diff options
Diffstat (limited to '11467-0.txt')
| -rw-r--r-- | 11467-0.txt | 9298 |
1 files changed, 9298 insertions, 0 deletions
diff --git a/11467-0.txt b/11467-0.txt new file mode 100644 index 0000000..8d9685a --- /dev/null +++ b/11467-0.txt @@ -0,0 +1,9298 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 *** + + VERHAAL + + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT + + DE SPERWER + + EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN + HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK + + DOOR + + HENDRIK HAMEL + + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK + + + + 'S-GRAVENHAGE + + 1920 + + + +INHOUD. + + +VOORBERICHT +Gebruikte afkortingen +INLEIDING +JOURNAAL +BIJLAGEN: + + I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen + II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen + III. Gegevens betreffende schepen: + + A. Het jacht de Sperwer + B. Het jacht Ouwerkerk + C. Het quelpaert de Brack + D. Het schip de Hond + + IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea + V. Personalia: + + A. Nicolaas Verburg + B. Cornelis Caesar + C. Iquan + D. Martinus Martini + + VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65 + +BIBLIOGRAPHIE +GERAADPLEEGDE LITERATUUR +BLADWIJZER + + +PLATEN: + + +Facsimile van de eerste bladzijde van het HS +Facsimile van een gedeelte van het HS +Kaart van de tochten van Hamel + + + + +VOORBERICHT. + +Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan +is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het +door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk +te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij +landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim +twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing +en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige +rijk en zijne bewoners. + +Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar +verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat +hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te +vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan +een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot +de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat +ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen +van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra +mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is +gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen, +ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom +de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar +oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van +het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden. + +Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel +nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke +niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden, +noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich +zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er +vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats +is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van +de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden." + +Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne +belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger +Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie" +voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff, +heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne +zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van +het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van +Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn +geweest. + +Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel +van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt +en belangstelling vindt. + +Den Haag, 1920. B.H. + + + +GEBRUIKTE AFKORTINGEN. + + +Dagr. Bat. +Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts India. + +Dagr. Jap. +Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan, +eerst te Firando en later te Nagasaki. + +Res. +Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië. + +Gen. Miss. +Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII. + +Patr. Miss. +Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische +Regeering. + + + + + +INLEIDING. + + +Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht +der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en +gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken +zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren +van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden +nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis +van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het +waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, +gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke +op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun +wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, +omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van +ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en +nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre +hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang +in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, +was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer". + +In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa +[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2], +die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook +geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit +"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", +een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, +discretie ende cloeckheijt" [4]. + +Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen +vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die, +onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen, +de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering +was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte +minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval +was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden +waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7]. + +Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke +ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het +ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde +te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden +dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten +de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag +te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt". + +Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone +van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou +wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China +tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, +zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en +zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft +de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet +ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's +bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In +1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed +een einde te maken. + +Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering +van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de +Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten +vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming +aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel +Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12]. + +Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren +en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar +[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen" [14]. + +Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker +een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken +staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne +familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn +transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was +dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge" +naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te +laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef +en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de +behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan +"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18]. + +Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer" +misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus +"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden +Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht +de reis ondernomen [19]. + +Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende +tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was +uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21]. + +Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te +hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte +schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis +naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen +enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de +veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in +den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie +het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het +"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen. + +Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het +hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet +te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer +omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan +dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. + +Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de +Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden +daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25], +bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende +eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden +hadden dankbaar gestemd te wezen [26]. + +De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27], +zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht +toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin +van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat +eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op +een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich +hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September +1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van +"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven +der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders +[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze +acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren +bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot +een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch +land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan +was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren +lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het +leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het +eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van +Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan +dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt +bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord +waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden, +van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een +landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in +Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt. + +Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het +vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia +was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden +Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia +[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op +den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld +zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip +aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij +hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34]. + +Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo +werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten +[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een +vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van +den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen, +konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen +nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel +de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om +bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar +(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde +maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op +de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November +1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40]. + +Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik +Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland +ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn +zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan +"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel +en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven +monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven +schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden +noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld +dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde" +[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou +hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard +door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in +het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van +bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen. + +De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen +zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten. + +Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn +gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de +gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers +zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel +[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul +op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad +van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van +gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage +toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki +waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage +met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de +goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48]. + +In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit +commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder +hen verdeeld [49]. + +De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing +onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, +de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio +van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus +officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien +van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te +Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche +gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven +schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te +danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53] +en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar +Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en +September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten, +den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd +dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren, +was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die +het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land +der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf +voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of +Nederlander geleek" [55]. + +De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan +het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat +de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, +werd aangehouden [56]. + +Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om +Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door +ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den +27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar +Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij +Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker +tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge +zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59], +terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou +hebben gebracht [60]. + +Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet +te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 +was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept +[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs +minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in +het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over +Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche +bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is +geworden [62]. + +Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer +blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en +zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige +geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van +[65]. + +Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij +hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" +nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij +mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, +hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten. + +Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat +zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen +verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de +Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van +het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen +en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea +was bijgebleven. + +Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen +[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand +nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer +Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië +niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden +omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren +over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte +te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit +rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het +Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met +"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar +en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan +"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook +is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in +de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de +Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs, +dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam +[68]. + +Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in +het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter +inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van +uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden +ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te +lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in +het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen +als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen +in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over +Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk, +zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs +de eenige van zuiver westersche herkomst. + +De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn +werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de +Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden +te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij +evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld, +heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar +dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt. + +Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad +in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen +over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In +den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel +is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders +die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en +gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te +zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens +elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde +schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet +over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal. + +In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger +geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft +kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die +in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als +zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier +Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam, +die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester +Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd. + +Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft +gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea +in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij +begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt +hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met +de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl +hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by +d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de +inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede +de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent +Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't +eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt: +"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron +is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche +woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland +zelf daarmede was aangeduid. + +De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op +eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande +ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht" [81]. + +Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal +diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben +gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd +waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig +voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich +zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen +is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die +beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een +paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde +[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in +Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave +zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan +het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen +de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar +onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen. + +Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche +vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het +nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan +de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van +eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87], +zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn +Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld. + +Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. + +In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's +Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig +[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in +handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande +dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's +Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit +Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een +exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande; +om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten +dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het +vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven. + +Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal +bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer +Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het +"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective +quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn, +Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende +Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij +respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en +wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven +maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister +gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de +Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree, +sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666." + +Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89] +en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk +zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren +aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als +van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de +samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de +aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap +nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk, +zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden +zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de +ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het +Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan +een ander is toegeschreven. + +Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift +is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten. + +Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen +het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening +in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de +Indische Regeering heeft aangeboden? + +Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden. + +Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki, +zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het +opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in +de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666) +[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven +door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het +vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou +afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan +zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig +hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk +den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen +de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan +de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand +gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor +die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht +aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen, +welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91]. + +Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, +door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan +naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens +de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde +hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen +echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte +verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich +niet zal hebben schuldig gemaakt. + +Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, +maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije +vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia +oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden +van een andere hand is dan de tekst van het afschrift. + +Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk +heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen +sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren +gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is +veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze +nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte +Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op +zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke +van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst +valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor +dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt +afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de +oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst +door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de +verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten +dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, +ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen. + +Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden +en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het +eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld +en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord +zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd +en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen +enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, +door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij +hunne aankomst te Nagasaki. + +Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, +is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te +weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's +tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou +het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen +had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn +Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings +weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden +gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist +zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en +zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een +oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven +wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt; +de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt. + +Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid +en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders +heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek +dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat +hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea +gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao +1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op +de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip +toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is +aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel +dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning +aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist +hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan +een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van +de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's +avontuur te boek heeft gesteld. + +De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet +wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders +worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd +naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog +de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats +van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet +groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van +een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige +beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke +verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin +van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen +schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis +gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is +geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel +was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98], +hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden +neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen +dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer +bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij +voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp +zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo +verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien +al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren +des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99], +hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer +in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen +aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea +tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende +hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt +gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere +armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat +stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om +tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen +wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest +geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen, +maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting +is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op +te maken. + +Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben +gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, +maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze +boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en +heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals +een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen [102]. + +Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen +van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst +bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten +op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend +heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van +zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat +zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen +toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104] +en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij +die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor +de overige op zijn woord te gelooven. + +Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan +te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in +de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal, +hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen +is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn +genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben +verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk +op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea +ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving +de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk +valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf +voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, +daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke +gegevens ten dienste staan. + +De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten +voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd +om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken +met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel +uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste +nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend +bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis +voor Hamel's geloofwaardigheid [106]. + +Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van +land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in +lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne +beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor +dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken +[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in +Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft +van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf +aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken +daar te lande [110]. + +De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot +uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had +op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de +havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners, +Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112]. + +In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en +latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog +[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag +met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd +nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen +den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden +welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een +gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad +van den Keizer van China als suzerein van Korea [115]. + +Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea +geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding +vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar +herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen +onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in +hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten +dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun +verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's +Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende +weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht +aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen. + +Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer +met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen +voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor +oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar +de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking +tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot +ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier +vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; +schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch +in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun +geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging +van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben +eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld. + +De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van +het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie +ten goede kwamen [120]. + +Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen. + +Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten +en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners +van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de +eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij +van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche +zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in +zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste +berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland +omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen. + +Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden +Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123] +(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman +was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het +eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen +gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126], +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van +den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook +het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610 +[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter +verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest +om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", +waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later +[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis +geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker +[129]. + +Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest +aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor +geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis +welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover +misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren +bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen +Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het +krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in +de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben +gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648 +niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben +afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor +het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar +Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent +de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend +dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een +avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt +van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners +en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons +bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135]. + +De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land +Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid. + +Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige +voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met +Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te +Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde +schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch +anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting +konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene +onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China +en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken +voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138]. + +Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van +het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche +land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in +Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken +dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan +zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben +geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard +gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan, +heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en +Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor +goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het +jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143], +is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het +geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar +zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht. + +Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter +sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo +[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van +Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw, +destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in +die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar +een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd +[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden, +de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146]. + +Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat +Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is +eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men +vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer", +van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148]. + +"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene +aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam +zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier +Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der +17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart +was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen, +van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en +geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt +voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip +zal hebben ontleend. + +Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de +wateren van Oost-Azië bevaren. + +Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de +Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack" +[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de +Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 +uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het +vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia +aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype +luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs +zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee +of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII +spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot +'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t' +Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' +Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt +door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was +als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip +was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als +het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van +deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden +en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden +("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher"). + +Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering +van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas +kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na +aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het +koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam. + +Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten +volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan +had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen +verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen +uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen +[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de +komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer +zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen +ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in +den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren +handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat +van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan +Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te +Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot +de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar +met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel +de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk +te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel +gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer" +in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar +over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen. + +Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt +om van Taijoan naar Japan te worden gezonden. + +Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de +Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit +over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog +toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek +waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet +kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden +genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao +en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking +Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar +doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158]. + +Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In +hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het +roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de +kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van +de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk +zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland +een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch +ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige +Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van +den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet +zou worden vergemakkelijkt. + +De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland +[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding +te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit +Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa +vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met +rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te +Batavia van zelf [163]. + +Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" +was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat +de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester +gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit +zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als +adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die +taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al +was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene +maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, +liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand +van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug. + +De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn +betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of +van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland +is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige +ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het +Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" +op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie +tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt +[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis +van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168] +waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders +bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart +waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, +is die van Joan Blaeu van 1687 [170]. + +Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt +aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid +dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert +de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit +"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het +geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind" +en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten +kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na +1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden +met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, +kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit +gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa. + +Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten +wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben +met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger +tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar +wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke +rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171]. + +De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht, +evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien +een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht +van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de +aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder +welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan +nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het +woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals +"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen +zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en +"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van +luipaard. [172] + +Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis +kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten. + +Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen +hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik +Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij +op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in +1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 +met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den +6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175] +en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176]. + +Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa +verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur +Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en +tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, +oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen +op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen" +[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië +gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan +de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens +tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f + 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de +bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot +f 30 pr maand werd verhoogd. + +Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, +toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland +was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het +licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar +Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is +door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en +aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan +en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië +en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den +12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren +uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van +Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht +Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179]. + +Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de +oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om +door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar +zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen +[180]. + +Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen +zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal +aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk +veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de +verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal +opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers +van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren +eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen +aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch +schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de +tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne +lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams. + +De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte +stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik +gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, +eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie +in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, +wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar +ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken +van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke +hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien +inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren. + + + + + +JOURNAAL + + +[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen +Raaden van Nederlants India.] + +Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van +'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve +Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en +ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int +selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van +die natie ende gelegentheijt van 't land. + +Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden +van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en +Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl +gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer +een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende +op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen +ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr +ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert; +naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden, +sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen, +om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen. + +Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam. + +Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht +bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t +selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat +bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt +een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert +den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij +[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip +verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer +(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren +vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te +sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs +strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte +comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden. + +Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq +verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden) +stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen, +als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende +onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen; +hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte. + +Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde, +sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen +beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte. + +Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden, +sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door. + +Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten, +gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan. + +Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met +verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen +conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh +slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen +regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het +meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op +'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen. + +Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende +malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een +hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met +pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door +de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet +anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen +den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191] +ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel +los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te +verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te +maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck +slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over +quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was, +eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende +'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een +weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge +der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te +wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]] +over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee +spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192], +riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent +een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten +regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten +terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193], +dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen +stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick +met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh; +degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden +om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer +betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende +waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen. + +Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog +eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog +ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor +den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de +meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int +vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt +leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te +overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij +sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in +spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier +uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant +gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam +ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft +doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen, +die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige +victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten, +doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken) +aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een +vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met +een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam; +waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte +vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; +tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo +veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met +malcanderen voorden regen te schuijlen. + +Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al +na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer +weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste +was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int +minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent +een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam +steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een +musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en +deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, +maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met +malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij +eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; +tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die +ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden. + +Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen +den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten +bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre +staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199] +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals, +waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer +hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck +was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden +tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen +haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien +souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden, +maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al, +dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient +bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den +overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij +malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie +hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]] +welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten +ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij +verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen; +nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand +geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om +ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae +'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij +malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te +eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden +'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202]. + +Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen +ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; +de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland +(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede +een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de +klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, +smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren +ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap +bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven. + +Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't +yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee +stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote +als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen +wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van +neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons +tweemael daegs wat eeten. + +Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat +ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te +worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; +de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int +bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen +hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie +gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen, +sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent +een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de +toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen +dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die +om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste +in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende +soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent +Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen +in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal +dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst. + +Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten, +aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen, +het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206] +sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland, +bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor +'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten +dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude +gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer, +oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen, +ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen +van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort +was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de +voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten; +een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een +groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck, +ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij +vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij +conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet +hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; +terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer +4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; +alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met +beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet +conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een +wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden +was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten; +liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot +onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog +de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten +daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck +water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, +soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des +Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij +na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te +doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx +'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over +zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven +aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs +mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer +konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende +cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx +bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont, +ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels +voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te +vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden +met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten +ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin +soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan +gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam; +liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens +mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude. + +Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman +ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem +comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon +te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot +nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck +ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders +van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende +naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer +Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, +zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan +Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt +'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck +naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant +gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met +de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door +gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij +'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden +hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant +gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat +hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert +gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende +hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde +malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer +Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen, +zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij +senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden +versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke +troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen +niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van +een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was +te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders +tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren +geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met +ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en +volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons +voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den +eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur +gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den +eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, +om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, +ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; +liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen +hadden hem bekent te maken. + +Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten +mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur +liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden +weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere +kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te +behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen, +gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter +daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel, +liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was, +dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste +land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden +wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter +haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle +de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte. + +Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met +een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort +dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude +den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen, +den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste +versach om vordere clachten te mijden. + +[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen +gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs, +geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat +indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb +garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses +man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven +alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de +tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven +inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende +of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende, +conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van +April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie +vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben; +een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't +getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande +honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden, +dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren. + +Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer +vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting +[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, +ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede +te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck +die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant +dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden +was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer +mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende +[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen, +door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; +die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap +niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij +met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van +de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort +gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na +de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een +ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse +bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort +te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent +ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting +om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222], +voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs +gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur +gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; +den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten +van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande +andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende +straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet +vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde, +waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn +vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen +was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock +ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, +boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent +een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen +ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden. + +Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 +a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende +binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van +daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende +door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op +varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer +Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront +ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan +verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer +volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en +koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq +opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden, +bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen +daerse rijs planten. + +Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot +blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen +daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende +eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off +'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet +hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door +dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck +waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende, +gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren +gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder +zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts +onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten +ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; +des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt +gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij +malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was +aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts +is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert +'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande +stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken +te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent; +des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad +genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden +dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer +hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231]; +nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen +dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233]; +naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen +savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden +Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder +vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor +een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, +alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen +savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt +vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert +vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238], +gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen +daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten +des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio +[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff +hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen +inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt; +naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende +dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243] +ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren +ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde +stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden +ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck +aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht + +zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse +Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen, +van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren, +dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]] +senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te +geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree +vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt +zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat +hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen, +singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier +ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet +om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken +ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs +worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247] +van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 +cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op +onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat +voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters +uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap +[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot, +met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem +mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx +dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6 +maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, +ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des +maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij +den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees +(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den +veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare +wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee +stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien, +ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij +veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende +kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van +'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen +geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, +door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, +ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor 't geckje hielden. + +[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt +te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans +gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te +worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op +een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, +waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier +houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt +voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen +kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den +2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven. + +Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande +stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen. + +Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende +hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255] +ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor +de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met +malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout +halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, +'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende +moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest +Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever +willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257] +gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen, +ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van +'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo +den winter daer mede door. + +[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben; +wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer +den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van +Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om +branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant +daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse +gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende +soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden +opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende, +stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants +voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie, +dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor +volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]] +offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op +den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen; +wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt; +voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer +niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten +onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om +dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen +opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport +gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door +storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren, +belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven +tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter +gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck +ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma +gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude +openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en +de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na +de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na +eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende +bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen +doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de +gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259]. + +In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij +den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen +den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland +weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom +onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck +best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip +was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een +matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder. + +In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende +quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende +op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter +2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen +eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in +een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken +ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende +in haer lant te houden [261]. + +[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder +om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel +bewaren. + +[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael +geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden +ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om +ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet +wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste +ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste +seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een +van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo +lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck +de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq +openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede +luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was +ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende +was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens +ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer +leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer +daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij +passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer +over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, +hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van +veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen +van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij +voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer +swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262] +gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs +smaents toe leijde. + +Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken, +bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een +mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen +sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't +laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben; +wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren, +passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en +paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq +geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende +aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken, +ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt +Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is +de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van +die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx +brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste +overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't +verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons +te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent +[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck. + +In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen +hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren +om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe +logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij +tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte +raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden. + +[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over +eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last +opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene +man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van +groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in +hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als +de inwoonders. + +In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons +vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten +'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen, +twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo +in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en +sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren. + +In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste +met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders +aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde, +dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met +'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door +'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op +handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om +wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen +schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het +selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende +rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien, +alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een +half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor +leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij +ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen, +ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer +droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij +buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel +sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door +te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom +een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen. + +[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden, +ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen +weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde +ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog +alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven +'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het +een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr +was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij +beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont, +te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan +zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel +op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't +gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen. + +[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met +consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in +des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp, +sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270] +sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den +ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig +nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet +verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben. + +Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont +een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen +ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij +ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de +vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het +navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas, +door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas +uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen; +conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert +door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden +reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen +storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen, +alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden +en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken +ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen +door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en +arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272], +bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van +de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273]. + +[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt +is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en +N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a +75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275], +heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276] +ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden +aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen, +door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck +ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de +menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent +25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer +Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst +toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer +voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande +West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt +aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande +noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant +gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare +zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als +andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden +December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh +[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn, +ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in +ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan +nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben +aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare +zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van +d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, +ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons +volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien +dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw +mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om +laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer +sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet +te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met +garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de +coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke +quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man +haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise +[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese +en Japanders verhandelt wort. + +Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283], +hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen, +sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen +particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte +dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en +slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, +ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden +Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder +aanden Coninck vervallen. + +Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d' +vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden, +alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende +soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die +heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn +capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier +vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende +yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op +schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den +Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn +landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer +geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen +'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende +storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben +musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh; +elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende +soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters +onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op +'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese +worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben +mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, +sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op +schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, +'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn +dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen +zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen +wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx +dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, +hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te +brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een +vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff +een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden; +slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer +mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt +ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen +wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout +ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666 +aan onsen admirael gesien hebben [289]. + +Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij +vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met +raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck +in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer +leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen +alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot +hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende +vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de +meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer +tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te +dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van +alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren +dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten. + +Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den +Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt; +heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte +zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest +tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer +eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck +haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer +de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder +naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de +oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden +die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst +daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle +cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters +en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden +ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en +soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck. + +[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet, +die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten, +worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden +tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs +weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert +te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige +sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken +wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft, +gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die +vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer +voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende, +naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock +aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen +ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet +in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was, +ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden +sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove +in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te +meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, +een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den +Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen +gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende +slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't +geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, +wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde +gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, +tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer +gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn +vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen +gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over +niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer +Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen +worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een +cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere, +nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij +de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den +overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele +lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel +gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden +buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe +staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens +onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde +vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot +somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht +met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden +rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders, +door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft; +die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2 +a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt, +ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het +opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt +en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de +kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien +om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene +gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter +doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse +van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een +stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand +breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer +sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter +ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken +off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3 +a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen, +totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die +worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de +knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op +d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij +een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken +een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten +soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen +sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen, +strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte +op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een +enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst +nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand +breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de +doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger +dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje +de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als +'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende +rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght; +de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer +sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294]. + +[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten +belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie, +maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele +weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen, +achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand +'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen +eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer +dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij +aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden +ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te +zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen +comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer +reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met +vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende +nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer +te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel +doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee +mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende +andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn, +leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie +bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn, +ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10, +20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder +huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen, +mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de +misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij +onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet, +alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als +'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden +niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij +opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper +papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt, +worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx +papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de +gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden +te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet +eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair +ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren; +diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde +billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair +wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo +dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen +moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen +[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel +te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense +voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor +hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen +sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, +twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij +haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; +daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen +der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende +mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten +ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de +papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer +vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte +tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij +seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door +'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen, +door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met +hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters, +alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen, +ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve +meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, +wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx +stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van +gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden +d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende +grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen +Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300]. + +Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien +yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs +met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest +met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een +muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op +houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven +worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en +van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit +papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm +[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer +met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, +boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen +cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder +huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, +nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten +hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn +is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen +en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand +mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben +gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te +doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq +en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten +ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]] +tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als +'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden +wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een +of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten +wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor +de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant +land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden +vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt. + +Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde +lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte +vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen +gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, +tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, +soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als +hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn +vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders +ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met +malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al +had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, +maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is +geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende +den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, +sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in +huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten +in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a +3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de +huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen +die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als +slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man +d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, +waerover dit lant soo vol menschen is. + +D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen +dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel +onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende +dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot +grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is +te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]] +uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is +een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om +de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort +[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van +haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden +bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie +om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij +denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't +selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste +gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert +te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt +soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn, +alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert, +om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden +bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck; +dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer, +door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede +vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die +sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven +eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als +'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel +van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat +wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen, +moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde +kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh +reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt +connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over +haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren +rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening +waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende +een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen; +mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen +te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen +niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange +rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; +om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, +wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft +met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt +waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes +d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen +haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als +daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs +de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken; +sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen +bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en +comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol +nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt; +sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs +van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens +van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse +begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer +clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden +'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel +vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen, +de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden +dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende +hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, +5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer +voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van +steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende +wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310], +dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben; +daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet +doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en +op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, +'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden. + +Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't +gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft +den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen +tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80 +jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen +doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer +altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen +sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311] +d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden. + +Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]] +natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen, +men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn +stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen +schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een +coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden +en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste +goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende +seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde, +ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een +vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat +over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert +vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander +Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't +ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen +soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is +mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese +schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn, +deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle +broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet +sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen; +sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck +zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp +daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe +gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt, +dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen +d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge +te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken; +de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met +vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte +is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende. + +Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder +malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't +eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie +hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper, +sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen, +met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht +worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in +Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin +ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over +lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote +coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen +ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn; +de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314], +elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel +met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere +granen. + +Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was +vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt +om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen +ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is, +ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; +dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit +ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij +Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316], +dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte +Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de +Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq, +alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende +planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst, +soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom +nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck +gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende +nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden +worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht +wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan; +Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer +oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer +maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende +rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet +en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen +noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden +en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken. + +Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de +zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; +als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende +meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen +[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; +de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, +wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte, +aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel +om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo +den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen. + +De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden +aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene +man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt, +den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te +swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs +goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen, +doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte +is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China +gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote +en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan. + +Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten; +stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte; +d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen, +den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers +sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert +worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen, +katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte, +swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels, +arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen, +fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven, +met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet. + +Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer +spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om +te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen; +spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten +ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte +principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese +wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende +de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't +loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs +gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man +niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, +doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer +licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet +alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel +geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken +reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't +opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in +veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte +andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende +diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse +niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen, +elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met +lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet; +weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen +d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen +malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt. + +Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte +lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers +vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect +vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs +vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een +secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten +cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben, +'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen +is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer +ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer, +welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij +haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde +daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte +andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste, +'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op +voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste +uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand +ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden +aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster +open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger +sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert, +moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, +waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit +van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet +den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem +[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet; +daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen +in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de +straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a +3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters +comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325]. + +[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin +van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, +veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste +conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt +meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die +in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt +nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten +bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer +conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse +vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste +wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten. + +Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien +[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit +verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, +huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, +'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in +een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen +te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen +[329] tot groote blijschap verandert. + +Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken +en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, +dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een +stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in +een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij +des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die +aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]] +een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden +op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer +brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande +provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont +van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen +als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man +te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae +sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een +straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende +swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont +voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, +door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, +int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de +beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te +last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen +te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij +suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden +als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden +nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig +inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden, +dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om +wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude +continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten +naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel +te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30 +dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen +deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden +bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664, +dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte +tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder +eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende +belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden +deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs +te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij +bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons +soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet +mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen +hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende +groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, +daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E: +opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij +om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels +sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden +alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen +daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige +menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent +ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx +opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, +lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, +wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft +ende voor sijn leven wegh gebannen. + +Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met +staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander +int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende +[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat +den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als +mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters +en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat +haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij +avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant +leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op, +behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven, +te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke +teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den +Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren; +d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen, +wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op +dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert +ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde +twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335] + +[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best +om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten; +hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde +ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den +Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen; +onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van +hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de +gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met +malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens +in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int +leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven. + +[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder +quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een +grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel +vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt +seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe +ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten +verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken +gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den +Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn +vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden +voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag +gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende +[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen, +quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen, +die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer +sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie +souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke +vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij +van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met +bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat +ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons +geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan +sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als +anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop +ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae +wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren, +maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer +aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel +den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't +jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam +ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te +[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer +viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn, +ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder +haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef, +den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde +scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest +omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen +sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen. + +In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d' +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck +was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden +ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met +'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben, +ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde, +ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel +te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen, +alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn; +sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen, +willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt +en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx +van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen; +vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman +ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met +cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde +mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met +'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende, +wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer +t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen; +die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg +cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh +ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot +man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden +hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese +meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende +wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle +'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo +'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was, +onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman +wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus +Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien +ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden, +die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende +mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig, +was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen +dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven +bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder +gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al +weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder +ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen +over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van +branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het +ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water +ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg +waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren, +ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende, +d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde, +cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en +lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt +vreese oft een wacht mochte geweest sijn. + +Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son +wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt +vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent +'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt +den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt +d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt, +waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden. + +Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse +eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren, +soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende +alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons +onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren, +seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om +in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst +seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt. + +Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de +eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), +om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des +naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, +maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter +agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, +de wint van agteren, den geheelen nacht door. + +Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest +hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in +zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee +gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij +genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te +crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; +half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende +aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren +ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons +ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als +zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet +had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie +uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met +stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, +maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken +ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince +vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse +eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken +en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken +ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden; +quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer +vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp +al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde, +ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog +een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende, +dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten +leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen +malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al +gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden +dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat +trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het +niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam +daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort +alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de +derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij +Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky +waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden +souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren, +ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen, +waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen +quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op +een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen, +om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter +gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh. + +Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg +ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van +toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten +'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer +in droog te sitten. + +Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs +lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't +eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen. + +Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in +sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen +'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee +groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant +gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over, +ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde +baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker +ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; +waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder +daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs +presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen. + +Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van +'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347] +hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur +overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht, +ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons +als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer +dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel +ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, +belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen; +daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de +Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel +onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer +voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen +segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet +genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt +ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft +verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige +verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken, +waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn. + +[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende +den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de +schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden. + +Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde +gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder +voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349]; +sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht. + + +Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste +ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet +daer op geantwoort. + +Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. + +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen. + +2. + +Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip. + +dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm +die vijf dagen duerde, hadden verlooren. + +3. + +Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut +op hadden. + +Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken. + +4. + +Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de +gelegentheijt van dien. + +Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer +volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen. + +5. + +Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest +waren. + +Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan +gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur +d'heer Verburgh te verlossen. + +6. + +Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie +doen alhier opperhooft was. + +Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr +Coijet als doen regeerende opperhooft was. + +7. + +Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven. + +Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten. + +8. + +Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden. + +Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +[[42]] goets, gaven ons eten en drincken. + +9. + +Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen +ofte op de Chineese cust te rooven. + +Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren. + +10. + +Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt. + +Niet dan Compes dienaers. + +11. + +Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve +naer toegebracht sijn. + +Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door +den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in +d'stad Sior. + +12. + +Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren. + +Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen +nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in +alles 90 mijlen van malcanderen. + +13. + +Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen +hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven. + +Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen. + +14. + +Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe. + +Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog +sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen. + +15. + +Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn. + +Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen. + +16. + +Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is. + +Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 +steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden. + +17. + +Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien. + +Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan +naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij +gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land +te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren, +dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam, +waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den +oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht. + +18. + +Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh +was. + +De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren +niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert +van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was. + +19. + +Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is. + +Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige +cleijne stuckjes. + +20. + +Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn. + +De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte +eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt +van victualie voor drie jaren versien zijn. + +21. + +Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben. + +Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op. + +22. + +Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen. + +Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen, +brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent. + +23. + +Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +[[44]] te brengen. + +Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer +manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen +te laten. + +24. + +Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient. + +Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden +staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier. + +25. + +Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen. + +Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen. + +26. + +Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen. + +Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van +paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen +en schoenen. + +27. + +Offer veel rijs ende andere granen wast. + +Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge +jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662 +meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, +alsoo daer geen rijs door de coude can wassen. + +28. + +Offer veel paerden ende koebeesten zijn. + +Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog +bleef continueeren. + +29. + +Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere +plaetsen eenigen handel dreven. + +Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie +hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin. + +30. + +Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest. + +Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. + + +31. + +Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]] + +Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene +man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn +waerdije, rijst ende andere granen. + +32. + +Wat handel sij op China drijven. + +Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede +sijde stoffen. + +33. + +Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn. + +Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen +geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere +mijnnen hebbe niet gehoort. + +34. + +Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort. + +De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert. + +35. + +Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is. + +Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt. + +36. + +Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet. + +Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne +gouverneurs alle drie jaren vernieuwt. + +37. + +Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont +ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer +overleden sijn. + +Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs +en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; +in die tijt storven elff man. + +38. + +Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten. + +[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een +stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck +'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, +Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado. + +39. + +Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is. + +Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende. + +40. + +Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren. + +Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever +eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven. + +41. + +Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +'t ander volcq zijn wegh geloopen. + +Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden +opgestempt [350]. + +42. + +Waerom wij haer niet gewaerschout hadden. + +Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs +most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen. + +43. + +Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken. + +Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet +soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven +volcq wedersent. + +44. + +Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. + +Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet +en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden +Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht. + +45. + +Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft. + +Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde +natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere +natie niet wilde bekent hebben. + +46. + +Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn. + +Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht. + +47. + +Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt. + +Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan. + +48. + +Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden. + +Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden. + +49. + +Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren. + +Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen. + +50. + +Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen. + +Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat +bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen. + +51. + +Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten. + +Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. + +52. + +Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten. + +Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was. + +53. + +[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor +deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn. + + + Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren. + Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: - + Jan Claeszen Cock ,, 49: - + woonende inde stadt Namman. + Jacob Janse quartiermeester ,, 47: - + Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: - + Claes Arentszen Jongen ,, 27: - + In Saijsungh + Sandert Basket bosschieter ,, 41: - + Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: - + + +54. + +Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben. + + + Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren. + Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: - + Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: - + Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: - + Gerrit Janszen: do ,, 32: - + Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: - + Benedictus Clercq jongen ,, 27: - + Denijs Govertszen: do ,, 25: - + + +Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666. + +Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende +nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder +voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort. + +Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.] +nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer +op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen, +om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia +te vertrecken. + +Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende +vertrocken uijt de baij van Nangasackij. + +Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden +Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen +heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt +onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht. + +[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte +van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, +welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al +des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht +wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende +dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den +Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste +coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen, +alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door +dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, +ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men +het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende +oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, +voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande +Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is. + + + + + +BIJLAGEN + + +I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Japan. + +a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier +tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur +Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op +een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen +vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d' +eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; +gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de +omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van +te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer +verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht +van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van +alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm +den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen, +zijnde dese acht personen genaemt + +Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen +voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent. + +Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen +voor schiemansmaet. + +Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor +jongen met 5 gl. + +Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen +in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent. + +Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in +India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs. + +Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor +jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens. + +Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in +'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent. + +Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen +voor jongen a 5 gl. ter maent. + +'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't +lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren +diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren, +dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude +vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant +aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert +en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils +van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer +sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer +geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten +welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt +Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren, +uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt +van daer in huijs gelaten, sijn genaemt + + Johannes Lampen van Amsterdam assistent + + Hendrick Cornelisz van Vrelant + + Jan Claes van Dort, cock + + Jacob Jans van Vleekeren + + Sander Boesquet van Lith + + Jan Jansz Spelt van Uijtrecht + + Anthonie Uldircksz van Grieten + + Claes Arentsz van Oostvoort. + +Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij +ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen +dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck +dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te +becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden +bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock +schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit +volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor +dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer +Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken. + +Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto +door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens +haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of +se bij vrunden of vijanden quamen. + +'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck +van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en +wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen +is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck +bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt +en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben, +ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer +verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander, +geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb +hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op +'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque +door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, +en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn +geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee +andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders +dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren +wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen +was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't +leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte +Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in +Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm +Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665 +tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in +Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149). + +b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken +(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken +off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier +aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert +afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog +geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, +ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese +arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't +welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia. + +c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle +Heeren Raden van India. + +Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den +passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt +gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden +8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben +helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte +schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt +met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op +gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen +8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt +wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen. + +Nangasackij adij 18en October anno 1666. + +Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel +Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725). + + +Rapport. + +d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker +Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert +door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan +met mijn verschijning van daer op Batavia. + +... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen +van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia +gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer +13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser +arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien +den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt +Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve +plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre +van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde +of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen +de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde +van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch +geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet +daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere +joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt +'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te +moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben +van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen +doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke +conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in +'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten +mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725). + +In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is +aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan +boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18 +October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport". + +In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 +Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet +twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen +die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende +'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts +laten comen". + + +Dagregister Japan. + +e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren +comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij +aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa +hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde +moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt +Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende +gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat +vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons +met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte +Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den +boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren +gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en +wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren +van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't +lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren +etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden, +wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden +door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te +weete comen. + +f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa, +alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude +bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten +gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds +zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155). + +g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver +de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt +Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden +wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte +geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667. + +h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij +aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't +ontslaeken der Corese matrosen.... over. + + +Dagregister Japan. + +i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer +regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de +Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage +van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol +campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia +gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren. + +Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen, +zullen mogen vertrecken. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667. + +j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij +Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige +dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie +connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer +hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d' +selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over. + + +Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667. + +k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen +geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese +eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden +jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij +de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om +met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare +gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden, +Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen, +maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te +slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen +van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde +geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet +meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de +'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen. + + +Generale Missive, 25 Jan. 1667. + +l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen +vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't +Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich +aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen +seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland +nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat +aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8 +gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen +sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen +verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij +ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen +Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op +'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck +aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven +en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt +sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n +September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te +gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146). + + +Generale Missive, 23 Dec. 1667. + +m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer +goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt) +de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse +van daer den 23 October vertrocken waren.... + +De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw +alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek +(Japan). Kol. Arch. no. 1152). + + +Patriasche Missiven. [359] + +20 Nov. 1667. + +n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de +Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer +tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all +van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht +in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de +gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude +connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde +voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven, +haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen. + +22 Aug. 1668. + +o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't +jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer +aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28 +daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert +sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel +die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het +verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij +daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie +hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout, +Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren +als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat +de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van +het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off +het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext +van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een +besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot +den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende +de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de +Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste +sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens +het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op +Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie +bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert +en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't +selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle +denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te +laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden +lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent +die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen +ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken. + + + +Resoluties Heeren XVII. [360] + +10 Aug. 1668. + +p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat +seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen +geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen +uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt, +constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de +pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh +daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits +desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn +en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz., +uijt de Hooftparticipanten. + +11 Aug. 1668. + +q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende +in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en +geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock +gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben +betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van +de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren +en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van +het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all +vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve +overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte +Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert. + +13 Aug. 1668. + +r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in +voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert +het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in +Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst +van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het +lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde +gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden +sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen +dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men +daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo +den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten +hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven +in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een +somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt: + + +Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300. +Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250. +Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200. +Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180. +Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150. +Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150. +Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300. + ------ + f 1530. + + + + +II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Nagasaki. + +a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants +Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders +van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan +anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn, +van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te +comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij. + +16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven +Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert +anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des +Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert, +bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht +Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden +warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der +mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van +Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet +ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten, +drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, +mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat +ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck +door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, +die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot +nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, +nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden. + +17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de +Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van +'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de +frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse +naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening +tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer +te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor +deden bedancken. + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666 +overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den +jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der +Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de +verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge +met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362] +volgen sullen. + +c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven +Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits +het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa +gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob +Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, +schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit +van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen +Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen +[363]. + + +Generale Missive, 13 Dec. 1668. + +d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in +Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer +verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was, +dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening +om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, +dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit +hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht +dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers +den Japander ten minsten ook groot respect draegen. + + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669. + +e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September +verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen +geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is) +door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't +Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck +op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan +UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, +de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't +noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van +seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij +een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten, +maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de +Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het +zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben. + +Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen +Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen +handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de +bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van +die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten, +soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de +vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten, +sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om +gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot +van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij +wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder +seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, +sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de +rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht +te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken +quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge +van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen, +dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt +toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en +de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten. + + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +5 Oct. 1669. + +f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo] +alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven +Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ... + +Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo +seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den +jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing +van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde, +soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen +als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle +van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval +is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en +behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle +naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't +bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen +en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal +(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie +met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven +off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren. + +Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben +hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen +ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven +wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar +eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar +met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen +die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen +gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar +quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich +daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo +nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen +dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar +voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van +desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe +verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium +alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, +die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over +dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht +ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, +peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout +als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, +maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van +importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast +soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft +'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) +geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt +sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, +waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van +'t rijck wellight op volgen mocht. + +19 Oct. 1670. + +g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen +en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie +voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten +zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de +Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden +gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen +voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant +verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 +op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden +mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover +oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge +van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht +maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, +tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan +den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons +des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn +Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in +Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden +daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover +hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde +bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden +deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan +niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen +daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck +Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen +de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem +daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde +geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden +Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse +Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, +waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in +te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten +conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent +vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren +wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een +ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de +Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote +costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te +connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen +te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen +gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse +regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens +mochten moveren. + +.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die +dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden +als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman +Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798). + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670. + +h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt +oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van +5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet +qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, +hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de +600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien +wegh in Japan gevoert zijn geworden. + + +Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670. + +i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, +Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met +het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt +verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest +sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt +van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar +daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende +lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject +genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch +eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert +volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert +(Kol. Arch. no. 256). + + +Patriasche Missiven. + +j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht +van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen +besendingh derwaerts wel te recht naegelaten. + +k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in +Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel +een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de +Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't +voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn +aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, +voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang +wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om +daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù +die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het +bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden +gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh +van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen. + + + +III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN. + + +A. HET JACHT DE SPERWER. + +1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge +van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor +de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) +en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 +Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd; +ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649 +in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie +Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni +1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering +naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni +1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 +Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte +dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar +en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 +terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug +te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar +de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14 +Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het +1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, +16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 +Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt +van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland. + +In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste +lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman) +of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende +aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des +Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva +le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch +op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen. + +2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer +hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren. + +Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die +bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren +mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo +Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't +gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende +terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich +besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer +de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om +voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht +te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de +stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina +om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm +op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634 +in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366]. + +Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo +de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen, +zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets +te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634 +mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van +Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo +oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen +zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst +aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert +bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als +de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen....... + +Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem +in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre +naer Taijouan te bevorderen. + +Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij +dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren +oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van +deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt +en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick +overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer +oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge, +zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen +coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen, +ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer +insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke +plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het +selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u +de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie +over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van +Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief +waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult +hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck +een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des +Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde. + +In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans: +van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris. + +3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt +becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame +Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer +Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach, +buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff) +geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen +Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat +daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij +hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen, +ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen................. + +Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o +naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter +montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten: + + + 20007 cattijs poetsjoek + 20037 cattijs aluijn + 3000 stucx elantshuijden + 19952 stucx Taijouanse hertevellen + 3078 stx steenbocx vellekens ende + 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten. + + +.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en +Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de +fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij +VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich +sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta +gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te +Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts +te demitteren.... + +.