summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/11467-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '11467-0.txt')
-rw-r--r--11467-0.txt9298
1 files changed, 9298 insertions, 0 deletions
diff --git a/11467-0.txt b/11467-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8d9685a
--- /dev/null
+++ b/11467-0.txt
@@ -0,0 +1,9298 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***
+
+ VERHAAL
+
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT
+
+ DE SPERWER
+
+ EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN
+ HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK
+
+ DOOR
+
+ HENDRIK HAMEL
+
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK
+
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+
+ 1920
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+VOORBERICHT
+Gebruikte afkortingen
+INLEIDING
+JOURNAAL
+BIJLAGEN:
+
+ I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen
+ II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen
+ III. Gegevens betreffende schepen:
+
+ A. Het jacht de Sperwer
+ B. Het jacht Ouwerkerk
+ C. Het quelpaert de Brack
+ D. Het schip de Hond
+
+ IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea
+ V. Personalia:
+
+ A. Nicolaas Verburg
+ B. Cornelis Caesar
+ C. Iquan
+ D. Martinus Martini
+
+ VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65
+
+BIBLIOGRAPHIE
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR
+BLADWIJZER
+
+
+PLATEN:
+
+
+Facsimile van de eerste bladzijde van het HS
+Facsimile van een gedeelte van het HS
+Kaart van de tochten van Hamel
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan
+is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het
+door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk
+te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij
+landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim
+twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing
+en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige
+rijk en zijne bewoners.
+
+Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar
+verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat
+hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te
+vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan
+een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot
+de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat
+ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen
+van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra
+mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is
+gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen,
+ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom
+de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar
+oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van
+het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.
+
+Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel
+nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke
+niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden,
+noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich
+zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er
+vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats
+is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van
+de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden."
+
+Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne
+belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger
+Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie"
+voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff,
+heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne
+zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van
+het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van
+Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn
+geweest.
+
+Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel
+van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt
+en belangstelling vindt.
+
+Den Haag, 1920. B.H.
+
+
+
+GEBRUIKTE AFKORTINGEN.
+
+
+Dagr. Bat.
+Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts India.
+
+Dagr. Jap.
+Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan,
+eerst te Firando en later te Nagasaki.
+
+Res.
+Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië.
+
+Gen. Miss.
+Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII.
+
+Patr. Miss.
+Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische
+Regeering.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht
+der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en
+gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken
+zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren
+van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden
+nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis
+van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het
+waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden,
+gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke
+op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun
+wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken,
+omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van
+ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en
+nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre
+hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang
+in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea,
+was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer".
+
+In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa
+[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2],
+die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook
+geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit
+"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie",
+een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt,
+discretie ende cloeckheijt" [4].
+
+Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen
+vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die,
+onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen,
+de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering
+was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte
+minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval
+was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden
+waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7].
+
+Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke
+ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het
+ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde
+te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden
+dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten
+de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag
+te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt".
+
+Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone
+van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou
+wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China
+tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven,
+zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en
+zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft
+de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet
+ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's
+bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In
+1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed
+een einde te maken.
+
+Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering
+van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de
+Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten
+vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming
+aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel
+Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12].
+
+Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren
+en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar
+[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen" [14].
+
+Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker
+een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken
+staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne
+familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn
+transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was
+dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge"
+naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te
+laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef
+en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de
+behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan
+"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18].
+
+Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer"
+misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus
+"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden
+Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht
+de reis ondernomen [19].
+
+Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende
+tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was
+uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21].
+
+Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te
+hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte
+schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis
+naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen
+enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de
+veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in
+den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie
+het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het
+"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.
+
+Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het
+hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet
+te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer
+omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan
+dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+
+Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de
+Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden
+daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25],
+bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende
+eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden
+hadden dankbaar gestemd te wezen [26].
+
+De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27],
+zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht
+toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin
+van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat
+eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op
+een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich
+hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September
+1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van
+"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven
+der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders
+[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze
+acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren
+bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot
+een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch
+land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan
+was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren
+lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het
+leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het
+eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van
+Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan
+dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt
+bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord
+waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden,
+van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een
+landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in
+Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het
+vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia
+was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden
+Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia
+[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op
+den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld
+zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip
+aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij
+hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34].
+
+Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo
+werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten
+[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een
+vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van
+den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen,
+konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen
+nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel
+de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om
+bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar
+(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde
+maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op
+de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November
+1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40].
+
+Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik
+Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland
+ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn
+zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan
+"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel
+en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven
+monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven
+schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden
+noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld
+dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde"
+[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou
+hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard
+door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in
+het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van
+bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen.
+
+De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen
+zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.
+
+Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn
+gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de
+gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers
+zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel
+[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul
+op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad
+van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van
+gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage
+toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki
+waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage
+met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de
+goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48].
+
+In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit
+commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder
+hen verdeeld [49].
+
+De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing
+onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six,
+de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio
+van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus
+officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien
+van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te
+Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche
+gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven
+schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te
+danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53]
+en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar
+Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en
+September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten,
+den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd
+dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren,
+was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die
+het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land
+der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf
+voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of
+Nederlander geleek" [55].
+
+De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan
+het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat
+de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia,
+werd aangehouden [56].
+
+Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om
+Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door
+ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den
+27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar
+Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij
+Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker
+tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge
+zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59],
+terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou
+hebben gebracht [60].
+
+Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet
+te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669
+was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept
+[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs
+minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in
+het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over
+Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche
+bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is
+geworden [62].
+
+Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer
+blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en
+zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige
+geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van
+[65].
+
+Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij
+hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer"
+nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij
+mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering,
+hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.
+
+Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat
+zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen
+verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de
+Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van
+het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen
+en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea
+was bijgebleven.
+
+Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen
+[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand
+nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer
+Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië
+niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden
+omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren
+over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte
+te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit
+rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het
+Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met
+"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar
+en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan
+"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook
+is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in
+de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de
+Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs,
+dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam
+[68].
+
+Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in
+het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter
+inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van
+uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden
+ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te
+lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in
+het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen
+als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen
+in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over
+Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk,
+zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs
+de eenige van zuiver westersche herkomst.
+
+De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn
+werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de
+Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden
+te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij
+evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld,
+heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar
+dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt.
+
+Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad
+in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen
+over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In
+den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel
+is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders
+die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en
+gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te
+zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens
+elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde
+schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet
+over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal.
+
+In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger
+geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft
+kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die
+in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als
+zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier
+Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam,
+die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester
+Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd.
+
+Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft
+gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea
+in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij
+begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt
+hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met
+de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl
+hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by
+d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de
+inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede
+de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent
+Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't
+eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt:
+"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron
+is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche
+woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland
+zelf daarmede was aangeduid.
+
+De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op
+eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande
+ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht" [81].
+
+Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal
+diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben
+gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd
+waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig
+voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich
+zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen
+is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die
+beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een
+paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde
+[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in
+Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave
+zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan
+het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen
+de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar
+onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen.
+
+Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche
+vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het
+nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan
+de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van
+eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87],
+zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn
+Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.
+
+Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.
+
+In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's
+Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig
+[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in
+handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande
+dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's
+Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit
+Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een
+exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande;
+om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten
+dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het
+vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven.
+
+Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal
+bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer
+Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het
+"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective
+quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn,
+Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende
+Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij
+respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en
+wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven
+maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister
+gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de
+Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree,
+sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666."
+
+Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89]
+en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk
+zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren
+aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als
+van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de
+samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de
+aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap
+nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk,
+zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden
+zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de
+ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het
+Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan
+een ander is toegeschreven.
+
+Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift
+is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.
+
+Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen
+het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening
+in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de
+Indische Regeering heeft aangeboden?
+
+Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.
+
+Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki,
+zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het
+opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in
+de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666)
+[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven
+door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het
+vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou
+afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan
+zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig
+hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk
+den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen
+de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan
+de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand
+gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor
+die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht
+aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen,
+welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91].
+
+Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld,
+door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan
+naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens
+de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde
+hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen
+echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte
+verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich
+niet zal hebben schuldig gemaakt.
+
+Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan,
+maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije
+vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia
+oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden
+van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.
+
+Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk
+heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen
+sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren
+gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is
+veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze
+nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte
+Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op
+zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke
+van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst
+valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor
+dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt
+afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de
+oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst
+door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de
+verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten
+dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens,
+ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen.
+
+Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden
+en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het
+eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld
+en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord
+zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd
+en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen
+enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor,
+door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij
+hunne aankomst te Nagasaki.
+
+Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald,
+is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te
+weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's
+tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou
+het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen
+had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn
+Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings
+weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden
+gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist
+zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en
+zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een
+oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven
+wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt;
+de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt.
+
+Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid
+en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders
+heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek
+dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat
+hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea
+gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao
+1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op
+de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip
+toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is
+aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel
+dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning
+aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist
+hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan
+een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van
+de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's
+avontuur te boek heeft gesteld.
+
+De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet
+wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders
+worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd
+naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog
+de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats
+van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet
+groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van
+een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige
+beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke
+verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin
+van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen
+schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis
+gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is
+geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel
+was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98],
+hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden
+neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen
+dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer
+bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij
+voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp
+zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo
+verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien
+al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren
+des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99],
+hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer
+in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen
+aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea
+tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende
+hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt
+gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere
+armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat
+stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om
+tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen
+wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest
+geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen,
+maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting
+is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op
+te maken.
+
+Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben
+gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden,
+maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
+boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en
+heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals
+een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen [102].
+
+Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen
+van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst
+bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten
+op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend
+heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van
+zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat
+zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen
+toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104]
+en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij
+die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor
+de overige op zijn woord te gelooven.
+
+Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan
+te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in
+de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal,
+hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen
+is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn
+genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben
+verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk
+op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea
+ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving
+de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk
+valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf
+voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid,
+daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke
+gegevens ten dienste staan.
+
+De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten
+voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd
+om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken
+met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel
+uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste
+nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend
+bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis
+voor Hamel's geloofwaardigheid [106].
+
+Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van
+land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in
+lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne
+beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor
+dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken
+[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in
+Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft
+van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf
+aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken
+daar te lande [110].
+
+De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot
+uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had
+op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de
+havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners,
+Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112].
+
+In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en
+latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog
+[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag
+met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd
+nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen
+den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden
+welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een
+gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad
+van den Keizer van China als suzerein van Korea [115].
+
+Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea
+geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding
+vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar
+herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen
+onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in
+hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten
+dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun
+verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's
+Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende
+weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht
+aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen.
+
+Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer
+met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen
+voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor
+oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar
+de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking
+tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot
+ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier
+vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood;
+schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch
+in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun
+geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging
+van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben
+eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld.
+
+De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van
+het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie
+ten goede kwamen [120].
+
+Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.
+
+Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten
+en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners
+van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de
+eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij
+van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche
+zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in
+zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste
+berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland
+omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen.
+
+Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden
+Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123]
+(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman
+was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het
+eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen
+gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126],
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van
+den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook
+het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610
+[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter
+verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest
+om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea",
+waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later
+[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis
+geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker
+[129].
+
+Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest
+aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor
+geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis
+welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover
+misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren
+bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen
+Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het
+krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in
+de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben
+gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648
+niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben
+afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor
+het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar
+Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent
+de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend
+dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een
+avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt
+van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners
+en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons
+bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135].
+
+De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land
+Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid.
+
+Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige
+voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met
+Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te
+Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde
+schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch
+anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting
+konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene
+onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China
+en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken
+voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138].
+
+Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van
+het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche
+land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in
+Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken
+dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan
+zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben
+geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard
+gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan,
+heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en
+Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor
+goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het
+jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143],
+is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het
+geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar
+zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht.
+
+Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter
+sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo
+[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van
+Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw,
+destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in
+die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar
+een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd
+[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden,
+de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146].
+
+Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat
+Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is
+eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men
+vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer",
+van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148].
+
+"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene
+aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam
+zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier
+Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der
+17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart
+was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen,
+van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en
+geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt
+voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip
+zal hebben ontleend.
+
+Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de
+wateren van Oost-Azië bevaren.
+
+Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de
+Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack"
+[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de
+Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640
+uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het
+vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia
+aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype
+luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs
+zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee
+of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII
+spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot
+'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t'
+Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t'
+Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt
+door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was
+als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip
+was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als
+het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van
+deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden
+en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden
+("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
+
+Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering
+van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas
+kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na
+aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het
+koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam.
+
+Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten
+volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan
+had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen
+verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen
+uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen
+[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de
+komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer
+zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen
+ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in
+den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren
+handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat
+van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan
+Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te
+Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot
+de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar
+met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel
+de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk
+te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel
+gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer"
+in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar
+over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen.
+
+Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt
+om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.
+
+Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de
+Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit
+over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog
+toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek
+waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet
+kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden
+genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao
+en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking
+Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar
+doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158].
+
+Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In
+hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het
+roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de
+kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van
+de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk
+zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland
+een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch
+ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige
+Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van
+den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet
+zou worden vergemakkelijkt.
+
+De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland
+[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding
+te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit
+Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa
+vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met
+rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te
+Batavia van zelf [163].
+
+Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa"
+was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat
+de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester
+gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit
+zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als
+adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die
+taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al
+was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene
+maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan,
+liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand
+van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.
