diff options
Diffstat (limited to 'old')
| -rw-r--r-- | old/12008-8.txt | 2781 | ||||
| -rw-r--r-- | old/12008-8.zip | bin | 0 -> 59589 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/12008-h.zip | bin | 0 -> 61374 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/12008-h/12008-h.htm | 2824 | ||||
| -rw-r--r-- | old/12008.txt | 2781 | ||||
| -rw-r--r-- | old/12008.zip | bin | 0 -> 59376 bytes |
6 files changed, 8386 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/12008-8.txt b/old/12008-8.txt new file mode 100644 index 0000000..f55184a --- /dev/null +++ b/old/12008-8.txt @@ -0,0 +1,2781 @@ +The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Geerten Basse + +Author: Lode Monteyne + +Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO Latin-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + + + + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + + + + +GEERTEN BASSE + +door + +LODE MONTEYNE. + + + + +'t Werd vinnig koud ... + +De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont +vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk +grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de +vergrauwende stad. + +Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend +verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels. + +Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort, +stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige +trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode +vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende +masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ... +en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu +witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van +krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in +de sprietelende mastspits. + +Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de +loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den +trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken, +te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs +tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich, +frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een +eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen +van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. "Br! zei hij ... +zoo'n koû ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder +de brug leggen tot morgen" ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar +afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef, +meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren +door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton +aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld +tellen. Eén voor éen haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak, +blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde +eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat +rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein +lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... "Twee +frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot" ... +Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele +zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... "En dat 's voor mij" ... +stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig +beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een +paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden +en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het +hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in +de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over +de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend +groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke +afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden +nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen, +in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen +zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel +vóor zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te +zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ... + +--"'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is +heelemaal afgezabberd ..."--"Arrê, bedelêer ..."--Met behendig-rappe +beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op +in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem +mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.--"Kun-de nog wat anders? +vroeg er een spotlachend.--Ja, zei Geerten, "ik kan nog een +halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek +doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!" ... "Stoeffer ... +afluizer ... Ge zijt te begeerlijk," plaag-lachten ze ... + +De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit +verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds +verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard +voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten, +de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil +hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't +strak-knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.--"Hardi oûwe! +riep Franske ... Hardi!..." 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik +pal op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de +remschoenen aangedraaid.--Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend +'t moede, afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het +dier voort te trekken ... + +'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste +klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit +dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ... + +Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en +kalm-lui staan, nu en dan roepend: "Ksch! Ksch! V'ruit knol!... +Vol-houwe!" ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend +hun lenige lijven van groote leute. + +"He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een +reepenfabriek!" Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't +lachen ... "De zeever loopt langs uwen baard," zei Franske tegen +Geerten ... + +Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze +vooruit, gedienstig en vriendelijk ... "Een bootje meneer ..." "De(n) +overzetter is juist weg," sprak Geerten, half-spottend, onverschillig, +daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ... + +Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist +aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen, +omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend +havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde +stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden +zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren +loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles, +door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ... + +Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen +van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den +mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ... + +"Wel Janverdomme," vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche +baardstem ... "dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van die +stinkende moteurkens overvaart!"--"Dat 's met dien haastigen +keerskensmaker van daar subiet," grapte Franske ... Allen zwegen, +luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich +verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en +gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de +onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter +met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend, +die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ... + +"'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!..." +grommelde Geerten, norsch, "met mist, vaar ik niet ..." + +'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze +niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun +opstandig-vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren, +stelde voor een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal +toch dikwijls kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? "Die +onderkruipers!" ... 'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde +venijnige Charel ... "en mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine +krijgen ..." Ze schoklachten allemaal, spottend, om zulke +vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte, zwaar van drift en dreiging. + +Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel +sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk +roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de +ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen, +weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere +treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige +koû deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk +benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug +bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen +knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed +eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte +bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn +ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden +ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ... +"Gaat-de meê, Franske ..." "Ja!" Samen trokken ze weg: Franske, jong en +slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en +vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme +beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in +het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen +aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de +koppen bijeen ... "Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten +bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er +wel ..." schamperlachte éen luid-op ... "En weet z'n wijf dat?" ... + +"Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar +zuipen ..." "Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de +jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ..." + +--"Dat was rats in mijn voeten!" antwoordde stroef, Venijnige Charel ... + + * * * * * + +Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte +kroeg, een borreltje in éenen teug met smakkende lippen en tranerige +oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee +kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den +steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en +witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met +stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten +hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine +denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was +geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor +moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke +kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor +een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee, +overlegde hij naïef-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn +moest, nátellend hoeveel hij per dag méer zou verdienen dan nu, tot, met +een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij +geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan +verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos, +raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij +zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden +vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken, +bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien. +Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk +getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was +toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de +centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de +buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ... +"Een moteur hoort ge te goed 's nachts," had ze gezegd ... In-eens, kwam +in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar +maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag, +om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... "Vijf frank weeral," +dacht hij, opgewekt ... + +Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... "O die vetlappen! +Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier" ... +Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een +deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn +beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die +stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende +gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was, +waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde +keelen,--trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende +koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten, +en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend +op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een +reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst, +toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende +voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is +de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse +had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even +schoklachte hij in zijn baard.--Zoo peinzend, was hij geraakt op een +groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander +gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den +slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ... +Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart +gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur, +waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in +beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar +verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle +binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk +bijeenhurkt en--arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende +trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken vóor +een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven, +de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen +hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag +dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag, +aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande. + +Geërgerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde +weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige +wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en +waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek +hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een +halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ... +Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ... +Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn +dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen +de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het +snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide +Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedstêe toe, nam zijn slapende +vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem +tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... "Allez, +zatte teef! Allez-hop!!" ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen +wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten +mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan +met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos. +Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch, +waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met +weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op +tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een +blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees +in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed +Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: "En, nu +vooruit met den bik!" Traag sleffend over de gespleten, vuile roode +tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast +een kom koûwe koffie ... "Eerst mijnen mond wat spoelen," zei Geerten, +zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer +klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... "Geef +mijnen boek! Pruttige!" Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte +Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige +drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte +stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man +over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met +de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend, +zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de +jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen +verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond +van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Donà Gracia +verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar +binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore +naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het +vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis. +De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige +prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar, +vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in +beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat +Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten +onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan +ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: "Geert ... Vader +is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt +"hem" bediend ... 'k ben er geweest ..."--Geerten zag even op, +norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door +inspanning-verhitten kop ... "en ge <i>moet</i> eens gaan van avond zulle +..." + +--"Nog wat?" snauwde hij bruut. + +--"Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig +koppeken ... van den Argentien geloof ik ..." + +--"Laat zien!..." + +Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de +kast, reikte ze haren man toe ... "En wat schrijft hem". + +Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ... + +"Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag" antwoordde Geerten, +gebarend een borrel in één teug naar binnen te wippen ... + +Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp. + +Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet +zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede +bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge +schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem +aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij +zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de +sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de +zurig-riekende eetkast ... + +"Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster" smaalde nijdig-spottend +op hoonenden toon Trees ... "moet ge niet wat cosmatique aan uwen +schrobber doen?" ... + +Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie +onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu +frisscher en vroolijker ... + +Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee +frank op tafel ... + +"Arrê en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden +opgekocht vandaag?" + +--"'k Ben niet gaan leuren ..." + +Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en +de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige +zoldertrapken opgestapeld ... + +--"Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader" ... en zich plots +herinnerend ... "en haalt uwen wasch binnen!..." + +"Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ..." schimpte Trees hem nog +achterna ... + +--"Verrekt!" beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe, +dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten +daverrinkelden ... + + * * * * * + +Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een +der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar--'t +was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis--in schreeuwend +oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en +gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd: + +/* + The Joly Boys Bar + bij de Plezante Bazin. +*/ + +In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de +buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de +zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en +serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ... + +Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want +buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde--zonder +dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken +moest--, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas +binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen. + +Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die +wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen +met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van +haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die +haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten. + +Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij +"De ware Varens-vrienden", waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar +spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten +Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky. + +Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om +de tafel, waarop--midden groote glimmende bierplasjes--de met kralend +gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met--bij sommigen--een +potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen +weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden +zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat +de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende +gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten +stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden +mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide +lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag, +doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige +wateren der Schelde. + +Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug +naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit +starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis' +wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige +glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ... + +"Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader" vraagde Venijnige Charel ... + +Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen, +antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem: +"Bah ...den ouwen dag, hé ... vier en negentig zulle!... + +--"Is de Heilige Jozef ziek?" kwam Suske van Loock, de oudste der +roeiers, er tusschen--"als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles +van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken" ... + +Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... "Hij 'n +heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ... +Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H. +Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van +spreken!" ... + +Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten +slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem +van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ... + +Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ... + +Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes +vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten--een woord, dat +hij op de laatste socialistische meeting gehoord had--van 'nen vuilen +herbergier, gescholden werden ... + +Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde, +zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen +uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend +de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te +bezitten ... + +Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend +wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer +vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een +moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde +hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ... + +"'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft +geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ..." + +De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ... +"En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een +deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten +percent betalen!" ... + +Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar--innerlijk +jubelde hij--dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't +water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar +een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ... + +--"Nog een pint Geert?" vroeg vriendelijk Käthe de serveuse.. + +--"Ja, en 'nen beste erbij" ... + +... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ... +'t winterde fel ... wie weet?... + +Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen, +wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van +toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af +van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend +koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ... + +In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank, +was Käthe terug tusschen hare twee klanten gaan zitten--piepjonge, +baard-looze "printers,"[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken +begaapten en waartegen zij grapte ... + +Noot: [1] Leerling op een schip: "Prentice." + +Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche +nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de +ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen +aanmanend te betalen ... + +Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend +tinkelen op de marmeren tafelplaat: ... + +"Take what you like". (Pak wat ge wilt). + +Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde +hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode +haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend +flonkerden ... + +--Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende +blik op zwijgenden Geerten óver hem ... "Geen spek voor zijnen bek" ... + +De zatte matroos zwalkte met knikkende knieën naar de deur toe, wierp +dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef +onbewegelijk-strak ... + +--Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n +schoon affaire!... + +Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den "printer" was gaan zitten ... + +Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske +blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een +vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ... + +--"De teerlingen! de teerlingen!" riep Venijnige Charel zenuwachtig- +gehaast.--"We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht +'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!..." + +--"Aangenomen?" vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die +hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ... + +--"Ja! Ja!" Verward schreeuwden ze 't door elkaar. + +Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne +heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie +had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal +van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend +voort in Geertens borst ... + +Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen +recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden +gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend, +zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg, +bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje, +waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ... + +--"Allô, niet stooten zulle!" + +De dobbelsteenen rolden in den bak!... "Negen! voor Suske!" Weer viel de +stilte ... + +Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond +hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ... + +"Zes!... Aï mij ... Charel!" + +"Stilte!... Sst!..." + +Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon +Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht +stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende +zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij +dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig +gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand +van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de +sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ... + +Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de +roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil +liggen. + +"De twee apen!" (de twee eenen.) + +Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ... + +"Gij moet gaan! Santé zulle," riep Charel hoonend. + +"Daar doe 'k het orgel op spelen!" zei Lowis gekscherend, en met een +kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een +gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer, +dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle +maagd ... + +Käthe zong mee ... De "printers" brulden onverstaanbare woorden, de +roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar, +wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende +neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend "Chorus" +voort-zong ... + + Because I love You... + My only one regret, + Since then we 've never met + Because I love you... + Yes, my heart is yours!... + Because I love you!... + +Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze "zijn" was ... + + * * * * * + +Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden, +nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den +regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen +holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen +achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der +vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de +duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ... + +"Wat 'n hondenweer," peinsde Geerten ... + +Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan, +zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries +uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart +voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen, +seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af +en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend +tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten, +gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende +wagens voortduwde ... + +Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin +vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ... + +Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten, +begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche +nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en +gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem +gevallen?... Waaróm?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij +niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen +ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand +betrouwen?... Verdomd toch, waaróm was Franske nú juist bij Lowis +gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de +mannen allemaal reeds weg waren en Käthe met één der "printers" ook al +heengegaan was!... + +"Gaat-de mee doór, Franske?" ... + +Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ... +Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit +het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren +moest!... + +Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ... + +Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald, +weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen +jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn +redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig +te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er +zulk een vinden kón! frisch en mollig, een bloem op een veld!... + +Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die +hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ... +Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afhoûwen of +anders ... + +De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend +de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat +verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op +den woesten, kletsenden golfslag van den door storm ópgezwiepten stroom. +Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan, +bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ... + +Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem +beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij +naderde ... + +Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens +de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten +steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen, +dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens, +rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen +der maan ... + +De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig +loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den +hollen vloed. + +Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een +ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel +beeld. + +Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger +lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap +stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij +zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan +den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die +langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou +toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat +in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ... + +Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de +kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar +eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij +een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen +weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte +Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning +benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ... +in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de +laagste sport te springen. Zijn eén been plonsde in 't ijskoude water, +maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn +geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij +ijlings weg ... + +De politieagent zette hem achterná ... Geerten hoorde zijn haastige +passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind +zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die +zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril +tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit +beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak +bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij, +niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden +sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich +door de half-dronken mannen heen ... Dáár was een smal zijstraatje, met +een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger, +liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de +hielen zat. "Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer +volgen." Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam +op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde, +afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den +harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende +wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar +niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en +Suske en de rest?... en dàn Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten, +wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ... + +Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin. +Nu stond hij voòr de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen +gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De +straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof +door heel het huis.--Geen roering kwam er achter de neergelaten +voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist, +bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging +hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets +bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het +zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de +nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles vóor zich. Zoo +warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn +losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend, +met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken, +woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in +hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon +zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge +snotneuzen van "printers" ... zij éen en Käthe éen, overlegde hij ... +"Sakkerdomsche ros!" Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende +deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... "Als dat +moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!" + +Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem +sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn +steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs +den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te +loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje +binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te +vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur +vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit, +wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... "Zijt gij +daar?" vraagde ze verwonderd ... "wat 'n eer van u te zien!..." + +"Laat me gerust" bromde Geerten, zich uitkleedend. + +--"Buitengesmeten" meesmuilde ze nog spot-lachend ... + +--"Zwijg, verdjuusche, zatte teef!..." Hij zag de jeneverflesch +half-leeg, op tafel staan, nam ze òp, zette ze aan den mond en met +klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij +bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... "Allez, schuif-op, vijf voet +van mijn lijf, Pruttige ..." Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: "Bij +Lowis èh, daar is 't schooner ..." + +--"Gaat ge zwijgen!" De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen +hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem +opnieuw wakker ... + +--"Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden" +... + +--"Laat me gerust, ... 't is goed ..." + +Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ... + + * * * * * + +'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst +durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden +die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? Dàt +wist hij wel beter ... + +Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn, +deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ... + +'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ... + +Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen, +toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen +naderde ... + +Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn +wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend, +want Rik Schampavie en zijn kameraden--de onderkruipers!--waren al een +keer of twee overgevaren met "typen" van de Yachtclub. Tegelijkertijd +brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den +nacht aan enkele yachten had aangericht ... Wèl hadden ze den Rik hooren +sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn +zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ... + +Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging +voor den sterksten man van heel den "bassin", was gaan vluchten vòor den +helm van een spichtig-mager politiemanneken. + +"Wat 'n vijg!" spotte Venijnige Charel half-luid, "'t was verdomd juist +de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,--zoo'n vijg." + +Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske +dien hij niet ontwaarde, zóo maar om 't gesprek af te leiden ... + +"Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ..." schamperlachte Charel ... + +Geerten stoof op: "Als ge dat nog zegt èh, breek ik U armen en beenen! +Venijnige beest!" + +--"'k Zeg de waarheid," snauwde de andere terug. + +"Sakkerdju!" vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met +een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte +met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten. + +"Hardi," kisten de toegeloopen omstanders, krachtige +buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien +der bootjesroeiers. + +Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide, +bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk, +lagen een pooze roerloos, zwaar ademend. + +"Hardi!" "Houwen!" "Geeft hem het Geerten!" Basse lag boven, zijn vijand +duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel +hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens +sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in +Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het +hooren zouden ... "Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!... +Vijg!!!..." 