ons eerst zeer slechte chocolade, en kort daarna verschillende +gerechten met fijne, maar brandend heete sausen en specerijen toebereid. + +</p> +<p id="d0e592">De etiquette van het hof is niet zeer streng. Iedereen, de sultan daaronder begrepen, rookt of kauwt betel; de bedienden, +de vrouwen loopen heen en weer, en buigen zich over ons heen om ons te zien eten. Maar, wanneer men tot den sultan het woord +richt, geschiedt dat toch op een toon van diepen eerbied; wie hem het een of ander aanbiedt, doet dat steeds met beide handen +en in gebogen houding, als bracht men een offer. + +</p> +<p id="d0e594">Toen onze maaltijd was afgeloopen, schorste de sultan de behandeling van staatszaken en knoopte een gesprek met ons aan. Hij +is bereid, zich te laten photografeeren; er wordt bepaald, dat wij met dat doel over eenige dagen zullen terugkomen, en dat +wij dan in een der huizen van den sultan te Maïbun zullen logeeren; op ons verzoek om ons een escorte te geven naar het meer +van Panamaut, dat uit een zoölogisch oogpunt zeer merkwaardig moet zijn, volgt eene beleefde, maar stellige weigering. De +sultan is beducht voor alles wat zijne rust zou kunnen verstoren. Hij geeft vrij duidelijk te kennen, dat hij ons gaarne overal +in zijne staten zou laten rondtrekken; maar dat hij onmogelijk voor onze veiligheid kan instaan, tenzij hij ons een leger +als escorte medegaf. Hij wenscht zich niet bloot te stellen aan de onaangename gevolgen, die het voor hem zou kunnen hebben, +indien ons een ongeluk overkwam.—Wij blijven, te midden van den sigarendamp, lang met den sultan praten, die ons allerlei +inlichtingen vraagt omtrent den toestand en de wederzijdsche machtsverhoudingen van de verschillende europeesche staten, +met name van Spanje. Hij heeft een eigen stoomboot, die geregeld tusschen Maïbun, Laboean en Singapore vaart; maar toch schijnt +hij niet op de gedachte te komen, om zich engelsche en spaansche dagbladen te verschaffen, die hij toch gemakkelijk zou kunnen +laten vertalen, hetzij door personen aan boord van zijne boot, hetzij door weggeloopen <span class="pageno"><a id="d0e596"></a>Bladzijde 130</span>inlandsche soldaten of kettinggangers, die hij in het geheim aan zijn hof ontvangt. + +</p> +<p id="d0e598">De sultan maakt dus zeer gaarne van de vrij zeldzame gelegenheid gebruik, om europeesche reizigers te ondervragen. Zijne vragen +getuigen overigens van nadenken en verstand. Hij tracht zich op de hoogte te stellen van de militaire hulpmiddelen, vooral +van de zeemacht van iederen staat, en verzoekt mij telkens de cijfers te herhalen van de manschappen, schepen en kanonnen, +die hij maar niet schijnt te kunnen onthouden. Verder vroeg hij naar allerlei bijzonderheden omtrent de reis van den Shah +van Perzië naar Europa, waarin hij zeer veel belang scheen te stellen. Om deze vragen van den sultan niet onbeantwoord te +laten, moest ik de toevlucht nemen tot mijne fantazie, ten einde aan te vullen wat mij aan juiste wetenschap ontbrak. Weer +kwam toen het gesprek op de legers en vloten der europeesche staten, en ten slotte ook op de regeeringsvormen: ik beproefde +evenwel geene poging om den sultan eenig begrip te geven van de tegenwoordige staatsinrichting van Frankrijk. + +</p> +<p id="d0e600">Dit gesprek duurde zeer lang: Rey en ik konden bijna de oogen niet meer openhouden. De sultan bespeurde het, en noodigde ons +uit, te gaan slapen, terwijl hij nog voortging met audiëntie te verleenen. Wij haastten ons aan die uitnoodiging gevolg te +geven, en strekten ons uit op eene met matten belegde estrade tusschen den troon en den harem. Weldra sliepen wij in, ondanks +het aanhoudend gepraat; maar in den loop van den nacht werden wij zeker tienmaal gewekt door eene slavin, die, op haar teenen +loopende, op een boven onze hoofden hangenden gong kwam slaan. Zoodra zij dit gedaan had, trok zij zich haastig in den harem +terug; bij het oplichten van het gordijn, zagen wij, bij het wemelend licht van eenige walmende lampen een aantal vrouwen +en kinderen, te midden van een verwarden rommel van kistjes, koffers en kussens. + +</p> +<p id="d0e602">In gezelschap van onzen vriendelijken gids brengen wij ook een bezoek aan het dorp Maïbun, waarvan de op palen gebouwde hutten +zoowel uit- als inwendig zich onderscheiden door verregaande onreinheid. Midden in zee, op hooge palen rustende, verheffen +zich de ruime magazijnen van de chineesche kooplieden, die den geheelen in- en uitvoerhandel van Maïbun in handen hebben. +Deze handel is belangrijk: de uitvoer beslaat uit pareloesters (<i>montiara</i>, <i>tipay</i>), die wel zelden parelen bevatten, maar waarvan de schelpen het zeer gewaardeerde parelmoer opleveren; voorts uit gutta-pertsja +en verschillende soorten van hars, <i>trepang</i>, koffie en andere gewassen. Het voornaamste invoerartikel is gekleurd katoen, dat door de duitsche huizen te Singapore wordt +geleverd. De duitsche fabrikanten weten de door de Maleiers meest geliefde kleuren en patronen vrij goed na te bootsen; de +inlandsche stoffen, die met groote zorg uit de hand bewerkt worden, winnen het natuurlijk zeer verre in kwaliteit; maar de +geringe prijs van het fabriekwerk maakt dat dit, jammer en schande genoeg! overal aftrek vindt. De Chineezen te Maïbun voeren +ook wapenen, ammunitie, krissen en staal in. Ook wordt er een levendige handel in slaven gedreven. + +</p> +<p id="d0e613">Terwijl onze gids zijne zaken afdoet met een chineesch koopman, is de vrouw van den koopman, eene Maleische van het zuiverste +ras, bezig met het borduren van een prachtigen tulband: het werk is een waar kunststuk, maar vordert zeer langzaam. Zoowat +om de vijf minuten roept de borduurster eene slavin, die haar eene aangestoken cigarette brengt en een klein kind, dat zij +telkens de borst geeft. Is de cigarette uitgerookt, dan neemt zij de naald weer ter hand, steeds betel kauwende. De slavin +rookt en pruimt afwisselend. Dit is de gewone manier van leven der soeloeneesche vrouwen van den gegoeden stand. + +</p> +<p id="d0e615">In het paleis teruggekeerd, worden wij door den sultan ontvangen, die ons tegen den volgenden maandag ontbiedt voor het maken +van zijn portret, en die den gevangene van den heer Schuck ter dood veroordeelt. Wij stijgen te paard en keeren naar Tianggi, +zoo als de eilanders de spaansche stad noemen, terug. + +</p> +<p id="d0e617">Ik weet niet wat er van den ongelukkigen veroordeelde is geworden; heeft hij de doodstraf moeten ondergaan, dan is het voor +hem toch maar beter geweest dat hij niet te Maïbun is terecht gesteld. De strafbepalingen van den Korân worden hier zelden +toegepast, maar de strafwet van Soeloe is vooral niet minder streng: eigenlijk kent zij maar ééne straf, de doodstraf. En +hoe wordt die voltrokken? Nu eens dient de veroordeelde, aan een paal vastgebonden, tot schietschijf voor de hovelingen; +dan weer beproeft een dato zijn revolver op hem; een ander maal wordt hij aan een boom gebonden, en heeft ieder Soeloenees +het recht, hem met zijn kris een steek toe te brengen, zoodat de rampzalige letterlijk gekorven wordt. + +</p> +<p id="d0e619">Een paar dagen later vertrokken de heer Rey en ik op nieuw naar Maïbun, om het portret van den sultan te maken. Wij bevonden +dat daar inderdaad eene vrij groote hut tot onze beschikking was gesteld; deze hut was nieuw en dus tamelijk zindelijk, maar +zij bevatte hoegenaamd niets dan een ledigen ketel, benevens een ouden slaaf die ons bedienen moest. Maar wij hebben levensmiddelen +medegebracht; wij maken onzen maaltijd gereed en strekken ons op den planken vloer uit om te slapen. + +</p> +<p id="d0e621">Den volgenden morgen ontvingen wij het bezoek van een dato, een aanzienlijk heer, die ons uit naam van den sultan kwam begroeten. +Op zijne onbeschaamde vraag, of wij ook nog iets noodig hadden, gaven wij maar geen antwoord, ten einde geene onaangenaamheden +uit te lokken.—Wij begeven ons naar het paleis, waar de sultan ons vriendelijk ontvangt. Echter is hij blijkbaar niet op zijn +gemak; vermoedelijk heeft men hem allerlei dingen wijsgemaakt ten aanzien van zijn portret. Zijne omgeving slaat ons met onverholen +achterdocht gade, ongeveer op de manier van een hond, die een verdacht bezoeker bij zijn meester aantreft. Echter verzoekt +Mohammed ons, den volgenden dag terug te komen; in den morgen zullen wij onzen toestel gereed maken, en 's namiddags het portret +van Zijne Hoogheid photografeeren. +<span class="pageno"><a id="d0e623"></a>Bladzijde 131</span></p> +<p id="d0e624">Den volgenden dag laat de sultan weten dat hij ongesteld is en ons niet ontvangen kan. Wij worden onophoudelijk lastig gevallen +door allerlei bezoekers, die ons de ongerijmdste vragen doen, en ons duidelijk te kennen geven, dat zij ons voor toovenaars +houden, die onder voorwendsel van, langs onnatuurlijken weg, het portret van den sultan te maken, hem willen dooden, of althans +zijne beeltenis wegvoeren.—Zoo gaan een paar dagen voorbij, en nog steeds blijft de sultan opgesloten in zijn harem. Eindelijk +maken wij ons gereed om te vertrekken, en laten de loods afbreken, die wij voor het paleis hadden opgeslagen; eensklaps verschijnt +nu de prins Brahamuddin, half naakt, en bidt ons niet heen te gaan, daar zijn vader ons den volgenden dag zal ontvangen. + +</p> +<p id="d0e626">Dien dag verschijnt de sultan dan ook, bleek, maar prachtig gekleed, omringd door al de heeren van zijn hof, wier kleederen +en wapenen schitteren en vonkelen in de zonnestralen. De toestel wordt in gereedheid gebracht, de afstand bepaald; maar op +het noodlottig oogenblik treedt de sultan terug en stelt zijn zoon in zijne plaats. Eene doodsche stilte heerscht in het ronde. +De toestel wordt geopend en gesloten; en na verloop van eenige oogenblikken, kan ik het welgeslaagde portret van den prins +aan den verbaasde omstanders vertoonen. De sultan is nu buiten zich zelven van verrukking; hij legt zijn hovelingen het zwijgen +op, en laat zich in verschillende houdingen, zittende, staande, alleen en door anderen omgeven, photografeeren; hij zou nu +wel iedereen willen nopen, zijn portret te laten maken. + +</p> +<p id="d0e628">Den 18<sup>den</sup> Januari 1880 namen wij afscheid van al onze vrienden op Soeloe, en gingen aan boord van de <i>Royalist</i>, die ons naar Sandakan, op de noordoost kust van Borneo, moet brengen. + + +</p><a id="d0e636"></a><h1>De baai van Sandakan.—De haven van Davao.</h1> +<p id="d0e639">20 Januari 1880.—het is onstuimig weer; de zee gaat hoog, en een koude regen onttrekt aan ons oog de eilanden en riffen van +den archipel van Tawi-Tawi, die zich tusschen Soeloe en Borneo, van het noordoosten naar het zuidwesten uitstrekt, en de zee +van Mindoro van die van Celebes scheidt. Tegen tien uren des avonds werpen wij het anker uit in de baai van Soendakan, voor +Elok Poera, hetgeen in het maleisch zooveel beteekent als de schoone stad. + +</p> +<p id="d0e641">Zes maanden geleden stond er nog geene enkele hut op deze heuvelen, voor welke nu waarschijnlijk eene schitterende toekomst +is weggelegd: Elok Poera is tegenwoordig de hoofdplaats van de <i>North British Borneo Company</i>, die van de sultans van Soeloe en Broenei een grondgebied van veertigduizend vierkante mijlen in het noorden van Borneo, +in vollen eigendom en met afstand van alle souvereiniteitsrechten, ontvangen heeft. + +</p> +<p id="d0e646">De resident (directeur der Compagnie), de heer W. B. Pryer, ontvangt ons met de grootste beleefdheid en dringt er op aan, +dat wij onzen intrek in zijne woning zullen nemen; zelf een entomoloog van naam, beschouwt hij ons als collega's. Daar in +zijn huis nog gewerkt wordt, slaan wij zijn vriendelijk aanbod af; hij stelt daarop de nieuwste hut van Elok Poera tot onze +beschikking. + +</p> +<p id="d0e648">Nadat wij eenige dagen hadden doorgebracht met het maken van uitstapjes in de omstreken van Elok Poera, vertrok ik naar de +rivier de Sagalioed, die zich in de golf van Sanbakan uitstort, achter Hadji Poeloe. Ik wensch een bezoek te brengen aan de +Buled Upih, een inlandschen stam, die uit een anthropologisch oogpunt bijzonder de aandacht verdient. Des avonds werpen wij +het anker uit bij het dorp Timban, dat door uitgewekenen uit Soeloe wordt bewoond. + +</p> +<p id="d0e650">Den zevenden Februari ging ik des morgens ten half zes op weg. De kust daalt; de onzekere lijn van het strand, de toenemende +menigte wortelboomen <i>acicenna alba</i>, die het hoog opgaande hout vervangen, alles kondigt aan dat wij de monding van de Sagalioed naderen. Omstreeks half tien +liep ik, bij lage zee, de monding binnen, die door eene bank wordt versperd, waardoor een smal ondiep kanaal loopt. Aan de +andere zijde der bank bedraagt de diepte tusschen de vijf en zeven el. De oevers zijn laag en geheel begroeid met riet en +wortelboomen, die langzamerhand plaats maken voor nipa. Eene menigte beken storten zich hier in de Sagalioed uit; en nadat +mijn gids naar alle kanten heeft rondgekeken, verklaart hij niet te weten, welke van al die wateren de eigenlijke rivier is. +Het grootste gedeelte van den dag gaat voorbij met zoeken en opsporen, alles onder de stralen eener brandende zon. Eindelijk, +in den namiddag, gelukte het ons, uit te maken welke de rivier is en haar juisten loop te bepalen. De nipa-palmen maken nu +weldra op hunne beurt plaats voor de hooge stammen en prachtige boomen van het tropische oerwoud. Door den vloed geholpen, +varen wij nu verder tusschen twee hooge levende muren van ondoordringbaar gebladerte, waartusschen de Sagalioed hare wateren +voortstuwt, als in eene diepe kloof. Zelfs mijne roeiers zijn blijkbaar onder den indruk van de overweldigende majesteit dezer +heerlijke trotsche natuur. Van tijd tot tijd wordt de plechtige stilte dezer eenzaamheid verbroken door ruwe kreten en gebrul. +De takken en twijgen langs den oever worden eensklaps door eene onzichtbare oorzaak in eene golvende beweging gebracht; wij +hooren het kraken van gebroken takken, van gescheurde lianen, een geruisch van bladeren: dan sterft het geluid langzaam weg +en verliest zich in de verte. Behalve een aantal herten en wilde zwijnen, vindt men in deze bosschen ook olifanten, rhinocerossen, +orang-oetans en eene groote menigte andere apen. Vergeefs tracht ik er nu en dan een te treffen: het dicht gordijn van takken +en gebladerte schudt en ruischt, maar schijnt zelfs voor kogels ondoordringbaar: althans het blijkt niet, dat mijn schot werkelijk +getroffen heeft. + +</p> +<p id="d0e655">Den volgenden morgen kwam ik te Sagalioed, het armzalige dorp van de Buled Upih, die mij vriendelijk on welwillend ontvangen. +Deze Buled <span class="pageno"><a id="d0e657"></a>Bladzijde 132</span>Upih, wier gelaatstrekken bijna den europeeschen type vertoonen, hebben, volgens mijne waarnemingen, eene gemiddelde lengte +van 1.583 meter; hunne kleur is betrekkelijk licht. Zij zijn onverschrokken jagers, en hoewel slechts gewapend met slechte +versleten geweren, tasten zij zelfs olifanten en rhinocerossen aan. + +</p> +<p id="d0e659">Nadat ik zoo ver mogelijk den loop der rivier had gevolgd en de vereischte opmetingen gedaan, waarmede een tiental dagen gemoeid +waren, keerde ik naar Elok Poera terug, waar ik den heer Rey vond, die eene mooie collectie had bijeengebracht, welke eerlang +nog zal verrijkt worden. + +</p> +<p id="d0e661"></p> +<div id="d0e662" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-132.jpg" alt="Vrouw van Soeloe."