+
+De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn
+betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of
+van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland
+is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige
+ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het
+Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie"
+op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie
+tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert",
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt
+[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis
+van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168]
+waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders
+bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
+waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden,
+is die van Joan Blaeu van 1687 [170].
+
+Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt
+aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid
+dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert
+de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit
+"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het
+geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind"
+en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten
+kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na
+1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden
+met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila,
+kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit
+gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.
+
+Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten
+wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben
+met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger
+tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar
+wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke
+rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171].
+
+De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht,
+evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien
+een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht
+van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de
+aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder
+welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan
+nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het
+woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals
+"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen
+zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en
+"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van
+luipaard. [172]
+
+Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis
+kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
+
+Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen
+hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik
+Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij
+op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in
+1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651
+met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den
+6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175]
+en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176].
+
+Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa
+verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur
+Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en
+tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd,
+oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen
+op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"
+[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië
+gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan
+de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens
+tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f
+ 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de
+bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot
+f 30 pr maand werd verhoogd.
+
+Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670,
+toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland
+was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het
+licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar
+Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is
+door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en
+aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan
+en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië
+en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den
+12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren
+uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van
+Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht
+Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179].
+
+Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de
+oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om
+door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar
+zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen
+[180].
+
+Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen
+zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal
+aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk
+veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de
+verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal
+opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers
+van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren
+eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen
+aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch
+schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de
+tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne
+lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams.
+
+De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte
+stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik
+gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief,
+eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie
+in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden,
+wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar
+ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken
+van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke
+hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien
+inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.
+
+
+
+
+
+JOURNAAL
+
+
+[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen
+Raaden van Nederlants India.]
+
+Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van
+'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve
+Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en
+ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int
+selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van
+die natie ende gelegentheijt van 't land.
+
+Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden
+van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en
+Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl
+gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer
+een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende
+op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen
+ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr
+ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert;
+naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden,
+sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen,
+om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.
+
+Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.
+
+Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht
+bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t
+selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat
+bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt
+een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert
+den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij
+[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip
+verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer
+(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren
+vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te
+sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs
+strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte
+comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden.
+
+Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq
+verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden)
+stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen,
+als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende
+onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen;
+hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte.
+
+Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde,
+sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen
+beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte.
+
+Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden,
+sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door.
+
+Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten,
+gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.
+
+Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met
+verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen
+conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh
+slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen
+regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het
+meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op
+'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen.
+
+Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende
+malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een
+hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met
+pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door
+de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet
+anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen
+den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191]
+ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel
+los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te
+verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te
+maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck
+slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over
+quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was,
+eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende
+'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een
+weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge
+der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te
+wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]]
+over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee
+spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192],
+riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent
+een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten
+regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten
+terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193],
+dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen
+stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick
+met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh;
+degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden
+om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer
+betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende
+waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.
+
+Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog
+eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog
+ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor
+den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de
+meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int
+vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt
+leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te
+overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij
+sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in
+spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier
+uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant
+gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam
+ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft
+doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen,
+die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige
+victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten,
+doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken)
+aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een
+vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met
+een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam;
+waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte
+vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was;
+tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo
+veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met
+malcanderen voorden regen te schuijlen.
+
+Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al
+na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer
+weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste
+was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int
+minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent
+een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam
+steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een
+musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en
+deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet,
+maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met
+malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij
+eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn;
+tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die
+ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
+
+Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen
+den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten
+bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre
+staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199]
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals,
+waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer
+hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck
+was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden
+tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen
+haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien
+souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden,
+maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al,
+dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient
+bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den
+overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij
+malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie
+hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]]
+welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten
+ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij
+verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen;
+nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand
+geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om
+ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae
+'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij
+malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te
+eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden
+'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202].
+
+Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen
+ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden;
+de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland
+(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede
+een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de
+klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende,
+smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren
+ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap
+bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
+
+Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't
+yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee
+stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote
+als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen
+wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van
+neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons
+tweemael daegs wat eeten.
+
+Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat
+ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te
+worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden;
+de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int
+bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen
+hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie
+gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen,
+sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent
+een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de
+toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen
+dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die
+om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste
+in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende
+soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent
+Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen
+in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal
+dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.
+
+Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten,
+aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen,
+het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206]
+sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland,
+bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor
+'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten
+dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude
+gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer,
+oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen,
+ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen
+van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort
+was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de
+voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten;
+een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een
+groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck,
+ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij
+vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij
+conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet
+hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde;
+terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer
+4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht;
+alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met
+beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet
+conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een
+wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden
+was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten;
+liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot
+onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog
+de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten
+daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck
+water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man,
+soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des
+Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij
+na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te
+doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx
+'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over
+zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven
+aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs
+mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer
+konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende
+cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx
+bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont,
+ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels
+voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te
+vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden
+met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten
+ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin
+soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan
+gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam;
+liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens
+mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.
+
+Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman
+ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem
+comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon
+te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot
+nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck
+ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders
+van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende
+naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer
+Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was,
+zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan
+Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt
+'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck
+naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant
+gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met
+de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door
+gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij
+'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden
+hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant
+gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat
+hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert
+gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende
+hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde
+malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer
+Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen,
+zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij
+senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden
+versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke
+troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen
+niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van
+een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was
+te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders
+tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren
+geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met
+ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en
+volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons
+voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den
+eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur
+gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den
+eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen,
+om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten,
+ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende;
+liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen
+hadden hem bekent te maken.
+
+Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten
+mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur
+liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden
+weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere
+kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te
+behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen,
+gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter
+daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel,
+liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was,
+dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste
+land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden
+wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter
+haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle
+de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.
+
+Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met
+een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort
+dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude
+den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen,
+den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste
+versach om vordere clachten te mijden.
+
+[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen
+gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs,
+geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat
+indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb
+garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses
+man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven
+alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de
+tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven
+inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende
+of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende,
+conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van
+April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie
+vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben;
+een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't
+getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande
+honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden,
+dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren.
+
+Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer
+vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting
+[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde,
+ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede
+te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck
+die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant
+dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden
+was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer
+mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende
+[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen,
+door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos;
+die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap
+niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij
+met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van
+de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort
+gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na
+de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een
+ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse
+bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort
+te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent
+ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting
+om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222],
+voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs
+gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur
+gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen;
+den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten
+van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande
+andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende
+straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet
+vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde,
+waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn
+vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen
+was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock
+ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick,
+boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent
+een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen
+ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden.
+
+Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12
+a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende
+binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van
+daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende
+door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op
+varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer
+Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront
+ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan
+verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer
+volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en
+koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq
+opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden,
+bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen
+daerse rijs planten.
+
+Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot
+blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen
+daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende
+eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off
+'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet
+hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door
+dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck
+waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende,
+gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren
+gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder
+zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts
+onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten
+ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden;
+des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt
+gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij
+malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was
+aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts
+is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert
+'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande
+stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken
+te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent;
+des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad
+genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden
+dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer
+hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231];
+nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen
+dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233];
+naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen
+savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden
+Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder
+vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor
+een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen,
+alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen
+savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt
+vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert
+vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238],
+gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen
+daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten
+des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio
+[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff
+hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen
+inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt;
+naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende
+dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243]
+ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren
+ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde
+stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden
+ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck
+aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht
+
+zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse
+Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen,
+van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren,
+dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]]
+senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te
+geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree
+vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt
+zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat
+hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen,
+singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier
+ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet
+om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken
+ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs
+worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247]
+van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70
+cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op
+onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat
+voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters
+uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap
+[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot,
+met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem
+mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx
+dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6
+maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen,
+ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des
+maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij
+den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees
+(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den
+veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare
+wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee
+stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien,
+ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij
+veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende
+kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van
+'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen
+geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen,
+door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken,
+ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor 't geckje hielden.
+
+[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt
+te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans
+gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te
+worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op
+een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq,
+waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier
+houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt
+voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen
+kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den
+2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven.
+
+Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande
+stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.
+
+Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende
+hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255]
+ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor
+de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met
+malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout
+halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was,
+'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende
+moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest
+Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever
+willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257]
+gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen,
+ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van
+'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo
+den winter daer mede door.
+
+[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben;
+wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer
+den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van
+Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om
+branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant
+daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse
+gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende
+soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden
+opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende,
+stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants
+voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie,
+dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor
+volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]]
+offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op
+den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen;
+wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt;
+voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer
+niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten
+onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om
+dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen
+opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport
+gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door
+storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren,
+belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven
+tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter
+gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck
+ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma
+gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude
+openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en
+de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na
+de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na
+eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende
+bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen
+doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de
+gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259].
+
+In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij
+den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen
+den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland
+weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom
+onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck
+best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip
+was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een
+matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder.
+
+In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende
+quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende
+op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter
+2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen
+eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in
+een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken
+ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende
+in haer lant te houden [261].
+
+[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder
+om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel
+bewaren.
+
+[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael
+geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden
+ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om
+ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet
+wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste
+ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste
+seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een
+van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo
+lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck
+de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq
+openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede
+luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was
+ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende
+was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens
+ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer
+leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer
+daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij
+passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer
+over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende,
+hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van
+veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen
+van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij
+voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer
+swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262]
+gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs
+smaents toe leijde.
+
+Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken,
+bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een
+mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen
+sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't
+laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben;
+wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren,
+passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en
+paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq
+geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende
+aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken,
+ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt
+Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is
+de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van
+die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx
+brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste
+overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't
+verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons
+te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent
+[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.
+
+In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen
+hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren
+om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe
+logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij
+tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte
+raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.
+
+[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over
+eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last
+opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene
+man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van
+groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in
+hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als
+de inwoonders.
+
+In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons
+vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten
+'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen,
+twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo
+in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en
+sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.
+
+In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste
+met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders
+aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde,
+dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met
+'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door
+'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op
+handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om
+wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen
+schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het
+selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende
+rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien,
+alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een
+half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor
+leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij
+ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen,
+ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer
+droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij
+buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel
+sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door
+te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom
+een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen.
+
+[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden,
+ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen
+weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde
+ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog
+alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven
+'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het
+een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr
+was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij
+beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont,
+te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan
+zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel
+op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't
+gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.
+
+[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met
+consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in
+des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp,
+sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270]
+sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den
+ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig
+nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet
+verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben.
+
+Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont
+een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen
+ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij
+ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de
+vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het
+navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas,
+door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas
+uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen;
+conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert
+door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden
+reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen
+storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen,
+alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden
+en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken
+ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen
+door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en
+arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272],
+bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van
+de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273].
+
+[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt
+is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en
+N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a
+75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275],
+heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276]
+ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden
+aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen,
+door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck
+ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de
+menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent
+25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer
+Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst
+toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer
+voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande
+West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt
+aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande
+noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant
+gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare
+zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als
+andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden
+December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh
+[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn,
+ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in
+ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan
+nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben
+aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare
+zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van
+d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude,
+ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons
+volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien
+dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw
+mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om
+laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer
+sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet
+te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met
+garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de
+coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke
+quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man
+haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise
+[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese
+en Japanders verhandelt wort.
+
+Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283],
+hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen,
+sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen
+particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte
+dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en
+slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben,
+ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden
+Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder
+aanden Coninck vervallen.
+
+Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d'
+vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden,
+alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende
+soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die
+heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn
+capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier
+vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende
+yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op
+schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den
+Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn
+landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer
+geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen
+'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende
+storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben
+musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh;
+elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende
+soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters
+onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op
+'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese
+worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben
+mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten,
+sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op
+schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden,
+'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn
+dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen
+zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen
+wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx
+dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven,
+hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te
+brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een
+vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff
+een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden;
+slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer
+mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt
+ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen
+wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout
+ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666
+aan onsen admirael gesien hebben [289].
+
+Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij
+vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met
+raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck
+in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer
+leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen
+alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot
+hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende
+vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de
+meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer
+tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te
+dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van
+alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren
+dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten.
+
+Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den
+Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt;
+heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte
+zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest
+tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer
+eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck
+haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer
+de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder
+naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de
+oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden
+die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst
+daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle
+cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters
+en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden
+ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en
+soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.
+
+[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet,
+die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten,
+worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden
+tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs
+weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert
+te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige
+sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken
+wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft,
+gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die
+vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer
+voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende,
+naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock
+aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen
+ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet
+in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was,
+ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden
+sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove
+in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te
+meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben,
+een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den
+Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen
+gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende
+slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't
+geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght,
+wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde
+gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen,
+tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer
+gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn
+vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen
+gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over
+niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer
+Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen
+worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een
+cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere,
+nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij
+de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den
+overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele
+lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel
+gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden
+buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe
+staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens
+onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde
+vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot
+somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht
+met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden
+rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders,
+door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft;
+die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2
+a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt,
+ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het
+opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt
+en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de
+kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien
+om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene
+gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter
+doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse
+van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een
+stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand
+breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer
+sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter
+ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken
+off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3
+a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen,
+totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die
+worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de
+knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op
+d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij
+een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken
+een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten
+soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen
+sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen,
+strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte
+op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een
+enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst
+nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand
+breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de
+doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger
+dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje
+de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als
+'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende
+rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght;
+de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer
+sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294].
