summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old')
-rw-r--r--old/12008-8.txt2781
-rw-r--r--old/12008-8.zipbin0 -> 59589 bytes
-rw-r--r--old/12008-h.zipbin0 -> 61374 bytes
-rw-r--r--old/12008-h/12008-h.htm2824
-rw-r--r--old/12008.txt2781
-rw-r--r--old/12008.zipbin0 -> 59376 bytes
6 files changed, 8386 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/12008-8.txt b/old/12008-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f55184a
--- /dev/null
+++ b/old/12008-8.txt
@@ -0,0 +1,2781 @@
+The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Geerten Basse
+
+Author: Lode Monteyne
+
+Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO Latin-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+
+
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+
+
+
+GEERTEN BASSE
+
+door
+
+LODE MONTEYNE.
+
+
+
+
+'t Werd vinnig koud ...
+
+De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont
+vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk
+grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de
+vergrauwende stad.
+
+Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend
+verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels.
+
+Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort,
+stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige
+trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode
+vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende
+masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ...
+en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu
+witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van
+krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in
+de sprietelende mastspits.
+
+Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de
+loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den
+trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken,
+te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs
+tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich,
+frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een
+eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen
+van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. "Br! zei hij ...
+zoo'n koû ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder
+de brug leggen tot morgen" ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar
+afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef,
+meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren
+door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton
+aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld
+tellen. Eén voor éen haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak,
+blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde
+eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat
+rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein
+lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... "Twee
+frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot" ...
+Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele
+zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... "En dat 's voor mij" ...
+stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig
+beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een
+paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden
+en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het
+hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in
+de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over
+de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend
+groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke
+afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden
+nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen,
+in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen
+zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel
+vóor zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te
+zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ...
+
+--"'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is
+heelemaal afgezabberd ..."--"Arrê, bedelêer ..."--Met behendig-rappe
+beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op
+in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem
+mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.--"Kun-de nog wat anders?
+vroeg er een spotlachend.--Ja, zei Geerten, "ik kan nog een
+halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek
+doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!" ... "Stoeffer ...
+afluizer ... Ge zijt te begeerlijk," plaag-lachten ze ...
+
+De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit
+verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds
+verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard
+voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten,
+de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil
+hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't
+strak-knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.--"Hardi oûwe!
+riep Franske ... Hardi!..." 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik
+pal op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de
+remschoenen aangedraaid.--Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend
+'t moede, afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het
+dier voort te trekken ...
+
+'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste
+klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit
+dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ...
+
+Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en
+kalm-lui staan, nu en dan roepend: "Ksch! Ksch! V'ruit knol!...
+Vol-houwe!" ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend
+hun lenige lijven van groote leute.
+
+"He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een
+reepenfabriek!" Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't
+lachen ... "De zeever loopt langs uwen baard," zei Franske tegen
+Geerten ...
+
+Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze
+vooruit, gedienstig en vriendelijk ... "Een bootje meneer ..." "De(n)
+overzetter is juist weg," sprak Geerten, half-spottend, onverschillig,
+daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ...
+
+Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist
+aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen,
+omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend
+havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde
+stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden
+zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren
+loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles,
+door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ...
+
+Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen
+van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den
+mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ...
+
+"Wel Janverdomme," vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche
+baardstem ... "dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van die
+stinkende moteurkens overvaart!"--"Dat 's met dien haastigen
+keerskensmaker van daar subiet," grapte Franske ... Allen zwegen,
+luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich
+verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en
+gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de
+onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter
+met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend,
+die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ...
+
+"'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!..."
+grommelde Geerten, norsch, "met mist, vaar ik niet ..."
+
+'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze
+niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun
+opstandig-vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren,
+stelde voor een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal
+toch dikwijls kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? "Die
+onderkruipers!" ... 'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde
+venijnige Charel ... "en mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine
+krijgen ..." Ze schoklachten allemaal, spottend, om zulke
+vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte, zwaar van drift en dreiging.
+
+Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel
+sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk
+roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de
+ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen,
+weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere
+treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige
+koû deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk
+benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug
+bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen
+knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed
+eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte
+bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn
+ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden
+ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ...
+"Gaat-de meê, Franske ..." "Ja!" Samen trokken ze weg: Franske, jong en
+slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en
+vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme
+beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in
+het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen
+aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de
+koppen bijeen ... "Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten
+bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er
+wel ..." schamperlachte éen luid-op ... "En weet z'n wijf dat?" ...
+
+"Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar
+zuipen ..." "Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de
+jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ..."
+
+--"Dat was rats in mijn voeten!" antwoordde stroef, Venijnige Charel ...
+
+ * * * * *
+
+Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte
+kroeg, een borreltje in éenen teug met smakkende lippen en tranerige
+oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee
+kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den
+steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en
+witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met
+stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten
+hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine
+denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was
+geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor
+moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke
+kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor
+een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee,
+overlegde hij naïef-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn
+moest, nátellend hoeveel hij per dag méer zou verdienen dan nu, tot, met
+een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij
+geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan
+verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos,
+raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij
+zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden
+vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken,
+bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien.
+Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk
+getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was
+toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de
+centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de
+buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ...
+"Een moteur hoort ge te goed 's nachts," had ze gezegd ... In-eens, kwam
+in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar
+maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag,
+om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... "Vijf frank weeral,"
+dacht hij, opgewekt ...
+
+Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... "O die vetlappen!
+Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier" ...
+Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een
+deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn
+beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die
+stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende
+gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was,
+waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde
+keelen,--trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende
+koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten,
+en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend
+op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een
+reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst,
+toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende
+voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is
+de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse
+had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even
+schoklachte hij in zijn baard.--Zoo peinzend, was hij geraakt op een
+groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander
+gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den
+slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ...
+Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart
+gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur,
+waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in
+beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar
+verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle
+binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk
+bijeenhurkt en--arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende
+trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken vóor
+een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven,
+de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen
+hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag
+dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag,
+aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande.
+
+Geërgerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde
+weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige
+wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en
+waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek
+hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een
+halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ...
+Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ...
+Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn
+dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen
+de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het
+snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide
+Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedstêe toe, nam zijn slapende
+vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem
+tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... "Allez,
+zatte teef! Allez-hop!!" ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen
+wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten
+mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan
+met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos.
+Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch,
+waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met
+weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op
+tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een
+blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees
+in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed
+Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: "En, nu
+vooruit met den bik!" Traag sleffend over de gespleten, vuile roode
+tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast
+een kom koûwe koffie ... "Eerst mijnen mond wat spoelen," zei Geerten,
+zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer
+klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... "Geef
+mijnen boek! Pruttige!" Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte
+Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige
+drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte
+stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man
+over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met
+de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend,
+zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de
+jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen
+verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond
+van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Donà Gracia
+verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar
+binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore
+naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het
+vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis.
+De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige
+prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar,
+vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in
+beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat
+Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten
+onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan
+ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: "Geert ... Vader
+is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt
+"hem" bediend ... 'k ben er geweest ..."--Geerten zag even op,
+norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door
+inspanning-verhitten kop ... "en ge <i>moet</i> eens gaan van avond zulle
+..."
+
+--"Nog wat?" snauwde hij bruut.
+
+--"Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig
+koppeken ... van den Argentien geloof ik ..."
+
+--"Laat zien!..."
+
+Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de
+kast, reikte ze haren man toe ... "En wat schrijft hem".
+
+Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ...
+
+"Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag" antwoordde Geerten,
+gebarend een borrel in één teug naar binnen te wippen ...
+
+Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp.
+
+Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet
+zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede
+bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge
+schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem
+aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij
+zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de
+sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de
+zurig-riekende eetkast ...
+
+"Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster" smaalde nijdig-spottend
+op hoonenden toon Trees ... "moet ge niet wat cosmatique aan uwen
+schrobber doen?" ...
+
+Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie
+onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu
+frisscher en vroolijker ...
+
+Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee
+frank op tafel ...
+
+"Arrê en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden
+opgekocht vandaag?"
+
+--"'k Ben niet gaan leuren ..."
+
+Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en
+de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige
+zoldertrapken opgestapeld ...
+
+--"Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader" ... en zich plots
+herinnerend ... "en haalt uwen wasch binnen!..."
+
+"Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ..." schimpte Trees hem nog
+achterna ...
+
+--"Verrekt!" beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe,
+dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten
+daverrinkelden ...
+
+ * * * * *
+
+Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een
+der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar--'t
+was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis--in schreeuwend
+oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en
+gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd:
+
+/*
+ The Joly Boys Bar
+ bij de Plezante Bazin.
+*/
+
+In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de
+buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de
+zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en
+serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ...
+
+Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want
+buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde--zonder
+dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken
+moest--, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas
+binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen.
+
+Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die
+wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen
+met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van
+haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die
+haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten.
+
+Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij
+"De ware Varens-vrienden", waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar
+spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten
+Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky.
+
+Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om
+de tafel, waarop--midden groote glimmende bierplasjes--de met kralend
+gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met--bij sommigen--een
+potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen
+weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden
+zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat
+de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende
+gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten
+stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden
+mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide
+lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag,
+doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige
+wateren der Schelde.
+
+Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug
+naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit
+starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis'
+wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige
+glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ...
+
+"Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader" vraagde Venijnige Charel ...
+
+Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen,
+antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem:
+"Bah ...den ouwen dag, hé ... vier en negentig zulle!...
+
+--"Is de Heilige Jozef ziek?" kwam Suske van Loock, de oudste der
+roeiers, er tusschen--"als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles
+van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken" ...
+
+Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... "Hij 'n
+heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ...
+Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H.
+Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van
+spreken!" ...
+
+Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten
+slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem
+van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ...
+
+Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ...
+
+Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes
+vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten--een woord, dat
+hij op de laatste socialistische meeting gehoord had--van 'nen vuilen
+herbergier, gescholden werden ...
+
+Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde,
+zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen
+uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend
+de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te
+bezitten ...
+
+Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend
+wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer
+vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een
+moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde
+hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ...
+
+"'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft
+geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ..."
+
+De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ...
+"En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een
+deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten
+percent betalen!" ...
+
+Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar--innerlijk
+jubelde hij--dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't
+water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar
+een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ...
+
+--"Nog een pint Geert?" vroeg vriendelijk Käthe de serveuse..
+
+--"Ja, en 'nen beste erbij" ...
+
+... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ...
+'t winterde fel ... wie weet?...
+
+Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen,
+wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van
+toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af
+van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend
+koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ...
+
+In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank,
+was Käthe terug tusschen hare twee klanten gaan zitten--piepjonge,
+baard-looze "printers,"[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken
+begaapten en waartegen zij grapte ...
+
+Noot: [1] Leerling op een schip: "Prentice."
+
+Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche
+nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de
+ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen
+aanmanend te betalen ...
+
+Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend
+tinkelen op de marmeren tafelplaat: ...
+
+"Take what you like". (Pak wat ge wilt).
+
+Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde
+hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode
+haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend
+flonkerden ...
+
+--Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende
+blik op zwijgenden Geerten óver hem ... "Geen spek voor zijnen bek" ...
+
+De zatte matroos zwalkte met knikkende knieën naar de deur toe, wierp
+dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef
+onbewegelijk-strak ...
+
+--Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n
+schoon affaire!...
+
+Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den "printer" was gaan zitten ...
+
+Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske
+blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een
+vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ...
+
+--"De teerlingen! de teerlingen!" riep Venijnige Charel zenuwachtig-
+gehaast.--"We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht
+'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!..."
+
+--"Aangenomen?" vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die
+hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ...
+
+--"Ja! Ja!" Verward schreeuwden ze 't door elkaar.
+
+Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne
+heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie
+had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal
+van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend
+voort in Geertens borst ...
+
+Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen
+recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden
+gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend,
+zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg,
+bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje,
+waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ...
+
+--"Allô, niet stooten zulle!"
+
+De dobbelsteenen rolden in den bak!... "Negen! voor Suske!" Weer viel de
+stilte ...
+
+Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond
+hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ...
+
+"Zes!... Aï mij ... Charel!"
+
+"Stilte!... Sst!..."
+
+Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon
+Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht
+stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende
+zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij
+dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig
+gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand
+van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de
+sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ...
+
+Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de
+roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil
+liggen.
+
+"De twee apen!" (de twee eenen.)
+
+Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ...
+
+"Gij moet gaan! Santé zulle," riep Charel hoonend.
+
+"Daar doe 'k het orgel op spelen!" zei Lowis gekscherend, en met een
+kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een
+gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer,
+dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle
+maagd ...
+
+Käthe zong mee ... De "printers" brulden onverstaanbare woorden, de
+roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar,
+wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende
+neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend "Chorus"
+voort-zong ...
+
+ Because I love You...
+ My only one regret,
+ Since then we 've never met
+ Because I love you...
+ Yes, my heart is yours!...
+ Because I love you!...
+
+Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze "zijn" was ...
+
+ * * * * *
+
+Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden,
+nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den
+regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen
+holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen
+achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der
+vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de
+duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ...
+
+"Wat 'n hondenweer," peinsde Geerten ...
+
+Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan,
+zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries
+uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart
+voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen,
+seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af
+en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend
+tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten,
+gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende
+wagens voortduwde ...
+
+Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin
+vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ...
+
+Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten,
+begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche
+nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en
+gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem
+gevallen?... Waaróm?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij
+niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen
+ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand
+betrouwen?... Verdomd toch, waaróm was Franske nú juist bij Lowis
+gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de
+mannen allemaal reeds weg waren en Käthe met één der "printers" ook al
+heengegaan was!...
+
+"Gaat-de mee doór, Franske?" ...
+
+Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ...
+Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit
+het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren
+moest!...
+
+Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ...
+
+Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald,
+weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen
+jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn
+redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig
+te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er
+zulk een vinden kón! frisch en mollig, een bloem op een veld!...
+
+Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die
+hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ...
+Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afhoûwen of
+anders ...
+
+De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend
+de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat
+verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op
+den woesten, kletsenden golfslag van den door storm ópgezwiepten stroom.
+Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan,
+bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ...
+
+Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem
+beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij
+naderde ...
+
+Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens
+de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten
+steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen,
+dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens,
+rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen
+der maan ...
+
+De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig
+loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den
+hollen vloed.
+
+Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een
+ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel
+beeld.
+
+Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger
+lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap
+stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij
+zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan
+den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die
+langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou
+toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat
+in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ...
+
+Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de
+kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar
+eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij
+een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen
+weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte
+Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning
+benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ...
+in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de
+laagste sport te springen. Zijn eén been plonsde in 't ijskoude water,
+maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn
+geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij
+ijlings weg ...
+
+De politieagent zette hem achterná ... Geerten hoorde zijn haastige
+passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind
+zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die
+zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril
+tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit
+beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak
+bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij,
+niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden
+sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich
+door de half-dronken mannen heen ... Dáár was een smal zijstraatje, met
+een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger,
+liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de
+hielen zat. "Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer
+volgen." Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam
+op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde,
+afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den
+harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende
+wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar
+niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en
+Suske en de rest?... en dàn Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten,
+wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ...
+
+Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin.
+Nu stond hij voòr de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen
+gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De
+straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof
+door heel het huis.--Geen roering kwam er achter de neergelaten
+voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist,
+bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging
+hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets
+bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het
+zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de
+nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles vóor zich. Zoo
+warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn
+losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend,
+met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken,
+woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in
+hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon
+zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge
+snotneuzen van "printers" ... zij éen en Käthe éen, overlegde hij ...
+"Sakkerdomsche ros!" Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende
+deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... "Als dat
+moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!"
+
+Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem
+sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn
+steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs
+den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te
+loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje
+binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te
+vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur
+vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit,
+wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... "Zijt gij
+daar?" vraagde ze verwonderd ... "wat 'n eer van u te zien!..."
+
+"Laat me gerust" bromde Geerten, zich uitkleedend.
+
+--"Buitengesmeten" meesmuilde ze nog spot-lachend ...
+
+--"Zwijg, verdjuusche, zatte teef!..." Hij zag de jeneverflesch
+half-leeg, op tafel staan, nam ze òp, zette ze aan den mond en met
+klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij
+bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... "Allez, schuif-op, vijf voet
+van mijn lijf, Pruttige ..." Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: "Bij
+Lowis èh, daar is 't schooner ..."
+
+--"Gaat ge zwijgen!" De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen
+hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem
+opnieuw wakker ...
+
+--"Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden"
+...
+
+--"Laat me gerust, ... 't is goed ..."
+
+Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ...
+
+ * * * * *
+
+'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst
+durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden
+die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? Dàt
+wist hij wel beter ...
+
+Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn,
+deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ...
+
+'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ...
+
+Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen,
+toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen
+naderde ...
+
+Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn
+wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend,
+want Rik Schampavie en zijn kameraden--de onderkruipers!--waren al een
+keer of twee overgevaren met "typen" van de Yachtclub. Tegelijkertijd
+brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den
+nacht aan enkele yachten had aangericht ... Wèl hadden ze den Rik hooren
+sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn
+zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ...
+
+Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging
+voor den sterksten man van heel den "bassin", was gaan vluchten vòor den
+helm van een spichtig-mager politiemanneken.
+
+"Wat 'n vijg!" spotte Venijnige Charel half-luid, "'t was verdomd juist
+de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,--zoo'n vijg."
+
+Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske
+dien hij niet ontwaarde, zóo maar om 't gesprek af te leiden ...
+
+"Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ..." schamperlachte Charel ...
+
+Geerten stoof op: "Als ge dat nog zegt èh, breek ik U armen en beenen!
+Venijnige beest!"
+
+--"'k Zeg de waarheid," snauwde de andere terug.
+
+"Sakkerdju!" vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met
+een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte
+met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten.
+
+"Hardi," kisten de toegeloopen omstanders, krachtige
+buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien
+der bootjesroeiers.
+
+Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide,
+bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk,
+lagen een pooze roerloos, zwaar ademend.
+
+"Hardi!" "Houwen!" "Geeft hem het Geerten!" Basse lag boven, zijn vijand
+duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel
+hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens
+sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in
+Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het
+hooren zouden ... "Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!...
+Vijg!!!..." 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ...
+"Hoorndrager!..."
+
+De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De
+roeiers lieten begaan, schudden de koppen: "Geerten is ver op ... hij
+heeft zijnen meester gevonden" ...
+
+--"De garde! De garde!" ... klonk luide en spottend een hooge
+jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met
+moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze
+uit-een, liet de vechters aftrekken ...