></p> +<p class="figureHead">Vrouw van Soeloe.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e666">Wij bevinden ons in landstreken, waar krokodillen in menigte huizen: oppervlakkig zou men zeggen dat wij reeds herhaaldelijk +met die dieren in aanraking moesten zijn gekomen, maar toch hebben wij er nog geen enkel gezien. Alle Europeanen, met wie +ik daarover spreek en aan wie ik mijne verwondering te kennen geef, verklaren dat zij niet gelukkiger zijn geweest dan wij. +Thans zal deze ledige plaats in onze verzameling worden aangevuld. Vier Soeloeneezen brengen ons een levenden jongen krokodil, +dien zij stevig gebonden hebben, zoodat hij zich niet roeren kan. Het komt er nu op aan, het dier met de noodige voorzorg +te villen, zonder het geraamte te beschadigen. Daar ik nog altijd lijdende ben ten gevolge van de beten der bloedzuigers in +de bosschen van de Sagalioed, draag ik die gewichtige taak op aan mijn muchacho (jongen) Juan, die minder dan ik door deze +afschuwelijke dieren is gehavend. Juan, die mij dikwijls bij onze werkzaamheden geholpen heeft, maar nog nooit zelf eene operatie +heeft verricht, toont zich zeer vereerd door het in hem gestelde vertrouwen, en tijgt met grooten ijver aan den arbeid. Hij +installeert zich met zijn kameraad, den muchacho van den heer Rey, op zijn gemak onder de veranda; bindt den krokodil op eene +plank, en worgt hem met den klassieken strop; vervolgens maakt hij met vaste hand eene insnijding in het vel van het borstbeen. +Op het eigen oogenblik doet een verschrikkelijk leven mij van mijne mat opspringen. Juan en de muchacho van den heer Rey liggen +achterover op den grond, te midden van planken, instrumenten en kisten; alles is in volslagen verwarring. De krokodil was +niet dood: zoodra hij het skalpeermes voelde, verbrak hij zijn boeien en sprong over de balustrade van de veranda. Ik zag +hoe hij zich over boomstammen heen, dwars door de struiken, naar de rivier spoedde. In Elok Poera, aan den voet van onzen +heuvel gelegen, heeft men dit drama gezien: aanstonds worden alle deuren gesloten, en de anders op dit uur zoo drukke straat +van het stedeke is in een oogenblik ledig. Beschaamd en woedend over zijne mislukte operatie, snelt Juan den vluchteling na: +hij haalt den krokodil in, grijpt hem bij den staart en weet hem op den rug te wentelen, zoodat hij zich niet meer verdedigen +kan. Mijn muchacho nam nu beter voorzorg, en het duurde niet lang, of het skelet van den krokodil prijkte in onze collectie. + + +</p> +<p id="d0e668"></p> +<div id="d0e669" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-133.jpg" alt="Woning van een Soeloenees."></p> +<p class="figureHead">Woning van een Soeloenees.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e673">Evenals Juan, lijd ook ik aan koorts en aan de gevolgen van de beten der bloedzuigers; ik moet dan ook in mijne hut blijven. +De meeste nachten breng ik slapeloos door, luisterende naar de niet onwelluidende muziek van den koeling-tangang (een maleisch +orkest), die, ter gelegenheid van ik weet niet welk inlandsch feest, zich elken avond laat hooren. Met ongeduld verwachten +wij de komst van een vaartuig, dat ons uit onze gevangenschap verlossen zal; die verwachting is aanvankelijk vergeefsch, tot +eindelijk, door een gelukkig toeval, de <i>Kerguelen</i>, een kruiser behoorende tot ons eskader in de Chineesche-zee, op de reede het anker laat vallen. De gezagvoerder, de kapitein +Mathieu, heeft de beleefdheid, om onzentwil van zijn voorgeschreven weg af te wijken, en ons naar Soeloe terug te brengen. + + +</p> +<p id="d0e678">Wij moeten eene maand te Soeloe blijven, in afwachting van eene gelegenheid om naar het zuid-oosten van Mindanao te vertrekken. +Ik ben al dien tijd genoodzaakt, het bed te houden; ik mag niet nalaten, met innigen dank melding te maken van de hartelijke +zorgen en toewijding van den heer Rey en van den uitnemenden spaanschen officier van gezondheid, don Manuel Rabadan, die zich +een waar vriend toonde. Zoo als trouwens altijd, kan ik niet dan met den meesten lof gewagen van de voorkomende vriendelijkheid +en hulpvaardigheid van alle Spanjaarden. +<span class="pageno"><a id="d0e680"></a>Bladzijde 134</span></p> +<p id="d0e681">Den zesden April gingen wij aan boord van de <i>Pasig</i>, waarvan de kommandant, don José Zavala, ons reeds van vroeger zeer gunstig bekend was. De eerste dien wij aan boord ontmoeten, +is de bataillonskommandant don Joaquim Rajal y Larre, onlangs tot gouverneur van de provincie Davao, in het zuid-oosten van +Mindanao, benoemd; hij geeft ons aanstonds de verzekering dat hij alles zal doen wat in zijn vermogen is, om ons in de vervulling +onzer taak behulpzaam te zijn en onze nasporingen te vergemakkelijken. + +</p> +<p id="d0e686">Mindanao is, na Luçon, het grootste eiland van de Philippijnen; de oppervlakte wordt geschat op 94,400 vierkante mijlen. Ten +noorden ligt Mindanao tegenover de Bisayas-eilanden; ten westen wordt het begrensd door de zee van Mindoro, en ten oosten +door den Stillen-oceaan. De zuidkust, door de zee van Mindoro bespoeld, is rijk aan diepe baaien of inhammen: onder anderen +de baai Illana, de geliefde verblijf- en schuilplaats van de zeeschuimers, wier voornaamste nederzetting de Rio Grande beheerschte. + + +</p> +<p id="d0e688">Het eiland wordt bestuurd door een gouverneur-generaal, die den rang bekleedt van brigadier—een militaire rang tusschen dien +van kolonel en van veldmaarschalk—en te Zamboanga resideert; het is verdeeld in vier provinciën of afzonderlijke gouvernementen, +Cottabato en Davao in het zuiden, Misamis en Suragao in het noorden. Alleen de kusten zijn bekend, hoewel de hydrografische +kaarten van deze streken, voor het meerendeel, nog veel te wenschen overlaten. De hydrografische commissie van de Philippijnen +houdt zich nu juist onledig met de opneming van dat gedeelte der kust van het eiland, dat in den laatsten tijd nog niet bestudeerd +was geworden. + +</p> +<p id="d0e690">Dit groote, vruchtbare eiland, waarvan het bergachtige binnenland nog voor een goed deel onbekend en moeilijk te genaken is, +wordt door verschillende volksstammen bewoond, die in vier groepen kunnen worden gesplitst: + +</p> +<p id="d0e692">1°. De Bisayas, allen katholiek en aan het gezag van Spanje onderworpen; tot de Bisayas rekent men ook een aantal inlanders, +die sedert geruimen tijd onderworpen en tot het Christendom bekeerd zijn. Men vindt de Bisayas bijna uitsluitend in de pueblos +of vintas, bijna allen langs de kust of in hare nabijheid gelegen. Het aantal dezer inboorlingen wordt geschat op omstreeks +honderd-vijftig-duizend zielen. + +</p> +<p id="d0e694">2°. De Maleiers of Moros, allen Mohammedanen, vooral in het zuiden gevestigd, in het stroomgebied van de Rio Grande en rondom +sommige meren van het binnenland. + +</p> +<p id="d0e696">3°. Een zeker aantal Chineezen, koelies en kooplieden, in de pueblos gevestigd. + +</p> +<p id="d0e698">4°. De <i>Infieles</i>, inboorlingen van zeer verschillend ras, wilde heidenen, die geheel onafhankelijk zijn en de binnenlanden van het eiland +bewonen. + +</p> +<p id="d0e703">De Moros en de Infieles worden te zamen op driehonderd-duizend zielen geschat. Maar deze schatting kan hoegenaamd geene aanspraak +op juistheid maken, en is eigenlijk niet meer dan eene gissing, daar deze bevolkingen voor een groot deel geheel onbekend +zijn. + +</p> +<p id="d0e705">In den avond van den zevenden April voeren wij de straat van Sarangani binnen, gevormd door de eilanden van denzelfden naam +en de landpunt Panguian. Een kanonschot weergalmt, en wij houden stil. Na verloop van eenige minuten verschijnt bij ons aan +boord de luitenant bij de marine don Enrique de Ramos y Azcaraga, vergezeld van den dokter don Gabriel Lopez y Martin. De +heer de Ramos, kommandant van het maritieme station van Davao, kruiste hier sedert eenige dagen met een zijner <i>faloas</i>, kleine, weinig diepgaande kustvaartuigen, die zoowel door zeilen als door riemen kunnen worden voortbewogen. Hij moest de +langs de kust gevestigde Moros in het oog houden en tevens de Sarangani-eilanden in kaart brengen. + +</p> +<p id="d0e710">De heer de Ramos, van onze aanstaande komst verwittigd door een brief van onzen consul Dudemaine, treedt ons te gemoet; hij +verzekert ons dat wij, ten behoeve van onze nasporingen en onderzoekingen, geen gunstiger terrein kunnen kiezen dan de provincie +Davao. Hij voegt daarbij, dat wij in alles op hem kunnen rekenen en dat hij ons naar vermogen behulpzaam zal zijn. + +</p> +<p id="d0e712">Wij zetten nu de vaart voort langs de westelijke kust van de golf van Davao, waarvan de hooge bergen, de bosschen en velden +hetzelfde karakter vertoonen, dat wij reeds aan de zuidkust van het eiland hebben leeren kennen. Boven deze bergen verrijst, +aan den westelijken gezichteinder, de Malutun, aan welks voet de Rio Grande vloeit. Dicht bij Davao en aan de kust verheft +zich, met indrukwekkende majesteit, de Apó, de groote vulkaan, wiens boschrijke hellingen en diepe valleien, nog nimmer door +den voet van een Europeaan betreden, ons reeds dadelijk na onze aankomst uitlokken tot eene bestijging. + +</p> +<p id="d0e714">In den namiddag van den tienden April werpt de <i>Pasig</i> het anker uit op anderhalve mijl afstands van de kleine rio van Davao, waarvan de monding door eene bank wordt versperd. +Aan land gegaan, worden wij met de meeste hartelijkheid ontvangen door den eerwaarden pater Minovès, pastoor van Davao, die +er op aandringt dat wij onder zijn dak zullen inkeeren. Vreezende hem overlast te zullen aandoen, nemen wij onzen intrek in +twee aan elkander grenzende huizen in de stad, waar wij ons installeeren en weldra, dank zij de hulpvaardigheid der Spanjaarden, +van alles wat wij noodig hebben zijn voorzien. Wij nemen muchachos in onzen dienst, huren een rijtuig en koopen paarden, zoodat +wij overal in den omtrek uitstapjes kunnen maken. + +</p> +<p id="d0e719">Het stadje Davao, ook onder den naam van Vergara bekend, is de hoofdplaats van de provincie Nueva Guipuzcoa, die het zuid-oostelijk +gedeelte van Mindanao omvat; langs de zuidelijke kust van het groote eiland strekt zich deze provincie uit van de baai van +Sarangani, waar zij aan de provincie Cottabato grenst, tot de baai van Maijo, aan den Stillen-oceaan; de noordelijke grens +is onbepaald, want het binnenland is nog meer of min onafhankelijk. In dat binnenland, tusschen de met dichte wouden bedekte +vulkanische bergen, leven in wilden toestand, de tot verschillende stammen behoorende, zoogenaamde <i>Infieles</i> langs de kusten, voornamelijk <span class="pageno"><a id="d0e724"></a>Bladzijde 135</span>aan de mondingen der riviertjes en beken, hebben zich de Moros gevestigd, wier onophoudelijke rooftochten eindelijk de rechtstreeksche +tusschenkomst van de spaansche regeering en de vestiging van haar gezag in deze streken hebben uitgelokt. In 1847 verkreeg +Oyanguren, een officier van beproefde dapperheid en zeldzame energie, van de regeering te Manilla vergunning, om voor eigen +risico, eene expeditie te ondernemen tegen de Moros van Davao. Hij kreeg van het gouvernement niet meer dan eenige wapenen +en ammunitie, benevens verlof om eene compagnie vrijwilligers aan te werven. De laatste der <i>conquistadores</i> vertrok op een kleine brik, liep te Caraga aan den Stillen-oceaan binnen, wierf daar tweehonderd vrijwilligers aan, en begaf +zich met die kleine macht naar Davao, dat hij zonder slag of stoot bemachtigde; vervolgens breidde hij al spoedig zijn gezag +uit over de geheele kuststreek, die nog tegenwoordig de provincie vormt. Sedert dien tijd had de spaansche heerschappij geen +ernstigen aanval meer te doorstaan; de woede en verbittering der Moros uitte zich in moordaanslagen en rooverijen, die nu +in den laatsten tijd, na de vestiging van een marietiem station te Davao, met kracht worden onderdrukt. Dit station, waarover +het bevel is opgedragen aan een luitenant ter zee, bestaat uit drie faloas, bemand met vijf-en-zeventig inlandsche matrozen, +en een klein arsenaal, waarvan de werklieden, dank zij de uitnemende vriendelijkheid van den heer de Ramos, ons de beste diensten +bewijzen. Het bestuur over de provincie is opgedragen aan een bataillonskommandant, die eene kompagnie van ongeveer tweehonderd +inlandsche soldaten onder zijne bevelen heeft. Deze krijgsmacht is voldoende om in de kuststreek rust en orde te handhaven. +Spanje heeft wijselijk geene pogingen aangewend tot gewelddadige onderwerwerping van het binnenland: militaire expeditiën +van dien aard, in bijna onbekende, half bewoonde bosch- en berglanden, te midden van vijandige stammen, eischen offers van +geld en menschenlevens, die meestal in geene verhouding staan tot de verkregen, en daarbij nog altijd onzekere uitkomst. De +spaansche regering heeft zich voor goed op de kust gevestigd en wacht nu den verderen loop der gebeurtenissen af: de ondervinding +van de laatste tijden heeft reeds bij herhaling bewezen, dat deze politiek, met vastheid en beleid gevoerd, onder alle opzichten +de beste is. De provincie Davao is gezond, zelfs langs de kust, behalve op de plaatsen waar wortelboomen groeien, en waar +de inzakking van den grond moerassen heeft gevormd: deze laatsten zijn echter gelukkig zeldzaam. De heerschende ziekten zijn +diarrhee, dysenterie en derdendaagsche koorts; de inlanders zijn daaraan vooral onderhevig; het is niets vreemds, Bisayas +te ontmoeten, die jaren achtereen, nu en dan, soms maanden lang met de koorts sukkelen. Europeanen worden minder dikwijls +door die koortsen aangetast; maar geschiedt dit, dan woedt de ziekte bij hen in veel heviger graad. Mits zij zich aan een +zeer strengen leefregel houden, kunnen de Europeanen hier gezond blijven. Dit geldt natuurlijk alleen van volwassen mannen: +zoowel hier als elders, werkt het tropische klimaat