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ... +"Hoorndrager!..." + +De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De +roeiers lieten begaan, schudden de koppen: "Geerten is ver op ... hij +heeft zijnen meester gevonden" ... + +--"De garde! De garde!" ... klonk luide en spottend een hooge +jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met +moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze +uit-een, liet de vechters aftrekken ... + +Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was +afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde +been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ... +Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat +was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte +hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het +hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna +afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij +nemen ... + +Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n +fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die +smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te +verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en +luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ... + + * * * * * + +Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen +was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes, +welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok +hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in +eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door +aan het ziekbed van den "Heiligen Jozef" ... Innig-overtuigd was +Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe +stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen +motorbootje te bezitten op den voorgrond trad. + +Dàt werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem +over alle geleden smart heenzette. Dàt zou zijn wraak wezen! Bersten +moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den "bataclan." Maar +Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter +hand ... + +De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor +haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij +voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met +Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier +met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde +aangezicht, wilde ze óók niet lossen ... vooral nù niet meer ... Ze +peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich +tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle beî te houden--den +jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om +zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze +niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat +trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel +ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde, +hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze +besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne +genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig +groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende +hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en +fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op +papier te brengen ... Käthe moest helpen ... + +/* +Liefe geert: +Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard... +Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis... +*/ + + * * * * * + +Dienzelfden avond nóg was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich +heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig +geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't +misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was +'t nu zóo, hém kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ... +Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als +die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan +de vleeschelijke vrouw. + +Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen +reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de +"Vijg", iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging +hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden +zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de +klanten niet te verliezen ... + +In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het +niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien +flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de +rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven +slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens, +wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der +plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang +der zaak!... + +Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht +bij zijn zieken vader waken zou ... + +Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske, +Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed +haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen +grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit +hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de +linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten +pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch +naar binnen ... + +"'t Zijn er goeï" lachte hij ... + +Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't +Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat +thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge +niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... "Zijt ge zot?... Dan +heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem +zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken, +zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever." Geerten moest +toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren +zou ... "Hij is te schoon," bemerkte hij, sarcastisch ... "Wat kunt g'er +aan doen," zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in +zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... "Ja, wat kunt g'er aan +doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ... +enne ... naar ..." + +"Wat zegt ge" hijgde 't mosselvrouwken ... "naar?..." + +... "een wijf als rosse Lowis ziet," voleindde Geert, traag opslurpend +de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had. + +De tranen sprongen in haar klare oogen. "Dát had ze nooit gedacht!... +Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort. +Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en +tranerig-onduidelijk klonk bij 't roepen van 't gewone "kêpeleê." + +"Die heeft beet," grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ... + +'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de +bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd +door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ... + +--"Dag blauwe-geschelpte," spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle +leute ... + +--"Vijg!" beet Franske kort-af, terug. + + * * * * * + +Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in +krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. "God zij geloofd" +had Sophie--zijn dochter--gezegd, "want dat lijden is niet meer om ná te +zien," en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarná niet meer +hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis +geweest was ..." + +"Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken," had Pruttige Trees +gezegd, ... "dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren +met nieuwjaarnacht, naar 't feest van "'t Kasken" in de maatschappij" +... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed. + +'t Sneeuwde buiten ... De lucht was éene grijsheid van schommelende +donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ... + +/* +"Deezeken schudt zijn beddeken uit +en laat zijn pluimekens vliegen" ... +*/ + +De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een +olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde +spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel +smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den +aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren +vloer ... + +--"Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, "ánders heeft hij het +te benauwd" ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken, +vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't +ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met +diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den +grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke +bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend, +leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het +omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte +afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht +viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt +minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de +torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ... +Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen +maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer +doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een +hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't +aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes. +Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het +kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn, +die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid. +Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels, +en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het +rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den +neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen. +De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over +hem heen: "Eens drinken, vader?" ... Hij schonk een glaasje vol van den +wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij +weigerde. Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook +nog een flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ... + +Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats +terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen +gezangen dóor tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de +hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't +Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den +nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien +en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij +te tobben.--Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het +gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging +hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij +alleen "de vijg," maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook +was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan, +beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou. +Dat wás zijn levensdoel en éenige bekommering geworden. En, nádenkend, +wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon +gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de oûwe 't +kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje +overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den +doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld +gekost ... "Ja, ja", overlegde Geerten ... "en toch met het beetje dat +overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder +jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of +had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers +Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch +nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ..." +Werktuigelijk stond Geerten op ... + +'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen +der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die +buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij +vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam +Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds +meer invallende gelaat van vader ... + +... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de +oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen--heel even +maar--kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en +beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen +als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ... + +"'t Zal afloopen" peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze +zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het +zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten +grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen +Geert ... "Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd +heeft, is men in de wieg niet versmacht" ... + +Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die +in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette +de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ... + +'t Sloeg elf uren ... "Trees zal gaan komen," dacht hij. Zijn ruige, +bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring +die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en +ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ... +"Niks!" Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig +tusschen elk blad ... "Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek" +... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten +doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos, +niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht +reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing +open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden +scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open +op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde +Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht +naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte +hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij +met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige +wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het +feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende +het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond, +verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens, +die hij gevonden had ... + +Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag +hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde +haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ... +boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend +door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu +durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij +'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die +hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot +weerziens-zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ... +Wat kon hij nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis +was geen levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te +feesten?... Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als +Trees nu maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!... + +In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de +plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't +schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der +jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide +mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden +heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste +stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den +jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter, +omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje +brulden dronkaards een gekke "brabançonne", en in de straat joelden en +tierden de pretmakende benden. + +En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't +donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn +bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... ô die +Trees!... + +Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp +haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ... + +--"Ehwel?" ... + +--"Dood," zei Geerten ... "Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al +bijkans koud ..." + +--"'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet +insteken ... en Sophie ook niet ..." + +--"Niks gevonden?" vroeg ze ná een poos, naar de in wanorde liggende +kast gaande om de lamp te nemen. + +--"Niks," antwoordde Geerten norsch ... "'k trek er uit ... Zijt ge niet +bang?" ... + +--"Bang, begod,!" ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar +fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... "Zie, als +de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ..." + +De deur draaide dicht achter Geerten ... + +De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was +vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe +sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken +zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de +twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen, +spoedde Geerten zich voort ... + +Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken +vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan +gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van +electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der +goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de +verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de +stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe +meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende +matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen, +dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de +deur eener herberg. + +Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de +kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk. +Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn +mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ... + +Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij +de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier. +Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ... + +Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de +schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van +het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske. +Geerten deed of hij 't niet merkte ... + +--"Ne gelukkige zulle" ... wenschte hij, de uitgestoken handen +schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de +stekelig-bebaarde wang ... + +--"Zoo laat" zei ze ... + +--"Vader is dood" ... + +--"Is de H. Jozef dood?" wonderde Suske van Loock. + +--Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een +keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen Käthe hem +voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin +op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van +een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader wèl wat zou +achterlaten ... wat kón dat hoefijzer anders beduiden?... + +--Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ... + +--Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot +hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de +teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij +vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg. + +De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de +roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van +'t opgediende konijn. + +--"Wat kat, Vijg?" plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met +kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een +glimlach. + +'t Bier klokte in de dorstige kelen ... Käthe deed het orgel spelen, en +weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel +tingel-tangelliedje. Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den +baard. Met groote teugen spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar +binnen: zijn oogen flikkerden genotvol. + +--"Alló Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den +baard af," gichelde Käthe, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den +wijd-opengespannen mond opving ... "Wat 'n bakoven" schertste Franske. +Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun +glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en Käthe wilden +dansen. + +Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze +dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht, +keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem +voorzette, trakteerde Käthe, die nevens hem was komen zitten, neep haar +tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze +stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van +pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... Käthe ging van den +eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn +onthaald ... + +Geerten voelde zich moê en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch +zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem +wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven. +'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't +vorige jaar, toen ná uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan +anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't +zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den +laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten, +en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te +troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen! + +Vóór hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude +hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ... + + * * * * * + +"De H. Jozef" was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets, +langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een +pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle +kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende +blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn +hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe +eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ... + +Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige +zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar +de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het +sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken: +hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed, +verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de +zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde +Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie, +zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg. + +--"Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet +moeten onderhouden sedert moeders dood?" + +Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een +bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die +geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde +soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een +motorbootje te bezitten. + +Vóór hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel +vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan +boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche +vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de +lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij +vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij +haar te komen. + +'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de +duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer. +De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het +kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den +dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te +kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning, +fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette +zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende +klep, op zijn ruigen kop. + +Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste +vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke +meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast +ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden +brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een +bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad +op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de +mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp. +Koffie-slokkend verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn +wangen uitpuilen deden. + +"Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ... +Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel +geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn +blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der +golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde +motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen +zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den +stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?... +de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander, +met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon +hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich +vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's +nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig +bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een +broche, of eene "brachelet" of ... + +Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den +gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees +binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de +armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de +borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door +looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf, +dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken +lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde +schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ... +"Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!" ... Na een wijle ... "En, is er +geen nieuws over 't geld?..." "Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet +uit ... Hop!" ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig +het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht +werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de +schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden +stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel, +maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote, +blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden, +eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op +met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er +moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis +zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen +niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het +huis verpesten, werden niet verkocht.--Er was geld! meer geld!... Hij +trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog +enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde +kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij +zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren +jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe +eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de +waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't +gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees, +proestend, de oogen opende ... + +--"'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!" + +Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de +neerhangende lippen krijgen ... "'t Geld, 't Geld van mij!" + +Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ... + +Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in +volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... "'t Geld!... +'t Geld!..." Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige +speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden +zijn oogen, ver uit hun kassen.-- + +Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde +haar. Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en nà de +verwondering over de onverwachte, vroeger nooit ondervonden +mishandeling, had de schrik haar bevangen. Terwijl 't bloed in roode +vlekken stolde op heur vet-plekkige kleed, slofte ze schichtig bijna +door de kamer, tot bij het bed, kroop er half onder, pakte een oud +staalzakje van graan beet en zich oprichtend, overreikte het aan +Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd had elk harer +bewegingen ... + +In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de +tafel ... zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden +koortsig met zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor +briefje--platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee +bankjes aan elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele +wereld ... er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest méer +zijn ... ze had er veel van opgezopen ... + +"Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze +vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten +weer, hardnekkig ... + +Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?... + +Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ... + +"Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en +in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten +rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ..." + +"Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in +grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!..." + +Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ... + +Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere +ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ... + +"Gaat ge nu alles óp-doen, Geerten ...?" + +"'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!" beet hij haar bruut terug. + +"Laat ons de helft doen," riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in +de gang stond ... òf geef me wat voor 't huishouden" ... + +Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de +deur ... + +--"Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe, +of!..." + +Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ... "of +'k zal u raken!..." Trees kromp in-een van schrik ... + +De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ... + +Het heele huisje daverde van den schok ... + + * * * * * + +Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis +bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte +hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag +herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... "Smoel toe, of ..." + +Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte +zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en +minzaam-beleefd ... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen, +hopend zich stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere +roeiers hield hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de +worsteling met venijnigen Charel, was zijn populariteit afgesleten. +Tusschen Franske en hem kwam het stil-aan tot een breuk vooral na de +poets, die hij den jongen met Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De +veete tegen de motorbootjes verscherpte en nu ging er bijna geen dag +voorbij of er werd eenige schade aan de scheepjes toegebracht, vooral +aan dat van Rik Schampavie. + +Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen, +poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ... 's +Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals "het Fleschken", +trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een +rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral +wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden +catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel +alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den +opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong +roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven, +anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer +hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den +boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen +en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar +rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank +ontbraken ... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en +zeker!... + +Kort nà nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant +bezetten onderrok, dien Käthe op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke +gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en +inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't +groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig +vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer +en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen +zou ... + +Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem +heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het +volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen +regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor +niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden. +Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een +zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn +medevrijer hadden afgerammeld. + +Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij +hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers. + +... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager, +hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret +lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde. + +Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te +groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij +probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich +trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's +avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want +thuis had hij verboden nog toespijs te halen ... + +Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud +roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje. + +Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te +ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen +gegaard hebben ...-- + +Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest òp, de +verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was dàt +zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed +als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ... +Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ... +Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem +betaalde?... niks! niemendál!... Allengskens dacht hij aan niets +anders meer ... + +Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij +nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans--om 'n arme +vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon +moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verdòmd ... dàt mocht +niet gebeuren!... + +Aan Lowis kòn hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten +liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte +om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ... +òf ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna +weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen +kon ... Bij dit voornemen bleef hij ... + +Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat, +loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen +munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin +verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant +plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide +schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden +bovenrok verborgen ... + +'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der +rosse waardin kwetste hem ... + +Veertien dagen voór vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een +tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei +ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ... + +Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie +verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in +de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle +vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat +hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door +nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of +ze was zelf bakvisch ... dat was jandòme een goeï lol!... + +'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte +ster-looze lucht: over stad en stroom, één duisternis waarin als +versomberde ... + +... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de +opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem, +log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de +kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en rap +had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer +behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en +stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag vóór zich de stoomers +aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en +purper ... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms +ópklonken, duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende +kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden uit +booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte, +dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling, +vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ... +Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn +riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden, +voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij +bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn +sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit +den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de +beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde +Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder, +waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend +armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen +uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend, +ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van +het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig +zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar, +doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik +beangst ... + +Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij +zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat +omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in +'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven, +toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te +worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't +bordeeltje "Zum siebensten Himmel", waar de baas den Sherry kocht voor +vijf en zeventig franken ... + +Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen +en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan +den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de +even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden +verbeid ... + +'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte +nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse +borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie +vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt +gespeeld, en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een +moment bekeek Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane +verlies ... Heur mond trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten +voortraasde, opgewonden door de ettelijke "bockskens", gedurig +terugkomend op 't geluk dat hij nog had te kunnen gaan vluchten ... + +Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: "Vijg!" +... + +"Salut, tot morgen," antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen, +maar voelend hare verachting ... + + * * * * * + +De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar +zouden de "Ware Varensvrienden" den laatsten dag van vastenavond, in +groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat +bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden +kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van +Scotch Whisky. + +De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drieën +samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden +een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende +gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch +ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop Käthe, bij +'t doorrijden der stad, koeken zou bakken ... + +Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend +uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met +gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden, +elkander-aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze +herkenden ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een +rose zijden, druk met roode linten versierd bébé-kleed aangetrokken, +zoodat onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige +kousen gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde +los over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende, +zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende +oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't +aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener +fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en +nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in +fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden +sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven +met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was +reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op Käthe ... Venijnige Charel +in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht Käthe, in +goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met +hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich +schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige +kasseide ... + +Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna +plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ... + +/* +... Wij zijn hier, wij zijn hier!... +Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!... +*/ + +Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door +elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende +harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het +potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg +werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen, +hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen +te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te +bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ... + +Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de +stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere +kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende +serpentines met gracielijken zwaai, ál krinkelend, door de gouden +zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte +neerdraaiden ... + +... Hier begon de jool voor goed ... + +Käthe bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en +zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen +gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen, +viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle +pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines +omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast +zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur +vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk +opwipte ... + +Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't +Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de +weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste +heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot +koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan +begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen +de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders +vasthoudend ... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden +schunnige liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar +huis gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door +de straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn +harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend +lijf, vooróp, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw +nog plooiend en rekkend speeltuig. + +Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring, +die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze +ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal +tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met +vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ... + +Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend +in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd--een bespottelijke dood onder +de half scheef-hangende pijpjesmuts--met 't pipsche Fientje, en Frans, +levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde +wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen +pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken +ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den +reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn +doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje. + +In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler +kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht +doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten +nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige +festoenen langs de bogen slingerden. + +Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende +atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De +hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche +strotten. + +Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet, +dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den +bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der +plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd +achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur +kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale, +elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de +muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden +heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar +overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende +verbeeste menigte. + +Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het +gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd +waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen. + +--"Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse." + +Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den +steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn +slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op +heel de zaal ... + +In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de +fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste +menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens +bespeurden ze 't rose bébé-kleed van Lowis noch den spannenden +veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de +oogen. + +--"Ze zijn wellicht in de priëeltjes gekropen," sprak Geerten schor van +opwinding en jaloerschheid ... + +Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de +gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke +geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten +Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden +kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes, 't +masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden, +zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich +vastzogen. + +Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten +en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door éenzelfde +opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander +omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met +glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ... + +Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op +zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenpriëelen +langs! + +De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die +hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't +lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem. +De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't +lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... "Ze zijn +weg," zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ... + +Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de +stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het +motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens witte +hemd was met slijk besprinkeld ... + +Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek +hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per +natiewagen door de leutig-feestvierende stad ... + +Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd +tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse +Lowis nu geëindigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de +gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings +beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet +begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens +bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat. + +Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet +Fientje Geerten alleen ... + +"Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans dàar, maar 'k denk het +niet ... 