+
+Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was
+afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde
+been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ...
+Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat
+was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte
+hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het
+hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna
+afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij
+nemen ...
+
+Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n
+fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die
+smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te
+verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en
+luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ...
+
+ * * * * *
+
+Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen
+was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes,
+welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok
+hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in
+eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door
+aan het ziekbed van den "Heiligen Jozef" ... Innig-overtuigd was
+Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe
+stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen
+motorbootje te bezitten op den voorgrond trad.
+
+Dàt werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem
+over alle geleden smart heenzette. Dàt zou zijn wraak wezen! Bersten
+moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den "bataclan." Maar
+Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter
+hand ...
+
+De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor
+haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij
+voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met
+Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier
+met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde
+aangezicht, wilde ze óók niet lossen ... vooral nù niet meer ... Ze
+peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich
+tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle beî te houden--den
+jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om
+zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze
+niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat
+trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel
+ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde,
+hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze
+besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne
+genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig
+groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende
+hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en
+fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op
+papier te brengen ... Käthe moest helpen ...
+
+/*
+Liefe geert:
+Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard...
+Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis...
+*/
+
+ * * * * *
+
+Dienzelfden avond nóg was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich
+heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig
+geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't
+misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was
+'t nu zóo, hém kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ...
+Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als
+die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan
+de vleeschelijke vrouw.
+
+Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen
+reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de
+"Vijg", iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging
+hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden
+zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de
+klanten niet te verliezen ...
+
+In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het
+niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien
+flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de
+rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven
+slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens,
+wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der
+plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang
+der zaak!...
+
+Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht
+bij zijn zieken vader waken zou ...
+
+Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske,
+Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed
+haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen
+grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit
+hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de
+linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten
+pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch
+naar binnen ...
+
+"'t Zijn er goeï" lachte hij ...
+
+Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't
+Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat
+thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge
+niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... "Zijt ge zot?... Dan
+heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem
+zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken,
+zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever." Geerten moest
+toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren
+zou ... "Hij is te schoon," bemerkte hij, sarcastisch ... "Wat kunt g'er
+aan doen," zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in
+zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... "Ja, wat kunt g'er aan
+doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ...
+enne ... naar ..."
+
+"Wat zegt ge" hijgde 't mosselvrouwken ... "naar?..."
+
+... "een wijf als rosse Lowis ziet," voleindde Geert, traag opslurpend
+de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had.
+
+De tranen sprongen in haar klare oogen. "Dát had ze nooit gedacht!...
+Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort.
+Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en
+tranerig-onduidelijk klonk bij 't roepen van 't gewone "kêpeleê."
+
+"Die heeft beet," grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ...
+
+'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de
+bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd
+door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ...
+
+--"Dag blauwe-geschelpte," spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle
+leute ...
+
+--"Vijg!" beet Franske kort-af, terug.
+
+ * * * * *
+
+Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in
+krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. "God zij geloofd"
+had Sophie--zijn dochter--gezegd, "want dat lijden is niet meer om ná te
+zien," en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarná niet meer
+hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis
+geweest was ..."
+
+"Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken," had Pruttige Trees
+gezegd, ... "dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren
+met nieuwjaarnacht, naar 't feest van "'t Kasken" in de maatschappij"
+... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed.
+
+'t Sneeuwde buiten ... De lucht was éene grijsheid van schommelende
+donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ...
+
+/*
+"Deezeken schudt zijn beddeken uit
+en laat zijn pluimekens vliegen" ...
+*/
+
+De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een
+olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde
+spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel
+smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den
+aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren
+vloer ...
+
+--"Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, "ánders heeft hij het
+te benauwd" ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken,
+vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't
+ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met
+diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den
+grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke
+bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend,
+leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het
+omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte
+afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht
+viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt
+minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de
+torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ...
+Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen
+maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer
+doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een
+hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't
+aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes.
+Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het
+kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn,
+die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid.
+Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels,
+en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het
+rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den
+neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen.
+De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over
+hem heen: "Eens drinken, vader?" ... Hij schonk een glaasje vol van den
+wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij
+weigerde. Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook
+nog een flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ...
+
+Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats
+terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen
+gezangen dóor tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de
+hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't
+Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den
+nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien
+en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij
+te tobben.--Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het
+gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging
+hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij
+alleen "de vijg," maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook
+was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan,
+beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou.
+Dat wás zijn levensdoel en éenige bekommering geworden. En, nádenkend,
+wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon
+gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de oûwe 't
+kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje
+overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den
+doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld
+gekost ... "Ja, ja", overlegde Geerten ... "en toch met het beetje dat
+overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder
+jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of
+had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers
+Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch
+nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ..."
+Werktuigelijk stond Geerten op ...
+
+'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen
+der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die
+buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij
+vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam
+Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds
+meer invallende gelaat van vader ...
+
+... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de
+oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen--heel even
+maar--kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en
+beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen
+als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ...
+
+"'t Zal afloopen" peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze
+zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het
+zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten
+grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen
+Geert ... "Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd
+heeft, is men in de wieg niet versmacht" ...
+
+Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die
+in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette
+de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ...
+
+'t Sloeg elf uren ... "Trees zal gaan komen," dacht hij. Zijn ruige,
+bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring
+die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en
+ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ...
+"Niks!" Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig
+tusschen elk blad ... "Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek"
+... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten
+doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos,
+niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht
+reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing
+open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden
+scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open
+op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde
+Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht
+naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte
+hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij
+met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige
+wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het
+feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende
+het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond,
+verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens,
+die hij gevonden had ...
+
+Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag
+hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde
+haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ...
+boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend
+door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu
+durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij
+'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die
+hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot
+weerziens-zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ...
+Wat kon hij nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis
+was geen levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te
+feesten?... Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als
+Trees nu maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!...
+
+In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de
+plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't
+schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der
+jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide
+mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden
+heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste
+stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den
+jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter,
+omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje
+brulden dronkaards een gekke "brabançonne", en in de straat joelden en
+tierden de pretmakende benden.
+
+En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't
+donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn
+bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... ô die
+Trees!...
+
+Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp
+haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ...
+
+--"Ehwel?" ...
+
+--"Dood," zei Geerten ... "Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al
+bijkans koud ..."
+
+--"'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet
+insteken ... en Sophie ook niet ..."
+
+--"Niks gevonden?" vroeg ze ná een poos, naar de in wanorde liggende
+kast gaande om de lamp te nemen.
+
+--"Niks," antwoordde Geerten norsch ... "'k trek er uit ... Zijt ge niet
+bang?" ...
+
+--"Bang, begod,!" ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar
+fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... "Zie, als
+de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ..."
+
+De deur draaide dicht achter Geerten ...
+
+De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was
+vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe
+sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken
+zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de
+twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen,
+spoedde Geerten zich voort ...
+
+Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken
+vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan
+gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van
+electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der
+goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de
+verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de
+stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe
+meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende
+matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen,
+dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de
+deur eener herberg.
+
+Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de
+kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk.
+Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn
+mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ...
+
+Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij
+de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier.
+Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ...
+
+Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de
+schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van
+het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske.
+Geerten deed of hij 't niet merkte ...
+
+--"Ne gelukkige zulle" ... wenschte hij, de uitgestoken handen
+schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de
+stekelig-bebaarde wang ...
+
+--"Zoo laat" zei ze ...
+
+--"Vader is dood" ...
+
+--"Is de H. Jozef dood?" wonderde Suske van Loock.
+
+--Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een
+keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen Käthe hem
+voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin
+op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van
+een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader wèl wat zou
+achterlaten ... wat kón dat hoefijzer anders beduiden?...
+
+--Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ...
+
+--Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot
+hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de
+teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij
+vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg.
+
+De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de
+roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van
+'t opgediende konijn.
+
+--"Wat kat, Vijg?" plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met
+kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een
+glimlach.
+
+'t Bier klokte in de dorstige kelen ... Käthe deed het orgel spelen, en
+weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel
+tingel-tangelliedje. Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den
+baard. Met groote teugen spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar
+binnen: zijn oogen flikkerden genotvol.
+
+--"Alló Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den
+baard af," gichelde Käthe, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den
+wijd-opengespannen mond opving ... "Wat 'n bakoven" schertste Franske.
+Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun
+glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en Käthe wilden
+dansen.
+
+Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze
+dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht,
+keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem
+voorzette, trakteerde Käthe, die nevens hem was komen zitten, neep haar
+tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze
+stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van
+pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... Käthe ging van den
+eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn
+onthaald ...
+
+Geerten voelde zich moê en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch
+zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem
+wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven.
+'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't
+vorige jaar, toen ná uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan
+anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't
+zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den
+laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten,
+en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te
+troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen!
+
+Vóór hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude
+hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ...
+
+ * * * * *
+
+"De H. Jozef" was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets,
+langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een
+pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle
+kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende
+blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn
+hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe
+eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ...
+
+Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige
+zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar
+de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het
+sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken:
+hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed,
+verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de
+zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde
+Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie,
+zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg.
+
+--"Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet
+moeten onderhouden sedert moeders dood?"
+
+Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een
+bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die
+geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde
+soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een
+motorbootje te bezitten.
+
+Vóór hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel
+vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan
+boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche
+vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de
+lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij
+vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij
+haar te komen.
+
+'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de
+duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer.
+De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het
+kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den
+dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te
+kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning,
+fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette
+zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende
+klep, op zijn ruigen kop.
+
+Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste
+vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke
+meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast
+ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden
+brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een
+bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad
+op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de
+mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp.
+Koffie-slokkend verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn
+wangen uitpuilen deden.
+
+"Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ...
+Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel
+geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn
+blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der
+golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde
+motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen
+zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den
+stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?...
+de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander,
+met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon
+hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich
+vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's
+nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig
+bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een
+broche, of eene "brachelet" of ...
+
+Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den
+gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees
+binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de
+armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de
+borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door
+looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf,
+dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken
+lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde
+schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ...
+"Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!" ... Na een wijle ... "En, is er
+geen nieuws over 't geld?..." "Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet
+uit ... Hop!" ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig
+het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht
+werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de
+schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden
+stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel,
+maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote,
+blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden,
+eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op
+met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er
+moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis
+zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen
+niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het
+huis verpesten, werden niet verkocht.--Er was geld! meer geld!... Hij
+trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog
+enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde
+kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij
+zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren
+jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe
+eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de
+waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't
+gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees,
+proestend, de oogen opende ...
+
+--"'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!"
+
+Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de
+neerhangende lippen krijgen ... "'t Geld, 't Geld van mij!"
+
+Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ...
+
+Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in
+volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... "'t Geld!...
+'t Geld!..." Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige
+speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden
+zijn oogen, ver uit hun kassen.--
+
+Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde
+haar. Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en nà de
+verwondering over de onverwachte, vroeger nooit ondervonden
+mishandeling, had de schrik haar bevangen. Terwijl 't bloed in roode
+vlekken stolde op heur vet-plekkige kleed, slofte ze schichtig bijna
+door de kamer, tot bij het bed, kroop er half onder, pakte een oud
+staalzakje van graan beet en zich oprichtend, overreikte het aan
+Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd had elk harer
+bewegingen ...
+
+In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de
+tafel ... zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden
+koortsig met zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor
+briefje--platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee
+bankjes aan elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele
+wereld ... er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest méer
+zijn ... ze had er veel van opgezopen ...
+
+"Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze
+vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten
+weer, hardnekkig ...
+
+Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?...
+
+Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ...
+
+"Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en
+in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten
+rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ..."
+
+"Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in
+grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!..."
+
+Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ...
+
+Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere
+ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ...
+
+"Gaat ge nu alles óp-doen, Geerten ...?"
+
+"'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!" beet hij haar bruut terug.
+
+"Laat ons de helft doen," riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in
+de gang stond ... òf geef me wat voor 't huishouden" ...
+
+Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de
+deur ...
+
+--"Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe,
+of!..."
+
+Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ... "of
+'k zal u raken!..." Trees kromp in-een van schrik ...
+
+De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ...
+
+Het heele huisje daverde van den schok ...
+
+ * * * * *
+
+Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis
+bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte
+hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag
+herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... "Smoel toe, of ..."
+
+Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte
+zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en
+minzaam-beleefd ... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen,
+hopend zich stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere
+roeiers hield hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de
+worsteling met venijnigen Charel, was zijn populariteit afgesleten.
+Tusschen Franske en hem kwam het stil-aan tot een breuk vooral na de
+poets, die hij den jongen met Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De
+veete tegen de motorbootjes verscherpte en nu ging er bijna geen dag
+voorbij of er werd eenige schade aan de scheepjes toegebracht, vooral
+aan dat van Rik Schampavie.
+
+Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen,
+poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ... 's
+Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals "het Fleschken",
+trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een
+rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral
+wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden
+catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel
+alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den
+opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong
+roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven,
+anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer
+hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den
+boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen
+en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar
+rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank
+ontbraken ... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en
+zeker!...
+
+Kort nà nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant
+bezetten onderrok, dien Käthe op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke
+gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en
+inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't
+groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig
+vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer
+en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen
+zou ...
+
+Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem
+heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het
+volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen
+regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor
+niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden.
+Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een
+zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn
+medevrijer hadden afgerammeld.
+
+Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij
+hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers.
+
+... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager,
+hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret
+lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde.
+
+Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te
+groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij
+probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich
+trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's
+avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want
+thuis had hij verboden nog toespijs te halen ...
+
+Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud
+roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje.
+
+Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te
+ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen
+gegaard hebben ...--
+
+Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest òp, de
+verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was dàt
+zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed
+als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ...
+Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ...
+Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem
+betaalde?... niks! niemendál!... Allengskens dacht hij aan niets
+anders meer ...
+
+Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij
+nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans--om 'n arme
+vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon
+moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verdòmd ... dàt mocht
+niet gebeuren!...
+
+Aan Lowis kòn hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten
+liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte
+om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ...
+òf ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna
+weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen
+kon ... Bij dit voornemen bleef hij ...
+
+Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat,
+loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen
+munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin
+verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant
+plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide
+schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden
+bovenrok verborgen ...
+
+'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der
+rosse waardin kwetste hem ...
+
+Veertien dagen voór vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een
+tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei
+ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ...
+
+Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie
+verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in
+de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle
+vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat
+hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door
+nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of
+ze was zelf bakvisch ... dat was jandòme een goeï lol!...
+
+'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte
+ster-looze lucht: over stad en stroom, één duisternis waarin als
+versomberde ...
+
+... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de
+opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem,
+log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de
+kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en rap
+had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer
+behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en
+stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag vóór zich de stoomers
+aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en
+purper ... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms
+ópklonken, duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende
+kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden uit
+booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte,
+dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling,
+vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ...
+Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn
+riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden,
+voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij
+bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn
+sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit
+den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de
+beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde
+Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder,
+waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend
+armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen
+uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend,
+ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van
+het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig
+zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar,
+doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik
+beangst ...
+
+Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij
+zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat
+omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in
+'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven,
+toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te
+worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't
+bordeeltje "Zum siebensten Himmel", waar de baas den Sherry kocht voor
+vijf en zeventig franken ...
+
+Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen
+en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan
+den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de
+even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden
+verbeid ...
+
+'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte
+nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse
+borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie
+vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt
+gespeeld, en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een
+moment bekeek Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane
+verlies ... Heur mond trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten
+voortraasde, opgewonden door de ettelijke "bockskens", gedurig
+terugkomend op 't geluk dat hij nog had te kunnen gaan vluchten ...
+
+Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: "Vijg!"
+...
+
+"Salut, tot morgen," antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen,
+maar voelend hare verachting ...
+
+ * * * * *
+
+De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar
+zouden de "Ware Varensvrienden" den laatsten dag van vastenavond, in
+groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat
+bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden
+kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van
+Scotch Whisky.
+
+De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drieën
+samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden
+een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende
+gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch
+ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop Käthe, bij
+'t doorrijden der stad, koeken zou bakken ...
+
+Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend
+uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met
+gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden,
+elkander-aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze
+herkenden ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een
+rose zijden, druk met roode linten versierd bébé-kleed aangetrokken,
+zoodat onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige
+kousen gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde
+los over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende,
+zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende
+oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't
+aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener
+fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en
+nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in
+fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden
+sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven
+met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was
+reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op Käthe ... Venijnige Charel
+in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht Käthe, in
+goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met
+hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich
+schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige
+kasseide ...
+
+Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna
+plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ...
+
+/*
+... Wij zijn hier, wij zijn hier!...
+Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!...
+*/
+
+Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door
+elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende
+harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het
+potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg
+werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen,
+hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen
+te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te
+bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ...
+
+Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de
+stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere
+kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende
+serpentines met gracielijken zwaai, ál krinkelend, door de gouden
+zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte
+neerdraaiden ...
+
+... Hier begon de jool voor goed ...
+
+Käthe bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en
+zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen
+gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen,
+viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle
+pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines
+omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast
+zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur
+vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk
+opwipte ...
+
+Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't
+Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de
+weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste
+heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot
+koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan
+begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen
+de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders
+vasthoudend ... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden
+schunnige liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar
+huis gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door
+de straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn
+harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend
+lijf, vooróp, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw
+nog plooiend en rekkend speeltuig.
+
+Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring,
+die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze
+ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal
+tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met
+vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ...
+
+Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend
+in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd--een bespottelijke dood onder
+de half scheef-hangende pijpjesmuts--met 't pipsche Fientje, en Frans,
+levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde
+wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen
+pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken
+ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den
+reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn
+doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje.
+
+In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler
+kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht
+doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten
+nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige
+festoenen langs de bogen slingerden.
+
+Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende
+atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De
+hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche
+strotten.
+
+Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet,
+dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den
+bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der
+plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd
+achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur
+kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale,
+elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de
+muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden
+heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar
+overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende
+verbeeste menigte.
+
+Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het
+gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd
+waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen.
+
+--"Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse."
+
+Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den
+steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn
+slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op
+heel de zaal ...
+
+In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de
+fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste
+menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens
+bespeurden ze 't rose bébé-kleed van Lowis noch den spannenden
+veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de
+oogen.
+
+--"Ze zijn wellicht in de priëeltjes gekropen," sprak Geerten schor van
+opwinding en jaloerschheid ...
+
+Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de
+gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke
+geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten
+Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden
+kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes, 't
+masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden,
+zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich
+vastzogen.