bepaald nadeelig op geheel het organisme van blanke vrouwen en kinderen. + + +</p> +<p id="d0e729">Mijn reisgenoot en medehelper, de heer Rey, ondervindt in het eind ook de onvermijdelijke gevolgen onzer levenswijze. Tot +dus ver had hij slechts met lichte, voorbijgaande ongesteldheden te kampen; nu is zijne gezondheid in zoo hevige mate geschokt, +dat hij zijn werk niet langer kan voortzetten, en een onverwijlde terugkeer naar Europa voor hem noodzakelijk is. Met diep +leedwezen neem ik afscheid van mijn vriend, met wien ik nu ruim een jaar heb gereisd, zonder dat ooit de goede verstandhouding +tusschen ons in het minst werd verstoord. Ik vergezel den heer Rey aan boord van de <i>Pasig</i>, en neem met een hartelijken handdruk van hem afscheid: moge de zeereis hem goed doen. + +</p> +<p id="d0e734">Met dezelfde boot vertrok de kommandant don Faustino Villa Abrille y Alvarez, gouverneur van Davao, die zijn ambt heeft overgedragen +aan den kommandant Rajal. Sedert wij hier zijn, hebben de oude en de nieuwe gouverneur ons om strijd met de meeste voorkomendheid +bejegend en alles gedaan wat in hun vermogen was, om ons de vervulling onzer taak gemakkelijk te maken. + +</p> +<p id="d0e736">Vijf maanden lang hield ik mij te Davao op, waar ik mijn hoofdkwartier heb gevestigd en van waar uit ik in steeds wijder kring +uitstapjes in den omtrek maak. De Infieles van deze streek, de Bagobos vooral, bezitten uitmuntende paarden; iedereen, mannen, +vrouwen en kinderen, rijdt in deze bergachtige streken te paard; en deze dieren worden hier met niet minder zorg behandeld +en verpleegd dan in Algerië. Maar ondanks hunne reputatie als ruiters, zitten deze inboorlingen toch niet stevig in den zadel: +door den eigenaardigen vorm van den stijgbeugel kunnen zij hunne knieën niet goed gebruiken en moeten zich dus in evenwicht +houden: van daar dat een val van het paard volstrekt geene zeldzaamheid is, vooral bij de groote bewegelijkheid der ruiters. +Daar komt bij dat zij, ook te paard zittende, steeds een lans in de hand hebben, waardoor de kansen om een ongeluk te krijgen, +aanmerkelijk vermeerderd worden. Onlangs was ik met twee opperhoofden uit den omtrek van Davao op de herten- en zwijnenjacht. +Wij bevonden ons aan den zoom van een uitgestrekt, zacht golvend weiland, rondom door bosschen omgeven; achter ons waren eene +menigte <i>sacopes</i> en slaven bezig, met groot geschreeuw, het wild op te jagen en naar het weiland te drijven. Weldra schoot een hert uit het +bosch te voorschijn; wij jagen het dier na, dwars door het hooge gras, dat een aantal kuilen en greppels voor hot oog verbergt; +de inlandsche paarden weten met merkwaardig instinkt die gevaarlijke plekken te vermijden: zij voelen aan de weekheid van +den bodem, dat een poel of greppel in de nabijheid is en springen er over heen. Ditmaal had een der paarden zijn sprong niet +goed berekend en viel. De ruiter werd natuurlijk over den kop van het paard heen geslingerd, en kwam op zijne lans terecht, +die ongelukkig in den grond was gedrongen, met de punt naar boven. Gelukkig was de wond niet doodelijk; door eene zorgvuldige +<span class="pageno"><a id="d0e741"></a>Bladzijde 136</span>behandeling mocht het mij gelukken, hem te genezen; maar de ongelukkige dato zal zijn leven lang eene belemmering in de ademhaling +behouden en hij zal van de drijfjacht moeten afzien. + +</p> +<p id="d0e743">Men vindt in den omtrek van Davao verschillende inlandsche stammen, die zich zeer wezenlijk van elkander onderscheiden. + +</p> +<p id="d0e745">De Bisayas geven den naam van Atas aan de Negritos, die ik tot dusver nog enkel als slaven heb ontmoet, en ook aan andere +stammen, die ten noordwesten van den Apó leven. Deze laatsten hebben betrekkelijk een vrij hoogen trap van beschaving bereikt +en vormen een geordende maatschappij; zij zijn de eenigen, die zich met de Moros durven meten, aan wie zij een onverzoenlijken +haat gezworen hebben; en hunne stoutmoedigheid wordt niet zelden met goeden uitslag bekroond. + +</p> +<p id="d0e747"></p> +<div id="d0e748" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-136.jpg" alt="Arroyo, op de kust van Mindanao"></p> +<p class="figureHead">Arroyo, op de kust van Mindanao</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e752">De Tagabawas, die in zeden en levenswijze niet veel van de Atas verschillen, schijnen echter meer vredelievend en tot toenadering +gezind. Hunne kleeding bepaalt zich in den regel tot het hoogst noodige; maar bij feestelijke gelegenheden behangen zij zich +letterlijk met halskettingen en allerlei soort van sieraden. + +</p> +<p id="d0e754">De Guiangas, de Samals, de Tagacaolos en nog een paar andere, min of meer talrijke stammen, leven in halve barbaarschheid +en voor een deel ook in onophoudelijke vijandschap, zoowel met de blanken, als vooral met de mohammedaansche Maleiers of +Moros, die zich langs de kusten hebben gevestigd, en die ook geene gelegenheid laten voorbijgaan om de Infieles te bedriegen +en op de meest schaamtelooze wijze te exploiteeren. +<span class="pageno"><a id="d0e756"></a>Bladzijde 209</span></p> +<p id="d0e757"></p> +<div id="d0e758" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-209.jpg" alt="Typen van de oostkust van Borneo."></p> +<p class="figureHead">Typen van de oostkust van Borneo.</p> +</div><p> + + + +</p><a id="d0e764"></a><h1>Beklimming van den vulkaan Apó.</h1> +<p id="d0e767">October 1880.—Bij mijn terugkomst te Davao, verneem ik van den gouverneur Rajal, dat hij een onderhoud heeft gehad met den +dato Mani, het opperhoofd van een der talrijkste en machtigste stammen, die de oostelijke hellingen van den vulkaan Apó bewonen, +en den toegang tot den berg, die in hunne oogen eene heilige plaats is, zoowel aan de Spanjaarden als aan de Infieles ontzeggen. +Deze dato Mani hield zich overtuigd, dat zijn gebied voor de Spanjaarden onbereikbaar was: die overtuiging was hoogst waarschijnlijk +gegrond op den ongelukkigen afloop van enkele pogingen tot beklimming van den Apó. Maar daar hij voor Davao een zeer lastige +nabuur was, nam de vorige gouverneur, op een zekeren morgen, twintig soldaten met zich en omsingelde Mani met zijn geheele +kamp; hij onderwierp zich en verkreeg vergiffenis. De kommandant Rajal heeft nu van Mani stellige toezeggingen verkregen: +de dato zal zich niet verzetten tegen de bestijging van den vulkaan; meer nog, hij zal zelf onze gids zijn en zal ook geen +slaaf offeren om den toorn van zijn god te bezweren. + +</p> +<p id="d0e769">De vriendelijke gouverneur, die den tocht zoo spoedig mogelijk ondernemen wil, noodigt mij uit, hem te vergezellen; welke +uitnoodiging ik met graagte aanneem. Met onze toebereidselen zijn wij spoedig gereed. Wij zullen eenige muchachos medenemen; +de gouverneur zal zich bovendien doen vergezellen door acht soldaten, met remmington-geweren gewapend, die ons als geleide +en tevens als dragers zullen dienen. Het komt er vooral op aan, zoo nauwkeurig mogelijk de hoogte te bepalen van den Apó, +die nog nooit is bestegen geworden. De zoo bij uitnemendheid beleefde en hulpvaardige kommandant van het maritieme station +van Davao, don Enrique de Ramos, is dadelijk bereid, mij zijne hulp te verleenen. Zes maal per dag, op bepaalde uren, zal +hij den barometer, den thermometer en den hygrometer van het station raadplegen; van dezelfde instrumenten voorzien, zal ik +gedurende de beklimming, zooveel mogelijk op dezelfde uren, mijnerzijds waarnemingen doen; uit de vergelijking onzer aanteekeningen +zullen wij dan de hoogte trachten op te maken. + +</p> +<p id="d0e771">5 October.—Reeds den vorigen avond zijn de inlandsche soldaten, onder kommando van een europeeschen sergeant, over zee naar +Sibulan vertrokken. Ten zes uren in den morgen stijgen wij te paard; de Apó, waarvan de top half door den morgennevel omsluierd +is, verdwijnt weldra geheel uit ons oog, want wij bevinden ons in de dichte bosschen, die zich langs zijn voet uitstrekken +en zijne hellingen bedekken. + +</p> +<p id="d0e773">Ons kleine gezelschap bestaat uit den eerwaarden pater Mateo Grisbert, aan de missie van Davao verbonden, uit de heeren don +Ramon Lon y Al-bareda, tweeden luitenant bij de infanterie, don Ramon Cordero, don José Maria Campo, en don Rafael Martinez. + +<span class="pageno"><a id="d0e775"></a>Bladzijde 210</span></p> +<p id="d0e776">Na een vrij langen rit door het bosch, komen wij weder op het strand; het fijne, vochtige zand is eene uitkomst voor de paarden, +die weldra in vliegenden galop voortstuiven. Omstreeks drie uren in den namiddag komen wij te Binogao, eene groote hut op +het strand van Sibulan, waar wij onze soldaten vinden en den dato Mani, vergezeld van een honderdtal Bagobos te voet en te +paard, allen gewapend met een bolo (kris) en eene lans. Mani beweert, dat hij om ons eer te bewijzen een zoo talrijk gevolg +heeft medegebracht, en wij houden ons maar of wij hem gelooven. Na eene korte rust begeven wij ons op weg; wij keeren der +zee den rug toe en beginnen den berg te beklimmen, daarbij het pad volgende, dat naar de rancheria van Mani voert, waar wij +des avonds ten zeven uren aankomen. + +</p> +<p id="d0e778">Deze rancheria, die zeshonderd-dertien el boven de zee ligt, is zeer groot, en omringd door eenige kleinere hutten en door +eene vrij groote uitgestrektheid bouwland: alles omsloten door het dichte woud. Al deze hutten zijn vrij hoog boven den grond +verheven en rusten op stammen van boomachtige varens; de groote merkwaardigheid van deze rancheria is eene kleine smidse, +voorzien van een aanbeeld, dat door de Infieles en Moros uit den omtrek met naijverige en begeerige blikken wordt aangezien; +in deze smidse worden, ondanks de gebrekkige werktuigen, door de inlanders zeer goede bolos vervaardigd. + +</p> +<p id="d0e780">De vrouwen en de vader van Mani ontvangen ons boven aan de trap of ladder, die toegang geeft tot het adellijk kasteel. De +vader van Mani, een meer dan tachtigjarige blinde grijsaard, houdt zich steeds vast aan zijne laatste vrouw, eene jonge Bagoba +van veertien jaar. + +</p> +<p id="d0e782">Den volgenden morgen blijkt ons escorte van inlandsche lansiers met eenige manschappen verminderd, want de Infieles beginnen +te begrijpen dat zij een gedeelte van onzen voorraad zullen hebben te dragen. Mani, schijnbaar zoo dienstvaardig mogelijk, +stookt onder de hand zijn volk op, dat zij weigeren eenigen last te dragen. Toch is het noodig, dat wij althans eenige mondbehoeften +medenemen. Dit gehaspel veroorzaakt vertraging, zoodat wij eerst tegen den middag vertrekken kunnen. + +</p> +<p id="d0e784">Nadat wij, niet zonder moeite, door eene diepe beek zijn getrokken, komen wij op eene vlakte, die met hooge boomen is begroeid, +welke gaandeweg vervangen worden door groote bosschages van bamboe, waarvan de krachtvolle stengels eene hoogte bereiken van +dertig tot veertig voet. Een tropische plasregen, van hevige windvlagen vergezeld, noodzaakt ons, gedurende eenigen tijd stil +te houden; als wij onzen tocht hervatten, bevinden wij ons weldra aan den rand van een diep ravijn, waarvan de wanden loodrecht +afdalen; zeer tot onze spijt, moeten wij hier van onze paarden afscheid nemen. De soldaten krijgen nog iets meer te dragen, +en wij beginnen langs de steile, boschrijke helling af te dalen, tot wij eindelijk aan den oever komen van de rio Tagulaya, +een breeden en diepen bergstroom, die nu, door de regens gezwollen, met onstuimig geweld door zijne nauwe bedding schiet. + + +</p> +<p id="d0e786">Op zekere hoogte boven de rivier is een enkele bamboestengel van de eene rots naar de andere gespannen; de Bagobos gaan, +met hunne bloote voeten, met het grootste gemak over deze meer dan eenvoudige brug; voor ons heeft dat meer moeite in. Aan +de overzijde stuit de brug tegen een hoogen, gladden rotswand, waarlangs een liane gespannen is; ons aan die liane vastklemmende, +klauteren wij met levensgevaar naar beneden, elk oogenblik dreigende in de bruisende wateren te storten van de Tagulaya, die +dertig voet beneden ons, schuimend en kokend, zich een weg baant over en tusschen puntige rotsen. Het is mij onverklaarbaar, hoe onze soldaten, met hunne wapenen en onze +bagage beladen, zonder ongeval beneden komen. Als wij eindelijk allen op eene smalle landtong zijn aangekomen, slaan wij daar +ons bivouak op, tusschen de eerste boomachtige varens. De plek is wonderschoon; wij brengen daar een kalmen nacht door, in +slaap gewiegd door het harmonisch geruisch der wateren. + +</p> +<p id="d0e791">7 October.