't zal wel "af" zijn tusschen ons ..." + +Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De +fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ... +Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf +slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel +nà borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van +'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk; +werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu +eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knieënknikkend +zwalkend naar 't straatmidden toe ... + +Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste +tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid, +bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende +doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige +klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn +gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis +woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en +van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't +kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de +deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met +verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der +gelagkamer. + +Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken +boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog vóor Geert den tijd had een woord +te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid. +Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit, +tuimelde zwaar op de slijkerige steenen. + +Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers, +wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd +door Franske terug gedrongen en met één stomp midden de borst +neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden, +hem achterna riep: "Vijg!!" ... + +Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan +voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen +lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak. + +"Pietje de dood!" huilden gier-lachend de straatjongens en +saamgetroppelde buur-vrouwen spotten plat-weg: "Hoorndrager" ... + +Vuistdreigend keerde hij zich om ... + +"Worst!..." "Vijg!!..." "Pietje de Dood!!..." brulden de kinders, den +waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende +hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En +"Vijg"-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden, +die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven +bleven. + + * * * * * + +Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette +zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond, +wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke +openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne +verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer +viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden +tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den +kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te +stoomen ... + +Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade, +wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag, +nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed +geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad +gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ... +Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat +strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk +koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige +verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze +een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren +man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan +en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend +spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij +verbaasd: + +"Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?..." + +--"Ja, Geerten ..." + +--"Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat +Heilige?..." + +--"'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de +Preekheeren ... dat weet ge toch wel ..." + +'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal +centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur +om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de +kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ... + +--"Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?" vraagde ze ... + +--"'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind ván +achteren!..." + +Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon +zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een +weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten +stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop, dat +de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ... + +Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine +besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de +herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen. +Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was: +tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit. + +Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra +bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp tóch niets dat hij +Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging +ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert +het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou +die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen +meevooisden: "Dats rats in mijn voeten" ... Franske mocht doen wat hij +verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten +liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen +wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in +het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou +worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al +de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten. + +Kort ná 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in +onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een +sierlijk bootje, en daags vóór vastenavond-nog, had hij toegeslagen en +een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ... + +Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer +spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere +bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ... + +Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken +stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees, +elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ... 's +Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile +lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde +hij vloekend en dreigend ... + +Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis +brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen +verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had +hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen +boven 't bedrag waarover hij beschikte ... + +Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging; +ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met +Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim. + +Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de +versch-geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te +vragen aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood +kleurde ... + +--"Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje"?... + +--"Verkoopen," snauwde hij norsch ... + +--"En dan"?... + +--"Verrekt", klonk het nurksch-kort-af ... + +"Brengt maar eens thuis," voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan +heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een +oúwe pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken +op de grijs-blauwe steenen ... + +Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar +hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de +kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op +den "Devonshire" ... + +Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee +hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou +aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij +in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ... +Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul +en veelbelovend ... + +Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den +constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was +het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen +zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van +den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar, +heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog +een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ... + +Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de +straat, waarin de Plezante bazin woonde. Vóór het huis was het zwart van +bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door +elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, ópjoepend boven 't +gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een +oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien. + +De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen +wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ... + +--"En ge zult er niet binnen," krijschte zij, uitdagend ... + +--"Smerige rosse hoer"!!... + +In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel +vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep +een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde +haar 't aangezicht van-een te krabben. + +De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende +haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde. Met +brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning +hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... "Daar +leelijke smots!" ... "Allemansgerief" ... Lowis wilde de tierende vrouw +omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode +haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie +valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ... + +--"Wat is hier te doen, baaske?" vroeg een juffrouwtje aan Geerten ... + +--"Twee wijven die vechten" ... + +--"Waarom?" + +Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl +hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee +worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok +Geerten voorzichtig af ... + + * * * * * + +Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had +en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje +verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen +ze vernamen dat de "Vijg" op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle +Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen, +waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich +ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan +billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart +lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de +zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou. + +Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij +nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest. +Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en +de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken +in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het +spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door +'t groene Scheldewater. + +Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu +haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te +hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der +plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook +naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der +veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer +geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de +anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te +vernielen ... + + * * * * * + +Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin +zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig, +vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend +met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen +en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de +schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig +malende schroef van een wegstevenend stoomschip ... + +Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende +bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander +wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen +vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje +huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen +stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ... +Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den +wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ... + +Langs den scherpen boeg sprong het water òp, gleed kabbelend op-zij, +vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in +de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden +schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ... + +Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het +rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend +met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend, +lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een +oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het +door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ... + +Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij +er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden +de zon-overgoten rivier ... + +Eene overzetboot paddelde voorbij ... + +De menschen op het dek oogden het mooie òp wippende scheepje ná, dat +Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche +buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over +den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de +vaartuigjes altijd afdrijven deed. + +Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ... +Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden +zon-doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig +schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen. + +Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende +strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ... +Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed +voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op +Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor +stond stil, pufte niet meer ... + +Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ... +Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg +van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de +afblottende verf in schilfers rondspringen. + +Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje +lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje, +zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den +oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de +dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... "Zóo rap hadden ze't +nu toch niet verwacht" ... + +Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ... +De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en +dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn +tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij +elke wiegeling water schepte. + +Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier +machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden +op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen +woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen +houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen, +hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken +der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met +verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze +roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf +uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte +boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen +vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht. + +Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide +schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens +schuitje ... + +Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide +handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in 't +roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn +spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken +op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte +Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ... + +Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast, +wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was +'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en +wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat één der roeiers er een +vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't +Vlaamsche Hoofd ... + +Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener +groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm +in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van +'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde. + + * * * * * + +Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame +weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende +genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem +nu wreed en somber, weeïg van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de +beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal +overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte +hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer. + +Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die +druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon +Franske, die haar "zoo" gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem +geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie, +welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed +zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn +moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu +onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten +voortdurend in hem òp, deden alles donker-dreigend en triestig +schijnen ... + +Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glariënden +zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende +gasthuis verlaten. + + * * * * * + +'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren +lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes nóg, +enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen +mantel-sleep ... + +Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ... Met +zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen +flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep +over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het +verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door +tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ... + +Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan +verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige +boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan +kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ... + +Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw, +aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der +dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der +binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet +en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige +eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ... +De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een +stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin +'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een +sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot +reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen +water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen +rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare +mastspitsen ... + +Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de +golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend +tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de +klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch +voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de +goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van +sparkelend vuur doorgensterd ... + +Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug +over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot +uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de +gaspitten één voor één aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener +harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig +zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen +met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich +herinnerend dat het Zaterdag was. + +Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van +Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van Käthe ... + +Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze +moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds +bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende +licht der toonraam van een kruidenierswinkel. + +Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf +zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden vóor hem, +zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in den +tragen rhythmus van een sleependen wals ... + +--Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ... + +De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met +hoofd en armen: + +--Allez mannen! manne-ën!... + +--Gaat g'-er mee een snappen, Geert," vraagde Franske meelij-gevoelend +met den slappen man vóor hem ... + +--'k Moet gaan waken ... + +--Toetoetoet!... Kom-op!... + +Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn +zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ... + +Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken +betaalde een rondeken, en nog één, en nog één ... Onderwijl walsten +getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger: +hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest +Geerten omtollen met Käthe ... + +"'nen Redowa," kondigde de harmonicaspeler aan ... + +Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding +van heur zwangeren schoot. + +Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor +zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te +zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een +stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ... + +Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel +familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis +eventjes op den ronden buik, spottend roepend: + +--"Bedod! voor dien erin zit!" + +De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der +heele bende--de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek +van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of +pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met +toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute +stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden +redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ... + + + + +EINDE. + + + + + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + +***** This file should be named 12008-8.txt or 12008-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/ + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/12008-8.zip b/old/12008-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c227490 --- /dev/null +++ b/old/12008-8.zip diff --git a/old/12008-h.zip b/old/12008-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b7e2c2d --- /dev/null +++ b/old/12008-h.zip diff --git a/old/12008-h/12008-h.htm b/old/12008-h/12008-h.htm new file mode 100644 index 0000000..9a6807f --- /dev/null +++ b/old/12008-h/12008-h.htm @@ -0,0 +1,2824 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content= + "text/html; charset=iso-8859-1"> + <title> + The Project Gutenberg eBook of Geerten Basse, by AUTHOR. + </title> + <style type="text/css"> + <!-- + * { font-family: Times;} + P { text-indent: em; + margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; } + H1 { text-align: center; color: maroon } + H2,H3,H4,H5,H6 { text-align: left; } + HR { width: 33%; + margin-top: 1em; + margin-bottom: 1em;} + BODY{margin-left: 10%; + margin-right: 10%;} + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* footnote */ + .blkquot {margin-left: 4em; margin-right: 4em;} /* block indent */ + .pagenum {position: absolute; left: 92%; right: 100%; font-size: 8pt; justify: right;} /* page numbers */ + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem p {margin: 0; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem p.i2 {margin-left: 2em;} + .poem p.i4 {margin-left: 4em;} + .poem .caesura {vertical-align: -200%;} + // --> + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Geerten Basse + +Author: Lode Monteyne + +Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO Latin-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + + + + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + + + + + +</pre> + + + + +<h1>GEERTEN BASSE</h1> + +<p>door</p> + +<h3>LODE MONTEYNE.</h3> + + + +<hr style="width: 65%;"> +<p>'t Werd vinnig koud ...</p> + +<p>De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont +vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk +grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de +vergrauwende stad.</p> + +<p>Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend +verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels.</p> + +<p>Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort, +stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige +trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode +vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende +masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ... +en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu +witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van +krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in +de sprietelende mastspits.</p> + +<p>Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de +loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den +trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken, +te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs +tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich, +frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een +eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen +van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. "Br! zei hij ... +zoo'n koû ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder +de brug leggen tot morgen" ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar +afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef, +meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren +door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton +aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld +tellen. Eén voor éen haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak, +blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde +eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat +rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein +lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... "Twee +frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot" ... +Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele +zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... "En dat 's voor mij" ... +stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig +beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een +paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden +en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het +hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in +de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over +de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend +groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke +afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden +nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen, +in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen +zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel +vóor zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te +zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ...</p> + +<p>—"'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is +heelemaal afgezabberd ..."—"Arrê, bedelêer ..."—Met behendig-rappe +beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op +in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem +mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.—"Kun-de nog wat anders? +vroeg er een spotlachend.—Ja, zei Geerten, "ik kan nog een +halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek +doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!" ... "Stoeffer ... +afluizer ... Ge zijt te begeerlijk," plaag-lachten ze ...</p> + +<p>De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit +verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds +verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard +voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten, +de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil +hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't strak- +knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.—"Hardi oûwe! riep +Franske ... Hardi!..." 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik pal +op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de remschoenen +aangedraaid.—Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend 't moede, +afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het dier voort +te trekken ...</p> + +<p>'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste +klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit +dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ...</p> + +<p>Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en +kalm-lui staan, nu en dan roepend: "Ksch! Ksch! V'ruit knol!... +Vol-houwe!" ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend +hun lenige lijven van groote leute.</p> + +<p>"He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een +reepenfabriek!" Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't +lachen ... "De zeever loopt langs uwen baard," zei Franske tegen +Geerten ...</p> + +<p>Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze +vooruit, gedienstig en vriendelijk ... "Een bootje meneer ..." "De(n) +overzetter is juist weg," sprak Geerten, half-spottend, onverschillig, +daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ...</p> + +<p>Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist +aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen, +omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend +havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde +stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden +zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren +loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles, +door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ...</p> + +<p>Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen +van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den +mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ...</p> + +<p>"Wel Janverdomme," vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche +baardstem ... "dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van +die stinkende moteurkens overvaart!"—"Dat 's met dien haastigen +keerskensmaker van daar subiet," grapte Franske ... Allen zwegen, +luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich +verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en +gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de +onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter +met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend, +die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ...</p> + +<p>"'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!..." +grommelde Geerten, norsch, "met mist, vaar ik niet ..."</p> + +<p>'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze +niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun opstandig- +vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren, stelde voor +een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal toch dikwijls +kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? "Die onderkruipers!" ... +'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde venijnige Charel ... "en +mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine krijgen ..." Ze schoklachten +allemaal, spottend, om zulke vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte, +zwaar van drift en dreiging.</p> + +<p>Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel +sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk +roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de +ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen, +weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere +treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige +koû deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk +benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug +bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen +knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed +eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte +bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn +ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden +ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ... +"Gaat-de meê, Franske ..." "Ja!" Samen trokken ze weg: Franske, jong en +slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en +vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme +beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in +het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen +aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de +koppen bijeen ... "Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten +bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er +wel ..." schamperlachte éen luid-op ... "En weet z'n wijf dat?" ...</p> + +<p>"Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar +zuipen ..." "Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de +jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ..."</p> + +<p>—"Dat was rats in mijn voeten!" antwoordde stroef, Venijnige Charel ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte +kroeg, een borreltje in éenen teug met smakkende lippen en tranerige +oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee +kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den +steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en +witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met +stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten +hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine +denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was +geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor +moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke +kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor +een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee, +overlegde hij naïef-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn +moest, nátellend hoeveel hij per dag méer zou verdienen dan nu, tot, met +een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij +geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan +verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos, +raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij +zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden +vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken, +bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien. +Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk +getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was +toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de +centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de +buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ... +"Een moteur hoort ge te goed 's nachts," had ze gezegd ... In-eens, kwam +in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar +maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag, +om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... "Vijf frank weeral," +dacht hij, opgewekt ...</p> + +<p>Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... "O die vetlappen! +Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier" ... +Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een +deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn +beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die +stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende +gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was, +waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde +keelen,—trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende +koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten, +en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend +op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een +reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst, +toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende +voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is +de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse +had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even +schoklachte hij in zijn baard.—Zoo peinzend, was hij geraakt op een +groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander +gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den +slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ... +Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart +gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur, +waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in +beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar +verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle +binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk +bijeenhurkt en—arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende +trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken vóor +een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven, +de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen +hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag +dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag, +aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande.</p> + +<p>Geërgerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde +weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige +wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en +waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek +hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een +halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ... +Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ... +Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn +dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen +de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het +snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide +Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedstêe toe, nam zijn slapende +vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem +tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... "Allez, +zatte teef! Allez-hop!!" ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen +wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten +mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan +met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos. +Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch, +waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met +weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op +tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een +blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees +in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed +Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: "En, nu +vooruit met den bik!" Traag sleffend over de gespleten, vuile roode +tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast +een kom koûwe koffie ... "Eerst mijnen mond wat spoelen," zei Geerten, +zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer +klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... "Geef +mijnen boek! Pruttige!" Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte +Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige +drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte +stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man +over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met +de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend, +zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de +jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen +verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond +van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Donà Gracia +verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar +binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore +naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het +vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis. +De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige +prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar, +vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in +beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat +Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten +onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan +ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: "Geert ... Vader +is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt +"hem" bediend ... 'k ben er geweest ..."—Geerten zag even op, +norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door +inspanning-verhitten kop ... "en ge _moet_ eens gaan van avond zulle +..."</p> + +<p>—"Nog wat?" snauwde hij bruut.</p> + +<p>—"Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig +koppeken ... van den Argentien geloof ik ..."</p> + +<p>—"Laat zien!..."</p> + +<p>Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de +kast, reikte ze haren man toe ... "En wat schrijft hem".</p> + +<p>Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ...</p> + +<p>"Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag" antwoordde Geerten, +gebarend een borrel in één teug naar binnen te wippen ...</p> + +<p>Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp.</p> + +<p>Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet +zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede +bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge +schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem +aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij +zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de +sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de +zurig-riekende eetkast ...</p> + +<p>"Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster" smaalde nijdig-spottend +op hoonenden toon Trees ... "moet ge niet wat cosmatique aan uwen +schrobber doen?" ...</p> + +<p>Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie +onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu +frisscher en vroolijker ...</p> + +<p>Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee +frank op tafel ...</p> + +<p>"Arrê en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden +opgekocht vandaag?"</p> + +<p>—"'k Ben niet gaan leuren ..."</p> + +<p>Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en +de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige +zoldertrapken opgestapeld ...</p> + +<p>—"Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader" ... en zich plots +herinnerend ... "en haalt uwen wasch binnen!..."</p> + +<p>"Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ..." schimpte Trees hem nog +achterna ...