+
+[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten
+belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie,
+maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele
+weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen,
+achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand
+'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen
+eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer
+dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij
+aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden
+ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te
+zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen
+comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer
+reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met
+vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende
+nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer
+te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel
+doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee
+mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende
+andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn,
+leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie
+bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn,
+ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10,
+20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder
+huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen,
+mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de
+misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij
+onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet,
+alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als
+'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden
+niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij
+opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper
+papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt,
+worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx
+papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de
+gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden
+te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet
+eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair
+ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren;
+diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde
+billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair
+wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo
+dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen
+moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen
+[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel
+te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense
+voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor
+hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen
+sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen,
+twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij
+haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen;
+daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen
+der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende
+mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten
+ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de
+papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer
+vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte
+tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij
+seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door
+'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen,
+door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met
+hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters,
+alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen,
+ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve
+meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden,
+wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx
+stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van
+gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende
+grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen
+Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300].
+
+Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien
+yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs
+met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest
+met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een
+muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op
+houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven
+worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en
+van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit
+papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm
+[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer
+met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh,
+boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen
+cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder
+huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren,
+nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten
+hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn
+is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen
+en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand
+mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben
+gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te
+doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq
+en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten
+ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]]
+tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als
+'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden
+wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een
+of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten
+wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor
+de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden
+vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
+
+Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde
+lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte
+vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen
+gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs,
+tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen,
+soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als
+hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn
+vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders
+ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met
+malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al
+had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen,
+maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is
+geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende
+den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft,
+sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in
+huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten
+in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a
+3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de
+huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen
+die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als
+slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man
+d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen,
+waerover dit lant soo vol menschen is.
+
+D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen
+dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel
+onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende
+dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot
+grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is
+te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]]
+uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is
+een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om
+de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort
+[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van
+haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden
+bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie
+om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij
+denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't
+selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste
+gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert
+te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt
+soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn,
+alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert,
+om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden
+bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck;
+dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer,
+door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede
+vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die
+sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven
+eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als
+'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel
+van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat
+wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen,
+moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde
+kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh
+reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt
+connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over
+haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren
+rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening
+waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende
+een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen;
+mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen
+te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen
+niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange
+rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op;
+om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw,
+wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft
+met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt
+waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes
+d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen
+haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als
+daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs
+de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken;
+sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen
+bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en
+comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol
+nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt;
+sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs
+van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens
+van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse
+begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer
+clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden
+'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel
+vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen,
+de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden
+dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende
+hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4,
+5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer
+voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van
+steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende
+wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310],
+dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben;
+daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet
+doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en
+op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren,
+'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.
+
+Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't
+gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft
+den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen
+tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80
+jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen
+doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer
+altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen
+sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311]
+d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden.
+
+Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]]
+natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen,
+men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn
+stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen
+schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een
+coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden
+en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste
+goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende
+seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde,
+ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een
+vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat
+over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert
+vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander
+Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't
+ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen
+soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is
+mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese
+schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn,
+deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle
+broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet
+sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen;
+sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck
+zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp
+daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe
+gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt,
+dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen
+d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge
+te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken;
+de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met
+vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte
+is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende.
+
+Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder
+malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't
+eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie
+hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper,
+sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen,
+met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht
+worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in
+Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin
+ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over
+lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote
+coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen
+ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn;
+de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314],
+elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel
+met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere
+granen.
+
+Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was
+vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt
+om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen
+ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is,
+ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen;
+dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit
+ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij
+Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316],
+dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte
+Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de
+Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq,
+alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende
+planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst,
+soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom
+nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck
+gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende
+nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden
+worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht
+wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan;
+Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer
+oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer
+maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende
+rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet
+en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen
+noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden
+en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken.
+
+Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de
+zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken;
+als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende
+meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen
+[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant;
+de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors,
+wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte,
+aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel
+om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo
+den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.
+
+De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden
+aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene
+man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt,
+den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te
+swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs
+goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen,
+doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte
+is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China
+gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote
+en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan.
+
+Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten;
+stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte;
+d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen,
+den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers
+sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert
+worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen,
+katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte,
+swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels,
+arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen,
+fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven,
+met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet.
+
+Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer
+spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om
+te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen;
+spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten
+ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte
+principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese
+wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende
+de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't
+loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs
+gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man
+niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren,
+doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer
+licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet
+alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel
+geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken
+reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't
+opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in
+veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte
+andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende
+diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse
+niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen,
+elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met
+lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet;
+weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen
+d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen
+malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt.
+
+Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte
+lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers
+vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect
+vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs
+vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een
+secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten
+cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben,
+'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen
+is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer
+ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer,
+welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij
+haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde
+daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte
+andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste,
+'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op
+voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste
+uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand
+ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden
+aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster
+open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger
+sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert,
+moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten,
+waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit
+van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet
+den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem
+[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet;
+daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen
+in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de
+straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a
+3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters
+comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325].
+
+[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin
+van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende,
+veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste
+conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt
+meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die
+in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt
+nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten
+bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer
+conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse
+vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste
+wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten.
+
+Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien
+[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit
+verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen,
+huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren,
+'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in
+een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen
+te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen
+[329] tot groote blijschap verandert.
+
+Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken
+en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren,
+dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een
+stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in
+een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij
+des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die
+aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]]
+een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden
+op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer
+brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande
+provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont
+van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen
+als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man
+te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae
+sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een
+straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende
+swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont
+voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen,
+door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten,
+int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de
+beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te
+last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen
+te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij
+suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden
+als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden
+nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig
+inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden,
+dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om
+wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude
+continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten
+naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel
+te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30
+dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen
+deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden
+bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664,
+dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte
+tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder
+eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende
+belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden
+deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs
+te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij
+bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons
+soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet
+mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen
+hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende
+groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen,
+daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E:
+opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij
+om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels
+sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden
+alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen
+daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige
+menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent
+ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx
+opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel,
+lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen,
+wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft
+ende voor sijn leven wegh gebannen.
+
+Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met
+staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander
+int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende
+[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat
+den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als
+mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters
+en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat
+haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij
+avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant
+leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op,
+behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven,
+te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke
+teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den
+Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren;
+d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen,
+wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op
+dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert
+ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde
+twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335]
+
+[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best
+om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten;
+hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde
+ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den
+Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen;
+onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van
+hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de
+gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met
+malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens
+in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int
+leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven.
+
+[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder
+quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een
+grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel
+vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt
+seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe
+ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten
+verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken
+gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den
+Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn
+vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden
+voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag
+gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende
+[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen,
+quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen,
+die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer
+sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie
+souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke
+vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij
+van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met
+bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat
+ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons
+geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan
+sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als
+anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop
+ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae
+wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren,
+maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer
+aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel
+den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't
+jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam
+ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te
+[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer
+viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn,
+ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder
+haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef,
+den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde
+scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest
+omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen
+sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.
+
+In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d'
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck
+was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden
+ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met
+'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben,
+ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde,
+ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel
+te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen,
+alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn;
+sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen,
+willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt
+en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx
+van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen;
+vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman
+ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met
+cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde
+mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met
+'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende,
+wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer
+t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen;
+die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg
+cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh
+ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot
+man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden
+hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese
+meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende
+wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle
+'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo
+'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was,
+onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman
+wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus
+Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien
+ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden,
+die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende
+mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig,
+was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen
+dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven
+bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder
+gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al
+weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder
+ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen
+over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van
+branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het
+ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water
+ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg
+waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren,
+ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende,
+d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde,
+cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en
+lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt
+vreese oft een wacht mochte geweest sijn.
+
+Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son
+wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt
+vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent
+'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt
+den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt
+d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt,
+waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.
+
+Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse
+eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren,
+soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende
+alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons
+onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren,
+seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om
+in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst
+seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt.
+
+Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de
+eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen),
+om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des
+naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag,
+maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter
+agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte,
+de wint van agteren, den geheelen nacht door.
+
+Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest
+hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in
+zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee
+gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij
+genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te
+crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam;
+half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende
+aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren
+ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons
+ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als
+zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet
+had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie
+uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met
+stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden,
+maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken
+ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince
+vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse
+eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken
+en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken
+ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden;
+quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer
+vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp
+al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde,
+ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog
+een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende,
+dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten
+leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen
+malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al
+gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden
+dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat
+trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het
+niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam
+daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort
+alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de
+derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij
+Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky
+waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden
+souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren,
+ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen,
+waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen
+quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op
+een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen,
+om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter
+gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.
+
+Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg
+ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van
+toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten
+'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer
+in droog te sitten.
+
+Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs
+lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't
+eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen.
+
+Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in
+sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen
+'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee
+groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant
+gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over,
+ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde
+baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker
+ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen;
+waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder
+daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs
+presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.
+
+Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van
+'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347]
+hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur
+overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht,
+ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons
+als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer
+dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel
+ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde,
+belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen;
+daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de
+Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel
+onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer
+voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen
+segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet
+genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt
+ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft
+verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige
+verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken,
+waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.
+
+[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende
+den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de
+schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.
+
+Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde
+gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder
+voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349];
+sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht.
+
+
+Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste
+ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet
+daer op geantwoort.
+
+Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.
+
+2.
+
+Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.
+
+dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm
+die vijf dagen duerde, hadden verlooren.
+
+3.
+
+Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut
+op hadden.
+
+Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.
+
+4.
+
+Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de
+gelegentheijt van dien.
+
+Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer
+volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.
+
+5.
+
+Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest
+waren.
+
+Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan
+gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur
+d'heer Verburgh te verlossen.
+
+6.
+
+Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie
+doen alhier opperhooft was.
+
+Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr
+Coijet als doen regeerende opperhooft was.
+
+7.
+
+Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven.
+
+Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten.
+
+8.
+
+Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden.
+
+Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+[[42]] goets, gaven ons eten en drincken.
+
+9.
+
+Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen
+ofte op de Chineese cust te rooven.
+
+Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.
+
+10.
+
+Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.
+
+Niet dan Compes dienaers.
+
+11.
+
+Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve
+naer toegebracht sijn.
+
+Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door
+den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in
+d'stad Sior.
+
+12.
+
+Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.
+
+Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen
+nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in
+alles 90 mijlen van malcanderen.
+
+13.
+
+Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen
+hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.
+
+Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen.
+
+14.
+
+Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.
+
+Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog
+sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.
+
+15.
+
+Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.
+
+Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.
+
+16.
+
+Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is.
+
+Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360
+steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden.
+
+17.
+
+Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien.
+
+Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan
+naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij
+gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land
+te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren,
+dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam,
+waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den
+oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.
+
+18.
+
+Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh
+was.
+
+De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren
+niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert
+van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was.
+
+19.
+
+Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.
+
+Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige
+cleijne stuckjes.
+
+20.
+
+Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.
+
+De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte
+eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt
+van victualie voor drie jaren versien zijn.
+
+21.
+
+Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.
+
+Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.
+
+22.
+
+Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.
+
+Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen,
+brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent.
+
+23.
+
+Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+[[44]] te brengen.
+
+Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer
+manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen
+te laten.
+
+24.
+
+Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.
+
+Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden
+staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier.
+
+25.
+
+Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.
+
+Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.
+
+26.
+
+Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.
+
+Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van
+paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen
+en schoenen.
+
+27.
+
+Offer veel rijs ende andere granen wast.
+
+Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge
+jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662
+meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen,
+alsoo daer geen rijs door de coude can wassen.
+
+28.
+
+Offer veel paerden ende koebeesten zijn.
+
+Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog
+bleef continueeren.
+
+29.
+
+Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere
+plaetsen eenigen handel dreven.
+
+Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie
+hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin.
+
+30.
+
+Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.
+
+Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden.
+
+
+31.
+
+Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]]
+
+Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene
+man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn
+waerdije, rijst ende andere granen.
+
+32.
+
+Wat handel sij op China drijven.
+
+Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede
+sijde stoffen.
+
+33.
+
+Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.
+
+Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen
+geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere
+mijnnen hebbe niet gehoort.
+
+34.
+
+Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.
+
+De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.
+
+35.
+
+Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is.
+
+Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.
+
+36.
+
+Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.
+
+Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne
+gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.
+
+37.
+
+Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont
+ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer
+overleden sijn.
+
+Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs
+en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen;
+in die tijt storven elff man.
+
+38.
+
+Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.
+
+[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een
+stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck
+'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5,
+Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado.
+
+39.
+
+Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is.
+
+Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.
+
+40.
+
+Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren.
+
+Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever
+eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven.
+
+41.
+
+Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+'t ander volcq zijn wegh geloopen.
+
+Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden
+opgestempt [350].
+
+42.
+
+Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.
+
+Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs
+most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen.
+
+43.
+
+Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.
+
+Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet
+soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven
+volcq wedersent.
+
+44.
+
+Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+
+Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet
+en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden
+Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.
+
+45.
+
+Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.
+
+Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde
+natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere
+natie niet wilde bekent hebben.
+
+46.
+
+Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.
+
+Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.
+
+47.
+
+Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.
+
+Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.
+
+48.
+
+Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.
+
+Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden.
+
+49.
+
+Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.
+
+Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen.
+
+50.