—Ten zeven uren des morgens bevinden wij ons midden in de Tagulaya, die met groot gerucht door een bochtig dal stroomt; +de oevers zijn loodrecht; wij zijn dus genoodzaakt de bedding der rivier te houden. Mani verzekert ons, dat wij spoedig een +beteren weg zullen vinden; ik houd mij overtuigd dat de valsche dato, die niet durfde weigeren ons naar den vulkaan te geleiden, +nu met opzet den tocht zoo bezwaarlijk mogelijk maakt, in de hoop ons daardoor af te schrikken. Vijf uren lang worstelen wij +stroomopwaarts, te midden der schuimende wateren, telkens uitglijdende op de gladde rotsen; twaalf malen zijn wij genoodzaakt, +dwars door woedende draaikolken, den ziedenden stroom te doorwaden om eene begaanbare plek te vinden; dikwijls reikt het koude +water ons tot aan de schouders. Overigens is het landschap betooverend schoon: ter wederzijde stijgen tot eene hoogte van +vijftig tot honderd el de donkere rotswanden omhoog, waarlangs kristallen watervallen naar beneden ruischen. Dichte gordijnen +van lianen en orchideeën hangen tot op het water af, en verhullen zoo halverwege den ingang van ruime grotten en spelonken, +die wij gaarne zouden onderzoeken, indien het mogelijk ware, op dezen weg te blijven stilstaan. Boven onze hoofden vormen +de dooreengeweven takken van reusachtige varens en aurentaceën een dicht gewelf, waardoor de zonnestralen met moeite heendringen +en de schoonste spelingen van licht en schaduw tooveren op de snelvlietende schuimende wateren. Onze Bagobos, alleen met een +glanzend broekje gekleed, met de lans in de vuist, overal over de rotsen verspreid, vormen te midden van deze romantische +omgeving, eene fantastische stoffage; waren we niet tot op het gebeente doorweekt, uitgeput van vermoeienis en gekneusd en +gehavend, dan zouden wij kunnen meenen te droomen. + +</p> +<p id="d0e793">Wij verlaten eindelijk de bedding dezer beek, waarvan ik de ellende en de schoonheid niet licht vergeten zal; wij klauteren +langs steile bergwanden omhoog en komen eindelijk, half dood van <span class="pageno"><a id="d0e795"></a>Bladzijde 211</span>vermoeienis, omstreeks den middag, aan eenige hutten, door kleine maisvelden omringd: dat is de rancheria van Tagaydaya, die +aan den dato Bitil behoort, een bondgenoot van Mani. De Bagobos van Tagaydaya hebben nog nooit Europeanen gezien; in den beginne +schijnen zij zeer wantrouwend, maar allengs meer op hun gemak komende, geven zij ons volgaarne de weinige levensmiddelen die +zij missen kunnen. Een mijner muchachos ruilt vijf kippen in tegen eenige glaskoralen, die niet meer dan vijftien centen waard +zijn. + +</p> +<p id="d0e797">Den volgenden morgen was een onzer reisgezellen, waarschijnlijk ten gevolge van de inspanning van den vorigen dag, ongesteld; +een hevige aanval van koorts belet hem, de reis te vervolgen. Ongelukkig laat het zich niet aanzien dat hij spoedig beter +zal zijn; wij kunnen hier niet vertoeven en zijn dus genoodzaakt, den kranke te Tagaydaya achter te laten, met den noodigen +voorraad chinine, onder de hoede van een zijner vrienden en van twee inlandsche soldaten. + +</p> +<p id="d0e799">Den negenden vervolgen wij onzen tocht, en beklimmen den berg Pupuq, die op eene hoogte van omstreeks duizend meters een uitgestrekt +plateau vormt, dat met lianen en struikgewas is bedekt. De temperatuur van den grond wordt merkbaar hooger, en de lucht is +vervuld met zwavelachtige dampen. Aan den voet van de noordelijke helling van den berg Pupuq ontspringt een der bronnen van +de rio Tagulaya. Aan de overzijde van deze beek verandert de vegetatie eensklaps van karakter. De boomen en planten, die tot +dusver den berg bedekken, maken plaats voor een woud van boomvarens, tusschen de tien en twintig ellen hoog; de stammen zijn, +evenals de grond, geheel overdekt met een dichten mantel van mosch en klimop; de vochtigheid is buitengewoon, en overal, op +den grond, op de bladeren, langs de stammen, vloeit en druppelt het water. Omstreeks twee uur in den namiddag begint de helling +minder steil te worden, en betreden wij de bijna uitgedroogde bedding van een bergstroom, die na den regen eene opeenvolging +van bruisende watervallen moet vormen. Gelukkig heeft de beek nu zoo goed als geen water; maar toch kost het geweldige inspanning, +om de reusachtige steenblokken en steile rotsen te beklimmen, die ons telkens den weg versperren. De zwaar beladen soldaten +kunnen bijna niet meer voort; een hunner zinkt, aan den rand van den afgrond, bewusteloos neer, met alle verschijnselen van +dreigende verlamming der longen; met groote moeite sleepen wij hem voort tot aan de plaats, waar wij ons bivouak willen opslaan, +op eene hoogte van 2229 meter. Wij bevinden ons te midden van lage varens, waarvan het water afdruipt; dit is te onaangenamer, +daar gedurende den nacht mijn minimumthermometer tot 8° boven nul daalt. + +</p> +<p id="d0e801">Omtrent den verder te volgen weg kunnen onze Bagobos ons geene inlichtingen meer geven. Wij kunnen den vulkaan zeer duidelijk +zien; de zuidelijke helling van den Apó is naar ons toegekeerd; deze helling is over de geheele hoogte verdeeld door eene +breede spleet, waaruit wolken van damp opstijgen. Voor zoover wij zien kunnen, is de berg van die zijde ongenaakbaar. Wij +besluiten, de bestijging aan de oostzijde te beproeven: en dit besluit werd ons door een goeden genius ingegeven, want alleen +daar is beklimming mogelijk. + +</p> +<p id="d0e803">10 October.—Hoewel wij eene hoogte van 2229 meter hebben bereikt, moeten wij nog een goed eind hooger klimmen; twee uren lang +gaat de tocht met zeer veel moeite bergopwaarts. De boomvarens zijn op eene hoogte van 1900 meter verdwenen; wij bevinden +ons thans in een dicht bosch van lage varens, wier knoestige, dooreengevlochten, over den grond kruipende stammen en takken +een soort van veerkrachtig bed vormen, waarop men niet kan voortkomen, dan door van den eenen tak op den anderen te springen. +Na tallooze malen gestruikeld en gevallen te zijn, komen wij, uitgeput van vermoeienis, op eene hoogte waar de schrale en +armelijke plantengroei geen beletsel meer is (2370 meter). Hier begint de bestijging van den eigenlijken vulkaan: de bodem +bestaat voor een goed deel uit steenen en asch, meestal met een laag zwavel van een tot twee duim dikte. In de spleten der +rotsen vinden wij uitmuntend water, dat ons heerlijk te stade komt. + +</p> +<p id="d0e805">Tegen tien uren bevinden wij ons aan den rand van de groote zuidelijke spleet, die wij gisteren uit de verte hebben gezien; +hare breedte bedraagt ongeveer vijftig el; de loodrechte wanden hebben eene hoogte van tusschen de twintig en zestig meter. +Uit die wanden stijgen, met een schel gefluit, zwavelzure dampen omhoog, wier helder witte kleur scherp afsteekt bij het vuile +geel van de dikke zwavellaag, die de gansche spleet bedekt. De grond wordt brandend heet: weldra houdt bijna alle spoor van +plantengroei op; slechts enkele jeneverstruiken verheffen zich nog hier en daar tusschen de asch. De Bagobos staan aarzelend +stil. Ziende dat wij vast besloten zijn, voort te gaan, verzekert een oude slaaf, die tevens het beroep van toovenaar uitoefent, +zijn makkers, dat zij ons zonder vrees kunnen volgen; hij heeft den god Mandarangan uit den krater zien opstijgen en in de +wolken verdwijnen; aanstonds wordt zijne getuigenis bevestigd door verschillende Bagobos, die verklaren hetzelfde gezien +te hebben. + +</p> +<p id="d0e807">Om twaalf uren komen wij aan den voet van den krater, in eene kleine vallei, waarvan de noordelijke rand, veel minder hoog +dan de zuidelijke, van Davao gezien, de top van den berg schijnt te zijn. Op hetzelfde oogenblik, nog eer ik eenige waarneming +had kunnen doen, worden wij omhuld door dichte wolken. Wij besluiten niettemin, de bestijging ten einde toe te volbrengen. +Ondanks de buitengewoon steile helling van den buitenrand van den krater, bereiken wij zonder al de groote inspanning den +top, dank zij vooral de eigenaardige ligging der blokken puimsteen, die bijna overal eene natuurlijke trap vormen. Juist +als wij het einddoel van onzen tocht bereiken, worden de wolken die ons omhullen nog dichter, en worden wij onaangenaam verrast +door een fijnen, doordringenden regen. Het is mij ter nauwernood mogelijk, het inwendige van den krater, die ongeveer vijfhonderd +<span class="pageno"><a id="d0e809"></a>Bladzijde 212</span>el in doorsnede heeft, te onderscheiden; ook aan de binnenzijde groeien nog dwergachtige jeneverstruiken. De bodem is onzichtbaar +door de voortdurend opstijgende rook- en dampwolken. Tot overmaat van ramp, is Marcello, mijn getrouwe muchacho, die de instrumenten +draagt en tot hiertoe mij trouw is bijgebleven, ongeveer honderd el lager eensklaps blijven stilstaan, hetzij door uitputting, +hetzij ten gevolge van duizeligheid; maar toch kan de hieruit voortvloeiende vergissing in do hoogte-berekening slechts zeer +gering zijn. Volgens mijne waarneming bedraagt de hoogte van den berg 3185 meter. De honderdgradige thermometer teekent vijftien +graden onder nul. + +</p> +<p id="d0e811">Wij aanvaarden zoo haastig mogelijk den terugtocht, uit vrees voor slecht weer. Tot op eene hoogte van 2400 meter afgedaald, +worden wij verrast door een prachtig schouwspel. Achter ons verrijst de geheel van wolken bevrijde krater, als een reusachtige, +afgebrokkelde muur, en teekent tegen den blauwen hemel de onregelmatige lijn van zijn getanden top; rondom strekt zich een +onmetelijk tapijt van zwavel uit, waarvan de omtrekken zich verliezen in de violette tinten van de lichtende wolk, die langzaam +onder onze voeten voortglijdt. Over dien zwevenden wolkensluier heen, overziet de blik een prachtig panorama: de dichte wouden, +die de hellingen van den Apó bedekken, en verder de blauwe wateren van de golf, waarin de landpunten van Dumalac en Malalac, +en de eilanden Samal en Talikoed als donkergroene massaas uitkomen tegen het lichtend blauw der zee. + +</p> +<p id="d0e813">Het was ons niet lang vergund, van dit wonderschoone tafreel te genieten; nauwelijks zijn wij weer in de streek der lage varens +aangekomen, of een geweldige regenvloed verblindt en verstijft ons van koude; in den woesten storm verlies ik de meeste planten, +die ik boven op den kegel geplukt had. Onder een stroomenden zondvloed komen wij aan ons ellendig bivouak van gisteren, waar +wij den nacht doorbrengen op een leger van haastig dooreengevlochten knoestige takken. + +</p> +<p id="d0e815">11 October.—Toen de dag aanbrak, waren wij bijna verstijfd, maar een goed vuur en eenige koppen koffie helpen ons weer op +de been. Wij overnachten in de rancheria van Bitil, waar wij het genoegen hebben onzen vriend aan te treffen, die geheel van +zijne koorts genezen is. + +</p> +<p id="d0e817">Den volgenden dag kwamen wij aan de rio Tagulaya, die ons bij de beklimming zoo veel moeite heeft veroorzaakt. Mani heeft +nu geen enkele reden meer om ons aan de waterproef te onderwerpen: hij brengt ons dan ook langs een zeer bruikbaar pad, dat +over de hoogten aan den linkeroever van de beek loopt. Op de vraag, waarom hij ons de eerste maal dien weg niet had gewezen, +antwoordde hij, dat hij meende dat wij haast hadden en dat de weg door de beek de naaste was. Wij stelden ons met dat antwoord +tevreden; wij hadden ons doel bereikt, en tot onze groote verrassing en blijdschap vonden wij ook onze paarden terug, die +wij niet meer hadden gehoopt weer te zien. Om drie uren in den namiddag komen wij aan de rancheria van Mani, waar wij de treurige +tijding vernemen van het overlijden van eene zijner vrouwen, die den vorigen dag bezweken was. Dit is een ongelukkig geval, +want er is alle reden om te vreezen, dat de Bagobos den dood van deze vrouw zullen beschouwen als een teeken van den toorn +van Mandarangan over het beklimmen van den hem gewijden berg; en dat zij, als naar gewoonte, zullen trachten, den toorn van +den god door menschenoffers te bezweren. De kommandant Rajal neemt Mani ter zijde en brengt hem met den meesten nadruk onder +het oog, dat zoo iets niet geduld zal worden. De dato zweert bij de nagedachtenis zijner moeder, dat hij geen bloed zal vergieten; +en naar ik later vernomen heb, heeft hij eerlijk zijn woord gehouden. + +</p> +<p id="d0e819"></p> +<div id="d0e820" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-212.jpg" alt="Mijn muchacho Lorenzo."></p> +<p class="figureHead">Mijn muchacho Lorenzo.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e824">13 October.—In den loop van den morgen zijn wij weder te Davao, waar men met niet weinig verbazing het welslagen verneemt +van onze expeditie, waarvan de inlanders en de Bisayas eenstemmig verklaard hadden, dat zij noodwendig mislukken moest. Wij +zijn wel een weinig vermoeid, maar zeer voldaan. Ik voor mij heb, ondanks enkele vermoeienissen en ontberingen, die trouwens +van zulk een tocht onafscheidelijk zijn, de aangenaamste herinnering behouden aan dit uitstapje, dat door de welwillendheid, +de vriendelijkheid en het onverstoorbaar goede humeur mijner spaansche gastheeren voor mij een waar genot is geweest. + + +</p><a id="d0e826"></a><h1>Dwars door Mindanao.</h1> +<p id="d0e829">Mijn voornemen is, het eiland Mindanao van het zuiden naar het noorden te doorreizen, en den bergrug over te trekken, die +het noordelijk van het zuidelijk gedeelte des eilands scheidt. Aan de baai van Butuan gekomen, zal ik het schiereiland <span class="pageno"><a id="d0e831"></a>Bladzijde 214</span>Surigao omvaren, en de kust van den Stillen-oceaan volgende, langs kaap Sint-Augustijn naar Davao terugkeeren. + +</p> +<p id="d0e833"></p> +<div id="d0e834" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-213.jpg" alt="De rivier van Davao."></p> +<p class="figureHead">De rivier van Davao.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e838">Deze tocht is verre van gemakkelijk; de eerwaarde paters Juan Heras en José Minoves, de eenigen die, in omgekeerde richting, +deze reis hebben gemaakt, deelen mij met de grootste bereidwilligheid alle inlichtingen mede, die zij geven kunnen, en wijzen +mij tevens op de meer dan waarschijnlijke moeilijkheden en bezwaren: het saizoen is ook niet gunstig. De zuidwest-moesson +is in geheel den omtrek van de golf van Davao nog niet voorbij; verderop zal ik den noordoost-moesson in volle kracht aantreffen; +overvloedige regens zijn dus te wachten. Maar ik kan geen zes maanden wachten op de verandering van moesson, die langs de +kust van den Stillen-oceaan eerst in Mei invalt. + +</p> +<p id="d0e840">In den namiddag van den vierden November vertrok ik aan boord van eene groote en stevige banca, mij door don Basilio welwillend +afgestaan. Ik heb mij van de noodige instrumenten en levensmiddelen voorzien, en behalve mijne twee gewone muchachos, Marcello +en Lorenzo, nog twee anderen gehuurd: Florès, gewezen matroos van het eskader der Philippijnen, bepaaldelijk met de zorg voor de wapenen belast; en Francisco, cuadrillero van Davao, aan wien de gouverneur welwillend +verlof heeft verleend. Al deze muchachos zijn inlanders en behooren tot den stam der Bisayas. Eindelijk heb ik—wel is waar, +bij gebrek van beter,—als gids en tolk een gewezen koopman aangenomen, die beweert meermalen in aanraking te zijn geweest +met de Mandayas en hunne taal te verstaan. + +</p> +<p id="d0e845">In den morgen van den zesden November voer ik, bij laag water, de rio Tagum binnen, maar moest weldra, door de hevigheid van +den stroom, mijn vaartuig vastleggen. Bij wassend water, omstreeks twee uur in den namiddag, kon ik de vaart hervatten. De +Tagum, die hier door een laag alluviaal terrein vloeit, beschrijft een tal van kronkelingen, die op geene enkele kaart zijn +aangewezen; de aanvankelijk zeer lage, dicht begroeide oevers worden wat hooger bij Bincungan, eene vrij belangrijke rancheria +van Moros, waar ik tegen zes uren in den avond aankom. Hier werd, eenige jaren geleden, de ongelukkige don José Pinzon, gouverneur +van Davao, met een deel van zijn escorte, overvallen en vermoord. De bewoners ontvangen mij wel niet vriendelijk, maar durven +niet verder gaan, want zij zijn voor hun vroeger verraad geducht gestraft. + +</p> +<p id="d0e847">Daar de Tagum steeds bochtiger en ondieper wordt, raakt mijne banca telkens aan den grond en kom ik niet dan uiterst langzaam +vooruit. Eerst tegen zes uren in den avond van den zevenden kwam ik te Babao, het eerste dorp der Mandayas, waarvan de inwoners +de vlucht namen, toen zij mij aan land zagen stappen. Door den vrij belangrijken diepgang van mijne boot kan ik haar niet +meer gebruiken; ik zend haar dus met de bemanning naar Davao terug, en moet nu trachten, van de Mandayas lichte prauwen en +roeiers te bekomen. Mijn tolk wordt, behoorlijk van geschenken voorzien, het bosch