</p> + +<p>—"Verrekt!" beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe, +dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten +daverrinkelden ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een +der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar—'t +was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis—in schreeuwend +oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en +gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd:</p> + +<span style="margin-left: 2em;">The Joly Boys Bar</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">bij de Plezante Bazin.</span><br> + +<p>In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de +buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de +zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en +serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ...</p> + +<p>Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want +buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde—zonder +dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken +moest—, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas +binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen.</p> + +<p>Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die +wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen +met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van +haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die +haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten.</p> + +<p>Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij +"De ware Varens-vrienden", waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar +spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten +Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky.</p> + +<p>Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om +de tafel, waarop—midden groote glimmende bierplasjes—de met kralend +gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met—bij sommigen—een +potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen +weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden +zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat +de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende +gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten +stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden +mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide +lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag, +doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige +wateren der Schelde.</p> + +<p>Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug +naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit +starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis' +wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige +glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ...</p> + +<p>"Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader" vraagde Venijnige Charel ...</p> + +<p>Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen, +antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem: +"Bah ...den ouwen dag, hé ... vier en negentig zulle!...</p> + +<p>—"Is de Heilige Jozef ziek?" kwam Suske van Loock, de oudste der +roeiers, er tusschen—"als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles +van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken" ...</p> + +<p>Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... "Hij 'n +heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ... +Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H. +Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van +spreken!" ...</p> + +<p>Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten +slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem +van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ...</p> + +<p>Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ...</p> + +<p>Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes +vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten—een woord, dat +hij op de laatste socialistische meeting gehoord had—van 'nen vuilen +herbergier, gescholden werden ...</p> + +<p>Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde, +zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen +uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend +de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te +bezitten ...</p> + +<p>Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend +wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer +vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een +moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde +hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ...</p> + +<p>"'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft +geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ..."</p> + +<p>De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ... +"En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een +deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten +percent betalen!" ...</p> + +<p>Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar—innerlijk +jubelde hij—dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't +water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar +een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ...</p> + +<p>—"Nog een pint Geert?" vroeg vriendelijk Käthe de serveuse..</p> + +<p>—"Ja, en 'nen beste erbij" ...</p> + +<p>... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ... +'t winterde fel ... wie weet?...</p> + +<p>Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen, +wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van +toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af +van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend +koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ...</p> + +<p>In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank, +was Käthe terug tusschen hare twee klanten gaan zitten—piepjonge, +baard-looze "printers,"[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken +begaapten en waartegen zij grapte ...</p> + +<p>Noot: [1] Leerling op een schip: "Prentice."</p> + +<p>Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche +nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de +ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen +aanmanend te betalen ...</p> + +<p>Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend +tinkelen op de marmeren tafelplaat: ...</p> + +<p>"Take what you like". (Pak wat ge wilt).</p> + +<p>Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde +hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode +haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend +flonkerden ...</p> + +<p>—Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende +blik op zwijgenden Geerten óver hem ... "Geen spek voor zijnen bek" ...</p> + +<p>De zatte matroos zwalkte met knikkende knieën naar de deur toe, wierp +dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef +onbewegelijk-strak ...</p> + +<p>—Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n +schoon affaire!...</p> + +<p>Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den "printer" was gaan zitten ...</p> + +<p>Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske +blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een +vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ...</p> + +<p>—"De teerlingen! de teerlingen!" riep Venijnige Charel zenuwachtig- +gehaast.—"We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht +'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!..."</p> + +<p>—"Aangenomen?" vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die +hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ...</p> + +<p>—"Ja! Ja!" Verward schreeuwden ze 't door elkaar.</p> + +<p>Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne +heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie +had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal +van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend +voort in Geertens borst ...</p> + +<p>Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen +recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden +gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend, +zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg, +bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje, +waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ...</p> + +<p>—"Allô, niet stooten zulle!"</p> + +<p>De dobbelsteenen rolden in den bak!... "Negen! voor Suske!" Weer viel de +stilte ...</p> + +<p>Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond +hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ...</p> + +<p>"Zes!... Aï mij ... Charel!"</p> + +<p>"Stilte!... Sst!..."</p> + +<p>Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon +Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht +stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende +zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij +dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig +gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand +van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de +sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ...</p> + +<p>Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de +roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil +liggen.</p> + +<p>"De twee apen!" (de twee eenen.)</p> + +<p>Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ...</p> + +<p>"Gij moet gaan! Santé zulle," riep Charel hoonend.</p> + +<p>"Daar doe 'k het orgel op spelen!" zei Lowis gekscherend, en met een +kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een +gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer, +dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle +maagd ...</p> + +<p>Käthe zong mee ... De "printers" brulden onverstaanbare woorden, de +roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar, +wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende +neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend "Chorus" +voort-zong ...</p> + +<span style="margin-left: 2em;">Because I love You...</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">My only one regret,</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">Since then we 've never met</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">Because I love you...</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">Yes, my heart is yours!...</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">Because I love you!...</span><br> + +<p>Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze "zijn" was ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden, +nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den +regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen +holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen +achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der +vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de +duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ...</p> + +<p>"Wat 'n hondenweer," peinsde Geerten ...</p> + +<p>Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan, +zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries +uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart +voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen, +seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af +en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend +tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten, +gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende +wagens voortduwde ...</p> + +<p>Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin +vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ...</p> + +<p>Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten, +begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche +nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en +gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem +gevallen?... Waaróm?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij +niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen +ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand +betrouwen?... Verdomd toch, waaróm was Franske nú juist bij Lowis +gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de +mannen allemaal reeds weg waren en Käthe met één der "printers" ook al +heengegaan was!...</p> + +<p>"Gaat-de mee doór, Franske?" ...</p> + +<p>Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ... +Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit +het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren +moest!...</p> + +<p>Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ...</p> + +<p>Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald, +weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen +jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn +redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig +te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er +zulk een vinden kón! frisch en mollig, een bloem op een veld!...</p> + +<p>Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die +hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ... +Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afhoûwen of +anders ...</p> + +<p>De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend +de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat +verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op +den woesten, kletsenden golfslag van den door storm ópgezwiepten stroom. +Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan, +bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ...</p> + +<p>Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem +beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij +naderde ...</p> + +<p>Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens +de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten +steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen, +dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens, +rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen +der maan ...</p> + +<p>De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig +loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den +hollen vloed.</p> + +<p>Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een +ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel +beeld.</p> + +<p>Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger +lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap +stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij +zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan +den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die +langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou +toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat +in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ...</p> + +<p>Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de +kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar +eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij +een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen +weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte +Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning +benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ... +in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de +laagste sport te springen. Zijn eén been plonsde in 't ijskoude water, +maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn +geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij +ijlings weg ...</p> + +<p>De politieagent zette hem achterná ... Geerten hoorde zijn haastige +passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind +zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die +zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril +tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit +beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak +bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij, +niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden +sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich +door de half-dronken mannen heen ... Dáár was een smal zijstraatje, met +een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger, +liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de +hielen zat. "Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer +volgen." Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam +op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde, +afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den +harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende +wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar +niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en +Suske en de rest?... en dàn Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten, +wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ...</p> + +<p>Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin. +Nu stond hij voòr de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen +gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De +straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof +door heel het huis.—Geen roering kwam er achter de neergelaten +voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist, +bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging +hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets +bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het +zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de +nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles vóor zich. Zoo +warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn +losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend, +met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken, +woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in +hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon +zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge +snotneuzen van "printers" ... zij éen en Käthe éen, overlegde hij ... +"Sakkerdomsche ros!" Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende +deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... "Als dat +moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!"</p> + +<p>Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem +sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn +steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs +den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te +loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje +binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te +vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur +vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit, +wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... "Zijt gij +daar?" vraagde ze verwonderd ... "wat 'n eer van u te zien!..."</p> + +<p>"Laat me gerust" bromde Geerten, zich uitkleedend.</p> + +<p>—"Buitengesmeten" meesmuilde ze nog spot-lachend ...</p> + +<p>—"Zwijg, verdjuusche, zatte teef!..." Hij zag de jeneverflesch +half-leeg, op tafel staan, nam ze òp, zette ze aan den mond en met +klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij +bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... "Allez, schuif-op, vijf voet +van mijn lijf, Pruttige ..." Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: "Bij +Lowis èh, daar is 't schooner ..."</p> + +<p>—"Gaat ge zwijgen!" De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen +hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem +opnieuw wakker ...</p> + +<p>—"Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden" +...</p> + +<p>—"Laat me gerust, ... 't is goed ..."</p> + +<p>Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst +durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden +die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? Dàt +wist hij wel beter ...</p> + +<p>Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn, +deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ...</p> + +<p>'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ...</p> + +<p>Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen, +toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen +naderde ...</p> + +<p>Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn +wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend, +want Rik Schampavie en zijn kameraden—de onderkruipers!--waren al een +keer of twee overgevaren met "typen" van de Yachtclub. Tegelijkertijd +brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den +nacht aan enkele yachten had aangericht ... Wèl hadden ze den Rik hooren +sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn +zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ...</p> + +<p>Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging +voor den sterksten man van heel den "bassin", was gaan vluchten vòor den +helm van een spichtig-mager politiemanneken.</p> + +<p>"Wat 'n vijg!" spotte Venijnige Charel half-luid, "'t was verdomd juist +de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,—zoo'n vijg."</p> + +<p>Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske +dien hij niet ontwaarde, zóo maar om 't gesprek af te leiden ...</p> + +<p>"Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ..." schamperlachte Charel ...</p> + +<p>Geerten stoof op: "Als ge dat nog zegt èh, breek ik U armen en beenen! +Venijnige beest!"</p> + +<p>—"'k Zeg de waarheid," snauwde de andere terug.</p> + +<p>"Sakkerdju!" vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met +een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte +met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten.</p> + +<p>"Hardi," kisten de toegeloopen omstanders, krachtige +buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien +der bootjesroeiers.</p> + +<p>Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide, +bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk, +lagen een pooze roerloos, zwaar ademend.</p> + +<p>"Hardi!" "Houwen!" "Geeft hem het Geerten!" Basse lag boven, zijn vijand +duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel +hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens +sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in +Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het +hooren zouden ... "Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!... +Vijg!!!..." 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ... +"Hoorndrager!..."</p> + +<p>De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De +roeiers lieten begaan, schudden de koppen: "Geerten is ver op ... hij +heeft zijnen meester gevonden" ...</p> + +<p>—"De garde! De garde!" ... klonk luide en spottend een hooge +jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met +moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze +uit-een, liet de vechters aftrekken ...</p> + +<p>Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was +afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde +been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ... +Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat +was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte +hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het +hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna +afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij +nemen ...</p> + +<p>Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n +fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die +smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te +verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en +luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen +was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes, +welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok +hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in +eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door +aan het ziekbed van den "Heiligen Jozef" ... Innig-overtuigd was +Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe +stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen +motorbootje te bezitten op den voorgrond trad.</p> + +<p>Dàt werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem +over alle geleden smart heenzette. Dàt zou zijn wraak wezen! Bersten +moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den "bataclan." Maar +Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter +hand ...</p> + +<p>De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor +haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij +voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met +Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier +met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde +aangezicht, wilde ze óók niet lossen ... vooral nù niet meer ... Ze +peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich +tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle beî te houden—den +jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om +zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze +niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat +trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel +ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde, +hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze +besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne +genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig +groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende +hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en +fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op +papier te brengen ... Käthe moest helpen ...</p> + +<span style="margin-left: 1.5em;">Liefe geert:</span><br> +<span style="margin-left: 1.5em;">Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard...</span><br> +<span style="margin-left: 1.5em;">Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis...</span><br> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Dienzelfden avond nóg was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich +heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig +geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't +misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was +'t nu zóo, hém kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ... +Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als +die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan +de vleeschelijke vrouw.</p> + +<p>Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen +reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de +"Vijg", iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging +hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden +zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de +klanten niet te verliezen ...</p> + +<p>In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het +niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien +flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de +rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven +slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens, +wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der +plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang +der zaak!...</p> + +<p>Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht +bij zijn zieken vader waken zou ...</p> + +<p>Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske, +Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed +haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen +grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit +hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de +linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten +pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch +naar binnen ...</p> + +<p>"'t Zijn er goeï" lachte hij ...</p> + +<p>Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't +Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat +thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge +niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... "Zijt ge zot?... Dan +heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem +zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken, +zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever." Geerten moest +toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren +zou ... "Hij is te schoon," bemerkte hij, sarcastisch ... "Wat kunt g'er +aan doen," zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in +zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... "Ja, wat kunt g'er aan +doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ... +enne ... naar ..."</p> + +<p>"Wat zegt ge" hijgde 't mosselvrouwken ... "naar?..."</p> + +<p>... "een wijf als rosse Lowis ziet," voleindde Geert, traag opslurpend +de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had.</p> + +<p>De tranen sprongen in haar klare oogen. "Dát had ze nooit gedacht!... +Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort. +Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en tranerig-onduidelijk +klonk bij 't roepen van 't gewone "kêpeleê."</p> + +<p>"Die heeft beet," grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ...</p> + +<p>'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de +bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd +door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ...</p> + +<p>—"Dag blauwe-geschelpte," spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle +leute ...</p> + +<p>—"Vijg!" beet Franske kort-af, terug.</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in +krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. "God zij geloofd" +had Sophie—zijn dochter—gezegd, "want dat lijden is niet meer om ná te +zien," en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarná niet meer +hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis +geweest was ..."</p> + +<p>"Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken," had Pruttige Trees +gezegd, ... "dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren +met nieuwjaarnacht, naar 't feest van "'t Kasken" in de maatschappij" +... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed.</p> + +<p>'t Sneeuwde buiten ... De lucht was éene grijsheid van schommelende +donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ...</p> + +<span style="margin-left: 2em;">"Deezeken schudt zijn beddeken uit</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">en laat zijn pluimekens vliegen" ...</span><br> + +<p>De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een +olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde +spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel +smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den +aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren +vloer ...</p> + +<p>—"Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, "ánders heeft hij het +te benauwd" ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken, +vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't +ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met +diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den +grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke +bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend, +leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het +omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte +afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht +viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt +minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de +torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ... +Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen +maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer +doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een +hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't +aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes. +Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het +kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn, +die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid. +Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels, +en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het +rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den +neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen. +De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over +hem heen: "Eens drinken, vader?" ... Hij schonk een glaasje vol van den +wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij weigerde. +Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook nog een +flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ...</p> + +<p>Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats +terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen +gezangen dóor tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de +hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't +Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den +nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien +en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij +te tobben.—Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het +gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging +hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij +alleen "de vijg," maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook +was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan, +beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou. +Dat wás zijn levensdoel en éenige bekommering geworden. En, nádenkend, +wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon +gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de oûwe 't +kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje +overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den +doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld +gekost ... "Ja, ja", overlegde Geerten ... "en toch met het beetje dat +overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder +jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of +had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers +Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch +nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ..." +Werktuigelijk stond Geerten op ...</p> + +<p>'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen +der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die +buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij +vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam +Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds +meer invallende gelaat van vader ...</p> + +<p>... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de +oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen—heel even +maar—kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en +beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen +als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ...</p> + +<p>"'t Zal afloopen" peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze +zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het +zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten +grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen +Geert ... "Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd +heeft, is men in de wieg niet versmacht" ...</p> + +<p>Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die +in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette +de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ...</p> + +<p>'t Sloeg elf uren ... "Trees zal gaan komen," dacht hij. Zijn ruige, +bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring +die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en +ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ... +"Niks!" Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig +tusschen elk blad ... "Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek" +... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten +doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos, +niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht +reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing +open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden +scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open +op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde +Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht +naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte +hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij +met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige +wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het +feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende +het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond, +verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens, +die hij gevonden had ...</p> + +<p>Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag +hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde +haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ... +boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend +door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu +durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij +'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die +hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot weerziens- +zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ... Wat kon hij +nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis was geen +levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te feesten?... +Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als Trees nu +maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!...</p> + +<p>In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de +plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't +schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der +jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide +mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden +heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste +stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den +jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter, +omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje +brulden dronkaards een gekke "brabançonne", en in de straat joelden en +tierden de pretmakende benden.</p> + +<p>En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't +donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn +bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... ô die +Trees!...</p> + +<p>Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp +haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ...</p> + +<p>—"Ehwel?" ...</p> + +<p>—"Dood," zei Geerten ... "Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al +bijkans koud ..."</p> + +<p>—"'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet +insteken ... en Sophie ook niet ..."</p> + +<p>—"Niks gevonden?" vroeg ze ná een poos, naar de in wanorde liggende +kast gaande om de lamp te nemen.</p> + +<p>—"Niks," antwoordde Geerten norsch ... "'k trek er uit ... Zijt ge niet +bang?" ...</p> + +<p>—"Bang, begod,!" ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar +fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... "Zie, als +de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ..."</p> + +<p>De deur draaide dicht achter Geerten ...</p> + +<p>De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was +vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe +sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken +zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de +twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen, +spoedde Geerten zich voort ...</p> + +<p>Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken +vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan +gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van +electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der +goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de +verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de +stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe +meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende +matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen, +dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de +deur eener herberg.</p> + +<p>Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de +kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk. +Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn +mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ...</p> + +<p>Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij +de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier. +Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ...</p> + +<p>Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de +schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van +het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske. +Geerten deed of hij 't niet merkte ...</p> + +<p>—"Ne gelukkige zulle" ... wenschte hij, de uitgestoken handen +schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de +stekelig-bebaarde wang ...</p> + +<p>—"Zoo laat" zei ze ...</p> + +<p>—"Vader is dood" ...</p> + +<p>—"Is de H. Jozef dood?" wonderde Suske van Loock.</p> + +<p>—Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een +keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen Käthe hem +voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin +op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van +een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader wèl wat zou +achterlaten ... wat kón dat hoefijzer anders beduiden?...</p> + +<p>—Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ...</p> + +<p>—Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot +hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de +teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij +vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg.</p> + +<p>De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de +roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van +'t opgediende konijn.</p> + +<p>—"Wat kat, Vijg?" plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met +kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een +glimlach.</p> + +<p>'t Bier klokte in de dorstige kelen ... Käthe deed het orgel spelen, en +weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel tingel-tangelliedje. +Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den baard. Met groote teugen +spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar binnen: zijn oogen flikkerden +genotvol.</p> + +<p>—"Alló Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den +baard af," gichelde Käthe, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den +wijd-opengespannen mond opving ... "Wat 'n bakoven" schertste Franske. +Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun +glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en Käthe wilden +dansen.</p> + +<p>Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze +dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht, +keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem +voorzette, trakteerde Käthe, die nevens hem was komen zitten, neep haar +tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze +stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van +pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... Käthe ging van den +eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn +onthaald ...</p> + +<p>Geerten voelde zich moê en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch +zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem +wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven. +'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't +vorige jaar, toen ná uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan +anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't +zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den +laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten, +en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te +troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen!</p> + +<p>Vóór hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude +hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>"De H. Jozef" was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets, +langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een +pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle +kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende +blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn +hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe +eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ...</p> + +<p>Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige +zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar +de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het +sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken: +hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed, +verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de +zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde +Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie, +zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg.</p> + +<p>—"Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet +moeten onderhouden sedert moeders dood?"</p> + +<p>Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een +bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die +geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde +soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een +motorbootje te bezitten.</p> + +<p>Vóór hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel +vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan +boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche +vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de +lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij +vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij +haar te komen.</p> + +<p>'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de +duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer. +De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het +kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den +dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te +kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning, +fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette +zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende +klep, op zijn ruigen kop.</p> + +<p>Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste +vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke +meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast +ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden +brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een +bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad +op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de +mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp. Koffie-slokkend +verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn wangen uitpuilen deden.</p> + +<p>"Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ... +Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel +geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn +blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der +golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde +motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen +zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den +stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?... +de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander, +met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon +hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich +vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's +nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig +bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een +broche, of eene "brachelet" of ...</p> + +<p>Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den +gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees +binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de +armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de +borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door +looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf, +dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken +lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde +schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ... +"Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!" ... Na een wijle ... "En, is er +geen nieuws over 't geld?..." "Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet +uit ... Hop!" ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig +het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht +werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de +schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden +stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel, +maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote, +blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden, +eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op +met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er +moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis +zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen +niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het +huis verpesten, werden niet verkocht.—Er was geld! meer geld!... Hij +trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog +enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde +kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij +zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren +jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe +eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de +waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't +gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees, +proestend, de oogen opende ...</p> + +<p>—"'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!"</p> + +<p>Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de +neerhangende lippen krijgen ... "'t Geld, 't Geld van mij!"</p> + +<p>Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ...</p> + +<p>Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in +volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... "'t Geld!... +'t Geld!..." Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige +speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden +zijn oogen, ver uit hun kassen.—</p> + +<p>Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde haar. +Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en nà de verwondering over +de onverwachte, vroeger nooit ondervonden mishandeling, had de schrik haar +bevangen. Terwijl 't bloed in roode vlekken stolde op heur vet-plekkige +kleed, slofte ze schichtig bijna door de kamer, tot bij het bed, kroop er +half onder, pakte een oud staalzakje van graan beet en zich oprichtend, +overreikte het aan Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd +had elk harer bewegingen ...</p> + +<p>In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de tafel ... +zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden koortsig met +zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor briefje +—platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee bankjes aan +elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele wereld ... +er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest méer zijn ... +ze had er veel van opgezopen ...</p> + +<p>"Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze +vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten +weer, hardnekkig ...</p> + +<p>Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?...</p> + +<p>Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ...</p> + +<p>"Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en +in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten +rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ..."</p> + +<p>"Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in +grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!..."</p> + +<p>Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ...</p> + +<p>Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere +ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ...</p> + +<p>"Gaat ge nu alles óp-doen, Geerten ...?"</p> + +<p>"'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!" beet hij haar bruut terug.</p> + +<p>"Laat ons de helft doen," riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in +de gang stond ... òf geef me wat voor 't huishouden" ...</p> + +<p>Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de +deur ...</p> + +<p>—"Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe, +of!..."</p> + +<p>Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ... +"of 'k zal u raken!..." Trees kromp in-een van schrik ...</p> + +<p>De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ...</p> + +<p>Het heele huisje daverde van den schok ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis +bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte +hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag +herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... "Smoel toe, of ..."</p> + +<p>Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte +zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en minzaam-beleefd +... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen, hopend zich +stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere roeiers hield +hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de worsteling met venijnigen +Charel, was zijn populariteit afgesleten. Tusschen Franske en hem kwam het +stil-aan tot een breuk vooral na de poets, die hij den jongen met +Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De veete tegen de motorbootjes +verscherpte en nu ging er bijna geen dag voorbij of er werd eenige schade +aan de scheepjes toegebracht, vooral aan dat van Rik Schampavie.</p> + +<p>Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen, +poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ... +'s Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals "het Fleschken", +trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een +rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral +wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden +catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel +alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den +opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong +roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven, +anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer +hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den +boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen +en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar +rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank ontbraken +... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en zeker!...</p> + +<p>Kort nà nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant +bezetten onderrok, dien Käthe op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke +gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en +inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't +groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig +vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer +en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen +zou ...</p> + +<p>Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem +heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het +volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen +regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor +niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden. +Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een +zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn +medevrijer hadden afgerammeld.</p> + +<p>Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij +hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers.</p> + +<p>... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager, +hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret +lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde.</p> + +<p>Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te +groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij +probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich +trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's +avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want +thuis had hij verboden nog toespijs te halen ...</p> + +<p>Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud +roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje.</p> + +<p>Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te +ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen +gegaard hebben ...—</p> + +<p>Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest òp, de +verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was dàt +zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed +als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ... +Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ... +Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem +betaalde?... niks! niemendál!... Allengskens dacht hij aan niets +anders meer ...</p> + +<p>Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij +nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans—om 'n arme +vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon +moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verdòmd ... dàt mocht +niet gebeuren!...</p> + +<p>Aan Lowis kòn hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten +liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte +om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ... +òf ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna +weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen +kon ... Bij dit voornemen bleef hij ...</p> + +<p>Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat, +loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen +munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin +verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant +plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide +schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden +bovenrok verborgen ...</p> + +<p>'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der +rosse waardin kwetste hem ...</p> + +<p>Veertien dagen voór vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een +tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei +ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ...</p> + +<p>Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie +verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in +de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle +vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat +hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door +nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of +ze was zelf bakvisch ... dat was jandòme een goeï lol!...</p> + +<p>'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte +ster-looze lucht: over stad en stroom, één duisternis waarin als +versomberde ...</p> + +<p>... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de +opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem, +log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de +kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en +rap had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer +behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en +stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag vóór zich de stoomers +aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en purper +... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms ópklonken, +duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende +kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden +uit booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte, +dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling, +vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ... +Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn +riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden, +voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij +bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn +sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit +den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de +beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde +Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder, +waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend +armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen +uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend, +ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van +het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig +zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar, +doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik +beangst ...</p> + +<p>Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij +zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat +omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in +'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven, +toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te +worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't +bordeeltje "Zum siebensten Himmel", waar de baas den Sherry kocht voor +vijf en zeventig franken ...</p> + +<p>Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen +en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan +den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de +even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden +verbeid ...</p> + +<p>'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte +nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse +borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie +vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt gespeeld, +en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een moment bekeek +Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane verlies ... Heur mond +trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten voortraasde, opgewonden door +de ettelijke "bockskens", gedurig terugkomend op 't geluk dat hij nog had +te kunnen gaan vluchten ...</p> + +<p>Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: "Vijg!" +...</p> + +<p>"Salut, tot morgen," antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen, +maar voelend hare verachting ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar +zouden de "Ware Varensvrienden" den laatsten dag van vastenavond, in +groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat +bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden +kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van +Scotch Whisky.</p> + +<p>De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drieën +samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden +een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende +gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch +ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop Käthe, +bij 't doorrijden der stad, koeken zou bakken ...</p> + +<p>Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend +uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met +gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden, elkander- +aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze herkenden +ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een rose +zijden, druk met roode linten versierd bébé-kleed aangetrokken, zoodat +onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige kousen +gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde los +over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende, +zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende +oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't +aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener +fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en +nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in +fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden +sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven +met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was +reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op Käthe ... Venijnige Charel +in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht Käthe, in +goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met +hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich +schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige +kasseide ...</p> + +<p>Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna +plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ...</p> + +<span style="margin-left: 2em;">... Wij zijn hier, wij zijn hier!...</span><br> +<span style="margin-left: 2em;">Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!...</span><br> + +<p>Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door +elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende +harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het +potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg +werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen, +hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen +te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te +bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ...</p> + +<p>Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de +stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere +kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende +serpentines met gracielijken zwaai, ál krinkelend, door de gouden +zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte +neerdraaiden ...</p> + +<p>... Hier begon de jool voor goed ...</p> + +<p>Käthe bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en +zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen +gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen, +viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle +pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines +omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast +zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur +vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk +opwipte ...</p> + +<p>Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't +Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de +weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste +heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot +koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan +begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen +de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders vasthoudend +... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden schunnige +liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar huis +gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door de +straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn +harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend +lijf, vooróp, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw +nog plooiend en rekkend speeltuig.</p> + +<p>Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring, +die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze +ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal +tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met +vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ...</p> + +<p>Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend +in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd—een bespottelijke dood onder +de half scheef-hangende pijpjesmuts—met 't pipsche Fientje, en Frans, +levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde +wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen +pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken +ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den +reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn +doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje.</p> + +<p>In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler +kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht +doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten +nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige +festoenen langs de bogen slingerden.</p> + +<p>Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende +atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De +hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche +strotten.</p> + +<p>Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet, +dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den +bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der +plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd +achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur +kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale, +elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de +muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden +heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar +overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende +verbeeste menigte.</p> + +<p>Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het +gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd +waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen.</p> + +<p>—"Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse."</p> + +<p>Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den +steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn +slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op +heel de zaal ...</p> + +<p>In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de +fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste +menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens +bespeurden ze 't rose bébé-kleed van Lowis noch den spannenden +veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de +oogen.</p> + +<p>—"Ze zijn wellicht in de priëeltjes gekropen," sprak Geerten schor van +opwinding en jaloerschheid ...</p> + +<p>Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de +gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke +geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten +Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden +kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes, +'t masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden, +zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich +vastzogen.</p> + +<p>Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten +en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door éenzelfde +opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander +omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met +glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ...</p> + +<p>Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op +zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenpriëelen +langs!</p> + +<p>De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die +hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't +lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem. +De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't +lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... "Ze zijn +weg," zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ...</p> + +<p>Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de +stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het +motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens +witte hemd was met slijk besprinkeld ...</p> + +<p>Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek +hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per +natiewagen door de leutig-feestvierende stad ...</p> + +<p>Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd +tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse +Lowis nu geëindigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de +gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings +beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet +begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens +bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat.</p> + +<p>Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet +Fientje Geerten alleen ...</p> + +<p>"Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans dàar, maar 'k denk het +niet ... 't zal wel "af" zijn tusschen ons ..."</p> + +<p>Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De +fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ... +Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf +slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel +nà borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van +'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk; +werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu +eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knieënknikkend +zwalkend naar 't straatmidden toe ...</p> + +<p>Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste +tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid, +bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende +doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige +klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn +gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis +woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en +van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't +kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de +deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met +verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der +gelagkamer.</p> + +<p>Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken +boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog vóor Geert den tijd had een woord +te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid. +Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit, +tuimelde zwaar op de slijkerige steenen.</p> + +<p>Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers, +wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd +door Franske terug gedrongen en met één stomp midden de borst +neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden, +hem achterna riep: "Vijg!!" ...</p> + +<p>Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan +voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen +lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak.</p> + +<p>"Pietje de dood!" huilden gier-lachend de straatjongens en saamgetroppelde +buur-vrouwen spotten plat-weg: "Hoorndrager" ...</p> + +<p>Vuistdreigend keerde hij zich om ...</p> + +<p>"Worst!..." "Vijg!!..." "Pietje de Dood!!..." brulden de kinders, den +waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende +hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En +"Vijg"-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden, +die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven +bleven.</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette +zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond, +wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke +openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne +verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer +viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden +tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den +kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te +stoomen ...</p> + +<p>Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade, +wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag, +nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed +geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad +gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ... +Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat +strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk +koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige +verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze +een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren +man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan +en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend +spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij +verbaasd:</p> + +<p>"Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?..."</p> + +<p>—"Ja, Geerten ..."</p> + +<p>—"Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat +Heilige?..."</p> + +<p>—"'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de +Preekheeren ... dat weet ge toch wel ..."</p> + +<p>'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal +centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur +om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de +kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ...</p> + +<p>—"Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?" vraagde ze ...</p> + +<p>—"'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind ván +achteren!..."</p> + +<p>Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon +zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een +weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten +stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop, +dat de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ...</p> + +<p>Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine +besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de +herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen. +Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was: +tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit.</p> + +<p>Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra +bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp tóch niets dat hij +Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging +ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert +het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou +die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen +meevooisden: "Dats rats in mijn voeten" ... Franske mocht doen wat hij +verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten +liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen +wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in +het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou +worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al +de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten.</p> + +<p>Kort ná 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in +onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een +sierlijk bootje, en daags vóór vastenavond-nog, had hij toegeslagen en +een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ...</p> + +<p>Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer +spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere +bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ...</p> + +<p>Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken +stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees, +elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ... +'s Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile +lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde +hij vloekend en dreigend ...</p> + +<p>Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis +brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen +verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had +hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen +boven 't bedrag waarover hij beschikte ...</p> + +<p>Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging; +ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met +Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim.</p> + +<p>Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de versch- +geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te vragen +aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood kleurde ...</p> + +<p>—"Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje"?...</p> + +<p>—"Verkoopen," snauwde hij norsch ...</p> + +<p>—"En dan"?...</p> + +<p>—"Verrekt", klonk het nurksch-kort-af ...</p> + +<p>"Brengt maar eens thuis," voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan +heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een +oúwe pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken +op de grijs-blauwe steenen ...</p> + +<p>Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar +hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de +kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op +den "Devonshire" ...</p> + +<p>Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee +hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou +aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij +in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ... +Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul +en veelbelovend ...</p> + +<p>Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den +constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was +het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen +zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van +den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar, +heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog +een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ...</p> + +<p>Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de +straat, waarin de Plezante bazin woonde. Vóór het huis was het zwart van +bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door +elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, ópjoepend boven 't +gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een +oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien.</p> + +<p>De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen +wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ...</p> + +<p>—"En ge zult er niet binnen," krijschte zij, uitdagend ...</p> + +<p>—"Smerige rosse hoer"!!...</p> + +<p>In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel +vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep +een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde +haar 't aangezicht van-een te krabben.</p> + +<p>De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende +haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde. +Met brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning +hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... "Daar +leelijke smots!" ... "Allemansgerief" ... Lowis wilde de tierende vrouw +omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode +haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie +valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ...</p> + +<p>—"Wat is hier te doen, baaske?" vroeg een juffrouwtje aan Geerten ...</p> + +<p>—"Twee wijven die vechten" ...</p> + +<p>—"Waarom?"</p> + +<p>Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl +hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee +worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok +Geerten voorzichtig af ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had +en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje +verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen +ze vernamen dat de "Vijg" op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle +Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen, +waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich +ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan +billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart +lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de +zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou.</p> + +<p>Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij +nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest. +Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en +de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken +in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het +spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door +'t groene Scheldewater.</p> + +<p>Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu +haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te +hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der +plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook +naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der +veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer +geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de +anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te +vernielen ...</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin +zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig, +vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend +met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen +en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de +schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig +malende schroef van een wegstevenend stoomschip ...</p> + +<p>Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende +bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander +wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen +vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje +huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen +stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ... +Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den +wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ...</p> + +<p>Langs den scherpen boeg sprong het water òp, gleed kabbelend op-zij, +vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in +de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden +schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ...</p> + +<p>Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het +rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend +met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend, +lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een +oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het +door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ...</p> + +<p>Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij +er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden +de zon-overgoten rivier ...</p> + +<p>Eene overzetboot paddelde voorbij ...</p> + +<p>De menschen op het dek oogden het mooie òp wippende scheepje ná, dat +Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche +buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over +den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de +vaartuigjes altijd afdrijven deed.</p> + +<p>Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ... +Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden zon- +doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig +schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen.</p> + +<p>Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende +strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ... +Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed +voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op +Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor +stond stil, pufte niet meer ...</p> + +<p>Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ... +Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg +van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de +afblottende verf in schilfers rondspringen.</p> + +<p>Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje +lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje, +zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den +oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de +dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... "Zóo rap hadden ze't +nu toch niet verwacht" ...</p> + +<p>Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ... +De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en +dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn +tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij +elke wiegeling water schepte.</p> + +<p>Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier +machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden +op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen +woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen +houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen, +hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken +der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met +verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze +roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf +uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte +boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen +vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht.</p> + +<p>Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide +schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens +schuitje ...</p> + +<p>Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide +handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in +'t roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn +spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken +op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte +Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ...</p> + +<p>Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast, +wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was +'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en +wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat één der roeiers er een +vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't +Vlaamsche Hoofd ...</p> + +<p>Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener +groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm +in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van +'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde.</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame +weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende +genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem +nu wreed en somber, weeïg van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de +beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal +overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte +hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer.</p> + +<p>Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die +druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon +Franske, die haar "zoo" gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem +geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie, +welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed +zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn +moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu +onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten +voortdurend in hem òp, deden alles donker-dreigend en triestig +schijnen ...</p> + +<p>Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glariënden +zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende +gasthuis verlaten.</p> + +<hr style="width: 45%;"> + +<p>'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren +lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes nóg, +enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen +mantel-sleep ...</p> + +<p>Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ... +Met zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen +flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep +over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het +verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door +tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ...</p> + +<p>Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan +verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige +boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan +kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ...</p> + +<p>Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw, +aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der +dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der +binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet +en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige +eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ... +De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een +stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin +'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een +sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot +reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen +water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen +rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare +mastspitsen ...</p> + +<p>Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de +golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend +tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de +klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch +voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de +goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van +sparkelend vuur doorgensterd ...</p> + +<p>Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug +over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot +uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de +gaspitten één voor één aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener +harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig +zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen +met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich +herinnerend dat het Zaterdag was.</p> + +<p>Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van +Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van Käthe ...</p> + +<p>Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze +moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds +bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende +licht der toonraam van een kruidenierswinkel.</p> + +<p>Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf +zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden vóor hem, +zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in +den tragen rhythmus van een sleependen wals ...</p> + +<p>—Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ...</p> + +<p>De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met +hoofd en armen:</p> + +<p>—Allez mannen! manne-ën!...</p> + +<p>—Gaat g'-er mee een snappen, Geert," vraagde Franske meelij-gevoelend +met den slappen man vóor hem ...</p> + +<p>—'k Moet gaan waken ...</p> + +<p>—Toetoetoet!... Kom-op!...</p> + +<p>Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn +zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ...</p> + +<p>Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken +betaalde een rondeken, en nog één, en nog één ... Onderwijl walsten +getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger: +hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest +Geerten omtollen met Käthe ...</p> + +<p>"'nen Redowa," kondigde de harmonicaspeler aan ...</p> + +<p>Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding +van heur zwangeren schoot.</p> + +<p>Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor +zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te +zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een +stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ...</p> + +<p>Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel +familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis +eventjes op den ronden buik, spottend roepend:</p> + +<p>—"Bedod! voor dien erin zit!"</p> + +<p>De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der +heele bende—de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek +van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of +pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met +toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute +stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden +redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ...</p> + + + +<hr style="width: 65%;"> +<p>EINDE.</p> + + + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + +***** This file should be named 12008-h.htm or 12008-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/ + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/old/12008.txt b/old/12008.txt new file mode 100644 index 0000000..dd94df6 --- /dev/null +++ b/old/12008.txt @@ -0,0 +1,2781 @@ +The Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Geerten Basse + +Author: Lode Monteyne + +Release Date: April 9, 2004 [EBook #12008] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO Latin-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + + + + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + + + + +GEERTEN BASSE + +door + +LODE MONTEYNE. + + + + +'t Werd vinnig koud ... + +De trieste Novemberdag verstierf stil-aan ... Aan den horizont +vervloeiden de laatste roode bloedstrepen allengskens in 't eenbarelijk +grijs van den mokerzwaren, looden hemel, laag-koepelend over de +vergrauwende stad. + +Hier en daar, in de halve duisternis, wipten de gaspitten aan, weifelend +verlichtend den drabbigen straatweg en de vuile gevels. + +Met regelmatig klotsen vloeide de Schelde immer voort, immer voort, +stuwend de eeuwige wiegeling harer donkere baren, waarop met grillige +trillingen en zotte wentelingen dansten de blauwe en groene of felroode +vuurstrepen der kadelichten ... In de langzaam-onzichtbaar wordende +masten stegen sterrekens, zacht-pinkelend in de toenemende donkerte ... +en uit de verte kwamen, klievend het woelig-bollende water, waarover nu +witte schuimstrepen breed-uitwaaierden, stoer-zwarte schimmen van +krachtige sleepbooten aanglijden, meevoerend een vonkelend vuuroogje in +de sprietelende mastspits. + +Geerten Basse staarde over 't zwarte water, met aandacht volgend de +loome bewegingen van de aanpaddelende overzetboot, log-draaiend om den +trein van broze lichters, door de flink-forsche sleepers voortgetrokken, +te mijden. Hij ging dicht bij den rand van den kaaimuur, liep er langs +tot aan het ijzeren ladderken dat in het water daalt, bukte zich, +frutselde een oogenblik aan de meerkoord van zijn bootje, dat hij een +eindje verder trok wijl hij vreesde den hoogen golfslag, dien de wielen +van de aanlandende veerboot gewoonlijk deden opkammen. "Br! zei hij ... +zoo'n kou ... Als de Sint-Annekensboot weg is, ga 'k de mijne maar onder +de brug leggen tot morgen" ... Aan een ijzeren hek dat de kade daar +afsloot, maakte hij zijn vaartuigje vast, zag dan hoe het even afdreef, +meegesleept door de tot wit-ziedend en borrelend schuim geslagen baren +door den overzetter opgezwiept, die met een doffen bons tegen de ponton +aanbotste. In 't roode licht van een seinlantaarn, ging hij zijn geld +tellen. Een voor een haalde hij de muntstukken uit zijn diepen broekzak, +blies er de aanklevende tabak af, lei ze dan in de zware gebruinde +eeltige hand, met groote diep ingesneden huidplooien, scharrelde wat +rond in zijn vestzakken, overtelde nog eens aandachtig, met klein +lippenbeweeg elk nieuw getal zeggend, het geringe sommetje ... "Twee +frank!... Slecht!... Amper genoeg voor de weekhuur van ons kruipkot" ... +Hij nam een wit-blinkend halffranksken tusschen de gekromde vuil-gele +zwart-gerande nagels van duim en wijsvinger ... "En dat 's voor mij" ... +stak het dan in zijn zak ... Van onder zijn klak, haalde hij een duchtig +beknabbelde pruim te voorschijn, stak ze in den mond, bekauwde ze een +paar maal, lei ze dan met behendige tong-beweging vast tusschen tanden +en linkerkaak, die even uitpuilde. De handen diep in de zakken, het +hoofd gedoken tusschen beide hoog-opgetrokken schouders, wijdbeenend in +de flodderige geribt-fluweelen broek, die hem in eene breede plooi over +de beslijkte schoenblokken viel, ging hij tot bij het luid-pratend +groepje der bootjes-roeiers ... Zij hadden bijna allen een dikke +afgesleten jas over hun blauwe trui of lederen vest getrokken en stonden +nu, hangend tegen de schutting of stampend om warme voeten te krijgen, +in een hoopje bijeen ... pruimend of rookend. Geerten trok de oorlappen +zijner klak omlaag, meesmuilde vergenoegd, spritste vuil-bruin speeksel +voor zich neer op den grond, begon dan beide armen over elkaar te +zwaaien, met de plat-geopende handpalmen pletsend tegen zijn lijf ... + +--"'t Is verdomd koud!... Hedde geen chikske Franske?... 't mijn is +heelemaal afgezabberd ..."--"Arre, bedeleer ..."--Met behendig-rappe +beweging van den ruigen kop ving Geerten de toegeworpen versnapering op +in zijn wijd-opengespalkten mond. Dat was een kunstje waardoor 't hem +mogelijk werd te pruimen op andermans kosten.--"Kun-de nog wat anders? +vroeg er een spotlachend.--Ja, zei Geerten, "ik kan nog een +halffranksken van mijnen voorkop langs'nen trechter in mijn voorbroek +doen vallen ... Laat de cens maar boven komen!" ... "Stoeffer ... +afluizer ... Ge zijt te begeerlijk," plaag-lachten ze ... + +De veerboot toette rauw, dat het tegen de huizen aanbotste en 't uit +verre onzichtbare hoeken weerhelmde, heescher en korter, steeds +verflauwend. Een zwaar geladen verhuiswagen, door een oud paard +voortgetrokken, rolde daverend de hellende brug op. De wielen knarsten, +de remkettingen rammelden. De voerder en een man van goeden wil +hielpen ... 't Magere beest hing, hijgend en snuivend in 't +strak-knellende gareel, omhoog-sleurend den zwaren last.--"Hardi ouwe! +riep Franske ... Hardi!..." 't Dampende dier bleef staan, een oogenblik +pal op de trillende strak-geschoorde pooten ... Haastig werden de +remschoenen aangedraaid.--Langzaam, begon de wagen te dalen, meesleurend +'t moede, afgeleefde paard. De voerman rukte aan de teugels, poogde het +dier voort te trekken ... + +'t Schuim viel uit den muil op zijn kleederen. De zweep klitskletste +klappend op den knokkeligen rug, de groote glanzende oogen puilden uit +dat het wit zichtbaar werd van danige inspanning ... + +Geerten, Franske en de anderen lachten, bleven toch dood-rustig en +kalm-lui staan, nu en dan roepend: "Ksch! Ksch! V'ruit knol!... +Vol-houwe!" ... Toen de wagen boven was, schaterden ze 't uit, wringend +hun lenige lijven van groote leute. + +"He, baaske, uw knol is half kapot!... Dat is geen peerd! 't Is een +reepenfabriek!" Ze pletsten met de ruwe handen op hun billen van 't +lachen ... "De zeever loopt langs uwen baard," zei Franske tegen +Geerten ... + +Een heer kwam haastig-loopend voorbij ... Bijna tegelijk sprongen ze +vooruit, gedienstig en vriendelijk ... "Een bootje meneer ..." "De(n) +overzetter is juist weg," sprak Geerten, half-spottend, onverschillig, +daar hij toch niet meer zinnens was een reisje te doen ... + +Als een groote muur, melk-grauw en vast, kwam in de verte de mist +aandrijven over den donkeren stroom ... De mannen zagen hem naderen, +omvoelend met ondoordringbare geheimzinnigheid elk twinkelend +havenlichtje, omdoezelend met onduidelijkheid elke lijn: de mist naderde +stil-zeker als een stoere al-opslorpende macht ... Nog vagelijk somberden +zwarte scheepsrompen en de afbrekende karteling der donkere ijzeren +loodsen, te midden der steeds naderglijdende grijzigheid, tot alles, +door den dikken smorigen nevel opgezogen en omfloersd, verzwond ... + +Een kort snokken tokte over het water, het steeds haastiger ontploffen +van een in werking gestelden motor: het puffen en tuffen doorschokte den +mist, echoode sneller en krachtiger terug van uit onzienbare hoeken ... + +"Wel Janverdomme," vloekte zwaar en toornig Geertens grof-heesche +baardstem ... "dat 's nu wel den twintigsten keer vandaag dat een van die +stinkende moteurkens overvaart!"--"Dat 's met dien haastigen +keerskensmaker van daar subiet," grapte Franske ... Allen zwegen, +luisterend naar 't geheimzinnig puffen van 't vaartuigje, dat zich +verwijderde achter den mistsluier. Van het Vlaamsche hoofd klonk vaag en +gesmoord door de dik-wattige nevelen, het luiden der seinklok over de +onzichtbare wateren, en beneden, op de vlotbrug, zwierde een brugwachter +met een groote vlammende toorts, een roodgloeienden vuurkring teekenend, +die den traag-nakenden veerboot moest tot baken dienen ... + +"'k Ga mijn bootje op 't droog zetten en dan ben 'k schuif!..." +grommelde Geerten, norsch, "met mist, vaar ik niet ..." + +'t Gesprek werd nu heftiger ... Tegen die vervloekte moteurkens konden ze +niet concurreeren, onmogelijk! Er welden booze vloeken in hun +opstandig-vertoornde borsten. Fransken, jong en levendig van gebaren, +stelde voor een vergadering te houden bij Rosse Lowis, waar ze allemaal +toch dikwijls kwamen borrelen, 's avonds ... Maar wanneer? "Die +onderkruipers!" ... 'k Heb amper 'ne frank of twee gemaakt, zegde +venijnige Charel ... "en mijn wijf moet deez' maand weer 'ne kleine +krijgen ..." Ze schoklachten allemaal, spottend, om zulke +vruchtbaarheid ... Dan viel weer een stilte, zwaar van drift en dreiging. + +Sedert de motorbootjes, voor enkele centiemen meer, de menschen veel +sneller naar de overzijde voerden, was 't reeds zoo armelijk +roeiersbedrijf nog moeilijker en veel minder winstgevend geworden. Op de +ernstig-geworden gezichten, waarover een nabije lantaarn, een stillen, +weemoedigen schijn wierp, lag een glimp van onuitgesproken bittere +treurnis of een trek van ingehouden, nauw-bedwongen woede ... De vochtige +kou deed hen bibberen. De schoenblokken of dik-gezoolde en sterk +benagelde laarzen klopperden den slijkerigen grond ... Geerten kwam terug +bij 't groepje, hoorde zwijgend de klachten, beloofde met een norschen +knik morgen-avond naar de vergadering bij Rosse Lowis te komen, ... deed +eenige stappen om heen te gaan, bleef dan even staan om zijn korte +bruin-doorgebrande pijp aan te steken keerde zich plots weer om; zijn +ruw-omlijnde forsche tanige rimpel-kop met den verstreuvelden grijzenden +ringbaard, glom even in den vunzenden schijn der aangetrokken pijp ... +"Gaat-de mee, Franske ..." "Ja!" Samen trokken ze weg: Franske, jong en +slank, fiks-stappend: een beeld van jeugdig-overmoedige kracht en +vreugde; Geerten, kort-breed en ruw, zwalp-wiegend op de wat kromme +beenen als een oud-matroos ... Toen de twee donker omlijnde gestalten in +het purper-doorlichte mistgordijn, onder de verre omfloersde booglampen +aan den straatweg, verdwenen waren, staken de andere bootjesroeiers de +koppen bijeen ... "Zeg, dat moest ge nu niet vragen, jandomme, of Geerten +bij Lowis zou komen ... hij is er gezaaien en gebraaien, hij slaapt er +wel ..." schamperlachte een luid-op ... "En weet z'n wijf dat?" ... + +"Bah, die is tegenwoordig meer zat dan nuchter ... hij laat ze maar +zuipen ..." "Maar als Lowis, schoon Franske wat veel ziet, dan zou de +jannige Geerten wel eens kunnen rijden met zeep aan zijnen buik ..." + +--"Dat was rats in mijn voeten!" antwoordde stroef, Venijnige Charel ... + + * * * * * + +Nadat Geerten en schoon Franske, aan den toog van eene vuil-berookte +kroeg, een borreltje in eenen teug met smakkende lippen en tranerige +oogen naar binnen gewipt hadden om zich wat te verwarmen, namen de twee +kameraden afscheid. Zwaar-stappend langs de slijkerige straten, door den +steeds aandikkenden mist, waarin alles wegdoezelde, en die de roode en +witte en blauwe lantaarns aan de schel-kleurige bargevels omvoolde met +stille treurnis, trok Geerten huiswaarts ... Immer dezelfde gedachten +hielden tegenwoordig zijn hoofd bezig ... 't Was een kleine +denkbeeldencirkel, waarin zijn geest voortdurend ronddwaalde: Er was +geen geld meer te verdienen met dien verdoemden stiel!... Een motor +moest hij hebben ... 't Zou een schoon bootje moeten zijn, een flinke +kas, een goeie moteur, bankjes met rood floeren kussentjes en van voor +een lichtje ... Iederen avond, na 't drinken van een dikkop, of twee, +overlegde hij naief-blij, als een begeerig kind, hoe zijn scheepje zijn +moest, natellend hoeveel hij per dag meer zou verdienen dan nu, tot, met +een schok, zijn kleine gedachten in-eens stil-stonden ... Nooit zou hij +geld genoeg hebben om een motorboot te koopen, nooit!... nooit!! Dan +verteederde hij zich over zijn eigen bitter lot ... werd plots boos, +raasde inwendig ... vloekte binnensmonds ... Reeds tweemaal had hij bij +zijne welstellende zuster aangeklopt om een voorschot, en bij zijn ouden +vader ook; maar nergens was hij er in geslaagd een duit los te maken, +bang als ze waren nooit meer een centiem van 't geleende terug te zien. +Zijn zuster!... 't Was ook al wat! Omdat ze nu met een stuk water-klerk +getrouwd was, moet ze toch zooveel van heuren neus niet maken ... Ze was +toch maar de dochter uit een bollewinkeltje ... en Moeder-zaliger had de +centjes toch zuur verdiend met koffie opschenken voor de vrouwen uit de +buurt ... O dat geld!... Aan Lowis durfde hij 't niet meer vragen ... +"Een moteur hoort ge te goed 's nachts," had ze gezegd ... In-eens, kwam +in hem opschokken de gedachte aan een tocht, dien hij van avond voor haar +maken moest naar een Spaansch stoombootje, dat op rivier voor anker lag, +om een vaatje gesmokkelden wijn af te halen ... "Vijf frank weeral," +dacht hij, opgewekt ... + +Maar stil aan vloeide zijn hart weer vol galligheid ... "O die vetlappen! +Met hun moteurkens vergallen ze 'nen mensch zijn schoonste plezier" ... +Hierbij dacht hij aan 't genot dat Lowis hem schonk, en 't deed een +deugdelijke kitteling over zijn rug loopen, wijl gulzig flikkerden zijn +beluste oogen ... Door de drabbige nattigheid van den nevel, die +stillekens dreef, wazigen rook gelijk, tusschen de lage vooroverhellende +gevels der binnenstraten, waar elke woning bijna een herberg was, +waaruit gulpte, snerpend-zeurige muziek, dragend zang van zat-gebralde +keelen,--trok Geerten huiswaarts ... Langs hem heen gingen muf-riekende +koffieboon-raapsters, kort-gerokt boven de haastig-drentelende voeten, +en mannen in fluweelen buizen met hoog beslijkte modderbroeken plooiend +op zware schoenen, sloffend over de glimmend-vettige kasseide ... Een +reesem dronken matrozen, het gore flanellen hemd ver-open op de borst, +toog hem voorbij ... Met een zekere vreugde zag hij de hossende bende +voortslieren van d'eene naar de andere zijde ... Waar die binnenvallen is +de avond goed ... en onwillekeurig dacht hij aan zijn Lowis ... Die rosse +had er goddoje de streek van weg om zoo'n labbers uit te zuipen. Even +schoklachte hij in zijn baard.--Zoo peinzend, was hij geraakt op een +groot plein, waar lange platte natiewagens, dicht nevens elkander +gerijd, den langen dissel ten hooge, in de vuile nattigheid van den +slijkbodem, te wachten stonden op 't werk van den volgenden dag ... +Geerten stak het plein dwars over, ging dan de hooge koetspoort, zwart +gapend in vuil okergelen trapgevel, binnen, poosde even voor een deur, +waaruit een lichtstreep op den nattig-glinsterenden gangmuur viel, in +beraad staande of hij nog een snapske pakken zou, stapte dan toch maar +verder, te hongerig om langer te talmen ... Op de voorschoot-smalle +binnenplaats, waar vele huizekens, smoezerig-zwart gesmookt, kouwelijk +bijeenhurkt en--arme, brokkelige, als oude wijvekens voor-overhangende +trapgevelkens, schamel verlicht door een flakkerend olielampeken voor +een Ons-lievevrouwenbeeldje, stonden stootwagens, in elkander geschoven, +de berries als hulpeloos biddende armen omhoog ... Geerten sakkerde toen +hij op 't nauw-verlichte venstertje van zijn krot toe ging, want hij zag +dat het grauwe waschgoed nog nat hing te flapperen, lijk dezen middag, +aan den langen staak die het heele nauwe binnensteegje overspande. + +Geergerd trad hij binnen, vloeken op de lippen het ruige, diep-doorgroefde +weer-bruine gelaat, vertrokken; onder de norsch-bijeenplooiende stoppelige +wenkbrauwen flikkerden kwaadaardig de staal-grijze oogen, anders klein en +waterig ... Met een smak smeet Geerten de kamerdeur open. In 't vertrek +hing een stinkende rookwalm. De lamp smookte fel, alles hullend in een +halve duisternis, waarin de schrale manke meubels schenen weg te kruipen ... +Uit de alkoof aan de andere zijde der kamer, steeg zacht een ronken ... +Geerten bleef sprakeloos ... Met een zwaren bons plofte zijn +dicht-gebalde knokkelvuist op de krakerige tafel neer, doende rinkelen +de vuile besmeerde borden en tassen, achteloos bijeen-geschoven. Het +snorken hield een oogenblik op, ging over in fel-blazen. Haastig draaide +Geert de lamp omlaag, liep dan op de bedstee toe, nam zijn slapende +vrouw heftig bij den arm, schudde nijdig. Heur jeneveradem sloeg hem +tegen ... Met een wilden ruk, sleurde hij ze 't bed uit ... "Allez, +zatte teef! Allez-hop!!" ... Zich de rood-beloopen, vies-ontstoken oogen +wrijvend, stond Trees overeind, geeuwde lang met wijd-opengespalkten +mond en traag-strekkende armen bij 't kraken der gewrichten, deed dan +met sleep-zware voeten een loomen stap naar de tafel ... sprakeloos. +Ze wankelde nog even, bewoog moeielijk de dikke tong, wilde de flesch, +waarin kristallig-klaarde den verlokkenden drank, grijpen ... Met +weerlicht-plotsen greep trok Geerten ze uit heur handen, zette ze op +tafel ... Dan, ten einde geduld, inwendig ziedend, langde hij een +blikken schaal van de kast, vulde ze rap met water en kletste dit Trees +in 't koddig-grijnzende gezicht ... Dit hielp, als altijd ... het deed +Geerten stuiplachen en bracht zijn kwade luim tot bedaren: "En, nu +vooruit met den bik!" Traag sleffend over de gespleten, vuile roode +tegels, haalde Trees een haring uit de kast, zette hem op tafel naast +een kom kouwe koffie ... "Eerst mijnen mond wat spoelen," zei Geerten, +zette de jeneverflesch aan den mond, liet den drank wat heen en weer +klokken tusschen zijn bolle kaken, slokte dan smakkend door ... "Geef +mijnen boek! Pruttige!" Nog langzamer, als met looden schoenen, sloefte +Trees door de kamer, naar de deur, waarboven op een plankje smerige +drie-cent afleveringen van bloederige liefde-romans in 't opgehoopte +stof, gestapeld lagen, nam een lijvig deel er-af en reikte het haren man +over ... Den velligen haring in de gekromde dikke vingers, nu en dan met +de vuil-gele nagels een graatje van tusschen zijn tanden verwijderend, +zat hij gretig-peuzelend te lezen hoe de jonge graaf van Salverda de +jeugdige dienstmaagd door mooie beloften en suikerzoete liflafferijen +verleidde, in het eeuwenoude kasteel zijner voorvaderen, juist den avond +van den dag, waarop hij zich met de prachtige bruinoogige Dona Gracia +verloofd had ... Geerten verslikte zich haast in een verraderlijk naar +binnen gewerkte graat, beduimelde de bruine omgekrulde hoeken der gore +naar tabakriekende bladzijden met zijne vette handen, gejaagd om het +vervolg te weten ... Zijn innigste gedachten toch, dreven af naar Lowis. +De lange koudnattige dag, de slokjes jenever, de ophitsende schunnige +prikkellectuur, hadden zijn zinnen opgewekt en hij verlangde naar haar, +vurig-begeerlijk. De hoekige ellebogen op tafel, het loome hoofd in +beide handen waarover slierden de hangende vettig-bruine haren, zat +Pruttige Trees, sprakeloos, met slaperige wateroogen, Geerten +onafgebroken gade te slaan, tot, haar ingedommeld geheugen stil-aan +ontwakend, ze met dikke doddel-tong heur man aansprak: "Geert ... Vader +is slechter ... Sophie, uw zuster, is hier geweest, en dezen avond wordt +"hem" bediend ... 'k ben er geweest ..."--Geerten zag even op, +norsch-onverschillig. Zijn oogen stonden waterig-onnoozel in den door +inspanning-verhitten kop ... "en ge <i>moet</i> eens gaan van avond zulle +..." + +--"Nog wat?" snauwde hij bruut. + +--"Ja, er is een kaart gekomen van onzen Jef ... 't is een met een aardig +koppeken ... van den Argentien geloof ik ..." + +--"Laat zien!..." + +Trees haalde de kaart uit een schreewerig vergulden suikerpot op de +kast, reikte ze haren man toe ... "En wat schrijft hem". + +Slijmerig-traag vielen de woorden uit haar kwijlenden mond ... + +"Hij vraagt of z'n moeder hem nog geern mag" antwoordde Geerten, +gebarend een borrel in een teug naar binnen te wippen ... + +Trees zweeg, bleef roerloos staren in de hel-gele vlam der lamp. + +Nadat hij gegeten had, richtte hij zich op, smeet zijn klak af, liet +zijn hemd van de schouders glijden. Het sterk-gespierde, forschig-breede +bovenlijf naakt, den ruigen stilaan-grijzenden kop tusschen de wat hooge +schonkige schouders, stond hij voor een emmer water, dien Trees hem +aangereikt had. Plassend in 't van zeep-schuimende nat, schrobde hij +zijn dicht-behaarde borst, en de dik-beaderde pezige armen, dat de +sprinkelingen rondspatten op de armelijke stoelen en tegen de +zurig-riekende eetkast ... + +"Ge gaat zeker weer naar uw rosse aanhoudster" smaalde nijdig-spottend +op hoonenden toon Trees ... "moet ge niet wat cosmatique aan uwen +schrobber doen?" ... + +Geerten bleef kalm, al die zinspelingen schampten af op zijn taaie +onverschilligheid. Vlug was hij weder aangekleed, voelde zich nu +frisscher en vroolijker ... + +Een wijle scharrelde hij met de hand in zijn vestzak, smeet dan twee +frank op tafel ... + +"Arre en zuip het allemaal niet op ... Aperpo hedde (hebt ge) geen vodden +opgekocht vandaag?" + +--"'k Ben niet gaan leuren ..." + +Geerten stond al in de donkere gang, waar dreef een doffe huislucht, en +de benauwende geur van schimmelende lompen onder 't bouwvallige +zoldertrapken opgestapeld ... + +--"Salut en den kost zulle! 'k Ga naar vader" ... en zich plots +herinnerend ... "en haalt uwen wasch binnen!..." + +"Ge komt van nacht zeker weer niet naar huis ..." schimpte Trees hem nog +achterna ... + +--"Verrekt!" beet hij terug, en met een nijdigen ruk klakte de deur toe, +dat het heele huis schokkend dreunde, en de nog heele ruiten +daverrinkelden ... + + * * * * * + +Op de vitrine van het stamineeken, dat zijne vriendin openhield in een +der zijstraten uitgevend op de kaai, had Geerten voor een paar jaar--'t +was in 't begin zijner verkeering met rosse Lowis--in schreeuwend +oranje-geel, met reuzen-groote vlammend-roode hoofdletters en +gracielijk-buigende krullen er-nevens en er-onder, geschilderd: + +/* + The Joly Boys Bar + bij de Plezante Bazin. +*/ + +In dien bijna-schuchteren vrijtijd was Geerten niets anders dan de +buitengooier, de man wegens zijn sterkte gevreesd en betaald om de +zwijn-zatte matrozen, die 't wat te bont maakten of met bazin en +serveuse te vrijpootig werden, aan de deur te werpen ... + +Mettertijd was de flinke kerel voor Lowis bijna onmisbaar geworden, want +buiten die onaangename karweitjes, welke hij alleen afhandelde--zonder +dat de nieuwsgierig-lastige politie d'r ooit heur neus in steken +moest--, ging hij, nu en dan, 's nachts er op uit om van pas +binnengeloopen schepen, gesmokkelden wijn of sigaren te halen. + +Zoo was hij allengskens in 't kroegsken bijna geworden: de waard, die +wel moest gehoorzamen aan de plezante bazin, doch nu niet meer alleen +met geld betaald werd, maar ook liefdeloon en 's Zondags zakgeld van +haar ontving, ... alzoo verdringend de futlooze fliere-fluiters, die +haar vroeger het jonkvrouwelijk leven minder ondragelijk maakten. + +Het kabberdoesken was er op vooruitgegaan en de bootjesroeiers-maatschappij +"De ware Varens-vrienden", waarvan Geerten stichtend lid was, had er haar +spaarkasken hangen aan den wand tusschen een in vergulden kader ingelijsten +Red Star-boot en een bont-gekleurde reklaamplaat van Scotch wisky. + +Toen Geerten binnentrad, zaten de roeiers allemaal bij het venster, om +de tafel, waarop--midden groote glimmende bierplasjes--de met kralend +gersten gevulde, schuim-gerande glazen stonden met--bij sommigen--een +potsierlijk-buikend dikkopken ernaast. Hunne ruige gezichten kropen +weg onder ver-vooruitstekende dik-geboorde kleppen, waarop bengelden +zijig-glanzende, kleine kwastjes ... Ze paften uit korte pijpen, dat +de rook, boven hun bijeengestoken koppen opwolkend, de fel-brandende +gloei-gaspitten omfloersde met een nevelig waas ... Anderen zaten +stom-roerloos, de hand aan het bierglas, te luisteren met open-hangenden +mond in 't domme gelaat, waarin de oogen slaperig knipten; vermoeide +lijven, die indutten in de broeierige hitte na den langen dag, +doorgebracht midden de wisselende winden, die opdansen deden de woelige +wateren der Schelde. + +Na een kort gesprek met Lowis, zette Geerten zich bij hen, met den rug +naar den toog, juist tegen over Schoon Fransken, die strak voor-zich uit +starend met glunder-gulzige blikken volgde iedere beweging van Lowis' +wel gevulde gestalte, tronend voor den spiegel van 't met veelkleurige +glazen en licht-doortintelde drankflesschen versierde buffet ... + +"Awel! Geert? Hoe is 't met uw vader" vraagde Venijnige Charel ... + +Bij 't smakkend rooktrekken om zijn korte pijp te doen vunzen, +antwoordde Geerten heel kalm, met zijn gewone heesche baardstem: +"Bah ...den ouwen dag, he ... vier en negentig zulle!... + +--"Is de Heilige Jozef ziek?" kwam Suske van Loock, de oudste der +roeiers, er tusschen--"als die niet naar den hemel gaat weet ik er alles +van ... en gij zult wel een schoon stuiverken trekken" ... + +Hij lachte, op voorhand genietend van wat hij zeggen ging ... "Hij 'n +heeft voor niets, vroeger, in geen tien jaar bij zijn vrouw geslapen ... +Ah-ah-ah!... Veel kinderen wilde hij niet!... Ah-ah-ah!... Dien H. +Jozef!... Niet kwaad zijn, zulle Geerten!... 't Is maar bij manier van +spreken!" ... + +Dat was 't oude geschiedenisje, dat hij vroeger zoo dikwijls had moeten +slikken en waardoor uitgelegd werd, waarom zijn zuster Sophie, de bloem +van 't kwartier, juist tien jaar jonger was dan hij ... + +Wanneer de laatste achterblijver binnen was, begon de beraadslaging ... + +Venijnige Charel deed een verwoeden uitval, waarin de motorbootjes +vervloekt werden, en de invoerders voor uitgekochten--een woord, dat +hij op de laatste socialistische meeting gehoord had--van 'nen vuilen +herbergier, gescholden werden ... + +Hoe heviger de door jenever en bierdampen opgewonden spreker donderde, +zich heesch schreeuwde, zijn tanig-onbeduidend gezicht waarin de oogen +uitpuilden, rooder werd, hoe meer Geerten bijna-onverschillig luisterend +de noodzakelijkheid begon in te zien, om zelf een motorbootje te +bezitten ... + +Zich hullend in dikke rookwolken, peinsde hij, wikte en woog, herkauwend +wat gedurende den heelen dag niet uit zijn kop was geweest, wat hem meer +vervuld had dan de gedachte aan Lowis: hij zou kost wat kost een +moteurken bezitten ... Een teug slurpend aan zijn nog vol glas, mengde +hij zich een oogenblik in 't verwoede, dol rumoerige gesprek ... + +"'t Is dien smeerlap van 'nen Rik Schampavie, die 't eerst akkoord heeft +geslagen met den baas uit 't Fleschken aan de Werf ..." + +De roeiers luisterden aandachtig, of hun eene openbaring werd gedaan ... +"En die heeft hem 't geld geleend ... en nu moet den Rik, iederen dag een +deel van de winst afstaan tot afkorting ... en daarbij 'nen grooten +percent betalen!" ... + +Neen, een eigen bootje wilde Geerten. Nog een beetje geduld maar--innerlijk +jubelde hij--dan zouden ze den sterken Basse hooren tuffen tot over 't +water ... Vader had wel wat geld ... Sophie gaf hem bovendien ieder jaar +een twee honderd frank, rekende hij ... dat kon onmogelijk opgaan ... en ... + +--"Nog een pint Geert?" vroeg vriendelijk Kaethe de serveuse.. + +--"Ja, en 'nen beste erbij" ... + +... Vader kon toch niet eeuwig leven ... hij was erg ziek ... bediend ... +'t winterde fel ... wie weet?... + +Terwijl Geerten mijmerend en afgetrokken volgde het razen der anderen, +wier woorden beukten en scholden, als vloeken rolden uit de van +toorn-verhitte, brutaal-stoeregezichten, hield Franske de oogen niet af +van Lowis, die met een dronken Engelschman, hangend tegen den glimmend +koperen toogrand, een sleepend praatje voerde ... + +In den anderen hoek der gelagkamer, op een mooi-rood fluweelen zitbank, +was Kaethe terug tusschen hare twee klanten gaan zitten--piepjonge, +baard-looze "printers,"[1] die haar met lodderlijkverliefde blikken +begaapten en waartegen zij grapte ... + +Noot: [1] Leerling op een schip: "Prentice." + +Beide jongens naderden haar dichter, beproevend te zoenen heur frissche +nat-roode, steeds treiterend weggetrokken lippen, tot zij de +ondernemende indringers met klokkenden, hoogen lach op zij duwde hen +aanmanend te betalen ... + +Met vollen greep nam een 't geld uit zijn broekzak, liet het rinkelend +tinkelen op de marmeren tafelplaat: ... + +"Take what you like". (Pak wat ge wilt). + +Franske keek het na ... Een gouden affaire dacht hij ... en weer staarde +hij Lowis vlak in 't volle gezicht, blankend onder 't zware vlam-roode +haar, waarin de valsche steenen der hoornen kammen vonken schietend +flonkerden ... + +--Wat 'n wijf! bewonderde hij en spottend-meewarig, viel zijn stralende +blik op zwijgenden Geerten over hem ... "Geen spek voor zijnen bek" ... + +De zatte matroos zwalkte met knikkende knieen naar de deur toe, wierp +dan de bazin eene kus-hand toe ... Geerten zag het en zijn gelaat bleef +onbewegelijk-strak ... + +--Niet jaloersch, peinsde Franske, nu, 'k zou het zelfde doen ... zoo'n +schoon affaire!... + +Hij pinkte eens naar Lowis, die nevens den "printer" was gaan zitten ... + +Ze lonkte terug, heel natuurlijk ... De oogen van Schoon Franske +blinkerden van louter leute ... 't Pakte wat hij sinds dagen als een +vaag, bijna onuitvoerbaar plan in zich omdroeg ... + +--"De teerlingen! de teerlingen!" riep Venijnige Charel zenuwachtig- +gehaast.--"We zullen smijten en wie 't minst gooit, moet dezen nacht +'t moteurken van Schampavie naar den duvel helpen, gelijk hoe!..." + +--"Aangenomen?" vraagde Suske, frutselend aan de gouden oorringen, die +hij droeg als voorbehoedmiddel tegen oogziekten ... + +--"Ja! Ja!" Verward schreeuwden ze 't door elkaar. + +Geerten, die een oogenblik met verre aandacht de sprekers in hunne +heftige bewijsvoeringen gevolgd had, juichte luide toe, want Schampavie +had hem, lange jaren geleden, eens in 't Schipperspaleis, de danszaal +van 't kwartier, een kermislief gekaapt, en die smaad leefde wrokkend +voort in Geertens borst ... + +Heupwiegend kwam Lowis den teerlingenbak brengen. De mannen sprongen +recht, namen plaats om de ronde tafel, juist onder den lichtenden +gasluchter, midden 't vertrek. Lowis bleef staan, nieuwsgierig kijkend, +zijlings-lonkend naar Franske, die heur voortdurend gadesloeg, +bewonderend de gevulde ronding der borst spannend in 't zijden lijfje, +waaruit mollig-gedraaid de wat sproeterig-roode armen staken ... + +--"Allo, niet stooten zulle!" + +De dobbelsteenen rolden in den bak!... "Negen! voor Suske!" Weer viel de +stilte ... + +Heimelijk naderde Franske Lowis, die hem vink-oogend wenkte. Nu stond +hij nevens haar, kittelde even heur arm ... Ze schoklachte ... + +"Zes!... Ai mij ... Charel!" + +"Stilte!... Sst!..." + +Wijl Geerten met gespannen aandacht eenen worp volgde, neep Schoon +Franske, belust, in de malsche heup der deerne. Ze gaf hem een licht +stootje met den voet tegen zijn been ... Zijn hart vloeide vol gloeiende +zaligheid ... Hij moest werpen!... Als 'k 't hoogst smijt!... dan ... Hij +dacht niet verder en gooide ... Twaalf ... Hoerah, Franske!... Overmoedig +gierlachend, greep hij in 't geniept, achter Geertens rug om, de hand +van Lowis, kreeg een fermen druk weerom ... trok snel terug, voelend de +sluw-loerende oogen van Venijnigen Charel op hen gericht ... + +Geerten was aan de beurt. Onverschillig bolden de ivoren kubusjes in de +roodbeplakte doos, buitelden zottelijk koppeken over, bleven toen stil +liggen. + +"De twee apen!" (de twee eenen.) + +Een schaterlachen doorschokte de lichamen der roeiers ... + +"Gij moet gaan! Sante zulle," riep Charel hoonend. + +"Daar doe 'k het orgel op spelen!" zei Lowis gekscherend, en met een +kort klikje begon de metalen plaat te draaien en de tonen van een +gevoelerig, alom-bekend Engelsch deuntje, trippelden door de kamer, +dom-vroolijk en vuig-dartel, lijk den perelenden lach eener dolle +maagd ... + +Kaethe zong mee ... De "printers" brulden onverstaanbare woorden, de +roeiers hadden dwaze pret, tot de plezante bazin, met een klein gebaar, +wat stilte verkreeg en Franskens welluidende, sentimenteel-bibberende +neustenor alleen, in gemeen haven-engelsch, 't roerend "Chorus" +voort-zong ... + + Because I love You... + My only one regret, + Since then we 've never met + Because I love you... + Yes, my heart is yours!... + Because I love you!... + +Hij bezag Lowis, voelde dat hij haar bekoorde, dat ze "zijn" was ... + + * * * * * + +Geerten liep over den slijkerigen steenweg langsheen de eenzame kaden, +nu en dan groote stappen nemend om te mijden de wijde plassen door den +regen achtergelaten ... Een bolle wind woei ... Met schrikkelijk razen +holde hij over de zinken afdaken, deed de flakkerende gasvlammen dansen +achter de driftig rammelende ruiten, huilde woest in het touwwerk der +vast-gemeerde schepen, waarvan de zwiepende masten, nauw zichtbaar in de +duisternis, boven de goederloodsen uitstaken ... + +"Wat 'n hondenweer," peinsde Geerten ... + +Hoog in de lucht, nu en dan mat-zilvrig beglansd door een ronde maan, +zeilden wild over 't waterig blauw de witte wolken, die de bries +uitrafelde en stuk-scheurde, de flardende brokken met omstuimige vaart +voort-jagend ... Een eenzame locomotief, uitpuffend blanke rookpluimen, +seffens door den gierenden wind tot pluis verstoven, manoeuvreerde, af +en toe luid-gillend ... Geerten hoorde hoe losgelaten wagens donderend +tegen elkander botsten, tot opnieuw weerklonk een eentonig toeten, +gevolgd door rauw fluiten, en de locomotief een nieuwe reek rammelende +wagens voortduwde ... + +Geerten maakte de oorlappen van zijn klak los, bond ze onder de kin +vast, want zijn ruige wangen tintelden van kou ... + +Loopend langs de huizen, om zich tegen den zoevenden wind te beschutten, +begon hij na te denken over hetgeen hij nu doen ging ... De frissche +nachtlucht verhelderde zijn brein, waarin nog hingen nevels van wisky en +gerstenbier. Hij moest gaan ... maar waarom was 't lot juist op hem +gevallen?... Waarom?... en wanneer alles nu eens uitkwam? Dan zou hij +niet gemakkelijk uit de handen van 't gerecht blijven ... en de anderen +ook niet ... Ja, ja, ze zouden wel zwijgen ... Kon 'n mensch wel iemand +betrouwen?... Verdomd toch, waarom was Franske nu juist bij Lowis +gebleven?... Weer hoorde hij zijn eigen woorden van daar straks, toen de +mannen allemaal reeds weg waren en Kaethe met een der "printers" ook al +heengegaan was!... + +"Gaat-de mee door, Franske?" ... + +Waarom was Franske toch gebleven?... Hij kon er geen kop aan krijgen ... +Nu was hij misschien al naar huis ... Hij trachtte zich die gepeinzen uit +het hoofd te zetten, probeerde te denken aan hetgeen hij nu uitvoeren +moest!... + +Ik zal den moteur kapot kloppen, of een stuk er af vijzen ... + +Maar onweerstaanbaar kwamen dezelfde gedachtekens, klein en bepaald, +weer in hem optikkelen ... Neen, Franske en Lowis, dat ging niet ... Nen +jongen van twintig en een wijf van in de veertig! Toch wist hij dat zijn +redeneering geen steek hield, dat hij ze enkel wilde aannemen om rustig +te kunnen blijven ... En hij woont zelf met zoo'n net lief ... Als ik er +zulk een vinden kon! frisch en mollig, een bloem op een veld!... + +Geerten vond die voorstellingen leutig, ze verdreven de achterdocht, die +hem 't hart verknaagde ... Jaloersch was hij niet, neen ... maar toch ... +Lowis was van hem, ... daar moest Franske zijn pooten afhouwen of +anders ... + +De donkere Scheldebaren, opkammend met schuimende koppen, beukten razend +de vlotbrug, die verlaten lag in den blauwenden maneschijn ... Wat +verder, tegen de kade, donkerden de sombere scheepsrompen, beweegloos op +den woesten, kletsenden golfslag van den door storm opgezwiepten stroom. +Van uit de onzichtbaarheid der wijdsche duisternissen kwam nu en dan, +bij vlagen aanwaaien het schorre toeten van een aankomend schip ... + +Geertens' dikgezoolde schoenen klopperden de houten brug onrustig; hem +beving een gevoel van schrik, niet meer te overmeesteren hoe meer hij +naderde ... + +Beneden in het stillere water achter den steenen pier dansten lichtekens +de roeibootjes, bij elken schuimgolf, die klokkend tegen den houten +steiger klotste ... en wat afgezonderd, gansch met zeildoek overspannen, +dicht tegen elkander aangeleund, dobberden die vervloekte moteurkens, +rank en sierlijk in 't nu en dan door wolken verduisterde wijfelschijnen +der maan ... + +De stilte was zwaar, soms een korte pooze verbroken door 't heftig +loeien van den wind en 't bulderend rollen der tuimelende baren van den +hollen vloed. + +Geertens moed nam af. Hij vond zich-zelven laf, futloos-laf!: een +ongekend gevoel voor hem. In zijn beneveld denken klaarde geen enkel +beeld. + +Schuw speurde hij rond, sprong in een bootje, dat vast tegen den steiger +lag: het wiegelde vervaarlijk, schepte wat water. Met een enkelen stap +stond hij wijd-beenend overeind in 't naastbij liggende sloepje, dat hij +zacht afdrijven deed tot het hem mogelijk werd zich vast te klampen aan +den boeg van een ander vaartuigje, gemeerd aan een ijzeren ladder, die +langs den kademuur daalde ... Nu was hij tegen de moteurkens ... Hij zou +toeslaan ... Zijn groote lierenaar had hij reeds geopend om een groot gat +in het over den motor gespannen zeildoek te kerven ... + +Sluw-voorzichtig meed hij den vagen schijn van een lantaarn op de +kade ... Kalm wilde hij wezen ... Nu zou hij 't doen; nu ... Als hij maar +eens zoo'n moteurken bezat! Dwars door 't natte strakke zeildoek gaf hij +een groote snee, trok dan gejaagd zijn mes terug. Voetstappen +weerhelmden op de brug, die naar den steiger daalt. Omziende, bemerkte +Geerten een blinkenden politiehelm, die hem ineens alle bezinning +benam ... Vlug richtte hij zich op, het bootje waggelde, dreef wat af ... +in een oogwenk had hij de ijzeren ladder gegrepen, trachtte op de +laagste sport te springen. Zijn een been plonsde in 't ijskoude water, +maar met een forschen wip zijner sterk-gespierde armen trok hij zijn +geheele lichaam omhoog, klauterde snel naar boven ... dan liep hij +ijlings weg ... + +De politieagent zette hem achterna ... Geerten hoorde zijn haastige +passen achter zich, hol klinkend in de nachtstille straat ... De wind +zoefde fluitend langs de huizen ... Daar kwamen matrozen aan ... Die +zouden hem den weg versperren ... Vlugger repten zijn voeten. Een schril +tuiten gierde, lang-gerokken, boven den wind uit ... Geerten wist wat dit +beduidde: nu zou er hulp opdagen voor den agent. De zeelui waren vlak +bij: ze breidden hun armen uit om hem op te vangen. Woester rende hij, +niet voelend de matheid van zijn half-versteven been ... Met een razenden +sprong, en forschen zwaai zijner knoestig-gebalde vuisten sloeg hij zich +door de half-dronken mannen heen ... Daar was een smal zijstraatje, met +een rappen zij-sprong was hij den hoek om, ademde toen wat rustiger, +liep minder snel, overtuigd dat zijn vervolger hem nu niet meer op de +hielen zat. "Als 'k maar de wijk uitkom, dan zal de sloeber me niet meer +volgen." Met flinken tred hamerde hij de droog-gewaaide gaanpaden, kwam +op de lanen, waar de wind de naakte magere boom-geraamten schudde, +afknakkend de doode takken, die met een doffen smak neerkwakten op den +harden grond. Hoog in de lucht jachtten nog steeds de donker-dreigende +wolken. Uitblazend, liep Geerten na te denken. Mislukt! Hem kon het gaar +niet schelen, maar wat zouden de anderen zeggen! Franske en Venijnige en +Suske en de rest?... en dan Lowis?... Dat ze verdomme allemaal dachten, +wat ze wilden ... maar Lowis?... bah ... dat zou wel schikken ... + +Straat-in, straat-uit stapte hij, recht naar de kroeg zijner vriendin. +Nu stond hij voor de dichte deur, zwarten rechthoek in den hel-gelen +gevel, waarop amerikaansche en engelsche vlagskens geschilderd waren. De +straat lag eenzaam en verlaten-stil ... Geerten klopte, het klonk dof +door heel het huis.