+
+Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.
+
+Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat
+bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.
+
+51.
+
+Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.
+
+Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten.
+
+52.
+
+Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.
+
+Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.
+
+53.
+
+[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor
+deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn.
+
+
+ Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren.
+ Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: -
+ Jan Claeszen Cock ,, 49: -
+ woonende inde stadt Namman.
+ Jacob Janse quartiermeester ,, 47: -
+ Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: -
+ Claes Arentszen Jongen ,, 27: -
+ In Saijsungh
+ Sandert Basket bosschieter ,, 41: -
+ Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: -
+
+
+54.
+
+Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben.
+
+
+ Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren.
+ Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: -
+ Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: -
+ Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: -
+ Gerrit Janszen: do ,, 32: -
+ Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: -
+ Benedictus Clercq jongen ,, 27: -
+ Denijs Govertszen: do ,, 25: -
+
+
+Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666.
+
+Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende
+nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder
+voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.
+
+Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.]
+nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer
+op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen,
+om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia
+te vertrecken.
+
+Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende
+vertrocken uijt de baij van Nangasackij.
+
+Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden
+Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen
+heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt
+onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.
+
+[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte
+van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen,
+welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al
+des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht
+wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende
+dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den
+Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste
+coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen,
+alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door
+dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden,
+ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men
+het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende
+oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen,
+voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande
+Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is.
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN
+
+
+I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier
+tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur
+Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op
+een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen
+vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d'
+eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden;
+gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de
+omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van
+te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer
+verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht
+van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van
+alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm
+den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen,
+zijnde dese acht personen genaemt
+
+Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen
+voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent.
+
+Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen
+voor schiemansmaet.
+
+Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor
+jongen met 5 gl.
+
+Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen
+in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent.
+
+Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in
+India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs.
+
+Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor
+jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens.
+
+Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in
+'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent.
+
+Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen
+voor jongen a 5 gl. ter maent.
+
+'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't
+lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren
+diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren,
+dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude
+vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant
+aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert
+en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils
+van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer
+sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer
+geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten
+welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt
+Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren,
+uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt
+van daer in huijs gelaten, sijn genaemt
+
+ Johannes Lampen van Amsterdam assistent
+
+ Hendrick Cornelisz van Vrelant
+
+ Jan Claes van Dort, cock
+
+ Jacob Jans van Vleekeren
+
+ Sander Boesquet van Lith
+
+ Jan Jansz Spelt van Uijtrecht
+
+ Anthonie Uldircksz van Grieten
+
+ Claes Arentsz van Oostvoort.
+
+Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij
+ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen
+dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck
+dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te
+becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden
+bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock
+schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit
+volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor
+dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer
+Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken.
+
+Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto
+door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens
+haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of
+se bij vrunden of vijanden quamen.
+
+'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck
+van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en
+wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen
+is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck
+bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt
+en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben,
+ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer
+verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander,
+geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb
+hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op
+'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque
+door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde,
+en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn
+geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee
+andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders
+dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren
+wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen
+was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't
+leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte
+Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in
+Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm
+Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665
+tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in
+Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).
+
+b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken
+(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken
+off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier
+aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert
+afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog
+geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht,
+ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese
+arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't
+welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia.
+
+c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle
+Heeren Raden van India.
+
+Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den
+passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt
+gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden
+8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben
+helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte
+schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt
+met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op
+gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen
+8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt
+wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.
+
+Nangasackij adij 18en October anno 1666.
+
+Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel
+Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725).
+
+
+Rapport.
+
+d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker
+Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert
+door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan
+met mijn verschijning van daer op Batavia.
+
+... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen
+van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia
+gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer
+13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser
+arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien
+den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt
+Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve
+plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre
+van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde
+of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen
+de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde
+van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch
+geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet
+daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere
+joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt
+'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te
+moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben
+van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen
+doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke
+conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in
+'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten
+mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725).
+
+In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is
+aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan
+boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18
+October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport".
+
+In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18
+Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet
+twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen
+die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende
+'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts
+laten comen".
+
+
+Dagregister Japan.
+
+e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren
+comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij
+aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa
+hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde
+moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt
+Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende
+gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat
+vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons
+met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte
+Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den
+boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren
+gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en
+wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren
+van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't
+lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren
+etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden,
+wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden
+door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te
+weete comen.
+
+f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa,
+alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude
+bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten
+gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds
+zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155).
+
+g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver
+de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt
+Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden
+wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte
+geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.
+
+h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij
+aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't
+ontslaeken der Corese matrosen.... over.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer
+regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de
+Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage
+van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol
+campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia
+gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren.
+
+Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen,
+zullen mogen vertrecken.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.
+
+j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij
+Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige
+dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie
+connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer
+hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d'
+selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over.
+
+
+Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.
+
+k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen
+geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese
+eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden
+jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij
+de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om
+met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare
+gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden,
+Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen,
+maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te
+slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen
+van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde
+geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet
+meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de
+'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen.
+
+
+Generale Missive, 25 Jan. 1667.
+
+l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen
+vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't
+Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich
+aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen
+seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland
+nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat
+aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8
+gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen
+sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen
+verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij
+ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen
+Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op
+'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck
+aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven
+en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt
+sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n
+September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te
+gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).
+
+
+Generale Missive, 23 Dec. 1667.
+
+m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer
+goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt)
+de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse
+van daer den 23 October vertrocken waren....
+
+De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw
+alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek
+(Japan). Kol. Arch. no. 1152).
+
+
+Patriasche Missiven. [359]
+
+20 Nov. 1667.
+
+n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de
+Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer
+tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all
+van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht
+in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de
+gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude
+connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde
+voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven,
+haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen.
+
+22 Aug. 1668.
+
+o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't
+jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer
+aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28
+daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert
+sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel
+die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het
+verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij
+daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie
+hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout,
+Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren
+als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat
+de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van
+het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off
+het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext
+van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een
+besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot
+den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende
+de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de
+Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste
+sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens
+het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op
+Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie
+bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert
+en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't
+selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle
+denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te
+laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden
+lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent
+die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen
+ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken.
+
+
+
+Resoluties Heeren XVII. [360]
+
+10 Aug. 1668.
+
+p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat
+seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen
+geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen
+uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt,
+constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de
+pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh
+daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits
+desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn
+en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz.,
+uijt de Hooftparticipanten.
+
+11 Aug. 1668.
+
+q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende
+in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en
+geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock
+gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben
+betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van
+de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren
+en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van
+het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all
+vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve
+overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte
+Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert.
+
+13 Aug. 1668.
+
+r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
+voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
+het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
+Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
+van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
+lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
+gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
+sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
+dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
+daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
+den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
+hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
+in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
+somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
+
+
+Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300.
+Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
+Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
+Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
+Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
+Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
+Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
+ ------
+ f 1530.
+
+
+
+
+II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Nagasaki.
+
+a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants
+Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders
+van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan
+anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn,
+van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te
+comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij.
+
+16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven
+Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert
+anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des
+Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert,
+bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht
+Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden
+warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der
+mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van
+Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet
+ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten,
+drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien,
+mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat
+ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck
+door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde,
+die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot
+nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven,
+nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden.
+
+17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de
+Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van
+'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de
+frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse
+naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening
+tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer
+te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor
+deden bedancken.
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666
+overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den
+jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der
+Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de
+verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge
+met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362]
+volgen sullen.
+
+c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven
+Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits
+het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa
+gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob
+Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant,
+schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit
+van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen
+Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen
+[363].
+
+
+Generale Missive, 13 Dec. 1668.
+
+d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in
+Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer
+verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was,
+dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening
+om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen,
+dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit
+hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht
+dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers
+den Japander ten minsten ook groot respect draegen.
+
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.
+
+e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September
+verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen
+geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is)
+door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't
+Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck
+op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan
+UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende,
+de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't
+noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van
+seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij
+een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten,
+maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de
+Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het
+zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.
+
+Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen
+Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen
+handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de
+bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van
+die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten,
+soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de
+vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten,
+sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om
+gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot
+van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij
+wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder
+seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen,
+sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de
+rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht
+te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken
+quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge
+van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen,
+dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt
+toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en
+de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten.
+
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+5 Oct. 1669.
+
+f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo]
+alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven
+Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ...
+
+Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo
+seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den
+jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing
+van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde,
+soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen
+als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle
+van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval
+is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en
+behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle
+naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't
+bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen
+en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal
+(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie
+met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven
+off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren.
+
+Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben
+hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen
+ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven
+wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar
+eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar
+met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen
+die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen
+gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar
+quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich
+daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo
+nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen
+dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar
+voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van
+desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe
+verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium
+alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen,
+die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over
+dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht
+ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout,
+peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout
+als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert,
+maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van
+importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast
+soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft
+'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven)
+geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt
+sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden,
+waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van
+'t rijck wellight op volgen mocht.
+
+19 Oct. 1670.
+
+g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen
+en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie
+voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten
+zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de
+Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden
+gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen
+voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant
+verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668
+op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden
+mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover
+oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge
+van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht
+maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden,
+tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan
+den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons
+des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn
+Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in
+Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden
+daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover
+hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde
+bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden
+deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan
+niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen
+daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck
+Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen
+de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem
+daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde
+geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden
+Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse
+Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen,
+waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in
+te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten
+conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent
+vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren
+wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een
+ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de
+Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote
+costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te
+connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen
+te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen
+gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse
+regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens
+mochten moveren.
+
+.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die
+dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden
+als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman
+Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798).
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.
+
+h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt
+oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van
+5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet
+qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij,
+hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de
+600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien
+wegh in Japan gevoert zijn geworden.
+
+
+Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
+
+i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt,
+Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met
+het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt
+verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest
+sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt
+van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar
+daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende
+lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject
+genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch
+eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert
+volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert
+(Kol. Arch. no. 256).
+
+
+Patriasche Missiven.
+
+j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht
+van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen
+besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
+
+k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in
+Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel
+een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de
+Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't
+voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn
+aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout,
+voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang
+wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om
+daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù
+die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het
+bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden
+gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh
+van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
+
+
+
+III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.
+
+
+A. HET JACHT DE SPERWER.
+
+1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
+van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
+de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
+en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
+Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
+ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
+in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
+Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
+1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
+naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
+1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
+Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
+dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
+en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
+terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
+te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
+de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
+Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
+1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
+16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
+Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
+van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
+
+In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
+lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
+of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
+aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
+Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
+le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
+op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
+
+2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
+hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
+
+Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
+bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
+mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
+Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
+gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
+terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
+besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
+de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
+voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
+te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
+stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
+om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
+op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
+in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
+
+Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
+de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
+zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
+te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
+mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
+Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
+oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
+zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
+aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
+bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
+de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
+
+Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
+in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
+naer Taijouan te bevorderen.
+
+Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
+dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
+oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
+deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
+en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
+overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
+oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
+zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
+coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
+ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
+insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
+plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
+selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
+de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
+over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
+Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
+waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
+hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
+een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
+Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
+
+In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
+van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
+
+3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
+becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
+Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
+Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
+buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
+geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
+Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
+daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
+hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
+ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
+
+Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
+naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
+montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
+
+
+ 20007 cattijs poetsjoek
+ 20037 cattijs aluijn
+ 3000 stucx elantshuijden
+ 19952 stucx Taijouanse hertevellen
+ 3078 stx steenbocx vellekens ende
+ 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
+
+
+.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
+Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
+fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
+VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
+sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
+gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
+Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
+te demitteren....
+
+.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
+427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
+daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
+sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
+de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
+
+4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
+schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
+welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
+was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
+[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
+dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
+mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
+de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
+Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
+arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
+combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
+dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
+de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
+op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
+'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
+onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
+ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
+want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
+dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
+
+.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
+naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
+Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
+verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
+Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
+
+5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
+VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
+jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
+'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
+sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
+daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
+ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
+ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
+winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
+als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
+van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
+
+6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
+Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
+nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
+soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
+een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
+die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
+sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
+gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
+zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
+een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
+nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
+van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
+(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
+'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
+sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
+dan al te gewis houden.
+
+... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
+f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
+noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
+de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
+sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
+ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
+
+7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
+Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
+wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
+Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
+moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
+die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
+wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
+het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
+sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
+en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
+uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
+
+17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
+"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
+besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
+te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
+subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
+verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
+Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
+Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
+
+Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
+de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
+het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
+19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
+het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).
+
+
+B. HET JACHT OUWERKERK.
+
+Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van
+daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant
+Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot
+50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia
+aankwam (Dagr. Bat.).
+
+Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April
+1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,
+soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis
+hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,
+aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn
+volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen
+daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt
+te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot
+op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr
+Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr
+Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).
+
+De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar
+Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan
+dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht
+(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en
+zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan
+naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn
+weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".
+
+Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:
+
+"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra
+Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck
+mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen
+verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop
+toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat
+als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den
+brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn
+alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten
+dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met
+haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een
+Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de
+Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff
+comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch
+eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt
+niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;
+Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).
+
+Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en
+3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628
+van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t
+Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag
+na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten
+stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,
+2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,
+bl. 334 en 389).
+
+.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op
+hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders
+g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt
+wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].
+
+"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft
+desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck
+behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck
+antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver
+van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees
+weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem
+Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].
+
+Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer
+Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden
+van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao
+hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans
+dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).