ingezonden om de gevluchte dorpelingen +op te sporen; hij brengt er slechts enkelen mede; maar wat ik reeds vroeger vreesde, blijkt nu de waarheid te zijn: de kerel +is het mandaya volstrekt niet meester. Gelukkig heeft dit dialekt veel overeenkomst met het bisaya; na een langdurig gesprek, +dat van dezen of dien kant herhaaldelijk door gevraagde inlichtingen en verdere bijzonderheden werd afgebroken, werden wij +het eindelijk eens. Morgen krijg ik drie lichte vaartuigen, die tegen den oever vastgemeerd liggen, en zes roeiers, die de +prauwen moeten terugbrengen, zoodra de rivier ophoudt bevaarbaar te zijn. + +</p> +<p id="d0e849">Als ik den volgenden morgen vertrekken wil, zijn er geen roeiers te vinden: al de mannen zijn opnieuw in de bosschen gevlucht; +de vrouwen, die in de hutten zijn achtergebleven, zien mij met verbaasde domme gezichten aan, zonder dat het mogelijk is, +haar een enkel woord te ontlokken. Terwijl mijne muchachos de vluchtelingen opsporen, houd ik mij met sterrekundige waarnemingen +bezig. De Mandayas zijn nergens te vinden: maar de drie toegezegde booten liggen nog altijd aan den oever gemeerd. Al mijne +bagage is in die drie prauwen gepakt; ik zend de banca van don Basilio naar Davao terug, en ga op weg met mijne vier muchachos +en mijn zoogenaamden tolk. + +</p> +<p id="d0e851">Een mijl boven Babao neemt de Tagum eene andere rivier op, de Sahug genaamd. Na eenige aarzeling, tengevolge van tegenstrijdige +inlichtingen, besluit ik den Sahug op te varen; omtreeks vier uren in de namiddag kwam ik te Mapawa, een vrij talrijk bevolkt +dorp der Mandayas. De bewoners houden zich aanvankelijk op een afstand, maar zonder eenige vijandelijke houding aan te nemen; +mijne muchachos mengen zich onder hen, waardoor allengs meer toenadering komt. Een flesch wijn, eenige halskettingen en dergelijke +kleinigheden maken dat wij welhaast goede vrienden zijn. Na zonsondergang weerklinkt uit alle hutten gelach en gezang; nadat +het weer stil geworden is, heft een oude waarzegger eene lange litanie, een soort van bezweringsformulier, aan; naar het schijnt +is zijn lied tot de maan gericht, wier stralen de tusschen de bananen verstrooide hutten tooverachtig schoon verlichten. + +</p> +<p id="d0e853">Den volgenden dag in den namiddag kwam ik te Kalibuhassan, een vrij belangrijk dorp, op een hoog voorgebergte gelegen, dat +door een smalle landtong met den oever verbonden is. De hutten zijn op palen en boomstammen gebouwd, en tusschen de twaalf +en vijftien el boven den grond verheven; het dak van bamboestengels is zeer laag en prijkt aan de beide uiteinde met een zwaren +haarbos, die de booze geesten moet afweren. De hutten zijn omringd door eene hooge palissade van scherp gepunte palen; aan +de binnen- en aan de buitenzijde van die palissade zijn diepe kuilen of gaten aangebracht, die onder takken, bladeren en aarde +zijn verborgen en van binnen bezet met scherpe bamboestengels. Aan den oever ziet men een soort van houten vork, waaraan een +plankje bevestigd is, op hetwelk bananen en rijst worden nedergelegd, als een offer aan Limbucum, de heilige tortelduif, die +voor al de bewoners van het <span class="pageno"><a id="d0e855"></a>Bladzijde 215</span>eiland Mindanao, naar het schijnt, een voorwerp van vereering is. Als altijd, verwekt mijne komst eenige opschudding; maar +met hehulp van eenige geschenken wordt de rust spoedig hersteld, en terwijl ik mij baad, zie ik dat de inboorlingen mij gadeslaan, +zooals ik naderhand van mijne muchachos hoorde, om zich te overtuigen of de blanke man op zijn lichaam even haarig was als +op zijn gelaat. + +</p> +<p id="d0e857">Ik geef eenige halskettingen aan de kinderen, die in het slijk langs den oever rollen; daarop nadert een bloedverwant van +het afwezige dorpshoofd tot mij, zeggende: “Ik zie wel dat gij een <i>lumun</i> (broeder) zijt; kom in mijne woning en slaap in vrede!” + +</p> +<p id="d0e862">Saamgebonden bamboestengels, waarin gaten gesneden zijn, vormen een soort van ladder, waarmede men naar de hut klimt. Dadelijk +na zonsondergang wordt die ladder weggenomen. De hut heeft deur noch venster; zij ontvangt haar lucht en licht door eene vrij +smalle opening tusschen de wanden en het dak: welke opening tevens met het oog op de verdediging is aangebracht. De planken, +waaruit de wanden bestaan, zijn voorzien van schietgaten, geheel overeenkomende met die van onze oude middeleeuwsche kasteelen. +De rook moet maar zelf een goed heenkomen zoeken. Er zijn geene andere meubelen dan eenige matten, een spinnewiel en een hoogst +eenvoudig weefgetouw; daarentegen een overvloed van wapenen, bogen en pijlen, dolken, lansen en ijzeren krissen, een volledig +arsenaal. + +</p> +<p id="d0e864">Het dorp Kalibuhassan bestaat uit vijf hutten: een getal grooter dan ik nog ergens aangetroffen had. Maar zulk eene hut heeft +eene zeer talrijke bevolking. Deze opeenhooping van menschen in hetzelfde lokaal geschiedt niet alleen omdat de bouw van zulk +eene woning, op eene hoogte van tien, vijftien, ja zelfs twintig el boven den grond, een zeer zwaar en moeielijk werk is; +maar vooral ook opdat de bewoners steeds in genoegzamen getale zouden zijn om een vijandelijken aanval af te slaan. Men is +namelijk in deze hutten nooit zeker, dat men den volgenden dag zal aanschouwen. Midden in den nacht zal het bamboezen dak +misschien eensklaps in brand worden gestoken door vuurpijlen; en de aanvallers, zich dekkende met hunne schilden, zullen +trachten met hunne bolos de boomstammen of palen om te kappen, waarop de hut rust. In zulke gevallen is de aanvallende partij +bijna altijd overwinnaar: want de schoten en slagen van de verdedigers missen in het donker vaak hun doel, en wanneer de hut +in brand vliegt of instort, worden zij onder het puin begraven en kunnen zich niet meer verdedigen. De Mandayas moorden om +te rooven, maar ook wel, zonder uitzicht op voordeel, louter om de eer; zij hebben in hunne taal een bijzonder woord, <i>bagani</i>, waarmede iemand wordt aangeduid, die zestig hoofden heeft afgehouwen. Deze baganis zijn de eenigen, die—mits de wettigheid +van hunne aanspraken in de vergadering van den stam bewezen zij,—het recht hebben, een soort van scharlaken rooden tulband +te dragen. En al de datos zijn baganis. Deze woeste, barbaarsche zeden, vrij wel overeenkomende met die van de Dayaks op Borneo +en van vele andere stammen in de binnenlanden der eilanden van den Maleischen archipel, geven eene voldoende verklaring van +de ontvolking dezer streek, van de ellende der bewoners en ook van hun onverzoenlijken afkeer om zich bij mijne equipage te +voegen. Iedere Mandaya die zijn dorp verlaat, loopt groot gevaar, vermoord of tot slaaf gemaakt te worden. + +</p> +<p id="d0e869">Die ruwheid van zeden heerscht trouwens overal in het binnenland van Mindanao, en de Mandayas leven niet ellendiger dan hunne +naburen. Integendeel gelden zij voor de oudste en aanzienlijkste bewoners van het eiland: zij vormen eene soort van aristokratie, +en de Manobas, de machtigste en geduchtste stam onder al de eilanders, dragen er roem op, als zij, hetzij door roof, hetzij +door huwelijk, mandaya-vrouwen kunnen krijgen. Maar wanneer niet binnen kort het gezag der spaansche regeering tusschenbeiden +komt, zullen de Mandayas geheel uitgeroeid worden; niet alleen worden zij onophoudelijk door al hunne buren bestookt, maar +ook onder elkander voeren zij een waren verdelgingsoorlog. + +</p> +<p id="d0e871">Dagen lang volgde ik, in noordelijke richting, den loop van de Sahug, hoewel de vaart op die rivier, tengevolge van de tallooze +kronkelingen, de toenemende ondiepte, en vooral van den snellen stroom en de vele watervallen en stroomversmallingen, steeds +moeilijker werd. Daarbij hadden wij telkens met geweldige regens te kampen, en werd het bijna onmogelijk, manschappen te vinden, +die mij bij het roeien behulpzaam wilden zijn en den ondragelijk zwaren arbeid van mijne weinig talrijke equipage wilden +helpen verlichten. Eindelijk werd de vaart op de rivier, die nu inderdaad niet anders dan een onstuimige bergstroom was, ten +eenemale onmogelijk; mijne deerlijk gehavende prauwen waren niet langer bruikbaar. Husip, een der voornaamste datos, wien +ik door eenige geschenken gunstig mocht stemmen, bezorgde mij nu de noodige dragers, die mij naar de rivier de Agusan brachten, +waar ik mij opnieuw inscheepte; den 16 December kwam ik te Surigao, de hoofdplaats der provincie van gelijken naam. + +</p> +<p id="d0e873">Ik word te Surigao allerhartelijkst ontvangen door den gouverneur, den kolonel don Alberto Raccaj y Milagro, en door den eerwaarden +pater Ramon Luengo, overste der missie, een geestelijke, evenzeer uitmuntende door zijne uitgebreide degelijke wetenschap, +als door zijn voortreffelijk humeur en karakter. Evenals alle zendelingen, die ik tot dusver heb ontmoet en die ik nog verder +op Mindanao zal leeren kennen, behoort ook pater Luengo tot de Sociëteit van Jezus, die voor de uitbreiding van het Evangelie +en de bekeering der heidensche volken zoo ontzaglijk veel gedaan heeft en nog steeds voortgaat te doen. Bij mijn herhaald +verblijf te Surigao, logeer ik steeds bij den eerwaardigen geestelijke of bij don Carlos Herrera, een spaansch koopman; bij +beiden vind ik hetzelfde hartelijke onthaal, beiden beijveren zich om mij op alle mogelijke wijze van dienst te zijn. +<span class="pageno"><a id="d0e875"></a>Bladzijde 216</span></p> +<p id="d0e876"></p> +<div id="d0e877" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-216.jpg" alt="De vulkaan Apó. (Blz. 211.)"></p> +<p class="figureHead">De vulkaan Apó. (Blz. 211.)</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e881">Den 20<sup>sten</sup> December vertrok ik van Surigao, om een bezoek te brengen aan het meer Maïnit, in het midden van het schiereiland gelegen. +Na dit meer te zijn overgestoken, zak ik de rio Tubay af, waardoor zich de wateren van het meer ontlasten, en keer langs dien +weg naar de kust terug. In het dorp Tubay aangekomen, voel ik mij zeer onwel; zonder zelf recht te weten wat ik doe, ga ik +in de eerste hut de beste binnen en strek mij in een hoek op den grond uit; ik heb nog ter nauwernood de kracht, om Marcello, +onder bedreiging van do zwaarste straffen, te gelasten, eenige steenen heet te laten maken, om mij daardoor te verwarmen. +Het duurde niet lang of ik verloor mijn bewustzijn; toen ik weer tot mij zelven kwam, werd mijne aandacht getrokken door een +zonderling schouwspel. Bij het schijnsel van eenige bougies, in mijne bagage gevonden, hadden de cuadrilleros van het dorp +en mijne muchachos een feest aangericht; zij zijn hartstochtelijk aan het kaartspelen, omringd door een half dozijn inlandsche +meisjes, die zij ik weet niet van waar gehaald hebben, en die, meer dan half beschonken, de spelers palmwijn laten drinken +uit een leeren kroes, dien zij uit mijn zak moeten hebben gehaald. Denkende dat ik dood of zoo goed als dood was, hebben mijne +manschappen het als hun eerste plicht beschouwd, om eenige piasters, die zij zoo pas verdiend hadden, op deze wijze te verbrassen. +De toorn geeft mij kracht; een rotting grijpende, val ik op de spelers aan, die, verschrikt door mijne onverwachte verschijning, +in overhaasting de vlucht nemen en zich onder luid gejammer de ooren toestoppen, hetgeen bij de Bisayas een teeken is van +den grootsten angst. Uitgeput door deze buitengewone uitspanning, val ik weder in mijn <span class="pageno"><a id="d0e886"></a>Bladzijde 218</span>hoek op den grond, ten prooi aan ijlende koortsen. Den volgenden morgen is de aanval geweken; muchachos en cuadrilleros nemen +de verlegen, bevreesde houding aan van lieden, die eene zeer ernstige tuchtiging verwachten. Ik bepaal mij ook nu tot vreeselijke +bedreigingen, die trouwens even weinig baten als slagen; zoo lang ik in staat ben, de leiding op mij te nemen, kan ik op mijne +manschappen rekenen; ook met gevaar van hun leven, zullen zij zonder aarzelen mijne bevelen gehoorzamen; verlies ik bij ongeluk +mijn bewustzijn, dan zou de herinnering aan de ondergane straf hen niet beletten, toch weer de aandrift van hunne zorgelooze +natuur te volgen: zij zijn groote kinderen en moeten als zoodanig worden behandeld. + +</p> +<p id="d0e888"></p> +<div id="d0e889" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-217.jpg" alt="Mandayas."></p> +<p class="figureHead">Mandayas.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e893">1 Januari 1881.—Het nieuwe jaar begint met een allerhevigsten storm; de koorts en het slechte weer houden mij te Tubay geketend, +terwijl ik in den omtrek zoo veel heb te doen. De <i>capitan</i> van het dorp verstaat een weinig spaansch, maar is in de hoogste mate dom; evenals zijne onderhoorigen, schijnt hij altijd +te droomen en te suffen; niet dan met groote moeite kan ik het zoover brengen, dat hij mij eenige eieren, wat vruchten en +tabak bezorgt. Ik betaal voor alles den tiendubbelen prijs; de capitan behoorde zich dus eenige moeite te geven en mij de +noodige levensmiddelen te verschaffen; maar er is niets aan te doen: al deze <i>Manobos conquistados</i> zijn behebt met eene ongeneeslijke traagheid. + +</p> +<p id="d0e901">3 Januari.—De wind is gaan liggen; ik kan mij inschepen om naar Surigao terug te keeren; den volgenden dag stap ik daar aan +wal, om mij aanstonds naar bed te begeven, want de koorts heeft mij op nieuw aangetast; maar ik bevind mij nu bij pater Luengo, +in eene goede, geheel nieuwe pastorie, waar het mij aan niets ontbreekt; ik kan niet dankbaar genoeg de oplettendheid en de +teedere zorg roemen van mijn gastheer, van zijn vicaris, den eerwaarden pater Ramon Micart, en van hun helper, den heer don +José Ubach. Deze geestelijken, die voor zich zelven geene ontberingen ontzien en met het minste tevreden zijn, weten mij de +uitgezochtste spijzen te bezorgen, passende voor mijne zwakke maag. + +</p> +<p id="d0e903">Weldra ben ik dan ook weder op de been, en maak mij gereed om naar Davao terug te keeren, mijn weg nemende langs de oostkust +van Mindanao. Uit een geografisch oogpunt is deze weg verreweg de belangrijkste. Men zegt mij wel, dat zulk een tocht in dit +jaargetijde tot de onmogelijkheden behoort; maar ik kan het altijd beproeven en, als het moet, op mijne schreden terugkeeren. +Ik maak dus de noodige toebereidselen en vind, als steeds, bij alle Spanjaarden die te Surigao gevestigd zijn, de hartelijkste +medewerking. Door tusschenkomst van den gouverneur, gelukt het mij de beste boot te huren, die er in den omtrek te krijgen +is, bemand met vijf flinke matrozen uit den stam der Bisayas; bovendien voorziet de gouverneur mij van aanbevelingsbrieven +voor al de <i>capitanes</i> of <i>gobernadorcillos</i> in zijne provincie, waarin hij hun gelast, mij onverwijld van alles te voorzien, wat ik mocht noodig hebben. + +</p> +<p id="d0e911">Ik verlaat Surigao in den morgen van den 11<sup>den</sup> Januari, en neem eene aangename, dankbare herinnering mede aan de weinige dagen, die ik daar heb doorgebracht. + + +</p><a id="d0e916"></a><h1>De oostkust van Mindanao.