+
+Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten
+en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door éenzelfde
+opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander
+omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met
+glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ...
+
+Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op
+zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenpriëelen
+langs!
+
+De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die
+hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't
+lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem.
+De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't
+lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... "Ze zijn
+weg," zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ...
+
+Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de
+stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het
+motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens witte
+hemd was met slijk besprinkeld ...
+
+Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek
+hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per
+natiewagen door de leutig-feestvierende stad ...
+
+Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd
+tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse
+Lowis nu geëindigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de
+gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings
+beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet
+begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens
+bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat.
+
+Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet
+Fientje Geerten alleen ...
+
+"Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans dàar, maar 'k denk het
+niet ... 't zal wel "af" zijn tusschen ons ..."
+
+Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De
+fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ...
+Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf
+slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel
+nà borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van
+'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk;
+werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu
+eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knieënknikkend
+zwalkend naar 't straatmidden toe ...
+
+Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste
+tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid,
+bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende
+doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige
+klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn
+gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis
+woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en
+van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't
+kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de
+deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met
+verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der
+gelagkamer.
+
+Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken
+boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog vóor Geert den tijd had een woord
+te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid.
+Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit,
+tuimelde zwaar op de slijkerige steenen.
+
+Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers,
+wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd
+door Franske terug gedrongen en met één stomp midden de borst
+neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden,
+hem achterna riep: "Vijg!!" ...
+
+Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan
+voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen
+lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak.
+
+"Pietje de dood!" huilden gier-lachend de straatjongens en
+saamgetroppelde buur-vrouwen spotten plat-weg: "Hoorndrager" ...
+
+Vuistdreigend keerde hij zich om ...
+
+"Worst!..." "Vijg!!..." "Pietje de Dood!!..." brulden de kinders, den
+waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende
+hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En
+"Vijg"-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden,
+die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven
+bleven.
+
+ * * * * *
+
+Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette
+zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond,
+wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke
+openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne
+verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer
+viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden
+tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den
+kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te
+stoomen ...
+
+Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade,
+wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag,
+nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed
+geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad
+gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ...
+Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat
+strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk
+koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige
+verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze
+een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren
+man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan
+en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend
+spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij
+verbaasd:
+
+"Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?..."
+
+--"Ja, Geerten ..."
+
+--"Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat
+Heilige?..."
+
+--"'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de
+Preekheeren ... dat weet ge toch wel ..."
+
+'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal
+centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur
+om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de
+kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ...
+
+--"Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?" vraagde ze ...
+
+--"'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind ván
+achteren!..."
+
+Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon
+zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een
+weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten
+stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop, dat
+de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ...
+
+Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine
+besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de
+herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen.
+Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was:
+tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit.
+
+Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra
+bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp tóch niets dat hij
+Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging
+ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert
+het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou
+die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen
+meevooisden: "Dats rats in mijn voeten" ... Franske mocht doen wat hij
+verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten
+liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen
+wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in
+het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou
+worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al
+de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten.
+
+Kort ná 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in
+onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een
+sierlijk bootje, en daags vóór vastenavond-nog, had hij toegeslagen en
+een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ...
+
+Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer
+spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere
+bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ...
+
+Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken
+stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees,
+elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ... 's
+Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile
+lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde
+hij vloekend en dreigend ...
+
+Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis
+brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen
+verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had
+hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen
+boven 't bedrag waarover hij beschikte ...
+
+Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging;
+ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met
+Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim.
+
+Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de
+versch-geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te
+vragen aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood
+kleurde ...
+
+--"Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje"?...
+
+--"Verkoopen," snauwde hij norsch ...
+
+--"En dan"?...
+
+--"Verrekt", klonk het nurksch-kort-af ...
+
+"Brengt maar eens thuis," voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan
+heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een
+oúwe pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken
+op de grijs-blauwe steenen ...
+
+Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar
+hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de
+kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op
+den "Devonshire" ...
+
+Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee
+hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou
+aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij
+in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ...
+Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul
+en veelbelovend ...
+
+Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den
+constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was
+het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen
+zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van
+den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar,
+heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog
+een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ...
+
+Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de
+straat, waarin de Plezante bazin woonde. Vóór het huis was het zwart van
+bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door
+elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, ópjoepend boven 't
+gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een
+oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien.
+
+De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen
+wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ...
+
+--"En ge zult er niet binnen," krijschte zij, uitdagend ...
+
+--"Smerige rosse hoer"!!...
+
+In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel
+vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep
+een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde
+haar 't aangezicht van-een te krabben.
+
+De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende
+haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde. Met
+brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning
+hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... "Daar
+leelijke smots!" ... "Allemansgerief" ... Lowis wilde de tierende vrouw
+omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode
+haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie
+valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ...
+
+--"Wat is hier te doen, baaske?" vroeg een juffrouwtje aan Geerten ...
+
+--"Twee wijven die vechten" ...
+
+--"Waarom?"
+
+Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl
+hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee
+worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok
+Geerten voorzichtig af ...
+
+ * * * * *
+
+Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had
+en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje
+verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen
+ze vernamen dat de "Vijg" op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle
+Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen,
+waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich
+ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan
+billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart
+lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de
+zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou.
+
+Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij
+nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest.
+Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en
+de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken
+in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het
+spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door
+'t groene Scheldewater.
+
+Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu
+haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te
+hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der
+plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook
+naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der
+veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer
+geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de
+anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te
+vernielen ...
+
+ * * * * *
+
+Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin
+zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig,
+vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend
+met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen
+en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de
+schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig
+malende schroef van een wegstevenend stoomschip ...
+
+Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende
+bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander
+wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen
+vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje
+huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen
+stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ...
+Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den
+wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ...
+
+Langs den scherpen boeg sprong het water òp, gleed kabbelend op-zij,
+vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in
+de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden
+schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ...
+
+Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het
+rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend
+met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend,
+lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een
+oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het
+door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ...
+
+Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij
+er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden
+de zon-overgoten rivier ...
+
+Eene overzetboot paddelde voorbij ...
+
+De menschen op het dek oogden het mooie òp wippende scheepje ná, dat
+Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche
+buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over
+den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de
+vaartuigjes altijd afdrijven deed.
+
+Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ...
+Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden
+zon-doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig
+schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen.
+
+Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende
+strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ...
+Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed
+voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op
+Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor
+stond stil, pufte niet meer ...
+
+Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ...
+Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg
+van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de
+afblottende verf in schilfers rondspringen.
+
+Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje
+lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje,
+zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den
+oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de
+dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... "Zóo rap hadden ze't
+nu toch niet verwacht" ...
+
+Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ...
+De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en
+dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn
+tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij
+elke wiegeling water schepte.
+
+Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier
+machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden
+op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen
+woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen
+houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen,
+hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken
+der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met
+verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze
+roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf
+uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte
+boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen
+vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht.
+
+Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide
+schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens
+schuitje ...
+
+Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide
+handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in 't
+roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn
+spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken
+op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte
+Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ...
+
+Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast,
+wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was
+'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en
+wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat één der roeiers er een
+vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't
+Vlaamsche Hoofd ...
+
+Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener
+groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm
+in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van
+'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde.
+
+ * * * * *
+
+Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame
+weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende
+genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem
+nu wreed en somber, weeïg van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de
+beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal
+overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte
+hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer.
+
+Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die
+druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon
+Franske, die haar "zoo" gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem
+geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie,
+welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed
+zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn
+moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu
+onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten
+voortdurend in hem òp, deden alles donker-dreigend en triestig
+schijnen ...
+
+Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glariënden
+zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende
+gasthuis verlaten.
+
+ * * * * *
+
+'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren
+lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes nóg,
+enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen
+mantel-sleep ...
+
+Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ... Met
+zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen
+flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep
+over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het
+verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door
+tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ...
+
+Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan
+verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige
+boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan
+kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ...
+
+Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw,
+aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der
+dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der
+binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet
+en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige
+eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ...
+De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een
+stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin
+'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een
+sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot
+reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen
+water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen
+rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare
+mastspitsen ...
+
+Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de
+golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend
+tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de
+klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch
+voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de
+goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van
+sparkelend vuur doorgensterd ...
+
+Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug
+over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot
+uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de
+gaspitten één voor één aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener
+harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig
+zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen
+met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich
+herinnerend dat het Zaterdag was.
+
+Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van
+Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van Käthe ...
+
+Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze
+moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds
+bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende
+licht der toonraam van een kruidenierswinkel.
+
+Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf
+zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden vóor hem,
+zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in den
+tragen rhythmus van een sleependen wals ...
+
+--Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ...
+
+De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met
+hoofd en armen:
+
+--Allez mannen! manne-ën!...
+
+--Gaat g'-er mee een snappen, Geert," vraagde Franske meelij-gevoelend
+met den slappen man vóor hem ...
+
+--'k Moet gaan waken ...
+
+--Toetoetoet!... Kom-op!...
+
+Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn
+zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ...
+
+Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken
+betaalde een rondeken, en nog één, en nog één ... Onderwijl walsten
+getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger:
+hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest
+Geerten omtollen met Käthe ...
+
+"'nen Redowa," kondigde de harmonicaspeler aan ...
+
+Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding
+van heur zwangeren schoot.
+
+Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor
+zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te
+zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een
+stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ...
+
+Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel
+familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis
+eventjes op den ronden buik, spottend roepend:
+
+--"Bedod! voor dien erin zit!"
+
+De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der
+heele bende--de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek
+van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of
+pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met
+toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute
+stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden
+redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ...
+
+
+
+
+EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+***** This file should be named 12008-8.txt or 12008-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/12008-8.zip b/old/12008-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..c227490
--- /dev/null
+++ b/old/12008-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/12008-h.zip b/old/12008-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..b7e2c2d
--- /dev/null
+++ b/old/12008-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/12008-h/12008-h.htm b/old/12008-h/12008-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..9a6807f
--- /dev/null
+++ b/old/12008-h/12008-h.htm
@@ -0,0 +1,2824 @@
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
+<html>
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content=
+ "text/html; charset=iso-8859-1">
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Geerten Basse, by AUTHOR.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+ <!--
+ * { font-family: Times;}
+ P { text-indent: em;
+ margin-top: .75em;
+ text-align: justify;
+ margin-bottom: .75em; }
+ H1 { text-align: center; color: maroon }
+ H2,H3,H4,H5,H6 { text-align: left; }
+ HR { width: 33%;
+ margin-top: 1em;
+ margin-bottom: 1em;}
+ BODY{margin-left: 10%;
+ margin-right: 10%;}
+ .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */
+ .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* footnote */
+ .blkquot {margin-left: 4em; margin-right: 4em;} /* block indent */
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; right: 100%; font-size: 8pt; justify: right;} /* page numbers */
+
+ .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;}
+ .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+ .poem p {margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+ .poem p.i2 {margin-left: 2em;}
+ .poem p.i4 {margin-left: 4em;}
+ .poem .caesura {vertical-align: -200%;}
+ // -->
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Geerten Basse
+
+Author: Lode Monteyne
+
+Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO Latin-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+
+
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+
+
+<h1>GEERTEN BASSE</h1>
+
+<p>door</p>
+
+<h3>LODE MONTEYNE.</h3>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<p>'t Werd vinnig koud ...</p>
+
+<p>De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont
+vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk
+grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de
+vergrauwende stad.</p>
+
+<p>Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend
+verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels.</p>
+
+<p>Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort,
+stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige
+trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode
+vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende
+masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ...
+en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu
+witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van
+krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in
+de sprietelende mastspits.</p>
+
+<p>Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de
+loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den
+trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken,
+te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs
+tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich,
+frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een
+eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen
+van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. &quot;Br! zei hij ...
+zoo'n ko&ucirc; ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder
+de brug leggen tot morgen&quot; ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar
+afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef,
+meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren
+door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton
+aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld
+tellen. E&eacute;n voor &eacute;en haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak,
+blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde
+eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat
+rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein
+lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... &quot;Twee
+frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot&quot; ...
+Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele
+zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... &quot;En dat 's voor mij&quot; ...
+stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig
+beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een
+paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden
+en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het
+hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in
+de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over
+de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend
+groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke
+afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden
+nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen,
+in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen
+zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel
+v&oacute;or zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te
+zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is
+heelemaal afgezabberd ...&quot;&mdash;&quot;Arr&ecirc;, bedel&ecirc;er ...&quot;&mdash;Met behendig-rappe
+beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op
+in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem
+mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.&mdash;&quot;Kun-de nog wat anders?
+vroeg er een spotlachend.&mdash;Ja, zei Geerten, &quot;ik kan nog een
+halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek
+doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!&quot; ... &quot;Stoeffer ...
+afluizer ... Ge zijt te begeerlijk,&quot; plaag-lachten ze ...</p>
+
+<p>De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit
+verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds
+verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard
+voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten,
+de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil
+hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't strak-
+knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.&mdash;&quot;Hardi o&ucirc;we! riep
+Franske ... Hardi!...&quot; 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik pal
+op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de remschoenen
+aangedraaid.&mdash;Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend 't moede,
+afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het dier voort
+te trekken ...</p>
+
+<p>'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste
+klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit
+dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ...</p>
+
+<p>Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en
+kalm-lui staan, nu en dan roepend: &quot;Ksch! Ksch! V'ruit knol!...
+Vol-houwe!&quot; ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend
+hun lenige lijven van groote leute.</p>
+
+<p>&quot;He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een
+reepenfabriek!&quot; Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't
+lachen ... &quot;De zeever loopt langs uwen baard,&quot; zei Franske tegen
+Geerten ...</p>
+
+<p>Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze
+vooruit, gedienstig en vriendelijk ... &quot;Een bootje meneer ...&quot; &quot;De(n)
+overzetter is juist weg,&quot; sprak Geerten, half-spottend, onverschillig,
+daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ...</p>
+
+<p>Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist
+aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen,
+omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend
+havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde
+stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden
+zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren
+loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles,
+door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ...</p>
+
+<p>Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen
+van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den
+mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ...</p>
+
+<p>&quot;Wel Janverdomme,&quot; vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche
+baardstem ... &quot;dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van
+die stinkende moteurkens overvaart!&quot;&mdash;&quot;Dat 's met dien haastigen
+keerskensmaker van daar subiet,&quot; grapte Franske ... Allen zwegen,
+luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich
+verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en
+gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de
+onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter
+met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend,
+die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ...</p>
+
+<p>&quot;'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!...&quot;
+grommelde Geerten, norsch, &quot;met mist, vaar ik niet ...&quot;</p>
+
+<p>'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze
+niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun opstandig-
+vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren, stelde voor
+een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal toch dikwijls
+kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? &quot;Die onderkruipers!&quot; ...
+'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde venijnige Charel ... &quot;en
+mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine krijgen ...&quot; Ze schoklachten
+allemaal, spottend, om zulke vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte,
+zwaar van drift en dreiging.</p>
+
+<p>Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel
+sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk
+roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de
+ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen,
+weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere
+treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige
+ko&ucirc; deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk
+benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug
+bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen
+knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed
+eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte
+bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn
+ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden
+ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ...
+&quot;Gaat-de me&ecirc;, Franske ...&quot; &quot;Ja!&quot; Samen trokken ze weg: Franske, jong en
+slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en
+vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme
+beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in
+het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen
+aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de
+koppen bijeen ... &quot;Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten
+bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er
+wel ...&quot; schamperlachte &eacute;en luid-op ... &quot;En weet z'n wijf dat?&quot; ...</p>
+
+<p>&quot;Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar
+zuipen ...&quot; &quot;Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de
+jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Dat was rats in mijn voeten!&quot; antwoordde stroef, Venijnige Charel ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte
+kroeg, een borreltje in &eacute;enen teug met smakkende lippen en tranerige
+oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee
+kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den
+steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en
+witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met
+stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten
+hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine
+denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was
+geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor
+moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke
+kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor
+een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee,
+overlegde hij na&iuml;ef-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn
+moest, n&aacute;tellend hoeveel hij per dag m&eacute;er zou verdienen dan nu, tot, met
+een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij
+geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan
+verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos,
+raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij
+zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden
+vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken,
+bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien.
+Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk
+getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was
+toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de
+centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de
+buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ...
+&quot;Een moteur hoort ge te goed 's nachts,&quot; had ze gezegd ... In-eens, kwam
+in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar
+maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag,
+om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... &quot;Vijf frank weeral,&quot;
+dacht hij, opgewekt ...</p>
+
+<p>Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... &quot;O die vetlappen!
+Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier&quot; ...
+Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een
+deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn
+beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die
+stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende
+gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was,
+waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde
+keelen,&mdash;trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende
+koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten,
+en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend
+op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een
+reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst,
+toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende
+voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is
+de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse
+had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even
+schoklachte hij in zijn baard.&mdash;Zoo peinzend, was hij geraakt op een
+groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander
+gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den
+slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ...
+Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart
+gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur,
+waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in
+beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar
+verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle
+binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk
+bijeenhurkt en&mdash;arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende
+trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken v&oacute;or
+een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven,
+de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen
+hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag
+dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag,
+aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande.</p>
+
+<p>Ge&euml;rgerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde
+weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige
+wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en
+waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek
+hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een
+halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ...
+Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ...
+Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn
+dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen
+de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het
+snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide
+Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedst&ecirc;e toe, nam zijn slapende
+vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem
+tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... &quot;Allez,
+zatte teef! Allez-hop!!&quot; ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen
+wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten
+mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan
+met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos.
+Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch,
+waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met
+weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op
+tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een
+blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees
+in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed
+Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: &quot;En, nu
+vooruit met den bik!&quot; Traag sleffend over de gespleten, vuile roode
+tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast
+een kom ko&ucirc;we koffie ... &quot;Eerst mijnen mond wat spoelen,&quot; zei Geerten,
+zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer
+klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... &quot;Geef
+mijnen boek! Pruttige!&quot; Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte
+Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige
+drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte
+stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man
+over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met
+de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend,
+zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de
+jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen
+verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond
+van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Don&agrave; Gracia
+verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar
+binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore
+naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het
+vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis.