+
+
+C. HET QUELPAERT DE BRACK
+
+17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30
+Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij
+Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar
+Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640
+terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca
+(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121);
+17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1
+Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór
+31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165);
+4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April
+1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar
+Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641
+aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel
+gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden
+om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug
+te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642
+over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146);
+3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11
+Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12
+Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken
+van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.);
+18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia
+17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644
+naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt
+Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor;
+uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt
+dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld."
+
+Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.
+
+Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende
+het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man,
+en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh
+vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude
+mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop
+'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen.
+
+Generale Missive, 9 Sept. 1640.
+
+'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt,
+zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken
+noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te
+meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif
+liggen, te connen brengen.
+
+Patriasche Missive, 15 Maart 1641.
+
+Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.
+
+Missiven Batavia naar Taijoan.
+
+14 Mei 1641.
+
+t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe
+als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen....
+
+In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt
+den Oppercoopman Carel Hartsing....
+
+Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met
+12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.
+
+11 Juni 1641.
+
+...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert
+op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...
+
+...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in
+T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh
+te wesen.
+
+Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.
+
+...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't
+Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat
+stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can...
+
+...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt
+sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over
+(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten
+ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van
+'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat
+ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen,
+soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer
+uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.
+
+Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem
+zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs
+bij contrarie mousson.
+
+Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.
+
+... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse
+groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent
+Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht
+van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe
+van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is
+schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese
+champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt
+zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren
+met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet
+voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert
+binnen aen't Casteel te comen.
+
+Missiven Batavia naar Taijouan.
+
+16 April 1642.
+
+13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende
+Kelang verschenen.
+
+... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de
+jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae
+Quinangh's bocht aff te senden.
+
+28 Juni 1642.
+
+In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij
+uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith,
+Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert.
+
+Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.
+
+... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te
+vernemen lieff wert sijn.
+
+Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.
+
+Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie
+gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende
+wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den
+Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den
+handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets
+anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den
+11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven
+dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende
+verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert
+sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt.
+
+
+11 Oct. 1642.
+
+'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen
+wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.
+
+Dagregister Japan.
+
+1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants
+schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door
+den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,
+dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,
+'t welck terstont achtervolcht is geworden.
+
+12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar
+middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten
+hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet
+meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het
+principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa
+gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende
+onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh
+quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede
+tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van
+de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge
+bequamen.
+
+13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert
+voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen
+gesorteerd....
+
+14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op
+gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na
+den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven
+al op stont uijtgelevert.
+
+27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh
+was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen
+en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders
+zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan
+boort gebracht.
+
+29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden
+als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en
+nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,
+omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons
+afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde
+plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+
+29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip
+de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier
+naar Taijouan vertrokken.
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.
+
+...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met
+'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere
+coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de
+oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op
+29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack
+(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt
+ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen
+stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat
+daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,
+ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke
+winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese
+proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)
+int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders
+soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.
+
+Generale Missive, 12 Dec. 1642.
+
+Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse
+Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van
+Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de
+jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch
+niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman
+Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende
+verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een
+aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn.....
+
+Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en
+deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer
+gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan
+van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack
+uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo
+in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een
+retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,
+zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt
+is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten
+hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de
+Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen
+ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de
+dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.
+
+Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.
+
+... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).
+
+Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.
+
+... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]
+
+Missiven Taijoan naar Batavia.
+
+15 Oct. 1643.
+
+Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende
+de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij
+ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte
+goutmijnne uijtgeset hadden....
+
+De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17en Meij weder toegecomen....
+
+...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt
+van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende)
+waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde
+cruijsplaetse comende ...
+
+den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen
+masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643).
+
+
+
+17 Oct. 1643.
+
+...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage
+het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld].
+
+19 Nov. 1643.
+
+Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October
+aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van
+'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts
+te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in
+32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores
+gecomen sijnde, wel toegecomen.
+
+'t Quel de Brack:
+
+18 Oct. 1643 naar de Pescadores
+
+26 Oct. 1643 terug van de Pescadores
+
+10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de
+Pescadores. (Dagr. Zeelandia).
+
+11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het
+binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en
+Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.
+
+'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij
+de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt,
+hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier
+geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen
+vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer
+nae behooren mach versien werden.
+
+Generale Missive, 4 Jan. 1644.
+
+Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de
+Vos ende 't Quel de Brack.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
+
+Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt
+cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel
+de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat
+hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen
+vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
+
+
+D. HET SCHIP DE HOND.
+
+"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op
+de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het
+fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619
+door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van
+Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten
+(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction
+LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
+
+De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in
+onze handen was geraakt:
+
+"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden
+ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
+
+Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander,
+dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11
+Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de
+Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten"
+(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van
+Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om
+verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16
+Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is
+van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).
+
+In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor
+Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer
+Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse
+zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6
+Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug
+... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met
+de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen
+enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van
+de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat
+van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De
+schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu
+Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te
+passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan
+gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt"
+(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt
+door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in
+groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando
+te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op
+Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den
+raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer
+alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan
+lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn"
+(Gen. Miss. 20 Juni 1623).
+
+Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme
+[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps
+cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone,
+a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp
+in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II,
+bl. 336).
+
+
+
+IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378]
+
+Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do
+Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel
+van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde
+legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.
+
+In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten
+
+ Rijs tot Tl. 20 t'last,
+ Cooper
+ Cattoen ende cattoene lijnwaeten
+ wortel Nijsen
+
+Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect,
+doch vallen seer duer.
+
+De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.
+
+De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer
+de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer
+mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens
+van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde
+welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden
+ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te
+comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden
+mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit
+geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige
+volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn,
+ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde
+met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer
+boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers
+ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden
+bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den
+oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben,
+door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer
+oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders
+hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle
+tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar
+in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen
+Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer
+invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can.
+
+
+Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen
+adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij
+binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen
+zijn. [380]
+
+Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers
+gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den
+anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende
+een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder
+zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver
+[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met
+ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root
+vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een
+swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.
+
+Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.
+
+Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.
+
+Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon
+van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock,
+gedragen wierde.
+
+Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen
+(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant
+opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de
+suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende
+volchde hem noch een do naer.
+
+Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken
+root verlact ende boven met een top van witte veeren.
+
+Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert
+de Coreers t'accompagneeren.
+
+Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende
+op bagagie paerden.
+
+Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.
+
+Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij
+was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft
+buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt
+te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met
+schoon sant gestroijt.
+
+
+
+
+V. PERSONALIA
+
+
+A. NICOLAAS VERBURG.
+
+1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip
+'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na
+goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw
+voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's
+mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug;
+Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van
+3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650);
+vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan
+naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia;
+Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart
+1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van
+Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie
+ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw
+den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot
+(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26
+Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen"
+(1665).
+
+Generale Missive, 24 Dec. 1652.
+
+2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door
+veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn
+lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt
+de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om
+tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken
+'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen
+weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit
+gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende
+vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot
+vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort,
+daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts
+tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren
+zullen....
+
+Resolutie, 21 Maart 1653.
+
+3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh,
+Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht
+heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen
+worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken,
+alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal
+sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert
+persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden,
+soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden
+vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het
+selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie
+te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de
+middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich
+staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het
+gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den
+Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe
+mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve
+Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen
+Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn,
+waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat
+gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien,
+wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende
+evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten
+ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet
+alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock
+meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat
+hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft
+te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van
+den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende
+bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op
+Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten
+intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten
+dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te
+houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost
+heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en
+werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende
+overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is,
+niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame
+te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien,
+om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo
+veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement
+te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris
+Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange
+jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop
+ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde
+redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens
+ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste
+vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen
+conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle
+genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst
+meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een
+seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige
+exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert
+hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement
+te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten
+tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende
+verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en
+weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt
+het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt
+geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt
+rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de
+Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden,
+waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is,
+alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te
+extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren
+Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden.
+
+
+B. CORNELIS CAESAR.
+
+1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam
+6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f
+ 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den
+Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam;
+had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en
+wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit
+de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was
+in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot
+f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645
+per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie
+voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend:
+Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie
+toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21
+Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus
+(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot
+Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en
+Dagr. Bat., bl. 541).
+
+In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië
+(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de
+Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het
+opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli
+1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur
+van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30
+Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en
+72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar
+5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke,
+zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni
+1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335).
+
+2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653.
+
+Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten
+in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen
+als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht
+werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer
+overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel
+Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich
+ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu
+tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde,
+den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden,
+waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat
+nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons
+wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden
+buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker,
+die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee
+in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris
+Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet
+te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn
+Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn
+Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte
+alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over
+te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve
+2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van
+India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te
+sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.
+
+Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.
+
+De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur
+in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch
+die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van
+daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen
+vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement
+ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten.
+
+UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet
+werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen
+ten hoochsten gelegen te wesen.
+
+
+C. IQUAN.
+
+"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in
+den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert
+doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese
+enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat
+wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij
+daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de
+Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382].
+
+"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken
+te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van
+China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten"
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).
+
+Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de
+Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een
+Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht
+[384], klinkt veel waarschijnlijker.
+
+De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:
+
+De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee,
+was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang
+Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis
+aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder
+zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den
+titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd
+betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was
+hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen
+met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I
+(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon
+bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze
+waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan
+de Engelschen [388].
+
+Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het
+dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats
+Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en
+zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon
+was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene
+familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.
+
+Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht
+bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht
+naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando
+betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg,
+den zoo vermaard geworden Koksinga.
+
+Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het
+eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China
+(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
+
+Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om
+op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro
+China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan
+terug waren.
+
+"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened
+up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership
+on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the
+History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87).
+
+"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der
+Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis
+gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck
+vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer
+ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende
+vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct
+can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal,
+Actum Batavia 18 Dec. 1627).
+
+"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen
+datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de
+riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich
+ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de
+Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste
+vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie
+ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken
+ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens
+van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten
+tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen
+raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover
+Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt
+ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone
+van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer
+Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom
+en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren"
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630
+aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114).
+
+"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den
+vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu
+weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den
+rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was,
+weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt
+ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen
+Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent
+was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere
+grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te
+beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie
+bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet
+alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het
+Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck
+in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij
+hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven,
+alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per
+ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven
+ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten
+niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo
+hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten
+van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren
+Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).
+
+"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior
+van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen
+geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende
+voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende
+liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote
+macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken"
+(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).
+
+"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps
+handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons
+wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele
+gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken
+aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).
+
+20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen
+alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije
+niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat
+zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders
+rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven
+en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst. bl 81).
+
+"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave
+birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not
+develope the love for adventure and renown which made his elder brother
+[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31).
+
+"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh
+van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon
+des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger
+is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in
+Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645).
+
+"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh
+... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste
+bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft
+laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren
+gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt
+Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en
+tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken
+voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken
+stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).
+
+"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt
+hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh
+vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe
+mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te
+keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).
+
+"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren
+g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan
+den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de
+geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de
+Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja
+(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer
+1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck
+gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken
+dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij
+een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando
+gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden
+was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede
+beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke
+dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van
+vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden"
+(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst, bl. 97).
+
+Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's
+geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel
+min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme
+herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben".
+
+"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu
+army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga]
+strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385).
+
+
+D. MARTINUS MARTINI.
+
+Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica
+en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier
+andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de
+Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een
+latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij
+verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja
+off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te
+geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki,
+ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen
+ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke
+attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en
+Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390]
+
+"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to
+his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed
+in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige
+leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld].
+
+While on his journey the great traveller passed Batavia.....
+
+Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them
+over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be
+printed while he himself gave a full geographical description of
+the whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier,
+On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II,
+1888, bl. 105 en 106).
+
+Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in
+het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652,
+26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer
+Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van
+honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij
+toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven
+Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te
+kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende
+Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij
+achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde,
+seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt
+Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden"
+(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren
+XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654).
+
+"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh
+tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker
+Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China
+heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse
+[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere
+negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven
+door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse
+hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer
+oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te
+friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen,
+dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton
+daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den
+oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs
+stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de
+libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden"
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).
+
+"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en
+dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao
+en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck
+van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel
+daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip
+den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+
+
+VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65.
+
+Dagregister Japan.
+
+Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij
+ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't
+Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen
+tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht
+sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige
+Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende,
+doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde
+deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben.
+
+20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de
+voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't
+Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh
+in't S.W. verloren.
+
+21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende
+kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde.
+
+26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken,
+bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft,
+onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't
+Westen keert.
+
+29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien,
+maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger
+opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't
+Westen naer't N.W. gekeert is.
+
+Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als
+alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende
+met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
+
+10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te
+sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden
+malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
+
+20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien
+konnen werden.
+
+April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder
+omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die
+hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende
+was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
+
+ * * * *
+
+Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem
+een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff,
+1701, bl. 66).
+
+ * * * *
+
+Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.
+
+Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
+
+Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman
+Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en
+Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
+
+Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391]
+
+Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst
+gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre
+gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur,
+opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen,
+waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
+
+Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen
+verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken
+daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de
+staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht:
+Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't
+mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen
+haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien,
+sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede
+langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw,
+nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy
+grooter in ons gesicht vertoont.
+
+Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en
+de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet
+hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen
+als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den
+2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder
+met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems
+3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen
+in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan
+den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat
+de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen.
+
+Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary
+1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten
+Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock
+over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van
+de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen
+en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen
+en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent
+heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich
+ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet
+en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien,
+te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den
+Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt
+van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een
+heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens,
+naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren,
+was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem,
+ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door
+de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden,
+en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet
+langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor,
+en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na
+met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn
+roedeken gelijckende.