</h1> +<p id="d0e919">Dien eigen avond, omstreeks tien uren, wierpen wij het anker uit in eene kreek, voor het dorpje Placer. Ik zend mijne lieden +naar den wal om daar te overnachten en houd alleen twee muchachos bij mij. + +</p> +<p id="d0e921">Toen ik den volgenden morgen wakker werd, bevond ik mij op eenige kabellengten van de kust en geheel alleen aan boord; gedurende +den nacht hebben de muchachos zich uit de voeten gemaakt en is de banca losgeraakt. Mijne muchachos waren van Surigao vertrokken +zonder een penning op zak, maar de matrozen hadden nog wat geld, en overeenkomstig het gebruik bij de Bisayas, hebben allen +te zamen dit geld verdronken. Gelukkig drijft de wind mij naar de kust; ik hijsch het zeil; na verloop van korten tijd is +mijn personeel weer kompleet en kunnen wij weder vertrekken. + +</p> +<p id="d0e923">Ten zuiden van Placer is de kust zeer onvolkomen door eilanden gedekt; de wind wakkert aan, en de zee gaat hoog; ten elf uren +zijn mijne roeiers uitgeput. Ik acht mij gelukkig dat wij onder den wal van het eilandje Cabgan, eene halve mijl ten zuiden +van Gigaquit, kunnen ankeren. + +</p> +<p id="d0e925">Wij krijgen nu de zoogenaamde <i>colla</i>—dat wil zeggen, onophoudelijke regenbuien vergezeld van hevige windvlagen;—zij duurt twee dagen achtereen; aan de windzijde +kan men zich, op het strand van het eilandje, niet dan met moeite op de been houden. Den veertienden begint de wind wat te +bedaren; intusschen kom ik tot de onaangename ontdekking dat mijne bemanning viermaal meer levensmiddelen heeft verbruikt +dan waarop gerekend was, en dat zij het overige hebben laten bederven. Wij moeten naar Gigaquit gaan om nieuwen voorraad op +te doen. Ondanks de onstuimige zee, gaan mijne manschappen, zonder een woord te zeggen, aan boord. Ik laat koers zetten naar +den mond van de kleine rio van Gigaquit, ten zuidwesten van Cabgan; de hevige noordoosten wind, die bijna tot storm is aangewakkerd, +drijft ons met vliegende snelheid door het met ondiepten en banken bezaaide water naar de kust; op eenigen afstand van de +rio worden de golven grooter en langer, maar de banca glijdt nog zonder moeite over hare oppervlakte. Mijne roeiers kennende, +kom ik op den gelukkigen inval, de zeilen te doen hijschen. Het water neemt eene aschgrauwe kleur aan; de golven worden al +breeder en steiler: wij bevinden ons op de baar. Eene reusachtige golf stort zich op de banca, tilt haar als eene voer omhoog +en vloeit dan onder haar weg; de banca drijft nu op een volkomen kalm en effen water, grijsgeel van kleur. Maar verre, verre +achter ons verheft zich op die grauwe oppervlakte eene reusachtige golf, loodrecht als een muur en met een <span class="pageno"><a id="d0e930"></a>Bladzijde 219</span>breeden rand van schuim gekroond; zij nadert in vliegende vaart, aanrollende met onwederstaanbaar geweld: onder dien loodkleurigen +hemel, bij dien huilenden wind, een bode des verderfs.... Na verloop van eenige sekonden heeft zij ons bereikt; de banca verdwijnt +in wolken van warrelend schuim; het woest geklater en gekraak overstemt het geschreeuw mijner equipage. De banca is vol water; +dat zij boven drijft, is uitsluitend aan den uitlegger te danken;—maar wij zijn een eind vooruitgekomen,—en mijne manschappen +hebben den tijd, althans gedeeltelijk het water uit te hoozen, eer eene nieuwe golf komt; dit tooneel herhaalt zich acht- +of tienmaal: een laatste golf werpt ons in de rio van Gigaquit. + +</p> +<p id="d0e932">Mijne verschillende instrumenten drijven intusschen, beschadigd en in hopelooze wanorde, op den bodem van de banca; in drift +ontstoken grijp ik den stuurman bij de keel: “Zeg mij, ellendige <i>tulisan</i> (roover), hoe durft gij als stuurman dienst te doen, daar ge dit vaarwater niet kent? + +</p> +<p id="d0e937">—<i>Dispense Usted</i>, Señor (Met uw verlof, Mijnheer), ik ken de kust zeer goed. + +</p> +<p id="d0e944">—Waarom hebt gij mij dan niet vooruit gewaarschuwd? + +</p> +<p id="d0e946">—<i>Dispense Usted</i>, Señor, gij zaagt er bij ons vertrek zoo toornig uit, dat ik geene opmerking durfde maken.” + +</p> +<p id="d0e953">Aan den oever van de rio staat de pastorie van Gigaquit; juist toen ik er binnen wilde gaan, nadert een Europeaan, even druipnat +als ik, van den anderen kant: dat is pater Puntas. Met onze doorweekte, vast aan het lijf klevende kleederen, zien wij er +zoo wonderlijk uit, dat wij ons niet weerhouden kunnen, in lachen uit te barsten. Pater Estevan Yepes, missionaris van Grigaquit, +komt naar buiten, en ontvangt mij, als trouwens al zijne achtenswaardige collega's, met de meeste voorkomendheid. De pastorie +is ruim; het zinken dak is tegen den regen bestand; weldra kan ik mijne kleederen, mijne gereedschappen en instrumenten en +ook mijn persoon bij een goed vuur drogen. + +</p> +<p id="d0e955">16 Januari.—Het weer wordt steeds slechter; het is onmogelijk zee te kiezen; geweldige branding en onophoudelijke stormvlagen +houden ons gevangen; en naar het schijnt, is dit het normale weer in dezen tijd des jaars tot April of Mei! Toch moet ik eene +laatste poging wagen, om mijn tocht naar het zuiden te vervolgen. + +</p> +<p id="d0e957">Van een vluchtige beterschap gebruik makende, steken wij, bij eb, van Gigaquit in zee en komen zonder ongeval over de baar. +Nu zetten wij koers naar de landpunt Tugas; maar ondanks alle inspanning van de equipage, bijgestaan door de muchachos, komen +wij niet vooruit. Deze prauwen, door sommige reizigers zoo geprezen, zijn metterdaad ellendige vaartuigen; de uitleggers belemmeren +hun gang; de vorm van de kiel belet het aanbrengen van een deugdelijk roer, in welk gemis zeer onvolkomen wordt voorzien door +een korten wrikriem; en bij eene sterke branding zijn zij niet meer te vertrouwen, zoodra men niet meer voor den wind stuurt. +Bij de slingerende bewegingen stoot de uitlegger te loefwaart met kracht tegen de golven, die de banca hebben opgetild, zoodat +de rottingbanden, waarmede hij aan de dwarshouten verbonden is, beginnen los te laten. Dit is ook nu het geval: Francisco, +die den uitlegger aan bakboordzijde moet gaan vastbinden, wordt door eene golf medegesleept en verdwijnt in de diepte. Gelukkig +konden wij hem weer opvisschen, toen hij, tien vademen verder, weder boven kwam. + +</p> +<p id="d0e959">Na dit ongeval was mijn besluit genomen. Ik geef mijn voornemen om over zee naar Bislig te gaan op; ik zal daar spoediger +komen wanneer ik over land naar Bunauan ga; daar gekomen, zal ik het gebergte overtrekken, dat zich tusschen het meer Linao +en den Stillen-oceaan verheft. Ik zet dus weer koers naar Placer, dat wij niet zonder moeite bereiken; de wind, die eerst +gunstig was, wordt te sterk en de zee is onstuimig; de wind loopt plotseling naar het noorden en scheurt het groote zeil aan +flarden; mijne manschappen weten niet meer wat hun te doen staat. Op dat oogenblik vliegt eene ontredderde banca pijlsnel +langs ons heen en wordt op de kust van Placer tot splinters geslagen, eer ik haar een touw heb kunnen toewerpen. Gelukkig +kan de bemanning den vasten wal bereiken. Eindelijk komen wij, des avonds ten zeven uren, te Taganaan, waar ik weldra, in +gezelschap van pater Jaime Plana en broeder don Pablo Aguilar, de vermoeienissen van dezen dag vergeet. + +</p> +<p id="d0e961">Den negentienden Januari kwamen wij te Butuan, Ik vaar de Agusan op: hetgeen ten gevolge van den sterken was der rivier zeer +langzaam gaat; de nieuwe dorpen van de Manobos conquistados hebben zeer veel te lijden gehad van de overstroomingen. Op mijn +herhaald verzoek om levensmiddelen, heeft de capitan van Guadelupe geen ander antwoord dan dit: “Ik sterf van honger”. Alle +plantages zijn verwoest. Te Amparo is er gebrek aan menschen, niet minder dan aan levensmiddelen. De hutten staan ledig; de +inwoners hebben alles medegenomen, levensmiddelen en gereedschappen. Te San-Luis verneem ik, tot mijne verbazing, dat ik zelf +de oorzaak ben van deze vlucht der inlanders. Toen ik op mijne heenreis de Agusan afzakte, heb ik eenige Manobos, van wie +men mij verzekerde dat zij van het zuiverste bloed waren, gemeten. Deze operatie, waarvan zij niets begrepen, kwam hun in +de hoogste mate verdacht voor; en hun voormalige dato, die het verlies zijner vroegere onafhankelijkheid slecht kon verkroppen, +heeft hen zonder moeite overgehaald, met hem naar de bosschen te vluchten. Ook mijne astronomische waarnemingen hebben het +wantrouwen der oeverbewoners opgewekt, en de Manobos van San-Luis deelen mij openhartig de reden daarvan mede. “Ziet ge, zeiden +zij, dat gaat niet natuurlijk toe; alleen een toovenaar kan met zulk een wonderlijk instrument (zij bedoelen mijn sextant) +naar de zon kijken. Dit instrument is betooverd; daardoor ontdekt gij de ligging der hutten, midden in de dichtste wouden, +achter de bergen verborgen; gij teekent die op, en zult dan met de <span class="pageno"><a id="d0e963"></a>Bladzijde 220</span>Castilas terug komen om al de Infieles in hunne handen over te leveren”. + +</p> +<p id="d0e965">Het doet mij innig leed, aldus zonder mijn weten den arbeid te hebben verstoord van de missionarissen, die mij met zooveel +hartelijkheid hebben ontvangen. Toch is het te verwonderen, dat dergelijke desertiën niet meer voorkomen. De <i>reduccion</i> vernietigt de macht van den dato en laat hem slechts eene enkele vrouw; zijn gezag als capitan of teniente is uit den aard +der zaak onzeker; de <i>sacopes</i> en de slaven kunnen eerst na verloop van tijd de voordeelen en weldaden van het nieuwe regeeringsstelsel leeren waardeeren; +hunne aangeboren zorgeloosheid bekommert zich niet om de onzekerheden en wisselvalligheden aan het wilde leven in de bosschen +verbonden; daarentegen kunnen zij in geenen deele de noodzakelijkheid inzien, om, in strijd met hunne aloude gewoonte, voor +ieder gezin eene afzonderlijke hut te bouwen, benevens eene kapel, een tribunaal en dergelijke inrichtingen; de dato eischte +wel van hen, dat zij hem in den oorlog zouden volgen, maar dat viel geheel in hun smaak, want daarbij was in den regel eenige +buit te behalen. + +</p> +<p id="d0e973">Toch zijn de desertiën doorgaans het gevolg van de knevelarijen der inlandsche inspecteurs of tolken, die in de dorpen der +<i>nuevos conquistados</i> worden aangesteld, om toezicht te houden en hen bekend te maken met de eerste beginselen der beschaving. De Bisayas nemen +die betrekkingen alleen aan, omdat zij hopen daarvan voordeel te trekken door de oneerlijkste praktijken. Spekuleerende op +de zorgeloosheid en ijdelheid der nieuw bekeerden, verkoopen zij hun op krediet kleederen, snuisterijen en allerlei andere +zaken, tegen buitensporig hooge prijzen en voor belangrijke sommen. De <i>reducidos</i>, geen kans ziende ooit hunne schuld af te betalen, maken zich soms uit de voeten; maar de schuldeischer verliest er niet +veel bij: als hij maar iets op afrekening ontvangen heeft, is hij doorgaans reeds meer dan gedekt. + +</p> +<p id="d0e981"></p> +<div id="d0e982" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-221.jpg" alt="Dorp der Mandayas."></p> +<p class="figureHead">Dorp der Mandayas.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e986">Eerst den 27<sup>sten</sup> Januari kom ik te Bunauan, waar ik de banca, die ik te Butuan had gehuurd, verwissel tegen twee prauwen. Ik verlaat nu mijn +vroegeren weg en vaar de Simulao op, die sterk gezwollen en vrij onstuimig is, tot een weinig boven Tudela, een armzalig dorp +van Mandayas, die meer of minder oprechtelijk tot het Christendom zijn overgegaan. De Simulao is tusschen tamelijk hooge oevers +ingesloten, die eenzaam en verlaten zijn. Het regent maar steeds door; en onder dien grauwen hemel, maakt Tudela, in de modder +verzonken, den treurigen indruk van een dorp, dat in puin vergaat nog eer het voltooid is. De inwoners schijnen met verdooving +geslagen; de kinderen zelfs, in de hoeken neergehurkt, met houten sabeltjes spelende, zijn somber en zwijgend bij hun spel. + + +</p> +<p id="d0e991">Ik moet echter noodwendig dragers hebben, om over den berg Bucan te trekken, die mij van Bislig scheidt; daar alle aanbiedingen +en bedreigingen zonder uitwerking blijven, maak ik mij meester van den capitan van Tudela, zeg hem dat hij mijn gevangene +is, dat ik hem zal medenemen en dat hij nimmer de oevers van de Simulao zal wederzien. Eerst toen besloot hij, mij twee lichte +kano's, drie mannen en vier kinderen van vijf tot twaalf jaar te bezorgen. + +</p> +<p id="d0e993">Den laatsten dag der maand kwamen wij, na over den berg Bucan (honderd-dertig el hoog) getrokken te zijn, aan de diepe en +breede rio Bislig. Even als alle andere reeden langs deze kust (alleen de golf van Pujada uitgezonderd), ligt ook die van +Bislig naar het noordoosten open, waardoor zij gedurende den thans heerschenden moesson onbruikbaar is.