+De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige
+prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar,
+vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in
+beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat
+Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten
+onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan
+ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: &quot;Geert ... Vader
+is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt
+&quot;hem&quot; bediend ... 'k ben er geweest ...&quot;&mdash;Geerten zag even op,
+norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door
+inspanning-verhitten kop ... &quot;en ge _moet_ eens gaan van avond zulle
+...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Nog wat?&quot; snauwde hij bruut.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig
+koppeken ... van den Argentien geloof ik ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Laat zien!...&quot;</p>
+
+<p>Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de
+kast, reikte ze haren man toe ... &quot;En wat schrijft hem&quot;.</p>
+
+<p>Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ...</p>
+
+<p>&quot;Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag&quot; antwoordde Geerten,
+gebarend een borrel in &eacute;&eacute;n teug naar binnen te wippen ...</p>
+
+<p>Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp.</p>
+
+<p>Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet
+zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede
+bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge
+schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem
+aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij
+zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de
+sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de
+zurig-riekende eetkast ...</p>
+
+<p>&quot;Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster&quot; smaalde nijdig-spottend
+op hoonenden toon Trees ... &quot;moet ge niet wat cosmatique aan uwen
+schrobber doen?&quot; ...</p>
+
+<p>Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie
+onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu
+frisscher en vroolijker ...</p>
+
+<p>Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee
+frank op tafel ...</p>
+
+<p>&quot;Arr&ecirc; en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden
+opgekocht vandaag?&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'k Ben niet gaan leuren ...&quot;</p>
+
+<p>Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en
+de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige
+zoldertrapken opgestapeld ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader&quot; ... en zich plots
+herinnerend ... &quot;en haalt uwen wasch binnen!...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ...&quot; schimpte Trees hem nog
+achterna ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Verrekt!&quot; beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe,
+dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten
+daverrinkelden ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een
+der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar&mdash;'t
+was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis&mdash;in schreeuwend
+oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en
+gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd:</p>
+
+<span style="margin-left: 2em;">The Joly Boys Bar</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">bij de Plezante Bazin.</span><br>
+
+<p>In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de
+buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de
+zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en
+serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ...</p>
+
+<p>Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want
+buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde&mdash;zonder
+dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken
+moest&mdash;, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas
+binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen.</p>
+
+<p>Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die
+wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen
+met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van
+haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die
+haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten.</p>
+
+<p>Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij
+&quot;De ware Varens-vrienden&quot;, waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar
+spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten
+Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky.</p>
+
+<p>Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om
+de tafel, waarop&mdash;midden groote glimmende bierplasjes&mdash;de met kralend
+gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met&mdash;bij sommigen&mdash;een
+potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen
+weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden
+zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat
+de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende
+gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten
+stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden
+mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide
+lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag,
+doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige
+wateren der Schelde.</p>
+
+<p>Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug
+naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit
+starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis'
+wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige
+glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ...</p>
+
+<p>&quot;Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader&quot; vraagde Venijnige Charel ...</p>
+
+<p>Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen,
+antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem:
+&quot;Bah ...den ouwen dag, h&eacute; ... vier en negentig zulle!...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Is de Heilige Jozef ziek?&quot; kwam Suske van Loock, de oudste der
+roeiers, er tusschen&mdash;&quot;als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles
+van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken&quot; ...</p>
+
+<p>Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... &quot;Hij 'n
+heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ...
+Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H.
+Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van
+spreken!&quot; ...</p>
+
+<p>Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten
+slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem
+van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ...</p>
+
+<p>Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ...</p>
+
+<p>Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes
+vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten&mdash;een woord, dat
+hij op de laatste socialistische meeting gehoord had&mdash;van 'nen vuilen
+herbergier, gescholden werden ...</p>
+
+<p>Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde,
+zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen
+uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend
+de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te
+bezitten ...</p>
+
+<p>Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend
+wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer
+vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een
+moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde
+hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ...</p>
+
+<p>&quot;'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft
+geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ...&quot;</p>
+
+<p>De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ...
+&quot;En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een
+deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten
+percent betalen!&quot; ...</p>
+
+<p>Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar&mdash;innerlijk
+jubelde hij&mdash;dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't
+water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar
+een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Nog een pint Geert?&quot; vroeg vriendelijk K&auml;the de serveuse..</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ja, en 'nen beste erbij&quot; ...</p>
+
+<p>... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ...
+'t winterde fel ... wie weet?...</p>
+
+<p>Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen,
+wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van
+toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af
+van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend
+koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ...</p>
+
+<p>In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank,
+was K&auml;the terug tusschen hare twee klanten gaan zitten&mdash;piepjonge,
+baard-looze &quot;printers,&quot;[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken
+begaapten en waartegen zij grapte ...</p>
+
+<p>Noot: [1] Leerling op een schip: &quot;Prentice.&quot;</p>
+
+<p>Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche
+nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de
+ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen
+aanmanend te betalen ...</p>
+
+<p>Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend
+tinkelen op de marmeren tafelplaat: ...</p>
+
+<p>&quot;Take what you like&quot;. (Pak wat ge wilt).</p>
+
+<p>Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde
+hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode
+haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend
+flonkerden ...</p>
+
+<p>&mdash;Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende
+blik op zwijgenden Geerten &oacute;ver hem ... &quot;Geen spek voor zijnen bek&quot; ...</p>
+
+<p>De zatte matroos zwalkte met knikkende knie&euml;n naar de deur toe, wierp
+dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef
+onbewegelijk-strak ...</p>
+
+<p>&mdash;Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n
+schoon affaire!...</p>
+
+<p>Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den &quot;printer&quot; was gaan zitten ...</p>
+
+<p>Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske
+blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een
+vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;De teerlingen! de teerlingen!&quot; riep Venijnige Charel zenuwachtig-
+gehaast.&mdash;&quot;We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht
+'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Aangenomen?&quot; vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die
+hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ja! Ja!&quot; Verward schreeuwden ze 't door elkaar.</p>
+
+<p>Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne
+heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie
+had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal
+van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend
+voort in Geertens borst ...</p>
+
+<p>Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen
+recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden
+gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend,
+zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg,
+bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje,
+waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;All&ocirc;, niet stooten zulle!&quot;</p>
+
+<p>De dobbelsteenen rolden in den bak!... &quot;Negen! voor Suske!&quot; Weer viel de
+stilte ...</p>
+
+<p>Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond
+hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ...</p>
+
+<p>&quot;Zes!... A&iuml; mij ... Charel!&quot;</p>
+
+<p>&quot;Stilte!... Sst!...&quot;</p>
+
+<p>Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon
+Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht
+stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende
+zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij
+dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig
+gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand
+van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de
+sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ...</p>
+
+<p>Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de
+roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil
+liggen.</p>
+
+<p>&quot;De twee apen!&quot; (de twee eenen.)</p>
+
+<p>Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ...</p>
+
+<p>&quot;Gij moet gaan! Sant&eacute; zulle,&quot; riep Charel hoonend.</p>
+
+<p>&quot;Daar doe 'k het orgel op spelen!&quot; zei Lowis gekscherend, en met een
+kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een
+gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer,
+dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle
+maagd ...</p>
+
+<p>K&auml;the zong mee ... De &quot;printers&quot; brulden onverstaanbare woorden, de
+roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar,
+wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende
+neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend &quot;Chorus&quot;
+voort-zong ...</p>
+
+<span style="margin-left: 2em;">Because I love You...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">My only one regret,</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Since then we 've never met</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Because I love you...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Yes, my heart is yours!...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Because I love you!...</span><br>
+
+<p>Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze &quot;zijn&quot; was ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden,
+nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den
+regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen
+holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen
+achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der
+vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de
+duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ...</p>
+
+<p>&quot;Wat 'n hondenweer,&quot; peinsde Geerten ...</p>
+
+<p>Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan,
+zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries
+uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart
+voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen,
+seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af
+en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend
+tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten,
+gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende
+wagens voortduwde ...</p>
+
+<p>Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin
+vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ...</p>
+
+<p>Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten,
+begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche
+nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en
+gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem
+gevallen?... Waar&oacute;m?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij
+niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen
+ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand
+betrouwen?... Verdomd toch, waar&oacute;m was Franske n&uacute; juist bij Lowis
+gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de
+mannen allemaal reeds weg waren en K&auml;the met &eacute;&eacute;n der &quot;printers&quot; ook al
+heengegaan was!...</p>
+
+<p>&quot;Gaat-de mee do&oacute;r, Franske?&quot; ...</p>
+
+<p>Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ...
+Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit
+het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren
+moest!...</p>
+
+<p>Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ...</p>
+
+<p>Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald,
+weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen
+jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn
+redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig
+te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er
+zulk een vinden k&oacute;n! frisch en mollig, een bloem op een veld!...</p>
+
+<p>Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die
+hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ...
+Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afho&ucirc;wen of
+anders ...</p>
+
+<p>De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend
+de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat
+verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op
+den woesten, kletsenden golfslag van den door storm &oacute;pgezwiepten stroom.
+Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan,
+bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ...</p>
+
+<p>Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem
+beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij
+naderde ...</p>
+
+<p>Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens
+de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten
+steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen,
+dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens,
+rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen
+der maan ...</p>
+
+<p>De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig
+loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den
+hollen vloed.</p>
+
+<p>Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een
+ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel
+beeld.</p>
+
+<p>Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger
+lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap
+stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij
+zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan
+den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die
+langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou
+toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat
+in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ...</p>
+
+<p>Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de
+kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar
+eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij
+een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen
+weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte
+Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning
+benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ...
+in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de
+laagste sport te springen. Zijn e&eacute;n been plonsde in 't ijskoude water,
+maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn
+geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij
+ijlings weg ...</p>
+
+<p>De politieagent zette hem achtern&aacute; ... Geerten hoorde zijn haastige
+passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind
+zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die
+zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril
+tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit
+beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak
+bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij,
+niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden
+sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich
+door de half-dronken mannen heen ... D&aacute;&aacute;r was een smal zijstraatje, met
+een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger,
+liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de
+hielen zat. &quot;Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer
+volgen.&quot; Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam
+op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde,
+afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den
+harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende
+wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar
+niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en
+Suske en de rest?... en d&agrave;n Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten,
+wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ...</p>
+
+<p>Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin.
+Nu stond hij vo&ograve;r de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen
+gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De
+straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof
+door heel het huis.&mdash;Geen roering kwam er achter de neergelaten
+voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist,
+bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging
+hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets
+bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het
+zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de
+nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles v&oacute;or zich. Zoo
+warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn
+losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend,
+met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken,
+woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in
+hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon
+zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge
+snotneuzen van &quot;printers&quot; ... zij &eacute;en en K&auml;the &eacute;en, overlegde hij ...
+&quot;Sakkerdomsche ros!&quot; Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende
+deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... &quot;Als dat
+moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!&quot;</p>
+
+<p>Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem
+sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn
+steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs
+den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te
+loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje
+binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te
+vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur
+vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit,
+wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... &quot;Zijt gij
+daar?&quot; vraagde ze verwonderd ... &quot;wat 'n eer van u te zien!...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Laat me gerust&quot; bromde Geerten, zich uitkleedend.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Buitengesmeten&quot; meesmuilde ze nog spot-lachend ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Zwijg, verdjuusche, zatte teef!...&quot; Hij zag de jeneverflesch
+half-leeg, op tafel staan, nam ze &ograve;p, zette ze aan den mond en met
+klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij
+bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... &quot;Allez, schuif-op, vijf voet
+van mijn lijf, Pruttige ...&quot; Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: &quot;Bij
+Lowis &egrave;h, daar is 't schooner ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Gaat ge zwijgen!&quot; De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen
+hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem
+opnieuw wakker ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden&quot;
+...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Laat me gerust, ... 't is goed ...&quot;</p>
+
+<p>Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst
+durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden
+die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? D&agrave;t
+wist hij wel beter ...</p>
+
+<p>Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn,
+deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ...</p>
+
+<p>'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ...</p>
+
+<p>Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen,
+toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen
+naderde ...</p>
+
+<p>Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn
+wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend,
+want Rik Schampavie en zijn kameraden&mdash;de onderkruipers!--waren al een
+keer of twee overgevaren met &quot;typen&quot; van de Yachtclub. Tegelijkertijd
+brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den
+nacht aan enkele yachten had aangericht ... W&egrave;l hadden ze den Rik hooren
+sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn
+zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ...</p>
+
+<p>Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging
+voor den sterksten man van heel den &quot;bassin&quot;, was gaan vluchten v&ograve;or den
+helm van een spichtig-mager politiemanneken.</p>
+
+<p>&quot;Wat 'n vijg!&quot; spotte Venijnige Charel half-luid, &quot;'t was verdomd juist
+de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,&mdash;zoo'n vijg.&quot;</p>
+
+<p>Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske
+dien hij niet ontwaarde, z&oacute;o maar om 't gesprek af te leiden ...</p>
+
+<p>&quot;Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ...&quot; schamperlachte Charel ...</p>
+
+<p>Geerten stoof op: &quot;Als ge dat nog zegt &egrave;h, breek ik U armen en beenen!
+Venijnige beest!&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'k Zeg de waarheid,&quot; snauwde de andere terug.</p>
+
+<p>&quot;Sakkerdju!&quot; vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met
+een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte
+met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten.</p>
+
+<p>&quot;Hardi,&quot; kisten de toegeloopen omstanders, krachtige
+buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien
+der bootjesroeiers.</p>
+
+<p>Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide,
+bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk,
+lagen een pooze roerloos, zwaar ademend.</p>
+
+<p>&quot;Hardi!&quot; &quot;Houwen!&quot; &quot;Geeft hem het Geerten!&quot; Basse lag boven, zijn vijand
+duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel
+hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens
+sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in
+Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het
+hooren zouden ... &quot;Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!...
+Vijg!!!...&quot; 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ...
+&quot;Hoorndrager!...&quot;</p>
+
+<p>De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De
+roeiers lieten begaan, schudden de koppen: &quot;Geerten is ver op ... hij
+heeft zijnen meester gevonden&quot; ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;De garde! De garde!&quot; ... klonk luide en spottend een hooge
+jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met
+moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze
+uit-een, liet de vechters aftrekken ...</p>
+
+<p>Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was
+afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde
+been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ...
+Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat
+was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte
+hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het
+hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna
+afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij
+nemen ...</p>
+
+<p>Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n
+fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die
+smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te
+verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en
+luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen
+was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes,
+welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok
+hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in
+eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door
+aan het ziekbed van den &quot;Heiligen Jozef&quot; ... Innig-overtuigd was
+Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe
+stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen
+motorbootje te bezitten op den voorgrond trad.</p>
+
+<p>D&agrave;t werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem
+over alle geleden smart heenzette. D&agrave;t zou zijn wraak wezen! Bersten
+moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den &quot;bataclan.&quot; Maar
+Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter
+hand ...</p>
+
+<p>De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor
+haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij
+voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met
+Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier
+met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde
+aangezicht, wilde ze &oacute;&oacute;k niet lossen ... vooral n&ugrave; niet meer ... Ze
+peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich
+tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle be&icirc; te houden&mdash;den
+jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om
+zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze
+niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat
+trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel
+ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde,
+hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze
+besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne
+genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig
+groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende
+hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en
+fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op
+papier te brengen ... K&auml;the moest helpen ...</p>
+
+<span style="margin-left: 1.5em;">Liefe geert:</span><br>
+<span style="margin-left: 1.5em;">Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard...</span><br>
+<span style="margin-left: 1.5em;">Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis...</span><br>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Dienzelfden avond n&oacute;g was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich
+heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig
+geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't
+misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was
+'t nu z&oacute;o, h&eacute;m kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ...
+Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als
+die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan
+de vleeschelijke vrouw.</p>
+
+<p>Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen
+reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de
+&quot;Vijg&quot;, iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging
+hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden
+zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de
+klanten niet te verliezen ...</p>
+
+<p>In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het
+niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien
+flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de
+rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven
+slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens,
+wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der
+plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang
+der zaak!...</p>
+
+<p>Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht
+bij zijn zieken vader waken zou ...</p>
+
+<p>Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske,
+Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed
+haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen
+grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit
+hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de
+linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten
+pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch
+naar binnen ...</p>
+
+<p>&quot;'t Zijn er goe&iuml;&quot; lachte hij ...</p>
+
+<p>Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't
+Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat
+thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge
+niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... &quot;Zijt ge zot?... Dan
+heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem
+zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken,
+zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever.&quot; Geerten moest
+toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren
+zou ... &quot;Hij is te schoon,&quot; bemerkte hij, sarcastisch ... &quot;Wat kunt g'er
+aan doen,&quot; zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in
+zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... &quot;Ja, wat kunt g'er aan
+doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ...
+enne ... naar ...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Wat zegt ge&quot; hijgde 't mosselvrouwken ... &quot;naar?...&quot;</p>
+
+<p>... &quot;een wijf als rosse Lowis ziet,&quot; voleindde Geert, traag opslurpend
+de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had.</p>
+
+<p>De tranen sprongen in haar klare oogen. &quot;D&aacute;t had ze nooit gedacht!...
+Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort.
+Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en tranerig-onduidelijk
+klonk bij 't roepen van 't gewone &quot;k&ecirc;pele&ecirc;.&quot;</p>
+
+<p>&quot;Die heeft beet,&quot; grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ...</p>
+
+<p>'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de
+bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd
+door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Dag blauwe-geschelpte,&quot; spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle
+leute ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Vijg!&quot; beet Franske kort-af, terug.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in
+krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. &quot;God zij geloofd&quot;
+had Sophie&mdash;zijn dochter&mdash;gezegd, &quot;want dat lijden is niet meer om n&aacute; te
+zien,&quot; en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarn&aacute; niet meer
+hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis
+geweest was ...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken,&quot; had Pruttige Trees
+gezegd, ... &quot;dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren
+met nieuwjaarnacht, naar 't feest van &quot;'t Kasken&quot; in de maatschappij&quot;
+... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed.</p>
+
+<p>'t Sneeuwde buiten ... De lucht was &eacute;ene grijsheid van schommelende
+donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ...</p>
+
+<span style="margin-left: 2em;">&quot;Deezeken schudt zijn beddeken uit</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">en laat zijn pluimekens vliegen&quot; ...</span><br>
+
+<p>De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een
+olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde
+spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel
+smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den
+aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren
+vloer ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, &quot;&aacute;nders heeft hij het
+te benauwd&quot; ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken,
+vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't
+ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met
+diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den
+grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke
+bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend,
+leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het
+omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte
+afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht
+viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt
+minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de
+torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ...
+Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen
+maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer
+doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een
+hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't
+aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes.
+Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het
+kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn,
+die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid.
+Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels,
+en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het
+rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den
+neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen.
+De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over
+hem heen: &quot;Eens drinken, vader?&quot; ... Hij schonk een glaasje vol van den
+wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij weigerde.
+Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook nog een
+flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ...</p>
+
+<p>Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats
+terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen
+gezangen d&oacute;or tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de
+hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't
+Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den
+nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien
+en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij
+te tobben.&mdash;Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het
+gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging
+hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij
+alleen &quot;de vijg,&quot; maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook
+was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan,
+beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou.
+Dat w&aacute;s zijn levensdoel en &eacute;enige bekommering geworden. En, n&aacute;denkend,
+wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon
+gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de o&ucirc;we 't
+kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje
+overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den
+doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld
+gekost ... &quot;Ja, ja&quot;, overlegde Geerten ... &quot;en toch met het beetje dat
+overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder
+jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of
+had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers
+Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch
+nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ...&quot;
+Werktuigelijk stond Geerten op ...</p>
+
+<p>'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen
+der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die
+buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij
+vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam
+Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds
+meer invallende gelaat van vader ...</p>
+
+<p>... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de
+oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen&mdash;heel even
+maar&mdash;kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en
+beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen
+als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ...</p>
+
+<p>&quot;'t Zal afloopen&quot; peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze
+zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het
+zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten
+grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen
+Geert ... &quot;Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd
+heeft, is men in de wieg niet versmacht&quot; ...</p>
+
+<p>Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die
+in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette
+de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ...</p>
+
+<p>'t Sloeg elf uren ... &quot;Trees zal gaan komen,&quot; dacht hij. Zijn ruige,
+bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring
+die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en
+ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ...
+&quot;Niks!&quot; Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig
+tusschen elk blad ... &quot;Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek&quot;
+... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten
+doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos,
+niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht
+reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing
+open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden
+scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open
+op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde
+Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht
+naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte
+hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij
+met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige
+wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het
+feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende
+het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond,
+verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens,
+die hij gevonden had ...</p>
+
+<p>Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag
+hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde
+haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ...
+boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend
+door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu
+durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij
+'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die
+hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot weerziens-
+zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ... Wat kon hij
+nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis was geen
+levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te feesten?...
+Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als Trees nu
+maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!...</p>
+
+<p>In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de
+plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't
+schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der
+jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide
+mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden
+heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste
+stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den
+jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter,
+omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje
+brulden dronkaards een gekke &quot;braban&ccedil;onne&quot;, en in de straat joelden en
+tierden de pretmakende benden.</p>
+
+<p>En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't
+donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn
+bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... &ocirc; die
+Trees!...</p>
+
+<p>Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp
+haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ehwel?&quot; ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Dood,&quot; zei Geerten ... &quot;Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al
+bijkans koud ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet
+insteken ... en Sophie ook niet ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Niks gevonden?&quot; vroeg ze n&aacute; een poos, naar de in wanorde liggende
+kast gaande om de lamp te nemen.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Niks,&quot; antwoordde Geerten norsch ... &quot;'k trek er uit ... Zijt ge niet
+bang?&quot; ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Bang, begod,!&quot; ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar
+fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... &quot;Zie, als
+de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ...&quot;</p>
+
+<p>De deur draaide dicht achter Geerten ...</p>
+
+<p>De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was
+vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe
+sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken
+zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de
+twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen,
+spoedde Geerten zich voort ...</p>
+
+<p>Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken
+vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan
+gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van
+electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der
+goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de
+verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de
+stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe
+meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende
+matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen,
+dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de
+deur eener herberg.</p>
+
+<p>Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de
+kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk.
+Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn
+mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ...</p>
+
+<p>Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij
+de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier.
+Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ...</p>
+
+<p>Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de
+schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van
+het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske.
+Geerten deed of hij 't niet merkte ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ne gelukkige zulle&quot; ... wenschte hij, de uitgestoken handen
+schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de
+stekelig-bebaarde wang ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Zoo laat&quot; zei ze ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Vader is dood&quot; ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Is de H. Jozef dood?&quot; wonderde Suske van Loock.</p>
+
+<p>&mdash;Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een
+keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen K&auml;the hem
+voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin
+op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van
+een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader w&egrave;l wat zou
+achterlaten ... wat k&oacute;n dat hoefijzer anders beduiden?...</p>
+
+<p>&mdash;Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ...</p>
+
+<p>&mdash;Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot
+hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de
+teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij
+vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg.</p>
+
+<p>De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de
+roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van
+'t opgediende konijn.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Wat kat, Vijg?&quot; plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met
+kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een
+glimlach.</p>
+
+<p>'t Bier klokte in de dorstige kelen ... K&auml;the deed het orgel spelen, en
+weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel tingel-tangelliedje.
+Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den baard. Met groote teugen
+spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar binnen: zijn oogen flikkerden
+genotvol.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;All&oacute; Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den
+baard af,&quot; gichelde K&auml;the, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den
+wijd-opengespannen mond opving ... &quot;Wat 'n bakoven&quot; schertste Franske.
+Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun
+glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en K&auml;the wilden
+dansen.</p>
+
+<p>Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze
+dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht,
+keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem
+voorzette, trakteerde K&auml;the, die nevens hem was komen zitten, neep haar
+tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze
+stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van
+pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... K&auml;the ging van den
+eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn
+onthaald ...</p>
+
+<p>Geerten voelde zich mo&ecirc; en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch
+zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem
+wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven.
+'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't
+vorige jaar, toen n&aacute; uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan
+anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't
+zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den
+laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten,
+en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te
+troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen!</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude
+hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>&quot;De H. Jozef&quot; was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets,
+langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een
+pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle
+kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende
+blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn
+hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe
+eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ...</p>
+
+<p>Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige
+zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar
+de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het
+sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken:
+hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed,
+verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de
+zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde
+Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie,
+zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet
+moeten onderhouden sedert moeders dood?&quot;</p>
+
+<p>Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een
+bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die
+geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde
+soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een
+motorbootje te bezitten.</p>
+
+<p>V&oacute;&oacute;r hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel
+vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan
+boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche
+vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de
+lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij
+vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij
+haar te komen.</p>
+
+<p>'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de
+duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer.
+De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het
+kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den
+dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te
+kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning,
+fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette
+zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende
+klep, op zijn ruigen kop.</p>
+
+<p>Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste
+vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke
+meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast
+ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden
+brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een
+bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad
+op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de
+mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp. Koffie-slokkend
+verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn wangen uitpuilen deden.</p>
+
+<p>&quot;Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ...
+Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel
+geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn
+blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der
+golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde
+motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen
+zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den
+stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?...
+de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander,
+met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon
+hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich
+vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's
+nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig
+bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een
+broche, of eene &quot;brachelet&quot; of ...</p>
+
+<p>Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den
+gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees
+binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de
+armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de
+borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door
+looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf,
+dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken
+lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde
+schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ...
+&quot;Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!&quot; ... Na een wijle ... &quot;En, is er
+geen nieuws over 't geld?...&quot; &quot;Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet
+uit ... Hop!&quot; ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig
+het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht
+werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de
+schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden
+stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel,
+maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote,
+blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden,
+eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op
+met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er
+moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis
+zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen
+niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het
+huis verpesten, werden niet verkocht.&mdash;Er was geld! meer geld!... Hij
+trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog
+enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde
+kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij
+zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren
+jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe
+eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de
+waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't
+gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees,
+proestend, de oogen opende ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!&quot;</p>
+
+<p>Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de
+neerhangende lippen krijgen ... &quot;'t Geld, 't Geld van mij!&quot;</p>
+
+<p>Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ...</p>
+
+<p>Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in
+volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... &quot;'t Geld!...
+'t Geld!...&quot; Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige
+speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden
+zijn oogen, ver uit hun kassen.&mdash;</p>
+
+<p>Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde haar.
+Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en n&agrave; de verwondering over
+de onverwachte, vroeger nooit ondervonden mishandeling, had de schrik haar
+bevangen. Terwijl 't bloed in roode vlekken stolde op heur vet-plekkige
+kleed, slofte ze schichtig bijna door de kamer, tot bij het bed, kroop er
+half onder, pakte een oud staalzakje van graan beet en zich oprichtend,
+overreikte het aan Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd
+had elk harer bewegingen ...</p>
+
+<p>In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de tafel ...
+zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden koortsig met
+zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor briefje
+&mdash;platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee bankjes aan
+elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele wereld ...
+er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest m&eacute;er zijn ...
+ze had er veel van opgezopen ...</p>
+
+<p>&quot;Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze
+vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten
+weer, hardnekkig ...</p>
+
+<p>Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?...</p>
+
+<p>Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ...</p>
+
+<p>&quot;Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en
+in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten
+rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ...&quot;</p>
+
+<p>&quot;Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in
+grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!...&quot;</p>
+
+<p>Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ...</p>
+
+<p>Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere
+ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ...</p>
+
+<p>&quot;Gaat ge nu alles &oacute;p-doen, Geerten ...?&quot;</p>
+
+<p>&quot;'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!&quot; beet hij haar bruut terug.</p>
+
+<p>&quot;Laat ons de helft doen,&quot; riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in
+de gang stond ... &ograve;f geef me wat voor 't huishouden&quot; ...</p>
+
+<p>Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de
+deur ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe,
+of!...&quot;</p>
+
+<p>Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ...
+&quot;of 'k zal u raken!...&quot; Trees kromp in-een van schrik ...</p>
+
+<p>De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ...</p>
+
+<p>Het heele huisje daverde van den schok ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis
+bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte
+hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag
+herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... &quot;Smoel toe, of ...&quot;</p>
+
+<p>Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte
+zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en minzaam-beleefd
+... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen, hopend zich
+stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere roeiers hield
+hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de worsteling met venijnigen
+Charel, was zijn populariteit afgesleten. Tusschen Franske en hem kwam het
+stil-aan tot een breuk vooral na de poets, die hij den jongen met
+Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De veete tegen de motorbootjes
+verscherpte en nu ging er bijna geen dag voorbij of er werd eenige schade
+aan de scheepjes toegebracht, vooral aan dat van Rik Schampavie.</p>
+
+<p>Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen,
+poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ...
+'s Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals &quot;het Fleschken&quot;,
+trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een
+rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral
+wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden
+catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel
+alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den
+opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong
+roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven,
+anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer
+hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den
+boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen
+en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar
+rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank ontbraken
+... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en zeker!...</p>
+
+<p>Kort n&agrave; nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant
+bezetten onderrok, dien K&auml;the op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke
+gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en
+inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't
+groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig
+vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer
+en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen
+zou ...</p>
+
+<p>Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem
+heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het
+volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen
+regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor
+niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden.
+Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een
+zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn
+medevrijer hadden afgerammeld.</p>
+
+<p>Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij
+hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers.</p>
+
+<p>... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager,
+hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret
+lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde.</p>
+
+<p>Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te
+groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij
+probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich
+trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's
+avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want
+thuis had hij verboden nog toespijs te halen ...</p>
+
+<p>Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud
+roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje.</p>
+
+<p>Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te
+ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen
+gegaard hebben ...&mdash;</p>
+
+<p>Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest &ograve;p, de
+verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was d&agrave;t
+zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed
+als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ...
+Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ...
+Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem
+betaalde?... niks! niemend&aacute;l!... Allengskens dacht hij aan niets
+anders meer ...</p>
+
+<p>Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij
+nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans&mdash;om 'n arme
+vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon
+moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verd&ograve;md ... d&agrave;t mocht
+niet gebeuren!...</p>
+
+<p>Aan Lowis k&ograve;n hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten
+liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte
+om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ...
+&ograve;f ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna
+weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen
+kon ... Bij dit voornemen bleef hij ...</p>
+
+<p>Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat,
+loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen
+munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin
+verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant
+plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide
+schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden
+bovenrok verborgen ...</p>
+
+<p>'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der
+rosse waardin kwetste hem ...</p>
+
+<p>Veertien dagen vo&oacute;r vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een
+tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei
+ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ...</p>
+
+<p>Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie
+verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in
+de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle
+vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat
+hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door
+nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of
+ze was zelf bakvisch ... dat was jand&ograve;me een goe&iuml; lol!...</p>
+
+<p>'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte
+ster-looze lucht: over stad en stroom, &eacute;&eacute;n duisternis waarin als
+versomberde ...</p>
+
+<p>... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de
+opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem,
+log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de
+kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en
+rap had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer
+behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en
+stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag v&oacute;&oacute;r zich de stoomers
+aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en purper
+... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms &oacute;pklonken,
+duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende
+kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden
+uit booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte,
+dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling,
+vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ...
+Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn
+riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden,
+voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij
+bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn
+sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit
+den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de
+beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde
+Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder,
+waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend
+armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen
+uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend,
+ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van
+het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig
+zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar,
+doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik
+beangst ...</p>
+
+<p>Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij
+zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat
+omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in
+'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven,
+toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te
+worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't
+bordeeltje &quot;Zum siebensten Himmel&quot;, waar de baas den Sherry kocht voor
+vijf en zeventig franken ...</p>
+
+<p>Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen
+en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan
+den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de
+even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden
+verbeid ...</p>
+
+<p>'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte
+nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse
+borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie
+vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt gespeeld,
+en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een moment bekeek
+Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane verlies ... Heur mond
+trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten voortraasde, opgewonden door
+de ettelijke &quot;bockskens&quot;, gedurig terugkomend op 't geluk dat hij nog had
+te kunnen gaan vluchten ...</p>
+
+<p>Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: &quot;Vijg!&quot;
+...</p>
+
+<p>&quot;Salut, tot morgen,&quot; antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen,
+maar voelend hare verachting ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar
+zouden de &quot;Ware Varensvrienden&quot; den laatsten dag van vastenavond, in
+groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat
+bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden
+kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van
+Scotch Whisky.</p>
+
+<p>De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drie&euml;n
+samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden
+een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende
+gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch
+ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop K&auml;the,
+bij 't doorrijden der stad, koeken zou bakken ...</p>
+
+<p>Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend
+uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met
+gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden, elkander-
+aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze herkenden
+ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een rose
+zijden, druk met roode linten versierd b&eacute;b&eacute;-kleed aangetrokken, zoodat
+onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige kousen
+gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde los
+over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende,
+zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende
+oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't
+aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener
+fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en
+nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in
+fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden
+sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven
+met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was
+reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op K&auml;the ... Venijnige Charel
+in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht K&auml;the, in
+goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met
+hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich
+schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige
+kasseide ...</p>
+
+<p>Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna
+plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ...</p>
+
+<span style="margin-left: 2em;">... Wij zijn hier, wij zijn hier!...</span><br>
+<span style="margin-left: 2em;">Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!...</span><br>
+
+<p>Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door
+elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende
+harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het
+potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg
+werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen,
+hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen
+te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te
+bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ...</p>
+
+<p>Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de
+stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere
+kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende
+serpentines met gracielijken zwaai, &aacute;l krinkelend, door de gouden
+zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte
+neerdraaiden ...</p>
+
+<p>... Hier begon de jool voor goed ...</p>
+
+<p>K&auml;the bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en
+zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen
+gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen,
+viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle
+pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines
+omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast
+zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur
+vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk
+opwipte ...</p>
+
+<p>Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't
+Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de
+weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste
+heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot
+koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan
+begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen
+de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders vasthoudend
+... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden schunnige
+liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar huis
+gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door de
+straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn
+harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend
+lijf, voor&oacute;p, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw
+nog plooiend en rekkend speeltuig.</p>
+
+<p>Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring,
+die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze
+ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal
+tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met
+vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ...</p>
+
+<p>Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend
+in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd&mdash;een bespottelijke dood onder
+de half scheef-hangende pijpjesmuts&mdash;met 't pipsche Fientje, en Frans,
+levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde
+wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen
+pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken
+ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den
+reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn
+doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje.</p>
+
+<p>In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler
+kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht
+doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten
+nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige
+festoenen langs de bogen slingerden.</p>
+
+<p>Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende
+atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De
+hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche
+strotten.</p>
+
+<p>Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet,
+dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den
+bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der
+plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd
+achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur
+kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale,
+elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de
+muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden
+heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar
+overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende
+verbeeste menigte.</p>
+
+<p>Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het
+gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd
+waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse.&quot;</p>
+
+<p>Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den
+steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn
+slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op
+heel de zaal ...</p>
+
+<p>In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de
+fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste
+menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens
+bespeurden ze 't rose b&eacute;b&eacute;-kleed van Lowis noch den spannenden
+veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de
+oogen.</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ze zijn wellicht in de pri&euml;eltjes gekropen,&quot; sprak Geerten schor van
+opwinding en jaloerschheid ...</p>
+
+<p>Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de
+gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke
+geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten
+Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden
+kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes,
+'t masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden,
+zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich
+vastzogen.</p>
+
+<p>Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten
+en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door &eacute;enzelfde
+opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander
+omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met
+glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ...</p>
+
+<p>Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op
+zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenpri&euml;elen
+langs!</p>
+
+<p>De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die
+hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't
+lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem.
+De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't
+lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... &quot;Ze zijn
+weg,&quot; zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ...</p>
+
+<p>Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de
+stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het
+motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens
+witte hemd was met slijk besprinkeld ...</p>
+
+<p>Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek
+hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per
+natiewagen door de leutig-feestvierende stad ...</p>
+
+<p>Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd
+tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse
+Lowis nu ge&euml;indigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de
+gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings
+beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet
+begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens
+bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat.</p>
+
+<p>Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet
+Fientje Geerten alleen ...</p>
+
+<p>&quot;Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans d&agrave;ar, maar 'k denk het
+niet ... 't zal wel &quot;af&quot; zijn tusschen ons ...&quot;</p>
+
+<p>Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De
+fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ...
+Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf
+slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel
+n&agrave; borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van
+'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk;
+werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu
+eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knie&euml;nknikkend
+zwalkend naar 't straatmidden toe ...</p>
+
+<p>Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste
+tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid,
+bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende
+doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige
+klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn
+gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis
+woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en
+van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't
+kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de
+deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met
+verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der
+gelagkamer.</p>
+
+<p>Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken
+boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog v&oacute;or Geert den tijd had een woord
+te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid.
+Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit,
+tuimelde zwaar op de slijkerige steenen.</p>
+
+<p>Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers,
+wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd
+door Franske terug gedrongen en met &eacute;&eacute;n stomp midden de borst
+neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden,
+hem achterna riep: &quot;Vijg!!&quot; ...</p>
+
+<p>Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan
+voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen
+lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak.</p>
+
+<p>&quot;Pietje de dood!&quot; huilden gier-lachend de straatjongens en saamgetroppelde
+buur-vrouwen spotten plat-weg: &quot;Hoorndrager&quot; ...</p>
+
+<p>Vuistdreigend keerde hij zich om ...</p>
+
+<p>&quot;Worst!...&quot; &quot;Vijg!!...&quot; &quot;Pietje de Dood!!...&quot; brulden de kinders, den
+waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende
+hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En
+&quot;Vijg&quot;-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden,
+die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven
+bleven.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette
+zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond,
+wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke
+openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne
+verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer
+viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden
+tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den
+kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te
+stoomen ...</p>
+
+<p>Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade,
+wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag,
+nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed
+geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad
+gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ...
+Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat
+strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk
+koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige
+verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze
+een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren
+man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan
+en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend
+spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij
+verbaasd:</p>
+
+<p>&quot;Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Ja, Geerten ...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat
+Heilige?...&quot;</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de
+Preekheeren ... dat weet ge toch wel ...&quot;</p>
+
+<p>'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal
+centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur
+om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de
+kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?&quot; vraagde ze ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind v&aacute;n
+achteren!...&quot;</p>
+
+<p>Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon
+zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een
+weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten
+stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop,
+dat de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ...</p>
+
+<p>Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine
+besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de
+herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen.
+Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was:
+tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit.</p>
+
+<p>Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra
+bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp t&oacute;ch niets dat hij
+Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging
+ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert
+het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou
+die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen
+meevooisden: &quot;Dats rats in mijn voeten&quot; ... Franske mocht doen wat hij
+verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten
+liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen
+wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in
+het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou
+worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al
+de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten.</p>
+
+<p>Kort n&aacute; 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in
+onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een
+sierlijk bootje, en daags v&oacute;&oacute;r vastenavond-nog, had hij toegeslagen en
+een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ...</p>
+
+<p>Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer
+spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere
+bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ...</p>
+
+<p>Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken
+stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees,
+elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ...
+'s Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile
+lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde
+hij vloekend en dreigend ...</p>
+
+<p>Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis
+brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen
+verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had
+hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen
+boven 't bedrag waarover hij beschikte ...</p>
+
+<p>Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging;
+ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met
+Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim.</p>
+
+<p>Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de versch-
+geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te vragen
+aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood kleurde ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje&quot;?...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Verkoopen,&quot; snauwde hij norsch ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;En dan&quot;?...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Verrekt&quot;, klonk het nurksch-kort-af ...</p>
+
+<p>&quot;Brengt maar eens thuis,&quot; voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan
+heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een
+o&uacute;we pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken
+op de grijs-blauwe steenen ...</p>
+
+<p>Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar
+hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de
+kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op
+den &quot;Devonshire&quot; ...</p>
+
+<p>Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee
+hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou
+aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij
+in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ...
+Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul
+en veelbelovend ...</p>
+
+<p>Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den
+constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was
+het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen
+zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van
+den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar,
+heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog
+een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ...</p>
+
+<p>Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de
+straat, waarin de Plezante bazin woonde. V&oacute;&oacute;r het huis was het zwart van
+bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door
+elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, &oacute;pjoepend boven 't
+gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een
+oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien.</p>
+
+<p>De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen
+wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;En ge zult er niet binnen,&quot; krijschte zij, uitdagend ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Smerige rosse hoer&quot;!!...</p>
+
+<p>In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel
+vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep
+een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde
+haar 't aangezicht van-een te krabben.</p>
+
+<p>De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende
+haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde.
+Met brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning
+hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... &quot;Daar
+leelijke smots!&quot; ... &quot;Allemansgerief&quot; ... Lowis wilde de tierende vrouw
+omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode
+haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie
+valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Wat is hier te doen, baaske?&quot; vroeg een juffrouwtje aan Geerten ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Twee wijven die vechten&quot; ...</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Waarom?&quot;</p>
+
+<p>Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl
+hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee
+worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok
+Geerten voorzichtig af ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had
+en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje
+verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen
+ze vernamen dat de &quot;Vijg&quot; op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle
+Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen,
+waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich
+ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan
+billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart
+lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de
+zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou.</p>
+
+<p>Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij
+nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest.
+Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en
+de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken
+in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het
+spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door
+'t groene Scheldewater.</p>
+
+<p>Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu
+haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te
+hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der
+plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook
+naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der
+veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer
+geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de
+anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te
+vernielen ...</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin
+zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig,
+vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend
+met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen
+en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de
+schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig
+malende schroef van een wegstevenend stoomschip ...</p>
+
+<p>Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende
+bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander
+wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen
+vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje
+huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen
+stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ...
+Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den
+wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ...</p>
+
+<p>Langs den scherpen boeg sprong het water &ograve;p, gleed kabbelend op-zij,
+vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in
+de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden
+schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ...</p>
+
+<p>Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het
+rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend
+met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend,
+lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een
+oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het
+door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ...</p>
+
+<p>Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij
+er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden
+de zon-overgoten rivier ...</p>
+
+<p>Eene overzetboot paddelde voorbij ...</p>
+
+<p>De menschen op het dek oogden het mooie &ograve;p wippende scheepje n&aacute;, dat
+Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche
+buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over
+den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de
+vaartuigjes altijd afdrijven deed.</p>
+
+<p>Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ...
+Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden zon-
+doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig
+schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen.</p>
+
+<p>Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende
+strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ...
+Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed
+voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op
+Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor
+stond stil, pufte niet meer ...</p>
+
+<p>Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ...
+Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg
+van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de
+afblottende verf in schilfers rondspringen.</p>
+
+<p>Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje
+lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje,
+zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den
+oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de
+dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... &quot;Z&oacute;o rap hadden ze't
+nu toch niet verwacht&quot; ...</p>
+
+<p>Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ...
+De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en
+dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn
+tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij
+elke wiegeling water schepte.</p>
+
+<p>Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier
+machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden
+op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen
+woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen
+houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen,
+hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken
+der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met
+verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze
+roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf
+uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte
+boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen
+vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht.</p>
+
+<p>Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide
+schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens
+schuitje ...</p>
+
+<p>Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide
+handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in
+'t roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn
+spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken
+op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte
+Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ...</p>
+
+<p>Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast,
+wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was
+'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en
+wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat &eacute;&eacute;n der roeiers er een
+vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't
+Vlaamsche Hoofd ...</p>
+
+<p>Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener
+groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm
+in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van
+'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame
+weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende
+genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem
+nu wreed en somber, wee&iuml;g van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de
+beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal
+overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte
+hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer.</p>
+
+<p>Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die
+druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon
+Franske, die haar &quot;zoo&quot; gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem
+geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie,
+welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed
+zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn
+moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu
+onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten
+voortdurend in hem &ograve;p, deden alles donker-dreigend en triestig
+schijnen ...</p>
+
+<p>Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glari&euml;nden
+zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende
+gasthuis verlaten.</p>
+
+<hr style="width: 45%;">
+
+<p>'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren
+lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes n&oacute;g,
+enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen
+mantel-sleep ...</p>
+
+<p>Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ...
+Met zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen
+flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep
+over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het
+verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door
+tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ...</p>
+
+<p>Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan
+verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige
+boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan
+kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ...</p>
+
+<p>Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw,
+aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der
+dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der
+binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet
+en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige
+eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ...
+De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een
+stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin
+'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een
+sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot
+reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen
+water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen
+rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare
+mastspitsen ...</p>
+
+<p>Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de
+golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend
+tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de
+klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch
+voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de
+goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van
+sparkelend vuur doorgensterd ...</p>
+
+<p>Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug
+over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot
+uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de
+gaspitten &eacute;&eacute;n voor &eacute;&eacute;n aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener
+harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig
+zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen
+met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich
+herinnerend dat het Zaterdag was.</p>
+
+<p>Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van
+Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van K&auml;the ...</p>
+
+<p>Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze
+moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds
+bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende
+licht der toonraam van een kruidenierswinkel.</p>
+
+<p>Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf
+zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden v&oacute;or hem,
+zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in
+den tragen rhythmus van een sleependen wals ...</p>
+
+<p>&mdash;Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ...</p>
+
+<p>De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met
+hoofd en armen:</p>
+
+<p>&mdash;Allez mannen! manne-&euml;n!...</p>
+
+<p>&mdash;Gaat g'-er mee een snappen, Geert,&quot; vraagde Franske meelij-gevoelend
+met den slappen man v&oacute;or hem ...</p>
+
+<p>&mdash;'k Moet gaan waken ...</p>
+
+<p>&mdash;Toetoetoet!... Kom-op!...</p>
+
+<p>Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn
+zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ...</p>
+
+<p>Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken
+betaalde een rondeken, en nog &eacute;&eacute;n, en nog &eacute;&eacute;n ... Onderwijl walsten
+getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger:
+hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest
+Geerten omtollen met K&auml;the ...</p>
+
+<p>&quot;'nen Redowa,&quot; kondigde de harmonicaspeler aan ...</p>
+
+<p>Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding
+van heur zwangeren schoot.</p>
+
+<p>Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor
+zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te
+zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een
+stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ...</p>
+
+<p>Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel
+familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis
+eventjes op den ronden buik, spottend roepend:</p>
+
+<p>&mdash;&quot;Bedod! voor dien erin zit!&quot;</p>
+
+<p>De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der
+heele bende&mdash;de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek
+van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of
+pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met
+toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute
+stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden
+redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ...</p>
+
+
+
+<hr style="width: 65%;">
+<p>EINDE.</p>
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+***** This file should be named 12008-h.htm or 12008-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/12008.txt b/old/12008.txt
new file mode 100644
index 0000000..dd94df6
--- /dev/null
+++ b/old/12008.txt
@@ -0,0 +1,2781 @@
+The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Geerten Basse
+
+Author: Lode Monteyne
+
+Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO Latin-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+
+
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+
+
+
+GEERTEN BASSE
+
+door
+
+LODE MONTEYNE.
+
+
+
+
+'t Werd vinnig koud ...
+
+De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont
+vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk
+grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de
+vergrauwende stad.
+
+Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend
+verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels.
+
+Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort,
+stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige
+trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode
+vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende
+masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ...
+en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu
+witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van
+krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in
+de sprietelende mastspits.
+
+Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de
+loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den
+trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken,
+te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs
+tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich,
+frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een
+eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen
+van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. "Br! zei hij ...
+zoo'n kou ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder
+de brug leggen tot morgen" ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar
+afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef,
+meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren
+door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton
+aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld
+tellen. Een voor een haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak,
+blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde
+eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat
+rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein
+lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... "Twee
+frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot" ...
+Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele
+zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... "En dat 's voor mij" ...
+stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig
+beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een
+paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden
+en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het
+hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in
+de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over
+de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend
+groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke
+afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden
+nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen,
+in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen
+zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel
+voor zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te
+zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ...
+
+--"'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is
+heelemaal afgezabberd ..."--"Arre, bedeleer ..."--Met behendig-rappe
+beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op
+in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem
+mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.--"Kun-de nog wat anders?
+vroeg er een spotlachend.--Ja, zei Geerten, "ik kan nog een
+halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek
+doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!" ... "Stoeffer ...
+afluizer ... Ge zijt te begeerlijk," plaag-lachten ze ...
+
+De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit
+verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds
+verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard
+voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten,
+de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil
+hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't
+strak-knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.--"Hardi ouwe!
+riep Franske ... Hardi!..." 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik
+pal op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de
+remschoenen aangedraaid.--Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend
+'t moede, afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het
+dier voort te trekken ...
+
+'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste
+klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit
+dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ...
+
+Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en
+kalm-lui staan, nu en dan roepend: "Ksch! Ksch! V'ruit knol!...
+Vol-houwe!" ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend
+hun lenige lijven van groote leute.
+
+"He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een
+reepenfabriek!" Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't
+lachen ... "De zeever loopt langs uwen baard," zei Franske tegen
+Geerten ...
+
+Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze
+vooruit, gedienstig en vriendelijk ... "Een bootje meneer ..." "De(n)
+overzetter is juist weg," sprak Geerten, half-spottend, onverschillig,
+daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ...
+
+Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist
+aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen,
+omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend
+havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde
+stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden
+zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren
+loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles,
+door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ...
+
+Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen
+van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den
+mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ...
+
+"Wel Janverdomme," vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche
+baardstem ... "dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van die
+stinkende moteurkens overvaart!"--"Dat 's met dien haastigen
+keerskensmaker van daar subiet," grapte Franske ... Allen zwegen,
+luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich
+verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en
+gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de
+onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter
+met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend,
+die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ...
+
+"'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!..."
+grommelde Geerten, norsch, "met mist, vaar ik niet ..."
+
+'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze
+niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun
+opstandig-vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren,
+stelde voor een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal
+toch dikwijls kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? "Die
+onderkruipers!" ... 'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde
+venijnige Charel ... "en mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine
+krijgen ..." Ze schoklachten allemaal, spottend, om zulke
+vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte, zwaar van drift en dreiging.
+
+Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel
+sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk
+roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de
+ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen,
+weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere
+treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige
+kou deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk
+benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug
+bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen
+knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed
+eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte
+bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn
+ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden
+ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ...
+"Gaat-de mee, Franske ..." "Ja!" Samen trokken ze weg: Franske, jong en
+slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en
+vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme
+beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in
+het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen
+aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de
+koppen bijeen ... "Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten
+bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er
+wel ..." schamperlachte een luid-op ... "En weet z'n wijf dat?" ...
+
+"Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar
+zuipen ..." "Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de
+jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ..."
+
+--"Dat was rats in mijn voeten!" antwoordde stroef, Venijnige Charel ...
+
+ * * * * *
+
+Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte
+kroeg, een borreltje in eenen teug met smakkende lippen en tranerige
+oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee
+kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den
+steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en
+witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met
+stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten
+hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine
+denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was
+geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor
+moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke
+kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor
+een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee,
+overlegde hij naief-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn
+moest, natellend hoeveel hij per dag meer zou verdienen dan nu, tot, met
+een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij
+geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan
+verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos,
+raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij
+zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden
+vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken,
+bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien.
+Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk
+getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was
+toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de
+centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de
+buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ...
+"Een moteur hoort ge te goed 's nachts," had ze gezegd ... In-eens, kwam
+in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar
+maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag,
+om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... "Vijf frank weeral,"
+dacht hij, opgewekt ...
+
+Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... "O die vetlappen!
+Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier" ...
+Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een
+deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn
+beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die
+stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende
+gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was,
+waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde
+keelen,--trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende
+koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten,
+en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend
+op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een
+reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst,
+toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende
+voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is
+de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse
+had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even
+schoklachte hij in zijn baard.--Zoo peinzend, was hij geraakt op een
+groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander
+gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den
+slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ...
+Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart
+gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur,
+waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in
+beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar
+verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle
+binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk
+bijeenhurkt en--arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende
+trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken voor
+een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven,
+de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen
+hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag
+dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag,
+aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande.
+
+Geergerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde
+weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige
+wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en
+waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek
+hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een
+halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ...
+Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ...
+Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn
+dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen
+de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het
+snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide
+Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedstee toe, nam zijn slapende
+vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem
+tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... "Allez,
+zatte teef! Allez-hop!!" ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen
+wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten
+mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan
+met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos.
+Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch,
+waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met
+weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op
+tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een
+blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees
+in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed
+Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: "En, nu
+vooruit met den bik!" Traag sleffend over de gespleten, vuile roode
+tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast
+een kom kouwe koffie ... "Eerst mijnen mond wat spoelen," zei Geerten,
+zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer
+klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... "Geef
+mijnen boek! Pruttige!" Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte
+Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige
+drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte
+stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man
+over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met
+de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend,
+zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de
+jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen
+verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond
+van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Dona Gracia
+verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar
+binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore
+naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het
+vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis.
+De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige
+prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar,
+vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in
+beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat
+Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten
+onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan
+ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: "Geert ... Vader
+is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt
+"hem" bediend ... 'k ben er geweest ..."--Geerten zag even op,
+norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door
+inspanning-verhitten kop ... "en ge <i>moet</i> eens gaan van avond zulle
+..."
+
+--"Nog wat?" snauwde hij bruut.
+
+--"Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig
+koppeken ... van den Argentien geloof ik ..."
+
+--"Laat zien!..."
+
+Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de
+kast, reikte ze haren man toe ... "En wat schrijft hem".
+
+Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ...
+
+"Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag" antwoordde Geerten,
+gebarend een borrel in een teug naar binnen te wippen ...
+
+Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp.
+
+Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet
+zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede
+bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge
+schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem
+aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij
+zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de
+sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de
+zurig-riekende eetkast ...
+
+"Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster" smaalde nijdig-spottend
+op hoonenden toon Trees ... "moet ge niet wat cosmatique aan uwen
+schrobber doen?" ...
+
+Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie
+onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu
+frisscher en vroolijker ...
+
+Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee
+frank op tafel ...
+
+"Arre en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden
+opgekocht vandaag?"
+
+--"'k Ben niet gaan leuren ..."
+
+Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en
+de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige
+zoldertrapken opgestapeld ...
+
+--"Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader" ... en zich plots
+herinnerend ... "en haalt uwen wasch binnen!..."
+
+"Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ..." schimpte Trees hem nog
+achterna ...
+
+--"Verrekt!" beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe,
+dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten
+daverrinkelden ...
+
+ * * * * *
+
+Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een
+der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar--'t
+was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis--in schreeuwend
+oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en
+gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd:
+
+/*
+ The Joly Boys Bar
+ bij de Plezante Bazin.
+*/
+
+In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de
+buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de
+zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en
+serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ...
+
+Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want
+buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde--zonder
+dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken
+moest--, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas
+binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen.
+
+Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die
+wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen
+met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van
+haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die
+haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten.
+
+Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij
+"De ware Varens-vrienden", waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar
+spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten
+Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky.
+
+Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om
+de tafel, waarop--midden groote glimmende bierplasjes--de met kralend
+gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met--bij sommigen--een
+potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen
+weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden
+zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat
+de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende
+gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten
+stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden
+mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide
+lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag,
+doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige
+wateren der Schelde.
+
+Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug
+naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit
+starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis'
+wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige
+glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ...
+
+"Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader" vraagde Venijnige Charel ...
+
+Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen,
+antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem:
+"Bah ...den ouwen dag, he ... vier en negentig zulle!...
+
+--"Is de Heilige Jozef ziek?" kwam Suske van Loock, de oudste der
+roeiers, er tusschen--"als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles
+van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken" ...