+
+Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer,
+op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram
+eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus,
+ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt
+met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries
+uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30
+December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen
+van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo
+fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als
+dese dede, niet uyt.
+
+Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen
+Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle
+Zee en Water-tekenen.
+
+Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in
+'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn
+Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den
+13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende
+op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.
+
+Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren
+te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer
+nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is
+gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het
+toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.
+
+'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden
+3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont,
+'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe
+datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke
+Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late
+ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels
+niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen.
+
+In Haerlem, desen 14 April 1665.
+
+
+Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur
+
+
+BIBLIOGRAPHIE.
+
+Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in
+'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter
+te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.
+
+Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die
+alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea;
+daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving
+zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het
+jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in
+het land teruggekomen was.
+
+Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.
+
+Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk
+van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven
+van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken,
+waarin het reisverhaal is opgenomen.
+
+
+DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/
+van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets
+door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn
+vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28
+dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in
+die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen
+in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB
+VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668.
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets
+die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de
+acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael,
+dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde
+bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo
+verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche
+letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+'s-Gravenhage.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer /
+van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door
+de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert
+/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in
+slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die //
+tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in
+'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van
+[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die
+van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die
+noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael,
+dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den
+hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische
+letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met
+heel kleine Romeinsche letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben.
+
+JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/
+van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar
+op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant
+is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door //
+de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/
+by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/
+in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die
+tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't
+Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch
+acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt
+gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/
+Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree:
+Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe:
+Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer]
+// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker:
+Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.
+
+16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter.
+
+Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
+houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
+(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
+den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
+(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
+het Journael volgt een nieuwe titel:
+
+Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
+Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.
+
+Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
+het slot.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
+Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
+Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
+prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
+in Korea, ondert. Toeridjéné.
+
+'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
+// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
+'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
+EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
+en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
+daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
+Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
+Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
+moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
+van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
+'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
+'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
+in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
+
+
+ Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
+ Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
+ En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
+ Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
+ In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
+ Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
+ Hier nae een Beter.
+
+
+Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
+wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
+(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
+de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
+reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
+met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
+Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
+het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
+inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
+dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
+olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
+te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
+dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
+in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
+van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
+de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
+de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
+
+In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
+van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
+van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
+een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
+plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
+op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
+in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
+Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
+en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
+casuarissen voorstellende.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
+te Rotterdam.
+
+JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
+ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
+// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
+noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
+1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
+Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
+Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
+spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
+geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
+veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
+van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
+zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
+dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
+gemaakt om de ruimte te vullen.
+
+Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
+Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
+landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
+'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
+voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
+blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
+persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
+achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
+aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
+t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
+voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
+p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
+de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
+ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
+Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
+prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
+is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
+Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
+uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
+Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
+naar Corea overgebracht.
+
+Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
+en volkenk, van Ned. Indie te Delft.
+
+
+HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.
+
+Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in
+'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS
+MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669.
+
+In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436
+een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend,
+beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der
+geredde mannen op "Disma".
+
+
+DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.
+
+RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste
+de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de
+Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris,
+// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au
+coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d'
+Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+Ook met ander uitgevers-adres:
+
+RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE,
+au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, &
+au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter.
+
+De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel,
+en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman
+(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.
+
+Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage.
+
+Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au
+Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer
+vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.
+
+Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ //
+Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/
+im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/
+und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ //
+vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget //
+JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise:
+// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653
+glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit
+Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und
+JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.
+
+Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het
+boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich
+Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan:
+P. TROSCHEL sculp.
+
+24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op
+bladz. 811 de titel:
+
+JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/
+was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/
+// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/
+durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/
+so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/
+ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH
+HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/
+Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet.
+
+Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder
+de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus
+ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel
+Korea ... Verteuscht.
+
+Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.
+
+
+HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN.
+
+(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)
+
+A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill
+1704. fo.
+
+In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45
+(IV p. 719-742), 1752:
+
+An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the
+Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of
+Corea. Translated out of French.
+
+Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:
+
+Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia
+1884.--Second ed. ibid. 1885.
+
+Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door
+den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel
+wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit
+de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene.
+
+Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection
+of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2
+kol.).
+
+In de Appendix op p. 37-40:
+
+An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the
+Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the
+East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore
+upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence
+to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship,
+who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd.
+
+Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar
+Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop
+volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de
+olifanten en krokodillen.
+
+Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715;
+nouv. éd. 1732. 8o.
+
+In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782):
+
+Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle
+de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée.
+
+Herdruk van de vertaling van Minutoli.
+
+A new and general collection of voyages and travels, consisting of the
+most esteemed relations which have been published in any language. By
+Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o.
+
+In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving
+van Corea, naar de collection van Churchill.
+
+Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes
+les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par
+l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris
+1746-89. 40.
+
+De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen
+een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar
+Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de
+Parijsche uitgaaf.
+
+In vol. VIII (1749) p. 412-429:
+
+Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du
+Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert.
+
+Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by
+Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o.
+
+Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750)
+p. 18-48:
+
+Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa,
+en hun Berigt van de Landstreek.
+
+Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig,
+bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o.
+
+Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750)
+p. 573-608:
+
+Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem
+Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch
+HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt.
+
+A general collection of the best and most interesting voyages and
+travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o.
+
+In vol. VII p. 517:
+
+Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and
+their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated
+from the French.
+
+
+
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392]
+
+BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.
+
+BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang,
+during the years 1843-46. London, 1848.
+
+BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851.
+
+CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North
+China Branch R.A.S. XXIII, 1888).
+
+CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894.
+
+CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.
+
+COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in
+Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage,
+1919-20.
+
+COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea
+(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).
+
+COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917.
+
+COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris,
+1894.
+
+DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918.
+
+DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction
+sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+coréennes. Paris, 1874.
+
+DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische
+Compagnie. (Handschrift Kol. Archief).
+
+DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.
+
+DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History,
+people, resources and commercial prospects. London etc., 1903.
+
+DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan
+1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883.
+
+DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama,
+1880.
+
+DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.
+
+DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique,
+chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie
+Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.
+
+DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze
+vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.
+
+ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.
+
+GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea
+Branch R. A. S. I, 1900).
+
+----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).
+
+GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New
+Ser. XXVII, 1895).
+
+GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701.
+
+GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905.
+
+----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885.
+
+GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen
+Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).
+
+GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea
+en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.
+
+HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12.
+
+----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).
+
+HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.
+
+HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases,
+by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903.
+
+HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).
+
+HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.
+
+HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens
+de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879).
+
+HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I,
+1900).
+
+HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917).
+
+ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch
+R.A.S. IV, 2, 1913).
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865.
+
+KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van
+het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.
+
+KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam,
+1729.
+
+LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par
+M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.
+
+LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc.,
+edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900.
+
+LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).
+
+LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer
+Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten
+enz. Amsterdam, 1595.
+
+LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions
+Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15).
+
+MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong,
+1867.
+
+MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited
+by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams
+1611-1617). London, 1850.
+
+MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902.
+
+MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.
+
+MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).
+
+MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.
+
+NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen
+Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897.
+
+----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841).
+
+PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo,
+(1909).
+
+PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second
+edition. London, 1917.
+
+PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.
+
+----Corea. (China Review. XIV, XVI).
+
+----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society
+of Japan. XV, 1887).
+
+PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma
+H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland,
+1905-1906.
+
+PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der
+Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900.
+
+REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society
+of Japan. VI, 3, 1878).
+
+RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin,
+1834.
+
+ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of
+manners, etc. Paisley, (1880).
+
+----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and
+progress. London, 1891.
+
+SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.).
+
+SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von
+Japan. Leyden, 1852.
+
+----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52.
+
+SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.
+
+TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New
+Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.
+
+TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der
+japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909.
+
+TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs
+néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.
+
+----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam,
+1884.
+
+VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V,
+2. Dordrecht--Amsterdam, 1726.
+
+'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675.
+
+VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by
+E.M. Satow, London, 1900.
+
+WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography,
+government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899.
+
+WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.
+
+YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV,
+2, 1913).
+
+IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).
+
+ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij
+de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan
+d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot,
+Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het
+"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626:
+"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse
+op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman
+Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om
+de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende
+om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304
+in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten:
+"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde
+Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt
+... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een
+musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons
+comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625,
+bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa,
+sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts
+schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan
+omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest
+te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer
+verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].
+
+[2] Zie Bijlage V_A, 1.
+
+[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
+
+[4] Zie Bijlage V_A, 3.
+
+[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan
+dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle
+des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla
+Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te
+rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam
+Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven
+geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het
+Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn
+Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan,
+dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
+
+Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad
+niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de
+zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde,
+was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier
+ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15,
+17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden
+den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering
+aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant
+van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het
+beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door
+de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van
+hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"]
+"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven."
+
+Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan
+en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen
+de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie"
+gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26
+Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661
+aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa").
+
+Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh
+in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia
+10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in
+de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld:
+"het vlekje Provintie".
+
+[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter
+troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12
+dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't
+verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese
+revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24
+Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.
+
+[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste
+Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende
+gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote
+vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten
+zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck
+ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge
+voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa,
+altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen
+Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting
+te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de
+groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn
+te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31
+Jan. 1653).
+
+Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654)
+doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In
+UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven,
+hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen
+sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent
+3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude
+veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun
+van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655).
+
+[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke
+deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute
+onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door
+de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan
+de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).
+
+"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer
+Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk,
+bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie
+Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd,
+en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt
+ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan
+Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T
+valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten
+die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de
+clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien
+en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie
+geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20
+Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben
+te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn"
+(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur
+... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en
+Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.
+
+[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en
+Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees,
+zie Bijlage V_C.
+
+[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25
+Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat
+de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin
+[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert;
+mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater
+Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient
+heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne,
+weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur
+Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne
+benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3.
+
+[12] Res. 20 Mei 1653.
+
+[13] Zie Bijlage V_B, 1.
+
+[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als
+Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in
+Kol. Archief no. 780.
+
+[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die
+gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement
+van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre
+scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer
+generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden
+van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier,
+nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden"
+(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de
+publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale
+gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd
+bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen.
+
+[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van
+sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij
+laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer
+Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3.
+
+[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse
+besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653).
+
+[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest,
+tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden
+sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met
+genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende
+alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson
+al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van
+de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken,
+te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge
+van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2.
+
+[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia
+onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van
+de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman,
+Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz).
+
+[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't
+jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
+
+[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de
+fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha
+Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die
+van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders
+vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht,
+oock wel beseijlt schip".
+
+[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende
+29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert
+ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een
+cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van
+f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3.
+
+[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
+
+[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642.
+
+[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in
+Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen
+en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en
+verongelukt 27 schepen.
+
+[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.
+
+[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes
+de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.
+
+[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders,
+als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder
+(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken,
+opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666).
+
+[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging
+to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary).
+
+[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor
+Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan
+14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus,
+Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den
+onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing
+duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le
+Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst"
+vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima
+verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de
+onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was
+gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den
+29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte
+gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk
+in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde
+uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende
+240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne
+staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een
+brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte
+daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen,
+te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als
+sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te
+mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde
+wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan).
+
+[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten
+te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen
+nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19
+Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's
+dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van
+Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den
+Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te
+gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd
+Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat
+hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen
+ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een
+ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij
+de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
+
+[32] Bijlage I a.
+
+[33] Bijlage I b.
+
+[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de
+groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten
+omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen
+door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der
+tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken"
+(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
+
+[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens
+getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael
+ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9
+Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd
+Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende,
+Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in
+Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde,
+voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't
+gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet
+hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren
+Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie
+deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den
+29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
+
+[36] Zie Bijlage I a en I b.
+
+[37] Zie Bijlage I b en I d.
+
+[38] Zie Bijlage I f-h.
+
+[39] Zie Bijlage I i-j.
+
+[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de
+fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
+
+[41] Zie Bijlage I o.
+
+[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen,
+ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen"
+(Journaal, Uitg.-Saagman).
+
+[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen
+de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den
+13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de
+Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff
+oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen,
+Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan
+geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December,
+alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
+
+Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen
+als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende
+Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van
+Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen
+van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op
+Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer
+waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden
+gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs"
+was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.
+
+[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667
+(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam,
+1660-1668. Kol. Arch. no. 1153).
+
+[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en
+20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de
+Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn,
+de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge
+Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1
+Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668,
+bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de
+Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de
+Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20
+deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de
+Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).
+
+[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten
+November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart
+1668. Kol. Arch. no. 301).
+
+[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische
+Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265,
+270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner
+Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert,
+ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen
+('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen
+Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden
+tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen
+wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van
+'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven,
+af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker)
+en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).
+
+[48] Zie Bijlage I k.
+
+[49] Zie Bijlage I q-r.
+
+[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
+
+[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 86).
+
+[52] Zie Bijlage I n (slot).
+
+[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan,
+op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand
+overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen,
+2e dr., I, bl. 53).
+
+[54] Zie Bijlage II a-d.
+
+[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.
+
+[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer
+afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van
+omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm
+beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren,
+de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten
+zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote
+mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer
+stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door,
+den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent
+Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto
+is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670).
+
+"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht
+dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto
+zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.).
+
+"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia
+vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van
+op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een
+opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch
+soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt
+geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest
+aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T'
+is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen"
+(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670).
+
+[57] Zie Bijlage II a (slot).
+
+[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.
+
+[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort
+van Coromandel".
+
+[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt
+Buijenskercke van Japan".
+
+[61] Zie Bijlage II i.