--Geen roering kwam er achter de neergelaten +voorhangen op het eerste, waar Lowis sliep. Met saamgeknepen vuist, +bonkerde hij harder en harder op het nauw-toegevende paneel. Dan ging +hij midden den steenweg staan, strak-starend naar de bovenramen. Niets +bewoog ... Hij merkte, laag, tusschen de franjes der rolgordijnen het +zachte wijfelschijnen van het vet-pitje, dat steeds brandde op de +nachttafel naast hun bed ... Zoo duidelijk zag hij alles voor zich. Zoo +warm was het nevens heur bloeiende lijf ... De hevige wind deed zijn +losgeknoopte jas opflapperen, versteef zijn nat-koude been. Vloekend, +met krampachtig-gebalde knuisten, begon hij op de deur te beuken, +woester en woester steeds, wijl de toorn in hem vlamde, daar in-eens, in +hem het pijnende vermoeden klaar-geworden was, dat Franske bij Lowis kon +zijn ... ofwel een ander ... zooals vroeger ... een van die jonge +snotneuzen van "printers" ... zij een en Kaethe een, overlegde hij ... +"Sakkerdomsche ros!" Zenuwachtig-kort bonsde hij op de niet-wijkende +deur, waarachter alles stil bleef en roerloos ... Niets hielp ... "Als dat +moest waar zijn! 'k vermoord ze morgen allebei ... zoo'n smeerlappen!" + +Mismoedig, uitgeput, toog hij naar huis, om daar te slapen, wat hem +sinds langen tijd niet meer gebeurd was ... De zware poort van zijn +steegsken stond op een kier ... Hij duwde ze open, liep behoedzaam langs +den muur, voetje voor voetje, bevreesd van tegen een stootwagen te +loopen, stak dan het enge binnenplaatsje over, trad zijn huisje +binnen ... Toen hij de lamp ontstak, na lang scharrelen om stekjes te +vinden, schoot Trees wakker. Ze zette zich in 't bed overeind. In heur +vieselijk gezicht plakten de hangende haren. Ze wreef zich de oogen uit, +wierp het gore deksel wat terug ... keek slaperig-verbaasd ... "Zijt gij +daar?" vraagde ze verwonderd ... "wat 'n eer van u te zien!..." + +"Laat me gerust" bromde Geerten, zich uitkleedend. + +--"Buitengesmeten" meesmuilde ze nog spot-lachend ... + +--"Zwijg, verdjuusche, zatte teef!..." Hij zag de jeneverflesch +half-leeg, op tafel staan, nam ze op, zette ze aan den mond en met +klokkend geluid slokte hij eenige teugen naar binnen ... Dan kroop hij +bij zijn vrouw, tusschen de vunze lakens ... "Allez, schuif-op, vijf voet +van mijn lijf, Pruttige ..." Trees gehoorzaamde, grommelde tartend: "Bij +Lowis eh, daar is 't schooner ..." + +--"Gaat ge zwijgen!" De gedachte aan zijn lief, deed hem pijn ... Toen +hij, door den drank beneveld, reeds half in slaap was, schudde Trees hem +opnieuw wakker ... + +--"Geert!... Geert!... vader is slechter. Er moet bij gewaakt worden" +... + +--"Laat me gerust, ... 't is goed ..." + +Met trage galmen sloeg het vier uur, op de huisklok ... + + * * * * * + +'s Anderdaags was het laat vooraleer Geerten op de kaai kwam. Eerst +durfde hij niet gaan, eindelijk had hij zijn schaamte overwonnen: Zouden +die moedige mannen blijven voortwerken, wanneer een polies naderde? Dat +wist hij wel beter ... + +Het weder was opgeklaard. De lage zon wierp op alles een zachten schijn, +deed lichttikkelingen dansen op de nog schuimgekopte golfjes ... + +'t Zal toch nog regenen, meende Geerten ... + +Suske, Venijnige Charel, Domien en heel het zooitje, stonden bijeen, +toen Geerten, de handen diep in de broekzakken, met zwalkenden gang, hen +naderde ... + +Seffens vraagden ze hem, nieuwsgierig en drukdoende, naar zijn +wedervaren van den vorigen nacht. De uitslag was hun reeds lang bekend, +want Rik Schampavie en zijn kameraden--de onderkruipers!--waren al een +keer of twee overgevaren met "typen" van de Yachtclub. Tegelijkertijd +brachten ze elkaar op de hoogte van de schade, die de storm van den +nacht aan enkele yachten had aangericht ... Wel hadden ze den Rik hooren +sakkeren en vloeken alle duivelen uit de hel, bij 't bergen van zijn +zeil, maar hij was toch vertrokken ... dus was alles mislukt ... + +Geerten moest bekennen en hij schaamde zich weer ... hij, die doorging +voor den sterksten man van heel den "bassin", was gaan vluchten voor den +helm van een spichtig-mager politiemanneken. + +"Wat 'n vijg!" spotte Venijnige Charel half-luid, "'t was verdomd juist +de Sprot, die hier dezen nacht de wacht had,--zoo'n vijg." + +Geerten hoorde het, verkropte zijn spijt, vroeg in-eens naar Franske +dien hij niet ontwaarde, zoo maar om 't gesprek af te leiden ... + +"Bij Lowis blijven slapen ... wat nu ..." schamperlachte Charel ... + +Geerten stoof op: "Als ge dat nog zegt eh, breek ik U armen en beenen! +Venijnige beest!" + +--"'k Zeg de waarheid," snauwde de andere terug. + +"Sakkerdju!" vloekte Basse rauw, rood van woede, bijna stikkend ... Met +een forschen zwaai sloeg hij zijn rechterarm om Charels lijf, trachtte +met de linkerhand zijn tegenstrever bij het leelijke hoofd te vatten. + +"Hardi," kisten de toegeloopen omstanders, krachtige +buildragersgestalten met bloote borst, tusschen de donker blauwe truien +der bootjesroeiers. + +Charel wankelde, viel ... Zijn kop bonsde op de bonkig-puntige kasseide, +bloed sijpelde langs zijn haren ... De twee vechters rolden in 't slijk, +lagen een pooze roerloos, zwaar ademend. + +"Hardi!" "Houwen!" "Geeft hem het Geerten!" Basse lag boven, zijn vijand +duchtig stompend, liet wat los ... Met een krachtigen ruk wierp Charel +hem om, zette zijn linkerknie hem op de borst, voelde zich in-eens +sterker, en begon verwoed, met hard-gesloten vuist, te beuken in +Geertens zwellende gezicht, roepend met heesche keel dat allen het +hooren zouden ... "Vijg!... Hoorndrager!!... Vrijwillige hoorndrager!!... +Vijg!!!..." 't Deed hem deugd te kunnen uitbrallen zijn wraak ... +"Hoorndrager!..." + +De over de vechters heen-gebogen gezichten straalden van pret ... De +roeiers lieten begaan, schudden de koppen: "Geerten is ver op ... hij +heeft zijnen meester gevonden" ... + +--"De garde! De garde!" ... klonk luide en spottend een hooge +jongensstem ... Suske en Domien trokken Charel van Geerten af, die met +moeite overeind kwam ... De diender, spleet door de omstanders, dreef ze +uit-een, liet de vechters aftrekken ... + +Geerten toog huiswaarts ... Alles deed hem pijn: zijn neus was +afzichtelijk en zijn blauwe oogen zwollen, hij sleepte zijn gekneusde +been. In dikke korsten droogde het zwart-vettige slijk aan zijn frak ... +Met de mouw veegde hij de sprenkelingen van zijn pijnlijk gezicht. Dat +was de eerste maal dat hij overwonnen werd, de eerste maal; 't smartte +hem innig-diep te weten het afnemen zijner krachten, en meteen werd het +hem duidelijk dat Lowis, Franske verkiezen moest boven hem, den bijna +afgeleefden vent ... Toch wilde hij niet berusten ... Wraak zou hij +nemen ... + +Waarom moest het juist Franske zijn die hem bedroog ... Franske die zoo'n +fijn liefje bezat, jong en gezond, veel netter in ieder geval dan die +smerige rosse kloek. Hij vormde het vaste voornemen Fientje te +verwittigen, want twijfelen aan hetgeen Venijnige Charel, zoo driftig en +luide uitgeroepen had, deed hij niet meer ... + + * * * * * + +Gedurende enkele dagen, tot de gezwollenheid van zijn gezicht verdwenen +was, bleef Basse van de kade verwijderd, terend op de luttele centjes, +welke Pruttige Trees won met den verkoop van oude lompen. 's Avonds trok +hij gewoonlijk naar zijn kranken vader, die op een kamerken woonde in +eene niet ver-af gelegen buurt, bracht zoo een nacht of drie wakend door +aan het ziekbed van den "Heiligen Jozef" ... Innig-overtuigd was +Geerten, dat het met den ouden niet lang meer duren kon, en hoe +stelliger zijn meening werd hoe meer het denkbeeld van een eigen +motorbootje te bezitten op den voorgrond trad. + +Dat werd Geertens troostgedachte, waaraan hij zich vastklemde en die hem +over alle geleden smart heenzette. Dat zou zijn wraak wezen! Bersten +moesten ze! Lowis en Franske en Charel en heel den "bataclan." Maar +Lowis zou hij niet lossen, dat niet! Liever verloor hij zijn rechter +hand ... + +De plezante bazin, welke gehoord had van het gevecht door Geerten voor +haar geleverd, was er door gevleid, en wel inziende hoe onmisbaar hij +voor haar bedrijf was, had ze eenigszins berouw gekregen, dat ze hem met +Franske bedrogen had ... Maar den jongen, krachtig-levenslustigen roeier +met het lenige lijf en het mooie haast fijnbesneden nauw-zongebruinde +aangezicht, wilde ze ook niet lossen ... vooral nu niet meer ... Ze +peinsde en herpeinsde, wikte en woog, tot heur breed geweten zich +tevreden stelde met de zoete oplossing, ze alle bei te houden--den +jongeren uit groote verwachtende liefde, en in stilte ... den ouderen om +zijn diensten, en openlijk ... Zoo was het goed want op Franske, kon ze +niet zoo erg rekenen: hij was veel jeugdiger dan zij en vroeg of laat +trouwde hij toch eens met zijn eigen lief, waarmee hij kamerde. Heel +ijverzuchtig was ze niet, wijl ze 't leven nam lijk het komen wilde, +hetgeen heur steeds voordeel gebracht had. Geerten bleef weg ... Ze +besloot ten langen leste hem te schrijven, wel-bewust dat hij gaarne +genoeg terugkomen zou, maar niet durfde ... 't Kostte haar oneindig +groote moeite om met de zwaar geringde vingeren der stramme ongeoefende +hand, zoo delikaat mogelijk, zonder vooral haar eigen waardigheid en +fierheid eraan te wagen, de niet gewillig-opwellende denkbeelden op +papier te brengen ... Kaethe moest helpen ... + +/* +Liefe geert: +Kompt toch gauw vroem, want we missen uw hard... +Lot de mense mor chouwele en geloofd alleen uw trouwe Lowis... +*/ + + * * * * * + +Dienzelfden avond nog was Geerten terug bij zijn geliefde en liet zich +heur streelingen welgevallen, want ook in zijn gemoed was alles rustig +geworden na lang nadenken. Waarom zou hij jaloersch zijn, waarom als 't +misschien niet eens waar was, wat de babbelkousen rammelden ... en al was +'t nu zoo, hem kon 't niet schelen, als hij maar de bovenste bleef ... +Meer mocht hij immers niet verlangen van iemand met een estaminet als +die van Lowis ... Zijn motorboot vulde thans veel meer zijn zinnen, dan +de vleeschelijke vrouw. + +Toen Geerten terug aan de ponton verscheen, waar gedienstige tongen +reeds alles aan het klokzeel gehangen hadden, werd hij begroet als de +"Vijg", iets waaraan hij zich niet stoorde, en, om het te toonen, ging +hij met Franske en de anderen om zooals vroeger. Lowis mocht tevreden +zijn over Geerten, want stipt volgde hij haren raad: 't was maar om de +klanten niet te verliezen ... + +In zijn hart bleef Geerten Franske haat toedragen, maar hij toonde het +niet, vast besloten in 't geniept wraak te nemen, want dat dien +flierefluiter terug komen zou, wist hij omtrent zeker, vooral wijl de +rosse als vredesvoorwaarde gesteld had, niet elken avond meer te blijven +slapen ... omdat het te ... moeilijk was voor ... 't opstaan, 's morgens, +wanneer Geerten al heel vroeg vertrekken moest, hetgeen de nachtrust der +plezante bazin stoorde, en dan ... de taterende geburen ... en 't belang +der zaak!... + +Och, daar maalde hij niet om, vooral nu hij toch om den anderen nacht +bij zijn zieken vader waken zou ... + +Op een namiddag, heel onverwacht, ontmoette hij 't lief van Franske, +Fientje, met haren mosselwagen ... Hij groette vriendelijk joviaal, deed +haar stoppen, bestelde voor vijf centjes mosselen ... Met volle handen +grabbelde ze in den hoog-opgetorenden, zwart-slijkerigen stapel, waaruit +hier en daar besmeurd wier-groen opstak, nam eenige schelpen in de +linkerhand, maakte met handige mesbeweging de schalen open ... Geerten +pakte de mosselen aan, slurpte gulzig het vette, witte mollige vleesch +naar binnen ... + +"'t Zijn er goei" lachte hij ... + +Met voorzichtige, sluwe woordjes bracht hij 't gesprek op Franske. 't +Mooi-slanke, blonde Fientje, kloeg dat hij zoo weinig geld afgaf, laat +thuis kwam, soms 's nachts in 't geheel niet omzag ... Waarom trouwt ge +niet? vroeg Geert ... 't Meisje gibberde luid-op ... "Zijt ge zot?... Dan +heb ik in 't geheel niets meer aan hem ... nu is hij nog bang, dat ik hem +zal laten stikken, maar dan ben ik gebonden ... 'k zou u bedanken, +zulle ... zoolang er geen kinderen komen, kamer ik liever." Geerten moest +toegeven, met spijt, dat het huwelijk Franske zeker niet verbeteren +zou ... "Hij is te schoon," bemerkte hij, sarcastisch ... "Wat kunt g'er +aan doen," zuchtte Fientje. De roeier had er een heimelijk plezier in +zijn wraak stillekens-aan voor te bereiden ... "Ja, wat kunt g'er aan +doen? 't Is zonde, dat hij niet begrijpt wat 'n lief ding gij zijt ... +enne ... naar ..." + +"Wat zegt ge" hijgde 't mosselvrouwken ... "naar?..." + +... "een wijf als rosse Lowis ziet," voleindde Geert, traag opslurpend +de laatste vette mossel, die Fientje hem aangeboden had. + +De tranen sprongen in haar klare oogen. "Dat had ze nooit gedacht!... +Zonder verder te talen, zette zij zich schrap, stootte heur wagen voort. +Geerten hoorde hoe, na een wijle, haar stem, schor en +tranerig-onduidelijk klonk bij 't roepen van 't gewone "kepelee." + +"Die heeft beet," grinnikte hij, zeker zijn doel te hebben bereikt ... + +'s Anderdaags kwam Schoon Franske, tot groote vreugde van al de +bootjesroeiers, met een koppel blauwe oogen, en een gezicht gestriemd +door nijdig-rood-bekorste krabben, naar de vlot-brug ... + +--"Dag blauwe-geschelpte," spotte Geerten, uitschaterend zijn dolle +leute ... + +--"Vijg!" beet Franske kort-af, terug. + + * * * * * + +Den heelen voor-winter door, sukkelde de H. Jozef, steeds afnemend in +krachten, en nu was elk uur het einde te verwachten. "God zij geloofd" +had Sophie--zijn dochter--gezegd, "want dat lijden is niet meer om na te +zien," en hierbij dacht ze vooral aan 't geld, dat ze daarna niet meer +hoefde te geven en waardoor reeds zooveel ruzie met haar man in huis +geweest was ..." + +"Geerten zal dezen nacht tot twaalf uur waken," had Pruttige Trees +gezegd, ... "dan kom ik zelf, want hij moet van-avond, gelijk alle jaren +met nieuwjaarnacht, naar 't feest van "'t Kasken" in de maatschappij" +... Om zes uur was Geerten zelf gekomen, op zijn paasch-best gekleed. + +'t Sneeuwde buiten ... De lucht was eene grijsheid van schommelende +donspluisjes en beneden, op de achterplaats, zongen kinderen ... + +/* +"Deezeken schudt zijn beddeken uit +en laat zijn pluimekens vliegen" ... +*/ + +De vlokken plekten tegen de bedompte ruiten der krankenkamer. Een +olielampken brandde zacht-pinkelend op de kale schouw, waarop een gladde +spiegel het twinkelend lichtje weerkaatste. Het vuur in de potkachel +smeulde, nu en dan viel een gloeiende sintel met luid tikken in den +aschbak, wierp even een ras-verstervende oranje-klaarte op den donkeren +vloer ... + +--"Niet te hard stoken, fluisterde Trees bezorgd, "anders heeft hij het +te benauwd" ... en ging dan heen ... De duisterte hing dik in de hoeken, +vulde de gansche kamer, waarin alleen wit-vlekten de lakens op 't +ledikant ... De zieke sluimerde: zijn oude, gele, ingevallen gelaat, met +diepe kuilen aan de slapen en onder de diep-liggende oogen bezijden den +grooten scherp-belijnden arendsneus, scheen klein midden de blanke +bolling van het kussen. Alleen de ring-baard, weeldrig-wit krullend, +leefde nog ... de gerimpelde wassen handen lagen roerloos op het +omgeslagen laken. Beweegloos zat Geerten bij het bed, in kalmte +afwachtend, het gebeuren dat nakend was. De sneeuw geruischloos en zacht +viel steeds in pure blankheid ... De uren gingen voorbij, trage weggetikt +minuut na minuut ... Soms galmde boven 't doffe straat-rumoer uit, de +torenklok, afbrokkelend de laatste stonden van het stervende jaar ... +Dichtbij beierde 't klokje van 't naburige klooster. Dan kwamen alleen +maar de geruchten der straat, dempig en ver-af tot in de kamer +doordringen: het wanluidend gekletter van metalen balken op een +hotsenden wagen, het schelle hoornblazen van een krantenjongen. In 't +aangrenzend kroegje, klonken onophoudend zeurige harmonicadeuntjes. +Geerten trok even een venstervoorhang op: Het sneeuwde niet meer ... Het +kleine achterplaatsje, beneden, lag wit en verlaten in den maneschijn, +die wondere tintelingen leven deed in de kristaliseerende blankheid. +Pelsranden lagen op elk vooruitstekend deel der zilvrig belichte gevels, +en de daken kropen weg onder hermelijnen mantel ... Geerten liet het +rolgordijn terug af: in 't vertrekje werd het donkerder, en op den +neergelaten voorhang, stond klaar afgeteekend het kruishout der ramen. +De zieke bewoog, mompelde iets onverstaanbaars ... Geerten boog zich over +hem heen: "Eens drinken, vader?" ... Hij schonk een glaasje vol van den +wijn, dien Sophie gebracht had, wilde het den kranke geven: hij +weigerde. Dan dronk Geerten het zelf maar uit, tongsmakkend, deed ook +nog een flinken teug aan de flesch! Bah, ze hebben wijn genoeg ... + +Ziende dat vader hem toch niet meer herkende, nam Geerten zijn plaats +terug in en wachtte ... Buiten werd het leven woeliger ... Er drongen +gezangen door tot in de stille kamer en hij zag, in verbeelding, de +hossende en dansende benden, die nu juichend de straten van 't +Schipperskwartier doorliepen, om hoopvol-feestelijk te begroeten den +nieuwen tijd ... Wellicht zou hij dit jaar zijn droom verwezenlijkt zien +en eindelijk een motorbootje bezitten. Misschien!--Half-soezend zat hij +te tobben.--Veel geluk had hij in de laatste tijden niet gehad. Het +gescharrel van Lowis met Franske, kon hij niet verduwen en steeds ging +hij gedrukt onder dien spotnaam van hoorndrager. Openlijk heette hij +alleen "de vijg," maar hoe gewoon zijn omgang met de overige roeiers ook +was, toch wist hij dat ze hem achterduims bespotten. Hij liet ze begaan, +beloofde zich groote vreugde, wanneer hij een moteurken bezitten zou. +Dat was zijn levensdoel en eenige bekommering geworden. En, nadenkend, +wikkend en wegend, begon hij uit te cijferen hoeveel vader wel kon +gespaard hebben. Moeder was nu vijf jaar dood en dan had de ouwe 't +kleine snoepwinkeltje en 't koffie opschenken voor een gering sommetje +overgedaan aan een buurvrouw, 't Was juist voldoende geweest om den +doctor te betalen, want Moeders langdurige ziekte had heel wat geld +gekost ... "Ja, ja", overlegde Geerten ... "en toch met het beetje dat +overbleef en met de tweehonderd vijftig frankskens, die Sophie ieder +jaar afdokte, kon zoo'n oud man leven, ... en zelfs wat wegleggen ... of +had hij soms alles opgedaan?... Alles!... 't was onmogelijk: immers +Vader was gierig, dronk weinig, rookte niet meer bijna ... Er moest toch +nog wat overblijven ... al was het maar een honderd frank of twee ..." +Werktuigelijk stond Geerten op ... + +'t Gewoel in de straten was aangegroeid. Duidelijk klonk het roezemoezen +der stemmen in de aangrenzende kroeg. Met den opstekenden wind, die +buiten de versche sneeuw deed opwirrelen en verstuiven, kwamen bij +vlagen, brokken van zeurige straatliedjes aanwaaien ... Behoedzaam nam +Geerten de lamp van de schouw, hield ze dan een stonde boven 't steeds +meer invallende gelaat van vader ... + +... 't Gele doodsgezicht was effen en stil in den zachten lichtgloor, de +oogen waren geloken, de adem reutelde, doende opstreuvelen--heel even +maar--kleine haartjes van den baard ... Alleen de handen, groot en +beenderig, met lange knokkelige vingers en vuil-zwarte nagels, liepen +als spinnen over 't omgevouwen blanke laken, plooiend en herplooiend ... + +"'t Zal afloopen" peinsde Geerten kalm, berustend: die dood, waaraan ze +zich allen zoo lang reeds verwachtten, kon hem niet meer schokken. Het +zou enkel zijn de verlossing uit het lijden van een arm-verlaten +grijsaard, en 't ophouden van slapelooze nachten voor den forschen +Geert ... "Ieder moet sterven en als men al meer dan tachtig jaar geleefd +heeft, is men in de wieg niet versmacht" ... + +Op de teenen schoof Geerten naar de kleine in eik-geschilderde kast, die +in de donkerte van een hoek, achter 't bed, scheen weg te kruipen, zette +de lamp op het blad, trok een schuif open, en zocht ... + +'t Sloeg elf uren ... "Trees zal gaan komen," dacht hij. Zijn ruige, +bruine eelthanden scharrelden zenuwachtig rond in den kleinen lichtkring +die van onder de lampkap uitkegelde ... Gejaagd verlegde hij doosjes en +ledigde een ouwe draad-versleten geldbeugel van moeder zaliger ... +"Niks!" Hij doorsnuffelde ijlings elk hoekje, neusde nieuwsgierig +tusschen elk blad ... "Dat 's 't huishuurboekje ... Hier in dien kerkboek" +... Er lagen sokken, met groote gaten, opgerold in de schuif. Geerten +doorzocht ze, trok ze om, drie, vier keer, werd nijdig en vloekte boos, +niet vindend den gewenschten schat. De zieke ademde moeilijk: de lucht +reutelde in zijn keel ... zijn handen bewogen krampig, zijn mond hing +open, schuim-lippend. De lijnen van 't ingevallen gelaat stonden +scherper en hoekiger, de rimpels dieper-gegroefd, de oogleden nauw open +op de reeds gebroken oogen ... Hijgend, jachtend-verlangend, grabbelde +Geerten in de half-neerhangende schuif, alles vergetend in zijn zucht +naar geld. Al wat hem hinderde liet hij ten gronde vallen ... Nu hurkte +hij neder voor de wijd-open deuren. In de duisterste hoeken morrelde hij +met grijp-grage vingers. Zijn oogen brandden onder de borstelige +wenkbrauwen ... Plots, stroomde zijn hart vol warme vreugd, deed het +feller hameren van blijde verwachting: hij had een zakje ontdekt, opende +het ras ... De inhoud rolde met kleine tokkelgeluidjes over den grond, +verspreidde zich ... Geerten vloekte luid: 't waren de lotonummerkens, +die hij gevonden had ... + +Zou vader iets gehoord hebben?... Aarzelend trad hij op het bed toe, zag +hoe onbeweeglijk daar neerlag het uitgeleefde lichaam ... bevoelde +haastig de stil-gevallen handen. Geerten schrok hevig ... sprong weg ... +boog zich voorover ... de adem ging niet meer ... 't Ging rauw en snijdend +door zijn brein: hij is dood ... De stilte viel drukkend om hem. Nu +durfde Geerten niet meer zoeken naar geld. Zijn kop werd als voos, bij +'t eenvoudig denkbeeld aan vaders toch-nog-onverwachts-gekomen dood, die +hem wonderbaar voorkwam: een vertrek zonder afscheid of tot +weerziens-zeggen, een verraderlijk wegsluipen op onhoorbare voeten ... +Wat kon hij nu doen ... Trees bleef maar weg, en in heel het kleine huis +was geen levende ziel meer ... Mocht hij nu naar Lowis gaan om mede te +feesten?... Alles was betaald ... hij moest ... of Franske zou weer ... Als +Trees nu maar kwam ... misschien was de Pruttige weer zat!... + +In-eens, bruusk-geweldig, verscheurend de grootsche stilte, de +plechtig-wachtende geruischloosheid der ijl-wordende minuten, vulde 't +schorre toeten van honderd stoomers, 't hel-metalen galm-tingelen der +jubelende klokken aan boord der zeilers en 't scheurend-gieren van luide +mistseinen, de vorstdoortintelde winterlucht, daverend van geluiden +heenvlagend over de feestvierende stad, aan flarden rukkend de laatste +stonde van 't heen snellende oude-jaar, juichend-begroetend den +jeugdigen, hoop-rijken, nieuwen tijd ... De geruchten werden grooter, +omvangrijker, overal opstijgend, alles door-dringend ... In 't kroegje +brulden dronkaards een gekke "brabanconne", en in de straat joelden en +tierden de pretmakende benden. + +En Geerten dacht in eens aan Lowis, die door ieder nu gekust werd in 't +donker, wanneer, klokslag twaalf, de gaspitten uitgedraaid werden. Zijn +bloed liep warm en heftig door zijn lijf ... hij vloekte ... o die +Trees!... + +Hij hoorde stommelen op de trap ... Daar was ze! Ze trad binnen, wierp +haar bont-geruiten sjaal achteloos neer op een stoel ... + +--"Ehwel?" ... + +--"Dood," zei Geerten ... "Ga roep iemand om hem te lijken ... hij is al +bijkans koud ..." + +--"'k Zal 't wel alleen doen ... een ander moet er zijn neus niet +insteken ... en Sophie ook niet ..." + +--"Niks gevonden?" vroeg ze na een poos, naar de in wanorde liggende +kast gaande om de lamp te nemen. + +--"Niks," antwoordde Geerten norsch ... "'k trek er uit ... Zijt ge niet +bang?" ... + +--"Bang, begod,!" ... schamperde Trees, een slok zuigend uit haar +fleschje, terwijl ze de kachel opkoterde en water opzette ... "Zie, als +de moor maar al kookte, dan was 't gauw gedaan ..." + +De deur draaide dicht achter Geerten ... + +De straten waren slijkerig. De witte sneeuw van den vooravond was +vertrapt tot vuil-gore massa, waarin de voorbij rijdende karren diepe +sporen hadden gedrukt, glimmend in den blauwen maneschijn. De daken +zilvrig belicht blankten hel tegen de ijl-donkere lucht, waarin de +twinkelende sterren geprikt stonden ... Beenend langs heen de huizen, +spoedde Geerten zich voort ... + +Achter de hel-oranje stralende vensters der talrijke drankhuizen klonken +vroolijke stemmen en luidruchtige orgelmuziek, en in 't voorbijgaan +gluurde hij een danszaal binnen, waar in het verblindende licht van +electrische gloeilampen, tusschen de schreeuwerige pracht der +goud-omrande spiegels in de wanden, rondzwierden tollende paren. In de +verte zag hij de opspichtende masten van een zeilschip; fel-wit op de +stalenlucht teekenden de sneeuw-belijnde-ra's. Nog een straatje ... Hoe +meer hij naderde, hoe grooter de drukte werd ... Zingende en zwijmelende +matrozen liepen gearmd met liefde-deernen; pretmakers met volksvrouwen, +dik gerokt en hoog gekapt sprongen in 't opsprinkelende slijk voor de +deur eener herberg. + +Aan den hoek der straat, waar Lowis woonde, bespeurde Geerten in de +kringende klaarte van een lantaarn, een blikkerend voorwerp in 't slijk. +Hij bukte zich en vond een hoefijzer ... Dat 's geluk peinsde hij en zijn +mistevreden gezicht verhelderde: hij zou zijn motor hebben dat jaar ... + +Bij Lowis waren de rolbeluiken neergelaten. Van wijd reeds, hoorde hij +de luide stemmen der feestvierenden ... De deur stond op een kier. +Geerten wierp ze open, stond in de hel-verlichte zaal ... + +Onder 't pletsend licht van den vergulden gas-luchter, juist voor de +schenkbank, stond de groote ronde tafel, waarom al de leden zaten van +het Spaarfonds der Ware Varensvrienden. Lowis troonde nevens Franske. +Geerten deed of hij 't niet merkte ... + +--"Ne gelukkige zulle" ... wenschte hij, de uitgestoken handen +schuddend ... Van Lowis kreeg hij een fatsoenlijken zoen op de +stekelig-bebaarde wang ... + +--"Zoo laat" zei ze ... + +--"Vader is dood" ... + +--"Is de H. Jozef dood?" wonderde Suske van Loock. + +--Uitgeleefd, antwoordde koel-kalm Geerten ... uitgegaan gelijk een +keersken ... Gulzig begon hij te smikkelen van hetgeen Kaethe hem +voorschoof, niet gewaar-wordend hoe de glanzige oogen der plezante bazin +op hem rustten. Al zijn denken concentreerde zich op 't aankoopen van +een moteurken, want nu had hij zekerheid dat vader wel wat zou +achterlaten ... wat kon dat hoefijzer anders beduiden?... + +--Nu gaat ge erven? meesmuilde Franske ... + +--Peeschijven, jokte Geerten terug ... Ze zouden 't nooit weten, besloot +hij, Lowis ook niet ... 't Leek hem of hij 't geld al vast had. Al de +teleurstellingen der vorige uren, 't vruchteloos zoeken, scheen hij +vergeten, nu hij het heil-voorspellende hoefijzer in zijn zak droeg. + +De luidruchtigheid nam toe ... De oogen der smullers glommen in de +roodgloeiende gezichten. Nog enkelen peuzelden aan 't laatste beetje van +'t opgediende konijn. + +--"Wat kat, Vijg?" plaagde venijnige Charel, schoof de schaaltjes met +kluifjes toe, deed de moe-gekauwde monden even vertrekken tot een +glimlach. + +'t Bier klokte in de dorstige kelen ... Kaethe deed het orgel spelen, en +weer zong Franske met zijn neus-tenor een sentimenteel +tingel-tangelliedje. Geert knabbelde voort. 't Vet droop hem in den +baard. Met groote teugen spoelde hij 't schuimende dikke gersten naar +binnen: zijn oogen flikkerden genotvol. + +--"Allo Geert, laat eens zien wat dat gij kunt of Franske doet u nog den +baard af," gichelde Kaethe, wierp hem een stukje koek toe, dat hij in den +wijd-opengespannen mond opving ... "Wat 'n bakoven" schertste Franske. +Toen Geerten nog een konijnenkop had af gekloven, dronken ze allen hun +glas leeg, en werd de tafel op zij gezet, want Lowis en Kaethe wilden +dansen. + +Franske walste lustig met de plezante bazin ... Geerten zag hoe hij ze +dicht tegen zich aan prangde, en 't liet hem koud. Van heel den nacht, +keek hij naar Lowis niet meer om en dronk lustig al wat men hem +voorzette, trakteerde Kaethe, die nevens hem was komen zitten, neep haar +tersluiks in de mollige armen en kriebelde ze onder de oksels dat ze +stuiplachte en de overigen mee kwamen helpen ... De rosse gierde van +pret, liet zich in stilte zoenen door Franske ... Kaethe ging van den +eenen naar den anderen, werd door de bedronken mannen op bier en wijn +onthaald ... + +Geerten voelde zich moe en ijlhoofdig: hij werd het gewaar dat hij toch +zou moeten heengaan, dat Lowis nu alleen naar Franske verlangde en hem +wegsturen zou ... Kwaadaardig besloot hij het langst mogelijk te toeven. +'t Deed hem toch leed, te beseffen hoe heel anders het nu was tegen 't +vorige jaar, toen na uitbundige uitspattingen, Lowis nog vuriger dan +anders naar hem verlangde en ze heur rond-mollig-, warm lijf tegen 't +zijne vlijen kwam, daarna ... wanneer ze alleen bleven ... Tot den +laatsten roeier, zwijmelend en lallend vertrokken was, talmde Geerten, +en 't werd hem tot een wrang-genot toen hij er in slaagde Franske mee te +troonen ... Ze durfde hem niet openlijk bedriegen! + +Voor hij zich te bed begaf, bestaarde hij nog eens het vuile oude +hoefijzer, en in zijn binnenste bloeide open de blijde hoop ... + + * * * * * + +"De H. Jozef" was begraven. 't Loopen achter de vergulde lijkkoets, +langs de vuile slijkstraten in den vroegen ochtend, had op Geerten een +pijnlijken indruk gemaakt. Op de begraafplaats, wanneer de lange smalle +kist in den verschen kuil, donker-gapend te midden der tintelende +blankheid van de hier nog ongerepte sneeuw, verdween, was zijn +hard-omkorst gemoed volgeschoten en 't schupken beefde in zijn ruwe +eelthanden wanneer de aardklompkens op de kist neerdoften ... + +Nadat hij in de tegenover het kerkhof liggende herbergen, met eenige +zeupkens klare zijn emotie doorgespoeld had, toog Geerten te voet naar +de stad terug, heel-alleen, wijl de anderen zich per rijtuig naar het +sterfhuis lieten voeren, waar Sophie en Trees cognac zouden schenken: +hij wilde niet terug naar vaders kamer. De koude lucht deed hem goed, +verfrischte zijn zwoele gedachten. Drie dagen reeds liep hij rond met de +zekerheid dat vader geen duit had nagelaten. Met Nieuwjaarsdag zegde +Trees, dat ze niets gevonden had, ondanks heur lange zoeken en Sophie, +zijn zuster, had schertsend gelachen toen hij naar geld vroeg. + +--"Waar zou vader de centjes vandaan gehaald hebben! Had ze hem niet +moeten onderhouden sedert moeders dood?" + +Toch was Geerten niet heelemaal overtuigd. Eens toch had vader een +bankje naar Jef, zijn petekind, gestuurd, en dan het hoefijzer! Aan die +geluks-voorspelling klampte hij zich wanhopig vast, en in hem leefde +soms lichtend op het voorgevoel, welhaast de noodige centjes voor een +motorbootje te bezitten. + +Voor hij naar huis ging, wipte hij even bij Lowis binnen. Ze deed heel +vriendelijk want ze behoefde zijne hulp om een mand champagnewijn aan +boord van een Fransch schip te gaan afhalen. Heur frissche +vleeschelijkheid kittelde hem plezierig, zijn onwil bezweek voor de +lieftalligheid van haren blik en 't was laat in den namiddag eer hij +vertrok, met de belofte 's nachts, na 't vervullen der opdracht, bij +haar te komen. + +'t Donkerde toen Geerten thuis kwam. In de kamer waarin somber hing de +duisterte van den nakenden nacht stapte hij een oogenblik heen en weer. +De geruchten der plaats: het scherpe zware blaffen van een hond, het +kermend schreien van een zuigeling of 't rauwe hoorn-toeten van den +dagbladventer drongen dof tot hem door ... Traag begon hij zich uit te +kleeden, wierp jas en broek wanordelijk-slordig over een stoelleuning, +fluitend een straatdeuntje, trok zijn weeksche kleeren weer aan en zette +zijn verkleurde pet, met het bengelend kwastje op de ver-vooruitstekende +klep, op zijn ruigen kop. + +Dan eerst stak hij de smerig-besmeurde olielamp op, die in 't trieste +vertrek zijpelen liet heur gele klaarte, onheimlijk-begloorend, de manke +meubels en de vuile tafel waarop nog glommen bruine koffieplasjes naast +ongewasschen wit-blinkende kopjes van 's morgens. Een nog onaangesneden +brood lag nevens een droge korst ... Geerten grommelde, schonk zich een +bakje koude koffie in, beproefde de korst te breken, smeet ze dan kwaad +op de teil terug; en het versche brood vattend, maakte hij er met de +mespunt machinaal een kruis op, sneed zich een dikke homp. +Koffie-slokkend verduwde hij 't brood met groote brokken, die zijn +wangen uitpuilen deden. + +"Verdomme, nu is dat wijf nog niet thuis ... en 't is bij zessen ... +Ongeduldig was hij, nieuwsgierig te weten of er nu toch in 't geheel +geen geld was, want weer hoopte hij, heel vagelijk en onvast ... Zijn +blik boorde in de toekomst, waar op de goudig-doorzonde blauwheid der +golven zijner droomenzee, licht-veerend danste het vurig-begeerde +motorbootje, blank van kiel als een zwaan, met donker-fluweelen +zitbankjes en een mooi-puntig wimpeltje, rood en wit, en op den +stevig-scherpen boeg in gouden letters ... de naam ... ja, wiens naam?... +de zijne?... die van Lowis?... Als ze dan al lang niet met een ander, +met Fransken ...?!... was weggetrokken ... Had hij maar 't geld, dan kon +hij ze vaster aan zich binden, want tegen een motorbootje had ze zich +vroeger alleen gekant uit vrees centen te moeten bijleggen ... en 's +nachts kon het roeibootje nog steeds gebruikt worden als 't noodig +bleek ... wanneer hij 't geld had, zou hij heur een geschenk koopen, een +broche, of eene "brachelet" of ... + +Geerten vernam een scharrelen aan de voordeur, een stommelen in den +gang, dan kwam, zwijmelend, met hangende haren en waterige oogen Trees +binnen-zwalken, liet zich neerkwakken, plomp-zwaar op een stoel, de +armen strak langs het lichaam, het hoofd loom-zwaar zakkend op de +borst ... 't Scheen of ze, dood-vermoeid, in eens overvallen werd door +looden slaap, of ze niet meer bij-machte was te beheerschen heur lijf, +dat zakkerig ineen-gedrongen, hing tegen de stoelleuning. Heur trekken +lijnden slap en uit den scheef-getrokken, halfopen mond kwijlde +schuim-speeksel ... Geerten beoogde haar met schamper-lachenden blik ... +"Ge zijt verdomd strontzat, Pruttige!" ... Na een wijle ... "En, is er +geen nieuws over 't geld?..." "Allez toe, verdomd, hangt het kieken niet +uit ... Hop!" ... Met ijzeren vuist omklemde hij haren arm, schudde heftig +het willooze, voddige lichaam ... Geerten was toornig ... Zijn gezicht +werd rood en zijn trekken nijdig-hard. Ruw, vatte hij zijn vrouw bij de +schouders, poogde ze te doen rechtstaan, gaf heur een dof-klinkenden +stomp in de zijde ... Lam-log zeeg 't slappe lijf terug op den stoel, +maar op den grond kletterden neer met helder metaalgeluid twee groote, +blanke vijffrankstukken die wegrolden onder tafel, wat waggelden, +eindelijk met helder kinken omvielen. Vlug bukkend raapte Geerten ze op +met grijp-grage hand ... Hier was geld!... geld!... Er was meer!... Er +moest meer zijn ... Zooveel was er nooit in huis, kon er niet in huis +zijn na drie dagen verlet van hem ... en Trees was al sedert acht dagen +niet meer gaan leuren ... De stinkende lompen onder de trap, bleven het +huis verpesten, werden niet verkocht.--Er was geld! meer geld!... Hij +trok den diepen zak, in 't smoezelige kleed van Trees, om ... vond nog +enkele frankstukken en smerige nikkeltjes, centen en een gedeukte wilde +kastanje ... Er was geld, meer geld! Vloekend en tierend, schudde hij +zijn vrouw, neep heur den neus toe dat haar borst uithijgde den zwaren +jeneverstank, sloeg met vlakke hand haar in 't gezicht, dat zijn ruwe +eeltvingers er hel-rood op afgeteekend stonden ... Dan liep hij naar de +waterkruik en 't oude middel gebruikend, pletste haar een geut in 't +gezicht, dat de vuile vette haarklissen ervan dropen en Trees, +proestend, de oogen opende ... + +--"'t Geld! 't Geld! schreeuwde Geerten schor ... 't Geld van vader!" + +Verwilderd staarde ze hem aan, poogde te spreken, kon geen woord over de +neerhangende lippen krijgen ... "'t Geld, 't Geld van mij!" + +Trees stond nu recht, haalde de schouders op, knikte neen ... + +Razend, met een hol-klinkenden vloek, gaf hij zijn wijf een stomp in +volle gelaat, dat het bloed haar uit neus en mond gulpte ... "'t Geld!... +'t Geld!..." Heescher gilde hij, moeilijk doorslikkend het overvloedige +speeksel dat op zijn trillende lippen schuimde ... Rood-beloopen stonden +zijn oogen, ver uit hun kassen.-- + +Het onvoorziene geweld deed Trees tot bezinning komen, ontnuchterde +haar. Nu eerst verstond ze goed wat Geerten begeerde, en na de +verwondering over de onverwachte, vroeger nooit ondervonden +mishandeling, had de schrik haar bevangen. Terwijl 't bloed in roode +vlekken stolde op heur vet-plekkige kleed, slofte ze schichtig bijna +door de kamer, tot bij het bed, kroop er half onder, pakte een oud +staalzakje van graan beet en zich oprichtend, overreikte het aan +Geerten, die met loerende oogen van wantrouwen gevolgd had elk harer +bewegingen ... + +In 't flauwe gloren der lamp, schudde hij 't beursje ledig op de +tafel ... zijn oogen flikkerden, zijn dikke, gele handen scharrelden +koortsig met zwart-gerande nagels in 't geld ... tellend ... briefje voor +briefje--platstrijkend en beduimelend om zeker te zijn dat geen twee +bankjes aan elkaar kleefden ... Hij vergat Trees en Lowis ... en de heele +wereld ... er was geld ... geld ... wel vierhonderd frank ... Er moest meer +zijn ... ze had er veel van opgezopen ... + +"Trees ... hoeveel hebt g' er afgenomen?... Met trillende stem bekende ze +vijffrank verteerd te hebben ... Er moest meer zijn, meer ... zei Geerten +weer, hardnekkig ... + +Dan, na kort bedenken, brusk: Van wanneer hebt ge 't geld in huis?... + +Toen vertelde ze met kort-uitgestooten woorden, nog bangelijk ... + +"Met nieuwjaarnacht, wanneer ge weg waart, heb ik gezocht, overal ... en +in de lollepot van moeder zaliger ... heb ik ... in een toegeknoopten +rooien zakdoek van vader ... 't geld gevonden ..." + +"Goed, antwoordde Geerten kort ... stak de bankjes en 't zilver terug in +grijze staalzakje, dat hij in zijn binnentasch borg ... en nu Salut!..." + +Met groote stappen beende hij naar de deur, wilde weggaan ... + +Schuchter, met tranen in de stem en wrang-vertrokken gelaat van bittere +ontgoocheling, smeek-vraagde Trees ... + +"Gaat ge nu alles op-doen, Geerten ...?" + +"'t Gaat u niet aan, pruttige zatlap!" beet hij haar bruut terug. + +"Laat ons de helft doen," riep ze nog met beef-stem, toen hij reeds in +de gang stond ... of geef me wat voor 't huishouden" ... + +Geertens zware, vierkante, krachtige gestalte verscheen terug in de +deur ... + +--"Om op te zuipen zeker ... Niks verdomsche teef!... en smoel toe, +of!..." + +Met forschen armzwaai en ballende vuist, deed hij een dreiggebaar ... "of +'k zal u raken!..." Trees kromp in-een van schrik ... + +De straatdeur viel klakkend achter Geerten toe ... + +Het heele huisje daverde van den schok ... + + * * * * * + +Geerten sprak met niemand over zijn onverwacht geluk, zelfs voor Lowis +bleef hij gesloten en over zijn plan een moteurbootje te koopen, repte +hij geen woord. Trees zou heuren mond wel houden, want elken dag +herhaalde hij als een bruut-kort bevel ... "Smoel toe, of ..." + +Weer verscheen hij 's morgens heel vroeg reeds op de kaai, trachtte +zooveel klanten mogelijk te bedienen, was voorkomend en +minzaam-beleefd ... bezield met den vasten wil meer centen te verdienen, +hopend zich stil-aan een vaste klandizie te verwerven ... Met de andere +roeiers hield hij zich nu minder op. Sedert de nederlaag in de +worsteling met venijnigen Charel, was zijn populariteit afgesleten. +Tusschen Franske en hem kwam het stil-aan tot een breuk vooral na de +poets, die hij den jongen met Nieuwjaarnacht bij Lowis gespeeld had. De +veete tegen de motorbootjes verscherpte en nu ging er bijna geen dag +voorbij of er werd eenige schade aan de scheepjes toegebracht, vooral +aan dat van Rik Schampavie. + +Nu Geerten er ernstig begon aan te denken zelf een motorken te koopen, +poogde hij zich bij Schampavie en zijn gezellen aan te sluiten ... 's +Avonds, in 't naar huis gaan, bezocht hij meermaals "het Fleschken", +trof er nu en dan den Rik en zijn maten aan, trakteerde soms met een +rondeken dikkoppen. Hij voelde zich nu bijna volmaakt-gelukkig, vooral +wanneer hij bijwijlen na 't avondeten, de hem op aanvraag toegezonden +catalogen met modellen van motorbootjes, zat te bestudeeren, heel +alleen, terwijl Trees de gedurende den dag gekochte lompen bij den +opkooper te gelde maakte ... 't Wijf mocht niets weten, ze zou heur tong +roeren, maar werken moest ze, werken iederen dag en de centen afgeven, +anders sloeg hij heur onbarmhartig ... Hoe lang zou 't nog wel duren eer +hij zijn moteurken aanschaffen kon?... 't Hoefijzer, dat hij tegen den +boeg van zijn roeibootje gespijkerd had, deed hem wel wat meer verdienen +en ook, 't weder was gunstiger dan in 't begin van den winter ... maar +rekenend en herrekenend vond hij dat er nog wel honderd frank +ontbraken ... Geen kleinigheid!... maar komen zouden ze er ... vast en +zeker!... + +Kort na nieuwjaar had hij Lowis eenen geel-satijnen met zwarten kant +bezetten onderrok, dien Kaethe op zijn verzoek gekocht had, ten geschenke +gegeven. De plezante bazin had zich dan weer bizonder lief en +inschikkelijk getoond en verscheidene nachten achtereen had hij weer 't +groote geluk gesmaakt nevens zich te voelen haar verleidelijk-weeldrig +vleesch-lichaam, warm van onstuimigen lust. Maar nu slabbakte het weer +en Geerten vermoedde wel, dat Franskens jeugd het op hem steeds winnen +zou ... + +Nu zijn wensch ging vervuld worden, wilde hij niet dat Lowis hem +heelemaal ontvallen zou en soms knaagde de jaloerschheid aan het +volle-heerlijke geluk, waarin hij waande te leven. Op een triestigen +regen-morgen, in Februari, stelde Rik Schampavie vast, dat zijn motor +niet meer werkte, wijl kwaadwilligen het schroefje stukgeslagen hadden. +Dan beschuldigde Geerten in 't geniept, Franske, en 't werd hem een +zoete victorie wanneer hij vernam hoe de Rik met zijn vrienden, zijn +medevrijer hadden afgerammeld. + +Stil-aan was hij begonnen met Franske te haten, en uit wrok beklapte hij +hem bij Lowis, maakte hem verdacht bij de andere roeiers. + +... o Die zouden staan kijken, wanneer Geerten, de Vijg, de Hoorndrager, +hen concurrentie zou aandoen met zijn motorbootje ... Duivelsche pret +lichtte in zijn blik wanneer hij daaraan peinsde. + +Het geld, dat hij van Trees afperste en het zijne, scheen niet aan te +groeien: ze konden toch niet leven van den hemelschen dauw! Hij +probeerde nu zooveel mogelijk van de anderen te krijgen, liet zich +trakteeren waar hij maar kon en was innig-verrukt, wanneer Lowis hem 's +avonds met haar eten liet: dat was seffens een half brood gespaard, want +thuis had hij verboden nog toespijs te halen ... + +Er ontbraken hem nog meer dan tachtig frank, en indien hij zijn oud +roeibootje nog voor dertig kon verkoopen was 't een buitenkansje. + +Waar zou dat briefje van vijftig vandaan komen? Het geduld begon hem te +ontbreken, om te wachten tot hij de rest door bezuinigingen zou bijeen +gegaard hebben ...