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen +427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben, +daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder +sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan +de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653). + +4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het +schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't +welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht +was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te +[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe +dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer +mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van +de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de +Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche +arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een +combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen +dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede +de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw +op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx +'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock +onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier +ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen +want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden +dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen. + +.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des +naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis +Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert +verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en +Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653). + +5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in +VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone +jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende +'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm +sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken +daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, +ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f + 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse +winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet +als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad +van Formosa, ddo 20 Mei 1654). + +6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer +Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer +nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen, +soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow] +een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw, +die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen, +sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan +gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't +zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa +een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten +nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck +van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw +(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende +'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: +sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet +dan al te gewis houden. + +... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e +f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen +noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except +de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag +sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt +ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt]. + +7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip +Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent +wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de +Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult +moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater +die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben; +wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude +het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck +sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons +en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer +uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654). + +17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven : +"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste +besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme +te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan +subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen +verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half +Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, +Deel 1, Cap. 21 fol. 280). + +Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met +de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden +het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent +19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van +het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653). + + +B. HET JACHT OUWERKERK. + +Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van +daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant +Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot +50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia +aankwam (Dagr. Bat.). + +Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April +1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China, +soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis +hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, +aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn +volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen +daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt +te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot +op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr +Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr +Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627). + +De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar +Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan +dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht +(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en +zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan +naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn +weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft". + +Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen: + +"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra +Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck +mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen +verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop +toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat +als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den +brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn +alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten +dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met +haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een +Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de +Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff +comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch +eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt +niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; +Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389). + +Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en +3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628 +van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t +Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag +na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten +stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV, +2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, +bl. 334 en 389). + +.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op +hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders +g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt +wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374]. + +"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft +desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck +behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck +antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver +van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees +weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem +Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375]. + +Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer +Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden +van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao +hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans +dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I). + + +C. HET QUELPAERT DE BRACK + +17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 +Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij +Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar +Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 +terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca +(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); +17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 +Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór +31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); +4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April +1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia +(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar +Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 +aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel +gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden +om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug +te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 +over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); +3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 +Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 +Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken +van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.); +18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia +17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644 +naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt +Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor; +uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt +dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld." + +Patriasche Missive, 8 Dec, 1639. + +Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende +het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man, +en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh +vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude +mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop +'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen. + +Generale Missive, 9 Sept. 1640. + +'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt, +zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken +noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te +meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif +liggen, te connen brengen. + +Patriasche Missive, 15 Maart 1641. + +Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen. + +Missiven Batavia naar Taijoan. + +14 Mei 1641. + +t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe +als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen.... + +In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt +den Oppercoopman Carel Hartsing.... + +Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met +12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden. + +11 Juni 1641. + +...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert +op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt... + +...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in +T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh +te wesen. + +Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641. + +...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't +Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat +stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can... + +...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt +sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over +(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten +ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van +'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat +ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen, +soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer +uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641. + +Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem +zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs +bij contrarie mousson. + +Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641. + +... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse +groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent +Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht +van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe +van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is +schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese +champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt +zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren +met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet +voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert +binnen aen't Casteel te comen. + +Missiven Batavia naar Taijouan. + +16 April 1642. + +13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende +Kelang verschenen. + +... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de +jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae +Quinangh's bocht aff te senden. + +28 Juni 1642. + +In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij +uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith, +Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert. + +Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642. + +... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te +vernemen lieff wert sijn. + +Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642. + +Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie +gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende +wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den +Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den +handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets +anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den +11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven +dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende +verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert +sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. + + +11 Oct. 1642. + +'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen +wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien. + +Dagregister Japan. + +1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants +schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door +den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was, +dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen, +'t welck terstont achtervolcht is geworden. + +12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar +middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten +hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet +meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het +principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa +gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende +onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh +quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede +tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van +de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge +bequamen. + +13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert +voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen +gesorteerd.... + +14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op +gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na +den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven +al op stont uijtgelevert. + +27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh +was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen +en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders +zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan +boort gebracht. + +29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden +als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en +nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren, +omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons +afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde +plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. + +29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip +de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier +naar Taijouan vertrokken. + +Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642. + +...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met +'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere +coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de +oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op +29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack +(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt +ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen +stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat +daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert, +ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke +winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese +proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert) +int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders +soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht. + +Generale Missive, 12 Dec. 1642. + +Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse +Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van +Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de +jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch +niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman +Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende +verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een +aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn..... + +Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en +deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer +gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan +van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack +uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo +in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een +retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan, +zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt +is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten +hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae +sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de +Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen +ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de +dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij. + +Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius. + +... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642). + +Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643. + +... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376] + +Missiven Taijoan naar Batavia. + +15 Oct. 1643. + +Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende +de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij +ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte +goutmijnne uijtgeset hadden.... + +De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17en Meij weder toegecomen.... + +...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt +van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende) +waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde +cruijsplaetse comende ... + +den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen +masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643). + + + +17 Oct. 1643. + +...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage +het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld]. + +19 Nov. 1643. + +Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October +aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van +'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts +te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in +32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores +gecomen sijnde, wel toegecomen. + +'t Quel de Brack: + +18 Oct. 1643 naar de Pescadores + +26 Oct. 1643 terug van de Pescadores + +10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de +Pescadores. (Dagr. Zeelandia). + +11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het +binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en +Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643). + +Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643. + +'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij +de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt, +hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier +geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen +vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer +nae behooren mach versien werden. + +Generale Missive, 4 Jan. 1644. + +Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de +Vos ende 't Quel de Brack. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644. + +Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt +cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel +de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat +hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen +vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken. + + +D. HET SCHIP DE HOND. + +"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op +de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het +fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 +door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van +Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten +(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction +LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305). + +De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in +onze handen was geraakt: + +"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden +ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620). + +Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, +dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 +Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de +Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" +(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van +Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om +verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16 +Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is +van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621). + +In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor +Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer +Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse +zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6 +Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug +... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met +de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen +enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van +de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat +van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De +schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu +Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te +passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan +gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt" +(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt +door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in +groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando +te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op +Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den +raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer +alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan +lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn" +(Gen. Miss. 20 Juni 1623). + +Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme +[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps +cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone, +a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp +in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II, +bl. 336). + + + +IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378] + +Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do +Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel +van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde +legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan. + +In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten + + Rijs tot Tl. 20 t'last, + Cooper + Cattoen ende cattoene lijnwaeten + wortel Nijsen + +Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect, +doch vallen seer duer. + +De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen. + +De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer +de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer +mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens +van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde +welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden +ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te +comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden +mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit +geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige +volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn, +ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde +met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer +boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers +ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden +bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den +oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben, +door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer +oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders +hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle +tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar +in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen +Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer +invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can. + + +Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen +adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij +binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen +zijn. [380] + +Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers +gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den +anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende +een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder +zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver +[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met +ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root +vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een +swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft. + +Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren. + +Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen. + +Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon +van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, +gedragen wierde. + +Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen +(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant +opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de +suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende +volchde hem noch een do naer. + +Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken +root verlact ende boven met een top van witte veeren. + +Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert +de Coreers t'accompagneeren. + +Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende +op bagagie paerden. + +Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten. + +Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij +was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft +buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt +te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met +schoon sant gestroijt. + + + + +V. PERSONALIA + + +A. NICOLAAS VERBURG. + +1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip +'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na +goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw +voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's +mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug; +Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van +3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); +vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan +naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia; +Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart +1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van +Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie +ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw +den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot +(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26 +Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen" +(1665). + +Generale Missive, 24 Dec. 1652. + +2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door +veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn +lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt +de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om +tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken +'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen +weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit +gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende +vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot +vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, +daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts +tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren +zullen.... + +Resolutie, 21 Maart 1653. + +3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh, +Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht +heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen +worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken, +alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal +sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert +persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden, +soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden +vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het +selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie +te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de +middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich +staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het +gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den +Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe +mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve +Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen +Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn, +waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat +gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, +wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende +evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten +ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet +alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock +meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat +hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft +te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van +den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende +bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op +Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten +intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten +dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te +houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost +heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en +werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende +overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, +niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame +te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, +om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo +veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement +te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris +Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange +jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop +ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde +redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens +ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste +vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen +conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle +genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst +meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een +seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige +exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert +hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement +te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten +tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende +verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en +weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt +het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt +geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt +rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de +Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, +waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, +alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te +extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren +Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden. + + +B. CORNELIS CAESAR. + +1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam +6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f + 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den +Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam; +had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en +wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit +de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was +in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot +f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645 +per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie +voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend: +Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie +toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21 +Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus +(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot +Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en +Dagr. Bat., bl. 541). + +In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië +(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de +Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het +opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli +1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur +van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 +Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en +72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar +5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke, +zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni +1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335). + +2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653. + +Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten +in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen +als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht +werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer +overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel +Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich +ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu +tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde, +den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden, +waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat +nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons +wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden +buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker, +die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee +in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris +Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet +te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn +Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn +Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte +alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over +te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve +2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van +India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te +sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen. + +Patriasche Missive, 8 Oct. 1654. + +De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur +in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch +die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van +daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen +vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement +ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten. + +UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet +werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen +ten hoochsten gelegen te wesen. + + +C. IQUAN. + +"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in +den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert +doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese +enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat +wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij +daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de +Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382]. + +"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken +te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van +China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten" +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624). + +Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de +Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een +Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht +[384], klinkt veel waarschijnlijker. + +De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen: + +De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, +was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang +Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis +aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder +zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den +titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd +betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was +hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen +met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I +(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon +bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze +waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan +de Engelschen [388]. + +Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het +dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats +Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en +zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon +was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene +familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China. + +Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht +bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht +naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando +betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, +den zoo vermaard geworden Koksinga. + +Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het +eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China +(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624). + +Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om +op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro +China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan +terug waren. + +"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened +up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership +on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the +History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87). + +"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der +Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis +gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck +vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer +ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende +vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct +can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, +Actum Batavia 18 Dec. 1627). + +"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen +datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de +riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich +ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de +Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste +vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie +ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken +ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens +van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten +tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen +raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover +Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt +ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone +van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer +Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom +en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren" +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630 +aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114). + +"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den +vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu +weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den +rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, +weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt +ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen +Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent +was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere +grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te +beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie +bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet +alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het +Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck +in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij +hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, +alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per +ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven +ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten +niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo +hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten +van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren +Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631). + +"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior +van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen +geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende +voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende +liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote +macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken" +(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634). + +"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps +handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons +wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele +gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken +aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639). + +20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen +alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije +niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat +zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders +rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven +en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst. bl 81). + +"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave +birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not +develope the love for adventure and renown which made his elder brother +[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31). + +"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh +van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon +des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger +is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in +Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645). + +"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh +... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste +bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft +laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren +gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt +Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en +tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken +voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken +stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645). + +"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt +hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh +vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe +mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te +keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645). + +"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren +g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan +den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de +geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de +Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja +(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer +1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck +gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken +dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij +een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando +gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden +was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede +beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke +dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van +vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden" +(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst, bl. 97). + +Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's +geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel +min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme +herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben". + +"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu +army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga] +strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385). + + +D. MARTINUS MARTINI. + +Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica +en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier +andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de +Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een +latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij +verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja +off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te +geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki, +ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen +ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke +attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en +Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390] + +"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to +his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed +in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige +leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld]. + +While on his journey the great traveller passed Batavia..... + +Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them +over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be +printed while he himself gave a full geographical description of +the whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier, +On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II, +1888, bl. 105 en 106). + +Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in +het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652, +26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer +Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van +honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij +toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven +Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te +kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende +Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij +achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde, +seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt +Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden" +(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren +XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654). + +"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh +tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker +Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China +heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse +[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere +negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven +door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse +hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer +oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te +friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen, +dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton +daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den +oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs +stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de +libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden" +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652). + +"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en +dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao +en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck +van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel +daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip +den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + + + +VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65. + +Dagregister Japan. + +Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij +ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't +Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen +tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht +sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige +Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, +doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde +deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben. + +20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de +voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't +Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh +in't S.W. verloren. + +21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende +kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde. + +26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, +bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, +onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't +Westen keert. + +29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, +maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger +opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't +Westen naer't N.W. gekeert is. + +Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als +alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende +met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt. + +10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te +sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden +malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn. + +20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien +konnen werden. + +April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder +omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die +hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende +was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo. + + * * * * + +Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem +een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, +1701, bl. 66). + + * * * * + +Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten. + +Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden. + +Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman +Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en +Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58). + +Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391] + +Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst +gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre +gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, +opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, +waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien. + +Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen +verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken +daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de +staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: +Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't +mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen +haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, +sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede +langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, +nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy +grooter in ons gesicht vertoont. + +Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en +de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet +hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen +als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den +2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder +met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems +3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen +in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan +den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat +de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen. + +Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary +1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten +Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock +over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van +de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen +en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen +en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent +heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich +ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet +en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien, +te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den +Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt +van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een +heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens, +naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren, +was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem, +ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door +de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, +en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet +langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, +en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na +met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn +roedeken gelijckende. + +Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer, +op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram +eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus, +ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt +met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries +uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30 +December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen +van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo +fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als +dese dede, niet uyt. + +Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen +Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle +Zee en Water-tekenen. + +Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in +'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn +Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den +13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende +op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte. + +Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren +te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer +nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is +gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het +toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis. + +'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden +3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont, +'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe +datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke +Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late +ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels +niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen. + +In Haerlem, desen 14 April 1665. + + +Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur + + +BIBLIOGRAPHIE. + +Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in +'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter +te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam. + +Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die +alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea; +daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving +zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het +jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in +het land teruggekomen was. + +Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal. + +Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk +van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven +van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken, +waarin het reisverhaal is opgenomen. + + +DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/ +van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets +door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn +vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 +dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in +die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen +in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB +VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668. + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets +die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de +acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael, +dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde +bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo +verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche +letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +'s-Gravenhage. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer / +van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door +de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert +/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in +slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // +tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in +'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van +[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.] + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die +van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die +noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael, +dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den +hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische +letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met +heel kleine Romeinsche letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. + +JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/ +van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar +op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant +is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door // +de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ +by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ +in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die +tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't +Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch +acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt +gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ +Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree: +Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: +Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] +// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: +Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668. + +16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter. + +Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove +houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening +(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij +den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje +(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na +het Journael volgt een nieuwe titel: + +Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare +Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ. + +Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan +het slot. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te +Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.: +Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de +prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders +in Korea, ondert. Toeridjéné. + +'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de +// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in +'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER +EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm +en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ +daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den +Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van +Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny +moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer +van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn +'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in +'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip +in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje: + + + Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen, + Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen, + En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen, + Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen, + In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft + Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft. + Hier nae een Beter. + + +Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels +wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia +(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in +de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere +reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen +met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van +Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in +het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte +inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de +dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de +olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier +te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, +dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst +in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht +van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van +de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en +de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen. + +In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad +van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis +van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, +een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte +plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; +op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; +in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door +Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt, +en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en +casuarissen voorstellende. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch +te Rotterdam. + +JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer +ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders +// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe // +noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno +1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam, +Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte +Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende +spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure +geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is +veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding +van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als +zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd, +dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger +gemaakt om de ruimte te vullen. + +Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op +Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen +landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van +'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede +voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten +blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8 +persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn / +achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn +aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // +t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde +voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op +p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor +de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, +ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken +Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide +prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor +is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des +Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656", +uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan, +Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing +naar Corea overgebracht. + +Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- +en volkenk, van Ned. Indie te Delft. + + +HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS. + +Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in +'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS +MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669. + +In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436 +een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend, +beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der +geredde mannen op "Disma". + + +DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN. + +RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste +de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de +Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, +// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au +coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d' +Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +Ook met ander uitgevers-adres: + +RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE, +au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, & +au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter. + +De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, +en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman +(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten. + +Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage. + +Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au +Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer +vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna. + +Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ // +Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/ +im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/ +und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ // +vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget // +JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise: +// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653 +glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit +Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und +JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII. + +Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het +boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich +Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: +P. TROSCHEL sculp. + +24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op +bladz. 811 de titel: + +JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/ +was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/ +// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/ +durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/ +so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/ +ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH +HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/ +Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet. + +Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder +de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus +ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel +Korea ... Verteuscht. + +Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam. + + +HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN. + +(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.) + +A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill +1704. fo. + +In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45 +(IV p. 719-742), 1752: + +An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the +Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of +Corea. Translated out of French. + +Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in: + +Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia +1884.--Second ed. ibid. 1885. + +Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door +den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel +wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit +de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene. + +Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection +of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2 +kol.). + +In de Appendix op p. 37-40: + +An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the +Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the +East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore +upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence +to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship, +who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd. + +Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar +Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop +volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de +olifanten en krokodillen. + +Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715; +nouv. éd. 1732. 8o. + +In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782): + +Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle +de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée. + +Herdruk van de vertaling van Minutoli. + +A new and general collection of voyages and travels, consisting of the +most esteemed relations which have been published in any language. By +Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o. + +In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving +van Corea, naar de collection van Churchill. + +Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes +les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par +l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris +1746-89. 40. + +De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen +een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar +Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de +Parijsche uitgaaf. + +In vol. VIII (1749) p. 412-429: + +Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du +Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert. + +Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by +Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o. + +Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750) +p. 18-48: + +Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa, +en hun Berigt van de Landstreek. + +Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig, +bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o. + +Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750) +p. 573-608: + +Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem +Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch +HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt. + +A general collection of the best and most interesting voyages and +travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o. + +In vol. VII p. 517: + +Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and +their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated +from the French. + + + +GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392] + +BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646. + +BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang, +during the years 1843-46. London, 1848. + +BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851. + +CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North +China Branch R.A.S. XXIII, 1888). + +CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894. + +CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919. + +COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in +Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage, +1919-20. + +COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea +(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903). + +COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917. + +COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris, +1894. + +DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918. + +DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction +sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874. + +DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische +Compagnie. (Handschrift Kol. Archief). + +DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894. + +DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History, +people, resources and commercial prospects. London etc., 1903. + +DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan +1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883. + +DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama, +1880. + +DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833. + +DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique, +chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie +Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736. + +DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze +vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858. + +ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917. + +GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea +Branch R. A. S. I, 1900). + +----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912). + +GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New +Ser. XXVII, 1895). + +GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701. + +GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905. + +----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885. + +GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen +Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898). + +GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea +en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835. + +HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12. + +----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903). + +HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905. + +HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases, +by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903. + +HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II). + +HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668. + +HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens +de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879). + +HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I, +1900). + +HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). + +ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch +R.A.S. IV, 2, 1913). + +JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858. + +JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865. + +KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van +het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831. + +KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam, +1729. + +LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par +M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797. + +LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc., +edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900. + +LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859). + +LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer +Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten +enz. Amsterdam, 1595. + +LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions +Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15). + +MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong, +1867. + +MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited +by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams +1611-1617). London, 1850. + +MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902. + +MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669. + +MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898). + +MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912. + +NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen +Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897. + +----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841). + +PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo, +(1909). + +PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second +edition. London, 1917. + +PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917. + +----Corea. (China Review. XIV, XVI). + +----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society +of Japan. XV, 1887). + +PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma +H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland, +1905-1906. + +PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der +Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900. + +REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society +of Japan. VI, 3, 1878). + +RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin, +1834. + +ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of +manners, etc. Paisley, (1880). + +----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and +progress. London, 1891. + +SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.). + +SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von +Japan. Leyden, 1852. + +----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52. + +SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908. + +TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New +Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898. + +TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der +japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909. + +TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs +néerlandais, etc. Amsterdam, 1867. + +----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam, +1884. + +VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V, +2. Dordrecht--Amsterdam, 1726. + +'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675. + +VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by +E.M. Satow, London, 1900. + +WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography, +government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899. + +WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705. + +YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV, +2, 1913). + +IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917). + +ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij +de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan +d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot, +Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het +"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: +"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse +op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman +Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om +de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende +om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304 +in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: +"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, +Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde +Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt +... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een +musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons +comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, +bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, +sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts +schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan +omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest +te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer +verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat]. + +[2] Zie Bijlage V_A, 1. + +[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652). + +[4] Zie Bijlage V_A, 3. + +[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan +dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle +des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla +Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te +rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam +Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven +geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het +Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn +Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, +dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627). + +Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad +niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de +zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, +was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier +ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, +17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden +den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering +aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant +van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het +beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door +de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van +hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"] +"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven." + +Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan +en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen +de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie" +gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26 +Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661 +aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa"). + +Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh +in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia +10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in +de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld: +"het vlekje Provintie". + +[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter +troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12 +dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't +verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese +revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24 +Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen. + +[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste +Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende +gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote +vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten +zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck +ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge +voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, +altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen +Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting +te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de +groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn +te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31 +Jan. 1653). + +Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654) +doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In +UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, +hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen +sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent +3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude +veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun +van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655). + +[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke +deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute +onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door +de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan +de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652). + +"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer +Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, +bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie +Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd, +en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt +ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan +Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T +valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten +die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de +clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien +en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie +geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20 +Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben +te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn" +(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur +... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en +Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652. + +[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en +Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, +zie Bijlage V_C. + +[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25 +Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat +de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin +[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; +mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater +Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient +heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + +[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, +weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur +Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne +benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3. + +[12] Res. 20 Mei 1653. + +[13] Zie Bijlage V_B, 1. + +[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als +Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in +Kol. Archief no. 780. + +[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die +gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement +van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre +scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer +generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden +van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier, +nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden" +(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de +publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale +gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd +bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen. + +[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van +sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij +laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer +Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3. + +[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse +besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653). + +[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, +tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden +sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met +genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende +alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson +al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van +de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, +te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge +van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2. + +[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia +onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van +de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman, +Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz). + +[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't +jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3. + +[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de +fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha +Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die +van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders +vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, +oock wel beseijlt schip". + +[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende +29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert +ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een +cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van +f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3. + +[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt. + +[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642. + +[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in +Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen +en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en +verongelukt 27 schepen. + +[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A. + +[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes +de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent. + +[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, +als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder +(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken, +opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666). + +[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging +to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary). + +[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor +Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan +14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus, +Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den +onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing +duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le +Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst" +vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima +verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de +onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was +gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den +29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte +gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk +in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde +uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende +240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne +staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een +brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte +daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, +te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als +sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te +mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde +wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan). + +[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten +te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen +nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19 +Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's +dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van +Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den +Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te +gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd +Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat +hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen +ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een +ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij +de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633). + +[32] Bijlage I a. + +[33] Bijlage I b. + +[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de +groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten +omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen +door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der +tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" +(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670). + +[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens +getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael +ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 +Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd +Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, +Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in +Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, +voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't +gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet +hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren +Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie +deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den +29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301). + +[36] Zie Bijlage I a en I b. + +[37] Zie Bijlage I b en I d. + +[38] Zie Bijlage I f-h. + +[39] Zie Bijlage I i-j. + +[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de +fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw". + +[41] Zie Bijlage I o. + +[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, +ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" +(Journaal, Uitg.