+
+[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile
+(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was
+never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely
+that the Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en
+terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge
+van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn
+vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den
+Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar
+1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en
+waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens
+haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert,
+dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in
+13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven
+en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn
+gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt
+Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op
+alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en
+na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn
+van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven"
+schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff,
+Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen
+geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap
+werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en
+te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail
+from Great Britain it is of special interest to know that one of the
+unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was
+"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of
+any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did
+in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's
+Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).
+
+[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered
+have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives
+knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were
+of foreign manufacture. The figures on them, however, told their
+own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore
+marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be
+the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who,
+like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile
+though the honoured guest and adviser of the king and government. The
+presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what
+must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes
+and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by
+travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and
+conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott,
+Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S.,
+New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
+
+[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888]
+je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout
+souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu"
+(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46).
+
+[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.
+
+[66] Zie Bijlage I k.
+
+[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder
+op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese
+eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde
+den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte
+jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu
+aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert
+dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't
+verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie
+sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt
+haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van
+het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie,
+politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende
+het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan
+ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal
+wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in
+Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en
+by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde:
+wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel
+onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te
+vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in
+de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen
+en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI.
+
+[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).
+
+[69] Zie Bijlage I o.
+
+[70] Zie de Bibliographie.
+
+[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.
+
+[72] Bl. 429-436.
+
+[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele,
+Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het
+exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij
+kunnen raadplegen.
+
+[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele,
+a.v. bl. 269.
+
+[75] Dl. I, bl. 148.
+
+[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest,
+verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen
+op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de
+vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders
+Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot).
+
+[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens
+vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene
+Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så
+of Gouverneur.
+
+[78] Zie Journaal, bl. 11.
+
+[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de
+Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in
+de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese".
+
+[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des
+satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le
+1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese
+is de Chineesche uitspraak van Moksa.
+
+[81] Witsen, 2e dr., bl. 59.
+
+[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.
+
+[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.
+
+[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31.
+
+[85] Zie de Bibliographie.
+
+[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and
+Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt
+in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918)
+alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope,
+Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt
+maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial
+account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which
+sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that
+such animals may have existed two hundred and fifty years ago and
+yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen
+komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten.
+
+[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII:
+The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).
+
+[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de
+Haan.
+
+[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon
+een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te
+teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten
+vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel
+73, bl. 401, waren ongeteekend.
+
+[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78).
+
+[91] Zie facsimile tegenover den titel.
+
+[92] Zie facsimile.
+
+[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit
+que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup
+moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).
+
+[94] Zie bl. 13.
+
+[95] Zie Bijlage III_B.
+
+[96] Zie Bijlage I_A.
+
+[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr.,
+bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on
+his return, recounting his adventures in a simple and straightforward
+style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176).
+
+[98] "When this account was printed in Holland, the eight men
+mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars
+here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render
+the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that
+carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon
+the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732),
+Preface bl. 574).
+
+[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten
+ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
+
+[100] Zie Bijlage Io.
+
+[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.
+
+[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have
+given a much more perfect description, and many men in that time
+would have made it more ample and satisfactory; but the author gave
+what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested,
+having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in
+that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain
+his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's
+Collection IV, Preface, bl. 574).
+
+[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance
+rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui
+ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté
+de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau
+holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement
+au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the
+country and people, deserves careful study. It throws some interesting
+sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries
+ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the
+"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword
+van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions
+Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94).
+
+[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It
+is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life,
+people, and customs gave us so little information concerning them"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen
+Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel
+gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren
+er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte
+Entd. Japan, bl. 37).
+
+[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia,
+the Coreans have always bowed down before the greatly superior
+mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of
+their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal
+books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific"
+(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge
+the Japanese and other nations possess, they obtained from China,
+while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus
+(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert,
+Korean Survivals (Id. bl. 25-50).
+
+[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in
+contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked
+on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch
+supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth
+century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and,
+as read at the present time, conveys an exact picture of the people
+and country. Place after place which he mentions in their captive
+wanderings have been identified, and every scene and every feature can
+be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native
+conservatism both in language and habits that Hamel's description of
+two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life"
+(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch
+R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was
+plainly a shrewd observer, and much of his description of the country
+and the people and their customs tallies well with our own experience
+of the last thirty years, though one would not care to subscribe to
+every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de
+uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX,
+1918, bl. 94).
+
+[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première
+source des détails importants concernant la Corée & ses habitants"
+(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel
+van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des
+Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit
+Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem
+Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität
+wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben
+des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch
+vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III,
+1834, bl. 637-638).
+
+[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire
+de l' Eglise de Corée, 1874.
+
+[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée,
+quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à
+Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées
+des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736)
+bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 353).
+
+[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais
+séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en
+vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement
+leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes"
+(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX).
+
+[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor
+of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with
+letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of
+Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268).
+
+[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in
+the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of
+Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China
+Past and Present, bl. 340).
+
+[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21
+Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93).
+
+[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire
+sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal
+Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1).
+
+[115] "Ever since the Manchus established themselves in China,
+Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful
+vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no
+interference on the part of China in her internal administration: all
+she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal
+value at fixed periods, for which she received a liberal return; and
+to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place
+and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340).
+
+[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo,
+being the word "Imperator" in its original military significance"
+(Parker, China, 1917, Glossary).
+
+[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William
+Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916,
+bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608,
+het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea
+sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a
+new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times"
+(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV,
+2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit
+deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere
+[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na
+voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware
+den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince
+geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn
+Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere
+ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken."
+
+[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree
+met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden;
+haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij
+claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope
+tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht
+van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck
+als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn
+landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door
+vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia
+dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV).
+
+[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders
+voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs
+van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d'
+Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te
+laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1,
+caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the
+castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive
+next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The
+intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense
+with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests,
+a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they
+were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot).
+
+[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van
+Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea
+ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige
+jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den
+Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser,
+op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere
+in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23
+April 1635).
+
+[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen,
+Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31
+Aug. 1643).
+
+[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae
+het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen,
+aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck
+van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens
+ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken
+gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen,
+waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe,
+als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die
+'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght.
+
+Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert
+aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke,
+te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van
+veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde.
+
+Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core,
+ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is
+ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen
+cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t'
+welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de
+Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen
+zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden
+van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af,
+oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer"
+(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der
+Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70).
+
+[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is
+inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4).
+
+[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III,
+bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan,
+1858, bl. 29.
+
+[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet
+werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker
+aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende
+berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found
+three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and
+came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I
+vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke
+haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue"
+(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd
+daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten
+deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3
+Febr. 1626).
+
+[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken
+waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het
+mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt
+Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen
+Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent
+30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch
+25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a
+4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de
+strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant'
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te
+versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck,
+leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort"
+(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in
+vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
+
+[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en
+plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo
+verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea
+door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met
+gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan
+mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
+
+[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of
+Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary
+of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).
+
+[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and
+from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John
+Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as
+yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other
+privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in
+paine of death not to goe without the walles thereof to the landward"
+(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out
+of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando
+9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of
+Japan were attended by about 500 men and were royally entertained,
+by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through
+whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured
+to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King
+of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might
+procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando
+15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 222).
+
+[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622,
+20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te
+Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622
+en 20 Juni 1623.
+
+[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van
+Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken
+die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust
+houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende
+ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na
+dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit
+schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten,
+welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia
+aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11
+Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in
+het Kol. Arch. niet aangetroffen).
+
+[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot.
+
+[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea
+door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de
+reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden
+wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht
+is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt
+verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door
+UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien
+correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen
+admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout
+ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen
+deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker
+seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens
+een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van
+bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert"
+(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).
+
+[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea
+hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als
+UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult
+gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar
+Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van
+voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was
+achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten
+sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de
+Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden
+treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende
+ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en
+Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de
+Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien,
+wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie
+becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons
+gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel
+als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar
+Firando, 26 Juni 1638).
+
+[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre
+van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula
+de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de
+groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw,
+Korea hier te lande nauwelijks bekend was.
+
+[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien,
+China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat
+proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639).
+
+[137] Zie Bijlage I o.
+
+[138] Zie Bijlage II e, f en h.
+
+[139] Zie Bijlage I o.
+
+[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde
+dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te
+drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen,
+is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324).
+
+[141] Zie Bijlage II j en k.
+
+[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote
+behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie
+niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en
+van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen
+admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten
+Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von
+Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai
+unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27).
+
+[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland
+(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep
+20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669
+te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo
+onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te
+verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679).
+
+[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China
+Review XVI, bl. 309).
+
+[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai
+als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa
+de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso
+ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula
+zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de
+Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene
+Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod,
+Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft
+wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel
+unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten
+des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones
+welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung
+von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie
+auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen
+"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée"
+und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten
+Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).
+
+Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas
+van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland
+"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie
+der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9),
+VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten
+VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van
+Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734):
+Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750):
+I de Quelpaert.
+
+[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II,
+bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland,
+Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860:
+"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen
+zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets
+over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918)
+bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van
+dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders
+Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese
+kaarten Fungma genoemt".
+
+[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh
+geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat
+gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip
+de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe;
+den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27
+Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse
+sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van
+Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30
+mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen,
+met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen,
+stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen
+sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef,
+sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der
+Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr
+1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek,
+9e hoofdstuk bl. 89.
+
+[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of
+his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2:
+"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert"
+an old name for a galiot".
+
+[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde
+opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).
+
+[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie
+Bijlage III_C.
+
+[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen,
+dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November
+Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert".
+
+[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet
+acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt
+die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben
+toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan,
+2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh
+uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer
+gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia
+aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).
+
+[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende
+Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer
+gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler
+ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden
+ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van
+Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het
+"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16
+Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het
+pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer
+verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is".
+
+[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I
+(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië
+VI, 4 (1898), bl. 290).
+
+[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan
+becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen
+alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het
+seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha
+verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa
+gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij,
+niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert,
+ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen
+heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent
+Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken,
+gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch
+ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als
+geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen
+den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten
+respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen
+onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts,
+soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met
+een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De
+gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde,
+was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort
+eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken
+(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten
+binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut
+lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen
+nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur]
+verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs
+niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij
+tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor
+d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli
+1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia
+de Philipinas, V, 114-122.
+
+[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is
+situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a
+tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins
+of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay"
+(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323).
+
+[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe
+residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel
+uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant,
+mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen
+ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan,
+4 Juli 1644).
+
+[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel
+ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten
+Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen,
+opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht
+becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the
+reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards
+from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV,
+bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643).
+
+[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur
+Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten
+proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den
+Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben
+ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt".
+
+[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij
+overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten
+om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien
+'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich
+is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke
+sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als
+de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden,
+'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een
+blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642).
+
+[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden
+tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten
+van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te
+doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder
+voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa,
+23 Juni 1643).
+
+[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt,
+maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat
+reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius
+bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende
+wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel
+voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre
+te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst,
+verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan,
+23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen
+daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare
+brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden"
+(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold
+is the most important.... It may be said.... that of the limited area
+investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).
+
+[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa
+de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken,
+hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado
+g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten
+te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius
+zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen;
+deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met
+het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden,
+ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent
+Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe,
+De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands,
+XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642
+te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642)
+en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd
+daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal
+der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661)
+(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort
+vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat
+ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25
+Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de
+havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang
+voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668
+voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
+
+[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh
+de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert
+'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September
+passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack
+... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).
+
+[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar
+Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het
+Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in
+diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval
+op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
+
+[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
+
+[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de
+noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks
+naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli
+1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654),
+wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder
+de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in
+loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden
+quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken
+als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen
+hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree,
+Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende
+de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
+
+[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien
+een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond
+aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie
+Journaal bl. 9.
+
+[170] Zie bl. XLII, noot 1.
+
+[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long
+enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners
+of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface,
+bl. VIII).
+
+[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire
+national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).
+
+[173] Zie Journaal bl. 73.
+
+[174] Zie Bijlage I a.
+
+[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651.
+
+[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
+
+[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer,
+Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
+
+[178] Zie Bijlage I a.
+
+[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.
+
+[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft
+bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten:
+
+1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier
+(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon
+de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave
+Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147].
+
+2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633
+Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort,
+Utrecht 1760).
+
+3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur
+Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie
+te Batavia.
+
+4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren
+zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn
+overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688).
+
+In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel,
+door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens
+aangetroffen.
+
+[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes
+and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919).
+
+[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I,
+bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by
+C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII,
+part 2, 1916.
+
+[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden
+zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan,
+Priangan II, bl. 44, noot 8).
+
+[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste
+schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen
+met het limiren van den dagh onder zeijl".
+
+[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen
+(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou
+de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan:
+"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht
+van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.:
+"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen
+vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449).
+
+[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het
+achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk
+uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder.
+
+[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10
+November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort".
+
+[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China.
+
+[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water
+uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische
+hulpmiddelen doenlijk is.
+
+[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip.
+
+[191] de afsluiting van het achterschip.
+
+[192] d.i. één uur 's nachts.
+
+[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van
+het roer, te hebben doen oploeven.
+
+[194] d.w.z.: de ankers hielden niet.
+
+[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond.
+
+[196] groote vaten.
+
+[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in
+Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn"
+(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders
+hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V,
+2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den
+Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord
+van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth
+Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird
+(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold,
+Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).
+
+[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe
+van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te
+dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens
+de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor
+de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip
+gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten
+doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so
+Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan
+te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot
+'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve
+dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is.
+
+Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten,
+Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke
+meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt
+eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en
+yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te
+goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip
+gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen
+yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed
+hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening
+by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen
+tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps-
+en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen"
+(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27).