+
+Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... "Hij 'n
+heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ...
+Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H.
+Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van
+spreken!" ...
+
+Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten
+slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem
+van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ...
+
+Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ...
+
+Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes
+vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten--een woord, dat
+hij op de laatste socialistische meeting gehoord had--van 'nen vuilen
+herbergier, gescholden werden ...
+
+Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde,
+zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen
+uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend
+de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te
+bezitten ...
+
+Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend
+wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer
+vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een
+moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde
+hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ...
+
+"'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft
+geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ..."
+
+De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ...
+"En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een
+deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten
+percent betalen!" ...
+
+Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar--innerlijk
+jubelde hij--dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't
+water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar
+een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ...
+
+--"Nog een pint Geert?" vroeg vriendelijk Kaethe de serveuse..
+
+--"Ja, en 'nen beste erbij" ...
+
+... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ...
+'t winterde fel ... wie weet?...
+
+Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen,
+wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van
+toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af
+van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend
+koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ...
+
+In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank,
+was Kaethe terug tusschen hare twee klanten gaan zitten--piepjonge,
+baard-looze "printers,"[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken
+begaapten en waartegen zij grapte ...
+
+Noot: [1] Leerling op een schip: "Prentice."
+
+Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche
+nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de
+ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen
+aanmanend te betalen ...
+
+Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend
+tinkelen op de marmeren tafelplaat: ...
+
+"Take what you like". (Pak wat ge wilt).
+
+Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde
+hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode
+haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend
+flonkerden ...
+
+--Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende
+blik op zwijgenden Geerten over hem ... "Geen spek voor zijnen bek" ...
+
+De zatte matroos zwalkte met knikkende knieen naar de deur toe, wierp
+dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef
+onbewegelijk-strak ...
+
+--Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n
+schoon affaire!...
+
+Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den "printer" was gaan zitten ...
+
+Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske
+blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een
+vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ...
+
+--"De teerlingen! de teerlingen!" riep Venijnige Charel zenuwachtig-
+gehaast.--"We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht
+'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!..."
+
+--"Aangenomen?" vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die
+hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ...
+
+--"Ja! Ja!" Verward schreeuwden ze 't door elkaar.
+
+Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne
+heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie
+had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal
+van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend
+voort in Geertens borst ...
+
+Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen
+recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden
+gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend,
+zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg,
+bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje,
+waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ...
+
+--"Allo, niet stooten zulle!"
+
+De dobbelsteenen rolden in den bak!... "Negen! voor Suske!" Weer viel de
+stilte ...
+
+Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond
+hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ...
+
+"Zes!... Ai mij ... Charel!"
+
+"Stilte!... Sst!..."
+
+Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon
+Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht
+stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende
+zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij
+dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig
+gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand
+van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de
+sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ...
+
+Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de
+roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil
+liggen.
+
+"De twee apen!" (de twee eenen.)
+
+Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ...
+
+"Gij moet gaan! Sante zulle," riep Charel hoonend.
+
+"Daar doe 'k het orgel op spelen!" zei Lowis gekscherend, en met een
+kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een
+gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer,
+dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle
+maagd ...
+
+Kaethe zong mee ... De "printers" brulden onverstaanbare woorden, de
+roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar,
+wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende
+neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend "Chorus"
+voort-zong ...
+
+ Because I love You...
+ My only one regret,
+ Since then we 've never met
+ Because I love you...
+ Yes, my heart is yours!...
+ Because I love you!...
+
+Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze "zijn" was ...
+
+ * * * * *
+
+Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden,
+nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den
+regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen
+holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen
+achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der
+vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de
+duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ...
+
+"Wat 'n hondenweer," peinsde Geerten ...
+
+Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan,
+zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries
+uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart
+voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen,
+seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af
+en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend
+tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten,
+gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende
+wagens voortduwde ...
+
+Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin
+vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ...
+
+Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten,
+begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche
+nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en
+gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem
+gevallen?... Waarom?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij
+niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen
+ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand
+betrouwen?... Verdomd toch, waarom was Franske nu juist bij Lowis
+gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de
+mannen allemaal reeds weg waren en Kaethe met een der "printers" ook al
+heengegaan was!...
+
+"Gaat-de mee door, Franske?" ...
+
+Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ...
+Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit
+het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren
+moest!...
+
+Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ...
+
+Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald,
+weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen
+jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn
+redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig
+te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er
+zulk een vinden kon! frisch en mollig, een bloem op een veld!...
+
+Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die
+hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ...
+Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afhouwen of
+anders ...
+
+De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend
+de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat
+verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op
+den woesten, kletsenden golfslag van den door storm opgezwiepten stroom.
+Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan,
+bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ...
+
+Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem
+beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij
+naderde ...
+
+Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens
+de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten
+steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen,
+dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens,
+rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen
+der maan ...
+
+De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig
+loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den
+hollen vloed.
+
+Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een
+ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel
+beeld.
+
+Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger
+lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap
+stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij
+zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan
+den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die
+langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou
+toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat
+in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ...
+
+Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de
+kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar
+eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij
+een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen
+weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte
+Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning
+benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ...
+in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de
+laagste sport te springen. Zijn een been plonsde in 't ijskoude water,
+maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn
+geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij
+ijlings weg ...
+
+De politieagent zette hem achterna ... Geerten hoorde zijn haastige
+passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind
+zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die
+zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril
+tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit
+beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak
+bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij,
+niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden
+sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich
+door de half-dronken mannen heen ... Daar was een smal zijstraatje, met
+een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger,
+liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de
+hielen zat. "Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer
+volgen." Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam
+op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde,
+afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den
+harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende
+wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar
+niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en
+Suske en de rest?... en dan Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten,
+wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ...
+
+Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin.
+Nu stond hij voor de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen
+gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De
+straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof
+door heel het huis.--Geen roering kwam er achter de neergelaten
+voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist,
+bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging
+hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets
+bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het
+zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de
+nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles voor zich. Zoo
+warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn
+losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend,
+met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken,
+woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in
+hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon
+zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge
+snotneuzen van "printers" ... zij een en Kaethe een, overlegde hij ...
+"Sakkerdomsche ros!" Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende
+deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... "Als dat
+moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!"
+
+Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem
+sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn
+steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs
+den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te
+loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje
+binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te
+vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur
+vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit,
+wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... "Zijt gij
+daar?" vraagde ze verwonderd ... "wat 'n eer van u te zien!..."
+
+"Laat me gerust" bromde Geerten, zich uitkleedend.
+
+--"Buitengesmeten" meesmuilde ze nog spot-lachend ...
+
+--"Zwijg, verdjuusche, zatte teef!..." Hij zag de jeneverflesch
+half-leeg, op tafel staan, nam ze op, zette ze aan den mond en met
+klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij
+bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... "Allez, schuif-op, vijf voet
+van mijn lijf, Pruttige ..." Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: "Bij
+Lowis eh, daar is 't schooner ..."
+
+--"Gaat ge zwijgen!" De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen
+hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem
+opnieuw wakker ...
+
+--"Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden"
+...
+
+--"Laat me gerust, ... 't is goed ..."
+
+Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ...
+
+ * * * * *
+
+'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst
+durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden
+die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? Dat
+wist hij wel beter ...
+
+Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn,
+deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ...
+
+'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ...
+
+Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen,
+toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen
+naderde ...
+
+Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn
+wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend,
+want Rik Schampavie en zijn kameraden--de onderkruipers!--waren al een
+keer of twee overgevaren met "typen" van de Yachtclub. Tegelijkertijd
+brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den
+nacht aan enkele yachten had aangericht ... Wel hadden ze den Rik hooren
+sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn
+zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ...
+
+Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging
+voor den sterksten man van heel den "bassin", was gaan vluchten voor den
+helm van een spichtig-mager politiemanneken.
+
+"Wat 'n vijg!" spotte Venijnige Charel half-luid, "'t was verdomd juist
+de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,--zoo'n vijg."
+
+Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske
+dien hij niet ontwaarde, zoo maar om 't gesprek af te leiden ...
+
+"Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ..." schamperlachte Charel ...
+
+Geerten stoof op: "Als ge dat nog zegt eh, breek ik U armen en beenen!
+Venijnige beest!"
+
+--"'k Zeg de waarheid," snauwde de andere terug.
+
+"Sakkerdju!" vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met
+een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte
+met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten.
+
+"Hardi," kisten de toegeloopen omstanders, krachtige
+buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien
+der bootjesroeiers.
+
+Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide,
+bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk,
+lagen een pooze roerloos, zwaar ademend.
+
+"Hardi!" "Houwen!" "Geeft hem het Geerten!" Basse lag boven, zijn vijand
+duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel
+hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens
+sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in
+Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het
+hooren zouden ... "Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!...
+Vijg!!!..." 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ...
+"Hoorndrager!..."
+
+De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De
+roeiers lieten begaan, schudden de koppen: "Geerten is ver op ... hij
+heeft zijnen meester gevonden" ...
+
+--"De garde! De garde!" ... klonk luide en spottend een hooge
+jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met
+moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze
+uit-een, liet de vechters aftrekken ...
+
+Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was
+afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde
+been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ...
+Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat
+was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte
+hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het
+hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna
+afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij
+nemen ...
+
+Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n
+fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die
+smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te
+verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en
+luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ...
+
+ * * * * *
+
+Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen
+was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes,
+welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok
+hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in
+eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door
+aan het ziekbed van den "Heiligen Jozef" ... Innig-overtuigd was
+Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe
+stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen
+motorbootje te bezitten op den voorgrond trad.
+
+Dat werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem
+over alle geleden smart heenzette. Dat zou zijn wraak wezen! Bersten
+moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den "bataclan." Maar
+Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter
+hand ...
+
+De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor
+haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij
+voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met
+Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier
+met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde
+aangezicht, wilde ze ook niet lossen ... vooral nu niet meer ... Ze
+peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich
+tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle bei te houden--den
+jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om
+zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze
+niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat
+trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel
+ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde,
+hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze
+besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne
+genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig
+groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende
+hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en
+fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op
+papier te brengen ... Kaethe moest helpen ...
+
+/*
+Liefe geert:
+Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard...
+Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis...
+*/
+
+ * * * * *
+
+Dienzelfden avond nog was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich
+heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig
+geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't
+misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was
+'t nu zoo, hem kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ...
+Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als
+die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan
+de vleeschelijke vrouw.
+
+Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen
+reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de
+"Vijg", iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging
+hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden
+zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de
+klanten niet te verliezen ...
+
+In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het
+niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien
+flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de
+rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven
+slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens,
+wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der
+plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang
+der zaak!...
+
+Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht
+bij zijn zieken vader waken zou ...
+
+Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske,
+Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed
+haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen
+grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit
+hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de
+linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten
+pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch
+naar binnen ...
+
+"'t Zijn er goei" lachte hij ...
+
+Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't
+Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat
+thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge
+niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... "Zijt ge zot?... Dan
+heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem
+zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken,
+zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever." Geerten moest
+toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren
+zou ... "Hij is te schoon," bemerkte hij, sarcastisch ... "Wat kunt g'er
+aan doen," zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in
+zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... "Ja, wat kunt g'er aan
+doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ...
+enne ... naar ..."
+
+"Wat zegt ge" hijgde 't mosselvrouwken ... "naar?..."
+
+... "een wijf als rosse Lowis ziet," voleindde Geert, traag opslurpend
+de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had.
+
+De tranen sprongen in haar klare oogen. "Dat had ze nooit gedacht!...
+Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort.
+Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en
+tranerig-onduidelijk klonk bij 't roepen van 't gewone "kepelee."
+
+"Die heeft beet," grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ...
+
+'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de
+bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd
+door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ...
+
+--"Dag blauwe-geschelpte," spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle
+leute ...
+
+--"Vijg!" beet Franske kort-af, terug.
+
+ * * * * *
+
+Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in
+krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. "God zij geloofd"
+had Sophie--zijn dochter--gezegd, "want dat lijden is niet meer om na te
+zien," en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarna niet meer
+hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis
+geweest was ..."
+
+"Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken," had Pruttige Trees
+gezegd, ... "dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren
+met nieuwjaarnacht, naar 't feest van "'t Kasken" in de maatschappij"
+... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed.
+
+'t Sneeuwde buiten ... De lucht was eene grijsheid van schommelende
+donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ...
+
+/*
+"Deezeken schudt zijn beddeken uit
+en laat zijn pluimekens vliegen" ...
+*/
+
+De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een
+olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde
+spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel
+smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den
+aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren
+vloer ...
+
+--"Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, "anders heeft hij het
+te benauwd" ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken,
+vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't
+ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met
+diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den
+grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke
+bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend,
+leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het
+omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte
+afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht
+viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt
+minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de
+torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ...
+Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen
+maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer
+doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een
+hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't
+aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes.
+Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het
+kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn,
+die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid.
+Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels,
+en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het
+rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den
+neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen.
+De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over
+hem heen: "Eens drinken, vader?" ... Hij schonk een glaasje vol van den
+wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij
+weigerde. Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook
+nog een flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ...
+
+Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats
+terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen
+gezangen door tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de
+hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't
+Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den
+nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien
+en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij
+te tobben.--Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het
+gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging
+hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij
+alleen "de vijg," maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook
+was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan,
+beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou.
+Dat was zijn levensdoel en eenige bekommering geworden. En, nadenkend,
+wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon
+gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de ouwe 't
+kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje
+overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den
+doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld
+gekost ... "Ja, ja", overlegde Geerten ... "en toch met het beetje dat
+overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder
+jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of
+had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers
+Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch
+nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ..."
+Werktuigelijk stond Geerten op ...
+
+'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen
+der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die
+buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij
+vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam
+Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds
+meer invallende gelaat van vader ...
+
+... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de
+oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen--heel even
+maar--kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en
+beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen
+als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ...
+
+"'t Zal afloopen" peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze
+zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het
+zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten
+grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen
+Geert ... "Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd
+heeft, is men in de wieg niet versmacht" ...
+
+Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die
+in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette
+de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ...
+
+'t Sloeg elf uren ... "Trees zal gaan komen," dacht hij. Zijn ruige,
+bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring
+die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en
+ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ...
+"Niks!" Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig
+tusschen elk blad ... "Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek"
+... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten
+doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos,
+niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht
+reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing
+open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden
+scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open
+op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde
+Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht
+naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte
+hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij
+met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige
+wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het
+feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende
+het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond,
+verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens,
+die hij gevonden had ...
+
+Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag
+hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde
+haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ...
+boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend
+door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu
+durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij
+'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die
+hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot
+weerziens-zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ...
+Wat kon hij nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis
+was geen levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te
+feesten?... Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als
+Trees nu maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!...
+
+In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de
+plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't
+schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der
+jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide
+mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden
+heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste
+stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den
+jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter,
+omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje
+brulden dronkaards een gekke "brabanconne", en in de straat joelden en
+tierden de pretmakende benden.
+
+En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't
+donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn
+bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... o die
+Trees!...
+
+Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp
+haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ...
+
+--"Ehwel?" ...
+
+--"Dood," zei Geerten ... "Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al
+bijkans koud ..."
+
+--"'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet
+insteken ... en Sophie ook niet ..."
+
+--"Niks gevonden?" vroeg ze na een poos, naar de in wanorde liggende
+kast gaande om de lamp te nemen.
+
+--"Niks," antwoordde Geerten norsch ... "'k trek er uit ... Zijt ge niet
+bang?" ...
+
+--"Bang, begod,!" ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar
+fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... "Zie, als
+de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ..."
+
+De deur draaide dicht achter Geerten ...
+
+De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was
+vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe
+sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken
+zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de
+twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen,
+spoedde Geerten zich voort ...
+
+Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken
+vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan
+gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van
+electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der
+goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de
+verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de
+stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe
+meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende
+matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen,
+dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de
+deur eener herberg.
+
+Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de
+kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk.
+Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn
+mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ...
+
+Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij
+de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier.
+Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ...
+
+Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de
+schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van
+het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske.
+Geerten deed of hij 't niet merkte ...
+
+--"Ne gelukkige zulle" ... wenschte hij, de uitgestoken handen
+schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de
+stekelig-bebaarde wang ...
+
+--"Zoo laat" zei ze ...
+
+--"Vader is dood" ...
+
+--"Is de H. Jozef dood?" wonderde Suske van Loock.
+
+--Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een
+keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen Kaethe hem
+voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin
+op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van
+een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader wel wat zou
+achterlaten ... wat kon dat hoefijzer anders beduiden?...
+
+--Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ...
+
+--Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot
+hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de
+teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij
+vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg.
+
+De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de
+roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van
+'t opgediende konijn.
+
+--"Wat kat, Vijg?" plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met
+kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een
+glimlach.
+
+'t Bier klokte in de dorstige kelen ... Kaethe deed het orgel spelen, en
+weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel
+tingel-tangelliedje. Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den
+baard. Met groote teugen spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar
+binnen: zijn oogen flikkerden genotvol.
+
+--"Allo Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den
+baard af," gichelde Kaethe, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den
+wijd-opengespannen mond opving ... "Wat 'n bakoven" schertste Franske.
+Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun
+glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en Kaethe wilden
+dansen.
+
+Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze
+dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht,
+keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem
+voorzette, trakteerde Kaethe, die nevens hem was komen zitten, neep haar
+tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze
+stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van
+pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... Kaethe ging van den
+eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn
+onthaald ...
+
+Geerten voelde zich moe en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch
+zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem
+wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven.
+'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't
+vorige jaar, toen na uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan
+anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't
+zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den
+laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten,
+en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te
+troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen!
+
+Voor hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude
+hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ...
+
+ * * * * *
+
+"De H. Jozef" was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets,
+langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een
+pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle
+kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende
+blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn
+hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe
+eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ...
+
+Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige
+zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar
+de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het
+sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken:
+hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed,
+verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de
+zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde
+Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie,
+zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg.
+
+--"Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet
+moeten onderhouden sedert moeders dood?"
+
+Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een
+bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die
+geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde
+soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een
+motorbootje te bezitten.
+
+Voor hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel
+vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan
+boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche
+vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de
+lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij
+vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij
+haar te komen.
+
+'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de
+duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer.
+De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het
+kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den
+dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te
+kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning,
+fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette
+zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende
+klep, op zijn ruigen kop.
+
+Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste
+vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke
+meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast
+ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden
+brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een
+bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad
+op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de
+mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp.
+Koffie-slokkend verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn
+wangen uitpuilen deden.