—Bislig, eene der oudste +nederzettingen van de Bisayas aan de kust van den Stillen-oceaan, wordt tot Surigao gerekend en bestuurd door een bataillonschef. +Ik begeef mij naar het tribunaal, waar ik in mijn armoedige bagage een fatsoenlijk kleedingstuk opzoek, om mijne opwachting +te kunnen maken bij den gouverneur. De kommandant, don Raphael Piquer y Morales, van mijne komst verwittigd, zendt aanstonds +een ploeg cuadrilleros, die al mijne bagage opnemen. Ik volg hen, en eenige minuten daarna stelt de kommandant mij aan zijne +echtgenoote voor, en zegt mij dat ik bij hem ben gelogeerd. “Eene weigering zou u niets baten, voegt hij er aan toe: laat +ons maar dadelijk aan tafel gaan.” + +</p> +<p id="d0e995">Ik breng twee zeer aangename dagen bij mijne gasten door, die alleen met hun dochtertje in dit dorp, toch niet aan verveling +ten prooi zijn en zich bezigheid hebben weten te verschaffen. De heer en mevrouw Piquer dringen er op aan, dat ik langer zal +blijven; maar ik ben uitgeput van vermoeienis en ziek; ik gevoel dat het hoog tijd wordt, mijn tocht door Mindanao ten einde +te brengen, omdat anders de krachten mij zullen gaan begeven. + +</p> +<p id="d0e997">Het weer schijnt tot beterschap te neigen; den tweeden Februari vertrek ik van Bislig in eene groote banca met vijf matrozen, +die ik te danken had aan de vriendelijke tusschenkomst van den kommandant Piquer. Blijft het weer goed, dan zal het mij misschien +mogelijk zijn, ondanks den mousson, de baai van Pujada te bereiken. De ervaring leerde evenwel al spoedig dat dit niet doenlijk +was. Zoodra de wind maar even aanwakkerde, werd de zee zoo woelig en ontstond er zulk eene geweldige branding, dat wij niet +voort konden komen. Na drie dagen tobbens, hadden wij het nog niet verder gebracht dan tot Catel Nuevo; van daar uitzeilende, +werd de zee weder zoo ontstuimig, dat onze banca met mast en al onder de golven verdween. Ik weet wel, dat onze visschers +langs het Kanaal en de Noordzee, in den winter meermalen zulk weer trotseeren, maar hunne vaartuigen bouwen vrij wat beter +zee dan de banca's van Mindanao; bovendien is er, noch uit physiek, noch uit moreel oogpunt, eene vergelijking te maken tusschen +onze visschers en de Bisayas. + +</p> +<p id="d0e999">Ik besluit dus, mijne reis over land, langs de kust, te vervolgen, en zend naar Catel-Viejo om dragers. Catel-Viejo, een oud +pueblo der Bisayas, wordt tegenwoordig door onderworpen en nieuw bekeerde Mandayas bewoond, wier traagheid en zorgeloosheid +niets te wenschen overlaat. Als zij <span class="pageno"><a id="d0e1001"></a>Bladzijde 222</span>zien, dat ik mij in ernst boos maak, loopen zij weg, zoodat wij hen te water en te land moeten najagen. Na bovenmenschelijke +inspanning krijg ik eindelijk vier mannen, benevens twee buffels voor sleden gespannen, waarmede wij, naar het zeggen der +Mandayas, over het zandige strand zeer goed zullen opschieten. + +</p> +<p id="d0e1003">Ondanks den onbarmhartigen regen, die op nieuw bij stroomen neervalt, zou het inderdaad ook goed zijn gegaan, indien de sleden +der Mandayas maar over het zand hadden willen glijden: maar daartoe waren zij niet te bewegen. Wij moeten dus de bagage van +de sleden afnemen en op de buffels overladen, die daartoe van pakzadels worden voorzien, op de plaats zelve van lianen vervaardigd. +Een dezer dieren, wien dit prikkelende zadel waarschijnlijk hindert, zet het eensklaps op een loopen en strooit zijne vracht +over het strand. Zijn verschrikte geleider rent hem na, luid schreeuwende: ”<i>Ayao! ayao!</i>” Het tooneel is zoo dwaas, dat ik mij niet boos kan maken. Het is intusschen onmogelijk verder te gaan, want de duisternis +valt en het strand is met drijfhout bedekt; wij bivouakeeren dus onder den blooten hemel, op een rots, onder onophoudelijkcn +regen, zonder vuur en zonder levensmiddelen. + +</p> +<p id="d0e1008">Den volgenden dag kwamen wij vrij vroegtijdig te San-Juan, wederom een dorp van onlangs onderworpen Mandayas; de capitan verhuurt +mij een paard, een armzalig dier, dat mij, hoe vermagerd ik ook ben, niet dragen kan; bij den eersten kuil, dien wij ontmoeten, +struikelt hij en valt op mij. Ik laat dien rosinant vastbinden aan den staart van een buffel, die hem met moeite voorttrekt. +De regen, die sedert vier-en-twintig uren zonder ophouden valt, wordt een ware zondvloed: het is alsof de geheele Stille-oceaan +zich in damp heeft opgelost om vervolgens weer in waterstroomen op ons neer te dalen. Het steile pad, dat over het voorgebergte +Bagoso loopt, is bezaaid met puntige rotsen en steenen, telkens afgebroken door diepe beken en door breede en diepe poelen. +Ik vraag mij af, hoe onze buffels het wel hier maken moeten, toen eensklaps een dezer dieren, het beste, neervalt en weigert +op te staan; het stervende dier zinkt elk oogenblik dieper in de modder. Twee muchachos loopen zoo hard zij kunnen naar den +naasten pueblo; de hemel geve, dat die niet ver verwijderd zij! Inmiddels laat ik den armen buffel van zijne vracht bevrijden, +en tot mijne groote verbazing komt het dier weer bij; wij trekken hem uit de modder en beladen hem weder, maar slechts met +een deel zijner vracht, want de onophoudelijke regen, die overal doordringt, heeft het gewicht der bagage verdubbeld. Kort +daarop verschijnen een aantal Bisayas van Quinablangan; ik heb het gelukkig getroffen: het dorp lag in de nabijheid en mijne +muchachos hebben er een missionaris ontmoet, die, zonder dat hij mij kende, hen aanstonds terugzond met zooveel manschappen, +als waarover hij op dat oogenblik beschikken kon. De buffels, nu van een deel van hun vracht ontlast, gaan geregeld voort; +wij trekken met spoed door de laatste ravijnen van den berg, en komen tegen vier uren in den namiddag te Quinablangan, waar +ik persoonlijk mijn dank kan brengen aan pater Raimundo Peruga, die ons op zoo uitstekende wijze geholpen heeft. + +</p> +<p id="d0e1010">8 Februari.—Ik heb heden een reisgenoot: pater Peruga gaat, even als ik, naar Dapnan, een door Bisayas bewoond dorp, waar +wij den eerwaarden pater Quirico Moré aantreffen, dien ik reeds de eer heb gehad te Davao te ontmoeten. Dapnan is in geweldige +opschudding: twee dagen geleden hebben de Mandayas een aanval gewaagd op enkele huizen van den pueblo; zij hebben drie der +hunnen verloren, maar hebben zes Bisayas vermoord en verscheidene anderen medegevoerd; het is waar, dat de Bisayas, kort te +voren, op soortgelijke wijze de Mandayas hadden overvallen. Deze veeten zijn onuitroeibaar, en de eene gewelddaad lokt de +andere uit. + +</p> +<p id="d0e1012">Des avonds komen wij te Baganga, een pueblo die door vijftien-honderd zoogenaamde oude Christenen (<i>Christianos viejos</i>) wordt bewoond, voor het meerendeel mestiezen van Mandayas en Bisayas. + +</p> +<p id="d0e1017">Den volgenden morgen neem ik afscheid van de missionarissen, wier levenstaak hen roept om, te midden van allerlei ontberingen +en gevaren, te blijven arbeiden onder de Bisayas en Infieles, ver van de beschaafde maatschappij, waarin ik weldra zal terugkeeren. +In waarheid, hoe meer ik deze mannen in hun bij de wereld vergeten en zoo vaak bespotten en geminachten werkkring leerde kennen, +des te hooger sloeg mijne bewondering voor hun geloof en hunne grenzenlooze toewijding. + +</p> +<p id="d0e1019">Pater More, die twee dagen te Baganga blijft, leent mij zijn paard, dat ik hem op de eerstvolgende pleisterplaats zal terugzenden. +De tocht wordt er, voor mijne dragers en mijne muchachos, niet gemakkelijker op. Het geheele oostelijke gedeelte van Mindanao +is bedekt met eene vrij hooge bergketen, die van het noorden naar het zuiden loopt, maar talrijke vertakkingen naar het oosten +uitzendt, welke meestal in hooge voorgebergten eindigen. Het gevolg hiervan is, dat de kust bestaat uit eene opeenvolging +van baaien en inhammen, door steile hoogten gescheiden, waarover een ter nauwernood gebaand pad loopt, dat door lianen wordt +versperd en telkens door beken en poelen afgebroken. + +</p> +<p id="d0e1021">Ik zal maar niet uitvoerig verhalen, hoe wij van dag tot dag voortsukkelden langs deze noodlottige onherbergzame kust, die +bij elken voetstap den reiziger nieuwe bezwaren in den weg legt. De regen hield maar steeds aan, en meermalen moesten wij +des nachts onder den blooten hemel kampeeren. Daar kwam bij, dat mijne dragers nooit langer dan hoogstens één etmaal bij mij +bleven; telkens moest ik dus, in de ellendige dorpen en gehuchten, die wij ontmoetten, op nieuw moeite doen om plaatsvervangers +te vinden. En had ik eindelijk de noodige manschappen gevonden, dan kostte het niet minder moeite om hun te eten te geven; +het weinige dat zij medebrachten, was in den morgen reeds verteerd; kwam ik 's avonds in een dorp, dan gelukte het mij maar +zelden, er een weinig rijst te koopen; doorgaans moeten wij <span class="pageno"><a id="d0e1023"></a>Bladzijde 223</span>ons tevreden stellen met bananen en wat pataten. In de maanden, die op den rijstoogst volgen, heerscht er echter, in dit gedeelte +van het eiland, minder gebrek aan levensmiddelen. + +</p> +<p id="d0e1025">In den namiddag van den zestienden Februari kwamen wij, met helderen zonneschijn,—wij waren echter zoo uitgeput dat de warmte +ons hinderlijk was,—te Mati, een door Bisayas en onderworpen Moros bewoond dorp aan de baai van Pujada. Deze baai, waarvan +de zuidoostelijke punt uitloopt in een hoog, bij uitnemendheid schilderachtig voorgebergte, vormt een ruime, zeer gunstig +gelegen, uitmuntende haven, die, wanneer eenmaal de beschaving op de oostkust van Mindanao vasten voet zal hebben gewonnen, +van overwegend belang zal zijn en waarschijnlijk eene schitterende toekomst tegemoet zal gaan. De voortreffelijke ankerplaats +is door de landpunt Taucanan geheel gedekt tegen de noorden- en noordoosten winden; de ingang van de baai is zonder eenig +gevaar; enkele kleine eilandjes schijnen daar opzettelijk geplaatst om bakens en vuurtorens te ontvangen. De baai van Pujada +is het aangewezen middelpunt voor de handelsbeweging langs deze kust; maar er zal waarschijnlijk nog wel een groote veertien +dagen verloopen, eer hier van handel sprake kan zijn. + +</p> +<p id="d0e1027">Van Bislig tot hier vond ik de kust woest en verlaten, en menigmalen trokken wij den ganschen dag voort, zonder een spoor +van een menschelijk wezen te ontmoeten, buiten de weinige ellendige dorpen en gehuchten. De dorpjes der nieuw bekeerde Mandayas +zijn ter nauwernood omringd door eenige armoedige velden, met pataten en rijst beplant, en als het ware verloren te midden +van het dichte woud. De nederzettingen van zoogenaamde oude Christenen, <i>Christianos viejos</i>, zijn niet beter; overal is de bevolking even traag, verzonken in lustelooze dofheid en zorgelooze onnadenkendheid. + +</p> +<p id="d0e1032">17 Februari.—Met een kano vaar ik van Mati naar Puerto Balete (ten zuidwesten van de baai van Pujada), waar het terrein zich +uitmuntend zou leenen voor den aanleg van dokken en kaaien. Ik ga daar aan land, om den bergrug over te trekken, die van Surigao +tot kaap Sint-Augustijn evenwijdig met de kust loopt. In haar noordelijk gedeelte heb ik die bergketen reeds in omgekeerde +richting overgetrokken, om van de oevers van de Simulao de zeekust te bereiken. Hier is de overtocht gemakkelijker; na over +een vrij steile kam te zijn geklauterd, die ten noordwesten van Puerto Balete oprijst, heeft men slechts een natuurlijk ravijn +te volgen, dat de bergketen doorsnijdt en aan de oostkust van de golf van Davao uitkomt, te Kuavo, waar twee hutten zijn, +maar geen prauw is te vinden. Een visscher, een <i>moro</i>, die naar zijne rancheria terugkeert, neemt mij met zijne bagage in zijne banca op. Ik zend mijne dragers weg, en mijne muchachos +volgen mij te voet langs het strand. + +</p> +<p id="d0e1037">De visscher gaat niet verder dan Sumlug; de dato van dat gehucht zou, geloof ik, waar het op bedrog en schraapzucht aankomt, +het van iedereen winnen: na eindelooze onderhandelingen bezorgt hij mij eindelijk, tegen een buitensporigen prijs, eene verrotte +banca en twee zieke slaven. + +</p> +<p id="d0e1039">Zoo, bovendien door tegenwind opgehouden en telkens verplicht stil te liggen, sukkelden wij voort langs de kust; hier en daar +op het punt van schipbreuk te lijden. + +</p> +<p id="d0e1041">Den twee-en-twintigsten Februari kwam ik eindelijk te Davao, waar ik het genoegen had, de meeste vrienden terug te vinden, +die ik den tweeden November had verlaten; hun vriendelijk onthaal zou mij de doorgestane vermoeienissen spoedig hebben doen +vergeten, wanneer niet de telkens wederkeerende aanvallen van koorts mij er aan hadden herinnerd. Ik breng hier mijne aanteekeningen +en collecties in orde. Mijne muchachos, die geheel uitgerust en hier goed gevoed zijn, wenschen te vertrekken; de twee, die +ik genoodzaakt ben weg te zenden, om hen niet geheel aan hunne familie te ontrukken, zijn zeer bedroefd; maar eene goede gratificatie +troost hen spoedig. Zulk een zwervend leven in het gevolg van een Europeaan staat den Indianen zeer goed aan; in hun dorp +teruggekeerd, zijn zij onuitputtelijk in het verhalen en verdichten van allerlei avonturen en heldendaden en worden in hun +eigen oogen personages van gewicht. + +</p> +<p id="d0e1043">13 Maart.—Ik neem afscheid van Davao en ga aan boord van de <i>Francisco Reyes</i>, die den 21 het anker uitwerpt in de haven van Manilla. Ik blijf daar eene geheele maand, vergeefs op mijne genezing hopende, +in de gastvrije woning van onzen landgenoot, den heer Louis Génu, wiens hartelijke en zorgvuldige verpleging mij ongetwijfeld +de gezondheid zou hebben teruggegeven, indien de koortsen, met inzinking van krachten gepaard, op andere wijze waren te genezen +dan door terugkeer naar Europa. + +</p> +<p id="d0e1048">Voor zoover de koorts mij vrijliet, bracht ik alleraangenaamste oogenblikken door met den heer Génu, en met onze te Manilla +gevestigde landgenooten, bepaaldelijk met den heer Bréjard, kanselier van het fransche consulaat, en den heer Aussenac, gewezen +kavalerie-officier; deze heeren, die bijna alle landen der wereld hebben bezocht, wisten uit den rijken schat hunner ervaring +en waarneming zoo belangrijke mededeelingen te doen, dat ik de met hen doorgebrachte avonden niet licht vergeten zal. Maar +hoe gaarne ik mijne onderzoekingen ook verder zou hebben uitgestrekt, en hoezeer ik hoopte nog in staat te zijn, om de Infieles +in het noorden van Luçon te leeren kennen, het mocht niet zijn. De staat mijner gezondheid noodzaakte mij, naar Europa terug +te keeren. + +</p> +<p id="d0e1050"> + +</p> +<p id="d0e1052">Een beknopt overzicht van de groep der Philippijnen zal, ten besluite van dit reisverhaal, onzen lezers wellicht niet ongevallig +zijn. De Philippijnen vormen de noordoostelijkste eilandengroep van den Oost-Indischen archipel; zij ligt tusschen de Chineesche-zee +en den Stillen-oceaan, en strekt zich uit van 5° 9′ tot 21° noorderbreedte, en van 117° tot 126° oosterlengte. Het eigenlijke +middelpunt der groep vormt in het noorden het eiland Luçon, <span class="pageno"><a id="d0e1054"></a>Bladzijde 224</span>aan welks zuidpunt zich drie reeksen van eilanden aansluiten, waarvan twee in zuidoostelijke en eene in zuidwestelijke richting. +Het voornaamste eiland na Luçon is Mindanao in het zuiden; voorts verdienen nog afzonderlijke vermelding: Samar, Masbate, +Leyte, Panay, Negros, Cebu, Pajol, die met Mindoro en een groot aantal kleinere eilanden de zoogenoemde Bisayasgroep vormen; verder de Calamianes met inbegrip +van Palawan; de Babuyanen en de Baschi of Batanen, ten noorden van Luçon. Men schat het aantal van alle eilanden te zamen +op twaalfhonderd, en de oppervlakte, met inbegrip van de Soeloe-eilanden, op vijfduizend-driehonderd-acht-en-zestig vierkante +mijlen, waarvan ruim drieduizend vierkante mijlen in het bezit der Spanjaarden zijn. Ongetwijfeld vormen al deze eilanden +te zamen een soort van hoogland, tusschen welks plateaux zich diepe dalen slingeren, thans door de wateren der zee bedolven. +De meeste eilanden zijn met bergen en heuvels bedekt, terwijl belangrijke bergketenen hen van het noorden naar het zuiden +doorsnijden; bovendien bevatten zij een aantal deels nog werkzame, deels uitgedoofde vulkanen, en zijn daarom vaak aan aardbevingen +onderhevig. + +</p> +<p id="d0e1059">Men onderscheidt drie jaargetijden: vooreerst het droge en koude jaargetijde, dat in November met den aanvang van den noordoost-moesson +begint; voorts de <i>sencas</i> of het warme saizoen, dat in Maart begint en in April en Mei onuitstaanbare hitte aanbrengt; eindelijk de regentijd, die +in het zuidwesten van den archipel in Mei en Juni intreedt en tot September en October duurt, als wanneer het aan de noordelijke +en oostelijke kusten begint te regenen. De zuidwest-moesson begint regelmatig in Juni; hij duurt tot September en October; +het omslaan van den wind gaat meestal met geweldige stormen en orkanen gepaard. + +</p> +<p id="d0e1064"></p> +<div id="d0e1065" class="divFigure"> +<p class="legend"><img src="img/p1886-224.jpg" alt="Brug over de rio Tagulaya."