-Saagman). + +[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen +de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den +13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de +Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff +oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, +Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan +geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, +alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668). + +Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen +als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende +Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van +Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen +van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op +Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer +waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden +gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" +was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen. + +[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 +(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, +1660-1668. Kol. Arch. no. 1153). + +[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en +20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de +Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, +de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge +Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1 +Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, +bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de +Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de +Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20 +deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de +Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484). + +[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten +November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart +1668. Kol. Arch. no. 301). + +[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische +Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, +270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner +Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert, +ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen +('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen +Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden +tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen +wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van +'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, +af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) +en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp). + +[48] Zie Bijlage I k. + +[49] Zie Bijlage I q-r. + +[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82). + +[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 86). + +[52] Zie Bijlage I n (slot). + +[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, +op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand +overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen, +2e dr., I, bl. 53). + +[54] Zie Bijlage II a-d. + +[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53. + +[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer +afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van +omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm +beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren, +de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten +zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote +mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer +stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door, +den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent +Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto +is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670). + +"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht +dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto +zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.). + +"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia +vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van +op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een +opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch +soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt +geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest +aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T' +is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen" +(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670). + +[57] Zie Bijlage II a (slot). + +[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204. + +[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort +van Coromandel". + +[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt +Buijenskercke van Japan". + +[61] Zie Bijlage II i. + +[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile +(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was +never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely +that the Coreans would take any pains to mark the site of their +graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en +terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge +van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn +vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den +Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar +1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en +waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens +haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, +dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in +13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven +en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn +gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt +Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op +alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en +na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn +van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" +schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff, +Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen +geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap +werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en +te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail +from Great Britain it is of special interest to know that one of the +unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was +"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of +any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did +in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's +Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95). + +[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered +have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives +knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were +of foreign manufacture. The figures on them, however, told their +own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore +marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be +the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, +like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile +though the honoured guest and adviser of the king and government. The +presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what +must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes +and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by +travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and +conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott, +Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S., +New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215). + +[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] +je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout +souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu" +(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46). + +[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371. + +[66] Zie Bijlage I k. + +[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder +op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese +eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde +den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte +jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu +aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert +dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't +verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie +sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt +haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van +het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, +politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende +het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan +ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal +wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in +Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en +by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: +wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel +onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te +vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in +de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen +en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI. + +[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26). + +[69] Zie Bijlage I o. + +[70] Zie de Bibliographie. + +[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz. + +[72] Bl. 429-436. + +[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele, +Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het +exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij +kunnen raadplegen. + +[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele, +a.v. bl. 269. + +[75] Dl. I, bl. 148. + +[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, +verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen +op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de +vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders +Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot). + +[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens +vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene +Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så +of Gouverneur. + +[78] Zie Journaal, bl. 11. + +[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de +Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in +de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese". + +[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des +satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le +1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese +is de Chineesche uitspraak van Moksa. + +[81] Witsen, 2e dr., bl. 59. + +[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668. + +[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668. + +[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31. + +[85] Zie de Bibliographie. + +[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and +Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt +in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918) +alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope, +Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt +maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial +account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which +sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that +such animals may have existed two hundred and fifty years ago and +yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen +komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten. + +[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: +The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885). + +[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de +Haan. + +[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon +een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te +teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten +vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel +73, bl. 401, waren ongeteekend. + +[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78). + +[91] Zie facsimile tegenover den titel. + +[92] Zie facsimile. + +[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit +que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup +moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275). + +[94] Zie bl. 13. + +[95] Zie Bijlage III_B. + +[96] Zie Bijlage I_A. + +[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr., +bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on +his return, recounting his adventures in a simple and straightforward +style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176). + +[98] "When this account was printed in Holland, the eight men +mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars +here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render +the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that +carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon +the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), +Preface bl. 574). + +[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten +ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53. + +[100] Zie Bijlage Io. + +[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53. + +[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have +given a much more perfect description, and many men in that time +would have made it more ample and satisfactory; but the author gave +what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested, +having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in +that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain +his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's +Collection IV, Preface, bl. 574). + +[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance +rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui +ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté +de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau +holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement +au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the +country and people, deserves careful study. It throws some interesting +sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries +ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the +"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword +van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions +Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94). + +[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It +is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life, +people, and customs gave us so little information concerning them" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen +Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel +gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren +er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte +Entd. Japan, bl. 37). + +[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, +the Coreans have always bowed down before the greatly superior +mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of +their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal +books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific" +(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge +the Japanese and other nations possess, they obtained from China, +while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus +(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert, +Korean Survivals (Id. bl. 25-50). + +[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in +contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked +on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch +supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth +century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and, +as read at the present time, conveys an exact picture of the people +and country. Place after place which he mentions in their captive +wanderings have been identified, and every scene and every feature can +be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native +conservatism both in language and habits that Hamel's description of +two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life" +(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch +R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was +plainly a shrewd observer, and much of his description of the country +and the people and their customs tallies well with our own experience +of the last thirty years, though one would not care to subscribe to +every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de +uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, +1918, bl. 94). + +[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & ses habitants" +(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel +van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des +Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit +Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem +Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität +wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben +des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch +vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, +1834, bl. 637-638). + +[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire +de l' Eglise de Corée, 1874. + +[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée, +quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à +Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées +des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736) +bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 353). + +[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en +vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement +leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes" +(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX). + +[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor +of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with +letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of +Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268). + +[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in +the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of +Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China +Past and Present, bl. 340). + +[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21 +Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93). + +[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire +sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1). + +[115] "Ever since the Manchus established themselves in China, +Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful +vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no +interference on the part of China in her internal administration: all +she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal +value at fixed periods, for which she received a liberal return; and +to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place +and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340). + +[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo, +being the word "Imperator" in its original military significance" +(Parker, China, 1917, Glossary). + +[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William +Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916, +bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, +het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea +sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a +new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times" +(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, +2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit +deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere +[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na +voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware +den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince +geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn +Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere +ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken." + +[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree +met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; +haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij +claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope +tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht +van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck +als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn +landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door +vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia +dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV). + +[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders +voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs +van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d' +Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te +laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, +caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the +castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive +next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The +intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense +with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests, +a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they +were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot). + +[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van +Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea +ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige +jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den +Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser, +op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere +in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 +April 1635). + +[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, +Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31 +Aug. 1643). + +[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae +het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, +aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck +van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens +ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken +gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen, +waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe, +als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die +'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght. + +Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert +aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke, +te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van +veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde. + +Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core, +ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is +ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen +cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t' +welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de +Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen +zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden +van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af, +oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer" +(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der +Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70). + +[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is +inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4). + +[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, +bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, +1858, bl. 29. + +[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet +werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker +aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende +berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found +three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and +came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I +vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke +haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" +(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd +daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten +deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 +Febr. 1626). + +[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken +waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het +mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt +Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen +Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent +30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch +25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a +4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de +strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant' +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te +versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, +leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" +(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in +vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII). + +[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en +plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo +verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea +door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met +gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan +mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38). + +[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of +Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary +of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258). + +[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and +from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John +Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as +yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other +privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in +paine of death not to goe without the walles thereof to the landward" +(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out +of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando +9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of +Japan were attended by about 500 men and were royally entertained, +by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through +whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured +to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King +of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might +procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando +15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 222). + +[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, +20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te +Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 +en 20 Juni 1623. + +[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van +Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken +die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust +houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende +ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na +dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit +schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, +welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia +aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11 +Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in +het Kol. Arch. niet aangetroffen). + +[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot. + +[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea +door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de +reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden +wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht +is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt +verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door +UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien +correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen +admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout +ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen +deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker +seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens +een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van +bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert" +(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637). + +[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea +hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als +UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult +gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar +Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van +voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was +achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten +sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de +Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden +treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende +ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en +Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de +Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, +wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie +becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons +gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel +als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar +Firando, 26 Juni 1638). + +[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre +van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula +de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de +groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw, +Korea hier te lande nauwelijks bekend was. + +[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, +China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat +proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639). + +[137] Zie Bijlage I o. + +[138] Zie Bijlage II e, f en h. + +[139] Zie Bijlage I o. + +[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde +dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te +drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, +is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam, +Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324). + +[141] Zie Bijlage II j en k. + +[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote +behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie +niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en +van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen +admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten +Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam, +Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai +unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27). + +[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland +(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep +20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 +te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo +onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te +verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679). + +[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China +Review XVI, bl. 309). + +[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai +als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa +de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso +ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula +zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de +Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene +Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod, +Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft +wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel +unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten +des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones +welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung +von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie +auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen +"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée" +und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten +Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89). + +Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas +van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland +"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie +der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9), +VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten +VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van +Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734): +Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750): +I de Quelpaert. + +[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, +bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland, +Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860: +"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen +zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets +over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918) +bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van +dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders +Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese +kaarten Fungma genoemt". + +[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh +geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat +gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip +de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe; +den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27 +Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse +sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van +Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30 +mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen, +met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen, +stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen +sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef, +sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der +Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr +1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek, +9e hoofdstuk bl. 89. + +[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of +his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: +"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert" +an old name for a galiot". + +[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde +opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856). + +[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie +Bijlage III_C. + +[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, +dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November +Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert". + +[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet +acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt +die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben +toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, +2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh +uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer +gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia +aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643). + +[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende +Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer +gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler +ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden +ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van +Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het +"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16 +Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het +pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer +verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is". + +[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I +(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië +VI, 4 (1898), bl. 290). + +[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan +becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen +alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het +seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha +verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa +gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij, +niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, +ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen +heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent +Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken, +gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch +ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als +geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen +den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten +respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen +onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts, +soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met +een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De +gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde, +was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort +eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken +(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten +binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut +lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen +nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur] +verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs +niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij +tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor +d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli +1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia +de Philipinas, V, 114-122. + +[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is +situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a +tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins +of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay" +(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323). + +[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe +residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel +uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, +mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen +ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan, +4 Juli 1644). + +[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel +ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten +Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, +opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht +becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the +reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards +from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV, +bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643). + +[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur +Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten +proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den +Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben +ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt". + +[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij +overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten +om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien +'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich +is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke +sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als +de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, +'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een +blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642). + +[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden +tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten +van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te +doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder +voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa, +23 Juni 1643). + +[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, +maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat +reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius +bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende +wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel +voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre +te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst, +verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan, +23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen +daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare +brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden" +(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold +is the most important.... It may be said.... that of the limited area +investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460). + +[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa +de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, +hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado +g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten +te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius +zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; +deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met +het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, +ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent +Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe, +De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, +XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 +te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) +en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd +daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal +der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) +(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort +vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat +ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 +Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de +havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang +voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 +voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211). + +[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh +de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert +'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September +passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack +... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642). + +[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar +Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het +Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in +diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval +op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt. + +[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642). + +[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de +noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks +naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli +1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), +wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder +de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in +loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden +quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken +als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen +hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, +Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende +de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen." + +[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien +een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond +aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie +Journaal bl. 9. + +[170] Zie bl. XLII, noot 1. + +[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long +enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners +of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface, +bl. VIII). + +[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire +national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851). + +[173] Zie Journaal bl. 73. + +[174] Zie Bijlage I a. + +[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651. + +[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651. + +[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, +Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423. + +[178] Zie Bijlage I a. + +[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum. + +[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft +bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: + +1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier +(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon +de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave +Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147]. + +2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633 +Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, +Utrecht 1760). + +3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur +Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie +te Batavia. + +4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren +zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn +overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688). + +In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel, +door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens +aangetroffen. + +[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes +and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919). + +[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I, +bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by +C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII, +part 2, 1916. + +[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden +zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan, +Priangan II, bl. 44, noot 8). + +[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste +schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen +met het limiren van den dagh onder zeijl". + +[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen +(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou +de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan: +"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht +van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.: +"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen +vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449). + +[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het +achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk +uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder. + +[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10 +November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort". + +[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China. + +[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water +uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische +hulpmiddelen doenlijk is. + +[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip. + +[191] de afsluiting van het achterschip. + +[192] d.i. één uur 's nachts. + +[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van +het roer, te hebben doen oploeven. + +[194] d.w.z.: de ankers hielden niet. + +[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond. + +[196] groote vaten. + +[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in +Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" +(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders +hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, +2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den +Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord +van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth +Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird +(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, +Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot). + +[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe +van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te +dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens +de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor +de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip +gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten +doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so +Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan +te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot +'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve +dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is. + +Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten, +Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke +meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt +eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en +yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te +goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip +gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen +yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed +hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening +by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen +tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps- +en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen" +(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27). + +[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk +dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet +besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast +en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve +van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De +Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de +goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat +weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy +heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot +sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de +Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28). + +[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26). + +[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den +Chineeschen Jihpen. + +[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist +waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de +gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het +Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, +in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets +te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de +stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De +opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de +opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland" +kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest +van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 +van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis +door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben +hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen +uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 +was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4). + +De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de: + +I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden +'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten". + +II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte +genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de +hooghte van 33 graden 32 minuten". + +III. Uitg.