+
+"Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ...
+Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel
+geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn
+blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der
+golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde
+motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen
+zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den
+stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?...
+de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander,
+met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon
+hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich
+vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's
+nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig
+bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een
+broche, of eene "brachelet" of ...
+
+Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den
+gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees
+binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de
+armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de
+borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door
+looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf,
+dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken
+lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde
+schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ...
+"Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!" ... Na een wijle ... "En, is er
+geen nieuws over 't geld?..." "Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet
+uit ... Hop!" ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig
+het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht
+werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de
+schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden
+stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel,
+maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote,
+blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden,
+eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op
+met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er
+moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis
+zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen
+niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het
+huis verpesten, werden niet verkocht.--Er was geld! meer geld!... Hij
+trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog
+enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde
+kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij
+zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren
+jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe
+eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de
+waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't
+gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees,
+proestend, de oogen opende ...
+
+--"'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!"
+
+Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de
+neerhangende lippen krijgen ... "'t Geld, 't Geld van mij!"
+
+Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ...
+
+Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in
+volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... "'t Geld!...
+'t Geld!..." Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige
+speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden
+zijn oogen, ver uit hun kassen.--
+
+Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde
+haar. Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en na de
+verwondering over de onverwachte, vroeger nooit ondervonden
+mishandeling, had de schrik haar bevangen. Terwijl 't bloed in roode
+vlekken stolde op heur vet-plekkige kleed, slofte ze schichtig bijna
+door de kamer, tot bij het bed, kroop er half onder, pakte een oud
+staalzakje van graan beet en zich oprichtend, overreikte het aan
+Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd had elk harer
+bewegingen ...
+
+In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de
+tafel ... zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden
+koortsig met zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor
+briefje--platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee
+bankjes aan elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele
+wereld ... er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest meer
+zijn ... ze had er veel van opgezopen ...
+
+"Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze
+vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten
+weer, hardnekkig ...
+
+Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?...
+
+Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ...
+
+"Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en
+in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten
+rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ..."
+
+"Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in
+grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!..."
+
+Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ...
+
+Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere
+ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ...
+
+"Gaat ge nu alles op-doen, Geerten ...?"
+
+"'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!" beet hij haar bruut terug.
+
+"Laat ons de helft doen," riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in
+de gang stond ... of geef me wat voor 't huishouden" ...
+
+Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de
+deur ...
+
+--"Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe,
+of!..."
+
+Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ... "of
+'k zal u raken!..." Trees kromp in-een van schrik ...
+
+De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ...
+
+Het heele huisje daverde van den schok ...
+
+ * * * * *
+
+Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis
+bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte
+hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag
+herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... "Smoel toe, of ..."
+
+Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte
+zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en
+minzaam-beleefd ... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen,
+hopend zich stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere
+roeiers hield hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de
+worsteling met venijnigen Charel, was zijn populariteit afgesleten.
+Tusschen Franske en hem kwam het stil-aan tot een breuk vooral na de
+poets, die hij den jongen met Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De
+veete tegen de motorbootjes verscherpte en nu ging er bijna geen dag
+voorbij of er werd eenige schade aan de scheepjes toegebracht, vooral
+aan dat van Rik Schampavie.
+
+Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen,
+poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ... 's
+Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals "het Fleschken",
+trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een
+rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral
+wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden
+catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel
+alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den
+opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong
+roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven,
+anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer
+hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den
+boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen
+en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar
+rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank
+ontbraken ... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en
+zeker!...
+
+Kort na nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant
+bezetten onderrok, dien Kaethe op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke
+gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en
+inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't
+groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig
+vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer
+en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen
+zou ...
+
+Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem
+heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het
+volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen
+regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor
+niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden.
+Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een
+zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn
+medevrijer hadden afgerammeld.
+
+Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij
+hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers.
+
+... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager,
+hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret
+lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde.
+
+Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te
+groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij
+probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich
+trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's
+avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want
+thuis had hij verboden nog toespijs te halen ...
+
+Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud
+roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje.
+
+Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te
+ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen
+gegaard hebben ...--
+
+Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest op, de
+verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was dat
+zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed
+als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ...
+Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ...
+Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem
+betaalde?... niks! niemendal!... Allengskens dacht hij aan niets
+anders meer ...
+
+Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij
+nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans--om 'n arme
+vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon
+moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verdomd ... dat mocht
+niet gebeuren!...
+
+Aan Lowis kon hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten
+liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte
+om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ...
+of ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna
+weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen
+kon ... Bij dit voornemen bleef hij ...
+
+Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat,
+loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen
+munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin
+verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant
+plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide
+schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden
+bovenrok verborgen ...
+
+'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der
+rosse waardin kwetste hem ...
+
+Veertien dagen voor vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een
+tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei
+ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ...
+
+Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie
+verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in
+de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle
+vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat
+hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door
+nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of
+ze was zelf bakvisch ... dat was jandome een goei lol!...
+
+'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte
+ster-looze lucht: over stad en stroom, een duisternis waarin als
+versomberde ...
+
+... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de
+opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem,
+log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de
+kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en rap
+had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer
+behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en
+stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag voor zich de stoomers
+aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en
+purper ... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms
+opklonken, duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende
+kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden uit
+booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte,
+dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling,
+vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ...
+Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn
+riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden,
+voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij
+bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn
+sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit
+den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de
+beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde
+Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder,
+waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend
+armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen
+uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend,
+ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van
+het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig
+zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar,
+doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik
+beangst ...
+
+Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij
+zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat
+omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in
+'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven,
+toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te
+worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't
+bordeeltje "Zum siebensten Himmel", waar de baas den Sherry kocht voor
+vijf en zeventig franken ...
+
+Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen
+en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan
+den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de
+even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden
+verbeid ...
+
+'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte
+nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse
+borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie
+vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt
+gespeeld, en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een
+moment bekeek Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane
+verlies ... Heur mond trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten
+voortraasde, opgewonden door de ettelijke "bockskens", gedurig
+terugkomend op 't geluk dat hij nog had te kunnen gaan vluchten ...
+
+Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: "Vijg!"
+...
+
+"Salut, tot morgen," antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen,
+maar voelend hare verachting ...
+
+ * * * * *
+
+De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar
+zouden de "Ware Varensvrienden" den laatsten dag van vastenavond, in
+groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat
+bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden
+kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van
+Scotch Whisky.
+
+De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drieen
+samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden
+een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende
+gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch
+ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop Kaethe, bij
+'t doorrijden der stad, koeken zou bakken ...
+
+Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend
+uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met
+gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden,
+elkander-aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze
+herkenden ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een
+rose zijden, druk met roode linten versierd bebe-kleed aangetrokken,
+zoodat onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige
+kousen gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde
+los over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende,
+zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende
+oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't
+aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener
+fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en
+nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in
+fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden
+sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven
+met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was
+reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op Kaethe ... Venijnige Charel
+in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht Kaethe, in
+goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met
+hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich
+schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige
+kasseide ...
+
+Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna
+plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ...
+
+/*
+... Wij zijn hier, wij zijn hier!...
+Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!...
+*/
+
+Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door
+elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende
+harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het
+potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg
+werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen,
+hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen
+te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te
+bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ...
+
+Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de
+stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere
+kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende
+serpentines met gracielijken zwaai, al krinkelend, door de gouden
+zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte
+neerdraaiden ...
+
+... Hier begon de jool voor goed ...
+
+Kaethe bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en
+zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen
+gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen,
+viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle
+pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines
+omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast
+zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur
+vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk
+opwipte ...
+
+Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't
+Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de
+weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste
+heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot
+koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan
+begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen
+de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders
+vasthoudend ... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden
+schunnige liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar
+huis gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door
+de straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn
+harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend
+lijf, voorop, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw
+nog plooiend en rekkend speeltuig.
+
+Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring,
+die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze
+ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal
+tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met
+vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ...
+
+Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend
+in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd--een bespottelijke dood onder
+de half scheef-hangende pijpjesmuts--met 't pipsche Fientje, en Frans,
+levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde
+wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen
+pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken
+ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den
+reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn
+doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje.
+
+In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler
+kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht
+doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten
+nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige
+festoenen langs de bogen slingerden.
+
+Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende
+atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De
+hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche
+strotten.
+
+Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet,
+dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den
+bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der
+plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd
+achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur
+kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale,
+elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de
+muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden
+heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar
+overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende
+verbeeste menigte.
+
+Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het
+gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd
+waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen.
+
+--"Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse."
+
+Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den
+steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn
+slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op
+heel de zaal ...
+
+In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de
+fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste
+menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens
+bespeurden ze 't rose bebe-kleed van Lowis noch den spannenden
+veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de
+oogen.
+
+--"Ze zijn wellicht in de prieeltjes gekropen," sprak Geerten schor van
+opwinding en jaloerschheid ...
+
+Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de
+gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke
+geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten
+Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden
+kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes, 't
+masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden,
+zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich
+vastzogen.
+
+Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten
+en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door eenzelfde
+opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander
+omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met
+glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ...
+
+Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op
+zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenprieelen
+langs!
+
+De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die
+hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't
+lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem.
+De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't
+lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... "Ze zijn
+weg," zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ...
+
+Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de
+stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het
+motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens witte
+hemd was met slijk besprinkeld ...
+
+Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek
+hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per
+natiewagen door de leutig-feestvierende stad ...
+
+Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd
+tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse
+Lowis nu geeindigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de
+gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings
+beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet
+begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens
+bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat.
+
+Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet
+Fientje Geerten alleen ...
+
+"Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans daar, maar 'k denk het
+niet ... 't zal wel "af" zijn tusschen ons ..."
+
+Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De
+fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ...
+Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf
+slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel
+na borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van
+'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk;
+werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu
+eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knieenknikkend
+zwalkend naar 't straatmidden toe ...
+
+Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste
+tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid,
+bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende
+doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige
+klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn
+gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis
+woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en
+van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't
+kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de
+deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met
+verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der
+gelagkamer.
+
+Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken
+boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog voor Geert den tijd had een woord
+te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid.
+Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit,
+tuimelde zwaar op de slijkerige steenen.
+
+Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers,
+wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd
+door Franske terug gedrongen en met een stomp midden de borst
+neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden,
+hem achterna riep: "Vijg!!" ...
+
+Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan
+voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen
+lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak.
+
+"Pietje de dood!" huilden gier-lachend de straatjongens en
+saamgetroppelde buur-vrouwen spotten plat-weg: "Hoorndrager" ...
+
+Vuistdreigend keerde hij zich om ...
+
+"Worst!..." "Vijg!!..." "Pietje de Dood!!..." brulden de kinders, den
+waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende
+hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En
+"Vijg"-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden,
+die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven
+bleven.
+
+ * * * * *
+
+Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette
+zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond,
+wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke
+openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne
+verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer
+viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden
+tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den
+kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te
+stoomen ...
+
+Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade,
+wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag,
+nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed
+geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad
+gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ...
+Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat
+strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk
+koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige
+verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze
+een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren
+man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan
+en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend
+spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij
+verbaasd:
+
+"Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?..."
+
+--"Ja, Geerten ..."
+
+--"Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat
+Heilige?..."
+
+--"'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de
+Preekheeren ... dat weet ge toch wel ..."
+
+'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal
+centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur
+om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de
+kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ...
+
+--"Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?" vraagde ze ...
+
+--"'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind van
+achteren!..."
+
+Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon
+zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een
+weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten
+stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop, dat
+de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ...
+
+Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine
+besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de
+herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen.
+Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was:
+tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit.
+
+Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra
+bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp toch niets dat hij
+Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging
+ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert
+het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou
+die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen
+meevooisden: "Dats rats in mijn voeten" ... Franske mocht doen wat hij
+verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten
+liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen
+wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in
+het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou
+worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al
+de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten.
+
+Kort na 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in
+onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een
+sierlijk bootje, en daags voor vastenavond-nog, had hij toegeslagen en
+een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ...
+
+Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer
+spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere
+bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ...
+
+Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken
+stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees,
+elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ... 's
+Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile
+lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde
+hij vloekend en dreigend ...
+
+Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis
+brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen
+verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had
+hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen
+boven 't bedrag waarover hij beschikte ...
+
+Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging;
+ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met
+Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim.
+
+Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de
+versch-geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te
+vragen aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood
+kleurde ...
+
+--"Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje"?...
+
+--"Verkoopen," snauwde hij norsch ...
+
+--"En dan"?...
+
+--"Verrekt", klonk het nurksch-kort-af ...
+
+"Brengt maar eens thuis," voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan
+heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een
+ouwe pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken
+op de grijs-blauwe steenen ...
+
+Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar
+hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de
+kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op
+den "Devonshire" ...
+
+Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee
+hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou
+aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij
+in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ...
+Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul
+en veelbelovend ...
+
+Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den
+constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was
+het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen
+zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van
+den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar,
+heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog
+een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ...
+
+Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de
+straat, waarin de Plezante bazin woonde. Voor het huis was het zwart van
+bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door
+elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, opjoepend boven 't
+gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een
+oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien.
+
+De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen
+wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ...
+
+--"En ge zult er niet binnen," krijschte zij, uitdagend ...
+
+--"Smerige rosse hoer"!!...
+
+In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel
+vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep
+een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde
+haar 't aangezicht van-een te krabben.
+
+De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende
+haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde. Met
+brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning
+hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... "Daar
+leelijke smots!" ... "Allemansgerief" ... Lowis wilde de tierende vrouw
+omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode
+haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie
+valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ...
+
+--"Wat is hier te doen, baaske?" vroeg een juffrouwtje aan Geerten ...
+
+--"Twee wijven die vechten" ...
+
+--"Waarom?"
+
+Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl
+hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee
+worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok
+Geerten voorzichtig af ...
+
+ * * * * *
+
+Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had
+en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje
+verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen
+ze vernamen dat de "Vijg" op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle
+Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen,
+waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich
+ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan
+billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart
+lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de
+zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou.
+
+Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij
+nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest.
+Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en
+de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken
+in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het
+spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door
+'t groene Scheldewater.
+
+Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu
+haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te
+hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der
+plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook
+naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der
+veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer
+geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de
+anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te
+vernielen ...
+
+ * * * * *
+
+Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin
+zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig,
+vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend
+met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen
+en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de
+schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig
+malende schroef van een wegstevenend stoomschip ...
+
+Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende
+bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander
+wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen
+vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje
+huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen
+stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ...
+Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den
+wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ...
+
+Langs den scherpen boeg sprong het water op, gleed kabbelend op-zij,
+vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in
+de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden
+schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ...
+
+Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het
+rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend
+met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend,
+lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een
+oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het
+door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ...
+
+Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij
+er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden
+de zon-overgoten rivier ...
+
+Eene overzetboot paddelde voorbij ...
+
+De menschen op het dek oogden het mooie op wippende scheepje na, dat
+Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche
+buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over
+den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de
+vaartuigjes altijd afdrijven deed.
+
+Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ...
+Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden
+zon-doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig
+schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen.
+
+Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende
+strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ...
+Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed
+voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op
+Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor
+stond stil, pufte niet meer ...
+
+Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ...
+Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg
+van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de
+afblottende verf in schilfers rondspringen.
+
+Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje
+lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje,
+zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den
+oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de
+dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... "Zoo rap hadden ze't
+nu toch niet verwacht" ...
+
+Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ...
+De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en
+dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn
+tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij
+elke wiegeling water schepte.
+
+Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier
+machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden
+op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen
+woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen
+houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen,
+hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken
+der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met
+verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze
+roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf
+uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte
+boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen
+vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht.
+
+Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide
+schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens
+schuitje ...
+
+Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide
+handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in 't
+roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn
+spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken
+op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte
+Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ...
+
+Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast,
+wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was
+'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en
+wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat een der roeiers er een
+vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't
+Vlaamsche Hoofd ...
+
+Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener
+groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm
+in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van
+'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde.
+
+ * * * * *
+
+Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame
+weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende
+genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem
+nu wreed en somber, weeig van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de
+beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal
+overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte
+hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer.
+
+Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die
+druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon
+Franske, die haar "zoo" gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem
+geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie,
+welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed
+zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn
+moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu
+onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten
+voortdurend in hem op, deden alles donker-dreigend en triestig
+schijnen ...
+
+Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glarienden
+zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende
+gasthuis verlaten.
+
+ * * * * *
+
+'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren
+lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes nog,
+enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen
+mantel-sleep ...
+
+Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ... Met
+zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen
+flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep
+over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het
+verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door
+tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ...
+
+Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan
+verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige
+boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan
+kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ...
+
+Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw,
+aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der
+dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der
+binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet
+en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige
+eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ...
+De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een
+stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin
+'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een
+sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot
+reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen
+water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen
+rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare
+mastspitsen ...
+
+Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de
+golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend
+tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de
+klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch
+voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de
+goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van
+sparkelend vuur doorgensterd ...
+
+Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug
+over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot
+uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de
+gaspitten een voor een aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener
+harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig
+zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen
+met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich
+herinnerend dat het Zaterdag was.
+
+Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van
+Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van Kaethe ...
+
+Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze
+moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds
+bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende
+licht der toonraam van een kruidenierswinkel.
+
+Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf
+zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden voor hem,
+zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in den
+tragen rhythmus van een sleependen wals ...
+
+--Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ...
+
+De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met
+hoofd en armen:
+
+--Allez mannen! manne-en!...
+
+--Gaat g'-er mee een snappen, Geert," vraagde Franske meelij-gevoelend
+met den slappen man voor hem ...
+
+--'k Moet gaan waken ...
+
+--Toetoetoet!... Kom-op!...
+
+Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn
+zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ...
+
+Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken
+betaalde een rondeken, en nog een, en nog een ... Onderwijl walsten
+getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger:
+hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest
+Geerten omtollen met Kaethe ...
+
+"'nen Redowa," kondigde de harmonicaspeler aan ...
+
+Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding
+van heur zwangeren schoot.
+
+Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor
+zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te
+zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een
+stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ...
+
+Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel
+familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis
+eventjes op den ronden buik, spottend roepend:
+
+--"Bedod! voor dien erin zit!"
+
+De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der
+heele bende--de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek
+van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of
+pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met
+toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute
+stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden
+redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ...
+
+
+
+
+EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE ***
+
+***** This file should be named 12008.txt or 12008.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/12008.zip b/old/12008.zip
new file mode 100644
index 0000000..21bc962
--- /dev/null
+++ b/old/12008.zip
Binary files differ