+
+[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk
+dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet
+besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast
+en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve
+van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De
+Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de
+goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat
+weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy
+heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot
+sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de
+Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).
+
+[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26).
+
+[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den
+Chineeschen Jihpen.
+
+[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist
+waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de
+gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het
+Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is,
+in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets
+te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de
+stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De
+opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de
+opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland"
+kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest
+van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651
+van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis
+door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben
+hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen
+uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642
+was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
+
+De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
+
+I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden
+'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
+
+II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte
+genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de
+hooghte van 33 graden 32 minuten".
+
+III. Uitg.-van Velsen = II.
+
+IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
+stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
+'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
+dartig minderlingen".
+
+Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
+"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen,
+und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe
+von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg
+(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
+qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré
+trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages,
+VIII, bl. 416).
+
+Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30'
+zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
+genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
+
+De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
+gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
+
+[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
+roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
+doel werden ingekocht.
+
+[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
+dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
+de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15").
+
+[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
+
+[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
+
+[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges
+sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs"
+(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
+noot 5.
+
+[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
+give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
+cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
+bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
+1905, bl. 267).
+
+[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
+"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr
+maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
+(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
+gesteld. No. 54; zie bl. 73).
+
+"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
+uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
+tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
+chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
+kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
+1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
+fol. 255).
+
+[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
+verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
+Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
+1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
+jonck daar was geraakt".
+
+[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
+Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
+"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
+aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
+haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
+den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
+
+[212] d.w.z. in Indië.
+
+[213] de hoofdstad Seoul.
+
+[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
+"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
+Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
+werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
+bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
+te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
+blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
+te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
+bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
+van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
+
+[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
+Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
+
+[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
+behoord.
+
+[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
+
+[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
+drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
+beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
+bl. 73).
+
+[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
+
+[220] d.i. wij geraakten.
+
+[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
+vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
+(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
+aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
+met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
+(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
+zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
+overboord viel.
+
+[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
+als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
+cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
+of the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
+(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
+
+[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa,
+gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**).
+
+"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du
+vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque,
+sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le
+21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14'
+de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
+Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
+
+De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
+en 12: "Chesu".
+
+In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
+haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
+de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
+Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
+III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
+Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
+ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
+
+Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
+Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
+
+[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
+aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 47).
+
+[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
+convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
+of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
+
+[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois
+cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
+about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
+
+[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de
+Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut
+a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
+
+[228] ?
+
+[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124°
+10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**).
+
+[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'"
+(a.v. bl. 17**).
+
+[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
+neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
+de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
+
+[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'"
+(a.v. bl. 18**).
+
+[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'"
+(a.v. bl. 7**).
+
+[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra,
+à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**).
+
+[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
+in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
+dynastie précédente".
+
+[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
+(Dict. a.v. bl. 19**).
+
+[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'"
+(a.v. bl. 20**).
+
+[238] ?
+
+[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
+
+[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**).
+
+[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou
+gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**).
+
+[242] lees: Kyeng-keui.
+
+[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
+the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
+Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
+
+[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du
+royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
+"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
+et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le
+fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur
+de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
+
+[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
+namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting
+van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
+afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt;
+recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
+K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
+afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
+666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
+
+[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
+werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
+dergelijke vertooning zouden vergasten.
+
+Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
+Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
+te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
+... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
+mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
+liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
+te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
+vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
+gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
+en een stuck van een comedie te ageeren....
+
+... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
+regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
+jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
+onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
+logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
+
+De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
+de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
+Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
+de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
+van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
+afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
+opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
+was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
+naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
+soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
+de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
+de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
+[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
+geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
+verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
+
+[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
+den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
+Aug. 1708).
+
+[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire,
+qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement;
+c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin"
+(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
+Dictionary, 1911, bl. 429.
+
+[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
+
+[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
+
+[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
+
+[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
+gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
+de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
+
+[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
+but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
+the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
+easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
+
+[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
+city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
+the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
+to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
+the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
+his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
+is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
+
+[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
+1622).
+
+[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
+opgegeten."
+
+[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
+
+[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
+(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
+schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
+aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
+
+[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
+Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
+Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
+te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
+een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
+het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
+uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
+lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
+
+[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
+conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
+met eene Koreaansche woordenlijst?
+
+Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
+verder niet gesproken.
+
+[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
+gebruiken.
+
+[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
+(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
+
+[263] ?
+
+[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant
+d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
+chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
+
+[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
+nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
+moesten gaan.
+
+[266] linnen.
+
+[267] de hoofdstad, Seoul.
+
+[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
+hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
+want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
+Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
+volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
+is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
+te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
+opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
+
+"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
+perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
+war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
+
+"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu
+au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200
+soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**).
+
+[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
+king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
+he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
+reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
+
+The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
+whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
+nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
+bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24)
+Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
+
+[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
+armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
+Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
+Bosboom-Toussaint en Beets.
+
+[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
+Corea, China Review XIV bl. 129).
+
+[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
+(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
+
+[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
+Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
+
+[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île
+et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
+qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la
+dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
+
+"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
+which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
+centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
+Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
+"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
+since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
+of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
+
+"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
+throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
+a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
+rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
+established himself as the king of Corea. He chose for the title of
+his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
+Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and
+for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
+also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The
+Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
+bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
+noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
+
+[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
+vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
+Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
+met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
+
+[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
+stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10'
+E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
+flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
+miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
+
+[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
+to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
+
+[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en
+japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
+situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
+... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
+12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
+Dict., bl. 706).
+
+[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
+gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
+Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui
+a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
+
+"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
+1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
+dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
+vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
+Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
+werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
+Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
+die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
+die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
+
+[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
+mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
+gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
+
+[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
+in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
+Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
+Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
+hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
+een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
+uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
+kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
+de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
+wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen,
+en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
+vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
+moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
+Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
+was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
+dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
+het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
+meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
+als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
+oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
+
+"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
+onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
+de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
+is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
+of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
+
+[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the
+dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
+name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
+genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
+derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
+leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
+roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
+and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
+ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
+ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
+
+"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
+gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
+silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
+food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
+qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
+
+Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
+werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
+Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
+1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
+bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante
+de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
+culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
+R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
+
+[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
+by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 228-229).
+
+[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
+gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
+met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
+leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
+dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
+is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
+schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
+
+[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
+'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
+voor onse naackte billen hebben gekregen."
+
+[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
+om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
+
+[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
+bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
+and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
+being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
+act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
+weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
+
+[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
+
+[289] Zie bl. 59.
+
+[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
+
+[291] "Close communication between the palace and populace is kept
+up by means of the pages employed at the court, or through officers,
+who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
+or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
+the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
+... receives sealed orders from the king, which he must not open
+till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 221-222).
+
+[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
+als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
+
+[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
+gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
+voorafgegaan door een;
+
+[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
+that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
+the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
+
+[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
+een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
+een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
+mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
+met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
+heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
+op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
+het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
+
+"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
+en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
+drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
+en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
+Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
+onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
+
+[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
+upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
+tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
+off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
+leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
+holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
+
+[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
+maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
+ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
+mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
+II, kolom 1951).
+
+[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
+with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
+bl. 355).
+
+[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
+visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
+of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
+
+[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
+
+[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
+north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
+we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
+floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
+the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
+
+[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
+staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.
+
+[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
+bl. 769.
+
+[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
+with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
+... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
+place does not need to make elaborate preparations ... At night,
+instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
+some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
+sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 288-289).
+
+[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
+
+[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
+are those held in memory of the soldiers slain in the service
+of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
+memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
+the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
+slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
+made painful to the national memory by the great Japanese invasion
+of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 299).
+
+[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
+
+[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
+
+[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
+Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
+Paardrijden, strofe 13, regel 6).
+
+[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
+at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 298).
+
+"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
+aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
+'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
+den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
+honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
+yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
+
+De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
+dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
+in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
+honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
+Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
+levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
+eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
+verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
+ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
+
+[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
+
+[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
+Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
+to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
+(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
+Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
+katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
+dr. I, 1917, bl. 434).
+
+[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
+te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
+op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 58).
+
+[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
+to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
+cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
+opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
+its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
+disappearing and though they once more succeeded, five years later,
+in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
+time had become so accustomed to its use that they began to coin for
+themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
+of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
+Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
+
+[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
+... and in the following year, when sending home the king's son,
+who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
+half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
+like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
+
+"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
+of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
+brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
+to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
+dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
+taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
+tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
+who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
+(Ross, a. v., bl. 365).
+
+[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
+
+[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
+ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
+'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
+de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
+van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
+zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
+doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
+of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
+dr. dl. I, bl. 58).
+
+[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
+annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
+aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
+
+[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
+Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
+Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
+(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
+Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
+schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
+een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
+aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
+lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 59).
+
+[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
+geschreven. Het tweede is...."
+
+[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
+almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
+complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
+Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
+and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
+The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
+I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans
+la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
+le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles
+où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne,
+I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
+
+[322] lees: drukplaeten.
+
+[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
+Band III (1834) bl. 594).
+
+[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
+woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
+onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
+Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
+zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
+daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
+leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
+it is a great occasion which is previously announced to the public. The
+roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
+the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of
+each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
+on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
+or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
+groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
+steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
+als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
+zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
+onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
+maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
+Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
+een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
+dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
+sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
+five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
+and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first
+entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
+heir and other members of the royal family, heads of public offices
+&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
+when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
+at their hotel, the heir advances with the various high officers,
+and makes two obeisances. When they take their departure, the same
+ceremony is repeated outside the ... Gate...
+
+The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
+the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
+hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
+of local produce are taken with him, and special other articles are
+sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
+these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
+shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
+China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
+equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
+the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
+out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
+reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
+relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
+all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
+Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
+gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
+
+[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
+is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
+genoemd.
+
+[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**).
+
+[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
+
+[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
+aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
+
+[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
+voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
+tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
+als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
+de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
+'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
+van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
+Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
+do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
+stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
+with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
+state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
+cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
+very well within three points of the wind, and the fishermen are very
+skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
+[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
+en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
+de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
+werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
+alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
+(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
+
+[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
+die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
+af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
+liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
+afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
+Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
+als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
+staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
+sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
+Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
+en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
+46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
+kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
+zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
+oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
+diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
+met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
+kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183).
+
+Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius),
+die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
+in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
+"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
+der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
+en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
+aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
+ook Bijlage VI.
+
+[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
+krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
+verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch
+de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
+na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
+'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
+dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
+Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
+daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
+ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
+in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
+
+[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
+Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
+tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
+de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
+
+[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
+this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
+and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
+and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
+which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
+the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
+of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
+
+[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
+Velsen: "bij de Zeekant".
+
+[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
+ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
+zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
+aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
+tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
+bl. 57-58).
+
+[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
+hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
+van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
+van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
+tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
+na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
+zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
+zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
+een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
+2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
+
+[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig
+hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
+met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
+dr. I, bl. 58).
+
+[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
+handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
+weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
+Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
+winds blow from the middle of May, and often even from April, until
+the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
+monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
+... prevails until the middle or end of September.... But the
+regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
+coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
+winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
+inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
+exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
+Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
+bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
+retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te
+largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
+suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
+Taijoan, 2 Mei 1644).
+
+[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
+achtervloed, voorvloed en achtereb.
+
+[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
+"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
+
+[343] lees: praijde.
+
+[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
+wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
+boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
+houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
+om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
+
+[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
+veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
+
+[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
+
+[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
+door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
+eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
+"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
+die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
+
+[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
+Dagregister.
+
+[349] Zie Bijlage Ie.
+
+[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
+valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
+dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
+
+[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
+aangekomen. Zie Bijl. Ij.
+
+[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
+
+[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
+niet voor.
+
+[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
+druk aangebracht.
+
+[355] Niet ingevuld.
+
+[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
+Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
+
+[357] van 18 Oct. 1666.
+
+[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
+als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
+
+[359] Kol. Arch. no. 457.
+
+[360] Kol. Arch. no. 255.
+
+[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
+(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
+Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
+1729, bl. 232.
+
+[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
+
+[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
+
+[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
+Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
+te doen.
+
+[365] Zie bl. 86 hiervóór.
+
+[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
+
+[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
+
+[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
+
+[369] twee?
+
+[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
+genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
+Sept. 1627).
+
+[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
+Ords. (Dagr. Bat.).
+
+[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
+14 April 1627.
+
+[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
+ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
+
+[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
+10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
+the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
+journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
+thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
+guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
+the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
+
+[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
+eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
+tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
+
+[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
+de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.
+
+[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
+vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
+November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
+
+Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
+toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
+tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
+langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
+Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
+13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
+zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
+Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
+boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
+Dec. 1621).
+
+[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
+aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
+
+[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
+Japanners.
+
+[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
+van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
+geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
+gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
+d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
+Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
+wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
+hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
+consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
+den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
+24 Meert Ao 1637).
+
+[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
+
+[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
+volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
+Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
+
+[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
+Introduction, bl. LI.
+
+[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
+"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
+in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
+schoone vrouwen ende kinderen".
+
+[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
+(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
+
+"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
+safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
+the scanty historical material which we have at hand, established a
+rough form of government over their settlements. So admirable was the
+organization that the different bands lived together without discord
+and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
+look after the interests of the combined bands whenever anything arose
+of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
+leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
+and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
+attained a position so formidable that smaller bands combined with them
+for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
+Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
+died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
+the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
+bl. 8).
+
+[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
+seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
+
+[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
+
+[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
+Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
+
+[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
+"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636-1645).
+
+[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
+gebleken. Journaal Hamel.
+
+[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
+9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
+
+[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
+de Bibliographie.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***