-van Velsen = II. + +IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de +stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer +'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en +dartig minderlingen". + +Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: +"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, +und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe +von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg +(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea +qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré +trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages, +VIII, bl. 416). + +Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30' +zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking +genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten. + +De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" +gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169). + +[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en +roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat +doel werden ingekocht. + +[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons; +dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen +de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15"). + +[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs". + +[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2. + +[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges +sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs" +(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII, +noot 5. + +[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They +give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and +cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903, +bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea, +1905, bl. 267). + +[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip +"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr +maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest +(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen +gesteld. No. 54; zie bl. 73). + +"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor +uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als +tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde +chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden +kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo +1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, +fol. 255). + +[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts +verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van +Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao +1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese +jonck daar was geraakt". + +[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive +Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: +"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] +aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien +haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door +den Heer van Fingo soude mogen geschieden". + +[212] d.w.z. in Indië. + +[213] de hoofdstad Seoul. + +[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van +"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The +Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost +werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2, +bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen +te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten +blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe +te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de +bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen +van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701). + +[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen, +Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen". + +[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer +behoord. + +[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen. + +[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de +drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz, +beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54, +bl. 73). + +[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt. + +[220] d.i. wij geraakten. + +[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig +vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra +(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk +aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet) +met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast +(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast +zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw +overboord viel. + +[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen +als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or +cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence +of the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape" +(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509). + +[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa, +gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**). + +"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du +vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque, +sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le +21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14' +de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384). + +De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3 +en 12: "Chesu". + +In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij +haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op +de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den +Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en +III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts +Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of +ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree." + +Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher, +Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v. + +[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, +aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 47). + +[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of +convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves +of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201). + +[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois +cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'" +(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is +about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200). + +[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de +Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut +a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**). + +[228] ? + +[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124° +10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**). + +[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'" +(a.v. bl. 17**). + +[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the +neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet +de montagne" (Dict. a.v. bl. 373). + +[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'" +(a.v. bl. 18**). + +[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'" +(a.v. bl. 7**). + +[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra, +à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**). + +[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to +in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la +dynastie précédente". + +[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste" +(Dict. a.v. bl. 19**). + +[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'" +(a.v. bl. 20**). + +[238] ? + +[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**). + +[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**). + +[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou +gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**). + +[242] lees: Kyeng-keui. + +[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of +the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, +Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**). + +[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du +royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van +"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui +et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le +fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur +de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**). + +[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, +namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting +van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de +afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; +recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 +K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De +afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of +666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67). + +[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, +werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene +dergelijke vertooning zouden vergasten. + +Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het +Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie +te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] +... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, +mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een +liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, +te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn +vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse +gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen +en een stuck van een comedie te ageeren.... + +... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme +regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter +jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons +onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons +logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75). + +De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor +de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de +Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van +de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde +van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder +afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten +opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden" +was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven +naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede +soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door +de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over +de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden +[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en +geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere +verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692). + +[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door +den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17 +Aug. 1708). + +[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire, +qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement; +c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin" +(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English +Dictionary, 1911, bl. 429. + +[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop. + +[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst". + +[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert. + +[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet +gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); +de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest. + +[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away, +but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling +the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were +easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172). + +[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal +city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of +the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress, +to which the royal family are sent for safety in time of war ... During +the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it +his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang +is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest. + +[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart +1622). + +[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt +opgegeten." + +[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren. + +[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik +(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t +schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier +aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624). + +[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het +Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen +Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige +te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als +een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan +het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben +uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het +lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen. + +[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best +conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken +met eene Koreaansche woordenlijst? + +Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt +verder niet gesproken. + +[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te +gebruiken. + +[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra +(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8. + +[263] ? + +[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant +d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans +chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321) + +[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de +nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen +moesten gaan. + +[266] linnen. + +[267] de hoofdstad, Seoul. + +[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer +hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren; +want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het +Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, +volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen +is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert +te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki, +opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49). + +"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a +perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the +war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 150). + +"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu +au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 +soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**). + +[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last +king. This Prince commenced his political career at Moukden, where +he had been sent as hostage by his father. In the second year of his +reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659. + +The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden, +whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist +nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV, +bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24) +Chang-hai, 1905, bl. 457, 462. + +[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de +armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder: +Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens, +Bosboom-Toussaint en Beets. + +[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker, +Corea, China Review XIV bl. 129). + +[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel +(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal). + +[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and +Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs. + +[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île +et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant +qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée" +(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la +dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**). + +"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and +which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four +centuries. He moved his capital to its present site, to the city of +Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning +"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed +since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name +of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269). + +"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the +throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392) +a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu, +rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and +established himself as the king of Corea. He chose for the title of +his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the +Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and +for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He +also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The +Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, +bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation" +(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het +noorden en het midden; Ko lee in het zuiden. + +[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo +vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de +Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek +met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8. + +[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea +stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10' +E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird +flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300 +miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396). + +[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed +to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2). + +[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en +japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands +situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea +... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the +12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot, +Dict., bl. 706). + +[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to +gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de +Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui +a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**). + +"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare +1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht, +dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is, +vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te +Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan +werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van +Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden, +die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve +die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44). + +[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer +mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus +gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57). + +[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea +in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van +Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien +Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te +hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van +een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt +uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van +kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op +de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen +wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen, +en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen +vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen +moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche +Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee +was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde, +dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit +het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, +meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, +als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer +oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44). + +"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in +onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als +de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee +is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden +of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56). + +[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the +dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese +name is derived from a fancied resemblance to the human form. The +genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are +derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the +leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The +roots are covered with rings, from which the age is ascertained, +and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean +ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native +ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206). + +"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in +gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in +silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a +food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing" +qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273). + +Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende +werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck +Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven +1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV, +bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante +de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The +culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch +R. A. S. III, 1903, bl. 18-30). + +[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed +by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 228-229). + +[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont +gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts +met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het +leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt; +dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert, +is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels +schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56). + +[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen, +'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen +voor onse naackte billen hebben gekregen." + +[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken +om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman). + +[287] "There seems to be three distinct classes or grades of +bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study, +and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa +being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun) +act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use, +weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333). + +[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman). + +[289] Zie bl. 59. + +[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127). + +[291] "Close communication between the palace and populace is kept +up by means of the pages employed at the court, or through officers, +who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa, +or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain +the popular feeling, or to report the conducts of certain officers +... receives sealed orders from the king, which he must not open +till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 221-222). + +[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet, +als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten. + +[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen +gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al, +voorafgegaan door een; + +[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main, +that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated +the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235). + +[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande +een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over +een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne +mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen, +met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven +heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk +op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als +het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55). + +"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen, +en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels, +drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente +en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester +Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit +onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57). + +[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone +upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning +tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved +off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh, +leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of +holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335). + +[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, +maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, +ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven +mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal +II, kolom 1951). + +[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention +with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea, +bl. 355). + +[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous +visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds +of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267). + +[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2. + +[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in +north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though +we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The +floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from +the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 263). + +[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman +staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het +weggelaten. + +[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, +bl. 769. + +[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal +with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time +... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant +place does not need to make elaborate preparations ... At night, +instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters +some house, whose exterior room is open to any comer. There he is +sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 288-289). + +[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe". + +[306] "Not the least interesting of the local or national festivals, +are those held in memory of the soldiers slain in the service +of their country on famous battle-fields. Besides holding annual +memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of +the people, there are temples erected to soothe the spirits of the +slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites +made painful to the national memory by the great Japanese invasion +of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 299). + +[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten". + +[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles. + +[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der +Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd +Paardrijden, strofe 13, regel 6). + +[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered +at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 298). + +"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om +aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor +'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken] +den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel +honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door +yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen. + +De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt, +dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk +in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele +honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn +Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin +levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur, +eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is +verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't +ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56). + +[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders". + +[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the +Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears +to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula" +(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en +Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om +katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e +dr. I, 1917, bl. 434). + +[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier +te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt, +op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 58). + +[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people +to use coin and at the same time prohibiting them from the use of +cloth as money.... Up to this time, there had always been a party +opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress +its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast +disappearing and though they once more succeeded, five years later, +in causing the rescission of the order to use coin, the people by that +time had become so accustomed to its use that they began to coin for +themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever +of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea, +Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61). + +[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 +... and in the following year, when sending home the king's son, +who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a +half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans +like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288). + +"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses +of absolute self-government; but, at the same time, it has had only +brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage +to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years' +dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe +taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly +tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants, +who bring back profits much greater than the amount of the tribute" +(Ross, a. v., bl. 365). + +[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren? + +[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien; +ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte, +'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan +de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en +van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat +zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had; +doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver, +of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e +dr. dl. I, bl. 58). + +[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded +annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town +aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29). + +[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't +Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche +Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden +(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de +Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders +schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is +een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren +aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere +lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 59). + +[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende, +geschreven. Het tweede is...." + +[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or +almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and +complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross, +Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity +and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale, +The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part +I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans +la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet, +le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles +où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne, +I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII). + +[322] lees: drukplaeten. + +[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, +Band III (1834) bl. 594). + +[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen +woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen +onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den +Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat +zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, +daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely +leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, +it is a great occasion which is previously announced to the public. The +roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while +the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of +each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched +on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer +or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo +groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde +steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, +als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen +zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen +onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, +maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van +Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy +een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende +dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first +sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by +five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages +and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the +heir and other members of the royal family, heads of public offices +&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated +when the envoys take their departure). When the envoys first arrive +at their hotel, the heir advances with the various high officers, +and makes two obeisances. When they take their departure, the same +ceremony is repeated outside the ... Gate... + +The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from +the palace by the Corean court officials with great ceremony to his +hotel, and music is used even on fast days; a number of articles +of local produce are taken with him, and special other articles are +sent on the emperor's birthday and with formal state communications; +these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, +shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea, +China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is +equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on +the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting +out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands +reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his +relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are +all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de +Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet +gaat, wordt in dit bericht niet gezegd). + +[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) +is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh +genoemd. + +[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). + +[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**). + +[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan +aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16. + +[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als +voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn +tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, +als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn +de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet +'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn +van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56; +Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They +do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and +stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together +with wooden nails. They use round stems of trees in their natural +state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with +cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail +very well within three points of the wind, and the fishermen are very +skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon +[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, +en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die +de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, +werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, +alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest" +(Witsen, 2e dr. I, bl. 44). + +[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, +die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre +af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich +liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter +afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot +Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen +als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder +staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje +sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven +Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot +en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op +46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, +kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in +zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers +oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer +diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men +met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal +kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183). + +Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius), +die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor +in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn +"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen +der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749) +en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator +aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie +ook Bijlage VI. + +[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne +krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander, +verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch +de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden; +na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag +'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden, +dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn +Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, +daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is +ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh +in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665). + +[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard +Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens +tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven +de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586). + +[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about +this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, +and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, +and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto +which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of +the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary +of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618). + +[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van +Velsen: "bij de Zeekant". + +[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of +ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden +zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, +aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks +tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, +bl. 57-58). + +[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by +hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel +van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts +van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een +tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, +na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen +zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen +zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van +een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen, +2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken). + +[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig +hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, +met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e +dr. I, bl. 58). + +[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender +handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson +weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18 +Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly +winds blow from the middle of May, and often even from April, until +the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west +monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April +... prevails until the middle or end of September.... But the +regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese +coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in +winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is +inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the +exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of +Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878, +bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke +retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te +largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen +suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar +Taijoan, 2 Mei 1644). + +[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en +achtervloed, voorvloed en achtereb. + +[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter: +"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft. + +[343] lees: praijde. + +[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den +wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan +boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een +houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt +om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven. + +[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men +veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4. + +[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht". + +[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging +door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken +eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen: +"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, +die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.". + +[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden +Dagregister. + +[349] Zie Bijlage Ie. + +[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan +valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal +dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen). + +[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki +aangekomen. Zie Bijl. Ij. + +[352] Zie Inleiding, bl. XXVI. + +[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal +niet voor. + +[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den +druk aangebracht. + +[355] Niet ingevuld. + +[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, +Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden. + +[357] van 18 Oct. 1666. + +[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger +als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki. + +[359] Kol. Arch. no. 457. + +[360] Kol. Arch. no. 255. + +[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester +(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, +Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, +1729, bl. 232. + +[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan. + +[363] Oostvoort in Bijl. Ia. + +[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd +Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben +te doen. + +[365] Zie bl. 86 hiervóór. + +[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456. + +[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon. + +[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56. + +[369] twee? + +[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia" +genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15 +Sept. 1627). + +[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad +Ords. (Dagr. Bat.). + +[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): +14 April 1627. + +[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; +ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623). + +[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the +10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with +the view of attacking a fleet which had been prepared there for a +journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt, +thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The +guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After +the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77. + +[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter +eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff +tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten". + +[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert +de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd. + +[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het +vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 +November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13). + +Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps +toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx' +tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was +langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar +Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van +13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando, +zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie +Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan +boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 +Dec. 1621). + +[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan +aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637. + +[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de +Japanners. + +[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato +van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de +geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer +gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door +d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: +Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone +wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het +hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer +consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne +den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando +24 Meert Ao 1637). + +[381] zijde, staat in Dagr. Japan. + +[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, +volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, +Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616). + +[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, +Introduction, bl. LI. + +[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: +"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft +in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met +schoone vrouwen ende kinderen". + +[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare" +(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]). + +"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a +safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to +the scanty historical material which we have at hand, established a +rough form of government over their settlements. So admirable was the +organization that the different bands lived together without discord +and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to +look after the interests of the combined bands whenever anything arose +of common concern. The strongest of them was a powerful band under the +leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, +and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually +attained a position so formidable that smaller bands combined with them +for their own protection, and thus nearly the whole of the China and +Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai +died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and +the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) +bl. 8). + +[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten +seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625). + +[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625. + +[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English +Residents in Japan 1611-1623, bl. 271. + +[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat +"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636-1645). + +[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet +gebleken. Journaal Hamel. + +[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en +9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek. + +[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal, +de Bibliographie. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 *** |