-- + +Klaarder en klaarder, al verzinnend, tikkelde in zijn geest op, de +verlokkende gedachte, die som bij Lowis te stelen ... Een misdaad was dat +zeker niet ... Aan de kaai robberden ze allemaal, de bazen net zoo goed +als de werklie ... en Lowis had heur geld ook niet eerlijk verdiend ... +Had hij zelf voor haar niet een rond sommeken door smokkelen gewonnen ... +Wat waren in vergelijking daarbij, de arme vijffrankskens die ze hem +betaalde?... niks! niemendal!... Allengskens dacht hij aan niets +anders meer ... + +Zooveel hinderpalen waren uit den weg geruimd, met vurigen ijver had hij +nu alles bereid om zijn wenschen vervuld te zien en thans--om 'n arme +vijftig frank, zou hij een half jaar of langer nog tegen hongerloon +moeten zwoegen, eer zijn verlangen voldaan werd ... Verdomd ... dat mocht +niet gebeuren!... + +Aan Lowis kon hij dat geld in leen vragen, maar hij zou dan moeten +liegen en Geerten was bewust dat zij hem nog steeds genoeg beheerschte +om hem spoedig den worm uit den neus te halen en dat wilde hij niet ... +of ... ze zou weigeren, en dan werd het eene onmogelijkheid de som daarna +weg te nemen ... 't Simpelst was nog in-eens te pakken, wat hij krijgen +kon ... Bij dit voornemen bleef hij ... + +Wanneer hij nu in 't kabberdoesken aan de tafel tegen den toog zat, +loerde hij immer met begeerige blikken naar de lade, waar de ontvangen +munt met zilvrig-klinken, of doffen smak inviel ... Maar de bazin +verwijderde zich zelden, en gebeurde het soms dat ze nevens een klant +plaats nam, dan hield ze steeds het sleutelken van de op slot-gedraaide +schuif bij ... in haren diepen moederkenszak ... onder haren zijden +bovenrok verborgen ... + +'t Ving aan Geerten in 't end te vervelen en die wantrouwigheid der +rosse waardin kwetste hem ... + +Veertien dagen voor vastenavond verwittigde Lowis hem, dat hij een +tonnetje Sherry van een Engelsch schip moest afhalen ... 't Valt mee, zei +ze ... morgen is 't nieuw-maan ... en er zijn vijf frank voor u bij ... + +Toen kreeg Geerten een kostelijken inval, die zijn heele tronie +verhelderde en diepe lachrimpels over zijn bruin-verweerde kaken tot in +de grijzende stoppels van zijn ringbaard deed loopen: Hij zou 't volle +vat verlappen aan 'nen kroegbaas van de kaai en Lowis wijs maken, dat +hij den heelen boel in 't water had moeten werpen, daar hij bijna door +nachtwakers gesnapt werd!... Ze zou hem toch niet durven aanklagen of +ze was zelf bakvisch ... dat was jandome een goei lol!... + +'t Werd een dichte dreigende regennacht, met een zwaar-donker bewolkte +ster-looze lucht: over stad en stroom, een duisternis waarin als +versomberde ... + +... Met forsch-breede streken, de riemen geruischloos scherend over de +opkammende baarkens, roeide Geerten terug naar de kade. Achter hem, +log-onbeweeglijk, plompte de zwarte romp van de stoomboot, waarin de +kleine lichtrondekens der kajuitspoortjes gelig glommen. Handig en rap +had een vertrouwd bootsman, het niet heel zware wijnvaatje, zeer +behoedzaam neergelaten in het vaartuigje, dat nu door de dalende en +stijgende waterwemeling heendreef ... Geerten zag voor zich de stoomers +aan de kade, wier vele lantaarns hem tegenblonken: wit, rood en +purper ... Over den stroom rustte een zware stilte, waarin soms +opklonken, duidelijk en klaar, de verre kettergeluiden van neerratelende +kraankettingen op een lossend schip ... Breede lichtstroomen vloeiden uit +booglampen aan den oever, doorboorden de ijle duisterte der ruimte, +dansten in krinkelend-uitwijdende vuurstrepen op de golvenwriemeling, +vervloten eindelijk lijze in de eeuwig klotsend-zingende deining ... +Behendig ontweek Geerten de te schelle klaarte, verbreedde zijn +riemslagen, poogde geruchtloos door de waterkabbeling heen te glijden, +voorzichtiger wordend naarmate hij de aanlegplaats naderde ... Nu hij +bijna voor eigen rekening smokkelde beving hem vrees. Hij liet zijn +sloepje drijven met den afvloeienden stroom mee, langsheen den steil uit +den vloed opsteigenden boord van eene postboot, zette zich overeind, de +beenen schraag op de achterste zitbank en flikkerde ... Zoo stuurde +Geerten heel gemakkelijk het vaartuigje tot tegen een ijzeren ladder, +waaraan hij het vastmeerde ... Dan klom hij, vlug-buigend en strekkend +armen en beenen, de sporten op, tot zijn hoofd boven den blauwen steen +uitstak, oogde gespannen-kijkend links en rechts, en, niemand bemerkend, +ging hij een dikke koord van twee haken voorzien, aan beide bodems van +het tonneken vasthechten, klauterde ijlings op de kade, trok voorzichtig +zijn vracht omhoog ... Sterk als hij was, viel de last hem niet zwaar, +doch algaande brak 't koude zweet hem uit. Hij was een oogenblik +beangst ... + +Heel levendig beeldde hij zich in wat hij aan Lowis zou voorliegen: hij +zag den blinkenden helm van den agent juist opdagen terwijl hij het vat +omhoog heesch, voelde zich in gevaar, liet het touw los zoodat alles in +'t water plofte en hij wegloopen kon ... Hij grinnikte in zich zelven, +toch verschrikt door de fel-scherpe voorstelling. Zonder verontrust te +worden geraakte hij met zijn tonneken, langs een achterpoortje, in 't +bordeeltje "Zum siebensten Himmel", waar de baas den Sherry kocht voor +vijf en zeventig franken ... + +Geerts hart popelde van vreugde: nu zou hij zijn motorken kunnen koopen +en comptant betalen! Uit danige blijdschap gaf hij een rondeken bock aan +den baas en de drie bar-meiden, die tot diep in den nacht, achter de +even weggeschoven purperen gordijnen, te vergeefs de klanten hadden +verbeid ... + +'t Was bijna morgen wanneer Geerten bij Lowis aanklopte ... In haar witte +nachtpon, waarin weeldrig-rondde de molligheid harer vormen en de losse +borsten wibbelden, deed ze open ... Met schijnheilig-ontdane tronie +vertelde hij hoe, ongelukkig-genoeg, dat vervloekt vat was kwijt +gespeeld, en hoe het hem amper gelukt was te gaan reepen snijden. Een +moment bekeek Lowis hem stijl, werd dan boos over 't ondergane +verlies ... Heur mond trilde van ingehouden toorn terwijl Geerten +voortraasde, opgewonden door de ettelijke "bockskens", gedurig +terugkomend op 't geluk dat hij nog had te kunnen gaan vluchten ... + +Bruusk-ruw in de gevallen stilte, zei Lowis hoonend en woedend: "Vijg!" +... + +"Salut, tot morgen," antwoordde Geerten, niet-eens heel erg getroffen, +maar voelend hare verachting ... + + * * * * * + +De zotte dagen van dolle pret waren in 't land ... Zooals ieder jaar +zouden de "Ware Varensvrienden" den laatsten dag van vastenavond, in +groep uitgaan. Daarvoor spaarden ze sedert nieuwjaar in 't kasken, dat +bij Lowis in de herberg hing, tegen den muur tusschen een in vergulden +kader ingelijsten Red Star-boot en eene hoog-bont gekleurde reklaam van +Scotch Whisky. + +De weinig talrijke leden, allemaal roeiers, kwamen tegen den drieen +samen hij de Plezante bazin om 't gespaarde geld te trekken. Ze hadden +een grooten platten natiewagen gehuurd met twee stoere, zwart-glimmende +gek-getooide paarden bespannen ... Op den wagen stond een versch +ontstoken gerstenton en een komfoorken met lange buis, waarop Kaethe, bij +'t doorrijden der stad, koeken zou bakken ... + +Wanneer de Plezante Bazin-zelf, klaar was, kwam heel de groep al zingend +uit de herberg, nam op den wagen plaats ... Heel de buurt stond met +gapenden mond te kijken op het rare gedoe der maskeraden, +elkander-aanwijzend onder luid-proesten de mannen of vrouwen, die ze +herkenden ondanks hun gemaakte stemmen ... Lowis, breed en groot, had een +rose zijden, druk met roode linten versierd bebe-kleed aangetrokken, +zoodat onder 't kanten bezetsel heur mooi-gevormde in vleesch-kleurige +kousen gespannen kuiten, zichtbaar bleven ... Heur vlam-ros haar slierde +los over rug en schouders, en onder de breede kap met vrij wuivende, +zacht-roode binders, donkerde ernstig het zwarte masker met de gloeiende +oogen. Naast haar stond Geerten, in lang wit nachthemd; voor 't +aangezicht een doodskop, schel-geel bij 't smetlooze wit eener +fel-gepinde vrouwenslaapmuts ... Franske was er in clown, veelkleurig en +nauw-sluitend om zijn ranke lichaam en bij hem bevond zich Fientje in +fluweelen jongenscostuum, strak-passend om heur lenden en wel-gevulden +sierlijk-rondenden boezen. Heel de ploeg, ruige roeiers in ouw-wijven +met reuzige hangborsten, en dik geheupte vrouwen in mans-kostuums was +reeds op den wagen. Ze wachtten enkel nog op Kaethe ... Venijnige Charel +in bloed-rooden torero uit Carmen, wipte terug binnen, bracht Kaethe, in +goudbestikt Tyroler-meisje, mee buiten. Ze droeg een grooten pot met +hoog opgewerkten pannekoeksdeeg. Dan, met een forschen ruk der zich +schrap-zettende, paarden, bolde zwaar de wagen over de bobbelige +kasseide ... + +Domien had zijn harmonica meegebracht, begon te spelen, ernstig, bijna +plechtig ... Heel de straat dreunde van 't uitgelaten jubelzingen ... + +/* +... Wij zijn hier, wij zijn hier!... +Wij zijn de mannen van het schipperskwartier!... +*/ + +Hoog-gillende vrouwenstemmen en zwaarder mannengeluiden galmden door +elkaar, overschreeuwden de moeilijk volgende, zeur-zingende en hijgende +harmonica. Het ouwe Suske van Loock sloeg met den koterhaak op het +potdeksel ... Bij elken hotsebots over een hobbeligheid van den steenweg +werden ze door elkaar geschud ... Groepen dansende en zingende kinderen, +hand in hand, volgden hen ... Franske en Vernijnige Charel wierpen centen +te grabbel, die de knapen, malkaar stootend en stampend, trachtten te +bemachtigen, haarkenpluk doende wanneer milde werpers het geboden ... + +Op de Meir, kuierde 't volk in dichte drommen over de gaanpaden, wijl de +stofferige confetti, geel en rood en blauw en wit, op de stemmig donkere +kleederen neerwirbelde en de lange veelkleurige linten der slingerende +serpentines met gracielijken zwaai, al krinkelend, door de gouden +zonnigheid der lichte lucht flitsten en midden de menigte +neerdraaiden ... + +... Hier begon de jool voor goed ... + +Kaethe bakte koeken, wiep ze handig in de hoogte, ving ze weer op, en +zingend en drinkend werden ze half-gaar en zonder suiker binnen +gesneukerd ... Soms door 't schokken van den wagen en 't danige dansen, +viel een koek op 't hoofd der mannen ... Dan gierden ze 't uit van dolle +pret, schreeuwden en schaterden wild en luid ... Welgemikte serpentines +omzwierden Lowis, die te midden der vreugde haast waardig troonde naast +zwelgenden Geerten. Ze voelde hoe de blikken der mannen rustten op heur +vollen boezem, die, wen ze met de anderen moest meespringen, vroolijk +opwipte ... + +Haar nabij stond Franske, dien Fientje niet uit het oog verloor ... 't +Meisje bleef ernstig, zag jaloersch naar de flink-gedraaide kuiten en de +weeldrig-lokkende vleeschelijkheid van de rosse. De wagen doorkruiste +heel de rumoerige stad, van tijd tot tijd stilhoudend voor een groot +koffiehuis, waar de linksche roeiers zich op andere Zondagen aan +begaapten ... Daar maakten ze dan een helsch spektakel, renden tusschen +de wit-marmeren tafeltjes door, malkander bij de schouders +vasthoudend ... In de kroegjes waar ze aanlandden, dronken ze, en bralden +schunnige liedjes ... Wanneer de avond gevallen was, werd de wagen naar +huis gezonden. Arm in arm, de mannen reeds zwijmelend, slierden ze door +de straten, baldadig gillend uit heesche kelen ... Domien, met zijn +harmonica, liep met lamme slungelig-buigende beenen en vooroverhellend +lijf, voorop, trok bij poozen een klagend-snerpenden toon uit zijn nauw +nog plooiend en rekkend speeltuig. + +Geerten, verwarmd door den drank, opgehitst door de kittelende bekoring, +die van Lowis uitging, trachtte steeds heur arm te grijpen, wilde ze +ontrukken aan Franskens indringerigheid. Heel de ploeg ging van danszaal +tot danszaal, stil-aan afbrokkelend, wijl hier en daar, enkelen met +vrienden plakken bleven zoodat de joelende hoop staag verminderde ... + +Rond middernacht waren ze nog met hun vieren: Geerten, soezerig-zeurend +in zijn bevuild en verfrommeld nachthemd--een bespottelijke dood onder +de half scheef-hangende pijpjesmuts--met 't pipsche Fientje, en Frans, +levendig opgewekt met rosse Lowis, wier lijf hij genot-vol beroerde +wanneer 't gedrang groot was ... Fientje, jaloersch, deed lief tegen +pappig-ongevoeligen Geerten, om heur vrijer te tergen ... Samen trokken +ze naar de Scala ... Geerten, wat suffend, moeilijk ademend langs den +reeds door bier-drinken en sigaren-rooken week-geworden mond van zijn +doodshoofd, liet zich meetroonen, betaalde voor Fientje. + +In de groote druk-versierde danszaal, onder de van pijler tot pijler +kartelende arabische spitsbogen, hing een muf-zware grijze lucht +doortrokken van sigarensmook en bedwelmende wijngeuren, als een dichten +nevel omwasemend de duizenden lichtpeertjes, die in vurig-veelkleurige +festoenen langs de bogen slingerden. + +Schetterend doordaverde schel-gemeene muziek de dronken-makende +atmosfeer, overschreeuwd door de rumoerende en tierende dansers ... De +hal dreunde van dubbelzinnig-liederlijke zangen stijgend uit heesche +strotten. + +Een oogenblik stond Geerten verbijsterd, dan greep Fientje hem beet, +dwong hem mee te springen, want Franske en Lowis waren reeds in den +bak ... Hij bemerkte hoe zijn medevrijer een arm om de lenden der +plezante bazin legde, hij hoorde hoe zij, het zwaar-omlokte hoofd +achterover werpend, klokkend schaterde uit volle keel, wijl Franske heur +kittelde. Om hen wirrelden wriemelende koppels in wilde bacchanale, +elkander omstrengelend en zoenend met vollen mond ... Steeds dreunde de +muziek en lawaaiden de schorre stemmen ... Om de dansruimte stonden +heeren, die de vermomde vrouwkens vastpakten en lijk ballen naar elkaar +overwipten ... De saturnale vierde hooggetij tusschen de dooreenkrielende +verbeeste menigte. + +Opeens, slaakte Fientje een kreet, trok heur geleider voort buiten het +gedrang, onder de galerijen waar prieeltjes in vuil-groen loover gebouwd +waren ten gerieve der champagnewijn zuipende wellustelingen. + +--"Geert ... Geert ... ze zijn niet meer te zien ... Franske en de rosse." + +Geerten verschrikte, kwam plots tot bezinning nu hij zich buiten den +steeds voortjachtenden dans bevond ... Zijn bloed kookte, klopte in zijn +slapen ... Fientje sleurde hem mee naar boven, waar ze zicht hadden op +heel de zaal ... + +In den rook en de walgelijk riekende wijn-dampen, tusschen de +fluwijnig-blanke of blakend-verhitte gezichten der vuig-beluste +menschen, trachtten ze de vermisten op te sporen, doch nergens +bespeurden ze 't rose bebe-kleed van Lowis noch den spannenden +veelkleurigen clown van Franske ... De tranen stonden Fientje in de +oogen. + +--"Ze zijn wellicht in de prieeltjes gekropen," sprak Geerten schor van +opwinding en jaloerschheid ... + +Samen liepen ze langs de groene looverhuisjes, die ook boven op de +gaanderij opgetimmerd waren ... Hier werd botgevierd de zinnelijke +geilheid ... In de armen van bleeke jongens, door traag opgeslurpten +Champagner opgewonden, lagen rookend en drinkend, de ver uitgesneden +kleedjes los-hangend over de losgewoelde borsten, jeugdige meisjes, 't +masker weggetrokken om vrij te laten den wulpschen, karmijn-rooden, +zoen-gragen mond, waarop de nat-bloedlooze lippen der genieters zich +vastzogen. + +Gejaagd, nauw-ademend, met loerend-ijverzuchtige blikken liepen Geerten +en Fientje, speurend, langs helsche lust-huisjes, waar door eenzelfde +opgezweepte dierlijke genotzucht gedreven, mannen en vrouwen elkander +omvingen; wijl buiten deinde de menigte der kijkgragen, met +glunder-glinsterende oogen, spotwoorden roepend ... + +Nergens was Lowis te zien ... Immer opgewondener drong Geerten verder, op +zijn beurt meesleurend 't walgende Fientje ... Nu nog de benedenprieelen +langs! + +De roeier botste op twee, heel-laag gedecolleteerde lichtekooien, die +hem uitscholden: hij hoorde niets ... 't Zweet gutste hem over 't +lichaam, hij trok het onderdeel van zijn masker stuk, hijgde naar adem. +De haren los, het fluweelen buisje door toetastende handen half van 't +lijf gereten volgde Fientje, gedwee ... Ze vonden niemand ... "Ze zijn +weg," zuchtte ze, begon bijna te weenen ... Geerten vloekte ruw ... + +Samen verlieten ze de zaal ... Ontdaan, sprakeloos, doorkruisten ze de +stad, trokken koffiehuizen binnen en uit, in doelloos zoeken. Het +motregende ... Het water sijpelde hun door de kleederen ... Geertens witte +hemd was met slijk besprinkeld ... + +Voortdurend vlotte de menigte langs de hel-verlichte straten, en 't leek +hen of er vele dagen verloopen waren sedert hun vroolijken tocht per +natiewagen door de leutig-feestvierende stad ... + +Geerten gevoelde dat hij nu overwonnen was, dat de stille strijd +tusschen hem en Franske om 't bezit der plezierige schoonheid van rosse +Lowis nu geeindigd was met zijne neerlaag ... Een oogenblik kwam de +gedachte in hem op zich met Fientje te wreken, doch ze zijlings +beglurend in het smart-verwrongen gelaat, vond hij ze te miezer en niet +begeerlijk genoeg. Thans, na de opwinding van den dag, werd hij intens +bewust hoezeer die vrouw hem diep in 't bloed zat. + +Toen de kille morgen naakte en de wandelaars schaarsch werden, liet +Fientje Geerten alleen ... + +"Ik ga naar huis zei ze, misschien is Frans daar, maar 'k denk het +niet ... 't zal wel "af" zijn tusschen ons ..." + +Treurig, sukkelde Geerten door verlaten straten van eenzaamheid. De +fijne regen druilde aanhoudend neer, deed spiegelglimmen de steenen ... +Zijn mombakkes hing af, losjes zwierend aan het bindsnoer ... Aan de werf +slenterde hij van kroeg tot kroeg, verstompend zijn denken door borrel +na borrel, tot het schuimspeeksel de lippen vieselijk bekroesde ... Van +'t gaanpad zwijmelend, gleed hij uit en viel, langsheen in 't slijk; +werd door een nachtwaker opgeholpen ... Voort strompelde hij weer, nu +eens schuivend langs vuil-vochtige gevels, dan weer knieenknikkend +zwalkend naar 't straatmidden toe ... + +Er begon beweging te geruchten in de loom-ontwakende stad ... De eerste +tram snorde voorbij, werklieden, nog slaperig, togen naar hun arbeid, +bespottend den smerigen maskeraad met de loddelijk-bengelende +doodskop-mom ... Straat-in straat-uit sjokkerde hij, in de triestige +klaarte van den smokkeligen regenmorgen. Het stadsleven ging alweer zijn +gewonen gang. Onbewust was Geerten in 't buurtje gekomen, waar Lowis +woonde ... Langsheen de huizen scherend, door al de buren nageoogd, en +van de joelende straatjeugd gevolgd, geraakte hij voor de deur van 't +kabberdoesken ... Met groote moeite trad hij de stoep op ... stootte de +deur open ... de bel relde ... Zwijmelend, van zich-af spuwend, met +verdwaasde oogen stond hij midden den reeds opgefrischten vloer der +gelagkamer. + +Daar verscheen Lowis, in haar nachtjak, ver-open op blooten blanken +boezem en Franske in hemdsmouwen. Nog voor Geert den tijd had een woord +te bazelen had Fransken hem omvangen, en Lowis de deur wijd-opengegooid. +Met een flukschen duw en een trap van de bazin, vloog Geert de deur uit, +tuimelde zwaar op de slijkerige steenen. + +Ontnuchterd richtte hij zich op, en aangehitst door de talrijke kijkers, +wilde hij de deur instampen, gelukte erin ze te ontsluiten, doch werd +door Franske terug gedrongen en met een stomp midden de borst +neergesmakt, wijl Lowis op hoonenden toon, dat allen het hooren konden, +hem achterna riep: "Vijg!!" ... + +Grommelend-vloekend, bezag hij woedend de gegrendelde deur ... zwierf dan +voetje voor voetje, machteloos-zwikkend, binnensmonds verwenschingen +lallend, verder in zijn potsierlijk maskeraden-pak. + +"Pietje de dood!" huilden gier-lachend de straatjongens en +saamgetroppelde buur-vrouwen spotten plat-weg: "Hoorndrager" ... + +Vuistdreigend keerde hij zich om ... + +"Worst!..." "Vijg!!..." "Pietje de Dood!!..." brulden de kinders, den +waggelenden roeier steeds dichter naderend om aan zijne fladderende +hemdslippen te snokken ... vluchtend wanneer hij zich omdraaide ... En +"Vijg"-roepend, grabbelden ze in den modder, wierpen met groote klodden, +die uiteenspattend tegen zijn goor plunje pletsten en erop kleven +bleven. + + * * * * * + +Eerst in den morgen van den volgenden dag werd Geerten wakker, zette +zich half recht, voelde zijn dikke tong droog in den papperigen mond, +wreef zich de nog-zwaar neerhangende oogleden en gaapte met vervaarlijke +openspalking der ruig-behaarde lippen ... Stil-aan rees hij uit zijne +verdooving, kwam bewustzijn in zijn kop. In de smerige bedompte kamer +viel schaars het zonnelicht, even beglansend den grauw-rooden +tegelvloer, met kleine vlammetjes fonkelend in de glasstolp van den +kruis-lieven-Heer op de schouw. Op de kachel stond de moor suizend te +stoomen ... + +Trees slefte rond in 't keukentje, sloeg haar vent van ter zijde gade, +wachtend op zijn eerste woord. Klappijen hadden haar den vorigen dag, +nadat ze Geerten 't vunzig-besmoezelde pak had uitgetrokken en te bed +geholpen, 't gebeurde in 't lang en breed verteld, haar den wijzen raad +gevend van deze gelegenheid te profiteeren om Geerten thuis te houden ... +Trees had heur beste kleeren aan en heur vuil donker-bestoven haar zat +strakker dan gewoonlijk in twee stijf-weg-gestreken blessen ... Ze schonk +koffie op, onafgebroken sprakeloos loenschend naar Geerten wiens tanige +verwilderde kop, terug neergezakt was in 't kussen ... Eindelijk nam ze +een kop, spoelde ze gauw uit, goot ze boordevol koffie, bracht ze haren +man ... Die ongewone vriendelijkheid verwonderde hem, deed hem zacht-aan +en meesmuilend slurpte hij met groote slokken den drank, die klokkend +spoelde door zijn bier-vuile keel ... Plots Trees aankijkend, taalde hij +verbaasd: + +"Hedde-gij, verdraaid uwen besten tenue nu niet aan ... Pruttige?..." + +--"Ja, Geerten ..." + +--"Wel, God van maranten, zoude niet omvallen en ter eere van wat +Heilige?..." + +--"'t Is moeder-zaligers sterfdag en ik moet naar den dienst, in de +Preekheeren ... dat weet ge toch wel ..." + +'t Leek hem de moeite niet meer waard, daarop te antwoorden. Allemaal +centen weggesmeten, meende hij, en liet Trees betijen zonder naar heur +om te zien, tot ze eindelijk vertrok na lang zoeken in eene half uit-de +kast hangende lade, om heuren paternoster te vinden ... + +--"Zijt gij nog thuis, straks, wanneer ik terugkom?" vraagde ze ... + +--"'k Weet niet ... 't Gaat u niet aan ... Salut! en den wind van +achteren!..." + +Wanneer zijn vrouw weg was, sprong Geerten 't krakende bed uit, begon +zich te wasschen in een grooten emmer koel water ... 't Was hem een +weelde de frissche nattigheid over rug en harige borst te laten +stroelen, en proestend spoelde hij zijn zeep-schuimenden ruigen kop, dat +de haren recht stonden in dikke klisjes bijeen-geplakt ... + +Nu was hij heelemaal opgeknapt en onder het eten der dikke met margarine +besmeerde brood-hompen, kwamen als een martelende obsessie de +herinneringen aan 't gebeurde van den vorigen ochtend in hem opdringen. +Geerten had verdriet, nu hij wist hoe het onvermijdelijke gebeurd was: +tusschen hem en Lowis was alles gebroken en uit. + +Kauwend op zijn pruimpje zon hij op wraak, doch het bleek hem weldra +bespottelijk zijn plannen te volvoeren. Het hielp toch niets dat hij +Fransken paars en blauw sloeg of de ruiten van 't kroegsken ging +ingooien ... Aan zijn vroegere onoverwinnelijke kracht was hij, sedert +het gevecht met venijnigen Charel, allengskens gaan twijfelen. Wat zou +die lachen en leute hebben om zijn ongeluk ... Hij hoorde hoe de anderen +meevooisden: "Dats rats in mijn voeten" ... Franske mocht doen wat hij +verkoos: immers 't was een jongman, en dat hij Fientje Mossel zitten +liet was een dagelijkschheid, waarover na een wijle, de ratelende tongen +wel zouden zwijgen. Zoo redeneerend, besloot Geerten van zich maar in +het ongeluk te schikken. Iets anders nam hem nu heelemaal in en dat zou +worden zijn wraak ... op Lowis en schoon Franske ... den Venijnigen en al +de andere luizen: nu zou hij zijn moteurken welhaast bezitten. + +Kort na 't geval met het in stilte verschacherde vat wijn, was hij in +onderhandeling getreden met een constructeur voor 't bouwen van een +sierlijk bootje, en daags voor vastenavond-nog, had hij toegeslagen en +een voorschot aan den wantrouwenden handelaar afbetaald ... + +Wanneer Geerten aangekleed was, trok hij naar het werkhuis om den bouwer +spoed te doen maken, want hij wist wel dat hij voortaan bij de andere +bootjes-roeiers niet meer in tel zijn zou ... + +Iederen morgen bijna, ging hij nu kijken hoever 't met zijn moteurken +stond, en wijl hij nu geen geld thuis bracht, dwong hij Pruttige Trees, +elken dag met haren stootwagen vodden te gaan rondhalen in de stad ... 's +Avonds moest ze 't geld, dat de opkooper haar betaalde voor de vuile +lompen, aan Geerten aftellen en wanneer ze te weinig aanbracht, raasde +hij vloekend en dreigend ... + +Op een namiddag deed hij zijne oude roeiboot op een steekkar thuis +brengen, begon ze dan op te schilderen ten-einde ze te kunnen +verkwanselen, want in zijn ijver om 't mooiste moteurken te hebben had +hij er versieringen doen aanbrengen, die den prijs ervan deden stijgen +boven 't bedrag waarover hij beschikte ... + +Trees waagde niet uit te vorschen waarom Geerten niet meer roeien ging; +ze meende dat hij zich schaamde over zijn belachelijk avontuur met +Lowis, want voor haar bleef de aankoop van 't moteurken een geheim. + +Nu ze 't oude roeibootje liggen zag, op de binnenplaats met de +versch-geteerde zwartglanzende kiel in de lucht, durfde ze eindelijk te +vragen aan Geerten, die ijverig-borstelend de boorden licht-rood +kleurde ... + +--"Wat zijt-ge nu van zin, Geert, met uw bootje"?... + +--"Verkoopen," snauwde hij norsch ... + +--"En dan"?... + +--"Verrekt", klonk het nurksch-kort-af ... + +"Brengt maar eens thuis," voegde hij er bevelend aan toe, veegde dan +heel voorzichtig de schel-roode verf uit, profijtelijk-kauwend op een +ouwe pruim, speeksel spritsend links en rechts in vuil-donkere vlekken +op de grijs-blauwe steenen ... + +Van tijd tot tijd nu, trok Geerten de Schelde over naar Sint Anna, waar +hij den huisbewaarder der Yacht-Club bezocht, met hem hernieuwend de +kennismaking van vroeger toen ze samen als lichte matrozen vaarden op +den "Devonshire" ... + +Sluw-royaal trakteerde hij, nam den Bart in vertrouwen, deelde hem mee +hoe hij in 't geniep een motorbootje liet maken, vroeg of hij hem zou +aanbevelen bij de heeren der Club, om hen over te brengen, wanneer zij +in den zomer naar op-stroom-gemeerde zeilscheepjes wilden komen ... +Vreugdevol staarde Geerten nu de toekomst in, die hem tegenlachte, gul +en veelbelovend ... + +Op een avond, keerde hij, in-vroolijk, bijna uitgelaten, terug van den +constructeur, die hem 't bootje had laten bekijken ... Kant en klaar was +het, alleen moest het nog wit-geschilderd worden en van rood-fluweelen +zitbankjes voorzien ... Heel helder zag hij de ranke slanke lijnen van +den scherpen boeg, en de fijne buiging van de flink-stevige kiel, waar, +heel van achter, het kleine drie-bladige schroefje aangebracht was. Nog +een week geduld en 't bootje zou door 't Scheldewater klieven ... + +Peinzend en zinnend beende hij, door oude gewoonte gedreven, langs de +straat, waarin de Plezante bazin woonde. Voor het huis was het zwart van +bijeengedromd volk ... Nieuwsgierig naderde Geerten ... Hij hoorde 't door +elkander roepen van twee hoog-schelle vrouwenstemmen, opjoepend boven 't +gelach der omstanders ... Hij herkende de taal van rosse Lowis, was een +oogenblik ontroerd, naderde toch om te zien. + +De plezante bazin, schoor-staande op beide uitgespreide beenen, de armen +wijd-open, versperde met heur zware gestalte de heele deuropening ... + +--"En ge zult er niet binnen," krijschte zij, uitdagend ... + +--"Smerige rosse hoer"!!... + +In de pletsende klaarte der hel verlichte vitrine stond Fientje. Snel +vingerde ze in heur kapsel, dat slierend losgolfde op haren rug, greep +een paar haarspelden, en heesch-vloekend, wipte ze op Lowis af, poogde +haar 't aangezicht van-een te krabben. + +De rosse schoot naar heur aanvalster toe, greep ze bij de hangende +haren, trok er-mee, woest sleurend dat het meisje van pijn gilde. Met +brusken armzwaai klauwde Fientje de bazin door 't van inspanning +hoog-paarse gelaat, dat het bloed langs heur kaken biggelde ... "Daar +leelijke smots!" ... "Allemansgerief" ... Lowis wilde de tierende vrouw +omklemmen, doch zij verweerde zich dapper, greep de bazin in 't roode +haar, dat de dikke vlechten uit-een vielen, trok met een sprong de mooie +valsche krullen af, smeet ze op den grond, tot groote jool der gapers ... + +--"Wat is hier te doen, baaske?" vroeg een juffrouwtje aan Geerten ... + +--"Twee wijven die vechten" ... + +--"Waarom?" + +Zonder antwoord te geven, bang de aandacht te trekken, nu vooral wijl +hij Fransken uit het portaal der herberg springen zag om de twee +worstelende harpijen te scheiden en partij voor Lowis te kiezen, trok +Geerten voorzichtig af ... + + * * * * * + +Weldra was het overal bekend dat Basse een moteurbootje in de maak had +en er eerstdaags mee op de Schelde verschijnen zou. Dit nieuwsje +verwekte onder de bootjesroeiers een opschudding van belang, vooral toen +ze vernamen dat de "Vijg" op aanraden van Bart van de Yacht-Club in alle +Vlaamsche en Fransche kranten eene advertentie had doen plaatsen, +waardoor hij beleefdelijk verzocht om de gunst van 't publiek, en zich +ter beschikking van ieder stelde voor 't maken van vaartochtjes aan +billijke prijzen, op den stroom. Ze vermoedden wel, dat Geerten den Bart +lekker had mogen betalen voor die hulp, maar 't gaf hun tevens de +zekerheid dat de mededinging nog scherper worden zou. + +Rik-Schampavie-zelf, duchtte Geertens concurrentie, het meest wijl hij +nog steeds iedere week geld aan den baas uit 't Feschken afkorten moest. +Er ontstond van lieverlede eene toenadering tusschen de ploeg van Rik en +de gewone roeiers. Geen dag ging voorbij of er werd over Basse gesproken +in dreigende woorden, en iederen morgen verwachtten zij er zich aan het +spik-splinternieuw moteurken te zien wegtuffen, sierlijk snijdend door +'t groene Scheldewater. + +Vooral schoon Franske smaalde op zijn vroegeren makker, dien hij nu +haatte en vreesde tegelijkertijd, wijl hij hem verdacht Fientje te +hebben opgestookt tot het opstootje, waar de vuurrosse schoonheid der +plezante bazin, zoo deerlijk gehavend was uitgekomen. Hij was ook +naijverig, in stilte bang dat Geerten zijn oude plaats in 't hart der +veranderlijke Lowis, terug innemen zou nu hij met zijn motorken meer +geld verdienen kon ... Vloekend en tierend, zette hij bulderend, de +anderen aan het bootje bij de eerste gelegenheid de beste te +vernielen ... + + * * * * * + +Door de koepeling der doorschijnend-blauwe mei-morgenlucht, waarin +zweefden de roomige wollige wolken-vlokjes, goudomboord en flossig, +vloeide 't heerlijk jeugdige zonnelicht, de heele ruimte doortintelend +met glanzende klaarte, gloeiend op de vergulde tinnen der hooge huizen +en kristallijnig flonkerend in de opsprinkelende waterdroppels boven de +schuimstrepen, die zachtziedend uitlijnden achter de staag-forschig +malende schroef van een wegstevenend stoomschip ... + +Rank-wit, sierlijk vlug schoot Geertens moteurken door de opkammende +bobbelbaren beschubd met kwijnend-gouden lichttintelingen, door elkander +wemelende schakeeringen van veranderlijke kleuren: licht zee-groen +vervloeiend tot diep-hemelazuur teer-blank gestreept ... Zijn bootje +huppelde blij en gezwind op de hobbelende golven, die achter den loggen +stoomer uitwaaierden, tegen den oever klotselend verstierven ... +Heerlijk, overmoedig-jong, klonk het doffe tuf-ontploffen over den +wiegelenden vloed, werd door de kaaien teruggekaatst ... + +Langs den scherpen boeg sprong het water op, gleed kabbelend op-zij, +vloeide in gesmijdige lijning terug omlaag, langs de blanke flanken, in +de diepe barenwemeling, werd eindelijk tot wit-opborrelenden +schuim-staart geslagen door 't onzichtbare schroefje ... + +Met volle kracht, bij kort klare knallen van den motor, scheerde het +rijzig-lijnende vaartuigje over de deining als een witte meeuw, drijvend +met langs het lichaam gestrekte vlerken, keerend en wendend, +lenig-slank, brekend den opsprinkelenden golf-slag, die het een +oogenblikje, zacht-veerend dansen deed ... Zoetjes dobberend sneed het +door de ruischend-bruisende wriemeling der rolle-bollende baarkens ... + +Geerten had daar juist zijn vijfden klant overgebracht, en nu vond hij +er een danig genot in zijn moteurken te doen heen en weer varen, midden +de zon-overgoten rivier ... + +Eene overzetboot paddelde voorbij ... + +De menschen op het dek oogden het mooie op wippende scheepje na, dat +Geerten dwars-door 't vaarwater stuurde ... Traag, onder 't forsche +buigen en strekken van spierig-pezige armen, schoven roeisloepjes over +den stroom, moeilijk vooruitkomend tegen het opkomend tij, dat de +vaartuigjes altijd afdrijven deed. + +Schoon Franske, keerde terug van Sint-Anneken. Zijn bootje was leeg ... +Regelmatig plonsden de riemen in 't water, deden duizenden +zon-doortintelde druppels opstuiven bij elken slag ... Zijn plat-bodemig +schuitje was log en zwaar, moeilijk om te besturen. + +Tuffend kwam Geerten aandrijven, klievend door de meevloeiende +strooming. Franske stuurde zijne boot dwars voor 't moteurken ... +Plots-opschrikkend, wilde Geerten opzij-wegschieten, doch de vloed +voerde hem mee en met een doffen knots botste hij met groot geweld op +Franskens schuitje, dat koppeken onder deed, weer boven kwam ... De motor +stond stil, pufte niet meer ... + +Franske was overeind gesprongen, een riem hoog-opgeheven, vloekend ... +Met een forschen armzwaai bonsde de roeispaan op den half-verdekten boeg +van 't moteurken, sloeg een diep bosselende bluts in 't zink, deed de +afblottende verf in schilfers rondspringen. + +Woedend, schor-schreeuwend greep Geerten zijn noodriem, die in 't bootje +lag, zette zich schrap-schrijlings op 't rood-fluweelen zitbankje, +zwierde met uitgestrekten arm zijn riem boven Franskens kop ... Van den +oever kwamen roeibootjes aanvaren, snel voortbewegend onder de +dubbel-krachtige slagen der nieuwsgierige mannen ... "Zoo rap hadden ze't +nu toch niet verwacht" ... + +Met een fellen slag verbrijzelde Geerten den riem in Franskens hand ... +De brokken ploften in 't water en van den hevigen schok wiegewaagden en +dobberden de bootjes, wild stijgend en dalend ... Ras vatte Fransken zijn +tweede roeispaan, hakte er geducht mee op 't witte vaartuigje, dat bij +elke wiegeling water schepte. + +Al de roeischuitjes lagen samengeschoold om de worstelende mannen, wier +machtige gestalten flink-omlijnd, pezig-stoer, klaar-afgeteekend stonden +op de ijlheid der zon-doorgloeide meilucht. De kampers repten geen +woord, hijgden van inspanning, elk oogenblik vreezend den noodlottigen +houw, die hun deinend bootje zou doen kapseizen ... De kijkers riepen, +hitsten hen op lijk vechtende honden. Op de wandelbruggen, op de dekken +der schepen, aan de kade, verdrongen zich de toeschouwers, staarden met +verwonderd-angstige blikken. De hevelende kranen, stonden een pooze +roerloos met in de lucht den bengelenden last aan den stijf +uitgestrekten arm, en gedurende een oogenblik, hing ongewone stilte +boven den rimpelenden stroom, waarover laaide in slinger-strepen +vloeiend goud, de pure straling van 't zonnelicht. + +Geerten bukte zich, den ruig-behaarden kop intrekkend tusschen beide +schouders, wipte dan weer recht, kapte als een bezetene op Franskens +schuitje ... + +Plechtig-bijna, hief Franske de zware roeispaan krampachtig met beide +handen omkneld, omhoog, wijl zijn bloeddoorloopen oogen uitpuilden in 't +roodblakende toorngezicht, zijn nekpezen als koorden spanden, en zijn +spieren dik-bolden; liet nu brusk den riem met volle kracht neerbonken +op Geertens schoft. 't Moteurken sloeg op-zij en met een plof plompte +Geerten 't water-in, dat hoog opspatte in iriseerende droppels ... + +Basse's kop, kwam even boven ... Uitgestoken armen klampten hem vast, +wierpen hem in een bootje, dat naar de stad terugvoer ... Onderwijl was +'t moteurken midden kokende schuimbobbeling van 't hevig woelende en +wentelend-kolkende water, gezonken zonder dat een der roeiers er een +vinger naar uitgestoken had ... Franske bereikte al flikkerend 't +Vlaamsche Hoofd ... + +Geerten even tot bewustzijn teruggekeerd, had een wijle de visie eener +groote wit-bepleisterde kamer waar in 't licht-gekleede mannen hem warm +in wollen dekens rolden, dan hem neerlegden onder zwart-linnen kap van +'t wiegende wagentje, dat hem naar 't gasthuis vervoerde. + + * * * * * + +Heel lijze sleepten de dagen voorbij en werden tot sleur-gelijke eenzame +weken en eindelooze maanden voor Geerten, lijdzaam-wachtend de talmende +genezing, die hem soms niet-wenschelijk scheen, want 't leven leek hem +nu wreed en somber, weeig van leegte en liefdeloosheid. Toch kwam de +beternis stillekens-aan ... en toen hij rechtzitten kon en de heele zaal +overkijken, waar nog vele lijders worstelden tegen de krankheid, haakte +hij ernaar hier weg te zijn, uit die mokerzware muffe ziekteatmosfeer. + +Regelmatig kwam Trees hem bezoeken en ook soms Sophie, zijn zuster, die +druiven meebracht. Zoo vernam hij dat Lowis op trouwen stond met schoon +Franske, die haar "zoo" gemaakt had ... fluisterde men ... 't Deed hem +geen pijn: zijn geest was dof en voos. Alleen de prediktoon van Sophie, +welke hem berispte om zijn vroeger slecht leven en hem voornemen deed +zich nu eens voor goed te beteren, hinderde hem geweldig ... Zijn +moteurken was verloren ... zijn krachten gebroken, 't roeien zou nu +onmogelijk wezen ... Wrevelig-smartelijk tikkelden die gedachten +voortdurend in hem op, deden alles donker-dreigend en triestig +schijnen ... + +Eindelijk op een mooien Oogst-morgen, daverend van goud-glarienden +zonneschijn, trillend van roerlooze warmte, mocht Geerten 't benauwende +gasthuis verlaten. + + * * * * * + +'t Avonde ... De laatste bloedstrepen vergloorden, en over de diep-azuren +lucht kwamen donkere voolen zweven, waarop twinkelden, heel zwakjes nog, +enkele sterren, goud-sprinkelingen gelijk op zwaar-fluweelen +mantel-sleep ... + +Tusschen de boomen der lanen hing de zoelte nog loom en drukkend ... Met +zijn samengerolden mantel over de schouders, zijn dunne kleederen +flodderig-hangend om 't vermagerde lijf, de groot-kleppige klak diep +over den fel-vergrijsden smal-geworden kop, toog Geerten naar het +verre-weg liggende zeilschip, waar hij nacht-waak had gekregen door +tusschenkomst van zijn schoonbroer, den waterklerk ... + +Hij klopte zijn vunzende pijp uit tegen zijn schoenzool, stapte dan +verder, de haven toe ... Voor hem, tusschen de donkerte der stofferige +boomkruinen, zag hij vagelijk spitsen hel-gele of blanke masten, waaraan +kruisten de raas, dik van opgerolde zeilen ... + +Met tegenzin ging hij naar zijn post ... Nu woonde hij met zijn vrouw, +aan wie hij beterschap beloofd had, op een vlierinkje in eene der +dicht-bevolkte naar gebakken haring en smout stinkende volkswijken der +binnenstad. Dat leven van overdag slapen in een dof kamertje, snikheet +en vuil, en 's nachts waken op een doodstil schip, midden de treurige +eenzaamheid der nachtelijke dokken; dat hondenbestaan vervloekte hij ... +De komende nacht zou zijn 'lijk al de vorige: een gruwel voor hem, een +stille marteling zonder einde, door niets-gestoorde verlatenheid waarin +'t harde blaffen van een heeschen hond, 't schorre toeten van een +sleeper, of 't verre ratelen van een kraanketting groeien tot +reusachtige geluiden, galmend over de diepe-donkerheid van 't onbewogen +water waarop strepen, hel-oranje gloeden van gaspitten of krinkelen +rilde lichtlijntjes van twinkelend-sterrende lantaarntjes in onzichtbare +mastspitsen ... + +Geerten sufte, had wee naar zonnelicht, spetterend-dansend op de +golvenwiegeling, warm-doorfonkelend de ijlheid der ruimte, kletterend +tegen de vroolijk-wit geschilderde scheepskajuiten en blekkend in de +klare vensterruiten der huizen langs de kade, waar de bries speelsch +voorbij suist licht en blij als een zomerzonnekind; jagend de +goud-omrande, nauw-omkrullende wolkjes door het teer-blauw azuur, van +sparkelend vuur doorgensterd ... + +Geerten ging en zijn schreden werden traag en loom ... Hij trok een brug +over, zag de lichters dicht tegen elkander aangedrumd, klaar tot +uitvaren ... In de verte, aan 't einde der breede straat, waarin de +gaspitten een voor een aan-flapten, hoorde hij het zagend-hijgen eener +harmonica, die poogde opgewekt te zijn en te beheerschen het lawaaierig +zingen van mannen en vrouwen ... 't Groepje naderde dansend ... Ze liepen +met koppels ... 't Zal een houwelijk zijn, peinsde Geerten, zich +herinnerend dat het Zaterdag was. + +Met een schok, of hij in-eens ontwaakte, herkende hij de tenorstem van +Franske en 't hoog-schelle gil-geluid van Kaethe ... + +Vandaag waren ze dus getrouwd, Lowis en Franske ... hij zou ze zien, ze +moesten hem voorbij ... hij wilde terugkeeren ... Ze hadden hem reeds +bemerkt ... 't Kon niet anders, want hij bevond zich in 't pletsende +licht der toonraam van een kruidenierswinkel. + +Lowis hing aan Franskens arm, ze was dikker geworden, en heur lijf +zichtbaar zwaar ondanks de prangende keurs ... Ze stonden voor hem, +zwegen ... wijl de harmonicaspeler 't marsch-deuntje deed overgaan in den +tragen rhythmus van een sleependen wals ... + +--Dag Geert, taalde Lowis, luchtig, stak hem de hand toe ... + +De anderen waren reeds voorbij, bleven wachten en riepen, wenkend met +hoofd en armen: + +--Allez mannen! manne-en!... + +--Gaat g'-er mee een snappen, Geert," vraagde Franske meelij-gevoelend +met den slappen man voor hem ... + +--'k Moet gaan waken ... + +--Toetoetoet!... Kom-op!... + +Geerten ging mee ... Al zijn goede voornemens vielen weg, in zijn +zwakheid dacht hij niet meer aan haat of vijandschap ... + +Het gansche troepje trok binnen in het drankhuis op den hoek ... Fransken +betaalde een rondeken, en nog een, en nog een ... Onderwijl walsten +getuigen en bruid de stoelen omver ... Ze werden al lustiger en lustiger: +hunne oogen schitter-straalden van danige jolijt ... willen of niet moest +Geerten omtollen met Kaethe ... + +"'nen Redowa," kondigde de harmonicaspeler aan ... + +Onder 't dansen zwierden de rokken van Lowis, fel-afteekenend de ronding +van heur zwangeren schoot. + +Geertens hart werd warm ... 't Was nog beter zoo ... hij was te oud voor +zoo'n flinke deern als de rosse ... toch speet het hem, niet meer te +zullen genieten de zoete innigheid van haar weelderig lichaam ... Met een +stevigen borrel jenever was de emotie ras doorgespoeld ... + +Wanneer Franske zijn vrouw op heur plaats bracht, klopte Geerten heel +familiaar en met oolijke oogen, waarin pretglimmingen vonkten, Lowis +eventjes op den ronden buik, spottend roepend: + +--"Bedod! voor dien erin zit!" + +De heele herberg doorschaterend klonk het dol-uitgelaten lachen der +heele bende--de mannen pletsten op hunne billen met een krakenden vloek +van bijval, de vrouwen gierden hun plezier uit, onbedaarlijk, of +pootig-vrijpostige mannen hen onophoudelijk kriebelden ... en met +toegenepen oogen en wijd-opengespalkten mond in 't van louter leute +stuipachtig vertrokken gezicht, brak de harmonicaspeler den teemenden +redowa af met een oorverscheurenden-wanklankigen kwak ... + + + + +EINDE. + + + + + + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Geerten Basse, by Lode Monteyne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK GEERTEN BASSE *** + +***** This file should be named 12008.txt or 12008.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/2/0/0/12008/ + +Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/12008.zip b/old/12008.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..21bc962 --- /dev/null +++ b/old/12008.zip |