></p> +<p class="figureHead">Brug over de rio Tagulaya.</p> +</div><p> + +</p> +<p id="d0e1069">De bodem der Philippijnen is bij uitstek vruchtbaar; de eilanden, die niet alleen uit het planten- maar ook uit het delfstoffenrijk +onuitputtelijke schatten bezitten, welke nog maar voor een gering deel worden geëxploiteerd, behooren ongetwijfeld tot de +schoonste en vruchtbaarste landen van Azië. Jammer slechts, dat Spanje van deze kostbare bezitting niet al het voordeel trekt, +dat het daarvan zou kunnen genieten. + +</p> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Een reis naar de Philippijnen, by Joseph Montano + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN REIS NAAR DE PHILIPPIJNEN *** + +***** This file should be named 13236-h.htm or 13236-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/3/2/3/13236/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/13236-h/img/p1886-001.jpg b/13236-h/img/p1886-001.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c1cadc2 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-001.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-004.jpg b/13236-h/img/p1886-004.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..14a7d06 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-004.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-005.jpg b/13236-h/img/p1886-005.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..03cba51 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-005.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-008.jpg b/13236-h/img/p1886-008.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..33fd99e --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-008.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-009.jpg b/13236-h/img/p1886-009.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5637a2f --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-009.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-012.jpg b/13236-h/img/p1886-012.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..07a8f47 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-012.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-013.jpg b/13236-h/img/p1886-013.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..be9db83 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-013.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-016.jpg b/13236-h/img/p1886-016.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9f53ae0 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-016.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-121.jpg b/13236-h/img/p1886-121.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..302a1fe --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-121.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-125.jpg b/13236-h/img/p1886-125.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5229752 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-125.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-128.jpg b/13236-h/img/p1886-128.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0cf34b7 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-128.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-129.jpg b/13236-h/img/p1886-129.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..caf3cb0 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-129.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-132.jpg b/13236-h/img/p1886-132.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a0ace09 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-132.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-133.jpg b/13236-h/img/p1886-133.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e78552a --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-133.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-136.jpg b/13236-h/img/p1886-136.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e36c51a --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-136.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-209.jpg b/13236-h/img/p1886-209.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..aaae29c --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-209.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-212.jpg b/13236-h/img/p1886-212.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..74b20fc --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-212.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-213.jpg b/13236-h/img/p1886-213.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..69f8cac --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-213.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-216.jpg b/13236-h/img/p1886-216.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..718b26b --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-216.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-217.jpg b/13236-h/img/p1886-217.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e053afc --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-217.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-221.jpg b/13236-h/img/p1886-221.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..134a807 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-221.jpg diff --git a/13236-h/img/p1886-224.jpg b/13236-h/img/p1886-224.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c569637 --- /dev/null +++ b/13236-h/img/p1886-224.jpg diff --git a/13236-h/style/amazonia.css b/13236-h/style/amazonia.css new file mode 100644 index 0000000..f3a05a3 --- /dev/null +++ b/13236-h/style/amazonia.css @@ -0,0 +1,26 @@ +/* amazonia.css -- color scheme Amazonia, for use with Gutenberg stylesheet */ + +body +{ + background: #FFFFF5; /* #FFFFF5; very light green */ +} + +body, a.hidden +{ + color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend, hr.noteseparator +{ + color: #880000; /* #880000; brownish red */ +} + +.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno +{ + color: #808000; /* #808000; olive green */ +} + +a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: red; +} diff --git a/13236-h/style/arctic.css b/13236-h/style/arctic.css new file mode 100644 index 0000000..63bc14d --- /dev/null +++ b/13236-h/style/arctic.css @@ -0,0 +1,33 @@ +/* arctic.css -- color scheme Arctic, for use with Gutenberg stylesheet */ + +body +{ + background: #FFFFFF; + font-family: Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ + color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ + color: #001FA4; + font-family: Arial, sans-serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend +{ + color: #001FA4; +} + +.navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno +{ + color: #AAAAAA; +} + +a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: red; +} diff --git a/13236-h/style/borneo.css b/13236-h/style/borneo.css new file mode 100644 index 0000000..51cc9bc --- /dev/null +++ b/13236-h/style/borneo.css @@ -0,0 +1,26 @@ +/* borneo.css -- color scheme Borneo, for use with Gutenberg stylesheet */ + +body +{ + background: #FFFFEE; /* #FFFFEE; light yellowish brown */ +} + +body, a.hidden +{ + color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .noteref, span.leftnote, p.legend +{ + color: #880000; /* #880000; brownish red */ +} + +.navline, span.rightnote, span.pageno +{ + color: #AC8D70; /* #AC8D70; sepia */ +} + +a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: #D25C00; /* #D25C00; orange brown */ +}
\ No newline at end of file diff --git a/13236-h/style/gutenberg.css b/13236-h/style/gutenberg.css new file mode 100644 index 0000000..77dfded --- /dev/null +++ b/13236-h/style/gutenberg.css @@ -0,0 +1,364 @@ +/* + gutenberg.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files + + Jeroen Hellingman + + This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain. +*/ + + +/* +body - body of html page; define overall properties +*/ + +body +{ + line-height: 1.44em; + font-family: times, serif; + font-size: 1em; + font-weight: normal; + margin: 1.58em 16% 1.58em 16%; + width: auto; + letter-spacing: normal; + text-transform: none; + word-spacing: normal; + font-size-adjust: 0.58; +} + +/* title Page headers */ + +h2.docImprint, h1.docTitle, h2.byline +{ + text-align: center; +} + +h2.byline +{ + font-size: 1.14em; + line-height: 2em; + font-weight: normal; +} + +span.docAuthor +{ + font-size: 1.44em; + font-weight: bold; +} + +h2.docImprint +{ + font-size: 1.14em; + font-weight: normal; +} + +/* + +h1..h5 headers + +class + sub subtitle + +*/ + +h1 +{ + font-family: helvetica, sans-serif; + font-size: 2em; + font-style: normal; + font-weight: 600; + letter-spacing: normal; + text-decoration: none; + text-transform: none; + word-spacing: normal; + font-size-adjust: .4; + + line-height: 1.5em; + + margin-bottom: 0.33em; + margin-top: 1.33em; +} + +h2 +{ + font-family: helvetica, sans-serif; + font-size: 1.44em; + line-height: 1.2em; + +} + +h3 +{ + font-family: helvetica, sans-serif; + font-size: 1.2em; + line-height: 1.2em; +} + +h4 +{ + font-family: helvetica, sans-serif; + font-size: 1.0em; + font-weight: 400; + line-height: 1.0em; +} + +h5 +{ + font-family: helvetica, sans-serif; + font-size: 1.0em; + font-style: italic; + font-weight: 400; + line-height: 1.0em; +} + + +/* +p -- paragraph + +class + initial initial paragraph of chapter, i.e. no indentation + argument argument, the list of topics at the head of a chapter + note footnote + quote quoted material, like blockquote + stb small thematic break + mtb medium thematic break + ltb large thematic break + navline navigation line + figure figure, plate, illustration + legend legend with figure, plate, or other type of illustration +*/ + +p +{ + text-indent: 0em; +} + +p.poetry +{ + margin: 0em 10% 1.58em 10%; + /* font-style: italic; */ +} + +p.initial +{ + text-indent: 0em; +} + +p.argument, p.note +{ + text-indent: 0em; + font-size: 0.8em; + line-height: 1.2em; +} + +p.argument +{ + margin: 1.58em 10% 1.58em 10%; +} + +p.quote +{ + font-size: 0.9em; + line-height: 1.3em; + margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.blockquote +{ + font-size: 0.9em; + line-height: 1.3em; + margin: 1.58em 5% 1.58em 5%; +} + +div.notetext +{ + font-size: 0.9em; + line-height: 1.3em; +} + +div.divFigure +{ + text-align: center; +} + +p.figureHead +{ + text-align: center; +} + +p.figure, p.legend +{ + text-align: center; +} + +p.legend +{ + font-size: 0.9em; + margin-top: 0; +} + +p.navline +{ + text-indent: 0em; + text-align: center; + font-size: 0.7em; + font-family: helvetica, sans-serif; + margin-top: 0em; + margin-bottom: 0em; +} + +p.smallprint, li.smallprint +{ + font-size: 0.8em; + line-height: 1.1em; + color: #666666; +} + +/* +// span -- used for special effects in formatting. +// +// class +// leftnote note in the left margin +// rightnote note in the right margin +// pageno page number, inserted at location of original page break. +// +// Note that the positioning only works properly in IE 5.0. +*/ + +span.leftnote +{ + position:absolute; + left:1%; + height:0em; + width:14%; + font-size:0.8em; + text-indent: 0em; + line-height: 1.2em; +} + +span.rightnote, span.pageno +{ + position:absolute; + left:86%; + height:0em; + width:14%; + text-align:right; + text-indent:0em; + font-size:0.8em; + line-height: 1.2em; +} + +span.lineno +{ + position: absolute; + left: 12%; + height: 0em; + width: 12%; + text-align: right; + text-indent: 0em; + font-size: 0.6em; + line-height: 1em; + font-style: normal; +} + +.Greek +{ + font-family: Gentium, Arial Unicode MS, serif; /* font that supports classical Greek */ +} + +.Arabic +{ + font-family: Arial Unicode MS, sans-serif; /* font that supports Arabic */ +} + +.letterspaced +{ + letter-spacing: 0.2em; +} + +span.smallcaps +{ + font-variant: small-caps; +} + +/* +a -- anchor + +class + offsite + gloss glossary entry; should be less visible + noteref (foot) note reference. + hidden + navline +*/ + +a.navline +{ + text-decoration: none; +} + +a.navline:hover +{ + text-decoration: none; +} +a.hidden:hover +{ + text-decoration: none; +} +a.noteref:hover +{ + text-decoration: none; +} + +a.noteref +{ + text-decoration: none; + font-size: 0.7em; + vertical-align: super; +} + +a.hidden +{ + text-decoration: none; +} + +hr +{ + width: 100%; + height: 1px; + color: black; +} + +hr.noteseparator +{ + width: 25%; + height: 1px; + text-align: left; +} + +/* +// ol ul -- ordered list, unordered list +// +// class +// toc table of contents +*/ + + +/* +// li -- list item +// +// class +// toc_h1 table of contents h1 +// toc_h2 + +// table -- table +*/ + +table.navline +{ + font-size: 0.7em; + font-family: 'TITUS Cyberbit Basic', helvetica, sans-serif; + margin-top: 0em; + margin-bottom: 0em; + margin-top: 0em; + margin-bottom: 0em; +} diff --git a/13236-h/style/print.css b/13236-h/style/print.css new file mode 100644 index 0000000..764ba41 --- /dev/null +++ b/13236-h/style/print.css @@ -0,0 +1,36 @@ +/* + print.css --- A stylesheet for HTML in gutenberg HTML files, optimized for printing. + + Jeroen Hellingman + + This file is hereby irrevocably dedicated to the Public Domain. +*/ + +body +{ + font-family: Gentium, Times New Roman, serif; + margin: 12pt 1cm 12pt 1cm; + font-size: 11pt; +} + +h1, h2, h3, h4, h5 +{ + color: black; + font-family: Gentium, Times New Roman, serif; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .navline, span.rightnote, span.pageno, span.lineno +{ + color: black; +} + +a, a.navline:hover, a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: black; + text-decoration: none; +} + +span.pageno +{ + font-size: 6pt; +}
\ No newline at end of file |
